11.06.2025 Views

Installatie & Bouw BE 03 2025

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

INSTALLATIE&BOUW

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

INSTALLATIE&BOUW

installatieenbouw.be

NUMMER 3 - 2025

juni - juli

Airco: wat de installateur

moet weten

Luchtbehandelingskasten

van groen staal

Zonnepaneelverplichting

grote bedrijven uitgesteld

INCLUSIEF HET VAKKATERN

Xxxxxx


Itho Daalderop

Uw expert in geothermie

Duurzame oplossingen voor de toekomst, ontwikkeld

voor ultiem comfort en efficiëntie.

Scan mij

24_0623 | ID 06-11-2024

www.ithodaalderop.be


© Beckhoff

© Beckhoff

© Beckhoff

© Beckhoff

| BA22BE |

Verlichting op een hoger niveau:

TwinCAT 3 Lighting Solution

voor DALI-2

Bediening via ingebouwde visu: TwinCAT 3

Lighting Solution vereenvoudigt de implementatie

van individuele verlichtingsconcepten

De TwinCAT 3 Lighting Solution:

configureerbaar via Excel, volledige HTML - en webcompatibiliteit,

decentraal schaalbaar en direct te bedienen via een paneel

vereenvoudigt alle stappen, van engineering tot onderhoud

integreert alle typische verlichtingsregelingen

onbeperkt aantal DALI-2 lijnen, KNX en EnOcean toegang

snelle functiewisselingen, adressering en uitbreidingen tijdens gebruik.

groepen onafhankelijk van DALI-2 lijnen

maakt Human Centric Lighting concepten mogelijk door de kleurtemperatuur

van de zon te volgen.

Scan om alle

voordelen van de

Lighting Solution

te ontdekken


Dé ventilatieoplossing voor COMPACTE RUIMTES

DucoBox Energy Sky

The Sky

HAS NO LIMIT

Scan & discover

Easy to install

Via head-up display of via de

Duco Installation App

SAVE TIME = SAVE MONEY

AUTO-inregeling, COPY-functie,

100% uitwisselbaar via display

Priority to energy savings

Slimme vraagsturing


UITGAVE

3

VOORWOORD

Zonnepaneelverplichting uitgesteld, ETS2 in aantocht

Het gebeurt niet zo vaak dat ik het voorwoord van een Installatie & Bouw-nummer kan ophangen aan een brandend actueel thema dat relevant

is voor de Vlaamse installatiesector. Deze derde editie van 2025 kondigde zich echter al geruime tijd aan als een uitgave waarvoor dat geen

probleem mocht zijn. Op 30 juni zou immers de Vlaamse maatregel in voege treden die bedrijven met een elektriciteitsafname van meer dan

1.000 MWh per jaar verplicht om een deel van hun elektriciteit lokaal op te wekken met zonnepanelen op hun dak.

Zou, want op 2 mei besliste de Vlaamse Regering om de verplichting pas een jaar later te laten ingaan, op 1 juli 2026. De reden is een kritisch

advies van de Raad van State dat stelde dat de voorgestelde uitstelregelingen die de Vlaamse Regering in de verplichting had ingebouwd,

die bedrijven in bepaalde gevallen uitstel verleenden tot uiterlijk 1 juli 2026 om aan de verplichting te voldoen, onvoldoende wettelijke basis

hadden. De Vlaamse Regering besliste dan maar om de vollédige verplichting voor alle bedrijven met een grootverbruik uit te stellen naar

1 april 2026, om zo administratieve complexiteit te vermijden.

De zonnepaneelverplichting, waarover u in dit nummer meer leest, treedt zo in werking slechts enkele maanden voor Europa het European

Union Emissions Trading System 2 (ETS2) invoert, dat ook als doel heeft het gebruik van hernieuwbare energie door bedrijven te stimuleren.

Het systeem, dat vanaf 2027 operationeel is, is specifiek gericht op emissies van gebouwen en wegverkeer en vult het bestaande

emissiehandelssysteem EU ETS1 aan, dat al sinds 2005 bestaat voor zware industrie, energiebedrijven en luchtvaart. Concreet zullen

leveranciers van fossiele brandstoffen zoals aardgas, stookolie, benzine, diesel en propaan emissierechten moeten kopen via ETS2 voor elke ton

CO 2

die een verkochte liter fossiele brandstof veroorzaakt.

Uiteindelijk zal dat voor gezinnen en bedrijven die nog verwarmen op aardgas of stookolie en een benzine- of dieselwagen(park) hebben leiden

tot hogere prijzen aan de pomp of op hun energiefactuur. Bright Adiyia, teammanager bij VITO Polaris, schreef een position paper over ETS2

waarin hij ook enkele aanvullende beleidsmaatregelen voorstelt waarmee Europa en nationale en lokale overheden de financiële gevolgen van

de invoer van het tweede emissiehandelssysteem voor bedrijven en gezinnen kunnen beperken. In De Pen in deze Installatie & Bouw vat hij de

essentie van dat document samen.

Het spreekt voor zich dat zowel de zonnepaneelverplichting voor grote bedrijven als ETS2 – waar veel bedrijven onderuit zullen proberen te

komen met investeringen in duurzame energie – een nieuw werkveld zullen openen voor de Vlaamse installatiesector. Een werkveld waarin heel

wat van de oplossingen die u in dit derde exemplaar van Installatie & Bouw van 2025 kunt ontdekken, ongetwijfeld hun plaats zullen hebben.

Laat dit nieuwe nummer dus inspiratie zijn om uw toekomstige orders feilloos te kunnen afwerken.

Veel leesplezier!

Wouter Polspoel


INSTALLATIE&BOUW

Platform over installatietechniek,

HVAC, Sanitair en EleKtriciteit

COLOFON

Jaargang 13 | nummer 3 | 2025

Verschijnt 6 x per jaar

www.installatieenbouw.be

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Kapellestraat 132/1

Gebouw G

8020 Oostkamp

+32 50 36 81 70

info@louwersmediagroep.be

louwersmediagroep.com

EINDREDACTIE

Wouter Polspoel (contentbureau Palindroom)

REDACTIETEAM

Tim Janssens en Wouter Polspoel (contentbureau

Palindroom), Lieke Bousema, Valérie Couplez,

Tom Rampelbergh, Aagje Van Cauwelaert en Kris

Vandekerkchove

PROJECTMANAGERS / PROJECTMANAGEMENT

Mathieu Noppe

+32 495 76 83 11

m.noppe@louwersmediagroep.be

Pieter-Jan Vansteelandt

+32 499 22 11 03

p.vansteelandt@louwersmediagroep.be

ADVERTENTIES

Een hoge resolutie PDF moet worden aangeleverd

via de AdPortal. Mocht u nog geen uploadlink

hebben ontvangen, stuur een email naar traffic@

louwersmediagroep.be

SECRETARIAAT

Elke Kina

Nancy Priem

Sylvie Vanneste

ABONNNEMENTPRIJS

België: € 90,00 per jaar excl. BTW

Buiten België: € 142,00 per jaar excl. BTW

ING Bank: IBAN BE33 3631 9320 5246

BIC BBRUBEBB

t.n.v. Louwers Mediagroep

o.v.v. Bouwen aan Vlaanderen.

Informatie over abonnementen:

+32 50 36 81 70

ADRESWIJZIGINGEN

Schriftelijk ten minste drie weken

voor verhuizing naar:

Kapellestraat 132/1 Gebouw G, 8020 Oostkamp

OPZEGGINGEN

Indien twee maanden voor het verstrijken van de

abonnementsperiode geen schriftelijk bericht van

opzegging is ontvangen, wordt het abonnement

automatisch met een jaar verlengd.

DOELGROEP

Installateurs verwarming, elektriciteit, sanitair,

klimatisatie en luchtbehandeling, leden van de

VCB Vlaamse Confederatie Bouw, BVA Bond

van Vlaamse Architecten, CIB Vlaanderen de

Confederatie van Immobiliënberoepen van

Vlaanderen, ORI Organisatie van Raadgevende

Ingenieurs, Engineering- en Consultancybureaus,

opdrachtgevers, projectontwikkelaars, abonnees,

betrokken ministeries en diensten, provinciale

en gemeentelijke overheden en betrokken

federale, Vlaamse en regionale organisaties,

facilitymanagers bedrijven met eigen

onderhoudsploeg, fabrikanten, invoerders en

groothandelaars uit de sector.

Blijf gratis en eenvoudig op de hoogte van het

laatste nieuws. Volg ons op social media en meld

je aan voor onze nieuwsbrief!

VORMGEVING/ART DIRECTION

studio@louwersmediagroep.be

DRUKWERK

Drukkerij Pattyn, Veurne

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd

zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder

bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste

weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele

wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij

aan-vaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade,

van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen

die gebaseerd zijn op deze informatie.

08

10 24

The Natural Family: vraaggestuurde ventilatiesystemen C voor zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten 8

Van centraal naar lokaal: de opmars van het microgrid 10

De Pen: Bright Adiyia, teammanager bij VITO Polaris 12

media met MEERWAARDE 14

Belgische verdeler van installatiematerialen voor HVAC introduceert 18

verbeterde adapter voor zijn bekende luchtverdeelkast

Install Tomorrow Experience Day in Walibi lokt bijna 2.000 enthousiaste studenten 21

Installatiebedrijf koestert structureel partnerschap met fabrikant van verwarmingstechnologie 24

Minimale milieu-impact met luchtbehandelingskasten van groen staal 26

Deadline voor zonnepaneelverplichting voor grote bedrijven uitgesteld naar 1 april 2026 28

Duurzaamheid en effi ciëntie troef dankzij intelligente regenwaterbeheersystemen 30

Passief koelen met een geothermische warmtepomp: een specialist aan het woord 32

Toonaangevende aanbieder van afwateringsoplossingen breidt inox gamma uit 36


INHOUD

32 36

40 52

54

DOSSIER PERSONEEL & VEILIGHEID

Moderne beschermende werkkleding met complete dienstverlening 38

Personeel vinden én houden: dé uitdaging in de bouw- en techniekensector 40

Groothandel breidt uit met voor warmtepompen geoptimaliseerde 42

radiatoren van gerenommeerde fabrikant

Nieuw leidingsysteem voor verwarmings- en koelinstallaties blinkt uit in corrosiebestendigheid 44

Airco wordt steeds belangrijker: wat de HVAC-installateur moet weten 47

3

INSTALLATIE&BOUW PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

INSTALLATIEENBOUW.BE

INSTALLATIE&BOUW

NUMMER 3 - 2025

juni - juli

installatieenbouw.be

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

Airco: wat de installateur

moet weten

Cover: VIEGA

Luchtbehandelingskasten

van groen staal

Zonnepaneelverplichting

grote bedrijven uitgesteld

INCLUSIEF HET VAKKATERN

Xxxxxx

Duurzame verwarmingsoplossingen voor de utiliteitsbouw 52

Dakbedekking supermarkt gevrijwaard bij plaatsing warmtepompen en drycoolers 54

dankzij innovatief draagframe

VAKKATERN ELEKTROTECH 59

Installatiepartners 86


THE NATURAL FAMILY: VRAAGGESTUURDE

VENTILATIESYSTEMEN C VOOR ZOWEL

NIEUWBOUW- ALS RENOVATIEPROJECTEN

Onder de noemer The Natural Family biedt DUCO drie units aan voor vraaggestuurde ventilatie van het type C, die werkt met mechanische

luchtafvoer en natuurlijke luchtaanvoer – vandaar de naam. Het gaat om de de DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox

Focus, die geschikt zijn voor toepassing in zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. De drie ventilatietoestellen blinken niet alleen uit in

energie-efficiëntie, maar ook in installatiegemak en in het feit dat ze weinig onderhoud vragen.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld DUCO

De DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus

ventileren dankzij intelligente vraagsturing op basis van gemeten vocht- en

CO 2

-waardes enkel wanneer er mensen aanwezig zijn in de ruimte. Ze doen

dat volledig automatisch. Met de DucoBox Focus is ook zonaal ventileren

mogelijk, dankzij een gepatenteerd intern regelkleppensysteem.

Energie-efficiënt en stil

De units, en dus ook de volledige ventilatie systemen waarin ze geïntegreerd

worden, besparen zo tot 40% energie in vergelijking met niet-vraaggestuurde

ventilatiesystemen. Dankzij die hoge energie-efficiëntie dragen de units uit

The Natural Family substantieel bij aan een beter energielabel voor het

De drie ventilatietoestellen onderscheiden zich met hun compacte ontwerp.

8 | INSTALLATIEENBOUW.BE


gebouw waarin ze zijn toegepast, zeker in combinatie met het bij-isoleren

van de gebouwschil.

Bovendien produceren de ventilatie-units uit The Natural Family ook 30%

minder geluid dan het gemiddelde ventilatietoestel, ook al kunnen ze met

maximaal 325 m³/h (DucoBox Reno) en 400 m³/h (DucoBox Silent Connect

en DucoBox Focus) relatief hoge debieten behalen. DUCO maakt zich sterk

dat de DucoBox Silent Connect zelfs het stilste ventilatietoestel van Europa is.

De DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus vragen

ook alle drie minimaal onderhoud.

Geen uitgebreide kanalenstructuur

De drie toestellen bieden niet alleen voordelen voor de gebruiker, maar ook

voor de installateur. Zo kunnen ventilatiesystemen met DucoBox Reno, de

DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus snel en eenvoudig worden

geïnstalleerd. Door de combinatie van mechanische luchtafvoer en natuurlijke

luchttoevoer moeten immers geen complexe luchtkanalencircuits worden

geïnstalleerd, die wel nodig zijn voor een ventilatie systeem van het type D.

De drie ventilatiesystemen

laten zich snel en

eenvoudig installeren

The Natural Family bestaat uit de DucoBox Reno, de

DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus.

Die afwezigheid van een uitgebreide kanalen structuur heeft als bijkomend

voordeel dat de ventilatie-units van The Natural Family kunnen worden

toegepast in zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. Ook het compacte

ontwerp van de units zorgt ervoor dat ze makkelijk geïntegreerd kunnen

worden in bestaande ruimtes. De DucoBox Reno is volgens DUCO zelfs de

meest compacte ventilatie-unit in de markt.

Kortom, de ventilatie-units uit The Natural Family combineren eenvoud,

flexibiliteit en slimme technologie, zorgen voor een gezond en aangenaam

binnenklimaat in zowel bestaande als nieuwe gebouwen én helpen de

energierekening te verlagen. ❚

Met de The Natural Family: De DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus ventileren dankzij intelligente

vraagsturing op basis van gemeten vocht- en CO2-waardes enkel wanneer er mensen aanwezig zijn in de ruimte.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 9


Een microgrid is een lokaal elektriciteitsnet dat stroom verdeelt binnen een afgebakend gebied

zoals een wijk, bedrijventerrein, ziekenhuis, universiteitscampus of afgelegen dorp.

Van centraal naar lokaal: de opmars

van het microgrid

Wie de ontwikkelingen in de energietransitie op de voet volgt, heeft ongetwijfeld al eens gehoord over het microgrid. Dat is een lokaal

elektriciteitsnet dat stroom verdeelt binnen een afgebakend gebied zoals een wijk, bedrijventerrein, ziekenhuis, universiteitscampus of

afgelegen dorp. Een microgrid kan de stroom altijd zelf opwekken via zonnepanelen, een windturbine of een warmtekrachtkoppeling en dus

autonoom functioneren, maar kan ook in verbinding staan met het openbare elektriciteitsnet om van daaruit gevoed te worden met stroom

en er de zelfopgewekte energie in te injecteren. Een microgrid kan ook uitgerust zijn met systemen om stroom op te slaan en stemt vraag en

aanbod continu op elkaar af.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Schneider Electric

Er bestaan drie soorten microgrids. De meest voorkomende vorm is het

zogenaamde grid-connected microgrid, dat continu geconnecteerd is met het

openbare elektriciteitsnet – dat ook wel eens het macrogrid wordt genoemd.

Dat wordt typisch gebruikt door bedrijven of woonwijken die zelf energie

produceren maar ook stroom afnemen of injecteren.

Het tweede type, het islanded microgrid of off-grid microgrid, is een volledig

autonoom systeem. Het islanded microgrid heeft dus geen koppeling met het

macrogrid en gebruikt alleen hernieuwbare stroom die het zelf opwekt. Dit

soort microgrid wordt vaak gebruikt door festivals, militaire toepassingen of

in afgelegen gebieden.

De laatste vorm is het zogeheten switchable microgrid. Dat is verbonden

met het macrogrid en draait enkel autonoom bij een storing van

het macrogrid. Het wordt typisch gebruikt door infrastructuur waar

stroomcontinuïteit cruciaal is, zoals ziekenhuizen, datacenters, luchthavens

of grote productiebedrijven.

Meer en efficiënter gebruik hernieuwbare energie

De puur praktische meerwaarde van het microgrid mag dus niet onderschat

worden. Maar ook in het licht van de energietransitie is de miniversie van

een klassiek stroomnet bijzonder waardevol. Zo maximaliseren microgrids op

structurele wijze mee de productie van hernieuwbare energie.

10 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Daarnaast zorgen ze er ook voor dat hernieuwbare energie efficiënter gebruikt

wordt, doordat ze overschotten kunnen opslaan in batterijen – maar ook

bijvoorbeeld in laadpalen – op momenten dat het net die moeilijk kan slikken

en doordat ze dankzij slimme beheersystemen het constante evenwicht

tussen de productie en de vraag naar elektriciteit kunnen garanderen.

Niet alleen interessant voor gebruikers

Microgrids kunnen, zeker in regio’s waar het net zwaarbelast is, ook door

netbeheerders zelf worden ingezet, om fluctuerende energiebehoeften te

managen, maar ook als oplossing voor toenemende elektrificatiebehoeften.

Die netbeheerders kunnen daarvoor toch ook gewoon het openbare net

vergroten, horen we u al denken? Correct, maar verbeteringen aan het

bestaande net kosten meer (tijd) dan de realisatie van een microgrid. Een

microgrid kan daarom een tijdelijke oplossing zijn om een investering in de

uitbreiding van het klassieke net uit te stellen. Maar netbeheerders kunnen

ze evengoed bouwen als permanente oplossing om capaciteit toe te voegen

tijdens pieken in de vraag naar elektriciteit.

Pionier

Wie de aanleg van een microgrid overweegt, kan daarvoor terecht bij Schneider

Electric. Dat wereldwijd opererende technologiebedrijf dat zich toelegt op

energiebeheer en automatisatie is een van de pioniers in het ontwerpen,

bouwen en beheren van microgrids, zowel op kleine als industriële schaal.

Het bedrijf werkt daarvoor wereldwijd samen met lokale technologiepartners

en netbeheerders. ❚

Microgrids kunnen, zeker in regio’s waar het net zwaarbelast

is, ook door netbeheerders zelf worden ingezet, om

fluctuerende energiebehoeften te managen, maar ook als

oplossing voor toenemende elektrificatiebehoeften

Een microgrid kan altijd zelf stroom opwekken via bijvoorbeeld zonnepanelen en dus autonoom functioneren, maar kan ook in verbinding

staan met het openbare elektriciteitsnet, om daaruit gevoed te worden met stroom en er de zelfopgewekte energie in te injecteren.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 11


De Pen

‘ETS2 zal voor gezinnen

en bedrijven die nog

verwarmen op aardgas of

stookolie en een benzineof

dieselwagen(park)

hebben tot hogere prijzen

leiden aan de pomp of

op hun energiefactuur’

12 |

INSTALLATIEENBOUW.BE


De Pen

Bright Adiyia

teammanager bij VITO Polaris

ETS2 ZAL IMPACT HEBBEN OP DE ENERGIEFACTUUR,

MAAR HET BELEID KAN DIE HELPEN TE BEPERKEN

Europa voert in 2027 met het European Union Emissions Trading System 2 (EU ETS2) een tweede emissiehandelssysteem in om de

broeikasgasuitstoot verder te verlagen en de omschakeling naar hernieuwbare energie te versnellen. Het systeem is specifiek

gericht op emissies van gebouwen en wegverkeer en vult het bestaande emissiehandelssysteem EU ETS1 aan, dat al sinds 2005

bestaat voor zware industrie, energiebedrijven en luchtvaart. Een deel van de ETS2-inkomsten gaat naar de ondersteuning van

kwetsbare groepen in de energietransitie. Voor VITO/EnergyVille schreef ik een position paper waarin ik meer uitleg geef bij ETS2

en aanvullende beleidsmaatregelen suggereer voor een sociaal rechtvaardige energietransitie. In deze bijdrage voor De Pen vat

ik de essentie daarvan graag samen.

Europa wil de uitstoot van broeikasgassen naar netto nul terugdringen en heeft daarvoor in 2005 een systeem van emissiehandel opgezet,

het European Union Emissions Trading System, kortweg EU ETS1. Dat verplicht elektriciteitsproducenten, luchtvaartmaatschappijen en energieintensieve

industrieën zoals de staal-, cement-, chemische, raffinage- en papierindustrie om te betalen voor hun broeikasgasuitstoot.

Wegverkeer en de fossiele verwarming van gebouwen, ook verantwoordelijk voor heel wat uitstoot, bleven tot dusver buiten schot, maar in 2027

corrigeert Europa dat met het EU ETS2. Concreet zullen leveranciers van fossiele brandstoffen zoals aardgas, stookolie, benzine, diesel en propaan

emissierechten moeten kopen via ETS2 voor elke ton CO 2

die een verkochte liter fossiele brandstof veroorzaakt. Uiteindelijk zal die kost terechtkomen

bij de klanten van die brandstofleveranciers. Want die laatste zullen de aangekochte emissierechten gewoon doorrekenen in hun prijzen.

Dat leidt voor gezinnen en bedrijven die nog verwarmen op aardgas of stookolie en een benzine- of dieselwagen(park) hebben tot hogere prijzen

aan de pomp of op hun energiefactuur. Voor gezinnen kan het in totaal gaan om enkele honderden euro’s per jaar, voor bedrijven uiteraard om

een veelvoud daarvan. En de ETS2-prijs kan ook nog eens voelbaar zijn in andere producten en diensten, als de producenten daarvan veel fossiele

brandstoffen moeten aankopen en die prijs doorrekenen. Om de sociale impact te verzachten, vloeit een deel van de ETS2-inkomsten naar het

Sociaal Klimaatfonds, dat kwetsbare gezinnen en bedrijven zal ondersteunen in de energietransitie.

Om de transitie naar een klimaatneutrale economie te faciliteren en om ze betaalbaar te houden voor iedereen, zijn er echter meer beleidsmaatregelen

nodig dan de invoer van ETS2. Daarom formuleren we enkele aanbevelingen aan Europa en nationale en lokale overheden:

1. Hou energie betaalbaar door slimme beleidskeuzes: de economische impact van ETS2 op bedrijven en gezinnen kan worden beperkt door

maatregelen die energie-efficiëntie en de omschakeling van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen stimuleren. Zonder bijkomend beleid kan

de ETS2-prijs in de toekomst fors stijgen – want dan blijven we fossiele brandstoffen gebruiken terwijl het aanbod schaarser wordt. Een cruciale

maatregel is een taxshift die elektriciteit goedkoper maakt en fossiele brandstoffen nog duurder. Lagere accijnzen op elektriciteit stimuleren

gezinnen en bedrijven immers om sneller over te schakelen op warmtepompen en andere duurzame oplossingen.

