Wetenschap@OLVG Verpleegkunde mei 2025
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
wetenschapsblad OLVG jaargang 13 | no. 16 | mei 2025
WETENSCHAP
@OLVG Verpleegkunde
Informele zorg:
meedeinen met maatschappelijke golven
Van
verpleegkundige
tot projectleider
Innovaties en
waardegedreven zorg
Critically
appraised topic
Post Intensive Care
Syndroom: verschillen
tussen mannen en
vrouwen
Abstract
Macht in de zorg
van OLVG!
In deze editie
4
Informele
zorg:
meedeinen met
maatschappelijke De toekomst van
7
golven informele zorg
Berekeningen van het CBS laten zien dat het aantal informele
zorgers de komende jaren flink toe gaat nemen. De
overheid verschuift meer taken en verantwoordelijkheden
van beroepskrachten naar informele zorgverleners. Hiermee
vervaagt het onderscheid tussen formele en informele zorg.
Maar hoe zat dit eigenlijk bij onze oma’s en opa’s?
Anita de Vette en Malika Chegary volgden tijdens de
strategiedag een workshop over informele zorg. Zij bleken
hier beide veel mooie kansen in te zien.
De behandeling van
nagelletsel
18
Symposium verpleegkundig
onderzoek
22
Patiënten met nagelletsel worden in OLVG behandeld op de
Spoedeinde Hulp, polikliniek Traumachirurgie of Plastische
Chirurgie - afhankelijk van tijdstip, verwijzing en type of
uitgebreidheid van het letsel. Er zijn verschillende behandelstrategieën
om nagelletsel te behandelen.
Op 20 november vond het symposium verpleegkundig onderzoek
plaats, met als thema ‘Samen beslissen door verpleegkundigen’.
Tijdens het symposium werden de winnaars
van de verpleegkundige onderzoeksprijzen 2024 bekend!
Albine Moser gaf de keynote over ‘Samen beslissen door verpleegkundigen’
en er waren drie inspirerende parallelsessies
door OLVG’ers.
WETENSCHAP@OLVG • 2
Redactioneel
Samenwerken
Even voorstellen! Ik ben Isha Verkaik en werk als
IC-verpleegkundige en onderzoeker. Ik doe zelf
met veel plezier onderzoek naar familieparticipatie
op de intensive care. Bij deze editie van Wetenschap@OLVG
Verpleegkunde ben ik voor het
eerst als hoofdredacteur betrokken. In deze editie
staat samenwerken centraal. Ik denk dat samenwerken
– binnen het zorgteam, met patiënten en
hun families - in de toekomst heel belangrijk gaat
worden. Deze editie laat zien dat verpleegkundigen
hierin een sleutelrol spelen.
Abstract:
Macht in de zorg!
En verder
6 Een app die COPD-patiënten thuis coacht
8 Critically Appraised Topic: Post Intensive Care
Syndroom: verschillen tussen mannen en vrouwen
11 Kwartet onderzoekers
16 Critically appraised topic: Furosemide: continue
toediening of bolusinjectie bij patiënten met acuut
hartfalen?
20 Epidemiologica: Wetenschappelijk onderzoek kost
geld. Hoe kom ik daar aan?
24 Van verpleegkundige tot projectleider: Innovaties
en waardegedreven zorg
26 Weg met een BANG: Margreet ter Meer
27 In het kort
10
De landelijke monitor naar zeggenschap in de zorg
toonde aan dat verpleegkundigen hun zeggenschap
als onvoldoende beoordeelden. Daarom werd een
onderzoek opgezet met als onderzoeksvraag: Hoe
ervaren verpleegkundigen machtsstructuren in OLVG
en welke beleidsinterventies kunnen worden ingezet ter
verbetering?
In het stuk ‘Macht in de zorg’ lees je bijvoorbeeld
dat voor verpleegkundige zeggenschap
in de zorg belangrijk is. Verpleegkundigen voelen
zich krachtig wanneer ze in samenwerking
met collega’s en patiënten kunnen werken. Een
mooi voorbeeld hiervan is de Delphi studie die
verpleegkundig specialist Yvette heeft opgezet
waarin ze samen met een groep experts tot overeenstemming
komt wat de beste behandeling is
voor nagelletsel.
Verder laat het historisch stuk zien hoe politieke
ontwikkelingen invloed hebben op informele zorg.
De uitdaging ligt in het vinden van manieren om
deze informele zorg te integreren in het formele
zorgsysteem zonder dat dit ten koste gaat van de
kwaliteit van zorg. Hiervoor geeft Malika al een
mooi advies: laten we samenwerken met afdelingen
waar expertise is op dit gebied zoals de neonatologie.
We presenteren nog meer mooie voorbeelden hoe
we door beter samen te werken de druk op de
zorg kunnen ontlasten zoals: de thuismonitoring
voor COPD-patiënten, wat niet alleen de zorgverlening
efficiënt maakt, maar ook de zorgkwaliteit
verbetert. En het mantelzorg programma voor
postoperatieve oncologische chirurgische zorg
waarbij we familieleden al tijdens de opname beter
voorbereiden op hun rol na ontslag.
Veel leesplezier!
Isha Verkaik,
IC-verpleegkundige en
onderzoeker
WETENSCHAP@OLVG • 3
Historie
Informele zorg:
meedeinen met
maatschappelijke golven
Berekeningen van het CBS laten zien dat het aantal informele zorgverleners
de komende jaren flink toe gaat nemen. 1 De overheid verschuift meer
taken en verantwoordelijkheden van beroepskrachten naar informele
zorgverleners. Hiermee vervaagt het onderscheid tussen formele en
informele zorg. Maar hoe zat dit eigenlijk bij onze oma’s en opa’s?
Manja Herrebrugh, eindredacteur
Vanaf 1850 zijn er verschillende perioden
in de moderne geschiedenis van de veranderende
verhoudingen tussen sociaal
werkers, burgers en overheid te onderscheiden.
2 De informele zorg ontwikkelt
zich met deze veranderingen mee.
Van liefdadigheid naar
wederopbouw (1850-1965)
De periode vóór de Tweede Wereldoorlog
is voornamelijk gebaseerd op liefdadigheid:
het sociaal werk, waaronder
ook de ouderenzorg, is vooral in handen
van particulieren – informele zorg dus.
De overheid begint zich er langzaam
Project patiënt- en
naastenparticipatie in OLVG
Binnen het programma ‘Kliniek
Ontzorgt’, zet projectleider Heleen
Nelissen zich met het project
‘patiënt- en naastenparticipatie’
in om patiënten en hun naasten
meer regie en ondersteuning te
bieden tijdens het hele zorgtraject.
Door hen een duidelijke rol
te geven in het zorgproces en ze
hierbij te helpen wil OLVG toewerken
naar een sneller herstel
voor de patiënt en een soepele
overgang naar huis of naar een
vervolginstelling.
mee te bemoeien. Er is ‘verzuilde’ armenzorg
vanuit een religieuze overtuiging.
Na de Tweede Wereldoorlog
breekt de periode van wederopbouw
aan: de rijksoverheid vergroot haar rol
vanuit een verantwoordelijkheid voor
de arbeidersklasse. In deze periode
komt onder andere de gezinszorg (de
voorloper van de thuiszorg - formele
zorg dus) op grote schaal op en verwerft
de ouderenzorg een eigen plek
binnen het Nederlandse zorgstelstel
met de invoering van de ‘Noodvoorziening
voor de ouden van dagen’.
Van emancipatie naar
marktdenken (1965-1990)
Een periode van emancipatie volgt:
individuele ontplooiing wordt steeds
belangrijker. De grenzen van de verzorgingsstaat
komen in zicht: de vraag
naar sociale zekerheid wordt steeds
groter, terwijl de overheid deze steeds
minder kan garanderen: er moet bezuinigd
worden. Een periode met de nadruk
op rechten en plichten volgt. In deze periode
zijn efficiëntie en marktdenken de
norm: de Nieuwe Zakelijkheid.
Kenmerkend is de doelstelling van
het regeerakkoord van het kabinet-
Lubbers uit deze tijd (1986): ‘Verschuiving
van (…) professionele hulpverlening
naar zelfzorg en mantelzorg en van
curatief naar meer preventief wordt be-
vorderd’. 3 Het klinkt als de participatiesamenleving
van tegenwoordig avant
la lettre. Er ontstaat echter zoveel ophef
dat het akkoord niet wordt uitgevoerd.
De gewenste bezuinigingen van het kabinet
worden hierdoor niet gehaald.
Van ‘klanten’ naar integraal
werken (1990 – nu)
Met de groei van de welvaart neemt
de mondigheid van de mensen toe. Ze
gedragen zich eind 20 e eeuw steeds
meer als consument en worden meer
als ‘klant’ benaderd. Er wordt steeds
meer uitgegaan van eigen kracht van
de mensen en ‘actief burgerschap’. Het
sociaal werk wordt gedecentraliseerd.
Ouderen wonen langer thuis en krijgen
daar lichtere zorg. Degenen die (tijdelijk
of permanent) veel ondersteuning
nodig hebben, kunnen terecht in de verpleeghuizen.
Participatiesamenleving
(nu – toekomst)
Dat brengt ons bij het nu, wat we kunnen
zien als een ‘participatiesamenleving’.
4 Berekeningen van het CBS laten
zien dat het aantal informele zorgers de
komende jaren flink toe gaat nemen. 1
De overheid verschuift meer taken en
verantwoordelijkheden van beroepskrachten
naar informele zorgverleners.
Hiermee vervaagt het onderscheid tus-
WETENSCHAP@OLVG • 4
informele zorgverleners zich belast?
Welke effecten heeft het gemeentebeleid
op ongelijkheid in het krijgen van
informele zorg? En hoe kan bijvoorbeeld
technologie de rol van informele zorgverleners
verlichten? 5 Door onderzoek
en projecten zoals ‘kliniek ontzorgt’ ,
blijft OLVG zich ontwikkelen op dit gebied.
Zo blijven we meegolven met het
maatschappelijk en politieke klimaat.
sen formele en informele zorg. Zo bieden
organisaties cursussen voor vrijwilligers
en worden mantelzorgers steeds
vaker verantwoordelijk voor zorggerelateerde
taken zelf.
Onderzoek is hard nodig om de nieuwe
uitdagingen die dit met zich meebrengt,
in kaart te brengen. Want waarom
werkt iets in een verpleeghuis wel en in
een ziekenhuis niet? Wanneer voelen
Foto: Richard Brocken/ANP PHOTO
1. https://kennisinformelezorg.nl/wat-is-informelezorg
2. https://www.movisie.nl/
3. Vriend, E, ‘De helpende hand, de verborgen geschiedenis
van de gezinszorg in Nederland’
4. Wiebusch, 2013, via https://www.movisie.nl/sites/
default/files/publication-attachment/Leren-vanhet-verleden%20%5BMOV-9165719-1.0%5D.pdf
5. https://www.eur.nl/essb/media/2018-03-eshpmonderzoeksagenda-informele-zorg-definitief
6. https://decorrespondent.nl/12711/de-metafoor-
van-de-mantel/3e542c57-9cfc-0cf4-2de5-fa1f-
4362c00a
7. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-
trends/2024/vader-en-moeder-op-leeftijd/1-
inleiding
8. https://www.venvn.nl/media/r5hbqfex/werkboeksamenredzaamheid.pdf
Informele zorg en mantelzorg; wat is het verschil?
