24.12.2012 Views

26 - Erfgoed Utrecht

26 - Erfgoed Utrecht

26 - Erfgoed Utrecht

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


i n h o u d<br />

9<br />

20<br />

32<br />

colofon<br />

4<br />

In de webpeiling...<br />

Herbestemming van een soja-fabriek<br />

12<br />

Bijzondere boerderijen<br />

Klompenpaden<br />

4 nieuwe boeken<br />

Terug naar school?<br />

Heemschut aktief<br />

<strong>26</strong><br />

10<br />

Van zonde en zegen<br />

16<br />

Gemeente <strong>Utrecht</strong><br />

Museumweekend<br />

30<br />

24<br />

gm kwadraat is een uitgave van <strong>Erfgoed</strong>huis <strong>Utrecht</strong>, Het <strong>Utrecht</strong>s Archief, de Provinciale Commissie <strong>Utrecht</strong> van de Bond Heemschut en de sec-<br />

ties Cultuurhistorie en Monumenten van de gemeente <strong>Utrecht</strong> en verschijnt 4x per jaar. Het <strong>Utrecht</strong>s Archief Contactpersoon: Nettie Stoppelenburg,<br />

Alexander Numankade 199-201, 3572 KW <strong>Utrecht</strong>, tel. 030-2866611 Provinciale Commissie <strong>Utrecht</strong> Bond Heemschut Contactpersoon: Hein<br />

Kuiper, Mijzijde 49, 3471 GP Kamerik, tel. 0348-401435 Secties Cultuurhistorie en Monumenten van de gemeente <strong>Utrecht</strong> Contactpersoon:<br />

René de Kam, Cultuurhistorie gemeente <strong>Utrecht</strong>, Zwaansteeg 11, 3511 VG <strong>Utrecht</strong>, tel. 030-2863990 Redactie Edwin Maes, Fred Vogelzang en<br />

Jacquelien Vroemen Redactie-adres Herenstraat 28, 3512 KD <strong>Utrecht</strong> Telefoon 030-2343880 Fax 030-2328624 E-mail fsce@erfgoed-utrecht.nl<br />

Internet www.erfgoed-utrecht.nl Grafisch ontwerp Ontwerpkantoor Rotterdam, Marjorie Specht Druk RotoSmeets GrafiServices ISSN 1571-442X<br />

f o t o o m s l a g : g e s c h i k t e k l o m p e n v o o r h e t K l o m p e n p a d


Het lentenummer van G M 2 komt zoals iedere lente een paar dagen voor het Nationale<br />

Museumweekend uit. Daaraan is dan ook een artikel gewijd, dat ingaat op het doel<br />

van dat weekend: het trekken van meer publiek. Dat lijkt een belangrijke opgave in<br />

onze tijd voor culturele instellingen: steeds meer gaat het draaien om bezoekersaan-<br />

tallen en kijkcijfers. Aan de andere kant begint er ook enig gemor te ontstaan: in een<br />

artikel in de Volkskrant van enige tijd terug werd al gesteld, dat het prettige van een<br />

museum juist is, dat je er in alle rust kunstwerken kunt bekijken, zonder door recla-<br />

megeschreeuw en massa’s toeristen uit je concentratie en misschien zelf contemplatie<br />

te worden gehaald. Maar de tijd dat ‘onthaasting’ een toverwoord was lijkt al weer ver<br />

achter ons te liggen.<br />

Behalve musea is er uiteraard weer aandacht voor monumenten (de wederopbouwboer-<br />

derijen, uniek in de provincie <strong>Utrecht</strong>), industrieel erfgoed (herbestemming van een<br />

sojafabriek) en de historie (het vroegere gesticht Valkenheide bij Maarsbergen). De link<br />

met onze digitale neef, de <strong>Erfgoed</strong> Portal, wordt wat strakker aangetrokken door een<br />

kort artikel over de peiling van vorige keer, waarin het publiek is gevraagd zich uit te<br />

spreken over het doel van erfgoedinstellingen. Dat betekent dat er dit keer ook weer<br />

een nieuwe poll is, en die vindt u op www.erfgoed-utrecht.nl De redactie


H a n s B u i t e r<br />

Een aandenken aan de industrialisatie van <strong>Utrecht</strong><br />

Niet ver van de kruising van het Merwedekanaal met de Leidsche Rijn ligt het indrukwek-<br />

kende complex van de voormalige sojafabriek van Cereol. Bijna een eeuw lang zijn hier<br />

oliën voor menselijke voeding en veevoeder gemaakt. Na het stilleggen van de fabriek in<br />

2002 wordt het complex nu herbestemd tot een mix van woningen, een bibliotheek, andere<br />

culturele voorzieningen en horeca. Een overzicht van kansen en bedreigingen voor een<br />

industrieel complex.<br />

Herbestemming van een<br />

b o v e n : B u i z e n e n p i j p e n v e r w i j z e n<br />

n a a r h e t k a r a k t e r v a n d e s o j a f a b r i e k<br />

a l s p r o c e s i n d u s t r i e .<br />

o n d e r : G e z i c h t o p h e t e x t r a c t i e g e b o u w<br />

m e t d e k e n m e r k e n d e b u i z e n e n p i j p e n<br />

r o n d h e t g e h e e l .<br />

soja-<br />

De fabriek is met zijn vroeg-twintigste-eeuwse bak-<br />

stenen gebouwen, voorraadtanks en kraan aan het<br />

Merwedekanaal een niet te missen landmark op de<br />

grens van de <strong>Utrecht</strong>se wijken Oog in Al en Lombok.<br />

De meer dan vijftig meter hoge schoorsteen is een<br />

oriëntatiepunt voor de hele stad. Het fabrieksterrein<br />

is eigendom van de gemeente, die Cereol 37 miljoen<br />

gulden betaalde om de bedrijfsactiviteiten op de loca-<br />

tie te beëindigen. Voor de sojafabriek en de naastge-<br />

legen terreinen van TPG en KPN ontwikkelt een com-<br />

binatie van de projectontwikkelaars Heijmans en<br />

Blauwhoed op dit moment een plan voor de realisatie<br />

van 280 woningen, een bibliotheek en horecagelegen-<br />

heden. Uitgangspunt van de plannen is behoud van<br />

de monumentale fabrieksgebouwen aangevuld met<br />

nieuwbouw. Het planproces is momenteel halverwege.<br />

4 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


Een team van architecten werkt in opdracht van de<br />

projectontwikkelaars de plannen uit en inmiddels is<br />

ook de besluitvorming over het bestemmingsplan<br />

gestart.<br />

Debat<br />

Over de uitwerking van de herbestemming is veel<br />

discussie. Veel omwonenden vinden de geprojecteer-<br />

de appartementengebouwen te hoog. Daarnaast is er<br />

een stevige lobby vanuit de wijken rond de fabriek en<br />

andere delen van de stad om in het complex meer<br />

sociale en culturele functies te vestigen dan aanvankelijk<br />

de bedoeling was. Zaterdag 4 februari jl. vond<br />

een druk bezochte debatmiddag plaats georganiseerd<br />

door USINE in samenwerking met cultureel centrum<br />

‘Het Wilde Westen’ en belangengroep ‘Open Oog<br />

in Al’ gewijd aan de herbestemming van de fabriek.<br />

De debatruimte in de voormalige directiewoning van<br />

de fabriek was tot de laatste stoel gevuld met buurtbewoners,<br />

geïnteresseerden in industrieel erfgoed en<br />

anderen. Tijdens een forumdiscussie gingen wijkwethouder<br />

Harm Janssen (CDA), projectontwikkelaar Adri<br />

Dorrestein (Heijmans), architecte Christine de Ruijter<br />

(AWG-Antwerpen) en projectontwikkelaar Arno Boon<br />

(BOEI – maatschappij voor industrieel erfgoed) met<br />

elkaar en met de zaal in debat. Over de afstemming<br />

van de nieuwbouw met de oude delen van het complex<br />

en over de invulling van de culturele voorzieningen<br />

in de gebouwen vond een levendige discussie<br />

plaats. Het debat werd voorafgegaan door een rondgang<br />

over het terrein onder leiding van twee oudwerknemers<br />

en anderen. Zo’n 130 mensen kregen zo


E e n g r o e p b e l a n g s t e l l e n d e n k r i j g t u i t l e g o v e r d e g e s c h i e d e n i s v a n h e t C e r e o l - c o m p l e x .<br />

G e z i c h t o p d e f a b r i e k v a n a f d e s l u i z e n i n h e t M e r w e d e k a n a a l .<br />

