15.09.2021 Views

VR 2021 2201 DOC.0072-1BIS Subsidie vaccinatiecentrum - nota

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

VR 2021 2201 DOC.0072/1BIS

DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, BESTUURSZAKEN, INBURGERING EN GELIJKE

KANSEN

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONHEID, GEZIN EN ARMOEDEBESTRIJDING

DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT EN OPENBARE WERKEN

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Betreft:

Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van

een subsidie voor infrastructuur en uitbating van een

vaccinatiecentrum

Samenvatting

De Vlaamse Regering wordt gevraagd haar goedkeuring te hechten aan bijgevoegd ontwerp van

besluit tot toekenning van een subsidie voor infrastructuur en uitbating van een

vaccinatiecentrum

1. SITUERING

A. BELEIDSVELD/BELEIDSDOELSTELLING

Beleidsvelden:

- Binnenlands Bestuur en Stedenbeleid

- Zorg en gezondheid

Beleidsdoelstelling:

Financiering van de opstart en werking van de Vlaamse vaccinatiecentra in het kader van

de bestrijding van de Corona-pandemie

B. VORIGE BESLISSINGEN EN ADVIEZEN

Deze beslissing hangt samen met het ontwerp van besluit tot toekenning van voorschotten voor de

projecten “vaccinatieteams” en “programmamanagement”.

1/10


2. INHOUD

2.1 ALGEMENE TOELICHTING

Op 15 februari zullen in Vlaanderen 95 vaccinatiecentra de deuren openen. Om een vlotte werking

van de vaccinatiecentra (verder VC) in Vlaanderen mogelijk te maken werkt de Vlaamse overheid een

subsidieregeling uit die bestaat uit drie sporen. Dit ontwerp van besluit regelt de eerste enveloppe:

die voor “infrastructuur en uitbating van een vaccinatiecentrum”. De andere twee enveloppes

(“vaccinatieteams” en “programmamanagement” zullen in een volgende fase worden voorgelegd aan

de Vlaamse Regering. Doordat de financieringscontext daar complexer is als gevolg van de (mogelijke)

betrokkenheid van het RIZIV wordt voor die twee enveloppes voorlopig een voorschottensysteem

uitgewerkt, dat het voorwerp uitmaakt van een andere nota.

2.2 DE ONTWORPEN SUBSIDIEREGELING

A. ALGEMENE TOELICHTING

De subsidie voor “infrastructuur en uitbating van een vaccinatiecentrum” wordt toegekend aan het

lokale bestuur dat penhoudende organisatie is voor het vaccinatiecentrum a rato van het aantal

inwoners dat het vaccinatiecentrum bedient. Het spreekt voor zich dat de penhoudende gemeente de

andere lokale besturen die gebruik maken van het VC betrekt in de organisatie van het VC.

We gaan voor deze subsidie uit van een budget van 64.673.857 euro voor 6 maanden dat in

verschillende schijven zal worden toegekend. Het al dan niet open houden van de VC zal worden

bepaald door de bereikte vaccinatiegraad in de eerstelijnszone (verder ELZ) die in relatie staat tot de

aanlevering van de vaccins. Voor de eerste 6 maanden van de subsidieperiode (februari-juli) zal de

subsidie worden uitbetaald in 3 tweemaandelijkse schijven, op voorwaarde dat de vaccinatiecentra

dan nog actief zijn. Voor de daaropvolgende maanden (augustus-oktober) zal worden bekeken of er

nog een subsidie moet worden uitbetaald op basis van de stand van zaken van de vaccinatie van de

populatie van de eerstelijnszone. Hiervoor zal er een evaluatie voorgelegd worden aan de Vlaamse

Regering, op basis waarvan we de strategie kunnen continueren of bijsturen. Bij de eerste schijf wordt

een bijkomend bedrag toegevoegd voor de opstart van de centra. Uitbetaalde schijven worden

beschouwd als een forfaitaire subsidie en als definitief verworven. Ze zullen niet teruggevorderd

worden, maar er wordt wel gevraagd dat het lokaal bestuur dat de subsidie ontvangt in de BBCrapportering

aangeeft elke uitgaven gedaan werden voor het vaccinatiecentrum waarvoor deze

subsidie werd toegekend.

