03.07.2020 Views

Kopgroep Stedelijk Beheer - het werkboek

  • No tags were found...

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

Stedelijk Beheer

werkboek

Stedelijk Beheer

werkboek

Stedelijk Beheer

werkboek

AWB, H+N+S, Endeavour, Jelte Boeijenga

Kopgroep Stedelijk Beheer, Delta Atelier


AWB, H+N+S, Endeavour, Jelte Boeijenga

Kopgroep Stedelijk Beheer, Delta Atelier

AWB, H+N+S, Endeavour, Jelte Boeijenga

Kopgroep Stedelijk Beheer, Delta Atelier


Initiators

Kopgroep Stedelijk Beheer

Gemeente Rotterdam

Gemeente Leiden

Gemeente Almere

Gemeente Zoetermeer

Gemeente Zwolle

Delta Atelier

Auteurs

Architecture Workroom Brussels

Joachim Declerck

Hanne Mangelschots

Floortje van Sandick

Serafina Van Godtsenhoven

Stijn Baets

H+N+S

Jandirk Hoekstra

Jaap van der Salm

Jan Wilbers

Endeavour

Tim Devos

Jan Denoo

Jelte Boeijenga

Grafisch ontwerp

Vrints-Kolsteren


Introductie 8

1 Startpunt 14

1.1 Wat doet beheer 18

1.2 Wat is de opgave 22

1.3 Partnerschap 24

1.4 Doelstelling en opzet 26

2. Wijkprofielen 34

2.1 Rotterdam Reyeroord 36

2.2 Leiden Zuid-West 46

2.3 Almere De Marken 56

2.4 Zoetermeer Meerzicht 66

3. Gedeelde opgaven 78

3.1 Morfologie 80

3.2 Ruimtelijke ambities 86

3.3 Procesaanpak 94

4. Expertopdrachten 100

4.1 Beheer en de stad (H+N+S) 104

4.2 Beheer en de burger (Endeavour) 134

4.3 Beheer en de wijk (AWB) 160

4.4 Beheer en het geld (Jelte Boeijenga) 180

5. Conclusies 190

6. Volgende stappen 200


Delta Atelier Stedelijk Beheer Introductie

8

Dit werkboek is het resultaat van een eerste verkenning rondom ‘het

beheer van de toekomst’ door de gemeenten van de Kopgroep

Stedelijk Beheer, ondersteund door Architecture Workroom

Brussels in samenwerking met H+N+S, Endeavour en Jelte

Boeijenga. Als coalitie van beheerders en ontwerpers delen ze

de hypothese dat de beheerder een belangrijke rol kan spelen

in het plaats geven aan de toekomstige duurzaamheidstransities.

Om dit te testen en onderbouwen startte in 2019 een

verkenningstraject van negen maanden waarbij gezamenlijk

inzichten werden opgebouwd in drie collectieve werksessies,

telkens gevoed door tussentijds onderzoek. De inhoud en

voorbeelden werden geleverd door vier innovatieve testwijken

waar de kopgroepgemeentes nu al actief experimenteren.

Die bevatten nu al de kiemen van een veranderende beheerpraktijk.

De ontwerpbureaus onderzochtten op verschillende

schalen de groeipotentie en nog onbenutte kansen voor deze

wijken: wat gebeurt er als we het ambitieniveau nog verder optrekken?

Verschillende thema’s werden hierbij onder de loep

genomen. Via ‘learning by doing’ werd zo gezocht naar de kiemen

van een innovatieve praktijk, die nieuwe oplossingen en

werkwijzen naar voren schuift om onze leefomgevingen niet

langer in stand te houden, maar ze stapsgewijs klaar te maken

voor de toekomst. Door als gemeenten onderling veel bewuster

van elkaar te leren, kan deze collectieve kennis bij elkaar

opgeteld worden en zich veel sneller verspreiden.

Het werkboek volgt de fasering van het gelopen traject en moet dus gelezen

worden als een echt “logboek”, een bundeling van werkmateriaal.

Hoofdstuk 1 beschrijft de startpositie. Hoofdstuk

2 focust zich op de lessen uit de afzonderlijke testwijken.

Hoofdstuk 3 maakt een analyse van de gedeelde ervaringen

en lessen die als input uit de eerste werksessie en de interviews

met de beheerders kwamen. Hoofdstuk 4 zoomt in op

de “missing links” die daaruit bleken en probeert nieuwe antwoorden

te formuleren. In vier expertiseopdrachten worden

vier thema’s onder de loep genomen, respectievelijk (1) beheer

op de schaal van de stadsplanning, (2) de rol van de burger,

(3) geïntegreerde deelprojecten in de wijk en (4) de financiële

businesscase. Die werden tijdens de tweede werksessie aangescherpt.

Hoofdstuk 5 synthetiseert de lessen uit het traject


Delta Atelier Stedelijk Beheer Introductie

9

tot ‘tien sleutels voor het beheer van de toekomst’ met mogelijke

bijbehorende vervolgstappen, die dan weer onderwerp

waren van de derde en laatste werksessie.

Dit verkennend traject en bijhorend werkboek levert geen kant-en-klare

oplossingen op, maar een palet aan richtingen als start om

getest, doorgerekend en uitgewerkt te worden. Zo dient dit

werkboek ook als een uitnodiging aan nieuwe partners: collega-gemeenten,

collega-ontwerpers, universiteiten en onderzoeksinstellingen,

private bedrijven, burgerorganisaties,

regionale en nationale overheden. Samen met hen zal de

Kopgroep Stedelijk Beheer de komende jaren verschillende

van de blootgelegde “missing links” verder verkennen en in de

praktijk brengen. Bovendien is deze verkenning de start van

een traject waarbij (steeds meer) gemeenten blijvend kennis

met elkaar zullen delen.

Januari 2020


Delta Atelier Stedelijk Beheer Introductie

10

De tien sleutels –de conclusies van het werktraject– zitten als tekeningen

doorheen het hele werkboek geweven. Deze zullen bovendien

in de vorm van een poster verspreid worden als synthese van

dit werkboek.

1

4

7

10

+ €

wijkprogramma beheerslab

+ €

+ €

A B C D

8

+ €

+ €

W&I

Beheer

2

MO

Energie

transitie

Beheer


SO


Handboek

2.0


Transport



3


Delta Atelier Stedelijk Beheer Introductie

11

1 De transities wijzen de nood

aan voor een nieuwe praktijk.

● Gedeelde mobiliteit

● Gezonde landbouw

● Hernieuwbare energie

● Circulaire economie

● Water & Biodiversiteit

● Zorgzame leefomgeving

9

2 Door zijn positie, vakmanschap

en portefeuille is de

beheerder een geschikte

kandidaat om de vervangings-

en transitieopgaven

samen te nemen.

● Uitvoerend, Technisch

● Toezichthoudend

● Faciliterend, Informerend

● Netwerkend, Regisserend

● Onderzoekend,

Experimenterend

● Beleidsbepalend

● Sturend

6

3. Door kaartlagen en planningen

op stadsniveau op elkaar

te stapelen, bouwen we een

tool om beheeropgaven te

integreren en in het licht te

stellen van de transitie-ambities.

duurzaamheids

winkel

4. Op basis van een stadsregionale

visie kan de aanpak in

wijken onderling gedifferentieerd

worden.

5. Binnen deze brede praktijk

moet ook de burger een

nieuwe positie krijgen.

6. De principes achter geïntegreerde

deelprojecten

komen niet op één maar op

vele plaatsen tegelijk voor.

5

7. Het integreren van verschillende

doelstellingen in één

project leidt tot winsten op

verschillende vlakken, maar

vereist wel een innovatieve

business case.

8. Naast pragmatiek is er ook

ruimte en tijd nodig voor experiment

om de beheerpraktijk

continu vernieuwen.

9. Om te versnellen en vermenigvuldigen

moeten we

kennis en ervaring met elkaar

delen.

10. Er is nog werk aan de winkel!


+ €

+ €

wijkprogramma

+ €

A B C D

+ €


duurzaamh

w

Delta Atelier Stedelijk Beheer 13

Sleutel 1

De transities wijzen

de nood aan voor

een nieuwe praktijk

beheerslab


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

14

1.1 Wat doet beheer 18

1.2 Wat is de opgave 22

1.3 Partnerschap 24

1.4 Doelstelling en opzet 26


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

15

Er schuilt een groot potentieel in het dagelijks beheer van onze steden

in het licht van de grote transitieopgaven. In het eerste hoofdstuk,

dat we ‘startpunt’ hebben genoemd, bekijken we waar

beheer vandaag de dag over gaat. Verder stippen we aan welke

mogelijke koppelkansen er zijn tussen het dagelijkse onderhoud

van onze leefomgeving en het realiseren van de ambitieuze

transitiedoelen die we op stedelijk, regionaal, nationaal en

internationaal niveau hebben geformuleerd.

Deze potentiële koppelkansen vormden eveneens het startpunt voor

de informele samenwerking van de ‘Kopgroep Stedelijk beheer’.

De publicatie die je nu voor je hebt, is het resultaat van

een eerste verkenningstraject: een reeks workshops, expertopdrachten

en intervisiesessies over ‘de toekomst van beheer

en het beheren van de toekomst’.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

16


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

17

Wat is beheer? En waar beperken we ons toe? In

principe richten we ons op de witte ruimte op de

Nolli-kaart van Rome, dat wil zeggen de publieke

ruimte. De zwarte ruimte op de kaart is de privésfeer

van de bebouwing en valt erbuiten. In de publieke

ruimte worden echter de condities bepaald waaronder

de privéruimte kan functioneren. En andersom is

er ook sprake van wisselwerking, zo zal blijken.

De onbebouwde ruimte: de Nolli kaart waarop het onderscheid tussen

openbaar en privé bijzonder sterk te zien is. (bron: uitsnede kaart van

Rome van Giambattista Nolli uit 1748)

Wat is beheer? Met welke bril kijken we ernaar? We

gebruiken de metafoor van het metabolisme van de

stad, waarbij de stad wordt gezien als een complex,

uitgestrekt en dynamisch systeem dat continu in de

weer is om in de behoeften van de inwoners te voorzien

en bestaat uit ‘stromen’ zoals energie, water,

afval en voedsel. Veel van die stromen en de infrastructuur

die erbij hoort zijn gebundeld in en onder

de stedelijk beheerde openbare ruimte. Daarin is het

steeds drukker geworden.

Het stedelijk metabolisme; de stad en de voedende systemen in beeld

gebracht. (bron: Dirk Sijmons/Jutta Raith, H + N + S Landschapsarchitecten,

IABR–2014 Urban by Nature)


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

18

A

Dagdagelijks

beheer

B

Planmatig

Onderhoud

C

Incidenteel Groot

Onderhoud

Beheer werkt op verschillende snelheden en in verschillende cycli. Zo

zijn er dagdagelijkse taken, planmatig onderhoud en het incidenteel

groot onderhoud.

0 50 jaar 100 jaar

A

Riolering

N+60 jaar

B

Wegen beton

N+50 jaar

C

Wegen gebakken

N+80 jaar

D

Verlichting

N+40 jaar

De cycli binnen het onderhoud voor beheer zijn afhankelijk van

de verschillende ruimtelijke componenten. Elk element binnen de

buitenruimte heeft een eigen levensduur en afhankelijk daarvan

verschilt de onderhoudstermijn. Door deze levenslopen in kaart te

brengen kan afgestemd worden wanneer welke onderdelen in het GO

aangepakt kunnen worden.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

19

1.1 Wat doet beheer

Stadsbeheer is , naast onder meer Stadsontwikkeling,

Maatschappelijke Ontwikkeling en Werk en Inkomen,

één van de pivotale diensten die de gemeente levert.

Er gaat veel om in de stad: regenwater, rioolwater,

drinkwater, GFT-afval, groenafval van privé- en openbare

buitenruimte, plastic, restafval, elektriciteit,

warmte, auto’s (rijdend en stilstaand), fietsers, voetgangers

etc. Het management van die stromen berust

bij de dienst beheer. Ze staan in voor het dichten

van een gat in de weg, maar evenzeer voor de planning

van het nieuw rioleringsnet in de wijk (in hoofdstuk

4 gaan we dieper in op deze verschillende rollen

van beheer). De terminologie en onderverdeling in

deelsectoren die onder beheer gehanteerd worden,

is per gemeente specifiek (zie hieronder de verschillende

indelingen voor Almere, Leiden, Rotterdam en

Zoetermeer). In het kort samengevat: beheer zorgt

ervoor dat de openbare ruimte goed functioneert en

er mooi uitziet.

De infrastructuur voor de stromen vormt een systeem

dat veel onderhoud nodig heeft, waarvan delen moeten

worden vervangen of verbeterd. Veel van de infrastructuur

ligt ondergronds en wordt pas zichtbaar als

de straten opengaan. Dan pas komt het ingewikkelde

netwerk van elektriciteitskabels, water- en gasleidingen,

rioleringen, internetkabels, putten, vuilniscontainers,

etc. naar de bovengrond, om vervolgens weer

net zo snel onder de grond te verdwijnen.

De vervangingstermijnen van de ondergrondse infrastructuur

en de budgetten en planning die hieraan

gekoppeld zijn, is gebaseerd op vaste cycli. De

riolering wordt iedere 60 jaar vervangen of hersteld.

Wegen uit betonmaterialen hebben een levensduur

van 50 jaar. Kabelnetten en masten voor openbare

verlichting gaan 40 jaar mee, armaturen 20 jaar. Om

steeds op het juiste moment op de juiste plaats te

zijn, volgt stadsbeheer een strikte planning en budget.

Het werkpakket van beheer kan ingedeeld worden

in drie groepen.

a. Dagelijks verzorgdend onderhoud: maaien,

schoffelen, vuil prikken, vuil vegen

b. Planmatig onderhoud: riool- en bruginspecties,

snoeien, bestrijding ongedierte, kleine

wegreparaties

c. Groot onderhoud: vervanging van rioleringen,

fietspaden, bruggen

Het groot onderhoud, zoals de vervanging van het riool

(en het al dan niet aanleggen van een gescheiden

systeem voor regenwater en riolering) is het meest

sturend omdat het een grote operatie betreft die gefaseerd

moet worden uitgevoerd en waarin weinig

flexibiliteit zit. Het riool moet vervangen, de rest volgt.

Rotterdam

Zoetermeer

Leiden

Almere

Afvalscheiding en hergebruik

Archeologie

Assetmanagement

Begraven en cremeren

Blauwe Verbinding

Bomen

Dieren

Dierenwelzijn

Geografische basisinformatie

Groen

Handhaving

Markten

Openbare verlichting

Parken

Parkeren

Piekfijn, het leukste tweedehands

warenhuis

Renovatie Maastunnel

Rotterdam Onderweg

Vervoer & Materieel

WaterloketHandhaving

Samen werken aan de stad

Onderhoudskwaliteit

Groenbeleid

Speelruimte

Openbare verlichting

Begraafplaatsen

Flora en fauna

Grondbeleid

Openbaar groen

Regie uitvoering

Sportaccommodaties

Civiel & Cultuurtechniek

Inzameling en reiniging

Ondersteuning beheer

Beheer en onderhoud

Toekomst van beheer

Melding openbare ruimte

Keuzes in onderhoud en

beheer

Groen

Spelen en bewegen

Water

Wegen en fietspaden

Verlichting

Gemeentelijk vastgoed

Feiten en cijfers


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

20

The Paris sewers and the rationalization of urban space 29

30

Fi gure 3 The Paris sew er network i n 1837

Source: Belgrand E 1887 Les travaux souterrains deParis V: les égout s et l es vi danges Dunod, Paris

M atthew Gandy

nineteenth-century solution to theproblem of rapid

urbanization. The transformation of Paris gave the

bourgeois revolution its most radical architectural

expression of any European city. The reconstruction

refl ected the needs of an urban mercantile class

who faced the consequences of modernity not by

an escape into romantic anti-urbanism, but through

a celebration of the possibilities for the technological

mastery of urban space and the search for

progressively greater degrees of social and spatial

order. 35 Yet, as w e shall see, these new discourses of

order and control both reflected and constituted

emerging tensions and inequalities, driven by the

processes of capitalist urbanization.

When H aussmann and Belgrand began their

w ork in the early 1850s, the city w as still served by

a medieval netw ork of sew ers clustered around the

city centre (Figure 3). 36 The preliminary investigations

of Haussmann and his chief engineer Eugène

Belgrand soon revealed a series of design faults in

the existing sew er system. The size of the sew ers

had been determined by the height of a sew erman,

served and theyby were a netw inadequate ork of 348 for handling miles of large sew ers quantities

offourfold w ater after increase heavyon rain. tw enty The years layout, earlier elev-

– a

virtual

(Figure ation and 4). gradient of the sew ers w ere unable to

prevent But wwater hat w ere fromthese periodically new sewflooding ers actually ontofor?

the

When the reconstruction of the sew ers began in the

1850s, it w as assumed that only limited quantities

of human faeces from individual homes w ould

enter the sew er system (only a fi fth of private

dwellings were connected at this time), and that

there would be a continuation in the work of

night-soil collectors. 40 The initial scope of the

reconstruction w as thus concerned primarily w ith

the drainage of storm waters; however, the steady

increase in personal w ater consumption unsettled

this conception of the public works that would be

required. H aussmann w as reluctant to allow any

human faeces to enter the magnifi cent collecting

channels of the new sewer system, and only did so

under intense pressure from the city’s municipal

authorities. 41 The desire to separate ‘clean’ storm

w ater from ‘dirty’ human w aste w as integral to

Haussmann’s conception of an orderly flow of

w ater through urban space. H is objections to

human excrement entering the sew er system w ere

not only related to the contamination of the underground

city; he feared that the dilution of human

Fi gure 4 Paris sew ers buil t between 1856 and 1878

Source: Belgrand Les travaux souterrains deParis V op cit

De verbouwing van Parijs, gelijktijdig boven- en ondergronds een nieuwe

stad, de Avenue de l’Opéra en het net aangelegde rioolsysteem. Het

rioolsysteem van Parijs is in 40 jaar tijd enorm uitgebreid, gelijktijdig met

de stad. (bronnen: Avenue de l’Opéra, Camille Pissarro,1898 / Ansichtkaart

van het ondergrondse Parijs: Paris Souterrain. https://commons.

wikimedia.org/wiki/File:PARIS_SOUTERRAIN_-_Les_égouts,_service_de_l%27assainissement_;_collecteur_du_Boulevard_Sébastopol.jpg

/ Belgrand, E. (1887) Les travaux souterrains de Paris V: les

e´gouts et les vidanges Dunod, Paris via Gandy, M. (1999) “The Paris

Sewers and the Rationalization of Urban Space,” Transactions of the Institute

of British Geographers, 24(1), pp. 23–44.)

streets, and much of the grow ing city w as not even

integrated into the existing drainage system. 37

In 1857, the sew er reconstruction programme

began in earnest. The fi rst major project w as the

construction of the Collecteur Général d’A snières,

a new elliptical structure approximately 14 feet

high and 18 feet w ide. The purpose of this complex

channel, far bigger then the existing Collecteur de

la Rue de Rivoli, w as to ensure that w aste w aters

would be diverted into the River Seine downstream

of thecity. 38 Both H aussmann and Belgrand

believed that a modern sew er system should, as far

as possible, be mechanically cleaned, in order to

eliminate the need for dangerous and degrading

human labour (the sew ers had hitherto been

cleaned by hand using the most rudimentary of

tools). Their conception of spatial rationalization

thus extended to the application of new labour

practices, as w ell as to the use of the latest

advances in the engineering and empirical sciences.

The most signifi cant technological achievement

of all, how ever, w hich effectively completed

wthe aste major in wpart ater of w ould the new reduce sewits er value system, aswa as fertilizer,

construction and thereby of a disrupt vast siphon the organic under the economy Seine of in

the

the 1868, city. in 42 order H uman to connect faeces, the collected two sections as night-soil, of the

had Collecteur long been de la used Bièvre. profitably 39 By 1870, in northern city France w as

as a fertilizer for agriculture, and in the manufacture

of saltpetre for gunpow der, thereby allow ing a

cyclical integration of bodily functions into the

regional economy. 43

H aussmann w as not alone in his desire to separate

the drainage of storm water from the continuing

reliance on cesspits for human w aste. In the

1850s, opposition to the connection of sew ers to

individual homes came from various quarters. A

vociferous source of hostility were the cesspool

cleaning companies, w ho feared that they w ould

be ruined by alternative means of treating w aste

w ater. The city itself also made money out of

night-soil collection and the processing operations

at M ontfaucon and Boncy, and therefore favoured a

continuation in existing arrangements. 44 The users

of night soil in agriculture also drew attention to

the declining nitrogen content caused by the

greater mixing of faeces w ith w ater. Consequently,

the low est-value material w as being collected

from the richer parts of the city where the use of

w ater closets w as gaining popularity. Before the


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

21

Hoewel veel van de infrastructuur uit het zicht ligt,

hebben ondergrond en bovengrond veel met elkaar

te maken. Ze vormen samenhangende condities; de

ondergrondse systemen kunnen zelfs leidend zijn

voor de bovengrondse ontwikkelingen en even zo

goed andersom kunnen bovengrondse verbouwingen

of aanpassingen gelijktijdig een ondergrondse

verbouwing mogelijk maken.

Afgezien van de desastreuze sociale consequenties,

is de grootschalige verbouwing van Parijs onder

Hausmann een bekend en duidelijk voorbeeld van

dit principe. Niet alleen werden grote boulevards en

brede straten dwars door de oude stad gesneden en

werd de stad zo voorbereid op de moderne tijd, maar

ook ondergronds betekende het een grootschalige

uitbreiding en modernisering van het rioolsysteem –

eerst voor het regenwater maar al snel ook voor het

afvalwater. Daarbij werd meteen ook een verband

gelegd met de grote landbouwgebieden om de stad

heen, waar het stedelijk afval kon worden ingezet als

mest voor de productie van voedsel voor diezelfde

stad. Een mooi voorbeeld van de verknoping van verschillende

stromen.

van het water van de stad Rotterdam losgekoppeld

van de omliggende polders. De vervuilde grachten

konden zo worden doorgespoeld met vers water uit

de Maas, dat vervolgens via natuurlijk verloop in de

singels terechtkwam en met twee gemalen weer

werd teruggepompt in de Maas. De singels werden

verfraaid in de heersende landschapsstijl en deze

vormden later (na aanleg van de stadsriolering) de

basis voor de verdere stedenbouwkundige ontwikkeling

van de stad. Aan de singels en haaks daarop

werden grote kavels uitgegeven aan brede lanen en

haaks daar weer op steeds kleinere en betaalbaardere

kavels aan woonstraten. Zo was het van oorsprong

waterhuishoudkundige plan ook structurerend voor

de stadsontwikkeling; het vormt tegenwoordig nog

steeds een ruimtelijke drager van grote kwaliteit.

Deze strategieën en projecten ontstaan door op

stadsschaal (en soms nog groter) naar samenhang

te zoeken. Hiertegenover staat de dagelijkse praktijk

van het beheer, dat zich vooral op wijkniveau afspeelt.

De opgaven die er aan de orde zijn worden op

dit schaalniveau aangepakt en de budgetten worden

hier verdeeld. Is het tijd voor een nieuwe praktijk?

Een soortgelijk project werd in Rotterdam onder Rose

bedacht en uitgevoerd, in de tweede helft van de negentiende

eeuw. In het waterproject voor Rotterdam

werd met de aanleg van een reeks singels de afvoer


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

22

“In de stad komen veel stromen en vraagstukken samen, wat een

enorme complexiteit met zich meebrengt en een toenemende

ruimtelijke impact heeft. Door verdichting en toenemende mobiliteit

wordt de druk op de openbare ruimte groter. Het oplossen van deze

vraagstukken vraagt veel collectieve kennis en samenwerkingen.” Bron:

presentatie Wiebe Oosterhoff op Delta Atelier intervisiesessie

The Missing Link: er zijn van bovenaf ambitieuze doelen bepaald en

vanuit onder een veelheid aan initiatieven opgezet. Deze rijken nog niet

aan elkaar. (IABR–2018)


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

23

1.2 Wat is de opgave?

Grote veranderingen zijn aan de gang en komen op

ons af, en zullen allemaal tegelijklanden in onze fysieke

ruimte –of we het willen of niet. Dat leidt tot

een enorme complexiteit van opgaven. Zou deze

samenkomst van vraagstukken en belangen aanleiding

kunnen geven tot gekoppelde oplossingen die

elkaar verstelken? En kunnen we ons niet alleen weren,

maar deze omwentelingen ook pro-actief inzetten

als hefboom tot nieuwe kwaliteiten? Die vragen

stellen zich in het licht van de transities waar we voor

staan en worden globaal erkend. Maar we lijken vast

te zitten in een gridlock. Enerzijds zijn we ontzettend

bedreven in het sluiten van verdragen en het ondertekenen

van ambitiedocumenten (rechtsboven in

het missing link-schema). Dat vergt een zeer grote

inzet en is van onmiskenbaar belang. Maar totnogtoe

blijven vele van dat soort documenten en besluiten

onvertaald naar concrete acties en realisaties: er

bestaat een glazen vloer. Tegelijkertijd wordt op locatie

onverbiddelijk verder geëxperimenteerd in pilots,

test sites, living labs en proeftuinen (linksonder

in het missing link-schema). Ondanks de waardevolle

lessen die zij opleveren, blijven ze vaak nog de uitzondering

op de regel: ze botsen tegen een glazen

plafond. Welke methoden en mechanismen kunnen

ons helpen om deze missing link te doorbreken?

Wat kan stadsbeheer doen om mee de missing link

te doorbreken? Momenteel investeren we dagelijks

in het onderhoud en de noodzakelijke vervanging

van onze bestaande infrastructuur: gaande

van het plaatsen van nieuw meubilair en groenaanleg,

de vervanging van rioleringen en leidingen, tot

de integrale heraanleg van straten en het openbaar

domein. Er bestaat dus een kwantitatieve investeringscapaciteit:

vanuit beheer zouden relatief makkelijk

een aantal grote doelen gerealiseerd kunnen

worden. De onderhoudsbudgetten die dagelijks,

wekelijks en jaarlijks worden geïnvesteerd in het

‘onderhouden van het verleden’, kunnen ook ingezet

om stapsgewijs maar doelgericht de gewenste toekomstige

leefomgeving te bouwen.

Hoe verhoudt de dagelijkse praktijk, waarin het denken

en handelen zich op wijkniveau concentreert en

de verschillende specialismen sectoraal werken, zich

met de complexiteit en het domeinoverstijgende karakter

van de grote opgaven zoals klimaatverandering

en de energietransitie? Momenteel is de organisatie

van het beheer in de stad sterk versnipperd. Op de

meeste plaatsen zien we dat de onderhoudswerken

voornamelijk thematisch georiënteerd worden en de

integrale werken zijn louter uitvoeringsgericht. Dit

bemoeilijkt het ontwikkelen van thematische en geografisch

grensoverschrijdende concepten. Echter,

doordat beheer over alle domeinen tegelijk gaat, is

het wel uitermate geschikt om deze transversale rol

op zich te nemen, de vraag is echter hoe?

Hoewel deze operationele kracht door een coalitie

van stedelijke beheersdiensten erkend wordt,

ontbreken de taakstelling en de methodes om die

doelen vervolgens gebiedsgericht te gaan invullen.

Ontwerp, uitvoering, beheer en programmering zijn

niet voldoende op elkaar afgestemd: tussen de concepten

uit de ontwerpwereld en de wereld van de

operationalisering (van uitvoering tot beheer) moeten

we een handleiding, een interface bouwen. Het

verknopen van kennis, capaciteit en doelstellingen

uit verschillende domeinen vergt echter een nieuwe

tafel en methode voor samenwerking. In dit verkenningstraject

proberen we het aanbod van beheer in

kaart te brengen en gaan we op zoek naar de overlap

tussen het realiseren van de ambitieuze transitiedoelen

die we op stedelijk, regionaal, nationaal en internationaal

niveau met elkaar geformuleerd hebben en

de dagelijkse, feitelijke veranderingen op het terrein.


Water voor golf,

boer en duin

Robuuste

waterlopen

Westhoek

WLS

Humus +

Productief

Landschap

Burenwater

Gaverbeekvisie

Reconversie en erfgoed

als zorgdragers, Kortrijk

Maarkebeek

Woubrechtegem

bibliothek

Sociaal ondernemen

in de zorg, Dilbeek

WLS Hemelwaterplan

Gerardsbergen

WLS

Ruimte voor water

in het Peereboomsgat

Daknamse

Meersen

WLS ‘t Loever

MAMA

WLS

Zennebeemden

Barbierbeek

verbindt

GALERI E RAVENSTEIN

PulsApp

Aqualitatieve

Mechelse

groenteregio

PPZ1

Zorg Maakt Stad,

Sint-Truiden

Fietsen in het centrum,

Den Haag (MUST)

Stratenclusters

SMAAKSTAAT

Geïntegreerde palliatieve

thuisomgeving, Wuustwezel

WLS

Laakvallei

Infrastructuur

Educatie, recreatie

en duurzaam wonen

op het boerenerf

Beek.Boer.Bodem

Kwadrant

Who Dares

Carnisse 2027

WLS Ravels-werken

Levensbestendig wonen

zonder overheidssubsidies,

Geel

Fietswijken

Getestreek

Herk en Mombeekvallei

BloemkoolBurenBond

en Hedendaagse Hofjes

Expeditie Almere Haven

de kunst van het samenleven

Kwatrijn

Routekeuze en fietsgedrag

Wederkeer v/h

pastorale

landschap

De Natuurakker

Productief Peppelland

Natuurinclusieve...

Slabroek

Bruggen tussen water,

land en schap

Rijk en Wijk : De Maten

De wijk als (t)huis!

Circulaire boerderij Beers

Verborgen Landschap

Rijk en Wijk : Wielwijk

Proefboerderij

Haverkamp

Sterboeren

Start-up farm

Melk & Noot

Weet wat je eet

ENERGIE EN RUIMTE

EEN NATIONAAL PERPECTIEF

Twents Precisielandgoed

Care2Share – Oosterparkwijk

Wat een eikels

in het Twentse landschap

Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

24

1.3 Partnerschap

Dit verkenningstraject werd voor het eerst bedacht

door de Kopgroep Stedelijk Beheer en het Delta

Atelier aan een werktafel in de IABR–tentoonstelling

in Rotterdam.

Delta Atelier

Het Delta Atelier positioneert zichzelf als een autonoom

p2p kennis- en actieplatform tussen meer

dan 50 actoren die op innovatieve manieren werken

aan de verduurzaming van de stadslandschappen

van onze gezamenlijke delta, zijnde Nederland,

Vlaanderen, Brussel en bij uitbreiding de regio’s

Nordrhein-Westfalen en Nord-Pas-de-Calais.

Het platform bundelt verspreide kennis en praktijkervaring

over de ruimtelijke impact van verschillende

transities (mobiliteit, energie, water, biodiversiteit,

circulaire economie, landbouw, zorg) en organiseert

interactie tussen peers –zowel ontwerpers als beleidsmakers

als organisaties als experts– opdat ze

van elkaar leren en gezamenlijk nieuwe doorbraken

kunnen formuleren en realiseren. Daarvoor zet

het Delta Atelier een programma uit van debatten,

workshops, projectinitiaties, ontwerpend onderzoek,

een fysieke werkplaats, tentoonstellingen, virtuele

uitwisseling (docu, podcast) en een community-driven

online uitwisselingsplatform.

Het Delta Atelier wil zo de doelen die we op wereldschaal

geformuleerd hebben, vertalen naar onze

thuisbasis: het unieke ruimtelijk samenhangende

systeem van de delta met zijn specifieke sociale,

maatschappelijke en ecologische uitdagingen.

Om het programma van uitwisseling te organiseren,

wordt het Delta Atelier ondersteund door de

Vlaamse en Nederlandse overheden.

1. intro

delta atelier 2. wijkportretten

3. gedeelde vraagstukken

4. fast forward

Holwerd aan Zee

H+N+S

TOEKOMSTPERSPECTIEF

VEENGEBIEDEN

Urbanos

POSAD

FAST

Venhoeven CS

FABRICations

Civic Architects

Studio L A

Urbanisten

Kopgroep

Stedelijk Beheer

Kopgroep

Stedelijk Beheer

Ecodorpen

Water as leverage

Atelier Rijn Maas

Monding

Superuse

Kopgroep

Stedelijk Beheer

Marco

Vermeulen

KCAP

Atelier Veldwerk

IABR

Artgineering

Atelier Veldwerk

CRa

Urbanisten

Stad in de Maak

Dutch Water Envoy

Dutch Chief Dutch governement Chief Architect

Kopgroep

Stedelijk Beheer

Marco Broekman

VvE’s met Energie

Saxion Hogeschool

Harvest-BK

Building

with nature

Atelier X

Maxwan

ONTWERPEN AAN

NEDERLAND FIETSLAND

MUST

PRIJSVRAAG WHO CARES

Vereniging

Deltametropool

PRIJSVRAAG BROOD EN SPELEN

Bosch - Slabbers

FUR Zeeland LAB

IABR–Atelier

Rotterdam

AR-TUR

Mozaïek

Dommelva lei

WATER + LAND + SCHAP

Leiedal

PPPL Tuinen van Stene

Kortijk 2025

ZeroRegio

Labo mobiliteit

Timelab

Bureau

Bouwtechniek

DeSmetVermeulen

Pilootprojecten

Klimaatwijken

BLAF

Robbrecht

& Daem

Open Space Platform

LIST

L’AUC

Herverkavelingsprojecten

Food hub N.E.S.T

OVK

Mobipunten

BAUKUNST

Taktyk

Tetra

Pluso fice

BC Architects

ROTOR

deconstruction

1010 au

Bas Smets

Latitude platform

Perspective.brussels

Brussels Government Architect

Plan Canal

Studio018

Paola Vigano

Bye Bye

Kleine Ring

Open

Promotor platform

Lab North

Flemish Governement Architect

AWB

51N4E

Citymine(d)

Air for schools

BoerenBruxselPaysans

Orientes

Bovenbouw

HEIM-Co lectief

Schenk Ha tori

Metrolab

BUDA+

Simply Community

Departement

Omgeving

Potterij

JPI Urbanising in place

Brussels as Food-enabling City

Metropolitan

landscapes

Eilandje II

OVAM

VUB

BUUR

Miss Miyagi

Regionet Leuven

PP ONZICHTBARE

ZORG

UHasselt

Stiemervallei

RE-ST

WegenWerken

Overzichtskaart van deelnemende

praktijken in het Delta Atelier.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

25

Kopgroep Stedelijk Beheer

De Kopgroep Stedelijk Beheer is een informeel samenwerkingsverband

tussen de beheerinstanties van

Zwolle, Zoetermeer, Almere, Leiden en Rotterdam. Er

was namelijk een algemeen aanvoelen dat het belang

en de positie van beheer aan het veranderen was en

in plaats van de veranderingen te ondergaan, wilden

de beheerders het heft in handen nemen.

Vanuit stadsbeheer zagen de betrokken steden de

kans voor een betere koppeling tussen stadsontwikkeling,

stadsbeheer en maatschappelijke ontwikkeling

en daarmee ook de positionering van stadsbeheer

zelf. Ze hebben het initiatief genomen om het

beheer van de openbare ruimte op de kaart te zetten

en beter in te bedden in academisch onderwijs en onderzoek.

Met als doel om innovatie in de beheerwereld

te stimuleren, richt de Kopgroep Stedelijk Beheer

zich op verschillende programmasporen

1. Publicatie “Stadsvernieuwers. De toekomst

van beheer”: het lanceren van een manifest

over de urgentie en de kansen van de beheeropgave

(publicatie hier te lezen)

2. Deelname aan het “Nationaal Congres Beheer

Openbare Ruimte” (NCBOR): kennisuitwisseling

met professionals werkzaam in het beheer

en onderhoud van de openbare ruimte

3. Oprichting “Leerstoel Managing Public Space”:

wetenschappelijke verkenning en coalitievorming

met als uiteindelijk doel om via een aangepast

academisch programma een nieuwe generatie

beheerders klaar te stomen (meer over

het Programma Managing Public Space vind je

hier)

4. Deelname aan het Delta Atelier en opstart verkenningstraject

“Delta Atelier Beheer”: verkennend

onderzoekstraject rond vier testwijken met

als doel om bruggen te bouwen tussen stadbeheer

en de ruimtelijke opgaven en praktijk

Strategie (toekomst)

VNG Natuur

Geonovum

Inn.platf.

Infra

Kopgroep

Beheer

Groene Stad

Platform 31

KING

CROW-

Managers

Sectoraal

WOW

NVRD

iAMPro

Bouwsteen

Sociaal

NVTL

COB

CROW

Levende

Stad

Integraal

RIONED

LPB

VHG

NSVV

SBRCURnet

FCK-CT

Regio-ing

MRD

VVM

Stadswerk

Operationeel

Overzicht van de huidige samenwerkingsverbanden binnen

de openbare ruimte. Wat opvalt is dat de meeste thematisch

georganiseerd zijn (riool, verlichting, etc). De meer integrale

netwerken zijn vooral uitvoeringsgericht. De Kopgroep Stedelijk

Beheer positioneert zich als netwerk zowel strategisch als integraal.

(Afbeelding door Wiebe Oosterhoff)


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

26

APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC JAN FEB MAA APR MEI

2020

R

L

Z

A

R

Z

Z L

R

A

Z

Per case wordt een stand

van zaken opgemaakt

(interviews en case studies)

en bepaald welk extra

onderzoek nodig is

(onderwerpend onderzoek

per wijk of financiële

mapping per stad).

Tussen de cases worden

gezamenlijke lessen en

vragen benoemd tijdens een

eerste Werkatelier. Op basis

daarvan worden

deelopdrachten

geformuleerd. Tijdens een

tweede Werkatelier wordt

dieper ingegaan op die

kennisvragen.

De conclusies van het traject

per case en het gezamenlijk

traject worden gebundeld tot

een aanbod-boek voor

andere steden, bovenlokaal

beleid en grote bedrijven om

ook de kaart van beheer te

trekken.

25/6

Werkatelier I

17/9

Werkatelier II

NCBOR

2019

14/1

Werkatelier III

maart – mei

Serie van webinars

FASE 1: VERKENNINGS- en LEERTRAJECT

Interviews en case studies

Deelopdrachten

Bundeling conclusies

Aanbodboek

Verkenning fase 2


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

27

1.4 Doelstelling en opzet

De stedelijke beheerdiensten nodigden diverse

Nederlandse en Belgische ontwerp- en onderzoeksbureaus

uit om samen een verkenningstraject op te

zetten naar de ‘toekomst van de beheerpraktijk’.

In een eerste verkenningsfase worden vier cases

uitgelicht als testwijk: Almere De Marken, Leiden

Zuidwest en Reyeroord Rotterdam, Meerzicht

Zoetermeer. Via interviews en sitebezoeken wordt

een stand van zaken opgemaakt: hoe wordt de

case nu aangepakt? Hoe ver gaat dit al voorbij het

business as usual? Welke hefbomen biedt de aanpak

vanuit beheer? (Hoofdstuk 2. Wijkprofielen)

Vervolgens worden de wijken vergeleken op basis

van morfologie, ruimtelijke ambities en processaanpak.

Tijdens een eerste Werkatelier op 25 juni 2019

worden de lessen uit iedere pilot met elkaar verbonden

om tot gezamenlijke conclusies te komen

over ‘het beheren van de toekomst’. (Hoofdstuk 3.

Gedeelde opgaven) Een eerste belangrijke uitkomst

was het belang van het vakmanschap van beheer:

hoe kan dat veel sterker leesbaar gemaakt worden

naar de buitenwereld toe? Een tweede observatie

bleek dat beheer op drie schaalniveaus verder moest

ontwikkelen: dat van de burger, van de wijk en van

de stad. Hierop kregen drie bureaus de opdracht om

vanuit hun opgebouwde expertise mee te werken

op het beheervraagstuk: Endeavour focuste zich op

de relatie tussen beheer en de burger, Architecture

Workroom keek naar de ruimtelijke kansen op

schaal van de wijk en H+N+S onder- zocht de samenhang

tussen wijken op stadsniveau. (Hoofdstuk

4. Expertopdrachten) Op 17 september 2019 ontmoetten

de directeurs en projectleiders van de vier

testwijken elkaar opnieuw tijdens een tweede werkatelier.

Hier werd elke testwijk met ondersteuning

van de drie expertteams een stap verder gebracht,

én kwam een belangrijke gezamenlijke barrière aan

het licht: die van de financiering die in verschillende

geldpotten weggepland zit. Een vierde expert, Jelte

Boeijenga, vervoegde daarop het team. Als resultaat

van deze eerste fase werden door de vier bureaus

aanbevelingen uitgeschreven, enerzijds op het niveau

van iedere gemeente en testwijk afzonderlijk,

maar ook op het bovenlokaal niveau als de optelsom

van vele wijkpilots tegelijk. Zo hoopt dit onderzoek

op die manier te fungeren als aanbod van onderuit

aan nationaal en regionaal beleid en organisaties.


foto

5/6

Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

28


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

29

Delta Atelier intervisiesessie

In het kader van het Delta Atelier werden thematische

intervisieworkshops georganiseerd. Hier presenteerde

de Kopgroep Stedelijk Beheer een eerste

pitch aan andere praktijken die vergelijkbare opgaven

behandelen. (juni–juli 2018)

IABR–2018 in het HAKA-gebouw, M4H, Rotterdam

(c) Aad Hoogendoorn

Werkatelier I

Tijdens het eerste werkatelier ontmoetten de directeurs,

strategisch adviseurs en projectleiders van

de vier betrokken testwijken elkaar en presenteerden

ze de innovatieve aanpak die ze nu al testen. We

detecteerden samen de gedeelde opgaven die zich

in de wijk stellen en mogelijke oplossingsrichtingen.

(juni 2019)

Stadsboerderij Het Buitenbeest, Zoetermeer - Meerzicht


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

30


Delta Atelier Stedelijk Beheer 1. Startpunt

31

Werkatelier II

17 september 2019

In het tweede werkatelier legden AWB, H+N+S en

Endeavour scenario’s voor om beheer en ontwerp

aan elkaar te koppelen, op stadregionaal niveau, op

niveau van de wijk en in coalitie met burgers en andere

stakeholders. Op die manier werd het mogelijk

te discussiëren over de ruimtelijke vernieuwingen en

systemen binnen de testwijken.

Upcycle Centrum, Almere - De Marken

Werkatelier III

14 januari 2020

Tijdens de laatste werksessie werden de conclusies

van het traject gepresenteerd in de vorm van tien

punten en werden voorstellen voor het vervolg op

tafel besproken. Zowel de directeurs, de projectleiders

als externe organisaties benoemden de kansen

en nog onontgonnen sporen voor hun eigen praktijk.

Maassilo, Maashaven - Rotterdam


+ €

wijkprogramma beheerslab

+ €

+ €

A B C D

+ €

W&I

Beheer

MO


Delta Atelier Stedelijk Beheer

33

Sleutel 2

Naast pragmatiek

is er ook ruimte

en tijd nodig voor

experiment om

de beheerpraktijk

continu vernieuwen.

duurzaamheids

winkel

Energie


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2. Wijkprofielen

34

2.1 Rotterdam 36

2.2 Leiden 46

2.3 Almere 56

2.4 Zoetermeer 66


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2. Wijkprofielen

35

De vier geselecteerde testwijken zijn heel normale wijken zoals er nog

een heel aantal zijn in Nederland. Ze hebben elk zeer specifieke

karakteristieken, maar zullen ook als voorbeeld staan voor

een meer algemene aanpak. In de voorbije maanden maakte

Architecture Workroom een analyse van de testwijken aan

de hand van de projectplannen, wijkbezoeken en gesprekken

met de lokale beheerders en projectmanagers. Per wijk werd

zo een profiel opgemaakt, een fiche op basis waarvan de wijken

met elkaar kunnen vergeleken worden. In sommige wijken

zijn de tests al druk aan de gang: Rotterdam experimenteert

met lokale Stad-Ups in Reyeroord en Leiden werkt via

bouwstenen aan klimaatrobuuste plannen voor Zuid-West.

Hun werk werd in het volgende hoofdstuk in kaart gebracht.

Andere wijken staan nog veel vroeger in het proces: Almere

en Zoetermeer zijn volop bezig met het bepalen van de juiste

context-specifieke strategie. In volgende hoofdstuk worden

voor hen voornamelijk de kansen blootgelegd.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

36


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

37


ROTTERDAM - REYEROORD

2.1 Rotterdam

WIJKPORTRET

Delta Atelier Stedelijk Beheer 38

1. OMSCHRIJVING

Omgevingsvisie

Reyeroord (deel van de wijk Groot-Ijsselmonde) is een

typische naoorlogse woonwijk: ze bevat veel groenruimte,

gescheiden functies de en “dromen” een mix van bewoners

werden in kaart

van typologieën: woningen in

de rij, appartementsgebouwen, laag- en hoogbouw. De wijk is

gebracht in een reisgids

behoorlijk homogeen en bevat weinig andere voorzieningen

naast wonen. Tegelijk bevindt ze zich ook in de uiterste rand

van Rotterdam waardoor visievorminvorming

er klaarblijkelijk plan-

aanleiding

geen druk zit op de

wijk vanuit de woningbouw-opgave. Het is een beetje een

“vergeten”

grootschalige

hoek

rioolvervanging

heel grootse + kans oppervlaktes pilot groenruimte. Enerzijds tussen

van Rotterdam. De wijk laat zich kenmerken

door

om warmtenet aan te

de woningbouwblokken projects

leggen

en anderzijds tussen de buurten

in. De woningen zijn voornamelijk in particulier bezit, de

groenruimte is bijna Stad-Ups uitsluitend zijn voorbe-

in eigendom van de stad.

reid, opgestart en zelfs

al enkele uitgevoerd

platformwerking:

tweewekelijks

ROTTERDAM CS


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

39

2.1 Rotterdam

Introductie

Reyeroord (deel van de wijk Groot-Ijsselmonde) is

een typische naoorlogse woonwijk: ze bevat veel

groenruimte, gescheiden functies en een mix van

typologieën: woningen in de rij, appartementsgebouwen,

laag- en hoogbouw. De wijk is behoorlijk

homogeen en bevat weinig andere voorzieningen

naast wonen. Tegelijk bevindt ze zich ook in de uiterste

rand van Rotterdam waardoor er klaarblijkelijk

geen druk zit op de wijk vanuit de woningbouw-opgave.