de kans om voor de laatste keer het terrein te zien in<br />

zijn oorspronkelijke industriële gedaante, voordat het<br />

geheel ontmanteld wordt en een aantal gebouwen<br />

wordt gesloopt. Tijdens de rondleidingen maakten de<br />

bezoekers aan de discussiedag kennis met de geschie-<br />

denis van het complex. De huidige variatie aan gebou-<br />

wen van vroeg in de twintigste eeuw tot vroeg in de<br />

eenentwintigste eeuw, de buizen rond het complex en<br />

de tanks naast het gebouw zullen verdwijnen. Een<br />

deel van de karakteristieken van het complex die<br />

samen het industriële proces illustreren, zal dan niet<br />

meer afleesbaar zijn. Onderdelen van de installaties<br />

zijn al ontmanteld. De ontbrekende stukken in het<br />

kunstig rond en de tussen de gebouwen gedrapeerde<br />

buizenstelsel tonen dat verlies al. Achterstallig onder-<br />

houd sinds de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten<br />

draagt bij aan de sfeer van verval, en de fabriek ligt<br />

erbij als een gewond prehistorisch monster.<br />

Hopelijk wordt de herbestemming zo uitgevoerd dat<br />

de geschiedenis van dit bijzondere geheel ook in de<br />

toekomst zichtbaar zal zijn.<br />

De gebouwen als gestolde geschiedenis<br />

Een tocht door een dergelijk complex is een reis door<br />

de tijd, die niet alleen naar de recente geschiedenis<br />

verwijst, maar ook een illustratie vormt van de industrialisatie<br />

van de stad <strong>Utrecht</strong> rond 1900. De fabriek is<br />

oorspronkelijk gesticht door de Stichtsche Boerenbond.<br />

De bond wilde met de oprichting van de Stichtsche<br />

Oliën- en Lijnkoekenfabriek (SOL) haar leden van<br />

goed en zuiver veevoer voorzien. In de fabriek werd<br />

uit aangevoerd lijnzaad olie ‘geslagen’. De olie werd<br />

onder meer gebruikt als grondstof voor de Nederlandse<br />

margarine-industrie. De fabriek verkocht de vaste substantie<br />

die overbleef als veevoer. Dergelijke veevoederfabrieken<br />

werden aan het begin van de twintigste eeuw<br />

op veel plaatsen in Nederland opgericht, zowel door<br />

coöperaties als door particuliere ondernemers. De<br />

<strong>Utrecht</strong>se veevoederfabriek Hooghiemstra aan de<br />

Biltsche Grift/Wittevrouwensingel is hier ook een<br />

voorbeeld van. De oprichting van dergelijke fabrieken<br />

was onderdeel van de radicale vernieuwing van de<br />

Nederlandse landbouwsector, ingegeven door de<br />

crisis ontstaan door de aanvoer van goedkoop graan<br />

uit Rusland, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.<br />

Globalisering is geen louter eenentwintigste-eeuws<br />

verschijnsel.<br />

Dergelijke veevoederfabrieken bestonden allemaal uit<br />

gebouwen van meerdere verdiepingen. De hoogtever-<br />

schillen boden mogelijkheden om in het productie-<br />

proces gebruik te maken van de zwaartekracht. De<br />

latere uitbreidingen van het complex weerspiegelen<br />

veranderingen in de fabricage. Zo werd het complex in<br />

1932 voorzien van een hoog betonnen silogebouw om<br />

meer grondstoffen te kunnen opslaan.<br />

Fabrieksgebouwen zijn in de loop van hun geschiedenis<br />

voortdurend gewijzigd en aangepast om in te spelen<br />

op de veranderende omstandigheden. Het Cereolcomplex<br />

is een goed voorbeeld hiervan. Het complex<br />

in zijn verscheidenheid aan onderdelen toont goed<br />

hoe een fabrieksgebouw uit de periode van de<br />

Nederlandse industriële revolutie opgebouwd is.<br />

6 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


Fo t o ’s : P a u l B r u s s e , A m e r s f o o r t<br />

Toen de onderneming na de Tweede Wereldoorlog<br />

overging op de verwerking van sojabonen in plaats<br />

van lijnzaad, trok ze een nieuw hoog gebouw op waar<br />

de bonen gebroken werden en opgelost in een oliesubstantie.<br />

Dit extractiegebouw met zijn kenmerkende<br />

pijpen en buizen bepaalt nog steeds voor een belangrijk<br />

deel het gezicht van het complex. Na het faillissement<br />

van de SOL werd het complex overgenomen<br />

door de Amerikaanse firma Cereol, die er de verwerking<br />

van sojabonen voortzette. Met de uitkoop van<br />

dit bedrijf in 2001 door de gemeente, die hiermee reageerde<br />

op jarenlange klachten vanuit Oog in Al over<br />

stank- en verkeersoverlast, kwamen de bedrijfsactiviteiten<br />

stil te liggen.<br />

De vestiging van de Stichtsche Olie- en Lijnkoekenfabriek<br />

stond niet op zich. De komst van de fabriek<br />

naar <strong>Utrecht</strong> paste in het patroon van de uitgroei van<br />

de Domstad tot industriestad van betekenis.<br />

Aangetrokken door de aanleg van het Merwedekanaal<br />

en de groei van de stad tot het Nederlandse centrale<br />

spoorwegknooppunt, vestigden metaalbedrijven als<br />

Jaffa, Demka, Werkspoor en voedingsmiddelenconcerns<br />

als Douwe Egberts zich in <strong>Utrecht</strong>. De beschik-<br />

baarheid van voldoende diep vaarwater was hierbij<br />

essentieel. Het Cereolcomplex vormt om deze reden<br />

een goede illustratie van de <strong>Utrecht</strong>se industrialisatie.<br />

Met de sloop van de Demka, Jaffa en een aantal<br />

andere fabrieken zijn dergelijke overblijfsels zeld-<br />

zaam geworden. Van het grote aantal bedrijven dat<br />

ooit aan het Merwedekanaal gevestigd was, zijn de<br />

meeste compleet verdwenen. Zo weet slechts een<br />

enkeling nog dat naast de sojafabriek ook een blikfabriek<br />

van Thomassen en Drijver en een bandenfabriek<br />

actief waren. Inmiddels heeft ook de Nederlandse<br />

Munt het op grote schaal slaan van munten<br />

aan het Merwedekanaal beëindigd.<br />

Monumentale waarden<br />

Bij de herbestemming van het terrein wordt gelukkig<br />

rekening gehouden met het monumentale karakter<br />

van het Cereolcomplex. Nog voordat de onderneming<br />

stil werd gelegd, verkregen de oorspronkelijke fabrieksgebouwen<br />

uit 1908 en bijbehorende directiewoning<br />

een status als Rijksmonument. Het gemeentelijke<br />

bureau voor monumentenzorg werkte hierbij eendrachtig<br />

samen met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg<br />

in Zeist.<br />

l i n k s b o v e n : J o u r n a l i s t e L i e s b e t h d e M o o r z a t o p 4 f e b r u a r i d e f o r u m d i s c u s s i e d i s c u s s i e v o o r. A c h t e r d e t a f e l v e r d e r<br />

v a n l i n k s n a a r r e c h t s p r o j e c t o n t w i k k e l a a r A d r i D o r r e s t e i n , w i j k w e t h o u d e r H a r m J a n s s e n , a r c h i t e c t C h r i s t i n e d e<br />

R u i j t e r e n o n t w i k k e l a a r v a n i n d u s t r i e e l e r f g o e d A r n o B o o n . r e c h t s b o v e n : I n l e i d e r J a n Te m m i n k l i c h t h e t c o n c e p t<br />

‘ K u l t u r h u s ’ t o e . l i n k s o n d e r : l e v e n d i g e d i s c u s s i e t i j d e n s d e d e b a t m i d d a g o p 4 f e b r u a r i j l . O p d e v o o r g r o n d e n k e l e<br />

l e d e n v a n b e l a n g e n g r o e p ‘ O p e n O o g i n A l ’ i n g e s p r e k m e t w i j k w e t h o u d e r H a r m J a n s s e n . r e c h t s o n d e r : B e z o e k e r s<br />

b u i t e n h e t g e b o u w v a n ‘ H e t W i l d e We s t e n ’.


Het Cereol-complex zou een<br />

verfrissend eiland van multifunctionele<br />

ontwikkeling kunnen zijn.<br />

Bij de bescherming speelde de architectuur en de uitvoering<br />

van de gebouwen een belangrijke rol. Dat de<br />

Boerenbond bij het opleveren van de gebouwen veel<br />

aandacht had geschonken aan de representativiteit<br />

van het geheel, vertaalt zich nu in een beschermde<br />

status. Op oude foto’s is de uitstraling van het<br />

complex als een soort industrieel kasteel goed terug<br />

te vinden. Wie nu op het sluizencomplex in het<br />

Merwedekanaal staat, zal ondanks de latere toevoe-<br />

gingen in essentie nog steeds de gestolde trots van<br />

de boerencoöperatie herkennen. Bijzonder is dat de<br />

projectontwikkelaars er direct bij het begin van de planontwikkeling<br />

naar gestreefd hebben ook een aantal<br />

andere delen van het complex te behouden. Intensief<br />

contact met deskundigen van Monumentenzorg was<br />

een belangrijke stimulans hierbij. Zo is het de bedoeling<br />

dat een latere toevoeging als het Silogebouw uit<br />

1932 bewaard blijft, net als de indrukwekkende kraan<br />

annex transportinstallatie aan het water. Door ook een<br />

aantal modernere toevoegingen aan het complex te<br />

bewaren willen de ontwikkelaars de ontwikkeling van<br />

het ensemble in de loop van de tijd tonen. Bij het ontwerp<br />

van de appartementengebouwen streven ze<br />

ernaar om een aantal vormen van de oorspronkelijke<br />

industriële gebouwen terug te laten komen.<br />

Desalniettemin spelen ze vooralsnog niet in op pleidooien<br />

van sommige ijveraars voor industrieel erfgoed<br />

om ook enkele van de voorraadtanks naast de gebouwen<br />

te bewaren. Het idee om de kraan aan het water<br />

te handhaven is een belangrijke gedachte. Dit object<br />

illustreert op heldere wijze de relatie van de gebouwen<br />

met het water en maakt duidelijk hoe hier in het verleden<br />

werd gewerkt. In hoeverre de relatie met het water<br />

zichtbaar zal blijven, zal daarnaast voor een belangrijk<br />

deel afhangen van het ontwerp van het plein.<br />

Veelzijdige herbestemming?<br />

Op het moment ligt een groot deel van de vormgeving<br />

en de invulling nog niet vast. Op de discussiemiddag<br />

braken sommige aanwezigen een lans voor<br />

zodanige inrichting van het plein tussen de gebouwen<br />

en het water, dat recht gedaan wordt aan de bijzondere<br />

stedelijke plek. Zo werden er onder meer sugges-<br />

ties gedaan om ruimte te creëren voor rondvaarten,<br />

watertaxi’s of zelfs een beperkte jachthaven in het<br />

kanaal. Anderen stipten het belang aan van openbare<br />

functies op de begane grond om het plein en de rest<br />

van de openbare ruimte levendig en sociaal veilig te<br />

houden.<br />

Een voornaam aandachtspunt in de discussie waren<br />

suggesties vanuit de omringende wijken om niet<br />

alleen een bibliotheek in het gebouw te vestigen, maar<br />

ook plaats te maken voor andere culturele functies.<br />

Eén van de manieren om dit te doen is de vestiging<br />

van een Kulturhus volgens Scandinavisch concept,<br />

waarbij andere culturele functies met een vestiging<br />

van een bibliotheek worden gecombineerd. Daarnaast<br />

zijn er plannen om het huidige culturele centrum<br />

‘Het Wilde Westen’ in de gebouwen terug te laten<br />

komen. Tijdens de discussiemiddag toonde een architect<br />

in opdracht van ‘Het Wilde Westen’ zelfs een variant<br />

waarbij in het silogebouw uit 1932 een theater<br />

gevestigd wordt. Het laatste woord over de invulling<br />

van de culturele functies is echter nog niet gesproken.<br />

Wie de discussie over de herbestemming van het<br />

complex overziet, valt op dat de beschermde en<br />

meest monumentale delen van de gebouwen uitnodigen<br />

tot het ontwikkelen van plannen voor een breed<br />

scala aan openbare functies. De monumentale waarden<br />

van de fabrieksgebouwen zouden op deze manier<br />

wel eens een waarborg kunnen zijn dat ter plekke<br />

minder eenzijdig wordt gekozen voor de bouw van<br />

appartementen dan op menige andere voormalige<br />

industriële locatie. Op deze manier kan monumentenzorg<br />

dienstbaar zijn aan de ontwikkeling van een veelzijdigere<br />

stad. Het Cereol-complex zou zo een verfrissend<br />

eiland van multifunctionele ontwikkeling kunnen<br />

zijn in de zee van monofunctionele stadsontwikkeling<br />

die ook <strong>Utrecht</strong> kenmerkt. Tevens kan het hiermee een<br />

voorbeeld zijn voor de toekomstige herontwikkeling<br />

van andere oude industriële zones langs het Merwedekanaal<br />

en de Vaartsche Rijn. De toekomst zal uitwijzen<br />

of de kansen die op het Cereol-terrein liggen, worden<br />

aangegrepen. •<br />

Hans Buiter, historicus en bestuurslid van USINE.<br />

g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


In de webpeiling...<br />

W i l l e m k e L a n d m a n<br />

Als redactie van G M 2 willen we graag weten hoe u als lezer over bepaalde zaken<br />

denkt. Daarom werken G M 2 en de webportal www.erfgoed-utrecht.nl samen in de<br />

webpeiling. De webportal is het ‘digitale neefje’ van G M 2 . In dit blad stellen we een<br />

erfgoedkwestie aan de orde, en op de portal kunt u erover stemmen. In de volgende<br />

G M 2 vindt u dan telkens de uitslag, én het commentaar van iemand die vanuit zijn<br />

of haar <strong>Utrecht</strong>se erfgoedpraktijk reageert. Dit keer geeft Wim Manuhutu, directeur<br />

van het Moluks Historisch Museum in <strong>Utrecht</strong> zijn commentaar op de uitslag.<br />

De uitslag van de laatste webpeiling over erfgoed,<br />

identiteit en integratie spreekt duidelijke taal.<br />

Een ruime meerderheid van de stemmers vindt dat<br />

musea en archieven zich vooral moeite moeten<br />

getroosten om informatie over onze cultuurhistorische<br />

omgeving te geven, de eerste optie dus. In de<br />

vorige aflevering van GM2 stond het artikel <strong>Erfgoed</strong>,<br />

identiteit en integratie van Fred Vogelzang, geschreven<br />

naar aanleiding van een recent debat over erfgoed<br />

en integratie in Amsterdam. De teneur van dit artikel<br />

is dat erfgoed en geschiedenis verschillende zaken<br />

zijn. <strong>Erfgoed</strong> gaat over identiteit, en niet over integratie.<br />

Geschiedenis daarentegen kan wel indirect tot<br />

integratie leiden. Je leert immers de samenleving kennen<br />

waarin je je plek moet vinden. En dat laatste is<br />

precies wat ook Wim Manuhutu, directeur van het<br />

Moluks Historisch Museum, benadrukt. In zijn ogen<br />

onderschatten de stemmers de bijdrage die cultuurhistorische<br />

instellingen kunnen leveren aan de laatste<br />

optie: integratie.<br />

Kun je dus wél een grote inbreng van musea en<br />

archieven verwachten op het gebied van integratie?<br />

‘Om van deze instellingen alle heil te verwachten in het<br />

integratiedebat, is vragen om teleurstelling. Dat neemt<br />

niet weg dat ze wel degelijk een rol kunnen spelen in<br />

dat debat. Wanneer een van de criteria voor een redelijk<br />

geslaagde integratie is dat mensen zich deel weten van<br />

het grotere geheel dat we Nederland noemen, ligt voor<br />

instellingen een mooie taak weggelegd.’<br />

Hoe ziet u dat voor zich?<br />

‘Door in collecties, collectievorming en presentaties te<br />

laten zien dat wat we onder Nederland verstaan in de<br />

loop der eeuwen aan verandering onderhevig is<br />

geweest, en te wijzen op migratie als een van de rode<br />

draden in de Nederlandse geschiedenis. Zo kunnen<br />

de beheerders van het erfgoed historisch besef en<br />

relativering aanbrengen in een debat dat vaak wordt<br />

gekenmerkt door een hoge toon en een gebrek aan<br />

datzelfde historisch besef. Nederland zou zijn onschuld<br />

verloren hebben. Wanneer dan wel, kun je je dan<br />

afvragen.’<br />

Moeten we elkaar meer ontzien in het debat over<br />

erfgoed en integratie?<br />

‘Niet zodanig dat er alleen maar politiek correcte verhalen<br />

in erfgoedinstellingen moeten worden verteld.<br />

Juist de confrontatie met pijnlijke gebeurtenissen uit<br />

een gedeeld verleden kan bezoekers over dat gedeelde<br />

laten nadenken. Niet voor niets kozen kijkers van het<br />

NOS-journaal de Molukse kapingen en gijzelingen uit<br />

de jaren zeventig als het meest ingrijpende binnenlandse<br />

nieuwsfeit van de afgelopen decennia. Dat in<br />

het Moluks Historisch Museum wordt verteld over die<br />

gebeurtenissen en de voorgeschiedenis ervan is overduidelijk<br />

niet alleen voor Molukse bezoekers van<br />

belang.’ •<br />

www.erfgoed-utrecht.nl<br />

De uitslag van de laatste peiling op www.erfgoed-utrecht.nl<br />

Musea en archieven moeten zich vooral concentreren op:<br />

• het uitdragen van cultuurhistorie: 20 stemmen<br />

• het versterken van identiteit: 10 stemmen<br />

• het bijdragen aan integratie: 3 stemmen<br />

• anders, weet niet: 21 stemmen<br />

Zie voor de nieuwe peiling: bladzijde 11 in dit blad.<br />

Breng uw stem uit op www.erfgoed-utrecht.nl


E d w i n M a e s<br />

De kunst<br />

van het weten<br />

2 jaar Nationaal Museumweekend<br />

Hoe krijg je meer en vooral ook ander publiek naar onze Nederlandse musea? In het vorige<br />

