NHA UITGELICHT juli 2020 / nummer 14
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Juli <strong>2020</strong> / Nummer <strong>14</strong><br />
<strong>UITGELICHT</strong><br />
08<br />
Politicus<br />
met een onderwijshart<br />
Het laatste interview met oudcommissaris<br />
van de Koningin<br />
Jos van Kemenade.<br />
34<br />
Zes strookjes<br />
Het verhaal achter zes strookjes<br />
perkament uit het archief van het<br />
Haarlemse Leprooshuis.
inhoud<br />
Colofon<br />
Eindredactie:<br />
Annabelle Arntz, Christine Tinssen<br />
Aan dit <strong>nummer</strong> werkten mee:<br />
Alexander de Bruin<br />
Wim Cerutti<br />
Helen van der Eem<br />
Jos Fielmich<br />
Hannah Goedbloed<br />
Kim Krijnen<br />
Jan Kruidhof<br />
Vannessa Timmermans<br />
Hedzer Uulders<br />
Wim de Wagt<br />
Sander van Walsum<br />
Lieuwe Zoodsma<br />
5<br />
Uitgelicht<br />
Een woord vooraf van directeur<br />
Lieuwe Zoodsma.<br />
<strong>14</strong><br />
Prikbord<br />
Nieuws van het <strong>NHA</strong>.<br />
6Pareltjes<br />
De schijnwerper op de bijzondere tekeningen<br />
van Maarten Oortwijn.<br />
16<br />
Katoenfabriek De<br />
Phoenix een grote flop<br />
Niet alle Belgische textielhandelaren konden<br />
Haarlem als textielstad weer op de kaart zetten.<br />
8<br />
Interview met<br />
Jos van Kemenade,<br />
die dit jaar overleed. Een gesprek over onderwijs,<br />
wetenschap en zijn katholieke achtergrond.<br />
24<br />
Mooi geweest<br />
Terugblik op activiteiten.<br />
Vormgeving:<br />
Michael Kolf - picadia.to the point.<br />
Druk:<br />
JEA | Joh. Enschedé Amsterdam<br />
Oplage:<br />
800<br />
ISSN:<br />
2352 - 0671<br />
26<br />
Van onze<br />
stadsfotografe<br />
Vannessa Timmermans legde het Haarlemse<br />
stadsbeeld in coronatijd vast.<br />
34<br />
28<br />
Collectie Provinciale<br />
Atlas Noord-Holland<br />
Een selectie foto’s van Lars van den Brink voor<br />
de collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.<br />
38<br />
30<br />
Topstuk<br />
Inge Molenaar en Sarah Remmerts de Vries<br />
(Oneindig Noord-Holland) kijken naar twee<br />
historische affiches met een andere blik dan<br />
vóór de coronacrisis.<br />
Voorzijde omslag:<br />
Busstation Knooppunt Schiphol-Noord,<br />
Lars van den Brink. Foto-opdracht voor de<br />
collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.<br />
Puzzelen met<br />
perkament<br />
Het <strong>NHA</strong> duikt in dozen met<br />
handschriftfragmenten en speurt naar<br />
de herkomst van zes strookjes.<br />
Nieuwe archieven<br />
en collecties<br />
Aandacht voor enkele nieuwe archieven die<br />
de afgelopen maanden bij het Noord-Hollands<br />
Archief zijn binnengekomen.<br />
3
Uitgelicht ...<br />
Het is een<br />
bijzondere<br />
tijd, veel mensen<br />
spreken<br />
zelfs over een<br />
bizarre tijd<br />
Het coronavirus en de COVID 19-pandemie houden Nederland en de wereld al een<br />
paar maanden in een ijzeren greep. Bijna alle evenementen en bijeenkomsten<br />
zijn geannuleerd en presentaties, aanbiedingen, vergaderingen en gesprekken<br />
vinden binnen ‘de anderhalve-meter-maatschappij’ in een aangepaste vorm plaats.<br />
Afgezien van een aantal noodzakelijke publieke functies heeft ook het Noord-<br />
Hollands Archief meer dan twee maanden te maken gehad met een ‘lockdown’ van<br />
zowel de studiezalen als de kantoren op onze beide locaties. Vanaf 2<br />
juni zijn de studiezalen weer in sterk afgeslankte vorm op afspraak<br />
geopend en vanaf 1 <strong>juli</strong> kunnen de tentoonstellingen weer met een<br />
voorafgaande reservering worden bezocht. Het is een bijzondere tijd,<br />
veel mensen spreken zelfs over een bizarre tijd, waarin veel zaken<br />
anders gaan dan wij gewend zijn en heel veel wordt gevraagd van ons<br />
aanpassingsvermogen.<br />
Als Noord-Hollands Archief proberen wij de beelden en uitingen van de<br />
corona-epidemie zo goed mogelijk vast te leggen en te registreren om<br />
de huidige, maar ook de toekomstige, generaties te kunnen laten zien<br />
en ervaren wat deze epidemie teweeg heeft gebracht. In dat kader is<br />
onze (stads)fotograaf Vannessa veel op pad om foto’s te maken van de<br />
corona-epidemie en de gevolgen daarvan voor Haarlem en de regio. In<br />
dit <strong>nummer</strong> van Uitgelicht wordt hier aandacht aan besteed.<br />
Maar in dit <strong>nummer</strong> vragen wij ook uw aandacht voor andere zaken. Zo hebben wij<br />
in het kader van het Oral-History project een interessant interview opgenomen met<br />
de voormalige commissaris van de Koningin in Noord-Holland, Jos van Kemenade.<br />
De afgelopen jaren hebben wij ons bij dit project gericht op min of meer bekende<br />
en/of prominente Haarlemmers. Vanaf dit jaar komen de commissarissen van<br />
de Koning(in) en de burgemeesters van partnergemeente Velsen aan bod. Het<br />
interview met Jos van Kemenade was ook in zoverre bijzonder omdat hij korte tijd<br />
na de opname daarvan kwam te overlijden.<br />
Onze Stichting Vrienden van het Noord-Hollands Archief bestaat dit jaar 25 jaar.<br />
Relatief nieuw bestuurslid Sander van Walsum doet in dit <strong>nummer</strong> verslag van<br />
een interview met een bestuurslid van het allereerste uur, de bekende Haarlemse<br />
historicus Wim Cerutti.<br />
Studiezaal van het<br />
Noord-Hollands Archief,<br />
Janskerk.<br />
Ik wens u veel leesplezier bij dit nieuwe <strong>nummer</strong> van Uitgelicht.<br />
Lieuwe Zoodsma,<br />
directeur Noord-Hollands Archief<br />
5
Pareltjes<br />
# <strong>14</strong> | Pareltjes<br />
Linkerpagina onder Gezicht vanaf de<br />
Badhuisweg bij de Voorzaan op Zaandam,<br />
1977.<br />
Links Gezicht op Purmerend, 1935.<br />
Tekst: Alexander de Bruin / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Onder Gezicht op Hofje van Dirk Glas,<br />
Paktuinen 75, Enkhuizen, circa 1970.<br />
Pareltjes<br />
De tekeningen van Noord-Hollandse stads- en dorpsgezichten en landschappen van<br />
Maarten Oortwijn in het <strong>NHA</strong> zijn even indrukwekkend – zowel wat betreft omvang<br />
als kwaliteit – als van groot historisch belang. De bijna 700 tekeningen zijn onderdeel<br />
van de Provinciale Atlas.<br />
De tekeningen van Maarten Oortwijn<br />
(Purmerend, 1912-aldaar,<br />
1996) vertonen een romantische<br />
neiging. Wegen en paden zijn<br />
niet strak getekend, evenals de<br />
huisjes, die lijken te vibreren.<br />
Door de figuratie, bijvoorbeeld<br />
een mannetje met een karretje<br />
of een fietser die zichtbaar<br />
tegen de wind opbokst, wordt<br />
een menselijk element aan de<br />
compositie toegevoegd. Vaak<br />
is er een extra zwaar accent in<br />
de tekening als repoussoir, ter<br />
versterking van het effect van de<br />
licht getekende gedeelten. Voor<br />
veel van zijn tekeningen maakte<br />
Oortwijn gebruik van door<br />
hemzelf gemaakte foto’s van de<br />
desbetreffende.<br />
Ingrijpend<br />
Heel bijzonder zijn de tekeningen<br />
uit de periode 1950-1980. Deze<br />
tonen een verdwenen beeld van<br />
Noord-Holland, door de aanleg<br />
van wegen en sloop en de bouw<br />
van nieuwe wijken. Hierin schuilt<br />
het grote historische belang van<br />
zijn werk.<br />
In een interview uit 1974 zegt<br />
Oortwijn over alle ingrijpende<br />
ontwikkelingen in het landschap,<br />
de dorpen en de steden:<br />
‘naarmate de ontwikkelingen van<br />
onze dagen harder in ons leven<br />
ingrijpen, naar die mate gaan<br />
veel mensen terugverlangen naar<br />
een verleden, dat minder hard<br />
en zakelijk, mooier en lieflijker,<br />
knusser en beslotener, echter en<br />
menselijker is geweest’.<br />
De melancholische sfeer die tot<br />
uitdrukking komt in dit citaat,<br />
zien we ook verbeeldt in zijn<br />
werk.<br />
Handelsknobbel<br />
Oortwijn werd in 1912 geboren<br />
als zoon van een kruidenier bij<br />
de sluis in het Noordhollands<br />
Kanaal bij Purmerend, de stad<br />
waar hij zijn gehele verdere<br />
leven bleef wonen en werken.<br />
Zijn vader wilde dat hij de zaak<br />
over zou nemen, maar hij had<br />
daar geen zin in. ‘Want je moet<br />
voor het kruideniersvak een<br />
soort handelsknobbel hebben.<br />
Die had ik toen niet en die heb ik<br />
eigenlijk nu nog niet,’ zoals hij in<br />
hetzelfde interview uit 1974 over<br />
zichzelf vertelde.<br />
In plaats daarvan ging hij naar<br />
de kunstnijverheidsschool in Amsterdam,<br />
eind jaren twintig, begin<br />
jaren dertig. Na het behalen van<br />
zijn diploma belandde hij eerst in<br />
militaire dienst en daarna trad hij<br />