Het is een beetje een “vergeten” hoek van

Rotterdam. De wijk laat zich kenmerken door heel

grootse oppervlaktes groenruimte. Enerzijds tussen

de woningbouwblokken en anderzijds tussen

de buurten in. De woningen zijn voornamelijk in particulier

bezit, de groenruimte is bijna uitsluitend in

eigendom van de stad.

Aanleiding

In Reyeroord bestaan er diverse opgaves die als

aanleiding gelden: de rioleringsopgave (vervanging

van bijna het volledige stelsel), een sociaalmaatschappelijke

opgave (een homogene wijk met relatief

lage inkomens nieuw leven in blazen op inclusieve

wijze), de energietransitie (het faciliteren van

een warmtenet), waterhuishouden (scheiding van rioleringsstelsel

en werken aan infiltratie en bufferen),

biodiversiteit: (de groenruimte biodiverser mak en),

de grondstoffentransitie (een wijk waar geen materialen

verloren gaan en afval niet bestaat) en de veranderende

rol van de overheid.

Projectaanpak

Er wordt binnen het project getracht om integraal te

werken aan transities, stadsontwikkeling en een

zorgzame leefomgeving. Innovatief aan het traject

in Reyeroord is het werken met stad-ups: testsites

waarbij enerzijds geëxperimenteerd wordt met samenwerkingsverbanden

en anderzijds met de fysieke

leefomgeving. Op die manier kan input verzameld

worden van inwoners en kunnen deze ook

actief participeren in de transities. Verder wordt de

organisatie van de beheer -en ontwerpopgave opgebouwd

rond een platform: een ruimte waarbij diverse

stadsdiensten tweewekelijks samen komen

om over beleidsdomeinen heen te werken aan het

project.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

40

JEZELF

DUURZAAM

CIRCULAIR

LEEFBAAR

SLIMME

DATA

STADSLAB

WAAROM

STAD-UPS

REYS-

PLANNING

rotterdam.nl/reyeroord

Een idee voor een

mooie wandelroute

door Reyeroord?

Laat het weten!

Stadslab

Reyeroord is de plek waar

bewoners, ondernemers,

partners en gemeente samen

dromen en initiatieven

ontwikkelen om Reyeroord te

transformeren naar een

voorbeeldwijk van morgen!

Kleine Groenstrook

De kleine groenstrook is

aangewezen om water te

bergen. Dit valt samen met de

rioolvervanging. Een dergelijke

berging kan binnen Reyeroord

veel meer functies vervullen dan

enkel water bergen. Dit brengt

verschillende aspecten samen.

Zo moet er vanuit een

technische invalshoek naar

worden gekeken. Om hoeveel

water gaat het? Hoe krijgen we

dit water naar de groenstrook?

Wat doet dit met het

watersysteem en de omgeving?

Wateroverlast in het plangebied

na een hevige regenbui

Vervolgens dienen de wensen

van de bewoners te worden

gekoppeld aan de gemeentelijke

ambities. Aan de hand hiervan

kunnen één, of meerdere

ontwerpen worden gemaakt.

STAD-UPS

THUIS

Groenstrook

De grote groenstrook in

Reyeroord: daar vinden

bewoners wat van. Vooral dat

hij wel een opknapbeurt kan

gebruiken!

Inrichting van openbaar groen

leent prima voor participatie.

Op de bewonersdag van 30

mei kwamen al veel wensen

binnen.

TetrisTuin

De binnentuin gelegen aan de

Vegelingsoord 15-77 wordt

een voorbeeldproject waarin

zowel bewoners als collega’s

ervaren wat de meerwaarde

van een integrale manier van

werken is.

Het combineren van kansen

die de binnentuin biedt zal

resulteren in een klimaatbestendige

verblijfplaats waar

ruimte is voor iedereen die

hiervan gebruik wilt maken.

STAD-UPS

THUIS

En half september lieten nog

meer Reyeroorders van zich

horen. Plannen voor een

betere en mooiere speelplek.

Waar je fijn kunt spelen

natuurlijk. Maar ook waar je

lekker kunt zitten. Een

verzamelplek voor jong en

oud(er).

Een idee voor de

groenstrook? Doe mee

en neem contact op!

De binnentuin zal bijdragen

aan de circulariteit van

Reyeroord door regenwater

op te vangen en voor

meerdere doeleinden te

gebruiken, zoals het groen

voorzien van water.

De combinatie tussen een

duurzame binnentuin en de

bijbehorende VVE resulteert

in een goed voorbeeld voor

de 179 andere binnentuinen

in Rotterdam.

Huidige situatie binnentuin

STAD-UPS

THUIS

STAD-UPS

THUIS

Afbeeldingen uit Reyeroord, Samen dromen Samen doen, door afdeling

beheer in de gemeente Rotterdam. Vanaf 2018 loopt een traject om samen

met de bewoners de wijk leefbaarder en duurzamer te maken. Op

de afbeeldingen zijn verschillende projecten te zien, zoals het aanpakken

van de groenstrook, de binnentuinen en het speelplein.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

41

Beheer & Reyeroord

In Reyeroord gebeurt op het gebied van beheer ontzettend

veel. Er is gestart met een innovatief programma

waarbij Reyeroord als testwijk wordt gebruikt

om te zien hoe beheer kan bijdragen aan de

leefbaarheid in de wijk en de verschillende transities

kan mede vormgeven samen met de bewoners.

Omdat binnenkort de hele wijk opengaat voor de

vervanging van het riool, is dit het moment om samen

een visie voor de toekomst te ontwerpen. Het

project Reyeroord+ is gestart met het samenstellen

van een Reysgids voor de bewoners, waarbij iedereen

stap voor stap wordt meegenomen op ontdekkingsreis

naar het Reyeroord van morgen.

Dit gebeurt op verschillende vlakken, waarbij evenementen

worden gecombineerd met ruimtelijke

tests in de wijk, zichtbare aanwezigheid van beheerders

als aanspreekpunt en ontwerpvoorstellen

richting uiteindelijke transformaties binnen de wijk.

Bovendien worden er verschillende thema’s gecombineerd.

Reyeroord+ vertrekt vanuit leefbaarheid en

combineert hiermee circulariteit, duurzaam leven,

wateropvang, groeninvulling en gezondheid.

Beheer probeert de bewoners zo veel mogelijk te betrekken.

Allereerst maken ze zichzelf makkelijk aanspreekbaar

in de wijk. Zo is er een duurzaamheidswinkel

gestart. Hier kunnen bewoners binnenlopen

om zich te laten informeren over stappen naar een

zuiniger leefpatroon. Daarnaast is er een stadslab

neergezet in de groenstrook, genaamd Oeverloos,

die als ontmoetingsplek dient en een wekelijks pro-

grammma heeft. Bewoners krijgen de kans om onderdeel

te worden van verschillende projecten, zoals

een kledingruil. Als kers op de taart is er ook nog

een wekelijks spreekuur met wijkcongiërge Ted de

Haan, waarbij bewoners hulp kunnen vragen bij bijvoorbeeld

het zelfbeheer van groen.

Vanuit deze participatieve trajecten wordt gewerkt

aan ruimtelijke ingrepen. Dit kan beginnen op kleine

schaal, met bijvoorbeeld het testen van verschillende

straatbekleding, maar betreft ook de herinrichting

van de groenstrook tot spons voor het opvangen

en vasthouden van regenwater, het herinrichten van

een speelplein, of het aanpakken van de binnentuinen

van de verschillende bouwblokken. Daarnaast

is een coalitie met de verschillende huisvestingsmaatschappijen

gestart om over te gaan op duurzamere

vormen van energie.

Bouwen aan een duurzame toekomst vraagt echter

niet alleen om aanpassingen van de bewoners maar

ook van beheer zelf. Bij bijvoorbeeld het thema circulariteit

wordt met bewoners een ruildag georganiseerd

en gewerkt aan het hergebruik van spullen,

maar kijk beheer ook naar zijn eigen processen. Zo

wordt er gewerkt aan het lokaal planten en verwerken

van hout tot bezems en het opvangen van regenwater,

zodat dat de straten voortaan met regenwater

schoongemaakt kunnen worden.

In Reyeroord probeert beheer op een duurzame manier

met bewoners samen te werken om op zoek te

gaan naar de wijk van de toekomst.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

42

De fysieke plek van het Lab Reyeroord+, een samenwerking tussen de

gemeente Rotterdam, Stichting Tussentuin en Studio voor de Stad. In

de groenstrook in de wijk, genaamd de Oeverloos, is een toegankelijke

plek gecreëerd voor experiment in de wijk.

In Reyeroord is veel groen aanwezig als grote groene velden tussen de

bebouwing. Deze zijn vrijwel allemaal in publiek beheer.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

43

Een deel van de voortuinen is reeks in eigenbeheer. Dit maakt het

straatbeeld persoonlijk en levendiger.

De supermarkt Coop ligt centraal in de wijk. Rondom deze hoek zijn

dan ook verschillende experimenten met alternatieven voor beheer in

uitvoer, zoals alternatieve gerecycleerde betegeling of meer groen in

de wijk.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

44

2

1

3


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.1 Rotterdam

45

1 ‘in de rey van morgen’ - coop

Aan de ingang van één van de weinige voorzienigen

van de wijk (supermarkt COOP) heeft men een

‘Stad-Up’ gelanceerd. Er werden experimenten gedaan

met het hergebruik van straatstenen en er

werd feedback gevraagd van de bewoners. Deze locatie

geldt als een belangrijke ontmoetingsplek voor

de wijk.

2 groenzone

Vanuit de bewoners is duidelijk geworden dat in de

grote groenzone (die de wijk splitst) veel opgaves

samen vallen: verhogen van groen beleving, eigenaarsschap

en biodiversiteit van de zone,onveiligheidsgevoel,

een barrière naar de andere wijk.

3 tetristuin

De Tetristuin is een binnentuin dat in cocreatie met

de bewoners zal worden ontwikkeld. Het vormt een

pilootproject om de andere diverse binnentuinen in

de wijk aan te pakken.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

46


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

47


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

48

aanleiding

noodzakelijk

onderhoud en

vervanging riolering

en verhardingen

Omgevings

visie

planvorming

planvorming

visievorming

ontwerpuitgangspunten

wijkvisie

voor fase 1 en 2

gaat binnenkort

een bouwteam

aan de slag

ontwikkelingsperspectief

Zuid-West

LEIDEN CS

LEIDEN CENTRUM

DE VINK


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

49

2.2 Leiden

Introductie

Zuid-West is een typische na-oorlogse woonwijk.

Ze beschikt over veel groenruimte, gescheiden

functies en een mix van woningen in de rij en appartementsgebouwen,

zowel laag- als hoogbouw. Een

monofunctioneel en autogebaseerd bedrijventerrein

maakt deel uit van de wijk en vormt een verhard

eiland in de omgeving. Ten zuiden van de wijk, aan

de overkant van een drukke autoweg, ligt een historisch

ontwikkeld recreatiegebied. Dit gebied ligt

strategisch tussen de wijk en het open landbouwlandschap,

dat men op termijn wil verbinden met

een brug over het water. Ten noorden van Zuid-West

ligt de wijk Hoge Mors ( aangeduid in stippellijn).

Deze wijk zal op een gelijkaardige manier aangepakt

worden als de wijk Zuidwest. Tussen de twee wijken

bevindt zich een voormalig industrieterrein aan het

water. Dit gebied wil men herontwikkelen in functie

van woningbouw.

Aanleiding

Vandaag komen er in deze wijk diverse opgaves

samen, net zoals in andere wijken in de rand van

Leiden: de riolering wordt na 60 jaar integraal aangepakt,

er ligt een sociaalmaatschappelijke opgave,

er wordt verkend of de energietransitie via een

warmtenet kan gerealiseerd worden opdat de wijk

in 2035 aardgasvrij is, klimaatadaptatie staat hoog

op de agenda en de verstedelijkingsnota van Leiden

benoemt Zuid-West als één van de zes wijken voor

een pilot duurzame verstedelijking. Projectaanpak

Deze beheers- en ontwerpopgave in Zuid-West

wordt uitgevoerd in verschillende fases, waarbij

er per deelgebied wordt gewerkt. In eerste plaats

werkte De Urbanisten bouwstenen uit in samenwerking

met onder andere de verschillende afdelingen

binnen de gemeente, regio, provincie, hoogheemraadschap,

woningcorporaties, nutsbedrijven en diverse

ingenieursbureaus en is door hen een klimaatadaptieve

strategiekaart opgesteld. Vervolgens

is de eerste fase in de Zuidelijke Gasthuiswijk van

start gegaan. Op dit moment wordt het schetsontwerp

opgesteld door de gemeente, om dan een

bouwteam aan te stellen voor de finale planvorming

en de uitvoering. Voor fase 1 is gekeken hoe de algemene

bouwstenen ingezet kunnen worden, zodat

deze ook op andere gebieden meerwaarde hebben

voor de buurt. De keuze werd gemaakt om vooral

op participatie in te zetten wanneer opties op tafel

liggen en concrete keuzes kunnen gemaakt worden.

Dit zal samen met het bouwteam opgepakt

worden. Parallel is de planvorming van fase 2 in het

Noordelijke Haagweg-Zuid begonnen. Nu al wordt

duidelijk dat deze gefaseerde aanpak leidt tot onderling

leren tussen de wijkdelen. De planvorming

voor fase 3 en 4 start in de loop van 2019. Parallel

aan het project wordt een Ontwikkelperspectief

2040 voor de wijk opgemaakt, in aansluiting op de

Omgevingsvisie Leiden 2040. Hierin worden onder

meer suggesties gedaan over“stadsstraten”, nieuwe

verbindingen met het landschap, een robuust

blauw-groen netwerk, een nieuw buurtpark, langzaam

verkeer, mogelijke nieuwe stations en “mobipunten”.

Deze vallen buiten de scope van het huidige

project.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 50

Ontwikkelingen Leiden Zuidwest

Projectenmarkt: 30 oktober & 7 november 2018

Ontwikkelingen

Gebouwen

Openbare Ruimte

1. Fietspad Spoorweghavenpad

2. Nieuwbouw Ter Haarkade 1

3. Herinrichting kruispunten Churchilllaan

4. Zelfbouw Toussaintkade 51

5. Herinrichting Boshuizerkade

6. Woningbouw Churchillpark (af)

31

30

3

2

1

4 5

7

6

D

3

8 9

A 11

12

3

14

13

15

3

29

16

10

17

8. Sportpark Boshuizerkade

9. Sloop/nieuwbouw Portaal

10. Nieuwbouw School Kiljanpad

11. Vervangen Gebouw Vijfhoven

12. Nieuwbouw Indoor Sportcentrum

13. Nieuwbouw Leonardo College

14. Sloop zwembad

15. Sloop 5 meihal

16. Nieuwbouw MEAS Locatie

17. Herinrichting rotonde 5 meilaan/

Rooseveltstraat

18. Herinrichting Rooseveltstraat

19. Sloop/nieuwbouw SCAL Locatie

20. Aanpassing Lammerschansplein

21. Nieuwbouw Zwembad Vlietzone

22. Nieuwbouw IJshal Vlietzone

23. Sportvelden

24. Statushouders Nico vd Horstpark (af)

25. Sloop/ nieuwbouw Brahmslaan 80

26. Toevoegen Parkeren Wagnerplein

27. Herinrichting Korte Vlietzone

28. Verkoop Bizetpad

29 Ontwikkeling MBO Rijnland

30. Herinrichting kruispunt 5 Meilaan/

Debussylaan

31 Herinrichting Haagweg parallelweg

Samenhangende

ontwikkelingen

A. Telderskade

B. Pilot Rooseveltstraat

C. Vlietzone

D. Rioolvervanging en herinrichting

openbare ruimte (klimaatadaptief)

Zuidwest in zijn geheel

I. Zuidwest op zijn best:

de toekomst van de wijk

II. Zuidwest hier en nu

III. Zuidwest aardgasvrij in 2035

IV. Verkeersonderzoek Zuidwest

28

B

Regionaal (niet op de kaart)

RijnlandRoute

18

27

D

26

3

25

19 20

C

22

21

23

24

De ontwikkelingskaart van Leiden Zuid-West van 30 oktober 2018 voor

de projectmarkt. In de kaart is te zien dat er veel kleinere ontwikkelingen

zijn die samenvallen binnen verschillende zones. Zo is er de ontwikkeling

van de vlietzone, waar een nieuw zwembad en ijshal worden gebouwd.

Een van de ontwikkelzones is de rioolvervanging en klimaatadaptieve

herinrichting van de Gasthuiswijk. Beheer niet als enkel onderhoud maar

als ontwikkeling voor de wijk.


Rooseveltstraat

Churchilllaan Churchilllaan Churchilllaan

Ke nedylaan

Zocherstr at

Zocherstr at

Privé boom

Van der Helml an

4

4

4

4

4

4

4

4

4

2

h

Monumentale

boom

Waardevolle

boom

Lieven de Keijstr at

Project

Onderwerp

S.O. (schets)

Getekend door

Bart Jansen

Datum uitgifte

NVT

Gemeente Leiden

Ontwerp en Mobiliteit

h

Gecontroleerd door

N.v.t.

Gezien door

N.v.t.

kleurrijke wadi (stedelijke variant)

Kleurrijke wadi (landschappelijke variant)

Regenpark

Toe te voegen groen in straatbeeld

Openbaar groen

Weg (nieuwe klinkers paviona rood dikformaat in keperverband.)

Weg (asfalt)

Parkeerplaatsen (hergebruikte rood/paarse dikformaat klinkers

in elleboogverband uit bestaande rijweg)

Erfweg (dikformaat rode klinkers in keperverband.)

Weg en parkeren (hergebruikte rood/paarse keiformaat

klinkers uit de J.van Campenlaan, S'Gravensandestraat en de V.D.Helmlaan)

Trottoir

(achter)paden

Brug

Bestaande bomen

Monumentale/prive bomen

Nieuwe te planten bomen

Mogelijk te vervangen bomen ( binnen aanpak profiel)

Bomen waar groeiplaatsverbetering toegepast kan worden

Verder te onderzoeken bomen ( in verband met kabels en leidingen)

Groene boomspiegels

bestaande te verplaatsen ondergrondse container

Containers

Inrit/garage

Bestaande lichtmasten

Te verplaatsen lichtmast

Verkeersplateau

Bushalte

Minicontainer opstelplaatsen

Betaalautomaat parkeren

Brug

Verharding

Toe te voegen groen

Inritconstructie

Kadastergrens

Fasegrens

Fasegrens

Leiden

Blad Aantal Documentsoort

1 1 Tekening

Schaal

Formaat

1:500 A0L

Stationsplein 107

Postbus 9100, 2300 PC Leiden

Tel. 14071

NIEUW BESTAAND VERWIJDEREN

Documentstatus

Concept

Domein

Contractnummer:

Zaaknummer:

N.v.t.

Documentnummer:

Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

51

Beheer & Zuid-West

In Leiden wordt er op twee schalen gewerkt aan innovatie

binnen beheer: de schaal van de wijk en de

schaal van de stad. Op stadsniveau heeft Beheer

Leiden een aanbodkaart gemaakt. Hierop staat de

planning vanuit beheer voor de aankomende vijftig

jaar. Door deze informatie beschikbaar te maken

kan er met andere partijen worden samengewerkt,

die willen aanhaken op het groot onderhoud vanuit

beheer.

Op de schaal van de wijk werkt beheer binnen de

testwijk Leiden Zuid-West. De focus ligt hierbij op

water. In samenwerking met De Urbanisten zijn

bouwstenen voor het gebied ontwikkeld, zodat water

zoveel mogelijk opgevangen en natuurlijk geïnfiltreerd

kan worden. In combinatie hiermee zijn

nieuwe straatprofielen ontwikkeld. De wijk wordt

dus niet opengehaald en hetzelfde terug aangelegd,

zoals bij klassiek groot onderhoud. In plaats daarvan

komt er meer oppervlak voor groen en water

(bijvoorbeeld door middel van wadi’s). Ook wordt er

ruimte vrijgehouden voor een eventueel warmtenet.

Om dit mogelijk te maken heeft beheer Leiden intensief

samengewerkt met stadsontwikkeling.

Samen is een nieuw ontwerp voor de heraanleg van

de wijk tot stand gekomen. De precisie van beheer

komt hier goed samen met de ontwerpvisie vanuit

SO. Dit heeft ervoor gezorgd dat technisch alles onder

de grond past, dat er extra ruimte kon worden

vrijgehouden en dat er geen bomen hoeven te worden

gekapt voor de heraanleg.

Vervanging riolering en bestrating

Gasthuiswijk en Haagweg-Zuid 2020 - 2023

Fase 1 - zuidelijk deel

Gasthuiswijk, tussen Van der Helmlaan

en Voorschoterweg

Tussen 2020 en 2023 wordt de riolering vervangen in een deel van Leiden Zuid-

West, namelijk in de Gasthuiswijk en het zuidelijk deel van het Haagwegkwartier.

Een goede aanleiding om ook meteen de straten en stoepen op te knappen

en voor te bereiden op heftige regenbuien en droogte. Er wordt een apart riool

aangelegd om het regenwater op te vangen. De meeste riolering en bestrating

worden vervangen. Om de werkzaamheden vlot uit te voeren en de bereikbaarheid

van de wijk te garanderen wordt het project in vier fasen uitgevoerd.

De Boshuizerkade inclusief riolering wordt in 2019 al vernieuwd. De riolering

onder de Churchillaan, Vijf Meilaan en Rooseveltstraat wordt ook in 2019 opgeknapt.

Dit gebeurt door middel van relinen zodat de straat niet open hoeft.

Vijf Meilaan

Fase 2 - noordelijk deel

Haagweg-Zuid, tussen Toussaintkade

en Telderskade

Fase 3 - noordelijk deel

Gasthuiswijk, tussen Vijf Meilaan

en Van der Helmlaan

Fase 4 - zuidelijk deel

Haagweg-Zuid, tussen Telderskade

en Vijf Meilaan

Van der Helml an

Haagweg Haagweg

Toussaintkade

Fase 4

Fase 2

Start 2023

Start 2021

Boshuizerkade

e

Telderskade

Rooseveltstraat Rooseveltstraat

Vijf Meilaan

Rooseveltstraat

Van der Helmlaan

Helmlaan

Rooseveltstraat

Fase 3

Start 2022 Fase 1

Start eind 2020

Zuidwest op zijn best!

Leiden Zuidwest bereidt zich voor op de toekomst.

We moeten nu aan de slag om ook in 2040 prettig

in de wijk te kunnen wonen, werken, winkelen en

Churchilllaan Churchilllaan Churchilllaan

recreëren. Daarom gebeurt er de komende tijd

veel in Zuidwest. Praat, denk en doe mee!

www.leiden.nl/zuidwest

Voorschoterweg

Voorschoterweg

Churchi l an

Churchi l an

Van der Helmlaan

Berlagestr at

De Bazelstr at

Berlagestr at

Aerent Br unstr at

De Bazelstr at

De Bazelstr at

Van 's-Gravensandestr at

Van Banchemhof

Stalpaerthof

R oseveltstr at

Rooseveltstr at

Legenda

Van 's-Gravensandestr at

Vingb onshof

Dudokpad

Jacob Roman str at

Rietveldpad

Jacob van Campenl an

Berlagestr at

Churchi l an

Bakemapad

Jacob van Campenl an

Delftse J agpad

Churchi l an

Bachstr at

Jan Kelderman str at

Mary Beystr at

Jacob van Campenl an

V orschoterweg

V.D. Helmlaan/J.V.Campenlaan Gasthuiswijk/Haagweg e.o.

E ly Kerckho fskade

Churchi l an

Planning en straatprofiel van de heraanleg van de Gasthuiswijk en

Haagweg-Zuid. Er is gekozen voor een gefaseerde aanpak. Bovendien

worden de straten anders teruggelegd met reservering voor het warmtenet,

meer ruimte voor waterinfiltratie en het behoud van alle bomen.

Het watersysteem is in samenwerking met De Urbanisten ontwikkeld.

Hierbij zijn bouwstenen voor de specifieke wijken ontwikkeld, zodat

met bijvoorbeeld wadi’s het water in de wijk kan worden opgevangen.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

52

Er is groen in de wijk aanwezig. Deze is vrij versnipperd. Af en toe zijn

er van deze groene momenten met speelmogelijkheden.

De wijk heeft veel parallelle structuren.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

53

In de wijk komen twee bouwtypologieën samen. Hier zie je een cul de

sac met links portiekflats en rechts eengezinswoningen.

Tjinta Versteegen, senior ontwerper stedenbouw bij de gemeente

Leiden, is verantwoordelijk voor het ontwerp van de heraanleg van de

Gasthuiswijk en mede rondleider bij het wijkbezoek.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

54

4

3

1

2


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.2 Leiden

55

1 Regenpark

In het centrum van het deelgebied Gastuiswijk, waar

de eerste fase plaatsvindt, wil men inzetten op een

regenpark dat doorheen de wijk verbonden wordt

met Wadi’s.

3 Gemengde Stadsstraten

Vanuit het ontwikkelperspectief wordt aangegeven

dat men verkeerswegen wil omvormen naar stadsstraten.

Dat wil zeggen dat men gemengde ontwikkeling

wil mogelijk maken langs deze wegen en het

profiel gaan herdenken. Deze beweging bevindt

zich echter niet binnen het plangebied van beheer.

2 Recreatiezone

Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een recreatiezone

met voetbalvelden, verenigingen en

een zwembad. Hoewel dit gebied zich buiten het

plangebied bevindt, zijn er vanuit het ontwikkelperspectief

kansen geduid voor er een stad-landverbinding

te realiseren en kan het ook een plek

worden waar deelmobiliteit zich concentreert.

4 Gebiedstransformatie

Een voormalig bedrijventerrein zal omgevormd worden

naar woningbouw.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

56


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

57


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

58

transitieregisseur brengt

mogelijke koppelingen

in kaart

aanleiding

visievorming

Groot Onderhoud

van de wijk: riolering,

verhardingen, groen,

...

ALMERE CS

ALMERE HAVEN


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

59

2.3 Almere

Introductie

De Marken is een zogenaamde bloemkoolwijk in het

oudste stadsdeel van Almere: Almere Haven. De

wijk heeft een relatief lage bevolkingsdichtheid en

beschikt over veel publieke open ruimte in relatie tot

de hoeveelheid inwoners. Deze open ruimte is echter

heel variërend in kwaliteit en vergt veel onderhoud.

Historisch is de wijk opgedeeld in een woonzone,

een ambachts- of economische zone en een

sport- en recreatiezone. Deze economische zone

wordt vandaag herdacht in functie van een nieuwe

woonontwikkeling. Binnen de wijk bevindt zich nog

één school, de andere school wordt vandaag afgebroken

in functie van zorg-wonen, als antwoord op

de vergrijzingsdynamiek. De wijk wordt doorkruist

door een buslaan (exclusief gebruik voor bussen).

Op die manier wordt de wijk via OV ontsloten met

de rest van Almere Haven en met Almere Centrum.

Aanleiding

De Marken komt in aanmerking voor een Groot

Onderhoud (GO). De directe aanleiding daarvoor is

de bodemdaling. Daarnaast is de verharding en het

publiek groen dringend toe aan vernieuwing. Het

rioleringsvraagstuk ligt nog in het midden: of grootschalige

vervanging of slechts vervanging van de

putten. Vanuit deze opgaves wil men het register

open trekken om de energietransitie, sociale vraagstukken

en circulair beheer aan te jagen.

Projectaanpak

Het project bevindt zich nog in de beginfase. Deze

fase wordt ingezet met een inventarisatiefase,waarbij

een transitieregisseur met diverse stadsdiensten

en lokale actoren in gesprek gaat enindexeert welke

koppelingen met het project mogelijk zijn. In de volgende

fase zal men ambities

definiëren in een aanbestedingsleidraad waarmee

een bouwteam vervolgens in de planningsfase

aan de slag kan. Het huidige projectteam heeft de

ambitie om bewoners al vroeg bij het project te betrekken.

Er zijn echter nog veel onzekere factoren

voor de toekomst van het project, dit

m.b.t. de goedkeuring door het gemeentecollege

maar ook i.f.v. budgetten en het gelijkstellen van

ambitieniveaus. Het al dan niet aanleggen van een

warmtenet is hiervan enorm afhankelijk.


energie

gezonde stad

eetbare stad

sociaal

natuur

in de stad

kennisontwikkeling

klimaatadaptie

circulair

werk

gezondheid

groen&

biodiversiteit

lokale economie

ontmoeten

De wijk De Marken is gelegen in het stadsdeel Almere Haven. Begrenst door bedrijventerrein De Steige

Noorderdreef, Oosterdreef, woonwijk De Grienden en het bosgebied Almere Hout.

Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

60

11 Risico’s en Kansen

De wijk is gebouwd in de periode 1978-1981. Telt 1181 woningen en circa 2760 inwoners (cijfers volge

Sociale Atlas 2013).

Om de risico’s binnen het project te beheersen wordt standaard in het projectteamoverleg een ri

gehouden. In deze sessie worden de risico’s benoemd en de beheersmaatregel bepaald. Het verg

inzicht zal leiden tot een bewustwording en verantwoordelijkheid over eigen rol en inbreng in he

Hieronder worden enkele risico’s inzichtelijk gemaakt:

groen in de straat

stageplek

zonnepanelen

warmtenet

deelauto

laadpaal

beperken bodemdaling

buurtbatterij

natuurlijke oever

beplanting

klimboom

straatmeubilair

spelen

betonrecycling

sport&beweegroute

sport-/speeltoestel

Planning

Gebiedsontwikkelingen, gemeentelijke activiteiten en conceptplanning GO

geb.ontwik.

activiteit gem.Almere

Uitvoering GO

2018 2019 2020 2021 2022 2023

GO-plus van

huurwoningen

Hofmark door

Goede stede 1 )

Activering

bewoners Vrijmark

olv Ymere

Onderzoek transitie

bedrijventerreinen

Aanpak

parkeeroverlast

Sportpark De

Marken

Besluit afvalbeleid

Visie op Almere

Haven (PBS)

Aanbesteding

Start

participatieproces

GO huurwoningen

Vrijmark door

Ymere, inclusief

zonnepanelen

Uitrollen

programma

transitie

Ambachtsmark en

De Steiger?

Aanpassingen

bestemmingsplan

bedrijventerreinen

?

Hofmark

Activiteiten energietransitie en gevolgen voor GO

Uitloop

GO

woningen

Vrijmark

Ymere

Redemark

Sportmar

k

Ambachts

mark

Vrijmark

Zuidmark

Floriade

Sportpark

De

Marken

Gildemark

Noordma

rk

Brugmark

afronding

GO

2018 2019 2020 2021 2022 2023

Go-no-go-moment Uitvoering

In ca

energietransitie 1) Groot onderhoud De energietransitie

woningen Hofmark door Goede Stede. Maatregelen bestaan uit 2025

Marken: vervangen besluit van badkamer, obv tijdelijke keuken, kozijnen, installaties, meterkast en kruipruimten aansluitin

aanpak

voorziening

g op

aanvullen. De CV-ketels zijn in 2016 vervangen.

warmtetransitie

geother

obv warmtenet 2 )

mie

Figuur (maart 8 activiteiten ’18) derden en gemeente Almere irt concept planning GO (planning uitvoering GO hier nog in concept, bij

start uitvoering Aanvraag in augustus 2018, loopt Hofmark door tot in 2020)

rijksbijdrage

Woningbouwcorporatie Goede Stede bezit woningen aan de Hofmark. In periode mei 2018 tot maximaal

Voorbereiding

januari 2019 voert zij een groot onderhoud-plus uit. Aanliggende eigenaren krijgen het aanbod om mee te

bewonerscampagn

liften met de aanvullingen van de kruipruimten met zand. Gezien de aard van de ingreep van het groot

e

onderhoud aan de woningen, wordt aansluitend de uitvoering van het groot onderhoud aan de openbare

Voorbereiding

ruimte gepland.

verzwaring

In 2019 start Ymere met de het groot onderhoud aan haar woningen. Deze activiteiten zijn niet zodanig

electranet naar ..?V

ingrijpend en belastend voor de openbare ruimte dat direct aansluitend het GO van de buitenomgeving

net met Alliander

gepland dient te worden. Daarmee is het mogelijk om de omgeving van de Hofmark eerst systematisch af te

Start

ronden.

informatiecampage

Aandachtspunt in het voorbereidingstraject is dat met de woningbouwcorporaties nog geen concrete

n Haven

afspraken zijn gemaakt over zaken als planning, ophogen van tuinen, achterpaden en energietransitie. Met

Aanpak

uitzondering van de verwachting dat GO begint in met de Hofmark, volgend op het groot onderhoud aan de

woningabonnemen

woningen van Goede Stede.

t 3 )

activiteiten energietransitie

uitvoering GO

afstemming met

corporaties

opnemen in prog.

van eisen -GO:

ontwerpruimte

voor warmtenet,

tijdelijke warmtekracht-koppeling,

woningabonnemen

t, verzwaring

electranet,

deelautoconcepten

Start uitleg

warmtenet &

1 e

aansluitin

g obv

tijdelijke

voorzieni

ng (of

eerder)

2) Besluit warmtenet betreft de transitie van een gasnet naar een warmtenet. Onzeker is nog op welke

wijze het warmtenet wordt gevoed. Opties die momenteel in onderzoek zijn: geothermie en

waterstof.

3) Woningabonnement: energieabonnement obv van zonnepanelen (5 jr terugverdientijd) met isolatie

(20 jr terugverdientijd) tegen vaste kosten lager dan de huidige energielasten.

Figuur 9 activiteiten bij besluit inzetten energietransitie irt GO

Afbeeldingen uit: Groot Onderhoud De Marken, Kansen voor stedelijke

vernieuwing, Projectvoorstel door Astrid Meeuwissen en Peter Post,

Afdeling Stadsruimte Zichtbaar is de planning van het GO in relatie tot

andere gebiedsontwikkeling en als aanjager voor transities

Zodra het college groen licht geeft voor het inzetten van de energietransitie en te beginnen in De Marken,

heeft dat gevolgen voor het programma GO De Marken. Op dit moment staan er nog vele vragen open wat

betreft de exacte technische oplossing en aanpak. Vragen die in de komende maanden in overleg met de

energiepartners beantwoord moeten worden zijn onder meer: het type warmtesysteem (obv warmte-

12

11.1 Risico’s voorbereiding

1. Tijd en planning irt ambitieniveau: het project kent meervoudige en ambitieuze doe

Zoals op het terrein van klimaatadaptatie, sociaal, circulair, gezondheid en de energ

Uitgangspunt is om zoveel mogelijk van deze afzonderlijke ambities te realiseren als

project en door samenwerking in partnerschap mogelijk is. In deze fase is de reikwij

doelstellingen nog niet uitgekristalliseerd of is zelfs een aanpak helder. Zoals bij voo

de energietransitie. Tegelijk met het voorbereidingstraject zullen de contouren uitge

moeten worden.

2. Planning irt transitie bedrijventerreinen: in 2018 wordt een onderzoek naar de trans

bedrijventerreinen uitgevoerd door Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. Pas na h

wordt duidelijk in hoeverre het GO De Marken hierop moet of kan anticiperen. Hier

figuur opgenomen met een overzicht van de nu bekende en mogelijke bouwactivite

plaatse van Ambachtsmark 3 bestaat de behoefte om bij herinrichting het fietspad e

situering te wisselen.

3. Budget: wensen van bewoners kunnen het beschikbare budget doen overschrijden.

Verwachtingsmanagement door opstellen duidelijke kaders richting bewoners is een

beheersmaatregel om de gevolgen te verkleinen.

4. Budget: planvoorbereiding organiseren in bouwteamverband levert een directe verh

Figuur 1 wijkgrens het De onderdeel Marken en ‘budget eigendommen K3’. De woningbouwcorporaties

interne kosten worden daarentegen verlaagd.

5. Communicatie: onvoldoende en niet tijdig communiceren over en tijdens het proces

Onderhoud’ Kan mogelijk tot vertraging leiden. Goed en gedragen communicatie pla

communiceren is hiervoor een beheersmaatregel.

Figuur 15 waterdiepte bij bui 60mm/uur. Bron: https://almere.klimaatatlas.net/

Bij bui08 (19.8 mm/uur) willen we geen grootschalig water op straat hebben. In de Marken wordt op m

locaties water op straat berekend bij bui 8, zie onderstaande figuur: ‘berekende hoogte water op straat

Figuur water 13 op locaties straat dient van mogelijke via bovengrondse transitie oplossingen naar wonen afgevoerd te worden. Het groter dimensioneren va

regenwaterriool is een te kostbare zaak.

Figuur 16 berekende hoogte water op straat bij bui 8 uit de Leidraad Riolering. Bij de kleuren rood, oranje en gee

water op straat verwacht.

Afbeeldingen uit: Groot Onderhoud De Marken, Kansen voor stedelijke

vernieuwing, Projectvoorstel door Astrid Meeuwissen en Peter Post,

Afdeling Stadsruimte berekende hoogte water op straat bij bui 8 uit de

Leidraad Riolering. Bij de kleuren rood, oranje en geel wordt water op

straat verwacht.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

61

Beheer & De Marken

In Almere zien ze veel potentie voor een toekomstig

veranderende rol van beheer. Er zijn ondertussen

al twee publicaties verschenen waarbij aandacht

wordt geschonken aan beheerders als stadsvernieuwers.

Hier wordt vooral ingezet op energiebesparing

en circulariteit. Zo is er reeds een UpCycle

center, waar wordt gewerkt aan hergebruik van

materialen en is de ambitie 40% van de stroom in

Almere zelf op te wekken, wat nu al gebeurt met bijvoorbeeld

stoplichten op zonne-energie.

Duurzaamheid staat ook voorop in het nieuwe

Floriadeterrein. Ontworpen door MVRDV wordt er

door middel van een grid gewerkt aan een wijk rijk

aan biodiversiteit. Hierbij worden verschillende ingrepen

gebruikt zoals een voedselbos.

Als testwijk focust beheer zich op de wijk De Marken.

Deze wijk ligt gekoppeld aan het Floriadeterrein en

ondergaat binnenkort een rioolvervanging. De ambitie

is het onderhoud te koppelen aan de implementatie

van het warmtenet. Hiervoor moeten veel

partijen aan tafel en met de korte termijn is dit niet

zeker of het lukt. Een andere focus is de leefbaarheid

in de wijk, want hoewel de bewoners er graag

wonen, is het toekomstperspectief laag. Bovendien

is het meubilair in de wijk sterk verouderd. Kortom,

een goed moment om te investeren in de wijk. Er is

reeds een vernieuwingsplan opgesteld, maar deze

is nog niet geconcretiseerd tot fysieke projecten.

InspIratIeboek

GrowinG

Green

StadSbeheer

Gebiedsvisie

Floriade Stadswijk Almere

Gemeente Almere in samenwerking met MVRDV

Inspiratieboek Growing Green, Stadsbeheer uitgegeven door de Gemeente

Almere (redactie van Jan Klopstra, Wouter Schrier, José Duurland,

Henk Martens, Danielle Gebbink en Mieke Schoot). De publicatie

laat zien hoe stadsbeheer Almere werkt aan een duurzamere stad.

augustus 2017

De gemeente heeft in samenwerking met MVRDV een gebiedsvisie ontwikkeld

voor de Floriade Stadwijk. Dit gebied zal met de komst van de

Floriade een grote duurzame vernieuwing ondergaan. De wijk is gekoppeld

aan de Marken en heeft daarmee directe invloed op de leefbaarheid

(door middel van bijvoorbeeld een nieuwe verbinding met de stad).

mei 2017


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

62

De Marken is het meest verhard van de vier testwijken, mede door

de bloemkoolstructuur van de wijk. Er is weinig groen in de wijk

aanwezig. Volgens de bewoners is er een gemis aan straatmeubilair en

buitenvoorzieningen voor jongeren en kinderen.

Een voorbeeld van groen in de wijk dat veel sfeer geeft.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

63

In de laatste jaren is de buurt achteruitgegaan en is er meer rommel op

straat. De mensen wonen er graag maar de toekomstverwachting is

laag.

Verschillende delen in de wijk zijn in zelfbeheer. Dit leidt tot meer

persoonlijkheid en diversiteit in het straatbeeld. De wijk heeft

bovendien 64% van de woningen in bezit van de bewoners.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

64

1

2

3

4


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.3 Almere

65

1 Buurtcentrum

Het buurtcentrum werd opnieuw geopend en biedt

potentieel om de nucleus te zijn waarrond het grote

onderhoud van de wijk zich kan organiseren.

3 Busbaan

De busbaan wordt vandaag exclusief gebruikt voor

bussen en vormt een infrastructurele barrière in de

wijk. Tegelijk is deze ook onderbenut. De verharde

oppervlakte biedt ook een uitdaging mbt. klimaatadaptatie,

aangezien deze busbaan risico heeft op

overstroming.

2 Oud Centrum

Het oude winkelcentrum van de wijk, georiënteerd

langs de buslaan, staat leeg en wordt ontwikkeld tot

woningen.

4 Ambachtsmark

De Ambachtsmark is een voormalige zone voor kleine

bedrijvigheid. Deze staat nu onder druk vanuit

een woningbouw-opgave. Tegelijk vormt de zuidelijke

flank van deze zone het nieuwe ‘hart’ van de wijk

met een supermarkt.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

66


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

67


OETERMEER - MEERZICHT

IJKPORTRET

Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

68

. OMSCHRIJVING

eerzicht heeft een is georganiseerd rond gescheiden functies en is op dat vlak een typische

a-oorlogse uitbreidingswijk. Tegelijk onderscheidt ze zich ook van de andere wijken met een

storytelling om

eer biodiverse groenaanleg buurtbewoners en te specifieke architectuur. Ten noordoosten van de wijk, boven de

betrekken

oornaamste autoweg, bevinden zich voornamelijk hoogbouwappartementen. In het zuidwesten,

nder de autogordel, gaat visievorming

het om laagbouw, met oa. “koepelwoningen”, een arcchitecturaal

aanleiding

atrimonium ontworpen door Benno Stegeman in de jaren 70. Het oostelijke entreegebied,

en voormalig bloeiend bedrijventerrein nabij het station, bevat vandaag veel leegstand en zal

renovatie-opgave

erontwikkeld worden. Aan de westelijke zijde bevindt zich een groot stadspark. Een oude dijkweg

stadsontwikkeling

erbindt deze gebieden langs de wijk voor fietsers.

ZOETERMEER CENTRUM

ZOETERMEER CS


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

69

Introductie

Meerzicht is georganiseerd rond gescheiden functies

en is op dat vlak een typische na-oorlogse uitbreidingswijk.

Tegelijk onderscheidt ze zich ook van

de andere wijken met een zeer biodiverse groenaanleg

en specifieke architectuur. Ten noordoosten van

de wijk, boven de voornaamste autoweg, bevinden

zich voornamelijk hoogbouwappartementen. In het

zuidwesten,onder de autogordel, gaat het om laagbouw,

met oa. “koepelwoningen”, een architecturaal

patrimonium ontworpen door Benno Stegeman

in de jaren 70. Het oostelijke entreegebied,een voormalig

bloeiend bedrijventerrein nabij het station,

bevat vandaag veel leegstand en zal herontwikkeld

worden. Aan de westelijke zijde bevindt zich een

groot stadspark. Een oude dijkweg verbindt deze

gebieden langs de wijk voor fietsers.

Aanleiding

Meerzicht is de enige van de vier testwijken die geen

rioleringswerken vergt. De opgave situeert zich

vooral rond een renovatie-opgave van woongebouwen,

waarbij ook de publieke ruimte zal aangepakt

worden. Daardoor is er voor beheerinstanties een

uitdaging weg gelegd. Tegelijk ligt er een stadsontwikkelingsopgave

in het entreegebied –waar 3.500

tot 7.000 bijkomende woningen zullen gerealiseerd

worden– en het winkelcentrum, die gezien wordt als

een kans om ook de sociaalmaatschappelijke opgave

mee te nemen.

Projectaanpak

Meerzicht vormt een pilot wijkverkenning, met als

doel te komen tot een ontwikkelstrategie voor een

aantoonbare, merkbare en zichtbare verbetering

van de leef- en woonomgeving. Het doel is nu om

overzicht te geven over de opgaven in Meerzicht

op de korte, middellange en lange termijn. De pilot

stemt de verschillende lopende en geplande projecten

in de wijk op elkaar af: het project Entree,

de nieuwbouw van een school, de verduurzaming

van de flats in de Bossenbuurt en de woningen inde

Landenbuurt, en de aanpak van het winkelcentrum.

