Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
wetenschapsblad OLVG jaargang 17 | no. 2 | <strong>september</strong> <strong>2024</strong><br />
WETENSCHAP<br />
@OLVG<br />
Verpleegkunde<br />
Cardiovasculaire<br />
complicaties<br />
na recreatief drugsgebruik<br />
Epidemiologica<br />
Analyse van herhaalde<br />
metingen<br />
Historie<br />
Ontwikkeling van de<br />
geriatrie: een jong<br />
specialisme voor<br />
kwetsbare ouderen<br />
Abstract<br />
EMDR therapie bij<br />
zwangeren met<br />
bevalangst is veilig
In deze editie<br />
Ervaringsdeskundigen<br />
betrekken bij onderzoek<br />
22<br />
6<br />
Cardiovasculaire<br />
complicaties<br />
na recreatief<br />
drugsgebruik<br />
MIND is een landelijke koepelorganisatie voor patiëntenen<br />
naastenorganisaties in de ggz. In 2020 werd MIND<br />
benaderd door Birit Broekman en promovenda Noralie<br />
Schonewille met de vraag of MIND vanuit ervaringsdeskundigheid<br />
mee wilden werken aan een onderzoeksvoorstel<br />
over gezinsvorming bij psychiatrische kwetsbaarheid.<br />
SEH-arts Femke Gresnigt is gespecialiseerd in de toxicologie<br />
en doet onderzoek naar de relatie tussen recreatief drugsgebruik<br />
en cardiovasculaire complicaties. Ze promoveerde op<br />
11 juli met haar onderzoek Toxic Heartbeats: Cardiovascular<br />
Symptoms And Complications After Recreational Drug Use.<br />
Fotovraag<br />
Wat is dit? Waar wordt het voor gebruikt?<br />
Dit is de cassette van de speekseltest voor drugs. Met een<br />
beetje speeksel afgenomen in de wang wordt de cassette met<br />
de buizenpost naar het klinisch chemisch lab gestuurd. Door<br />
middel van antilichamen wordt de aanwezigheid van verschillende<br />
soorten drugs getest. De hoeveelheden worden niet<br />
aangetoond.<br />
Op de spoedeisende hulp (SEH) wordt standaard getest op<br />
aanwezigheid van drugs in de urine. Het afgelopen jaar is de<br />
betrouwbaarheid van de speekseltest ten opzichte van de<br />
urine test onderzocht. Beide testen werden naast elkaar gebruikt<br />
op de SEH. De uitslag van de speekseltest is in minder<br />
dan 10 minuten bekend, het is makkelijker in te zetten bij patiënten<br />
met een verminderd bewustzijn en geeft theoretisch<br />
gezien een betere afspiegeling van welke drugs iemand recent<br />
heeft gebruikt.<br />
Een uniek multidisciplinair onderzoek, een samenwerking<br />
tussen de apotheek, de spoedeisende hulp en het klinisch<br />
chemisch laboratorium. OLVG is het eerst ziekenhuis waarin<br />
de speekseltest wordt onderzocht als alternatief voor de urine<br />
test.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 2
Redactioneel<br />
Vrienden van OLVG<br />
Als stadsziekenhuis geeft OLVG graag de zorg die<br />
mensen nodig hebben. Helaas is er voor extra voorzieningen<br />
en het doen van meer wetenschappelijk<br />
onderzoek niet altijd voldoende geld beschikbaar,<br />
terwijl dit wel bijdraagt aan lagere druk op de zorg,<br />
lagere kosten en een betere behandeling voor onze<br />
patiënten. Om innovatieve onderzoeken te kunnen<br />
blijven doen, is extra financiële steun van particulieren,<br />
bedrijven en fondsen hard nodig. Vrienden<br />
van OLVG zet zich hiervoor in. De stichting werft<br />
bijvoorbeeld geld voor nieronderzoek naar een methode<br />
om angst en depressie bij deze patiënten te<br />
signaleren. En draagt financieel bij aan de Amica<br />
5-studie op de afdeling Neonatologie in het Anna<br />
Paviljoen (het moeder- en<br />
kindcentrum).<br />
Samen helpen we de zorg<br />
vooruit! Help je mee? Scan<br />
de QR code in de advertentie<br />
achter op het blad.<br />
En verder<br />
4 Geriatrie, een dynamisch vak<br />
8 Abstract: Is Virtual Reality-Hypnose non-inferieur<br />
aan medische hypnose door een zorgverlener voor<br />
het verminderen van pijn, angst en distress bij<br />
kinderen?<br />
9 Kwartet onderzoekers<br />
14 Abstract: De OptiMUM-studie: EMDR therapie bij<br />
zwangeren met bevalangst is veilig<br />
15 Scoring van ademstoornissen lijkend op centrale<br />
apneus bij tongzenuwstimulatie<br />
16 Interview: Ervaring, professionalisering en een<br />
goed geolied team<br />
17 Column Paul Bresser: Maatschappelijke impact<br />
van wetenschappelijk onderzoek<br />
18 Epidemiologica: Analyse van herhaalde metingen<br />
20 Commissie wetenschap: Wetenschapsweek <strong>2024</strong><br />
21 Tip van de monitor<br />
21 IGJ bezoek<br />
23 Aankomende cursussen en evenementen<br />
Onderzoek doen is<br />
samenwerken<br />
Vroeger bestond het beeld dat onderzoek doen<br />
eenzaam werk was. Alleen in een laboratorium<br />
starend door een microscoop of ergens in een<br />
kamertje zwoegend op data. Gelukkig is dat flink<br />
veranderd, blijkt wel uit de artikelen in deze <strong>Wetenschap@OLVG</strong>.<br />
In deze <strong>september</strong>editie is te lezen dat je bij onderzoek<br />
doen op allerlei manieren samenwerkt.<br />
Onderzoek in de geriatrie ontstond bijvoorbeeld<br />
aan de hand van het opzetten van een multidisciplinaire<br />
vereniging. Door de handen ineen te slaan<br />
werd er ineens van alles mogelijk op gebied van<br />
onderzoek doen.<br />
Lees het interview met Femke Gresnigt, dit jaar<br />
gepromoveerd op onderzoek naar de relatie tussen<br />
recreatief drugsgebruik en cardiovasculaire<br />
complicaties. In haar proefschrift geeft zij in de<br />
discussie praktische handvatten aan collega’s en<br />
in de Nederlandse samenvatting juist informatie<br />
voor eventuele gebruikers.<br />
Dirk ter Meulen is aan het promoveren bij de Orthopedie.<br />
Dankzij de steun van zijn collega’s bij<br />
JointResearch lukt het hem om in drukke tijden<br />
opleiding en onderzoek te combineren. Niet alleen<br />
collega’s kunnen je helpen tijdens je onderzoek.<br />
Saskia Oosterbaan richt haar onderzoek op het<br />
betrekken van patiënten bij interprofessioneel<br />
onderwijs. Help you help me.<br />
In het interview met Marjo Janssen memoreert<br />
zij hoe de ACWO was toen ze begon, en dat het<br />
dankzij uitbreiding in de commissie en op het secretariaat<br />
is uitgegroeid tot een soepel lopende<br />
organisatie. Echt een team prestatie, in de woorden<br />
van Marjo ;).<br />
In het verslag van de Wetenschapsweek komen de<br />
onderzoekers die de verschillende prijzen hebben<br />
gewonnen aan bod. Keynote speaker Marcel Levi,<br />
benadrukte in zijn speech om juist de samenwerking<br />
met elkaar op te zoeken.<br />
Kortom, onderzoek doe je niet alleen, vooral niet<br />
in OLVG. Wil je meer in contact komen met andere<br />
onderzoekers in OLVG? Kom dan naar de maandelijkse<br />
bijeenkomst van de Commissie<br />
Wetenschap of sluit je aan<br />
bij de Onderzoekers van OLVG<br />
(OvOs). Ik zie jullie daar!<br />
Loes Pronk,<br />
adviseur Wetenschap –<br />
lokale uitvoerbaarheid<br />
WETENSCHAP@OLVG • 3
Historie<br />
Geriatrie,<br />
een dynamisch vak<br />
Geriatrie is een relatief jong specialisme. We vroegen<br />
geriaters Jos van Campen, Linda Tulner en Floor van<br />
Deudekom naar de geschiedenis van hun vakgebied.<br />
Welke rol heeft onderzoek hierin gespeeld? En welke rol<br />
speelt dit nu?<br />
Jos van Campen, Linda Tulner, Floor van Deudekom, Geriaters<br />
Simone Priester-Vink, eindredacteur<br />
Ontstaan van het vakgebied<br />
geriatrie<br />
‘Het specialisme geriatrie is ontstaan<br />
vanuit de observatie dat er veel meer<br />
energie gestoken moest worden in het<br />
op de been krijgen en actief houden<br />
van oudere mensen. In verpleeghuizen<br />
lagen namelijk teveel patiënten die<br />
nauwelijks gestimuleerd werden om te<br />
bewegen.<br />
In 1946 werd de Nederlandse Vereniging<br />
voor Gerontologie opgericht. Die was<br />
samengesteld uit artsen, biologen, politici,<br />
economen en sociologen. Die beweging<br />
werd gevoed door wetenschappelijk<br />
onderzoek over de aanstaande<br />
‘dubbele vergrijzing’ (binnen de groep<br />
65-plussers nam het deel 80-plussers<br />
toe, red.). In 1961 ontstond hieruit de Nederlandse<br />
Vereniging van Geriaters en<br />
pas in 1983 werd het medisch specialisme<br />
geriatrie erkend. Dit gebeurde na<br />
vele jaren lobbywerk en het overkomen<br />
van veel weerstand. In 1990 splitsten de<br />
zogenaamde ‘sociaal geriaters’ en de<br />
‘klinisch geriaters’. Toen is de Nederlandse<br />
Vereniging van Klinische geriatrie<br />
(NVKG) ontstaan.’<br />
Geriatrische afdelingen<br />
‘Vanaf 1983 is Klinische geriatrie een<br />
apart erkend vak. In die tijd waren er<br />
een beperkt aantal klinische afdelingen<br />
in het land. Eén daarvan bevond zich in<br />
het Slotervaart ziekenhuis: een afdeling<br />
met honderd bedden.<br />
In 1984 vond een groot onderzoek<br />
plaats op verzoek van de minister: het<br />
GAAZ-(Geriatrische Afdeling Algemeen<br />
Ziekenhuis) onderzoek. Op grond van<br />
het rapport adviseerde de Nationale<br />
Raad voor de Volksgezondheid om de<br />
toen bestaande zes klinisch geriatrische<br />
afdelingen in algemene ziekenhuizen<br />
te erkennen. Dit betekende dat er<br />
een afzonderlijk specialisme geriatrie<br />
ontstond. Zo was duidelijker wat je van<br />
deze beroepsgroep kon verwachten én<br />
hoe een geriater werd opgeleid.<br />
In het begin waren deze afdelingen, en<br />
dus ook de afdeling in het Slotervaart,<br />
waar wij (Jos en Linda, red.) werkten,<br />
een soort kruising van ziekenhuis-,<br />
verpleeghuis- en revalidatiezorg. In de<br />
loop van de tijd is dit veranderd naar<br />
de huidige situatie. Dat is vooral acute<br />
geriatrie met acuut zieke mensen. En<br />
er is nog meer veranderd. Toen wij in de<br />
jaren negentig begonnen was de opnameduur<br />
zes weken, inmiddels is die<br />
twee tot drie weken. En er is inmiddels in<br />
ieder ziekenhuis in Nederland een vakgroep<br />
geriatrie of ouderengeneeskunde<br />