Voor deze subsidie wordt het Belfortprincipe toegepast. We gaan er echter ook van uit dat de lokale

besturen (en de zorgraden) zich opstellen als goede huisvaders. Dat betekent dat ze een aantal

instrumenten, afspraken of zaken waarover ze kunnen beschikken, kunnen en moeten inzetten om

een verantwoord gebruik van middelen te verzekeren. We denken bijvoorbeeld aan raamcontracten

voor specifieke diensten (poetsen, bewaking...), ondersteuning van politie en brandweer, meubilair uit

het stadsmagazijn, ter beschikking stellen van medisch materiaal door een grote zorginstelling

(brancards, rolstoelen, behandeltafel voor EHBO-post...), de samenwerking met de vrijwilligers van het

Rode Kruis,...

Het agentschap Zorg en Gezondheid stelt ook een draaiboek ter beschikking, waarin ook concrete

informatie is opgenomen over het materiaal dat door dat agentschap kosteloos ter beschikking

gesteld wordt (bv. beschermingsmateriaal voor het personeel en vrijwilligers) en dat dus buiten

beschouwing kan blijven bij het bepalen van deze subsidie.

2/10


Berekening van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag voor infrastructuur en uitbating van een vaccinatiecentrum wordt bepaald op

basis van 6 componenten die we zullen samenbrengen in één globaal basisforfait:

• De huurprijs voor de accommodatie.

• De energiekost (inclusief water en telefonie)

• De kosten voor onderhoud en schoonmaak.

• Uitbatingskosten (bewaking, ICT en varia)

• De kosten verbonden aan het niet-medisch personeel dat nodig is in een VC

• De kosten voor individueel vervoer van minder mobiele personen

Voor de opbouw, inrichting en afbraak gaan we uit van een afzonderlijk forfait, dat eenmalig wordt

toegekend bij de eerste subsidieschijf.

Voor een aantal grotere centra (in de centrumsteden) wordt een bijkomende forfait toegevoegd, om

ervoor te zorgen dat die als reserve klaar staan als er op een bepaald moment een opschaling nodig

is. Dat moet toelaten om op enkele dagen extra capaciteit te creëren in functie van wijzigende

omstandigheden, zoals een versnelling in de toelevering van vaccins.

1. Het basisforfait

We berekenen de subsidie op basis van een bedrag per inwoner. Dat is niet gelijk aan het

inwonersaantal van de gemeenten die door het VC worden bediend: niet alle inwoners zullen worden

gevaccineerd in de VC (bv. inwoners woonzorgcentra, ziekenhuispersoneel, minderjarigen). We gaan

er in onze berekening wel van uit dat iedereen die in aanmerking komt voor vaccinatie zich ook

effectief zal laten vaccineren. Zo komen we aan een totaal van 4.761.134 te vaccineren burgers, volgens

inschattingen gemaakt door Möbius. We vertrekken van een berekeningsbasis van 1 vaccinatiecentrum

voor ongeveer 50.000 inwoners (4.761.134 te vaccineren burgers/95 VC = 50.117).

Huurprijs infrastructuur, gebaseerd op de meest recente projecties

• Er zit een heel groot verschil op de huur van externe accommodatie (feestzalen, expohallen...)

en eigen gemeentelijke of stedelijke accommodatie. Voor eigen accommodatie zitten we

(uitgaande van een steekproef van huurprijzen voor gebruik van gemeentelijke

sportaccommodatie voor eigen inwoners) op gemiddeld 6,5 euro/maand/m² (excl.

poetsploeg, energie en kleinere onkosten). Voor grote expohallen zit je gemiddeld op een

huurprijs van 40 à 45 euro per maand/m² (excl. poetsploeg, energie en kleinere onkosten).

Expohallen worden vooral gereserveerd door de centrum- en grootsteden (Gent, Antwerpen,

Mechelen, Leuven, Genk...) die ook één of meerdere ELZ bedienen (wat tot een (beperkte)

efficiëntiewinst kan leiden m.b.t gezamenlijke ruimten).

• We gaan voor de berekening uit van 13,6 euro per m²/maand. Dit is enkel de huurprijs voor

de infrastructuur.. Dat wil zeggen dat een vaccinatiecentrum van 1.100 m² (= de basis voor

onze berekening) goed is voor een huursubsidiebedrag van 13,6 euro x 1.100m² = (na

afronding) 15.000 euro/maand.

• Door het aanbieden van een forfait dan het gemiddelde houdt van de kosten, bieden we

lokale besturen de nodige flexibiliteit om deze in te zetten, aangepast aan de lokale noden en

opportuniteiten.

