G.Hoor Magazine GGMD - voorjaar 2021

GGMDNL

GGMD is er voor iedereen die met doofheid of gehoorproblemen te maken heeft. Dit magazine is er voor iedereen die méér wil weten over de maatschappelijke hulpverlening en geestelijke zorg aan deze doelgroep. Een grote groep, want goed omgaan met gehooraandoeningen is óók een uitdaging voor de familieleden, vrienden, collega’s en werkgevers van onze cliënten.

VOORJAAR | 2021

GGMD MAGAZINE

TINNITUS

Hoe leer je er

mee leven?

DE MENSEN

DIE HET MAKEN

GGMD collega’s

vertellen over hun werk

SAMEN

WERKEN

met medewerkers met

een gehoorbeperking

Manouk van Asperen

“Blij dat

ik nu

geboren

ben”

HARTEKREET

AAN DE ZORG

Eindelijk de juiste zorg na

een leven van depressies

1


INHOUD

Colofon

G.HOOR

Een uitgave van

stichting GGMD

Kanaalweg 93 C

3533 HH Utrecht

Telefoon 088 432 1700

ggmd.nl

info@ggmd.nl

Overname van de inhoud is

toegestaan met bronvermelding

Redactie

Afdeling communicatie &

marketing GGMD

Bouwens Tekst, Utrecht

Fotografie

Studio Sterkenburg, Veenendaal

Matthijs Jonker, Assen

Vormgeving en productie

Lost Founders, Soest

Druk

Tuijtel,

Hardinxveld- Giesendam

Disclaimer

Aan dit magazine is uiterste zorg

besteed. GGMD kan echter niet

instaan voor de volledigheid,

accuraatheid en continue actualiteit

van de geboden informatie

en sluit dan ook elke aansprakelijkheid

uit met betrekking tot de

geboden informatie.

6

32

Corona:

Nood maat regelen

zoals beeldbellen

zijn volwassen onderdelen

6

Een

Achter de voordeur

Een gehoorbeperking

kan óók voor andere gezinsleden

een uitdaging

zijn. Een familieportret.

HANDIGE

TIPS

actief en sociaal leven met

een gehoorbeperking? Hoe doe

je dat? Ria en Evert weten het!

DE

MENSEN

DIE HET

MAKEN

21

Manouk

leerde op de

basisschool

Nederlandse

Gebarentaal.

Jan en Mariska

‘verzonnen’ in

de jaren zeventig

hun eigen

gebarentaal. In

veertig jaar is

veel veranderd,

maar ook veel

is hetzelfde

gebleven.

Zo veelzijdig als de

doelgroep van GGMD

is, zo veelzijdig is de

dienstverlening. Vijf

collega’s vertellen over

hun werk, hun motivatie

en hun resultaten en

ambities.

TINNITUS HOE LEER JE

ER MEE LEVEN

16

geworden van zorgverlening die

zich razendsnel heeft ontwikkeld.

38

44

2


WELKOM

BIJ GGMD!

GGMD is er voor iedereen die met doofheid of

gehoorproblemen te maken heeft. Dit magazine

is er voor iedereen die méér wil weten over de

maatschappelijke hulpverlening en geestelijke

zorg aan deze doelgroep. Een grote groep, want

goed omgaan met gehooraandoeningen is óók een

uitdaging voor de familieleden, vrienden, collega’s

en werkgevers van onze cliënten.

Ons werkveld is gevarieerd en soms complex. Dat heeft alles te maken

met de verschillende financieringsstromen en partijen waar wij mee

te maken hebben om de beste begeleiding en behandeling te kunnen

verlenen.

In dit magazine nemen we u mee in onze wereld. U maakt kennis met

de gevarieerde zorgvragen die wij beantwoorden en met de vrouwen en

mannen die dat mogelijk maken. U maakt kennis met de mensen voor

wie wij dit doen en wat ons werk betekent. Voor hen persoonlijk, voor

hun omgeving en daarmee voor onze samenleving.

Doofheid en gehoorbeperkingen hebben méér effect op de communicatiemogelijkheden

dan alleen ‘horen’. Wie doof wordt geboren, heeft een andere

taalontwikkeling dan wie op latere leeftijd wordt geconfronteerd met een

stille wereld. Dit heeft óók gevolgen voor de manier waarop onze cliënten

teksten en beelden in zich opnemen. Ook deze variatie vindt u terug in dit

magazine.

Drs. Hetty van Oldeniel

bestuurder GGMD

Cliënten delen hun ervaringen met onze begeleiders en behandelaren.

Professionals vertellen over ontwikkelingen in het vakgebied en in hun

praktijk. Als organisatie nemen we u mee in onze toekomstvisie en

blikken we terug op het coronajaar 2020 dat óók positieve gevolgen had

voor zorginnovatie.

Ook in 2021 delen we graag onze ervaringen en gaan we graag met

u in gesprek. Houd daarvoor onze website en onze socialmedia-kanalen

in de gaten.

3


KORTNIEUWS

Handalfabet op

ansichtkaart

! TIP

Gebruik dit handalfabet, los

de GGMD-puzzel op (pagina 34)

en maak kans op mooie prijzen.

HET NEDERLANDSE

HANDALFABET

GGMD-collega Annemarie de Lange

heeft het initiatief genomen om een

ansichtkaart met gebarentaal te laten

ontwikkelen.

Illustrator Daniël Schoevaart maakte een reeks

speels getekende handen. De kaart kan worden

gebruikt bij trainingen van GGMD, maar is

ook leuk om gewoon te versturen. Het ontwerp

is aantrekkelijk door de combinatie van de

cartoon-vorm en realisme.

Een setje kaarten kan worden

opgevraagd via pr@ggmd.nl.

OP = OP

Untitled-29 3 12/11/2020 13:15

Noordelijke provincies versterken zorgketen

Met een forse uitbreiding van zijn team in Groningen, Friesland, Drenthe

en Overijssel, zet GGMD een stap naar betere en intensievere samenwerking

in de zorgketen voor mensen met een auditieve beperking.

aangetrokken. Niet alleen voor de

directe zorg aan cliënten, maar ook

om in samenwerking met andere

instellingen de zorgketen in de

noordelijke provincies te versterken.

Hoewel zorgaanbieders in Noord-

Nederland al op veel terreinen

samenwerken zoals op het gebied

van doorverwijzing, diagnostiek

en collegiale consultaties, kan de

regionale zorgketen nog méér

samendoen. Dat constateerde

onderzoeksbureau HHM. Zo

is betere aansluiting met de

ouderenzorg belangrijk door het

toenemende aantal mensen met

ouderdomsdoofheid en daarmee

samenhangende problemen.

Erik Schensema is manager van

GGMD in het noorden: “Neem

ouderdomsdoofheid als voorbeeld.

Mensen worden ouder dus neemt het

aantal toe dat gehoorbeperkingen

krijgt of plotsdoof wordt. Dat

probleem gaat vaak samen met

andere klachten die met leeftijd

samenhangen. Dementie,

eenzaamheid door het verlies van

dierbaren, een lichamelijke kwaal

die de mobiliteit beperkt. Dus is

samenwerking met de ouderenzorg

belangrijk.

Wij moeten daarvoor over de

grenzen van ons specialisme

kijken.” De afgelopen periode

zijn daarom nieuwe professionals

Ook in het kader van de SGGZ/

BGGZ en JGGZ neemt GGMD

initiatieven voor vergaande

ketensamenwerking. Zo is er een

oriëntatie om de verbinding en

doorverwijzing van GGZ-cliënten van

Lentis beter te stroomlijnen. Hierbij

worden ook ziekenhuizen zoals het

Martini Ziekenhuis en UMCG nauw

betrokken. Op het domein van de

Jeugdwet (vanuit de gemeenten)

wordt er gekeken naar synergievoordelen

in de samenwerking met

Kentalis (Onderwijs en Zorg), Accare

en onder andere OCRN.

4


Nederlandse gebarentaal

eindelijk bij wet erkend:

NU DOORPAKKEN!

Eind 2020 hebben de Eerste en Tweede Kamer ingestemd

met een wetsvoorstel dat de Nederlandse

gebarentaal (NGT) officieel erkent als taal. Naast

Nederlands en Fries heeft ons land dus drie talen.

GGMD is blij met de wettelijke erkenning. Maar er

is méér nodig om gebarentaal volwaardig onderdeel

van de samenleving te laten worden.

NGT wordt steeds beter zichtbaar. De rijksoverheid geeft

het goede voorbeeld door gebarentolk en persconferenties

over urgente zaken zoals de coronacrisis te laten begeleiden.

Op de landelijke televisie zijn er ook steeds meer

(nieuws)programma’s die worden ‘getolkt’. Maar NGT kan

in het dagelijkse leven nog veel beter worden ingevoerd.

Regionale media maken er nog maar mondjesmaat gebruik

van. Ook op de werkplek kan gebarentaal en andere

communicatievormen een betere plek krijgen. Dat is niet

alleen goed voor de volwaardige deelnamen van mensen

met doofheid en gehoorproblemen, maar ook voor de samenleving

zelf. Iedereen moet meedoen, maar daarvoor

moet iedereen ook kúnnen meedoen.

De erkenning van NGT als taal is ook een erkenning van

de mensen die gebarentaal gebruiken, als een gemeenschap.

Deze gemeenschap heeft een eigen taal maar ook

een eigen identiteit en cultuur. Het belang daarvan gaat

verder dan alleen mensen met doofheid en gehoorproblemen.

Ook veel van hun horende familieleden gebruiken

gebarentaal. Hetzelfde geldt voor zorg- en hulpverleners

die betrokken zijn bij deze gemeenschap.

GGMD tekent samenwerkingsovereenkomst

met Nederlands

Centrum voor Plots & Laatdoven

Tijdens een digitale bijeenkomst rond het derde

lustrum van het Nederlands Centrum voor Plots &

Laatdoven is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst

met GGMD getekend.

Beide stichtingen weten

elkaar al lang te vinden

om de doelgroep van het

Centrum op uiteenlopende

manieren te helpen.

Robert ten Bloemendal,

voorzitter van de Stichting

Plotsdoven: “Gezamenlijk

proberen we plots- en

laatdoven te helpen met de

problemen waarmee zij te

maken krijgen. Als iemand

plotseling of op latere

leeftijd doof wordt, heeft

dat een enorme impact op

het dagelijks bestaan. Niet

alleen voor degene zelf

maar ook voor de familie

en de werkomgeving.”

GGMD-bestuurder Hetty

van Oldeniel ziet de nieuwe

overeenkomst mede als

een pluim voor de professionals

die al vijftien jaar

met en voor elkaar werken:

“Plots en -laatdoven zijn

een belangrijke doelgroep.

Het is belangrijk dat zij

snel, goed en in de volle

breedte ondersteuning

kunnen vinden om hun

leven naar eigen inzicht

en kracht te kunnen

voortzetten. De combinatie

van kennis, kunde en

betrokkenheid van beide

organisaties maakt dat

mede mogelijk.”

5


FAM ILIEPORTRET

ACHTER DE

VOORDEUR

Een gehoorbeperking kan óók

voor andere gezinsleden een

uitdaging zijn. We gingen op bezoek

bij Josee en bij Thijs en hun

families. Wat missen zij en wat

hebben ze extra?

Loes (dochter)

“We hebben het er eigenlijk nooit zo over gehad,

dat ze doof is en wat de impact daarvan op ons

gezin is, maar het heeft ons denk ik wel gevormd.

Ze is steeds slechter gaan horen en werd

echt doof toen ik aan het puberen was.

Deed ze haar gehoorapparaten uit als ze onze discussies

zat was. Werd ik helemaal boos. Stampte ik

de trap op en smeet ik met de deuren in de hoop dat

ze daar nog iets van hoorde. Met mijn vader deed ik

dingen die andere meiden meestal met hun moeder

doen, zoals naar concerten van mijn favoriete boy

band. Het was zo, ik vond het geen probleem. Wat

ik merk is dat mijn vader en ik er onbewust altijd

rekening mee houden. Dat we hardop praten, goed

articuleren en haar aankijken zodat ze kan liplezen.

Ik vind het moeilijk om te zien dat ze op feestjes

niet mee kan doen omdat er geen rekening met haar

wordt gehouden. Mijn moeder zou dan best iets meer

voor zichzelf op mogen komen.”

Josee

“Met mijn CI hoor ik nog zo’n twaalf procent.

Het is niet leuk om slecht te horen en niet

makkelijk, maar het is niet anders.