nummer van G M 2 las u al over het initiatief van de provincie <strong>Utrecht</strong> die sinds 2004<br />

het publiek (jaarlijks twee weekeinden) op een gratis rondje musea trakteert. Landelijk<br />

is er het Nationaal Museumweekend, waarin ook gratis toegang wordt geboden. Of dat de<br />

manier is om ander publiek binnen te halen blijft onduidelijk.<br />

Gedurende het Nationaal Museumweekend bieden<br />

de musea gratis entree of verlenen korting en organiseren<br />

allerlei activiteiten. Dit jaarlijkse evenement dat<br />

een initiatief is van de Nederlandse Museumvereniging,<br />

viert op 8 en 9 april het 25-jarig jubileum. De doelgroep<br />

die men wil bereiken bestaat vooral uit bezoekers<br />

die nooit of incidenteel een museum bezoeken,<br />

met name wordt gemikt op een toestroom van enthousiaste<br />

jonge bezoekers. Dat het Museumweekend een<br />

groot succes is blijkt uit het feit dat het afgelopen jaar<br />

zo’n 525 musea meededen en er ruim één miljoen<br />

bezoekers waren. Dat is drie à vier keer zo veel bezoekers<br />

als in een normaal weekend rond april.<br />

Om het Museumweekend iedere keer weer aantrekkelijk<br />

te maken voor het publiek kiest men jaarlijks voor<br />

een thema. Dit zijn thema’s waarmee een aspect uit<br />

het museale werk extra aandacht krijgt. Zo waren de<br />

thema’s van de voorgaande jaren: de kunst van het<br />

vertellen, de kunst van het genieten, de kunst van het<br />

verzamelen en in 2005 de kunst van het bewaren. Of<br />

dit aansprekende thema’s zijn voor mensen die nauwelijks<br />

een museum bezoeken blijkt lastig te achterhalen.<br />

Bekend is dat er veel extra bezoekers op de<br />

Museumweekenden afkomen, maar of dat de gewenste<br />

doelgroepen zijn? De musea weten in ieder geval<br />

handig in te spelen op de thema’s, door tal van activiteiten<br />

te organiseren die daarbij aansluiten, zoals<br />

rondleidingen, demonstraties en voordrachten. In<br />

2005 boden sommige musea de bezoekers bijvoorbeeld<br />

een kijkje achter de schermen, door iets te laten<br />

zien van de ‘verborgen’ werkzaamheden van conservatoren<br />

en restauratoren.<br />

Omdat alle musea zich in het thema moeten kunnen<br />

vinden, zijn de thema’s breed geformuleerd. Het thema<br />

van dit jaar, het vijfentwintigste Museumweekend, is<br />

‘De Kunst van het Weten’. Hoe breed dat kan worden<br />

opgevat blijkt wel uit de toelichting van de Nederlandse<br />

Museumvereniging, die aangeeft dat het niet alleen<br />

gaat over kennis op het gebied van de collectie, dus<br />

wat weten we over de objecten te vertellen, maar ook<br />

welke kennis bezitten we om de collectie te bewaren,<br />

hoe gaan we om met licht, lucht en vochtigheid.<br />

Kennis over hoe die informatie aan het publiek is<br />

over te dragen maakt natuurlijk ook deel uit van het<br />

museale pakket. Kortom het museum als wetenschapsinstituut,<br />

maar ook als plaats waar het publiek<br />

toegang krijgt tot allerlei interessante wetenswaardigheden.<br />

Uitgangspunt van de museumweekeinden was het<br />

binnenlokken van mensen, die normaal een museum<br />

voorbijlopen. Door te kiezen voor gratis openstelling,<br />

lijkt men aan te geven dat de drempel vooral wordt<br />

gevormd door de financiën. De gratis toegang moet<br />

de jongeren, allochtonen en laagopgeleiden, de meest<br />

notoire museummijders, tot bezoek verleiden. Dat<br />

1 0 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


lijkt een wat beperkte opvatting: je zult meer moeten<br />

doen dan alleen gratis toegang, een museum zal ook<br />

een presentatievorm moeten zoeken die aansluit bij<br />

de belevingswereld van de gekozen doelgroepen. Is<br />

daar wel een latente belangstelling of is bijvoorbeeld<br />

de jeugd zo gewend aan snelle en flitsende informatie<br />

via het internet, dat een museum in het geheel niet<br />

aansluit bij zijn belevingswereld?<br />

Politiek blijkt het verbreden van de bezoekersgroepen<br />

ook een belangrijke zaak. De nieuwe nota ‘De kracht<br />

van kunst’ van de PvdA, en ook de museumnota<br />

‘Bewaren om teweeg te brengen’ van staatssecretaris<br />

van Cultuur Medy van der Laan besteden veel aan-<br />

dacht aan de maatschappelijke taak van het museum.<br />

Volgens de staatssecretaris is een museum een plek<br />

waar cultuur door mensen ‘gedeeld’ kan worden en<br />

waar identiteit steeds opnieuw betekenis krijgt. Omdat<br />

de samenleving uit verschillende groepen met eigen<br />

identiteiten bestaat is het noodzakelijk dat die groepen<br />

elkaar dus in het museum ontmoeten. In haar ogen<br />

dienen musea derhalve maatwerk te bieden aan de<br />

verschillende groepen. In haar nota rept de staatsse-<br />

cretaris trouwens niet over gratis toegankelijkheid.<br />

Zouden de musea, zoals in Engeland, in principe gra-<br />

tis zijn (hoewel dat alleen geldt voor de vaste collec-<br />

tie, voor tentoonstellingen moet wel toegang worden<br />

betaald) dan is er de niet onbelangrijke vraag wie dat<br />

gaat betalen. De musea zelf hebben de entreegelden<br />

immers hard nodig en de politiek wil niet alles vergoe-<br />

den. Zelfs bij het voorstel van de PvdA om bijvoor-<br />

beeld één dag in de week gratis toegang te verlenen,<br />

zien sommige musea al haken en ogen. Zo reageerde<br />

een woordvoerder van het Rijksmuseum aldus op dit<br />

voorstel: ‘Gratis toegang is een mooi ideaal. Maar het<br />

moet niet zo zijn dat touroperators allemaal hun bussen<br />

met bezoekers op de gratis dag laten komen.’ •<br />

Rectificatie: In het artikel van Hiske Land, Gratis Rondje Musea (GM 2 nr. 4, winter 2005) staat op blz. 12: ‘Voor dit initiatief is door<br />

de Provincie in de periode 2004-2007 100.000 euro beschikbaar gesteld (…).’ Dit moet zijn: jaarlijks 100.000 euro. Met excuses van<br />

de redactie voor deze fout.<br />

webpeiling<br />

Leidt Nationaal Museumweekend in de rest van het jaar tot:<br />

a. Meer bezoek bestaande publiek aan musea<br />

b. Verspilling van schaarse cultuurgelden<br />

c. Meer jongeren en allochtonen in musea<br />

d. Anders / weet niet<br />

Laat ons weten hoe u erover denkt, breng uw stem uit op:<br />

www.erfgoed-utrecht.nl<br />

1 1


M i e k e H e u r n e m a n<br />

Even buiten Maarsbergen ligt landgoed Valkenheide. Tussen de bomen,<br />

weilanden en maïsvelden vormt het een oase van rust. Dagelijks fietsen<br />

leerlingen van de Scholengemeenschap Maarsbergen het terrein over.<br />

Velen hebben (nog) geen idee van de bijzondere geschiedenis van de<br />

directe omgeving van hun school. Van dat verleden is op het landgoed<br />

zelf en in Museum Valkenheide, dat daar deel van uitmaakt, nog veel<br />

te ontdekken.<br />

Aan het begin van de twintigste eeuw zag dit gebied<br />

er heel anders uit. In plaats van bossen waren er uitgestrekte<br />

heidevelden. De Nederlands Hervormde Kerk<br />

koos deze plek uit voor de vestiging van een opvoedingsgesticht<br />

voor jongens. Dit landgoed van tachtig<br />

hectare lag in ‘een gezonde streek’* en de grond was<br />

niet al te duur. Een ander voordeel was dat deze<br />

locatie vanwege het nabijgelegen station Maarsbergen<br />

goed bereikbaar was, maar toch een eind van de<br />

bewoonde wereld lag, zodat de pupillen niet werden<br />

blootgesteld aan verleidingen die daarvan uit zouden<br />

kunnen gaan. Op 4 oktober 1912 werd Opvoedingsgesticht<br />

Valkenheide officieel geopend door Koningin-<br />

Moeder Emma.<br />

Destijds waren er nog niet veel voorzieningen voor<br />

moeilijk opvoedbare kinderen. De negentiende-eeuwse<br />

oplossing voor kinderen die – soms gedreven door<br />

armoede – kleine vergrijpen pleegden, was een flinke<br />

gevangenis- of tuchthuisstraf. In de loop der tijd veranderden<br />

echter de opvattingen over hoe de losbandige<br />

jeugd op het rechte pad te houden.<br />

Gevangenisstraf werd niet langer als de oplossing van<br />

het probleem gezien. Kinderen die dreigden te ontsporen,<br />

moesten worden (her)opgevoed in inrichtingen.<br />

De Nederlands Hervormde Kerk vond het bijbrengen<br />

van discipline echter te mager en wilde de pupillen ook<br />

een vak leren, om hen een beter toekomstperspectief<br />

te geven. En uiteraard speelden daarbij ook geloofsopvoeding<br />

en zondebesef een belangrijke rol.<br />

Aanvankelijk konden pupillen alleen een agrarische<br />

opleiding volgen op de boerderij die bij het gesticht<br />

hoorde. In 1919 kwam daar een ambachtsschool bij.<br />

De jongens konden uit allerlei beroepen kiezen, zoals<br />

kleermaker, schoenmaker, metaalbewerker, timmerman,<br />

bloemist, metselaar, schilder en bakker. Dankzij<br />

al die verschillende vakken die hier werden beoefend<br />

was Valkenheide grotendeels zelfvoorzienend. Men at<br />

wat er door pupillen op het land werd verbouwd, er<br />

werd zelf brood gebakken, de gestichtskleding werd<br />

zelf gemaakt en woningen en andere gebouwen op<br />

het terrein, waaronder de dertig meter hoge watertoren,<br />

zijn door metselaarsleerlingen gebouwd.<br />

Doordat ook het personeel op het terrein woonde,<br />

was Valkenheide haast een op zichzelf staand dorp.<br />

In 1931 kreeg het zelfs een eigen begraafplaats, die<br />

nog altijd in gebruik is.<br />

In de loop der tijd kwamen opvoedingsgesticht en<br />

technische school steeds meer los van elkaar te staan.<br />

Uiteindelijk werden het twee aparte instellingen.<br />

Tegenwoordig is er op Valkenheide een vestiging van<br />

de Leo Stichting Groep. Dit is een instelling die hulp<br />

biedt aan jongeren tussen de 12 en 17 jaar die om wat<br />

voor reden dan ook zijn vastgelopen. De vroegere<br />

technische school is uitgegroeid tot de huidige Scholengemeenschap<br />

Maarsbergen (SGM). Daarnaast is<br />

er ook nog een school voor speciaal onderwijs.<br />

Museum<br />

Van de oorspronkelijke gebouwen van Valkenheide is<br />

een groot deel afgebroken. In één van de overgeble-<br />

1 2 * G. Weenink, Valkenheide 85 jaar jeugdzorg (Maarsbergen 1996) 5.<br />

g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


Van zonde<br />

en zegen<br />

f o t o l i n k s b o v e n :<br />

L e e r l i n g e n v a n d e S G M i n M u s e u m Va l k e n h e i d e<br />

d o e n o n d e r z o e k o p d e b e g r a a f p l a a t s v a n<br />

Va l k e n h e i d e . ( f o t o E r f g o e d h u i s U t r e c h t , 2 0 0 ) .<br />

f o t o l i n k e r p a g i n a :<br />

L e e r l i n g m e t s e l a a r s v a n<br />

d e t e c h n i s c h e s c h o o l a a n h e t w e r k , 1 3<br />

( f o t o c o l l e c t i e S G M )<br />

f o t o r e c h t e r p a g i n a :<br />

L e e r l i n g e n v a n d e S G M m e t e n d e h o o g t e v a n d e<br />

w a t e r t o r e n . ( f o t o E r f g o e d h u i s U t r e c h t , 2 0 0 ) .<br />

1 3


l i n k s : H a n d t e k e n i n g v a n K o n i n g i n - M o e d e r E m m a i n h e t g a s t e n b o e k b i j d e o p e n i n g v a n Va l k e n h e i d e o p 4 o k t o b e r 1 1 2<br />

