19.07.2022 Views

NHA UITGELICHT juni 2022 / nummer 18

NHA Uitgelicht juni 2022 / nummer 18

NHA Uitgelicht juni 2022 / nummer 18

SHOW MORE
SHOW LESS
  • No tags were found...

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Juni 2022 / Nummer 18

UITGELICHT

10

Verbinden

als grote vaardigheid

Lieuwe Zoodsma kijkt terug op

zijn directeurschap.

24

Ieder woordje zocht ik op

Arbeidsmigranten vertellen

hun indrukwekkende verhalen.


inhoud

Colofon

Eindredactie:

Annabelle Arntz, Christine Tinssen

Aan dit nummer werkten mee:

Hannah Goedbloed

Harco Gorter

Lise Koning

Jan Kruidhof

Anne Reitsma

Cato Thier

Vannessa Timmermans

Wim de Wagt

Vormgeving:

Michael Kolf - picadia.to the point.

Druk:

Pantheon Drukkers, Velsen

Oplage:

1000

ISSN:

2352 - 0671

Voorzijde omslag:

Caert van Schoten, circa 1525-1550.

10

Meer van de mensen,

dan van het steen

Interview met scheidend NHA-directeur

Lieuwe Zoodsma.

24

De enige inburgering

was het werk

Het NHA verzamelt verhalen van eerste

generatie arbeidsmigranten.

32

Topstuk

Lieuwe Zoodsma koos maar liefst drie

topstukken, waaronder het pistool van

Hannie Schaft.

5

Uitgelicht

Een woord vooraf van hoofd communicatie

Annabelle Arntz.

18

Prikbord

Interessant nieuws.

Mooi geweest

Terugblik op activiteiten.

38

Trots op het nieuwe

GeschiedenisLokaal023

De nieuwe website voor historisch onderzoek:

overzichtelijk en gebruiksvriendelijk.

6

Pareltjes

De schijnwerper op bijzondere objecten in

de collectie.

20

28 30

Herrie maken en

uitslapers plagen

Wonderlijke tradities rond luilak.

Collectie Provinciale

Atlas Noord-Holland

Het project ‘Pauze’ van Anne Reitsma.

42

Nieuwe archieven en

aanwinsten

Aandacht voor nieuw binnengekomen archieven

en aanwinsten. Deze keer het archief van het

Kennemer Lyceum.

3


Uitgelicht ...

De enige

archiefdirecteur

in Nederland

met een wapenvergunning

Als iemand tegenwoordig aan een baan begint, is de verwachting doorgaans niet

dat diegene hier ongeveer drie decennia in blijft werken. Onze directeur Lieuwe

Zoodsma heeft dit met verve gedaan. Dit jaar is het zevenentwintig jaar geleden

dat hij zijn intrek nam in de Janskerk. Sindsdien heeft hij het verhaal van het

archief en de kerk met een niet-aflatend enthousiasme aan de vrouw en de man

gebracht. Zijn liefde voor kerken en geschiedenis zal daarbij ongetwijfeld niet in

de weg hebben gestaan. Hierover en nog veel meer vertelt hij in het interview met

Wim de Wagt, waarin hij terugkijkt op verbouwingen en innovaties

en tevens de blik vooruit richt. Bovendien hebben we hem gevraagd

om drie van zijn topstukken uit te kiezen. Wie hem kent, zal zijn

keuze niet verbazen. Alvast een tipje van de sluier: hij is de enige

archiefdirecteur in Nederland met een wapenvergunning.

Dat het archief zich onder zijn directeurschap steeds verder

heeft ontwikkeld, is ook aan deze uitgave van Uitgelicht te zien.

Collega Jan Kruidhof dook in de onlangs helemaal toegankelijk en

doorzoekbaar gemaakte collectie van Fotopersbureau De Boer en

legt het Noord-Hollands fenomeen ‘luilak’ uit. Lise Koning vertelt over

de doorontwikkeling van het GeschiedenisLokaal en gastschrijver

Cato Thier geeft een indruk van het Oral History-project, dat mede

voortkwam uit het Meerjarenbeleidsplan om meer verhalen van

inwoners van Noord-Holland met een migratieachtergrond aan onze collectie

toe te voegen. We kijken ook terug op die rare tijd waarin corona ons leven

beheerste met een prachtige fotoreeks van Anne Reitsma, die in gesprek ging met

theatermakers en hen voor ‘hun’ lege zalen fotografeerde.

Onze nieuwe directeur Willeke de Groot staat in de startblokken en zal vanaf juni

aan het roer van het NHA staan. Meer over haar koers is in de volgende uitgave

van ons magazine te lezen.

Voor nu wensen wij Lieuwe alle goeds met zijn welverdiend pensioen!

Annabelle Arntz

hoofd communicatie Noord-Hollands Archief

Strandleven in Zandvoort, Julia Giesberts.

5


Pareltjes

# 18 | Pareltjes

Tekst: Hannah Goedbloed / beeld: Noord-Hollands Archief

Pareltjes

In het depot van het archief staat opgeborgen tussen archiefdozen en boeken in groot

formaat, een klein boekje, bijna miniatuur, in een doosje. Met vetgedrukte, rode letters

staat op de doos: ‘Niet raadpleegbaar!’. Gelukkig hebben kundige mensen in een

eerder stadium dit kleinood al ter hand genomen en is het inmiddels gecatalogiseerd,

gerestaureerd, gefotografeerd, geëxposeerd en zelfs gefacsimileerd. Kortom, het is

een boekje dat we om reden van zijn kwetsbaarheid zo min mogelijk uit de doos willen

halen, maar vanwege zijn bijzondere inhoud toch veel aandacht willen geven.

Het oudst

bekende werk

over het boekbindproces

Rechts Het boekje, gebonden in een

perkamenten spitselband.

Rechterpagina Noodzakelijk gereedschap

voor een boekbinder, waaronder een

vouwbeen (a), kromme els (aa), lijmpot

(h) en een schaar (ll).

Het boekje – niet groter dan 10

bij 8,5 centimeter – bevat een

handgeschreven tekst op papier

met zestien geaquarelleerde tekeningetjes

over het proces van

het boekbinden. Op het titelblad

is met dezelfde hand het jaartal

1658 geschreven. Daaruit blijkt

dat dit handschriftje het oudst

bekende werk is over het boekbindproces

in de Nederlandse

taal.

De maker moet zelf zeer nauw

bij het boekbinden betrokken zijn

geweest, want de uitleg over het

proces is uitzonderlijk gedetailleerd,

maar ook praktisch van

aard. Naast de beschrijving van

het boekbinden wordt ook het

gereedschap van de binder opgesomd,

aangevuld met duidelijke

tekeningen, gebonden in een

perkamenten bandje. Een zeer

waardevolle bron voor (boek)

historici en boekrestauratoren.

Ongewassen

De schrijver gaat achtereenvolgens

in op het vouwen, naaien,

lijmen en snijden van de katernen.

Dan volgt een procedé over

het maken en bevestigen van de

boekband, met leer over houten

platten, dan wel perkament over

karton (bordpapier). Als laatste

een lijst met gereedschappen en

Bijschrift ...

6

7


# 18 | Pareltjes

Houtsnede met linksboven in het opengeslagen

boek het monogram DB [=Dirck

de Bray].

Rechterpagina De persoon links polijst

de boeksnede met een bruineertand

[=paardentand].

een latere toevoeging over het

vergulden van de snede.

In het boekje, dat uit 48 bladen

bestaat, staat een interessant

detail over het proces van het

bruineren (polijsten) van de

snede: ‘en dan salmen bruijneeren

en settent tusschen twee

borden in, de pars heel steijf toe

drajen en dan met een bruijnneertant,

dat is een paerde tant

in een stockjen vast gemaeckt

die tant sult geij in u baert ofte

in u haer wat wreijven en dan

hier mede vrijven op het boeck

dattet blinck’.

De boekbinder deed er dus goed

aan om voor deze klus zijn haren

en eventueel baard ongewassen

te laten!

Meesterproef

Het is wel duidelijk dat dit

boekje gebruikt kon worden als

handleiding. Er wordt ook wel

gesuggereerd dat het een direct

verslag zou zijn geweest van een

leerjongen die zich bekwaamde

in het boekbindersvak. Mogelijk

8

is het zelfs een meesterproef

geweest. Opmerkelijk is dat

de maker ervan ook goed kon

tekenen. En dat brengt ons bij de

kwestie wie dit bijzondere boekje

zou hebben vervaardigd.

