het Woud van Tocantins-voorpublicatie
Soms in je leven kom je iets tegen dat je de ogen doet uitwrijven. In mijn geval gebeurde dat in 2019, tijdens een gesprek over een zakelijk voorstel. Mijn gesprekspartner deed enkele opzienbarende uitspraken. Één daarvan betrof een groot perceel regenwoud in Brazilië. Zo groot als de provincie Noord-Brabant, waar ik geboren ben. Verbaasd als ik was, besloot ik op onderzoek uit te gaan. Ik stuitte al snel op een merkwaardig en onnavolgbaar persbericht, uitgegeven door een bedrijf genoteerd aan de beurs van Budapest. Het intrigeerde mij en was het begin van een jaar van onderzoek en juridische verwikkelingen, maar ook van de aanstaande geboorte van mijn boek. Ik neem je mee op reis naar de regenwouden van Brazilië en Liberia, belastingparadijzen en de oevers van de Donau in een zoektocht naar de kern van de kwestie; de vraag waar het misgaat met de longen van de wereld.
Soms in je leven kom je iets tegen dat je de ogen doet uitwrijven. In mijn geval gebeurde dat in 2019, tijdens een gesprek over een zakelijk voorstel.
Mijn gesprekspartner deed enkele opzienbarende uitspraken. Één daarvan betrof een groot perceel regenwoud in Brazilië. Zo groot als de provincie Noord-Brabant, waar ik geboren ben. Verbaasd als ik was, besloot ik op onderzoek uit te gaan. Ik stuitte al snel op een merkwaardig en onnavolgbaar persbericht, uitgegeven door een bedrijf genoteerd aan de beurs van Budapest. Het intrigeerde mij en was het begin van een jaar van onderzoek en juridische verwikkelingen, maar ook van de aanstaande geboorte van mijn boek.
Ik neem je mee op reis naar de regenwouden van Brazilië en Liberia, belastingparadijzen en de oevers van de Donau in een zoektocht naar de kern van de kwestie; de vraag waar het misgaat met de longen van de wereld.
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Copyright
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in
een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door printouts,
kopieën, of op welke manier dan ook, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van de uitgever.
ISBN: 978-90-9033628-2
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Inhoud
1. Voorwoord
2. Lijkt op Lego
3. His Masters Voice
4. Xenufobia
5. Paradiso
6. Houtkapsones
7. Een wonder in Coytacazes
8. Barreirinha Business Case
9. Von und zu Liechtenstein
10. Genesis 2.0
11. Lords of Liberia
12. De Budapest Bubble
13. Rudabanya Telecom
14. Het Woud van Tocantins
15. Containerbegrip
16. Arkeologie
17. Opa’s portefeuille
18. Val van de Zonnekoning
19. Clearwater Revival
20. Tom Tom Cruise Control
Addendum
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Voorwoord
Het is ruim een jaar geleden dat ik begon met het schrijven van mijn boek.
Het ligt nu voor u. Gebaseerd op waargebeurde feiten, en gedocumenteerd.
Het beschrijft een realiteit, niet de realiteit, maar toch één die bestaat en die
van grote invloed is op het functioneren van de maatschappij.
Soms in je leven kom je iets tegen dat je de ogen doet uitwrijven. In mijn geval
gebeurde dat in 2019, tijdens een gesprek over een zakelijk voorstel.
Mijn gesprekspartner deed enkele opzienbarende uitspraken. Één daarvan
betrof een groot perceel regenwoud in Brazilië. Zo groot als de provincie
Noord-Brabant, waar ik geboren ben. Verbaasd als ik was, besloot ik op
onderzoek uit te gaan. Ik stuitte al snel op een merkwaardig en onnavolgbaar
persbericht, uitgegeven door een bedrijf genoteerd aan de beurs van
Budapest. Het intrigeerde mij en was het begin van een jaar van onderzoek en
juridische verwikkelingen, maar ook van de aanstaande geboorte van mijn
boek.
Ik neem je mee op reis naar de regenwouden van Brazilië en Liberia,
belastingparadijzen en de oevers van de Donau in een zoektocht naar de kern
van de kwestie; de vraag waar het misgaat met de longen van de wereld.
Gio Ferrarius
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Barreirinha Business Case
3 juli 2009, Barreirinha, Amazonas. André Roberto dos Santos
Manfredini kijkt over het water van de rivier Andira, een aftakking van de
grote Amazone. Beschut, vanonder het dak van de gehuurde Jeep die hem
zojuist in een klein uur van Parentins naar Barreirinha bracht. De zon schijnt,
en het zwarte water van de Andira ligt er vrijwel rimpelloos bij.
Manfredini bedankt chauffeur Joao. Joao heeft de rest van de ochtend vrijaf.
Hij kan doen wat hij wil. Manfredini verwacht hem rond de middag terug,
om hem naar de middagafspraak in het regenwoud te brengen.
Hij loopt op zijn gemak naar het Andira River Hotel. Deze ochtend ontmoet
hij de capitães van de Sateré-Mawé families die langs de rand van de Andira
rivier wonen.
Niet dat de capitães het nu echt voor het zeggen hebben, dat niet, want dat
zijn de tuxauas. Zij zijn de leiders van de dorpen. Maar het moet, Manfredini
weet het. Hij moet eerst met de capitães in gesprek. Zij zijn de
verbindingsofficieren, aangesteld door de rivierbewoners in samenspraak met
gemeentes en de machtige katholieke kerk.
In de dorpen genieten zij een gezond wantrouwen. Ze zijn nodig, want ze
bieden bescherming. Bescherming tegen de witte mannen, die het op de
rijkdommen van de natuur gemunt hebben. Maar ze vragen ook wat terug.
Niets voor niets! Tachtig procent van de Sateré-Mawé is gedoopt, katholiek
welteverstaan. Gedoopt maar niet geëvangeliseerd. Je moet toch ergens
beginnen, nietwaar?
Het hotel is gelegen op de hoek van een kruising, schuin tegenover een fel
verlichtte snackbar met pijnlijk okergele wanden, tegenover een kleine
souvenirwinkel. Overal plastic, heel veel plastic tuinstoeltjes. Van die witte,
met halfhoge leuning, waar je aan vast plakt als het heet is en die dan diepe
rode groeven in het vlees rond de hamstrings kweken. En die doen pijn als je
opstaat. Van die stoeltjes die niet stabiel voelen, maar het toch zijn. Direct
achter de snackbar torent een enkele wolkenkrabbende palmboom boven het
halfhoge donkere regenwoud de hemel in. De kruising is ordentelijk
aangelegd in grote geelachtige zandstenen platen met keurige rondingen in
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
de hoeken en frist de aangelegen grauwe gebouwen enigszins op. De straat is
breed genoeg voor twee auto’s die zo af en toe gedurende de dag passeren.
Het grijs -betonnen terras van het Andira River Hotel wordt slechts door haar
kleur en een licht hoogteverschil van de straat gescheiden. Daarop – alweer –
wit zitplastic aan dito vierkante tafeltjes. Manfredini loopt het hotel in. Een
jongedame hangt met de schouders naar voor op een barkruk. Het gezicht
verstopt achter de neerhangende zwarte haren bestudeert zij haar mobiel.
Iedereen heeft een mobiel. Ook ’s morgens om negen uur in Barreirinha, en er
is altijd wat te doen in de digitale kosmos…
“Goedemorgen jongedame”, begint Manfredini “ik heb hier vanmorgen een
bijeenkomst met de capitães van de Sateré-Mawé families.” De vrouw
antwoordt met een vluchtige knik in de richting van het midden van de
ruimte: “Gaat u zitten senhor, de mannen zullen zo wel komen, wilt u wat
drinken?” Manfredini vraagt een glas water. Hij heeft zich informeel gekleed,
weet wat hem ongeveer te wachten staat. Geen stropdas dus vandaag, en
voor eens ook korte mouwen. Is eigenlijk wel lekker zo. Hij neemt de ruimte
in zich op en bedenkt hoe het er straks aan toe zal gaan. “Niet te heftig”,
denkt hij, “vanmiddag zal het zwaarder zijn.”
In de verte hoort Manfredini voetstappen en stemmen naderen. Mannen zo te
horen. Hij staat op, loopt naar de meterslange stamtafel met rood
overhangend kleed en posteert zich daarachter. Manfredini is niet groot maar
wel gewichtig. Geblokt, niet dik maar stevig, en torst een vierkant hoofd met
brede onderkin. Zijn gezicht verraadt een jaar of vijftig en de ogen kijken
streng door samengeknepen oogleden en een elegant rond gouden montuur.
Hij legt een zware bruin -lederen map voor zich op tafel, de halfopen
ritssluiting gericht op het aanstaande gehoor. Zo… Dáár zit wat in!
De capitães betreden al pratend de ruimte. Zeven in getal. Een enkeling
begroet Manfredini: “Bom dia”. De rest schuchtert zich achter de tafeltjes en
de ruimte daarvoor die Manfredini voor zich heeft opgeëist.
Manfredini spreidt zijn handen en begint: “Goedemorgen beste mensen, en
dank u wel dat u mij de gelegenheid biedt hier vanmorgen mijn verhaal te
doen. Mijn naam is André Roberto dos Santos Manfredini, en ik
vertegenwoordig een aantal partijen met belangen in de houtwinning.”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Het gezelschap retourneert een neutrale blik. Dat wisten ze al… Ze kijken
naar de gedrongen gestalte, centraal achter het zelfbedacht altaar, links en
rechts boven zich geflankeerd door twee enorme airco-units, en terzijde
gestaan door een manshoge koelkast met glazen front. Vóór hem ligt een
geheim dat op tafel. Zie daar het verzameld geschut van de heer Manfredini.
Het is indrukwekkend…
“Ik ben mij ervan bewust”, vervolgt Manfredini met enige verheffing, “dat er
in het verleden zaken zijn voorgevallen. Zaken die misschien niet altijd even
goed te begrijpen waren voor de bewoners van Barreirinha. Maar vandaag
ben ik hier, om u een goed voorstel te doen, waarvan de bevolking blijvend
zal profiteren.”
Hij neemt een pauze om zijn woorden kracht bij te zetten en het gezelschap
één voor één te observeren. Het is een gemeleerd ensemble, in lengte en
tenue, maar minder in leeftijd. Gebruind en met groeven, pantalons en shorts.
Blouses in vrolijke kleuren, soms sokken, soms niet, in schoenen of sandalen
en drie strooien hoeden.
Een tengere lange man steekt zijn hand op: “U weet toch – neem ik aan – dat
mensen in het verleden zijn beroofd, hun land zijn kwijt geraakt. Er is geweld
geweest; de vissen zijn weg, de bomen verdwijnen…”
Manfredini gunt de man een begripvolle blik: “Ik heb het gehoord. En als het
waar is, dan is dat een schande. Maar laten we vooruitzien en niet achterom!
Wat geweest is, is geweest. De toekomst ligt voor ons…”
“Ja senhor, maar het zit dieper dan u denkt. Vergist u zich niet! Vertel ons,
wie vertegenwoordigt u en wat is het voorstel?”
“Kijk, in de eerste plaats moet u zich realiseren dat mijn opdrachtgevers de
rechtmatige eigenaren zijn van de grond rond Barreirinha.”