Ik verveel mij geen moment. Kleren naaien, breien,

haken, puzzelen, met mijn zus op stap, tuinieren

en wandelen. Ik doe het allemaal. En we hebben

een tandem gekocht zodat we samen kunnen

blijven fietsen. Buiten het dorp durf ik niet meer

alleen te fietsen. Ik hoor andere fietsers niet en je

krijgt soms zomaar een duw. Wat ik mis, is muziek

luisteren - met mijn CI is het niet om aan te horen.

En even snel een vriendin of mijn dochter bellen,

mis ik ook. Gelukkig kan ik ze appen. In gezelschap

moet ik altijd geconcentreerd zijn op wat er komt.

Spontane gesprekken, een grapje tussendoor, dat

gaat niet. Voor mij blijft het topsport.”

6


Henk (echtgenoot)

“We hebben samen al 47 prettige

jaren achter de rug. Ik

heb het getroffen met haar.

Ik kan me niet voorstellen dat

ik het met een horende vrouw

leuker had gehad. Dan hadden

we misschien wel andere dingen

gedaan, maar ik heb niet het

gevoel dat ik iets mis.”

Maatschappelijk

werker

27%

Therapeuten

en behandelaar

21%

Trainers en

tolken NGT/

schrijf

7


FAM ILIEPORTRET

ACHTER DE

VOORDEUR

“Als je je realiseert hoe

weinig hij hoort, zelfs

met zijn CI, en wat hij

nog oppikt, dat is verbazingwekkend.

Hoe hij

mee kan praten, mee kan

doen, is echt knap.”

Oma Kleppe

“Thijs naait zelf kleding.

Mijn jurk en een bijpassende

tas heeft hij ook

gemaakt.

Het enthousiasme waarmee

hij dat doet, is leuk om

te zien. Ik ben beretrots op

hem.”

Thijs (11)

“Ik ga naar school, zit op

voetbal en scouting, naai

kleren, hou van geinen

en van slapen, en ik leer

mijzelf pianospelen.

Ik zit nu in de brugklas.

Aardrijkskunde vind ik

het leukste vak, Engels het

stomst want ik versta het

niet. Ik hou van dingen

leren. Als ik iets hoor en ik

wil er meer over weten, zoek

ik het op. Na de middelbare

school wil ik econometrie

gaan studeren. Waarom?

Omdat ik van geld houd.”

8


Jolanda (moeder)

“Thijs is slim, actief, positief en heeft enorm veel humor. Ik ben heel trots op hem.

Maar als moeder maak je je natuurlijk ook weleens zorgen.

Hij heeft slechte periodes gehad door

miscommunicatie, het niet horen en de

frustratie die dat oplevert. Bij GGMD heeft

hij speltherapie gevolgd. Daar heeft hij

geleerd te accepteren wie hij is en dat hij

een CI heeft. Hij heeft ook geleerd hoe hij

om kan gaan met zijn woede-aanvallen. Als

hij nu boos wordt, gaat hij uit zichzelf even

naar zijn kamer en herpakt zich. Dat vind

ik heel knap.”

Hans (bonusvader)

“Knap hoe hij zich staande

houdt op een gewone school.

Hij fietst elke dag twintig

km heen en terug naar het

gymnasium in Goes.

Hij heeft zijn CI, solo-apparatuur

en een schrijftolk, maar

hij mist wel eens de kleine

dingetjes tussendoor. Als er

bijvoorbeeld snel nog even een

proefwerk wordt opgegeven als

de hele klas zijn tas al staat in te

pakken.”

Smarty

Lydia (zus)

“Thijs doet zijn ding, ik doe

mijn ding, en we doen dingen

samen en dat is stikgezellig.

We laten graag samen de hond

uit. Hij loopt altijd links van

mij, want zijn CI zit rechts. Als

er een auto langsrijdt of als het

hard waait op de dijk, zijn we

stil. Dan hoort hij niets. Daar

raak je aan gewend.”

9


Trainingen voor werkgevers, managers en collega’s

WERKEN AAN/MET

GEHOORPROBLEMEN

Gehoorproblemen hoeven geen belemmering te zijn in de werkomgeving. Dat

bewijzen duizenden professionals in honderden organisaties, elke dag opnieuw.

GGMD ondersteunt werkgevers en horende collega’s.

Op de fabrieksvloer, in de kantoortuin, aan het zorgbed,

achter de balie of voor de groep: mensen met doofheid of

gehoorproblemen draaien volop mee in het arbeidsproces.

Kleine technische aanpassingen en grote aandacht

voor persoonlijke omstandigheden maken dat mogelijk.

Dat is niet anders dan bij collega’s zonder beperkingen.

Moderne technologie zoals ringleidingen, infrarood, solo-apparatuur

en waarschuwingssystemen bieden op veel

werkplekken een technische oplossing. Of wat te denken

van het gebruik van techniek om spraak om te zetten in

schrift? Ook kunnen verschillende soorten tolken worden

ingezet bij vergaderingen en overleggen. Een voorbeeld

hiervan zijn schrijftolken.

Minstens zo belangrijk is het menselijke aspect: communicatie,

de verschillende vormen van gehoorproblemen,

hun gevolgen en hoe daarmee om te gaan. GGMD is al

jarenlang een vraagbaak voor werkgevers en managers als

het gaat om deze aspecten. Het is voor horende mensen

moeilijk om goed te begrijpen wat het betekent om doof

of slechthorend te zijn of last te hebben van tinnitus of

hyperacusis.

GGMD

begeleidt

werkgevers en

medewerkers

om goed te

kunnen (blijven)

samenwerken

met

collega’s met

een gehoorbeperking.

Begrip is eerste stap

Concentratieproblemen, het missen

van informatie en sociale isolatie

liggen op de loer, maar zijn op de

werkplek ook te voorkomen. De

eerste stap naar goede samenwerking

is dan begrip. Ook met humor

en geduld kan veel worden opgelost.

Dat geldt niet alleen voor wie

een dove of slechthorende collega

heeft, maar ook voor professionals

die werken met een doelgroep die

deze beperkingen kan hebben. Een

voorbeeld daarvan is de ouderenzorg.

Meer dan de helft van de

zeventigplussers en driekwart van de

tachtigplussers in Nederland ervaart

ernstig gehoorverlies. Eén op de

vijf heeft zowel gehoor- als oogproblemen.

Dat is een uitdaging voor

verzorgenden en verpleegkundigen.

Vanuit de bovenstaande uitdagingen

heeft GGMD een trainings-

10


! TIP

Gebruik toegankelijke

teksten.

Voor doven is

Nederlands vaak

hun tweede taal.

Eenvoudige zinnen

en woorden maken

de communicatie

makkelijker.

aanbod ontwikkeld voor wie op de werkplek te maken

krijgt met mensen met doofheid en slechthorendheid.

Bijvoorbeeld met de maatwerktraining ‘Omgaan met

mensen met een auditieve beperking’. Voor horende

cursisten wordt hier de situatie omgedraaid. Hoe voelt

het om niet-horend te zijn en hoe klinken slechthorendheid

en tinnitus? Vanuit deze ervaring worden zij

meegenomen naar de praktijk van slechthorenden en

niet-horenden: de talen die zij gebruiken, de bijzondere

omstandigheden voor hen rond lezen en schrijven

en hoe mimiek en articulatie gebruikt kunnen worden

voor goede communicatie.

De training ‘Oor- en oog problematiek bij ouderen’

is voor professionals in de ouderenzorg en is geaccrediteerd

door het Kwaliteitsregister Verpleegkundigen

en Verzorgenden. Hier staat centraal het signaleren en

in kaart brengen van van oor– en oogproblemen, de

psychosociale gevolgen en de omgang ermee.

GGMD biedt daarnaast geaccrediteerde trainingen voor

arbeidsdeskundigen en bedrijfsartsen over auditieve

beperkingen op het werk.

!

TIP

Mensen met doofheid vallen sinds 2020 ook in

de categorieën van het Banenplan voor mensen

met een beperking tot de arbeidsmarkt.

Werkgevers komen hiermee in aanmerking voor

subsidies en andere voordelen.

!

TIP

Whatsapp vertaalt

razendsnel het

gesproken woord

in geschreven

tekst.

11


Gewoon succesvol

GEWOONSUCCESVOL

Werken met een beperking of zelfs rondom een beperking

is dagelijkse kost voor deze professionals.

ALLEEN

GEBAREN

Aan de rand van

Scherpenzeel hebben

Jochem (33) en Evita (28)

Goudriaan een biologische

pluimveehouderij en een

unieke zorgboerderij: De

Gebarenboerderij.

Vier dagen per week helpen zo’n

zestien deelnemers van de zorgboerderij

met het verzorgen van de

26.000 kippen en het sorteren van

de eieren. Willen ze wat anders, dan

kunnen ze in de moestuin werken

of klussen in de werkplaats. Alle

deelnemers zijn doof en hebben een

beperking. Op de Gebarenboerderij

wordt alleen gecommuniceerd in

gebarentaal. Mensen komen hier

voor dagbesteding en ondersteuning

op maat. Het team van De Gebarenboerderij

bestaat op dit moment uit

vier mensen. Het idee voor de Gebarenboerderij

komt van Evita. Tijdens

haar opleiding tot begeleider, zag

ze tijdens stages dat doven door gebrekkige

communicatie vaak aan de

zijlijn staan. Omdat Evita en Jochem

zelf doof zijn, ontstond in 2012 het

idee voor De Gebarenboerderij. Het

bleek een schot in de roos.

12


MET PLEZIER

EN EXTRA

ENERGIE

Jelle Threels (32) is al vijf

jaar zelfstandig ondernemer.

Hij heeft een eigen

schoonmaakbedrijf. Bij

bedrijven en particulieren

zorgt hij ervoor dat van

binnen en van buiten alles

goed schoon is. Jelle is

doof geboren. In zijn werk

laat hij zich er niet door

beperken.

“Ik moet altijd net een beetje

méér mijn best doen om mijn doel

te bereiken. Maar mijn werk is mijn

passie. Dus dan steek je er met

plezier extra energie in. Het gaat

goed met het bedrijf, dat maakt het

extra leuk. Ik kan het werk nog net

alleen aan. Maar als het zo goed

blijft gaan, wil ik uitbreiden. Het

zou mooi zijn als ik dan andere

mensen met een beperking in dienst

kan nemen.”

In 2020 won Jelle bij de uitreiking

van de FOTY* Awards de publieksprijs.

In het juryrapport staat onder

andere: Je bent een echte ondernemer!

Je bent een inspirerend voorbeeld

voor andere mensen met een

beperking die nadenken over het

ondernemerschap, maar de stap nog

niet durven te nemen.

* FOTY staat voor Freelancer Of The Year

ofwel zelfstandig ondernemer van het jaar

13


GEWOONSUCCESVOL

IK HEB LEUKE

COLLEGA’S

Ik ben Gino Kappé.

Ik ben 58 jaar oud.

Mijn hele leven ben ik al zwaar

slechthorend.

Ik werk 5 dagen per week bij Work Trainer.

We maken bureaus die je hoog en laag kunt zetten.

Je kunt er achter staan en zitten.

Je kunt er ook een bureau-fiets achter zetten.

Je kunt dan fietsen terwijl je werkt.

Ik zet de bureaus in elkaar.

Ik houd ook de voorraad bij en ik verzamel

de bestellingen.

Op mijn werk heb ik leuke collega’s.

De communicatie gaat goed.

We gebaren, wijzen en gebruiken pen en papier.

Op het werk zijn ook hulpmiddelen geplaatst,

zoals een sirenelamp voor als er brand is.

In mijn vrije tijd ga ik naar het voetbal, naar Ajax.

Ik ga daar altijd met twee horende vrienden naartoe.

We hebben een seizoenskaart voor de thuiswedstrijden.

Dat is heel gezellig.

In het voorjaar en de zomer ga ik fietsen op de racefiets.

Dat doe ik met drie andere horende vrienden.

Wandelen en computeren doe ik ook graag.

Ik speel op de computer geen spelletjes, maar ik leer

bijvoorbeeld Excel voor op mijn werk.

Dove vrienden heb ik ook.

Daar ga ik op bezoek en vier ik feestjes

en feestdagen mee.

Ik verveel me nooit.

Doof geboren worden of op heel jonge leeftijd

doof worden, kan tot gevolg hebben dat lezen

en schrijven moeilijk is. Als je niet weet hoe een

woord of een letter klinkt, is leren lezen en schrijven

veel moeilijker. Het interview met Gino is zo

geschreven dat ook mensen die daar moeite mee

hebben, de tekst goed kunnen lezen.

14


Corona, onverwachte aanjager van

vernieuwing en verbetering

KRACHTIG

IN CORONATIJD

Ook voor GGMD was het alle hens aan dek toen

de corona-epidemie uitbrak. Noodmaatregelen

zoals beeldbellen zijn volwassen onderdelen

geworden van zorgverlening die zich razendsnel

heeft ontwikkeld.