2. Onderneem vandáág actie: als België zijn klimaatdoelstellingen niet haalt, moet het dure emissierechten kopen. Dit kan miljarden euro’s kosten.

Die komen bovenop de investeringen in energiebesparing en hernieuwbare energie die sowieso moeten gebeuren om klimaatneutraal te worden

in 2050. Hoe sneller die investeringen gedaan worden, hoe lager de totale kosten voor gezinnen en bedrijven dus. Die investeringen betekenen

overigens ook tewerkstelling, betere lucht- en woonkwaliteit en lagere gezondheidskosten.

3. De ETS2-inkomsten moeten ingezet worden voor structurele ondersteuning: de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds kunnen niet alleen

dienen voor tijdelijke steun aan kwetsbare gezinnen en bedrijven die gevoelig zijn voor prijsstijgingen van fossiele brandstoffen. Ook duurzame

maatregelen zoals woningrenovaties en betaalbaar openbaar vervoer kunnen ermee worden ondersteund, zodat de afhankelijkheid van fossiele

energie wordt afgebouwd en gezinnen en bedrijven structureel minder kwetsbaar worden.

4. Communiceer tijdig en helder over ETS2: burgers en bedrijven moeten op tijd geïnformeerd worden over de stijgende fossiele brandstofprijzen

door de nakende koolstofheffing, zodat ze erop kunnen anticiperen met investeringen in hernieuwbare energie.

Kortom, ETS2 is een noodzakelijk instrument in het Europese klimaatbeleid, maar vormt samen met complementaire beleidsmaatregelen pas echt

een hefboom voor een betaalbare en sociaal rechtvaardige energietransitie. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 13


media met MEERWAARDE

Het Nederlands-Belgische Louwers Mediagroep, communicatiespecialist in uiteenlopende B2B-sectoren,

herpositioneert zich strategisch met een nieuwe huisstijl en de frisse baseline: ‘media met MEERWAARDE’.

Tegelijk verhuist het Belgische kantoor naar een nieuwe, toekomstgerichte uitvalsbasis in bedrijvencentrum

O-Forty in Oostkamp.

Tekst | Louwers Mediagroep

Beeld | Thom Alblas

De dubbele vernieuwing onderstreept de ambitie van de groep om

haar rol als verbindende mediapartner verder uit te bouwen. We

spraken met zaakvoerders Stefan Louwers en Wim Fierens over visie,

verandering, de kracht van gerichte content én de revival van print.

Wat gaf de doorslag om Louwers Mediagroep in een nieuw jasje

te steken? Was er één moment of signaal dat alles in gang zette?

Stefan Louwers: Louwers Mediagroep is een familiebedrijf, opgericht

door mijn vader, intussen zo’n veertig jaar geleden. Al die tijd zaten

we op een stijgende lijn. Ik heb die koers voortgezet en op mijn

beurt verbeteringen doorgevoerd. Wim deed hetzelfde in België, tot

hij op een dag vroeg: Waarom werken België en Nederland eigenlijk

apart? Waarom geen één verhaal, met één sterke ploeg? Ik somde

nog reflexmatig de redenen op waarom het wél twee entiteiten

moesten blijven… maar geen enkel argument bleef echt overeind.

Dat gesprek werd het kantelmoment. Vanaf toen zijn de puzzelstukken

gaan schuiven.

Wim Fierens: Voor mij voelde het als een logische stap. We werden,

ondanks onze schaal, nog vaak als klein bedrijf gezien. Het kantelpunt

kwam op een beurs, toen een collega werd aangesproken

met: ‘Ah, jij bent de man van het boekje.’ Dat bleef hangen. We

bieden zóveel meer, maar dat werd simpelweg niet zo gezien. Dat

moest anders. Het werd tijd om onze slagkracht en meerwaarde

duidelijker te tonen.

Stel: jullie moeten Louwers Mediagroep vandaag kort voorstellen

aan iemand die het bedrijf nog niet kent. Wat zeggen jullie dan?

Stefan: Wij zijn geëvolueerd van klassieke uitgever naar mediabedrijf,

en intussen verder gegroeid tot een volwaardige mediapartner.

Onze gerichte content bereikt vandaag duizenden professionals

in de Benelux, verspreid over meer dan 50 B2B-platforms. Vroeger

draaide alles alleen rond print, nu hanteren we een bredere kijk op hoe

content wordt geconsumeerd: via de vertrouwde magazines, maar

ook via online kanalen, sociale media, podcasts, video én events.

14 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Wim: "Wie ons nieuwe kantoor bezoekt of gewoon passeert, ziet het meteen: hier beweegt iets."

Wim: Je zou kunnen zeggen: we zijn een one-stop-shop voor

zakelijke communicatie in de bouw en industrie, maar dan zonder

reclamebureau te spelen. Alles wat we maken, gebeurt op onze

eigen mediaplatforms. We combineren creativiteit met inhoudelijke

impact – en dat maakt het verschil. Trouwens, graag voeg ik

eraan toe dat print nog lang niet passé is. Integendeel. We merken

dat steeds meer klanten – ook jonge ondernemers – bewust vragen

naar zichtbaarheid in een magazine. Omdat het tastbaar is.

Omdat het blijft liggen. En omdat het geloofwaardigheid uitstraalt,

net in een wereld die steeds sneller scrollt.

Wat blijft er onveranderd, ondanks deze vernieuwing? Wat zit zó

in het DNA van Louwers Mediagroep, dat het altijd overeind blijft?

Stefan: Voor mij draait het om het persoonlijke. Dit werk kun je niet

half doen – je voelt het of je voelt het niet. Het is geen fabriek met

targets, maar mensenwerk. En dat zal het altijd blijven.

Wim: Hoe digitaal of groot we ook worden, het blijft gaan over

mensen. Die drijfveer voor groei zit diep. Niet groeien om te groeien,

maar omdat het beter kan. Omdat we zelf willen blijven ontwikkelen.

Dat is waar onze energie vandaan komt.

Hoe willen jullie dat medewerkers, klanten en

partners zich herkennen in dit nieuwe verhaal?

Stefan: Wij willen dat mensen voelen: dit klopt. Vanaf het moment

dat ze ons gebouw binnenstappen tot de afwerking

van een podcastopname. Alles moet professioneel aanvoelen.

Als dat totaalplaatje juist zit, stappen mensen vanzelf mee in

je verhaal.

Wim: Het draait om vertrouwen en beleving. Klanten moeten

het gevoel hebben dat ze echte meerwaarde krijgen – dat elke

samenwerking de moeite waard is om te herhalen. Dáár bouw je

duurzame relaties mee op.

Er wordt volop ingezet op een slimme kanalenstrategie met

vijf strategische pijlers: magazines, online, video, podcasts

en netwerk-events. Hoe versterken die elkaar, in jullie visie?

Wim: Onze klanten evolueren. Met strakkere budgetten en een

groeiende vraag naar meetbaarheid, volstaat één enkel medium

niet meer. Pas door magazines, events, audio, video en online slim

op elkaar af te stemmen, ontstaat echte impact. Elk kanaal voedt

het andere.

Stefan: Die aanpak is nooit standaard. We vertrekken altijd vanuit

de inhoud en bouwen van daaruit een mix op maat. Wat we brengen,

hangt af van wie we voor ons hebben – en wat hij of zij nodig

heeft. Geen copy-paste, wél strategie met impact.

Wat is de grootste ambitie voor de komende jaren? Waar willen

jullie dat Louwers Mediagroep écht het verschil maakt?

Wim: Ons doel? Een extreem performante mediapartner zijn

voor onze vijf sectoren: Bouw, Industrie & Productie, Business

& Hospitality, Infra & Outdoor en Architectuur. Binnen het marketingbudget

van de klant halen we het maximale uit elke

euro met meer klantenbinding, betere meetbaarheid en een

merkbare impact.

Stefan: Tegelijk willen we een plek zijn waar mensen graag werken.

Dat zie je aan het aantal collega’s dat hier al jarenlang

meedraait. Dat zegt veel. Net als het feit dat klanten zich hier

echt thuis voelen. Dit is geen nieuw begin, maar een duidelijke

bevestiging van wie we zijn – enwaar we samen naartoe willen.

De verhuis van het kantoor in België valt samen met

de herpositionering. Hoe zien jullie die symboliek?

Stefan: Voor mij voelt dit als een kroon op wat we de voorbije jaren

hebben opgebouwd. Een helder signaal: kijk, dit hebben we

samen gerealiseerd.


Stefan: "We willen een plek zijn waar mensen graag werken. Dat zie je aan het aantal collega’s dat hier al jarenlang meedraait."

Wim: Tegelijk is het een duidelijke boodschap naar de markt.

Zichtbaar, letterlijk – dat nieuwe kantoor ligt op een toplocatie.

Wie ons bezoekt of gewoon passeert, ziet het meteen: hier

beweegt iets.

Wat willen jullie dat medewerkers, klanten en partners voelen als ze

straks binnenstappen in het nieuwe kantoor?

Stefan: Dat het klopt. De inrichting, de sfeer, de ontvangst. Dat ze

denken: hier wil ik bij horen.

Wim: Het moet onze ambitie uitstralen: professioneel, dynamisch,

warm en vooruitstrevend. Geen doorsnee werkplek, maar een plek

waar je wilt samenwerken,groeien en vooruitkijken.

Als jullie één moment moeten kiezen uit het

herpositioneringsproces dat jullie bijblijft – positief,

uitdagend of onverwacht – welk moment is dat dan?

Wim: Voor mij was dat de eerste keer dat we pakketten ontwikkelden,

nog voor corona. Toen dacht ik: dit is geen losse verkoop meer,

dit is schaalbaar. Dat besef gaf richting. Hier konden we echt iets

bouwen – iets groters dan de som der delen.

Stefan: Bij mij zijn het geen grote aha-momenten. Maar wanneer ik zie

hoe het bedrijf draait – klanten die langskomen, collega’s die bellen,

overleggen, schakelen – dan voel ik: het leeft. En dat geeft energie,

elke dag opnieuw.

Stel: we spreken elkaar opnieuw binnen vijf jaar.

Wanneer mogen jullie dan écht tevreden zijn?

Stefan: Als iedereen nog steeds graag werkt bij ons. Als het leeft, en

iedereen hier z’n eigen plek gevonden heeft in het grotere geheel.

Wim: Als we dan kunnen zeggen: alles wat we nu voor ogen hebben,

hebben we gerealiseerd. En we zijn klaar voor de volgende stap. Dán

mogen we trots zijn.

Wim: "Hoe digitaal of groot Louwers Mediagroep ook wordt,

het blijft gaan over mensen."

16 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Wij vertalen vakkennis in toegankelijke,

relevante content speciaal voor jouw sector.

Van print en online, tot video, podcast en events.

Wij brengen jouw boodschap tot

bij de juiste doelgroep.

media met

MEERWAARDE

Nederland Schatbeurderlaan 6 6002 ED Weert +31 495 45 00 95

België Kapellestraat 132/1 8020 Oostkamp +32 50 36 81 70

louwersmediagroep.com

info@louwersmediagroep.com


ADVERTORIAL

Belgische verdeler van installatiematerialen

voor HVAC introduceert verbeterde adapter

voor zijn bekende luchtverdeelkast

Begetube is Belgische verdeler van installatiematerialen voor cv- en sanitaire installaties, maar staat daarnaast ook bekend om enkele

zelfontwikkelde systemen en componenten voor ventilatie, zoals de modulaire luchtverdeelkast BegeBox en de BegeConnect-adapter, om

ronde luchtkanalen te koppelen aan de ovale aansluitingen van de BegeBox en aan het haakske aansluitstuk voor die luchtverdeelkast. Recent

bracht Begetube een verbeterde versie van de BegeConnect op de markt: de BegeConnect+.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Begetube

Net als zijn voorganger vereenvoudigt de BegeConnect+, die voorlopig

enkel beschikbaar is voor ronde luchtkanalen met een diameter van 63

mm, de installatie van ventilatiesystemen en garandeert hij de luchtdichtheid

ervan, maar de nieuwe adapter introduceert dus ook enkele

interessante vernieuwingen.

Kliksysteem met geïntegreerde dichting

Een van de belangrijkste verbeteringen die de BegeConnect+ introduceert, is

een nieuw kliksysteem met geïntegreerde dichting. Daardoor kan de adapter

nog sneller dan zijn voorganger worden aangesloten op de ronde kanalen.

Dankzij het kliksysteem zijn ook niet langer extra bevestigingsonderdelen

De BegeConnect+, waarmee ronde

luchtkanalen gekoppeld kunnen worden aan

de ovale aansluitingen van de BegeBox.

18 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Dankzij het kliksysteem met geïntegreerde dichting kan de BegeConnect+

nog sneller dan zijn voorganger worden aangesloten op ronde kanalen.

De BegeBox beschikt over

vier ovale aansluitingen.

Een van de belangrijkste verbeteringen is een nieuw

kliksysteem met geïntegreerde dichting

zoals O-ringen nodig en kunnen de ventilatiekanalen eenvoudig weer

losgemaakt worden – handig voor correcties tijdens de installatie.

Handige afsluitdoppen

De BegeConnect+ beschikt ook over vernieuwde afsluitdoppen, bedoeld om

ongebruikte aansluitingen af te sluiten. De nieuwe doppen, met een opvallende

oranje kleur, worden vastgezet met een push-turn-lockmechanisme. Daardoor

kunnen ze vlot worden geplaatst en zijn ze gemakkelijk te verwijderen.

De BegeConnect+ werd tot slot ook ontworpen met het oog op een

geoptimaliseerde lucht stroming: doordat de binnenkant voorzien werd

van afgeronde overgangen en gladdere oppervlakken zijn de drukverliezen

minimaal en wordt de lucht effi ciënt verdeeld.

Korte video illustreert troeven

Begetube illustreert de voordelen van de BegeConnect+ in een korte

video op YouTube, te bekijken via deze link: https://www.youtube.com/

watch?v=jY0yZMNREtw. ❚

De BegeConnect+ past ook op het

haakse aansluitstuk voor de BegeBox.

BegeConnect+ is de opvolger van de BegeConnect.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 19



Install Tomorrow Experience Day ging door op donderdag 24 en vrijdag 25 april in Walibi.

Install Tomorrow Experience Day in Walibi

lokt bijna 2.000 enthousiaste studenten

Op donderdag 24 en vrijdag 25 april lokte Install Tomorrow Experience Day in totaal bijna 2.000 studenten uit de derde graad elektriciteit,

HVAC en sanitair naar Walibi. Techlink, dat het event voor het eerst organiseerde, spreekt van een overdonderend succes. De Belgische

beroepsfederatie van fabrikanten, distributeurs en bedrijven die actief zijn op het gebied van technisch onderhoud en energiebeheer van

multifunctionele installaties wilde met het event leerlingen een meer educatieve versie bieden van haar bekende vakbeurs Install Day. “Dat is

cruciaal in het licht van de energietransitie”, aldus Carole Metzmacker van Techlink.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Techlink

Omdat de War for Talent een van de grootste uitdagingen is voor de installatiesector,

zette Techlink enkele jaren geleden de digitale sensibiliseringscampagne

Install Tomorrow op. Dit jaar ging het nog een stapje verder met

de organisatie van het event Install Tomorrow Experience Day, op donderdag

24 en vrijdag 25 april in Walibi. Techlink nodigde meer concreet duizend

leerlingen uit de derde graad elektriciteit, HVAC en sanitair uit in het

Waalse pretpark om hen, samen met hun leerkracht, te laten kennismaken

met de waaier aan (beroeps)mogelijkheden en technologieën in de

installatiesector. Op 24 april waren Franstalige studenten welkom, de dag

erna Nederlandstalige.

Het event, dat het studentenprogramma verving dat Techlink de laatste jaren

organiseerde tijdens Install Day, voorzag in een vaste route met interactieve

stands van meer dan dertig exposanten – Bosch Power Tools, Begetube, ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 21


Facq, Daikin, Schneider Electric … – die hun laatste innovaties voorstelden.

De studenten kregen ook de kans om langs de route workshops en Q&Asessies

te volgen, deel te nemen aan quizzen die hun technische kennis op de

proef stelden en zich middels VR-simulaties onder te dompelen in de actuele

werkomgeving. Gastheer Walibi, waar het merendeel van het personeel

technisch geschoold is, leidde de leerlingen ook rond achter de technische

coulissen van de talloze attracties.

“Het doel van Install Tomorrow Experience Day was om jongeren uit de derde

graad een meeslepende en inspirerende ervaring te bieden om hen te helpen

achterhalen welke technische loopbaan hen het meeste aanspreekt”, vertelt

Carole Metzmacker, marketing & communication manager bij Techlink. “Ook

wilden we met het event beroepen promoten, inschrijvingen voor opleidingen

stimuleren, schooluitval voorkomen en een lonende uitwisseling tussen

studenten en professionals creëren. Een en ander is immers cruciaal in het

licht van de energietransitie en de snelle technologische evolutie.”

Niets dan positieve reacties

“Eerlijk? Ik dacht dat het in de installatiewereld alleen om werfwerk draaide.

Hier is voor mij echt een andere wereld opengegaan”, was een van de reacties

die te noteren viel onder de deelnemende studenten.

“Vakmensen die in geuren en kleuren uitleggen wat hun beroep inhoudt, dat

zegt zoveel meer dan droge theorie”, luidde een andere.

“Ik heb enkele visitekaartjes verzameld van mensen die me zeiden dat ze werk

voor me hebben en ik hen moet bellen zodra ik mijn diploma heb”, ging een

van de leerlingen ook met enkele informele jobaanbiedingen naar huis.

Ook de begeleidende leerkrachten waren enthousiast over Install Tomorrow

Experience Day. “We zijn al eens op een andere beurs geweest, maar hier

zijn de exposanten echt uitzonderlijk: grote merken die tijd maken voor onze

jongeren. Echt fantastisch!”, klonk het onder meer.

“De backstagebezoeken waren echt een unieke kans voor onze leerlingen om

de schoonheid van het installatievak te zien en af te stappen van vooroordelen

over de technische sector”, vertelde een andere leerkracht.

Verschillende leerkrachten keken zelfs al uit naar een vervolg: “Ik was hier nu

met de vijfdejaars, maar als er een volgende editie komt, dan breng ik mijn

zesdejaars mee om hen meteen in contact te brengen met werkgevers.”

Het event voorzag in een vaste route met interactieve stands van meer

dan dertig exposanten die hun laatste innovaties voorstelden.

‘Vakmensen die in geuren

en kleuren uitleggen wat hun

beroep inhoudt, dat zegt zoveel

meer dan droge theorie’

Politiek bezoek

Op donderdagochtend mocht Install Tomorrow Experience Day ook Valérie

Glatigny verwelkomen, minister van Onderwijs in de Franse Gemeenschapsregering.

“Dit event toont aan dat samenwerking tussen het onderwijs en

de bedrijfswereld belangrijk is om onze jongeren voor te bereiden op de

technologische uitdagingen van morgen”, sprak ze de aanwezige pers toe.

Ondanks het grote succes is het nog niet zeker of Techlink volgend jaar

een nieuwe editie van Install Tomorrow Experience Day organiseert. De

beroepsfederatie laat weten dat het op dit moment een grondige kostenbatenanalyse

van de eerste editie maakt en op basis daarvan zal beslissen of

er een vervolg komt. ❚

In een luchtige sfeer studenten uit de derde graad elektriciteit,

HVAC en sanitair laten kennismaken met de waaier aan (beroeps)

mogelijkheden en technologieën in de installatiesector: daar is het

Techlink met Install Tomorrow Experience Day om te doen.

Op donderdagochtend mocht Install Tomorrow Experience

Day Valérie Glatigny, minister van Onderwijs in de Franse

Gemeenschapsregering, verwelkomen (op de foto met zwarte jas).

22 | INSTALLATIEENBOUW.BE


INSTALLATIE&BOUW

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

HET MEEST COMPLETE OVERZICHT VOOR

GERE NOMMEERDE TOE LEVERANCIERS VOOR

INSTALLATIE TECHNIEK, HVAC, SANITAIR

EN ELEKTRICITEIT

STAAT U NOG NIET OP

INSTALLATIEENBOUW.BE?

Neem dan voor meer informatie

contact op met Mathieu Noppe:

m.noppe@louwersmediagroep.be

DE PERFECTE COMBO

VOOR EEN OPTIMALE HYGIËNE

De combinatie van TEMPOMATIC 4 kraan en

zeepverdeler op blad is de ideale oplossing:

design, maximale hygiëne en waterbesparing

om te voldoen aan de eisen van publieke

sanitaire ruimten.

Harmonieus design: strakke en tijdloze lijnen voor

een duo met een modern en universeel design

Totale hygiëne: 100% contactloze bediening,

antibacteriële periodieke spoeling en

antistagnatie elektroventiel

Gecontroleerd verbruik: tot 90% waterbesparing,

zeepverdeler met antiverspilling en antidrup

doseerpomp

Eenvoudig onderhoud: onderdelen toegankelijk

vanaf de voorkant zonder demontage of

onderbreking van de watertoevoer, intuïtieve en

innovatieve cliptank

SCHRIJF U NU IN VOOR ONZE

ONLINE NIEUWSBRIEF!

GARANTIE

JAAR

JAAR

HERSTELGARANTIE

delabiebenelux.com

Opvuller half staand I&B BE.indd 1 07-12-2023 12:10


Installatiebedrijf koestert structureel partnerschap

met fabrikant van verwarmingstechnologie

Installateur van sanitaire en verwarmingsinstallaties Maes J & Zoon uit Edegem is al meer dan twintig jaar Buderus System Partner of BSP.

Dat houdt in dat het installatiebedrijf werkt met het volledige gamma verwarmingsoplossingen van Buderus en die fabrikant Maes J & Zoon

beschouwt als officiële merkambassadeur en als essentieel onderdeel van het Buderus-netwerk in België. Ronny Maes, zaakvoerder van Maes

J & Zoon, schat de BSP-stempel naar waarde. “Omdat die ons tal van voordelen biedt”, legt hij uit. “Zo krijgen we voorrang voor trainingen

over specifieke Buderus-toestellen en bezorgt de fabrikant ons leads naar potentiële klanten in onze regio. Maar het belangrijkste is natuurlijk

dat we kunnen werken met wat wij beschouwen als het beste merk in de markt.”

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Marco Mertens

Maes J & Zoon werkte aanvankelijk ook samen

met een ander merk van verwarmings oplossingen,

maar besloot dat partner schap in 2018 stop

te zetten om alleen nog maar met Buderusverwarmings

technologie te werken. “Het gamma

van Buderus aan verwarmings oplossingen is

immers alles omvattend: cv-ketels, cv-boilers,

warmte pompen, warmtepompboilers en alle toebehoren”,

begint Ronny Maes te vertellen.

