07.06.2021 Views

Het sterven van mijn vader - CLW

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

HET<br />

STERVEN<br />

VAN MIJN<br />

VADER<br />

Roos Blomquist<br />

STERVEN IN<br />

EIGEN REGIE


2 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


HET<br />

STERVEN<br />

VAN MIJN<br />

VADER<br />

Sterven in<br />

eigen regie<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 3


<strong>Het</strong> werd, het was, het is gedaan.<br />

M. Vasalis<br />

Tweeënnegentig jaar oud was <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> toen zijn echtgenote stierf. Dat<br />

eerste jaar miste hij zijn geliefde vrouw intens. De kinderen, die af en toe op<br />

bezoek kwamen, maakten allen mee dat hij huilde om zijn overleden vrouw.<br />

Huilend had geen <strong>van</strong> ons hem ooit meegemaakt. De enige keer dat hij<br />

huilde was toen dertig jaar geleden zijn jongste broer overleed. Die broer,<br />

die het ongeluk had gehad longkanker te krijgen. Uitgezaaide longkanker<br />

die door de huisarts was aangezien voor depressiviteit, met Valium als<br />

remedie en paracetamol tegen de pijn. Na een half jaar was hij overleden,<br />

na een ellendige lijdensweg. De huisarts had bij diagnostiek en behandeling<br />

gefaald, en had ook aan het einde <strong>van</strong> het leven <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> oom geen<br />

adequate pijnbestrijding voorhanden. Mijn <strong>vader</strong>, huisarts in ruste, zo’n<br />

dokter die vindt dat zorg bij het <strong>sterven</strong> bij zijn vak hoort, was nog altijd<br />

verdrietig over de wijze waarop zijn jongste broer was gestorven.<br />

Vader doordrong de kinderen er<strong>van</strong> dat hijzelf nog maar kort zou leven.<br />

Dus dat wij daarop maar waren voorbereid, en of we asjeblieft wilden<br />

ophouden met onze opbeurend bedoelde clichés.<br />

De NVVE-wilsverklaringen waren al decennia eerder ingevuld en werden<br />

<strong>van</strong> tijd tot tijd herzien. In de boekenkast stonden boeken over <strong>sterven</strong> en<br />

(zelf)euthanasie tussen het repertorium (editie 1989) en de psychiatrische<br />

klassieken.<br />

Ten tijde <strong>van</strong> het sterfbed <strong>van</strong> zijn vrouw hadden <strong>vader</strong> en ik het er nog<br />

over hoe wij het zelf wilden in het geval dat het nodig was om de dood een<br />

handje te helpen. We waren het eens: ver<strong>sterven</strong>. Ook daarover stond de<br />

literatuur op de plank, inclusief de informatie over het hoe en wat <strong>van</strong> de<br />

verzorging bij ver<strong>sterven</strong>.<br />

4 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


We waren beiden lid <strong>van</strong> de Coöperatie Laatste Wil. <strong>Het</strong> middel dat de<br />

Coöperatie destijds heeft voorgesteld als ‘laatstewilmiddel’ was in huis, met<br />

de bijbehorende informatie uit ‘De vredige pil’ <strong>van</strong> Nitschke. En natuurlijk<br />

waren er ook andere medicijnen in huis.<br />

Krakkemikkig actief<br />

Hoewel stokoud en krakkemikkig – moeilijk lopen, versleten knieën, kou en<br />

warmte niet meer aankunnen, darm- en slikproblemen, huidkankertjes en<br />

zo nog het een en ander – bleef <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> wel actief. Hij ging fietsen als<br />

het daarvoor niet te koud was. Weliswaar niet meer vijfentwintig kilometer<br />

maar circa tien, en niet meer met de gewone fiets maar op het exemplaar<br />

met elektrische ondersteuning dat hij na lang aandringen <strong>van</strong> mij had<br />

geaccepteerd. Hij bezocht en ontving vrienden en familie voor zover die<br />

nog leefden. Hij kocht en las boeken en bekeek documentaires. Bezocht<br />

musea en horeca. Luisterde naar muziek zolang dat nog ging met zijn<br />

hoorapparaatjes. En in dat eerste jaar genoot hij ook <strong>van</strong> dingen die <strong>van</strong> zijn<br />

vrouw nooit ‘mochten’ zoals afhaalpizza en magnetronmaaltijden. De Lidlreclames<br />

voor stamppot waren aan hem zeer besteed.<br />

Ik bezocht hem twee of drie keer per week. We gingen naar buiten of naar<br />

een museum, en aten buitenshuis of bij hem thuis. We spraken veel over<br />

zijn rijke leven met zijn echtgenote, we herlazen en bekeken de paar meter<br />

fotoboeken, dagboeken en reisverhalen, en vaak huilde hij om het gemis,<br />

om wat voorbij, voorgoed voorbij was.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 5


