De Nieuwskomer. Magazine van het Agentschap Integratie en Inburgering
Het Agentschap Integratie en Inburgering
Het Agentschap Integratie en Inburgering
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
DE NIEUWSKOMER
SINDS 2015
HOE MAAK JE JE
ACTIVITEITEN
TOEGANKELIJK
VOOR EEN DIVERS
PUBLIEK?
TIPS
VOOR HET
GEBRUIK VAN
VERTAALAPPS
UITGELICHT:
SNELLER
SCHAKELEN
TUSSEN
INTEGRATIE,
ONDERWIJS
EN WERK.
8
Hoe promoot je het
participatietraject?
4
Inspiratie rond het werken aan
toegankelijkheid en oefenkansen
Nederlands.
23
Nieuwkomers
sneller en beter
naar werk begeleiden:
getuigenissen uit de
praktijk.
30
Een asielcentrum in
jouw stad of gemeente?
Hiermee helpt een
verbindingsofficier.
22
16
...
Test je kennis van de Canon van Vlaanderen met de
oefenvragen uit de cursus maatschappelijke oriëntatie.
Achter de schermen bij onze matchers sociaal tolken
en vertalers.
en nog veel meer!
Colofon
Dit is een magazine van het
Agentschap Integratie en Inburgering,
Kanselarijstraat 17A, 1000 Brussel.
Verantwoordelijke uitgever: Sara Leunis
Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven:
Integratie
Vreemdelingenrecht
en internationaal
familierecht
Certificering
sociaal tolken
Regionale contactgegevens:
www.integratie-inburgering.be/contact
Volg ons op
Redactie en lay-out:
dienst Marketing, Communicatie en
Stakeholdermanagement.
facebook.com/agentschapintegratie
facebook.com/bonBrussel
Instagram: @agii.be
X: @AgII_be
2 De Nieuwskomer
Woord vooraf
Beste lezer
Vandaag is meer dan 1 op 4 Vlamingen van buitenlandse herkomst. Bij de
jongeren gaat het zelfs om meer dan 4 op 10. Die maatschappelijke evolutie is
een grote uitdaging. Want diversiteit en meertaligheid zijn grote troeven voor
een samenleving, zolang er ook een gemeenschappelijke taal en een gedeeld
referentiekader is. Enkel zo kunnen we samen zorgen voor de noodzakelijke sociale
cohesie en verbinding.
De lokale besturen zijn daarbij onze belangrijkste partners want zij zijn het eerste
aanspreekpunt voor elke nieuwkomer. Daarom ondersteunen wij in Vlaanderen onze
steden en gemeenten via het Agentschap Integratie en Inburgering zo goed mogelijk
in deze uitdagende taak. En wel op verschillende manieren.
Zo bouwen we sinds 2023 netwerk- en participatietrajecten uit als essentiële pijler
van elk inburgeringstraject. Lokale besturen zijn hierin cruciale partners door
laagdrempelige activiteiten en ontmoetingskansen aan te bieden. Zo faciliteren zij
de verbinding tussen hun inwoners en dragen ze bij aan de sociale cohesie in de
lokale samenleving.
Daarnaast helpen we lokale besturen bij de organisatie van taalstimulerende activiteiten, zoals oefenkansen
Nederlands, die lokaal zijn ingebed en vaak in samenwerking met gemeentediensten, bibliotheken of buurtcentra
worden opgezet. Ook op het vlak van digitale inclusie schiet het Agentschap Integratie en Inburgering lokale
besturen te hulp door digitale basisvaardigheden aan te leren en digitale hulpmiddelen aan te bieden.
Tot slot ligt er ook een belangrijke rol op het vlak van kennisdeling en communicatie. Door lerende netwerken
te creëren brengt het agentschap lokale besturen, organisaties en vrijwilligers uit de sector samen om hun
expertise en best practices te delen en een positieve en realistische beeldvorming uit te bouwen rond diversiteit.
Het magazine dat voor u ligt, is daar een goed voorbeeld van. Door boeiende verhalen en inspirerende
praktijkvoorbeelden in de kijker te zetten, hopen we iedereen die betrokken is bij het beleid rond integratie
en inburgering te motiveren en inspireren om lokaal aan de slag te gaan. Zo bouwen we samen met onze 285
Vlaamse steden en gemeenten aan een inclusieve, warme en welvarende Vlaamse gemeenschap, waar iedere
burger verantwoordelijkheid neemt, maar ook vertrouwen krijgt.
Veel leesplezier!
Hilde Crevits
Viceminister-president van de Vlaamse Regering
Vlaams minister van Samenleven, Integratie en Inburgering
3
Plan
Samenleven
in actie
Met het Plan
Samenleven
ondersteunt de
Vlaamse overheid
lokale besturen
om samenleven
in diversiteit te
bevorderen. Vier
lokale besturen
vertellen over
hun concrete
acties binnen Plan
Samenleven.
INTERVIEW
1
Stad Geel werkt aan
toegankelijkheid op basis
van 22 persona’s
Tinne
plichten moet kunnen begrijpen. We maakten
een beslismodel op om te communiceren
met anderstaligen, in samenwerking met het
Agentschap Integratie en Inburgering.”
“Dat beslismodel was eigenlijk de basis van
de toegankelijkheidsscan, die we in een
tweede fase organiseren bij zo veel mogelijk
diensten. We konden zo het personeel
geruststellen dat ze niets verkeerd doen door
bijvoorbeeld communicatie aan te passen
voor bepaalde inwoners.”
Tinne Syen is diversiteitsdeskundige in Geel.
De stad werkt aan brede toegankelijkheid:
verschillende diensten werken samen om
ook de kwetsbare inwoners te kunnen
be reiken. Hoe ze dat doen? Tinne werkt
in de projectgroep samen met Elisa Van
Der Jeugd, consulent integratie bij het
Agentschap Integratie en Inburgering. “We
werken al meerdere jaren aan een toe -
gankelijkheidstraject in de stad. De toegankelijkheisscan
is een intensief traject met
het team en is daardoor ook teambuildend.”
De basis van het traject
“In een eerste fase hebben we met medewerkers
van verschillende diensten 22 Geelse
persona’s opgemaakt”, vertelt Tinne. “Alle
personeelsleden zien eigenschappen van hun
klanten erin terugkeren. Er zitten veel kwetsbaarheden
in verweven”, vult Elisa aan.
“Behoorlijk wat personeelsleden dachten in
deze fase nog dat ze niets mochten aanpassen
om toegankelijk te zijn, zeker in functie van
taal. Daarom besloten we om al meteen een
taalvisie te ontwikkelen, omdat er wél zaken
mogen. Samen met het bestuur legden we
vast dat elke burger meteen zijn rechten en
Toegankelijkheidsscan: van
dromen tot quick wins
Wat houdt die toegankelijksscan dan in?
Elisa: “We werkten een draaiboek uit. De
dienst kiest eerst enkele persona’s uit.
Daarna formuleren ze, aan de hand van
de 9 b’s van toegankelijkheid, drempels die
deze persona’s kunnen ervaren. Vervolgens
dromen we samen welke oplossingen
mogelijk zijn, zonder rekening te houden
met haalbaarheid. In een laatste stap kijken
we welke aanpassingen we redelijk vinden.
We gebruiken hiervoor onder andere de
methodiek van deep democracy.”
Tinne: “Na zulke sessies halen we er
enkele quick wins uit, zoals formulieren
vertalen of tablets voorzien met ver -
taal apps. De moeilijke dossiers gaan
naar het schepencollege, bij voor beeld de
openingsuren aanpassen van de buiten -
schoolse kinder opvang de Bengel bende.
Daarnaast zijn er langetermijnvoorstellen
voor het vol gende meer jaren plan. Ik denk dan
aan budget voor tolken, outreachend werken
of onze website toe gankelijker maken.”
4
INTERVIEW
“Taalactief is de schakel
om anderstaligen in
een veilige context
in contact te brengen
met organisaties en
diensten.”
2
Laagdrempelige doe-oefenkans
Nederlands in Waregem
In Waregem bestaan er al langer
praatgroepen Nederlands voor
anderstaligen. Die praatgroepen zijn
interessant voor deelnemers met
een basisniveau Nederlands. Bij een
praattafel staan taal en conversatie
centraal. Voor taalleerders die
weinig Nederlands kennen, zijn lange
gesprekken moeilijk. Bij een doeactiviteit
heb je dat minder nodig.
Wat er gedaan wordt, kan je meteen
linken aan nieuwe woorden. Isabelle
Demeyere en Tine Vanwijnsberghe
van de dienst Diversiteit (Waregem)
gingen op zoek naar laagdrempelige
oefenkansen Nederlands voor het
project ‘Taalactief’.
Van taalbingo in het rusthuis
tot EHBO-sessies
Isabelle: “We zijn begonnen met een
babbelnamiddag met koekjes en koffie.
We vroegen aan de deelnemers welke
activiteiten ze graag zouden doen. Uit
die brainstormsessie is een leuk én
leerrijk concept ontstaan: om de twee
weken organiseren we een andere
activiteit. Er is voor ieder wat wils: van
sportieve sessies tot picknicks in het
park. Tijdens de activiteiten kunnen
de anderstaligen Nederlands oefenen.
Tegelijkertijd ontmoeten ze mensen
in een ongedwongen omgeving, wat
meteen een band schept.”
Taalactief houdt het zo laagdrempelig
mogelijk. “De deelnemers moeten zich
niet op voorhand inschrijven en bovendien
is de deelname gratis. Om te blijven
ingaan op de noden en wensen van de
deelnemers, volgt er op elke activiteit
een kort feedbackmoment. De deelnemers
geven zelf aan dat ze bijvoorbeeld
graag sporten of EHBO willen leren. We
proberen die activiteiten regelmatig te
organiseren”, licht Isabelle toe.
Schakel tussen organisaties en
diensten
Taalactief werkt samen met andere
organisaties, zoals de stadsdiensten,
sportclubs en kunstacademies.
“Organisaties vinden het soms moeilijk
om hun doelpubliek te vergroten. Zeker
om anderstaligen te bereiken. Taalactief
is de schakel om anderstaligen in een
veilige context in contact te brengen
met organisaties en diensten.”
“Door de samenwerking met anderen
zijn er diverse groepen ontstaan, die de
samenleving in de stad bevorderen. Zo
organiseert het rusthuis in Waregem
een taalbingo, waarbij de senioren en
de anderstaligen elkaars leefwereld
leren kennen.”
5
INTERVIEW
3
Vrije tijd in
Wetteren:
meer
flexibiliteit
en minder
competitie
Annelies en Febe
Annelies De Smet is projectmedewerker
Plan Samenleven in de
gemeente Wetteren. Ze werkt er
specifiek aan de acties ‘integrale
toegankelijkheid’ en ‘in contact brengen
met sport’. Ze krijgt ondersteuning van
Febe Vandenbroucke en Nadia El
Allaoui van het Agentschap Integratie
en Inburgering.
“Onze vrijetijdsactiviteiten zijn vaak
heel gestructureerd. Je moet meerdere
keren per week aanwezig zijn of er
hangt een competitie aan vast, zoals
bij bepaalde sporten. Wij zijn zo
gewoon dat alles georganiseerd is,
maar uit onze gesprekken met jongeren
ontdekten we dat dat soms haaks staat
op wat ze willen”, vertelt Annelies.