Toen Buderus enkele jaren geleden besloot een

netwerk van Buderus System Partners, kortweg

BSP’s op te zetten, kreeg Maes J & Zoon van

de fabrikant de vraag of het daartoe wilde

toetreden. “Uiteraard wilden we dat”, mijmert

Ronny Maes. “Want niet elk installatiebedrijf dat

met Buderus-oplossingen werkt, komt zomaar

in aanmerking voor het BSP-label. De fabrikant

hanteert duidelijke kwaliteitscriteria bij het

toekennen van die titel. Zo moet de installateur

aantoonbare expertise hebben, maar ook

transparant communiceren, duidelijke offertes

maken en een snelle service kunnen leveren.

Buderus verbindt zijn imago dan ook aan dat van

het installatiebedrijf.”

Volgens de zaakvoerder zijn er heel wat voordelen

verbonden aan de BSP-stempel. “Zo krijgen we

voorrang voor trainingen over specifieke Buderustoestellen,

die online doorgaan via de Buderus

eAcademy of fysiek in de Buderus Academy in

Mechelen – die opleidingen zijn, terecht, trouwens

ook verplicht als je BSP bent. Daarnaast krijgen

we ook voorrang bij het contacteren van de

helpdesk van Buderus en bezorgt de fabrikant ons

ook leads naar potentiële klanten in onze regio.

Maar het meest belangrijke is natuurlijk dat we

kunnen werken met het merk dat wij als beste in

de markt beschouwen.”

Digitale tools

Ook over de verschillende digitale tools van Buderus

is Ronny Maes zeer te spreken. “Die zijn essentieel

voor ons”, stelt hij. “Bijna elke bestelling plaatsen

we via de e-shop, die enorm gebruiksvriendelijk

is. Daarnaast gebruiken we de ERP-software van

Buderus om snel offertes te maken, de online

prijscatalogus en de warmtepomp-toolbox, een

digitale gereedschapskist die ons ondersteunt bij

het ontwerpen, installeren en onderhouden van

de Buderus-warmtepompen. Al die digitale tools

zijn bereikbaar via het Partner Portal.”

Ronny Maes: “Niet elk installatiebedrijf dat met Buderus-oplossingen werkt,

komt zomaar in aanmerking voor het Buderus System Partner-label.”

Warmtepompen steeds populairder

De stijgende interesse in warmtepompen is ook

bij Maes J & Zoon voelbaar. “Die werd vooral

merkbaar tijdens de energiecrisis”, schetst Ronny

Maes. “Gelukkig waren we toen al vertrouwd met

warmtepomptechnologie dankzij de opleidingen

van Buderus, de korte instructie filmpjes die via

de Buderus eAcademy beschikbaar zijn en de

deskundige technische dienst van de fabrikant,

voor wie werkelijk geen enkele vraag – of die

nu het ontwerp, de uitvoering of de naservice

betreft – te veel is. We plaatsen voornamelijk

lucht-water warmte pompen, zowel monobloc- als

splittoestellen, omdat geothermische warmtepompen

in de Antwerpse regio lastiger te

installeren zijn. Ook warmtepomp boilers installeren

we regelmatig.”

24 | INSTALLATIEENBOUW.BE


‘Bijna elke bestelling plaatsen we via de

e-shop, die enorm gebruiksvriendelijk

is. Daarnaast gebruiken we de ERPsoftware

van de fabrikant om snel offertes

te maken, de online prijscatalogus

en de warmtepomp-toolbox’

De verwarmingsoplossingen van Buderus hebben

voor Ronny Maes geen geheimen.

Toch zijn nog heel wat van de verwarmingssystemen

die Maes J & Zoon installeert hybride.

Ronny Maes: “We proberen onze klanten te

overtuigen om maximaal elektrisch te gaan, maar

dat is om technische en/of economische redenen

niet altijd haalbaar. Het installeren van hybride

systemen is niet altijd eenvoudig, maar dankzij

het uitgebreide portfolio van Buderus brengen we

het altijd tot een goed einde.”

Recent uitdagend project

Gevraagd naar een recent project waar hij trots

op is, noemt Ronny Maes de renovatie van

een stookplaats in een gebouw met vijftien

appartementen. “Vanwege de beperkte ruimte

was dat immers een complexe klus. We hebben

een cascade opstelling gemaakt van twee KB372-

vloerketels, cv-boilers en een thermische zonneinstallatie.

De cv-boilers mochten niet te groot zijn

en we moesten de warmte van de ketels en de

zonnecollectoren op een ingenieuze manier op het

systeem aansluiten. Het project was toch echt wel

een uitdaging voor een kleiner installatiebedrijf

als het onze, maar we hebben het, uiteraard mede

dankzij Buderus, succesvol afgerond en daar zijn

we best fier op”, besluit de zaakvoerder. ❚

Ronny Maes, die er fier op is dat zijn bedrijf Maes

J & Zoon een Buderus System Partner is.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 25


MINIMALE MILIEU-IMPACT MET

LUCHTBEHANDELINGSKASTEN

VAN GROEN STAAL

De duurzaamheid van de Green Steel-luchtbehandelingskasten

schuilt niet enkel in de lagere CO 2

-voetafdruk van het gebruikte

staal, maar ook in het feit dat hun productie door de toepassing

van dat gerecycleerde staal minder nieuwe grondstoffen vraagt.

26 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Solutions for a sustainable future. Dat motto van de ISH-beurs in Frankfurt, midden maart, was zéker van toepassing op WOLF Energiesystemen, dat

er een duurzame noviteit introduceerde: luchtbehandelingskasten gemaakt van zogenaamd groen staal. “Dat materiaal haalt de CO 2

-voetafdruk

van onze luchtbehandelingskasten drastisch naar beneden”, vertelt Wilfred Kraaij, technisch adviseur bij WOLF Energiesystemen.

Tekst Lieke Bousema

| Beeld WOLF Energiesystemen

“In 2050 wil Nederland een CO 2

-arme gebouwde

omgeving. Om dat mogelijk te maken, moet de

komende jaren vol ingezet worden op duurzame

en CO 2

-arme producten”, begint Wilfred Kraaij te

vertellen. “WOLF Energiesystemen loopt daarin

voorop: als eerste fabrikant introduceren wij

luchtbehandelingskasten waarvan 75% van het

staal gerecycleerd staal betreft. We noemen ze de

Green Steel-luchtbehandelingskasten.”

Klimaatstaal

Want de bewuste luchtbehandelingskasten zijn

gemaakt van zogenaamd green steel of groen

staal. “Dat staal, ook wel klimaatstaal of low

emission steel genoemd, is een verzamelterm

voor staal waarvan de productie gepaard gaat

met verminderde emissies in vergelijking met

conventioneel staal”, gaat hij voort. “Dat wordt

doorgaans bereikt door af te zien van fossiele

grondstoffen zoals steenkool als energiebron. De

productie van het green steel dat wij gebruiken,

thermisch verzinkt staal, gebeurt bijvoorbeeld

met zogeheten elektrische vlamboogovens, die

niet zoals traditionele hoogovens op fossiele

brandstoffen werken, maar op elektriciteit uit

100% hernieuwbare energiebronnen. Het staal

heeft daardoor een CO 2

-voetafdruk van slechts

877 kg CO 2

per ton staal, waar die voetafdruk

voor conventioneel geproduceerd staal 2.570 kg

‘Groen staal is een verzamelterm voor

staal waarvan de productie gepaard

gaat met verminderde emissies in

vergelijking met conventioneel staal’

per ton bedraagt. Die waarden kunnen worden

gestaafd met de Environmental Product

Declarations of EPD's van de beide soorten staal.

Die EPD’s zijn gebaseerd op levenscyclusanalyses

in overeenstemming met de EN 15804 en

ISO 14025.”

Grondstoffenbesparing

De Green Steel-luchtbehandelingskasten van

WOLF Energiesystemen worden geproduceerd in de

eigen fabriek in Mainburg, in Duitsland. “Het gaat

om onze modulaire luchtbehandelingskasten",

vertelt Wilfred Kraaij. “75% van het staal

waaruit die kasten bestaan, is dus gerecycleerd.

Het gaat om staal afkomstig van oude luchtbehandelingskasten,

oude auto’s of andere

afgedankte of onbruikbare staalproducten. Green

steel heeft dezelfde kwaliteit als nieuw staal.”

“De duurzaamheid van de Green Steel-luchtbehandelingskasten

schuilt niet enkel in de

lagere CO 2

-voetafdruk van het gebruikte staal,

maar ook in het feit dat hun productie door die

toepassing van gerecycleerd staal minder nieuwe

grondstoffen vraagt.”

Het staal dat WOLF Energiesystemen gebruikt voor

zijn Green Steel-luchtbehandelingskasten heeft

een CO 2

-voetafdruk van slechts 877 kg CO 2

per

ton staal, waar die voetafdruk voor conventioneel

geproduceerd staal 2.570 kg per ton bedraagt.

Certificaat

“Bedrijven die kiezen voor WOLF-luchtbehandelings

kasten op basis van green steel,

kunnen hun ecologische voetafdruk aantoonbaar

verkleinen”, benadrukt Wilfred Kraaij. “We

bezorgen ze immers een certifi caat dat de CO 2

-

besparing die gepaard gaat met de keuze voor

een Green Steel-luchtbehandelingskast zwart op

wit bewijst.”

Maatschappelijke

verantwoordelijkheid

Het gebruik van green steel is niet de enige

manier waarop WOLF Energiesystemen zijn

maatschappelijke verantwoordelijkheid wil nemen.

“Wij zetten in op klimaatvriendelijke oplossingen

in de gehele waardeketen”, aldus Wilfred Kraaij.

“Van het gebruik van groene stroom op onze

Bij de productie van het green steel dat WOLF

Energiesystemen gebruikt, worden zogeheten

elektrische vlamboogovens ingezet.

locaties tot de bevordering van innovatieve

technologieën zoals natuurlijke koudemiddelen en

energie-effi ciënte ventilatiesystemen. Daarnaast

werken wij continu aan het vergroten van het

gebruik van CO 2

-geoptimaliseerde materialen,

met als doel om onze CO 2

-voetafdruk nog verder

te verkleinen. Onze duurzaamheidsstrategie

omvat tot slot ook de integratie van elektrische

voertuigen in ons wagenpark én het bevorderen

van de biodiversiteit op onze bedrijfsterreinen.” ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 27


MAATREGEL MARKEERT NIEUW HOOFDSTUK IN

UITROL DUURZAME ENERGIE IN VLAANDEREN

INWERKINGTREDING ZONNEPANEELVERPLICHTING

GROTE BEDRIJVEN UITGESTELD NAAR 1 APRIL 2026

De zonnepaneelverplichting voor grote bedrijven zou normaal al op 30 juni 2025 van kracht worden, maar

de Vlaamse Regering besliste op 2 mei van dit jaar om die startdatum te verschuiven naar 1 april 2026.

De Vlaamse verplichting voor bedrijven – in de verplichting omschreven als niet-residentiële gebouwen – met een elektriciteitsafname van

meer dan 1.000 MWh per jaar om een deel van hun elektriciteit lokaal op te wekken met zonnepanelen op hun dak – voor overheidsbedrijven

ligt de drempel op 250 MWh per jaar – zou normaal op 30 juni van dit jaar van kracht zijn, maar die startdatum werd na een kritisch advies

van de Raad van State verschoven naar 1 april 2026. Uitstel dus, maar zeker geen afstel. Want het is Vlaanderen menens wat betreft het

verplichtstellen van het gebruik van duurzame energie – lees: stroom uit hernieuwbare bronnen – op zijn grondgebied. Eerder werkte

de Vlaamse overheid immers al verschillende andere regels uit die zowel bedrijven als particulieren aanzetten tot het integreren van

hernieuwbare energie in hun gebouwen.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay

Dat de omslag naar duurzame energie een noodzakelijke structurele

transformatie van onze energievoorziening is, daar is iedereen het over eens.

Fossiele brandstoffen, ooit de motor van industriële groei, zijn niet alleen

een uitputbare bron, ze zadelen ons ook op met een ecologische kost die

steeds minder te negeren valt. Door gebruik te maken van duurzame energie

uit hernieuwbare bronnen zoals zon, wind, water en biomassa vermijden we

een toename van de grondstoffenschaarste en beperken we de CO 2

-uitstoot

drastisch. Bovendien zijn die hernieuwbare bronnen ook lokaal beschikbaar,

wat minder afhankelijkheid van import betekent.

De Vlaamse overheid heeft dat al enkele jaren geleden goed in haar oren

geknoopt. Vandaag gelden in Vlaanderen dan ook verschillende regels

die zowel bedrijven als particulieren aanzetten tot het integreren van

hernieuwbare energie in hun gebouwen. Zo legt de Vlaamse Energieprestatieregelgeving

sinds 2014 bijvoorbeeld een verplicht minimumaandeel

hernieuwbare energie op voor nieuwbouw en ingrijpende energetische

renovaties. Dat aandeel werd doorheen de jaren gradueel verscherpt. Vanaf dit

jaar moet een nieuwbouwwoning om een bouwaanvraag te krijgen minstens

15 kWh/m² aan hernieuwbare energie per jaar opwekken en een nietresidentieel

gebouw minstens 20 kWh/m². In de praktijk gaat het meestal

om zonne-energie, waarvoor de technologie de laatste jaren fl ink daalde in

kostprijs en nog steeds stijgt in effi ciëntie.

Vanaf 2025 worden vergunningen voor nieuwbouw projecten in Vlaanderen

ook geweigerd wanneer ze een gasaansluiting hebben. De gebouwverwarming

kan enkel nog gebeuren via een warmtenet, een biomassaketel,

een warmtepomp of directe elektrische verwarming. Uiteraard is het in de

laatste twee gevallen nog steeds mogelijk dat de benodigde elektriciteit een

fossiele herkomst heeft, maar die systemen zijn in elk geval wel klaar om te

werken met hernieuwbare stroom.

Helft elektriciteitsverbruik door bedrijven

Vanaf 1 april 2026 worden bedrijven op Vlaams grondgebied met een

elektriciteitsafname van meer dan 1.000 MWh per jaar, zogenaamd

grootverbruik, dus ook verplicht om een deel van hun elektriciteit uit

zonnepanelen op hun dak te halen – voor overheidsbedrijven ligt de drempel

28 | INSTALLATIEENBOUW.BE


op 250 MWh per jaar. Een logische volgende maatregel, want hoewel

bedrijven goed zijn voor ruim de helft van het elektriciteitsverbruik in

Vlaanderen, ligt hun aandeel in de zonne-energieproductie veel lager dan dat

van particulieren. Terwijl net grote bedrijfssites vaak over uitgestrekte daken

beschikken die technisch geschikt zijn voor de installatie van zonnepanelen.

Bedrijven die onder de verplichting vallen kunnen de investering in de

zonnepanelen zelf doen, maar ze mogen ook een derde partij inschakelen via

bijvoorbeeld een energieprestatiecontract of een operationele of financiële

leaseformule. De zonnepanelen moeten in elk geval op het dak van het

bedrijf zelf komen.

Ter kadering: voor een klassiek kmo-bedrijf is 1.000 MWh, wat overeenkomt

met een vermogen van zo’n 115 kW, een relatief hoge drempel. De verplichting

zal in de praktijk dus vooral gelden voor logistieke centra, industriële sites,

grote retailketens of publieke instellingen met een fors energieverbruik.

De verplichting, die werd vastgelegd in het Vlaamse Energiebesluit, zou

normaal al op 30 juni 2025 van kracht worden, maar de Vlaamse Regering

besliste op 2 mei van dit jaar om die startdatum te verschuiven naar 1 april

2026. De reden was een kritisch advies van de Raad van State – zonder dat

er een specifieke klacht werd neergelegd, de Vlaamse Regering had zoals

Hoewel bedrijven goed zijn

voor ruim de helft van het

elektriciteitsverbruik in Vlaanderen,

ligt hun aandeel in de zonneenergieproductie

veel lager dan

dat van particulieren, terwijl net

grote bedrijfssites vaak over

uitgestrekte daken beschikken

die technisch geschikt zijn voor

de installatie van zonnepanelen

Fossiele brandstoffen, ooit de motor van industriële groei, zijn

niet alleen een uitputbare bron, ze zadelen ons ook op met een

ecologische kost die steeds minder te negeren valt.

gebruikelijk bij ontwerpbesluiten om een advies gevraagd. Dat stelde dat de

voorgestelde uitstelregelingen die de Vlaamse Regering in de verplichting had

ingebouwd, die bedrijven in bepaalde gevallen uitstel verleenden tot uiterlijk

1 juli 2026 om aan de verplichting te voldoen, onvoldoende wettelijke basis

hadden. De Vlaamse Regering besliste dan maar om de vollédige verplichting

voor alle bedrijven met een grootverbruik uit te stellen naar 1 april 2026, om

zo administratieve complexiteit te vermijden.

Maar hoe groot moet het aandeel aan zonne-energie nu juist zijn? Dat

aandeel wordt bepaald op basis van het beschikbare dakoppervlak – want de

verplichting gaat dus expliciet over de installatie van zonnepanelen op het dak

van bedrijfsgebouwen. Dat oppervlak moet overigens minstens 500 m² zijn,

maar die bijkomende voorwaarde in de verplichting gaat voor de meeste grote

bedrijven natuurlijk op. En het dak moet ook technisch geschikt zijn – voldoende

draagkracht, de juiste zoninstraling en geen overmatige schaduw – voor de

installatie van zonnepanelen. Anders geldt de verplichting ook niet.

De geïnstalleerde zonnepaneelinstallatie moet minimaal 12,5 Wp

– wattpiek – per m² horizontale dakoppervlakte bedragen. De verplichting

stelt dat dit cijfer tegen 1 januari 2030 naar 18,75 Wp/m² moet stijgen en

vanaf 1 januari 2035 25 Wp/m² moet bedragen.

Enkel onder bepaalde voorwaarden die goedkeuring vereisen, kunnen

bedrijven die onderhevig zijn aan de verplichting ook investeren in andere

vormen van hernieuwbare energie zoals nieuwe of gereviseerde windturbines,

een warmtekrachtkoppeling (WKK), warmtepompen of een participatie in

nieuwe groene-energieprojecten. Bedrijven die niet tijdig aan de verplichting

voldoen, riskeren een geldboete. De hoogte van de boete werd voorlopig

vastgelegd op 400 euro per kilowattpiek (kWp) vermogen dat ontbreekt.

Bedrijven die snel schakelen, kunnen dan weer profiteren van premies – al is

het wel de vraag hoelang die steunpotten nog gevuld blijven.

De Vlaamse Regering liet ook al verstaan dat mogelijk een soortgelijke

verplichting volgt voor bedrijven met een middelgroot verbruik.

Nieuw werkveld voor installateurs

Voor installateurs, maar ook voor ontwerpers en andere bouwprofessionals,

opent de zonnepaneelverplichting natuurlijk een nieuw werkveld. Immers,

waar zonnepanelen vroeger slechts een optie waren, worden ze nu een

integraal onderdeel van de energieplanning van grote bedrijven.

Vanaf 2025 worden vergunningen voor nieuwbouwprojecten in

Vlaanderen geweigerd wanneer ze een gasaansluiting hebben.

Slotbeschouwing: hoewel de nakende zonnepaneel verplichting voor

sommige bedrijven als een strak keurslijf kan aanvoelen, zal ze in de

praktijk ongetwijfeld als een hefboom naar meer duurzaamheid fungeren.

In ecologische, maar zeker ook in economische zin: door zelf hernieuwbare

energie op te wekken, worden bedrijven minder afhankelijk van het

openbare elektriciteitsnet en dalen hun energiekosten op termijn. De

zonnepaneelverplichting markeert dus niet alleen een beleidsmatige

kentering, maar ook een kans om als onderneming mee te bouwen aan een

veerkrachtiger en klimaatvriendelijker Vlaanderen. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 29


Duurzaamheid en efficiëntie troef dankzij

intelligente regenwaterbeheersystemen

Nu drinkwater steeds kostbaarder wordt, wint (her)gebruik van regenwater nog meer aan belang. KSB Group speelt hier optimaal op in

met de introductie van HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus, die regenwaterbeheer naar een hoger niveau tillen door geavanceerde technologieën te

combineren met gebruiksvriendelijkheid en energie-efficiëntie. Deze compacte, stekkerklare systemen werden in maart officieel voorgesteld

tijdens ISH 2025, de toonaangevende internationale vakbeurs voor HVAC en sanitair in het Duitse Frankfurt.

Tekst Tim Janssens |

Beeld KSB Group en Tim Janssens

Regenwater opvangen en vervolgens inzetten voor het spoelen van toiletten,

het wassen van kleren of het besproeien van vegetatie: het is een van dé

pijlers van duurzaam gebouwbeheer. HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus passen

perfect in dit plaatje. Deze innovatieve systemen zijn uitgerust met meertraps

zelfaanzuigende centrifugaalpompen, die bekendstaan om hun hoog

rendement (IE2) en laag energieverbruik. Zo beperken ze niet alleen de

operationele kosten, maar dragen ze ook bij aan een duurzame exploitatie.

Beide systemen zijn ontworpen voor een werkdruk tot 6 bar, met debieten

tot 3.500 liter per uur en een maximale opvoerhoogte van 45 meter. De

maximumtemperatuur van het behandelde water bedraagt 35 °C. De

HyaRain 2 beschikt standaard over een vlotterschakelaar met een kabellengte

van 20 meter, waarmee eenvoudig het waterniveau in de regenwatertank

wordt gecontroleerd. De HyaRain 2 Plus omvat tevens een niveausensor,

die het vulniveau in procenten weergeeft op de display. Daarnaast worden

alarmmeldingen via een geïntegreerd relais doorgegeven bij dit kersverse

topmodel in het HyaRain-gamma.

Flexibiliteit en uitbreidingsmogelijkheden

Een opvallend kenmerk van de HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus-systemen is

de geïntegreerde droogloopbeveiliging. Bovendien wordt bij een leegstaande

regenwatertank automatisch overgeschakeld op leidingwater, zodat er

steeds sprake is van een betrouwbare watervoorziening. De systemen laten

tevens een programmeerbare functiecontrole van het driewegventiel toe,

De HyaRain 2 (links) en HyaRain 2 Plus.

30 | INSTALLATIEENBOUW.BE


evenals programmeerbare intervallen voor het verversen van het water in

de suppletietank.

Beide systemen bieden gebruikers de keuze tussen automatische en manuele

bediening. Voor toepassingen waar extra pompdruk vereist is, is een

aansluiting voor een bijkomende boosterpomp voorzien. Zo kan bijvoorbeeld

de AmaDrainer-dompelpomp van KSB Group moeiteloos geïntegreerd worden

in het systeem. De mogelijkheid om het regenwatertankniveau via de display

te monitoren en de eenvoudige aansluiting van externe niveausensoren en

vlotterschakelaars vergroten de flexibiliteit van het systeem. Verder dragen

ook de geluidsarme werking (maximaal 59 dB) en de vrijprogrammeerbare

drinkwaterverversing bij aan een optimaal gebruikscomfort.

