2024 11 27 Verhalen uit Engeland - Oxalys + Ian Bostridge
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Wo 27 nov 2024
Grote Zaal
20.15 uur
Serie
Kamerorkesten
Verhalen uit Engeland
Oxalys + Ian Bostridge
Het gratis beschikbaar stellen van dit digitale
programmaboekje is een extra service
ter voorbereiding op het concert. Het is
uitdrukkelijk niet de bedoeling deze versie
tijdens het concert te raadplegen via je mobiele
telefoon. Dit is namelijk zeer storend voor de
andere concertbezoekers.
Bij voorbaat dank.
Programma
Verhalen uit Engeland
Oxalys + Ian Bostridge
Serie
Kamerorkesten
Wo 27 nov 2024
Grote Zaal
20.15 – 22.00 uur
ca. 50 minuten voor de pauze
ca. 35 minuten na de pauze
Ian Bostridge tenor
Oxalys:
Shirly Laub viool
Frédéric d’Ursel viool
Elisabeth Smalt altviool
Justus Grimm cello
Toon Fret fluit
Piet Van Bockstal hobo
Jean-Claude Vanden Eynden piano
Staat je mobiele telefoon al uit?
Dank je wel.
2
Programma
Gustav Holst (1874 - 1934)
Seven Scottish Airs (1906) voor 2 violen, altviool, cello en piano
Ralph Vaughan Williams (1872 - 1958)
Uit Along the Field (1927) voor tenor en viool en uit Ten Blake Songs (1957) voor tenor en hobo
I We’ll to the woods no more (Along the Field)
III The piper (Ten Blake Songs)
II Along the field as we came by (Along the Field)
VII Ah, Sunflower! (Ten Blake Songs)
VII Fancy’s Knell (Along the Field)
X Eternity (Ten Blake Songs)
Peter Warlock (1894 - 1930)
The Curlew (1920-22) voor tenor, fluit, Engelse hoorn, 2 violen, altviool en cello
· He reproves the curlew
· The lover mourns for the loss of love
· The withering of the boughs
· He hears the cry of the sedge
Pauze
Felix White (1884 - 1945)
The Nymph’s Complaint for the Death of her Fawn (1921) voor hobo, altviool en piano
Ralph Vaughan Williams
On Wenlock Edge (1909) voor tenor, 2 violen, altviool, cello en piano
I On Wenlock Edge
II From far, from eve and morning
III Is my team ploughing
IV Oh, when I was in love with you
V Bredon Hill
VI Clun
3
Toelichting
Terwijl in de eerste decennia van de 20e eeuw overal op het Europese vasteland
componisten nieuwe wegen insloegen, sloot het Britse muziekleven in splendid isolation
de oren voor de meeste vernieuwingen. Buiten Duitsland waren de van de tonaliteit
losrakende unendliche melodieën van Richard Wagner nergens zo populair als in
Engeland, maar in het Britse componeren speelden zijn vernieuwingen geen grote rol
De meest invloedrijke componist rond 1910
was Edward Elgar, die meer van Brahms’
zwaar in klank gezette classicisme hield dan
van Wagner. De muzikale generatie die op
Elgar volgde – de componisten van wie in dit
programma muziek wordt uitgevoerd – had
oog voor de harmonieën van Claude Debussy,
die minder hard voor het oor componeerde
dan Arnold Schönberg, Béla Bartók, Igor
Stravinsky of Aleksandr Skrjabin, maar
keek vooral terug naar de oude Engelse
koormuziek uit de 16e en 17e eeuw en naar
de landelijke gekleurde Engelse en Schotse
volksmuziek. Die naar oude tijden verlangende
combinatie plus een eigen variant op de niet
helemaal meer volgens de oude tonale wetten
bewegende harmonieën van Debussy werd
de norm in het Engelse componeren van de
vroege 20e eeuw. Het leverde muziek op die
na de voor Engeland verwoestende Eerste
Wereldoorlog de idyllische vergane glorie van
de veel bekeken televisieserie Downton Abbey
vangt.
Gustav Holst
Seven Scottish Airs
Gustav Holst is vandaag vrijwel alleen
nog bekend als de componist van de
immens populaire orkestsuite The Planets.
The Planets heeft de enorm Engelse klank
waar Elgar en Holsts beste vriend Ralph
Vaughan Williams een patent op hadden.
Die klank zit hem in de instrumentatie en
in de vaak kalme rust en in de harmonie. Bij
Holst is er behalve die Engelse warmte meer
dan bij Elgar ook een directe eenvoud die
meteen aanspreekt. Die is er ook in heel veel
van zijn andere werk – Holst schreef meer
dan tweehonderd stukken – maar hoewel
veel daarvan niet minder is dan The Planets
heeft dat nooit zo aangesproken. Een prima
symfonie in F is toch wat anders dan een in
muziek gevangen heelal dat grootse beelden
oproept.
De Seven Scottish Airs zijn bescheiden directe
vertalingen van Schotse volksliedmotieven
in een aansprekend arrangement voor piano
en strijkkwartet. Heel goed te doen voor
amateurs, voor wie Holst graag componeerde,
en bovendien in lijn met de gedachte dat
in Engelse volksmuziek geen onoprechte
glitter en evenmin vet aangezette vulgariteit
te vinden is – een gedachte van Holsts
geestverwant en volksmuziekvoorvechter
Hubert Parry. De zeven korte deeltjes schieten
in zeven minuten onopgesmukt voorbij. In het
laatste deeltje kan wie goed oplet heel even
een toespeling op de evergreen Auld Lang
Syne opvangen.