actief.’<br />
Geriatrie en onderzoek<br />
‘De geriatrie richt zich op oudere<br />
patiën ten, meestal met meerdere ziektes<br />
tegelijkertijd. Hierdoor is er vaak<br />
sprake van polyfarmacie. Dan krijgt een<br />
Er is inmiddels in ieder<br />
ziekenhuis in Nederland<br />
een vakgroep<br />
geriatrie of ouderengeneeskunde<br />
actief<br />
patiënt gedurende langere tijd vijf of<br />
meer verschillende soorten geneesmiddelen<br />
tegelijkertijd. Ook is er bij deze<br />
patiëntengroep regelmatig sprake van<br />
een extra functionele, sociale en/of psychische<br />
component om rekening mee<br />
te houden. Dit zijn eigenlijk altijd belangrijke<br />
onderwerpen van onderzoek<br />
geweest voor ons.<br />
Door deze focus, vallen er bij ons onderzoek<br />
specifieke dingen op. Bijvoorbeeld<br />
dat mensen met een hoge leeftijd en<br />
mensen met comorbiditeit vaak uitgesloten<br />
worden van onderzoek. Bovendien<br />
is het een lastige onderzoekspopulatie,<br />
want er zijn vaak mensen die<br />
niet mee willen doen, die uitvallen, of die<br />
andere contra-indicaties hebben.<br />
In 1961 is pas de eerste RCT bij ouderen<br />
uitgevoerd, bij een verpleeghuis onderzoek<br />
naar twee pijnstillers. In 2012<br />
was maar 7% van alle RCT’s gericht<br />
op oudere patiënten, waarbij geriatrische<br />
kwetsbaarheden ook nog eens<br />
WETENSCHAP@OLVG • 4
Floor van Deudekom, Jos van Campen en Linda Tulner<br />
slecht gerapporteerd werden. Internistgeriater<br />
Schouten, één van de eerste<br />
geriaters van Nederland, publiceerde<br />
in 1979 als eerste een retrospectief onderzoek<br />
naar de effecten van opname<br />
op de functionele status en de ontslagbestemming<br />
van geriatrische patiënten<br />
op de geriatrieafdeling van het Slotervaartziekenhuis.<br />
Kortom, onderzoek<br />
doen bij geriatrische patiënten in onze<br />
discipline was – en is - wel een uitdaging<br />
op zich.’<br />
Onderzoek in OLVG<br />
‘We doen steeds meer onderzoek in het<br />
kader van gepersonaliseerde zorg, naar<br />
de behandelwensen van de patiënt.<br />
OLVG is een expertisecentrum voor<br />
cognitieve stoornissen bij mensen met<br />
een migratieachtergrond. In dit kader<br />
hebben we een interessante pilotstudie<br />
gedaan. Hierbij keken we naar de ervaring<br />
van mensen met een migratieachtergrond<br />
in OLVG met het gesprek over<br />
wel of niet reanimeren. We werken ook<br />
samen met het AmsterdamUMC om<br />
te onderzoeken waar de behoefte van<br />
zorg ligt binnen deze doelgroep.<br />
We hebben inmiddels verschillende<br />
zorgpaden uitgerold, bijvoorbeeld voor<br />
oudere patiënten met een colontumor<br />
en voor patiënten met hartfalen. Hier<br />
proberen we het onderzoek aan te koppelen.<br />
Ook hebben we een hele nauwe<br />
samenwerking met de traumatologie.<br />
Ons ziekenhuis is namelijk heel vooruitstrevend<br />
in de behandeling bij osteoporose,<br />
iets wat veel bij oudere patiënten<br />
speelt. Alle patiënten met heupfracturen<br />
krijgen tijdens opname al een behandeling<br />
voor deze aandoening. Hier<br />
zijn verschillende onderzoeken en initiatieven<br />
uit voortgekomen.<br />
Een andere belangrijke onderzoekslijn<br />
is het onderzoek naar ‘frailty’: hoe je de<br />
kwetsbare ouderen kunt onderscheiden<br />
van de niet kwetsbare ouderen. Tenslotte<br />
kijkt de geriatrie de laatste tien<br />
jaar ook naar het thema ‘veerkracht’.<br />
Hoe kan je deze bij een patiënt versterken,<br />
zodat ze zo lang mogelijk zelfstandig<br />
kunnen blijven, of zodat ze zo snel<br />
mogelijk herstellen na een ingreep of<br />
opname?<br />
We vinden het ook leuk om onze ervaringen<br />
en bijzondere casuïstiek te delen<br />
met onze collega’s. Zo hebben we bijvoorbeeld<br />
een paar klinische lessen in<br />
het NTVG (Nederlands Tijdschrift voor<br />
Geneeskunde) geschreven over het<br />
herkennen van misidentificatiewanen,<br />
HIV bij ouderen en over hypothermie<br />
bij ouderen. Ook in andere tijdschriften<br />
publiceerden we interessante casuïstiek<br />
over onze opgenomen patiënten.’<br />
Bronnen<br />
Broekhuizen, K., Pothof, A., de Craen, A. J., & Mooijaart,<br />
S. P. (2015). Characteristics of randomized<br />
controlled trials designed for elderly: a systematic<br />
review. PloS one, 10(5), e0126709.<br />
Olde Rikkert, M. G., van Heteren, G. M., & Hoefnagels,<br />
W. H. (1998). Medisch-wetenschappelijk onderzoek<br />
bij ouderen in Nederland; historische mijl -<br />
palen en methodologische problemen. Nederlands<br />
tijdschrift voor geneeskunde, 142(8), 401–405.<br />
Rijn CAv, Nederlandse Vereniging voor Klinische<br />
geriatrie. Klinische geriatrie : Geschiedenis van<br />
Een Specialisme. (Knecht-van Eekelen Ad, ed.).<br />
Nederlandse Vereniging voor Klinische geriatrie;<br />
2015.<br />
van Deudekom, F. J., Postmus, I., van der Ham, D.<br />
J., Pothof, A. B., Broekhuizen, K., Blauw, G. J., &<br />
Mooijaart, S. P. (2017). External validity of randomized<br />
controlled trials in older adults, a systematic<br />
review. PloS one, 12(3), e0174053.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 5
Interview<br />
Cardiovasculaire<br />
complicaties na recreatief<br />
drugsgebruik<br />
In OLVG komen regelmatig patiënten met ‘wat op’. Zeker op<br />
de Spoedeisende Hulp (SEH). SEH-arts Femke Gresnigt weet<br />
hier alles van. Zij is gespecialiseerd in de toxicologie en doet<br />
onderzoek naar de relatie tussen recreatief drugsgebruik en<br />
cardiovasculaire complicaties. Ze promoveerde op 11 juli met<br />
haar onderzoek Toxic Heartbeats: Cardiovascular Symptoms<br />
And Complications After Recreational Drug Use.<br />
Manja Herrebrugh, eindredacteur<br />
Zo, je proefschrift is af. Hoe gaat<br />
het?<br />
‘Ja, fijn dat het af is. Nu komt een beetje<br />
de ontspanning. Het was best veel afgelopen<br />
jaren. Niet alleen door mijn<br />
promotietraject, maar alles bij elkaar.<br />
Op het moment heb ik twee banen en<br />
doe ik allerlei dingen in de toxicologie<br />
naast mijn reguliere werk en heb ik een<br />
master in medical toxicology afgerond.<br />
Het wordt tijd om een pas op de plaats<br />
te maken.’<br />
Wat heb je onderzocht?<br />
‘Overkoepelend: acute hart- en vaatziekten<br />
door recreatief drugsgebruik.<br />
Uit de literatuur weten we dat cocaïne<br />
een boosdoener is op dat vlak. Dat is<br />
een stimulerend middel dat je hart stimuleert<br />
om harder te werken met een<br />
hogere zuurstofvraag, maar het krijgt<br />
door vernauwen van bloedvaten minder<br />
bloed. Tevens kan het ritmestoornissen<br />
veroorzaken. Ik heb onderzocht of<br />
andere middelen die je hart stimuleren,<br />
ook risicofactoren zijn voor hartziekten.<br />
Dit heb ik gedaan op verschillende<br />
manieren. Het hele onderzoek begon<br />
eigenlijk met een scientific statement<br />
uit Amerika.’<br />
Kun je hier meer over vertellen?<br />
‘In Amerika is in 2008 een scientific<br />
statement gepubliceerd waarin staat<br />
dat cocaïne een risicofactor voor hartziekten<br />
is en dat je daar aandacht voor<br />
moet hebben. Wij doen daar in Nederland<br />
eigenlijk niks mee. Ook wordt geadviseerd<br />
om cocaïnegebruikers met<br />
pijn op de borst langer te observeren:<br />
dat doen we ook niet. In de Europese<br />
richtlijnen voor hart- en vaatziekten<br />
komen drugs überhaupt niet voor.<br />
Dit was de aanleiding voor onze survey<br />
onder cardiologen en SEH-artsen. Uit<br />
de antwoorden bleek dat cocaïne wel<br />
als een risicofactor beschouwd wordt,<br />
maar dat daar in de praktijk niks mee<br />
gedaan wordt. Dat was de basis van<br />
mijn promotieonderzoek.’<br />
Hoe ben je begonnen?<br />
‘We hebben in de eerste studie patiënten<br />
met cocaïne geassocieerde pijn op<br />
de borst, zonder hartinfarct, proberen<br />
te volgen. Dat bleek een drama. Het<br />
includeren was al erg lastig. Als dat<br />
lukte, bleek de follow up zeer lastig. Een<br />
belangrijke bevinding van die studie is<br />
wel dat een groot deel van de gevolgde<br />
patiënten opnieuw cocaïne gebruikt.<br />
Het zou mooi zijn als wij als zorgverleners<br />
een grotere rol nemen in de drug<br />
counseling.’<br />
Wat viel je nog meer op?<br />
‘Hoe belangrijk een goede anamnese<br />
is. Ik heb retrospectief onderzocht hoe<br />
betrouwbaar de antwoorden van patiënten<br />
zijn bij het vragen naar drugsgebruik.<br />
We vergeleken de antwoorden<br />
met de drugs screening in de urine. Bij<br />
de cannabis – metamfetamine – MDMA<br />
en amfetaminegroep zien we 50% tot<br />
Op de voorkant van Femke’s<br />
proefschrift staat een kunstwerk,<br />
speciaal voor deze gelegenheid<br />
gemaakt door SEH collega Obbe<br />
Tiddens. De cryptische omschrijving<br />
vind je in het binnenwerk.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 6
70% betrouwbaarheid, overeenkomstig<br />
met de literatuur. De cocaïne groep<br />
scoorde boven de 90%, en ik denk dat<br />
dat komt door onze eerste studie. Artsen<br />
vroegen extra door naar cocaïne<br />
gebruik. Daarom denk ik dat als we<br />
expliciet vragen naar de drugs waarin<br />
we geïnteresseerd zijn, we een valide<br />
antwoord krijgen.’<br />
Is er een specifieke casus die je<br />
is bijgebleven?<br />
‘Een paar jaar geleden was 4-Fluoramfetamine<br />
(4-FA) ineens een hot drug.<br />
Toen lag er een jonge patiënt met een<br />
hoge bloeddruk en verder weinig klachten<br />
op de SEH. Omdat zijn vriend een<br />
geagiteerd delier had was iedereen<br />
daarmee bezig en werd hij alleen behandeld<br />
met een rustgevend tabletje.<br />
Plots ontwikkelde hij acute Takotsubo<br />
cardiomyopathie met acuut hartfalen<br />
en ging deze jonge voorheen gezonde<br />
man bijna dood. Samen met twee verhalen<br />
over patiënten met hersenbloedingen<br />
