NHA UITGELICHT november 2020 / nummer 15

nharchief

NHA Uitgelicht nummer 15 (november 2020)

November 2020 / Nummer 15

UITGELICHT

08

Vredestichter,

verbinder, trooster

Een interview met oud-burgemeester

Jaap Pop van Haarlem.

36

De schatkamer gaat open

Het NHA opent de depots en toont

een selectie van topstukken.


inhoud

Colofon

Eindredactie:

Annabelle Arntz, Christine Tinssen

Aan dit nummer werkten mee:

Alexander de Bruin

Vannessa Timmermans

Frits van der Veldt

Patrick Vlegels

Nico Vriend

Wim de Wagt

Mart van de Wiel

Vormgeving:

Michael Kolf - picadia.to the point.

Druk:

JEA | Joh. Enschedé Amsterdam

Oplage:

750

ISSN:

2352 - 0671

8

Interview Jaap Pop

De oud-burgemeester van Haarlem

vertelt over economie en cultuur, veiligheid,

en enkele hoogte- en dieptepunten uit

zijn Haarlemse tijd.

22

Was getekend!

Een schat aan bijzondere tekeningen en

fascinerende ontdekkingen kreeg het NHA

onlangs met de komst van het historische

tekeningenarchief van de gemeente Velsen.

5Uitgelicht

Een woord vooraf van directeur

Lieuwe Zoodsma.

16

Prikbord

Nieuws van het NHA.

26

Collega’s aan het werk

Een kijkje achter de schermen.

6Pareltjes

De schijnwerper op de bijzondere fotocollectie

van Henk Valks.

18

Fotografisch Geheugen

Over het toegankelijk maken van de enorme

collectie van Fotopersbureau De Boer die het

NHA vorig jaar verwierf.

28

Van onze stadsfotografe

Vannessa Timmermans geeft een kijkje in de

gemeente Velsen.

30

32

36

Voorzijde omslag:

Op Koninginnedag 31 augustus 1911 vloog

Anthony Fokker met de Spin boven Haarlem.

Nieuw licht

Een tentoonstelling met de nieuwste

aanwinsten voor de Provinciale Atlas

Noord-Holland.

Topstuk

GroenLinks gedeputeerde Zita Pels kijkt met een

nieuwe blik naar het verleden naar aanleiding

van een prent van Paviljoen Welgelegen.

Uit de schatkamers

Enkele topstukken uit de depots van het NHA

nader toegelicht.

3


Uitgelicht ...

Op

innovatieve

wijze

In mijn voorwoord bij het vorige nummer van Uitgelicht in juni van dit jaar,

schreef ik nog dat wij met de COVID-19 pandemie langzaam maar zeker aan het

‘opkrabbelen’ waren uit de periode van de ‘intelligente lockdown’. De studiezalen

en de tentoonstellingen van het NHA waren met een reserveringssysteem en

een aantal beperkingen weer open en op beperkte schaal konden ook weer

bijeenkomsten en vergaderingen worden belegd en presentaties worden

gegeven. Inmiddels zitten wij midden in de herfst en dreigt door een

nieuwe golf van besmettingen en ziekenhuisopnames (een aantal

deskundigen spreekt zelf van ‘een tsunami’) een nieuwe lockdown, in

welke vorm dan ook.

Het grootste deel van onze medewerkers zit inmiddels weer thuis en

bijna alle presentaties, bijeenkomsten en activiteiten zijn, voor zover

ze al niet zijn geannuleerd, uitsluitend te volgen via een zogenaamde

livestream en het internet. De studiezalen en tentoonstellingen

blijven ondanks de strenge beperkingen met het genoemde

reserveringssysteem voorlopig nog open. Maar niemand kan in de

toekomst kijken en een voorspelling doen hoe de tweede coronagolf

zich zal gaan gedragen. Voor actuele informatie verwijs ik u graag naar

onze website www.noord-hollandsarchief.nl, waar de laatste stand van

zaken met betrekking tot onze dienstverlening en activiteiten is te volgen.

In dit nummer van Uitgelicht besteden wij veel aandacht aan de diverse

beeldcollecties die het NHA beheert. Zo besteedt Frits van der Veldt aandacht

aan het prachtige, maar ook enigszins onderbelichte tekeningenarchief van de

gemeente Velsen. In verschillende bijdragen wordt ingegaan op de schitterende

collectie van de Provinciale Atlas Noord-Holland, die wij al sinds jaar en dag van

de provincie Noord-Holland in beheer hebben. Uw bijzondere aandacht vraag ik

voor de bijdrage van onze coördinator publieksprojecten Nico Vriend, die uitleg

geeft over de digitalisering van de zeer omvangrijke en waardevolle fotocollectie

van het Fotopersbureau De Boer en de innovatieve wijze waarop deze collectie

met moderne technieken beter toegankelijk wordt gemaakt.

Ik wens u allen in deze letterlijk en figuurlijk donkere tijd veel sterkte en

doorzettingsvermogen toe. Voor u en de uwen: blijf gezond. En tot slot veel

leesplezier bij dit nieuwe nummer van Uitgelicht.

Meneer Paprika in

Haarlem, oktober 2020.

Lieuwe Zoodsma,

directeur Noord-Hollands Archief

5


Pareltjes

# 15 | Pareltjes

Tekst: Alexander de Bruin / beeld: Noord-Hollands Archief

Pareltjes

Een van de bijzondere historische beelddocumenten die het NHA bezit, is de fotocollectie

van Henk (H.J.M.) Valks. Valks, geboren in 1887 in Amsterdam, was van 1926 tot zijn

overlijden in 1955 in dienst van de Drukkerij en Uitgeverij De Spaarnestad aan de Nassaulaan

in Haarlem. Hij maakte daar deel uit van de staf van persfotografen en reisde

door heel Nederland om mooie, bijzondere of nieuwswaardige gebeurtenissen vast te

leggen en foto’s te maken voor publicaties van de uitgeverij. Daarnaast was Valks van

grote betekenis voor de ontwikkeling van de beroepsgroep van persfotografen. Hij was

een van de initiatiefnemers en bestuurslid van de beroepsvereniging de Nederlandsche

Vereeniging voor Persfotografen, opgericht in 1931.

Gymnastiekwedstrijd voor de

kathedraal op het tegenwoordige

Mgr Bottemanneplein, 1935.

De collectie van Valks bestaat uit

ruim vierhonderd glasnegatieven

met opnamen uit de jaren

dertig en veertig van Haarlem

en omgeving. Het grote belang

van deze collectie is dat het ons

verdwenen tijdsbeelden laat

zien. Markante voorbeelden zijn

bijvoorbeeld een opname van

een gymnastiekoefening op het

Bottemanneplein voor de Bavo

aan de Leidsevaart, met zicht op

de duinenrij op de achtergrond.

Mooi is ook een beeld van het

Schapenplein achter de Janskerk,

het huidige publiekscentrum van

het NHA, waar in de jaren dertig

nog huisjes stonden.

De collectie bevat ook een aantal

dramatische beelden van de

schade in de Amsterdamse buurt,

ontstaan door een geallieerd

bombardement in 1943. Dit bombardement

was oorspronkelijk

bedoeld voor de NS-werkplaats,

die naast deze woonbuurt was

gelegen.

De oude haven

Een aantal bijzondere beelden

uit de omgeving zijn de foto’s

van de oude visserijhaven in

IJmuiden. Op deze foto’s zien we

beelden van de haven in volle,

dagelijkse bezigheid, van het

uitladen van de visvangst uit de

visserszeilschepen tot de verkoop

op de Rijksvisafslag.

Wagner

Indrukwekkend vanwege haar

monumentaliteit is een foto uit

1936 van het Kareol in Aerdenhout.

Dit in 1911 voltooide, maar

helaas verdwenen landhuis,

(ondanks veel protesten werd

het in de jaren zeventig gesloopt

door een projectontwikkelaar),

was het woonhuis van Julius Carl

Bunge, CEO van het gelijknamige

handelshuis. Wie aan de letterenfaculteit

van de UvA heeft gestudeerd,

kent de naam wel van

het faculteitsgebouw aan de

Spuistraat, het Bungehuis, oorspronkelijk

het hoofdkantoor van

het internationaal opererende

handelshuis.