4
Toelichting
Ralph Vaughan Williams
Selectie uit Along the Field en Ten Blake
Songs
Tussen Along the Field en de Ten
Blake Songs ligt dertig jaar van het
componistenleven van Ralph Vaughan
Williams, maar in hun uitgebeende
essentiële stijl – eerder uitzondering dan
regel in Vaughan Williams’ meestal wat
voluptueuzere muziek – overbruggen ze die
jaren naadloos.
Beide cycli zijn voor één stem en één
gelijkwaardig meespelend instrument.
De hobo uit de Ten Blake Songs is net zo
eenstemmig als de tenor. De viool in Along
the Field is meestal ook één enkele stem die
de zanger als een schaduw volgt, maar speelt
ook een paar mooie karige open kwinten,
die de eenzaamheid die door alle teksten
van de dichter A. E. Housman spookt even
spookachtig indringend onderstrepen.
Along the Field uit 1927 is wat minder
indringend kaal dan de Ten Blake Songs die
Vaughan Williams als laatste werk voor zijn
dood in 1957 voltooide. Beide cycli komen
overeen in de manier waarop het eenvoudige
lijnenspel van de twee stemmen zich op een
muzikale essentie richt; een essentie die
zich niet makkelijk in woorden laat vangen,
omdat die niet de betekenis van de teksten
vat, maar gaat over wat bijna genadeloze
muzikale eenvoud teweeg kan brengen.
Vaughan Williams’ muziek ontsnapt aan
de nostalgische zelfgenoegzaamheid van
de gedichten van Housman en blijft ook
weg bij de sombere gloed die uit William
Blakes teksten oprijst. Deze muziek is puur,
eenvoudig en enorm direct, geheel in de geest
van wat Engelse componisten in de greep
van het volksmuziekideaal beoogden. De
melodieën hebben iets archaïsch dat verwijst
naar de eeuwenoude modale melodieën
(melodielijnen die in oudere toonladders dan
die van de tonaliteit zijn geworteld).
Peter Warlock
The Curlew
Peter Warlock is het componistenpseudoniem
van Philip Heseltine. Heseltine
werd in 1894 in het exclusieve Savoy
Hotel in Londen geboren in een familie
waar genoeg geld was om dat hotel als
zomerresidentie aan te houden. Hij schreef
zo’n honderdvijftig liederen die nauwelijks
nog worden uitgevoerd.
Onterecht in het geval The Curlew (de Wulp),
een groot opgezette liederencyclus vol knap
gecomponeerde onderhuidse verbanden. In
Warlocks muziek zit wel iets van Debussy’s
vrij van de tonaliteit zwevende harmonieën,
vol opeengestapelde kwarten, maar zijn
idioom is vooral gekleurd door zijn interesse
in de oude Engelse renaissancemuziek,
waarnaar hij musicologisch onderzoek deed.
The Curlew klinkt net zo Engels als de andere
muziek in dit programma, maar het heeft ook
iets onbenoembaar eigens, dat schuilt in de
5
Toelichting
melodische gave van Warlock. Dat eigene
zit ook in de vele sexten in de harmonieën,
die verwijzen naar de oude Engelse vocale
muziek. De Britse renaissancecomponisten
hadden een grote voorkeur voor dat
welluidende interval, dat hun muziek een
zoetgevooisde kwaliteit geeft die afwijkt van
wat er in de 16e en 17e eeuw op het Europese
vasteland werd gemaakt.
Het Engelse landleven speelt een grote rol
in de teksten van de romantische dichter
W.B Yeats en klinkt ook door in het kalme
verzadigde klankbeeld met een prominente
rol voor de melancholieke althobo. De wulp en
de kievit roepen in de instrumentale inleiding
als de leeuwerik, die in de trillende warme
lucht van het Engelse platteland omhoog
spiraalt in Vaughan Williams’ bekendste
werk The Lark Ascending. Melancholie is
het sleutelwoord voor de sfeer van deze
als een Engelse zomerdag vol zoet vergane
herinneringen voorbij zwevende liederen. ‘The
boughs have withered because I have told
them my dreams.’ (De takken zijn vergaan
omdat ik hen mijn dromen heb verteld.) lijkt
voor Warlock de centrale gedachte van de
tekst te zijn geweest.
Felix White
The Nymph’s complaint for the death of her
fawn
The Nymph’s complaint for the death
of her fawn is onversneden, enigszins
sentimentele laatromantiek van
conservatieve snit. Felix Whites muziek
neigt eerder naar Richard Strauss’
beeldende symfonische gedichten dan naar
landelijke Britse kleuren.
Deze klacht voor de fraaie – alweer
melancholiek kleurende – combinatie van
hobo, altviool en piano is meer iets voor
een huisconcert in zo’n in 1920 al tanend
Engels landgoed dan voor de concertzaal,
maar in zijn terugblikkende, eenvoudige
laatromantiek is het niet te versmaden.
Ralph Vaughan Williams
On Wenlock Edge
On Wenlock Edge is wederom een zetting
van gedichten van A.E. Housman. Voor de
liederencyclus waarin hij voor het eerst zijn
onvervreemdbaar eigen stijl vond, koos
Vaughan Williams teksten uit de bundel
met de zeer Engelse titel A Shropshire
Lad – wat de highbrow classicus Housman
niet was.
