19.12.2024 Views

Joodse Begraafplaats Veenhuizen, weer op de kaart...

Verkenning naar betekenis en positionering van een vergeten stukje kolonie historie, NXTlandscapes, februari 2017

Verkenning naar betekenis en positionering van een vergeten stukje kolonie historie, NXTlandscapes, februari 2017

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Joodse Begraafplaats Veenhuizen

weer op de kaart ...

verkenning naar betekenis en positionering

van een vergeten stukje kolonie historie

NXTlandscapes, februari 2017


Wat is de aanleiding voor deze verkenning?

Ver buiten de bebouwde kom, bijna op de grens van het rechthoekig geordende

kolonielandschap van Veenhuizen en het meanderende beekdal van

de Slokkert, ligt een klein rechthoekig bosje. Op het eerste gezicht is er weinig

te zien dat duidt op de bijzondere cultuurhistorische betekenis van deze plek.

Het terrein is ietwat hoger gelegen dan de omliggende landerijen en begroeid

met volwassen eiken, berken, een enkele verdwaalde beuk en een gemengde

beplanting van jongere bosopslag met soorten als lijsterbes en vogelkers.

Gras, bramen, mossen en varens vormen de onderbegroeiing.

Bij nadere beschouwing wijkt dit bosje toch af van de omliggende houtopstanden

en geriefbosjes. Het terrein is omheind met betonnen paaltjes met

daartussen gespannen staaldraad, en wordt ontsloten via een houten hekwerk.

Aan de Oostzijde bevindt zich een solitaire hardstenen grafsteen met

een zwart beletterde inscriptie die deels in het Hebreeuws is opgesteld.

Veenhuizen in pre-koloniale tijd

topografische kaart 1896

Al vele eeuwen voordat de Maatschappij van

Weldadigheid in december 1822 start met het

aankopen van 3000 ha. woeste grond tussen

de groenlanden langs het beekdal van de

Slokkert en het uitgestrekte drassige hoogveengebied

bij Fochtelo bevindt zich hier de

buurtschap Veenhuizen.

Een verzameling van boerenhoeven verspreid

gegroepeerd rond enkele hoger gelegen

zandopduikingen in het veen die door de

eeuwen heen als mini esgronden verder

opgehoogd werden. De enige overgebleven

bebouwing uit deze pre-koloniale periode is

de boerderij ‘Jachtweide’ uit 1723

In de late-middeleeuwen is een hoger gelegen

cirkelvormige plek nabij de Oude Norgerweg

als grafveld in gebruik. De vondst van

botresten en kloostermoppen, aangetroffen

tijdens meerdere archeologische onderzoeken,

vormt hiervoor het bewijs. Vermoed

wordt dat hier in de 14e en 15e eeuw zelfs

een kapel heeft gestaan.

Tegenwoordig wordt deze open plek in het

bos ‘het Spaansche Kerkhof’ genoemd.

Mogelijk een verwijzing naar omgekomen

manschappen van de Spaanse troepen die

hier tijdens de oorlog met Spanje aanwezig

waren en wellicht ook begraven zijn.


Het bosje blijkt het restant te zijn van de Joodse begraafplaats die in de

beginjaren van de kolonie door de Maatschappij van Weldadigheid is

aangelegd op een onontgonnen stuk heidegrond langs de Vierde Wijk.

Als tastbare uiting van de toenmalige sociale visie op godsdienstige neutraliteit

en kerkelijke verscheidenheid vormt het een uniek, waardevol

en essentieel oorspronkelijk onderdeel van het kolonielandschap.

Onbekend maakt onbemind. Deze verkenning naar de betekenis en positionering

van de Joodse begraafplaats in Veenhuizen probeert dit vrijwel

vergeten stukje kolonie historie weer op de kaart te zetten, zodat het

weer een volwaardig onderdeel kan vormen van het unieke cultuurhistorische

verhaal en de recreatieve ontsluiting van de voormalige kolonie.

locatie Joodse Begraafplaats

Spaansche kerkhof

kadastraal minuutplan ca. 1830


Kerkelijke verscheidenheid in de vroege kolonie

domineeswoning, RK-kerk en NH-kerk Veenhuizen, ca. 1826

Als er in 1813 een eind komt aan de Franse overheersing van

Nederland blijkt het land ernstig verarmd en zo goed als bankroet.

Zo’n 10% van de bevolking leeft onder de armoedegrens,

waaronder een derde deel van de inwoners van Amsterdam.

