09.03.2022 Views

Intersentia Catalogus 2022

Onze nieuwe juridische en bedrijfseconomische uitgaven voor 2022 afgewisseld met interessante bijdragen.

Onze nieuwe juridische en bedrijfseconomische uitgaven voor 2022 afgewisseld met interessante bijdragen.

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Algemeen

contractenrecht

Handboek voor nu en straks

Ignace Claeys en Thijs Tanghe

Openbare

financiën

Openbare financiën

Theorie en praktijk in België

Frank Naert

Koen Algoed

John Crombez

Theo Jans

ZEVENDE HERWERKTE EDITIE

TWEEDE EDITIE

Intersentia

Catalogus

2022

RECHT & BEDRIJF


Voorwoord

Inhoud

Beste lezer,

Met trots presenteren wij u hierbij de nieuwste versie van onze

Intersentia-catalogus.

Deze catalogus loodst u vooreerst thematisch door ons aanbod

in de diverse rechtstakken, waarna ook onze boeken voor het

bedrijf aan bod komen. U vindt telkens een korte inhoud, alsook

relevante achtergrondinformatie in de vorm van artikelen en

interviews met enkele auteurs.

Nieuwe wetgeving gaf aanleiding tot enkele nieuwe handboeken,

die een onmisbaar instrument zijn voor rechtspractici.

Zo onder meer het Handboek Goederenrecht van Nicolas Carette

en Ruud Jansen, alsook het Handboek Algemeen contractenrecht

van Ignace Claeys en Thijs Tanghe. Ook van het Handboek

Bouwrecht zal in 2022 de langverwachte nieuwe editie verschijnen.

Tevens zullen de drie delen van het Handboek Estate

Planning volledig geactualiseerd worden.

U vindt in deze catalogus verder de jaarlijkse edities van onder

meer De Larcier Wetboeken en het Vademecum Vennoot schapsbelasting,

alsook uitgaven die hulde brengen aan vooraanstaande

juristen zoals Jean-Pierre Blumberg en Anne-Marie

Van den Bossche. Opnieuw mochten wij ook enkele interessante

proefschriften uitgeven.

Kortom, een zeer breed gamma aan publicaties, waarmee we u

als kennispartner graag blijven ondersteunen.

Tot slot willen wij onze auteurs oprecht bedanken voor hun

niet-aflatende inzet en de aangename samenwerking.

Wij wensen u vanuit het gehele uitgeefteam veel leesplezier toe.

Margit Bal – Charlotte De Belie – Jan De Vries –

Ruth Depraetere – Inge Verbeeck

U kunt al onze titels online bestellen via onze website

www.intersentia.be. Al onze juridische uitgaven zijn ook

digitaal beschikbaar op www.jurisquare.be.

Intersentia Opleidingen

Intersentia organiseert jaarlijks een 50-tal opleidingen

(op locatie of in webinarvorm) met gerenommeerde

academici en experts in verschillende juridische, fiscale

en financiële vakgebieden. Ontdek onze opleidingen

op www.intersentia.be/opleidingen.

Recht 03

Recht algemeen 03

Publiekrecht 08

Reeks Public Law Collection 09

Bestuursrecht 09

Reeks CROW 10

Jurisquare 10

Overheidsopdrachten 11

Energie- en omgevingsrecht 13

Reeks Gezondheidsrecht 14

Privaatrecht algemeen 19

Bouwrecht en vastgoedrecht 19

Goederenrecht Property Law Series 22

Verbintenissenrecht 25

Reeks Contractuele clausules 25

Personen- en familierecht 28

Familiaal vermogensrecht 30

Handboek Estate planning 36

Notariaat 37

Gerechtelijk recht 40

Ondernemingsrecht 50

Insolventierecht 55

Vennootschapsrecht 56

Reeks De vzw & 59

Financieel recht 60

Tijdschriften ondernemingsrecht 63

CiTiP-reeks 64

Intellectuele rechten 65

Reeks Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht 68

Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht 71

Strafrecht 72

Reeks Het misdrijf & 73

Sociaal recht 75

Bibliotheek Sociaal recht 79

Intersentia Opleidingen 80

Fiscale handboeken 81

Fiscaal recht 81

Bibliotheek Fiscaal recht 82

Reeks Grondslagen van het Fiscaal recht 82

Europees en internationaal recht 89

Woordenboeken 91

De Larcier Wetboeken 92

Bedrijf 93

Reeks Handboek boekhouden 93

Bedrijf | Accountancy 94

Bedrijf | Financiering 96

First Software 97

Logistiek management 99

Bedrijf | Business 100

Sociale wetenschappen 100

GoComply 101

Bestelformulier 103

Dit icoontje staat bij titels waarvoor een beoordelingsof

docentenexemplaar kan worden aangevraagd en

waarvoor een aparte studentenprijs geldt.

02 Intersentia Catalogus 2022


Adoptie – Nieuwe adoptie – Meemoeder – Verschil in behandeling op grond van

afstamming – Belang van het kind

GwH 1 februari 2018

Afstamming – Vaderschap – Betwisting – Erkenning – Ontvankelijkheid – Termijn

– Personen die gedagvaard moeten worden

Cass. 3 mei 2018

Echtscheiding – Gevolgen – Definitief karakter – Kracht van gewijsde –

Cassatieberoep – Verwerping – Verkeerde datum in register van de ambtenaar van

de burgerlijke stand

Brussel 28 juni 2016

Bewind – Bewind over de goederen – Transfers van gelden zonder de vereiste machtiging

van de vrederechter – Aansprakelijkheid – Gevolg – Schadevergoeding –

Vergoedende interesten

Gent 26 mei 2016

WEEKBLAD ı VERSCHIJNT NIET IN JULI EN AUGUSTUS ı INTERSENTIA – GROENSTRAAT 31, BE-2640 MORTSEL

AFGIFTEKANTOOR: 3000 LEUVEN 1 ı P706194

Recht algemeen

tijdschrift tijdschrift tijdschrift nieuwe editie

Actualiteit

Meer onderhandelingen in het strafproces:

de wet van 18 maart 2018

B. De Smet

Jaargang 82 – Nummer 1 – 1 september 2018

Doctrine

Verplichte tienjarige

aansprakelijkheidsverzekering of borgstelling

van aannemers, architecten en andere

dienstverleners in de bouwsector

H. Van Ostaeyen

2020-21

Verder in dit nummer onder meer rechtspraak over:

Personen- en familierecht

Rechtskundig Weekblad

Hoofdredactie: W. Rauws

Redactie: J. Baeck,

I. Boone, S. Mosselmans,

P. Popelier, V. Sagaert en

S. Van Overbeke

Het Rechtskundig Weekblad

geeft u een bondig overzicht

van de belangrijkste

rechtspraak. Een ervaren

redactieteam en talrijke

vaste medewerkers staan

in voor een uitgelezen

selectie van rechtspraak.

Daarnaast worden met

behulp van korte en

bondige hoofd artikelen

aangelegenheden behandeld

die van belang zijn

voor de rechts praktijk. Als

online abonnee kunt u het

Rechtskundig Weekblad ook

onbeperkt raad plegen via

www.rw.be en Jurisquare.

Zo heeft u toegang tot alle

artikels sinds jaargang

1996-1997.

Verschijnt wekelijks,

behalve in juli en augustus

ISSN 1782-3463 | 1680 blz.

Prijs jaargang 2021-2022:

print: € 217,30 | online: € 217,30

print + online: € 267,12

studenten: € 80,56

stagiairs: € 149,47

Rechtspraak Antwerpen

Brussel Gent (RABG)

Hoofdredactie: N. Snelders,

H. Van Bossuyt en F. Petillion

Het tijdschrift Rechtspraak

Antwerpen Brussel Gent

(RABG) ontsluit tweemaal

per maand vernieuwende

en interessante rechtspraak

en wetgeving.

Elk nummer is opgebouwd

rond een actueel thema.

Een multidisciplinaire

redactie van ervaren

praktijkjuristen selecteert

de vonnissen en arresten.

Elke uitspraak wordt

voorafgegaan door een

aantal trefwoorden en een

samenvatting, en wordt

gevolgd door een korte

verhelderende noot.

Daarnaast wordt de

vinger aan de pols van de

actualiteit gehouden met

het opvolgen van wetswijzigingen,

prejudiciële vragen

aan het Grondwettelijk

Hof, indexcijfers enz.

Abonnees kunnen RABG

raadplegen in de app

Larcier Journals.

Verschijnt tweewekelijks,

behalve in juli en augustus

ca. 1300 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 321

Arresten van

het Hof van Cassatie

Hoofdredactie: D. Thijs

Arresten van het Hof

van Cassatie bevat alle

arresten van het Hof,

chronologisch geordend,

en met conclusies

en annotaties van het

Openbaar Ministerie.

Het jaarlijks verslag van

het Hof van Cassatie

is inbegrepen in het

abonnement.

Abonnees kunnen

Arresten van het Hof van

Cassatie altijd en overal

raadplegen in de app

Larcier Journals.

Verschijnt tienmaal per jaar

ca. 3000 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2020: € 810

Studentencodex

2021-2022

Ivan Verougstraete en

Edward Forrier (eds.)

Deze wettencollectie

bundelt in drie handige

boekdelen de basiswetgeving

in de voornaamste

rechtstakken (publiekrecht,

privaatrecht, gerechtelijk

recht, internationaal recht,

strafrecht, fiscaal recht,

ondernemingsrecht, sociaal

recht). Door de evenwichtige

en doordachte selectie

is deze Studentencodex niet

alleen een uitermate praktisch

werkinstrument voor

studenten, maar ook voor

elke rechtspraktizijn. De

Studentencodex verschijnt

jaarlijks. Bij aankoop ontvangt

u ook voor één jaar

toegang tot de app Larcier

Code. Daarmee kunt u

steeds de meest actuele

versie van de wetgeving

consulteren, zodat u ook

de wetswijzigingen kunt

opvolgen die verschijnen na

de bijwerkingsdatum van

dit wetboek.

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1363-6

x + 3364 blz. (3 volumes)

paperback | 2021 | € 105

Intersentia Catalogus 2022

03


Recht algemeen

redactioneel

Handboek kunstrecht

Over kunst, recht en kunstrecht

Handboek

kunstrecht

Een juridische schets van het kunstenlandschap

Oliver Lenaerts (ed.)

Naar aanleiding van het verschijnen van het Handboek kunstrecht hadden

we een gesprek met de editor, Oliver Lenaerts. Over wat nu precies kunstrecht

is. Maar ook over kunst en recht, recht en kunst, kunstfinanciering en

de regulering van de kunstmarkt.

Als u spreekt over kunstrecht, welke lading

zit er dan onder deze vlag?

Oliver Lenaerts: “De term ‘kunstrecht’ is

ingeburgerd geraakt op het ritme van

de ontwikkeling van de kunsten. In de

jaren zeventig en tachtig rolde de ‘Artist’s

Reserved Rights Transfer and Sale

Agreement’ van een onafhankelijke pers

in New York. Het was een initiatief van de

innovatieve curator-uitgever van conceptuele

kunst en voormalig handelaar Seth

Siegelaub, waarin hij enkele algemeen

erkende ongelijkheden in de kunstwereld

schetste. Het document bevatte 19 clausules

in zwaar juridisch jargon die beloofden

deze misstanden te verhelpen. Een van de

voorwaarden was het recht van kunstenaars

om tentoonstellingen van hun werk

te weigeren, het recht om te weten wie het

werk heeft gekocht en, het meest controversieel,

het recht om 15 procent van de

wederverkoopwinst op te eisen, waardoor

kunstenaars een stem krijgen in hoe hun

werk wordt gebruikt en een aandeel in de

toekomstige waarde ervan.

Dat was het beginpunt van het ‘kunstrecht’.

Het aankaarten van die problematiek

was voldoende complex om een beroep

te doen op gespecialiseerde vakjuristen.

Sindsdien is kunstrecht een gerespecteerde

discipline geworden en zijn meer en meer

advocaten zich beginnen specialiseren in

de materie naarmate het verband tussen

kunst en recht duidelijker werd. Het

volgrecht is een typisch voorbeeld van een

juridisch mechanisme dat werd uitgedokterd

om te beantwoorden aan de behoeften

die Siegelaub in de jaren zeventig reeds

aankaartte.

Vandaag is kunstrecht een amalgaam

van verscheidene juridische domeinen

die in elkaar vasthaken en die academici,

advocaten en de wetgever hebben aangepast

aan de specifieke noden van de stakeholders

op de kunstmarkt. Experten in kunstrecht

hebben geleerd om traditionele juridische

principes toe te passen op geschillen op de

kunstmarkt en op zakelijke transacties. De

recente oprichting van een arbitragehof

speciaal voor de kunstwereld in Den Haag

bevestigt alleen maar dat de term ‘kunstrecht’

aan belang wint.

Kunstrecht is wel iets anders dan kunst

en recht. Kunst en recht verwijst eerder

naar een kunstpraktijk waarbij kunstenaars

het recht gebruiken als medium voor de

kunst. Op het snijvlak van kunst en recht

vinden kunstenaars inspiratie en nieuwe

manieren om zich uit te drukken met het

recht als middel. Het werk van de hand van

de Italiaan Maurizio Cattelan dat recent

werd verkocht op een kunstbeurs in het

Amerikaanse Miami Beach is een mooi

voorbeeld van de interactie tussen kunst

en recht. Het werk is niet meer of minder

dan een banaan die aan de muur wordt

geplakt met tape. Je vraagt je onmiddellijk

af of een banaan met tape errond werkelijk

een kunstwerk kan zijn. De kunstenaar

ziet het werk vooral als een aanklacht tegen

de doorgedreven financialisering van de

kunstmarkt en heeft net om die reden

gekozen om dit werk op te hangen op een

wereldbekende kunstbeurs die de tendens

tot financialisering belichaamt.

Bovendien is die banaan als vorm vergankelijk,

wat onmiddellijk een probleem

oproept op het vlak van economische waardering

– wie zou er immers een vergankelijk

Handboek kunstrecht

Een juridische schets

van het kunstenlandschap

Oliver Lenaerts (ed.)

Dit handboek is een volledig

juridisch naslagwerk

voor al wie in de

kunsten sector werkzaam

is. Het benadert alle

juridische vraagstukken

die rechtstreeks relevant

zijn voor de sector van

de beeldende kunsten

vanuit een tweedimensionale

invalshoek: per

doelgroep (kunstenaar,

curator, kunstgalerij,

kunstdealer ...) en vervolgens

vragen per thema

(fiscus, auteursrechten,

contracten, financieringen,

vermogensplanning,

authenticiteit …).

Deze uitzonderlijke bron

van informatie wordt

in een zeer praktisch

q&a-format aangereikt.

Hierdoor leest het boek

als een verzameling

concrete adviezen en

tips vanwege auteurs met

jarenlange ervaring in de

sector.

ISBN 978-94-000-1307-0

xxiii + 542 blz. | paperback

2021 | € 90

04 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Recht algemeen


Door de

financialisering

deint het kunstrecht

daarom meer en

meer uit naar

andere domeinen

van het recht die

tot op heden niet

van toepassing

waren op praktijken

op de kunstmarkt

(…). Zo komt het

dat juristen in

het kunstrecht

geconfronteerd

worden met de

vraag of het opdelen

van kunstwerken

in aandelen met

het oog op de

verkoop aan een

beleggerspubliek

onder de beleggingswetgeving

valt.


goed willen kopen? Gaat het dan eerder om de

richtlijnen (in de vorm van een certificaat) die

je meekrijgt als je het werk koopt? Dit roept dan

weer vragen op rond de status van een dergelijk

certificaat – is het een contract of een voorwerp

vatbaar voor eigendomsrechten? Of is eerder het

achterliggende idee het kunstwerk? Het fysieke

object is dan niets meer dan een zichtbare manifestatie

van het onderliggende werk. Dat is zeker

een mogelijkheid, al roept dit meteen vragen op

over de auteursrechtelijke bescherming.”

Wat bedoelt u met financialisering van de

kunstmarkt?

“De kijk op kunst als een duurzaam luxegoed

met als enige doel ervan te genieten in de

privéwoning heeft dramatische wijzigingen

ondergaan de voorbije vijftien jaar. Kunst wordt

nu beschouwd als een toegankelijke vorm van

investering. De mogelijkheid om van kunst te

genieten wordt meer en meer gekoppeld aan

de mogelijkheid om het te verkopen en winst

te maken. Die opmars heeft ervoor gezorgd dat

menig galeriehouder, investeerder, veilinghuis

en economist kunst niet langer ziet als een duurzaam

goed maar eerder als een investeringsvehikel

waarmee winst kan worden gemaakt.

Zo kan het gebeuren dat eenvoudige etsen van

Picasso ‘over the counter’ worden verhandeld

in bulk alsof het koffie‘futures’ zijn en dit voor

miljoenen euro’s. Die visie op kunst als een

‘asset’ heeft geleid tot een enorme boost op de

kunstmarkt en tot een ‘financialisation’ van de

markt. De wijze waarop sommige kunstenaars

op de schouders worden genomen in de pers

en andere media en hun prijzen online worden

bijgehouden in indexen en databanken wijst op

het bestaan van een markt. De kans dat je als

galeriehouder dan – bewust of onbewust – vervelt

tot een soort van beleggingsadviseur stijgt

pijlsnel. De houding op de kunstmarkt, vaak

onuitgesproken maar hardnekkig, dat kunst

toch eerder wordt gekocht vanuit een appreciatie

voor haar intrinsieke esthetische en artistieke

verdienste brengt echter met zich mee dat

de roep om regulering van de kunstmarkt weinig

bijval kent. En dit is onterecht. Want wanneer

kunst kopen niet meer (alleen) wordt ingegeven

door een spontane injectie van esthetiek, maar

ook een berekend risico wordt, dan wordt regulering

onvermijdbaar.”

Hoe ziet u die regulering?

“De regulering van de kunstmarkt kent vele

gedaanten. De meest voor de hand liggende

is uiteraard het fenomeen van witwassen,

waarvoor de kunstmarkt uitermate gevoelig is.

Witwassen wordt sinds kort streng gereguleerd.

Naast witwassen is de kunstmarkt ook

bijzonder gevoelig voor tal van manipulatiepraktijken.

Het burgerlijk recht biedt soms

onvoldoende garanties om die manipulaties

aan te vechten. Daarom wordt er ook meer

en meer onderzocht of manipulaties niet

aanvechtbaar zijn op basis van andere regels

zoals het mededingingsrecht of financiële

wetten. Een weigering door een kunststichting

om certificaten af te leveren of het opleggen

van verkooprestricties door kunstenaars aan

kunstverzamelaars kan een inbreuk uitmaken

op de regels uit het mededingingsrecht rond

misbruik van machtspositie of verticale boycots.

Kunsttransacties waarbij kunstdealers

eerder de belangen van de verzamelaar-koper

vertegenwoordigen dan die van de kunstenaar,

kunnen dan weer leiden tot de toepassing van

wetten rond beleggersbescherming. Door die

financialisering deint het kunstrecht daarom

meer en meer uit naar andere domeinen van

het recht die tot op heden niet van toepassing

waren op praktijken op de kunstmarkt. Kijk

naar de manier waarop kunst wordt verhandeld.

Het scenario waar kunst wordt verkocht

op een vernissage waar de kunstenaar ook

aanwezig is, is niet langer het ‘default’ scenario.

Kunst wordt tegenwoordig online gekocht,

vaak met tussenkomst van financiële instellingen

die financiering aanbieden. Veilinghuizen

hebben hele financiële afdelingen waar men

zich bezighoudt met het uitwerken van spitsvondige

financiële technieken om de verkoop

van kunstwerken een boost te geven. Hierdoor

vervelt kunst kopen soms tot beleggen in

kunst. Het regelgevende kader verandert dan

ook. Zo komt het dat juristen in kunstrecht

geconfronteerd worden met de vraag of het

opdelen van kunstwerken in aandelen met

het oog op de verkoop aan een beleggerspubliek

onder de beleggingswetgeving valt. Het

Handboek kunstrecht gaat uitvoerig in op die

problematieken, die ongetwijfeld het werkdomein

verder zullen blijven domineren de

volgende jaren.”

Intersentia Catalogus 2022

05


Recht algemeen

redactioneel

Thanks to a window

courtesy Patrick

Keulemans

Wat is juist de meerwaarde van het handboek?

“Het handboek geeft niet alleen inzichten in

die nieuwe ontwikkelingen op de kunstmarkt,

maar biedt ook een 360 graden zicht op de

kunstwereld en benadert de problematieken

zowel thematisch als in functie van de

doelgroep. Het auteursrecht is bijvoorbeeld

een belangrijk rechtsdomein en thema voor

kunstenaars, musea en galeries en verdient

aandacht als rechtsdomein op zich, maar

de insteek is volledig verschillend voor de

kunstenaar en voor een museum. Een kunstenaar

stelt zich allicht de vraag onder welke

voorwaarden hij een foto kan gebruiken als

studiemateriaal voor een tekening of schilderij.

Een museum zal zich eerder afvragen welke

stappen het moet ondernemen opdat een

schenking door een kunstverzamelaar ook

de auteursrechten zou omvatten. Moet de

schenking dan notarieel verleden worden?

Met andere woorden, hoewel al die vragen

onder de term ‘vermogensrechten’ vallen, is

de concrete invulling van het begrip volledig

anders naargelang de betrokken doelgroep.

Daarmee is meteen de meerwaarde van dit

handboek duidelijk: de juridische problematiek

wordt benaderd vanuit de concrete aandachtspunten

voor de betrokken doelgroep. Door die

doelgroepenbenadering is het handboek een

naslagwerk voor de hele kunstensector – een

juridische schets van het kunstenlandschap.

Het heeft niet de ambitie om alle problematieken

wetenschappelijk in detail te benaderen,

maar biedt de lezer wel de mogelijkheid om

zich hierin te verdiepen aan de hand van een

uitgebreide bibliografie bij ieder hoofdstuk.

Een mooi voorbeeld hiervan is de bijdrage van

Frederik Heylen, Eline Beeken en Elizabeth

Jansen, die aan de hand van een zeer concreet

voorbeeld de vermogensplanningstechnieken

voor een kunstverzamelaar uiteenzetten.”

06 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Recht algemeen


Kunstverzamelaars maken integraal deel uit van

de kunstmarkt en zijn niet louter consumenten.

Wat er met de verzameling van kunstverzamelaars

gebeurt, overstijgt het louter erfrechtelijke.


Is de kunstverzamelaar niet eerder een

‘toevallige voorbijganger’ dan een doelgroep

op zich?

“Dat is inderdaad een interessante vraag.

Hedendaagse en moderne kunst wordt in

essentie gekocht op twee markten: de primaire

markt voor nieuw gecreëerde kunstwerken van

levende kunstenaars en de secundaire markt

voor kunstwerken die reeds werden verkocht

op de primaire markt. Secundaire marktverkopen

gebeuren voornamelijk via veilinghuizen

en kunsthandelaren. Marktactoren kunnen

verschillende hoedanigheden aannemen en

concurreren met elkaar. Hierdoor kan de

verspreiding van kunstwerken op de markt best

als een duaal distributiesysteem omschreven

worden, waarin de producent-kunstenaar vaak

ook concurreert met de dealer die de kunstwerken

van de kunstenaar verkoopt, maar waar

een kunstverzamelaar ook zelf kan beslissen,

na opbouw van een portfolio, om dealer te worden.

Kunstverzamelaars maken dus integraal

deel uit van de kunstmarkt en zijn niet louter

consumenten. Wat er met de verzameling van

kunstverzamelaars gebeurt, overstijgt zo het

louter erfrechtelijke. Verzamelaars kunnen

ervoor kiezen om hun collectie opnieuw op de

markt te brengen of ze kunnen een diametraal

tegenovergestelde houding hanteren en hun

kunstcollectie omvormen tot een filantropische

opportuniteit (in de vorm van een schenking

aan een museum). Vergeet daarbij ook niet de

hele problematiek rond de authenticiteit en

provenance van kunstwerken die zich voordoet

bij de aankoop van een kunstwerk. Dat is een

domein waar de kunstenaar, kunstdealer en

verzamelaar vaak op gespannen voet met elkaar

omgaan. Met andere woorden, verzamelaars

zijn wel degelijk een belangrijke doelgroep op

de kunstmarkt.”

Bent u zelf verzamelaar?

“Ik steun graag jonge kunstenaars. Ik ga op zoek

naar werk dat een spontaneïteit uitstraalt en

tegelijk ondoorgrondelijk is in de zin dat het niet

onmiddellijk prijsgeeft hoe het artistieke proces

tot stand is gekomen. Ik heb ook een voorliefde

voor Belgische kunstenaars zoals Pol Bury of

kunstenaars uit het symbolisme.”

Het ging tot nu toe over commerciële aspecten,

maar is er ook een a-commercieel luik aan

de kunsten?

“Absoluut, musea spelen hier uiteraard een

grote rol. Aan de juridische werking van musea

zou een volledig boek gewijd kunnen worden.

Het gaat dan over juridische maar ook ethische

vraagstukken over de mogelijkheid om als

museum kunst te verwerven (via aankoop of

schenking), maar ook over het afstoten van

kunst (via restitutie in het kader van roofkunst),

of gewoon in het kader van een goed beheer van

de werking van het museum. Wat de werking

van het museum betreft, komen uiteraard juridische

vragen aan bod betreffende de collectiemobiliteit,

het beheer en het onderhoud. Als je

het over een museum hebt, kan je ook niet om

de hele regulering rond erfgoed heen. Het commerciële

hangt trouwens nauw samen met het

a-commerciële, want private filantropie speelt

een belangrijke rol bij de werking van musea.

Musea hangen voor een groot deel af van de

welwillendheid van kunstverzamelaars om hun

verzameling van topstukken te schenken aan

musea. Nu de overheidsfinanciering voor kunst

en cultuur in grote delen van de wereld gestaag

afneemt, is de rol van particulier mecenaat nog

nooit zo belangrijk geweest. Filantropische

initiatieven kunnen anderen inspireren om

te volgen en kunnen fungeren als katalysator

voor het ontstaan van nieuwe modellen van

kunstmecenaat die, hopelijk, de ongelooflijke

passie die de meerderheid van diegenen die bij

de kunst betrokken zijn drijft, kan activeren en

benutten. Met andere woorden, het delen van

onze kennis en ervaringen is allicht een goed

begin om ervoor te zorgen dat kunst en cultuur

relevant blijven in de wereld waarin we vandaag

leven. Ook daar wil het handboek een steentje

toe bijdragen.” •

Intersentia Catalogus 2022

07


Recht algemeen

Publiekrecht

nieuwe editie

Covid-besmetting van

de rechtshandhaving

Beatrix Vanlerberghe, Joëlle

Rozie en Stefan Rutten (eds.)

In dit boek wordt onderzocht

wat de blijvende

(positieve?) impact is van

de covid-19-crisis op een

aantal rechtsgebieden.

Inzake het gerechtelijk

recht wordt de virtuele

terechtzitting als blijver

onderzocht. Voor het

straf- en strafprocesrecht

wordt de impact op het

vooronderzoek, de rechtspleging

en de strafuitvoering

en de internering

in kaart gebracht. In het

arbeidsrecht lijkt telethuis

werk definitief doorgebroken.

Ten slotte wordt

voor het bestuursrecht de

fel gecontesteerde avondklok

kritisch onderzocht.

Het boek bevat bijdragen

van Pierre Thiriar, Laurens

Claes, Jan Buelens, Kelly

Reyniers en Liesbeth Todts.

Informatie en recht

Diverse rechtsperspectieven

Emma Suzanne van Aggelen

(ed.)

Als drager van het recht is

taal belangrijk. Het belang

van informatievergaring

en -verstrekking in het

recht kan niet overschat

worden. Dit boek reflecteert

hierover vanuit

verscheidene rechtsdomeinen.

Hierbij staan per

rechtsdomein de volgende

elementen centraal: de

juridische grondslag en

achterliggende doelstelling

van de informatieverplichtingen,

de aanduiding

van verstrekker en ontvanger

van de informatie, de

voorschriften inzake vorm

en formulering, tijdbepalingen,

de gevolgen bij

niet-naleving, de bewijslast

en bewijsmiddelen en

tot slot de mogelijkheden

om af te wijken van de

geldende voorschriften.

Het thema van informatie

wordt telkens domeinspecifiek

bestudeerd.

Defensiecodex

Nicolas B. Bernard en

Valéry De Saedeleer

De Defensiecodex bundelt

ruim honderd teksten die

een transversale weergave

zijn van het juridische

kader eigen aan

Defensie, gerangschikt

in veertien rubrieken:

organisatie van Defensie,

opdrachten van Defensie,

militaire inlichtingen,

de Koninklijke Militaire

School, fundamentele

rechten en statuten,

de gezondheid van de

militair, sociale relaties

van de militair, bezoldiging

en pensioen van

de militair, gebruik van

talen in het leger, militair

straf- en tuchtrecht,

overheidsopdrachten

van Defensie en militaire

opeisingen, het militair

domein, uniform en militaire

ordes en – tot slot –

enkele parastatalen van

Defensie. Met de gratis

app Larcier Code voor

permanente bijwerking.

Grondwettelijk recht

Tweede editie

Stefan Sottiaux

Dit boek biedt een volledig

overzicht van het

grondwettelijk recht in de

gelaagde rechtsorde. Het is

om verschillende redenen

uniek. Het combineert een

grondige analyse van het

Belgisch grondwettelijk

recht met een bespreking

van het grondwettelijk

recht dat we op de andere

bestuursniveaus aantreffen.

Het gaat ook uitgebreid

in op de complexe verhoudingen

tussen de verschillende

overheden. Per

thema schetst de auteur

de diverse visies in de

rechtspraak en de rechtsleer.

Daarnaast bevat het

boek de meest relevante

passages uit de leidinggevende

arresten over het

grondwettelijk recht.

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1391-9

628 blz. | paperback

2021 | € 70

ISBN 978-94-000-1386-5

x + 158 blz. | paperback

2021 | € 60

ISBN 978-94-000-1339-1

xviii + 333 blz. | gebonden

2021 | € 110

ISBN 978-94-000-1147-2

xxiv + 516 blz. | paperback

2021 | € 110

08 Intersentia Catalogus 2022


ISBN 978-94-000-1357-5

DR-5 Gelijk hebben versus gelijk krijgen [druk].indd 1 23/02/2021 09:28

Reeks Public Law Collection: -15% korting bij intekening

Bestuursrecht

De rechterlijke toetsing

van bestuursrechtelijke

handelingen

De invloed van de vereiste

van volle rechtsmacht in de

zin van artikel 6 EVRM

Pieter-Jan Van de Weyer

Dit boek reikt een nieuw

toetsingskader aan voor

de rechterlijke toetsing

van bestuurshandelingen.

Hierbij wordt vertrokken

vanuit een analyse van de

rechtspraak van het EHRM

en het Hof van Justitie. De

auteur identificeert de factoren

die een toetsing kunnen

rechtvaardigen, met een

duidelijke onder- en bovengrens.

Het gaat dan om de

aard van de beslissing, de

waarborgen die werden

nageleefd in de bestuurlijke

procedure en het concreet

voorliggende geschil. De

auteur past dit toetsingskader

toe op een aantal specifieke

rechtsdomeinen, in het

bijzonder de rechtspraak

van het Marktenhof en de

Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Reeks Public Law Collection, nr. 3

ISBN 978-94-000-1278-3

xx + 666 blz. | gebonden

2021 | € 120

De federale

bevoegdheden

Karel Reybrouck en

Stefan Sottiaux

Reeks Public Law Collection, nr. 1

ISBN 978-94-000-1021-5

xxiv + 892 blz. | gebonden

2019 | € 131

De vrijheid van

onderwijs

Johan Lievens

Op 10 juli 2008 vaardigde Vlaanderen het decreet houdende een kader voor het

Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid (Gelijkekansendecreet) uit. Dat

decreet voerde – alvast op papier – een vrijwel ongeëvenaarde bescherming in tegen

discriminatie in vergelijking met de meeste andere Europese landen en regio’s. Zo is

het toepassingsgebied van het decreet erg ruim en worden vele persoonskenmerken

beschermd.

Maar werkt het decreet ook in de praktijk? Om dit te achterhalen, liet de Vlaamse

overheid het non-discriminatieluik van het decreet evalueren.

Begin 2019 werd hiertoe een onderzoeksopdracht uitgeschreven. Dit boek vormt

de neerslag van dat onderzoek. Het is opgebouwd rond drie grote delen: een

rechtsvergelijkend deel, dat een ruimer kader biedt voor de evaluatie (deel I), een

analyse van de rechtspraak op grond van het Gelijkekansendecreet en een evaluatie

daarvan (deel II), en een antwoord op enkele specifieke vragen van de overheid (deel

III).

In de reeks Discriminatierecht in theorie en praktijk verschijnen studies die actuele

ontwikkelingen in het discriminatierecht identificeren en duiden. De reeks is gericht

zowel op academici als beleidsmakers.

Elke Cloots is professor aan de Universiteit Antwerpen, waar zij mediarecht

doceert, en advocate bij Demos Public Law. Eerder doceerde zij Europees recht en

discriminatierecht aan de universiteiten van Maastricht, Leuven en Luik.

Marie Spinoy is als onderzoeker verbonden aan het Leuven Centre for Public Law

(KU Leuven), waar zij een proefschrift voorbereidt over het discriminatierecht.

Jogchum Vrielink is professor aan de Université Saint-Louis – Bruxelles (CIRC en

SIEJ), waar hij onder meer discriminatierecht doceert.

Hoofdredactie reeks: Stefan Sottiaux en Jogchum Vrielink

intersentia.be • stradalex.com • jurisquare.be

Reeks Public Law Collection, nr. 2

ISBN 978-94-000-1053-6

xxiv + 594 blz. | gebonden

2019 | € 103

Elke Cloots, Marie Spinoy en

Jogchum Vrielink

GELIJK ZIJN VERSUS GELIJK KRIJGEN

5

50 jaar bijzondere wetten

Toon Moonen, Pieter Cannoot

en Jonas Riemslagh (eds.)

ISBN 978-94-000-1270-7

xiv + 286 blz. | paperback

2021 | € 90

Elke Cloots, Marie Spinoy en Jogchum Vrielink

GELIJK ZIJN VERSUS

GELIJK KRIJGEN

Een juridische evaluatie van

het Vlaamse Gelijkekansendecreet

DISCRIMINATIERECHT IN THEORIE EN PRAKTIJK

DISCRIMINATION LAW IN THEORY AND PRACTICE 5

Gelijk zijn versus

gelijk krijgen

Een juridische evaluatie

van het Vlaamse Gelijkekansendecreet

Elke Cloots, Marie Spinoy en

Jogchum Vrielink

Reeks Discriminatierecht in

theorie en praktijk, nr. 5

ISBN 978-94-000-1357-5

xii + 306 blz. | paperback

2021 | € 60

Algemeen bestuursrecht

Grondslagen en beginselen

Tweede editie

Ingrid Opdebeek en

Stéphanie De Somer

Dit boek speurt naar de

grondslagen en leidende

beginselen van het

bestuursrecht. Het

vertrekt daarbij vanuit

de gemeenschappelijke

onderbouw: de grondwettelijke

waarden en de in

België nog minder gekende

principes van good governance.

Het boek besteedt

ook veel aandacht aan de

rechtspraak van de Raad

van State en de algemene

concepten, leerstukken en

beginselen die men daarin

terugvindt. Het boek

beoogt theorievorming,

zonder de praktijk uit

het oog te verliezen.

De auteurs behandelen

alleen het algemeen

bestuursrecht, en niet het

bijzonder bestuursrecht,

maar tonen via talrijke

voorbeelden wel de wisselwerking

tussen beide.

ISBN 978-94-000-1036-9

xl + 782 blz. | gebonden

2019 | € 194,5

Intersentia Catalogus 2022

09


ISBN 978-94-000-1120-5

Reeks CROW

(Centrum voor Recht, Onteigening en Waardering)

Jurisquare Uw juridische kruispuntbank

Op 3 mei 2019 werd het Vlaamse decreet houdende de gemeentewegen

aangenomen. Met dat decreet voorziet de decreetgever in een eengemaakt

en gemoderniseerd statuut voor alle gemeentewegen die in het Vlaamse

Gewest zijn gelegen. Het onderscheid dat bestond tussen buurtwegen en

‘gewone’ gemeentewegen wordt bijgevolg opgeheven. De impact van dit

nieuwe Decreet Gemeentewegen is niet te onderschatten.

Dit boek licht op een duidelijke, toegepaste en kritische wijze de belangrijkste

aspecten van het nieuwe Decreet Gemeentewegen toe. Onder meer de

volgende prangende vragen komen aan bod: Welke wegen vallen onder het

toepassingsgebied van het decreet? Welke procedure moet een gemeente

volgen om een gemeenteweg aan te leggen, te wijzigen of op te heffen?

Kan een gemeenteweg ontstaan, wijzigen of verdwijnen door onbruik? Hoe

moet de vergoeding voor een waardevermindering of -vermeerdering ten gevolge

van het ontstaan, het wijzigen of het opheffen van een gemeenteweg

bepaald worden? Moet een rooilijnplan steeds gerealiseerd worden? Hoe

verhoudt het Gemeentewegendecreet zich tot de Vlaamse Codex Ruimtelijke

Ordening? Welke instrumenten heeft de gemeente om inbreuken op het

decreet te sanctioneren?

Dit boek is dan ook onmisbaar voor iedereen die op de een of andere wijze

met gemeentewegen in aanraking komt, zoals ambtenaren, advocaten, notarissen,

landmeters, magistraten, vastgoedmakelaars, vastgoedspecialisten

enz.

Met bijdragen van Sven Boullart, Marc Boes, Marijke Brondeel, Anne Mie

Draye, Joris Geens, Thomas Leys, Steven Lierman, Robert Palmans en Stijn

Verbist.

R. Palmans, S. Lierman en T. Leys Gemeentewegen

Gemeentewegen

R. Palmans, S. Lierman en T. Leys (eds.)

Marc Boes

Sven Boullart

Marijke Brondeel

David D’Hooghe

Anne Mie Draye

Joris Geens


De unieke databank die u toelaat om

online opzoekingen te doen in meer dan

150 Belgische juridische tijdschriften

en meer dan 2.500 boeken.


Meer informatie op www.crow.be.

Thomas Leys

Steven Lierman

Robert Palmans

Stijn Verbist

intersentia.be • stradalex.com • jurisquare.be

Niet-vergunde

constructies

– tussen gedogen

en regulariseren

Robert Palmans en

Ruud Jansen (eds.)

De talrijke veranderingen

in het vergunningslandschap

maken dat rechtszekerheid

op het vlak

van ruimtelijke ordening

steeds meer zoek is. Vele

vragen blijven open en

verdienen een antwoord.

Wat indien een constructie

niet vergund is of door

een herstelmaatregel

wordt bedreigd? Zorgt dit

voor problemen voor de

overdracht van het goed?

Kan dit de aansprakelijkheid

van de verkoper of

zijn notaris in het gedrang

brengen? Welke informatie

moet hierrond bij de

verkoop worden verstrekt?

Kan de verjaring soelaas

brengen? En wat bij een

zonevreemde constructie?

Kan een oud herstelvonnis

eventueel nog roet in het

eten gooien?

Reeks CROW

ISBN 978-94-000-1101-4

xiv + 368 blz. | paperback

2020 | € 105

Gemeentewegen

Robert Palmans, Steven

Lierman en Thomas Leys

(eds.)

Reeks CROW

ISBN 978-94-000-1120-5

xiv + 380 blz. | paperback

2020 | € 115,5

Erfgoed en eigendomsbescherming

Robert Palmans en

Willem Verrijdt (eds.)

Reeks CROW

ISBN 978-94-000-1291-2

xx + 508 blz. | paperback

2020 | € 157,5

Het relevante antwoord op uw juridische zoektocht

• opzoeking in meer dan 200.000 documenten;

• krachtige zoekmotor;

• klassering van de zoekresultaten volgens relevantie of datum;

• mogelijkheid om de resultaten te filteren;

• dagelijkse update.

Een platform op uw maat

• toegang via pc, laptop, tablet of smartphone;

• uiterst gebruiksvriendelijk, simpel en intuïtief;

• gratis activatie van alle tijdschriften waarvoor digitale toegang

is verkregen;

• bestel een artikel, hoofdstuk of boek naar keuze;

• online betaling en directe toegang tot wat u effectief nodig heeft.

Test gratis of vraag een demonstratie

via info@jurisquare.be. Voor meer informatie

en een overzicht van alle beschikbare

publicaties: www.jurisquare.be.

10 Intersentia Catalogus 2022


Overheidsopdrachten

nieuwe editie 2022

tijdschrift

OVERHEIDSOPDRACHTEN

ANNO 2021

BESPREKING VAN DE REGELGEVING

M.I.V. TENDENSEN NAAR PROTECTIONISME

TONY MORTIER

Geannoteerd wetboek

Overheidsopdrachten

en concessieovereenkomsten

Geannoteerd met recente

rechtspraak van het Hof

van Justitie, het Gerecht

van de Europese Unie, het

Grondwettelijk Hof, het Hof

van Cassatie en de Raad

van State

Nieuwe, grondig herwerkte

editie 2022

Constant De Koninck en

Peter Flamey

Deze nieuwe bijgewerkte

editie 2022 bundelt

de geldende wet- en

regelgeving inzake overheidsopdrachten

en concessieovereenkomsten.

Deze editie is verrijkt met

meer dan 250 fundamentele

arresten die onder

de vorm van abstracts

werden verwerkt. Met

deze rechtspraak beschikt

de gebruiker over een

praktisch interpretatiemiddel

van de vaak

abstracte rechtsnormen

en -begrippen.

Overheidsopdrachten

anno 2021

Bespreking van de regelgeving

m.i.v. tendensen naar

protectionisme

Tony Mortier

Het werk behandelt de

regelgeving inzake overheidsopdrachten

die in

2021 van toepassing is en

licht de praktische implicaties

toe. Het werk in

zijn geheel, bijgehouden

tot 31 maart 2021, steunt

op een veelvoud aan

voorbeelden uit zowel de

rechtspraak als de praktijk.

Waar mogelijk wordt

gebruikgemaakt van tips

om de gebruiker van de

wetgeving overheidsopdrachten

maximaal te

doen slagen in zijn opzet.

Daarnaast wordt het

boek onderbouwd met

nuttige referenties naar

rechtspraak en rechtsleer

en verwijst het naar de

werken ten gronde waar

dit nuttig wordt geacht.

De aanbestedende

overheid & Capita

selecta met focus op

de rechtspraak

Peter Teerlinck (ed.)

Dit boek bundelt én

actualiseert de vijf boekjes

die reeds verschenen zijn

in de reeks “De aanbestedende

overheid &”

(met name: Contacten

met inschrijvers, De

aansprakelijkheid voor

fouten in de opdrachtdocumenten,

Het prijsonderzoek

en abnormale

prijzen, Schadevergoeding,

Gunningscriteria) tot

één omvangrijk handboek,

en voegt daar een

nieuw zesde deel aan toe:

Selectie. De focus ligt op de

concrete toepassing van

de rechts regels door de

verschillende rechtscolleges

(Hof van Justitie,

Raad van State en gewone

rechtbanken).

Overheidsopdrachten

en -Overeenkomsten /

Marchés et Contrats

publics (OOO-MCP)

Hoofdredactie:

K. Wauters en P. Thiel

OOO-MCP is een meertalig

tijdschrift dat

volledig gewijd is aan

overheidsopdrachten en

-overeenkomsten.