Het kolossale landhuis in Aerdenhout

met zijn karakteristieke,

32 meter hoge watertoren, die

zichtbaar was tot ver in de wijde

omtrek, was vernoemd naar het

kasteel uit de opera Tristan und

Isolde van Wagner. Bunge was

een groot liefhebber van Wagner

en zelfs bevriend met de familie.

In 1911 was het Kareol het

grootste moderne landhuis van

Nederland.

Verstilde gezichten

Naast deze beelden toont de

collectie verstilde gezichten

van dorpen in Noord-Holland

zoals Spaarndam en Heemskerck.

De glasnegatieven zijn in

2012 gedigitaliseerd en digitaal

gerestaureerd en zichtbaar voor

iedereen via de beeldbank van

het Noord-Holland Archief. •

Links Gezicht op het Schapenplein vanaf

de Pieterstraat aan de achterzijde van

de Janskerk, 1944.

Rechts Haringkaken op de kade van de

Vissershaven in IJmuiden, 1932.

Onder Gebombardeerde huizen in de

Teding van Berkhoutstraat 40-46, bij de

hoek van de Adriaan Loosjesstraat, 1943.

6

7


# 15 | Vredestichter, verbinder, trooster, probleemoplosser

Tekst: Wim de Wagt / beeld: Noord-Hollands Archief, Jos Fielmich

Vredestichter,

verbinder, trooster,

probleemoplosser

Wat er allemaal niet voorbijkwam in de interviews die ik met Jaap Pop hield: van

de gemeentepolitiek, de nasleep van de IRT-affaire, de dramatische brand in de

Koningkerk, grote bouwprojecten als de Appelaar en de Raaks, tot de veiligheid in

de stad en zijn vele ontmoetingen met Haarlemmers. Hieronder een bloemlezing van

citaten, als voorproefje van het hele gefilmde interview.

Boven Locoburgemeester Cornelis Mooy

hangt bij de installatie van Pop hem de

ambtsketen om, 1995.

Tentoonstelling van prentbriefkaarten

bij de Archiefdienst voor Kennemerland,

10 maart 1997. V.l.n.r. Lieuwe Zoodsma,

Cees Visser (wethouder van cultuur van

Velsen), Jaap Pop en Gineke v.d. Ree.

Over zijn verschillende rollen

als burgemeester

‘Een burgemeester is niet dominerend.

Maar soms lag er een

probleem dat door mij opgelost

moest worden. Ik heb er een

paar gehad, bij het ontslag van

de toenmalige gemeentesecretaris

direct na mijn aantreden,

bij de politie, de brandweer.

Maar in de gemeente zelf heb

je een meer algemene rol. Het

klimaat moest goed blijven, de

sfeer moest goed blijven, men

moest blijven samenwerken.

Je moest, zoals burgemeester

Job Cohen later zei, “de zaak bij

mekaar houden” in het stadhuis

en daarbuiten. En dat is een rol

waarvan je niet kunt zeggen,

dat heb ik allemaal gedaan.

Maar het heeft wel te maken

met hoe je het invult, wat je

ervan maakt en hoe je met

mensen omgaat.’

‘Je moet de burgervader zijn,

maar je moet ook mensen

‘s nachts hun huis uitzetten

als ze huiselijk geweld veroorzaken.

Dat laatste is er steeds

Jaap Pop, 2019.

8

9


# 15 | Vredestichter, verbinder, trooster, probleemoplosser

Met kroonprins Willem-Alexander en

Máxima Zorreguieta op het bordes van

het stadhuis, 1 november 2001.

meer bijgekomen: die hardere

dingen, omdat justitie faalt of

het niet alleen kan. Dat zien

we tegenwoordig aan burgemeesters

die bedreigd worden,

omdat ze drugspanden gesloten

hebben, wat ze dan wordt

kwalijk genomen en waarop ze

worden afgerekend en waarvoor

ze worden bedreigd. Hele nare

situaties, maar het heeft te maken

met een ontwikkeling in het

burgemeesterschap. Zo is er een

component in de burgemeesterspositie

gekomen, die strijdig is

met zijn rol als vredestichter.’

Over de noodzaak van de

gemeentelijke reorganisatie

vanaf 1995

‘We zaten echt in een hele lastige

situatie in Haarlem. De ontwikkeling

van de Appelaar (dat

wil zeggen de herontwikkeling

van de Enschedé-locatie; wdw),

de Raaks, de beroerde financiële

situatie van de gemeente. Het

grootstedelijk beleid voor Haarlem

moest worden opgezet en

de cultuurpodia moesten worden

vernieuwd. Er was kortom veel

organiserend vermogen nodig.

En steden als Haarlem waren

toch wat ingeslapen. Dat klinkt

wat onaardig, maar men was niet

uit op vernieuwingen, terwijl dat

wel moest. Men had wel bijvoorbeeld

de Appelaar aangezwengeld,

maar dat project was een

grote puzzel geworden, in plaats

van een oplossing.’

Over het succes van de Raaks

(bioscoop, stadskantoor, parkeergarage,

winkelcentrum Jopenkerk

enz.). De eerste plannen

werden ontwikkeld vanaf

1997 en vanaf 2006 onderging

het gebied een metamorfose

Een geweldige

impuls voor de

economie en

de cultuur van

de binnenstad

‘Als ik daar nu loop en ik zie dan

op het plein voor de Jopenkerk

‘s zomers mensen zitten, dan

denk ik: Hallo, een nieuw plein

maken in een stad is stedenbouwkundig

heel ingewikkeld,

maar het is er gewoon, en het

functioneert! Mensen gaan er op

een terrasje zitten, zetten er hun

fiets neer. Er is daar een nieuwe,

levendige open ruimte gemaakt.

Terwijl bijvoorbeeld het Canadaplein

in Alkmaar, waar ik vóór

Haarlem burgemeester was, niet

echt levendig te krijgen is. Terwijl

er een museum en een schouwburg

aan liggen. En hier lukte het

wel. Dat is een verrijking van de

stad en in combinatie met wat

er uiteindelijk bij de Appelaar

ontstaan is, is de Raaks een geweldige

impuls voor de economie

en de cultuur van de binnenstad.’

Over de samenhang tussen

cultuur en economie

‘Waar ik van harte aan meegewerkt

heb is om de cultuur

te zien als economische factor.

Haarlem is op het eerste gezicht

een cultuurstad, maar de factor

cultuur heeft alles met economie

te maken. Dat was niet voor

iedereen onmiddellijk duidelijk.

Ja, je kunt kijken naar hoeveel

toeristen er komen en hoeveel ze

besteden. Maar veel belangrijker

is de stimulerende factor die

uitgaat van de cultuurelementen

in de binnenstad. Die moet je

gewoon economisch benutten en

benadrukken. Ik weet nog goed

dat ik een toespraak moest houden

in de Waarderpolder, te midden

van bedrijven en industrieën,

samen met wethouder Martini,

die een heel verhaal hield over

het belang van de economie. En

toen hield ik een verhaal over het

belang van de cultuur voor het

economisch vestigingsklimaat.

Wat er voor de economie uitging

van de historische binnenstad,

de musea, de podia. Nou ik werd

nog net niet uitgefloten. Na afloop

vroegen ze aan me: Was dat

verhaal hier wel van toepassing.

En ik zei: Jazeker!’

Over de financiering van de

verbouwing van de Janskerk

tot Noord-Hollands Archief,

in dezelfde tijd dat de cultuurpodia

werden vernieuwd (in

de aanloop naar 2005)

‘We hadden vrij veel geld nodig

voor de verbouwing. Ik herinner

me een gemeenteraadsvergadering

waarop de definitieve

verdeling aan de orde was van

Uitreiking onderscheidingen van de

stichting Carnegie Heldenfonds aan

vijf agenten die een bewoner uit een

brandend huis hebben gehaald, 1995.

de opbrengsten uit de verkoop

van de kabelgelden. Ik had

ingebracht, dat er ook voor het

NHA een betrekkelijk gering,

maar niettemin belangrijk bedrag

van een paar miljoen nodig was.

Maar dat bleef achter op de

agenda staan en het werd diep

in de nacht… Lieuwe Zoodsma

zat op de tribune. Hij heeft het

er later weleens met me over

gehad. Hij zei toen: O, ik zat zo

in spanning van komt het er nog

door of worden we er afgehaald?