Met de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid door

generaal Johannes van de Bosch op 1 april 1818 start een uniek

sociaal economisch experiment om paupers in speciaal daarvoor

gestichte landbouwkoloniën door middel van scholing, werk en

onderdak weer klaar te stomen voor volwaardige deelname aan

de maatschappij. Bijzonder aan dit private initiatief is de neutrale

houding ten aanzien van religie en kerkelijke afkomst van

de kolonisten. Godsdienst werd echter wel gezien als een middel

om de bewoners van de kolonie tot een zedelijke levenshouding

te bewegen. Daarom behoorde tot het verzorgingsniveau van de

kolonie Veenhuizen dan ook de oprichting van godshuizen van

diverse gezindten en was de kerkgang verplicht.

locatie Synagoge

kadastraal minuutplan ca. 1830


Op 18 april 1826 werd een Rooms-katholieke kerk in gebruik genomen,

gewijd aan Hiëronymus Aemilianus patroonheilige der wezen.

In 1893 werd deze kerk vervangen door de nabijgelegen neogotische

kerk van rijksbouwmeester W.C. Metzelaar. In 1945 werd op de

oorspronkelijke locatie van de oude kerk, die in 1913 tot hulpcellencomplex

was verbouwd, een nieuw schoolgebouw met woning

gebouwd. Op 25 juni 1826 volgde de inwijding van een achtkante

koepelkerk, naar model van de Koepelkerk uit Smilde van 1788,

voor de Hervormde bewoners van de kolonie. Op 23 en 24 augustus

1839 vond de feestelijke inwijding plaats van een in opdracht van

de Maatschappij van Weldadigheid gebouwde nieuwe synagoge. De

synagoge kwam te liggen aan de Kolonievaart (de huidige Hoofdweg

120) naast de locatie waar in 1859, toen de Nederlandse Staat de

kolonie Veenhuizen overnam, de nieuwe directeurswoning ‘Klein

Soestdijk’ werd gebouwd. Na 1890 werden er geen Joden meer naar

Veenhuizen gestuurd. De synagoge werd gesloten en rond 1900

door rijksbouwmeester W.C. Metzelaar verbouwd tot Hoofdkantoor

Directie van de Rijkswerkinrichtingen Veenhuizen.

voormalige synagoge Veenhuizen na verbouwing tot directiekantoor

voormalige RK-kerk (1826)

RK-kerk (1893)

Synagoge (1839)

NH-kerk (1826)

topografische kaart 1896


Synagoge Veenhuizen (eind 19e eeuw)

De eerste Joodse rabbi van Veenhuizen

was Izaak Nathan Nieuwied

(1812 - 1906), die op 16 juli

1839 uit Amsterdam naar Veenhuizen

kwam. Uit de archieven

blijkt dat hij na de dood van zijn

vrouw Jetta Jacoba Bargeburh

(1809 - 1862) de kolonie de rug

heeft toegekeerd en naar Assen

is vertrokken. Op 24 augustus

is hij daar 1864 in het huwelijk

getreden met zijn tweede vrouw

Marjanne Zon. Op 20 april 1906

overlijdt Izaak op 94 jarige leeftijd.

Beiden zijn begraven op de

Joodse begraafplaats in Assen.

Joodse kolonisten in Veenhuizen

Het duurde even voordat in Veenhuizen het voorgeschreven

aantal van 10 Joodse mannen ouder dan

dertien jaar, benodigd om een eigen kerk- en schoollokaal

te mogen stichten, aanwezig was. Het waren

immers vooral weeskinderen die vanaf 1824 Veenhuizen

bevolkten. Op 3 oktober 1836 was bij koninklijk

besluit ”ten behoeve der Israëlieten, de bezwaren

tegen de Kolonisatie van Israëlietische kinderen weg

te nemen.. goedgunstig toegestaan eene som van

2577 gulden“ voor de bouw van een nieuwe synagoge.