Twee jaar voor zijn overlijden<br />

’s Avonds reed ik terug naar huis, vaak met bloedend hart, om die oude<br />

man alleen in het prachtige huis vol met herinneringen. Ik werd zelfs een<br />

keer aangehouden door de politie omdat ik slingerend over de weg reed.<br />

Toen ik vertelde over <strong>mijn</strong> oude verweduwde <strong>vader</strong> maande de diender me<br />

vriendelijk goed op het verkeer te letten en wenste me sterkte.<br />

Een jaar na het overlijden <strong>van</strong> zijn vrouw geviel het dat het zo hard en<br />

langdurig ging sneeuwen dat alle wegen dicht kwamen te zitten. Vader zat<br />

kouwelijk in zijn stoel en ik wandelde verrukt door de besneeuwde bossen.<br />

6 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


Die nacht bleef ik slapen. De volgende ochtend ontbeten we samen en<br />

omdat het bleef sneeuwen bleef ik een paar dagen. Sedertdien bleef ik drie,<br />

vier, en allengs vijf dagen per week bij <strong>vader</strong>.<br />

In de zomer die volgde liep ik als hij ’s avonds naar bed was gegaan<br />

altijd even naar buiten de straat in. Ik keek hoe het licht aanging in zijn<br />

slaapkamer en hoe zijn gestalte verscheen voor het raam in de badkamer.<br />

Altijd dacht en voelde ik dan: over een jaar, als het weer zomer is, zal hij er<br />

niet meer zijn. Maar zo ging het niet. Vader heeft na het <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> zijn<br />

geliefde echtgenote nog vier zomers geleefd.<br />

Steeds minder kunnen<br />

Langzamerhand verergerden zijn kwalen, kwamen er kwalen bij en kon<br />

<strong>vader</strong> minder. Er waren nog meer vrienden <strong>van</strong> weleer gestorven. Af en<br />

toe viel hij maar iedere keer lukte het hem in zijn eentje of met hulp om<br />

weer overeind te komen. Hij kon nog fietsen, lezen, naar het museum,<br />

naar documentaires en films kijken. Horeca werd al vervelender <strong>van</strong>wege<br />

het vele geluid en de te harde stoelen voor zijn al magerder lichaam.<br />

Naar muziek luisteren ging niet meer, de hoorapparaatjes stoorden zijn<br />

muziekwaarneming te veel. We reden ook in die voorlaatste zomer nog<br />

naar het geboortedorp <strong>van</strong> zijn moeder waar hij in zijn jeugd veel was<br />

geweest en waaraan hij de dierbaarste herinneringen bewaarde. Hij<br />

bleef autorijden, maar dat werd al gevaarlijker en leidde tot enkele bijnaongelukken.<br />

Meestal reed ik en zat <strong>vader</strong> tevreden naast mij om zich heen<br />

te kijken of deed een dutje.<br />

Hij ruimde op, waste af, waste zijn eigen ondergoed en sokken, trok het bed<br />

recht en zag er zo op toe dat het werk in het huishouden niet alleen op mij<br />

neerkwam. In <strong>mijn</strong> omgeving typeerde men ons arrangement wel eens<br />

als ‘mantelzorg’, waarop ik altijd repliceerde dat er dan toch op zijn minst<br />

sprake was <strong>van</strong> wederkerige mantelzorg. En: de zorg voor baby’s, kinderen<br />

en pubers wordt toch ook niet gezien als ‘mantelzorg’?<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 7


Hij zette ook de vuilnisbakken nog buiten. Maar toen naast zijn huis nieuwe<br />

appartementen werden gebouwd, werden de vuilnisbakken niet meer<br />

opgehaald. Dus sleepte hij de zware (want twee weken niet geleegde)<br />

bakken naar de overkant. Daarbij struikelde hij over een stoeptegel en kwam<br />

onder de zware afvalbak terecht. De buurman zag hem vallen en hielp<br />

hem overeind komen. En zag tot zijn verbazing <strong>vader</strong> even later in de auto<br />

wegrijden, maar hij reed prima en had netjes richting aangegeven, aldus de<br />

buurman.<br />

Negen maanden voor zijn overlijden<br />

8 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


Afscheid <strong>van</strong> de woonkamer<br />

Ik kwam ‘thuis’ (inmiddels was <strong>vader</strong>s huis volgens hemzelf <strong>mijn</strong> thuis) en<br />