Housman idealiseerde een naïef idee over
het boerenleven dat vooral illustratief is
voor hoe de Britse upper class vond dat het
leven van een Shropshire lad er uitzag. Ook
hier ontstijgt de muziek de tijdgebonden
beperking van Housmans poëzie. Vaughan
Williams vond hier dat even persoonlijke als
enorm Engelse idioom vol lome zomerdagen,
melancholieke herfsttinten en verwijzingen
naar de immer welluidende koorzang uit
al die Engelse kathedralen. Hij was al bijna
6
Toelichting
vijfendertig toen hij in Parijs bij Maurice
Ravel een uitweg vond uit een Duits
gekleurde laatromantiek met niet veel blos
op de wangen – Vaughan Williams studeerde
onder meer bij Max Bruch. Ineens is daar die
gelukkige combinatie van warme nostalgie
geworteld in de Engelse koortraditie en
Franse helderheid en vindt Vaughan Williams
voortdurend de kalme nuance, zijn typerende
melodieën en de voluptueuze toon die zijn
componeren zo eigen maakt.
Roeland Hazendonk
7
Liedteksten
Ralph Vaughan Williams
We’ll to the woods no more
Tekst: Alfred Edward Housman
(nr. 1 uit Along the Field)
We gaan niet meer naar het bos. De laurieren
zijn geknipt en de bomen zijn kaal.
We’ll to the Woods no more
The laurels all are cut,
The bowers are bare of bay
That once the Muses wore.
The year draws in the day
And soon will evening shut:
The laurels all are cut
We’ll to the woods no more.
Oh, we’ll no more, no more
To the leafy woods away,
To the high wild woods of laurel
And the bowers of bay no more.
The piper
Tekst: William Blake
(nr. 3 uit Ten Blake Songs)
Fluitend door de vallei zag ik een kind op een
wolk. Hij zei: ‘Fluit een liedje over een lammetje’
en ik floot een vrolijk liedje. Hij barstte in huilen
uit en vroeg: ‘Zing het liedje’. Ik zong hetzelfde
liedje en hij huilde van vreugde. ‘Fluiter, schrijf
het op in een boek, dat iedereen mag lezen’.
Ik plukte een riet en maakte daarvan een pen,
waarmee ik in het water voor alle kinderen mijn
vrolijke liedjes schreef.
Piping down the valleys wild,
Piping songs of pleasant glee,
On a cloud I saw a child,
And he laughing said to me:
‘Pipe a song about a lamb.’
So I piped with merry chear.
‘Piper, pipe that song again.’
So I piped: he wept to hear.
‘Drop thy pipe, thy happy pipe;
Sing thy songs of happy chear.’
So I sang the same again,
While he wept with joy to hear.
‘Piper, sit thee down and write
In a book, that all may read.’
So he vanished from my sight;
And I pluck’d a hollow reed.
And I made a rural pen,
And I stain’d the water clear,
And I wrote my happy songs
Every child may joy to hear.
8
Liedteksten
Along the field
Tekst: Alfred Edward Housman
(nr. 2 uit Along the Field)
Een jaar geleden liep ik met mij geliefde
langs het velden en hoorde de esp tot
zichzelf zeggen: ‘Twee geliefden die zullen
trouwen. Maar zij zal liggen met aarde op
haar en hij naast een andere liefde’. Nu loopt
een andere geliefde naast mij en hoor ik
niets in het geluid van de espenbladeren.
Maar misschien spreken zij tot haar over
de komende tijd, als ik zal slapen onder een
bladerdek en zij naast een andere jongen.
Along the field as we came by
A year ago, my love and I,
The aspen over stile and stone
Was talking to itself alone.
‘Oh who are these that kiss and pass?
A country lover and his lass;
Two lovers looking to be wed;
And time shall put them both to bed,
But she shall lie with earth above,
And he beside another love.’
Ah, Sun‐flower!
Tekst: William Blake (nr. 7 uit Ten Blake Songs)
Ah, vermoeide zonnebloem, die zoekt naar
de zoete plek waar de reis eindigt. Waar de
jongeling sterft van verlangen en de maagd
bedekt is door sneeuw.
Ah, Sun-flower! weary of time,
Who countest the steps of the Sun;
Seeking after that sweet golden clime,
Where the traveller’s journey is done:
Where the Youth pined away with desire,
And the pale Virgin shrouded in snow,
Arise from their graves and aspire
Where my Sun-flower wishes to go.
And sure enough beneath the tree
There walks another love with me,
And overhead the aspen heaves
Its rainy-sounding silver leaves;
And I spell nothing in their stir,
But now perhaps they speak to her,
And plain for her to understand
They talk about a time at hand
When I shall sleep with clover clad,
And she beside another lad.
9
Liedteksten
Fancy’s Knell
Tekst: Alfred Edward Housman
(nr. 7 uit Along the Field)
Na het werk speel ik fluit voor mijn buren en
zijn we tevreden, jong en oud. Ik fluit de zon
in slaap. De gebruinde jeugd en de paartjes
zullen hun weg gaan, totdat de schaduw valt
over Engeland. Kom, jongens, leer de dansen
en waardeer de melodie vandaag. Morgen
moeten we allebei vertrekken.
When lads come home from labour
At Abdon under Clee
A man would call his neighbour
And both would send for me.
And where the light in lances
Across the mead was laid,
There to the dances
I fetched my flute and played.
Wenlock Edge was umbered,
And bright was Abdon Burf,
And warm between them slumbered
The smooth green miles of turf;
Until from grass and clover
The upshot beam would fade,
And England over
Advanced the lofty shade.
The lofty shade advances,
I fetch my flute and play:
Come, lads, and learn the dances
And praise the tune to-day.
