02.12.2021 Views

Tweede Tussenrapportage Pilot domein overstijgend indiceren

  • No tags were found...

Do you know the secret to free website traffic?

Use this trick to increase the number of new potential customers.

Tweede

tussenrapportage

Pilot domein

overstijgend

indiceren

Periode: 1 januari 2021 – 1 juli 2021


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Inhoudsopgave

Achtergrond...................................................................................................................................................................................................3

Hiaten............................................................................................................................................................................................................3

Ontwikkelingen binnen de indicatieteams....................................................................................................................4

Escalatieroute.......................................................................................................................................................................................4

Evaluatie projectdoelen eerste half jaar 2021..........................................................................................................5

Opbrengsten tot 1 juli 2021 vanuit de pilot.................................................................................................................6

Bevindingen na eerste analyse van de opbrengsten..........................................................................................8

Persoonlijke verzorging...............................................................................................................................................................8

Bijlage 1.......................................................................................................................................................................................................9

2


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Achtergrond

Kinderpalliatieve zorg betreft vrijwel altijd complexe zorg en vereist altijd maatwerk. Dat hebben we in

de tweede periode waarin de pilot uitvoering krijgt, wederom bevestigd gekregen. Kinderen met een

levensbedreigende of levensduurverkortende aandoening en hun gezinnen hebben altijd te maken met

meerdere wettelijke kaders (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdwet en passend onderwijs) om de benodigde zorg en

ondersteuning te organiseren. In dit tweede half jaar zijn er 27 casussen ingestroomd in de pilot. Ook bij deze

casussen blijkt telkens weer dat ouders tegen de schotten binnen de wetgevingen rondom kinderpalliatieve

zorg aanlopen en dat het proces van indicatiestelling voor veel stress en onrust zorgt.

Hiaten

Het wordt voor de deelnemers aan de pilot steeds

duidelijker waar zich hiaten bevinden ten aanzien van het

regionale aanbod voor kinderpalliatieve zorg. Ook zien

we grote hiaten in kennis over de wettelijke kaders. We

zien dat diepgaande kennis van alleen het eigen domein

onvoldoende is om te komen tot een goede integrale

indicatie. Het is cruciaal dat er ook kennis is van de

andere wettelijke kaders, zodat er een goed samenspel

kan ontstaan tussen indicatiestellers én ouders.

Daarom is door de projectleiders extra tijd gestoken in

kennisdeling. Kennisdeling over de wetgevende kaders

in het algemeen, maar ook over specifieke onderdelen

zoals persoonlijke verzorging. Ook buiten de pilotregio

weten partijen ons steeds vaker te vinden. Het is daarbij

verontrustend om te zien hoe casuïstiek tussen partijen

soms escaleert waar eenvoudige uitleg achteraf vaak

voldoende blijkt om te komen tot oplossingen.

Gedurende de looptijd van de pilot wordt de werkwijze

voortdurend geëvalueerd en aangescherpt. Door ieder

half jaar een tussenrapportage op te stellen, geven we

invulling aan de evaluatie van de werkwijze in de pilot en de

aanscherping van relevante elementen daarvan. Daarom

bevat deze tussenrapportage naast een samenvatting

ook een set van aanbevelingen en adviezen die we

voorleggen aan de diverse gremia. Voor de inrichting

van deze pilot hebben we namelijk een projectstructuur

opgezet. Deze structuur is vervat in bijlage 1.

3


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Ontwikkelingen binnen de indicatieteams

In de periode 1 januari - 1 juli 2021 is in de regio Noord-Holland/Flevoland een vertegenwoordiger van

het Passend Onderwijs aangesloten bij de pilot. Er zijn personele wijzigingen geweest, maar iedere regio

zorgt voor vervanging waardoor we zien dat de continuïteit van de pilot gewaarborgd is.

Het handboek dat in 2020 is ontwikkeld, fungeert

goed als kompas voor de leden van de indicatieteams.