Als in 1839 de nieuwe rabbi van Veenhuizen,

samen met de Israëlietische onderwijzer Nehemia

Samuel Jacobson (1802-1865) uit Willemsoord, de

inwijdingsceremonie voorgaat in aanwezigheid van

hoogwaardigheidsbekleders en alle Joodse inwoners

van Veenhuizen, bestaat deze groep inmiddels uit 35

Kolonisten: 6 meisjes, 7 jongelingen, 7 vrouwen, 14

mannen en 1 korporaal der Veteranen. Voor de Joodse

weeskinderen werden in het 3e Gesticht net als voor

de Israëlietische bedelaars in het 2e Gesticht de zalen

en keukens zo ingericht dat “ten aanzien van voeding,

kleeding, huisraad en keuken gereedschappen, de

voorschriften gevolgd zullen worden, die de Israëlietische

godsdienst medebrengt... en geen vleesch voor de

Israëlieten bestemd zal worden zonder deszelfs verklaring

, dat het hun geoorloofd is daarvan te eten”. Met de

komst van de synagoge werden ook alle Joodse verpleegden

uit Ommerschans naar Veenhuizen overgebracht.

Er waren ook Joden werkzaam in vast dienstverband.

Zoals Salomon Mozes Klunt (1784- 1868), de eerste

Joodse spinbaas van de kolonie, die vanaf 1826 tot 1859

in Veenhuizen leiding gaf aan de spinderij, na een start in

Frederiksoord en Willemsoord, en die in totaal ruim 40

jaar werkzaam was voor de Maatschappij.


Joodse begraafplaats Veenhuizen

Waar voor de aanleg van de begraafplaats joodse overledenen

begraven zijn, is onbekend. Zo weten we niet

waar Judick Salomons, dochter van spinbaas Klunt, die in

1828, amper een half jaar oud, het leven liet, begraven

is. Het is aannemelijk dat met de ingebruikname van de

synagoge in 1839 de Joodse begraafplaats ook gereed

was. Hoeveel Joden hier zijn begraven, is onbekend.

Een grafregister ontbreekt. Uit overlijdensaktes zijn de

namen van enkele weeskinderen bekend. Als eerste

zou hier in 1842 de op 3 jarige leeftijd overleden wees

Levie Leest begraven zijn. Ook Nenelrus Izaak zoon van

rabbi NIeuwied, die op 28 juni 1844, slechts 3 maanden

oud overleed, ligt hier naar alle waarschijnlijkheid.

Een tweetal betonnen grafpaaltjes met een letter en nummer

(H3 2 en H3 37) suggereren enkele tientallen graven.

Op de Joodse begraafplaats in Willemsoord zijn over een

periode van 60 jaar 26 graven bijgezet en herinnert een

hardstenen gedenksteen aan de nagedachtenis van alle

overledenen. In Veenhuizen is slechts één grafsteen bewaard

gebleven. Deze dateert uit 1862 en siert de laatste

rustplaats van Jetta Jacoba Bargebuhr, de eerste vrouw

van de rabbi. Waren de graven in Veenhuizen oorspronkelijk

wel voorzien van grafstenen? Op de gestichtsbegraafplaats

aan de Eikenlaan werden de armen en verpleegden

doorgaans in naamloze graven zonder grafmonument begraven

met slechts een houten bordje met een nummer.

Het is niet waarschijnlijk dat de begraafplaats na de dood

van Jetta Jacoba in 1862 nog lang in gebruik is geweest.

Er werden geen Joodse wezen meer naar Veenhuizen

gestuurd nadat het het Ministerie van Binnenlandse Zaken

het beheer van de kolonie in 1859 had overgenomen van

de Maatschappij van Weldadigheid. Vanaf 1869 werden

alleen nog maar bedelaars en landlopers opgenomen.

Gaandeweg ontwikkelde de kolonie zich steeds meer in

de richting van een strafgevangenis. Dit werd definitief

nadat het Ministerie van Justitie in 1875 het roer overnam

en Veenhuizen in 1886 werd omgevormd tot Rijkswerkinrichting

voor mannen en vrouwen. Na 1890 werden er

geen Joden meer naar Veenhuizen gestuurd. Op kaarten

van het einde van de 19e eeuw wordt de Israëlitische

begraafplaats als vervallen aangeduid. Op latere kaarten is

slechts een groen ingekleurd bosvak te zien.


Joodse begraafplaatsen

Volgens de religieuze wetten van het jodendom

zijn Joodse begraafplaatsen ‘eeuwig’ en mogen

ze niet geruimd worden. Daarom behoort een

deel van de graven op Joodse begraafplaatsen

tot de oudste in Nederland. Van oorsprong

liggen Joodse begraafplaatsen nooit in de

bebouwde kom. Een lijk is onrein, en daarvoor

is geen ruimte binnen de grenzen van een dorp

of stad. De grafstenen zijn doorgaans sober van

uitvoering, vaak met alleen een tekst in het

Hebreeuws en soms voorzien van eenvoudige

symbolische versieringen. Vaak wordt de sterfdatum

aangeduid volgens de Joodse kalender.