“Hoe weet u dat? Er zijn er meer die dat hebben beweerd!” De man spreekt
nu fel, en met ingehouden woede.
Manfredini trekt een grimas en maakt een sussend gebaar: “We zijn hier niet
om te bekvechten, de eigenaren willen tot een goede oplossing komen.”
“Toch niet weer Gerardo de Hollander hè? Die is hier niet welkom senhor; hij
is een vijand van het volk.”
“Gerardo?”, Manfredini denkt een moment na. “Oh, u bedoelt de heer
Bartels?”
“Inderdaad, die bedoel ik.”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
“Nee, ik handel niet namens de heer Bartels, ik handel namens RDF, van de
heer Tilanus. Hij heeft een kozijn – en vloerenbedrijf, vlakbij Manaus en heeft
de gronden van mijnheer Bartels overgenomen.”
“Okay, nooit van gehoord. Wij ontvangen graag informatie over dat bedrijf.
Hoe heet het?”
“IPA, het bedrijf heet IPA: Industria De Pisos Da Amazonia.”
“Tudo bem, we zullen zien. Wat is uw voorstel?”
“Goed. Wij snappen natuurlijk ook wel dat de Sateré-Mawé een stuk land
nodig hebben om van te leven. Aan de andere kant willen wij onze gronden
exploiteren, en hebben toegang tot het water nodig. Wij denken een goed
compromis te hebben gevonden door het volk blijvend een stuk grond in
bruikleen te geven. We bakenen dat duidelijk af, zodat wij de rest in gebruik
kunnen nemen.”
“Waar had u aan gedacht dan?” vraagt een andere man.
“Vier hectare, vier hectare per familie wel te verstaan. Er zijn vierhonderd
families, dus zestienhonderd hectaren in totaal.”
De capitães lachen het voorstel weg: “vier hectaren? U bent niet serieus, dat
kunt u niet menen!!”
“Ondankbare honden” denkt Manfredini: “Vier hectaren! Weten jullie wel
hoeveel dat is? Dat zijn acht hele voetbalvelden!!!”
“We voetballen hier niet, mijnheer. En het zijn geen voetbalvelden, het is bos.
En in het bos daar wonen de dieren, en soms zijn er meer, en soms zijn er
minder. En soms regent het veel en soms regent het niet. Dat weten wij niet
hè? En de vissen? De vissen in de rivier zijn ook al weg. Beroepsvissers
mijnheer, en niet één- maar tientallen, elke dag weer! En dan onze bomen;
daar zitten soms vruchten in, en soms ook noten. En die eten wij mijnheer!
Die eten wij…”
Manfredini zucht… “Luister, wij denken dat het een goed voorstel is. Over de
hele wereld ken ik geen mens die niet van vier hectaren grond kan leven. Dat
is absurd! Denk alstublieft goed na en accepteer ons voorstel! U zult er geen
spijt van krijgen, en de regio zal er baat bij hebben.”
De bijeenkomst loopt zo nog een lang half uur door. De capitães morren, en
Manfredini geeft niet toe. Om half twaalf besluit Manfredini de bijeenkomst.
Hij neemt de bruine map van tafel en haalt er een aantal exemplaren van de
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
conceptovereenkomst uit. De capitães beloven het document te bespreken,
maar geven hem weinig kans.
Die middag heeft Manfredini een afspraak met één van de opzichters namens
RFD, enkele kilometers uit de kust, midden in het tropisch regenwoud. Joao
brengt hem erheen.
Joao rijdt de Jeep landinwaarts over provisorisch neergegoten zanderige
asfaltwegen. Naar Vila Bom futuro. De ontmoetingsplaats is een open ruimte,
aan alle kanten omringd door soms meer, soms minder doordringbaar woud.
Er staan een truck met oplegger, een kraan en een shovel verspreid over het
terrein. Manfredini stapt uit, en hoort in de nabije verte de kettingzagen in
onregelmatige inspanning. Zeker op drie verschillende plaatsen om zich heen.
Geen vogels; tussen de zaagsalvo’s is het stil. “Gevlucht”, denkt Manfredini.
Een buikige man met gekromde benen op gympen komt op hem af. Hij
draagt een geruit hemd met korte mouwen; de knopen los. De luchtcirculatie
doet haar werk. De man steekt zijn hand uit: “Enrique”.
“Goedemiddag Enrique, ik ben Roberto Manfredini, ik neem aan dat je me
verwachtte?”
“Zeker senhor, zeker. Ik zal u laten zien hoe wij hier werken. Mijnheer
Tilanus heeft mij gevraagd.”
“Fijn, dank je. Hoeveel mensen heb je in jouw ploeg?”
“Ongeveer twintig. Soms meer. Werken hier zolang licht is. Als duisternis
komt dan breken wij op, brengen hout naar haven van Barreirinha of
Parentins. Soms slapen wij in bos, hangt van weer af, en ook van opdrachten.”
“O zo. Opdrachten zeg je, jullie krijgen opdrachten?”
“Si senhor, soms meer soms minder, hangt ervan af.”
“En hoe word je dan betaald? Per uur of zo?”
“Hahaha, no senhor. Natuurlijk niet, kan niet controleren. Wij worden betaald
per boom. Grote boom, kleine boom, dikke boom, dunne boom, dure boom,
goedkope boom…”
Manfredini probeert het systeem te begrijpen: “En wie bepaalt dat dan?”
“Inspector senhor, inspector. In haven senhor. Hij zegt mooie boom, niet
mooie boom, boom goed, boom ziek, boom groot, boom klein. Dan maken
prijs.”
“Oh, ook zieke bomen?”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
“No senhor, soms vergissing, wij kappen niet zieke bomen, is zielig, geen
geld, mensen boos.”
Manfredini kijkt Enrique aan: “Kun je me eens laten zien hoe dat in z’n werk
gaat?
“Si senhor…” Enrique wenkt Manfredini hem te volgen. De mannen lopen in
de richting van de bosrand.
Manfredini vindt het bos intimiderend, het is donker, en soms achterlijk hoog.
Tussen de bomen zijn struiken die hij niet kent, en bladeren die hangen, en
ook heel groot zijn. En sommigen zijn vrolijk, maar de meesten bedroefd, met
daartussen stoere grassen, min op meer rechtop. En wie weet wat zit
daartussen? Op pootjes of glibberend, of stiekem verstopt achter een tak of
zelfs onder de grond? En die steken of bijten of kijken je gewoon aan, met
enge ogen, en zonder hun bedoelingen nu direct duidelijk te maken.
En het bos is benauwd. Er vallen druppels, en de zon – die toch schijnt – is
weg. Het is donker… “Die kettingzagen zijn wel fijn”, denkt Manfredini,
“daar zitten die beesten ook niet op te wachten… Gelukkig…”
“En”, zo denkt Manfredini:” Enrique weet vast wel wat hij doet.”
Ze lopen een meter of veertig door dicht struikgewas het woud in tot ze bij
een wat dunner begroeid deel komen. Aan de rand daarvan is een man, in
ontbloot bovenlijf druk doende met zijn kettingzaag. De linkervoet voor de
rechter, de rug voorover gekromd, duwt hij het zaagblad door de boom.
“Zeker geen boter”, denkt Manfredini. “Vrijkaart voor de orthopeed; nek,
schouders, elleboog, kies maar…”
Een tweede man staat erbij en kijkt ernaar. Een stuurmannetje, de boom moet
wel goed vallen…
Na enkele minuten begint de boom te kraken. Langzaam maar zeker zet de
onvermijdelijke beweging in. Stapje voor stapje voor stapje voor stapje gooit
het gevaarte all schroom van zich af om tenslotte in een logaritmische
versnelling met donderend geweld ter aarde te pletteren.
Bafff…. Onderwijl kraken takken en breken de stammen van onvoorzichtig
dichtbij staande neefjes en nichtjes door sissende en luid protesterende
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
bladerschermen in een mist van veel stof en zand de eeuwige duisternis
tegemoet.
De boom schokt wat na, in slow motion, en een weerbarstige fractie van het
gewas veert op als een bokser die juist een rechtse hoek heeft verwerkt. Het
geluid verstomt langzaam met nu en dan een korte oprisping.
Manfredini staart als versteend naar het schouwspel. Op het moment
suprême denkt hij: “Aiii, daar gaat ie, daar gaat ie”’ en een schok van
spanning dreunt als schrikdraad door zijn lichaam heen. “Wauw, wat gebeurt
hier???”
Hij taxeert de ravage. De boom heeft een gat in het oerwoud geslagen.
“Enrique?”, zegt Manfredini, “hoelang duurt het voor dit zich herstelt?”
“O, dertig jaar boom, dertig jaar boom senhor.”
“Dus het duurt dertig jaar voor er weer zo’n grote boom staat?”
“Si senhor, dertig jaar boom. Soms twintig jaar boom, ook goed…”
“Ow, en de rest er omheen, dat is ook allemaal dood!”
Enrique kijkt Manfredini vragend aan: ”Kan niet anders senhor, kan niet
anders. Is snel weer goed, duurt niet lang.”
“En die hele hoge bomen?”
”Zestig jaar boom, honderd jaar boom, niet doen. Is niet goed…”
“Niet goed?”
“Si, niet goed. Groot, veel rotzooi, veel zagen, veel tijd, moeilijk moeilijk.”
“Maar staan die niet in de weg dan?”
“Si, soms. Kan niet anders… Soms gewoon zagen…”
Manfredini kijkt hoe de mannen de boom vrijmaken van de gesneuvelde
bosrommel er omheen. “Bosmanagement”, denkt hij. “Selectieve kap. Héél
modern.”
“Hé Enrique, ik hoorde dat er sinds kort ook strenge controles zijn door de
overheid. Merk je daar wel eens iets van?”
“Hahahaha si senhor, soms, soms komt inspector man met pak en tas met
vragen, wij laten papieren zien, hij weg, alles goed, geen problemen. Mannen
met kettingzagen senhor, hij vindt goed.”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Manfredini weet dat de overheid machteloos is, de reactie verbaast hem niet.
Het gebied is simpelweg te groot. Hoe bewaak je anderhalf miljoen vierkante
kilometer tropisch regenwoud? Het is bijna niet te doen. Luchtfoto’s en
satellieten moeten het doen, maar iedere ontdekking is te laat. Over de weg
kan niet, van provinciehoofstad Manaus naar Barreirinha is zeventien uur per
terreinwagen.
“Komen die mensen vaak?”
“No senhor, niet vaak. Bos is groot, vierhonderd miljoen vierkant meter is van
mijnheer Tilanus. Is groot senhor, kan ons niet vinden. Wij al foetsie, weg. “
“Hmm, dat klinkt veilig”, denkt Manfredini: “En je hebt nooit problemen
gehad?”
“Wel één keer senhor. Mijnheer Gerardo was probleem.”
“Je bedoelt mijnheer Bartels?”
“Si senhor. Te veel gekapt!! Hij komt en zegt: “Foute bomen, foute bomen!!!,
weg bomen, weg”. Wij doen bomen in rivier, senhor.”
“Je hebt de bomen in de rivier gekieperd?”
“Si senhor, drieduizend bomen in Andira. Groot probleem. Mijnheer
inspector boos. Mijnheer Bartels boete betalen.”
