Views
5 years ago

i0.2 - Technische Universiteit Eindhoven

i0.2 - Technische Universiteit Eindhoven

Inleiding 3 Het doeI van

Inleiding 3 Het doeI van deze stage was het ontwikkelen van een meting aan driefasen distributietransformatoren ter bepaling van de parameters welke de optredende inrushstromen volledig vastleggen. Inrushstromen zijn de lijnstromen die een onbelaste transformator na zijn inschakeling uit een voedend net trekt. De metingen zullen uitgaan van een bepaald transformatormodel en gelijkstroomvoeding. De in dit verslag aangenomen parameters om de waarde van de inrushstroom in normaal voorkomende wisselstroomnetten te kunnen berekenen, dit zijn er drie: k"k z en a, kunnen dan slechts uit stroom- en spanningstijdmetingen worden geextraheerd. Het verloop van dit proces en de theorie erachter zal in het hoofdstuk theorie worden behandeld. Deze theorie bleek al een groot deel van de stagetijd in beslag te nemen. Begonnen is met een uitgebreid literatuuronderzoek waaruit bleek dat het onderwerp van deze stage frontonderzoek was; er was op twee pUblicaties na nog niets geschreven over DC-metingen aan transformatoren. Van elke distributietransformator is het noodzakelijk om vorm en waarden van de ergste gevallen van de inrushstromen te kennen om deze met smeltpatronen te kunnen beschermen tegen langdurige overstromen of kortsluitstromen. De smeltveiligheid moet dan zodanig gedimensioneerd worden dat deze de inrushstromen zoals berekend, weI doorlaat. De ergste, "worst case", gevallen zijn die gevallen waarin de hoogst mogelijke stroom uit het voedende net wordt getrokken. Dit treedt op in het geval van: 1) totaal onbelaste transformatoren 2) driehoek-ster geschakelde transformatoren 3) voeding met maximale spanningsverhoging 4) inschakeling op spanningsnuldoorgang 5) inschakeling op poot met hoogst mogelijke nog aanwezige magnetisatie en in dezelfde richting opbouwende flux. Verklaring der punten: 1) Wanneer een transformator onbelast is kan er secundair, afgezien van een driehoekschakeling secundair, geen stroom lopen welke de flux in de kern tegenwerkt. Wanneer dit weI gebeurd raakt het ijzer minder verzadigd en zal de primaire stroom minder "pieken". 2) In driehoek-sterconfiguraties zijn de stationaire lijnstromen een factor J3 groter dan in ster-ster of sterdriehoek-configuraties. Daarbij komt dat bij een driehoekschakeling secundair daarin een stroom gaat lopen welke de flux in de kern reduceert. Deze stroom is zeer moeilijk te berekenen. Iets hierover is te vinden in literatuur [8]. 3) We gaan uit van een spanningsbronvoeding. Het behoeve geen uitleg dat hoe hoger de exciterende spanning is, hoe hoger de fluxen en bijbehorende stromen zullen zijn.

4) Dit is de bekende voorwaarde om een van de drie fasen de theoretische maximale flux te laten bereiken. De overige twee fasen zullen uiteraard lagere fluxen bereiken. 4 5) Onderzocht is dat de verhouding van de inrushstromen zonder voormagnetisatie en totale voormagnetisatie, ijzer in verzadiging, een waarde heeft van 1.73 voor een 400 kVA Dy transformator [lit.6]. De kans dat bij een driefasenonderbreking van een onbelaste transformator een van de drie poten op maximale magnetisatie staat is redelijk groote De kans dat vervolgens dezelfde poot bij inschakeling in dezelfde richting wordt gemagnetiseerd bij een optimale fasehoek van de spanning is doorgaans erg klein. Bij de ontwikkeling van de DC-meting zal worden uitgegaan van 1) en 2) en worden de parameters voor elke fase vastgelegd. Met de invoer van deze drie sets van drie parameters in een bestaand Pascal-programma, acinrush welke de inrushstromen in wisselspanningsnetten berekend, zijn de situaties 3), 4) en 5) te simuleren. Om het een en ander van vele distributietransformatoren te weten te komen is een snelle meting vereist. Het direct meten van inrushstromen kost veel tijd aan opbouw: de meting vereist apparatuur van het zelfde vermogen als de transformator zelf met aIle veiligheidsproblemen van dien. Met een DC-voeding van beperkt vermogen kan men een voldoende stroom laten lopen om het transformatorijzer in verzadiging te brengen (de nominale stroom mag onbeperkt lang lopen en zal het ijzer al in verzadiging brengen). In het nu volgende hoofdstuk theorie zal worden afgeleid dat uit stroom- en spanningstijdmetingen per fase de set parameters bepaald kunnen worden. Het beperkte exciterend vermogen benodigd voor deze indirecte meting evenals de beperkte tijd van meting, zou deze methode weI eens veeI voordelen boven de directe AC-meting kunnen geven. Een en ander zal moeten worden geevalueerd.

khthe - Technische Universiteit Eindhoven
full-text - Technische Universiteit Eindhoven
u - Technische Universiteit Eindhoven
1 - Technische Universiteit Eindhoven
khthe - Technische Universiteit Eindhoven
1 - Technische Universiteit Eindhoven
L - Technische Universiteit Eindhoven
l - Technische Universiteit Eindhoven
b - Technische Universiteit Eindhoven
Mijn Moskee - Technische Universiteit Eindhoven
Untitled - Technische Universiteit Eindhoven
If - Technische Universiteit Eindhoven
bronnen - Technische Universiteit Eindhoven
landen - Technische Universiteit Eindhoven
1 - Technische Universiteit Eindhoven
1 - Technische Universiteit Eindhoven
1 - Technische Universiteit Eindhoven
m - Technische Universiteit Eindhoven
0 - Technische Universiteit Eindhoven
Londen - Technische Universiteit Eindhoven
kater-In - Technische Universiteit Eindhoven
7 - Technische Universiteit Eindhoven
If - Technische Universiteit Eindhoven
Afstudeerrapport - Technische Universiteit Eindhoven
(CICA) - Technische Universiteit Eindhoven
y - Technische Universiteit Eindhoven
X - Technische Universiteit Eindhoven
(CICA) - Technische Universiteit Eindhoven
Afstudeerrapport - Technische Universiteit Eindhoven
cheops - Technische Universiteit Eindhoven