NHA UITGELICHT juli 2020 / nummer 14

nharchief

Juli 2020 / Nummer 14

UITGELICHT

08

Politicus

met een onderwijshart

Het laatste interview met oudcommissaris

van de Koningin

Jos van Kemenade.

34

Zes strookjes

Het verhaal achter zes strookjes

perkament uit het archief van het

Haarlemse Leprooshuis.


inhoud

Colofon

Eindredactie:

Annabelle Arntz, Christine Tinssen

Aan dit nummer werkten mee:

Alexander de Bruin

Wim Cerutti

Helen van der Eem

Jos Fielmich

Hannah Goedbloed

Kim Krijnen

Jan Kruidhof

Vannessa Timmermans

Hedzer Uulders

Wim de Wagt

Sander van Walsum

Lieuwe Zoodsma

5

Uitgelicht

Een woord vooraf van directeur

Lieuwe Zoodsma.

14

Prikbord

Nieuws van het NHA.

6Pareltjes

De schijnwerper op de bijzondere tekeningen

van Maarten Oortwijn.

16

Katoenfabriek De

Phoenix een grote flop

Niet alle Belgische textielhandelaren konden

Haarlem als textielstad weer op de kaart zetten.

8

Interview met

Jos van Kemenade,

die dit jaar overleed. Een gesprek over onderwijs,

wetenschap en zijn katholieke achtergrond.

24

Mooi geweest

Terugblik op activiteiten.

Vormgeving:

Michael Kolf - picadia.to the point.

Druk:

JEA | Joh. Enschedé Amsterdam

Oplage:

800

ISSN:

2352 - 0671

26

Van onze

stadsfotografe

Vannessa Timmermans legde het Haarlemse

stadsbeeld in coronatijd vast.

34

28

Collectie Provinciale

Atlas Noord-Holland

Een selectie foto’s van Lars van den Brink voor

de collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

38

30

Topstuk

Inge Molenaar en Sarah Remmerts de Vries

(Oneindig Noord-Holland) kijken naar twee

historische affiches met een andere blik dan

vóór de coronacrisis.

Voorzijde omslag:

Busstation Knooppunt Schiphol-Noord,

Lars van den Brink. Foto-opdracht voor de

collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Puzzelen met

perkament

Het NHA duikt in dozen met

handschriftfragmenten en speurt naar

de herkomst van zes strookjes.

Nieuwe archieven

en collecties

Aandacht voor enkele nieuwe archieven die

de afgelopen maanden bij het Noord-Hollands

Archief zijn binnengekomen.

3


Uitgelicht ...

Het is een

bijzondere

tijd, veel mensen

spreken

zelfs over een

bizarre tijd

Het coronavirus en de COVID 19-pandemie houden Nederland en de wereld al een

paar maanden in een ijzeren greep. Bijna alle evenementen en bijeenkomsten

zijn geannuleerd en presentaties, aanbiedingen, vergaderingen en gesprekken

vinden binnen ‘de anderhalve-meter-maatschappij’ in een aangepaste vorm plaats.

Afgezien van een aantal noodzakelijke publieke functies heeft ook het Noord-

Hollands Archief meer dan twee maanden te maken gehad met een ‘lockdown’ van

zowel de studiezalen als de kantoren op onze beide locaties. Vanaf 2

juni zijn de studiezalen weer in sterk afgeslankte vorm op afspraak

geopend en vanaf 1 juli kunnen de tentoonstellingen weer met een

voorafgaande reservering worden bezocht. Het is een bijzondere tijd,

veel mensen spreken zelfs over een bizarre tijd, waarin veel zaken

anders gaan dan wij gewend zijn en heel veel wordt gevraagd van ons

aanpassingsvermogen.

Als Noord-Hollands Archief proberen wij de beelden en uitingen van de

corona-epidemie zo goed mogelijk vast te leggen en te registreren om

de huidige, maar ook de toekomstige, generaties te kunnen laten zien

en ervaren wat deze epidemie teweeg heeft gebracht. In dat kader is

onze (stads)fotograaf Vannessa veel op pad om foto’s te maken van de

corona-epidemie en de gevolgen daarvan voor Haarlem en de regio. In

dit nummer van Uitgelicht wordt hier aandacht aan besteed.

Maar in dit nummer vragen wij ook uw aandacht voor andere zaken. Zo hebben wij

in het kader van het Oral-History project een interessant interview opgenomen met

de voormalige commissaris van de Koningin in Noord-Holland, Jos van Kemenade.

De afgelopen jaren hebben wij ons bij dit project gericht op min of meer bekende

en/of prominente Haarlemmers. Vanaf dit jaar komen de commissarissen van

de Koning(in) en de burgemeesters van partnergemeente Velsen aan bod. Het

interview met Jos van Kemenade was ook in zoverre bijzonder omdat hij korte tijd

na de opname daarvan kwam te overlijden.

Onze Stichting Vrienden van het Noord-Hollands Archief bestaat dit jaar 25 jaar.

Relatief nieuw bestuurslid Sander van Walsum doet in dit nummer verslag van

een interview met een bestuurslid van het allereerste uur, de bekende Haarlemse

historicus Wim Cerutti.

Studiezaal van het

Noord-Hollands Archief,

Janskerk.

Ik wens u veel leesplezier bij dit nieuwe nummer van Uitgelicht.

Lieuwe Zoodsma,

directeur Noord-Hollands Archief

5


Pareltjes

# 14 | Pareltjes

Linkerpagina onder Gezicht vanaf de

Badhuisweg bij de Voorzaan op Zaandam,

1977.

Links Gezicht op Purmerend, 1935.

Tekst: Alexander de Bruin / beeld: Noord-Hollands Archief

Onder Gezicht op Hofje van Dirk Glas,

Paktuinen 75, Enkhuizen, circa 1970.

Pareltjes

De tekeningen van Noord-Hollandse stads- en dorpsgezichten en landschappen van

Maarten Oortwijn in het NHA zijn even indrukwekkend – zowel wat betreft omvang

als kwaliteit – als van groot historisch belang. De bijna 700 tekeningen zijn onderdeel

van de Provinciale Atlas.

De tekeningen van Maarten Oortwijn

(Purmerend, 1912-aldaar,

1996) vertonen een romantische

neiging. Wegen en paden zijn

niet strak getekend, evenals de

huisjes, die lijken te vibreren.

Door de figuratie, bijvoorbeeld

een mannetje met een karretje

of een fietser die zichtbaar

tegen de wind opbokst, wordt

een menselijk element aan de

compositie toegevoegd. Vaak

is er een extra zwaar accent in

de tekening als repoussoir, ter

versterking van het effect van de

licht getekende gedeelten. Voor

veel van zijn tekeningen maakte

Oortwijn gebruik van door

hemzelf gemaakte foto’s van de

desbetreffende.

Ingrijpend

Heel bijzonder zijn de tekeningen

uit de periode 1950-1980. Deze

tonen een verdwenen beeld van

Noord-Holland, door de aanleg

van wegen en sloop en de bouw

van nieuwe wijken. Hierin schuilt

het grote historische belang van

zijn werk.

In een interview uit 1974 zegt

Oortwijn over alle ingrijpende

ontwikkelingen in het landschap,

de dorpen en de steden:

‘naarmate de ontwikkelingen van

onze dagen harder in ons leven

ingrijpen, naar die mate gaan

veel mensen terugverlangen naar

een verleden, dat minder hard

en zakelijk, mooier en lieflijker,

knusser en beslotener, echter en

menselijker is geweest’.

De melancholische sfeer die tot

uitdrukking komt in dit citaat,

zien we ook verbeeldt in zijn

werk.

Handelsknobbel

Oortwijn werd in 1912 geboren

als zoon van een kruidenier bij

de sluis in het Noordhollands

Kanaal bij Purmerend, de stad

waar hij zijn gehele verdere

leven bleef wonen en werken.

Zijn vader wilde dat hij de zaak

over zou nemen, maar hij had

daar geen zin in. ‘Want je moet

voor het kruideniersvak een

soort handelsknobbel hebben.

Die had ik toen niet en die heb ik

eigenlijk nu nog niet,’ zoals hij in

hetzelfde interview uit 1974 over

zichzelf vertelde.

In plaats daarvan ging hij naar

de kunstnijverheidsschool in Amsterdam,

eind jaren twintig, begin

jaren dertig. Na het behalen van

zijn diploma belandde hij eerst in

militaire dienst en daarna trad hij

in dienst bij de firma Beyersdorff,

waar hij ontwerpen maakte voor

verpakkingen en reclame voor

Nivea en Hansaplast. Na de oorlog

ontwikkelde hij zich tot zelfstandig

kunstenaar en fotograaf

voor de gemeente Purmerend.