Vanaf 12 maart gaat de wekker een uurtje

vroeger voor de GGMD-ers die samen het

Crisisteam Corona vormen. Bij het krieken

van de dag begint hun videovergadering

over wat er gedaan kan worden om de zorg

voor cliënten én medewerkers te garanderen.

Want de overheidsmaatregelen zijn ingrijpend.

Persoonlijk contact is de hoeksteen

van behandeling en begeleiding van cliënten.

Opeens zijn bezoeken niet meer mogelijk .

Telefoneren is voor de meeste cliënten geen

optie. Voor doofblinde mensen is bovendien

fysiek contact nodig om te kunnen communiceren.

Veiligheid staat voorop. Face-to-face cliëntcontact

vindt daarom alleen plaats indien er

sprake is van een medische, psychische of

sociale noodsituatie. Contact tussen medewerkers

is alleen digitaal. Makkelijker gezegd

dan gedaan, want zo’n eenvoudige beslissing

vergt in de praktijk veel. Van mondmaskers

en ontsmettingsmiddelen tot computers,

internetverbinding en ARBO-bestendige

bureaustoelen op de thuiswerkplek

Hacker-vrij behandelen

In de dagen na 12 maart lijken de kantoren van

GGMD op winkelcentra-in-uitverkoop. Medewerkers

lopen naar buiten met beeldschermen

en bureaustoelen om die thuis te installeren.

Achter de schermen verloopt een ingrijpende

ICT-operatie. Tientallen behandelaars moeten

digitaal in contact komen met honderden

cliënten. Dat heeft niet alleen technologische

aspecten, maar ook juridische. Hoe kan de

privacy worden gewaarborgd als cliënt én

dienstverleners vanuit huis met elkaar praten?

Chronologie van een

gelukte crash-actie

12 maart 2020:

Overheid roept op tot

thuiswerken en einde aan

persoonlijke ontmoetingen,

waaronder cliëntcontact

13 maart 2020:

GGMD richt Coronateam

op, dat dagelijks digitaal

bijeenkomt. GGMD-locaties

worden gesloten voor

cliëntcontact, medewerkers

werken vanaf huis.

Nabijheidscontact tussen

zorgverlener en cliënt is

alleen in noodsituaties

mogelijk. Nieuwe intakes

van cliënten is tijdelijk niet

mogelijk.

16-20 maart 2020:

Intensieve communicatie

met cliënten door behandelaars,

GGMD start met

online behandelingen.

Medewerkers worden

geïnformeerd met wekelijkse

coronanieuwsbrieven

en speciale edities’. HR

intensiveert signalering

van werkdruk- en work/

life-problemen bij

medewerkers.

15


Met een grote krachtsinspanning

lukt het snel om een systeem voor

videobellen en voldoende bandbreedte

beschikbaar te maken. Dan

ontstaat de volgende uitdaging:

ervoor zorgen dat iedereen het

gebruikt en op dezelfde manier gebruikt.

Er worden instructievideo’s

gemaakt voor cliënten en handleidingen

voor collega’s. Begin april

wordt besloten om weer nieuwe

cliënten toe te laten om crisissituaties

bij cliënten te voorkomen. De

intakes worden via beeldbellen gedaan.

Daarvoor moet de privacy ook

aan de kant van de nieuwe cliënt

gewaarborgd zijn. Binnen GGMD

moet de aanmeldprocedure worden

herzien. Regiosecretaressen nemen

contact op met nieuwe cliënten om

hun te leren omgaan met MS Teams.

Kennis delen

Verreweg de grootste uitdaging met

de nieuwe werkwijze is de mens zelf:

behandelaar en cliënt. Voor beiden

is beeldbellen vermoeiend. Bij

GGMD is de zaak vaak nog complexer

omdat er een tolk ‘tussen’ zit

en er dus een driehoekverbinding

moet zijn. Binnen enkele weken is

een Handboek Online Behandelen

beschikbaar voor therapeuten en

psychologen. Ook ontstaan webinars

en andere onlinetrainingen om

met nieuwe technologie cliënten

optimaal te kunnen behandelen

en begeleiden. Cliënten krijgen

via videofilmpjes regelmatig een

update over de stand van zaken en

informatie over hoe zij beeldbellen

kunnen gebruiken. Ook de media

worden ingeschakeld, met een reeks

informatieve publicaties in regionale

kranten en in vakmedia.

Voor medewerkers is het werken

in coronatijd ook een persoonlijke

uitdaging. De balans tussen professie

en privé verandert radicaal als

de studeerhoek of zitkamer opeens

de werkplek wordt. Beeldbellen is

intensief en het plotsklaps geen

fysiek contact meer hebben met

16


31 maart 2020:

Sinds de invoering van

de coronamaatregelen is

het aantal cliëntcontacten

slechts gedaald met 7,1%.

cliënten is ingrijpend. Daarom is

er extra aandacht voor signalen van

medewerkers die op stress of andere

problemen kunnen duiden. Zij worden

gewezen op de mogelijkheid van

het bedrijfsmaatschappelijk werk en

bijzonder verlof. Het blijkt dat hier

slechts mondjesmaat gebruik van

hoeft te worden gemaakt en dat ook

het ziekteverzuim in coronatijd niet

noemenswaardig afwijkt.

Zorg blijft op peil

Bij het begin van de crisis is er angst

dat de zorgverlening in gevaar komt

door de beperkingen. Dat blijkt

gelukkig niet het geval. In maart ligt

het aantal contacten met cliënten

slechts 7,1 procent lager dan gebruikelijk.

De vertraging bij de intake

van nieuwe cliënten wordt in de weken

daarna ingelopen door flexibeler

werktijden en het openstellen van

de vestigingen. Ook individueel is er

creativiteit om de impact van corona

te beperken. Minder reistijd maakt

méér contactmomenten nodig.

Woonbegeleiders die geen thuisbezoeken

meer kunnen afleggen, doen

‘anderhalve meter’-wandelingen in

het bos met hun cliënten, of blijven

buiten en praten via het raam.

Beperkt aantal besmettingen

Als in de vroege zomer de coronabeperkingen

stapsgewijs worden opgeheven,

blijft GGMD in ‘coronamodus’.

Die vooruitziende blik is nuttig

als in het najaar de tweede coronagolf

zich aandient. Wat een paar

maanden eerder als noodsprong

begon, heeft zich inmiddels een

vaste plaats veroverd in de manier

waarop cliënten begeleiding en zorg

ontvangen.

Vrijstelling

mondkapjesplicht

Mensen afhankelijk van non-

verbale communicatie, zoals

liplezen en gebaretaal kunnen

een ontheffingskaartje aanvragen

bij een GGMD medewerker.

VRIJSTELLING

MONDKAPJE

Drager van deze verklaring is

vrijgesteld van de verplichting tot

het in openbare ruimten dragen van

een mondkapje, conform de regelgeving

inzake bestrijding van het

Covid19-(Corona) virus.

Wie geen mondkapje kan dragen,

door een mondkapje gezondheidsklachten

kan ontwikkelen of ontregeld

raakt door een mondkapje, is vrijgesteld

van de draagplicht. Dit geldt

ook voor begeleiders van personen

die afhankelijk zijn van non-verbale

communicatie, zoals liplezen.

Drager van deze verklaring is niet verplicht

om of medische informatie of

persoonlijke gegevens te verstrekken

met betrekking tot de wettelijke uitzonderingspositie

van de draagplicht.

Voor meer informatie:

GGMD voor doven en slechthorenden,

telefoon 088 – 432 1700

6 april 2020:

GGMD start met online intakes

van nieuwe cliënten

om wachtlijsten te voorkomen.

Maart –mei 2020:

Naar cliënten is er verhoogde

aandacht voor

signalen. Webinars en digitaal

werkoverleg houden

kennisoverdracht binnen

GGMD op orde.

11 mei 2020:

In lijn met het overheidsbeleid

verandert het

GGMD-beleid van ‘nee,

tenzij’, naar ‘ja, tenzij’.

Face-to-facecontact en

groepsbijeenkomsten in

de zorgverlening zijn weer

mogelijk. Intakes worden

hervat. De voorkeur blijft

voor beeldbellen en online

behandelingen.

Ontheffingspasje_Mondkapjesplicht_GGMD.indd 1 02/12/2020 14:54

Ontheffingspasje_Mondkapjesplicht_GGMD.indd 2

Ontheffingspasje_Mondkapjesplicht_GGMD.indd 2 02/12/2020 14:54

02/12/2020 14:54

17


Zonder spraakafzien blijft verstaan inspannend

IK STA

WEER OP

DE RIT

Noortje van Dongen werkt bij Libra Revalidatie &

Audiologie. Ze heeft een’ botverankerd’ hoortoestel

achter het oor, (BCD) dat geluid versterkt doorgeeft.

Omdat ze haar gedachten beter kan ordenen als ze schrijft,

interviewt journalist Margot Bouwens haar via WhatsApp

over werken, beeldbellen en weer kunnen vliegen.

Dag Noortje

Hoi Margot!

Je werkt bij Libra. Hoe ben

je daar terechtgekomen?

7 jaar geleden kreeg ik mijn BCD. Een belangrijk deel van

mijn hoorzorg kreeg ik van het audiologisch centrum van Libra. De

(h)erkenning en het begrip dat ik daar kreeg, voelden als een warme

deken. Eindelijk mensen die mijn slechthorendheid echt snapten.

Een verademing, want het echt begrijpen doet niet iedereen. Geen

onwil hoor, maar de ervaring mist gewoon.

En toen dacht je:

daar wil ik wel werken

Ja, ik heb contact gezocht met de afdeling Communicatie.

Best spannend om dat te doen, maar ik wilde daar heel graag

werken. Dat contact heb ik onderhouden. Toen iemand op die

afdeling in de zomervakantie wat langer wegging, vroegen ze of

ik een paar weken wilde komen. Het invallen werd uiteindelijk een

vaste baan. Een van mijn taken is het bijhouden en leesbaar maken

van de folders voor patiënten. Dankbaar werk!

18


Gaat je werk tijdens de

coronacrisis gewoon door?

Ja, door corona is het op onze afdeling drukker dan ooit. Naast het

‘gewone’ werk is er alle communicatie over corona. De maatregelen

van de overheid veranderen steeds. En we communiceren natuurlijk

veel over hygiënemaatregelen, RIVM-richtlijnen enzovoorts.

Zowel naar patiënten als naar medewerkers toe.

Werk je vanuit huis?

Ja en dat is wel wennen. Ik mis het contact met collega’s.

Snel en makkelijk overleggen, inspiratie opdoen, even kletsen bij

de koffieautomaat, het wandelen tijdens de lunch. Via beeldbellen

gaat dat allemaal toch iets lastiger.

Gaat het goed met

beeldbellen?

Met mijn gehoor is beeldbellen heel inspannend.

19


Ja, zo min mogelijk beeldbellen


DE

MENSEN

DIE HET

MAKEN

Zo veelzijdig als de doelgroep

van GGMD is, zo

veelzijdig is de dienstverlening.

Vier collega’s vertellen

over hun werk, hun

motivatie en hun resultaten

en ambities.

21


KIJK ME AAN!

In gezinnen met dove of gehoorbeperkte kinderen of ouders is

opvoeden nét even anders. Gera Elferink helpt met camera en

televisiescherm. Video-hometraining maakt situaties duidelijk

zichtbaar en oplosbaar.

____________

Gera Elferink

Opvoedkundige

Terugkijken naar waar het botst en waar

het wringt. Dat is in het kort de kern

van video-hometraining. Opvoedtrainer Gera

Elferink bezoekt gezinnen waar ouders en

kinderen kleine of grotere problemen hebben

met de opvoeding. “Dove ouders met horende

kinderen of omgekeerd, hebben bijzondere

uitdagingen”, weet ze uit ervaring. “De extra

aandacht voor een doof kind kan ten koste

gaan van de andere kinderen. “Deze bijzondere

gezinssituatie kan er ook voor zorgen dat je

nauwelijks kracht en tijd over hebt voor jezelf,

als ouder”

Gera bezoekt gezinnen en filmt daarbij hoe

gezinsleden met elkaar omgaan. Samen met

de ouders kijkt zij bijzondere momenten terug

op het televisiescherm. Ruzies, aanvaringen

en kleine miscommunicaties komen helder

in beeld. Ze worden bekeken en besproken

zonder de emoties van het moment waarop

ze gebeurden. Gera: “Samen met de ouders

bekijk ik wat er in het gezin gebeurt en samen

analyseren we hoe gezinsleden met elkaar

omgaan. Hoe reageren zij op elkaar en wat

voor gevolgen heeft dat? Daarbij wordt vaak

snel duidelijk welke behoeften een kind heeft.