10

11


# 15 | Vredestichter, verbinder, trooster, probleemoplosser

Bijschrift ...

Rechtpagina Bijschrift ...

Maar het lukte toch om het bij de

hele reeks te krijgen. Die nacht

hadden we een feestelijk slot van

de raadsvergadering.’

Over de soms informele sfeer

in het stadsbestuur

‘Men ging goed met elkaar om,

en daar werkten wij als college

van B en W aan mee. Na afloop

van de jaarlijkse begrotingsvergadering

gebruikten we altijd

een gezamenlijk diner in de

Gravenzaal. Geen deftig diner,

gewoon boerenkool, zuurkool

of erwtensoep. Dat was een

beetje feest, er was muziek bij

en op een gegeven moment ging

dan iedereen dansen. Er was

een keer een raadslid, die nog

nooit ergens door was opgevallen,

maar die bleek ontzettend

goed te kunnen dansen. Ineens

zei iedereen: “Moet je nou eens

kijken!” Hij was van een kleine

partij, een soort ‘tegenpartij’. Ja,

hij schitterde echt op de dansvloer

in de Gravenzaal.’

Over de veiligheid in de stad

en de rol van de burgemeester

als hoofd politie

‘Haarlem stond in mijn tijd bovenaan

alle lijstjes van veiligste

stad. Dat gold ook voor de binnenstad

en de veiligheid in de

cafés. We hadden alle wijken verdeeld

en ik deed de binnenstad.

Ik had periodiek overleg met de

bewoners, de winkeliers en ook

de horeca, op zich een gevoelig

onderwerp. Want er was altijd

wel wat met geluidsoverlast en

gevaar op straat. We besteedden

veel zorg aan de veiligheid,

er werd goed over doorgedacht.

We hebben destijds de portiers

van de horecazaken bij de politie

laten opleiden. Dat had een geweldig

effect. Behalve dat ze een

goede opleiding kregen, hadden

ze ook het gevoel van: Wij horen

erbij. Die politiemensen zijn onze

collega’s. We moeten niet tegen

de politie in gaan, maar mét de

politie zorgen dat de stad veiliger

wordt.’

‘In Haarlem was het wijkteamconcept

ingevoerd. In Schalkwijk

bijvoorbeeld zat een politieteam

dat daar echt thuis was.

Zij werkten met Marokkaanse

jongens die moesten voetballen

in plaats van met rotjes schieten

en zo. Dus gewoon projecten

opzetten waar de jeugd aan

meedeed. Waar de politie niet

Burgemeester Pop fotografeert premier

Wim Kok bij de 1 mei-viering van de PvdA

in het concertgebouw, 1995.

Geen deftig

diner, gewoon

boerenkool,

zuurkool of

erwtensoep

als boeman, maar als een soort

adviseur werkte. Dat klinkt heel

idealistisch, maar het werkte. Ik

ben op scholen geweest met de

politie, waar ze kwamen uitleggen

wat ze deden en dat het

pesten weliswaar geen misdaad

is maar helemaal niet goed is

voor de sfeer en de onderlinge

verhoudingen. En als een agent

het vertelt, dan komt het net wat

anders over dan als de schoolmeester

het voor de zoveelste

keer uitlegt.’

Over de brand in de Koningkerk

(23 maart 2003), waarbij drie

Haarlemse brandweermannen

om het leven kwamen

‘Ik was in Alkmaar bij vrienden

op bezoek en kreeg via de telefoon

te horen: “Er is brand, we

zijn uitgerukt!” Ik zei: “Oké, moet

ik komen? Hoe erg is het?” De

tweede telefoon: “Ja het is inderdaad

een grote brand.” We zijn

snel naar Haarlem teruggereden

en ik kwam in de nacht aan op

de Kloppersingel, waar de hele

kerk intussen in brand stond. Het

dak was ingestort en daardoor

was de verbinding tussen de

dakbalken en een zijgevel losgeraakt.

En toen is die zijgevel, het

was een vrij hoge kerk, omgevallen,

ingestort. Daar stonden net

drie brandweermannen te blussen.

Dat was dramatisch, want

ze kwamen alle drie om: Renz

Knipper, Douwe van Kooten en

Ben Hannenberg. Ze waren eerst

Ontvangst eerste exemplaar De verdwenen

dagboeken van Michael Kernan, 1997.

- V.l.n.r: Willem Snitker, Jaap Pop, Rob

Stam en Joost Swarte bij uitreiking De

Olifant, 1996. - Burgemeester Pop ontvangt

met de oud-burgemeester Schmitz

en oud-CvdK De Wit en Van Kemenade

het boek Deugd boven geweld t.g.v. 750

jaar Haarlem, 1995. - Nieuwjaarsreceptie

1998.

12

13


Brand in de Koningkerk, 23 maart 2003.

Overhandiging ereburgerschap van

Haarlem aan Harry Mulisch, 1995.

14

vermist. “Zouden ze onder die

muur terechtgekomen zijn? Maar

dat kón toch haast niet,” zeiden

we eerst nog tegen elkaar.’

‘Ondertussen moest er ook nog

geblust worden, het werk moest

afgemaakt worden. Terwijl we

wisten dat er iets vreselijks was

gebeurd. Na afloop, diep in de

nacht, ben ik naar de kazerne

gegaan en heb met de brandweermensen

gesproken. Ze zaten

in een kamer aan zo’n grote tafel

en ik ben er toen maar bij gaan

zitten. Je weet dat je niks meer

kan doen, behalve laten merken

dat je ook aangeslagen bent.

Dat was

dramatisch,

want ze kwamen

alle drie om

En dat was ik behoorlijk. Er was

in Haarlem nooit een slachtoffer

bij de brandweer geweest.

Trouwens, in de meeste korpsen

niet. Maar drie tegelijk en dan

met iedereen erbij… Het was erg

dramatisch. Het ergste wat ik heb

meegemaakt in mijn loopbaan.’

Over het contact met de Turkse

en Marokkaanse gemeenschap

‘Met de Turken hadden we altijd

veel contact. We hadden een

Turkse zusterstad, Emirdağ,

omdat de meeste Haarlemse

Turken oorspronkelijk uit die

omgeving komen. Ik zag ooit

op de Grote Markt een meneer

lopen met een aantal mensen

om zich heen, en ik zei: “Wie is

dat?” “Oh dat is de burgemeester

van Emirdağ.” “Zullen we die dan

maar eens even binnenvragen?”

zei ik. Zo is er met die stad een

verbinding gelegd, we hebben

werkbezoeken gedaan, uitwisselingen,

Haarlemse scholen hebben

zich verbonden met scholen

in Emirdağ, noem maar op. De

Turkse Haarlemmers hadden

daar echt wat aan, omdat ze een

gevoel van erkenning kregen, van

steun. Zo van: Wij vormen een

belangrijk deel van Haarlem.’

‘Er waren ook feestavonden waar

ik bij moest zijn. En dan dansen

met de Turkse meisjes als onhandige

Hollandse man… Bij de

Marokkanen herinner ik me, dat

toen de binnenstadmoskee (aan

de Krocht; wdw) klaar was, ik opperde

om de twee Marokkaanse

mannen die zich geweldig hadden

ingezet voor de bouw voor

te dragen voor een koninklijke

onderscheiding. Die zijn Ridder

van Oranje-Nassau geworden.

Ontzettend leuk.’ •

Jaap Pop, burgemeester

van 1995 tot 2006, werd

in september en december

2019 geïnterviewd door Wim

de Wagt in het kader van het

Oral History-project met oudbestuurders

van Haarlem en

Noord-Holland. De filmopname,

gemaakt door Jos

Fielmich, is op te vragen op

de studiezaal van het NHA.

15


Prikbord

Educatieve

(fiets)routes

door de stad

Het NHA heeft samen

met Stichting Erfgoed

Haarlem en Haarlemse

geschiedenisdocenten

onder leiding van

Frans van Rumpt, twee

educatieve routes ontwikkeld.