3/10


Energiekosten

• Naast de huurprijs zijn er ook ander kosten verbonden aan het gebruik van de infrastructuur.

Voor energie, water en telefonie gaan we uit van een maandelijks bedrag van 2.500

euro/maand per vaccinatiecentrum.

• Net als voor de huurprijs geldt zal er ook voor deze kostenposten een grote variatie zijn in

de praktijk tussen de verschillende vaccinatiecentra. Naast de kosten voor de verwarming zal

er, gelet op de periode van vaccinaties, wellicht ook voldoende aandacht besteed moeten

worden aan koeling (met name in de vaccinatiecentra die gebruik maken van

tenteninfrastructuur). Dit bedrag is dan ook een inschatting van een gemiddelde kostprijs op

basis van enkele gecontacteerde inrichters van dergelijke grotere accommodatie.

Schoonmaak

• Daarnaast is ook de schoonmaak een belangrijke kostenpost, aangezien bij een

vaccinatiecentrum bijzondere aandacht besteed moet worden aan de hygiëne. Daarvoor gaan

we uit van een maandelijkse kost van 6.500 euro per maand.

• Dit bedrag is opnieuw gebaseerd op een bevraging van enkele gecontacteerde beheerders van

grotere infrastructuur, waarbij we wel de specificiteit van de context in rekening brengen.

Waar in kantoorgebouwen tweemaal per week wordt schoongemaakt, zal dat in

vaccinatiecentra meermaals per dag moeten gebeuren. Twee ploegen van twee schoonmakers

zal daarvoor niet volstaan. Daarbij wordt ook nog eens het schoonmaakmateriaal in rekening

gebracht om te komen tot deze inschatting.

Uitbatingskosten

• Bewakingscontract 2.000 euro/maand

(bewakingsfirma die ’s nachts nu en dan passeert)

• ICT:

o Leasing 15 pc’s (à rato van € 50,00/pc) 750 euro/maand

o Leasing voor een hoogrendementsscanner

voor het scannen van anamnese vragenlijsten

150 euro/maand

o WIFI, IT-ondersteuning, software,... 600 euro/maand

• Catering

1.500 euro/maand

Totaal:

5.000 euro/maand

Ook deze inschatting zijn gebaseerd op snelle bevragingen van het werkveld. Wat de

bewakingscontracten betreft zal er opnieuw een grote diversiteit bestaan op het terrein. De scope

van het contract zal ook verschillen naargelang de precieze locatie van het vaccinatiecentrum.

Voor de IT-ondersteuning wordt ook mee in rekening gebracht dat eventuele incidenten snel

moeten kunnen worden opgelost om de vaccinatie niet te laten stremmen (waardoor er te veel

personen tegelijkertijd in het vaccinatiecentrum aanwezig zouden zijn in afwachting van hun

inenting). Die snelle interventies hebben hun kostprijs: hoe strikter de voorwaarden van de SLA,

hoe hoger de kostprijs wordt.

De kostprijs van de catering is gekoppeld aan de geraamde personeelsinzet: er zijn niet enkel de

17 niet-medische personeelsleden die hieronder worden opgesomd. Er zijn daarnaast uiteraard

ook de cruciale medische profielen die het vaccinatiecentrum mee draaiende houden.

4/10


Personeelskost (onthaal, stewards, manager, callcenter)

• 5 onthaalmedewerkers (1 per voorziene vaccinatielijn (=uitgaand van 475 lijnen voor heel

Vlaanderen)) 1

• 7 stewards: 2 voor temperatuurmeting en crowdcontrol bij binnenkomen/onthaal, 1 per lijn

om te ondersteunen, burgers wegwijs te maken en te ondersteunen waar nodig, rustruimte

in het oog te houden...

• 1 centrumverantwoordelijke

• 4 call agents: alle telefonische vragen van de burgers worden naar hen toegeleid, incl. vragen

over vaccinatie zelf, het verplaatsen van een prereservatie / aanvragen rond vervoer /

thuisvaccinatie bij sterk verminderde mobiliteit, … Deze vragen zijn sterk gelinkt aan de lokale

context. Het inrichten van een centraal call center is daarvoor geen zinvolle optie, omdat de

schaalvoordelen meteen tenietgedaan zullen worden door het gebrek aan vertrouwdheid met

de lokale context. Er is hier bewust gekozen voor een voldoende ruime bezetting omdat een

vlotte bereikbaarheid van het call center essentieel is om burgers te stimuleren om zich zeker

te laten vaccineren.