In de dagelijkse drukte van een gezin zijn die

signalen veel minder goed zichtbaar voor een

moeder of vader.”

Positief steunen

De video’s maken zichtbaar wat nog goed

loopt in de communicatie en wat verbeterd

kan worden. Ze geven de ouders helder zicht

op het functioneren en de behoeften van het

kind. Daarmee kunnen ouders hun zoon of

dochter positief steunen in de ontwikkeling.

De ervaring wijst uit, dat de meeste ouders

heel snel zien wat hun kind nodig heeft en

zelf ook goed kunnen formuleren hoe zij hun

eigen handelen hierop kunnen afstemmen.

Ouders zien ook wat er goed gaat. Daardoor

komt er ook aandacht voor het genieten van

elkaar. Opvoedproblemen betekenen niet dat

altijd alles misgaat. Gelukkig gaat er meestal

ook heel veel gewoon goed en leuk.” Gera benadrukt

dat haar werkwijze ook goed kan werken

in situaties waar geen kinderen betrokken

zijn, bijvoorbeeld bij relatieproblemen.

Beter begrijpen

“Doven zijn over het algemeen erg visueel

gericht. Soms is het praten te abstract voor

hen en helpen beelden. Het bekijken van

fragmenten en beelden helpt hen de situatie

beter te begrijpen. Zodoende kunnen ze zelf

antwoorden en oplossingen ontdekken en op

zichzelf reflecteren hoe ze als ouders het beste

kunnen handelen. Dove ouders beoordelen

zichzelf soms negatief en denken dat horende

ouders beter kunnen opvoeden. Dat is natuurlijk

onzin en met video-hometraining kunnen

ze dat ook zien. Met het bekijken van positieve

fragmenten en daar zelf goede dingen in te

ontdekken, kunnen ze hun zelfbeeld veranderen.

Wie positief denkt over zichzelf, werkt

positief aan de opvoeding van de kinderen.”

22


Video hometraining wordt

ingezet bij vragen zoals:

1.

2.

3.

4.

Hoe kan ik mijn zoon stimuleren

om oogcontact met

me te maken?

Hoe zorg ik ervoor dat de

gesprekken met mijn dochter

echt inhoud hebben?

Krijgen mijn kinderen voldoende

ruimte om zich te

ontwikkelen?

Heb ik genoeg contact met

mijn kinderen?

23


DOE HET ZELF!

De beste zorgverlener ben je zelf, samen met de mensen om je heen.

Vanuit deze gedachte willen Siska Ursem en haar collega’s cliënten

helpen. Ze doen dat onder andere met “Sociale Netwerkstrategieën”:

een andere manier van hulpverlenen, die ook de omgeving van de cliënt

centraal stelt.

____________

Siska Ursum

Maatschappelijk

werker

Maatschappelijke dienstverlening heeft

veel gezichten: naast psychosociale

hulpverlening, helpen GGMD’ers cliënten

de administratie op orde te houden, leren ze

gespreksvaardigheden, ondersteunen ze bij

het omgaan met de overheidsinstanties. Maatschappelijk

werkers zoals Siska Ursem zijn

van alle markten thuis. Dat is nodig want hun

werk verandert. “Cliënten staan er steeds meer

voor open om dingen zélf te doen en samen

te doen of het wordt van ze verwacht”, zegt

ze daarover. “Vrienden, familieleden, buren,

collega’s en kennissen kunnen daarbij helpen.

Dat willen ze meestal graag doen: “Sociale

netwerkstrategiëen of “SONESTRA” maken

dat mogelijk. De kern ervan is dat de cliënt

zelf als het ware de ‘eigenaar’ wordt van zijn of

haar hulpverlening. Het sociale netwerk van

de cliënt wordt een onderdeel van de behandeling”.

Dit vraagt een andere manier van

werken van Siska en haar collega’s. Het staat

nog in de kinderschoenen.

“Als hulpverlener werk ik samen met een

cliënt. Maar vragen en problemen zijn niet

altijd opgelost als ik weg ben. Mensen die

vaker bij de cliënt zijn, of een deel uitmaken of

hebben uitgemaakt van het leven van een cliënt

zijn ‘dichterbij’. Zij willen graag meedenken in

de situatie van een cliënt of kunnen een verhaal

van de cliënt aanvullen, maar zijn niet altijd

in beeld als er hulpverlening ingezet wordt.

Bovendien heeft de problematiek van een cliënt

heel vaak raakvlakken met diens omgeving.

Een burn-out heeft óók effect op het gezin.

Eenzaamheid kan te maken hebben met communicatieverschillen

waardoor bijvoorbeeld

broers en zussen uit beeld raken.” Voor Siska is

daarom de eerste stap altijd het ‘Verhaal’ van

de cliënt horen. De hulpverlener steunt bij het

maken van het verhaal door vragen te stellen.

Dat verhaal vertellen is soms moeilijk en pijnlijk,

maar lucht altijd op en maakt de weg vrij

om het probleem aan te pakken.

Willen en kunnen

Als het “Verhaal” is verteld, heeft de cliënt

beter zicht op problemen en de onderdelen

ervan. Siska: “Dat klinkt misschien vaag, maar

is eigenlijk heel praktisch: op welke vragen

zoek je nu écht het antwoord en wie zijn de

mensen om je heen die mee willen denken in

het vinden van het antwoord. We staan niet

klaar met een kant en klaar antwoord of een

blik met professionele dienstverleners. Eerst

gaat het erom wat de cliënt en zijn omgeving

zélf kunnen en willen doen.”

De volgende stap bestaat eruit dat de cliënt

‘in beraad’ gaat. Hij of zij organiseert dit

zoveel mogelijk zelf, eventueel ondersteund

door de zorgverlener. Het beraad bestaat

uit mensen die de cliënt zelf heeft gevraagd.

Samen bedenken zij wat de beste aanpak is

in antwoord op de vragen van de cliënt en

zijn of haar omgeving. Ze stellen ook zelf een

actieteam op. Dit team beslist of het nodig is

om een professional voor ondersteuning te

24


vragen. De professional werkt dan samen met

het actieteam. Deelnemers uit het actieteam

kiezen ook zelf of, en zo ja welke hulp ze zelf

bieden. En dat maakt dat het werkt. Waar

vroeger familie werd betrokken door de hulpverlening,

wordt er nu met het hele netwerk

samengewerkt. Samenwerken werkt namelijk

veel beter.

Er zijn duizend-en-één voorbeelden. Voor

bijvoorbeeld schulden hoeft er misschien geen

professional te worden ingezet, maar als dit

wel een vraag, is dan kan dit wel een onderdeel

zijn. Daarnaast kan besloten worden dat

er woonbegeleiding wordt ingezet voor de

vragen van de cliënt en zijn omgeving.”

De vier stappen van sociale

netwerkstrategieën

1.

2.

3.

Verhaal vertellen: verleden

en vandaag in alle opzichten

Netwerk in kaart brengen:

kompas voor het organiseren

van een beraad

Beraad: hoe en met welke

acties de vragen beantwoorden

4. Actieteam:

gewoon doén

Breed inzetbaar

GGMD-cliënten kunnen sociale netwerkstrategieën

op veel manieren inzetten. Bij spanningen

binnen het gezin of problemen met de

opvoeding van kinderen. Als er schulden zijn

of het moeilijk is om met instellingen en bedrijven

om te gaan. De werkwijze kan ook een

rol spelen bij psychische spanningen. Als iemand

bijvoorbeeld depressief is, heeft dat óók

effect op de mensen om hem of haar heen.

Aandacht voor de partner, kinderen, vrienden

en familieleden is wenselijk. Doordat de cliënt

en het actieteam beslissen wat nodig is, en wat

zij zelf kunnen of waarin ze door professionals

willen worden ondersteund, worden hulpverleners

ingezet waar het echt nodig is. Op deze

manier houdt de cliënt regie over het eigen

leven, en staan in de hulpverlening eigenheid

en verbondenheid centraal. “Dat past ook bij

de GGMD-doelgroep”, zegt Siska: “Mensen

met doofheid en gehoorproblemen zijn vaak

al gewend om zaken zelfstandig op te pakken.

Daar helpen we ze graag bij.”

25


ALS HET

THUIS

MISGAAT

Zorgverleners hebben de wettelijke plicht om in actie te komen als zij

vermoeden dat er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling.

Hiervoor is een ‘Meldcode’ opgesteld. Maaike Tromp is hier binnen

GGMD verantwoordelijk voor.

____________

Maaike

Tromp

Aandachtsfunctionaris

Goede zorgverlening begint met vertrouwelijkheid.

Wat de zorgverlener ziet en

hoort, blijft bij hem of haar. Daar moet een

cliënt op kunnen vertrouwen. Maar wat als

en huisarts, GGMD’er of andere zorgverlener

vermoedt dat er sprake kan zijn van geweld in

het gezin van een cliënt? Immers: niet alleen

degene die onder behandeling is, moet veilig

kunnen zijn, maar alle leden van het gezin.

Daarom heeft de overheid de Meldcode Huiselijk

Geweld en Kindermishandeling opgesteld.

Net zoals de huisarts komen ook zorgverleners

van GGMD vaak op huisbezoek. Daar ontmoeten

zij niet alleen de cliënt zelf, maar vaak ook

andere gezinsleden. Ook zijn er behandelmethoden

en begeleidingstrajecten waar het

hele gezin aan deelneemt. GGMD’ers zien en

horen hoe mensen omgaan met de problemen

waarvoor zij hulp zoeken. Heel soms is dat met

agressiviteit naar andere gezinsleden. Zorgverleners

mogen hun ogen hier niet voor sluiten.

Elke zorginstelling heeft een ‘Aandachtfunctionaris’.

Hij of zij helpt medewerkers om de

Meldcode goed toe te passen. Voor GGMD is

dit Maaike Tromp. “Als een collega het gevoel

heeft dat er iets niet pluis is bij een cliënt,

kan hij of zij mij inschakelen voor overleg en

advies”, legt Maaike uit. “Ik ondersteun dan bij

het in kaart brengen van de signalen en onderzoek

samen welke acties er nodig zijn.”

Risico’s afwegen

In situaties waar kinderen aanwezig zijn is het

noodzakelijk om extreme en acute gevallen te

melden bij overheidsinstelling Veilig Thuis.

Maar vaker is het mogelijk dat de zorgverlener

zélf in actie komt en dat het -dreigende-

huiselijk geweld onderdeel wordt van de

behandeling of begeleiding. Maaike Tromp:

“Op tijd inschakelen en juiste hulpverlening

zijn natuurlijk de beste manier om escalatie te

voorkomen. Het is anderzijds natuurlijk niet

zo dat iedere hulpverlener altijd meteen volledig

zicht heeft op de situatie. Als eerste stap

is het belangrijk dat alle collega’s goed op de

hoogte zijn van hun verantwoordelijkheden en

mogelijkheden. Daarvoor geef ik nieuwe medewerkers

van GGMD een basistraining en is

er voor zorgverleners ook een verdiepingstraining.

Daarnaast is er tijdens de intake van elke

nieuwe cliënt aandacht voor de opbouw van

het gezin. We weten het als er kinderen zijn en

kunnen deze meenemen in onze afweging van

mogelijke risico’s.”

GGMD heeft veel zelfstandig werkende zorgverleners.

We komen veel als enige bij mensen

thuis en signaleren daar soms zaken die we

26


niet meteen kunnen delen met een collega.

Gelukkig zijn we georganiseerd in teams waar

we signalen kunnen bespreken en toetsen aan

de mening en ervaring van collega’s. Toch is

het soms lastig om een helder beeld te krijgen.

Woorden geven aan onderbuikgevoelens en

twijfels is belangrijk. Een belangrijk onderdeel

van de Meldcode is het stappenplan. Dit

beschrijft de stappen die een zorgverlener

moet doorlopen voordat hij of zij besluit in

actie te komen of om een melding te doen. Als

aandachtfunctionaris kan ik hierbij ondersteunen.

Zo wordt het voor hulpverlener en

cliënt concreet waar de zorgen liggen en welke

actie er uitgezet moeten worden. Hulpverleners

kunnen hiermee zelfstandig doorgaan

om de juiste zorg te verlenen of anderen in

te schakelen. Voor de cliënt betekent dit dat

er signalen opgepakt worden en er passende

hulpverlening komt.”

