Wetenschap@OLVG 2025 # 1 Maart
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
wetenschapsblad OLVG jaargang 18 | no. 1 | maart 2025
WETENSCHAP
@OLVG
Verpleegkunde
Een kromme rug
bracebehandeling toen en nu
- van ijzer tot 3D print
Kort artikel
Centrale researchpool
Interview
Onderzoek naar darmen
leveroperaties in
dagbehandeling
In het kort
Wetenschap en
financiën
In deze editie
4
Een
kromme rug:
bracebehandeling
6
toen en nu. Een toekomstgerichte visie
op OLVG en het Leerhuis
‘Een krom boompje. Zo één waar een paaltje naast staat met
touwen eromheen om dat boompje wat rechter te krijgen.
Daar begint de hele historie van de orthopedie mee.’ Dr. Diederik
van Kempen, orthopedisch chirurg, gebruikt het logo
van de orthopedie om de basis duidelijk te maken. ‘Bij mensen
kan zo’n paaltje natuurlijk niet, en zijn andere middelen.
nodig.’
Gynaecoloog Prof. Dr. Fedde Scheele kwam 27 jaar
geleden in dienst bij OLVG – destijds het Sint Lucas
Andreas ziekenhuis. Als decaan bij het Leerhuis droeg
hij verantwoordelijkheid voor de zorgopleidingen en
wetenschappelijk onderzoek binnen het ziekenhuis.
In zijn onderwijs en onderzoek focust Scheele zich op
maatschappelijk relevant en toekomst voorbereidend
onderwijs in de zorg. De laatste jaren kreeg hij steeds meer
aandacht voor de veranderkunde in de zorg.
Fotovraag
Een patiënt komt voor een operatie bij de vaatchirurgie.
Er is een kans dat hij met dit object in zijn lichaam weer
vertrekt. Wat is dit?
Dit is een stentprothese die bedoeld is om
aneurysma’s in de thoracale aorta (borstslagader)
te overbruggen en op die manier uit te
schakelen via een minimaal-invasieve procedure.
En het is er niet zomaar één. Normale
vaatprotheses zijn van geweven polyester:
een slappe buis. Deze moet ingehecht worden,
waarbij de borstholte moet worden geopend.
Bij dit exemplaar is dat niet nodig, deze is namelijk
gewapend met geheugenmetaal (nikkel/
titanium). Daardoor kan hij heel klein worden
opgevouwen (tot wel 7 millimeter) en weer uitgeklapt
worden in de vorm die van tevoren aan
gegeven was: een buis met de diameter van de
thoracale aorta (dit is tussen de 25 en 45 millimeter).
Hierdoor kan de stentprothese worden
ingebracht via een prik in de liesslagader en is
een grote snee in de borstholte niet nodig.
Op de cover: Een 3D-printer in OLVG die binnen ongeveer een dag een brace print
WETENSCHAP@OLVG • 2
Redactioneel
Rode draad
Bij het schrijven van een redactioneel probeer ik
altijd om een rode draad in de artikelen van deze
editie te vinden. Dat is mij deze keer niet gelukt,
want er wordt een grote diversiteit aan onderzoek
beschreven in dit nummer. Vanuit veel specialismen
komen onderzoekers aan het woord, van
chirurg tot ziekenhuisapotheker. Naast medisch
specialisten is er ook ruimte voor jonge onderzoekers.
In het kwartet promovendi vertellen zij
hoe ze onderzoek doen hebben ervaren.
Darm- en leveroperaties
16
in dagbehandeling
Hendrik Marsman en collega’s zijn al flink wat jaren
betrokken naar onderzoek binnen de darm- en
leverchirurgie. Eind 2024 ontvingen zij een subsidie van
Stichting Wetenschappelijk Onderzoek OLVG.
En verder
8 Centrale researchpool
9 Kwartet onderzoekers
14 Substantiële variatie in welke elementen belangrijk
worden in radiologisch verslag bij anterieure
schouder instabiliteit
15 In de schijnwerpers
17 In het kort: Wetenschap en financiën
18 Epidemiologica: Correlatie en regressie
20 Wetenschapscommissie
21 Tip van de subsidieadviseur
21 Column
22 Value-based healthcare - Waardegedreven zorg
borstkanker
Maar misschien dan toch een rode draad, al zie
ik die misschien makkelijker vanuit mijn rol bij
team Wetenschap: ondersteuning van onderzoek.
Zo introduceren we de centrale researchpool,
die zorgevaluatie-studies ondersteunt om daarmee
de inclusiesnelheid te verhogen. We krijgen
van de subsidieadviseur de tip om gebruik te
maken het subsidieoverzicht per vakgebied op
intranet. Colinda Vos, die ondersteunt bij het opstellen
van begrotingen en financiële rapportages
bij onderzoek, stelt zich voor. En, waar ik zelf
bijzonder trots op ben, we presenteren de eerste
overeenkomst waarmee OLVG’ers open access
kunnen publiceren.
Tot slot nemen we in deze editie afscheid van prof.
dr. Fedde Scheele als decaan van het Leerhuis
van OLVG. Meer dan 20 jaar lang heeft hij zich
ingezet voor zorgopleidingen en wetenschappelijk
onderzoek in ons ziekenhuis. Zijn vele promovendi
hebben een directe impact gehad op de medische
vervolgopleidingen in OLVG, in Nederland
en zelfs in Europa. Velen van hen hebben ons de
afgelopen jaren in dit tijdschrift meegenomen in
hun onderzoek. Wij zullen zijn bijdrage aan het
wetenschappelijk onderzoek in OLVG missen. We
verwelkomen prof. dr. Rudolf Poolman als nieuwe
decaan. Zoals hij zelf zegt: “Opleiding en onderzoek
vormen het fundament van OLVG, en daar
zijn we trots op”
Veel leesplezier!
Chantal den Haan,
medisch informatiespecialist
WETENSCHAP@OLVG • 3
Historie
Een kromme rug:
bracebehandeling
toen en nu
‘Een krom boompje. Zo één waar een paaltje naast staat met
touwen eromheen om dat boompje wat rechter te krijgen. Daar
begint de hele historie van de orthopedie mee.’ Dr. Diederik
Kempen, orthopedisch chirurg, gebruikt het logo van de orthopedie
om de basis van bracebehandeling duidelijk te maken. ‘Bij mensen
kan zo’n paaltje natuurlijk niet, en zijn andere middelen nodig.’
Manja Herrebrugh, eindredacteur
Een kromme rug
Hippocrates beschreef het al in de vijfde
eeuw voor Christus: de zijdelingse kromming
van de rug door een draaiing van
de wervelkolom. We spreken tegenwoordig
van een scoliose als de kromming
meer dan tien graden is. In Nederland
hebben ongeveer twee op de honderd
mensen scoliose waarbij het negen keer
vaker voorkomt bij vrouwen dan bij
mannen.
Er bestaan twee soorten: niet-structureel
en structureel. Bij niet-structurele scoliose
is er geen vergroeiing van de ruggengraat,
maar wordt hij in een abnormale
stand gehouden door aanname van een
afwijkende houding. Voor een structurele
scoliose zijn verschillende oorzaken:
aangeboren afwijkingen in de wervels of
onbalans in de spierspanning.
Bij schoolkinderen is de meest voorkomende
vorm van structurele scoliose de
idiopathische scoliose. Idiopathisch betekent:
zonder bekende oorzaak. We weten
dus niet hoe deze scoliose ontstaat.
Brace yourself
Sinds het allereerste begin is er geprobeerd
de vorm van de wervelkolom bij
scoliose te beïnvloeden. Dat werd op
In de oudheid werden al pogingen gedaan
om sciolose te behandelen.
verschillende manieren gedaan: van
ophangen van de patiënt en het in een
houding vastbinden op een bed, tot
korsetten en braces.
De eerste braces waren verre van comfortabel.
In de eerste jaren droegen
patiënten een ijzeren corset. Daarna
werd de patiënt opgehangen en inge-
gipst. In de jaren ’50 kregen patiënten
de Milwaukee brace met kinnebak. Zo’n
brace moest dag en nacht gedragen
worden. Dat heeft dus veel invloed op
het dagelijks leven van de jonge patiënten
– meestal kinderen. Er ontwikkelden
zich gelukkig uiteindelijk meer gebruiksvriendelijke
braces. Momenteel zijn er
ook braces die kinderen alleen ’s nachts
hoeven te dragen.
Voor- en tegenstanders
Ondanks dat het ‘bracen’ de meest
gangbare behandeling was van een
structurele idiopathische scoliose tussen
de 25 en 45 graden, is er lang discussie
geweest over de effectiviteit van
de brace.
Kempen: ‘Er zijn altijd voor- en tegenstanders
in de wereld geweest. De voorstanders
zeiden: ‘We kunnen voorkomen
dat die scoliose erger wordt en dat er
misschien geopereerd moet worden.’
De tegenstanders zeiden: ‘Het is niet
bewezen en vraagt te veel van de kinderen.
De kinderen moeten in de pubertijd
leren omgaan met autonomie, maar de
brace kan ze hierin hinderen en tot ruzie
met ouders over het dragen leiden.’ Dat
zijn altijd hele felle discussies geweest.
WETENSCHAP@OLVG • 4
Wetenschap
Uiteindelijk bewees Weinstein e.a. in
2013 in The New England Journal of
Medicine met een gerandomiseerd
wetenschappelijk onderzoek dat de
Boston brace daadwerkelijk effectief
is bij patiënten met een idiopathische
scoliose en de kans op een operatie kan
verminderen.
Naast het wetenschappelijk bewijs voor
de Boston brace zijn er ook diverse andere
braces doorontwikkeld en worden
er nieuwe 3D-technologieën onderzocht
om de behandeling minder ingrijpend
te maken. Goed wetenschappelijk onderzoek
doen hiernaar blijft echter
lastig, omdat includeren van jonge
kinderen aan veel eisen moet voldoen.