De fietsroute

‘Haarlem door de tijd’

richt zich op leerlingen van de bovenbouw van het

middelbaar onderwijs. De herbruikbare route bestaat

uit twintig gevarieerde locaties in Haarlem. Iedere

locatie past in een tijdvak. Aan de leerlingen de taak

om de locatie in het juiste tijdvak te plaatsen en te

koppelen aan de bijbehorende zogenaamde ‘kenmerkende

aspecten’.

Daarnaast is er voor de onderbouw van het middelbaar

onderwijs een ‘Stadsrechtroute’ beschikbaar. Tien bepalingen

uit het stadsrecht zijn gekoppeld aan locaties

in de binnenstad. Op een actieve, laagdrempelige en

tastbare manier maken leerlingen kennis met het – op

het eerste gezicht – ingewikkelde en saaie stadsrecht.

Verbanning, de vierschaar, het gebruik van valse maten

– een gevarieerd aantal bepalingen komt aan bod!

Wil je ook meer te weten komen over het stadsrecht?

Deze route is vanaf 23 november, de verjaardag van

Haarlem, tegen een kleine vergoeding verkrijgbaar bij

de receptie van het NHA.

Doe mee en ‘Tag de tekst’

In het project ‘Tag de tekst’ worden met het

crowdsourcing platform VeleHanden duizenden

oude Nederlandstalige teksten getagd, bijvoorbeeld

op locatiegegevens en persoonsnamen.

16

Depotkast

Wat kom je zoal tegen in het depot?

Wat zijn de verhalen achter de

archiefstukken? In de ‘Depotkast’, de

podcast van het NHA, staat in iedere

aflevering een archief(stuk) uit de

depots van het NHA centraal. In de

eerste aflevering praten Jan Kruidhof

en Lise Koning met collega Nico Vriend

over de spraakmakende foto waarmee

Cees de Boer in 1962 de World Press

Photo in de categorie ‘Nieuws’ won.

Op de bewuste foto wordt zangeres

Ria Kuijken aangevallen door een beer.

Nico vertelt onder meer wat er aan de

foto vooraf ging en hoe de ontdekking

van een tweede reeks negatieven de

foto in een geheel ander daglicht zet.

De podcast is te beluisteren via de

website van het NHA.

Hierdoor wordt het in de toekomst mogelijk om

met behulp van Artificial Intelligence (AI) Nederlandse

archieven veel gedetailleerder doorzoekbaar

te maken. Kijk op de website van het NHA

hoe je kan meedoen met dit project.

Piramiden in de Polder

Heleen Peeters is de nieuwe fotograaf

voor de documentaire foto-opdracht

Noord-Holland, die het NHA elk jaar

met de provincie Noord-Holland uitschrijft.

De opdracht heeft dit jaar de

titel ‘Piramiden in de polder’. Peeters

gaat de voor het Noord-Hollandse

landschap karakteristieke stolpboerderijen

en hun gebruikers vastleggen

en richt zich op zowel de originele als

herbestemde panden. Zo wordt er ook

dit jaar weer een mooi stukje van de

provincie vastgelegd en toegevoegd

aan de Provinciale Atlas Noord-

Holland.

Innovatie in

Archiefonderzoekprijs

Welke nieuwe onderzoeksmogelijkheden

biedt

automatische handschriftherkenning?

Welke

mogelijkheden zijn er door

de transcripties van grote

hoeveelheden historische

documenten? Voor studenten

aan de hogescholen en

universiteiten in Nederland en België hebben het Nationaal

Archief en het NHA de Innovatie in Archiefonderzoek-prijs

uitgeschreven. De prijs wordt toegekend

aan het onderzoek dat op de meest overtuigende

wijze de meerwaarde aantoont van de beschikbaarheid

van grote hoeveelheden transcripties van de

VOC en de Haarlemse notarissen, en laat zien welke

nieuwe onderzoeks- of visualisatiemogelijkheden er

zijn als archieven zijn ontsloten door automatische

handschriftherkenning. Kijk op www.noord-hollandsarchief.nl

hoe je meedoet. Inzenden kan tot uiterlijk

1 april 2021.

Online bij het NHA

In de afgelopen maanden zijn veel mensen

door de maatregelen rond het coronavirus

thuisgebleven. De digitale dienstverlening

van het NHA is onverminderd doorgegaan.

De online chatdienst is van ma t/m vr van

9.00 tot 12.30 uur en op woensdag en vrijdag

van 19.00-22.00 uur te bereiken. Ook

zijn veel archieven online te raadplegen en de scannen-op-verzoek-service gaat onverminderd door.

Bovendien is er een aantal filmpjes op de NHA-website beschikbaar die je bijvoorbeeld meenemen

langs de tentoonstelling over drukkerij Joh. Enschedé en waarin je ziet hoe je zelf een ‘gifje’ (kort

filmpje of bewegend plaatje) kunt maken met materiaal uit de NHA-beeldbank.

17


# 15 | Fotografisch Geheugen

Tekst: Nico Vriend / beeld: Noord-Hollands Archief

Fotografisch Geheugen

Naar een online collectie Fotopersbureau De Boer

Hoe scan je twee miljoen foto’s? En hoe maak je die doorzoekbaar? Vragen die

opkwamen nadat het Noord-Hollands Archief de enorme collectie van Fotopersbureau

De Boer (1945-2004) verwierf. Nico Vriend, leider van het project

‘Fotografisch Geheugen’, legt uit hoe de collectie door middel van innovatieve

technieken en vele vrijwilligers toegankelijk gemaakt wordt.

Iedere foto kán

bijzonder zijn

Wat maakt de collectie van

Fotopersbureau De Boer

zo bijzonder?

In de eerste plaats is dat de

omvang. Het zijn maar liefst

twee miljoen negatieven uit

ruim een halve eeuw persfotografie.

Vooral in Haarlem en

omgeving hebben de fotografen

alles vastgelegd wat maar

enigszins perswaardig was. De

fotografen zijn erbij als The

Beatles optreden, maar ook als

de bakker op de hoek veertig

jaar bestaat. Het is met recht

het fotografisch geheugen van

de regio. Maar ook nationaal

en soms internationaal is het

fotopersbureau van belang. Dit

blijkt ook uit de prijzen die de

fotografen winnen door de jaren

heen, met als klap op de vuurpijl

Boven en rechterpagina Afscheid Niki

Lauda met laatste optreden op circuit

Zandvoort, 26 augustus 1985.

Rechts Werkzaamheden aan de overkapping

van station Haarlem, 30 november 1951.

18

19


# 15 | Fotografisch Geheugen

Optreden van The Beatles in Blokker,

6 juni 1964.

Bij slagerij Fa. J. Engelenberg, Zijlstraat

68 in Haarlem, 1952.

Koek-en-zopietent aan de Leidsevaart in

Haarlem, 19 januari 1985.

Opening Haarlemse Honkbalweek door

Prins Claus, 11 juli 1981.

Traktatie winkeliers voor hulp werklieden

bij reconstructie Cronjéstraat, 3 juli 1986.

in 1962 een World Press Photo

door oprichter Cees de Boer. Dan

ben je toch niet de minste.

Hoe maak je een selectie uit

twee miljoen negatieven?

Niet iedere foto zal even interessant

zijn, maar iedere foto kán

wel bijzonder zijn. Zo staat in de

beeldbank een foto van Bosnische

vluchtelingen die in 1993

aankomen in Haarlem. De vrouw

die daar als jong meisje op staat,

was dolblij met deze foto in onze

beeldbank, omdat het een van

de weinige foto’s uit haar jeugd

is. Je kunt aan een fotonegatief

dus niet direct zien hoe bijzonder

die wellicht is. Dankzij slimme

technieken blijkt het zelfs het

meest efficiënt om ‘gewoon’ alles

te digitaliseren. De beelden rollen

nu als het ware van een lopende

band af. Maar dan ben je er nog

niet, want met alleen plaatjes

heb je natuurlijk nog niets.

Welke stap volgt ná het

digitaliseren?

Al die plaatjes wil je gemakkelijk

kunnen doorzoeken. Daarvoor

moet je precies weten wat op

welke foto staat. Gelukkig heeft

het fotopersbureau alle reportages

in detail beschreven. Maar wij

weten niet precies welke foto’s

bij welke reportage horen. Samen

met het publiek van het platform

VeleHanden.nl koppelen we alle

foto’s aan de passende beschrijving.