Stappenplan Huiselijk geweld

en Kindermishandeling

Als een arts of zorgverlener in Nederland vermoedt dat

er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling,

moet hij of zij de volgende stappen doorlopen:

Breng signalen van huiselijk geweld

1. of kindermishandeling in kaart

Overleg met collega’s

2. (of eventueel het Meldpunt Veilig Thuis)

Ga in gesprek met de betrokken cliënt

3. en andere betrokkenen

Overweeg of er sprake is van acute

4. of structurele onveiligheid

Besluit: verleen zelfstandig hulp en/of,

5. doe een melding bij Veilig Thuis

27


ALTIJD

BLIJVEN

LEREN

Zelfs na een jarenlange wetenschap -

pelijke studie ben je als zorgverlener

nooit klaar met leren, vindt Kimberley

van Zwieten. Daarom volgt ze de

opleiding tot GZ-psycholoog.

Na zes jaar wetenschappelijk

onderwijs is Kimberley

basispsycholoog en psychomoto-

uitdagend maar ook het leukst en

belangrijkst.”

Wat is Psycho -

moto rische therapie?

risch therapeut. Maar dat is haar

Kennisoverdracht

Kimberley vertelt dat

niet voldoende: “Uiteindelijk wil ik

GGMD stimuleert actief dat haar

lichaam en geest niet los

____________

Kimberley

van Zwieten

GZ-psycholoog

‘lichaamswerkend psycholoog’ worden.

Daarmee kan ik als psycholoog

de lichaamsgerichte oefeningen en

psychomotorische therapieën integreren.

Ik vind het leuk om dingen

mensen zich blijven ontwikkelen.

Per medewerker is een jaarlijks budget

in tijd en geld beschikbaar om

opleidingen te volgen. Ook intern

wordt veel gedaan aan kennisover-

van elkaar staan. Hierop is

Psychomotorische therapie

gebaseerd. Dit is een behandelmethode

voor mensen

met psychische klachten

in opleiding

te combineren, vandaar mijn wens

dracht. Kimberley maakt er graag

waarbij lichamelijke oefe-

om lichaamsgericht werken samen

gebruik van, maar: “Ik heb nog

ningen worden gebruikt,

te brengen met psychologie. Het

een hele rij aan opleidingen op het

bijvoorbeeld om meer

hoofd staat niet los van het lichaam,

verlanglijstje staan, maar wil eerst

ontspannen te ademen of

en toch doen we soms alsof het wel

hiermee beginnen. Daarnaast wil ik

te bewegen of voor een be-

zo is. Ook is het enorm interessant

privé graag nog een reis maken, dus

tere lichaamshouding. Deze

om de verbinding te vínden, ook als

wellicht sta ik over een paar jaar ook

oefeningen kunnen helpen

die er even niet is. Een cliënt die na

nog wel even ergens in de jungle.”

om klachten te verminde-

een heftige confrontatie zegt “mis-

ren voor mensen die last

schien heb je toch gelijk”,. Iemand

hebben van somberheid,

kunnen helpen door even gemeen,

angstaanvallen, eetproble-

of juist heel lief, te zijn. Dus echt

men of een burn-out.

contact maken, dat is het meest

28


HÉÉL ZICHTBAAR

ONZICHTBAAR ZIJN

Tussen de cliënt en de hulpverlener staat vaak een tolk

zoals Minca van Spijk. Zij vertaalt informatie én de

achterliggende boodschappen. Daarvoor brengt ze veel

vaardigheden mee.

Communicatie heeft ontzettend

veel kanten. Dat gaat in mijn

werk verder dan alleen in gebaren of

woorden vertalen wat iemand zegt. Bij

het behandelen of verlenen van zorg

gaat het óók om het oppikken van

onderliggende signalen: wat bedoélt

iemand echt? Ik wil de diepere lading

overbrengen. Een goede band met de

zorgverlener en met de cliënt is daarvoor

erg belangrijk. Omdat ik nauw en

vaak samenwerk met dezelfde zorgverleners,

is dat net even makkelijker.

Ook wij leren wat we kunnen doen. Dat

maakt GGMD uniek en geschikt om te

werken met de dovendoelgroep in de

hulpverlening. Alleen een gebarentolk

inzetten is niet voldoende, het gaat om

het geheel.”

Nuances zien

2020 Stond in het teken van beeldbellen.

Minca’s ervaringen zijn gemengd:

“Niet alle cliënten konden in het begin

goed omgaan met de techniek of

hadden nog niet de beschikking over

bijvoorbeeld een laptop. Dus moest er

soms worden gebeld met een mobiele

telefoon. Een uur lang op een piepklein

beeldschermpje bezig zijn; dat is slopend

voor iedereen. Het is bovendien

heel moeilijk om dan de nuances in het

gezicht en het mondbeeld te zien. Dat

is wel heel belangrijk voor mijn werk.”

Toch heeft beeldbellen voor de communicatie

via een tolk óók voordelen. Het

vermijden van reistijden bijvoorbeeld.

Minca denkt dan ook dat online-communicatie

een ‘blijvertje’ is. “Voor veel

van onze cliënten is beeldbellen prima

te doen. Voor anderen blijft het belangrijk

om voldoende mogelijkheden te

hebben voor een afspraak thuis of op

een GGMD-locatie. Persoonlijk contact

blijft belangrijk. Goede communicatie

is iets waarin GGMD zich onderscheidt.

Dat moeten we ook wáármaken als we

nieuwe technologie gebruiken.”

Dovencultuur

In meer dan tien jaar bij GGMD heeft

Minca veel zien veranderen. “Maar de

kern is niet anders dan toen ik voor

het eerst met gebarentaal in aanraking

kwam via de moeder van een schoolvriendin.

Het gaat om contact met

mensen. Dat trok me toen aan en dat

stimuleert mij nog steeds. Er bestaat

een echte ‘dovencultuur’ met unieke

eigenschappen. Niet alle zorgverleners

zijn zich daar in het begin goed van

bewust. Als tolk moet ik die dingen

weten en ervoor zorgen dat ze ‘overkomen’.

Omgekeerd is het nodig dat

ik het taalgebruik van de zorgverlener

zodanig vertaal dat de cliënt dit het

beste kan verwerken.” De gereedschappen

die Minca daarvoor meebrengt zijn

onder andere veel flexibiliteit, een groot

concentratievermogen en vooral ook

sociale vaardigheden: “Wij mogen de

situatie niet beïnvloeden, maar zijn wel

fysiek aanwezig. Eigenlijk moeten wij

op een hele zichtbare manier onzichtbaar

zijn.”

____________

Minca van

Spijk

Tolk

29


GGMD puzzel

los op

EN WIN

Wil je spelenderwijs oefenen met

het handalfabet van de Nederlandse

gebarentaal en daarmee kans maken

op een leuke prijs?

Doe de GGMD puzzel!

Zoek de ontbrekende letters uit het handalfabet.

Ontdek wat er staat als je de letters in de kolom

van boven naar beneden leest.

Stuur je oplossing op naar: pr@ggmd.nl en

maak kans op één van de tien prachtige

Agenda’s 2021die beschikbaar zijn gesteld

door bekkingblitz.nl

......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........

Stuur je inzending in vóór 15 februari 2021 om kans te maken op één van de agenda’s.

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.

! TIP

Kom je er niet uit?

Het alfabet vind je

op pagina 6

in dit magazine

30


Steeds meer thuis

in de wereld van

doven en slechthorenden

Greetje Buisman-Dijk (67) is laatdoof. In

12 jaar tijd ging ze van goedhorend naar

slechthorend, naar doof aan beide oren.

Het veranderde haar hele leven. Zeker

omdat haar grootste hobby, muziek maken,

hierdoor wegviel.

Greetje speelde accordeon en orgel. Ze

volgde muzieklessen, speelde in een duo

en in een orkest. “Mijn gehoor werd op een

gegeven moment zo slecht dat ik alleen

nog op gevoel speelde. Toen werd het tijd

om ermee te stoppen. Het ging niet meer.

Ik mis het nog elke dag. Sinds vier jaar heb

ik aan de rechterkant een CI waardoor ik

weer iets kan horen. Zo nu en dan probeer

ik nog op de accordeon te spelen, maar het

klinkt vals en vervormd, echt verschrikkelijk.”

Toen Greetje stopte met muziek maken,

viel niet alleen het plezier van het spelen

weg. “Ik had mijn hele sociale netwerk

in de muziek. Dat viel heel snel weg. Ik

had bij het orkest niets meer te zoeken. De

bindende factor, het samen muziek maken,

dat was weg. Wat moest ik daar nog? Ik

heb een nieuwe hobby gevonden in het zelf

maken van kaarten. Ik kan me daarmee

even terugtrekken, even geen geluid om me

heen, heerlijk is dat. Om nieuwe ideeën

op te doen, ga ik elke twee weken naar een

workshop. Ze houden er daar rekening mee

dat ik slecht hoor. Dat is prettig.”

Ik wil mee kunnen blijven doen

Communiceren blijft een uitdaging. “Eenop-een

gaat. Zeker als er geen radio of tv

aanstaat of iemand iets hard neerzet. Dat

geluid overheerst dan. Communiceren in

een groep is lastiger. Ik ben heel blij met

mijn CI. Voordat ik die kreeg, als we dan

in de auto iets tegen elkaar wilden zeggen,

moesten we de auto eerst langs de kant van

de weg zetten en de motor uitdoen. Nu kan

ik tijdens het rijden met mijn man communiceren.

Het is een wonder van techniek.”

Naast haar CI gebruikt Greetje hulpmiddelen

zoals een phone-clip voor als ze eens

wil bellen. Greetje heeft ook een cursus

spraakafzien gevolgd, “en naar feestjes, een

crematie en andere bijeenkomsten neem ik

een schrijftolk mee.”

Ze heeft ook drie cursussen Nederlands

ondersteund met gebaren (NmG) gevolgd.

“Ik voel me steeds meer thuis in de wereld

van doven en slechthorenden. Via de

Stichting Plots- en Laatdoven en Let’s Talk

heb ik contact met logenoten. Ik probeer

dan NmG te gebruiken. Hele gesprekken

voeren in NmG vind ik nog best lastig. Zelf

gebaren is één, maar gebaren aflezen is

echt een tweede. Ik vind het wel belangrijk

om het gebaren bij te houden. Je weet

maar nooit wat de toekomst gaat brengen.

Of mijn gehoor zo blijft of slechter wordt.

Bovendien is mijn vader nu 96. Als ik ook

zo oud word, heb ik nog dertig jaar te

gaan. Daarin wil ik wel mee kunnen blijven

doen.”

31


INNITU

HOE LEER JE

ERMEE LEVEN?

Paul hoort altijd een piep en soms een brom. Fred hoort een zoef. Ze hebben tinnitus,

ook wel oorsuizen genoemd. Artsen konden geen medische oorzaken vinden. Paul en

Fred moesten er maar mee leren leven. Hoe ze dat doen, vertellen ze hier.

PP

Paul: “Het mooie van mijn werk

als functioneel beheerder is

dat je overal over kan meedenken.

De valkuil is dat te veel mensen

iets van je willen, waardoor je niets

afkrijgt. Door mijn tinnitus heb

ik geleerd dat beter in de gaten te

houden. Het vermoeden is namelijk

dat de tinnitus is ontstaan door

werkstress. Mijn tinnitus was er ineens.

Dan denk je eerst: dat gaat wel

weer over. Maar het ging niet weg.”

van: “u heeft tinnitus, leer er maar

mee leven”. De ARBO-arts vertelde

weinig van tinnitus te weten. Maar

er was begrip en dat was fijn. Ik ben

ervan overtuigd dat de stress in mijn

werk de oorzaak van mijn tinnitus

is. Inmiddels werk ik bij een ander

bedrijf. Ik hoef niet te reizen, geen

hotels, taxi’s. Het lijkt niet op wat ik

deed, maar ik ben tevreden. Dat heb

ik door mijn tinnitus wel geleerd.

Het hoeft niet altijd méér te zijn.”

FRED:

“Niets hielp. Als

het donker werd,

werd ik bang, want

ik sliep niet”

Fred: “Voordat ik tinnitus kreeg, zag

mijn leven er heel anders uit. Ik had

een topfunctie, reisde de hele wereld

rond. Het was erg druk, maar ik

vond het fantastisch. Tot ik in 2018

van het ene op het andere moment

een zoef hoorde, zoals het geluid

van een windmolen. Die zoef bleef.

