OPENDOEK-magazine 2025 nr. 1
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Toelatingsnummer
P 209004
Afgiftekantoor Gent X
OPENDOEK
MAGAZINE
voor mensen met passie voor theater
Nr. 1 — Maart 2025
OPENDOEK OP ONDERZOEK
PETER ADRIAENSSENS TACKELT
TRAUMA MET TONEEL
THEATERBEZOEK BRENGT
DE ECONOMIE GELD OP
WELKE TONEELSCHOOL
PAST HET BEST BIJ JOU
INHOUD
EDITO
DE JOURNALISTEN VAN HET THEATER.
3 Edito
9 Column
17 Bevraging nieuw beleidsplan
18 Splitscreen
20 De Souffleurs: Hoe zoeken jullie de ideale regisseur?
24 Pleidooi
26 Kunstenaars uit de coulissen: de dramaturg
28 Dialoog
29 Repertoire
31 Cast & Crew
4
Mathieu Lonbois
Lieve lezer
Als journalist probeer ik dagelijks naar de waarheid te zoeken. Dat is geen gemakkelijke
opdracht, zeker in een tijd waarin feiten alsmaar meer voor interpretatie vatbaar lijken.
Want ook al is de Waarheid (met grote W) altijd al relatief geweest, toch staat het als een
paal boven water dat er gradaties bestaan in wat juist of fout is. Soms mis ik de vrijheid
om dat hard én gekleurd te benoemen. Maar dat hoort niet als je objectief moet zijn.
Daarom ben ik jaloers op theatermakers. Zij hebben wel die vrijheid om standpunten
in te nemen. Meer zelfs: ze hebben de verantwoordelijkheid om dat te doen, zeker
bij documentair theater. Om te rommelen in fichebakken vol informatie en daaruit
puzzelstukken bij elkaar te scharrelen en tegen het licht te houden. Te wikken en te
wegen wat ze wel vertellen en wat ze links laten liggen. Welke stemmen ze het luidst
willen laten horen en wie al genoeg het podium heeft gekregen. Welke versie van de
10
feiten volgens hen het dichtste bij de essentie staat en wat ruis is.
4 Van kinderpsychiater naar poppentheater
Peter Adriaenssens tackelt trauma met toneel
Zo wordt theater maken altijd een zoektocht. Als scenarist, zodat de plotwendingen
elkaar logisch opvolgen, terwijl je toch blijft prikkelen en verrassen. Als licht-of
decorontwerper, om de juiste sfeer op te roepen die het verhaal ondersteunt zonder al
8 Theatermakers, subsidieslurpers? Integendeel!
Theaterbezoek brengt de economie geld op
te veel af te leiden. Als acteur, om een personage zo goed mogelijk te leren kennen dat je
denkt en droomt zoals hem of haar. Als regisseur, om alle eindjes aan elkaar te knopen.
Stuk voor stuk geen makkelijke opdrachten.
10 De Muze: 2 onderzoekende theatermakers in
het professionele en vrijetijdscircuit
“Sta jezelf toe om het af en toe niet te weten”
14
Maar een onderbelichte kracht in dat proces is toch de dramaturg. Niet elk gezelschap
of elke voorstelling heeft er eentje, maar hun inbreng is van onschatbare waarde. Ze
observeren, controleren de spelregels van het universum dat je op de planken in het
leven wil roepen, ondersteunen zonder hun inbreng te forceren. Een moeilijke opdracht
die hen tot de journalisten, de hoofdonderzoekers van het theater maakt. Daarom staan
14 Welke theaterschool past het best bij mij?
Vier theaterstudenten getuigen over hun opleiding
zij dit magazine extra in de belangstelling.
En er is ruimte voor veel meer. We spreken met wetenschapper op rust
21 Hoe je decorkeuze alles kan bepalen
Van rechtbank tot landhuis, één stijl, drie decors
Peter Adriaenssens over hoe hij zijn inzichten uit de kinderpsychiatrie verwerkt
in het poppentheater; we leren vier toneelscholen kennen; en we geven je munitie
om die skeptische nonkel op het volgende familiefeest te overtuigen dat theatermakers
geen subsidieslurpers zijn. Integendeel!
Warme groet
MATHIEU LONBOIS
Hoofdredacteur OPENDOEK-magazine
21
COLOFON:
Redactieadres: OPENDOEK – Italiëlei 6, 2000 Antwerpen
Tel. 03 222 40 90 – redactie@opendoek.be – www.opendoek.be
Directeur OPENDOEK: Joke Quaghebeur
Eindredactie en coördinatie:
Siebe Nicolaï
Hoofdredactie: Mathieu Lonbois
Verantwoordelijke uitgever: Joke Quaghebeur
p/a OPENDOEK, Italiëlei 6, 2000 Antwerpen
Ontwerp: un’dercast – Layout: Sophie Loomans
Coverfoto: © Clara Hermans
Druk: Bema Graphics
Periodiciteit: verschijnt 4× per jaar – Oplage: 16.000 ex.
ISSN NR 1377/9478 – Volgend nummer: juni 2025
Met steun van:
2 3
VAN KINDERPSYCHIATER
NAAR POPPENTHEATER
Peter Adriaenssens tackelt
trauma met toneel
IRIS VERSTRAETEN
Poppenspel voor volwassenen over de impact van huiselijk geweld. Dat is Waar je ook bent,
de eerste theatervoorstelling van Peter Adriaenssens, in een notendop. De kinder- en
jeugdpsychiater op rust vertelt OPENDOEK-magazine over zijn nieuwe wending in het leven
als theatermaker, maar ook over het belang van wetenschap en manieren om moeilijke
thema’s op de planken te brengen.
© Nele van Schoor
Een beschonken Jan Klaassen komt thuis van café en snauwt
naar zijn vrouw Katrijn om een kop koffie. Of hij niet rustig kan
zijn, vraagt ze, want de baby slaapt. Jan haalt zijn knuppel boven.
Het is een tekenend tafereel voor het oude volkspoppenspel in de
Nederlanden en een stereotiepe voorstelling van huiselijk geweld.
Of schuilt er meer achter?
“Kunnen Jan Klaassen en Katrijn
uit hun abusieve verleden opstaan?”
PETER ADRIAENSSENS
“Ik koos zeer bewust voor de figuren van Jan Klaassen en Katrijn”,
vertelt Adriaenssens. “In de achttiende en negentiende eeuw
werd Jan Klaassen steevast afgebeeld met een knuppel in de
hand. Zijn vrouw een pak rammel geven, dat was humor in die
tijd.” Wanneer Jan op het punt staat gewelddadig te worden,
onderbreken de poppen plots de voorstelling en gaan ze in
dialoog met poppenspeler Peter. Moet het hen, na al die eeuwen,
hetzelfde blijven vergaan? Ze willen voor een keer zelf hun
verhaal vertellen en onderzoeken of het ook anders kan. Dat is
voor de kinderpsychiater dan ook de hoofdvraag waar het stuk
om draait. Kunnen Jan en Katrijn uit hun verleden opstaan? Een
betekenisvolle vraag voor mensen die trauma of geweld ervaren
hebben.
De titel van het stuk, Waar je ook bent, verwijst volgens
Adriaenssens naar de kernervaring van mensen met een
traumatische geschiedenis. “Een geluid, een geur, een smaak
of een bepaalde blik: het zijn allemaal triggers die iemand
kunnen terugflitsen naar die moeilijke gebeurtenis. Soms in de
beginperiode na de feiten, maar ook nog vijftig jaar later. Waar
ze ook zijn.” Tijdens zijn carrière als kinder- en jeugdpsychiater
kwam Adriaenssens vaak in aanraking met zulke ervaringen.
“Ik ben door mijn werk nu een drager van verhalen”, merkt de
theatermaker op.
Die verhalen wil Peter Adriaenssens nu hij met pensioen is
graag vertellen, al komt zijn affiniteit met het theater niet uit
het niets. Hij speelt namelijk poppenkast sinds zijn kindertijd.
Vanaf zijn dertiende maakte Adriaenssens samen met zijn
zus schoolvoorstellingen en op zijn zeventiende volgde
hij een opleiding poppentheater in Mechelen. “Ik was heel
timide als kind. Achter de poppenkast kon ik me verbergen
en tegelijk toch spreken. Dat gaf me een gevoel van veiligheid.
Zo leerde ik met anderen interageren. Ik mocht vanop de
eerste rij ervaren hoe creativiteit een grote hulp kan zijn in
de persoonlijke ontwikkeling van jonge mensen.” Later had
Adriaenssens samen met zijn vrouw en vier kinderen een
gezinspoppentheater. De droom groeide om na zijn pensioen
ook poppenkast voor volwassenen te maken, wat in lijn ligt
met zijn professionele carrière rond trauma en heling.
4
5
Tussen realiteit en verbeelding
Voor de première van Waar je ook bent organiseerde de
theatermaker een tiental try-outs in Nederland. De gevoelige
thematiek, in combinatie met de poppen, vroeg om extra
afstemming. “Een enorm stimulerende ervaring”, volgens
Adriaenssens. “Aan het einde van de rit bleef er bijna niets meer
over van het oorspronkelijke stuk. In Nederland zijn ze heel
mondig, dat was echt een cadeau. Hun conclusie was ook dat de
nabespreking een vast onderdeel moet zijn van elke voorstelling
en dat heb ik ter harte genomen.”
Bij de try-outs waren ook lotgenoten aanwezig, om na te gaan
of Waar je ook bent geen ernstige triggers bevat voor mensen
met een trauma. Dat bleek goed mee te vallen. “Dat is voor mij
het wonder van poppentheater: de mix van het reële leven in
combinatie met het imaginaire. De pop speelt met de dunne lijn
tussen geen mens zijn en toch menselijk lijken. Je behoudt als
toeschouwer de vrijheid om in de pop te zien wat je er zelf in wil
zien.”
“Door mijn carrière als
kinderpsychiater ben ik nu
een drager van verhalen.”
PETER ADRIAENSSENS
Een handpop kan ook uitspraken doen die tijdens een lezing
veel meer nuance zouden vragen. De cafébaas in Waar je ook
bent is daar een mooi voorbeeld van. “Hij maakt inderdaad
heel platte, ongenuanceerde opmerkingen zoals “als je als kind
geweld meemaakt, dan doe je dat later zelf ook als volwassene”,
aldus Adriaenssens. “Die meningen bestaan ook in onze echte
samenleving. Ik hou het publiek hiermee een spiegel voor, wat
soms tot boeiende discussies leidt tijdens de nabesprekingen.”
De poppen passen verrassend goed in het serieuze
verhaal, ondanks de ludieke associaties die gepaard
gaan met poppentheater. “Klop krijgen begint al voor je
klop krijgt”, fluistert een verslagen Katrijn terwijl ze haar
baby instopt in het wiegje vooraan op het podium. Een
gigantische duivelspop verstoort ruw het intieme moment,
als expliciete metafoor voor haar trauma’s. “Een pop is voor
mij geen attribuut, maar een volwaardig personage”, vertelt
Adriaenssens. De impact hiervan wordt duidelijk tijdens
de nabespreking van het stuk. “De levensgrote Katrijnpop,
die vertrekt met haar kind en haar koffer… Dat kwam héél
dichtbij”, deelt een jonge moeder met een slapende baby in
haar armen.