Manfredini kent het verhaal. Drieduizend boomstammen waren in de Andira
rivier gedumpt. Bartels was erop aangesproken. De boete voor het vergrijp
was bescheiden, vijfduizend reals, zo’n vijftienhonderd dollar, maar de
schade was enorm. Bartels moest zijn land opgeven.
Want er waren nog wat meer akkefietjes. Mijnheer Bartels kon, onder
Braziliaanse wetgeving, als buitenlands ingezetene niet meer dan
tweeduizendzevenhonderdvijftig hectare in bezit hebben, veel minder dan
het oppervlak dat hij had aangekocht. Driehonderdzevenenzestigduizend
hectaren, meer dan drie-en-een half miljard vierkante meter.
Er was al eerder trammelant geweest, in 1999. Bartels richtte Eco Brazil Ltda
een jaar daarvoor op in Belèm. Verantwoord bosbeheer in Amazonas en ook
de naastliggende staat Para, dat was het streven. Hij zocht investeerders in
Brazilië, maar vond ze niet, en ging op zoek naar kapitaal in het buitenland.
Dat vond hij uiteindelijk in Nederland. Het bedrijf Eco Brasil BV werd
opgericht en Bartels verkocht aan dat bedrijf negentig procent van zijn
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
aandelen. De Hollanders gingen aan de slag in het tropische woud ten zuiden
van Barreirinha.
Zonder de benodigde concessies, want die waren er nog niet. Sterker, de
procedures om die te verkrijgen waren nog nauwelijks in gang gezet.
In Barreirinha woont een beroemde dichter. Thiago de Mello is zijn naam. Een
voormalig balling, die na het einde van de militaire dictatuur in 1985
terugkeerde naar zijn geboorteplaats. Hij werd beroemd, zijn werken werden
in dertig talen uitgegeven, een icoon van de regionale literatuur. Maar ook
activist. Hij zet zich in voor de lokale inheemse bevolking. Als hij hoort van
illegale activiteit in het oerwoud rond zijn woonplaats alarmeert hij de
autoriteiten.
De gouverneur van Amazonas, Amazonino Mendez, toog naar de plaats des
onheils, met in zijn kielzog de militaire politie. Vijftig kilometer ten zuiden
van Barreirinha trof hij vier Nederlanders, druk doende het woud van haar
ziel te ontdoen. Het waren de mensen van Eco Brasil. Mendez vaardigde een
bevel uit de activiteiten te staken, maar de Nederlanders waren nogal brutaal
geweest.
Ze gaven hem te verstaan dat hij hoog of laag kon springen, maar dat zij door
zouden gaan, want het bos was van hen. Hadden ze gekocht van mijnheer
Bartels uit Belèm.
Én - zo hadden ze er aan toegevoegd - alle families van kleine producenten
die in het woud werkten, die moesten weg. Desnoods zouden de
Nederlanders ze verdrijven.
Mendez vaardigde zijn bevel uit, en waarschuwde terug te zullen komen. Als
de Nederlanders dan nog actief waren, dan zou hij tot gevangenneming
overgaan. De Nederlanders gehoorzaamden niet, en uiteindelijk werd Thiago
de Mello, de held van het volk, zelfs met de dood bedreigd.
Het gebied werd daarna door de Militaire politie in een gezamenlijke actie
met de lokale bevolking in een tien dagen durende actie schoongeveegd.
Bartels, die hoorde van de incidenten, schrok daarvan. Hij hoorde bovendien
dat de mensen van Eco Brasil in Nederland de Braziliaanse gronden
doorverkochten via een speculatief beleggingsfonds. Hij probeerde de
verkoop van de aandelen terug te draaien, maar slaagde daarin niet.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Het Nederlandse fonds Eco Brasil maakte er een janboel van. De eigenaren
gingen zich te buiten aan dure hobby’s. Auto’s en jachten en ander gerief. En
ze vergokten een groot deel van het geld in casino’s. Miljoenen euro’s
verdwenen in allerlei richtingen naar vennootschappen waarin de heren een
belang hadden. Slechts een kwart van de vijfenveertigmiljoen euro die zij de
Nederlandse investeerders uit de zak klopten kwam uiteindelijk in Brazilië
terecht. En wat daar mee gebeurde? Wie zal het zeggen…
En opbrengsten waren er niet of nauwelijks, want een bos ontginnen dat is
best een hele klus. En een tropisch oerwoud al helemaal, Ze hadden de
investeerders in het Nederlandse fonds natuurlijk wel een rendement beloofd,
en dus betaalden ze dat uit de inleg van nieuwe deelnemers aan het fonds.
Maar ja, de kruik gaat maar te water zolang tot zij barst, nietwaar? Dus de
bodem van de schatkist kwam al snel in zicht. Een klassiek piramidespel, een
Ponzi…
Enfin, Eco Brasil in Nederland ging failliet, en Bartels verkocht de
Braziliaanse Ltda, met instemming van de curator aan Ewald Tilanus, die
speciaal daarvoor zijn slapende vennootschap “RDF Empreendimento”
inzette.
En Ewald verkocht zijn bedrijf door aan FIAM bv, alweer zo’n Nederlands
fonds, dat dan ook nog actief is in Costa Rica.
Maar Ewald verkocht ook een deel van het land weer, aan hem - André
Roberto dos Santos Manfredini -. Hij is wél Braziliaan, en kan dus wél
aanzienlijke hoeveelheden grond onder zich hebben. Vijfduizend hectaren,
dat was de eerste transactie. Hij heeft toen die gronden in Asgard Ltda en
Barreirinha Florestal Ltda ondergebracht.
Manfredini zucht. Dus hij heeft nu die grond, maar die Hollanders van FIAM
die claimen nu óók diezelfde grond, want die zijn eigenaar van het bedrijf
RDF. Ze zeggen dat Tilanus die transactie nooit had mogen doen zonder hun
toestemming. Lekker!!!! De Hollanders zijn gek. Twee keer hetzelfde stuk
grond, en twee keer tientallen miljoenen naar de vaantjes. “Snappen die lui
niet dat boswinning veel tijd en geld kost? Hoe dan ook, het is een puinhoop.
Wie kan nu aanspraak maken op de exploitatie van het bos? Misschien
moesten ze maar eens praten…”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Manfredini kijkt naar de plaats waar de boom zojuist ter aarde is gestort. Hij
schat hoe hoog de boom moet zijn geweest; een meter of vijfentwintig…
En de kruin? Krap tien meter breed denkt hij. Nog eens kijkt hij naar de
omringende schade. “Zeker tweehonderdvijftig vierkante meter bij elkaar”,
denkt hij. “Dat is dan twee-en-een-half procent van een hectare
“Hé Enrique, hoeveel bomen kap je dan?”
“Mag niet te veel, senhor, zes… En dan weer verder.”
“Weer verder? Hoe bedoel je?”
“Nou gewoon senhor… Gewoon, weg groter maken en daar weer zes
bomen”. Enrique wijst met een gestrekt arm rechts opzij terwijl hij Manfredini
aankijkt.
Manfredini kijkt in de richting van Enrique’s uitgestrekte arm. Hij knijpt zijn
ogen samen en rekent: “Okay, dat is honderd meter verderop; honderd meter
maal vijf meter breed, want de machines moeten erdoor, dat is dan nog eens
vijfhonderd vierkante meter, dus voor iedere zes bomen ook nog een enorm
spoor door het bos. Twintig procent in totaal!!! Gek… Ik kap zes bomen, en
richt voor tweeduizend meter schade aan. Shittttt…”
Hij kijkt nog eens naar de boom. “Tsja, gelukkig is er genoeg”, denkt hij. “Als
je een heel stuk bos tegelijk kapt zetten ze er toch maar koeien op, en dan
komt het helemaal nooit meer goed… Laten ze die verdomde koeien maar
ergens in de Cerrado dumpen nietwaar?”
“Enrique, bedankt voor de rondleiding en je toelichting. Ik ben blij dat ik het
gezien heb.” Hij steekt zijn hand uit en geeft Enrique een flinke klap op zijn
schouder. Enrique lacht, hij is blij en toch ook wel een beetje trots.
De houthakker en het stuurmannetje staan erbij en kijken ernaar: “Mafkezen,
schiet een beetje op, iedere boom voedt onze gezinnen!!!”
Joao brengt Manfredini naar het dorpje Vila Bom Futuro, waar hij een
ontmoeting heeft met Tuxaua Afonso. Manfredini stapt uit op het pad bij het
binnenrijden van het bos. Afonso staat hem al op te wachten.
Hij loopt op Manfredini af. Een al oudere man, Manfredini schat hem ruim
zestig, mager en tanig. Een ruime vilten hoed hangt schuin naar voren tot
bijna over de ogen op borstelige grijzende wenkbrauwen, met Braziliaans
donkere vreugdeloze ogen in een glanzend bruin, poreus gelaat.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
“Dag senhor, welkom in ons dorp.”
Manfredini begroet Afonso met een ferme handdruk: “Fijn dat u mij kunt
ontvangen. Ik ben benieuwd naar het leven hier, en de geschiedenis van het
dorp. U weet – neem ik aan – dat ik de eigenaar van de grond hier ben?”
Afonso kijkt Manfredini strak aan: ”U bent niet de eerste die dat beweert.”
“Dat weet ik, maar ik heb bewijsstukken bij mij, ik kan ze u laten zien.”
“U bent niet de eerste die dat beweert…”
“Ik begrijp uw reserve, want er is vast veel gebeurd, maar ik kom hier met
goede bedoelingen…”
“U bent niet de eerste die dat beweert… Ik zal u vertellen senhor, er zijn hier
eerder witte mannen geweest. Mannen die ook zeiden dat de grond hen
toebehoorde. Ze gaven ons cachaça van suikerriet, en boden hangmatten en
muskietnetten aan. We dronken samen, en het was goed. En ze smeten een
pak geld op tafel senhor, meer dan ik ooit had gezien. Maar wat heb ik
daaraan? Ik kan er hier niets van kopen! En toen gingen ze weg. Later
kwamen ze terug met grote machines, en ze maakten een weg door het bos.”
Afonso wijst naar een pad dat schuin achter Manfredini het donkere bos in
verdwijnt.
“En zie, daar! Senhor, die kale plek in het bos. Ze begonnen te kappen, de
beste bomen eerst. En nu zien we ze overal, die kale plekken in het bos om
ons heen. En de dieren blijven weg, want er is niets te halen, en als wij ze
zoeken zien ze ons te snel. Ze kappen ook de notenbomen en de guarana
struiken waarvan wij onze rituele drank maken. Zo wordt het leven hier
steeds moeilijker senhor. En wij leven van het bos weet u. Ik kom wel eens in
de stad, maar niet vaak, ik heb er niets te zoeken en het is een lange reis.”
Manfredini begrijpt zijn punt, maar besluit toch te polsen hoe zijn voorstel
valt: “Dat is heel erg senhor, maar ik zei al dat wij een redelijk voorstel willen
doen. Wij laten de directe omgeving van uw dorp met rust. Ik geef u en uw
medebewoners hier het onvoorwaardelijk gebruik van vier hectaren grond.
Pas daarbuiten zullen wij het bos exploiteren.”
“Vier hectaren? Hoeveel is dat? Ik weet niet hoeveel dat is!”
“Met hoeveel families leeft u hier?”