Het handboek bevat een mindmap van aangehaakte

organisaties, een stappenplan en uitgewerkte

werkwijze, een casusoplegger, een knelpunten

formulier, een vragenlijst voor ouders over ervaring

met het indicatieteam, een toestemmingsbrief en

toestemmingsformulier om gegevens te mogen delen en

een tool om het ontwikkelingspotentieel te beschrijven

als testen van een kind niet mogelijk is. Elke casus wordt

door de vaststelling van de inhoud van het handboek

volgens een vast stramien opgepakt.

Vanaf het begin is het helder wat de leden van de

indicatieteams van elkaar verwachten bij “Volgend”,

“Actief”, “Signalerend” en “Afgerond”. In het tweede

kwartaal van 2021 zal (het gebruik van) het handboek

geëvalueerd worden.

Zowel het indicatieteam in Noord-Holland/Flevoland

als die van Holland Rijnland komt op regelmatige basis

online bij elkaar om casuïstiek door te spreken. Na een

zoektocht naar de meest optimale organisatie is men

gekomen tot het best werkende ritme van overleg. De

bijeenkomsten vinden nu gestructureerd 1x per 2 weken

plaats op de dinsdagmiddag. Er wordt nu bijgehouden

hoe lang de vergaderingen duren en samen met

jb Lorenz is er een nieuw volgsysteem opgesteld waarin

alle casussen worden bijgehouden. Regelmatig hebben

we gasten aan tafel; Op die manier brengen we beleid en

uitvoeringspraktijk bij elkaar.

Escalatieroute

Er is in het eerste half jaar van 2021 besloten tot de

inrichting van een escalatieroute wanneer een casus

dreigt vast te lopen. Wanneer dit het geval is, wordt

jb Lorenz bijgeschakeld en is er een responstijd van 24

uur en een inspanningsverplichting om binnen 72 uur

een escalatieplan aan te leveren. In twee casussen

hebben we de escalatieroute daadwerkelijk ingezet. Dit

betreft een casus uit de gemeente Zaanstad en uit de

gemeente Haarlem.

De gemeente Zaanstad wil graag meedenken over casuïstiek en zij hebben behoefte aan duidelijkheid over

afbakening Zvw en Jeugdwet rondom persoonlijke verzorging. De gemeente was er niet van overtuigd dat de

aanvraag voor persoonlijke verzorging onder verantwoordelijkheid van de Jeugdwet viel, ook niet na overleg met

de kinderverpleegkundigen in het indicatieteam. In twee intensieve werksessies is hier een relevante opbrengst

uit voortgekomen rondom de afbakening van persoonlijke verzorging. Hierover leest u verderop in deze rapportage

meer onder het kopje “uitwerking casus persoonlijke verzorging”.

De andere casus waarin de escalatieroute is ingezet, betreft een casus uit Haarlem. De gemeente Haarlem is

in het prille begin van de pilot uit het indicatieteam gestapt, waardoor we nu de standaardroute moeten volgen

wanneer voorzieningen vanuit de Jeugdwet of de Wmo ingezet zouden kunnen worden. De escalatieroute wordt

ingezet om niet te veel vertraging op te lopen. De gemeente Haarlem participeert weliswaar niet meer in de pilot,

maar we willen voorkomen dat ouders de volledige, lange route moeten doorlopen.

4


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Evaluatie projectdoelen eerste half jaar 2021

Ieder half jaar stellen we projectdoelen die we na afloop evalueren:

1. In beide regio’s zijn tenminste 4 casussen van begin

tot eind volgens het stappenplan uit het handboek

afgehandeld. In Holland Rijnland is dit in 2 casussen

gelukt. In Noord-Holland/Flevoland is dit in 3 casussen

gelukt. We zien dat de doorlooptijden lang zijn,

waardoor we deze ambitie gedeeltelijk hebben kunnen

uitvoeren.

2. De Gemeente Den Haag, Alphen aan den Rijn, Leiden,

Zoetermeer, Almere, Amstelveen, Amsterdam en

Haarlem participeren actief in de indicatieteams op

consultbasis. De samenwerking met gemeenten in

zijn algemeenheid blijft stroef lopen. De gemeenten in

de regio Holland Rijnland, de gemeenten Zoetermeer,

Almere en Amstelveen vormen hierop een uitzondering.