In de achttiende eeuw werd het

boekje al toegeschreven aan

Dirck de Bray. Dit weten we door

een aantekening op het schutblad

van de eerdere bezitter Johannes

I Enschedé. Dirck de Bray

was afkomstig uit een Haarlemse

kunstenaarsfamilie. Zijn vader

Salomon en broer Jan waren de

bekendste kunstschilders uit de

familie. Ook van Dirck zijn een

aantal stillevens bekend, maar hij

Het oudst

bekende werk

over het boekbindproces

was vooral een zeer verdienstelijk

houtsnijder en etser.

Houtsnedes

In 1656 werd Dirck leerjongen in

het boekbindersvak bij Passchier (II)

van Wesbusch. Mogelijk maakte

hij het boekje toen hij daar in de

leer was. Later zien we dat hij

werkzaam was bij Abraham Casteleyn,

drukker van de Oprechte

Haerlemsche Courant. We vinden

geen werk van hem als binder,

maar wel houtsnedes met zijn

initialen en zelfs nog een origineel

houtblokje, gebruikt voor

het drukwerk van Casteleyn. De

inboedel van Casteleyns drukkerij,

en daarmee ook het houtblokje,

werd uiteindelijk weer overgenomen

door drukkerij Enschedé. Zo

is de aantekening van Johannes I

Enschedé over Dirck de Bray als

maker aannemelijk. •

Het boekje is digitaal te bekijken

en als facsimile in te zien op de

studiezaal aan de Jansstraat.

9


# 18 | Meer van de mensen, dan van het steen

Tekst: Wim de Wagt / beeld: Anne Reitsma en Noord-Hollands Archief

Meer van de mensen,

dan van het steen

Vanuit zijn huiskamer kijkt hij uit op de landerijen en velden van De Glip, het oude

buurtschap in het zuiden van Heemstede. Lieuwe Zoodsma, geboren en getogen

in Friesland, vertelt enthousiast over het ooievaarsnest op een hoge paal in de

verte, het wandelpad langs de vaart achter zijn huis, de buurtbewoners met hun

eigenaardigheden.

Het is zó

belangrijk om

goed te

netwerken

Boven Verjaardag van Haarlem 2021 in

de Janskerk.

Rechterpagina Lieuwe Zoodsma in de

Commandeurszaal.

10

Het tekent de afscheidnemende

directeur van het NHA. Een man

met belangstelling voor de grote

én kleine geschiedenis. Voor de

werking van politiek-bestuurlijke

processen én persoonlijke

verhoudingen. Een liefhebber

van de stad en haar cultuur,

maar tegelijk een zelfverklaard

Geert Mak-adept naar aanleiding

van diens boek Hoe God

verdween uit Jorwerd.

In de 27 jaar van zijn directeurschap

heeft hij het NHA behendig

door tal van veranderingen

gelaveerd. Correctie: toen hij op

1 januari 1995 in dienst trad

als stadsarchivaris, bestond het

NHA nog niet eens. Om een paar

ijkpunten van zijn directoraat

te noemen: de vorming van de

Archiefdienst voor Kennemerland

en de evolutie tot Noord-

Hollands Archief. De overdracht

van grote, bijzondere collecties,

zoals die van Fotopersbureau

De Boer en de firma Enschedé.

De professionalisering van de

organisatie, de digitalisering. De

verbouwingen van de Janskerk

en het archiefcomplex aan de

Kleine Houtweg.

Bouwheer

Voor zijn komst naar Haarlem

was hij plaatsvervangend rijksarchivaris

van het Rijksarchief

in Zeeland in Middelburg. Had

hij ooit verwacht in Haarlem een

groot deel van zijn tijd ‘bouwheer’

te zijn?

‘Nee,’ antwoordt hij lachend.

‘Eigenlijk niet.’ Maar dat had

dan ook een lange aanloop, die


# 18 | Meer van de mensen, dan van het steen

Lieuwe Zoodsma in 1998.

Rechterpagina Opening zomertentoonstelling

over Fotopersbureau de Boer.

Lieuwe Zoodsma met Poppe de Boer,

2016.

begon met de door de provincie

Noord-Holland aangestuurde

vorming van regionale archieven.

Haarlem moest uitgroeien tot

het centrale archief voor de regio

Zuid- en Midden-Kennemerland,

maar dit ging niet zonder slag of

stoot. ‘Hoe verder de gemeente

van Haarlem lag, hoe gemakkelijker

het ging,’ weet hij nog. ‘Hoe

dichterbij, hoe moeilijker.’

‘Ik kan me nog goed herinneren,’

vertelt hij, ‘dat ik in het raadhuis

van Heemstede op bezoek

ging bij burgemeester Van den

Broek-Laman Trip. Ze rookte

zo’n dun sigaartje. “U denkt

toch niet, meneer Zoodsma, dat

Heemstede haar archieven naar

Haarlem gaat overbrengen?’

Haarlem sprak ze met ‘ae’ uit,

om het zomaar te zeggen. Ik heb

de blaren op mijn tong moeten

praten om de gemeentebesturen

van Heemstede en Bloemendaal

te overtuigen dat het echt ook in

hun voordeel was als ze gingen

samenwerken in één centrale

archiefinstelling met alle bijbehorende

faciliteiten.’

Uiteindelijk lukte het hem om

de regiogemeenten voor zich te

winnen. ‘Het ging erom dat je

elkaar leerde kennen. Door bij

hen op bezoek te gaan, zagen

ze mij niet als een bedreiging.

Samenwerking zou ons allemaal

beter maken. Bennebroek kwam

als eerste over de brug, toen

Zandvoort, toen Haarlemmerliede-Spaarnwoude.’

Heemstede en Bloemendaal

volgden later. Beslissend was

het verbond dat Haarlem met

Als je eens

wist wat er

allemaal ligt

bij ons

Velsen sloot. ‘Die gemeente

besloot onder meer te bezuinigen

op cultuur en ook het eigen

gemeentearchief op te doeken.

Op de zolder van Beeckestijn, dat

ook werd afgestoten, spraken

we met vertegenwoordigers van

de gemeente. Men was bereid

om het archief in Haarlem onder

te brengen, op één voorwaarde:

‘Haarlem’ mocht in de naam

van de nieuwe instelling niet

voorkomen. Dat gaf in Haarlem

consternatie, maar uiteindelijk

werd dit de Archiefdienst voor

Kennemerland (AvK). En voor

Heemstede en Bloemendaal was

dit het laatste zetje dat ze nodig

hadden om ook overstag te

gaan.’ Toen de AvK eenmaal een

feit was, waren ook Beverwijk,

Heemskerk en Uitgeest binnen

twee jaar aan boord.

Erfgoedpolitiek

De naam ‘Noord-Hollands

Archief’ suggereert dat dit heel

Noord-Holland omvat, wat bij

buitenstaanders nog weleens tot

verwarring leidt. Zoodsma legt

uit dat het Rijksarchief in Noord-

Holland vanouds in provinciehoofdstad

Haarlem gevestigd

was. ‘Na de fusie per 1 februari

2006 met de AvK moest uit de

naam van de nieuwe instelling de

provinciale inbedding blijken. Dat

was goed uit te leggen aan de

aangesloten gemeenten.’ Inmiddels

berusten ook de archieven

van Aalsmeer, Haarlemmermeer

en Uithoorn bij het NHA, en

dankzij de fusie met het Rijksar-

chief in Noord-Holland ook alle

archieven van rijks- en provinciale

instellingen in Noord-Holland.

Gedurende de vaak taaie besprekingen

met gemeentebesturen

kwam hij direct in aanraking met

de plaatselijke erfgoedpolitiek.

Hij moest dan al zijn vaardigheden

als verbinder inzetten om

gemeenten aan boord te krijgen.

‘Dat vond ik mateloos interessant.

Hoe colleges van B en W

opereren, hoe gemeenteraden de

besteding van budgetten verantwoorden.

Er was nooit geld voor

erfgoed, maar zodra er sprake

van was dat een lokaal archief

zou verhuizen naar Haarlem, was

het ineens ‘ons erfgoed’. Dan

was het wel handig als ik, als

archivaris, op de publieke tribune

zat. Zo leerde ik de politiek-bestuurlijke

verhoudingen kennen

en leerde de politiek ook mij

kennen.’

‘Het is zó belangrijk om goed

te netwerken,’ benadrukt hij.