“Drie, wij leven hier met drie families.”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
“Okay dat is dan drie keer vier, is twaalf hectaren.”
“Ja, en?”
“Eh, nou ja, uhh… Als je nou van hier naar die grote boom daar in het
midden kijkt, die afstand, en dan helemaal tot waar die weg in het bos
verdwijnt… En dan aan die kant, achter mij, nog een keer hetzelfde.”
Afonso kijkt hem vragend aan: “Maar dat is alleen de rand net voor het dorp!!
Nee senhor, daar kunnen wij niet van leven, dat is veel te weinig. Wij moeten
tot diep in het bos om ons eten te verzamelen en te jagen. Dat is echt véél te
weinig hoor… En bovendien senhor: als het regent is het anders dan nu. Het
is anders!”
Manfredini, wrijft met zijn handpalm over zijn achterhoofd. “Pfff, dat wordt
nog lastig”, denkt hij. Hij gunt Afonso een snelle glimlach: “Luister; wij
komen over enkele maanden nog eens terug. Misschien ik, misschien iemand
anders. Denk erover na… Maar bedenkt wel: u heeft niet veel keuze! Als ik
het niet doe, doet een ander het. Iemand heeft namelijk de eigendom van de
grond weet u! Het is van iemand!!! Het is een gunst dat u hier kunt blijven.”
Afonso wordt nu boos, hij verheft zijn stem en spreekt langzaam en met lager
stem en ingehouden woede: “Dat zullen we dan wel zien senhor. Ik laat mij
niet door u wegjagen. En ook niet door iemand anders. Wij leven hier, mijn
vader en moeder leefden hier, mijn oma en opa, en alles wat daarvoor kwam.
WIJ GAAN HIER NIET WEG!!! En als het moet senhor; als het moet zijn wij
met meer, want wij kennen elkaar wel, de mensen uit de dorpen. Wij zijn met
meer en we zullen ons verzetten. Rekent u maarrrr…. “
Manfredini kijkt hem strak in de ogen. Nee, deze man zal niet makkelijk
akkoord gaan. Er zal gestreden moeten worden. Hij wendt zijn blik af en kijkt
nog even om naar het kleine zanderige paadje, en iets dat op een pleintje lijkt.
Niet meer dan een uitvergrootte zandbak, Wel idyllisch zo, met drie huisjes van
boomstammen en rieten daken eromheen. Er spelen wat kinderen op het plein.
Manfredini snapt niet wat ze aan het doen zijn. Niets dat hem bekend voor
komt.
Hij geeft Afonso een hand. “Evengoed bedankt voor uw tijd, en we spreken
elkaar nog.”
“Dag senhor; ik hoor het wel, maar vergist u zich niet!!!”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Manfredini stapt in de Jeep en Joao stuurt het ding het pad op. “Ik kan toch
moeilijk een heel bos ongemoeid laten voor drie van die huisjes?”
15 mei 2010, `Manaus, Amazonas. Advocaat Platilha doet in
grondtransacties. Hij maakt nu al ruim tien jaar alle overeenkomsten voor
Bartels in orde. Manfredini zit in een comfortabele met ruime leren kussens
beklede mahoniehouten stoel aan de conferentietafel. Naast hem Michael
Stadie en Herald Janssen, partners van Manfredini in Natural Resources
Development. NRD wil graag een rol spelen in de exploitatie van gronden in
de staat Amazonas en met name ook de ontwikkeling van het gebied. De
dominante rol van de katholieke kerk is een doorn in het oog. Er is geld, en er
zijn connecties.
Er is vorige week een zitting geweest in de rechtbank van Manaus. De
inheemse bevolking van Barreirinha aan de Andira rivier claimt de grond
waarop zij al eeuwenlang wonen, jagen en vissen.
De mensen van FIAM waren er, Bartels was er, Manfredini was er, Ewald
Tilanus was er. En ook de mensen van het CPT, de katholieken die schouder
aan schouder met de Sateré-Mawé vechten in de strijd om hun recht op het
land.
Het is complex. Ewald heeft de grond, namens Bartels aan Manfredini
verkocht, maar de curator in Nederland claimde de vennootschap RDF, en
daarmee ook de rechten op de exploitatie. En dan die indianen, die zich
beroepen op een soort verworven recht. Zij waren er immers al eeuwen en
kunnen niet zomaar van de grond verjaagd worden.
In Nederland zitten de aandeelhouders van FIAM de directie flink achter de
broek. Komt er nog wat van of niet? Het is duidelijk dat er wat moet
gebeuren, er moet gesproken worden om uit deze situatie te komen op een
voor iedereen acceptabele manier.
Herald neemt het woord: “Zeg Roberto, hoe staan we er nu voor dan?
Althans jullie dan hè? Hoe staan de kansen?”
Manfredini slaakt een zucht: “Het wordt niet makkelijk Herald. Bartels heeft
dat land gekocht, twee-en-zeventigduizend hectaren, waarvan – laten we
zeggen – veertigduizend bruikbaar. Maar dat kan helemaal niet Herald!!! Er is
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
hier namelijk een wet die zegt dat je als buitenlands ingezetene maar een
beperkte hoeveelheid grond kunt bezitten. Op basis daarvan kan Bartels
eenvoudigweg niet meer dan zevenentwintighonderdvijftig hectaren bezitten.
Met de rest moest iets gebeuren. Daarbij werkt ook nog tegen hem dat ie
drieduizend boomstammenkapverslagen in de Andira heeft laten flikkeren en
een beroemde dichter met de dood liet bedreigen. Dat is allemaal niet goed
voor het humeur van de rechter, dat snap je wel…”
“Wow, dat klinkt inderdaad niet goed, maar is hij nu nog de eigenaar dan? Ik
had begrepen dat er iets veranderd was?”
“Ja er is óók iets veranderd, dat klopt. Kijk, Bartels was de Nederlandse
consul, hier in Belèm. Dat was ook al niet zo handig, want ja, dat helpt een
beetje te veel bij het verwerven van die grond hè? Daar gaan mensen ook
moeilijk over doen. En hij betaalde er bijna niets voor! Kortom er kwam te
veel druk op hem, en hij besloot de boel onder te brengen in een nieuwe
vennootschap. Dat werd RDF, het bedrijf van Ewald Tilanus. Maar Ewald is
ook een Nederlander, dus die verkocht de grond weer aan mij, maar hield wel
de kaprechten. Ewald heeft zelf namelijk ook een bedrijf, hier vlak bij
Manaus. Een vloerenfabriek. En hij handelt er natuurlijk ook wel een beetje
bij. Dat zul je begrijpen.”
“Ja, dat begrijp ik. Dus hij heeft een afzetkanaal richting Nederland en
Europa?”
“Absoluut Herald, dat heeft hij. Via een handelsonderneming hier in Brazilië;
Tucunare heet dat, Tucunare Comercio De Madeiras. Daar zit nóg een
Nederlandse partner in, ene Ronald de Ru, en die heeft ook weer een
handelsbedrijf in Nederland. Afzetmogelijkheden genoeg.”
“Okay dan, dus je moet met hem onderhandelen?”
“Met wie bedoel je Herald?”
“Nou, met die Ewald natuurlijk…”
“Ja, dat zeker, maar dat is nog niet alles. Fiam wil natuurlijk ook zijn deel. Als
Ewald voor commerciële prijzen handelt vanuit zijn vloerenbedrijf,
rechtstreeks met mij, dan is dat leuk voor hem, en misschien ook voor mij,
maar dan verdient FIAM natuurlijk bijna niets hè? Alleen wat licenties uit de
concessies. Da’s niet erg gunstig voor hen, gaan ze nooit accepteren. Maar ze
kunnen wel alles tegenhouden, want ze controleren RDF.”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Herald kijkt even door het raam, als om zijn gedachten te ordenen: “Wie heeft
dat in vredesnaam bedacht? Dat is een onmogelijke constructie Roberto!!”
“Dat kun je wel zeggen. En dan heb je nog die indianen. Die beroepen zich op
een oude wet waarin de rechten van de inheemse volkeren worden
gegarandeerd. Komt erop neer dat je wel grond in bezit mag hebben, maar je
moet die indianen gewoon hun gang laten gaan. Je mag ze niet wegjagen. Ik
heb het geprobeerd door ze een beperkt deel van vier hectaren per familie te
geven, maar dat accepteren ze niet!!”
“Oh, en waarom is dat dan wel? Vier hectaren? Dat is heel erg veel voor een
gezin zou ik zo zeggen?”
“Nee, zij zeggen van niet. Het is geen akkerland, het is geen weiland, het is
een bos, zeggen ze. En een bos is een beetje lastig. Het is dicht begroeid, en je
hebt best een groot terrein nodig als jachtgebied, want zo moet je het eigenlijk
wel zien. Jagen en verzamelen, zoals vroeger bij ons. Dat is wat het is,
Herald.”
Er wordt op de deur geklopt. Een jonge dame verschijnt en meldt dat de heer
Tilanus gearriveerd is. “Laat hem maar binnen”, zegt Platilha.
Ewald loopt de kamer binnen. Herald drukt zijn rug in een reflex stijf tegen
de achterleuning van zijn mahoniehouten stoel aan. Zijn armen en gezicht
volgen de reactie in een kortstondige nauwelijks zichtbare aanspanning.
Wat komt dáár binnen?
Ja, het is een man, en vermoedelijk ongeveer zijn eigen leeftijd, maar verder?
Ewalds benen lijken vrijwel in het niets te verdwijnen onder een enorme
torso. Toegegeven, er zit een jasje overheen, en ja, het onderste knoopje is uit
beleefdheid dichtgedaan…, maar dat helpt allemaal niet… De revers springt
naar buiten en is nauwelijks in staat de eronder gelegen borstkas van Ewald
in bedwang te houden. En er steken borstharen tussendoor, wel meer dan
twintig!!! De blouse, daaronder heeft veel te grote boorden, die open staan.
Herald denkt wel tot zijn navel, maar dat is natuurlijk schijn…. En de
mouwen vertonen zware vouwen om – naar het zich laat aanzien – luid
protesterende spierballen te beteugelen. Daarop een hoofd…, krachtig met
ferme kaken en een zorgvuldig gesoigneerd hip baardje. De ogen spotten de
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
ruimte in naar iedereen die het weten wil… En dan die arme benen…, in
spijkerbroek gehuld. Ze bungelen er maar bij, hoewel Herald vermoedt dat ze
in werkelijkheid, en losgekoppeld van de rest, nog wel eens op zouden
kunnen vallen…
“Hoe is die hier gekomen?”, denkt Herald. “Moet vast een Hummer zijn,
anders past ie er niet in…” Hij kijkt uit het raam recht op de parkeerplaats,
geen Hummer. Wel een zwarte, luid glimmende Dodge Ram Van pick up met
grille en andere glimmende spullen. “Dat moet hem zijn.”
“Goede morgen heren”, bast Ewald. “Wat gaan we doen vandaag?”
Manfredini, die Ewald al een tijdje kent legt uit: “Dag Ewald. We dachten dat
het goed was maar eens samen te gaan zitten om de situatie te bespreken. Jij
bent ook bij de rechtszaak geweest. Wat is jouw mening?”