Bijna 40% heeft
migratieachtergrond
“In Wetteren heeft zo’n 37% van de
jongeren tussen 0 en 24 jaar een
migratieachtergrond. Dat weet ik
dankzij Febe”, knipoogt Annelies. “Die
representatie zien we niet overal bij
cultuurvoorstellingen bijvoorbeeld
of bij jeugdbewegingen. Al zien
we dat de diversiteit in de jongste
leeftijdsgroepen begint toe te nemen.”
“Toegankelijke vrije tijd is maximaal
drempels wegwerken voor jongeren.
Dat doen we door eerst de behoeften
en noden in kaart te brengen. Een
makkelijke kapstok om mee te werken
zijn de 9 b’s van toegankelijkheid, zoals
betaalbaarheid en beschikbaarheid.”
Op de kar van de jeugddienst
“Om te weten wat jongeren willen,
deed onze jeugddienst de grootschalige
online bevraging #zeghetnekeer. Om
toegankelijke vrije tijd te creëren, zijn
we mee op die kar gesprongen. Samen
met Febe en Nadia organiseerden we
ook focusgroepen in twee scholen.
We vroegen de jongeren bijvoorbeeld
hoe ze zelf een evenement zouden
organiseren.”
Annelies vond wat er uit die focusgroepen
kwam heel interessant:
“Jongeren zijn op zoek naar flexibele
vrijetijdsactiviteiten. Niet iedereen
heeft tijd en energie om na school
een culturele of sportieve activiteit
te volgen. Het competitiegegeven
in bepaalde sporten zorgt er soms
voor dat jongeren snel afhaken.
Die ongedwongen sfeer vinden ze
bijvoorbeeld wel op de jaarmarkt of in
het openluchtzwembad.”
Blij met structurele aanpak
“Ik dacht aanvankelijk dat de actie ‘in
contact brengen met sport’ draaide
om KPI’s (kritieke prestatie-indicatoren)
behalen”, zegt Annelies. “Maar dankzij
het aanbod van het Agentschap pakken
we zaken structureel aan en werken
we drempels weg. Febe en Nadia
hebben onder meer drie werksessies
begeleid met de medewerkers van
vrijetijdsdiensten. Door de jongeren en
de gemeentelijke diensten te betrekken
in een omgevingsanalyse, kunnen we
actieplannen voorstellen in plaats van
gewoon te turven en af te vinken.”
6 De Nieuwskomer
INTERVIEW
4
Leyla ondersteunt
Houthalen-Helchteren
op het terrein
Houthalen-Helchteren is een kleine gemeente
met zo’n 30.000 inwoners. Toch
vind je hier maar liefst 114 ver schillende
nationaliteiten. Met meer dan 7.500
inwoners die een niet-EU-nationaliteit
hebben, kwam Houthalen-Helchteren in
aanmerking voor Plan Samenleven.
Erik Vangeneugden, beleidscoördinator
in Houthalen-Helchteren: “De aan wezigheid
van Leyla Nait Oufakir, de vaste
ondersteuner van het Agentschap
Integratie en Inburgering, biedt heel
wat kansen om kennis te maken met
het sociale welzijnslandschap.”
Lerend netwerk oefenkansen
Nederlands
“De vraag naar oefenkansen Nederlands
is hoog. Door de jaren heen hebben
we steeds gezocht naar een aangepast
aanbod. Zo hebben we de praatgroepen
van vriendENtaal, Nederlands in de bib,
ouder-kind groepen in de kleuterscholen,
taaloefengroepen in De Standaard
en Meulenberg en Brabbelnest. In dit
project krijgen kleuters een taalbad
gedurende tien weken, als opstap
naar de kleuterklas, terwijl er ook
opvoedingsondersteuning en coaching is
voor de ouders.”
“We zien dat taalstimulering een
belangrijk effect heeft op kinderarmoede.
Onze integrale ondersteuning
aan ouders en kinderen is dan ook een
succes: op tien jaar tijd hebben we
onze kinderarmoede bijna gehalveerd.”
Leyla: “In 2024 startten we een lerend
netwerk op. Zowel vrijwilligers als
professionals die een aanbod hebben
rond het thema, brachten we samen.
We deden ook een bevraging bij alle
aanbieders van oefenkansen Nederlands.
Als resultaat daarvan gaan we inzetten
op een toegankelijker en overzichtelijker
aanbod van de oefenkansen. Er zal
ook meer aandacht gaan naar de
ondersteuning van professionals en
vrijwilligers.”
Ontmijning en verbinding
“In een diverse gemeente als Houthalen-
Helchteren moeten we voortdurend
werken aan de strijd tegen racisme
en discriminatie. Een actie in die
strijd zijn de omstaanders trainingen
die het Agentschap organiseert. Het
is belangrijk dat onze veldwerkers
en burgers handvaten krijgen om
te kunnen reageren op ongepaste
uitspraken of situaties, met het oog op
ontmijning en verbinding.”
“In onze wijk Meulenberg hadden
we enkele jaren geleden problemen
met overlast. We wilden er een plek
van verbinding creëren. Onze wijkwerkers
zijn toen gestart met frigobox
gesprekken om de inwoners te
bevragen. Van daaruit zijn we partners
gaan betrekken om een plan uit te
werken. Na een tijd begon iedereen
elkaar te herkennen en vanzelf aan
te spreken in de wijk. Jongeren, wijkwerkers,
buren, de school, mede werkers
van de feestzaal, onze mooimakers …”
“Taalstimulering heeft
een groot effect op
kinderarmoede.”
Leyla
7
“We kijken
verder dan onze
vaste klanten”
Li Li Chong is participatie- en outreachmedewerker
bij Concertgebouw Brugge. Zij
gaat op zoek naar nieuw publiek voor hun
activiteiten en mikt niet alleen op de ‘vaste
klanten’. Hoe gaat ze daarbij tewerk?
“Ik ga heel vaak naar buiten. Ik zoek mensen en organisaties
op die wij nog niet kennen: jongeren, mensen die
artistiek bezig zijn, anderstaligen … Ik vraag hen of ze het
Concertgebouw kennen en wat hen tegenhoudt om te
komen. Zo leer ik de drempels kennen die mensen ervaren.
Dat is een hele zoektocht.”
Eén van de sociaal-artistieke projecten die Li Li hielp
organiseren, was Lifestream. Ze zocht hiervoor deelnemers
die tijdens workshops opblaasbare sculpturen maken. Dit
aan de hand van één vraag: ‘Welke eigenschap wens je een
pasgeborene toe met de levenswijsheid die je nu hebt?’.
Li Li
8 De Nieuwskomer
INTERVIEW
Offline- en onlineverhaal
“Voor de online communicatie plaatsen we berichten
op UiTinVlaanderen, die normaal gezien rechtstreeks op
ikdoemee.be komen als we taaliconen toevoegen. We maken
ook altijd een Facebookevent aan met diverse foto’s om dit
soort activiteiten makkelijk te kunnen verspreiden.”
“Op onze flyers en in ons magazine werken we met beelden
om het project zo helder mogelijk te maken. We gebruiken ook
iconen en eenvoudige tekst.”
Mensen persoonlijk aanspreken
Voor Lifestream zocht Li Li zowel anderstalige als Nederlandstalige
deelnemers, om Bruggelingen met elkaar te verbinden.
“Wat vooral werkt om anderstalige nieuwkomers te rekruteren,
is dat ik zelf langsga in de centra voor volwassenenonderwijs,
netwerkcafés of bijvoorbeeld een vrijwilligersdag van Refu
Interim. Ik vermeld in mijn presentatie altijd de link naar
ikdoemee.be om de activiteit voor te stellen. Als ik mensen
persoonlijk aanspreek, krijgen we heel veel respons.”
Voor de zoektocht naar Nederlandstalige deelnemers, kon Li Li
rekenen op de hulp van projectpartner De Batterie: “Zij gingen
langs bij Howest (Hogeschool West-Vlaanderen), het deeltijds
kunstonderwijs in Brugge en een woonzorgcentrum.”
Wees niet te streng
“We vragen onze deelnemers om naar vijf à zes workshops
te komen. Toch proberen we begripvol te zijn als ze niet
altijd komen. Als je het vrijblijvend aanpakt, merk je dat
mensen meer contact zoeken en blijven komen tot het einde,
ondanks dat ze misschien enkele workshops gemist hebben.
Het is erg mooi om te zien dat de deelnemers na de
vernissage van het project Lifestream nog steeds contact
hebben met elkaar. Ze vieren samen verjaardagen of komen
samen kijken naar voorstellingen bijvoorbeeld.”
Gebruik jij
ikdoemee.be al om
activiteiten bekend te
maken bij anderstaligen
en nieuwkomers?
Registreer je op
ikdoemee.be.
Hoe promoot stad Brugge het
participatietraject bij organisaties?
Tom
Tom Feys, expert integratie stad Brugge: “We hebben
een lokaal netwerkoverleg waar we zoveel mogelijk
partners samenbrengen. Daar connecteren we
(potentiële) aanbieders. We vertellen er welke activiteiten
in aanmerking komen voor het participatietraject en
hoe diensten hun aanbod bekend kunnen maken. Het
is een ideaal platform om bruggen te bouwen tussen
verschillende diensten die elkaar nog niet zo goed
kennen. Daarnaast sluiten we aan op het regionaal
organisatienetwerk van partners en lokale besturen
uit de Brugse regio. Zo werken we mee aan een sterk
regionaal aanbod. In beide netwerken denken we na over
een gemeenschappelijk vormingsaanbod dat organisaties
nog toegankelijker kan maken.
In Brugge zijn we echte believers van ikdoemee.be.
Bij de oefenkansen Nederlands die al jaren bestaan,
kennen we goed onze weg. Dankzij het platform bereiken
we ook partners die iets verder van de doelgroep,
thema’s en werking af staan. Het Concertgebouw is een
mooi voorbeeld hiervan, maar ook organisaties uit het
middenveld en stedelijke diensten doen inspanningen om
een divers publiek te betrekken.”
9
in participatie!
Inburgeraars, vrijwilligers, lokale besturen én organisaties met elkaar verbinden? Dat doen we
tijdens de ontmoetingsdagen GOESTING! De deelnemers ontdekken er samen activiteiten in
functie van het participatietraject. De steden Brugge, Halle, Genk en Sint-Niklaas waren al de
hosts voor dit evenement vol inspirerende workshops!
“Het is niet zomaar
een studiedag zoals een andere.
Ik nam een vijftal vrijwilligers
mee van onze buurtwerking. Ik
leerde nieuwe organisaties kennen,
terwijl zij ook eens de andere kant
van deze sector ontdekten.”
Noémie Peeters (SAAMO Buurthuis
Mozaïek Zaventem) nam deel aan
GOESTING in Halle.
“Iedereen kan
dansen! Als je danst,
voel je vrijheid en vreugde.
Je mag zijn wie je bent.”
Amaryllis Luyten van vzw
Avansa Limburg begeleidde een
dansworkshop. Een ideale
activiteit binnen het
participatietraject!
Zingen en Nederlands oefenen, de ultieme combinatie om
te participeren in de samenleving. Met een muziekquiz, veel
humor en bekende Nederlandstalige liedjes verbinden de
Bonski’s anderstaligen en Nederlandstaligen.
10 De Nieuwskomer
FOTOREPORTAGE
In de levende bib ontleen je geen boek, maar een mens. Je
kiest een persoon om mee te praten, op basis van de cover
van het ‘boek’. Dan luister je naar het inspirerende verhaal
van die persoon.
Ippon Ryu Brugge geeft initiaties judo. De club doet dat
ook regelmatig in OKAN-klassen om jonge nieuwkomers te
verwelkomen.