‘Op politiek-bestuurlijk terrein,

regionaal, provinciaal. Van de

burgemeesters tot de commissarissen

van de Koning aan toe.

Daarnaast zijn er de contacten in

het Haarlemse veld van cultuurinstellingen.

Het NHA is geen

gemeentelijke instelling, we zijn

als openbaar lichaam zelfstandig.

Dat gaf ons de kans om ons

te profileren als een culturele

instelling en mee te doen in

de erfgoedcoalitie in Haarlem,

waar ook bijvoorbeeld het Frans

Halsmuseum, Het Dolhuys en de

Bibliotheek Zuid-Kennemerland

in zitten. In 2016 kreeg bijvoorbeeld

iedereen met bezuinigingen

te maken. We zijn er toen

met elkaar in geslaagd de pijn

te verdelen en allemaal ons

steentje bij te dragen. Dat zorgde

voor een grote solidariteit. En de

gemeente zag dat we geen losse,

opzichzelfstaande instellingen

zijn, maar één partij vormen, met

één blik.’

Nacht van Haverkort

Zijn periode als ‘bouwheer’

begon met ‘de Nacht van Haverkort’

in november 1997, toen

het stadsbestuur besloot om op

initiatief van cultuurwethouder

Jan Haverkort de opbrengst uit

de verkoop van het gemeentelijk

kabelbedrijf – 120 miljoen gulden

– beschikbaar te stellen voor

de vernieuwing van de cultuurinstellingen.

Zoodsma begint te

glimmen wanneer hij terugdenkt

aan de raadsvergadering waarin

het archief 6,6 miljoen gulden

kreeg toebedeeld voor een verbouwing

van de Janskerk en de

bouw van een nieuw depot.

Smakelijk: ‘’s Nachts om drie uur,

alle toehoorders weg, behalve ik.

Ik dacht, als ik nu wegga, is dit

agendapunt naar de filistijnen.

Dus bleef ik op de publieke tribune

zitten, en aan het einde van

de vergadering zei burgemeester

Jaap Pop: “Dames en heren, we

zijn klaar, verder schuiven we

12

13


# 18 | Meer van de mensen, dan van het steen

alles door naar de volgende vergadering.

Behalve één punt.

U ziet hier Lieuwe Zoodsma

zitten voor de Janskerk en het

nieuwe depot. Ik vind het onze

plicht om dit in behandeling te

nemen.” Om half vier kwam het

in stemming, en om vijf over

half vier reed ik fluitend op de

fiets naar huis… Euforisch! Toen

konden we gaan bouwen.’

Bij de verbouwing van de Janskerk

liet de archiefdirecteur

zich bijstaan door deskundigen

uit een gemeentelijke pool van

interim-krachten. ‘Ik weet van

mezelf dat ik bepaalde dingen

wel kan, maar bepaalde dingen

niet. Met bouwprocessen had ik

geen ervaring. Daarom heb ik

mensen ingeschakeld waarop

ik kon vertrouwen, diehards die

eerder met het bijltje hadden

gehakt. Bouwprocessen zijn

‘hard’. Projectontwikkelaars en

aannemers willen al gauw op de

uitvoering beknibbelen als de

kosten tegenvallen. En wij mensen

uit de archief- en cultuurwereld

zijn soft, wat niet de meest

geschikte eigenschap is om een

bouwproces mee in te gaan.’

Trots

In die tijd is overwogen om alle

functies te combineren aan de

Kleine Houtweg. ‘Maar het monumentale

voorgebouw was niet

te gebruiken door ons.’ Zodoende

bleef het NHA verdeeld over twee

locaties. ‘Wij pleitten ervoor om

het kerkgebouw niet af te stoten,

maar hier juist het nieuwe

publiekscentrum van het NHA te

Als ik nu

wegga, is dit

agendapunt

naar de

filistijnen

Heropening van de locatie Kleine

Houtweg in 2012, Lieuwe Zoodsma met

burgemeester Bernt Schneiders (links)

en commissaris van de Koning Johan

Remkes, 2012.

Rechterpagina Personeelsuitje van het

NHA naar het Kunstfort bij Vijfhuizen in

september 2021.

huisvesten. Aan de Kleine Houtweg

konden de backofficefuncties

komen, de restauratieafdeling,

beeld en geluid en archiefbewerking.

De Janskerk zou dan

ons visitekaartje worden. Als je

dus vraagt waar ik mijn stempel

op heb kunnen drukken, dan is

dit het: de Janskerk promoten

als publiekscentrum. Andere

archiefinstellingen zijn er jaloers

op. De Janskerk heeft bovendien

een belangrijke culturele functie

door de lezingen, concerten en

tentoonstellingen in de Commandeurszaal.

We hebben niet

voor niets de grootste vriendenstichting

van alle archiefinstellingen

in Nederland.’

Over de vraag waar hij het meest

tevreden over is, hoeft hij dan

ook niet lang na te denken.

‘Iedere keer als ik de Janskerk

binnenkom, voel ik me weer trots.

Een toonbeeld van herbestemming

van een kerk. De ruimtelijke

werking van het middenschip

is volledig behouden gebleven.’

Tegelijk, erkent hij, heeft de

verdeling van het NHA over twee

locaties zijn nadelen. ‘Je krijgt

al snel: wij zijn de B-locatie.

Daarom hebben wij er vanaf

het begin naar gestreefd dat er

zoveel mogelijk over en weer

werd gewerkt door onze mensen.

Beide locaties, de Kleine Houtweg

en de Jansstraat, zijn even

belangrijk.’

Eigen invulling

Stenen of mensen, wat ligt hem

beter? ‘Mensen,’ antwoordt hij

Nieuw depotgebouw

Zoodsma doet uit de doeken

dat hij aan de wieg staat van

een nieuw bouwproject, dat

de komende jaren zijn beslag

moet krijgen. ‘In de depots bij

de Janskerk is zestien strekkende

kilometer aan archiefruimte

beschikbaar, aan de

Kleine Houtweg 44 kilometer.

Daarvan is nu ongeveer 57 kilometer

benut, we hebben nog

zo’n drie kilometer te gaan.

Daarom hebben we twee jaar

geleden berekend dat er tot

2035 nog tussen de 25 en 30

kilometer nodig is. Dit betekent:

een nieuw depotgebouw.’

‘Gaan we dat alleen doen?

Of samen met andere culturele

instellingen? Het tweede.

En ook de gemeente Velsen

overweegt om mee te doen.

Die hebben wel een museale

collectie, maar geen gebouw

om het goed te conserveren.

We hebben intussen Toornend

en Partners gevraagd om een

eerste inhoudsverkenning uit

te voeren: hoeveel ruimte is er

nodig, aan welk budget moeten

we denken. De volgende

stap is voor mijn opvolger.’

Waar moet dat nieuwe depot

komen? ‘Eerst hadden we

Oostpoort bij station Haarlem-

Spaarnwoude in het vizier. Een

gedeeltelijk open depot, waar

bezoekers makkelijk kunnen

komen, zoals het spraakmakende

nieuwe depot van

Boijmans Van Beuningen in

Rotterdam. Er is zoveel wat het

publiek nooit te zien krijgt. Als

je eens wist wat er allemaal

ligt bij ons … of bij het Frans

Hals. Maar de gemeente wil

dat gebied bestemmen voor

woningbouw. Nu zijn we uitgekomen

op een kavel in het

gebied van Nieuwe Energie in

de Waarderpolder.

Collectiegebouw Haarlem, heet

het voorlopig.’

14

15


# 18 | Meer van de mensen, dan van het steen

zonder aarzelen. ‘Als je het zo

zwart-wit stelt. Ik vind het nu

eenmaal leuk en interessant om

met mensen om te gaan, met

ze te praten, van ze te leren. De

stenen komen pas bij elkaar door

de mensen.’

Deze vaardigheden kwamen uiteraard

goed van pas binnen de

NHA-organisatie zelf, die vanaf

2005 een professionaliseringsslag

doormaakte. ‘In een keer

groeide het personeelsbestand

van 24 fte naar ongeveer 40.

Er kwamen afdelingen Beheer

(toegankelijkheid, inventarisatie,

conservering, restauratie e.d.),

Publiek (studiezalen, digitalisering,

educatie) en Bedrijfsvoering

(onder andere publiciteit). Op dit

moment zijn er ongeveer zestig

mensen werkzaam bij ons.’

Voor het publiek zeer opvallend

is natuurlijk de voortvarende

aanpak van de digitalisering,

de online toegankelijkheid en

de introductie van het e-depot.