in dienst bij de firma Beyersdorff,<br />
waar hij ontwerpen maakte voor<br />
verpakkingen en reclame voor<br />
Nivea en Hansaplast. Na de oorlog<br />
ontwikkelde hij zich tot zelfstandig<br />
kunstenaar en fotograaf<br />
voor de gemeente Purmerend.<br />
Erkenning<br />
Veel van zijn tekeningen zijn<br />
gemaakt voor en gepubliceerd<br />
in Noord-Hollandse kranten en<br />
regionale boeken. Daarnaast<br />
verzorgde hij tot 1992 de illustraties<br />
in de jaarlijkse kronieken<br />
van het historisch genootschap<br />
Oud West-Friesland. De aankoop<br />
van de tekeningen in 1993 door<br />
de provincie Noord-Holland voor<br />
de Provinciale Atlas betekende<br />
voor Maarten Oortwijn een grote<br />
erkenning.•<br />
6<br />
7
# <strong>14</strong> | De standenmaatschappij is in Nederland nog altijd sterk<br />
Tekst: Wim de Wagt / beeld: Stadsarchief Amsterdam en Het Nationaal Archief<br />
De standenmaatschappij<br />
is in Nederland nog<br />
altijd sterk<br />
Jos van Kemenade, oud-minister van Onderwijs en oud-commissaris van de Koningin<br />
in Noord-Holland, overleed in februari van dit jaar op 82-jarige leeftijd. Niet lang voor<br />
zijn dood liet hij in een interview voor het Oral History-project van het <strong>NHA</strong> blijken nog<br />
niets van zijn maatschappelijke betrokkenheid en scherpte te hebben verloren. ‘We<br />
lopen in Nederland achter met het onderwijs.’<br />
Langer onderwijs<br />
geven naar de<br />
mogelijkheden<br />
van de kinderen<br />
Rechts Affiche voor een manifestatie over<br />
de middenschool in Amsterdam, met onder<br />
anderen Jos van Kemenade als spreker,<br />
22 maart 1979, Stadsarchief Amsterdam.<br />
8<br />
Jos van Kemenade werd<br />
geboren in 1937 in een roomskatholiek<br />
gezin in Amsterdam,<br />
maar werd lid van de PvdA. Bij<br />
de meeste mensen zal hij voor<br />
altijd bekend blijven als de<br />
hervormingsgezinde minister<br />
van Onderwijs en Wetenschappen<br />
in het kabinet Den Uyl<br />
(1973-1977), en later ook in het<br />
kabinet Van Agt II (1981-1982).<br />
Maar van huis uit was hij onderwijssocioloog.<br />
En voordat hij<br />
benoemd werd tot Commissaris<br />
van de Koningin, droeg hij in<br />
Eindhoven de burgemeestersketting.<br />
Verder bekleedde hij tal<br />
van bestuursfuncties.<br />
Etiket<br />
Als ik uw carrière overzie, dan<br />
vermoed ik dat er meerdere<br />
zielen in uw borst kloppen: een<br />
wetenschappelijke, bestuurlijke<br />
en politieke. Ervaart u dat zelf<br />
ook zo, of is er een ziel die harder<br />
klopte dan een andere?<br />
‘Nou nee, dat laatste niet,’ zegt<br />
hij, thuis op de bank in zijn<br />
appartement in Heiloo, zijn<br />
onafscheidelijke pijp binnen<br />
handbereik. ‘Maar het zijn wel<br />
9
# <strong>14</strong> | De standenmaatschappij is in Nederland nog altijd sterk<br />
zeer verschillende manieren van<br />
handelen, zeer verschillende<br />
disciplines ook. Als wetenschapper<br />
moet je objectief en zeer<br />
empirisch naar de feiten zoeken<br />
en deze proberen te verklaren.<br />
Als bestuurder moet je ervoor<br />
zorgen dat het bestuurlijk leven<br />
kan functioneren. En als politicus<br />
zorg je dat bepaalde standpunten<br />
vertegenwoordigd worden.<br />
Dat kan in botsing komen met<br />
elkaar. Maar dat hoeft niet.’<br />
‘In mijn geval hadden “de politicus”<br />
en “de wetenschapper Van<br />
Kemenade” beide betrekking op<br />
het onderwijsveld. Daar raakten<br />
ze elkaar, want ze hadden<br />
elkaar nodig. De politicus heeft<br />
de wetenschapper nodig – als<br />
hij het goed doet– om te weten<br />
Jos van Kemenade, 2019,<br />
foto: Jos Fielmich.<br />
wat voor soort feiten er zijn in<br />
de samenleving. De bestuurder<br />
heeft dit ook nodig, én hij<br />
heeft de politicus nodig om het<br />
democratisch proces te laten<br />
functioneren.’<br />
‘Maar toen ik in de politiek zat,<br />
werd voortdurend, zeker door de<br />
mensen die tegen mij waren, gesproken<br />
over “die wetenschapper<br />
Van Kemenade”. En toen ik in<br />
het bestuur kwam, hadden ze<br />
het over “die politicus”. Mensen<br />
plakken een bepaald etiket op<br />
je en dat wordt gebruikt in het<br />
debat. Dat gebeurde vooral in de<br />
Tweede Kamer. “Die wetenschapper<br />
Van Kemenade” had natuurlijk<br />
iets denigrerends, zo van:<br />
“Die man weet het altijd beter,<br />
maar hier heeft hij niks te vertellen.”<br />
Maar voor mijzelf vind ik<br />
dat die rollen, die functies, door<br />
elkaar heen liepen.’<br />
Hebben deze eigenschappen<br />
elkaar bevrucht in uw leven?<br />
‘Zeker. Ik kon als minister van<br />
Onderwijs beter functioneren<br />
omdat ik op dat terrein wetenschapper<br />
was, en er heel veel<br />
van wist. Een minister moet toch<br />
op zijn minst behoorlijk geïnformeerd<br />
zijn over wat er op zijn<br />
beleidsterrein speelt! En ook als<br />
bestuurder had ik er profijt van.<br />
Maar niet vakinhoudelijk, want<br />
als burgemeester of als Commissaris<br />
van de Koningin heb je<br />
beleidsmatig maar betrekkelijk<br />
weinig met het onderwijs te<br />
maken. Maar je hebt daardoor<br />
wel ervaring opgebouwd om het<br />
democratisch proces te kunnen<br />
laten functioneren en de bestuurlijke<br />
verhoudingen in stand<br />
te kunnen houden.’<br />
Katholieke achtergrond<br />
Er is nog zo’n opvallende combinatie:<br />
katholiek en sociaaldemocraat.<br />
‘Dat is helemaal niet opvallend.<br />
Alsof katholieken geen sociaaldemocraat<br />
kunnen zijn! Tuurlijk<br />
wel, bij uitstek! Sociaaldemocratie<br />
en christelijke politiek<br />
zijn politieke bezigheden, zijn<br />
afwegingen van belangen en<br />
inzichten, terwijl katholiek-zijn,<br />
of christelijk-zijn, een religieuze<br />
component is – die ik niet meer<br />
heb overigens. Nee, dat zijn<br />
verschillende werelden. Daar is in<br />
de jaren zestig en zeventig een<br />
einde aan gemaakt.’<br />
Heeft het u geholpen in uw politieke<br />
leven dat u een katholieke<br />
achtergrond had?<br />
‘Nee, dat heeft mij in een bepaalde<br />
periode als minister zelfs<br />
tegengewerkt. Op een gegeven<br />
moment vonden partijen in het<br />
maatschappelijk veld dat ik te<br />
weinig rekening hield met het<br />
bijzonder onderwijs. Toen is er<br />
door zeven grote katholieke organisaties<br />
een petitie tegen mij<br />
opgesteld, en is er zelfs gezegd<br />
door de Nijmeegse hoogleraar<br />
(en KVP-politicus; wdw) Frans<br />
Duynstee, dat dát de gevaarlijkste<br />
zijn, die “doorgebroken”<br />
(seculiere; wdw) katholieken.’<br />
En wat antwoordde u hem toen?<br />
‘Dat weet ik niet meer. Ik heb<br />
daarover wel artikelen geschreven.<br />
Misschien heb ik wel geantwoord<br />
met de strofe van Anton<br />
van Duinkerken: “Jawel meneer,<br />
ik noem mij katholiek en duizenden<br />
eeuwen kunnen het woord<br />
verklaren aan u en uw opgewonden<br />
kliek.” Dat was overigens het<br />
antwoord van Van Duinkerken<br />
tegen Mussert, de leider van de<br />
NSB. Een prachtig gedicht, moet<br />
je eens lezen. Prachtig. Want<br />
Mussert viel Van Duinkerken aan,<br />
“die zogenaamde katholiek”, en<br />
toen heeft Van Duinkerken dat<br />
gedicht gemaakt.’<br />
Middenschool<br />
De meeste bekendheid verwierf<br />
Van Kemenade als minister van<br />
Onderwijs. Begeesterd door ideeën<br />
over emancipatie en gelijke<br />
kansen, ontpopte hij zich in Den<br />
Haag als een energieke onderwijshervormer,<br />
die verschillende<br />
fundamentele vernieuwingen in<br />
het onderwijs probeerde door<br />
te voeren, met wisselend succes<br />
overigens. De publieke opinie<br />
associeert Van Kemenade vooral<br />
met de middenschool, maar dat<br />
We lopen in<br />
Nederland echt<br />
achter op dit<br />
punt, hierin zijn<br />
we achterlijk<br />
beeld is te beperkt, vindt hij zelf.<br />
‘Een veel groter wapenfeit van<br />
mij is de Wet op de Basisschool,<br />
die in 1985 van kracht werd<br />
(hierin werd onder andere de samenvoeging<br />
van de kleuterschool<br />
en lagere school in de basisschool<br />
geregeld; wdw). Verder<br />
heb ik het onderwijsvoorrangsbeleid<br />
mogelijk gemaakt, waardoor<br />
scholen met veel kinderen<br />
uit lagere sociaal-economische<br />
hoeken meer leerkrachten en faciliteiten<br />
kregen. Ik heb de Stichting<br />
voor Leerplan Ontwikkeling<br />
opgericht en de gemiddelde<br />
klassengrootte met vijf kinderen<br />
verlaagd. Maar die middenschool<br />
zal altijd aan me blijven hangen<br />
en als ik doodga zal er in de<br />