Tijdens de buddywandeling koppelen we Nederlandstalige aan anderstalige deelnemers. Terwijl ze samen de Genkse mijnterrils
verkennen, kunnen ze ongedwongen Nederlands praten. Het is een heel laagdrempelige activiteit om te participeren.
Bekijk de filmpjes van GOESTING en laat je
inspireren voor het participatietraject!
11
Nederlands oefenen:
van praattafels tot vrijwilligerswerk
op school!
Anderstaligen die
Nederlands willen oefenen,
kunnen bijvoorbeeld naar
conversatietafels. Maar er
zijn veel meer activiteiten
waarbij je Nederlands
kan oefenen. Wat denk
je van voetballen, muziek
spelen, theater maken of
vrijwilligerswerk doen op
een middelbare school?
Lees het verhaal van My!
Een passie voor chemie
combineren met Nederlands
oefenen
My Tran Thi Dieu was in Vietnam
meer dan tien jaar docent aan de
universiteit op de faculteit Chemie.
Voor haar inburgeringstraject in
Vlaanderen moest ze minimum 40
uur aan activiteiten deelnemen om
Nederlands te oefenen en om haar
netwerk uit te breiden. En dat wou
ze graag doen in functie van haar
droom om opnieuw leerkracht chemie
te worden! Via haar trajectbegeleider
van het Agentschap Integratie en
Inburgering kwam ze in contact met
het Sint-Jozefsinstituut in Betekom, op
een boogscheut van waar ze woont.
My
My: “Ik had op vrijdag een afspraak met
de directeur om mijn vrijwilligerswerk
in de school te bespreken. De dagen
voordien kon ik moeilijk slapen. Ik was
vooral bang dat mijn niveau Nederlands
niet voldoende zou zijn.”
“Om effectief zelf
leerkracht te worden,
moet mijn taalniveau
omhoog. Ik merk dat
ik lichte vooruitgang
maak hier op school.”
My Tran Thi Dieu, vrijwilliger
Sint-Jozefsinstituut
Een warm onthaal
Saskia Aerts is leerkracht chemie in
het derde tot zesde middelbaar. De
directeur vroeg haar om My een aantal
maanden mee op sleeptouw te nemen
in haar lessen.
Saskia: “Dat eerste gesprek was heel
aangenaam. We legden onze beide
weekplanningen naast elkaar en
bespraken de uren. Toen bleek meteen
hoe enthousiast My was. Ze kwam zo’n
tien uur per week om zo veel mogelijk
lessen chemie bij te wonen.”
My: “Op dinsdagnamiddag volgde ik een
cursus voor mijn theoretisch rijbewijs.
12 De Nieuwskomer
INTERVIEW
“Als er een toets of
een labo is in de klas,
loopt My door de klas
om eventuele vragen
te beantwoorden.”
My en Saskia
Saskia Aerts, leerkracht chemie
Op woensdagnamiddag ging ik naar de
conversatietafel van Café Combinne.
Daar focuste ik op de uitspraak van
mijn Nederlands. De rest van de week
wou ik zo veel mogelijk in de les chemie
spenderen.”
Saskia: “De volgende maandag stond
My al in mijn les. Ik maakte graag wat
tijd op voorhand vrij om haar wegwijs
te maken in de boeken, een rondleiding
op school te geven, de leraarskamer
te tonen … In de les zelf stelden we My
voor aan de leerlingen.”
My: “Leuk dat de leerlingen zo
nieuwsgierig waren!”
“Als er labo is, loop ik langs bij
alle leerlingen”
My: “Ik zat tussen de leerlingen wanneer
Saskia lesgaf. De kennis van het vak
was geen probleem voor mij, maar het
tempo van het Nederlands was nog een
struikelblok. Ik bereidde de lessen thuis
voor. Dankzij de boeken kon ik alles
lezen terwijl ik naar Saskia luisterde.
En soms zag ik ook projecties op het
bord. Die combinatie maakte dat mijn
luistervaardigheid erop vooruit ging.”
Saskia: “Ze stelde soms ook vragen na
de les. Voor mij was het bovendien fijn
om met iemand over mijn vak te kunnen
praten. Als er een toets of een labo
was in de klas, liep My door de klas om
eventuele vragen te beantwoorden. Op
het einde van het schooljaar volgde ze
de deliberatie mee, samen met het leerkrachtenteam.
Datwas heel waardevol.”
Niveau Nederlands
My: “Om effectief zelf leerkracht te
worden, moet mijn taalniveau omhoog.
Dat zal nog even duren. Het Nederlands
staat heel ver af van de Vietnamese
taal. Maar ik merkte dat ik lichte
vooruitgang maakte, omdat ik zo veel
Nederlands hoorde op school.”
Saskia: “Ik zie My bijvoorbeeld wel al
leerlingen 1-op-1-begeleiden of bijles
geven in kleine groepjes. Voor de hele
klasgroep zou nog iets te moeilijk zijn.”
My: “Naast de taal is het interessant
om de verschillende stijlen van de
leerkrachten te zien. De leerlingen zijn
hier veel mondiger dan in Vietnam. Dat
de afstand tussen de leerkracht en de
leerlingen klein is, vind ik leuk.”
Meer info:
13
Vertaalapps: hoe gebruik je ze best?
Vertaalapps zijn niet altijd betrouwbaar en hun kwaliteit is soms moeilijk te controleren.
Lies Van Poucke, projectmanager bij het Agentschap Integratie en Inburgering, onderzocht
de kwaliteit van drie populaire apps en de kwaliteit van de vertalingen voor 11 talen.
“Met de resultaten van het onderzoek en de tips om vertaalapps te gebruiken, kan je apps
optimaal inzetten als ondersteuning in je gesprekken met anderstaligen.”
Wanneer kan je vertaalapps
inzetten?
Een volledig gesprek voeren via een
vertaalapp doe je best alleen voor:
• heel eenvoudige en praktische
gesprekken die bestaan uit korte
zinnen
• én als er geen grote gevolgen aan
het gesprek verbonden zijn.
Zo kan een leerkracht een ouder
herinneren aan een gepland
oudercontact met behulp van een
vertaalapp. Of is het een ideale tool
voor een loketmedewerker van het
ziekenhuis die een vervolgafspraak
maakt met een patiënt.
Frans, Spaans en Oekraïens
meest betrouwbaar
Lies: “De kwaliteit van de vertaling is
afhankelijk van zowel de app die je
gebruikt, als de taal waarvoor je de
app gebruikt. Hoe juist een vertaling
is, hangt sterk af van de taal. Ons
testpanel vond dat de apps in het
Frans, Spaans en Oekraïens grotendeels
begrijpelijke en correcte vertalingen
gaven. Bij Bulgaars, Farsi, Standaard
Arabisch, Roemeens, Russisch en
Turks was het gematigd begrijpelijk.
De vertalingen van en naar Tigrinya,
Maghrebijns Arabisch en Pashtoe waren
volledig onbetrouwbaar.”
Kwaliteit van de apps
Het testpanel testte drie po pu laire
apps uit voor 11 talen: Google Translate,
Microsoft Translator en ChatGPT.
Microsoft Translator
Pluspunten
• Gebruiksvriendelijk.
• Herkent de boodschap vaak bij de
eerste poging.
• Minder gevoelig voor een juiste
uitspraak in de standaardtaal.
• Gratis.
Minpunten
• Ingesproken tekst kan je niet
manueel corrigeren: je moet de
boodschap opnieuw inspreken.
• Slechte kwaliteit bij de talen
Tigrinya en Pashtoe.
Google Translate
Pluspunten
• Gebruiksvriendelijk.
• Ingesproken tekst kan je makkelijk
manueel corrigeren via je toetsenbord.
• Gratis.
Minpunten
• Herkent niet alles bij de eerste
poging. Je moet vaak zinnen 2 keer
inspreken.
• Gevoelig voor accenten. Je moet de
standaardtaal goed beheersen.
• Slechte kwaliteit bij de talen
Tigrinya en Pashtoe.
ChatGPT
Pluspunten
• Houdt meer rekening met de
context van het gesprek.
• Herkent beter de intonatie
(bijvoorbeeld vragen).
• Corrigeert kleine versprekingen.
Minpunten
• Vertaalfunctie voor
mondelinge gesprekken is niet
gebruiksvriendelijk.
• Je moet de app de instructie geven
om een gesprek te vertalen.
• Soms beantwoordt ChatGPT zelf
de vraag, waardoor je het gesprek
moet stopzetten.
• Slechte kwaliteit bij de talen
Tigrinya en Pashtoe.
• Dagelijkse limiet voor de gratis
versie.
14 De Nieuwskomer
TIPS
10 tips
1 Structureer het gesprek. Geef enkel de essentie mee.
“Ok, we gaan eens kijken hoe we je best
inschrijven, ik ga dit even checken. Het is nog
eventjes aan het laden. Momentje, ok. Kan je mij je
e-mailadres geven?”
“We gaan je inschrijven. Wat is je e-mailadres?”
2 Test de app op voorhand uit.
3 Praat op een rustig tempo, maar niet té traag.
Als je te traag praat, kan de vertaalapp je pauzes tussen
woorden zien als het einde van de zin, waardoor je een
foute vertaling krijgt. Articuleer goed.
4 Maak korte en heldere zinnen. Vermijd telegramstijl.
“Lukt het jou om morgen eens langs te komen om
een en ander te doen?”
“Kom je morgen?”
7 Geef genoeg context, maar hou het kort.
Woorden hebben vaak meerdere betekenissen en
hebben in de vreemde taal ook meerdere mogelijke
vertalingen. Bijvoorbeeld: een baan kan zowel verwijzen
naar een job als naar een weg.
8 Vertaal zin per zin. Vertaaltechnologie herkent niet
altijd het einde van de zin.
9 Let op met eigennamen.
Persoons- of plaatsnamen worden niet altijd goed
herkend en/of worden soms letterlijk vertaald. De zin
“Hoe gaat het met Lies?” wordt vertaald als “Comment
vont les mensonges?”. Als alternatief kan je woorden
gebruiken zoals ‘jou/jouw partner’ …
10 Let op met intonatie.
Als je een vraag stelt met stijgende intonatie zoals “jij
kan komen morgen?”, dan kan de vertaalapp dit vertalen
als een mededelende zin: “Jij kan komen morgen.”
Gebruik daarom een vraagwoord, zoals wat, wanneer …
5 Laat overbodige woorden weg.
“Ik zal dat eens testen.”
Meer info:
6 Gebruik alledaagse woorden. Begrippen die
enkel bekend zijn binnen jouw organisatie of sector
(bijvoorbeeld snuffelstage of snoezelruimte), kan je
meestal niet rechtstreeks vertalen naar de andere taal.
Omschrijf daarom deze woorden.
15
“Elke geslaagde match geeft me
veel voldoening”
Wie het woord ‘matcher’ hoort, denkt
misschien spontaan aan een datingbureau.
Maar wist je dat er ook in het Agentschap
Integratie en Inburgering heel wat matchers
aan de slag zijn? Dagelijks brengen ze lokale
besturen en sociale voorzieningen in contact
met gecertificeerde sociaal tolken en
gekwalificeerde vertalers.