To-morrow, more’s the pity,
Away we both must hie,
To air the ditty,
And to earth I.
Ours were idle pleasures,
Yet oh, content we were,
The young to wind the measures,
The old to heed the air;
And I to lift with playing
From tree and tower and steep
The light delaying,
And flute the sun to sleep.
The youth toward his fancy
Would turn his brow of tan,
And Tom would pair with Nancy
And Dick step off with Fan;
The girl would lift her glances
To his, and both be mute:
Well went the dances
At evening to the flute.
10
Liedteksten
Eternity
Tekst: William Blake
(nr. 10 uit Ten Blake Songs)
Hij die Vreugde kust in vrijheid leeft in
Eeuwige dageraad. Een vurige blik schrikt af,
maar een blik van zachte misleiding beloont
de minnaar. Misleiding en gemakzucht
kleden Schoonheid.
He who binds to himself a Joy
Doth the wingèd life destroy;
But he who kisses the Joy as it flies
Lives in Eternity’s sunrise.
The look of love alarms,
Because it’s fill’d with fire;
But the look of soft deceit
Shall win the lover’s hire.
Soft deceit and idleness,
These are Beauty’s sweetest dress.
11
Liedteksten
Peter Warlock
The Curlew
Tekst: William Butler Yeats (1865 - 1939)
He reproves the curlew
Wulp, krijs niet meer. Jouw geluid doet me
denken aan gepassioneerde ogen en lang
zwart haar uitgeschud over mijn borst. Het
huilen van de wind is al erg genoeg.
O, curlew, cry no more in the air,
Or only to the waters in the West;
Because your crying brings to my mind
Passion-dimmed eyes and long heavy hair
That was shaken out over my breast:
There is enough evil in the crying of wind.
The lover mourns for the loss of love
Ik had een prachtige vriend en droomde dat
oude wanhoop over zo gaan in liefde. Zij keek
in mijn hart en zag jouw beeld. Huilend ging
ze weg.
Pale brows, still hands and dim hair,
I had a beautiful friend
And dreamed that the old despair
Would end in love in the end:
She looked in my heart one day
And saw your image was there;
She has gone weeping away.
The withering of the boughs
‘s Nachts huilde ik: ‘Laat de kievit roepen
en de wulp krijsen. Ik verlang naar je tedere
woorden.’ Ik viel in slaap op de eenzame
oever. Ik ken de bebladerde paden die
heksen bewandelen. Ik weet waar de Danaan
dansen in het bleke licht. Ik ken het land
waar de zwanen met gouden ketenen vliegen
en zingen, waardoor een koning en koningin
nu gelukkig en hopeloos, doof en blind
ronddwalen tot de jaren voorbij zijn.
De takken zijn niet verdord door de winterse
wind, maar omdat ik ze vertelde over mijn
dromen.
I cried when the moon was murmuring to the
birds,
‘Let peewit call and curlew cry where they
will,
I long for your merry and tender and pitiful
words,
For the roads are unending, and there is no
place to my mind.’
The honey-pale moon lay low on the sleepy
hill,
And I fell asleep upon lonely Echtge of
streams.
No boughs have withered because of the
wintry wind;
The boughs have withered because I have
told them my dreams.
I know of the leafy paths the witches take,
Who come with their crowns of pearl and
their spindles of wool,
And their secret smile, out of the depths of
the lake;
12
Liedteksten
I know where a dim moon drifts, where the
Danaan kind
Wind and unwind their dances when the light
grows cool
On the island lawns, their feet where the pale
foam gleams.
No boughs have withered because of the
wintry wind;
The boughs have withered because I have
told them my dreams.
I know of the sleepy country, where swans fly
round
Coupled with golden chains, and sing as they
fly.
A king and a queen are wandering there, and
the sound
Has made them so happy and hopeless, so
deaf and so blind
With wisdom, they wander till all the years
have gone by;
I know. and the curlew and peewit on Echtge
of streams.
No boughs have withered because of the
wintry wind;
The boughs have withered because I have
told them my dreams.
He hears the cry of the sedge
Ik dwaal langs de oever van dit verlaten
meer. De wind huilt tot de as breekt die de
sterren in hun baan houdt. Jouw borst zal
niet rusten naast die van jouw geliefde.
I wander by the edge
Of this desolate lake
Where wind cries in the sedge:
Until the axle break
That keeps the stars in their round,
And hands hurl in the deep
The banners of East and West,
And the girdle of light is unbound,
Your breast will not lie by the breast
Of your beloved in sleep.
13
Liedteksten
Ralph Vaughan Williams
On Wenlock Edge
Tekst: Alfred Edward Housman
On Wenlock Edge
Het stormt bij Wenlock Edge en Wrekin, de
bladeren vallen als sneeuw op de Severn.
Het is de oude wind met de oude woede
toen Uricon nog bestond. Toen was het
een Romeinse soldaat die staarde op de
heuvel met pijnlijke gedachten, nu ben ik
het. De storm waait zo hard dat hij snel zal
verdwijnen. Vandaag zijn de Romein en zijn
problemen as onder Uricon.
On Wenlock Edge the wood’s in trouble;
His forest fleece the Wrekin heaves;
The gale, it plies the saplings double,
And thick on Severn snow the leaves.
‘Twould blow like this through holt and
hanger
When Uricon the city stood:
‘Tis the old wind in the old anger,
But then it threshed another wood.
The gale, it plies the saplings double,
It blows so hard, ‘twill soon be gone:
Today the Roman and his trouble
Are ashes under Uricon.