krant staan, dat de man van de<br />
middenschool overleden is.’<br />
Maar de middenschool is toch<br />
eigenlijk niet gelukt?<br />
‘Nou ja, die was tot mislukken<br />
gedoemd. Er deden een stuk of<br />
vijftien scholen aan mee. Met<br />
een krans van scholen eromheen<br />
die meekeken en het experiment<br />
begeleidden. Geleidelijk moest<br />
aan de hand van de opgedane<br />
ervaringen de opzet worden<br />
verbeterd. Er zou in de Tweede<br />
Kamer een wet gemaakt worden<br />
met een nog niet ingevulde<br />
invoeringsdatum, zodat de resultaten<br />
van onderzoek en ervaring<br />
erin verwerkt konden worden.<br />
Dat zou een proces van tien jaar<br />
zijn. Maar mijn opvolger, minister<br />
van Onderwijs Arie Pais (VVD),<br />
zag er geen brood in. Integendeel,<br />
hij heeft er korte metten<br />
mee gemaakt en het experiment<br />
is weggevloeid.’<br />
‘Een van de belangrijkste doelstellingen<br />
van de middenschool<br />
was om het selectiemoment bij<br />
de overgang van het basisonderwijs<br />
naar het voortgezet onderwijs<br />
later te laten plaatsvinden.<br />
Want van kinderen op elf- of<br />
twaalfjarige leeftijd bestaat nog<br />
10<br />
11
# <strong>14</strong> | De standenmaatschappij is in Nederland nog altijd sterk<br />
Minister Van Kemenade krijgt een petitie<br />
aangeboden van het Actiecomité Amsterdams<br />
Onderwijs, 13 juni 1973, Nationaal<br />
Archief.<br />
Rechts Minister Van Kemenade bij de<br />
behandeling van de begroting van<br />
Onderwijs en Wetenschappen in de<br />
Eerste Kamer, 11 maart 1975. V.l.n.r.<br />
staatssecretaris van Onderwijs G. Klein,<br />
minister voor Wetenschapsbeleid F.H.P.<br />
Trip, minister Van Kemenade en staatssecretaris<br />
van Onderwijs A. Veerman,<br />
Nationaal Archief.<br />
een onvoldoende beeld van hun<br />
capaciteiten. Daardoor is bij de<br />
schoolkeuze de invloed van het<br />
sociaal-economisch milieu van<br />
de ouders dominant, en niet de<br />
capaciteiten van de kinderen.’<br />
Tienerschool<br />
Een recente opvolger van de<br />
middenschool lijkt de zogeheten<br />
tienerschool. In dit schooltype<br />
kiezen de kinderen pas op hun<br />
veertiende welke vorm van voortgezet<br />
onderwijs ze gaan volgen.<br />
Een interessante ontwikkeling,<br />
vindt Van Kemenade. ‘Maar als<br />
je dit niet structureel invoert,<br />
houdt het geen stand, dan heeft<br />
het maar weinig invloed. Over<br />
de gehele linie blijven de ouders<br />
voor hun kinderen kiezen om<br />
naar havo/vwo te gaan. De<br />
tienerschool komt eigenlijk alleen<br />
in relatief kleine gemeenten<br />
voor, waar een klein pakket van<br />
‘Die wetenschapper<br />
Van Kemenade’<br />
had natuurlijk<br />
iets denigrerends<br />
scholen van voortgezet onderwijs<br />
samenwerkt. Maar het is een<br />
leuk initiatief, de doelstelling<br />
is prima. Het zou alleen verder<br />
moeten worden uitgewerkt.’<br />
‘Maar wanneer mij weleens<br />
gevraagd werd of ik de middenschool<br />
alsnog had willen<br />
invoeren als ik weer minister was<br />
geworden, antwoordde ik altijd:<br />
“Nee, ik denk het niet.” Omdat<br />
dat wéér tot heftige polarisatie<br />
zou leiden, waar de kansengelijkheid<br />
niet mee gediend is. Wat<br />
ik nu zou voorstellen, is die twee<br />
jaar basisvorming aan het begin<br />
van het voortgezet onderwijs<br />
overhevelen naar de basisschool,<br />
en een basisschool maken tot<br />
veertien jaar. Een verlengde<br />
basisschool als het ware.’<br />
Zou dit kans van slagen hebben<br />
in de huidige politieke en maatschappelijke<br />
situatie?<br />
‘Nee. En zelfs niet in mijn eigen<br />
partij, die ook niet meer behoorlijk<br />
nadenkt over sociale<br />
ongelijkheid. Maar toch moet het<br />
gerealiseerd worden. We lopen<br />
in Nederland echt achter op dit<br />
punt, hierin zijn we achterlijk.<br />
Heel veel landen om ons heen,<br />
internationale organisaties, zeggen:<br />
“Nederland, stop met die te<br />
vroege selectie!” En toch gaan<br />
we ermee door.’<br />
Hoe komt dat?<br />
‘Doordat de standenmaatschappij<br />
in Nederland sterker is<br />
gebleken dan in andere landen.<br />
Want daar gaat het natuurlijk<br />
om. Het gevoel van: Blijf van mijn<br />
eigensoortige stand af! Het kan<br />
toch niet zo zijn dat kinderen van<br />
de advocaat en van de chirurg tot<br />
hun vijftiende samen op school<br />
zitten met kinderen van de timmerman<br />
en de stratenmaker!’<br />
Stel dat de verlengde basisschool<br />
zou worden ingevoerd, wat zou<br />
daarvan op de langere termijn<br />
het effect kunnen zijn op de<br />
samenleving?<br />
‘Talenten die nu zo vroeg moeten<br />
kiezen dat ze naar hun aard<br />
en capaciteit geen behoorlijke<br />
keuze kúnnen maken, gaan dan<br />
niet langer verloren, zowel voor<br />
het beroepsleven als voor de<br />
algemene vorming. Het voordeel<br />
van de basisschool is dat men<br />
daar veel meer gewend is aan<br />
het geven van onderwijs aan<br />
heterogene populaties dan in<br />
het voortgezet onderwijs, waar<br />
relatief homogene populaties zitten.<br />
Wanneer je dus de vorming<br />
tussen het twaalfde en veertiende<br />
jaar verplaatst naar de<br />
basisschool, zou langer onderwijs<br />
gegeven kunnen worden naar de<br />
mogelijkheden van de kinderen.<br />
Maar goed, ik ben 82, ik vind dat<br />
ze het maar moeten uitzoeken. Ik<br />
rook mijn pijp.’<br />
•<br />
Jos van Kemenade (6 maart<br />
1937-19 februari <strong>2020</strong>) werd<br />
in november 2019 geïnterviewd<br />
door Wim de Wagt<br />
in het kader van het Oral<br />
History-project met oudbestuurders<br />
van Haarlem en<br />
Noord-Holland. De filmopname,<br />
gemaakt door Jos<br />
Fielmich, is op te vragen op<br />
de studiezaal van het <strong>NHA</strong>.<br />
Een korte versie van dit geschreven<br />
interview verscheen<br />
eerder op de website van het<br />
<strong>NHA</strong> naar aanleiding van het<br />
overlijden van Van Kemenade.<br />
13<br />
12
Prikbord<br />
Deel jouw corona-beeld uit Noord-Holland met het <strong>NHA</strong>!<br />
Echt contact hebben op 1,5 meter afstand is best een uitdaging. Het <strong>NHA</strong> is op zoek naar creatieve oplossingen<br />
die de Noord-Hollanders hiervoor hebben gevonden. Hoe ging dat dit jaar op Koningsdag, de<br />
verjaardag van oma of opa of op je afstudeerfeestje? Kijk hieronder alvast naar wat mooie voorbeelden.<br />
Foto’s kunnen via de website worden geüpload. Kijk op: www.noord-hollandsarchief.nl/corona.<br />
Met dank aan (links van boven naar beneden): Renée du Bois, Anne Julie Breebaart, Saskia Burggraaf<br />
en (rechts van boven naar benden): Ans Bronsema, Dorine Bijl van Duijvenbode en René Bakker.<br />
Spraakmakend<br />
Binnenkort live! Het <strong>NHA</strong> plant<br />
een podcast met verhalen over<br />
spraakmakende objecten in de<br />
collectie. Nieuwsgierig? Houd de<br />
social media in de gaten!<br />
Oorlogsbronnen geven<br />
overledenen uit WOII een<br />
gezicht<br />
Het Noord-Hollands Archief en het<br />
Netwerk Oorlogsbronnen slaan de<br />
handen ineen voor een nieuw vrijwilligersproject.<br />
Door het digitaal invoeren<br />
van informatie over de doodsoorzaak<br />
van inwoners uit Haarlem en een<br />
aantal uit de omstreken van Haarlem<br />
tijdens de Tweede Wereldoorlog, komt<br />
er een nieuwe bron van waardevolle<br />
informatie beschikbaar. Zo krijgen we<br />
meer kennis over Haarlem en omstreken<br />
in oorlogstijd, bijvoorbeeld door<br />
te kijken naar welke overlijdensoorzaken<br />
in welk jaar meer voorkwamen.<br />
De overledenen krijgen hierdoor ook<br />
een gezicht. Het toevoegen van de<br />
‘doodsbriefjes’ aan het platform Oorlogslevens.nl<br />
vormt een belangrijke<br />
aanvulling op andere bronnen over<br />
het leven in oorlogstijd.<br />
Via de rubriek ‘Doe mee’ op www.<br />
noord-hollandsarchief.nl kun je je als<br />
vrijwilliger voor dit project aanmelden.<br />
Duurzaam bewaren van digitale<br />
informatie<br />
Het <strong>NHA</strong> heeft in mei een belangrijke stap gezet in<br />
‘duurzame toegankelijkheid’ door middel van een<br />
eigen zogeheten preserveringsvoorziening. De afgelopen<br />
maanden heeft het <strong>NHA</strong> gezocht naar een partij<br />
die het mogelijk maakt om de digitale informatie van<br />
klanten van het <strong>NHA</strong> duurzaam te bewaren. De Britse<br />
onderneming Preservica gaat het systeem leveren en<br />
inmiddels wordt er met hen volop aan deze voorziening<br />
gewerkt. Het systeem is vanaf het najaar volledig<br />