( c o l l e c t i e M u s e u m Va l k e n h e i d e ) . d a a r b o v e n : M u s e u m Va l k e n h e i d e t e M a a r s b e r g e n ( f o t o E r f g o e d h u i s U t r e c h t , 2 0 0 ) .<br />

m i d d e n : M a t e r i a l e n e n w e r k s t u k k e n f i j n m e t a a l u i t d e c o l l e c t i e v a n M u s e u m Va l k e n h e i d e ( f o t o E r f g o e d h u i s U t r e c h t ,<br />

2 0 0 ) . r e c h t s : We r k s t u k l e e r l i n g e n t e c h n i s c h e s c h o o l ( f o t o c o l l e c t i e S G M ) .<br />

ven werkplaatsen is nu Museum Valkenheide geves-<br />

tigd. Vele foto’s, documenten en voorwerpen houden<br />

de historie van het opvoedingsgesticht en de techni-<br />

sche school levend. Het museum beheert tevens het<br />

(beperkt toegankelijke) archief van Valkenheide.<br />

Onlangs is het gebouwtje naast het museum opge-<br />

knapt en ingericht als archiefbewaarplaats. Een heel<br />

bijzonder tijdsdocument uit de collectie van het<br />

museum is de film die Valkenheide in 1928 voor pro-<br />

motiedoeleinden liet maken. In zeventig minuten<br />

wordt het dagelijks leven op Valkenheide geschetst.<br />

De titel Van zonde en zegen spreekt boekdelen. We<br />

zien hoe Jan Oudshoorn wegens dierenmishandeling<br />

en brandstichting naar Valkenheide wordt gestuurd,<br />

hoe hij daar door directeur D. Noordam en de andere<br />

pupillen wordt ontvangen, hoe hij wordt opgeleid tot<br />

schilder, dagelijks godsdienstoefeningen bijwoont, in<br />

zijn vrije tijd voetbalt en uiteindelijk na drie jaar als<br />

keurige jongeman met een diploma op zak afreist<br />

naar zijn eerste vaste betrekking. Later (we zijn dan<br />

tien jaar verder) zien we hem terugkomen in het<br />

gezelschap van zijn echtgenote. Hij laat zijn vrouw<br />

het hele terrein zien, haalt samen met directeur<br />

Noordam herinneringen op en…geeft als klap op de<br />

vuurpijl een gulle gift aan Valkenheide. Want daar was<br />

het om te doen met deze film: geld in te zamelen voor<br />

het goede doel. De film geeft behalve een goed beeld<br />

van de gang van zaken op Valkenheide ook een prach-<br />

tig zicht op het leven en de opvattingen van de jaren<br />

’20 van de vorige eeuw. De videoband van deze film is<br />

in het museum te koop. Het museum wordt gerund<br />

door een groep enthousiaste vrijwilligers, van wie<br />

velen een persoonlijke band hebben met één van de<br />

instellingen die op Valkenheide een plek hebben<br />

(gehad). Ze waren zelf bijvoorbeeld leerling, docent of<br />

conciërge. Hun verhalen zijn zeker zo boeiend als wat<br />

er verder in de tentoonstelling te zien is. Het museum<br />

bestaat nu zo’n tien jaar. Met veel bezieling worden<br />

voortdurend verbeteringen aangebracht in de presen-<br />

tatie. En er is van verschillende kanten belangstelling.<br />

Het museum richt zich op opleidingen in de jeugd-<br />

zorg, (ex-)cliënten, werkers in de jeugdzorg en andere<br />

geïnteresseerden. Geregeld worden bijvoorbeeld groe-<br />

pen mbo- en hbo-studenten van pedagogische richtin-<br />

gen ontvangen, die hier een beeld krijgen van de<br />

geschiedenis van hun vak. Verder heeft het museum<br />

veel aanloop tijdens de markten die op het terrein<br />

worden georganiseerd. Het gaat op dit moment dus<br />

goed, maar er zijn ook zorgen over de toekomst. De<br />

groep vrijwilligers vergrijst en er is nauwelijks aanwas<br />

van jongeren om op den duur het stokje over te<br />

nemen. De continuïteit van het museum is dus onze-<br />

ker. Gaat het op de oude voet door, dan is het einde<br />

van het bestaan op de langere termijn in zicht.<br />

Daarom onderzoekt het de mogelijkheden om een<br />

nieuwe weg in te slaan, een breder draagvlak te creë-<br />

ren en een professionele instelling te worden.<br />

<strong>Erfgoed</strong>educatie<br />

Een nieuwe kans voor verbreding van het draagvlak<br />

kreeg Museum Valkenheide het afgelopen jaar in de<br />

schoot geworpen. De naburige Scholengemeenschap<br />

Maarsbergen wilde leerlingen in contact brengen met<br />

het erfgoed in de directe omgeving van de school. In<br />

de zomer van 2005 ontwikkelde <strong>Erfgoed</strong>huis <strong>Utrecht</strong><br />

in samenwerking met de SGM een project voor alle<br />

brugklassers. Begin oktober legden honderd kersverse<br />

eersteklassers een opdrachtencircuit af op verschillen-<br />

de plekken op landgoed Valkenheide en op school.<br />

Buiten werden de watertoren, de begraafplaats, de<br />

kerk, het museum en twee van de (gedeeltelijk) over-<br />

gebleven gestichtsgebouwen bestudeerd. Zowel docen-<br />

ten als leerlingen zijn enthousiast over het project.<br />

Voor de docenten was het een openbaring dat de<br />

directe omgeving van de school zo veel mogelijkhe-<br />

den biedt voor erfgoededucatie. De bedoeling is dat<br />

de docenten – geïnspireerd door het project – zelf ook<br />

in hun reguliere lessen op school meer gebruik gaan<br />

maken van cultureel erfgoed. Het project heeft daartoe<br />

aanzetten gegeven. Zo kan tijdens de geschiede-<br />

1 4 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


o v e n : D i r e c t e u r D . N o o r d a m ( r ) l e i d t d e m i n i s t e r s Va n S c h a i k ( l ) e n S l o t e m a k e r d e B r u i n e ( m ) r o n d o p d e t e n t o o n s t e l l i n g v a n w e r k -<br />

s t u k k e n t e r g e l e g e n h e i d v a n h e t 2 - j a r i g b e s t a a n v a n Va l k e n h e i d e i n 1 3 4 ( c o l l e c t i e D . J . N o o r d a m , L e i d e n ) . o n d e r : L e e r l i n g a a n t a l l e n<br />

a m b a c h t s s c h o o l , 1 3 1 ( c o l l e c t i e S G M ) .<br />

Museum Valkenheide<br />

Landgoed Valkenheide 38 3953 MC Maarsbergen telefoon 0343-431606 Open: dinsdag 10-12 u, donderdag 19-21 u en op afspraak<br />

Literatuur<br />

• E.J.M. Maes, ‘Dirk Noordam (1881-1944), directeur jeugdopvoedingsgesticht Valkenheide’ in: <strong>Utrecht</strong>se biografieën. Heuvelrug Zuid<br />

(<strong>Utrecht</strong> 2006-nog te verschijnen).<br />

• J. Roelfs, Wij op de heide. 50 jaar Valkenheide (Maarsbergen 1963).<br />

• G. Weenink, Valkenheide 85 jaar jeugdzorg (Maarsbergen 1996).<br />

nisles de bewogen oorlogstijd die Valkenheide heeft<br />

doorgemaakt en waarover veel materiaal in het<br />

museum te vinden is, worden betrokken. De watertoren<br />

kan een rol spelen bij een vak als wiskunde of<br />

natuurkunde: hoe kun je de hoogte ervan meten/<br />

schatten en hoe werkt zo’n watertoren eigenlijk?<br />

Werd er ooit negatief tegen de school aangekeken<br />

vanwege de vroegere relatie met het opvoedingsgesticht,<br />

nu is de scholengemeenschap als zogeheten<br />

cultuurprofielschool één van de voortrekkers op<br />

het gebied van gebruik van cultureel erfgoed en het<br />

formuleren van cultuurbeleid in het voortgezet onderwijs.<br />

De SGM wordt in de ontwikkeling van het<br />

cultuurbeleid begeleid door <strong>Erfgoed</strong>huis <strong>Utrecht</strong>. •


M a d i t a S p l i n t<br />

Nederland kent vele bijzondere boerderijen,<br />

heel oude en moderne, allemaal met hun<br />

eigen kenmerken en charmes. Een aparte<br />

groep vormen de zogenaamde ´wederop-<br />

bouwboerderijen` in de Gelderse Vallei.<br />

Het gaat om zo’n driehonderd boerderijen<br />

die allemaal binnen één (oorlogs)jaar zijn<br />

gebouwd.<br />

Grebbelinie<br />

in de Vallei<br />

Bijzondere<br />

De opbouwboerderijen hebben, hoe gek het mis-<br />

schien ook klinkt, hun bestaan te danken aan de<br />

Grebbelinie. Deze verdedigingslinie, waarvan de oor-<br />

sprong teruggaat tot de zeventiende eeuw, was een<br />

waterlinie, net zoals de Hollandse Waterlinie. Een<br />

waterlinie werkt zo, dat in tijd van oorlog een aaneen-<br />

gesloten reeks polders en akkers onder water wordt<br />

gezet. Zo’n watervlakte vormt een grote hindernis,<br />

omdat obstakels als sloten en vaarten onzichtbaar<br />

onder de oppervlakte liggen. Oprukkende soldaten,<br />

paarden en wagens en later ook gemotoriseerde<br />

troepen gingen onverhoeds kopje onder of liepen<br />

vast in de drassige grond.<br />

Nadat de oorlogsdreiging in de zeventiende eeuw verminderde,<br />

werd de Grebbelinie nauwelijks nog onderhouden.<br />

Pas in het midden van de achttiende eeuw<br />

werden nieuwe uitbreidingen aangelegd, maar na die<br />

opleving zakte de belangstelling voor de Grebbelinie<br />

opnieuw weg. Dat had tot gevolg dat in de eerste helft<br />

van de twintigste eeuw de Grebbelinie niet langer als<br />

verdedigingswerk werd gezien. De hoofdverdediging<br />

van het land was nu de Nieuwe Hollandse Waterlinie.<br />

Door de dreiging uit het oosten in de tweede helft van<br />

1939 werd de Grebbelinie in ere hersteld. De linie fungeerde<br />

nu als hoofdverdedigingslinie. Zo zouden steden<br />

als Amsterdam en <strong>Utrecht</strong> (de Nieuwe Hollandse<br />

Waterlinie lag tenslotte veel verder naar het westen)<br />

1 6 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


D e Z e v e n m o r g e n i n Wo u d e n b e r g<br />

buiten het bereik van de kanonnen van de Duitsers<br />

blijven. De verwaarloosde linie werd in alle spoed<br />

aangepakt maar dat kon niet voorkomen dat in mei<br />

1940 na zware gevechten de strijd binnen enkele<br />

dagen moest worden opgegeven. Dat lag trouwens<br />

niet aan het optreden van de troepen aan de Grebbe.<br />

Door het gebruik van moderne wapens zoals bom-<br />

menwerpers was de Waterlinie overbodig geworden.<br />

Boerderijen afgebrand<br />

K l e i n M i d d e l a e r i n Wo u d e n b e r g<br />

L u c h t e n s t e i n i n O v e r b e r g<br />

G r o o t L a m b a l g e n i n Wo u d e n b e r g<br />

Een waterlinie werkt dus door het onder water zetten<br />

van land. Sommige delen liggen echter te hoog om<br />

onder water gezet te worden, zoals dijken en wegen.<br />

Ook kanalen en rivieren doorsnijden de linie en<br />

vormen zo zwakke plekken. Die plekken werden af-<br />

geschermd door schansen of forten te bouwen, waar<br />

vandaan met kanonvuur de oprukkende vijand kon<br />

worden bestookt.<br />

D e B e e k i n R e n s w o u d e<br />

D e E e r s t e B r o e k i n Wo u d e n b e r g<br />

D e P o l m e t d w a r s h u i s i n S c h e r p e n z e e l<br />

boerderijen<br />

De Nieuwe Hollandse Waterlinie kende veel grote stenen<br />

forten: de Grebbelinie werd vooral verdedigd door<br />

aardwerken. Dit betekent dat in tegenstelling tot de<br />

Hollandse linie, de Grebbelinie geen ‘verboden kringen’<br />

kende, waarbinnen niet gebouwd mocht worden.<br />

Zeker na het midden van de achttiende eeuw was de<br />

Grebbelinie geen militaire zone meer en werden er<br />

vele boerderijen in het gebied gebouwd. Toen de linie<br />

eind 1939 dus opnieuw een militaire functie kreeg,<br />

bleken die bouwwerken problematisch. De boerderijen<br />

1


o v e n : S t e e n g e l e g d d o o r S c h e l t o P a t i j n , o u d - b u r g e m e e s t e r v a n A m s t e r d a m . l i n k s : A l l e b o e r d e r i j e n h e b b e n d i t s y m b o o l ,<br />

e e n g a a n d e l e e u w d o o r d e v l a m m e n . m i d d e n : G r o o t L a m b a l g e n m e t l a t e r a a n g e b o u w d e s t a l l e n . r e c h t s : G r o o t L a m b a l g e n<br />