trof hem in zijn luie stoel, tevreden met een borrel en de krant. Maar wel<br />

met een hoop pleisters en bloedvlekken. Ik maakte wat te eten, verzorgde<br />

knie-, elleboog- en handwonden, en we spraken elkaar over de dingen <strong>van</strong><br />

de dag. Plotseling was het klaar met m’n lieve oude <strong>vader</strong>: hij kreeg acuut<br />

zo’n pijn in zijn knieën dat hij naar boven moest gaan. Hij zei te hopen dat<br />

dat hem nog zou lukken. Een dag later zei hij dat hij afscheid had genomen<br />

<strong>van</strong> de woonkamer.<br />

Toen werd hij bedlegerig. Hij had veel last <strong>van</strong> zijn verwondingen en<br />

pijnlijke knieën. Met zijn verwonde vingers lukte het hem nauwelijks<br />

om zijn hoorapparaatjes in te doen. Zei: ‘Ik kan niet meer’. <strong>Het</strong> klonk<br />

moedeloos. ‘Dit gaat zo heel snel op weg naar het einde.’ Hij gaf te kennen<br />

geen bezoek te wensen.<br />

Maar hij bleef wel zijn Mensendieck-oefeningen doen en liep naar de<br />

badkamer heen en weer. Ik haalde een rollatortje naar boven maar meestal<br />

liep hij zonder.<br />

Er kwam een ver<strong>van</strong>g-huisarts. Zij maande hem 1. niet in bed te blijven<br />

liggen, 2. actief te blijven, 3. geen nsaid’s te gebruiken maar alleen<br />

paracetamol en 4. de pleisters vaak te verschonen. Tegen mij zei ze: ’Hij is<br />

cognitief in orde.’ Oeps, dat was zo’n huisarts die alleen de categorie ziet<br />

(‘hoogbejaard’) en geen oog heeft voor de persoon <strong>van</strong> de patiënt. En die<br />

helaas ook niet bedacht dat een ergotherapeut wel eens zou kunnen zien<br />

dat er enkele voorzieningen nodig waren zoals handvatten en een adequate<br />

wc in plaats <strong>van</strong> die te lage pot. Dat zou hem uiteindelijk gaan opbreken.<br />

De eigen huisarts kwam. Vader wilde dat ik erbij was. Medisch was er al<br />

jaren <strong>van</strong> alles aan de hand, maar iedere keer pakte dat toch niet te ernstig<br />

uit. Deze keer leek dat anders. Vader uitte zich pessimistisch over zijn<br />

kansen op herstel, vooral het lopen.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 9


<strong>Het</strong> laatstewilmiddel kwam nu in zicht en <strong>vader</strong> vroeg aan zijn huisarts of<br />

deze een ‘natuurlijke dood’ zou kunnen vaststellen. De huisarts zou zich<br />

beraden en met collega’s overleggen.<br />

Maar een dag later zei <strong>vader</strong> mij dat het lopen toch wel een beetje beter ging.<br />

10 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


Hij wilde geen thuiszorg en waste zichzelf. Eten wilde hij niet, maar na een<br />

paar dagen gingen een eitje, vers brood, schapenyoghurt en allerhande<br />

hapjes er wel weer in. Graatmager was hij, benen als luciferhoutjes.<br />

Nachtborrels plus traplift<br />

Een <strong>van</strong> de kinderen trommelde de anderen op om op bezoek te<br />

komen om afscheid <strong>van</strong> <strong>vader</strong> te nemen. Daar was ik niet bij, ik had<br />

werkverplichtingen en kwam pas laat die avond terug in <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>s huis.<br />

<strong>Het</strong> was al na enen ’s nachts toen ik <strong>vader</strong>s kamer insloop en een gordijn<br />

iets verder dichttrok. Ineens begon hij te praten, op vrolijke toon: wat dat<br />

voor een manier was <strong>van</strong> een dochter om zo laat thuis te komen bij een<br />

stokoude <strong>vader</strong>, en dat hij zich zeer ongerust over mij had gemaakt. <strong>Het</strong><br />

licht moest aan, en of ik asjeblieft nog een borrel wilde halen <strong>van</strong> beneden.<br />