Humor en wetenschap
Voor een theaterstuk met poppen neigt Waar je ook
bent inderdaad naar de serieuze kant. “Ik krijg soms de
feedback van het publiek dat het wel heel kort op hun vel
zit”, bevestigt Adriaenssens. “Ik heb zeker proberen zoeken
naar het komische in dit stuk, maar gezien de thematiek
was dat niet evident. Het is een aandachtspunt om mee te
nemen in toekomstige voorstellingen.” Want, zo benadrukt
de psychiater op rust, humor kan absoluut een medicijn zijn
om met trauma om te gaan.
De scène met de twee gekke professoren is de grappigste
bij uitstek. Zij geven het publiek een les over ‘de brug tussen
gevoel en verstand’ in de hersenen, en toveren daarvoor een
verse bloemkool tevoorschijn. Het ludieke schouwspel toont
hoe theater een waardevol middel kan zijn om inzichten
uit de wetenschap te ontsluiten voor het brede publiek.
“Dat is al zo sinds de tijd van de oude Grieken”, beaamt
Adriaenssens. “Ook daar brachten ze stukken op de planken
die inzicht gaven in de complexe realiteit van de mens. Dat
© Nele van Schoor
geldt ook voor de wetenschappelijke kant van mijn voorstelling.
De professoren vertellen over de talloze verbindingen in onze
hersenen tussen gevoel, verstand en lichaam. Om die reden kan
creatieve expressie bijvoorbeeld een waardevolle tool zijn bij
psychologische gesprekken met een patiënt.”
“Creatieve expressie kan
een waardevolle tool zijn bij
gesprekken met een patiënt.”
PETER ADRIAENSSENS
Waar je ook bent heeft dus een hoopvol kantje. Jan Klaassen
en Katrijn besluiten om even hun eigen weg te gaan en aan
zichzelf te werken, maar het stuk impliceert sterk dat dit niet
het einde van hun relatie hoeft te betekenen. “Het vraagt werk
om weer normaal te gaan leven na een trauma, maar het kan
absoluut”, bevestigt Adriaenssens. “Kijk naar de generaties die
twee wereldoorlogen meemaakten. De psychiatrie was toen nog
geen gevestigde waarde, maar onze grootouders zijn er wel weer
bovenop gekomen. We mogen onze eigen veerkracht als mens
niet onderschatten.”
Een deuk in het leven
wat zij zouden doen in haar situatie, maar een reactie
blijft uit. “Dat was een belangrijk punt in de try-outs voor
lotgenoten. Vaak willen mensen gewoon gehoord worden en
hun verhaal kwijt kunnen. De mogelijke oplossingen volgen
later wel, op hun eigen tempo.”
De kinderpsychiater hoopt met zijn voorstelling op een
laagdrempelige manier taal aan te reiken om die gesprekken
aan te gaan. “Sensibilisering rond trauma en geweld is erg
belangrijk. Mijn doel was dan ook om te kijken of ik met
poppentheater een ander publiek kan bereiken dan de
mensen die gewoonlijk een lezing van mij bijwonen”, zegt hij.
Al blijkt er zeker ook overlap te zijn, aangezien Adriaenssens
ook regelmatig van ziekenhuizen of sociale organisaties de
vraag krijgt om de voorstelling te brengen. “Ik vind het vooral
belangrijk om de dialoog tussen mensen te stimuleren.
De voorstelling is geen verfraaide lezing over do’s en don’ts,
maar een uitnodiging om een moeilijke situatie vanuit de
schoenen van een ander te bekijken.”
“Theater moet de polsslag van zijn tijd aanvoelen”, besluit
Adriaenssens. “Het kan thema’s als misbruik, terrorisme
en slachtofferschap op tafel leggen en ze langs alle kanten
kritisch bekijken. Hoe kunnen we iets zinvols tegen oorlog
en geweld zetten en daar een taal aan geven? Hier kunnen
theater en wetenschap hand in hand hoop geven.”
De voorstelling is niet bedoeld als reclame voor hulpverlening,
maar benadrukt wel het belang van een goed netwerk voor
herstel. “Een deuk in het leven is iets dat resoneert bij veel
mensen,” vertelt Adriaenssens, “en erover praten is het meest
menselijke dat we kunnen doen.” Katrijn vraagt aan het publiek
Bekijk het volledige interview
met Peter Adriaenssens via ons
televisieprogramma DOEK!
© Nele van Schoor
6 7
CULTUURSUBSIDIES,
BODEMLOZE PUT?
THEATERBEZOEK BRENGT
DE ECONOMIE GELD OP
Column
SPIEGELSPEL
LIZA RENDERS
LOUIS VERMAUT
Dat resoneert, want hoe blijf je trouw
aan jezelf als je de goedkeuring van de
Cultuursubsidies zijn een goede investering. Daar zijn verschillende argumenten voor. Al zal het
sommigen verbazen dat tussen al die argumenten ook een economische reden zit. In dit artikel
leggen we met een fictief voorbeeld uit wat het multiplicatoreffect is. Of hoe een cultuursubsidie
zorgt voor meer economische activiteit en werkgelegenheid.
Mag ik je voorstellen aan Hilde, Thomas en Leila.
Drie collega’s die een keer per maand samen aan
cultuur doen. Ze kiezen telkens in een andere
Belgische stad een theatervoorstelling, concert
of museumbezoek uit en maken er een gezellige
uitstap van.
Deze maand gaan ze in Brussel naar een
theatervoorstelling. De collega’s nemen na het
werk de trein vanuit Gent en betalen elk 21,60 euro
voor hun heen- en terugticket. Eens aangekomen
in Brussel trekken ze naar ‘Wolf’, een overdekte
streetfoodmarkt, om er een snelle hap te eten.
Hilde neemt een luxe pita met kip en probeert een
lokaal biertje uit. Haar portefeuille is 17,50 euro
lichter. Thomas en Leila geven ongeveer evenveel
uit. Beiden bestellen ze een verse pasta en een
limonade van het huis. Na het gezellige etentje
trekken ze naar de KVS voor de voorstelling, de
reden van hun bezoek aan Brussel. Voor hun ticket
betaalden ze 20 euro. Nadien praten ze nog na
met een drankje in een café in de buurt. Ze betalen
gemiddeld 4 euro per persoon. Voor een tweede
rondje hebben ze geen tijd, ze haasten zich voor de
laatste trein terug naar Gent. De eindafrekening?
63,10 euro per persoon.
Laten we er even vanuit gaan (om makkelijk te kunnen rekenen) dat
een theaterproductie van de KVS 50% inkomsten genereert uit de
ticketverkoop en de andere 50% uit overheidssubsidies haalt. Dat zou
betekenen dat de investering van de overheid voor deze vertoning, net
als de ticketkost, 20 euro per toeschouwer bedraagt. Voor de 20 euro
die de overheid heeft geïnvesteerd, hebben Thomas, Hilde en Leila elk
meer dan drie keer zo veel geld terug in de economie geïnjecteerd. (En
dan hebben we het nog niet gehad over de verhoogde werkgelegenheid
dankzij dit soort cultuurbezoeken).
We hebben hier te maken met het multiplicatoreffect.
Beleggingsmakelaar IG legt het effect als volgt uit: “De impact van de
aanvoer van geld op economische activiteit. Wanneer een individu,
overheid of bedrijf geld uitgeeft, heeft dat namelijk een doorsijpeleffect.
De impact hiervan kan veel groter zijn dan de oorspronkelijke uitgave.” In
het voorbeeld van Thomas, Hilde en Leila is de impact van elke euro die
de overheid dus investeerde, drie keer zo groot.
In 2016 onderzocht Tom Declercq in zijn thesis ‘De economische
impact van de Vlaamse Muziekclubs’. In zijn onderzoek kwam hij
uit op een multiplicator van 3 tot 4. Vergelijkbaar dus met ons
voorbeeld. Voor theater in het Vlaamse cultuurlandschap is er nog
geen specifiek onderzoek gebeurd. We weten dus niet wat het exacte
multiplicatoreffect van theater is, maar we kunnen wellicht uitgaan van
een gelijkaardige trend. Misschien een interessant onderwerp voor een
masterproef dit schooljaar?
Ze zit naast me, haar handen strak in
elkaar gevouwen, haar ademhaling kort
en onregelmatig. Nog voor de lichten
uitgaan, schuifelt ze al onrustig op haar
stoel, haar blik zoekend.
Theater is mijn toevluchtsoord.
Niet alleen om los te laten, maar ook
om stil te staan bij mijn eigen leven.
Een spiegel die niet alleen toont wat
er in mij omgaat, maar mij ook dichter
bij mezelf brengt. Daarom doe ik niets
liever dan me nestelen in zo’n zachte
theaterstoel, terwijl ik de gesprekken
rondom mij laat binnenkomen tot
ze verstommen wanneer de lichten
dimmen. Maar nog voor de eerste
acteur op het podium verschijnt,
lijkt de voorstelling al begonnen in
de stoel naast mij. De spanning van
deze vrouw is te snijden.
Het stuk begint en ik word meegesleurd
in een verhaal dat pijnlijk herkenbaar
is: prestatiedruk, de zoektocht naar
waardering, het verlangen om graag
gezien te worden. Hoe groter je
prestaties, hoe groter de adoratie.
ander zo hoog in het vaandel draagt?
Hoe onderscheid je je eigen verlangens
van die van anderen? Kan je voorkomen
dat je dromen en passies bedolven raken
onder de verwachtingen van
de buitenwereld?
Op het podium zie ik een koppel dat
elkaar maar niet kan loslaten, ook al
weten ze diep vanbinnen dat ze dat
beter wel zouden doen. Vermoeid en
gefrustreerd houden ze vast aan iets
wat niet meer is, enkel en alleen voor
hun dochter. Maar ook al proberen
ze haar te beschermen, toch is zij
het die de volle lading krijgt van hun
opgekropte teleurstelling en onvervulde
verlangens. De vader verheft zijn stem,
zijn woorden donderen door de zaal
en maken haar met de grond gelijk. Hij
maakt zijn dochter klein en gooit haar
kwetsbaarheid zomaar te grabbel.
Een koude rilling loopt over mijn rug en
ik wend mijn blik af naar links. Daar zie
ik hoe de vrouw naast me met trillende
handen een traan wegveegt. Haar ogen
staan dof, haar gezicht gespannen. Ze
ademt schokkerig in een zakdoek om
niet te veel lawaai te maken. Hier naast
mij breekt iemand mee met de dochter
op scène.
Plots ben ik geen toeschouwer meer,
maar een deelnemer aan een verhaal dat
groter is dan wat er daar op het podium
gebeurt. Zonder ook maar een woord
te wisselen voel ik me verbonden met
deze onbekende vrouw. Komt er door dit
verhaal iets naar boven wat ze al lang
onderdrukt? Speelt dit nu in haar leven?
Is ze op zoek naar antwoorden tussen de
regels van het script? En wat als al deze
vragen niet alleen over haar gaan, maar
ook over mezelf?