Erkenning

Veel van zijn tekeningen zijn

gemaakt voor en gepubliceerd

in Noord-Hollandse kranten en

regionale boeken. Daarnaast

verzorgde hij tot 1992 de illustraties

in de jaarlijkse kronieken

van het historisch genootschap

Oud West-Friesland. De aankoop

van de tekeningen in 1993 door

de provincie Noord-Holland voor

de Provinciale Atlas betekende

voor Maarten Oortwijn een grote

erkenning.•

6

7


# 14 | De standenmaatschappij is in Nederland nog altijd sterk

Tekst: Wim de Wagt / beeld: Stadsarchief Amsterdam en Het Nationaal Archief

De standenmaatschappij

is in Nederland nog

altijd sterk

Jos van Kemenade, oud-minister van Onderwijs en oud-commissaris van de Koningin

in Noord-Holland, overleed in februari van dit jaar op 82-jarige leeftijd. Niet lang voor

zijn dood liet hij in een interview voor het Oral History-project van het NHA blijken nog

niets van zijn maatschappelijke betrokkenheid en scherpte te hebben verloren. ‘We

lopen in Nederland achter met het onderwijs.’

Langer onderwijs

geven naar de

mogelijkheden

van de kinderen

Rechts Affiche voor een manifestatie over

de middenschool in Amsterdam, met onder

anderen Jos van Kemenade als spreker,

22 maart 1979, Stadsarchief Amsterdam.

8

Jos van Kemenade werd

geboren in 1937 in een roomskatholiek

gezin in Amsterdam,

maar werd lid van de PvdA. Bij

de meeste mensen zal hij voor

altijd bekend blijven als de

hervormingsgezinde minister

van Onderwijs en Wetenschappen

in het kabinet Den Uyl

(1973-1977), en later ook in het

kabinet Van Agt II (1981-1982).

Maar van huis uit was hij onderwijssocioloog.

En voordat hij

benoemd werd tot Commissaris

van de Koningin, droeg hij in

Eindhoven de burgemeestersketting.

Verder bekleedde hij tal

van bestuursfuncties.

Etiket

Als ik uw carrière overzie, dan

vermoed ik dat er meerdere

zielen in uw borst kloppen: een

wetenschappelijke, bestuurlijke

en politieke. Ervaart u dat zelf

ook zo, of is er een ziel die harder

klopte dan een andere?

‘Nou nee, dat laatste niet,’ zegt

hij, thuis op de bank in zijn

appartement in Heiloo, zijn

onafscheidelijke pijp binnen

handbereik. ‘Maar het zijn wel

9


# 14 | De standenmaatschappij is in Nederland nog altijd sterk

zeer verschillende manieren van

handelen, zeer verschillende

disciplines ook. Als wetenschapper

moet je objectief en zeer

empirisch naar de feiten zoeken

en deze proberen te verklaren.

Als bestuurder moet je ervoor

zorgen dat het bestuurlijk leven

kan functioneren. En als politicus

zorg je dat bepaalde standpunten

vertegenwoordigd worden.

Dat kan in botsing komen met

elkaar. Maar dat hoeft niet.’

‘In mijn geval hadden “de politicus”

en “de wetenschapper Van

Kemenade” beide betrekking op

het onderwijsveld. Daar raakten

ze elkaar, want ze hadden

elkaar nodig. De politicus heeft

de wetenschapper nodig – als

hij het goed doet– om te weten

Jos van Kemenade, 2019,

foto: Jos Fielmich.

wat voor soort feiten er zijn in

de samenleving. De bestuurder

heeft dit ook nodig, én hij

heeft de politicus nodig om het

democratisch proces te laten

functioneren.’

‘Maar toen ik in de politiek zat,

werd voortdurend, zeker door de

mensen die tegen mij waren, gesproken

over “die wetenschapper

Van Kemenade”. En toen ik in

het bestuur kwam, hadden ze

het over “die politicus”. Mensen

plakken een bepaald etiket op

je en dat wordt gebruikt in het

debat. Dat gebeurde vooral in de

Tweede Kamer. “Die wetenschapper

Van Kemenade” had natuurlijk

iets denigrerends, zo van:

“Die man weet het altijd beter,

maar hier heeft hij niks te vertellen.”

Maar voor mijzelf vind ik

dat die rollen, die functies, door

elkaar heen liepen.’

Hebben deze eigenschappen

elkaar bevrucht in uw leven?

‘Zeker. Ik kon als minister van

Onderwijs beter functioneren

omdat ik op dat terrein wetenschapper

was, en er heel veel

van wist. Een minister moet toch

op zijn minst behoorlijk geïnformeerd

zijn over wat er op zijn

beleidsterrein speelt! En ook als

bestuurder had ik er profijt van.

Maar niet vakinhoudelijk, want

als burgemeester of als Commissaris

van de Koningin heb je

beleidsmatig maar betrekkelijk

weinig met het onderwijs te

maken. Maar je hebt daardoor

wel ervaring opgebouwd om het

democratisch proces te kunnen

laten functioneren en de bestuurlijke

verhoudingen in stand

te kunnen houden.’

Katholieke achtergrond

Er is nog zo’n opvallende combinatie:

katholiek en sociaaldemocraat.

‘Dat is helemaal niet opvallend.

Alsof katholieken geen sociaaldemocraat

kunnen zijn! Tuurlijk

wel, bij uitstek! Sociaaldemocratie

en christelijke politiek

zijn politieke bezigheden, zijn

afwegingen van belangen en

inzichten, terwijl katholiek-zijn,

of christelijk-zijn, een religieuze

component is – die ik niet meer

heb overigens. Nee, dat zijn

verschillende werelden. Daar is in

de jaren zestig en zeventig een

einde aan gemaakt.’

Heeft het u geholpen in uw politieke

leven dat u een katholieke

achtergrond had?

‘Nee, dat heeft mij in een bepaalde

periode als minister zelfs

tegengewerkt. Op een gegeven

moment vonden partijen in het

maatschappelijk veld dat ik te

weinig rekening hield met het

bijzonder onderwijs. Toen is er

door zeven grote katholieke organisaties

een petitie tegen mij

opgesteld, en is er zelfs gezegd

door de Nijmeegse hoogleraar

(en KVP-politicus; wdw) Frans

Duynstee, dat dát de gevaarlijkste

zijn, die “doorgebroken”

(seculiere; wdw) katholieken.’

En wat antwoordde u hem toen?

‘Dat weet ik niet meer. Ik heb

daarover wel artikelen geschreven.

Misschien heb ik wel geantwoord

met de strofe van Anton

van Duinkerken: “Jawel meneer,

ik noem mij katholiek en duizenden

eeuwen kunnen het woord

verklaren aan u en uw opgewonden

kliek.” Dat was overigens het

antwoord van Van Duinkerken

tegen Mussert, de leider van de

NSB. Een prachtig gedicht, moet

je eens lezen. Prachtig. Want

Mussert viel Van Duinkerken aan,

“die zogenaamde katholiek”, en

toen heeft Van Duinkerken dat

gedicht gemaakt.’

Middenschool

De meeste bekendheid verwierf

Van Kemenade als minister van

Onderwijs. Begeesterd door ideeën

over emancipatie en gelijke

kansen, ontpopte hij zich in Den

Haag als een energieke onderwijshervormer,

die verschillende

fundamentele vernieuwingen in

het onderwijs probeerde door

te voeren, met wisselend succes

overigens. De publieke opinie

associeert Van Kemenade vooral

met de middenschool, maar dat

We lopen in

Nederland echt

achter op dit

punt, hierin zijn

we achterlijk

beeld is te beperkt, vindt hij zelf.

‘Een veel groter wapenfeit van

mij is de Wet op de Basisschool,

die in 1985 van kracht werd

(hierin werd onder andere de samenvoeging

van de kleuterschool

en lagere school in de basisschool

geregeld; wdw). Verder

heb ik het onderwijsvoorrangsbeleid

mogelijk gemaakt, waardoor

scholen met veel kinderen

uit lagere sociaal-economische

hoeken meer leerkrachten en faciliteiten

kregen. Ik heb de Stichting

voor Leerplan Ontwikkeling

opgericht en de gemiddelde

klassengrootte met vijf kinderen

verlaagd. Maar die middenschool

zal altijd aan me blijven hangen

en als ik doodga zal er in de

krant staan, dat de man van de

middenschool overleden is.’

Maar de middenschool is toch

eigenlijk niet gelukt?