Ik kon er niet meer van slapen. Pas

als ik een fles wijn op had, viel ik

in slaap. Op mijn werk merkten ze

het ook. Ik was zo moe. Ik ben naar

een KNO-arts gegaan. Dat ging

Kortaf zijn

Paul: “Wat ik thuis graag doe, is

houtbewerken. Als ik meubels maak,

ben ik geconcentreerd bezig. Ik heb

dan minder erg in mijn tinnitus. Als

ik zelf harde geluiden maak, als ik

weet wanneer het komt, klinkt het

minder hard. Zelfs van de houtdraaibank

heb ik dan geen last. Wat is ook

graag doe is sporten, bijvoorbeeld

mountainbiken in de duinen. Als ik

mij minder voel en geen zin heb om

te gaan, ga ik toch. Want soms heb ik

32


SSS

het idee dat mijn tinnitus er minder

door wordt, en ik word er sowieso

een stuk opgewekter van. Dat is ook

prettig voor mijn gezin, want door de

tinnitus kan ik wel kortaf zijn.”

Kort lontje

Fred: “Mijn mooie leven stortte

door de tinnitus in. Ik voelde totale

paniek, werd angstig en kreeg een

erg kort lontje. Ik werd agressief met

woorden en ging heel veel drinken,

want dan kwam ik nog een beetje in

een redelijke stemming. Op internet

heb ik me sufgekocht aan hulpmiddelen.

Niets hielp. Als het donker

werd, werd ik bang, want ik sliep

niet. Soms ging ik midden in de

nacht wandelen, werd ik aangehouden

door de politie. Die wilde weten

wat ik aan het doen was. Ik was blij

als het weer licht was. Mijn vrouw en

dochters hebben ook geleden onder

mijn tinnitus. Naast mijn slechte

humeur wilde ik ook nergens meer

naartoe. Ons sociale leven lag stil.

Dat mijn vrouw Karen naast mij

is blijven staan, prijs ik mij enorm

gelukkig mee. Het lastige is dat je

tinnitus niet kan zien. Het voor anderen

moeilijk om het te begrijpen

wat het is, dat weet ik uit ervaring.

Als een vriendin van ons die ook tinnitus

heeft daarover vertelde, dacht

ik altijd: “mens zeur niet, een piepje

in je oor, hoe erg kan het zijn, ga iets

doen.” Daar heb ik haar later wel

mijn excuses voor aangeboden.”

Hulp

Hulp

Paul: “Wat ik nu het moeilijkste

vind, is de relatie tussen mijn stemming

en de last die ik van mijn tinnitus

ervaar. Ik wil niet in de negatieve

spiraal komen. Na een jaar kwam

ik bij GGMD terecht. Daar heb ik

geleerd er niet te veel over te piekeren.

De grote zoektocht is dan hoe jij

minder gaat piekeren. Daar helpen

ze bij, want daar is geen receptenboek

voor. Voor mij helpt afleiding

en me op iets anders concentreren.

Wat ik ook heel prettig vond bij

GGMD is dat je heel veel informatie

krijgt, dat gaf mij rust.”

PAUL:

“De grote

zoektocht

is hoe jij

minder

gaat

piekeren.”

33


Eindelijk kreeg Monique de hulp die ze nodig had

Hartenkreet

aan de zorg

Monique van Haaren is vanaf haar geboorte slechthorend. Ze is nu 54, getrouwd en

heeft twee volwassen kinderen. Sinds haar achttiende heeft ze last van diepe depressies.

Na jaren in de reguliere ‘horende’ zorg kwam ze vorig jaar bij GGMD terecht.

Het gaat nu goed met haar, “maar als ik GGMD niet had gevonden, weet ik niet hoe

lang ik er nog was geweest”. Ze deelt haar ervaringen graag. Omdat ze hoopt dat alle

zorgverleners in Nederland begrijpen waarom gespecialiseerde hulp belangrijk is.

Als klein meisje gaat ze van maandag tot en met

vrijdag naar Sint Marie, een internaat voor

slechthorende kinderen in Eindhoven. Op haar tiende

stapt ze over naar een gewone basisschool. Daarna

volgen de MAVO en de MTS Elektronica. “Ik vond dat

ik dat moest kunnen, zo tussen de horende kinderen.

Ik had tenslotte gehoorapparaten. Om op school niets

te missen, bereidde ik de lessen goed voor. Dat hielp bij

het verstaan. En als ik het huiswerk niet had gehoord,

maakte ik gewoon extra veel. Dat was hard werken.”

In het tweede jaar van de MTS wordt ze voor het eerst

depressief. Ze stopt met school en gaat fulltime werken

als administratief medewerkster. Naast haar werk volgt

ze drie avonden per week de avond MEAO. De depressies

komen en gaan. Soms voelt ze zich zo slecht dat ze een

eind aan haar leven wil maken.

Alles viel op zijn plaats

Jarenlang krijgt Monique therapie binnen de

reguliere zorg. “Geen enkele psycholoog, therapeut,

huisartsondersteuner of wie dan ook heeft ooit de link

gelegd tussen mijn depressies en mijn slechthorendheid.

Tot ik vorig jaar bij GGMD terechtkwam. Vanaf het eerste

gesprek had ik een gevoel van opluchting, herkenning en

begrip. Het kletterde kwartjes in mijn hoofd. Alles viel

op zijn plaats. Ik heb mijzelf jaren overvraagd. Mensen

denken dat je met gehoorapparaten alles hoort. En dat

dacht ik zelf ook. Maar dat is niet zo.” Samen met een

maatschappelijk werker van GGMD, ontdekt ze nu wat

een horende hoort. “Ik weet nu pas wat ik allemaal mis.

En dat slechthorend zijn veel energie kost. Dat is lastig,

want ik vond dat ik alles moet kunnen. De gesprekken

helpen om beter voor mijzelf te zorgen. Hoe ik dingen

anders kan doen. Ik ben nog niet zover dat dingen mij

energie geven. Maar voor het eerst van mijn leven ga

ik naar bed met het idee: ha, ik heb zin in de dag van

morgen.”

Het heeft een plek gekregen

Monique krijgt bij GGMD ook rouwverwerking. “Door

mijn depressies is mijn leven anders gelopen dan ik

hoopte. Ik droomde er vroeger van om wiskunde te

gaan studeren. En ik dacht een verantwoordelijke

baan te krijgen. Dat is anders gelopen. Dat heb ik nu

een plek gegeven. Mijn laatste opdracht is alles op te

schrijven. Dat ben ik nu aan het doen. Voor mij is dat

een belangrijk onderdeel van mijn rouwverwerking.

Als het af is, wil ik het voorlezen aan mijn man

en kinderen, want voor hen is het ook niet altijd

makkelijk geweest.”

34


35


Adviseren en kwaliteit bewaken

MEEBESLISSEN EN

MEEDOEN MET DE

CLIËNTENRAAD

Wie weet beter wat het beste werkt voor mensen met doofheid en

gehoorproblemen dan zijzelf? Daarom is er de Cliëntenraad van

GGMD. Vijf vragen en antwoorden

1.

Waarom is het voor

cliënten van GGMD

belangrijk dat de

Cliëntenraad bestaat?

De cliëntenraad vertegenwoordigt

de cliënten van GGMD en behartigt

hun belangen. Het is belangrijk

dat cliënten in de gezondheidzorg

invloed kunnen uitoefenen op het

beleid en de kwaliteit van zorginstellingen.

Dat is in Nederland goed

geregeld met allerlei regels voor

medezeggenschap. Daardoor zijn

zorginstellingen altijd in een vroeg

stadium betrokken bij zaken die

cliënten rechtstreeks raken.

“Raadsleden zijn

niet persé cliënten

die zelf zorg of hulp

ontvangen, maar

kunnen ook ouders

zijn van kinderen

die cliënt zijn”

2.

Welke taken heeft de

Cliëntenraad?

Allereerst is de Cliëntenraad de

gesprekspartner van de bestuurder

en adviseur over onderwerpen die

de cliënten direct raken. Ook wordt

de raad om instemming gevraagd bij

bepaalde plannen en voornemens.

Denk dan aan de benoeming van bestuurders

bij GGMD, jaarplannen en

begrotingen, strategisch beleid en

bepaalde huisvestingszaken. Wettelijk

is geregeld welke onderwerpen

adviesplichtig zijn en welke onderwerpen

instemming nodig hebben

van de raad. Overigens behandelt

de Cliëntenraad geen individuele

klachten. Daarvoor heeft GGMD een

klachtenprocedure.

36


3.

Hoe werkt de

Cliëntenraad?

De raad bestaat uit zeven leden. Dit

zijn (oud-)cliënten van GGMD of

familieleden. Alle leden hebben vier

jaar zitting. Daarna kunnen ze voor

vier jaar opnieuw gekozen worden. De

leden van de raad kiezen de voorzitter.

Naast de voorzitter en gewone leden

is er een secretaris en een penningmeester.

4.

Hoe kunnen cliënten en

hun familie leden op de

hoogte blijven van het werk

De cliëntenraad verstuurt regelmatig

nieuwsbrieven om te vertellen waar we

mee bezig zijn. Op deze manier hoopt

de raad input te krijgen van cliënten

over wat er bij hen speelt en waar zij

behoefte aan hebben. Die informatie

is echt nodig om goed het werk te

kunnen doen als adviseur en kwaliteitsbewaker

voor GGMD. De raad wil

graag horen van cliënten wat zij van de

zorg vinden, waar ze tegenaan lopen,

wat ze missen of graag anders willen

zien.

5.

Welke ambities heeft

de Cliëntenraad?

Het komende jaar wil de Cliëntenraad

zich meer laten zien naar cliënten toe,

meer in contact zijn met hen en veel

meer informatie bij hen ophalen én

brengen. Een andere ambitie is om de

raad op sterkte te brengen door het

aantrekken van nieuwe leden. Dat

hoeven niet persé cliënten te zijn die

zelf zorg of hulp ontvangen, maar

kunnen ook ouders zijn van kinderen

die cliënt zijn. Het is belangrijk dat

álle doelgroepen vertegenwoordigd

zijn in de Cliëntenraad.

www.ggmd.nl

Heb jij ideeën over

onze dienstverlening?

Contact met de raad is mogelijk via:

clientenraad@ggmd.nl.

Of schriftelijk:

Cliëntenraad GGMD

Kanaalweg 93 C

3533 HH Utrecht

Ben jij (oud) cliënt van GGMD

of een ouder of verzorger

van een cliënt?

DAN ZOEKEN WE JOU!

WERK

MEE AAN

DE BESTE

ZORG

Word lid van de cliëntenraad

Bekijk de video

in NGT op FB

Of scan voor

informatie

de QR-code

Of mail naar:

cliëntenraad@ggmd.nl

Poster_werving_Cliëntenraad.indd 1 07/10/2020 11:53

37


TOEN&NU

Manouk van Asperen

Blij dat

ik nu

geboren

ben

Jan en Mariska

‘verzonnen’ in de jaren

zeventig hun eigen

gebarentaal. Manouk

leerde op de basisschool

Nederlandse Gebarentaal.

In veertig jaar is veel

veranderd, maar ook veel

hetzelfde gebleven.

38


Manouk van Asperen (23) studeert voor docent Nederlandse gebarentaal

aan de Hogeschool Utrecht. Ze is honderd procent doof en heeft

sinds haar tweede een cochleair implantaat (CI). Ze vindt het belangrijk

om de Nederlandse gebarentaal te behouden. “Ik zou niet zonder

kunnen.”

Als Manouk tweeënhalf jaar is, gaat ze

met de taxi van haar woonplaats De

Meern naar een basisschool voor doven en

slechthorenden in Amsterdam. Daar leert

ze Nederlandse gebarentaal (NGT). Thuis

wordt Manouk tweetalig opgevoed: oraal en

met ondersteunende gebaren. “Mijn zusje is

horend. Het gebruik van gebaren is daardoor

wel minder geworden. Er wordt thuis meer

gepraat.” In haar studentenhuis in Utrecht is

gebarentaal de voertaal.

“Door technologische

ontwikkelingen kan de

gebarentaal onder druk

komen te staan.”

“Ik woon daar met vijf andere studenten. Een

aantal is doof of slechthorend, en er wonen

horende studenten die de tolkenopleiding

doen. We gebruiken onderling Nederlandse

gebarentaal en met gebaren ondersteund

Nederlands. Ook andere dingen die belangrijk

zijn voor de communicatie gaan bij ons als

vanzelf. Als we bijvoorbeeld samen eten, praat

niemand met volle mond en we praten ook

niet door elkaar heen. Dat je het gesprek goed

kunt volgen, is zo relaxt. De horende wereld

vind ik vaak vermoeiend. Er is veel lawaai en

mensen houden onbedoeld toch te weinig

rekening met je.”

Ik wil een bruggetje zijn

Na de basisschool ging Manouk naar het

VMBO. Daarna deed ze de MBO-opleiding

styling, interieur en vormgeving. Ze ging door

naar het HBO. “Wel in een andere richting.