Bovendien zijn braces ontzettend duur,
het ziekenhuis heeft het geld niet om
verschillende braces bij een kind met
elkaar te vergelijken. Kempen: ‘Sommige
kinderen gaan sowieso al door drie à
vier braces heen. Per stuk zijn ze ongeveer
2000 euro. Omdat het ziekenhuis
verplaatste zorg is, is dit te duur om een
goed onderzoek op te zetten.’
Expertise in huis
OLVG heeft recent een 3D printer aangeschaft
die braces print. Dit heeft
goede gevolgen: braces kunnen makkelijker
en sneller aangepast worden. Ook
is het makkelijker om braces te gaan
vergelijken, omdat de kosten per brace
enorm naar beneden gaan. Onderzoek
doen wordt op deze manier beter toegankelijk.
Kempen: ‘Door het onderzoek
dat we nu kunnen gaan doen zorgen
we voor bewijs voor nieuwe technieken
en daardoor voor betere preventie en
meer comfort voor de patiënt. Naast
het aantal uur dat een kind de brace
draagt, is het succes van een behandeling
ook gerelateerd aan de correctie
van de scoliose in de brace. Met het 3D
proces kan dit beter gecontroleerd en
onderzocht worden. Goed nieuws voor
de toekomst dus!’
Preventie
Preventie is heel belangrijk. Als de
kromming in de wervelkolom groter
is dan 45 graden en de verwachting
bestaat dat deze verder zal toenemen
(progressief is), wordt – in samenspraak
met de patient – namelijk tot operatie
overgegaan.
Kempen: Kinderen die succesvol gebraced
zijn en niet geopereerd hoefden
te worden, hebben dezelfde kwaliteit
van leven als de gemiddelde Nederlander.
Patiënten die wel zijn geopereerd
aan hun scoliose geven zichzelf op volwassen
leeftijd een 7,5 aan kwaliteit van
leven, door het vaker voorkomen van
rugklachten. De gemiddelde Nederlander
geeft zichzelf een 8,0 én heeft een
lagere prevalentie van rugklachten.’
Naast de brace-ontwikkelingen zijn er
steeds meer aanwijzingen dat fysiotherapie
als Schroth therapie kan helpen
bij de behandeling. Er is een nieuwe
opleiding gestart om meer therapeuten
op te leiden.
In de 19e eeuw was behandeling met ‘Plaster
of Paris’ populair: lappen met een soort gips
werden aangebracht bij de patiënt terwijl
deze in een verticaal ophangapparaat
stond. Men probeerde zowel laterale als
rotatiemisvormingen te corrigeren en dit
vast te houden met het gipsverband.
De verschillende braces van nu
Thijs Kersten maakt in OLVG de braces
en meet ze aan bij de patiënten. Ook
begeleidt hij de ze in het proces van het
dragen van een brace. Hij legt het verschil
tussen de verschillende braces van
nu uit: ‘Voor de Boston brace heb je een
standaard basis module die je inkoopt,
die je vervolgens aanpast op de vorm
van de patiënt. Daarnaast bestaan er
braces die gemaakt worden via een
mal. Hiermee kun je de vorm van de
patiënt beter volgen, maar zijn er veel
productiestappen nodig. Bij een 3D
geprinte brace kan de vorm van de
patiënt ook gevolgd worden, zonder
deze (dure) stappen. Hier zitten veel
voordelen aan voor het ziekenhuis én
de patiënt. We hebben plannen om dit
verder te onderzoeken en te bewijzen.’
Op de tafel van bracemaker Thijs Kersten liggen verschillende braces die in OLVG gebruikt
zijn door de jaren heen. Van de Boston brace tot en met de 3D geprinte variant van nu.
1. Heemskerk JL, Kempen DHR, et al Quality of Life
and Back Pain in Middle Aged Idiopathic Scoliosis
Patients >20 Years after Brace or Surgical Treatment
Scoliosis Research Society (SRS) Annual
Meeting , 6-9 September 2017, Philadelphia, VS
2. 35 jaar scoliose behandeling in Nederland
- Scoliose vereniging: https://scoliose.nl/uitwervelingen/35-jaar-scoliose-behandeling-innederland/
WETENSCHAP@OLVG • 5
Interview
Een toekomstgerichte visie
op de zorg, opleiden en
het Leerhuis
Gynaecoloog Prof. Dr. Fedde Scheele kwam 27 jaar geleden in
dienst bij OLVG – destijds het Sint Lucas Andreas ziekenhuis.
Als decaan bij het Leerhuis droeg hij verantwoordelijkheid voor
de zorgopleidingen en wetenschappelijk onderzoek binnen het
ziekenhuis. In zijn onderwijs en onderzoek focust Scheele zich op
maatschappelijk relevant en toekomst voorbereidend onderwijs
in de zorg. De laatste jaren kreeg hij steeds meer aandacht
voor de veranderkunde in de zorg. Hij verruilde afgelopen
oktober OLVG voor het Academisch Tandheelkundig Centrum
Amsterdam (ACTA).
Simone Priester-Vink & Manja Herrebrugh, eindredacteuren
Het einde van 27 jaar in OLVG.
Hoe ben je ooit begonnen?
‘In 1997 kwam ik voor het eerst hier werken
en in 2000 ben ik bij het Leerhuis
begonnen. De Raad van Bestuur vroeg
me, samen met kinderarts Bart Wolf, of
wij het onderwijs in het Sint Lucas Andreas
Ziekenhuis zouden willen professionaliseren.
Om uit te zoeken hoe dat
moest, zijn we op onderzoek uitgegaan
en hebben we veel landen en congressen
bezocht. Er vormde zich een collegiaal
bestuur met vertegenwoordigers
vanuit de verpleegkundige sector,
medische sector, bedrijfsopleidingen,
wetenschap (inclusief de Medische Bibliotheek)
en afdeling HR. In een later
stadium rond 2018 zijn de Leerhuizen
van Oost en West gefuseerd en ontstond
er een prachtig overkoepelend
Leerhuis op twee locaties.’
Wat is jouw manier van leiding
geven?
‘Niet zelf op de voorgrond willen staan,
maar de mensen op de voorgrond laten
staan die daar meer recht toe hebben.
Dit heet de Rijnlandse filosofie. Dan stel
je samen kaders en doelen, en vervolgens
geef je vertrouwen en vrijheid aan
de professionals om het op hun manier
voor elkaar te krijgen. Zo kunnen deze
collega’s groeien. In het Leerhuis is het
nu zo georganiseerd dat er teams zijn
Over…
Prof. Dr. Fedde Scheele is naast zijn
werk bij OLVG ook hoogleraar Health
Systems Innovations and Education
aan de VU bij het onderwijsinstituut
geneeskunde en bij het Athena instituut.
Hij is lid van de Raad van Commissarissen
van zorgverzekeraar Menzis
en was tot voor kort voorzitter van de
stichting BOLS. Deze adviseert het
ministerie van VWS over de verdeling
van opleidingsgeld voor medisch
specialistische opleidingen. Scheele
is lid van de commissie ‘Zingeving’
die zelfstandig werken en dingen oppakken.
Als het moet, grijp je natuurlijk
in. Maar alleen als de teams er niet zelf
uit komen. Anders loop je alleen maar
voor de voeten.
Ik ben supertrots op deze manier van
werken binnen het Leerhuis. Het heeft
bewezen dat we daardoor op vele fron-
van ZonMW en van drie ZonMWcommissies
gericht op innovatie en
implementatie. Scheele is een van de
initiatiefnemers van Care4everyBody:
een Europese stichting gericht op Women’s
Health die zich inzet voor kennisdeling
over genderspecifieke zorg
bij zorgverleners en Europese politici.
Verder is hij de Nederlandse vertegenwoordiger
in de European Board
and College of Obstetricians and Gynaecologists.
Scheele is (co)promotor
van 30 proefschriften en begeleidt op
dit moment nog 8 promovendi.
WETENSCHAP@OLVG • 6
Een grappige situatie is deze:
Een chirurg uit Maastricht had een
promovenda onder zich en vroeg me
te helpen met wat zij kon onderzoeken
binnen het onderwijs. Ik wilde betekenisvol
onderzoek doen: waar staan de
kranten vol van? Destijds was dat de
: samen met de
professional stel je
kaders en doelen,
waarna je vertrouwen
en vrijheid aan
diegene geeft
waarmee hij het
op zíjn manier voor
elkaar kan krijgen
Prof. Dr. Fedde Scheele op zijn motor voor OLVG, locatie West.
ten innovatief zijn en vaak toonaangevend
voor andere STZ ziekenhuizen. Bij
de ACTA is dat veel minder zo. Dat is
hiërarchisch aangestuurd. Een mooie
uitdaging om deze manier van werken
daar stapsgewijs in te gaan voeren."
Waarom ben je weggegaan?
‘Er is niet één aanleiding. In de zorg voel
ik dat ik een beetje over de top aan
het raken ben. Dat zit hem in verschillende
dingen. Een voorbeeld is dat mijn
lichaam niet meer wil dat ik nachtdiensten
draai.
Ook vind ik dat people management te
weinig aandacht krijgt binnen OLVG.
Ik houd ervan om de hersenkracht van
de medewerkers benutten, in plaats
van deze uit te schakelen door een al te
grote hiërarchische bestuursstructuur
en té operationeel management. Ik heb
daar in het verleden verschillende plannen
voor gemaakt, maar die zijn helaas
nooit gebruikt. Ik hoop dit bij de ACTA
wel te kunnen implementeren.
Het zijn allemaal kleine duwtjes die
ervoor zorgen dat je op een gegeven
moment denkt van nou, misschien moet
ik eens wat anders doen. Tegenover de
genoemde nadelen stonden gelukkig
altijd duizend leuke dingen. Ik verlaat
OLVG met een hele goede afdronk en
weet zeker dat ik de fijne collega’s in
het Leerhuis ga missen.’
Je bent in OLVG betrokken
geweest bij onderwijs,
onderzoek en zorg. Hoe heb jij
die combinatie ervaren?
‘Klopt, ik heb dat altijd kunnen combineren.