Het tijdschrift bespreekt

nieuwigheden qua

wetgeving, rechtspraak

en rechtsleer in synthesevorm

en geeft een

overzicht van rechtspraak

van de Europese

rechtscolleges (Ger. en

HvJ), de gewone rechtscolleges

en de Raad van

State in België, en van

het recht in Nederland,

Luxemburg, Duitsland

en Frankrijk. Het bevat

ook doctrineartikelen

en noten onder bepaalde

rechtspraak (Case Report)

en bespreekt praktische

vragen. Abonnees kunnen

OOO-MCP raadplegen in

de app Larcier Journals.

Reeks Geannoteerde wetboeken

ISBN 978-94-000-1458-9

466 blz. | paperback

2022 | € 105

ISBN 978-94-000-1306-3

xxx + 898 blz. | gebonden

2021 | € 190

ISBN 978-94-000-1184-7

450 blz. | gebonden

2020 | € 136,5

Verschijnt viermaal per jaar

ca. 400 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 320

Intersentia Catalogus 2022

11


Overheidsopdrachten

nieuwe editie.

ook online beschikbaar!

Praktische Commentaar

bij de reglementering van de

overheidsopdrachten

Deel 1: Plaatsing – Klassieke sectoren

Achtste uitgave

André Delvaux, Kris Lemmens,

Marco Schoups, Baudouin van Lierde,

Bernard de Cocquéau, François

Moïses en Renaud Simar

ISBN 978-94-000-1258-5

2 volumes: 1A (954 blz.) + 1B (847 blz.)

2021 | gebonden

abonnement papier + digitaal: € 645 het

eerste jaar (2 volumes + website), daarna

€ 260 per jaar (website) 1

abonnement digitaal: € 230 het eerste jaar

(website), daarna € 260 per jaar (website) 2

Alle hierboven vermelde prijzen zijn exclusief btw.

De plaatsing van overheidsopdrachten

in de klassieke sectoren die vanaf

30 juni 2017 worden bekendgemaakt of

die op die datum het voorwerp hebben

uitgemaakt van een uitnodiging tot

indiening van een offerte, wordt geregeld

door de wet van 17 juni 2016 en het

koninklijk besluit van 18 april 2017.

Met deze regelgeving wordt Richtlijn

2014/24/eu omgezet met als krachtlijnen:

ruimere toegang voor kmo’s,

mogelijkheid voor kandidaten of

inschrijvers om fiscale en sociale

schulden te regulariseren, maximale

digitalisering van de procedures,

uitzonderingen betreffende ‘quasiinhouse’-opdrachten

en publiekpublieke

samenwerking, flexibelere

mededingingsprocedure met onderhandeling,

regeling voor de regelmatigheid

van de offertes, optimaal

evenwicht tussen de rechten en plichten

van de partijen, milieuclausules,

innovatie enz. Zij integreert bepaalde

rechtspraak van de Raad van State of

van de hoven en rechtbanken of neemt

er integendeel net afstand van.

Boekdeel 1A-B van deze 8ste uitgave

telt meer dan 1.800 bladzijden in twee

volumes (A: Wet 17 juni 2016 en B:

kb 18 april 2017). Elk volume is verrijkt

met een inhoudsopgave en een gedetailleerde

trefwoordenlijst.

De Praktische Commentaar is van belang

voor de vele actoren die betrokken zijn

bij de overheidsopdrachten: aanbesteders,

economische spelers (bouwbedrijven,

leveranciers of dienstverleners),

advocaten, rechters, juristen enz.

Online versie:

praktischecommentaar.be

Naast de traditionele papieren versie

kunt u de Praktische Commentaar

ook raadplegen in een digitale versie,

die online consulteerbaar is via

praktischecommentaar.be en jaarlijks

wordt bijgewerkt door de auteurs.

Hierdoor blijft uw documentati

gegarandeerd up-to-date.

Praktischecommentaar.be biedt zoek-,

navigatie- en raadplegingsfaciliteiten

om de antwoorden te vinden op uw

vragen in de meer dan 1.800 bladzijden

van de commentaar. Deze website is

voorbehouden aan de kopers van het

boek voor de duur van hun abonnement.

Om toegang te krijgen tot deze

website, neemt u contact op met de uitgever

via e-mail: mail@intersentia.be.

Deel 1 A-B kwam tot stand met

medewerking van Sophie Bleux,

Vincent Cappelle, Carlo Cardone,

Evi Degroodt, Jan De Leyn,

Janice Demeester, Geert Dewachter,

Anke Meskens, Melissa Olivotto,

François Paulus, Mathieu Thomas,

Karolien Van Butsel, Cédric Vandekeybus

en Jasper Van Steenbergen.

1 Indien u een abonnement neemt op de papieren +

digitale versie, ontvangt u Deel 1 in twee papieren

volumes en toegang tot de Praktische Commentaarwebsite

gedurende 1 jaar, jaarlijks bijgewerkt. Prijs:

645 euro voor het eerste jaar, vervolgens 260 euro

per jaar voor het abonnement op de website.

2 Indien u een abonnement neemt op de digitale versie,

ontvangt u toegang tot de Praktische Commentaarwebsite

gedurende 1 jaar, jaarlijks bijgewerkt. Prijs:

230 euro voor het eerste jaar, vervolgens 260 euro

per jaar voor het abonnement op de website.

12 Intersentia Catalogus 2022


Geert Van Hoorick en Lise Vandenhende

Omgevings- en energierecht

nieuwe editie nieuwe editie 2022

10

recht in kort bestek

Milieurecht in kort bestek geeft op een beknopte en gestructureerde

wijze een overzicht van het milieurecht. In een eerste deel wordt

het milieurecht kort in zijn beleidsmatige context gesitueerd, waarbij

o.m. aandacht uitgaat naar de instrumenten van het milieubeleid.

Vervolgens wordt het milieurecht op internationaal en Europees

niveau behandeld. Het volgende en meest uitgebreide deel gaat in

op het Vlaamse niveau. Er wordt stilgestaan bij de organisatie van

het milieubeleid, de rechtsbronnen, de rechtsbescherming, alsook

de besluitvorming in het milieubeleid. Nadien wordt een overzicht

geboden van het materieel milieurecht in het Vlaamse Gewest. Topics

als de milieuvergunning, MER, water, afval, bodem, natuurbehoud,

aansprakelijkheid en handhaving komen daarbij uitgebreid aan bod.

Bernard Vanheusden en

Geert Van Hoorick

Omgevingsrecht

in essentie

Milieurecht

in kort bestek

Bernard Vanheusden en Geert Van Hoorick

Milieurecht

in kort bestek

Tweede editie

Derde editie

www.intersentia.be

Geannoteerd wetboek

Omgevingsvergunning

Nieuwe, grondig herwerkte

editie 2021

Peter Flamey, Gregory

Verhelst, Pieter Jan Vervoort

en Evi Mees

In deze volledig nieuwe,

grondig herziene en fel

vermeerderde editie 2021

sluit de systematiek van

het wetboek nauwer aan

bij het nieuwe juridische

regime van de omgevingsvergunning.

Hierbij

wordt het volledige

regelgevende kader in

kaart gebracht inzake de

administratieve vergunningsprocedure

voor alle

onderworpen projecten,

de integratie van de merplichtige

projecten en van

de projecten met wegenis,

het toetsings kader

van deze projecten, de

beroepen bij de Raad voor

Vergunningsbetwistingen

en de handhaving van de

omgevingsvergunning.

De vergunning van

windturbines in het

Vlaamse Gewest

Laurens De Brucker

Dit boek is een praktische

handleiding voor overheden

die zich moeten

buigen over omgevingsvergunningsaanvragen

voor windturbines in

het Vlaamse Gewest. Het

vormt, zeker nu in het

Vlaamse regeerakkoord

aangekondigd werd dat de

bevoegdheid ter zake zal

worden overgedragen naar

de gemeenten, een uiterst

nuttig instrument om de

vergunning van windturbines

te faciliteren.

Omgevingsrecht

in essentie

Derde editie

Geert Van Hoorick

en Lise Vandenhende

Het werk behandelt

bondig de belangrijkste

aspecten i.v.m. ruimtelijkeordeningsrecht

en

milieurecht. De auteurs

situeren het omgevingsrecht

in de maatschappelijke

context en focussen

dan op onteigening,

rechten van voorkoop,

eigendomsbeperkingen,

omgevingsvergunningen,

ruimtelijke planning en

inrichting, bescherming

van het onroerend erfgoed,

sectoraal milieurecht,

handhaving en

informatieverplichtingen.

Milieurecht in

kort bestek

Tweede editie

Bernard Vanheusden

en Geert Van Hoorick

Dit boek in de reeks

Recht in kort bestek wil

de niet-gespecialiseerde

professional inleiden in

het milieurecht. Na een

situering in de beleidsmatige

context, bespreekt

het boek het milieurecht

op internationaal,

Europees en Vlaams

niveau. Het besteedt ook

uitvoerig aandacht aan

het materieel milieurecht

in het Vlaamse Gewest.

Het boek is een to-thepoint-analyse

van het

milieurecht met de

belangrijkste krachtlijnen

en principes en is

geschikt als cursusmateriaal

en als naslagwerk.

Reeks Geannoteerde wetboeken

Reeks In essentie

Reeks Recht in kort bestek, nr. 10

ISBN 978-94-000-1233-2

ISBN 978-94-000-1374-2

ISBN 978-94-000-1449-7

ISBN 978-94-000-0743-7

1000 blz. | paperback

xl + 784 blz. | gebonden

ca. 180 blz. | paperback

xviii + 310 blz. | paperback

2021 | € 170

2021 | € 175

2022 | € 51,5

2016 | € 75

Intersentia Catalogus 2022

13


Omgevings- en energierecht

Reeks Gezondheidsrecht: -15% korting bij intekening

nieuwe editie

2020-21

Energierecht in België

en Vlaanderen 2021

Frederik Vandendriessche

(ed.), Pieterjan Claeys, Cedric

Degreef, Thomas Deruytter

en Tinne Van der Straeten

In dit boek nemen de

auteurs de Belgische (federale

en Vlaamse), internationale

en Europese

energieregelgeving onder

de loep, met als doel

inzicht te bieden in het

juridische kader van de

Belgische energiemarkt.

Zowel elektriciteits- en

gasmarkten als warmtenetten,

aardolie, biobrandstoffen,

hernieuwbare

energie en de problematiek

van rationeel energiegebruik

komen aan bod.

Met verwijzingen naar

relevante wetgeving en de

belangrijkste rechtsleer.

Ook bestemd voor nietjuristen

die het energierecht

willen verkennen.

ISBN 978-94-000-1353-7

xvi + 404 blz. | paperback

2021 | € 90

Jaarboek

Energierecht 2020

Kurt Deketelaere en

Bram Delvaux (eds.)

ISBN 978-94-000-1361-2

x + 225 blz. | paperback

2021 | € 125

nieuwe editie

Actualia

omgevingsrecht

Gregory Verhelst (ed.)

ISBN 978-94-000-1213-4

xii + 300 blz. | paperback

2021 | € 75

Medische hulp bij

voortplanting

Een juridische analyse

Lina Oplinus

Dit boek, dat de commerciële

uitgave is

van een doctoraatsonderzoek,

biedt een

antwoord op vele vragen

over technieken van

medische hulp bij de

voortplanting. Het bevat

een kritische analyse

van de juridische regels

die van toepassing zijn

op een waaier van technieken

die personen

in staat stellen om een

kind op de wereld te

zetten. De technieken

die aan bod komen zijn

kunstmatige inseminatie,

in-vitrofertilisatie,

geneesmiddelen om

de vruchtbaarheid te

verhogen en operaties

om de vruchtbaarheid

te verhogen. Het boek

beschrijft de regels

vanaf het ouderschapsplan

tot na de geboorte

van het kind.

Reeks Gezondheidsrecht, nr. 26

ISBN 978-94-000-1461-9

xxiii + 625 blz. | gebonden

2022 | € 275

Genetische gegevens

en verzekeringen

Cindy Cornelis

Dit boek biedt een grondige

analyse van de huidige

wettelijke regeling van het

gebruik van genetische

gegevens in de verzekeringen

en formuleert

vernieuwende aanbevelingen

om de regeling in de

Belgische Verzekeringswet

2014 te verbeteren. De

auteur heeft een eigenzinnige

kijk op het gebruik

van genetische gegevens in

verzekeringen en biedt tal

van nieuwe inzichten. Dit

boek is daardoor niet enkel

relevant voor academici en

juristen in het gezondheidsrecht,

maar ook voor

alle anderen die in praktijk

of beleid met het gebruik

van genetische gegevens

in verzekeringen in aanraking

komen.

Bekroond met de

‘Tweejaarlijkse prijs André

Prims voor het gezondheidsrecht

2020-2021

Reeks Gezondheidsrecht, nr. 25

ISBN 978-94-000-1430-5

xix + 707 blz. | gebonden

2021 | € 250

14 Intersentia Catalogus 2022


Reeks Gezondheidsrecht: -15% korting bij intekening

Gezondheidsrecht

nieuwe editie 2022

ierry Vansweevelt

Filip Dewallens

(eds.)

Handboek

zondheidsrecht

Volume I

RGR 10

Het Handboek Gezondheidsrecht is een uniek en volledig opus magnum voor het gezondheidsrecht.

Het omvat het volledige scala aan gezondheidsrechtelijke onderwerpen, die bovendien allemaal

zeer grondig worden uitgewerkt. Het resultaat is een weldoordacht en alomvattend handboek dat

vertrekt vanuit de noden van de praktijk. Het is dan ook hét onmisbare referentiewerk voor het

gezondheidsrecht geworden. Het is een betrouwbaar naslagwerk voor advocaten, magistraten,

zorgverleners, overheden en al wie betrokken is bij de gezondheidszorg.

Volume I behandelt het zorgaanbod en het statuut van de zorgverleners. Niet alleen wordt de klassieke

arts-patiëntrelatie besproken, maar ook de rechtsverhoudingen met o.m. arbeidsartsen en

controleartsen worden van commentaar voorzien. Uiteraard komt ook het juridische statuut van

ziekenhuisartsen uitvoerig aan bod. Voor de eerste keer wordt bovendien grondig aandacht besteed

aan het statuut van alle andere beroepsbeoefenaars, zoals de tandarts, de apotheker, de kinesitherapeut,

de vroedvrouw, de verpleegkundige, de zorgkundige, de paramedische beroepen, de

beoefenaars van niet-conventionele behandelwijzen, de klinisch psychologen, de klinisch orthopedagogen

en de psychotherapeuten.

Naast de plichten en de aansprakelijkheid van zorgverleners worden ook hun rechten belicht, zoals

het recht op therapeutische vrijheid, op honorarium, op mededinging en reclame.

In Volume II van dit handboek worden de rechten van patiënten tijdens de levensloop van de persoon

gevolgd: van embryo tot lijk. De patiëntenrechten spelen daarbij een steeds belangrijker rol

in de rechtspraak: het recht op gezondheidszorg, op vrije keuze van beroepsbeoefenaar, op geïnformeerde

toestemming, op inzage in en afschrift van het patiëntendossier, op bescherming van

de persoonlijke levenssfeer via het beroepsgeheim en de GDPR, het klachtrecht, de handhaving en

de medische expertise. Ook medische experimenten, orgaantransplantatie en het statuut van het

menselijk lichaamsmateriaal komen hier aan bod. Ten slotte zijn er nog de rechten bij het levenseinde:

levensbeëindiging zonder verzoek, euthanasie, hulp bij zelfdoding, pijnbestrijding, palliatieve

zorg, staken of niet instellen van een behandeling, voorafgaande wilsverklaringen, de vaststelling

van het overlijden en het statuut van het lijk.

Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de UAntwerpen. Hij doceert er ‘Aansprakelijkheidsrecht

en risicoverzekeringen’ en ‘Gezondheidsrecht’. Zijn proefschrift De civielrechtelijke aansprakelijkheid

van de arts en het ziekenhuis werd bekroond met de prestigieuze Fernand Collin-Prijs 1992 en

hij ontving voor zijn gehele oeuvre de Prijs Onderzoeksraad UAntwerpen. Hij is als advocaat-partner

verbonden aan het advocatenkantoor DEWALLENS & PARTNERS. Hij is de eerste jurist die werd benoemd

tot lid van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde. Hij is tevens bestuurder in de Board of Governors

van de World Association for Medical Law.

Filip Dewallens is hoofddocent medisch recht aan de UAntwerpen en bijzonder gasthoogleraar

aan de KU Leuven. Hij doceert er ‘Ziekenhuisrecht’ en ‘Organisatie van de gezondheidszorg’. Hij is

advocaat en managing partner van het advocatenkantoor DEWALLENS & PARTNERS. Hij was tussen 2004

en 2009 zelf ook bestuurder van ZiekenhuisNetwerk Antwerpen (ZNA) en tussen 2014 en 2018 was

hij lid van de raad van bestuur van de KU Leuven. Op internationaal niveau werkte Filip o.m. als opdrachthouder

van het IMF, de Wereldbank en de Raad van Europa. Filip is sinds 1996 voorzitter van

de Vlaamse Vereniging voor Gezondheidsrecht.

ISBN 978-94-000-1432-9

Thierry Vansweevelt en Filip Dewallens (eds.)

Handboek Gezondheidsrecht

Volume I

Zorgverleners: statuut en aansprakelijkheid

intersentia.be • stradalex.com • jurisquare.be

Tweede, herziene uitgave

Thierry Vansweevelt

Filip Dewallens

(eds.)

Handboek

Gezondheidsrecht

Volume II

RGR 11

Thierry Vansweevelt en Filip Dewallens (eds.)

Handboek Gezondheidsrecht

Volume II

Rechten van patiënten: van embryo tot lijk

Tweede, herziene uitgave

Handboek Gezondheidsrecht

Tweede, herziene uitgave

Thierry Vansweevelt en

Filip Dewallens (eds.)

Handboek Gezondheids recht bestaat

uit twee apart verkrijgbare volumes.

Reeks Gezondheidsrecht

Volume I: Zorgverleners: statuut en

aansprakelijkheid

ISBN 978-94-000-1431-2

ca. 1700 blz. | gebonden | 2022 | € 210

Volume II: Rechten van patiënten:

van embryo tot lijk

ISBN 978-94-000-1432-9

ca. 1700 blz. | gebonden | 2022 | € 210

Set Volume I en II

ISBN 978-94-000-1487-9

ca. 3400 blz. | gebonden | 2022 | € 385

Het unieke aan dit Handboek Gezondheidsrecht

is dat de positie van de zorgverlener,

niet alleen klassiek t.a.v. de

patiënt, maar ook t.a.v. allerlei andere

zorgverleners (andere beroepsbeoefenaars

en gezondheidszorginstellingen)

én de overheid aan bod komt, en dit op

een zéér grondige wijze.

Volume I behandelt het zorgaanbod

en het statuut van de zorgverleners.

Niet alleen wordt de klassieke artspatiëntrelatie

besproken, maar ook

minder belichte statuten van artsen,

zoals de arbeidsarts, de controlearts,

de ziekenfondsarts en de verzekeringsarts.

Verder wordt uitvoerig ingegaan

op het juridische statuut van artsen

in ziekenhuisverband en de professionele

samenwerkingsverbanden.

Daarnaast wordt voor de eerste keer in

een handboek specifieke en grondige

aandacht besteed aan het statuut van

andere beroepsbeoefenaars, zoals de

tandarts, de apotheker, de kinesitherapeut,

de vroedvrouw, de verpleegkundige,

de paramedische beroepen,

de beoefenaars van niet-conventionele

behandelwijzen, de klinisch psychologen,

de klinisch orthopedagogen en de

psychotherapeuten. Naast de rechten

van de zorgverlener, zoals het recht

op een therapeutische vrijheid, op een

honorarium, op het maken van reclame,

worden vanzelfsprekend ook hun

plichten en hun aansprakelijkheid zeer

uitgebreid uiteengezet.

In Volume II van dit handboek worden

de rechten van patiënten tijdens de

levensloop van de persoon gevolgd:

van embryo tot lijk. De patiëntenrechten

zelf spelen een steeds belangrijker

rol in de rechtspraak en worden

uitvoerig besproken: het recht op

gezondheidszorg, op vrije keuze van

beroepsbeoefenaar, op geïnformeerde

toestemming, op inzage in en afschrift

van het patiëntendossier, op bescherming

van de persoonlijke levenssfeer

evenals het beroepsgeheim en de gdpr,

het klachtrecht en de ombudsfunctie

en ten slotte de medische expertise.

Ook de Wet Medische Experimenten,

de Wet Orgaantransplantatie en de Wet

Menselijk Lichaamsmateriaal komen

hier aan bod, net zoals de rechten bij

het levenseinde: levensbeëindiging

zonder verzoek, euthanasie, hulp bij

zelfdoding, pijnbestrijding, palliatieve

zorg, staken of niet instellen van

een behandeling, de voorafgaande

wilsverklaringen, de vaststelling en de

publiciteit van het overlijden en het

statuut van het lijk.

Het Handboek Gezondheidsrecht is

een weldoordacht en alomvattend

handboek dat vertrekt vanuit de noden

van de praktijk. Dit boek is dan ook

hét onmisbare referentiewerk voor

iedereen die met het gezondheidsrecht

wordt geconfronteerd: advocaten,

magistraten, artsen en andere beroepsbeoefenaars

in de gezondheidszorg.

Intersentia Catalogus 2022

15


Gezondheidsrecht

redactioneel

Privacybescherming: waarom

enkel het medisch beroepsgeheim

anno 2022 niet meer volstaat

Het boek Artsen en deontologie. Naar een basiscode voor medische deontologie behandelt de vraag of een

beroepscodificatie van deontologische regels wel voldoende garanties biedt op goede gezondheidszorgen.

We interviewden de auteur Coralie Herijgers in het bijzonder over het actuele thema van privacy.

U stelt in uw publicatie dat in de huidige

informatiemaatschappij, gebaseerd op

fel ontwikkelde informatica, internet,

medische apps e.d., het medisch beroepsgeheim

niet meer volstaat inzake privacybescherming.

Waarom niet?

Coralie Herijgers: “De reden hiervoor is

dat er zoveel mogelijkheden tot het verwerken

van gezondheidsgegevens zijn

dat specifieke regulering in dit verband

noodzakelijk is. Steeds meer wordt het

verstrekken en verwerken van gegevens

immers een soort van ‘automatisme’ dat

voor meerdere doeleinden wordt gehanteerd,

bijvoorbeeld beleid, wetenschappelijk

onderzoek, continuïteit van de

zorgen, kwaliteitsbeleid en -controle …

Daarvan getuigt ook de werking van

de huidige gezondheidszorg, waarbij

een patiënt in contact komt met en

opgevolgd wordt door verschillende

zorgverleners en mogelijk ook door verschillende

instellingen. Deze opvolging

gebeurt doorgaans op basis van een

(deels) geautomatiseerde verwerking

van gezondheidsgegevens die onderling

worden gedeeld. Om goede zorgen te

verlenen, is het nu eenmaal noodzakelijk

dat de ziektegeschiedenis van de

patiënt, zijn specifieke gezondheidsproblemen

en de zorgen die daarvoor

verstrekt zijn, verwerkt worden.

Deze ‘efficiënte’ informatisering is

vandaag dan ook noodzakelijk voor een

effectieve gezondheidszorg. Een verregaandere

bescherming van persoonlijke

gegevens is in deze context noodzakelijk.

Het beroepsgeheim dat enkel instaat

voor een vertrouwelijkheidsbescherming

van het overdragen van gegevens

door de noodzakelijke vertrouwenspersoon

aan derden, volstaat niet meer.

Door de complexe verwerkingssystemen

verliest de individuele arts de controle

over de vertrouwelijke gegevens

van de patiënt. Bovendien dient niet

enkel de gegevensoverdracht, maar ook

de verwerking op zichzelf, bijvoorbeeld

de opslag en het gebruik van gegevens,

van de nodige vertrouwelijkheidsgaranties

te getuigen.

Het belang van de vertrouwelijkheid

van deze gegevens is voor de patiënt

immers niet afgenomen. Verder verliest

ook de patiënt door deze uitgebreide

gegevensverwerking de controle over

‘zijn’ persoonsgegevens. De snelheid en

de omvang van de gegevensverwerking,

gekoppeld aan de grote toegangsmogelijkheden

en de onbeperkte opslagmogelijkheden,

doen het gevaar rijzen

dat de patiënt niet meer weet welke

informatie over hem verspreid werd

en gekend is en of deze informatie wel

correct is. Een informatierecht, een

toegangsrecht en een correctierecht

worden hierdoor noodzakelijk. Ook hier

voorziet het beroepsgeheim echter niet

in. Opdat ook deze gegevensverwerking

en -stromen met het nodige respect

voor de betrokkenen, maar ook met

oog voor het maatschappelijk belang

ervan worden uitgevoerd, is in dit

verband op Europees niveau specifieke

‘databeschermingsregulering’, ‘data

protection regulation’, uitgewerkt. Ook

vanuit deontologisch oogpunt zal deze

regelgeving zijn relevantie hebben.

Artsen zullen immers eveneens met de

verplichtingen die hieruit voortvloeien,

rekening moeten houden wanneer zij

persoonsgegevens verwerken.”

In welke mate biedt de GDPR

waarborgen?

“Voor bepaalde gegevens, die men doorgaans

nog vertrouwelijker wil behandelen,

kent de gdpr een bijzonder regime

met een bijzondere bescherming toe.

Voor de gezondheidszorg is voornamelijk

de verwerking van gezondheidsgegevens

en genetische gegevens van

belang. Deze gevoelige gegevens mogen

in principe niet worden verwerkt,

tenzij wanneer de betrokkene hier zijn

toestemming voor heeft gegeven of wanneer

een van de negen vooropgestelde

gerechtvaardigde doeleinden deze

verwerking kunnen rechtvaardigen.

Bovenop deze uitzonderingsgronden

moet, gelet op het algemene principe

van de rechtmatige verwerking,

eveneens een beroep kunnen worden

gedaan op een van de algemene verwerkingsgrondslagen

van artikel 6 gdpr.

Hiervoor kan bijvoorbeeld worden

teruggekoppeld naar de toestemming

van de betrokkene of de noodzaak

tot uitvoering van de overeenkomst.

16 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Gezondheidsrecht

Zo is het bijvoorbeeld essentieel voor

de uitvoering van de behandelingsovereenkomst

tussen arts en patiënt dat

gezondheids gegevens worden verwerkt.

Daarnaast kan de arts, in zijn mogelijke

hoedanigheid als verwerkingsverantwoordelijke,

genoodzaakt zijn gezondheidsgegevens

te verwerken om te voldoen aan

een wettelijke verplichting. Het is immers

een wettelijke verplichting voor artsen om

een patiëntendossier bij te houden.”

Is het dan aangewezen om specifieke,

gedetailleerde verplichtingen van de GDPR

over te nemen in een deontologische code?

“Toch niet, als overkoepelend raamwerk

bestaat de taak van de Code er m.i. in om

een basisleidraad te bieden voor een goede

medische beroepsuitoefening. Daarbij

dient zij het belang én de toepassing van

deze reglementering te verduidelijken, ze

dient deze reglementering niet te herhalen.

Net zoals bij de Wet Patiëntenrechten

is het daarom aangewezen om in de Code

een rechtstreekse verwijzing naar deze

reglementering op te nemen.

Het vernieuwde artikel 27 van de Code

van medische deontologie in België

formuleert de verplichting omtrent de

verwerking van gezondheidsgegevens

breder door te stellen: “De arts eerbiedigt

de finaliteit en de proportionaliteit bij

de verwerking van gezondheidsgegevens.

De arts bezorgt op verzoek of met toestemming

van de patiënt aan een andere

gezondheidszorgbeoefenaar relevante

informatie en gegevens.”

Het schept met deze formulering echter

ook onzekerheid. Eerst en vooral bevat de

bepaling geen duidelijke en rechtstreekse

verwijzing naar de privacyreglementering.

Daarnaast maakt de bepaling enkel

melding van een verwerking van gezondheidsgegevens,

hoewel de toepassing van de

gdpr ten aanzien van artsen hier niet toe

beperkt is. De onzekerheid wordt compleet

wanneer de Orde enkel melding maakt

van één verplichting, nl. de doorgifte van

gegevens, die zou kunnen worden gerelateerd

aan de privacyreglementering. Bij de

opbouw van een deontologische code lijkt

het mij aangewezen om de bepalingen meer

algemeen te formuleren. Zo kan worden

gesteld: “De arts respecteert de van kracht

zijnde privacyreglementering bij de verwerking

van persoonsgegevens.”

Bij deze formulering wordt eerst duidelijk

terugverwezen naar de volledige

toepassing van de reglementering. Bij de

verwijzing naar deze reglementering zou

ik geen directe verwijzing opnemen naar

de gdpr en zijn nationale uitvoeringsreglementering,

maar meer algemeen de privacyreglementering

vermelden. Wat wordt

verstaan onder deze privacyreglementering

kan dan verder worden uitgewerkt in een

bijbehorend advies, dat ook het belang van

deze reglementering voor artsen kadert.

Indien verder aanpassingen worden aangebracht

aan deze reglementering en/of

zijn uitwerking, kan hiernaar vlot worden

teruggekoppeld in het advies.

Kritiek op deze ruime en enigszins eenvoudige

omschrijving zou kunnen zijn dat

de opname ervan in de deontologische code

geen meerwaarde biedt ten opzichte van

de reeds bestaande wetgeving. De meerwaarde

van dergelijke open geformuleerde

normen, de zogenaamde ‘principles-based

approach’, wordt uitgebreid geduid in mijn

onderzoek.

In dit verband moet specifiek worden

gewezen op de coördinerende rol die een

deontologische Code m.i. ook te vervullen

heeft. De beroepsplichten ten aanzien van

artsen zijn momenteel dermate verspreid

dat het vaak een ondoordringbaar kluwen

is voor artsen. Een deugdelijke deontologische

Code dient hier een coördinerende

rol in te spelen door de verschillende

beroepsplichten samen te brengen en zo

te functioneren als algemeen referentiepunt.

Wanneer er reeds een uitgebreide en

gedetailleerde regelgeving is uitgewerkt,

schuilt de meerwaarde van een deontologische

Code net in zijn coördinatie. De

meerwaarde van een deontologische Code

is echter niet beperkt tot zijn coördinatie!

Op andere vlakken heeft een goede

deontologische Code een verduidelijkende,

aanvullende en soms zelfs sturende rol te

spelen. Dit alles wordt per topic uitgebreid

geduid in het boek.” •

Artsen en deontologie

Naar een basiscode voor

medische deontologie

Coralie Herijgers

Het boek onderzoekt of

een beroepscodificatie van

deontologische regels wel

voldoende garanties biedt

op goede gezondheidszorgen.

Daarnaast wordt

nagegaan op welke manier

de rechtmatigheid, de

coherentie, de duidelijkheid

en de uitvoerbaarheid

van de deontologische

regels gegarandeerd kunnen

worden. Tot slot volgt

de formulering van een

voorstel tot een ‘Basiscode

voor medische deontologie’.

Het boek biedt vanuit

verschillende oogpunten

een geïntegreerde en

vernieuwde blik op het

‘medisch professionalisme’

met verwijzingen naar

Belgische, Nederlandse,

Franse, Amerikaanse,

Britse en internationale

juridische, ethische en

sociologische literatuur.

Reeks Gezondheidsrecht, nr. 24

ISBN 978-94-000-1337-7

xxxii + 902 blz. | gebonden

2021 | € 300

Intersentia Catalogus 2022

17


RGR 21

Tim Opgenhaffen

RGR 20

Reeks Gezondheidsrecht: -15% korting bij intekening

Gezondheidsrecht

nieuwe editie 2022

eslissen?’,

ning

zorg

t hoe

met een

ten voldoet.

ermde

en

in een

mpact

rische

risten in het

gen, koepels,

rkingen

cht

milierecht

t welzijnsrecht,

de juridische

heim.

rg.

Tim Opgenhaffen

Sinds 1 januari 2018 wordt het privéleven van transgender personen in België beter

beschermd ingevolge de wet van 25 juni 2017. De aanpassing van de registratie van het

geslacht via een akte van de burgerlijke stand na een aangifteprocedure is niet langer

gekoppeld aan medische voorwaarden. De afgifte van afschriften uit akten met zichtbare

aanpassing van de geslachtsregistratie is sterk beperkt. De nieuwe regeling gaat uit van

zelfbeschikking met voorlichting en een bedenktermijn. Ook minderjarigen kunnen vanaf de

leeftijd van zestien jaar hun geslachtsregistratie laten wijzigen, maar enkel mits tussenkomst

van een kinder- en jeugdpsychiater. Er werden garanties ingebouwd voor een standvastige

keuze en tegen fraude. Terugkeer naar het oorspronkelijke geslacht is mogelijk, maar enkel

na een gerechtelijke procedure. Er geldt specifiek nieuw afstammingsrecht voor transgender

personen en de regels inzake voornaamswijziging werden versoepeld. Al deze innovaties

gingen gepaard met een overgangsregeling.

In dit boek wordt de rechtspositie van transgender personen in België multidisciplinair

benaderd. Sociologische en psychiatrische perspectieven vervolledigen een veelzijdige

juridische benadering. Zowel de mensenrechten, het materiële personen- en familierecht

als het procesrecht worden behandeld en er is ook aandacht voor belangrijke aspecten van

internationaal privaatrecht en migratierecht. De modernisering van de burgerlijke stand

ingevolge de wet van 18 juni 2018 met ingang van 31 maart 2019 noopte tot actualisering van

de bijdragen gepresenteerd op een studienamiddag eind 2017. De baanbrekende rechtspraak

van het Grondwettelijk Hof, dat op 19 juni 2019 bepaalde aspecten van de nieuwe regeling

heeft vernietigd omwille van de grondrechten van genderfluïde personen, kon nog worden

I REEKS GEZONDHEIDSRECHT meegenomen 21 in de finale versie van dit boek.

I

Joz Motmans en Gerd Verschelden (eds.)

I REEKS GEZONDHEIDSRECHT 20 I

Vrijheidsbeperkingen in de zorg

Dit werk is in eerste instantie gemaakt ten behoeve van de betrokken transgender personen

en hun naasten, maar het is ook gericht op advocaten, magistraten, ambtenaren van de

burgerlijke stand en andere professionals die de betrokkenen mogen begeleiden. De lezer

kan een heldere uiteenzetting van de complexe rechtsregels combineren met het complete

juridische bronnenmateriaal dat als bijlage is opgenomen. De stof werd bijgehouden tot

begin 2020.

Vrijheidsbeperkingen

in de zorg

De rechtspositie van

transgender personen in België

Joz Motmans en Gerd Verschelden (eds.)

De rechtspositie van

transgender personen in België

Een multidisciplinaire analyse na de wetten

van 25 juni 2017 en 18 juni 2018

Vrijheidsbeperkingen

in de zorg

Tim Opgenhaffen

In dit boek beschrijft

de auteur hoe vrijheidsbeperkingen

in de geestelijke

gezondheidszorg,

de zorg voor personen

met een handicap en de

ouderenzorg geregeld

zijn. Hij gaat daarbij na

of deze regeling aan de

mensenrechten voldoet.

Drie thema’s staan daarbij

centraal: de juridische

bekwaamheid, de externe

rechtspositie en de

interne rechtspositie.

Bekroond met de Driejaarlijkse

prijs Walter Leën

voor sociaal recht

Bekroond met de prijs

Derine 2021

Bekroond met de Tweejaarlijkse

Fernand Collinprijs

voor Recht 2020

Reeks Gezondheidsrecht, nr. 21

ISBN 978-94-000-1106-9

xviii + 558 blz. | gebonden

2020 | € 163

De rechtspositie van

transgender personen

in België

Een multidisciplinaire

analyse na de wetten van

25 juni 2017 en 18 juni 2018

Joz Motmans en

Gerd Verschelden (eds.)

Reeks Gezondheidsrecht, nr. 20

ISBN 978-94-000-0906-6

xvi + 225 blz. | gebonden

2020 | € 79

Nomenclatuur

en tegemoetkoming

in de zorg

Situering, criteria, praktijk

en rechtsbescherming

Steven Lierman,

An Vijverman, Freek Louckx

en Jan Ghysels (eds.)

Reeks Gezondheidsrecht, nr. 22

ISBN 978-94-000-1234-9

xxviii + 488 blz. | gebonden

2020 | € 189

De Kwaliteitswet

Thierry Vansweevelt,

Sylvie Tack, Filip Dewallens,

Stefaan Callens, Tom Goffin,

Tom Balthazar, Réne Heylen,

Aline Vanhove, Evelien

Delbeke, Nils Broeckx en

Steven Lierman

Reeks Gezondheidsrecht, nr. 23

ISBN 978-94-000-1110-6

xiv + 184 blz. | paperback

2020 | € 68

Gezondheidsrecht

toegepast

Vijfde editie

Diego Fornaciari, Dominique

Minten en Larissa Vanhooff

Het werk introduceert de

lezer in de vele juridische

vragen die verbonden

zijn met het beroep

van vroedvrouwen en

verpleegkundigen. De

auteurs beschrijven

toegankelijke thema’s als

aansprakelijkheid en de

relatie beroepsbeoefenaar-patiënt.

Het werk is

door de talrijke casussen

en voorbeelden uit de

praktijk een helder studieboek

voor studenten en

een gebruiksvriendelijke

handleiding voor iedereen

in de gezondheidszorg.

Reeks Toegepast

ISBN 978-94-000-1456-5

ca. 240 blz. | paperback

2022 | € 31,5

18 Intersentia Catalogus 2022


ISBN 978-94-000-1143-4

9 789400

Privaatrecht algemeen

Bouwrecht en

vastgoedrecht

nieuwe editie 2023

nieuwe editie 2022

Privaatrecht in hoofdlijnen, volume 1 en 2 geven een conceptueel overzicht van

het Belgische rechtssysteem, met bijzondere aandacht voor het privaatrecht.

Zowel in volume 1 als in volume 2 worden de belangrijkste juridische evoluties

van de afgelopen jaren geïntegreerd.

Privaatrecht in hoofdlijnen, volume 1. Inleiding tot het recht bevat zowel een

objectieve als een organieke en een subjectieve benadering van het recht.

Het eerste deel legt een bijzondere klemtoon op de analyse van de basisregels

en -begrippen, maar staat ook stil bij het ‘rechtsfenomeen’, met aandacht voor

het wezen en de werking van het recht. Het biedt ook toelichting bij de wijze

waarop het recht institutioneel vorm krijgt en toepassing vindt. Het behandelt

de organen die het recht in zijn werking ondersteunen.

De twee volumes samen zijn ook als set verkrijgbaar.

Rogier de Corte is emeritus hoogleraar aan de UAntwerpen en de UGent. Hij is

tevens grondlegger van de juridische bronontsluiting. Hij is ook auteur van talrijke

bijdragen over onder meer procesrecht en informaticarecht.

Rogier de Corte, Bertel De Groote

en Diederik Bruloot

Bertel De Groote is hoofddocent aan de UGent (Faculteit Economie en Bedrijfskunde).

Tevens is hij auteur van talrijke bijdragen in een brede waaier van

juridische domeinen.

Diederik Bruloot is hoofddocent aan de UGent (Instituut Financieel Recht) en

publiceert in het ruime domein van het ondernemingsrecht.

Privaatrecht in hoofdlijnen

Volume 1

Rogier de Corte, Bertel De Groote en Diederik Bruloot

Privaatrecht

in hoofdlijnen Vijftiende herziene editie

Volume 1 | Inleiding tot het recht

011434 intersentia.be

Wetsontduiking

Fraus legis

Nicolas Van Damme

In dit boek bespreekt

de auteur het begrip, de

aard, de grondslag en

het toepassingsgebied

van het verbod op

wetsontduiking. Na de

uitbouw van een stevig

theoretisch referentiekader

worden de

sluipwegen om aan het

toepassingsgebied van

een wet in de materiële

zin te ontsnappen via

tussenplaatsing van personen,

partij kwalificatie,

splitsing van rechtshandelingen

en doelafwending

deskundig onthuld.

Dit gebeurt op een grondige

rechtsvergelijkende

wijze in diverse rechtstakken

in het privaatrecht

(het goederenrecht,

het overeenkomstenrecht,

het verbintenissenrecht,

het familiaal

vermogensrecht, het

insolventierecht, het

vennootschapsrecht en

het economisch recht).

Ongeschreven

rechtsgrenzen

Verbod van rechtsregelontduiking,

fraus omnia

corrumpit en verbod van

(rechts)misbruik

Matthias Meirlaen

In dit boek staat de

draagwijdte van de rechtsbeginselen

verbod van

rechtsregelontduiking,

fraus omnia corrumpit

en verbod van (rechts)

misbruik in het Belgische

(verbintenissen)recht

centraal. Aan de hand van

voorbeelden worden de

ongeschreven rechtsgrenzen

verduidelijkt die

de drie rechtsbeginselen

stellen, alsook de grenzen

die aan de werking van

deze beginselen kunnen

worden gesteld. De praktijkgerichte

benadering

zorgt voor een concreet

begrip van de inzetbaarheid

van elk beginsel, de

gevolgen die elk beginsel

toekomt en de grenzen

aan elk beginsel.

Reeks Centrum voor Verbintenis-

Privaatrecht in

hoofdlijnen (2 delen)

Vijftiende editie

Rogier de Corte, Bertel De

Groote en Diederik Bruloot

Volume 1 Inleiding tot het recht

Volume 2 Overzicht van het privaatrecht

ISBN 978-94-000-1452-7

ca 950 blz. | paperback (2 vol.)

2023 | € 100

Grenzen voorbij

Liber discipulorum

Bernard Tilleman

Sébastien De Rey,

Nicolas Van Damme en

Tom Gladinez (eds.)

Bouw- en

Vastgoedlexicon

Derde editie

Hendrik Leurs

Dit lexicon is een uitgebreid

naslagwerk voor

de bouw en bestrijkt

zowel het technische als

administratieve, juridische

en financiële vlak.

Het werk verklaart veel

voorkomende en minder

frequent voorkomende

vaktermen m.b.t. vastgoed,

bouw, renovatie,

nieuwbouw, bestaande en

historische bouw(onder)

delen. Voor het praktische

nut zijn de verklaringen

aangevuld met technische

illustraties, modeldocumenten,

tips en advies bij

bouw & onderhoud en nuttige

websites. Bijzondere

aandacht gaat uit naar

duurzaamheid, met tips

voor onderhoud die de

levensduur van gebouwen

verlengen, en naar

principes van levenslang

wonen, universal design

en toegankelijkheid.

sen- en Goederenrecht

ISBN 978-94-000-1191-5

ISBN 978-94-000-1481-7

ISBN 978-94-000-1289-9

ISBN 978-94-000-1318-6

xxviii + 716 blz. | gebonden

ca. 600 blz. | gebonden

xvi + 807 blz. | gebonden

ca. 1250 blz. | paperback

2020 | € 152

2022 | € 135

2020 | € 163

2022 | € 95

Intersentia Catalogus 2022

19


Bouwrecht en vastgoedrecht

nieuwe editie 2022

Handboek Bouwrecht

Derde editie

Kurt Deketelaere, Marco Schoups

en Alain-Laurent Verbeke (eds.)

ISBN 978-94-000-0973-8

ca. 1700 blz. | gebonden (2 vol.)

2022 | € 275


Het Handboek

Bouwrecht behandelt

de vele juridische

aspecten van het

bouwrecht doorheen

de verschillende

rechtstakken.