In totaal houden we bij de berekening van het forfaitaire subsidiebedrag dus rekening met 17

personeelsleden. Aan een gemiddelde kostprijs van 45.000 euro per jaar, is dat op maandbasis goed

voor een bedrag van 63.750 euro.

Belangrijk is te wijzen op het feit dat we hier uitgaan van een gemiddelde loonkost over de periode

van 6 maanden. Deze werkwijze is verantwoordbaar, gelet op het feit dat de focus van de subsidie

voor “infrastructuur en uitbating van een vaccinatiecentrum” breder is dan de loutere bestaffing van

de vaccinatielijnen zelf. Hierbij kunnen verwijzen naar de rol van de centrumverantwoordelijke en de

call agents,

De werkelijke behoefte qua personeelsbezetting in het vaccinatiecentrum zelf (cfr. de rol van de

onthaalmedewerkers en de stewards) zal in de feiten wel afhankelijk zijn van het ritme van

aanlevering van de vaccins en vervolgens in functie van het aantal te verwachten burgers per dag of

1/2 de dag (of zelfs uur).

Op sommige momenten zal de bestaffing dus met minder personen kunnen. Op andere momenten

zal er mogelijks sprake zijn van 2 werkshiften per dag en/of 7/7-bestaffing.

Wij gaan er evenwel vanuit dat de hier voorziene bestaffing als proxy/gemiddelde kan gelden over

de periode van 6 maand.

Een forfaitair bedrag per maand voor vrijwilligersvergoedingen. We gaan uit van 4 vrijwilligers per

vaccinatiecentrum, 25 dagen per maand. De vrijwilligersvergoeding voor 2021 is vastgelegd op 35,41

euro/dag. Dit geeft een bedrag van 3.541 euro/maand voor vrijwilligersvergoedingen.

Het totaalbedrag voor personeel en vrijwilligers dat meegenomen wordt in de berekening bedraagt

dus, na afronding, 68.000 euro/maand. Aanvullend zullen lokale besturen eigen mensen kunnen

inzetten.

Mobiliteitskost

Een aantal mensen zullen een beroep moeten doen op aangepast vervoer om naar het

vaccinatiecentrum te komen. Dat kan met een gewone taxi, de mindermobielencentrale of andere

vormen van aangepast vervoer.

1

cfr. 8 vaccinatielijnen per ELZ, ofwel 472 lijnen

5/10


Naast de ondersteuning voor mobiliteitskost voor de mensen die beroep zullen moeten doen op

aangepast vervoer, worden momenteel ook de voorbereidingen getroffen om collectief vervoer te

optimaliseren. Dit zal afzonderlijk geregeld worden.

Ook hier is er een grote diversiteit, afhankelijk van de lokale context en de afstand tot het

vaccinatiecentrum. Voor de berekening van het forfait gaan we uit van een gemiddelde prijs per rit

van 17,5 euro (= 1/2de van 35 euro, de kostprijs van een huisbezoek van een huisarts – dit is een

absoluut maximum, omdat vanaf dat bedrag een thuisvaccinatie een redelijkere optie lijkt). We geven

elk VC hiervoor een budget voor een 600-tal ritten per maand. Elk vaccinatiecentrum krijgt dus een

mobiliteitsbudget van 10.000 euro/maand. In de realiteit zullen voor dat bedrag wellicht meer ritten

kunnen worden georganiseerd. Deze middelen voor mobiliteitskosten worden net als de andere

middelen uitbetaald aan de penhoudende gemeente, maar het is de bedoeling dat over de verdeling

van de mobiliteitsmiddelen een akkoord gesloten wordt tussen alle betrokken gemeenten.

Samenvatting

Kostprijs 1 vaccinatiecentrum per maand:

• Huur: 15.000 euro

• Energiekosten: 2.500 euro

• Schoonmaak: 6.500 euro

• Uitbating: 5.000 euro

• Personeel: 68.000 euro

• Mobiliteitskost 10.000 euro

Totaal:

107.000 euro

Dit geeft een bedrag van 2,135 euro per te vaccineren Vlaming per maand (107.000 euro/50.117) voor

de infrastructuurkost van een vaccinatiecentrum. Omdat niet alle inwoners zullen worden

gevaccineerd in de VC (zie hoger), moet dat bedrag nog worden omgerekend naar een bedrag per

inwoner: 2,135 x (4.761.134/6.629.143) = 1,533 euro/inwoner. Om praktische redenen ronden we het aldus

bekomen bedrag af naar het hogerliggende honderdtal.