‘Nou ja, die was tot mislukken

gedoemd. Er deden een stuk of

vijftien scholen aan mee. Met

een krans van scholen eromheen

die meekeken en het experiment

begeleidden. Geleidelijk moest

aan de hand van de opgedane

ervaringen de opzet worden

verbeterd. Er zou in de Tweede

Kamer een wet gemaakt worden

met een nog niet ingevulde

invoeringsdatum, zodat de resultaten

van onderzoek en ervaring

erin verwerkt konden worden.

Dat zou een proces van tien jaar

zijn. Maar mijn opvolger, minister

van Onderwijs Arie Pais (VVD),

zag er geen brood in. Integendeel,

hij heeft er korte metten

mee gemaakt en het experiment

is weggevloeid.’

‘Een van de belangrijkste doelstellingen

van de middenschool

was om het selectiemoment bij

de overgang van het basisonderwijs

naar het voortgezet onderwijs

later te laten plaatsvinden.

Want van kinderen op elf- of

twaalfjarige leeftijd bestaat nog

10

11


# 14 | De standenmaatschappij is in Nederland nog altijd sterk

Minister Van Kemenade krijgt een petitie

aangeboden van het Actiecomité Amsterdams

Onderwijs, 13 juni 1973, Nationaal

Archief.

Rechts Minister Van Kemenade bij de

behandeling van de begroting van

Onderwijs en Wetenschappen in de

Eerste Kamer, 11 maart 1975. V.l.n.r.

staatssecretaris van Onderwijs G. Klein,

minister voor Wetenschapsbeleid F.H.P.

Trip, minister Van Kemenade en staatssecretaris

van Onderwijs A. Veerman,

Nationaal Archief.

een onvoldoende beeld van hun

capaciteiten. Daardoor is bij de

schoolkeuze de invloed van het

sociaal-economisch milieu van

de ouders dominant, en niet de

capaciteiten van de kinderen.’

Tienerschool

Een recente opvolger van de

middenschool lijkt de zogeheten

tienerschool. In dit schooltype

kiezen de kinderen pas op hun

veertiende welke vorm van voortgezet

onderwijs ze gaan volgen.

Een interessante ontwikkeling,

vindt Van Kemenade. ‘Maar als

je dit niet structureel invoert,

houdt het geen stand, dan heeft

het maar weinig invloed. Over

de gehele linie blijven de ouders

voor hun kinderen kiezen om

naar havo/vwo te gaan. De

tienerschool komt eigenlijk alleen

in relatief kleine gemeenten

voor, waar een klein pakket van

‘Die wetenschapper

Van Kemenade’

had natuurlijk

iets denigrerends

scholen van voortgezet onderwijs

samenwerkt. Maar het is een

leuk initiatief, de doelstelling

is prima. Het zou alleen verder

moeten worden uitgewerkt.’

‘Maar wanneer mij weleens

gevraagd werd of ik de middenschool

alsnog had willen

invoeren als ik weer minister was

geworden, antwoordde ik altijd:

“Nee, ik denk het niet.” Omdat

dat wéér tot heftige polarisatie

zou leiden, waar de kansengelijkheid

niet mee gediend is. Wat

ik nu zou voorstellen, is die twee

jaar basisvorming aan het begin

van het voortgezet onderwijs

overhevelen naar de basisschool,

en een basisschool maken tot

veertien jaar. Een verlengde

basisschool als het ware.’

Zou dit kans van slagen hebben

in de huidige politieke en maatschappelijke

situatie?

‘Nee. En zelfs niet in mijn eigen

partij, die ook niet meer behoorlijk

nadenkt over sociale

ongelijkheid. Maar toch moet het

gerealiseerd worden. We lopen

in Nederland echt achter op dit

punt, hierin zijn we achterlijk.

Heel veel landen om ons heen,

internationale organisaties, zeggen:

“Nederland, stop met die te

vroege selectie!” En toch gaan

we ermee door.’

Hoe komt dat?

‘Doordat de standenmaatschappij

in Nederland sterker is

gebleken dan in andere landen.

Want daar gaat het natuurlijk

om. Het gevoel van: Blijf van mijn

eigensoortige stand af! Het kan

toch niet zo zijn dat kinderen van

de advocaat en van de chirurg tot

hun vijftiende samen op school

zitten met kinderen van de timmerman

en de stratenmaker!’

Stel dat de verlengde basisschool

zou worden ingevoerd, wat zou

daarvan op de langere termijn

het effect kunnen zijn op de

samenleving?

‘Talenten die nu zo vroeg moeten

kiezen dat ze naar hun aard

en capaciteit geen behoorlijke

keuze kúnnen maken, gaan dan

niet langer verloren, zowel voor

het beroepsleven als voor de

algemene vorming. Het voordeel

van de basisschool is dat men

daar veel meer gewend is aan

het geven van onderwijs aan

heterogene populaties dan in

het voortgezet onderwijs, waar

relatief homogene populaties zitten.

Wanneer je dus de vorming

tussen het twaalfde en veertiende

jaar verplaatst naar de

basisschool, zou langer onderwijs

gegeven kunnen worden naar de

mogelijkheden van de kinderen.

Maar goed, ik ben 82, ik vind dat

ze het maar moeten uitzoeken. Ik

rook mijn pijp.’


Jos van Kemenade (6 maart

1937-19 februari 2020) werd

in november 2019 geïnterviewd

door Wim de Wagt

in het kader van het Oral

History-project met oudbestuurders

van Haarlem en

Noord-Holland. De filmopname,

gemaakt door Jos

Fielmich, is op te vragen op

de studiezaal van het NHA.

Een korte versie van dit geschreven

interview verscheen

eerder op de website van het

NHA naar aanleiding van het

overlijden van Van Kemenade.

13

12


Prikbord

Deel jouw corona-beeld uit Noord-Holland met het NHA!

Echt contact hebben op 1,5 meter afstand is best een uitdaging. Het NHA is op zoek naar creatieve oplossingen

die de Noord-Hollanders hiervoor hebben gevonden. Hoe ging dat dit jaar op Koningsdag, de

verjaardag van oma of opa of op je afstudeerfeestje? Kijk hieronder alvast naar wat mooie voorbeelden.

Foto’s kunnen via de website worden geüpload. Kijk op: www.noord-hollandsarchief.nl/corona.

Met dank aan (links van boven naar beneden): Renée du Bois, Anne Julie Breebaart, Saskia Burggraaf

en (rechts van boven naar benden): Ans Bronsema, Dorine Bijl van Duijvenbode en René Bakker.

Spraakmakend

Binnenkort live! Het NHA plant

een podcast met verhalen over

spraakmakende objecten in de

collectie. Nieuwsgierig? Houd de

social media in de gaten!

Oorlogsbronnen geven

overledenen uit WOII een

gezicht

Het Noord-Hollands Archief en het

Netwerk Oorlogsbronnen slaan de

handen ineen voor een nieuw vrijwilligersproject.

Door het digitaal invoeren

van informatie over de doodsoorzaak

van inwoners uit Haarlem en een

aantal uit de omstreken van Haarlem

tijdens de Tweede Wereldoorlog, komt

er een nieuwe bron van waardevolle

informatie beschikbaar. Zo krijgen we

meer kennis over Haarlem en omstreken

in oorlogstijd, bijvoorbeeld door

te kijken naar welke overlijdensoorzaken

in welk jaar meer voorkwamen.

De overledenen krijgen hierdoor ook

een gezicht. Het toevoegen van de

‘doodsbriefjes’ aan het platform Oorlogslevens.nl

vormt een belangrijke

aanvulling op andere bronnen over

het leven in oorlogstijd.

Via de rubriek ‘Doe mee’ op www.

noord-hollandsarchief.nl kun je je als

vrijwilliger voor dit project aanmelden.

Duurzaam bewaren van digitale

informatie

Het NHA heeft in mei een belangrijke stap gezet in

‘duurzame toegankelijkheid’ door middel van een

eigen zogeheten preserveringsvoorziening. De afgelopen

maanden heeft het NHA gezocht naar een partij

die het mogelijk maakt om de digitale informatie van

klanten van het NHA duurzaam te bewaren. De Britse

onderneming Preservica gaat het systeem leveren en

inmiddels wordt er met hen volop aan deze voorziening

gewerkt. Het systeem is vanaf het najaar volledig

inzetbaar. Meer achtergrondinformatie? Kijk op de

website van het NHA.