In de jaren ’70 van de vorige eeuw
maakte Johannes Hattinga Verschure,
hoogleraar en medisch directeur
van onder andere het Lucas Andreasziekenhuis
en het OLVG, onderscheid
tussen professionele zorg en de zorg
van gewone mensen voor elkaar. Dat
laatste, zorg gegeven vanuit ‘vanzelfsprekendheid
en bereidheid tot
wederkerigheid’, noemde Hattinga
Verschure ‘mantelzorg’. Die zorg was
als ‘een mantel die verwarmt, beschut
en beveiligt’, en was, meende
hij, minstens zo belangrijk als die van
beroepskrachten. 6
Tegenwoordig zien we niet-professionele
zorg breder en gebruiken we
liever de term informele zorg, waar
mantelzorg deel van uitmaakt.
Informele zorg
Informele zorg is onbetaald anderen
helpen. Zorgen voor een broer of zus
in de thuissituatie bijvoorbeeld, omdat
ouders deze taken niet kunnen
doen. Of vrijwilligerswerk in de zorg.
Informele zorgers zijn mantelzorgers,
betrokken buren of anderen uit iemand
sociale netwerk of vrijwilligers.
Het tegenovergestelde
is formele zorg. Dit is zorg
die wordt geboden door
professionals die
daarvoor zijn opgeleid
en worden
betaald: een sociaal
werker of een verpleegkundige.
7
Mantelzorg
Mantelzorg is
vaak langdurige
zorg die
iemand geeft die
al dicht bij de
hulpvrager staat.
Potentieel
sociaal netwerk
Actief sociaal
netwerk
Het is zorg die verder gaat dan de
zogenoemde ‘gebruikelijke hulp’ en er
is altijd al sprake van een bestaande
relatie voordat er zorg of ondersteuning
wordt gegeven. 1
Cliënt
Mantelzorgers
Burgerinitiatieven
Vrijwilligers
Beroepsmatige ondersteuning
Figuur: De informele zorg, waar mantelzorg een onderdeel van is.
Bron: www.kennisinformelezorg.nl
WETENSCHAP@OLVG • 5
Interview
Een app die COPDpatiënten
thuis coacht
Ingrid Wegman is sinds het begin betrokken bij
het project rondom thuismonitoring van COPDpatiënten.
Wij vroegen haar hoe patiënten dit ervaren
en hoe zij de toekomst van thuismonitoring ziet.
Simone Priester-Vink, eindredacteur
even wennen want het is een nieuwe
manier van zorg krijgen. Ook voor ons
als professionals is dit nieuw. Wij moeten
op een andere manier zorg leveren.
We zien patiënten alleen wanneer het
moet. Anders monitoren we ze alleen
gedurende een periode van bijvoorbeeld
weken of maanden.’
Hoe ben jij betrokken geraakt bij
dit project?
‘Vanaf 2017 zijn wij gestart met het project,
dus vanaf het begin af aan heb ik
bijgedragen. We zijn eerst met vijftig
zorgzware patiënten gestart, omdat
het op dat moment nog nieuw was. Het
is immers een andere manier van zorg
leveren. We zijn gestart met een brede
werkgroep met o.a. longartsen, longverpleegkundigen
en arts-assistenten.
Samen met Sananet 1 hebben wij de app
gemaakt tot hoe die nu is.’
Kan je iets vertellen over hoe de
thuismonitoring eruitziet?
‘Wij werken met de Sanacoach, een
uitgebreid eHealth programma waarbij
patiënten o.a. een vragenlijst toegestuurd
krijgen. De frequentie van het
uitsturen van de lijsten wordt besproken
samen met de patiënt. Op basis
van de antwoorden die de patiënten
geven krijgen automatisch een advies
wat op maat gemaakt is. Een advies
kan bijvoorbeeld zijn om bij verergering
van klachten noodmedicatie te nemen
of om contact met ons op te nemen. Ze
krijgen dan een monitoringsverpleegkundige
aan de telefoon. Deze vraagt
de klachten uit en indien nodig zal zij
de vragen doorspelen naar de Longverpleegkundigen
/ verpleegkundig
specialist. Daarnaast is het programma
gericht op coaching van de patiënt. Er
kunnen kenniskuren worden aangezet,
er zit er een programma in om de ziektelast
per patiënt te monitoren en er
Ingrid Wegman, verpleegkundig specialist
Longgeneeskunde
zit een thuismonitoringsprogramma in.
Allemaal om de patiënt beter te kunnen
begeleiden bij zijn ziekte.’
Wat vinden COPD-patiënten
van thuismonitoring?
‘Patiënten vinden het heel fijn en zijn
erg tevreden. Ze vinden het systeem
ook niet moeilijk. Het geeft veel patiënten
rust om te weten dat ze altijd
laagdrempelig contact met ons kunnen
zoeken en 24 uur per dag advies kunnen
krijgen. In het begin was het wel
Wordt er binnen dit project
wetenschappelijk onderzoek
gedaan?
‘We hebben kleine onderzoeken gedaan,
waaruit blijkt dat de app echt een
verschil maakt. Zo zien we minder SEH
bezoeken en opnames, minder consulten
op de poli. Wel gingen het aantal
consulten met de longverpleegkundige
omhoog en zagen we een toename van
het prednison gebruik. Mogelijk komt
dit doordat klachten nu nog beter gerapporteerd
worden en longaanvallen
eerder herkend worden. Voorheen hadden
we hier minder zicht op.’
Hoe zie jij de toekomst
van de (COPD) zorg? Met
thuismonitoring? En inzet van
informele zorg?
‘EHealth begeleiding is niet meer
weg te denken. Ik denk dat we er niet
aan ontkomen gezien de druk op de
zorg. Ook vind ik dat patiënten via
de Sanacoach betere begeleiding
krijgen. Ze kunnen nu zelf informatie
opzoeken die ze in hun eigen tijd
kunnen teruglezen. Hierdoor krijgt
een patiënt meer informatie over zijn
ziekte en hierdoor ook meer grip op de
mogelijke klachten. Iedere patiënt die
met eHealth begeleiding naar huis kan
zou dit moeten worden aangeboden.
Patiënten alleen op de poli zien als het
moet, is zorg op de juiste plek.’
Referenties
1. https://sananet.nl/
WETENSCHAP@OLVG • 6
Interview
op de bel te drukken als de patiënt ontbloot
is, zodat een wond geïnspecteerd
kan worden. Of maximaal één bezoeker,
die dan wel 24 uur per dag welkom is. Ik
denk dat familieparticipatie in de basis
heel fijn kan zijn.’
Anita (links) en Malika (rechts) pleiten met deze foto voor plezier in je werk.
De toekomst van
informele zorg
Anita de Vette (verpleegkundig specialist Dialyse
en voorzitter verpleegkundig stafbestuur) en Malika
Chegary (unitleider Kindergeneeskunde) volgden
tijdens de strategiedag een workshop over informele
zorg. Zij bleken hier beide veel mooie kansen in te zien.
Simone Priester-Vink, eindredacteur
Strategiedag
Malika: ‘Ik was tijdens de strategiedag
eigenlijk heel verbaasd over de gang
van zaken in OLVG over informele zorg
ten tijde van beddendruk, lange ligduur.
Ik hoorde dat het knelpunt met name
de bezoektijden waren. We zitten in een
gehele transformatie van zorg, waarbij
ik meteen dacht: ‘we zitten als ziekenhuis
in een wijk waarin veel mensen een
niet-Westerse afkomst hebben, waarbij
informele zorg en family integrated
care eigenlijk heel normaal is. Dit kunnen
we toch met zijn allen beter doen.’
Anita: ‘Ik heb mijn eigen persoonlijke
mening. Maar ik wilde ook weten wat
verpleegkundigen in OLVG vinden. We
hebben vanuit het verpleegkundig stafbestuur
(VSB) aan onze ambassadeurs
gevraagd om in gesprek te gaan met
collega’s over positieve en negatieve
aspecten. Hierbij zagen we dat veel verpleegkundigen
positief zijn, maar ook
weerstand voelen, bang zijn dat ze de
patiënt niet goed zullen kunnen inspecteren.
Ik denk dat veel weerstand weg te
nemen is door goede afspraken te maken,
bijvoorbeeld door familie te vragen
Expertise
Malika: ‘We hebben ook al veel expertise
in huis, kijk bijvoorbeeld naar de
neonatologie. Het participeren van familieleden
of vrienden kan heel wat kan
betekenen voor iemands ligduur.’
Anita: ‘In AmsterdamUMC is daar al
een onderzoek naar geweest bij volwassen
patiënten. Daar werd gekeken
of mensen sneller met ontslag konden,
door familie bepaalde handelingen aan
te leren. Dit kan de verpleegkundige
natuurlijk tijd kosten. Ook daar zijn andere
oplossingen voor te bedenken. In
Maastricht hebben ze bijvoorbeeld een
mantelzorgacademie, waarbij andere
zorgverleners de familie handelingen
aanleren.’
Toekomst
Anita: ‘We zijn met het VSB naar het
Radboudumc geweest, daar hebben ze
allemaal eenpersoonskamers. Binnen
de nieuwbouw kan je rekening houden
met een naaste door aanwezigheid van
een bedbank, maar ook met een plek
waar mensen gezamenlijk kunnen eten.
Informele zorg hoeft niet alleen het
aanleren van handelingen te zijn, maar
het kan ook zijn dat iemand geholpen
wordt met eten, naasten bij de artsenvisite
zijn of even een stukje wandelen
samen.’
Malika: ‘Als we investeren in informele
zorg en goed met elkaar in gesprek
gaan en blijven, dan zie ik wel een hele
mooie transformatie voor me die best
heel rap kan gaan. Laten we samen
kijken wat de knelpunten zijn, met
welke afspraken we deze weg kunnen
nemen en wat het kan opleveren. Als ik
voor mezelf terugkijk, heeft de kindergeneeskunde
zich ook zo ontwikkeld.
Vroeger lagen kinderen allemaal op
zaal en konden ouders even bij ze zijn.
Dat kan je je nu niet meer voorstellen.
Als we deze transformatie voor elkaar
krijgen vragen we ons over een paar
jaar ook af hoe we dat vroeger deden.’
WETENSCHAP@OLVG • 7
Critically appraised topic
Post Intensive Care
Syndroom: verschillen
tussen mannen en vrouwen
Zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen in hoe
zij klachten na een Intensive Care-opname ervaren?
Jennifer van der Burg, IC verpleegkundige in opleiding
Achtergrond
Een intensive care (IC) opname is voor
patiënten ingrijpend, en dat effect
houdt vaak ook na ontslag nog aan 1 .
Sinds enkele jaren is er meer aandacht
gekomen voor Post Intensive Care
Syndroom (PICS). PICS wordt gedefinieerd
als een verzameling van nieuwe
of verergerde klachten in het fysieke,
cognitieve, of psychische domein na
een verblijf op een IC. Deze kunnen van
invloed zijn op de algehele kwaliteit van
leven 1 . In OLVG wordt dit gemonitord
met vragenlijsten op de IC-nazorgpoli.
Uit eerder onderzoek blijkt dat posttraumatisch
stresssyndroom na een
IC-opname iets vaker voorkomt bij
vrouwen dan bij mannen 2 . Vrouwen
ervaren een IC-opname mogelijk
anders dan mannen. De hypothese
luidt dat PICS na een IC-opname door
WETENSCHAP@OLVG • 8
vrouwen anders worden ervaren dan
door mannen.