Bloemen ontbreken op de graven. Bezoekers

laten soms steentjes achter bij de grafstenen uit

respect voor de overledenen.

Een eenvoudig lijkenhuis (methaheerhuis of

Bet Tohorah), bedoeld voor de rituele lijkwassing,

is doorgaans naast het grafveld te vinden.

De landelijk gelegen Joodse begraafplaats

uit 1804 bij Gorredijk (gemeente Opsterland,

Friesland), met nog 112 intacte graven (daterend

van 1807 t/m 1939), geeft een beeld van

hoe de begraafplaats in Veenhuizen er misschien

uitgezien heeft, voordat deze in verval

raakte. Kenmerkend zijn de staande grafstenen

die in evenwijdige slagen (rijen) zijn opgericht

die door een smal pad worden omringd. Het

verhoogd gelegen terrein wordt omgeven door

een greppel. Aan de oostzijde bevinden zich een

eenvoudig houten lijkenhuisje en een houten

toegangshek (©beeldmateriaal: Museum Opsterland)

Methaheerhuis Gorredijk

Joodse begraafplaats Gorredijk

Joodse begraafplaats Gorredijk


Jetta Jacoba Nieuwied

Toeval of niet. Het enige graf met

bewaarde stèle op de Joodse

begraafplaats van Veenhuizen

is van Jetta Jacoba Nieuwied,

vrouw van de eerste Joodse onderwijzer,

koster, ritueel slachter

en voorganger van de synagoge

van Veenhuizen. De inscriptie is

grotendeels in het Hebreeuws

gesteld en luidt:

“Hier is het graf van een gewaar

deerde flinke vrouw, echtgenote

van de geëerde Ieziek Nieuwied,

begraven met veel eer op de 2e

dag Rosj Hasjana 5623 (26 september

1862, joods Nieuwjaar).

Moge haar ziel gebundeld worden

in de bundel des levens”

Gevolgd door de volgende tekst

in het Nederlands:

“JETTA JACOBA NIEUWIED

geboren BARGEBUHR

overleden 23 september 1862”

De sobere steen is gedecoreerd

met een palm- en eikentak met

daarop een vogeltje (een van

oorsprong Oost-Europees symbool

dat de ziel verbeeldt

die door God geleid van het ene

leven naar het andere springt).


Stille getuigen van een sociaal-economisch experiment

Joodse begraafplaats

Waar de regelmatig gevormde kolonie botst met het grillige beekdallandschap van

de Slokkert liggen de grafvelden van Veenhuizen. Op maximale afstand van de Gestichtslocaties

en royaal verwijderd van de huidige bebouwde kom. Tussen de mysterieuze

cirkelvormige open plek in het bos van het ‘Spaansche Kerkhof’, de verstilde

eenvoud van de Joodse begraafplaats en de verassend monumentale afwisseling van

graven en grafvelden op het ‘Vierde Gesticht’ ligt een schitterende route om nader

te ontdekken. Een wandeling, een pelgrimage, die, misschien sterker nog dan bij

de andere monumentale bezienswaardigheden van Veenhuizen, laat zien wat een

worsteling mensen hier door de eeuwen hebben ondergaan, met de elementen, met

systemen, en misschien vooral wel met zichzelf. Juist hier, waar de geordende kolonie

weer oplost in de natuur, waar de definitieve rustplaats van een groot deel van

zijn bewoners tastbaar wordt, waar ‘Bet Chajiem’ - het Huis der Levenden - de Joodse

begraafplaats ligt, wordt de achterkant van het sociaal-economisch experiment

Veenhuizen voelbaar en weer tot leven gewekt, voor hen die de route aandurven.

begraafplaats Veenhuizen

‘Vierde Gesticht’

betonnen pad naar Joodse begraafplaats


Het Vierde Gesticht

Alle rangen en standen liggen hier, van

ambtenaar tot directeur, van vluchteling

tot verpleegde, van cholera

slachtoffer tot oorlogsslachtoffer. De

gestichtsbegraafplaats van Veenhuizen

(1831) biedt een unieke collectie

grafmonumenten en grafvelden vanaf

de eerste dagen van de kolonie onder

de Maatschappij van Weldadigheid tot

aan de dag van vandaag. Van eenvoudige

houten grafzerken en betonnen

kruisen tot imposant gedecoreerde

gietijzeren en natuurstenen zerken. Al

dan niet omheind door smeedijzeren

hekwerken of getooid met rijk

versierde zinken graftrommels. Soms

slechts voorzien van een nummer of

een ijzeren naamplaatje. De ouderdom

van sommige graven, maar vooral

de tijdsgebonden eclectische variatie

op een hoger gelegen locatie aan de

rand van de kolonie, ver weg van de

bewoonde wereld, laat op de bezoeker

een onmiskenbare indruk achter.