Gebruiks- en installatiegemak centraal

Een belangrijk aandachtspunt bij het ontwerp van de HyaRain 2 en HyaRain 2

Plus-systemen was het installatie- en bedieningsgemak. Beide modellen worden

geleverd als volledig kant-en-klare units, inclusief de nodige accessoires voor

aansluiting op het drinkwaternet en regenwaterleidingen. Dit vereenvoudigt

niet alleen de plaatsing, maar bespaart installateurs ook waardevolle tijd.

De compacte afmetingen dragen bij aan een ruimtebesparende opstelling,

terwijl de automatische ontluchting en geïntegreerde bedieningselementen

de gebruiksvriendelijkheid versterken.

Beide systemen beschikken over een display om onder

meer het regenwatertankniveau te monitoren.

Het intelligent inzetten van regenwater is niet enkel een kwestie van efficiëntie,

maar ook van ecologische verantwoordelijkheid. Met de introductie van de

HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus biedt KSB Group klimaatrobuuste, betrouwbare

en energiezuinige oplossingen die tegemoetkomen aan de groeiende

vraag naar duurzame water beheersystemen. Door opgevangen regen water

optimaal te benutten en slim om te schakelen naar leidingwater indien nodig

dragen de innovatieve systemen bij aan een verantwoorde omgang met de

kostbare natuurlijke hulpbron die drinkwater steeds meer is. ❚

Met de introductie van de HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus biedt KSB Group klimaatrobuuste, betrouwbare en

energiezuinige oplossingen die tegemoetkomen aan de groeiende vraag naar duurzame waterbeheersystemen.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 31


De geothermische warmtepompen van Itho Daalderop zijn standaard uitgerust met een ingebouwde

koelwisselaar, terwijl dat bij veel merken een optionele uitbreiding is. (beeld: Itho Daalderop)

Passief koelen met een

geothermische warmtepomp:

een specialist aan het woord

Met een geothermische warmtepomp kun je niet alleen verwarmen, maar ook passief koelen. Maar wat houdt dat nu juist in? Waarin verschilt

passief koelen van actief koelen? En waarom wordt passief koelen als duurzaam beschouwd? Olivier Van Vooren, businessdeveloper bij Itho

Daalderop, stelt een en ander scherp en legt uit hoe Itho Daalderop met zijn geothermische warmtepompen het verschil probeert te maken

op het vlak van passief koelen.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Itho Daalderop en iStock

“Bij passief koelen gebruikt de geothermische warmtepomp – eigenlijk

is de preciezere benaming een water-waterwarmtepomp – de natuurlijke

temperatuur van de bodem om het gebouw te koelen, zonder dat de

compressor wordt ingeschakeld,” vertelt Olivier Van Vooren, die bij Itho

Daalderop, dat HVAC-oplossingen ontwikkelt, ook productspecialist is op

het vlak van geothermie. “Alleen twee kleine circulatiepompjes draaien, met

een haast verwaarloosbaar energieverbruik. Dat is het fundamentele verschil

met actief koelen, met als bekendste voorbeeld klassieke airconditioning.

Bovendien treedt er bij passieve koeling geen condensatie op.”

“Geothermische toepassingen maken gebruik van de temperatuur van de

bodem, die het hele jaar door relatief constant blijft tussen de 7 en 12 °C”,

32 | INSTALLATIEENBOUW.BE


het is binnen dan al zo warm dat het moeilijk wordt om de temperatuur via

passieve koeling nog aangenaam te krijgen.”

Dankzij die automatische regeling beschikken de warmtepompen van Itho

Daalderop bovendien over een hoger koelvermogen dan het marktgemiddelde.

“We halen tot 22 W per m², waar standaardinstallaties vaak tussen 12 en 16

W per m² blijven steken,” weet de businessdeveloper.

“Met de steeds strengere isolatienormen en warmere zomers wordt koeling

simpelweg onmisbaar”, aldus Olivier Van Vooren. (beeld: iStock)

Voelbaar comfort

Olivier Van Vooren wil ook nog een vaak gehoorde uitspraak over passieve

koeling nuanceren. “Meer bepaald de stelling dat je met actieve koelsystemen

lagere binnentemperaturen kunt bereiken dan via passieve koeling”, klinkt het.

“Die klopt, passieve systemen zijn niet ontworpen om dezelfde koelprestaties

te leveren als een klassieke airco, maar comfort is méér dan enkel de

thermometerstand”, benadrukt hij. “Bij passieve koeling via vloerverwarming is

er sprake van directe geleiding naar het lichaam. Een koelere vloer zorgt daarom

vaak voor een frisser gevoel dan koele, ontvochtigde lucht. Bovendien heb je bij

‘Het klopt dat passieve koelsystemen niet zijn ontworpen om

dezelfde koelprestaties te leveren als een klassieke airco, maar

comfort is méér dan enkel de thermometerstand’

treedt hij meer in detail. “Bij passieve koeling gebruikt de geothermische

warmtepomp die bodemtemperatuur om het water dat door het afgiftesysteem

– vloerverwarming, ventiloconvectoren of klimaatplafonds – circuleert, af te

koelen. Dat gebeurt via een lus met water in de bodem. Het koele water

onttrekt vervolgens warmte aan de binnenlucht en via diezelfde waterlus

wordt die warmte afgevoerd naar de bodem. Dat alles dus zonder dat de

compressor van de warmtepomp hoeft te draaien en elektriciteit verbruikt.

Eigenlijk werkt een warmtepomp wanneer ze passief koelt dus in spiegelbeeld

van de verwarmingsmodus: in plaats van warmte uit de bodem te halen – wat

in de winter kan omdat de bodemtemperatuur dan vaak hoger is dan de

luchttemperatuur, voert ze overtollige warmte terug af naar de grond, met dat

verschil dus dat de warmtepomp bij passieve koeling niet hoeft te werken.”

passieve systemen geen last van tocht of geluidsoverlast, twee nadelen die bij

airconditioning wel kunnen voorkomen.”

Volgens Olivier Van Vooren wint passieve koeling steeds meer terrein, onder

meer dankzij de energieprestatieregelgeving. “Passieve koeling draagt bij aan

een betere EPC-score, wat voor veel bouwheren doorslaggevend is. En met

de steeds strengere isolatienormen en warmere zomers wordt een vorm van

koeling simpelweg onmisbaar”, besluit hij. ❚

Onttrokken warmte blijft beschikbaar

De duurzaamheid van passieve koeling zit volgens Olivier Van Vooren niet

alleen in het bijzonder lage, haast onbestaande elektriciteitsverbruik. “Waar

bij actieve koeling de afgevoerde warmte in de buitenlucht verdwijnt,

fungeert de bodem bij passieve koeling als thermische opslag”, legt hij

uit. “De warmte die in de zomer aan het gebouw wordt onttrokken, wordt

afgegeven aan de ondergrond en er opgeslagen rond de bodemlus, zonder de

gemiddelde bodemtemperatuur te verstoren. In de winter kan die opgeslagen

warmte dan bovenop de natuurlijke bodemwarmte worden gebruikt om het

gebouw te verwarmen. Zo fungeert de bodem als het ware als een natuurlijke,

seizoensgebonden batterij: wat je er in de zomer insteekt, haal je er ’s winters

weer uit. Dat voorkomt thermische onbalans in het bodemcircuit, zelfs bij

frequent passief koelen.”

De geothermische warmtepompen van Itho Daalderop bieden daarbij een

bijkomend voordeel. Olivier Van Vooren: “Onze toestellen zijn standaard

uitgerust met een ingebouwde koelwisselaar, terwijl dat bij sommige merken

een optionele uitbreiding is. Die geïntegreerde koelwisselaar schakelt

bovendien automatisch in zodra er passieve koeling nodig is. Bij de meeste

geothermische systemen moet de gebruiker het passief koelen manueel

activeren en dat heeft als gevolg dat die koeling vaak te laat op gang komt;

De warmtepompen van Itho Daalderop kunnen worden aangestuurd

met deze Spider WP Klimaatthermostaat, die ook compatibel

is met klassieke cv-ketels. (beeld: Itho Daalderop)

INSTALLATIEENBOUW.BE | 33


WOLF luchtbehandeling:

duurzame oplossingen

voor een gezond binnenklimaat

Voor een gezond en efficiënt binnenklimaat

- in elke sector - is WOLF uw partner. Van kantoren

en scholen tot industriële omgevingen: onze

specialisten kennen de unieke eisen van elke

toepassing en bieden een passende oplossing. Met

onze luchtbehandelings- en ventilatiesystemen

realiseren we maatwerk, altijd perfect passend bij

de specifieke eisen van de klant.

Met een sterke focus op innovatie en duurzaamheid

verbeteren we niet alleen de binnenluchtkwaliteit,

maar helpen we ook actief de CO₂-uitstoot te

verlagen. Zo bouwen we samen aan een gezonde

en toekomstbestendige leef- en werkomgeving.

Productinformatie

Vertrouw op WOLF als uw partner voor een gezond

en optimaal binnenklimaat.

Ontdek ons volledige aanbod!

www.wolf.eu


Integratech.be

Compleet

gamma LED-strip

oplossingen

Monocolor White SMD

Performance

165 Lm/W 160LED/m

RGB + Tunable white SMD

Performance

Compleet spectrum 288 LED’s

Project: Mix Brussels

Nieuw: Integrapower!

Het gamma LED-strip

voedingen van Integratech

Integratech presenteert met trots

Integrapower, een eigen reeks

hoogwaardige voedingen afgestemd op

onze LED-strips. Dit gamma biedt keuze

uit IP20- of IP67-opbouwvoedingen

en DIN-rail voedingen, beschikbaar in

24V en 48V. Betrouwbaar, efficiënt en

ontworpen voor een perfecte match met

elke LED-toepassing.

Ontdek

Eigen gamma LED-voedingen! het gamma


Het inox assortiment van KESSEL bestaat uit vloerafvoeren, vloerbakken, sleuf- en

bakgoten en toebehoren en biedt ook antwoorden biedt voor maatwerk.

Toonaangevende aanbieder van

afwateringsoplossingen breidt inox gamma uit

KESSEL is een toonaangevende producent van afwateringstechniek in kunststof en composiet, dat de naam Ecoguss draagt, maar ook

van zijn oplossingen in inox of roestvrij staal (rvs) is de Duitse fabrikant bekend. Omdat het bedrijf ook voor afwateringstoepassingen

met hoge hygiëne-eisen een volwaardig aanbod wilde kunnen bieden, heeft het dat inox gamma, dat de naam Ferrofix draagt,

recent fors uitgebreid: met nieuwe profielen en bijkomende maten is het assortiment vertienvoudigd. Net als met alle andere

oplossingen van KESSEL is ook met het inox gamma maatwerk mogelijk, wat vooral in renovatieprojecten wenselijk is.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld KESSEL

Vergis u niet: KESSEL hád al een mooi gamma

aan inox afwaterings oplossingen. Het Ferrofixassortiment,

dat bestaat uit vloerafvoeren, vloerbakken,

sleuf- en bakgoten en toebehoren en ook

antwoorden biedt voor maatwerk, bestaat al meer

dan dertig jaar. “Onze klanten verwachten voor

elke toepassing de juiste oplossingen in het juiste

materiaal. En in omgevingen zoals zwem baden,

voedselverwerkende bedrijven en professionele

keukens, waar duur zame en hygië nische afwateringsoplossingen

onmisbaar zijn, is dat materiaal inox”,

vertelt Rainer Kübler, productmanager bij KESSEL.

“Inox is immers bestand tegen een breed scala aan

chemische stoffen, verdraagt extreme temperatuurschomme

lingen en kan niet gaan roesten – vandaar

dat inox ook bekendstaat als roestvrij staal of rvs.”

Oplossingen in rvs 304 en rvs 316

“Voor zones die regelmatig intensief gereinigd

worden, zoals grootkeukens, zijn onze oplossingen

in rvs 304 aangewezen”, gaat hij voort. “Voor

zwembadenranden of de punt- of lijnafwatering

in zwembaddouches, waar natuurlijk sprake is van

chloor, bieden we ook oplossingen in rvs 316.”

Het Ferrofix-gamma werd nu dus fors uitgebreid,

meer bepaald met extra varianten op de

bestaande producten en met bijkomende maten,

wat resulteerde in een vertienvoudiging van het

oorspronkelijke assortiment.

36 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Allesomvattend portfolio is doel

Doordat de Ferrofix-oplossingen net als de kunststof

en Ecoguss-oplossingen van KESSEL in

verschillende (nieuwe) varianten bestaan, die

dan ook nog eens kunnen worden aangepast

waar nodig, maken ze maatwerk mogelijk. Zeker

in renovatieprojecten, waar de plaatsingsruimte

voor een installatie soms beperkt is, zijn dergelijke

maatwerkoplossingen wenselijk.

Rainer Kübler noemt de inox flensverbinding als

voorbeeld van een product dat dankzij specifieke

(extra) varianten een oplossing biedt voor

verschillende situaties. “In professionele keukens

is de aansluiting tussen vloer en vloergoot een

kritische schakel: niet elke flensverbinding is

geschikt voor elke vloerafwerking. Met KESSEL

bieden we flens verbindingen die afgestemd

zijn op elk type vloerafwerking: tegelzetters

kunnen direct afdichten met kleefflenzen, terwijl

persdichtingsflenzen zorgen voor een betrouwbare

verbinding met foliemateriaal.”

Voor zones die regelmatig intensief gereinigd worden, zoals

grootkeukens, zijn KESSEL’s oplossingen in rvs 304 aangewezen.

‘Onze klanten verwachten voor elke

toepassing de juiste oplossingen in het juiste

materiaal. En in omgevingen waar duurzame

en hygiënische afwateringsoplossingen

onmisbaar zijn, is dat materiaal inox’

De kleefflenzen zijn ook een productcategorie

die voortaan in een nieuwe maat beschikbaar is.

Rainer Kübler: “Kleeflenzen van 15 mm hoogte

hadden we al, maar nu hebben we ook een 6 mmvariant,

ideaal voor naadloze vloercoatings in

ruimtes met hoge hygiënische eisen.”

Het mag duidelijk zijn dat KESSEL streeft naar

een allesomvattend portfolio op het vlak van

afwateringstechniek. “Installateurs gespecialiseerd

in afwateringstechniek kopen dan ook

het liefste alles bij één en dezelfde partij”, aldus

Rainer Kübler.

Projectspecifieke ondersteuning

Maar ook met projectspecifieke ondersteuning wil

de fabrikant zich onderscheiden. “Het uitgebreide

advies dat we onze klanten kunnen bieden is

een logisch verlengstuk van onze expertise op

het vlak van afwatering”, aldus Rainer Kübler.

“En het werkt ook in de andere richting: door

projecten goed mee op te volgen, komen soms

bepaalde noden aan het licht waarop wij ons

productassortiment dan weer kunnen aanpassen.”

Een treffend voorbeeld van een product dat op

die manier het levenslicht zag, is het Variofixafvoerstuk

in rvs 316, dat KESSEL nog maar vorig

jaar introduceerde. “Het betreft een afvoerstuk

met een tweedimensionale verstelbaarheid”,

legt Rainer Kübler uit. “Dankzij die eigenschap

kunnen goten en opzetstukken in inox exact

gepositioneerd worden zoals het project vereist.

Het Variofix-afvoerstuk illustreert dan ook goed

waar wij met KESSEL voor staan: welke projectspecifieke

eis de klant ook heeft, wij hebben de

juiste oplossing.” ❚

Voor zwembaden, waar natuurlijk sprake is van chloor, biedt KESSEL oplossingen in rvs 316.

Lijnafwatering in een zwembaddouche uitgevoerd met een bakgoot in rvs 316 van KESSEL.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 37


THEMA PERSONEEL & VEILIGHEID

MODERNE BESCHERMENDE WERKKLEDING

MET COMPLETE DIENSTVERLENING

Bedrijven die op zoek zijn naar gecertificeerde beschermende kledij voor hun werknemers kunnen daarvoor terecht bij Mewa, dat er

desgewenst een volledig servicepakket aan koppelt, bestaande uit het ophalen, wassen en, indien nodig, repareren en vervangen van de kleding.

Die extra service zorgt ervoor dat de beschermende eigenschappen van de kleding gedurende haar hele gebruiksperiode behouden blijven.

Tekst Mewa en Wouter Polspoel | Beeld Mewa

Mewa is gespecialiseerd in het verkopen,

verhuren en onderhouden van bedrijfstextiel voor

diverse sectoren zoals de industrie, horeca en

gezondheidszorg.

Professioneel advies

Bedrijven die op zoek zijn naar gecertificeerde

beschermende kledij voor hun werknemers, zijn

bij Mewa dan ook aan het goede adres. Zeker

omdat het Duitse familiebedrijf dat internationaal

actief is desgewenst dus ook kan zorgen voor

professioneel advies bij het kiezen van de juiste

werk kledij – bedrijven kunnen verschillende

modellen ook echt testen.

Veiligheid makkelijker

te garanderen

Maar ook het ophalen, wassen – met milieuvriendelijke

middelen en processen, nakijken

en, indien nodig, repareren en vervangen van

de kleding biedt Mewa als dienst aan. Die

extra service zorgt ervoor dat de beschermende

eigenschappen van de kleding gedurende haar

hele gebruiksperiode behouden blijven.

Het ophalen, wassen en eventueel onderhoud

gebeurt op afgesproken tijdstippen, zodat de

bedrijven zich kunnen concentreren op hun

kernactiviteiten zonder zich zorgen te maken over

het beheer van hun bedrijfskleding.

“Met een uitrusting in perfecte staat die altijd

klaarligt in de kast is de beschermende werking

van de kleding makkelijker te garanderen dan

wanneer de werknemers zelf verantwoordelijk zijn

voor het kledingonderhoud”, aldus Mewa.

Bedrijven die op zoek zijn naar

gecertificeerde beschermende

kledij voor hun werknemers, zijn

bij Mewa aan het goede adres.

De Mewa-dienstverlening is al interessant voor

bedrijven vanaf drie werknemers.

38 | INSTALLATIEENBOUW.BE


PERSONEEL & VEILIGHEID THEMA

Eigentijdse look

Het aanbod gecertificeerde beschermende werkkledij

van Mewa is ruim en eigentijds, met moderne

snitten die in geen velden of wegen te ver gelijken

zijn met de hoekige ontwerpen van vroeger. Die

hedendaagse look bevordert volgens Mewa de

aanvaarding van het dragen van werkkleding.

Meer info over de Mewa-collecties van beschermende

kledij, die dus ook gewoon aan gekocht

kan worden zonder de extra dienst verlening,

is te vinden via https://www.mewa.be/nl/

beschermende-kleding. Ook voor andere artikelen

om de veiligheid op het werk te garanderen, zoals

gehoor-, hoofd- en huidbeschermingsmiddelen,

kunnen bedrijven bij Mewa terecht. Dat complete

assortiment is verkrijgbaar via de webshop

buy4work.mewa.shop/nl/nl. ❚

Ook voor andere artikelen om de veiligheid op het werk te

garanderen, zoals helmen, kunnen bedrijven bij Mewa terecht.

‘Met een uitrusting in perfecte staat die altijd klaarligt in

de kast is de beschermende werking van de kleding

makkelijker te garanderen dan wanneer de werknemers

zelf verantwoordelijk zijn voor het kledingonderhoud’

Het aanbod gecertificeerde beschermende werkkledij van Mewa is ruim en eigentijds, met moderne

snitten die in geen velden of wegen te vergelijken zijn met de hoekige ontwerpen van vroeger.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 39


THEMA PERSONEEL & VEILIGHEID

Personeel vinden én houden: dé

uitdaging in de bouw- en techniekensector

De bouw- en techniekensector draait op volle toeren, maar verschillende hr-uitdagingen zetten een rem op verdere groei. Om zicht te krijgen

op die uitdagingen bevroeg Acerta zowel werkgevers als werknemers in zijn jaarlijkse Spiegelbevraging. De resultaten werden gebundeld en

geanalyseerd in een whitepaper. Dit artikel belicht de drie belangrijkste uitdagingen die uit de enquête naar voren kwamen: geschikte mensen

vinden, ze aan boord houden en ze aantrekkelijk verlonen zonder het budget te laten ontsporen.

Tekst Acerta en Kris Vandekerckhove |

Beeld Acerta

Uitdaging 1: geschikte mensen vinden. Om

werknemers te vinden moeten werkgevers niet

alleen snel schakelen, maar ook creatief zijn.

Uit de resultaten van Acerta blijkt dat 36%

van de werkgevers in de sector vaker kijkt naar

het potentieel van kandidaten dan naar hun

diploma’s of ervaring.

Maar in een arbeidsmarkt die voortdurend

verandert, volstaat potentieel alleen niet.

Kandidaten moeten ook het vermogen hebben

om zich snel aan te passen, bij te leren en om te

gaan met verandering. Die vaardigheid, bekend

als aanpassingsvermogen, is niet vaag of puur

intuïtief: ze is meetbaar én trainbaar. Acerta

ontwikkelde samen met Antwerp Management

School een wetenschappelijk onderbouwde tool

om net dat aanpassingsvermogen in kaart te

brengen en verder te versterken.

Uitdaging 2: medewerkers aan boord houden.

Wie start, blijft niet automatisch. Maar liefst één

op de vier nieuwe werknemers vertrekt alweer

binnen het eerste jaar – in zowat de helft van de

gevallen is dit een beslissing in wederzijds overleg.

Een goede onboarding is dan ook geen formaliteit,

maar een strategisch moment. Door als werkgever

meteen werk te maken van ontwikkeling, feedback

en begeleiding verhoog je de betrokkenheid van

de werknemer. Ook inzetten op opleiding loont:

werknemers die doorgroeikansen krijgen en het

gevoel hebben een duurzame job uit te oefenen,

zijn beduidend minder geneigd om elders te

solliciteren (47% tegenover 18%).

Werknemers beseffen steeds meer dat een

doordacht aanwezigheidsbeleid geen luxe is,

maar een essentiële troef – zeker in sectoren

waar fysieke belasting en ploegenwerk zwaar

doorwegen. Dat maakt initiatieven rond welzijn

des te belangrijker. Ook voor wie (tijdelijk) uitvalt

en wil terugkeren, is een doordachte re-integratie

onmisbaar. Alleen zo blijft talent behouden en

geef je mensen perspectief.

Uitdaging 3: aantrekkelijk verlonen zonder

het budget te laten ontsporen. De loonkost ligt

Bedrijven die bouwen aan hun mensen, zijn

beter gewapend voor de toekomst

Om werknemers te vinden moeten werkgevers niet

alleen snel schakelen, maar ook creatief zijn.

Voor wie (tijdelijk) uitvalt en wil terugkeren, is een

doordachte re-integratie onmisbaar.

40 | INSTALLATIEENBOUW.BE


PERSONEEL & VEILIGHEID THEMA

Met een cafetariaplan, dat werknemers een budget aanreikt om zelf een aantal extralegale voordelen te kiezen,

kunnen werknemers hun loonpakket deels zelf samenstellen en afstemmen op hun persoonlijke behoeften.

in de bouw- en techniekensector gemiddeld

hoger dan in andere sectoren. Toch blijkt uit de

Spiegelbevraging dat werknemers hun verloning

als ondermaats ervaren.