inzetbaar. Meer achtergrondinformatie? Kijk op de<br />
website van het <strong>NHA</strong>.<br />
<strong>14</strong><br />
15
# <strong>14</strong> | Katoenfabriek De Phoenix een grote flop<br />
Tekst: Jan Kruidhof / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Katoenfabriek De Phoenix<br />
een grote flop<br />
Belgische textielhandelaren werden na 1830 met subsidies naar Nederland gelokt. Van<br />
de fabrieken die zo in Haarlem terechtkwamen werd veel verwacht, maar ze waren niet<br />
allemaal een succes. De Phoenix werd een fiasco.<br />
De glorietijden<br />
van vroeger nieuw<br />
leven inblazen<br />
Boven De Phoenix, lithografie, 1840.<br />
Rechts Katoenfabrieken in Haarlem en<br />
Nijverdal. 1: Haarlem, katoendrukkerij en<br />
-ververij van Prévinaire (1834) 2: Haarlem,<br />
katoenspinnerij De Phoenix circa 1835<br />
3: Nijverdal, modelweverij en kettingsterkerij<br />
der Nederlandsche Handel Maatschappij<br />
1836. Reproducties afkomstig uit:<br />
Gedenkboek der Nederlandsche Handel-<br />
Maatschappij 1824-1924. De tekeningetjes<br />
zijn uit circa 1924, naar oudere afbeeldingen.<br />
In het project ‘De ijsberg zichtbaar<br />
maken’ wordt computers<br />
geleerd handschriften te lezen.<br />
Om te oefenen in het ontcijferen<br />
van verschillende handschriften<br />
plukt de computer willekeurige<br />
pagina’s uit gescande archiefstukken<br />
van het Nationaal<br />
Archief en het Noord-Hollands<br />
Archief. Op één van die scans<br />
is te zien dat de stad Haarlem<br />
in 1834 een weiland aan het<br />
Spaarne beschikbaar stelde aan<br />
twee textielfabrikanten uit Gent,<br />
om een fabriek op te zetten.<br />
Dat is opvallend, want toen<br />
België zich een paar jaar daarvoor<br />
afscheidde, was Haarlem<br />
uitgesproken negatief over de<br />
voormalige landgenoten. Het<br />
stadsbestuur omschreef de opstand<br />
als een ‘trouwelooze afval<br />
van dat wispelturig volk’. Maar<br />
de onafhankelijkheid plaatste<br />
het land wel voor een dilemma:<br />
wat moest de bloeiende Belgische<br />
textielindustrie vervangen?<br />
Die vormde immers de basis<br />
voor ons handelsverkeer met de<br />
kolonie Nederlands-Indië, het<br />
huidige Indonesië.<br />
Oplossing<br />
Haarlem mocht zich eeuwenlang<br />
een belangrijke textielstad<br />
noemen, maar dat was inmiddels<br />
lang en breed vergane<br />
glorie. ‘Haarlem was een schim<br />
bij wat de stad vroeger had betekend,’<br />
schreef historicus Frans<br />
Messing in zijn proefschrift<br />
over de sociaale-conomische<br />
geschiedenis van de stad.<br />
Zonder Belgen zou het toch wel<br />
erg lastig worden, besefte ook<br />
koning Willem I. Hij steunde een<br />
plan om Belgische en Engelse<br />
textielfabrikanten naar ons land<br />
te lokken met subsidies en garanties. Dit plan werd<br />
gepresenteerd als een oplossing voor alle problemen:<br />
het pauperisme– de armoede in Nederland–<br />
zou bestreden worden én de schatkist werd<br />
gespekt. Vanuit Nederland zou textiel makkelijk<br />
geëxporteerd kunnen worden naar Indië, terwijl<br />
concurrenten uit andere landen daar hoge invoertarieven<br />
moesten betalen.<br />
Belgische fabrikanten waren wel te porren voor<br />
een verhuizing, aangezien na 1830 het fundament<br />
onder hun bedrijven – de afzet naar Indië – was<br />
weggeslagen. Haarlemmers hoopten dat deze<br />
fabrieken de glorietijden van vroeger nieuw leven<br />
zouden inblazen en de textielindustrie zouden<br />
16<br />
17
# <strong>14</strong> | Katoenfabriek De Phoenix een grote flop<br />
doen opbloeien. En zo werden<br />
drie Belgische textielfabrikanten<br />
in Haarlem onthaald: Wilson,<br />
Prévinaire en Poelman.<br />
Verzwakt<br />
De stad Haarlem stelde Guillaume<br />
Jean Poelman en zijn neef<br />
Charles Vervaecke een weiland<br />
tot hun beschikking om hun fabriek<br />
te stichten – dat is wat op<br />
de eerder genoemde notarisakte<br />
te lezen is. Op deze grond, tussen<br />
het Spaarne en het huidige<br />
Ripperdapark, startte Poelman<br />
in 1834 zijn katoenspinnerij en<br />
-weverij de Phoenix. De Nederlandsche<br />
Handel-Maatschappij<br />
(NHM), de opvolger van de VOC<br />
en voorloper van ABN AMRO,<br />
beloofde stoffen af te nemen.<br />
Nu kon het succes beginnen.<br />
Die hoop werd al snel de grond<br />
in geboord. Frans Messing<br />
beschreef in zijn proefschrift<br />
genadeloos wat de Belgische<br />
textielfabrikanten in Haarlem<br />
aantroffen: ‘een ondervoede,<br />
fysiek verzwakte en geestelijk<br />
gedegenereerde bevolking’; ‘Geschoolde<br />
arbeiders waren er niet.<br />
Het werken had men verleerd’;<br />
‘De handen der Haarlemse arbeiders<br />
stonden links.’<br />
Onbekende stempels<br />
De Phoenix had juist geschoolde<br />
arbeiders nodig, maar kon die<br />
De handen<br />
der Haarlemse<br />
arbeiders<br />
stonden links<br />
De katoenfabriek van Prévinaire te<br />
Haarlem, circa 1845.<br />
niet krijgen. Hun weefsels kon de<br />
concurrentie niet aan met Manchester,<br />
waar betere en goedkopere<br />
stoffen gemaakt werden. Er<br />
kwamen klachten over de kwaliteit<br />
van Poelman en rekeningen<br />
werden niet op tijd betaald. Maar<br />
het werd nog erger.<br />
Het feit dat de Phoenix ondanks<br />
een gebrek aan geschoolde<br />
arbeiders toch opvallend grote<br />
hoeveelheden weefsels leverde,<br />
wekte argwaan. Bij een keuring<br />
in 1837 werden kwaliteitsverschillen<br />
tussen de weefsels<br />
ontdekt en bovendien stonden<br />
op sommige doeken onbekende<br />
stempels. Uit onderzoek bleek<br />
dat Poelman doeken uit Engeland<br />
geïmporteerd had en die<br />
vervolgens als eigen werk aan<br />
de NHM had geleverd. Dat was<br />
goedkoper voor hem dan de doeken<br />
zelf maken. Nadat de NHM<br />
de zwendel ontdekte, moest<br />
Poelman vertrekken.<br />
Handenvol geld<br />
Niet lang daarna werd de<br />
Phoenix overgenomen en doorverkocht<br />
en in 1842 kwam de<br />
fabriek in handen van Prévinaire,<br />
een van de andere Belgische textielfabrikanten<br />
die naar Haarlem<br />
was gelokt. Om de werkgelegenheid<br />
in stand te houden steunde<br />
de NHM het bedrijf nog even,<br />
maar in 1848 kwam een einde<br />
aan die steun – die naderhand<br />
ook wel geldverslindende filantropie<br />
genoemd werd. Het had<br />
niets opgeleverd, was de wrange<br />
conclusie van Frans Messing:<br />
rond 1850 waren de economische<br />
vooruitzichten in Haarlem<br />
weer even somber als twintig<br />
jaar eerder.<br />
In 1875 werden de Phoenix en<br />
Prévinaire, die inmiddels ook<br />
de ‘machinarij’ van Wilson had<br />
overgenomen, omgedoopt tot<br />
De notarisakte die de aanleiding vormde<br />
voor het artikel.<br />
de Haarlemsche Katoenmaatschappij.<br />
Twaalf jaar later werd<br />
de weverij De Phoenix gesloten<br />
en het fabrieksgebouw geveild<br />
en gedeeltelijk gesloopt. Het<br />
resterende deel brandde in 1891<br />
af. De Haarlemsche Katoenmaatschappij<br />
beleefde nog wel een<br />
nieuwe bloeiperiode en bleef bestaan<br />
tot de Eerste Wereldoorlog.<br />
Maar de Phoenix, die handenvol<br />
geld kostte en geen dag rendabel<br />
was, is nooit uit haar as<br />
herrezen.<br />
•<br />
18<br />
19
# <strong>14</strong> | Passie voor geschiedenis, steden en archieven<br />
Tekst: Sander van Walsum / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Passie voor geschiedenis,<br />
steden en archieven<br />
‘Soms heb ik het gevoel dat ik de zaken een beetje laat sloffen. Op zo’n moment ga<br />
ik energiek schrijven.’ Getuige het indrukwekkende aantal publicaties dat Wim Cerutti<br />
(1946) sinds zijn aantreden als bestuurslid van de Stichting Vrienden van het Noord-<br />
Hollands Archief heeft afgescheiden, moet hij geregeld door een louterend schuldgevoel<br />
bevangen zijn geraakt. Hijzelf heeft de precieze cijfers niet paraat. Het gaat<br />
in elk geval om enkele tientallen artikelen, boekjes, boeken en naslagwerken over<br />
uiteenlopende Haarlemse thema’s.<br />
Een typische<br />
vriendenclub van<br />
een bijzondere<br />
instelling<br />
Boven Presentatie van het boek Van<br />
Commanderij van Sint-Jan tot Noord-<br />
Hollands Archief, 7 juni 2007. Links Roel<br />
de Wit, oud-commissaris van de Koningin<br />
in Noord-Holland.<br />
Rechts Wim Cerutti als spreker in de<br />
Janskerk, 10 december 2018.<br />
20<br />
Het oeuvre strekt zich uit van<br />
de geschiedenis van het Haarlemse<br />
stadhuis (een boek dat<br />
vanwege zijn formaat en gewicht<br />