16

‘Digitalisering hangt aan de

mensen,’ verklaart hij stellig.

‘Wij hebben altijd de uitdaging

gezocht en wilden vooroplopen,

niet eerst afwachten en kijken

welke kinderziektes er eventueel

optraden bij andere archiefinstellingen.’

Lastig om te vertrekken bij het

NHA? Nee, dat vindt hij niet. ‘Het

is tijd voor nieuw elan. Ik heb het

op mijn manier gedaan, maar dat

is niet de enige manier. Wat wel

kenmerkend is voor deze stad,

is dat iedere archivaris er lang

gezeten heeft. Dat zegt iets over

de stad en over de collectie. Ik

Digitalisering

hangt aan de

mensen

Voor het tv-programma Verborgen Verleden

met voormalig VVD-politicus Gerrit

Zalm in 2018.

Rechterpagina Bij de opening van de

tentoonstelling ‘700 jaar Janskerk’,

2018.

heb er mijn eigen invulling aan

gegeven.’

En de liefhebber van het platteland

kan nu eindelijk ruim baan

geven aan zijn fascinatie voor

Schoten, de gemeente ten

noorden van Haarlem die ooit

in 1927 opgeslokt werd door de

stad. ‘Ik heb als afscheidscadeau

de gedigitaliseerde archieven

van Schoten gevraagd. In 2027,

wanneer het honderd jaar geleden

is dat deze gemeente werd

geannexeerd, kom ik met een

boek, Honderd jaar ondergang

van Schoten. Genoeg te doen

dus!’ •


Prikbord

Bouwdossiers Bloemendaal online

De bouwdossiers van de gemeente Bloemendaal zijn

sinds februari digitaal beschikbaar. Het is mogelijk

dossiers uit de periode 1900-1988 te doorzoeken en

online op de vragen via noord-hollandsarchief.nl/

zoeken/bouwdossiers.

Portretten Verzetsvrouwen

Educatie

Even voorstellen

Vanaf 1 juni 2022 is Willeke de Groot

directeur van het NHA. Hiervoor was

zij directeur lokale overheid van Sdu

Uitgevers en als zodanig verantwoordelijk

voor de digitale transformatie

van de traditionele printproducten

(boeken en naslagwerken) naar digitale

kennisbanken. Met haar kennis

van digitale technieken gaat ze zich

inzetten om het in de toekomst voor

burgers en bedrijven gemakkelijker te

maken informatie te vinden, en deze

informatie ook toepasbaar maken

door bijvoorbeeld gebruik te maken

van open data. Het is haar wens om

het NHA te laten uitgroeien tot een

spil in het culturele informatielandschap

van Noord-Holland. In de

volgende uitgave van Uitgelicht zal

De Groot uitgebreid ingaan op haar

ideeën, plannen en eerste indrukken.

Bevrijdingspop

De fotocollectie van het NHA speelde een belangrijke

rol tijdens het Bevrijdingsfestival in Haarlem op 5 mei.

Dit jaar stelde het NHA een film samen met beelden

en films uit WOII die op Bevrijdingspop bij de ingang

op een groot scherm te zien was. Bekijk de film ook

op de website via noord-hollandsarchief.nl/bevrijdingspop.

Journaliste Roos Elkerbout van NHMedia

was diep onder de indruk van de

verzetsvrouwen in de tentoonstelling

‘De vele gezichten van Vrouwen

in Verzet’. Zij dook nog dieper in de

verhalen van vier van deze vrouwen.

De portretten van Trijntje van Keulen,

Frieda Belinfante, Freddie Oversteegen

en Greta Tak-Bosboom zijn te

bekijken via noord-hollandsarchief.nl/

vrouweninverzet.

Geschiedenisfestival

Het Geschiedenisfestival komt dit

jaar weer naar Haarlem! Het NHA is

een van de festivallocaties. Kijk voor

meer informatie, een overzicht van de

sprekers in de Janskerk en kaartjes

op: historischnieuwsblad.nl/geschiedenisfestival.

In oktober 2022 kan Haarlem zich weer verheugen

op de Museumnacht Kids. Het NHA doet uiteraard

weer mee! Nu de tentoonstellingen allemaal weer

open zijn, is ook het Historische DrukLAB regelmatig

geopend. Ook schoolklassen komen weer in grote

aantallen over de vloer. De nieuwe educatieprojecten

‘Fake News’ en ‘Money Maker’ sluiten aan op de

permanente tentoonstelling in de Janskerk over de

Haarlemse drukkerij Joh. Enschedé en spelen in op

vraagstukken uit de hedendaagse samenleving. Hoe

komt nieuws tot stand? Wie bepaalt welk nieuws er in

de krant komt? Welke bronnen worden er gebruikt om

een nieuwsbericht te maken? Voor de tentoonstelling

‘De vele gezichten van Vrouwen in Verzet’ is een programma

ontwikkeld voor gezinnen en voor leerlingen

van groep 7 en 8 en de onderbouw van het voortgezet

onderwijs. In het Historisch DrukLAB kunnen zij een

eigen identiteitsbewijs maken.

noord-hollandsarchief.nl/ontdekken/educatie.

Kijk voor de actuele informatie over openingstijden

op noord-hollandsarchief.nl.

18

19


# 18 | Herrie maken en uitslapers plagen

Tekst: Jan Kruidhof / beeld: Noord-Hollands Archief

Herrie maken en

uitslapers plagen

Zo vroeg mogelijk zo veel mogelijk herrie maken en uitslapers plagen: dat is luilak,

een eeuwenoude traditie die je in grote delen van Noord-Holland terugziet. Over

deze feestdag zijn allerlei boeiende verhalen te vinden.

Een Amsterdamse

nachtwacht die

in slaap zou zijn

gesukkeld

Boven Hr. Dielemans 35 jaar op luilakmarkt

Raamsingel.

Rechterpagina Lawaai makende jongen

in de Grote Houtstraat, fietsend naar het

noorden.

20

Kinderen die onchristelijk vroeg

iedere vindbare deurbel indrukken

of met rammelende blikjes

door de straat fietsen – de

zaterdag voor Pinksteren loop

je in Noord-Holland het risico

dat je een stuk vroeger wakker

wordt dan je van plan was. Als

je zoekt in het archief stuit je

al snel op allerlei wonderlijke

tradities rond luilak, zoals deze

feestdag heet. Wat waar is van

die verhalen en wat niet, is

niet eenvoudig te duiden, maar

fascinerend zijn de verhalen hoe

dan ook.

Hollandse traditie

Over één ding bestaat geen

twijfel: wie van uitslapen houdt,

is met luilak de pineut. Daarna

wordt het al snel schimmiger. Zo

wordt luilak volgens Wikipedia

gevierd tussen Texel en Delft.

Een Hollandse traditie dus, zou

je zeggen. Maar volgens een

artikel uit 1938 in Haarlem’s

Dagblad was het evengoed een

bekende traditie in het Overijsselse

Genemuiden.

Florafeest

Ook over de herkomst doen

verschillende verhalen de ronde.

Luilak zou verwijzen naar Piet

Lak, een Amsterdamse nachtwacht

van het Stadhuis op de

Dam die in 1672 in slaap zou

zijn gesukkeld. We zouden het

feest ook te danken kunnen

hebben aan het Germaanse

gebruik om de winter te verdrijven

en de bloemengodin Flora

te eren. Toen het christendom

overheersend werd, is het heidense

Florafeest omgedoopt tot

het christelijke pinksterfeest. De

verwijzing naar de godin Flora

21


# 18 | Herrie maken en uitslapers plagen

zag je terug in de Pinksterblom

of Pinksterbruid, de traditie om

een jong meisje met bloemen te

sieren en rond te dragen.

Brandnetels

Tegenover de fleurige, vrolijke

bloemenfeesten stond het

ruige luilak. Volgens de Nieuwe

Haarlemsche Courant uit 1932

kwamen jongeren honderden

jaren geleden al op de vrijdag

voor Pinksteren bij elkaar om

brandnetels te plukken. Wie de

volgende dag als laatste opstond,

kreeg een kroon van brandnetels

op zijn hoofd. Volgens het artikel

werden de deuren van de slapers

daarna dichtgebonden met

wilgentakken en viezigheden.

Vervolgens werden de bewoners

met veel lawaai gewekt en gedwongen

om door het raam naar

buiten te klimmen.

