Margarine Vetten Oliën - ISPT Institute for Sustainable Process ...

ispt.eu

Margarine Vetten Oliën - ISPT Institute for Sustainable Process ...

Productschap

Margarine

Vetten

Oliën

Op weg naar

energiezuinige

processen en

een biobased

economy

Routekaart MVO


Routekaart MVO

Op weg naar energiezuinige processen

en een biobased economy

Routekaart MVO

Een gezamenlijk initiatief van:

Productschap MVO

Frank Bergmans (projectleider) en Frans Claassen

(eindverantwoordelijke Routekaart)

Atos Consulting

Rien Gouweloos, Hanneke Lankveld, Sven Oudkerk

(procesbegeleiders)

Mogelijk gemaakt met ondersteuning van

Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en

Innovatie via Agentschap NL

Stefan Schuurmans Stekhoven (projectsecretaris)

Agentschap NL

Ministerie van Economische Zaken,

Landbouw en Innovatie

MVO | 1


Routekaart MVO

De MVO-Routekaart is

uitgevoerd door de bedrijven

uit de MVO-sector en mede

mogelijk gemaakt door:

2 | MVO

Watercycle Research Institute


Inhoud

1 De MVO-sector en de Routekaart 10

1.1 Inleiding en doelstelling Routekaart 10

1.2 Visie van de MVO-sector 10

1.3 Afbakening 11

2 Introductie MVO-sector 13

2.1 De sector in vogelvlucht 13

2.2 Kansen voor de MVO-sector 14

2.3 De MVO-sector, energie en duurzaamheid 15

2.4 Over het Productschap MVO 17

3 Naar een duurzame MVO-sector 18

3.1 Innovaties in proces-efficiëntie – Energiebewust procesbeheer 19

3.2 Innovaties in proces-efficiëntie – Waterbeheer 24

3.3 Innovaties in proces-efficiëntie – Membranen 27

3.4 Innovaties naar de biobased economy – Valoriseren oliën en vetten 32

3.5 Innovaties naar de biobased economy – Valoriseren melen 38

4 Energiegebruik van de MVO-sector op weg naar 2030 44

4.1 Scenario’s 44

4.2 Productieproces 44

4.3 Ketenprojecten 46

4.4 Duurzame energie 47

4.5 Conclusies 47

5 Actieprogramma 48

5.1 In samenwerking tot actie 48

5.2 Sturing en communicatie 50

5.3 Innovaties tot 2030 50

Bijlage 1 Werkgroepen Routekaart MVO 53

Bijlage 2 Contactgegevens betrokken expertisepartijen 54

Bijlage 3 Gebruikte afkortingen 54

Bijlage 4 Mogelijkheden waterhuishouding MVO-sector 56

Bijlage 5 Factsheet MVO VAPRO-cursus ‘De energiebewuste operator’ 58

Routekaart MVO

MVO | 3


Routekaart MVO

4 | MVO


Voorwoord

Het is goed om ook in economisch sombere tijden naar de toekomst te kijken die verder aan de horizon

ligt. Dit MVO-Routekaartrapport toont een positief perspectief voor 2030. Innovaties maken het mogelijk

om efficiënter om te gaan met energie en innovatieve technologieën brengen nieuwe producten op

bestaande en nieuwe markten.

De tijd is er rijp voor. Stijgende grondstofprijzen en aandacht voor duurzame ontwikkeling zijn een stimulans

om de mogelijkheden van hernieuwbare grondstoffen nader te onderzoeken. En extra aandacht

voor energie kan helpen om de concurrentiepositie te verstevigen. Met een sterke agro-industrie,

chemie en logistiek is Nederland bovendien in de ideale positie om alle ketenpartijen voor een biobased

economy bij elkaar te brengen.

Maar innovatie gaat niet vanzelf. De studies die zijn uitgevoerd tijdens de Routekaart laten zien dat er

potentie is maar de benodigde innovatieve technologie moet nog worden ontwikkeld, is nog niet ver

genoeg doorontwikkeld of moet nader worden getest. Ook de verbeterde prijs-prestatieverhouding

van nieuwe product/marktcombinaties moet de huidige en toekomstige afnemers overtuigen. Dit

vraagt inzet, creativiteit, doorzettingsvermogen en bereidheid tot investeren in onderzoek. Dit rapport

biedt aanknopingspunten voor bestaande en potentieel nieuwe afnemers van de MVO-keten, zoals de

diervoederindustrie en de chemiesector.

Het Bestuur dankt de medewerkers uit de MVO-bedrijven voor hun inzet en bijdrage in de diverse

werkgroepen en workshops. Zonder hun inbreng had dit resultaat nooit tot stand kunnen komen. Hun

commentaar bij de uitvoering van de diverse studies heeft gezorgd voor een voor de sector bruikbaar

resultaat. Bovendien zijn we het ministerie van EL&I, Agentschap NL en de betrokken externe adviseurs

erkentelijk voor hun bijdrage aan dit project.

Het Bestuur heeft goedkeuring gegeven aan dit rapport en roept alle MVO-bedrijven op om hun

commitment te geven aan de in deze Routekaart beschreven trajecten.

Namens het Bestuur van Productschap MVO,

Wim Oosterhuis Frans Claassen

Voorzitter Secretaris / directeur

Routekaart MVO

MVO | 5


Routekaart MVO

Samenvatting

Doelstelling Routekaart

De MVO-Routekaart geeft invulling aan de derde MeerJaren-

Afspraken energie-efficiëntie (MJA3). Het Productschap MVO

heeft de Routekaart in samenwerking met de bedrijven in de

sector opgesteld en bouwt voort op de Voorstudie uit 2010. Op

deze wijze vervult het Productschap zijn rol als facilitator voor het

behalen van duurzaamheidsdoelstellingen in de MVO-sector.

De doelstelling van een Routekaart is 30% energie-efficiëntie

verbetering in 2020 ten opzichte van 2005, met een werkhypothese

van 50% energie-efficiëntie verbetering in 2030. De

MVO-sector heeft in 2010 al 8% energiebesparing uit procesmaatregelen

ten opzichte van 2005 gerapporteerd. Met de in

deze Routekaart benoemde innovaties en innovatietrajecten kan

de sector tot 2030 hier ongeveer 22% (2,0 PJ) aan toevoegen.

Een veelvoud aan energiebesparing kan echter worden behaald

door in de chemie grondstoffen op basis van fossiele oliën te

vervangen door producten uit de MVO-sector op basis van

biomassa.

Deze Routekaart past in de visie van het Productschap op de

sector: een internationale concurrerende sector die zijn maatschappelijke

verantwoordelijkheid neemt. De MVO-sector is al

sinds 1993 een actieve deelnemer aan de achtereenvolgende

MJA’s. Hij heeft over de gehele looptijd gemiddeld 2% per jaar

efficiëntieverbetering weten te bereiken en toont met deze

Routekaart aan dat hij voortvarend verder gaat op de ingeslagen

weg. Als onderdeel van complexe internationale productieketens

speelt hij ook een belangrijke rol in het stimuleren van duurzaamheid

in aanpalende sectoren.

In de Voorstudie zijn een aantal richtingen geselecteerd, die

verder zijn uitgewerkt in deze Routekaart. Er zijn kansrijke innovaties

geïdentificeerd, die energiewinst opleveren en een aanwijsbaar

marktpotentieel hebben voor de MVO-bedrijven. Diverse

gerenommeerde kennisinstellingen hebben in het kader van de

Routekaart deze innovaties nader onderzocht. Per innovatie is

het potentieel geschetst en is het duidelijk waar uitdagingen en

randvoorwaarden liggen. Het onderzoek heeft de overtuiging

versterkt dat duurzame ontwikkeling en winstgevendheid in de

MVO-sector hand in hand kunnen gaan.

6 | MVO

Voor u ligt de Routekaart voor de Margarine, Vetten en Oliën (MVO) sector.

De Nederlandse MVO-sector is een gezonde en in de afgelopen jaren groeiende

sector met een omzet in 2011 van 5,6 miljard euro. De MVO-bedrijven zijn internationaal

toonaangevend en hebben door een uitstekende technische en kennisinfrastructuur

en moderne productiefaciliteiten een sterke concurrentiepositie.

Het onderzoek is uitgevoerd rond twee innovatiethema’s.

Membranen, water en energiebesparing door gedrag betreffen

(interne) innovaties door proces-efficiëntie. Innovaties richting

de Biobased Economy omvatten (keten) innovaties, die gericht

zijn op het produceren van innovatieve producten voor (nieuwe)

markten. Onder het thema Innovaties richting de Biobased

Economy wordt onderscheid gemaakt in het valoriseren van oliën

en vetten en het valoriseren van melen (droge fracties).

Innovaties door proces-efficiëntie – Energiebesparing

door gedrag

De MVO-sector heeft al veel bereikt op het gebied van energiebewust

procesbeheer. Tegelijk is er de wetenschap dat er nog

een aanzienlijk potentieel onbenut is. Door verdere stappen

rond bewust duurzaam en energie-efficiënt werken, de invoering

van geavanceerde meet- en kwaliteitssystemen en procesoptimalisatie

verwacht de sector richting 2030 nog ongeveer

15% extra energie-efficiëntie te kunnen bereiken, bij het huidige

productievolume ruim 1.400 TJ. Als concrete eerste stap is in het

kader van het Routekaarttraject de cursus “De energiebewuste

operator” ontwikkeld, waarvan een effect van 2% (2,0 TJ) op het

energieverbruik wordt verwacht. De verwachting is dat de cursus

een stimulans zal zijn voor verdere verbetervoorstellen voor

energie-efficiënt werken.

Innovaties door proces-efficiëntie – Water

In deze Routekaart is een twaalftal kansrijke maatregelen

bijeengebracht om het verbruik van water en het daaraan

gerelateerde energieverbruik binnen de in Nederland gevestigde

productiefaciliteiten terug te brengen. Vaak zijn deze innovaties

interessant voor een of enkele specifieke bedrijven in de sector.

Concrete substantiële energiebesparingen worden vooral

verwacht van de monitoring van de kwaliteit van het condensaat,

verwijdering van mineralen uit ketelvoedingswater en

anaerobe behandeling van afvalwater. Totaal kan een besparing

bij het huidige productievolume van meer dan 170 TJ worden

bereikt. De economische haalbaarheid van deze innovaties

vergt nader onderzoek. Daarom is besloten tot de eerste stap:

de ontwikkeling van een rekenmodel om watergebruik en

kosten en baten van deze maatregelen op bedrijfsniveau te

bepalen.


Innovaties door proces-efficiëntie – Membranen

Een membraan is een scheidingsvlak dat stoffen beneden een

zekere molecuulgrootte doorlaat en daarboven niet. Membranen

kunnen dus worden gebruikt om oplossingen en gassen te

scheiden. De waarde voor de MVO-sector ligt erin dat membranen

de mogelijkheid hebben dit tegen lagere kosten en energiegebruik

te doen ten opzichte van de nu gebruikte technologieën. De

belangrijkste kandidaten voor toepassing zijn het scheiden van

hexaan uit ruwe olie, het ontslijmen van olie en het terug winnen

van het oplosmiddel (aceton) bij natte fractionering. Na onderzoek

lijkt toepassing voor verwijdering van vrije vetzuren uit olie minder

kansrijk. Membranen zijn tot nu in de MVO-sector weinig toegepast

omdat zij snel dichtslibben. Door het gebruik van vibrerende

membranen lijkt dit probleem opgelost en is de technologie klaar

voor applicatieonderzoeken op semi-pilotschaal om de betrouwbaarheid

te bewijzen. Bij het huidige productievolume ligt een

besparing van ruim 500 TJ in het verschiet.

Innovaties richting de Biobased Economy – Valoriseren

oliën en vetten

Onder valorisatie verstaan wij de conversie van een grondstof of

tussenproduct tot de meest waardevolle combinatie van eindproducten.

Voor oliën en vetten ligt het belangrijkste toepassingsgebied

in bioplastics. De oleochemie, onderdeel van de MVOsector,

biedt uitzicht op energiezuinige productie van bioplastics

en andere kunststoffen die langketenige koolstofketens vergen,

zoals voor thermoharders en textielvezels. Biobased productie

op basis van suikers en zetmelen is hiervoor minder geschikt.

Het marktaandeel van oleochemieproducten ten opzichte van de

minerale oliën in de organische chemie kan in 2030 verdubbelen

tot 10%. Voorwaarden zijn een toename van productie van oliën

en vetten (door bijvoorbeeld gisten en schimmels), de acceptatie

van GGO’s en een ‘level playing field’ voor alle producten die olie

als grondstof hebben.

Innovaties richting de Biobased Economy – Valoriseren

melen

Als nevenproduct produceert de MVO-sector een grote hoeveelheid

dierlijk en plantaardig meel. Valoriseren van deze melen

draagt bij aan de totale energie-efficiëntie en de winstgevendheid

van het MVO-bedrijf. In het kader van de biobased economy is

daarom onderzoek uitgevoerd naar nieuwe toepassingen voor

dit meel en de componenten daarin zoals eiwitten en vezels in

het bijzonder uit zonnebloempitten, raapzaad en dierlijk meel.

Alhoewel de focus van de MVO-Routekaart ligt op de productieprocessen

van oliën en vetten kunnen nieuwe en verbeterde

conversieroutes voor meel bijdragen tot een grotere energie-

efficiëntie van de gehele productieketen. Er zijn 19 concrete

mogelijkheden benoemd. Om te bepalen wat hieruit de meest

kansrijke zijn, is nader onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden

van de eiwitten nodig. In eerste instantie betreft dit

Routekaart MVO

onderzoek naar de functionaliteiten van de diverse eiwitten, de

mogelijkheden als grondstof voor de productie van bioplastics

en verhoging van de verteerbaarheid door hydrolisering. Deze

Routekaart focust op meel van raapzaad, zonnebloempitten en

dierlijk materiaal. Soja en sojameel zijn belangrijke grondstoffen in

de MVO-sector maar zijn buiten beschouwing gelaten vanwege

de hoge nutritionele waarde van sojameel voor de diervoederindustrie.

Een vuistregel zegt dat een biobased productieroute 50% minder

energie verbruikt dan de huidige productieroute gebaseerd

op fossiele grondstoffen. Naast de materiaal-gerelateerde

koolstofvervanging biedt gebruik van biomassa de mogelijkheid

om conversie te realiseren door energie-extensieve biotechnologische

processen, waarmee energie-intensieve thermochemische

omzetting kan worden vervangen. Bij het huidige productievolume

en marktaandeel van MVO in de organische chemie

betekent dit, voor oliën en melen samen, een energiebesparing

van 13 PJ. Afhankelijk van het veronderstelde groeiscenario voor

deze substitutie van fossiele door biobased grondstoffen kan dit

oplopen tot boven de 50 PJ. Potentieel kan de MVO-sector dus

voor energiebesparingen staan die een orde groter zijn dan de

50% energie-efficiëntie doelstelling uit de MJA3.

MVO-sector in samenwerking met partners en overheid

De Routekaart geeft inzicht in de mogelijkheden die de MVObedrijven

individueel kunnen oppakken. Daarnaast is het duidelijk

dat een substantiële energie-efficiëntie verbetering alleen bereikt

kan worden als er een gezamenlijke aanpak en partnerships

worden ontwikkeld. Hierbij kan het Productschap MVO een rol

spelen. De sector zoekt niet alleen partners in de eigen omgeving

maar ook daarbuiten, zoals in de chemie (valorisatie oliën) en in

de diervoederindustrie (valorisatie melen).

De MVO-sector zoekt aansluiting bij het topsectorenbeleid van

de overheid. Actief overheidsbeleid om de transitie naar een

biobased economy te stimuleren is van groot belang. Daarbij

moet een gelijk speelveld voor bio-energie en andere biobased

toepassingen worden gecreëerd. De overheid kan marktintroducties

gemakkelijker maken door passende wet- en regelgeving,

Green Deals of door als launching customer op te treden.

Daarnaast verwacht de sector gerichte financiële ondersteuning

voor onderzoek.

Tenslotte

Op basis van maatregelen binnen de productieprocessen van de

eigen sector verwacht MVO in het tijdvak 2005-2030 een energieefficiëntie

van ruim 30% te realiseren. Nog veel grotere besparingen

liggen in het verschiet door samen met ketenpartners en

overheid het potentieel van de biobased economy te ontwikkelen.

De MVO-sector zal actief deze samenwerking opzoeken.

MVO | 7


Routekaart MVO

8 | MVO


Leeswijzer

Hoofdstuk 1 is de inleiding voor de Routekaart en geeft op hoofdlijnen weer hoe de MVO-sector vorm

en inhoud heeft gegeven aan de Routekaart. Daarnaast beschrijft dit hoofdstuk welke onderdelen niet

zijn meegenomen in de Routekaart (afbakening).

Hoofdstuk 2 beschrijft de sector in vogelvlucht, op welke manier hij al jaren vorm geeft aan duurzame

ontwikkeling en energie en welke rol het Productschap MVO speelt in de sector.

Hoofdstuk 3 is het hart van het rapport. Het laat zien welke Routekaart-trajecten tot 2030 de sector in

2011 heeft ontwikkeld. In de paragrafen 3.1 tot en met 3.5 worden innovaties besproken. Elk van deze

paragrafen is als volgt opgebouwd:

• Inleiding

• Mogelijkheden van de innovatie voor de MVO-sector

• Impact van de innovatie op de MVO-sector

• Ontwikkeltraject voor de MVO-sector, met randvoorwaarden en aanbevelingen vanuit de diverse

rapporten voor de individuele MVO-bedrijven

• Conclusies inclusief een beschrijving van de focus die het Productschap MVO heeft gekozen binnen

de innovatie.

Hoofdstuk 4 beschrijft welke impact de innovaties uit hoofdstuk 3 hebben op het behalen van de

MJA3-doelstelling in 2030.

Hoofdstuk 5 laat zien op welke manier de MVO-sector invulling kan geven aan het uitvoeren van de

innovaties door middel van samenwerking met partijen in en buiten de sector. Dit hoofdstuk toont

de acties in onderlinge samenhang volgens het pad van innovatie tot aan 2030. De acties zelf zijn al

beschreven in hoofdstuk 3.

Aan dit rapport ligt onderzoek ten grondslag van vier kennisinstellingen en adviesbureaus:

• Food & Biobased Research van Wageningen UR

• Valorisation of Plant Production Chains van Wageningen UR

• EproConsult

• Membraan Applicatie Centrum Twente

De adviesbureaus KWR en Wetsus hebben een bijdrage geleverd aan een workshop over waterbeheer

in de MVO-industrie. Advies- en trainingsorganisatie VAPRO heeft samen met het Productschap MVO

de cursus ‘De energiebewuste operator’ ontwikkeld.

De onderzoeksrapporten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij Productschap MVO (Frank Bergmans,

bergmans@mvo.nl).

Routekaart MVO

MVO | 9


Routekaart MVO

De MVO-sector en

de Routekaart

1.1 Inleiding en doelstelling Routekaart

De Margarine, Vetten en Oliën (MVO) sector heeft een Routekaart

opgesteld: een instrument ter realisatie van de derde MeerJaren-

Afspraken energie-efficiëntie (MJA). De MJA is een convenant

tussen de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven om in

samenwerking tot energie-efficiëntie verbetering te komen. De

doelstelling is 30% energie-efficiëntie verbetering in 2020 ten

opzichte van 2005, met een werkhypothese van 50% energieefficiëntie

verbetering in 2030. De doelstelling van 50% in 2030

is niet haalbaar door optimalisatie alleen: nieuwe en grotere

veranderingen en ideeën zijn nodig. De Routekaart voorziet in het

genereren van deze veranderingen en ideeën met ondersteuning

vanuit het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en

Innovatie.

De Routekaart is één van de mogelijkheden voor de MVO-sector

om zijn sterke positie te behouden en zelfs te vergroten. Hier

wordt niet alleen gekeken naar de (technologische) mogelijkheden

om energie-efficiëntie verbeteringen in de eigen sector

te realiseren, maar ook op welke manier de MVO-sector, door

intensieve samenwerking met verschillende ketenpartners, kan

komen tot energie-efficiëntie verbetering in de diverse ketens

waarin de MVO-sector een rol speelt.

De MVO-sector is er van overtuigd dat bedrijfscontinuïteit goed

samengaat met duurzame ontwikkeling en ziet dan ook geen

bedreigingen maar kansen. Vanuit dit perspectief is het Productschap

MVO gestart met de Routekaart, als vervolgstap op de

Voorstudie uit 2010. Uit de Voorstudie bleek dat de sector reeds

actief werkt aan diverse onderdelen van duurzame ontwikkeling.

10 | MVO

De Routekaart bouwt verder op de ingezette route van de sector

naar 2030.

1.2 Visie van de MVO-sector

De Routekaart beschrijft de wijze waarop de MVO-sector zijn

ambitie ten aanzien van de MJA gaat realiseren. In 2030 is de

MVO sector een innovatieve, transparante en rendabele sector,

die streeft naar een significante bijdrage aan de verduurzaming

van de samenleving. Een centrale maatschappelijke positie is

daarbij van belang. Deze ambitie sluit aan bij de visie van het

Productschap MVO:

‘Het Productschap MVO zet zich

samen met het bedrijfsleven in voor een

internationale concurrerende sector die

zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid

neemt.’

Er is gekozen voor het ontwikkelen van (innovatieve) producten

en technologieën, maar er is ook gekozen voor het optimaliseren

van de huidige processen door middel van gedrag. Er is gekeken

naar de verwachte impact op de energiehuishouding en duurzaamheid

en naar de bijdrage aan de toegevoegde waarde van

de sector (positionering op de markt). De Routekaart omvat de

volgende twee thema’s:

• Innovaties in proces-efficiëntie

• Innovaties naar de biobased economy


Deze innovaties zijn verder uitgewerkt in deel-innovaties, die door

de individuele MVO-bedrijven alsmede in sectorverband kunnen

worden uitgevoerd. De innovaties zijn zo concreet mogelijk

uitgewerkt zodat de bedrijven de betreffende innovaties gemakkelijk

kunnen overnemen in hun eigen bedrijfsbeleid.

Door deze combinatie van realisme (korte termijn) en innovatie

(middellange tot lange termijn) voorziet de MVO-sector een

versterkte concurrentiepositie in 2030: door het continueren van

kostenbesparingen (o.a. door energie-efficiëntie), door de huidige

klanten op dezelfde hoogwaardige wijze te blijven bedienen, door

het consolideren van bestaande markten en door het aanboren

van nieuwe markten. Daarnaast geven de diverse innovaties een

stimulans aan duurzame ontwikkeling in de MVO-sector en ver

daarbuiten.