“Nou, da’s niet zo moeilijk. Jij hebt de grond met het bos en ik heb de handel,
waarom zouden we moeilijk doen? Ik kan alles wat er gekapt wordt
makkelijk kwijt. Laat maar komen…”
“Ja, maar FIAM dan? Die zijn toch eigenaar van RDF?”
“Oh, dat maakt toch niet uit? Ik koop het hout gewoon vanuit IPA, niet vanuit
RDF, ik zou wel gek zijn!!!”
Manfredini denkt even na. “Hmmm… Dat kan natuurlijk niet Ewald, FIAM
heeft de concessies. Dat zou illegaal zijn… En ik zit ook nog met die
indianen.”
“Jesses Jongens, het is warm hier. Ik doe mijn jasje even uit.”
De blouse heeft korte mouwen, en het is onmogelijk de bij wijze van
statement op de onderarmen aangebrachte tattoos te negeren.
Herald is geschokt, zoiets is niet gebruikelijk in Creationistische kringen.
Ewald kijkt hem uitdagend aan. En wat mot jij nou mannetje?
Hij richt zijn blik terug naar Manfredini.
“Je hoeft het toch niet zelf te doen man? Doe niet zo naïef!!! Hoeft toch
niemand te weten? Ik wed dat je niet eens een kettingzaag hebt… Misschien
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
iemand anders wel? Goede kans dat niemand het zelfs opmerkt… Je bent er
toch ook geweest? Dan weet je toch hoe het werkt?
Bovendien: die concessies dat is iets tussen jou en FIAM. IPA staat
daarbuiten.”
Manfredini hoort het aan, maar zegt niets. Lijkt verstandiger onder deze
omstandigheden.
“O ja”, zegt Ewald. “Kennen jullie mijn broer Peter-Jan? Nee? Die heeft een
vakantieparkje hier in de Amazonas. Is leuk hoor. Luxe houten hutjes aan een
riviertje. Hartstikke avontuurlijke vakanties zo, voor wie het betalen kan…
Ook nog een beleggingsfondsje Brasil Euro Invest. Nou, die wordt
binnenkort benoemd als de nieuwe consul honoraire van Nederland in
Manaus. Maakt het ook weer wat makkelijker toch???”
Manfredini is verrast: “Van consul naar consul? Het moet niet gekker
worden””.
“Nou jongen, als jullie verder niets hebben… Ik moet weer door. Jullie zoeken
het verder wel uit hè?”
Hij graait zijn jasje van de leuning van zijn stoel, en loopt naar buiten:
“Toedeloe!”
De rest blijft, met stomheid geslagen, achter. In de verte hoort Herald de
Dodge de straat uit rammen. Herald heeft wat navraag gedaan in Europa. Er
komt nog steeds illegaal hout binnen; via Nederland. En in de Amazonas is
maar één concessie, en dat is die van FIAM. Ach het kan natuurlijk ook ergens
anders vandaan komen, illegaal sowieso, dat wel….
Nederland, 18 juni 2019. Het is negen uur ’s morgens. Ik zit aan de
eetkamertafel in de serre, mijn laptop opengeklapt. Ik heb de verhalen over
Eco-Brasil gelezen, en ik heb de perspublicaties die in Brazilië verschenen
over de avonturen van dhr. Bartels vertaald. Wonderlijk en haast niet voor te
stellen dat wij Nederlanders zo nauw zijn betrokken bij de commerciële
houtkap en de misstanden die daarmee samenhangen.
Ik grasduin nog wat door de verslagen van de curator in het faillissement van
Eco-Brasil bv. De transactie met FIAM blijkt niet rechtstreeks te zijn geweest.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Er zat een bedrijfje op Curacao tussen. Forest Environment N.V heet het
schavuitje. De tweemiljoentweehonderdduizend dollar die FIAM betaalde
ging niet naar Brazilië, het geld ging naar Curacao!
De transactie blijkt ondertekend door Ewald Tilanus en twee andere
Nederlanders: het duo Tonny Hoegee en Remco van den Heuvel.
Tegen beter weten in raadpleeg ik de registers van de kamer van koophandel
in Curacao. Zeker, “Forest Environment NV” komt er in voor. Het werd
opgeheven in 2017. En de bestuurders? Die staan helaas niet vermeld in de
registers van de kamer in Curacao. Niet dat dat bijzonder is, dat is heel
gewoon in Curacao! Er is helemaal niets bekend over de onderneming. Geen
deponeringen, geen cijfers, helemaal niets. Waar zou die twee miljoen toch
heen zijn? We zullen het – vrees ik – nooit weten.
Consul Bartels had, naast de gronden bij Barreirinha, ook aanzienlijke kavels
nabij de stad Itacoatiara bezit te hebben gehad. In totaal bijna
driehonderdduizend hectaren. In 2005 werden grote delen daarvan via
Reflorestadora Holanda, één van de dochterondernemingen van Eco Brasil in
Manaus verkocht aan een Zwitserse beursgenoteerde “Precious Woods”. Op
het eerste gezicht een keurig bedrijf, dat zich als één van weinigen in een
positieve beoordeling door Greenpeace mag verheugen.
Al snel bleek er van alles aan de hand met de concessies, ze waren er niet of
niet op orde. Er was een grote schuld aan de Braziliaanse fiscus, er waren
boetes. Zo’n dertig miljoen dollar in totaal...
De Zwitsers tuinden er in, en gingen er uiteindelijk bijna aan ten onder. In
2012 werd met kunst en vliegwerk een faillissement afgewend.
Verkoper namens Reflorestadora was Tonny Hoegee. Hoegee werd op dat
moment, samen met van den Heuvel verdacht van drugshandel en deelname
aan een criminele organisatie die zich bezighield met georganiseerde
prostitutie. Beide heren stonden op de internationale opsporingslijst van
Interpol. Er volgde een inval door de federale politie… Hoegee is kort daarna,
naar verluidt, naar Suriname uitgeweken.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Wat zou Hoegee geïncasseerd hebben voor die grond? Minstens tien miljoen,
suggereert een artikel in de Zwitserse “Handelszeitung”. Precious Woods
geeft geen openheid van zaken.
En wat heeft de curator van Eco-Brasil in Nederland er van gezien? Het
antwoord laat zich raden…
“Dit hoofdstuk is gebaseerd op waargebeurde feiten, maar de beschreven scene
(bespreking op 15 mei 2010) en dialogen waarin de feiten naar voren komen zijn door
de schrijver bedacht als onderdeel van de verteltechniek”.
In een reactie op deze publicatie stelt Janssen dat hij de heer Bartels, FIAM, RDF,
Tilanus, Sateré-Mawé en Tucunare Comercio De Madeiras niet kent, en dat hij niet
aan de vergadering op 15 mei 2010 heeft deelgenomen
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Von und zu Liechtenstein
Zondag 23 juni 2019. Minder warm vandaag. De ochtendzon prikt af
en toe tussen voorbijtrekkende wolkenvelden door. Een luie ochtend op mijn
terras in de tuin, aangenaam. Ik word wakker terwijl het wereldnieuws zich
door het magisch venster van mijn tablet aan mij openbaart. Twee koppen
koffie in ochtendjas later nestel ik mij aan de lange tafel in de serre, en open
mijn laptop. Ik lees het persbericht van Genesis Energy nog eens door. Wie
zou toch die Herald A.M.A. Janssen Zijn? Ik diep een aantal documenten op
van het internet...
Herald is geboren in Sittard en volgt een studie aan de universiteit in Heerle.
Zijn vader was makelaar in de regio, en Herald is voorbestemd in zijn
voetsporen te treden. Hij is in die beginjaren vooral actief in België. Hij
vervolgt zijn carrière echter bij de koninklijke marine, waarna hij
achtereenvolgens in Venezuela en New York belandt.
In die jaren komt Herald in aanraking met organisaties die zich bezighouden
met vermogensbeheer. Nadat hij daar de kneepjes van het vak geleerd heeft
vestigt hij zich in Liechtenstein, en sticht daar – eind jaren negentig - zijn
eigen investeringsvehikel ”MJM-asset Management”.
Ik neem een kijkje in de registers van de kamer van koophandel in
Liechtenstein en Zwitserland, en ga op zoek naar mijnheer Janssen. Ik kom
twee vennootschappen genaamd “Natural resources development” tegen. Die
lijken opgericht te zijn om projecten op het gebied van ecologische bosbouw
tot wasdom te brengen. Ik kom toevalligerwijs ook nog een bedrijf met
dezelfde naam tegen in de registers in Luxemburg.
Herald is of was bestuurder van alle drie deze bedrijven, samen met ene
“Markus Rohrbasser”. Markus is de voormalig CFO van verzekeringsmoloch
Zürich AG. Hij vertrekt daar eind negentiger jaren na geruchten over handel
met voorkennis. Daarvoor werkt Markus in New York, waar hij de
Amerikaanse vestiging van UBS Warburg opzet. Destijds één van de grootste
banken ter wereld, zo niet de grootste.
Natural resources development heeft ook nog een dochteronderneming in
Brazilië: de “Boa fé Participacoes LTDA”. Hierin zijn rechten ondergebracht op
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
de gronden rond de “Fazenda Boa fé”, een modern ogende ranch in Brazilië.
Exploitatierechten dus; de waarde ervan bedraagt volgens de balans ongeveer
vijfenzestig miljoen euro. “Dat komt dicht in de buurt van de waarde van
Thomas’ vierhonderdvierendertigduizend hectare”, denk ik.
En ja, daar hebben we Genesis. Het bedrijf dat ik tegenkwam in het
persbericht waarin Thomas die vierhonderdvierendertigduizend hectare
grond als onderpand aanbiedt. Er komen méérdere bedrijven genaamd
Genesis in het register voor. Ik besluit ze later verder te bekijken.
Ik zoek verder, vind meerdere artikelen waarin Herald’s deelname aan het
“Fuckup – festival” in Vorarlberg wordt genoemd. Hij treedt er op als hoofdact,
naast de Zwitserse ex-topskiër Marc Girardelli.
Het “Fuckup festival” is een jaarlijkse happening. Ieder jaar doet het
evenement een andere stad in Europa aan. Het gaat over zakelijke
mislukkingen, en hoe de betrokken mislukkelingen na een pijnlijke worsteling
weer de weg terug naar succes wisten te vinden.
Herald vertelt hoe hij verdacht werd van medeplichtigheid aan de grootste
verzekeringsfraude ooit op het Europese continent. Er was een bedrag van
wel vier miljard Duitse marken mee gemoeid!!
Herald had wel twee-en-dertig miljoen Duitse marken aan zijn tussenkomst
verdiend. Maar dat hij daarnaast nog eens twee-en-dertig miljoen had
verduisterd, zoals justitie beweerde… Herald raakte alles kwijt, en dat was
wel jammer, maar ook heel erg oneerlijk. Gelukkig was hij zijn geloof in God
nooit verloren, en dus kwam alles uiteindelijk toch nog goed. Zo zie je
maar….
Dan stuit ik op een podcast getiteld: “Gods men of influence”. Dit is een
radiozender in de Amerikaanse stad Pasadena. Hierin komen lieden aan het
woord die god blijkbaar zo nu en dan naar aarde stuurt, om aldaar enige
invloed namens hem uit te oefenen. Herald is kennelijk zo iemand.