Naar aanleiding van de evaluatie van deze nieuwe

werkwijze worden de wijkverkenningen in andere

wijken in Zoetermeer vormgegeven.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

70

Masterplan

De

Entree

Sleutelgebied voor

de schaalsprong van Zoetermeer

1

De Gemeente Zoetermeer heeft een masterplan ontwikkeld voor De

Entree, wat met 4500 nieuwe woningen en nieuwe voorzieningen een

nieuw gezicht moet geven aan Zoetermeer. Te zien is hoe het straatprofiel

volledig op de schop gaat, met meer hoogbouw en groen.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

71

Beheer & Meerzicht

Meerzicht is een wijk met een speciale relatie tot

groen. Niet alleen is het een erg groene wijk, ook

wordt er gewerkt met beheerscontracten, waardoor

veel groen in eigenbeheer is. Daarnaast is er een

stadsboerderij in de wijk aanwezig, waardoor er ook

voedsel in de wijk verbouwt wordt. Als laatste sluit

de wijk aan op de omliggende parken en polders. De

beheerders zijn reeds in de wijk aanwezig. Via wijkportretten

is er met bewoners gesproken over wat

ze graag zouden zien in een volgende fase. Echter,

op dit moment staat er nog geen groot onderhoud

gepland voor Meerzicht. Dit betekent dat er op korte

termijn geen grootschalige heraanleg in de wijk gaat

plaatsvinden.

Ondertussen wordt wel de aan de wijk grenzende

Entree van Zoetermeer gerealiseerd. Hierbij wordt

een grote weg volledig heraangelegd en het hele

straatprofiel ondergaat daarbij een grote transformatie.

Het gebied wordt vergroend en verdicht en

er komen veel extra voorzieningen de kant van de

Entree op. De plannen binnen Meerzicht sluiten hierbij

aan. Het winkelcentrum in het hart van de wijk kan

aangepakt worden. Bovendien zijn er veel woningen

in zowel de Landenbuurt en de Bossenbuurt die verduurzaamt

moeten worden. Voor de beheerders is

het nog steeds zoeken wat hun rol in deze wijk kan

zijn. Welke aanknopingspunten zijn er? Welke budgetten

kunnen ingezet worden? Hoe kan beheer bijwerken

aan de verduurzaming van Meerzicht?

“De uiteengelegde stad”

In samenwerking met de ontwikkeling van De Entree zijn er mogelijkheden

om Meerzicht ook aan te pakken. Zo kunnen twee wijkdelen verduurzaamd

worden, een nieuwe school aangelegd en het winkelcentrum

aangepakt worden.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

72

Meerzicht ligt aan de rand van Zoetermeer en sluit direct aan op de

groene omgeving van Westerpark en dan de polders. Ook binnen de

wijk is veel groen, vooral in de Bossenbuurt.

In Meerzicht wordt gewerkt met beheerscontracten. Hierdoor is veel

groen in eigenbeheer. Dit levert een divers en persoonlijk straatbeeld

op.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

73

In de wijk is een stadsboerderij met grote moestuin aanwezig:

kinderboerderij het Buitenbeest. Deze boerderij is een van de drie

boerderijen in het beheer van de stad. Op het terrein zijn ook de

schooltuinen.

Ten noorden raakt Meerzicht aan een belangrijke fietsas.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

74

3

1

2

4


Delta Atelier Stedelijk Beheer 2.4 Zoetermeer

75

1 Winkelcentrum

Het winkelcentrum bevat een beheersopgave voor

het herdefiniëren van de openbare ruimte, deze

wordt nu gedomineerd door parkeerruimte.

3 Bossenbuurt - Hoogbouw

De woningcoöperatie gaat ook hier renoveren. Hier

ligt er ook een opgave om het openbare domein (gedeeltelijk)

te herdefiniëren en de plint van de

gebouwen anders te gaan ontwerpen.

28

2 Landenbuurt - Laagbouw

De woningcoöperatie gaat hier renoveren. Het is nog

onduidelijk hoe hier vanuit beheer een bijdrage kan

geleverd worden of hoe andere transities gekoppeld

kunnen worden aan deze beheersopgave.

4 Ontwikkelingslocatie De Entree

Het voormalig bedrijventerrein dat doorkruist wordt

door een grote autoweg wordt herdacht tot een stedelijke

boulevard voor gemengde ontwikkeling.


+ €

+ €

+ €

+ €


+ €

W&I

Beheer

SO


MO

Delta Atelier Stedelijk Beheer 77

wijkprogramma

Sleutel 3

Door zijn positie,

vakmanschap en

portefeuille is

de beheerder een

geschikte kandidaat

om de vervangingsen

transitieopgaven

samen te nemen.

A B C D

beheerslab

Beheer

Energie

transitie


Handboek

2.0




Delta Atelier Stedelijk Beheer 3 Gedeelde opgaven

78

3.1 Morfologie 80

3.2 Ruimtelijke ambities 86

3.3 Procesaanpak 94


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

79

In het vorige hoofdstuk zagen we reeds hoe de verschillende testwijken

innovatief met beheer omgaan: van het inzetten van beheer als

leiddraad voor stadsvernieuwing tot het betrekken van burgers

bij onderhoud van groeninfrastructuur. In wat volgt vergelijken

we de testwijken op basis van de wijkportretten die

we zojuist schetsen. Dat leverde een analyse op drie facetten

op: op het vlak van de morfologie van de wijken, op het vlak

van de (ruimtelijke) ambities en op het vlak van de procesaanpak.

De ene wijk is immers de andere niet: de ruimtelijke en

sociale morfologie van elke wijk bepaalt welke klimatologische

maatregelen en systemen nodig zullen zijn. De analyse

van van de processaanpak geeft reeds enkele kansen weer

waarin het potentieel van beheer als nieuwe praktijk duidelijk

wordt. Tijdens het eerste werkatelier op 25 juni werd deze bevindingen

voorgelegd en gebruikt om gelijkaardige vragen en

strategieën te herkennen.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

80

3.1 Morfologie

Aanleiding

Allen zijn het wijken waar een transformatieopgave

zich aandringt, soms omwille van de leeftijd van de

infrastructuren in de wijk, in andere gevallen onder

invloed van bodemdaling en zettingen, in andere gevallen

omwille van een groeiende woningbehoefte.

A

B

C

D

Reyeroord

Meerzicht

Zuid-West

(Hoge Mors)

De Marken

jaren ‘60 wijk: renovatie riool

bodem zettingen: renovatie riool

jaren ‘70 wijk: renovatie woningen

bevolkingsgroei: stadsontwikkeling

jaren ‘60 wijk: renovatie riool

bevolkingsgroei: stadsontwikkeling

jaren ‘80 wijk

bodemdaling: renovatie riool

Open, verharde en bebouwde ruimte

Ten opzichte van meer recente stadsontwikkelingen

zijn deze wijken relatief ruim ontworpen: allen bezitten

ze grote oppervlaktes aan open, publieke ruimte.

Een groot deel daarvan is onverhard, wat mogelijkheden

biedt op het vlak van natuurlijke infiltratie.

Maar de enorme oppervlakte aan openbaar domein

vergt ook heel wat onderhoud.

oppervlakte

GSI

Verharding

(%)

lm autoweg/

inw

A

Reyeroord

88

0,19

48

3

B

Meerzicht

231

0,20

38

4,7

C

Zuid-West

(Hoge Mors)

128

0,28

56

3,5

D

De Marken

115

0,17

42

13,8

oppervlakte open

ruimte / oppervlakte

woonoppervlakte

bebouwing

+ erven

+ verharding


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

81

Reyeroord:

groot areaal grasvelden

in publiek beheer

Zuid-West:

veel maar versnipperd groen

In een verharde context

De Marken:

groene omgeving in verharde buurt

Meerzicht:

groene buurt in zelfbeheer,

verhard centrum


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

82

Mobiliteit en infrastructuur

Een groot deel van de publieke ruimte wordt in deze

wijken ingenomen door weginfrastructuur, voornamelijk

gevrijwaard voor auto- en ander gemotoriseerd

verkeer. De auto rijdt tot diep in de bouwblokken

door om voor de deur van iedere woning te

parkeren. In Zoetermeer wordt de wijk doorkruist

door een belangrijke autoweg. In Almere snijdt de

busbaan dwars doorheen de wijk. Rotterdam en

Leiden volgen een orthogonaal weefsel waarbij enkele

hoofdstraten het kader vormen voor minder

drukke straten.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

83

Reyeroord:

groot gedimensioneerde straten,

veel paden en ‘achterkanten’

Zuid-West:

veel parallel structuren

De Marken:

complexe veelheid

aan verkeersinfrastructuur

Meerzicht:

parkeercentrum,

grote centrale verkeersbarrière


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

84

Bevolking en voorzieningen

Deze wijken bevinden zich ieder in de buitenwijken

van de stad. Het gemiddeld jaarlijks inkomen in de

wijken is aan de lage kant (ter vergelijking: een modaal

inkomen volgens het CPB is €36.000 per jaar).

Behalve in Rotterdam, waar de woningen vooral in

privaat eigendom zijn, geldt een vrijwel evenwaardige

verdeling tussen huurcorporaties en privaat

eigendom. De functies in deze wijken zijn voornamelijk

gecentraliseerd: het merendeel van de wijken

bestaat zuiver uit woningen. Winkelcentra liggen

vaak centraal, hier en daar zit een buurthuis of

kinderopvang meer ingebed in het verder homogene

woonweefsel. De tendens is dat kleine buurtwinkels

vervangen worden door grotere winkelketens die

zich eerder aan de rand van de wijk nestelen. Aan

de wijken Leiden Zuid-West, Almere De Marken en

Zoetermeer Meerzicht grenzen bedrijventerreinen

waarmee weinig relatie wordt aangegaan. In het geval

van De Marken en Meerzicht worden deze op

middellange termijn ontwikkeld tot nieuwe woongebieden.

inwoners

bevolkingsdichtheid

inkomen

/ jaar

% huur

A

Reyeroord

5800

6590

20.300

vooral

eigendom

B

Meerzicht

15239

6596

22.500

51 hc

6 h

43 ei

C

Zuid-West

(Hoge Mors)

8631

6742

24.000

56 hc

6 h

38 ei

D

De Marken

115

0,17

22.500

34 hc

5 h

61 ei

hc: huurcoöperatie

h: huur

ei: eigendom

Conclusie

In het volgende hoofdstuk zien we hoe de morfologische

en ruimtelijke kenmerken het kader bepalen

voor de manier waarop de transities worden aangevlogen.

De groenruimte biedt zowel kansen als onderhoudsopgaven,

de zwaar op de auto gebaseerde

infrastructuur bepaalt de condities voor de mobiliteitstransitie

enzovoort. Met deze morfologische

analyse als onderlegger kijken we naar het ambitieniveau

van de verschillende gemeentes inzake de

klimaattransities.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

85

Reyeroord:

weinig voorzieningen binnen

plangebied

Zuid-West:

wijk doorkruist met door

bedrijven en voorzieningen

De Marken:

verdwijnende kleinschalige bedrijvigheid In homogene

woonwijk

Meerzicht:

homogene woonwijk

met centrale voorzieningen


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

86

4.2 Ruimtelijke ambities

Iedere gemeente stelde de laatste jaren ambitieuze

plannen op voor een uitgebreid transitiebeleid. In dit

hoofdstuk kijken we naar elk van de 6 thematische

transitiedoelstellingen:

1. Ruimte voor water en biodiversiteit

2. Gedeelde mobiliteit

3. Hernieuwbaar energielandschap

4. Zorgzame leefomgeving

5. Circulaire en productieve stad

6. Gezond voedsel

Voor elk van deze thema’s bepalen we, op basis van

interviews, wijkbezoeken en workshops het ambitieniveau

en de fase van realisatie waar ze zich in

bevinden. Dit geeft ons een beeld waar de wijken

reeds staan, welke koppelkansen tussen beheer en

het vormgeven van de transities reeds benut worden,

maar ook welke transities nog nauwelijks vanuit

beheer aangevlogen worden. Om dit te verbeelden

gebruiken we –figuurlijk– de transitiecurve.

Eveneens geeft het ons een schema waarmee we

de testwijken met elkaar kunnen vergelijken.

ambitieniveau

realisatie

plannen

thema

niet geïdentificeerd


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

87

1. Ruimte voor water en biodiversiteit

Meer en hevigere weersomstandigheden zullen –

zeker in een delta zoals de onze– niet alleen aan de

kustlijn opgevangen worden, maar vergen maatregelen

die tot diep in onze steden doordringen. We

zullen onze steden moeten gaan inrichten als een

spons. De overvloedige groenruimte in de testwijken

biedt daarvoor een enorm potentieel. Water in

biodiversiteit staan al erg hoog op de agenda van

beheer: er wordt volop geëxperimenteerd met wadi’s,

regenparken, etc.

Rotterdam

Water en biodiversiteit vormen leidende transitiethema’s voor de wijk.

Dit komt onder andere doordat bij de wijkbevraging werd aangegeven

dat de groenzones belangrijke plekken waren om aan de slag te gaan.

De grote groenzone in het midden van de wijk werd daarbij geduid als

een belangrijke opgave waar gezondheid, sociale problematieken vis à

vis water en biodiversiteit samen komen. Op grotere schaal wordt de

connectie nog niet gemaakt voor het maken van grootschalige ecologische

verbindingen tussen stad en land. Wel wil men inzetten op waterberging

en buffering. Hergebruik focust nu nog in functie van water voor

de kuiswagens van de wegen. Hergebruik van regenwater ifv. toiletten,

wasmachines etc… wordt nog niet in overweging genomen.

Almere

Er ligt een grote opgave in het project om de groot gedimensioneerde

ruimte aan te pakken op vlak van waterbeheer en biodiversiteit. Het toewerken

naar klimaatadaptief beheer wordt onderschreven voor de gehele

gemeente. Het toewerken naar effectief ecologische waarde is de

ambitie vanuit het projectteam maar nog niet verder uitgewerkt.

Leiden

De stad heeft grote ambities in functie van klimaatadaptatie en vergroening.

Het is een thema waarbij ontwerp en beheer “van boven af en van

onder uit”elkaar ontmoeten. De bouwstenen van de Urbanisten vormen

vandaag de gedragen leidraad. Tegelijk wordt er nog gezocht naar een

meer systemische logica in waterbeheer en klimaatadaptatie (bijvoorbeeld:

hoe kan het nabijgelegen bedrijventerrein worden onthard en hoe

kan het wijkgroen daaraan bijdragen?)

Zoetermeer

Zoetermeer heeft historisch een ‘stadsecoloog’ die samen met de beheerders

de kansen voor fauna en flora in de gaten houdt, en zelfs vastlegt

in een beheershandboek. Daardoor is de biodiversiteit in parken,

bermen en waterkanten hoog in vergelijking met andere wijken. Ook

het waterhuishouden van de wijk lijkt goed. Dankzij de overvloedige

aanwezigheid van relatief laaggelegen groen, ondervindt de wijk weinig

negatieve gevolgen van teveel of –tekort aan water. Hergebruik van

water wordt nog niet gefaciliteerd. Adoptietuintjes zorgen voor interactie

tussen groen en bewoners. Er is ook een opgave om het watersysteem

om te draaien(trekker: hoogheemraadschap van Rijnland) om de

waterkwaliteit in de Zoetermeerse plas te verbeteren. Daardoor zal het

waarschijnlijk nodig zijn om nog een extra waterpartij door Meerzicht te

realiseren.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

88

2. Gedeelde mobiliteit

Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen

kondigen een shift aan naar alternatieve

modi en een verschuiving naar gedeelde mobiliteit.

Daarvan zullen we ruimtelijk het effect voelen: meer

plaats voor voetgangers en fietsers, veiligere wijken,

meer plaats voor recreatie en natuur en ga zo maar

door. Maar andersom kunnen we door een alternatieve

ruimtelijke inrichting ook ons verplaatsingsgedrag

sturen en gezondere, socialere modi stimuleren.

In de zeer autogebaseerde testwijken vergt die

omslag een enorme inspanning.

Rotterdam

Voor Reyeroord is er nog geen mobiliteitsplan opgesteld voor de toekomst.

Mobiliteit vormt dus geen leidende transitie. De vaststelling is

dat de wijk best autogebaseerd is. Het bevindt zich ook relatief ver van

centrum Rotterdam en ligt nabij grote invalswegen. De weerstand van

bewoners wordt als argument naar voor geschoven om parkeren als thema’s

niet als eerste naar voor te schuiven. Tegelijkertijd wordt de auto

ook als storend ervaren in de wijk (er wordt op sommige banen erg snel

gereden, …).

Almere

Almere is een breed opgezette stad waar mobiliteit veel ruimte krijgt.

Ook in en rondom de wijk is het fiets-, wandel-, auto- en OV-netwerk

sterk uitgebouwd. Deze mobiliteitsstructuur gaan herdenken in functie

van minder autoverkeer is voorlopig nog niet echt aan de orde of speelt

alvast nog geen leidende rol in het narratief van het project. Wel wordt

nagedacht over het her-lokaliseren en clusteren van parkeren aan de

randen van de woongebieden en over het faciliteren van deelmobiliteit.

Leiden

Vandaag is er nog geen mobiliteitsplan waarbinnen het beheersplan

van de wijk zich kadert. Dit komt mede doordat het ontwikkelingsperspectief

Zuid-West parallel wordt ontwikkeld. Binnen fase 1 wordt nu

ingezet op het verminderen van enkele parkeerplaatsen, dit in overleg

met bewoners én als ze ruimte maken voor groen en biodiversiteit. Er

worden wel al wensen geuit over specifieke locaties van deelmobiliteit

(“mobipunten”) binnen het ontwikkelingsperspectief maar dit zijn nog

geen concrete plannen. Echte mobiliteitstransitie is dus niet echt een

leidend verhaal binnen de beheersplannen.

Zoetermeer

Er is nog geen mobiliteitstransitieplan voor Meerzicht. Vele bewoners

gebruiken de auto, en het aantal auto’s per gezin neemt de laatste jaren

alleen maar toe. Wel bezit Meerzicht een fijnmazig netwerk van wandelen

fietspaden door het groen (hoewel niet steeds logisch en leesbaar

op elkaar aangesloten). Ten noorden en ten zuiden van de wijk passeren

belangrijke fietsroutes vanuit de stad naar het westelijke buitengebied.

Het project is een kans om ook een fietsroute doorheen de wijk zelf te

realiseren die evt. aansluit op de bestaande fietsbrug over de Meerzichtlaan,

deze fietsverbindingen tussen het centrum en het Westerpark

zijn nu nog onder maats.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

89

3. Hernieuwbaar energielandschap

De omslag van fossiele naar hernieuwbare energie

zal voelbaar zijn tot in de haarvaten van onze leefomgeving.

Waar olie, gas en kolen onzichtbaar onder

de grond zitten, zullen windmolens, zonnepanelen

en warmtepompen veel zichtbaarder en dichter

bij huis een impact hebben. Bovendien vergt de

energietransitie niet alleen een omslag in de productie,

maar ook in ons verbruik: het aanleggen van

warmtenetten bijvoorbeeld heeft alleen zin als we

de kieren en gaten in onze verouderde huizen ook

gaan isoleren.

Rotterdam

Een warmtenet zal worden aangelegd. Momenteel wordt daarvoor een

business case opgesteld. De moeilijkheid ligt nog bij het overtuigen van

particulieren om hier op aan te sluiten, verplichting is niet mogelijk (het

grootste deel van het woningbestand in Reyeroord is in particulier bezit).

Ook qua renovatie-opgave biedt dit moeilijkheden om alle individuele

bewoners over de streep te krijgen. Wel is er een duurzaamheidswinkel

in de wijk. Deze opereert als een “voorbode” naar grotere transformatie

en helpt bewustzijn creëren.

Almere

Er zijn nog veel vraagtekens wat betreft de energietransitie. Het al dan

niet aanleggen van een warmtenet zal veel impact hebben op het project.

De vaststelling is dat indien het warmtenet niet wordt aangelegd,

de energietransitie enorm duur zal zijn voor de bewoners zelf: de kost

van lokale hernieuwbare energie-opwekking d.m.v. een warmtepomp of

zonnepanelen, plus die van de gebouwrenovatie, plus de installatie van

een elektrische boiler is enorm. De renovatie-opgave van de woningcorporaties

gebeurt vandaag nog voornamelijk naast het Grote Onderhoud.

De kansen om deze samen op te nemen worden wel erkend maar het

ritme van onderhoud van de woningcorporatie lijkt moeilijk compatibel.

Leiden

Er is lang gediscussieerd over het al dan niet aanleggen van een warmtenet.

Er is geen leidende actor die de knopen doorhakt m.b.t. dit thema.

De ‘macht’ ligt niet binnen het project. Vanuit de energiebeheerder is er

nu nog niet voldoende vraag, wat noodzakelijk is alvorens er een rendabel

net kan aangelegd worden. De corporaties zijn echter vragende

partij voor een warmtenet. Desnoods leggen ze zelf een lokaal warmtenet

aan indien het te lang zou duren (wat mogelijk een conflict kan

genereren met de waterberging voor de woningen). Onafhankelijk van

het traject is er een renovatie-opgave binnen de corporaties. Energiecoöperatieven

worden wel als een mogelijk concept benoemd, maar op dit

vlak worden (nog) geen concrete acties ondernomen.

Zoetermeer

De focus ligt voorlopig op de renovatie van het patrimonium van de woningbouwcorporaties.

Verder is er nog geen ambitie geuit om in te zetten

op een warmtenet.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

90

4. Zorgzame leefomgeving

De recente ontwikkelingen waarbij meer en meer

van de reguliere zorgfuncties afgewikkeld worden

van publieke op private organisaties kennen we als

de “vermaatschappelijking” van de zorg. Die kan

door sceptici bestempeld worden als een besparingslogica,

maar het decentraal organiseren van

sociale functies kan ook kansen bieden om een leefomgeving

te bouwen waar preventieve zorg en verzorging

op dagdagelijkse basis veel meer inbed is.

Zo zorgen we niet alleen voor de mensen die “oud”

of “ziek” zijn, maar timmeren we aan een zorgzame

leefomgeving die goed is voor iedereen.

Rotterdam

Er heerst binnen de wijk een gevoel van onveiligheid. Objectief gezien,

(op basis van data) lijkt er echter geen probleem. Binnen het project is

er veel aandacht voor de leefomgeving met betrekking tot ontmoetingsplekkenen

groenvoorziening. Een pilot in de groenzone tracht bijvoorbeeld

zitplekken en verblijfszone’s te faciliteren die eigenaarschap geven

aan bewoners. Er is een ambitie om in te zetten op het overbruggen

van cultuur- en generatiekloven, zo zijn er bv relatief veel statushouders

(vluchtelingen die mogen blijven in Nederland) in Reyeroord en die vallen

nu nog overal buiten. Verder wil men inzetten op een gezonde levensstijl

en het benutten van talenten. Men is bijvoorbeeld een leerlijn aan het

opzetten om jongeren in de wijk op te leiden terwijl we aan de slag gaan

met de energietransitie.

Almere

Er wordt gezocht naar hefbomen om de beheersopgave ook als aanjager

in te zetten om een sociale transformatie mogelijk te maken. Een burgerzin

en bewustzijn over de omgeving bewerkstelligen zal daarbij een

uitdaging zijn opdat er betrokkenheid kan plaatsvinden in de buurttransformatie.

Specifieke plannen zijn er nog niet. Wel ligt er een opgave in

het vormgeven van de transformatie van de huidige bedrijventerreinen

naar woonontwikkeling, specifiek in hoe deze ontwikkelingen ook kunnen

bijdragen aan een zorgzame leefomgeving voor de buurt. Tegelijk

worden er geen specifieke criteria meegegeven aan ontwikkelaars om

gemengde of nieuwe woonvormen te stimuleren. In die zin zal de wijk

vermoedelijk verder homogeniseren. De vraag stelt zich of dit al dan niet

wenselijk is.

Leiden

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe er vanuit beheer kan gewerktworden

aan een zorgzame leefomgeving (buiten de groen- en water

voorzieningen en fietsnetwerken). Thema’s als betaalbaar wonen, sociale

thema’s etc… worden niet expliciet meegenomen in de ontwerpuitgangspunten

(die zich meer kaderen tussen water, biodiversiteit en

mobiliteit vis à vis de technische uitdagingen.) Wel is het zo dat er een

verstedelijkingsopgave in het gebied ligt die nog niet helemaal duidelijk

is. In totaal zullen in het gebied tussen Zuid-West en Hoge Mors zo’n

2500 nieuwe woningen moeten voorzien worden. Tegelijk worden de publieke

voorzieningen (sporthal, zwembad) vervangen, “als postzegels”

maar niet integraal benaderd. De aanpak van het nabijgelegen bedrijventerrein

bevat nog veel vraagtekens.Het wordt als een apart project

behandeld binnen de lokale overheid.

Zoetermeer

Op zich lijkt de tevredenheid binnen de wijk relatief hoog (al is dit moeilijk

te bevestigen op basis van data). Er ligt wel een opgave om het

(winkel)centrum te herdenken en aan te pakken. Deze is niet echt een

verblijfsomgeving vandaag en wordt getypeerd door heel veel parkeerruimte.

Aan de hand van storytelling, als eerste stap in het projectprocess,

wordt gepeild naar de noden en wensen van bewoners.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

91

5. Circulaire en productieve stad

Hoewel wonen en werken (of ook: “denken” en “produceren”)

vaak nog gescheiden van elkaar georganiseerd

worden, weten we ondertussen dat beide

mekaar nodig hebben. Meer nog: om een gezonde,

circulaire economie uit te bouwen, zullen ketens

binnen een zo kort mogelijke afstand gesloten moeten

worden. De stad heeft dus productie nodig! Dat

is één van de grote uitdagingen voor de testwijken,

waar bedrijvigheid nu vaak nog plaats moet maken

voor vastgoedontwikkeling.

Rotterdam

Dit thema wordt opgenomen in functie van hergebruik van materiaal

in de aanleg van de openbare ruimte. Een pilot ‘in de rey van morgen’

toont wat dit kan betekenen voor de wijk: hier worden verschillende mogelijkheden

getest om de bestaande tegels te hergebruiken. Uiteindelijk

zou één methode gekozen moeten worden om die over heel de wijk toe

tegaan passen (op dit moment wordt het handboek met de Rotterdamse

Stijl herdacht, met inbegrip van de resultaten uit de pilot Reyeroord). Op

vlak van groenafval wordt geëxperimenteerd met innovatieve circulaire

oplossingen op maat van de wijk (cyclus van berkentakken).

Almere

In Almere wordt gewerkt aan recyclage van beton en steenpuin waarmee

nieuwe waardevolle producten mee kunnen gemaakt worden. Het

beheerproject wil hier mee aan de slag gaan. Het ambitieniveau m.b.t.

circulariteit is nog voer voor discussie.

Leiden

Dit thema wordt opgenomen in functie van hergebruik van materiaalin

de aanleg. Afvalbeheer wordt beter geïntegreerd in het straatbeeld .Qua

water(her)gebruik wordt nog niet systemisch gedacht in functie vanhergebruik

om droge periodes te overbruggen.

Zoetermeer

Qua hergebruik van materialen is er nog niet veel op gang gebracht. circulairgroenbeheer

is ook nog niet aan de orde.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

92

6. Gezond voedsel

Onze voedselproductie, die nu zeer intensief en

hoogtechnologisch georganiseerd is, moet in overeenstemming

worden gebracht met een gezond

ecosysteem en met onze nood aan verstedelijking.

Lokaal geproduceerd voedsel is veel duurzamer en

gezonder dan voedsel geïmporteerd uit andere werelddelen.

Voedselparken die als groene longen diep

in de stad doordringen en voor ontspanning en ontmoeting

zorgen zijn de stadsparken van de 21ste

eeuw. Zo kunnen ketens gesloten worden tussen de

kringlopen van organisch afval, voedsel, water en

energie. Hoewel de voedselopgave op dit moment

nog zeer laag op de agenda staat van de testwijken,

zijn er heel wat kansen om voedselproductie in te

zetten om de sociale cohesie in en tussen de wijk te

versterken.

Rotterdam

Er zijn wat initiatieven die hier raakvlakken mee hebben Er is het bewonersinitiatief

“Aardgas(t)vrij koken”, wat koken als verbinder tussen verschillende

culturen koppelt aan aardgasvrij koken. Dit wordt door onze

collega’s gefaciliteerd. Er zijn ideeën voor een pluktuin/voedselbos,

maar dit is nog weinig concreet. Ook mogelijk te combineren met ambities

op het vlak van gezonde leefstijl en een gezondheidsambassadeursproject.

Daarnaast ligt er in de zuidoost hoek van Reyeroord een boomgaard.

Hier wordt verkend wat de mogelijkheden zijn om hieromheen

een wijkcoöperatie op te zetten, waarbij dagbesteding, ontwikkeling en

voedselproductie gekoppeld worden.

Almere

Nog onduidelijk hoe hiermee aan de slag wordt gegaan.

Leiden

Er worden optie ruimtes ingetekend die in participatief overleg zouden

kunnen ingezet worden voor stadslandbouw. Er is echter geen overkoepelende

voedselstrategie.

Zoetermeer

Er zijn heel kleinschalige initiatieven van de bewoners. Vanuit de overheid

bestaat een programma rond voedsel op de stadsboerderij. Daar

wordt met schooltuinen ingezet op educatie.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

93

4.3 Procesaanpak

Niet alleen waarover beheer gaat is belangrijk, maar

ook de manier waarop. Beheer heeft verschillende

“knoppen” in handen om aan te draaien, deze zien

we ook terugkomen in de ‘sleutels voor beheer’. In

dit hoofdstuk lichten we reeds de verschillende aandachtspunten

in de procesaanpak toe, en worden

de gemeenten en hun testwijken vergeleken op de

mate waarin ze nu al aan deze knoppen draaien:

1. Procesparticipatie

2. Zelfbeheer

3. Over sectoren heen

4. Informatie-lagen stapelen

Deze aspecten zullen in de komende hoofdstukken

verder uitgediept worden door middel van de

expertopdrachten. De processparticipatie en burgerbetrokkenheid

zal door Endeavour (5.2) verder

uitgewerkt worden, terwijl de transsectorale en

meerlagige structuur van de transitieopgaven zowel

door H+N+S (5.1) als AWB (5.3) aangevlogen worden.

ambitieniveau

4

5

6

3

7

2

8

1

9

0

10


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

94

1. Procesparticipatie

Participatie is zoveel belangrijker geworden dan

een decennium geleden, ook binnen stadsbeheer.

Als gemeente is het vanzelfsprekend geworden dat

je burgers, organisaties en bedrijven op een (inter)

actieve manier betrekt in beleidsvorming, ontwerpprocessen

en het dagdagelijks onderhoud van straten

en wijken. Onder participatie vallen verschillende

niveaus van interactie tussen de gemeente en

haar inwoners: van informeren, tot deelnemen, tot

co-creëren in partnerschap, tot louter omkadering

of ondersteuning bieden aan autonome initiatieven.

In de testwijken zien we dat participatie steeds onderdeel

is van het ontwikkelproces van de wijktransformatie.

In sommige gevallen maakt het inherent

deel uit van iedere fase van het proces van begin af

aan, zoals in Reyeroord. In andere gevallen wordt

het vooral in de conceptfase ingezet als een tool om

ideeën te verzamelen. In nog andere gevallen wordt

de participatie overgelaten aan het bouwteam in de

fase vlak voor uitvoering, waarbij de focus eerder

ligt op het informeren van bewoners.

4

5

6

4

5

6

3

7

3

7

2

1

8

9

2

1

?

8

9

0

10

0

10

Rotterdam

Reyeroord staat enorm sterk op het vlak van participatie. De participatiestrategie

zet vooral in op testen op kleine schaal waarna input kan

verzameld worden vanuit de bewoners. Ook tracht het met een app, de

‘Gemeentepeiler’, informatie te delen en uit te wisselen. Het verdere

participatietraject wordt al doende opgebouwd. Er wordt erkend dat er

nog wel nood is aan een neutrale tussenpartij die processen kan faciliteren

(zoals nu bijvoorbeeld al gebeurt met de stichting Tussentuin of de

Veldacademie).

Almere

Er zijn ambities om nieuwe stappen te zetten in participatieprocessen.

Tot nu bestonden die voornamelijk uit bewonersavonden en interactie in

de bouwteamfase. Men wil voor deze pilot ook vooraan in het project de

buurt betrekken.

4

5

6

4

5

6

3

7

3

7

2

8

2

8

1

9

1

9

0

10 0

10

Leiden

Vanuit de politiek is er een wens om participatief aan de slag te gaan.

Tegelijk zijn er vragen over het ‘hoe’ en op welk moment participatie

werkbaar en nuttig kan zijn. Participatie op het verkeerde moment (wanneer

het onderwerp nog onvoldoende concreet is) wordt als vertragend

aangevoeld. De grootste moeilijkheid blijkt om een groep bewoners te

mobiliseren die ook echt de sociale diversiteit van de wijk weerspiegelt.

Binnen de Gasthuiswijk9 wordt dit vooral binnen de bouwteamfase bedacht,

al is dit nog niet volledig uitgedacht. Er zijn binnen de wijk wel

ook kleine participatieprojecten gepland voor de invulling van specifieke

zones (de parkeerzone voor een groepwoningen, de binnentuinen van

appartementsblokken, …).

Zoetermeer

In een eerste fase werden reeds verhalen van bewoners opgehaald aan

de hand van “storytelling”. Na de afronding van de wijkverkenning (gepland

voor december 2019) zullen de bewoners opnieuw betrokken

worden bij het uittekenen van een projectplan. Op dagdagelijkse basis

worden de aspiraties van bewoners meegenomen in de beheeruitvoering,

zoals de heraanleg van straatprofielen of het groenbeheer in de nabijheid

van woningen. Aan iedere ingreep gaan persoonlijke gesprekken

vooraf tussen de wijkbeheerder en de bewoners.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

95

2. Zelfbeheer / Commons

Zelfbeheer is het vrijwillig onderhouden van delen

van de openbare ruimte door derden, waarbij

het openbare karakter van het object gehandhaafd

blijft. Bewoners nemen kleine of grotere taken over

van de gemeentelijke beheerdiensten, gaande van

het (groen)onderhoud van een voor- of binnentuin,

schoonmaakacties of de adoptie van het onderhoud

van speelveldjes. In de testwijken zien we voorbeelden

van spontaan zelfbeheer; in De Marken bijvoorbeeld

worden op sommige plekken delen van de

publieke ruimte ingericht als moestuin. In andere gevallen

worden expliciet afspraken gemaakt tussen

bewoners en gemeente over hoe ze de beheertaken

en de verantwoordelijkheden verdelen; in Meerzicht

wordt al sinds de ontwikkeling van de wijk gewerkt

met beheercontracten. Zelfbeheer zou ook een bewuste

vorm van burgerparticipatie kunnen worden,

waarbij het eigenaarschap bij bewoners over hoe

zij hun eigen woon- en leefomgeving willen invullen

optimaal gestimuleerd wordt. Vanuit een groeiende

betrokkenheid kunnen bewoners problemen in de

wijk mee signaleren, neemt de sociale samenhang

en samenwerking toe en ontwikkelt de identiteit van

straat en wijk. Tegelijkertijd kan de vraag gesteld

hoe ver je hierin gaat: waar en hoe bewaak je de eenheid

en kwaliteit in een stad?

3

4

5

6

7

3

4

5

6

7

2

1

8

9

2

1

?

8

9

0

10

0

10

Rotterdam

In het participatietraject wordt zo veel mogelijk gezocht naar initiatieven

die vanuit de bewoners zelf komen, maar dit blijkt vaak moeilijk uit te

lokken. Daarom wordt bewust samengewerkt met reeds bestaande organisaties

(scholen, de speeltuinvereniging, Pameijer, de kerk, de moskee,

de supermarkt, de welzijnsorganisatie). Wat wel blijkt is dat bewoners

bereid lijken te zijn initiatieven die opgestart worden door/met de

gemeente (zoals het pop-up café in de groenstrook) zelf door te zetten.

De groene gebieden tussen de woningblokken bevatten ook een eigendom

en beheervraagstuk. Het land is van de gemeente, het beheer voor

de vereniging van eigenaars. Wordt deze verkocht? Kan deze in zelfbeheer?

Nieuwe commons?

Almere

In de wijk zijn al enkele tuintjes in zelfbeheer te vinden op publieke

grond. Deze zijn eerder spontaan ontstaan en geven een indicatie van de

behoefte van dat soort ruimtes. Tegelijk liggen de gesloten binnentuinen

er verlaten bij: hier werd zelfbeheer al eens getest en bleek het onsuccesvol.

Er wordt een opgave erkend om een juist kader te genereren dat

zelfbeheer mogelijk maakt. Daarbij wordt er gewerkt op het spanningsveld

tussen de aanleg van grootschalig groen en tegelijk ruimte creëren

voor interactie en zelfbeheer.

4

5

6

4

5

6

3

7

3

7

2

8

2

8

1

9

1

9

0

10

0

10

Leiden

Voorlopig wordt er nog niet veel gedacht om gebieden in zelfbeheer te

laten. Wel wordt er nagedacht om in specifieke zones (stadslandbouwgebieden

in fase 1, en groene nissen in fase 2) bewoners te betrekken.

Er is echter geen discours, organisatie of tussenpersoon die dit ondersteunt;

ook lijkt het moeilijk om budgetten hiervoor te vinden.

Zoetermeer

Op verschillende plaatsen komen adoptietuintjes voor. Deze vormen een

goed voorbeeld hoe een groenruimte opgeëist kan worden en zo ook

bijdraagt aan de publieke omgeving.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

96

3. Over sectoren heen

Alle opgaven die samenkomen in de publieke ruimte:

het is kans en tegelijkertijd een enorme complexiteit.

Beheer kan niet langer louter beslist beleid uitvoeren,

maar komt mee aan de voorkant van een alternatieve

aanpak te zitten. Het wordt dus belangrijker

om ook met andere sectoren, niet het minst binnen

de gemeente zelf, samen te werken. Hoe stemt

Stadsbeheer af met de dienst Stadsontwikkeling,

Maatschappelijke Ontwikkeling, Werk en Inkomen,

Financiën, etc.? Hiervoor bestaat geen recept en in

de testwijken zien we dat iedere gemeente hier op

een andere manier mee omgaat. Met Reyeroord als

case werd in Rotterdam een intersectoraal platform

opgericht dat tweewekelijks samenkomt. In Leiden

werd voor de pilot Zuid-West een projectteam aangesteld

uit Stadsbeheer én Stadsontwikkeling.

Almere stelde voor de transformatie van De Marken

een transitiemanager aan.

4

5

6

4

5

6

3

7

3

7

2

8

2

8

1

9

1

9

0

10

0

10

Rotterdam

De gemeente werkt aan de pilot Reyeroord met een kernteam uit de

beheerorganisatie én een geïntegreerd platform dat tweewekelijks

ontmoet. Binnen dat platform opereren ontwerpers, beheerders, wijkbeheerder/regisseur,

ingenieurs, projectmanagers, etc … vanuit de verschillende

clusters van de gemeente (maatschappelijke ontwikkeling,

stadsontwikkeling, werk en inkomen, dienstverlening). Er wordt wel ook

parallel een ontwikkelingsperspectief opgesteld, de inzichten die binnen

dit perspectief ontstaan worden ook meegenomen. Doch is deze

nog niet heel ver ontwikkeld.

4

5

6

Almere

Door de inventarisatie van actoren en stadsdiensten wordt de eerste

stap gezet naar het integreren van overheidsactoren en de tussenschotten

tussen beleidsdomeinen weg te halen. Er blijkt dat er wel nog veel

werk hier te verzetten is.

4

5

6

3

7

3

7

2

1

8

9

2

1

?

8

9

0

10

0

10

Leiden

Het is nieuw voor de gemeente Leiden dat een ontwerp component

wordt toegevoegd aan een beheersvraagstuk. De twee partijen zijn

hierover enthousiast. De verschillende denkkaders vullen elkaar aan.

Binnen het Zuid-West project blijft het echter moeilijk om overzichtelijk

alle dynamieken en projecten op elkaar af te stemmen (verstedelijkingsopgave,

energie, sociale vraagstukken…). Er lijkt een wens te bestaan

voor een gebiedsmanager: een functie die over projecten heen alle dynamieken

in een gebied opvolgt. Door dat er tegelijkertijd een ontwikkelperspectief

wordt ontwikkeld en een beheersopgave wordt aangepakt,

is het ook niet evident om keuzes te maken. De vraag stelt zich hoe een

nog niet bepalend/onzeker toekomstplan leidend kan worden voor een

beheersvraagstuk.

Zoetermeer

Nog onduidelijk hoe hiermee aan de slag wordt gegaan.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 3. Gedeelde opgaven

97

4. Informatielagen stapelen

Stadsbeheer heeft goud in handen wat betreft de

data die het bezit. Niet alleen weet beheer hoe de

publieke ruimte is aangelegd, het heeft ook informatie

over hoe die uiteindelijk gebruikt wordt en in welke

staat die zich bevindt. Maar het is dan ook van

cruciaal belang die informatielagen consequent verzameld

worden, én dat ze vertaald worden op zo’n

manier dat ook andere sectoren er mee uit de voeten

kunnen.

3

4

5

6

7

3

4

5

6

7

2

1

8

9

2

1

?

8

9

0

10

0

10

Rotterdam

Via de gemeentepeiler wordt de wijk soms bevraagd over de Stad-Ups.

Men wil ook inzetten op materialenpaspoorten om hergebruik van materiaal

mogelijk te maken.

Almere

Nog onduidelijk hoe hiermee aan de slag wordt gegaan.

3

4

5

6

7

3

4

5

6

7

2

1

8

9

2

1

?

8

9

0

10

0

10

Leiden

Er wordt getracht om overzichtelijk data te verzamelen en te delen. Er

zijn echter nog teveel systemen die naast en over elkaar bestaan. Er is

een grote stap gezet met het opzetten van een geïntegreerde aanbodskaart

en bijbehorende timing.

Zoetermeer

Nog onduidelijk hoe hiermee aan de slag wordt gegaan.


+ €

A B C D

+ €


Beheer

MO



Handboek

2.0



Delta Atelier Stedelijk Beheer 99

Sleutel 4

duurzaamheids

winkel

Door kaartlagen

opstadsniveau op

elkaar te stapelen,

bouwen we een tool

om beheeropgaven

te integreren met de

transitie-ambities.

Energie

transitie

Transport


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4 Expertopdrachten

100

4.1 Beheer en de stad (H+N+S) 104

4.2 Beheer en de burger (Endeavour) 134

4.3 Beheer en de wijk (AWB) 160

4.4 Beheer en het geld (Jelte Boeijenga) 180


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4. Expertopdrachten

101

Uit het eerste Werkatelier werden collectieve bevindingen en vragen

opgehaald en aan elkaar afgetoetst. Als conclusie werd gesteld

dat beheer vanuit verschillende schaalniveaus kan bekeken

worden. Het wijkniveau ligt voor de hand: beheer opereert

voornamelijk vanuit deze schaal. Maar het is ook interessant

om vanuit het standpunt van de burger (“van onderuit”) en

vanuit het stadsregionale niveau (“van bovenaf”) naar de opgaven

voor beheer te kijken. Ten slotte ligt onder deze schaalniveaus

ook een ander vraagstuk dat in het verkenningstraject

werd gedetecteerd: dat van het geld. Zonder een idee van de

“business case” is het allemaal mooi wat we met elkaar bedenken,

maar geraken we niet voorbij de business as usual. In

een volgende fase werden vier experts uitgenodigd om mee

te denken over de toekomst van beheer.


+ €

+ €

+ €


Delta Atelier Stedelijk Beheer 103

Sleutel 5

Op basis van een

stadsregionale visie

kan de aanpak in

wijken onderling

gedifferentieerd

worden.

+ €

wijkprogramma beheerslab

A B C D


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

104

4.1.1 Opgave 105

4.1.2 Onderzoeksvraag 105

4.1.3 Aanpak hitte-overlast 106

4.1.4 Aanpak wateroverlast 110

4.1.5 Aanpak energietransitie 114

4.1.6 Aanpak mobiliteitsverandering 118

4.1.7 Conclusies 126

Dit hoofdstuk werd uitgewerkt door H+N+S


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

105

4.1.1 Opgave

De opgaven voor stedelijk beheer worden op verschillende

schalen en vanuit meerdere richtingen

aangevlogen. H+N+S Landschapsarchitecten staat

aan de lat voor het schaalniveau van de stad, met

Leiden als casus. In deze quick-scan concentreren

we ons op de hitte-, water-, energie- en mobiliteitsopgave

van de stad: grote transities die de vorm en

werking van de stad blijvend zullen beïnvloeden. En

we kijken hoe beheer en onderhoud van alles wat

in de niet-bebouwde ruimte van de stad omgaat zó

kan worden opgezet dat het aan de oplossing van

de stedelijke energie- en klimaatopgave bijdraagt.

In het navolgende betoog ontwikkelen we aan de

hand van de omgang met de vier benoemde vraagstukken

een aantal kansen voor een aanpak van

stedelijk beheer gebaseerd op de samenhang der

dingen, op de schaal van de stad en gericht op de

toekomst in plaats van op behoud van het bestaande.

1.

grote opgaven

hitte-overlast

wateroverlast

energietransitie

mobiliteitsverandering

1.

grote opgaven

hitte-overlast

wateroverlast

energietransitie

mobiliteitsverandering

4.1.2 Onderzoeksvraag

Daarbij gaan we uit van de volgende onderzoeksvraag,

waarin oplossingen voor opgaven op stadsschaal

worden gekoppeld aan de praktijk op de

schaal van de wijk:

Hoe ziet beheer eruit, dat bijdraagt aan de

oplossing van de grote opgaven van de stad en

wat betekent dit vervolgens voor de praktijk op

wijkniveau?

Om deze vraagstelling te onderzoeken richten we

ons op de vraag hoe stedelijk beheer kan bijdragen

aan:

het oplossen van het hittevraagstuk

het ‘verzachten’ van de stedelijke buitenruimte

i.r.t. de waterproblematieken en hoe dat dan

weer te rijmen valt met de intensiveringsopgave

van de het stedelijk gebied;

• de energie-opgave in de stad en dan met name

vanuit het perspectief van de (ondergrondse) infrastructuur

die daarvoor nodig is;

het mobiliteitsvraagstuk in de stad met het oog

op de transformatie naar een slimmer en efficiënter

verkeers- en mobiliteitssysteem

Omdat het hier gaat om een ruimtelijk onderzoek

richten we ons op de ruimtelijke effecten van de

transitie-opgaven. Waar ontstaat door slim om te

gaan met de transitie-opgaven op stadsniveau ruimte?