Het Handboek Bouwrecht behandelt

alle juridische aspecten van het bouwgebeuren.

Alle onderdelen en fasen

van het bouwproces komen aan bod,

bekeken vanuit het standpunt van alle

participanten: aannemer of promotor,

architect of medewerker bij een studiebureau,

bouwheer-opdrachtgever enz.

De verschillende fasen

Het Handboek Bouwrecht vergezelt en

begeleidt u in alle fasen van het bouwgebeuren.

De voorbereidende fase

komt aan bod in de eerste drie delen:

Bouwen en milieurecht, Bouwen en

administratief recht en Bouwen en

energierecht.

Daarna volgt de uitvoeringsfase:

Bouwen en goederenrecht, Bouwen

en consumentenrecht, Bouwen en

intellectuele rechten, Bouwen en

vennootschapsrecht, Bouwen en

fiscaal recht, Bouwen en notarieel

recht, Bouwen en sociaal recht.

De eindfase is een voor de praktijk

zeer belangrijk deel: Bouwen en verzekeringsrecht,

Bouwen en strafrecht

en Bouwen en procesrecht.

In het verbintenissenrecht zijn

de uitvoeringsfase en de eindfase

nauw met elkaar verbonden;

daarom werd er in deze editie voor

geopteerd de contractuele en aansprakelijkheidsaspecten

samen te

behandelen.

Multidisciplinair

Het Handboek Bouwrecht behandelt

de vele juridische aspecten van het

bouwrecht doorheen de verschillende

rechtstakken.

Het boek beperkt zich niet tot de

opdeling publiekrecht en privaatrecht,

maar gaat verder in de analyse.

Het bouwrecht wordt ontleed

vanuit verschillende rechtsdomeinen:

milieurecht, administratief recht,

energierecht, goederenrecht, verbintenissenrecht,

vennootschapsrecht,

sociaal recht, verzekeringsrecht,

strafrecht, procesrecht, notarieel

recht, fiscaal recht en intellectuele

eigendomsrechten.


In het Handboek Bouwrecht komen alle onderdelen

en fasen van het bouwproces aan bod, bekeken

vanuit het standpunt van alle participanten.


De auteurs komen uit vrijwel alle

juridische beroepsgroepen die actief

zijn in het bouwrecht. Zij staan garant

voor een multidisciplinaire aanpak.

20 Intersentia Catalogus 2022


ISBN 978 94 000 1297 4

9 7 8 9 4 0 0 0 1 2 9 7 4

20_137_11_CBR_NEXUS_woningkwaliteit_V3.indd 1 25/09/20 09:36

Bouwrecht en vastgoedrecht

nieuwe editie 2022

Huur

Duiding

2022

Bart Van Baeveghem

Tom Vandromme

Marleen Van Loon

Diederik Vermeir

Het grondrecht op wonen veronderstelt dat iedereen in een

kwaliteitsvolle en betaalbare woning met woonzekerheid

en in een behoorlijke zekere woonomgeving kan vertoeven.

Het Vlaamse Gewest werkte bepalingen uit om de

woningkwaliteit te bewaken. Het gaat om minimale kwaliteitsnormen,

naast bestuursrechtelijke en strafrechtelijke

handhavingsinstrumenten. Het regelgevend kader wijzigt

met ingang van 1 januari 2021.

Het Vlaams Woninghuurdecreet zorgde recent ook voor een

betere afstemming tussen de woningkwaliteitsbewaking

en het woninghuurrecht, wat in deze uitgave eveneens aan

bod komt.

Volgende elementen worden behandeld: situering, minimale

kwaliteitsvereisten (gewestelijk en gemeentelijk),

bestuursrechtelijke handhaving, strafrechtelijke handhaving,

verhouding tot het woninghuurrecht uit het Vlaams

Woninghuurdecreet.

Het cahier richt zich onder meer tot advocaten, notarissen,

rechters, gemeentelijke ambtenaren en vastgoedberoepen.

Tom Vandromme studeerde rechten aan de Universiteit

Antwerpen, waar hij in juni 2018 ook de doctorstitel behaalde.

Hij is senior adviseur wonen bij de Vlaamse overheid,

waar hij werkt rond sociale huur, private huur en woningkwaliteit.

Sinds 2011 is hij ook verbonden aan de Universiteit

Antwerpen als onderzoeker. Hij is lid van de redactieraad

van het Rechtskundig Weekblad en publiceert vooral over

woningkwaliteit, private en sociale huur, ruimtelijke ordening,

strafrecht en aanverwante thema’s.

Woningkwaliteitsbewaking

volgens de Vlaamse Codex Wonen

Tom Vandromme en Diederik Vermeir

Diederik Vermeir is onderzoeker aan de Rechtsfaculteit van

de Universiteit Antwerpen en het Steunpunt Wonen, waar hij

studies uitvoert rond woonbeleid en het brede woonrecht.

Hij is visitator bij de Visitatieraad voor sociale huisvestingsmaatschappijen,

bestuurslid bij HUURpunt en lid van de

redactieraad van het Tijdschrift van de Vrederechters.

www.intersentia.be

Duiding Huur

Bart Van Baeveghem,

Tom Vandromme,

Marleen Van Loon en

Diederik Vermeir (eds.)

Duiding Huur verzamelt

de wetgeving inzake

huurrecht in de oorspronkelijke

zin van het

woord (gemeen huurrecht,

woning- en handelshuur,

pacht, sociale huur) en alle

ermee verbonden en relevante

aspecten uit andere

rechtsdomeinen. Deze

editie bevat en bespreekt

de meest recente regelgeving,

zoals het Vlaamse

Woninghuurdecreet, het

nieuwe boek 3 ‘Goederen’

van het Burgerlijk

Wetboek en de Vlaamse

Codex Wonen. De wetgeving

wordt geduid met

uitvoerige artikelsgewijze

commentaren: wetshistorieken

en verwijzingen

naar andere wet- en regelgeving

en een uitgebreide

toelichting aan de hand

van de belangrijkste rechtspraak

en rechtsleer.

Reeks Duiding

ISBN 978-94-000-1218-9

ca. 850 blz. | paperback

2022 | € 145

Verzekeringen in

de bouw

Kristof Uytterhoeven (ed.)

De meeste bouwactoren

zijn wettelijk en/of deontologisch

verplicht om

hun aansprakelijkheid

(minstens) te verzekeren.

Dit werk geeft een grondig

overzicht van de verplichte

en de niet-verplichte verzekeringen

in de bouwsector.

Naast de beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen,

de ABR-verzekering en

de andere niet-verplichte

bouwverzekeringen wordt

ook de rol van de verzekeraar

in bouwgeschillen

en expertises toegelicht,

evenals de dading in bouwgeschillen.

Met bijdragen van Wannes

Buelens, Siegfried Busscher,

Steven De Coster, Olivia

de Lovinfosse, Jef Feyaerts,

Anneleen Quirynen,

Steven Slachmuylders,

Pierre Thiriar en

Kristof Uytterhoeven.

ISBN 978-94-000-1167-0

xviii + 520 blz. | paperback

2021 | € 70

Essentieel

wetboek Vastgoed

Frank Burssens,

Hans Fivez, Elke Volckaert

en Ruben Volckaert

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1260-8

1092 blz. | paperback

2020 | € 110

Vastgoed & Btw

Geert De Neef,

Willy Huber, Kim Jans

en Anja Van de Velde

Reeks Vastgoed &

ISBN 978-94-000-1862-7

194 blz. | paperback

2020 | € 85,5

Woningkwaliteitsbewaking

volgens de

Vlaamse Codex Wonen

Tom Vandromme

en Diederik Vermeir

Reeks Nexus Cahiers

ISBN 978-94-000-1297-4

vi + 68 blz. | paperback

2020 | € 52,5

De aannemer

als verkoper

Jan-Willem Verbeke

Reeks Cahiers Antwerpen

Brussel Gent

ISBN 978-94-000-1323-0

vi + 60 blz. | paperback

2020 | € 54,5

Intersentia Catalogus 2022

21


Afgiftekantoor: 3000 Leuven 1

P708167

Intersentia

Groenstraat 31

BE-2640 Mortsel

Tom Toremans

Kris Lemmens, Jelena Adriaenssens en Cédric Vandekeybus

Noot Kristof Vanhove – Nieuwe omstandigheden bij

handelshuurprijsherziening. Voorzienbare problemen bij

evoluerende omstandigheden

Noot Matthias Meirlaen – Bodemattest als opschortende

voorwaarde bij opeenvolgende wederzijdse

verkoop-koopbelofte

Bouwrecht en

vastgoedrecht

Goederenrecht

Property Law Series: -15% korting bij intekening

tijdschrift

Tweemaandelijks tijdschrift

Nummer 5

Jaargang 16 - 2018

September - oktober

In dit nummer De coördinerende deskundige: een commentaar

op artikel 964 Ger.W. 357

Overheidsopdrachten – Rechtspraakoverzicht

Raad van State 2017 378

Hof van Cassatie 10 maart 2017 404

Hof van Cassatie 22 maart 2018 426

Tijdschrift voor

Bouwrecht en

Onroerend Goed

Voorzitters: K. Deketelaere

en A.-L. Verbeke

Hoofdredactie: N. Carette,

B. Delvaux, K. Uytterhoeven

en K. Vanhove

TBO is hét basistijdschrift

voor iedereen die professioneel

met het bouwgebeuren

in aanraking

komt. Dit bouwgebeuren

wordt multidisciplinair

benaderd: de focus richt

zich zowel op het gebouw,

op de grond en op de

interactie tussen beide

als op de activiteit van

het bouwen zelf. Ook de

interactieve behandeling

van privaat- en publiekrecht

kadert in dit opzet.

Talloze aspecten van contractenrecht,

zakenrecht,

fiscaal recht en aansprakelijkheidsrecht

worden

uitgebreid besproken.

TBO speelt rechtstreeks

in op de actualiteit en de

noden van de praktijk.

Verschijnt zesmaal per jaar

ISSN 1781-989X | 600 blz.

Prijs 2022: print: € 241,68

online: € 257,58

print + online: € 269,24

Property Law Series

Deze reeks bundelt

diepgaande werken over

het goederenrecht.

De reeks staat

onder redactie van

Prof. Dr. V. Sagaert,

Prof. Dr. A. Wylleman,

Prof. Dr. N. Carette,

Prof. Dr. S. Van Erp en

Prof. Dr. A. Van der Walt.

Op 1 november 2021

namen wij voorgoed

afscheid van Boek II van

het Burgerlijk Wetboek.

In de plaats hiervan trad

Boek 3 “Goederen” van het

nieuw BW in werking.

In het nieuwe Boek 3

komen de doelstellingen

van de hercodificatie

voortreffelijk tot hun

recht. Het geheel van het

goederenrecht wordt

gemoderniseerd, geharmoniseerd

en geordend in

een overzichtelijke structuur.

Zo werden delen

van de Hypotheekwet en

diverse andere wetten

zoals die over het opstalrecht

en het recht van erf -

pacht geïntegreerd in het

nieuwe wetboek en werd

de hele problematiek van

de relaties van nabuurschap

(burenhinder,

mandeligheid, afstand,

erfdienstbaarheden)

Het nieuwe

goederenrecht

Vincent Sagaert,

Joke Baeck,

Nicolas Carette,

Pascale Lecocq,

Mathieu Muylle en

Annelies Wylleman

(eds.)

Property Law Series, nr. 11

ISBN 978-94-000-1195-3

xxii + 534 blz. | gebonden

2021 | € 125

samengebracht in een

afzonderlijk onderdeel

“Burenrecht”.

In dit werk ontsluiten de

auteurs, vooraanstaande

academici en praktijkjuristen,

de hoofdthema’s

van het nieuwe goederenrecht.

Dit boek is het

resultaat van een vruchtbaar

interuniversitair

initiatief dat aanleiding

gaf tot verschillende

studiedagen in nauwe

samenwerking met de

Franstalige collega’s in het

“droit des biens”.

22 Intersentia Catalogus 2022


Property Law Series: -15% korting bij intekening

Goederenrecht

Property Law Series - XIII

VINCENT SAGAERT,

ALEXANDER APPELMANS EN

BENJAMIN VERHEYE (EDS.)

Digitalisering en

vastgoedtransacties

Digitalisering en vastgoedtransacties

VINCENT SAGAERT, ALEXANDER APPELMANS

EN BENJAMIN VERHEYE

(EDS.)

978-94-000-1501-2

Digitalisering en

vastgoedtransacties

Vincent Sagaert,

Alexander Appelmans en

Benjamin Verheye (eds.)

De toenemende digitalisering

laat ook duidelijk

sporen na in de fysieke

wereld van het vastgoed.

Het juridisch kader kan

logischerwijze niet achterblijven.

Hoe kunnen vastgoedtransacties

worden

aangepast aan de noden

van de 21ste eeuw? Welke

financieringsmodellen

sluiten best aan op de wensen

van digital natives? Wat

is de impact van Artificiële

Intelligentie op het sluiten

van een contract en de

rol van het notariaat en/of

de vastgoedmakelaar?

Kan big data ons een

beter inzicht geven in de

prijsevolutie van vastgoed?

Komen ook aan bod:

het perspectief van de

Kantoren Rechtszekerheid

op de digitalisering van

vastgoedtransacties;

Smart buildings.

Contract and Property

with an Environmental

Perspective

Siel Demeyere and

Vincent Sagaert (eds.)

Property Law Series, nr. 10

ISBN 978-1-78068-865-7

xiv + 286 blz. | gebonden

2020 | € 68

ISBN 978-94-000-0799-4

Real Obligations

at the Edge of Contract

and Property

Siel Demeyere

VINCENT SAGAERT (ED.)

De betekenis van erfdienstbaarheden

bij vastgoedtransacties

De zakenrechtelijke

structuur van

vastgoedprojecten

Vincent Sagaert

Property Law Series, nr. 8

ISBN 978-94-000-1112-0

310 blz. | gebonden

2019 | € 103

Property Law Series - VI

De betekenis

van erfdienstbaarheden

bij vastgoedtransacties

VINCENT SAGAERT (ED.)

De betekenis van

erfdienstbaarheden bij

vastgoedtransacties

Vincent Sagaert (ed.)

Appartements -

mede-eigendom

Frank Burssens

In deze uitgave worden

de krachtlijnen van

het Belgische appartementsrecht

zoals

grondig gewijzigd door

de wet van 18 juni 2018

besproken. In de eerste

plaats wordt aandacht

gegeven aan de akten

van de mede-eigendom

(basisakte, reglement

van mede-eigendom en

reglement van interne

orde) en hoe die moeten

ingepast worden in

de huidige wetgeving.

Verder wordt de werking

van de organen van de

vereniging van medeeigenaars

toegelicht, als

daar zijn de algemene

vergadering, raad van

mede-eigendom, commissaris

van de rekeningen

en het contentieux

daarrond. Het boek geeft

telkens voorbeelden

aan de hand van talrijke

rechtspraak.

Property Law Series, nr. 9

Property Law Series, nr. 6

Property Law Series, nr. 13

ISBN 978-1-78068-916-6

ISBN 978-94-000-0799-4

ISBN 978-94-000-1501-2

xxvi + 816 blz. | gebonden

xvi + 402 blz. | gebonden

ISBN 978-94-000-1465-7

xi + 241 blz. | gebonden

2020 | € 173,5

2017 | € 125

ca. 250 blz. | paperback

2022 | € 110

2022 | € 85

Intersentia Catalogus 2022

23


Goederenrecht

tijdschrift

Handboek

goederenrecht

Nicolas Carette

en Ruud Jansen

ISBN 978-94-000-1412-1

ca. 950 blz. | gebonden

2022 | € 225

Reeks Contractuele

clausules

Gabriël-Luc Ballon†, Hans De

Decker, Vincent Sagaert,

Evelyne Terryn, Bernard

Tilleman en Alain-Laurent

Verbeke (eds.)

Door de wet van 4 februari

2020 werd, met ingang

van 1 september 2021,

een nieuw Boek 3 in het

Belgische Burgerlijk

Wetboek ingevoerd,

waarin het goederenrecht

of zakenrecht ingrijpend

werd gewijzigd.

Dit boek bespreekt op

grondige en kritische

wijze het goederenrecht,

van de algemene leerstukken

inzake vermogen,

goederen en zakelijke

rechten (totstandkoming,

tenietgaan, afdwingbaarheid

enz.), over eigendom

en mede-eigendom (met

inbegrip van de appartementsmede-eigendom),

tot de diverse zakelijke

gebruiksrechten, zoals

erfdienstbaarheden,

vruchtgebruik, erfpacht

en opstal.

Het boek focust op het

nieuwe goederenrecht

zoals dat geldt sinds 1 september

2021. De belangrijkste

verschillen met het

‘oude’ recht worden aangegeven.

Het ‘oude’ goederenrecht

zal door de ruime

overgangsregeling nog

een hele tijd van belang

zijn en de vergelijking met

het oude recht biedt een

bijkomend inzicht in de

nieuwigheden.

Het boek bevat een grondige

en kritische bespreking,

waarbij ook gewezen

wordt op de systematiek

van het goederenrecht,

doch zonder te verzanden

in louter dogmatische discussies.

Bij de redactie van

het boek werd bijzondere

aandacht besteed aan een

eenvoudige consulteerbaarheid

en bruikbaarheid

voor de praktijk.

Dit boek is aldus een referentiewerk,

dat onmisbaar

is voor de vele professionals

die met het goederenrecht

in aanraking komen,

zoals onder meer notarissen,

advocaten, magistraten,

estate planners,

bedrijfsjuristen, evenals

academici en studenten.

Res et Jura Immobilia

Redactiecomité:

A. Dorsimont, P. France,

J. Lambers en

J.-M. Maguin-Vreux

Het tweetalige tijdschrift

Res et Jura Immobilia

behandelt driemaandelijks

de doctrine, rechtspraak

en wetgeving van

het bouwrecht, zakenrecht

en overheidsopdrachten.

Het richt zich

niet alleen tot de magistraat,

rechtspracticus of

jurist, maar evenzeer tot

de architect, landmeter,

aannemer, projectontwikkelaar

en immobilienmakelaar.

Elke rubriek

wordt gepubliceerd in de

originele taal en voorafgegaan

door een tweetalige

samenvatting.

Abonnees kunnen de

nummers van Res et Jura

Immobilia raadplegen in

de app Larcier Journals.

Vier nummers per jaar

Ca. 300 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 260

De reeks Contractuele

clausules bundelt talrijke

contractuele bedingen

en reikt zo de nodige

bouwstenen aan om een

contract op adequate

en correcte wijze op te

stellen, te redigeren en

te interpreteren. Elke

clausule die aan bod

komt, wordt op heldere

en overzichtelijke wijze

toe gelicht. De vele modelclausules

en de handige

checklist op het einde

van elke bespreking

staan garant voor de

praktische bruikbaarheid

van de reeks.

In voorbereiding in de reeks

Contractuele clausules:

Dienstencontracten

Juridische beroepen

Dienstencontracten

Tussenpersonen

Sportcontracten

Distributiecontracten

Bijzondere dienstencontracten

en

bewaargeving

24 Intersentia Catalogus 2022


Reeks Contractuele clausules: -10% korting bij intekening

Verbintenissenrecht

CONTRACTUELE

CLAUSULES

CONTRACTUELE CLAUSULES

CONTRACTUELE

CLAUSULES

CONTRACTUELE CLAUSULES

CONTRACTUELE

CLAUSULES

CONTRACTUELE CLAUSULES

CONTRACTUELE

CLAUSULES

CONTRACTUELE CLAUSULES

CONTRACTUELE

CLAUSULES

CONTRACTUELE CLAUSULES

MEDISCHE

DIENSTEN-

CONTRACTEN

MEDISCHE

DIENSTEN-

CONTRACTEN

MEDISCHE

DIENSTEN- MEDISCHE

CONTRACTEN

DIENSTEN-

CONTRACTEN

GEMEEN-

RECHTELIJKE

CLAUSULES

I

GEMEENRECHTELIJKE

CLAUSULES

I

KOOP

GEMEEN RECHT

KOOP

GEMEEN RECHT

KOOP

AANDELEN

KOOP

AANDELEN

Filip Dewallens (ed.)

Filip Dewallens (ed.)

Gabriël-Luc Ballon, Vincent Sagaert,

Evelyne Terryn, Bernard Tilleman,

Gabriël-Luc Alain Laurent Ballon, Verbeke Vincent (eds.) Sagaert,

Evelyne Terryn, Bernard Tilleman,

Alain Laurent Verbeke (eds.)

Gabriël-Luc Ballon, Hans De Decker,

Vincent Sagaert, Evelyne Terryn,

Bernard Tilleman, Alain-Laurent Verbeke (eds.)

Gabriël-Luc Ballon, Hans De Decker,

Vincent Sagaert, Evelyne Terryn,

Bernard Tilleman, Alain-Laurent Verbeke (eds.)

Gabriël-Luc Ballon, Hans De Decker,

Vincent Sagaert, Evelyne Terryn,

Bernard Tilleman, Alain-Laurent Verbeke (eds.)

ISBN 978-94-000-0309-5

ISBN 978-94-000-0310-1

ISBN 978-94-000-0310-1

Medische

dienstencontracten

Filip Dewallens (ed.),

Gabriël-Luc Ballon†, Vincent

Sagaert, Evelyne Terryn,

Bernard Tilleman en

Alain-Laurent Verbeke

Deze uitgave bundelt

talrijke contractuele

bedingen en reikt zo de

nodige bouwstenen aan

om een medisch dienstencontract

op adequate

en correcte wijze op

te stellen, te redigeren

en te interpreteren.

Deel I behandelt de

onderlinge verhouding

tussen artsen, tussen

artsen en ziekenhuizen,

tussen artsen en patiënten

en tussen patiënten

ISBN 978-94-000-0664-5

en ziekenhuizen.

De overeenkomsten met

apothekers en hun

vestigingen komen aan

bod in deel II. In deel III

wordt een aantal clausules

in overeenkomsten

m.b.t. onderzoek naar en

levering van geneesmiddelen

besproken.

Reeks Contractuele clausules, nr. 9

ISBN 978-94-000-0965-3

xviii + 820 blz. | gebonden

2020 | € 257,5

CONTRACTUELE

CLAUSULES

AANNEMING

BOUWWERKEN

Gemeenrechtelijke

clausules

Volume 1 & 2

Reeks Contractuele clausules,

nr. 1

ISBN 978-94-000-0309-5

xxiv + 1.838 blz. | gebonden

2013 | € 238

CONTRACTUELE CLAUSULES

AANNEMING

BOUWWERKEN

Gabriël-Luc Ballon, Hans De Decker,

Vincent Sagaert, Evelyne Terryn,

Bernard Tilleman, Alain-Laurent Verbeke (eds.)

ISBN 978-94-000-0310-1

Aanneming

Bouwwerken

Reeks Contractuele clausules,

nr. 4

ISBN 978-94-000-0664-5

x + 460 blz. | gebonden

2016 | € 125

CONTRACTUELE

CLAUSULES

KOOP

ONROEREND

GOED

Koop

Gemeen recht

Reeks Contractuele clausules,

nr. 2

ISBN 978-94-000-0698-0

x + 532 blz. | gebonden

2016 | € 125

CONTRACTUELE CLAUSULES

KOOP

ONROEREND GOED

Gabriël-Luc Ballon, Hans De Decker,

Vincent Sagaert, Evelyne Terryn,

Bernard Tilleman, Alain-Laurent Verbeke (eds.)

ISBN 978-94-000-0663-8

Koop

Onroerend goed

Reeks Contractuele clausules,

nr. 5

ISBN 978-94-000-0699-7

x + 807 blz. | gebonden

2016 | € 195

CONTRACTUELE

CLAUSULES

HUUR

Koop

Aandelen

Reeks Contractuele clausules,

nr. 3

ISBN 978-94-000-0310-1

x + 436 blz. | gebonden

2016 | € 175

Huur

CONTRACTUELE CLAUSULES

HUUR

Gabriël-Luc Ballon, Hans De Decker,

Vincent Sagaert, Evelyne Terryn,

Bernard Tilleman, Alain-Laurent Verbeke (eds.)

Reeks Contractuele clausules,

nr. 6

ISBN 978-94-000-0663-8

x + 802 blz. | gebonden

2016 | € 180

Intersentia Catalogus 2022 25


Verbintenissenrecht

nieuwe editie 2022

Algemeen

contractenrecht

Handboek voor nu

en straks

Tweede editie

Ignace Claeys en

Thijs Tanghe

ISBN 978-94-000-1381-0

ca. 900 blz. | gebonden

2022 | € 229

Het algemeen contractenrecht

is het recht dat

van toepassing is op elk

contract voor zover bijzondere

wetgeving er niet van

afwijkt. In vier delen behandelt

dit boek de kernvragen

die in de levenscyclus

van elk contract aan bod

komen.

1 Is het contract op geldige

wijze ontstaan?

2 Wat is de inhoud van het

contract en hoe werkt het

ten aanzien van

partijen en derden?

3 Wanneer is er sprake van

een contractbreuk en wat

is de impact van gewijzigde

omstandigheden?

4 Hoe kan een partij een

contractbreuk van haar

medecontractant sanctioneren

en hoe kan ze

een einde maken aan het

contract?

Nu de stap naar een

nieuw Burgerlijk

Wetboek definitief is

gezet, hebben de auteurs

bij de behandeling van

het huidige algemeen

contractenrecht ook

reeds rekening gehouden

met de voorgestelde

tekst tot hervorming

van het verbintenissenrecht.

Kortom, het is

een handboek voor nu

en straks.

In de tweede editie zijn

de meest recente wetsvoorstellen

inzake Boek

5 “Verbintenissen” en

Boek 1 ”Algemene bepalingen”

van het nieuwe

Burgerlijk Wetboek

verwerkt. De tweede

editie bevat ook een

update van rechtspraak

en rechtsleer.

Verbintenissenrecht

Sophie Stijns en

Annick De Boeck (eds.)

Dit Themis-cahier bevat

de bijdragen van het

vormingsonderdeel

Verbintenissenrecht

(academiejaar 2021-2022)

en behandelt:

· Totstandkoming van

contracten: het komende

recht in de rechtspraak

(Annick De Boeck en Tom

Hick)

· De derdenwerking van

contracten: het komende

recht in de rechtspraak

(Stefaan Declercq en

Elmo Goossens)

· Contractuele aansprakelijkheid

en sancties:

het komende recht

(Sébastien De Rey en

Sophie Stijns)

· Sancties wegens wanprestatie

in wederkerige

contracten: keuze- en

ontbindingsrecht

(Sébastien De Rey en

Sophie Stijns)

Handboek

Verbintenissenrecht

Thierry Vansweevelt en

Britt Weyts (eds.)

Dit referentiewerk biedt

een grondig en globaal

overzicht van het verbintenissenrecht:

de situering

en doelstellingen van

het verbintenissenrecht,

het begrip en de soorten

verbintenissen, de bronnen

van de verbintenissen

(inclusief de verbintenis

door eenzijdige wilsuiting,

de vertrouwensleer, de

overeenkomst – waaronder

de geldigheidsvereisten

bekwaamheid,

toestemming, voorwerp en

oorzaak, de interpretatie,

de aansprakelijkheid en

aansprakelijkheidsregelingen,

derdenwerking,

nietigheden, ontbinding en

opzegging – en de rechtsfeiten),

de overdracht van

verbintenissen, en het

uitdoven en tenietgaan van

verbintenissen.

Reeks Themis

ISBN 978-94-000-1478-7

vi + 187 blz. | paperback

2022 | € 55

ISBN 978-94-000-1083-3

xlii + 1214 blz. | gebonden

2019 | € 240,5

26 Intersentia Catalogus 2022


arbitragebeding

parket-generaal

EEN VRAAG OVER RECHT?

EEN VRAAG OVER RECHT?

U VINDT HET ANTWOORD OP STRADALEX.COM

U VINDT HET ANTWOORD OP STRADALEX.COM

TEST GRATIS gedurende 10 dagen! Volledig vrijblijvend

TEST GRATIS gedurende 10 dagen! Volledig vrijblijvend


Personen- en familierecht

redactioneel

Co-ouderschap en het niet naleven

van de verblijfsregeling

Het boek De (on)deelbaarheid van het kind onderzoekt op empirische wijze en aan de hand van een

exhaustieve analyse van de rechtspraak de toepassing van de verblijfsregeling van co-ouderschap zoals

ingevoerd door de wet van 18 juli 2006. Intersentia sprak met auteur Christine Van Roy onder andere over

de maatregelen die mogelijk zijn wanneer de verblijfsregeling niet wordt nageleefd door een ouder.

De Belgische wetgeving bevatte vóór de wet van

18 juli 2006 geen enkele regel of richtlijn voor de

rechter die uitspraak deed over het verblijf van

kinderen na de beëindiging van het (al dan niet

gehuwd) samenleven van hun ouders. Wat was de

bedoeling van deze wet?

De wetgever beoogde de invoering van het verblijfsco-ouderschap

van het kind als wetgevend

model, dat door de rechter prioritair onderzocht

zou worden wanneer het door een van de ouders

gevraagd werd. Achter dit wetgevend model

schuilden twee centrale doelstellingen. Als

eerste wenste de regering de toenmalige onvoorspelbaarheid

van de geschillen inzake verblijfsregelingen

aan banden te leggen door het

invoeren van een wetgevend model. De uitslag

van een proces was zeer onzeker, wat er volgens

de regering toe leidde dat de gerechtelijke procedures

zich opstapelden. Ten tweede streefde

de regering een verbetering van de gelijkheid

tussen de ouders na. Deze gelijkheid zou gerealiseerd

worden door het wetgevende model te vertalen

in het model van verblijfsco-ouderschap.

De wet van 2006 biedt de rechter de mogelijkheid

dwangmaatregelen op te leggen wanneer de

verblijfsregeling of het recht op persoonlijk

contact niet gerespecteerd wordt door een van

de ouders.



Wat waren vroeger de mogelijkheden voor een

ouder als de andere ouder het recht in eigen

handen nam en de uitgesproken verblijfsregeling

niet naleefde? Welke mogelijkheden zijn er nu?

Tot vóór de wet van 2006 beschikte een ouder

die te maken kreeg met een dergelijk probleem

niet over een specifiek wettelijk kader waarop

hij kon terugvallen. De ouder-slachtoffer diende

terug te vallen op de gemeenrechtelijke mogelijkheden.

Hij kon trachten gebruik te maken

van de gemeenrechtelijke dwangsom. Daarnaast

beschikte hij over de mogelijkheid om een

strafklacht neer te leggen ex artikel 431 Sw.,

en zich hierbij burgerlijke partij te stellen. De

dwangmaatregel pur sang, het gedwongen afhalen

van het kind bij de andere ouder, was niet

haalbaar. Een circulaire van 21 maart 1996 van

de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders

liet de deurwaarders niet langer toe een beslissing

inzake omgangsrecht manu militari uit te

voeren.

Maar de wetgever moest ingrijpen omdat het

ehrm in 2003 geoordeeld had dat het de plicht

van de staat was op te treden tegen ouders die

hun kind afschermen tegen de andere ouder.

De wet van 2006 biedt de rechter de mogelijkheid

dwangmaatregelen op te leggen wanneer

de verblijfsregeling of het recht op persoonlijk

contact niet gerespecteerd wordt door een van

de ouders. Het nieuwe artikel 387ter werd ingevoegd

in het BW.

Ingeval een van de ouders weigert de rechterlijke

beslissing met betrekking tot de verblijfsregeling

van het kind of het recht op persoonlijk

contact uit te voeren, kan de zaak opnieuw voor

de familierechtbank worden gebracht. Maar om

28 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Personen- en familierecht

een beroep te doen op artikel 387ter BW,

dient er reeds een rechterlijke beslissing

met betrekking tot de verblijfsregeling of

het recht op persoonlijk contact uitgesproken

te zijn; gewone afspraken volstaan niet.

De wetgever verwijst in artikel 387ter BW

procedureel naar artikel 1253ter/7 Ger.W.

Het niet naleven van de uitgesproken

verblijfsregeling is een nieuw element in de

zin van artikel 1253ter/7 Ger.W. Wanneer

de verblijfsregeling wordt uitgesproken,

weet de vragende partij immers niet dat de

verblijfsregeling niet nageleefd zou worden.

De omgangsgerechtigde ouder die door

de andere ouder gehinderd wordt in de

uitoefening van zijn omgangsrecht zal

zich wenden tot de familierechtbank die

eertijds de uitspraak deed van de geldende

omgangsregeling. Ook wanneer

de geldende omgangsregeling eertijds

uitgesproken werd door het hof van beroep,

zal de zaak aanhangig gemaakt worden bij

de familierechtbank die in eerste aanleg

uitspraak deed over de zaak.

Wat met niet-samenlevende ouders die hun

akkoord met betrekking tot de verblijfsregeling

voor de kinderen lieten opnemen in

een notariële akte?

Indien een van deze ouders later geconfronteerd

wordt met onwil in hoofde van

de andere ouder tot uitvoering van de

notarieel geakteerde verblijfsregeling, kan

hij zich niet beroepen op artikel 387ter,

§ 1, eerste lid BW. Dit artikel verwijst naar

de weigering door een van de ouders tot

uitvoering van de rechterlijke beslissing

met betrekking tot de verblijfsregeling van

de kinderen.

Deze ouder dient zich op grond van artikel

629bis, § 2, eerste lid Ger.W. te richten

tot de familierechtbank van de woonplaats

van het kind of, bij ontstentenis, van de

gewone verblijfplaats van het kind. Indien

het kind geen woonplaats of geen gewone

verblijfplaats heeft, is de familierechtbank

van Brussel bevoegd. De ouder dient aan de

rechtbank de bevestiging te vragen van de

eertijds bij notariële akte overeengekomen

verblijfsregeling. Pas later, in geval van blijvende

onwil in hoofde van de andere ouder,

kan hij zich dan tot de familierechtbank

wenden op grond van artikel 387ter, § 1,

eerste lid BW.

Dit zal de familierechtbank zijn die het

vonnis uitsprak met betrekking tot de

verblijfsregeling.

Kan het verzoek om maatregelen

ingesteld worden door iedere persoon

die een omgangsrecht ten aanzien van

een kind geniet?

Ja, niet alleen de ouder ten aanzien van

wie de rechter op grond van artikel 374 BW

een verblijfsregeling uitsprak, maar ook

de grootouder, pleegouder of iedere ander

persoon met een bijzondere affectieve band

met het kind die een recht op persoonlijk

contact toegekend kreeg door de rechter,

kan om maatregelen verzoeken.

Artikel 387ter, § 1 BW verwijst voor de

dwangmaatregelen zowel naar de verblijfsregeling

als naar het recht op persoonlijk

contact dat verhinderd wordt door (een

van) de ouders.

Welke maatregelen zijn er mogelijk?

De rechter beschikt over een heleboel

mogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn

onderzoeksmaatregelen, de dwangsom,

dwangmaatregelen (gedwongen tenuitvoerlegging

van de omgangsregeling), de

wijziging van de verblijfsregeling en de

uitoefening van het ouderlijk gezag en de

opschorting van de onderhoudsbijdrage. •

De (on)deelbaarheid

van het kind

Christine Van Roy

Dit boek is gegroeid

uit het doctoraat van

Christine Van Roy over

de verblijfsregeling van

co-ouderschap zoals

ingevoerd door de wet

van 18 juli 2006. Het

boek onderzoekt op

een empirische wijze

en aan de hand van een

exhaustieve analyse

van de rechtspraak de

toepassing van deze

verblijfsregeling.

Dit boek biedt een

vernieuwend overzicht

van de criteria die door

de rechtspraak in acht

worden genomen bij

het beoordelen van de

vorderingen over de

verblijfsregeling van

co-ouderschap, en welke

van deze criteria meer of

minder doorwegen in de

“concrete omstandigheden”

ex artikel 374, § 2,

vierde lid BW.

ISBN 978-94-000-1304-9

xvi + 311 blz. | gebonden

2021 | € 85

Intersentia Catalogus 2022

29


19/01/2021 15:35

Personen- en familierecht

Familiaal

vermogensrecht

nieuwe editie

nieuwe editie

tijdschrift

Zevende, herziene uitgave

lijke levensloop van mensen,

(en zelfs nadien). Ook andere

2021 voorzichtig in beeld als

sgemeenschap van personen

lgen en vreemdelingen, minlt

partnerschap, ouderschap

boek wordt het personen- en

- en familierecht. Na een uittechniek,

ligt er namelijk ook

rdt in ruimer perspectief geogleraar

aan de Faculteit

en. Hij doceert er sinds 2002

promotor van de Belgische

Onderzoeksgemeenschap

erdenken in de Lage Landen;

n de International Society of

k advocaat (Greenille Private

yers). Hij is de houder van de

el Dier & Recht sinds 2018.

Frederik Swennen Het personen- en familierecht

Frederik Swennen

Het personenen

familierecht

Een benadering in context

intersentia.be

Het personenen

familierecht

Een benadering in context

Zevende, herziene uitgave

Frederik Swennen

Dit boek is een leidraad bij

het Belgische personenen

familierecht anno 2021.

Voor elk onderwerp bevat

het een uiteenzetting van

de algemene beginselen,

gevolgd door een stelselmatige

samenvatting van

de rechtstechniek.

De techniek van het personen-

en familierecht is

voortdurend in beweging.

Dit boek bevat daarom

uitweidingen en illustraties

die kunnen helpen om het

personen- en familierecht

van hier en nu in context

te plaatsen om het beter

te begrijpen en in vraag te

stellen. Dat laatste is nodig

opdat het recht zich verder

zou kunnen ontwikkelen.

Door deze plaatsing van

de rechtstechniek in een

ruimere context verschilt

dit boek van de andere

handboeken over het personen-

en familierecht.

Essentieel wetboek

Jeugdrecht

Johan Put

Deze nieuwe editie verzamelt

in één enkele band

alle wetgevende akten

i.v.m. jeugdrecht, met niet

alleen akten inzake het

jeugdbeschermingsrecht

en jeugdhulprecht, maar

ook relevante wetgeving uit

het burgerlijk, gerechtelijk,

sociaal en strafrecht.

Met gratis app Larcier

Code voor een wekelijkse

bijwerking van alle

teksten uit dit Wetboek.

Tijdschrift voor Jeugd

en Kinderrechten (TJK)

Redactiedirecteurs:

Annemie Van Looveren,

Geert Decock en Johan Put

Tijdschrift voor Jeugd en

Kinderrechten (TJK) focust

als enig tijdschrift in België

op multidisciplinaire wijze

op juridische, maatschappelijke

en pedagogische

thema’s in verband met

kinderen en jongeren.

Het geïntegreerde TJKabonnement

omvat het

papieren tijdschrift TJK

(vier nummers per jaar) en

het TJK e-zine (zesmaal per

jaar) met een directe link

naar de databank waarop

de wetgeving, rechtspraak

en praktijkartikelen vanaf

jaargang 2018 digitaal

worden ontsloten en doorzoekbaar

zijn aan de hand

van een vaste inhoudelijke

structuur. Abonnees kunnen

de papieren nummers

van TJK raadplegen in de

app Larcier Journals.

Het papieren tijdschrift TJK

Beding van aanwas

en terugval

Een juridische en

fiscale analyse

Eric Spruyt

Het beding van aanwas

en terugval is reeds

vele jaren een vast

ingrediënt van een

aantal tools van successieplanning.

Als

gevolg van de Erfwetten

2017 en 2018 en het

in het kielzog daarvan

tot stand gekomen

Vlabel-standpunt,

gevolgd door een

tsunami aan fiscale

rulings, staan de beide

rechtsfiguren vandaag

opnieuw volop in de

belangstelling. In dit

boek worden beide

figuren zowel juridisch

als fiscaal tot op het

bot ontrafeld, in eerste

instantie met de focus

op onroerend vermogen

en vervolgens op

roerend vermogen. Fiscaal

wordt de materie

voor de drie gewesten

besproken.

Reeks Essentiële wetboeken

verschijnt viermaal per jaar

ISBN 978-94-000-1313-1

ISBN 978-94-000-1402-2

Plus zes TJK-e-zines

ISBN 978-94-000-1428-2

xxxii + 626 blz. | paperback

590 blz. | paperback

Ca. 400 blz. per jaargang

ca. 200 blz. | paperback

2021 | € 135

2021 | € 75

Prijs jaargang 2022: € 180

2022 | € 65

30 Intersentia Catalogus 2022


Familiaal vermogensrecht

nieuwe editie 2022

nieuwe editie

nieuwe editie

Erfrecht & Giften

Vierde editie

René Dekkers, Hélène

Casman, Alain-Laurent

Verbeke en Elisabeth Alofs

Erfrecht & giften schetst

de elementaire regels van

dit vakgebied. Iedereen die

in de praktijk complexe

dossiers behandelt, weet

hoe belangrijk het is om

niet te verdrinken in al

te technische details en

zich niet te verliezen in

oeverloze theoretische

redeneringen. Om door de

bomen het bos te blijven

zien, moet men de basisconcepten

beheersen en

deze telkens weer kritisch,

met een frisse en open

blik, herbekijken vanuit

het perspectief van een

nieuwe concrete vraag of

dossier.

Relatievermogensrecht

Tweede editie

René Dekkers, Hélène

Casman, Alain-Laurent

Verbeke en Elisabeth Alofs

Dit boek geeft een grondige

en up-to-date analyse van

de verschillende relatievormen

(huwelijk, wettelijke

en feitelijke samenwoning)

en hun patrimoniale gevolgen.

Ook in deze tweede

editie blijft het omvangrijkste

deel gereserveerd

voor het huwelijksvermogensrecht.

Deze editie

werd aangevuld met alle

wetswijzigingen naar

aanleiding van het recent

hervormde goederenrecht

(Boek 3 BW) en bewijsrecht

(Boek 8 BW).

Vermogensplanning

tussen echtgenoten

Tweede editie

Hélène Casman en

Alain-Laurent Verbeke,

Nadja Nijboer, Sofie Slaets

en Bart Verdickt

Vermogensplanning moet

gemoedsrust brengen.

U wil dat de zaken ‘goed

geregeld’ zijn. Daarvoor

zijn betrouwbare en

efficiënte antwoorden

nodig op uw vragen over

de organisatie van uw vermogen,

zowel met effect

tijdens uw leven als na uw

overlijden. Die antwoorden

vindt u in dit boek.

Het is geschreven vanuit

een jarenlange en dagelijkse

voeling met de concrete

noden van cliënten

die hun vermogen op een

correcte manier willen

regelen, voor hun partner

en voor een volgende

generatie, maar ook vanuit

een diepgewortelde

kennis van de juridischtechnische

regels en

fiscale valkuilen.

Familiaal

vermogensrecht

Alain-Laurent Verbeke,

Charlotte Declerck,

Johan Du Mongh (eds.)

Dit Themis-cahier bevat

de bijdragen van het vormingsonderdeel

Familiaal

vermogensrecht (academiejaar

2021-2022) en

behandelt:

· De storting van gelden

op een bankrekening

in het wettelijk stelsel:

toch niet zo eenvoudig als

het lijkt? (Michelle Aerts)

· Twistpunten bij

verrekenbedingen

(Alain-Laurent Verbeke

en Hannelore Thijs)

· Gerechtelijke vereffening

en verdeling in vraag

en antwoord (Charlotte

Declerck en Sven

Mosselmans)

· Enkele procedurele

aandachtspunten in

het erfrecht (Johan

Du Mongh).