m e t p a c h t e r j a a p R i j l a a r s d a m m e t z i j n k a m p i o e n .<br />

lagen in het schootsveld van de kanonnen en konden<br />

bovendien als dekking voor een naderende vijand<br />

fungeren. De militaire top besloot dat, mocht de oor-<br />

log daadwerkelijk uitbreken, de boerderijen dienden<br />

te worden afgebroken en de inwoners geëvacueerd.<br />

Om dat in goede banen te leiden werden er blokhoofden<br />

aangesteld. Ze spraken met de boeren af op<br />

welke plekken het vee zou worden bijeengedreven.<br />

De blokhoofden zorgden ook voor onderdak voor<br />

de mensen en het vee in Zuid-Holland. Na de Duitse<br />

inval in mei 1940 viel de pijnlijke beslissing tot evacuatie.<br />

Het vee werd gemerkt en de boeren trokken<br />

met hun koeien naar Amerongen en Wijk bij Duurstede,<br />

waar alles scheep ging in kolenschuiten en naar het<br />

westen vertrok. Vrouwen en kinderen volgden later,<br />

terwijl zo’n 300 boerderijen met de hele inboedel<br />

door Nederlandse militairen in brand werden gestoken.<br />

De rookpluimen konden van Rhenen tot Amersfoort<br />

worden gezien.<br />

Eén van de mensen die dat van dichtbij hebben<br />

meegemaakt is de gepensioneerde aannemer Johan<br />

Lagerweij. In 1940 woonde de destijds tienjarige<br />

Johan Lagerweij op een boerderij aan de Grebbelinie.<br />

Daarom werd ook hij, samen met zijn broers, zuster<br />

en moeder, geëvacueerd. Johans vader was al eerder<br />

met het vee naar Zuid-Holland vertrokken. De boerde-<br />

rij van de Lagerweijs ontkwam aan de vlammen, maar<br />

werd door granaatvuur zwaar beschadigd. Toen de<br />

familie terugkeerde bleek de boerderij helemaal leeg-<br />

geroofd. Het pand bestaat nog en wordt nu bewoond<br />

door de broer van Johan. De sporen van de granaat-<br />

scherven van 1940 zijn nog in de voorgevel te zien.<br />

Ze hadden geluk, want voor veel andere boerengezinnen<br />

bleek bij terugkeer slechts een rokende puinhoop<br />

te resteren.<br />

Wederopbouw<br />

Eind mei 1940 kwamen de boerengezinnen met het<br />

melkvee terug uit Zuid-Holland. Er werden in allerijl<br />

houten noodgebouwtjes neergezet. Sommige families<br />

vonden onderdak in kippenhokken of schuren die aan<br />

de verwoesting waren ontkomen. Het vee kon in de<br />

wei worden ondergebracht, maar het was noodzakelijk<br />

dat er stallen kwamen voordat de winter inviel. Zo<br />

kwam het dat een hele reeks boerderijen door de<br />

MAVOG, ´MAteriaal VOorziening Grebbe’ in korte tijd<br />

werden opgebouwd. De Nederlandse Staat betaalde<br />

twee derde van de kosten, voor de rest waren de boeren<br />

zelf verantwoordelijk. Ironisch genoeg bracht al<br />

deze ellende ook wat goeds: veel van de getroffen<br />

boeren gingen er in woongenot op vooruit. In de nieuwe<br />

boerderijen werd voor het eerst gebruik gemaakt<br />

van spouwmuren; de huizen waren dus beter geïsoleerd.<br />

De boerderijen werden bovendien dichter bij de<br />

doorgaande weg gezet. Een uitkomst voor de boer die<br />

vroeger soms wel honderd meter over een zandpad<br />

moest slepen met zijn melkbussen om ze aan de weg<br />

te zetten. De nieuwe boerderijen kregen ook elektriciteit<br />

en stromend water. Vóór die tijd werd water vaak<br />

uit de welput gehaald, en aangezien deze meestal ook<br />

vlakbij de gierput lag, was dat niet al te fris. De binnenmuren<br />

werden bestreken met beton-emaille, omdat<br />

dit eenvoudig schoon te maken was. Ook kregen de<br />

boeren een echt toilet. De hygiënische omstandigheden<br />

van de bewoners van de nieuwe boerderijen<br />

verbeterden dus aanzienlijk. Daarnaast kregen de<br />

boeren standaard een hoger aanrecht. Veel van de<br />

oude boerderijen waren op veel kleinere mensen inge-<br />

steld. De verbeteringen die in de nieuwe boerderijen<br />

werden aangebracht waren zo welkom, dat toenmalig<br />

burgemeester van Scherpenzeel C.P. Hoytema van<br />

Konijnenburg verzuchtte: ‘Hadden ze maar veel meer<br />

oude boerderijen en huizen kapot geschoten, dan had<br />

door de wederopbouw Scherpenzeel er veel beter en<br />

mooier bij gestaan’.<br />

Delftse School<br />

Alle opbouwboerderijen werden gebouwd in de karak-<br />

teristieke stijl van de Delftse School. Dit bijzondere<br />

kenmerk maakt de boerderijen ook vandaag de dag<br />

1 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


nog herkenbaar. De Delftse School ontstond als een<br />

reactie op de Amsterdamse School (met bekende<br />

architecten als Berlage en Dudok). Belangrijk voor de<br />

Delftse School was het gebruik van net metselwerk en<br />

weinig decoraties. Men ging uit van traditionele en<br />

natuurlijke materialen en poogde de traditie van de<br />

Nederlandse plattelandsbouw in ere te houden.<br />

Architectuur moest nederig zijn en tegelijkertijd de<br />

functie van een gebouw tot uitdrukking laten komen<br />

in de vorm. Om die reden zijn de woonhuizen binnen<br />

deze stroming ingetogen, maar kerken en stadhuizen<br />

zijn juist heel monumentaal uitgevoerd. Bij de weder-<br />

opbouwboerderijen zijn het dan ook niet de versierin-<br />

gen die ze erg herkenbaar maken. Kenmerkend is dat<br />

de meeste boerderijen een tuitgevel hebben: een gevel<br />

in een puntige vorm, met links- en rechtsonder een<br />

klein horizontaal gedeelte – de schouders – en aan de<br />

top een kleine, rechthoekige ‘hals’. Ze zijn feitelijk een<br />

verbeterde versie van het boerderijtype genaamd ‘hallenhuis’,<br />

eeuwenlang de standaard in midden-<br />

Nederland. Dit type boerderij had een rechthoekige<br />

plattegrond waarbij het bedrijfs- en woongedeelte zich<br />

onder één en hetzelfde dak bevonden. Een grote verbetering<br />

voor het bedrijfsgedeelte was dat de hilt, de<br />

zolder boven de koeien, waar normaal het hooi werd<br />

opgeslagen, helemaal afgesloten werd en dus niet<br />

meer in direct contact stond met de stal. Dit zorgde<br />

ervoor dat de stal minder stoffig was en de melk dus<br />

ook minder vervuild raakte. Voor een leek is het moei-<br />

B o e r d e r i j a a n d e A s c h a t t e r k a d e i n L e u s d e n<br />

lijk een opbouwboerderij in één oogopslag te herkennen.<br />

Toch hebben vrijwel alle opbouwboerderijen een<br />

herkenningsteken. Het gaat dan om een gedenksteen<br />

in de gevel, waarop een uit de vlammen herrijzende<br />

leeuw is afgebeeld.<br />

Aandacht voor opbouwboerderijen<br />

De aandacht voor wederopbouwboerderijen is vrij<br />

recent. De boerderijen zijn gebouwd onder bijzondere<br />

architectuur en vertellen een bijzonder verhaal.<br />

Afgezien van de opbouw na de Watersnoodramp in<br />

1953 zijn er in Nederland in geen enkele andere periode<br />

zoveel boerderijen tegelijk en in dezelfde stijl gebouwd.<br />

Deze boerderijen zijn niet alleen uitzonderlijk in hun<br />

soort, maar bovendien vormen zij een permanente<br />

herinnering aan de strijd die het Nederlandse en Duitse<br />

leger in mei 1940 bij de Grebbelinie hebben gevoerd.<br />

Kijk dus bij een bezoek aan de Grebbelinie eens naar<br />

de dichtstbijzijnde boerderij. Ziet u een steen met een<br />

leeuw die uit de vlammen oprijst in de gevel, dan is<br />

het een opbouwboerderij. •<br />

Met dank aan Johan Lagerweij, die ook alle foto’s verzorgde.<br />

Meer informatie over het onderwerp is te vinden op:<br />

- www.grebbelinie.nl<br />

- www.grebbeberg.nl


D o l l y Ve r h o e v e n<br />

N e t t i e S t o p p e l e n b u r g<br />

Terug naar<br />

school?<br />

Wie heeft er geen speciale herinneringen aan de schooltijd? Leuke of vervelende meesters<br />

en juffen, schoolplaten, schoolbankjes met inktpotten, de geur van krijt en natte jassen, de<br />

pauzes op de speelplaats. Geen wonder dat veel mensen zich verdiepen in de geschiedenis<br />

van een school of het onderwijs in een bepaalde gemeente. En in archieven is heel wat<br />

informatie te vinden over de geschiedenis van het onderwijs.<br />

2 0 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


In december 2005 verscheen een nieuwe onderzoeks-<br />

gids in de serie ‘Trajecten door <strong>Utrecht</strong>’, gericht op het<br />

onderzoeken van de onderwijsgeschiedenis in de pro-<br />

vincie <strong>Utrecht</strong>. Een onderzoeker kan zich vele vragen<br />

stellen: Hoe ontwikkelde het onderwijs zich in een<br />

bepaald dorp? Wat vond de schoolopziener van het<br />

onderwijs? Wat is er te vinden over het schoolgebouw?<br />

Hoe waren de lesprogramma’s samengesteld? Is er<br />

nog informatie te vinden over leerlingen en de leraren?<br />

Wat was de oorspronkelijke ideologische grondslag<br />

van de school en wat bleef er van over in de loop van<br />

de tijd? Scholen stichten, geschreven door Dolly<br />

Verhoeven, geeft de benodigde basisinformatie en<br />

helpt met het vinden en interpreteren van bronnen.<br />

Tussen de achtste-eeuwse kathedraalschool in <strong>Utrecht</strong><br />

en de huidige basisscholen en het voortgezet onder-<br />

wijs liggen heel wat voorschriften, wetten en school-<br />

hervormingen. Na de Reformatie trok de gereformeer-<br />

de kerk de verantwoordelijkheid voor het onderwijs<br />

naar zich toe. In de zeventiende eeuw benoemden de<br />

kerkelijke en burgerlijke overheid samen de onderwij-<br />

zers. Er kwamen regels voor de inhoud van het onder-<br />

wijs, lijsten van te gebruiken leerboeken en richtlijnen<br />

voor de hoogte van het schoolgeld. Latijnse scholen,<br />

Franse scholen, Nederduitse scholen, scholen van<br />

weeshuizen en illegale ‘bijscholen’: veel systeem was<br />

er niet in te vinden. Pas in 1801 kwam de eerste<br />

schoolwet tot stand, in 1806 gevolgd door een tweede<br />

wet waarin onder andere het toezicht op de kwaliteit<br />

van het onderwijs werd geregeld.<br />

Tussen 1830 en 1840 bezocht inspecteur Wijnbeek<br />

alle scholen in Nederland. In zijn rapporten deed hij<br />

nauwgezet verslag van wat hij aantrof. Ook in de<br />

provincie <strong>Utrecht</strong>.<br />

f o t o l i n k s : Ve r k e e r s o n d e r w i j s u i t B r u i n t j e B e e r i n d e<br />

e e r s t e k l a s v a n d e U S V, c a 1 . f o t o 2 r e c h t s : L e e r l i n g e n<br />

a a n h e t w e r k v o o r h e t v a k e l e m e n t a i r v a k t e k e n e n o p d e<br />

U t r e c h t s e A m b a c h t s s c h o o l , 1 0 2 . f o t o 3 : S p e e l k w a r t i e r<br />

v o o r d e m e i s j e s v a n d e O p e n b a r e L a g e r e S c h o o l a a n h e t<br />

P i e t e r s k e r k h o f i n U t r e c h t , c a 1 0 . f o t o 4 : M e e t k u n d e l e s<br />

o p h e t G e m e e n t e l i j k Ly c e u m v o o r M e i s j e s a a n d e W i t t e -<br />

v r o u w e n k a d e i n U t r e c h t , c a 1 3 . f o t o : K l a s s e f o t o v a n<br />

d e Va n B e e c k C a l k o e n s c h o o l , e e n M U L O i n d e H a v i k s t r a a t<br />

i n U t r e c h t , c a 1 4 2 . f o t o 6 : D e b e w i n d s l i e d e n C a l s e n<br />

Ve r i n g a i n e e n U t r e c h t s e l a g e r e s c h o o l k l a s , 1 6 6 . Fo t o<br />

d o o r Va n d e r R e i j d e n , D e l f t . f o t o : P r a k t i j k l e s a a n d e<br />

