Herkenrodeweetjes
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Vijf jaar later is het zover. Een monnik uit Aulne richt het klooster
Herkenrode op, een convent voor vrouwen. De monnik weet hen
enthousiast te maken voor de regel van Benedictus, door Bernardus
in eer hersteld. Zij dwepen met de soberheid, het teruggetrokken leven
in gebed en het noeste werken op de velden in de vruchtbare
Demervallei. In 1217 laten zij zich opnemen in de orde van Cîteaux en
worden volwaardige cisterciënzerinnen. De abt van Aulne en graaf
Lodewijk die het idee van zijn vader verder vormgaf, geven hun
goedkeuring. De nonnen bouwen hun klooster uit tot een echte abdij
die zelf in al haar behoeften voorziet. Het water van de Demer wekt
energie op voor graanmolens en een oliepers. Ernaast staat een
heuse huidenvetterij en zelfs een brouwerij. In kanaaltjes en grachten
stroomt het water in een uitgebreid sanitair systeem en bevloeit tuinen
en velden. De gewassen en kruiden groeien er weelderig. Later slagen
de zusters onder de inspirerende leiding van hun abdis er zelfs in om
een wijngaard aan te planten en hun eigen wijn te maken: opgevangen
zonneschijn.
Eeuwenlang gaat het de zusters en dames van Herkenrode voor de
wind. De energie uit zon en water heeft ook een geestelijke
component. Die spiritualiteit voedt het godsdienstige leven, de
creativiteit en de kunstzinnigheid.
Op een middag in de zomer van 1525 verpoost Everhard van der
Marck, prins-bisschop van Luik, in de burcht van Kuringen. Sinds het
uitsterven van de gravenfamilie hebben de prins-bisschoppen er een
jachtverblijf. De zon nodigt uit tot een uitstap. De prins laat zijn paard
optuigen en in galop gaat het naar Herkenrode. Abdis Mechtilde de
Lechy ontvangt de kerkvorst. Zij verwijlen even in de kerk bij het
sacrament van mirakel, een bloedende hostie in een
schitterende monstrans, en wandelen dan door de
tuin achter het abdissenkwartier. Onder een
prieeltje voor de zon beschut, vatten zij het plan op
voor het bouwen van een prestigieus poortgebouw.
Zes jaar later is Everhard er terug om het in te
huldigen. Op een elegant zuiltje, geschraagd door
engeltjes prijkt zijn wapenschild.
In de windwijzer op het uivormige torentje staat een
opspringende eenhoorn, het embleem van de abdij
en het symbool voor de maagdelijkheid van de
bewoners. Met de wind kan hij alle kanten uit.
146