From far, from eve and morning
Ik kom van ver, van avond en ochtend en de
twaalfwindige lucht. Voor een ademtocht blijf
ik hier. Vertel me snel wat je op je hart hebt.
Ik zal je helpen voordat ik mijn eindeloze weg
vervolg.
From far, from eve and morning
And yon twelve-winded sky,
The stuff of life to knit me
Blew hither: here am I.
Now – for a breath I tarry
Nor yet disperse apart –
Take my hand quick and tell me,
What have you in your heart.
Speak now, and I will answer;
How shall I help you, say;
Ere to the wind’s twelve quarters
I take my endless way.
Then, ‘twas before my time, the Roman
At yonder heaving hill would stare:
The blood that warms an English yeoman,
The thoughts that hurt him, they were there.
There, like the wind through woods in riot,
Through him the gale of life blew high;
The tree of man was never quiet:
Then ‘twas the Roman, now ‘tis I.
14
Liedteksten
Is my team ploughing
‘Is mijn span nog aan het ploegen, zoals ik
dat ooit deed?’ Zeker, niets is veranderd, al
lig jij nu onder de te ploegen grond. ‘En is
mijn meisje gelukkig, en is ze uitgehuild?’
Zeker, ze huilt niet meer en is tevreden. ‘En
is mijn vriend gezond en heeft hij een beter
bed dan ik?’ Ja, vriend, ik lig goed. Ik troost
het liefje van een dode, maar vraag me niet
van wie.
‘Is my team ploughing,
That I was used to drive
And hear the harness jingle
When I was man alive?’
Ay, the horses trample,
The harness jingles now;
No change though you lie under
The land you used to plough.
‘Is my girl happy,
That I thought hard to leave,
And has she tired of weeping
As she lies down at eve?’
Yes, lad, I lie easy,
I lie as lads would choose;
I cheer a dead man’s sweetheart,
Never ask me whose.
Oh, when I was in love with you
Toen ik verliefd was op jou, was ik dapper
en was iedereen om me heen verwonderd
hoe goed ik mij gedroeg. Nu de betovering
voorbij is en niets overblijft, zal iedereen
zeggen dat ik weer mijzelf ben.
Oh, when I was in love with you,
Then I was clean and brave,
And miles around the wonder grew
How well did I behave.
And now the fancy passes by,
And nothing will remain,
And miles around they’ll say that I
Am quite myself again.
Ay, she lies down lightly,
She lies not down to weep:
Your girl is well contented.
Be still, my lad, and sleep.
‘Is my friend hearty,
Now I am thin and pine,
And has he found to sleep in
A better bed than mine?’
15
Liedteksten
Bredon Hill
In de zomer klinken de klokken in
Bredon van torens ver weg en dichtbij.
Op zondagochtend liggen we samen en
zien de kleuren van het land en horen de
leeuweriken. De klokken roepen haar om
naar de kerk te gaan en ik antwoord: ‘Luid op
onze bruiloft en we zullen op tijd zijn.’ Maar
toen het sneeuwde met Kerstmis, ging mijn
lief alleen naar de kerk en luidden ze slechts
één klok. De rouwenden volgden en ze wilde
niet op mij wachten. Nog steeds luiden de
klokken in Bredon. Ik hoor jullie, ik kom.
In summertime on Bredon
The bells they sound so clear;
Round both the shires they ring them
In steeples far and near,
A happy noise to hear.
But when the snows at Christmas
On Bredon top were strown,
My love rose up so early
And stole out unbeknown
And went to church alone.
They tolled the one bell only,
Groom there was none to see,
The mourners followed after,
And so to church went she,
And would not wait for me.
The bells they sound on Bredon,
And still the steeples hum,
‘Come all to church, good people.’ –
O noisy bells, be dumb;
I hear you, I will come.
Here of a Sunday morning
My love and I would lie,
And see the coloured counties,
And hear the larks so high
About us in the sky.
The bells would ring to call her
In valleys miles away;
‘Come all to church, good people;
Good people come and pray.’
But here my love would stay.
And I would turn and answer
Among the springing thyme,
‘Oh, peal upon our wedding,
And we will hear the chime,
And come to church in time.’
16
Liedteksten
Clun
In de valleien van de rivieren Ony, Teme en
Clun, was het rustig leven. Toch kende ik als
jongen uit Knighton problemen. In Londen
bleef het verdriet en naarmate een jongen
ouder wordt draagt hij meer leed. Waar kan
ik mijn last neerleggen? Niet in Londen of
in Knighton, maar een nog stillere plek dan
Clun, waar op de dag des oordeels weinig er
nog toedoet.
‘Tis a long way further than Knighton,
A quieter place than Clun,
Where doomsday may thunder and lighten
And little ‘twill matter to one.
In valleys of springs of rivers,
By Ony and Teme and Clun,
The country for easy livers,
The quietest under the sun,
We still had sorrows to lighten,
One could not be always glad,
And lads knew trouble at Knighton,
When I was a Knighton lad.
By bridges that Thames runs under,
In London, the town built ill,
‘Tis sure small matter for wonder
If sorrow is with one still.
And if as a lad grows older
The troubles he bears are more,
He carries his griefs on a shoulder
That handselled them long before.
Where shall one halt to deliver
This luggage I’d lief set down?
Not Thames, not Teme is the river,
Nor London nor Knighton the town:
17
Biografieën
Componisten
Gustav Holst
De Engelse componist
Gustav Holst (1874-1934)
werd opgeleid aan het Royal
College of Music in Londen,
waar hij onder andere
compositie studeerde bij
Charles Villiers Stanford.