Populatie: Patiënten die PICS ervaren
Determinant: Sekse
Uitkomst: Verschillen in symptomen
van PICS
Zoekstrategie en uitkomst
Op 19-06-2024 is gezocht in Pubmed en
CINAHL met de zoekstrategie:
(“postintensive care syndrome”[Title/
Abstract] OR “post-intensive
care syndrome”[Title/Abstract]
NOT (children[MeSH Terms]
OR children[Title/Abstract]
OR pediatric[MeSH Terms] OR
pediatric[Title/Abstract] OR
family[MeSH Terms] OR family[Title/
Abstract] OR neonate[MeSH
Terms] OR neonate[Title/Abstract]
OR “COVID-19”[Title/Abstract]
OR “coronavirus”[MeSH
Terms] OR “child”[MeSH Terms] OR
“pediatrics”[MeSH Terms] OR “infant,
newborn”[MeSH Terms])
We selecteerden artikelen uit 2012 tot
en met 2024 en filterden op Engels- of
Nederlandstalige artikelen, full-text en
studies met mensen als onderzoekpopulatie.
Dit leverde 397 artikelen op. De
inclusiecriteria waren: artikelen waarin
alle drie de domeinen van PICS als uitkomst
worden beschreven, patiënten
ouder dan 16 jaar en met een opnamereden
zoals die ook voorkomt op de IC
in OLVG. Studies die zich alleen richten
op patiënten met COVID-19 werd uitgesloten.
Onderzoek heeft aangetoond
dat er sprake kan zijn van long-covid,
dit kan een bias geven in de ervaren
klachten post-IC. Na screenen op titel
abstract en vervolgens full-text bleven
vier artikelen over. Ze zijn beoordeeld
met de checklists van Cochrane Nederland
en benoemd op volgorde van
bewijslast.
Resultaten
Lee e.a. 3 voerden een gedegen systematische
review en meta-analyse uit
om risicofactoren voor de verschillende
PICS-domeinen te onderzoeken. De
review gebruikt 89 studies met in totaal
63.132 post-IC patiënten. De onderzoekers
vonden dat vrouwen een hoger
risico hebben op klachten in het fysieke
en psychische domein (binnen het psychische
domein hebben vrouwen vooral
meer risico op angsten, niet op depressie
of PTSS). Ze vonden geen verschil
tussen mannen en vrouwen binnen het
cognitieve domein.
Kosilek e.a. 4 voerden een RCT uit waarin
een interventie in 298 IC patiënten werd
getest om mentale gezondheid te verbeteren.
Tevens werd de dataset gebruikt
om risicofactoren voor de PICSdomeinen
te onderzoeken tot twee
jaar na ontslag van de IC. Er worden
geen sekseverschillen gevonden voor
klachten op het psychische en cognitieve
domein. Mannen melden alleen
vaker dysfagie klachten, terwijl andere
uitkomsten van het fysieke domein ook
niet verschilden.
Vincent e.a. 5 voerden een prospectieve
studie uit in 139 patiënten om drie en
twaalf maanden na ontslag van de IC,
klachten op PICS domeinen te meten
met gevalideerde vragenlijsten. Helaas
was er veel lost-to-follow-up en kon
PICS maar voor een kleine groep onderzocht
worden (n=69). De onderzoekers
vonden binnen geen enkele van de drie
domeinen van PICS, verschillen in het
ontwikkelen van klachten tussen mannen
en vrouwen.
Amarcher e.a. 6 publiceerden een vervolgstudie
op die van Vincent e.a. 5
en keken naar PICS klachten op 24
maanden na ontslag van de IC in 107
patiënten. De resultaten laten zien dat
vrouwen meer risico hebben op het ontwikkelen
van PICS, wat voornamelijk toe
te schrijven was aan meer klachten in
het fysieke domein.
Commentaar en klinische
relevantie
Alle artikelen onderzochten een studiepopulatie
vergelijkbaar met de
IC-populatie van OLVG en gebruikten
vragenlijsten die ook (deels) gebruikt
worden op de IC-nazorgpoli van OLVG.
Wel gebruikte ieder onderzoek andere
vragenlijsten of testen om klachten
binnen de verschillende domeinen van
PICS te meten. Hiervoor werden verschillende
gevalideerde vragenlijsten
gebruikt, maar deze zijn vaak wel gebaseerd
op zelfrapportage. Er wordt nog
geen rekening gehouden met verschillende
manieren van invullen van de
lijsten tussen vrouwen en mannen. Hier
moeten we rekening mee houden op de
IC-nazorg poli.
Conclusie
Uit de artikelen komt geen eenduidig
beeld naar voren over sekseverschillen
in de drie PICS-domeinen. Uit de artikelen
lijkt evidence te zijn dat vrouwen
een hoger risico hebben op PICS-klachten
in het fysieke domein. Geen van de
artikelen vond sekseverschillen in het
cognitieve domein. Voor het psychische
domein blijkt uit de systematische review
dat vrouwen na een IC-opname
vaker last hebben van angsten, maar
dit werd niet bevestigd in de andere
artikelen. Meer onderzoek is nodig om
een eenduidiger beeld te krijgen en zo
de kliniek te kunnen adviseren in hun
aanpak om PICS te voorkomen bij mannen
en vrouwen.
Referenties
1. Sutton L, Bell E, Every-Palmer S, Weatherall M,
Skirrow P. Survivorship outcomes for critically ill
patients in Australia and New Zealand: A scoping
review. Austr Crit Care. 2024;37(2):354–68.
2. Davydow DS, Gifford JM, Desai SV, Needham
DM, Bienvenu OJ. Posttraumatic stress disorder
in general intensive care unit survivors: a
systematic review. Gen Hosp Psychiatry.
2008:30(5);421–34.
3. Lee M, Kang J, Jeong YJ. Risk factors for
post–intensive care syndrome: A systematic
review and meta-analysis. Aust Crit Care.
2020;33(3):287–94.
4. Kosilek R, Schmidt K, Baumeister S, Gensichen
J. Frequency and risk factors of post-intensive
care syndrome components in a multicenter
randomized controlled trial of German sepsis
survivors. J Crit Care. 2021;65:268–73.
5. Vincent A, Beck K, Thommen E, Widmer M,
Becker C, Loretz N, et al. Post-intensive care
syndrome in out-of-hospital cardiac arrest
patients: A prospective observational cohort
study. PloS One. 2022;17(10):e0276011.
6. Amacher SA, Sahmer C, Becker C, Gross S,
Arpagaus A, Urben T, et al. Post-intensive
care syndrome and health-related quality of
life in long-term survivors of cardiac arrest: a
prospective cohort study. Scientific Reports.
2024;14(1):10533.
WETENSCHAP@OLVG • 9
Abstract
Macht in de zorg
van OLVG!
Martijn Vos, promovendus Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en
Mireille Stelwagen, Adviseur wetenschap en opleiden, verpleegkundig onderzoeker
Aanleiding en doel
Macht: het vermogen of de capaciteit
om doelen te bereiken. Macht kan
worden ingezet om het welzijn van
anderen te bevorderen en zelfs de autonomie
van anderen te verstevigen.
Vanwege de negatieve lading van het
woord macht worden ook de woorden
‘zeggenschap’ en ‘invloed uitoefenen’
gebruikt. De landelijke monitor naar
zeggenschap in de zorg toonde aan dat
verpleegkundigen hun zeggenschap
als onvoldoende beoordeelden (Actieplan
Zeggenschap, 2022). Dit heeft een
negatief effect op uitval, burn-out en
op kwaliteit van zorg. Daarom zette de
Liga voor de rechten van de mens in
samenwerking met De Vrije Universiteit
Amsterdam en OLVG dit onderzoek op.
Hoe ervaren verpleegkundigen machtsstructuren
in OLVG en welke beleidsinterventies
kunnen worden ingezet ter
verbetering?
Methode
Tussen november 2022 en september
2024 participeerden 29 verpleegkundigen
van 13 verschillende afdelingen uit
OLVG. Er werd een kwalitatief design
toegepast die uit drie fases bestaat. In
de eerste fase hielden verpleegkundigen
etnografische dagboeken bij over
machtservaringen in het ziekenhuis,
vond participant-observatie plaats en
werden semigestructureerde interviews
afgenomen. Alle tekst uit de interviews
werd onafhankelijk gecodeerd en verder
geanalyseerd volgens thematische
analyse. In de tweede fase werd een
focusgroepbijeenkomst gehouden met
verpleegkundigen om thema’s te valideren
en beleidsaanbevelingen te ontwikkelen.
Tijdens de derde fase werden
de bevindingen en adviezen besproken
Mireille Stelwagen: ‘In OLVG kunnen
beleidsinterventies worden ingezet om de
ervaring van verpleegkundigen met macht
in de zorg te verbeteren.’
met verpleegkundigen, managers en
stafleden uit alle lagen van de organisatie.
Resultaat
Er kwamen vier thema’s naar voren
die weergeven hoe verpleegkundigen
in OLVG de machtsstructuren ervaren.
Verpleegkundigen voelden zich machtig
wanneer ze op een coöperatieve manier
konden samenwerken met hun collega’s
en patiënten om zo de gezondheid
van hun patiënten te verbeteren. Dit
werd echter beïnvloed door drie belemmerende
structurele omstandigheden.
Ten eerste voelden verpleegkundigen
zich belemmerd in het verlenen van
zorg door de hiërarchische relaties, zowel
tussen verpleegkundigen en artsen
als tussen de artsen onderling. Hoewel
ervaren verpleegkundigen aangeven
dat deze hiërarchie in de loop der jaren
is verminderd, blijft deze hiërarchie nog
steeds invloed uitoefenen. Ten tweede
voelden zij zich machteloos door agressie
tegen verpleegkundigen, vooral door
de gelimiteerde bezoekersregelingen
tijdens en na Covid. Ten slotte ervaarden
verpleegkundigen een gebrek aan
zeggenschap in ziekenhuisbeleid om
problemen binnen afdelingen aan te
pakken, wat volgens hen leidde tot een
lagere zorgkwaliteit, verminderde werktevredenheid,
burn-out en uitval.
Beleidsinterventies die onder andere
werden voorgesteld waren: verder implementeren
van interprofessionele
educatie om het begrip en de dialoog
tussen artsen en verpleegkundigen te
vergroten, uitbreiden van combi-functies
voor verpleegkundigen, en inzetten
van afdelingsgerichte zeggenschapsinterventies.
Als laatste pleitten ze sterk
voor het waarborgen van verpleegkundige
vertegenwoordiging op alle managementlagen.
Conclusies
Verpleegkundigen in OLVG hebben zowel
positieve als minder positieve ervaringen
met macht in de zorg. In OLVG
zijn er mogelijke beleidsinterventies die
ingezet kunnen worden om minder positieve
ervaringen met macht te voorkomen.
Referenties
Vos, M., Stelwagen, M., Pittens., C, Brinkhof M, Essink,
D., Scheele, F. & Hamelink., C. Experiences of
nurses with power-structures in hospital care: A
qualitative study. Journal of Advanced Nursing
(under review, November 2024).
WETENSCHAP@OLVG • 10
Kwartet onderzoekers
Hoe is het om onderzoek te doen in OLVG? Vier onderzoekers
vertellen erover.
WETENSCHAP@OLVG • 11
Kwartet onderzoekers
Mantelzorg na oncologische
chirurgie
Hoe ben je betrokken geraakt bij dit
onderzoek?
‘Op de afdeling werd gevraagd of iemand
studiecoördinator wilde zijn. Ik heb aangegeven
dat dit me heel leuk lijkt, omdat ik het
heel belangrijk vind om patiënten en familie
te betrekken bij de zorg. We hebben vanaf
maart 2024 geïnventariseerd of er genoeg
mensen zouden zijn die we zouden kunnen
includeren. Vanaf november 2024 zijn we
echt gestart met het includeren van patiënten
en hun familie.’