Natuurlijk liep de baldadigheid

al snel uit de hand. In Amsterdam

werden de stadspoorten

eeuwen geleden op de zaterdag

22

voor Pinksteren al gesloten om

de raddraaiers buiten de deur te

houden. In de Zaanstreek stond

al in de jaren dertig de brandweer

paraat om brandjes te blussen

en ook recenter werd er bij

luilak veel vandalisme gepleegd.

Potjesmarkt

Gelukkig kent luilak ook vriendelijkere

elementen. Luilakbollen

bijvoorbeeld – warme broodjes

met stroop. En in Haarlem

wordt luilak voorafgegaan door

de ‘potjesmarkt’, een nachtelijke

bloemenmarkt van vrijdag

op zaterdag. Dit jaar werd voor

Deuren van

slapers dichtgebonden

met

wilgentakken

en viezigheden

Kinderen nabij de Grote Houtbrug

Raamsingel gaan naar huis met de op de

luilak(bloemen)markt gekochte planten

en bloemen, 1960.

Rechterpagina Grote drukte op de

luilak(bloemen)markt op de Raamsingel,

1949.

het voortbestaan van de markt

gevreesd. Maar in Haarlem’s

Dagblad werd in de jaren dertig

van de vorige eeuw ook al met

enige weemoed geschreven dat

de luilakviering ’heelemaal in

onbruik geraakt is’. Toch trokken

decennia later nog steeds kinderen

door de straten om mensen

uit hun bed te trommelen en

uitslapers te plagen. Dat biedt

goede hoop voor de bloemenmarkt.


Jan Kruidhof is informatiespecialist

publiek bij het

NHA.

23


# 18 | De enige inburgering was het werk

Tekst: Cato Thier / beeld: Noord-Hollands Archief en Cato Thier

De enige inburgering

was het werk

‘Dit is het stempel van de Vreemdelingenpolitie toen ik Nederland binnenkwam.’ In

zijn woonkamer wijst Adil Özen (78 jaar) op een oud Turks paspoort dat op tafel ligt:

Arnhem, 3 november 1969, aankomst 9:00 uur. Özen reisde in 1969 naar Nederland op

uitnodiging van kousenfabriek Varitex aan de Zijlweg in Haarlem. ‘De eerste werkdag

herinner ik me nog goed. Ik was verbaasd toen ik de bedrijfsruimte binnenkwam, er

werkten alleen maar vrouwen. Ik was de enige man! We verstonden elkaar niet, maar

ze hielpen me en lieten zien hoe ik de machines moest bedienen.’

Boven Elmas Eryilmaz en Feride Koycu.

Rechterpagina Italiaanse gastarbeider in

de Hoogovens, 1960.

24

Het verhaal van Özen is een

van de verhalen die het NHA

verzamelt. Verhalen van eerste

generatie arbeidsmigranten uit

de regio Kennemerland met als

doel deze verhalen voor de toekomst

te bewaren. De migranten

vertellen de verhalen en het NHA

neemt ze op om ze vervolgens

op te slaan in het archief waar

iedereen ze kan raadplegen. De

eerste arbeidsmigranten kwamen

in de jaren zestig en begin

jaren zeventig naar Nederland.

Hun persoonlijke verhalen en

anekdotes zijn voor veel mensen

herkenbaar en daardoor

universeel. De interviews geven

bovendien een uniek inkijkje in

de jaren zestig en zeventig en

de Nederlandse samenleving van

die tijd.

Persoonlijke verhalen

De gesprekken met de arbeidsmigranten

gaan over hun reis

naar Nederland, hun werkzaamheden

en inburgering. Ze

vertellen over de keuzes die ze

destijds maakten, waarmee ze

richting gaven aan hun persoonlijke

geschiedenis. Ze vertellen

over heimwee, het verlangen om

terug te gaan naar hun land van

herkomst of juist in Nederland

te blijven, en over het gemis van

familieleden.

25


# 18 | De enige inburgering was het werk

Zwaar

Mohamed Ben Driss Elyahyaoui

(94 jaar) kwam in 1966 op

eigen initiatief naar Haarlem. Hij

werkte voor verschillende bedrijven

in de regio: een wasserij in

Haarlem-Noord, de Hoogovens,

een betonfabriek in Hillegom,

het Ziekenhuis Joannes De Deo

in Haarlem en tot zijn pensioen

als schoonmaker in Psychiatrisch

Ziekenhuis Vogelenzang in Bennebroek.

Zijn vrouw en kinderen

bleven tot eind jaren tachtig in

Meknes in Marokko. ‘De beginjaren

waren zwaar. Er waren

momenten dat ik dacht: Wat doe

ik hier? Je voelt je eenzaam, je

spreekt de taal niet. Maar op die

momenten gebeurde er altijd

wel iets; ik kwam iemand tegen

op straat of ik ontving een brief

van mijn vrouw en kinderen, dan

werd ik weer vrolijk en had ik

moed om door te gaan.’

Niets geregeld

‘Voor onze generatie was helemaal

niets geregeld,’ vertelt

Giulio Palmas (86 jaar), ‘geen

huisvesting, geen taalcursus,

niets! De enige inburgering was

het werk.’ Palmas kwam in 1959

naar Haarlem op uitnodiging van

Hoogovens. Daarvoor werkte hij

twee jaar in Staatsmijn Maurits

in Geleen. ‘In Haarlem ging ik

in de kost bij een familie aan

het Junoplantsoen. Het gezin

bestond uit vader, moeder, opa

en twaalf kinderen. Ze hadden

Er waren

momenten

dat ik dacht:

Wat doe ik hier?

Mohamed Ben Driss Elyahyaoui.

vier kostgangers in huis. De wc

was een hok in de tuin. Na drie

maanden vond ik een ander

adres. Vier jaar lang zwierf ik

tussen verschillende adressen in

Haarlem en Beverwijk. De laatste

maanden voor mijn huwelijk in

1963 woonde ik op de Arosa

Sun, een hotelschip dat in IJmuiden

lag en van 1961 tot 1974

werknemers van Hoogovens

huisvestte.’

Vastbesloten

Luigina Palmas kwam in de

zomer van 1963 met Giulio, met

wie ze toen getrouwd was, mee

naar Nederland. Ze vond werk

in een conservenfabriek. ‘In het

We verstonden

elkaar niet,

maar ze

hielpen me

Gastarbeiders komen aan bij de Arosa

Sun, 1961.

Rechts Giulio en Luigiana Palmas.

begin viel het niet mee. Ik had

moeite met de dagelijkse dingen

zoals boodschappen doen bij de

kruidenier. Supermarkten waren

er nog niet. Mijn man ging met

me mee en bleef voor in de

winkel staan. Dan zocht ik wat

ik nodig had en vertaalde hij het

voor de winkelier. Er waren geen

taalcursussen, het enige wat

we hadden was de Nederlandse

krant. Ieder woordje zocht ik op

en zo heb ik de taal geleerd.’

Haar man vertelt dat ze een

aanbod om in een flat voor Italianen

te wonen afsloegen. ‘Veel

Italianen trokken alleen met

elkaar op, dat wilden wij beslist

niet. Wij waren vastbesloten in

Nederland een toekomst voor

onze kinderen op te bouwen. Op

school waren zij de enigen met

Italiaanse ouders. We zijn altijd

actief geweest, op de scholen,

met cursussen en bij sportverenigingen.

We wonen al 65 jaar

in Nederland. maar in ons hart

blijven we Italianen.’•

Met het vastleggen van de

verhalen wordt vijftig jaar van

deze collectieve geschiedenis

gedocumenteerd. De methode

van oral history vergroot

de mogelijkheden om onze

gezamenlijke geschiedenis

te begrijpen en te interpreteren.

De verhalen worden

opgenomen met audio en

video. Belangstellenden kunnen

bij het NHA terecht voor

informatie over de beginjaren

van de arbeidsmigranten in

de regio.

Cato Thier is historicus en

richt zich op Oral Historyprojecten.

Momenteel werkt

ze als projectleider voor het

educatieve project ‘Koloniale

sporen in mijn Buurt’; een

ontmoetings-en onderwijsprogramma

dat ouderen en

scholieren dichter bij elkaar

brengt rondom persoonlijke

verhalen uit het Nederlandse

koloniale verleden. Zij is

ook betrokken bij het Oral

History-project van het NHA

en interviewde hiervoor

arbeidsmigranten die in de

jaren zestig en zeventig naar

Noord-Holland kwamen. De

interviews waren te zien in

de tentoonstelling ’50 jaar

arbeidsmigranten in Nederland’

en zijn op aanvraag

beschikbaar bij het NHA.