Van de rest van de voorstelling krijg ik
nog maar flarden mee. En als dan het
doek valt en het applaus losbarst, staat
de vrouw haastig op. Nog voor ik iets kan
zeggen, wringt ze zich langs de rij naar
buiten. Alsof ze wil ontsnappen aan iets
dat te dichtbij komt.
Ik blijf achter, verstomd, mijn gedachten
bij de voorstelling. Maar nog meer bij
haar. Bij mezelf.
En ik had me nog zo voorgenomen om
eens een avond niet te piekeren.
8 9
DE MUZE:
Els Theunis & Stefanie Nijs
“STA JEZELF TOE OM HET
AF EN TOE NIET TE WETEN”
NIELS NIJS
In De Muze komen opmerkelijke theatermakers aan het woord die gezelschappen kunnen
inspireren. Voor dit nummer zijn dat Els Theunis, dramaturge bij Het nieuwstedelijk
in Leuven en Stefanie Nijs, regisseur bij het vrijetijdsgezelschap D°eFFeKt in Brussel.
Ze vertellen ons hoe zij al onderzoekend verhalen op scène brengen. Over inspiratie, die
overal te vinden is, over hun methodes en over de menselijke kern van objectieve feiten.
Een kleine prikkeling
Hoe start jullie maakproces?
—
Els: “Bij Het nieuwstedelijk hebben we verschillende makers
die allemaal anders werken. Christophe Aussems vertrekt
bijvoorbeeld steeds vanuit interviews. Stijn Devillé start met
onderzoek. Niet op het internet, maar zelfs nog met boeken!
(lacht) Het vertrekpunt voor zo’n onderzoek kan in kleine dingen
zitten. Stijn las voor onze nieuwste voorstelling Yellowcake,
Little Boy bijvoorbeeld één zinnetje in het boek Congo van
David Van Reybrouck, over de Belgische link met de atoombom
die op Hiroshima viel. Dat prikkelde hem om meer te weten te
komen.”
Stefanie: “Ik start zo’n proces voor het eerst. Ik wilde iets
maken over de zorg vanuit een persoonlijke betrokkenheid als
mantelzorger en ik wilde mensen uit de zorg interviewen. Ook een
groepsgesprek met de spelers bracht veel relevante verhalen naar
boven. (tegen Els) Sorry dat ik het interview meteen kaap, maar
waarom kiezen jullie voor boeken?”
Els: “Ik denk dat het een restant is van de universitaire opleiding
die Stijn en ik hebben gevolgd. We zijn dat gewoon. We hadden
een vak Theaterwetenschappen met Geert Opsomer bijvoorbeeld.
Van hem moesten we veel lezen en onderzoeken, en dat is blijven
kleven. Nu doen we dat niet meer alleen. We doen beroep op het
Geheugencollectief, een organisatie die voor ons een groot deel
voorbereidt. Het resultaat is een lijst met waardevolle boeken en
artikels waar wij verder induiken.”
over maken. Dat was te rauwe emotie, zeg maar... Ik ben
van mening dat je iets moet maken waar anderen ook mee
kunnen leven. Maar op een dag vonden we dan toch die
afstand en kon het onderzoek wél van start gaan.”
Onderzoek voeren impliceert dat je dingen niet op
voorhand kan weten. Hoe gaan jullie om met die
onzekerheid?
—
Stefanie: “Soms is dat moeilijk! (lacht) Ik weet niet waar
het uitkomt en dat is mega spannend! Soms ontdek je
in je onderzoek ook dat je je focus moet aanpassen.
Oorspronkelijk dacht ik enkel interviews in Brussel af
te nemen. Uiteindelijk was het eenvoudiger om via-via
contacten te vinden en hen te interviewen. Zo interviewde
ik plots over heel Vlaanderen. Bijzonder interessant,
maar ook moeilijk, want waar trek je de grens?
Hoe doen jullie dat bij Het nieuwstedelijk?”
“Door dingen op de vloer te blijven
uitproberen en er ruimte aan te
geven, kan er verdere betekenis
ontstaan en kan de voorstelling
rijker worden.”
STEFANIE NIJS
10
Stefanie Nys & Els Theunis © Christophe Ketels
Stefanie: “Wat interessant! Ik heb gekozen voor interviews omdat
ik mijn eigen ervaringen ook wilde aftoetsen aan de ervaringen
van anderen. Ik wilde niet enkel mantelzorgers aan het woord
laten, maar ook zorgverleners. Ik was benieuwd en met mensen
gaan praten leek me zo het meest waardevolle vertrekpunt om
daarna een tekst te schrijven. Dan ben ik een lange tijd bezig
geweest met mensen zoeken en zo is mijn onderzoek gestart.”
Els: “Die tijd is belangrijk. Niet alleen de tijd die je neemt om een
onderzoek te doen, maar ook wanneer het de juiste tijd is om net
dát onderzoek te doen. Zo maakten we ooit Gesprek met de regen.
Onze dochter had een ongeluk op de trap gehad en dat is voor ons
bijzonder impactvol geweest. We zouden daar geen voorstelling
11
Els: “Wij plannen een eerste lezing met acteurs en weten
dat op dat moment de tekst af moet zijn. Dan moet het
onderzoek echt stoppen. Is dat bij jou niet dan zo?”
Stefanie: “De meeste interviews heb ik afgenomen voor
de repetities zijn gestart. Het materiaal uit de interviews
gebruikte ik dan als spelmateriaal voor de spelers zonder er
echt een tekst van te maken, maar op een bepaald moment
voelde ik dat we echt een script nodig hadden. De interviews
zitten er dan wel op, maar ook op de vloer blijven we
onderzoeken. Dat wil ik zeker niet uit de weg gaan.”
Els: “Waarom?”
Stefanie: “Door dingen op de vloer te blijven uitproberen en er
ruimte aan te geven, kan er verdere betekenis ontstaan en kan de
voorstelling rijker worden. Plus, nu kunnen de spelers meedenken.
Er ontstaat een dialoog. Ook op de scène.”
Els: “Dat lijkt me inderdaad heel boeiend. Bij ons eindigt het
onderzoek wanneer de tekst er is. We hebben ook geluk dat
bijvoorbeeld Stijn zo’n goede schrijver is. Een eerste lezing met
spelers zit er altijd boenk op! (lacht) We passen wel nog dingen
aan op taalniveau, maar voor de rest is Stijn heel trefzeker.”
Knopen doorhakken
Hoe bepalen jullie welk onderzoeksmateriaal het tot in de
voorstelling schopt?
—
Stefanie: “Het is moeilijk. In de interviews zitten mooie citaten.
Ze hebben het op een ontwapenende manier over de dood
bijvoorbeeld. Ik zou alles willen kiezen, maar dat kan niet.
De keuze maak ik dan op gevoel. In de eerste repetities bracht
ik een stuk interview mee dat me raakte en vroeg ik aan de
spelers om het te spelen. Daarna heb ik alle interviews opnieuw
gelezen en heb ik zinnen aangeduid. Hoe meer je terugleest,
hoe beter je weet wat je wil en wat niet. Misschien komt het ook
omdat ik een persoonlijke betrokkenheid had bij het onderwerp.
Ik heb het belang gevoéld. Dat hielp me bij de selectie.”
“Je gebruikt stemmen van anderen
om je eigen verhaal of boodschap te
verkondigen. Dat maakt ons anders
dan journalisten”
ELS THEUNIS
Els: “Dat herken ik. Voor mij is theater emotie. Ben je geraakt
als je kijkt of niet? Hoe je een publiek dan raakt, moet jij als
theatermaker beslissen. Na zo’n onderzoek heb je heel wat
objectieve informatie, maar je moet er een verhaal van maken.
Een verhaal over menselijkheid. Niemand is goed of slecht.
Mensen maken keuzes om een bepaalde reden en net die redenen
zijn interessant. Het is natuurlijk het echte leven. Dat mogen we
niet vergeten. Voor onze voorstelling Vuur voerden we interviews
uit over een schoolbrand in Heusden-Zolder waarbij 24 jonge
gasten het leven lieten, maar waar weinig over verteld werd. Een
doofpotoperatie. Dan moeten we zorgen dat we met de grootste
schroom omgaan met de informatie. Er zijn ouders, grootouders
bij betrokken wiens familieleden omkwamen, dus dan moet je
daar voorzichtig mee zijn.”
Stefanie: “Oh wauw. Zijn die mensen komen kijken dan?”
Els: “Ja. Daarom vind ik Vuur ook zo belangrijk. Er werd eindelijk
gesproken. Plots kon er een intergenerationeel gesprek gevoerd
worden.”
Stefanie: “Op die manier werkt de inhoud van je onderzoek
ook door in de gemeenschap. Ik merk dat ook. Ik wil met mijn
voorstelling de mensen in de sector eer aan doen. Soms
wilde ik zelfs dat mijn voorstelling nog meer vertrok vanuit de
zorgverleners zelf.”
Els Theunis © Christophe Ketels
In de krant of op de bühne
Hoe zetten jullie het materiaal van de research om naar
het podium?
—
Els: “Zoals ik zei, moet je daar voorzichtig in zijn. Natuurlijk
verdichten we ook sommige zaken, zodat het toch om een
soort fictionalisering gaat. Je geeft ook niet de stem van
anderen letterlijk weer. Je gebruikt stemmen van anderen
om je eigen verhaal of boodschap te verkondigen. Dat maakt
ons anders dan journalisten.”
Stefanie: “Ik ben journalist van opleiding en merk ook wel
een raakvlak tussen de twee. Je geeft natuurlijk bij beide
informatie mee. En bij beide komt er ook iets van jezelf kijken
want je vertrekt steeds vanuit persoonlijke interesse. Maar
als journalist probeer je objectief te blijven. Tenzij je soms
feiten beschrijft die zo flagrant zijn dat je er zelf écht iets bij
voelt. Dan schrijf je bijvoorbeeld een column.”
Els: “Je bent journalist? Hoe gaat dat dan bij jou? Want
jij gebruikt verhalen van echte mensen, maar ook van je
spelers?”
Stefanie: “Dat is lastig. Ik ben ook materiaal gaan verdichten
en combineren. Het is steeds zoeken. Ik maakte wel de
afspraak met iedereen die ik interviewde dat ze de tekst
mogen nalezen wanneer hij af is. En dat ze ook welkom zijn
bij de try-out. Ik vertelde ook dat er steeds geschrapt kan
worden. En zo ga ik door tot iedereen tevreden is, ook de
spelers. Bij mij gaat het ook niet enkel over persoonlijke
verhalen. Ik wil een beeld schetsen van de job en de sector,
en daar hebben de interviews aan bijgedragen. Niet al het
materiaal uit de interviews is bruikbaar, maar het hielp me
om de zorgwereld beter te begrijpen.”
Els: “Dat kan ik me voorstellen. Onderzoek uitvoeren, of
theater maken bij uitbreiding, ís ook een manier om grip te
krijgen op de wereld. Je leert hem beter kennen. Je leert ook
dingen die je daarvoor niet kende. Ik ben nu bijvoorbeeld
mangastrips aan het lezen voor research. Ik wist voordien
erg weinig over Japan en de geschiedenis van het land, maar
nu gaat er door die strips weer een heel nieuwe wereld voor
me open. (lacht)”
Welke tips hebben jullie voor theatermakers die op
onderzoek willen gaan voor een volgende voorstelling?