: ik vind het heel belangrijk
om patiënten en familie te
betrekken bij de zorg.
Samenvatting onderzoek
Oncologische patiënten ondergaan vaak grote
operaties. Na het ontslag uit het ziekenhuis spelen
familieleden vaak een belangrijke rol bij het verlenen
van basiszorg aan hun naasten. Om families
voor te bereiden op hun actieve rol als mantelzorger
na ontslag van de patiënt, ontwikkelde
AmsterdamUMC een mantelzorgprogramma om
mantelzorgers al tijdens de ziekenhuisopname
actief te betrekken, zodat patiënten én familieleden
goed voorbereid met ontslag gaan. Het doel
van de ARTIS-2 studie is om het mantelzorgprogramma
te implementeren in de postoperatieve
oncologische zorg voor patiënten met een verwachte
ligduur van minimaal drie dagen.
Dit mantelzorgprogramma wordt geïmplementeerd
in zeven verschillende ziekenhuizen in Nederland,
waaronder OLVG. Op afdeling B5 is de
interventieperiode inmiddels gestart, met Amanda
Stokroos als studiecoördinator.
Amanda Stokroos,
oncologieverpleegkundige
en studiecoördinator
ARTIS-2
studie
Take-home
message
Het is van meerwaarde
dat een
studiecoördinator
ook als
verpleegkundige
op de afdeling
werkt. Hierdoor
wordt meteen
ervaren wat de
interventie in de
verpleegkundige
praktijk doet.
Hoe kijk je terug op de afgelopen
maanden?
‘Ik vind het heel leuk om te doen. Mensen
reageren heel positief en vinden het fijn dat
ze mee kunnen helpen. In de praktijk is het
soms lastig voor familie om acht uur op de
afdeling aanwezig te zijn. Het is soms lastig
te combineren met een gezin of als de
partner van de patiënt verminderd mobiel
is. Maar we zijn begonnen, de eerste inclusie
hebben we en die patiënt gaat vandaag (november
2024) naar huis. We willen in totaal
meer dan 50 patiënten en familie includeren.’
Wat vind je het leukst aan
onderzoek doen?
‘Dat ik het kan combineren met mijn functie
als oncologieverpleegkundige. Ik heb
gesprekken met patiënten op de poli, op de
afdeling en bel ook mensen na. Omdat ik ook
aan het bed sta zie ik wat het betekent als
familie meehelpt in de zorg. We hebben een
heel enthousiast team, waardoor dit onderzoek
echt gedragen wordt. Dat is super fijn!
Als deze pilot succesvol is kan het project
misschien wel uitgebreid worden naar andere
categorieën patiënten.’
WETENSCHAP@OLVG • 12
Prevalentie en mortaliteit van
infectieuze endocarditis
Kwartet onderzoekers
Waarom ben je een master gaan
doen?
‘De verpleegkunde opleiding ging mij heel
goed af. Ik ben van nature nieuwsgierig en
geïnteresseerd in waar de kennis die we
gebruiken vandaan komt. Ik wil zelf een bijdrage
leveren aan die kennis, zelf iets uitzoeken
voor en op de afdeling. Zo ben ik terecht
gekomen bij Gezondheidswetenschappen. Ik
hoop dat op den duur te combineren met de
opleiding tot verpleegkundig specialist. Zo
kan ik onderzoeken hoe ik het best iemand
kan behandelen en vervolgens ook zelf de
desbetreffende behandeling toepassen op
mensen.’
: met mijn master op zak
kan ik zowel onderzoeken
hoe ik iemand kan
behandelen, als deze
behandeling toepassen
op de patiënt.
Samenvatting onderzoek
Tijdens haar master moest Josephine een onderzoek
uitvoeren. Ze wilde dit graag combineren
met haar werk als verpleegkundige, om het
relevant te maken. Ze heeft onderzoek gedaan
naar infectieuze endocarditis. Ze keek naar de
prevalentie, welke bacteriën de veroorzaker waren,
naar mortaliteit (in 30 dagen en in één jaar)
en of het ondergaan van een hartklepoperatie
nodig was. Ook zijn factoren waarvan de literatuur
bevestigt dat ze een rol kunnen spelen tussen
de determinant en uitkomsten meegenomen
in dit onderzoek. Dit zijn onder andere: de Euro-
Score II, biologische sekse, leeftijd en hartklep
nativiteit. Met al deze variabelen is uiteindelijk
een multivariaat logistische regressieanalyse
uitgevoerd. Dit onderzoek bevestigt dat de Staphylococcus
aureus significant gevaarlijker is als
ziekteverwekker en vaker leidt tot mortaliteit in
30 dagen. Daarentegen veroorzaken de Streptococci
spp. juist vaker hartklepoperaties.
Josephine Arensbach
– Jensen, verpleegkundige
Cardio shortcare
en gezondheidswetenschapper
Take-home
message
Een master
combineren
met werken als
verpleegkundige
is mogelijk
met veel doorzettingsvermogen,
goede
begeleiding en
een fijn team.
Hoe kijk je terug op je onderzoek?
‘Het was heel pittig. Ik heb 600 mensen geïncludeerd
vanuit een retrospectief cohort.
Ik moest flink het dossier induiken om alle
informatie te achterhalen. Ik ben ontzettend
goed begeleid en had altijd het gevoel dat ik
ondersteuning had. Ik heb meerdere begeleiders
gehad vanuit OLVG, waaronder Eva
Verbeek en Leonie Nagelmaeker. Het was
fijn dat ik ze aan hun jasje kon trekken als
ik vragen had. Ik heb veel van deze periode
geleerd.’
Hoe was het om studie en werk te
combineren?
‘Het was hectisch, maar het is wel goed gelukt.
Ik wil mijn team daar erg voor bedanken,
er was vanuit de afdeling veel mogelijk
qua regelen en ruilen van diensten. Ik ben
heel trots dat het gelukt is om af te studeren.
Ik ben de enige in mijn familie die de middelbare
school heeft afgemaakt, laat staan een
HBO en universitair diploma heeft behaald.’
WETENSCHAP@OLVG • 13
Kwartet onderzoekers
Kan gebruik van de midline katheter
flebitis voorkomen?
Waarom ben je het evidence-based
practice (EBP) studiepad gaan
doen?
‘Tijdens de opleiding verpleegkunde vond
ik het al leuk en interessant om met onderzoek
bezig te zijn. Ik had gezien dat een collega
het EBP studiepad had gedaan en zij
heeft mij geïnspireerd met haar onderzoek.
Ik vond het heel prettig om handvatten te
krijgen om aan de slag te gaan met EBP.
Het was fijn dat ik een praktijksituatie kon
meenemen in dit traject en hier goede begeleiding
in kreeg. Je bent nooit uitgeleerd.
Ik werd echt meegenomen in een voor mij
nieuw stukje kennis.’
: ik zit niet graag stil
en wil blijven leren en
ontwikkelen.
Samenvatting onderzoek
Guusje heeft in 2024 deelgenomen aan het EBP
studiepad. Daarvoor zocht ze uit of gebruik van
de midline katheter (een dun slangetje in een
groot bloedvat in de bovenarm) in plaats van perifeer
infuus (een infuus in een klein bloedvat in
de arm of been) de kans op flebitis vermindert.
Deze vraag kwam vanuit een werkgroep binnen
het Hartcentrum. In een aantal andere Santeon
ziekenhuizen wordt deze katheter al gebruikt.
Guusje heeft een aantal artikelen gevonden die
haar vraag konden beantwoorden. Deze artikelen
wijzen erop dat er minder vaak flebitis ontstaat
bij het gebruik van een midline katheter. Het is in
OLVG nog niet geïmplementeerd, want logistiek
zitten hier nogal wat haken en ogen aan. Er moet
apparatuur aangeschaft worden en personeel
moet worden opgeleid. De werkgroep binnen het
Hartcentrum is nu ook aan het onderzoeken welke
patiënten meer kans hebben op flebitis, om dit te
kunnen voorkomen.
Guusje van Lunen,
verpleegkundige
Cardiologie
Take-home
message
Je bent nooit
uitgeleerd. Er zijn
veel mogelijkheden
om je verder
te ontwikkelen,
zoals een EBP
studiepad of een
master.
Hoe vond je het om het EBP
studiepad te combineren met je
werk?
Ik heb de ruimte op de afdeling gekregen
om dit te gaan doen en om daarin te ontwikkelen.
Dat was heel fijn en daar ben ik
dankbaar voor. Om naast mijn werkzaamheden
aan het bed mijn kennis uitbreiden
was daardoor goed te doen. Het was prettig
om een stukje zelfstudie op te pakken door
de kennisclips te kijken en daarna met elkaar
toe te passen in de lessen. Dat maakt
het leuk en interactief. De handvatten die ik
heb gekregen probeer ik zoveel mogelijk te
delen op de afdeling.’
Wat zijn je toekomstplannen?
‘Ik ben nu bezig met de master Zorgmanagement
en werk daarnaast parttime. Het
leuke is dat in die master alles samenkomt.
De kennis van het EBP studiepad, bezig
zijn met kwaliteit. Ik vind het fijn dat ik de
verpleegkunde kennis en werkervaring als
achtergrond heb. Na mijn master wil ik dan
ook kijken hoe ik de kennis uit de master en
verpleegkundige kennis samen kan brengen
en hoe ik kan blijven bijdragen aan
kwaliteitsverbetering.’
WETENSCHAP@OLVG • 14
Kwartet onderzoekers
Mobiliseren op dag nul na operatie
bij heupfractuur
Hoe vond je het om het EBP
studiepad te combineren met
werken op de afdeling?
‘Ik vond dat goed te doen. Nu ben ik wel een
bijzonder geval, doordat ik een tijdje buiten
zorg heb gestaan. Ik vond het fijn dat we
stapsgewijs meegenomen werden in hoe je
een onderzoeksvraag beantwoordt. Ik vond
het maandelijks deelnemen aan de journal
clubs ook fijn. Daaraan namen andere
verpleegkundigen deel die eerder het EBP
studiepad hadden gedaan of gewoon interesse
hebben in wetenschap. Het is leuk om
ervaringen te delen en nieuwe collega’s te
ontmoeten. Ik vond het niet erg om daarvoor
een uurtje langer op werk te blijven, omdat
ik hier veel kennis heb opgedaan.’
: ik vond het fijn dat we
stapsgewijs meegenomen
werden in hoe je een
onderzoeksvraag
beantwoordt.
Samenvatting onderzoek
Maaike heeft in 2024 het EBP studiepad gedaan.
In overleg met haar teamleider en het
team heeft ze zich gericht op het zorgpad
heupfractuur van Waardegedreven zorg. Specifiek
heeft ze gekeken naar het mobiliseren
van patiënten die geopereerd zijn aan een
heupfractuur. Het mobiliseren van patiënten
op op dag nul (de dag van de operatie), werd
vergeleken met de patiënten die pas op dag
één na de operatie startten met mobiliseren.
Er was geen klinisch relevante verbetering in
het herstel van patiënten in beide groepen.
Het zou een halve dag kunnen uitmaken op
de ontslagdatum. Voor een vervolgonderzoek
zou gekeken kunnen worden naar een verschil
in complicaties tussen de startmomenten van
het mobiliseren.
Maaike van Kempen,
verpleegkundige
Heelkunde
Take-home
message
Soms moet je
als iets lastig
is het toch gewoon
gaan doen.