Loubna Zakri werkt sinds 2016 als matcher bij de dienst
Sociaal Tolken en Vertalen. Ze helpt lokale besturen en sociale
voorzieningen die nood hebben aan een tolk. “Als je een
samenwerkingsovereenkomst hebt met het Agentschap, kan je
via ons webportaal een sociaal tolk aanvragen. Mijn collega’s
en ik bekijken alle opdrachten die binnenkomen, controleren
of ze in orde zijn, en gaan er dan mee aan de slag. Per dag
verwerken we enkele honderden aanvragen”, vertelt Loubna.
In het beste geval is er snel een match: de tolk gaat in op
de aanvraag en alles verloopt vlot. Maar in de praktijk komt
er vaak wel wat meer bij kijken. Loubna: “Een afspraak kan
verzet of geannuleerd worden, het adres verandert, er is
iemand ziek … Hierdoor moet je soms opnieuw op zoek
naar een tolk en duurt het allemaal wat langer. Bovendien
verloopt de communicatie met de tolken in eerste instantie
via mail, omdat ze als freelancer ook andere opdrachtgevers
hebben. Overdag zijn ze vaak druk bezig.”
“In de toekomst zal het matchingproces wel efficiënter
verlopen. Achter de schermen werken we namelijk aan een
nieuw IT-systeem, waarmee we onze klanten sneller en beter
zullen kunnen helpen.”
Loubna
16 De Nieuwskomer
INTERVIEW
Tips
om een beschikbare tolk te vinden
Vlaamse tolkentelefoon
Tolkaanvragen komen niet enkel binnen via het webportaal.
Er is ook de Vlaamse tolkentelefoon. “Via deze lijn helpen
we lokale besturen en sociale voorzieningen die onmiddellijk
een telefonische tolk nodig hebben. Het kan bijvoorbeeld
voorvallen dat je als zorgverlener onverwacht een anderstalige
patiënt voor je hebt. Als matcher luisteren we eerst goed naar
de noden van de klant. Vervolgens gaan we direct op zoek
naar een geschikte tolk en wanneer er een match is, verbinden
we de aanvrager meteen door”, legt Loubna uit.
“Het is best intensief om al die binnenkomende oproepen te
beantwoorden. We volgen het met drie medewerkers op en
op sommige dagen krijg je bijna constant telefoon. Je moet je
aandacht er dus de hele tijd bijhouden. In veel gevallen kan je de
aanvrager verder helpen, maar soms is er geen match mogelijk.
Voor ‘knelpunttalen’, zoals Somali en Tigrinya, zijn er gewoon
weinig tolken. Ik vind het altijd jammer om een klant te moeten
teleurstellen, zeker als je weet dat er bijvoorbeeld slecht nieuws
overgebracht moet worden in een medische context. Anderzijds
geeft elke geslaagde match me veel voldoening.”
Wil je (sneller) een tolk vinden voor jouw gesprek met een
anderstalige? Met deze tips vergroot je jouw kans om een
tolk te vinden:
• Vermijd piekmomenten.
Dinsdagen en donderdagen tussen 10u en 12u
en tussen 14u en 16u zijn de drukste momenten.
Je hebt meer kans om een beschikbare tolk te
vinden buiten deze drukbezette uren.
• Afstandstolken
Je hebt meer kans om een geschikte tolk te
vinden door een videotolk of telefoontolk te
reserveren. Hierdoor moet de tolk zich niet
verplaatsen, wat tijdbesparend is. Er is dan
ook geen reisvergoeding nodig. Wanneer je
een dringende vraag hebt of als er een crisis is,
kan je altijd bellen naar de tolkentelefoon voor
een ad hoc telefoontolk. Dit kan tijdens de
openingsuren en zonder reservatie.
• Vraag aan jouw gesprekspartner of die
ook een andere taal beheerst.
Soms kent de anderstalige gesprekspartner nog
een andere taal of beheerst hij een contacttaal
voldoende.
Gevarieerd takenpakket
Waarom Loubna voor de job van matcher koos? Daarover hoeft
ze niet lang na te denken: “Ik wilde graag mijn steentje bijdragen
aan de maatschappij. Doordat ik zelf al anderstalige vrienden en
familie geholpen heb, heb ik bovendien affiniteit met de sector.”
Ook het gevarieerde takenpakket en de fijne collega’s spreken
haar nog steeds aan: “We zijn met acht matchers en hebben een
beurtrolsysteem, waardoor je bijna dagelijks iets anders doet.
Zo sta je de ene dag bijvoorbeeld in voor het onthaal, en volg je
de volgende dag alle dringende aanvragen op. Doordat iedereen
alle taken wel eens uitvoert, kunnen we gemakkelijk elkaars
back-up zijn. Er staat altijd wel iemand klaar om te helpen
tijdens drukke momenten. Ook onze kwaliteitsmedewerkers en
onze medewerker onthaal en administratie springen wel eens
bij. Die solidariteit binnen ons team vind ik echt geweldig.”
Meer info:
Je vindt er ook de handige
e-learning ‘Hoe werk
je met sociaal
tolken?’.
17
Cursussen Nederlands
voor anderstaligen: hoe stemmen we
vraag en aanbod op elkaar af?
De vraag naar cursussen
Nederlands voor
anderstaligen (NT2) stijgt
jaar na jaar. De vraag en
het aanbod op elkaar
afstemmen, is een hele
puzzel. In elke regio
hebben we daarvoor
medewerkers ‘afstemming
vormingsaanbod’. Wouter
Dumont neemt deze
taak op zich voor West-
Vlaanderen. Hij legt uit
hoe dit in zijn werk gaat.
Intakegesprek
Wie Nederlands wil leren, moet
eerst een afspraak maken bij een
van onze contactpunten voor een
intakegesprek en screening. Onze
eerstelijnsmedewerkers zoeken naar
de cursus die het beste bij die persoon
past. Overdag of ’s avonds? Hoeveel
keren per week? Klassikaal of online?
Ook brengen ze de leercapaciteit,
kennis en motivatie in kaart. Op basis
daarvan leiden ze de klant toe naar
een passende cursus en kan de klant
zich inschrijven. Doorgaans is dit in een
centrum voor volwassenenonderwijs
(CVO), een centrum voor basisonderwijs
(Ligo) of een universitair talencentrum.
Behoefteplan
“Aan de hand van de registraties van
onze eerstelijnsmedewerkers, maak
ik elk jaar in maart een prognose
van de vraag voor het komende
schooljaar”, legt Wouter uit. Dat maakt
deel uit van het ‘behoefteplan NT2’
dat alle medewerkers afstemming
vormingsaanbod opstellen. “Input
die we ontvangen van steden en
gemeenten nemen we mee in het
behoefteplan. Daarnaast neem ik de
informatie mee die collega’s oppikken
via contacten met partners zoals
VDAB of een OCMW. Bijvoorbeeld een
consulent integratie die signaleert dat
een OCMW nood heeft aan een cursus
Nederlands voor anderstaligen die hun
rijbewijs willen behalen. Het plan houdt
ook rekening met andere factoren
die invloed kunnen hebben op de
vraag. De komst of de sluiting van een
asielcentrum in de buurt bijvoorbeeld.
Of wijzigingen in de wetgeving
waarbij het vereiste taalniveau wordt
opgetrokken en er meer nood ontstaat
aan cursussen voor gevorderden.”
Continue monitoring
Wouter legt dit behoefteplan NT2
naast de basisjaarplanning van de
CVO’s en Ligo’s. “Zo zie ik waar we
eventueel moeten bijsturen. Ik maak
afspraken met de centra wie wat
wanneer inricht. Zijn er twee CVO’s
actief op hetzelfde grondgebied, dan
spreken we af wie bijvoorbeeld een
dag- en wie een avondaanbod inricht.
Heel het jaar door blijf ik het aanbod
monitoren. Soms moeten er extra
groepen ingepland worden of moet er
aanbod komen op een andere lesplaats
of -moment.”
Aanbod voorzien
We streven ernaar dat de cursist binnen
de 3 maanden van de gewenste datum
kan starten. Het aanbod moet ook
passend zijn. Dat wil zeggen dat er niet
wordt afgeweken van het leerprofiel
en het instapniveau. Het houdt – in
volgorde van prioriteit – ook rekening
met lesmoment, lesplaats, intensiteit en
leervorm. “Als er niet voldoende aanbod
is binnen de directe voorkeursregio van
18 De Nieuwskomer
INTERVIEW
Wouter
de cursist, moet die kunnen inschrijven
in de ruimere regio. Wat een kleine of
grote regio is, is gebaseerd op de zorgregio’s
in Vlaanderen. Lukt dat ook niet,
dan zoeken we – eventueel tijdelijk –
een alternatief aanbod. Dat moet
binnen de 6 maanden van de gewenste
startdatum gerealiseerd worden.”
Met veel factoren rekening
houden
In de praktijk betekent dit dat je
met heel veel zaken rekening moet
houden om voor iedereen de juiste
cursus te voorzien. “Alleen al binnen
een CVO heb je cursussen van 80, 120
en 180 uur, afhankelijk van iemands
leercapaciteit. De les gaat klassikaal
door, online of blended … Er moeten
natuurlijk voldoende inschrijvingen zijn
om een rendabel aanbod te kunnen
inrichten. Scholen dienen ook over de
nodige leslokalen en leerkrachten te
beschikken. Voor bepaalde groepen
is het moeilijker om een aanbod te
vinden. Mensen die in ploegen werken
bijvoorbeeld. Daarvoor moet je om de
week een ander lesmoment voorzien.
De overgrote meerderheid volgt de
cursus klassikaal. Online les volgen is
niet voor iedereen geschikt. Je moet
het nodige ICT-materiaal en een rustige
leeromgeving hebben en het vraagt
zelfdiscipline.”
Een ingewikkelde job? “Vooral boeiend”,
lacht Wouter. “Je hebt met zo veel
partners contact. Samen werken we
naar hetzelfde doel toe: ervoor zorgen
dat mensen de cursus kunnen volgen
die bij hen past. Dat is zo belangrijk,
want wie niet op zijn plek zit, verliest
mogelijk al snel zijn motivatie.”
19
De cursus maatschappelijke oriëntatie
Een vliegende start
in Vlaanderen en Brussel op maat
van elke inburgeraar
De cursus maatschappelijke oriëntatie (MO) is
één van de vier pijlers van het inburgeringstraject
dat nieuwkomers in Vlaanderen en
Brussel al dan niet verplicht doorlopen. Samen
met een cursus Nederlands, een traject naar
werk en een participatietraject, vormt de cursus
MO een cruciale schakel in het versterken
van de zelfredzaamheid van nieuwkomers.
Mariet Schiepers is directeur van het Centrum
voor Taal en Onderwijs van de KU Leuven. Zij
werkte mee aan de digitalisering van de cursus
maatschappelijke oriëntatie en legt uit
waarom deze zo belangrijk is.
Maatwerk
Door de inzet van digitale leermiddelen kunnen de
deelnemers de cursus MO online volgen op een plaats naar
keuze. De online taken doen ze wanneer het voor hen past.
Dit is handig voor de vele inburgeraars die werk, gezin
en studie moeten combineren. Minstens zo belangrijk is
dat digitale technologie MO-cursisten in staat stelt om
leeractiviteiten aan te passen aan hun specifieke leernoden
en -doelen. Terwijl Anna vooral meer leert over hoe de
arbeidsmarkt werkt, verkent Driss het onderwijssysteem
meer diepgaand. Zo leren inburgeraars wat ze nodig hebben
in het dagelijkse leven op een moment dat voor hen het
beste past. Dit draagt zowel bij aan de motivatie als de
leeruitkomsten zelf.