Dat is ontzettend leuk om

te doen overigens. Het zijn een

soort zoekplaatjes, waarbij de

meest fantastische beelden voorbij

komen uit al die decennia.

Hoe zet je kunstmatige

intelligentie in?

Je kunt een computerbrein

trainen in het herkennen van

beelden. Zo kan hij honden en

katten onderscheiden, als je hem

maar voedt met genoeg voorbeelden.

Dat bracht ons op het

idee om de computer te trainen

in het herkennen van elementen

uit historische foto’s. Het blijkt

echter dat de computer juist veel

moeite heeft met historische

foto’s, hij heeft als het ware geen

tijdsbesef. Hij herkent bijvoorbeeld

geen oude logo’s van Coca

Cola, en hij denkt dat waterscooters

al bestonden in 1900.

Het computerbrein heeft

dus tijdsbesef nodig?

We moeten hem daarin gaan

trainen. Daarvoor is nu juist de

collectie van Fotopersbureau De

Boer uitermate geschikt. Maar

we hebben ook de hulp van

ons publiek nodig, want alleen

gezamenlijk gaat dit lukken.

Als we het computerbrein – of

Fotografisch Geheugen zo je wilt

– beter trainen, kan hij straks

nuttige suggesties geven over de

inhoud van al die beelden. Bijvoorbeeld

door aan te geven op

welke foto’s winkelpanden staan

of honkbalwedstrijden. Wat ons

ook heel gaaf lijkt, is als hij een

suggestie voor een datering kan

geven bij historische foto’s. Dat is

heel waardevolle informatie, niet

alleen voor deze foto’s maar ook

voor andere collecties wereldwijd.

Wil je ook een Fotografisch

Geheugen? Doe mee via

www.velehanden.nl

Bekijk ook op YouTube het filmpje

‘Fotografisch Geheugen Noord-

Hollands Archief’ waarin wij

uitleggen wat wij van plan zijn.

Meer Lab?

Wil je weten wat er nog meer

borrelt bij het Noord-Hollands

Archief? Bekijk de projecten in

ons NHALab op de website.

Het project Fotografisch Geheugen

wordt mogelijk gemaakt

door het Mondriaan Fonds en het

Prins Bernhard Cultuurfonds. •

20

21


# 15 | Was getekend!

Tekst: Frits van der Veldt / beeld: Noord-Hollands Archief

Was getekend!

Het historische tekeningenarchief van de gemeente Velsen dat onlangs is

overgebracht naar het NHA, biedt een schat aan bijzondere tekeningen en

fascinerende ontdekkingen.

Boven Tekeningenkast gemeente Velsen.

Noordpijl op de kaart van de gemeente

Velsen met gedeeltelijk uitbreidingsplan.

Rond 1990 verdrong de computer

ook bij de gemeente Velsen

definitief de vertrouwde tekentafel

uit het kantoorbeeld. Waar

voorheen technisch opgeleide

tekenaars achter hun tekentafel

op ambachtelijk wijze een

verscheidenheid aan tekenwerk

verrichtten, tref je tegenwoordig

medewerkers achter beeldschermen

aan die dagelijks met

behulp van vernuftige grafische

computerprogramma’s prachtig

tekenwerk afleveren. Deze

digitale wijze van werken biedt

tal van voordelen, waaronder

een aanzienlijke tijdsbesparing,

toegenomen nauwkeurigheid,

meer ontwerp- en uitwerkingsmogelijkheden,

meer toepassingsmogelijkheden

met allerlei

andere datagegevens, eenvoudiger

uitwisseling van digitale

tekenbestanden, gemakkelijker

te verveelvoudigen en af te

drukken, minder kwetsbaar voor

beschadiging of vernietiging,

meer uniformiteit enzovoorts.

Kortom, het tijdperk van de traditionele

tekening die generaties

lang handmatig met de tekenpen

werd vervaardigd, behoort

voorgoed tot het verleden.

Een belangrijk

aantal kadastrale

kaarten en vele

luchtfoto’s

Keur aan tekeningen

De vier voormalige afdelingen

Openbare Werken, Bouwkunde,

Landmeten en Stedenbouw &

Landschap waren tot aan het

eind van de vorige eeuw bij de

gemeente Velsen verantwoordelijk

voor het vervaardigen van

al het benodigde tekenwerk. Dit

kon variëren van gedetailleerde

bouwtekeningen tot dwarsprofielen

van wegen, of van

landmeetkaarten tot stedenbouwkundige

schetsontwerpen.

Deze afdelingen hadden ieder

de beschikking over een eigen

tekeningenarchief en voerden

apart van elkaar een eigen

archiverings- en opbergsysteem.

Ze worden daarom als vier

afzonderlijke zogeheten ‘archiefvormers’

beschouwd. Door

de jaren heen leidde de opbouw

van deze archieven uiteindelijk

tot een tekeningenarchief met

een gezamenlijke omvang van

ruim 13.500 verschillende items

van zeer uiteenlopende aard. Het

merendeel van dit archief wordt

gevormd door een keur aan tekeningen,

maar daarnaast bevat

het ook een belangrijk aantal

kadastrale kaarten en vele luchtfoto’s.

Dit alles was opgeborgen

in diverse daartoe bestemde

kisten, tekeningenkokers en

enkele rijen aan speciale tekeningen-

en ladekasten, die in het

souterrain van het gemeentehuis

in gelid stonden opgesteld.

De Biezen, gewassen pentekening,

Johan David Zocher jr., 1873.

Zorgvuldig

geïnventariseerd

Na de invoering van de tekencomputer

werd het historische

tekeningenarchief langzamerhand

steeds minder geraadpleegd

en ten slotte raakte het

nagenoeg geheel in onbruik.

Daarom werd besloten het

daarvoor in aanmerking komende

deel aan het NHA over

te dragen. Aan de hand van een

aantal criteria is een selectie gemaakt

uit de flinke hoeveelheid

opgeslagen tekeningen en ander

beeldmateriaal. Vervolgens

werden per archiefvormer alle

geselecteerde items zorgvuldig

geïnventariseerd, waarbij diverse

van belang zijnde kenmerken in

een speciaal Excel-bestand wer-

22 23


# 15 | Was getekend!

De noordpijl als

kenmerkend element

Van tekenlinnen, tekenpapier,

transparant papier

tot polyesterfilm

24

den genoteerd. Dit resulteerde in een inventarislijst

van in totaal meer dan 2600 bestanddelen. Al deze

tekeningen, kaarten en luchtfoto’s zijn ten slotte

onder een uniek nummer in zuurvrije omslagen

en mappen van verschillend formaat opgeborgen,

waarna de feitelijke overdracht aan het NHA kon

plaatsvinden.

Enkele verborgen pareltjes

Tijdens het inventariseren van het tekeningenarchief

kwamen vele bijzondere tekeningen naar boven,

variërend van prachtig ingekleurde gevelaanzichten

van het oude raadhuis in Velsen-Zuid tot aan

tekeningen van bunkers die na de Tweede Wereldoorlog

massaal zijn opgeblazen. Maar bijvoorbeeld

ook tekeningen van een archeologisch veldonderzoek

naar de fundering van de vroegere hofstede

Papenburg in Santpoort. Of wat te denken van een

oude bouwtekening van het REX-Theater, dat later

werd verbouwd tot de huidige stadsschouwburg

in IJmuiden. Niet minder vermeldenswaardig is de

vondst van een gewassen pentekening van de hand

van de bekende landschapsarchitect Johan David

Zocher jr. (1791-1870) met het ontwerp van de

begraafplaats De Biezen. Deze tekening dateert uit

1873 is daarmee bovendien de oudste die in de collectie

werd aangetroffen.

Tekenen des tijds

De duizenden kaarten en tekeningen die stuk voor

stuk moesten worden doorgewerkt, gaven een interessante

afspiegeling van de periode waarin zij zijn

vervaardigd. Bijvoorbeeld het verschil in materiaal

dat in de loop der jaren als drager diende voor allerlei

tekeningen, van tekenlinnen, tekenpapier van

diverse kwaliteit en transparant papier tot polyesterfilm.

Maar ook de belettering van de tekeningen

maakte de afgelopen eeuw een opvallende ontwikkeling

door. Aanvankelijk werden verklarende

teksten en maatvoering handmatig geplaatst. Lange

tijd werd een karakteristiek lettertype toegepast dat

verwant is aan de stijl van de Amsterdamse School.