—
Els: “Verzamel een goede ploeg. Zorg dat je omringd bent
met mensen die goed zijn in hun vak.”
Stefanie: “Doe het vanuit een noodzaak. Je kan een tekst
regisseren op een manier zoals die er staat, maar probeer
uit te zoeken welke thema’s uit die tekst jou net raken. Ga
daarop door. Op de Toneelacademie Maastricht kregen
Stefanie Nijs © Christophe Ketels
“Doe het vanuit een noodzaak. Je
kan een tekst regisseren op een
manier zoals die er staat, maar
probeer uit te zoeken welke thema’s
uit die tekst jou net raken.”
STEFANIE NIJS
we allemaal dezelfde tekst en iedereen moest een scène
kiezen en regisseren. Prachtig was het om te zien hoe elke
regisseur daar zijn eigenheid in legde.”
Els: “Wat mooi! Zorg dat je interesse hebt in wat je wil
onderzoeken.”
Stefanie: “En als het gaat over onderzoek op de vloer:
sta jezelf toe om het af en toe niet te weten. Accepteer
het feit dat jij ook niet weet waar het heen moet gaan. Ik
vind het magisch hoe scènes kunnen groeien vanuit die
onwetendheid!”
12 13
WELKE TONEELSCHOOL
PAST HET BEST BIJ JOU?
VIER THEATERSTUDENTEN
GETUIGEN OVER HUN OPLEIDING
Overweeg je om volgend jaar te starten
aan een theateropleiding? Informeer je dan
goed, want er zijn heel wat mogelijkheden.
Vier studenten van vier verschillende
theaterscholen vertellen waarom het een
goed idee zou zijn dat jij op hun school
auditie komt doen.
TONEELACADEMIE MAASTRICHT
MAASTRICHT
MATHIEU LONBOIS
PIM SMETS
LUCA DRAMA LEUVEN
INEKE VAN WAMBEKE
Ik zit op dit moment in mijn derde bachelor aan LUCA Drama
en ik volg ‘Spelen/Maken’. Bij LUCA Drama volg je echt je eigen
parcours. Docenten willen je niet in een bepaalde stijl duwen
maar helpen je eigen stijl en je eigen blauwdruk te ontdekken
in het spelen en maken. Ikzelf volg spelen maar je kan ook
kiezen voor schrijven binnen onze opleiding.
Je krijgt binnen de opleiding verschillende modules. Elke keer
focust het op iets nieuws. Zo zijn er bij de richting ‘Spelen/
Maken’ modules die eerder focussen op teksttheater, andere
modules focussen dan weer meer op fysiek spel. Zo krijg je de
verschillende facetten van theater te zien. Telkens werk je ook
met nieuwe docenten met hun eigen specialisatie. Als student
heb je zelf ook veel vrijheid om je eigen stijl te ontdekken.
Zo zijn er elk jaar ‘atelierweken’. Dan kan je samenwerken
met andere jaren van zowel spelen als schrijven en krijg
je twee weken carte blanche om echt te onderzoeken en
experimenteren samen met andere studenten. Binnen onze
opleiding heerst er een superfijne en veilige sfeer. We leren
al snel collectief te werk te gaan, een belangrijk aspect voor
in het werkveld later. Ik zit bijvoorbeeld in een hele fijne klas
waar ik ook graag mee samenwerk, waar er geen nood is aan
concurrentie en waar we elkaar alleen maar ondersteunen.
'Schrijven/Maken' is de andere keuzemogelijkheid binnen
onze drama-opleiding. Ook daar krijg je verschillende modules
doorheen de jaren om te ontdekken wat voor schrijver je wil
© Celine Camerlynck
zijn. Er wordt gefocust op poëzie, scenario, audio, literatuur
en nog zoveel meer. Het is ook fantastisch dat er genoeg
kansen zijn om als speler samen te werken met de schrijvers
en omgekeerd. Zo vullen we elkaar ook aan als schrijver en
speler. Er is enorm veel vrijheid om te ontdekken wie je bent
als speler en als maker en de docenten helpen ons hier ook
enorm bij. Daarom heb ik ook gekozen voor LUCA Drama.
De focus ligt zowel op spelen als maken en dat maakt deze
opleiding voor mij een topkeuze!
Ik ben bijna voorbij de helft van mijn driejarige parttime
opleiding aan de Toneelacademie Maastricht: ‘Docent &
Regisseur’, of kortweg D&R. In drie jaar tijd word je iedere
vrijdag en zaterdag klaargestoomd tot spelende maker of
makende speler of docerende maker. Het is dus echt de
bedoeling dat je je eigen pad kan uitstippelen.
Ik zit in een klas met zowel Nederlandse als Belgische
studenten, zo kan er een fijne artistieke kruisbestuiving
plaatsvinden. Er heerst een heel open sfeer waar over alles
kan gepraat worden en we elkaar helpen waar nodig. Van
concurrentie is er weinig sprake, zo kunnen we onszelf als
kunstenaar ontwikkelen in een veilige omgeving. Naast
deze culturele uitwisseling krijg ik ook te maken met een erg
divers docententeam die stuk voor stuk uitblinken in hun
vak. De Maastrichtse aanpak staat voor een vast pakket met
‘technische’ vakken zoals stem, beweging en zang. De andere
vakken variëren naargelang de lesinhoud dat jaar.
In het eerste jaar wordt er een vaktechnische basis gelegd
met teksttheater en improvisatie. Daarnaast wordt het
makerschap een eerste keer aangesproken en krijg je
dramaturgie en didactiek. In het tweede jaar, waarin ik
momenteel zit, ligt de nadruk op doceren. Je doet stages en
wisselt lesideeën uit met medestudenten. Ook zet je je eerste
passen als regisseur door de eigen artistieke visie aan te
scherpen in ‘maakblokken’ en op het einde van het schooljaar
externe spelers te regisseren. Het derde jaar staat dan weer
helemaal in het teken van een eindregie op poten zetten.
Je blijft tussendoor ook constant je spelersvaardigheden
aanspreken door in het ‘spelblok’ (in het tweede en derde jaar)
mee te duiken in het maakproces van een externe regisseur.
© Francesco Bekkema
Het is dus juist die multi-gefacetteerde aanpak die ervoor
zorgt dat je de drie jaar eindigt als docent en regisseur die
kan werken vanuit persoonlijke fascinaties. Iemand die
een stevige artistieke toolkit op zak heeft en die een grote
voeling met het werkveld heeft. Daar staat Maastricht voor!
THOMAS DELEPAUT
Ik zit nu in mijn derde bachelorjaar ‘Drama Regie en Schrijven’
aan het RITCS. Op campus Bottelarij volgen we deze opleiding
samen met studenten ‘Drama Spel en Podiumtechnieken’.
Tijdens de opleiding krijgen we diverse ateliers aangeboden,
elk met een specifieke focus. We leren bijvoorbeeld
samenwerken met acteurs, volgen bewegingslessen, schrijven
zelf teksten, maken scenografieën… Docenten reiken ons
methodieken aan die we kunnen toepassen in onze artistieke
ontwikkeling. Het werkproces staat in de opleiding centraal.
Er is ruimte om te experimenteren, fouten te maken en
daarvan te leren. Deze aanpak creëert een open sfeer waarin
medestudenten elkaars werk met een open blik benaderen.
Het is fijn te weten dat je je kwetsbaar mag opstellen zonder
dat daarover geoordeeld wordt.
Hoewel de opleiding sterk inzet op het ontwikkelen van je
eigen artistieke taal, is samenwerking een cruciaal aspect.
We werken nauw samen met klasgenoten en studenten van
de opleidingen ‘Drama Spel en Podiumtechnieken’. Deze
samenwerking leidt tot wederzijds begrip en waardering
voor elkaars vakgebied, waardoor we elkaar aanvullen. Dit
bevordert de collectieve sfeer, zowel binnen als buiten de
lessen. Al snel leer je bijna iedereen kennen en ontstaat er
een familiaire omgeving. Het RITCS is een typisch Brusselse
school die de snel veranderende en complexe samenleving
ziet als een laboratorium. Deze visie geeft de school een rebels
karakter dat graag tegen conventies ingaat en zo de makers,
spelers en technici van morgen vormt.
RITCS
BRUSSEL
14 15
KASK & CONSERVATORIUM
GENT
GEEF JOUW INPUT VOOR HET
NIEUWE BELEIDSPLAN
Als je al even meedraait in het vrijetijdstheater, weet je het misschien
nog. OPENDOEK herinnert het zich alvast alsof het gisteren was.
We organiseerden in 2016 een grote bevraging onder al onze leden.
Jullie reageerden daar toen massaal op. In 2025 doen we dat opnieuw.
DORELIA SCHRAVEN
© Tembi de Koninck
Toen ik drieënhalf jaar geleden voor de dramaopleiding van
KASK & Conservatorium werd aangenomen had ik eigenlijk
geen idee waar ik me voor had ingeschreven. Vers van
het middelbaar had ik me vol goede moed aangemeld om
auditie te komen doen. Ik wist nog maar weinig over KASK &
Conservatorium aangezien ik uit Nederland kom en niet veel
had gehoord over de Vlaamse toneelscholen. Ik dacht: “In het
slechtste geval heb ik een leuk, al dan niet loos, weekend naar
Gent gehad.”
Maar eenmaal bij de auditie wist ik dat dit niet zomaar een
school was en niet zomaar een uitstapje naar het zuiden. Vanaf
de seconde dat ik de deuren van de prachtige Bijlokesite (de
locatie van de dramaopleiding) binnenliep, voelde ik dat ik daar
heel wat zou kunnen leren over spelen, maken en over mezelf.
Een paar uur later, toen ik bezweet van de auditie, dezelfde
deuren uit liep, wist ik dat mijn voorgevoel juist zat.
Nu ik in mijn master zit, kan ik met zekerheid zeggen dat de
jonge ik drieënhalf jaar geleden gelijk had. Ik heb heel veel
geleerd. Onze opleiding is niet louter spelgericht. Hier kan
je afstuderen als acteur, regisseur, schrijver, dramaturg
enzovoort. Vele van ons worden uiteindelijk makende spelers
of spelende makers. Of beide! Je krijgt hier namelijk een breed
pallet aan methodes, leerstof en handvatten aangereikt. Het
curriculum van de eerste twee jaar zit bomvol met ateliers
waar je met tekst leert omgaan, met dans en choreografie, of
waar er net meer op theater maken wordt gefocust. Er komen
ook veel gastdocenten over de vloer die met minstens een
been in het werkveld staan en je veel te leren hebben door
hun ervaring en kennis.
Los van de ateliers krijg je aan KASK & Conservatorium
nog meer dan op andere scholen veel theorie aangereikt.
Persoonlijk heb ik dit als een enorme verrijking voor
mijn praktijk ervaren. Je leert je situeren in een (kunst)
geschiedenis en je als kunstenaar te verhouden tot de wereld
om je heen. Je krijgt ook de kans om veel theater en kunst
te bekijken. En omdat heel de school wemelt van creatieve
kunststudenten van verschillende richtingen is er veel
mogelijkheid tot samenwerking en interdisciplinariteit.