Nieuwsgierig zijn
door het te onderzoeken
en wellicht
verrassen de
resultaten je.
Wat vond je de grootste uitdaging?
‘Ik vond de evidence tabel erg lastig. Ik had
daar nog niet eerder mee gewerkt. Door
goede uitleg, veel voorbeelden te vinden en
uitzoeken ben ik uiteindelijk wel tot een gedegen
evidence tabel gekomen. Dat was wel
een goede uitdaging op het eind, maar het is
een van die dingen die je gewoon moet gaan
doen. Uiteindelijk heb ik een aantal goede
artikelen kunnen selecteren. Daar ben ik blij
mee.’
Heeft onderzoek doen veranderd
hoe je werkt op de afdeling?
‘Ik ben sneller geneigd om op Zenya te zoeken
waarom we iets op een bepaalde manier
doen. Ik zoek sneller achtergrondinformatie
op, omdat ik me afvraag of iets niet effectiever,
beter of sneller kan. Ik had het erg naar
mijn zin op de afdeling, maar vind het leuk
om me te gaan specialiseren. Per oktober
2025 ga ik de CCU opleiding doen. Vanaf
maart werk ik al voor op de cardio afdeling.’
WETENSCHAP@OLVG • 15
Critically appraised topic
Furosemide: continue
toediening of bolusinjectie
bij patiënten met acuut
hartfalen?
Is er verschil in opnameduur van patiënten
met acuut hartfalen bij continue toediening
van intraveneuze furosemide vergeleken met
intermitterende toediening via bolusinjecties?
Babette Martens, Cardiac care (CC) verpleegkundige
Achtergrond
Op de Cardiac Care Unit (CCU) in
OLVG, locatie Oost komt een diverse
populatie patiënten met cardiale problematiek
langs, waaronder patiënten
met acuut hartfalen. Acuut hartfalen
kan de eerste manifestatie zijn van
hartfalen, maar vaker blijkt dat het een
acute decompensatie is bij patiënten
met chronisch hartfalen 1 . Bij patiënten
ouder dan 65 jaar is chronisch hartfalen
de meest voorkomende reden voor
een ziekenhuisopname. Deze opnames
worden gekenmerkt door acute verslechtering
veroorzaakt door volumeoverbelasting
en verhoogde vuldruk.
Het toedienen van intraveneuze diuretica
is een cruciaal onderdeel van de
behandeling van acuut hartfalen. Binnen
OLVG wordt bij voorkeur de diuretica
furosemide gebruikt.
De richtlijn van de European Society of
Cardiology 1 beschrijft dat bij de start
van de behandeling met diuretica, er
eerst een intraveneuze dosis van furosemide
gegeven moet worden. Aan
de hand van urineproductie en urinenatrium
wordt gekeken of de therapie
aanslaat. De richtlijn beschrijft dat
zorgverleners na die eerste intraveneuze
dosis furosemide kunnen kiezen
om furosemide twee tot drie keer per
dag als bolus toe te dienen of via een
continu infuus.
Binnen OLVG blijkt een verschillende
kijk te zijn op de toediening van furosemide
tussen de verpleegkundigen van
de CCU en de verpleegafdeling cardiologie.
Het verschil zit in het continu
toedienen van furosemide met behulp
van een spuitpomp of het toedienen
van furosemide op een intermitterende
wijze via bolusinjecties. Tussen de afdelingen
wordt dus geen eenduidige
manier aangehouden in het toedienen
van intraveneuze furosemide bij patiënten
met acuut hartfalen. Het gevolg
hiervan is dat de zorg rond patiënten
met hartfalen verschillend wordt
vormgegeven. Dit is voor patiënten niet
prettig, maar kan ook leiden tot inefficiëntie
waardoor patiënten langer in
het ziekenhuis liggen. Om meerdere
redenen is het belangrijk om de opnameduur
van patiënten op de CCU
zo kort mogelijk te houden. Zodoende
leeft de vraag of de methode van furosemide
toedienen bij patiënten met
acuut hartfalen zorgt voor een kortere
opnameduur.
P
I
C
O
patiënten met acuut hartfalen
continue toediening van
intraveneuze furosemide
intermitterende toediening van
intraveneuze furosemide via
bolusinjecties
duur van ziekenhuisopname
(P=patiënt, I=interventie, C=vergelijking en
O=uitkomst)
Zoekstrategie en uitkomst
In februari tot mei 2024 is samen met
een informatiespecialist gezocht in
PubMed met deze zoektermen:
(“heart failure”[MeSH] OR heart
failur*[tiab] OR Cardiac Failur*[tiab]
OR myocardial failur*[tiab] OR
Heart Decompensat*[tiab])
AND (“furosemide”[MeSH] OR
furosemide[tiab] OR Lasix[tiab]) AND
(intermittent*[tiab] OR bolus[tiab] OR
interval*[tiab] OR on-and-off[tiab])
AND (“patient dischargev “[MeSH]
OR discharg*[tiab] OR “Length of
Stay”[Mesh] OR length of stay[tiab] OR
hospital stay[tiab])
WETENSCHAP@OLVG • 16
Dit verschil is echter niet statistisch
significant (95% betrouwbaarheidsinterval
-2.05;1.84). Ook vonden de
onderzoekers een hoge heterogeniteit
onder de studies (I 2 =90%).
Commentaar en klinische
relevatie
Het artikel van Karedath e.a. 2 is goed
uitgevoerd, bleek uit de beoordeling
met de Cochrane checklist. Wel was
in de tabel met studiekarakteristieken
niet duidelijk welke uitkomsten in iedere
studie waren onderzocht. De uitkomsten
van dit artikel zijn relevant
en bruikbaar voor de zorg op de CCU
in OLVG, omdat de patiënten vergelijkbaar
zijn. Toch blijkt dat er nog
hoge heterogeniteit is bij het poolen
van de resultaten voor opnameduur
(I 2 =90%). De onderzoekers geven zelf
aan dat de studies onderling veel verschilden
in patiëntengroepen, dosissen
en toedieningsschema’s van furosemide.
Er was slechts één studie in
de SR die meer dan 100 patiënten had
onderzocht, de andere studies hadden
allemaal een kleinere steekproef.
Dit zorgt ervoor dat de bevindingen
voorzichtig geïnterpreteerd dienen te
worden.
Dit leverde 59 artikelen op. Alleen Engels-
of Nederlandstalige systematische
reviews (SR) en randomized controlled
trials (RCT) van de afgelopen
tien jaar werden geïncludeerd. Er bleef
uiteindelijk één SR over die over de
PICO ging. Hierin was ook een metaanalyse
gedaan. Dit artikel is beoordeeld
met checklist 5.2 van Cochrane.
Resultaten
In de SR van Karedath e.a. 2 wordt de
effectiviteit van het geven van continue
intraveneuze furosemide vergeleken
met het intermitterend geven van bolusinjecties
furosemide bij patiënten met
acuut hartfalen. De onderzoekers kijken
primair naar de effecten op sterfte en
verlies van lichaamsgewicht, maar de
opnameduur wordt ook onderzocht. In
de analyse over opnameduur zijn acht
artikelen meegenomen, met daarin in
totaal 713 patiënten. Met een metaanalyse
worden de resultaten uit die
acht artikelen gepoold en wordt een
gewogen gemiddelde berekend. Daaruit
blijkt dat het gemiddelde verschil in
opnameduur -0.10 dagen korter is als
furosemide continue intraveneus wordt
toegediend.
Conclusie
Er blijkt geen verschil te zijn in opnameduur
van patiënten met acuut
hartfalen bij het gebruik van continue
intraveneuze toediening van furosemide
vergeleken met intermitterende
toediening via bolusinjecties. De aanbeveling
is om één lijn te trekken door
het opstellen van een eenduidig protocol
in OLVG om zo continuïteit van
zorg voor de patiënt te waarborgen.
Niveau van aanbeveling: 1.
Referenties
1. European Society of Cardiology. 2021 ESC
Guidelines for the diagnosis and treatment
of acute and chronic heart failure. European
Heart Journal. 2021;42(36):3559-726.
2. Karedath J, Asif A, Tentu N, Zahra T, Batool S,
Sathish M, et al. Continuous infusion versus
bolus injection of loop diuretics for patients
with congestive heart failure: a meta-analysis.
Cureus. 2023;15(2): e34758.
WETENSCHAP@OLVG • 17
Artikel
De behandeling
van nagelletsel
Er zijn verschillende strategieën om nagelletsel te
behandelen. Wetenschappelijk bewijs over de optimale
behandeling ontbreekt en zorgt voor gebrek aan consensus
in de praktijk. Het doel van deze studie is om met een
panel van experts consensus bereiken over de optimale
behandeling van nagelletsel op de Spoedeisende Hulp (SEH)
Yvet van de Moosdijk, verpleegkundig specialist Spoedeisende Hulp
Inleiding
Patiënten met nagelletsel worden in
OLVG behandeld op de Spoedeinde
Hulp (SEH), polikliniek Traumachirurgie
of Plastische Chirurgie - afhankelijk
van tijdstip, verwijzing en type of uitgebreidheid
van het letsel. Uit interne
cijfers blijkt dat jaarlijks gemiddeld 210
patiënten met nagelletsel in OLVG wor-
den behandeld, waarvan 60 patiënten
met een complete of partiële nagelluxatie
1 .
Er zijn verschillende strategieën om
WETENSCHAP@OLVG • 18
nagelletsel te behandelen. Voorbeelden
hiervan zijn 1) hechten of lijmen bij letsel
aan het nagelbed, en 2) wel of niet
terugplaatsen van de nagel indien hij is
verwijderd (nodig voor het controleren
of repareren van het nagelbed) 2 .
Wetenschappelijk bewijs over de optimale
behandeling ontbreekt 2 en dit
zorgt voor gebrek aan consensus in de
praktijk. De keuze voor een behandelstrategie
lijkt wel invloed te hebben op
de ervaring van de patiënt, vanwege
verschillen in de tijdsduur van de behandeling
en de mate van pijn. 2,3.
Omdat we verwachten dat er kennis
over de behandeling van nagelletsel
aanwezig is in de praktijk, is een panel
van experts samengesteld. Het doel van
deze studie is consensus bereiken over
de optimale behandeling van nagelletsel
op de SEH. Hiervoor is de volgende
onderzoeksvraag opgesteld:
Wat is de consensus onder de experts
en bestaat er een verschil in mening
tussen hen over de optimale behandeling
van nagelletsel voor patiënten op
de SEH?
Methode
Van januari tot mei 2024 is een Delphistudie
uitgevoerd die twee rondes van
vragenlijsten omvatte met 36 items,
gevolgd door feedback. De enquêtes
werden geformuleerd met items
die betrekking hadden op de diverse
behandelmogelijkheden van nagelletsel,
waarover wetenschappelijk bewijs
ontbreekt. Het doel was om experts
te includeren van de specialismen
Spoedeisende Hulp, Traumachirurgie
en Plastische Chirurgie in OLVG. Zij zijn
gekozen op basis van advies van vertegenwoordigers
van de drie specialismen
en op basis van klinische expertise
en praktijkervaring.
Ronde 1: Eerst werden de variabelen ‘’beroepsgroep
en werkervaring’ verzameld.
Vervolgens werden de geselecteerde
experts gevraagd om over 36 items op
een 4-punts Likertschaal hun mening te
geven (‘helemaal oneens, ‘oneens’, ‘eens’
tot ‘helemaal eens’). De resultaten werden
na analyse samengevat en teruggekoppeld
aan de deelnemers. Zij kregen
hierdoor inzicht in de mate van overeenstemming
binnen de expertgroep en of
er consensus was bereikt.