Het subsidiebedrag voor het basisforfait bedraagt dus 60.974.857euro (6.629.143 x 1,533 x 6 maanden).

Rekening houdend met de afronding tot het hogere honderdtal bedraagt de maximale subsidie dus

61.031.857 euro.

2. Bijkomend forfait voor de opbouw en inrichting van een VC

Naast het basisforfait wordt een forfaitaire subsidie toegekend aan elk vaccinatiecentrum voor

opbouw, inrichting en afbraak. Die bijkomende subsidie wordt in één keer uitbetaald en bedraagt

15.000 euro voor een VC dat samen met een ander VC een ELZ bedient en 30.000 euro voor een VC

dat heel de ELZ bedient. Als een VC meerdere ELZ bedient, dan wordt het bedrag van 30.000 euro

verhoudingsgewijs bijgesteld (bv. als een VC 3 ELZ bedient, dan ontvangt de penhoudende gemeente

90.000 euro).

Het totale budget voor dat bijkomend forfait (voor 59 ELZ) bedraagt 1.770.000 euro.

6/10


3. Bijkomend forfait voor reservecapaciteit

De COVID-crisis wordt gekenmerkt door een grote onvoorspelbaarheid. Ook voor de

vaccinatiecampagne zijn er onzekere factoren. Daarom is het aangewezen om enkele grotere centra

achter de hand te houden als reservecapaciteit die toelaat om snel op te schalen als dat nodig is,

zonder dat er een nieuw centrum moet worden opgestart.

Om die reden wordt aan een aantal grotere centra een bijkomende forfait toegekend, van 24.000

euro per maand. Dat bedrag is opgebouwd op basis van dezelfde parameters voor de huurprijs als

meegenomen werden voor de berekening van het basisforfait, maar het wordt niet toegekend na

verrekening per inwoner, maar als bijkomend forfaitbedrag per centrum. Dat bijkomende forfait

wordt toegekend aan de dertien centrumsteden en gaat in vanaf dag 1. De logica is immers dat het

huurcontract met de opschaalbare infrastructuur reeds afgesloten is en dus betaald moet worden.

Totaal bijkomend forfait voor 6 maanden:

1.872.000 euro

4. Totaalbudget voor het “infrastructuur en uitbating van een vaccinatiecentrum”

Totaalbudget voor 6 maanden basisforfait:

Totaalbudget forfait voor opbouw en inrichting:

Totaalbudget bijkomend forfait voor reservecapaciteit:

61.031.857 euro

1.770.000 euro

1.872.000 euro

Het totale budget voor deze subsidie voor 6 maanden bedraagt dus 64.673.857 euro.

B. TOELICHTING BIJ DE ARTIKELEN

Artikel 1: dit artikel bepaalt het begrotingsartikel van waaruit een subsidie voor “infrastructuur en

uitbating van een vaccinatiecentrum” wordt toegekend. Die subsidie wordt aangerekend op

begrotingsartikel SJ0-1SMC2GA-WT. Er is sprake van “operationele vaccinatiecentra”, omdat de

subsidie ook stopgezet kan worden als er geen nood meer is voor die centra. De subsidie gaat wel

sowieso in vanaf februari om ook de opbouw en dry runs te omvatten.

Artikel 2: bepaalt de begunstigde van de subsidie: de subsidie wordt toegekend aan elk lokaal

bestuur dat penhoudende gemeente is voor een vaccinatiecentrum. De begunstigde besturen zijn

opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 3: bepaalt de periode waarop de subsidie betrekking heeft: initieel 6 maanden, van 1 februari

2021 tot en met 31 juli 2021, en verlengbaar met maximaal 3 maanden, van 1 augustus 2021 tot en

met 31 oktober 2021, na evaluatie van de stand van zaken van de vaccinatiecampagne door de

Vlaamse Regering.