L a g e r e Tu i n b o u w s c h o o l M . E . L . i n U t r e c h t , 1 2 . f o t o :<br />

D e t r a d i t i o n e l e k l a s s e f o t o v a n k l a s 6 v a n m e e s t e r Va n<br />

A m s t e l w e r d o p d e U S V i n 1 3 g e h e e l i n d e t i j d s g e e s t<br />

i n e e n w a t ‘ l o s s e r e ’ o p s t e l l i n g g e m a a k t .<br />

2<br />

3<br />

4<br />

6<br />

2 1


Stad <strong>Utrecht</strong><br />

‘Van de schoollokalen zijn vele in goeden staat. Die<br />

lokalen zijn echter niet aangelegd naar het doelmatig<br />

plan, waarnaar de gemeente-schoollokalen in Gelderland<br />

voor eenige jaren gebouwd zijn. Zij zijn wel langwerpig,<br />

doch het licht valt veelal in voor en achter de<br />

leerlingen, of aan eene der zijden, in plaats van alleen<br />

aan de beide zijden. Dat gebrek heerscht in de meeste<br />

gemeentescholen. Het veroorzaakt valsch licht.’<br />

Mijdrecht<br />

‘Hier werd op eentoonigen dreun gespeld en gelezen,<br />

zoodat ik zelf heb moeten voorlezen om eenig denkbeeld<br />

van een gepasten leestoon te geven. Het eenigste<br />

dat mij hier beviel, was het tweestemmig, zuiver<br />

en zacht gezang.’<br />

Nigtevecht<br />

‘W. Scheepmaker, een bejaard man, doch nog frisch<br />

van voorkomen, met een eerlijk gezigt, is hier werkzaam<br />

[...]. Hij volgt nog wel de spelmethode, doch<br />

verbeterd door den voormaligen Gronigschen schoolopziener<br />

Wester. Het lezen, schrijven, rekenen, zingen,<br />

was hier vrij goed, zoo goed als te verwachten is van<br />

een onderwijzer van den ouden tijd. Van de zedelijke<br />

verbetering der kinderen maakt hij veel werk.’<br />

Veenendaal<br />

‘Het schoollokaal is een voortreffelijk, ruim en helder<br />

gebouw, waarin een getal van 450 kinderen gemakkelijk<br />

geplaatst zijn. Het is in tweeën afgedeeld door<br />

glazen deuren. Tusschen de beide zalen was een<br />

Russchische kagchel gemetseld, die ’s morgens<br />

vroeg in de winter werd gestookt en dan voor den<br />

ganschen dag genoegzame warmte door dit gebouw<br />

verspreidde.<br />

Des morgens wordt er van 7 tot 9 school gehouden<br />

voor een 100tal armenkinderen. Daar was het onderwijs<br />

zeer eenvoudig en regt gepast voor die kinderen.<br />

[…] Het schrijven was fraai. Het zingen ook zeer goed.<br />

Doch de oefening daarin geschiedde alleen bij het<br />

aangaan der school. Vele kinderen treden er de school<br />

niet binnen dan na het eindigen van het zingen.<br />

Overdreven godsdienstige begrippen maken hunne<br />

ouders vooringenomen tegen het zingen, omdat het<br />

geen psalmgezang is.’<br />

2 2 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6<br />

1 0


1 1<br />

Zeist<br />

‘De dorpsschool te Zeist is laag, bedompt en bijna<br />

voor de helft te klein voor de 200 leerlingen. De bur-<br />

gemeester heb ik dit gebrek aangewezen en op de<br />

vergrooting en verbetering van hetzelve aangedron-<br />

gen met dat goed gevolg, dat er sedert een plan en<br />

bestek voor een geheel nieuw lokaal is gemaakt. […]<br />

De onderwijzer L. de Meijer is niet vrij te spreken van<br />

pedanterie. Hij is anders een vrij goed onderwijzer<br />

[...] Het grootste gebrek bestond hierin, dat hij de<br />

kunst niet verstond om alle de leerlingen gelijktijdig<br />

nuttig bezig te houden. Vandaar, dat er geen genoeg-<br />

zame stilte heerschte en gevolgelijk de vorderingen<br />

niet zo groot waren als zij anders zouden zijn.’<br />

Wijk bij Duurstede<br />

1 2<br />

‘Des avonds van 5 tot 7 uren, werd hier onderwijs<br />

gegeven voor de armenkinderen in lezen, schrijven en<br />

rekenen. Zij lazen vrij goed, zongen zeer goed en<br />

scheven alleen op leitjes uit zuinigheid. Ik telde er<br />

40 doch ’s winters klimt hun getal tot 200. Voor dit<br />

onderwijs draagt het RC Armbestuur bij ƒ 75,– het<br />

Gereformeerde ƒ 30,– het Israëlische ƒ 15,–’<br />

Er was geen leerplicht, veel kinderen moesten ’s zomers<br />

werken om bij te dragen in het inkomen van de familie,<br />

er moest schoolgeld betaald worden, de klassen waren<br />

groot omdat alle leeftijdsgroepen bijeen zaten, er werden<br />

verschillende lesmethoden gebruikt, er was geen<br />

opleiding voor de onderwijzers en de gebouwen waren<br />

soms ronduit ongeschikt.<br />

Op al deze terreinen vond in ruim anderhalve eeuw<br />

sinds 1840 een enorme ontwikkeling plaats.<br />

Informatie daarover is te vinden in tal van bronnen:<br />

schoolarchieven, gemeentearchieven en kloosterarchieven.<br />

Ze kunnen ons helpen om te laten zien hoe<br />

f o t o : J o r d a a n E v e r h a r d v a n R h e d e n g e e f t a a r d r i j k s -<br />

k u n d e l e s , 1 6 . f o t o 1 0 : D e K r o m m e N i e u w e g r a c h t i n<br />

U t r e c h t m e t l i n k s d e t o e g a n g s p o o r t v a n d e L a t i j n s e S c h o o l ,<br />

d e S t . H i e r o n y m u s s c h o o l , 1 4 4 . H e t h u i d i g e S t e d e l i j k e<br />

G y m n a s i u m i s d e o p v o l g e r v a n d e z e L a t i j n s e s c h o o l .<br />

f o t o 1 1 : S c h r i j f o e f e n i n g v a n D i r k v a n T i n t e r e n , e l f j a a r<br />

o u d , l e e r l i n g v a n d e D i a c o n i e s c h o o l a a n d e Wa t e r s t r a a t t e<br />

U t r e c h t , 1 . f o t o 1 2 : M e v r o u w M . J . F r a n k e n - C o s t e r h i e l d<br />

v a n a f 1 0 6 t o t a a n h a a r d o o d i n 1 1 4 i n h a a r w o n i n g a a n<br />

d e B r u g s t r a a t i n U t r e c h t e e n b i j z o n d e r e f r ö b e l s c h o o l .<br />

het onderwijs geworden is wat het nu is – in welke<br />

historische ontwikkelingslijn het past. En dat draagt<br />

weer bij om het heden te begrijpen.<br />

Natuurlijk zijn veel van die bronnen inmiddels bestudeerd,<br />

er zijn boeken en artikelen volgeschreven over<br />

de ontwikkeling van het onderwijs, over schoolbezoek<br />

en leerplicht, over gebouwen, over didactische ontwikkeling,<br />

over bijzondere schoolmeesters enzovoort.<br />

Toch is het is belangrijk dat de oorspronkelijke bronnen<br />

er zijn en dat ze goed toegankelijk zijn. Omdat<br />

elke tijd, elke generatie zijn eigen vragen stelt aan de<br />

geschiedenis en die ook moet kunnen blijven stellen.<br />

De vragen die in de jaren ’30 van de twintigste eeuw<br />

– midden in de verzuiling en nog maar twee decennia<br />

na de officiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder<br />

onderwijs – werden gesteld over de ontwikkeling van<br />

de bijzondere scholen, om maar een voorbeeld te<br />

noemen, waren hele andere dan wij nu zouden stellen<br />

in een tijdvak dat het bijzonder onderwijs een steeds<br />

gevoeliger thema lijkt te worden in het publieke debat.<br />

Op 19 december 2005 werd het eerste exemplaar van<br />

de nieuwe onderzoeksgids Scholen Stichten, het elfde<br />

deel van de serie ‘Trajecten door <strong>Utrecht</strong>’, aangeboden<br />

aan mr. drs. C. Kervezee, de Inspecteur-generaal<br />

van het Onderwijs. De gids is te koop bij Het <strong>Utrecht</strong>s<br />

Archief voor € 4,50.<br />

Tevens werd bij deze gelegenheid het archief van de<br />

<strong>Utrecht</strong>se Schoolvereniging (1919-1981) officieel overgedragen<br />