Natuurlijk staat KASK & Conservatorium bij uitstek bekend
als dé school waar je fysiek leert spelen. En dat is gelukkig
ook meer dan waar. De eerste jaren heb ik elke dag tot mijn
grote vreugde mogen bewegen en in die beweging manieren
van spelen kunnen aanraken die je (denk ik) op geen enkele
andere manier zou kunnen ontdekken. Ik heb een groot deel
van mijn bachelor in joggingkleding doorgebracht op school,
maar dat was een offer dat ik met liefde heb gemaakt.
We hebben namelijk jouw input nodig
om een nieuw beleidsplan op te maken.
Dirk De Corte, management coach en
zelf gepassioneerd door theater in de
vrije tijd, stelt samen met OPENDOEK
de bevraging en het beleidsplan op.
Hij geeft een woordje uitleg over
waarom dat belangrijk is voor jou als
theaterliefhebber of -maker.
Beginnen bij het begin. Wat is
een beleidsplan en waarom moet
OPENDOEK dit nu opmaken?
Dirk: Een beleidsplan legt het plan en
de doelen van een organisatie voor
de komende jaren vast. OPENDOEK
krijgt via het Amateurkunstendecreet
werkingssubsidies voor vijf jaar. De
Vlaamse Overheid beslist op basis
van het beleidsplan hoeveel subsidies
OPENDOEK zal krijgen. Dat is zo voor
alle amateurkunstenorganisaties:
Koor&Stem, Vlamo, Danspunt…
Momenteel zitten we in de
beleidsperiode 2022-2026. Hoog tijd
dus om na te denken over wat daarna
volgt.
Hoe stel je zo’n beleidsplan op?
Dirk: Het beleidsplan gaan we, net
als alle vorige keren, heel grondig
opstellen. Eigenlijk is dat geen keuze
van ons. Het wordt gewoon van
een organisatie zoals OPENDOEK
verwacht. Wat er op papier komt, moet
een heldere visie zijn op hoe theater
in de vrije tijd momenteel werkt.
Maar het moet ook gedragen zijn
door het veld. Het veld, dat ben jij als
theaterliefhebber dus ook. Het is niet
alleen een zaak van het team en het
bestuur van OPENDOEK, maar van al
onze leden en partners.
Hoe betrek je de leden en partners
van OPENDOEK?
Dirk: We gaan een aantal workshops
organiseren met mensen uit het
culturele veld. Beleidsmakers
op lokaal niveau, mensen uit de
professionele wereld, mensen uit de
andere (amateur)kunsten. Daarnaast
krijg jij als lid van OPENDOEK een
stem via een uitgebreide bevraging.
We vragen je niet alleen naar je
tevredenheid over de werking nu,
maar ook wat je verwacht voor de
toekomst. Wat moet OPENDOEK méér
doen, wat minder doen?
Hoe werkt zo’n bevraging juist?
Dirk: We versturen een mail met
een vragenlijst naar de leden van
OPENDOEK. Jij kan de bevraging nu
al invullen via de link in dit magazine.
Universiteit Antwerpen zal de
resultaten verwerken en, om het
even wetenschappelijk te zeggen,
‘trianguleren’. Dat wil zeggen dat
er bijvoorbeeld wordt gekeken of
groepen die al langer bestaan anders
antwoorden dan nieuwe groepen.
Of dat er bijvoorbeeld een verschil
is tussen groepen uit steden of uit
het platteland. Dat zorgt ervoor dat
OPENDOEK nog meer op maat kan
gaan werken.
Wanneer is een bevraging
representatief? Is het belangrijk dat
ik hieraan deelneem?
Dirk: Het is belangrijk dat er, net als
in 2016, zoveel mogelijk mensen de
vragenlijst invullen. Dat verhoogt de
representativiteit en geeft ons een
duidelijk beeld. Dan wordt het pas
echt interessant om te zien welke
evolutie er is tussen 2016 en nu.
We rekenen echt wel op een ruime
respons.
Wat volgt er na de bevraging?
Dirk: We lanceren nu de bevraging.
Voor de zomervakantie verwerken we
alle resultaten en organiseren we de
workshops. Tegen 1 december 2025
moet het plan immers klaar zijn.
Zal ik als lid of vereniging iets merken
van het nieuwe beleidsplan?
Dirk: Zeker en vast. Al hangt dat
natuurlijk ook af van de subsidies die
OPENDOEK uiteindelijk krijgt. Een
sterk beleidsplan, met veel reactie in
de bevraging, speelt daar een grote rol
bij. Aan de slag dus!
Vul de bevraging in
via deze link:
16
17
SPLITSCREEN
Margot Delaet (25) is dichter, vertaler en
fotograaf. Ze houdt van het gekraak van
veldwegen onder haar fietsbanden.
naar huis wandelen na het feest waar ik me
goed had moeten voelen
ik en mijn leeuwenhart
deze straten zijn niet meer
van mij
roze rook van mannen en de maan
het enige lichaam
dat in de hemel van de stad past
dit verdriet is een man
die naar je toestapt
de nacht brandt
nee
ik heb geen vuur voor je
'Future Telling' © Matej Macek
'De Gebroeders Leeuwenhart' - Het 4de Oor & Tejaterbende Oeps © Rachel Vyncke
18 19
DE SOUFFLEURS
HOE ZOEK JIJ DE IDEALE REGISSEUR?
In de rubriek ‘De Souffleurs’ laten we jou als theaterliefhebber aan het woord over het thema
van dit magazine. Wil je meewerken aan het artikel voor de volgende editie? Hou onze sociale
media, nieuwsbrief en website goed in de gaten.
DRIE TINTEN
AGATHA CHRISTIE
VAN RECHTBANK TOT LANDHUIS: ÉÉN STIJL, DRIE DECORS
De artistiek leider van onze vereniging, Nine
Van Haute, is zelf onze huisregisseur en
auteur van toneelwerken. Zij legt contacten
met potentiële regisseurs. Regisseurs waar
we ooit al mee hebben samengewerkt en
waar we zeer tevreden over zijn, worden
regelmatig teruggevraagd.
CATHY BUDTS
Wij hebben meerdere regisseurs nodig
omdat we drie verschillende voorstellingen
per jaar spelen. Er is een periode geweest
waarin we steeds op zoek waren, soms
zelfs nog een maand voor het starten
van de repetities. Onze oplossing? We
hebben voor sommige leden de kosten
betaald voor een driejarige opleiding
regisseur podiumkunsten in het deeltijds
kunstonderwijs. Anderzijds plannen we nu
ruim op voorhand onze producties. Inclusief
het opstellen van een lijst met mogelijke
regisseurs. We vragen aan elke regisseur of
ze collega-regisseurs kunnen aanraden voor
de volgende producties. Momenteel liggen
onze producties voor de komende drie jaar
al vast.
TIM DEBECK
Wij moedigen mensen van ons gezelschap
aan om een regie uit te proberen. Zij
kennen tenslotte hun medespelers het
best. Meestal wordt een geschikt stuk
gezocht en dan kijken we wie de regie
kan opnemen. We hebben iemand die
heel sterk is in 'acteursregie', maar
ook iemand die altijd een gedurfde
benadering kiest. Een andere aanpak is
een co-regie. Iemand maakt het concept
en draagt daarna de regie over aan een
goede observator. We kozen ook al eens
voor een groepsregie. Dat betekent
dat iedereen zijn ideeën mag geven en
dat er met alle inbreng van alle leden
rekening wordt gehouden. Op die manier
sprokkelden wij over veertig jaar een
indrukwekkend palmares bij elkaar.
MARC VAN DEN HEUVEL
Wij kijken enerzijds naar wie vroeger
al goed bij ons regisseerde. Anderzijds
zoeken we naar regisseurs van wie we
een stuk bij een ander gezelschap goed
vonden. Tenslotte gaan we af op reputatie.
Maar ook de prijs is een factor.
Zeker voor een groep als de onze,
we gebruiken een dure zaal.
GEERKE STEEGEN
De zoektocht naar een goede
regisseur is heel moeilijk. Dat
merken we aan de reacties op
onze vraag in ‘De Souffleurs’.
Hoe vind je iemand? Past die
persoon in je groep? Wat zijn de
verwachtingen van je gezelschap
en van de regisseur? Dat levert
de nodige kopzorgen op.
Gelukkig heeft OPENDOEK een
mooi netwerk van verschillende
regisseurs die actief zijn in
theater in de vrije tijd. Wij gaan
samen met jou op zoek naar een
sterke match!
● Wil je graag eens
met iemand nieuw
samenwerken of zoek
je naar een persoon
met expertise voor een
bijzondere productie?
● Ben je zelf regisseur en
sta je te popelen om een
nieuwe uitdaging aan te
gaan?
SEPPE SUPPLY
“The impossible could not have happened, therefore the impossible must be possible in spite
of appearances.” Poirot zei het al in Murder On The Orient Express en menig theatermaker
zal hem gelijk geven; het onmogelijke mogelijk maken is wat we op de theatervloer nastreven.
Als regisseur en speler, maar zeker ook als decorbouwer. Hoe interpreteer je een script en
versterk je de tekst met een tot de verbeelding sprekende arena? OPENDOEK-magazine
vroeg het na bij drie verenigingen die elk een stuk brachten van de misdaadschrijver der
misdaadschrijvers: Agatha Christie.
CASE 1: GETUIGE TEN LASTE
Toneelkring De Speye uit Diksmuide,
in een regie van Tom Durie
Een gesprek met decormaker Jerry De Bruyne
“Vanuit onze toneelkring kiezen wij een regisseur, die dan op zijn of
haar beurt enkele stukken voordraagt”, vertelt Jerry, die het decor mee
vorm gaf. “Tom had Getuige Ten Laste gezien in Londen en was meteen
verkocht. Het decor was dan ook gebaseerd op wat hij daar mocht
aanschouwen."
Het stuk speelt zich voornamelijk af in een rechtszaal. Hoe vertaalde
zich dat naar de scène?
'Getuige ten laste' © De Speye
Ik denk dat de zoektocht naar nieuwe
regisseurs altijd een gok is. De menselijke
factor is even belangrijk als de kwaliteit.
Het moet ook klikken met de eigenheid
van de groep en soms duiken daar wel
eens problemen op. Een regisseur met een
geweldig palmares is niet altijd een garantie
op succes. Wij vinden het ook heel belangrijk
dat een regisseur zelf zijn stuk kiest of
volledig achter het werk staat. En wij geven
ook zeer graag kansen aan jonge mensen
met frisse ideeën en veel enthousiasme.
RENAAT MOEYERSOON
Vooral door zelf naar collega's en andere
amateurgezelschappen te gaan kijken.
Veel netwerken is belangrijk. Je hoort
dus bij de buren welke ervaringen zij al
hebben gehad. Wanneer je een mogelijke
kandidaat vindt, voer je vooral een goed
gesprek over wederzijdse verwachtingen,
ideeën… Het voordeel bij ons is dat we
acteurs hebben die in verschillende
andere gezelschappen spelen.