In deze regio’s hebben we directe aanspreekpunten en

wordt actief meegedacht over casuïstiek. De gemeente

Leiden heeft formeel toestemming gegeven te

participeren in de pilot. De gemeente Alphen aan de Rijn

is bereid om op casusniveau mee te denken (nog geen

mandaat). De gemeenten Den Haag, Amsterdam en

Haarlem hebben hun medewerking nog niet toegezegd.

Het lukt bij deze gemeenten niet om een aanspreekpunt

te vinden. In het derde kwartaal zal hier op bestuurlijk

niveau op geëscaleerd worden door jb Lorenz.

3. De samenwerking met het CIZ in de pilot is geformaliseerd.

Het CIZ participeert nu in de stuurgroep

en heeft een contactpersoon aangewezen voor de

indicatieteams. Er is nog geen werkwijze doorgeleiding

Wlz. Hiermee wordt bedoeld dat we een verkorte

route zouden willen wanneer binnen het indicatieteam

helder lijkt dat de zorgvraag het beste thuishoort in de

Wlz.

4. Er is een duidelijke werkwijze vastgesteld hoe we de

knel- en aandachtspunten willen aanpakken binnen

de pilot. De voorbereidingen hiertoe zijn getroffen. In

Q3 2021 wordt dit verder uitgewerkt.

5. Er vindt een kennissessie plaats rondom de (on)

mogelijkheden van respijtzorg. Op 30 maart heeft

een kennissessie plaatsgevonden rondom het

thema “respijtzorg” vanuit de verschillende wetten.

Ilse de Zwart van Movisie en Anne Poppema van

MantelzorgNL hebben een presentatie gegeven en zijn

met de indicatieleden in gesprek gegaan. Ook Harm

van Ballegooij van Zorgoppas heeft een presentatie

verzorgd over de mogelijkheden van inzet van oppas

vanuit de Wmo. Er waren 23 aanwezigen tijdens de

kennissessie waaronder meerdere vertegenwoordigers

van de verschillende gemeenten.

6. De stappen in het stappenplan worden door alle leden

van de indicatieteams op dezelfde manier gebruikt.

Dit lijkt steeds beter te gaan. Iedereen vult nu bij start

de casusoplegger in. Ook het toestemmingsformulier

voor gegevens delen wordt gebuikt. Wat nog beter

kan, is het duidelijk afstemmen wie contactpersoon is

in een bepaalde casus en wat dit voor acties van deze

persoon vereist (bijv contact onderhouden ouders/

wanneer kan de casus afgesloten worden).

5


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Opbrengsten tot 1 juli 2021 vanuit de pilot

Ook in het tweede deel van deze pilot zijn een aantal interessante opbrengsten en zien we daarnaast een

aantal systeemknelpunten naar voren komen. Doordat we deze knelpunten terugzien in de casuïstiek,

kan de koppeling gemaakt worden en is het eenvoudiger om een gedeeld beeld te krijgen rondom

oplossingsrichtingen. Dat is een van de waardevolle uitkomsten van de pilot. Het afgelopen half jaar

hebben we hier verder uitwerking aan gegeven met deelnemende partijen aan de pilot, maar de knelpunten

ook onder de aandacht gebracht bij relevante stakeholders. Daarom is iedere tussenrapportage van de

pilot ook geschikt als publieksversie.

We verzamelen opbrengsten en knelpunten in de pilot

op een gestructureerde wijze en bespreken deze in de

stuurgroep en de klankbordgroep. Daarnaast bespreken

we de tussenrapportages ook met het bureauoverleg van

de landelijke werkagenda kinderpalliatieve zorg. Dat heeft

ook al tot concrete opbrengsten geleid. Zo is de website

van het CIZ naar aanleiding van signalen aangepast en zijn

onduidelijkheden weggenomen. We ontvangen daarover

ook direct feedback vanuit bijvoorbeeld de onafhankelijk

cliëntenondersteuners, die hier erg content mee waren.