En waar is juist ruimte gevraagd? En zijn er kansen

om dure boven- en ondergrondse infrastructuur

te vermijden?

3. praktijk beheer

op wijkniveau

2. oplossingen opgaven

op de schaal van de stad


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

106

Fig. 1: Hiite-overlast heeft verschillende oorzaken: verharding,

dichtheid, maar ook intensief (weg)gebruik en gebrek aan hoge

windsnelheden.

Fig. 2: Langdurige hittegolven kunnen in de stad voor grote gezondheidsproblemen

zorgen, zoal de hittegolf in Parijs in 2003

heeft aangetoond.

Fig. 3: Ook in Nederlandse steden is sprake van ongelijke opwarming,

met enkele graden verschil tussen binnen- en buiten

de stad als gevolg. Hoe roder, hoe groter het verschil.

4.1.3 Aanpak hitte-overlast

Een verschijnsel dat in toenemende mate van belang

is voor steden is het fenomeen van het hitte-eiland,

waarbij sommige delen van de stad meer opwarmen

(en vooral minder afkoelen) dan andere

delen en dan het omliggende landschap, vanwege

hun (intensieve) gebruik (mobiliteit, airco’s), dichtheid,

hoeveelheid verharding, gebrek aan groen en

water, lagere windsnelheden en andere factoren.

(fig. 1) Het temperatuurverschil tussen binnen de

stad en daarbuiten kan oplopen tot enkele graden.

De hoge temperaturen kunnen leiden tot gezondheidsproblemen,

vooral bij ouderen en kinderen. Die

problemen doen zich in eerste instantie vooral voor

bij (langdurige) hittegolven waarbij de stad ’s nachts

niet de mogelijkheid heeft om de warmte kwijt te

raken en het de volgende dag dus verder opwarmt.

Gecombineerd met een gebrek aan wind kan de

temperatuur hierdoor erg snel stijgen. De hittegolf

waarmee Parijs in 2003 te maken kreeg is exemplarisch

voor de urgentie van deze kwestie. Naarmate

de hittegolf langer duurde nam het aantal hitte-gerelateerde

sterftegevallen sterk toe. (fig. 2) Vooral

voor ouderen en zwakkere groepen is deze lokale

toename van de temperatuur een mogelijk gevaar.

Gezien de verwachtingen van een meer wisselvallig

weerbeeld met meer extreme perioden neemt

de urgentie van het hittevraagstuk alleen maar toe.

Ook in Leiden en omstreken is dit beeld te herkennen.

Een cartografische analyse van het RIVM laat

zien dat op jaarbasis een gemiddeld temperatuurverschil

van 2,5 graden tussen binnen en buiten

de stad aan de orde is. (fig. 3) Het werkelijke getal

hangt af van allerlei factoren en zal plaatselijk nog

hoger zijn, maar het verschil staat vast. Daarbij valt

op dat vooral dichte wijken te maken krijgen met een

hoger temperatuurverschil: de binnenstad, de oudere

dichte wijken van rond het begin van de 20e eeuw

en ook gebieden met veel verharding zoals bedrijventerreinen.

Wijken die aan het landschap liggen,

maar ook wijken die meer ‘dooraderd’ worden door

groenblauwe structuren doen het beter. Verhard oppervlak

draagt direct (minder verdamping) en indirect

(licht absorberende materialen zoals asfalt en

bitumen daken) bij aan hitte-eilandvorming. Daarom

is de kaart van het verhardingspercentage (het deel

van een cel dat ondoordringbaar is, van 0-100%) een

goed startpunt voor het begrijpen van deze problematiek.

(fig. 4) Ook hier weer komen bedrijventerreinen

en de dichtbebouwde wijken naar voren. Ook is

er een verschil te zien tussen bijvoorbeeld de ‘stempelbouwwijken’

van de jaren ‘60 en de meer woon-


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

107

Fig. 4: Verharding (en ondoorlaatbaarheid van de bodem) is een

belangrijke component van stedelijke hittevorming. Donkere gebieden

zijn meer verhard, witte gebieden onverhard.

Fig. 5: De Parijse aanpak tegen de gevolgen van hittestress

heeft onder te maken met het inzichtelijk en toegankelijk maken

van koele publieke ruimten en parken.

erf gerichte wijken uit de jaren ‘80. Het eerste model

heeft een veel groenere en doorlatender structuur

op kleine schaal (gebouwen in een zee van groen),

de tweede heeft op de schaal van de wijk weliswaar

een onverharde groenblauwe kern, maar kent verder

veel verharding. Dit komt later ook terug bij de waterproblematiek

– elke wijk zijn eigen structuur en

daarmee zijn eigen problematiek.

Strategieën om hittestress tegen te gaan zijn er inmiddels

ook. Als reactie op de hittegolf van 2003

in Parijs is er een uitgebreid hitteplan opgesteld,

dat zich onder andere richt op het beschikbaar en

openbaar stellen van koele plekken, waterpunten

en groene ruimten, vooral voor de zwakkere groepen

zoals ouderen en kinderen. Deze strategie is

gekoppeld aan een interactieve kaart waarop zowel

de dichtstbijzijnde parken en openbare koele gebouwen

(bijv. kerken, musea, bibliotheken) te vinden

zijn, als ook watertappunten en fonteinen. (fig. 5) De

publieke ruimte (het wit op de Nolli-kaart) krijgt zo

een extra betekenis in tijden van extreme hitte. Ook

wordt gezocht naar een meer preventieve aanpak.

Bijvoorbeeld in Singapore, waar als onderdeel van

de Strategies for cooling Singapore – een breed onderzoeksproject

vanuit meerdere universiteiten en

publieke organisaties - een pakket met 80+ maatregelen

is opgesteld om in de ontwikkeling van de

stad rekening mee te houden. (fig. 6) Daarbij horen

de materiaalkeuze, het energieverbruik, de vorm en

geleding van de bebouwing, het aanbrengen van

schaduwplekken, het toevoegen van vegetatie, om

een paar van de principes te noemen.

Een heel tastbaar voorbeeld komt uit New York (in

navolging van andere steden) waar vanuit een publiek

initiatief in totaal 1.000.000 bomen zijn geplant.

(fig. 7) Hoewel het planten van bomen niet een-op-

Fig. 6: Veel kleine (ontwerp)beslissingen dragen samen bij

aan een manier van werken waarin stedelijke opwarming

kan worden verminderd.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

108

Fig. 7: Veel kleine (ontwerp)beslissingen dragen samen bij aan een

manier van werken waarin stedelijke opwarming kan worden verminderd.

een zorgt voor het oplossen van de hitte-problematiek,

maakt een dergelijk initiatief het probleem

en de oplossing wel tastbaar en kan het bovendien

ook bijdragen aan de wateropvangcapaciteit van de

buurt en een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit.

Hieruit blijkt weer de nauwe relatie tussen

de ene problematiek en de andere (samenhang

hitte- en watervraagstuk). Zo verbinden groenblauwe

structuren niet alleen stad en land, maar kunnen

deze ook ecologisch interessante gebieden en

verbindingen vormen. Een vorm van werk met werk

maken. (fig. 8) Ook op een meer regionale schaal is

de hitte aan te pakken. De gemeente Arnhem heeft

met het opstellen van hun hittekaart een zonering

voorgesteld voor verschillende gebieden in de stad,

gekoppeld aan een actiepakket voor vergroening,

het verbeteren van windcorridors en het aanpakken

van knelpunten. (fig. 9) Er wordt actief gebruik gemaakt

van de ligging van de stad aan de rand van de

Veluwe en aan de rivier.

Zo gezien is de groene, blauwe en open, onbebouwde

(!) ruimte in de stad als het ware de onderlegger

voor een hittebestendige stad. Vanuit deze basis

kan een hitte-plan worden opgesteld waarin de

wijken met voldoende groen en lagere dichtheden

(nog) minder opwarmen en waarbij in dichte wijken

met weinig groen op gebouwniveau extra voorzieningen

nodig zijn, opdat zo de toegang tot koele

(groene) plekken gegarandeerd blijft. (fig. 10)

Fig. 9: Op grotere schaal zijn er structuren leesbaar en eigenschappen

bruikbaar om stedelijke opwarming te verminderen

en te voorkomen.

Fig. 8: Het groenblauwe netwerk vormt de basis voor een klimaatbestendige

stedelijke omgeving en draagt bij aan de biodiversiteit

en de kwaliteit van de leefomgeving.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

109

Fig. 10: Er zijn binnen de stad verschillende soorten groenblauwe netwerken,

structuren en open ruimten die kunnen worden gebruikt als basis

voor een hitte-mitigerende ontwerp- en beheerstrategie.

open houden van grote

corridors

open houden van grote

open ruimten

versterken van lanen en

singels op wijkniveau

schaduwrijke complexen

bereikbaar houden

(verder) vergroenen

stedelijke ruimtes


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

110

Fig. 11: Wateroverlast is een groeiend probleem bij extremer

en wisselvalliger weer, vooral in gebieden waar veel kans is op

schade.

Fig. 12 Het watersysteem van Leiden: waar zit ruimte om piekbelastingen

op te vangen?

4.1.4 Aanpak wateroverlast

De tweede grote opgave die we aanstippen is de

stedelijke wateroverlast. Een wisselvalliger weerbeeld

levert in de toekomst meer langdurige en hevige

regenbuien op, dat voor pieken zorgt in de belasting

van het rioolsysteem. Deze piekbelasting

kan problemen opleveren voor de stad in de vorm

van overstorten en overstromingen met alle daaruit

volgende schade. (fig. 11) Dit omdat het riool overbelast

raakt en het water niet op andere wijze voldoende

kan worden geborgen, opgenomen in de grond

of kan worden afgevoerd. Deze overlast is niet gelijk

verdeeld. In de waterkaart van Leiden valt de slinger

van de Oude Rijn op, als ook de daarop ontstane

aftakkingen en kanalen: het boezemsysteem met

flexibel peil dat zorgt voor de afvoer van het overtollige

water uit de stad. (fig. 12) Daaromheen liggen

enkele grote open waters. De verschillende wijken

hebben elk een eigen waterstructuur die in de

meeste gevallen aan de boezem gekoppeld is. In enkele

gevallen is er sprake van onderbemaling, of is

binnenstedelijk groen onderdeel van het polderwatersysteem.

Behalve het watersysteem zijn ook belangrijk

het maaiveldniveau, de mate van verharding

in de wijken, de capaciteit van het riool en eventuele

buffers om de pieken op te vangen piekbuffers.

Op de schaal van de stad kan worden ingegrepen

om aanhoudende waterproblematiek te voorko-

Figuur 2: watersysteem gemeente Leiden

Waterplan Leiden Visie op water in leiden 2007-2015 pagina 8

Fig. 13: Het Water Plan voor New Orleans gaat uit van een op de

ondergrond gebasseerde herstructurering van het stedelijke watersysteem,

gekoppeld aan nieuwe openbare ruimten langs het

water.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

111

men. In het Water Plan for New Orleans is vanuit de

landschappelijke context en een probleemanalyse

van het huidige watersysteem (dat tegen de gevolgen

van de orkaan Katrina niet opgewassen bleek)

een vernieuwd watersysteem ontworpen dat beter

rekening houdt met de landschappelijke condities

en de verstedelijking dan voorheen het geval

was (bijvoorbeeld in de laag gelegen ‘kommen’ met

veel bebouwing). (fig. 13) Kern van de nieuwe aanpak

vormt een reeks ingrepen en veranderingen op

stadsschaal die zich richten op principes zoals het

vertragen en tijdelijk opslaan en gebruiken van water.

Vervolgens levert dit op wijk- en buurtniveau

weer een reeks bouwstenen op die aansluiten op de

strategie op stadsniveau. Op de schaal van de stad

wordt het probleem zichtbaar en kunnen voorstellen

voor systeemveranderingen worden gedaan. Maar

ook op de schaal van de wijk kan er veel worden gedaan.

De herstructureringsplannen voor pilotproject

Haagweg-Zuid in Leiden zijn hier een goed voorbeeld

van. (fig. 14)

In dit project is te zien wat de winst kan zijn wanneer

waterbewust wordt gekeken naar de beheeraanpak.

De huidige groenstructuur, met veel open

kamers maar ook met veel verharding (wegen en

parkeren) wordt hier op twee manieren aangepakt.

Ten eerste wordt er een hiërarchie aangebracht in

het groen. Een nieuwe groene ‘ruggengraat’ verkleint

het verhard oppervlak in de centrale noordzuid

as en fungeert als groene hoofdstructuur, ook

voor de aansluiting op de groene structuren buiten

de wijk. Een reeks woonvelden, open groene ruimten

ligt hieraan. Verder van de weg ligt een reeks

watertuinen. Ten tweede wordt het gebruik van de

openbare groene ruimte gedifferentieerd vanuit het

doel het waterbergend vermogen te vergroten. Nu

is het groen overal hetzelfde. In het voorstel hebben

de verschillende groene vlakken een specifieke

waterfunctie gekregen, met als meest duidelijke

voorbeeld de watertuinen. Die differentiatie wordt

bereikt met toepassing van een reeks maatwerk-oplossingen

die de wateroverlast plaatselijk te verminderen.

(fig. 15) Deze bouwstenen zijn onderdeel van

een ruimtelijke ‘gereedschapskist’ die voor de stad

Leiden is ontwikkeld, waarin strategieën op kleinere

schaal (natte tuin, waterbergend achterpad) en

grotere schaal (waterberging wegennet, waterpark)

samen een grote variatie aan mogelijke oplossingen

bieden, die in de vervanging en implementatie van

beheerprojecten kunnen worden meegenomen.

Fig. 14: De herinrichting voor Haagweg-Zuid in Leiden breng

vanuit wateroverlast mitigerende oplossingen een nieuwe

hiërarchie aan in het groensysteem van de wijk.

Fig. 14: De groen-blauwe structuur van de wijk krijgt een

nieuwe impuls en gaat tegelijkertijd wateroverlast tegen.


0 200 1000 m

N

Courzandseweg

loedig regenwater

m van een wadi. De

zo weer een groene

Klimaatadaptieve maatregelen krijgen

meer kracht wanneer alle partijen zoals

de Gemeente Rotterdam, WaterSensitive,

Woonbron, het Havenbedrijf van Rotterdam

en bewoners gaan samenwerken.

Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

112

Groene openbare ruimte en

private tuinen

Tijdelijke wateropvang

in de Koedood

Wateropvang

in kratten onder de weg

GROENKAART

Groenkaart (%) inclusief agrarisch gebied

arboretum

begraafplaats

golfterrein

ijsbaan

natuurgebied, natuurreserv

recreatiegebied

sportterrein, sportcomplex

volkstuinen

Fig. 16: In Heyplaat in Rotterdam wordt de vernieuwing van het

riool aangegrepen om ook de wegen, lanen en kaden van klimaatvoorzieningen

en nieuwe ruimtelijke kwaliteit te voorzien.

Tijdelijke wateropvang

in slimme regentonnen

Principevoorstellen

klimaatadaptieve

straten

Fig. 17: Het aangeschakelde netwerk van groene lanen, kades,

sport- en parkvoorzieningen, en open landschap vormt de basis

voor een meer waterbestendige stedelijke omgeving.

Het meenemen van zulke maatregelen bij de vervanging

van het riool, of bij andere grote werkzaamheden

die op stapel staan, is één van de mogelijke

winsten van een meer integrale blik op beheer. Zo

wordt werk met werk gemaakt en hoeft de straat

maar één keer open.

Een ander voorbeeld hiervan is te zien in de inrichtingsvisie

voor Heyplaat, waar de rioolvervanging

ook wordt aangegrepen als kwaliteitsimpuls voor

de wijk. (fig. 16) De rioolvervanging draagt hier ook

bij aan de verduurzaming van de openbare ruimte.

In dit geval door vanuit het verbeteren van de klimaatbestendigheid

de straatprofielen een opknapbeurt

te geven en de openbare ruimte te verbeteren.

Die koppeling tussen de groene ruimte, de kwaliteit

49

daarvan en hoe dit alles meehelpt aan het vergroten

van het waterbergend vermogen is ook te zien in de

groene overzichtskaart van Leiden. (fig. 17) Op basis

van de groenkaart van het RIVM is hierin het percentage

groen per cel van 10x10m opgenomen (bijna als

een soort tegenhanger van de verharding-kaart) en

daarbovenop zijn de openbare groenstructuren geprojecteerd;

parken, lanen, sportvelden, enzovoorts.

Meerdere voorbeelden op wijkniveau, zoals dat

van Haagweg-Zuid, vormen samen op een grotere

schaal een stadsnetwerk van oplossingen die wateroverlast

voorkomen. Tegelijkertijd kan de aanpak

van de wateroverlast op de schaal van de stad, met

meer en minder kwetsbare gebieden, leiden tot aanbevelingen

die per wijk verschillend zijn.

Eén van de aanbevelingen kan zijn dat wijken zoveel

als maar mogelijk ‘hun eigen broek ophouden’ als

het om wateroverlast gaat, terwijl andere afhankelijk

blijven van een regenwaterafvoer om snel water

af te kunnen voeren. Dit heeft gevolgen voor de grote

rioolvervangingsopgave, want voor wijken waar

de ‘spons’-werking kan worden vergroot, is een gescheiden

rioolsysteem misschien helemaal niet nodig.

De noodzaak om dat wel te doen geldt dan alleen

voor de dicht bebouwde wijken, of de meest

kwetsbare openbare voorzieningen, waar vanwege

ruimtetekort en maatschappelijk belang een gescheiden

riool en regenwaterafvoer de voorkeur verdienen.

(fig. 18)


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

113

Fig. 18: Gekoppeld aan wijktypen en de mogelijkheid tot verzachten

kan een eerste indeling worden gemaakt van welke maatregelen waar

kunnen gaan werken. Sommige wijken ‘houden hun eigen broek op’; in

andere wijken kan het snel afgevoerd worden.

binnen de wijk zolang

mogelijk vasthouden:

centraal verzamelen

binnen de wijk zolang

mogelijk vasthouden:

decentraal netwerk

binnen het complex zo

lang mogelijk vasthouden:

meer opslag creëren

zo snel mogelijk afvoeren

(en gescheiden systeem)


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

114

2035

ISOLEREN

Stedelijke energie-milieus

ELEKTRICI

TEIT

WARMTE

BALANCEREN

WERK

KENNIS

WONEN

OUDE BINNENSTAD

EERSTE RING 1900-1945

WEDEROPBOUWWIJKEN 1945 1965

BLOEMKOOLWIJKEN 1965-1980

RECENTE UITBREIDINGSWIJKEN 1980-2015

RINGSTRAAT 2016-2050

OUDE BINNENSTAD

EERSTE RING

– aan binnenkant

ENERGIE LABEL: E 5 C

waar mogelijk

– groen gas

groen

gas

– hybride warmtepomp

– hoge temperatuur verwarming

– warmtebuffervaten

WEDEROPBOUW-

WIJKEN 1945-1965

smart grid

warmtenet

(geothermie)

– aan buitenkant

ENERGIE LABEL: D 5 A++

– all electric warmtepomp

– lage temperatuur verwarming

– lucht warmteterugwinning

– collectieve warmtebuffervaten

– elektrische auto’s

BLOEMKOOLWIJKEN

1965-1980

– dak/vloerislolatie

ENERGIE LABEL: C 5 A

– warmtenet

(o.a. geothermie)

– hoge temperatuur verwarming

– individuele warmtebuffervaten

– elektrische auto’s

UITBREIDINGS-

WIJKEN 1980-2015

hp bt bt bt hp

– hoogwaardige isolatie,

dubbele kierdichting

ENERGIE LABEL: A 5 A++

– all electric warmtepomp

– lage temperatuur verwarming

– lucht warmteterugwinning

– individuele warmtebuffervaten

– elektrische auto’s

– accu

Fig. 19: De dichtheid van huishoudens verschilt per wijk en is nauw

verbonden met de mogelijkheden en beperkingen voor de energie-opgave.

In de ruimtelijke vertaling

van de slimme

energie stad onderscheidt

het Atelier

verschillende stedelijke

milieus, elk met een

kenmerkende mix van

energie maatregelen. In

elk van de milieus kan

een bepaalde combinatie

worden gerealiseerd

van de isolatiegraad

die kan worden bereikt,

hoe warmte wordt

geleverd en elektriciteit

wordt opgewekt.

Fig. 20: Er is relatief veel bebouwing uit de periode 1960-90

die slecht geisoleerd is, maar die op basis van de huishoudensdichtheid

interessant kan zijn voor collectieve energie- en

warmtenetten.

Fig. 21: Elk type bebouwing heeft een eigen energie-profiel. Wat

zijn de kansen voor isolatie, de opwek van energie, de warmtevoorziening

en het uitbalanceren van de verschillende systemen?

RINGWONEN

1916-2050

smart grid

warmtenet

(geothermie)

– energie neutraal

ENERGIE LABEL: A+++

– warmtenet

17

– lage temperatuur verwarming

– lucht warmteterugwinning

– collectieve warmtebuffervaten

(heat hubs)

– elektrische auto’s

– accu

4.1.5 Aanpak energietransitie

De derde opgave die bekeken is gaat over de inpassing

van de maatregelen voor de energietransitie en

de impact die deze hebben op de stad. De energietransitie

gaat over veel dingen: over het verbruik van

energie, over de mogelijkheden om het op te wekken,

het minimaliseren van het verbruik door isolatie,

de infrastructuur voor energie-transport en de

opslag en buffering van energie. En in de stedelijke

omgeving is het heel anders dan daarbuiten: doordat

er veel mensen wonen is er een grote energievraag,

maar is er tegelijkertijd weinig ruimte om

deze op te wekken. Anderzijds biedt deze dichtheid

ook weer kansen, want warmtenetten en andere

collectieve systemen worden dan ook betaalbare

oplossingen. (fig. 19) Dichtheid is dus, net als

bij water en hitte ook hier een belangrijk aspect. Op

basis van dichtheid en de ouderdom van de wijk (op

de oude stadskern na met vrij grote nauwkeurigheid

onder te verdelen in afzonderlijke eenheden) zijn typologische

bouwstenen te ontwikkelen waarin aan

de opgaven en kansen voor isolatie, de opwek van

duurzame elektriciteit en warmtevoorziening is voldaan.

(fig. 20) In oudere wijken is het vaak moeilijker

om aan de isolatieopgave te voldoen, in dichtere wijken

kan het lonend zijn om een warmtenetwerk aan

te leggen. Op basis van deze typologische bouwstenen

kunnen energieprofielen worden gemaakt,

zoals bijvoorbeeld gedaan is in ‘The Nordic City’,

waar voor verschillende soorten wijken een matrix

met mogelijke maatregelen voor wat betreft isolatie,

energie- en warmteopwekking en de energiebalans

is opgesteld. (fig. 21) Aan de hand hiervan valt op te

maken welk type woning (en meer in het algemeen;

welk type gebouw) voor welke type verduurzaming

geschikt te maken valt.

Iets soortgelijks is ook gedaan in de energiestudie

op de schaal van de Metropoolregio Amsterdam

(MRA), maar dan op een schaalniveau hoger. Hier is

voor verschillende typen wijken (bijv. suburbaan of

hoogstedelijk) een transformatie-pad onderzocht

met een stappenplan erbij. (fig. 22) Welke maatregelen

zijn kansrijk, wat moet er eerst gebeuren en

wat daarna? Ook hierin zijn het type en de opbouw

van de buurt en wijk leidend.

Deze energie-profielen kunnen ook worden opgesteld

voor niet-woongebieden zoals campussen,

bedrijventerreinen, sportcomplexen, kassencomplexen,

enzovoorts. (fig. 23) Deze clusters hebben

een eigen problematiek (bijvoorbeeld veel ruimte

beschikbaar, of slecht geïsoleerd) en daarom ook

eigen oplossingsmogelijkheden (bijvoorbeeld grote


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

115

Parameters, voor en na de transformatie

Suburbaan: Bestaand

4

3

1

2

6

Suburbane transformatie

1 Zon op alle daken levert ongeveer 55 GJ/ha en een totaal van 0,3 PJ.

2 PV langs grote infrastructuur heeft een potentie van ongeveer 1 GJ/ha.

3 Elektrisch rijden (98 GJ/ha) in combinatie met overdekte parkeerplaatsen (PV op dak, opwekking 150 GJ/ha).

4 Verder inzetten op elektrisch openbaar vervoer

5 Energie-opewekking op school

6 Fietssnelweg

Parameters, voor en na de transformatie

3

Hoogstedelijke transformatie

1 Functiemening in de bouwblokken

2 Windenergie op hoge gebouwen

3 Fietsvoorzieningen

4 Verder inzetten op elektrisch openbaar vervoer

5 Parkeergarage met deelauto’s als batterij

6 Bewust maken van het energie verbruik

81

2

1

Hoogstedelijk: Bestaand

6

5

4

83

Fig. 22: Ook voor wijken kunnen er zo profielen worden opgesteld die

iets zeggen over de mogelijkheid om (ten dele) in de eigen energiebehoefte

te voorzien.

Fig. 23: Behalve woonwijken zijn er ook andere gebieden te herkennen,

waaronder bedrijventerreinen. Deze hebben veel dakoppervlak

dat kan worden ingezet voor energie-opwekking.

Fig. 24: Daarmee ontstaat er een beeld van de stad waarin

de ordening gekoppeld is aan de energiepotenties van elk

gebied en kan dit gekoppeld worden aan een tijdspad voor

de ontwikkeling.

daken met zonnepanelen). Zo is dus ook hier een karakterisering

mogelijk naar het type complex of gebied

en naar een eigen energiepotentie en -opgave.

En als er mogelijkheden zijn om (voor een deel) zelfvoorzienend

te worden, dan heeft dit consequenties

voor de netwerken voor elektriciteit en warmte op

stedelijk niveau die op deze manier minder zwaar

hoeven te worden uitgevoerd. Vervolgens leidt dit

op stadsschaal tot een beeld waarin de typen, de

energieprofielen per wijk en de ontwikkelsnelheid

samenkomen. Waar wat doen? En wat eerst? Er

zijn wijken (of clusters) waar een uitbreiding van het

warmtenet zin heeft en gebieden waar eerst isoleren

vooral de grootste winst kan opleveren. Het energieplan

voor de stad Groningen als onderdeel van

de ‘The Next City’ doet hier bijvoorbeeld een poging

toe. (fig. 24) Door de stad te ordenen naar gebieden

met verschillende kenmerken wordt het potentieel

voor die wijken, en voor de stad als geheel duidelijk.

Bijvoorbeeld doordat nieuwe wijken ten minste

energieneutraal worden, dat gebieden met de

grootste versnellingspotentie voorop lopen, en dat

er selectie wordt gemaakt van gebieden die in aanmerking

komen voor de aanleg een warmtenet.

Innovatie is een belangrijk aspect bij het ontwikkelen

van energieperspectieven, zeker in stad. Zo

lijkt nu Thermische Energie uit Oppervlaktewater

(TEO) kansrijk om in de warmte-opgave in bestaande

en nieuwe wijken te voorzien. (fig. 25) Zeker als

ook de benodigde elektriciteit in de wijken kan worden

opgewekt kunnen min of meer zelfvoorzienende

wijken ontstaan die de infrastructuur op stedelijk

niveau niet belasten. Deze componenten samen


0 200 1000 m

N

Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

116

Gemaal als warmtecentrale in combinatie met WKO.

Fig. 25: Ook innovaties zijn van belang omdat deze nieuwe

mogelijkheden kunnen bieden voor de (nieuwe) wijken, zoals

termische energie uit oppervlaktewater (TEO).

Fig. 26: Het leidt voor Leiden tot een eerste schets van een energiekaart.

Waar zijn warmtenetten een oplossingen en waar zitten

de grote daken?

ENERGIEKAART

aat van dit concept is ook dat het oppervlaktewater dat wordt verpompt

Inwoners per hectarein de zomer

0 - 40

40 - 80

den afkoelt, wat een positief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit.

80 - 120

Met name in

120 - 160

160 - 200

200 - 250

250 - 300

jke omgeving waar de oppervlaktewatertemperatuur negatief wordt beïnvloed door het

300 - 400

400 - 500

500 - 600

itte eiland effect, ontstaan lokale knelpunten met de waterkwaliteit zoals blauwalgen,

bedrijventerrein

kassengebied

campus

en botulisme als gevolg van vissterfte. Vaak is dat het gevolg van een overmaat aan

toffen (eutrofiëring) in combinatie met een te hoge oppervlaktewatertemperatuur

de natuurlijke processen worden versneld. Door het water in beweging te brengen kan

meer zuurstof opnemen. Dit wordt versterkt door het water enkele graden af te koelen

urstofopname bevorderd. Ook zal kouder water enkele negatieve processen remmen zoals

nbloei. Hiermee kan de Smart polder bijdragen aan klimaat adaptatie en een toekomst

waterbeheer. Dit zal niet alle problemen direct wegnemen, maar er zijn wel veel

effecten te benoemen te weten:

tertemperatuur zal afnemen, wat sturend is voor veel fysische, chemische en biologische

sen.

d water kan meer zuurstof opgelost worden.

et name in kleine wateren zal door de lozing het water in beweging gebracht worden

oor meer zuurstof in het water wordt opgenomen (reaeratie).

ing kan de vorming van het giftige waterstofsulfide verminderen, als door de lozing

ofarm water zuurstofrijk wordt.

erde zuurstofcondities bevordert de binding van fosfaat aan ijzer, waardoor deze minder

kbaar komt.

udere water zal afbraak van organisch materiaal remmen en daarmee ook het zuurstof

ik.

oces van denitrificatie zal afnemen bij een lagere temperatuur.

Fig. 27: En hoe kunnen deze keuzen voor het energiesysteem

worden meegenomen in de praktijk van het beheer op wijkniveau,

gelijktijdig met de rioolvervanging bijvoorbeeld.

leveren een eerste samengestelde energiekaart op;

(fig. 26) waar zitten de dichte wijken, de verouderde

bebouwing, en de complexen met veel ruimte

voor energie-opwekking? En waar zijn koppelingen

mogelijk tussen wijken onderling? En hoe verhoudt

deze kaart zich tot de beheer-agenda van de gemeente?

(fig. 27) Hoe kunnen de energietransitie

en de infrastructuur die hierbij komen kijken worden

meegenomen in al lopende processen en herstructureringsopgaven?

De energietransitie is een geleidelijk proces, dat

echter wel steeds meer in een stroomversnelling terecht

komt. In de stad is er veel te halen in termen

van besparing, de aanleg van warmtenetten, en het

ontwikkelen van nieuwe slimme systemen. Maar

de gelaagdheid van de stad en de opbouw uit verschillende

wijken met elk een eigen energieprofiel

leidt tot minstens twee in het oog springende fenomenen.

Enerzijds de dichte delen, aangesloten op

warmtenetten en gericht op verdere verdichting,

betere isolatie en centrale regulering. Aan de andere

kant de wijken met lage dichtheden en vrijstaande

bebouwing, waar maatwerk en kleine collectieve

systemen voor de hand liggen. En daartussen een

mengelmoes van bedrijventerreinen, campussen,

wegen, etc. die zoveel mogelijk hun eigen broek ophouden

en in sommige gevallen misschien ook leverend

kunnen zijn. Uiteindelijk grijpt het ook terug op

het beheer, want is het is goed mogelijk dat er door

dit alles nieuwe, maar uiteindelijk ook minder (ondergrondse)

infrastructuur nodig is. (fig. 28)


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

117

Fig. 28: Op basis van de energievraag en geschiktheid per wijk kan er

worden gewerkt aan energieprofielen op wijkniveau, die zijn gekoppeld

aan de grote energienetwerken op stadsniveau.

wijken met hoge dichtheid

aangesloten op centrale

systemen

(warmtenetwerk)

wijken met lage dichtheid

aangesloten op

collectieve kleinschalige

systemen

bedrijventerreinen en

complexen, waar mogelijk

zelfvoorzienend of zelfs

leverend


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

118

Prognose transitietempo Smart Mobility in basis scenario

Afgelegde reizigerskilometers met auto’s in Nederland

(x miljard kilometer)

140

Figuur 10: Prognose transitietempo smart mobility in basis-scenario

Ruimtewinst door Smart Mobility

Smart parking

doordat auto’s in toenemende mate over

1,5 6,9

Naast de opkomst van voertuigdelen, geavanceerde technologieën beschikken

14,4

wordt een toename in het delen van

om autonoom te kunnen inparkeren.

parkeerplaatsen verwacht.

Vervoersexperts verwachten dat hierdoor

op termijn ruimtebesparingen van

Een groot deel van de parkeercapaciteit minimaal 25% per parkeerplek mogelijk

heeft momenteel een lage bezettingsgraad. zijn.

P 16

Deze kan verhoogd worden door de

opkomst van digitale platformen waarop

(private) parkeerplaatsen ter beschikking

9,0

kunnen worden gesteld aan derden.

In wijken met veel functiemenging ligt

hier dan ook potentie voor anticyclisch

gebruik van parkeerplaatsen. Bedrijven

kunnen in het weekend en s ’avonds

hun parkeercapaciteit verhuren aan

bezoekers en bewoners, terwijl bewoners

overdag hun parkeerplek ter beschikking

kunnen stellen. Ook het ruimtegebruik

van parkeercapaciteit kan de komende

jaren verder geoptimaliseerd worden

4.1.6 Aanpak mobiliteitsverandering

State of the State onderzoek | Ruimtewinst in de stad door smart mobility

De vierde transitie-opgave waarnaar gekeken wordt

is die van de mobiliteit. Stel dat de mobiliteit slimmer

wordt, met deelauto’s, zelfrijdend verkeer en

slimmere wegen. Dat zou het vervoer collectiever en

efficiënter maken. Samen leidt dit ruimtewinst; er

zijn minder auto’s nodig en die hebben minder weg

nodig en minder parkeerplaatsen. Dit is geen nieuwe

gedachte. Al sinds de jaren 50 wordt een toekomst

beloofd waarin de auto een verlengstuk van

de woonkamer wordt en autonoom rijden nieuwe

quality time oplevert. (fig. 29) Wat wel verandert is

dat de systemen om zo’n toekomst mogelijk te maken

steeds dichterbij komen. En belangrijker dan de

tijdswinst, blijkt voor de stad de mogelijke ruimtewinst

die slimme mobiliteit en gedeelde mobiliteit

samen opleveren. Hoe die winst uitpakt valt nog te

bezien, maar op landelijk niveau wordt bijvoorbeeld

door Deloitte in een studie uit 2017 uitgegaan van

6,9 miljoen parkeerplaatsen, die tegen 2040 vrijkomen

voor ander gebruik. Tegelijkertijd is dit een

stapvoets proces, waarbij het belangrijk wordt om

State of the State onderzoek | Ruimtewinst in de stad door smart mobility

120

Ruimte voor 45.000 nieuwe woningen de vrijgekomen parkeerruimte tot 2040

en 11,7 miljoen nieuwe bomen

plaats voor circa 45.000 nieuwbouw

De conclusie 100 van het onderzoek (zie

woningen. En daarnaast voor circa 7.000

figuur 2) is dat het aantal benodigde

hectare vergroening van de openbare

parkeerplaatsen in het basis-scenario ruimte, wat overeen komt met circa

kan dalen 80 van circa 14 miljoen nu, naar 11,7 miljoen bomen. Vergroening van

circa 9 miljoen in 2040. Dit betekent een de openbare ruimte heeft zeker in een

Privaat bezit en niet-zelfrijdend

daling van circa 38%. We hebben becijferd stedelijke omgeving positieve effecten

60

Privaat

op

bezit en zelfrijdend

hoeveel ruimte door deze daling vrijvalt vastgoedwaardes, maar uiteraard ook Gedeeld op en niet-zelfrijdend

en in hoeverre die ruimte gebruikt kan CO2-opname en leefbaarheid. Ten slotte Gedeeld en zelfrijdend

worden 40 voor andere functies. Daarbij worden reeds geplande binnenstedelijke

haken wij aan bij twee grote ruimtelijke nieuwbouwlocaties sneller financieel

uitdagingen: de behoefte aan uitbreiding haalbaar met de mogelijkheid van extra

van de woningvoorraad, 20

en de behoefte verdichting.

aan vergroening van de openbare

ruimte om aan de duurzaamheids- en

leefbaarheidsdoelstellingen 0

tegemoet

te komen. In het 2015 basis-scenario 2020 biedt 2025 2030 2035 2040

Aantal parkeerplekken (mln)

Fig. 29: De toekomst met slimme mobiliteit kent een lange geschedenis.

Parkeercapaciteit

2017

Groei parkeercapaciteit

ten

behoeve van

stedelijke uitbreiding

Vermindering

parkeercapaciteit

door

smart mobility

Parkeercapaciteit

2040

Figuur 2: Ruimtewinst in Nederland door smart mobility tot 2040 (uitkomst basis-scenario)

Over State of the State

een

Dit

perspectief

onderzoek is uitgevoerd

voor

in het

ogen te hebben voor de besteding

programma. die State ruimtewinst. of the State is (fig. 30) Dat kan de leef-

kader van het State of the State

baarheid een actuele van data-analyse de straat van ons zijn, meer ruimte voor groen

land, bedoeld om beleidsmakers en

en organisaties onverhard van bruikbare oppervlak, inzichten ruimte voor energie, maar

in sommige te voorzien op het gevallen Smart gebied Mobility van kan de ruimte ook worden gebruikt

verschillende maatschappelijke en

organisatorische

voor stedelijke

thema’s zoals de

inbreiding. Zonder achterliggende

zorg, onderwijs, gedachte wonen, kan arbeidsmarkt, deze ruimte, die veelal in kleine

innovatie en (cyber-) security. Deloitte

analyseert hiervoor (openbare) data

en kijkt naar onderlinge samenhang.

Deloitte voert deze onderzoeken uit op

eigen initiatief en voor eigen rekening.

Zie onze site www.deloitte.nl voor

andere State of the State onderzoeken.

45,000

woningen

6,9 mln = +

parkeerplekken

11,7 mln

bomen

11

Fig. 30: Ook voor de stad heeft het allerlei gevolgen. Zo komt er

ruimte vrij, omdat er minder verkeer- en parkeerruimte nodig is.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

119

Fig. 31: Het autoverkeer neemt nu nog veel ruimte in. De wegen en

de zoom eromheen, en alle parkeervlakken, die als een kraag om de

binnenstad heen liggen.

Fig. 32: Het levert nieuwe ruimte op voor de stad, zeker in

combinatie met het aanbrengen van een andere hiërarchie in

het wegennet. Straten waar al veel (parkeer)ruimte vrijkomt,

kunnen worden omgevormd naar ‘leefstraten’ voor de wijk.

porties beschikbaar komt ook makkelijk verdampen

of door hap snap grondgebruik worden opgesnoept.

De verkeerskaart van Leiden laat zien dat ook hier

veel verkeersruimte is; grote brede wegen (in een

groene jas), parkeren langs stadswegen, parkeren

centraal in wijken, op campussen en bedrijventerreinen.

(fig. 31) Een heroverweging van het verkeerssysteem

vanuit het perspectief van ruimtewinst op

stadsschaal kan winst opleveren op stadsniveau en

in de wijk. Er zijn verschillende manieren waarop met

de ruimte die ontstaat kan worden omgesprongen.

In het voorbeeld van het superblock in Barcelona

wordt een nieuwe hiërarchie geïntroduceerd in het

grid van straten. (fig. 32) Niet elke straat is gelijk, zoals

nu, maar er wordt een onderverdeling in hoofden

binnenwegen aangebracht. Daarmee worden de

binnenwegen leefbaarder en bruikbaar voor andere

vervoersvormen (wandelen, fietsen, een vergroting

van het publieke domein). De hoofdwegen worden

allereerst drukker, maar vanuit de transitie naar een

slimme mobiliteit sorteren de maatregelen ook hier

voor op minder benodigde ruimte voor verkeer. Een

andere manier van omgaan met verkeersruimte is te

herkennen in het plan van de Amsterdamse fietsring.

Hier worden geen verkeerssoorten buitengesloten,

maar gaat het erom andere gebruikers voorrang

te geven. De auto is hier welkom, maar dan wel

als gast. De fiets gaat voor. (fig. 33)

Fig. 33: Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door

de auto te gast laten zijn, zoals in de Sarphatistraat, als onderdeel

van een ‘fietsring’ om de binnenstad van Amsterdam.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

120

Fig. 34: Uiteindelijk gaat het om de vraag waar ruimte nodig is en

waar ruimte vrijkomt. De toekomstige ruimtewinst voor mobiliteit

kan nu al strategisch worden gereserveerd om zo op termijn

nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk te maken.

De discussie over slimme mobiliteit en de ruimtewinst

die dit oplevert is ook van belang voor de andere

transitie-opgaven. Telkens gaat het erom waar

ruimte vrijkomt en waar ruimte nodig is. Dat gegeven

is in de ontwikkeling van de stad niet nieuw.

Huidige stedelijke inbreiding in vrijkomende industrie-

of haventerreinen is een voorbeeld van de continue

verandering van het stedelijk grondgebruik.

Het is daarbinnen wel de vraag hoe in die geleidelijke

transformatie ook de stedelijke stromen en de

ruimte voor het onderhoud en beheer kunnen worden

meegenomen. De getoonde voorbeelden uit

Parijs, Rotterdam en Istanbul zijn hier exemplarisch

voor. Hier worden middels stedelijke projecten de

stromen en het beheer opnieuw gepositioneerd en

gedimensioneerd. (fig. 34)

Een eerder voorbeeld van op grote schaal vrijkomende

ruimte, in een tijd dat daar ook vraag naar

was, zijn de vrijkomende stadswallen en -muren in

de 19e eeuw. Al langer werd in verschillende steden

in Nederland nagedacht over hoe de stad kon

uitbreiden buiten de stadsmuren. (fig. 35) Toen het

eenmaal zover was bleek de aanleg van een doorgaande

groene ruimte (een wandeling) om de oude

stad heen een ideale zet. In navolging van Utrecht

kregen steeds meer steden zo een groene publieke

ruimte, met zorg en kwaliteit ontworpen om hun

binnenstad heen. (fig. 36) Dit betekende niet alleen

een kwaliteitsimpuls voor de leefbaarheid, de nieuwe

stedelijke ruimte werd gekoppeld aan de vol-

Fig. 35 & 36: De verdedigingswerken romdom

Nederlandse steden verloren in de 19e eeuw

hun functie, en werden meegenomen in de

grote uitbreidingen van de steden die in de

decennia daarop volgden, als nieuwe groene

ruimte om de oude stad.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

121

gende fase van de stadsuitbreiding. In lijn met het

eerdergenoemde waterproject in Rotterdam werden

aan de nieuwe singels grote kavels uitgegeven

als nieuw stedelijk front, en haaks erop en daar weer

haaks op ontstonden nieuwe buurten. Het vrijkomen

van de ruimte leverde hier twee voordelen op: 1) een

nieuwe publieke ruimte die voorzag in een belangrijke

behoefte, een groene ruimte als tegenwicht voor

de benauwde drukke stad en (fig. 36) 2) een nieuwe

uitbreidingsmogelijkheid voor de stad, namelijk

de groene singel als kwalitatieve drager voor een

nieuwe stadswijk. (fig. 37) Hoe vertaalt zich dat naar

het heden? Op welke manieren zijn de oplossingen

voor de grote transitie-opgaven te koppelen aan de

verdere doorontwikkeling van de stad? Een voorbeeld

hiervan is wederom het project ‘The Nordic

City’, waarin de omslag naar slimme mobiliteit (en

de daardoor vrijkomende ruimte) worden aangegrepen

om een nieuwe ringinfrastructuur te ontwikkelen;

een warmte -en elektriciteitsnet dat de verschillende

wijken en de energieproducenten verbindt.

(fig. 39) Daarbovenop, in de vanwege slimme mobiliteit

vrijgekomen ruimte, ontstaat ruimte voor nieuwe

bebouwing, voor een ‘leefstraat’ en voor andere

ontwikkelingen. Een strategie die veel weg heeft van

de manier van omgaan met de ruimte die vrijkwam

door het slechten van de stadswallen.

Fig. 39: Is iets soortgelijks denkbaar voor de huidige ring om

de binnensteden heen, die van het verkeer. Kan hier ruimte

ontstaan voor een nieuwe kwaliteitsimpuls voor de stad?

Fig. 37 & 38: Daarbij werden deze singels tegelijkertijd ingezet als kwaliteitsdrager

voor nieuwe woonwijken, die aan en haaks op de singels werden geprojecteerd.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

122

Fig. 40: Wat op stadsschaal werkt, geldt ook voor de wijk. ‘Overbodige’

verharding kan worden vervangen met groen en minder brede straten.

Het voorbeeld van Haagweg-Zuid doet iets soortgelijks

op de kleinere schaal. Hier wordt een herziening

van het stratenplan aangegrepen voor een kwaliteitsimpuls

voor de wijk en om het waterbergend vermogen

en de groene kwaliteit te verhogen. Door het

aanbrengen van een andere hiërarchie in het stratenplan

en het afwaarderen van een hoop tussenwegen

gaat de kwaliteit van de binnenwereld van

de wijk verder omhoog. (fig. 40)

De vraag is waar in de stad de mobiliteitstransitie de

grootste impact zal hebben. Behalve het vrijkomen

van parkeerplaatsen en een ander soort wegprofiel,

komen er natuurlijk ook allerlei nieuwe infrastructuren

bij ter ondersteuning van de smart mobility. Dan

nog zijn er wel wat patronen te zien op stadsschaal.

De grote invalswegen, vooral rond de knopen, zouden

wel eens interessante plekken kunnen zijn voor

ruimtewinst en verdere verdichting van de stad. Hier

ligt niet toevallig ook de bestaande hoofdwarmteleiding.