Reeks Themis

ISBN 978-94-000-1495-4

vii + 103 blz. | paperback

2022 | € 55

ISBN 978-94-000-1389-6

ca. 350 blz. | paperback

2022 | € 96,5

ISBN 978-94-000-1388-9

xvii + 337 blz. | paperback

2021 | € 94,5

ISBN 978-94-000-1425-1

xii + 158 blz. | paperback

2021 | € 40

Intersentia Catalogus 2022

31


Familiaal vermogensrecht

redactioneel

De globale erfovereenkomst: meer dan een

paradepaardje van de Erfwet van 2017?

Het boek Vermogensplanning & het praktische nut van erfovereenkomsten ontleedt de mogelijke

erfovereenkomsten aan de hand van een voorbeeldcasus, zodat voor iedere professioneel of particulier

op een laagdrempelige en bevattelijke wijze duidelijk wordt hoe een erfovereenkomst in de praktijk

haar nut kan bewijzen, zowel burgerrechtelijk als fiscaal.

Kevin Desmet en Nicolas

Lauwers zijn beiden advocaat

bij A.lex Advocaten

en zijn reeds jaren gespecialiseerd

in vermogensplanning

en het verlenen

van (fiscaal) advies aan

ondernemingen. Beiden

publiceren frequent hierover

in gespecialiseerde

tijdschriften en verzorgen

van tijd tot tijd als spreker

ook seminaries/tutorials

over deze onderwerpen.

Intersentia interviewde de auteurs Kevin

Desmet en Nicolas Lauwers, beiden advocaat

bij A.lex Advocaten, specifiek over het item ‘de

globale erfovereenkomst’. Sinds 1 september

2018 is naast de ouderlijke boedelverdeling

immers een nieuwe mogelijkheid ingevoerd om

tijdens het leven van de ouder(s) een globale

regeling te treffen met alle erfgenamen in de

rechte neerdalende lijn. De ‘globale erfovereenkomst’

is dan ook een van de paradepaardjes van

de federale Erfwet uit 2017 en wordt in principe

geprofileerd als de opvolger van de ouderlijke

boedelverdeling.

Als we spreken over een globale erfovereenkomst,

denken we aan toepassingen voor een ouder en

al zijn vermoedelijke erfgenamen in rechte neerdalende

lijn. Klopt dit of kan dit ruimer?

De ‘basisvorm’ van een globale erfovereenkomst

vereist inderdaad de minimale tussenkomst van

de ouder en al zijn vermoedelijke erfgenamen

in rechte neerdalende lijn. Het betreft dan ook


Het betreft een multilaterale overeenkomst

waarbij allen overeenkomen dat aan hen in

het verleden gedane schenkingen of verleende

voordelen en/of de schenkingen of voordelen

die in de globale erfovereenkomst zelf

worden toegestaan, als evenwichtig moeten

worden beschouwd.


een multilaterale overeenkomst waarbij allen

overeenkomen dat aan hen in het verleden

gedane schenkingen of verleende voordelen en/

of de schenkingen of voordelen die in de globale

erfovereenkomst zelf worden toegestaan, als

evenwichtig moeten worden beschouwd en dat

die schenkingen na het overlijden van de ouder

niet meer het voorwerp kunnen uitmaken van

inbreng en/of inkorting. Maar het is inderdaad

zo dat deze ‘basisvorm’ evenwel nog uitgebreid

kan worden door ook andere personen erbij te

betrekken, hetzij omdat de ouder ook aan hen

‘definitieve’ beschikkingen wenst toe te staan,

hetzij omdat die personen zelf aan hun reservataire

rechten van inkorting wensen te verzaken.

Denk hierbij aan de tussenkomst van de andere

ouder met al zijn of haar vermoedelijke erfgenamen

of de echtgeno(o)t(e) van de contracterende

ouder. Belangrijk is wel te benadrukken dat

bij een globale erfovereenkomst minstens één

ouder en al zijn of haar vermoedelijke erfgenamen

in de rechte neerdalende lijn betrokken

worden. Indien een ouder erfgenamen in de

rechte neerdalende lijn heeft uit verschillende

relaties, dienen zij dus allemaal in de globale erfovereenkomst

betrokken te worden. Naarmate

deze ‘basisvorm’ uitgebreid wordt door de

tussenkomst van derden, zullen er bijkomende

rechtsbetrekkingen ontstaan tussen die tussenkomende

derden en degenen die reeds in de

‘basisvorm’ betrokken waren.

Maar wat als bijvoorbeeld één erfgenaam weigert

toe te treden?

Er kan geen rechtsgeldige globale erfovereenkomst

gesloten worden zonder dat minstens één

ouder én al zijn vermoedelijke erfgenamen in

32 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Familiaal vermogensrecht

de rechte neerdalende lijn betrokken zijn.

Deze vereiste legt tegelijk ook de beperking

van de globale erfovereenkomst bloot, aangezien

de weigering door de ouder zelf of

door slechts één erfgenaam in rechte neerdalende

lijn (al dan niet bij plaatsvervulling)

reeds volstaat opdat er geen globale erfovereenkomst

zou kunnen worden gesloten.

Indien een erfgenaam op het ogenblik van

het sluiten van de globale erfovereenkomst

reeds overleden is, moeten al zijn afstammelingen

diens plaats innemen ten gevolge

van erfrechtelijke plaatsvervulling.

Elke erfgenaam heeft dus de macht om

een globale regeling tegen te houden, wat

naar onze mening te betreuren valt. Er kan

immers niet uitgesloten worden dat een

dergelijke machtspositie in voorkomend

geval ‘misbruikt’ wordt. De vraag moet

dan ook gesteld worden of er voorbij zou

worden gegaan aan de doelstellingen van de

globale erfovereenkomst indien de rechtsgeldigheid

daarvan niet langer afhankelijk

zou worden gesteld van de tussenkomst van

alle erfgenamen in de rechte neerdalende

lijn, maar wel van het feit of zij al dan niet

in de ‘mogelijkheid’ gesteld werden om

hierin tussen te komen. In voorkomend

geval zou er – mits de nodige procedurele

waarborgen – ook in volle transparantie

gehandeld kunnen worden ten aanzien van

die erfgenamen die uitgenodigd worden

tot het sluiten van een globale erfovereenkomst

maar dit als zodanig weigeren.

Is de omschrijving ‘het bereiken van een

evenwicht tussen de erfgenamen’ niet voor

heel wat interpretaties vatbaar? Dit is toch

geen erg duidelijke omschrijving?

De globale erfovereenkomst heeft inderdaad

tot doel een ‘evenwicht’ te vinden

tussen de contracterende (vermoedelijke)

erfgenamen in rechte neerdalende lijn. Om

dat evenwicht te bereiken, kan er rekening

gehouden worden met: (i) schenkingen

of voordelen door de ouder die voorafgaandelijk

aan het sluiten van de globale

erfovereenkomst hebben plaatsgevonden;

(ii) schenkingen of voordelen door de ouder

die in de globale erfovereenkomst zelf

worden opgenomen; (iii) de toebedeling van


De opname van vroegere

schenkingen en/of

voordelen is absoluut

geen must, noch is dat het

geval voor schenkingen,

voordelen en/of schuldvorderingen

in de globale

erfovereenkomst zelf.


een schuldvordering door de ouder aan één

van de erfgenamen in de globale erfovereenkomst

zelf; en/of (iv) de persoonlijke

situatie van de betrokken (vermoedelijke)

erfgenamen.

Dit betekent dus niet dat elk van deze

elementen in de globale erfovereenkomst

opgenomen moet zijn. De opname van vroegere

schenkingen en/of voordelen is absoluut

geen must, noch is dat het geval voor

schenkingen, voordelen en/of schuldvorderingen

in de globale erfovereenkomst zelf.

De persoonlijke situatie van de erfgenamen

vormt evenmin een premisse om absoluut

rekening mee te houden. Het na te streven

‘evenwicht’ is bovendien niet noodzakelijk

een ‘gelijkheid’, hetgeen net volgt uit het feit

dat aan de contractpartijen de mogelijkheid

wordt gelaten om rekening te houden met

de persoonlijke situatie van de betrokken

(vermoedelijke) erfgenamen.

De contractpartijen kunnen het er

immers over eens zijn dat het na te streven

‘evenwicht’ een mathematisch ongelijke

begiftiging door de ouder rechtvaardigt,

bijvoorbeeld omdat de financiële situatie

van de ene erfgenaam substantieel beter

is dan die van de andere. Het gebruik van

het vrij algemene begrip ‘evenwicht’ moet

binnen deze context de professioneel dan

ook toelaten om de globale erfovereenkomst

geval per geval af te stemmen op de

concrete situatie van zijn cliënten. •

Echtelijke moeilijkheden & De vennootschap en de echtscheiding

Vermogensplanning

&

Het praktische nut

van erfovereenkomsten

Kevin Desmet en Nicolas Lauwers

Vermogensplanning

& Het praktische nut van

erfovereenkomsten

Kevin Desmet en

Nicolas Lauwers

In 2018 werd de erfovereenkomst

in het Belgische

recht geïntroduceerd, wat

een enorme verrijking

betekent binnen de wereld

van de estate planning.

Maar waarin manifesteert

die verrijking zich dan?

Welke erfovereenkomsten

zijn er mogelijk en aan

welke behoeften komen die

dan wel tegemoet?

Dit boek ontleedt elk van

deze erfovereenkomsten

aan de hand van een

voorbeeldcasus, zodat

voor iedere professioneel

of particulier op een laagdrempelige

en bevattelijke

wijze duidelijk wordt hoe

een erfovereenkomst in

de praktijk haar nut kan

bewijzen, zowel burgerrechtelijk

als fiscaal.

Reeks Vermogensplanning &

ISBN 978-94-000-1334-6

xx + 212 blz. | paperback

2021 | € 60

Intersentia Catalogus 2022

33


ISBN 978-94-000-1493-0

Familiaal vermogensrecht

Vermogensplanning

& De maatschap

Alain Van Geel, Murielle

Gijbels en Matthieu

Janssens de Bisthoven

Reeks Vermogensplanning &

ISBN 978-94-000-1319-3

ca. 75 blz. | paperback

2022 | € 55

Vereffening-verdeling

in rechtspraak

Bart Van den Bergh (ed.)

Reeks RABG +

ISBN 978-94-000-1193-9

170 blz. | paperback

2020 | € 75,5

Echtelijke moeilijkheden

& Echtscheiding

door onderlinge

toestemming

anno 2020

Hélène Casman en

Patrizia Macaluso

Reeks Echtelijke moeilijkheden &

ISBN 978-94-000-1177-9

iv + 100 blz. | paperback

2020 | € 58

Het Belgische familiaal vermogensrecht is een relatief complexe en technische materie,

die recent belangrijke wijzigingen heeft ondergaan. Dit boek wijdt de lezer in deze

technische materie in met een bespreking van de basisprincipes, met aandacht voor

de recente aanpassingen in het erfrecht en het huwelijksvermogensrecht. Het vormt

daarom een uitgelezen introductie voor wie vertrouwd wil raken met de elementaire

regels van het nieuwe Belgische familiaal vermogensrecht.

Het voetnotenapparaat is bewust beknopt gehouden. Een algemene bibliografie en

beperkte bibliografieën bij aanvang van ieder hoofdstuk verwijzen de geïnteresseerde

lezer door naar de meer gespecialiseerde literatuur.

Een omstandige toelichting en diepgaandere bespreking van het familiaal vermogensrecht

is te vinden in het Handboek Familiaal vermogensrecht van dezelfde auteur,

waarvan binnenkort een tweede, volledig herwerkte editie verschijnt met een omstandige

bespreking van de regels van het nieuwe erfrecht.

Renate Barbaix is hoogleraar Familiaal vermogensrecht aan de Universiteit

Antwerpen en is in die hoedanigheid lid van de experte groep die zich in opdracht

van de minister van Justitie heeft gebogen over de hervorming van het familiaal

vermogensrecht. Zij is daarnaast ook gastprofessor in de Master in Personal Financial

Planning (Antwerp Management School) en doceert in het Postgraduaat Estate

Planning (VUB/ULB). Zij is tevens advocaat aan de balie van Antwerpen (HCGB Advocaten).

Vermogensplanning

via maatschap en

beheersvolmacht

Mark Delboo en

Ariadne Van den Broeck

ISBN 978-94-000-1154-0

x + 122 blz. | paperback

2020 | € 58

Renate Barbaix

Familiaal vermogensrecht in essentie

Het (familie)bedrijf

& De overdracht

Steven Seyns en

Dirk Clarysse (eds.)

Reeks Het (familie)bedrijf &

ISBN 978-94-000-1201-1

iv + 147 blz. | paperback

2020 | € 65

Renate Barbaix

nieuwe editie 2023

Familiaal

vermogensrecht

in essentie

Vijfde editie

Familiaal vermogensrecht

in essentie

Vijfde editie

Renate Barbaix

Reeks In essentie

ISBN 978-94-000-1493-0

ca. 450 blz. | paperback

2023 | € 83

Successieplanning

in de praktijk

Dieter Bossuyt, Kristof

Delobelle, Stef Mannaerts

en Veerle Wanzeele

Is bij mij alles goed geregeld?

Wat gebeurt er met

mijn vermogen als ik huw,

kinderen krijg, een huis

koop, een onderneming

heb, met pensioen ga of

sterf? Hoe bescherm ik

wie en wat me lief is als er

wat gebeurt? Op deze en

vele andere vragen – die

iedereen zich zou moeten

stellen – geven de auteurs

een helder antwoord.

Juridisch en fiscaal

correct, helder en voor

iedereen begrijpelijk.

• Met talloze voorbeelden

uit het dagelijks leven

• Geïllustreerd met

schema’s die de juridische

wetmatigheden

verduidelijken

• Geschreven door experts

voor studenten en fiscale

professionals

ISBN 978-94-000-1466-4

ca. 350 blz. | paperback

2022 | € 65

34 Intersentia Catalogus 2022


Familiaal vermogensrecht

nieuwe editie

nieuwe editie 2022

tijdschrift

tijdschrift

Renate Barbaix en Nicolas Carette

PRIVAATRECHT

(VERMOGENS)RECHT

RECHT

Tweede editie

jurisquare.be

FAMILIAAL

VERMOGENS-

RECHT

R. BARBAIX

Tendensen

Vermogensrecht 2021

Renate Barbaix en

Nicolas Carette (eds.)

ISBN 978-94-000-1378-0

ca. 250 blz. | paperback

2022 | € 85

nieuwe editie 2023

HANDBOEK

FAMILIAAL

VERMOGENSRECHT

RENATE BARBAIX

DERDE EDITIE

Handboek familiaal

vermogensrecht

Derde editie

Renate Barbaix

ISBN 978-94-000-1152-6

ca 1050 blz. | gebonden

2023 | € 247

Privaat (vermogens)recht

Tweede editie

Renate Barbaix en

Nicolas Carette

Privaat (vermogens)

recht is een toegankelijk

geschreven beginselmatige

studie van het

privaatrecht. De auteurs

situeren eerst het privaatrecht

tegenover andere

rechtstakken, behandelen

dan privaatrechtelijke

basisconcepten en beginselen,

vermogensrechten

(verbintenissen en

zakelijke rechten, met ook

de bijzondere contracten

en de buitencontractuele

aansprakelijkheid), de uitoefening

en sanctionering

van de subjectieve rechten

en tot slot de overgang

en het tenietgaan van

subjectieve rechten. Ook

de onderlinge verbanden

worden aangetoond.

ISBN 978-94-000-1150-2

ca. 250 blz. | paperback

2022 | € 58

Vermogensplanning

in de Praktijk (VIP)

Hoofdredactie:

P. Meeuwssen

en I. Verhulst

Het tijdschrift VIP behandelt

actuele thema’s in de

vermogensplanning op

bevattelijke wijze, waarbij

steeds uiterst praktijkgericht

wordt geschreven.

Vermogensplanning

wordt vanuit een zo breed

mogelijke invalshoek

benaderd, vanuit verschillende

rechtstakken.

Elk nummer bevat de

volgende rubrieken:

• Doctrine (bestaande uit

een aantal korte, bevattelijke

artikelen);

• Rechtspraak (duiding bij

uitspraken);

• Actualia (kort overzicht

van en duiding bij wetgeving,

rechtspraak, aanbevelingen

en adviezen en

internationale aspecten);

• Opinierubriek.

Abonnees kunnen de

nummers van VIP raadplegen

in de app Larcier

Journals.

Vier nummers per jaar

Ca. 200 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 170

Tijdschrift Estate

Planning (TEP)

Hoofdredacteur:

A.-L. Verbeke

Het Tijdschrift Estate

Planning informeert

vermogens planners,

notarissen, advocaten,

accountants en revisoren

over alle recente

ontwikkelingen van estate

planning (de organisatie

en overdracht van

vermogen in zijn geheel,

zowel tijdens het leven

als bij overlijden). Via

diepgaande en wetenschappelijk

onder bouwde

artikelen met bijzondere

relevantie voor de praktijk

van elke vermogensplanner,

geschreven in een

vlotte en duidelijke taal,

krijgt u telkens een duidelijk

beeld van een bepaald

aspect of een recente

ontwikkeling in de estate

planning-praktijk.

Vier nummers per jaar

Ca. 650 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022:

print: € 241,68

online: € 257,58

print + online: € 269,24

Intersentia Catalogus 2022

35


Estate planning

Handboek Estate Planning: -15% korting bij gelijktijdige aankoop van de drie delen

Handboek

Estate Planning

Handboek Estate Planning

analyseert in drie boekdelen

alle aspecten van

organisatie en overdracht

van het vermogen, volgens

twee sporen: zowel met

effect tijdens het leven als

met effect na overlijden.

Telkens worden zowel

de privaatrechtelijke of

vennootschapsrechtelijke

als de fiscale aspecten

toegelicht.

De nieuwe, geactualiseerde

editie verschijnt

in drie delen: relatievermogensrecht,

erfrecht en

giften, en rechtspersoon

en levens verzekering.

Het Handboek Estate

Planning is een onmisbaar

instrument voor

iedereen die van ver of

van nabij betrokken is

bij vermogens planning:

juristen, fiscalisten,

notarissen, advocaten,

magistraten, accountants,

revisoren, private bankers

en alle andere mogelijke

adviseurs.

Erfrecht en giften

Deel II

Alain-Laurent Verbeke

en Bart Verdickt (eds.)

ISBN 978-94-000-0733-8

xxii + 1280 blz. | gebonden

2021 | € 195

Het tweede boek in de reeks Handboek Estate Planning:

Erfrecht en giften analyseert de materie aan de hand

van handige topics waarin det privaatrechtelijke en de

fiscale aspecten aan bod komen. De Erfwetten van 2017

en 2018 zijn in het boek verwerkt. Het boek bestaat

uit de volgende delen: Erfrecht, Giften, Reserve en

Erfovereenkomsten.

Met bijdragen van o.a. R. Abiuso, M. Aerts, A. Apers,

R. Barbaix, H. Casman, C. Castelein, O. Claes,

G. Deknudt, T. Delameilleure, M. Delbroek,

H. Derycke, G. Degeest, E. De Meirsman, J. Du Mongh,

R. Elsermans, N. Geelhand, J. Jorissen, N. Labeeuw,

S. Lust, S. Markey, S. Mosselmans, N. Nijboer,

W. Pintens, A. Van den Bossche, A. Van den Broeck,

G. Van Eyken, A. Van Geel, C. Van Heuverswyn,

J. Van Ishoven, A.-L. Verbeke, B. Verdickt, H. Verlinden,

B. Verschraegen en B. Waûters.

Relatievermogensrecht

Deel I

Alain-Laurent Verbeke

en Bart Verdickt (eds.)

ISBN 978-94-000-0732-1

ca. 900 blz. | gebonden

2022 | € 195


Handboek Estate Planning analyseert in drie boekdelen

alle aspecten van organisatie en overdracht van het

vermogen, volgens twee sporen: zowel met effect tijdens

het leven als met effect na overlijden. Een onmisbaar

instrument voor iedereen die van ver of van dichtbij

betrokken is bij vermogensplanning.


Rechtspersoon en

levensverzekering

Deel III

Alain-Laurent Verbeke

en Bart Verdickt (eds.)

ISBN 978-94-000-0734-5

ca. 900 blz. | gebonden

2022 | € 195

36 Intersentia Catalogus 2022


ISBN 978-94-000-1488-6

Notariaat

nieuwe editie

Jaarlijks kloppen 2,5 miljoen burgers op belangrijke momenten

in hun leven aan bij de notariskantoren. Notarissen en hun

medewerkers werken in een diverse wereld die constant in beweging

is. Voortdurend aanpassen aan wat er leeft in de maatschappij

is cruciaal en hoognodig.

De regelgeving, het werkinstrument bij uitstek van elke notaris,

neemt jaar na jaar in omvang toe en wijzigt regelmatig. Federale,

regionale en Europese wetgevende initiatieven spelen in

op maatschappelijke evoluties. Digitalisering is niet meer weg

te denken uit onze samenleving.

Vlanot Jaarboek 2021

Het ruime aanbod aan (digitale) studiedagen van Vlanot tracht

iedereen die werkzaam is binnen het notariaat vertrouwd te

maken met de nieuwigheden in het vakgebied. Dit jaarboek

bundelt enkele teksten van auteurs met voeling voor de dagdagelijkse

notariële praktijk. Zij kleurden mee onze (digitale)

studiedagen in 2021 met hun boeiende uiteenzettingen.

Jaarboek 2021

Familiaal vermogensrecht

Vennootschapsrecht

Goederenrecht

Ruimtelijke ordening

Fiscaliteit

intersentia.be • stradalex.com • jurisquare.be

Wetboek Notariaat

2021-2022

In samenwerking

met VLN

Georges De Sutter, Egon

Ronse De Craene, Bernard

Snyers en Stephanie

Van Nieuwenhuysen

Dit Wetboek bevat het

geheel van de wetteksten en

reglementaire bepalingen

uit diverse rechtstakken

die onmisbaar zijn voor

het notariaat. Hierbij zijn

teksten geselecteerd op

zowel federaal, Vlaams als

Brussels vlak. Ook teksten

die gelden voor het Waalse

Gewest zijn opgenomen.

De auteurs, allen notarieel

jurist, hebben dit wetboek

samengesteld op basis van

hun dagelijkse ervaring in

het notariaat. Deze verzameling

is niet alleen een

nuttig werkinstrument voor

notarissen en hun medewerkers,

voor kandidaatnotarissen

en deelnemers

aan het toegangsexamen

en voor studenten in de

Master notariaat, maar

ook voor alle anderen

(juristen en niet-juristen)

die dagelijks in dezelfde

materies actief zijn.

Via de gratis app Larcier

Code wordt deze editie

permanent bijgewerkt.

Jaarlijks verschijnt er een

nieuwe editie. Bij intekening

op deze jaarlijkse edities,

geniet u een blijvende

korting van 15%.

Dit werk kwam tot

stand in samenwerking

met de Vereniging van

Licentiaten en Masters in

het Notariaat (VLN) en met

wetenschappelijk advies

van Frank Buyssens,

Maarten De Clercq, Katrin

Roggeman en Annelies

Wylleman.

ISBN 978-94-000-1420-6

1950 blz. | paperback, 2 volumes

2021 | € 250

Notariële actualiteit

2020-2021

Fiscaliteit – Familie –

Vastgoed – Rechtspersoon

Frank Buyssens en

Alain-Laurent Verbeke (eds.)

Inhoud:

· Het beding van aanwas

(“tontine”) en terugval:

een fiscale synthese

· Terbeschikkingstelling

van onroerend

goed onder btw

· Recente ontwikkelingen

inzake

vergoedingen tussen

echtgenoten en ongehuwde

samenwoners

· De globale erfovereenkomst

civiel en fiscaal

bekeken

· Actuele ontwikkelingen

inzake

vruchtgebruik

· Erfrecht en opstal

in het nieuwe

goederenrecht

· Vrije beroepers van

cvba naar bv

· Online oprichting van

vennootschappen.

Reeks Leuvense Notariële

Geschriften

ISBN 978-94-000-1424-4

xviii + 470 blz. | gebonden

2021 | € 90

Vlanot Jaarboek 2021

Vlanot Jaarboek 2021

bundelt teksten van

auteurs met voeling

voor de dagelijkse

notariële praktijk, met

name over Familiaal

vermogensrecht;

Vennootschapsrecht;

Goederenrecht;

Ruimtelijke ordening

en Fiscaliteit.

ISBN 978-94-000-1488-6

ca. 800 blz. | paperback

2022 | € 149

Vlanot Jaarboek 2020

ISBN 978-94-000-1377-3

xxix + 884 blz. | paperback

2021 | € 149

Intersentia Catalogus 2022

37


Notariaat

redactioneel

Hypothecaire publiciteit: ook de invoering

van het nieuwe goederenrecht heeft impact

Van meester Maarten De Clercq, notaris te Stekene, verscheen ‘Hypothecaire publiciteit’. In het boek wordt

uiteraard ook stilgestaan bij de impact van het nieuwe goederenrecht vanaf 1 september 2021. Het nieuwe

boek 3 “Goederen” van het Burgerlijk Wetboek zorgt immers voor een aantal verduidelijkingen inzake

hypothecaire publiciteit door een aantal bepalingen uit de Hypotheekwet in ons Burgerlijk Wetboek te

integreren en waar nodig aanpassingen aan te brengen, onder meer inzake de verplicht over te schrijven

akten, wat ook de rechtszekerheid ten goede komt. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de wijziging van

voormalig artikel 1 van de Hypotheekwet door artikel 3.30 van het Burgerlijk Wetboek.

38 Intersentia Catalogus 2022

De vorm van de akten

Voormalig artikel 1 Hyp.W. schreef de overschrijving

voor van alle akten tot overdracht of aanwijzing

van onroerende zakelijke rechten.

Artikel 3.30 BW wijzigt deze bepaling en vult

ze aan, zodat alle akten tot vestiging, overdracht

of vaststelling van onroerende zakelijke rechten

dienen te worden overgeschreven. In tegenstelling

tot artikel 3.31 BW (voorheen art. 2 Hyp.W.),

dat voorschrijft in welke vorm de akten moeten

worden aangeboden op het aapd-kantoor (het

instrumentum), handelt artikel 3.30 BW niet

over de vorm van de akten. Wel integendeel, een

akte zoals bedoeld in artikel 3.30 BW betreft

het negotium van de overeenkomst. Anders

verwoord: artikel 3.30 BW schrijft voor wat moet

worden overgeschreven om tegenwerpelijk

te zijn, artikel 3.31 BW (ex art. 2 Hyp.W.) legt

op welke vorm noodzakelijk is vooraleer kan

worden overgeschreven. Immers, indien men

Artikel 3.30 bw heeft nu niet alleen de overschrijving

bij overlijden ingevoerd, ook de vaststellingsakte

of het vonnis waarbij een wettelijke

erfdienstbaarheid wordt vastgesteld, moet

worden overgeschreven op het aapd-kantoor

bij toepassing van artikel 3.30, 3° bw.



zou aannemen dat ‘akten’ in de zin van artikel

3.30 BW enkel betrekking zouden hebben op

authentieke akten, dan zou dat a contrario

betekenen dat onderhandse akten of mondelinge

overeenkomsten wel tegenwerpelijk

zouden zijn aan derden zonder overschrijving

op het aapd-kantoor. Een dergelijk gevolg zou

uiteraard lijnrecht ingaan tegen het gehele

opzet van de Hypotheekwet en toont aan dat

het woord ‘akten’ in artikel 3.30 BW betrekking

heeft op het negotium van alle erin beschreven

overeenkomsten.

De overschrijving van een overdracht

door een feit

De invoering van artikel 3.30 BW maakt komaf

met het adagium dat overdracht door een feit

niet aan overschrijving onderworpen is. Zo is

het verkrijgen van eigendom of een zakelijk

recht via verjaring ook tegenwerpelijk aan

derden zonder de overschrijving ervan op het

aapd-kantoor.

Deze feiten zijn an sich tegenwerpelijk zonder

enige publiciteit. Indien de verjaring evenwel

wordt vastgesteld bij rechterlijke uitspraak,

maakt deze uitspraak vanaf de invoering van het

nieuwe Burgerlijk Wetboek wél het voorwerp uit

van een overschrijving in de hypotheekregisters

om tegenwerpelijk te zijn (art. 3.26 BW).

Een ander voorbeeld is de overschrijving van

de akte van erfopvolging. De rechtsopvolgers

verkrijgen de nalatenschap door het overlijden

van de erflater en de toepasselijke wetgeving.


edactioneel

Notariaat

Dat zijn geen overeenkomsten maar feiten.

Toch opteert de wetgever door de wijziging

van artikel 3.30 BW ervoor om ook dit

gegeven aan overschrijving te onderwerpen

en zo het voorheen bestaande principe dat

de overschrijving werd voorbehouden voor

overeenkomsten, overboord te gooien.

De overdracht krachtens de wet

De overdracht van een zakelijk recht kan

ook plaatsvinden door de vervulling van

een wettelijk voorschrift, zoals het wettelijk

vruchtgenot van de ouders of de wettelijke

erfdienstbaarheid van recht van uitweg.

Deze overdrachten zijn tegenwerpelijk

aan derden ongeacht of zij het voorwerp

uitmaken van overschrijving op het aapdkantoor.

Wordt er evenwel een overeenkomst

opgemaakt over de modaliteiten van

de overdracht, dan is deze overeenkomst

onderworpen aan de overschrijvingsplicht

om tegenwerpelijk te zijn.

Het nieuwe artikel 3.30, § 1, 3° BW voorziet

nu ook uitdrukkelijk in de overschrijving

van alle akten waarin een verkrijging

van rechtswege van een onroerend zakelijk

recht wordt vastgesteld.

Zo wordt de akte of het vonnis waarin de

verkrijgende verjaring van een onroerend

zakelijk recht wordt vastgesteld (art. 3.26

BW) overgeschreven om tegenwerpelijk

te zijn. Ook vonnissen die het bestaan van

een wettelijke erfdienstbaarheid vaststellen,

moeten worden overgeschreven op het

aapd-kantoor.

Specifieke aandachtspunten voor

bijvoorbeeld de vestiging van

vruchtgebruik, erfpacht, opstal en

erfdienstbaarheden

Rechten van vruchtgebruik, erfpacht

en opstal worden in eerste instantie

niet overgedragen in de oorspronkelijke

betekenis van het woord in het toenmalige

artikel 1 Hyp.W., maar zij worden gevestigd.

Uiteraard kunnen deze rechten, binnen

de grenzen van de wet en/of binnen de

grenzen van de overeenkomst die aan de

vestiging ten grondslag ligt, na de vestiging

alsnog worden overgedragen, en valt deze

overdracht onder de toepassing van artikel

1 Hyp.W. /artikel 3.30 BW. Toch was ook

onder het toepassingsgebied van artikel

1 Hyp.W. het vestigen van de rechten van

vruchtgebruik, erfpacht en opstal onderworpen

aan de overschrijvingsverplichting

om tegenwerpelijk te zijn aan derden

indien zij worden gevestigd bij overeenkomst,

ongeacht de letterlijke bewoordingen

van artikel 1. Deze toepassing in de

praktijk is nu opgenomen in artikel 3.30

BW. Naast de overdracht of aanwijzing van

onroerende zakelijke rechten is vandaag

ook de vestiging van onroerende zakelijke

rechten uitdrukkelijk onderworpen

aan de verplichte overschrijving op het

aapd-kantoor.

Erfdienstbaarheden ontstaan uit de

plaatselijke ligging (de natuurlijke erfdienstbaarheden),

uit de wet (wettelijke

erfdienstbaarheden) of uit de wil van de

mens (conventionele erfdienstbaarheden).

In het raam van artikel 1 Hyp.W.

kwamen uitsluitend de conventionele

erfdienstbaarheden in aanmerking voor

overschrijving. De andere twee soorten

erfdienstbaarheden komen immers niet

voort uit overeenkomsten, en zijn dus ook

zonder overschrijving op het aapd-kantoor

tegenwerpelijk aan derden, in tegenstelling

tot de erfdienstbaarheid gevestigd bij de wil

van de mens. Bovendien was, zolang er geen

overschrijving werd voorgeschreven voor

de overdracht van onroerende zakelijke

rechten bij overlijden, een conventionele

erfdienstbaarheid gevestigd bij testament

evenmin aan overschrijving onderworpen

om tegenwerpelijk te zijn aan derden.

Artikel 3.30 BW heeft nu niet alleen de

overschrijving bij overlijden ingevoerd, ook

de vaststellingsakte of het vonnis waarbij

een wettelijke erfdienstbaarheid wordt

vastgesteld, moet worden overgeschreven

op het aapd-kantoor bij toepassing van

artikel 3.30, 3° BW.

Uiteraard is dat maar een kleine selectie

ter illustratie, in het boek wordt veel

ruimer ingegaan op een aantal belangrijke

wijzigingen door de invoering van het

nieuwe goederenrecht op 1 september 2021

waarmee elke practicus zeker rekening

moet houden! •

Hypothecaire publiciteit

Maarten De Clercq

De overschrijving en

de kantmelding in de

registers van de Dienst

Rechtszekerheid spelen

een cruciale rol in de

tegenwerpelijkheid van

alle rechtshandelingen

omtrent vastgoed. Onder

meer door de invoering

van Boek 3 BW en de

vele recente rechtspraak

heeft dit domein van het

vastgoedrecht belangrijke

wijzigingen ondergaan.

Dit boek behandelt alle

aspecten van de overschrijving

en de kantmelding,

met inbegrip van

de overschrijving van het

bewarend en uitvoerend

beslag. Ook de doorhaling

van bezwarende overschrijvingen

wordt uitvoerig

behandeld. De auteur

staat ook stil bij de meest

recente ontwikkelingen,

zoals de overschrijving

van de erfakte en de wijzigingen

aan het systeem

van de kantmelding.

ISBN 978-94-000-1223-3

ii + xviii + 220 blz. | gebonden

2021 | € 110

Intersentia Catalogus 2022

39


Notariaat

Gerechtelijk recht

tijdschrift

tijdschrift

CEL - Comité d’Études et de Législation

CSW - Comité voor Studie en Wetgeving 2021/2

Comité

d’Études et

de Législation

Rapports

Comité voor

Studie en

Wetgeving

Verslagen

2021/2

Handboek

Gerechtelijk recht

Vijfde editie

Jean Laenens†,

Dirk Scheers,

Pierre Thiriar,

Stefan Rutten en

Beatrix Vanlerberghe

ISBN 978-94-000-1045-1

xxviii + 969 blz. | gebonden

2019 | € 194,5

Bericht aan het

Notariaat (BN)

Redactie: A. Caudron,

H. Dhont, N. Janssens,

A. Laga, N. Labeeuw,

T. Lauwers, N. Raemdonck,

F. Tack en E. Vande Putte

De notariële praktijk

wordt vanuit een zo breed

mogelijke invalshoek

benaderd, met besprekingen

van nieuwe wetgeving

inzake familie- en

familiaal vermogensrecht,

zakenrecht, contractenrecht,

zekerheden- en

executierecht, handels-,

vennootschaps- en economisch

recht, fiscaal recht

en andere rechtstakken.

Elk nummer van BN is

opgebouwd rond drie

rubrieken: Doctrine,

Rechtspraak, rulings en

adviezen en Actualia, met

info en duiding rond wetgeving,

rechtspraak, aanbevelingen

en adviezen.

Abonnees kunnen de

nummers van BN raadplegen

in de app Larcier

Journals.

Verslagen van het

Comité voor Studie

en Wetgeving –

Travaux du Comité

d’études et de legislation

Hoofdredactie: Dirk Michiels

& Pierre-Yves Erneux

Het Comité voor de Studie

en Wetgeving van de

Koninklijke Federatie van

het Belgisch Notariaat

(Fednot) bestaat uit eminente

juristen uit het notariaat

en andere juridische

sectoren met een interesse

voor de notariële praktijk.

Het Comité zorgt voor de

uitwerking van rechtsleer

op basis van bijzondere

problemen uit de notariele

praktijk en buigt zich

over wetsvoorstellen en

wetsontwerpen waarbij het

notariaat betrokken is.

Deze werkzaamheden

worden gebundeld in de

Verslagen van het Comité.

Om sneller op de bal te

spelen, verschijnen de verslagen

van het Comité vanaf

2021 in tijdschriftvorm bij

Larcier-Intersentia.

Het Gerechtelijk Wetboek

werd ingevoerd bij de wet

van 10 oktober 1967. De

wetten die sinds 1967 de

bepalingen van dit wetboek

hebben gewijzigd,

toegevoegd, vervangen of

opgeheven, zijn bijna niet

meer te tellen. Tevens

heeft het Hof van Cassatie

in talrijke arresten de

juiste draagwijdte van verschillende

bepalingen van

het Gerechtelijk Wetboek

vastgelegd of verfijnd.

En sinds de wet van 21

maart 2014 tot hervorming

van de gerechtelijke

arrondissementen en de

zogenaamde quick wins

in de fameuze Potpourriwetten

van 2015 tot 2019

is het gerechtelijk recht

meer dan ooit ingrijpend

veranderd.

Het Handboek Gerechtelijk

recht beperkt zich niet tot

een loutere beschrijving

van de regelgeving. De

auteurs van dit handboek

hebben steeds de wetteksten

aan een kritisch,

maar constructief onder -

zoek onderworpen,

waarbij ze steeds hebben

gezocht naar afdoende

antwoorden op concrete

vragen die in de rechtspraktijk

rijzen. Vragen

waar andere boeken geen

antwoord op weten.

Voor iedere praktijkbeoefenaar

is dit handboek

dan ook een wegwijzer in

de soms grillige doolhof

van het gerechtelijk

recht. Voor studenten is

dit handboek het ideale

studieboek om inzicht te

verwerven in deze belangrijke

rechtstak.

Vier nummers per jaar

Ca. 200 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 165

Twee nummers per jaar

Ca.300 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 200

40 Intersentia Catalogus 2022


Gerechtelijk recht

nieuwe editie

nieuwe editie

Burgerlijk Procesrecht I

Het Gerechtelijk

Wetboek met

aandacht voor het

tuchtprocesrecht en

het Europees

procesrecht

DERDE

BIJGEWERKTE

EDITIE

Burgerlijk

Procesrecht

Deel I

Artikel 1-1016bis Ger.W.

Duiding

2021

Paul Dauw

Beatrijs Deconinck

Bart Wylleman

Duiding Burgerlijk

Procesrecht

Derde bijgewerkte editie

Paul Dauw, Beatrijs

Deconinck en

Bart Wylleman (eds.)

Deze nieuwe bijgewerkte

editie van Duiding

Burgerlijk Procesrecht

bevat een uitgebreide

artikelsgewijze commentaar

op het Gerechtelijk

Wetboek. In de commentaren,

opgesteld door

specialisten in de materie,

is de belangrijkste rechtspraak

en rechtsleer vervat

en wordt de draagwijdte

van de wetsartikelen

toegelicht, met bijzondere

aandacht voor de impact

van de Potpourri-wetten.

De wetgeving en de annotaties

geven een antwoord

op talrijke vragen die kunnen

rijzen. De verwijzingen

naar rechtspraak en

rechtsleer vormen bij de

oplossing van complexe

vraagstukken een basis

voor verder onderzoek.

Reeks Duiding

ISBN 978-94-000-1217-2

1800 blz. | paperback, 2 volumes

2021 | € 175

Burgerlijk procesrecht

Basis met schema’s

Zesde editie

Paul Dauw en Elise Dauw

Dit boek biedt een

helder overzicht van het

burgerlijk procesrecht.

De materie wordt op een

originele manier behandeld.

De hele rechtstak

wordt aan de hand van

vele duidelijk en overzichtelijke

schema’s op

een haast fotografische

wijze in beeld gebracht.

Hierdoor kan men snel

een casus visualiseren en

positioneren in het geheel

van procesrechtelijke

regels. De basisregels van

het Gerechtelijk Wetboek

worden gestructureerd

geanalyseerd en toegankelijk

uitgelegd.

ISBN 978-94-000-1464-0

ca. 640 blz. | paperback

2022 | € 100

De insolventie

van de advocaat

Rik Crivits en Jens Vrebos

ISBN 978-94-000-1471-8

ca. 60 blz. | paperback

2022 | € 55

Bewijsnood na

het vernieuwde

bewijsrecht

Joëlle Rozie,

Stefan Rutten en

Beatrix Vanlerberghe (eds.)

ISBN 978-94-000-1298-1

x + 176 blz. | paperback

2020 | € 63

Het nieuwe bewijsrecht

ALLIC V

Thierry Vansweevelt

en Britt Weyts (eds.)

Reeks Aansprakelijkheidsen

Verzekeringsrecht, nr. 15

ISBN 978-94-000-1118-2

viii + 136 blz. | paperback

2020 | € 47

Het Hof van Cassatie

als lichtbaken van het

Belgische rechtsbestel

Doelmatige en doeltreffende

rechtsvorming door de

cassatierechter

Matthias Van Der Haegen

ISBN 978-94-000-1192-2

xxiii + 558 blz. | paperback

2020 | € 115,5

Intersentia Catalogus 2022

41


Gerechtelijk recht

redactioneel

Het lot van onrechtmatig bewijs

‘Van de verboden vrucht zult gij niet eten’. Het Belgische bewijsrecht hing tot voor kort die oudtestamentische

gedachte aan. De bewijsvergaring in strijd met de wet gaf aanleiding tot bewijsuitsluiting. Eerst in het strafrecht,

waar het fundament van deze regel ligt, en nadien in het civiele bewijsrecht, maakten recent andere

inzichten opgang. Naar aanleiding van het verschijnen van Het lot van onrechtmatig bewijs had Intersentia

een boeiend gesprek met Jachin Van Doninck over de problematiek van het onrechtmatig bewijs.

42 Intersentia Catalogus 2022

Vanwaar uw interesse voor dit onderwerp?

Jachin Van Doninck: “Eigenlijk is dit een thema

dat me al sinds mijn studententijd intrigeert.

Ik schreef mijn (toen nog licentiaats)verhandeling

over het onrechtmatig bewijs in fiscale en

strafzaken en tijdens het vak argumentatieleer

daagde Rogier de Corte ons uit om door te denken

over het gebruik van onrechtmatig bewijs

in ontslagzaken.

Als prille advocaat-stagiair had ik de gelegenheid

om enkele inzichten te bundelen in een

annotatie voor het Rechtskundig Weekblad.

Dat die bijdrage verscheen aan de vooravond

van wat later de Antigoonrechtspraak zou

gaan heten, kon ik toen nog niet bevroeden.

Ik meende in die rechtspraak van het Hof van

Cassatie een rode draad te kunnen ontwaren,

en was dan ook verbaasd toen velen in 2008 uit

rechtspraak van dat Hof meenden te moeten

afleiden dat nu ook in civiele zaken dezelfde

inzichten ingang hadden gevonden. Een openingsrede

voor het Vlaams Pleitgenootschap bij

de balie te Brussel bood me in 2011 de gelegenheid

om ‘dwars te gaan liggen’. Enkele stille

Het Hof van Cassatie verwacht in de rechtsverhouding

tussen overheid en burger van de rechter

een concrete legaliteitstoets. De Antigooncriteria

die het Hof daartoe vooropstelt, worden

in dat verband al te vaak verengd tot een soort

mechanische regel van drie.



wenken hebben me toen op weg gezet voor een

meer omvattende behandeling van de problematiek

in een doctoraal proefschrift.”

Wat zijn de grote lijnen van uw onderzoek?