14

15


# 14 | Katoenfabriek De Phoenix een grote flop

Tekst: Jan Kruidhof / beeld: Noord-Hollands Archief

Katoenfabriek De Phoenix

een grote flop

Belgische textielhandelaren werden na 1830 met subsidies naar Nederland gelokt. Van

de fabrieken die zo in Haarlem terechtkwamen werd veel verwacht, maar ze waren niet

allemaal een succes. De Phoenix werd een fiasco.

De glorietijden

van vroeger nieuw

leven inblazen

Boven De Phoenix, lithografie, 1840.

Rechts Katoenfabrieken in Haarlem en

Nijverdal. 1: Haarlem, katoendrukkerij en

-ververij van Prévinaire (1834) 2: Haarlem,

katoenspinnerij De Phoenix circa 1835

3: Nijverdal, modelweverij en kettingsterkerij

der Nederlandsche Handel Maatschappij

1836. Reproducties afkomstig uit:

Gedenkboek der Nederlandsche Handel-

Maatschappij 1824-1924. De tekeningetjes

zijn uit circa 1924, naar oudere afbeeldingen.

In het project ‘De ijsberg zichtbaar

maken’ wordt computers

geleerd handschriften te lezen.

Om te oefenen in het ontcijferen

van verschillende handschriften

plukt de computer willekeurige

pagina’s uit gescande archiefstukken

van het Nationaal

Archief en het Noord-Hollands

Archief. Op één van die scans

is te zien dat de stad Haarlem

in 1834 een weiland aan het

Spaarne beschikbaar stelde aan

twee textielfabrikanten uit Gent,

om een fabriek op te zetten.

Dat is opvallend, want toen

België zich een paar jaar daarvoor

afscheidde, was Haarlem

uitgesproken negatief over de

voormalige landgenoten. Het

stadsbestuur omschreef de opstand

als een ‘trouwelooze afval

van dat wispelturig volk’. Maar

de onafhankelijkheid plaatste

het land wel voor een dilemma:

wat moest de bloeiende Belgische

textielindustrie vervangen?

Die vormde immers de basis

voor ons handelsverkeer met de

kolonie Nederlands-Indië, het

huidige Indonesië.

Oplossing

Haarlem mocht zich eeuwenlang

een belangrijke textielstad

noemen, maar dat was inmiddels

lang en breed vergane

glorie. ‘Haarlem was een schim

bij wat de stad vroeger had betekend,’

schreef historicus Frans

Messing in zijn proefschrift

over de sociaale-conomische

geschiedenis van de stad.

Zonder Belgen zou het toch wel

erg lastig worden, besefte ook

koning Willem I. Hij steunde een

plan om Belgische en Engelse

textielfabrikanten naar ons land

te lokken met subsidies en garanties. Dit plan werd

gepresenteerd als een oplossing voor alle problemen:

het pauperisme– de armoede in Nederland–

zou bestreden worden én de schatkist werd

gespekt. Vanuit Nederland zou textiel makkelijk

geëxporteerd kunnen worden naar Indië, terwijl

concurrenten uit andere landen daar hoge invoertarieven

moesten betalen.

Belgische fabrikanten waren wel te porren voor

een verhuizing, aangezien na 1830 het fundament

onder hun bedrijven – de afzet naar Indië – was

weggeslagen. Haarlemmers hoopten dat deze

fabrieken de glorietijden van vroeger nieuw leven

zouden inblazen en de textielindustrie zouden

16

17


# 14 | Katoenfabriek De Phoenix een grote flop

doen opbloeien. En zo werden

drie Belgische textielfabrikanten

in Haarlem onthaald: Wilson,

Prévinaire en Poelman.

Verzwakt

De stad Haarlem stelde Guillaume

Jean Poelman en zijn neef

Charles Vervaecke een weiland

tot hun beschikking om hun fabriek

te stichten – dat is wat op

de eerder genoemde notarisakte

te lezen is. Op deze grond, tussen

het Spaarne en het huidige

Ripperdapark, startte Poelman

in 1834 zijn katoenspinnerij en

-weverij de Phoenix. De Nederlandsche

Handel-Maatschappij

(NHM), de opvolger van de VOC

en voorloper van ABN AMRO,

beloofde stoffen af te nemen.

Nu kon het succes beginnen.

Die hoop werd al snel de grond

in geboord. Frans Messing

beschreef in zijn proefschrift

genadeloos wat de Belgische

textielfabrikanten in Haarlem

aantroffen: ‘een ondervoede,

fysiek verzwakte en geestelijk

gedegenereerde bevolking’; ‘Geschoolde

arbeiders waren er niet.

Het werken had men verleerd’;

‘De handen der Haarlemse arbeiders

stonden links.’

Onbekende stempels

De Phoenix had juist geschoolde

arbeiders nodig, maar kon die

De handen

der Haarlemse

arbeiders

stonden links

De katoenfabriek van Prévinaire te

Haarlem, circa 1845.

niet krijgen. Hun weefsels kon de

concurrentie niet aan met Manchester,

waar betere en goedkopere

stoffen gemaakt werden. Er

kwamen klachten over de kwaliteit

van Poelman en rekeningen

werden niet op tijd betaald. Maar

het werd nog erger.

Het feit dat de Phoenix ondanks

een gebrek aan geschoolde

arbeiders toch opvallend grote

hoeveelheden weefsels leverde,

wekte argwaan. Bij een keuring

in 1837 werden kwaliteitsverschillen

tussen de weefsels

ontdekt en bovendien stonden

op sommige doeken onbekende

stempels. Uit onderzoek bleek

dat Poelman doeken uit Engeland

geïmporteerd had en die

vervolgens als eigen werk aan

de NHM had geleverd. Dat was

goedkoper voor hem dan de doeken

zelf maken. Nadat de NHM

de zwendel ontdekte, moest

Poelman vertrekken.

Handenvol geld

Niet lang daarna werd de

Phoenix overgenomen en doorverkocht

en in 1842 kwam de

fabriek in handen van Prévinaire,

een van de andere Belgische textielfabrikanten

die naar Haarlem

was gelokt. Om de werkgelegenheid

in stand te houden steunde

de NHM het bedrijf nog even,

maar in 1848 kwam een einde

aan die steun – die naderhand

ook wel geldverslindende filantropie

genoemd werd. Het had

niets opgeleverd, was de wrange

conclusie van Frans Messing:

rond 1850 waren de economische

vooruitzichten in Haarlem

weer even somber als twintig

jaar eerder.

In 1875 werden de Phoenix en

Prévinaire, die inmiddels ook

de ‘machinarij’ van Wilson had

overgenomen, omgedoopt tot

De notarisakte die de aanleiding vormde

voor het artikel.

de Haarlemsche Katoenmaatschappij.

Twaalf jaar later werd

de weverij De Phoenix gesloten

en het fabrieksgebouw geveild

en gedeeltelijk gesloopt. Het

resterende deel brandde in 1891

af. De Haarlemsche Katoenmaatschappij

beleefde nog wel een

nieuwe bloeiperiode en bleef bestaan

tot de Eerste Wereldoorlog.

Maar de Phoenix, die handenvol

geld kostte en geen dag rendabel

was, is nooit uit haar as

herrezen.


18

19


# 14 | Passie voor geschiedenis, steden en archieven

Tekst: Sander van Walsum / beeld: Noord-Hollands Archief

Passie voor geschiedenis,

steden en archieven

‘Soms heb ik het gevoel dat ik de zaken een beetje laat sloffen. Op zo’n moment ga

ik energiek schrijven.’ Getuige het indrukwekkende aantal publicaties dat Wim Cerutti

(1946) sinds zijn aantreden als bestuurslid van de Stichting Vrienden van het Noord-

Hollands Archief heeft afgescheiden, moet hij geregeld door een louterend schuldgevoel

bevangen zijn geraakt. Hijzelf heeft de precieze cijfers niet paraat. Het gaat

in elk geval om enkele tientallen artikelen, boekjes, boeken en naslagwerken over

uiteenlopende Haarlemse thema’s.

Een typische

vriendenclub van

een bijzondere

instelling

Boven Presentatie van het boek Van

Commanderij van Sint-Jan tot Noord-

Hollands Archief, 7 juni 2007. Links Roel

de Wit, oud-commissaris van de Koningin

in Noord-Holland.

Rechts Wim Cerutti als spreker in de

Janskerk, 10 december 2018.

20

Het oeuvre strekt zich uit van

de geschiedenis van het Haarlemse

stadhuis (een boek dat

vanwege zijn formaat en gewicht

eerbiedig ‘de stoeptegel van

Cerutti’ wordt genoemd) tot de

lotgevallen van de raadselachtige

schilder Torrentius. Alleen al

de laatste drie maanden heeft

Cerutti ‘twintig stukken’ zoals hij

ze noemt (notities, brieven etc.)

geschreven in zijn hoedanigheid

van secretaris van de Vrienden.

