23.12.2021 Views

Kek Mama - Moeders in een rolstoel

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

MAMA

R LT

DOOR

HET LEVEN

TUURLIJK KUN JE EEN KIND VERZORGEN EN

OPVOEDEN ALS JE IN EEN ROLSTOEL ZIT.

IEDEREEN DIE DAARAAN TWIJFELDE HEBBEN

DEZE MOEDERS VERSTELD DOEN STAAN.

“MENSEN DACHTEN: ZIJ EEN KIND, WAAR

BEGINT ZE AAN?” tekst TESSA HESELHAUS fotografie NINE IJFF visagie JUDITH PRONK

KEKMAMA 75


MARUSCHKA VIS (34) IS SAMEN MET RONALD (32) EN

MOEDER VAN PELLE (3). DOOR EEN VAL ZIT ZE SINDS HAAR

29E IN EEN ROLSTOEL. ‘‘‘Kan ik ooit moeder worden?’ Dat

was de eerste vraag die ik in het revalidatiecentrum stelde

nadat ik door een val een lage dwarslaesie had opgelopen.

Simpel gezegd heb ik vanaf mijn navel een verminderd

gevoel. Ik heb nog wel wat kracht in mijn bovenbenen, maar

mijn onderbenen en voeten voel ik nauwelijks. Volgens mijn

artsen was er niets wat mijn kinderwens in de weg zou

kunnen staan. Er was in het revalidatiecentrum zelfs een

kinderkamer waar ik met een pop alvast kon leren hoe ik

een baby kon verschonen en vervoeren. Op schoot

bijvoorbeeld, op een voedingskussen, of door een bakfiets

te koppelen aan mijn rolstoel.

Het eerste jaar met Pelle deed ik met twee vingers in mijn

neus. Bijna dan. Alleen als ik hem in bad ging doen schoten

Ronald of mijn ouders te hulp. Vooral uit veiligheidsoogpunt,

maar ook omdat het nogal omslachtig voor mij was: tien

keer met een volle emmer van de kraan naar het badje

rijden. In het begin droeg ik Pelle veel in de draagzak.

Handig én goed voor onze bonding. Tegenwoordig zit hij

meestal op mijn schoot. Tot hij wat ouder is pas ik zijn

vrijheid aan, afhankelijk van waar we zijn. Zo laat ik hem

in de speeltuin lekker z’n gang gaan, maar geef ik hem op

een onbekende plek de keuze: op schoot of met de

armband? Die zit aan mijn en zijn pols, verbonden aan zijn

tuigje, zodat hij dicht bij me blijft.

‘Wat fijn dat je op hem mag passen’, zei iemand laatst. Een

ander dacht een keer dat ik een pop in mijn draagzak droeg.

Ik weet dat mensen me niet proberen te kwetsen, dus leg ik

zo’n opmerking vrij snel naast me neer. Wel leg ik altijd uit

dat het mijn eigen kind is. Ik vind het belangrijk om mensen

duidelijk te maken dat je als ouder in een rolstoel heel veel

wél kunt. Pelles kamer opruimen, voorleesmoeder zijn op

school of met hem basketballen. Ik heb het geluk dat ik

dankzij het gevoel in mijn romp en bovenbenen gemakkelijk

een transfer kan maken. Mezelf bijvoorbeeld met één arm

vanuit mijn rolstoel op bed tillen terwijl ik met de ander

Pelle vasthoud. Zelfs nu hij twaalf kilo is lukt dat nog prima

– en ik train er meteen mijn buikspieren mee. Wat heet: in

de rolstoel heb ik een mamabuikje, maar als ik rechtop sta

een fraai wasbordje.”

>

‘IK KAN

GEWOON

MET HEM

BASKET-

BALLEN

HOOR’

KEKMAMA 76



‘MIJN

LIJF KLOPT

ZOALS

HET IS:

ALLES IS

PRACHTIG IN

PROPORTIE’

MONIQUE WIJNEN (44) IS GEBOREN MET KORTE ARMEN

EN VERKORTE BENEN. ZE IS GETROUWD MET TINUS (43)

EN MOEDER VAN SERENA (BIJNA 6). OOK HEEFT ZE TWEE

HULPHONDEN: DE HUSKY’S SANTI (10) EN SHIVA (6

MAANDEN). ‘‘Wil Serena met mij kleuren, dan houd ik een

potlood vast tussen mijn tenen. En met diezelfde tenen kam

ik haar haren. Van jongs af aan ben ik gewend om alles met

mijn ‘handige’ voeten te doen. Mensen vragen weleens of ik

geen arm- of beenprothese zou willen. Ha, ik moet er niet

aan denken. Die dingen zijn zwaar en trekken aan je huid.