1.3 Afbakening

Het uitvoeren van een Routekaart betekent maken van keuzes en

daarmee afbakenen van onderwerpen. Figuur 1 geeft weer welke

onderdelen van de keten binnen de scope van de Routekaart

vallen. De volgende onderwerpen zijn niet meegenomen in de

Routekaart:

• Duurzame energie

• Teelt

• Bleekaarde

Duurzame energie

In het onderzoek voor deze Routekaart is, in navolging van de

Voorstudie en voorgaande jaren binnen de MJA, geen structureel

onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor de opwekking of het

Routekaart MVO

gebruik van duurzame energie. De MVO-sector produceert zelf

biobrandstoffen maar voorziet geen grote innovaties binnen het

onderwerp duurzame energie voor de sector zelf. Deze heeft het

laaghangende fruit als geplukt (bijvoorbeeld in gebruik name van

warmte-krachtkoppeling (WKK) installaties). Duurzame energie zal

als product wel worden ingekocht indien het prijstechnisch gaat

concurreren met de huidige conventionele energieproducten.

Teelt

Er is al veel gaande op het gebied van de teelt en het Productschap

MVO zet zich al jaren in voor een duurzame teelt. Daarnaast

is teelt nodig voor productie van gewenste eigenschappen

en samenstelling van oliën. Echter de invloed van een Routekaart

op de teelt, die zich in het buitenland bevindt, is zeer beperkt.

Daarom is er voor gekozen, conform de Voorstudie, om teelt

buiten de Routekaart te laten.

Bleekaarde

Bleekaarde is tijdens de Voorstudie genoemd als een thema

dat potentie leek te hebben voor de MJA3-doelstellingen. Het is

echter gedurende de Routekaart gebleken dat bleekaarde toch

weinig kansen biedt om significante energie-efficiëntie verbeteringen

te realiseren. Er is een korte studie gedaan naar mogelijkheden

om bleekaarde te verwerken. Een overzicht hiervan is bij

het Productschap op aanvraag verkrijgbaar.

MVO | 11


Routekaart MVO

12 | MVO

Teelt

Figuur 1 De MVO-sector in beeld (teelt,

productie en toepassingen) en afbakening

voor de Routekaart

Productie

Toepassingen


Introductie MVO-sector

Figuur 2

Oliën en vetten in de Nederlandse industrie en toepassingen (2010)

Binnenlandse leveringen van vetten en oliën naar bestemming (2010) Oliën en vetten in de Nederlandse industrie (2010)

53%

1,5 miljoen ton 3,7 miljoen ton

Levensmiddelen Energieopwekking Oleochemische producten

Diervoeder

Margarine, frituurvet, brood en banket, soepen, sauzen, zepen, wasmiddelen,

diervoeder, biodiesel, smeermiddelen, medicijnen en cosmetica

2.1 De sector in vogelvlucht

Natuurlijke oliën en vetten vinden hun weg naar vele soorten

producten. De MVO-sector voegt waarde toe en geeft structuur

aan diverse voedings-, gezondheids- en verzorgingsproducten

die de consument dagelijks gebruikt.

De MVO-sector kent een plantaardige en een dierlijke component

en levert aan diverse ketens in Nederland zoals de voedingsmiddelenindustrie

(54%), de diervoederketen (23%), de (oleo)

chemische industrie (6%) en de energiesector (17%) (zie ook

Figuur 2). Hier levert de sector de hoogwaardige (hulp- of grond)

stoffen die voor deze ketens van belang zijn zoals oliën voor

voedingsmiddelen, eiwitten voor diervoeder, bulkchemicaliën voor

de chemie of biodiesel.

Alle producten worden door de MVO-sector met zorg en

aandacht geproduceerd uit ruwe plantaardige oliën, oliezaden

en dierlijke vetten (zie ook Figuur 2). Ruwe plantaardige oliën en

oliezaden worden voor ruim 98% geïmporteerd. Globaal ziet de

herkomst van de MVO-grondstoffen er als volgt uit:

• Palmolie: Zuidoost-Azië

• Soja: Noord- en Zuid-Amerika

• Raapzaad (voor raapolie) en zonnebloempitten: Oost-Europa

• Kokosvet: Azië

• Dierlijk vet: voornamelijk uit Nederlandse slachterijen.

18%

19%

10%

47%

Palmolie Sojaolie

Kokosvet

Raapolie

6%

5%

13%

9%

14%

6%

Overige plantaardige oliën Dierlijke vetten

Routekaart MVO

In Nederland worden de grondstoffen verder bewerkt in één van

de 49 productielocaties (zie tabel 1).

Productielocaties in MVO-sector in Nederland #

Verwerkers oliezaden (crush) 5

Uitsmelters dierlijke vetten 9

Raffinadeurs/harders 13

Margarine-/spijsvetfabrikant 8

Vetrecyclingbedrijven 7

Oleochemie 1

Opslagbedrijven 6

Totaal 49

Tabel 1 Productielocaties MVO-sector 2011

De grondstoffen worden bewerkt tot olie met de gewenste eigenschappen.

Om oliën specifieke smelteigenschappen en structuur

te geven, voor bijvoorbeeld margarine, volgen extra bewerkingsstappen.

De voornaamste MVO-processen zijn crush (het malen

van de plantaardige grondstoffen), raffinage (van ruwe olie tot

zuivere olie), margarine- en sausproductie, verwerking van slachtbijproducten

en oleochemie (productie van energieproducten en

chemicaliën, waaronder biotransportbrandstoffen als biodiesel).

Zonnebloemolie

MVO | 13


Routekaart MVO

KADER 1

Facts & figures

MVO-sector op een rijtje

De MVO-sector omvat alle bedrijven die actief zijn in de

verwerking van of handel in oliezaden en verwerking of

productie van plantaardige oliën, dierlijke vetten en de

producten die daarvan gemaakt worden.

• Productiewaarde (2011): 5,6 miljard euro

• Aantal medewerkers: 5.300

• Stabiel consumptief verbruik per hoofd van de bevolking

van vetten en oliën (2010) 20,6 kilogram

• Sterke concentratie van MVO-bedrijven in en rond

Rotterdamse en Amsterdamse havens

• De invoer van MVO-producten in 2010 steeg met

134.000 ton, de waarde van de invoer steeg met 675

miljoen euro.

• De binnenlandse leveringen van vetten en oliën namen in

2010 met 8,4% toe tot 1,567 miljoen ton

De MVO-sector zorgt er tevens voor dat de grondstoffen

optimaal worden verwerkt: ook de rest- en bijproducten worden

ingezet in de meest hoogwaardig mogelijke toepassingen.

De sector past het streven toe van Rethink (grondstoffenvoorziening),

Reduce (energieverbruik, ecologische voetafdruk en

milieubelasting) & Reuse (hergebruik reststromen). Daarom zijn er

in de sector weinig bij- en reststromen waarvoor geen geschikte

verwerking of toepassing is.

14 | MVO

2.2 Vandaag en de toekomst: de

sector in ontwikkeling

Kansen voor de MVO-sector

Toenemende consumptie van oliën en vetten, groeiende vraag

naar hoogwaardige en gezonde producten, biobrandstoffen,

biobased economy, technologische innovaties en multilaterale en

regionale vrijhandelsinitiatieven.

Bedreigingen voor de MVO-sector

Druk op beschikbare grondstoffen, economische crisis, opkomst

lokale productie in productielanden, concurrentie vanuit andere

sectoren, ontbrekende acceptatie genetisch gemodificeerde

organismen (GGO’s), grillige consumentenmarkt en veranderende

eisen aan voeding.

Er zijn allerlei ontwikkelingen gaande in de omgeving van de

MVO-sector: politieke, economische, sociale, maar ook duurzaamheidsontwikkelingen.

Het gaat om complexe processen in

internationale ketens met veel belanghebbenden. Om verandering

te bewerkstelligen is samenwerking met betrokken bedrijven,

overheden en maatschappelijke organisaties cruciaal. Nederland

speelt daarin internationaal een toonaangevende rol. De MVOsector

kan het hoofd bieden aan deze ontwikkelingen door een

aantal unieke en sterke kenmerken:

• Moderne productiefaciliteiten

• Productdifferentiatie

• Een sterke kennispositie

• Een goede infrastructuur

• Ketensamenwerking ten behoeve van duurzame grondstoffen

• Sterke, internationaal concurrerende bedrijven

De Nederlandse MVO-sector is een grote verwerker van

olie houdende zaden (top 3 Europa) en behoort tot de grootste

producenten in Europa van geraffineerde en bewerkte plantaardige

oliën en vetten. Nederland kent tevens een sterke

diervoeder- en voedingsmiddelenindustrie die de positie van de

Nederlandse MVO-sector versterkt. Al deze kenmerken zorgen

er voor dat de benoemde kansen met beide handen worden

aangepakt en de bedreigingen het hoofd worden geboden.


2.3 De MVO-sector, energie en

duurzaamheid

De MVO-sector neemt al sinds 1993 deel aan de Meerjarenafspraak

Energiebesparing (MJA1, 2 en 3). Het (primair) energiegebruik

van de MVO-sector in 2010 was 8.431 TJ (zie Figuur 3

en kader 2).

Figuur 3 laat zien dat het primair energieverbruik over de periode

2005-2010 is toegenomen. Energie-efficiëntie maatregelen in het

productieproces hebben in deze periode 8% besparing opgeleverd.

De stijging is het gevolg van een stijging in productievolume van de

MVO-sector: de Nederlandse oliezadenverwerking en productie

van ruwe vetten en oliën en schroot is deze zelfde periode met

28,7% gegroeid. Ook andere productiecijfers vertonen een stijgende

lijn: bewerkte oliën en vetten +6,4%, raffinagevetzuren + 15%,

margarines, halvarines en spijsvetten 23%.

De sector heeft over de gehele looptijd gemiddeld 2% per jaar

efficiëntieverbetering weten te bereiken en loopt op schema.

De belangrijkste maatregelen ten aanzien van energie-efficiëntie

verbetering hebben tot nu toe gelegen op het gebied van

good housekeeping en procesefficiëntieverbetering. Een aantal

concrete voorbeelden van verbeteringen (op sectorniveau) zijn:

Figuur 3

Ontwikkeling primair energiegebruik

over de periode 2005-2010 van de MVO-sector

9.000

8.000

7.000

6.000

5.000

4.000

3.000

2.000

1.000

0

Aardgas

Elektriciteit

Bron: Voortgangsrapport MJA-monitoring over 2010 Margarine-, Vetten- en

Oliënindustrie, Agentschap NL 2010

Figuur 10

2005 2006 2007 2008 2009 2010

Verdeling kunststoffenmarkt naar product

KADER 2

Energie tastbaar maken

Routekaart MVO

1 Petajoule (PJ) komt overeen met het jaarlijkse energiegebruik

van 12.000 huishoudens. 1 PJ is gelijk aan 10 15

joules en is gelijk aan 1000 Terajoule (TJ). 1 TJ is dus gelijk

aan 10 12 joule.

In 2010 gebruikten de deelnemende MVO-bedrijven samen

8.431 TJ primaire energie. Dit komt overeen met het

gemiddelde jaarlijkse energiegebruik (elektra en gas samen)

van ruim 100.000 Nederlandse huishoudens.

Bron: Voortgangsrapport MJA-monitoring over 2010 Margarine-, Vetten- en

Oliënindustrie, Agentschap NL 2010

• Optimalisatie van het degummingsproces (ontslijmen) leverde

14,2 TJ op

• Stoomejecteurs vervangen door vacuümpompen leverde

11 TJ op

• Luchtlekkages verhelpen leverde 9,4 TJ op

• Optimalisatie van transporten leverde 4,3 TJ op

In 2009 hebben alle MJA3-deelnemers (zie kader 4) per vestiging

een Energie-efficiëntie plan (EEP) opgesteld voor de periode

2009-2012. In het EEP is de energie-efficiëntie doelstelling

vastgelegd en gekoppeld aan concrete energiebesparingsmaat-

Figuur 4

Uitgevoerde maatregelen MVO-sector 2006-2010

Energieverbruik (TJ) 350

MJA2 MJA3

Energieverbruik (TJ)

300

250

200

150

100

50

0

2006 2007 2008 2009 2010

Procesefficiency

Duurzame energie

Ketenefficiency

Bron: Voortgangsrapport MJA-monitoring over 2010 Margarine-, Vetten- en

Oliënindustrie, Agentschap NL 2010

MVO | 15


Routekaart MVO

regelen samen met een planning om deze uit te voeren. De

EEP’s worden vierjaarlijks opgesteld, conform de eisen vanuit

de MJA. De EEP’s over de periode 2009-2012 zijn allen positief

beoordeeld door Agentschap NL.

De inhoud van de EEP’s vormt de basis voor het meerjarenplan

(MJP) van de MVO-sector. Het MJP over de periode 2009-2012

kent voor 2012 een doelstelling ter verbetering van de energieefficiëntie

van 12,7% ten opzichte van het basisjaar 2008. Deze

doelstelling is opgebouwd uit maatregelen op het gebied van

procesefficiëntie (10,7%), duurzame energie (1,8%) en ketenprojecten

(0,2 %) (zie ook Figuur 4). Duurzame energie heeft voor de

MVO-sector een lagere prioriteit (zie paragraaf 1.3 ‘Afbakening’

voor onderbouwing waarom duurzame energie geen onderdeel

van de Routekaart uitmaakt).

De sector heeft ook breder dan voor alleen energie een aantal

ambities geformuleerd op het gebied van duurzaamheid en ook

daarvoor al goede resultaten behaald.

Ambities MVO-sector

• Eind 2015 worden er in het geval van palmolie, sojaolie en

dierlijk vet alleen nog maar duurzame grondstoffen gebruikt en

zijn er voor andere grondstoffen concrete stappen gezet voor

verduurzaming

• Stimuleren goed opgeleide werknemers en interesse voor

werken in de MVO-sector

• Toename gebruik van duurzame oliën en vetten

KADER 3

Bedrijven die deelnemen aan de

MJA3 verplichten zich ertoe:

• Zich in te spannen om gezamenlijk 30% energie-efficiëntie

verbetering te bereiken in de periode 2005-2020

• Vierjaarlijks een energie-efficiëntieplan (EEP) op te stellen

• Zogenoemde ‘zekere’ besparingsmaatregelen uit te

voeren (terugverdientijd kleiner dan vijf jaar)

• Systematische energiezorg in te voeren

• Zich in te spannen om energie-efficiëntie door middel

van ketenefficiëntie en duurzame energie te realiseren

• Jaarlijks te rapporteren over de voortgang van de

uitvoering van het convenant

16 | MVO

KADER 4

De bedrijven die deelnemen

aan de MJA

AarhusKarlshamns AB, ADM, Cargill, IOI Group, Wilmar

Edible Oils BV, Romi Smilfood, Unilever Nederland Food

Factories, Unimills, Vetsmelterij Bosland. Zij omvatten 80%

van de totale productie van de MVO-sector en 80% van

het energieverbruik van de totale sector.

• De toelating en acceptatie van genetisch gemodificeerde

organismen (GGO’s) in Europa loopt gelijk met die in de rest

van de wereld

• Toename gebruik van gezonde oliën en vetten in een

verantwoorde voeding

• Bevorderen kennis over gezondheid en duurzaamheid van

oliën en vetten

• Inzameling gebruikt frituurvet bij consumenten laten stijgen

naar 10 miljoen liter in 2015

• Een transparante sector in 2015 die kwaliteit en voedselveiligheid

goed heeft geborgd

Behaalde resultaten tot 2011

• Erkenning van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)

als de standaard voor duurzame palmolie

• 10% van wereldwijde productie palmolie RSPO-gecertificeerd

• Transparante handelsstroom waarmee duurzame palmolie

gekocht en gevolgd kan worden

• Roundtable on Responsible Soy (RTRS)-gecertificeerde soja

in 2011 op Europese markt

• Oprichting Nederlandse Taskforces Duurzame Soja en

Duurzame Palmolie

• Uitbreiding online kenniscentrum MVO

• Gehalte transvetten in voeding teruggedrongen tot minder

dan 1 energieprocent. Dalende trend ingezet bij verzadigde

vetzuren

• Aandeel vloeibaar frituurvet in horeca gestegen naar 78%

• Bewustzijn vergroot over belang margarine voor jonge kinderen

• Lancering draaischijf en website www.kiesgezondvet.nl

• Inzameling gebruikt frituurvet bij huishoudens gestegen naar

15% van de consumentenmarkt

• 5.000 vrachtwagenbewegingen minder, met gemiddeld

1,6 miljoen minder kilometers, in samenwerking met het

programma Duurzame Logistiek


2.4 Over het Productschap MVO

Betrokken, Omgevingsbewust en Dienstverlenend

Het Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO) is een

samenwerkingsverband van ondernemingen in de oliën- en

vettensector. MVO is ingesteld via de Wet op de bedrijfsorganisatie.

De organisatie heeft daardoor een publiekrechtelijk karakter.

Productschap MVO ontplooit activiteiten die in het belang zijn

van de keten én het algemeen belang dienen. MVO is door zijn

positie als ketenorganisatie en publiekrechtelijke instantie de

intermediair tussen bedrijven, werknemers en externe partijen.

Het Productschap MVO is informatiebron, dienstverlener,

coördinator, initiatiefnemer en aanjager (zie ook Figuur 5).

De belangrijkste taken van MVO zijn:

• Het bij elkaar brengen van partijen uit de gehele MVO-keten

en het bieden van een platform voor overleg, meningsvorming

en afstemming (platform)

• Het behartigen van het sectorbelang en het optreden

als woordvoerder bij sectorbrede thema’s en activiteiten

( belangenbehartiger)

• Het realiseren van doelstellingen op het terrein van gezondheid

en duurzame ontwikkeling (zelfregulering)

• Het ontwikkelen en delen van betrouwbare en genuanceerde

informatie en het delen van kennis met de sector (kenniscentrum)

MVO is gevestigd in Rijswijk en zet zich in voor een internationaal

concurrerende sector met Nederland als belangrijkste werkterrein.

De organisatie bestaat uit 20 werknemers, verdeeld over

twee units (‘Markt & Duurzaamheid’ en ‘Voeding & Gezondheid’)

en een stafafdeling.

multistakeholder

initiatieven

ketenpartijen

ngo’s

overheid

MVO

de MVO sector

VERNOF, BNMF, NOFOTA, VVS,

VND, VNCI, NEVEDI, CBL, CNV,

DE UNIE, FNV

individuele bedrijven,

werkgevers en werknemers

politiek

Figuur 5 Positie Productschap MVO, bron Visie 2011-2015

Routekaart MVO

wetenschap

media

MVO | 17


Routekaart MVO

Naar een

duurzame MVO-sector

18 | MVO

De Routekaart maakt een aantal mogelijkheden inzichtelijk waardoor de

sector in 2020 zijn MJA3-doelstelling van 30% energie-efficiëntie verbetering

kan behalen en tevens vorm kan geven aan de werkhypothese van 50%

energie-efficiëntie verbetering in 2030. Deze mogelijkheden worden in dit

hoofdstuk beschreven. De MVO-sector kiest voor een interne benadering en

een keten benadering en heeft daartoe twee overkoepelende focusgebieden

geformuleerd:

• Innovaties in proces-efficiëntie (intern): door energiebewust procesbeheer,

waterbeheer en inzet van membranen

• Innovaties naar de biobased economy (gehele productieketen): valoriseren

van oliën en vetten en van melen

Par. Innovaties in de MVO-sector Focus Prestatiegebied Voorstudie

3.1 Innovaties in proces-efficiëntie - Energiebewust procesbeheer Intern Efficiënte processen

3.2 Innovaties in proces-efficiëntie - Waterbeheer Intern Duurzame keten

3.3 Innovaties in proces-efficiëntie - Membranen Intern Efficiënte processen

3.4 Innovaties naar biobased economy - Valoriseren oliën en vetten Keten Productinnovatie

3.5 Innovaties naar biobased economy - Valoriseren melen Keten Productinnovatie

Tabel 2 Overzicht van de innovaties voor de MVO-sector, met een duiding intern of keten, gekoppeld aan de prestatiegebieden voor 2030

Tabel 2 geeft weer hoe de geformuleerde prestatiegebieden

uit de Voorstudie en de hierboven genoemde focusgebieden

samenhangen.

Door deze aanpak neemt de MVO-sector zijn eigen verantwoordelijkheid

door enerzijds intern te streven naar de hoogst

mogelijke energie-efficiëntie door procesinnovaties en anderzijds

door in de keten te zoeken naar innovatieve mogelijkheden voor

en hoogwaardige toepassingen van haar producten.

Elk van de paragrafen 3.1 tot en met 3.5 is als volgt opgebouwd:

• Inleiding

• Mogelijkheden van de innovatie voor de MVO-sector

• Impact van de innovatie op de MVO-sector, plus bijbehorende

tabel met energie-efficiëntie verbeteringen die in hoofdstuk 4

worden samengevoegd

• Ontwikkeltraject voor de MVO-sector tot 2030: acties,

randvoorwaarden en aanbevelingen voor de individuele MVObedrijven:

Er wordt waar mogelijk onderscheid gemaakt in korte termijn

(2012-2015), middellange termijn (2015-2020) en lange

termijn (2020-2030). Soms zijn de korte termijn acties wel

duidelijk maar zijn de uitkomsten bepalend of de vervolgacties

op middellange of lange termijn worden uitgevoerd. In dat

geval zijn de middellange en lange termijn samengevoegd tot

1 termijn (2015-2030)

• Conclusies, inclusief een beschrijving van de focus die het

Productschap MVO heeft gekozen binnen de innovatie


3.1 Innovaties in proces-efficiëntie –

Energiebewust procesbeheer

3.1.1 Inleiding energiebewust Studiebelasting procesbeheer

Kosten

De cursus omvat een studiebelasting van circa 15 uur the- De kosten bedragen bij een deelname van 12 personen

orie en 25 uur praktijk (on the job) gedurende een looptijd 1290 euro per persoon (excl. BTW). Bij een kleiner aantal

Energiebewust gedrag van heeft 6 maanden. Aan betrekking zelfstudie zal circa 10 uur moeten op optimaal proces-

deelnemers kunnen de kosten worden aangepast. VAPRO

worden besteed. Tevens dienen de bedrijfsmentoren reke-

kan in voorkomende gevallen ook bemiddelen in het saning

te houden met voldoende tijd ter begeleiding van de

beheer. Met optimaal procesbeheer wordt het menvoegen optimaliseren van medewerkers van diverse bedrijven van tot

cursisten.

een plenaire groep van 12 personen. Begeleiding/

coaching vindt dan nog steeds per bedrijf plaats.