Een van die stukken – het resultaat

van enig gesnuffel in zijn

privéarchief – is bijna ongemerkt

uitgedijd tot het zoveelste boekje

van zijn hand: een korte geschiedenis

van voornoemde stichting,

die in november 25 jaar bestaat.

Hectische jaren

Vanaf het prille begin heeft

Cerutti deel uitgemaakt van dat

bestuur: een treffende getuigenis

van de snelheid waarmee hij

ingeburgerd raakte in de stad

waarmee hij geen gedeelde

geschiedenis had toen hij zich

er in 1986 vestigde. Tot die tijd

woonde hij in Hilversum, en

werkte hij in Den Haag – als een

van de ‘jonge honden’ op het bureau

van de secretaris-generaal

van het voormalige ministerie

van Volkshuisvesting, Ruimte-

21


# 14 | Passie voor geschiedenis, steden en archieven

Nieuwe donateurs van de Stichting

Vrienden krijgen dit boekje als welkomstgeschenk.

zóiets het Torentje uitkwam? Ja

dus. Met één telefoontje met

Lubbers’ secretaresse wist de

gewezen ambtenaar van VROM

het te regelen.

lijke Ordening en Milieubeheer

(VROM) – een medewerker ‘met

veel gezag maar weinig macht’.

In Den Haag beleefde hij mooie

maar hectische jaren. In een

functie die, zo stelde hij na verloop

van tijd vast, toch te weinig

voorzag in zijn behoefte om zelf

aan de knoppen te zitten. Wat dit

betreft, kwam hij als plaatsvervangend

gemeentesecretaris in

Haarlem beter aan zijn trekken.

In die hoedanigheid was hij nauw

betrokken bij het wel het wee

van de ongeveer 3.600 ambtenaren

– inclusief politie en brandweer

– die hier destijds werkzaam

waren. Een indrukwekkend

aantal voor een gemeente die

in bepaalde opzichten nog klein

dacht. ‘Jij denkt nog te veel in

miljoenen, wij denken hier in

duizenden guldens,’ zei locoburgemeester

Ab van Schooten eens

tegen hem.

Het meest

omvangrijke

archief van

Nederland

Dat was ook in overdrachtelijke

zin het geval. Toen Cerutti kort na

zijn aantreden opperde minister-president

Ruud Lubbers uit

te nodigen voor de doopplechtigheid

van de Stichting Haarlem

Promotie, viel hem op het stadhuis

hoongelach ten deel. Dacht

hij nu werkelijk dat Lubbers voor

Eigen collectie

‘Ik werkte voor de stad, de

gemeente was mijn werkgever,’

zegt Cerutti over zijn jaren bij

de gemeente. Waarmee hij wil

zeggen dat hij zijn broodheer

naar vermogen diende, maar dat

zijn hartstocht uitging naar de

stad en haar rijke geschiedenis.

‘Binnen een jaar zat ik in allerlei

clubjes waar ik mijn passie voor

geschiedenis, voor steden en

voor archieven kon uitleven.’

Een van die clubjes is sinds 1995

dus de Stichting Vrienden van

het Noord-Hollands Archief, ‘een

typische vriendenclub van een

bijzondere instelling’. Het NHA

herbergt na het Nationaal Archief

weliswaar het meest omvangrijke

archief van Nederland, maar

lijkt door de bekendste musea

van de stad – Teylers Museum

en het Frans Hals Museum –

enigszins aan het oog te worden

onttrokken.

De stichting stelt zich dan ook

ten doel de inwoners van Haarlem

en ommelanden met deze

‘verborgen schat’ vertrouwd te

maken. Natuurlijk: een archief

is in die zin niet vergelijkbaar

met de voornoemde musea, dat

bezoekers zich er meer moeten

inspannen. Ze zijn geen passanten

die zich voegen naar de

voorkeuren van de conservator,

maar stellen hun eigen collectie

samen. De archiefbezoeker is zelf

dus conservator. En, anders dan

bij een museum, is in het archief

de hele collectie te zien. ‘Zo’n

250 duizend stukken staan op

de website. Dat op zich is al een

feest. Wie de originelen wil zien,

gaat naar het archief en krijgt ze

binnen een kwartier onder ogen.’

Folderen en flyeren

De vriendenstichting heeft sinds

haar ontstaan zeven symposia

georganiseerd, is nauw betrokken

bij het Historisch Café –

tweemaandelijkse bijeenkomsten

rondom wisselende historische

thema’s – en subsidieert publicaties

die betrekking hebben op

onderdelen van de NHA-collectie.

‘Onze club is een wonder van

consistentie,’ zegt Cerutti. ‘Zowel

wat doelstelling als omvang

betreft: zo’n 300 leden.’ Aan

dat laatste wil hij overigens wat

doen. ‘Met meer donateurs kunnen

we nog leukere dingen doen.

We gaan dus stug door met

folderen en flyeren. Ik heb laatst

in het bestuur gezegd dat ik pas

weg ga als secretaris op het moment

dat we 500 leden hebben.

Daarvan gaat een aansporing uit

op onze medebestuurders om

Wim Cerutti en burgemeester Jos Wienen

bij de opening van de Coornherttentoonstelling

in de Janskerk, 13 april 2018.

zich flink voor de ledenwerving

in te spannen, merkte voorzitter

Jan Spoelder toen snedig op. Wat

hij niet weet, is dat ik volgens

onze statuten een week na mijn

vertrek alweer kan worden herbenoemd.’


Wim Cerutti is 25 jaar bestuurslid/secretaris

bij de

Stichting Vrienden van het

Noord-Hollands Archief. Hij

was in 1995 een van de

oprichters/eerste bestuursleden

van de stichting.

22

23


# 14 | Mooi geweest

WOII in 100 foto’s

Rond de viering van 75 jaar vrijheid

werkte het NHA onder meer met het

NIOD mee aan de zoektocht om beeld uit

WOII voor de landelijke tentoonstelling

‘De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s’

bij elkaar te brengen. In alle provincies

werden door het publiek 50 foto’s

uitgekozen die uiteindelijk meededen voor

de landelijke tentoonstelling. Op 4 mei

werden de foto’s bekendgemaakt. Door

het publiek is één foto uit de collectie

van het NHA gekozen, dat is de foto van

Adrianus Peperkamp die hij op 15 mei

1940 rond 14.00 uur op de Grote Markt

in Haarlem nam toen de eerste Duitse

militairen verschenen. Op in100fotos.nl/

noord-holland/ zijn alle gekozen foto’s uit

de Provincie Noord-Holland te bekijken.

Symposiumbundel van de

Stichting Vrienden over

ridderlijke orde

De Janskerk, die in

2018 zevenhonderd

jaar bestond, was

ooit onderdeel van

de in 1310 gestichte

Commanderij

Haarlem van de

Johannieter Orde, de

oudste van de drie

militaire ridderlijke

orden die nog

steeds actief zijn. Ter

gelegenheid van dit

bijzondere jubileum

organiseerde de

Stichting Vrienden

van het Noord-Hollands Archief een symposium met als

thema de betekenis in heden en toekomst van deze drie

orden in Nederland.

Verschillende sprekers hielden een voordracht en Tom

Versélewel de Witt Hamer sloot af met een voordracht

over de twaalf ridderlijke dan wel zich ridderlijk

noemende orden in Nederland van de laatste vijftig jaar.

Onder de 140 deelnemers aan het symposium waren,

naast leden van de Orde van Malta, de Johanniter Orde

en de Duitse Orde, ook leden van de Orde van het Heilig

Graf van Jeruzalem en de Orde van Sint Lazarus, en

leden van enkele oude en eerbiedwaardige Haarlemse

instellingen zoals het Heilig Kerstmisgilde (opgericht

circa 1317), het Sint Jacobsgilde (circa 1400), het Sint

Jacobs Godshuis (1437) en de Broederschap ‘Trou moet

Blycken’ (vóór 1504). Alle voordrachten zijn gebundeld in

een mooie uitgave (96 pagina’s, 65 afbeeldingen).

Bestel de bundel door € 10 over te maken op

bankrekening NL53 INGB 0004 549 239, t.n.v. Stichting

Vrienden van het Noord-Hollands Archief onder

vermelding van ‘ridders’ en adresgegevens.