uit het VU medisch centrum, was<br />
het aanleiding voor onze studie naar<br />
4-FA. Daar kwam uit dat van de tien<br />
patiënten met een mono-intoxicatie<br />
er acht een complicatie hadden. Dat is<br />
echt heel veel. Er is gelukkig een verbod<br />
gekomen op 4-FA met goed resultaat:<br />
het is bijna van de markt verdwenen.’<br />
Heeft jullie studie daar aan<br />
bijgedragen?<br />
‘Het overkoepelend orgaan CAM verzamelt<br />
data van verschillende bronnen<br />
- zoals het Nationaal Vergiftigingen<br />
Informatie Centrum, het Trimbos Instituut<br />
en wetenschappelijke literatuur.<br />
Vervolgens geven zij advies aan de politiek.<br />
Maar zo’n balletje gaat natuurlijk<br />
pas rollen als er een instantie zegt: ‘Hé,<br />
er valt ons iets op.’ En daar spelen we<br />
als OLVG zeker een rol.’<br />
Is je nog meer opgevallen?<br />
‘Ja, we hebben retrospectief gekeken<br />
naar hartinfarcten in relatie tot drugs.<br />
Omdat het van cocaïne al zo duidelijk<br />
uit de literatuur kwam, hebben we die in<br />
onze review buiten beschouwing gelaten.<br />
Maar wat opviel, waren de synthetische<br />
cathinonen. Dat zijn bijvoorbeeld<br />
middelen als 3MMC. Die lijken heftige<br />
Femke<br />
Gresnigt<br />
complicaties (forse hart- en vaatziekten)<br />
te kunnen veroorzaken. Dat is een<br />
middel om in de toekomst in de gaten<br />
te gaan houden. Hier zit overigens ook<br />
een verbod op, maar het gebruik is<br />
daardoor helaas niet afgenomen. Op dit<br />
moment loopt er nog een prospectieve<br />
studie op de CCU naar drugs gebruik<br />
onder jonge mensen met een hartinfarct<br />
– de TAMI-trial.’<br />
Hoe vertaal je je bevindingen<br />
naar de praktijk?<br />
‘In de inleiding van mijn proefschrift<br />
schets ik hoeveel drugs er gebruikt<br />
wordt, op welke mechanismen ze harten<br />
vaatziekten kunnen veroorzaken,<br />
en wat er in de richtlijnen staat. In de<br />
discussie heb ik geprobeerd een praktische<br />
handleiding te maken voor de arts.<br />
De Nederlandse samenvatting heb ik<br />
meer geschreven om eventuele gebruikers<br />
te informeren. Dus: als collega’s de<br />
inleiding, de discussie en de samenvatting<br />
lezen, zijn ze weer helemaal up to<br />
date over dit onderwerp. Zelf merk ik<br />
dat ik anders het gesprek aanga met<br />
patiënten. Dit probeer ik ook door te<br />
geven aan de collega’s die we opleiden.<br />
Preventie middels drug counseling is<br />
het allerbelangrijkst de komende jaren.’<br />
Wat zijn je plannen na je<br />
promotie?<br />
‘Voor nu even niks. Vraag het volgend<br />
jaar nog maar eens. Dan zijn er vast wel<br />
weer mooie wilde plannen, er komt vanzelf<br />
wel weer wat langs.’<br />
WETENSCHAP@OLVG • 7
Abstract<br />
Is Virtual Reality-Hypnose (VRH)<br />
non-inferieur aan medische<br />
hypnose door een zorgverlener<br />
(MH) voor het verminderen van<br />
pijn, angst en distress bij kinderen?<br />
Sharron van den Berg, verpleegkundig specialist<br />
kindergeneeskunde<br />
Maurits O. Hoogeveen, Tijn M. S. van Winden,<br />
Malika Chegary, Mehmet S. Genco & Nini H.<br />
Jonkman<br />
Doel<br />
Naaldgerelateerde procedures, zoals<br />
een infuus inbrengen of bloedafname,<br />
kunnen pijn en angst veroorzaken bij<br />
kinderen. Dit kan zorgen voor het ontstaan<br />
van prikangst of zelfs tot het vermijden<br />
van toekomstige medische zorg.<br />
Medisch hypnose (MH) is een interventie<br />
die wordt ingezet bij het voorkomen<br />
van pijn en angst tijdens het prikken bij<br />
kinderen. Door het tekort aan medisch<br />
personeel zochten wij naar een innovatieve<br />
oplossing waarbij een behandeling<br />
met medische hypnose alsnog kon<br />
worden toegediend, ook wanneer er<br />
geen getrainde zorgverlener beschikbaar<br />
is om een behandeling met medische<br />
hypnose te geven. Het doel van<br />
deze studie is te onderzoeken of Virtual<br />
Reality-Hypnose (VRH) non-inferieur<br />
is aan medische hypnose door een<br />
getrainde zorgverlener voor het verminderen<br />
van pijn, angst en distress bij<br />
kinderen.<br />
Methode<br />
Deze non-inferiority randomized controlled<br />
trial werd uitgevoerd in OLVG<br />
te Amsterdam tussen april 2021 en mei<br />
2022. Kinderen van 6 tot 18 jaar werden<br />
gerandomiseerd voor behandeling met<br />
VRH of MH. De primaire uitkomstmaat<br />
was zelf gerapporteerde pijn, gemeten<br />
Sharron van den Berg<br />
met de Wong-Baker Faces Scale met de<br />
non-inferioriteitsmarge gedefinieerd als<br />
een verschil van 1,5 punten. De secundaire<br />
uitkomsten waren door zorgverleners<br />
gerapporteerde pijn (Numerieke<br />
Beoordelingsschaal), angst (gescoord<br />
door kinderen en zorgverleners met de<br />
Children’s Fear Scale), bloeddruk, hartslag,<br />
tevredenheid over de behandeling<br />
en mogelijke bijwerkingen van de VRbril<br />
(misselijkheid en duizeligheid).<br />
Resultaten<br />
We randomiseerden 138 kinderen voor<br />
een VRH of MH behandeling en includeerden<br />
114 kinderen in de analyses<br />
(VRH n=60, MH n=54). Een aantal kinderen<br />
viel uit vanwege overmatige angst<br />
of geen consent van de tweede ouder/<br />
verzorger. We vonden non-inferioriteit<br />
voor VRH vergeleken met MH op door<br />
patiënten gerapporteerde pijn (gemiddeld<br />
verschil = -0,17, 95% CI -1,01;<br />
0,66). Secundaire uitkomsten waren<br />
vergelijkbaar tussen de VRH- en MHgroepen.<br />
Beide behandelingen scoorden<br />
hoog op patiënttevredenheid<br />
(VRH mediaan=9,0, MH mediaan=10,0,<br />
p=0,512).<br />
Conclusie<br />
VRH is een effectieve en veilige behandelingsoptie<br />
naast MH door een<br />
getrainde zorgverlener voor het verminderen<br />
van pijn en angst bij kinderen<br />
tijdens een naaldgerelateerde procedure.<br />
VRH is non-inferieur aan MH<br />
in de door patiënten gerapporteerde<br />
pijn. Beide behandelingen zijn vergelijkbaar<br />
wat betreft door zorgverlener<br />
gerapporteerde angst, door patiënt en<br />
zorgverlener gerapporteerde angst,<br />
distress (hartslag en bloeddruk) en<br />
patiënttevredenheid.<br />
Sharron won op de wetenschapsdag<br />
met haar onderzoek als eerste verpleegkundige<br />
de Dr. Keeman publicatieprijs:<br />
beste publicatie 2023.<br />
Het originele artikel<br />
van den Berg S, Hoogeveen MO, van Winden TMS,<br />
Chegary M, Genco MS, Jonkman NH. Virtual reality<br />
hypnosis for needle-related procedural pain<br />
and fear management in children: a non-inferiority<br />
randomized trial. European Journal of Pediatrics.<br />
2023;182(10):4421-30.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 8
Kwartet onderzoekers<br />
Hoe is het om onderzoek te doen in OLVG? Vier onderzoekers<br />
vertellen erover.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 9
Kwartet onderzoekers<br />
Psychosociale screening bij gezinnen<br />
waarin een ouder kanker heeft<br />
Wat is je drijfveer voor dit onderzoek?<br />
’De medische wereld is best wel op de patiënt<br />
gericht. Ik vind het belangrijk dat we meer aandacht<br />
krijgen voor het hele gezin, ook omdat dit<br />
uiteindelijk voor de patiënt zelf prettig is. In de<br />
praktijk zie ik nog weleens gezinnen die al helemaal<br />
vast zijn gelopen. Misschien kunnen we<br />
dat voor zijn met goede ondersteuning vanaf<br />
het begin. Maar daarvoor moeten we wel weten<br />
hoe we de goede zorg nou op de goede plek<br />
krijgen. En daar helpt mijn onderzoek bij.’<br />
Samenvatting onderzoek<br />
Als een ouder met minderjarige kinderen gediagnosticeerd<br />
wordt met kanker, is dit ingrijpend<br />
voor het hele gezin. Een aanzienlijk deel<br />
van de ouders en kinderen ontwikkelt psychosociale<br />
klachten. Met vroege systematische<br />
screening kunnen risicofactoren bij gezinnen<br />
in kaart gebracht worden en kan zorg op maat<br />
geboden worden. Er is echter nog geen passend<br />
psychosociaal screeningsinstrument<br />
beschikbaar. Deze studie heeft als doel om de<br />
Psychosocial Assessment Tool (PAT), ontwikkeld<br />
in de kinderoncologie, aan te passen voor<br />
gebruik in gezinnen die te maken hebben met<br />
kanker bij een ouder, en om de validiteit en<br />
betrouwbaarheid ervan te beoordelen. Het onderzoek<br />
bestaat onder andere uit een pilotstudie<br />
en een multicenterstudie, waarin ouders en<br />
kinderen vragenlijsten invullen. Met het onderzoek<br />
wordt beoogd een bruikbaar screeninginstrument<br />
op te leveren, op basis waarvan<br />
gezinnen tijdig verwezen kunnen worden naar<br />
passende ondersteuning.<br />
Marthe Egberts,<br />
onderzoeker en<br />
orthopedagoog i.o.t.<br />
GZ-psycholoog bij<br />
Ingeborg Douwes<br />
Centrum<br />
Take-home<br />
message<br />
Heb als zorgprofessional<br />
oog<br />
voor het hele<br />
gezin van de<br />
patiënt.<br />
Wat is de grootste uitdaging?<br />
’Genoeg mensen vinden die de vragenlijst willen<br />
invullen. We willen dat vrij vroeg na de diagnose<br />
doen, maar dan is er natuurlijk superveel<br />
aan de hand: emotionele druk, er gaat een<br />
behandeling lopen... en dat naast de standaard<br />
drukte van een gezin. Een vragenlijst invullen<br />
heeft dan – heel begrijpelijk – niet zoveel<br />
prioriteit. Daarnaast wil de onderzoeker in mij<br />
zo goed mogelijk onderzoek doen, maar de<br />
psycholoog in mij de patiënt ook tijdens het<br />
onderzoek wat ondersteuning bieden. Met het<br />
onderzoeksteam zijn we telkens aan het kijken<br />
hoe we beide zo goed mogelijk kunnen doen.’<br />
: de onderzoeker in mij<br />
wil soms wat anders dan de<br />
psycholoog in mij<br />
Hoe is de samenwerking OLVG –<br />
Ingeborg Douwes Centrum?<br />
’Het Ingeborg Douwes Centrum is onderdeel<br />
van OLVG. Dus als psychologen zijn wij daar in<br />
dienst, maar we komen in de praktijk eigenlijk<br />
heel weinig in OLVG. We verzamelen wel data<br />