De creatieve opleidingen worden op het hbo

naar mijn smaak te zweverig.” Ze koos voor de

opleiding docent Nederlandse gebarentaal. “Ik

vind het belangrijk om de NGT te behouden

en als docent kan ik daar aan bijdragen. Door

technologische ontwikkelingen kan de gebarentaal

onder druk komen te staan. Maar niet

iedereen heeft bijvoorbeeld een CI, en als je

een CI afdoet, hoor je niets. Gebarentaal blijft

dus belangrijk.”

Blij dat ik nu geboren ben

Manouk is blij dat NGT eindelijk erkend is.

“Het bevestigt het bestaan van de dovencultuur

en de dovengemeenschap. Als ik niet

zou mogen gebaren, net als Jan en Mariska

vroeger op school……dat lijkt me echt verschrikkelijk.

Dan mag je blij zijn dat je nu

geboren bent. Gebarentaal is van de dovengemeenschap,

het maakt deel uit van hun

cultuur. Als je dat niet erkent, krijg je ongelijkheid.

Iedereen heeft tenslotte recht op goede

communicatie en gelijke kansen.”

39


TOEN&NU

Jan en Mariska Kuis zaten in de jaren zeventig op het Instituut voor

Doven in St. Michielsgestel. Ze leerden er praten en mochten niet gebaren.

Pas later hebben ze Nederlandse gebarentaal geleerd. “Het is zwaar

geweest”, zegt Jan.

Tot ver in de jaren 90 mochten de leerlingen

op het internaat niet gebaren.

Jan: “Je moest de hele dag met je armen over

elkaar zitten. Maar in de pauze en ’s avonds

gebaarden we stiekem met elkaar. Die gebaren

verzonnen we zelf.” Pas toen ze van school af

waren, zagen ze meer doven gebaren.

Mariska: “We bezochten Dovenclubs in

andere plaatsen. In Groningen en Amsterdam

leerden ze op school gebaren. Die gebaren

namen we over.” Jan vertelt over een cursus

voor bestuursleden waar hij aan deelnam:

“Daar kwamen dove mensen uit heel Nederland

naartoe. Die konden allemaal gebaren.

Ik niet. Ik heb daar veel geleerd, maar het was

wel moeilijk.” Ze hebben later nog een cursus

Nederlandse gebarentaal gevolgd.

Mariska: “Wij kenden oude gebaren. Daar

leerden we nieuwe gebaren. Dat was niet makkelijk.”

Over dat ze op school niet mochten

gebaren, zeggen ze: “Dat was niet prettig. Het

is zwaar geweest. Als je beweegt, ben je losser.

Het is dan makkelijker om de betekenis van

woorden in te schatten. Fijn dat dit voor meiden

als Manouk veel vanzelfsprekender is.”

Actief in twee werelden

Jan en Mariska zijn alle twee actief in de dove

en in de horende wereld. Jan werkt als vrachtwagenchauffeur.

De communicatie met collega’s

gaat goed. “Van mijn baas heb ik een jas

gekregen met op de mouw een plaatje van een

oor met een streep erdoor. Anderen kunnen

dan zien dat ik doof ben. Dat helpt.

Ik kan liplezen en ze schrijven dingen op.”

Met een vereniging van chauffeurs organiseert

Jan leuke activiteiten zoals truckshows.

“Als je beweegt, ben je

losser. Het is dan makkelijker

om de betekenis van

woorden in te schatten”

Mariska doet onder andere vrijwilligerswerk

bij Kentalis. Ze helpt daar bij de vrijetijdsbesteding

voor doven. Ze zijn ook actief in het

voetbal. Zelf spelen doen ze niet meer, maar

Mariska traint en coacht zowel dove als horende

teams. En tijdens carnaval spelen ze in

een band. Jan op de grote trom, Mariska op de

tamboerijn. Voor het ritme kijken ze naar de

bewegingen van de horende bandleden. “We

redden ons in beide werelden.”

40


Jan en Mariska Kuis

Wij

mochten

op school

nooit

gebaren

41


Van droom naar daad in 2021

GGMD GEEFT ZIJN

TOEKOMST VORM

IN SAMENWERKING

Ook zorginstellingen mogen dromen. Persoonlijke ambities

en maatschappelijke noodzaak komen samen in de strategische

toekomstvisie die GGMD op dit moment organisatie-breed

formuleert.

Al tientallen jaren vertalen GGMD en

haar rechtsvoorgangers ontwikkelingen

in de samenleving en in de zorgsector

in concrete zorgverlening voor dove en

slechthorende mensen. Omstandigheden

veranderen, maar de bestaansreden blijft

dezelfde: “Het bieden van professionele

zorg, begeleiding en dienstverlening om het

maatschappelijk functioneren van mensen te

bevorderen”. Daarbij richten we ons op mensen

met een auditieve beperking. Hen helpen

we om zo gezond en zelfstandig mogelijk te

leven, zodat zij volwaardig en actief kunnen

deelnemen aan de samenleving. Dat dit lukt,

bewijst de cliënttevredenheid die met een

ruime acht wordt beoordeeld. Maar de resultaten

van vandaag bieden geen garantie voor

de toekomst.

Basis op orde en Bouwen op kracht

Veranderingen in de bevolkingsopbouw,

nieuwe politieke prioriteiten en vooral ook

de wens van de hedendaagse cliënt, zorgen

ervoor dat de dienstverlening steeds verandert.

Dat is een uitdaging voor alle medewerkers.

Zij verdienen op hun beurt een

werkomgeving die prettig, veilig, uitdagend

en toekomstbestendig is. Moderne zorgprofessionals

verwachten terecht een omgeving

waarin zij actief kunnen meewerken aan die

werkomgeving. Daarom gaat GGMD aan

twee trajecten werken in 2021.

Onder de noemer ‘Basis op orde’ worden

processen versterkt zoals de werkwijzen rond

intake van cliënten, consultatie, doorverwijzing

en effectmeting. Ook mens- en organisatieontwikkeling

wordt hierin meege-

Wanneer je een schip

wilt gaan bouwen

breng dan geen mensen bijeen

om timmerhout te sjouwen

of te tekenen alleen

Voorkom dat ze

taken ontvangen

Deel evenmin plannen mee

Maar leer mensen

eerst verlangen

naar de eindeloze zee.

(Antoine de Saint-Exupery)

42


nomen. Data is voor een goede analyse en

besluitvorming een belangrijke bron, die in

dit project wordt verdiept en verbreedt. ‘Bouwen

op kracht’ betreft het -verder- ontwikkelen

van de organisatie van de toekomst. Een

organisatie die betrouwbaar is, samen werkt,

cliëntgericht blijft en een onmisbare partner

is in de zorgketen. Hiervoor moeten onder

andere prioriteiten worden benoemd, keuzen

worden gemaakt voor typen zorgverlening en

voor de positionering van GGMD en bepaald

welke partnerschappen de beste kwaliteit

voor de cliënt bieden. Het overkoepelende

doel is de kwaliteit van de organisatie op

hetzelfde hoge peil te brengen als de kwaliteit

van zorgverlening.

Co-creatie

In het komende jaar geven professionals, staf

en managers samen de antwoorden. Deze

‘co-creatie’ is belangrijk voor het behalen

van succes en logisch voor de platte organisatie

die GGMD is. Waar horende en niet

horende medewerkers dicht bij de dove en

slechthorende client staan. Even belangrijk

is het om een reality-check te doen. Waar ligt

onze échte kracht, is GGMD werkelijk de beste

partij om bepaalde zorg te verlenen of kan

dit beter elders in de zorgketen worden neergelegd?

En waar moeten we juist investeren,

innoveren en groeien? Hoe het GGMD-van-

(over)morgen eruitziet is nog niet bekend.

Vanuit het bestuur zijn er al wel mooie

ambities. Bijvoorbeeld GGMD neerzetten

als dé marktleider en hét expertisecentrum

voor mensen met gehoorproblemen. Niet de

grootste, wel de beste en meest innovatieve.

Ook partners in de zorgketen zijn onmisbaar

om een strategie te formuleren waarin

GGMD de plek vindt die de meeste maatschappelijke

meerwaarde biedt. Contractpartners,

cliëntenraad, ondernemingsraad,

doorverwijzers in de eerste lijn en mede-zorgverleners

worden daarom nadrukkelijk

gevraagd méé te denken.

De doelgroepen

van GGMD

Vroegdoof

Plots- en laatdoof

Doofblind

Gehoorproblemen

Kinderen

Slechthorenden

Horenden

43


HANDIGE

TIPS 6Hoe doe je dat?

Ria Maring en Evert Warrink zijn

slechthorend en met elkaar bevriend.

Allebei zijn ze heel actief in het vrijwilligerswerk.

Hoe ze dat doen, leggen

ze uit in zes handige tips voor andere

mensen met een gehoorbeperking.

Evert heeft een eigen bedrijf: hij

ontwerpt en bouwt websites. Hij

speelt onder meer gitaar, treedt op als

goochelaar, speelt al jaren voor Sinterklaas en

is amateurfotograaf. Met een groepje oefent hij

elke week de Nederlandse gebarentaal.

Ria geeft rondleidingen door Winsum,

wat uitgeroepen is tot mooiste

dorp van Nederland. Ze is bestuurslid

bij het Gehandicapten Platform. Haar

belangrijkste taak bij het platform is: ervoor

zorgen dat er aandacht is voor slechthorendheid.

Ze is bestuurslid bij ’t Nut en organiseert

daar van alles voor: van een cursus kunstgeschiedenis

tot dagjes uit. Ze doet aan straattheater

en ze is vrijwilliger bij Noorderzon,

een internationaal festival.

En dat is bij alle twee nog maar een deel van

al hun activiteiten. We vroegen ze hoe ze dat

doen, gezien hun slechthorendheid. Ze kwamen

met een lijstje handige tips:

1.

Wees open over je

slechthorendheid

Ria: “Ik ben er altijd heel open

over dat ik slechthorend ben. Als ik

bijvoorbeeld een rondleiding geef,

zeg ik aan het begin al dat ze mij

moeten aankijken als ze tegen me

praten. Dat ze langzaam moeten

praten en goed moeten articuleren.

En dat blijf ik gewoon herhalen.”

2.

Gebruik een schrijftolk

Ria: “Een schrijftolk is

heel handig. Ze typen alles wat er

gezegd wordt op een beeldscherm.

Je kunt dus meelezen met wat

iemand zegt.”

3.

Volg een cursus

Evert: “Ik heb bij GGMD

de training ‘Opkomen voor jezelf’

gevolgd. Je leert daarin voor jezelf

op te komen en ook hoe je dat doet.

44


EDus hoe je vriendelijk zegt dat je het niet kunt horen.

Ook als het de tiende keer is.”

4.

Gebruik hulpmiddelen

Ria: “Ik gebruik vaak solo apparatuur. Dat

bestaat uit een zender die je aan de spreker geeft of die

je tijdens een vergadering op tafel legt. De ontvanger

heb jezelf. Die staat in verbinding met je gehoorapparaten.

Dat helpt. Hoewel het lastig blijft als mensen

door elkaar praten. Goede gehoorapparaten, die goed

zijn afgesteld, vind ik ook belangrijk. Dat scheelt een

hoop ergernis en energie.”

Evert: “Als ik druk ben geweest, doe ik mijn gehoorapparaten

soms even uit. Die stilte, heerlijk. Dan hoor ik

alleen mijn tinnitus nog.”

5.

Maak gebruik van apps

Evert: “Er zijn gratis apps die gesproken tekst

omzetten in geschreven tekst. Bijvoorbeeld AVA voor

R

iPhones en Life Transcriptie voor Android telefoons.

Ik heb ook de app Smart Remote op mijn telefoon.

Daarmee kan ik onder andere hoge tonen lager laten

klinken en lage tonen hoger. Als ik dan gitaar speel,

klinkt het veel beter.”

6.

Let’s Talk

Ria en Evert doen alle twee mee met Let’s

Talk wat ‘laten we praten’ betekent. Het is een online

ontmoetingsplek voor doven en slechthorenden. Je

ontmoet elkaar via Zoom en er zijn schrijf- en gebarentolken

aanwezig. Let’s Talk is gestart aan het begin van

de coronacrisis. Het doel is nieuwe mensen ontmoeten

en in contact blijven met gelijkgestemden.

Wil je ook meedoen met Let’s Talk?

Stuur dan een WhatsApp

naar Anita Noordhoff via

06 - 15 05 59 20.