Bijzondere vondst

Door de maatregelen in het land werkten nagenoeg

alle collega’s van het NHA vanuit huis. Als conservator

houd je je dan bijvoorbeeld bezig met de online

inventarisatie van de beeldcollectie. En precies hierbij

viel het oog van conservator Alexander de Bruin op

een bijzondere tekening die bij nader onderzoek het

oudste panoramagezicht (1588) op Stockholm blijkt

te zijn. In een vlog op de website van het NHA vertelt

hij meer over zijn vondst.

Nieuwe inzichten

Eind 2019 mocht het NHA de fotocollectie ontvangen van

Flip Delemarre die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Haarlem

als fotograaf werkte. De meer dan 400 opnames van de nu

99-jarige fotograaf bieden nieuwe inzichten over Haarlem

vlak voor, tijdens en enige maanden na de bevrijding. Kijk op:

noord-hollandsarchief.nl/bevrijdingsfotos-flip-delemarre voor

de hele collectie.

Word ook lid van de Stichting Vrienden van het Noord-Hollands

Archief, kijk op www.noord-hollandsarchief.nl/vrienden voor

meer informatie.

24 25


# 14 | Impressies

Van onze stadsfotografe

Beeld: Vannessa Timmermans

Sinds begin dit jaar heeft het

NHA een eigen stadsfotografe,

Vannessa Timmermans. Zij legt

voor het NHA het veranderende

stadsbeeld van Haarlem vast.

Met de komst van de coronacrisis

stond in maart 2020 ineens alles

stil. Vannessa deed regelmatig

een rondje Haarlem en omstreken

om – natuurlijk met gepaste

afstand – vast te leggen hoe de

stad met zijn inwoners en ondernemers

eruit zag.

De gehele fotoreeks is via de website te bekijken:

www.noord-hollandsarchief.nl/haarlem-in-coronatijd

26 27


Van boven naar beneden Theater de Kampanje Den Helder,

Dorpshuis Zuidermeer, De Melkfabriek Hilversum.

Van boven naar beneden Het HEM Zaandam, Flight Deck 53

Hilversum.

Tekst: Alexander de Bruin / beeld: Lars van den Brink

Oud van nu

Elk jaar geeft het NHA samen met de provincie Noord-Holland een foto-opdracht om

het tijdsbeeld of veranderend landschap van de provincie vast te leggen.

In 2019 gaf fotograaf Lars van den Brink hier invulling aan in een serie getiteld ‘Oud

van nu’. Hij bracht 27 historische panden in de provincie in beeld die een nieuwe bestemming

hebben gekregen. Een selectie van zijn foto’s voor de opdracht was begin

2020 te zien in Paviljoen Welgelegen in Haarlem op de gelijknamige tentoonstelling.

Cultuurkoepel Heiloo.

28

Deze en meer beelden zijn te bekijken in de

webexpositie op de website van het NHA via

www.noord-hollandsarchief.nl/ontdekken/

webexposities

29


# 14 | Topstuk

Tekst: Wim de Wagt / beeld: Noord-Hollands Archief

Topstuk

Nederland vakantieland! Deze zomer zullen de meesten van ons vanwege de coronacrisis

wel in eigen land op vakantie gaan. Inge Molenaar en Sarah Remmerts de Vries van

Oneindig Noord-Holland vonden twee historische toeristische affiches, die verrassend

actueel blijken.

De ervaring van

de geschiedenis

oproepen is een

uitdaging

Boven Uitsnede affiche voor Duitse toeristen,

met routebeschrijving naar Zandvoort,

circa 1900.

Rechts Inge Molenaar en Sarah Remmerts

de Vries op de locatie Kleine Houtweg.

30

De affiches laten de kuststreek

van zijn beste kant zien. ‘Beide

affiches zijn van rond 1900 en

duidelijk gericht op een internationaal

publiek,’ vertelt Inge.

‘Ze bevatten aanbevelingen die

bedoeld waren om toeristen te

lokken.’ Sarah vult aan: ‘Historische

affiches hebben vaak

mooie vormen en kleuren, ze

zijn vaak ontworpen door bekende

grafici. Het zijn sprekende

objecten.’

Gepaste afstand

Bij het zoeken naar een topstuk

keken de twee bewust met een

toeristische invalshoek naar de

collectie van het NHA. Prentbriefkaarten

passeerden de

revue, maar het werden deze

twee affiches. Het ene exemplaar

is gericht op bezoekers

uit Duitsland, het andere –

overigens gedrukt door Joh.

Enschedé – mikt op de Franse

toerist. Sarah: ‘Die scène op

het strand is typerend voor de

tijd rond 1900. Kindjes in het

zand, hun moeders staan erbij

in lange witte jurken. Rieten

strandstoelen. Karren als een

soort rijdende badhokjes in het

water, zodat je kon pootjebaden

in zee.’

Inge: Dit doet mij denken aan

sommige schilderijen van de

Haagse School. Een geïdealiseerd

beeld van het strandleven.

Wat dat aangaat is er een link

met het moderne toerisme:

daarin wordt ook vaak een

authentieke situatie voorgesteld

die niet meer helemaal

klopt met de werkelijkheid.’

Sarah: ‘Inderdaad, geen toerist

mag ons land zonder klomp of

tulpenbol verlaten.’ Zij ziet nog

een andere overeenkomst met

het heden. ‘Je ziet de mensen

op het strand afstand van elkaar

houden. Alle wagentjes en


# 14 | Topstuk

Inge Molenaar met een affiche voor

de Franse toerist ter promotie van de

bloembollenvelden uit 1903 – 1914.

Sarah Remmerts de Vries met een

affiche dat Duitse toeristen naar Zandvoort

moet lokken uit circa 1900.

strandstoelen staan op gepaste

afstand van elkaar.’ Inge: ‘Om de

Nederlanders deze zomer wegwijs

te maken, zal er misschien

wel promotie worden gemaakt

met soortgelijke beelden.

Sarah: ‘Toen was het al ‘Zandvoort

bei Amsterdam’. Nu is

het Amsterdam Beach.’

Beiden werken als redacteur

voor Oneindig Noord-Holland.

Sarah sinds anderhalf jaar, Inge

nog maar een halfjaar. Oneindig

Noord-Holland is een online

platform, waarop tal van verhalen,

wetenswaardigheden, feiten,

foto’s, kunstwerken en video’s uit

de geschiedenis van Noord-Holland

te vinden zijn. Het platform

valt tegenwoordig onder het

NHA, maar vroeger was het een

32

zelfstandige stichting. Vorig jaar

telde de website 250.000 unieke

bezoekers. Wie niet met een

gerichte vraag de site bezoekt,

komt er altijd wel een keer op

terecht wanneer via google een

zoekopdracht wordt ingetypt

die de geschiedenis van Noord-

Holland betreft.

Stolpboerderijen

Sarah Remmerts de Vries komt

uit Amsterdam, maar verhuisde

naar ’t Gooi, waar ze zich direct

betrokken toonde bij de plaatselijke

musea en andere erfgoedinstellingen.

‘Ik voel me altijd direct

verbonden met de plek waar ik

woon,’ zegt ze.

Inge Molenaar noemt zich ‘een

echt poldermeisje’. Zij komt uit

Zuid-Holland, maar heeft haar

hart verpand aan de Noord-

Hollandse polders. ‘Mijn opa en

oma waren boer, waardoor ik me

thuis voel in dit type landschap.

De vorm van de stolpboerderij

fascineert mij, eenmaal binnen

fantaseer ik hoe het zou zijn

geweest om als boerenfamilie

hier te wonen en werken. (Lachend:)

Ik weet dat ik het te veel

romantiseer.’

Sarah studeerde geschiedenis

en specialiseerde zich als

publiekshistoricus. Inge deed erfgoedstudies

en werkt momenteel

als erfgoedspecialist. Eenmaal

collega’s van elkaar bij Oneindig

Noord-Holland kwamen ze erachter

dat ze nogal wat gemeen

hebben, dat ze bijvoorbeeld allebei

van openluchtmusea houden,

en van dagboeken en voorwerpen

uit het dagelijks leven van

vroeger. Inge: ‘Bepaalde plekken

en gebouwen roepen emoties

bij mij op, en ik merkte dat dat

voor andere mensen ook geldt.

Het fascineert me dat plekken

daartoe in staat zijn. Ze zijn meer

dan koude steen. Uiteindelijk

gaat dit om de sociale betekenis

van landschappen.’ Sarah: ‘In de

erfgoedwereld bestaat daar een

term voor: lieu de mémoire. Ik

hield altijd al van musea.

Het idee je te kunnen inleven in

historische situaties spreekt mij

enorm aan. Bij andere mensen

de ervaring van de geschiedenis

op te kunnen roepen is een

uitdaging.’