Ronde 2: De oorspronkelijke vragenlijst
werd opnieuw ter beoordeling voorgelegd,
met de expliciete instructie om de
individuele antwoorden te overdenken
in het licht van de collectieve groepsreactie.
Honderd procent consensus kan zelden
worden bereikt en daarom werd op basis
van aanbevelingen uit de literatuur
een consensuslevel van 70% vastgesteld
4,5 . Dit betekent dat consensus over
een item werd bereikt als de vraag met
‘(helemaal) eens’ of ‘(helemaal) oneens’
werd gescoord, door >70% van de deelnemers.
De data-analyse is uitgevoerd met IBM
SPSS versie 27. Met een beschrijvende
analyse werd inzicht gegeven in specialisme
en werkervaring in jaren en om
een samenvatting te geven van de Likertschalen.
Het per item werd ook het
consensuspercentage weergegeven.
De Kruskal-Wallis-test werd gebruikt
om statistisch significante verschillen
(p<0,05) in meningen tussen de expertgroepen
te bepalen.
Resultaten
Er namen 41 experts deel aan ronde 1
en 32 experts (19 SEH, 5 Trauma en 8
PCH) aan ronde 2 (van 73 benaderde
experts). Na twee rondes werd consensus
bereikt over 23 van de 36 stellingen
(64%) met betrekking tot de behandeling
van nagelletsel.
Uit deze Delphi-studie blijkt consensus
onder experts over de behandeling van
een nagelbedlaceratie (weefselverscheuring
van het nagelbed) en nagellaceratie
(weefselverscheuring van de
nagel). Binnen het onderwerp subunguaal
hematoom is er consensus over
het niet behandelen van kleine en nietpijnlijke
hematomen. Hematomen van
meer dan 50% moeten binnen 24 uur na
ontstaan worden ontlast met een nagelbrander.
Verwijdering van de nagel
voor inspectie van het nagelbed is niet
nodig bij een subunguaal hematoom.
Consensus werd bereikt over het terugplaatsen
van de eigen nagel of een
alternatieve nagel van plastic als een
spalk, om de ruimte tussen nagelriem
en nagelmatrix open te houden en het
nagelbed te beschermen. Na trepanatie
(gaatjes maken in de nagel om de druk
te verlagen) van een subunguaal hematoom
is geen controle nodig, follow-up
is wel vereist na de behandeling van
nagelbedlaceraties en nagelluxaties.
Over vijf behandelingsopties voor nagelletsel
was significant verschil in mening
tussen de expertgroepen.
Conclusie en aanbevelingen
In deze Delphi-studie werd consensus
bereikt over 23 van de 36 stellingen
(64%) met betrekking tot de behandeling
van nagelletsel. Ook bleken er
significante verschillen in mening te
zijn tussen de expertgroepen over vijf
behandelingsopties voor nagelletsel.
Aan de beroepspraktijk wordt aanbevolen
om de behandelmethoden waarover
consensus is bereikt als standaard
te hanteren. Voor behandelopties
waarover geen consensus is bereikt, is
gericht onderzoek om de variabiliteit
verder te verkennen en verdere discussie
noodzakelijk. De resultaten van dit
onderzoek kunnen in deze multidisciplinaire
discussie als leidraad dienen om
werkafspraken voor het opstellen van
een uniforme werkwijze te maken.
Dit is een samenvatting. Het originele en uitgebreide
artikel inclusief alle referenties is op te vragen
via wetenschap@olvg.nl
Referenties
1. OLVG. Bedrijfsinformatie OLVG cijfers topletsel.
Beschikbaar via: https://www.olvg.nl [Geraadpleegd
op 1 juni 2024].
2. Venkatesh A, Khajuria A, Greig A. Management
of Pediatric Distal Fingertip Injuries: A systematic
literature review. Plast Reconstr Surg Glob Open.
2020;8(1):e2595.
3. Simon RR, Wolgin M. Subungual hematoma: Association
with occult laceration requiring repair.
Am J Emerg Med. 1987;5(4):302-4.
4. Sumsion T. The Delphi technique: An adaptive
research tool. Br J Occup Ther. 1998;61(4):153-6.
5. Grant S, Booth M, Khodyakov D. Lack of preregistered
analysis plans allows unacceptable data
mining for and selective reporting of consensus
in Delphi studies. J Clin Epidemiol. 2018 Jul;99:96-
105. Available from: https://dx.doi.org/10.1016/j.
jclinepi.2018.03.007
WETENSCHAP@OLVG • 19
Epidemiologica
Wetenschappelijk
onderzoek kost geld.
Hoe kom ik daar aan?
Heb je een mooi plan voor een wetenschappelijk onderzoek in
gedachten, maar vind je het lastig om er subsidie voor aan te
vragen? Hier een aantal tips van onze adviseur subsidies van
het Leerhuis: Sigrid Vorrink.
Sigrid Vorrink, subsidieadviseur
Scherp je idee aan
Vaak begint het met een grof idee. Het
is goed dit vervolgens uit te werken. Wat
is precies je vraag? Gebruik hiervoor
bijvoorbeeld intranet of de PICOT richtlijn.
Is dat echt wat je wilt weten, of ben
je eigenlijk naar iets anders op zoek?
Bespreek dit ook met anderen, dat
helpt om je onderzoeksvraag scherp te
krijgen. De rest van je onderzoek vloeit
hieruit voort dus het is goed om hier
echt even de tijd voor te nemen.
Daarna kun je gaan bedenken hoe je
deze vraag goed kunt beantwoorden.
Bij het schrijven van je methode is het
belangrijk om elke keer kritisch naar je
plan te kijken. Krijg je echt antwoord op
je onderzoeksvraag met dit onderzoek?
Is dat een nuttig antwoord of resultaat?
Hebben we daar iets aan? Op intranet
staat een handig stappenplan onderzoek
doen, maak hier gebruik van.
Als het duidelijk is wat je onderzoeksvraag
is en hoe je deze gaat beantwoorden,
kun je op zoek naar bijpassende
subsidies.
Research professional
Onderzoekers in OLVG kunnen gebruik
maken van Research Professional voor
het vinden van subsidies. Research Professional
is een online database vol met
nationale en internationale subsidiemogelijkheden.
In Research Professional kun je een
zoekopdracht maken en bewaren zodat
je op de hoogte blijft van subsidiemogelijkheden
binnen jouw onderzoeksveld.
Je kunt ook instellen dat je een
mail krijgt zodra er een nieuwe mogelijkheid
is, of periodiek een update.
Je kunt een hele specifieke zoekopdracht
maken die precies past bij jouw
onderzoeksvraag.
Check de pagina over Research Professional
op intranet om aan de slag te
gaan.
WETENSCHAP@OLVG • 20
Sigrid heeft een overzicht van actuele
subsidies voor een aantal specialismen
aangemaakt die je op intranet kunt
inzien. Staat jouw specialisme er niet
tussen? Neem dan contact op.
Fondsenwerving online
Daarnaast zijn we als OLVG ook geabonneerd
op een Nederlands georiënteerde
website: fondsenwerving online.
Hier kun je naast subsidies voor wetenschappelijk
onderzoek ook subsidies
zoeken voor bijvoorbeeld welzijnsprojecten.
Je vindt hier over het algemeen
de wat kleinere fondsen. Als je hier een
fonds vindt dat zich specifiek richt op
jouw onderzoeksgebied, is de kans op
honorering vaak hoger.
De OLVG inlog kun je opvragen bij
wetenschap@olvg.nl.
Denk ook eens aan…
Stichting Wetenschappelijk Onderzoek
OLVG: elk jaar houdt deze stichting
een subsidieronde om onderzoek
in OLVG te stimuleren.
ZonMW subdidies voor verpleegkundig
toptalent: ZonMW investeert in
de ondersteuning en versterking van
de professionaliteit van verpleegkundigen,
verzorgenden en verpleegkundig
specialisten om de kwaliteit van
zorg én de aantrekkelijkheid van het
beroep te behouden en te vergroten.
De aanhouder wint
Voor het binnenhalen van subsidie
voor onderzoek heb je een lange
adem nodig. Het zal niet meteen de
eerste keer raak zijn. Meestal is het
verstandig om klein te beginnen.
Schrijf een goede algemene aanvraag
die je per subsidiegever steeds
een beetje aanpast op diens eisen.
Houd een lijstje bij van alle fondsen
waar je hebt ingediend en wat en
wanneer het laatste contact over je
aanvraag was. Het is goed om zelf
proactief navraag te doen als je een
tijd niks hebt gehoord.
Als het je lukt om een kleine subsidie
binnen te halen, wordt de kans groter
dat het daarna lukt om een grotere
subsidie binnen te halen. De subsidiegever
ziet dan dat je al iets hebt
gedaan op dat onderzoeksgebied en
dat iemand anders genoeg vertrouwen
had om je er geld voor te geven.
In dat licht helpt het ook als je al iets
hebt gepubliceerd op het onderwerp,
of op een andere manier je ervaring
in jouw onderwerp kunt aantonen.
Tijdlijn
Een subsidie vraag je bijna nooit alleen
aan. Meestal heb je een consortium
nodig; een groepje mensen met
kennis en ervaring op het onderwerp.
Al deze mensen zorgen ervoor dat je
aanvraag nog beter wordt. Met meerdere
mensen samen een aanvraag
schrijven kost ook tijd. Maak dus een
goede planning. Geef de groep genoeg
tijd om hun input te geven (bijvoorbeeld
twee weken).
Daarna moet jij dat weer verwerken
tot één aanvraag.
Vaak heb je handtekeningen nodig,
bijvoorbeeld van een unitleider of van
de raad van bestuur. Doe dit niet last
minute, dan krijg je het misschien niet
meer op tijd voor elkaar. Bespaar jezelf
stress en geef tijdig bij deze mensen
aan wat je wanneer nodig hebt.
Drie maanden of meer om een goede
aanvraag te schrijven is heel normaal.
Let daar ook op bij de deadline
van interessante subsidies; is het wel
haalbaar? Als je twijfelt kun je beter
wachten tot de volgende ronde of een
andere optie zoeken.
Persoonlijk advies
Kom je er alleen niet uit? Samen kunnen
we bespreken wat je wilt gaan
onderzoeken en waarom. Heb je de
juiste onderzoeksvraag gekozen? Hoe
ga je precies antwoord krijgen op je
vraag? Vervolgens helpt Sigrid je om
een subsidieoproep te zoeken die bij
jouw onderzoek past en begeleidt ze
je bij het schrijfproces.
Mail naar wetenschap@olvg.nl.
Meld elke subsidieaanvraag aan via
dit mailadres, zo houden we het overzicht
in OLVG.
WETENSCHAP@OLVG • 21
Symposium
Van links naar rechts: Silvia Chiappalone, Pien Beltman, Renza Koppes en Hanne van Wettum
Symposium Verpleegkundig
onderzoek: samen beslissen
door verpleegkundigen
Op 20 november 2024 vond het symposium verpleegkundig
onderzoek plaats, met als thema ‘Samen beslissen door
verpleegkundigen’. Tijdens het symposium werden de
winnaars van de verpleegkundige onderzoeksprijzen 2024
bekend! Albine Moser gaf de keynote over ‘Samen beslissen
door verpleegkundigen’ en er waren drie inspirerende
parallelsessies door OLVG’ers. Moderator Anita de Vette van
het verpleegkundig stafbestuur (VSB) zorgde dat alles soepel in
elkaar over liep.