Rond grote wijkcentra (winkelgebieden bijv.)

en langs secundaire stadswegen kan de ruimtewinst

(hier is veel parkeergebied en liggen de wegen

vaak in een groene zoom) juist gebruikt worden voor

de vergroening en verzachting van de stad. Hier ontstaat

ruimte voor meer water- en hitte-mitigerende

maatregelen. (fig. 41)


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

123

Fig. 41: Zo is er op de stadsschaal een beeld te herkennen van de mogelijke

ruimtewinst en hoe deze als een ring om de stad ligt. Op kleinere

schaal kunnen toegangswegen en parkeervelden op termijn worden

vrijgespeeld voor andere doelen.

ruimte op stadsniveau

verbonden aan de

hoofdwegen

ruimte op wijk- of

complex-niveau


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

124

Aanpak van hitte-overlast

Aanpak van wateroverlast

open houden van grote

corridors

open houden van grote

open ruimten

versterken van lanen en

singels op wijkniveau

binnen de wijk zolang

mogelijk vasthouden:

centraal verzamelen

binnen de wijk zolang

mogelijk vasthouden:

decentraal netwerk

Aanpak van energietransitie

schaduwrijke complexen

bereikbaar houden

(verder) vergroenen

stedelijke ruimtes

Aanpak van mobiliteitsomslag

binnen het complex zo

lang mogelijk vasthouden:

meer opslag creëren

zo snel mogelijk afvoeren

(en gescheiden systeem)

ruimte op stadsniveau

verbonden aan de

hoofdwegen

ruimte op wijk- of

complex-niveau

wijken met hoge dichtheid

aangesloten op centrale

systemen

(warmtenetwerk)

wijken met lage dichtheid

aangesloten op

collectieve kleinschalige

systemen

bedrijventerreinen en

complexen, waar mogelijk

zelfvoorzienend of zelfs

leverend


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

125

Door de lagen over elkaar heen te leggen wordt ook

inzichtelijk waar eventuele kansen liggen voor grote

stedelijke projecten, waarin de verschillende transitie-opgaven

integraal kunnen worden aangepakt en

waarop voorgestoord kan worden bij vrijkomende

publieke ruimte.

energie

water

hitte

mobiliteit

zwaartepunten

energie

water

hitte

verkeer

zwaartepunten


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

126

4.1.7 Conclusies

Wat kan beheer betekenen, wanneer we het hebben

over de verduurzaming van de stad? In de zomer

van 2019 gingen de nieuwe Utrechtse bushokjes

de wereld over. (fig. 43&44) Wat was hier aan de

hand? In de aanbesteding voor de nieuwe hokjes

was duurzaamheid als zwaarwegende eis opgenomen.

De winnende partij stelde een hokje voor met

groen dak, een zitje van bamboe en wilde het onderhoud

met elektrisch vervoer doen. Ze mochten met

dit plan de hokjes in de stad vervangen, de gemeente

heeft er geen omkijken naar. Uit alle hoeken van

de wereld kwamen steden op bezoek met de vraag

waar deze bushokjes toch te krijgen waren. Een regelrechte

hit. De bijdrage van de bushokjes aan het

opvangen van fijnstof en het vasthouden van water

is minimaal, het gaat in totaal om 2.000 m2 groen

dak. Tegelijkertijd is het een bijzonder helder voorbeeld

van de wereld die er nog te winnen is in het

beheer van de stad. Datzelfde gevoel van vanzelfsprekendheid

komt ook naar voren in het bestuderen

van het verband tussen beheer en de grote

opgaven. Natuurlijk hebben enerzijds de opgaven

onderling en anderzijds beheer wat met elkaar te

maken. Het is nu de vraag waar in dit logische verband

het in het oog springende project zit, dat als

voorbeeld kan gaan dienen voor een nieuwe praktijk.

En dat met eenzelfde soort besmettelijkheid en

vanzelfsprekendheid elders wordt overgenomen.

De opgaven met betrekking tot hitte, water, energie

en mobiliteit zijn verknoopt – oplossingen voor

de ene kwestie kunnen bijdragen aan oplossingen

van de andere. Maar ook kunnen keuzes in het ene

domein de keuzevrijheid in het andere beperken.

Daarom loont het om de opgaven in samenhang te

bekijken op stadsniveau. Hier moet het grotere verband

worden gelegd, komen de infrastructuuropgaven

(met welke netwerken kunnen we de verschillende

wijken op de meest efficiënte manier bedienen?)

en de verdelingsvraagstukken (in welke wijk past

welke aanpak en welk programma het beste?) bij elkaar

hetgeen kan leiden tot samenhangende maatregelenpakketten.

Deze maatregelen laten zich vertalen

naar de verschillende wijken en betekenen ook

iets voor de organisatie van de verschillende stromen

en de infrastructuur die daarbij horen. Daarom

is het belangrijk de organisatie te ‘ontschotten’ en

de budgetten op wijkniveau integraal in te kunnen

zetten. Dit vraagt om overzicht en coördinatie.

Hiertoe is een nieuwe praktijk, bijvoorbeeld onder

leiding van een gebiedsregisseur, die de wijk en de

opgaven kent, die de verschillende thema-deskundigen

bij elkaar brengt en in het proces de samenhang

bewaakt, gewenst en nodig. (fig. 45)

Fig. 43 & 44: Bushokjes als symbool voor de verduurzaming van de stad


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

127

Fig. 45: Een nieuwe praktijk voor beheer: de gebiedsregisseur als verbinder

tussen de verknoopte opgaven op stadsschaal en de werkpraktijk

op wijkniveau.

hitte

water

energie

3. onder leiding van

een gebiedsregisseur

die opgaven en wijk

verbindt

mobiliteit

2. leidt to maatregelenpakketten

op wijkniveau

hitte

water

energie

mobiliteit

1. opgaven in samenhang

bekijken op stadsschaal


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

128

In de traditionele beheerpraktijk is doorgaans sprake

van een generieke en op schaalvoordelen gebaseerde

aanpak. Zoals bijvoorbeeld in de aanleg van

een nieuw gescheiden riool, dat wijk voor wijk wordt

vervangen en een gestandaardiseerd groenbeheer.

Aan de andere kant is er momenteel sprake van

een tendens richting decentrale, kleine, zelfgeorganiseerde

systemen dicht bij de stedeling. (fig.46)

Sommige wijken, buurten of collectieven kunnen

daarmee ‘losgekoppeld’ worden van het grote systeem

en hun eigen broek ophouden. Daarmee is er

ook een omslag van meer publieke naar meer collectieve/private

systemen. Deze omslag gaat gelijk

op met het ontwikkelen van maatregelenpakketten

waarmee wordt voldaan aan de grote transitie-opgaven,

waarin ook grote publieke projecten enerzijds

en kleine collectief-private projecten anderzijds,

gelijktijdig worden geïnitieerd en een nieuwe

balans in eigenaarschap en verantwoordelijkheid

wordt gezocht. Deze omslag kan mogelijk ruimtewinst

in de openbare ruimte/ondergrond opleveren,

omdat er minder infrastructuur en minder ‘zware’

systemen nodig zijn. Dit kan bovendien grote financiële

voordelen opleveren.

Het leidt ook tot een aanpak er waarbij er op stedelijk

niveau alléén het hoognodige wordt gedaan om

het energie-, water- en mobiliteitssysteem te laten

functioneren om vervolgens de oplossingen zoveel

mogelijk op wijkniveau te zoeken en implementeren.

De transitie-opgaven worden op stadsschaal

onderzocht en de daaruit voortvloeiende maatregelenpakketten

worden verdeeld volgens het principe

centraal wat moet en decentraal wat kan. (fig. 47) Op

basis daarvan kunnen vervolgens de beheerplannen

op wijkniveau ingevuld. Deze kunnen binnen hun eigen

budget en tijd worden uitgevoerd, maar zijn ingebed

in het grotere geheel.

De vraag welke kansen het voldoen aan de grote

transitie-opgaven inhouden voor aanpassingen

en verbeteringen van de stedelijke structuur stak

in deze quick-scan af en toe de kop op. Misschien

liggen structurele veranderingen van de stad naar

analogie van het Plan Rose en de boulevards van

Hausmann in het verschiet. Dit is een dimensie van

het stedelijk beheersvraagstuk die nader onderzoek

en uitwerking verdient. (fig. 48)

Fig. 46: Een nieuw optimum: realiseren op stadsniveau wat nodig is aan

infrastructuur om op wijkniveau de grootst mogelijke handelingsvrijheid

en condities voor zelforganisatie te creëren.

meer

publiek

groot

centraal

kwaliteitscontrole

efficiënt

schaalvoordelen

1. tendens

2. optimum

meer

collectief/privé

dichtbij de mens

decentraal

goed functionerend

kleinere systemen

zelforganisatie

5. waar het moet:

‘centrale regie’

3. maatregelenpakketten

4. waar het kan:

‘losgekoppeld’


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

129

Fig. 47: Kansen voor de stad in het verband tussen de transitie-opgaven,

de stedelijke ontwikkeling en het beheer, naar analogie van de boulevards

van Hausmann en Rose.

3. waar het kan

decentraal

2.

maatregelenpakketten

hitte

water

energie

mobiliteit

4. waar het moet

centraal

1. onderzoek

transitie-opgaven

Fig. 48: Een andere aanpak, waarbij de problematiek wel wordt gesignaleerd

op stadssniveau, maar waar aan de oplossingen zoveel mogelijk

worden gewerkt op de lagere schaal.

loskoppenen/

centrale regie

3. beheer

4. veranderende

praktijk

1. transitie-opgaven

hitte/water/

energie/mobiliteit/

enz.

2. stedelijke ontwikkeling

integrale projecten

stadsniveau/

wijkniveau


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

130

wijken. Om hiermee deze quick-scan te verdiepen

en houvast te geven in de praktijk van Leiden.

Gebruikmakend van wat er al is uitgezocht (veel!)

en in interactie met betrokkenen uit de Leidse praktijk

kan dan een samenhangende visie voor alle thema’s

op stadsschaal worden gekoppeld aan beheeragenda’s

voor verkeer, energie, afvalwater, straat en

groen per wijk. Daaraan kan de onderhoudsagenda

van het hoofd weg-, water en energiesysteem van

de stad worden gekoppeld.

Wij vermoeden dat een dergelijke integratie in ruimte,

tijd en geld een waardevolle bijdrage kan leveren

aan de transitie naar een circulaire stad.

Fig. 49: Vanuit het ‘metabolisme’ gekeken zijn ook de andere stedelijke

stromen de moeite waard van het onderzoeken, om te kijken waar samenhang

en verdere meekoppelkansen liggen.

sociale

opgave

biodiversiteit

opgave

voedsel

opgave

Uit deze quick-scan naar de transitie-opgaven voor

de stad en de relatie met stedelijk beheer komt naar

voren dat deze opgaven niet alleen veel overlap en

verwevenheid vertonen, maar dat er ook veel andere

meekoppelkansen aan vastzitten. Kijkend vanuit

de lens van stedelijke ‘stromen en productie’ zijn er

nog meer aspecten die onder de loep zouden kunnen

worden genomen, zoals de sociale, maatschappelijke

en culturele opgaven en de voedselproductie

en mogelijkheden van stadslandbouw met bijbehorende

(afval)stromen. (fig. 49) Het zou daarom

interessant zijn ook de andere opgaven en stromen

te onderzoeken op stadsschaal en te zien wat

deze betekenen voor de verschillende typen stadsafval

opgave


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.1 Beheer en de stad

131

Bronnen

Fig. 1: Windsnelhedenkaart Nederland, KNMI / Intensief gebruik, verkeer,

en verharding dragen bij aan opwarming. Met licentie BY-NC-SA

3.0

Fig. 2: Piek in het aantal overledenen tijdens de hittegolf van 2003 in

Parijs. University of Hawaii at Manoa/Benedicte Dousset via NASA.gov

Fig. 3: Hittekaart Leiden, op basis van RIVM (2017) Stedelijk hitte-eiland

effect (UHI) in Nederland en TOP10 data

Fig. 4: Verhardingskaart Leiden, op basis van Copernicus Land Monitoring

Service, Imperviousness in Europe, en TOP10 data

Fig. 5: Hitteplan Parijs, schermafdruk van online kaart met koele publieke

plekken: https://capgeo.sig.paris.fr/Apps/IlotsFraicheurUrbaine/

Fig. 6: beeld uit: Ruefenacht, L.A. & Acero J.A. (2017) Strategies for Cooling

Singapore: A catalog of 80+ strategies to mitigate urban heat island

and improve outdoor thermal comfort. Cooling Singapore

Fig. 7: schermafdruk website Million Trees NYC (https://www.milliontreesnyc.org)

Fig. 8: Hittekaart Leiden, op basis van RIVM (2017) Stedelijk hitte-eiland

effect (UHI) in Nederland en TOP10 data

Fig. 9: schermafdruk Hittekaart Gemeente Arnhem (https://arnhem.

maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=c13117caf-

7804f449ff06a350e3aa15b)

Fig. 10: eigen werk

Fig. 11: bewerking Wateroverlastkaart uit Klimaatatlas Rijnland (2019

Fig. 12: bewerking op basis van topografische kaart TOP10NL en waterkaart

uit het Waterplan Leiden uit 2010

Fig. 13: H+N+S Landschapsarchitecten, uit Waggonner & Ball Architects

(2013) Greater New Orleans Urban Water Plan

Fig. 14: uit presentatie Versteegen, T., Gemeente Leiden tijdens werksessie

Beheer, september 2019

Fig. 15: uit presentatie Versteegen, T., Gemeente Leiden tijdens werksessie

Beheer, september 2019

Fig. 16: Bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur (2018) Tuindorp

Heyplaat. Masterplan Buitenruimte + inrichtingvisie Oude Dorp

Fig. 17: bewerking Groenkaart van Nederland, Atlas Leefomgeving

(2018) RIVM, bewerking TOP10NL bestand

Fig. 18: eigen werk

Fig. 19: gebouwen ouderdom op basis van BAG (2018)

Fig. 20: bevolkingsdichtheid op basis van CBS Vierkantstatistieken

100m (2018), eigen berekening

Fig. 24: Omgevingsvisie The Next City Groningen. Gemeente Groningen,

2018

Fig. 25: IF Technology (2018) Thermische Energie uit Oppervlaktewater

– Business case “Genderdal” Eindhoven

Fig. 26: bewerking topografische kaart TOP10NL, bevolkingsdichtheid

op basis van CBS Vierkantstatistieken 100m (2018), eigen berekening

Fig. 27: uit presentatie Versteegen, T., Gemeente Leiden tijdens werksessie

Beheer, september 2019

Fig. 28: eigen werk

Fig. 29: Driverless Car of the Future, advertisement for “America’s Electric

Light and Power Companies,” Saturday Evening Post, 1950s. Credit:

The Everett Collection via https://computerhistory.org/blog/where-to-a-history-of-autonomous-vehicles/

Fig. 30: Deloitte (2017) State of the State onderzoek. Ruimtewinst in de

stad door smart mobility, 40% minder parkeerplaatsen in 2040

Fig. 31: bewerking topografische kaart TOP10NL

Fig. 32: Gemeente Barcelona. http://ajuntament.barcelona.cat/superilles/ca/

Fig. 33: ttps://nl.m.wikipedia.org/wiki/Bestand:Fietsstraat2.JPG [fotograaf:

Handige Harrie] / https://beterbenutten.nl/nieuws/1209/sarphatistraat-succesvol-als-fietsstraat

[fotograaf onbekend]

Fig. 34: IABR Atelier Groningen - De Nordic City. MAAT Ontwerpers,

2016

Fig. 35 & 36: Bolwerk Morgenster. Hendrik Keun, ca. 1765, (Het Utrechts

Archief) / Plattegrond ontwerp voor een plantsoen op bastion Manenburg

en zonnenburg in Utrecht door J.D. Zocher, 1835. (Het Utrechts

Archief)

Fig. 37 & 38: https://www.arjandenboer.nl/2016/nooit-gebouwdutrecht/

/ Luctor (2008) Zicht vanaf het Lucasbolwerk op de Maliesingel

in Utrecht, deel uitmakend van de Stadsbuitengracht/ Zocherpark via

https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Bestand:Maliesingel_vanaf_Lucasbolwerk.jpg

Fig. 39: IABR Atelier Groningen - De Nordic City. Atelier stadsdbouwmeester,

2016

Fig. 40: uit presentatie Versteegen, T., Gemeente Leiden tijdens werksessie

Beheer, september 2019

Fig. 41 & 42: eigen werk

Fig. 43 & 44: Busstop met groen dak bij Utrecht Terwijde station” door

Smiley.toerist onder licentie CC BY-SA 4.0. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Groene_bushalte_in_Utrecht_Terwijde.jpg

/bewerking

TOP10kaart, OSM data NL

Fig 45, 46, 47, 48 & 49: eigen werk

Fig. 21: IABR Atelier Groningen - De Nordic City. Atelier stadsdbouwmeester,

2016

Fig. 22: marco broekman et al. (2017) Ruimtelijke Verkenning Energietransitie

MRA

Fig. 23: Platte daken in Nederland (BAG), 2018 / website Gemeente Leiden.

https://gemeente


Delta Atelier Stedelijk Beheer 133

Sleutel 6

Binnen deze brede

praktijk moet ook de

burger een nieuwe

positie krijgen.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

134

4.2.1 Introductie 135

4.2.2 Uitdagingen 137

4.2.3 Co-creatief beheer in drie stappen 137

4.2.4 Toepassing 140

4.2.5 Inspiratie 154

Dit hoofdstuk werd uitgewerkt door Endeavour


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

135

4.2.1 Introductie

Plannen en activeren

De laatste jaren zijn alternatieve stedelijke ontwikkelingspraktijken

steeds gangbaarder geworden.

Wat begon als een reeks experimenten als reactie

op de stilstand veroorzaakt door de economische

crisis of de trage transitie van verwaarloosde stedelijke

gebieden, heeft een heel nieuwe reeks praktijken

en tools doen ontstaan. Eén van de meest toonaangevende

gevolgen is dat het inzetten op tijdelijke

invulling, en het bottom-up activeren van publieke

ruimte is deel gaan uitmaken van heel wat alternatieve

gebiedsontwikkelingen. Hierdoor vervagen de

grenzen tussen planmaken en activeren, en daarmee

ook tussen het ontwerp en beheer van de publieke

ruimte. Steeds vaker maken innovatieve beheersstrategiën

en de bijhorende nieuwsoortige

organisatiemodellen integraal deel uit van masterplan-opgaves

en ontwikkelingsplannen op verschillende

schalen. Kortom, de hefbomen om nieuwe synergiën

te zoeken tussen het ontwerp en beheer van

de publieke ruimte worden steeds talrijker, en daarmee

ook de kansen voor het ontwikkelen van nieuwe

samenwerkingsvormen tussen overheid en burger

in het zorg dragen voor de publieke ruimte.

Innovatie op straatniveau

Het formuleren van ambitieuze en geïntegreerde visies

op wijkschaal blijft de uitzondering op de regel.

Heel wat wijken en plekken blijven vooralsnog buiten

de scope van geïntegreerde stadsvernieuwingsprojecten.

Dit terwijl er dagelijks via ogenschijnlijke

kleine of banale ingrepen voortdurend dingen veranderen

in de publieke ruimte. Net daarom moeten

we elke heraanleg, elke ingreep in de stedelijke

groenstructuur, elke schijnbare banale vernieuwing

van de infrastructuur, proberen aan te vatten als een

belangrijke ‘conversation-starter’ voor innovaties op

straatniveau.

Beheer als transversaal thema

We zien in het beheer van de publieke ruimte een

krachtig transversaal en verbindend thema. Een

thema dat de potentie heeft om verbanden te leggen

tussen praktische en pragmatische kennis en

vernieuwende inzichten, tussen ontwerpend denken

en het dagdagelijks gebruik. Het maakt de grote

thema’s tastbaar en bespreekbaar: de heraanleg

van een straat geeft aanleiding tot een gesprek over

duurzame mobiliteit, en het beheer van bermen kan

zelfs aanleiding geven tot een gesprek over duurzame

energie en het inzetten van biomassa. En nét

daarom is het ook een enorm krachtig vehikel om de

brug te slaan tussen de professional en de burger en

professionals onderling.

De herontdekking van de commons

Het is ook bijzonder veelzeggend dat het begrip

‘commons’ aan een wel erg opvallende revival bezig

is. De commons is een begrip uit vervlogen tijden

dat duidt op de grotendeels vergeten of verdrukte

grijze zone tussen wat strikt publiek en strikt privaat

is. De revival van de commons staat voor het zoeken

naar hybride vormen van het beheren en zorg

dragen voor onze omgeving, tussen markt en staat,

tussen overheid en burger. De commons gaat over

het heruitvinden en herdenken van de spelregels

die aan de grond liggen van hoe we omgaan met

gedeelde ruimte en hoe dit een invloed heeft op gedeeld

eigenaarschap.

Van praat-participatie naar doe-participatie

Al te vaak blijft participatie bij stedelijke ontwikkelingsprojecten

nog steeds beperkt tot klassieke infovergaderingen,

en wordt de input van bewoners

en gebruikers enkel gevraagd in de ontwerpfase of

bij de planvorming. Een gesprek dat zich vaak veilig

nestelt in de comfortzone van de ontwerper: de

wereld van het conceptuele, de abstractie. Een type

dialoog waarvoor lang niet iedereen warm loopt.

Daardoor gaat het tijdens participatietrajecten amper

over de ingebruikname en de flexibiliteit die een

publieke ruimte ontwerp laat om het zich eigen te

maken, te manipuleren. Dit terwijl burgers op heel

wat andere terreinen en op eigen initiatief zich de

publieke ruimte steeds meer toe-eigenen en écht

aan de slag gaan. Net daarom kan het vormgeven

van dialoog rond het beheer van de publieke ruimte

een verademing zijn, en aanzetten tot concrete actie,

om samen de mouwen op te stropen en dingen

aan te pakken.

Gebruikers als ervaringsdeskundigen

De beheervraagstukken van de toekomst vragen om

nieuwe inzichten. We worden geconfronteerd met

krimpende budgetten, grotere beheeropgaven en de

raakvlakken met allerlei complexe maatschappelijke

transities zoals de toekomst van mobiliteit en het klimaatadaptief

maken van onze woonomgeving. Net

daarom hebben we nood aan ervaringsdeskundigen.

De ervaring van bewoners kan een spil vormen

in het evalueren van het beheer van het verleden en

het verbeelden van het beheer van de toekomst.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

136

Openbare ruimte als gemeenschappelijk

project in diversiteit

In een steeds meer diverse samenleving komt de

vraag van solidariteit in diversiteit steeds meer in

de belangstelling. Klassiek benoemde bronnen

voor solidariteit zoals een gedeeld verleden of cultuur,

waarden en normen komen op hun einde. Om

deze realiteit te bevatten blijft de aloude breuklijn

van multiculturalisme versus interculturalisme nog

steeds politieke en maatschappelijke debatten te

structureren, terwijl beide prescriptieve en normatieve

ideeën steeds minder grip krijgen op de eigenlijke

bestaande bronnen van solidariteit vandaag.

Modern sociologisch onderzoek benadrukt steeds

meer de rol van onvermijdelijk gedeelde projecten

en meer specifiek onvermijdelijk gedeelde ruimten

als cruciale een onderbelichte bron voor solidariteit

(Amin, 2002; Oosterlynck, 2018). Het zijn de ‘alledaagse

ervaring en lokale onderhandelingen van

verschillen’ (Amin, 2002: 967) in de concrete plekken

die we onvermijdelijk delen (Oosterlynck, 2018)

die het potentieel dragen voor het ontwikkelen van

solidariteit in diversiteit.

Om dit potentieel te mobiliseren dienen ‘contact

ruimten’ ingericht te worden als ‘gestructureerde

plekken van interdependentie’ (Amin, 2002: 969)

door het stimuleren van gemeenschappelijke projecten

waar burgers een gemeenschappelijk doel

moeten onderhandelen. De verwachting ten opzichte

van het organiseren van participatie in beheer van

alledaagse ruimte moet dan ook af van haar strikt

gezellig imago en vormt een plek voor onderhandeling

en meningsverschil, constructief gekanaliseerd

richting het gemeenschappelijk doel van het onderhouden

van de ruimte die we allen delen. Het collectief

onderhouden van onze gedeelde leefomgeving

vormt op die manier ook voor het onderhouden van

een sociale infrastructuur.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

137

4.2.2 Uitdagingen

Om bovenstaande kansen van co-creatie te realiseren

botsen gemeenten en wijken vandaag op verschillende

uitdagingen:

Staat tot straat

Het vertalen tussen nationale oerthema’s of transitieopgaven

met de prioriteiten en activiteiten van

wijkbewoners vormt een eerste belangrijke uitdaging.

Co-creatie in complexiteit

Beheer is een complexe praktijk. Haar technische

aspecten vormen een grote drempel voor het integreren

van inspraak in haar praktijk. Het inzichtelijk

en bespreekbaar maken beheersonderwerpen

vormt een tweede belangrijke uitdaging.

Ruimte voor co-creatie

Schaarste aan geld en tijd vormt een belangrijke uitdaging

voor wijken om meer te doen met minder.

Hoe kan er op een optimale manier de energie van

burgers worde gekanaliseerd naar het beheren van

de openbare ruimte vormt een derde uitdaging.

Timing en ritme

De tijdlijn van beheer loopt niet altijd synchroon met

de ervaring van haar bewoners. Wanneer en hoeveel

keer dienen burgers ingeschakeld te worden in het

proces? Dit vormt een vierde vraagstuk dat bij wijken

leeft.

Eigenaarschap

Steeds meer worden ruimten en diensten uit handen

gegeven door de stad en in zelfbeheer genomen

door burgers. Toch overleeft het zelfbeheer van

moestuinen niet altijd de zomer. Het verbreden, vergroten

en verduurzamen van eigenaarschap vormt

een vijfde belangrijke uitdaging.

4.2.3 Co-creatief beheer in drie stappen

Om uitdagingen te overwinnen en kansen te benutten

presenteert dit hoofdstuk een methode voor wijken

om co-creatie in beheer op eens strategische

manier aan te vatten. Dit doen we aan de hand van

een demonstratie van de methode op de vier testwijken.

Deze methode moet wijken en gemeenten

helpen om huidige acties op vlak van co-creatief

beheer te evalueren en toekomstige acties zo strategisch

mogelijk te selecteren en uit te rollen. Deze

methode bestaat uit drie stappen.

1. Ambitie

In de eerste stap worden de ambities in combinatie

met de beschikbare middelen en het organisatievermogen

blootgelegd van de wijk of gemeente op vlak

van co-creatief beheer expliciet gemaakt.

2. Profiel

Een tweede stap creëert met behulp van een assenstelsel

een participatieprofiel van de wijk met een

overzicht van de huidige acties en hun evaluatie op

vlak van co-creatief beheer.

3. Strategie

Een derde stap legt de mate van overlap tussen de

huidige acties en ambities op vlak van co-creatief

beheer bloot en vormt het kompas voor versterken,

veranderen en aanvullen van acties binnen een strategisch

plan voor co-creatief beheer. Dit wordt aangevuld

met een selectie aan referentiefiches van

good practices voor het voeden van dit plan.

Na jaren aan nationaal en internationaal experiment

op vlak van co-creatief beheer wil dit hoofdstuk een

fundament en gemeenschappelijke taal bevorderen

voor toekomstige praktijk en debat binnen en tussen

wijken en gemeenten.

Bereik

Verschillende wijken kampen met een weinig divers

publiek in de co-creatie van publieke ruimte. Naast

het optimaliseren van bestaande acties dienen vernieuwende

acties op zoek te gaan naar alternatieve

formats en media voor het verzamelen van ervaringen

en meningen van burgers.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

138

Ambitie

Voor een wijk aan de slag kan gaan met co-creatief

beheer wijst onderzoek en praktijkervaring op

het belang van het expliciet maken van de ambities

op vlak van co-creatief beheer. Waar diverse lokale

overheden in Nederland er op in zetten blijft het

doel, de organisatie en middelen vaak onvoldoende

gedefinieerd. Dit scherpstellen in een participatiekader

is een cruciale voorwaarde voor een succesvol

co-creatief beheer. Niet enkel zorgt het voor een

realistisch perspectief – ook vormt het een duidelijk

en wervend kader voor burgers om zich in te organiseren

met een klaarheid over hun rol in het grotere

verhaal van het beheer van de toekomst. Deze actie

dient herhaald te worden om de veranderende realiteit

te integreren in de ambities van de wijk ten opzichte

van co-creatief beheer.

Om de omvang van deze analyse behapbaar te

houden werd in de analyse van de testwijken enkel

de eerste twee kolommen ‘burger’ en ‘wijk’ geanalyseerd.

burger

wijk

nationaal beleid

Ambitie:

Onderwerpen

Beoogde impact

Aard

Graad

- Welke beheersthema’s zien bewoners

als prioritair?

- Wat zijn de voornaamste

beheerthema’s waar bewoners

aan willen bijdragen?

- Op welke onderwerpen wilde

wijk participatie organiseren?

- Welke aard van participatie wil

men organiseren? (x en y as)

Welke graad van participatie wil

men organiseren (informeren tot

zelfbestuur)

- Aan welke transitieopgaven /

beleidsdoelstellingen moeten

deze vormen van participatie bijdragen

opdat ze gesteund worden

door de gemeente of het rijk?

- Welke impact wil men bekomen

via participatie (Kennis, betrokkenheid,

outsourcing, ...)?

- Wat wordt er gemeten en wanneer

(per actie en in het geheel, vb.

wijkmonitor)?

Middelen:

Budget

Tijd

Kennis

- Wat is het draagvlak bij bewoners

om te participeren in het beheer

van hun wijk?

- Wat is de huidige motivatie bij

bewoners om te participeren in

het

beheer van hun wijk?

- Welke middelen zijn beschikbaar

voor participatie in beheer (budget,

tijd, site, communicatiekanalen,

vrijwilligers, ontmoetingsruimte,

...)?

- Op welke nationale steun kunnen

gemeenten rekenen bij het organiseren

van participatie?

- In hoeverre zijn bewoners

georganiseerd in uw wijk?

- In hoeverre zijn bewoners in uw

wijk ervaren in het beheren van

hun wijk?

Organisatie:

Voorwaarden

Faciliteren

- Onder welke voorwaarden willen

burgers participeren in het beheer

van hun wijk?

- Welke ondersteuning hebben

burgers nodig om de gewenste

vormen van co-creatief beheer op

te nemen?

- Op welke manier zal de gemeente

deze vormen van participatie

begeleiden (logistiek, inhoudelijk,

financieel, juridisch)?

- Onder welke voorwaarden wil

een gemeente samenwerken met

civiele / private partners (plan,

aansluiting transities, monitoring,

evaluatie)?

- Onder welke voorwaarden wil

de nationale overheid gemeenten

steunen in het organiseren

van participatie (plan, aansluiting

transities,

monitoring, evaluatie)?

- Hoe zijn de taken verdeeld?

Heeft elk project een coach?


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

139

Profiel

Een tweede belangrijk element voor men van start

kan gaan met het uitzetten en uitvoeren van strategische

acties op vlak van co-creatief beheer is

het opmaken van een profiel van de huidige acties;

welke acties op vlak van co-creatie voert de wijk,

gemeente of stad vandaag al uit? Eerder dan een

statische lijst worden deze acties geplaatst op onderstaand

assenkruis.

Dagelijks

Strategie

Op basis van het participatieprofiel en het overzicht

van de huidige acties kunnen twee vlakken getekend

worden op het assenstelsel. De huidige acties

(groen) en de ambities (rood). De mate van overlap

tussen beide vlakken toont de mate waarin de ambities

en beschikbare middelen ten opzichte van

co-creatief beheer samenhangen met de huidige

acties die vandaag worden genomen in de wijk. De

vlakken waar de ambities niet overlappen met de

huidige acties vormen actieterreinen voor wijken om

verder op in te zetten. Voor elk actieterrein kan men

diverse cases terugvinden die als inspiratie kunnen

dienen om de ambities ten aanzien van co-creatief

beheer, geformuleerd in het participatiekader, te realiseren.

Hierbinnen moet vervolgens gekeken worden

welke acties mogelijk zijn met de beschikbare

middelen en welke middelen bijkomstig willen vrijgemaakt

worden voor het realiseren van deze acties.

In

taking

Informeren

Raadplegen

Evenementieel

Adviseren

Co-produceren

Co-beslissen

Zelfbeheer

Out

reaching

Op basis hiervan is het mogelijk om huidige acties te

gaan versterken, wijzigen of te vervangen met nieuwe

strategische acties om de ambities optimaal te

realiseren. Meer specifiek vormen de antwoorden

een gids voor wijken en gemeenten om hun positie

op het assenkruis aan praktijken in co-creatief beheer

te oriënteren, bestaande acties te herdenken

en toekomstige acties gericht te kiezen.

Assen

Dagelijks

Doorlopende of periodieke acties met een dagelijks ritme.

+ Gaat voorbij aan ‘hit-and-run’ beheer door sluimerende aanwezigheid.

vangt ‘klein en permanent onderhoud’ op en legt de basis voor ‘groot

onderhoud’.

- Vertrekt minder vanuit grootschalige aanleidingen of mijlpalen en zijn

daardoor ook een minder makkelijk format om een breed publiek te mobiliseren.

Evenementieel

Punctuele acties zonder noodzakelijke herhaling.

+ Grotere zichtbaarheid om een groter en breder publiek te mobiliseren

op strategische momenten.

- Risico om te blijven hangen in een one-shot-participatie.

In-taking

‘Toegangspoorten’ voor burgers om zich te engageren in co-creatief beheer.

+ Kanaliseert de de intrinsieke motivatie en prioriteiten van burgers.

- Steunt op proactieve organisatie en engagement van burgers

Participatieniveau

(Arnstein, 1969)

Informeren

acties die burgers informatie verstrekken.

Raadplegen

acties die de mening van burgers verzamelen.

Adviseren

acties die burgers inspraak geven in beslissingen.

Co-produceren

samenwerking met burgers als erkend medebelanghebbende.

Co-beslissen

samenwerking met burgers als grootste belanghebbende.

Zelfbeheer

samenwerking met burgers als opdrachtgever.

Out-reaching

Deze acties vanuit de wijk of gemeente gaan naar burgers toe en werven

hen op een actieve manier.

+ Vraagt weinig proactieve organisatie van burgers.

- Niet evident om eigenaarschap van burgers te faciliteren als de wijk of

gemeente zelf het engagement neemt.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

140

4.2.4 Toepassing

In dit hoofdstuk passen we bovenstaande methodiek

toe op de vier testwijken. Naast het formuleren

van een wijkspecifiek advies vormt dit hoofdstuk

een voorbeeld van hoe andere wijken co-creatief

beheer op een optimale manier kunnen inzetten in

het groter verhaal van het beheer van de toekomst.

Bovendien verzamelt het diverse nationale en internationale

cases in co-creatief beheer op het assenkruis

– een aan te vullen toolbox voor wijken in het

opmaken van een actieplan co-creatief beheer.

4.2.4.1 Rotterdam – Reyeroord

Ondanks de confrontatie met een cluster aan transitieopgaven

gekoppeld aan de grootschalige rioolvervanging

laat het wijkbeheer van Reyeroord zich

niet afschrikken door een participatieve aanpak.

Integendeel. Van het stimuleren van stad-ups en

het organiseren van gemeentewandelingen tot het

runnen van een Reyscafé en het verzamelen van informatie

via de ‘gemeentepeiler’; een rijk repertoire

aan co-creatie wordt reeds uitgerold in de wijk.

Zuurstof voor deze acties om te ontstaan wordt

enerzijds gevonden in de fasering van het onderhoud

van de wijk. De ontwerpfase van de wijk start

dan ook slechts in 2022. Anderzijds, eerder dan af

te wachten, wordt deze tijd bewust proactief ingezet

in het verzamelen van ervaringen van bewoners

over het beheer van het heden en testen van nieuwe

vormen van beheer van de toekomst.

Ambitie

Ambitie:

Onderwerpen

Beoogde impact

Aard

Graad

Middelen:

Budget

Tijd

Kennis

Organisatie:

Voorwaarden

Faciliteren

burger

Naast de Gemeentepeiler wordt via

diverse evenementen als de Rey van

Morgen en energieontbijten permanent

kennis verzameld over de beleving

van bewoners.

Terwijl netheid van de straat, wateroverlast,

spelen, verlichting en

groenbeheer als prioriteiten worden

benoemd vormt vooral het laatste onderwerp

hetgeen waar burgers zelf

aan willen participeren.

Na jaren aan eerder top-down beleid

wil de wijk schakelen naar een ambitieus

niveau van zelfbeheer. Dit vraagt

om strategische acties die het draagvlak

en de draagkracht van haar bewoners

kan versterken.

Groepen georganiseerd rond beheer

zijn schaars in Reyeroord. Hoewel er

gewerkt kan worden met bestaande

organisaties als buurtpreventie,

Verenigingen van Eigenaars (VvE’s),

kerken en moskeeën dient hun link

met beheer te worden versterkt.

wijk

Vanuit de wijk zelf wordt de inrichting

van de buitenruimte, onder andere als

vervolg van het vervangen van de riolering,

gezien als een prioritair onderwerp

om burgers bij te betrekken. Dit

met de kwaliteit en controle over de

buitenruimte als doel.

Het engagement van de ambtenaren

op het domein van co-creatief beheer

ligt erg hoog. Hoewel deze investering

vandaag hoog is moet het in de nabije

toekomst de efficiëntie van uitgaven

vergroten en worden vrijgekomen

budgetten met de wijk herbestemd.

Hoewel budgetten de vele acties dekken

vormt het monitoren en bijsturen

van deze acties en hun impact vaak

een ongedekte post.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

141

Profiel

De reeks aan primaire acties op vlak van co-creatie

in de wijk Reyeroord laat zich samenvatten in twee

lijstjes. Als eerste vinden in de wijk diverse acties

plaats die worden geïnitieerd vanuit de gemeente

Rotterdam.

Citylab010 – www.citylab010.nl

‘Put your money where your mouth is’. Dit prorgamma vormt een antwoord

op de vaak geformuleerde kritiek op vijf jaar ‘participatiesamenleving’;

breed gedragen en impactvolle co-creatie vraagt nog steeds

om een acceleratie met behulp van ondersteuning en budget. In 2020

stelt de gemeente Rotterdam meer dan 3 miljoen euro ter beschikking

van bewoners, ondernemers en organisaties om projecten in te dienen

in relatie tot maatschappelijk issues in Rotterdam. Zij kunnen bovendien

ondersteund worden bij het indienen van hun idee door coaches

per thema; groei van de stad, energietransitie, gelijke kansen enzovoort.

Beheerthema’s vormen geen uitzondering in het portfolio van dit instrument.

weet in het woud aan financieringsmogelijkheden en die zijn of haar

netwerk kan aanboren om te helpen initiatieven mogelijk te maken’,

werd besloten in het overleg tussen burgers en bevoegde wethouders.

(Gemeente Rotterdam, 2019 https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/

right-to-challenge/Kader-Right-to-Challenge.pdf)

Gemeentepijler - https://www.gemeentepeiler.nl/rotterdam/

Naast instrumenten van zelfbeheer voor burgers peilt de gemeente ook

systematisch bij haar bewoners. Deze website en app wordt bovendien

gebruikt voor live peilingen op evenementen en workshops en verzamelen

de input van bewoners op een systematische manier. Ook in

Reyeroord vormt dit een belangrijke informatiestroom met een focus op

de inrichting van openbare ruimte, de vervanging van de riool en afvalscheiding.

Deze input wordt verwerkt in zowel stad-ups als de grotere

beheersplannen voor de wijk.

Right to Challenge – www.rotterdam.nl/wonen-leven/right-to-challenge/

Naast het voorstellen van nieuwe projecten voor de gemeente met behulp

van Citylab worden Rotterdammers ook uitgenodigd om hun stad

uit te dagen en bestaande lokale taken en voorzieningen van de wijk samen

uit te voeren of zelfs over te nemen, wanneer zij denken het zelf

anders en beter te kunnen organiseren. Het college daag zo stadsbewoners

uit op de domeinen Sport en Cultuur, Welzijn en Zorg maar ook

Beheer Buitenruimte.

Na het indienen en overleggen van een plan tussen burgers en gemeente

wordt een contract opgesteld waarin te leveren prestaties, de aansprakelijkheid,

de vorm van begeleiding, de af te leggen verantwoording

door de initiatiefnemers en beschikbare middelen vanuit de gemeente

worden vastgelegd. ‘Ik kan me voorstellen dat de gemeente niet voor

elke tien meter in de straat een ander plan maakt. Wij hebben de tijd,

energie en motivatie om dat wel te doen. Omdat wij daar wonen’ vertelt

een bewoner van de Rotterdamse Scheepstraat die vervolgens het ontwerp

en beheer van hun straat mee in handen namen.

Dit instrument werkt ook naar een vernieuwde conceptualisatie van de

ambtenaar; deze vormt ‘[…] niet langer de man of vrouw die beleidsnota’s

schrijft, maar iemand die in de wijk aanwezig is en zich ontwikkelt

tot een makelaar die mensen en middelen verbindt. Iemand die de weg

Wijkservicebalie

Meer dan 60 keer per jaar komt de Wijkservicebalie langs in diverse wijken

van Rotterdam. Bewoners gaan hier in gesprek met stadsbeheerders

en pakken ter plekke problemen aan. In tussentijd kunnen bewoners

steeds meldingen doen over sluikstoren of een scheefliggende stoeptegel

via het nummer 14 010, rotterdam.nl of via de Buiten Beter-app die

intussen al meer dan 100.000 keren werd gedownload. De Buiten Beter

app wordt ondertussen uitgerold in andere steden in Nederland – voor

meer informatie:

Rotterdam Circulair – Goudtransport

Diverse acties op vlak van co-creatie worden overkoepeld door de campagne

Rotterdam Circulair 2030. Voor Reyeroord is de ambitie dat er

geen materialen en grondstoffen de wijk in en uit gaan. Enerzijds worden

grote transities naar een lokaal niveau gecommuniceerd via communicatieacties

zoals de vuilniswagens te rebranden als ‘goudtransport’.

Anderzijds worden lokale initiatieven van onderuit gekoppeld aan

de grote transitiedoelstellingen en kunnen hierdoor op extra steun rekenen.

Op die manier wordt gewerkt aan de uitdaging voor het verbinden

van staat en straat.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

142

Daarnaast vinden diverse lokale acties plaats, geïnitieerd

door de wijk Reyeroord zelf. Deze worden

beschreven in de online aan te vragen reisgids van

Reyeroord.

Stad-ups

Dit zijn externe pilots, zichtbaar in de buitenruimte die op diverse manieren

worden ondersteund door de gemeente. Hierbij hanteren ze een

start-up mentaliteit; ‘je nek durven uitsteken, lef tonen en ook durven

falen. Act fast, fail fast, learn fast!’. Stadsbeheer Rotterdam is hiermee

een voorloper op andere gemeenten.

Binnentuinen

In de hele stad zijn er ongeveer 180 binnentuinen tussen en rondom appartementsgebouwen

die openbaar toegankelijk zijn en/of behoren tot

het openbaar groen. 79 van hen liggen in het gebied IJsselmonde, waar

Reyeroord deel van uitmaakt. De tuinen zijn eigendom van de gemeente,

maar worden beheerd door de omliggende verenigingen van eigenaars

(VvE’s). Gezien deze constructie niet langer toegestaan is onderzocht

de Veldacademie op vraag van de gemeente Rotterdam nieuwe beheerformules

en ontwerpprincipes voor deze ruimten. Zo werd het potentieel

van zelfbeheercontracten, waar bewoners zich vrijwillig in kunnen

inschrijven, benadrukt als een ‘gemeenschappelijk project’ voor het

versterken van sociale cohesie. Zo wil beheer dan ook de link met het

sociale domein versterken. Voor meer informatie, zie: Gemeenschappelijke

(binnen)tuinen Reyeroord - Resultaat ontwerpatelier (Veldacademie,

2019).

In de Rey van Morgen

Het opzetten van eigen projecten is niet altijd evident. Door het tonen

van innovatief straatmeubilair, technieken en hergebruik van materialen

worden de voordelen op kleine schaal uitgelicht terwijl zij werken ter inspiratie.

Omgevingswandelingen

Het verzamelen van feedback van bewoners is niet altijd evident op een

workshop. In deze wijkwandelingen lopen bewoners in duo door de wijk

en verzamelen elementen die goed zitten of beter kunnen in de wijk. Op

die manier werden nieuwe ontmoetingsplekken aangeduid en een breed

scala aan onderwerpen verzameld die werden meegenomen in het beheer

van de wijk.

Wijkevenementen

Van het organiseren van een heus Reyscafé, wekelijkse klusactiviteiten

bij Oeverloos, chocomelkgesprekken, energieontbijten, het installeren

van een luchtkussen op de groenstrook; allen vormen ze sitegebonden

evenementen waar het gesprek over beheer met bewoners wordt aangegaan.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

143

Right to

Challenge

Buiten Beter

app

Dagelijks

CityLab010

Wijkservice

balie

Oeverloos

klusdagen

Stad-up

Binnentuinen

Reisgids

Reyeroord

Gemeente

peiler

In

taking

Samenwerking

organisaties

speeltuinvereniging,de kerk,

moskee, supermarkt, ...)

Informeren

Rotterdam

Circulair

Wijkevents

Raadplegen

In de Rey

van Morgen

Omgevings

wandelingen

Adviseren

Co-produceren

Co-beslissen

Zelfbeheer

Out

reaching

Evenementieel

Strategie

Wanneer we naar het assenstelsel met de acties op

vlak van co-creatief beheer kijken voor Reyeroord

kunnen we verschillende conclusies trekken. Eerst

en vooral toont de verzameling van de huidige acties

een sterke balans tussen intaking en outreaching

acties. Belangrijk hierbij is dat deze acties

zich in grote mate voordoen op een dagelijkse basis,

hoewel een heel aantal wijkevents deze horizontale

compenseren.