De introductie op de website is veelbelovend:
“Als we lezen en horen over het verhaal van de ark van Noach, kunnen we niet anders
dan ons een gigantisch schip voorstellen; bestand tegen overstromingen, die de
voltallige populatie van een dierentuin kan herbergen. Onze gast, Herald A.M.A.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Janssen, is de directeur van een organisatie genaamd The Ark of Noah Foundation,
die een volledige replica van bijbelse proporties gebouwd heeft.
Herald, geboren in Nederland, leidt de Europese divisie in een campagne om de
fondsen te werven die nodig zijn om de Ark helemaal naar Brazilië te transporteren.
De reis van Herald naar deze stichting was vervuld van liefde voor de Heer, en hoewel
hij een uitstekend christelijk leven had, kwam het niet zonder zijn worstelingen. Hij
werd geconfronteerd met een donkere tijd tijdens het werken als vermogensbeheerder
in Duitsland. Hij werd onterecht beschuldigd van bedrijfsfraude en worstelde meer
dan tien jaar om financieel overeind te blijven en zijn onschuld te bewijzen. Herald
hield zijn geloof in God gedurende de hele beproeving en zijn gebeden werden
verhoord.
Hij werd later geroepen om een innovatieve rol te spelen. De missie van de Ark van
Noach is om het evangelie te verspreiden onder de vele kansarme gemeenschappen in
Brazilië en andere landen in Zuid-Amerika Met die hulp en ondersteuning kan aan
veel kinderen en families de hoop gebracht worden die zij verdienen.
Aanbevolen vers:
"In het begin schiep God de hemel en de aarde."
Herald wordt deze ochtend exclusief geïnterviewd. Ik luister:
“Goede morgen, beste luisteraars, dit is Dino van “God’s men of influence”,
laat ik u voorstellen aan Herald Janssen van de “Arch of Noah foundation”.
Hoe gaat het Herald?”
“Heel goed, dank voor de uitnodiging in de show vandaag.”
“Wel van harte welkom. Laat me je eerst vragen waar je vandaan komt; dat
zullen de luisteraars zich vast afvragen met dat typische accent.”
“Begrijp ik; ik ben geboren in Nederland.”
“Oh Okay, en hoe lang ben je nu al hier in de Verenigde Staten?”
“Nou, ik heb me niet echt laten inschrijven als burger of zo, maar gedurende
de laatste tijd heb ik hier toch wel zo’n vier jaar doorgebracht, en dan woon ik
in de prachtige stad Malibu. Mijn dochter ging er naar school, ze studeerde
geesteswetenschappen op Pepperdine.”
“Wel, dat had slechter gekund. Nu, de eerste vraag die ik iedereen stel die
hier komt: BEN JE KLAAR OM JEZELF BLOOT TE GEVEN?”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
“Ja, natuurlijk!”
Tot zover de korte introductie, het echte werk gaat beginnen... Wij weten nu
alvast dat Herald met een opvallend accent spreekt, in Malibu woont maar
toch ook weer niet, en minimaal één dochter heeft. Het interview vervolgt:
“Wat is je favoriete vers uit de Bijbel?”
Herald antwoordt zonder aarzelen: ”Genesis één vers één: “in den beginne
schiep God de hemel en de aarde”; voor mij is dat zó krachtig. Wij met al onze
energie en inspanningen, en hoe belangrijk wij onszelf vinden; het is niets…
Hij creëerde alles; aan hem komt alle eer toe. Hij brengt ons in zijn schepping,
en nu heeft hij ons deze zandbak gegeven, en wij mogen erin spelen.”
“Ja, dat heb je mooi gezegd, zo waar!! Als je alleen al denkt aan alle
architectuur die erbij nodig is geweest.”
Dino kiest hier – opvallend genoeg - een min of meer technocratische
invulling van het scheppingsverhaal. Zijn belangstelling lijkt vooral gericht
op de bouwtechnische aspecten,
“Kijk, of je je nu verdiept in de grote kwesties van het universum, of je kijkt
naar één cel, die een universum in zichzelf is; het is geweldig, het is zó
speciaal, het kan geen toeval zijn. Er kan geen twijfel bestaan. Het is God, aan
hem de eer!!
“Okay dan, laat mij je vragen: wie ben je vandaag? Ik ga je een aantal vragen
stellen die teruggaan naar wie je was, en hoe de reis verliep naar wie je nu
geworden bent. Hoe zou je dat omschrijven?”
“Ik ben een zakenman, en mijn beroep is – met ons bedrijf, waar ik in dienst
ben – het beheren van tropisch regenwoud. In Afrika en in Zuid-Amerika.
Tegelijkertijd ben ik betrokken bij deze stichting hier in Pasadena, Californië
om het Ark of Noah project te steunen, waarover we het zo zullen hebben.”
“Interessant, en vergeef me het te vragen, want ik heb eerlijk gezegd nog
nooit iemand ontmoet die in de regenwoud-business werkt, huh-huh; wat is
eigenlijk regenwoud-business?”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
“Het is; wel, de oude benadering is dat het om houthandel gaat, maar weet je,
als je het hebt over duurzaam bosbeheer dan wil je de natuurlijke productie
van het bos benutten zonder het bos te beschadigen. Nu, vroeger werd dan
een stuk bos gekapt en werden er kleine jonge boompjes geplant, zodat er
over één triljoen jaar weer een nieuw bos zou zijn. Dat is natuurlijk niet wat
wij willen doen. De nieuwe manier van duurzaam bosbeheer is om het
tropisch regenwoud écht te beschermen. Je gaat het bos in, en je kapt alleen
maar een heel kleine hoeveelheid geselecteerde bomen. Bijvoorbeeld: op één
hectare grond oogsten we misschien maar vijf tot acht bomen. En om dan toch
nog een beetje omzet te maken heb je gewoon héél veel grond nodig. Daarom
beheren wij binnen het bedrijf ruim achthonderdduizend hectaren grond in
Afrika en Zuid-Amerika. En we beschermen het, we hebben gewapende
bewakers in dienst om te verzekeren dat de bomen niet gestolen worden, of
verbrand. Als wij een bosgebied ingaan doen we dat met zware machines, en
we brengen dan die ene geselecteerde boom naar buiten. Nou ja je begrijpt
natuurlijk wel dat de beesten die daar leven daarvan schrikken; maar als wij
weg zijn, dan komen ze gewoon weer terug. Ik kan je luchtfoto’s laten zien
waaruit blijkt dat de gebieden die wij beheren daadwerkelijk groen blijven.
Als je in andere bossen gaat kijken, zoals nationale natuurreservaten of
private eigendommen, dan zijn die na een paar jaar weg. Ze zijn weg!!”
“Interessant, zo leer ik iedere dag weer iets nieuws”
Aan Dino’s stemgeluid is te horen dat de informatie hem hier iets te machtig
wordt. Je gaat met zware machines het bos in, manoeuvreert je zorgvuldig om
alle bomen en struiken heen, jaagt alle beesten weg, kapt één boom, rijdt het
bos weer uit, betaalt en passant de bewakers en de chauffeur nog even in baar
geld; instrueert alle beesten om snel weer naar binnen te gaan, rijdt naar de
wasstraat, laat je machientjes wassen, nakijken en repareren (voor zover
nodig), rijdt naar het benzinestation honderdvijftig kilometer verderop, en
gooit al je machientjes weer vol voor de volgende reis. Dan naar de
houtzagerij, en vervolgens naar huis waar je alles in je garage van zes bij drie
meter parkeert. Ondertussen instrueer je iemand om alvast één speciale boom
per hectare te selecteren voor de werkzaamheden van morgen.
Interessant businessmodel!! Hier spreekt een succesvol zakenman.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Dino besluit maar snel van onderwerp te veranderen:
“Die Ark of Noah foundation; ik zou graag wat meer in detail gaan.
Kun je me een korte – dertig seconden – polaroid geven van wat dat is?”
“De Ark of Noah foundation is een stichting hier in California en wij
ondersteunen en financieren de exploitatie van een echte replica van de
originele Ark van Noach, die in Nederland gebouwd is door mijn broeder in
Christus Johan Huibers. Hij vatte het plan op deze Ark te bouwen, en gelooft
in het potentieel om de Ark nu aan de wereld te tonen. Het is een replica op
ware grootte, honderddertig meter lang; het is enorm; de helft van een
voetbalveld!”
“Wauw”
“Ja, en omdat Johan weet dat ik regelmatig naar Brazilië reis, om het
regenwoud te beschermen, belde hij mij en zei: ”zeg Herald, ik weet dat jij
steeds naar Brazilië gaat, kun je de Ark niet een keertje meenemen?”. Nou
ja… als een goede broeder je vraagt iets te doen, zeg je natuurlijk ja. Dus ik
doe mijn best om de Ark naar Brazilië te brengen, en van daaruit willen we de
zeven zeeën bevaren. “
“Okay, en dat is het project waarover ik las, het komt van Nederland naar
Brazilië, en daarvoor ben je nu geld aan het inzamelen?”
“Ja, en dat is slechts de eerste stap, daarna willen we naar al die andere
landen gaan: Argentinië, Columbia, de Cariben, misschien zelfs Cuba, Puerto
Rico. En daarna komen we naar de westkust van de Verenigde Staten.”
“Ja, wauw, interessant… Okay laten we het daarbij laten voor wat je nu bent.
Wat is je grootste zwakte als Christen?”
“Wel dat komt eigenlijk doordat ik te lang in het zakenleven heb
rondgelopen. Je gaat bij iedere situatie denken: hoe moet ik reageren, hoe kan
ik het oplossen, hoe kan ik bemiddelen, hoe kan ik het organiseren? En je
begint altijd bij “Ik”. Ik moet echt opletten dat ik niet in die val trap: ik moet
iedere dag, iedere dag beginnen met God. God, hoe wilt u dat ik dit probleem
oplos? Je moet het gewoon aan God vragen! Hoe wilt u dat ik dit oplos? Geef
me een hint.”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Het wordt Dino nu echt te veel. Hij kan het niet helpen. Tegenover als deze
grootsheid moet hij toch ook een statement maken:
“O, weet je, je zegt dat tegen mij alsof je me aanspreekt. En, weet je, ik doe dat
al elke dag in mijn leven. Bijvoorbeeld, toen ik deze podcast opstartte, toen
heb ik heel hard mijn best gedaan het niet als een bedrijf te behandelen. En
dus heb ik niet gestresst; er altijd op vertrouwd dat God me zou laten zien in
welke richting het zou moeten bewegen. En het is uiteindelijk een succes
geworden. We hebben honderdvijftigduizend downloads nu, en het groeit
nog steeds, over de hele wereld. Het is wonderlijk om te moeten toegeven dat
ik eigenlijk helemaal niets gedaan heb, en dat is zó cool om te kunnen zeggen,
huh-huh.
Misschien kun je me aan de andere kant ook zeggen wat je grootste kracht is
als christen?”
“Ik denk dat het mijn “geluk” is. Ik ben zo gelukkig dat ik veilig ben in de
armen van mijn heer en redder Jesus Christus. Zoveel kracht en geluk dat ik
geen obstakels meer ervaar. Ik ben absoluut een optimist, en het maakt me zo
blij om iets te doen dat werkelijk de weg van God laat zien, en dat is de Ark
van Noach. “
“En als ik je nu vraag of je ooit donkere tijden in je leven hebt meegemaakt? Ik
bedoel, voor diegenen van u die hem niet kunnen zien: hij is lang, hij ziet er
goed uit, en hij leeft in Malibu dus hij heeft een kleurtje, een volle bos haar, en
hij ziet er vrij gelukkig uit. Het is misschien een lastige vraag, want, zo van de
buitenkant bezien, is alles fantastisch.”