Simone Priester-Vink, eindredacteur
WETENSCHAP@OLVG • 22
Verpleegkundige
Onderzoeksprijzen
Hanne van Wettum (Heelkunde) won
de juryprijs. Zij heeft in een casestudie
uitgezocht welke verpleegkundige interventie
het meest geschikt is om pijn
tijdens wondzorg te verminderen bij
een patiënt met verslavingsproblematiek
in het verleden. Zij heeft hiervoor
een literatuuronderzoek gedaan, een
gesprek met de pijnspecialist gehad en
een enquête uitgezet. Uiteindelijk is ze
met de patiënt in gesprek gegaan over
opties Virtual Reality (VR) bril of muziek
luisteren. Op de afdeling is nu een
snoezelbak beschikbaar met items om
mensen afleiding te bieden bij pijnlijke
procedures.
Silvia Chiappalone (Dialyse) heeft met
haar knelpuntanalyse de publieksprijs
gewonnen. In haar knelpuntanalyse
onderzocht zij hoe de dialyseafdeling
minder water, afval en elektriciteit kan
gebruiken en wat het personeel nodig
heeft om dit te bereiken. Zij vertelde het
publiek hoe klimaatverandering invloed
heeft op het ontstaan van nierziekten
en hoe dialyse zorgt voor veel verbruik
van water, elektriciteit en afval. Hierdoor
ontstaat een soort vicieuze cirkel
die doorbroken moet worden. Dit kan
door hergebruik, afvalscheiding en het
voorkomen van onnodige behandeling.
Silvia is op de afdeling een plan aan het
maken hoe dit aan te pakken.
Renza Koppes (research MDL) was ook
genomineerd en gaf een enthousiaste
en inspirerende presentatie over haar
onderzoek naar de transitie vanuit het
ziekenhuis naar huis. Zij heeft chronisch
zieke patiënten geïnterviewd over hoe
zij zich kunnen en willen voorbereiden
op ontslag met wijkverpleging na een
ziekenhuisopname. Uit deze interviews
kwamen drie belangrijke thema’s voor
het ondersteunen van zelfmanagement
bij deze patiënten: de mogelijkheid om
een actieve rol in te nemen, zich voorbereid
voelen om naar huis te gaan
en je op jezelf aangewezen voelen. Allemaal
thema’s waar rekening mee gehouden
kan worden bij het versterken
van zelfmanagement voordat patiënten
ontslagen worden naar huis.
Keynote
Albine Moser is bijzonder lector ‘Samen
Beslissen door Verpleegkundigen’, aan
Hogeschool Zuyd en Zuyderland Medisch
Centrum. Zij beschrijft rollen voor
verpleegkundigen in het samen beslissen
over verpleegkundige interventies
in de patiëntenzorg, het interprofessioneel
beslissen en als besliscoach. Zij
benadrukt dat verpleegkundigen deze
rollen actief moeten oppakken, om bij
te dragen aan persoongerichte en passende
zorg. Albine deelde een mooi
stappenplan, waarbij ze benadrukte
samen met de patiënt te achterhalen
wat het probleem is van de patiënt en
wat de patiënt als doel voor ogen heeft.
Verder is het belangrijk te kijken naar
de haalbaarheid en implicaties van een
beslissing. Het hele ‘samen beslissen’
proces moet je als verpleegkundige blijven
ondersteunen en evalueren.
Parallelsessies
In twee rondes hebben we ons laten inspireren
door collega’s die samen beslissen
al toepassen in de praktijk.
Boyan van Mervennée is als verpleegkundige
en projectleider Waardegedreven
zorg betrokken bij het verbetertraject
heupfractuur Dit sluit aan bij de
FRAIL-HIP studie, waarbij samen met
kwetsbare patiënten en hun familie gekeken
wordt wat de voor- en nadelen
zijn van opereren. Een heupprothese is in
deze groep namelijk niet altijd de beste
keuze. Als mensen kiezen om niet te opereren
lijkt de kwaliteit van sterven zelfs
hoger te zijn.
Marike de Meij vertelde als Hoofd Palliatief
Team OLVG wat zij kunnen betekenen
voor patiënten en waar zij in kunnen
meedenken. Met Advance Care Planning
stellen zij ernstig zieke patiënten in staat
om doelen en voorkeuren voor toekomstige
medische handelingen en zorg vast
te leggen. Zij weten goed welke opties er
wel en niet zijn voor ondersteuning in de
stad en wijk. Het Palliatief Team kan ook
meedenken met een afdeling of verpleegkundige
hoe iets aan te pakken, als ze een
specifieke casus hebben.
Janneke Schuitenmaker is verpleegkundig
specialist op de SEH en vertelde ons
over het toepassen van de teach-back
methode, waardoor belangrijke infor -
matie beter onthouden wordt door de
patiënt. Via de teach-back methode controleer
je als zorgverlener of de informatie
goed begrepen is en kan je dit eventueel
nog aanvullen. Belangrijk is om vanuit jezelf
te spreken, zodat het niet controlerend
of belerend overkomt. Bijvoorbeeld door
te zeggen: ‘Ik wil weten of ik het goed heb
uitgelegd.’ Janneke geeft als tip om dit
gewoon regelmatig te oefenen, zodat je
er vaardiger in wordt.
WETENSCHAP@OLVG • 23
Interview
Van verpleegkundige tot
projectleider: innovaties en
waardegedreven zorg
Boyan van Merennée werkt als verpleegkundige en als projectleider
Waardegedreven zorg. Hij heeft de master Innovatie in Zorg en Welzijn gedaan.
Wij vroegen hem hoe hij deze master vond en wat hij van zijn duobaan vindt.
Simone Priester-Vink, eindredacteur
Op zoek naar verdieping
‘Ik wilde me graag verder ontwikkelen
in mijn vak. Ik zag vaak kansen voor het
verder ontwikkelen van processen of
innovaties in de zorg. Veel collega’s om
mij heen gingen zich specialiseren. Ik
merkte dat ik me meer wilde verdiepen
in theoretische kaders en strategische
tools. Uiteindelijk kwam ik terecht bij de
master Innovatie in Zorg en Welzijn, bij
de Hogeschool Utrecht. Ik kwam er al
snel achter dat er een hele diverse groep
aan zorgverleners in die master zat, met
verschillende werkplekken en ervaring.’
Leerervaring
‘Zo’n master volgen is echt een enorme
leerervaring. Inhoudelijk merkte ik al
gelijk dat je een andere bril op krijgt en
dat je als verpleegkundige ook andere
dingen gaat zien. Dat komt natuurlijk
door alle modellen waar je over leert,
maar ik vond het ook heel leuk dat ik
waardevolle contacten heb gelegd met
medestudenten vanuit verschillende
werkplekken. Met veel heb ik eigenlijk
nog steeds contact. Dus het verbreden
van je netwerk, dat gebeurt dan ook
gewoon echt.
Door deze contacten ben ik ook gaan
zien wat er in ons vakgebied allemaal
mogelijk is. Ik leerde meer over de rol
van verpleegkundigen bij innovaties en
WETENSCHAP@OLVG • 24
hoe je als verpleegkundige meer zeggenschap
kan krijgen. Door deze master
zag ik zoveel meer mogelijkheden,
meer soorten banen en waar een verpleegkundige
diens ervaring allemaal
bij kan gebruiken. Halverwege het jaar
twijfelde ik of ik in de zorg wilde blijven,
omdat de studie veel andere mogelijkheden
bood. Maar uiteindelijk wil ik ook
in de zorg blijven. OLVG is gelukkig heel
goed in het bieden van duobanen. Ik sta
daar heel erg achter en dat heeft mij
veel werkplezier bezorgd.’
Twee functie
‘Ik werk als verpleegkundige en als
projectleider voor Waardegedreven
zorg. Terwijl ik met de master bezig was
werkte ik al drie jaar op de AOA. Ik was
op zoek naar iets meer regelmaat, omdat
een masterscriptie schrijven veel
tijd kostte naast een fulltime job. Ik heb
gekozen om tijdelijk voor BureauFlex te
: ik heb veel geleerd
van het maken van
zo’n trajectontwerp
en gebruik veel van
de tools nog steeds
in mijn werk.
gaan werken. Op een gegeven moment
had ik het erg naar mijn zin bij de chirurgie.
Ik zag veel mogelijkheden voor innovaties
en vond het veelzijdig werk waarin
je patiënten ziet herstellen, technische
handelingen uitvoert, samenwerkt met
verschillende disciplines en resultaten
kan zien bij de patiënten. Ik ben daar
gaan werken en werd al snel gevraagd
als projectleider voor Waardegedreven
zorg bij het heupfractuurtraject. Dat doe
ik dus nu naast mijn baan als verpleegkundige
bij de Chirurgie. Ik merk dat ik
die combinatie gewoon heel leuk vind. ‘
Verankerd
‘Ik ben verankerd projectleider, dus ik
werk als verpleegkundige in de zorg,
maar ik werk ook voor Kwaliteit en Verbetering
als projectleider Waardegedreven
zorg. Daardoor ben ik gewoon
echt op de vloer aanwezig. In het verbeterteam
Heupfractuur zitten ongeveer
twintig mensen van verschillende disciplines,
die ik op de afdeling tegenkom
en kan aanspreken. We bespreken dan
makkelijk even met elkaar hoe het met
onze actiepunten gaat.
De heupfractuurzorg ervaarde ik eerder
als best zware zorg. Omdat ik het
zorgpad heupfractuur nu zo goed ken
Masteronderzoek
Boyan wilde een onderwerp voor zijn
masterscriptie dat echt aan zijn hart
ligt. Toen hij begon met zijn scriptie
werkte hij op de AOA. De jaren ervoor
tijdens de COVID pandemie waren er
veel agressie incidenten in het ziekenhuis.
‘Het was zo heftig dat ik soms
hoorde dat verpleegkundige werden
opgewacht door families en dat ze
dus door de beveiliging naar de auto
gebracht moesten worden. Dat vond
ik erg heftig.’
Probleemanalyse
In de master Innovatie in Zorg en
Welzijn schrijf je een trajectontwerp,
waarbij je meerdere papers schrijft die
samengevoegd worden tot een eindartikel.
Het begint met een probleemanalyse,
waarbij met literatuur en
veldonderzoek gekeken wordt welke
factoren zorgden voor meer agressie
incidenten in OLVG. Het literatuuronderzoek
werd vergeleken met de door
Boyan uitgevoerde interviews met
collega’s uit verschillende disciplines.
‘Ik merkte dat deze incidenten echt
een negatieve invloed hebben op de
kwaliteit van de patiëntenzorg.’ Dat
heeft Boyan ook in de literatuur kunnen
bevestigen. Medewerkers worden
afgeleid door deze incidenten, maar
ook patiënten kunnen hierdoor minder
goed informatie verwerken. Dit samen
beïnvloedt de kwaliteit van zorg.
De overkoepelende categorie die uit de
probleemanalyses kwam was communicatie.
Boyan is door middel van literatuur-
en veldonderzoek op zoek gegaan
naar een interventie die in OLVG
het best passend zou zijn. Hij vond
vanuit mijn rol als projectleider is het
juist heel leuk om het hele proces uit te
kunnen leggen aan de familie van een
patiënt. Maar ook om het uit te leggen
aan collega-verpleegkundigen of studenten
die ik begeleid op de afdeling.
Dat maakt het voor mij heel uitdagend
en heel leuk om te werken op een chirurgische
afdeling met een master die
ik kan toepassen.’
artikelen die zich richten op de preventieve
kant, door risico te screenen.