aan Het <strong>Utrecht</strong>s Archief. Hierdoor beschikt<br />

Het <strong>Utrecht</strong>s Archief over interessant materiaal voor<br />

onderzoekers die zich bezighouden met de geschiedenis<br />

van het lagere-schoolonderwijs in <strong>Utrecht</strong>. Het<br />

archief bevat niet alleen documenten, maar ook vele<br />

foto’s die uitgebreid zijn beschreven. •<br />

2 3


M a a r t e n L e m m e n s<br />

Er kunnen velerlei steekhoudende redenen<br />

zijn waarom er in een bepaalde omgeving<br />

bijgebouwd of juist afgebroken moet worden.<br />

aktief<br />

www.heemsc<br />

Beter te vroeg gemeld dan te laat getreurd<br />

Regelmatig wordt ons gevraagd om onze mening over<br />

een bepaalde kwestie te geven. Over toekomstige<br />

nieuwbouw of mogelijke sloop van meestal al wat<br />

oudere objecten, aanleg van wegen in een landelijk<br />

gebied, dijkverzwaringen, kortom, ingrepen die het<br />

aanzicht van een bepaalde plek in een stad of land-<br />

schap vaak ingrijpend en permanent zullen veranderen.<br />

Helaas is het nog vaak zo dat we pas op de hoogte<br />

raken van op stapel staande projecten als die al in<br />

een vergevorderd stadium verkeren. Dan zijn er al<br />

contracten getekend, afspraken gemaakt en plannen<br />

vastgesteld waar procedureel geen speld meer tussen<br />

te krijgen valt. De zaak is al grotendeels in kannen en<br />

kruiken, en onze suggesties en bezwaren worden dan<br />

als mosterd na de maaltijd afgeserveerd.<br />

Het is voor onze beschermingstaak van essentieel<br />

belang om zo vroeg mogelijk op de hoogte te zijn van<br />

toekomstige planologische ingrepen, willen we er nog<br />

enige invloed op kunnen uitoefenen. En daar hebben<br />

we ook uw hulp hard bij nodig. Want als lezer van dit<br />

blad heeft u een meer dan gemiddelde belangstelling<br />

voor cultuur en historie. Vaak bent u als inwoner van<br />

een bepaalde plaats, via de regionale pers of persoonlijke<br />

contacten, beter op de hoogte van wat er in uw<br />

regio gaande is dan wij als commissie, met de hele<br />

provincie als ons werkterrein.<br />

Gelukkig krijgen we al regelmatig meldingen binnen,<br />

onder meer via onze website. We willen u vragen dat<br />

te blijven doen, want alleen als we tijdig op de hoogte<br />

zijn, kunnen we ons beschermingswerk slagvaardig en<br />

met resultaat blijven doen.<br />

Heemschut<br />

Bouwplannen Hervormd Centrum<br />

in Eemnes gewijzigd<br />

Door J. van Doorn, Bilthoven<br />

De plannen voor de bouw van het Hervormd Centrum<br />

in het beschermde dorpsgezicht van Eemnes, waarover<br />

we in het vorige nummer verslag hebben gedaan,<br />

zijn vooralsnog in de ijskast verdwenen. Dit komt<br />

omdat het nieuwe gemeentehuis op een andere<br />

locatie gebouwd zal worden, namelijk aan de<br />

Zuidersingel, dicht bij het bedrijventerrein.<br />

De Rabobank blijft op dezelfde locatie waar verder<br />

de nieuwbouwplannen voor winkels en bovengelegen<br />

woningen zullen worden gerealiseerd. Het achter<br />

de huidige Rabobank gelegen Hervormd Centrum<br />

vormt daar op zich geen belemmering meer voor.<br />

Het is echter merkwaardig dat de wethouder wel<br />

vasthoudt aan de door de gemeenteraad bekrachtig-<br />

de grondruil met de Hervormde Kerk. Waakzaamheid<br />

blijft dan ook geboden, om te voorkomen dat het<br />

huidige plan alsnog wordt uitgevoerd.<br />

Beschermde status Prins Hendrikpark in<br />

Baarn stap dichterbij<br />

De verantwoordelijke wethouder liet ons telefonisch<br />

weten dat de status ‘Beschermd Dorpsgezicht’<br />

inmiddels is aangevraagd. Zij heeft toegezegd haar<br />

ambtenaren te laten uitzoeken in welke fase de aan-<br />

vraag verkeert. Heemschut heeft toegezegd te willen<br />

aandringen op een vlotte goedkeuringsprocedure in<br />

verband met aanwezige nieuwe bedreigingen van het<br />

gebied in de vorm van nieuwbouwplannen.<br />

2 4 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


D e B i l t<br />

hut.nl/utrecht<br />

Nieuwbouwplannen in het oude dorp De Bilt<br />

Door een samenloop van omstandigheden zijn in het<br />

gebied rond de recent aangelegde rotonde Blauwkapelseweg/Burgemeester<br />

de Withstraat, Hessenweg en<br />

Bilthovenseweg drie bouwplannen aan de orde, te<br />

weten: ter plaatse van de huidige vestiging van het<br />

Schilderbedrijf van Doorn aan de Burgemeester de<br />

Withstraat, de Rabobanklocatie aan de Burgemeester de<br />

Withstraat/hoek Bilthovenseweg en de locatie autobedrijf<br />

Van Rooij aan de Hessenweg. Door het College is<br />

een stedenbouwkundige visie opgesteld die zonder<br />

meer teleurstellend genoemd mag worden. Het huidige<br />

bestemmingsplan, de welstandsnota en de aanwijzing<br />

tot beschermd dorpsgezicht zijn met grote zorg<br />

opgesteld. Men zou dus mogen verwachten dat de<br />

stedenbouwkundige visie hierop zou aansluiten. Dit is<br />

echter niet het geval. De bezwaren richten zich tegen<br />

de massaliteit van de bouwplannen en tegen het feit<br />

dat de ontwerpen niet passen bij de aanwezige bebouwing.<br />

De gemeenteraad heeft vooralsnog haar goedkeuring<br />

aan de plannen onthouden en bij het College<br />

aangedrongen om de omwonenden en overige inwoners<br />

de kans te geven hun meningen te geven.<br />

Verbreding dreigt voor Kamerikse Wetering<br />

Door H. Kuiper, Kamerik<br />

Eind 2004 berichtten we over plannen om de<br />

Kamerikse Wetering ernstig aan te tasten door het<br />

storten van vervuild baggerslib achter schoeiingen<br />

langs de oevers. Na heftige protesten zijn deze plan-<br />

nen afgeblazen, maar recentelijk is het Woerdense<br />

gemeentebestuur met nieuwe plannen gekomen.<br />

Wederom wordt voorgesteld langs grote delen van<br />

de wetering schoeiingen aan te brengen en de oevers<br />

aanzienlijk te verbreden. Ditmaal wordt de verkeersveiligheid<br />

op de wegen langs de wetering als reden<br />

voor de plannen genoemd. Wij zijn in overleg met<br />

het gemeentebestuur en het Dorpsplatform Kamerik<br />

om de veel te drastische plannen tot redelijke proporties<br />

bijgesteld te krijgen.<br />

In kort bestek<br />

Protest tegen sloopvergunning villa de Varenkamp<br />

in De Bilt<br />

De RIVM heeft een sloopvergunning aangevraagd<br />

voor de op haar terrein gelegen villa De Varenkamp.<br />

Het genoemde gebouw vormt een belangrijk onderdeel<br />

van de cultuurhistorische geschiedenis van de<br />

gemeente De Bilt. Restauratie en hergebruik zijn goed<br />

mogelijk.<br />

In beroep tegen aanleg parkeergarage<br />

Lucas Bolwerk <strong>Utrecht</strong><br />

Er wordt beroep ingesteld bij de Raad van State<br />

tegen de uitspraak van de rechtbank <strong>Utrecht</strong> inzake<br />

de monumentenvergunning Lucas Bolwerk. Al lange<br />

tijd maken veel natuur- en cultuurliefhebbers bezwaar<br />

tegen de aanleg, die zowel nadelig zou zijn voor de<br />

Stadssschouwburg van Dudok als voor het naastgelegen<br />

Zocherpark. •<br />

Wilt u reageren, dan kunt u schrijven naar onze secretaris, dhr. H. Kuiper, Mijzijde 49, 3471 GP, Kamerik of mailen naar kuiper.duijnker@wxs.nl.<br />

Of bezoek onze website op www.heemschut.nl/utrecht. U kunt ook bellen naar ons landelijk kantoor op 020- 622 52 92.<br />

2


2 6<br />

N a t a l i e J o o s t e n<br />

Klompen<br />

Landschapsbeheer <strong>Utrecht</strong> ontwikkelt wandelroutes onder de naam klompenpaden. Klompen-<br />

paden zijn rondwandelingen door het agrarische cultuurlandschap, die zoveel mogelijk<br />

over historisch tracé gaan. De lengte van een klompenpad ligt tussen de 3 en 1 kilometer.<br />

Wanneer mogelijk wordt bij wandelroutes langer dan 10 kilometer ook een ‘doorsteekroute’<br />

gecreëerd waardoor de wandelroute ook verkort kan worden gelopen.<br />

Waarom klompenpaden?<br />

Landschapsbeheer <strong>Utrecht</strong> neemt vaak het initiatief<br />

voor de ontwikkeling van klompenpaden en zoekt<br />

samenwerking. Het landelijk gebied is voor de bewo-<br />

ners en recreanten vaak matig ontsloten. Zeker in de<br />

gebieden waar in de jaren ’60 en ’70 ruilverkaveling is<br />

uitgevoerd, zijn veel karakteristieke landschapsele-<br />

menten, onverharde voetpaden en landwegen verdwe-<br />

nen. Door deze paden te herstellen, krijgen bewoners<br />

en recreanten de kans om het cultuurlandschap en de<br />

geschiedenis hiervan actief te beleven. En zullen deze<br />

daardoor nog meer gaan waarderen.<br />

Klompenpaden zijn historische paden en zien er dus<br />

anders uit dan een gewoon natuurpad. Het kunnen<br />

oude kerkenpaden zijn. Maar ook jaagpaden die langs<br />

een beek liepen waar vroeger boten doorheen getrok-<br />

ken werden. Voor een deel bestaan die paden nog.<br />

Landschapsbeheer <strong>Utrecht</strong> probeert ze weer toegankelijk<br />

te maken en waar nodig is de ontbrekende delen<br />

te herstellen.


paden<br />

Historische wandelroutes door het boerenland<br />

D e o p e n i n g s w a n d e l i n g v a n h e t<br />

D a s h o r s t e r p a d b i j Wo u d e n b e r g ,<br />

i n d e z o m e r v a n 2 0 0 .<br />

2


Vo o r a a n l o p e n ( z o a l s d a t h o o r t o p k l o m p e n ) b u r g e m e e s t e r J . J . H . C o l i j n - R a a t v a n<br />

S c h e r p e n z e e l , e n d i r e c t n a a s t h a a r m w. H . H i n e v a n L a n d s c h a p s b e h e e r U t r e c h t .<br />

H e t D a s h o r s t e r p a d l o o p t t u s s e n Wo u d e n b e r g e n S c h e r p e n z e e l .<br />

Klompen aan, rugzak op en gaan!<br />

Historische paden en wegen inventariseren<br />

Voordat een Klompenpad ontwikkeld kan worden,<br />

is het van belang een globale inventarisatie te maken<br />

van de historische voetpaden in het gebied die voor<br />

herstel in aanmerking komen. Voor de inventarisatie<br />

wordt veelal gebruik gemaakt van historisch kaartmateriaal<br />

van omstreeks 1900 (de Chromotopografische<br />

kaart des Rijks, 1:25.000). Bij de keuze voor dit kaartmateriaal<br />

speelt de betrouwbaarheid, de ouderdom,<br />

de verwerkbaarheid van de daarop voorkomende<br />

gegevens en de leesbaarheid een belangrijke rol. Het<br />

gehele buitengebied van de gemeente wordt geïnventariseerd.<br />

De historische voetpaden zijn ingetekend<br />

op een recente topografische ondergrondkaart, zodat<br />

gelijk zichtbaar is wat nog aanwezig is en wat niet.<br />

Ook de landwegen uit die tijd zijn ingetekend, omdat<br />

anders vaak onduidelijk is waar de voetpaden naar toe<br />

liepen. Bovendien kunnen ook deze landwegen interessant<br />

zijn voor herstel. Het onderzoek is tijdrovend,<br />

maar de resultaten zijn dikwijls verrassend, vooral op<br />

de zandgronden, waar het vroeger wemelde van de<br />

paden. Het resultaat is een recente topografische<br />

kaart (1:25.000) van de gemeente, waarop alle verdwenen<br />

en nog aanwezige historische voetpaden en landwegen<br />

zijn ingetekend.<br />

Historische wandelroute(s) ontwerpen<br />

Om tot een goed wandelroute-ontwerp te komen<br />

wordt onderzocht welke wandelroutes er al bestaan in<br />

het gebied. Door al deze bestaande wandelroutes in<br />

het gebied op kaart in te tekenen, krijgen we een goed<br />

overzicht waar het tot nu toe ontbreekt aan wandelroutes.<br />

Deze kaart koppelen we aan de inventarisatiegegevens<br />

van historische paden en wegen, zodat er<br />

een overzichtskaart ontstaat waarop bestaande wandelroutes<br />

en verdwenen historische structuren staan.<br />

Deze kaart wordt aan de projectgroep voorgelegd.<br />

Lokale kenners weten vaak meteen of iets interessant<br />

is of niet en of er een grondeigenaar is die zeker niet<br />

wil meewerken. Samen met de projectgroep worden<br />

de wandelmogelijkheden onderzocht, waarbij ontbrekende<br />

schakels in het wandelroute-ontwerp zoveel<br />

mogelijk door herstel van historische paden moet<br />

worden opgelost. Natuurlijk moet het eerste ontwerp<br />

2 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


O n d e r w e g w o r d e n d e w a n d e l a a r s g e t r a c t e e r d o p e e n o p t r e d e n v a n d e v o c a l g r o u p B e J a z z l d .<br />

H e t e e r s t e k l o m p e n p a d , d a t b i j L e u s d e n , w e r d g e o p e n d i n t r a d i t i o n e l e k l e d i j .<br />

B i j d e a a n l e g v a n d e p a d e n w o r d e n s o m s o o k b r u g g e t j e s a a n g e l e g d .<br />

na inschatting van de succeskansen door de project-<br />

groep in het veld beter worden bekeken. Daar komen<br />

de wandelroute-ideeën tenslotte pas echt tot leven en<br />

kunnen we de ideeën aan een aantal belangrijke<br />

aspecten toetsen.<br />

Grondeigenaren en vrijwilligers<br />

Klompenpaden gaan vaak over stukken grond van<br />

particuliere eigenaren die graag meewerken aan de<br />

openstelling van hun grond. Zij krijgen hiervoor<br />

uiteraard wel een vergoeding. Ook vrijwilligers, van<br />

historische kringen, wandelverenigingen of andere<br />

geïnteresseerden spelen een grote rol bij het opzetten<br />

en opstellen van de routes. Kortom: zonder deze<br />

enthousiaste mensen zou het niet mogelijk zijn om<br />

de paden tot een succes te maken. Een van de vrijwilligers<br />

is bijvoorbeeld Catharina Ploeg van Hoeve de<br />

Beek in Woudenberg. Toen ze in contact kwam met<br />

Landschapsbeheer <strong>Utrecht</strong> werd ze gelijk heel enthousiast<br />

over het klompenpad. ‘Wij vinden dat je best een<br />

ander mag laten meegenieten van de mooie plek waar<br />

wij wonen’. Maar daar bleef het niet bij. ‘Een pad<br />

opzetten gaat meestal nog wel maar het onderhouden<br />

kost veel meer tijd en moeite. Ik ben nu coördinator<br />

van alle vrijwilligers die zich inzetten voor het onderhoud<br />

aan het Oudenhorsterpad en het Broekerpad.<br />

Het kost veel tijd en geregel, maar het contact met<br />

allerlei soorten mensen is nou eenmaal iets wat mijn<br />

man en ik heel leuk vinden’.<br />

De routes<br />

Er zijn inmiddels negen klompenpaden:<br />

Broekerpad (5 km), Oudenhorsterpad (6 km),<br />

Snorrenhoefpad (9 km) en het Schutpad (3,5 km),<br />

Dashorsterpad (12 km), Het Derde Erf (9 km),<br />

Breeschoterpad (6 km) en Daatselaarsepad (14 km)<br />

en het Aderwinkelpad (12 km). Folders van deze<br />

Klompenpaden zijn onder andere verkrijgbaar bij de<br />

VVV’s in de regio en bij de startpunten van de routes.<br />

Meer informatie over deze routes kunt u vinden op:<br />

www.landschapsbeheerutrecht.nl. Dit jaar gaan we<br />

verder met het uitbreiden van het aantal wandelmogelijkheden<br />

in de provincie <strong>Utrecht</strong>. Er staan nog<br />

twee klompenpaden gepland in Loenen en Eemnes. •<br />

2


R e n é d e K a m<br />

Nieuw licht<br />

op <strong>Utrecht</strong>s Donkere Eeuwen<br />

Dat het archeologisch onderzoek in Leidsche Rijn veel spectaculaire vondsten uit de<br />