eerbiedig ‘de stoeptegel van<br />
Cerutti’ wordt genoemd) tot de<br />
lotgevallen van de raadselachtige<br />
schilder Torrentius. Alleen al<br />
de laatste drie maanden heeft<br />
Cerutti ‘twintig stukken’ zoals hij<br />
ze noemt (notities, brieven etc.)<br />
geschreven in zijn hoedanigheid<br />
van secretaris van de Vrienden.<br />
Een van die stukken – het resultaat<br />
van enig gesnuffel in zijn<br />
privéarchief – is bijna ongemerkt<br />
uitgedijd tot het zoveelste boekje<br />
van zijn hand: een korte geschiedenis<br />
van voornoemde stichting,<br />
die in november 25 jaar bestaat.<br />
Hectische jaren<br />
Vanaf het prille begin heeft<br />
Cerutti deel uitgemaakt van dat<br />
bestuur: een treffende getuigenis<br />
van de snelheid waarmee hij<br />
ingeburgerd raakte in de stad<br />
waarmee hij geen gedeelde<br />
geschiedenis had toen hij zich<br />
er in 1986 vestigde. Tot die tijd<br />
woonde hij in Hilversum, en<br />
werkte hij in Den Haag – als een<br />
van de ‘jonge honden’ op het bureau<br />
van de secretaris-generaal<br />
van het voormalige ministerie<br />
van Volkshuisvesting, Ruimte-<br />
21
# <strong>14</strong> | Passie voor geschiedenis, steden en archieven<br />
Nieuwe donateurs van de Stichting<br />
Vrienden krijgen dit boekje als welkomstgeschenk.<br />
zóiets het Torentje uitkwam? Ja<br />
dus. Met één telefoontje met<br />
Lubbers’ secretaresse wist de<br />
gewezen ambtenaar van VROM<br />
het te regelen.<br />
lijke Ordening en Milieubeheer<br />
(VROM) – een medewerker ‘met<br />
veel gezag maar weinig macht’.<br />
In Den Haag beleefde hij mooie<br />
maar hectische jaren. In een<br />
functie die, zo stelde hij na verloop<br />
van tijd vast, toch te weinig<br />
voorzag in zijn behoefte om zelf<br />
aan de knoppen te zitten. Wat dit<br />
betreft, kwam hij als plaatsvervangend<br />
gemeentesecretaris in<br />
Haarlem beter aan zijn trekken.<br />
In die hoedanigheid was hij nauw<br />
betrokken bij het wel het wee<br />
van de ongeveer 3.600 ambtenaren<br />
– inclusief politie en brandweer<br />
– die hier destijds werkzaam<br />
waren. Een indrukwekkend<br />
aantal voor een gemeente die<br />
in bepaalde opzichten nog klein<br />
dacht. ‘Jij denkt nog te veel in<br />
miljoenen, wij denken hier in<br />
duizenden guldens,’ zei locoburgemeester<br />
Ab van Schooten eens<br />
tegen hem.<br />
Het meest<br />
omvangrijke<br />
archief van<br />
Nederland<br />
Dat was ook in overdrachtelijke<br />
zin het geval. Toen Cerutti kort na<br />
zijn aantreden opperde minister-president<br />
Ruud Lubbers uit<br />
te nodigen voor de doopplechtigheid<br />
van de Stichting Haarlem<br />
Promotie, viel hem op het stadhuis<br />
hoongelach ten deel. Dacht<br />
hij nu werkelijk dat Lubbers voor<br />
Eigen collectie<br />
‘Ik werkte voor de stad, de<br />
gemeente was mijn werkgever,’<br />
zegt Cerutti over zijn jaren bij<br />
de gemeente. Waarmee hij wil<br />
zeggen dat hij zijn broodheer<br />
naar vermogen diende, maar dat<br />
zijn hartstocht uitging naar de<br />
stad en haar rijke geschiedenis.<br />
‘Binnen een jaar zat ik in allerlei<br />
clubjes waar ik mijn passie voor<br />
geschiedenis, voor steden en<br />
voor archieven kon uitleven.’<br />
Een van die clubjes is sinds 1995<br />
dus de Stichting Vrienden van<br />
het Noord-Hollands Archief, ‘een<br />
typische vriendenclub van een<br />
bijzondere instelling’. Het <strong>NHA</strong><br />
herbergt na het Nationaal Archief<br />
weliswaar het meest omvangrijke<br />
archief van Nederland, maar<br />
lijkt door de bekendste musea<br />
van de stad – Teylers Museum<br />
en het Frans Hals Museum –<br />
enigszins aan het oog te worden<br />
onttrokken.<br />
De stichting stelt zich dan ook<br />
ten doel de inwoners van Haarlem<br />
en ommelanden met deze<br />
‘verborgen schat’ vertrouwd te<br />
maken. Natuurlijk: een archief<br />
is in die zin niet vergelijkbaar<br />
met de voornoemde musea, dat<br />
bezoekers zich er meer moeten<br />
inspannen. Ze zijn geen passanten<br />
die zich voegen naar de<br />
voorkeuren van de conservator,<br />
maar stellen hun eigen collectie<br />
samen. De archiefbezoeker is zelf<br />
dus conservator. En, anders dan<br />
bij een museum, is in het archief<br />
de hele collectie te zien. ‘Zo’n<br />
250 duizend stukken staan op<br />
de website. Dat op zich is al een<br />
feest. Wie de originelen wil zien,<br />
gaat naar het archief en krijgt ze<br />
binnen een kwartier onder ogen.’<br />
Folderen en flyeren<br />
De vriendenstichting heeft sinds<br />
haar ontstaan zeven symposia<br />
georganiseerd, is nauw betrokken<br />
bij het Historisch Café –<br />
tweemaandelijkse bijeenkomsten<br />
rondom wisselende historische<br />
thema’s – en subsidieert publicaties<br />
die betrekking hebben op<br />
onderdelen van de <strong>NHA</strong>-collectie.<br />
‘Onze club is een wonder van<br />
consistentie,’ zegt Cerutti. ‘Zowel<br />
wat doelstelling als omvang<br />
betreft: zo’n 300 leden.’ Aan<br />
dat laatste wil hij overigens wat<br />
doen. ‘Met meer donateurs kunnen<br />
we nog leukere dingen doen.<br />
We gaan dus stug door met<br />
folderen en flyeren. Ik heb laatst<br />
in het bestuur gezegd dat ik pas<br />
weg ga als secretaris op het moment<br />
dat we 500 leden hebben.<br />
Daarvan gaat een aansporing uit<br />
op onze medebestuurders om<br />
Wim Cerutti en burgemeester Jos Wienen<br />
bij de opening van de Coornherttentoonstelling<br />
in de Janskerk, 13 april 2018.<br />
zich flink voor de ledenwerving<br />
in te spannen, merkte voorzitter<br />
Jan Spoelder toen snedig op. Wat<br />
hij niet weet, is dat ik volgens<br />
onze statuten een week na mijn<br />
vertrek alweer kan worden herbenoemd.’<br />
•<br />
Wim Cerutti is 25 jaar bestuurslid/secretaris<br />
bij de<br />
Stichting Vrienden van het<br />
Noord-Hollands Archief. Hij<br />
was in 1995 een van de<br />
oprichters/eerste bestuursleden<br />
van de stichting.<br />
22<br />
23
# <strong>14</strong> | Mooi geweest<br />
WOII in 100 foto’s<br />
Rond de viering van 75 jaar vrijheid<br />
werkte het <strong>NHA</strong> onder meer met het<br />
NIOD mee aan de zoektocht om beeld uit<br />
WOII voor de landelijke tentoonstelling<br />
‘De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s’<br />
bij elkaar te brengen. In alle provincies<br />
werden door het publiek 50 foto’s<br />
uitgekozen die uiteindelijk meededen voor<br />
de landelijke tentoonstelling. Op 4 mei<br />
werden de foto’s bekendgemaakt. Door<br />
het publiek is één foto uit de collectie<br />
van het <strong>NHA</strong> gekozen, dat is de foto van<br />
Adrianus Peperkamp die hij op 15 mei<br />
1940 rond <strong>14</strong>.00 uur op de Grote Markt<br />
in Haarlem nam toen de eerste Duitse<br />
militairen verschenen. Op in100fotos.nl/<br />
noord-holland/ zijn alle gekozen foto’s uit<br />
de Provincie Noord-Holland te bekijken.<br />
Symposiumbundel van de<br />
Stichting Vrienden over<br />
ridderlijke orde<br />
De Janskerk, die in<br />
2018 zevenhonderd<br />
jaar bestond, was<br />
ooit onderdeel van<br />
de in 1310 gestichte<br />
Commanderij<br />
Haarlem van de<br />
Johannieter Orde, de<br />
oudste van de drie<br />
militaire ridderlijke<br />
orden die nog<br />
steeds actief zijn. Ter<br />
gelegenheid van dit<br />
bijzondere jubileum<br />
organiseerde de<br />
Stichting Vrienden<br />
van het Noord-Hollands Archief een symposium met als<br />
thema de betekenis in heden en toekomst van deze drie<br />
orden in Nederland.<br />
Verschillende sprekers hielden een voordracht en Tom<br />
Versélewel de Witt Hamer sloot af met een voordracht<br />
over de twaalf ridderlijke dan wel zich ridderlijk<br />
noemende orden in Nederland van de laatste vijftig jaar.<br />
Onder de <strong>14</strong>0 deelnemers aan het symposium waren,<br />
naast leden van de Orde van Malta, de Johanniter Orde<br />
en de Duitse Orde, ook leden van de Orde van het Heilig<br />
Graf van Jeruzalem en de Orde van Sint Lazarus, en<br />
leden van enkele oude en eerbiedwaardige Haarlemse<br />
instellingen zoals het Heilig Kerstmisgilde (opgericht<br />
circa 1317), het Sint Jacobsgilde (circa <strong>14</strong>00), het Sint<br />
Jacobs Godshuis (<strong>14</strong>37) en de Broederschap ‘Trou moet<br />
Blycken’ (vóór 1504). Alle voordrachten zijn gebundeld in<br />
een mooie uitgave (96 pagina’s, 65 afbeeldingen).<br />
Bestel de bundel door € 10 over te maken op<br />
bankrekening NL53 INGB 0004 549 239, t.n.v. Stichting<br />
