32 | Avifauna van de Biesbosch Vogelaars: van schieten naar systematiek | 334Vogelaars van schieten naar systematiekTegenwoordig trekken vogelaars er op uit met verrekijker, telescoop en smartphone.Zo onschuldig is vogels kijken niet altijd geweest. Tot begin 20 ste eeuw werdmet een vogelaar ook wel een vogelvanger bedoeld, die achter vogels aanzat omze in de pan te krijgen. Ook de Biesbosch kent een lange vang- en jachthistorie. Inde eeuw van veranderingen verschenen vooraanstaande vogelaars als Eykman enLebret in het gebied. Ze legden als eersten het voorkomen van vogels nauwkeurigvast. De generaties vogelaars van daarna staan op hun schouders. In dit hoofdstukpasseren deze vogelvangers en vogelaars de revue. Door namen te noemen nemenwe het risico om - geheel onbedoeld - iemand te vergeten. Daarvoor alvast eenwelgemeend mea culpa. Zonder al die honderden vogelaars, die waarnemingenuit het gebied deelden en in het bijzonder de volhardende vogeltellers, was dezeAvifauna er niet geweest.Vogels als voedsel en inkomstenbronKort na de Sint-Elisabethsvloed van 1421waren er al zogenaamde vogelaars in deBiesbosch actief. Dat waren echter niet devogelwaarnemers in de huidige zin van hetwoord, maar lieden die hun brood verdiendenmet het vangen en doden van vogels.Dat gebeurde vooral in eendenkooien, ookwel vogelcoyen genoemd, waar grote aantalleneenden werden gevangen.Vogels vormden een belangrijke vleesbron.Van de 17 de tot en met de 19 de eeuw warenDe stad Dordrecht met de noordwesthoek van het huidige Eiland van Dordrecht met een aantal van de vele honderdeneendenkooien die het werkgebied ooit geherbergd heeft, circa 1545. (Jacob van Deventer)rond en in de Biesbosch honderden eendenkooiente vinden. Op een kaart van M. Cz. vanInnenvelt uit 1635 zijn er ten zuiden van deZuidendijk in Dordrecht maar liefst 22 ingetekend.Ook aan de zuidzijde van de Biesboschwaren tientallen eendenkooikersactief. In de loop van de 20 ste eeuw stoptende laatste eendenkooien met de vangst voorconsumptie. Het is bijna niet voor te stellendat er tot begin vorige eeuw jaarlijks veletienduizenden eenden werden gevangen.Ook andere soorten waren niet veilig voor dekooikers. In hun ogen verstoorden Aalscholvers,reigers en roofvogels de rust onder deeenden en daarom werden ze geschoten. 302In de 19 de eeuw kwamen vinkenbanen inzwang. Met behulp van slagnetten werdmassaal jacht gemaakt op vinkachtigenomdat dit kleine grut als delicatesse werdbeschouwd. De ‘vinker’ lokte de langstrekkendevogels met behulp van blind gemaaktelokvogels (blinde vinken) naar de grond, omze vervolgens in de slagnetten te vangen. Hetvangen op de vinkenbanen gebeurde tijdensde najaarstrek, vanaf de laatste week vanseptember tot half november.Vogelverzamelaar Eykman (zie hierna) kreegeen oud vinkenboekje in handen, ‘waarinnauwkeurig elken dag de vangsten warenopgeteekend van een vinkenbaan op hetDordtsche eiland.’ Het ging om gegevens uitde jaren 1865-1970. Jaarlijks werden daar inacht weken tijd zo’n duizend vogels gevangen.Eykman zette de totalen van deze vijfjaren per soort op een rij: 2.455 Botvinken(Vink), 618 leeuweriken, 536 Kneuen, 249Kepen, 247 Vlasvinken (Groenling), 197Haverkneuen (Geelgors), 163 Graspiepers, 86Ringmusschen, 37 Spreeuwen, 36 Huismusschen,24 Rietmusschen (Rietgors), 12 DubbeleHaverkneuen (Grauwe Gors), 11 kwikstaarten,7 Putters, 6 Sperwers, 3 Kneuvrijters(Frater), 3 Vismusschen (IJsvogel), 2 onbekendevogels, 1 Dubbele Lijster (Kramsvogel),1 valk, 1 Oudgaren (Wielewaal), 1 Bergleeuwerik(Strandleeuwerik), 1 Zanglijster en1 Tureluur (Kuifleeuwerik). 1VerzamelaarsDit slag vogelaar (vogelvanger) was ruim vijfeeuwen lang actief in de Biesbosch. Pas aanhet begin van de 20 ste eeuw kwam er eenandere soort belangstelling voor vogels. Voorde vogels in kwestie maakte dat overigensniet zoveel uit. De verzamelaars van begin1900 waren dan wel geen jagers, maar ookhen ging het om dode vogels. Vogelstudie indie tijd werd niet met behulp van een verrekijkeruitgevoerd, maar met het geweer. Degeschoten vogels werden gebalgd of opgezeten op deze manier onderdeel van zogenaamdenatuurhistorische verzamelingen.Christiaan Eykman (Eijkman) - 1882-1965Een van deze vogelaars ‘nieuwe stijl’ in deBiesbosch was Christiaan Eykman, geborenin Leiden in 1882 en overleden in Oosterbeekin 1965. Eykman studeerde aan de veeartsenijkundigeschool in Utrecht en promoveerdeChristiaan Eykman, circa 1940 (Beeldbank RAD)in 1916 aan de Universiteit van Bern tot doctorin de diergeneeskunde. In 1915 werd hijaangesteld als directeur van het slachthuis inDordrecht. Deze functie heeft hij tot aan zijnpensionering in 1947 uitgevoerd. Eykmanwas in 1901 één van de oprichters vanNederlandsche Ornithologische Vereeniging(NOV). Tien jaar later stond hij aan de wiegvan de Club van Nederlandsche Vogelkundigen.Eykman was een expert op het gebiedvan watervogels. 