Vissersvrouw

Hoewel de twee nog niet heel

lang met elkaar samenwerken,

vullen ze elkaar in het gesprek

soepel en lichtvoetig aan, alsof

ze door en door op elkaar zijn

ingespeeld.

Inge: ‘Ik denk dat de figuur

op de voorgrond een typisch

Zandvoortse vissersvrouw moet

voorstellen. Hoewel haar kleding

mij eerder aan Katwijkse vissersklederdracht

doet denken. Mmm,

het lijkt me niet historisch correct,

meer een vrije interpretatie.’

Sarah: ‘Haar schoentjes lijken

op de schoentjes van Huizer vissersvrouwen.’

De ‘Franse’ poster toont een gezicht

op de Bollenstreek. Hoewel

ze nu natuurlijk niet meer in

bloei staan, is het wel een karakteristiek

beeld.

Sarah: ‘Een heel mooi affiche.

Die sfeer, met die dreigende

lucht boven kleurige bollenvelden…

De verlatenheid, op een

enkele boer na…’

Inge, lachend: ‘Op toeristische

posters staan nooit veel mensen.’

Sarah: ‘Dit affiche is mooier

van vormgeving dan de ‘Duitse’

poster.

Inge: ‘Ja, bijna een impressionistisch

schilderij.’

Sarah: ‘De bollenstreek doet

met zijn velden wel wat denken

aan een typisch buitenplaatsenlandschap,

zoals je ze langs

de Amstel en de Vecht ziet. Dat

kunstmatig aangelegde, de vaak

strakke vormgeving…’

Inge: ‘Zelf heb ik niet zoveel met

de bollenstreek, maar ik kan me

de bewondering van buitenlanders

wel voorstellen als die door

hun raampje in het vliegtuig al

die vlakken en lijnen zien liggen.’

Sarah: ‘Nu liggen de meeste bollenvelden

vooral rond Lisse en

Hillegom, maar ooit was Haarlem

het centrum van de bollenteelt.

Het is echt Noord-Hollands.’

Inge: ‘Ja, de bloemenveiling van

Aalsmeer. Of de Bloemenmarkt

in Amsterdam. Hoewel die weer

echt voor de toerist is.’

In beide affiches spelen de treinverbindingen

een grote rol.

Sarah: ‘Nederlanders gingen vanaf

het einde van de negentiende

eeuw dankzij de toenemende

vrije tijd steeds meer hun eigen

land ontdekken. De ligging bij

Amsterdam verklaart het succes

van Zandvoort. Zoals Scheveningen

van Den Haag profiteert.

Verder gingen reizigers ook veel

met de tram.’

Inge: ‘Het geeft echt verdieping

aan je leefomgeving als je meer

van de geschiedenis ervan weet.’


33


# 14 | Puzzelen met perkament

Tekst: Hedzer Uulders en Hannah Goedbloed / beeld: Noord-Hollands Archief

Puzzelen met

perkament

Het Noord-Hollands Archief bezit een verzameling handschriftfragmenten die nog

nauwelijks bekend zijn. Deze fragmenten zijn afkomstig uit boeken die in de vijftiende

en zestiende eeuw werden afgedankt. Bij nader onderzoek worden soms interessante

vondsten gedaan…

Een spiritueel

zelfhulpboek

met allerlei

tips voor een

vroom leven

Rechts Verzameling handschriftfragmenten.

In het restauratieatelier van het

NHA staat al jaren een aantal

dozen waarin nauwkeurig al

het materiaal verzameld wordt

dat bij de restauratie van oude

boeken en archiefstukken tevoorschijn

komt. Materiaal dat

varieert van naaigaren uit de rug

van een boek tot stukjes leer, en

van stroken papier tot complete

kaften, maar ook fragmenten van

middeleeuwse handschriften op

perkament die zijn gebruikt ter

bescherming of versteviging van

boeken en archieven (‘maculatuur’

in vaktermen). Vooral die

laatste kunnen interessant zijn,

omdat ze soms nog onbekende

teksten bevatten of varianten op

bekende teksten die ons meer

kunnen vertellen over de middeleeuwers

en de boeken die ze

lazen.

Snippers

Deze dozen zijn nu eindelijk eens

goed bekeken en er kwam van

alles tevoorschijn: fragmenten

van liturgische boeken, een stuk

uit een medisch handboek, bladen

uit juridische werken, snippers

van oorkonden uit de stad

Haarlem en nog veel meer. Veel

handschriftfragmenten lijken

te dateren uit de veertiende en

vijftiende eeuw, met uitschieters

naar de zestiende (oorkonden)

en de twaalfde eeuw (liturgische

fragmenten). Niet gek als je bedenkt

dat het oudste document

in de collectie van het NHA - een

oorkonde van de abdij Egmond -

34 35


# 14 | Puzzelen met perkament

Boven ‘Hebt oec grote reverencie tot onser liever vrouwen’.

‘mitten duvel met of mitter werelt’.

ook uit de twaalfde eeuw stamt.

De meeste fragmenten zijn

geschreven in het Latijn, maar

er zitten ook fragmenten in het

Middelnederlands tussen. Naast

veel oorkonden, die wellicht nog

onbekende informatie bevatten

over het zestiende-eeuwse

Haarlem, gaat het om een paar

spirituele werken.

Zes strookjes

Een mooi voorbeeld van de laatste

categorie is een fragment dat

afkomstig is uit het archief van

het Haarlemse Leprooshuis (zie

afbeelding). Het bestaat uit

Vertellen over de

middeleeuwers

en de boeken

die ze lazen

een geheel van zes strookjes

perkament van ongeveer 10x3

cm, die waarschijnlijk dateren uit

de late vijftiende eeuw. Het was

al gauw duidelijk dat deze tekst

niet in het Latijn, maar in het

Middelnederlands was geschreven.

De vraag was vervolgens om

wát voor tekst het nu eigenlijk

ging. Met enige moeite waren

wat zinsdelen te lezen, zoals:

Hebt oec grote reverencie tot

onser liever vrouwen en mitten

duvel met of mitter werelt. Dat

wees op een religieuze tekst. Uit

verder onderzoek op internet

bleek dat het ging om passages

uit een vijftiende-eeuws werk

dat bekend staat als de ‘Brief

over het leven en lijden van onze

Heer’. Dat is een soort spiritueel

zelfhulpboek met allerlei tips

voor een vroom leven.

Geestelijke bijstand

Van dit Nederlandse werk zijn

maar zo’n tien andere kopieën

bekend, dus dit was een interessante

ontdekking. Probleem was

wel dat delen van het fragment

weliswaar overeenkwamen met

passages uit dit werk, maar dat

onze tekst soms uitgebreider

was. Er bleek een korte en lange

versie van te bestaan. Daardoor

ontstond het vermoeden dat

het nieuwe Haarlemse fragment

wellicht afkomstig was uit de

langere versie, waarvan maar

twee kopieën bekend zijn. Nader

onderzoek zal moeten uitwijzen

of dit inderdaad zo is.

De grote vraag is natuurlijk

hoe deze snippers terecht zijn

gekomen in het Haarlemse

Leprooshuis. Bezat het Leprooshuis

zelf een kopie van deze

‘Brief’? Door wie werd dit werk

dan gelezen? Werd het misschien

zelfs gebruikt om ongelukkige

leprozen geestelijke bijstand te

verlenen? En waarom raakte het

in onbruik?

Zo blijkt achter zes bescheiden

strookjes perkament een heel

verhaal schuil te gaan. En dat is

nog maar één voorbeeld, terwijl

het NHA nog tientallen andere

Uitsnede uit ‘mitten duvel met of mitter

werelt’.

fragmenten bezit die minstens zo

interessant zijn. De komende tijd

gaan we een eerste serie fragmenten

inventariseren, beschrijven

op hoofdlijnen, fotograferen

en beschikbaar stellen via onze

website. Op die manier maken

we een onbekend deel van onze

collectie toegankelijk, zodat onderzoekers

de verhalen die hierin

schuil kunnen gaan opdiepen en

vertellen!•

36

37


# 14 | Nieuwe archieven en collecties

Tekst: Helen van der Eem / beeld: Noord-Hollands Archief

Nieuwe archieven

en collecties

Bij het Noord-Hollands Archief zijn de afgelopen maanden diverse nieuwe archieven

binnengekomen. In deze rubriek aandacht voor enkele van die archieven, die ondertussen

te raadplegen zijn in de studiezaal.

Boven Directeur NHA Lieuwe Zoodsma en

burgemeester van Haarlem Jos Wienen.