Artikel 4: bepaalt het doel van de subsidie, namelijk de financiering van de infrastructurele en de

uitbatingskosten van de Vlaamse vaccinatiecentra. Dit artikel verduidelijkt ook welke kosten

daaronder onder meer worden begrepen:

de huurprijs voor de accommodatie;

de energiekosten (met inbegrip van water en telefonie);

de kosten voor onderhoud en schoonmaak;

de uitbatingskosten (poetsen, bewaking, ICT, kantoormateriaal en varia);

de kosten voor niet-medisch personeel (onthaal, stewards, centrumverantwoordelijke,

7/10


callcenter, en andere);

de kosten verbonden aan het organiseren van vervoer voor minder mobiele mensen;

de inrichtingskosten (op- en afbouw en afbraak).

Artikel 5: bepaalt dat voor de kosten vermeld in artikel 4, 1° tot en met 6°, een forfaitair bedrag

per inwoner en per maand van 1,533 euro aan de begunstigde of penhoudende gemeenten wordt

toegekend. Het maandelijkse bedrag dat een begunstigde gemeente op die manier ontvangt is

gelijk aan het forfaitair bedrag van 1,533 euro vermenigvuldigd met het aantal inwoners van de

gemeenten die door het vaccinatiecentrum worden bediend. De onderbouwing van dit bedrag is

hierboven terug te vinden bij de algemene toelichting.

Daarnaast wordt ook nog een eenmalig forfaitair subsidiebedrag toegekend aan elke

penhoudende gemeente voor de inrichtingskosten van een vaccinatiecentrum. Die forfaitaire

subsidie bedraagt 15.000 euro voor een vaccinatiecentrum dat samen met een ander

vaccinatiecentrum een eerstelijnszone bedient en 30.000 euro voor een vaccinatiecentrum dat

heel de eerstelijnszone bedient. Als een vaccinatiecentrum meerdere eerstelijnszones bedient, dan

wordt het bedrag van 30.000 euro verhoudingsgewijs aangepast.

Tot slot wordt voor een aantal grotere vaccinatiecentra (in de dertien centrumsteden) een

bijkomend forfaitair subsidiebedrag van 24.000 euro per maand toegekend. Dat subsidiebedrag

beoogt een tegemoetkoming in een hogere huurprijs voor het reserveren van extra ruimte in

functie van mogelijke en noodzakelijke opschaalinitiatieven. Dat moet toelaten om die centra snel

te laten schakelen in functie van wijzigende omstandigheden.

De aldus berekende subsidiebedragen worden voor elke penhoudende gemeente opgenomen en

vastgesteld in de bijlage 2 die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 6. Regelt de uitbetaling van de subsidie. Het subsidiebedrag wordt voor de eerste zes

maanden uitbetaald in drie schijven van telkens twee maanden, met aanvang op 15 februari 2021.

We gaan ervan uit dat de vaccinatiecentra in ieder geval operationeel blijven tot eind juli 2021. Is

dat niet het geval dan wordt de subsidie uiteraard stopgezet. Daarna wordt beoordeeld of de

centra nog actief blijven en wordt desgevallend bijkomende subsidie verleend. In het geval van

een verlenging van de subsidieperiode na juli 2021, wordt de subsidie uiterlijk de laatste werkdag

van de maand uitbetaald.

De eenmalige forfaitaire subsidie voor de inrichtingskosten van het vaccinatiecentrum (artikel 5,

§2), wordt samen met de eerste subsidieschijf in februari uitbetaald.

Artikel 7. Bepaalt dat voor deze subsidie geen verantwoording moet worden afgelegd door de

ontvangende gemeente, maar dat de gemeente in haar jaarrekening wel rapporteert over de

uitgaven die ze doet voor het vaccinatiecentrum.

Artikel 8. Bepaalt dat er voor de toekenning van de (bijkomende) maandelijkse subsidies geen

voorafgaande controle meer vereist is, omdat alle regels al vastgelegd zijn in dit besluit.

Artikel 9. Regelt de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 10. Belast de Vlaamse minister, bevoegd voor het binnenlands bestuur, met de uitvoering

van dit besluit.

8/10


3. BESTUURLIJKE IMPACT

A. BUDGETTAIRE IMPACT VOOR DE VLAAMSE OVERHEID

De budgettaire impact voor 6 subsidiemaanden bedraagt 64.673.857 euro, zoals hierboven uitgelegd

bij de algemene toelichting.