“Tja, de grootste uitdaging in mijn leven was dat ik eens als
vermogensbeheerder een bedrijf aanstuurde. We hadden ook een
verzekeringsafdeling. Ik sloot een heel grote deal. Zo groot dat ik God dankte
en zei, dit is ongelooflijk! Het was de grootste levensverzekeringsdeal ooit in
Duitsland. De commissie op die transactie zou mij meer dan welgesteld
maken. Dus ik was heel gelukkig. Op hetzelfde moment – zonder dat ik het
wist – fraudeerde het senior management van de
levensverzekeringsmaatschappij. Zij manipuleerden de tarieven, en stalen zo
geld uit de afgesloten contracten. Zij maakten geld uit die transacties over
naar offshorebedrijven. Langs een aantal wegen belandde dat geld weer in de
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
stad waar ik woonde op een bank. En mensen kwamen het geld vervolgens
met koffers tegelijk ophalen, in cash. Toen dit uitkwam, en men erachter
kwam dat dit van de verzekeringsgroep kwam, begon men het spoor te
volgen. Ik woonde zowat tegenover die bank, en toen werd duidelijk dat ik de
makelaar voor die deals was. Ik structureerde ze, ik bracht de klanten binnen,
ik bracht de verzekeringsmaatschappij binnen…. Toen dachten de
autoriteiten onmiddellijk: “o, dat moet Herald Janssen zijn, die woont hier aan
de overkant. Hij moet dat geld opgehaald hebben”. En ik werd vervolgd.
Maar ik wist van niets, en het koste me een aantal zittingen om mijzelf te
verdedigen. En tijdens die verdediging, moest ik op de proppen komen met
geld voor de advocaten. En omdat die deals tientallen miljoenen dollars
beliepen, waren die rekeningen nogal fors. Bovendien is een
verzekeringsmaatschappij aanklagen moeilijk. Ze huren gewoon een volle bus
advocaten in., en ik kon amper één advocaat betalen., want al mijn
rekeningen waren geplunderd en geblokkeerd.”
Dino veegt nu het zweet van zijn voorhoofd: “Wauw, wauw…”
“Mijn advocaat zei: “we gaan samen voor het laatste gevecht, maar we
moeten een aanbetaling doen.” En ik zei Okay, maar hoeveel gaat dat dan
deze keer weer kosten? En hij zei dat we nog een keer een voorschot van een
miljoen moesten betalen. Maar ik had al mijn geld al opgemaakt. Dus hij zei:”
nou dan kun je maar beter op zoek gaan naar dat geld, want anders verlies
je.”
“En dan zou je naar de gevangenis moeten?”
“Nou, nee de gevangenis was niet echt een punt meer op dat moment, want
ze vonden handtekeningen en die stemden niet overeen met de mijne. Dus in
dat opzicht kwamen ze niet meer achter mij aan, maar ze waren nog steeds
van mening dat ik de kwade genius was, die achter dit alles zat. Mijn
advocaat zei dat hij me woensdagavond zou bellen, en als ik het geld dan niet
had dan zouden we de zitting af moeten zeggen.”
“Wauw, wauw, wauw…”
“Dus ik reed door Zwitserland, daar woonde ik vlakbij. En Zwitserland heeft
een aantal fantastische tunnels. Onder de bergen dan hè; en ik reed, en ik keek
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
naar de klok, en ik dacht: wie kan ik nog bellen? Wie kan ik benaderen, om –
laten we zeggen – zo’n zeshonderdduizend euro bij elkaar te schrapen. Dus ik
belde bekenden en familie, vrienden. Ik ging naar het pandjeshuis, echt alles
heb ik geprobeerd, maar ik kwam niet verder dan zeshonderdvijftig duizend
dollar. Maar ik had een miljoen nodig. En ik wist dat de advocaat ging bellen.
Ik reed juist een donkere tunnel in. Niet alleen met mijn auto, weet je, maar
ook geestelijk, want ik dacht: ik kan dat geld niet vinden… Ik moet dat geld
hebben, want anders verlies ik de rechtszaak en gaan alle mensen denken dat
ik een boef ben. Dus ik was bang voor mijn reputatie en zo. En ik ging die
tunnel in. Maar aan het eind van die tunnel, lichtte de hemel op, en in
Zwitserland heb je van die kleine bergtoppen, waarop ze kapellen bouwen, en
die verlichten ze ’s avonds. Dus je kijkt omhoog, en je ziet de tunnel, en je ziet
de maan erachter. Het is een schitterend gezicht. Ik keek op, en ik zag die
kapel daarboven op die bergtop, hel verlicht, met daarachter de maan, en toen
stelde ik mij de vraag waarom ik neerkeek in die ellende. Waarom kijk je niet
op? Daar is God, dus waarom vraag je het hem niet? Dus ik dacht, Okay, dan
zal ik bidden. “Alsjeblieft help mij, ik zit in die situatie, ik weet niet wat te
doen. Ik heb die driehonderdvijftigduizend dollar nodig, en die advocaat gaat
me zo bellen om het voorschot te betalen.”
“Yeah.”
“Alsjeblieft help mij. Één seconde later gaat de telefoon. Mijn advocaat aan de
telefoon. Ik was op van de zenuwen, mijn hart ging tekeer als een dolle; mijn
God had je me niet wat meer tijd kunnen geven???”
“Wow, hihihi”
De stem van Herald gaat nu stap voor stap een kwartnoot omhoog, en de
woorden volgen elkaar in een almaar versnellend, ja zelfs opzwepend tempo
op. Herald voert ons naar een adembenemende apotheose.
“Mijn advocaat zegt: ”Okay, hoeveel heb je bij elkaar kunnen krijgen?” Mijn
hersenen racen: God had je me niet wat meer tijd kunnen geven? Ik zit te
wachten op een antwoord.”
“Hèhè, hihi”
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
“Ik zeg: “ik heb maar zes vijftig, kun je me wat meer tijd geven, ik weet niet
waar ik het vandaan moet halen, ik weet niet wat te doen.” En hij antwoordt:
“Zes vijftig is een mooi getal, ik heb toevallig zelf drie vijftig op mijn
bankrekening. Laten we al het geld morgenochtend direct overmaken. We
gaan dit samen winnen” Ik was totaal verbijsterd, terwijl de hele wereld
achter mij aanzit, en de familie denkt dat ik een boefje bent, beantwoordt God
mijn gebeden. We wonnen de rechtszaak, ik kreeg al mijn geld terug, en kon
het opnieuw investeren in mijn bedrijf.”
“Ow wauw, wat een verhaal; hoe lang heeft dat hele gedoe geduurd?”
“Het startte zowat in 2001, en het heeft – geloof ik – tot 2012 geduurd. Elf jaar
van juridische gevechten”. En al die tijd heb ik me tóch zeker gevoeld. Op het
laatst – weet je – moest ik zelfs mijn auto in de garage laten staan, want ik kon
de benzine niet meer betalen. Dus ik pakte mijn Nederlandse fiets uit de
garage, en ik fietste naar mijn werk!!! En de mensen in de straat wuifden: “hé
Herald”, in ik zwaaide terug. En de mensen dachten: “Hoe is het mogelijk?
Die kerel moet wel aan de hasjiesj of marihuana zijn…Hij is nog steeds
vrolijk; hoe is dat mogelijk?”
Maar, weet je, zelfs met al die ellende kon ik laten zien dat mijn geluk niet
afhankelijk was van rijkdom of zekerheid. Het is gebouwd op Jesus Christus,
want hij is mijn redder.”
Dino vraagt aan Herald wie nu eigenlijk leidend was voor hem in die tijd: was
het God of de advocaat? Er wordt wat heen en weer gefilosofeerd over deze
vraag. Herald concludeert uiteindelijk dat hij toch altijd dicht bij God is
gebleven.
Dino vraagt of het voor spanningen in Herald’s huwelijk heeft gezorgd.
Herald zegt dat zijn echtgenote altijd achter hem is blijven staan, maar dat het
soms wel moeilijk was, en ze heeft zich ook wel eens afgevraagd of hij nu niet
eindelijk een keer iets kon beginnen dat hem niet in problemen zou brengen.
Herald vertelt dat zijn vrouw katholiek geboren is, maar dat hij het genoegen
heeft mogen smaken haar op latere leeftijd, samen met zijn dochter te mogen
dopen. Dit doet vermoeden dat wij Herald inderdaad in kringen der Baptisten
moeten zoeken.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Dino verandert van onderwerp, hij wil meer weten over het schip.
“Dat schip, Herald, ik zag het op facebook, en ik zou de kijkers willen zeggen:
google het eens, ik ben zeker dat je het zult vinden. Vertel me erover Herald,
vertel over dit monstrueuze schip en hoe het tot stand is gekomen?”
“Ja, Okay. De ark werd gebouwd door Johan Huibers, een timmerman, in
Nederland. Hij kreeg het idee nadat hij gezien had hoe Nederland
overstroomd was tijdens de watersnoodramp in 1953. Hij las er boeken over
voor aan zijn kinderen. Je moet weten, ze leven eigenlijk bijna allemaal onder
zeeniveau daar, dus het is niet zo moeilijk voorstelbaar. En hij wist natuurlijk
dat Noach in opdracht van God een Ark had gebouwd. Het heeft hem daarna
zo’n dertien jaar gekost voordat hij de middelen had om zelf een Ark te
kunnen bouwen. Dat was in 2005. En deze eerste Ark was een succes in
Nederland, veel mensen kwamen kijken, en hij verdiende aardig wat geld. Hij
was gezegend! Maar deze Ark had maar half de grootte van de echte Ark, en
Johan wilde eigenlijk een Ark op ware grootte bouwen. In 2008 kwam er
iemand en die ze: “Johan, ik wil je Ark kopen. Ik wil hem door heel Europa
varen en aan de mensen laten zien”. Daar moest Johan wel even over
nadenken, maar toen kwam er plotseling nog iemand, en die zei: “Johan, ik
geef je al het hout dat je nodig hebt voor een levensgrote Ark cadeau.” Nu dat
was al iets, maar daarmee was de Ark er nog niet. Toen kwam er iemand en
die zie: “Hé Johan, ik kan wel voor een prikje aan een aantal stalen pontons
komen, waarop je schip in ondiep water kan drijven”. En toen belde de bank,
en die zei: “Hé Johan, ik kijk hier net op je rekening, en er staat twee miljoen
op, ik weet nog wel een paar leuke manieren om dat geld te beleggen.” Dus
Johan dacht: “hoezo beleggen? Ik ga een full-size Ark bouwen; het kan!!”
Dino moet toegeven dat dit toch wederom een wonderlijke aaneenschakeling
van gebeurtenissen is, en wil dus weten hoe het verder gaat.