Tijdens zijn studie sloot
Holst een levenslange
vriendschap met Ralph
Vaughan Williams, die
hem introduceerde in de
rijke traditie van Engelse
volksmuziek. Deze invloeden
zijn terug te horen in veel
18
van zijn werken, waarin hij
vaak vernieuwende ritmes
en harmonieën gebruikte.
Holst was een veelzijdig
musicus: naast componist
was hij dirigent en docent.
Hij werkte jarenlang als
muziekleraar, onder andere
aan St Paul’s Girls’ School
in Hammersmith, was
organist bij verschillende
Londense kerken en speelde
trombone in orkesten. Zijn
bekendste werk, The Planets
(1914-16), een zevenluik
geïnspireerd door astrologie,
wordt wereldwijd nog
steeds uitgevoerd. Naast
orkestwerken schreef Holst
koor- en kamermuziek en
muziek voor het toneel.
Ralph Vaughan
Williams
De Engelse componist
Ralph Vaughan Williams
(1872 - 1958) leerde
pianospelen van zijn tante
en kreeg vioollessen. Vanaf
1890 studeerde hij aan het
Royal College of Music in
Londen bij Hubert Parry en
Charles Villiers Stanford.
Daarnaast kreeg hij les van
Charles Wood, Max Bruch en
Maurice Ravel. Tijdens zijn
studie raakte hij bevriend
met Gustav Holst. Hij was
de eerste componist sinds
tweehonderd jaar die zijn
inspiratie uit zijn eigen land
Biografieën
putte. Van invloed op zijn
muziek waren zijn studies
van de Engelse volksmuziek
en muziek uit het Tudor
tijdperk. Daarnaast is
de Franse muziek, in het
bijzonder die van Debussy
en Ravel, voor Vaughan
Williams van betekenis
geweest. Zijn werken
werden onderscheiden met
talrijke prijzen. Bekendheid
verwierf hij met zijn ballet
Job, zijn Vierde, Vijfde en
Zesde symfonie en zijn
muziek voor harmonieorkest
of militaire kapel. Voor
de troonsbestijging van
Koningin Elizabeth II schreef
hij een arrangement van het
koraal All people that on
earth do dwell.
Peter Warlock
Peter Warlock, pseudoniem
van Philip Arnold Heseltine
(1894 - 1930), was een
Engelse componist,
muziekwetenschapper en
criticus. Geboren in Londen,
ontwikkelde hij een diepe
interesse in muziek en
literatuur.
Warlock studeerde kort
aan het University College
London, maar verliet de
academische wereld om
zich te richten op zelfstudie
en compositie. Warlock
was sterk beïnvloed door
de muziek van Frederick
Delius, met wie hij een nauwe
vriendschap onderhield,
en door de Engelse
volksmuziek. Warlock staat
bekend om zijn liederen,
waarin hij een verfijnde
textuur en expressieve
kracht combineert met
poëtische teksten. Zijn
bekendste werken zijn
de liedcyclus The Curlew
en vele sololiederen
en koorwerken. Naast
componist was hij een
scherpzinnige muziekcriticus
en leverde hij een bijdrage
aan het onderzoek naar
oude muziek. Zijn leven werd
gekenmerkt door creatieve
pieken en persoonlijke
worstelingen. Warlock leidde
een bohemienachtig bestaan
en worstelde met depressie.
Hij overleed op tragische
wijze in 1930 op 36-jarige
leeftijd, vermoedelijk door
zelfmoord.
19
Biografieën
Felix White
van de laatromantiek
met impressionistische
elementen. Hoewel hij niet
dezelfde faam bereikte
als sommige van zijn
tijdgenoten, wordt zijn werk
gewaardeerd om zijn lyrische
kwaliteiten en verfijnde
harmonie. Felix White bleef
tot zijn dood in 1945 actief in
de muziekwereld, hoewel zijn
werk tegenwoordig zelden
wordt uitgevoerd.
Felix White (1884 - 1945)
was een Engelse componist,
pianist en muziekcriticus. Na
zijn studie aan de Guildhall
School of Music and Drama
trad hij regelmatig op als
begeleider en als solist.
White was daarnaast
criticus en schrijver en
publiceerde A Dictionary
of Musical Terms (1934)
en bewerkte pianowerken
van Alkesandr Skrjabin. Als
componist schreef White in
diverse genres, waaronder
orkestmuziek, kamermuziek
en liederen. Zijn stijl
combineerde invloeden
20
Biografieën
Uitvoerenden
Ian Bostridge
Tenor
Tenor Ian Bostridge (1964)
studeerde geschiedenis
en filosofie in Cambridge
en Oxford waar hij in 1990
promoveerde op hekserij
in de 17e en 18e eeuw. Hij
begon als docent Britse
geschiedenis in Oxford,
maar verloor zijn hart aan
het zingen.
Bostridge debuteerde
glorieus met een liedrecital in
de Wigmore Hall in Londen
in 1993 en een een jaar later
als operazanger tijdens
het Edinburgh Festival.
Sindsdien is hij uitgegroeid
tot een allround lied- en
operazanger die bekend
staat om zijn kennis van de
achtergrond van de liederen
die hij zingt en de rollen
die hij speelt. Operarollen
vertolkte hij voor de Deutsche
Oper, het Teatro alla Scala,
Opéra National de Paris,
de Bayerische Staatsoper,
de Wiener Staatsoper, de
English National Opera
en de Royal Opera House.