Wanneer we de huidige acties en ambities op vlak

van co-creatief beheer in de wijk over elkaar leggen

zien we een grote mate overlap tussen beiden op

het assenstelsel. Dit getuigt van een realistische visie

en strategie.

Wat nog opvalt naast de veelheid aan acties zijn

de clusters van acties. Deze clusters op het assenkruis

benadrukken het belang van de analyse van

hun complementariteit ten opzichte van elkaar. Het

vele aantal dagelijkse intaking acties van een hoog

participatieniveau beschrijven allemaal gemeentelijke

acties die in verschillende mate ingezet worden

in Reyeroord. De vele wijkevenementen vormen

een tweede grote cluster aan activiteiten waar heel

wat energie van de wijk naartoe gaat. Toch is de uitkomst

van deze wijkevenementen niet altijd naar

verwachting, maar blijft een grondige monitoring en

evaluatie van hun formats uit.

Een grondige interne evaluatie van de huidige acties

komt naar voren als een belangrijke volgende stap.

Deze evaluatie moet een wijkvisie voeden die lokale

activiteiten en kwaliteiten linkt met nationale transitiedoelstellingen.

Wanneer deze links worden gemaakt

kunnen nieuwe strategische stad-ups en andere

acties worden geformuleerd. Dit moet zorgen

voor een grotere complementariteit van de acties

als ook het mobiliseren van bovenlokale budgetten

voor transitiedoelstellingen te bereiken die de ruimte

moeten bieden om monitoring en evaluatie structureel

in te bedden in de toekomstige co-creatieve

acties in de wijk. Ook kunnen deze budgetten gebruikt

worden om te beantwoorden aan de vraag

voor alternatieve tussenspelers zoals de Stichting

Tussentuin en Veldacademie. Op die manier kan

de kennis van deze testperiode op een meer systematische

manier worden verzameld opdat zij, meer

dan een hit-and-run participatie, de ontwerpfase in

2022 kan inspireren.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

144

4.2.4.2 Almere – De Marken

Ambitie

In tegenstelling tot de andere testwijken komt de

eerste fase van het Groot Onderhoud er snel aan in

de Marken. Na bewonersavonden en interactie in de

bouwteamfase zoekt de wijk naar de juiste formats

om burgers te betrekken in het koppelen van Groot

en Klein Onderhoud – grootschalige groen en kleinschalig

zelfbeheer – maar ook de ondergrond en

bovengrond – de rioleringskwestie en energietransitie

in combinatie met openbare ruimte als ontmoetingsplek,

sociale vraagstukken en circulair beheer.

Profiel

Acties:

Buurtvoorlichters

Buurtvoorlichters zijn inwoners van Almere die tijdens hun re-integratie

traject getraind en opgeleid worden door de klantmanagers van de

gemeente Almere om de wijk in te gaan. Dit doen zij om enerzijds informatie

van de politie, welzijnsorganisaties, stichtingen, wijkteams en

scholen deur-aan-deur te verspreiden en anderzijds informatie van bewoners

op te halen en terug te communiceren naar de wijk en gemeente.

Zij doen jaarlijks 16.000 tot 18.000 gesprekken in Almere Haven. Beheer

van openbare ruimte vormt in deze gesprekken een belangrijk thema.

Zij worden maximum 24 maal per week ingezet. Na de start van dit project

is het bereik en de opkomst voor activiteiten in de wijk aanzienlijk

verhoogd.

Klankbordgroep

Een groep aan bewoners en professionals worden doorheen het Groot

Onderhoud regelmatig geraadpleegd om aankomende beslissingen te

bespreken.

Tuintjes in zelfbeheer

Enerzijds nemen bewoners spontaan openbaar groen als tuin in zelfbeheer

in de wijk. Ook worden enkele tuinen gekoppeld aan de scholen.

Anderzijds werd vanuit de gemeente gestimuleerd om dit ook te organiseren

in de binnentuinen van appartementsblokken, maar dit kende

geen duurzaam verloop.

Diverse communicatiekanalen

Naast de buurtvoorlichters, website voorziet de gemeente een 4-maandelijkse

krant, wijkmonitor, een facebookpagina en nieuwsbrief om burgers

te mobiliseren voor participatieve activiteiten. Deze verschillende

kanalen zorgen voor een breder bereik.

Evenementen

‘Op korte afstand zodat het voor iedereen mogelijk is mee te doen. Op

vaste plekken en in mobiele plekken (caravan, bus). En trekken we zelf

erop uit in de wijk, benaderen we actief bewoners.’ Deze doelstelling

wil de gemeente waarmaken door het organiseren van activiteiten in de

wijk, gaande van ontwerpsessies met scholen tot een groenatelier of

koffietafel met de buurt.

Participatienota

In deze nota verklaart de gemeente duidelijk in welke mate zij burgerinspraak

willen installeren in onder andere het beheer van de wijk. Dit

moet een duidelijk kader scheppen voor burgers om zichzelf in te gaan

organiseren.

Samenwerking andere diensten

Naast een buurtlokaal vormt de school en sportvereniging, opbouwwerk,

kinderwerk, buurtsportcoaches, buurtvoorlichters, studenten van

Academie van de Stad belangrijke partners in het communiceren en organiseren

van activiteiten rond beheer. Ook de nieuwsbrief, website, facebookpagina

en de 4-maandelijkse krant vormen belangrijke middelen

om een divers publiek te mobiliseren.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

145

Ambitie:

Onderwerpen

Beoogde impact

Aard

Graad

Middelen:

Budget

Tijd

Kennis

Organisatie:

Voorwaarden

Faciliteren

burger

De toekomstverwachting van de wijk

ligt met -19% een stuk lager dan de

algemene toekomstverwachting voor

Almere (-4%). Een deel van de bewoners

wordt hierdoor gemotiveerd om

te participeren in beheer.

Een rondvraag bij bewoners in 2017

brachten de volgende prioriteiten naar

voren; parkeerproblematiek (17%),

rommel op straat (16%) en te hard rijden

(15%).

De meest gemiste voorzieningen zijn:

straatmeubilair (47%), buitenvoorzieningen

voor jongeren (43%) en speelvoorzieningen

voor kinderen (42%).

Het meedenken over de inrichting en

zelfbeheer van de groen en speelruimte

vormt een hoofdonderwerp voor

participatie in de wijk.

Zelfbeheer van groen gebeurt vandaag

deels reeds spontaan. Met sponsoring

van de buurtsupermarkt organiseren

bewoners bovendien zwerfvuilacties.

Er is bovendien een buurtcommissie

in het buurtlokaal waar activiteiten

worden verricht, een zelfbeheergroep

bezig met bosonderhoud als ook een

groep bewoners die met de energietransitie

aan de slag wil.

Dit alles vormt een vruchtbare bodem

om mee verder te werken in het vervolg

van het Groot Onderhoud.

Zonder groot Onderhoud schat de

wijk 25% van haar bevolking te mobiliseren

voor informerende activiteiten.

Dit ziet de wijk evolueren naar 40% tijdens

het Groot Onderhoud.

Er werd een buurtlokaal opgericht

door bewoners als reactie op het verdwijnen

van voorzieningen. Het inbedden

van deze plek in de toekomst van

de wijk is een belangrijke voorwaarde

voor het verduurzamen van burgerparticipatie.

wijk

Naast Groen en Parkeren wil de wijk

participatie uitbreiden naar afvalinzameling,

klimaatadaptatie, sociale samenhang

en de rol van openbare ruimte,

verkeer en mobiliteit.

Waar participatie tot nu toe vooral

plaatsvond op niveau van informeren

en adviseren wil de wijk en gemeente

dit niveau opkrikken naar co-creatie,

co-beslissen en zelfbeheer. Het

meer inzetten op evenementiele zien

zij daarbij als een hefboom.

De opkomst op activiteiten, wijkpeilingen,

enquêtes en kwalitatief onderzoek

vormen de belangrijkste parameters

om impact te meten.

Naast een buurtlokaal vormt de school

en sportvereniging, opbouwwerk, kinderwerk,

buurtsportcoaches, buurtvoorlichters,

studenten van Academie

van de Stad belangrijke partners in het

communiceren en organiseren van activiteiten

rond beheer. Ook de nieuwsbrief,

website, facebookpagina en de

4-maandelijkse krant vormen belangrijke

middelen om een divers publiek

te mobiliseren.

De participatienota van Almere geeft

duidelijk aan op welk participatieniveau

zij burgers wil betrekken bij diverse

activiteiten.

Zo vormt de klankbordgroep met bewoners

een vaste partner doorheen

het Groot Onderhoud.

Bovendien worden zelfbeheergroepen

ondersteund met gereedschap en

krijgt de buurtcommissie professionele

ondersteuning voor hun organisatie.

Om participatie rond energietransitie

te organiseren rekent de wijk wel op

de nodige extra ondersteuning.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

146

Dagelijks

Zelfbeheer

tuintjes

Klankbord

groep

Buurt

Diverse

voorlichters

communicatie

In

taking

Informeren

Participatie

nota

Wijk

events

Samenwerking

stadsdiensten

Raadplegen

Adviseren

Co-produceren

Co-beslissen

Zelfbeheer

Out

reaching

Evenementieel

Strategie

De huidige acties op vlak van burgerinspraak in beheer

zijn sterk georiënteerd op het verzamelen van

meningen van burgers en deze mee te nemen in de

grootschalige ontwikkelingen in de wijk. Naast de

adoptietuintjes die goed werken blijven de wensen

op vlak van meer dagelijkse co-creatie en zelfbeheer

van burgers eerder beperkt. Zo wil de gemeente,

na het afronden van de wijkverkenning, graag

bewoners betrekken bij het uittekenen van een projectplan,

maar hier een concrete aanpak hiervoor is

nog zoek. Deze grotere ambitie op vlak van co-creatie

en zelfbeheer in de openbare ruimte toont zich

dan ook in contrast met de gelimiteerde huidige acties

op dit vlak.

De urgentie tekent zich af in cijfers zoals de algemene

bevindingen van de wijk door bewoners. Slechts

12% vind dat de wijk echt gezellig is en er een samenhorigheid

is, terwijl dit 23% in Zoetermeer is

(Omnisbusenquête Deelrapport Wijkregie, 2017).

Maar liefst 54,1% van de bewoners is regelmatig

angstig of op zijn ongemak in de publieke ruimte.

Zo kwamen verschillende ervaringsverhalen van geweld

en criminaliteit naar voren in de wijkverkenning.

Eerder dan te kijken naar wat niet goed werkt

valt er sterk te werken met wat goed gaat. De uitzonderlijk

hoge aanwezigheid van groen in de naoorlogse

wijk wordt bijvoorbeeld erg sterk gewaardeerd

door de bewoners (82%). Eerder dan te hopen op

zelforganisatie van burgers valt er bovendien sterk

te werken met de aanwezige organisaties. Eerder

dan enkel participatie te organiseren binnen het domein

beheer kan er gekeken worden over bevoegdheden

heen. Wanneer we beiden combineren komt

de stadsboerderij naar voren als interessante hotspot.

De groene plek waar veel bewoners regelmatig

naartoe komen wordt beheerd door de afdeling

vrije tijd en ligt op een domein met diverse omliggende

gronden in bezit van beheer. Verder bouwend

op de goede ervaringen met de adoptietuintjes kan

hier verder worden ingezet op pilots van bewoners

op vlak van innovatief beheer. Het organiseren van

activiteiten in en rond de boerderij rond thema’s die

naar voren kwamen in de wijkverkenning zoals eenzaamheid,

gebrek aan samenhorigheid en ontmoeting

kunnen hier een selectievoorwaarde vormen.

Met een beperkt budget kan zo verder worden ingezet

op wat al goed draait in de wijk en kunnen lessen

geleerd worden voor nieuwe vormen beheer in

de andere wijken van de gemeente.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

147

4.2.4.3 Zoetermeer – Meerzicht

In Meerzicht liggen kaarten of aanleidingen anders

dan de andere testwijken. Als enige testwijk zonder

rioleringsopgave vormt eerder de renovatieopgave

van woongebouwen en de buitenruimte de belangrijkste

onderwerpen. Waar bewoners hierbij kunnen

aangesproken worden op hun eigen woonruimte

vormen de grootschalige projecten zoals de woonuitbreiding

en een nieuw winkelcentrum een tweede

opgave waar, gezien hun schaal en externe aard een

uitdaging voor het vinden van een juiste positie en

format voor burgerinspraak.

Ambitie

Ambitie:

Onderwerpen

Beoogde impact

Aard

Graad

Middelen:

Budget

Tijd

Kennis

Organisatie:

Voorwaarden

Faciliteren

burger

Als gevolg van de aard van ontwikkelingen

in de wijk als ook taalbarrières

en het aandeel aan lage inkomens

in de wijk – 13,3% Meerzicht Oost

en 10% Meerzicht West, versus 7,5%

voor de hele gemeente Zoetermeer –

maakt dat naast winkels en scholen

bewoners vooral particuliere zaken als

hun eigen woning of parkeren aanhalen

als onderwerpen waar zij zich over

willen uiten. Dit werd duidelijk uit de

ronde van gesprekken met bewoners

en diverse instellingen in de wijk.

Hoewel meerdere bewoners hun motivatie

uitten om meer ontmoeting en

co-creatie in de wijk te organiseren

schat de gemeente de huidige betrokkenheid

niet veel groter dan 3 tot 4%

van de bewoners. Dat een derde van

de bewoners met schuldenproblematiek

en lage inkomens zit maakt dat

extra tijd om te investeren in de buurt

vaak moeilijk is.

De organisatie van bewoners in de

wijk blijft als gevolg van bovenstaande

redenen dan ook eerder beperkt.

wijk

De wijk heeft intussen al diverse investeringen

gepland rond renovaties

van wooncoöperaties, de vergroening

van schoolpleinen, een actieplan

eenzaamheid en doorontwikkeling

van wijkrestaurants. Participatie blijft

vooral beperkt tot het informeren van

deze investeringen door het ophalen

van kennis bij bewoners en instellingen

via gesprekken. Wel wil de wijk de

graad van participatie optrekken van

adviseren naar meer co-creëren, maar

dit blijkt verre van evident.

Waar de wijk minder kan rekenen op

organisatie van onderuit vraagt het

mobiliseren van bewoners op een hoger

participatieniveau dan ook extra

tijd en budget dat, gezien de grote

kosten van de geplande ontwikkelingen,

moeilijk te vinden is.

De wijk is sterk georganiseerd voor

het uitvoeren van interviews met burgers

en instellingen en het integreren

van die kennis. De wijk mist echter de

tools om hun wens om het participatieniveau

in de ontwikkeling van de

wijk op te krikken te realiseren.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

148

Profiel

Acties

Wijkverkenning met storytelling

De gemeenteraad van Zoetermeer heeft het college van burgemeester

en wethouders op 27 november 2017 de opdracht gegeven om ‘wijkgericht

verkenningen uit te voeren- met de nadruk op het revitaliseren en

verduurzamen van bestaande wijken- en de beleidsuitgangspunten in

het gesprek met de stad wijkgericht te nuanceren, nader in te vullen dan

wel te vervangen’. Het doel was om te komen tot een samenhangend

plan en ontwikkelingsstrategie om in de wijk aantoonbare, merkbare en

zichtbare verbeteringen aan te brengen in de directe leef- en woonomgeving

van de inwoners. Het gaat daarbij om alle mogelijke opgaven, die

over het sociale, fysieke, economische of veiligheidsdomein heen kunnen

gaan. Een eerste wijkverkenning werd uitgevoerd in Meerzicht en

dient vervolgens als voorbeeld voor de andere wijken in Zoetermeer.

Deze wijkverkenning verliep in 4 fasen:

1. Voor gesprekken werden aangevat werd beschikbare data met behulp

van het Business Intelligence Team en de afdeling Onderzoek

& Statistiek in kaart gebracht. Op het Platform Meerzicht – diverse

werkgroepen van ambtenaren – werden hier rode draden uit gedistilleerd.

2. Deze rode draden werden vervolgens besproken met ondernemers

in het winkelcentrum Meerzicht, corporaties en maatschappelijke

organisaties zoals scholen, kinderopvang en zorg- en welzijnsinstellingen.

Sterktes, zwaktes en kansen werden geïdentificeerd.

3. Na het raadplegen van bovenstaande ‘antennes’ werden 22 bewoners

rechtstreeks aangesproken. Deze actie werd uitgedacht in samenwerking

met het bureau ‘It’s All About Stories’. Eerder dan een

interview werden bewoners gevraagd om een of enkele van de 6

thema’s van de leefbarometer te selecteren en hier hun eigen ervaringsverhaal

over te vertellen.

4. Met het principe ‘1 keer is toeval, 2 keer is opmerkelijk, 3 keer is een

patroon’ werden de verhalen geanalyseerd. De eerste analyse werd

vervolgens besproken in het Platform Meerzicht en samen met de

verschillende beleidsafdelingen zijn conceptvraagstukken voor de

wijk Meerzicht geformuleerd die verder worden opgenomen in de

ontwikkeling van de wijk.

Persoonlijke gesprekken wijkbeheerder en bewoner

Wijkbeheerders gaan op een dagelijkse basis in gesprek met bewoners

over concrete projecten zoals de heraanleg van straatprofielen of het

groenbeheer in nabijheid van woningen.

Adoptietuintjes

Meerzicht heeft het op één na grootste aantal adoptietuintjes van de gemeente.

Hoewel er soms eens een brief wordt gestuurd met de mogelijkheden

voor adoptiegroen wordt er doorheen het jaar niet actief gezocht

naar bewoners. Wel worden de opties voor adoptiegroen aangegeven

op de website van de gemeente. Instappen vraagt slechts 1 A4 en een

sitebezoek met de wijkbeheerder. Dit is een gevolg van de vaststellingen

dat bewoners anders het groen minder lang blijken te onderhouden.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

149

Dagelijks

Adoptie

tuintjes

In

taking

Informeren

Raadplegen

Wijk

verkenning

Gesprekken

wijkbeheerder &

bewoner

Adviseren

Co-produceren

Co-beslissen

Zelfbeheer

Out

reaching

Evenementieel

Strategie

De huidige acties op vlak van co-creatief beheer tonen

de sterke nadruk op informerende acties met

enkele tuintjes in zelfbeheer als uitzondering. De

buurtvoorlichters geven een extra gewicht aan het

informeren van en het ophalen van kennis bij bewoners.

Dit reïntegratieproject maakt tegelijkertijd een

innovatieve brug tussen beheer en de sociale ontwikkeling

van de wijk.

De wijk en gemeente hebben tegelijkertijd de ambitie

om, wanneer het Groot Onderhoud start, bewoners

op een hoger participatieniveau te betrekken

bij de energietransitie en de inrichting van groenruimte.

Toch blijven de activiteiten om deze ambitie

te realiseren eerder beperkt.

Ondanks de vele informerende acties blijft de toekomstverwachting

van de wijk verrassend laag

(-19%) tegenover de rest van de gemeente (-4%). Dit

lijkt enerzijds te maken te hebben met de vertraging

van 1,5 à 2 jaar op de start van het Groot Onderhoud.

De vele participatierondes krijgt zo geen duidelijk

vervolg op korte termijn en brengt heel wat frustratie

met zich mee. Nu de start van het Groot Onderhoud

eraan komt is het belangrijk om deze afstand tussen

bewoners en de gemeente te verkleinen en burgers

opnieuw actief te betrekken bij het deels samen uitvoeren

van hetgeen zij hebben geadviseerd. Er is

daarom een nood aan meer outreaching acties die

inzetten op het voorbijgaan aan de usual suspects

– blank en 60+ – van participatiemomenten. Voor de

passende formats kan geleerd worden van nationale

en internationale voorbeelden waarvan het succes

per beheerfase geëvalueerd en bijgeschaafd

kan worden.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

150

4.2.4.4 Leiden – Zuid-West

Voor de opmaak van het ‘Ontwikkelperspectief

Zuidwest’ gaf de gemeenteraad de opdracht om bewoners,

ondernemers, maatschappelijke organisaties

en andere geïnteresseerden ‘vanaf het begin tot

het einde van het proces te betrekken en dit op verschillende

manieren te doen’. Een reeks aan experimentele

acties op vlak van burgerinspraak vormden

dan ook een belangrijke input voor het document

waarover medio 2019 zal worden beslist.

Na meer dan een jaar aan intensieve participatie, de

opmaak van het Ontwikkelingsperspectief volgt de

vraag; welke rol voor burgerparticipatie in de vier

aankomende uitvoeringsfasen?

Ambitie

Ambitie:

Onderwerpen

Beoogde impact

Aard

Graad

Middelen:

Budget

Tijd

Kennis

Organisatie:

Voorwaarden

Faciliteren

burger

Aantallen en locaties van parkeerplaatsen,

afvalinzameling, afval op

straat en de kwaliteit en kwantiteit van

groen vormen de meest voorkomende

thema’s aangekaart door burgers.

Het is ook hier vooral het herdenken

van de groenruimte waar burgers zelf

een actieve rol in willen spelen.

Bewoners in Leiden Zuid-West zijn

slechts in beperkte mate georganiseerd

rond beheer. De gemengde

woningmarkt met eigendom, huur en

corporatiebestand zorgt ook voor verschillende

relaties met de buitenruimte.

Ook het hoog aantal lage inkomens

en diverse opleidingsniveaus zorgt

voor een uitdaging in een brede betrokkenheid

bij participatieprocessen.

Als gevolg van de lage graad van organisatie

op vlak van beheer vormt het

werken met bestaande organisaties

zoals de sterk aanwezige corporaties

een meer efficiënt kanaal voor het mobiliseren

van burgers.

wijk

Eerder dan de wijk zelf is het vooral de

gemeente die met het initiatief komt

om participatie te organiseren. De

wijk vormt de tussenschakel om meer

intensieve gesprekken over onder andere

het klimaatadaptief inrichten van

de buitenruimte, eigen percelen en

woningen te voeren.

Deze participatie wil ze dus vooral investeren

voorafgaand aan het maken

van het schetsontwerp met behulp

van meedenksessies.

Waar de financiële middelen voor participatie

vooral vanuit de gemeente

voortkomen wordt op wijkniveau

vooral uitgevoerd en dus geïnvesteerd

in de vorm van uren. Zo kunnen bewoners

ook tot €10.000 aan subsidies

voor wijkinitiatieven mobiliseren die

vervolgens in samenwerking met de

wijk worden uitgevoerd.

De wijkregisseur vormt een belangrijke

tussenschakel tussen wijkbewoner

en gemeente. Deze helpt bij het

opzetten van wijkinitiatieven en verbindt

gemeentebeleid met de bekommernissen

van bewoners. Bovendien

vormt het online platform www.leiden.buurboek.nl

een medium waarop

buurtbewoners, professionals en gemeente

samenwerken en acties worden

gecommuniceerd.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

151

Profiel

Acties

Sinds eind 2017 werden in Leiden diverse acties ondernomen om inspraak

mogelijk te maken in het Ontwikkelingsperspectief Zuidwest,

zoals hierboven geïllustreerd.

Klankbord met partners in de wijk

Op basis van statistische data, gegevens, trends en ontwikkelingen

werd in gesprek gegaan met professionele partners in de wijk deze

cijfers te helpen interpreteren vanuit een praktijkvisie. Deze klankbordgroep

met woningcorporaties, ondernemers, scholen en zorginstellingen

functioneerden doorheen het volledige proces als klankbordgroep

en werden zo permanent betrokken bij de ontwikkeling van de wijk.

Projectmarkt

In de verschillende fases van het project worden informatieavonden in

de vorm van een projectenmarkt georganiseerd. Hier worden bewoners

enerzijds geïnformeerd over de grote plannen in wijk door versimpelde

voorstellingen met live uitleg van het ontwikkelperspectief, stedenbouwkundige

ontwikkelingen, de energietransitie. Anderzijds worden

bewoners ook geïnformeerd over wat zij zelf kunnen doen om bij te

dragen aan deze grote projecten zoals zonnepanelen installeren, steen

eruit plant erin-voorbeelden, aanleg geveltuintjes enzovoort. Deze clustering

van beide elementen zorgt voor een grote opkomst van en belangstellingen

bij bewoners.

‘Zuidwest op zijn best’-bakfiets

Na een professionele duiding van de trends in de wijk wordt er een stap

verder gegaan in het verfijnen wat de visie van burgers is op het heden

en de toekomst van de wijk. Met behulp van de bakfiets zochten verschillende

ambtenaren per bakfiets de bewoners van de wijk op. De

bakfiets laat toe om hen op een actieve manier te benaderen en een vlotter

gesprek aan te gaan met bewoners over de locatie waar zij worden

aangesproken.

Digitaal panel

Een ad random samengestelde groep van burgers werd uitgenodigd om

online, op themaniveau, hun mening te delen. Samen met het Klankbord

en de bakfietsactie leidden deze acties tot het opmaken van een

startnotitie, waarin alle opmerkingen werden opgenomen.

Leidse Huiskamergesprekken

Als deel van de L750 Burgertop in werden alle inwoners, ongeacht afkomst,

opleiding of achtergrond betrokken bij gesprekken over de toekomst

van de stad.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

152

Week van het stadsgesprek

Gesprekken met en tussen burgers werden bovendien geclusterd in een

week met diverse gesprekken waarop ook de wethouder aanwezig was.

Inspiratiebijeenkomsten

Burgers die een stap verder wilden zetten werden verwelkomd op sessies

over het thema dat hun aanbelangt: de sociale buurt, de duurzame

& gezonde wijk en de gemengde stad.

Vragenloket

Burgers kunnen zich bovendien extra informeren op basis van een vragenloket

waar antwoorden op veel gestelde vragen worden geclusterd;

‘wie betaalt de vervanging van de riool?’, ‘Wordt meteen rekening gehouden

met het aardgasvrij maken van de wijk?’, ‘Hoe worden wij op de

hoogte gehouden van de ontwikkelingen?’ zijn enkele van hen.

Online enquête

Burgers die niet geïnteresseerd zijn in of niet de mogelijkheid hebben

om deel te nemen aan de live gesprekken worden uitgenodigd om de

online enquête van de stad in te vullen.

Ga goed

Dit online platform verzamelt informatie, voorbeelden en verhalen die

bewoners moet inspireren in het nemen van acties op vlak van energie,

biodiversiteit, klimaat, afval, ondernemen en mobiliteit.

Inspraaknota

Eerder dan te verdwijnen in een black-box wordt de verzamelde input

vanuit het intensieve participatietraject systematisch verzameld in een

inspraaknota die door iedereen in te lezen valt. Dit is cruciaal voor het

waarderen en verduurzamen van participatie van bewoners.

Ontwikkelperspectief ter inzage

Na het opmaken van het Ontwikkelperspectief wordt een duidelijke periode

afgebakend waarin burgers hun mening kunnen geven over het

resultaat voor het voorligt voor goedkeuring op de gemeenteraad. In dit

document wordt per hoofdstuk ook een overzicht gegeven van de verzamelde

meningen van burgers, die vervolgens niet verloren gaan in de

backoffice van dit document maar een duidelijke positie krijgen in het

document. Na de goedkeuring van het ontwikkelperspectief komt uitvoering

steeds dichterbij. Hoewel er ideeën zijn om participatie ook hier

door te trekken in onder andere het bepalen van de invulling van specifieke

zones zoals de parkeerzone voor groepswoningen en binnentuinen

van appartementsblokken zoekt de gemeente naar de juiste formats om

dit te organiseren.

Optiezones

Wel kiezen ze ervoor om, los van deze format, enkele terreinen te bestemmen

als optiezones waarvan de invulling op een later moment met

de bewoners kan worden bepaald, gaande van speelpleinen tot volkstuinen.

Samen aan de slag

Een van de instrumenten om vervolgens zelf actie te nemen als burger

is het gemeentelijke initiatief Samen aan de Slag. Na het aanmelden van

een actie zoals geveltuintjes, buurtmoestuinen, boomspiegels, zwerfvuilacties,

adopteren van een publieke afvalbak kunnen burgers rekenen

op hulp van een onderhouds- en greencoach die ondersteunen bij het

bedenken en uitvoeren van praktische zaken.

Subsidie wijkinitiatieven

Een tweede instrument vormen de subsidies voor wijkinitiatieven. Hier

kunnen bewoners tot €10.000 aan financiële ondersteuning krijgen om

hun project, al dan niet ondersteund via Samen een de Slag, uit te voeren.

Kwantificeren

Meer dan een beschrijving van de acties die in de wijk worden genomen

wordt de verwachtte impact ook in cijfers onderzocht en gecommuniceerd

aan de bewoners. Het bureau Over Morgen calculeerde zo dat

het warmtenet voor alle buurten in Zuidwest meer dan dertig procent

goedkoper zou zijn dan andere oplossingen

Projectpagina Leiden Zuidwest

De gemeente Leiden voorziet bovendien een projectpagina waar een

overzicht wordt gegeven van de planning, de belangrijkste acties maar

ook een video die het proces uitlegt.

Wijkregisseur

De wijkregisseur vormt de belangrijkste tussenschakel tussen wijkbewoner

en gemeente. Zij schieten regelmatig bij bij burgerinitiatieven en

verbindt lokale bevindingen aan gemeentebeleid.

Buurboek

Op dit online platform worden, acties, ervaringen en evenementen van

burgers en professionals gecommuniceerd. Dit moet de kennisuitwisseling

en samenwerking in de wijk bevorderen.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

153

Dagelijks

Optie

zones

Samen aan

de slag

Buur

boek

Wijk

regisseur

Subsidie

wijkinitiatieven

In

taking

Kwanti

Ga ficeren

goed

Vragen

loket

inspraak

nota

Project

pagina

Online

enquête Bakfiets

gesprekken

Huiskamer

Project

Digitaal

gesprekken

markt

panel

Informeren

Week vh

stadsgesprek

klankbord

Raadplegen

Inspiratie

bijeenkomsten

Adviseren

Co-produceren

Co-beslissen

Zelfbeheer

Out

reaching

Evenementieel

Strategie

Het assenstelsel toont een grote inzet op evenementiële

acties. Dit dient geplaatst te worden binnen

de opmaak van het ontwikkelperspectief voor

Leiden waar diverse van deze acties trachtten kennis

te verzamelen om het ontwikkelperspectief te

voeden. Wanneer dit ontwikkelperspectief wordt

goedgekeurd is de vraagt welke rol burgers hebben

in de uitvoering van deze plannen.

De vergelijking tussen de huidige acties en ambities

zien we dat meer dagelijkse acties op vlak van

co-creatie in beheer nog het nodige gewicht ontbreken

wil de wijk beantwoorden aan de vraag van burgers

om betrokken te worden bij de uitvoering, en

dan vooral bij de groenruimte.

Fase 1: Gasthuiswijk Zuid ligt zo goed als vast. In

deze fase zal er vooral worden ingezet op het communiceren

van de ontwikkelingen. Na een eerste

evaluatie van de vele acties die de laatste twee jaren

werden genomen blijkt dat vooral de projectenmarkten

eerder dan klassieke bewonersavonden

een erg groot en divers publiek kunnen mobiliseren,

en vormt dus een bruikbaar instrument dat kan worden

ingezet in vier fasen. Waar burgers vervolgens

middelen en hulp kunnen mobiliseren bij het uitvoeren

van hun eigen project blijven deze acties vooral

intaking. Gezien de lage organisatiegraad van bewoners

op vlak van beheer zijn meer outreaching

acties via bestaande structuren zoals die van de

corporaties een interessante piste om bijvoorbeeld

binnentuinen en omliggend groen samen met bewoners

onder handen te nemen. Zo wordt de massa

aan input van bewoners ook teruggegeven aan hen

en kan co-creatief beheer in de wijk sterker worden

ingebed in het dagelijkse beheer van de wijk.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

154

Dagelijks

Wijkdeals

Mijn

wijkplan

Renoseec

Telraam

Fixmystreet

In

taking

Bouw

app

2000 Watt

Society

Informeren

Evenementieel

Raadplegen

Adviseren

La Pile

Co-produceren

De Tuinman

Buurt

begroting

Co-beslissen

Zelfbeheer

Leef

straten

Out

reaching

4.2.5 Inspiratie

Na een vertaling van de huidige acties (groen vlak)

en de ambities (rood vlak) van de wijken en gemeenten

op vlak van co-creatief beheer wordt kunnen bestaande

acties worden versterkt of geheroriënteerd

en nieuwe acties worden geïntroduceerd om deze

ambities waar te realiseren. Onderstaande internationale

good practices werden op hetzelfde assenstelsel

geplaatst en dienen zo als inspiratie om beide

vlakken, van acties en ambities, zo sterk mogelijk

te laten overlappen en co-creatie in beheer op een

strategische wijze te regisseren.

Wijkdeals (Breda, Nederland)

Een wijkdeal is een afspraak tussen bewoner(s) en gemeente om de

buurt prettig, leefbaar en veilig te maken. Van geveltuinen, zwerfvuil

ophalen en blad ruimen tot het adopteren van een container om

zwerfvuil tegen te gaan; bewoners en groepen ontvangen begeleiding,

materiaal, onkosten en eventueel zelfs een vergoeding. Na 7

jaar engageerden meer dan 2500 bewoners zich in het opzetten van

meer dan 500 wijkdeals. In tegenstelling tot de Right to Challenge

is de procedure van wijkdeals erg simpel en mobiliseert op die manier

een grotere groep aan bewoners. Meer info op www.breda.nl/

wijkdeal .


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

155

2000 Watt Society (Zurich, Zwitserland)

In 19989 berekenden onderzoekers van ETH Zurich dat wanneer we

rekening houden met de energiebronnen van de aarde en het milieu

willen beschermen, maximum slechts 2000 Watt verbruik en één ton

CO2 uitstoot verantwoord is per persoon. Nadat in 2008 driekwart

van Zurich hierop stemde in een referendum vormt het de maatstaf

voor het meten van lokaal initiatief aan stedelijk beleid en globale

transitiedoelstellingen. Bouwbedrijfen en burgerinitiatieven kunnen

dan ook op extra ondersteuning rekenen bij het realiseren van hun

project indien zij deze doelstelling respecteren. Innovatieve initiatieven

informeren dan weer nationaal beleid. Dit vormt een succesvol

voorbeeld in het vertalen tussen staat en straat en het strategisch

begeleiden van burgerinspraak en initiatieven. Meer info op www.

stadt-zuerich.ch/2000-watt-society .

Renoseec (Gent, België)

Twee derde van alle woningen in Vlaanderen is onvoldoende geïsoleerd

en één derde is van slechte kwaliteit (Ryckewaert & Vanderstraeten,

2015). Bovendien zijn gebouwen verantwoordelijk

voor 40% van het energieverbruik en 36% van de CO2-uitstoot in

de Europese Unie. Dat heeft vele gevolgen voor het welzijn en de

gezondheid van de bewoners. RenoseeC staat voor Renovaties met

Sociale, Economische en Ecologische meerwaarde via Collectieve

aanpak. Na het selecteren van een wijk met lage inkomens wordt

een gratis woonscan aan burgers aangeboden met behulp van de

communicatiekanalen van de gemeente en informatieavonden. Bewoners

krijgen vervolgens een gratis adviesrapport voor renovatie.

De eigenaars of huurders en verhuurders die hierin willen stappen

worden geclusterd op basis van de aard van de renovatieopgaven en

toegewezen aan een gecertificeerd bouwteam. Geclusterde werfbezoeken,

gestandaardiseerde bouwoplossingen, groepsaankoop

van materiaal en andere schaalvoordelen drukken de kosten terwijl

bewoners worden ontzorgd. Gemeenten en wijken kunnen een belangrijke

rol spelen in het installeren van dit initiatief en het werven

van bewoners die op hun beurt bijdragen aan de transitiedoelstellingen.

Dit vormt opnieuw een collectief project dat verschillen tussen

bewoners overstijgt en op een pragmatische manier sociale cohesie

in de wijk versterkt. Meer info op www.renoseec.com .

La Pile door CityMined (Brussel, België)

Naast de doelstellingen op bovenlokaal niveau leven er op lokaal

niveau vaak innovatieve oplossingen. ‘La Pile is een project dat

mensen bij elkaar brengt om de elektriciteit in de buurt zichtbaar en

daarna ook eigen te maken’. Eerder dan culturele gemeenschappelijkheden

brengt het project mensen samen die aan dezelfde elektriciteitsbak

gekoppeld zijn en gaan het gesprek over energie aan. Al

snel stuitten ze op verhalen van mensen die niet zó maar hun stekker

in het stopcontact stoppen zonder te kijken wat erachter zit. Marc

legde zijn goed georiënteerd dak vol zonnepanelen. Hij produceerde

meer stroom dan hij op kon. Zijn buurvrouw die zich dat niet kon

veroorloven zag wel haar energiefactuur stijgen. Marc gooide een

verlengkabel over de haag om zijn stroomoverschot te delen. Na de

mapping en gesprekken werden ideeën gepresenteerd in het Brussels

Paleis voor Schone Kunsten (BOZAR) en worden vervolgens

opgeschaald naar buurtbrede projecten en nationaal beleid en regelgeving.

Meer info op www.lapile.org .

De Tuinman (Sittard-Geleen, Nederland)

Het warm maken van burgers voor zelfbeheer is niet evident. Eerder

dan burgers uit te nodigen op een wijkvergadering trekt de werfkar

samen met een medewerker beheer op tour doorheen de gemeente.

Deze stopt doorgaans in parken en brengt bewoners en groepen

samen om zelfbeheer op een collectieve manier aan te pakken. Als

vervolg kunnen deze groepen rekenen op begeleiding, materialen en

de versoepeling van regelgeving in het beheren van een stuk groen

of een speeltuin. Meer info op www.detuinmanvansittardgeleen.nl .


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

156

Mijn Wijkplan (Nijmegen, Nederland)

Dit platform geeft gemeenten en wijken de mogelijkheid om enerzijds

informatie te delen over de ontwikkelingen van de wijk en

anderzijds ideeën van burgers te verzamelen. De gemeente Nijmegen,

waar het platform als eerste actief is, koppelt hier ook een

burgerbudget aan om initiatieven met de meeste steun van burgers

te financieren. Dit platform vormt een aanvullen op meer klassieke

informatiekanalen en bewonersavonden waar vaak een oudere bevolking

mee wordt bereikt. Meer dan de helft van de gebruikers van

Mijn Wijkplan is tussen de 25 en 45 jaar. De transparantie die de app

biedt moet de grens tussen bewoners en bestuur verkleinen en zelfbeheer

ondersteunen. Meer info op www.mijnwijkplan.nl .

Buurtbegroting (Lelystad, Nederland)

Bouwapp (Zaanstad, Nederland)

Informeren is een eerste belangrijke stap om betrokkenheid en inspraak

van bewoners mogelijk te maken. Het up-to-date houden

van informatie over werkzaamheden van werven is daarbij belangrijk.

De communicatiekanalen van de gemeente of wijk is enkel niet

altijd aangepast op het aanleveren van informatie op het ritme van

een werf. Bovendien moet informatie van de werfleider steeds via de

gemeente naar de bewoner. De Bouwapp maakt dit contact tussen

bewoner en werfleider direct en geeft een duidelijke tijdlijn van de

genomen en geplande stappen in de werf. Bewoners hebben bovendien

de mogelijkheid om vragen te stellen en te reageren. Op die

manier wordt een normaal erg gesloten proces achter werfbanners

opengesteld aan bewoners. Meer info op www.debouwapp.nl .

Meer info op www.debouwapp.nl .

Participatory Budgetting kent het laatste decennium een sterke globale

groei. Ook in Lelystad wordt er €75.000 besteed met de bewoners.

Voor het proces van start gaat worden bewoners aselect

geloot om de projectroep van de burgerbegroting te vormen de volgende

stappen in het proces te organiseren. Zo is het proces ook in

eigendom van de bewoners. Het proces start met het verzamelen

van ideeën van burgers door de projectgroep. Met behulp van en

bewonersavond, waar 100 man aan deelnam, gaan initiatieven in gesprek

met welzijn of de bewonersconsulenten. Vervolgens worden

gelijkaardige ideeën geclusterd onder thema’s. Uiteindelijk krijgen

alle aanwezigen op de stemdag 10 fiches die zij kunnen verdelen

over de projecten. Geselecteerde projecten krijgen het budget en

ondersetuning om hun project uit te voeren. Meer info op www.lelystad.nl/buurtbegroting

.

Fixmystreet (Brussel, België)

Dit online platform is een initiatief van de mobiliteitsdienst en diverse

gemeenten van het Brussels Gewest. Het laat burgers toe om

meldingen te doen over de publieke infrastructuur. In tegenstelling

tot de Beter Buiten-app die in Nederland wordt gebruikt hebben

bewoners ook zelf de mogelijkheid om gemelde problemen aan te

pakken en een melding te maken wanneer het probleem opgelost

is. Op die manier wordt zelfbeheer gekoppeld aan het platform dat

op een meer open-source manier werkt. Meer informatie op www.

fixmystreet.brussels .


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.2 Beheer en de burger

157

Bronnen

Amin, A. (2002). Ethnicity and the multicultural city. Living with diversity.

London: Department of Transport, Local Government and the Regions

and the ESRC Cities Initiative.

Arnstein, S. (1969). A Ladder Of Citizen Participation. Journal of the

American Institute of Planners 35 (4): 216–224

CROW. (2019). Terugblik: De Participatiemarkt. Geraadpleegd op 4 oktober

2019, via https://www.crow.nl/crow-levende-stad/bijeenkomsten-(1)/2019/de-participatiemarkt

Europese Commissie. (2019). Energy Performance of Buildings. Geraadpleegd

op 22 oktober 2019, via https://ec.europa.eu/energy/en/topics/

energy-efficiency/energy-performance-of-buildings/overview

Telraam (België)

Hoewel sluipverkeer, luchtvervuiling en verkeersveiligheid een

steeds meer besproken thema vormt op lokale en nationale schaal

bezitten burgers niet altijd de juiste middelen om bij te dragen aan

de praktijk. Metingen van het aantal auto’s, zwaar verkeer, openbaar

vervoer, fietsers en voetgangers is cruciaal maar is vaak duur, beperkt

in tijd en registreren zelden alle vervoerswijzen. Telraam is een

citizen science -project en voorziet een onderzoeksvraag en hoogtechnologische

materiaal. Burgers verzamelen de data. Burgers

kunnen de technologie kopen of zelf in elkaar steken als DIY-pakket.

Groepen krijgen gratis materiaal. De verzamelde data is vervolgens

voor iedereen live beschikbaar en voedt debat en beleid. Meer op

www.telraam.net .

Oosterlynck, S. Moving beyond normative philosophies and policy concerns:

a sociological account of place-based solidarities in diversity.

CMS 6, 18 (2018) doi:10.1186/s40878-018-0083-5

PLANTERRA (2019). Particiaptiekader. Geraadpleegd op 6 oktober 2019,

via https://www.crow.nl/crow-levende-stad/bijeenkomsten-(1)/2019/

de-participatiemarkt

Stichting Tussentuin. (2019). Gemeenschappelijke (binnen)tuinen Reyeroord

- Resultaat ontwerpatelier. Geraadpleegd op 6 oktober 2019, via

https://www.veldacademie.nl/img/Document/4c/77/4c77bc68-20be-

47a5-a5b7-94f748b65909/Rapportage%20Binnentuinen%20Reyeroord_DEF_digitaal.pdf

Vanderstraeten L., Ryckewaert M. (2015), De kwaliteit van de Vlaamse

woningen. Het verhaal van noodkoop en “captive renters”, in: De Decker

P., B Meeus, I Pannecoucke, E Schillebeeckx & J Verstraete (red) Woonnood

in Vlaanderen. Feiten, mythen en voorstellen, Garant, Antwerpen,

p 87-106.

Leefstraten (Gent, België)

Toekomstscenario’s voor alledaagse ruimten verbeelden is niet altijd

gemakkelijk. Wanneer het gaat over parkeren en mobiliteit houdt

men veranderingen vaak liever af. De Leefstraten vormen een tussenperiode

waarin tijdelijk een toekomstig scenario wordt getest en

lessen worden geleerd om een meer permanente inrichtingen van

de straat te inspireren. Zo waren de leefstraten een experiment om

Stad Gent te helpen bij het maken van keuzes rond straatinrichting

en buurtparkeren. Straten worden autovrij en worden door de initiatiefnemers

en bewoners ingericht als leefstraat met onder andere

banken en speeltuigen. Bewoners dienen te onderhandelen over

de gedeelde ruimte. Hoewel frictie en discussie optreedt vormt de

vastgelegde proefperiode van drie maanden een verzachtende context.

De lessen uit deze proeftuinen op vlak van parkeerdruk, mobiliteit

en beheer zijn vervolgens erg leerrijk voor het inrichten van een

straat na bijvoorbeeld het openleggen van de straat voor de vervanging

van de riolering. Meer info op www.leefstraat.be .


duurzaamheids

winkel


Delta Atelier Stedelijk Beheer 159

Sleutel 7

De principes achter

geïntegreerde

deelprojecten

komen niet op één

maar op veleplaatsen

tegelijk voor.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

160

4.3.1 Introductie 161

4.3.2 Uniek vakmanschap en positie 164

4.3.3 Wijkstrategieën 166

4.3.4 Naar een gedeeld praktijkboek? 176

Dit hoofdstuk werd uitgewerkt door Architecture Workroom Brussels


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

161

4.3.1 Introductie

Uit de transitiemapping op stadsschaal kunnen we

heel wat lessen trekken, het blijft dan ook ontzettend

belangrijk om de grote stedelijke structuren op

niveau van de hele stad te bekijken. Maar om grote

opgaven aan te pakken is het minstens even cruciaal

om in te dalen tot op het schaalniveau van de

wijk. We zijn ervan overtuigd dat de nieuwe vormen

van “planning” en “beheer” zich op het raakvlak

bevinden tussen wat top-down kan georganiseerd

worden en wat van onderuit komt. Het is ongelofelijk

interessant om te zien welke rollen beheer op dit

wijkniveau allemaal op zich neemt!