Wat valt daaraan te doen? Transparantie is een

eerste vereiste: werknemers willen weten op

basis van welke criteria hun loon wordt bepaald.

Openheid over lonen is niet langer een pluspunt,

het wordt binnenkort gewoon verplicht: de nieuwe

loontransparantiewetgeving dwingt organisaties

om duidelijk te communiceren.

Hoog tijd dus om het volledige loonbeleid tegen

het licht te houden. Niet alleen het brutoloon,

maar ook die extralegale voordelen die vaak wél

iets kosten, maar zelden goed uitgelegd worden.

Meer dan de helft van de werknemers vindt die

voordelen trouwens doorslaggevend bij de keuze

voor een werkgever. Een cafetariaplan biedt hier

bijvoorbeeld een slimme oplossing. Daarmee

kunnen werknemers hun loonpakket deels zelf

samenstellen en afstemmen op hun persoonlijke

behoeften – denk aan fi etsleasing, extra

vakantiedagen of pensioensparen – zonder dat

dit de totale loonkost voor de werkgever verhoogt.

De genoemde uitdagingen zijn structureel, maar

bieden ook kansen. Bedrijven die niet alleen

bouwen aan projecten, maar ook aan hun

mensen, zijn beter gewapend voor de toekomst. De

whitepaper van Acerta geeft inzichten én concrete

tools. Van payrollservices tot flexibel verlonen, van

rekrutering tot sociaaljuridisch advies: de kracht

van mensen blijft dé hefboom voor duurzame

groei. De volledige whitepaper is te downloaden

via de QR-code onder dit artikel. ❚

In een arbeidsmarkt die voortdurend

verandert, volstaat potentieel alleen niet.

Een goede onboarding is geen formaliteit,

maar een strategisch moment.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 41


GROOTHANDEL BREIDT AANBOD UIT MET VOOR

WARMTEPOMPEN GEOPTIMALISEERDE RADIATOREN

VAN GERENOMMEERDE FABRIKANT

Facq breidt zijn aanbod uit met hoogrendementsradiatoren van de gerenommeerde

fabrikant Jaga die speciaal ontworpen werden voor lagetemperatuurverwarmingssystemen

(maximaal 45°C) en dus compatibel zijn met warmtepompen. De radiatoren zijn een ideale

oplossing voor renovatieprojecten, waar ze klassieke radiatoren, die ontworpen zijn voor

hoge aanvoertemperaturen, kunnen vervangen.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Facq

Warmtepompen en klassieke radiatoren zijn

geen ideale combinatie. Dat heeft te maken met

het feit dat de standaard warmtepomp geen

hoge aanvoertemperaturen kan produceren

en klassieke radiatoren daarom vragen. Dat

probleem aanpakken kan op twee manieren: de

standaard warmtepomp vervangen door een

hogetemperatuurwarmtepomp, die zoals de

naam zegt – anders dan gebruikelijk voor een

warmtepomp dus – hoge aanvoertemperaturen

kan leveren, of de radiatoren vervangen door

exemplaren die geoptimaliseerd zijn voor lagetemperatuur

systemen en compatibel zijn met

de bestaande leidingen. Algemeen wordt aangenomen

dat je een warmtepomp idealiter kiest

in combinatie met lagetemperatuurafgifte en de

tweede optie dus te verkiezen is.

Lokale productie

Daarom heeft Facq zijn aanbod nu uitgebreid met

een reeks hoogrendementsradiatoren van Jaga die

speciaal ontworpen werden voor lage temperatuurverwarmingssystemen

en dus compatibel zijn met

warmtepompen van het geothermische en luchtwatertype.

Een inkijk in de Briza 12 Plug&Play.

De Strada Hybrid MM.

De belangrijkste eigenschappen van de Jagaradiatoren

voor warmtepompen: hun optimale

rendement, het dito comfort dat ze garanderen en

het feit dat ze voldoen aan de huidige normen

op het vlak van verwarming én anticiperen

op een toekomstige verstrenging van de EPBeisen.

Maar er zijn nog meer eigenschappen

waar de radiatoren mee kunnen uitpakken.

Zo onderscheiden ze zich ook door hun lokale

productie: Jaga ontwikkelt en produceert de

radiatoren in België, wat transportbewegingen

beperkt en de lokale economie versterkt. En ook

het feit dat ze compatibel zijn met alle merken

van warmtepompen en dankzij hun modulariteit

– de radiatoren zijn beschikbaar in verschillende

afmetingen en er zijn verschillende configuraties

mogelijk – kunnen worden toegepast in alle

De Clima Canal 10 Plug&Play.

42 | INSTALLATIEENBOUW.BE


soorten projecten, van residentieel tot tertiair,

kenmerkt de radiatoren.

Ruime keuze

Het huidige assortiment voor warmtepompen

geoptimaliseerde Jaga-radiatoren bij Facq bestaat

uit de Strada Hybrid MM, de Briza 12 Plug&Play,

de Strada Hybrid, de Clima Canal 10 Plug&Play

en de Vertiga Hybdrid, met elke eigen specifieke

eigenschappen. De Strada Hybrid MM en de Briza

12 Plug&Play heeft Facq op voorraad. De drie

andere radiatoren zijn op bestelling verkrijgbaar.

In de herfst van dit jaar voegt Facq met de Briza

Net Zero nog een extra radiator toe aan het

gamma. Die ultraslanke radiator won eerder dit

jaar een German Design Award.

“De uitbreiding van het Facq-gamma met de

hoog rendementsradiatoren voor lage temperatuurverwarmingssystemen

van Jaga bewijst eens

te meer dat we met de oplossingen die we

aanbieden actief willen bijdragen aan de energietransitie”,

besluit de Belgische groothandel voor

oplossingen voor badkamer, sanitair, verwarming,

hernieuwbare energie en waterbehandeling. ❚

De Vertiga Hybdrid.

De Briza Net Zero, die Facq in de herfst toevoegt aan het gamma en dit jaar een German Design Award won.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 43


Nieuw leidingsysteem voor verwarmings- en

koelinstallaties blinkt uit in corrosiebestendigheid

Viega lanceerde nog niet zo lang geleden met Temponox een nieuw leidingsysteem voor verwarmings- en koelinstallaties. Omdat

alle componenten van het systeem gemaakt zijn van rvs, zijn extra maatregelen voor corrosiebescherming – vereist bij veel

verwarmings- en koelinstallaties – overbodig. Temponox is dan ook een onderhoudsarm systeem met een lange levensduur.

Tekst Viega en Wouter Polspoel | Beeld Viega

Viega voorzag de

Temponox-buizen van

twee brede bruine lijnen

om verwarring met zijn

Sanpress Inox-systeem

voor drinkwaterinstallaties

te voorkomen.

44 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Temponox van Viega is een compleet leidingsysteem dat Viega specifi ek

ontwikkelde voor gesloten verwarmings- en koelinstallaties. Het systeem

bestaat uit buizen, persfi ttingen, bochten, T-stukken, fl enzen en moffen.

Doordat het helemaal van rvs gemaakt is, heeft Temponox als bijzondere troef

dat het corrosiebestendig is, waardoor extra maatregelen tegen roestvorming

– die bij veel installaties nodig zijn – overbodig zijn. Schoonmaakwater

dat langs de radiatoraansluitingen de vloer inloopt, bijvoorbeeld, krijgt zo

geen kans om het leidingsysteem aan te tasten. Het resultaat: een langere

levensduur van de volledige installatie én gemoedsrust bij zowel installateur

als eindgebruiker.

Flexibiliteit dankzij keuze in dichtingselementen

De standaarddichting in de Temponox-fi ttingen is vervaardigd uit EPDM,

een elastomeer dat zich uitstekend leent voor de meeste verwarmings- en

koeltoepassingen. Voor wie echter hogere thermische of chemische eisen

moet respecteren, zoals bijvoorbeeld het geval is bij aansluitleidingen van

vacuümbuiscollectoren, kunnen de fi ttingen eenvoudig worden voorzien van

een FKM-dichting. Die optie verhoogt de toepasbaarheid van het systeem in

veeleisende contexten, zonder in te boeten aan betrouwbaarheid.

Twee bruine lijnen voorkomen verwarring

Alle componenten van het Temponox-leiding systeem, die TÜV-gecertifi ceerd

zijn, zijn beschik baar in diameters van 15 tot 108 mm, wat het systeem

geschikt maakt voor diverse verwarmings- en koelinstallaties.

Viega voorzag de Temponox-buizen naast de gebruikelijke ‘geen drinkwater’-

logo’s van twee brede bruine lijnen. De Temponox-persfi ttingen kregen een

stip in dezelfde kleur. Op die manier wordt verwarring met het Sanpress Inoxsysteem

van Viega voor drinkwaterinstallaties, dat dus ook van rvs gemaakt

is, vermeden.

De installateur kan gebruikmaken van de Pressgun van Viega en de

bijbehorende Viega-persbekken om het Temponox-leidingsysteem te plaatsen.

De installateur kan gebruikmaken van de Pressgun van Viega en de

bijbehorende Viega-persbekken om het Temponox-leidingsysteem te plaatsen.

Duurzaamheid (h)eerst

Wie dus op zoek is naar een duurzaam en corrosiebestendig leidingsysteem

voor verwarming en koeling, treft in Temponox dus een doordachte

totaaloplossing aan. Die duurzaamheid is overigens niet alleen letterlijk op

te vatten – als in: een lange levensduur – maar ook in ecologische zin. Rvs

is immers volledig recycleerbaar, wat niet onbelangrijk is in het licht van de

groeiende eisen rond ecologisch bouwen en de circulaire economie. ❚

De standaarddichting in de fi ttingen is vervaardigd uit EPDM, maar

voor projecten waarin hogere thermische of chemische eisen

gelden, kan die worden vervangen door een FKM-dichting

Alle componenten van Temponox zijn voorzien van

het gebruikelijke ‘geen drinkwater’-logo.

Alle componenten van het Temponox-leidingsysteem zijn beschikbaar in diameters van 15

tot 108 mm, wat het systeem geschikt maakt voor diverse verwarmings- en koelinstallaties.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 45


Opvoerinstallatie

Aqualift L

De economische opvoerinstallatie

voor fecaliënhoudend water in de

woningbouw

Overzichtelijk & gemakkelijk verkrijgbaar:

Mono en Duo-varianten in 230V en 400V

Licht & compact:

licht van gewicht en compacte afmetingen

Flexibel & variabel:

voorgefabriceerde rechte en haaksetoevoeraansluitingen

Exact & onderhoudsvriendelijk:

Scharnierende vlotter met geintegreerde

alarmschakelaar

Nieuw

www.kessel-belgie.be/aqualift-l

work smart, make impact

hvac

Follow

Linum hvac

on Whatsapp

www.linum.eu

hvac, cool & gastro parts

25.016 Installatie en Bouw ad Linum hvac.indd 1 23/04/2025 10:00:50


Airco wordt steeds belangrijker:

wat de HVAC-installateur moet weten

Airconditioning is niet meer weg te denken uit het hedendaagse gebouwbestand. (beeld: Pixabay)

Airconditioning is niet meer weg te denken uit het hedendaagse gebouwbestand. Waar airco’s vroeger vooral in kantoren, hotels of high-end

woningen werden toegepast, is vandaag door de stijgende zomertemperaturen, de steeds strengere EPB-eisen en de toenemende populariteit

van warmtepompen – en dan specifiek lucht-luchtwarmtepompen, die op dezelfde manier koelen als airco’s – immers ook de particuliere

woningklant gewonnen voor actieve luchtkoeling. De aircomarkt is daardoor volop in beweging: nieuwe technologieën maken airco-installaties

energie-efficiënter, stiller en gebruiksvriendelijker. Voor de HVAC-installateur betekent dat meer keuze én meer complexiteit. Dit artikel

schetst wat hij vandaag zeker moet weten.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay en AI

De klassieke airco, die enkel koelt, bestaat nog altijd, maar de meeste

systemen die vandaag als airco verkocht worden zijn, zeker in het geval van

woningen en kantoren, in werkelijkheid lucht-luchtwarmtepompen. Door

hun werking om te keren, kunnen die actief koelen in plaats van verwarmen.

Lucht-luchtwarmtepompen winnen aan belang omdat ze energie zuiniger

zijn dan klassieke verwarmingsinstallaties en een energiebron hebben die

hernieuwbaar kan zijn: elektriciteit.

Het is niet meer dan logisch dat wie een lucht-luchtwarmtepomp heeft, niet

extra gaat investeren in een airco-installatie als zijn warmtepomp ook voor

actieve koeling kan zorgen. Bovendien werkt de combinatie van verwarmen

en actief koelen in één toestel ook plaatsbesparend.

In de rest van dit artikel doelen we in de eerste plaats dan ook op luchtluchtwarmtepompen

wanneer we het over een airco(-installaties) hebben.

Maar nogmaals: de airco-unit die enkel koelt, is technisch gezien niet weg. ❯

Nieuwe technologieën maken airco-installaties energie-effi ciënter,

stiller en gebruiksvriendelijker. (beeld: Pixabay)

INSTALLATIEENBOUW.BE | 47


De airco-unit die enkel koelt, is technisch gezien niet weg; in industriële toepassingen waar verwarmen niet nodig is, kom je hem bijvoorbeeld nog wel tegen. (beeld: Pixabay)

De klassieke airco bestaat nog altijd, maar de meeste systemen

die vandaag als airco verkocht worden zijn, zeker in het geval van

woningen en kantoren, in werkelijkheid lucht-luchtwarmtepompen

In serverruimtes of industriële toepassingen waar verwarmen niet nodig is,

kom je hem bijvoorbeeld nog wel tegen.

Airco’s met luchtzuivering winnen aan terrein

Voor de gemiddelde HVAC-installateur is boven staande natuurlijk geen

nieuws. Toch zijn er vandaag enkele zaken waar hij misschien minder van op

de hoogte is maar die ook belangrijk zijn om te weten.

Zoals bijvoorbeeld het feit dat airco’s met luchtreiniging de laatste jaren

aan terrein winnen. Zeker sinds de coronapandemie wordt steeds vaker

gekozen voor units met ionisatie (een techniek waarbij het toestel de lucht

actief zuivert met behulp van elektrische ladingen, red.), uv-filters of actieve

luchtzuivering. Dergelijke airco-installaties vragen om meer onderhoud.

Koelmiddelen onder druk

Ook de Europese F-gassenverordening, die al dateert uit 2015 maar

aangescherpt werd in 2024, heeft directe gevolgen voor de HVAC-installateur.

Die verordening dwingt de HVAC-sector tot een versnelde transitie naar

koelmiddelen zonder fluor – daarop slaat de F in F-gassen, omdat die een lager

zogeheten Global Warming Potential (GWP) of aardopwarmingsvermogen

hebben. Zo is R32 vandaag de standaard in de meeste residentiële aircoinstallaties.

Het vervangt daar R410A, dat klimaatbelastender is en minder

energie-efficiënt en waarvan het gebruik in nieuwe HVAC-installaties sinds

dit jaar verboden is. R32 is in tegenstelling tot die voorganger wel licht

ontvlambaar en dat vraagt om aangepaste werkwijzen, correcte ventilatie en

aandacht voor veiligheidsvoorschriften.

Voor grotere installaties komen vandaag ook de milieuvriendelijke(re)

koudemiddelen propaan (R290) of CO 2

in beeld en ook die vereisen specifieke

competenties en tools.

De HVAC-installateur moet ook weten dat de F-gassenverordening ook leidde

tot de Belgische wet die voorschrijft dat elke installatie met gefluoreerde

koelmiddelen moet worden geregistreerd.

Juiste plaatsing cruciaal

Bij het plaatsen van een airco moet de HVAC-installateur ook van enkele

zaken op de hoogte zijn. Zo is ten eerste een juiste dimensionering cruciaal.

Te groot gekozen units en leidingen leveren weinig extra comfort op, maar

verhogen wel het verbruik en het risico op tocht. Daarom is het nauwkeurig

berekenen van de grootte van de installatie op basis van transmissieverliezen

en zonbelasting essentieel.

De buitenunit mag ook niet te dicht bij muren worden geplaatst omdat dit

zijn efficiëntie drastisch verlaagt en zijn geluidsniveau aanzienlijk verhoogt.

Aan dat laatste, wat natuurlijk sneller opvalt dan het eerste, storen de meeste

48 | INSTALLATIEENBOUW.BE


eindklanten zich sterk. En ook in het gebouw zelf verlangen ze meer en meer

van een airco dat hij fluisterstil is.

De condensafvoer moet daarnaast correct gebeuren opdat geurhinder

en/of waterschade vermeden worden en de kabels, zekeringen en

aardingsvoorzieningen moeten afgestemd zijn op de reële belasting én op de

technische fiche van de installatie.

Steeds meer eindklanten willen ook dat de aircotoestellen mooi worden

weggewerkt in het interieur en dat ze gebruiksvriendelijk zijn, lees: dat ze

bediend kunnen worden via een app of het domoticasysteem. De meeste

fabrikanten bieden daar vandaag protocollen voor aan, maar als installateur

moet je daar wel mee overweg kunnen.

De installatie stopt ook niet bij het plaatsen van de unit; de HVAC-installateur

hoort te weten dat een goed afgestelde regeling een wereld van verschil

maakt in comfort en verbruik.

Slimme sturing leidt tot nog betere prestaties

Wat de HVAC-installateur ook maar beter niet ontgaat: sommige

aircotoestellen kunnen op basis van aanwezigheidsdetectie, CO 2

-concentratie

of buitentemperatuur hun werking bijsturen. Dat maakt ze nog energiezuiniger

en verhoogt het comfort. Binnen dat productsegment zijn er dan weer units

die de airconditioning in verschillende ruimtes apart kunnen aansturen, wat

ook weer rendementsverhogend werkt.

Onderhoud als extra service

HVAC-installateurs die niet alleen de installatie maar ook het onderhoud

van airco’s aanbieden, wat doorgaans één keer per jaar nodig is, creëren

vanzelfsprekend langdurige relaties met hun klanten.

Belangrijk om te weten in het geval van dat laatste is dat er vandaag airco’s

bestaan die zelf dreigende storingen of vroegtijdige slijtage aangeven en

het onderhoud aldus predictief of voorspellend maken. Daarnaast is het

vanzelfsprekend ook belangrijk voor de HVAC-installateur om te kiezen voor

merken met een goede aftersalesdienst en beschikbaarheid van onderdelen.

De eigen betrouwbaarheid als installateur hangt immers mee af van de

logistiek van de toeleveranciers.

De condensafvoer moet correct gebeuren opdat geurhinder en/

of waterschade vermeden worden. (beeld: Pixabay)

Airco met

luchtzuivering wint,

zeker sinds de

coronapandemie,

aan terrein

Besluit: de aircomarkt is een markt die groeit, niet alleen door de stijgende

temperaturen, maar ook door de steeds strengere EPB-eisen en de daarmee

samenhangende evolutie richting all-electric. HVAC-installateurs die oog

hebben voor die evolutie en zich bijscholen waar nodig, zonder dat hun

aandacht voor de basisprincipes voor het correct installeren van een aircoinstallatie

verslapt, onderscheiden zich in die steeds grotere markt. ❚

De buitenunit van een lucht-luchtwarmtepomp mag niet te dicht bij

muren worden geplaatst omdat dit zijn efficiëntie drastisch verlaagt

en zijn geluidsniveau aanzienlijk verhoogt. (beeld: Pixabay)

Steeds meer eindklanten verwachten dat de aircotoestellen

mooi worden weggewerkt in het interieur. (beeld: AI)

INSTALLATIEENBOUW.BE | 49




DUURZAME VERWARMINGSOPLOSSINGEN

VOOR DE UTILITEITSBOUW

Ook de niet-residentiële gebouwen ontsnappen niet aan de energietransitie en Remeha kan daar met zijn assortiment een sleutelrol in spelen.

Eigenaars van utiliteitsgebouwen die kiezen voor de Quinta HR-ketels, Effenca-warmtepompen en de slimme miTera Plus-regelaar van de

Nederlandse fabrikant van verwarmings- en warmwateroplossingen weten zich immers verzekerd van een duurzaam en toekomstbestendig

energieconcept. Remeha staat hen en installateurs waar nodig ook bij met intensieve ondersteuning.

Tekst Remeha en Wouter Polspoel | Beeld Remeha

Hoewel Remeha in het verleden vooral bekend stond om zijn cv-ketels,

is het assortiment van de Nederlandse fabrikant van verwarmings- en

warmwateroplossingen inmiddels uitgegroeid tot een compleet portfolio voor

de duurzame verwarming van elk type gebouw. De fabrikant staat vandaag

dan ook te boek als een van de grootste ontwikkelaars van duurzame

klimaatoplossingen in Europa.

De oplossingen van Remeha, die zowel in renovatie- als nieuwbouwprojecten

eenvoudig te implementeren zijn, vinden tegenwoordig steeds vaker hun weg

naar de utiliteitsbouw. In gebouwen zonder woonbestemming is de vraag

naar verduurzaming in korte tijd immers sterk toegenomen, onder andere

vanwege de stijgende gasprijzen en het overheidsbeleid, waarin steeds meer

aandacht gaat naar het energiezuiniger maken van gebouwen.

Hybride verwarmen als logische eerste stap

Voor eigenaars van utiliteitsgebouwen die streven naar een duurzamer

energieplaatje is hybride verwarmen een logische eerste stap. Omschakelen

van fossiel naar hybride verwarmen is immers financieel haalbaarder en

technisch eenvoudiger dan direct over te schakelen op all-electric verwarmen.

Zo’n hybride opstelling kan gerealiseerd worden met de Quinta HR-ketels,

de Effenca-warmtepompen en de miTera Plus van Remeha, een regelaar

waarmee je tot acht toestellen kunt aansturen en waarmee je laagdrempelig

kunt upgraden naar hybride verwarmen doordat hij zich eenvoudig laat

aansluiten op bestaande systemen. De combinatie van een Quinta HR-ketel

en Effenca MT-warmtepomp – er bestaat ook een Effenca HT-warmtepomp,

die hogere aanvoertemperaturen aankan – levert bijvoorbeeld gegarandeerd

40% gasbesparing op, maar het is mogelijk dat dit percentage na een

uitgebreide locatieschouw door Remeha wordt bijgesteld en zo kan oplopen

tot 75%. Tijdens zo’n locatieschouw wordt onder andere gekeken naar het

gasverbruik van de afgelopen drie á vier jaar. Remeha voert die gegevens

dan in een tool in en kan zo het juiste type van de Quinta HR- en Effencawarmtepomp

kiezen. Ook brengt Remeha de isolatiegraad van het gebouw

in kaart en bekijkt het of de warmtepompen op het dak geplaatst kunnen

worden en wat dat betekent voor de constructie en geluidsbelasting. Op basis

van alle verzamelde gegevens ontvangt de klant een maatwerkadvies en een

nauwkeurige besparingsberekening.