Komend seizoen geeft hij
onder andere recitals met
Piotr Anderszewski en Julius
Drake en zal hij in Europa
en de VS te horen zijn in
Bachs Matthäus Passion en
Brittens War Requiem. Zijn
vele opnames hebben alle
belangrijke internationale
platenprijzen gewonnen
en zijn genomineerd
voor 15 Grammy’s. Zijn
opname voor Pentatone
van Schuberts Winterreise
met Thomas Adès won de
Vocal Recording of the Year
2020 bij de International
Classical Music Awards.
Naast zijn solocarrière is
hij altijd actief gebleven als
auteur en wetenschapper. In
2014 schreef hij Schubert’s
Winter Journey: Anatomy
of an Obsession, dat is
overladen met prijzen. In
2023 verscheen Song and
Self: a singer’s reflections
on music and performance.
Ook publiceert hij geregeld
in The Times, BBC Music
Magazine, Opera Now en
The Independent. In 2004
werd Bostridge benoemd tot
Commandeur in de Orde van
het Britse Rijk (CBE).
21
Biografieën
Oxalys
In 1993 werd Oxalys
opgericht door studenten
van het Brussels
conservatorium en
groeide uit tot een
kamermuziekensemble
met een uniek profiel en
een sterke internationale
reputatie. De oorspronkelijke
bezetting van strijkkwintet,
fluit, klarinet en harp waaiert
vaak uit tot een groter
ensemble dat zo een breed
repertoire en verrassende
projecten weet te realiseren.
Oxalys vindt haar
basisrepertoire in de Belle
Epoque (1870 - 1930) en
blikt vanuit dat cruciale
tijdsgewricht zowel terug
als vooruit. Van Haydn of
Mozart tot creaties van
hedendaagse muziek: het
ensemble draagt de culturele
geschiedenis van Europa uit.
Oxalys heeft eveneens een
hart voor vocale kamermuziek
uit het 19e-eeuwse fin de
siècle. Voor de uitvoering
van dit oeuvre omringt het
ensemble zich met excellente
solisten zoals onder meer
Sophie Karthäuser, Anne-
Catherine Gillet, Claire
Lefilliâtre, Christianne
Stotijn, Anne Sofie von
Otter, Dietrich Henschel
en Christoph Prégardien.
Met haar uitgekiende
repertoire en verfijnde
uitvoeringen is Oxalys een
graag geziene gast op
nationale en internationale
podia. Radiozender Klara
kende in 2016 het ensemble
de ‘Klara Muziekprijs voor
beste Solist of Ensemble’
toe. De veelzijdigheid van
het ensemble blijkt ook uit
de discografie van Oxalys,
met zowel het geijkte als
onontgonnen repertoire.
Met haar opnames brengt
Oxalys het oeuvre van onder
meer Gustav Mahler, Claude
Debussy, Richard Strauss,
Wolfgang Amadeus Mozart,
Max Reger, Joseph Jongen,
Bohuslav Martinů, Nino Rota,
Hanns Eisler, Aaron Copland,
John Adams en Wynton
Marsalis voor het voetlicht.
Oxalys kijkt graag over hokjes
en muren heen en verleent
geregeld haar medewerking
aan theaterproducties.
Het ensemble bedenkt en
realiseert ook pedagogische
en educatieve projecten.
Oxalys krijgt steun van de
Vlaamse Gemeenschap.
22
Biografieën
foto: Jasmine Van Hevel
23
Verwacht
Praagse symfonie
Orkest van de Achttiende
Eeuw + Olga Pashchenko
Serie
Kamerorkesten
Vr 7 feb 2025
Grote Zaal
20.15 uur
Het bleek vorig jaar een geweldige zet: Olga Pashchenko
als pianosoliste bij het Orkest van de Achttiende Eeuw. Het
Leidsch Dagblad jubelde: ‘Olga danst over de toetsen.’ Een
samenwerking die dus zeker moest worden voortgezet.
Pashchenko is vanavond te horen in een pianoconcert
dat zijn ‘renaissance’ absoluut verdient, van Jan Ladislav
Dussek, een indertijd zeer populaire Tsjechische tijdgenoot
van Mozart. De Tsjechische dirigent Václav Luks is
specialist in dit repertoire.
Spelen op originele instrumenten en op een historisch
geïnformeerde manier, dat is wat het Orkest van de
Achttiende Eeuw al ruim veertig jaar met groot succes
doet. Zowel bekend als minder bekend repertoire. Bekend is
zeker Mozarts Symfonie nr. 38. Deze schreef Mozart in een
mum van tijd tussen zijn opera’s Le nozze di Figaro en Don
Giovanni door. De première was in de stad Praag, waar hij zo
geliefd was.
Jan Ladislav Dussek
Programma: Johann Baptist Vanhal Symfonie in g / Jan
Ladislav Dussek Pianoconcert nr. 12 / Wolfgang Amadeus
Mozart Serenade in c voor blazersoctet / Symfonie nr. 38
‘Praagse’
24
Verwacht
The Folly of Desire
Ian Bostridge +
Brad Mehldau
Serie Grote
Zangers
Vr 28 mrt 2025
Grote Zaal
20.15 uur
Jazzpianist Brad Mehldau presenteert samen met tenor
Ian Bostridge The Folly of Desire, zijn liedcyclus over de
grenzen van seksuele vrijheid in een post-MeToo-tijdperk.