in OLVG voor het onderzoek, en ik vind het leuk<br />
om op die manier weer meer bij het ziekenhuis<br />
betrokken te zijn. Ik vind de combinatie van<br />
onderzoek doen en in opleiding zijn tot GZ-psycholoog<br />
heel fijn, ook omdat de psychologische<br />
behandelingen van kinderen en ouders emotioneel<br />
soms best zwaar zijn. Met het onderzoek<br />
kan ik iets meer afstand nemen, en tegelijk mijn<br />
bevindingen in de praktijk mooi gebruiken om<br />
het onderzoek te verbeteren – en andersom.’<br />
WETENSCHAP@OLVG • 10
Curriculumontwikkeling<br />
binnen medische<br />
vervolgopleidingen<br />
Kwartet onderzoekers<br />
Hoe ben je in dit onderzoek terecht<br />
gekomen?<br />
’Tijdens mijn geneeskunde studie zat ik in<br />
de opleidingscommissie. Zo kwam ik op<br />
congressen van de Nederlandse Vereniging<br />
Medisch Onderwijs (NVMO), waar ik artsen,<br />
medisch specialisten, fysiotherapeuten en<br />
verpleegkundigen zag samenwerken aan<br />
onderwijs. Aan het eind van mijn studie zorgde<br />
ik dat ik stage liep op de gynaecologie /<br />
verloskunde, met voorkeurslocatie West, zodat<br />
ik van Fedde Scheele wat kon leren over<br />
onderwijs. Ik mocht blijven als ANIOS en samen<br />
zijn we toen op onderwerpen voor mijn<br />
promotie uitgekomen.’<br />
: ik weet door de jaren<br />
heen steeds beter waar<br />
ik mee bezig ben, dat<br />
scheelt een hoop stress!<br />
Samenvatting onderzoek<br />
Ik doe onderzoek in het kader van een<br />
PhD-traject gericht op medische vervolgopleidingen.<br />
Mijn onderzoek richt zich op<br />
curriculumontwikkeling binnen medische<br />
vervolgopleidingen, met bijzondere aandacht<br />
voor inclusie van maatschappelijk relevante en<br />
essentiële onderwerpen. Hierbinnen ligt mijn<br />
belangrijkste focus op vrouwengezondheidszorg<br />
(women’s health), dat gaat over sekse- en<br />
gender verschillen in de breedte van de zorg.<br />
Vrouwengezondheidszorg erkent biologische,<br />
sociale, en psychologische factoren die invloed<br />
hebben op ziekte en wij adresseren deze om<br />
betere en gelijkwaardige gezondheidszorg<br />
voor vrouwen te bevorderen. Door inzicht te<br />
krijgen in hoe wij artsen opleiden en daarop in<br />
te spelen, streef ik er met mijn werk naar om<br />
toekomstige artsen beter voor te bereiden op<br />
de specifieke gezondheidsbehoeften van onze<br />
maatschappij en daarbij van vrouwen in het<br />
bijzonder.<br />
Merel de Heer,<br />
onderwijscoördinator<br />
– adviseur / arts-<br />
onderzoeker, leerhuis<br />
Take-home<br />
message<br />
Een onderwerp<br />
kiezen dat breder<br />
is en in de<br />
maatschappij<br />
leeft is een manier<br />
om bezig te<br />
zijn op medisch,<br />
sociaal en economisch<br />
vlak.<br />
Zo leer je als<br />
arts veel bij dat<br />
niet in de opleiding<br />
aan bod is<br />
gekomen.<br />
Hoe bevalt het proces?<br />
’In het begin voelde het een beetje wiebelig:<br />
het onderwerp was breed en ik kon nog alle<br />
kanten op. Nu weet ik steeds beter waar ik<br />
mee bezig ben. Ik ben op de helft van de tijd<br />
en lig goed op schema, dat scheelt een hoop<br />
stress. Na de eerste studie, die meer onderwijskundig<br />
gericht was, kwam de vrouwengezondheidszorg<br />
op mijn pad. Daar gaat mijn<br />
hart sneller van kloppen. We hebben eigenlijk<br />
nog zo weinig basiskennis van de vrouw,<br />
terwijl het de helft van de wereldpopulatie is!<br />
In mijn geneeskunde opleiding heb ik er weinig<br />
over geleerd. Dat kan anders.’<br />
Gaat je onderzoek dan ook verder<br />
dan het ziekenhuis?<br />
’Ja, ik vind het heel fijn dat ik onderzoek doe<br />
naar een breed onderwerp dat in de maatschappij<br />
leeft en wat invloed heeft op medisch,<br />
sociaal én economisch vlak. Ik spreek<br />
op medische congressen, maar ook voor<br />
bijvoorbeeld de Europese Commissie. In de<br />
komende twee jaar kan ik twee kanten op.<br />
Enerzijds kan ik meer focus leggen op de<br />
vrouwengezondheidszorg, iets waar ik na mijn<br />
promotietraject verder aan wil werken. Anderzijds<br />
kan ik ook meer de onderwijskundige<br />
kant op.’<br />
WETENSCHAP@OLVG • 11
Kwartet onderzoekers<br />
Operatie versus gipsverband bij<br />
oudere vitale patiënten met een<br />
scheef gebroken pols<br />
Waar sta je nu, met je onderzoek?<br />
’Het is alweer tien jaar geleden dat ik, toen<br />
nog coassistent, een subsidieaanvraag deed<br />
voor dit belangrijke onderzoek. Het duurde<br />
even om alles op te starten – van het verkrijgen<br />
van de nodige METC-goedkeuringen<br />
tot het includeren van deelnemers en het<br />
uitvoeren van follow-ups. Een jaar geleden<br />
sloten we deze fase af en nu staan we op het<br />
punt om de resultaten van het hoofdonderzoek<br />
te publiceren. Het voelt echt als een tijd<br />
van oogsten.’<br />
: onderzoek doen is een<br />
duursport.<br />
Samenvatting onderzoek<br />
Deze studie onderzocht of gipsbehandeling even effectief<br />
is als chirurgische behandeling bij patiënten<br />
van 65 jaar en ouder met ernstige intra-articulaire<br />
distale radiusfracturen. Het was een gerandomiseerde<br />
gecontroleerde non-inferioriteitstudie uitgevoerd<br />
in 19 Nederlandse ziekenhuizen met 138 deelnemers.<br />
De belangrijkste uitkomstmaat was de Patient Rated<br />
Wrist Evaluation (PRWE) score na een jaar. Uit<br />
de resultaten bleek dat de gemiddelde PRWE-score<br />
in de gipsbehandelingsgroep 20,4 en in de chirurgische<br />
groep 14,5 was. De studie toonde aan dat<br />
gipsbehandeling niet inferieur was aan chirurgie na<br />
correctie voor baseline covariaten en in beide behandelde<br />
analyses. Korte termijnresultaten leken in<br />
het voordeel van de chirurgische behandeling, vooral<br />
bij fysiologisch jongere patiënten. Deze bevindingen<br />
dragen bij aan het bewijs dat de keuze tussen gips<br />
en operatie afhankelijk kan zijn van individuele patiëntkenmerken<br />
en niet slechts van de behandelingsmethode<br />
alleen.<br />
Dirk ter Meulen, Arts<br />
in opleiding (AIOS)<br />
bij de Orthopedie<br />
Take-home<br />
message<br />
Neem af en<br />
toe een week<br />
vrij om aan je<br />
onderzoek te<br />
werken. Dan<br />
kan je er echt<br />
weer goed<br />
in komen<br />
en meters<br />
maken.<br />
Hoe ervaar je de combinatie van<br />
opleiding en onderzoek?<br />
’Het was verrijkend om naast het onderzoek<br />
ook praktisch bezig te zijn met mijn toekomstige<br />
beroep. Het doelgericht werken gaf me<br />
veel voldoening. Hoewel een groot deel van<br />
de opleiding fulltime was en daardoor lastig<br />
te combineren viel met mijn onderzoek,<br />
kon ik rekenen op de fantastische steun van<br />
mijn collega’s bij het onderzoeksbureau van<br />
de orthopedie, Joint Research, die zowel de<br />
coördinerende als uitvoerende taken op zich<br />
namen tijdens drukke periodes.’<br />
Zijn er opvallende uitkomsten?<br />
’De resultaten van de hoofdstudie waren<br />
verrassend. Hoewel we initieel dachten,<br />
conform de bestaande literatuur, dat gipsbehandeling<br />
net zo effectief zou zijn voor<br />
vitale ouderen met een scheef gebroken pols<br />
als een operatie, bleek dit niet het geval. Dit<br />
resultaat bevestigde eigenlijk het onderbuikgevoel<br />
dat veel chirurgen al hadden.’<br />
Wat zijn je toekomstplannen?<br />
’Mijn plan is om dit onderzoek spoedig af<br />
te ronden – iets wat mijn vriendin ook sterk<br />
aanmoedigt, maar we naderen de eindfase.<br />
Zoals mijn promotor altijd zegt: onderzoek<br />
doen is een duursport.’<br />
WETENSCHAP@OLVG • 12
Kwartet onderzoekers<br />
Motivatie voor rol als tutor binnen<br />
de Interprofessionele leerunit<br />
Gefeliciteerd met de posterprijs!<br />
’Dankjewel! Ja, dat was totaal onverwachts.<br />
Ik had bijna geen abstract ingeleverd voor de<br />
wetenschapsdag, omdat ik niet verwacht had<br />
dat onderzoek naar interprofessioneel onderwijs<br />
er überhaupt tussen zou komen. Meestal<br />
presenteren collega’s die onderzoek doen<br />
naar nieuwe uitvindingen of behandelingen.<br />
Maar omdat ik ook wel eens een poster wilde<br />
maken – dit had ik nog nooit gedaan – dacht<br />
ik: waarom ook niet? En het is goed bevallen:<br />
het smaakt naar meer!’<br />
: Zelf de vragen onderzoeken<br />
die ontstaan<br />
tijdens mijn werk als IPEcoördinator<br />
vind ik erg leuk<br />
Samenvatting onderzoek<br />
Middels een kwalitatieve studie onderzochten we<br />
de motivatie van verpleegkundigen en verloskundigen<br />
voor hun rol als tutor in een interprofessionele<br />
leerunit (IPE-unit) op de kraamafdeling, met behulp<br />
van de Self Determination Theory. Binnen deze IPEunit<br />
leren coassistenten, verloskunde studenten en<br />
verpleegkunde studenten van, met en over elkaars<br />
rollen en verantwoordelijkheden in de zorg voor<br />
kraamvrouwen en neonaten. Twaalf tutoren op<br />
de kraamafdeling van OLVG werden geïnterviewd<br />
in het najaar van 2021. Vier thema’s die motivatie<br />
beïnvloeden kwamen in de studie naar voren: gewaardeerd<br />
voelen voor hun rol (door studenten en<br />
leidinggevenden), leren van anderen (studenten<br />
en collega’s), waargenomen effectiviteit van begeleiding,<br />
en balans tussen begeleiding en patiëntenzorg.<br />
Operationele ondersteuning en training<br />
voor hun nieuwe rol zijn belangrijk om autonomie,<br />
competentie, en verbondenheid te versterken en<br />
hierdoor de motivatie van tutoren voor hun rol te<br />
versterken.<br />
Saskia Oosterbaan-<br />
Lodder, arts-docent,<br />
IPE-coördinator en<br />
PhD-student naar<br />
Interprofessioneel<br />
Opleiden bij het Leerhuis<br />
Take-home<br />
message<br />
Schrijf alles op!<br />
Ideeen, documentatie..<br />
En<br />
zoek medeonderzoekers,<br />
binnen en buiten<br />
OLVG, om<br />
af en toe mee<br />
te sparren en<br />
elkaar te blijven<br />