“Ik stelde me tot doel te onderzoeken of het

Hof van Cassatie over de grenzen van publieken

privaatrecht heen voor een stramien heeft

gezorgd dat de rechter tot beslechting van de

bewijsuitsluitingsvraag kan aanwenden. Om

die vraag te beantwoorden, moest ik ingaan op

het doel van proces- en bewijsvoering in die

rechtsgebieden. Ik maakte daartoe een opdeling

tussen de bewijsuitsluiting in de relatie

tussen overheid en burger (‘verticale rechtsverhoudingen’)

en de bewijsuitsluiting tussen

burgers onderling of tussen burger en overheid

wanneer die laatste zich op hetzelfde speelveld

begeeft (‘horizontale rechtsverhoudingen’).”

Wat was het resultaat van uw analyse?

“Laat ik beginnen met de verticale rechtsverhouding.

Het Hof van Cassatie verwacht in

dergelijke zaken van de rechter nu een concrete

legaliteitstoets. De Antigooncriteria die het Hof

daartoe vooropstelt, worden in dat verband

al te vaak verengd tot een soort mechanische

regel van drie, waarbij de bewijsuitsluiting

beperkt zou zijn tot het afgaan van het rijtje van

nietigheid, betrouwbaarheid, eerlijk proces.

Met name met dat laatste criterium heeft het

Hof van Cassatie de ruimte gecreëerd voor

een case-by-case-benadering waarin verschillende

wegingselementen een plaats vinden: de

intrinsieke kwaliteit van de bewijsvergaring

(betrouwbaarheid en eerlijk proces), de omstandigheden

waarin de bewijsvergaring gebeurd is


edactioneel

Gerechtelijk recht

(kennelijk onzorgvuldig of zelfs opzettelijk

normschendend), de proportionaliteit van

de begane onrechtmatigheid ten opzichte

van de tenlastelegging en voldoende oog

voor het normdoel van het geschonden

voorschrift.

Belangrijk is om deze benadering te

onderscheiden van de rechtspraak van

het Hof Mensenrechten over de interactie

tussen onrechtmatige bewijsvergaring en

de waarborg van het eerlijk proces. Het

Hof Mensenrechten benadrukt steeds dat

bewijsvergaring een zaak van nationaal

recht is en dat de bewijshantering slechts

een element is bij de globale beoordeling

of er van een eerlijk proces sprake

is geweest. Bekend is dat volgens het

Hof Mensenrechten een schending van

artikel 8 evrm over de bescherming van

het privéleven daarom niet ipso facto ook

een schending van artikel 6 evrm over het

eerlijk proces uitmaakt.

Het komt dus ook bij grondrechten

altijd op de aard en intensiteit van de

normschending aan. Dat is een inzicht dat

ik doortrek naar het lot van onrechtmatig

bewijs in fiscale zaken. Men heeft op

een bepaald ogenblik geprobeerd om uit

rechtspraak van het Hof van Justitie (HvJ

17 december 2015, WebMindLicenses) af

te leiden dat een schending van Unierechtelijk

gewaarborgde grondrechten

steeds tot bewijsuitsluiting in fiscale zaken

aanleiding moest geven. Ik besteedin

mijn werk de nodige aandacht aan het

weerleggen van die interpretatie, en zie me

gesterkt door latere evoluties in de rechtspraak

van dat Hof.

Op een hoger niveau van abstractie

besluit ik dat als het Hof van Cassatie in

de verhouding tussen overheid en burger

het uitgangspunt relativeert van bewijsuitsluiting

bij wetsschending door de

overheid, dat altijd te verklaren is doordat

de overheid een doelstelling van algemeen

belang probeerde te behartigen: het

opsporen en vervolgen van misdrijven, het

innen van belastingen, het waarborgen

van de maatschappelijke solidariteit of

het handhaven van de eerlijke mededinging.

Er zijn m.a.w. steeds zgn. ‘public

purposes’ in het geding.

Maar het nastreven van dat algemeen

belang mag niet betekenen dat aan de

overheid een vrijgeleide wordt gegeven,

en dus lijkt het me hier zaak dat het Hof

van Cassatie voldoende rigoureus is in het

controleren van de gevallenbenadering

door de feitenrechter. Die rechter moet

in concreto motiveren waarom hij in de

gegeven omstandigheden meent bewijs

in aanmerking te kunnen nemen, en het

Hof moet daarop een meer dan marginale

controle uitoefenen.”

En de bewijsuitsluiting in de horizontale

rechtsverhoudingen dan?

“Zoals gezegd, heeft het Hof van Cassatie

in 2008 een arrest gewezen waarvan velen

zeiden dat het de intrede inluidde van

Antigoon in civiele zaken. Close reading

laat van die gedachte niet veel overeind.

Het ging om een zaak waarbij een uitkeringsgerechtigde

werkloze geschorst was

door de rva omdat hij zijn broer in diens

handelszaak hielp. De politie had een sociale

controle gedaan in de handelszaak en

had dat pv meegedeeld aan de rva. Volgens

de werkloze, daarin gevolgd door de

arbeidsrechtbank en het arbeidshof, was

er voor die mededeling geen bijzondere

machtiging en mocht op het bewijs geen

acht geslagen worden door de rva. Het

Hof heeft die uitspraak vernietigd. Ceci

n’est pas un arrêt: dit arrest past naadloos

in het rijtje van arresten over de relativering

van bewijsuitsluiting in verticale

rechtsverhoudingen.

In de rechtsverhouding tussen burgers

onderling is het Hof van Cassatie er m.a.w.

nog niet uit. De Antigooncriteria staan

hier haaks op hoe de bewijsvergaring in

zijn werk gaat. In de verticale verhouding

is de bewijsvergaring te beschouwen als

een proceshandeling. Antigoon biedt in

dat verband procedurele antwoorden. In

de horizontale rechtsverhouding heb je

het over burgers in een onderlinge verhouding.

Zij stellen vóór het proces geen

proceshandelingen, maar handelingen die

beheerst worden door het materieel recht.

Bewijsvergaring is hier dus geen zaak van

procesrecht, maar van materieel recht.

Het lot van

onrechtmatig bewijs

Jachin Van Doninck

Hoe moeten rechters in

civiele zaken omgaan met

onrechtmatig verkregen

bewijs? Heeft Antigoon

zijn intrede gedaan in

civiele zaken en gelden

daar nu ook dezelfde

criteria? Mr. Jachin Van

Doninck wijdde hieraan

zijn doctoraat.

De auteur wil met dit

werk de bewijsuitsluitingsvraag

in de

rechtsverhouding tussen

overheid en burger en

tussen burgers onderling

coherentie en

systematiek bieden.

Die betrachting mondt

uit in de formulering van

bewijshanteringsstandaarden.

ISBN 978-94-000-1284-4

xvi + 380 blz. | gebonden

2020 | € 115,5

Intersentia Catalogus 2022

43


Gerechtelijk recht

redactioneel

De rechter moet een stap terugzetten en eerst

de vraag beantwoorden of het bewijs überhaupt

in strijd met het recht is verkregen. Die voorvraag

moet hij aan de hand van het materieel

recht beantwoorden. Dat kan leiden tot heel

fijnmazige antwoorden. Daarom analyseer ik

in mijn werk de begrippen normintensiteit en

normdoel. Ik denk dat het begrippen zijn die

de rechter goed kan gebruiken om die vraag te

helpen beantwoorden.

Als de civiele rechtspraak en rechtsleer

sinds 2008 toch vaak naar Antigoon teruggrijpen,

moet je je de vraag stellen waarom dat

zo is. Ik onderzoek daarom achtereenvolgens

of het recht op bewijs, de waarheidsvinding

en de belangenafweging dwingen om afscheid

te nemen van het uitgangspunt dat onrechtmatig

bewijs niet in aanmerking kan worden

genomen. Mijn analyse is dat dat voor de

civiele rechter geen adequate maatstaven zijn

om onrechtmatig bewijs toch in aanmerking

te nemen.

Maar met de vaststelling dat bewijs onrechtmatig

is, zit het werk er voor de rechter niet op.

Zijn taak als rechter omvat volgens mij ook de

verantwoordelijkheid tot feitenvaststelling. Hij

moet m.a.w. nog steeds de bewijsonzekerheid

beslechten, en nagaan of de feiten regelmatig

kunnen worden bewezen. Hij heeft daartoe

zijn instrumentarium aan bewijstechnieken

ter beschikking.

Een voorbeeld is de gerechtelijke overlegging

van bewijsmateriaal, of uit het Nederlandse

recht de gemotiveerde betwistingslast. Dat

laatste idee vind ik helaas niet terug in de

nieuwe codificatie van het bewijs in Boek 8 van

het Burgerlijk Wetboek. De auteurs besteden

veel aandacht aan de bewijsmedewerkingsplicht

en de mogelijkheid om de bewijslast

indien nodig om te keren. Maar de gemotiveerde

betwistingslast is evenzeer relevant,

omdat ze ook de verweerder de taak oplegt om

zijn deel van het verhaal te vertellen en het

achterste van zijn tong te laten zien. Het had

de zaken verhelderd om die figuur – waarvan

in de cassatierechtspraak sporen aan te treffen

vallen – te expliciteren. Deze taakinvulling van

de civiele rechter is niet gering, vandaar dat ik

tegemoetkom aan de noden van de proceseconomie

door het idee te lanceren van het

hypothetisch rechtmatig alternatief, een idee

afkomstig uit de rechtspraak van het Hof van


In civiele zaken heeft men bij de codificatie van

het bewijsrecht in Boek 8 van het Burgerlijk

Wetboek de problematiek van het onrechtmatig

bewijs links laten liggen, zogezegd omdat men

wilde wegblijven van het bewijsprocesrecht.

Het Hof van Cassatie heeft die luxe niet.


Cassatie over fout en oorzakelijk verband. Dat

hypothetisch alternatief is de mogelijkheid die

de rechter had om de gerechtelijke overlegging

van het als onrechtmatig bestempelde bewijs

te bevelen. Ik noem dat het procedureel rechtmatig

alternatief.

Ik eindig het werk met zgn. bewijshanteringsstandaarden

waarin ik zowel voor de verticale

als voor de horizontale rechtsverhouding een

methode uiteenzet aan de hand waarvan de

rechter zijn bewijsoordeel kan legitimeren.”

Liggen er in deze materie nog uitdagingen in

het verschiet?

“Ongetwijfeld. Het bewijsrecht in strafzaken

stevent af op een hercodificatie met criteria die

mogelijkerwijze een nieuwe wending aan de

problematiek kunnen geven. Tegelijk illustreren

discussies zoals die over de geoorloofdheid

van algemene dataretentie ook in dit domein

de interactie tussen nationaal en Unierecht

en de nood om de impact op de rechtmatigheid

van de bewijsvergaring in te schatten (zie

het vernietigingsarrest nr. 57/2021 door het

Grondwettelijk Hof op 22 april 2021 uitgesproken

na het prejudicieel arrest van het Hof van

Justitie: HvJ 6 oktober 2020, La Quadrature

du Net, gevoegde zaken nr. C-511/18, C-512/18

en C-520/18, EU:C:2020:791). In civiele zaken

heeft men bij de codificatie van het bewijsrecht

in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

de problematiek van het onrechtmatig bewijs

links laten liggen, zogezegd omdat men wilde

wegblijven van het bewijsprocesrecht. Het Hof

van Cassatie heeft die luxe niet: vroeg of laat zal

het Hof de handschoen dus vermoedelijk toch

moeten opnemen. Hopelijk kan mijn werk dan

inspiratie bieden.” •

44 Intersentia Catalogus 2022


Gerechtelijk recht

nieuwe editie

Handboek arbitrage

Kris Wagner

ISBN 978-94-000-1436-7

xxxii + 812 blz. | gebonden

2022 | € 150

Het Handboek Arbitrage

is momenteel het enige

omvattende Nederlandstalige

handboek. De auteur

biedt hierin een grondige

en praktijkgerichte bespreking

van de materie.

Deel I gaat in op de verdragsrechtelijke

omkadering

van arbitrage en op de

verhouding tussen een aantal

fundamentele rechten

en arbitrage (o.m. toegang

tot een rechter, recht op

berechting door een onafhankelijke

en onpartijdige

rechter, recht van verdediging,

wapengelijkheid,

recht op bijstand door een

advocaat, openbaarheid

enz.).

Deel II omvat een artikelsgewijze

bespreking van

de Belgische arbitragewet.

Deel III bespreekt een

aantal bijzondere leerstukken

van arbitrage, zoals het

bewijs, de deontologie van

de arbiter of de aansprakelijkheid

van de arbiter.

Ten slotte wordt in dit

handboek ook uitgebreid

ingegaan op hybride

vormen van alternatieve

geschillenbeslechting,

waarbij een fase van

arbitrage wordt gecombineerd

met een ander

adr-mechanisme (zoals

bv. bij med-arb, d.w.z.

bemiddeling-arbitrage).

Een uitgebreid notenapparaat

en een uitvoerige

bibliografie vergemakkelijken

verdere ontsluiting

van het bronnenmateriaal.

De talloze verwijzingen

naar elementen uit de

rechtsvergelijking dragen

bij tot een goed begrip van

de materie.

Dit boek is een uiterst

nuttig werkinstrument

voor arbiters en raadslieden

in arbitrage. Verder

helpt dit boek bedrijfsjuristen

en ondernemers

een aantal valkuilen te

vermijden.

Beroepsaansprakelijkheid

van de advocaat

Paul Depuydt

Reeks Bibliotheek Burgerlijk

recht en procesrecht

ISBN 978-2-8079-0906-9

314 blz. | paperback

2018 | € 89

De rechtsplegingsvergoeding

Rechtspraakoverzicht

2020-2021

Bart Van den Bergh

Reeks Cahiers Antwerpen

Brussel Gent (CABG)

ISBN 978-94-000-1497-8

110 blz. | paperback

2022 | € 62

Wetboek Gerechtsdeurwaarders

Nieuwe grondig

herwerkte editie 2022

Patrick Gielen en Bert Nelissen

Dit handig werkinstrument

groepeert niet enkel

de federale Belgische,

regionale Vlaamse, Waalse

en Brusselse wetteksten en

regelgeving die relevant zijn

voor de gerechtsdeurwaarders,

maar bevat tegelijkertijd

de voornaamste

teksten van internationaal

en Europees recht met

betrekking tot grensoverschrijdende

betekening en

tenuitvoerlegging. Verder

omvat de codex, naast de

implementatie van het

gerechtsdeurwaardersstatuut

en de uitvoeringsbesluiten

daaromtrent,

eveneens alle inmiddels

aangenomen interne reglementen.

De codex kwam

tot stand met de steun van

de Nationale Kamer van

Gerechtsdeurwaarders

van België (nkgb) en van

sam-tes.

ISBN 978-94-000-1416-9

2760 blz. | paperback,

2 volumes

2022 | € 250

Intersentia Catalogus 2022

45


Gerechtelijk recht

redactioneel

Bemiddeling in balans

Ondanks talrijke initiatieven vanuit het beleid en de praktijk behoort de zogenaamde ‘bemiddelingsparadox’

nog steeds tot de Belgische realiteit. Ondanks de voordelen die met bemiddeling als alternatief traject van

geschiloplossing worden geassocieerd, vindt de rechtzoekende klaarblijkelijk nog steeds gemakkelijker de weg

richting overheidsrechtspraak, terwijl bemiddeling suboptimaal wordt gebruikt. Nu ook de regering de intentie

heeft geuit om het bevorderingsbeleid inzake bemiddeling voort te zetten, rijst de vraag welke maatregelen

nog kunnen worden getroffen om het gebruik en de werking van bemiddeling in België te optimaliseren.

Dr. Tom Wijnant brengt in zijn doctoraatsonderzoek

enkele obstakels aan het licht die de

ontwikkeling van bemiddeling in de weg kunnen

staan, en reikt een bijzonder ruime waaier aan

mogelijke denkpistes aan waarmee bemiddeling

zowel in de praktijk als door de beleidsmakers

kan worden bevorderd. In dit interview licht hij

alvast een tipje van de sluier op.

Vanwaar uw interesse voor een onderzoek

over bemiddeling?

Tom Wijnant: “Toen ik in 2014 net was afgestudeerd

in de rechtenopleiding, kreeg ik de kans

om te doctoreren in het domein van de alternatieve

geschiloplossing. Mij klonk dat aanvankelijk

bijna exotisch: tijdens mijn opleiding werd er

immers amper of geen aandacht geschonken

aan adr in het algemeen, of bemiddeling in het

bijzonder. Toen ik die piste verder onderzocht,

viel mij op dat in de rechtsleer steeds de nadruk

werd gelegd op de talrijke voordelen die met

bemiddeling worden geassocieerd. Tegelijk bleek

bemiddeling zeer weinig te worden gebruikt, ook

al bestond er op dat moment al meer dan 10 jaar

een sterk uitgewerkt juridisch kader. Daardoor

rees bij mij al snel de vraag waarom bemiddeling

desondanks moeilijk van de grond leek te komen.

Ik wou daarnaast onderzoeken hoe het gebruik

Van in het begin voelde ik in de praktijk

een zekere frustratie over de rol van de

advocatuur bij bemiddeling.



van bemiddeling kan worden geoptimaliseerd,

en vooral welke rol de advocaten daarbij kunnen

spelen. De advocaat is als trajectbegeleider

immers bijzonder goed geplaatst om zijn cliënt

naar en bij bemiddeling te begeleiden wanneer

dat het belang van de cliënt dient.”

Is bemiddeling dan echt de heilige graal?

“Ik heb geleerd dat het een meer genuanceerd

verhaal is. Bemiddeling biedt inderdaad tal van

voordelen, waaronder een potentiële tijd- en kostenbesparing

in de geschiloplossing, het herstel

of het behoud van een duurzame (werk)-relatie,

de zelfbeschikking van de partijen en een positieve

impact op het menselijk welzijn. Dat wordt

ook bevestigd in empirisch onderzoek.

Bemiddeling kent evenwel, net als elk traject

van geschiloplossing, ook haar beperkingen.

Het traject is zeker niet in elke context geschikt,

bijvoorbeeld wanneer het machtsevenwicht tussen

de partijen zodanig is verstoord dat een evenwichtige

onderhandeling zeer moeilijk wordt.

Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er

in het verleden sprake was van fysiek geweld.

Daarnaast wordt niet altijd voldoende benadrukt

dat sommige voordelen zich niet altijd manifesteren.

Zo kan de geschiloplossing duurder

worden en meer tijd in beslag nemen wanneer

de bemiddeling mislukt en er vervolgens alsnog

een rechterlijke tussenkomst noodzakelijk is.

De tijdsbesparing die bemiddeling te bieden

heeft, is bovendien steeds een relatief gegeven,

dat in eerste instantie opvalt door het contrast

met de doorgaans lange doorlooptijden die met

een gerechtelijke procedure gepaard gaan.

Dit meer genuanceerde verhaal heeft zich

ook naar mijn onderzoek vertaald, in de zin

dat het geen doel op zich was om het aantal

46 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Gerechtelijk recht

bemiddelingen drastisch te doen toenemen,

maar wel om het suboptimale gebruik

naar een optimaal gebruik te corrigeren.

Ik pleit er dan ook voor dat het bevorderingsbeleid

van bemiddeling moet worden

ingepast in een globaal en pluralistisch

conflictbeleid, waarin de principiële

gelijkwaardigheid van de trajectkeuzes

wordt aanvaard en waarin een gepaste

trajectkeuze wordt gelijkgesteld met de

keuze voor het traject dat in de gegeven

omstandigheden het sterkst aansluit bij de

verwachtingen, noden en bekommernissen

van de rechtzoekende.

Dat betekent onder meer dat bemiddeling

niet blindelings mag worden

verheerlijkt, maar ook dat de keuze voor

rechtspraak niet mag worden gestigmatiseerd.

We moeten aanvaarden dat een

vonnis in bepaalde omstandigheden het

geëigende traject is naar een goede oplossing

van het conflict.”

U schenkt in uw onderzoek bijzonder veel

aandacht aan de rol van de advocatuur.

Vanwaar deze focus?

“Van in het begin voelde ik in de praktijk

een zekere frustratie over de rol van de

advocatuur bij bemiddeling. Langs de kant

van bemiddelaars en andere bemiddelingsgezinde

conflictprofessionals, waaronder

ook rechters, hoorde ik steeds opnieuw dat

er bij advocaten een grote weerstand zou

bestaan tegen bemiddeling. Dat gebrek aan

medewerking werd zelfs steevast opgeworpen

als misschien wel de voornaamste

oorzaak van de moeizame ontwikkeling van

bemiddeling. De advocaat zou zich sceptisch

opstellen tegenover het nut van een

bemiddelingspoging en zou bemiddeling

zien als een bedreiging voor het eigen functioneren.

Vele advocaten zouden bovendien

vooringenomen zijn en zouden ervan uitgaan

dat een poging tot minnelijke conflictoplossing

zinloos is en de behandeling van

de zaak enkel rekt. Het gebrek aan kennis

over bemiddeling zou evenzeer bijdragen

tot weerstand binnen de advocatuur.

Die aannames leken evenwel voornamelijk

gebaseerd te zijn op een buikgevoel

of persoonlijke ervaringen. Empirisch

onderzoek dat de houding van de Belgische

advocatuur tegenover bemiddeling waarheidsgetrouw

in kaart bracht, ontbrak.

Net omdat de advocaat een cruciale rol

speelt bij de gepaste doorverwijzing naar

bemiddeling, leek het mij nuttig om deze

premisses aan de realiteit te toetsen. Een

dergelijk onderzoek maakte het in elk geval

mogelijk om de belangen van de advocatuur

op wetenschappelijke wijze te identificeren.

Dat was volgens mij van essentieel

belang als we willen dat de advocatuur op

de bemiddelingstrein springt, omdat we

op die manier rekening kunnen houden

met de legitieme bekommernissen van de

advocatuur. Uiteindelijk heb ik dan ook

een grootschalige enquête op poten gezet,

in samenwerking met zowel de ovb als de

obfg, de lokale balies en toenmalig minister

van Justitie Koen Geens.”

Wat heeft u geleerd uit uw empirisch

onderzoek naar de houding van de Belgische

advocaten ten opzichte van bemiddeling?

“Uit de bevraging bleek in de eerste plaats

een opvallend positieve houding tegenover

bemiddeling. De advocatuur ziet wel

degelijk potentieel in het traject, wat ook

duidelijk blijkt uit de recente explosieve

groei in het aanbod aan erkende advocaatbemiddelaars.

De advocaat ziet bemiddeling

als een waardevol alternatief en ziet

zichzelf daarin ook een rol spelen. In het

onderzoek konden evenwel ook een aantal

struikelblokken worden waargenomen.

Zo bleken er wijdverspreide misverstanden

te bestaan die een waarheidsgetrouw

beeld van het bemiddelingstraject kunnen

vertroebelen. Bijna een derde van de

bevraagde advocaten dacht bijvoorbeeld

dat de bemiddelaar een oplossing oplegt

aan de partijen wanneer zij daar zelf niet

in slagen. Dat klopt niet, omdat dat strijdig

zou zijn met het wettelijk beschermde

vrijwilligheidsbeginsel.

Ten tweede bleek duidelijk dat bemiddeling

door een groot deel van de advocaten

als broodroof wordt beschouwd, wat tot

op zekere hoogte in lijn was met resultaten

die aantoonden dat een groot deel van

de advocaten die in het verleden al naar

Bemiddeling in balans

Naar een optimaler

gebruik en een optimalere

werking van bemiddeling

in België, in partnerschap

met de advocatuur

Tom Wijnant

Dit boek geeft een alomvattend

overzicht van alle

relevante wet- en regelgeving

inzake bemiddeling

sinds de millenniumwisseling

(m.i.v. zeer recente

wettelijke ingrepen (bv.

de wet van 31 juli 2020

inzake de kosteloze

rechtsbijstand)) en geeft

zeer gerichte aanbevelingen

tot optimalisering.

De auteur brengt enkele

obstakels aan het licht

die de ontwikkeling van

bemiddeling in de weg

kunnen staan, en reikt

een bijzonder ruime

waaier van mogelijke

denkpistes aan waarmee

bemiddeling zowel in

de praktijk als door de

beleidsmakers kan worden

bevorderd.

ISBN 978-94-000-1358-2

xxviii + 830 blz. | paperback

2021 | € 105

Intersentia Catalogus 2022

47


Gerechtelijk recht

redactioneel

Er blijken wijdverspreide misverstanden te

bestaan die een waarheidsgetrouw beeld van het

bemiddelingstraject kunnen vertroebelen. Zo

bleek uit het onderzoek dat bijna een derde van

de bevraagde advocaten dacht dat de bemiddelaar

een oplossing oplegt aan de partijen wanneer zij

daar zelf niet in slagen. Dat klopt niet, omdat dat

strijdig zou zijn met het wettelijk beschermde

vrijwilligheidsbeginsel.



bemiddeling hadden doorverwezen, ook effectief

het gevoel hadden dat die doorverwijzing

tot inkomstenverlies had geleid, of er zelfs voor

had gezorgd dat de diensten van de advocaat

niet meer nodig waren voor de cliënt. Ook de

vrees dat de bemiddeling door de tegenpartij

misbruikt kan worden, kan voor sommige advocaten

ontradend werken.

Ten slotte bleek ook dat de advocaten graag

een rol willen spelen in het bemiddelingstraject,

maar daartoe niet altijd de kans geboden krijgen.

Deze factoren werken een zekere vorm van

weerstand in de hand.”

Is de advocatuur dan werkelijk de grote boosdoener

die het beperkte gebruik van bemiddeling

kan verklaren?

“Opnieuw is het verhaal een pak genuanceerder.

De obstakels in de houding van de advocatuur

kunnen het suboptimale gebruik van bemiddeling

gedeeltelijk verklaren, maar er is meer aan

de hand. Zo moeten we vaststellen dat er nog

steeds een gebrek aan kennis over bemiddeling

bestaat bij de rechtzoekende. Onbekend maakt

niet alleen onbemind, maar maakt bemiddeling

ook ontoegankelijk. Daarnaast houdt het strijdmodel

nog steeds stand als uitgangspunt in onze

conflictcultuur. Hoewel dat strijdmodel steeds

meer onder druk komt te staan, benadeelt een

antagonistische basishouding in de trajectkeuze

nog steeds de keuze voor een minnelijk traject

van geschiloplossing.

Tijdens mijn onderzoek zag ik ook een

aantal tekortkomingen in ons recht die tot

terughoudendheid kunnen leiden bij de potentiële

gebruikers. Denk maar aan de recente

wijziging van het wettelijke vertrouwelijkheidsbeginsel.

Sinds 2018 kunnen de partijen

de vertrouwelijkheid van de bemiddeling

uitbreiden naar bewijsstukken die volledig los

van de bemiddeling bestaan, en die daardoor

principieel moeten worden geweerd uit een

eventueel navolgende procedure. Dat opent de

deur naar misbruik.

Ten slotte kan ook een zekere risicoaversie

bij de rechtzoekende, die door zijn financiële

beperkingen wordt versterkt, verklaren

waarom niet iedereen bereid is om een

bemiddelingstraject te volgen. We mogen niet

vergeten dat ook een bemiddelingspoging een

aanzienlijke investering in tijd en geld vraagt,

zonder garantie op succes. De kosten van de

bemiddeling, eventueel aangedikt door de

erelonen van de advocaten, kunnen dan ook

zodanig oplopen dat de middelen die conflictpartijen

redelijkerwijze in de conflictoplossing

konden investeren, door de bemiddeling

uitgeput geraken. In het bijzonder partijen met

een laag of modaal inkomen zouden daardoor

kunnen botsen op een financiële drempel die

het voor hen feitelijk onmogelijk maakt om zich

vervolgens alsnog tot de rechter te richten. Het

lijkt mij aannemelijk dat heel wat rechtzoekenden

gedreven worden door een drang naar

zekerheid en voorspelbaarheid, zowel wat de

uitkomst als wat het kostenplaatje van de conflictoplossing

betreft. Een keuze voor de rechter

zal dan voor sommige partijen een veiligere

optie zijn. Er is dus meer dan één mogelijke verklaring

voor het bescheiden gebruik van bemiddeling.

Met die vaststelling ben ik aan de slag

gegaan, en heb ik meer dan zestig denkpistes

beoordeeld waarmee de werking en het gebruik

van bemiddeling kunnen worden geoptimaliseerd,

de bestaande obstakels indachtig.”

U onderzoekt inderdaad een heel spectrum aan

mogelijke maatregelen, zowel ten behoeve van

beleidsmakers als van de praktijk. Handig bij uw

panoplie aan voorstellen is dat u hierbij een ‘conflicttijdlijn’

hanteert. Kunt u dat even duiden?

“De conflicttijdlijn is in de eerste plaats een

hulpmiddel dat mij heeft toegelaten om de grote

veelzijdigheid aan maatregelen op een bevattelijke

manier te structureren. Het komt er

48 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Gerechtelijk recht

in essentie op neer dat ik de ontwikkeling en

behandeling van een conflict kunstmatig heb

opgedeeld in verschillende fasen, die in het werk

chronologisch worden behandeld en waarbij

de maatregelen worden behandeld binnen het

tijdvak waarop de maatregel tracht in te grijpen.

Zo wordt er een onderscheid gemaakt tussen

de preconflictuele fase en de strategische fase.

In de preconflictuele fase is er nog geen sprake

van een conflict. Eenmaal het conflict tot stand

is gekomen, moeten de betrokken partijen in

de strategische fase beslissen of en op welke

manier zij het conflict willen behandelen.

Vervolgens ging ik uit van twee hypothetische

trajectkeuzes: een beroep op de overheidsrechter,

dan wel de poging om via bemiddeling tot

een akkoord te komen. De fases waarin de partijen

in die gevallen belanden, noemde ik de procesfase

en de bemiddelingsfase. Deze structuur

werd ook doorgetrokken in het boek, waarbij

de tijdlijn in de marges werd gedrukt. Dat biedt

de lezer steeds een visueel hulpmiddel om de

onderzochte maatregel te kaderen. De artificiële

opdeling van de conflicttijdlijn vereenvoudigt

natuurlijk de complexiteit van de realiteit en is

daarom enkel van theoretisch belang.”

U betrekt bij de maatregelen en denkpistes ter

optimalisering van bemiddeling heel uiteenlopende

actoren. De aanbevelingen zijn niet alleen

gericht aan de wet- of decreetgever, maar ook aan

de Federale Bemiddelingscommissie, de lokale

besturen, advocaten en zelfs het onderwijs en het

bedrijfsleven …

“Dat klopt. Mijn onderzoek toont aan dat er

nuttige ingrepen mogelijk zijn op heel uiteenlopende

niveaus, vaak zelfs zonder dat er een wettelijke

ingreep nodig is. Zo beschrijf ik in mijn

werk hoe de Federale Bemiddelingscommissie

aan haar zeer ruime bevoegdheden invulling kan

geven, bijvoorbeeld door meer transparantie te

bieden over de behandeling van tuchtdossiers

tegen bemiddelaars, maar ook door een actieve

rol op te nemen bij de verzameling van betrouwbare

data over de werking van en de evoluties in

de Belgische bemiddelingsmarkt.

Die gegevens ontbreken vandaag nagenoeg volledig,

wat door de Europese Commissie en het

Europees Parlement wordt gehekeld. Daarnaast

biedt mijn werk ook inspiratie voor onder meer

lokale besturen en de bedrijfswereld wat betreft

de manier waarop zij aan hun conflicthanteringsstrategie

vorm kunnen geven. Ik behandel

daarbij onder meer casestudies van KBC en

Colruyt Group, waaruit duidelijk de meerwaarde

blijkt van een doordachte strategie waarin ook

bemiddeling een centrale rol krijgt. Verder

worden er ook aanbevelingen en concrete tools

aangereikt voor conflictprofessionals, zoals een

modelbrief die advocaten kunnen gebruiken

in het kader van de wettelijke informatie- en

bevorderingsplicht inzake de minnelijke geschiloplossing,

die op grond van artikel 444 Ger.W.

op hen rust. Ook worden er in het boek zeer

concrete aanbevelingen geformuleerd over hoe

onderwijs inzake conflicthantering kan worden

vormgegeven.”

Zowel in het federale regeerakkoord als in de

beleidsverklaring van minister van Justitie Van

Quickenborne lezen we dat bemiddeling een

(nog) grotere plaats verdient, onder meer om de

gerechtelijke achterstand weg te werken. Stemt

dat u hoopvol? Wordt er actie ondernomen om dit

te realiseren?

“Het is op dit moment nog onduidelijk hoe de

regering concreet invulling wil geven aan dit

engagement. Het is in elk geval een positief gegeven

dat ook de huidige regering een overtuigd

medestander blijft van de bemiddelingsbeweging,

en dat zij ook na de recente hervorming

van de bemiddelingswetgeving in 2018 wil

blijven zoeken naar manieren om het juridische

kader te verstevigen. De regering moet daarbij

natuurlijk wel waakzaam blijven dat het bevorderingsbeleid

niet afglijdt naar een ontmoedigingsbeleid

om van de rechter weg te blijven.

De promotie van bemiddeling mag in geen geval

worden beschouwd als een gemakkelijkheidsoplossing

die de beleidsmakers ontslaat van de

plicht om structurele problemen in de organisatie

van Justitie ook intern aan te pakken.

Dat gezegd zijnde, is het wel degelijk mijn vaste

overtuiging dat de verderzetting van het bevorderingsbeleid

absoluut wenselijk en opportuun

is. Mijn onderzoek biedt de beleidsmakers in elk

geval heel wat bouwstenen die toelaten om een

coherent en doeltreffend beleid uit te werken,

en om te kunnen kiezen uit verschillende waardevolle

alternatieven, bijvoorbeeld in functie

van budgettaire beperkingen. Er leidt duidelijk

meer dan één weg naar Rome.” •

Intersentia Catalogus 2022

49


Gerechtelijk recht

Ondernemingsrecht

tijdschrift

nieuwe editie

nieuwe editie

Tom Heremans

101 marketingvragen

juridisch beantwoord

Vierde editie

Ius & actores

Tijdschrift voor de

actoren van het gerecht

en van de invordering

Hoofdredacteurs:

K. Broeckx en É. Leroy

Directiecomité: A. Berthe,

E. Brewaeys, K. Broeckx,

G. de Leval, N. Decock,

É. Leroy, D. Mougenot en

P. Taelman

Ius & actores publiceert

doctrine en geannoteerde

rechtspraak met

betrekking tot de werking

van het gerecht en

het invorderingsrecht.

Het tweetalige tijdschrift

is diepgeworteld

in de rechtspraktijk en

besteedt ruim aandacht

aan de actoren binnen

justitie. In de rubriek

Invorde rings recht wordt

belangrijke en vernieuwende

rechtspraak

permanent opgevolgd.

Abonnees kunnen de

nummers van Ius &

Actores raadplegen in de

app Larcier Journals.

Eerlijke en vrije

mededinging:

wijsheid is maat

Hulde aan prof. dr. Anne-

Marie Van den Bossche

Gert Straetmans en

Jan Blockx (eds.)

Het boek is een eerbetoon

aan prof. dr. Anne-Marie

Van den Bossche vanuit

de Onderzoeksgroep

Onderneming & Recht

(Universiteit Antwerpen),

waarvan zij meerdere

jaren woordvoerder was.

Het bundelt bijdragen

over actuele mededingingsrechtelijke

thema’s

(private handhaving,

staatssteun en fiscaliteit,

alsook nieuwe Europese

ontwikkelingen). Het eerste

deel legt de nadruk op

actuele ontwikkelingen in

het mededingingsrecht.

Het tweede deel bestudeert

een andere actuele

rechtsevolutie, met name

die waarin de wetgever

groeiende belangstelling

heeft voor de onderneming

als beschermwaardige

(zwakkere) entiteit.

Recht &

elektronische handel

Tweede, volledig

herziene editie

Patrick Van Eecke (ed.)

Dit boek behandelt de

belangrijkste juridische

en fiscale aandachtspunten

die zich stellen

bij elektronische

handel. Onderwerpen

zoals domeinnamen,

elektronische overeenkomsten,

de verwerking

van persoonsgegevens

en de aansprakelijkheid

van dienstverleners,

btw-aspecten en toepasselijk

recht komen hierbij

uitgebreid aan bod. Naast

de “klassieke” elektronische

handelszaken,

waarbij het uitstalraam

door een virtueel raam is

vervangen, wordt tevens

aandacht besteed aan juridische

vragen rond nieuwe

vormen van elektronische

handel waarbij vooral

gebruik gemaakt wordt van

mobiele applicaties, en

rond het gebruik van AI.

101 marketingvragen

juridisch beantwoord

Vierde editie

Tom Heremans

Het aanbieden van goederen

en diensten roept

vele juridische vragen

op. De verpakking, de

merknaam, de reclame en

de promotieacties: alles

moet wettelijk in orde

zijn. De vierde herziene

editie van deze uitgave

gaat nader in op al deze

vragen en geeft een

antwoord vanuit de verschillende

takken van het

recht. Deze editie is aangevuld

met vragen over

actuele onderwerpen

zoals influencer marketing

en de toepassing van

de Algemene Verordening

Gegevensbescherming of

gdpr. Vele praktijkvoorbeelden

en cases werden

geactualiseerd.

3 nummers per jaar

ca. 600 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 280

ISBN 978-94-000-1385-8

xl + 160 blz. | gebonden

2021 | € 120

ISBN 978-94-000-1295-0

xxii + 626 blz. | gebonden

2021 | € 130

ISBN 978-94-000-1343-8

x + 316 blz. | paperback

2021 | € 55

50 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Ondernemingsrecht

Standard Business Contracts:

een praktische leidraad voor de jurist

Intersentia sprak met de auteurs Dirk Deschrijver, Marc Taeymans en Olivier Vanden Berghe naar aanleiding

van de vierde editie van hun publicatie Standard Business Contracts, dat voor het eerst verscheen in 2006.

Vanaf het begin was het de bedoeling van de auteurs een aantal voor de praktijk belangrijke ondernemingsovereenkomsten

naar Belgisch recht te bundelen, maar dan opgesteld in het Engels.

Dit maakt dit boek uniek: Engels is niet de taal

van het rechtssysteem in België, maar praktijkjuristen

ervaren meer en meer dat het Engels

vaak wordt gebruikt om contracten op te stellen,

zeker wat betreft zakelijke en internationale

contracten tussen ondernemingen. In het boek

werd daarom ten behoeve van die praktijkjurist

een selectie van een dertigtal templates van

ondernemingscontracten opgenomen.

In de inleiding wordt benadrukt dat het boek

niet gaat over het opstellen van contracten, noch

de ambitie heeft uitleg te geven over contractclausules

of de juridische concepten erachter.

Wat is dan de achterliggende gedachte?

Het boek is inderdaad geen handboek inzake

verbintenissen- en contractenrecht. Daartoe

bestaan op de Belgische markt tal van uitstekende

werken. Dit boek wil aan de hand van

voorbeelden een leidraad bieden voor de meest

voorkomende clausules in verschillende soorten

contracten. Deze clausules zijn zeker niet “te

nemen of te laten”: goede juristen zijn in staat


Recht is taal. Juristen moeten beschikken over

een uitstekende taalbeheersing. Nog te weinig

komt taalvaardigheid aan bod in de opleiding.

Het schrijven van een scriptie is heel wat anders

dan het schrijven van een contract.


om te bepalen wat echt nodig is in een contract.

Zij kunnen ook de commerciële wensen van

hun opdrachtgevers in juridische taal omzetten.

Dit boek moet juristen helpen te begrijpen

dat veel contractbepalingen eenvoudig, leesbaar

en begrijpelijk kunnen zijn. Daarom zijn er ook

varianten te vinden van clausules die hetzelfde

onderwerp behandelen: het is niet “one size fits

all”. In de huidige editie zijn trouwens bewust

meer opties en alternatieven toegevoegd.

Onze ervaring is ook dat als voorwaarden of

bedingen eenmaal in een contract zijn geschreven,

ze slechts zelden gewijzigd of verbeterd

worden, tenzij de wet of belangrijke jurisprudentie

een aanpassing zouden vereisen. Ook

praktijkjuristen hebben de neiging dezelfde

clausules steeds weer te gebruiken, zelfs als ze

in een bepaalde overeenkomst geen zin meer

hebben of bij nader toezien nog beter geformuleerd

zouden kunnen worden.

Het juridisch werk kan niet vervangen worden

door standaarden of door techniek. Recht is

taal. Juristen moeten beschikken over een

uitstekende taalbeheersing. Nog te weinig komt

taalvaardigheid aan bod in de opleiding. Het

schrijven van een scriptie is heel wat anders dan

het schrijven van een contract. Met gestandaardiseerde

documenten werken is een manier om het

werk van juristen te ondersteunen. Daartoe wil

ons boek een bescheiden bijdrage leveren. Maar

met deze kanttekening dat wij niet willen dat de

jurist op automatische piloot gaat werken.

Wat is het doelpubliek van het werk?

Het boek richt zich in eerste instantie tot advocaten

en bedrijfsjuristen. Maar ook anderen

kunnen naar onze mening baat hebben bij

Intersentia Catalogus 2022

51


Ondernemingsrecht

redactioneel

Met gestandaardiseerde documenten werken

is een manier om het werk van juristen te

ondersteunen. Daartoe wil ons boek een

bescheiden bijdrage leveren. Maar met deze

kanttekening dat wij niet willen dat de jurist

op automatische piloot gaat werken.



een raadpleging van het boek. Zo is het voor

accountants en fiscalisten zeer belangrijk te

weten wat er bijvoorbeeld in een standaard

dienstencontract dient te staan, daar ook de

fiscus kritisch zal staan tegenover de inhoud

van zulke contracten, zoals wanneer het fiscale

kwesties betreft inzake juridische werkelijkheid

dan wel simulatie.

Kunt u wat meer uitleg geven over de wijze

waarop die verschillende modellen een adequaat,

maar toch soepel te hanteren instrument zijn?

Elk model wordt voorafgegaan door een korte

inleiding waarin duiding gegeven wordt over

wat het contract beoogt te regelen. De overeenkomsten

zijn gebaseerd op klassieke civielrechtelijke

en vennootschapsrechtelijke concepten

en er zijn uiteraard zoals gezegd veel boeken

over elk van deze onderwerpen geschreven.

Onze korte commentaren zijn dus niet bedoeld

om deze doctrine of jurisprudentie samen te

vatten of te vervangen. In de huidige editie hebben

wij wel telkens één of meer beschikbare

publicaties toegevoegd als referentiemateriaal

over een specifiek contract.

Net als in de vorige drie edities zijn de

contracten ook “standaard” in die zin dat de

meeste modellen zo neutraal mogelijk zijn ten

aanzien van de transactie of de bedrijfstak of

sector waarvoor zij kunnen worden gebruikt.

Dit betekent per definitie dat een dergelijk

standaardcontract niet noodzakelijk het beste

contract is voor een bepaalde transactie en dat

niet alle situaties, denkbaar of ondenkbaar,

aan bod zijn gekomen. Zoals bij alle modellen

is een verdere individualisering vereist om de

ontwerptekst aan te passen aan de specifieke

omstandigheden van de situatie en de wensen

van de partijen. Toch kunnen de sjablonen

dienen als een nuttige leidraad en waar mogelijk

of zinvol, zijn de opties en alternatieven

opengelaten en aangegeven. Uiteraard is het

evident dat het aan te bevelen is elk contract

af te sluiten met juridisch en indien nodig

fiscaal advies.