Nieuwkomers zijn een erg heterogene groep, met een
veelheid aan (talige) achtergronden, opleidingsniveaus, noden
en leervragen. Zo heb je Anna, een Bulgaarse verpleegkundige
die hier snel werk hoopt te vinden, terwijl Driss op jonge
leeftijd uit Syrië vluchtte en hoopt hier een diploma te
halen. Moussa, ten slotte, is na zijn aankomst in Vlaanderen
snel aan de slag gegaan in de bouwsector. Hij voelt zich
op veel vlakken buitengesloten en wil nu tijd maken voor
de cursus MO. Ondanks hun verschillen hebben ze één
gemeenschappelijke wens: volwaardig kunnen deelnemen
aan het leven in hun nieuwe land. De cursus MO wil hen een
vliegende start helpen nemen.
De vorige Vlaamse Regering zette in op een vraaggestuurd
inburgeringstraject. Dankzij een flexibel, op maat gemaakt
programma kunnen inburgeraars zoals Anna, Driss en Moussa
een aanbod volgen op basis van hun persoonlijke situatie.
Het Agentschap Integratie en Inburgering bouwde zorgvuldig
een methodiek op, met een set minimumdoelen gericht
op zowel kennis, vaardigheden als attitudes die voor alle
deelnemers essentieel zijn. Tegelijk pioniert het Agentschap
met de integratie van digitale leermiddelen om de cursus nog
flexibeler én toegankelijker te maken.
Sterk aan de start
Praktische én inhoudelijke flexibiliteit: hiermee speelt de
cursus MO in op de twee belangrijkste voordelen van online
en blended leren. Dat blijkt uit internationaal onderzoek. Maar
digitalisering brengt volgens datzelfde onderzoek ook uitdagingen
met zich mee. Zo kan het werken met digitale tools
een obstakel vormen, zeker voor lager geschoolde cursisten
zoals Driss, die in het land van herkomst niet altijd hun school
hebben kunnen afmaken. Niet alleen hebben zij daardoor soms
nog moeite met lezen en schrijven; ook andere vaardigheden
hebben ze vaak onvoldoende kunnen ontwikkelen. Zoals digitale
vaardigheden om vlot met alle digitale toepassingen aan de
slag te gaan. Maar ook zelfregulerende vaardigheden om alleen,
zonder leerkracht, de oefeningen uit te voeren en te plannen.
Tegelijk is het versterken van deze basisvaardigheden voor
inburgeraars ook net cruciaal. Een goed ontworpen digitale
cursus MO kan hiervoor het perfecte opstapje zijn, net
zoals aangepaste ondersteuning, zodat cursisten stap voor
stap kunnen wennen aan de digitale omgeving. Ook hier
zet het Agentschap op in, geïntegreerd, maar ook via korte
voorbereidende modules.
20 De Nieuwskomer
EXPERTBIJDRAGE
Mariet
Levensechte situaties
Krachtige didactiek blijft ook bij het ontwerpen van een online
cursus hét uitgangspunt. Voor volwassen inburgeraars houdt
dit in dat de leerinhouden afgestemd zijn op het versterken
van praktische vaardigheden die direct toepasbaar zijn in het
dagelijkse leven. We kiezen dan ook voluit voor het gebruik van
levensechte scenario’s en authentieke materialen, zoals filmpjes
van overheidsinstanties, getuigenissen van ex-inburgeraars
en veel voorkomende, authentieke formulieren. Inburgeraars
krijgen zo de kans om te leren in contexten die relevant en functioneel
zijn voor hun nieuwe leven in Vlaanderen en Brussel.
De stem van de inburgeraar
Het ontwerp van de MO-cursus is niet enkel gebaseerd op
internationaal onderzoek, maar ook op een uitgebreide
bevraging bij MO-leerkrachten én -cursisten. Zij gaven aan
wat zij belangrijk vonden om te leren in de cursus MO en hoe
digitalisering hierbij zou kunnen helpen. Ook nu nog worden
MO-cursisten op permanente basis bevraagd opdat de
MO-cursus maximaal kan blijven inspelen op veranderende
behoeften en feedback uit de praktijk. Zo blijft de kwaliteit
gewaarborgd. Maar bovenal: zo blijven inburgeraars zoals
Anna, Driss en Moussa hun plekje in de samenleving vinden.
Mariet Schiepers
Meer info:
Wie is
Mariet Schiepers?
Mariet Schiepers is directeur van het Centrum voor Taal
en Onderwijs (CTO KU Leuven), een multidisciplinair
expertisecentrum dat onderzoek voert én valoriseert
op het kruispunt van taal, onderwijs en de bredere
samenleving. Kernthema’s waarrond het CTO en Mariet
onderzoek uitvoeren zijn: (tweede)taalverwerving,
geletterdheid, evaluatie van taalcompetentie en taalbeleid.
Hierbij gaat er bijzondere aandacht naar meer kwetsbare
taalleerders, zoals laaggeletterde en laaggeschoolde nietmoedertaalsprekers
van het Nederlands, een groep die in
internationaal onderzoek vaak onderbelicht is.
De laatste jaren bouwden het CTO en Mariet ook een
uitgebreid portfolio uit op het snijvlak van taal en
technologie, met onderzoeks- en ontwikkelprojecten
zoals NedBox (www.nedbox.be) en het onderzoek
naar blended leren voor laaggeletterde volwassenen
(www.blendup.be). Vertrekkende vanuit die expertise
sloegen het CTO en de agentschappen integratie en
inburgering de handen in elkaar voor het uitwerken van
een wetenschappelijk onderbouwd concept voor het
digitaliseren van de cursus MO en voor het uitvoeren van
de gebruikerstest. Mariet zat daarnaast in de valideringscommissie
van de doelen MO.
21
QUIZ
Test je
kennis
Tijdens onze cursus
maatschappelijke oriëntatie
besteden we ook aandacht aan
belangrijke gebeurtenissen uit onze
Vlaamse geschiedenis.
We baseren ons hiervoor op de Canon
van Vlaanderen. Hoe zit het met jouw
kennis? Test het aan de hand van deze
oefenvragen uit onze cursus!
1 2
Wat veroorzaakte de Belgische
Revolutie? Duid ALLE juiste
antwoorden aan.
a. De bevolking wilde politieke
inspraak en persvrijheid.
b. De katholieke Kerk wilde meer
autonomie.
c. Er was ontevredenheid over de
arbeidsomstandigheden.
d. De Britten wilden Napoleon weer
aan de macht in België.
e. De Franstalige elite wilde geen
Nederlands als bestuurstaal.
Marie Belpaire zette zich in voor
de toegang van vrouwen tot
hogescholen en universiteiten.
In welk jaar richtte zij de
Vlaamse Katholieke Hogeschool
voor Vrouwen op?
a. 1864
b. 1881
c. 1919
3
In 1919 kregen alle burgers één
stem, ongeacht hun positie in de
maatschappij.
a. Waar
b. Niet waar
4 Het proces voor meer rechten
en meer zelfstandigheid voor
Vlamingen verliep moeilijk.
a. Waar
b. Niet waar
5
In welk jaar werd Congo
onafhankelijk?
a. 1950
b. 1960
c. 1970
6
7
8
Wat waren de gevolgen van
het Verdrag van Versailles
(1919) voor België?
a. Duitsland moest herstelbetalingen
betalen en gebieden afstaan.
b. Nederlands werd een officiële
landstaal in België.
c. De splitsing van België
en Nederland en de
onafhankelijkheid van België.
Hoeveel Joden en Roma werden
er vanuit de Dossinkazerne
naar de concentratiekampen
gebracht?
a. 5.000 – 10.000
b. 10.000 – 20.000
c. 20.000 – 30.000
Het Sociaal Pact tussen
werkge vers en vakbonden
vormde de basis van ons sociaal
zekerheids systeem. In welk jaar
werd het gestemd?
a. 1830
b. 1944
c. 1968
9
Een Belgische arts werkte mee
aan de ontwikkeling van de
anticonceptiepil.
a. Waar
b. Niet waar
10
Vandaag is er geen discriminatie
meer op holebi’s omdat de holebirechten
in de wet zijn opgeno men.
a. Waar
b. Niet waar
Benieuwd naar de
oplossingen? Ga snel
naar pagina 37.
c d
b
e
a
22 De Nieuwskomer
UITGELICHT
Hoe begeleiden we
nieuwkomers sneller en
beter naar werk?
Het plan van de
Vlaamse regering
om nieuwkomers
sneller en beter
naar werk te
begeleiden.
• Het ondersteunen van inburgeraars
in functie van diploma-erkenning
en eerder verworven competenties
• Betere begeleiding naar werk tijdens
het inburgeren
We onderzoeken hoe we essentiële
informatie rond vacatures, opleidingstrajecten
... ter beschikking kunnen stellen
in de eigen taal of een contacttaal.
Mohammed
Vlaanderen ontwikkelde een ambitieus
plan om nieuwkomers sneller en beter naar
werk te begeleiden. Het AgII vervult hierin
een sleutelrol. Via het inburgeringstraject
ondersteunen we jaarlijks duizenden
nieuwkomers in hun integratieproces. Door
onze jarenlange ervaring kennen we deze
superdiverse doelgroep als geen ander.
Onze missie is duidelijk: we willen nieuwkomers
alle kansen bieden om volwaardig
te participeren in de samenleving. Werk
vormt daarbij een essentieel onderdeel:
het vergemakkelijkt de integratie, het biedt
financiële zelfredzaamheid en het draagt bij
aan de welvaart van onze samenleving.
De Vlaamse regering stelde een plan
op met tien acties. Die moeten het
inburgeringsbeleid nog verder versterken
en uitbreiden of een betere begeleiding
naar de arbeidsmarkt realiseren. Er
horen ook bijkomende inspanningen van
nieuwkomers bij. In de helft van die acties
nemen wij een voortrekkersrol op:
• Een upgradetraject
We versterken de vervolgtrajecten
na inburgering en bouwen deze uit
door ex-inburgeraars – ook als ze
werk hebben – te begeleiden naar een
duurzamer professioneel perspectief.
• Het ondersteunen van bedrijven
met Nederlands op de werkvloer
In afstemming met VDAB en opleidingsverstrekkers
leiden we bedrijven
naar een gepast aanbod Nederlandse
taalondersteuning op de werkvloer.
Zo versterkt het plan de link tussen werk,
onderwijs en inburgering. Onze klanten,
partners, bedrijven en organisaties kunnen
daarbij rekenen op onze unieke kennis en
ervaring. Denk maar aan onze specialisten
diploma-erkenning en onze expertise over
verblijfsrecht en arbeidsmigratie. Samen
helpen we mee het verschil maken.
Mohammed Rabhi
Waarnemend directeur inburgering en NT2
Meer info:
• Een verplicht leertraject voor
kortgeschoolden
We leiden inburgeraars naar gepaste
opleidingen en leertrajecten.
23
1
“Ik droom ervan om
medisch fysicus te worden”
Diploma-erkenning
24
De Nieuwskomer
INTERVIEW
Elke dag brengt Arass Rasaei
personen met een beperking
van de ene plek naar de
andere. Als chauffeur voor
vzw Mobiel maakt hij het
verschil voor mensen die
zich niet zelfstandig kunnen
verplaatsen. Maar wat veel
passagiers niet weten, is
dat Arass vroeger een heel
andere job had: hij werkte als
radiotherapie-technoloog en
medisch fysicus in Iran.
“Ik heb altijd graag gestudeerd”,
vertelt Arass. “In Iran behaalde ik
eerst mijn bachelor in radiotherapie.