De muziek schakelt naadloos tussen een jazzidioom en het
klassieke lied. Met poëzie van Blake, Yeats, Shakespeare,
Brecht, Goethe, Auden en Cummings verkent het werk
een even tijdloos als actueel thema. De toevoeging van
een selectie jazzstandards en een lied van Schubert
onderstreept de stilistische diversiteit van dit project.
Een van de grootste liedvertolkers en een van de meest
gevraagde en bekendste jazzpianisten van onze tijd delen
hier het podium. Grammy Award-winnende jazzpianist Brad
Mehldau betovert het publiek al sinds het begin van de
jaren 90 met zijn dynamische talent, intense optredens en
verrassende samenwerkingen. Tenor Ian Bostridge heeft een
stem die direct herkenbaar is. Als geen ander verdiept hij
zich altijd in de context van wat hij zingt.
Brad Mehldau
Programma: Brad Mehldau The Sick Rose / Leda and the
Swan / Sonnet 147 / Sonnet 75 / Über die Verführung von
Engeln / Ganymede I + II / The Boys I Mean Are Not Refined /
Sailing to Byzantium / Night II / Lullaby / Jack Strachey
These Foolish Things / David Mann In the Wee Small Hours
of the Morning / Cole Porter Ev’ry Time We Say Goodbye /
Night and Day / Franz Schubert Nacht und Träume D 827
25
Verwacht
November
do 28 nov / 20.15 uur
“tattar...rattat”
Orkest De Ereprijs +
Elisabeth Hetherington
vr 29 nov / 20.15 uur
De Mis van Martin
Nederlands Kamerkoor
za 30 nov / 20.15 uur
Late Stravinsky
Cappella Amsterdam + NNO
December
zo 1 dec / 9.30, 11.00 +
12.30 uur / Kleine Zaal
Eurovision Vogelfestival
(6‐18 maanden)
Zvov
zo 1 dec / 13.30 uur
Sonic Safari: Het meisje
zonder handen (8+)
Ensemble Klang
zo 1 dec / 20.15 uur
De muzikale reizen van
Marco Polo
En Chordais, Ensemble
Constantinople +
Kyriakos Kalaitzidis
wo 4 dec / 20.15 uur
Kleine Zaal
Maar wat er ook gebeurt er
klinkt muziek
Olga Zuiderhoek +
Gerard Bouwhuis
do 5 dec / 20.30 uur
Kleine Zaal
She was Forgiven
LIONSTORM, Grove,
AMARA ctk100, HASZNAT +
KAVARI
vr 6 dec / 20.15 uur
Sinfonia Concertante
Amsterdam Sinfonietta,
Antje Weithaas +
Georgy Kovalev
za 7 dec / 14.15 uur
(G)een sprookje
IJ-Salon
za 7 dec / 20.15 uur
Impressions parisiennes
Quatuor Van Kuijk
zo 8 dec / 15.00 uur
Plein Theater
The Dream of the Siren
Ensemble Echolab
do 12 dec / 20.15 uur
God’s own musicians
Insomnio
SoundLAB Workshop
Maak je eigen muziek met de
wonderlijkste instrumenten.
Voor kinderen (7+) met
volwassenen in de Atriumzaal
om 13.00 uur op verschillende
zondagen. Kaartjes via
muziekgebouw.nl/soundlab
WannaSwing
Op de kade voor het
Muziekgebouw staat de
interactieve muziekinstallatie
WannaSwing van theatermaakster
Caecilia Thunissen
en scenograaf Jan Boiten. Acht
schommels sturen composities
aan van hedendaagse
componisten als Joey Roukens,
Mayke Nas en Rob Zuidam.
Zie voor meer informatie
muziekgebouw.nl/wannaswing
Huil van de Wolff
Elke 22e van de maand
klinkt om 20.00 uur het
geluidsmonument Huil van
de Wolff van Martijn Padding
ter herinnering aan oprichter
van het Muziekgebouw
Jan Wolff (1941 - 2012).
muziekgebouw. nl/
huilvandewolff
Geheimtips
Bijzondere concerten
die je niet mag missen.
muziekgebouw.nl/geheimtips
26
Foto: Erik van Gurp
Op de hoogte blijven?
Mis geen enkel concert en schrijf je
in voor onze nieuwsbrief! Scan de
QR-code of ga naar muziekgebouw.
nl/nieuwsbrief. Of volg ons via
Facebook, LinkedIn of Instagram.
Dudok aan ‘t IJ
Kom voor of na het concert eten
in Dudok aan ‘t IJ. Reserveren:
020 788 2090 of dudokaanhetij.nl.
Rondom het concert
- Na aanvang van het concert heb je
geen toegang meer tot de zaal.
- Zet je mobiele telefoon uit voor
aanvang van het concert.
- Het maken van beeld- of
geluidsopnamen in de zaal alleen
met schriftelijke toestemming.
- Algemene Bezoekersvoorwaarden
zijn na te lezen op muziekgebouw.nl
Bij de prijs inbegrepen
Reserveringskosten zijn bij de
kaartprijs inbegrepen.
Ook een drankje, tenzij anders
vermeld op je concertkaartje.
Word Vriend
Inkomsten uit kaartverkoop dekken
ten dele onze kosten.
Word vriend: met jouw steun
kunnen we concerten op het
hoogste niveau blijven organiseren.
Meer informatie:
muziekgebouw.nl/wordvriend
Dank!
Wij kunnen niet zonder de steun van
onze vaste subsidiënten en Vrienden
van het Muziekgebouw. Wij zijn hen
daarvoor zeer erkentelijk.
Druk binnenwerk
druk & printservice
27