Kan het gebruik van het Engels in een Belgische

context niet tot niet-evidente vertalingen of

zelfs fouten leiden, sommige termen zijn toch

moeilijk te vertalen?

Inderdaad, veel Belgische rechtsbegrippen

hebben geen precieze vertaling of equivalent

in het Angelsaksische rechtssysteem en vice

versa. Zo bestaat het begrip “goede trouw/

bonne foi” niet in de Engelse common law.

Wij wijzen ook op de gevaren van het gebruik

van Engelse juridische begrippen die naar

Belgisch recht ofwel niet bestaan, ofwel,

erger nog, iets geheel anders betekenen. Wij

plaatsen daarom, waar nodig en nuttig, tussen

haakjes de Nederlandse of de Franse termen

na de Engelse formulering. Achteraan in ons

boek vindt de lezer overigens een lexicon met

vertaling van de benaming van de contracten

Engels–Nederlands–Frans. Voor de vertaling

van juridische termen hebben wij ons

laten inspireren door het De Valks Juridisch

Woordenboek, eveneens een onmisbaar

werkinstrument.

De recente invoering van de B2B-wetgeving heeft

uiteraard een grote impact op het schrijven of

aanpassen van contracten?

Inderdaad, als een contract wordt opgesteld

is het belangrijk te controleren of alle

contractuele bepalingen in overeenstemming

zijn met de B2B-wet (titel 3/1 van boek

VI WER), die in werking is getreden op

1 december 2020. Er moet worden nagegaan

of er sprake kan zijn van “zwarte” clausules

(die onder alle omstandigheden verboden

zijn), of “grijze” clausules (die verondersteld

worden oneerlijk te zijn). Zoals reeds

aangehaald, praktijkjuristen hebben eerder

de neiging dezelfde clausules steeds weer

te gebruiken en sommigen zullen er niet bij

stilstaan dat de B2B-wet van toepassing is als

52 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Ondernemingsrecht

Van links naar rechts:

Marc Taeymans,

Olivier Vanden Berghe

en Dirk Deschrijver

Marc Taeymans is ere-bedrijfsjurist. Hij bekleedde

verschillende juridische functies in de banksector

met praktijk in Corporate Finance, Private

Equity en geschillenbeslechting. Hij is rechter in

ondernemingszaken in Antwerpen sinds 2009

en is erkend bemiddelaar sinds 2005. Sinds 2018

doceert hij rechtsvakken aan de Thomas More

Hogeschool te Mechelen. Hij is lid van de redactieraad

van het tijdschrift Computerrecht sinds 1991.

Olivier Vanden Berghe is advocaat aan de balie

van Brussel en leidt de Commercial Contracts

and Litigation Practice van Liedekerke Wolters

Waelbroeck Kirkpatrick. Hij is gespecialiseerd

in geschillenbeslechting inzake handelsovereenkomsten

en staat ondernemingen bij in een

brede waaier van commerciële transacties. Hij is

hoofd redacteur van de Revue de Droit Commercial

Belge / Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht.

Dirk Deschrijver was actief als general

counsel in de automobielsector. Hij is lid van

de redactieraad van het Tijdschrift voor

Rechtspersoon en Vennootschap/Revue Pratique

des Sociétés, waarin hij jaarlijks met coauteurs

een rechtspraakoverzicht publiceert over de

vennootschapsbelasting. Hij is gastdocent aan

de Universiteit Antwerpen en aan de UCLL in het

Postgraduaat Fiscaliteit.

een contract hernieuwd of gewijzigd wordt na 1 december

2020. Enkel overeenkomsten die voordien reeds

bestonden, kunnen (zolang ze niet werden hernieuwd

of gewijzigd) niet worden aangevochten op basis van de

nieuwe regeling inzake onrechtmatige bedingen. Een zeer

belangrijk aandachtpunt dus!

Het is nog (zeer nabije) toekomstmuziek, maar zal de hervorming

van het verbintenissenrecht een kleine revolutie in het

contractenrecht veroorzaken?

Op 24 februari 2021 werd opnieuw een wetsvoorstel tot

invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw

Burgerlijk Wetboek bij de Kamer van Volksvertegenwoor-

Intersentia Catalogus 2022

53


Ondernemingsrecht

redactioneel


Het is duidelijk dat, als de imprevisieleer

al ingevoerd was geweest in ons Belgisch

recht heel wat discussies in het licht

van covid-19 vermeden zouden zijn

geweest! Ons boek houdt reeds rekening

met deze ontwikkeling, want enkele

van de modellen bevatten reeds de

keuze tussen een hardship- en een

no hardship-clausule.


nieuwe editie

Standard

Business Contracts

Fourth Revised Edition

Dirk Deschrijver,

Marc Taeymans and

Olivier Vanden Berghe

ISBN 978-1-78068-893-0

x + 452 blz. | gebonden

2021 | € 195

digers neergelegd. Wij denken niet dat dit voor een revolutie

zal zorgen, behalve misschien de invoering van de

imprevisieleer. Want imprevisie en overmacht zijn totaal

andere begrippen.

Het essentiële verschil is: bij overmacht maken bepaalde

omstandigheden de nakoming van de verbintenis onmogelijk,

bij de imprevisieleer gaan die omstandigheden de

nakoming van de verbintenis zodanig bemoeilijken of

verzwaren dat de schuldenaar – indien hij die omstandigheden

bij de contractsluiting had kunnen voorzien – hij die

verbintenis niet op zich zou hebben genomen.

Beide rechtsfiguren hebben totaal andere gevolgen: wanneer

overmacht een blijvende hinderpaal vormt voor de

nakoming van de verbintenis, gaat die verbintenis teniet,

en in de regel ook de overeenkomst waaruit zij voortvloeit,

terwijl de imprevisieleer er eerder op gericht is om partijen

te laten heronderhandelen en aan de rechter de bevoegdheid

te verlenen om de overeenkomst aan te passen.

Behoudens in specifieke in de wet omschreven gevallen,

heeft de imprevisieleer evenwel tot nu toe geen ingang

gevonden in de heersende Belgische rechtspraak en rechtsleer,

maar daar zal nu duidelijk verandering in komen.

Maar de Memorie van Toelichting is ook duidelijk: ‘Deze

bepaling is van aanvullend recht, zowel wat het principe als

de toepassingsmodaliteiten ervan betreft. (…) De partijen

kunnen het recht op heronderhandeling en het recht om

het contract te wijzigen, schrappen of aanpassen (onder

voorbehoud van het rechtsmisbruik van een partij die het

beding waarin afgeweken wordt van de regeling wil inroepen)’.

Het is duidelijk dat, als de imprevisieleer al ingevoerd

was geweest in ons Belgisch recht heel wat discussies in

het licht van covid-19 vermeden zouden zijn geweest!

Ons boek houdt reeds rekening met deze ontwikkeling,

want enkele van de modellen bevatten reeds de keuze

tussen een hardship- en een no hardship-clausule. •

Business has become

more international and

as a consequence Belgian

business contracts are

more and more concluded

in English. This reference

book brings together 30

contracts that are governed

by Belgian law but

drafted in English.

Each model is preceded by

a short introduction summarizing

the most salient

provisions of Belgian law

relevant to that particular

contract. Also, in most

models different options

and alternative wording

are included. In this edition

one or more publications

as reference material

are added for each specific

contract, when available.

Like all templates,

further individualisation

is required to adapt the

model contracts to the

specific circumstances

of the situation and the

parties. However, the

templates in this book

will serve as a useful

guidance for drafting a

number of contracts and

clauses under Belgian

business law.

54 Intersentia Catalogus 2022


Ondernemingsrecht

Insolventierecht

Essentieel wetboek

Economisch recht

Grégory Renier en

Gert Straetmans

Dit wetboek Economisch

recht bundelt de 18 boeken

van het Wetboek van

economisch recht en vult

deze aan met andere, voor

de praktijk belangrijke

wettelijke en reglementaire

bepalingen. Op deze

wijze kan de gebruiker het

economisch recht op een

globale en pragmatische

manier overschouwen

en erin wegwijs geraken

dankzij een duidelijke

thematische aanpak van

het materiële recht. Als

gebruiksvriendelijk en

praktijkgericht werkinstrument

biedt dit wetboek

de rechtspraktizijn,

studenten en iedereen

die met economisch recht

in aanraking komt, een

handig hulpmiddel om

snel tot de relevante bepalingen

met betrekking tot

het gewenste onderwerp

te komen.

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1227-1

1320 blz. | paperback

2021 | € 80

Essentieel wetboek

Ondernemingsstrafrecht

Marie Horseele,

Katrien Verhesschen

en Raf Verstraeten

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1325-4

820 blz. | paperback

2021 | € 89

Essentieel wetboek

Compliance

Thomas Faelli, Olivier

Goffard en Miguel Mairlot

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1326-1

1130 blz. | paperback

2021 | € 70

Insolventieen

beslagrecht

Matthias E. Storme (ed.)

Het insolventie- en

beslagrecht evolueert

voortdurend mee met

de ontwikkelingen in

een steeds veeleisender

maatschappij. Zo rijzen

tegenwoordig talloze

problemen in de praktijk

van de collectieve

schuldenregeling. Ook

het beslag op aandelen

vraagt hernieuwde

aandacht. Wat met

de impact van het

nieuwe goederenrecht

op onroerend goed en

insolventie? En welke

knelpunten domineren

bij huur en faillissement,

voor curatoren

en voor advocaten van

schuldeisers? Op al

deze vragen vindt u een

antwoord in dit Themiscahier

met de bijdragen

van het vormingsonderdeel

Insolventie- en

Beslagrecht (academiejaar

2021-2022).

Reeks Themis

ISBN 978-94-000-1435-0

viii + 132 blz. | paperback

2022 | € 55

Bestuurdersaansprakelijkheid


(dreigende) insolventie:

capita selecta

Stijn De Dier en Thibault

Van Wynsberghe

Reeks Nexus Cahiers

ISBN 978-94-000-1490-9

v + 58 blz. | paperback

2022 | € 55

De insolventie

van de advocaat

Rik Crivits en Jens Vrebos

ISBN 978-94-000-1471-8

ca. 60 blz. | paperback

2022 | € 55

Intersentia Catalogus 2022

55


ISBN 978-94-000-1042-0

Insolventierecht

Vennootschapsrecht

Het WVV doorgelicht

Hans De Wulf en

Marieke Wyckaert (eds.)

Het WVV doorgelicht

Editors: Hans De Wulf en Marieke Wyckaert

Dit boek bundelt de Nederlandstalige bijdragen van een studiecyclus over het Wetboek van

vennootschappen en verenigingen die door zeven Belgische rechtsfaculteiten in Antwerpen,

Brussel, Gent, Luik, Leuven en Louvain-la-Neuve werd georganiseerd.

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen betekent een fundamentele hervorming

voor alle ondernemingen die georganiseerd zijn als vennootschap, vereniging of stichting, van

maatschap tot beursgenoteerde NV of coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming.

Het bevat substantiële veranderingen die de Belgische ondernemingswetgeving flexibeler,

doelmatiger en efficiënter moeten maken, en die de concurrentie met andere Europese

wetgevingen aankunnen.

Alle professoren in het vennootschapsrecht van het land hebben hun krachten gebundeld om,

in synergie en harmonie, coherente en complementaire analyses voor te stellen. Deze analyses

geven enerzijds de grote lijnen aan, maar bieden anderzijds ook een gedetailleerde technische

analyse van de vele wijzigingen die werden doorgevoerd. Precies doordat dit werk de vrucht is

van de samenwerking tussen academici van alle universiteiten, komt de bijdragen groot gezag

toe en mag het boek een mijlpaal heten.

De reparatiewetgeving uit april 2020 en de eerste ervaringen op het terrein zijn reeds verwerkt

in dit boek.

Het WVV doorgelicht

Voorwoord door Koen Geens

David Ballegeer

Jean-Pierre Blumberg

Diederik Bruloot

Evariest Callens

Ludo Cornelis

Eric De Bie

Luc De Broe

Steven Declercq

Jeroen Delvoie

Louis De Meulemeester

Hans De Wulf

Alain François

Jean-Marie Nelissen Grade

Frank Hellemans

Robby Houben

Philip Hulpiau

Marc Kruithof

Kristof Maresceau

Ivan Peeters

Marit Peeters

Robbie Tas

intersentia.be • stradalex.com • jurisquare.be

Curatoren en

vereffenaars: actuele

ontwikkelingen VI

Matthias E. Storme, Bernard

Tilleman, Joeri Vananroye,

Melissa Vanmeenen en

Robby Houben (eds.)

Deze nieuwe uitgave

bevat brede informatie en

duiding over vereffeningsprocedures

en bespreekt

de recente tendensen in

het insolventierecht in

de ruime zin. In het boek

wordt uitgebreide aandacht

besteed aan de verscherpte

confrontatie van

het insolventierecht met

diverse andere rechtstakken,

zoals sociaal recht,

fiscaal recht, vennootschapsrecht,

vastgoedrecht

e.a.

Met bijdragen van F. de Mey,

J. De Smet, M. Delanote,

J. Dubaere, J. Du Mongh,

R. Foriers, E. Hoogstijns,

R. Jansen, A. Moens,

V. Sagaert, M. Storme,

I. Van de Mierop en

M. Wyckaert.

JPB – Liber amicorum

Jean-Pierre Blumberg

Robby Houben, Nico

Goossens en Charles-

Antoine Leunen (eds.)

Dit Liber amicorum

Jean-Pierre Blumberg

omvat bijdragen uit het

vennootschapsrecht, de

acquisitiepraktijk, het

financieel recht, corporate

governance en de huidige

tendensen in de internationale

advocatuur. Deze

thema’s illustreren de

veelzijdige interesses van

Jean-Pierre Blumberg en

de dankbaarheid van zijn

vrienden dat ze hem hebben

mogen ontmoeten op

hun levenspad.

Het WVV doorgelicht

Hans De Wulf en

Marieke Wyckaert (eds.)

Dit boek bevat de

Nederlandstalige bijdragen

van een studiecyclus

over het Wetboek van

vennootschappen en

verenigingen die door

zeven Belgische rechtsfaculteiten

werd georganiseerd.

Alle professoren in

het vennootschapsrecht

van het land hebben

hun krachten gebundeld

om tot coherente en

complementaire analyses

te komen. Deze analyses

geven enerzijds de grote

lijnen aan maar bieden

anderzijds ook een

gedetailleerde technische

analyse aan van de vele

wijzigingen die werden

doorgevoerd. De reparatiewetgeving

uit april 2020

en de eerste ervaringen

op het terrein zijn reeds

verwerkt in dit boek.

Essentieel wetboek

Vennootschappen en

verenigingen

Inclusief uitvoeringsbesluit

en concordantietabel

Bruno Laforce en

Ivan Verougstraete

Deze codex neemt zowel

het nieuwe Wetboek

van vennootschappen

en verenigingen als

het daarbij horende

uitvoeringsbesluit op.

Beide worden vergezeld

van hun eigen concordantietabel.

De lezer

kan op deze manier het

volledige nieuwe vennootschaps-

en verenigingsrecht

raadplegen.

Met gratis app Larcier

Code voor een wekelijkse

bijwerking van alle

teksten uit dit Wetboek.

ISBN 978-94-000-1390-2

xvi + 372 blz. | gebonden

2021 | € 175

ISBN 978-94-000-1384-1

xlvi + 690 blz. | gebonden

2021 | € 175

ISBN 978-94-000-1042-0

xxvii + 786 blz. | paperback

2021 | € 115

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1421-3

354 blz. | paperback

2021 | € 38

56 Intersentia Catalogus 2022


Vennootschapsrecht

nieuwe editie nieuwe editie 2022

Handboek

vennootschapsrecht

Tweede uitgave

Herman Braeckmans

en Robby Houben

ISBN 978-94-000-1043-7

xlvi + 974 blz. | gebonden

2021 | € 275

Dit opus magnum is

het meest complete

Nederlandstalige naslagwerk

dat het volledige geldende

vennootschapsrecht

integraal behandelt.

De eerste uitgave van

het Handboek vennootschapsrecht

verscheen

in 2012. Sindsdien stond

de trein van het vennootschapsrecht

niet stil. In

het bijzonder de invoering

van een nieuw Wetboek

van vennootschappen en

verenigingen (wvv) in 2019

en de daaropvolgende herstelwet

van 2020 zorgden

voor een omwenteling.

Een tweede uitgave van

het Handboek vennootschapsrecht

drong zich op.

De wetgeving, rechtspraak

en rechtsleer, met inbegrip

van de rechtsleer over het

wvv, werd verwerkt tot en

met de zomer van 2020.

Dit magistrale naslagwerk

analyseert het actuele

Belgische vennootschapsrecht

integraal, systematisch

en synthetisch in één

en hetzelfde boek. Het

boek is academisch en

didactisch, maar tegelijk

pragmatisch, met aandacht

voor de praktijk. Het

is voorzien van een zeer

uitgebreid en gedetailleerd

trefwoordenregister.

Het gaat oplossingsgericht

in op de problemen

die zich in de praktijk in

de context van het vennootschapsrecht

kunnen

voordoen.

Dit boek is dan ook

hét onmisbare referentiewerk

voor iedere

praktijkjurist die met

het vennootschapsrecht

wordt geconfronteerd:

magistraten, advocaten,

notarissen, bedrijfsjuristen,

bedrijfsrevisoren,

accountants, bestuurders

van vennootschappen.

Bestuur in de NV

Herziene editie

Sarah De Geyter, Ingrid De

Poorter en Emmanuel Leroux

Dit boek beschrijft hoe het

bestuur van een grotere

nv in de praktijk wordt

georganiseerd. De raad

van bestuur doet vaak een

beroep op bevoegdheidsdelegaties

aan een orgaan

van dagelijks bestuur, een

directiecomité of bijzondere

lasthebbers. Ook een duaal

systeem, waarbij toezicht

en algemeen beleid worden

toevertrouwd aan één

orgaan (de raad van toezicht)

en het operationele bestuur

aan een ander (de directieraad),

is mogelijk. Dit boek

biedt een grondige analyse

van de duale bestuursstructuur,

de delegatie door de

raad van bestuur, de interne

taakverdeling en de impact

hiervan op de toezichts taak

en de aansprakelijkheid van

de bestuurders, aangepast

aan het nieuwe wvv en de

geldende governance-codes.

Reeks Bibliotheek Vennootschapsen

Financieel Recht

ISBN 978-94-000-1207-3

ca. 280 blz. | paperback

2022 | € 82

Taken en

aansprakelijkheden

van commissarissen

en bedrijfsrevisoren

Tweede editie

Koenraad Aerts

Reeks Bibliotheek Vennootschaps-

en Financieel Recht

ISBN 978-94-000-1219-6

ix + 251 blz. | paperback

2020 | € 89

De Belgische stichting

Tweede editie

Rutger Van Boven

Reeks Bibliotheek Vennootschapsen

Financieel Recht

ISBN 978-2-8079-0939-7

xvii + 313 blz. | paperback

2020 | € 85,5

Intersentia Catalogus 2022

57


Voor advocatenkantoren

Profiteer van een gepersonaliseerde website

om uw kantoor te promoten

naar uw klanten en prospecten

Maak het verschil en wees zichtbaar op het web!

Trek de aandacht van uw klanten

en prospecten met een website die

aansluit bij uw professioneel imago.

Versterk uw online aanwezigheid met

kwalitatief hoogstaande inhoud die continu

wordt bijgewerkt door de teams van

Larcier-Intersentia zonder dat u er zelf tijd

aan moet besteden.

Integreer op eenvoudige wijze de

specifieke informatie van uw kantoor

(uw missie, actualiteit, werkaanbiedingen,

evenementen ...).

Stel klantgerichte nieuwsbrieven op

via een handige backoffice.

Vraag ons om een vrijblijvende voorstelling

en ontdek ons volledige aanbod op webwin.be


Vennootschapsrecht

Reeks De vzw &

Indien u op deze reeks intekent,

betaalt u permanent 15% minder.

Aandeelhoudersovereenkomsten

Nick Hallemeesch

De vzw & haar

verzekeringen

Gust Luyckx

De vzw & haar

financiering

Dirk A.J. Coeckelbergh

De vzw & haar

ontbinding

Dirk A.J. Coeckelbergh

Mogen aandeelhoudersovereenkomsten

afwijken

van de statuten en van de

(vaak dwingende) wet die

de statuten aanvult?

Is de raad van bestuur

verplicht om een aandeelhouders

overeen komst

na te leven? Kunnen

rechtshandelingen die

strijdig zijn met een

aandeelhoudersovereenkomst,

nietig verklaard

worden? Dit boek creëert

een algemene theorie van

aandeelhoudersovereenkomsten,

die een gefundeerd

antwoord biedt op

de vele vragen die in de

praktijk rijzen.

Overzicht van alle verzekeringen

voor vzw’s,

met aandacht voor risk

management en procedures.

Met concrete tips.

Reeks De vzw &

ISBN 978-94-000-1282-0

xii + 94 blz. | paperback

2022 | € 50

Dit werk behandelt

vanuit een managements-

en juridisch

standpunt alle financieringslijnen

van een vzw,

gaande van kort naar

lang (eigen vermogen,

onroerende en roerende

inkomsten, inkomsten

uit handelsactiviteiten,

bankleningen, leasing,

factoring, crowdfunding,

sponsoring, mecenaat,

subsidiëring, lidgelden,

inbrengen, private obligatie

emissies, publieke

obligatiemissies,

leverancierskrediet …).

Met tips en tricks en

praktijkvoorbeelden.

Dit boek biedt aan

iedereen die betrokken

is bij een te ontbinden

vzw een duidelijk antwoord

op deze vragen:

Hoe gaat de ontbinding

van de vzw in zijn

werk? Welke kosten

zijn er? Wie heeft

waarop recht als er

activa overblijven? Wie

betaalt de overblijvende

schulden? Wie moet

men erbij betrekken?

Met de nodige

praktijkvoorbeelden

en -toepassingen,

stappen plannen en

tips en tricks om u

wegwijs te maken in

deze problematiek.

Laureaat

Driejaarlijkse Prijs van het

Antwerps Notariaat

Tevens ex aequo bekroond

met de prijs

Pierre Coppens 2020

De vzw & haar

documenten

Jeroen Léaerts – Procura

ISBN 978-94-000-1055-0

xxiv + 338 blz. | gebonden

2019 | € 103

Reeks De vzw &

ISBN 978-94-000-1200-4

45 blz. | paperback

2020 | € 47

Reeks De vzw &

ISBN 978-94-000-1362-9

viii + 82 blz. | paperback

2021 | € 50

Reeks De vzw &

ISBN 978-94-000-1403-9

xii + 94 blz. | paperback

2021 | € 50

Intersentia Catalogus 2022

59


Financieel recht

nieuwe editie

Handboek krediet- en

borgtochtverzekering

De ‘geconfirmeerde’

onzichtbare bank

Tweede editie

Paul Becue

ISBN 978-94-000-1266-0

xlvii + 1016 blz. | gebonden

2020 | € 262,5

Dit boek behandelt de privékredietverzekering

(tak

14) en de borgtochtverzekering

(tak 15), die meestal

samen besproken worden,

hoewel er ook belangrijke

verschillen tussen beide

bestaan. Naast deze twee

takken uit de privéverzekering

komt ook de publieke

kredietverzekering uitgebreid

aan bod, die een heel

andere insteek heeft.

De hoofdfocus van het

boek ligt evenwel op de

privékredietverzekering,

die veel invloed heeft op

de liquiditeit van bedrijven,

maar waar nog maar

weinig literatuur over

beschikbaar is.

Inhoudelijk zijn er voor

elk van deze drie takken

vier invalshoeken. Na een

inleidende vergelijkende

synthese wordt de praktische

werking van deze

verzekeringsproducten

besproken. Daarbij komt

de juridische omgeving

(bv. insolventierecht) reeds

kort aan bod, maar in een

apart deel gaat de auteur

dieper in op de juridische

aspecten van deze

producten zelf, zowel wat

het Belgische als wat het

Europese recht betreft.

Het boek eindigt met de

credit ratings en daaraan

verbonden de impact van

de Bazel-akkoorden op

deze verzekeringstakken.

Voor al wie de krediet- en

borgtochtverzekering nog

beter wil leren kennen,

is dit werk een handig

en vlot geschreven

naslagwerk.

The Law and Economics

of Secured Lending

Frederic Helsen

This book provides an

in-depth analysis of both

the general economic

theory of secured lending,

as well as the very

concrete and detailed aspects

of the legal framework

in which it takes

place, in Belgium and

the United States. Legal

practitioners will find a

deeper economic understanding

of how credit

works, and answers to

legal questions that no

traditional, inside-thebox

legal handbook will

ever ask. Economists will

find theory applied to,

and checked by, the legal

reality in which they necessarily

operate, down

to minute detail.

Reeks Property Law Series, n° 12

ISBN 978-1-83970-150-4

xii + 552 blz. | gebonden

2021 | € 140

Cryptomunten

juridisch ontsloten

Mark Delanote en

Patrick Waeterinckx (eds.)

Reeks Bibliotheek Vennootschapsen

Financieel Recht

ISBN 978-94-000-1204-2

180 blz. | paperback

2020 | € 78

Efficiënte risicoverdeling

in vennootschappen met

beperkte aansprakelijkheid

en de positie van

de aandeelhouder

Simon Landuyt

Reeks Instituut Financieel

Recht, nr. 25

ISBN 978-94-000-1255-4

xviii + 462 blz. | gebonden

2020 | € 157,5

60 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Financieel recht

Kredieten voor consumenten:

wat als het moeilijk wordt?

Intersentia sprak met editor Els Van Poucke naar aanleiding van de publicatie Kredieten voor consumenten,

die een praktijkgerichte benadering is van het verloop van een krediet, gaande van de informatieverplichtingen

voorafgaand aan de opening van een krediet tot de beëindiging ervan. Specifiek wordt in de volgende

bijdrage aandacht geschonken aan de problematiek van betalingsachterstanden, zeker in het licht van de

stijgende energieprijzen, die bij sommigen mogelijk voor financiële moeilijkheden zullen zorgen.

Is er in een specifieke procedure voorzien

die elke kredietgever moet respecteren bij

betalingsachterstanden?

In geval van een hypothecair krediet is de

procedure duidelijk en wettelijk geregeld:

overeenkomstig artikel VII.147/21 WER zendt

de kredietgever bij wanbetaling binnen de drie

maanden na de vervaldag aan de kredietnemer

een aangetekende verwittiging die de gevolgen

van de wanbetaling vermeldt. Doet de kredietgever

dit niet, dan heeft dit een invloed op de

mogelijke sancties die de kredietgever kan opleggen

in geval van wanbetaling door de kredietnemer.

Bij niet-naleving van deze verplichting mag

de contractuele verhoging van de rentevoeten

wegens vertraging in de betaling voor deze vervaldag

niet worden toegepast. Daarnaast moet

voor deze vervaldag een betalingsuitstel van zes

maanden worden toegekend, te rekenen vanaf

de achterstallige vervaldag zonder bijkomende

kosten of intresten.


In het kader van het consumentenkrediet

heeft de wetgever duidelijk en gedetailleerd

vastgelegd welke vergoedingen door de

kredietnemer verschuldigd zijn in geval van

betalingsachterstand.


Tot slot kan de achterstallige vervaldag niet in

aanmerking worden genomen voor de berekening

van de twee onbetaalde termijnbedragen

die bepaald worden in artikel VII.147/20,

§ 1, 1° WER, namelijk voor de inwerkingstelling

van het ontbindend beding in geval van

betalingsachterstand.

Het ontbreken van een gelijkaardige wettelijke

bepaling bij een consumentenkrediet betekent

uiteraard niet dat de kredietnemer van een

consumentenkrediet bij betalingsachterstand

niet meer in gebreke moet worden gesteld. Het

Hof van Cassatie oordeelde immers reeds in 1976

dat de verplichting om in gebreke te stellen een

algemeen rechtsbeginsel is.

Kan de kredietgever contractueel vrij de

vergoedingen vastleggen die door de kredietnemer

verschuldigd zijn in geval van betalingsachterstand

bij een consumentenkrediet?

Neen, in het kader van het consumentenkrediet

heeft de wetgever duidelijk en gedetailleerd

vastgelegd welke vergoedingen door de kredietnemer

verschuldigd zijn in geval van betalingsachterstand.

De kredietgever kan nooit aanspraak

maken op andere bedragen dan die waarin artikel

VII.106 WER voorziet. Evenmin kan hij een

hogere vergoeding vorderen dan door dit artikel

wordt toegelaten.

Maar de wetgever heeft wel een onderscheid

gemaakt in de vergoedingen in functie van de

soort betalingsachterstand: (i) de eenvoudige

betalingsachterstand, die noch een ontbinding

noch een verval van termijnbepaling met zich

meebrengt, (ii) de betalingsachterstand na

Intersentia Catalogus 2022

61


Financieel recht

redactioneel

De wetgever verhindert dat de kredietgever

die nalaat het krediet tijdig te beëindigen,

misbruik maakt van de wanprestatie van de

consument om kosten en nalatigheidsinteresten

aan te rekenen.



opzegging van de overeenkomst en

(iii) de ontbinding en het verval van

termijnbepaling.

Bij eenvoudige betalingsachterstand

mag de kredietgever aan de consument

geen andere betaling vragen dan het

vervallen en niet-betaalde kapitaal,

het bedrag van de vervallen en nietbetaalde

totale kosten van het krediet,

het bedrag van de overeengekomen

nalatigheidsintrest berekend op het

vervallen en niet-betaalde kapitaal

en de overeengekomen kosten voor

de maanbrieven en de brieven voor

ingebrekestelling.

En wat bij ongeoorloofde debetstand

en overschrijding?

De ongeoorloofde debetstand en overschrijding

worden wettelijk geregeld

voor het consumentenkrediet en voor

het hypothecair krediet met roerende

bestemming en de regeling is gelijklopend

in beide gevallen.

Wanneer een contractueel verboden

debetstand zich voordoet in het kader

van een kredietopening of een betaalrekening,

terwijl de kredietgever iedere

debetstand die het toegestane kredietbedrag

te boven gaat, uitdrukkelijk

heeft verboden, schort de kredietgever

de kredietopnemingen op en eist hij

de terugbetaling van het bedrag van de

niet-geoorloofde debetstand binnen

een termijn van maximaal 45 dagen. De

termijn van 45 dagen begint te lopen

op de datum waarop de ongeoorloofde

debetstand ontstaat. Indien de consument

de ongeoorloofde debetstand niet

binnen de in de kredietovereenkomst

bepaalde termijn regulariseert, kan de

kredietgever enerzijds de kredietovereenkomst

beëindigen en anderzijds

een nieuwe kredietovereenkomst

sluiten voor een hoger bedrag, bij wijze

van schuldvernieuwing.

Wanneer de debetstand een substantiële

overschrijding betreft die

niet uitdrukkelijk werd verboden door

de kredietovereenkomst, dient de

kredietgever de consument onverwijld

op papier of via een andere duurzame

drager op de hoogte te stellen van de

overschrijding, de omvang ervan, de

debetrentevoet, de eventueel toepasselijke

boetes en de kosten op het

overschreden bedrag. Indien de consument

de overschrijding niet aanzuivert

binnen de drie maanden na haar

ontstaan, beschikt de kredietgever over

de keuze tussen de beëindiging van de

kredietovereenkomst en het sluiten

van een nieuwe kredietovereenkomst

voor een hoger bedrag bij wijze van

schuldvernieuwing.

De wetgever verhindert hiermee

dat de kredietgever die nalaat het

krediet tijdig te beëindigen, misbruik

maakt van de wanprestatie van de

consument om kosten en nalatigheidsinteresten

aan te rekenen.

In een dergelijk geval verleent de

kredietgever eigenlijk een additioneel

krediet, waarvoor de consument niet

gesanctioneerd moet worden. •

Kredieten voor

consumenten

Els Van Poucke (ed.)

Het boek biedt een praktijkgerichte

analyse van het

verloop van een krediet,

gaande van de informatieverplichtingen

voorafgaand aan

de opening van een krediet tot

de beëindiging ervan.

Dit werk behandelt het

toepassingsgebied van de wet

op het consumentenkrediet

en het hypothecair krediet,

de partijen die betrokken

zijn bij het sluiten van een

kredietovereenkomst, de

verschillende kredietvormen,

de precontractuele fase,

het sluiten van de kredietovereenkomst,

de uitvoering

ervan en het einde van de

krediet overeenkomst.

Aan deze uitgave werkten mee:

Goedele Aerts, Ruben Baeb,

Ruben Kenis, Nicolas Michiels,

Eline Vanden Heede, Emilie

Van Tricht en Christophe

Verhelst.

ISBN 978-2-8079-1060-7

xvi + 240 blz. | paperback

2021 | € 56,57

62 Intersentia Catalogus 2022


Tijdschriften ondernemingsrecht

tijdschrift

tijdschrift

tijdschrift

tijdschrift

Bank- en Financiewezen

Revue bancaire et

financière

Hoofdredacteur:

F. Lierman

Bank- en Financiewezen

is een publicatie van

het Belgisch Financieel

Forum. Het behandelt de

financieel-economische

aspecten van het bank- en

financiewezen en is complementair

aan Bank- en

Financieel Recht, dat zich

oriënteert op de juridische

aspecten. Op beide

tijdschriften kan samen

worden ingetekend tegen

een aantrekkelijk tarief.

Elk nummer telt een of

meerdere dossiers over

een specifiek financieel

onderwerp, artikelen over

actuele onderwerpen en

een overzicht van en commentaar

op de financiële

reglementering. Abonnees

kunnen Bank- en Financiewezen

raadplegen in de

app Larcier Journals.

Drie nummers per jaar

Ca. 200 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 135

Gecombineerd abonnement

Bank- en Financiewezen en

Bank- en Financieel Recht: € 373

Bank- en Financieel Recht

Droit bancaire et

financier

Hoofdredacteur:

J. Cattaruzza

Bank- en Financieel Recht

is een publicatie van

het Belgisch Financieel

Forum. Het is gewijd aan

het privaat en publiek

bank- en financieel recht,

financieel vennootschapsrecht

en monetair recht.

Daarmee is het volledig

complementair aan

Bank- en Financiewezen,

eveneens een uitgave van

het Belgisch Financieel

Forum. Op beide tijdschriften

kan samen

worden ingetekend tegen

een aantrekkelijk tarief.

Vaste rubrieken zijn

Rechtsleer, Geannoteerde

rechtspraak, Financiële

actualiteit en Compliance

Corner. Abonnees kunnen

Bank- en Financieel Recht

raadplegen in de app

Larcier Journals.

Vier nummers per jaar

Ca. 260 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 264

Gecombineerd abonnement

Bank- en Financiewezen en

Bank- en Financieel Recht: € 373

Tijdschrift voor

Belgisch Handelsrecht

Revue de Droit

Commercial Belge

(TBH-RDC)

Hoofdredacteurs:

A. Van Hoe en G. Croisant

Het Tijdschrift voor

Belgisch Handelsrecht

becommentarieert maandelijks

alle belangrijke

ontwikkelingen inzake

ondernemingsrecht in de

brede zin van het woord,

met doctrineartikelen,

geannoteerde rechtspraak

en rechtspraakoverzichten,

wetswijzigingen en actuele

tendensen. De papieren

drager en de online versie

(www.rdc-tbh.be) werken

volledig autonoom.

Vandaar de aangepaste

abonnementsformule, met

een vrije keuze van het

medium. Abonnees kunnen

TBH raadplegen in de

app Larcier Journals.

10 nummers per jaar

Ca. 1000 blz. per jaargang

voor de papieren versie

Papieren versie: € 321

Onlineversie: € 321

Volledige versie (papier en

online): € 481,50

In Foro

Magazine van de Unie der

Rechters in Ondernemingszaken

van België

Revue de l’Union des Juges

Consulaires de Belgique

Hoofdredacteur:

M. Von den Busch

In Foro is het tweetalige

magazine van de Unie

der Rechters in Ondernemingszaken

van België.

Het bevat bijdragen in

beide landstalen over

diverse onderwerpen uit

de ondernemingspraktijk:

o.a. contractenrecht,

bewijsrecht, faillissement

en continuïteit van de

ondernemingen. Daardoor

is het ook een praktijkgerichte

bron van informatie

voor advocaten, bedrijfsjuristen

en economische

beroepen. Abonnees kunnen

In Foro raadplegen in

de app Larcier Journals.

4 nummers per jaar

Ca. 130 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 93

Intersentia Catalogus 2022

63


ISBN 978-1-83970-252-5

Tijdschriften ondernemingsrecht

CiTiP-reeks

tijdschrift tijdschrift tijdschrift

nieuwe editie

w

CiTiP

KU Leuven Centre for IT & IP Law Series

Artificial intelligence (AI) is becoming increasingly more prevalent in our daily social

and professional lives. Although AI systems and robots bring many benefits, they

present several challenges as well. The autonomous and opaque nature of AI systems

implies that their commercialisation will affect the legal and regulatory framework.

In this comprehensive book, scholars critically examine how AI systems may impact

Belgian law. While specific topics of Belgian private and public law are thoroughly

addressed, the book also provides a general overview of a number of regulatory and

ethical AI evolutions and tendencies in the European Union. Therefore, it is a must-read

for legal scholars, practitioners and government officials as well as for anyone with an

interest in law and AI.

In this second edition various chapters have been updated to reflect recent developments

in the field. Two chapters covering media law and competition law have also

been added.

Jan De Bruyne and

Cedric Vanleenhove (eds.)

Jan De Bruyne and Cedric Vanleenhove (eds.)

Artificial Intelligence and the Law

Jan De Bruyne is a research expert AI and (tort) law at the KU Leuven Centre for IT & IP

Law (CiTiP) and assistant professor at the eLaw Center for Law and Digital Technologies

in Leiden. He also works as a senior researcher at the Knowledge Centre Data & Society.

He obtained his PhD at the Faculty of Law and Criminology of Ghent University and has

been a postdoctoral researcher on liability and robots at the same Faculty.

Cedric Vanleenhove is professor at Ghent University and at the HEC Management

School of the University of Liège. He obtained his PhD at the Faculty of Law and

Criminology of Ghent University, where he subsequently worked as a post-doctoral

researcher in transnational law.

Artificial Intelligence and the Law

Second Revised Edition

9 7 8 1 8 3 9 7 0 2 5 2 5

intersentia.com

Tijdschrift voor

Inter nationale Handel

en Transportrecht

Revue de Droit du

Commerce International

et des Transports

Journal for International

Trade and Transport Law

Hoofdredacteur: F. Stevens

Het Tijdschrift voor

Internationale Handel en

Transportrecht informeert

viermaal per jaar op

heldere en kritische wijze

over belangrijke evoluties

die zich voordoen in het

transportrecht, de internationale

koop-verkoop

en de financiering ervan,

het douanerecht en het

verzekeringsrecht. Elk

nummer bevat minstens

één doctrinestuk en verder

besprekingen van Belgische

rechtspraak en arbitrale

uitspraken, voorzien van

de nodige trefwoorden en

een Nederlands-, Fransen

Engelstalige samenvatting.

Abonnees kunnen

IHT raadplegen in de app

Larcier Journals.

Competitio

Tijdschrift voor Belgische

mededinging – Revue de la

concurrence belge

G. Ryelandt (hoofdredacteur),

D. Arts, P. Van Cayseele,

Y. Van Gerven, M. Visser en

P. Wytinck

Competitio is hét toonaangevende

referentietijdschrift

voor mededinging

en mededingingsrecht

in België. Elk kwartaal

becommentarieert het

tijdschrift belangrijke

ontwikkelingen inzake

Belgische en Europese

mededinging aan de hand

van vaste rubrieken.

Competitio levert al meer

dan tien jaar een bijzondere

bijdrage aan deze

belangrijke rechtstak door

middel van hoogstaande

artikels, rechtspraak,

commentaren op de

rechtspraak en kronieken,

en dat zowel vanuit

juridische, economische

als beleidsoogpunten.

Droit de la

consommation

Consumentenrecht

(DCCR)

Hoofdredactie:

H. Jacquemin, G. Renier

en E. Terryn

Dit tweetalige tijdschrift

over consumentenrecht

richt zich tot rechtspractici

en volgt nauwgezet de ontwikkelingen

in rechtsleer,

rechtspraak en wetgeving

over alle aspecten van

het consumentenrecht.

Het bevat bijdragen rond

gevarieerde onderwerpen

als de informatie aan de

consument, de kwaliteit en

veiligheid van producten en

diensten, reclame, prijzen,

contracten, verkoop, consumentenkrediet,

overmatige

schuldenlast, handelspraktijken

en mededinging,

consumentenorganisaties,

collectieve schuldenregeling,

geschillenregelingen

e.d. Abonnees kunnen

DCCR raadplegen in de app

Larcier Journals.

Artificial Intelligence

and the Law

Second edition

Jan De Bruyne and

Cedric Vanleenhove (eds.)

In this comprehensive

book, scholars critically

examine how Artificial

intelligence (ai) systems

may impact Belgian law.

While specific topics

of Belgian private and

public law are thoroughly

addressed, the book

also provides a general

overview of a number of

regulatory and ethical ai

evolutions and tendencies

in the European

Union. Therefore, it is a

must-read for legal scholars,

practitioners and

government officials as

well as for anyone with an

interest in law and ai.

In this second edition

various chapters have been

updated to reflect recent

developments in the field.

Two chapters covering

media law and competition

law have also been added.

4 nummers per jaar

Ca. 400 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2021 (papier en

online): € 312,70

4 nummers per jaar

Ca. 400 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 245

4 nummers per jaar

Ca. 420 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 210

ISBN 978-1-83970-252-5

ca. 500 blz. | gebonden

2022 | € 150

64 Intersentia Catalogus 2022


CiTiP-reeks

Indien u op deze reeks intekent, betaalt u permanent 15% minder.

Intellectuele

rechten

nieuwe editie 2022

nieuwe editie 2022

KU Leuven Centre for IT & IP Law Series

Griet Verhenneman

The Patient, Data Protection

and Changing Healthcare Models

The Impact of e-Health on Informed Consent,

Anonymisation and Purpose Limitation

Handboek merkenrecht

Tweede editie

Marie-Christine Janssens

Dit handboek biedt

een overzicht van alle

bepalingen van het

merkenrecht die van

kracht zijn in de Benelux

en in de Europese Unie.

Na een overzicht van het

wettelijk kader volgt een

grondige bespreking van

de rechtsregels over de

geldigheidsvereisten voor

een merk, de procedures

voor het verkrijgen van

een merk, de rechten

van de merkhouder

en de uitzonderingen

daarop, de wijzen van

beëindiging van een merk

en de regels die in het

kader van gerechtelijke

procedures gelden. Een

nauwkeurige analyse van

de wettelijke bepalingen

wordt aangevuld met

talrijke voorbeelden uit

de voornamelijk hogere

rechtspraak.

ISBN 978-94-000-1467-1

ca. 500 blz. | gebonden

2022 | € 147

Smart contracts

Een overzicht vanuit

juridisch perspectief

Pieter-Jan Aerts,

Frank Hoogendijk en

Niels Vandezande (eds.)

Dit boek biedt een kritisch

inzicht in een van de potentieel

meest disruptieve

toepassingen van dit decennium.

Het licht de verschillende

facetten van het smart

contract toe alsook smart

contracts als hedendaags

(juridisch) fenomeen, met

inbegrip van bestaande en

mogelijke toekomstige toepassingsvormen.

De auteurs

illustreren dat smart

contracts niet noodzakelijk

‘smart’, noch ‘contracts’ zijn

in een juridische betekenis.