Mede doordat ik fantastische
mentoren heb gehad: Cees van der
Vleuten en Albert Scherpbier. Zij woonden
en werkten in Maastricht, maar
ze kwamen hier tien jaar lang iedere
zes weken in Amsterdam om mij te
coachen. Ik kon voor hen de vertaling
van de zorgwerkvloer naar opleiden
maken, ook wat wetenschap betreft.
En ik leerde van hen de kneepjes van
de onderwijskunde met bijpassende
onderzoeksmethodieken.
kosten van zorg. Dus ik bedacht dat ik
programma’s ontwikkeld wilde hebben
om AIOS in hun opleiding te leren
een balans te maken van kwaliteit van
zorg en het uitgeven van geld.
Uiteindelijk kwam de promovenda
toevallig bij één van mijn mentoren
op een cursus. Hij vond het echt een
onzin onderwerp. Maar we hebben
volgehouden. En een half jaar later
stonden we in de JAMA.
Dit is een goed voorbeeld van dat je
door in de zorg rond te lopen weet
welk onderzoek interessant is om uit
te voeren, waar het echt om gaat.’
Heb je tips voor je opvolger?
‘Zeker. Zorg dat je de persoon bent
die kennis van de externe contacten
naar binnenhaalt. Santeon, STZ, het
ministerie van Volksgezondheid... Weet
wat er aan innovatie gaande is en hoe
we dat naar opleiding gaan vertalen.
En breng die knowhow vervolgens het
Leerhuis binnen. Én probeer zo weinig
mogelijk de baas te spelen, want
daar wordt niemand beter van. Zorg in
plaats daarvan dat je achter je collega’s
gaat staan als er een probleem is,
help het samen op te lossen, en laat ze
verder in hun professionaliteit floreren.’
WETENSCHAP@OLVG • 7
Abstract
Centrale researchpool
Centrale researchpool met van links naar rechts: Dorothee Burgers, Annet Bos,
Esther Scheijbeler, Glaresa Molly, Okke Hoonhout
Wetenschappelijk onderzoek doen is erg belangrijk
in OLVG. Het zorgt ervoor dat de zorg steeds beter
wordt en dat je blijft innoveren. Om dat mogelijk
te maken is het handig als je een team hebt dat
kan ondersteunen op verschillende plekken in
het ziekenhuis. Bij zowel het uitvoeren als het
opzetten van onderzoek. De wens voor een groep
researchmedewerkers die breed inzetbaar is bestond
al een tijd.
Sigrid Vorrink, subsidieadviseur, Simone Priester-Vink, eindredacteur
Zorgevaluatie studies
ondersteund
‘Er kwam een subsidieoproep vanuit
ZEGG (Zorgevaluatie en Gepast Gebruik)
waarbij werd uitgevraagd welke
zorgevaluatie studies een boost konden
gebruiken. Hieruit werden er tien
geselecteerd door wetenschappelijke
verenigingen. OLVG is deelnemend
centrum van zeven van deze tien studies.
In de tweede ronde van de sub-
sidieoproep hebben we vanuit OLVG
een plan geschreven om de inclusies
voor deze studies te versnellen. Ons
voorstel was een centrale researchpool
met ervaren en minder ervaren
researchmedewerkers die deze studies
kunnen ondersteunen. Die subsidie is
gehonoreerd, waardoor we zes (van
de zeven) studies van september 2024
tot september 2025 kunnen ondersteunen.’
Inclusies versnellen
‘De researchpool bestaat uit vijf medewerkers.
We hebben koppels gemaakt
van een ervaren researchmedewerker
met een minder ervaren researchmedewerker.
Per koppel ondersteunen zij
twee studies. De researchpool focust
zich in eerste instantie op het versnellen
van de inclusies door te ondersteunen
bij het screenen van patiënten en hen
daadwerkelijke te benaderen. Ze informeren
de patiënten over de studie en
vragen een handtekening.
Als iemand eenmaal geïncludeerd is,
helpt de researchpool ook met vragenlijsten
versturen en data verzamelen.
Over het algemeen hebben de onderzoekers
van de afdelingen zelf niet
fulltime tijd voor onderzoek en het kost
veel tijd om alles te regelen, dus zijn ze
erg blij met deze extra ondersteuning.’
Vervolgstappen
'We gaan deze pilot na een jaar evalueren.
Op inclusiemonitor.nl houden we
van alle zorgevaluatiestudies de inclusies
bij. Zo meten we de effectiviteit van
de centrale researchpool. We willen de
inclusiesnelheid van deze studies namelijk
gaan vergelijken met zorgevaluatie
studies in OLVG die niet ondersteund
worden. Als de ondersteuning effectief
blijkt, hopen we de researchpool na
september 2025 voort te kunnen zetten.
Daarnaast willen we een rekentool
gaan ontwikkelen om een goede perpatient-fee
te berekenen. In het geval
dat gevraagd wordt mee te doen met
een studie, kan je met die tool berekenen
hoeveel tijd (en dus geld) dat de
onderzoekers gaat kosten op basis van
welke onderzoekshandelingen gedaan
moeten worden.
Bij de honorering van de subsidie hebben
we extra geld gekregen om informatieproducten
te ontwikkelen. We
willen een video, flyers en infographics
maken over het belang van wetenschappelijk
onderzoek in OLVG. Het is
belangrijk dat patiënten goed begrijpen
waarom we onderzoek doen en wat het
betekent als je daaraan meedoet.’
WETENSCHAP@OLVG • 8
Kwartet onderzoekers
Hoe is het om onderzoek te doen in OLVG? Vier onderzoekers
vertellen erover.
WETENSCHAP@OLVG • 9
Kwartet onderzoekers
Het betrekken van ouders bij de zorg
voor hun pasgeboren kind
Wat was je grootste uitdaging binnen het
onderzoek?
‘We hebben vanuit OLVG een multicenter studie
opgezet met tien deelnemende (perifere) ziekenhuizen.
Daar hebben we een specifieke subsidie voor
gekregen, voor het doen van perifeer onderzoek.
Dat is heel leuk en heel belangrijk, omdat een groot
deel van de klinische patiëntenzorg zich afspeelt in
die perifere ziekenhuizen. Maar dat bracht ook logistieke
uitdagingen zich mee. Vooral kleine perifere
ziekenhuizen hebben niet altijd een wetenschapsbureau
of andere belangrijke ondersteunende diensten.
Ik probeerde daar bijvoorbeeld een app op te
zetten als onderdeel van de studie, dat was echt een
grote uitdaging.’
: dat we met ons onderzoek
de werkvloer blijvend hebben
veranderd, daar ben ik trots op
Samenvatting onderzoek
Hannah onderzoekt wat het effect is op
zowel ouders als kinderen als je families
van ziek, te vroeg of te klein geboren kinderen
meer betrekt in de zorg. Binnen haar
projecten heeft Hannah met haar team
het zorgconcept Family Integrated Care
(FICare) geïmplementeerd in verschillende
ziekenhuizen. FICare biedt handvatten
voor het betrekken van ouders in de zorg
als gelijkwaardige partners. Uit de eerste
resultaten van de AMICA-studie, waarover
haar voorganger Nicole van Veenendaal
heeft gepubliceerd, blijkt bijvoorbeeld dat
zowel moeders als vaders een stuk minder
stress ervaren als ze meer participeren
in de zorg. In deze studie werd FICare op
eenpersoonskamers vergeleken met standaardzorg
op zaalunits. In de neoPARTNER
studie, die na de AMICA-studie is opgezet,
werd FICare opgezet in tien perifere ziekenhuizen.
De resultaten van deze studie
worden in 2025 verwacht.
Hannah Hoeben,
promovendus
en ANIOS
Kindergeneeskunde
Take-home
message
Door het zorgconcept
FICcare
in studieverband
aan te bieden
aan tien perifere
ziekenhuizen,
hebben we de
zorg voor te klein
geboren kinderen
kunnen veranderen.
Waar ben je het meest trots op?
‘Op die multicenter studie ben ik wel echt heel trots.
We hebben in die studie het effect van Family Integrated
Care bekeken. Een groot onderdeel van dat
zorgconcept is samen visite doen met ouders op de
neonatologie. Door de studie doen er nu dus tien
ziekenhuizen visite met ouders en ze zijn daar mee
doorgegaan na de studie. Dat je zoiets op de werkvloer
blijvend verandert en dat iedereen daar tevreden
mee is, daar ben ik heel trots op.’
Heeft onderzoek doen je werk in de kliniek
veranderd?
‘Ja, en niet alleen omdat ik nu een paar jaar ouder
ben! Ik ben me er nu heel bewust van dat we van
heel veel dingen die we (dagelijks) doen in de kliniek,
helemaal niet zeker weten of dat wel het beste is
voor de patiënt. Ik merk dat ik in de kliniek vaker bij
protocollen probeer te bedenken op welke evidence
dit protocol berust, en of er kenmerken van een patiënt
zijn die maken dat het zinvol zou kunnen zijn om
het toch anders te doen. Door mijn wetenschapservaring
maak ik daarin ook makkelijker gebruik van
literatuur. Daarnaast heb ik in de afgelopen jaren
veel geleerd over organiseren op lange termijn, iets
wat in de kliniek minder vaak naar voren komt.’
WETENSCHAP@OLVG • 10
Kwartet onderzoekers
Classificatie van schouderbreuken
door AI
Hoe ben je in dit onderzoek
terechtgekomen?
‘Tijdens mijn semiarts stage hier bij de orthopedie
ben ik gestart met onderzoek naar
schouder breuken. De eerste projecten waren
een systematic review en een retrospectieve
studie over de uitkomsten van onze
eigen patiënten in OLVG. Dit vond ik zo leuk
dat ik aangaf te willen promoveren. Toen ik
een aanbod kreeg voor Australië heb ik daar
geen seconde over getwijfeld en drie maanden
later zat ik in het vliegtuig.
: al met al kost een
promotietraject veel
tijd, maar ik heb er
veel energie voor terug
gekregen en heb alles met
veel plezier gedaan
Samenvatting onderzoek
Reiniers onderzoek gaat over schouderbreuken.