De benodigde middelen worden gecompenseerd via een herverdelingsbesluit vanuit de algemene

provisie voor Coronamaatregelen van Financiën en Begroting op een aan te maken basisallocatie

voor corona. De vastlegging van de subsidies gebeurt in 2021 onder het begrotingsartikel SJ0-1SMC2GA-

WT. De aanrekening gebeurt zowel VAK- en VEK-matig op 2021.

In dit kader dient er ook verwezen worden naar de beslissing van de Interministeriële Conferentie

Volksgezondheid van 18 november 2020, waar beslist is dat de federale overheid 80% en de bevoegde

deelstaten 20% van de totale kosten ten laste zullen nemen.

De concrete modaliteiten van deze verdeling zin momenteel nog onderwerp van bespreking.

De Vlaamse overheid moet in tussentijd dit bedrag prefinancieren.

Rechtsgrond

het decreet van 18 december 2020 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse

Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2021, artikel SJ0-1SMC2GA-WT.

Inspectie van Financiën

Het negatieve advies van de Inspectie van Financiën werd verleend op 21 januari 2021. Naar

aanleiding van dat advies werden het ontwerp van besluit en deze nota nog substantieel aangepast

om tegemoet te komen aan de bezwaren van de inspectie. Zo werd een rapporteringsverplichting

opgelegd aan de penhoudende gemeenten die de subsidie ontvangen, waarvan geen sprake was in

de versie die voor advies werd voorgelegd. Om de administratieve last toch zo veel mogelijk te

beperken wordt die rapporteringsverplichting volledig geïntegreerd in de BBC-jaarrekeningen van

de betrokken gemeenten. Ook de mogelijkheid om de subsidie vroegtijdig stop te zetten als de

vaccinatiecentra al sneller zouden kunnen sluiten werd geëxpliciteerd in het ontwerp van besluit, al

lijkt dat wel een overdreven optimistisch scenario.

De inspectie van financiën stelt ook vragen bij de onderbouwing van de bedragen in deze nota. In

de mate van het mogelijke werd hieraan tegemoet gekomen door bijkomende informatie op te

nemen, maar dat niet al deze ramingen tot op de eurocent exact zullen zijn, klopt uiteraard.

Daarvoor is de realiteit op het terrein te verschillend. We gaan er echter van uit dat de over- en

onderramingen zich over de verschillende besturen heen zullen uitvlakken, zodat de voorgestelde

forfaitaire regeling wel billijk is.

Specifiek wat betreft de onderbouwing van het forfaitaire bedrag voor de kosten voor opbouw,

inrichting en afbraak lijkt het niet realistisch om daar op korte termijn een veel gedetailleerdere

onderbouwing voor te geven.

Wat betreft de extra subsidie aan de centrumsteden stelt de inspectie van financiën de vraag of

deze subsidie vanaf het begin moet worden uitbetaald en of daar met de aanbieders van de

accommodatie geen andere afspraken over kunnen worden gemaakt. Het idee van deze extra

subsidie is echter om onmiddellijk bijkomende lijnen te kunnen opstarten als dat nodig zou zijn.

Dat betekent dat de huur voor die extra ruimte ook de hele periode moet doorlopen. Dat is het

enige scenario dat absolute zekerheid biedt dat bijkomende capaciteit ogenblikkelijk kan worden

opgestart als dat nodig blijkt.

9/10


Begrotingsakkoord

Het akkoord werd verleend op **

B. IMPACT OP HET PERSONEEL VAN DE VLAAMSE OVERHEID

Het voorstel van beslissing heeft geen weerslag op het personeelsbestand en op het

personeelsbudget. Het akkoord van de minister, bevoegd voor bestuurszaken, is niet vereist

C. IMPACT OP DE LOKALE EN PROVINCIALE BESTUREN

Het bijgaande ontwerp van besluit beoogt een correcte vergoeding van de kosten die lokale

besturen maken voor de inrichting en uitbating van de infrastructuur voor de COVID-vaccinaties

(cfr. Belfortprincipe).

Voor de gedetailleerde berekening verwijzen we naar punt 2.2 hierboven. Door te kiezen voor een

forfaitair vergoedingssysteem wordt geen bijkomende administratieve last gecreëerd voor de

betrokken besturen.

4. VOORSTEL VAN BESLISSING

De Vlaamse Regering beslist haar goedkeuring te geven aan het bijgaande ontwerp van besluit van

de Vlaamse Regering.

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen,

Bart SOMERS

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding,

Wouter BEKE

De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken

Lydia PEETERS

10/10

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!