Het besef dat hier het bewijs ligt dat

Veenhuizen ooit de grootste nederzetting

was van Drenthe, toen de drie

gestichten op volle sterkte waren.

De vergankelijkheid van ruim 16.000

zielen...


Joodse begraafplaats Veenhuizen anno 2016 (sinds begin 21e eeuw in beheer bij het Nederlands-Israëlitisch Kerkge

De Joodse begraafplaats Veenhuizen weer op de kaart

Het (betonnen) pad om er te komen ligt er al.

Dankzij het waterschap dat iets noordelijker een

gemaaltje heeft liggen, dat regelmatig gecontrolleerd

moet kunnen worden. Onderweg naar

de Joodse begraafplaats vormen enkele hekwerken,

een obstakel. Zolang ze niet op slot zitten

en weer gesloten worden na passage vormen ze

geen echt probleem. De route die we nu lopen

legt immers heel ander obstakels bloot dan een

enkel fysiek hekwerk.

Aangekomen bij de begraafplaats vormen

schrikdraad en een vervallen houten hekwerk

een volgende hindernis. Hier valt een en ander

te verbeteren. Het prikkeldraad doubleert met

de tussen betonnen paaltjes gespannen draad die

het terrein omheind, en zou hier verwijderd moeten

worden. Het houten hekwerk - van kleiner

formaat en soberder uitvoering dan het hekwerk

bij de gestichtsbegraafplaats - is aan vernieuwing

toe. In navolging van de Joodse begraafplaats

in Gorredijk zou het terrein volledig omzoomd

kunnen worden met een greppel, zodat zonder

dubbele bedrading een goede afscheiding tegen

het vee op het omringende grasland gerealiseerd

wordt, en het terrein nog scherper afgebakend in

het landschap ligt. Eenmaal aangekomen op de

begraafplaats zelf, blijkt de enige aanwezige grafsteen

een krachtig symbool voor de hele plek.


nootschap)

zicht op het beekdal van de Slokkert vanaf de Joodse begraafplaats

enkele aanbevelingen

Zolang als de onderbegroeing voldoende in toom

wordt gehouden. Wellicht zou dit onderhoud wat

frekwenter gedaan kunnen worden om vooral

de welige opslag van braam en zaailing langs de

randen beter te bedwingen. Misschien ook zijn

de volwassen eiken voldoende om de magie van

de plek te vatten. Overwogen zou kunnen worden

een deel van de jongere bosopslag en berkjes te

verwijderen, zodat het terrein meer open wordt

en wat meer licht toelaat op de grond. Wellicht dat

dan ook de contouren van de verborgen graven en

paden wat meer zichtbaar gemaakt kan worden.

Welliswaar is het ontbreken van grafzerken niet essentieel

voor de beleving van de plek. De huidige

verstilde eenvoud en het besef van vergankelijkheid

doen hier immers hun werk. Toch roept de

hiervoor kort geschetste geschiedenis het verlangen

op naar meer gedetailleerde antwoorden.

Meer speurwerk in de archieven zou wel eens een

vollediger beeld kunnnen geven van wie er tijdens

de periode van de actieve Joodse gemeenschap

in Veenhuizen (ca. 1839 - 1862) overleden en

begraven zijn op de begraafplaats en wat er met

die gemeenschap is gebeurd in de daaropvolgende

jaren tot 1890, het jaar waarna er geen Joden meer

in Veenhuizen geplaatst werden. Nader onderzoek

van de begraafplaats zelf, mogelijk met behulp van

grondradar, kan wellicht ook meer inzicht geven

in het totaal aantal aanwezige graven en de eventuele

aanwezigheid van verloren grafmonumenten.

Belangrijker dan deze beperkte fysieke ingrepen,

beheersmaatregelen en suggesties voor nader onderzoek

is het volwaardig opnemen van de Joodse

begraafplaats in het overkoepelend verhaal van de

kolonie Veenhuizen. De eerder geschetste route

langs de plekken en randen waar de kolonie zijn

eigen vergankelijkheid, toont door in de natuur op

te lossen, zou hiertoe een prachtig middel zijn. De

eerste aanzet tot het verhaal is er. Nu buiten in het

veld de wandelroute en de bewegwijzering nog.