Zo dronken wij, als waren wij studenten, diep in de nacht een borrel en<br />

herhaalden dat in de nachten die volgden.<br />

Achteraf was dat moment een keerpunt. Er is één keer thuiszorg geweest<br />

voor het katheteriseren. Ik informeerde of er een traplift geïnstalleerd<br />

kon worden op de smalle trap. Dat kon, en hoewel <strong>vader</strong> altijd boos was<br />

geworden op eenieder die waagde om hem te adviseren een traplift<br />

te nemen, kwam het er nu <strong>van</strong>. Een dag voor kerstmis werd de traplift<br />

geplaatst. Prinsheerlijk zoefde <strong>vader</strong> naar beneden, terwijl ik met tranen<br />

in de ogen telefonisch verslag deed aan <strong>mijn</strong> stiefzusje die het ook niet<br />

drooghield. Vader was een maand boven geweest.<br />

In de maand dat <strong>vader</strong> boven en bedlegerig was, werd het laatstewilmiddel<br />

concreet en kwam het naderbij. Maar op een ochtend zei hij me, glashelder,<br />

dat hij er erg tegen opzag om daadwerkelijk een einde aan zijn leven te maken.<br />

<strong>Het</strong> leven <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> heeft toen nog bijna tien maanden geduurd.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 11


In de winter was het te koud om nog naar buiten te gaan voor meer dan<br />

de brievenbus of een boodschap. Vaders ouderdomskwalen verergerden<br />

allengs. Twee weken na het begin <strong>van</strong> de corona lockdown brak hij uit<br />

voor een bezoek en een borrel bij zijn jarige zoon. In die dagen kachelde<br />

hij verder in. Langzamerhand sliep hij tot wel twintig uur per etmaal.<br />

Bovendien verloor hij zijn smaak en reukvermogen. Dat kon Covid-19 zijn,<br />

maar hij neigde ertoe het te beschouwen als een ouderdomsfenomeen.<br />

Meermaals sukkelde hij verder achteruit, en herstelde dan toch telkens weer<br />

een beetje. Die laatste tien maanden <strong>van</strong> zijn leven was ik altijd bij hem in<br />

huis; de laatste maanden was ik nooit langer dan een uur of twee en nog<br />

later hoogstens een half uur afwezig.<br />

De dood kwam al naderbij. Sinds enige jaren was de dood dichtbij, op<br />

afstand <strong>van</strong> seizoenen. In de laatste tien maanden werd het voorstelbaar<br />

dat <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>s leven nog maar minder dan een week zou duren. Toch<br />

rekte hij zijn denkbeeldige resterende levensduur af en toe flink op. Hij<br />

sprak over nog te maken uitstapjes en etentjes met vrienden, en verheugde<br />

zich op de geboorte <strong>van</strong> een achterkleinkind – maar dat zou hij niet meer<br />

meemaken, een maand voor haar geboorte is hij overleden.<br />

Van de corona-epidemie had hij in zoverre weinig last dat hij toch al geen<br />

zin meer had om nog bezoek te krijgen, op een paar mensen na. Toen een<br />

kleinzoon en diens vrouw langskwamen en fysiek afstand hielden, vond hij<br />

dat maar onzin. <strong>Het</strong> enige vervelende <strong>van</strong> de lockdown vond hij dat hij niet<br />

meer naar de horeca kon, en dat de krant bijna uitsluitend over corona ging.<br />

Laatstewilmiddel<br />

Vader heeft in die jaren regelmatig gesproken over het ‘laatstewilmiddel’,<br />

dat hij – met toebehoren – op een veilige plek bewaarde. Duidelijk was dat<br />

hij zich mentaal prepareerde op het beëíndigen <strong>van</strong> zijn leven met behulp<br />

<strong>van</strong> de twee capsules. Hij sprak vooral over de praktische vormgeving:<br />

wanneer, waar, door wie hij gevonden zou worden, en wat de gang <strong>van</strong><br />

zaken dan verder zou zijn.<br />

12 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


Elf dagen voor zijn dood<br />

De huisarts zou erbuiten worden gelaten omdat dat de beste kans bood op<br />

het constateren <strong>van</strong> een natuurlijke dood. Een behandelverbod was voor<br />

de veiligheid — bijvoorbeeld wanneer er onverhoopt problemen zouden<br />

optreden na het innemen <strong>van</strong> het laatstewilmiddel – opgenomen in <strong>vader</strong>s<br />

medisch dossier. Maar het door hem bedachte arrangement – in zijn<br />

eentje in de huiskamer, <strong>mijn</strong> vriend en ik wandelend met de hond, bij het<br />

thuiskomen <strong>vader</strong> dood vinden in zijn stoel – was vrijwel onuitvoerbaar, en<br />

bovendien onveilig.<br />

Wel duidelijk was dat het er moest uitzien als een natuurlijke dood.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 13