Boven Midden op de stoel G.J. Gasteren,

circa 1925.

Rechterpagina Hilde van Garderen

(dochter Miep Diesel) overhandigt op 30

april het manuscript aan burgemeester

Jos Wienen, die op zijn beurt het eerste

exemplaar van Bakvis in oorlogstijd

presenteert.

Rechterpagina onder Uitgave van het

dagboek, verschenen bij Uitgeverij

Boom, 2020.

Instellingen in de

provincie

Aanvullingen op de collectie

van Losse Aanwinsten

(verkregen vanaf 1984) van

het Noord-Hollands Archief

0,55 m

De collectie losse aanwinsten is

onder meer aangevuld met twee

gedenkboeken, aangeboden aan

Gerrit Jan van Gasteren (1851-

1962) ter gelegenheid van zijn

70ste verjaardag in 1921 en

zijn afscheid als directeur van

de Haarlemse Stadsschouwburg

in 1925. De Haarlemse Miep

Diesel (1926-2020) begon op

5 november 1942 op 15-jarige

leeftijd aan een dagboek. Bijna

75 jaar hield zij het dagboek voor

zichzelf, maar in 2019 besloot ze

het document te schenken aan

haar dochter Hilde van Garderen.

In april 2020 verscheen Bakvis in

oorlogstijd. Het manuscript van

het dagboek is opgenomen in de

collectie van het Noord-Hollands

Archief, via de website kunnen de

scans van het origineel worden

bekeken.

38 39


# 14 | Nieuwe archieven en collecties

Links G.J. van Gasteren met familie,

circa 1915.

Rechts Gedenkboek aangeboden aan

Gerrit Jan van Gasteren door zijn

vrienden ter gelegenheid van zijn 70ste

verjaardag op 31 december 1921 te

Haarlem.

Aangesloten

gemeenten

HAARLEMMERMEER

Timmerbedrijf Van Klaveren

te Nieuw-Vennep,

1939-1944, 0,25 m

Klaas van Klaveren (1909-1945)

begon omstreeks 1934 met zijn

eigen timmerbedrijf aan de Gelevinkstraat

12 in Nieuw-Vennep.

Hij pakte allerlei werkzaamheden

aan zoals wasknijpers maken,

messen slijpen en massieve

fietsbanden maken. Ook deed

hij onderhoud aan huurhuizen.

De zaken gingen goed, hij had

personeel in dienst. Eind juli

1944 werd hij door de Duitse

bezetter gearresteerd, omdat

hij zich niet had gemeld voor de

Arbeitseinsatz, of omdat hij in

het woondeel van de werkplaats

een voor iedereen zichtbare radio

had staan. De exacte reden van

zijn arrestatie is nooit bekend

geworden. Hij kwam uiteindelijk

terecht in concentratiekamp

Neuengamme waar hij op 10

maart 1945 overleed. Zie ook het

door Krijn Smit geschreven verhaal

over Nicolaas van Klaveren

in het archief van Timmerbedrijf

Van Klaveren in Nieuw-Vennep,

1939-1944, toegangsnummer

7162 nr. 15, of op de website van

de Oorlogsgravenstichting.

HEEMSTEDE

Stichting Ontwikkelingssamenwerking

Heemstede,

(1986) 1988-1998 (2001),

0,50 m

De stichting, opgericht in 1988

en opgeheven in 2008, was sterk

verbonden met de gemeente

door de benoeming van bestuursleden

(op voordracht van

de stichting) door Burgemeester

en Wethouders. Tevens was voor

de jaarrekening en de wijziging

van de statuten de goedkeuring

van dit college nodig.

De stichting had tot doel het

organiseren van daadwerkelijke

hulp aan een of meer ontwikkelingslanden

ter verbetering van

de aldaar bestaande maatschappelijke

situatie, het geven van

voorlichting aan de inwoners van

Heemstede over de problemen

in ontwikkelingslanden en het

bevorderen van inzicht in de

samenhang van de problematiek

van ontwikkelingslanden en de

Nederlandse problematiek. De

stichting werkte samen met de

stad Rulenge in Tanzania. Met

deze stad zijn enkele uitwisselingsbezoeken

geweest.

40 41


# 14 | Nieuwe archieven en collecties

VELSEN

Stichting Woongemeenschap

Santpoort-Zuid,

1987-2015 (2016), 1,60 m

De stichting werd opgericht op

17 maart 1987 met als doelstelling

het behartigen van de

algemene belangen, zowel direct

als indirect, met betrekking tot

het behoud en de bevordering

van het welzijn en het woon- en

leefmilieu van de bewoners in

de regio Santpoort-Zuid. Per 1

januari 2020 fuseerde de stichting

met de Stichting Santpoort.

Tijdens haar bestaan richtte de

stichting zich o.a. op de volgende

actiepunten: deconcentratie van

het woonwagencentrum; woningbouw

op het Mellona terrein;

structuurvisie Velsen; asielzoekerscentrum

op het terrein van

het Provinciaal Ziekenhuis; ontwikkeling

van het Hokatexterrein;

bebouwingsplan in Blekersduin;

uitbreiding van Rozenhof en de

plannen Velserend.

WETENSCHAPSARCHIEVEN

Koninklijke Nederlandse

Akademie van Wetenschappen

(KNAW) in Amsterdam,

(1908) 1940-1993 (1995),

59,00 m

De Koninklijke Akademie van Wetenschappen

is in 1851 opgericht

met als doelstelling ‘bevordering

der Wis- en Natuurkunde in h

haren gehelen omvang’. In 1855

werd de doelstelling uitgebreid

met de bevordering van de

taal-, letter-, geschiedkundige en

wijsgerige wetenschappen. De

naam werd in 1938 gewijzigd in

Koninklijke Nederlandse Akademie

van Wetenschappen (KNAW).

Van 1855 tot 2017 kende de

KNAW twee afdelingen, gemakshalve

aangeduid met de Afdeling

Natuurkunde en de Afdeling Letterkunde.

Zie toegangsnummer

64 voor de periode 1851-1940.

Prof. dr. J.S. van Hessen,

1959-1963, 0,15 m

Van Hessen (1916-2006) was

socioloog. Hij promoveerde in

1964 op het proefschrift ‘Samen

jong zijn. Een jeugdsociologische

verkenning in gesprek met

vorigen’. Het archiefdeel betreft

het wetenschappelijk onderzoek

‘Samen jong zijn’, dat in de

periode 1959-1961 onder zijn

leiding is uitgevoerd door studenten.

Zij interviewden mannen

en vrouwen die rond 1900 jong

waren. Het was het eerste onderzoek

in Nederland waaruit bleek

dat identiteit van kinderen en

jongeren niet alleen verbonden is

met het gezin en de buurt waarin

zij opgroeiden, maar ook met het

groepsleven van jongeren onder

elkaar.

dr. Ed de Moor, 1939-2016,

1,40 m

De Moor (1993-2016) was wiskundedocent,

wiskundedidacticus

en een hartstochtelijk beoefenaar

van de geschiedenis van het

wiskundeonderwijs. Hij was één

van de enthousiaste Wiskobas

(wiskunde op de basisschool)-

mensen, die begin jaren zeventig

onder Hans Freudenthal aan het

Instituut voor Ontwikkeling van

het Wiskunde Onderwijs (IOWO)

zich inzette ten behoeve van

het basisonderwijs. Het archief

bevat ook stukken afkomstig van

Piet van Albada (1905-1997),

wiskundedidacticus die zich met

name rond de Tweede Wereldoorlog

met het meetkundeonderwijs

bezighield. In 1999 stuitte

De Moor per ongeluk op het

‘Kistje van Albada’. Van Albada

ontwierp voor het Montessori

Lyceum te Rotterdam een set

opdrachtkaarten voor de leerlingen

van de eerste klas. Deze

opdrachtkaarten en een handgeschreven

handleiding vormen

het zgn. kistje. Deze vondst en

de betekenis daarvan voor het

wiskundeonderwijs inspireerde

Ed de Moor tot het schrijven van

een artikel in de Nieuwe Wiskrant

van december 2001 over Piet van

Albada en het ‘Kistje van Albada’.


Ingangspoort van het koor van de Janskerk uit 1628.

In 2019 gerestaureerd en voorzien van een glazen pui.

42

43


Zandvoort, Collectie Provinciale

Atlas Noord-Holland, circa 1900.

Noord-Hollands Archief

Janskerk

Jansstraat 40

2011 RX Haarlem

023 - 517 27 00

www.noord-hollandsarchief.nl

info@noord-hollandsarchief.nl

@nharchief

More magazines by this user
Similar magazines