motiveren.<br />
Wat vind je het leukste aan onderzoek?<br />
’Ik werk nu vijftien jaar als docent en de laatste<br />
acht jaar hou ik me bezig met interprofessioneel<br />
opleiden. Tijdens de trainingen en lessen<br />
die ik daarvoor geef, vraag ik mijzelf wel eens<br />
dingen af: waarom werkt iets wel of niet? Wat<br />
gebeurt hier? Daar ben ik dan nieuwsgierig<br />
naar, en nu kan ik dat zelf gaan onderzoeken.<br />
Dat heb ik ook gedaan met het onderzoek<br />
naar de motivatie van verpleegkundigen en<br />
verloskundigen voor hun tutor-rol.’<br />
Lukt het om als arts-docent<br />
voldoende tijd vrij te maken?<br />
’Voor het onderzoek wat ik heb gepresenteerd<br />
heb ik een subsidie vanuit Stichting Wetenschappelijk<br />
onderzoek OLVG gekregen. Maar<br />
het onderzoek dat ik nu doe, doe ik in mijn vrije<br />
tijd. Soms is het dan wel even zoeken naar de<br />
balans tussen werk en privé.’<br />
Waar ben je nu mee bezig?<br />
’Onderzoek waarbij de patiënt betrokken is.<br />
Dus hoe kunnen patiënten helpen om interprofessioneel<br />
onderwijs nog patiëntgerichter te<br />
maken? Dat moet nog helemaal opgezet worden,<br />
maar het is een mooie aanvulling op mijn<br />
andere onderzoek.’<br />
WETENSCHAP@OLVG • 13
Abstract<br />
De OptiMUM-studie: EMDR therapie<br />
bij zwangeren met bevalangst is veilig<br />
Melanie Baas, gynaecoloog-in-opleiding, psycholoog, arts-onderzoeker<br />
Hoofdonderzoeker: Mariëlle van Pampus, gynaecoloog-perinatoloog. www.capture-group.nl<br />
Inleiding<br />
Zwangeren met bevalangst (Fear of<br />
Childbirth; FoC) hebben een verhoogde<br />
kans op groeivertraging, vroeggeboorte,<br />
een negatieve ervaring van de zwangerschap<br />
en bevalling, en het ontstaan<br />
van een bevallingsgerelateerde posttraumatische<br />
stressstoornis (PTSS). Een<br />
mogelijke behandeling van FoC is Eye<br />
Movement Desensitization and Reprocessing<br />
(EMDR) therapie. De effectiviteit<br />
en veiligheid van EMDR-therapie bij<br />
zwangeren was nog niet eerder grootschalig<br />
onderzocht. Therapeuten rapporteerden<br />
terughoudend te zijn met<br />
het geven van EMDR-therapie aan<br />
zwangeren uit angst voor schade aan<br />
moeder en kind. In een eerder verschenen<br />
artikel over de OptiMUM-studie<br />
werd beschreven dat EMDR-therapie<br />
wat betreft psychologische uitkomstmaten<br />
een veilige en effectieve behandelmethode<br />
is voor zwangeren met FoC. Er<br />
was echter geen significant verschil ten<br />
opzichte van Care as Usual (CAU): ook<br />
in die groep werd verbetering van de<br />
klachten gezien. Het huidige artikel beschrijft<br />
de verloskundige uitkomstmaten.<br />
Methode<br />
141 zwangeren met FoC en een zwangerschapsduur<br />
tussen 8 en 20 weken<br />
werden gerandomiseerd tussen standaard<br />
zwangerschapsbegeleiding (CAU;<br />
n=71) en maximaal drie sessies EMDRtherapie<br />
(n=70). EMDR-therapie is een<br />
psychologische behandeling, waarbij de<br />
patiënt denkt aan een heftig plaatje. Dit<br />
beeld kan een meegemaakte ervaring<br />
zijn, of een ‘worst case scenario’. Tegelijkertijd<br />
wordt de patiënt door de therapeut<br />
afgeleid middels het laten maken<br />
van snelle oogbewegingen. Doordat het<br />
werkgeheugen belast wordt, neemt de<br />
emotionele lading van het beeld af en<br />
verminderen de klachten.<br />
Er werden gegevens over de zwangerschap,<br />
bevalling en baby verzameld uit<br />
het verloskundig dossier, en uit een 2-3<br />
maanden na de bevalling aan moeder<br />
gestuurde vragenlijst.<br />
Resultaten<br />
Er waren geen significante verschillen in<br />
(ervaring van) zwangerschap, bevalling<br />
en de gezondheid van de baby tussen<br />
de EMDR-therapie groep versus CAU,<br />
behalve dat er significant meer vrouwen<br />
in de CAU-groep om een inleiding<br />
zonder medische indicatie vroegen. Er<br />
was sprake van 37% keizersnedes, 13%<br />
vroeggeboorte en 17% groeivertraging<br />
onder alle deelneemsters.<br />
Conclusie en discussie<br />
EMDR-therapie is veilig in de zwangerschap,<br />
en leidt tot minder inleidingen<br />
zonder medische indicatie. Er was een<br />
hoog percentage zwangerschapscomplicaties,<br />
zoals sectio’s (37% versus 24%<br />
in tweedelijns bevallingen), vroeggeboorte<br />
(13% versus landelijk 9%) en groeivertraging<br />
(17% versus landelijk 10%).<br />
Dit artikel heeft de Descartesprijs<br />
gewonnen voor beste artikel op gebied<br />
van soma en psyche binnen OLVG. Tevens<br />
heeft Melanie met dit onderzoek<br />
de Francine Shapiro Award <strong>2024</strong> voor<br />
beste artikel over EMDR gewonnen.<br />
Originele artikel<br />
Melanie Baas<br />
Baas MAM, Stramrood CAI, Dijksman LM, Vanhommerig<br />
JW, de Jongh A, van Pampus MG. How safe<br />
is the treatment of pregnant women with fear of<br />
childbirth using eye movement desensitization<br />
and reprocessing therapy? Obstetric outcomes of<br />
a multi-center randomized controlled trial. Acta<br />
Obstet Gynecol Scand. 2023;102(11):1575-85.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 14
Artikel<br />
Scoring ademstoornissen<br />
lijkend op centrale apneus<br />
bij tongzenuwstimulatie<br />
Eind 2022 kreeg Meerie Steinbusch een subsidie van<br />
de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek OLVG voor<br />
het beschrijven van een nieuw slaapfenomeen.<br />
Meerie Steinbusch, somnotechnoloog<br />
Simone Priester-Vink, eindredacteur<br />
Meerie<br />
Steinbusch<br />
In het tweede deel van ons onderzoek<br />
kijken we puur naar de ademhalingspatronen.<br />
Soms is het best lastig te duiden<br />
wat we nou eigenlijk zien en of we het<br />
nieuwe label eraan mogen plakken.<br />
Daarom hebben we regelmatig overleg<br />
met de klinisch neurofysioloog.’<br />
Een opvallend<br />
ademhalingspatroon<br />
‘Dit onderzoek is ontstaan door de vele<br />
slaaponderzoeken die we analyseren bij<br />
patiënten die een implantaat voor upper<br />
airway stimulatie hebben. Dat is een<br />
tongzenuw stimulatie om slaapapneu<br />
te behandelen. Deze patiënten krijgen<br />
meerdere slaaponderzoeken (polysomnografiën<br />
(PSGs)).<br />
Op een gegeven moment zijn we een<br />
bepaald ademhalingspatroon terug<br />
gaan zien bij meerdere patiënten. Dit is<br />
een ademhalingspatroon waarbij het<br />
lijkt alsof er bij een wekprikkel tijdens<br />
de slaap een soort hyperventilatie ontstaat<br />
en waarbij dan de ademprikkel<br />
helemaal stilvalt. Als de ademhaling<br />
weer herpakt wordt, ontstaat er weer<br />
een wekprikkel, hyperventilatie en de<br />
ademprikkel valt weer stil. Dat lijkt in<br />
een korte periode te gebeuren. Op een<br />
gegeven moment wordt de ademhaling<br />
weer herpakt en is het weer een<br />
normale regelmatige ademhaling. We<br />
hebben het idee dat het een ander afwijkend<br />
ademhalingspatroon is dan de<br />
patronen die we kennen uit de bekende<br />
scoringsregels.’<br />
400 slaaponderzoeken<br />
opnieuw scoren<br />
‘Wat we met het onderzoek willen doen<br />
is het in beeld brengen bij hoeveel mensen<br />
dit afwijkende ademhalingspatroon<br />
voorkomt. Het is vooral een beschrij-<br />
vend onderzoek om te kijken wat er bij<br />
dit patroon gebeurt. We kijken ruim 400<br />
slaaponderzoeken terug. We zijn nu<br />
volop bezig om deze PSGs opnieuw te<br />
scoren.<br />
Alle slaaponderzoeken die zijn gedaan<br />
om de diagnostiek te dienen, de baseline,<br />
hebben we nu afgerond. Dat was<br />
het meeste werk, want je controleert<br />
elk onderdeel zodat dat op dezelfde<br />
eenduidige manier gescoord wordt. The<br />
American Academy of Sleep Medicine<br />
bepaalt de scoringsregels en die zijn in<br />
de loop van de jaren bijgesteld. Bij oudere<br />
onderzoeken moesten we daarom<br />
flink wat bijschaven aan de scoring,<br />
zodat uiteindelijk alle PSGs eenduidig<br />
gescoord zijn.<br />
Domino-effect<br />
‘We zitten midden in de scoring en weten<br />
nog niet wat er uit het onderzoek zal<br />
komen. Wat we doen zal een dominoeffect<br />
kunnen geven op meerdere vlakken.<br />
Niet alleen zou het herkennen van<br />
dit ademhalingsfenomeen nieuw zijn,<br />
maar het herbekijken en scoren om het<br />
up-to-date te brengen is internationaal<br />
uniek en gaat veel inzichten geven.<br />
We houden bij hoeveel tijd de tongzenuw<br />
stimulatie heeft aangestaan in de<br />
nacht. Dat is unieke informatie en daar<br />
is eigenlijk nog nooit over gepubliceerd.<br />
Op vele aspecten doen we dus iets<br />
nieuws. Dat is soms best lastig. Maar<br />
daar is het onderzoek voor, een stukje<br />
pionieren.’<br />
Gespecialiseerd als<br />
somnotechnoloog<br />
‘Ik ben van oorsprong klinisch neurofysiologisch<br />
laborant, dan word je opgeleid<br />
om neurofysiologische onderzoeken<br />
te doen. Ik heb in het verleden de<br />
mogelijkheid gehad om te trainen voor<br />
slaapstoornissen en ik heb het somnotechnologen<br />
examen kunnen doen.<br />
Daarbinnen ben ik in OLVG gespecialiseerd<br />
in de upper airway stimulatie.<br />
Je werkt binnen dat vakgebied nauw<br />
samen met longgeneeskunde, neurologie,<br />
KNO, kaakchirurgie en medische<br />
psychologie. Ik merk dat verschillende<br />
specialismen super veel van elkaar kunnen<br />
leren.’<br />
WETENSCHAP@OLVG • 15
Interview<br />
Ervaring, professionalisering<br />
en een goed geolied team<br />
Marjo Janssen heeft afscheid genomen van<br />
haar rol als voorzitter van de Adviescommissie<br />
Wetenschappelijk Onderzoek (ACWO)*. Ze heeft zich<br />
ruim 15 jaar ingezet voor de ACWO, waarvan bijna 13<br />
jaar als voorzitter. We vragen haar naar deze tijd en<br />
haar eigen ervaring in het onderzoek.<br />
Simone Priester-Vink, eindredacteur<br />
Hoe ben je ooit in de ACWO<br />
terecht gekomen?<br />
‘Ik kwam in november 2008 in het Sint<br />