In het volgende hoofdstuk tonen we hoe we het vakmanschap

en de acties waarin de beheerder betrokken

is hebben proberen begrijpen, inzichtelijk

maken en als vertrekpunt te zien om nieuwe types

projecten en beheerpraktijken te testen. Hiervoor

hebben we ons gebaseerd op gesprekken met de

Kopgroepgemeenten (directeurs, strategen en projectleiders).

De “schietschijf” die later in dit hoofd-

se Leiden

Case Almere

Case Zoetermeer

1. intro / wat voorafging

2. situering drie deelopdrachten

3. de veranderende rol van beheer

4. ruimtelijke concepten

Indexering van relevante actoren in de wijk Zuid-

West in Leiden in de koppeling tussen energie-, water

in materialenstromen

1. intro / wat voorafging

2. situering drie deelopdrachten

3. de veranderende rol van beheer

4. ruimtelijke concepten

Indexering van relevante actoren in de wijk De Marken

in Almere in de koppeling tussen mobiliteit,

energie en materialen

stuk afgebeeld wordt, werd vervolgens de onderlegger

om mogelijke sporen af te toetsen om de

vaste rol van de beheerder te verbreden. Het is (nog)

geen handleiding, maar voornamelijk een communicatietool

om samen mee aan de slag te gaan.

4.3.1.1 De wijk als schaalniveau

voor transitie

Het schaalniveau van de wijk is enorm interessant

als we zoeken naar koppelingen tussen verschillende

stromen. Het is niet te groot, waardoor de opgave

relatief bevattelijk en voorstelbaar blijft, maar

ook niet te klein, wat als risico zou hebben dat we

de samenhang tussen opgaven niet zouden zien.

Op concrete plekken in de wijk bestaan stromen

niet naast elkaar: de synergiën en afhankelijkheden

tussen stromen laten toe om ze geïntegreerd te sluiten.

Daarbij zien we op wijkschaal makkelijker welke

potentiële coalities er bestaan. Samenwerking kan

gebeuren tussen bewoners van een hele straat, of

tussen een groep scholen en een lokale landbouwer.

Het voordeel is dat we op schaal van de wijk heel

1. intro / wat voorafging

2. situering drie deelopdrachten

3. de veranderende rol van beheer

4. ruimtelijke concepten

Case Rotterdam

Indexering van relevante actoren in de wijk Meerzicht

in Zoetermeer in de koppeling tussen publieke

ruimte, voedsel en het sociale domein

1. intro / wat voorafging

2. situering drie deelopdrachte

3. de veranderende rol van beh

4. ruimtelijke concepten

Indexering van relevante actoren in de wijk Reyeroord

in Rotterdam in de koppeling tussen mobiliteit,

wonen en functies


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

162

goed deze stakeholders in kaart kunnen brengen.

Hier kunnen de abstracte doelstellingen en opgaven

vertaald worden naar werk op mensenmaat.

4.3.1.2 Opgaven integreren

en taken verdelen

Het schaalniveau van de wijk kan een cruciale rol

spelen als middel om de in’s en out’s van het metabolisme

van onze stedelijke landschappen opnieuw

te verbinden. De verschillende stromen (maar ook

de budgetten en actoren die daarmee samenhangen)

komen samen in de ruimte. Dat laat ons toe om

de transities te benaderen als een ruimtelijke opga-

ve en ze te vertalen naar onze dagelijkse leefomgeving,

naar de schaal van het huis, de wijk, de stad

en het landschap. Die vertaalslag stelt experts en

beleidmakers, maar ook burgers in staat om zich te

engageren in een verhaal over nieuwe kwaliteiten. In

plaats van aan te tonen “wat moet” kunnen diverse

en complexe vragen uit de samenleving opgehaald

worden en verbeeld worden in breed gedragen oplossingsrichtingen.

In plaats grote transities van bovenaf uit te rollen,

zullen we daarom op een heel andere manier moeten

kijken naar de verandering van onze publieke

ruimte. Die zal de komende tijd volledig in functie

gesteld moeten worden van de grote uitdagingen

waar we voor staan. Net zoals publieke parken in

de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk ingezet

werden voor lokale voedselproductie als antwoord

op de urgente schaarste tijdens de Eerste en

Tweede Wereldoorlog (zogenaamde “victory gardens”),

zo zal ons recreatief groen ook nu helemaal

moeten afgestemd worden op de ketens die we

moeten sluiten. Gebruikers en ondernemers worden

mede-eigenaars van de stad in plaats van slechts

consumenten.

4.3.1.3 Naar een beleid rond

terugkerende principes

Fig. 1 & 2: Publieke ruimte in tijden van crisi: tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog

promootte de Amerikaanse overheid het telen van groenten in private en publieke tuinen

en parken om de voedselschaarste op te vangen.

De aanpak waarbij projecten en coalities opgezet

worden op een behapbaar schaalniveau, moet zich

vervolgens ook vertalen naar een nieuwe beleidsaanpak.

Generiek, centraal beleid heeft het voordeel

heeft dat het een heel territorium kan bestrijken,

maar het slaagt er onvoldoende in om maatschappelijke

partijen te activeren en de transities tot in

elke straat en elke wijk te brengen. Ondanks welgemeende

intenties stellen we vandaag vast dat het

maken van noodzakelijke keuzes op een hoog abstractie-

en beleidsniveau niet noodzakelijk leidt tot

een fundamentele verandering van de modus van

business-as-usual op het terrein. Langs de andere

kant is er de gebiedsontwikkeling, die steunt op een

intense samenwerking en kruisbestuiving tussen

hogere en lagere overheden, en tussen overheden en

andere stakeholders zoals ondernemers, de financiële

wereld, middenveldorganisaties en burgers. Dat

is de sterkte van gebiedsontwikkeling, maar meteen

ook haar zwakte: het vraagt om complexe en arbeidsintensieve

processen, die bovendien voor elk

gebied weer anders zijn. De impact van gebiedsontwikkeling

beperkt zich tot slechts één gebied, hoe

grootschalig dit ook kan zijn, met als gevolg dat de


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

163

machine zich na afloop dient te verplaatsen naar

een ander – al even uniek – gebied, waar het proces

weer van voren af aan kan beginnen. De noodzakelijke

generische vermenigvuldiging blijft uit.

Om de transities aan te pakken hebben we nood aan

een veelheid aan terugkerende opgaven die lokaal

zijn ingebed. Dat betekent concreet: in verschillende

steden tientallen energiewijken realiseren; stad

per stad klaarmaken voor het delen van wagens; in

verschillende steden op strategische plaatsen materialenhubs

bouwen, enzovoort. Al die voorbeelden

tonen aan dat we de algemene doelstellingen

die we ons hebben gesteld op het vlak van klimaat,

hernieuwbare energie of mobiliteit enkel kunnen realiseren

door een lokale, concrete en geïntegreerde

aanpak die zich op grote schaal over het hele territorium

vermenigvuldigt en herhaalt. Daarom plaatsen

we naast het generieke beleid en de gebiedsontwikkeling

een actieve en geïntegreerde programmawerking

rond “families van opgaven”.

Generiek beleid bestrijkt weliswaar het

hele territorium, maar slaagt er onvoldoende

in transitie te initiëren. Gebiedsontwikkeling

laat toe ruimtelijk en

geïntegreerd te werk te gaan, maar blijft te

eenmalig. Hiertegenover plaatsen we een

programmawerking: een aanpak die én

ruimtelijk én geïntegreerd is én op maat

van het gebied kan plaatsvinden, maar die

tegelijkertijd in staat is kritische massa te

realiseren.

1

1 1

1

1

3

4

1

4

2 2

5

5

4

3

2

2

2

2

2

2

3 3

3

3

3

5

3

1

1

4

2

2 2

2

4 4

4

4

4

4

1

4

2

1

3

5

2

4

3

5

1

4

5

1

5 5 5

5

4

3

1

3

3

4

1 4

2 2

5

5

4

3

3

5

1

1

4

2

2 2

Generiek Families van opgaven Gebiedsgericht

2

4

1

2

1

3

5

2

4

3

5

1

4

1

4

1

3

3

Fig. 3: Er is nood aan een beleidsaanpak die tussen generiek en gebiedsgericht beleid in zit. Door

terugkerende opgaven op verschillende plaatsen tegelijk te herkennen en in te delen in “families

van opgaven”, kunnen lokale coalities de bovenlokale doelstellingen geïntegreerd en toch structureel

realiseren.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

164

4.3.2 Uniek vakmanschap en positie

De grote transities raken op vele vlakken aan de taakstelling

van de beheerpraktijk. Maar welke rol kan

de beheerder hierin spelen, nu al en in de toekomst?

We vroegen de beheerders die aan de slag zijn in de

vier testwijken –Rotterdam Reyeroord, Leiden Zuid-

West, Almere De Marken en Zoetermeer Meerzicht–

om een zelfde invulfiche in te vervolledigen waarin

het vakmanschap werd getoetst op verschillende

domeinen. We wisten het natuurlijk al, maar zo proberen

we te objectiveren dat de beheerder een interessante

set aan skills bezit. Beheerders hebben

kennis van: bomen, riolering, bouwconstructies, afvalscheiding.

Zij kunnen gezaghebbend uitleggen

waarom iets belangrijk of onwenselijk of gevaarlijk

is, zonder zich te verschuilen achter regels of

wetsartikelen. Ze bezitten vakmanschap, kunnen

tegelijkertijd goed luisteren en snappen waar een

bewoner zich zorgen om maakt, of wat een ondernemer

echt belangrijk vindt. Om een volgende stap

te maken zal beheer dat vakmanschap moeten herwaarderen

en zichzelf leesbaarder moeten maken

naar anderen toe. Als dat lukt, kan hierop ook werkelijk

een “aanbod” worden geënt dat beheer doet

aan actoren zowel binnen de gemeente als daarbuiten.

In het definiëren van haar vakmanschap werd in

overleg met de vier testwijken gezocht naar een algemene

formulering van de rol die beheer in elk van

haar taken speelt en het vakmanschap dat daarbij

komt kijken.

Afhankelijk van de context is beheer in meer of mindere

mate betrokken. We zien bijvoorbeeld dat de

beheerder in de wateropgave een zeer brede rol opneemt:

beheer neemt zowel het strategische, ontwerpende

aspect op zich als de uiteindelijke uitvoering

van de maatregelen. In de omslag naar andere

vormen van mobiliteit is de beheerder veel minder

sturend en in grote mate afhankelijk van politieke beslissingen

of stedenbouwkundig beleid. Hetzelfde

geldt voor de nood om ruimte te maken voor lokale

voedselproductie: in de wijk zelf is die nood helemaal

niet voelbaar, dus zo lang die niet van bovenaf

wordt opgelegd, is beheer afwachtend.

De mogelijkheid om te schakelen tussen verschillende

rollen als gemeente werd tijdens de werkateliers

als een noodzaak benadrukt.

Graden van betrokkenheid

1. intro / wat voorafging

2. situering drie deelopdrachten

3. de veranderende rol van beheer

4. ruimtelijke concepten

water en biodiversiteit

mobiliteit

energie

zorgzame leefomgeving

circulaire economie

voedsel

0

geen

0. geen

Schema op basis van invulfiches over

vakmanschap van de beheerder

1

uitvoerend, technisch 1. Uitvoerend, Technisch

2

toezichthoudend2. Toezichthoudend

3

faciliterend, informerend, 3. faciliterend, informerend, communicerend, enthousiasmerend

communicerend, enthousiasmerend

4 4. Netwerkend, Regisserend

netwerkend, regisserend

5

onderzoekend, experimenterend

5. Onderzoekend, Experimenterend

beleidsbepalend

6 6. Beleidsbepalend

7 7. Sturend

sturend


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

165

4.3.2.1 Uitvoerende rol

De onderhoudsploegen van Stadsbeheer zijn degenen

die klaarstaan wanneer een gat in de weg moet

gedicht worden of die het groenbeheer op zich nemen.

Zij bezitten enerzijds specialistische en technische

vakkennis van systemen (zoals riolering en water),

materialen (zoals straatmateriaal), groen en de

innovaties die zich op deze vlakken voordoen. In dit

domein werken ze nauw samen met de ingenieurs

van Stadontwikkeling. Deze rol vereist een zekere

creativiteit en oplossingsgerichtheid om met onverwachte

situaties op het terrein om te gaan. Op kleine

schaal wordt vanuit beheer ook mee ontworpen

aan praktische hands-on oplossingen. Hier wordt

het ontwerp pas echt getoetst op beheerbaarheid,

onderhoudbaarheid en levensduurkosten. Beheer is

vanuit deze rol lead buyer voor alle investeringen.

4.3.2.2 Toezichthoudende rol

De uitvoering van grotere onderhoudswerken gebeurt

voornamelijk met aannemers, waarop beheerders

en beheermanagers toezicht houden (via

principes zoals Social Return On Investment, gedragscode

Flora en Fauna, Reliability Centered

Maintenance, contact met inwoners en inwonersgroepen,

etc.). In deze rol is Stadsbeheer opdrachtgever

en is een goed leiderschap vereist.

4.3.2.3 Faciliterende rol

Anderzijds is het de rol van beheer om te informeren,

communiceren en zelfs te enthousiasmeren.

De faciliterende rol van de gemeente groeit; steeds

meer is beheer op zoek naar hoe ook andere actoren

kunnen deelnemen in het beheren van de stad (via

vb. zelfbeheer van groen). Beheer biedt dan voornamelijk

ondersteuning via kennis en/of materialen.

4.3.2.4 Regisserende rol

Gebiedsregisseurs en wijkregisseurs leggen de verbinding

tussen stadsbeheer, de bewoners en de gebiedscommissie;

ze houden de regie over vragen,

kansen en acties die uit deze verbindingen komen.

Via asset management overziet beheer de balans

tussen kosten, prestaties en risico’s. Het is belangrijk

dat vanuit beheer een planning wordt bijgehouden

zodat de beheerder weet wat de bandbreedte is

op basis van de toestand van de objecten (hoe lang

kan ik verantwoord uitstellen) om werk met werk

te kunnen maken. Eigenlijk moet de beheerder(s)

openbare ruimte op de volgende vragen antwoorden

kunnen geven: wat heb ik (reaal), wat is de gewenste

kwaliteit (ambitie), wat is de huidige kwaliteit

(onderhoudstoestand), wat moet ik doen (maatregelen),

wanneer doe ik dat (planning) en wat kost dat(

budget)? Hiervoor zijn periodiek beheerplannen nodig

en een actueel beheersysteem. Daarnaast onderhoudt

beheer netwerken in het vakgebied (kennis

en aanverwante afdelingen en organisaties, vaak

ook landelijke of regionale netwerken, met name

de specialisten, kennisinstituten, innovatie, collega-beheerders,

beleidmedewerkers, etc.).

4.3.2.5 Onderzoekende rol

Beheer onderzoekt via participatie waar bewoners

van dromen, door te vragen en te luisteren.

Daarnaast zitten bij stadsbeheer ook bijvoorbeeld

geospecialisten die data verzamelen en analyseren.

Ten slotte voert beheer ook onderzoeken en pilots

uit; denk aan grondwateronderzoeken, onderzoek

naar wateroverlast, maar ook Life Cycle Cost studies.

Experimenteren en innoveren wordt met name

gedaan door stedelijke ontwikkeling, maar steeds

vaker wordt beheer betrokken.

4.3.2.6 Beleidsbepalende rol

Beheer koppelt de ervaring die het diep in de wijk

opdoet ook terug naar beleidskaders zowel op heel

praktisch niveau (als het bijvoorbeeld gaat over het

schoonmaken van de wijk) als heel strategisch (denk

aan klimaatadaptatie of circulariteit).

4.3.2.7 Sturende rol

Nog heel weinig is beheer zelf sturend. Beheer

brengt de doelstellingen die binnen andere domeinen

van de gemeente bepaald worden zo goed mogelijk

tot uitvoering. Maar stadbeheer handelt nog

zeer weinig vanuit een eigen ambitie of visie. Die

strategische rol wordt benoemd als één die verder

moet worden uitgebouwd.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

166

4.3.3 Wijkstrategieën

1. Water & Biodiversiteit 2. Mobiliteit 3. Energie

Vertrekkende van het bestaande vakmanschap en

taakstellingen van de beheerpraktijk, werden vervolgens

verschillende paden verkend in de richting

van een praktijk die toelaat om meerdere grote opgaven

tegelijkertijd aan te vliegen.

4. Zorgzame Leefomgeving 5. Circulaire Economie

Dit mini-onderzoek is een poging om de skills en taken

van beheer als uitgangspunt te nemen voor een

eerste ontwerpoefening aan mogelijke wijkstrategieën.

Beheer en ontwerp worden als één praktijk

bekeken. Ruimtelijk ontwerp laat toe om heel snel

scenario’s te verbeelden, om op basis van hypotheses

een gooi te doen naar hoe de wijken van de toekomst

eruit zouden kunnen zien. De ambitie is in dit

geval niet om een tekening te maken om die vervolgens

zo realistisch mogelijk uit te voeren. Ontwerp

wordt in plaats daarvan ingezet om een gesprek op

te starten over de richting die we uit willen en kunnen.

We onderscheiden nieuwe types projecten die

telkens meerdere ruimtelijke opgaven en principes

samen nemen en waar beheer een strategische rol

in kan opnemen.

6. Voedsel

PUBLIEKE

GEBOUWEN

1

Beheer zorgt voor

het onderhoud van

publieke gebouwen

en accommodaties

zoals zwembaden,

sportvelden, sporthallen

(uitvoerend,

technisch).

5

J.1 De gemeente kan als

eigenaar van publieke

gebouwen actief inzetten op

koppelingen met de systemen

in eigen beheer en zo cycli

sluiten van water, materialen,

warmte, etc.

7

A.3 Afnemer van lokale

energie: Wanneer lokale

ondernemers of coöperaties

energie opwekken, kan

beheer vanuit haar continue

energievraag relatief

makkelijk de energieoverschotten

afnemen en zo

lokaal ondernemerschap

stimuleren (sturend).

ONDERGRONDS

INFRASTRUCTUU

1

Beheer zorgt dat er

ruimte is voor alle kabels

en leidingen in de

ondergrond (uitvoerend,

technisch).

WIJ

Hemelwater en

en gezuiverd o

publieke gebouw

zijn. Deze plekke

voo

De figuur volgt een concentrische opbouw. De buitenste

cirkel beeldt de veranderen rollen van de beheerder

uit (zie 5.2.3.1). Een stap naar het midden

toe toont sociaal-ruimtelijke strategieën die daardoor

mogelijk worden (zie 5.2.3.2). Centraal staat

(bij wijze van provocatie) de wijk van de toekomst

afgebeeld, als een samenkomst van deze verschillende

strategieën.

3

I.3 Beheer kan bewust water

5 opvangen, verzamelen en

zuiveren voor eigen

hergebruik of dat van

bewoners (ontwerpend,

stimulerend).

WATERBEHEER

1

2 Beheer is verantwoordelijk

voor het ontwerp, de

3 aanleg en het beheer van

oppervlaktewater

4

(grachten, sloten,

5 kanalen, rivieren),

grondwater (ondergronds

6 of in vijvers), regenwater

en huishoudelijk water

(grijs/zwart).

VOORTUIN ALS BUITENHUIS

De investering in ieders persoonlijke binnenklimaat

is er tegelijkertijd één in het straatbeeld.

Per (groep) woongebouw(n) beginnen bewoners

elkaar beter te kennen en groeit ook de betrokkenheid

bij de inrichting van “hun” stukje publieke

ruimte.

5

7

I.2 Beheer kan de publieke

ruimte bewust gaan ontharden

om in te zetten op een

betere infiltratie van

hemelwater en zo op een

gezonde grondwatertafel

(ontwerpend, sturend).

3

5 H.1 Beheer kan parkeerplaatsen

zo positioneren dat

bepaalde delen van de wijk

autovrij kunnen ingericht

worden (ontwerpend,

stimulerend).

PARKEREN

1

Beheer zorgt ervoor dat

in de buitenruimte

voldoende parkeerruimte

voorzien wordt conform

het geldende parkeerbeleid

(uitvoerend,

technisch).

7

H.2 Beheer kan via participatietrajecten

actief inzetten op

het verminderen van het

aantal parkeerplaatsen ten

voordele van groene en

gebruiksruimte (sturend).

6

7

G.1 Be

integr

bestaa

ook ni

den te

biodiv

beleid

0

1

2

3

4

5

6

7

0. geen

1. Uitvoerend, Technisch

2. Toezichthoudend

3. faciliterend, informerend, communicerend, enthousiasmerend

4. Netwerkend, Regisserend

5. Onderzoekend, Experimenterend

6. Beleidsbepalend

7. Sturend


Circulaire, Duurzame, Solidaire Wijk

Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

167

MAATSCHAPPELIJKE

ONTWIKKELING

STRAATMEUBILAIR

E

R

3

A.2 Beheer kan een belangrijke

rol spelen in het informeren

van bewoners over

energieopwekking en

-renovatie en zelfs in het

faciliteren van het vormen van

coalities of coöperaties van

gebouweigenaars (informatief,

stimulerend).

4

B.1Beheer kan burgers via

participatieve processen

betrekken in het beslissingsproces

over de inrichting van

hun buurt waardoor ze zich

mee eigenaar voelen en er

vanzelfsprekend ook meer

zorg voor dragen (faciliterend,

enthousiasmerend).

1

5

Beheer zorgt ervoor dat

de openbare ruimte

voorzien is van verlichting,

speeltoestellen,

bankjes, afvalbakken,

bushokjes, sanitair, etc.:

alles wat nodig is om de

buitenruimte veilig,

proper, aangenaam en

bereikbaar te houden

(uitvoerend, technisch,

ontwerpend).

7

B.2 Beheer kan veel bewuster

producten afnemen van lokale

producenten, of kan zelfs

actief samenwerkingen

opzetten met sociale

tewerkstellingsprojecten voor

het produceren, herstellen en

recycleren van haar eigen

straatmeubilair (sturend).

7

C.1 Beheer kan herbruikbare

stukken verzamelen en terug

in rotatie brengen (regisserend).

AFVALBEHEER

1

STADSONTWIKKELING

Beheer zorgt ervoor dat

de openbare ruimte

schoongemaakt wordt en

dat afval opgehaald wordt

(uitvoerend).

7

C.2 Beheer kan composteerbaar

materiaal verzamelen en

verwerken voor eigen gebruik

(regisserend).

ENERGIE GEBOUW

Voor de energievoorziening van publieke gebouwen

wordt gezocht naar lokale aanbieders,

bijvoorbeeld zonnepanelen op industriële daken,

of een coöperatieve warmtepomp.

3

D.1 Beheer kan bewoners

ondersteunen bij het

onderhoud van hagen,

(fruit)bomen en moestuinen

(faciliterend).

OPEN

(GROEN)RUIMTE

K WATER HUIS

grijs water worden opgevangen

m opnieuw te gebruiken in de

en die in bezit van de gemeente

n worden experimenteerruimtes

r waterhergebruik.

STROOMVERSNELLER

GEDEELDE WERKPLAATS

Het herbruikbare vuilnis wordt op een vaste plek

in de wijk verzameld, gerecycleerd en opnieuw

samengesteld tot stukken die beheer zelf ook

weer kan gebruiken, zoals verschillende vormen

van straatmeubilair.

1

5

De wijktuinmannen

zorgen voor de aanleg en

het onderhoud van het

groen in de wijk (uitvoerend,

technisch, ontwerpend).

De nieuwe stroomversneller is een cluster van publieke

gebouwen waar energie-, water- en materiaalstromen aan

elkaar geschakeld worden. Deze plek begint als lokaal

laboratorium voor circulaire economie te werken. Waarom

hier geen ruimte voorzien voor een fietsenmaker of deelwagens?

Bovendien is dit de ideale locatie om extra woningen

te bouwen: vlakbij alle voorzieningen én hyperbereikbaar.

7

D.2 Beheer kan via contracten

actief inzetten op meer

zelfbeheer van de publieke

ruimte en lokale voedselproductie

stimuleren (sturend).

WERK &

INKOMEN

heer kan vanuit een

ale visie niet alleen de

nde groenzones maar

euwe ruimtes aansnijn

voordele van de

ersiteit (sturend,

sbepalend).

LEEFSTRAAT

De nieuwe leefstraat is een plek waar je kan

verblijven, met meer contact tussen binnen en

buiten, meer biodiversiteit en minder auto’s. Hier

spelen kinderen veilig buiten en eigenen bewoners

zich hun plekje buurt toe via gedeelde pluktuinen of

ontmoetingsplekken. De straat is van iedereen!

Het vergroten van de biodiversiteit wordt gekoppeld

aan het verplaatsen of verminderen van de

parkeerplaatsen. Zo komen we stap voor stap tot

de inrichting van een groener straatprofiel.

BIODIVERSITEIT

1

5

Beheer past de keuze in

groenaanleg zo aan dat

biodiversiteit optimaal

gestimuleerd wordt

(uitvoerend, technisch,

ontwerpend).

GROEN STRAAT

WIJK VAN DE TOEKOMST

VOEDSELHUB

KNOOPPUNT

Op cruciale kruispunten tussen de trage en

snelle netwerken in de wijk wordt gekozen om

publieke functies te stimuleren om zo variatie in

de homogene woonbuurten te brengen.

De nieuwe voedselhub brengt mensen met groene

vingers samen op een cruciaal overslagpunt tussen

stad en landschap. Lokale producenten en professionele

landbouwers uit de omgeving ontmoeten

elkaar op de nieuwe lokale markt. Je kan hier

lessen volgen en van elkaar leren over tuinieren,

maar ook over recycleren, besparen of verduurzamen.

STADS-

ONTWIKKELING

1

Bij nieuwe stadsontwikkelingsprojecten

is beheer

verantwoordelijk voor de

aanleg van de buitenruimte

(uitvoerend,

technisch).

6

F.1 Beheer kan vanuit een

eigen visie op de buitenruimte

voorwaarden opleggen aan

nieuwe ontwikkelingen

(sturend, ontwerpend,

beleidsbepalend).

5

7

GEDEELDE BOERDERIJ

Samen met de bewoners richt beheer een stukje

van de wijk in als gedeelde boerderij waar

gecomposteerd wordt, waar lokale groenten en

fruit geteeld worden en waar gedeeld werkmateriaal

kan opgeslagen worden.

E.1 Beheer kan via het

onderhoud van de weginfrastructuur

bewust differentiëren

in het karakter van de

straten (sturend, onderzoekend,

ontwerpend).

WEG-

INFRASTRUCTUUR

1

2 Beheer geeft opdracht

aan aannemers om

wegenwerken uit te

voeren (toezichthoudend).

Kleine herstellingen

in de buitenruimte

worden door de wijkonderhoudsploegen

opgelost (uitvoerend,

technisch).

...

..........

...

Iduntiatetur aniantias in nus eosant quias et aruptatem hiciaes aditest ibusaes tionseq uidenis

estrum faceaqu atibus et, int arcillore desedist ut videl iliquis vendae velicae et que eum repe verias

dolupta voluptasi optatia vendanti aut fugitibero beatur? Fugiasperit ea am


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

168

4.3.3.1 Buitenste cirkel: verandere rollen

Beheer is verantwoordelijk voor een hele resem taken,

die het op een efficiënte en kwalitatieve manier

uitvoert. Maar wat als die bestaande taken in het

licht komen te staan van de grote opgaven? De volgende

tekeningen stellen hiervoor mogelijke scenario’s

voor, die in een volgende stap verder aangescherpt

en onderbouwd moeten worden. Sommige

van deze rollen worden nu al verkend, in de reguliere

beheerpraktijk of binnen experimenten. Andere zijn

voorlopig nog hypotheses.

A. Ondergrondse infrastructuur

infrastructuur

1

A. Ondergrondse infrastructuur

Beheer zorgt dat er ruimte is voor alle kabels en leidingen

in de ondergrond (uitvoerend, technisch).

3

4

A.1 Bij de programmering van het groot en vervangingsonderhoud

van bijvoorbeeld het energienet

kan een programmanager de afstemming regisseren

tussen het eigen programma en de projecten

7

van andere diensten/organisaties (netwerkend, regisserend).

4

3

7

A.2 Beheer kan een belangrijke rol spelen in het informeren

van bewoners over energieopwekking en

-renovatie en zelfs in het faciliteren van het vormen

van coalities of coöperaties van gebouweigenaars

(informatief, stimulerend).

3

A.3 Afnemer van lokale energie: Wanneer lokale

ondernemers of coöperaties energie opwekken, kan

beheer vanuit haar continue energievraag relatief

makkelijk de energieoverschotten afnemen en zo

lokaal ondernemerschap stimuleren (sturend).

7


B. Straatmeubilair

Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

169

lair

1

4

B. Straatmeubilair

Beheer zorgt ervoor dat de openbare ruimte voorzien

is van verlichting, speeltoestellen, bankjes, afvalbakken,

bushokjes, sanitair, etc.: alles wat nodig

is om de buitenruimte veilig, proper, aangenaam en

bereikbaar te houden (uitvoerend, technisch, ontwerpend).

4

5

C. Afvalbeheer

7

7

B.1 Beheer kan burgers via participatieve processen

betrekken in het beslissingsproces over de inrichting

van hun buurt waardoor ze zich mee eigenaar

voelen en er vanzelfsprekend ook meer zorg

voor dragen (faciliterend, enthousiasmerend).

B.2 Beheer kan veel bewuster producten afnemen

van lokale producenten, of kan zelfs actief samenwerkingen

opzetten met sociale tewerkstellingsprojecten

voor het produceren, herstellen en recycleren

van haar eigen straatmeubilair (sturend).

eer

1

C. Afvalbeheer

Beheer zorgt ervoor dat de openbare ruimte schoongemaakt

wordt en dat afval opgehaald wordt (uitvoerend).

7

7

C.1 Beheer kan herbruikbare stukken verzamelen

en terug in rotatie brengen (regisserend).

D. Open (groen)ruimte

C.2 Beheer kan composteerbaar materiaal verzamelen

en verwerken voor eigen gebruik (regisserend).

7

7

)ruimte

1

3

D. Open (groen)Ruimte

De wijktuinmannen zorgen voor de aanleg en het onderhoud

van het groen in de wijk (uitvoerend, technisch,

ontwerpend).

5

7

D.1 Beheer kan bewoners ondersteunen bij het

onderhoud van hagen, (fruit)bomen en moestuinen

(faciliterend).

3

D.2 Beheer kan via contracten actief inzetten op

meer zelfbeheer van de publieke ruimte en lokale

voedselproductie stimuleren (sturend).

7


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

170

1

2

F. Stadsontwikkeling

5

7

E. Weginfrastructuur

Beheer geeft opdracht aan aannemers om wegenwerken

uit te voeren (toezichthoudend). Kleine herstellingen

in de buitenruimte worden door de wijkonderhoudsploegen

opgelost (uitvoerend, technisch).

E.1 Beheer kan via het onderhoud van de weginfrastructuur

bewust differentiëren in het karakter

van de straten (sturend, onderzoekend, ontwerpend).

1

F. Stadsontwikkeling

Bij nieuwe stadsontwikkelingsprojecten is beheer

verantwoordelijk voor de aanleg van de buitenruimte

(uitvoerend, technisch).

G. Biodiversiteit

6

F.1 Beheer kan vanuit een eigen visie op de buitenruimte

voorwaarden opleggen aan nieuwe ontwikkelingen

(sturend, ontwerpend, beleidsbepalend).

1

H. Parkeren

5

6

7

G. Biodiversiteit

Beheer past de keuze in groenaanleg zo aan dat biodiversiteit

optimaal gestimuleerd wordt (uitvoerend,

technisch, ontwerpend).

G.1 Beheer kan vanuit een integrale visie niet alleen

de bestaande groenzones maar ook nieuwe

ruimtes aansnijden ten voordele van de biodiversiteit

(sturend, beleidsbepalend).

1

3

5

7

H. Parkeren

Beheer zorgt ervoor dat in de buitenruimte voldoende

parkeerruimte voorzien wordt conform het geldende

parkeerbeleid (uitvoerend, technisch).

H.1 Beheer kan parkeerplaatsen zo positioneren

dat bepaalde delen van de wijk autovrij kunnen ingericht

worden (ontwerpend, stimulerend).

3

5

7

H.2 Beheer kan via participatietrajecten actief inzetten

op het verminderen van het aantal parkeerplaatsen

ten voordele van groene en gebruiksruimte

(sturend).


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

171

er

1

5

4

5

I. Waterbeheer

Beheer is verantwoordelijk voor het ontwerp, de

aanleg en het beheer van oppervlaktewater (grachten,

sloten, kanalen, rivieren), grondwater (onder-

3

gronds of in vijvers), regenwater en huishoudelijk

5

water (grijs/zwart).

4

7

3

I.1 Bij de programmering van het groot en vervangingsonderhoud

van bijvoorbeeld riolering kan een

programmanager de afstemming regisseren tussen

het eigen programma en de projecten van andere

diensten/organisaties (netwerkend, regisserend).

5

7

5

I.2 Beheer kan de publieke ruimte bewust gaan

ontharden om in te zetten op een betere infiltratie

van hemelwater en zo op een gezonde grondwatertafel

(ontwerpend, sturend).

5

3

5

I.3 Beheer kan bewust water opvangen, verzamelen

en zuiveren voor eigen hergebruik of dat van bewoners

(ontwerpend, stimulerend).

7

J. Publieke Gebouwen

1

J. Publieke Gebouwen

Beheer zorgt voor het onderhoud van publieke gebouwen

en accommodaties zoals zwembaden,

sportvelden, sporthallen (uitvoerend, technisch).

5

J.1 De gemeente kan als eigenaar van publieke

gebouwen actief inzetten op koppelingen met de

systemen in eigen beheer en zo cycli sluiten van water,

materialen, warmte, etc.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

172

4.3.3.2 Binnenste cirkels: sociaalruimtelijke

strategieën

Door de veranderende rol van de beheerder worden

ook nieuwe sociaal-ruimtelijke strategieën mogelijk.

De bestudeerde testwijken leveren heel wat lopende

experimenten, ambities, concepten of kansen

die aanleiding geven tot mogelijke wijkstrategieën.

Daarin worden niet alleen nieuwe ruimtelijke constellaties

getest, maar worden ook nieuwe coalities

“ontworpen”. Het idee is dat, hoe verder we naar het

midden van de cirkel bewegen, hoe meer opgaven

en kansen geïntegreerd worden.

De drie voorbeelden die volgen dienen ter illustratie

voor deze aanpak. Ze vertrekken telkens vanuit de

huidige taak van beheer en verkennen hoe van daaruit

steeds meer opgaven samen kunnen genomen

worden. De leefstraat bijvoorbeeld conbineert ondergronde

ifrastructuur, straatmeubilair, parkeren

en waterbeheer in één strategie, die niet op één plek

kan ingezet worden maar op vele plekken tegelijk.

Zo ontwikkelt zich een aanpak die zo nauw mogelijk

verweven blijft met de beheercultuur en -praktijk.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

173

A. Voortuin als buitenhuis

De investering in de gevelisolatie en -renovatie is

er tegelijkertijd één in het straatbeeld. Per (groep)

woongebouw(n) wordt een coalitie gevormd die gezamelijk

investeert in de binnen- én buitenruimte.

Hierdoor beginnen bewoners elkaar beter te kennen

en groeit ook de betrokkenheid bij de inrichting van

“hun” stukje publieke ruimte.

B. Groenstraat

Het vergroten van de biodiversiteit wordt gekoppeld

aan het verplaatsen of verminderen van de parkeerplaatsen.

Zo komen we stap voor stap tot de inrichting

van een groener straatprofiel.

A. + B. Leefstraat

De nieuwe leefstraat is een plek waar je kan verblijven,

met meer contact tussen binnen en buiten,

meer biodiversiteit en minder auto’s. Hier spelen

kinderen veilig buiten en eigenen bewoners zich hun

plekje buurt toe via gedeelde pluktuinen of ontmoetingsplekken.

De straat is van iedereen!

A.2 Ondergrondse infrastructuur

B.1 Straatmeubilair

H.1 Parkeren

I.2 Waterbeheer


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

174

A. Gedeelde werkplaats

Het herbruikbare vuilnis wordt op een vaste plek in

de wijk verzameld, gerecycleerd en opnieuw samengesteld

tot stukken die beheer zelf ook weer kan gebruiken,

zoals verschillende vormen van straatmeubilair.

B. Wijk-waterhuis

Hemelwater en grijs water worden opgevangen en

gezuiverd om opnieuw te gebruiken in de publieke

gebouwen die in bezit van de gemeente zijn. Deze

plekken worden experimenteerruimtes voor waterhergebruik.

C. Energiegebouw

Voor de energievoorziening van publieke gebouwen

wordt gezocht naar lokale aanbieders, bijvoorbeeld

zonnepanelen op industriële daken, of een coöperatieve

warmtepomp.

A. + B. + C. Stroomversneller

De nieuwe stroomversneller is een cluster van publieke

gebouwen waar energie-, water- en materiaalstromen

aan elkaar geschakeld worden. Deze plek

begint als lokaal laboratorium voor circulaire economie

te werken. Waarom hier geen ruimte voorzien

voor een fietsenmaker of deelwagens? Bovendien is

dit de ideale locatie om extra woningen te bouwen:

vlakbij alle voorzieningen én hyperbereikbaar.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

175

A. Knooppunt

Op cruciale kruispunten tussen de trage en snelle

netwerken in de wijk wordt gekozen om publieke

functies te stimuleren om zo variatie in de homogene

woonbuurten te brengen.

B. Gedeelde boerderij

Samen met de bewoners richt beheer een stukje

van de wijk in als gedeelde boerderij waar gecomposteerd

wordt, waar lokale groenten en fruit geteeld

worden en waar gedeeld werkmateriaal kan

opgeslagen worden.

A. + B. Voedselhub

De nieuwe voedselhub brengt mensen met groene

vingers samen op een cruciaal overslagpunt tussen

stad en landschap. Lokale producenten en professionele

landbouwers uit de omgeving ontmoeten elkaar

op de nieuwe lokale markt. Je kan hier lessen

volgen en van elkaar leren over tuinieren, maar ook

over recycleren, besparen of verduurzamen.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

176

4.3.4 Naar een gedeeld praktijkboek?

Aan de doelen op stads- en nationaal niveau wordt

al hard gewerkt. Op heel veel plekken worden tegelijkertijd

fantastische voorbeeldprojecten gerealiseerd

die testen hoe die ambities in de praktijk kunnen

werken. Maar vele van die projecten geraken

moeilijk uit hun nichepositie, of kunnen enkel overleven

in de vrije ruimte van subsidies of stadslabs. Een

volgende stap zou zijn om een tool te ontwikkelen

die goede voorbeelden kan standaardiseren en multipliceren.

Die bundelt en verbeeldt een reeks type-projecten

en vuistregels die een theoretische en

ruimtelijke onderbouwing en ondersteuning kunnen

bieden aan lokale actoren en besturen om projecten

op te zetten of keuzes te maken. Zo’n tool vertrekt

van singuliere noden en uitdagingen en vertaalt ze

naar meer geïntegreerde en circulaire projecten en

principes. Een stad die oplossingen zoekt voor de

wateropgave krijgt hier toegang tot verschillende

aanpakken waar waterbeheer gekoppeld wordt aan

bijvoorbeeld voedselproductie, biodiversiteit en/of

het werken rond de bodemgesteldheid. Zo krijgen

verschillende gemeenten toegang tot de verzamelde

en geproduceerde kennis. Door dit nieuwe type

“praktijkboek” open source toegankelijk te maken,

kunnen ook andere actoren mee bouwen (zowel in

plan als in de uitvoering) aan nieuwe type-projecten.

Circulaire, Duurzame, Solidaire Wijk

Bronnen

Fig.1: https://ephemeralnewyork.wordpress.com/2016/03/14/

victory-gardens-bloom-across-the-1940s-city/

Fig.2:https://www.bobsmarket.com/blog/the-history-of-victorygardens

Fig.3: uit ‘De Lage Landen 2020–2100. Een toekomstverkenning’ p.

57

Fig.4:

Fig.5: https://www.dearchitect.nl/projecten/transformatie-van-530-

woningen-in-grand-parc-bordeaux-door-lacaton-vassal-architectesfrederic-druot-architecture-en-christophe-hutin-architecture


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.3 Beheer en de wijk

177


wijkprogramma

beheerslab


Delta Atelier Stedelijk Beheer 179

Sleutel 8

Het integreren van

verschillende doelstellingen

in één

project leidt tot

winsten op verschillende

vlakken, maar

vereist wel een

innovatieve business

case.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

180

4.4.1 Introductie 181

4.4.2 De sectoren 181

4.4.3 Dagelijks, Groot en Vervanging 182

4.4.4 Kapitaalgoederenvoorraad 182

4.4.5 De Vervangingsopgave 183

4.4.6 Besluit Begroting en Verantwoording 183

4.4.7 Nationale doelen versus gemeentelijke

uitvoering 184

4.4.8 Koppelen van investeringen 185

Dit hoofdstuk werd uitgewerkt door Jelte Boeijenga


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

181

4.4.1 Introductie

Ieder innovatief en integraal project moet natuurlijk

ook betaald worden. En de kans is groot dat het geld

daarvoor op dit moment stevig vastzit in potten en

potjes, in specifieke budgetten, in onderhoudsplanningen

en -ramingen. “En zo lang we geen antwoord

hebben op het vraagstuk van integrale financiering,

is het leuk wat we met elkaar bedenken maar hebben

we dus geen poot om op te staan,” zo werd geconstateerd

tijdens het traject. Dit hoofdstuk is een

eerste verkenning om in kaart te brengen wat de

verschillende budgetten zijn, welke mechanismen

erop sturen en hoe de veelal lokale budgetten zich

verhouden tot bijvoorbeeld nationale geldstromen.

Dat inzicht moet de basis vormen om er vervolgens

ook aan te kunnen gaan sleutelen. Dit hoofdstuk

wordt afgesloten met een blik op Leiden, waar men

die stap nu al zet: de koppeling tussen de grote vervangingsopgave

en de transities op het gebied van

energie en klimaat levert hier inmiddels geen financieringsprobleem

maar een -voordeel op.

4.4.2. De sectoren

De gemeenten in Nederland geven ruim 10% van

hun begroting uit aan Stedelijk Beheer. Gezamenlijk

is dat 6 à 7 miljard euro per jaar. Wanneer we de afvalvoorziening

meerekenen, komen we uit op ca. 8,5

miljard euro jaarlijks. Het CBS houdt in Nederland bij

binnen welke sectoren of ‘taakvelden’ de uitgaven

vallen. De gepresenteerde cijfers hebben betrekking

op 2018.

De grootste betreft het taakveld Verkeer en vervoer.

Hieronder valt de aanleg, beheer en onderhoud van

alle wegen, pleinen, fietspaden, stoepen, tunnels en

bruggen. Ook de straatverlichting, alle verkeersborden

en regelinstallaties, de gladheidsbestrijding en

de reiniging van de straten vallen hieronder. Kortom:

de complete verharde openbare ruimte, met uitzon-

dering van nummer 2: Parkeren, dat naast de inrichting

en onderhoud van parkeerplaatsen ook de parkeermeters

en de fietsenstallingen betreft. Naast

deze verharde ruimte staat de onverharde ruimte:

de aanleg, beheer en onderhoud van het openbaar

groen, de kleine wateren, de volkstuinen, maar ook

de recreatie- en speelvoorzieningen. Inclusief de

begraafplaatsen en crematoria (hier soms wel en

soms niet onder gerekend) is deze onverharde ruimte

goed voor zo’n 20% van het budget.

Voor de laatste twee posten gelden aparte spelregels:

speciaal voor afval en riolering worden lokaal

heffingen betaald: de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Samen met de onroerende-zaak belasting

vormen deze ook meteen de belangrijkste

lokale inkomsten van gemeenten. Voor de twee heffingen

geldt dat deze niet hoger mogen zijn dan de

werkelijke kosten. En omgekeerd worden stijgende

kosten vaak (maar niet altijd) vertaald in de hogere

heffing. Het voordeel van dit mechanisme is dat stijgende

kosten minder sterk drukken op de gemeentelijke

begroting. Aan de andere kant: het eventuele

doorbelasten leidt natuurlijk snel tot een politiek debat

over de hoogte van de lokale woonlasten.

Dit heeft tot gevolg dat de aanleg, beheer en onderhoud

van de openbare ruimte – verhard en onverhard

– bepalend is voor de grote bulk van de uitgaven

uit de algemene middelen.

4.4.3 Dagelijks, groot en vervanging

Bovenstaand overzicht maakt weliswaar een (ruw)

onderscheid tussen de sectoren; tegelijk gooit het

veel zaken op één hoop: de bestrating van wegen

eens per dertig jaar valt in dezelfde categorie als

het maaien van het gras. In theorie is er voor het

Stedelijk Beheer een duidelijk onderscheid te maken

tussen geld voor dagelijks onderhoud, groot onderhoud

en vervangingen.

Verkeer en vervoer

Parkeren

€ 2,8 MLD

€ 0,4 MLD

36 %

5 %

Betaald uit de algemene middelen

Groen &

recreatie

€ 1,6 MLD

20 %

Riolering

Afval

€ 1,3 MLD

€ 1,7 MLD

17 %

22 %

Betaald uit belastingen (retributies)

Gemeentelijke uitgaven aan

stedelijk beheer in 2018,

bron: IV3 CBS


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

182

• Dagelijks onderhoud en beheer: geld dat elke

dag wordt uitgegeven aan mensen en materiaal

om de boel schoon, heel en veilig te houden. Het

snoeien van de bomen, het maaien van het gras,

het schoonhouden van straten en pleinen, het legen

van de afvalcontainers, et cetera.