26

27


# 18 | Mooi geweest

50 jaar

arbeidsmigratie

Onderwijsstad

De 19e eeuw kenmerkt zich als een

periode waarin in Nederland ook op het

gebied van onderwijs tal van belangrijke

ontwikkelingen plaatsvonden. Ook

Haarlem ontwikkelde zich in de loop van

die tijd tot een echte onderwijsstad met

een diversiteit aan vormen van voortgezet

onderwijs. Zes gastsprekers bespraken

dit thema tijdens een symposium van

de Stichting Vrienden van het Noord-

Hollands Archief op 4 april 2022. In het

kader van het symposium was van 22

maart t/m 16 april een expositie in de

Commandeurszaal te zien.

Depotkast

Het pistool van Hannie Schaft is een van de meest

bijzondere objecten die het NHA bewaart. Samen met

de zussen Freddie en Truus Oversteegen pleegde Schaft

aanslagen op Nederlandse collaborateurs en Duitse

militairen. Amper drie weken voor het einde van de

oorlog werd ze gefusilleerd. Sophie Poldermans raakte

bevriend met de zussen Oversteegen, die de oorlog

overleefden. Ze sprak veel met hen over hun verzetswerk

en schreef daarover het boek Seducing and Killing Nazis.

In de nieuwste aflevering van Depotkast vertelt ze hoe

de vrouwen hooggeplaatste Duitse officieren versierden,

het bos in lokten en ombrachten. Beluister de podcast

via depotkast.com.

In samenwerking met Atlas Cultureel

Centrum in Den Haag presenteerde

het NHA in april/mei 2022 de reizende

tentoonstelling ’50 jaar arbeidsmigratie

in Nederland’. Deze tentoonstelling

werd door het NHA verrijkt met verhalen

van migranten uit Kennemerland

en bruiklenen van objecten die hen

herinneren aan de eerste periode in hun

nieuwe land.

Verborgen Verleden

Deze keer was de filmcrew van het televisieprogramma

Verborgen Verleden op pad met singer-songwriter

Douwe Bob Posthuma. NHA-medewerker Bianca

Hoefman vertelde hem meer over zijn familiegeschiedenis

en over een verdwenen voorvader. De uitzending was

op 5 maart 2022 te zien op NPO2.

Krant en foto’s

Achter elke persfoto zit een verhaal en achter elke

krantenfoto gaat meestal een hele reeks foto’s schuil.

Dankzij een mooie samenwerking met de Groninger

Archieven, de technologiebedrijven Sioux Technologies

en Picturae B.V., én de Koninklijke Bibliotheek, zijn

door de toepassing van Artificial Intelligence (AI)

een half miljoen persfoto’s gekoppeld aan een kwart

miljoen krantenpagina’s. Voor de pilot zijn foto’s van

Fotopersbureau De Boer uit de jaren zeventig gebruikt

en artikelen van Haarlems Dagblad en de IJmuider

Courant uit de collectie van het NHA.

Sinds maart 2022 kan iedereen via de zoekmachine

krant-en-fotos.nl persfoto’s en krantenartikelen

doorzoeken en zo onverwachte ontdekkingen doen.

Minisymposium

Brouwer

Het NHA heeft het persoonlijk archief van

een van Nederlands grootste wiskundigen

in huis. Sinds maart 2022 is het archief

van L.E.J. Brouwer (1881-1966)

toegankelijk voor geïnteresseerden. Dit

moment werd op 17 maart gevierd met

een minisymposium van het NHA in de

Janskerk. Het symposium is via deze link

terug te kijken: noord-hollandsarchief.nl/

brouwer.

Huldiging Erfgoeddragers

De Stichting ‘In mijn buurt’ wil jongeren de verhalen

van hun oudere buurtgenoten door laten vertellen

en deze verhalen zo in herinnering houden. De acht

‘Erfgoeddragers van Haarlem’, basisschoolleerlingen

uit Haarlem, werden dit jaar in de Janskerk door

burgemeester Jos Wienen gehuldigd.

28

29


# 18 | Pauze

Van boven naar beneden Youri, horecacoördinator Schouwburg

Amstelveen. - Ad, toneelmeester Schouwburg Amstelveen. -

Bianca, hoofd Kassa / Bedrijfsleider De Kleine Komedie Amster-

dam. - Miriam, medewerker Huishouding Theater de

Kampanje Den Helder. - Margriet, dagmanager Theater

Dillewijn Ankerveen.

Tekst & beeld: Anne Reitsma

Pauze

Voor de collectie Provinciale Atlas Noord-Holland legde fotograaf Anne Reitsma het

theaterseizoen 20/21 in Noord-Holland vast. Zij laat in haar reeks ‘Pauze’ de lege

theaterzalen zien met de markeringen van anderhalve meter in de tijd dat het coronavirus

ons in de greep had. Ze portretteerde de theatermedewerkers die plotseling niets

meer om handen hadden. Reitsma fotografeerde deze mensen in ‘hun’ geliefde theater

en toonde het gemis voor de theaters, hun medewerkers en het publiek dat door de coronamaatregelen

de cultuur moest ontberen, terwijl die onmisbaar is. Bij de fotoreeks

hoort een serie interviews met de geportretteerden waarvan hieronder een selectie te

zien is. Meer beelden zijn te vinden via noord-hollandsarchief.nl/theaters.

Sam, Toneelmeester De Kleine Komedie Amsterdam.

30

31


# 18 | Topstuk

Tekst: Wim de Wagt / beeld: Anne Reitsma

Topstuk

Hij vond het ‘verschrikkelijk moeilijk’ om een topstuk uit te kiezen. ‘Ik heb er tientallen,

en welke criteria leg ik aan?’ Ook wilde hij niet aankomen met het Stadsrecht uit 1245,

‘één van de oudste toppertjes,’ aldus Lieuwe Zoodsma. ‘Dat ligt echt te veel voor de

hand.’

Massaal naar de

Sint Bavokerk

om biecht

te doen

Boven Portiuncula-aflaat.

Rechterpagina Lieuwe Zoodsma in de

studiezaal aan de Jansstraat.

32

Zoveel topstukken als hij kan

bedenken, zoveel verhalen zijn

erover te vertellen. De zogeheten

Portiuncula-aflaat bijvoorbeeld.

Een authentiek pauselijk

document uit de veertiende

eeuw, waaraan de opwindende

geur van een heuse ‘herontdekking’

hangt.

Portiuncula-aflaat

Zoodsma: ‘Het stuk was ooit

na een uitlening op de plank

van het Rijksarchief in Noord-

Holland terechtgekomen en trok

bij een opruimactie de aandacht

van de toenmalige rijksarchivaris,

Roelof Hol.’

Maar Hol en zijn mensen wisten

het stuk niet goed te plaatsen

en Hol bracht het met de hand

beschreven stuk perkament

naar de Janskerk om raad te

vragen aan wijlen Florence

Koorn, adjunct-archivaris en

kenner van middeleeuwse geschiedenis.

Zij ging ermee aan

de slag en kwam tot een bijzondere

ontdekking. Zoodsma kan

zich het moment nog goed voor

de geest halen dat zij hem van

haar bevindingen op de hoogte

bracht. ‘Florence trok helemaal

wit weg. “Lieuwe,” zei ze, “nu

hebben we werkelijk het stuk

der stukken binnengekregen.”’

Extra priesters

Het bleek te gaan om een pauselijke

aflaat, de Portiunculaaflaat

uit 1397. Genoemd naar

een gelijknamig kerkje vlakbij

Assisi, dat verbonden is met de

geschiedenis van Franciscus van

Assisi, de stichter van de Franciscaner

orde in de dertiende

eeuw.

Zoodsma: ‘Aan dat kerkje had

de paus het recht gegeven om

gelovigen volledige aflaat te

verlenen, op de eerste zondag

na Pinksteren. Dat recht bestond

maar op een paar andere


# 18 | Topstuk

plekken in Europa. Uitgerekend

ook in Haarlem. Uit alle hoeken

van het land kwamen de mensen

op de zondag na Pinksteren

massaal naar de Sint Bavokerk

om biecht te doen. Er kwamen

zelfs zoveel mensen op af, dat er

speciaal voor die zondag door de

pastoor extra priesters werden

ingehuurd om bij de gelovigen

de biecht af te nemen. Dit duurde

tot in de zeventiende eeuw.’