De toegevoegde waarde van deze cursus

het productieproces binnen de kaders van vastgestelde Ook is het mogelijk de cursus uit te criteria

breiden op basis van

bedoeld.

voor uw bedrijf

■ Energiebesparing door toegenomen kennis/scholing

van operators

■ Kostenbesparing

■ Goed opgeleide operators die breed inzetbaar zijn

■ Gemotiveerde operators

individuele bedrijfswensen met andere VAPRO-modules.

In voorkomende gevallen bestaat de mogelijkheid tot

subsidie. VAPRO kan u hierover nader informeren.

Cursusaanvang

De cursus kan worden gegeven vanaf december 2011,

■ Toegenomen inzicht in (duurzame) bedrijfsprocessen afhankelijk van voldoende deelname. Exacte cursusdata

Optimaal procesbeheer van vindt operators nu al plaats in de MVO-sector: de

zijn in overleg.

■ Een bijdrage aan de duurzaamheid van de MVO-sector

gewenste producten worden volgens de strenge kwaliteitseisen

Interesse?

van de afnemer geproduceerd. Bel of schrijf voor meer informatie, Minimaal het aanmelden of inschrijven energieverbruik voor de cursus met Frank Bergmans van het is Productschap MVO,

telefoon: +31(0)70 3195150, bergmans@mvo.nl en/of Dirk de Knecht van VAPRO (+31(0) 6 5235 1504, D.d.Knecht@vapro.nl).

echter een betrekkelijk nieuw criterium naast de conventionele

Amperelaan 4d

Loire 150

2289 CD Rijswijk

2491 AK Den Haag

Postbus 3095

Postbus 24090

2280 GB Rijswijk

2490 AB Den Haag

criteria als hygiëne, kwaliteit, (voedsel)veiligheid, snelheid en

T 070-3195150

T 070-3378300

E bergmans@mvo.nl

E info@vapro.nl

I www.mvo.nl

I www.vapro.nl

continuïteit. Er wordt nog maar beperkt gestuurd op het criterium

energieverbruik. Dit geeft VAPRO-modules potentie om het proces dusdanig te

Deze cursus is door VAPRO ontwikkeld in opdracht van het Productschap MVO in het kader van de MJA3 Routekaart energiebesparing

voor deze sector. Een gedeelte van de cursus bestaat uit reeds bestaand VAPRO-lesmateriaal (VAPRO-A en VAPRO-B). De nieuwe

optimaliseren dat een significante modules hebben specifiek betrekking energiebesparing op de MVO-sector alsmede energiemanagement. Tevens kan zijn er voor worden

deze MVO-cursus MVOspecifieke

leerwerkopdrachten ontwikkeld. Na afronding van de cursus kunnen de cursisten doorstromen naar een reguliere VAPROopleiding.

Bij een eventueel vervolg kan de cursist dan versneld de reguliere VAPRO-opleidingen volgen.

gerealiseerd.

De Routekaart heeft voor een bottom-up benadering gekozen

oftewel: energiebewust gedrag bevorderen bij de procesoperator.

Hoewel energiemanagement de nodige aandacht krijgt

in het kader van de MJA heeft de rol van de operator te weinig

aandacht gekregen. De operator is namelijk de spin in het web:

hij kent de processen, de procedures, de producten en kan snel

schakelen met belanghebbenden op of dichtbij de werkvloer. Op

deze wijze wordt kennis ook breder verspreid binnen het bedrijf

(breder dan alleen het energieteam).

Innovaties in gedrag zijn niet alleen van belang voor de MVOsector

maar ook voor andere procesindustrieën. De sector

streeft dan ook naar samenwerking met partijen buiten de sector

om op efficiënte wijze tot energiebesparing te komen.

3.1.2 Mogelijkheden energiebewust procesbeheer

Het is belangrijk dat de operator zich bewust is van het belang

van energie-efficiëntie want zonder energiebesef kan nieuw

gedrag niet succesvol worden gestimuleerd. In samenwerking

met VAPRO heeft het Productschap MVO tijdens het Routekaarttraject

een cursus ontwikkeld, “De energiebewuste operator”

(zie ook Figuur 6 en bijlage 5 Factsheet MVO-VAPRO cursus

‘De energiebewuste operator’). De cursus, gebaseerd op het

Competentie Gericht Onderwijs (CGO)-model (zie kader 5),

maakt de procesoperator bewust van zijn handelen en de impact

die zijn handelen heeft op het energieverbruik.

Voorafgaand aan de cursus kunnen de operators hun beginkennis

toetsen door een gratis online test. De output van de

test wordt gebruikt om in samenwerking met het management

de cursus op maat te maken, bijvoorbeeld door meer aandacht

MVO / VAPRO-cursus

De energiebewuste operator

■ Speciaal ontwikkeld voor operators werkzaam in de sector van margarine, vetten en oliën (MVO) in het kader van

de Meerjarenafspraken energiebesparing (MJA3)

■ Aandacht voor energiebewustzijn en competentieontwikkeling van de MVO-operator

■ Focus op bedrijfsprocessen, zoals crush en raffinage, verwerken van slachtbijproducten, margarine- en saus-

productie en oleochemie

■ Combinatie van theorielessen en leerwerkopdrachten

■ Eindpresentatie van energieverbetervoorstellen

■ Ontwikkeling cursus door VAPRO en MVO, begeleid door Atos Consulting

■ Uitvoering cursus door VAPRO

■ Na afronding cursus mogelijkheid tot het instromen in een regulier VAPRO-programma

De theorielessen op hoofdlijnen

Start december 2011

bij voldoende inschrijving

Energiebeheer: ● Introductie energie ● Energiegebruik● MVO en overheid

MVO-processen: ● Crush ●Raffinage ● Verwerking slachtbijproducten ●Margarine- en sausproductie ● Oleochemie

Procestechniek met onder meer: ● Verdampen ● Drogen ● Mengen ● Zeven ● Malen ● Extractie ● Raffinage ● Utilities

Procesbeheersing met onder meer: ● Regelingen en procesbeheersingssystemen ● Meten en Monitoring

Energie met onder meer: ● Warmte en warmteoverdracht ● Smelten, verdampen ● Warmtewisselaars

Rekenvaardigheid: ● Rekenen met eenheden ● Ratio’s en rendementen ● Grafieken en grafieken lezen

Milieu: ● Ons handelen en milieu ● Fossiele en duurzame energie ● Duurzaamheid

De onderwerpen van de leerwerkopdrachten zijn o.a.

● Onnodig energieverbruik ● Energieverbruik op de productieafdeling ● Energie hergebruiken ● Specifiek energiegebruik

● Energieverbeterplan en berekenen van energiebesparing ● Energie in context bedrijfsfilosofie ● Kwaliteit en rendement

● Energiegegevens verzamelen, verwerken en analyseren

Figuur 6 Brochure ‘De energiebewuste operator’

Routekaart MVO

te besteden aan een onderwerp waarop de operators slecht

hebben gescoord. De cursus bestaat uit theorie en praktijkopdrachten

(ook wel leerarrangementen). De cursus maakt

gebruik van bestaand VAPRO-materiaal (theorielessen),

waarnaast speciale onderdelen specifiek voor de MVO-sector

zijn ontwikkeld (bijvoorbeeld introductie op de MVO-specifieke

processen). De cursus bestaat uit 5 modules:

• Procestechniek: verdampen, drogen, mengen, zeven, malen,

extractie, raffinage, utilities

• Procesbeheersing: regelingen en procesbeheersingssystemen,

meten en monitoring

• Energie: warmte en warmteoverdracht, smelten, verdampen,

warmtewisselaars

• Rekenvaardigheid/wiskunde: rekenen met eenheden, ratio’s

en rendementen, grafieken maken en lezen

• Milieu: lessen als ‘Ons handelen en milieu’, ‘Fossiele en

duurzame energie’ en ‘Duurzaamheid’

De modules en lessen worden besproken tijdens 6 workshops

gedurende een looptijd van 6 maanden. De cursus heeft een

studiebelasting van ca. 15 uur theorie en 25 uur praktijk (on

the job). Aan zelfstudie zal gedurende deze periode ca. 10 uur

moeten worden besteed. Operators worden begeleid door een

professional (externe docent), maar ook intern door zogenaamde

bedrijfsmentoren, die de operators helpen met de praktijkopdrachten

en de theorielessen.

MVO | 19


Routekaart MVO

20 | MVO

‘Door te werken met en aan de

competenties van de mensen in het

bedrijf kan nog een grote sprong in

energie-efficiëntie worden bereikt’,

Dirk de Knecht VAPRO


KADER 5

Competentie Gericht Onderwijs

(CGO) model

De VAPRO CGO-opleidingen nemen de werkplek als

uitgangspunt. Van daaruit wordt ingegaan op de processen

en eenheidsbewerkingen die zich binnen het bedrijf

afspelen.

De VAPRO CGO-opleidingen zijn opgebouwd uit blokken.

Ieder blok bestaat uit een aantal leerarrangementen: een

set van praktische opdrachten die op de werkplek worden

uitgevoerd.

De onderwerpen van de leerarrangementen zijn met zorg

gekozen en sluiten aan op eenheidsbewerkingen die

voorkomen binnen het bedrijf. (bron VAPRO)

Na afloop van de cursus wordt het kennisniveau van de operators

opnieuw getest middels de onlinetoets en wordt beoordeeld

welk effect de cursus heeft gehad (op operatorniveau). Op

bedrijfsniveau kan worden gemeten welk effect de cursus heeft

op het energieverbruik: hoeveel energie werd verbruikt voorafgaand

aan de cursus en wat is het verschil nadat de operators

de cursus succesvol hebben doorlopen? Het is afhankelijk van

het individuele bedrijf of dit mogelijk en/of gewenst is.

3.1.3 Impact energiebewust

procesbeheer

De verwachting is dat een sectorbrede uitrol van de cursus “De

energiebewuste operator” op korte termijn tot ongeveer 2% extra

energie-efficiëntie zal leiden.

Een indicatie voor het totale besparingspotentieel van energiebewust

procesbeheer is 15% tot 2030 (zie tabel 3 voor de

besparing bij het huidige productievolume). De grotere betrokkenheid

van de operators zal bottom-up leiden tot nieuwe voorstellen

voor bedrijfsspecifieke procesoptimalisaties. Een belangrijk

deel van de voorziene besparing komt echter uit reguliere

vervangingsinvesteringen. Het merendeel van de MVO-bedrijven

heeft grote installaties, die door de jaren heen in kleine stappen

worden geoptimaliseerd. Grote optimalisatiestappen worden

doorgaans gerealiseerd bij volledige vervanging van een oude

installatie door een moderne en energie-efficiënte installatie. De

vervangingstermijn van dergelijke kapitaalintensieve installaties is

al snel 15 tot 20 jaar. Onderzoek naar dergelijke proces-efficiëntie

verbeteringsmogelijkheden maakt vast onderdeel uit van het

reguliere MJA-traject. In deze top down-benadering onderzoekt

Routekaart MVO

een energieteam onder leiding van de technisch directeur en de

energiecoördinator naar verbetermogelijkheden. Een voorbeeld

van een vervangingsinvestering die op korte termijn gepland

staat met een grote impact op de energie-efficiëntie is het

volledig vernieuwen van de warmte-krachtkoppeling (WKK) bij

ADM-Europoort.

IJkjaar 2010 Energieverbruik

(TJ)

Energie besparing

(TJ)

Crush 5.733 860

Raffinage 2.739 411

Margarines en sauzen 583 87

Dierlijke oliën en vetten 783 117

Totaal 9.838 1.476

Tabel 3 Energiebesparing door energiebewust procesbeheer in 2030

3.1.4 Ontwikkeltraject tot 2030

Energieverbruik kan als criterium worden toegevoegd aan

optimaal procesbeheer, maar er zijn een aantal randvoorwaarden

waaraan een bedrijf moet voldoen wil dit effectief zijn. Het

belangrijkste is commitment van het management. Het hoger

management en de plantmanagers moeten hun commitment

en betrokkenheid tonen. Als operators in-training gesignaleerde

resultaten of issues rapporteren zal het management structurele

acties moeten uitzetten. In latere fasen zal diepgaander commitment

moeten worden getoond. Continuous Improvement in de

sector en in de keten is een managementfilosofie die jaar in jaar

uit volle aandacht vergt.

Op korte termijn wordt aanbevolen de volgende randvoorwaarden

te adresseren om effectief te starten:

• Basis energiezorgsysteem en – voorzieningen Er moet

binnen een bedrijf een basisniveau ten aanzien van energie

en energiezorg aanwezig zijn. Er moeten voldoende mogelijkheden

zijn om te kunnen meten en informatie online zichtbaar

te maken. Dit basisniveau is noodzakelijk om het maximale

rendement uit de operator opleiding te halen

• Professionele werkhouding Naast het basisniveau binnen

het thema energie moet er ook worden voorzien in een

basisniveau aan professionele attitude in de operatie: wil

om te verbeteren en ingesleten werkwijzen ter discussie te

stellen en een goede opvolging van gemelde issues. Er moet

een cultuur zijn waarbij opmerkingen tot verbetering serieus

worden genomen en, waar mogelijk binnen een gepaste

termijn, leiden tot acties. Dit basisniveau is ook noodzakelijk

om het maximale rendement uit de operator opleiding te halen

• Duidelijke organisatiestructuur Elke medewerker kan

alleen betrokken zijn en blijven als hij bevoegd is om beslis-

MVO | 21


Routekaart MVO

‘Er is niets leukers

dan om van een

operator te horen

dat het ook met een

graadje minder kan.’

Chris Velzeboer, Cargill

22 | MVO


singen te nemen over acties die bij zijn taakniveau horen.

Daartoe moeten zowel taken en verantwoordelijkheden als de

bijbehorende bevoegdheden duidelijk en in balans zijn

• Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI) structuur Hetgeen de

operator leert en communiceert moet worden vastgelegd in

de organisatie, bijvoorbeeld middels een KPI-structuur. Een

dergelijke KPI-structuur dient als bevestiging van verantwoordelijkheden

ten aanzien van borging, logging en archivering

van de verkregen resultaten en verbeteringen

• Budget en planning Een organisatie moet financiën

beschikbaar hebben maar moet ook in toewijzing van tijd en

geld voldoende prioriteit aan structurele verbeteringen geven.

Denk hierbij aan grootschalige onderhoudsprojecten die de

prioriteiten ten aanzien van procesverbetering even doen

verschuiven. Dit begint al bij het implementeren van de

MVO-/VAPRO-opleiding

De MVO-bedrijven hebben inmiddels al veel van bovenstaande

aspecten gerealiseerd, maar hernieuwde aandacht voor deze

aspecten vanuit het perspectief van energiebesef wordt aanbevolen.

Het actieprogramma voor de MVO-bedrijven ziet er als volgt uit:

2012-2015

In eerste instantie ligt de nadruk op het beter uitvoeren van

bestaande werkwijzen. In deze fase heeft optimaal procesbeheer

vooral te maken met de procesoperator en de impact die hij kan

hebben op het energieverbruik van het bedrijf.

Zoals gesteld is er als actie voor de korte termijn gekozen

voor een specifieke cursus voor de procesoperator. Door een

cursus op dit niveau aan te bieden kan een sneeuwbaleffect in

het bedrijf ontstaan. De cursus is zodanig opgezet dat proces-

KADER 6

Methoden en technieken voor

integraal kwaliteitsmanagement en

optimaal procesbeheer

Energiezorg en gebruik van ISO50001, inrichten van een

effectieve energiemonitoring met behulp van bijvoorbeeld

een EMS (Energy Management System) zijn aandachtsgebieden.

Aandacht zal worden gegeven aan waste

management, benutting van reststromen, technieken uit

Kaizen, six-sigma en lean management, en het verspreiden

van kennis en best practices.

Routekaart MVO

operators zelf aan de slag gaan met het onderwerp energie

en met hun enthousiasme en expertise alle belanghebbenden

kunnen stimuleren en overtuigen. Uiteindelijk zal de beweging

van ‘bottom’ (procesoperator) naar ‘top’ (management) bepalend

zijn voor het succesvol en optimaal beheersen van het productieproces.

Er zijn naast de cursus meer initiatieven mogelijk. Deze kunnen

worden geïdentificeerd door een (her)analyse van de huidige

procedures. Voorbeelden zijn:

• Crush: monitoring onderhoud machines

• Raffinage: logistieke afstemming processtappen en vervuiling

procesapparatuur

Margarines en sauzen: analyse omsteltijden, batchoptimalisaties,

value stream analysis

• Dierlijke vetten: procedures toetsen op noodzaak vanuit wet-

en regelgeving.

2015-2030

Op middellange tot lange termijn wordt veel meer gekeken

naar het meten en continu verbeteren van het proces,

waarbij uiteindelijk ook naar de gehele keten wordt gekeken

(keten optimalisatie). Methoden en technieken vanuit (integraal)

kwaliteitsmanagement zijn van toepassing (zie kader 6).

3.1.5 Conclusies energiebewust procesbeheer

• De cursus ‘De energiebewuste operator’ vergroot het bewustzijn

van de operator ten aanzien van duurzaamheid en energie

en is de start van ongeveer 15% energie-efficiëntie verbetering

in 2030 via procesoptimalisatie

• Een eerste pilot van de cursus ‘De energiebewuste operator’

zal in 2012 starten. De eerste resultaten worden ook in 2012

verwacht

• Het vergroten van het bewustzijn is een eerste stap in het

optimaliseren van het productieproces. Door verbetervoorstellen

van de operators wordt additionele energie-efficiëntie

verbetering verwacht

Door middel van een pilot bij een MVO-bedrijf wordt de bruikbaarheid

van de cursus “De energiebewuste operator” getest en

indien nodig wordt de cursus geactualiseerd. Het Productschap

MVO monitort de pilot en de uitkomsten. De eerste resultaten

worden in de eerste helft van 2012 verwacht. Vanaf medio 2012

kunnen overige MVO-bedrijven hun werknemers laten deelnemen

aan de cursus. De cursus wordt in principe in-company

gegeven maar samenwerking tussen MVO-bedrijven is ook

mogelijk.

MVO | 23


Routekaart MVO

3.2 Innovaties in proces-efficiëntie –

Waterbeheer

3.2.1 Inleiding waterbeheer

De MVO-sector zet zich in om zo efficiënt en duurzaam mogelijk

met water om te gaan.

Waterbeheer is belangrijk in termen van duurzaamheid en

continuïteit van de MVO-sector. De sector werkt weliswaar

veelal met droge producten en probeert toevoeging van water

zoveel mogelijk te vermijden, water blijft echter wel nodig. Water

is nodig in productieprocessen zelf, maar ook voor koeling en

reiniging. Zorgvuldig waterbeheer in de MVO-sector is een van

de speerpunten van de Routekaart.

Binnen de MVO-sector wordt door de bedrijven gelet op het

watergebruik, maar worden er relatief weinig investeringen

gedaan om meer water te besparen of water te hergebruiken. De

meeste investeringen in waterbesparing zijn momenteel nog niet

rendabel. Dat komt omdat water nog relatief goedkoop is en in

goede kwaliteit en grote volumes te verkrijgen is in Nederland. De

bedrijven voldoen vanzelfsprekend aan de wettelijke eisen vanuit

de vergunning en monitoren de relevante parameters.

Er is in samenwerking met diverse adviesbureaus (KWR, Wetsus

en EproConsult) een verkennende workshop georganiseerd

en mede op basis van de uitkomsten van de workshop heeft

EproConsult een rapport geschreven. De uitkomsten van deze

rapportage zijn in deze paragraaf meegenomen.

3.2.2 Mogelijkheden waterbeheer

De MVO-sector heeft 12 mogelijkheden binnen het onderwerp

water gedefinieerd, die kunnen leiden tot transparantie in de

keten, betere kwaliteit en beter watergebruik in 2030 (zie bijlage

4), met daarbij een inschatting van energiebesparing per jaar op

sectorniveau. Een aantal mogelijkheden zijn specifiek voor de

MVO-sector, maar een aantal mogelijkheden lenen zich ook goed

voor toepassing in andere sectoren, zoals de voedingsmiddelensector

en/of andere procesindustrieën.

De mogelijkheden richten zich op het verbeteren van de kwaliteit

van water (koeltorenwater, ketelvoedingswater en condensaat),

op het verminderen van watergebruik (in de vorm van spui) en

het testen van technologieën om water te onttrekken uit bijvoorbeeld

afvalwaterstromen. Het testen van technologieën kan

plaatsvinden op bedrijfslocaties, om de claims van leveranciers

te testen en om te testen of de technologie geschikt is voor de

MVO-sector.

3.2.3 Impact waterbeheer

Voor een deel van de 12 mogelijkheden kan een concrete

24 | MVO

indicatie van de haalbare energiebesparing worden gegeven.

Bij het huidige productievolume telt dit op tot 175 TJ. Voor de

andere mogelijkheden is nog nader onderzoek nodig. Ook voor

de technologisch volwassen mogelijkheden moet nader worden

uitgewerkt of de investering rendeert op het niveau van individuele

bedrijven. Ontwikkeling van een aanpak hiervoor, inclusief

een rekentool en een benchmark is daarom een noodzakelijke

tussenstap die op sectorniveau kan worden uitgevoerd. De

energiebesparing in 2030 ten gevolge van waterbeheer bij het

huidige productievolume is in tabel 4 weergegeven.

IJkjaar 2010 Energieverbruik

(TJ)

Energie besparing

(TJ)

Crush 5.733 42

Raffinage 2.739 42

Margarines en sauzen 583 24

Dierlijke oliën en vetten 783 66

Totaal 9.838 175

Tabel 4 Energiebesparingen door waterbeheer in 2030

3.2.4 Ontwikkeltraject tot 2030

Om met technologieën waterbeheer te optimaliseren moet er

worden voldaan aan de randvoorwaarde dat de betreffende

technologie bewezen en betrouwbaar is. Water is voor MVObedrijven

een hulpmiddel en geen core business. Bovendien

moet er een goede terugverdientijd zijn. Tevens moet de technologie

en/of het alternatieve systeem inherent voedselveilig zijn.

Het actieprogramma waterbeheer voor de individuele MVObedrijven

ziet er als volgt uit:

2012-2015

Er is nog weinig bekend over het watergebruik en de kosten

daarvan van de individuele bedrijven en van de sector. Daarom is

het noodzakelijk om op korte termijn activiteiten te ondernemen

om dit inzicht te verkrijgen.