Reinier heeft verschillende classificatiesystemen
in kaart gebracht en geconcludeerd dat er geen
overeenstemming is in de interpretatie hiervan.
Vervolgens heeft hij gekeken hoe dit verbeterd
zou kunnen worden. Er zijn schouders met breuken
door een 3D printer gemaakt waarbij artsen
werden gevraagd deze te classificeren. Ook dit
gaf geen verbetering in de inter-beoordelaar
betrouwbaarheid. Daarop is besloten een machine
learning algoritme te ontwikkelen dat zelfstandig
breuken kan herkennen en classificeren.
In het proefschrift staat ook een hoofdstuk over
preoperatieve planning waarbij chirurgen met
software zich in een virtuele 3D omgeving kunnen
voorbereiden op de operatie. Reinier heeft
meerdere studies gedaan naar de uitkomsten
van een aantal subtypen schouderbreuken. Dit
kan de arts gebruiken in de spreekkamer, voor
samen beslissen met de patiënt en verwachtingsmanagement.
Reinier Spek,
promovendus en
AIOS Orthopedie
Take-home
message
Het doen van
promotieonderzoek
biedt vaak
geweldige kansen
om naar
het buitenland
te gaan. Als je
hier geïnteresseerd
in bent,
grijp deze kans
dan aan.
Wat vond je de grootste uitdaging
binnen onderzoek doen?
‘Het duurde een tijd voordat ik mijn eerste
funding binnenkreeg. Je moet voor een subsidieaanvraag
goed in de stof zitten. Hoe
verder je komt in je onderzoek, hoe beter je
je onderwerp begrijpt en hoe makkelijker je
het op papier kan zetten. Je leert beter te
begrijpen wat voor commissie er tegenover
je zit en waar ze op letten. Het scheelt dan
ook als je al gepubliceerd hebt en kan laten
zien hoe je daar mee verder wilt.’
Heeft onderzoek doen je werk in de
kliniek veranderd?
‘Absoluut. Ik kan literatuur makkelijker in
perspectief plaatsen en interpreteren. Bijvoorbeeld
als een patiënt wil weten hoe de
uitkomsten van zijn schouderbreuk zijn op
de lange termijn. Al met al kost een promotietraject
veel tijd, maar ik heb er veel
energie voor terug gekregen en heb alles
met veel plezier gedaan. Voor een groot deel
is dit ook te danken aan mijn fantastisch
begeleiders die mij door het hele traject erg
goed hebben gecoacht.’
WETENSCHAP@OLVG • 11
Kwartet onderzoekers
Zorgpad rondom zwangeren met een
psychiatrische voorgeschiedenis
Hoe ben je in dit onderzoek
terechtgekomen?
‘Ik heb Neurosciences gestudeerd en vanuit
deze opleiding wilde ik iets met onderzoek
doen, maar ik wist nog niet helemaal
zeker welk onderwerp. Toen kwam ik de
vacature voor onderzoeksassistent voor
de pilot Samen Sterk aan de Start tegen,
waarbij ze iemand met een achtergrond
in psychologie zochten. Ik heb het gewoon
geprobeerd, want het leek me een superinteressant
onderwerp. Ik ben al heel snel
met Birit in gesprek geraakt over een eventueel
promotietraject en dat doe ik nu ruim
een jaar.’
: in onderzoek behaal je
veel kleine overwinningen,
dat geeft veel voldoening
Samenvatting onderzoek
Het onderzoek start op de POP-poli, waar zwangeren
komen met een (voorgeschiedenis van) een
psychiatrische ziekte of gebruik van psychotrope
medicatie. Zij worden daar geadviseerd door een
gynaecoloog, psychiater en/of kinderarts, elk vanuit
hun eigen expertise. Hierna kunnen ze doorstromen
naar instanties zoals Arkin, hier is een dagbehandeling
voor zwangeren met persoonlijkheidsproblematiek.
Na de geboorte kunnen moeders eventueel
ook doorstromen naar postpartum groepen georganiseerd
door het Kabouterhuis en Arkin. Jorina
onderzoekt dit hele traject. Wie maakt gebruik van
welke zorg, werkt dat goed en hoe wordt dat ervaren?
Daarnaast is er eerder vanuit OLVG tijdens
het voorjaarscongres van psychiaters een enquête
uitgezet door Noralie Schonewille. Dit krijgt een
vervolg samen met het UMCG. Daar komt nog een
artikel uit over het gesprek in de GGZ over thema’s
zoals seksualiteit, gezinsvorming, en ouderschap in
de GGZ vanuit het perspectief van de zorgverlener.
Jorina Holtrop,
promovendus afdeling
Psychiatrie
Take-home
message
Mensen zijn vaak
welwillend om de
zorg te verbeteren,
maar weten
soms niet hoe.
Als onderzoeker
kan jij kan helpen
daar een oplossing
in te zoeken.
Is er iets waar je trots op bent?
‘We hebben een Invitational Conference
georganiseerd, wat inhield dat we in gesprek
gingen met alle bestuurders die op
de een of andere manier betrokken zijn
bij zwangere vrouwen met psychiatrische
kwetsbaarheid en hun gezin. Wat ik daarvan
geleerd heb is dat deze organisaties
heel welwillend zijn en het belangrijk vinden
om goede zorg te bieden en te verbeteren.
Maar hoe gaan we dat doen? En hoe kunnen
we hierin samenwerken? Hier proberen
binnen Amsterdam een stap in te kunnen
zetten’
Wat zijn je toekomstplannen?
‘Ik ben ook werkzaam bij NPI, waar de
dagbehandeling wordt gedaan. Daar zijn
ze ook gestart met de evaluatie van de
dagbehandeling zelf. Als de pilot in OLVG
in september 2025 stopt, ga ik verder bij
NPI. Daarnaast ben ik ook betrokken bij het
onderzoek bij MOC ’t Kabouterhuis naar de
groepspsychotherapie voor ouders met hun
baby of peuter. Zo hebben we het hele zorgpad
in beeld’
WETENSCHAP@OLVG • 12
Kwartet onderzoekers
Doelmatig inzetten van
antiretrovirale behandeling bij hiv
Hoe kijk je terug op de afgelopen jaren
onderzoek doen?
‘Ik vond het leuk en leerzaam. Ik ben in 2018
begonnen met mijn onderzoek voor één dag
in de week. Tussendoor heb ik de opleiding
tot ziekenhuisapotheker afgerond. Ik vond die
combinatie tussen en werken in de praktijk en
onderzoek doen erg leerzaam, maar het daadwerkelijk
echt tijd vrijmaken voor onderzoek
is best wel intensief. In de eindfase liep ik daar
vooral erg tegenaan. Ik moest echt zelf de tijd
nemen voor het schrijven.’
: nu we een paar
jaar verder zijn is het
gebruikelijker om over de
kosten voor antiretrovirale
therapie na te denken
Samenvatting onderzoek
Piter doet onderzoek naar het gebruik van antiretrovirale
middelen bij mensen die leven met
hiv. Voornamelijk over het doelmatig inzetten
van deze behandeling. Er zijn in Nederland ongeveer
22.000 mensen met hiv die onder behandeling
staan. OLVG behandelt er hiervan ongeveer
3600. We zijn een van de grootste hiv-centra in
Nederland. Er zijn sinds een paar jaar een hele
hoop effectieve medicamenteuze behandelingen
voor hiv. Deze zijn bijna allemaal even effectief
en het aantal bijwerkingen is sterk verminderd.
Waar ze veel in verschillen is welke stoffen in de
tablet zitten én kosten. Als je veel keuze hebt betreffende
medicatie dan is het belangrijk om ook
te kijken naar de kosten. Wat zou de beste therapie
zijn, als we de kosten meenemen in de keuze
van de behandeling? Deze vraag staat centraal
in Piters promotietraject
Piter Oosterhof,
promovendus en
ziekenhuisapotheker
Take-home
message
De combinatie
tussen en werken
in de praktijk en
onderzoek doen
is erg leerzaam,
maar kan ook
intensief zijn. Tijd
vrijmaken voor
je onderzoek
kan soms een
uitdaging zijn.
Waar ben je trots op?
‘Toen we begonnen in 2018 was het ongebruikelijk
om over kosten van de medicatie te praten.
Op een gegeven moment werden mensen met
hiv behandeld met één pil waarin alle componenten
zaten. Wij hadden een interventiestudie
bedacht waarin we dezelfde behandeling aanboden,
maar dan in twee pillen waarvan 1 generieke
medicatie betrof. Dat scheelt 30 tot 40
procent in de kosten van de medicamenteuze
therapie. Mensen het in het hiv-veld vonden dit
uitdagend. Kun je mensen wel vragen om over
te stappen van één pil naar twee pillen, puur
om kosten te besparen? Nu, een paar jaar later,
is het normaal om na te denken over de kosten
van antiretrovirale therapie. Daar ben ik trots
op.’
Wat zijn je toekomstplannen?
‘Enerzijds wil ik me bezig blijven houden met kijken
naar doelmatigheid bij medicatie voor mensen
die leven met hiv. Ik zou het geweldig vinden
om een jaarlijkse multidisciplinaire medicatie
review te implementeren voor mensen die hier
onder behandeling zijn voor hiv. Daarnaast ben
ik ook al een tijdje bezig met duurzaamheid daar
zou ik binnen mijn werk meer mee willen doen.’