Loden zegel

Zoodsma wijst op een prozaïsch

kenmerk van de in het Latijn

beschreven perkamenten bul: de

serie onregelmatige gaatjes in

de randen met spoortjes roest.

‘Het werd jaar na jaar aan de

kerkdeuren van de Bavo gespijkerd.’

En het stuk bezit een

loden zegel. ‘Dat bewijst dat het

echt van de paus afkomstig was,

want alleen de paus mocht loden

zegels gebruiken.’

Na de ontrafeling van deze geschiedenis

door Florence Koorn is

de Portiuncula-aflaat nog teruggegeven

aan het Rijksarchief om

opgenomen te worden in het

archief van het Bisdom Haarlem,

waaruit het afkomstig was. Door

de fusie van het Rijksarchief in

Noord-Holland en de Archiefdienst

voor Kennemerland kwam

het uiteindelijk toch bij het NHA

terecht.

‘Het is een belangrijk stuk voor

Haarlem,’ zegt hij, ‘omdat het

laat zien hoe men de gelden

bij elkaar kreeg om de Bavo te

bouwen en de grandeur te geven

die de kerk uiteindelijk kreeg.

Want de gelovigen moesten voor

het ontvangen van de pauselijke

aflaat betalen.’

Portiuncula-aflaat.

Persoonlijk

Daarbij zit er voor de vertrekkende

directeur ook een persoonlijk

tintje aan het archiefstuk. ‘Florence

was jarenlang mijn plaatsvervangster.

Zij was mediëvist,

wist heel veel. Als je leest hoe ze

dit onderwerp simpel en duidelijk

uitlegt in de Kennemer Kroniek.

Dat kon ze als geen ander.’

‘En, ja, ik heb iets met kerken.

Ieder verhaal over een kerk is er

een, maar dit is wel een heel bijzonder

verhaal.’ Als om zijn liefde

voor kerken te onderstrepen,

klinkt af en toe in zijn werkkamer

een helder klokkenspel. Niet

afkomstig van een Haarlemse

kerk in de buurt, maar van zijn

telefoon, waarop hij een ringtone

van een klokkenspel heeft gezet.

Schoter

manuscriptkaart

Zijn tweede topstuk heeft te

maken met een andere fascinatie:

een manuscriptkaart van

de zeven ambachtsheerlijkheden

waaruit Schoten, de vroegere

plattelandsgemeente ten

noorden van Haarlem, is ontstaan.

‘We hadden geen enkele

zestiende-eeuwse kaart van het

gebied van de zeven historische

heerlijkheden. Tot we in 2007

deze manuscriptkaart op het

spoor kwamen bij een veilinghuis.

We vonden dat we die

koste wat het kost in ons bezit

moesten krijgen.’

Een manuscriptkaart is een originele,

met de hand getekende

kaart waar maar één exemplaar

van bestaat. ‘Deze is ingekleurd

en laat het hele gebied van

Schoten zien. Hij is uit 1525-

1550 en daarmee de oudste

manuscriptkaart van de regio.

We waren heel blij toen we hem

verworven. Er zijn sowieso niet

veel manuscriptkaarten uit deze

periode bewaard gebleven.’

In één zucht

Zijn speciale interesse in Schoten

begon met zijn aanstelling als

stadsarchivaris in 1995. Voor die

tijd was hij plaatsvervangend

rijksarchivaris bij het Rijksarchief

in Zeeland. Bij een antiquair in

Middelburg wilde hij een boek

over Haarlem bemachtigen, maar

Het was

David tegen

Goliath

Uitsnede Caert van Schoten,

circa 1525-1550.

de antiquair, die uit Haarlem

bleek te komen, kwam aanzetten

met Zeven Heerlijkheden, Over

geschiedenis en volksleven van

Oud Schoten.‘ ”Ik vroeg om een

boek over Haarlem,” zei ik tegen

die man. ”Dit ís Haarlem,” reageerde

hij. “In 1927 is Schoten

geannexeerd door de stad.”’

‘Ik heb het boek gekocht en

het in één zucht uitgelezen.

Het typische verhaal van een

plattelandsgemeente die moest

opboksen tegen de grote stad.’

Zijn belangstelling ging toen al

zo ver, dat toen hij naar Haarlem

zou verhuizen, hij een huis wilde

kopen in Haarlem-Noord, en wel

aan de Van Dortstraat, vanwege

34

35


# 18 | Topstuk

Uitsnede Caert van Schoten,

circa 1525-1550.

het uitzicht op de Schoterveenpolder

met de molen. ‘Pas later

kwam ik erachter dat ook Hannie

Schaft daar heeft gewoond.’ Dat

huis ging niet door (het werd

Aerdenhout), maar de geschiedenis

van Schoten liet hem niet

meer los. Sindsdien heeft hij zich

in het onderwerp verdiept, er

lezingen over gegeven en bereidt

hij een boek voor.

Kopje onder

‘Schoten fungeerde vanaf het

einde van de negentiende eeuw

als een soort overloopgemeente

van Haarlem,’ vertelt hij. ‘Om

de toestroom van inwoners

het hoofd te bieden zijn ze

als een gek gaan bouwen: de

36

Transvaalbuurt, Indische buurt,

Bomenbuurt. Huis na huis, straat

na straat. Er kwam een eigen

gasfabriek. Terwijl het gemeentebestuur

op alle mogelijke

manieren werd tegengewerkt

door Haarlem, dat maar één ding

wilde: Schoten inlijven.’

‘Haarlem had zelf een gigagasfabriek,

maar dacht: laat ze

het maar uitzoeken daar. De

gasfabriek van Schoten was

klein en moest steeds weer een

stukje worden vergroot, maar

uiteindelijk kon men het niet

meer bolwerken. Vanwege deze

investeringen én door financieel

wanbeleid ging de gemeente

kopje onder. Haarlem had kunnen

helpen, maar deed het niet.’ Op 1

mei 1927 was de annexatie een

feit. ‘Het was David tegen Goliath,’

zo vat Zoodsma de tragiek

van Schoten samen.

Pistool van

Hannie Schaft

Zijn derde topstuk is het pistool

van Hannie Schaft. ‘Ik dacht:

doe eens gek. Want dit is geen

typisch archiefstuk. Ik wil laten

zien dat we ook andere zaken

hebben dan papier, documenten,

boeken, foto’s. Heel weinig

mensen beseffen dat in het

kielzog van archieven vaak ook

voorwerpen meekomen. In familiearchieven

zitten bijvoorbeeld

poëziealbums of haarlokjes.

In rechtbankarchieven kunnen

moordwapens zitten. Zoals een

klauwhamer, die we aantroffen

in het rechtbankarchief van

Amsterdam.’

Het pistool van een van Haarlems

beroemdste dochters ligt, nauwelijks

opvallend, in een vitrine

in de Heemsteedse kapel van de

Janskerk, waar een permanente

expositie over het vrouwenverzet

te zien is. ‘Als je het vasthoudt,

heb je een bijzondere ervaring,

want Hannie Schaft heeft er verschillende

mensen mee omgelegd.

Zoals de ‘foute’ banketbakker

Pieter Faber, over wie Jan de

Roos vorig jaar een boek heeft

geschreven.’

Wapenvergunning

Het pistool is altijd in het bezit

van het voormalige verzet

gebleven, tot het in de jaren

negentig bij de politie in Haarlem

terechtkwam. ‘Toen wij in 2010

de Heemsteedse kapel wilden

wijden aan verzetshelden, hoorden

we ervan. Ik ben toen wezen

kijken bij het hoofdbureau van

de politie aan de Koudenhorn.

Moet je voorstellen, het pistool

was al lang geleden onklaar

gemaakt, maar werd bewaard

in de wapenkamer, waar verder

karabijnen, steekwapens en ander

vervaarlijk wapentuig lagen.

Als je het vasthoudt,

heb je

een bijzondere

ervaring

Lieuwe Zoodsma bij de tentoonstelling

‘De vele gezichten van Vrouwen in

Verzet’.

“Mogen wij het tentoonstellen?”,

vroeg ik. Dat mocht. ‘Maar op

voorwaarde dat het in een veilige

vitrine kwam. Daartoe hebben we

een vitrine aangeschaft, die ook

in het Vaticaan wordt gebruikt

voor de tentoonstelling van

wereldschatten. Volledig inbraakproof.’