Lucas Andreas ziekenhuis werken. Mijn<br />
collega ziekenhuisapotheker wilde uit<br />
de commissie en er was een verplichte<br />
plaats voor een ziekenhuisapotheker. Zo<br />
kwam ik in wat toentertijd de MEC was,<br />
de Medisch Ethische Commissie.<br />
: Hoe kunnen we onderzoek<br />
doen zonder dat<br />
onze patiënten risico<br />
lopen of het ziekenhuis<br />
risico loopt?<br />
Kort nadat ik begonnen was, ging de<br />
secretaris met pensioen en de voorzitter<br />
gaf aan te willen stoppen. Zo werd ik<br />
richting die stoel van voorzitter gedirigeerd.<br />
Ik heb dat in eerste instantie wel<br />
even afgehouden, omdat er veel ervaring<br />
verloren was gegaan. Uiteindelijk<br />
hebben we de MEC verder opgebouwd<br />
en mensen zelf opgeleid en ben ik voorzitter<br />
geworden, In West veranderde de<br />
naam in 2013 in ACWO. Toen de fusie<br />
met het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis<br />
kwam, die resulteerde in OLVG, werd het<br />
een roerige periode, waarbij de naam<br />
kort naar ACWO-MEC veranderde en in<br />
2017 opnieuw naar de (gezamenlijke en<br />
huidige) ACWO. We hebben tijdelijk met<br />
verschillende voorzitters gewerkt van<br />
locatie Oost en van West.’<br />
Hoe ging dat verder?<br />
‘Men wilde dat wij vaker zouden vergaderen,<br />
maar dat is afhankelijk van een<br />
goede ondersteuning vanuit het secretariaat.<br />
Gelukkig werd in die tijd het<br />
wetenschapsbureau verder geprofessionaliseerd.<br />
Niet alleen met een secretaris,<br />
maar ook met epidemiologen. Dat is<br />
belangrijk om mensen goed te kunnen<br />
begeleiden en voor de kwaliteit van het<br />
onderzoek.<br />
De afgelopen jaren hebben we ook<br />
binnen de ACWO geprobeerd een<br />
professionaliseringsslag door te voeren.<br />
De informatie op het intranet en<br />
internet is onder andere verbeterd, er<br />
zijn goede richtlijnen opgesteld die de<br />
onderzoeker niet te veel frustreren, en<br />
er wordt jaarlijks een nascholing voor<br />
de commissieleden georganiseerd. Die<br />
is dan met name gericht op waar je met<br />
het toetsen van aanvragen tegenaan<br />
loopt, wat er veranderd is in wet- en<br />
regelgeving. Ik ben heel trots op deze<br />
professionalisering. Dit uit zich in een<br />
stukje digitalisering en ondersteuning<br />
in uniformering van toetsing. Maar ook<br />
in het feit dat er minder gaten vallen als<br />
mensen uitvallen. Er staat nu een goed<br />
geolied team.’<br />
* De Adviescommissie Wetenschappelijk<br />
Onderzoek (ACWO) geeft de raad van<br />
bestuur gevraagd en ongevraagd advies<br />
over of een onderzoek (WMO en niet-WMO<br />
plichtig) lokaal uitvoerbaar is.<br />
Marjo Janssen<br />
WETENSCHAP@OLVG • 16
Column<br />
Hoe heb je het voorzitterschap<br />
ervaren?<br />
‘Het is makkelijk om voorzitter te zijn als<br />
je een goed lopend team hebt. Een team<br />
waarin mensen intrinsiek gemotiveerd zijn<br />
om iedere keer kwaliteitsverbeteringen<br />
door te voeren, stappen te nemen en te<br />
werken aan vernieuwing. Dan helpt het als<br />
je een team hebt waarin de mensen het<br />
gevoel hebben dat ze op hun plek zitten en<br />
die ook voldoende uitdaging ondervinden.<br />
Ik heb het idee dat dat nu wel echt staat en<br />
dat is heel erg fijn. Ik vind het prettig dat ik<br />
er zelf onderdeel van heb kunnen uitmaken.’<br />
Vind je het lastig om afscheid te<br />
nemen van de ACWO?<br />
‘De ervaring draag ik in mij en daar kan ik<br />
altijd over vertellen. Het is belangrijk dat er<br />
steeds nieuw bloed in de commissie komt.<br />
Het voelde altijd als een warm bad. Het is<br />
wel een beetje afkicken. Tegelijkertijd geeft<br />
het ook weer rust. Het loopt gewoon door,<br />
niemand is onmisbaar. Zo moet het ook<br />
zijn, het is echt een teamprestatie.<br />
Het gaat om de onderzoekers, het gaat<br />
om hoe OLVG op de kaart staat, het gaat<br />
om hoe wendbaar wij zijn. Hoe kunnen we<br />
onderzoek doen zonder dat onze patiënten<br />
risico lopen of het ziekenhuis risico loopt?<br />
Dat is altijd het belangrijkste.’<br />
: Het is makkelijk om<br />
voorzitter te zijn als je<br />
een goed lopend team<br />
hebt.<br />
Ben je zelf betrokken bij<br />
onderzoek?<br />
‘Ik ben ooit gepromoveerd op onderzoek bij<br />
hemodialysepatiënten. Toen ik klaar was<br />
met mijn opleiding kwam ik in een ziekenhuis<br />
terecht waar ze helemaal geen hemodialysepopulatie<br />
hadden.<br />
Ik zet in OLVG het onderzoek voort dat Fatma<br />
Karapinar heeft opgezet. Dit onderzoek<br />
speelt zich voornamelijk af op het transmurale<br />
stuk, dus rondom opname en ontslag<br />
in en uit het ziekenhuis. Om te zien of we<br />
daar een stukje kunnen innoveren, waarmee<br />
je tijdwinst boekt, de patiëntveiligheid<br />
verhoogt en kosten bespaart.’<br />
Maatschappelijke<br />
impact van<br />
wetenschappelijk<br />
onderzoek<br />
Carlijn van der Aalst (ErasmusMC) vertelde dit voorjaar<br />
op het Radio 1 Journaal dat rokers ouder dan<br />
60 jaar meer aan een CT-scan hebben om hun leven<br />
te verlengen, dan aan het stoppen met roken. Zij<br />
baseert haar uitspraak op eigen onderzoek (1). Wat<br />
droef stemt is dat prospectief onderzoek in 1954 al<br />
had aangetoond dat roken longkanker veroorzaakt;<br />
ergo, deze ‘opgegeven’ rokers zijn geboren terwijl we<br />
het allang wisten. De samenleving stond erbij en…<br />
In 2030 zijn meer dan 1,5 miljard mensen (ernstig) te<br />
zwaar. In Nederland is ruim 10% van de kinderen en<br />
50% van de volwassenen (veel) te zwaar. De belangrijkste<br />
oorzaken hiervoor zijn veel (ongezond) eten en<br />
weinig bewegen. In Amsterdam treffend geïllustreerd<br />
door menig ‘fat-bike’ rijder. Het is inmiddels bewezen<br />
dat deze te zware personen at risk zijn voor multimorbiditeit.<br />
Niet alleen wordt hun eigen gezondheidstoestand<br />
door hun gewicht negatief beïnvloed,<br />
maar ze zullen een toenemend beroep gaan doen op<br />
onze nu al te schaarse zorgmiddelen. De wetenschap<br />
is duidelijk, de oplossing lijkt eenvoudig.<br />
Het Nationaal Preventieakkoord (2018) beoogde een<br />
preventieve aanpak van roken en overgewicht; overheid<br />
en industrie trokken hierbij samen op. Wat blijkt,<br />
sinds de ondertekening heeft de voedingsindustrie<br />
€ 4,2 miljard uitgegeven aan advertentieruimte voor<br />
‘ongezonde’ voeding tegenover maar € 640 miljoen<br />
voor ‘gezond’ voedsel. Krimpflatie, minder inhoud bij<br />
een gelijke prijs, maakt “de lekkernijen nog steeds<br />
bereikbaar voor de kleinere beurs”. De top 10 van de<br />
supermarktomzet wordt nog steeds bepaald door<br />
producenten van (vooral) ‘ongezond’ voedsel en uiteraard<br />
sigaretten. Terwijl wij ons onderzoek blijven<br />
doen, eet zittend Nederland zich steeds zwaarder. Ik<br />
hoop dat over 70 jaar niet zal blijken dat het wetenschappelijk<br />
onderzoek ook hier geen impact heeft<br />
gehad.<br />
Paul Bresser, Longarts<br />
1. de Nijs K, Ten Haaf K, van der Aalst<br />
C, de Koning HJ. Projected effectiveness<br />
of lung cancer screening and<br />
concurrent smoking cessation support<br />
in the Netherlands. EClinicalMedicine.<br />
<strong>2024</strong>;71:102570.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 17
Epidemiologica<br />
Analyse van herhaalde<br />
metingen<br />
Als je herhaalde metingen hebt uitgevoerd bij<br />
één patiënt, kun je niet zomaar de gangbare<br />
statistische methoden toepassen. In welke situaties<br />
heb je te maken met herhaalde metingen of<br />
clustering van data anderszins? Hoe kun je deze<br />
gegevens op een correcte manier analyseren?<br />
Deze Epidemiologica gaat hier dieper op in.<br />
Nini Jonkman, adviseur wetenschap - epidemioloog<br />
We spreken van herhaalde metingen,<br />
als meerdere metingen clusteren binnen<br />
één patiënt. Er zijn dan meerdere<br />
metingen gedaan bij dezelfde patiënt.<br />
Dit kunnen meerdere metingen over<br />
de tijd zijn: bijvoorbeeld als je wilt onderzoeken<br />
of de hartfrequentie tijdens<br />
een prikprocedure een vergelijkbaar<br />
beloop toont bij patiënten die virtual<br />
reality kregen als afleiding, vergeleken<br />
met een controlegroep (Figuur 1). Maar<br />
er kunnen bijvoorbeeld ook meerdere<br />
metingen van een patiënt zijn, omdat je<br />
gegevens hebt verzameld van operaties<br />
aan de linkerheup én de rechterheup.<br />
Je kunt bovendien op een ander niveau<br />
te maken hebben met clustering, bijvoorbeeld<br />
als je een multicenter studie<br />
doet: dan heb je clustering van alle patiënten<br />
die vanuit hetzelfde studiecentrum<br />
deelnemen.<br />
Waarom is dit belangrijk?<br />
Veel statistische methoden, waaronder<br />
regressiemodellen, gaan uit van<br />
‘onafhankelijke observaties’. Dit wil zeggen<br />
dat de gegevens die je analyseert<br />
niet onderling samenhangen. Je kunt<br />
je voorstellen dat metingen binnen<br />
één proefpersoon onderling juist wél<br />
samenhangen: als de persoon bij de<br />
eerste meting een verhoogde hartslag<br />
heeft, is de kans groter dat dit bij<br />
de tweede meting ook zo is. Hetzelfde<br />
geldt voor een multicenter studie: deelnemers<br />
binnen één ziekenhuis lijken<br />
waarschijnlijk meer op elkaar dan op<br />
de deelnemers uit een ander ziekenhuis,<br />
dus hun metingen zullen onderling<br />
meer samenhang tonen. Er is in beide<br />
gevallen dus geen sprake van ‘onafhankelijke<br />
observaties’, maar juist correlatie<br />
tussen de metingen (de clustering). Als<br />
je de gegevens op een correcte manier<br />
wilt analyseren, moet je deze correlatie<br />
meenemen in de analyse.<br />
De simpele aanpak<br />
Een simpele manier om meerdere metingen<br />
binnen een patiënt te analyseren,<br />
is om deze terug te brengen tot één<br />
meting. Dit kan door het verschil tussen<br />