<strong>Het</strong> voorjaar bracht de bekende geneugten: de ontluikende tuin en natuur,<br />

zitten in de zon, de pasgeboren lammeren. En er bleef een hoop te leven.<br />

Twee maanden voor zijn dood kocht hij nog een paar boeken, onder<br />

andere dat <strong>van</strong> Arnon Grunberg over Auschwitz. Tien dagen voor zijn<br />

dood noteerde hij de titels <strong>van</strong> drie nieuw te bestellen boeken. Een door de<br />

VPRO uitgezonden documentaire over gentrificatie maakte diepe indruk<br />

op hem, en hij realiseerde zich met afgrijzen dat zijn eigen pensioenfonds<br />

waarschijnlijk grootschalig op de woningmarkt speculeert.<br />

Tien dagen voor zijn <strong>sterven</strong>: ‘Wat lijken onze voeten op elkaar. Wil je er een foto <strong>van</strong> maken?’<br />

14 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


De meeste ochtenden had hij zin in de nieuwe dag. Helaas leidde het eerste<br />

horeca-bezoek na de versoepeling <strong>van</strong> de coronamaatregelen tot ernstig<br />

ontregelde darmen. Bij ons beiden. Ik moest al meer lichamelijk gaan<br />

zorgen. Maar die zorg was fysiek gesproken nog altijd minder intensief dan<br />

die voor een baby.<br />

Een week of zes voor zijn dood werd zijn stem veel zwakker.<br />

Ook de blik in zijn ogen veranderde, het leven leek wel uit zijn ogen te<br />

vertrekken.<br />

Hij sliep langer en langer en af en toe kwam hij helemaal niet of pas ’s<br />

avonds naar beneden. Als hij uit bed kwam kreeg hij het snel koud en<br />

warmde dan heel langzaam weer op. Hij herhaalde dat hij heerlijk lag in<br />

zijn bed en dat de gebrachte mini-hapjes en drankjes hem goed smaakten.<br />

En merkte op dat hij zo veel sliep, ‘ik weet niet wat me bezielt’. De kleine<br />

infecties, irritaties en huidkankertjes bezorgden hem al meer last als hij erop<br />

lag en ik moest veel wondjes schoonmaken en bepleisteren.<br />

Af en toe viel hij. Hij vreesde het moment dat hij weer zou vallen en er<br />

niemand zou zijn om hem te helpen om overeind te komen. Op een avond<br />

toen hij zijn gehate hoorapparaatjes al had uitgedaan, vertelde hij bang te<br />

zijn dat hij tussen de wc en de muur in zou vallen en daarbij een heup te<br />

breken. En vervolgde: ‘Er moet nu dus maar binnen een paar weken een<br />

einde aan komen. Je begrijpt wel wat ik bedoel.’ Hij had geen zin om de<br />

hoorapparaatjes weer in zijn oren te prutsen, waardoor een gesprek niet<br />

mogelijk was.<br />

Een ochtend vier dagen voor zijn dood was <strong>vader</strong> – voor zijn doen – vroeg<br />

op: iets voor twaalven schoof hij moeizaam over het portaal naar de traplift.<br />

Ik liep net de trap op om poolshoogte te nemen. Met moeite ging hij zitten<br />

en zei geëmotioneerd dat hij niet meer kon lopen en staan, en dat het nu<br />

afgelopen was met hem.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 15


Maar die middag lukte het toch nog om naar buiten te gaan en een biertje<br />

met een saucijzenbroodje te nuttigen in de tuin <strong>van</strong> een nabijgelegen<br />

museum.<br />

De dag erna bleef hij in bed. ’s Avonds zei hij dat het hem ‘morgen<br />

misschien gaat lukken om naar beneden te komen’.<br />

Drie dagen voor zijn dood op het museumterras<br />

16 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


In de dagen die volgden kon <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> niet meer zelfstandig naar de wc.<br />

Weer viel hij; en ook deze keer lukte het ons om samen moeizaam<br />

bewegend over de vloer weer bij zijn bed en daar vervolgens in te komen.<br />

In die laatste maanden, weken en dagen was ik soms een levende prothese.<br />

Op <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>s verzoek vroeg ik de huisarts langs te komen. Deze keer<br />

wilde <strong>vader</strong> mij er niet bij. De huisarts bleef vrij lang. Bij vertrek vertelde de<br />

arts mij dat het beeld niet heel duidelijk was; <strong>vader</strong> wilde geen medische<br />

behandelingen meer; hij had geen hulpvraag. De dokter vond hem<br />

magerder en moe. Hij had het niet met zoveel woorden gezegd maar de<br />

arts had wel de indruk gekregen dat <strong>vader</strong> afscheid nam. Hij opperde dat<br />