Vrienden van het Noord-Hollands Archief onder<br />
vermelding van ‘ridders’ en adresgegevens.<br />
Bijzondere vondst<br />
Door de maatregelen in het land werkten nagenoeg<br />
alle collega’s van het <strong>NHA</strong> vanuit huis. Als conservator<br />
houd je je dan bijvoorbeeld bezig met de online<br />
inventarisatie van de beeldcollectie. En precies hierbij<br />
viel het oog van conservator Alexander de Bruin op<br />
een bijzondere tekening die bij nader onderzoek het<br />
oudste panoramagezicht (1588) op Stockholm blijkt<br />
te zijn. In een vlog op de website van het <strong>NHA</strong> vertelt<br />
hij meer over zijn vondst.<br />
Nieuwe inzichten<br />
Eind 2019 mocht het <strong>NHA</strong> de fotocollectie ontvangen van<br />
Flip Delemarre die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Haarlem<br />
als fotograaf werkte. De meer dan 400 opnames van de nu<br />
99-jarige fotograaf bieden nieuwe inzichten over Haarlem<br />
vlak voor, tijdens en enige maanden na de bevrijding. Kijk op:<br />
noord-hollandsarchief.nl/bevrijdingsfotos-flip-delemarre voor<br />
de hele collectie.<br />
Word ook lid van de Stichting Vrienden van het Noord-Hollands<br />
Archief, kijk op www.noord-hollandsarchief.nl/vrienden voor<br />
meer informatie.<br />
24 25
# <strong>14</strong> | Impressies<br />
Van onze stadsfotografe<br />
Beeld: Vannessa Timmermans<br />
Sinds begin dit jaar heeft het<br />
<strong>NHA</strong> een eigen stadsfotografe,<br />
Vannessa Timmermans. Zij legt<br />
voor het <strong>NHA</strong> het veranderende<br />
stadsbeeld van Haarlem vast.<br />
Met de komst van de coronacrisis<br />
stond in maart <strong>2020</strong> ineens alles<br />
stil. Vannessa deed regelmatig<br />
een rondje Haarlem en omstreken<br />
om – natuurlijk met gepaste<br />
afstand – vast te leggen hoe de<br />
stad met zijn inwoners en ondernemers<br />
eruit zag.<br />
De gehele fotoreeks is via de website te bekijken:<br />
www.noord-hollandsarchief.nl/haarlem-in-coronatijd<br />
26 27
Van boven naar beneden Theater de Kampanje Den Helder,<br />
Dorpshuis Zuidermeer, De Melkfabriek Hilversum.<br />
Van boven naar beneden Het HEM Zaandam, Flight Deck 53<br />
Hilversum.<br />
Tekst: Alexander de Bruin / beeld: Lars van den Brink<br />
Oud van nu<br />
Elk jaar geeft het <strong>NHA</strong> samen met de provincie Noord-Holland een foto-opdracht om<br />
het tijdsbeeld of veranderend landschap van de provincie vast te leggen.<br />
In 2019 gaf fotograaf Lars van den Brink hier invulling aan in een serie getiteld ‘Oud<br />
van nu’. Hij bracht 27 historische panden in de provincie in beeld die een nieuwe bestemming<br />
hebben gekregen. Een selectie van zijn foto’s voor de opdracht was begin<br />
<strong>2020</strong> te zien in Paviljoen Welgelegen in Haarlem op de gelijknamige tentoonstelling.<br />
Cultuurkoepel Heiloo.<br />
28<br />
Deze en meer beelden zijn te bekijken in de<br />
webexpositie op de website van het <strong>NHA</strong> via<br />
www.noord-hollandsarchief.nl/ontdekken/<br />
webexposities<br />
29
# <strong>14</strong> | Topstuk<br />
Tekst: Wim de Wagt / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Topstuk<br />
Nederland vakantieland! Deze zomer zullen de meesten van ons vanwege de coronacrisis<br />
wel in eigen land op vakantie gaan. Inge Molenaar en Sarah Remmerts de Vries van<br />
Oneindig Noord-Holland vonden twee historische toeristische affiches, die verrassend<br />
actueel blijken.<br />
De ervaring van<br />
de geschiedenis<br />
oproepen is een<br />
uitdaging<br />
Boven Uitsnede affiche voor Duitse toeristen,<br />
met routebeschrijving naar Zandvoort,<br />
circa 1900.<br />
Rechts Inge Molenaar en Sarah Remmerts<br />
de Vries op de locatie Kleine Houtweg.<br />
30<br />
De affiches laten de kuststreek<br />
van zijn beste kant zien. ‘Beide<br />
affiches zijn van rond 1900 en<br />
duidelijk gericht op een internationaal<br />
publiek,’ vertelt Inge.<br />
‘Ze bevatten aanbevelingen die<br />
bedoeld waren om toeristen te<br />
lokken.’ Sarah vult aan: ‘Historische<br />
affiches hebben vaak<br />
mooie vormen en kleuren, ze<br />
zijn vaak ontworpen door bekende<br />
grafici. Het zijn sprekende<br />
objecten.’<br />
Gepaste afstand<br />
Bij het zoeken naar een topstuk<br />
keken de twee bewust met een<br />
toeristische invalshoek naar de<br />
collectie van het <strong>NHA</strong>. Prentbriefkaarten<br />
passeerden de<br />
revue, maar het werden deze<br />
twee affiches. Het ene exemplaar<br />
is gericht op bezoekers<br />
uit Duitsland, het andere –<br />
overigens gedrukt door Joh.<br />
Enschedé – mikt op de Franse<br />
toerist. Sarah: ‘Die scène op<br />
het strand is typerend voor de<br />
tijd rond 1900. Kindjes in het<br />
zand, hun moeders staan erbij<br />
in lange witte jurken. Rieten<br />
strandstoelen. Karren als een<br />
soort rijdende badhokjes in het<br />
water, zodat je kon pootjebaden<br />
in zee.’<br />
Inge: Dit doet mij denken aan<br />
sommige schilderijen van de<br />
Haagse School. Een geïdealiseerd<br />
beeld van het strandleven.<br />
Wat dat aangaat is er een link<br />
met het moderne toerisme:<br />
daarin wordt ook vaak een<br />
authentieke situatie voorgesteld<br />
die niet meer helemaal<br />
klopt met de werkelijkheid.’<br />
Sarah: ‘Inderdaad, geen toerist<br />
mag ons land zonder klomp of<br />
tulpenbol verlaten.’ Zij ziet nog<br />
een andere overeenkomst met<br />
het heden. ‘Je ziet de mensen<br />
op het strand afstand van elkaar<br />
houden. Alle wagentjes en
# <strong>14</strong> | Topstuk<br />
Inge Molenaar met een affiche voor<br />
de Franse toerist ter promotie van de<br />
bloembollenvelden uit 1903 – 19<strong>14</strong>.<br />
Sarah Remmerts de Vries met een<br />
affiche dat Duitse toeristen naar Zandvoort<br />
moet lokken uit circa 1900.<br />
strandstoelen staan op gepaste<br />
afstand van elkaar.’ Inge: ‘Om de<br />
Nederlanders deze zomer wegwijs<br />
te maken, zal er misschien<br />
wel promotie worden gemaakt<br />
met soortgelijke beelden.<br />
Sarah: ‘Toen was het al ‘Zandvoort<br />
bei Amsterdam’. Nu is<br />
het Amsterdam Beach.’<br />
Beiden werken als redacteur<br />
voor Oneindig Noord-Holland.<br />
Sarah sinds anderhalf jaar, Inge<br />
nog maar een halfjaar. Oneindig<br />
Noord-Holland is een online<br />
platform, waarop tal van verhalen,<br />
wetenswaardigheden, feiten,<br />
foto’s, kunstwerken en video’s uit<br />
de geschiedenis van Noord-Holland<br />
te vinden zijn. Het platform<br />
valt tegenwoordig onder het<br />
<strong>NHA</strong>, maar vroeger was het een<br />
32<br />
zelfstandige stichting. Vorig jaar<br />
telde de website 250.000 unieke<br />
bezoekers. Wie niet met een<br />
gerichte vraag de site bezoekt,<br />
komt er altijd wel een keer op<br />
terecht wanneer via google een<br />
zoekopdracht wordt ingetypt<br />
die de geschiedenis van Noord-<br />
Holland betreft.<br />
Stolpboerderijen<br />
Sarah Remmerts de Vries komt<br />
uit Amsterdam, maar verhuisde<br />
naar ’t Gooi, waar ze zich direct<br />
betrokken toonde bij de plaatselijke<br />
musea en andere erfgoedinstellingen.<br />
‘Ik voel me altijd direct<br />
verbonden met de plek waar ik<br />
woon,’ zegt ze.<br />
Inge Molenaar noemt zich ‘een<br />
echt poldermeisje’. Zij komt uit<br />
Zuid-Holland, maar heeft haar<br />
hart verpand aan de Noord-<br />
Hollandse polders. ‘Mijn opa en<br />
oma waren boer, waardoor ik me<br />
thuis voel in dit type landschap.<br />
De vorm van de stolpboerderij<br />
fascineert mij, eenmaal binnen<br />
fantaseer ik hoe het zou zijn<br />
geweest om als boerenfamilie<br />
hier te wonen en werken. (Lachend:)<br />
Ik weet dat ik het te veel<br />
romantiseer.’<br />
Sarah studeerde geschiedenis<br />
en specialiseerde zich als<br />
publiekshistoricus. Inge deed erfgoedstudies<br />
en werkt momenteel<br />
als erfgoedspecialist. Eenmaal<br />
collega’s van elkaar bij Oneindig<br />
Noord-Holland kwamen ze erachter<br />
dat ze nogal wat gemeen<br />
hebben, dat ze bijvoorbeeld allebei<br />
van openluchtmusea houden,<br />
en van dagboeken en voorwerpen<br />
uit het dagelijks leven van<br />
vroeger. Inge: ‘Bepaalde plekken<br />
en gebouwen roepen emoties<br />
bij mij op, en ik merkte dat dat<br />
voor andere mensen ook geldt.<br />
Het fascineert me dat plekken<br />
daartoe in staat zijn. Ze zijn meer<br />
dan koude steen. Uiteindelijk<br />
gaat dit om de sociale betekenis<br />
van landschappen.’ Sarah: ‘In de<br />
erfgoedwereld bestaat daar een<br />
term voor: lieu de mémoire. Ik<br />