90-jarig jubileum bekroond met productinnovaties

In maart vierde Remeha zijn negentigste verjaardag. Een absolute mijlpaal

voor het bedrijf dat in 1935 begon als lokale producent van fietsframes en

gietijzeren ketels.

De fabrikant viert die verjaardag met heel wat interessante vernieuwingen.

Eerder dit jaar kwam al een nieuwe generatie van de Quinta HR-ketel

op de markt, verkrijgbaar in vermogens van 45 tot 115 kW, voorzien van

geïntegreerde cascaderegeling en voorbereid op wisselende gassoorten,

inclusief waterstof. De ketel is compact en gebruiksvriendelijk en dankzij de

gerecycleerde mantel en efficiënte verpakking, ook duurzaam geproduceerd.

Remeha breidt de serie Effencawarmtepompen

dit kwartaal uit met

nieuwe modellen van deze Effenca MT.

Dit kwartaal volgt ook een uitbreiding van de serie Effenca-warmtepompen,

met nieuwe modellen van de Effenca MT met nog hogere vermogens, tot 190

kW. De nieuwe modellen zijn uitgerust met invertertechnologie, wat zorgt

voor een optimaal rendement en lagere energiekosten.

52 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Op basis van data die het verzamelt tijdens een locatieschouw van

het utiliteitsgebouw maakt Remeha een nauwkeurige berekening van

de besparing die er mogelijk is met zijn verwarmingsoplossingen.

In gebouwen zonder

woonbestemming is de vraag

naar verduurzaming in korte tijd

sterk toegenomen

Ook in de nieuwe toestellen zal Remeha in de fabriek bepaalde opties kunnen

inbouwen om aan specifieke klantwensen te voldoen.

Begeleiding van a tot z

Remeha koppelt zijn uitgebreide productportfolio aan intensieve begeleiding

van installateurs en gebouweigenaren gedurende het hele traject: vanaf de

planvorming tot en met de inbedrijfstelling biedt de fabrikant ondersteuning,

met ontwerpadvies, installatieschema’s en de just-in-time levering van

materialen. Tijdens de installatie zorgt Remeha ook al voor een preinbedrijfstelling,

zodat het systeem optimaal functioneert bij oplevering. En

ook na de oplevering blijft de fabrikant betrokken bij eventuele nazorg of

optimalisatie.

Het mag duidelijk zijn: Remeha maakt het installateurs en gebouweigenaren

met zijn oplossingen met realistische terugverdientijden – dat hadden we

nog niet geschreven – makkelijker om de juiste stap te zetten richting

duurzaam verwarmen. ❚

Remeha koppelt zijn uitgebreide productportfolio aan intensieve begeleiding

van installateurs en gebouweigenaren gedurende het hele installatietraject.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 53


Dakbedekking supermarkt gevrijwaard bij

plaatsing warmtepompen en drycoolers

dankzij innovatief draagframe

Refreco plaatste onlangs twee warmtepompen van elk 700 kg en twee droogkoelers van elk 1.115 kg op het licht hellende dak van de vestiging

van een Duitse supermarktketen in Mersch (Luxemburg). Het installatiebedrijf maakte daarbij gebruik van draagframes van Big Foot Systems

gemaakt van gegalvaniseerd staal, die geleverd werden door Linum Europe. Die frames, die zoals gebruikelijk op maat gemaakt werden,

vergen geen verankering. Daardoor bleef de dakbedekking van de supermarkt gevrijwaard en konden tijd en kosten worden bespaard bij de

plaatsing van de zware units.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Refreco

De twee warmtepompen werden gemonteerd

op eenzelfde Big Foot Systems-chassis, de

droogkoelers kregen elk een apart draagframe.

“Wij hielpen Refreco bij de nodige berekeningen

– denk onder meer aan de puntbelasting op

de rubberen draagvoeten en de windbelasting

op de toestellen – en het kiezen van de juiste

componenten binnen het Big Foot Systemsgamma”,

begint Robin Mathijs, salesmanager bij

Linum Europe te vertellen. “Zoals altijd hadden we

daarbij ook aandacht voor het type dakbedekking

en de dakhellingsgraad.”

Regelbare voeten

Dat laatste resulteerde enerzijds in het plaatsen

van een fleece mat – ook uit het gamma van

Big Foot Systems – tussen de rubberen voeten

van de draagframes en het dak en anderzijds

in de toepassing van regelbare voeten. “Het

dakmembraan op de supermarkt is immers

gemaakt van pvc en dat materiaal is gevoelig

voor migratie van weekmakers uit rubber, wat zou

kunnen leiden tot verharding, verkleuring of zelfs

het scheuren van het pvc. De fleece mat fungeert

als beschermende laag voor het pvc-membraan",

legt de salesmanager uit. "De regelbare voeten

waren dan weer nodig door de hellingsgraad van

het dak. Die bedroeg 4°, wat over zeven meter,

de lengte van de droogkoelers, een hoogteverschil

van 28 cm betekende. Daarom ontwikkelde Big

Foot Systems speciaal voor het project regelvoeten

met een bereik van 325 mm. Het standaard

regelbereik van de voeten is immers ‘slechts’

105 mm.”

De twee warmtepompen werden gemonteerd op eenzelfde Big Foot Systems-chassis.

Voor de doorvoer van de leidingen en kabels

maakte Refreco gebruik van aluminium dakdoorvoeren

van Alixo, een eigen merk van Linum

54 | INSTALLATIEENBOUW.BE


‘Doordat de draagframes niet moeten

worden vastgemaakt aan het dak zijn

lekkages of andere problemen uitgesloten’

Europe. "Die werden ontwikkeld met een grote

focus op duurzaamheid en waterdichtheid. De

grote kap vermijdt insijpeling waar de kabels en

leidingen door het dakmembraan gaan", aldus de

Robin Mathijs.

Draagframes met tal van troeven

Volgens de salesmanager bieden de draagframes

van Big Foot Systems verschillende voordelen,

zowel voor gebouweigenaars als voor installateurs.

“Het grote voordeel voor de eerste groep is

natuurlijk dat de draagframes niet moeten worden

vastgemaakt aan het dak”, duidt hij. “Het dak blijft

daardoor intact, waardoor eventuele toekomstige

lekkages of andere problemen uitgesloten zijn.

Diezelfde troef biedt natuurlijk ook voordelen

voor de installateur. Omdat niet eerst een

verankerde staal- of betondraagconstructie moet

worden geplaatst, die ook het opnieuw waterdicht

maken van de dakbedekking impliceert, is hij niet

afhankelijk van onderaannemers en kan hij sneller

werken. Met Big Foot Systems heeft de installateur

met andere woorden de hele installatie van een

warmtepomp of ander toestel op het dak van een

gebouw in handen: chassis monteren, unit erop en

aansluiten. Bovendien biedt het Big Foot Systemsassortiment

een antwoord op zowat elke denkbare

installatie van units op een plat of licht hellend

dak. Het modulaire karakter van het systeem laat

immers makkelijk maatwerk toe – zoals dus ook

in Mersch. Dat is anders dan veel concurrerende

oplossingen op de markt, die werken met een

montagerail en één type voet qua afmeting en

regelbereik. Het draagvermogen van de Big Foot

Systems-frames is tot slot ook veel groter dan dat

van vergelijkbare systemen op de markt, omdat ze

gebruikmaken van volle kokerprofielen die warm

gegalvaniseerd zijn.”

Er zitten voor Linum Europe intussen al enkele

nieuwe projecten voor supermarktketens in

de pijplijn. En dat zijn lang niet de enige. De

vakhandel merkt immers een toename in het

gebruik van vooral de frames van Big Foot Systems.

“En dat is eigenlijk niet verwonderlijk”, stelt Robin

Mathijs. “Gebouweigenaars houden hun dak

het liefste intact en door hun flexibiliteit zijn de

draagframes gewoon heel breed toepasbaar.”

Voor de doorvoer van de leidingen en kabels maakte

Refreco gebruik van aluminium dakdoorvoeren

van Alixo, een eigen merk van Linum Europe.

Installateur ontzorgen

De salesmanager geeft tot slot nog graag mee

dat Linum Europe de installateur in élk project

met de Big Foot Systems-frames de berekening

voor het bepalen van het juiste chassis uit handen

kan nemen. “Dat is een vrij stevige studie, want

een unit plaats je niet zomaar even op een dak.

Meestal hebben we aan een plan en technische

info genoeg, maar als de installateur dat verlangt,

dan komen we graag met onze specialisten ter

plaatse om de situatie goed in kaart te brengen”,

besluit hij. ❚

Om de hellingsgraad van het dak op te

vangen, kregen de draagframes regelbare

voeten van Big Foot Systems.

De droogkoelers kregen elk een apart draagframe.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 55


www.caleffi.com

TROTS OP

30 JAAR

WEGENS

SUCCES

VERLENGD

Wij zijn jarig! En wie jarig is, trakteert! Tot en met eind 2025 spaar je bij elke aankoop van een promobox

automatisch voor mooie cadeaus. Scan de QR-code en ontdek alle actievoorwaarden. CALEFFI GUARANTEED.

4B01700031_cale_dEXE_ADV_CORPORATE_B1_197x130mm_NL_verlenging.indd 1 13-5-2025 14:53:57

De nieuwe Effenca warmtepompen en MiTera Plus regelaar.

Eindeloos veel voordelen.

Check

Check alle voordelen op

remeha.be/effenca


LOCTITE 55

Schroefdraadafdichtingskoord

GEÏNTEGREERD

DEKSEL

GEBRUIKS-

VRIENDELIJK,

BETERE GRIP

70% GERECYCLED

KUNSTSTOF

• Onmiddellijke afdichting

(geen uitharding nodig)

• Lekvrije herpositionering mogelijk tot 45°

• Bestand tegen hoge temperaturen

tot 149°C

• Goedgekeurd voor gas, drinkwater en

nu ook voor waterstof

SCAN VOOR MEER INFO

BEYOND THE BOND


Bied jij batterijen op de markt aan?

Sluit je aan bij Bebat!

Wist je dat je als producent (fabrikant, importeur of distributeur)

van Energy Storage Systems (ESS) in België moet voldoen aan de

‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)’?

Ontdek de 8 wettelijke verplichtingen

1

2

3

• Registeren

bij de drie gewestelijke

overheden.

• Aangeven

welke batterijen je voor de eerste keer

op de Belgische markt aanbiedt.

• Garantieregeling

voor batterijen waarvoor je

geen milieubijdrage betaalt.

5

6

7

• Inzameling organiseren

om de wettelijke doelstellingen te

behalen, via een netwerk dat het

volledige Belgische grondgebied

dekt met ADR-conform vervoer.

• Recyclage, hergebruik of

herbestemming

van afgedankte batterijen.

• Recyclage-efficiëntie aantonen.

4

• Sensibiliseren

en aan preventie doen.

8

• Rapporteren

aan de overheden.

Om aan al deze verplichtingen te voldoen, kan je zelf een

aanvraag voor registratie en goedkeuring indienen bij

de regionale overheden. Maar er is ook een eenvoudigere

manier: aansluiten bij Bebat.

Wil je eerst even nagaan of jouw

onderneming onder deze wetgeving valt?

Doe de test op www.bebat.be/de-test


Gebruiksvriendelijke lichtsturing

krijgt upgrade

Software in de

installatiesector

Rondetafelgesprek

smart buildings

Waterdichte armaturen

in het nieuw


ELEGANT, DUURZAAM EN SLIM!

Een systeem wat past in elke situatie...

Ontdek de DINA

Create. Een volledig

modulair draadloos

intercomsysteem

wat past bij elke

gevel of postkast.

INTRATONE

Draadloze intercom- en toegangsbeheer

oplossingen gebaseerd op het mobiele netwerk.

De DINA Create

kent geen grenzen,

laat uw fantasie los

en creëer wat u wilt

en hoe u wilt.

Kijk ook eens op:

www.intratone.nl


INHOUD

DOSSIER SMART BUILDINGS

Smart buildings: hoever staan we vandaag al? 63

Vernieuwde lichtsturing: nog meer mogelijkheden, nog meer gebruiksgemak 70

Nieuwe aanwezigheidsmelder laat zich naadloos integreren in lamellenplafonds en armaturen 72

Ecosysteem voor een slimme en comfortabele woning 74

Vlakbandkabel die moeiteloos 10 laadpunten tegelijk voedt 78

Waterdichte armaturen in het nieuw gezet 80

Software in de installatiesector: van extraatje naar structureel onderdeel 83

63

70

74 83

INSTALLATIEENBOUW.BE | 61


LAMELLA

PD5N-LAMELLA-KNXs-DX

Nu ook in KNX-versie!

KNX sensor voor installatie in lamellenplafonds

Menglichtmeting met interne en externe

lichtsensor

Individuele aanpassing van de gevoeligheid

van de bewegingssensor

HCL/RGB-regeling

luxomat@beg-belgium.be


ELEKTROTECH

V.l.n.r.: Alexander Hermans (Beckhoff Automation Belgium), Kristof Van Gorp (Rexel Belgium), Paul van Hinsberg

(B.E.G. Belgium), Johan Vercammen (Wygwam, a division of Niko NV), Philippe Kygnée (WAGO BeLux) en moderator Tim Janssens.

Rondetafelgesprek

SMART BUILDINGS: HOEVER STAAN WE VANDAAG AL?

Smart buildings, iedereen in de bouw- en installatiesector heeft er deze dagen de mond van vol. Toch is het niet altijd eenvoudig om het bos

door de bomen te zien. Want waar stopt connected en start smart? Zijn de meeste nieuwe gebouwen met recht en reden smart te noemen of

is er sprake van onbenut potentieel? En wat is de impact van de nieuwe Europese wetgeving en de opmars van AI op de ‘slimme transitie’ die

zich volop aan het voltrekken is? Installatie & Bouw bracht vijf ervaringsdeskundigen samen om deze en andere prangende vragen van een

slim en sterk onderbouwd antwoord te voorzien.

Tekst Tim Janssens |

Beeld Kurt Van Strijthem

DEELNEMERS

Paul van Hinsberg, Managing Director bij B.E.G. Belgium

Philippe Kygnée, Sales Manager bij WAGO BeLux

Alexander Hermans, Accountmanager bij

Beckhoff Automation Belgium

Kristof Van Gorp, Home & Building Specialist bij Rexel Belgium

Johan Vercammen, Productmanager bij Wygwam,

a division of Niko NV

Dag heren, bedankt voor jullie komst. Kunnen jullie allereerst even

aangeven hoe jullie bedrijven precies bijdragen aan de realisatie

van smart buildings?

Paul van Hinsberg: “B.E.G. Luxomat staat bekend als een ontwikkelaar van

bewegings- en aanwezigheidssensoren. Van daaruit zetten we de stap naar

het automatiseren van hoofdzakelijk tertiaire gebouwen, waarbij we diverse

technieken (verlichting, HVAC, zonwering …) kunnen aansturen.”

Johan Vercammen: “Bij Niko zijn we ongeveer dertig jaar geleden gestart met

een eerste versie van een smart home-oplossing. Waar de focus aanvankelijk

op individuele producten en functies lag, zijn we stap voor stap geëvolueerd ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 63


ELEKTROTECH

elkaar afgestemd worden. Belangrijk daarbij is dat er gemeenschappelijke

componenten zijn die bepaalde sturingen kunnen combineren.”

Johan Vercammen: “Naast de koppeling van technieken moet er ook sprake

zijn van interactie met de gebruiker, op wiens gedrag en wensen optimaal

moet worden ingespeeld. En dat op een consistente manier, via een

perfecte inregeling.”

Paul van Hinsberg: “Zoiets is in een residentiële context voorlopig makkelijker

te realiseren dan in tertiaire gebouwen. Daar is het momenteel nog eerder

connected in plaats van smart, vermits er toch nog meer op verschillende

eilandjes gewerkt wordt. Dat maakt een naadloze integratie van diverse

technieken uiteraard een stuk minder evident. Gelukkig zien we wel een

toename van slimme toepassingen, zoals automatische sturingen op basis

van bewegings- en aanwezigheidsdetectie. De transitie naar smart is dus

begonnen, maar we zijn er nog niet.”

Paul van Hinsberg.

‘Vroeger waren installateurs

louter uitvoerend, vandaag

verbreden ze hun kennis en

leggen ze mee de basis voor

volwaardige smart buildings’

– Paul van Hinsberg

naar een volledig slim en open platform, rekening houdend met de nieuwste

technieken en trends, waarvoor met Wygwam een aparte divisie in het leven

is geroepen.”

Kristof Van Gorp: “Als groothandel tracht Rexel installateurs te informeren

over de verschillende mogelijkheden die we op het vlak van smart home

& building-systemen ter beschikking hebben. Daarbij spitsen we ons niet

louter toe op sturingen, maar ook op de gebouwinfrastructuur (HVAC,

verdeelborden, IT-rooms …).”

Alexander Hermans: “Beckhoff Automation verdeelt hardware- en softwareoplossingen

voor diverse types gebouwen. Dit met de bedoeling om ze slimmer

te maken en alle gekoppelde systemen naadloos te laten samenwerken.”

Philippe Kygnée: “WAGO is een fabrikant van zowel interconnectie- als

automatisatieoplossingen. Met onze building automation-oplossing zijn we

voornamelijk actief in de tertiaire en industriële markt. Wij zorgen ervoor

dat alle gebouwtechnieken (HVAC, elektriciteit, verlichting, zonwering,

laadpalen, energievoorziening …) met elkaar kunnen communiceren, inclusief

bovenliggend besturingssysteem en eventuele connectie met de cloud.”

Aan welke voorwaarden moet een gebouw in jullie ogen voldoen om

aanspraak te maken op het etiket ‘smart building’?

Kristof Van Gorp: “Een essentiële voorwaarde om het predicaat ‘slim’

te kunnen claimen, is dat verschillende technieken en hun werking op

Alexander Hermans: “Het komt erop aan om synergie te creëren tussen

verschillende technieken en op die manier zowel de energie-efficiëntie

als het comfort van de eindgebruiker te maximaliseren, met name via de

implementatie van gebruiks- en onderhoudsvriendelijke platformen die open

standaarden hanteren. De bovenliggende sturing fungeert op haar beurt als

tolk die alle verschillende open standaarden vertaalt naar een reeks data.

Op basis daarvan kan een programmeur de technieken efficiënt aan elkaar

koppelen, zodat ze meer zijn dan de som der delen.”

Philippe Kygnée: “Klopt, boven op het connectie- en communicatiegegeven

moet de automatisatieschil ervoor zorgen dat zowel de energie- als de

comfortdoelstellingen bereikt worden. En dat liefst zonder dat de gebruiker

er al te veel van merkt, zeker in tertiaire gebouwen. De nieuwe Europese

wetgeving verplicht ons overigens om daar een stap verder in te gaan.”

Je hebt het dan over de EPBD IV-regelgeving, waar vanaf 2026

steeds meer bedrijven aan zullen moeten voldoen. Wat zal de

impact hiervan zijn?

Paul van Hinsberg: “Dat alle nieuwe tertiaire gebouwen zonder uitzondering

smart zullen moeten zijn. En dat fabrikanten willens nillens met open,

gestandaardiseerde protocollen zullen moeten gaan werken. Je zal altijd

bedrijven hebben die eigen sofware blijven schrijven, maar gesloten

protocollen zullen geen optie meer zijn. Een zeer goede zaak, want daar zit

voor een deel het verschil tussen connected en smart.”

Alexander Hermans: “Dankzij die open standaarden kan er bij eventuele problemen

snel geschakeld worden, zonder dat je afhankelijk bent van de partij die

alles oorspronkelijk geïnstalleerd heeft. De nieuwe Europese wetgeving zorgt

er wellicht ook voor dat investeerders die voorheen de neiging hadden om alle

tech nieken zo goedkoop mogelijk te houden meer zullen moeten inspelen op de

noden en wensen van eindgebruikers om hun projecten aantrekkelijk te houden.”

Philippe Kygnée: “Inderdaad, louter energetische ingrepen zoals betere

isolatie zullen voor bouwpromotors niet langer volstaan om een gebouw

conform te maken. Integratie van technieken – met alle functionele eisen van

dien – zal een absolute must worden. Daar kunnen ze niet meer onderuit.”

Kristof Van Gorp: “Voor installateurs wordt het wel een hele zoektocht om

nieuwe technologieën te integreren in bestaande installaties. Los daarvan

komen er ook andere actoren in beeld die niet noodzakelijk de technieken

kennen, maar wel de standaarden. Zij kunnen de geleverde data gebruiken in

het building operating system om de gebruikerservaring op te krikken, zonder

dat ze hoeven te weten hoe alles technisch in elkaar zit.”

64 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

De Europese richtlijnen zijn niet van toepassing op de kleinere

residentiële markt. Zal smart building ook daar op termijn de

norm worden?

Johan Vercammen: “Zeker weten. We zien reeds enkele bewegingen in die

richting, al is er op dit moment nog niet zo veel standaardisatie. De vraag

is dus hoe je al die verschillende ‘connected’ systemen op een eenvoudige,

gebruiksvriendelijke manier kan laten samenwerken. Het is een kwestie waar

menig integrator zich vandaag over buigt. Ook lokale samenwerkingen tussen

elektriciens en verwarmingsspecialisten behoren tot de mogelijkheden.

En zelf doen we eveneens onze duit in het zakje door installateurs en

eindgebruikers te helpen bij het integreren van verschillende technieken. Hoe

dan ook zijn smart home-oplossingen vandaag sterk in opmars, deels onder

invloed van innovatieve technieken (PV-installaties, warmtepompsystemen,

laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen …) en de bijbehorende

wettelijke verplichtingen. Denk bijvoorbeeld aan een slimme laadpaal en

aircosysteem die gekoppeld worden aan een PV-installatie met batterij, zodat

ze maximaal gevoed worden met groene stroom.”

Philippe Kygnée.

‘Boven op het connectie- en

communicatiegegeven moet de

automatisatieschil ervoor zorgen

dat zowel de energie- als de

comfortdoelstellingen bereikt

worden’ – Philippe Kygnée

Kristof Van Gorp: “Ik krijg zeer veel vragen van installateurs over dergelijke

slimme toepassingen. Door die hardnekkige eilandvorming in het residentiële

segment is het voor hen telkens zoeken naar geschikte integratieconcepten,

maar beetje bij beetje komt er toch wat meer structuur in. Verder denken

in functie van de algemene interconnectiviteit wordt ook in het residentiële

segment hoe dan ook de nieuwe standaard, al blijft de slimme aansturing

van al die technieken helaas nog vaak achterwege. Dat gebruikers bepaalde

technische gegevens kunnen monitoren via een app betekent uiteraard nog

niet dat alles optimaal functioneert. De mogelijkheden zijn er, maar het zal

nog wat tijd vergen om ze ook te benutten in de praktijk. Vaak is het gewoon

een kwestie van een gebrek aan budget en/of kennis.”