<strong>vader</strong>s toestand nu onomkeerbaar leek. Ik antwoordde dat dat al vaker zo<br />

geweest was, en dat het nu mogelijk echt zover was.<br />

De laatste uren<br />

(Dagboekaantekeningen)<br />

16:45 Boven hoor ik <strong>vader</strong>. Hij zit in het waskamertje op het bidet en kan<br />

niet meer overeind komen. Met vereende krachten naar zijn bed. Kan echt<br />

niet meer op zijn benen staan en zakt door zijn knieën.<br />

Thuiszorg gebeld en gevraagd om hulp bij het naar het toilet gaan.<br />

19:30 Vader wordt wakker en is stomverbaasd dat het pas zo vroeg is.<br />

Hij vraagt mij – tegen de gewoonte in – de gordijnen volledig te sluiten.<br />

Hij lijkt mij ‘aangeslagen’. En wat gedesoriënteerd. Wat er nu aan de hand is,<br />

is vrees ik toch echt onomkeerbaar. Sisyphus zal de steen nu waarschijnlijk<br />

niet opnieuw omhoog gaan rollen.<br />

Moet ik morgen de huisarts inlichten?<br />

22:15 Vader is beter bij de les. Hij vraagt me een envelop met opschrift<br />

‘medisch geheim’ <strong>van</strong> zijn bureau mee naar boven te nemen. Wil een klein<br />

borreltje (een kwart glaasje) en dat smaakt hem goed. Hij heeft nog een<br />

keer geprobeerd om op te staan, zonder succes. En heeft twee ‘stoppillen’<br />

(Imodium) ingenomen. Zegt: ‘Nou, dat was het dan. Op. De middelen zijn<br />

er.’ Concreter maakt hij het niet. Zegt: ‘Neem jij <strong>van</strong>avond maar vrij… heb je<br />

al geluncht?’; dit zijn twee heel vreemde zinnetjes.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 17


Hij gaat snel achteruit, en is nu licht delirant. Hij moet ondanks de Imodium<br />

toch weer naar de wc en wil weer naar het waskamertje gaan in plaats <strong>van</strong><br />

op de po (naast het bed) of naar de wc (die is aan de andere kant <strong>van</strong> het huis,<br />

vijf meter verder lopen). Staat erop te gaan poepen op het bidet, luistert even<br />

naar me als ik zeg dat dat eerder in de avond fout liep, maar strompelt door mij<br />

ondersteund de kamer uit en het lukt niet de ontlasting tegen te houden.<br />

Hij is verbaasd dat hij ondanks de twee Imodium toch diarree heeft<br />

gekregen. Ik ruim de boel op, ben daar de laatste maanden al een beetje<br />

aan gewend geraakt. Op zijn verzoek een paar grote handdoeken in zijn<br />

bed gelegd. We praten af en aan tot laat, hij denkt dat het nu ochtend is, en<br />

vertelt onder andere dat zijn knieproblemen <strong>van</strong> neurologische aard zijn.<br />

Ik heb het gevoel dat hij wat in de war is. Hij zegt hartkloppingen te hebben.<br />

Hij vraagt hoe het met <strong>mijn</strong> vriend is, die heeft hij al een paar dagen niet<br />

kunnen zien. Hij hoopt toch nog dat morgenochtend alles beter is, glaasje<br />

sap, kopje thee… maar hij weet wel beter.<br />

(einde dagboekaantekeningen)<br />

Die finale nacht werd de levensbeëindiging acuut concreet. In de<br />

voorgaande dagen was zijn toestand zienderogen achteruitgegaan. Nu<br />

was het moment daar dat de nood te ernstig werd, en dat bovendien de<br />

mogelijkheid voor zelfregie drastisch ingeperkt zou raken.<br />

(Vijf weken later, opgediept uit flarden <strong>van</strong> herinneringen en een paar losse<br />

aantekeningen)<br />

12:10 ’s nachts Vader vraagt me of nu het moment daar is om het<br />

laatstewilmiddel in te gaan nemen. Ik zeg hem, zoals altijd, dat ik hem wil<br />

volgen in zijn beslissing, dat dat aan hem is. Hij reageert licht korzelig en besluit<br />

dat het dan nu maar moet gebeuren.<br />

Hij wil dat ik <strong>mijn</strong> vriend bel om hierheen te komen. Wanneer ik zeg dat dat<br />

niet kan, omdat manlief niet op de hoogte is <strong>van</strong> de stand <strong>van</strong> zaken <strong>van</strong> het<br />