Daarna volgde ik een master medische
stralingsfysica. Mijn studies duurden in
totaal zeven jaar.”
Nadat hij afgestudeerd was, vond Arass
een job als radiotherapie-technoloog.
“Ik werkte met beeldvormende
apparatuur. Wat ik heel fijn vind, is
dat radiotherapie teamwerk is. Je
overlegt bijvoorbeeld met een specialist
in oncologie, een medisch fysicus …
Daarnaast hou ik ervan om mensen te
helpen, zoals kankerpatiënten die vaak
voor hun leven vechten.”
Na vier jaar ging Arass ook aan de
slag als assistent medisch fysicus. Hij
bouwde zo steeds meer expertise
op rond medische apparatuur en
stralingsveiligheid. Tot hij in 2019 naar
België verhuisde.
“Er zijn erkenningen
die heel vlot verlopen,
maar jammer genoeg
heb je ook schrijnende
verhalen, zeker bij
medische beroepen.”
Van nul beginnen
Arass moest in zijn nieuwe thuisland
weer helemaal van nul beginnen. “Ik wil
hier graag als medisch fysicus aan de
slag gaan”, vertelt hij. “De eerste stap
was dus om mijn diploma’s uit Iran te
laten erkennen.”
Het Agentschap Integratie en
Inburgering begeleidde hem bij de
erkenningsprocedure. Arass: “Ik had
een heel goed contact met Duko
Besselsen, mijn begeleider. Samen
dienden we een aanvraag in bij NARIC-
Vlaanderen, het centrum dat instaat
voor de diploma-erkenningen in
Vlaanderen.”
Na een zestal maanden kwam het
resultaat: Arass’ diploma’s werden
erkend als bachelor en master, maar
niet specifiek als medisch fysicus. Een
teleurstelling. Duko (trajectbegeleider):
“Er stonden heel wat opmerkingen
bij het resultaat. Zo merkten we
bijvoorbeeld dat NARIC ervan uit ging
dat Arass bepaalde vakken aan de
universiteit niet gevolgd had, terwijl dat
wel het geval was. Het probleem lag
deels bij de vertalingen van de Perzische
documenten. Door het specifieke
technische jargon had de beëdigde
vertaler fouten gemaakt. Daarnaast
ontbraken er belangrijke dingen in de
samenvattingen van Arass’ curriculum.”
Volledige diploma-erkenning
Arass en Duko corrigeerden de fouten
en vroegen een herziening aan. Na een
aantal maanden kwam de uitslag: Arass’
diploma’s werden volledig erkend. Een
hele opluchting. Duko: “Ik heb al veel
mensen begeleid, maar dit is wel een
heel bijzondere erkenning. Het gaat
ook over zo’n specifiek domein, ik heb
zelf veel bijgeleerd! Er zijn erkenningen
die heel vlot verlopen, maar jammer
genoeg heb je ook schrijnende verhalen,
zeker bij medische beroepen. Zo ken ik
verpleegkundigen die vier jaar hebben
gestudeerd, vijftien jaar werkervaring
hebben en toch geen erkenning krijgen.
Dat komt dan bijvoorbeeld omdat er in
hun opleiding minder aandacht besteed
wordt aan vakken die bij ons belangrijk
zijn, zoals geriatrie en dementie.”
Postgraduaat
Dankzij de erkenning kon Arass beginnen
aan zijn postgraduaat medische straling.
Deze opleiding is verplicht voor iedereen
die in België zelfstandig met straling
wilt werken. “Om dit postgraduaat te
kunnen volgen, heb je wel eerst een B2-
niveau Nederlands nodig. Je zit immers
in de les met mensen die in Vlaanderen
geboren zijn”, vertelt Duko. “Arass heeft
enorm veel inspanningen gedaan om aan
de hoge taalvereisten te voldoen. Heel
knap!”
Ondertussen werkt Arass ook bij
vzw Mobiel, een organisatie die
aangepast vervoer voorziet voor
rolstoelgebruikers. “Ik vind het fijn om
hulp te bieden en ik kan de job goed
combineren met mijn studies”, zegt
Arass. “Maar het blijft mijn grote droom
om binnenkort als medisch fysicus en
onderzoeker te werken.”
Meer info:
Duko en Arass
25
2
“We beseffen te weinig hoeveel
talent er verloren gaat.”
Kirsten De Keyser
is trajectbegeleider
‘Vervolgtrajecten na
inburgering’. Ze begeleidt
ex-inburgeraars die na hun
inburgeringsattest nog vragen
of ondersteuning nodig
hebben over werk, opleiding
of sociale participatie. Nour
Elhouda is daar een van. Hoe
verloopt haar traject?
“De meeste mensen willen hun
professionele ambities waarmaken.
90% van de vragen gaat over werk en
opleiding”, steekt Kirsten van wal. Ook
Nour kwam bij Kirsten terecht omdat
ze op zoek is naar een passende job.
“Mijn masterdiploma in de rechten kan
hier niet erkend worden omdat het
rechtssysteem hier helemaal anders
in elkaar zit dan in Syrië”, vertelt
Nour. Na haar inburgeringstraject
in 2018 deed ze tijdelijk werk in een
school, een crèche en een winkel.
“Maar ik wil graag in de sociale sector
werken en nieuwkomers begeleiden.”
Nour volgde daarom een opleiding
‘interculturele medewerker’ bij LBC
Volwassenenonderwijs.
Alles is anders
Ze deed heel wat interessante
stages, maar vond geen vaste baan.
“Solliciteren gaat niet zo gemakkelijk
als Nederlands niet je moedertaal is
en je je weg niet kent in het systeem.
Alles is hier anders”, ondervindt Nour.
Tijdens de eerste afspraak legde ze
Kirsten uit dat ze ook drempels ervaart
in het dagelijks leven. “In Syrië betalen
we bijvoorbeeld nooit iets via een app.
En ik moest mezelf leren typen op een
toetsenbord met Latijnse in plaats van
Arabische letters.”
Taal- en digitale drempels
“Nieuwkomers moeten veel leren op
korte tijd. Dat is niet vanzelfsprekend”,
ervaart Kirsten. “Hun voornaamste
drempels zijn de kennis van het
Nederlands en digitale vaardigheden.
Maar ze komen bijvoorbeeld ook hulp
vragen bij hun energiefactuur of zoeken
advies voor opvoedingsproblemen.” De
trajectbegeleider verwijst mensen door
naar allerlei instanties die hen kunnen
helpen.
“Het is echt een traject op maat”,
zegt Kirsten. Sommige klanten,
zoals Nour, volgden nog het ‘oude’
inburgeringstraject. Sinds 2022 is
er naast lessen maatschappelijke
oriëntatie en Nederlands, ook
een traject naar werk en een
participatietraject. Zo leiden we
inburgeraars sneller toe naar de VDAB
en kunnen ze hun sociaal netwerk
vergroten. We lanceerden inmiddels
ook heel wat initiatieven rond digitale
inclusie.
Talenten ontdekken
“Voor ex-inburgeraars die werk zoeken,
is onze begeleiding complementair aan
de ondersteuning die werkzoekenden
krijgen via andere partners”, legt
Kirsten uit. “Zo begeleiden we ook
veel mensen die op zoek zijn naar een
andere of meer gepaste job. Ons grote
pluspunt is dat ex-inburgeraars ons
agentschap al kennen en dat we de
drempels die nieuwkomers ervaren
goed in kaart brachten.”
Omdat nieuwkomers vaak nog geen
netwerk hebben, schakelt Kirsten het
hare in om de jobkansen te vergoten.
Ze wijst hen ook op de verschillende
mogelijkheden. “Ik daag hen uit om
breder te kijken en hun talenten te
ontdekken. Het is belangrijk dat ze
een job hebben met groeiperspectief.
Wie bijvoorbeeld als poetshulp werkt,
heeft meestal weinig oefenkansen
Nederlands. Ik begeleid heel wat
hoogopgeleide nieuwkomers die onder
hun diplomaniveau werken. Zij krijgen
de kans niet om zich te ontplooien. We
beseffen te weinig hoeveel talent er op
die manier verloren gaat.”
Duwtje in de rug
Hoewel Nour vlot Nederlands spreekt en
erg zelfstandig is, kan ze een duwtje in
de rug gebruiken. “Kirsten luistert naar
me, ondersteunt me met heel veel zaken
en geeft me zelfvertrouwen”, zegt Nour.
“Ze bezorgt me links naar geschikte jobs
26 De Nieuwskomer
INTERVIEW
of websites waar ik kan zoeken. Ik krijg
tips voor sollicitatiegesprekken en ze
legt uit hoe ik mijn cv kan verbeteren.”
“Het is enorm motiverend om te zien
hoe mensen hun best doen, hoe ze zich
inzetten om de job te krijgen die ze
willen. Ik zie ook de resultaten. Enkele
klanten zijn al aan het werk of volgen
een opleiding”, besluit Kirsten.
Het project
‘Vervolgtrajecten
na inburgering’
Ex-inburgeraars informatie op maat
bieden, ondersteunen en opvolgen na
hun inburgeringstraject, dat is het doel
van ‘Vervolgtrajecten na inburgering’.
Het is een proefproject dat loopt tot
september 2025, in samenwerking
met de stedelijke agentschappen Atlas
en Amal. Hieraan koppelden we een
nodenonderzoek. Welke doelen streven
ex-inburgeraars na, welke stappen
ondernemen ze en welke drempels
ervaren ze daarbij?
In het kader van het Vlaams plan om
nieuwkomers sneller en beter naar
werk te begeleiden, versterken we de
vervolgtrajecten na inburgering. De
focus van deze upgradetrajecten ligt op
het begeleiden van inburgeraars naar
werk.
Kirsten en Nour
Meer info:
27
3
“Er zijn heel wat misvattingen
rond de tewerkstelling van
vreemdelingen”
Filipe Van Huylenbroeck
is jurist bij de dienst
Vreemdelingenrecht en
Internationaal Familierecht.
Hij verdiept zich al sinds 2016
in het thema arbeidsmigratie
en loodst professionals
meerdere keren per jaar door
de complexe wetgeving.
“De wetgeving rond de tewerkstelling
van vreemdelingen is ingewikkeld”,
zegt Filipe. “De toelating tot werk
is gewestelijke materie, terwijl
verblijfsrecht federaal geregeld
is. De regelgeving in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest verschilt van
de Vlaamse. De afgelopen jaren is ze
bovendien behoorlijk veranderd, vooral
omdat EU-richtlijnen omgezet moesten
worden.”
Veel vraag naar vormingen
Er is dan ook veel vraag naar
de vorming ‘Tewerkstelling van
vreemdelingen’. “Het thema wint
aan belang en de wetgeving
verandert voortdurend. Zowel het
Vlaams Gewest als het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest wijzigden in
2024 hun arbeidsmarktbeleid. Steeds
meer mensen met vragen over de
tewerkstelling van vreemdelingen,
vinden ook de weg naar onze juridische
helpdesk.”
Filipe
28 De Nieuwskomer
VERSLAG
Het profiel van de mensen die de
vorming volgen, is heel uiteenlopend.
Medewerkers van een OCMW of CAW
bijvoorbeeld, krijgen vaak vragen
over wie hier wel en niet mag werken.