WETENSCHAP@OLVG • 13
Abstract
Substantiële variatie in welke
elementen belangrijk worden
gevonden in radiologisch verslag bij
anterieure schouder instabiliteit
Een Delphi studie met Nederlandse musculoskeletale radiologen
en orthopedisch chirurgen
Cain Rutgers, promovendus radiologie/orthopedie
Lukas P.E. Verweij, Michel P.J. van den Bekerom, Henk-Jan van der Woude & SINC Study Group
Doel
Onderzoek naar schouder instabiliteit
wordt gekarakteriseerd door heterogene
patiënten populaties, dataverzameling
en uitkomsten, waardoor het
moeilijk wordt om studies te vergelijken
of data te bundelen. Een op consensus
gebaseerd standaard radiologisch verslag,
dat beschrijft wat gerapporteerd
moet worden en hoe dit moet, kan
homogene dataverzameling binnen
de radiologie faciliteren en bijdragen
aan het mogelijk maken van betrouwbare
analyses in de toekomst. Daarom
was het doel van dit onderzoek om te
bepalen (1) welke röntgen, MRI en CT
elementen belangrijk worden gevonden
door radiologen en orthopeden, (2)
hoeveel variatie er is in wat belangrijk
wordt gevonden en (3) welke MRI instellingen
en opnames belangrijk worden
gevonden.
Methode
De Delphi bestond uit drie ronden. In
ronde één konden specialisten benoemen
welke elementen zij belangrijk
vonden. Na het krijgen van een samenvatting
van ronde één, beoordeelden
de specialisten hoe belangrijk zij de
opgenoemde elementen vonden op
een schaal van 0-9. Na een samenvatting
in ronde twee, werd in ronde drie
nogmaals gevraagd de elementen te
beoordelen op een schaal van 0-9. Er
was substantiële variatie wanneer het
element minimaal 1 score tussen 1-3
Cain Rutgers
en 7-9 was. Er was consensus wanneer
≥80% het element een score tussen 1-3
of 7-9 gaf.
Resultaten
In ronde één identificeerde een groep
van 21 radiologen en 15 orthopeden 113
elementen (röntgen: n=17; MRI: n=52; CT:
n=21; MRI protocol: n=23). Consensus
werd bereikt voor 36 elementen (röntgen:
n=5; MRI: n=20; CT: n=9; MRI protocol:
n=2). Substantiële variatie werd
geobserveerd bij 81% van de elementen
(röntgen: 77%, n=13; MRI: 85%, n=45; CT:
76%, n=16; MRI protocol: 86%, n=18).
Conclusie
Ondanks dat er consensus werd bereikt
over meerdere elementen, was er
ook sprake van substantiële variatie in
wat specialisten belangrijk vinden in
de radiologie verslagen bij anterieure
schouder instabiliteit. Dit onderzoek
kan een basis vormen voor toekomstig
onderzoek naar hoe variatie verder
verminderd kan worden.
WETENSCHAP@OLVG • 14
In de schijnwerpers
Kosteloos
open access
publiceren bij
PLOS
Vanaf 1 januari 2025 doet
OLVG mee aan een landelijke
open access overeenkomst
met uitgever PLOS.
Dit betekent dat je als
auteur geen kosten hoeft
te betalen voor publicatie!
Onder het contract vallen
zeven tijdschriften, waaronder
PLOS ONE.
Auteurs van artikelen die
vanaf 1 januari 2025 geaccepteerd
worden voor publicatie,
ook degenen die al
in 2024 zijn ingediend, kunnen
gebruik maken deze
overeenkomst. Hiervoor
moet de corresponderende
auteur OLVG als affiliate
gebruiken, en ook de eerste
of laatste auteur zijn.
Daarnaast moet het artikel
geaccepteerd worden in
éénn van de zeven journals
die onder de overeenkomst
vallen, waaronder
PLOS ONE en PLOS Digital
Health. Alle details over
de inbegrepen journals,
voorwaarden en auteursinstructies
kun je hier vinden.
Stichting Wetenschappelijk
Onderzoek OLVG
is bereid gevonden om
tijdens de duur van deze
pilot de kosten te financieren.
Als auteur zul je dan
ook geen factuur van PLOS
ontvangen.
Pizza & Wetenschap 2025:
de kunst van mislukken in de wetenschap
Subsidie van ruim een miljoen
voor HAKA studie
Op donderdag 16 januari 2025 vond de derde
editie van Pizza& Wetenschap plaats, in
de auditoriumruimte in het Stay Generator
Hostel aan het Oosterpark. Uit de enquête
over het onderzoeksklimaat in OLVG bleek
dat het voor onderzoekers soms lastig is
om hun uitdagingen en fouten met collega’s
te bespreken. Team Wetenschap en
Commissie Wetenschap hebben daarom
prof. dr. Paul Iske uitgenodigd, Chief Failure
Officer van het Instituut voor Briljante
Mislukkingen. Na de interessante keynote,
vol herkenbare voorbeelden en praktische
inzichten, werd er nagepraat over het belang
van briljante mislukkingen onder het
genot van pizza en een drankje. Met een
grote groep collega’s vanuit verschillende
specialismen en functies werd zo op een
inspirerende manier een nieuw jaar vol wetenschap
ingeluid.
OLVG heeft samen met het Reinier
Haga Orthopedisch Centrum (RHOC) en
Tergooi MC ruim een miljoen euro subsidie
ontvangen voor de HAKA studie.
Het doel van deze studie is het ontwikkelen
van een nieuwe landelijke richtlijn
voor standaardcontroles na een totale
heup- of knieprothese.
Het aantal standaardcontroles na een
heup- of knieoperatie verschilt nu per
ziekenhuis. Het is onduidelijk of deze
controles ook nodig zijn. In de studie
onderzoeken we of een controle binnen
drie maanden na de operatie met
daarna alleen controles op verzoek van
de patiënt of behandelaar kosteneffectief
is vergeleken met standaardcontroles
op één en tien jaar na de
operatie.
In totaal doen 2.500 patiënten mee uit
meer dan tien ziekenhuizen en behandelcentra
in Nederland. Dit onderzoek
is mogelijk door een subsidietoekenning
van 1,2 miljoen euro van ZonMw als onderdeel
van het Zorgevaluatie en Gepast
Gebruik (ZE&GG) programma.
WETENSCHAP@OLVG • 15
Interview
Onderzoek naar
darm- en leveroperaties
in dagbehandeling
Dr. Hendrik Marsman en collega’s zijn al flink wat
jaren betrokken naar onderzoek binnen de darmen
leverchirurgie. Eind 2024 ontvingen zij twee
subsidies voor hun onderzoek, één vanuit stichting
wetenschappelijk onderzoek OLVG én een van de
Intuitive Foundation.
Dr. Hendrik Marsman, gastro-intestinaal chirurg, Simone Priester-Vink, eindredacteur
Subsidie
‘We hebben een subsidie aangevraagd
voor onderzoek naar darm- en/of
lever-operaties in dagbehandeling. Dat
onderzoek komt voort uit een aantal
ontwikkelingen die we hebben doorgemaakt
in de afgelopen jaren. Ten eerste
is dat het Enhanced Recovery After
Surgery (ERAS) protocol. Dit is een bundel
van maatregelen voor, tijdens en na
de operatie die ertoe leiden dat patiënten
sneller herstellen en eerder met ontslag
kunnen. Daar zijn we zo’n vier jaar
geleden mee gestart en wordt nu bij
bijna iedereen toegepast die een grote
buikoperatie of kijkoperatie moet ondergaan.
Een tweede belangrijke ontwikkeling
is de toepassing van robotchirurgie.
Dit betreft een ultieme verfijning
van de kijkoperatietechniek, waarbij
nog nauwkeuriger en zo minimaal invasief
mogelijk buikoperaties uitgevoerd
kunnen worden. Een derde ontwikkeling
van de afgelopen jaren in OLVG, is de
bariatrie (maagverkleining) operaties
in dagbehandeling. Het mooie van deze
subsidie is dat het mede voortkomt uit
de wetenschappelijke stage van Benjamin
Verboeket, momenteel ANIOS chirurgie
bij ons. Nu de subsidie is goedgekeurd
heeft hij de mogelijkheid om bij
ons een promotietraject te starten, een
hele mooie bijkomstigheid.
Leren van eerder onderzoek
‘In coronatijd is uit noodzaak bariatrische
chirurgie in dagbehandeling
gestart in verband met capaciteitsproblemen.
Daar waren we in Nederland
de eerste in, als echte pioniers, waar
mensen met enige scepsis naar keken.
Vandaag de dag is onze praktijk de
standaard geworden voor de bariatrie
en komen chirurgische teams uit het
buitenland naar OLVG toe om van onze
ervaringen te leren. Ik ben er trots op
om deze mooie ontwikkelingen mee te
maken. Het belangrijkste is dat we van
onze patiënten horen hoe fijn het is om
in de thuissituatie te herstellen wanneer
we ze een dag na de operatie bellen.
Dat geeft een grote voldoening.’
Kortere ligduur door
robotchirurgie en ERAS-protocol
‘Sinds vijf jaar voeren we in OLVG Oost
robotchirurgie heel uitgebreid uit. Dat
is een zeer belangrijk onderdeel voor
deze onderzoeksplannen. Onze analyses
en onderzoek laten zien dat patiënten
die worden behandeld volgens
het ERAS-protocol en met de robot
zijn geopereerd, het beste herstellen
en sneller met ontslag kunnen. Neem
bijvoorbeeld patiënten die momenteel
een robot leveroperatie ondergaan. Zij
gaan standaard een dag na de operatie
naar huis, en de meeste darmpatiënten
ook. We hopen dat ons onderzoek naar
chirurgie in dagbehandeling voor deze
WETENSCHAP@OLVG • 16
In het kort
Wetenschap
en financiën
Hendrik Marsman
patiënten een nieuwe fase gaat inleiden
in de darm- en leverchirurgie.’
Teamwork
‘Ik wil benadrukken dat dit alles echt
een team effort is. Het ERAS-protocol
is een multidisciplinair samenwerkingsverband.
We zijn destijds met een
werkgroep gestart, met enthousiaste
vertegenwoordigers van de chirurgie,
anesthesie, recovery, medewerkers van
de OK, verpleegkundigen van de poli,
maar bovenal de zeer betrokken verpleegkundigen
van afdeling chirurgie.