Op korte termijn wordt in het kader van de Routekaart in

opdracht van MVO een rekentool ontwikkeld en in 2012 uitgetest

bij drie bedrijven (pilots). De rekentool omvat het gehele bedrijfswaterbeheer

van inname van water, het geschikt maken van het

water als proces-, ketelvoedings- of koelwater tot het reinigen

en het eventueel opnieuw geschikt maken van afvalwater. De

rekentool kan voor verschillende technologieën en mogelijkheden

voor waterbesparingsmogelijkheden per bedrijf inzichtelijk

maken wat het watergebruik is, wat de kosten zijn en welke

opbrengsten er kunnen worden gerealiseerd. Uiteindelijk levert de

rekentool de onderbouwing voor (individuele) verbeterprojecten


die leiden tot vermindering van water- en hulpstoffengebruik en

energiebesparing.

Daarnaast kunnen de MVO-bedrijven in 2012 deelnemen aan

de waterbenchmark. Deze loopt parallel aan het updaten van de

EEP’s (2013-2016) zodat de benchmark geen extra (administratieve

en personele) inzet vereist van de MVO-bedrijven. De waterbenchmark

zal inzicht geven in verschillende parameters (zoals

verbruik, soorten water, energiekosten, etc.) op sectorniveau.

2015-2030

Uit het onderzoek in het tijdvak 2012-2015 zal een beeld komen

van rendabele investeringen in waterbeheer op bedrijfsniveau.

Deze zullen vanaf 2015 worden uitgevoerd.

Daarnaast vergen een aantal mogelijkheden nader fundamenteel

onderzoek. Voorbeelden zijn:

• Sluiten van de fosfaatkringloop: welke mogelijkheden zijn er

om fosfaat in bruikbare vorm en samenstelling uit afvalwater

terug te winnen?

• Onderzoek naar toepasbaarheid en haalbaarheid van forward

osmosis: kan deze technologie, die gebruik maakt van

membranen, worden toegepast in de MVO-sector?

3.2.5 Conclusies

• Waterbeheer krijgt nog geen hoge prioriteit binnen de

MVO-sector. Onderzoek wijst uit dat er relatief veel inzet

van kapitaal nodig is om waterbesparingen te realiseren en

daarmee energie te besparen. Realistische terugverdientijden

zijn onzeker

• De MVO-sector verwacht door het ontwikkelen van een

rekentool op bedrijfsniveau en een benchmark op sectorniveau

meer inzicht te krijgen in de toepasbaarheid van de

geïdentificeerde mogelijkheden voor innovatief waterbeheer in

de MVO-sector

Routekaart MVO

Het Productschap MVO onderneemt de volgende activiteiten

op korte termijn:

• Het ontwikkelen van een waterrekentool voor het individuele

MVO-bedrijf

• Het uitvoeren van een waterbenchmark voor de MVO-sector,

gekoppeld aan de update van het EEP (2013-2016)

Het Productschap MVO ontwikkelt de rekentool die de manier

van werken en de kosten van waterbeheer bij de MVO-bedrijven

in kaart brengt. Het Productschap MVO beheert deze rekentool

en draagt zorg voor een frequente update, indien gewenst vanuit

de sector. Het Productschap MVO zal zich tevens sterk maken

voor het uitvoeren van een benchmark koeltorenwater en neemt

de coördinatie ervan voor zijn rekening. Voor de ondersteuning

door externe deskundigen op het gebied van water en energie

doet het Productschap MVO beroep op de financiële ondersteuning

vanuit de MJA. Het Productschap MVO beheert de

benchmark en draagt zorg voor een frequente update (jaarlijks /

tweejaarlijks, afhankelijk van de wens vanuit de MVO-bedrijven).

Daarnaast zijn er een aantal onderwerpen benoemd waarvoor

fundamenteel en pre-concurrentieel onderzoek kan worden

uitgevoerd. Indien er vanuit de MVO-sector behoefte is aan het

uitvoeren van dit onderzoek kan het Productschap MVO hierbij

een rol spelen, als coördinator of facilitator. Blijkt dat er vanuit

de MVO-sector behoefte is aan nader onderzoek dan zal het

Productschap de MVO-bedrijven hierbij ondersteunen.

MVO | 25


Routekaart MVO

26 | MVO

‘Niet alleen innoveren

vergt creativiteit, ook het

inpassen ervan in bestaande

processen. Dat noem ik

dubbel plezier!’,

Marnix Morskate Vion Foods

‘Door de inbreng en

betrokkenheid van

medewerkers van de

MVO-bedrijven is er een

plan tot stand gekomen

dat draagvlak heeft binnen

de MVO-sector’

Ron Ongenae, Epro Consult.


∆P ==>

3.3 Innovaties in proces-efficiëntie –

Membranen

3.3.1 Inleiding membranen

Een membraan is een scheidingsvlak dat stoffen beneden een

zekere molecuulgrootte doorlaat en daarboven niet (zie ook

figuur 8). De snelheid van het scheiden is afhankelijk van het

verschil in concentratie en/of het drukverschil tussen de te

scheiden vloeistoffen. Membranen worden al deels toegepast in

de MVO-sector, voor het zuiveren van afvalwater waar bijvoorbeeld

nog oliën of vetten in zitten.

Voor de MVO-sector is de toepassing van membranen een

geschikte manier voor het verkrijgen van zuivere productstromen

en het besparen van energie. Membranen kunnen worden

ingezet in het bewerkingsproces dat (droge) oliezaden en bonen

bewerkt tot zuivere oliën en vetten. In Figuur 7 is het proces

schematisch weergegeven.

In het verleden heeft de MVO-sector membranen getest in het

proces maar deed hiermee negatieve ervaringen op. Zo raakten

membranen verstopt of vervuild en werd het proces vertraagd.

Sindsdien zijn echter nieuwe inzichten verkregen in de toepassing

van membranen in dergelijke processen. Het Membraan

Applicatie Centrum Twente (MACT) heeft een onderzoeksrapport

voor de MVO-sector gepubliceerd met een inventarisatie van

deze nieuwe inzichten en mogelijkheden. De uitkomsten en

aanbevelingen uit dit onderzoek zijn in deze paragraaf verwerkt.

Bonen en

oliezaden

Drogen

Crushbedrijven

Raf�nagebedrijven

Grondstoffen en producten

Breken Zeven Pletten Pelletiseren

Mogelijkheid voor toepassing

van membranen: bij het

extraheren en bij het raf�neren

van oliën en vetten

Micro�ltratie

aanvoer

membraan

gereinigde stroom

Zuiveren van de olie

door ontslijmen,

neutraliseren, bleken

en deodoriseren.

Daarnaast scheiden

van de oliën in fracties

∆P ==>

neutraliseren, bleken

en deodoriseren.

Daarnaast scheiden

van de oliën Routekaart in fracties MVO

Figuur 8 Schematische weergave verschil tussen microfiltratie, ultrafiltratie

en nanofiltratie. Bron: Possibilities for membrane technology in the edible

oil industry by T. Franken

3.3.2 Mogelijkheden membraantechnologieën

Voor de MVO-sector zijn er ten aanzien van membraantechnologie

en membraansystemen drie interessante mogelijkheden

geïdentificeerd (zie Figuur 8):

• Ultrafiltratie als technologische toepassing

• Nanofiltratie als technologische toepassing

• Vibrerende membranen als membraansysteem-toepassing

Extraheren

Ruwe oliën

en vetten

Raffineren

Zuivere oliën

en vetten

extraheren en bij het raf�neren

van oliën en vetten

Micro�ltratie

∆P ==>

∆P ==>

deeltjes

opgeloste stoffen (hoog molecuulgewicht)

opgeloste stoffen (llaag molecuulgewicht)

∆P drukverschil

Figuur 7 Eenvoudige weergave productieproces oliën en vetten (bij crushbedrijven en door raffinadeurs)

inclusief punten in het proces waar membranen kunnen worden toegepast

Ultra�ltratie

aanvoer

membraan

gereinigde stroom

Nano�ltratie / omgekeerde osmose

MVO | 27

Z


Routekaart MVO

28 | MVO

‘Voor een succesvolle

toepassing van membranen in

de MVO-productieprocessen

zijn drie zaken belangrijk:

betrouwbaarheid, betrouwbaarheid

en betrouwbaarheid’.

Ton Francken, MACT


KADER 7

Hexaan en aceton

Hexaan en aceton worden als oplosmiddel aan de geplette

oliezaden en –bonen respectievelijk olie toegevoegd. Zij

mengen zich met de olie, waardoor de olie met oplosmiddel

gemakkelijk af te scheiden is van de restfracties.

Vervolgens moet de olie worden gescheiden van het oplosmiddel.

Membraantechnologie biedt deze mogelijkheid.

Figuur 8 laat zien dat de membranen afhankelijk van het type

filtratie deeltjes tegenhouden. Zo worden door nanofiltratie alle

opgeloste deeltjes tegengehouden, terwijl microfiltratie kleinere

deeltjes laat doorstromen. Microfiltratie valt buiten de drie

genoemde mogelijkheden en wordt niet verder behandeld.

Het toepassen van ultrafiltratie als technologie kan tot een

betere scheiding van olie en hexaan en tot energiebesparing

leiden. Nu wordt hexaan verwijderd door destillatie, een energieintensief

proces. Alhoewel de olie na ultrafiltratie nog gedestilleerd

moet worden om de laatste restjes hexaan te verwijderen,

leidt de toepassing van ultrafiltratie tot betere scheiding en

energiebesparing.

Nanofiltratie kan worden toegepast voor het zogenaamd

‘ontslijmen’ van olie. Hierbij worden fosfolipiden uit de olie

verwijderd, die de olie een ongewenste kleur of smaak kunnen

geven. De huidige manier van verwijdering van fosfolipiden is het

bewerken van de olie met chemicaliën. Door membranen toe te

passen is ‘ontslijmen’ als aparte stap niet meer nodig. De fosfolipiden

worden namelijk door de membranen uit de olie gefiltreerd en

hoeven niet meer separaat met chemicaliën te worden verwijderd.

Nanofiltratie kan ook worden toegepast bij de scheiding van

olie en aceton. Nu wordt aceton veelal verwijderd door het

te verdampen. Door de olie te verwarmen wordt echter ook

de kwaliteit van het product aangetast. Het toepassen van

membranen op kamertemperatuur kan de kwaliteit van de oliën

ten goede komen. Spiraalgewonden nanofiltratie is een speciale

moduleopbouw van nanofiltratie.

Vibrerende membranen kunnen worden toegepast in de

MVO-sector, met name bij het ontslijmen, het fractioneren en bij

de productie van dierlijke vetten. Door het vibrerende karakter

vervuilen de membranen niet, één van de belangrijkste voorwaarden

voor gebruik in de MVO-sector. De investeringskosten van

een vibrerend membraansysteem zijn gelijk aan de kosten van

een conventioneel systeem. Andere voordelen van een vibrerend

membraansysteem:

• Er kan een hogere opbrengst van zuivere olie worden gerealiseerd

Routekaart MVO

• Er kan een energiebesparing van 80% worden behaald ten

opzichte van het conventionele crossflow membraansysteem

Daarnaast is gekeken naar mogelijkheden van membraantechnologieën

voor het scheiden van vrije vetzuren (kleine vluchtige

componenten) uit olie. Het gebruik van membranen lijkt een

goed alternatief voor de huidige manier van scheiding die een

hoog water- en chemicaliënverbruik kent. Er is echter meer

onderzoek nodig om deze scheiding te kunnen realiseren in de

MVO-sector.

3.3.3 Impact membraantechnologieën

De beschreven technologieën zijn voor de MVO-sector nog

relatief nieuw en onbekend. Om de betrouwbaarheid van en

bekendheid met de technologie te vergroten is aanvullend onderzoek

(met name applicatieonderzoek) nodig om tot een succesvolle

implementatie van membraantechnologie te komen (zie

kader 8 voor de fasen in R&D). Is de betrouwbaarheid eenmaal

aangetoond in de MVO-sector door een pilot-onderzoek, dan

kan de technologie breder worden uitgezet.

De kosten voor de zogenaamde applicatieonderzoeken zijn

afhankelijk van de fase waarin een onderzoek zich bevindt:

KADER 8

Het onderscheid in onderzoek zoals

vaak wordt gehanteerd in de R&D

1. Research: fundamenteel onderzoek, zoals dat wordt

gedaan aan universiteiten, instituten of researchafdelingen

van (grote) bedrijven. Kenmerk is dat hierbij nieuwe

processen en producten worden onderzocht.

2. Development: ontwikkelingsonderzoek waarbij de

resultaten van de research worden omgezet in concrete

processen en producten. Hierin zijn de volgende fasen

onderscheiden:

a. Proces- en productontwikkeling: fase direct na

de research (wordt in sommige gevallen ook tot

research gerekend).

b. Applicatie-onderzoek: hierbij worden concrete

producten en processen uitgetest in (nieuwe)

toepassingen. Doel van dit onderzoek is het vergroten

van de acceptatie en het verkrijgen van nieuwe

inzichten.

c. Pilot-onderzoek: de fase na applicatie-onderzoek.

Hierbij wordt op grotere schaal en gedurende

langere tijd onderzocht of een bepaald proces kan

worden toegepast.

MVO | 29


Routekaart MVO

‘Our MVO-roadmap will help

to stimulate discussion and

consideration in the (EU)

chemical industry on the

potential of oleochemicals as a

key renewable raw material’.

Peter Tollington, Cargill

30 | MVO


Stroom in

MVO-sector

fundamenteel onderzoek vergt meer budget en inzet dan

bijvoorbeeld het uitvoeren van applicatieonderzoek. De kosten

zijn voor individuele MVO-bedrijven, maar kunnen mogelijk in

sectorverband eenmalig worden genomen middels het Institute

for Sustainable Process Technology (ISPT). Hier kan een bedrijf

‘tickets’ voor onderzoek inkopen dat door geselecteerde kennisinstellingen

wordt uitgevoerd. Afhankelijk van het aantal tickets

heeft een bedrijf meer of minder invloed op bepaalde onderzoeken.

De sector kan hierbij aansluiten bij lopende, maar ook bij

nieuwe, projecten en zodoende voordeel halen uit deelname aan

ISPT.

In Tabel 5 zijn de verwachte baten (energiebesparing) van de

twee membraantechnologieën met bijbehorend membraansysteem

weergegeven. De genoemde energiebesparingen zijn

vastgesteld per installatie van gemiddelde grootte zoals die in de

MVO-sector gebruikelijk is. Voor alle drie de technologieën geldt

dat de terugverdientijd korter is dan 5 jaar.

Er zijn op dit moment drie crush en twee raffinage locaties in

Nederland. In Tabel 6 zijn de energiebesparingen in 2030 ten

gevolge van de inzet van membranen bij het huidige productievolume

weergegeven.

IJkjaar 2010 Energieverbruik

(TJ)

Proces Type bedrijf Membraantechnologie Verwachte

energiebesparing

Olie/hexaanmengsel Extractie, met ontslijmen

als extra mogelijkheid

Energie besparing

(TJ)

Crush 5.733 360

Raffinage 2.739 170

Margarines en sauzen 583 0

Dierlijke oliën en vetten 783 0

Totaal 9.838 530

Tabel 6 Energiebesparingen door membranen in 2030

3.3.4 Ontwikkeltraject tot 2030

De randvoorwaarden voor succesvolle toepassing van

membraantechnologieën in de MVO-sector zijn (in volgorde van

belangrijkheid):

• (Bewezen) betrouwbaarheid van de techniek

Crush Ultrafiltratie en nanofiltratie,

met vibrerende membranen

voor het ontslijmen

Olie/oplosmiddelen Fractioneren Raffinage Nanofiltratie met vibrerende

membranen

Tabel 5 Productstromen in de MVO-sector en membraantechnologieën

120 TJ/jaar

85 TJ/jaar

Routekaart MVO

• Goede terugverdientijd

De betrouwbaarheid staat hierbij op de eerste plaats. Dit is

een belangrijk aandachtsgebied voor de MVO-sector, gezien

eerdere (negatieve) ervaringen met membranen. Daarom is het

van belang om te starten met zogenaamde ‘technoprojecten’

(korte applicatieonderzoeken) om het scheidingsprincipe

op semi-pilot schaal te kunnen aantonen. Aan de hand van

praktijkresultaten wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn

voor (i) implementatie van de techniek op grotere schaal, en

(ii) procesverbeteringen naar aanleiding van de resultaten. Het

uitvoeren van applicatie onderzoeken is één van de voorwaarden

voor succesvolle implementatie van membranen: het verhoogt

de betrouwbaarheid van de technologie. Belangrijk hierbij is

tevens de technische ondersteuning vanuit (externe applicatie)

specialisten en samenwerking met (interne) productspecialisten.

Het moment dat een bestaande installatie aan vervanging toe is,

is een geschikt moment voor de investering.

Een actieprogramma voor membranen ziet er als volgt uit voor

de individuele MVO-bedrijven:

2012 tot 2015

• Applicatieonderzoeken voor de twee benoemde membraantechnologieën

respectievelijk het membraansysteem (ultra- en

nanofiltratie respectievelijk vibrerende membranen)

2015 tot 2020

• Development- en applicatieonderzoek op scheiding van vrije

vetzuren uit olie

2020 tot 2030

• Development- en applicatieonderzoek op procesintegratie

van membraantechnologieën in (bestaande) installaties van de

MVO-bedrijven

• Development- en applicatieonderzoek op procesintensificatie

(kleinere en efficiëntere scheidingen)

3.3.5 Conclusies

• Membranen bieden veel potentie voor de MVO-sector, maar

zijn (nog) relatief onbekend en vanwege negatieve ervaringen

is de sector terughoudend om er aan te beginnen. Door

nieuwe inzichten en ontwikkelingen overwinnen de nieuwe

MVO | 31


Routekaart MVO

technologieën oude barrières en kunnen zij de MVO-sector

kansrijke mogelijkheden bieden om:

• Een optimale scheiding van olie en andere stoffen (zoals

oplosmiddelen als hexaan) te verkrijgen

• Energie en hulpstoffen als water en chemicaliën te

besparen

• Mogelijk processtappen als ontslijmen en verdamping van

oplosmiddelen te verminderen of af te schaffen

• Er is nog wel nader toegepast onderzoek in de vorm van

applicatieonderzoeken nodig, niet alleen voor acceptatie en

betrouwbaarheid, maar ook voor het verkrijgen van nieuwe

inzichten, onder meer door intensieve samenwerking tussen

de in- en externe experts.

Het Productschap MVO is voornemens een plan van aanpak

voor een technoproject te ontwikkelen voor het testen van

vibrerende membraansystemen voor de scheiding van ruwe

olie/hexaan. In een werkgroep met vertegenwoordiging van

het Membraan Applicatie Centrum Twente (MACT), een leverancier

van membraansystemen en een vertegenwoordiging

van MVO-bedrijven wordt een plan gemaakt om de technische

haalbaarheid van de nieuwe membraansystemen in de praktijkomgeving

te testen. Het Productschap MVO kan bijdragen aan

het project, bijvoorbeeld door het project te coördineren. Het

Productschap MVO verwacht toewijzing van middelen uit het

onderzoeks budget voor ISPT/NL GUDS. Zodra de technische

en economische haalbaarheid is bewezen kan de overheid de

invoering versnellen door de specifieke installatie op te nemen in

de lijst voor de milieu-investeringsaftrek.

Daarnaast zijn er een aantal onderwerpen benoemd waarvoor

fundamenteel en pre-concurrentieel onderzoek moet worden

uitgevoerd. Indien er vanuit de MVO-sector behoefte is aan het

uitvoeren van dit onderzoek, kan het Productschap MVO hierbij

een rol spelen, als coördinator of facilitator. Indien blijkt dat er

vanuit de MVO-sector behoefte is aan nader onderzoek, dan zal

het Productschap de MVO-bedrijven hierbij ondersteunen.

3.4 Innovaties naar de biobased

economy – Valoriseren oliën en vetten

3.4.1 Inleiding biobased economy

De biobased economy is een economie waarin bedrijven producten

vervaardigen uit hernieuwbare grondstoffen: biomassa 1 . De

kern van de biobased economy is dat hernieuwbare grondstoffen

uiteindelijk de eindige fossiele grondstoffen vervangen. Biomassa

is niet alleen hernieuwbaar maar vaak ook minder toxisch, beter

biologisch afbreekbaar en geeft veel lagere gezondheidsrisico’s

voor met name werknemers.

32 | MVO

Gebruik van hernieuwbare grondstoffen wordt steeds belangrijker

doordat de wereldvoorraad aardolie opraakt, de hieraan

verbonden prijzen zullen stijgen, en er steeds meer eisen worden

gesteld aan de uitstoot van broeikassen. Vervanging van fossiele

door hernieuwbare grondstoffen vergt echter een zorgvuldige

benadering. Indien gebruik wordt gemaakt van de gangbare

soorten biomassa met de huidige technieken moet het volume

sterk omhoog. Dit staat in schril contrast met de afnemende

beschikbaarheid van vruchtbare landbouwgrond en een sterk

groeiende wereldpopulatie. Dit heeft gevolgen voor onder meer

de voedselvoorziening en sociale gevolgen, met name in niet-

Westerse landen, landgebruik, biodiversiteit, watergebruik, CO 2 ,

etc. Er zijn nieuwe concepten nodig om biomassa duurzaam te

verwerken en toe te passen.

Bioraffinage is een van die mogelijkheden. Bioraffinage kan

op verschillende manieren worden gedefinieerd. De tot nu toe

in Nederland gehanteerde definitie luidt: ‘Bioraffinage is het

scheiden van hernieuwbare grondstoffen in afzonderlijke componenten

die individueel vermarkt kunnen worden ofwel direct na

het scheiden ofwel na verdere behandeling: biologisch, thermochemisch

of chemisch’. Bioraffinage biedt de kans om op

efficiënte wijze, met een minimaal verlies aan energie en massa,

te komen tot producten die fossiele grondstoffen vervangen of

aanvullen 2 . Bioraffinage als concept biedt dus perspectief om

hernieuwbare grondstoffen zoals oliën en vetten op duurzame

wijze te benutten in een biobased economy.

De biobased economy is in de MVO-sector al jaren gemeengoed.

Zo gebruikt bijvoorbeeld de oleochemie (onderdeel van de

MVO-sector) plantaardige oliën en dierlijke vetten als bouwstenen

voor non-foodtoepassingen zoals lippenstift, zeep, kaarsen,

wasmiddelen, verf, plastics, lijmen en chemische halffabricaten.

De chemische industrie zal ook steeds vaker overstappen op

hernieuwbare grondstoffen zoals oliezaden, tropische oliën en

dierlijke bijproducten als alternatief voor fossiele grondstoffen.

De chemische sector schat zelf dat de volledige transitie naar

hernieuwbare grondstoffen in 2080 volledig is afgerond 3 .