Als er agressie incidenten zijn geweest,
zouden we deze dan ergens kunnen
noteren om herhaling te voorkomen.
Implementatieplan
Daarna is Boyan verdergegaan met
een implementatieplan. Hij heeft
meerdere modellen gebruikt om de
factoren en interventies die hij heeft
gevonden te structureren. Daarbij
heeft hij ook gekeken naar welke factoren
van invloed zijn op het slagen
van de implementatie. Met als resultaat
een mooi implementatieplan
(met hoog cijfer) met tijdvakken en
gedragsmodellen daardoorheen verwerkt,
waardoor het stevig staat. Er
staan ook praktische handvatten in.
Kosten-batenanalyse
Het laatste paper was een business
case, waarbij je wilt laten zien dat als
de gekozen interventie geïmplementeerd
wordt dit bepaalde voordelen
oplevert. Boyan heeft een kostenbatenanalyse
geschreven, waarbij hij
ook de maatschappelijke baten heeft
meegenomen. De kosten en baten in
euro’s konden berekend worden door
te kijken naar de kosten van een verpleegkundige
die uitvalt. ‘Met de salaristabellen
heb ik dat uitgerekend en
uiteindelijk verschillende scenario’s
aan de hand van het ziekteverzuim
uitgerekend. Stel dat er 0,01% minder
ziekteverzuim is, doordat er minder
agressie incidenten plaatsvinden, wat
levert dat op in euro’s? Daar kwam
wel een groot bedrag uit.’
WETENSCHAP@OLVG • 25
Interview
te drukken). In oost en west verschilde
dit. Het sponsje met gaasje bleek het
effectiefst en goedkoopst. Hiermee won
ik op de nefrologie dagen de prijs voor
beste abstract. Afdeling Dialyse levert
data aan voor de OASIS studie (Optimizing
Access Surgery In Senior hemodialysis
patients), een multidisciplinaire
studie. waar in Nederland zeventien
: ik heb altijd de drive
gehad om informatie te
delen: dat is de juf in mij.
Weg met
een BANG
Praktijkopleider en dialyseverpleegkundige
Margreet ter Meer na 50 jaar met pensioen.
Manja Herrebrugh, eindredacteur
Hoe begon jouw carrière?
‘4 Augustus 1975 begon ik in de ziekenverzorging.
Daarna deed ik mijn
verpleegkundige opleiding in het Onze
Lieve Vrouwe Gasthuis. Ik ging vervolgens
als uitzendkracht op A6, destijds
afdeling dialyse en nefrologie in het Sint
Lucas Ziekenhuis, werken. In de jaren
’90 kreeg ik daar een contract en ik ben
er nooit meer weg gegaan.’
Hoe kwam je met wetenschap in
aanraking?
‘Ik heb altijd de drive gehad om informatie
te delen. De juf in mij. Na mijn
dialyse opleiding heb ik dan ook de lerarenopleiding
verpleegkunde gedaan.
Daar kwam evidence-based practice
een beetje op. Ik herinner me mijn allereerste
presentatie nog, in 2006. Joh,
wat vónd ik dat eng!’
Aan welke wetenschappelijke
projecten heb je meegewerkt?
‘Ik schrijf artikelen over mispunctie bij
het aanprikken voor dialyse. Ik ben heel
blij dat we met de FON-Studie (Fear on
both sides of the needle), angst en pijn
bij prikken hebben kunnen onderzoeken.
24% Van de dialysepatienten blijkt
last te hebben van prikangst, en verpleegkundigen
zijn bang mit te prikken.
Met de AFDO-studie (hemostasetijd
vergelijking na verwijdering hemodialysenaalden
afdrukonderzoek) testten
we verschillende afdrukmaterialen
(materialen die we na dialyse op de
prikplek gebruiken om het wondje dicht
dialysecentra meedoen. Er worden drie
soorten vaattoegang vergeleken bij patiënten
van 70 jaar of ouder die starten
met hemodialyse. Tenslotte review ik
verpleegkundige artikelen voor het vakblad
van de Vascular Access Society en
accreditatie CZO.’
Ik begreep dat je ook de kunst
van het mislukken hebt moeten
omarmen?
‘Daar is het 3D prikarm project een mooi
voorbeeld van. Deze 3D geprinte arm om
te leren aanprikken plofte uit elkaar bij
een test! Vervolgens bleken er lekkages
te zijn, en is de arm nog even zoekgeraakt.
Dit project omvat overigens meer
dan alleen de arm zelf: we wilden zoveel
mogelijk mensen (vaste én tijdelijke
krachten) goed leren aanprikken en voor
de shunt leren zorgen. Daarvoor hebben
we twaalf micro learnings ontwikkeld.’
Heb je tips voor collega’s die
geïnteresseerd zijn in onderzoek?
‘In OLVG heb ik de ervaring dat als je
kansen ziet en het goed kunt onderbouwen,
een hoop mogelijk is. Maar je moet
het wél zelf doen – er is geen gespreid
bedje. Dus ga vooral rondvragen en
zoek hulp bij het Leerhuis!’
Kun je het rustig afsluiten?
‘Vlak voor mijn pensioendatum heb ik
het drukker dan ooit. Ik stop met een
BANG en dat vind ik heerlijk! Met de
kanttekening dat ik genoeg plannen heb
voor na mijn pensioen, maar dat ik lekker
wel even begin met he-le-maal níks.’
WETENSCHAP@OLVG • 26
In het kort
Colofon
Wetenschap@OLVG VERPLEEGKUNDE
(speciale editie van Wetenschap@
OLVG) is een onafhankelijke, wetenschappelijke
uitgave van het Leerhuis
van OLVG, die één keer per jaar
verschijnt. Met deze uitgave wil OLVG
wetenschappelijk onderzoek voor en
door verpleegkundigen op een toegankelijke
manier presenteren en verpleegkundigen
laten kennismaken met
en informeren over de ontwikkelingen
rond evidence based practice (EBP).
Sharron van den Berg wint
Santeon Verpleegkunde Prijs
Op vrijdag 13 december 2024 reikte
Pien Beltman, de Santeon Verpleegkunde
Prijzen uit. Dit deed ze tijdens
een feestelijke bijeenkomst in het
St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht.
Sharron won de prijs in de categorie:
beste wetenschappelijk onderzoek.
Met haar studie naar het effect van medische
hypnose met een Virual Reality
(VR) bril, om angst en pijn bij kinderen
te verminderen die een naaldgerelateerde
procedure moeten ondergaan,
won ze deze mooie prijs! Sharron: ‘Het
is belangrijk als verpleegkundige om
praktijk en onderzoek te kunnen combineren,
maar het is soms nog een
onbewandelbaar pad. Het is fijn dat
deze prijzen er zijn, en ik hoop hiermee
verpleegkundig onderzoek meer op de
kaart te kunnen zetten.’
Twee OLVG-collega’s waren in andere
categorieën genomineerd, maar vielen
niet in de prijzen. Maaike van Kempen
voerde een literatuuronderzoek uit om te
bepalen of het beter is om patiënten die
een heupfractuuroperatie hebben ondergaan
al op de dag van de operatie te
mobiliseren, in plaats van een dag later
(lees meer op pagina 15). Silvia Chiappalone
voerde een knelpuntanalyse uit
naar hoe personeel van de dialyseafdeling
duurzamer kan werken en zich kan
richten op milieuvriendelijker dialyseren.
Afscheid binnen de redactie
Janneke Schuitenmaker en Margreet ter Meer nemen afscheid van de redactie
van Wetenschap@OLVG Verpleegkunde. Wij willen hen beiden bedanken
voor hun jarenlange inzet, inspiratie en gezelligheid. Janneke is meerdere jaren
hoofdredacteur geweest en heeft ook met eigen onderzoeken in het blad gestaan.
Over Margreet lees je meer in het interview op pagina 26.
Lijkt het jou leuk om een bijdrage te leveren aan de redactie van Wetenschap@
OLVG Verpleegkunde? Neem contact met ons op!
Redactie
J. Arensbach – Jensen MSc,
verpleegkundige cardio shortcare en
gezondsheidswetenschapper; M. van
Buren MSc, verpleegkundige Acute
Opname Afdeling en lid VSB;
M.R. Herrebrugh MA, contentspecialist;
F.J.G. van Hunnik, teamleider en
verpleegkundige MPU, CNIO en lid VSB;
K. Henkels de Lange, verpleegkundig
consulent palliatieve zorg en lid VSB;
dr. N.H. Jonkman, adviseur wetenschap,
epidemioloog; M. ter Meer,
praktijkbegeleider dialyse-afdeling;
S Priester-Vink Msc;
informatiespecialist;
J.W. Schuitenmaker MSc, verpleegkundig
specialist SEH;
dr. M.A. Stelwagen, Adviseur
Wetenschap en Opleiden en
docent-onderzoeker, I. Verkaik MSc,
IC-verpleegkundige en onderzoeker
Redactie- en administratieadres
Wetenschap@OLVG VERPLEEGKUNDE
Postbus 95500
1090 HM Amsterdam
Telefoon: (+31) (0)20-5992975
E-mail: wetenschap@olvg.nl
Hoofdredacteur: Isha Verkaik
Eindredactie en bladcoördinatie:
Manja Herrebrugh en
Simone Priester-Vink
Beeldredactie: Jelmer ten Hoeve
Fotografie: Catalina Feres Favi, Manja
Herrebrugh en Jelmer ten Hoeve,
Marketing en Communicatie OLVG
Vormgeving: Ruparo, www.ruparo.nl
Druk: Drukkerij De Bij, www.debij.nl
Oplage: 900 stuks
Oproep
Heb je een interessant artikel dat je
wilt delen? Of wil je reageren op het
magazine? Neem dan contact op met
onze redactie.
We zijn altijd op zoek naar critically
appraised topics (CATs). Heb je recent
een CAT gemaakt of ga je dit jaar
hiermee beginnen? Dan is dit je kans
om het resultaat full color terug te zien
in de volgende editie.
Meer weten? wetenschap@olvg.nl
Jaargang 13, nummer 16, mei 2025
WETENSCHAP@OLVG • 27
Verpleegkunde bij OLVG
: een baan waarin je écht
impact maakt!
Als verpleegkundige bij OLVG bedenk je het
liefst hoe het nóg beter kan. Waarbij je iedere
keer kijkt naar de mens achter je patiënt. En
altijd kunt rekenen op de onvoorwaardelijke
steun van je collega’s en de organisatie. Ook
als het gaat om jouw eigen ontwikkeling.
OLVG is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat
we veel aandacht hebben voor opleiding, onderwijs
en onderzoek. Daarom bieden we je de mogelijkheden
om jezelf persoonlijk en/of vakmatig te
ontwikkelen door middel van (vervolg)opleidingen.
Dat kan binnen je eigen of een ander vakgebied,
op verschillende niveaus.
Bij OLVG zijn we allemaal een beetje eigenwijs maar
op een goede manier. We steken onze mening niet
onder stoelen of banken en communiceren open en
eerlijk, met aandacht voor elkaar. Via korte lijnen,
waarbij iedere mening telt. We zeggen op respectvolle
wijze waar het op staat, zijn ruimdenkend,
persoonlijk en oprecht. Dat past bij de onbegrensde
uitdagingen én mogelijkheden van een wereldstad.
Ga jij het verschil maken als verpleegkundige
bij OLVG? Scan de QR-code
of ga naar werkenbijolvg.nl om alles te
weten te komen over onze vacatures
en opleidingsplaatsen!
werkenbijolvg.nl