twee metingen te berekenen (een<br />
‘delta’) of een area under the curve<br />
(van alle metingen over de tijd). Je kunt<br />
er ook voor kiezen om alle meetpunten<br />
los van elkaar te analyseren. Het voordeel<br />
van dergelijke methoden is dat<br />
je voor elke analyse weer één meting<br />
binnen iedere patiënt hebt. Je voldoet<br />
daarmee weer aan de ‘onafhankelijke<br />
observaties’ en kunt eenvoudige statistiek<br />
toepassen, zoals een t-test. Deze<br />
methoden hebben echter veel nadelen.<br />
Ten eerste verlies je veel informatie:<br />
met een delta weet je bijvoorbeeld niet<br />
meer of iemand een lage of hoge hartslag<br />
had aan het begin, alleen wat het<br />
verschil was. Ook kun je geen overkoepelende<br />
trends over de tijd analyseren.<br />
Missende gegevens hebben bovendien<br />
een grote impact en met losse statistische<br />
toetsen moet je corrigeren voor<br />
multiple testing.<br />
Wat dan wél?<br />
Een geschikte aanpak voor de analyse<br />
van herhaalde metingen is door een<br />
(generalized) linear mixed model te<br />
gebruiken. Een mixed model is gebaseerd<br />
op een ‘gewoon’ regressiemodel<br />
(het fixed gedeelte), maar is uitgebreider<br />
omdat je een gedeelte kunt toevoegen<br />
waarin je rekening houdt met<br />
de clustering van de data (het random<br />
gedeelte). Het fixed gedeelte schat dus<br />
de gemiddelde groepseffecten van je<br />
WETENSCHAP@OLVG • 18
Figuur 1: Voorbeeld van herhaalde hartfrequentie metingen binnen patiënten over de tijd<br />
(gebaseerd op Van den Berg et al., European Journal of Pediatrics 2023;182:4421–30).<br />
variabelen met bèta’s (net als in een<br />
gewone regressie). In het voorbeeld van<br />
de hartfrequentie kun je hier de variabelen<br />
‘tijd’, ‘interventiegroep’ en het<br />
interactie-effect meenemen. In het random<br />
gedeelte kun je rekening houden<br />
met correlaties tussen de metingen van<br />
één patiënt door een random intercept<br />
toe te voegen: je gaat ervan uit dat er<br />
correlatie is tussen metingen binnen<br />
één proefpersoon, maar dat deze gelijk<br />
blijft over de tijd. Als je ervan uitgaat<br />
dat de correlatie verandert over de tijd<br />
(bijvoorbeeld dat metingen die in de<br />
tijd dichter op elkaar volgen, sterker<br />
samenhangen dan metingen die verder<br />
uit elkaar liggen), kun je ook random<br />
slopes toevoegen.<br />
Een mixed model analyse vergt goed<br />
inzicht in je onderzoeksvraag, je data<br />
en de statistiek. Grofweg kun je de volgende<br />
stappen aanhouden:<br />
1. Zet alle variabelen die je wilt meenemen<br />
in het fixed gedeelte van je<br />
model, bijvoorbeeld ‘tijd’, ‘groep’ en<br />
eventuele confounders. Denk daarbij<br />
ook goed na hoe je ‘tijd’ wilt meenemen:<br />
in categorieën, of continu? In dat<br />
laatste geval kun je nadenken over<br />
niet-lineaire effecten.<br />
2. Selecteer het geschikte random gedeelte<br />
van je model en houdt hierbij<br />
het fixed gedeelte nog hetzelfde.<br />
Begin eerst met alleen een random<br />
intercept, daarna kun je random slopes<br />
toevoegen. Met model fit criteria,<br />
zoals Akaike’s Information Criterion<br />
(AIC), kun je beoordelen welke random<br />
effecten jouw data het beste beschrijven.<br />
3. Ga nu terug naar het fixed gedeelte<br />
om je resultaten af te lezen. Nu kun<br />
je ook toetsen welke variabelen statistisch<br />
significant zijn. Als je interactietermen<br />
in je model hebt, toets je<br />
deze altijd vóór de andere variabelen.<br />
Afhankelijk van de onderzoeksvraag<br />
kun je niet-significante variabelen<br />
één-voor-één uit je model verwijderen<br />
om het model te versimpelen.<br />
4. Analyseer na afloop de residuen van<br />
het model, net als bij gewone regressiemodellen.<br />
Aan de slag?<br />
Deze uitleg ging over analyse van herhaalde<br />
metingen over de tijd, maar de<br />
principes gaan ook op voor de andere<br />
geclusterde metingen. Ook andere uitkomstmaten,<br />
zoals dichotome of tijdtot-event,<br />
kun je op een vergelijkbare<br />
manier analyseren. Het advies is om<br />
voor mixed models altijd de software<br />
R Studio te gebruiken, beschikbaar in<br />
OLVG. Het boek van Jos Twisk 1 biedt<br />
een toegankelijke uitleg en is te leen in<br />
de Medische Bibliotheek. En schroom<br />
niet om bij vragen over dit soort modellen<br />
de hulp in te schakelen van een epidemioloog<br />
(wetenschap@olvg.nl).<br />
Referenties<br />
Twisk, JWR. Applied mixed model analysis: a practical<br />
guide. 2 nd ed. Cambridge: Cambridge University<br />
Press; 2019.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 19
Commissie Wetenschap<br />
Feestelijke en inspirerende<br />
wetenschapsdag!<br />
De week van 22 tot en met 25 april stond in het teken<br />
van wetenschap! Verspreid over de week waren er<br />
verschillende workshops te volgen. Op donderdag<br />
25 april werden meerdere prijzen uitgereikt tijdens<br />
de feestelijke wetenschapsdag. Daarnaast stonden<br />
er posters in de hal zodat ook onze bezoekers en<br />
patiënten konden zien hoeveel nuttig en mooi<br />
onderzoek in OLVG gedaan wordt.<br />
Onderzoeksprijs<br />
Yvette Hendrix, promovendus Gynaecologie<br />
en ondertussen huisarts i.o., won<br />
de onderzoeksprijs. Zij onderzocht of<br />
EMDR-therapie (Eye Movement Desensitization<br />
and Reprocessing) vlak na de<br />
bevalling helpt om posttraumatische<br />
stress (PTSS) klachten te verminderen<br />
of voorkomen. Dit bleek effectief te zijn.<br />
Marcel Levi<br />
Dr. Keeman publicatieprijs<br />
De dr. Keeman publicatieprijs (beste<br />
artikel 2023) ging naar Sharron van den<br />
Berg, verpleegkundig specialist kinderverpleegkunde,<br />
met het artikel Virtual<br />
reality hypnosis for needle-related procedural<br />
pain and fear management in<br />
children: a non-inferiority randomized<br />
trial. Het resultaat van haar onderzoek<br />
liet zien dat medische hypnose met een<br />
VR-bril net zo goed werkt tegen angst<br />
en pijn bij kinderen als medische hypnose<br />
door een zorgverlener (zie ook<br />
pagina 8).<br />
Descartesprijs<br />
De Descartesprijs (beste artikel 2023<br />
die soma en psyche verbindt) was voor<br />
Melanie Baas, promovendus Gynaecologie<br />
& Verloskunde. Zij onderzocht of<br />
EMDR-therapie bevalangst vermindert<br />
en veilig is voor moeder en kind. Er<br />
bleek geen verschil in bevalangst tussen<br />
de groep die wel EMDR-therapie<br />
kreeg en de groep die dat niet kreeg<br />
(zie ook pagina 14).<br />
Posterprijs<br />
Patiënten, bezoekers en collega’s<br />
brachten een stem uit op hun favoriete<br />
wetenschappelijke poster. Deze waren<br />
de gehele week in de hal op beide locaties<br />
te lezen. Elke poster was voorzien<br />
van een korte, heldere samenvatting,<br />
waarin het belang van het onderzoek<br />
voor de patient werd benadrukt.<br />
De posterprijs ging dit jaar naar Saskia<br />
Oosterbaan, artsdocent binnen het<br />
Leerhuis. Zij doet onderzoek naar interprofessionele<br />
educatie (IPE) binnen<br />
OLVG. Saskia onderzocht de motiverende<br />
factoren voor tutoren die het IPEproces<br />
ondersteunen (zie ook pagina<br />
13).<br />
Keynote<br />
Prof. dr. Marcel Levi sprak tijdens zijn<br />
keynote over de waarde van wetenschap<br />
voor de moderne geneeskunde.<br />
De hoeveelheid medische kennis is de<br />
afgelopen jaren enorm toegenomen,<br />
waardoor patiëntenuitkomsten heel erg<br />
verbeterd zijn. Levi pleitte voor de combinatie<br />
van in de kliniek staan en onderzoek<br />
doen, voor alle disciplines. Ook gaf<br />
hij aan dat Nederland meer moet inves-<br />
▲<br />
WETENSCHAP@OLVG • 20
TIP van de monitor<br />
Help: een IGJ inspectie!<br />
Wat, waarom en daarna?<br />
Wat is een IGJ-inspectie?<br />
De IGJ (Inspectie Gezondheidzorg en<br />
Jeugd) is een Nederlandse overheidsinstantie<br />
en onderdeel van het Ministerie<br />
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.<br />
De IGJ verzorgt het toezicht op de kwaliteit<br />
van de zorg, medische producten<br />
en jeugdhulp. Zij doen dit onder andere<br />
door (on-) aangekondigde inspectie uit<br />
te voeren.<br />
Waarom komt de IGJ<br />
inspecteren?<br />
Iedereen moet kunnen vertrouwen dat<br />
in Nederland goede, betrouwbare en<br />
veilige zorg geboden wordt, ook als het<br />
wetenschappelijk onderzoek betreft.<br />
De IGJ controleert op basis van wetten,<br />
regels en normen de uitvoering van<br />
zorgprocessen en overstijgt hiermee<br />
de reguliere monitoring en audits. De<br />
reden voor deze (on-) aangekondigde<br />
inspecties is om de kwaliteit en veiligheid<br />
te waarborgen en te stimuleren.<br />
Wat betekent dat voor ons?<br />
Recent heeft Interne geneeskunde/Hematologie<br />
een aangekondigd Inspectiebezoek<br />
ervaren. Nou, dat was niet niks!<br />
Voor de betrokkenen, maar ook voor<br />
hen die er wat verder van af stonden,<br />
was het een intensieve tijd van voorbe-<br />
reiding. Grote pluim voor het researchteam<br />
van Interne/Hematologie!<br />
Tip van de monitor:<br />
De IGJ komt wanneer het hen uitkomt.<br />
Zorg dat je studiedossiers op orde zijn.<br />
Wacht dus niet!<br />
Saskia Tasche -<br />
van Spaendonk,<br />
monitor wetenschappelijk<br />
onderzoek<br />
▲<br />
teren in research én om vooral samen<br />
onderzoek te doen.<br />
Workshops<br />
Gedurende de wetenschapsweek werden<br />
verschillende workshops aangeboden<br />
voor (potentiële) onderzoekers<br />
en andere geïnteresseerden. Op maandag<br />
een leerzame workshop over het<br />
pitchen van je onderzoek. We leerden<br />
hier kort en effectief onze boodschap<br />
over te brengen. Dinsdag een workshop<br />
instellen van een zoekstrategie<br />
voor programma Research Professional.<br />
Hierdoor blijven we op de hoogte<br />