“Daar dan, waar nu drie heiligdommen nevens elkander

staan opgericht, vergeten wij die eeuwen, toen

men tegen anders denkenden als tegen roofdieren te

velde trok, en duizenden hunner ten vure doemde: daar

verheugen wij ons, met verre het grootste gedeelte

onzer landgenooten, in den geest onzer dagen, die van

alle vervolging en dwang afkeerig is: daar wenschen

wij, dat met elken dag de vebroedering grooter, de afscheidsels

minder in getal, de twist zeldzamer worden.

En onze verdraagzaamheid, neen, zij is de dekmantel

niet van onverschilligheid. Prijs stellende op hetgeen

wij gelooven, belijden en hopen, willen wij allen, allen

als broeders beminnen: met de wapenen der liefde

stijden en hen tegengaan, die van nieuws oneenigheid

en tweedragt zouden willen zaaijen. Eens zal alleen

overblijven wat gezuiverd is en als edel metaal, terwijl

dan hooi, stroo en stoppelen vergaan”.

“ De Israëlieten worden sedert eenige jaren in Hoorn verpleegd,

welke inrichting echter meer het karakter draagt

van een strafkolonie. Vroeger had men ook in Veenhuizen

eene synagoge. Israëlieten zijn echter onder de verpleegden

uiterst zeldzaam. De Joden onderscheiden zich juist

door hunne grootere energie, en gebruiken over het algemeen

weinig sterken drank, zoo werd ons medegedeeld.

Om technische redenen werd toen de Joodsche gemeente

opgeheven. de weinige Israëlieten worden nu bij veroordeeling

direct naar Hoorn opgezonden”.

citaat uit ‘Vragen van de Dag’ populair tijdschrift op het

gebied van de staathuishoudkunde etc. (1899)

citaat uit ‘Vriend des Vaderlands’ tijdschrift van de

Maatschappij van Weldadigheid (1840)


geraadpleegde bronnen

Leon Bok - Veenhuizen - ‘Het Spaansche Kerkhof’, stichting dodenakkers.nl, 2010

Leon Bok - Veenhuizen - Joodse Begraafplaats, stichting dodenakkers.nl, 2011

De Vriend des Vaderlands - tijdschrift van de Maatschappij van Weldadigheid, uitgaven 1838 t/m 1842 (via delpher.nl)

Adrie Drint - Joodse begraafplaatsen in het Groninger land, in: Groninger Kerken, nr. 4, 2008

Geert Groen - Joden op de Pol - 1820 - 1890: een vergeten gemeenschap, uitgave Mijnbestseller.nl, 2012

Marja Kiel - Van gevel naar gevel - Architectuurwandeling door Veenhuizen, uitgave stichting Veenhuizen Cultuur en Toerisme, Veenhuizen 2010

Marten Mulder - Veenhuizen - Eikenlaan ‘Het Vierde Gesticht’, stichting dodenakkers.nl, 2010

Wil Schakmann - De kinderkolonie - ‘Tot een werkzaam leven opgeleid’: de wezen van Veenhuizen (1824-1859), uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2016

Anja Schuring - De arme dood, Begraafplaats Veenhuizen - een rondleiding, UItgeverij Schuring, Assen 2015

Jan Stoutenbeek & Paul Vigeveno - Gids van joods erfgoed in Nederland, uitgeverij Bas Lubberhuizen i.s.m. Het Joods Historisch Museum, 6e editie, Amsterdam 2016

B.Thoënes - De landlooper en bedelaarskoloniën te Veenhuizen en het leven der verpleegden, in ‘Vragen van de Dag’, 1899 (via delpher.nl)

Ben Trip - Veenhuizen - Wat heeft u hier te zoeken... fragementen uit heden en verleden, uitgave Nationaal Gevangenis Museum, Veenhuizen 2010

AlleDrenten - databank (alledrenten.nl)

Drents Archief - beeldbank

Museum Opsterland - joodse geschiedenis (museumopsterlan.nl)


ar dan

NXTLANDSCAPES

landscape architecture urban design regional planning

‘s-Gravendijkwal 101, Rotterdam

00 31 10 436 9005 / 00 31 6 8325 8249

info@nxtlandscapes.nl / www.nxtlandscapes.nl

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!