Vanuit de casuïstiekbesprekingen destilleren we aan

de hand van een aantal categorieën de opbrengsten

van de pilots, waarbij we steeds zoveel mogelijk een

domeinoverstijgend perspectief kiezen. We identificeren

de casuïstiek aan de hand van de navolgende categorieën:

- Signaal

Met betrekking tot signalen registreren we in de pilot opvallendheden in een casus die vaak structureler

voorkomen.

- Aandachtspunten

Met betrekking tot aandachtspunten, registreren we in de pilot hier met name lacunes in kennis bij

ketenpartijen en registreren we “hoe” vragen. Vaak is hier sprake van een dilemma; zo gaat de Jeugdwet

uit van zelfredzaamheid en het vergroten van zelfredzaamheid, terwijl er bij de betreffende kinderen in de

pilot sprake is van een progressief verloop van een ziekte of aandoening.

- Knelpunten

Met betrekking tot knelpunten, registreren we hier concrete (systeem)knelpunten of elkaar tegensprekende

wet- en regelgeving en/of werkprocessen, die niet op elkaar aansluiten. Het identificeren en de analyse

van de knelpunten is de voedingsstof voor het zoeken naar oplossingsrichtingen in de pilot.

- Oplossingsrichtingen

Zo belangrijk als het is om knelpunten te identificeren, zo belangrijk is het ook om veelbelovende initiatieven

en/of oplossingen die in de uitvoeringspraktijk tot stand gekomen zijn en werkzaam blijken, te identificeren

en te analyseren. Wat zijn de werkzame elementen geweest? En waarom is het gelukt om te komen tot

oplossingen? De categorie opbrengsten “oplossingsrichtingen” is daarom relevant voor deze pilot!

6


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Door de opbrengsten van de pilot op deze manier te

categoriseren, komen we tot een matrix waarin we

drijvende, succesvolle ervaringen kunnen analyseren

(oplossingsrichtingen), maar waar we ook een schaal

hebben voor het analyseren van belemmeringen die

ouders en deelnemers aan de pilot ondervinden (van

signaal, naar aandachtspunt naar knelpunt). Door deze

categorisering zijn we in staat om effectief bij te sturen,

maar geven we ook inzicht in de staat van de pilot.

We hebben in de periode van rapportage de navolgende

aantallen:

- 7 Signalen

- 10 Aandachtspunten

- 2 Knelpunten

- 3 Oplossingsrichtingen

7


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Bevindingen na eerste analyse

van de opbrengsten

Als we de categorieën met opbrengsten tegen het licht houden, zien we dat het zwaartepunt ligt bij

signalen en aandachtspunten, waar in de eerste rapportage het zwaartepunt lag bij aandachtspunten

en knelpunten. Met betrekking tot aandachtspunten zien we dat er vaak sprake is van lacunes in kennis

en het ontbreken van een goede sociale kaart. We zien dat het hier vaak om “hoe”-vragen gaat met

betrekking tot de organisatie van zorg en om “wie”-vragen als het gaat om een aanspraak en daarmee

over toegang tot zorg.

Als we kijken naar de signalen zien we ook hier dat we met

name te maken hebben met vraagstukken die de toegang

betreffen. De bureaucratische drempels worden als hoog

ervaren bij CIZ en zorgverzekeraars. Bij gemeenten is het

daarbij ook nog eens zeer lastig om een aanspreekpunt

te vinden. Met name bij de grotere gemeenten, zoals

de gemeente Den Haag, blijkt het soms eenvoudigweg

niet mogelijk om zelfs maar 1 aanspreekpunt te vinden.

Maar ook in kleinere gemeenten is het moeilijk om een

aanspreekpunt te vinden om het gesprek te voeren.

Toch zijn er ook veelbelovende opbrengsten. Deelnemers

aan de pilots zijn ontzettend geholpen als er concrete

handreikingen beschikbaar komen of als dilemma’s

afgepeld worden en er een gedragen afwegingskader

vastgesteld wordt in de pilot. Ook andere vormen van

organisatie van zorg, zoals de mogelijkheid van consultatie

vanuit gemeenten en zorgverzekeraar, zijn dienend aan

de doelstelling van deze pilot. De rechterlijke uitspraak

die helderheid biedt over de inkomenstoets heeft er met

name in andere regio’s in het land voor gezorgd dat een

aantal knelpunten zijn opgelost. Hieruit blijkt dat heldere

kaders dienend zijn voor ouders die een beroep doen op

voorzieningen bij hun gemeente.