Mijn lijf klopt zoals het is: alles is prachtig in proportie.

Ik voel me niet anders. Nooit gedaan ook. Mijn ouders

hebben mij leren denken in mogelijkheden. Waar artsen mij

nul toekomstperspectief gaven, lieten zij een rolstoel ontwikkelen

waarvan de zitting naar de grond kan. Daarmee

kan ik, samen met mijn hulphonden, prima functioneren.

Dat ik een halfuur verder ben om mezelf met een lift in mijn

aangepaste auto te zetten, soit. Ook Serena weet niet beter.

Zij heeft geleerd geduldig te zijn. Roep ik haar omdat we

vertrekken, dan komt ze meteen. Ik kan haar niet beetpakken

en moet het daarom hebben van de communicatie. Uitleggen

wat we gaan doen, wat ik van haar verwacht. En haar zelf

laten nadenken: wat kan er gebeuren als je zomaar oversteekt?

Het maakt haar zelfstandig en onze band ijzersterk.

Niemand keek ervan op dat ik een kind wilde. Voordat ik

Tinus ontmoette vroeg iemand zelfs of ik overwoog een

bewust alleenstaande moeder te worden. Mensen zagen hoe

zorgzaam ik was voor mijn honden en dat ik dolgraag met

mijn neefjes en nichtjes speelde. Zelf had ik slechts één twijfel:

wat als ik in of na de zwangerschap complicaties krijg en mijn

kind niet zelf kan verzorgen? Maar al snel dacht ik: onzin, ik

red me al jaren op mijn manier. In het begin tilde ik Serena als

een leeuwin met mijn tanden op aan haar boxpakje. Haar

aankleden en verschonen deed ik op de grond – zoals alles.

In huis gebruik ik geen rolstoel en ‘loop’ ik als een soort

pinguïn op mijn billen. Die volgens Serena best dik zijn,

trouwens. ‘Gelukkig maar’, zeg ik dan. ‘Zo val ik niet om als

je op me klimt.’ Ik hou wel van zelfspot. Nu ze ouder wordt,

gaan we samen vaak paardrijden. Ik klem dan een lus tussen

mijn tenen en de teugels onder mijn oksels. Terwijl Serena

voor me uit hobbelt op haar merrie, voelt mijn paard als een

verlengstuk van mijn lichaam: de ultieme vrijheid.”

>

KEKMAMA 79



KIM MOORMAN (37) KREEG OP HAAR 22E EEN AUTO-

ONGELUK EN ZIT DAARDOOR IN EEN HANDBEWOGEN

ROLSTOEL. ZE IS SAMEN MET JAN (38) EN ZE HEBBEN

TWEE KINDEREN, KICK (7) EN FIEN (3). ‘‘Vijf jaar lang heb

ik plat in bed gelegen. Na het auto-ongeluk, waarbij de

zenuwen in mijn rug en nek ernstig beschadigd raakten, kon

ik geen prikkels verdragen en had ik gigantisch veel pijn.

Zelfs bij het overeind komen ging ik knock-out. Uiteindelijk

is het me na lang revalideren gelukt om toch weer een actief

leven te gaan leiden. Zittend weliswaar – mijn zenuwen zijn

blijvend beschadigd – maar met mijn rolstoel en hulphond

kom ik overal.

Mijn droom om moeder te worden heb ik nooit opgegeven.

Vijf jaar na het ongeluk, toen ik steeds zelfstandiger werd,

begon het te kriebelen. Mijn coach nam mij serieus. Zij

beaamde dat ik dat verlangen zoals iedere andere vrouw

mocht hebben, ook al had ik geen idee hoe ik het moest

gaan doen, een kind opvoeden. Die erkenning was heel fijn.

Ik zocht alles uit: hoe til ik een baby op, bestaat er een box

met een deur? Ik was nog niet eens zwanger, maar wilde de

vooroordelen voor zijn. Mensen zouden geheid denken: ze

kan jarenlang niets en wil nu een kind – waar begint ze aan?

Velen zeiden dat alsnog, hoorde ik via via toen ik zwanger

raakte. Maar ik was vastbesloten het tegendeel te bewijzen.