hield altijd al van musea.<br />
Het idee je te kunnen inleven in<br />
historische situaties spreekt mij<br />
enorm aan. Bij andere mensen<br />
de ervaring van de geschiedenis<br />
op te kunnen roepen is een<br />
uitdaging.’<br />
Vissersvrouw<br />
Hoewel de twee nog niet heel<br />
lang met elkaar samenwerken,<br />
vullen ze elkaar in het gesprek<br />
soepel en lichtvoetig aan, alsof<br />
ze door en door op elkaar zijn<br />
ingespeeld.<br />
Inge: ‘Ik denk dat de figuur<br />
op de voorgrond een typisch<br />
Zandvoortse vissersvrouw moet<br />
voorstellen. Hoewel haar kleding<br />
mij eerder aan Katwijkse vissersklederdracht<br />
doet denken. Mmm,<br />
het lijkt me niet historisch correct,<br />
meer een vrije interpretatie.’<br />
Sarah: ‘Haar schoentjes lijken<br />
op de schoentjes van Huizer vissersvrouwen.’<br />
De ‘Franse’ poster toont een gezicht<br />
op de Bollenstreek. Hoewel<br />
ze nu natuurlijk niet meer in<br />
bloei staan, is het wel een karakteristiek<br />
beeld.<br />
Sarah: ‘Een heel mooi affiche.<br />
Die sfeer, met die dreigende<br />
lucht boven kleurige bollenvelden…<br />
De verlatenheid, op een<br />
enkele boer na…’<br />
Inge, lachend: ‘Op toeristische<br />
posters staan nooit veel mensen.’<br />
Sarah: ‘Dit affiche is mooier<br />
van vormgeving dan de ‘Duitse’<br />
poster.<br />
Inge: ‘Ja, bijna een impressionistisch<br />
schilderij.’<br />
Sarah: ‘De bollenstreek doet<br />
met zijn velden wel wat denken<br />
aan een typisch buitenplaatsenlandschap,<br />
zoals je ze langs<br />
de Amstel en de Vecht ziet. Dat<br />
kunstmatig aangelegde, de vaak<br />
strakke vormgeving…’<br />
Inge: ‘Zelf heb ik niet zoveel met<br />
de bollenstreek, maar ik kan me<br />
de bewondering van buitenlanders<br />
wel voorstellen als die door<br />
hun raampje in het vliegtuig al<br />
die vlakken en lijnen zien liggen.’<br />
Sarah: ‘Nu liggen de meeste bollenvelden<br />
vooral rond Lisse en<br />
Hillegom, maar ooit was Haarlem<br />
het centrum van de bollenteelt.<br />
Het is echt Noord-Hollands.’<br />
Inge: ‘Ja, de bloemenveiling van<br />
Aalsmeer. Of de Bloemenmarkt<br />
in Amsterdam. Hoewel die weer<br />
echt voor de toerist is.’<br />
In beide affiches spelen de treinverbindingen<br />
een grote rol.<br />
Sarah: ‘Nederlanders gingen vanaf<br />
het einde van de negentiende<br />
eeuw dankzij de toenemende<br />
vrije tijd steeds meer hun eigen<br />
land ontdekken. De ligging bij<br />
Amsterdam verklaart het succes<br />
van Zandvoort. Zoals Scheveningen<br />
van Den Haag profiteert.<br />
Verder gingen reizigers ook veel<br />
met de tram.’<br />
Inge: ‘Het geeft echt verdieping<br />
aan je leefomgeving als je meer<br />
van de geschiedenis ervan weet.’<br />
•<br />
33
# <strong>14</strong> | Puzzelen met perkament<br />
Tekst: Hedzer Uulders en Hannah Goedbloed / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Puzzelen met<br />
perkament<br />
Het Noord-Hollands Archief bezit een verzameling handschriftfragmenten die nog<br />
nauwelijks bekend zijn. Deze fragmenten zijn afkomstig uit boeken die in de vijftiende<br />
en zestiende eeuw werden afgedankt. Bij nader onderzoek worden soms interessante<br />
vondsten gedaan…<br />
Een spiritueel<br />
zelfhulpboek<br />
met allerlei<br />
tips voor een<br />
vroom leven<br />
Rechts Verzameling handschriftfragmenten.<br />
In het restauratieatelier van het<br />
<strong>NHA</strong> staat al jaren een aantal<br />
dozen waarin nauwkeurig al<br />
het materiaal verzameld wordt<br />
dat bij de restauratie van oude<br />
boeken en archiefstukken tevoorschijn<br />
komt. Materiaal dat<br />
varieert van naaigaren uit de rug<br />
van een boek tot stukjes leer, en<br />
van stroken papier tot complete<br />
kaften, maar ook fragmenten van<br />
middeleeuwse handschriften op<br />
perkament die zijn gebruikt ter<br />
bescherming of versteviging van<br />
boeken en archieven (‘maculatuur’<br />
in vaktermen). Vooral die<br />
laatste kunnen interessant zijn,<br />
omdat ze soms nog onbekende<br />
teksten bevatten of varianten op<br />
bekende teksten die ons meer<br />
kunnen vertellen over de middeleeuwers<br />
en de boeken die ze<br />
lazen.<br />
Snippers<br />
Deze dozen zijn nu eindelijk eens<br />
goed bekeken en er kwam van<br />
alles tevoorschijn: fragmenten<br />
van liturgische boeken, een stuk<br />
uit een medisch handboek, bladen<br />
uit juridische werken, snippers<br />
van oorkonden uit de stad<br />
Haarlem en nog veel meer. Veel<br />
handschriftfragmenten lijken<br />
te dateren uit de veertiende en<br />
vijftiende eeuw, met uitschieters<br />
naar de zestiende (oorkonden)<br />
en de twaalfde eeuw (liturgische<br />
fragmenten). Niet gek als je bedenkt<br />
dat het oudste document<br />
in de collectie van het <strong>NHA</strong> - een<br />
oorkonde van de abdij Egmond -<br />
34 35
# <strong>14</strong> | Puzzelen met perkament<br />
Boven ‘Hebt oec grote reverencie tot onser liever vrouwen’.<br />
‘mitten duvel met of mitter werelt’.<br />
ook uit de twaalfde eeuw stamt.<br />
De meeste fragmenten zijn<br />
geschreven in het Latijn, maar<br />
er zitten ook fragmenten in het<br />
Middelnederlands tussen. Naast<br />
veel oorkonden, die wellicht nog<br />
onbekende informatie bevatten<br />
over het zestiende-eeuwse<br />
Haarlem, gaat het om een paar<br />
spirituele werken.<br />
Zes strookjes<br />
Een mooi voorbeeld van de laatste<br />
categorie is een fragment dat<br />
afkomstig is uit het archief van<br />
het Haarlemse Leprooshuis (zie<br />
afbeelding). Het bestaat uit<br />
Vertellen over de<br />
middeleeuwers<br />
en de boeken<br />
die ze lazen<br />
een geheel van zes strookjes<br />
perkament van ongeveer 10x3<br />
cm, die waarschijnlijk dateren uit<br />
de late vijftiende eeuw. Het was<br />
al gauw duidelijk dat deze tekst<br />
niet in het Latijn, maar in het<br />
Middelnederlands was geschreven.<br />
De vraag was vervolgens om<br />
wát voor tekst het nu eigenlijk<br />
ging. Met enige moeite waren<br />
wat zinsdelen te lezen, zoals:<br />
Hebt oec grote reverencie tot<br />
onser liever vrouwen en mitten<br />
duvel met of mitter werelt. Dat<br />
wees op een religieuze tekst. Uit<br />
verder onderzoek op internet<br />
bleek dat het ging om passages<br />
uit een vijftiende-eeuws werk<br />
dat bekend staat als de ‘Brief<br />
over het leven en lijden van onze<br />
Heer’. Dat is een soort spiritueel<br />
zelfhulpboek met allerlei tips<br />
voor een vroom leven.<br />
Geestelijke bijstand<br />
Van dit Nederlandse werk zijn<br />
maar zo’n tien andere kopieën<br />
bekend, dus dit was een interessante<br />
ontdekking. Probleem was<br />
wel dat delen van het fragment<br />
weliswaar overeenkwamen met<br />
passages uit dit werk, maar dat<br />
onze tekst soms uitgebreider<br />
was. Er bleek een korte en lange<br />
versie van te bestaan. Daardoor<br />
ontstond het vermoeden dat<br />
het nieuwe Haarlemse fragment<br />
wellicht afkomstig was uit de<br />
langere versie, waarvan maar<br />
twee kopieën bekend zijn. Nader<br />
onderzoek zal moeten uitwijzen<br />
of dit inderdaad zo is.<br />
De grote vraag is natuurlijk<br />
hoe deze snippers terecht zijn<br />
gekomen in het Haarlemse<br />
Leprooshuis. Bezat het Leprooshuis<br />
zelf een kopie van deze<br />
‘Brief’? Door wie werd dit werk<br />
dan gelezen? Werd het misschien<br />
zelfs gebruikt om ongelukkige<br />
leprozen geestelijke bijstand te<br />
verlenen? En waarom raakte het<br />
in onbruik?<br />
Zo blijkt achter zes bescheiden<br />
strookjes perkament een heel<br />
verhaal schuil te gaan. En dat is<br />
nog maar één voorbeeld, terwijl<br />
het <strong>NHA</strong> nog tientallen andere<br />
Uitsnede uit ‘mitten duvel met of mitter<br />
werelt’.<br />
fragmenten bezit die minstens zo<br />
interessant zijn. De komende tijd<br />
gaan we een eerste serie fragmenten<br />
inventariseren, beschrijven<br />
op hoofdlijnen, fotograferen<br />
en beschikbaar stellen via onze<br />
website. Op die manier maken<br />
we een onbekend deel van onze<br />
collectie toegankelijk, zodat onderzoekers<br />
de verhalen die hierin<br />
schuil kunnen gaan opdiepen en<br />
vertellen!•<br />
36<br />
37
# <strong>14</strong> | Nieuwe archieven en collecties<br />
Tekst: Helen van der Eem / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Nieuwe archieven<br />
en collecties<br />
Bij het Noord-Hollands Archief zijn de afgelopen maanden diverse nieuwe archieven<br />
binnengekomen. In deze rubriek aandacht voor enkele van die archieven, die ondertussen<br />