“Dus hij bouwde de Ark. Het duurde zo’n vier jaar. Daarna kwamen er wel
wat mensen, maar toch minder dan verwacht. Nederland is maar klein, er zijn
niet meer zo veel christenen, en de meesten waren al naar de eerste boot gaan
kijken. Johan speelde even met het idee het schip naar London te varen, voor
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
de olympische spelen, maar de tijd was te kort, hij moest iets anders
bedenken.
En hij kende mij, en ik vertelde hem over mijn bedrijf, dat wij ons bezig
hielden met ecologische bosbouw in de Amazones. Dus belde hij mij en zei:
“Hé Herald, kunnen we de Ark misschien naar Brazilië varen?” En ik woonde
hier in Malibu, had wat contacten in de regio, mensen van de “Harvest
Crusades”. Ik vroeg hen of we samen iets konden doen. Ik ging daarna naar
Europa, mijn dochter was afgestudeerd, en ben van daaruit begonnen het
project op te pakken. Ik sprak hier met een goede broeder, en vriend van mij,
en ik vroeg hem mij te helpen. Dat wilde hij wel, en hij bouwde een
organisatie met een passende ondersteuningsstructuur, om de reis van de Ark
naar Brazilië te kunnen financieren. We hebben een stichting opgericht om
donaties te kunnen ontvangen met belastingaftrek voor de mensen die een
bijdrage zouden leveren. De stichting kwam tot stand door een gift van een
dame in de buurt van San Diego en haar zoon. En zo begonnen we met
inzamelen van geld om de Ark naar Brazilië te brengen, en daarna Latijns en
midden Amerika en uiteindelijk de Verenigde staten.”
“Zo interessant, zo interessant…Dus die boot is nu klaar, en nu gaat hij
varen? Drijven? Kan het ding bewegen?”
“Niet uit zichzelf, maar ja, het kan drijven. Hij heeft al dertien plaatsen in
Nederland bezocht, maar is gebouwd om in ondiep water te varen. Het kan
niet zomaar de open oceaan oversteken. Het zou toch slordig zijn om in de
krant te moeten lezen dat de Ark gezonken is halverwege de reis naar
Brazilië.”
“Hehhehheh”
“We gaan het vervoeren op een enorme aak; zo één waarmee ze
onderzeeboten vervoeren, en dan met een oceaanwaardige trekboot naar de
overkant varen. Het is eigenlijk een tentoonstelling en traningscentrum, niet
bedoeld om over open zee te varen.”
Herald vertelt nog het een en ander over wat er dan in de Ark te zien zal zijn,
en hoe een en ander gefinancierd moet worden. Donateurs kunnen één mijl
van de reis bijdragen of een ticket voor vijfentwintig dollar kopen. Daarvoor
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
wordt dan in Brazilië één kind, of een gezin uit de sloppenwijken uitgenodigd
om de Ark te bezoeken. Op de boot zal het verhaal van Noach te zien zijn,
maar ook dieren, en moderne technologie zoals virtual reality, hologrammen
en zo.
“Okay Herald, en kun je me zeggen wat het bouwen van die Ark nu
uiteindelijk gekost heeft?”
“Materiaal: drie-en-een half miljoen, en Johan heeft hem zelf gebouwd, met
een groepje vrijwilligers: wat vrouwen, wat drugsverslaafden, een werkloze
slager. Hij bouwde het, weet je, met een ratjetoe aan mensen, snap je, zoals
met de apostelen van Jezus! En ze deden het! Samen! Vier en een half jaar
hadden ze ervoor nodig”.
“Natuurlijk; te gek!! Is er nog iets wat je wilt zeggen, wat je onze luisteraars
wilt laten weten?”
“Ja, we willen samenwerking zoeken met grote ondernemingen, om hun
naam te versterken, en met instellingen praten over eventuele
brugfinancieringen. En als we winst gaan maken, gaan we niet op dat geld
zitten, maar we gaan het herinvesteren. Brazilië is een groot land weet je, wel
tweehonderd miljoen inwoners. We willen in al die arme sloppenwijken daar
in Brazilië kleine replica’s van de Ark gaan bouwen, en dat worden
gemeenschapsgebouwen onder naam “Ark of hope center”. Daarin zullen we
verpleging, kinderopvang, handarbeidcentra waar mensen kunnen leren, een
klein theater enzovoorts onderbrengen. En op zekere dag zullen die centra
dienst kunnen doen als gebedsruimte.”
“Ja, dat wou ik net zeggen, dat lijkt me echt zo’n coole plaats om naar toe te
gaan. Wel, Herald Janssen van de Arch of Noah foundation, nogmaals
hartelijk dank voor je komst naar de studio, en ik wens je veel succes!”
Wat een man, die Herald. Hij lijkt inderdaad aangesloten bij de
baptistengemeenschap te Sittard. Ik vind een filmpje van Herald met een
Sittardse pastor, wandelend in de besneeuwde Liechtensteinse bergen. De
pastor vertoont het tijdens een mis in Sittard.
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
Daarbij is Herald ook nog creationist, net als zijn geloofsbroeder Johan
Huibers. Creationisten geloven dat Genesis één historisch verslag is van de
schepping. Ook verwerpen zij de evolutietheorie.
Eens een vis, altijd een vis. De gedachte dat een vis pootjes krijgt, de oever op
kruipt, rechtop gaat lopen, om vervolgens van aap tot mens te evolueren is
voor een creationist ondraaglijk.
Ik duik de regenwouden van Liberia en Brazilië in. Negenhonderdduizend
hectare is toch best veel hè? Ik lees dat in Liberia over de laatste tien jaar voor
één en een kwart miljoen hectare concessies zijn verleend, dat is zo’n beetje
één zesde deel van de totale oppervlakte van het land. Negentig procent
daarvan zou illegaal zijn; er is gerommeld bij de totstandkoming van de
overeenkomsten. Herald’s bedrijf of Herald zelf wordt nergens genoemd.
Moet vast een vergissing zijn; als ik Herald zo hoor, moet hij zowat het totale
regenwoud van Liberia onder controle hebben.
Ik zoek nog wat door en vind ene “Ralph S”. Ralph is “Chief Operating
Officer” bij Natural Resources Development, verantwoordelijk voor financiën
en personeelszaken bij de vier Liberiaanse bedrijven van NRD: International
Consultants Capital, Geblo logging, Liberia Wood Industries en RDC.
Deze Liberiaanse speelgoedjes van Herald en de zijnen bezitten inderdaad
een groot deel van de concessies voor houtkap in het Liberiaanse regenwoud,
meer dan vierhonderdduizend hectare in totaal. Daarnaast zijn ze indirect
gelinkt aan een andere grote concessiehouder in Liberia. In gezamenlijkheid
beheersen zij inderdaad zowat het hele Liberiaanse regenwoud.
En daar gaat alles goed, zoals wij allen weten. Allemaal dankzij Herald, zijn
makkers en zijn machientjes.
Zijn CV vertoont nog enkele interessante details: Ralph is afgestudeerd in
bijbelse studies en doctorandus in de “goddelijkheid”. Diploma’s die hij
verdiende aan het “Moody Bible Institute”. Hij helpt een lokale Afrikaanse
baptistengemeenschap met het kerkprogramma. Dit zijn belangrijke
aanbevelingen voor de samenwerking met Herald, zoals wij weten.
En Ralph is ook nog een tijdje - elf maanden of zo - werkzaam geweest als
Chief Operations bij de Ark Foundation in Nederland. Daar had hij tot taak
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
om de verplaatsing van een Ark van Noach van bijbels formaat naar Brazilië
voor te bereiden en uit te voeren. Dikke maatjes dus, die Ralph, Herald en ook
nog Johan Huibers natuurlijk.
En dan het regenwoud in Brazilië. Ik lees verhalen over illegaliteit, verjaging
van inheemse bevolkingsgroepen en landroof, of “Grilagem”, zoals men in
Brazilië zegt. En dat allemaal voor de houtkap, sojaproductie, biodiesel,
palmolie en ga zo maar door.
Maar goed dat er nog iemand als Herald tussendoor zwijnt. Iemand die deze
praktijken eigenhandig een halt toe roept, en het regenwoud voor het
nageslacht veilig gaat stellen.
Natural resources development heeft daarvoor alvast een filiaal in Brazilië.
Het staat onder leiding van ene Michael Stadie, Duitser van origine. Hij
woont in Itu. NRD Brazilië is eigenaar van de rechten op de gronden rond de
“Fazenda Boa Fé”, in totaal vierhonderdvierendertigduizend hectare.
Ik kom een hele reeks bedrijven met de naam “Genesis” tegen. In Hongarije,
Spanje, Singapore, Amerika, Liechtenstein en het lieflijke St Vincent &
Grenadines, allemaal gelieerd aan Herald Janssen.
Genesis…, was het ook niet zo dat Thomas vierhonderdvierendertigduizend
hectare als onderpand aanbood aan een bedrijf genaamd “Genesis”? Ik lees
het persbericht dat ik eerder tegenkwam nog eens door, en ja hoor…
Okay dan… Dus ik heb Genesis, een hele serie bedrijven waarbij Herald
Janssen betrokken is, en het bedrijf “Vital Source” van Thomas, dat daarin een
kapitaalsinjectie lijkt te doen van zes - en -zestig miljoen dollar. En dat
allemaal door het inbrengen van een stuk grond van vierhonderdvierendertig
duizend hectare - ruim vier miljard vierkante meter - waarvan hij niet de
eigenaar is, en waarvoor ook géén concessies zijn afgegeven door de
Braziliaanse autoriteiten. Bizar!
En als klap op de vuurpijl blijkt die vierhonderdvierendertigduizend hectare
dan ook nog toe te behoren – voor zover je daarvan kunt spreken – aan
“Natural Resources Development” van Herald Janssen, en niet aan “Vital
Source” van Thomas.
Dus de “NRD – Herald” geeft zesenzestig miljoen cadeau aan de “Genesis –
Herald”? Dat noem ik nog eens een sigaar uit eigen doos!!!
Het Woud van Tocantins, Ferrarius
En we doen net alsof Vital Source die inbreng gedaan heeft. Waarom???
Ik laat mijn oog nog eens over het overzicht van de kamer van koophandel
glijden. Het valt mij op dat MJM-asset management er niet opstaat…
Waar is MJM-asset management gebleven? Dat was toch het bedrijf waarmee
Herald zijn handeltje opstartte? Ik klik wat door en vind uit dat de naam
begin 2007 is gewijzigd in de “Genesis Management Consulting
Establishment”. Wéér Genesis.
“International Penta Financial Services Aktiengesellschaft” staat er ook nog.
Over dat bedrijf kom ik niet veel tegen op internet, maar toch één link die
mijn interesse wekt:
“Helix Biopharma reageert op dissidente proxy-circulaire ...
Https://www.biospace.com ›artikel› releases ›helix-bio ...
10 jan 2007 - Zoals u wellicht weet, heeft dhr. Herald Janssen van International
Penta Financial Services AG een dissident directielid voorgesteld voor verkiezing tot
lid van de Board van Helix Biopharma.”
‘In een reactie op deze publicatie stelt Janssen dat het geseponeerde strafrechtelijk
onderzoek naar zijn betrokkenheid bij de verzekeringsfraude uitsluitend ging over de
provisie, en dat hij nooit 32 miljoen aan zijn tussenkomst heeft verdiend omdat de
aanspraak daarop verviel door de opzegging van de polis.