Nieuwe producten afkomstig uit de MVO-sector kunnen

bijdragen aan het tot stand brengen van een biobased economy,

door het valoriseren van oliën en vetten en melen (droge fracties).

Met valoriseren wordt bedoeld het volwaardig benutten van de

(MVO) grondstof, van de wortels tot de zaden.

1) Bron Overheidsvisie op de biobased-economy in de energietransitie LNV

www.minlnv.nl/cdlpub/servlet/CDLServlet?p_file_id=21862

2) Bron: www.edepot.wur.nl/20798

3) Bron: www.vnci.nl/actualiteit/nieuwsbrief/nieuwsbrief-artikelen/11-11-15/_

Transitie_naar_biobased_rond_2080_voltooid_.aspx


Figuur 9

Waardepiramide chemicaliën op basis van MVO-grondstoffen

Hoge waarde

per ton product

Lage waarde

per ton product

Parmaceutische producten en cosmetica

€ > 20.000 per ton

Voedsel en diervoederingrediënten

Min. € 50 – 250, max € 5000 – 20000 per ton

Bioplastics en functionele polymeren

€ 400 – 5000 per ton

Functionele chemicaliën

€ 250 – 400 per ton

Brandstof

€ 0 – 300 per ton

Storten

€ -300 – 0 per ton

Zoals is weergegeven in Figuur 9 staat biodiesel als brandstof

onder aan de piramide. Oliën en vetten en daarvan afgeleide

producten hebben een hoge energetische waarde en in

veel gevallen kunnen zij als biobrandstoffen worden ingezet.

Biobrandstoffen blijven richting de toekomst een belangrijke

afzetmarkt van de MVO-sector, ook gezien Europese wet- en

regelgeving (10% biobrandstoffen in het totale brandstofverbruik

in 2020). De focus van de Routekaart ten aanzien van nieuwe

kansen van de biobased economy ligt echter op hoogwaardiger

valorisaties van oliën en vetten dan tot biobrandstoffen.

3.4.2 Inleiding valoriseren oliën en vetten

De oleochemie houdt zich bezig met het valoriseren van oliën

en vetten. De oleochemie is een kleine, maar voor de toekomst

belangrijke speler binnen de MVO-sector. Op dit moment

kent de Nederlandse MVO-sector slechts een beperkt aantal

oleochemische bedrijven. Het gaat daarbij met name om bedrijven

die oliën en vetten bewerken tot stoffen die als halffabricaat

worden ingezet door andere bedrijven.

De afnemers van deze halffabricaten, het best te typeren als de

traditionele organische fijnchemie, maken tot heden met name

gebruik van halffabricaten afgeleid van minerale olie oftewel

petrochemische grondstoffen. Voorlopers uit die sector stappen

echter over op hernieuwbare grondstoffen, waaronder natuurlijke

oliën en vetten. Met deze sector wil de MVO-sector intensiever

gaan samenwerken. Redenen zijn enerzijds dat door samenwerking

beide sectoren doelstellingen kunnen behalen op het

gebied van energie-efficiëntie en duurzaamheid en anderzijds dat

natuurlijke oliën en vetten uitermate geschikt zijn als vervanging

van minerale oliën.

Routekaart MVO

Oliën zijn de ideale grondstof voor dicarbonzuren met middellange

tot lange ketens. Deze dicarbonzuren kunnen worden

toegepast voor de productie van biopolymeren (plastics) met

unieke bruikbare eigenschappen zoals waterresistentie, flexibiliteit,

hoge sterkte en weerstand tegen vervorming en hoge

resistentie tegen de inwerking van chemicaliën. De huidige

grondstoffen voor bioplastics, zoals suiker en zetmeel, hebben

relatief korte koolstofketens. Korte ketens zijn een belangrijke

basis om biologisch afbreekbare plastics te maken.

Voor thermoharders en plastics die vezels kunnen vormen voor

textiel en tapijt zijn echter langketenige biopolymeren nodig. Oliën

en vetten hebben een langere keten en meer dubbele bindingen

dan zetmelen of suikers. Hierdoor zijn er geen bewerkingsstappen

nodig om lange ketens te vormen. Momenteel is castorolie,

dat voor meer dan 90% uit oliezuur bestaat, de meest geliefde

olie voor technische toepassingen. Er is echter meer onderzoek

nodig om de toegevoegde waarde van oliën en vetten onder

de aandacht te krijgen bij de ketenpartners. Voorbeelden uit de

MVO-sector zijn weergegeven in kader 10.

De oleochemie kan een belangrijke bijdrage leveren aan het

succes van de MVO-sector in de toekomst. Daarnaast kan de

oleochemie in grote mate bijdragen aan het verduurzamen van

de keten en van de maatschappij, zowel door het vervangen van

petrochemische producten als door het leveren van producten

met een nieuwe functionaliteit.

3.4.3 Mogelijkheden valoriseren oliën en vetten

De markt voor bioplastics lijkt de meest geschikte markt voor

de MVO-sector te zijn om aansluiting bij te zoeken. De conventionele

plasticsmarkt is de grootste voor de chemische industrie:

circa 80% van alle chemicaliën gaat naar de plasticsmarkt.

Tussen 2000 en 2008 is de wereldwijde consumptie van

KADER 9

Samenhang paragraaf 3.4 en 3.5

Een verkenning ten aanzien van (nieuwe) biobased

producten uit de MVO-sector en de rol die de MVO-sector

kan spelen in het realiseren van een biobased economy is

gedurende de Routekaart uitgevoerd door dr. Rolf Blaauw

(WuR) voor de toepassing van plantaardige en dierlijke

oliën en vetten. Deze paragraaf (3.4) is gebaseerd op dit

onderzoek. Een vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd door

prof. Johan Sanders van Wageningen Universiteit (WuR).

Hier is gekeken naar het valoriseren van meel van raapzaad

en zonnebloempitten en dierlijk meel. Dit onderzoek wordt

verder toegelicht in paragraaf 3.5.

MVO | 33


Routekaart MVO

34 | MVO

‘Oliezuur wordt een

belangrijke grondstof voor

hoogwaardige plastics’,

Rolf Blaauw, Wageningen Universiteit


KADER 10

Voorbeelden van valoriseren oliën en vetten in de MVO-sector

Wilmar Edible Oils bv is een geavanceerde fabriek voor

natuurlijke vetalcoholen aan het bouwen. Natuurlijke vette

alcoholen worden onder andere toegepast voor de productie

van was- en schoonmaakmiddelen, weekmakers, smeermiddeladditieven,

grondstoffen voor de kunststofindustrie,

cosmetica en producten voor persoonlijke verzorging.

Figuur DSM 3 brengt sinds 2009 Ecopaxx op de markt, een “langketenige

polyamide” met unieke eigenschappen zoals lage

Ontwikkeling primair energiegebruik

vochtopname en een hoog smeltpunt (de hoogste van alle

over de periode 2005-2010 van de MVO-sector

bioplastics) en een hoge kristallisatiesnelheid. Deze nieuwe

9.000

kunststof bestaat voor 70% uit castorolie.

8.000

7.000

Croda en Wageningen Universiteit werken momenteel aan

een product dat aan PLA (PolyLactic Acid, een bioplastic op

basis van suiker) kan worden toegevoegd om een sterke,

flexibele folie te produceren. Door de combinatie van PLA en

op olie gebaseerde producten ontstaat een verpakkingsmateriaal

dat volledig is gemaakt van hernieuwbare grondstoffen.

6.000

5.000

4.000

3.000

2.000

1.000

bioplastics 0 (op basis van de tot nu toe belangrijkste grondstoffen

zetmeel, 2005 suiker en 2006 cellulose) 2007 met 600% 2008 gestegen. 2009 Bioplastics 2010

vormen nog maar een klein onderdeel van de totale kunststoffenmarkt

Aardgas (0,25-1%) maar Elektriciteit de verwachting is dat een aanzienlijk deel

van Bron: de Voortgangsrapport conventionele MJA-monitoring plasticsmarkt over 2010 zal worden Margarine-, overgenomen

Vetten- en

Oliënindustrie, Agentschap NL 2010

door bioplastics: 25% in 2020, maar schattingen lopen uiteen.

Technisch gezien kan zelfs 90% van de huidige kunststoffen

worden vervangen door bioplastics.

Figuur 10

Verdeling kunststoffenmarkt naar product

37%

6%

8%

7%

Kunststoffolie Draagtassen

Vormvaste kunststoffen

(schaaltjes, bekers, etc.)

PET-flessen

Overige flessen

Routekaart MVO

Cargill heeft transformatorolie op basis van sojaolie ontwikkeld

die beter presteert dan de petrochemische variant. Door

het hoge vlampunt, de temperatuur waarbij de olie spontaan

ontbrandt, is het risico op brand aanzienlijk lager. Bovendien

veroudert de papieren pakking in de transformator niet. En

mocht zich om wat voor reden dan ook lekkage voordoen,

dan is sojaolie biologisch afbreekbaar. Dit laatste is met name

Figuur een voordeel 4 in natuurgebieden maar ook op plaatsen waar

waterwinning plaatsvindt.

Uitgevoerde maatregelen MVO-sector 2006-2010

Om te voorzien in de groeiende vraag naar oliën en vetten

350

MJA2 MJA3

doen tal van bedrijven uit de MVO-keten een beroep op

300 biotechnologiebedrijven. Zo werken Unilever en Bunge

samen met Solazyme om met behulp van micro-organismen

250

suikers om te zetten in oliën en vetten. Neste Oil, producent

200 van hernieuwbare diesel en vliegtuigbrandstof, zoekt naar

mogelijkheden om met de hulp van gisten en schimmels

150

organisch afval om te zetten in oliën en vetten voor energietoepassingen.

Energieverbruik (TJ) Energieverbruik (TJ)

42%

100

50

Er 0zijn

ook trends gaande waar plastics zwaardere materialen

zullen vervangen. 2006 Denk 2007 bijvoorbeeld 2008 aan de 2009 automotive 2010 sector,

waar de bouw van lichtere voertuigen door het gebruik van

plastics Procesefficiency leidt tot brandstofbesparingen.

Duurzame energie Ketenefficiency

Bron: Voortgangsrapport MJA-monitoring over 2010 Margarine-, Vetten- en

Oliënindustrie, Agentschap NL 2010

Een andere veelbelovende toepassing op Europees niveau voor

bioplastics is ‘smart packaging’ voor versproducten. Door het

gebruik van bioplastics met de juiste eigenschappen wordt de

levensduur van een product verlengd, wordt er minder voedsel

weggegooid en wordt er minder CO 2 uitgestoten.

KADER 11

Bioplastics in perspectief

In 2008 werd in Nederland 442 kiloton plastics geproduceerd,

in 2010 450 kton.

Algemeen geldt dat vervanging van een fossiel product

door een vergelijkbaar biobased product leidt tot verlaging

van de uitstoot van broeikasgassen en van het gebruik van

fossiele energie. Een studie ten aanzien van bioplastics

komt tot de volgende conclusie: 38% vervanging van

plastics door bioplastics leidt tot 56 PJ energiebesparing in

Nederland (bron Agentschap NL).

MVO | 35


Routekaart MVO

‘Leren van elkaar,

inzicht verschaffen,

verbeteren >>>

leuker kun je het

niet maken!!’

Leo Knoester, ADM

36 | MVO


3.4.4 Impact innovaties valorisatie oliën en vetten

Naar verwachting zal de oleochemische industrie haar marktaandeel

voor grondstoffenlevering aan de organische chemie ten opzichte

van de petrochemie in 2030 verdubbelen van 5% naar 10%.

Conventionele plastics leiden tot veel (niet-recyclebaar) afval,

dat veelal gestort of verbrand wordt (met uitstoot van CO 2 en

andere stoffen als gevolg). Bioplastics kennen deze nadelen

niet. Aansluiten bij de bioplastics markt draagt tevens bij aan het

behalen van eisen vanuit Europese wet- en regelgeving, zoals

meer recyclen met minder verpakkingsmateriaal.

Het vervangen van petrochemische grondstoffen door hernieuwbare

grondstoffen zoals plantaardige of dierlijke vetten en oliën

leidt vervolgens tot een significante energiebesparing in de

fijnchemie (zie tabel 7). Bijvoorbeeld de productie van 1 ton

weekmaker volgens de conventionele productiemethode kost

61 GJ per ton. De oleochemische productie van weekmakers

hoeft ‘slechts’ 27 GJ per ton te kosten: een verschil van

34 GJ per ton (bron ‘The future of oils and fats for the chemical

industry – a roadmap to 2030’ by Dr. Blaauw). Een soortgelijk

besparings potentieel geldt ook voor andere producten.

In de Actieagenda Topsector Chemie (New Earth, New Chemistry

van juni 2011) formuleert de Topsector Chemie zijn ambitie

voor de halvering van de CO 2 -uitstoot en de duurzame economie

voor 2030. Men wil in 2030 25% van de materialen vervangen

door hernieuwbare grondstoffen. Om het mogelijk te maken dat

de helft van de 25%, net als in de huidige situatie, uit plantaardige

en dierlijke vetten en oliën komt zullen de MVO- en de

chemiesector samen moet optrekken bij onderzoek en ontwikkeling.

De ontwikkeling van duurzame producten moet een

equivalent van 79 PJ aan energiebesparing opleveren en 5,8 Mt

minder CO 2 -emissie in 2030.

Ook aan deze laatste doelstelling kan de MVO-industrie een

bijdrage leveren, doordat een deel van de producten via

microbiologische processen kan plaatsvinden. Doordat deze

processen op relatief lage temperaturen verlopen zal er minder

(fossiele) energie nodig zijn. De actieagenda noemt specifiek

de samenwerking met de voedselindustrie. Hieraan nemen ook

MVO-bedrijven zoals Cargill en Croda deel.

Op dit moment geldt dat ongeveer 7% van de organische

chemie zich baseert op MVO-grondstoffen (oliën, vetten en meel

samen). Gegeven het energieverbruik van de chemie en een

besparing van 50% door de inzet van biobased productieprocessen

is een indicatie van het besparingspotentieel bij het huidige

productievolume weergegeven in Tabel 7.

KADER 12

IJkjaar 2010 Energieverbruik

(TJ)

Routekaart MVO

Bioplastics en biopolymeren

Bioplastic is de naam die wordt gegeven aan plastic dat

wordt gemaakt uit natuurlijke producten. Het zijn in feite

kunstmatige biopolymeren. Biopolymeren is een verzamelterm

voor alle kunststoffen die gemaakt zijn van grondstoffen

die gewoon voorkomen in de natuur.

Bioplastics worden toegepast in een gesloten kringloop,

cradle-to-cradle (C2C). Daarmee wordt het verbruik van

fossiele brandstoffen verminderd en de uitstoot van CO 2

beperkt. Voor de productie en verwerking van bioplastics is

bovendien minder energie nodig. En toekomstige generaties

worden niet opgezadeld met afval- en milieuproblemen.

Bioplastics worden in Nederland met name gebruikt

in verpakkingsmateriaal, voor zakken voor in de gft-bak en

als potjes en afdekfolie in de land- en tuinbouw.

Bron: Wikipedia en www.biopolymeer.nl

Energie besparing

(TJ)

Chemie (MEE) 341.000 11.935

Chemie (MJA3) 34.940 1.223

Totaal 375.964 13.158

Tabel 7 Energiebesparingen door vervanging van petrochemische

grondstoffen door natuurlijke oliën en meel in 2030

3.4.5 Ontwikkeltraject tot 2030

Het verdubbelen van het marktaandeel van de oleochemie

is afhankelijk van een aantal randvoorwaarden. Zo moet de

toe gevoegde waarde van oliën en vetten ten opzichte van

andere biobased grondstoffen (zoals zetmeel, suikers, etc.)

duidelijk worden aangetoond.

De totale productie van oliën en vetten moet sterk

toenemen, van 170 miljoen ton nu naar 400 miljoen ton in

2030. Dit is nodig om geen concurrentie te laten ontstaan tussen

voedsel, diervoeder en technische toepassingen van oliën en

vetten. Deze verhoogde productie wordt met name mogelijk

gemaakt door de commerciële en succesvolle toepassing van

olieproducerende micro-organismen.

Genetische modificatie van oliehoudende gewassen

is geaccepteerd en leidt tot gewassen met een verhoogd

oliegehalte en de gewenste vetzuursamenstelling (meer dan 90%

van één specifiek vetzuur). Dit draagt tevens bij aan verlaagde

productiekosten, omdat bijvoorbeeld bepaalde stappen in het

productieproces eenvoudiger worden.

Er is een ‘level playing field’ voor alle markten van producten

die olie als grondstof hebben. Politieke mandaten en

MVO | 37


Routekaart MVO

prikkels stimuleren beide producten. Daarbij worden de producten

op eerlijke, transparante duurzaamheidscriteria beoordeeld.

Als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan het aandeel

van oliën en vetten dat naar de oleochemische industrie gaat

toenemen van 10% (17 miljoen ton) nu naar 15% (60 miljoen ton)

in 2030.

Het actieprogramma voor de MVO-bedrijven ziet er als volgt uit:

2012-2015

• Beter in kaart brengen en onder de aandacht brengen van de

toegevoegde waarde van oliën en vetten voor de productie

van bioplastics

• Oprichting van een R&D-platform. Om de genoemde

ontwikkelingen te volgen en waar nodig bij te sturen wordt

het aanbevolen een platform op te richten met niet alleen

producerende bedrijven, maar ook allerlei ketenschakels,

zoals kennisinstellingen, overheden en afnemers, van teelt tot

productie

• Ontwikkeling en optimalisatie van de conversietechnologie

door een drietal richtingen:

- Verbeteren van de prestatie (stabiliteit, efficiëntie en kosten)

van katalysatoren om oliën en vetten om te zetten in

nieuwe stoffen met nieuwe gewenste functionaliteiten

- Verbeteren van de conversie van vetzuren naar

dicarbonzuren met behulp van micro-organismen

- Verbreden van de conversiemogelijkheden door slim

combineren van beschikbare technieken

2015-2020

• Samenwerkingsverbanden oprichten voor biotechnologische

conversie van non-voedsel bronnen (suikers, CO 2 ) naar

oleochemische bouwstenen

• Ontwikkeling van nieuwe scheidingstechnologieën om meer

dan 90% van specifieke vetzuren te verkrijgen

2020-2030

• Deelnemen aan programma’s in teelt en ontwikkeling van

(genetisch gemodificeerde) hoog oliehoudende gewassen met

enkelvoudige, onverzadigde vetzuren

• Opschalen van microbiologische olieproductie door gisten

en schimmels voor bifunctionele bouwstenen met unieke

eigenschappen.

3.4.6 Conclusies

• Bioplastics lijkt als markt het meest geschikt voor valoriseren

van oliën en vetten

• Wereldwijd zullen ‘traditionele’ markten voor de oleochemie

een grote rol spelen, maar voor Europa hebben op oleoche-

38 | MVO

mie gebaseerde plastics producten (zoals smart packaging

van voedingsmiddelen) een grote groeikans

• In 2030 is het aandeel oliën en vetten als feedstock voor de

chemische industrie verdubbeld naar 10%, mits aan enkele

randvoorwaarden wordt voldaan

• De potentie is er maar zal niet vanzelf worden waar gemaakt.

Chemiebedrijven zullen overtuigd moeten raken van de

potentie van oliën en vetten als nieuwe grondstoffen

• De MVO-industrie ontbreekt het aan voldoende basiskennis

over de functionele eigenschappen voor toepassing van oliën,

vetten en melen voor technische toepassingen

In samenwerking met de keten van afnemers in de chemie,

kunststofproducenten, producenten van kunststofproducten zoals

textiel en tapijt en kennisinstellingen wil het Productschap MVO de

ontwikkeling van bioplastics voor de MVO-sector stimuleren.

Het Productschap MVO gaat in samenwerking met de VNCI

(Vereniging Nederlandse Chemische Industrie) en de NRK

(vereniging voor de Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie)

de ontwikkeling van bioplastics stimuleren. De eerste stap is het

bekend maken van de mogelijkheden van de MVO-grondstoffen

bij potentiële afnemers. Dit moet leiden tot een consortium van

actief betrokken samenwerkingspartners. Vervolgens kan met die

actieve ketenpartners een projectaanpak worden geformuleerd.

Daarna kunnen kennisinstellingen en/of technologieleveranciers

worden betrokken bij het ontwikkelen van de benodigde scheidings-

en/of conversietechnologie.

3.5 Innovaties naar de biobased

economy – Valoriseren melen

3.5.1 Inleiding valoriseren van melen

Deze Routekaart focust op meel van raapzaad, zonnebloempitten

en dierlijk meel. Soja en sojameel zijn belangrijke grondstoffen

in de MVO-sector maar zijn buiten beschouwing gelaten

vanwege de hoge nutritionele waarde van sojameel voor de

diervoederindustrie.

Raapzaad en zonnebloempitten worden voornamelijk geteeld en

bewerkt voor de productie van olie voor menselijke consumptie.

Er komen hierbij bijna vergelijkbare hoeveelheden meel vrij: de

zaden van beide gewassen bevatten olie en eiwit (dat wordt

omgezet in meel) in een verhouding 40:60. Dit meel en dat van

dierlijke bijproducten worden traditioneel toegepast als diervoeder.

Raapzaad, zonnebloem- en dierlijk meel bevatten echter

componenten zoals suiker, zetmeel, proteïne, vetzuren, cellulose,

lignine die een alternatief kunnen bieden voor productie van deze

componenten uit fossiele grondstoffen.


KADER 13

Samenhang paragraaf 3.5 en 3.4

Een verkenning ten aanzien van (nieuwe) biobased

producten uit de MVO-sector en de rol die de MVO-sector

kan spelen in het realiseren van een biobased economy

is gedurende de Routekaart uitgevoerd door prof. Johan

Sanders van Wageningen Universiteit (WuR). Er is hierbij

gekeken naar meel van raapzaad en zonnebloempitten

en dierlijk meel. Deze paragraaf (3.5) baseert zich op dit

onderzoek.

Een vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd door dr. Rolf

Blaauw (WuR) voor de toepassing van plantaardige en

dierlijke oliën en vetten. Dit onderzoek wordt toegelicht

in paragraaf 3.4. in deze paragraaf is ook een algemene

beschrijving van de biobased economy te vinden.

1

Routekaart MVO

In de biobased economy is valorisatie van raapzaad, zonnebloem

en diermeel mogelijk en nodig om de totale productieketens te

verbeteren: niet alleen omwille van de economische waarde,

maar ook voor het verbeteren van duurzaamheid van de huidige

producten en processen.