Op een halve dag loodst Filipe de
deelnemers doorheen de belangrijkste
materie. Ze krijgen een algemene
inleiding over het verblijfsrecht, de
regels rond arbeidsmigratie en info
over wie per verblijfsstatuut mag
werken als werknemer, zelfstandige of
vrijwilliger. Welke toelatingen tot arbeid
bestaan er? Welke termijnen moet je
respecteren om een arbeidsvergunning
aan te vragen? Hoe zit het met
studenten of au pairs? Tussendoor zijn
er oefeningen met concrete casussen.
“Uniek is dat de deelnemers een
overzicht krijgen van zowel de Vlaamse
als de Brusselse wetgeving”, zegt Filipe.
Misvattingen
Er zijn heel wat misvattingen rond de
tewerkstelling van vreemdelingen. “Als
buitenlander mag je hier bijvoorbeeld
niet zomaar beginnen werken als
zelfstandige. Dat is voor veel mensen
nieuw”, zegt Filipe. “Begin 2022
zijn de regels serieus verstrengd in
Vlaanderen.”
Ook over knelpuntberoepen leven er
veel vragen. “Vlaanderen koos voor een
beleid rond arbeidsmigratie als deel
van de oplossing om knelpuntberoepen
in te vullen”, legt Filipe uit. “Het
gaat dan bijvoorbeeld over bakkers,
slagers of vrachtwagenchauffeurs.
Uit het contract moet blijken dat
het om die specifieke functie gaat.
De arbeidsinspectie controleert dit.
Wie hierheen komt om als bakker te
werken, mag bijvoorbeeld niet als
verkoper achter de toonbank staan. De
lijst met knelpuntberoepen is trouwens
niet dezelfde als die van de VDAB en is
veel korter.”
Expert op het gebied van
arbeidsmigratie
Filipe is ondertussen een van de
experts in België op het vlak van
arbeidsmigratie. Daarnaast houdt hij
zich bezig met migratierecht in het
algemeen. “Samen met mijn collega’s
beantwoord ik vragen via onze
helpdesk en ben ik redacteur van het
Tijdschrift voor Vreemdelingenrecht.
“Vreemdelingenrecht is boeiende
materie die continu evolueert. Het is
zo belangrijk om juiste informatie te
verspreiden. Ik voel me elke dag nuttig
in mijn job.”
Meer info:
Steven
“Het was een goede
opfrissing van de
regels rond de
tewerkstelling van
vreemdelingen. Heel
helder en duidelijk
gestructureerd. Ik ga
deze vorming ook
intern geven aan mijn
collega’s. Zo kunnen we
de arbeidsdocumenten
beter controleren
tijdens inspecties op
het terrein.”
Steven Jeanty, Federale
Arbeidsinspectie
29
Klaarstomen voor de
zorg- of IT-sector
Bon (onze regiowerking in Brussel) wijst nieuwkomers via een
inburgeringstraject met plezier de weg naar een toekomst in België. Al is het
voor sommige inburgeraars al van meet af aan duidelijk waar die weg precies
naartoe mag leiden. Daarom zetten we inburgeringsprogramma’s op poten die
specifiek focussen op de zorg- of IT-sector.
Mohamed en Sanae
30 De Nieuwskomer
INTERVIEW
Een nieuwkomer die droomt van een carrière als dokter,
psycholoog of zorgkundige? Die kan bij Bon terecht voor
een inburgeringstraject zorg. Dat combineert het reguliere
programma met loopbaanoriëntatie in de zorgsector. Zo
kan iemand met ervaring of sterke interesse in die branche
de geschikte job of opleiding vinden. Wie daarover kan
meespreken, is Sanae Keppara. Zij is kinesist van opleiding
en volgde het traject.
“In Marokko werkte ik drie jaar in een groepspraktijk”,
vertelt Sanae. “Het was mijn droom ooit mijn eigen kabinet
te starten, maar na ons huwelijk verhuisden mijn man en ik
naar België. We kregen drie kinderen en tijdens mijn eerste
jaren hier, ging mijn aandacht volledig naar hen. Nu zijn ze
wat ouder en wil ik graag een nieuwe opleiding starten.”
Juiste vervolgopleiding
Sanae nam een jobcoach onder de arm, die haar aanraadde
om bij Bon aan te kloppen. Toen ze bij haar intake vertelde
wat haar professionele achtergrond was, kon ze al snel
terecht in het inburgeringstraject zorg. “Tijdens de lessen
kwamen we in contact met verschillende zorginstellingen
en -organisaties. Zo leerde ik veel bij over hun werking. Ik
kreeg hulp bij de erkenning van diploma en vond zo de juiste
vervolgopleiding om later ook hier aan de slag te kunnen
in de zorg. Daarnaast schreef ik me in voor een cursus
Nederlands. De taal kennen, is een grote meerwaarde. Dus
waarom zou ik het niet doen?”
gingen we dieper in op de geschiedenis en politiek van België.
We bezochten ook heel wat interessante plaatsen. Ik kwam
in contact met verschillende Brusselse organisaties en kon
een aantal workshops volgen. Zo oefenden we bijvoorbeeld
sollicitatiegesprekken. Dat kan me een heel eind verder
helpen bij mijn zoektocht naar werk. Toen ik pas afstudeerde,
had ik had geen idee hoe ik die moest aanvatten. Dankzij de
vele workshops en het goede advies tijdens de les, weet ik
welke volgende stappen ik nu kan zetten.”
Lees er meer over:
• Inburgering met focus op de zorgsector
• Inburgering met focus op de IT-sector
“Ik zou de cursus zeker aanraden aan andere nieuwkomers”,
zegt Sanae overtuigd. “Het is een goede manier om je sociale
contacten uit te breiden, beter te integreren en richting te
geven aan je leven hier. Ik begrijp nu ook beter hoe de dingen
in België werken, zoals bijvoorbeeld de wet. Bon kan je
helpen om de juiste keuzes te maken.”
Nederlands leren
Daar sluit ook Mohamed Zaroual zich bij aan. Hij droomt
niet van een carrière in de zorg, wél van werk in de ITsector.
“Ik ben net afgestudeerd”, vertelt hij. “Ik kwam twee
jaar geleden naar België om mijn masterdiploma in cyber
security te behalen. Nu ben ik op zoek naar een job. Toen
ik me inschreef bij Actiris, raadden ze me aan om zeker ook
Nederlands te leren. Ik belandde daarvoor bij Bon, waar ik
toevallig hoorde over het inburgeringstraject IT.”
Mohamed is enthousiast. “De lessen waren heel nuttig. Ik
leerde veel dingen die ik zelf nooit ontdekt zou hebben. Zo
SINDS 2004
31
Wat doet een
verbindingsofficier?
De opening van een (tijdelijk) opvangcentrum voor asiel zoekers kan de sociale samenhang
binnen een gemeente onder druk zetten. Het leidt soms tot polarisatie. Sinds 2019 kunnen lokale
besturen daarom in elke Vlaamse provincie een beroep doen op een verbindingsofficier van het
Agentschap Integratie en Inburgering. Hoe verloopt dat? Hilde Capals, verbindings officier in
regio Vlaams-Brabant, vertelt.
“Mijn rol als verbindingsofficier start vanaf de aankondiging
dat er in een bepaalde gemeente een (tijdelijk) opvangcentrum
zal komen”, legt Hilde uit. “Uit ervaring weten we
dat de weerstand het grootst is net na de aankondiging
van de komst van een opvangcentrum en de effectieve
opening ervan. In die periode is er de meeste onzekerheid
en onduidelijkheid. Dat is het moment waarop de scherpste
meningen ontstaan. Open, tijdige en vooral verbindende
communicatie van het lokaal bestuur zijn dan van cruciaal
belang om de ongerustheid van de inwoners weg te nemen.”
Hilde
Communicatiestrategie
Hilde geeft het lokaal bestuur advies bij het ontwikkelen van
een communicatiestrategie om de inwoners te informeren. “Ik
reik een leidraad aan of geef gericht advies. Op een infomarkt,
met standjes van verschillende diensten en organisaties,
kunnen burgers terecht met hun bezorgdheden en vragen.”
Ook een specifieke webpagina op de gemeentelijke website
met veel gestelde vragen neemt alvast veel weerstand weg. En
het loont om een contactpunt ‘opvangcentrum’ in te richten
binnen de gemeente waar inwoners vragen kunnen stellen.
Regie in handen nemen
“Neem als lokaal bestuur zelf de regie in handen”, adviseert
Hilde. “Toon dat je de situatie onder controle hebt. Stel
een kerngroep samen met de belangrijkste actoren
zoals Fedasil/Rode Kruis, het Agentschap Integratie en
Inburgering, gemeentelijke diensten, onderwijspartners en
veiligheidsdiensten. Zo kan je vlot overleggen en beslissen
over te nemen maatregelen.”
32 De Nieuwskomer
GETUIGENIS
Maatwerk
Er zijn heel wat zaken waarmee
een lokaal bestuur rekening moet
houden, zowel voor als na de opening
van het asielcentrum. Hoe gaan de
inwoners zich verplaatsen? Waar
zullen de kinderen naar school gaan?
Is er voldoende vrijetijdsaanbod?
Zijn er vrijwilligers die een handje
toesteken? Moeten er lessen Nederlands
georganiseerd worden? Ook hierbij
biedt Hilde ondersteuning. “Ik help de
NT2-noden in kaart brengen en zorg
voor de afstemming van vraag en
aanbod. Het is echt maatwerk.”
Achter de schermen
“Lokale besturen hebben vaak vragen
over de impact van een asielcentrum
op de lokale gemeenschap en op de
werking van de gemeentediensten.
Een verbindingsofficier geeft
objectieve informatie, luistert naar
hun bezorgdheden en geeft concrete
ondersteuning”, vat Hilde haar rol
samen. “Rond communicatie, het
organiseren van een infomarkt
en het faciliteren van contacten,
onder meer met Fedasil en Agodi.
Vooral in de periode voor de komst
van het opvangcentrum, leven
de meeste vragen en speelt een
verbindingsofficier een belangrijke rol.
Eens het centrum er is, ervaren zowel
het bestuur als de inwoners vaak dat
de impact kleiner is dan vooraf gedacht
en dan zijn de mensen dikwijls meer
gerustgesteld.”
In de praktijk
In augustus 2022 opende in Machelen
een asielcentrum in het voormalige
Parkhotel. Toen het nieuws bekend
raakte, nam Hilde contact op met
burgemeester Jean Pierre De Groef en
Daniël Shell, algemeen directeur van
Machelen. “In eerste instantie was
er ongerustheid”, herinnert Daniël
zich. “Hilde luisterde naar ons. Ze
zorgde ervoor dat er een stuurgroep
kwam met gemeentelijke diensten
zoals jeugd, sport, cultuur, onderwijs
en politie. Samen brachten we in
kaart wat er moest gebeuren. De
grootste bezorgdheid was een school
vinden voor de vele kinderen in het
opvangcentrum.” Hilde trad op als
tussenpersoon tussen het LOP (lokaal
overlegplatform van scholen en hun
partners) en FEDASIL, de uitbater van
het opvangcentrum. “Ik probeerde zo
veel mogelijk informatie te krijgen over
het profiel van de bewoners. Hoeveel
kinderen zijn erbij?.” Daniël: “Dankzij
transparante communicatie en een
constructieve samenwerking, konden
de aanwezige kinderen snel een school
in Machelen of een buurgemeente
vinden.”