Ik gebruikte een co-sleeper en we plaatsten wieltjes onder

alle meubels. Kick optillen kostte veel kracht, maar praktisch

gezien was er niets wat ik niet kon handelen. ‘Wat als hij

ouder wordt en wegrent?’ vroeg iemand een keer. Gek genoeg

had ik me dáár niet op voorbereid. Ik vertrouwde erop dat

mijn kind bij me bleef. Naïef misschien, maar Kick en Fien zijn

nog nooit weggelopen. Waarschijnlijk voelen ze aan dat ze

die grens niet moeten opzoeken. Net als dat ze weten dat ze

op hun vader kunnen klimmen en op mij niet.

Nu ze ouder worden, ontstaan er wel andere uitdagingen.

Als ze met mij in een bootje willen varen in de dierentuin,

moet ik vooraf hebben uitgezocht of ik daar met mijn

rolstoel in kan. Ik wil niet bij alles zeggen: ‘Ga maar met

papa.’ Soms ontkom ik daar niet aan, maar dan ga ik later

bijvoorbeeld met Kick winkelen. Vindt ie het einde. Aan

vriendjes legt hij uit dat ik een auto-ongeluk heb gehad.

‘Met bloed’, zegt hij dan. En daarna trots: ‘Ze kan niet

lopen, maar verder kan ze alles!’ Geweldig, toch?” >

‘IK WIL NIET

BIJ ALLES

ZEGGEN:

‘GA MAAR

MET PAPA’’

KEKMAMA 80



‘ALS SYLVAN

HET OP EEN

LOPEN ZET,

HEB IK

HEM ZO TE

PAKKEN’

LEENA DE WILDE (33) IS ALS BABY GEADOPTEERD UIT

INDIA EN HEEFT DE BEWEGINGSSTOORNIS CEREBRALE

PARESE. ZE IS SAMEN MET AREND-JAN (41) EN MOEDER

VAN SYLVAN (2). “‘Mama!’ roept Sylvan zodra hij iemand in

een rolstoel ziet. Soms duwt hij me in mijn lichte sportrolstoel,

waarmee ik aan rolstoeldansen heb gedaan. Of hij klimt er

zelf in en gaat een rondje rijden. Voor hem is dat ding op

wielen doodgewoon. Als hij zich onder de tafel verstopt, kan

ik achter hem aan kruipen – mits ik me ergens aan vasthoud.

Ook kan ik met ondersteuning een aantal stappen zetten,

maar ik zal wel de rest van mijn leven rolstoelgebonden

blijven. Door zuurstofgebrek bij mijn geboorte heb ik een

verhoogde spierspanning. Daardoor ben ik stijf en kan ik

lastiger bewegen. Iedere dag train ik op een hometrainer

mijn arm- en beenspieren. Ik wil namelijk een fitte en

onafhankelijke moeder zijn, én blijven.

In 2007 heb ik meegedaan aan de Mis(s)verkiezing van

Lucille Werner, een wedstrijd voor vrouwen met een

lichamelijke beperking. Hoewel ik altijd al zelfvertrouwen

heb gehad, ben ik door dat programma nog meer gaan

inzien dat ik er in mijn rolstoel mag zijn. Sommige andere

kandidaten waren moeder. Omdat ik zelf graag kinderen

wilde, was ik nieuwsgierig: hoe doen zij dat? Ze leerden mij

vooral creatief en consequent te zijn en duidelijk mijn

grenzen aan te geven. Zo had ik in het begin een grondbox:

een soort hek op de grond zodat Sylvan de keuken niet in

kroop als ik aan het koken was. Ook gebruikte ik een box

op wielen en vroeg ik een gezinspas aan om te reizen met

de taxi. Inmiddels wordt Sylvan als peuter wat ondeugender.

Zodra hij het op een lopen zet, ben ik snel ter plaatse. Mijn

rolstoel is heel wendbaar en anders zorgt mijn adrenaline

wel voor extra gas d’r op.

Mensen vragen me weleens of het zwaar is om voor mijn

kind te zorgen. Of ze vinden het knap dat ik alles zittend

doe. Een mooi compliment, want toegegeven: het is soms

echt een uitdaging. Maar tegelijkertijd voelt zo’n opmerking

dubbel. Het is net alsof ik moet bewijzen dat ik een moeder

kan zijn. Zodra mensen iemand in een rolstoel zien, geven

ze er al snel een eigen invulling aan. Zo van: die kan niet

veel, laat staan een kind grootbrengen. Ik bewijs graag het

tegendeel. De wielen zijn mijn benen, maar verder ben ik

een moeder als ieder ander.”

KEKMAMA 83


Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!