PEGGY ABTS
Laat je helpen door OPENDOEK:
“Onze eigen zaal heeft een podium met een theaterdoek. Op dat podium
zorgden we voor de stoelen en banken van de rechters. De vader van
de regisseur bleek een timmerman te zijn, die een prachtig ornament
maakte dat het geheel versterkte. Voor de rest werkten we met houten
mdf-platen. Die beschilderen nam best veel tijd in beslag, omdat ze
minstens twee tot drie lagen nodig hadden voor ze echt goed gedekt
waren.”
“Als onze regisseur Tom mocht kiezen, wilde hij graag tribunes die we in
een arena-setting rond een groot voorpodium konden plaatsen. Maar
onze parochiezaal is daar helaas te klein voor, dus moest Tom settelen
voor een kleiner voorpodium zonder tribunes. Een regisseur heeft zijn
visie, maar als decorbouwer moet je het best mogelijke doen met de
ruimte die je hebt.”
Wat waren de grootste uitdagingen?
“Spelen zonder souffleur. (lacht) De regisseur
wilde dat niet! Maar dat was toch geen evidentie,
aangezien het stuk zich afspeelt in de rechtbank
en de pleidooien die aan bod komen best lang en
intens zijn. Op decorvlak waren de voornaamste
uitdagingen om ervoor te zorgen dat het ontwerp
paste in onze zaal, en dat de houtstructuren overal
dezelfde kleur en afwerking hadden. Het moest er
allemaal duur en chic uitzien, want het publiek moest
het gevoel krijgen dat ze echt in een rechtbank zaten.
Dankzij onze goede samenwerking met de mensen
van de belichting, zijn we daar zeker in geslaagd.”
20 21
CASE 2: TOWARDS ZERO
Vooruit Deinze, in een regie van Bastiaan Maertens
Een gesprek met de regisseur
Regisseur Bastiaan zocht minder de realistische setting op. Voor hem
hing de decorkeuze meer samen met het gevoel van suspense dat hij
wilde opzoeken: “Alles draait om de grote aftellende klok, die het publiek
verzekert dat het moment waarop er iets heel spannends zou gebeuren
op komst is. Er wordt veel gepalaverd in de tekst, de verhalende details
zijn in groten getale aanwezig. In die mate zelfs, dat je als publiek soms
denkt: “Waar gaan we naartoe?” Maar de wegtikkende tijd blijft iedereen
in de ban houden. Wie zou de dader blijken? Waarom? En wanneer? Het
publiek kan een hele voorstelling lang meedenken.”
'De Muizenval' - Het Vierde Oor © Rachel Vyncke
Dus je koos voor een decor dat die spanningsboog onderstreepte?
CASE 3: DE MUIZENVAL
“Juist. Ik wilde dat het hele decor leek op een klok. Het idee was om de
drie onderdelen van een klok te bouwen en die naast elkaar te zetten,
alsof je een rechtstaande ouderwetse slingerklok in drie horizontale
stukken zou snijden. De voet van de klok diende als deur naar de
inkomhal (cour), het midden als deur naar het terras (jardin) en het
grootste, bovenste gedeelte met de grote klok kwam centraal te staan,
met daaronder het venstertje met uitzicht op de baai.”
Het Vierde Oor uit Olen, in een regie van Eric Goris
Een gesprek met decormaker JP Theuwis
Daar waar ze in Deinze prat gaan op het vinden van een nieuwe invalshoek,
zweert regisseur Eric Goris in Olen bij een decor dat baadt in de originele,
authentieke sfeer van een Agatha Christie-whodunnit. De Muizenval is dan
ook een van de meest bekende theaterstukken van haar hand. Decormaker
Jean-Pierre, JP voor de vrienden, zocht en vond een aantal originele
methodes om de ruimte realistisch te maken.
'Towards Zero' © Vooruit Deinze
'Towards Zero' © Vooruit Deinze
'Towards Zero' © Vooruit Deinze
Kwam die klok ook in andere decorelementen terug?
“Ja, dankzij een schilder die lid was van de vereniging.
Hij heeft, heel magistraal, de houtstructuur van een
oude staande klok geschilderd op het gigantische
decor. Het was heel leuk om een schilder aan boord
te hebben. Hij heeft bijvoorbeeld ook het uitzicht van
de baai, waar het verhaal zich afspeelt, geschilderd op
wat het raam moest voorstellen.”
“Uit dat raam moet op een zeker moment een touw
komen, omdat de moordenaar zich langs daar naar
binnen begeeft. Dat gaf ons een idee. Wat als dat touw
nu het begin is van zo’n slinger, zoals oude klokken er
vroeger hadden? Het touw zelf was het beginpunt en
de zetels van de living waren dan weer het verlengde
van die zogezegde slinger. Ook het salontafeltje lag
in het verlengde van een van de slingers. Zo paste het
hele decor in dit thema.”
“Er moest een open haard zijn. Eerder dan een open haard na te bouwen met
echte vlammen vonden we in ons magazijn een tv-toestel. Dat verbonden we
met het internet, waarna we simpelweg een video van een open haard lieten
afspelen. Ook moest er een trap zogezegd naar de eerste verdieping lopen.
Alleen hadden onze wanden maar een beperkte hoogte. Daarom bouwden
we de trap op zo’n manier dat die vrij snel een kwartslag naar rechts maakte
en backstage verdween. Daar konden wij dan een kleiner trapje zetten,
vanwaar de acteurs naar beneden konden kruipen.”
Hoe hebben jullie de wanden en muren zo realistisch mogelijk gekregen?
“Daar zaten we echt met een probleem, want onze wandpanelen van hout
zagen er meer en meer versleten uit. Maar de regisseur wilde het gevoel
opwekken dat die wanden uit een kasteel of een ouder hotel kwamen, dus
we hadden ze wel nodig. In de plaats van tijd te verspillen door alles op te
poetsen, hebben we karton gebruikt voor de lambrisering (het aanbrengen
van panelen onderaan een wand). Dat konden we veel sneller naar onze eigen
hand zetten.”
Een heel huis van nul in elkaar steken:
hoelang duurt dat?
“Bij ons duurde dat twee weken: een week voor de constructie, en een week
voor de afwerking. Wij hebben het geluk dat we een eigen zaal hebben waarin
we meteen aan de slag kunnen. Het is ook aangenaam voor de acteurs dat ze
vrij snel in hun decor kunnen spelen.”
'De Muizenval' - Het Vierde Oor © Rachel Vyncke
22 23
HET PLEIDOOI
RUNE WITTOUCK
LEER STELEN ALS EEN ARTIEST
© Elien Vervaet
Onlangs zag ik een voorstelling met
een podium op het podium. Het
is te zeggen: het speelvlak werd
onderscheiden door spelers die rond
dat extra podium hun kostuums aanen
uittrokken, om dan op dat licht
verhoogde vlak in hun rol en in de
scène te stappen. Die transparantie
is sinds het episch theater van Bertolt
Brecht zeker geen nieuw gegeven.
Maar bij deze voorstelling werkte het
voor mij niet. Waar die heldere schakels
de vertelling moesten benadrukken,
kregen ze hier iets slordigs. De makers
hadden zich gebaseerd op een eerdere
enscenering van het stuk, maar hadden
de logica achter die artistieke keuze
precies nog niet volledig begrepen.
Ik kon alleen maar vaststellen dat er
‘slecht gestolen’ was.
“BETER SLIM GEJAT
DAN SLECHT BEDACHT”
In 2012 bracht Amerikaans auteur
Austin Kleon zijn bestseller Steal like
an artist uit. Daarin stelt hij dat niets
volledig origineel is, ook binnen de
kunsten. Niemand is geboren met een
stem of stijl. We leren door te imiteren.
We zijn de som van onze invloeden,
waarmee we ons (laten) omringen.
In dit pleidooi pleit dramaturg, theaterdocent en
theateradviseur Rune Wittouck om de artistieke
kleptomaan in jezelf bewuster boven te halen.
Een goede theatermaker begrijpt dus
dat niets nergens van komt, maar
altijd voortbouwt of reageert op wat
er daarvoor kwam. “Zelfs The Beatles
startten ooit als een coverband.”
Een kunstenaar is een
selectieve verzamelaar,
geen hamsteraar.
Vanuit die gedachte pleit Kleon om
te stoppen met volledig origineel te
willen zijn, maar onze stamboom aan
invloeden net te omarmen, bij te leren
vanuit het werk van anderen om zo een
eigen artistiek pad te ontdekken. We
mogen daarvoor echter niet klakkeloos
kopiëren (of erger: plagiëren), maar
moeten ‘leren stelen als een artiest’!
Hij maakt daarin een verschil tussen
goed en slecht stelen.
BEKIJK NIET VLUCHTIG,
MAAR BESTUDEER
Goed stelen is ‘reverse-engineering’.
Je moet de mechaniek achter iets
ontleden om te weten hoe en waarom
iets werkt. “Don’t just steal the style,
steal the thinking behind the style,”
duidt hij. Zonder te begrijpen waar
iets vandaan komt, zal het nooit meer
zijn dan een ‘knockoff’. Deuren maken
nog geen goede deurenkomedie! Het
is niet omdat je een klassieker ‘in een
hedendaags jasje’ stopt dat die uit
zichzelf gegarandeerd relevant wordt.
STEEL NIET VAN ÉÉN,
MAAR VAN VELEN
“If you copy from one author, it’s
plagiarism, but if you copy from many,
it’s research,” stelde toneelschrijver
Wilzon Mizner. Steel de kostuums
van de één, dan weer de speelstijl
van de ander, enzoverder. Als je maar
inspiratie haalt uit één maker, maakt
dat je in het beste geval ‘de nieuwe
wie-dan-ook’, maar helemaal nog niet
origineel. Let wel: een kunstenaar
is een selectieve verzamelaar die
bijhoudt wat hun aanspreekt. Geen
hamsteraar die lukraak verzamelt.
IMITEER NIET KLAKKELOOS,
MAAR REMIX EN
TRANSFORMEER
Steel van velen, maar zoek wat jou
opnieuw uniek kan maken, wat jij kan
aanpassen en toevoegen, zowel in
vorm als inhoud. Alles is al gezegd,
maar nog niet door jou. Wat heb jij te
vertellen? Wat is jouw noodzaak en
standpunt? Hoe kan die remix opnieuw
jouw stijl worden? Zo geraak je verder
dan simpelweg imiteren en maak je het
echt eigen.
KIJKEN NAAR ANDEREN LEERT
KIJKEN NAAR JEZELF
Al ruim tien jaar hou ik een logboek
bij waarin ik elke voorstelling die
ik bijwoonde noteer, aangevuld
met wat opmerkingen. In een eigen
creatieproces kan ik zo teruggrijpen
naar die notities, elementen opnieuw
bestuderen en eventueel inzetten.
Het helpt mij als een artiest te kunnen
stelen uit die rijke kijkervaring.
Deuren maken nog
geen deurenkomedie.
Ik zou daarom willen pleiten om
zo veel en zo aandachtig mogelijk
te gaan kijken naar verschillende
voorstellingen van andere
gezelschappen, zowel in de vrije tijd als
professioneel! Ga niet enkel naar het
volgende dorp, maar probeer een brede
kijkervaring op te doen. Hoe meer
goede ideeën je verzamelt, hoe meer
je kunt kiezen door welke je je laat
beïnvloeden. Een notitieboek en pen
op zak is daarbij altijd handig.