Romeinse periode heeft opgeleverd, is zo langzamerhand wel aan een ieder bekend. Dat<br />

er ook veel moois uit de vroege Middeleeuwen is gevonden, heeft tot nu toe minder in<br />

de spotlights gestaan.<br />

l i n k s : Tw e e z e v e n d e - e e u w s e g o u d e n h a n g e r s , d i e z i j n i n g e l e g d m e t r o o d a l m a n d i j n e n g r o e n g l a s .<br />

r e c h t s b o v e n : E e n b r o n z e n s l e u t e l u i t 0 - 0 . r e c h t s o n d e r : E e n v o g e l f i b u l a u i t 4 - 0 . ( Fo t o ’s H a n s L ä g e r s )<br />

Een kleine tentoonstelling in het Centraal Museum<br />

moet daar als eerste verandering in brengen. Naast<br />

de al eerder getoonde achtste-eeuwse schat van 121<br />

kleine zilveren muntjes (sceatta’s), die in 2004 op de<br />

Hoge Woerd is gevonden, zijn er in Projectkamer 3<br />

nog enkele andere bijzondere vroegmiddeleeuwse<br />

voorwerpen te zien. Zoals een ijzeren zwaard (sax),<br />

dat tussen 650-750 gedateerd is, een bronzen<br />

schrijfstift (550-700), een bronzen sleutel (750-850),<br />

een kledingspeld (fibula) in de vorm van een vogel<br />

(475-550) en een kam gemaakt van gewei (575-750).<br />

Spectaculair zijn twee zevende-eeuwse gouden hangers,<br />

die zijn ingelegd met rood almandijn en groen<br />

glas, en een gouden munt (tremissis) uit omstreeks<br />

620-670. Deze vondsten zijn in 2005 gedaan bij een<br />

opgraving langs de rijksweg A2. Het blijkt dat daar<br />

tussen 550 en 750 een tot nu toe geheel onbekende<br />

maar vrij grote nederzetting heeft gelegen! •<br />

Nieuw licht op <strong>Utrecht</strong>s Donkere Eeuwen is te zien vanaf eind februari tot juni 2006 in Projectkamer 3 van het Centraal Museum.<br />

3 0 g m k w a d r a a t n u m m e r 1 l e n t e 2 0 0 6


H e n k J a n s e n<br />

Van ruïne tot kasteel<br />

Sinds 2001 zijn het kasteel en het park De Haar in restauratie. Het werk<br />

aan het rijksmonument is de grootste restauratie van Nederland van de<br />

afgelopen jaren. Ries Leijen van de afdeling Monumenten van de gemeente<br />

<strong>Utrecht</strong> is al jaren zeer nauw betrokken bij dit complexe restauratiewerk.<br />

Restauratie van ‘kanjer’<br />

kasteel De Haar<br />

Kort gezegd is het familie-eigendom van baron<br />

Etienne baron van Zuylen van Nijevelt een ruïne van<br />

een middeleeuws kasteel als aan het eind van de<br />

negentiende eeuw de plannen ontstaan er weer een<br />

bewoonbaar en representatief kasteel van te maken.<br />

De grondlegger van de Nederlandse monumenten-<br />

zorg, Victor de Stuers, adviseert de baron de befaamde<br />

architect Pierre Cuypers de plannen te laten maken.<br />

In 1893 start het werk, dat niet de geplande drie, maar<br />

uiteindelijk ruim twintig jaar gaat duren. Het dorp<br />

Haarzuilens wordt verplaatst, alleen de middeleeuwse<br />

dorpskerk blijft bestaan als onderdeel van een park.<br />

Plannen voor herstel<br />

Ries Leijen: ‘De noodzaak van de grootschalige restauratie<br />

en de instandhouding op lange termijn waren<br />

in de jaren na 1990 aanleiding kasteel en park onder<br />

te brengen in een stichting. De familie Van Zuylen van<br />

Nijevelt en de Vereniging Natuurmonumenten werden<br />

samen, elk voor de helft, eigenaar in deze stichting.<br />

Natuurmonumenten verwierf bovendien het omliggende<br />

landgoed.’<br />

Restauratie van park en kasteel<br />

De restauratie van het park startte in 2001. De kapel,<br />

de bruggen, poorten, hekken, alle tuinornamenten,<br />

het ‘Grand Canal’ en het stalpleincomplex zijn inmiddels<br />

aangepakt.<br />

De restauratie van het kasteel zelf is een verhaal apart.<br />

Sinds de nieuwbouw en completering van het kasteel<br />

door Cuypers zakt het gebouw. Leijen: ‘Het staat op<br />

een soort eiland van zachte grond, waardoor het<br />

kasteel wegzakt. Een oplossing met een ring van<br />

betonnen palen om het hele eiland blijkt niet afdoen-<br />

de, door verandering van de waterhuishouding.<br />

Die moet weer verbeterd worden. En een nieuwe<br />

fundering moet de verdere verzakking van de loodzware<br />

Riddertoren tegengaan.’<br />

Restauratie van park en kasteel kosten samen zo’n<br />

€ 40 miljoen. Ongeveer € 8,5 miljoen is inmiddels<br />

afkomstig uit een ‘kanjerregeling’ voor rijksmonumenten.<br />

Er is nog flink wat extra subsidie nodig om de<br />

restauratie te voltooien. Daarna moeten de inkomsten<br />

van 200.000 bezoekers per jaar zorgen voor een<br />

sluitende exploitatie. •<br />

f o t o b o v e n : S t a a t s s e c r e t a r i s M e d y v a n d e r L a a n o v e r h a n d i g t<br />

e e n c h e q u e a a n b e s t u u r s l i d v a n d e S t i c h t i n g K a s t e e l D e H a a r<br />

J . Ve r a a r t . i n z e t j e o n d e r : O m v e r d e r w e g z a k k e n e n h e t s c h e u r e n<br />

v a n d e m u r e n t e v o o r k o m e n i s e r t i j d e l i j k e e n g r o t e s t e u n -<br />

c o n s t r u c t i e g e p l a a t s t . g r o t e f o t o : K a s t e e l D e H a a r i n 2 0 0 .<br />

3 1<br />

( Fo t o ’s : R i e s L e i j e n )


F r e d Vo g e l z a n g<br />

4 nieuwe<br />

Boeken<br />

de bezoekers hun naam achterlieten en zo weten we dat ook Anna<br />

Het lijkt wel een heel vroeg voorschot op het thema van Open<br />

Monumentendag dit jaar, ‘Feesten’, het boek dat amateur-histo-<br />

ricus Jan Heemstra schreef over de geschiedenis van de oranje-<br />

feesten in Driebergen-Rijsenburg. De echte aanleiding was het<br />

dertigjarig bestaan van de lokale oranjevereniging, maar die had<br />

diverse voorgangers die al vanaf 1900 feesten organiseerden op<br />

hoogtijdagen van het koninklijk huis. De auteur steekt zijn voor-<br />

keuren niet onder stoelen of banken waardoor het boekje een<br />

persoonlijke toon krijgt. Door chronologische beschrijvingen van<br />

de diverse oranjefestiviteiten dreigt het gevaar van herhaling, maar<br />

het lukt de auteur om alle aubades, optochten, kermisattracties en<br />

ringsteekwedstrijden in een breder kader te plaatsen. Zo blijkt de<br />

verzuiling een steeds groter stempel op de feesten te drukken: niet<br />

alleen ontstaan er aparte organisatiecomités, maar zelfs de school-<br />

kinderen vieren per religie gescheiden. De oranjeliefde maakt een<br />

golfbeweging door, dat maakt althans dit boekje duidelijk. Er is ook<br />

verschil tussen het meer volkse vermaak zoals dat door de mid-<br />

denstand wordt georganiseerd en de volksverheffing die de deftige<br />

heren van de omringende buitenplaatsen proberen te stimuleren.<br />

Over buitenplaatsbewoners gaat het boekje van Frieda Heijkoop,<br />

Drie dagen Vollenhoven. De auteur wil hiermee een aanzet doen<br />

tot een diepgravende geschiedenis van deze buitenplaats tussen<br />

De Bilt en Zeist en heeft daartoe drie belangrijke momenten uit<br />

het verleden van Vollenhoven genomen. Die worden aan elkaar<br />

gebreid door korte algemene beschrijvingen. De eerste datum<br />

betreft de aankoop van een stuk grond door de priorin van het<br />

nabijgelegen klooster Oostbroek. In de daarbij horende notariële<br />

akte uit 1502 wordt voor het eerst de naam Vollenhoven gebruikt,<br />

toen nog een boerderij die ook tot een klooster behoorde, namelijk<br />

Oostbroek. Voor de tweede datum kan Heijkoop terugvallen op<br />

een uniek document, een brief van Johanna Fagel aan een goede<br />

vriendin. Johanna Fagel is net samen met haar man de nieuwe<br />

eigenaar geworden van Vollenhoven, inmiddels uitgegroeid tot<br />

een heuse buitenplaats en in de brief schrijft zij lyrisch over haar<br />

nieuwe bezit. Dit geeft niet alleen een blik op het buitenplaats zelf,<br />

maar ook in de beleving van de achttiende-eeuwse bewoners. De<br />

volgende sprong in de tijd is wat kleiner: in 1833 bezit de oud gou-<br />

verneur-generaal van Nederlands-Indië Godert van der Capellen de<br />

buitenplaats, waar hij een kostelijke verzameling rariteiten heeft<br />

ondergebracht. Van heinde en verre komen mensen zijn exotica<br />

bekijken. Grappig genoeg zijn de boeken bewaard gebleven waarin<br />

Paulowna, de vrouw van Willem II, een van de gasten was.<br />

Hans Buiter is een historicus die er al eerder blijk van gaf een<br />

afwijkende belangstelling te hebben. Zo schreef hij boeken over<br />

de geschiedenis van een verkeersplein en van een winkelcentrum.<br />

Het verbaast dan ook niet dat zijn proefschrift ook geen gebaande<br />

paden betreedt: onderwerp daarvan ligt al besloten in de titel: Riool,<br />

rails en asfalt. Buiter bestudeert daarin de invloed die de aanleg van<br />

infrastructuur heeft op het wegennet in de vier grote Nederlandse<br />

steden. Hij neemt telkens een drukke straat of bekend plein en<br />

bekijkt de ontwikkelingen van de ordening en gebruik van die stra-<br />

ten, onder invloed van nieuwe technologieën als electriciteit, trams<br />

en bussen, auto’s en riolering. Voor <strong>Utrecht</strong> bestudeert hij het<br />

Vredenburg. Dat was aanvankelijk vooral een veemarkt, met als pro-<br />

bleem dat het vooral via nauwe straatjes bereikbaar was. De koeien<br />

die er door heen gedreven werden vormden een obstakel voor aan<br />

te leggen tramlijnen en het vuil dat een veemarkt achterliet maakte<br />

van Vredenburg alles behalve een net plein. Stedelijke hygiëne was<br />

een belangrijke stimulans voor veranderingen in de steden, maar<br />

verbreden van straten zou ook leiden tot betere bereikbaarheid.<br />

Plannen te over om het Vredenburg beter te ontsluiten, aanvan-<br />

kelijk door verbreding van de Drieharingsteeg en dan een nieuwe<br />

brug over de Oudegracht naar het Neude, maar later een wijziging<br />

van de Lange Viestraat en Potterstraat. Dit soort informatie maakt<br />

duidelijk waarom dus de Drieharingsteeg halverwege smaller wordt:<br />

toen werd gestopt met de uitkoop van eigenaars en het slopen van<br />

panden voor de verbreding. Vergeleken met de andere steden liep<br />

<strong>Utrecht</strong> niet voorop met vernieuwingen en Buiter laat ook zien dat<br />

niet altijd de technische ontwikkeling oorzaak waren van ingrepen<br />

in het stadsbeeld: de ontsluiting van het Vredenburg richting Neude<br />

moest decennia wachten op de uitvoering en kreeg vooral een<br />

impuls door de vestiging van de Jaarbeurs op het plein.<br />

Een serie foto’s van Amersfoorts industrieel erfgoed lag aan de basis<br />

van Amersfoort en de industrie. Steeds begint een thema, zoals han-<br />

del, fabrieken, infrastructuur en spoorwegen, met een korte histori-<br />

sche inleiding, die wordt gevolgd door foto’s met lange bijschriften.<br />

Op die manier maakt de lezer een soort wandeling door industrieel<br />

Amersfoort en blijken sommige panden een onverwacht verleden te<br />

hebben als pakhuis of fabriek. Een handige kaart achterin maakt het<br />

daadwerkelijk mogelijk langs al deze panden te wandelen.<br />

• Hans Buiter, Riool, rails en asfalt. 80 jaar straatrumoer in vier<br />

Nederlandse steden (Zutphen 2005) isbn 9057304066<br />

• Jan Heemstra, Goeie lieve tijd. 100 jaar Oranje en Oranjefeesten<br />

in Driebergen-Rijsenburg (Driebergen-Rijsenburg 2005)<br />

isbn 10-0980790168<br />

• F. Heijkoop, Drie dagen Vollenhoven, een kort overzicht van<br />

de geschiedenis van landgoed Vollenhoven in De Bilt (<strong>Utrecht</strong>-<br />

De Bilt 2005)<br />

• Tjeerd Jansen en Michiel Kruidenier, Amersfoort en de industrie.<br />

Een zoektocht naar het industriële verleden van Amersfoort<br />

(Amersfoort 2005) isbn 9081029614

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!