3.5.2 Mogelijkheden valoriseren van melen

Er zijn verschillende opties om melen van raapzaad, zonnebloem-

en dierlijk vet te valoriseren. De meest waardevolle

componenten uit het meel zijn eiwitten. Eiwitten kunnen worden

gebruikt voor hun (volledige) functionaliteit maar ook als grondstof

voor bulkchemicaliën in de vorm van aminozuren.

Ook andere componenten uit raapzaad, zonnebloem- en diermeel

kunnen worden geïsoleerd om extra waarde te genereren.

In totaal zijn er 19 mogelijkheden vastgesteld om componenten

uit raapzaad, zonnebloem en dierlijk meel te isoleren en af te

zetten tegen potentieel hogere waarde (zie Tabel 8).

Product Component (technische mogelijkheid volgens WuR verdeeld per product)

Isolatie specifieke eiwit(groepen) door milde processing

2 Verteerbaarheid eiwitten vergroten door enzymatische/chemische behandeling

3 Eiwitfunctionaliteit (schuimvorming, kleefkracht, waterbarrière en coatingeigenschappen)

toepassen in food en non-food

4 Gebruik van het intacte eiwit als enzym

5 Isoleren van essentiële aminozuren voor diervoeder

6 Isoleren van aminozuren als grondstof voor bulk- en fijnchemicaliën

7

8

Zonnebloem

en raapzaad

Eiwitten als bioplastics

Vezels isoleren voor voedingstoepassingen

9 Voorbehandeling (hemi)cellulose om xylose en glucose voor diervoeder te produceren

10 Gebruik lignocellulose for biogasproductie (elektriciteit)

11 Fosfaatgebruik

12 K + (kalium) gebruik

13 Aanvullende olie, extractie met oplosmiddelen anders dan hexaan

14 Als 13, maar dan met behulp van gas

15 Dierlijk meel Vitamine D toepassingen

16

17 Zonnebloem Gebruik van zonnebloemkaf

18 Gebruik van zonnebloemhullen

Gebruik van chlorogeenzuur voor de synthese van bulk- en fijnchemicaliën

19 Raapzaad Gebruik raapzaadhauw (zaadomhulsel) en -stro

Tabel 8 Opsomming mogelijkheden om raapzaad, zonnebloem en dierlijk meel optimaal te valoriseren. Bron ‘Valorisation of rape seed, sunflower and

animal meal’ by prof. Johan Sanders et. al, WuR

MVO | 39


Routekaart MVO

‘Met succesvolle voorbeelden moet

je laten zien dat biobased efficiënter

is. Van daaruit kunnen bedrijven dan

steeds een nieuwe stap zetten’,

Johan Sanders, Wageningen Universiteit

40 | MVO


Een aantal componenten wordt al verkregen door individuele

MVO-bedrijven in het kader van het topsectorenbeleid van de

overheid (nummers 16 tot en met 19). In bovenstaande lijst van

mogelijkheden zijn er drie gebieden die een focus verdienen.

1. In kaart brengen functionaliteit eiwitten

(nummer 3 uit Tabel 8)

Er is nog onvoldoende kennis van de functionaliteiten van de

verschillende eiwitten. Door het gebrek aan deze basiskennis

komt nader onderzoek naar isolatie, conversie en toepassing

vooralsnog nauwelijks van de grond. Het is juist deze

basiskennis die nodig is om een schatting te maken van de

marktpotentie. Indien deze basiskennis publiek beschikbaar

zou komen, zullen bedrijven bereid zijn om te investeren

in onderzoek en ontwikkeling voor isolatie, conversie en

toepassing. Dan ook komt pas het gebruik van eiwitten voor

bioplastics in zicht.

2. Onderzoek naar technologie voor het hydroliseren van

eiwitten door enzymatische of chemische bewerking

(nummers 2, 5 en 6 uit Tabel 8)

De tweede optie die extra aandacht verdient is onderzoek

naar het hydroliseren van de eiwitten. Dit is de basis om

voor dieren onverteerbare eiwitten te ontsluiten. Deze stap is

essentieel om überhaupt nader onderzoek te kunnen starten

naar het scheiden van de afzonderlijke aminozuren.

3. Onderzoek gebruik van eiwitten voor bioplastics

(nummer 7 uit Tabel 8)

Gelet op de omvang van de plasticsmarkt is het interessant

om te onderzoeken welke eiwitten kunnen worden gebruikt

voor de productie van plastic en met welke technologie. Zie

hiervoor ook paragraaf 3.4.3.

3.5.3 Impact van valoriseren van melen

De valorisatie van melen leidt tot een significant lager energieverbruik:

neem bijvoorbeeld valorisatie van meel tot (biobased)

bulkchemicaliën. In de tabel is lysine als voorbeeld genomen: dit

is een aminozuur dat mens en dier niet zelf kunnen aanmaken en

dus via voeding moeten binnen krijgen. Voor de productie van 1

ton biobased lysine is tot de helft minder energie nodig dan voor

productie gebaseerd op fossiele grondstoffen. Daarnaast zijn

ook de kosten ongeveer de helft minder (zie ook tabel 9). Een

besparing van 50% energiekosten is typerend voor de overgang

naar een biobased economy.

1 ton bulkchemicaliën

op basis

van:

Petrochemische

grondstoffen

Energiekosten per

ton bulkchemicaliën

(GJ/ton)

Routekaart MVO

Kosten per ton

bulkchemicaliën

(€/ton)

65 1345

Plantrestanten 33 610

Verschil tov huidige

productie

-32 -735

Tabel 9 Verschil in energiekosten en financiële kosten van 1 ton bulkchemicaliën

uit petrochemische en plantrestanten. Bron: ‘Valorisation of rape

seed, sunflower and animal meal’ by prof. Johan Sanders et. al, WuR

Indien componenten uit grondstoffen als raapzaad en zonnebloem

worden verwerkt tot bulkchemicaliën heeft dit dus een

significante impact op energieverbruik en financiële middelen ten

opzichte van fossiele grondstoffen.

Op dit moment geldt dat ongeveer 7% van de organische

chemie zich baseert op MVO-grondstoffen (oliën, vetten en meel

samen). Gegeven het energieverbruik van de chemie en een

besparing van 50% door de inzet van biobased productieprocessen

is een indicatie van het besparingspotentieel bij het huidige

productievolume weergegeven in Tabel 10.

IJkjaar 2010 Energieverbruik

(TJ)

Energie besparing

(TJ)

Chemie (MEE) 341.000 11.935

Chemie (MJA3) 34.940 1.223

Totaal 375.964 13.158

Tabel 10 Energiebesparingen in 2030

3.5.4 Ontwikkeltraject tot 2030

Er is veel mogelijk en de trends worden steeds duidelijker: de

biobased economy krijgt een stevige positie in de Nederlandse

economie. Maar het is wel noodzakelijk dat er goed wordt

gekeken naar de afnemers en de behoefte van de markt

aan bepaalde componenten (zoals aminozuren) en producten

uit hernieuwbare grondstoffen zoals de melen. Marktonderzoek

moet uitwijzen wat de meest kansrijke productmarktcombinaties

zijn. De uitkomsten geven een MVO-bedrijf richting op welke

manier het zijn (nieuwe) producten kan introduceren.

MVO-bedrijven zijn groot geworden in bulk: het valoriseren van

de MVO-grondstoffen zal ook de kleinere nichemarkten gaan

opzoeken. Deze niches zijn lastige en onbekende markten voor

de bedrijven om nieuwe producten af te zetten. Er zijn diverse

mogelijkheden om hiermee om te gaan, bijvoorbeeld door een

spin-off van een bedrijf op te richten dat flexibeler kan omgaan

MVO | 41


Routekaart MVO

met het nieuwe product en dito nichemarkt. Een andere mogelijkheid

is een voldoende grote afdeling met grote mate van

zelfstandigheid verantwoordelijk te maken voor het introduceren

van het product op de nichemarkt. Dergelijke constructies voorkomen

ook kannibalisatie van de bestaande markt. Welke keuze

wordt gemaakt is geheel afhankelijk van de MVO-bedrijven.

Het afstemmen met potentiële afnemers door de MVO-bedrijven

wordt op individuele basis gedaan. Hiervoor zijn de volgende

stappen voorzien om heldere, gewogen afwegingen te kunnen

maken:

• Op pre-concurrentieel sectorniveau: uitvoeren van een deskstudie

om het aanbod van nieuwe biobased componenten en

producten vanuit de MVO-sector te matchen met (potentiële)

afnemers

• Op individueel niveau: testen van technologieën op labschaal

• Op individueel niveau: het oprichten van een proeffabriek om

de technologie op pilotschaal te testen

De testen van technologieën resulteren in een aantal hoofd- en

bijproducten, die in redelijke volumes te verkrijgen zijn. De

specificaties van de verkregen hoofd- en bijproducten worden

beoordeeld op de specificaties van de (potentiële) afnemers.

Overige producten (componenten zoals aminozuren) kunnen

dan traditioneel worden afgezet als diervoeder. Zo wordt op

economisch en duurzaam verantwoorde wijze omgegaan met de

MVO-grondstof.

Met name scheidingstechnologieën, die het isoleren van

aminozuren mogelijk maken, lenen zich voor fundamenteel,

pre-concurrentieel onderzoek.

Onafhankelijk van de keuze voor de richting van marktintroductie

zijn er activiteiten gedefinieerd die door de MVO-bedrijven

kunnen worden ondernomen.

Het actieprogramma voor de MVO-bedrijven ziet er als volgt uit:

2012-2015

• In kaart brengen van de technologische mogelijkheden van

de MVO-melen in overleg met de ketenpartners door een

deskstudie

• Op labschaal identificeren en produceren van veelbelovende

platform en gefunctionaliseerde biobased chemicaliën, die

in de bestaande infrastructuur van de chemische industrie

kunnen worden geproduceerd

• Op labschaal testen van innovatieve voorbehandelingen van

biomassa (bioraffinage)

• Op labschaal ontwikkelen van biochemische en thermochemische

conversieprocessen, die op lange termijn kunnen

42 | MVO

leiden tot commerciële eindproducten

• Demonstratieprojecten van nieuwe oleochemische processen

en producten (de bouwstenen voor de chemische industrie)

Specifieke aandacht voor acties op de korte termijn wordt

gevraagd voor de volgende onderwerpen:

• Ontwikkelen van betaalbare technieken voor het hydrolyseren

van eiwitten tot aminozuren en peptiden door gecombineerd

gebruik van geïmmobiliseerde enzymen (proteases/peptidases)

• Ontwikkelen van betaalbare zuiveringstechnologie voor 10 tot

15 aminozuren

• Ontwikkelen van technologie voor het omzetten van aminozuren

naar bulkchemicaliën

• Refunctionaliseren van (gedenatureerd) eiwit

• Studie naar de functionaliteit van specifieke eiwitten uit

raapzaad, zonnebloem

• Ontwikkelen van scheidingstechnologie voor specifieke eiwitten

• Studie naar het integreren van meerdere bewerkingen in één

processtap

2015-2030

• Identificatie en labschaalproductie van de meest belovende

biobased gefunctionaliseerde chemicaliën

• Ontwikkelen van nieuwe methoden om vanuit platform

chemicaliën verkoopbare eindproducten te produceren

• Het bouwen van proeffabrieken voor nieuwe bioraffinage

concepten, om hun betrouwbaarheid aan te tonen en dat zij

bruikbare, verkoopbare producten opleveren

• Aantonen dat bioraffinage commercieel haalbaar is en

opgeschaald kan worden naar fabrieken die renderen en waar

haalbaar invoeren

• Aantonen dat implementatie van bioraffinage economisch

haalbaar is door bouwen en exploiteren van (demonstratie)

fabrieken

3.5.5 Conclusies

• Het valoriseren van MVO-grondstoffen draagt bij aan de

biobased economy en leidt tot een hogere waarde van de

grondstoffen dan de huidige toepassingen (in bijvoorbeeld

diervoeder alleen)

• Op welke product/marktcombinaties de MVO-sector zich

gaat richten hangt mede af van de behoefte van afnemers en

markt, die kan worden vastgesteld door het uitvoeren van een

marktanalyse

• Een eerste focus op het realiseren van valorisatie is door de

verteerbaarheid van eiwitten te vergroten. Hierdoor komen

eiwitten beschikbaar die nu niet bruikbaar zijn

• Vervolgens moet worden gekeken welke functionele eigenschappen

van eiwitten toegevoegde waarde kunnen bieden


en door welke scheidingstechnologieën de gewenste afzonderlijke

eiwitten en aminozuren kunnen worden geïsoleerd

• Bioplastics is een veelbelovende markt voor de toepassing

van eiwitten uit melen

De eerste uitdaging waarvoor de industrie staat is om technologie

te ontwikkelen die uit het meel de afzonderlijke eiwitten en

aminozuren kan isoleren en wel zodanig dat de eiwitten passen

in het productieproces van de diervoederindustrie en ook de

nevenstromen nuttig kunnen worden ingezet.

Het Productschap MVO gaat de ontwikkeling van hoogwaardige

eiwitproducten voor de diervoederindustrie stimuleren. Hiertoe

zal het Productschap in overleg treden met brancheorganisaties

en individuele bedrijven in de diervoedersector. Het Productschap

zal door het organiseren van bijeenkomsten en gesprekken

de innovatieve mogelijkheden van eiwitten en aminozuren

onder de aandacht brengen van de diervoederindustrie. Dit moet

leiden tot een consortium van actief betrokken samenwerkingspartners.

Vervolgens kan met die actieve ketenpartners een

projectaanpak worden geformuleerd. Daarna kunnen kennisinstellingen

en/of technologieleveranciers erbij worden betrokken

om de benodigde scheidingstechnologie te ontwikkelen.

Routekaart MVO

MVO | 43


Routekaart MVO

Energiegebruik

van de MVO-sector op

weg naar 2030

44 | MVO

De Routekaart laat zien welke wegen de MVO-sector kan bewandelen om

de energie-efficiëntie in 2030 met 50% te verbeteren ten opzichte van 2005

(referentiejaar MJA3). In de voorgaande hoofdstukken zijn concrete innovaties

voor de MVO-sector geformuleerd, voor zowel de korte, de middellange als de

lange termijn. In dit hoofdstuk zijn de resultaten verzameld. De berekeningen

volgen de aanpak van het MJA3-convenant , door een opdeling in productieproces

(4.2), ketenprojecten (4.3) en duurzame energie (4.4). De berekeningen

worden geplaatst in een tweetal toekomstscenario’s voor de ontwikkeling van

de sector (4.1).

4.1 Scenario’s

Er zijn twee scenario’s gedefinieerd, waarvoor de basis is

ontleend aan het rapport “The future of oils and fats for the

chemical industry, a roadmap to 2030” van de WuR.

Deze scenario’s voor 2030 zijn gebaseerd op een voorspelling

van de omvang van de wereldwijde productie van plantaardige

oliën en vetten. In het scenario “Business As Usual” worden de

huidige ontwikkelingen doorgetrokken. Het is echter mogelijk dat

zich in positieve zin een trendbreuk voordoet. In het scenario “High

Growth” neemt zowel de wereldproductie van plantaardige oliën

en vetten zelf als het aandeel van de MVO-producten als grondstof

voor de organische chemie sneller toe dan historische trends

suggereren. Snelle ontwikkeling van sleuteltechnologieën (zoals

microbiële productie van oliën) en passend flankerend duurzaamheidsbeleid

zijn voorwaarden om zo’n trendbreuk te realiseren.

In 2010 bedroeg de wereldproductie van plantaardige oliën

en vetten 175 Megaton (Mton). De wereldproductie van de

organische chemie bedroeg 330 Mton. Het aandeel van MVOproducten

als grondstof voor de organische chemie bedroeg

voor oliën en vetten respectievelijk meel ongeveer 5% en 2%,

totaal 7%.Tabel 11 geeft de waarde van deze kentallen in de

beide scenario’s.

Voor de subsectoren ‘Margarines en sauzen’ en ‘Dierlijke oliën

en vetten’ zijn de beide scenario’s gelijk en volgen historische

trends, waarbij is gerekend met een jaarlijkse groei van 4%

respectievelijk 0%. Voor de organische chemie is in beide

scenario’s een jaarlijkse groei van 2-4% verondersteld.

4.2 Productieproces

In deze Routekaart zijn drie groepen van innovaties besproken

die energiebaten realiseren in het productieproces:

• Energiebewust procesbeheer

• Waterbeheer

• Membranen

De productievolumes in Tabel 12 zijn verkregen door de

productievolumes uit 2010 evenredig met de in de scenario’s

veronderstelde groei van de wereldproductie (paragraaf 4.1) op

te schalen.

De energie-efficiëntie wordt berekend conform de formule in de

nieuwe methodiek energie-efficiëntie MJA3 voor de efficiëntieverbetering

in het productieproces:

Energiebesparing Productieproces

Werkelijk energieverbruik + Energiebesparing Productieproces

De berekende energie-efficiëntie, op basis van deze formule,

bedraagt steeds 22%.

Tabel 12 verzamelt de maatregelen besproken in dit rapport. Om

een totale besparing te berekenen vanaf het MJA3 ijkjaar 2005

moet in acht worden genomen dat de sector in het tijdvak 2005-

2010 al een besparing in het productieproces van 736 TJ (op

een energieverbruik van 8.431 TJ in 2010, een energie-efficiëntie

verbetering van 8%) binnen de MJA3 heeft gerapporteerd, die in

de tabel niet is opgenomen.


Scenario’s

2030

Business As

Usual

Productie Productie Aandeel

MVO grondstof in org. chemie

Olie/vet

(Mton)

Org. Chemie

(Mton)

Olie/Vet Meel Totaal

Aannamen en voorwaarden

Routekaart MVO

270 530 4% 4% 8% Inzet van conventionele oliehoudende gewassen

Overheid stimuleert biobrandstoffen, maar overigens

geen duurzame productie van chemicaliën

High Growth 400 530 10% 8% 18% Ruimte voor GGO’s

Significante microbiële productie van oliën

Overheid stimuleert alle markten van producten met

olie als grondstof evenwichtig

Ontwikkeling prijsverschil minerale en hernieuwbare

oliën in voordeel van natuurlijke oliën en vetten

Tabel 11 Groeiscenario’s 2030 voor de MVO-sector en zijn rol in de organische chemie

Productieproces MJA + indicatie non-MJA Energiebesparing innovatie (TJ)

IJkjaar 2010

Productie NL

(Gton )

Energiegebruik

(TJ)

Optimaal

procesbeheer

Water Membranen Totaal

Crush 1.154 5.733 860 42 360 1.262

Raffinage 3.018 2.739 411 42 170 623

Margarines en sauzen 440 583 87 24 0 112

Dierlijke oliën en vetten 191 783 117 66 0 184

Totaal 9.838 1.476 175 530 2.180

Business As Usual scenario

Crush 2.645 13.139 1971 97 825 2.893

Raffinage 6.915 6.276 941 97 390 1.428

Margarines en sauzen 964 1.277 192 53 0 244

Dierlijke oliën en vetten 191 783 117 66 0 184

Totaal

High Growth scenario

21.475 3.221 312 1.215 4.748

Crush 3.848 19.111 2867 141 1200 4.207

Raffinage 10.059 9.128 1369 141 567 2.077

Margarines en sauzen 964 1.277 192 53 0 244

Dierlijke oliën en vetten 191 783 117 66 0 184

Totaal 30.300 4.545 400 1.767 6.712

Tabel 12 Energiebesparing door innovaties in het productieproces tot 2030

MVO | 45


Routekaart MVO

4.3 Ketenprojecten

Ook voor energiebesparing in de keten wordt de MJA3-aanpak

gevolgd door te kijken naar productie- en productketen.

4.3.1 Productieketen

Er worden drie categorieën besparingen onderscheiden:

• Besparingen in de productie van grondstoffen voor de MVOsector

• Besparingen in de productie en distributie van water

• Substitutie van productieketens buiten de MVO-sector die

vergelijkbare eindproducten geven

4.3.1.1 Productie van grondstoffen voor de MVO-sector

Meer dan 98% van de productie van grondstoffen voor plantaardige

oliën en vetten vindt buiten Nederland plaats. De invloed

van Nederlandse bedrijvigheid op teeltmethoden is gering.

Onderzoek naar besparingen in “upstream” ketenprojecten is

volledig buiten het onderzoek van de routekaart gehouden. Dit

geldt ook voor het transport. Hoewel van de dierlijke vetten en

oliën de grondstof voor slechts ongeveer 20% wordt ingevoerd,

is ook hier geen nader onderzoek in de keten uitgevoerd.

4.3.1.2 Besparingen in de productie en distributie van

water

De onder waterbeheer beschreven innovaties resulteren niet

alleen in verminderd energieverbruik binnen het MVO-productieproces

per m 3 water, maar leiden ook tot een verminderde vraag

46 | MVO

naar water. De energie ten behoeve van de zuivering en distributie

wordt dus bespaard. Alleen aan de productie en distributie

van drinkwater is een significant energieverbruik verbonden,

namelijk ongeveer 3 TJ per miljoen m 3 .

Indicatief gebruikt de MVO-sector op dit moment 50 miljoen

m 3 water, waarvan 8 miljoen m 3 drinkwater. Indicatief kan 14%

van dit waterverbruik worden voorkomen: in het ‘Business As

Usual’ scenario 1,5 miljoen m 3 , in het ‘High Growth’ scenario 2,2

miljoen m 3 , met een energiebesparing van respectievelijk 4,5 en

7 TJ. Ten opzichte van de andere geïdentificeerde besparingen

zijn dit kleine waarden.

4.3.1.3 Substitutie van de petrochemische productie van

platformchemicaliën

Het potentieel van de MVO-sector voor de substitutie van

fossiele grondstoffen door biobased grondstoffen is groot. In de

‘Business As Usual’- en ‘High Growth’-scenario’s is aangenomen

dat 8% respectievelijk 18% van de petrochemische grondstoffen

gesubstitueerd zal worden, waar dit nu nog op 7% staat.

In paragraaf 3.5.3 is aangetoond dat een biobased productieproces

typisch 50% energie bespaart ten opzichte van een

klassiek productieproces op basis van petrochemische grondstoffen.