te raadplegen zijn in de studiezaal.<br />
Boven Directeur <strong>NHA</strong> Lieuwe Zoodsma en<br />
burgemeester van Haarlem Jos Wienen.<br />
Boven Midden op de stoel G.J. Gasteren,<br />
circa 1925.<br />
Rechterpagina Hilde van Garderen<br />
(dochter Miep Diesel) overhandigt op 30<br />
april het manuscript aan burgemeester<br />
Jos Wienen, die op zijn beurt het eerste<br />
exemplaar van Bakvis in oorlogstijd<br />
presenteert.<br />
Rechterpagina onder Uitgave van het<br />
dagboek, verschenen bij Uitgeverij<br />
Boom, <strong>2020</strong>.<br />
Instellingen in de<br />
provincie<br />
Aanvullingen op de collectie<br />
van Losse Aanwinsten<br />
(verkregen vanaf 1984) van<br />
het Noord-Hollands Archief<br />
0,55 m<br />
De collectie losse aanwinsten is<br />
onder meer aangevuld met twee<br />
gedenkboeken, aangeboden aan<br />
Gerrit Jan van Gasteren (1851-<br />
1962) ter gelegenheid van zijn<br />
70ste verjaardag in 1921 en<br />
zijn afscheid als directeur van<br />
de Haarlemse Stadsschouwburg<br />
in 1925. De Haarlemse Miep<br />
Diesel (1926-<strong>2020</strong>) begon op<br />
5 november 1942 op 15-jarige<br />
leeftijd aan een dagboek. Bijna<br />
75 jaar hield zij het dagboek voor<br />
zichzelf, maar in 2019 besloot ze<br />
het document te schenken aan<br />
haar dochter Hilde van Garderen.<br />
In april <strong>2020</strong> verscheen Bakvis in<br />
oorlogstijd. Het manuscript van<br />
het dagboek is opgenomen in de<br />
collectie van het Noord-Hollands<br />
Archief, via de website kunnen de<br />
scans van het origineel worden<br />
bekeken.<br />
38 39
# <strong>14</strong> | Nieuwe archieven en collecties<br />
Links G.J. van Gasteren met familie,<br />
circa 1915.<br />
Rechts Gedenkboek aangeboden aan<br />
Gerrit Jan van Gasteren door zijn<br />
vrienden ter gelegenheid van zijn 70ste<br />
verjaardag op 31 december 1921 te<br />
Haarlem.<br />
Aangesloten<br />
gemeenten<br />
HAARLEMMERMEER<br />
Timmerbedrijf Van Klaveren<br />
te Nieuw-Vennep,<br />
1939-1944, 0,25 m<br />
Klaas van Klaveren (1909-1945)<br />
begon omstreeks 1934 met zijn<br />
eigen timmerbedrijf aan de Gelevinkstraat<br />
12 in Nieuw-Vennep.<br />
Hij pakte allerlei werkzaamheden<br />
aan zoals wasknijpers maken,<br />
messen slijpen en massieve<br />
fietsbanden maken. Ook deed<br />
hij onderhoud aan huurhuizen.<br />
De zaken gingen goed, hij had<br />
personeel in dienst. Eind <strong>juli</strong><br />
1944 werd hij door de Duitse<br />
bezetter gearresteerd, omdat<br />
hij zich niet had gemeld voor de<br />
Arbeitseinsatz, of omdat hij in<br />
het woondeel van de werkplaats<br />
een voor iedereen zichtbare radio<br />
had staan. De exacte reden van<br />
zijn arrestatie is nooit bekend<br />
geworden. Hij kwam uiteindelijk<br />
terecht in concentratiekamp<br />
Neuengamme waar hij op 10<br />
maart 1945 overleed. Zie ook het<br />
door Krijn Smit geschreven verhaal<br />
over Nicolaas van Klaveren<br />
in het archief van Timmerbedrijf<br />
Van Klaveren in Nieuw-Vennep,<br />
1939-1944, toegangs<strong>nummer</strong><br />
7162 nr. 15, of op de website van<br />
de Oorlogsgravenstichting.<br />
HEEMSTEDE<br />
Stichting Ontwikkelingssamenwerking<br />
Heemstede,<br />
(1986) 1988-1998 (2001),<br />
0,50 m<br />
De stichting, opgericht in 1988<br />
en opgeheven in 2008, was sterk<br />
verbonden met de gemeente<br />
door de benoeming van bestuursleden<br />
(op voordracht van<br />
de stichting) door Burgemeester<br />
en Wethouders. Tevens was voor<br />
de jaarrekening en de wijziging<br />
van de statuten de goedkeuring<br />
van dit college nodig.<br />
De stichting had tot doel het<br />
organiseren van daadwerkelijke<br />
hulp aan een of meer ontwikkelingslanden<br />
ter verbetering van<br />
de aldaar bestaande maatschappelijke<br />
situatie, het geven van<br />
voorlichting aan de inwoners van<br />
Heemstede over de problemen<br />
in ontwikkelingslanden en het<br />
bevorderen van inzicht in de<br />
samenhang van de problematiek<br />
van ontwikkelingslanden en de<br />
Nederlandse problematiek. De<br />
stichting werkte samen met de<br />
stad Rulenge in Tanzania. Met<br />
deze stad zijn enkele uitwisselingsbezoeken<br />
geweest.<br />
40 41
# <strong>14</strong> | Nieuwe archieven en collecties<br />
VELSEN<br />
Stichting Woongemeenschap<br />
Santpoort-Zuid,<br />
1987-2015 (2016), 1,60 m<br />
De stichting werd opgericht op<br />
17 maart 1987 met als doelstelling<br />
het behartigen van de<br />
algemene belangen, zowel direct<br />
als indirect, met betrekking tot<br />
het behoud en de bevordering<br />
van het welzijn en het woon- en<br />
leefmilieu van de bewoners in<br />
de regio Santpoort-Zuid. Per 1<br />
januari <strong>2020</strong> fuseerde de stichting<br />
met de Stichting Santpoort.<br />
Tijdens haar bestaan richtte de<br />
stichting zich o.a. op de volgende<br />
actiepunten: deconcentratie van<br />
het woonwagencentrum; woningbouw<br />
op het Mellona terrein;<br />
structuurvisie Velsen; asielzoekerscentrum<br />
op het terrein van<br />
het Provinciaal Ziekenhuis; ontwikkeling<br />
van het Hokatexterrein;<br />
bebouwingsplan in Blekersduin;<br />
uitbreiding van Rozenhof en de<br />
plannen Velserend.<br />
WETENSCHAPSARCHIEVEN<br />
Koninklijke Nederlandse<br />
Akademie van Wetenschappen<br />
(KNAW) in Amsterdam,<br />
(1908) 1940-1993 (1995),<br />
59,00 m<br />
De Koninklijke Akademie van Wetenschappen<br />
is in 1851 opgericht<br />
met als doelstelling ‘bevordering<br />
der Wis- en Natuurkunde in h<br />
haren gehelen omvang’. In 1855<br />
werd de doelstelling uitgebreid<br />
met de bevordering van de<br />
taal-, letter-, geschiedkundige en<br />
wijsgerige wetenschappen. De<br />
naam werd in 1938 gewijzigd in<br />
Koninklijke Nederlandse Akademie<br />
van Wetenschappen (KNAW).<br />
Van 1855 tot 2017 kende de<br />
KNAW twee afdelingen, gemakshalve<br />
aangeduid met de Afdeling<br />
Natuurkunde en de Afdeling Letterkunde.<br />
Zie toegangs<strong>nummer</strong><br />
64 voor de periode 1851-1940.<br />
Prof. dr. J.S. van Hessen,<br />
1959-1963, 0,15 m<br />
Van Hessen (1916-2006) was<br />
socioloog. Hij promoveerde in<br />
1964 op het proefschrift ‘Samen<br />
jong zijn. Een jeugdsociologische<br />
verkenning in gesprek met<br />
vorigen’. Het archiefdeel betreft<br />
het wetenschappelijk onderzoek<br />
‘Samen jong zijn’, dat in de<br />
periode 1959-1961 onder zijn<br />
leiding is uitgevoerd door studenten.<br />
Zij interviewden mannen<br />
en vrouwen die rond 1900 jong<br />
waren. Het was het eerste onderzoek<br />
in Nederland waaruit bleek<br />
dat identiteit van kinderen en<br />
jongeren niet alleen verbonden is<br />
met het gezin en de buurt waarin<br />
zij opgroeiden, maar ook met het<br />
groepsleven van jongeren onder<br />
elkaar.<br />
dr. Ed de Moor, 1939-2016,<br />
1,40 m<br />
De Moor (1993-2016) was wiskundedocent,<br />
wiskundedidacticus<br />
en een hartstochtelijk beoefenaar<br />
van de geschiedenis van het<br />
wiskundeonderwijs. Hij was één<br />
van de enthousiaste Wiskobas<br />
(wiskunde op de basisschool)-<br />
mensen, die begin jaren zeventig<br />
onder Hans Freudenthal aan het<br />
Instituut voor Ontwikkeling van<br />
het Wiskunde Onderwijs (IOWO)<br />
zich inzette ten behoeve van<br />
het basisonderwijs. Het archief<br />
bevat ook stukken afkomstig van<br />
Piet van Albada (1905-1997),<br />
wiskundedidacticus die zich met<br />
name rond de Tweede Wereldoorlog<br />
met het meetkundeonderwijs<br />
bezighield. In 1999 stuitte<br />
De Moor per ongeluk op het<br />
‘Kistje van Albada’. Van Albada<br />
ontwierp voor het Montessori<br />
Lyceum te Rotterdam een set<br />
opdrachtkaarten voor de leerlingen<br />
van de eerste klas. Deze<br />
opdrachtkaarten en een handgeschreven<br />
handleiding vormen<br />
het zgn. kistje. Deze vondst en<br />
de betekenis daarvan voor het<br />
wiskundeonderwijs inspireerde<br />
Ed de Moor tot het schrijven van<br />
een artikel in de Nieuwe Wiskrant<br />
van december 2001 over Piet van<br />
Albada en het ‘Kistje van Albada’.<br />
•<br />
Ingangspoort van het koor van de Janskerk uit 1628.<br />
In 2019 gerestaureerd en voorzien van een glazen pui.<br />
42<br />
43
Zandvoort, Collectie Provinciale<br />
Atlas Noord-Holland, circa 1900.<br />
Noord-Hollands Archief<br />
Janskerk<br />
Jansstraat 40<br />
2011 RX Haarlem<br />
023 - 517 27 00<br />
www.noord-hollandsarchief.nl<br />
info@noord-hollandsarchief.nl<br />
@nharchief