18 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


laatste halve etmaal, en bovendien diep in slaap en een uur rijden hier<strong>van</strong>daan,<br />

overtuigt dat <strong>vader</strong> niet. Als ik zeg dat <strong>mijn</strong> vriend na <strong>vader</strong>s <strong>sterven</strong> er zeker<br />

wél voor mij zal zijn en mij tot steun zal zijn, legt hij zich erbij neer. .<br />

<strong>Het</strong> middel zit in de envelop met opschrift ‘medisch geheim’ die ik eerder die<br />

avond op zijn verzoek <strong>van</strong> beneden heb gehaald.<br />

Gespannen lezen we beiden de bijsluiters. Vader snapt het bijna niet meer. Hij<br />

wil de twee capsules zonder voorbereidingen innemen. We nemen opnieuw<br />

de bijsluiters door. Ik laat maar na te wijzen op de gevaren die het met zich<br />

meebrengt als de prémedicatie niet wordt ingenomen. De andere middelen<br />

liggen in <strong>vader</strong>s oude dokterskoffertje. <strong>Het</strong> gaat nu allemaal heel snel.<br />

Hij neemt de twee andere preparaten in. Daarna is er een wachttijd. We<br />

praten nog wat, en ik zit dicht tegen hem aan. Was als we in het verleden<br />

spraken over het innemen <strong>van</strong> een laatstewilpil het plan altijd geweest dat<br />

hij het alleen zou doen, nu was er geen sprake meer <strong>van</strong> dat ik weg zou<br />

gaan. We namen afscheid, en bij het omhelzen deed ik zijn wang een beetje<br />

pijn met <strong>mijn</strong> bril. Vijf minuten voor het einde <strong>van</strong> de wachttijd vond hij dat<br />

het nu maar moest gebeuren en nam de twee capsules in met wat water.<br />

Hij ging liggen. Ik zat op de grond naast zijn bed met <strong>mijn</strong> armen tegen<br />

hem aan.<br />

Na een tijdje zei hij dat alles erg ging draaien en dat het heel naar was. <strong>Het</strong><br />

was zichtbaar buitengewoon onaangenaam.<br />

Kort daarna zei hij dat het nog erger werd; en hij richtte zich op. Ik zei:<br />

‘Vader, ga maar liggen, dat is het minst naar.’ (Dat had ik gelezen in één <strong>van</strong><br />

de verslagen <strong>van</strong> de Coöperatie Laatste Wil over <strong>sterven</strong> met dit middel.) Hij<br />

ging liggen. Hij kwam niet meer overeind.<br />

Hij neigde enkele malen tot wat braken. Er kwam wat schuim op zijn lippen.<br />

Ik probeerde het te verdragen en <strong>mijn</strong> angst dat hij bij zou komen en<br />

gruwelijkheden zou moeten doorstaan <strong>van</strong> me af te zetten. Hij bleef onrust<br />

en pijn houden; maar vrij snel leek hij dan toch buiten bewustzijn te zijn<br />

geraakt. (Ook dat had ik gelezen in een verslag over <strong>sterven</strong> met dit middel.)<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 19


Hij zwaaide met zijn armen, zodat ik de lamp en boeken bij het hoofdeinde<br />

<strong>van</strong> het bed weg moest halen, en slingerde zijn benen het bed uit. Ik hield<br />

hem vast zoals je een doodziek kind vasthoudt.<br />

Na 65 minuten werd het stil.<br />

Ik durfde hem niet meer aan te raken.<br />

Een slapeloze nacht volgde. Nooit eerder heb ik zoveel adrenaline<br />

geproduceerd vermoed ik. Mijn darmen raakten (daardoor?) danig <strong>van</strong><br />

streek en ik kampte nog weken met buikpijn.<br />

<strong>Het</strong> is gedaan<br />

De volgende ochtend om 8:40 liep ik zijn slaapkamer in en vond <strong>mijn</strong> dode<br />

<strong>vader</strong>.<br />

Ik belde de huisarts, die er binnen een half uur was. ‘Heeft hij iets<br />

ingenomen?’ vroeg hij. Ik zei: ‘Hij gebruikte veel medicijnen, daar had ik<br />

niet altijd zicht op.’ De dokter constateerde een natuurlijke dood, verzorgde<br />

<strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>s dode lichaam een beetje, en sprak goede woorden met mij. De<br />

benodigde papieren werden ingevuld.<br />

Oudste stiefzusje vroeg: ‘Deed hij aan zelfmedicatie?’ ‘Ja, natuurlijk deed hij<br />

dat, dat weet je toch wel?’ antwoordde ik. In de bijna vijftig jaar dat zij met<br />

<strong>vader</strong> geleefd heeft, weet ze dat er altijd medicatie voorhanden was; dat is<br />

de gewone gang <strong>van</strong> zaken in een huisartsengezin.<br />

Verder heeft niemand gevraagd of <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> zelf een einde aan zijn leven<br />

heeft gemaakt.<br />

Ten slotte<br />

Mijn <strong>vader</strong> is <strong>van</strong> ouderdom gestorven. En daar heeft hij zelf een handje bij<br />

geholpen.<br />

Na zijn overlijden voel ik een immens respect voor hem.<br />

Hij is gestorven zoals hij heeft geleefd: bewust, verantwoordelijk en soeverein.<br />

20 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


Drie dagen voor zijn dood<br />

Hij is veel langer blijven leven dan hij en zijn naasten dachten dat hij het<br />

zou volhouden.<br />

Toen de gebreken en pijnen te ernstig werden, bereidde hij zich voor op het<br />

beëindigen <strong>van</strong> zijn leven.<br />

Op het moment dat dreigde dat hij de regie niet langer kon behouden, en<br />

dat het praktisch gesproken niet meer mogelijk zou zijn om met zijn eigen<br />

lichaam in zijn eigen huis te doen wat hij zelf nodig achtte, besloot hij te<br />

stoppen met zijn leven.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 21


Rouwkaart<br />

22 | <strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong>


Afschuwelijk is dat dit <strong>sterven</strong>-in-eigen-regie allemaal in het geniep moest.<br />

Dat hij hierover niet in vrijheid met vertrouwden en met zijn arts kon<br />

overleggen.<br />

Afschuwelijk is ook dat ik <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> toen hij aan het einde <strong>van</strong> zijn<br />

leven was gekomen <strong>mijn</strong> zorg had moeten onthouden – en ik hem in de<br />

steek had moeten laten net zoals dertig jaar geleden een huisarts <strong>vader</strong>s<br />

jongste broer had laten creperen – om te voorkomen dat ik de wet die<br />

‘hulp bij zelfdoding’ verbiedt aan niet-artsen, zou overtreden. Ik ben bij<br />

hem gebleven en ik heb zijn naasten en de dokter niet verteld dat hij zijn<br />

levenseinde, met <strong>mijn</strong> steun, zelf had geregisseerd.<br />

De keuzes die een mens maakt aan het einde <strong>van</strong> het leven zouden net<br />

zo ‘vrij’ moeten zijn als die over seksualiteit en het krijgen <strong>van</strong> kinderen.<br />

Daartoe zal het wettelijke verbod op hulp bij zelfdoding ingrijpend moeten<br />

worden herzien, en het recht op het beëindigen <strong>van</strong> het eigen leven<br />

juridisch gelegitimeerd moeten worden.<br />

Roos Blomquist *<br />

Behulpzaam was het artikel Doodgaan is niet makkelijk! te vinden op de<br />

website <strong>van</strong> de Coöperatie Laatste Wil. Zie ook de laatste versie <strong>van</strong> het<br />

Informatieblad (februari 2021).<br />

*Pseudoniem <strong>van</strong>wege de privacy <strong>van</strong> de overledene.<br />

<strong>Het</strong> <strong>sterven</strong> <strong>van</strong> <strong>mijn</strong> <strong>vader</strong> | 23


Fotografie Roos Blomquist<br />

De <strong>vader</strong> <strong>van</strong> Roos had na het overlijden <strong>van</strong> zijn vrouw geen zin om<br />

nog lang te leven. Zijns ondanks bleef hij nog vier zomers in leven. Veel<br />

langer dan hij en zijn naasten dachten dat hij het zou volhouden. Toen<br />

de gebreken en pijnen te ernstig werden, bereidde hij zich voor op het<br />

beëindigen <strong>van</strong> zijn leven. Op het moment dat dreigde dat hij de regie niet<br />

langer kon behouden, en dat het praktisch gesproken niet meer mogelijk<br />

zou zijn om met zijn eigen lichaam in zijn eigen huis te doen wat hij zelf<br />

nodig achtte, besloot hij te stoppen met zijn leven.<br />

ISBN nummer<br />

9789083109619

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!