Gegeven het energiegebruik van de organische chemie

in Nederland, in 2010 376 PJ (energetisch en niet-energetisch,

MJA3+MEE), betekent dit een besparing van

Ketenprojecten Energiebesparing innovatie (TJ)

IJkjaar 2010

Volume

(Gton )

Energiegebruik

(TJ)

Substitutie Waterbesparing Totaal

Drinkwatervoorziening 8 24 0 2,5 3

Chemie (MEE) 104 341.000 11.935 0 11.935

Chemie (MJA3) 104 34.940 1.223 0 1.223

375.964 13.158 2,5 13.160

Business As Usual scenario

Drinkwatervoorziening 13 39 0 4,5 5

Chemie (MEE) 167 548.000 17.536 0 17.536

Chemie (MJA3) 167 56.000 1.792 0 1.792

High Growth scenario

604.039 19.328 4,5 19.333

Drinkwatervoorziening 19 57 0 7 7

Chemie (MEE) 167 548.000 49.320 0 49.320

Chemie (MJA3) 167 56.000 5.040 0 5.040

604.057 54.360 7,0 54.367

Tabel 13 Energiebesparing ketenprojecten


• 13 PJ bij het productievolume 2010 (berekend als

376*0,08*0,5 = 13,16 PJ)

• 19 PJ in het ‘Business As Usual’-scenario

• 54 PJ in het ‘High Growth’-scenario

Voor de helderheid van presentatie is deze besparing hier volledig

als ketenproject benoemd. De besparingen zullen echter voor

een deel ook binnen de MVO-sector zelf worden gerealiseerd.

4.3.2 Productketen

De biobased economy maakt eindproducten mogelijk met

gunstige eigenschappen voor verlaagd energieverbruik in de

uiteindelijke toepassing. Voorbeelden zijn te vinden in de ontwikkeling

van ultralichte engineering (bio)plastics, onder andere toe

te passen in transportmiddelen, en voor plastics met specifieke

gas- en vochtdoorlatende eigenschappen voor verpakkingen van

voedsel (smart packaging). Dergelijke mogelijkheden zijn in deze

Routekaart niet kwantitatief uitgewerkt.

Routekaart MVO

4.4 Duurzame energie

In het onderzoek voor deze Routekaart is, in navolging van

keuzen tijdens de Voorstudie, geen structureel onderzoek

gedaan naar mogelijkheden voor de opwekking of het gebruik

van duurzame energie. In de mogelijkheden voor innovatief

waterverbruik is overigens een onderzoek naar anaerobe

zuivering van afvalwater opgenomen, waarbij geproduceerd

biogas kan worden gebruikt voor de opwekking van duurzame

energie. Hiermee kan enkele tientallen TJ gemoeid zijn.

4.5 Conclusies

• 22% Energie-efficiëntie kan tot 2030 worden gerealiseerd

door interne procesinnovaties, zoals energiebewust procesbeheer,

optimalisatie van het waterverbruik en de toepassing

van membranen

• Een veelvoud hiervan kan worden gerealiseerd door substitutie

van petrochemische grondstoffen door natuurlijke oliën en

vetten van de MVO-sector voor de organische chemie

De MVO-sector kan een grote bijdrage leveren aan (inter)

nationale duurzaamheidsdoelstellingen door substitutie van

petrochemische productieprocessen door biobased productieprocessen.

Hiervoor zijn zowel technologische innovaties,

flankerend overheidsbeleid als een voor de MVO-sector gunstige

ontwikkeling van het prijsverschil tussen minerale en plantaardige

oliën essentieel.

MVO | 47


Routekaart MVO

Actieprogramma

5.1 In samenwerking tot actie

Het bereiken van 30% energie-efficiëntie in 2020 en 50%

energie-efficiëntie in 2030 kan alleen worden bereikt door

samenwerking met alle ketenpartners: van de MVO-bedrijven,

het Productschap MVO, (bestaande en nieuwe) ketenpartners

tot en met de overheid. Dit hoofdstuk geeft kort weer met wie en

op welke manier de MVO-sector wil gaan samenwerken om zijn

doelstellingen te realiseren.

5.1.1 De MVO-bedrijven

De individuele MVO-bedrijven hebben zich gecommitteerd aan

de MJA, de Voorstudie en bijbehorende visie van de sector op

2030 en hebben hieraan onder meer invulling gegeven door

deelname aan het Routekaarttraject. In het Routekaarttraject

hebben zij gezamenlijk met het Productschap MVO en diverse

onderzoeksinstellingen ontwikkeltrajecten uitgestippeld die de

individuele bedrijven kunnen inslaan, maar waar de sector ook

als collectief kan acteren.

De MVO-bedrijven werken zelf al hard aan ontwikkeling en

optimalisatie van processen en producten met bijbehorende

technologieën. Dit geeft hen immers onderscheidend vermogen

op de markt. Maar de MVO-bedrijven kunnen ook een bijdrage

leveren aan het behalen van de sectordoelstelling door zogenaamde

applicatieonderzoeken te testen in het eigen bedrijf.

Veelal is de potentie van de innovaties uit dit Routekaartrapport

theoretisch of in andere sectoren aangetoond, maar moet

gedegen en betrouwbare toepassing in de MVO-sector nog

worden aangetoond. Door het uitvoeren van een applicatieonderzoek

kan een bedrijf met eigen, bestaande installaties beoordelen

of een innovatie daadwerkelijk de potentie kan realiseren of dat

er wellicht meer onderzoek nodig is.

In het algemeen geldt dat applicatieonderzoeken of de concrete

invoering van nieuwe technologieën vaak plaatsvinden in het

kader van vervangingsinvesteringen op installaties aan het einde

van hun levenscyclus.

Voor de lange termijn focus van de Routekaart, met name rond

het valoriseren van oliën, vetten en melen, liggen de activiteiten

deels op het individuele vlak, maar ook deels op het pre-concurrentiële,

collectieve vlak.

48 | MVO

5.1.2 Het Productschap MVO

Producten en technologieën die dicht bij marktintroductie staan

en waaraan bedrijven in de keten reeds werken hebben geen

ondersteuning van het Productschap nodig. Het Productschap

kan wel een rol spelen op pre-concurrentieel niveau, zoals voor

het volgen van en zo mogelijk ondersteunen en communiceren

van fundamenteel onderzoek. Ook kan het Productschap diverse

partijen samenbrengen voor bepaalde product/marktcombinaties

of technologieën die ondanks het (theoretische) potentieel door

onbekendheid op de plank blijven liggen.

Deze Routekaart benoemt veel kansen tot rendabele innovaties

voor de MVO-sector. Om kansen daadwerkelijk om te zetten

in concrete projecten is echter focus nodig. Het Productschap

MVO richt zich op de korte termijn op de volgende onderwerpen:

1. Stimuleren van energiebesparing door gedragsverandering

door het ontwikkelen van een cursus “Energiebewuste

operator”.

2. Ontwikkelen van een waterrekentool en uitvoeren van een

waterbenchmark om meer inzicht in het watergebruik van het

individuele MVO-bedrijf en de sector als geheel te krijgen.

3. Starten van een technoproject voor het testen van vibrerende

membraansystemen voor de scheiding van ruwe olie/hexaan.

4. Ontwikkelen van bioplastics in samenwerking met de keten

van afnemers in de chemie, kunststofproducenten, producenten

van kunststofproducten zoals textiel en tapijt, en kennisinstellingen.

5. Ontwikkelen van hoogwaardige eiwitproducten voor de

diervoederindustrie.

Het Productschap MVO zal desgewenst als initiator en trekker

voor deze onderwerpen fungeren om zowel MVO-bedrijven als

potentiële afnemers van innovatieve producten en technologieën

te laten zien wat mogelijk is.

5.1.3 Bestaande en nieuwe ketenpartners

In deze Routekaart wordt duidelijk gemaakt dat er groot

potentieel ligt om het gebruik van MVO-producten verder in de

keten te vernieuwen en te vergroten. De MVO-sector ziet met

name kansen in food, feed en chemiesectoren waaronder de

rubber- en kunststofindustrie en de tapijt- en textielindustrie. Dit


vergt een actieve inzet van individuele MVO-bedrijven samen

met bedrijven in de ketens waarin de MVO-producten worden

toegepast of in de toekomst toegepast gaan worden.

Veel van deze mogelijkheden bevinden zich nog in een vroege

fase van innovatie. Stimulering vanuit brancheorganisaties en

productschappen is van waarde. De MVO-sector wil de actieplannen

graag in overleg met de brancheorganisaties voor en

bedrijven uit andere sectoren nader vorm geven. Het Productschap

MVO ziet het als zijn rol om samenwerking tussen ketenpartners

te initiëren en te stimuleren. Het productschap verwacht

een actieve inzet van de brancheorganisaties van bestaande en

nieuwe afnemers van MVO-producten om gezamenlijk onderzoek

en ontwikkeling met MVO-bedrijven, kennisinstituten en

technologieleveranciers handen en voeten te geven.

Concreet wil het Productschap MVO in samenwerking met de

VNCI (Vereniging Nederlandse Chemische Industrie) en de NRK

(vereniging voor de Nederlandse Rubber en Kunststofindustrie)

de ontwikkeling van bioplastics stimuleren. De eerste stap is het

bekend maken van de mogelijkheden van de MVO-grondstoffen

bij potentiële afnemers. Dit moet leiden tot een consortium van

actief betrokken samenwerkingspartners. Vervolgens kan met die

actieve ketenpartners een projectaanpak worden geformuleerd.

Daarna kunnen kennisinstellingen en/of technologieleveranciers

worden betrokken bij het ontwikkelen van de benodigde scheidings-

en/of conversietechnologie.

Het Productschap MVO verwacht toewijzing van middelen uit het

onderzoeksbudget voor ISPT/NL GUDS. Voor de ondersteuning

door externe deskundigen op het gebied van water en energie

doet het Productschap MVO beroep op de financiële ondersteuning

vanuit de MJA. Fundamenteel onderzoek naar scheiding en

conversie van oliën, vetten en eiwitten dat pas over 10 tot 15 jaar

tot toepassingen kan leiden, is de taak van de kennisinstellingen.

5.1.4 Samenwerking met de overheid

Het Kabinet kiest in zijn beleid voor ondersteuning van het

Nederlandse bedrijfsleven voor negen topsectoren waar

Nederland door zijn ligging en geschiedenis sterk in is: water, agrofood,

tuinbouw, hightech, life sciences, chemie, energie, logistiek

en creatieve industrie. De MVO-sector zoekt aansluiting bij dit

biobased

Agrofood

Energie

Tuinbouw

Logistiek

Water

MVO/

oleochemie

Life

sciences

Chemie

Routekaart MVO

Creatieve

industrie

High tech

slimme

materialen

Figuur 11 Topsectorenbeleid, de biobased economy en de chemische

industrie als partner voor de MVO-sector

beleid. De biobased economy is een thema dat alle top sectoren

raakt. De MVO-sector is een keten die zijn wortels heeft in de

agrofood en waarbij in het kader van de biobased economy

steeds meer vertakkingen worden ontwikkeld naar, met name,

chemie en energie. Als leverancier van hernieuwbare grondstoffen

heeft de MVO-industrie sterke troeven in handen. Het is daarbij

belangrijk dat de overheid Nederlandse bedrijven ondersteunt in

het ontwikkelen van kennis en het stimuleren van de markt.

De MVO-sector ziet voor de overheid in de eerste plaats een

faciliterende rol weggelegd. Daarbij verwacht hij van de overheid

een stimulerend beleid waarbij er ruimte is om nieuwe producten

uit te testen en de veiligheid en gezondheid te bewijzen. Indien de

overheid serieus is met de transitie naar een biobased economy

moet ze beleid ontwikkelen om de concurrentie verhouding

tussen petrobased en biobased economy in het voordeel van de

laatste te laten uitvallen. De overheid moet gebruikers stimuleren

over te stappen op hernieuwbare grondstoffen. Alleen op die

manier wordt het voor de toeleverende industrie interessant om

actief te investeren in onderzoek en ontwikkelingen en het op de

markt brengen van nieuwe innovatieve producten op basis van

hernieuwbare grondstoffen uit de MVO-industrie.

Het is daarbij van belang om het relatieve nadeel te compenseren

dat op korte termijn biobased producten ten opzichte van op

minerale oliën gebaseerde producten hebben, omdat de gehele

productie-infrastructuur nog moet worden opgebouwd. Tevens

wordt van de overheid verwacht dat een gelijk speelveld wordt

gecreëerd voor zowel bio-energie als voor overige biobased

toepassingen, zoals chemicaliën en materialen. Producten en

technologieën die dicht bij marktintroductie staan en waaraan

bedrijven in de keten reeds werken, kunnen hulp van de over-

MVO | 49


Routekaart MVO

heid (bijvoorbeeld via een Green Deal) gebruiken om een markt

met gunstige voorwaarden te creëren. Zelf kan de overheid als

launching customer fungeren om de marktintroductie van nieuwe

biobased producten te versnellen.

Bovendien verwacht MVO financiële ondersteuning van de

overheid als aanvulling op de investeringen van de MVO-sector

voor onderzoek en ontwikkeling in scheidings- en conversietechnologie.

De MVO-sector zal investeren in de vorm van in-kind

of in-cash tickets voor onderzoek door een of meer samenwerkende

kennispartners in instituten zoals ISPT. De sector verwacht

dat de overheid een deel van de budgets die kennisinstellingen,

zoals Institute for Sustainable Process Technology (ISPT), krijgen

hiervoor bestemt.

5.2 Sturing en communicatie

Deze Routekaart is opgesteld onder regie van het Productschap

MVO maar is eigendom van de gehele sector. Er is vertrouwen

in het zelfsturend vermogen van de sector om innovaties vorm

te geven, maar ook wordt vastgesteld dat een regiefunctie, met

name in de vroegere innovatiefasen, van groot belang is. Deze

regiefunctie is in paragraaf 5.1.2 onder ‘Rol Productschap MVO’

beschreven.

De sector hecht waarde aan transparantie en open communicatie

naar alle betrokkenen. Het Productschap MVO zal middels

een tweejaarlijks Duurzaamheidsverslag naar de sector en

overige belanghebbenden communiceren. Deze Routekaart zal

daarbij een belangrijke onderligger zijn. Het duurzaamheidsverslag

2010 is te vinden op de website van het Productschap

MVO. Hiermee geeft de MVO-sector tevens invulling aan het

onderwerp ‘Communicatie’ vanuit de Voorstudie. Daarnaast zal

het Productschap MVO jaarlijks rapporteren over de voortgang

van de Routekaart en het actieprogramma in zijn jaarverslagen.

5.3 Innovaties tot 2030

Deze Routekaart wijst de weg door het innovatielandschap

van de MVO-sector. Innoveren verloopt volgens een vast

patroon (zie ook kader 14). In deze Routekaart rapportage zijn

kansrijke innovaties voor de MVO-sector geïnventariseerd. Voor

sommige innovaties vormt deze Routekaart de neerslag van

50 | MVO

KADER 14

Stappenplan innovatie van idee tot

implementatie

Conceptie

Er wordt een knelpunt of uitdaging benoemd en een oplossingsrichting

geïdentificeerd.

Onderzoek

De oplossingsrichting wordt onderzocht. Haalbaarheid en

succesvoorwaarden worden bepaald. Dit is de fase van

fundamentele research en laboratoriumopstellingen. De

oplossingsrichting wordt een concept oplossing.

Ontwikkeling

Een concept wordt doorontwikkeld tot een volwassen

praktijkoplossing. Dit is de fase van applicatieonderzoeken

en realistische proefopstellingen. Indien succesvol, is de

innovatie productierijp.

Invoering

Een bewezen ontwikkeling wordt ingevoerd. Dit is de fase

van uitrol in de sector en marktintroductie.

de c onceptiefase: de innovatie is hier voor het eerst benoemd.

Andere innovaties waren al eerder benoemd en bevinden zich al

in een latere innovatiefase. Daar is de rol van de Routekaart ze te

bundelen tot één plan voor de sector.

In dit rapport zijn acties voor de diverse innovaties verzameld

in de tijdvakken korte termijn (2012-2015), middellange termijn

(2015-2020) en lange termijn (2020-2030). In elk tijdvak zullen

innovaties in iedere fase voorkomen.

In Tabel 14 is deze indeling gebruikt om de in hoofdstuk 3

opgevoerde acties in kaart te brengen.


Tabel 14 Overzicht acties Routekaart

2012-2015 2015-2020 2020-2030

Invoering

Ontwikkeling

Onderzoek

Conceptie

Thema Actie

Cursus ‘De energiebewuste operator’

Continu meten en verbeteren

Optimaal

procesbeheer

Water Ontwikkeling en gebruik rekentool

Waterbenchmark

In tijdvak 2012-2015 te bepalen maatregelen ontwikkelen en invoeren

In tijdvak 2012-2015 te bepalen fundamenteel onderzoek benoemen en uitvoeren

(bijv. sluiten fosfaatkringloop, gebruik forward osmosis)

Membranen Applicatieonderzoek nano- en ultrafiltratie, vibrerende membranen

Development- en applicatieonderzoek scheiding vrije vetzuren

Development- en applicatieonderzoek procesintegratie

Development- en applicatieonderzoek procesintensificatie

Waarde oliën en vetten voor bioplastics in kaart brengen en communiceren

Oprichting R&D platform

Valoriseren

oliën en vetten

Onderzoek naar conversietechnologieen

Samenwerkingsverbanden oprichten voor biotechnologische conversie van

non-voedsel bronnen (suikers, CO ) naar oleochemische bouwstenen

2

Ontwikkeling scheidingstechnologieën om >90% specifieke vetzuren te verkrijgen

Deelname aan teeltprogramma’s voor gewassen met specifieke vetzuren

Opschalen microbiologische olieproductie

Valoriseren meel Waarde meel in kaart brengen samen met ketenpartners

Op labschaal identificeren veelbelovende chemicaliën, bioraffinageconcepten, bioen

chemothermische conversieprocessen

Demonstratieprojecten nieuwe oleochemie producten

Labschaalproductie van de meestbelovende biobased gefunctionaliseerde

chemicaliën

Routekaart MVO

Ontwikkeling en invoering methoden om van platformchemicaliën tot eindproducten

te komen

Betrouwbaarheid en commerciële haalbaarheid bioraffinage aantonen en vervolgens

invoeren

MVO | 51


Routekaart MVO

52 | MVO


Bijlage 1

Werkgroepen

Routekaart MVO

Werkgroep procesbeheer

• Chris Velzeboer, Cargill

• Jelle Bergsma, Smilde Foods

Werkgroep Biobased Economy

• Leo Knoester, ADM

• Peter Tollington, Cargill

• Gert Prins, IOI Loders Croklaan

Werkgroep Innovatieve scheidingstechnologieën

• Marnix Morskate, Vion

• Peter Beerman, ADM

• Arjan Gotink, Cargill

• Jeroen van Otterdijk, IOI Loders Croklaan

• Marco Kruidenberg, Cargill

• Stefan Belt, Wilmar

• Gerrit van Duijn, Unilever

Routekaart MVO

MVO | 53


Routekaart MVO

Bijlage 2

Contactgegevens

betrokken expertisepartijen

Dr. R. Blaauw

Wageningen UR Food & Biobased Research, Business Unit

Biobased Products

Bornse Weilanden 9, 6708 WG Wageningen

T: +31 (0)317 480 155

E: rolf.blaauw@wur.nl

I: www.fbr.wur.nl en www.biobasedproducts.wur.nl

Prof. dr. G.J.W. Euverink

Institute for Technology and Management (ITM )

Nijenborgh 4, 9747 AG Groningen

T: +31(0)640 006 575

E: Gertjan.Euverink@wetsus.nl

I: www.rug.nl/fmns-research/itm/index

Dr. Ir. T. Francken

Membraan Applicatie Centrum Twente b.v.

Gaffelhoek 19, 7546 MT Enschede

T: + 31(0)651 246 763

E: franken@mact.nl

I: www.mact.nl

Ir. D. de Knecht

VAPRO

Loire 150, 2491 AK Den Haag

T: +31(0)652 351 504

E d.d.knecht@vapro.nl

I: www.vapro.nl

54 | MVO

Ir. F.I.H.M. Oesterholt

KWR, team Industrie, Afvalwater & Hergebruik

Groningenhaven 7, 3430 BB Nieuwegein

T: +31 (0)6 215 07 897

E: frank.oesterholt@kwrwater.nl

I: www.kwrwater.nl

Ir. R.C.J. Ongenae

Epro Consult B.V.

Emmasingel 58-B, 6001 BD Weert

T: +31(0)621 540 138

E: info@eproconsult.nl

I: www.eproconsult.nl

Prof. J.P.M. Sanders

Wageningen UR, Departement Valorisation of Plant Production

Chains

Bornse Weilanden 9, 6708 WG Wageningen

T: + 31(0)317 487 213

E: johan.sanders@wur.nl

I: www.vpp.wur.nl


Bijlage 3

Gebruikte afkortingen

CGO = Competentie Gericht Onderwijs (ook wel bedrijfsgericht opleiden genoemd)

EEP = Energie Efficiency Plan

EL&I = Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

EMS = Energie Management Systeem

GGO = Genetisch Gemodificeerd Organisme

GJ = Gigajoule

Gton = Gigaton

KPI = Kritieke Prestatie Indicatoren

MEE = Meerjarenafspraak energie-efficiency voor in CO 2 -emissies handelende ondernemingen

MJA = MeerJarenAfspraak

MJP = MeerJarenPlan

Mton = Megaton

MVO = Margarine, Vetten en Oliën

NRK = Nederlandse Rubber en Kunststofindustrie

PJ = Petajoule

R&D = Research and Development

RSPO = Roundtable on Sustainable Palm Oil (ronde tafel voor duurzame palmolie)

RTRS = Roundtable on Responsible Soy (ronde tafel voor duurzame sojaolie)

TJ = Terajoule

VNCI = Vereniging Nederlandse Chemische Industrie

WKK = warmte-krachtkoppeling

Routekaart MVO

MVO | 55


Routekaart MVO

Bijlage 4

Mogelijkheden waterhuishouding

MVO-sector

Besparingspotentieel voor water in de MVO-sector.

56 | MVO

Onderwerp

1 Betere benutting van condensaat door een adequate monitoring van de kwaliteit.

Monitoring op het condensaat (water dat overblijft na het condenseren van stoom en water dat vrijkomt bij

indamping) vindt nog niet plaats. Het condensaat kan vervuild raken en niet opnieuw worden gebruikt. De

energiebesparing en kostenbesparing is berekend op basis van een geschatte 5% minder condensaatverlies.

2 Het ontwikkelen van een rekenmodel waarmee bedrijven zelf kosten en besparingen van

waterbehandeling van technologieën kunnen berekenen.

Er zijn geen standaard rekenmodellen die bedrijven in staat stellen zelf berekeningen te maken en te bepalen

welke technologieën het meest aansluiten bij het bedrijf. De energiebesparing en kostenbesparing is berekend

op basis van een geschatte 5% besparing op kosten voor water.

3 Het verbeteren van kwaliteit van ketelvoedingswater door verwijderen van aanwezige mineralen in

het water.