Nadien ontstond een ware wildgroei aan belettering

en groeide langzaamaan de behoefte aan meer uniformiteit.

Reden om het gebruik van sjablonen met

standaard lettertypes in te voeren, die voldeden aan

de gestelde ISO-normen. Deze werkwijze verhoogde

niet alleen de doelmatigheid tijdens het tekenproces,

maar bevorderde vooral de leesbaarheid van

de tekst, ook wanneer een tekening moest worden

verschaald naar een groter of kleiner formaat.

De noordpijl

Een ander sprekend voorbeeld van een kenmerkend

element bij tekeningen uit voorgaande jaren is de

vormgeving van de noordpijl. In het verleden was

het niet ongebruikelijk dat men met hart en ziel de

nodige aandacht hieraan besteedde, wat vaak uitmondde

in de meest fraaie pronkstukjes, getuige de

reeks bijgaande voorbeelden. Kortom, er valt in het

NHA niet alleen een hoop inhoudelijke informatie

te vergaren aan de hand van de eigenlijke tekening.

Daarnaast leveren sommige specifieke details bij

de tekeningen – weliswaar onbedoeld – aanvullende

informatie op over de tijd waarin ze werden

vervaardigd. •

Linkerpagina Noordpijl op het uitbreidingsplan van Velsen, 1921.

Rechts Noordpijl op uitbreidingsplan gemeente Velsen.

25


# 15 | Collega’s aan het werk

Vannessa Timmermans in het fotoatelier.

Tekst: Annabelle Arntz / beeld: Vannessa Timmermans en Hannah Goedbloed

Collega’s aan het werk

Vanwege de coronamaatregelen werkten de medewerkers van het NHA de afgelopen

maanden zoveel mogelijk vanuit huis. Maar voor sommige werkzaamheden moet je

gewoon even op locatie zijn. Een kijkje achter de schermen.

Albert Vrugt in de studiezaal in de Janskerk.

Patrick Vlegels bij JEA | Joh. Enschedé Amsterdam.

Susan van ’t Hoenderdaal bij de receptie.

Jan Kruidhof in het depot.

Jenny Preusser in het Archiefcafé in de Janskerk.

Frederike Leffelaar in het restauratieatelier, Kleine Houtweg.

26

27


# 15 | Impressies

Van onze stadsfotografe

Beeld: Vannessa Timmermans

Het NHA beheert onder meer de archieven van elf gemeenten in Noord-Holland.

Onze stadsfotografe Vannessa Timmermans maakte voor deze uitgave opnamen in

de gemeente Velsen.

Linkerpagina Arbeidershuizen op het sluizencomplex

van IJmuiden met op de achtergrond

Tata Steel. - Stadhuis van Velsen, architect

W.M. Dudok (1962-65).

Onder V.l.n.r. Molen De Zandhaas, Santpoort-Noord. - Vissershaven. -

Voormalig raadhuis gemeente Velsen, Velsen-Zuid, architect Kramer (1907

en 1911), J.P. Koopen/E. Brader (1926). - Ruïne van Brederode, Velsen-Zuid.

Tata Steel, IJmuiden.

28 29


Tekst: Mart van de Wiel / beeld: Noord-Hollands Archief

Nieuw Licht

De Provinciale Atlas Noord-Holland geeft een visuele afspiegeling van de geschiedenis

van de provincie Noord-Holland. Oude stads- en landschapsbeelden, kaarten, moderne

foto’s: allemaal geven ze een uniek beeld van het verleden. De collectie groeit voortdurend.

In de tentoonstelling ‘Nieuw Licht’ waren deze herfst de nieuwste aanwinsten

van het afgelopen jaar te zien. Via de website van het NHA is een webexpositie en een

aantal filmpjes te bekijken waarin conservator Alexander de Bruin antwoord geeft op

de vraag wat de achtergrond is van deze nieuwe items en hoe zij in de collectie passen.

Gezicht over Amsterdam vanaf Apollolaan, Engelien Reitsma-Valença, 1951.

Van boven naar beneden Tijd in beweging, aanvullende fotoopdracht

2019 van Anne Reitsma, Rijksmagazijn Enkhuizen.

Exterieur van de Grote of Sint Nicolaaskerk in Monnickendam,

Johannes Josseaud, ca. 1900-1925.

Interieur kerk Edam, anoniem, tweede helft 19e eeuw.

30

31


# 15 | Topstuk

Tekst: Wim de Wagt / beeld: Noord-Hollands Archief

Topstuk

Met een nieuwe blik naar het verleden kijken

Zita Pels vindt het een hele eer om te mogen werken in het Provinciehuis, ‘dit democratische

huis’, zoals ze het voormalige vorstelijke buitenverblijf aan de Haarlemmerhout

noemt. In haar statige werkkamer met uitzicht op de Dreef ontvouwt de 34-jarige gedeputeerde

van GroenLinks haar ideeën over geschiedenis, vrouwenemancipatie en ‘het

verschil maken’, naar aanleiding van een pastelkleurige prent van Paviljoen Welgelegen.

Nóg harder aan

werken om de

positie van vrouwen

te verbeteren

Boven Uitsnede uit het Topstuk.

Rechts Zita Pels in Paviljoen Welgelegen.

32

‘Er zijn zoveel verschillende verhalen

te vertellen aan de hand

van deze prent,’ zegt ze. ‘Als

ik ernaar kijk, begin ik mij van

alles af te vragen. Wie waren

bijvoorbeeld die mensen op de

voorgrond, die fraai aangeklede

vrouwen, dat kind, die man?

Hoe leefden zij toen? Paviljoen

Welgelegen heeft nu een

democratische functie, maar dat

was toen natuurlijk niet zo. Dit

gebouw heeft in de loop van de

tijd zoveel meegemaakt.’

Onbereikbaar

‘Maar de geschiedenis van

het Paviljoen laat ook andere

kanten zien. Een tijdje was het

Koloniaal Museum (van 1871 tot

1923; wdw). Nu kijken we daar

toch, dankzij onder meer de

Black Lives Matter-beweging,

heel anders naar. Een gebouw

heeft zoveel te vertellen. Het

is belangrijk om er vanuit

een ander perspectief naar

te kijken, zodat die verhalen

opnieuw worden geladen. Als

ik de vrouwen op deze prent

zie, realiseer ik mij dat zij toen

nooit de positie in dit gebouw

konden krijgen, die ik en andere

vrouwen er tegenwoordig in

kunnen hebben. Zoiets was voor

hen onbereikbaar.’

Ze brengt Wilhelmina van Pruisen

(1751-1820) ter sprake, die

enkele jaren in Paviljoen Welgelegen

woonde. Deze Prinses van

Oranje was getrouwd met prins


# 15 | Topstuk

Zita Pels, 2020.

Willem V, maar staat te boek als

veel doortastender dan haar bekendere

echtgenoot. ‘Ik zou me

wel in haar willen verplaatsen,’

zegt Pels. ‘Om te kunnen weten

hoe zij als vrouw haar positie

toentertijd heeft ervaren in dit

gebouw. De geschiedenis wordt

in de regel vanuit het perspectief

van grote mannen geschreven.

Maar er zijn ook zoveel interessante

vrouwen geweest. Wat is

hun verhaal? Vrouwen die tot

nu toe onbekend zijn gebleven

moeten meer naar voren worden

gehaald. De sociale kaders waren

strak vroeger, maar hoe hebben

zij daarin toch hun invloed kunnen

doen gelden?’

‘Vandaag de dag is het helaas

nog steeds zo dat vrouwen

harder moeten

werken om dezelfde

beloning als

mannen te kunnen

krijgen. Het is waar,

onze tijd kunnen

we niet met het

verleden vergelijken,

maar de vraag

naar de macht en

positie van vrouwen

is wél relevant. Er

is al veel ten goede

veranderd, maar

wij moeten er nóg

harder aan werken

om de positie van vrouwen

te verbeteren. Er zouden méér

vrouwen in bijvoorbeeld het

openbaar bestuur moeten zitten,’

aldus Pels.