Ze gaan dieper in op de concepten

blockchain en smart

contracts, op de impact

ervan op het financieel

recht, het vennootschapsrecht,

het verzekeringsrecht,

het auteursrecht, het

consumentenrecht en het

notariaat en op de gevolgen

voor het internationaal

privaatrecht.

ISBN 978-94-000-1111-3

xiv + 403 blz. | gebonden

2020 | € 121

The Patient, Data

Protection and Changing

Healthcare Models

The Impact of e-Health on

Informed Consent, Anonymisation

and Purpose Limitation

Griet Verhenneman

How to match phenomena

that characterise the predominant

ethos in modern

healthcare systems, such

as e-health and personalised

medicine, with patient

autonomy and data protection

laws? Three backbone

principles of European

data protection law are

considered to be bottlenecks

for the implementation

of modern healthcare

systems: informed consent,

anonymisation and

purpose limitation. The

book assesses the adequacy

of these principles and

considers them in the

context of technological

and societal evolutions. A

must-read for every professional

active in the field of

data protection law, health

law, policy development or

IT-driven innovation.

ISBN 978-94-000-0124-5

xii + 405 blz. | gebonden

2021 | € 120

Essentieel wetboek

ICT-recht

Editie 2022

Sofie Royer, Peggy Valcke

en Anton Vedder

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1460-2

528 blz. | paperback

2022 | € 65

EU marks a quarter

of a century

Flip Petillion (ed.)

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-1-83970-244-0

ca. 120 blz. | paperback

2022 | € 75

Intersentia Catalogus 2022

65


Intellectuele rechten

Handboek

intellectuele rechten

Hendrik Vanhees

ISBN 978-94-000-1281-3

xxx + 818 blz. | gebonden

2020 | € 226

Dit handboek heeft als

doelstelling een overzicht

te geven van een aantal

grondregels en grondbeginselen

van het recht van

de intellectuele eigendom.

Op een overzichtelijke

wijze wordt, na een

algemene inleiding tot

de intellectuele rechten,

stilgestaan bij het auteursrecht,

de auteursrechtelijke

bescherming van

computerprogramma’s,

het databankenrecht, het

tekeningen- en modellenrecht,

het merkenrecht,

het octrooirecht en de

bescherming van topografieën

van halfgeleiderproducten.

Ook de handhaving

van intellectuele rechten

komt aan bod en ten slotte

eveneens de bescherming

van bedrijfsgeheimen, hoewel

dat geen intellectueel

recht betreft.

De doelgroep voor dit

werk zijn advocaten,

magistraten en bedrijfsjuristen

voor wie het recht

van de intellectuele eigendom

vaak een exotische

rechtstak lijkt. Door de

aanpak van de behandelde

materie, de structuur

en de schrijfstijl is dit

handboek ook uitermate

geschikt voor studenten

en niet-juristen die met

de intellectuele rechten

geconfronteerd worden.

Digitale en analoge verspreiding van auteurswerken

en software | Drie volumes

Simon Geiregat

Analoge en digitale

verspreiding plaatsen

het recht voor nieuwe

uitdagingen. Hoe ver

laten intellectuele rechten

de titularis ervan

toe om de verhandeling

en doorverkoop

van zijn producten te

controleren en welke

rechtspositie heeft de

eindgebruiker?

De reeks ‘Digitale en

analoge verspreiding

van auteurswerken en

software’ (in 3 volumes,

zie hiernaast) biedt

voor het eerst een

omvattende analyse

van de distributie- en

beschikkingsbevoegdheden

ervan in de

Belgische rechtsorde.

Volume I

Analoge distributie

en uitputting

ISBN 978-94-000-1168-7

xvi + 275 blz. | gebonden

2020 | € 94,5

Volume II

Digitale verspreiding

ISBN 978-94-000-1169-4

xiv + 349 blz. | gebonden

2020 | € 110

Volume III

Herverkoop van digitale

werken door gebruikers

ISBN 978-94-000-1170-0

xvi + 512 blz. | gebonden

2020 | € 131

10% korting

bij aankoop van de set

Set van drie volumes

ISBN 978-94-000-1171-7

1136 blz. | gebonden

2020 | Voordelige setprijs:

€ 302,5 i.p.v. € 335,5

66 Intersentia Catalogus 2022


Intellectuele rechten

nieuwe editie

tijdschrift

eest relevante

e-eigendomsomen

teksten

e intellectuele

e Universiteit

agelijkse juri-

Hendrik Vanhees

Basiswetteksten inzake het recht van

de intellectuele eigendom

Beslag inzake namaak –

Een stand van zaken

Tweede editie

Christian Dekoninck,

Jurgen Figys en Judith Bussé

Reeks Cahiers Antwerpen

Brussel Gent (CABG)

ISBN 978-94-000-1224-0

vi + 104 blz. | paperback

2020 | € 60

Hendrik Vanhees

Basiswetteksten

inzake het recht van

de intellectuele eigendom

tiende editie

Basiswetteksten inzake

het recht van de

intellectuele eigendom

Tiende editie

Hendrik Vanhees

De handelsnaam

Paul Maeyaert

De handelsnaam is de

naam waaronder een

onderneming haar

handelsactiviteiten

voert. De handelsnaam

is een intellectueleeigendomsrecht

dat aan

geen enkele formaliteit

onderworpen is en dat

bescherming krijgt door

het loutere gebruik ervan.

De vennootschapsnaam is

de naam die de vennootschap

identificeert bij

haar oprichting. Dit boek

behandelt alle facetten

inzake beschermingsvoorwaarden

en -omvang

van de handels- en vennootschapsnaam

met

bijzondere aandacht voor

geschillenbeslechting,

inclusief alle relevante

rechtspraak. Het boek

is een must-have voor

alle rechtspractici in de

wereld van de intellectuele

eigendom.

Auteursrecht –

Capita selecta

Tweede herziene en

bijgewerkte editie

Jeff Keustermans

en Peter Blomme

De tweede bijgewerkte

editie van dit werk incorporeert

de recente ontwikkelingen

op het vlak van

auteursrecht, zowel in wetgeving

als in rechtspraak.

De auteurs bespreken de

voorwaarden voor auteursrechtelijke

bescherming,

wie de auteursrechten

geniet, de bescherming

van specifieke werken met

bijzondere aandacht voor

software, de vermogensen

morele rechten van de

auteur, de uitzonderingen

op het auteursrecht, de

beschermingsduur, en de

regeling van schadevergoeding

bij inbreuk. Daarbij

gaat ook aandacht uit naar

procedurele kwesties. Het

uitgebreide voetnotenapparaat

maakt van dit werk

het vertrekpunt voor

verdere opzoekingen.

Auteurs & Media

Hoofdredactie:

A. Berenboom

Redactiesecretarissen:

F. Brison, F. Jongen,

E. Lievens en B. Michaux

Het tweetalige tijdschrift

Auteurs & Media

behandelt alle juridische

aspecten van het auteursen

media recht. De leden

van de verschillende

redactieraden, samengesteld

uit specialisten ter

zake, selecteren voor u

rechtsleer, rechtspraak en

de pertinente wetgevende

actualiteit in deze twee

domeinen. Dit tweetalige

tijdschrift met nationale

en internationale informatie

en met praktijkgerichte

analyses biedt

IP-specialisten alle noodzakelijke

juridische informatie

en documentatie.

Abonnees kunnen Auteurs

& Media raadplegen in de

app Larcier Journals.

ISBN 978-94-000-1060-4

x + 1104 blz. | paperback

2020 | € 47

ISBN 978-94-000-1198-4

x + 236 blz. | paperback

2021 | € 70,57

ISBN 978-94-000-1296-7

xvi + 505 blz. | paperback

2021 | € 110

4 nummers per jaar

Ca. 300 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 321

Intersentia Catalogus 2022

67


Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht

redactioneel

Over waarschuwingen, instructies,

disclaimers en andere technieken tot

eenzijdige exoneratie

In ons land is tot nu toe weinig academische aandacht besteed aan eenzijdige exoneratie. Terwijl er veel

Belgische juridische literatuur bestaat over exoneratiebedingen, werd de problematiek van de eenzijdige

exoneratie en van andere eenzijdige technieken die tot een analoog resultaat leiden nog nooit grondig

en systematisch onderzocht. Thomas Verheyen heeft met glans deze lacune opgevuld met zijn doctoraatsonderzoek

over de eenzijdige beheersing van het aansprakelijkheidsrisico, een primeur in België.

Intersentia had een gesprek hierover met de auteur.

Vanwaar uw interesse voor de eenzijdige beheersing

van het aansprakelijkheidsrisico?

Thomas Verheyen: Een bank die mee schrijft aan

een prospectus zonder zelf een contract met de

beleggers te sluiten, zou zich volgens sommigen

kunnen indekken tegen aansprakelijkheid met

een exoneratiebeding op de eerste bladzijde van

het prospectus. Toen ik hierop stootte, werd

mijn nieuwsgierigheid onmiddellijk geprikkeld:

hoe kon je spreken van aanvaarding van zo’n

beding als er verder geen contractuele relatie

tussen de bank en de belegger bestond? Dit

voorbeeld illustreert goed waarom dit onderwerp

zo interessant is: het zit ergens tussen het

buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht

en het contractenrecht in. Het valt moeilijk te

karakteriseren met de bekende juridische begrippen.

Er is, wellicht daarom, ook heel weinig over

geschreven. Wie graag theoretisch nadenkt, kan

zich er helemaal in uitleven.

Wat was de centrale onderzoeksvraag?

Meestal wordt aangenomen dat je voor een

effectieve beheersing van het aansprakelijkheidsrisico,

via een exoneratiebeding bijvoorbeeld, de

expliciete of minstens stilzwijgende toestemming

van de potentiële benadeelde nodig hebt. Ik vroeg

me af of dit wel klopte en, zo neen, hoe het aansprakelijkheidsrisico

dan wel zonder toestemming

en dus eenzijdig kon worden beheerst.

Dit is nog steeds een erg ruime vraag. Hoe heeft u

dit verder afgebakend?


Stelt wie op een website uitlegt hoe je een

boomhut bouwt, maar eraan toevoegt niet

aansprakelijk te zijn als zijn lezers uit een

boom vallen, een (onherroepelijke) eenzijdige

rechtshandeling? Niet noodzakelijk, maar

de ‘wilsuiting’ zal wel een invloed hebben

op de aansprakelijkheid.


Ik heb me toegespitst op drie thema’s. Ik moest

beginnen bij het begin. Daarom heb ik eerst

de invloed van waarschuwingen en instructies

(informatieverstrekking) op de aansprakelijkheid

wegens een onzorgvuldigheid behandeld. Daarna

onderzocht ik de invloed van wat ik ‘wilsuitingen’

noem op de gemeenrechtelijke (contractuele en

buitencontractuele) aansprakelijkheid. Tot slot

heb ik ook één niet-gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsgrond

besproken: de productaansprakelijkheid.

Hier heb ik me vooral gericht op

68 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht

productwaarschuwingen, omdat de Richtlijn 1

een verbod van exoneratiebedingen bevat.

Wat bedoelt u precies met de term ‘wilsuitingen’?

Ik onderscheid informatieverstrekking van

wilsuitingen als techniek om het aansprakelijkheidsrisico

te beheersen. Onder informatieverstrekking

vallen waarschuwingen (“pas op: glad

wegdek”) en instructies (“pas uw snelheid aan”).

Wilsuitingen zijn die mededelingen waarmee

potentieel aansprakelijke personen hun wil

uiten om niet aansprakelijk te zijn. Ik wilde

zeker niet suggereren dat dit automatisch altijd

(eenzijdige) ‘rechtshandelingen’ of ‘contracten’

zijn. De bedoeling van mijn onderzoek

was immers om daar net niet van uit te gaan.

Uiteindelijk heb ik vastgesteld dat sommige wilsuitingen

niet noodzakelijk een rechtshandeling

en al zeker geen contract vormen, maar toch de

aansprakelijkheid beïnvloeden. Een goed voorbeeld

daarvan is de disclaimer: die vind je terug

in contracten (bv. aannemingscontracten), maar

hij kan evengoed gebruikt worden om net elke

contractuele verbintenis te weigeren of zelfs zuiver

binnen het buitencontractuele domein klaar

en duidelijk je eigen ‘verantwoordelijkheid’ af te

bakenen. Stelt wie op een website uitlegt hoe je

een boomhut bouwt, maar eraan toevoegt niet

aansprakelijk te zijn als zijn lezers uit een boom

vallen, een (onherroepelijke) eenzijdige rechtshandeling?

Doet hij een aanbod tot contracteren

dat moet worden aanvaard? Niet noodzakelijk,

maar de ‘wilsuiting’ zal wel een invloed hebben

op de aansprakelijkheid.

Wat is het belang van uw publicatie?

Mijn boek heeft een dubbel belang. Het gaat als

eerste werk in België uitvoerig in op de eenzijdige

beheersing van het aansprakelijkheidsrisico, een

onderwerp met zowel academische als praktische

relevantie. Het behandelt daarnaast een

aantal oude thema’s, zoals de zorgvuldigheid

en de bindende kracht van overeenkomsten.

Dat was onvermijdelijk. Zo is de invloed van een

waarschuwing op de aansprakelijkheid wegens

onzorgvuldigheid een toepassing van het zorgvuldigheidscriterium.

De juridische werking van

wilsuitingen brengt je automatisch bij de vraag of

toestemming in het contractenrecht noodzakelijk

Vandaag is de productaansprakelijkheid m.i. ten

onrechte gericht op de vergoeding van slachtoffers

eerder dan op het voorkomen van schade.



is. Over beide thema’s werk ik nieuwe standpunten

uit. In het laatste hoofdstuk ga ik ook dieper

in op het gebrekscriterium in de productaansprakelijkheid.

Het boek heeft daardoor ook een

ruimere theoretische strekking gekregen.

Doet u dan concreet voorstellen de lege ferenda?

Enkel in het hoofdstuk over de productaansprakelijkheid

neem ik op het einde een standpunt

de lege ferenda in over het aansprakelijkheidscriterium

– het begrip ‘gebrek’ – omdat de huidige

theorie daarover mijns inziens tekortschiet.

Mijn doel in de hoofdstukken over de onzorgvuldigheid

en de wilsuitingen was echter om het

bestaande recht weer te geven. Ik ben daarin

schatplichtig aan mijn promotor, Marc Kruithof,

die hierop al jaren hamert in zijn lessen. In deze

opvatting is ‘doctrine’ een beschrijving van wat

er in de rechtspraak gebeurt, en kun je die dus

verbeteren met een theorie die beter aansluit

bij wat je ziet in de rechtspraak. Wie vanuit deze

invalshoek een nieuwe theorie formuleert, doet

geen voorstel de lege ferenda. De aanvaarding

van deze theorie zou in de praktijk immers

niets veranderen, maar leidt ‘slechts’ tot meer

inzicht. Ik verdedig bijvoorbeeld de stelling dat

aanvaarding vanwege de potentiële benadeelde

weliswaar voldoende, maar niet noodzakelijk is

om te spreken van een bindende wilsuiting – een

bindend ‘exoneratiebeding’.

Dit wijkt af van de meerderheidsvisie en huidig

artikel 1108 oud BW. De basis is de vaststelling dat

veel gevallen van ‘stilzwijgende aanvaarding’ in de

praktijk geen aanvaarding inhouden, maar dat dit

er rechters blijkbaar niet van weerhoudt om benadeelden

toch gebonden te achten. Ik stel daarentegen

dat de bindende kracht van deze wilsuitingen

weliswaar kán berusten op een aanvaarding, maar

dat die vooral bepaald wordt door een samenspel

van factoren. Ik identificeer vertrouwen, lopende

handelsrelaties, gebruiken en het uitoefenen van

Intersentia Catalogus 2022

69


ISBN 978-94-000-1341-4

9 7 8 9 4 0 0 0 1 3 4 1 4

Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht

Reeks Aansprakelijkheidsen

verzekeringsrecht

een eenzijdige juridische bevoegdheid. Er

zijn daarnaast een aantal overkoepelende

voorwaarden, namelijk een kennisgevingslast

op de schouders van degene die zich wil

exonereren én de regel dat een niet-aanvaarde

wilsuiting normaliter geen afbreuk

kan doen aan een reeds verankerde rechtsverhouding.

Een voorbeeld van dit laatste

is het opsturen van een exoneratiebeding

nadat het contract al tot stand is gekomen.

Dit zal zelden bindend zijn.

Zonder het recht te veranderen, laat

deze manier van werken wel toe om de

onderliggende vragen scherper te stellen,

wat zowel de kwaliteit van het academische

debat als de legitimiteit van de beslissingen

van hoven en rechtbanken ten goede zou

moeten komen.

Heeft u daarom zoveel aandacht geschonken

aan Belgische (en Engelse) rechtspraak?

Inderdaad. Je kan niet anders als je een

theorie wil formuleren die de rechtspraktijk

beter beschrijft dan de huidige. De

Engelse rechtspraak is op dit punt een

vruchtbare voedingsbodem voor theorievorming,

omdat de common law-methode

gericht is op relevante onderscheiden

tussen verschillende types feitensituaties,

waarvoor dan telkens aparte regels worden

geformuleerd. Vanuit dit oogpunt heb ik de

Belgische rechtspraak benaderd.

Voor de zorgvuldigheidsnorm heb ik op

deze manier bijvoorbeeld meer schakering

proberen te brengen in de regel van het

‘handelen zoals een redelijke persoon in

dezelfde concrete omstandigheden’, zonder

te vervallen in zuivere casuïstiek. Uit mijn

rechtspraakanalyse blijkt dat een hele

lijst factoren het oordeel van feitenrechters

over het gedrag van de aangesproken

persoon bepalen: de abnormaliteit van het

gevaar, de verantwoordelijkheid van de

aangesproken persoon, de grootte van een

gevaar, de creatie van een gevaar, de waarneembaarheid

van een gevaar … Hiermee

zet ik theoretisch een stap vooruit en bied

ik tegelijkertijd rechtspractici concrete

handvaten om gevallen te analyseren en

hun argumenten op te bouwen.

Over de productaansprakelijkheid neemt u

Ontelbare ondernemingen, overheden en privépersonen zetten dagelijks een arsenaal in

aan waarschuwingen, gebruiksinstructies, disclaimers, bordjes met exoneratiebedingen

en andere technieken om hun aansprakelijkheidsrisico eenzijdig te beheersen. Dit boek

onderzoekt als eerste welke technieken in de rechtbanken op het meeste succes kunnen

wel een standpunt de lege ferenda rekenen. in. Kunt u

Thomas Verheyen loodst de lezer door dit ongekende terrein aan de hand van talloze

voorbeelden, waarmee hij zijn vernieuwende inzichten tastbaar en praktisch hanteerbaar

maakt. Achtereenvolgens beschrijft hij de invloed van informatieverstrekking op de zorgvuldigheidsbeoordeling,

de eenzijdige beheersing van het aansprakelijkheidsrisico dat tot slot nog kort toelichten?

door

wilsuitingen zoals disclaimers en de eenzijdige beheersing van het productaansprakelijkheidsrisico,

met name via productwaarschuwingen.

De auteur geeft daarbij blijk van een eigenzinnige kijk op grote thema’s zoals de zorgvuldigheidsbeoordeling,

de bindende kracht van overeenkomsten en de gebreksbeoordeling

in de productaansprakelijkheid. Dit boek is dan ook niet alleen een must read voor

elke privaatrechtelijke jurist, maar tevens een solide bouwsteen voor verder rechtswetenschappelijk

onderzoek.

Ik verdedig de stelling dat een product als

Thomas Verheyen studeerde in 2015 met de grootste onderscheiding af als Master in de

Rechten aan de Universiteit Gent. In 2017 behaalde hij een LL.M. aan de Yale Law School,

waarna hij in september 2020 met dit proefschrift promoveerde tot Doctor in de Rechten

aan Universiteit Gent onder promotorschap van prof. dr. Marc Kruithof. Momenteel is

hij advocaat aan balie te Brussel.

gebrekkig zou moeten worden beschouwd

als het de gebruiker niet op optimale wijze

aanzet tot veilig gebruik. Ik noem dit de

‘behavioral risk-utility test’ en baseer mij

op inzichten uit de gedragspsychologie

en -economie. Vandaag is de productaansprakelijkheid

mijns inziens ten onrechte

intersentia.be • stradalex.com • jurisquare.be

eerder gericht op de vergoeding van slachtoffers

dan op het voorkomen van schade,

terwijl productaansprakelijkheid toch gaat

over massarisico’s en niet over individuele

gevallen. De rechtspraak en doctrine

hameren bijvoorbeeld voornamelijk op de

informerende eerder dan de motiverende

werking van productinformatie. Nochtans

voorkomt een hele dikke, volledige

gebruikshandleiding niet altijd op de meest

optimale wijze ongevallen.

Hoewel ik zeker niet als eerste op dit

spanningsveld tussen preventie en vergoeding

wijs, ontbrak er volgens mij wel een

theoretisch uitgewerkt gebrekscriterium

om dit te implementeren. Het huidige

criterium van de ‘veiligheid die men

gerechtigd is te verwachten’ is enerzijds te

vaag en wordt anderzijds toegepast op een

wijze die niet leidt tot optimale preventie.

De rivaliserende test – de Amerikaanse

risk-utility test – is dan weer wel gericht op

preventie, maar heeft volgens mij te weinig

oog voor de typische asymmetrieën tussen

de producent en de benadeelde.

Mijn voorstel verzoent beide posities: de

producent moet – binnen wat kostenefficient

is – nagaan hoe hij met een aangepast

ontwerp en een aangepaste presentatie

van het product de gebruiker kan aanzetten

tot veilig gebruik van zijn product.

Hiermee kan een preventief aansprakelijkheidscriterium

verzoend worden met de

realiteit dat de producent en de benadeelde

in een productongeval allerminst

elkaars gelijken zijn. •

Thomas Verheyen

Eenzijdige beheersing van

het aansprakelijkheidsrisico

ICAV

16

16

Interuniversitair Centrum voor

Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht

Eenzijdige beheersing van

het aansprakelijkheidsrisico

Over waarschuwingen, instructies, disclaimers

en andere technieken tot eenzijdige exoneratie

Thomas Verheyen

Eenzijdige beheersing

van het aansprakelijkheidsrisico

Over waarschuwingen,

instructies, disclaimers

en andere technieken tot

eenzijdige exoneratie

Thomas Verheyen

Ondernemingen, overheden

en privépersonen

gebruiken waarschuwingen,

gebruiksinstructies,

disclaimers, bordjes met

exoneratiebedingen en

andere technieken om hun

aansprakelijkheidsrisico

eenzijdig te beheersen. Dit

boek onderzoekt als eerste

welke technieken in de

rechtbank op het meeste

succes kunnen rekenen.

De auteur beschrijft de

invloed van informatieverstrekking

op de zorgvuldigheidsbeoordeling,

de

eenzijdige beheersing van

het aansprakelijkheidsrisico

door wilsuitingen en de

eenzijdige beheersing van

het productaansprakelijkheidsrisico.

Reeks Aansprakelijkheidsen

Verzekeringsrecht, nr. 16

ISBN 978-94-000-1341-4

xxvi + 772 blz. | gebonden

2021 | € 150

70 Intersentia Catalogus 2022


Indien u op deze reeks intekent,

betaalt u permanent 15% minder.

Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht

nieuwe editie

Het gebrek in het

leerstuk van de zaakaansprakelijkheid

Jochen Tanghe

Door de algemeen gangbare

leer te toetsen aan de

beslissingen die rechters

in werkelijkheid nemen,

maakt Jochen Tanghe een

originele en verfrissende

analyse van een leerstuk dat

dringend toe was aan verduidelijking.

Aan de hand

van vele voorbeelden toont

de auteur aan dat sommige

algemeen aanvaarde leerstellingen

over het gebrek

van de zaak niet overeenstemmen

met de beslissingen

die rechters blijken te

nemen. Na een deconstructie

wordt de theorie over

het gebrek van de zaak opnieuw

opgebouwd. Daarbij

wordt aansluiting gevonden

bij algemene principes

over aansprakelijkheid en

worden ook verbanden

gelegd met andere begrippen

zoals oorzakelijkheid

en bewaring.

Medeverzekering

Tine Meurs

Reeks Aansprakelijkheidsen

Verzekeringsrecht, nr. 14

ISBN 978-94-000-1122-9

xxiv + 542 blz. | gebonden

2020 | € 115,5

Verzekeringstoezicht

Een analyse vanuit het

proportionaliteitsbeginsel

Steffi Illegems

De Belgische

declaratoire vordering

en het niet-vergoedende

aansprakelijkheidsrecht

Pieter Gillaerts

Met behulp van concrete

voorbeelden en toepassingen

biedt dit boek een

vernieuwende kijk op de

mogelijkheden en grenzen

van het buitencontractuele

aansprakelijkheidsrecht

om niet-vergoedende

doelen na te streven, met

name preventie en rechtshandhaving.

Het boek analyseert

ook de declaratoire

vordering. Aan de hand

van talrijke voorbeelden

uit de rechtspraak

en rechtsvergelijkende

inzichten bouwt de auteur

vanuit het Belgische

rechtssysteem een kader

uit dat meteen toepasbaar

is in de praktijk.

Bekroond met de

Driejaarlijkse Prijs voor

Gerechtelijk Privaatrecht

Essentieel wetboek

Verzekeringen

Veertiende editie

Kris Bernauw, Philippe Colle,

Geert Jocqué en Britt Weyts

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-94-000-1396-4

550 blz. | paperback

2021 | € 70

Evaluatie en vergoeding

van lichamelijke schade

Derde herziene editie

Jan Matthys

Reeks Aansprakelijkheidsen

Verzekeringsrecht, nr. 17

ISBN 978-94-000-1463-3

ca. 500 blz. | gebonden

2022 | € 160

Reeks Aansprakelijkheidsen

Verzekeringsrecht, nr. 12

ISBN 978-94-000-1082-6

xiv + 606 blz. | gebonden

2019 | € 257,5

ISBN 978-94-000-1288-2

xlii + 800 blz. | gebonden

2020 | € 178,5

ISBN 978-94-000-1290-5

xxviii + 746 blz. | paperback

2020 | € 100

Intersentia Catalogus 2022

71


Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht

Strafrecht

nieuwe editie nieuwe editie 2022

Geannoteerd

Wetboek

Politierechtbank

Wetgeving en documentatie

Nieuwe bijgewerkte

editie 2022

Leo Vulsteke,

Sophie Lodewyckx,

Siegfried Stallaert

en Geert Vandaele

Lichamelijke schade

Repertorium van rechtspraak

2019-2020-2021

Michel Sommerijns,

m.m.v. Ilse Sommerijns

Dit werk biedt een overzicht

van zeer recente

rechtspraak in verband

met de vergoeding van

letselschade in handige

samenvattingen, ontsloten

via een chronologisch en

trefwoordenregisters.

Een ingesloten usb-kaart

bevat de integrale teksten.

In de samenvattingen

wordt de motivering van

(belangrijke) stukken uit

de rechterlijke uitspraken

weergegeven, zodat

de lezer begrijpt waarom

soms wordt afgeweken van

de vaste rechtspraak of van

de richtlijnen die door de

Indicatieve Tabel worden

vooropgesteld.

Dit werk verschijnt jaarlijks

of tweejaarlijks.

Wie intekent op een

abonnement, geniet een

blijvende korting van 15%.

ISBN 978-94-000-1367-4

viii + 320 blz. + USB-kaart

paperback | 2021 | € 77

Verzekeringen

in de bouw

Kristof Uytterhoeven (ed.)

Dit werk geeft een

grondig overzicht van de

verplichte en niet-verplichte

verzekeringen

in de bouwsector. Naast

de beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen,

de ABR-verzekering

en de andere nietverplichte

bouwverzekeringen

wordt ook de

rol van de verzekeraar

in bouwgeschillen en

expertises toegelicht,

evenals de dading in

bouwgeschillen.

Met bijdragen van

W. Buelens, S. Busscher,

S. De Coster,

O. de Lovinfosse,

J. Feyaerts, A. Quirynen,

S. Slachmuylders,

P. Thiriar en

K. Uytterhoeven.

ISBN 978-94-000-1167-0

xviii + 520 blz. | paperback

2021 | € 70

Dit boek is een handig

werkinstrument voor

de praktijkjurist bij de

behandeling van zaken die

tot de bevoegdheid van de

politierechtbank behoren.

Het werk is uniek in zijn

aanpak doordat er naast

een overzichtelijke bundeling

van de basiswetgeving

telkens thematisch praktische

documentatie

wordt gegeven.

De wetgeving bevat uiteraard

de basisregelgeving

inzake wegverkeer en verzekeringen.

Daarnaast is

ook de relevante wetgeving

opgenomen van andere

domeinen van het recht

die in relatie staan tot de

verkeersreglementering

en de afhandeling van

verkeersongevallen.

De documentatie geeft de

praktijkjurist structuur en

houvast in de complexe en

niet steeds overzichtelijke

regelgeving. De omzendbrieven,

de conventies tussen

verzekeraars en andere

praktische gegevens

Reeks Geannoteerde wetboeken

ISBN 978-94-000-1410-7

1.154 blz. | paperback

2022 | € 125

bieden achtergrondinformatie

en duiding bij het

vervolgingsbeleid en/of de

afhandeling van zaken voor

de politierechtbank.

Ten behoeve van de

praktijk zijn zo allerhande

formulieren, tabellen

en andere praktische

documentatie opgenomen:

allerlei pertinente

technische gegevens (bv.

remafstanden), tarieven,

kapitalisatietabellen, handige

overzichten van straffen,

verjaringstermijnen en

onmiddellijke inningen.

Door zijn thematische

structuur is dit werk

handig raadpleegbaar door

magistraten en advocaten

zowel bij de voorbereiding

van een zitting als op de

zitting zelf. Maar ook voor

verzekeringsjuristen,

politiediensten en al wie

beroepshalve met het

verkeerscontentieux en het

administratieve sanctierecht

te maken heeft, is dit

werk een nuttige leidraad.

72 Intersentia Catalogus 2022


Strafrecht

Indien u op de reeks ‘Het Misdrijf &’ intekent,

betaalt u permanent 15% minder

nieuwe editie

CAHIERS

Antwerpen Brussel Gent

2020

VERSTEK EN VERZET IN STRAFZAKEN

Vierde herziene editie

Bart De Smet

Het strafrechtelijk

ne bis in idem

Peter Hoet

Dit werk leidt uit de

geldende rechtsprincipes

en de rechtspraak van de

Europese en Belgische

hoogste rechtscolleges de

regels af voor de toepassing

van het ne bis in idembeginsel

op verschillende

sanctiesystemen. Aldus

vindt de rechtspracticus

een antwoord op een

drieledige vraag, namelijk:

zijn de te beoordelen

persoon en feiten dezelfde

als de reeds beoordeelde

persoon en feiten, is de eerdere

beoordeling van deze

feiten een strafrechtelijke

en definitieve beoordeling

waarmee rekening moet

worden gehouden en is het

gevolg dan een verval van

de strafvordering of volstaat

het dat bij de tweede

veroordeling de eerdere

strafrechtelijke veroordeling

in aanmerking wordt

genomen?

Reeks Cahiers Antwerpen

Brussel Gent (CABG)

ISBN 978-94-000-1364-3

vi + 122 blz. | paperback

2021 | € 60

Maarten Colette

Het Salduzacquis in verhouding

tot de Belgische ondervragingscultuur

Verstek en verzet

in strafzaken

Vierde herziene editie

Bart De Smet

Reeks Cahiers Antwerpen

Brussel Gent (CABG)

ISBN 978-94-000-1248-6

262 blz. | paperback

2020 | € 60

Maarten Colette

Het Salduzacquis

in verhouding tot

de Belgische

ondervragingscultuur

Het Salduzacquis

in verhouding

tot de Belgische

ondervragingscultuur

Maarten Colette

ISBN 978-94-000-1498-5

ca. 200 blz. | gebonden

2022 | € 125

Het Misdrijf &

Fiscale fraude

Tweede herziene editie

Francis Desterbeck

Dit werk gaat dieper in op

de eigenheid van het fiscaal

strafrecht en strafprocesrecht.

De constitutieve

elementen van de fiscale

misdrijven worden ontleed

en er wordt stilgestaan bij

de vervolging van fiscale

misdrijven in de praktijk,

met aandacht voor de

bijzonderheden over de

praktische organisatie

van de fod Financiën, de

parketten en de politiediensten,

en de samenwerking

tussen deze diensten.

De auteur staat ook stil bij

verwante misdrijven, die in

de praktijk vaak samen met

fiscale misdrijven worden

vervolgd: bendevorming,

lidmaatschap van een

criminele organisatie en

witwassen.

Reeks Het Misdrijf &, nr. 5

ISBN 978-94-000-1375-9

x + 130 blz. | paperback

2021 | € 65

Het Misdrijf & Schuld

Over de gevolgen van een

onbestaande vrije wil.

Pleidooi voor een

schuldloos strafrecht

Jan Verplaetse

Reeks Het Misdrijf &, nr. 3

ISBN 978-2-8079-1959-4

124 blz. | paperback

2020 | € 51,5

Het Misdrijf &

Faillissement

Een overzicht van het

faillissementsstrafrecht

Francis Desterbeck

Reeks Het Misdrijf &, nr. 4

ISBN 978-94-000-1239-4

140 blz. | paperback

2020 | € 67

Intersentia Catalogus 2022

73


ISBN 978-94-000-1124-3

9 7 8 9 4 0 0 0 1 1 2 4 3

20_017_16_CBR_ondernemingsstrafrecht-capita selecta_V4.indd 1 20_169_11_CBR_NEXUS_verkeersstrafrecht_V4.indd 1 26/02/20 17:14

26/11/20 08:41

ISBN 978-94-000-1320-9

9 7 8 9 4 0 0 0 1 3 2 0 9

Strafrecht

nieuwe editie 2022

Acta Falconis

XXIX

DE SAMENHANG TUSSEN

GEORGANISEERDE MISDAAD

EN TERRORISME

EN

DE AANSLAGEN IN PARIJS

EN BRUSSEL IN 2015-2016

Strafrecht en strafprocesrecht

voor bachelors

14de herziene editie 2022

Raf Verstraeten en Frank Verbruggen

Cyrille Fijnaut

ISBN 978-94-000-1277-6

Verklaringen van

verdachten in het

strafproces

Pieter Tersago

Het boek bekijkt vanuit

een juridische en rechtspsychologische

invalshoek

hoe straf rechters

verdachten verklaringen

als bewijs beoordelen. Een

grondige dossieranalyse,

interviews met strafrechters

en observaties

van verdachtenverhoren

vormen zo de basis voor

een grondige empirische

bespreking een

Zowat elke regelgeving die vandaag voor een onderneming

belangrijk is, voorziet in strafbepalingen die de niet-naleving

van deze regels bestraffen.

Een economische wereld die meer en meer geregeerd

wordt door het strafrecht maakt dat het economisch

van de kerntaken strafrecht voortdurend in beweging in is en aanleiding de geeft

tot rechtspraak die de grote leerstukken van het strafrecht

raakt. Aan de hand van die recente rechtspraak worden

de juridische aspecten van bijvoorbeeld cryptovaluta en

strafrechtspraktijk.

witwa midrien ficale alheid in gechriten oordeelsontneming

en verbeurdverklaring grondig belicht en

geanalyseerd.

Dit Cahier richt zich tot magistraten, advocaten, bedrijfsjuristen,

forensische auditoren, bedrijfsleiders en hun

Het werk biedt aldus aan

adviseurs.

Mr. Patrick Waeterinckx (advocaat balie provincie Antwerpen,

praktijklector VUB) benadert deze materie niet alleen

elke strafrechtspracticus,

advocaat en

vanuit een theoretische invalshoek, maar ook vanuit het

perspectief van het terrein.

magis traat een schat aan

informatie en praktische

aandachtspunten over

www.intersentia.be

het verdachtenverhoor

en het gebruik van verklaringen

als bewijs.

ISBN 978-94-000-1190-8

xv + 648 blz. | gebonden

2020 | € 147

De samenhang tussen

georganiseerde misdaad

en terrorisme en de

aanslagen in Parijs en

Brussel in 2015-2016

Cyrille Fijnaut

Reeks Acta Falconis, nr. 29

ISBN 978-94-000-1277-6

152 blz. | paperback

2020 | € 37

Ondernemingsstrafrecht

Capita selecta aan de hand van recente

rechtspraak

Patrick Waeterinckx

Het verkeersrecht speelt een grote rol in de dagelijkse

rechtspraktijk en omvat een breed domein van regelgeving,

zowel op het zuiver strafrechtelijke vlak als op dit van het

verzekeringsrecht en het aansprakelijkheidsrecht.

De discipline van het verkeersrecht is ook onderhevig aan

regelmatige wetswijzigingen. Na onder meer de wet van

9 maart 2014 heeft de recente wet van 6 maart 2018 ter

verbetering van de verkeersveiligheid sommige aspecten

van de Wegverkeerswet grondig gewijzigd.

Volgende elementen worden behandeld: de identificatie

van de overtreder op grond van de art. 67bis en 67ter Wegverkeerswet,

het verval van het recht tot sturen wegens

lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, het alcoholslot,

enkele aspecten van herhaling en het verval van het recht

tot sturen (waaronder de uitzonderingen op het verplicht

verval en de mogelijke beperkingen van het verval), de

vergoeding van de benadeelde bij onmogelijkheid om vast

te stellen wie aansprakelijk is en het gebruik van een draagbare

telefoon.

Het cahier richt zich onder meer tot advocaten, magistraten

en allen die met de handhaving van het verkeersrecht te

maken hebben.

Philip Traest studeerde rechten en criminologie aan de

Universiteit Gent, waar hij in 1992 ook de titel van doctor

in de rechten behaalde. Hij is nu buitengewoon hoogleraar

aan de Universiteit Gent en advocaat aan de balie van de

provincie Antwerpen.

Hij is lid van de redactieraad van Nullum Crimen en publiceert

over diverse aspecten van het straf- en strafprocesrecht,

waaronder het bewijsrecht en het verkeers(straf)

recht.

www.intersentia.be

Ondernemingsstrafrecht

Capita selecta aan de hand

van recente rechtspraak

Patrick Waeterinckx

Reeks Nexus Cahiers

ISBN 978-94-000-1124-3

viii + 62 blz. | paperback

2020 | € 47

Essentieel wetboek

Bestrijding van

witwaspraktijken en

terrorismefinanciering

Michaël Fernandez-Bertier,

Francis Desterbeck,

Philippe De Koster en

Arnaud Lecocq

Reeks Essentiële wetboeken

ISBN 978-2-8079-1755-2

486 blz. | paperback

2020 | € 52,5

Topics verkeers(straf)recht

Philip Traest

Topics

verkeers(straf)recht

Philip Traest

Reeks Nexus Cahiers

ISBN 978-94-000-1320-9

vi + 66 blz. | paperback

2020 | € 52,5

Strafrecht en

strafprocesrecht

voor bachelors

Veertiende herziene

editie 2022

Raf Verstraeten en

Frank Verbruggen

ISBN 978-94-000-1355-1

ca. 600 blz. | paperback

2022 | € 94,5

Straf- en

strafprocesrecht

Frank Verbruggen (ed.)

Reeks Themis

ISBN 978-94-000-1496-1

150 blz. | paperback

2022 | € 55

74 Intersentia Catalogus 2022


ugdikte 5,4 mm 11/02/2021

afgiftekantoor: 2800 mechelen mail • p608143 • intersentia • groenstraat 31 • be-2640 mortsel

Noot Sophie Guiliams, Een medeaansprakelijke

derde kan de causale bijdrage

Steven Dewulf, Politiële en justitiële

samenwerking in strafzaken tussen de van de fout van de primair benadeelde

Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk

na “Brexit” – alsnog naar een ingevolge hun affectieve of familiale

toerekenen aan diens naasten die

Europees strafrecht light? 1

band schade bij weerkaatsing lijden 37

Joost Huysmans, Rechterlijke

Cass. 8 juni 2020 Burgerlijke rechtsvordering

• Schorsing • Beslag •

rechtsvinding in het Belgische straf(proces)recht:

een theoretische analyse 5 Vordering tot teruggave 43

Cass. 8 september 2020 Art. 6.1 en

6.3.d EVRM • Art. 14.1 en 14.3.e

Cass. 4 juni 2019 Burgerlijke vordering BUPO-Verdrag • Recht op een eerlijk

• Orde van Vlaamse balies • Collectief proces • Recht op tegenspraak • Horen

belang • Ontvankelijkheid 31

getuigen à charge 44

Noot 32

Cass. 8 september 2020 Art. 6 EVRM

Cass. 18 juni 2019 Opsporingsonderzoek

• Zoeking in drugszaken • Art. 6bis tegenspraak • Horen getuigen à charge 46

• Recht op een eerlijk proces • Recht op

Drugwet • Huiszoeking bij heterdaad • Cass. 13 oktober 2020 Art. 6 EVRM •

Bevoegdheid politiediensten 32

Recht op een eerlijk proces • Recht op

Noot Luc Arnou, Zoeking op grond tegenspraak • Horen getuigen à charge 49

van artikel 6bis Drugwet en huiszoeking Cass. 13 oktober 2020 Motivering van

bij heterdaad zijn twee verschillende vonnissen en arresten • Art. 149 Gw. •

zaken 34

Art. 6 EVRM • Recht op een eerlijk

Cass. 26 mei 2020 Pluraliteit van proces • Recht op tegenspraak • Horen

aansprakelijken • Samenloop van fouten • getuigen à charge 51

Verdelingscriterium • Bijdrage tot het Cass. 1 december 2020 Hoger beroep

veroorzaken van de schade • Soevereine • Grieven • Schuld • Burgerlijke

beoordeling • Schadelijder bij weerkaatsing

wegens affectieve of familiale band • Cass. 1 december 2020 Misbruik van

vordering 56

Toerekening van de fout van het

vertrouwen • Ten nadele van eigen

rechtstreekse slachtoffer 36

vennootschap • Daderschap • Verduistering

• Vennootschapsrecht • Boekhoudkundige

registratie 57

KI Antwerpen 25 juni 2020 Medisch

beroepsgeheim • Art. 458 Sw. • Opvragen

inlichtingen ziekenhuis • Bewijs •

Art. 32 V.T.Sv. 59

Noot Raf Verstraeten, De granaataanslag,

het beroepsgeheim en Antigoon 62

Rb. eerste aanleg Oost-Vlaanderen

(afd. Dendermonde) 19 oktober 2020

Recht van verdediging • Recht op een

eerlijk proces • Recht op bijstand •

Zwijgrecht • Bijzonder kwetsbare positie

verdachte • Bewijs 69

Noot Pieter Tersago, De troonval van

de koningin van het bewijs. Valse

bekentenissen bekeken in het licht van

de Beuze-rechtspraak 76

Franky Goossens 95

Franky Goossens 102

15/02/2021 11:36:09

Strafrecht

Sociaal recht en arbeidsrecht

tijdschrift

NULLUM CRIMEN

Tijdschrift voor straf- en strafprocesrecht

tweemaandelijks tijdschrift zestiende De jaargang negende editie nummer van dit 1 toonaangevende februari 2021handboek ontleedt

de beginselen van het volledige Belgische socialezekerheidsrecht,

rekening houdende met de talrijke wijzigingen naar

aanleiding van de zesde Staatshervorming. De auteurs hebben

bewust vermeden te zeer in detail te treden: het zijn de

¬ Doctrine

hoofdlijnen, de algemene beginselen die hier duidelijk in kaart

worden gebracht. Zowel de specialist als hij die occasioneel met

deze materie te maken heeft, vindt in dit boek een onmisbaar

overzicht van het vigerende recht. Door de doordachte opbouw

en de uitgebreide lijst van trefwoorden vindt u gemakkelijk het

antwoord op uw vragen en dringt u snel door tot de kern van

de zaak. De goede en evenwichtige selectie van verwijzingen

naar de belangrijkste rechtspraak en rechtsleer maken van dit

¬ Jurisprudentie

boek de ideale basis voor doelgericht opzoekingswerk.