Het ERAS-protocol is echt tot zijn recht
gekomen door het harmoniseren van
de protocollen en het veranderen van
de werkculturen van verschillende afdelingen
door continu samen te komen
en de compliantie en uitkomsten van
het protocol te monitoren. Het hele traject
vanaf de diagnose tot ontslag na
de ingreep is er nu op ingesteld om de
patiënt zo optimaal mogelijk te laten
herstellen.’
Autonomie van de patiënt
‘Een belangrijke boodschap die ik patiënten
op de poli meegeef is: u hebt een
vervelende diagnose te horen gekregen,
maar met een onderdeel van de behandeling
kunt u zelf vandaag al beginnen.
U kunt uw conditie verbeteren en
gezonder leven door te stoppen met
roken en alcohol. Dit past helemaal
binnen het ERAS-protocol, patient
empowerment: de autonomie van
een patiënt behouden. We zien dat
als mensen zelf onderdeel worden
van hun behandeling, dat heel positief
uitpakt. Bij de bariatrie dagbehandeling
zien we dat ook, we krijgen
tegenwoordig zelfs verzoeken van
patiënten of ze niet in dagbehandeling
geopereerd kunnen worden.’
Interesse aangewakkerd
‘Mijn interesse in wetenschap is tijdens
mijn studie aangewakkerd. In
het eerste jaar van mijn studie geneeskunde
liep ik een week mee op
het chirurgisch laboratorium van
prof. van Gulik in het AMC. Daar heb
ik kunstleveronderzoek gezien en
ook een leveroperatie mogen bijwonen.
Achteraf kan je wel zeggen dat
daar een zaadje is geplant. Ik heb
toen voor mijn wetenschapsstage
kunstleveronderzoek in de Mayo
Clinic gedaan. Vervolgens heb ik als
promovendus experimenteel leveronderzoek
gedaan bij het chirurgisch
laboratorium in het AMC. Om nu in
OLVG leverchirurgie uit te voeren,
en betrokken te zijn bij onderzoek
maakt de cirkel weer rond.’
Naast de inhoudelijke kant van
wetenschappelijk onderzoek, is het
ook belangrijk dat de financiën die
met het onderzoek te maken hebben
op een duidelijke manier worden
gerapporteerd en verantwoord.
Afdeling grootboek, onderdeel van
afdeling financiën, ondersteunt de
onderzoekers hierbij.
Als “projectadministrateur” zorg
ik dat alle financiële mutaties die
betrekking hebben op de studie, op
de juiste manier in de administratie
worden verwerkt. Hiervoor heb ik
veel contact met de (hoofd) onderzoeker.
We stellen eerst – eventueel
in overleg met de collega’s van
planning & control - de begroting
vast en daarna wordt de administratie
zo ingericht dat er op elk gewenst
moment een financiële rapportage
gedraaid kan worden.
Je kunt bijvoorbeeld denken aan
een overzicht van de salariskosten
van de betrokken onderzoekers, of
aan speciale uitgaven die gedaan
zijn voor het onderzoek. Als een
onderzoek gesubsidieerd of gesponsord
is, houd ik bij hoeveel van
het budget al is uitgegeven. Wanneer
de studie is afgerond, maak ik
samen met de hoofdonderzoeker
een eindafrekening voor de subsidieverstrekker
of sponsor.
Om te komen tot een juiste en
volledige rapportage is het belangrijk
dat ik goed op de hoogte
ben. Hiervoor heb ik regelmatig
overleg met de verantwoordelijke
onderzoeker(s). Dit contact vind
ik één van de leuke aspecten van
mijn baan. Ik vind het mooi een rol
te kunnen spelen in het proces van
onderzoek doen. Door onderlinge
afstemming leren we van elkaar
en komen uiteindelijk tot een goed
resultaat.
Colinda Vos-Kastelein is te bereiken via
c.vos@olvg.nl
WETENSCHAP@OLVG • 17
Epidemiologica
Correlatie en regressie
In onderzoek willen we vaak weten hoe verschillende
variabelen met elkaar samenhangen. Er zijn twee
statistische methoden die ons daarbij kunnen helpen:
correlatie en regressie. Hoewel ze beide de relatie tussen
variabelen onderzoeken, hebben ze verschillende functies
en toepassingen.
Brechtje Hesseling en Jantsje Pasma, onderzoekers bij Reinier Haga Orthopedisch Centrum. Ingekort
door Nienke van Willigenburg, coördinator onderzoeksbureau orthopedie, met behulp van ChatGPT.
Wat is correlatie?
Correlatie meet hoe sterk en in welke
richting twee variabelen met elkaar
samenhangen. De meest gebruikte
maat hiervoor is de Pearson correlatiecoëfficiënt,
vaak weergegeven als “r”.
Deze waarde ligt altijd tussen -1 en +1.
Een waarde van +1 betekent dat er een
perfecte positieve samenhang is tussen
twee variabelen. Een stijging in de ene
variabele gaat dan gepaard met een
stijging in de andere. Een waarde van
-1 betekent een perfecte negatieve correlatie:
als de ene variabele stijgt, daalt
de andere. Een waarde van 0 betekent
dat er geen verband is tussen de variabelen.
r=1 r=1
Fig 1. Tweemaal een perfecte positieve correlatie(2).
Stel je voor: je wil onderzoeken of er een
verband is tussen de tijd die iemand
studeert en het cijfer dat hij haalt voor
een toets. Als je een grafiek maakt (met
de studietijd op de x-as en de toetscijfers
op de y-as) en alle punten vallen
Dit artikel is gebaseerd op een
publicatie van Brechtje Hesseling
en Jantsje Pasma in het online
magazine Wetenschap in Beweging
van de Nederlandse Orthopaedische
Vereniging(1). ChatGPT heeft
geholpen om het aan te passen voor
Wetenschap@OLVG.
mooi op een rechte lijn, dan heb je een
perfecte correlatie. Maar vaak is er
meer variatie, en liggen de punten wat
verspreider om een lijn heen. Dan is er
nog steeds een correlatie, maar deze is
zwakker.
Correlatie zegt niets over oorzaak en
gevolg. Alleen omdat er een relatie is,
betekent dit niet automatisch dat de
ene variabele de andere veroorzaakt.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat zowel de
tijd die iemand studeert en het cijfer
voor een toets worden beïnvloed door
een derde factor, zoals IQ. Een correlatie
gaat altijd uit van een lineair verband
(rechte lijn door de datapunten).
Wat is regressie?
Regressie gaat een stap verder dan
correlatie. Het helpt niet alleen om te
bepalen hoe sterk een relatie is tussen
variabelen, maar ook om te voorspellen
hoeveel de ene variabele verandert als
de andere verandert. De uitkomst van
een regressieanalyse is een regressiecoëfficiënt
(β). Hiermee kun je bepalen
hoe veel uren je extra moet studeren
om een punt hoger te scoren op een
toets. In een grafiek lijkt een lineaire
regressie erg op een correlatie: een lijn
door een puntenwolk. De regressiecoëfficiënt
(de helling van deze lijn) vertelt
je hoeveel het cijfer gemiddeld omhoog
gaat per extra uur studeren. Met re-
WETENSCHAP@OLVG • 18
r=0.7
r=0.3 r=0
of de gevonden relaties ook echt relevant
zijn. Als je bijvoorbeeld 10 uur extra
moet studeren voor slechts 0,1 punt
hoger cijfer, kun je je afvragen of je die
moeite wil doen. Daarnaast geeft de regressie
analyse ook informatie over de
onzekerheid (en dus ook de statistische
significantie) van je uitkomst. Iedere
regressiecoëfficiënt komt met een 95%
betrouwbaarheidsinterval.
r=-0.7 r=-0.3 r=0
Samenvatting
Als vuistregel kun je zeggen:
• Gebruik correlatie als je wilt onderzoeken
of er een relatie is tussen twee
variabelen
• Gebruik regressie als je wilt weten
hoe sterk de ene variabele de andere
beïnvloedt en als je de invloed van
meerdere variabelen wil onderzoeken
Fig 2. Correlaties met verschillende richtingen en sterktes(2).
gressie kun je niet alleen lineaire, maar
ook complexere verbanden in kaart
brengen.
Daarnaast kun je met regressie ook
meerdere onafhankelijke variabelen
in je model meenemen (multivariabele
regressie). Stel je voor dat je wil weten
hoe de toetscijfers worden beïnvloed
door studietijd, maar ook door het IQ en
Y = -15.69 + 9.72x
Fig 3. Lineaire regressie met bijbehorende
formule. De regressiecoëfficiënt van 9.72
geeft aan dat voor iedere punt verschil in
variabele ‘x’ de variabele ‘y’ bijna 10 punten
stijgt(3).
het aantal uur dat de student ‘s nachts
heeft geslapen. Je kunt dan een regressieanalyse
uitvoeren met de toetscijfers
als afhankelijke variabele en de studietijd,
het IQ en de slaaptijd als drie
onafhankelijke variabelen. Dan wordt
voor iedere onafhankelijke variabelen
een regressiecoëfficiënt berekend. Deze
geeft aan hoe veel het cijfer verandert
wanneer je langer studeert, een hoger
IQ hebt en langer slaapt. Je kunt met
regressie ook interacties (wisselwerking)
tussen deze variabelen onderzoeken.
Wanneer gebruik je wat?
Correlatie is vooral nuttig voor een
snelle check of om hypotheses te genereren.
Als je nog niet weet hoe twee variabelen
zich tot elkaar verhouden, kun
je met correlatie kijken of het de moeite
waard is om verder te onderzoeken.
Maak altijd een scatterplot (puntenwolk)
om te kijken of een rechte lijn een
goede weergave geeft van de relatie.
Regressie gebruik je als je wilt weten
hoeveel een variabele invloed heeft op
een andere of als je vraagstuk complexer
is (bv. meerdere variabelen). De
regressiecoëfficiënt kan helpen bepalen
Extra voorbeeld
Stel, je bent arts en je wilt onderzoeken
of er een verband is tussen de hoeveelheid
slaap die patiënten krijgen en hun
hersteltijd na een operatie. Als je alleen
wilt weten of er een relatie bestaat tussen
slaap en herstel, kun je de correlatie
berekenen. Misschien ontdek je dat
meer slaap samengaat met een kortere
hersteltijd. Dit geeft je een algemeen
beeld dat slaap belangrijk kan zijn.