Emancipatie

In haar takenpakket als gedeputeerde

zit geen emancipatie, wat

ook geen taak van de provincie

is. Het is wel een onderwerp dat

haar zeer na aan het hart ligt. ‘Je

kunt geen beleid maken zonder

dat je daarbij ook aan emancipatie

denkt,’ stelt ze. ‘Of het nu

gaat over de arbeidsmarkt of de

huizenmarkt, zaken als discriminatie

en uitsluiting spelen altijd

een rol. Ik merk wel dat er sprake

is van een groeiend gevoel voor

emancipatie. We hoeven het niet

in één keer goed te doen.’

Denkt ze vanuit haar huidige

functie haar ideeën dan wel

te kunnen realiseren? ‘Waar ik

het meeste verschil kan maken,

daar wil ik zijn,’ zegt ze met een

lach. ‘Of dat nu in Den Haag is,

of in een vluchtelingenkamp op

Lesbos. Impact willen maken zat

altijd al in mij. Dat heb ik van

huis uit meegekregen. En hier, in

het Provinciehuis, kan ik nú het

meeste impact hebben.’

Zita Pels heeft een brede portefeuille

met Financiën, Circulaire

economie, Zeehavens, Sport en

Cultuur en Erfgoed. Wat gaat

haar eigenlijk het meest aan

het hart? ‘Cultuur en erfgoed,’

antwoordt ze zonder aarzelen.

‘Omdat deze sector zo hard geraakt

wordt door de coronacrisis.

Ik ben blij dat ik me ervoor kan

inzetten.’

Red de regio

In mei van dit jaar schreef de

GroenLinks politica met een

aantal Noord-Hollandse wethouders

een brandbrief aan

cultuurminister Van Engelshoven,

waarin ze opriep om alles in het

werk te stellen om vooral ook

de regionale musea en podia

in Noord-Holland te redden, en

niet alleen grote instellingen als

het Rijksmuseum en Concertgebouworkest.

‘De helft van de

totale culturele infrastructuur zit

in Noord-Holland,’ zegt ze veelbetekenend.

‘Sindsdien onderhouden

we een goed contact met

de minister over deze kwestie.

Er is een goede uitwisseling van

informatie met het ministerie.’

Ze vertelt over het provinciale

noodfonds van 13,5 miljoen euro

voor de regionale instellingen

en het herstelfonds voor de

culturele sector in de provincie,

dat deze herfst verdeeld wordt.

‘Maar,’ zegt ze, ‘de culturele sector

is niet te helpen als de drie

overheidslagen niet samenwerken.

Anders redden ze het niet.’

Paviljoen Welgelegen, gezien iets schuin

van voren, vanuit het zuidwesten, 1791.

Verbonden verhalen

Welke band heeft ze eigenlijk

zelf met erfgoed en geschiedenis?

‘Toen ik religiewetenschappen

studeerde (als masteropleiding

aan de Universiteit van

Amsterdam; wdw), ben ik anders

naar het verleden gaan kijken.

Konden we maar alle verhalen

van toen horen, zodat we leren

hoe wij ons als mensen hebben

ontwikkeld, realiseerde ik me.

Het is belangrijk om historische

monumenten te behouden, maar

we moeten ook de daarmee

verbonden verhalen bewaren.

Steeds opnieuw moeten die worden

geladen, zodat ze betekenis

krijgen voor onze eigen tijd.’

Voor archiefinstellingen als het

NHA ziet ze wat dat aangaat

perspectief, juist in deze tijd:

‘Nu we meer op onze eigen

omgeving aangewezen zijn, kan

de in de archieven vastgelegde

geschiedenis extra inspiratie

bieden om bijvoorbeeld de lokale

verhalen te vertellen. Zo kunnen

archieven een rol gaan spelen in

het maatschappelijk herstel na

de coronacrisis.’ •

34

35


# 15 | Uit de schatkamers van het Noord-Hollands Archief

Tekst: Patrick Vlegels / beeld: Noord-Hollands Archief

Uit de schatkamers

van het Noord-Hollands

Archief

In de depots van het NHA bevindt zich een ongekende rijkdom aan historische kaarten,

documenten en andere materialen. De topstukken hieruit vormen slechts het topje

van de ijsberg. In het voorjaar van 2021 opent het NHA in een tentoonstelling met

‘Topstukken’ deze ware schatkamer en presenteert het enkele hoogtepunten uit die

verzamelingen. Aanleiding voor deze unieke expositie is de viering van het 775-jarig

bestaan van Haarlem. Naast het originele stadsrecht van 23 november 1245 worden

enkele bijzondere stukken uit de depots tevoorschijn gehaald, die samen een

representatief beeld geven van de diversiteit van de collecties.

De strijd tegen

deze natuurlijke

vijand

Boven Ontwerp glas-in-loodraam houthandel

Wicherson in Steenwijk, Willem

Bogtman 1913.

Rechterpagina Charter uit 1140.

Naast de in dit artikel beschreven

objecten is er nog veel meer

om van te genieten. Er is een

keur aan topstukken te zien

die een goede dwarsdoorsnede

geven van onze collecties, ons

werkingsgebied, de mensen en

bedrijven die hier leefden en

werkten en die een tijdsbeeld

schiepen. De stukken zijn persoonlijk

geselecteerd door een

aantal medewerkers.

Het oudste document

Het oudste document dat het

NHA bezit, is een charter uit

1140 dat zich bevindt in het

archief van de Abdij van Egmond.

Graaf Dirk VI van Holland deed

Rome aan tijdens zijn pelgrimsreis

naar het Heilige Land

en bood de abdij in eigendom

aan de paus aan, een juridische

status. Paus Innocentius

II aanvaardde het bezit van de

abdij, inclusief de goederen en

toekomstige goederen, en legde

in de genoemde oorkonde aan

de abdij de jaarlijkse cijns van

4 solidi op. Het stuk is een van

de talloze privileges geweest,

waarin eeuwenlang kloosters in

bescherming werden overgedragen

en tot eigen kloosters van de

Heilige Stoel gemaakt werden.

In hetzelfde archief bevindt zich

het Cartularium van Egmond,

een register dat vermoedelijk

omstreeks 1420 is samengesteld.

Het bevat overgeschreven aantekeningen

en akten uit de periode

889-1421, en daarmee afschriften

van de oudste schriftelijke

bronnen van Holland.

De Waterwolf

Uit de Atlas-collectie is de originele

kaart te zien die door bouwkundig

ingenieur Jan Adriaansz.

Leeghwater is vervaardigd in

1641. Met zijn Haarlemmermeerboek

was Leeghwater een van

36 37


# 15 | Uit de schatkamers van het Noord-Hollands Archief

de eersten die pleitten voor

drooglegging van het gevaarlijk

groeiende Haarlemmermeer, ook

wel de ‘Waterwolf’ genoemd. Op

de kaart staat de bedijking aangegeven

van het ‘Haerlemmer

ende Leydsche Meer’, compleet

ingetekend met tientallen molens

die voor de bemaling nodig

zouden zijn. Een mooi voorbeeld

van de ambitie in de Gouden

Eeuw om de strijd tegen deze

natuurlijke vijand te beëindigen.

Het plan verdween echter weer

van tafel, waar andere meren

eerder in de zeventiende eeuw

wel succesvol waren ingepolderd,

zoals de Schermer, de Purmer en

de Beemster.

Zeventig molenaars

Toch bleef de overstromingsdreiging

een voortdurend punt van

zorg, met name voor Amsterdam,

Haarlem en Leiden waar het

water bij een storm direct voor

de poorten kwam te staan. De

grote overstroming van 1825 gaf

de doorslag om het plan toch uit

te voeren. In de planontwikkeling

werd pas in de laatste fase

gesproken van stoombemaling,

eerder was nog steeds uitgegaan

van windbemaling. Maar daar

Kaart van Jan Adriaansz Leeghwater

uit 1641.

zouden zeker zeventig molens

voor nodig zijn, met ook zeventig

molenaars. Dat kostenplaatje

woog niet op tegen de inzet van

stoomgemalen, die bovendien

altijd zouden kunnen werken.

Uiteindelijk werd de Haarlemmermeer

met behulp van een

drietal stoomgemalen tussen

1849 en 1852 drooggelegd.