Ketelvoedingswater wordt gebruikt om stoom te produceren. Aanwezige mineralen in dit water tasten de

kwaliteit aan en kunnen neerslaan verderop in het systeem. Voltea heeft een technologie ontwikkeld voor

verwijdering van mineralen in koeltorensuppletiewater. Die methode kan vermoedelijk ook toegepast worden

bij de bereiding van ketelvoedingswater. Een praktijktest kan dit uitwijzen. De energiebesparing en kostenbesparing

is berekend op basis van een geschatte 80% besparing op spui van de stoomopwekking.

4 Onderzoek naar mogelijkheden om fosfaat in bruikbare vorm en samenstelling terug te winnen uit

afvalwater.

Om fosfaat op een bruikbare manier terug te winnen, moet onderzoek plaatsvinden naar mogelijke

technologieën. Ook moet er in Europa worden gewerkt aan acceptatie van inzet van fosfaat uit bijv. afvalwater

als meststof.

5 Onderzoek naar toepasbaarheid van anaerobe systemen bij behandeling van afvalwater en de

toepassing van biogas dat hierbij ontstaat.

Afvalwater kan anaeroob worden gezuiverd en het vrijkomende biogas kunnen worden benut als energiebron.

De MVO-bedrijven moeten vaststellen op welke manier zij anaerobe zuivering van afvalwater kan toepassen

en welke behandelingen nodig zijn om het biogas te benutten. De energiebesparing en kostenbesparing

is berekend op basis van een geschatte 50% toepassing van MVO-bedrijven van anaerobe zuivering en

benutting biogas. Specifiek voor de MVO-sector is de aanwezigheid van relatief grote concentraties aan oliën

en vetten in het afvalwater.

Besparing

(TJ) per jaar

48

48

38

Besparing in

de keten

45


Besparingspotentieel voor water in de MVO-sector.

Onderwerp

6 Onderzoek naar beschikbare technologie om spui van koeltorens sterk te reduceren.

Er bestaan spuiloze systemen, die ontwikkeld zijn door een leverancier. Onderzoek moet plaatsvinden naar

de mogelijkheden van een spuiloos systeem voor de MVO-sector. De energiebesparing en kostenbesparing is

berekend op basis van een geschatte 80% besparing op koeltorenwaterverbruik.

7 Onderzoek naar toepasbaarheid en haalbaarheid van forward osmosis.

Door forward osmosis kunnen stoffen met een sterke aantrekkingskracht voor water de overbodige hoeveelheid

water uit bijv. het afvalwater onttrekken. Vervolgens kan het onttrokken water worden teruggewonnen.

Onderzoek moet uitwijzen of deze technologie ook voor de MVO-sector van toepassing is.

8 Onderzoek naar de kosten, besparingspotentieel en energieverbruik van waterbehandeling in

sectorverband (benchmark).

Er is onvoldoende inzicht in het energieverbruik en de kosten van waterbehandeling op sectorniveau. Om dit

in kaart te brengen is onderzoek nodig naar het energie-en kostenbesparingspotentieel van waterbehandeling.

9 Vermindering koelwatergebruik.

Onderzoek naar mogelijkheden om minder koelwater te gebruiken moet leiden tot een significante besparing.

10 Voltea technologie toetsen voor koeltorenwater.

Tests om de geclaimde werking van (Voltea) technologie voor koeltorenwater in de MVO-sector te toetsen

11 Emulsies breken in afvalwater.

Door emulsies in afvalwater is het moeilijk dit water te zuiveren voor eventueel hergebruik. Onderzoek naar

opties om emulsies te breken (bijvoorbeeld met enzymen).

12 Verbeteren van DAF filtratie.

Veel MVO-bedrijven maken gebruik van een flotatiebehandeling, de zogenaamde DAF om afvalwater te

zuiveren, voordat het bijvoorbeeld wordt geloosd. Deze DAF functioneert niet altijd optimaal en leidt tot water

dat nog teveel vervuilende componenten bevat (en niet geloosd kan worden). Onderzoek naar beheersing van

procesparameters bij deze DAF-systemen kan leiden tot verbetering.

Bron: Rapportage waterbehandeling MVO-sector, EproConsult 2011

Routekaart MVO

Besparing

(TJ) per jaar

Niet bekend

Besparing in

de keten

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

MVO | 57


Routekaart MVO

Bijlage 5 Factsheet MVO-VAPRO cursus ‘De energiebewuste operator’

58 | MVO

Cursusactiviteiten

De cursisten gaan in groepen van 2-3 medecursisten aan

deze opdrachten werken. Tijdens begeleidingsbijeenkomsten

met de bedrijfsmentoren en tijdens de plenaire theorielessen

worden de (tussentijdse) resultaten behandeld.

De leerwerkopdrachten resulteren in concrete energieverbetervoorstellen,

die samen met VAPRO aan het management

worden gepresenteerd.

Daarnaast vindt bij afronding van de cursus een eindmeting

(toets) plaats ten aanzien van de vorderingen van de

cursisten. De bevindingen worden tevens met het management

besproken.

■ Plenaire theorielessen

Tijdens circa 6 plenaire theorielessen van ongeveer 3 uur

wordt de theoretische kennis behandeld. De theorie bij

deze lessen bevindt zich in de cursusmap die voorafgaand

aan de cursus aan de deelnemer wordt verstrekt. De theoretische

kennis is benodigd om de praktijkopdrachten uit te

voeren. De theorielessen zijn ook online beschikbaar.

Vooraf aan de eerste plenaire bijeenkomst wordt door de

cursusleider aan de deelnemers gevraagd een aantal lessen

alvast te bestuderen.

■ Begeleiding van cursisten

De cursisten worden gedurende de cursus op verschillende

manieren begeleid:

■ Leerwerkopdrachten

Vanaf de 2e plenaire bijeenkomst worden, naast de theorie,

de praktijkopdrachten, zgn. leerwerkopdrachten, besproken.

De cursisten presenteren hier de (tussentijdse)

resultaten van deze opdrachten. De leerwerkopdrachten

bevatten onder meer de volgende onderwerpen:

● Inhoudelijk tijdens de begeleidingsbijeenkomsten door

de bedrijfsmentoren op onderwerpen die betrekking hebben

op de leerwerkopdrachten en de bijbehorende theorie;

● Procesmatig door een VAPRO-consultant, die medeondersteunt

met het maken van berekeningen, het opstellen

van het eindrapport en het presenteren van verbetervoorstellen.

Ook wordt de cursist door een VAPROconsultant

begeleid tijdens het opstellen van de eindrapportage

t.a.v. de leerwerkopdrachten, zodat hierover op

nette en professionele wijze aan het einde van de cursus

aan het management wordt gerapporteerd.

● Onnodig energieverbruik

● Energieverbruik op de productieafdeling

● Energie hergebruiken

● Specifiek energiegebruik

● Energie-verbeterplan en berekenen van energiebesparing

● Energie in context bedrijfsfilosofie

● Kwaliteit en rendement

● Energiegegevens verzamelen, verwerken en analyseren

VAPRO-consultant begeleidt gedurende de cursus de

cursisten on-site, per telefoon en per e-mail.

■ Voorbespreking met management ter

online intaketoets. De resultaten van de toets vormen het

uitgangspunt Start voor december verdere invulling 2011 van de cursus of voor

voorbereiding van de cursus

bij voldoende inschrijving

besluit tot deelname aan de cursus.

In een bespreking met het management of vertegenwoordiger(s)

van het management en de door VAPRO aangestelde

cursusleider wordt het cursusprogramma besproken en ■ Terugkoppeling uitslag intaketoets met

MVO / VAPRO-cursus

nadere toelichting gegeven op de inhoud. Via een intake- management

toets door de operators voor aanvang en het voorgesprek De resultaten van de intaketoets worden telefonisch of per e

met het management stelt VAPRO zo veel mogelijk vast -mail aan het management toegelicht. De cursusleider

De energiebewuste operator

welke onderwerpen in het bijzonder bij de operators onvol- scherpt op basis van de toetsresultaten het cursusprogramdoende

bekend zijn. Hier wordt dan in de cursus extra aanma aan en stemt dit af met de opdrachtgever. Hierbij wordt

■ Speciaal ontwikkeld voor operators werkzaam in de sector van margarine, vetten en oliën (MVO) in het kader van

de dacht Meerjarenafspraken aan besteed. Tevens energiebesparing wordt vastgesteld (MJA3) wie de cursis- ook gekeken naar de behoefte van het bedrijf. Dit tezamen

ten zijn en wie de bedrijfsmentoren zijn die vanuit de op- bepaalt welke onderwerpen de cursist zelfstandig kan door-

■ Aandacht voor energiebewustzijn en competentieontwikkeling van de MVO-operator

drachtgever on-site de cursisten begeleiden. Ook afspraken nemen voor de eerste theorieles van de cursus.

■ Focus op bedrijfsprocessen, zoals crush en raffinage, verwerken van slachtbijproducten, margarine- en sausproductie

ten aanzien

en

van

oleochemie

tussentijdse terugkoppeling, resultaten en

■ Combinatie

aandachtspunten

van theorielessen

worden vastgesteld.

en leerwerkopdrachten ■ Coachingsessie(s) voor bedrijfsmentoren

De cursusleider krijgt idealiter voor de bespreking met het

■ Eindpresentatie van energieverbetervoorstellen

Bedrijfsmentoren zullen gedurende de cursus de cursisten

management een rondleiding door de fabriek om leerwerk-

■ Ontwikkeling cursus door VAPRO en MVO, begeleid door Atos Consulting ondersteunen. Hiertoe heeft VAPRO een mentorenopdrachten

te selecteren en te specificeren.

■ Uitvoering cursus door VAPRO

programma ontwikkeld. In circa 2 dagdelen komen verschil-

■ Na afronding cursus mogelijkheid tot het instromen in een regulier lende VAPRO-programma

basisbegrippen met betrekking tot motivatie en

■ Intaketoets voor operators

coaching aan de orde.

Deze intaketoets wordt online afgenomen en test de basis- De volgende aspecten worden hierbij behandeld:

De kennis theorielessen van de operators. De 40 op meerkeuzevragen hoofdlijnen

zijn afge-

● Het motiveren van operators (coaching in 5 stappen:

stemd op de onderwerpen die in de cursus behandeld zullen

Energiebeheer: ● Introductie energie ● Energiegebruik● MVO en overheid voorbereiden, demonstreren, positieve sfeer, de ander

worden. De cursist heeft 1,5 uur beschikbaar voor het invul-

MVO-processen: laten uitvoeren en follow up)

len van de intaketoets.

● Crush

Na

●Raffinage

afloop van


de

Verwerking

test kan de

slachtbijproducten

cursist

Margarine- en sausproductie ● Oleochemie

Procestechniek zijn behaalde met score onder inzien. meer: ● Verdampen ● Drogen ● Mengen ● Vragen Zeven ● stellen Malen ● Extractie ● Raffinage ● Utilities

Procesbeheersing Het unieke karakter met onder van deze meer: nieuwe ● Regelingen MVO-cursus, en gericht procesbeheersingssystemen ● Feedback krijgen ● Meten en feedback en Monitoring geven

op duurzaamheid en energie, maakt deze geschikt voor alle

Energie met onder meer: ● Warmte en warmteoverdracht ● Smelten, ● verdampen Het coachen ● Warmtewisselaars

van groepen

operators, ook de ervaren en VAPRO-gecertificeerde opera-

Rekenvaardigheid:

tors. VAPRO en


het

Rekenen

Productschap

met eenheden

MVO bieden

● Ratio’s

MVO-

en rendementen ● Provocatief ● Grafieken coachen en grafieken lezen

Milieu: bedrijven ● Ons handelen gratis de gelegenheid en milieu ● om Fossiele te beoordelen en duurzame of de cur- energie ● Duurzaamheid ● Gesprekstechnieken

sus geschikt is voor hun operators door middel van de

van 12 personen

ij een kleiner aantal

aangepast. VAPRO

iddelen in het saerse

bedrijven tot

Begeleiding/

drijf plaats.

eiden op basis van

e VAPRO-modules.

ogelijkheid tot

r informeren.

f december 2011,

Exacte cursusdata

het Productschap MVO,

D.d.Knecht@vapro.nl).

150

AK Den Haag

bus 24090

AB Den Haag

0-3378300

o@vapro.nl

w.vapro.nl

De onderwerpen van de leerwerkopdrachten zijn o.a.

● Onnodig energieverbruik ● Energieverbruik op de productieafdeling ● Energie hergebruiken ● Specifiek energiegebruik

● Energieverbeterplan en berekenen van energiebesparing ● Energie in context bedrijfsfilosofie ● Kwaliteit en rendement

● Energiegegevens verzamelen, verwerken en analyseren

tekaart energiebesparing

VAPRO-B). De nieuwe

ze MVO-cursus MVOeen

reguliere VAPRO-


Cursusactiviteiten

MVO / VAPRO

De ener

■ Speciaal ontwikke

de Meerjarenafspr

■ Aandacht voor ene

■ Focus op bedrijfsp

productie en oleoc

■ Combinatie van th

■ Eindpresentatie va

■ Ontwikkeling cursu

■ Uitvoering cursus

■ Na afronding curs

De theoriele

Energiebeheer: ● In

MVO-processen: ● C

Procestechniek met o

Procesbeheersing me

■ Plenaire theorielessen

Tijdens circa 6 plenaire theorielessen van ongeveer 3 uur

wordt Studiebelasting

de theoretische kennis behandeld. De theorie bij

Kosten

deze De lessen cursus bevindt omvat zich een in studiebelasting de cursusmap van die voorafgaand circa 15 uur the- De kosten bedragen bij een deelname van 12 personen

aan de orie cursus en 25 aan uur praktijk de deelnemer (on the wordt job) gedurende verstrekt. De een theo- looptijd 1290 euro per persoon (excl. BTW). Bij een kleiner aantal

retische van kennis 6 maanden. is benodigd Aan zelfstudie om de praktijkopdrachten zal circa 10 uur moeten uit te

deelnemers kunnen de kosten worden aangepast. VAPRO

voeren. worden De theorielessen besteed. Tevens zijn ook dienen online de bedrijfsmentoren beschikbaar. reke-

kan in voorkomende gevallen ook bemiddelen in het sa-

Vooraf ning aan te de houden eerste met plenaire voldoende bijeenkomst tijd ter begeleiding wordt door de van de

menvoegen van medewerkers van diverse bedrijven tot

cursusleider cursisten. aan de deelnemers gevraagd een aantal les-

een plenaire groep van 12 personen. Begeleiding/

sen alvast te bestuderen.

coaching vindt dan nog steeds per bedrijf plaats.

De toegevoegde waarde van deze cursus

Ook is het mogelijk de cursus uit te breiden op basis van

voor uw bedrijf

■ Leerwerkopdrachten

individuele bedrijfswensen met andere VAPRO-modules.

■ Energiebesparing door toegenomen kennis/scholing

Vanaf de 2 In voorkomende gevallen bestaat de mogelijkheid tot

van operators

subsidie. VAPRO kan u hierover nader informeren.

■ Kostenbesparing

■ Goed opgeleide operators die breed inzetbaar zijn Cursusaanvang

■ Gemotiveerde operators

De cursus kan worden gegeven vanaf december 2011,

■ Toegenomen inzicht in (duurzame) bedrijfsprocessen afhankelijk van voldoende deelname. Exacte cursusdata

van operators

zijn in overleg.

■ Een bijdrage aan de duurzaamheid van de MVO-sector

Interesse?

Bel of schrijf voor meer informatie, het aanmelden of inschrijven voor de cursus met Frank Bergmans van het Productschap MVO,

telefoon: +31(0)70 3195150, bergmans@mvo.nl en/of Dirk de Knecht van VAPRO (+31(0) 6 5235 1504, D.d.Knecht@vapro.nl).

Amperelaan 4d

Loire 150

2289 CD Rijswijk

2491 AK Den Haag

Postbus 3095

Postbus 24090

2280 GB Rijswijk

2490 AB Den Haag

T 070-3378300

e De cursisten gaan in groepen van 2-3 medecursisten aan

deze opdrachten werken. Tijdens begeleidingsbijeenkomsten

met de bedrijfsmentoren en tijdens de plenaire theorielessen

worden de (tussentijdse) resultaten behandeld.

De leerwerkopdrachten resulteren in concrete energieverbetervoorstellen,

die samen met VAPRO aan het management

worden gepresenteerd.

Daarnaast vindt bij afronding van de cursus een eindmeting

(toets) plaats ten aanzien van de vorderingen van de

cursisten. De bevindingen worden tevens met het management

besproken.

plenaire bijeenkomst worden, naast de theo- ■ Begeleiding van cursisten

rie, de praktijkopdrachten, zgn. leerwerkopdrachten, be- De cursisten worden gedurende de cursus op verschillende

sproken. De cursisten presenteren hier de (tussentijdse) manieren begeleid:

resultaten van deze opdrachten. De leerwerkopdrachten

● Inhoudelijk tijdens de begeleidingsbijeenkomsten door

bevatten onder meer de volgende onderwerpen:

de bedrijfsmentoren op onderwerpen die betrekking heb-

● Onnodig energieverbruik

ben op de leerwerkopdrachten en de bijbehorende theorie;

● Procesmatig door een VAPRO-consultant, die mede-

● Energieverbruik op de productieafdeling

ondersteunt met het maken van berekeningen, het opstel-

● Energie hergebruiken

len van het eindrapport en het presenteren van verbeter-

● Specifiek energiegebruik

voorstellen. Ook wordt de cursist door een VAPROconsultant

begeleid tijdens het opstellen van de eindrap-

● Energie-verbeterplan en berekenen van energiebesparingportage

t.a.v. de leerwerkopdrachten, zodat hierover op

nette en professionele wijze aan het einde van de cursus

● Energie in context bedrijfsfilosofie

aan het management wordt gerapporteerd.

● Kwaliteit en rendement

● Energiegegevens verzamelen, verwerken en analyseren VAPRO-consultant begeleidt gedurende de cursus de

cursisten on-site, per telefoon en per e-mail.

online intaketoets. De resultaten van de toets vormen het

uitgangspunt voor verdere invulling van de cursus of voor

besluit tot deelname aan de cursus.

■ Terugkoppeling uitslag intaketoets met

management

De resultaten van de intaketoets worden telefonisch of per e

-mail aan het management toegelicht. De cursusleider

scherpt op basis van de toetsresultaten het cursusprogramma

aan en stemt dit af met de opdrachtgever. Hierbij wordt

ook gekeken naar de behoefte van het bedrijf. Dit tezamen

bepaalt welke onderwerpen de cursist zelfstandig kan doornemen

voor de eerste theorieles van de cursus.

■ Coachingsessie(s) voor bedrijfsmentoren

Bedrijfsmentoren zullen gedurende de cursus de cursisten

ondersteunen. Hiertoe heeft VAPRO een mentorenprogramma

ontwikkeld. In circa 2 dagdelen komen verschillende

basisbegrippen met betrekking tot motivatie en

coaching aan de orde.

De volgende aspecten worden hierbij behandeld:

■ Voorbespreking met management ter

voorbereiding van de cursus

In een bespreking met het management of vertegenwoordiger(s)

van het management en de door VAPRO aangestelde

cursusleider wordt het cursusprogramma besproken en

nadere toelichting gegeven op de inhoud. Via een intaketoets

door de operators voor aanvang en het voorgesprek

met het management stelt VAPRO zo veel mogelijk vast

welke onderwerpen in het bijzonder bij de operators onvoldoende

bekend zijn. Hier wordt dan in de cursus extra aandacht

aan besteed. Tevens wordt vastgesteld wie de cursisten

zijn en wie de bedrijfsmentoren zijn die vanuit de opdrachtgever

on-site de cursisten begeleiden. Ook afspraken

ten aanzien van tussentijdse terugkoppeling, resultaten en

aandachtspunten worden vastgesteld.

De cursusleider krijgt idealiter voor de bespreking met het

management een rondleiding door de fabriek om leerwerkopdrachten

te selecteren en te specificeren.

● Het motiveren van operators (coaching in 5 stappen:

voorbereiden, demonstreren, positieve sfeer, de ander

laten uitvoeren en follow up)

● Vragen stellen

● Feedback krijgen en feedback geven

Energie met onder me

Rekenvaardigheid: ●

E info@vapro.nl

I www.vapro.nl

T 070-3195150

E bergmans@mvo.nl

I www.mvo.nl

● Het coachen van groepen

● Provocatief coachen

Milieu: ● Ons handele

● Gesprekstechnieken

■ Intaketoets voor operators

Deze intaketoets wordt online afgenomen en test de basiskennis

van de operators. De 40 meerkeuzevragen zijn afgestemd

op de onderwerpen die in de cursus behandeld zullen

worden. De cursist heeft 1,5 uur beschikbaar voor het invullen

van de intaketoets. Na afloop van de test kan de cursist

zijn behaalde score inzien.

Het unieke karakter van deze nieuwe MVO-cursus, gericht

op duurzaamheid en energie, maakt deze geschikt voor alle

operators, ook de ervaren en VAPRO-gecertificeerde operators.

VAPRO en het Productschap MVO bieden MVObedrijven

gratis de gelegenheid om te beoordelen of de cursus

geschikt is voor hun operators door middel van de

De onderwerp

VAPRO-modules

● Onnodig energieverb

● Energieverbeterplan

● Energiegegevens ve

Deze cursus is door VAPRO ontwikkeld in opdracht van het Productschap MVO in het kader van de MJA3 Routekaart energiebesparing

voor deze sector. Een gedeelte van de cursus bestaat uit reeds bestaand VAPRO-lesmateriaal (VAPRO-A en VAPRO-B). De nieuwe

modules hebben specifiek betrekking op de MVO-sector alsmede energiemanagement. Tevens zijn er voor deze MVO-cursus MVOspecifieke

leerwerkopdrachten ontwikkeld. Na afronding van de cursus kunnen de cursisten doorstromen naar een reguliere VAPROopleiding.

Bij een eventueel vervolg kan de cursist dan versneld de reguliere VAPRO-opleidingen volgen.

Routekaart MVO

MVO | 59


Routekaart MVO

Uitgave van het Productschap Margarine, Vetten en Oliën, februari 2012

Basis ontwerp: Monter

Opmaak: Bor Borren Design

Fotografie: Bmfotografie

Drukwerk: Libertas

60 | MVO


Routekaart MVO

MVO | 61


Productschap Margarine, Vetten en Oliën

Postbus 3095 | 2280 GB Rijswijk | Nederland

Tel: +31 (0)70 319 51 95

email info@mvo.nl | www.mvo.nl

More magazines by this user
Similar magazines