• Groot onderhoud: geld voor de flinke opknapbeurten

die eens in de zoveel jaar nodig zijn.

Denk aan het opnieuw beplanten van een plantsoen

of het schilderen van een brug,

• Vervangingen: geld voor het opnieuw aanleggen

wanneer zaken na enkele decennia echt versleten

zijn en niet meer kunnen worden gerepareerd.

Deze verschillende soorten uitgaven hebben specifieke

kenmerken. In principe gaat het eerste geld van

de lopende rekening; het wordt elk jaar begroot en

uitgegeven en dan is het ook op. De tweede categorie

uitgaven komt eens in de zoveel jaar. Verstandig

zou zijn om voor die categorie geld te reserveren: je

weet dat het er aankomt, dus om het tegen die tijd

ook te kunnen betalen, is het handig om elk jaar een

beetje opzij te leggen voor dat moment. Iets dergelijks

geldt voor de vervangingen. Ook daarvan kunnen

we het moment in theorie zien aankomen. Een

rioleringsbuis gaat ongeveer vijftig, misschien zestig

jaar mee en moet daarna toch echt worden vervangen.

Ook hiervoor geldt dat het natuurlijk verstandig

zou zijn om elk jaar geld te reserveren.

In de praktijk loopt het echter veelal anders. In de

praktijk werden de afgelopen jaren groot onderhoud

en soms ook vervangingen gewoon geboekt

van de lopende rekening. Omdat het door meevallers

toevallig gewoon kon op dat moment, omdat

het bekostigd werd uit een specifiek programma, of

om andere redenen. Aan de andere kant is het ook

wel voorgekomen dat er wél uitgebreid reserveringen

waren gemaakt, maar dat die op een gegeven

moment optelden tot zo’n groot bedrag dat een deel

daarvan is aangewend voor noden in het sociale domein.

In de praktijk blijkt het soms dus lastig om onderhoud

op de lange termijn hetzelfde politieke gewicht

te geven als sociale noden op de korte termijn.

Het gevolg van deze wat gebrekkige begrotingsdiscipline

is dat het overzicht over de bestedingen aan

dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingen

op veel plaatsen ontbreekt. Sommige gemeenten

hebben het op orde, anderen werken er hard

aan om het op orde te brengen. Aanleiding hiervoor

is onder andere het sinds 2017 in werking getreden

nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording waarin

begrotingsregels voor decentrale overheden wor-

den vastgelegd. Daar komen we hieronder op terug.

Een andere aanleiding hiervoor vormden onaangename

verrassingen. In Rotterdam bleek de renovatie

van de Maastunnel een stuk duurder uit te pakken

dan was verwacht. In Amsterdam waren dit

inzakkende kademuren en in Almere grootschalige

verzakkingen. Niet alleen bleek er in deze gevallen

onvoldoende geld gereserveerd, ook kwam men

erachter dat men feitelijk een onvoldoende goed

beeld had van de onderhoudsstaat. Het vormde dus

tevens een aanleiding voor een veel betere inventarisatie

van de kapitaalgoederen: wat hebben we in

handen, wat is het waard, hoe staat het met het onderhoud

en wat zal het ons op termijn kosten om het

in stand te houden en straks ook weer te vervangen

wanneer het versleten is.

4.4.4 Kapitaalgoederenvoorraad

Mede als gevolg van bovenstaande, ontbreekt een

eenduidig overzicht van de voorraad kapitaalgoederen

van gemeenten in Nederland. Op basis van gegevens

van een aantal gemeenten die een dergelijke

inventarisatie hebben gemaakt en gepubliceerd,

kunnen we uitrekenen dat de totale voorraad kapitaalgoederen

van Nederlandse gemeenten vermoedelijk

ergens tussen de 200 en 300 miljard euro ligt. 1

Hiervan staat er boekhoudkundig slechts 21 miljard

op de gezamenlijke balansen van de gemeenten,

een fractie dus.

Stel nu dat we de gemiddelde levensduur van alle

straten, pleinen, rioleringen, bomen, plantsoenen,

lantaarnpalen, et cetera, stellen op 40 jaar. Dan zouden

we dus elk jaar 2,5% moeten afschrijven en reserveren

voor vervanging. Dan zouden we alleen al

voor deze afschrijvingen uitkomen op een bedrag

tussen de € 5 en 7,5 miljard euro per jaar. Wanneer

we dat afzetten tegen een jaarlijkse begroting van 6

à 7 miljard euro per jaar – en weten dat over het algemeen

de openbare ruimte er best fatsoenlijk bij ligt

– kunnen we aantal dingen concluderen:

• Ondanks – of misschien wel dankzij – bovengenoemde

dynamiek waarin gelden voor dagelijks

onderhoud en beheer, groot onderhoud en vervangingen

behoorlijk door elkaar lopen, gaan de

meeste gemeenten behoorlijk efficiënt om met

hun budgetten. Vermoedelijk worden in beleid

en uitvoering allerlei zaken al slim met elkaar gecombineerd.

• Van veel vervangingen van kapitaalgoederen in

wijken die de afgelopen veertig tot zestig jaar zijn

aangelegd is het ten zeerste de vraag of deze al


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

183

zijn begroot. Het kan bijna niet anders dan dat de

budgetten hiervoor de komende jaren flink omhoog

moeten.

4.4.5 De Vervangingsopgave

Grote delen van Nederland zijn aangelegd in de jaren

zestig en zeventig, een periode met een niet

eerder – en ook niet later – vertoonde bouwwoede.

Wanneer we het bouwjaar van woningen als indicator

nemen voor de leeftijd van wijken in Nederland

en we ons realiseren dat grote delen infrastructuur

zoals rioleringen, straten en bruggen een levensduur

hebben van 50 tot 60 jaar, dan zien we een enorme

vervangingsopgave op ons afkomen.

Er komt een serieuze piek aan, die nog wordt versterkt

op de plaatsen waar de afgelopen jaren de

eerst noodzakelijke vervangingen zijn uitgesteld. De

vervangingsopgave heeft een omvang waar we echt

niet aan gewend zijn en zal een beslag leggen op de

gemeentelijke begrotingen dat we nog niet eerder

hebben gezien. Hoewel het van gemeente tot gemeente

zal verschillen in welke mate hier de afgelopen

jaren daadwerkelijk reserveringen voor zijn gemaakt.

In het licht van de grote transitie-opgaven is – wanneer

het gaat om slim koppelen –deze categorie

wellicht dan ook de meest interessante. Aan de ene

kant: ook zonder die transities staan veel gemeenten

al voor een flinke klus. Aan de andere kant: juist

bij de vervangingen gaan de straten volledig open,

vaak van gevel tot gevel, en is er dus een enorme

kans om het in één keer goed te doen. In alle gevallen

ligt er zowel een noodzaak als een kans om juist

de vervangingsopgave te koppelen aan de transitie-opgaven.

4.4.6 Besluit Begroting en Verantwoording

Als gezegd, een tweede reden om het onderscheid

tussen beheer, onderhoud en vervangingen duidelijk

te gaan maken is de invoering van het nieuwe

BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) in 2017. 2

Hiermee is een aantal nieuwe regels in werking getreden.

Eén daarvan is dat gemeenten verplicht werden

om hun grote uitgaven aan kapitaalgoederen te

‘activeren’. Dat wil zeggen: in plaats van een nieuwe

weg of riolering als eenmalige kosten te boeken

in het jaar dat de uitgaven worden gedaan, moeten

deze weg of riolering nu worden beschouwd als een

investering, en daarmee als vaste activa op de balans

worden gezet (activeren in boekhoudjargon)

en gedurende de levensduur van het object worden

afgeschreven. Dat betekent dat die weg die dit jaar

voor bijvoorbeeld een miljoen euro wordt aangelegd,

dit jaar niet voor dat miljoen maar voor 25.000 euro

op de begroting komt (een miljoen gedeeld door de

levensduur van 40 jaar). Voor die gemeenten die dit

activeren beperkt of selectief hebben toegepast de

afgelopen jaren (en dat zijn er best veel) heeft het

serieuze consequenties.

• Ten eerste betekent het uiteraard een enorme

‘besparing’ op de korte termijn. In plaats van een

miljoen geven we immers maar 25.000 euro uit.

Binnen hetzelfde budget kunnen we 40 wegen

aanleggen, in plaats van één.

• De tweede consequentie is vanzelfsprekend dat

dit een keer ophoudt, want het is een hypotheek

op de toekomst. De eerste jaren geeft het flinke

budgettaire ruimte maar na verloop van tijd stapelen

de kosten van de afschrijvingen – voor iedere

nieuwe weg 25.000 euro per jaar – zich natuurlijk

op. Mogelijk zelfs tot een niveau dat flink

hoger ligt dan het huidige budget.

# woningen

Die zijn nu aan de beurt!

120.000

80.000

40.000

0

1921 1927 1933 1939 1945 1951 1957 1963 1969 1975 1981 1987 1993 1999 2005 2011 2017

Woningbouwproductie in de

afgelopen eeuw. Bron: CBS


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

184

Uitgaven

JR 1 JR 2 JR 3 JR 4 JR 5 JR 6 JR 1 JR 2 JR 3 JR 4 JR 5 JR 6

Voor activeren

Na activeren

Huidig budget

‘Verdiende’

eenmalige

budgettaire

ruimte

Eenmalige budgettaire ruimte

na het starten met activeren

• De derde consequentie – en tevens de bedoeling

van het Besluit – is dat een steeds groter

deel van de gemeentelijke kapitaalgoederen ook

daadwerkelijk op de balans van de gemeente

komt te staan, én op die wijze transparant wordt

wat deze nog waard zijn en welke vervangingsinvesteringen

er dus aankomen, én, als gevolg

hiervan, er ook geld voor zal worden gereserveerd.

Met andere woorden: het in veel gevallen

ontbrekende inzicht in de verschillende kosten

voor de exploitatie, het langjarig onderhoud en

de vervangingen zal de komende jaren worden

ingevuld. De mate waarin dit ideaal zal worden

bereikt, wordt overigens weer ingeperkt door de

ondergrens van waaraf de activering verplicht

is gesteld; een ondergrens die gemeenten zelf

mogen bepalen. De verschillen – met bijvoorbeeld

Rotterdam en Amsterdam op 5 miljoen,

Zoetermeer op 1 miljoen en Almere op honderdduizend

euro – drukken de verwachtingen ten

aanzien van de realisatie van dit doel.

Het bijzondere hier is wel – en dat moet worden opgemerkt

– dat een administratieve regeling in het

kader van uniformering van de statistische verzameling

en verantwoording door gemeenten, directe

gevolgen heeft voor de budgettaire ruimte. Maar

wat de oorzaak ervan ook mogen wezen, voor veel

gemeenten biedt het ook een kans om – juist op het

moment dat het nodig is – de komende jaren sterker

te investeren. Waarbij nogmaals dient te worden opgemerkt

dat de kans groot is dat de structurele lasten

na verloop van tijd (fors) hoger uitkomen dan de

huidige budgetten. Wanneer op tijd begonnen, kan

de gemeenteraad hier de komende jaren echter wel

op worden voorbereid.

4.4.7 Nationale doelen versus gemeentelijke

uitvoering

Gemeenten zijn in Nederland voor een zeer groot

gedeelte van hun inkomsten afhankelijk van de rijksoverheid.

Slechts een zeer beperkt deel wordt

lokaal opgehaald door middel van belastingen en

heffingen. 3 Van de ongeveer 55 miljard aan inkomsten

in 2018 is bijna 35 miljard, 63%, afkomstig van

de rijksoverheid. Naast de algemene uitkering uit

het Gemeentefonds bestaan die rijksbijdragen uit

een groot aantal specifieke uitkeringen, gelabeld

geld voor specifieke doeleinden. 4 Vanzelfsprekend

hebben die labels betrekking op urgenties die voor

een groot deel nationaal worden bepaald. Hoewel er

gemeentelijke taken mee worden gefinancierd, gaat

het vaak om nationale doelen die ermee moeten

worden bereikt.

Ook in het ruimtelijk domein hebben de specifieke

uitkeringen de afgelopen decennia flink bijgedragen

aan de gemeentelijke inkomsten. De uitkeringen in

het ruimtelijk domein, zoals het Investeringsbudget

Stedelijke Vernieuwing (ISV), het Budget Investeringen

Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK), de Sleutelprojecten

(eerste en tweede generatie) en de Nota Ruimte Projecten

bedroegen tot enkele jaren terug al snel een

half miljard euro per jaar. 5

Veel van deze gelden zijn aangewend voor investeringen

in de bestaande bebouwde omgeving.

Hoewel het uitvoerig onderzoek vergt om dit te

kwantificeren is het aannemelijk dat daarmee indirect

ook flinke posten op de begroting van Stedelijk

Beheer werden gedekt. Wanneer werd geïnvesteerd

in de vernieuwing van een wijk, kon op dat moment –

mede geholpen door de ISV-uitkeringen – soms ook


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

185

de vervanging van het riool, nieuwe bestrating en

inrichting worden meegenomen binnen het projectbudget.

De kosten voor deze vervangingen drukten

hierdoor minder sterk op de reguliere begroting.

Op deze wijze zijn de afgelopen jaren in een flink aantal

gevallen noodzakelijke vervangingen vermoedelijk

deels gefinancierd door de specifieke uitkeringen

vanuit het rijk. Dat heeft er dan mede toe bijgedragen

dat het effect van de al groeiende vervangingsopgave

op veel plekken de afgelopen jaren nog

beperkt is gevoeld. Dat zal de komende jaren vermoedelijk

anders zijn: aan veel van bovengenoemde

uitkeringen is inmiddels een einde gekomen.

Tegelijk is niets veranderd aan de afhankelijkheid

van gemeenten van de rijksoverheid. Zo lang gemeenten

beperkt belastingen kunnen heffen, zal

een groot deel van de uitgaven bekostigd moeten

worden vanuit het rijk. Wel zullen deze uitkeringen

vanuit het rijk nieuwe nationale doelen en urgenties

gaan volgen. Nu al valt te zien dat de energietransitie

daar een hele belangrijke in is. Gemeenten zullen

voor een flink deel aan de lat komen te staan voor

uitvoering van de afspraken in het (nationale) klimaatakkoord

en zullen daar ook de middelen toe moeten

krijgen. Wat eenvoudig gezegd: waar gemeenten de

afgelopen decennia soms de riolering en de straten

konden vervangen dankzij de nationale budgetten

voor Stedelijke Vernieuwing, zal dat de komende

jaren wellicht kunnen dankzij de nationale budgetten

voor de Energietransitie. Een extra reden en urgentie

dus om de grote transitie-opgaven te koppelen

aan de opgave van beheer en vervanging.

4.4.8 Koppelen van investeringen

Samenvattend kunnen we stellen dat:

• Er een enorme vervangingsopgave op ons

afkomt van rioleringen, straten, pleinen en plantsoenen

in wijken die in de jaren vijftig, zestig en

zeventig zijn gebouwd.

• In deze wijken in deze zelfde periode een aantal

grote transities hun beslag zullen krijgen. De

energietransitie betekent – naast de ingrijpende

verbouwing van vrijwel al het vastgoed, dat alle

straten opengaan: de gasleiding eruit en iets anders

ervoor in de plaats. In veel gevallen zal dit

iets zijn dat veel meer ruimte inneemt, zoals een

warmtenet. Tegelijk zullen deze wijken klimaatadaptief

moeten worden ingericht: ook dat legt

een nieuw beslag op de openbare ruimte.

• Voor deze opgaven is het geld in lang niet alle

gevallen gereserveerd. Tegelijk bieden nieuwe

regels in een flink aantal situaties nieuwe ruimte

om te investeren. Weliswaar betekent dit soms

een hypotheek op de toekomst, maar op deze

wijze kan de klap voorzichtig worden opgevangen.

Wel moet in een flink aantal gevallen de politiek

worden voorbereid op stijgende kosten in

de komende jaren.

• Voor beide opgaven moet de hele wijk op de

schop. Het is eigenlijk ondenkbaar wanneer we

die opgaven niet combineren in één aanpak. En

het lijkt vanzelfsprekend dat in die combinatie er

geld bespaard moet kunnen worden.

De Gemeente Leiden laat zien hoe. Zij heeft voor de

periode 2020 tot 2050 een compleet wijkvervangingsprogramma

voor de wijken uit de jaren vijftig,

zestig en zeventig opgesteld. Aanleiding is dat in al

deze wijken zowel de riolering als de materialen in de

openbare ruimte aan het einde van hun levensduur

zijn. Het uitgangspunt is dat in deze aanpak de drie

grote opgaven – klimaatadaptatie, energietransitie

en circulariteit – integraal worden meegenomen.

Dat betekent een integrale gebiedsgerichte benadering

waarbij verschillende opdrachten worden

gebundeld en integraal worden uitgevoerd in één

project. Met als gevolg: kostenbesparing, eenmalig

aanbesteden, eenmalige plankosten, eenmalige

burgerparticipatie en eenmalige overlast.

Voor de riolering, de wegen, de openbare verlichting,

de kunstwerken (bruggen e.d.) en oeverbeschermingen

is elk op eigen wijze een vervangingsprogramma

gemaakt. De conclusie hieruit is dat de

planning van de riolering leidend is en de rest volgt.

Wanneer het iets verder in de tijd ligt, is er iets meer

flexibiliteit om te schuiven.

Door deze uitgebreide inventarisatie, inclusief de

kosten van al deze vervangingen, was het ook mogelijk

om na te gaan wat er op deze wijze werd bespaard.

De belangrijkste conclusies hieruit:

• Het klimaatadaptief inrichten van één wijk zou

wanneer het als een zelfstandig project zou

worden uitgevoerd ongeveer 10 miljoen euro kosten.

Wanneer het wordt uitgevoerd als onderdeel

van het integrale project kost het nog 2 miljoen.

Een besparing van 80%.

• Ook wanneer een weg nog niet is versleten, maar

de riolering wel, en bij een gebiedsaanpak waarin

alles tegelijk wordt vervangen dus versneld op

de weg moet worden afgeschreven, is dat nog


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

186

WIJKVERVANGINGEN 2020-2050

Pagina

4/6

BIJLAGE 2: PLANNING WIJKVERVANGINGEN

2019-2025

Wijkvervangingen gemeente Leiden 2020–2050. Omdat het vervangen van de ondergrondse infrastructuur

erg ingrijpend voor de omgeving is en om de volgordelijkheid van de uitvoering van de

wijken te bepalen is gemeentebreed rioleringsonderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit, capaciteit

en functionaliteit (KCF) van het rioolstelsel. Daarnaast zijn op basis van schadebeelden en restlevensduur

onderzoeken van de verharding bepaald welke wegen urgent zijn om te vervangen. Bron:

Gemeente Leiden


Delta Atelier Stedelijk Beheer 4.4 Beheer en het geld

187

steeds kostenefficiënter. Zelfs wanneer die weg

10 tot 15 jaar eerder wordt afgeschreven.

• Wanneer een wijk vanwege de verouderde riolering

moet worden aangepakt en daarmee

vooruitloopt op de energietransitie – bijvoorbeeld

omdat de oplossing nog niet bekend is

of deze nog een aantal jaren duurt om te realiseren

– kan door het creëren van een vrij tracé,

een zandsleuf vrij van andere kabels, leidingen,

boomwortels, etc. deze later tegen zeer beperkte

meerkosten alsnog worden aangelegd.

Tot slot: wat het voorbeeld van Leiden ons bovenal

leert is dat de uitgebreide en integrale inventarisatie

van kapitaalgoederen, vervangingstermijnen én de

kosten van die vervanging een van de voorwaarden

is voor het koppelen van opgaven.

Noten

1. Zoetermeer: 1,7 mld. (Gemeente Zoetermeer, inventarisatie Stadsbeheer),

Rotterdam 12,7 mld. (Gemeente Rotterdam, inventarisatie

Stadsbeheer), Tilburg 2,0 mld. (Gemeente Tilburg, Programmabegroting

2019), Deventer 1,0 mld. (Gemeente Deventer, Begroting

2019), Utrecht 3,5 mld. (Gemeente Utrecht, Onderhoud kapitaalgoederen

Openbare ruimte 2012-2015), Almere 3,5 mld. (Gemeente

Almere, Programmabegroting 2012-2015), Bergeijk 222,5 mln. (Gemeente

Bergeijk, Programmabegroting 2019-2022). We veronderstellen

dat er een correlatie is tussen de kapitaalgoederen en het

aantal inwoners. Op basis van bovenstaande gemeenten varieert

deze tussen de ongeveer 10.000 en 20.000 euro per inwoner. Voor

heel Nederland zou dat een kapitaalgoederenvoorraad betekenen

van tussen de € 180 miljard en € 360 miljard euro.

2. Zie Commissie BBV: https://www.commissiebbv.nl/

3. Zie CBS, “Lokale overheden heffen 14,2 miljard euro in 2018”,

maart 2018

4. Deze specifieke uitkeringen maken sinds 2010 weliswaar deel uit

van het Gemeentefonds maar zijn nog wel apart gelabeld.

5. Zie Ministerie van VROM, Ruimtelijke kwaliteit in ontwikkeling :

Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK), 2005, Bureau

Stedelijke Planning, Evaluatie Sleutelprojecten, 2009, SEO, Stedelijke

vernieuwing: Kosten en baten, 2016, Platform31, Kennisdossier

Stedelijke Vernieuwing.

Bronnen

Voor de cijfers is gebruik gemaakt van CBS-data: https://www.cbs.nl/

, https://iv3statline.cbs.nl, https://www.financiengemeenten.nl/ en https://vraagbaakiv3gemeenten.nl

Voor dit artikel zijn – onder dankzegging – interviews gehouden met

Wiebe Oosterhoff (Gemeente Rotterdam), Peter de Visser (Gemeente

Zoetermeer), Ruud van Hoek en Peter Zuurbier (Antea) en Ronald Gerritsen

en David van Zanten (Gemeente Leiden). Vanzelfsprekend komt de

tekst voor rekening van de auteur.


duurzaamheids

winkel


Delta Atelier Stedelijk Beheer

189

Sleutel 9

Om te versnellen

en vermenigvuldigen

moeten we kennis en

ervaring met elkaar

delen.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conclusies

190


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conlusies

191

Doorheen het traject en doorheen de vorige hoofdstukken, werden

heel wat gedeelde vragen en lessen geformuleerd. Het uitwisselingstraject

tussen de verschillende gemeenten en hun

beheerafdelingen legde paden bloot die verder uitgediept

moeten worden. In de vorm van tien punten worden deze onderzoekssporen

opgelijst. Doel is om de kennisuitwisseling

tussen gemeenten onderling verder te zetten, als aanzet voor

versnelling.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conlusies

192

De Kopgroep Stedelijk Beheer stelde zichzelf de

vraag welke sleutels de beheerder in handen heeft

om bij te dragen aan het overbruggen van de missing

link en om de transities te laten landen in het

stedelijk weefsel. Vanuit dit gelopen verkenningstraject

en de expertise van verschillende ontwerpen

onderzoeksbureaus kunnen tien sleutels worden

gedefinieerd, die samen een eerste pad vrijmaken

naar een nieuwe praktijk. Ze geven geen directe

sluitende oplossingen, maar zijn vooral een uitnodiging

om samen verder te experimenteren en onderzoeken

met verschillende tools en methodes als gedeelde

ondergrond. Wat vooral is gebleken is dat de

beheerder met zijn/haar transversale vakmanschap,

diepgaande kennis van de ruimtelijke omgeving en

dagelijks contact met de bewoners in de wijken,

enorm veel potentie heeft om de stad klaar te maken

voor de toekomst. Door middel van experiment,

kennisdeling, het bouwen van coalities met actoren

en bewoners en het definiëren van een structurele

toekomstgerichte aanpak, kan deze potentie verder

ontwikkeld worden. De tien sleutels voor het beheer

van de toekomst laten zien hoe.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conlusies

193

Sleutel 1

De transities wijzen de nood aan voor een nieuwe

praktijk.

Sleutel 2

Naast pragmatiek is er ook ruimte en tijd nodig voor

experiment om de beheerpraktijk continu vernieuwen.

wijkprogramma

beheerslab

Onder invloed van de grote opgaven zoals klimaatadaptatie,

grondstoffenschaarste en gezondheidsvraagstukken

staan steden en de openbare ruimte

onder druk. Er zijn transities nodig en het staat

vast dat deze grootschalige omwentelingen in onze

dagelijkse leefomgeving terecht zullen komen.

Momenteel ontbreken echter de heldere taakstelling

en methode om deze doelen gebiedsgericht en geïntegreerd

te realiseren. Tegelijk investeren we wel

dagelijks in het onderhoud en de noodzakelijke vervanging

van onze bestaande infrastructuur: gaande

van het plaatsen van nieuw meubilair en groenaanleg,

de vervanging van rioleringen en leidingen, tot

de integrale heraanleg van straten en het openbaar

domein. Deze ingrepen bieden een kans om over te

schakelen van het onderhoud van het verleden naar

het vormgeven van de toekomst. Het verknopen van

kennis, capaciteit en doelstellingen uit verschillende

domeinen vergt echter een nieuwe tafel en methode

voor samenwerking.

De laatste jaren zien we dat er in heel wat steden

en wijken volop geëxperimenteerd wordt met alternatieve

projecten waarbinnen beheer een vooruitstrevende

rol opneemt. We willen verder bouwen op

deze experimenten en op de expertise die we vergaarden.

Samen willen we evolueren naar een nieuwe

praktijk waar op een meer structurele en sturende

manier over de kansen binnen beheer nagedacht

wordt. Er is nood om alternatieve strategieën en methodes

te verkennen die vertrekken vanuit het vakmanschap

van beheer, maar tevens rekening houden

met de behoefte om een stadsregionale visie

uit te denken, geïntegreerde deelprojecten te ontwerpen,

een nieuwe positie voor de burger te vrijwaren

en het kader te scheppen voor alternatieve financiering.

De beheerder kan hier de regie opnemen

over vragen, kansen en acties die zich voordoen met

betrekking tot ingrepen in de publieke ruimte. Om

tot vernieuwende oplossingen te komen is het belangrijk

om vrije ruimte uit te zetten waarbinnen “out

of the box” gedacht kan worden. Soms wil dat zeggen

dat de uitvoering van een project meer tijd zal

vergen of dat er budget nodig is om te testen. Die

investering kan niet afgemeten worden ten opzichte

van klassieke processen. Maar om te innoveren

is het noodzakelijk om even uit de strakke cycli en

rekentabellen te stappen die zo eigen zijn aan het

stadsbeheer.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conlusies

194

Sleutel 3

Door zijn/haar positie, vakmanschap en portefeuille

is de beheerder een geschikte kandidaat om de

vervangings- en transitieopgaven samen te nemen.

Sleutel 4

Door kaartlagen en planningen op stadsniveau

op elkaar te stapelen, bouwen we een tool om beheeropgaven

te integreren en in het licht te stellen

van de transitie-ambities.

De beheerpraktijk gaat over verschillende thema’s

en domeinen tegelijk en werkt fundamenteel integrerend.

Beheer is daarom uitermate goed gepositioneerd

om de transities mee vorm te geven. Verder

gaan er in de beheerwereld ontzaglijke bedragen

om: als we de investeringen van alle gemeenten en

overheden optellen, vloeit er in Nederland per jaar

tot wel 15 miljard euro naar beheer. De beheerder

zelf beschikt over specifiek vakmanschap en kunde

die cruciaal zijn om de grote doelstellingen te vertalen

naar effectieve realisaties en andersom. Dit

vakmanschap bestaat uit technische kennis omtrent

uitvoering op het terrein, sociale skills om processen

te faciliteren en te regisseren, en strategische

visie om mee beleid te bepalen en te sturen.

Tegelijkertijd is het werk van diezelfde beheerder

op dagdagelijkse basis vanzelfsprekend en onzichtbaar.

Door het vakmanschap van de beheerder

scherp te benoemen en leesbaar te maken voor de

buitenwereld, kan de beheerder doorgroeien in zijn/

haar rol. Wanneer de beheerder mee in een nieuwe,

transversale coalitie stapt, zal eveneens het werkveld

opengebroken worden: naar een nieuwe praktijk

waar ontwerp, technisch onderhoud, beleid en

strategie hand in hand gaan. De beheerders van de

toekomst zullen een proactieve houding aannemen

en mee strategisch en integraal nadenken over onze

de kansen binnen onze kapitaalgoederen.

In de publieke ruimte komen allerlei opgaven en stakeholders

met hun taakstellingen en doelen samen.

Hoe structureer je dit over domeinen en disciplines

heen werken? Er is behoefte aan een motiverende

tool en werkwijze waarmee een betere samenwerking

tussen stadsontwikkeling, stadsbeheer en

maatschappelijke ontwikkeling mogelijk wordt: een

gezamenlijke ruimtelijke onderlegger op stadsniveau

waarop verschillende thematische lagen en de

belangen die daarbij horen, gestapeld kunnen worden.

Hiermee wordt zichtbaar waar de verschillende

transitie-opgaven met elkaar verknopen en elkaar

overlappen en dus geïntegreerd aangepakt kunnen

worden. Bovenop deze cartografie van opgaven kan

beheer een kaart van kansen leggen: de ruimtelijke

planning van het cyclische, gefaseerde, systematische

onderhoud in de stad. Door de planning vanuit

beheer te koppelen aan de transitie-opgaven, kan

het onderhoud gericht worden ingezet voor opgaven

op vlak van water, energie, bodem of zorg. Met deze

kaart doet beheer een duidelijk aanbod naar partners

toe: de 15 miljard die jaarlijks in heel Nederland

aan beheer besteed wordt, kan als middel dienen

voor het realiseren van de gezamenlijke opgaven.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conlusies

195

Sleutel 5

Op basis van een stadsregionale visie kan de aanpak

in wijken onderling gedifferentieerd worden.

Sleutel 6

Binnen deze brede praktijk moet ook de burger een

nieuwe positie krijgen.

De ene wijk is de andere niet. De ruimtelijke en sociale

morfologie van elke wijk bepaalt welke klimatologische

maatregelen en systemen nodig zijn. In

sommige wijken is zware en dure infrastructuur zoals

een gescheiden rioleringsstelsel helemaal niet

nodig; daar is er voldoende buffercapaciteit om

regenwater op natuurlijke wijze in de bodem te laten

infiltreren. Of in bepaalde wijken laat de eigendomsstructuur

toe om alle woningen tegelijkertijd

te renoveren, maar in andere wijken waar veel meer

van de woningen in privaat eigendom zijn, is dat helemaal

niet zo eenvoudig. We kunnen onze steden

daarom niet op een gestandaardiseerde manier wijk

voor wijk vervangen, maar zoeken met welke maatregelen

we de verschillende wijken op de meest efficiënte

manier kunnen bedienen. De winst in snelheid

en impact zit niet in het implementeren van een

generiek beleid in de gehele stad, maar komt net

voort uit het werken met de specificiteit van elke

wijk. De opgavenkaart helpt ons de verschillende

uitdagingen per wijk leesbaar maken.

In de toekomst is de samenwerking tussen overheid,

organisaties en burgers in het dagelijks beheer

van de stad cruciaal. Het vraagstuk stopt niet aan

de grenzen van de publieke ruimte: een warmtenet

heeft slechts zin als de gebouwen die erop worden

aangesloten niet vol kieren en gaten zitten. En andersom

kan de inrichting van de buitenruimte een

enorme impact hebben op het welzijn van de bewoners

in een wijk. We moeten de realisatiekracht, die

nu nog te veel over verschillende actoren verspreid

zit, bundelen. Dit vraagt een dubbele vertaalslag:

langs de ene kant is het nodig mensen actief te betrekken

bij de geplande projecten en te luisteren

naar hun noden. Hiermee kunnen we de keuzes voor

de noodzakelijke transformaties aantrekkelijk en relevant

voor de buurtbewoners maken. De beheerder

kan deze sociale rol op zich nemen vanuit een continue

en laagdrempelige aanwezigheid in de wijk.

Langs de andere kant moeten we ook manieren vinden

om de nationale transitie thema’s te vertalen

naar activiteiten waar buurtbewoners aan kunnen

deelnemen. Dit kan via het opzetten van nieuwe kaders

voor participatie en zelfbeheer. Je zou bijvoorbeeld

duidelijk kunnen maken hoeveel uren gespendeerd

worden aan beheertaken en bewoners mee

laten kiezen hoe ze die willen inzetten. Verder kan

beheer actief delen van de werking uit handen geven

aan burgers om zo een groter eigenaarschap te

realiseren. Met de hulp van de gedeelde opgavenkaart

kunnen burgers zich op bepaalde plekken en

binnen projecten te engageren en worden zo onderdeel

van het proces van stad-maken.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conlusies

196

Sleutel 7

De principes achter geïntegreerde deelprojecten

komen niet op één maar op vele plaatsen tegelijk

voor.

Sleutel 8

Het integreren van verschillende doelstellingen in

één project leidt tot winsten op verschillende vlakken,

maar vereist wel een innovatieve business case.

Wanneer we de opgaven in samenhang bekijken,

wordt duidelijk hoe ze verknoopt zijn en elkaar kunnen

versterken richting gedeelde, multi-actor oplossingen.

Zo kunnen de transities op stedelijke schaal

vertaald worden naar deelprojecten in onze dagelijkse

leefomgeving, naar de schaal van het huis, de wijk,

de stad en het landschap. Deze innovatieve experimenten

kunnen doorgroeien tot vermenigvuldigbare

projecten die door heel Nederland toepasbaar zijn.

Dit vraagt wel om een tool die goede voorbeelden

kan standaardiseren en multipliceren. Beheer maakt

al lang gebruik van handboeken waarin de normen

naar veiligheid of identiteit van een gemeente in

strikte maatregelen en uitvoeringsdetails zijn vastgelegd.

De volgende stap is een open source praktijkboek:

een verzameling van goede voorbeelden

en innovatie, die worden vertaald naar geïntegreerde

principes en bouwstenen die breed inzetbaar zijn

richting een nieuwe praktijk. Lokale actoren en besturen

zullen moeten samenwerken om uitdagingen

met elkaar te verbinden en een reeds type projecten

uit te denken die hieraan een theoretische en ruimtelijke

onderbouwing kunnen geven. Zo wordt elke

beheersopdracht een kans voor een innovatief project,

dat kan leunen op gedeelde kennis en nieuwe

samenwerkingsverbanden.

Er zijn drie soorten winst te maken door beheer op

een andere manier aan te pakken. Op de stadschaal

leidt de gelijktijdigheid en integraliteit in uitvoering

tot een eerste besparing: bij een integrale gebiedsgerichte

benadering worden opdrachten en onderhoud

gebundeld en integraal uitgevoerd. Daardoor

heb je slechts een eenmalige aanbesteding, plankosten,

uitvoeringskosten, burgerparticipatie en

overlast. Door op wijkschaal te differentiëren kan

een omslag gemaakt worden naar principes waarbij

minder infrastructuur en dus minder onderhoud nodig

is, potentieel ook grote financiële voordelen bieden.

En ten slotte kunnen projecten vormgegeven

worden met een heel andere kosten-batenstructuur,

wanneer bijvoorbeeld een fundamenteel aandeel

van het beheer door bewoners wordt georganiseerd.

Allemaal voor de hand liggende en aanlokkelijke opties,

maar waarom pakken we het dan niet al lang

zo aan? Indien we de beheeropgave gaan koppelen

aan de verschillende transitie-opgaven moet er ook

een financiële hervorming komen, anders loont het

niet. Zo zullen bovenlokale instanties mee moeten

financieren. De oplossingen voor uitdagingen van

nationaal belang zullen tot diep in de haarvaten van

ons systeem doordringen en dan ook in cofinanciering

moeten gebeuren op het schaalniveau van de

wijk. Daarnaast zit het geld dat we nu denkbeeldig

in geïntegreerde, innovatieve projecten bij elkaar

gelegd hebben, op dit moment stevig vast in aparte

potjes en is voorbehouden voor reeds zorgvuldig

uitgekiende momenten.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 5. Conlusies

197

Sleutel 9

Om te versnellen en vermenigvuldigen moeten we

kennis en ervaring met elkaar delen.

Sleutel 10

Er is nog werk aan de winkel!

Als we budgetten voor bovenlokale doelstellingen

willen koppelen aan lokale beheerbudgetten

en dus de beheerpraktijk ten dienste willen stellen

van de grootschalige transities, moet er eveneens

een nieuw soort beleid komen. Als antwoord op het

initiatief van de lokale besturen moet er moet een

juridisch, financieel en ondersteunend kader ontworpen

worden waarmee deze coalities van lokale

actoren aan de slag kunnen. Het heeft echter geen

zin om langs elkaar het warm water uit te vinden.

Een platform tussen de verschillende gemeenten,

maar ook tussen gemeenten en de provincies, waterschappen,

nationale overheid en middenveld- of

private organisaties creëert een plek waar we gezamenlijk

kunnen bepalen waar beheer als sector

naartoe kan en wil. Dit doen we door ervaring uit

te wisselen: welke tests op het terrein werken wel

en welke niet? En eveneens krachten te bundelen:

is het niet veel rijker om maatregelenpakketten per

wijktype of een praktijkboek van bouwstenen te

ontwikkelen dat verschillende gemeenten tegelijk

kunnen gebruiken? Via een collectief platform krijgt

de beheerwereld een gezicht naar buiten toe, een

deur waar anderen bij aan kunnen kloppen om samenwerkingen

op te zetten.

We hebben nog geen kant-en-klare oplossingen,

maar een palet aan richtingen om getest, doorgerekend

en uitgewerkt te worden. Wie neemt bijvoorbeeld

de regisserende rol op om belangen en kansen

te verbinden in deze nieuwe praktijk? Is dat de

beheerder zelf of is dit een nieuwe rol, weggelegd

voor bijvoorbeeld een transitieregisseur? Onze straten

liggen open, net als de beheerpraktijk, om nieuwe

modellen te testen en implementeren.


+ €

wijkprogramma beheerslab

+ €

+ €

A B C D

+ €

+ €

W&I

Beheer

MO

Energie

transitie

Beheer



Handboek

2.0


Transport




Delta Atelier Stedelijk Beheer

199

Sleutel 10

Er is nog werk

aan de winkel!

duurzaamheids

winkel


Delta Atelier Stedelijk Beheer 6. Volgende stappen

200


Delta Atelier Stedelijk Beheer 6. Volgende stappen

201

Ten slotte wordt een aanzet gegeven voor een methode om deze in de

volgende stappen verder op te pakken. De 10 sleutels vertalen

zich naar een reeks stappen die op niveau van de gemeente,

tussen de gemeenten in uitwisseling en op bovenlokaal niveau

kunnen gezet worden. Op basis hiervan wordt het procesplan

voor de tweede fase uitgetekend.


Delta Atelier Stedelijk Beheer 6. Volgende stappen

202

De tien sleutels formuleren nieuwe paden die beheer

zal gaan bewandelen in de toekomst. Wat

houdt dit concreet in? Op de schaal van de wijk en

de stad, interlokaal en bovenlokaal zal er geëxperimenteerd

worden met alternatieve aanpakken. Als

concreet advies en voorstel zijn de sleutels vertaald

naar bouwblokken, die door de gemeentes opgepakt

kunnen worden en omgezet naar een concrete

planning. De hoop is dat er de komende maanden en

jaren op verdergewerkt zal worden.

Omdat elke stad, gemeente en wijk uniek is, kan

op basis hiervan een traject op maat worden opgezet,

waarbij de bouwblokken zó worden ingezet

dat diens kwaliteiten, kansen en het unieke karakter

verder ontwikkeld en gestimuleerd worden.

Lokaal: Wijkniveau

Participatieve ontwikkeling

van een gedragen wijkvisie

Ontwikkelen van vermenigvuldigbare

deelprojecten

Experimenteerruimte voor

“out of the box” kansen en

acties in de publieke ruimte

samen met de bewoners

Op de schaal van de wijk worden er drie concrete acties

geformuleerd, die afhankelijk van de wijk soms

urgent zijn op de korte termijn of soms juist later relevant

worden. Allereerst is er de zoektocht naar een

gedragen wijkvisie. De ene testwijk heeft wel een

wijkvisie, maar die wordt niet door bewoners meegedragen,

de andere wijk heeft wel veel bewonersparticipatie,

maar nog geen duidelijke visie voor de

wijk. Hier zetten we een process uit met de focus

op het concretiseren van een toekomstvisie waarbinnen

duidelijk plaats wordt gemaakt voor participatie,

zelfbeschikking, zelfbeheer en flexibiliteit.

De wensen van de bewoners worden meegenomen

in het ontwerp, zo komen de duurzaamheidstransities

ook hen ten goede. Een tweede blok focust op

het ontwikkelen van vermenigvuldigbare deelpro-

jecten die beantwoorden aan terugkerende families

van opgaven. Deze actie vraagt om een koppeling

tussen de ambities op wijkniveau en op stadsniveau.

Elke wijk is uniek en heeft zijn eigen kwaliteiten,

kansen en drempels. Er wordt gezocht naar de

potentie binnen de wijk om verschillende duurzaamheidsopgaves

aan elkaar en aan de maatschappelijke

en sociale opgave te koppelen. Zo worden er

gekoppelde deelprojecten geformuleerd, die zowel

de wijk ondersteunen als de stad verder helpen door

vermenigvuldigbare oplossingen te testen. Ten derde

wordt het wijkniveau ingezet als experimenteerruimte

voor “out of the box” methodes. Door experiment

vroegtijdig in te plannen en extra ruimte uit te

trekken tijdens het groot onderhoud, wordt een wijk

op een vernieuwende manier aangepakt.

Lokaal: Stadsniveau

Digitale atlas met gestapelde

kaartlagen en maatregelenpakketten

per wijk

Bouwen aan transversale transitiecoalitie

voor een strategische

en integrale aanpak

Innovatieve business case

waardoor winsten door integratie

mogelijk worden

B

E

A

A

B

B

C

C

D ++ D

€€€€ €€

Op de schaal van de stad zijn er drie acties die nu

genomen kunnen worden. Allereerst kunnen steden

toewerken naar een digitale atlas. De eerste stap

hierbij is de planning van beheer zelf –welk (groot)

onderhoud vindt wanneer waar plaats?– in een aanbodkaart

te brengen. Aan deze kaart kunnen vervolgens

transitielagen worden gekoppeld, zoals hitte,

water, mobiliteit, het bestemmingsplan, dichtheid


Delta Atelier Stedelijk Beheer 6. Volgende stappen

203

etc. Hieruit kunnen dan maatregelenpakketten worden

gedestilleerd op maat van de wijk. Een tweede

actie betreft het bouwen aan een transversale transitiecoalitie.

Vanuit de digitale atlas en de aanbodkaart

kan het gesprek gestructureerd worden over

mogelijke samenwerkingen met andere domeinen

en actoren. Binnen dit blok gaat beheer op zoek naar

een samenwerkingsvorm die bruggen kan bouwen

met andere afdelingen, door bijvoorbeeld een tweewekelijks

overleg in te voeren of binnen de gemeente

leer- en uitwisselmomenten te organiseren. Een

derde blok omvat het opstellen van een innovatieve

business-case voor de gehele gemeente. Het verkenningstraject

heeft blootgelegd dat het rondkrijgen

van een sluitende business case nog steeds een

van de grootste obstakels vormt. Op dit moment zitten

de geldstromen verspreid over veel verschillende

potjes. Het is van belang dat we dit inzichtelijk

maken en vervolgens kijken wat we door koppelkansen

aan meerkosten kunnen besparen.

Inter-lokaal

Learning Academy die via collective

capacity building de

gemeenten gezamenlijk vervolgstappen

laat zetten

Praktijkboek met trends en

innovatieve strategieën ter ondersteuning

van de kennisuitwisseling

tussen gemeenten

Praktijk

Boek

De uitwisseling tussen gemeenten en hun testwijken

vatten we onder de noemer “inter-lokaal”. Hoe

kunnen zij zo veel mogelijk van elkaar te leren? Twee

bouwstenen zijn hiervoor uitermate belangrijk.

Allereerst is uit het verkenningstraject naar voren

gekomen dat er nog veel kennis ontbreekt of in ieder

geval vanuit verschillende hoeken en domeinen

nog niet bij elkaar gebracht is. Een learning academy

is hierbij een ondersteunend middel om alle kennis

op tafel te krijgen. Door kennis en ervaringen uit

te wisselen rondom specifieke thema’s en vraagstukken

(denk hierbij aan een business case, het opstellen

van een gedragen wijkvisie, of het vermijden

van klimaatarmoede in de wijken) blijft een academie

doelgericht en richting concrete output werken.

Als versnelling en om de zichtbaarheid van beheer

te vergroten worden de lessen en praktijkvoorbeeld

uit het tweede blok gebundeld in een praktijkboek.

Door informatie samen te brengen en projecten in

de spotlights te zetten komt er meer bewustwording

rondom de capaciteit van beheer als innovatieve

actor in de stad.

Bovenlokaal

Nationaal programma voor

de realisatie van bovenlokale

doelen op lokaal niveau

Ook op bovenlokaal niveau wordt er gekeken naar

het schaalniveau van de wijk om nationale doelstellingen

te realiseren. Zo komt beheer al snel in het vizier.

Het organiseren van een optimale, rechtstreekse

samenwerking tussen het lokale en bovenlokale

niveau kan via een nationaal programma. De bovenlokale

beleidsdoelstellingen kunnen zo in samenwerking

met lokale coalities vertaald worden naar

haalbare projecten die bovendien een verbetering

betekenen voor de leefkwaliteit in onze wijken. In

eerste plaats moet daarom de coalitie op nationaal

niveau versterkt en uitgebreid worden.