Philippe Kygnée: “Vergis je niet: ook in het tertiaire segment zijn er nog

domeinen waarin amper standaardisatie is. Laadpalen zijn daar een goed

voorbeeld van. Er zijn erg veel verschillende oplossingen voorhanden en

iedereen doet zo’n beetje zijn eigen zin. Het is dringend tijd om dat beter te

stroomlijnen. Hetzelfde geldt voor nieuwe draadloze technologieën die in het

kader van revampings erg nuttig zijn, maar die veel fabrikanten op een gesloten

manier gebruiken. Zolang er geen organisme is dat inzet op testprocedures en

regularisatie (zoals bij DALI, BACnet, KNX enzovoort) kan dat tot problemen

op het vlak van communicatie en integratie leiden. En dus is het in dat opzicht

telkens weer maatwerk, wat uiteraard meer tijd en geld kost.”

Alexander Hermans: “Wat je ook weleens ziet, is dat fabrikanten een bepaalde

standaard gebruiken, maar tegelijk een soort eigen dialect hanteren om ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 65


ELEKTROTECH

‘Ook uitvoerende techniekers

moeten mee met de digitale

(r)evolutie. Een van de grote

aandachtspunten voor de

nabije toekomst is dan ook

het bijscholen van dergelijke

profielen’ – Alexander Hermans

Alexander Hermans.

alles toch nog wat intern te houden. Waardoor het niet zomaar mogelijk is om

bepaalde andere technologieën te laten communiceren met hun toepassing.”

Philippe Kygnée: “Terwijl ze er dan natuurlijk wel de stempel van ‘open

protocol’ op kleven, hoewel ze in werkelijkheid een grijze zone creëren. Dat

zie je bij veel nieuwe technologieën, met de bedoeling om een investering

maximaal te laten renderen. DALI is daar ook lang onderhevig aan geweest.

Pas sinds de komst van DALI-2 is er sprake van volledige standaardisatie.

Resultaat: een fantastische oplossing, waarbij je makkelijk kan switchen

tussen verschillende componenten.”

Zijn de meeste nieuwe gebouwen al met recht en reden smart

te noemen? Of is er nog steeds sprake van heel wat onbenut

potentieel?

Paul van Hinsberg: “In het tertiaire segment is sprake van regionale

verschillen. Brussel loopt voorop. Op alles wat daar nu gerealiseerd wordt

– dikwijls oudere kantoorgebouwen die een grondige update en/of nieuwe

invulling krijgen – kan je de stempel ‘smart’ kleven.”

wel fan zijn van totaalprojecten waar ook een onderhoudscontract aan

gekoppeld is, want dan gaat er automatisch meer aandacht naar de kwaliteit

en het rendement van de technische infrastructuur. Het is de taak van de

studiebureaus om dat goed te beschrijven in hun lastenboeken. Daar start

het tenslotte allemaal.”

Alexander Hermans: “Inderdaad. In dat opzicht is het een goede zaak dat

de partijen die instaan voor de integratie van de technieken in een steeds

vroeger stadium mee aan tafel schuiven. Lees: wanneer studiebureaus

de lastenboeken opstellen. Dit om te bekijken hoe ze nieuwe gebouwen

futureproof kunnen maken, zodat het onderhoud ook jaren later nog steeds

makkelijk uit te voeren is en eventuele nieuwe technische innovaties in de

toekomst eenvoudig te implementeren zijn.”

Kristof Van Gorp: “Het is ook aan ons om grote en kleine installateurs die

nog niet zo goed thuis zijn in de materie te informeren. Vandaar dat ik in

projecten die ik mee begeleid altijd vraag naar de mogelijkheden op het vlak

van communicatie, connectiviteit en integratie. En dan zie je toch vaak dat

bepaalde technieken vervangen worden door andere systemen die mee op

eenzelfde standaard werken, waardoor er een waardevolle synergie ontstaat.”

Philippe Kygnée: “In projecten waar de bouwheer zelf eigenaar blijft, liggen

smart building-toepassingen veel meer voor de hand. Industriële spelers willen

er absoluut wel in investeren, vermits ze er uiteraard zelf de vruchten van

Philippe Kygnée: “Maar hoe smart is smart natuurlijk? In de Belgische

promotiemarkt blijft het moeilijk om op lange termijn te denken.

Projectontwikkelaars kijken eerder naar de kost per vierkante meter en niet

zozeer naar de total cost of ownership. Dat er na installatie veel te winnen

is via slim technisch beheer interesseert hen veel minder. Vandaar dat we

‘Smart home-oplossingen zijn

vandaag sterk in opmars, deels

onder invloed van innovatieve

technieken en de bijbehorende

wettelijke verplichtingen’

– Johan Vercammen Johan Vercammen.

66 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

plukken. Energiemonitoring, slimme sturing …: alles wat ze implementeren,

verdienen ze dubbel en dik terug, in het beste geval zelfs al op erg

korte termijn.”

Alexander Hermans: “De voordelen daarvan gaan nog een stuk verder dan

het automatiseren van bepaalde scenario’s en het detecteren en verhelpen

van mogelijke verliezen. Denk aan predictive maintenance, waarbij het

mogelijk wordt om te voorspellen wanneer bepaalde onderdelen stuk dreigen

te gaan. Door daar proactief op in te spelen, kunnen bedrijven stilstand

vermijden en dus hun algemene rendement opkrikken.”

Hoe kunnen we ook bouwpromotors motiveren om toch voor smart

building-toepassingen te kiezen?

Paul van Hinsberg: “De nieuwe Europese wetgeving zal in dat opzicht

zeker een belangrijk verschil maken. Tot nog toe lag de focus van

veel bouwpromotors vooral op de BREEAM-score en leverden ze een

cascogebouw af dat in theorie wel smart was, maar waarbij de slimme

voorzieningen in de praktijk niet gebruikt of zelfs niet eens deftig

aangesloten waren – zoals we onlangs zelf nog hebben ervaren toen

we verhuisden naar ons nieuwe kantoor. Willen ze hun projecten

nog verkocht en verhuurd krijgen, dan zullen ze de lat voortaan hoger

moeten leggen, met name door te opteren voor performante technieken,

slimme sturingen en monitoringsystemen die de tand des tijds

kunnen doorstaan.”

Philippe Kygnée: “Ik stel me de vraag hoeveel kmo-projecten er zijn

waarbij veel betaald is voor een mooie installatie die niet naar behoren

werkt. Als je ziet hoeveel problemen wij bij de renovatie van ons eigen

kantoorgebouw gedetecteerd hebben in de bestaande installatie, dan hou

ik mijn hart vast voor al die bedrijven die – in tegenstelling tot WAGO –

niet de benodigde kennis in huis hebben om de juiste data te vergaren en

alles van a tot z zelf aan te sturen.”

Kristof Van Gorp: “Vandaar dat het voor dergelijke bedrijven geen slecht

idee is om hun installatie geregeld te onderwerpen aan een grondige

audit, uitgevoerd door een gespecialiseerde firma. Deze laatste kan dan

zwart-op-wit aantonen welke zaken eventueel fout lopen. Een betere

aansturing van een warmtepomp kan al een groot verschil maken voor

de energiefactuur. Dat is een prima manier om gebouwen – boven op

het gebruikelijke gebouwbeheer – efficiënt te laten functioneren en

smartbuildingtoepassingen optimaal te laten renderen.”

Is de rol van installateurs aan het evolueren door de opmars van

smart buildings?

Paul van Hinsberg: “Daar ben ik van overtuigd. Vroeger waren installateurs

louter uitvoerend. Vandaag verbreden ze hun kennis en leggen ze mee de

basis voor volwaardige smart buildings. In de tertiaire markt zijn de meeste

integratoren intussen geïncorporeerd in grote installatiebedrijven, die alle

knowhow om een gebouw smart te maken in eigen huis trachten te halen.

Zo zijn bouwheren niet langer afhankelijk van verschillende partijen –

installateur, programmeur, softwareleverancier … – en hebben ze slechts één

aanspreekpunt, wat gezien de technische complexiteit van smart buildingprojecten

een enorm voordeel is.”

Kristof Van Gorp: “Dergelijke ‘totaalinstallateurs’ kunnen van begin tot eind

worden ingeschakeld en ook de nodige naservice bieden. Dat vind ik op

zich wel een goede zaak. Uitvoerende partijen zal je altijd nodig hebben,

maar daarnaast zien we ook nieuwe profielen opduiken. Denk bijvoorbeeld

aan een energieconsulent in de woningbouw, die weet hoe je verschillende

technieken op elkaar kan afstemmen.”

Johan Vercammen: “Zeker, de verschillende technieken vereisen extra

kennis om ze te laten samenwerken. In de nabije toekomst zullen de

verschillende types installateurs nauw samenwerken met de technische

experts die een woning ontwerpen of de programmatie en configuratie

verzorgen. En zoals Paul al aangaf: vaak zullen ze zelfs deel uitmaken van

hetzelfde installatiebedrijf.” ❯

‘Verder denken in functie van

de algemene interconnectiviteit

wordt ook in het residentiële

segment de nieuwe standaard’

– Kristof Van Gorp

Alexander Hermans: “Euvels aan het licht brengen is één ding, maar ze

oplossen is uiteraard nog iets anders. Ook uitvoerende techniekers moeten

mee met die digitale (r)evolutie. Een van de grote aandachtspunten voor

de nabije toekomst is dan ook het bijscholen van dergelijke profielen, die

nog vaak te weinig inzicht hebben in de achterliggende techniciteit en

complexiteit van hedendaagse installaties. We kunnen wel massaal smart

buildings beginnen ontwerpen en realiseren, maar nadien is het uiteraard

ook zaak om ze adequaat te onderhouden. Dat mogen we zeker niet over

het hoofd zien in het kader van die slimme transitie.”

Philippe Kygnée: “Een andere belangrijke uitdaging is de Cyber Resilience

Act, waardoor er qua cyberveiligheid nu veel strengere eisen worden

gesteld. Fabrikanten, integratoren en eindklanten: iedereen draagt er mee

de verantwoordelijkheid voor. Dat vergt een forse inspanning en investering

van alle betrokken partijen. En dat maakt het ook weer wat complexer om

verschillende systemen te laten samenwerken nu alle protocollen strikt

beveiligd worden (BACnet Secure Connect, KNX Secure …), om van de

extra complexiteit op infrastructureel vlak nog maar te zwijgen.”

Kristof Van Gorp.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 67


ELEKTROTECH

Philippe Kygnée: “Op zich is dat een serieuze uitdaging, want alles is

georganiseerd vanuit een opdeling in verschillende disciplines (HVAC,

elektriciteit, energievoorziening …) en studiebureaus enten hun lastenboeken

daar ook op. Het vergt dus een forse inspanning om die traditionele grenzen

te overschrijden. Daarnaast wordt er alsmaar meer verwacht van een gebouw,

inclusief flexibiliteit met het oog op de toekomst. Firma’s die ervoor zorgen

dat de technologie die ze installeren eenvoudig te herprogrammeren en

herconfigureren is, waarbij de aanpassingen ook meteen worden overgezet

naar het bovenliggend systeem, zullen altijd en streepje voor hebben. Hoe

dan ook: hoe meer je het technisch beheer kan stroomlijnen, hoe meer

gebouweigenaars, facilitymanagers en gebruikers open voor zullen staan

voor smart building-toepassingen.”

Wat is het potentieel van AI in dit verband? Wordt het effectief al

ingezet in het kader van smart building-oplossingen?

Philippe Kygnée: “Vast en zeker. Voor grote tertiaire gebouwen is de trend

dat er een soort van digital twin meeloopt die – al dan niet via een third

party-bedrijf – alle processen en setpoints optimaliseert op basis van de

beschikbare data.”

Alexander Hermans: “Er zijn ook al veel onderzoeksinstellingen die er volop

mee aan het experimenteren zijn. De data is er, dus als je daar de juiste tools

op loslaat, kan je heel snel en accuraat anticiperen en reageren op bepaalde

zaken. De mogelijkheden zijn alleszins legio.”

Johan Vercammen: “Bij AI denken velen spontaan aan complexe

toepassingen en berekeningen, maar het kan ook heel eenvoudig beginnen.

Denk aan het voorspellen van de ideale momenten om een elektrische

wagen op te laden op basis van de energieflows en het gebruikersgedrag.

Qua datarapportage en -analyse kan je met behulp van AI enorm veel

slimmigheden toepassen.”

Philippe Kygnée: “AI is echter wel een buzzword dat niet alleen te pas, maar

soms ook te onpas gebruikt wordt deze dagen. Een gebouw verwarmen in

functie van de bezettingsgraad en de buitentemperatuur: daar is op zich

geen artificiële intelligentie voor nodig, terwijl het vaak wel automatisch

onder die noemer wordt geschaard. AI is iets waar zonder twijfel enorm veel

toekomst in zit, maar het is nog zoeken naar manieren om het optimaal in

te zetten.”

Tot slot: welk gebouw, project of oplossing weerspiegelt voor jullie

perfect wat smart building is of zou moeten zijn?

Kristof Van Gorp: “Een leuke oplossing waar wij recent vanuit onze

ondersteunende rol aan hebben bijgedragen, is een hoteltoepassing op een

KNX-structuur, waarbij de HVAC gekoppeld is aan het guestroommanagement.”

Alexander Hermans: “Het ZIN-project in Brussel is een treffend voorbeeld.

Dat circulaire gebouw is door onze installatiepartner VMA volledig smart

gemaakt met behulp van onze hardware. Daar zijn we best fier op. Ook in

EnergyVille in het Thor Park in Genk zijn ze bezig met allerhande onderzoeken

naar smart building-toepassingen.”

Paul van Hinsberg: “In Brussel zijn de meeste nieuwe of vernieuwde

kantoorgebouwen smart-ready. Enkele mooie voorbeelden hiervan zijn OXY,

Brucity, Frame en M10.”

Johan Vercammen: “Het Van der Valk Hotel in Beveren heeft in het kader

van zijn renovatie gekozen voor Niko Home Control. De slimme technologie

werd geïntegreerd in 130 kamers en verschillende suites om de gasten meer

comfort te bieden en het personeel efficiënter te laten werken.”

Philippe Kygnée: “In ons eigen gebouw is alles van a tot z geautomatiseerd:

HVAC, elektriciteit, warmtepompen, laadpalen, toegangscontrole, het bovenliggende

SCADA-systeem … Dat is dus echt een showcase van wat we kunnen.

In principe kunnen we qua smart building-oplossingen alles realiseren wat je

maar kan bedenken, maar het moet uiteraard beheer(s)baar blijven. Dat wordt

de grote uitdaging naar de toekomst toe: ondanks de toenemende eisen en

de bijbehorende extra complexiteit het toch voldoende laagdrempelig houden

voor installateurs en gebruikers. Het is tenslotte in de praktijk dat de vele

voordelen van smart building tot uiting moeten komen …” ❚

68 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Niko Home Control

Het slimme brein van elke hedendaagse woning

Eenvoudige integratie

Niko Home Control is het centrale brein van je woning, met integratie van meer dan 100 partnermerken zoals Mitsubishi Electric, Velux,

Renson, Vaillant, Bosch, Sonos en Easee.

Energiebeheer

Met Niko Home Control maak je een woning niet alleen aangenamer om in te leven, maar ook energiezuiniger – zonder dat je klant ooit

moet inboeten aan comfort. Optimaliseer het energieverbruik met slimme functies zoals zelfconsumptie van zonnestroom, dynamische

energietarieven en peak shaving. Het systeem stuurt grote verbruikers aan, zoals warmtepompen, laadpalen en witgoed.

Gebruiksvriendelijk

Configureer en bedien je systeem eenvoudig via de Niko Home app of touchscreen. Geen programmeerkennis vereist dankzij

de intuïtieve interface en uitgebreide technische gids.

Installateursvriendelijk

Niko biedt opleidingen, trainingen en ondersteuning via de Niko Academy en partnermerken, zodat installateurs efficiënt kunnen werken met

Niko Home Control.

PA-1284-01


ELEKTROTECH

VERNIEUWDE LICHTSTURING: nog meer

mogelijkheden, nog meer gebruiksgemak

Overschakelen van gloei- en tl-lampen naar led? Een no-brainer voor bedrijven die een mooie energie- en kostenbesparing oplevert. Maar wie

de volgende stappen wil zetten, moet ook naar lichtsturing kijken. Het potentieel aan besparingen dat nog mogelijk is door automatisch het

licht uit te schakelen als er niemand is, is gigantisch. Lichtsturing programmeren vergt normaliter expertise en tijd, maar niet met de TF8050-

lichtsturing van Beckhoff Automation. In de vernieuwde versie is het gebruiksgemak zelfs nog verhoogd. Philip Neyens, industry specialist

building automation bij Beckhoff Automation Belgium, praat ons bij over de belangrijkste nieuwigheden.

Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff Automation

De TF8050-lichtsturing, die al meer dan tien jaar

bestaat, is een voorgeprogrammeerd softwarepakket

waarmee gebruikers zelf hun verlichting

kunnen sturen. Het enige wat ze nodig hebben,

is een internetbrowser om de toepassing te

openen. “De meeste zaken moeten gewoon

worden geconfigureerd en niet geprogrammeerd”,

opent Philip Neyens. “Wie er al mee werkt, zal het

alleen maar kunnen beamen: de openheid waar

Beckhoff Automation om bekendstaat, kenmerkt

ook de TF8050-lichtsturing. Het softwarepakket

biedt een compleet overzicht over de besturing en

alle ermee verbonden armaturen en sensoren. Nu

en in de toekomst, want wanneer het gebouw op

het vlak van verlichting evolueert, dan evolueert

het systeem gewoon mee.”

‘Twee zaken stonden

voorop bij de

vernieuwing van de

lichtsturing’

In de Omniturm in Frankfurt is het voor de TF8050-lichtsturing een koud kunstje om tienduizend leds

verdeeld over veertig verdiepingen aan te sturen met gegevens die ze capteert van 2.500 sensoren.

Magazijnen, kantoren

en showrooms

Aan toepassingen geen gebrek. In de Omniturm

in Frankfurt is het voor de TF8050-lichtsturing

bijvoorbeeld een koud kunstje om tienduizend

leds verdeeld over veertig verdiepingen aan te

sturen met gegevens die ze capteert van 2.500

sensoren. Het verlichtingsgedrag kan op elke

verdieping afzonderlijk aangepast worden in

het gebouwbeheersysteem, met ook nieuwe

ontwikkelingen zoals human-centric lighting in

verwerkt. De TF8050-lichtsturing zorgt ook voor

flinke energiebesparingen en optimale verlichting

in de productiehal van Beckhoff Automation in

Duitsland en – dichter bij huis – in de Beckhoff

70 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

een DALI-2-lichtsturing. Philip Neyens: “Ze kon al

wel communiceren volgens de KNX- en EnOceanstandaard,

maar dat moest via een omwegje. Nu

kan ze dat rechtstreeks.”

De TF8050-lichtsturing, die al meer dan tien jaar bestaat, is een voorgeprogrammeerd

softwarepakket waarmee gebruikers zelf hun verlichting kunnen sturen.

Automation-showroom in Lummen. In elke

omgeving, klein of groot, zorgt ze voor mooie

besparingen.

De nieuwe versie die sinds kort op de markt

is, biedt nu nog meer mogelijkheden. “Twee

zaken stonden voorop bij de vernieuwing van

de lichtsturing: nieuwe functionaliteiten die

het gebruiksgemak verhogen en verbeterde

visualisatie die de software nog overzichtelijker

maken”, aldus Philip Neyens.

te leveren, maar in grote installaties tikt dit wel

flink aan.”

Automatisch optimaliseren

De TF8050-lichtingsturing werd in het verleden

De lichtsturing kan zichzelf nu ook nog beter

optimaliseren. “Merkt het systeem dat de lampen

sneller gedimd en uitgeschakeld kunnen worden

van zodra er geen beweging meer is? Dan past

het zelf de tijden aan”, legt Philip Neyens uit.

“In de schema’s kan nu overigens ook rekening

gehouden worden met de astroklok. Zo kan je

bijvoorbeeld aangeven dat je buitenlampen

een uur voor zonsondergang moeten beginnen

branden. Voorts zijn er functies bijgekomen om

het energieverbruik, de energiekosten en CO 2

-

besparingen op te volgen, waarschuwingen

te genereren wanneer lampen het einde van

hun levensduur naderen, noodverlichting

automatisch periodiek te testen – wat

wettelijk verplicht is – zonder dat te moeten

programmeren, valse detecties te melden

enzovoort. En dankzij de nieuwe grafische

interface met icoontjes is het dashboard echt

nog een stukje inzichtelijker geworden.”

“Wie het eens aan den lijve wil ondervinden, is

altijd welkom in onze showroom, maar we hebben

ook demotoestellen ter beschikking om mee

te nemen naar klanten. Wie al werkte met de

TF8050-lichtsturing kan trouwens gebruikmaken

van de nieuwe versie onder dezelfde licentie”,

besluit Philip Neyens. ❚

Tijdwinst

Een eerste opvallende nieuwe feature is de

automatische detectie van het type sensor. “In de

vorige versie gebeurde dat nog manueel. Na het

scannen moest je aangeven over welk apparaat

het ging. Nu weet het programma na het scannen

om welk merk en type sensor het gaat. De meest

voorkomende zitten allemaal in de bibliotheek.

Toch nog een andere? Dan kan je die eenvoudig

toevoegen. Philip Neyens: “Dat is weer die

openheid van Beckhoff Automation.”

De templates zijn een tweede toevoeging.

“Daarmee kan je lampen of groepen van

sensoren die dezelfde functionaliteiten delen in

één keer dezelfde instellingen meegeven. Het is

ook makkelijker geworden om een groep aan te

maken”, weet Philip Neyens. “De automatische

detectie van het type sensor en de templates

lijken misschien maar minimale tijdsbesparing op

Het voorgeprogrammeerde softwarepakket kan eenvoudig geïnstalleerd worden

op alle embedded, panel- en industriële pc’s van Beckhoff Automation.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 71


ELEKTROTECH

Nieuwe aanwezigheidsmelder

laat zich naadloos integreren in

lamellenplafonds en armaturen

B.E.G., dat slimme oplossingen voor gebouwautomatisering ontwikkelt met een grote focus op aanwezigheidssensoren en lichtsturing via KNX,

DALI en alle andere bestaande protocollen, introduceert de PD5N-Lamella KNXs. Die KNX-aanwezigheidsmelder laat zich naadloos integreren in

lamellenplafonds en armaturen, waardoor hij bijna onzichtbaar kan worden geïnstalleerd. De PD5N-Lamella KNXs werd met andere woorden

speciaal ontworpen voor wie geen compromissen wil sluiten tussen functionaliteit en esthetiek.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld B.E.G. en Adobe Stock

B.E.G. maakt zich sterk dat de PD5N-Lamella KNXs de enige aanwezigheids

melder in de markt is die zich naadloos laat integreren in

lamellenplafonds en armaturen. Volgens de fabrikant bestond de vraag

naar aanwezigheidsmelders die haast onzichtbaar verwerkt kunnen worden

in lamellenplafonds en armaturen al langer. “De markt, en dan vooral de

projectmarkt, wil niet alleen performante, maar ook discrete oplossingen.

Die twee eigenschappen komen samen in de PD5N-Lamella KNXs, die

slimme technologie en een subtiel design combineert”, klinkt het.