Persoonlijke verzorging

Rondom persoonlijke verzorging zien we dat er

onduidelijkheid is over de verantwoordelijkheidstoedeling

vanuit de Zvw en de Jeugdwet of Wmo. In

de casus van de gemeente Zaanstad zijn we vanuit

de pilot aan de slag gegaan met het ontrafelen van

deze zorgvorm. We zien daarbij dat de afbakening van

persoonlijke verzorging vanuit de zorgverzekeringswet

en de indicatiestelling door de kinderverpleegkundige

helder is. Als de passende interventie (in dit geval

persoonlijke verzorging) in een geneeskundige context

plaatsvindt, dan valt deze onder de Zorgverzekeringswet.

Met geneeskundige context wordt bedoeld:” de behoefte

aan geneeskundige zorg of een hoog risico hierop”. Het

is dús niet de diagnose die de geneeskundige context

bepaalt, maar de zorgvraag die uit deze diagnose

voortkomt. De kinderverpleegkundige schat in of er

een hoog risico is op medisch handelen tijdens de

persoonlijke verzorging. Wanneer dit niet het geval is,

kan de persoonlijke verzorging niet geïndiceerd worden

binnen de Zorgverzekeringswet.

8


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

Bij het analyseren van de verantwoordelijkheidstoedeling

zijn een aantal belangrijke observaties gedaan die we

verder gaan uitwerken in het laatste half jaar van 2021:

- Het vaststellen of er sprake is van persoonlijke

verzorging vanuit een geneeskundige context en

daarmee onder de Zvw valt, kan alleen worden

vastgesteld door een medisch professional die

daartoe is aangewezen door de zorgverzekeraar.

- Het vaststellen van vormen van persoonlijke

verzorging die NIET vallen onder de Zvw, kan

ook alleen plaatsvinden door een medische

professional. Uit de vaststelling van vormen van

persoonlijke verzorging die NIET onder de Zvw

vallen, volgt niet automatisch dat deze zorg dan

geïndiceerd is voor de Jeugdwet danwel Wmo.

Ouders kunnen zich wenden tot de gemeente om

hier een aanvraag voor in te dienen.

- Het is aan de gemeente om vast te stellen of er

sprake is van een plicht tot compensatie door niet

medische persoonlijke verzorging toe te kennen als

voorziening.

Het uiteenrafelen van deze verantwoordelijkheidstoedeling

heeft helderheid geschept. We hebben daarbij

geconstateerd dat het belangrijk is dat een

kinderverpleegkundige begrijpt vanuit welke wettelijke

kaders de gemeente handelt en vice versa, de rol die

de verordening en de nadere regels hierbij spelen en de

variëteit die er is tussen gemeenten.

Daarbij is ook gebleken dat de huidige verordeningen

tekortschieten als het gaat om helderheid rondom de

invulling die gemeenten geven aan de Jeugdwet en/of

Wmo. Te vaak zijn de verordeningen en/of nadere regels

dusdanig globaal omschreven dat er weinig houvast is

voor ouders. Bovendien wordt er in iedere verordening/

nadere regels uitgegaan van het gegeven dat zelfredzaamheid

vergroot wordt bij inzet van vormen van

zorg en ondersteuning. In het geval van kinderpalliatieve

zorg is dit niet aan de orde.

Naar aanleiding van de grondige analyse zal er een advies

geschreven worden hoe we deze kennis in welke vormen

verder kunnen verspreiden. Juist omdat we zien dat

gemeentelijke consulenten en kinderverpleegkundigen

worstelen met dit vraagstuk.

Bijlage 1

Bijlage 1

9


Tweede tussenrapportage pilot domein overstijgend indiceren

colofon

©2021 - jb Lorenz

Samenstelling: Bianca den Outer

Vormgeving: WarmGrijs.nl

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!