Laat je inspireren door wat je ziet.
Onderzoek de denkwijze achter
bepaalde keuzes, en waarop die
Neem zeker een kijkje naar
het speelhetslim-aanbod van
OPENDOEK! Nodig bijvoorbeeld
éénmaal per seizoen gratis
een neutrale Theateradviseur
uit tijdens een repetitie of
een voorstelling. Daarnaast
kan je nog Coaching of
Trajectbegeleiding aanvragen.
keuzes op hun beurt geïnspireerd
zijn. Zie niet enkel wat ze allemaal
deden, maar ook waarom. Breng
wat jou allemaal aansprak, raakte of
triggerde vervolgens mee, selecteer en
transformeer die mix aan inspirerende
elementen opnieuw tot iets van jezelf.
Aandachtig kijken naar het werk
van anderen, leert bovendien ook
anders kijken naar eigen werk. Door
al die nieuwe manieren van kijken
naar de wereld te internaliseren en
vanuit andere denkkaders en heldere
noodzaken bepaalde artistieke keuzes
te maken, begrijp je misschien beter
waarmee je zelf bezig bent of naar
zoekt. Blijf dus zeker stelen.
'Veronica's kamer' - Kunst en Geest Westerlo© Johan Wynants
24 25
KUNSTENAARS IN DE COULISSEN
De dramaturg
NICO VAN DEN ABEELE
In recensies of bij het publiek krijgen ze nauwelijks aandacht, maar neem hen weg en
je theatervoorstelling wordt naakt gespeeld, valt zonder licht of gaat niet eens door. In
‘Kunstenaars in de coulissen’ geven we het woord aan de tovenaars in de schaduw van
het grote podium. Aflevering 19: de dramaturg.
THOMAS HOEBEKE
● 36 jaar
● Volgde de docent- en regieopleiding aan
de Toneelacademie Maastricht
● Actief als regisseur, acteur en dramaturg
bij verschillende gezelschappen
Wat houdt de job van dramaturg precies in?
Thomas: “Dat hangt af van wanneer je instapt in het proces.
Volg je het helemaal mee, kom je bij het begin of net helemaal
op het einde? Het voornaamste is om eerst te spreken met de
regisseur en de groep over wat zij willen maken, wat hun idee is
en welke wereld ze willen creëren. Of als je instapt op het einde:
wat voor een wereld zij gecreëerd hebben en welke regels daar
dan gelden. Ik vind het interessant om te onderzoeken of makers
zich aan hun eigen regels houden. Het is heel makkelijk om die te
overtreden.”
Kan je daar een voorbeeld van geven?
Thomas: “Als iemand in een scène altijd van de buitenwereld
naar binnen komt en de middelste deur gaat naar die
binnenwereld, dan moet die deur consequent daarvoor gebruikt
worden. Maar heel vaak zie je als speler dan door de bomen het
bos niet meer en dan ga je tegen de regels zondigen. Het is leuk
om dat op te pikken.”
“In de voorstelling WORK WORK van Michiel Van Opstal
gaat het over het eindeloze repetitieve karakter van een
kantooromgeving. Hij wilde starten met een projectie van de
tekst: ‘Dag 1’. Maar dat vond ik vreemd. Logischer zou zijn om
dag 4.281 te nemen omdat dat het repetitieve meer in de verf
zet. Je moet dus goed kunnen benoemen wat je ziet of gevoeld
hebt tijdens een scène. En of dat dan overeenkomt met wat de
regisseur in gedachten heeft.”
Welke opleiding moet je gevolgd hebben om dramaturg te
worden?
Thomas: “Een opleiding is een meerwaarde, maar dat alleen
maakt je niet tot een goede dramaturg. Hetzelfde geldt voor
acteurs of regisseurs! Hoewel het zeker helpt voor je netwerk of
om met andere ideeën in contact te komen, noodzakelijk is
het niet. Je hebt vooral een goede affiniteit nodig met theater:
veel kijken, veel teksten lezen en je goed kunnen inleven in wat
anderen zoeken en willen. Als dramaturg is het belangrijkste dat
je iemands wereld kan binnengaan zonder je eigen regels op te
leggen.”
Hoe is de verhouding tussen dramaturg en regisseur?
Thomas: “Je luistert naar regisseurs. Zij zijn het die uiteindelijk
met de cast beslissingen nemen, maar als dramaturg kan je mee
helpen nadenken als de cast vastzit. Een regisseur kan ook je
hulp inroepen als een scène niet werkt en de groep niet weet
waarom. Dat zorgt ervoor dat dramaturgen ook graag gezien
worden, in het bijzonder door regisseurs. Soms is aanmoediging
voldoende. Als ik zeg “Je bent goed bezig, dit komt goed”, dan
kan een cast soms snel weer verder. Positieve ondersteuning,
daar draait het om, want zo’n proces is heel fragiel, zeker als je
vastzit.”
Is het interessant om met een ander gezelschap
eenzelfde stuk te spelen?
Thomas: “Zeker! Je kunt bijvoorbeeld Shakespeare op wel 120
manieren opvoeren. Het gaat om keuzes: wat is het doel van je
voorstelling? Wat wil je dat het publiek ervaart? Welke wereld
creëer je daarvoor en welke regels gelden daar? Die begeleiding
is bijzonder interessant! Goede dramaturgen grijpen niet
terug naar wat ze een vorige keer al deden. Je speelt immers
met andere mensen en andere ideeën. En daar moet je net in
meegaan!”
© Jolien Santens
SARA VANDERIECK
● 46 jaar
● Studeerde theaterregie aan
het RITCS in Brussel
● Werkt sinds 2012 als dramaturg bij
dans- en theatergezelschappen
Hoe ben je op het idee gekomen om dramaturg te worden?
Sara: “Niet! Mensen hebben dat van mij gemaakt. (lacht) Ik
heb theaterregie gestudeerd, maar daarna heb ik niets meer
geregisseerd, want ik was helemaal leeg. Uiteindelijk ben ik
productieleider en tourmanager geworden. Maar omdat ik
misschien nog net meer geïnteresseerd ben in voorstellingen
dan in bijvoorbeeld vliegtuigtickets boeken, was ik altijd wel
betrokken bij de voorstellingen waarmee ik rond tourde. Al
was mijn job op dat moment eerder praktisch. Op een bepaald
moment vroegen de makers van de voorstelling of ik eens naar
een repetitie wilde kijken. Ik deed dat en zei telkens wat ik ervan
vond. Blijkbaar was die feedback waardevol, want plots stelde
iemand voor om mijn naam te vermelden bij de credits van de
voorstelling. Ik kreeg de titel dramaturg. En sindsdien ben ik dat.”
Wat doet een dramaturg eigenlijk?
Sara: “Dat kan heel veel zijn. Ik observeer een scène en ik stel
mezelf de vraag: wat gaan mensen zonder voorkennis hiervan
maken? Wat zouden mijn oma of mijn buren hieruit meenemen
als ze komen kijken? En dat geef ik dan terug aan de makers
met de vraag: “Is dit wat jullie willen maken, of willen jullie het
eigenlijk over iets anders hebben?” Dat gesprek is mijn werk.”
Hoe pak je de begeleiding van een cast aan?
Sara: “Dat hangt af van de regisseur. Sommigen spreken liever
één op één met mij, terwijl anderen mij helemaal loslaten en
mij bijvoorbeeld na een repetitie laten zeggen wat ik allemaal
opgepikt heb. Het allerbelangrijkste voor een dramaturg is dat
die nooit de maker van de voorstelling wordt.”
Wat vind je het leukste aan de job?
Sara: “Het is bijzonder leuk om met een acteur of danser
te werken die solo optreedt. Meestal zit daar dan ook geen
regisseur bij. Daardoor wordt het een heel intieme setting.
Mocht ik in mijn carrière de kans krijgen om enkel solo’s te
begeleiden, dan zou ik dat fantastisch vinden, omdat je dan als
dramaturg een erg groot speelveld krijgt. Je hoeft immers geen
rekening te houden met andere energieën en inhouden.
Je geeft ook les. In welke mate helpt dat voor je werk als
dramaturg?
Sara: “Dat helpt, omdat ik onder woorden moet brengen wat
dramaturgie kan zijn en dus denk ik daarover na. En het helpt
ook omdat het mij in contact brengt met jongere generaties. Zo
ben ik op de hoogte van de maatschappelijke en ideologische
evoluties en kan ik die toepassen in mijn praktijk als dramaturg.”
Wat zou je jonge dramaturgen aanraden om gezelschappen te
inspireren?
Sara: “Luister! Leer zwijgen! Als we luisteren, dan zijn we op zoek
naar aanknopingspunten. Maar het is net belangrijk om niet met
jezelf bezig te zijn, maar te luisteren en te herhalen, om zeker
te zijn dat je je gesprekspartner goed begrepen hebt. Dat is de
eerste stap om te inspireren. En dan natuurlijk het zintuiglijke
van buiten de repetitieruimte. Er is zoveel te ontdekken waar je
inspiratie uit kan halen: kunst, de natuur… Je moet als dramaturg
erg nieuwsgierig blijven, want je kunt niet tien jaar lang exact
hetzelfde teruggeven aan de gezelschappen waarmee je werkt.”
© Ahmed Soura
26 27
DIA/LOOG
RE
PER
TOIRE
Ieder nummer grasduinen we in de collectie van de Theaterbib van OPENDOEK,
op zoek naar interessante teksten. Toch je ding niet gevonden? Neem dan een kijkje in
onze catalogus. Alle besproken teksten kan je lenen via bib.opendoek.be.
We volgen de genderaanduidingen van personages zoals aangegeven door de auteurs.
BASTIAAN MALCORPS, TIMOTHY SCHEERLINCK, PETER DE PAUW, ALEX DESIRON EN DE VLAAMSE THEATERAUTEURS (VTA)
Nico Van den Abeele houdt van taal en theater. Spelen met woorden en voor een
groep doet hij bijzonder graag. Voor dit nummer schreef hij deze Dialoog.
Klus geklaard
A
B
A
Hum.
Tja. Even het ijs breken, zeker?
Klopt.
B
A
B
En moet je afkoelen.
Inderdaad.
De druppel.
Kristien Severs
PUNTKOMMA
“Ik ben – de moeder… van een …
verleden …. onverleden ….
overleden kind.”
DRAMA
1D/1H
Een moeder en haar zoon. En haar overleden zoon. Ze probeert recht te krabbelen nadat het
leven haar de grootst mogelijke dreun gaf. Schrijvend zoekt ze naar de juiste woorden. Via de
cello brengt ze opnieuw muziek in haar leven. Vanuit zijn parallelle wereld begeleidt het kind
zijn moeder in haar weg van overleven naar verder leven.
Een puntkomma is een symbool van overgang, van veerkracht en hoop. Het markeert een
einde, zoals een punt, maar toont tegelijkertijd dat er een onlosmakelijke verbinding is met
wat volgt. Achter de puntkomma loopt het verhaal van de zoon verder als een onzichtbaar
deel van de moeder.
Dit stuk, in 2024 geselecteerd voor het toneelschrijffestival Shakespeare is Dead,
is voor groepen die het zware werk niet schuwen. (TS)
B
Zou je bereid zijn …?