Als je wil weten hoeveel slaap precies
invloed heeft op de hersteltijd, gebruik
je regressieanalyse. Je kunt dan bijvoorbeeld
ontdekken dat elk extra uur
slaap per nacht zorgt voor een vermindering
van de hersteltijd met twee dagen.
Deze informatie is veel concreter
en kan artsen helpen om slaapadviezen
te geven die de hersteltijd versnellen. In
dit geval geeft regressie je dus gedetailleerdere
inzichten die direct kunnen
bijdragen aan beslissingen in de behandeling
van patiënten.
Bronnen
1. https://nov.foleon.com/nov-lroi/wetenschapin-beweging-juni-2022-vol-29-2/wetenschapuitgelegd
2. statistics.laerd.com/statistical-guides/pearsoncorrelation-coefficient-statistical-guide.php
3. r-charts.com/correlation/scatter-plot-regression-line/
4. Altman DG. Relation between two continuous
variables. Practical statistics for medical research
1991; 2: 277-318.
WETENSCHAP@OLVG • 19
Wetenschapscommissie
Commissie wetenschap:
verbinden, inspireren en
van elkaar leren
Ben je ook benieuwd naar hoe we onze zorg kunnen
verbeteren? En waar nu echt evidentie voor is? OLVG
heeft een actieve wetenschapscommissie. Iedere maand
vindt er een vergadering plaats. Samen met het Leerhuis
draagt de commissie zorg voor de uitvoering van het
wetenschapsbeleid. Wist je dat de commissie open is gesteld
voor iedereen die geïnteresseerd is in wetenschap?
Diederik Kempen, voorzitter commissie wetenschap
Verbinden en inspireren
Wetenschap neemt een belangrijke
plaats in OLVG als een van de drie pijlers
van een STZ-ziekenhuis. Dat is niet zonder
reden. Wetenschap vormt immers
de basis van goede zorg. De commissie
wetenschap is een ziekenhuiscommissie
met als doel het stimuleren en faciliteren
van wetenschappelijk onderzoek in
OLVG. De vergaderingen van de commissie
wetenschap vinden maandelijks
plaats. Tijdens deze vergaderingen is
er veel ruimte om te leren met en van
elkaar en geïnspireerd te raken door
collega-onderzoekers. Zowel jonge onderzoekers
als hoogleraren presenteren
hun onderzoek of onderzoekslijn. Deze
presentaties leidt met enige regelmaat
tot nieuwe samenwerkingen.
Ook worden de leden op de hoogte
gehouden over belangrijke ontwikkelingen
op het gebied van onderzoek.
Dit kunnen wijzigingen in wet- en regelgeving
zijn, maar ook tips & tricks
voor het gebruik van EPIC research,
het publiceren van open access artikelen
of het verkrijgen van subsidies.
Iedere maand worden de wetenschappelijke
successen gevierd. De commissie
probeert actief kruisverbanden te
maken met waardegedreven zorg en
dit is dan ook een vast agendapunt
tijdens de vergaderingen. Onderwerpen
die leven in het ziekenhuis worden
geagendeerd om met elkaar te bediscussiëren
en oplossingen te bedenken,
zoals bijvoorbeeld tarieven van het lab
en radiologie.
Komende periode
Het komende jaar gaat de commissie
aan de slag met een verschillend
aantal ‘grote’ onderwerpen. Hoe kunnen
we getalenteerde onderzoekers
behouden en opleiden tot hoogleraar
en deze hoogleraren voor OLVG behouden?
Daarnaast is de verankering van
wetenschappelijk onderzoek in de strategie
van OLVG een belangrijk onderwerp.
Ook zal de commissie meedenken
in de mogelijkheden om een centrale
researchpool in te bedden en over hoe
we resultaten en impact van onderzoek
beter kunnen communiceren met de
buitenwereld.
In 2025 zullen er weer mooie evenementen
rondom wetenschap worden georganiseerd,
zoals de wetenschapsdag en
het symposium verpleegkundig onderzoek.
Hier draagt de commissie actief
aan bij.
Kom ook!
De vergaderingen van de commissie
wetenschap zijn echt bedoeld als
platform om clinici en onderzoekers
met elkaar in verbinding te brengen,
ervaringen uit te wisselen en elkaar te
inspireren en van elkaar te leren. Naast
medici maken ook verpleegkundigen en
paramedici deel uit van de commissie.
Graag zien we in ieder geval van elke
vakgroep een lid afgedragen worden,
zodat we er samen voor kunnen zorgen
dat we de verbinding borgen tussen
vakgroepen in deze commissie. Is er nog
niemand van jullie vakgroep die deelneemt,
geef dan iemand die interesse
heeft in de wetenschap zo snel mogelijk
op!
De commissie staat open voor álle geïnteresseerden
om de vergaderingen bij
te wonen. Doe je zelf onderzoek of word
je graag op de hoogte gehouden over
alles rondom onderzoek in OLVG, meld
je aan via wetenschap@olvg.nl om deel
te nemen.
WETENSCHAP@OLVG • 20
Tip van de subsidieadviseur
Column
Wetenschappelijk
onderzoek kost geld.
Hoe kom ik daaraan?
Heb je een mooi plan voor een
wetenschappelijk onderzoek in gedachte
maar vind je het lastig om er subsidie voor
aan te vragen? Hier een aantal tips van de
subsidieadviseur.
Research professional
Onderzoekers in OLVG kunnen
gebruik maken van Research
Professional voor het vinden
van subsidies. Research Professional
is een online database
vol met nationale en
internationale subsidiemogelijkheden.
In Research Professional kun
je een zoekopdracht maken
en bewaren zodat je op de
hoogte blijft van subsidiemogelijkheden
binnen jouw
onderzoeksveld. Je kunt ook
instellen dat je een mail krijgt
zodra er een nieuwe mogelijkheid
is, of periodiek een update.
Check de pagina op intranet
om aan de slag te gaan.
Sigrid heeft een overzicht van
Sigrid Vorrink, subsidieadviseur
actuele subsidies voor een
aantal specialismen aangemaakt
die je op intranet kunt
inzien. Staat jouw specialisme
er niet tussen? Neem even
contact op via wetenschap@
olvg.nl
Persoonlijk advies
Kom je er alleen niet uit? Samen
kunnen we bespreken
wat je wilt gaan onderzoeken
en waarom. Heb je de juiste
onderzoeksvraag gekozen?
Hoe ga je precies antwoord
krijgen op je vraag? Vervolgens
helpt Sigrid of een collega-epidemioloog
van Team
Wetenschap je om een subsidieoproep
te zoeken die bij
jouw onderzoek past en begeleidt
ze je bij het schrijfproces.
‘Greater than stroke’ is dit jaar het thema van
de ‘World Stroke Organisation’, die elk jaar in
oktober een ‘World Stroke Day’ organiseert.
Het refereert aan de kracht die patiënten na
een stroke (ook wel beroerte) hebben om zo
mogelijk volledig te herstellen en hun ‘nieuwe
normaal’ te vinden. Bij de begeleiding is het
van groot belang om gericht te vragen naar
emotionele en cognitieve gevolgen, ook wel
de ‘onzichtbare’ gevolgen genoemd, omdat
deze vaak over het hoofd gezien worden. Daar
kan het toepassen van patiëntgerapporteerde
uitkomsten, ook wel PROMs genoemd, in de
spreekkamer bij helpen. Hoewel er nog geen
hard bewijs is dat dit de zorguitkomsten verbetert,
gloort er hoop aan de horizon. Onlangs
heeft onze onderzoeksgroep binnen de neurologie
in een nationale zorgevaluatiestudie,
de ECO-stroke studie genaamd, aangetoond
dat bij de relatief licht aangedane subgroep
screenen naar deze onzichtbare gevolgen
en het bieden van ‘self-management support’
weliswaar geen duidelijk effect liet zien
op participatie in de samenleving 1 jaar later,
maar dat het wel de kwaliteit van leven verbeterde,
angstklachten verminderde en dat
deze screening bovendien kosteneffectief
bleek. Door de patiënt in de spreekkamer na
een ingrijpende diagnose centraal te stellen,
te meten hoe het gaat én vervolgens zorg op
maat te leveren, bieden we doelmatige zorg en
kunnen we patiënt tegelijkertijd echt helpen.
Een opsteker voor het harde werk achter de
schermen dat vele collega’s samen met mijn
onderzoeksgroep voor stroke patiënten doen:
PROMs implementeren en toepassen, niet alleen
op de polikliniek, maar ook in de netwerkzorg
samen met zorgprofessionals van andere
zorginstellingen en in de landelijke DICA-kwaliteitsregistratie.
‘Let’s keep up the good work and become
greater than stroke!’
Prof. Renske vd Berg,
neuroloog
WETENSCHAP@OLVG • 21
Kwaliteit en Wetenschap
Value-based healthcare:
waardegedreven zorg borstkanker
Hille Witjes
In 2016 zijn we als borst kankerteam gestart met
waardegedreven zorg in OLVG en binnen Santeon
verband. We waren het eerste team dat startte.
Inmiddels zijn er veel meer zorgpaden gestart.
Drs. Hille Witjes, oncologisch chirurg
Multidisciplinair team
De diagnostiek en behandeling van
patiënten met borstkanker vereist
bij uitstek een multidisciplinaire
benadering. Het team in OLVG was
al een intensief samenwerkend team
vóór de start van de waardegedreven
zorg, dus we hadden de juiste collega’s
snel bij elkaar. Nadat dit team was
aangevuld met een patiënt, een
projectleider en een data-analist,
werden de eerste stappen gezet.
Ondersteuning door de data analist en
projectleider zorgde ervoor dat we als
zorgverleners inhoudelijk met elkaar
konden blijven discussiëren. Zo konden
we de combinatie maken van data “tellen”
en er aan elkaar over “vertellen”.