‘Een tweede voorwaarde was,’

vervolgt hij met een besmuikt

lachje, ‘dat ik een wapenvergunning

moest aanvragen. Sinds

2010 ben ik dus de enige archiefdirecteur

in Nederland met

een wapenvergunning! Eén keer

per jaar moet ik naar het politiebureau

om hem te verlengen. En

er komen jaarlijks twee agenten

controleren of het pistool daadwerkelijk

in deze vitrine ligt.’

Dit moordwapen typeren als een

pronkstuk gaat te ver misschien,

maar het is wel verbonden met

een wereldberoemde persoon.

Wat opvalt is dat het zo klein is.

‘Ja,’ beaamt Zoodsma peinzend,

‘klein genoeg voor Hannie Schaft

om ongezien in de zak van haar

jas met zich mee te kunnen

dragen.’ •

37


# 18 | Trots op het nieuwe GeschiedenisLokaal023

Tekst: Lise Koning / beeld: GeschiedenisLokaal023 en Noord-Hollands Archief

Trots op het nieuwe

GeschiedenisLokaal023

Sinds februari 2022 staat het nieuwe GeschiedensLokaal023 online. Samen met de

toen twaalf andere deelnemers hakten het NHA en partners een jaar geleden de knoop

door: na zes succesvolle digitale jaren moest het digitale platform GeschiedenisLokaal

worden herzien om verder te kunnen groeien. Het verplichte thuisonderwijs tijdens de

pandemie overtuigde meer dan ooit van het nut van het GeschiedenisLokaal.

Boven Themapagina Geschiedenislokaal023.

Rechterpagina Tijdslijn Geschiedenislokaal023.

38

Om meer inzicht te krijgen in

de gebruikers en waar ze naar

op zoek zijn, werd onder hen

een enquête gehouden. Het

onderzoek moest bovendien de

sterke en zwakke punten van de

website duidelijk maken. In deze

bijdrage tonen we de resultaten

van dit onderzoek, dat mogelijk

werd gemaakt door het programma

‘Digitaal erfgoed voor

het onderwijs’ van Kennisnet en

Netwerk Digitaal Erfgoed.

Enthousiast

Het gebruikersonderzoek

bestond uit een korte vragenlijst

die van april t/m juni 2020

tegelijkertijd zichtbaar was op

twaalf GeschiedenisLokalen. De

lijst werd bijna drieduizend keer

ingevuld en het vaakst vanaf

GeschiedenisLokaal023.

De uitslag bevestigde dat de gebruikers

net zo enthousiast zijn

over het platform als de makers.

Docenten, leerlingen en andere

historisch geïnteresseerden bezochten

de websites veelvuldig.

Bijna 40% van de bezoekers

bezocht de website voor school

of studie en nog eens 14% was

werkzaam in het onderwijs. De

overige bezoekers speurden

naar informatie uit persoonlijke

interesse (25%), keken rond

(17%) of zochten informatie

voor hun werk buiten het onderwijsveld

(4%). Grofweg trokken

de meeste Lokalen rond de

15%-20% leraren en tussen de

25%-45% leerlingen. Een goede

score!

Kraamzorg

In de lijn der verwachting zijn


# 18 | Trots op het nieuwe GeschiedenisLokaal023

het vooral leraren en leerlingen

die voor het vak Geschiedenis

(90%) het bronnenplatform bezochten.

Maar ook voor andere

vakken zijn er geschikte bronnen

te vinden op de website. Zo

kwamen onder meer de vakken

Aardrijkskunde, Economie, Maatschappijleer,

Nederlands, Drama

en Scheikunde voorbij. Het

meest bijzondere vak waarvoor

een student de website bezocht,

is toch wel het vak Kraamzorg.

Zou het om de bron ‘Warmte en

zuigelingen’ zijn gegaan?

Startpunt

GeschiedenisLokaal is niet alleen

voor leerlingen hét startpunt

voor historisch onderzoek.

Opvallend resultaat is dat bijna

een gelijk aantal leraren uit de

onderbouw van het voortgezet

40

onderwijs (33%) als uit het basisonderwijs

(31%) de website

bezochten. Daarnaast gaf een

kwart van de leraren les aan de

bovenbouw van het voortgezet

onderwijs. Zoals eerder vastgesteld,

waren de grootste groep

bezoekers echter geen leraren,

maar leerlingen. Een kwart van

de bezoekers was 15 jaar of jonger,

gevolgd door 17% procent

bezoekers van tussen de 16 en

24 jaar oud. Ook voor andere

Grootste groep

bezoekers zijn

geen leraren,

maar leerlingen

Vrouwen met baby’s in de wachtkamer

van het consultatiebureau van de

Vereniging Zuigelingenzorg, circa 1911.

historisch geïnteresseerden blijkt

GeschiedenisLokaal een goed

startpunt voor verder onderzoek:

17% van de bezoekers was

ouder dan 65 jaar.

Over het hoofd

Naast het tonen van een vragenlijst

op de GeschiedenisLokalen,

zijn er gesprekken gevoerd met

docenten over het platform.

Uit die gesprekken kwam naar

voren dat het platform niet voor

iedereen even overzichtelijk

was. Vooral de tien tijdvakken,

onder aan de website, zagen de

gebruikers over het hoofd. Wel

waren de docenten zeer positief

over de invulling van de website

en wacht een aantal van hen

met smart op een eigen regionaal

GeschiedenisLokaal.

Overzichtelijk

Alle verbeter- en pluspunten zijn

meegenomen in het ontwerp

en uitvoering van de nieuwe

website. In één oogopslag

zien bezoekers van de nieuwe

website op de homepage de

beschikbare tijdvakken, thema’s

en tools. De bronnenpagina is

voorzien van een overzichtelijk

filter en de eenheid tussen de

GeschiedenisLokalen is duidelijk

geworden dankzij een selectielijst

in het zijmenu. We zijn trots

op het nieuwe GeschiedenisLokaal023!


Lise Koning is publieksgericht

informatiespecialist

bij het NHA, zij beheert tot

medio 2022 het GeschiedenisLokaal023.

41

Voorbeeld van bronnen op Geschiedenislokaal023.


Nieuwe

archieven en

aanwinsten

# 18 | Nieuwe archieven en aanwinsten

Tekst: Harco Gorter / beeld: Noord-Hollands Archief

Kennemer Lyceum

In deze rubriek lichten we de mooiste aanwinsten van de laatste tijd uit.

Eén van de grootste recente

aanwinsten voor het NHA is

het archief van het Kennemer

Lyceum, gevestigd in Overveen.

In 2019 heeft de toenmalige

rector, Peter de Zoete, aan het

NHA aangegeven het archief

over te willen dragen. Aanleiding

hiervoor was het 100-jarig bestaan

van de school in 2020, en

de niet-optimale bewaaromstandigheden.

In 2021 en 2022 is de

daad bij het woord gevoegd. Dit

schoolarchief is bijzonder, omdat

het vrijwel compleet is, waardoor

de ontwikkelingen in het onderwijs

te reconstrueren zijn. Er zijn

zowel stukken over het beleid

van de school bewaard gebleven,

als stukken van en over leerlingen,

zoals schoolopdrachten en

leerlingenkrantjes. Al met al een

waardevolle toevoeging aan het

NHA.

Anton Pieck

In het schoolarchief bevinden

zich interessante stukken, zoals

originele tekeningen van Anton

Pieck, oud-docent van het Kennemer

Lyceum, en verslagen

van werkweken en excursies.

De school organiseerde al vanaf

de jaren twintig regelmatige

kampen en reizen naar het buitenland.

De verslagen, vaak met

foto’s, geven een mooi beeld van

deze excursies.

Tekening van het zijgebouw van het

Kennemer Lyceum, Anton Pieck, 1921.

Op dit moment zijn Harco

Gorter, Mieke Schaap en Bettemiek

Grijns bezig met het

selecteren, beschrijven en

verpakken van het schoolarchief,

waardoor het nog

niet te raadplegen is. Naar

verwachting is het archief

eind 2022 beschikbaar voor

onderzoek.

Voor een overzicht van alle nieuwe archieven kijk op: noord-hollandsarchief.nl/

collecties/archieven/nieuwe-archieven.

42

Prijsvraag over leraren voor de leerlingen uitgeschreven door De Lyceumkrant.


Noord-Hollands Archief

Janskerk

Jansstraat 40

2011 RX Haarlem

023 - 517 27 00

www.noord-hollandsarchief.nl

info@noord-hollandsarchief.nl

@nharchief

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!