van subsidiemogelijkheden binnen<br />
ons onderzoeksveld. De workshop op<br />
woensdag ging over implementatie van<br />
onderzoeksresultaten en innovaties in<br />
de verpleegkundige en paramedische<br />
praktijk.<br />
IGJ inspectiebezoek<br />
Van 22-24 januari heeft de IGJ een inspectiebezoek uitgevoerd in OLVG.<br />
De ASTER studie was hiervoor geselecteerd. Dit is een multicenter, gerandomiseerde<br />
fase 3 studie naar het effect van het nieuwe middel<br />
abelacimab voor de behandeling van veneuze trombo-embolie. De<br />
werking en veiligheid van abelacimab wordt vergeleken met werking<br />
en veiligheid van apixaban, een bestaand middel voor behandeling<br />
van veneuze-trombo-embolie. De studie loopt op de afdeling Interne<br />
Geneeskunde. Tot aan het bezoek van de IGJ was er één patiënt geïncludeerd<br />
in de studie. De IGJ heeft alle processtappen van de studie<br />
gevolgd en daarbij ook een bezoek gebracht aan het laboratorium,<br />
de apotheek en de EPD-dienst. Ook is er een gesprek geweest met<br />
het leerhuis om het kwaliteitssysteem wetenschappelijk onderzoek op<br />
te volgen na een eerder bezoek in 2016. Hierin werd teruggekoppeld<br />
hoe de items uit het plan van aanpak uit 2016 zijn geïmplementeerd.<br />
Na afloop is een rapportage ontvangen met een 8-tal bevindingen.<br />
Aandachtspunten waren o.a. de controle op het opslaan van digitale<br />
en papieren data, het nader specificeren van de werkinstructie voor<br />
decentrale opslag van medicatie en het nog beter vastleggen van verschillende<br />
processtappen. De voorbereidingen en<br />
de daadwerkelijke inspectie (gedurende 3 dagen)<br />
hebben vooral het onderzoeksteam veel tijd<br />
gekost, waarbij het de vraag is of dat in verhouding<br />
staat tot de opbrengst. Het risico is<br />
dat dit toekomstige onderzoekers afschrikt.<br />
Diana van Rooijen, Hoofd Wetenschap<br />
WETENSCHAP@OLVG • 21
Kwaliteit en Wetenschap<br />
Het betrekken van ervaringsdeskundigen<br />
bij onderzoek<br />
- OLVG en MIND -<br />
MIND is een landelijke koepelorganisatie voor<br />
patiënten- en naastenorganisaties in de ggz.<br />
In 2020 werd MIND benaderd door Birit Broekman en<br />
haar promovenda Noralie Schonewille met de vraag<br />
of we vanuit ervaringsdeskundigheid mee wilden<br />
werken aan een onderzoeksvoorstel over (wel of<br />
geen) gezinsvorming bij<br />
psychiatrische kwetsbaarheid.<br />
Monique van den Eijnden,<br />
ervaringsdeskundige in de onderzoeksgroep van<br />
prof. dr. Birit Broekman<br />
Ervaringskennis<br />
De waarde van de inzet van ervaringskennis<br />
bij wetenschappelijk onderzoek<br />
wordt steeds meer gezien. Mensen die<br />
het te onderzoeken thema ‘van binnenuit’<br />
kennen, kunnen veel toevoegen aan<br />
het werk wat wetenschappers doen.<br />
Denk bijvoorbeeld aan de aansluiting<br />
bij onderzoek naar de behoeften van<br />
patiënten en hun naasten. De mogelijkheden<br />
zijn talrijk. Voorbeelden van<br />
ondersteuning door ervaringsdeskundigen<br />
in verschillende fasen van het<br />
onderzoek zijn te vinden op<br />
www.participatiekompas.nl. Tegenwoordig<br />
is patiënten- en naastenparticipatie<br />
bij onderzoek een van de vereisten<br />
vanuit subsidieverstrekker ZonMw.<br />
Gezamenlijkheid<br />
Zelf heb ik te maken gehad met een opname<br />
in de psychiatrie, na de geboorte<br />
van mijn tweede kind. Vandaar dat er<br />
binnen MIND aan mij gevraagd werd<br />
om mee te werken aan dit project.<br />
We hebben de subsidie gekregen en<br />
Nieuwe publicatie<br />
Kinderwens in relatie tot psychische<br />
kwetsbaarheid is een nieuwe publicatie<br />
over kinderwens en wel of<br />
geen gezinsvorming, voor en door<br />
mensen met een psychische aandoening.<br />
OLVG en MIND hebben<br />
samen onderzoek gedaan naar de<br />
afwegingen bij keuzes rondom kinderwens<br />
bij psychiatrische kwetsbaarheid.<br />
We hebben enquêtes<br />
uitgezet, gespreksgroepen georganiseerd<br />
en interviews afgenomen.<br />
Ruim vierhonderd mensen hebben<br />
in totaal deelgenomen aan het onderzoek.<br />
Het boekje met ervaringen dat naar<br />
aanleiding hiervan is gemaakt, is<br />
te downloaden via de website van<br />
MIND, op https://mindplatform.nl/<br />
projecten/kinderwens-en-ouderschap.<br />
We hopen dat geïnteresseerden<br />
er herkenning, erkenning<br />
en wellicht wat ondersteuning in<br />
kunnen vinden.<br />
alles in gezamenlijkheid gedaan: van<br />
het schrijven van het onderzoeksvoorstel<br />
tot en met het doen van het onderzoek,<br />
het analyseren van de resultaten<br />
en het publiceren en presenteren ervan.<br />
Ik kon gedurende twee en een half jaar<br />
vier uur per week met de onderzoeksgroep<br />
van Birit optrekken.<br />
Deuren openen<br />
Voor mensen die worstelen met de<br />
vraag of ze wel of geen kinderen willen<br />
krijgen en hier graag met hun zorgverlener<br />
over willen praten, hopen we deuren<br />
te openen naar passende ondersteuning<br />
en aandacht voor hun vragen.<br />
Daarnaast wordt er in de wetenschappelijke<br />
literatuur volop geschreven over<br />
de gevaren van onbedoelde zwangerschappen.<br />
Wij hebben geprobeerd om<br />
daar nuances in aan te brengen en te<br />
laten zien dat de komst van een kind<br />
ook kansen kan creëren. Kansen om zelf<br />
te groeien en een cyclus van overdracht<br />
van problemen van generatie op generatie<br />
te doorbreken.<br />
Dit project is een prachtig voorbeeld<br />
hoe je van begin tot eind co-creatie<br />
kunt doen: echt meewerken vanuit<br />
ervaringskennis, de kracht van MIND<br />
inzetten door middel van enquêtes en<br />
verdiepende gesprekken en dan ook de<br />
cirkel rond te maken door een publicatie<br />
uit te brengen voor de mensen voor<br />
wie we aan het werk zijn.<br />
Meer lezen over de inzet van ervaringskennis in de<br />
wetenschap<br />
Wainberg ML, Mann CG, Norcini-Pala A, McKinnon<br />
K, Pinto D, Pinho V, et al. Challenges and opportunities<br />
in the science of research to practice: lessons<br />
learned from a randomized controlled trial of a<br />
sexual risk-reduction intervention for psychiatric<br />
patients in a public mental health system. Braz J<br />
Psychiatry. 2020;42(4):349-59.<br />
WETENSCHAP@OLVG • 22
Korte berichten<br />
Colofon<br />
Aankomende cursussen<br />
en evenementen<br />
9 <strong>september</strong> <strong>2024</strong><br />
16 <strong>september</strong><br />
Start 17 <strong>september</strong> <strong>2024</strong><br />
Start 19 <strong>september</strong> <strong>2024</strong><br />
Crash course Epidemiologie & Statistiek<br />
(Volgende editie 20 januari 2025)<br />
Deadline indienen subsidieaanvraag Stichting Wetenschappelijk<br />
onderzoek OLVG<br />
CAT cursus Verpleegkundigen in Vervolg Opleidingen<br />
Scientific Writing<br />
15 oktober <strong>2024</strong> Verbeteren met EBP & Lean<br />
22 oktober Wetenschappelijke artikelen lezen<br />
13 november <strong>2024</strong> Klassikale GCP training<br />
20 november Symposium Verpleegkundig Onderzoek: Samen beslissen<br />
Start januari 2025<br />
Maandelijks<br />
Doorlopend<br />
Doorlopend<br />
Doorlopend<br />
EBP studiepad<br />
Onderzoekers van OLVG lunchbijeenkomst<br />
Zoeken in PubMed<br />
E-learning Biostatistiek Basis met SPSS of R<br />
online GCP training<br />
Kijk voor meer informatie over de cursussen en evenementen op OnsLeerportaal en intranet.<br />
<strong>Wetenschap@OLVG</strong> is een<br />
onafhankelijke, wetenschappelijke<br />
uitgave van het OLVG-Leerhuis.<br />
Met deze uitgave wil OLVG<br />
wetenschappelijk onderzoek<br />
stimuleren en praktisch ondersteunen.<br />
De uitgave verschijnt twee keer per<br />
jaar en wordt verspreid in de eigen<br />
organisatie en onder Santeon- en STZziekenhuizen<br />
in Nederland.<br />
Redactie<br />
Dr. B.F.P. Broekman, psychiater; C. den<br />
Haan, medisch informatiespecialist<br />
bibliotheek; dr. R.R. Jansen, artsmicrobioloog,<br />
dr. D.H.R. Kempen,<br />
orthopedisch chirurg, vicevoorzitter<br />
wetenschapscommissie; A.D. Klaassen<br />
MSc, staffunctionaris Kwaliteit &<br />
Innovatie; dr. M.G. van Pampus,<br />
gynaecoloog; L.M. Pronk, adviseur<br />
wetenschap en ambtelijk secretaris<br />
ACWO, dr. D.E. van Rooijen, hoofd<br />
wetenschap; dr. B.C. Vrouenraets,<br />
chirurg; dr. N.W. Willigenburg,<br />
researchcoördinator Orthopedie<br />
Redactie- en administratieadres<br />
OLVG Wetenschapsblad<br />
Postbus 95500<br />
1090 HM Amsterdam<br />
Telefoon: (020) 599 40 17<br />
E-mail: wetenschap@olvg.nl<br />
Hoofdredactie: Diana van Rooijen<br />
Eindredactie: Manja Herrebrugh,<br />
Simone Priester-Vink<br />
Bladcoördinatie: Manja Herrebrugh,<br />
Simone Priester-Vink<br />
Foto’s en illustraties: Catalina Feres<br />
Favi, Manja Herrebrugh, Jelmer ten<br />
Hoeve en Joep Maeijer – Audiovisuele<br />
Zaken OLVG, Ivo Sikkema – Ruparo<br />
Cartoon: Jaap Stiemer,<br />
www.jaapstiemer.nl<br />
Foto pagina 1 en 9: Adobe AI<br />
Vormgeving: Ruparo, www.ruparo.nl<br />
Druk: Drukkerij De Bij<br />
Oplage: 850 stuks<br />
Oproep<br />
Wil je ook onderzoeksresultaten<br />
publiceren? Heb je een interessant<br />
artikel dat je wilt delen? Wil je<br />
reageren op het magazine? Of wil je<br />
je aanmelden voor de Onderzoekers<br />
van OLVG (OvO), een club van<br />
wetenschappers die langdurig<br />
onderzoek doen in OLVG? Neem dan<br />
contact op via wetenschap@olvg.nl<br />
Jaargang 17 nummer 2,<br />
<strong>september</strong> <strong>2024</strong><br />
WETENSCHAP@OLVG • 23
Hallo<br />
doorzetter<br />
Een warme groet,<br />
speciaal voor jou.<br />
Liefs,<br />
Vrienden van OLVG<br />
Vrienden van OLVG zet zich in voor een fijner verblijf van<br />
patiënten in ons ziekenhuis, met extra’s die je meer op je<br />
gemak stellen. Benieuwd wat we nog meer doen?<br />
vriendenvanolvg.nl