Het NHA heeft nog meer kaartmateriaal

over de inpoldering,

onder andere afkomstig van

Rijkswaterstaat. Daarnaast is het

volledige archief van de ‘Commissie

van beheer en toezicht

over de droogmaking van het

Haarlemmermeer gevestigd te

Den Haag’ te raadplegen.

Alfabet met gegoten letters

In Haarlem werd de boekdrukkunst

uitgevonden, beweren

de Haarlemmers. In de collectie

van de voormalige Stadsbibliotheek

Haarlem treffen we diverse

bewijsstukken hiervoor aan,

inclusief een overzicht van door

Laurens Jansz. Coster gedrukte

letters. Eén daarvan is het Abecedarium,

het alfabet met gegoten

letters. Johannes Enschedé I

beschreef dit boekje als: ‘een

kinder- en gebedenboekje van

Laurens Jans Koster, groot agt

pagina’s, waarschijnlijk volgens

schrijven van Junius voor zijne

dogters gedrukt met beweegbare

gegoten letteren, zijnde

een allergebrekkigste eersteling

der konst en het zeldzaamste

stuk, dat ooit is gezien.’ Teylers

Tweede (natuurkundig) Genootschap

betaalde er f 1000,- voor.

De status van het Abecadarium

werd in de zeventiende eeuw al

betwist.

Abecedarium, rond 1470.

Eerste vergadering

Provinciale Staten

De Provinciale Staten van Noord-

Holland kwamen voor het eerst

bijeen op 22 december 1840, nadat

door de grondwetswijziging

van dat jaar de provincie Holland

in twee afzonderlijke provincies

was gesplitst. Die splitsing werd

met gemengde gevoelens ontvangen.

De voorzitter van Provinciale

Staten, gouverneur Daniël

Jacob van Ewijck van Oostbroek

van de Bilt, verwoordde het in

38

39


# 15 | Uit de schatkamers van het Noord-Hollands Archief

Eerste pagina van de notulen van de eerste

vergadering van Provinciale Staten

van Noord-Holland op 22 december 1840.

Rechterpagina Ontwerp glas-in-loodraam

houthandel Wicherson in Steenwijk,

Willem Bogtman 1913.

Groot Achtbare Heeren, het is

thans niet meer de tijd, noch hier

de plaats, om zich toe te geven

aan beschouwingen of herinneringen,

welke zoodanig leedgevoel

zouden kunnen voeden.

Liever willen wij doen opmerken,

dat deze scheiding in meerdere

opzichten, en bepaaldelijk ten

aanzien van het huishoudelijk

bestuur, wezentlijke voordeelen

aanbiedt. [...]’

Behalve de toespraak van de

Gouverneur werden er weinig

inhoudelijke zaken besproken.

Er kwamen met name enkele

praktische zaken aan de orde,

zoals het benoemen van twee

leden van de Tweede Kamer en

een aantal regelingen om de

splitsing tussen Noord- en Zuid-

Holland in goede banen te leiden.

zijn toespraak in de vergadering

van 22 december 1840 als volgt:

‘[...] De splitsing der provincie

Hollands, en van de oude Hollandsche

Statenvergadering heeft

40

niet kunnen nalaten, bij velen

leedgevoel te verwekken, gelijk

aan dat, hetwelk men ontwaart

bij het uiteengaan van een welvereenigd

huisgezin. Maar, Edel

Ontwerptekeningen atelier

Bogtman

In 2017 verkreeg het NHA de

ontwerpen en het bedrijfsarchief

van het glas-in-loodatelier

Willem Bogtman in beheer. Dit

bedrijf was van 1912 tot 2005

in Haarlem gevestigd. Het atelier

Bogtman heeft talloze (veelal

gebrandschilderde) glas-in-

41


# 15 | Uit de schatkamers van het Noord-Hollands Archief

loodlampen en ramen vervaardigd,

zowel naar eigen ontwerp

als naar dat van anderen. Deze

ramen en lampen speelden een

belangrijke rol binnen de Amsterdamse

School, omdat zij zich

goed leenden voor de typische

kleuren- en vormentaal. Zijn

doorbraak binnen de stroming

van de Amsterdamse School

beleefde Willem Bogtman (1882-

1955) met de in 1915 door hem

ontworpen en uitgevoerde glazen

overkapping van 106 m² voor

het trappenhuis van het Scheepvaarthuis

van Joan Melchior van

der Meij aan de Prins Hendrikkade

in Amsterdam.

De collectie Bogtman omvat

duizenden ontwerpen en het bedrijfsarchief

met alle opdrachten

van het glas-in-loodatelier.

De Spin van Fokker

De Nederlandse luchtvaartpionier

Anthony Herman Gerard Fokker

(1890-1939) staat samen met

Albert Plesman centraal in de

huidige televisieserie Vliegende

Hollanders. Fokkers’ ondernemerschap

en pioniersrol worden

in diverse publicaties geroemd.

In 1910 ontwierp hij zijn eerste

vliegtuig, de Spin. Fokker leerde

Anthony Fokker met de Spin boven

Haarlem, Koninginnedag 31 augustus 1911.

zichzelf met dit vliegtuig, waarin

originele constructie-ideeën

waren toegepast, vliegen. Dankzij

de V-stand van de vleugels was

het toestel opmerkelijk stabiel.

Verschillende keren werd het

toestel vernieuwd en herbouwd.

Op Koninginnedag 31 augustus

1911 vloog hij met de Spin boven

Haarlem, een demonstratievlucht

over onder meer de Grote of St.-

Bavokerk. De Haarlemse Courant

schreef ‘dat de keukenmeiden de

biefstuk hadden laten verbranden,

trams hadden stil gestaan, ieder

had het ongelooflijke willen zien.

Die jongen bij ons vandaan, die

lapt het dan toch maar weer.’

Deze foto toont het historische

bewijs en het begin van een

nieuwe onderneming. De eerste

vlucht zelf werd gereconstrueerd

in de speelfilm De vliegende

Hollander uit 1957. Maar er

zijn in de collectie meer herinneringsbeelden,

zoals het boven

de Grote Markt afwerpen van

een krans door een helikopter

in 1961. In zowel 1981 als 1986

vierde de stad Haarlem het 70-

respectievelijk 75-jarig jubileum

met een Fokkerfeest op de Grote

Markt. Boven de kerk vlogen opnieuw

diverse Fokker-toestellen.

In 2011 stond een replica van de

Spin tijdens een tentoonstelling

in de Bavokerk opgesteld, als

middelpunt van het eeuwfeest.

Het historisch bedrijfsarchief

van Fokker bevindt zich bij het

Aviodrome.

Op walvisvaart

De collectie van Adolf en Maria

Melchior bevat voornamelijk

films, waarvan een gedeelte

alleen digitaal te raadplegen is.

Het betreft onder andere beelden

van de intocht van de Canadezen

in Haarlem op 8 mei 1945 en van

een ballonvaart over de regio

Kennemerland. Daarnaast zijn er

diverse buitenlandse reizen en

familiebijeenkomsten vastgelegd.

Befaamd is de film over de

eerste commerciële walvisvaart

(1946/47) op de Willem Barentsz

door de Nederlandsche

Maatschappij voor Walvischvaart

(NMW). Dr. Adolf Melchior (1898-

1962) was op deze tocht mee als

scheepsarts. In zijn reisjournaal,

dat bij het Internationaal Instituut

voor Sociale Geschiedenis

berust, beschrijft hij de slechte

hygiënische omstandigheden

aan boord en dat er een conflict

met de kapitein was. Melchior

raakt door deze kritiek in de

problemen, maar haalt zijn gelijk

en wordt in 1948 alsnog in ere

hersteld.

Naast auteur en gynaecoloog

was Melchior illustrator en

tekenaar. Het NHA heeft diverse

tekeningen en aquarellen van

Melchior in de collectie. •

Shots uit de film over de eerste commerciële

walsvisvaart (1946/47) op de

Willem Barentsz.

42 43


Doorkomst van schaatsers tijdens de tiende Friese Elfstedentocht

met de latere winnaar Jeen van den Berg op kop, 14 februari 1954.

Noord-Hollands Archief

Janskerk

Jansstraat 40

2011 RX Haarlem

023 - 517 27 00

www.noord-hollandsarchief.nl

info@noord-hollandsarchief.nl

@nharchief

More magazines by this user
Similar magazines