A
Nagel op de kop.
A
B
A
B
A
B
Oei. Ik denk dat ik al vastloop.
Hum.
Ik vind het altijd moeilijk.
Ik kom zo houterig over, weet je.
Met de juiste ingrediënten moet het wel lukken.
Die zijn inderdaad de sleutel tot succes.
Maar heb je die?
B
A
B
A
Wij waren te goed voor elkaar.
En dat getuigt van slechte smaak.
Ontrouw. Gemene streken.
Ik kwam daardoor zelfs in aanraking met …
het gerecht.
Echt?
Echt.
En nu?
Leo Behaegel
DOSSIER 24P
“Chantage? Ik zou het eerder
een onderlinge overeenkomst noemen.”
KOMEDIE
3-4D/3-4H
Marianne en haar vriend houden een geheim verborgen voor haar vader Freddy. Hij weet
slechts twee dingen: dat het geheim hem heel erg aangaat, en dat hij het absoluut niet mag
weten. Intussen wordt Marianne door haar moeder ingeschreven voor een missverkiezing
en loopt de bloempottenverkoop van Freddy’s fanfare in het honderd.
Fijne humor, actueel… Het hele stuk door kan het publiek alleen maar gissen naar het
spannende geheim. Eens dat onthuld wordt, neemt het verhaal een totaal onverwachte
wending. Voor spelers die graag hun tanden zetten in vinnige dialogen en geloofwaardige -
zij het wat aangedikte - personages. (AD)
A
(haalt schouders op)
B
Nu?
B
A
B
A
Mij zijn ze ook niet met de paplepel ingegeven,
eerlijk gezegd.
In mijn vorige relatie vierde ik alle
scharniermomenten.
Maar dat hielp niet. Het zorgde voor geklaag.
Gezever. Gezaag.
Ik werd zelfs de grond ingeboord. Meermaals.
Ben je dan recht voor de raap?
Ik hamer erop!
A Ja, nu.
B Nu draait alles in de soep.
A Ai.
(Er volgt een lange, pijnlijke stilte.)
A Ik had eens een keer een vraagje …
Marcel Snyders
PROSTAAT
“Ze zijn hier wat schappelijker,
omdat iedereen op het randje ligt”
MONOLOOG
1H
Dirk ligt op de afdeling oncologie met prostaatkanker. Hij glipt net voor het bezoekuur naar
buiten om een sigaretje te roken maar stopt in de koffiekamer voor een bakje troost. Hij gaat
even zitten en begint te vertellen tegen het publiek.
Als je door de Hollandse woordkeuze leest, ontdek je een vertelling die uit het leven
gegrepen is. Het kleine verhaal en de herhalingen maken het zo herkenbaar dat je je
meteen deze praatgrage patiënt kan voorstellen die dit daadwerkelijk zou vertellen aan elk
oor dat naar zijn verhaal wil luisteren. De eenvoud siert. (PP)
B
Op verhitte discussies?
B
Voor de dag ermee!
A
B
A
B
A
Nee, nee. Ik hamerde erop dat we altijd
alles zouden zeggen.
Geen leugens?
Nee, dat staat haaks op mijn principes.
Was zij altijd bereid?
Ach. Soms draait het zot.
A
B
A
B
A
B
Ach … Laat ook maar.
Ik dan?
Oké. Vooruit.
Wat doe je in het leven?
Ik ben timmerman.
En ik kook.
Dries Beugels
ROTATIES
“[A] Ik ben [A]. [B] Ik ben [B].”
ABSURD
3-7 D/H
In de eerste scène ontaardt een gesprek over een huis in een ruzie die eindigt in een
discussie over het slopen van dat huis. In de tweede scène moet iemand schoenen maken,
zelfs al is hij daar te moe voor. In de derde scène smijt iemand een brandbom.
Rotaties is een bijzonder en bevreemdend kort toneelstuk. Zowat alle zinnen worden
herhaald en herhaald en herhaald door dezelfde of meerdere tegenspelers, wat maakt dat
die woorden uit dezelfde of meerdere monden een andere intentie krijgen en een poëtisch
ritme ontstaat. Een uitdaging voor een groep en regisseur die zeer sterk in de tekst willen
duiken, op zoek naar die intenties. (PP)
28 29
Ed Vanderweyden
KONINGINNENHAP
“Vijf voornamen om uit te kiezen,
en hij noemde mij ‘Bola’.”
TRAGIKOMEDIE
3D/1H
Deze tekst opent als een dubbele biografie; één van Prinses Lilian Baels, de tweede echtgenote van
koning Leopold III, en één van Koningin Fabiola, de echtgenote van Koning Boudewijn. Maar zodra de
twee verhalen zich beginnen vermengen, vervormen ze zich tot een duel. De twee tegenpolen, één
godvrezende Koningin tegenover één mondaine Prinses, draaien lang om elkaar heen en clashen
uiteindelijk frontaal. De inzet is de liefde van Koning Boudewijn.
Een ingenieus opgezette vertelling, die balanceert tussen een hervertelling van de geschiedenis en
een persoonlijke vete. Eén die veel creativiteit van spelers en regie vereist. (BM)
CAST&CREW
VOLG VOORDELIG THEATERCURSUSSEN
Als theatermaker of speler ben je altijd op onderzoek. Leren en blijven leren, gedreven door je
nieuwsgierigheid. Maar je theatertalent ontwikkelen doe je gelukkig niet alleen. Als lid van OPENDOEK
volg je interessante theatercursussen aan een voordeeltarief. Professionele docenten begeleiden jou in je
proces. Je speelt, zoekt, maakt en reflecteert. Iedereen is welkom, voorkennis is niet vereist.
Kenneth Lonergan
THIS IS OUR YOUTH
“The guy who drives his car is nót a
bodyguard. He’s a driver.”
New York, de jaren ‘80. Dennis is een drugdealer, op kleine schaal. Zijn vriend Warren heeft 15.000
dollar gestolen van zijn vader, die iets schimmigs doet waar lingerie bij komt kijken. En dan is er
Jessica, die Warren weet te overtuigen om een avond met hem uit te gaan. Het stuk volgt twee dagen
uit hun levens, en schetst zo een scherp maar empathisch portret van drie kersverse volwassenen,
die er nog geen idee van hebben waar het met hun leven naartoe moet.
www.theatercursussen.be
CURSUSSEN DIT VOORJAAR
TRAGIKOMEDIE
1D/2H
This Is Our Youth viel wereldwijd van de ene prijs in de andere, maar moet in België nog voor het
eerst opgevoerd worden. Een komische maar mooie tekst voor jonge mensen, en mensen die ooit
jong geweest zijn. (BM)
Mime
● Poperinge
● Dinsdag 25 maart 2025
● Docent: Dominique Berten
De ernst van komedie
● Mesen
● Woensdag 14 mei 2025
● Docent: Peter Bulckaen
Anneke den Hartog
EEN BRILJANT IDEE
“Romantisch. Mooi. Maar oersaai!”
KOMEDIE
2-4D/2-4H
Ria heeft het soms niet gemakkelijk. Haar partner Adrie is een therapeut die zich verliest in
geluidsmeditatie en kruidenthee en werkt haar nogal op de zenuwen. En haar buurvrouw Tine heeft
altijd iets om over te zeuren. Maar dan staat er een man voor de deur, die de broer van Adrie beweert
te zijn. Adrie herkent hem niet, maar de mysterieuze man heeft het over edelstenen. Daar heeft Ria
wel oren naar.
Een komedie volgens de regels van de kunst, waarin onverwachte situaties, misverstanden en
gewiekste plannetjes elkaar voor de voeten lopen. Alles mondt uit in een prettige chaos, waar Ria
en Adrie zich uit dienen te redden. (BM)
Mime is de theatervorm bij uitstek waar beelden
centraal staan. In deze workshop dompel je jezelf
onder in dit genre. Je leert improviseren, maar
ook een vooraf gekozen verhaal vertellen zonder
woorden. Je lichaamsbewustzijn vergroot en
je leert hoe je zonder woorden een publiek kan
blijven boeien.
Tweedaagse workshop
figurentheaterfocus: staafpoppen
Genres als boulevard- en deurenkomedie,
farce en vaudeville zijn populair bij veel
theatergezelschappen en hun publiek. Ze worden
vaak omschreven als het ‘lichtere’ genre. Maar
veel vooraanstaande komieken, zoals John Cleese,
noemen het blijspel een zeer ernstige zaak. Hoe kies
je als gezelschap het gewenste stuk? Wat zijn de
valkuilen hierbij en waar kun je het beste op letten?
Welke vormen van komedie bestaan er zoal en welke
zijn toepasbaar in het gezelschap?
Prince K. Appiah
POETSMAN
“Ik haat jullie niet,
ik wil jullie niet in de cel.”
MONOLOOG/MUZIEKTHEATER
1H
Poetsman is het verhaal van Kwame, een voormalig voetballer die na een blessure zijn carrière als
sportman op moest geven, en nu werkt als poetsman in de rechtbank. We horen over zijn jeugd in
Ghana, over zijn werk in de rechtbank. Over zijn zoon waar hij geen contact meer mee heeft. En dan
horen we over een ontmoeting met een andere vader, die zijn zoon verloor in een uit de hand gelopen
studentendoop.
De Poetsman is een tekst die wisselt tussen persoonlijke verhalen, mythische vertellingen en
verwijzingen naar de actualiteit. Een uitdaging voor een speler, die naast acteur ook danser en
muzikant kan zijn. (BM)
● Mechelen
● Maandag 14 en 15 april 2025
● Docent: Paul Contryn
Figurenmaker en -speler Paul Contryn deelt zijn
50 jaar ervaring in het tot leven brengen van figuren.
Aan de hand van een hele collectie poppen ontdek
je welke materialen en technieken erachter schuil
gaan.
Door de bomen van de Theaterbib
100% theater
● Lier
● Zaterdag 17 en zondag 18 mei 2025
Ben jij een theatermaker/speler tussen 18 en
30 jaar en heb jij zin om nog eens ongeremd te
spelen? Dan is het ‘100% theater’-weekend iets
voor jou. Dit weekend nodigt je uit om op een
informele manier te netwerken, workshops te
volgen en je vooral te amuseren!
Geregeld in je mailbox: een overzicht van recent toegevoegde theaterteksten,
leestips en ander nieuws uit de Theaterbib van OPENDOEK.
Abonneer je via opendoek.be/theaterbib
Hoe zoek je een theatertekst op? In deze video begeleiden we je
stap voor stap door het proces, zodat je moeiteloos de theaterteksten
vindt en reserveert die je nodig hebt.
● Digitaal
● Dinsdag 13 mei 2025
● Docent: Bastiaan Malcorps
OPENDOEK heeft een Theaterbib met een flinke
collectie toneelstukken. Onze bibcoördinator
Bastiaan neemt je mee op een tocht door de bib
en legt je uit hoe je gemakkelijk door de online bib
zoekt, hoe je makkelijk teksten (digitaal) ontleent
en neemt tijd om op je vragen te antwoorden.
30 31
CAST
THEATERDAG
inspiratie voor héél het gezelschap
www.opendoek.be/theaterdag
za. 26 april
Globe Aroma
BRUSSEL