In onze data-analyses staat de scorekaart
centraal. Deze bevat uitkomstdata
die van belang zijn voor de
zorgverleners, maar zeker ook voor de
patiënten. We maken zoveel mogelijk
gebruik van reeds beschikbare data. In
ons geval is dat data die we registreren
voor de NBCA (NABON Breast Cancer
Audit). Dit kan worden aangevuld met
OLVG-specifieke data, zoals data omtrent
diagnostiek, toegangstijden, doorlooptijden
in het zorgpad en operatiespecifieke
data.
Wat levert het op?
Tijdens bijeenkomsten met andere Santeon
ziekenhuizen kijken we naar elkaars
data en leren van elkaar. We bespreken
de verschillen in elkaars uitkomstdata.
Dit levert altijd wel een potentieel verbeterpunt
op dat je dan binnen je eigen
team kunt oppakken. Als het lukt zie je
dit in de data van je eigen centrum tijdens
een volgende datacyclus. Dat motiveert
enorm. Niet alle verschillen leiden
tot een verbeterpunt, soms blijkt na verdieping
van de data bijvoorbeeld dat de
verschillen berusten op registratie.
Een greep uit de verbeteringen die we
bereikt hebben: 1) borstsparende chirurgie
kan in dagbehandeling. Dit hebben
we onder andere bereikt door een
opiaat-arm perioperatief protocol te
schrijven met de anesthesiologen. 90%
van de patiënten die we borstsparend
opereren doen we in een dagopname
(eerder was dat 50%). 2) We zijn in het
traject van neo-adjuvant chemotherapie
minder MRI-onderzoek gaan doen
voor de responsmeting. Als de tumor al
duidelijk zichtbaar is met echo, is MRIonderzoek
niet nodig. We zien dat het
aantal MRI-onderzoeken daalt. 3) We
hebben de routing voor de mammapatiënten
aangepast. De huisarts kan
rechtstreeks verwijzen naar de radiologie.
Dit is de toegangstijd tot diagnostiek
ten goede gekomen en patiënten
met een benigne afwijking krijgen dan
geen onnodig specialistisch consult.
Toekomst
Inmiddels hebben we een enorme slag
gemaakt met een digitaal zorgpad
in EPIC. De wens is dat we vanuit de
discrete data die we hier vastleggen
realtime dashboards kunnen gaan maken.
Daarnaast zijn we in staat om via
dit zorgpad en MijnOLVG patiënten de
benodigde informatie digitaal toe te
sturen. Santeon krijgt inmiddels onze
data via HIPS en ook deze data zien
we in een dashboard terug. Op deze
wijze zijn we in de toekomst nog meer in
staat om kort cyclisch inzicht te hebben
in uitkomst data en daarop continue te
kunnen bijsturen en verbeteren.
WETENSCHAP@OLVG • 22
In het kort
Colofon
Wetenschap@OLVG is een
onafhankelijke, wetenschappelijke
uitgave van het OLVG-Leerhuis.
Met deze uitgave wil OLVG
wetenschappelijk onderzoek
stimuleren en praktisch ondersteunen.
De uitgave verschijnt twee keer per
jaar en wordt verspreid in de eigen
organisatie en onder Santeon- en STZziekenhuizen
in Nederland.
Winnaars subsidie Stichting Wetenschappelijk Onderzoek 2024
Op donderdag 12 december 2024 namen de winnaars van de subsidieronde 2024
Stichting Wetenschappelijk Onderzoek OLVG de cheques met subsidiebedragen
feestelijk in ontvangst. De winnaars zijn:
1. Consensus on acceptable and feasible care activities promoting family involvement
in the ICU: a Delphi Study
Hoofdaanvrager: Isha Verkaik, verpleegkundig onderzoeker i.o. en IC-verpleegkundige,
Intensive Care.
2. Communicatie over behandelbeperkingen met ouderen met een migratie-achtergrond
en hun mantelzorgers; een kwalitatieve studie
Hoofdaanvrager: Floor van Deudekom, geriater, Geriatrie.
3. Temporal Dynamics of Menopause Related Symptoms – MOPP study
Hoofdaanvrager: Marijn Schipper, PhD kandidaat, Psychiatrie en Medische Psychologie.
4. IMP Circulation and Lung Integration for Mechanical Breathing (CLIMB)
Hoofdaanvrager: Henrik Endeman, intensivist, Intensive Care.
5. Reducing Hospital Burden through Same Day Discharge: A Study Protocol on
Robotic Liver and Colon Surgery
Hoofdaanvrager: Benjamin Verboeket, ANIOS en PhD kandidaat, Heelkunde.
Meer informatie vind je op de website. Neem ook eens een kijkje op de LinkedInpagina
van Wetenschap OLVG.
Redactie
Dr. B.F.P. Broekman, psychiater;
C. den Haan, medisch informatiespecialist
bibliotheek; dr. R.R. Jansen,
arts-microbioloog, dr. D.H.R. Kempen,
orthopedisch chirurg, vicevoorzitter
wetenschapscommissie; A.D. Klaassen
MSc, staffunctionaris Kwaliteit &
Innovatie; dr. M.G. van Pampus,
gynaecoloog; L.M. Pronk, adviseur
wetenschap en ambtelijk secretaris
ACWO, dr. D.E. van Rooijen, hoofd
wetenschap; dr. B.C. Vrouenraets,
chirurg; dr. N.W. Willigenburg,
researchcoördinator Orthopedie,
T.J.C Zoon MSc, psychiater.
Redactie- en administratieadres
OLVG Wetenschapsblad
Postbus 95500
1090 HM Amsterdam
Telefoon: (020) 599 40 17
E-mail: wetenschap@olvg.nl
Hoofdredactie: Diana van Rooijen
Eindredactie: Manja Herrebrugh,
Simone Priester-Vink
Bladcoördinatie: Manja Herrebrugh,
Simone Priester-Vink
Foto’s en illustraties: Catalina Feres
Favi, Manja Herrebrugh, Jelmer ten
Hoeve – Marketing en Communicatie
OLVG, Ivo Sikkema – Ruparo
Cartoon: Jaap Stiemer,
www.jaapstiemer.nl
Vormgeving: Ruparo, www.ruparo.nl
Druk: Drukkerij De Bij
Oplage: 850 stuks
Oproep
Wil je ook onderzoeksresultaten
publiceren? Heb je een interessant
artikel dat je wilt delen? Wil je
reageren op het magazine? Of wil je
je aanmelden voor de Onderzoekers
van OLVG (OvO), een club van
wetenschappers die langdurig
onderzoek doen in OLVG? Neem dan
contact op via wetenschap@olvg.nl
Jaargang 18 nummer 1, maart 2025
WETENSCHAP@OLVG • 23
Wetenschappelijke Statistieken publicaties in 2024
Wetenschappelijke publicaties
Het aantal publicaties van één of meer OLVG-medewerkers in 2024, opgesplitst naar afdeling.
De publicaties bestaan uit wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken in zowel
Het aantal Pubmed-publicaties van één of meer OLVG-medewerkers in 2014 en 2015, opgesplitst naar afdeling. De publicaties
van Maag- Darm- Leverziekten staan voor OLVG, locatie Oost apart vermeld en zijn voor OLVG, locatie West
Engels als Nederlands. Het totaal aantal unieke publicaties bedroeg: 543.
geteld bij de publicaties van Interne Geneeskunde. De categorie ‘overig’ omvat de publicaties van Teaching Hospital,
Medisch Onderwijs, Verpleegkunde, Diëtetiek en Fysiotherapie.
Acute Opname
Afdeling 1
2
2
Afdeling
2
Chirurgie
Anesthesiologie & Operatiekamers
90
Apotheek
Algemene Cardio-thoracale Chirurgie Chirurgie
5
Cardiologie
Ingeborg Douwes Centrum
Dermatologie 2
0
Gynaecologie/Verloskunde
Hematologisch Klinisch Chemisch Laboratorium
Anesthesiologie
Huisartsengeneeskunde
40
19
Intensieve Geneeskunde
Spoedeisende Hulp
Sportgeneeskunde
Huisartsenpraktijk
Buitenhof
Urologie
2014 (totaal uniek 457)
2015 (totaal uniek 543)
Overig
Aantal publicaties
Human Resources
Management
0
5
4
4
73
3
9
22
9
4
Intensieve
12
Geneeskunde
Interne Geneeskunde
Cardiologie
Keel- Neus- en Oorheelkunde
45
Interne
Kindergeneeskunde
13
Geneeskunde
Longgeneeskunde
12
10
9Maag- Darm- Leverziekten
15
Cardiothoracale Chirurgie
17
Medische Microbiologie
9
Mondziekten, Kaak- 2 Diëtetiek
en Aangezichtschirurgie 0Keel-, Neus-,
Oorheelkunde
1
Neurologie / Klinische Neurofysiologie
17
9
Oogheelkunde 5
2
Geriatrie
Orthopedie 30
Kindergeneeskunde
10
Pathologie 5
6
47
Plastische Chirurgie 2
Gynaecologie /
10
Psychiatrie en Medische Psychologie
Verloskunde
4
13
Radiologie Klinische Chemie 14
11
Reumatologie
12
28
0
2
Klinische 11
8
Farmacie
4
4
iMed
13
17
21
21
22
23
Klinische
Fysica
40
20
Leerhuis
Longgeneeskunde
28
25
31
2
12
17
Maag- Darm-
32
Leverziekten
3
12
Medische
Microbiologie
6
36
16
Neurochirurgie
22
Neurologie
Klinische
Neurofysiologie
45
45
48
Medisch
Onderwijs
Mondziekten, Kaak- en
Aangezichtschirurgie
Nucleaire Geneeskunde
73
54
1
Oogheelkunde
60
Orthopedie
8
20
Psychiatrie en Medische
Psychologie
12
Radiologie
19
60
Reumatologie 64
10
Spoedeisende Hulp
4
Sportgeneeskunde
11
Urologie
Pathologie
85
een santeon
ziekenhuis