Indicatoren bij de beoordeling van verkeersveiligheidsmaatregelen

steunpuntverkeersveiligheid.be

Indicatoren bij de beoordeling van verkeersveiligheidsmaatregelen

Het opnemen van verkeersveiligheidsindicatoren in evaluatiemethodes is, afhankelijk van

de gehanteerde methode, niet altijd even evident. De sociale kosten-batenanalyse

(SKBA), gebaseerd op het Kaldor-Hicks compensatiecriterium, wordt in de literatuur vaak

aangewezen als de meest geschikte evaluatiemethode in het kader van publieke

(verkeersveiligheids)projecten. Indien de baten de kosten overtreffen, wordt een project

volgens deze methodiek wenselijk geacht. Indien de kosten en baten betrekking hebben

op verhandelbare goederen is het vrij eenvoudig om een SKBA uit te voeren. De grootste

beperking van een SKBA is echter dat men alle effecten op welvaartseconomische

waarde moeten waarderen, waaronder ook de moeilijk te monetariseren externe effecten

als milieu- en veiligheidseffecten, wil men deze effecten rechtstreeks in de evaluatie

kunnen opnemen. Tal van belangrijke indicatoren bevinden zich net in deze externe

��¤¥¦��§§�¦�

kosten categorie. Dit bemoeilijkt bijgevolg aanzienlijk de evaluatie van

verkeersveiligheidsprojecten op basis van een SKBA. Bijzondere aandacht dient in dit

verband gegeven te worden aan de waarde van een mensenleven, daar het aantal

vermeden doden doorgaans een van de belangrijkste indicatoren is in de context van

verkeersveiligheid.

Het rapport geeft een uitgebreid overzicht van de meest gebruikte monetaire

waarderingsmethodes. Doorgaans zal men op welvaartseconomische gronden de

bereidheid-tot-betalen/aanvaarden (BTB, BTA) benadering toepassen wanneer men

tracht niet-verhandelbare goederen te schatten. Deze methode is immers gebaseerd op

de individuele voorkeuren van de betrokkenen en kan zowel gebruikt worden voor de

waardering van milieueffecten als voor de waardering van een mensenleven. Men maakt

daarbij een trade-off tussen milieu/veiligheid/gezondheid en consumptiegoederen- en

diensten/geld. Er bestaan 2 verschillende invalshoeken voor de schatting van de

monetaire waarde van milieu- of gezondheidseffecten, elk bestaande uit verschillende

technieken. Enerzijds hebben we de gedragsvoorkeurmethodes. De voorkeuren worden

hierbij afgeleid van werkelijke, geobserveerde en marktgebaseerde informatie. Voor niet

verhandelbare goederen worden de voorkeuren indirect verkregen doordat individuen

verhandelbare goederen aankopen die op een bepaalde wijze gerelateerd zijn aan de

niet-verhandelbare goederen. Men maakt daarbij een onderscheid tussen de ‘hedonische

prijsmethodes’ en de ‘methode van het ontwijkgedrag’. De eerste categorie methodes

kijkt naar de waarde van goederen die gerelateerd zijn aan risiconiveaus op bepaalde

markten, zoals bijvoorbeeld looncompensaties voor risicovolle beroepen. De tweede

methode kijkt naar de waarde van de consumptie van goederen op bepaalde markten die

veiligheid/milieu kunnen verbeteren, zoals bijvoorbeeld de afweging tussen geld en

veiligheid bij aankoop van een milieuvriendelijke wagen met ABS. Anderzijds zijn er ook

de beweerde voorkeurmethodes. Hierbij worden voorkeuren rechtstreeks afgeleid via

vragenlijsten. Men maakt hierbij een onderscheid tussen directe methodes, waarbij men

de WSL rechtstreeks tracht te berekenen via ‘contingente waardering’, en indirecte

methodes zoals de ‘standaard gokmethode’ en de ‘afwegingsmethode’. Wat de waarde

van een statistisch mensenleven betreft stelt men vast dat er consensus groeit omtrent

het theoretische welvaartseconomische kader om deze te bepalen, maar dat deze waarde

onder andere afhangt van de risico- en populatiekarakteristieken met betrekking tot de

geplande maatregel. Dit betekent dat deze waarde niet universeel is maar net

verschillend is van project tot project, wat de standaardtoepassing ervan in een SKBA

bijkomend bemoeilijkt. Tot slot wordt ook de monetarisatie van externe milieu-effecten

en congestie besproken. Daar wordt besproken welke effecten verkeer en

verkeersongevallen hebben op onze leefomgeving. Een ongeval gaat vaak gepaard met

congestie. Als we het hebben over congestie dan denken we voornamelijk aan

tijdsverlies, maar ook stijgende brandstofkosten door het “stop-and-go” principe. Dit

laatste gaat dan hand in hand met extra belasting voor het milieu.

Steunpunt Mobiliteit & Openbare Werken 3 RA-MOW-2009-002

Spoor Verkeersveiligheid

More magazines by this user
Similar magazines