45


Van geven word

jezelf gelukkig

Monique Kampschut is druk. Ze doet allerlei

vrijwilligerswerk en per 1 januari van dit jaar is

ze vennoot bij Peer! Vanaf haar puberteit is ze

slechthorend. Ze heeft twee gehoorapparaten en redt

zich daar goed mee. “Ik ben perfect zoals ik ben, ook al

ben ik niet perfect.”

Ze is positief ingesteld, organiseert

van alles en nog wat, en stapt overal

op af. Als vrijwilliger is ze bijvoorbeeld

actief bij het project Nieuwland

Bruist: “Het doel van dit project

is dat mensen actief worden in

de wijk. Er zijn zoveel mensen met

talenten. Het is leuk als die hun

kennis delen met andere mensen

in de wijk.” Om erachter te komen

wat mensen willen en kunnen, staat

Monique tijdens het jaarlijkse wijkfestival

in de kraam van Nieuwland

Bruist. En als er verkiezingen zijn,

staat ze bij het stembureau. “Het

coronavirus werkt nu even tegen,

maar ik probeer altijd met mensen

in gesprek te komen. Ik ben best

assertief en schaam me er niet voor

dat ik slechthorend bent. Als iets

niet lukt of als ik het niet hoor, voel

ik me daar ook wel eens rot over.

Maar dat ben ik altijd weer snel vergeten.

Ik kan er niet van uitgaan dat

anderen weten wat ik wel en niet

hoor. Dus dan vraag ik het nog een

keer. Ik blijf gewoon herhalen.”

Ik blijf mee doen

Monique doet ook nog vrijwilligers

werk voor het Diabetesfonds. En

als het dadelijk weer kan, gaat ze

weer bijeenkomsten organiseren

en vergaderingen notuleren voor

Bewust Eemland. “Ik doe de dingen

die ik kan. Het zijn veel kleine

dingen, maar ze geven mij kracht,

en bij elkaar is het best veel. Vanuit

mijn religie, de Baha’i, ben ik gewend

om te geven zonder iets terug

te verwachten. Van geven word je

zelf ook gelukkig. Ik ga dan ook in

vertrouwen met andere mensen in

gesprek, zonder iets te verwachten.

Dat helpt.”

Peer!

Sinds 1 januari is Monique vennoot

bij Peer! “Ik werkte daar al

als vrijwilliger, maar nu ben ik dus

mede-eigenaar.” Peer! verhuurt

ruimtes om te vergaderen of een

training te geven. Daarnaast kunnen

zelfstandig ondernemers die hun

kennis met anderen delen, in ruil

daarvoor een werkplek krijgen. “Ik

ben daar onder andere gastvrouw.

Ook daar gebeurt het dat ik iemand

niet of verkeerd versta. Humor helpt

dan. En je moet niet bang zijn om te

laten zien dat je kwetsbaar bent. Je

bent nooit de enige.”

46


ggmd als tweetalige

organisatie

Elke Dirven hoort en Linde Langeveld niet.

Maar belangrijker is dat ze samen op de afdeling

human resources van GGMD verantwoordelijk

zijn voor de menselijke kant van een bijzondere

organisatie. Een tweegesprek over hoe ‘bijzonder’

heel gewoon is en wat andere organisaties

daarvan kunnen leren.

NIET

ZOMAAR

EEN WERK-

GEVER

47


GGMD is een tweetalige organisatie. We streven ernaar dat alle medewerkers

gebarentaal leren. Nieuwe collega’s volgen een cursus

Dovencultuur. Dat is niet alleen voor cliënten belangrijk. Een kwart van

onze mensen heeft zelf een auditieve beperking; ze zijn doof, slechthorend

of hebben tinnitus. Horende, slechthorende en dove medewerkers werken

samen. Dat vormt onze identiteit en is onze kracht. Daar zijn we trots op.”

“Ehm ja, je hebt gelijk. In het dagelijkse werk is het heel normaal. Maar aan

de andere kant zijn er weinig organisaties in Nederland waar medewerkers

met een gevarieerde achtergrond zo geïntegreerd samenwerken. Het zit

echt in onze vezels. Een praktisch voorbeeld: een intern overleg waar dove

collega’s aan deelnemen, gaat niet door als er geen gebarentolk beschikbaar

is. En door elkaar heen praten gebeurt niet, want dan kan een tolk niet

werken. De structuur en rust die hierdoor ontstaan zijn, prettig en efficiënt

voor iedereen.”

____________

Elke Dirven

HR Adviseur

“Om goed met cliënten te werken is niet alleen wetenschappelijke kennis

belangrijk. Het is ook fijn dat een dove medewerker een nieuwe collega even

vertelt dat die drukke blouse niet handig is als achtergrond voor gebarende

handen. Of dat een piepende deur niet prettig is als je hyperacusis hebt.

En natuurlijk wordt dit soort kennis ook gebruikt bij het ontwikkelen van

methodieken voor behandeling en begeleiding van cliënten.”

“De directheid en humor in de dovencultuur zijn bijvoorbeeld een echte

toevoeging! Natuurlijk zijn er ook extra uitdagingen voor de organisatie. We

zagen dat duidelijk toen iedereen vanuit huis moest werken door corona.

Tolkgebruikers en tolken moeten elkaar bij online meetings continu kunnen

zien. Dat is lastig in grote groepen of bij een presentatie via de computer.”

“Voor alle medewerkers is het soms zoeken om binnen de beschikbare

scholingsuren een balans te vinden tussen alle vormen van kennis en kunde

die je kan opdoen. Taal en cultuur van de dovengemeenschap, nieuwe

vakinhoudelijke en technologische trends, persoonlijke vaardigheden verder

ontwikkelen: alles is belangrijk. Door goede communicatie zorgen we ervoor

dat iedereen zich binnen GGMD kan bijscholen en ontwikkelen.”

48


Het is voor een dove collega voor

wie gebarentaal de moedertaal is,

soms moeilijker om verslagen in de

Nederlandse taal te schrijven

Het verbaast me dat je GGMD een schouderklopje geeft op het feit dat

horende, dove en slechthorende medewerkers samenwerken. Daar

hoef je toch niet speciaal trots op te zijn, wat mij betreft is dat heel gewoon.”

“Werken binnen GGMD is prettig, omdat iedereen weet hoe je met elkaar

moet communiceren. In de buitenwereld loop je tegen onwetendheid aan,

en soms tegen onbegrip. Hier kun je gewoon jezelf zijn, iedereen is gelijk

en leert van elkaar. Technologie helpt daarbij. Vroeger werd ik veel gemaild,

nu beeldbellen mensen me via MS Teams en gaan gebaren. Ik heb daardoor

meer direct contact met collega’s.”

“Dove hulpverleners staan wel voor andere uitdagingen. We beleven dingen

anders, of hebben een andere visie. Een dove cliënt verwacht soms van een

dove hulpverlener dat je de normen van de dovencultuur volgt. We gaan

bijvoorbeeld anders om met afstand, ook omdat onze taal zo visueel is en

gericht op contact. De horende hulpverlening heeft andere regels over

afstand en vindt het gedrag dan niet ‘professioneel’. Het mooie is wel dat

als je hier open over spreekt, je het beste uit twee culturen kunt halen.”

____________

Linde

Langeveld

HR Adviseur

“Werken met gehoorverlies is vermoeiender dan werken zonder gehoorverlies.

Communicatie volgen kost meer energie. Ook is het voor een dove collega

voor wie gebarentaal de moedertaal is, soms moeilijker om verslagen in

de Nederlandse taal te schrijven. In je moedertaal kan je je het beste uiten.”

“Wat dit betreft is GGMD een goed voorbeeld voor andere werkgevers die

een meer gevarieerd medewerkersbestand succesvol willen opbouwen. We

laten zien dat mensen met doofheid of een andere auditieve beperking

volledig en volwaardig een organisatie dragen. Da’s niets bijzonders. Het is

heel gewoon.”

49


Een

Willem de Bruijn

veelbewogen

leven

Willem de Bruijn heeft zijn zaken goed voor elkaar. Hij heeft zijn huis gezellig ingericht,

hij heeft goed contact met de buren en als het kan, gaat hij twee dagen in de

week naar de dagactiviteiten. Dat is niet altijd zo geweest. Het leven van Willem kende

vele dieptepunten. Hij woonde in een kindertehuis, op straat en in de extra beveiligde

gevangenis in Vught. Dat Willem slechthorend is, was niet zijn grootste probleem.

Willem groeide op in een moeilijke thuissituatie.

Er werd bij hem thuis veel met de vuisten gesproken.

“Op mijn veertiende ben ik weggelopen. Ik had

geen geld, leefde op straat en sliep buiten op een bankje.

Mijn eten jatte ik in de supermarkt. Ik heb even in een

kindertehuis gezeten, maar alles was daar zo streng dat

ik weer ben gaan zwerven. Ik kon er niet aan wennen,

aan dat strenge. Ze hebben me twee keer opgepakt voor

stelen, maar ik had geen geld, dus lieten ze me weer

gaan.”

Werk, een huis en verkering

Via via kreeg Willem uiteindelijk werk in de groenvoorziening.

Hij kreeg een vriendin en ging samenwonen.

“Toen de relatie stopte, moest ik het huis uit. Ik had

doordat alles geen zin meer om te werken, dus ik had

geen inkomsten. Ik heb toen heel even in de daklozenopvang

gezeten. Via het maatschappelijk werk kreeg ik

al snel een huis. Maar ik had geen geld voor meubels of

een bed. Dus ik sliep op de grond.” Na een tijdje ging hij

weer werken bij dezelfde baas in de groenvoorziening.

“Dat is leuk werk. Ik heb toen gespaard voor meubels,

een tv enz. De maatschappelijk werker kwam elke week

langs om te kijken of het goed ging, maar ik had geen

klik met haar.”

Opgepakt

Toen hij 45 was, is hij opgepakt voor het mishandelen

van zijn vriendin. Hij deed na wat hij in zijn jeugd had

gezien. Als iets niet ging zoals hij wilde, sloeg hij erop.

Hij wist niet anders. “Ik moest naar de Koepelgevangenis

in Arnhem. Dat was niet leuk. Ik mocht niets meer,

alleen in een cel zitten. Ik heb daar een paar maanden

gezeten.” Omdat hij een bewaker had mishandeld, werd

hij overgeplaatst naar de extra beveiligde gevangenis in

Vught. “Dat was beter. Ik had daar een eigen cel, een tv

en een koelkast. Daar moest je wel voor betalen. Een

keer in de week ging ik werken. Moest ik hondenbotjes

inpakken. In Vught heb ik een jaar gezeten. Door mijn

slechthorendheid had ik weinig contact met andere

50


mensen. Ik ruilde vleeswaren en theezakjes voor koffie.

Dat was het wel zo’n beetje. ’s Avonds ging je celdeur

dicht, zat ik de hele tijd alleen een beetje tv te kijken.

Dat was wel eenzaam.”

Weer vrij

Toen Willem vrijkwam, ging hij weer op straat leven.

Hij sliep weer op bankjes en ook een tijdje in een auto.

Omdat Willem groot, breed en sterk is, ervaarde zijn

omgeving hem vaak als intimiderend. “Niemand wist

hoe ze met mij om moesten gaan.” Maar dat Willem veel

problemen had en hulp nodig had, was wel duidelijk. De

GGD is toen hulp gaan zoeken. Verschillende organisaties

gingen bij hem langs, hij wees ze allemaal de deur.

Omdat Willem slechthorend is, kwam hij uiteindelijk

bij GGMD terecht. “Bij het eerste gesprek met Janet liep

ik leeg. Zij is maatschappelijk werker bij GGMD. Ik heb

haar alles verteld. Met haar en met Jet, mijn woonbegeleider,

klikt het. Met Janet voer ik gesprekken. Zij zorgt

ervoor dat alles goed blijft gaan. Jet helpt me met dingen

als brieven lezen, want ik ben vroeger weinig naar

school geweest en kan niet lezen en schrijven.”

Rust

Het gaat nu goed met Willem. Hij doet het huishouden,

houdt zijn huis gezellig, doet boodschappen en gaat

naar de dagactiviteiten. Ook het omgaan met andere

mensen gaat nu goed. Hij heeft leuk contact met de buren

en is opgenomen in de buurt. Hij heeft daar keihard

voor moeten werken, maar “het is nu eindelijk rustig in

mijn hoofd.”

51


GGMD in beeld

sinds

1999

Aantal cliënten

geholpen in 2020

Aantal

medewerkers

vast

184

Medewerkers met een

gehoorbeperkingen

2.129

231

freelance

47

23%

Zorg en begeleiding in

Ervaren zorgverleners

• Zorgverzekeringswet

• Jeugdwet

• Wet maatschappelijke

ondersteuning

Cliëntenwaardering