Hilde was voortdurend in overleg
met alle betrokkenen om up-to-date
informatie te hebben en op alle zaken
voorbereid te zijn. Wanneer gaat het
centrum precies open? Hoe zit het
met de brandveiligheid? Kunnen we
een vrijetijdsaanbod organiseren
voor de bewoners? Wat met de lessen
Nederlands?
van het opvangcentrum. Ook de
dienst ‘Beleven’ werkt actief mee:
op vrijdagnamiddag zien we veel
bezoekers uit het opvangcentrum in
onze filmvertoningen. Verschillende
bewoners spelen intussen mee in één
van onze lokale voetbalploegen”, zegt
Daniël trots.
Hilde: “De stuurgroep komt nog
steeds twee keer per jaar samen
om de stand van zaken in en rond
het opvangcentrum te bespreken en
af te stemmen over noden van alle
betrokken partijen (de bewoners, het
lokaal bestuur, de uitbater van het
opvangcentrum, de lokale partners…).”
“Hilde heeft een
scharnierfunctie: ze
brengt vanuit haar
expertise alle actoren
rond de tafel om
constructief samen te
werken.”
Daniël Schell, algemeen directeur
van Machelen
Meer info:
“Ook de inschrijving van deze mensen
bij de dienst burgerzaken moest
geregeld worden”, zegt Daniël. “We
werkten een procedure uit zodat
de druk op de loketten niet te hoog
werd, zodat tot op vandaag onze
medewerkers goed voorbereid
zijn op de vragen van bewoners
33
Achmad
Iedereen mee in de
digitale maatschappij
Digitale hulpmiddelen, zoals een smartphone, tablet of laptop,
zijn niet meer uit ons dagelijkse leven weg te denken. Een
afspraak maken bij de dokter, kinderen inschrijven op school,
online een opleiding volgen … Maar niet iedereen kan vlot
overweg met die digitale dienstverlening. Sommigen hebben
geen toegang tot de technologie om er gebruik van te maken.
Kortom, er zijn veel drempels. Daarom liep van oktober 2023
tot en met december 2024 het project Digitale Inclusie. Wat
hield dit in?
Toegankelijkheid van digitale
initiatieven vergroten
In veel steden en gemeenten bestaan
initiatieven waar burgers hun digitale
vaardigheden kunnen ontwikkelen.
We brachten dat aanbod in kaart
om inburgeraars door te verwijzen.
Een groot deel daarvan zit bij het
Vlaamse project Digibanken. Zij zorgen
onder meer voor digitale vorming en
begeleiding voor digitaal kwetsbare
burgers, en in sommige gemeenten
ook voor uitleentoestellen. Tijdens
een gezamenlijke workshop zochten
we naar de drempels die inburgeraars
tegenhouden om van het aanbod gebruik
te maken. Taal bijvoorbeeld. Maar ook:
is het aanbod voldoende bekend? Is het
bruikbaar voor een inburgeraar? Samen
kwamen we tot tal van goede praktijken
en ideeën om de drempels te verlagen.
34 De Nieuwskomer
PROJECT IN DE KIJKER
Digilabo’s
Specifiek voor inburgeraars zetten we
drie proefprojecten ‘Digilabo’ op in
onze contactpunten in Brussel, Aalst
en Sint-Niklaas. Inburgeraars kregen
er één-op-één-begeleiding in hun
eigen taal of een taal die ze voldoende
begrijpen. Stap voor stap leerden ze er
digitale basisvaardigheden zoals met
een computer werken, apps installeren
of een e-mail versturen. Ze konden er
ook vragen stellen, een Chromebook
lenen en zelfstandig oefenen.
43% van de mensen die een
inburgeringstraject volgen ervaart
soms moeilijkheden bij het gebruik
van digitale technologieën omdat ze
de taal niet begrijpen.
Bron: Digimeter: onderzoek imec i.s.m.
de agentschappen voor integratie en inburgering
2024.
Digitale vaardigheden
versterken
We screenen inburgeraars op
hun digitale zelfredzaamheid om
in te schatten of ze de cursus
maatschappelijke oriëntatie online
kunnen volgen. Zo niet, kunnen ze
de cursus fysiek volgen, nemen ze
deel aan een intensief voortraject, of
verwijzen we hen bijvoorbeeld door
naar een Digilabo. Wie de cursus
maatschappelijke oriëntatie online
wil volgen, maar niet over een toestel
beschikt, kan hiervoor bij ons een
Chromebook lenen.
Daarnaast zorgen we ervoor dat
onze klanten bij contacten met onze
medewerkers oefenkansen krijgen
om hun digitale vaardigheden te
versterken. We vragen hen bijvoorbeeld
om het adres van de VDAB online op te
zoeken of afspraken te noteren in de
agenda van hun smartphone.
Toegankelijk en
gebruiksvriendelijk aanbod
denken en ontwerpen en werken
met gebruikerstesten. Die kennis
delen we graag met lokale besturen
en organisaties die werken met
nieuwkomers.
“Ik wil niet meer op
anderen moeten
rekenen, maar
zelf alles kunnen
opzoeken. Hiervoor
had ik nog nooit met
de computer gewerkt.
Bij het Digilabo heb
ik veel bijgeleerd en
ik wil mezelf daarin
blijven ontwikkelen.”
Achmad Aldris
“Als we ‘s morgens opstaan
en op onze smartphone onze
mails checken, de laatste
nieuwsberichten lezen, berichtjes
versturen … staan we er niet
meer bij stil dat zo’n toestel onze
toegangspoort tot de wereld
is. Onlangs zei een cursist uit
het Digilabo mij dat hij vroeger
niet wist wat er buiten zijn huis
allemaal gebeurde. Nu kan hij het
nieuws op de computer checken,
weet hij wanneer de tram staakt
en probeert hij dingen voor de
kinderen te begrijpen en op te
zoeken. Dàt is exact de reden
waarom we het doen. Mensen
vooruit helpen. Elke dag opnieuw!”
Isabelle Mullenders,
projectleider Digitale Inclusie
Hoe zorgen we ervoor dat ons
digitaal aanbod toegankelijk en
gebruiksvriendelijk is voor onze
klanten? Ook het antwoord op
die vraag maakte deel uit van het
project. Zo bouwden we onder meer
kennis op rond gebruikersgericht
Meer info:
35
FOTOREPORTAGE
Het Agentschap in actie
36 De Nieuwskomer
Heb je een gesprek met iemand die
nog geen of niet veel Nederlands
kent? We helpen je graag!
communicatiewaaier.be
TEST JE KENNIS PAGINA 22: antwoorden
1. Antwoord: a, b en e zijn juist.
2. Antwoord: c
3. Antwoord: b. Elke man had één stem. Dit
was al een vooruitgang, want eerder kregen
sommige mannen meerdere stemmen. Toch
mocht nog steeds een groot deel van de bevol
king niet stemmen: de vrouwen. Vrou wen -
stemrecht werd pas ingevoerd in 1948.
4. Antwoord: a. De taalstrijd verliep niet vredig.
De Franstalige bevolking verzette zich tegen de
groeiende macht van de Vlaamse bevolking.
5. Antwoord: b
6. Antwoord: a
7. Antwoord: c
8. Antwoord: b. In 1944 stemden de vakbonden
en de werkgeversorganisaties het Sociaal
pact. In dat pact spraken vakbonden en
werkgevers af om permanent te overleggen
over sociale bescherming.
9. Antwoord: a. De Belgische gynaecoloog
Ferdinand Peeters ontwikkelde in
samenwerking met een Duitse firma een
hormonale pil.
10. Antwoord: b. Hoewel holebirechten
opgenomen zijn in de wet, is het in de
praktijk niet voor iedereen altijd evident om
zich helemaal aanvaard te voelen. Daarom
blijft Çavaria de belangen verdedigen van
onder andere holebi’s.
37
CIJFERS
Wie zijn de mensen die een
inburgeringstraject volgen?
Eerste contracten. Gemiddelden voor de periode 2019 – 2023.
Waar komen zij terecht?
76.817
inburgeraars
19,85%
West-Vlaanderen
16,19%
Oost-Vlaanderen
16,45%
Antwerpen
16,97%
Vlaams-Brabant
14,32%
Limburg
16,22%
Stad Brussel
België
0,73%
Waar komen zij vandaan?
Europa (niet-EU)
13,18%
Top5
herkomstlanden
Noord-Amerika
2,63% Europa (EU)
16.41%
Azië
32,26%
Zuid-Amerika
Afrika
29,08%
Oceanië
4,85% 0,14%
Onbekend
0,73%
9.98%
Marokko
6.57%
Afghanistan
5.37%
Syrië
5.22%
Turkije
5.12%
Roemenië
Rechthebbend
56,12%
43,88%
Verplicht
M
Geslacht Leeftijd Opleiding
V
44,55% 55,45%
65+
50-64
35-49
18-34
1-17
0%
6%
33%
61%
0%
Geen,
onbekend,
of andere
Hooggeschoold
Hoger
secundair
Lager
onderwijs
of secundair
6,5%
43,1%
30,3%
20,1%
38 De Nieuwskomer
Doen wat we zeggen
en zeggen wat we doen
“Inburgering en integratie
versterken elkaar
voortdurend. Op het
kruispunt van beide
ontstaan elke dag tal van
positieve verhalen. Die
willen we delen. Ze werken
aanstekelijk.”
Elk jaar houdt ons agentschap de vinger aan de pols bij klanten
en partners. We vragen o.a. organisaties, lokale besturen,
inburgeraars en anderstaligen wat ze goed en – uiteraard –
minder goed vinden aan onze dienstverlening.
Keer op keer vinden we in de antwoorden de bevestiging dat het
werk van onze mensen sterk gewaardeerd wordt. Vlaanderen en
Brussel kunnen rekenen op geweldige leerkrachten maatschappelijke
oriëntatie, trajectbegeleiders en consulenten Nederlands
leren, sociaal tolken, verbindingsofficieren, juridische experts
vreemdelingenrecht, consulenten integratie en zoveel meer.
Maar we zien ook regelmatig een interessant punt van kritiek
terugkeren. Dat het niet altijd eenvoudig te begrijpen is wat we
allemaal doen. Of om te zien hoe alles zich tot elkaar verhoudt.
Iets met een bos en bomen, kortom.
We vinden het belangrijk om hier voldoende bij stil te staan. Impact staat of valt met het draagvlak dat je voor
je missie creëert. Daar slaag je dan weer enkel in door je stakeholders mee te nemen in wat je doet en waarom.
Heldere en overtuigende communicatie hoort dus bij een doelgerichte en moderne overheidsorganisatie. De lat
mag en moet hoog liggen.
Samen met onze Raad van Bestuur houden we elkaar hierin scherp.
En dat kan, omdat we allemaal hetzelfde willen. Een agentschap dat
uitgroeit tot een voorbeeld van hoe je als overheid klantvriendelijk
en innovatief het verschil kan maken – voor specifieke doelgroepen,
maar uiteindelijk ook voor elke burger.
Natuurlijk is een eenmalig magazine niet het structurele antwoord
op een in wezen permanente uitdaging. Toch hopen we dat je na
het lezen ervan een meer volledig beeld hebt van het fascinerende
veld dat inburgering en integratie samen vormen. Dat je net als
ons overtuigd bent van hoe beide onderdelen elkaar voortdurend
versterken en vernieuwen. En dat al die verhalen aanstekelijk werken
om samen aan die inclusieve en welvarende samenleving te bouwen!
Sara Leunis
Waarnemend algemeen directeur
39
Verwelkom je regelmatig nieuwkomers in
jouw lokaal bestuur of organisatie?
Wil je hen doorverwijzen naar het inburgeringstraject?
Maak gebruik van ons
promotiemateriaal!