303In 1932 publiceerde hij De Avifauna van hetDordtsche Eiland met naaste omgeving. 1Behalve veearts was Eykman in de eersteplaats preparateur, met een grote kennis vande anatomie van vogels. Zijn collectie opgezettevogels was omvangrijk en geroemd. Uitde wijde omgeving van de Biesbosch kreegEykman geschoten vogels aangeboden. Zijnverzamelling beperkte zich niet tot één individuvan elke soort. Menig voorwerp (zoals hijdat noemde) dat bij hem gebracht werd enwaarvoor hij een ‘beloning’ betaalde, eindigdeals preparaat in zijn verzameling.Vanwege die beloning kreeg Eykman vanheinde en verre dode vogels aangeboden,meestal geschoten. Ook de eendenkooikersuit de Biesbosch waren vaste leveranciers. Inde eendenkooi van de Benedenste Beversluisplaatin de Dordtse Biesbosch werd op 4juni 1935, nauwelijks een paar maanden vóórde inwerkingtreding van de Vogelwet 1936,door de toenmalige kooiman Janus Paanseen paartje Kwakken geschoten. De vogelswaren in broedkleed, 68 zodat we kunnenaannemen dat het paar er broedde. Via viakon Eykman enkele jaren later het opgezettemannetje van dit paar aan zijn collectie toevoegen.Kwak geschoten in de eendenkooi op de Benedenste Beversluisplaat op 4 juni 1935 door kooiker Janus Paans.Foto uit 1957 (Arij de Groot)Eykman was ook een groot zoogdierkenner.In 1937 publiceerde hij het tweedelige boekDe Nederlandsche Zoogdieren, een uitgavevan de Vereeniging tot Oprichting enInstandhouding van een NatuurhistorischMuseum in Rotterdam. Een jaar later gaf deWageningsche Boek- en Handelsdrukkerijhet eerste deel van zijn driedelige naslagwerkDe Nederlandsche Vogels uit, dat hij in1949 voltooide.Keesjan Verhey, circa 1965 (Collectie Bas Verhey)Keesjan (C.J.) Verhey - 1917-1966Een andere bekende Biesboschvogelaar uitde vorige eeuw was Cornelis Johannes Verhey,geboren en getogen Dordtenaar. In dejaren dertig van de vorige eeuw was hijbetrokken bij de oprichting van de afdelingDordrecht van de Nederlandse Jeugdbondvoor Natuurstudie (NJN), waarvan hij jarenlangbestuurslid was. Ook was hij eenbelangrijke stimulator van de Vogelwerkgroepvan de Dordtse afdeling van deKoninklijke Nederlandse NatuurhistorischeVereniging (KNNV).Verhey studeerde biologie in Leiden en wasvanaf 1945 tot aan zijn dood biologieleraaraan het gymnasium en de HBS (later hetGemeentelijk Lyceum) te Dordrecht. Alsleraar heeft hij veel leerlingen gestimuleerdde Biesbosch te ontdekken. Zijn enthousiasmeen praktische manier van lesgevenmaakten grote indruk op veel van zijn leerlingen.Keesjan Verhey zou de reuzenbalsemienhebben geïntroduceerd door vanuithet buitenland zaden mee te nemen en uitte zaaien in de Sliedrechtse, Dordtse en BrabantseBiesbosch. Samen met Tom Lebretstelde hij in 1954 een Avifauna van de Biesboschsamen, uitgebracht bij de KNNV. 2 In1961 kwam onder zijn redactie zijn levenswerkDe Biesbosch land van het levendewater uit, ter gelegenheid van het 60-jarigbestaan van de KNNV en met medewerkingvan Dr. P.C. Heyligers, Mr. T. Lebret en Dr. Ir. I.S.Zonneveld. 3Tom Lebret - 1918-1982Thomas Lebret, telg uit een bekend Dordtspatriciërsgeslacht, kwam al van jongs af aanin de Biesbosch. Zijn neef Johan Lebret wasjager in de in 1926 ingepolderde polder DeBiesbosch en er waren meer jagers in zijnfamilie. Lebret stond aanvankelijk dan ookniet afwijzend ten opzichte van de jacht,maar later distantieërde hij zich nadrukkelijkvan de plezierjacht. Vanaf de oprichting vande Dordtse afdeling van de NJN op 10 februari1934 werd de toen vijftienjarige Lebret(voorlopig) lid. Hij was de eerste penningmeestervan deze afdeling.
Kleine Zwanen in berijpte Boven Spiering. 10 januari 2009 (Hans Gebuis)Ganzen enzwanen