Het Handboek socialezekerheidsrecht is dan ook hét basiswerk over

het socialezekerheidsrecht. In dit werk krijgt u naast oplossingen

voor socialezekerheidsproblemen ook een duidelijk inzicht

in de historische ontwikkelingen, de structuur en het achterliggende

gedachtegoed van de sociale zekerheid.

¬ Wetgeving

¬ Andere publicaties

Jef Van Langendonck

Yves Jorens

Freek Louckx

Yves Stevens

HANDBOEK

SOCIALEZEKERHEIDSRECHT

HANDBOEK

SOCIALEZEKERHEIDS-

RECHT

Jef Van Langendonck

Yves Jorens

Freek Louckx

Yves Stevens

TIENDE EDITIE

Nullum Crimen

Tijdschrift voor Straf- en

Strafprocesrecht

Redactie: L. Arnou, J. De Herdt,

F. Deruyck, T. Deschepper,

A. Dierickx, E. Francis,

F. Goossens, J. Meese,

M. Minnaert, J. Rozie, M. Rozie,

M. Sterkens, P. Traest,

D. Van Daele, Y. Van Den Berge,

E. Van Dooren, F. Van Volsem,

R. Verstraeten, P. Waeterinckx

en A. Winants

Er is geen nieuwe bijzondere

wet of er worden tal

van strafbepalingen aan

toegevoegd. Er loopt geen

geschil of er zijn strafrechtelijke

implicaties. En dan

is er nog de strafrechtelijke

verantwoordelijkheid van

ondernemingen. Redenen

te over om een beroep te

doen op de beste specialisten,

met gezaghebbende

doctrine, recente

rechtspraak en duiding bij

nieuwe wetgeving.

6 nummers per jaar

ca. 560 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022:

print: € 262,88 | online: € 285,14

print + online: € 295,74

Handboek socialezekerheidsrecht

Tiende editie

Jef Van Langendonck,

Yves Jorens, Freek Louckx

en Yves Stevens

De auteurs van dit toonaangevende

handboek

leggen de structuur bloot

van de Belgische sociale

zekerheid en bevorderen

daarbij het inzicht in

historische ontwikkelingen,

de structuur en

het gedachtegoed ervan,

die een voorwaarde zijn

om bestaande regelingen

en de zin ervan goed

te begrijpen. De uitgebreide

trefwoordenlijst

en de verwijzingen naar

rechtspraak en rechtsleer

maken dit boek een uitstekende

basis voor doelgericht

opzoekingswerk.

ISBN 978-94-000-1158-8

xxxiv + 744 blz. | gebonden

2020 | € 194,5

Synopsis van het

Belgische arbeidsrecht –

Individueel arbeidsrecht

Zevende editie

Wilfried Rauws (ed.),

Ria Janvier, Johan Peeters,

Kim Van den Langenbergh

en Anne Van Regenmortel

Dit deel behandelt de

meest courante topics

uit het individuele

arbeidsrecht, zoals

de arbeidsovereenkomst,

tewerkstelling,

ziekte, arbeidsongeval,

zwangerschap, diverse

verloven, ontslag en

herstructurering.

ISBN 978-94-000-1273-8

xxiii + 312 blz. | paperback

2020 | € 83

Synopsis van het

Belgische arbeidsrecht –

Collectief arbeidsrecht

Zevende editie

Patrick Humblet,

Wilfried Rauws, Ria Janvier

(eds.), Johan Peeters,

Kim Van den Langenbergh,

Anne Van Regenmortel

en Alexander De Becker

In dit deel behandelen de

auteurs de meest courante

topics van het collectief

arbeidsrecht, zoals de

vakbondsvrijheid, de

publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie,

collectieve

arbeidsovereenkomsten

en staking.

ISBN 978-94-000-0828-1

xvi + 146 blz. | paperback

2020 | € 51,5

Synopsis van het Belgische arbeidsrecht –

Set individueel en collectief arbeidsrecht

Deze set bevat de twee complementaire delen: Synopsis

van het Belgische arbeidsrecht – Collectief arbeidsrecht

en Synopsis van het Belgische arbeidsrecht – Individueel

arbeidsrecht, tegen een voordelige pakketprijs:

€ 109 i.p.v. € 51,5 + € 83.

ISBN 978-94-000-1274-5

xxiii + 312 + xvi + 146 blz. | paperback (2 volumes)

2020 | € 109

Intersentia Catalogus 2022

75


Sociaal recht en arbeidsrecht

redactioneel

De rechtspositie van het onderwijspersoneel

in de Vlaamse Gemeenschap

vanuit arbeidsrechtelijk perspectief

In het boek De rechtspositie van het onderwijspersoneel in de Vlaamse Gemeenschap worden de

verschillende rechtspositieregelingen van het onderwijspersoneel in de Vlaamse Gemeenschap voor het eerst

in de geschiedenis op omstandige wijze en vanuit arbeidsrechtelijk perspectief doorgelicht, met aandacht

voor het individueel én het collectief arbeidsrecht. Er wordt voornamelijk aandacht besteed aan het vrij

gesubsidieerd onderwijs, maar een heel aantal bevindingen kunnen ook worden getransponeerd op de andere

onderwijsnetten, aangezien daar vaak een gelijkaardige, en soms zelfs identieke regeling van toepassing is.

De auteur, Evelien Timbermont, heeft zich in

het kader van haar doctoraatsonderzoek aan de

Vrije Universiteit Brussel gespecialiseerd in de

arbeidsverhoudingen van het onderwijspersoneel.

Daarnaast heeft zij een brede interesse

in het sociaal recht, maar ook in aangrenzende

rechtsdomeinen. Zij is enige tijd actief geweest

als advocaat gespecialiseerd in sociaal recht.

Intersentia interviewde haar naar aanleiding van

deze gloednieuwe publicatie en in het bijzonder

over de vraag of de rechtspositie van het onderwijspersoneel

voor verbetering vatbaar is.

Op het eerste gezicht is de keuze van het

onderwerp van uw doctoraat geen evidentie.

Kunt u dit nader toelichten?

Evelien Timbermont: Daar waar tot voorheen het

Vlaamse onderwijsbudget iets minder dan 40%

van het totale budget van de Vlaamse overheid

Gelet op het belang binnen het onderwijslandschap,

is het des te frappanter vast te stellen hoe gering

de (juridische) belangstelling is voor de rechtspositieregeling

van het onderwijspersoneel, een regeling

die nochtans niet in klaarheid uitblinkt.



bedroeg, moet worden vastgesteld dat de laatste

jaren een dalende trend is ingezet. In absolute

cijfers mag het budget dat op Vlaams niveau aan

onderwijs wordt besteed dan wel een stijgende

trend vertonen – in 2019 ging het om 12,2 miljard

euro – toch dient in globo te worden vastgesteld

dat dit (slechts) 26% van alle uitgaven van de

Vlaamse overheid bedraagt. Van het onderwijsbudget

wordt het grootste deel (ongeveer 70%)

besteed aan personeelskosten. Hieraan moet

meteen worden toegevoegd dat in vergelijking

met andere Europese landen het onderwijsbudget,

inclusief de personeelskosten, in

Vlaanderen vrij hoog is.

M.i. is de hoge uitgavepost ten bate van het

onderwijspersoneel vanzelfsprekend. Zij zijn

de motor, de spil, de cruciale factor binnen

het onderwijs. Gelet op het belang van deze

actoren binnen het onderwijslandschap, is het

des te frappanter vast te stellen hoe gering de

(juridische) belangstelling is voor de rechtspositieregeling

van het onderwijspersoneel,

een regeling die nochtans niet in klaarheid

uitblinkt. De troebele regels doen samen met

het nijpende lerarentekort en de dalende

onderwijskwaliteit het rechtswetenschappelijk

onderzoek hierover zelfs tot een pure noodzaak

uitgroeien. Hoewel zowat alle Vlaamse

ministers van Onderwijs zich de laatste decennia

hebben voorgenomen een waar ‘loopbaanpact’

te sluiten, is men tot nu toe nooit veel

verder gekomen dan – met alle respect voor

76 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Sociaal recht en arbeidsrecht


De mogelijkheden van de werkgever om enige

loyaliteit bij het personeel af te dwingen,

zijn niet alleen in het licht van de grondrechtenbescherming,

maar ook in het kader van de

discriminatieregelgeving begrensd.


het geleverde werk – wat morrelen in de

marge. Dat heeft er op zijn beurt toe bijgedragen

dat bijna geen enkele jurist zich

vandaag nog aan de rechtspositieregeling

durft te wagen.

Niet evident is de bevoegdheid van de

Vlaamse Gemeenschap om de rechtspositieregeling

van het onderwijspersoneel vorm te

geven: hoe valt een dergelijke bevoegdheid te

rijmen met de federale bevoegdheid om het

arbeidsrecht te regelen?

Inderdaad, nadat het onderwijsbestel

in een breder historisch perspectief

is geplaatst, heb ik in eerste instantie

de bevoegdheid van de Vlaamse

Gemeenschap om de rechtspositieregeling

van het onderwijspersoneel vorm te

geven onderzocht en dus in het bijzonder

de vraag bestudeerd in hoeverre een dergelijke

bevoegdheid te rijmen valt met de

federale bevoegdheid om het arbeidsrecht

te regelen. Uit het onderzoek blijkt dat de

rechtspositieregeling bestaat uit een kluwen

van regelgeving, dat bovendien sterk

versnipperd en verouderd is.

Welke waren een aantal belangrijke

vaststellingen die uit uw onderzoek naar

voren zijn gekomen?

1. Een van de pijnpunten betreft o.a. de

opeenvolging van arbeidsovereenkomsten

voor bepaalde tijd. Omdat deze

mogelijkheid in sommige gevallen een

onbeperkte aaneenschakeling van

dergelijke precaire arbeidsverhoudingen

doet ontstaan en dit zonder enige

redelijke verantwoording, lijkt een en

ander bovendien moeilijk te rijmen met

de Europese regelgeving.

2. Verder is ook gebleken dat de vrijheid

van onderwijs op verschillende punten

in het gedrang lijkt te komen. Op die

manier komt een van de beginselen

waarop de Belgische rechtstaat is

geschoeid, zwaar onder druk te staan.

Wie had dat bijna twee eeuwen na de

totstandkoming van België durven

voorspellen?

3. Ook de grondrechtenproblematiek

wordt in het onderzoek grondig geanalyseerd,

met bijzondere aandacht voor

de specificiteit van identiteitsgebonden

werkgevers. De mogelijkheden

van de werkgever om enige loyaliteit

bij het personeel af te dwingen, zijn

niet alleen in het licht van de grondrechtenbescherming,

maar ook in het

kader van de discriminatieregelgeving

begrensd. Bij de beoordeling in

concreto zal veel afhankelijk zijn van

de concrete functie die de betrokkene

uitoefent, maar ook van de wijze

waarop de werkgever zich profileert.

4. In het collectief arbeidsrecht is het dan

weer vooral opvallend hoe de Vlaamse

regelgever laveert tussen de eigen

opgezette structuur en de bestaande

federale overlegorganen.

Deze juridische doorlichting kan een eerste

aanzet vormen voor de vernieuw(en)de

rechtspositieregelingen, die op een solide

onderwijsvisie gestoeld dienen te zijn. •

De rechtspositie van het

onderwijspersoneel in de

Vlaamse Gemeenschap

Evelien Timbermont

In dit boek worden voor

het eerst de rechtspositieregelingen

van het

onderwijspersoneel in de

Vlaamse Gemeenschap

omstandig en vanuit

arbeidsrechtelijk perspectief

doorgelicht. Na een

overzicht van kantelpunten

in de geschiedenis die

de rechtspositieregelingen

hebben beïnvloed, wordt

aandacht besteed aan de

bevoegdheidsverdeling

inzake onderwijs, en in het

bijzonder aan de impact

van deze gemeenschapsbevoegdheid

op de federale

bevoegdheid inzake

arbeidsrecht. De kern van

het boek betreft de analyse

van de rechtspositieregelingen

in het basis- en

secundair onderwijs en

het hoger onderwijs,

waarbij zowel het individueel

arbeidsrecht als het

collectief arbeidsrecht aan

bod komt.

ISBN 978-94-000-1305-6

xxxviii + 844 blz. | gebonden

2021 | € 130

Intersentia Catalogus 2022

77


Sociaal recht en arbeidsrecht

Werk & Thuis

Telewerk tijdens en na corona

Ann Witters, Julie Devos,

Anouck Stabel en

Lauren Daniels

Dit boek is een naslagwerk

voor iedereen die te maken

krijgt met de juridische

aspecten van thuiswerken

tijdens en na de coronacrisis.

Komen onder meer

aan bod: de verschillende

bestaande vormen van

thuiswerk, de arbeidsvoorwaarden

van de

thuiswerker, het materiaal

en aansprakelijkheid bij

thuiswerk, de verschillende

mogelijkheden op

het vlak van onkostenvergoedingen

bij thuiswerken,

de arbeidstijd van de

thuiswerker, privacy en

gegevensbescherming in

het kader van thuiswerk,

het welzijn van de thuiswerkende

werknemer

en thuiswerk vanuit het

buitenland (“Workation”).

Sociale inspectie

Van eerste inlichting tot

gerechtelijke vervolging

Bart Elias en

Stefanie Van de Perre

Dit boek schetst een overzicht

van de verschillende

sociale inlichtingen- en

opsporingsdiensten. De

auteurs behandelen de

gehele levensloop van

een sociale inspectie: hoe

informatie wordt verzameld,

tot het einde van een

inspectie: regularisatie,

minnelijke schikking

of gerechtelijke vervolging.

Daarnaast wordt

ook dieper ingegaan op

bijzondere knelpunten

bij inspecties, alsook op

de toenemende mate van

coördinatie van inspecties

op Europees niveau. De

goede en evenwichtige

selectie van verwijzingen

naar de belangrijkste

rechtspraak en rechtsleer

maken van dit boek de ideale

basis voor doelgericht

opzoekingswerk.

Liber amicorum

Wilfried Rauws

Koen Nevens, Kristof Salomez,

Evelien Timbermont en

Guido Van Limberghen (eds.)

Dit Liber amicorum

huldigt de gewoon hoogleraar

arbeidsrecht, een

(academische) duizendpoot

met een breed interesseveld,

die auteur is

van talrijke hoogstaande

wetenschappelijke

publicaties. Het Liber

amicorum bevat een

zestigtal bijdragen, in de

volgende domeinen:

• Kwalificatievraagstukken

• Arbeidsvoorwaarden

en -omstandigheden

• Einde van de

arbeidsovereenkomst

• Welzijn en veiligheid op

het werk

• Collectief arbeidsrecht

• Sociale zekerheid

• Sociaal handhavingsen

procesrecht

• Grensoverschrijdende

tewerkstelling

Kroniek ontslagrecht

Overzicht van rechtspraak

2016-2020

Henri-François Lenaerts,

Nicholas Thoelen, Bart

Vanschoebeke, Jean-Yves

Verslype, Gaëlle Willems

en Ann Witters

Een ontslag geeft vaak aanleiding

tot juridische discussies.

Een goede kennis

van de rechtspraak is van

groot belang voor iedereen

die zich met sociaal recht

bezighoudt. Dit boek geeft

een overzicht van die

rechtspraak in de periode

2016-2020. Niet alleen

evidente materies als

opzeggingsvergoedingen

en -termijnen, eenzijdige

wijziging van arbeidsvoorwaarden

en ontslag

om dringende reden

worden behandeld, maar

ook markante uitspraken

inzake taalwetgeving,

werkzekerheidsbedingen,

beschermde werknemers,

concurrentiebedingen,

verjaring en nog veel meer.

Reeks Werk &

ISBN 978-94-000-1376-6

x + 136 blz. | paperback

2021 | € 60

ISBN 978-94-000-1366-7

xxviii + 362 blz. | paperback

2021 | € 85

ISBN 978-94-000-1418-3

xxiv + 916 blz. | gebonden

2021 | € 175

ISBN 978-94-000-1328-5

990 blz. | paperback

2021 | € 130

78 Intersentia Catalogus 2022


Sociaal recht en arbeidsrecht

nieuwe editie 2022

tijdschrift

Buitenlandse arbeidskrachten

op de Belgische

arbeidsmarkt

Sociaal recht en vrij verkeer

Tweede editie

Filip Van Overmeiren

Dit boek behandelt de

impact en toename van

de activiteit van buitenlandse

ondernemingen en

werk nemers op Belgisch

grond gebied, met bijzondere

nadruk op detachering

en het gebruik van

het vrij verkeer door

eu-ondernemingen. Naast

een schets van het juridische

kader, wordt ook aandacht

besteed aan de praktische

impact op Belgische en

buitenlandse ondernemingen

en aan mis buiken van

buitenlandse tewerkstelling.

Speciale aandacht gaat

naar recente wijzigingen,

zoals de herziening van

de Detacheringsrichtlijn,

de invoering van de Handhavingsrichtlijn,

nieuwe

detache ringsmeldingen

in de eu en de impact van

de Brexit.

Reeks Bibliotheek Sociaal recht

ISBN 978-94-000-1480-0

ca. 350 blz. | paperback

2022 | € 85

Arbeidsrelatiewet 2.0

De schijnzelfstandigheid

toegepast op de werkvloer

Vincent Dooms en

Tom Messiaen

Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

ISBN 978-94-000-1205-9

xvi + 328 blz. | paperback

2020 | € 93,5

50 jaar Arbeidswet

Artikelsgewijze bespreking

van de bepalingen inzake

de arbeidsduur

Dieter Dejonghe,

Julie De Maere, Kevin Dieu,

Nele Gysemans en

Patrick Maerten

ISBN 978-94-000-1315-5

xvi + 306 blz. | paperback

2021 | € 80

Discriminatie in

arbeidsrelaties 2.0

Gelijke monniken, gelijke kappen

Ludo Vermeulen

Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

ISBN 978-94-000-1240-0

xiv + 314 blz. | paperback

2020 | € 86

30 jaar Wet Ontslagregeling

Personeelsafgevaardigden

Artikelsgewijze commentaar

Isabel Plets, Jurgen De Vreese,

Jan Hofkens en Alexander

Vandenbergen (eds.)

ISBN 978-94-000-1360-5

xviii + 328 blz. | paperback

2021 | € 95

JTT

Arbeidsrecht, sociale zekerheid,

sociaal procesrecht, sociaal

strafrecht / Droit du travail, droit

de la sécurité sociale, droit judiciaire

social, droit pénal social

Hoofdredacteur:

P. Joassart

JTT verschaft actuele,

volledige en hoogstaande

informatie over alle

aspecten van het sociaal

recht. Het tweetalige

tijdschrift biedt actuele

dossiers en doctrinebijdragen

in arbeidsrecht,

socialezekerheidsrecht,

sociaal procesrecht, sociaal

strafrecht en de meest

recente rechtspraak van

het Hof van Justitie van

de Europese Unie, van

het Hof van Cassatie en

van de sociale rechtscolleges

van het land. Vaak

wordt bij de gepubliceerde

rechtspraak ook verwezen

naar vroegere rechtspraak.

Abonnees kunnen JTT

raadplegen in de app

Larcier Journals.

3 nummers per maand

(uitgezonderd juli en augustus)

ca. 520 blz. per jaargang

Prijs jaargang 2022: € 440

Intersentia Catalogus 2022

79


INTERSENTIA INTERSENTIA OPLEIDINGEN OPLEIDING

Het antwoord op Het al uw antwoord vragen op al uw vragen

Jaarlijks organiseert Intersentia Jaarlijks organiseert een 50-tal Intersentia zorgvuldig een geselecteerde 50-tal zorgvuldig seminaries, geselecteerd

waarbij we u de inhoudelijke waarbij we kwaliteit u de inhoudelijke bieden die u kwaliteit gewend bieden bent van die onze u gewend uitgaven. bent v

Dé experten

aan het woord

Dé experten Inhoudelijke kwaliteit Inhoudelijke Up-to-date: kwaliteit steeds mee Up-to

aan het in woord lijn met onze uitgavenin lijn met onze met de uitgaven laatste nieuwigheden met de l

Voor een overzicht van Voor onze een opleidingen: overzicht van www.intersentia.be/opleidingen

onze opleidingen: www.intersentia.be/ople

+32 0800 3 68039067

15 54 | studiedag@intersentia.be

+32 3 680 15 54 | studiedag@intersentia.be


Fiscale Handboeken

Fiscaal recht

nieuwe editie

nieuwe editie

nieuw

Neem een abonnement op de reeks en betaal

30% minder!

De Fiscale Handboeken zijn hét ideale werk instrument

voor elke praktijkfiscalist: praktisch, beknopt, overzichtelijk,

actueel én budgetvriendelijk. Met een

abonnement op de reeks bespaart u 30%.

Handboek btw 2022-2023

Marc Govers, Frank Borger en Peter Raes

ISBN 978-94-000-1442-8 | ca.660 blz. | paperback | 2022 | € 83

Handboek vennootschapsbelasting 2022-2023

Inge Van De Woesteyne

ISBN 978-94-000-1443-5 | ca. 520 blz. | paperback | 2022 | € 83

Handboek personenbelasting 2022-2023

Inge Van De Woesteyne

ISBN 978-94-000-1444-2 | ca. 800 blz. | paperback | 2022 | € 89

Handboek fiscale procedure inkomstenbelastingen

Dertiende editie | Ilse De Troyer en Luk Vandenberghe

ISBN 978-94-000-1468-8 | ca. 420 blz. | paperback | 2022 | € 79

Handboek fiscale procedure btw

Derde editie | Ilse De Troyer en Luk Vandenberghe

ISBN 978-94-000-1135-9 | xiv + 282 blz. | paperback | 2021 | € 79

Handboek registratierechten

Derde editie | Astrid Peeters en Tim Wustenberghs

ISBN 978-94-000-1138-0 | ca. 340 blz. | paperback | 2022 | € 79

Handboek Vlaamse erfbelasting

Tweede editie | Ayfer Aydogan

ISBN 978-94-000-1441-1 | ca. 250 blz. | paperback | 2022 | € 100

Handboek fiscaal

ondernemingsbeleid

Herman De Cnijff (ed.),

Frederik De Graeve,

Pieter Gillemon, Olivier

De Keukelaere, Patrick

Huybrechts, Filip

Vandenberghe, Philippe

Vandevoorde, Carl

Van Biervliet en Peter

Verbanck

Ondernemers staan tijdens

de start, het leven

en aan het einde van

hun onderneming meer

dan eens voor beleidsbeslissingen

met fiscale

gevolgen. Ze maken in

elke levensfase van hun

zaak belangrijke keuzes.

De auteurs behandelen

daarom de opties van

de startende ondernemers,

beslissingen over

zaken als investeren,

voorraadwaardering,

bezoldigingspolitiek,

holdingstructuren of

afsplitsing van vermogens

en aansprakelijkheden.

Ze sluiten af met

de reorganisatie, vereffening

of overdracht.

ISBN 978-94-000-1427-5

xxvi + 462 blz. | paperback

2022 | € 79

BTW-Handboek

Henri Vandebergh (ed.)

Het BTW-Handboek geeft

een overzichtelijke en

uiterst volledige toelichting

bij de toepassing van de

soms complexe btw-regelgeving.

Het boek is logisch

opgebouwd. Elk onderwerp

wordt behandeld vanuit de

basisprincipes van het stelsel,

de Europeesrechtelijke

beginselen. Geplaatst

in dit kader wordt de

Belgische btw-wetgeving

ontleed met verwerking

van de ganse vakliteratuur,

(letterlijk) alle uitspraken

van het Europees Hof van

Justitie en van de Belgische

rechtspraak. Geen enkele

andere informatiebron

geeft de gebruiker op een

zo grondige wijze toegang

tot alle problemen die

zich op btw-gebied stellen.

Deze fundamentele behandeling

was enkel mogelijk

door de samenstelling

van een team van btwspecialisten

dat in België

ongeëvenaard is.

ISBN 978-2-8079-0646-4

2408 blz. | gebonden (2 volumes)

2019 | € 510

Intersentia Catalogus 2022

81


Indien u op de Bibliotheek Fiscaal Recht intekent,

betaalt u permanent 15% minder.

Indien u op de reeks Grondslagen van het fiscaal recht

intekent, betaalt u permanent 15% minder.

De algemene antimisbruikbepaling

en

successieplanning

Tweede editie

Hanno Decoutere

Reeks Bibliotheek Fiscaal Recht

ISBN 978-94-000-1194-6

vi + 278 blz. | paperback

2020 | € 89

Fiscale consolidatie:

systeem van

groepsbijdragen

Pieter-Jan Wouters

Reeks Bibliotheek Fiscaal Recht

ISBN 978-94-000-1271-4

xiv + 150 blz. | paperback

2020 | € 83,5

Van liquidatiebonus

tot liquidatiereserve

Enige kritische kanttekeningen

Dirk Deschrijver

Reeks Bibliotheek Fiscaal Recht

ISBN 978-94-000-1269-1

xiv + 270 blz. | paperback

2020 | € 89

Openbare besturen

en btw

Koen Dewilde

Reeks Fiscale Topics

ISBN 978-94-000-1256-1

xii + 206 blz. | paperback

2020 | € 80

De strafrechtelijke

handhaving van fiscale

verplichtingen

Een pleidooi voor een

doordachte depenalisering

Jef Van Eyndhoven

Het Belgische fiscaal recht

is fundamenteel gepenaliseerd.

Het strafrecht heeft

een zeer ruim wettelijk

toepassingsgebied ten

aanzien van fiscale normovertredingen.

Daardoor

is er een grote overlapping

met de mogelijkheid om

dezelfde fiscale overtredingen

administratiefrechtelijk

te sanctioneren.

Dit geeft aanleiding tot

een geheel van knelpunten

en problemen. Dit werk

maakt op basis van een

set van wetenschappelijk

verantwoorde toetsingscriteria

een kritische

evaluatie van de strafrechtelijke

handhaving van

fiscale verplichtingen en

doet aanbevelingen voor

verbetering.

Reeks Grondslagen van het

fiscaal recht, nr. 13

ISBN 978-94-000-1470-1

ca. 900 blz. | gebonden

2022 | € 205

De fiscale analyse van

gereglementeerde

instellingen voor

collectieve belegging

naar Belgisch recht in

een Europese context

Evelyne Verstraelen

Instellingen voor collectieve

belegging (icb’s) zijn

beleggingsvehikels die toelaten

om onrechtstreeks

in onderliggende activa

te beleggen. De auteur

vergelijkt de fiscale behandeling

van rechtstreekse

beleggingen, beleggingen

via een beleggingsvennootschap

en beleggingen via

een beleggingsfonds. Op

de drie niveaus van een

icb (belegging, beleggingsvehikel

en belegger)

wordt de toepassing van

de inkomstenbelastingen,

de jaarlijkse taks op de

beleggingsinstellingen en

de beurstaks onderzocht.

Het fiscale regime van

de Belgische icb’s wordt

belicht in een Europese en

internationale context.

Reeks Grondslagen van het

fiscaal recht, nr. 12

ISBN 978-2-8079-0624-2

xx + 1233 blz. | gebonden

2020 | € 211,5

82

Intersentia Catalogus 2022


ISBN ???

intersentia.be • stradalex.com • jurisquare.be

Fiscaal recht

nieuwe editie 2022

claude chevalier

Vademecum

Vennootschapsbelasting

Bart De Cock

Charlotte Meskens

Vademecum

Vennootschapsbelasting

Vademecum

Vennootschapsbelasting

2022

Bart De Cock

Charlotte Meskens

2019 2022

VB.B19

978-2-8079-1608-1

De internationale

fiscaliteit van artiesten

en sporters: uw

100 antwoorden

Gertjan Verachtert en

Celine Kaura

Artiesten en sporters

behoren tot de categorie

van meest mobiele

belastingplichtigen. Zij

worden ook geconfronteerd

met topics die

vaak specifiek gelinkt

zijn aan hun sportieve

of artistieke activiteit.

Hoewel de wereld steeds

mondialer geworden

is, blijkt het door het

samengaan van lokale en

internationale fiscaliteit

geen sinecure om de

juiste informatie en antwoorden

te vinden. In dit

boek wordt een aanzet

gegeven met antwoorden

op 100 vragen.

ISBN 978-94-000-1222-6

238 blz. | paperback

2020 | € 52,5

Vademecum

Vennootschapsbelasting

Een resultaatgerichte

benadering

Editie 2022

Bart De Cock en

Charlotte Meskens

Dit basiswerk behandelt de

vennootschapsfiscaliteit

aan de hand van het schema

van de resultatenrekening,

waardoor de verwevenheid

van het inkomstenbelastingenrecht

en de

boekhoudkundige praktijk

centraal komt te staan. Deze

meer bedrijfseconomische

aanpak leent zich ertoe om

verbanden te leggen met

andere fiscale rechtstakken

(personenbelasting,

btw, registratierechten,

gewestbelastingen) en

niet-fiscale rechts takken

(vennootschapsrecht,

arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht).

Het werk

bevat talrijke voorbeelden,

cases en verwijzingen

naar recente rechtspraak.

Het Vademecum Vennootschapsbelasting

verschijnt

jaarlijks.

ISBN 978-94-000-1504-3

1770 blz. | gebonden

2022 | € 240

Rechtspraakoverzicht

Inkomstenbelastingen

2014-2017

Chantal Hendrickx (ed.)

Het ‘Rechtspraakoverzicht

Inkomstenbelastingen

2014-2017’ bundelt de

rechtspraak met betrekking

tot de inkomstenbelastingen

die werd

gepubliceerd tussen 1 januari

2014 en 31 december

2017. U vindt niet alleen

een overzicht van de rechtspraak,

gebundeld per

onderwerp. De auteurs,

die allen actief zijn in

de fiscale advies- en/of

rechtspraktijk, wijzen ook

op bepaalde tendensen of

op tegengestelde visies in

de rechtspraak.

Reeks Fiscale Rechtspraakoverzichten

ISBN 978-94-000-1279-0

700 blz. | paperback

2020 | € 142

Rechtspraakoverzicht

Inkomstenbelastingen

2018-2020

Chantal Hendrickx (ed.)

Het ‘Rechtspraakoverzicht

Inkomstenbelastingen

2018-2020’ bundelt de

rechtspraak met betrekking

tot de inkomstenbelastingen

die werd

gepubliceerd tussen 1 januari

2018 en 31 december

2020. U vindt niet alleen

een overzicht van de rechtspraak,

gebundeld per

onderwerp. De auteurs,

die allen actief zijn in

de fiscale advies- en/of

rechtspraktijk, wijzen ook

op bepaalde tendensen of

op tegengestelde visies in

de rechtspraak.

Reeks Fiscale Rechtspraakoverzichten

ISBN 978-94-000-1316-2

ca. 400 blz. | paperback

2022 | € 135

Bij gelijktijdige aankoop van Fiscaal Rechtspraakoverzicht

Inkomstenbelastingen 2014-2017 én Fiscaal

Rechtspraakoverzicht Inkomstenbelastingen 2018-2020

geniet u een korting van 61 euro op het totaalbedrag:

€ 209 i.p.v. € 135 + € 135.

Intersentia Catalogus 2022

83


Fiscaal recht

redactioneel

Fiscale wetsontduiking of entre chien et loup:

in de schemering is een hond moeilijk

van een wolf te onderscheiden

Intersentia sprak met auteur Nicolas Van Damme naar aanleiding van de publicatie Fiscale wetsontduiking.

In dit boek toont de auteur aan dat de fiscale antimisbruikbepalingen (ook na de hervorming van 2012) steeds

overbodig zijn geweest en dat de juiste houding t.a.v. de taak van de rechter volstaat om fiscale wetsontduiking

tegen te gaan, zonder daarbij de geoorloofde wetsontwijking aan te tasten. Daarbij is het ontwijkingsoogmerk

zowel met als zonder antimisbruikbepalingen irrelevant. De bevindingen van de auteur worden telkens

toegepast op de recentste rechtspraak en standpunten van de fiscale administratie.

Kunt u toelichten waarom de Belgische algemene

fiscale antimisbruikbepalingen anno 1993 en 2012

volgens u eigenlijk geen meerwaarde bieden?

Nicolas Van Damme: De algemene fiscale antimisbruikbepalingen

hebben tegelijk de misvatting

als mythe verheven tot werkelijkheid én die werkelijkheid

aangepast door te stellen dat, onder

voorbehoud van het fiscaal wettigheidsbeginsel,

de fiscale wet, net als elke andere wet, naar doel

en strekking moet worden geïnterpreteerd.

De eerlijkheid gebiedt vast te stellen dat de

antimisbruikbepaling van 2012 helemaal niet tot

meer vaststellingen van fiscaal misbruik leidt,

precies omdat voor en na 1993 de facto door de

(betere) rechtspraak geen letterlijke interpretatie

voorgehouden werd.

De juridische kwalificatie volstaat om ontwijkingspogingen

die in strijd zijn met doel en

strekking van de fiscale wet, aan te pakken

en te neutraliseren. Anders gezegd, de algemene

antimisbruikbepaling heeft slechts een

declaratieve werking, geen constitutieve.



De juridische kwalificatie en het laatste woord

dat daarbij aan de rechter wordt gegeven, wat

inherent is aan een rechtsstaat, volstaat om ontwijkingspogingen

die in strijd zijn met doel en

strekking van de fiscale wet, aan te pakken en te

neutraliseren. Anders gezegd, de algemene antimisbruikbepaling

heeft slechts een declaratieve

werking, geen constitutieve.

De strenge houding van het Hof van Cassatie

wat betreft het toepassingsgebied van de

simulatie/veinzing wekt de indruk dat wanneer

er geen simulatie/veinzing bewezen is, er

geen plaats is voor een herkwalificatie van de

rechtshandeling(en). De reden hiervoor lijkt op

het eerste gezicht dat de afwezigheid van simulatie

betekent dat de feiten beantwoorden aan de

juridische werkelijkheid en dat die juridische

werkelijkheid moet worden geëerbiedigd. Dit

lijkt mij niet helemaal correct. Het bewijs van

simulatie/veinzing is moeilijk omdat volgens het

Hof duidelijk moet worden aangetoond dat men

doelbewust niet alle gevolgen van zijn rechtshandelingen

heeft willen aanvaarden.

Dit belet echter niet dat de gestelde rechtshandelingen

(onbewust) verkeerd gekwalificeerd

zijn. Het is aan de rechter om de juiste

kwalificatie te plakken op de gestelde rechtshandelingen

en desnoods rekening te houden

met een ‘eenheid van opzet’ (art. 1156 oud BW).

De invoering van de algemene antimisbruikbepaling

voert op zich dus geen eigen nieuwe

juridische werkelijkheid in.

84 Intersentia Catalogus 2022


edactioneel

Fiscaal recht

Gelet op het feit dat de algemene fiscale

antimisbruikbepalingen m.i. geen echte

meerwaarde of vernieuwing bieden t.o.v.

de situaties van voor de invoering ervan, is

de vraag naar het temporeel toepassingsgebied

van artikel 344, § 1 WIB beperkt

relevant. Hoewel de wetgever klaarblijkelijk

van een mythe een werkelijkheid heeft

gemaakt, kunnen we ons niet inbeelden

dat een rechter tot een letterlijke interpretatie

zou besluiten voor situaties die zich

voordeden voor de inwerkingtreding van

artikel 344, § 1 WIB.

U bent ook van mening dat de fiscale rechtspraak

geen onderscheid meer maakt tussen

de toepassing van het fiscaal misbruikverbod

en de gewone (correcte) toepassing van een

fiscale wetsbepaling?

Inderdaad, er valt in de fiscale rechtspraak

geen onderscheid meer te maken

tussen de toepassing van het fiscaal

misbruikverbod en de gewone (correcte)

toepassing van een fiscale wetsbepaling.

Wanneer de fiscale rechtspraak het verbod

op fiscaal misbruik toepast, beperkt

zij zich overigens doorgaans tot de

vaststelling dat de belastingplichtige geen

rechtvaardiging aanvoert voor zijn handelingen.

In feite zegt de rechter dan niets

meer dan dat de betrokken wetsbepaling

van toepassing is en dat de belastingplichtige

onterecht een beroep heeft gedaan op

een fiscaal voordeel.

En wat met de ‘zwarte lijst’ van de fiscus?

Naar aanleiding van de invoering van de

algemene antimisbruikbepalingen anno

2012 in het Wetboek der Registratierechten

(art. 18, § 2 W.Reg.) en in het Wetboek der

Successierechten (art. 106 W.Succ.), werd

per circulaire nr. 8/2012 van 19 juli 2012

van de Algemene Administratie van de

Patrimoniumdocumentatie een aanvullende

commentaar gepubliceerd op de

antimisbruikbepalingen. Die commentaar

hield onder meer een ‘witte lijst’ en een

‘zwarte lijst’ aan rechtshandelingen in

waarvan gesteld werd dat zij respectievelijk

geen of wél fiscaal misbruik inhielden.

Er valt in de fiscale rechtspraak

geen onderscheid

meer te maken tussen

de toepassing van het

fiscaal misbruikverbod

en de gewone (correcte)

toepassing van een

fiscale wetsbepaling.



De circulaire werd uiteindelijk opgeheven

en vervangen door circulaire nr. 5/2013

van 10 april 2013, die in een bijkomende

commentaar voorzag m.b.t. de aan- of

afwezigheid van fiscaal misbruik in het

kader van registratie- en successierechten

en aangaf op welke wijze de belastingberekening

wordt hersteld als de belastingplichtige

niet kan aantonen dat de gestelde

rechtshandeling(en) ingegeven is (zijn) door

andere motieven dan de ontwijking van

registratie- en successierechten.

Met Omzendbrief nr. 2014/2 van

23 december 2014 van de Vlaamse

Belastingdienst (Vlabel) werd de vorige

circulaire vervangen in het Vlaamse Gewest

met behoud van de zwarte lijst en een herhaling

van het niet-exhaustieve karakter

van de zwarte lijst m.b.t. fiscaal misbruik

(art. 3.17.0.0.2. VCF).

Uiteindelijk werd die laatste omzendbrief

opnieuw vervangen door Omzendbrief nr.

2015/1 van 16 februari 2015, die i.t.t. zijn

voorganger opnieuw een witte lijst bevat.

Voor het overige geldt een identieke zwarte

lijst, waarvan de juistheid in mijn publicatie

wordt onderzocht.

Ik overloop aldus in extenso de sterfhuisclausule,

de erfpachtconstructie, de

inbreng in gemeenschappelijk vermogen

gevolgd door schenking, de uitbreng uit

huwelijksgemeenschap van roerende

goederen gevolgd of voorafgegaan door

wederzijdse schenking tussen echtgenoten

en verzaking aan vruchtgebruik op een

onroerend goed gevolgd door schenking. •

Fiscale wetsontduiking

Fraus legis in fiscalibus

Nicolas Van Damme

Het behoort tot de essentiële

taak van de rechter,

zowel in het fiscaal recht als

daarbuiten, om rechtsregels

op rechtsfeiten correct toe

te passen bij rechtsgeschillen.

In dit boek toont de

auteur aan dat de fiscale

antimisbruikbepalingen

steeds overbodig (ook na

de hervorming van 2012)

zijn geweest en de juiste

houding t.a.v. de taak van de

rechter volstaat om fiscale

wetsontduiking tegen te

gaan, zonder daarbij de

geoorloofde wetsontwijking

aan te tasten. Daarbij is

het ontwijkingsoogmerk

zowel met als zonder

anti misbruikbepalingen

irrelevant. De bevindingen

van de auteur worden

telkens toegepast op de

recentste rechtspraak en

standpunten van de fiscale

administratie.

ISBN 978-94-000-1308-7

xii + 250 blz. | paperback

2021 | € 120

Intersentia Catalogus 2022

85


Fiscaal recht

Fiscale procedure

Artikelsgewijs toegelicht

Andy Verhaegen

Het fiscaal procesrecht is

voortdurend in beweging

hetzij door wetswijzigingen,

hetzij door de

rechtspraak, en wordt

mede beïnvloed door

Europese en internationale

ontwikkelingen. Dit maakt

het soms niet eenvoudig

om het bos door de bomen

te zien. Dit boek geeft een

actueel overzicht van de

fiscale procedure in de

inkomstenbelastingen. De

relevante bepalingen van

het Wetboek van de inkomstenbelastingen

worden

artikelsgewijs besproken,

met verwijzing naar de

actuele tendensen of discussies

in de rechtspraak

en de rechtsleer.

Innovatie en fiscaliteit

Pieter-Jan Wouters (ed.)

Het boek is de eerste kritische,

praktijkgerichte en

allesomvattende synthese

van alle bestaande fiscale

incentives en subsidies

in België voor investeringen,

inkomsten en kosten

die verband houden met

onderzoek en ontwikkeling

(O&O) of intellectuele

eigendom. Naast een

gevatte analyse van het

wettelijk kader worden de

incentives in hoofdzaak

praktisch benaderd en

geëvalueerd aan de hand

van een aantal cijfervoorbeelden,

casussen en

tendensen uit de praktijk

en in combinatie met

andere fiscale maatregelen.

Bijzondere aandacht

gaat uit naar onduidelijkheden,

moeilijkheden en

optimalisaties. Het boek

geeft praktische inzichten

in de interacties tussen de

verschillende fiscale incentives

onderling en tussen

de fiscale incentives en

overige fiscale maatregelen.

Vergelijkend en

geannoteerd wetboek

der registratie- en

successierechten in

de drie gewesten

André Culot

Dit werk stelt iedereen

die wordt geconfronteerd

met een probleem van

registratie- of successierechten,

in staat om in

één boek de verschillende

artikelen over registratie-

en successierechten

te kunnen vergelijken en

om de wetshistoriek van

de verschillende artikelen

te kennen. Dankzij dit

werk kan men ook vlot

de uitvoeringsbesluiten,

de belangrijkste

rechtspraak, de administratieve

omzendbrieven

en de juiste verwijzingen

naar de belangrijkste artikelen

van de rechtsleer

terugvinden.

Belasting van

niet-inwoners

Niels Bammens en

Filip Debelva

Het boek bespreekt de

regels van het Belgische

bni-regime op gestructureerde

wijze, met aandacht

voor mogelijke praktische

problemen en interpretatievraagstukken

bij het

toepassen van die regels.

Omdat het bni-regime van

nature van toepassing is

op grensoverschrijdende

situaties gaat ook aandacht

uit naar de invloed van

het internationaal en

Europees fiscaal recht

op de werking en toepassing

van het bni-regime.

Het boek behandelt eerst

het bni-regime dat van

toepassing is op natuurlijke

personen, met bijzondere

aandacht voor het personele

toepassingsgebied, de

grondslag van de belasting

en de berekeningsregels.

Vervolgens worden de

bni-vennootschappen en

de bni-rechtspersonen

besproken.

ISBN 978-94-000-1462-6

ca. 500 blz. | paperback

2022 | € 85

ISBN 978-94-000-1317-9

xvi