Maximale intelligentie

Onder die slimme technologie vallen onder andere de KNX Secure-certificering,

dubbele lichtmeting en ondersteuning voor HCL/RGB-lichtscenario’s.

Lamellenplafonds zijn vooral in kantoren populair. (beeld: Adobe Stock)

72 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

De sensor is beschikbaar in het wit en in het zwart, zodat hij zowel kan worden toegepast in lichte als donkere plafonds en armaturen. (beelden: B.E.G.)

‘De markt, en dan vooral de projectmarkt, wil niet alleen

performante, maar ook discrete oplossingen’

Met interne en externe lichtsensoren zorgt de nieuwe aanwezigheidsmelder

voor nauwkeurige menglichtmeting, terwijl de gevoeligheid van de bewegingssensor

volledig naar wens kan worden aangepast. De PD5N-Lamella KNXs

biedt zo maximale intelligentie voor moderne gebouwbeheersystemen.

Dankzij de PD5N-Lamella KNXs is de verlichtingsgraad, daglichttoetreding,

verwarming en ventilatie of koeling in een ruimte met andere woorden

optimaal zodra er mensen in aanwezig zijn.

Eenvoudige en snelle installatie

De installatie van PD5N-Lamella KNXs in het lamellenplafond of armatuur

verloopt snel en zonder extra montagemateriaal – insteken, vastklikken en

klaar – waardoor installateurs tijd besparen.

De sensor is beschikbaar in het wit en in het zwart, zodat hij zowel kan

worden toegepast in lichte als donkere plafonds en armaturen.

“Kortom, de PD5N-Lamella KNXs brengt elegantie en intelligentie moeiteloos

samen en zet een nieuwe standaard in KNX-gestuurde gebouw beheersystemen”,

besluit de fabrikant, die eerder ook al een DALI-2-gecertificeerde

variant van de aanwezigheidsmelder op de markt bracht. ❚

De PD5N-Lamella KNXs laat zich naadloos integreren in lamellenplafonds en armaturen. (beeld B.E.G)

INSTALLATIEENBOUW.BE | 73


ELEKTROTECH

Niko Home Control maakt een woning niet alleen aangenamer om in te leven, maar ook energiezuiniger.

ECOSYSTEEM VOOR EEN SLIMME

EN COMFORTABELE WONING

Als producent van Niko Home Control, Niko’s oplossing voor de automatisering van woningen en appartementen, zet Niko sterk in op integraties

met de technieken van partnermerken. Zo bevat het ecosysteem intussen al meer dan honderd toonaangevende partners. Van toegangscontrole

tot verwarming en ventilatie: ze zijn eenvoudig te koppelen aan Niko Home Control, waarna klanten er meteen mee aan de slag kunnen.

Tekst en beeld Niko Belgium

Niko Home Control is ontwikkeld als het centrale brein van een hedendaagse

woning. Daarom heeft Niko partnerships met tal van fabrikanten van

gebouwtechnieken zoals verwarming, ventilatie, airco, zonwering en

toegangscontrole. Doordat hun technieken naadloos te koppelen zijn aan

Niko Home Control – bekabeld of via API – kan de klant al deze functies

bedienen met de touchscreens of de Niko Home-app.

In de drukknoppen met ledfeedback voor bus bekabeling zitten bovendien

standaard comfort sensoren ingebouwd, zoals temperatuur- en lucht vochtigheids

sensoren. De multifunctionele temperatuursensor kan ingesteld

worden om een verwarmings- en koelingszone te bedienen, als een

basisthermometer of om bepaalde technieken aan te sturen (bijvoorbeeld

zonweringen bedienen). De vochtigheidssensor kan ook in routines

74 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

gebruikt worden, bijvoorbeeld voor automatische ventilatiebediening in

een badkamer of toilet.

Energiebeheer

Niko Home Control maakt een woning niet alleen aangenamer om in

te leven, maar ook energiezuiniger – zonder dat klanten ooit moeten

inboeten aan comfort. Dankzij de koppeling met de digitale meter is het

een krachtig energy management system dat gebruikers inzicht geeft in hun

energieverbruik en -productie. Het laat eveneens toe om grote verbruikers slim

aan te sturen in functie van optimale zelfconsumptie van zonnestroom (via

de solar mode), dynamische energietarieven of het vermijden van een hoog

piekverbruik (peak shaving). Dit alles is mogelijk dankzij de compatibiliteit

met verschillende fabrikanten van PV-omvormers, warmtepompen, witgoed,

laadpalen enzovoort.

SLIMME WONING, STERKE PARTNERS

Niko werkt inmiddels samen met meer dan honderd fabrikanten

van gebouwtechnieken en de lijst blijft groeien. Dankzij die

partnerships kan je de technieken van deze merken naadloos

integreren in slimme woningen met Niko Home Control. Enkele

merken die deel uitmaken van het ecosysteem zijn Bosch,

Vaillant, NIBE, Renson, Duco, SMA, Blitz Power, Remeha, ABB,

Smappee, Viessmann, Sonos, Daikin, Jaga, Veton, Alfen, Buderus,

Aldes, Mitsubishi Electric, Comelit, Easee, Bulex …

Brandwerende vloerluiken bieden een praktische en

esthetische oplossing voor brandveiligheidsnormen en zijn

een belangrijk onderdeel van brandpreventieplannen

Op het vlak van EV-laden helpt Niko Home Control klanten om hun wagen zo

kosten- en energie-efficiënt mogelijk te laden. Zij voeren in de app in wanneer

ze hun wagen nodig hebben en hoeveel kilometer ze willen rijden, waarna

het systeem ervoor zorgt dat de wagen tegen dat tijdstip over voldoende

batterijcapaciteit beschikt.

Installateursvriendelijk

Om al die slimme integraties te realiseren, hoeven installateurs echt geen

experts in programmeren te zijn. Op de website van Niko is een bijzonder

uitgebreide Technical Guide te vinden (guide.niko.eu). Daarin staat alle

informatie over de functies van Niko Home Control en de manier waarop de

koppeling met de oplossingen van partnermerken tot stand komt. Voor elk

compatibel merk is er ook een pagina met gedetailleerde informatie over

de vereisten, ondersteunde producten, bedrading, instellingen enzovoort

voorzien. Deze gids is eenvoudig te doorzoeken en legt stap voor stap uit

hoe installateurs best te werk kunnen gaan. Hoe een laadpaal slim laten

laden? Of hoe een warmtepomp aansturen om hoge verbruikspieken te

vermijden? Het antwoord is in enkele muisklikken terug te vinden in de

Technical Guide.

Helpende hand

Daarnaast blijft Niko inzetten op Niko Home Control-opleidingen en

trainingen in samenwerking met partnermerken. Op die manier leren

installateurs in één keer met beide systemen werken. Die opleidingen vinden

plaats in de Niko Academy of bij de partnermerken. Daarnaast zijn er ook

infosessies bij de groothandel. Het aanbod en de kalender zijn te raadplegen

via de website van Niko, waar tevens een breed aanbod aan webinars en

trainingsvideo’s te vinden is.

Tot slot beschikt Niko over een team Niko Home Control-specialisten die

meedenken en installateurs bijstaan tijdens de installatie en configuratie. Bij

grotere projecten met complexere installaties, zoals appartementen, zitten zij

met plezier met alle partijen rond de tafel om een optimaal functionerende

totaaloplossing met Niko Home Control uit te werken.

Dankzij de koppeling met de digitale meter is Niko Home

Control een krachtig energy management system dat gebruikers

inzicht geeft in hun energieverbruik en -productie.

Of het nu om een eengezinswoning of een appartements gebouw gaat: Niko

Home Control maakt een woning slimmer, comfortabeler en energiezuiniger,

en dat op een gebruiks vriendelijke manier. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 75


Ervaring...

www.serelec.be

...voor de

toekomst!

EA 36.22 MI.PUCK

astroklok • 100 geheugenplaatsen • 2 geschakelde uitgangen

2 stuuringangen • programmeren via app • bedienen via app

Advertentie_HugoMuller 197x113mm.indd 1 10/05/2021 16:02

HELLO

CHARGING

Gedecentraliseerd powerbus systeem podis ® voor de

Voedingsbekabeling van EV-Laadstations

Het podis ® powerbus systeem is ideaal voor het verdelen van energie

naar EV laadstations. Met dit gedecentraliseerd energiedistributiesysteem

kan een groot aantal laadstations met slechts één voedingskabel

worden aangesloten.

Dit bespaart installatietijd, vereist minder kabel en vermindert de grootte

van de verdeelkast aanzienlijk.

UW VOORDELEN

+ Tijdsbesparing: niet knippen of ontmantelen

+ Flexibel: Op elke plaats en moment uitbreidbaar

+ Veilig: Permanente hoge contactkwaliteit dankzij

de podis ® technologie

info@atem.be | https://charge.wieland-electric.com/en/


PUBLIREPORTAGE

Bied jij batterijen

op de markt aan?

Sluit je aan bij Bebat!

Wist je dat je als producent (fabrikant,

importeur of distributeur) van Energy

Storage Systems (ESS) in België

moet voldoen aan de ‘uitgebreide

producentenverantwoordelijkheid (UPV)’?

Moet jij aan de UPV voldoen?

De UPV geldt voor iedereen die fysiek of op afstand batterijen/modules op de

Belgische markt aanbiedt met het oog op verkoop, verhuur, leasing of gebruik.

Ontdek de 8 wettelijke verplichtingen

Onder de noemer UPV zitten 8 wettelijk verplichte to-do’s die je in orde moet brengen.

1 • Registreren

bij de drie gewestelijke

overheden.

2

3

4

• Aangeven

welke batterijen je

voor de eerste keer

op de Belgische markt

aanbiedt.

• Garantieregeling

voor batterijen

waarvoor je

geen milieubijdrage

betaalt.

• Sensibiliseren

en aan preventie

doen.

5

6

7

8

• Inzameling organiseren

om de wettelijke

doelstellingen te behalen,

via een netwerk dat

het volledige Belgische

grondgebied dekt met

ADR-conform vervoer.

• Recyclage, hergebruik

of herbestemming van

afgedankte batterijen.

• Recyclage-efficiëntie

aantonen.

• Rapporteren

aan de overheden.

De eenvoudigste

oplossing: Bebat!

Om aan deze verplichtingen te

voldoen, kan je zelf een aanvraag

voor registratie en goedkeuring

indienen bij de regionale overheden.

Maar er is ook een eenvoudigere

manier: aansluiten bij Bebat.

Wat moet je hiervoor doen?

• Deelnemer worden bij Bebat.

• Aangifte doen op het

MyBebat-platform van je

verkochte batterijen en

serienummers.

• De nodige bijdragen betalen.

Bebat zorgt voor de gratis

inzameling van de defecte of

afgedankte ESS waarvoor de

milieubijdrage is betaald en

het serienummer is gekend bij

Bebat. Voor ESS-modules van een

installatie boven de 16MWh kan er

een individuele oplossing op maat

uitgewerkt worden. Contacteer ons

voor meer informatie.

Moet jouw bedrijf

voldoen aan de

aanvaardingsplicht?

Doe de test!


ELEKTROTECH

Op de Podis-vlakbandkabel kunnen gemakkelijk tien laadpunten worden aangesloten.

Vlakbandkabel die moeiteloos

10 laadpunten tegelijk voedt

Podis; zo heet de oplossing van Wieland, Duits innovator in stekerbare kabeloplossingen, die installaties voor het elektrisch opladen van auto’s

heel eenvoudig uitbreidbaar maakt. “Op de vlakbandkabel kunnen met gemak tien laadpunten worden aangesloten terwijl er toch maar één

kring nodig is naar de zekeringkast”, aldus Koen Notelaers , managing director van Atem uit Willebroek, dat Podis verdeelt in ons land. “Een

en ander maakt wel dat Podis ingezet wordt bij traag opladen.”

Tekst Aagje Van Cauwelaert en Wouter Polspoel | Beeld Wieland

Elektrisch rijden is aan een opmars bezig. Daardoor zijn uitbreidingen van

bestaande laad infrastructuur hoogstnoodzakelijk. Podis, een vlakbandkabel

voor decentrale voeding die ook geschikt is voor toepassing bij de installatie

van gloednieuwe laadpunten, maakt dat mogelijk, zónder dat daarvoor

breekwerk nodig is.

“Heel wat laadpunten in de garages van kantoren, winkelcentra en

appartementsgebouwen zullen de komende tijd moeten worden uitgebreid.

Podis maakt dat mogelijk zonder dat veel breekwerk of veel extra materiaal

nodig is”, begint Koen Notelaers te vertellen. “De vlakbandkabel, die

amper plaats inneemt, kan daardoor heel snel geplaatst worden en extra

aftakpunten kunnen zelfs in slechts enkele minuten worden gemonteerd.”

Voor bestaande en nieuwe installaties

Maar Podis is niet enkel en alleen een zogenaamde retrofitoplossing.

De vlakbandkabel is ook uitermate geschikt voor toepassing in nieuwe

laadinfrastructuur. “De oplossing maakt die infrastructuur dan heel flexibel”,

legt Koen Notelaers uit. “Stel: in een parkeergarage moeten op parkeerplaats

1 en 2 elektrische voertuigen kunnen laden. Door dan meteen te kiezen voor

Podis kunnen in de toekomst heel eenvoudig ook elektrische laders worden

78 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

geïnstalleerd op pakweg parkeerplaats 7 en 8 door op de vlakbandkabel

op die plekken extra aftakmodules te installeren en te verbinden met een

laadpunt. Die flexibiliteit maakt deze oplossing zo interessant en laat haar

fundamenteel bijdragen aan een versnelling van de energietransitie.”

Ook aftakmodules met geïntegreerde zekering

Op de Podis-vlakbandkabel kunnen gemakkelijk tien laadpunten worden

aangesloten. “De vlakband kabel wordt in opbouw tegen de muur bevestigd

met de eindstukken eraan gemonteerd”, schetst de managing director van

Atem wat concreter hoe een en ander in zijn werk gaat. “In de vlakbandkabel

zitten de verschillende geleiders en op de kabel wordt per laadpunt met

schroeven een Podis-connectiemodule gemonteerd, waarop de laadpunten

door middel van een wartel worden aangesloten. Podis voorziet in twee

soorten aftakmodules: een gewone aftakmodule en eentje met een extra

module voor een zekering en differentieel. Die laatste is bij wet verplicht

indien de laadpaal niet de nodige zekering heeft ingebouwd.

‘De vlakbandkabel voorziet in

twee soorten aftakmodules: een

gewone en eentje met een extra

module voor een zekering en

differentieel – bij wet verplicht

indien de laadpaal niet de nodige

zekering heeft ingebouwd’

Materiaal- en geldbesparing

Volgens Koen Notelaers wordt Podis met name interessant bij installaties die

voorzien in ten minste vier laadpunten. “In een conventionele installatie lopen

er vier tot vijf kringen naar de bestaande zekeringkast”, legt hij uit. “Dankzij

Podis is er, via een adapter, maar één kring nodig naar de zekeringkast.

De distributie van de elektriciteit naar de laadpunten verloopt decentraal.

Podis zorgt dus met minder materiaal voor verschillende laadpunten: er zijn

minder circuits en de plaatsing van een extra zekeringkast is niet nodig.

Podis is dan ook goedkoper dan het installeren van allemaal op zichzelf

staande laadpunten.”

Koen Notelaers: “Heel wat laadpunten in de garages van kantoren, winkelcentra

en appartementsgebouwen zullen de komende tijd moeten worden uitgebreid.

Podis maakt dat mogelijk zonder veel breekwerk of extra materiaal.”

Die twee laatste stellingen kan de managing director ook hard maken

met cijfers. “Uit een vergelijking van Wieland met klassieke methodes voor

elektrisch laden is gebleken dat Podis het met 66% minder materiaal kan

doen en de oplossing 30% goedkoper is. En nu we toch met percentages

aan het gooien zijn: wanneer voor Podis wordt gekozen voor een nieuwe

laadpuntinstallatie dan is de installatietijd 66% korter in vergelijking met

de klassieke methode. En een uitbreiding van laadinfrastructuur met Podis

gebeurt 88% sneller dan een klassieke uitbreiding.”

Traag laden

Podis mobiliseert niet het klassieke opstellings vermogen, maar wel voldoende.

Koen Notelaers: “Tien laadpalen op een vlakbandkabel geven een minimumvermogen

van 6 ampère per laadpaal. Een klassieke opstelling mobiliseert

meer vermogen, maar de zekeringkast is daar echter nooit op voorzien. Dat

maakt het laadpunt erg duur. En zoveel vermogen is ook gewoon niet nodig.

In het geval van Podis beheert het laadsysteem alles. De software – niet

inbegrepen bij ons, wij voorzien enkel de voeding – stelt de variabelen vast,

zoals hoeveel auto’s tegelijk laden, het beginpercentage van de batterijen en

de gewenste laadtijd, en verdeelt de laadcapaciteit in functie daarvan over

de wagens.”

Podis betekent dan ook traag laden. Maar dat hoeft niet negatief te worden

bekeken, vindt Koen Notelaers. “Door traag te laden wordt het elektriciteitsnet

minder belast en voertuigen staan doorgaans toch uren geparkeerd: op het

werk, thuis, tijdens enkele uren shoppen … En elektrisch laden vergt een

andere mindset dan rijden op brandstof: je mag niet zoals bij een tank

wachten tot je batterij leeg is, maar moet proberen altijd te laden wanneer je

ergens parkeert.” ❚

Dankzij Podis is er, via een adapter, maar één kring nodig naar de zekeringkast.

Podis voorziet in twee soorten aftakmodules: een

gewone en deze met geïntegreerde zekering.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 79


WATERDICHTE ARMATUREN

IN HET NIEUW GEZET

De bestaande HWDP-reeks kreeg

een technische upgrade.

Op de meeste plekken waar licht nodig is, volstaan ‘gewone’ armaturen. Maar

soms heb je licht nodig in pittige omstandigheden, daar waar bijvoorbeeld stof en water

vrij spel hebben. Denk aan bepaalde industriële omgevingen, maar ook aan parkings en andere meer

technische ruimtes. Dan heb je een speciaal kaliber armaturen nodig, zoals de waterdichte armaturen van Integratech.

Tekst Tom Rampelbergh | Beeld Integratech

Industriële omgevingen en technische ruimtes, ook

daar staat de technologische evolutie niet stil. Het

maakt dat de heersende omstandigheden vaak

pittiger worden en dat dus ook de eigenschappen

van waterdichte armaturen constant moeten

herbekeken worden. Het R&D-departement van

Integratech, een Belgische verlichtingsfabrikant

met een focus op functionele ledverlichting voor

de professionele markt, ging dan ook aan de slag

om het bestaande waterdichte assortiment te

vernieuwen én uit te breiden. Het resultaat zijn

armaturen die nog beter inspelen op de specifi eke

eisen van elk project én van de installateurs die

met de armaturen aan de slag gaan: effi ciënter,

fl exibeler en eenvoudiger te installeren.

Het Hydron-gamma is helemaal

nieuw bij Integratech.

80 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Efficiëntie troef

Vernieuwing vinden we bij de HWDP-armaturen.

Beide versies, Performance en Advanced,

kregen duidelijke upgrades ten opzicht van hun

voorgangers. De HWDP Performance levert maar

liefst 185 lumen per watt. De power switch laat

toe het juiste vermogen ter plekke te kiezen,

afhankelijk van het project. De ingebouwde

MicroWave-sensor detecteert beweging tot

twaalf meter hoogte. De armatuur op grotere

hoogte installeren vormt dus geen probleem.

Interessante opties zoals een dag/nachtfunctie,

tri-level dimming en een groeperingsfunctie

liggen eveneens binnen handbereik, eenvoudig

instelbaar via een afstandsbediening.

De HWDP Performance beschikt over een

noodunit die gedurende drie uur 5 watt levert

en is beschikbaar in twee afmetingen, 1.200

en 1.500 mm, met een stevige 5 x 2,5 mmdoorvoerbedrading.

De HWDP Advanced moet met 160 lumen per

watt amper onderdoen voor zijn collega. De

Advanced-versie zorgt voor extra fl exibiliteit

dankzij de CT switch die toelaat te kiezen tussen

3.000, 4.000 of 6.500 K. De sensoropties zijn

vergelijkbaar met die van de HWDP Performance

en ook bij de HWDP Advanced is een noodunit

aanwezig, goed voor 2,5 watt gedurende

drie uur. De HWDP Advanced is er in een

lengte van 600, 1.200 en 1.500 mm met ook

5 x 2,5 mm-bedrading..

Ook stof kan de binnenkant van de waterdichte armaturen van Integratech niet bereiken.

Betaalbaar en veelzijdig

Het Hydron-gamma is nieuw bij Integratech.

Deze reeks mikt op een uitstekende prijsprestatieverhouding

zonder in te moeten boeten

aan gebruiksgemak. Ook hier zijn twee versies

beschikbaar, namelijk de Hydron Advanced en

Hydron Essential.

Hydron Advanced levert 160 lumen per watt. De

power switch om het juiste vermogen in te stellen

en de CT switch die de keuze biedt tussen 3.000

en 4.000 K zijn standaard aanwezig. De armatuur

uitrusten met een sensor? Kinderspel dankzij

de plug-and-playdetectiemodule. Die bevat een

MicroWave-sensor met dag/nachtfunctie en trilevel

dimming, instelbaar via DIP-switches en

afstandsbediening. De noodunit, ook verkrijgbaar

als plug-and-playmodule, levert 2 watt gedurende

drie uur.

Hydron Advanced komt in lengtes van 600,

1.200 en 1.500 mm met 3 x 1,5 mm-bedrading.

De Hydron Essential is het instapmodel van de

reeks, met een 135 lumen per watt en dezelfde

De vernieuwde armaturen spelen nog

beter in op de specifi eke eisen van

elk project én van de installateurs

die ermee aan de slag gaan

instelmogelijkheden als de Advanced, evenwel

zonder uitbreidbare modules. Hydron Essential is

de ideale oplossing voor die projecten waar het

budget strak is.

Snel geplaatst, slim verpakt

De technische upgrades aan de armaturen zelf

zijn uiteraard belangrijk, maar Integratech pakte

ook enkele praktische zaken aan. Zo is de nieuwe

verpakking overzichtelijker en lichter, waardoor ze

ook het afval op de werf beperkt. Ook het aantal

referenties neemt af, wat het beheer van de stock

eenvoudiger maakt. “Hoge effi ciëntie, instelbare

functies, eenvoudige installatie en een robuuste

waterdichte bescherming met waardes IK08 en

IP66”, vat Rudy Happaerts van Integratech de

vernieuwingsronde samen. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 81


8 & 9 oktober 2025 - Kortrijk Xpo

Scan hier je

gratis tickets

VAKBEURS VOOR DE

HERNIEUWBARE ENERGIE SECTOR


ELEKTROTECH

SOFTWARE IN DE INSTALLATIESECTOR:

VAN EXTRAATJE NAAR STRUCTUREEL ONDERDEEL

De installatiesector staat al jaren onder druk: geschikte vakmensen zijn moeilijk te vinden, deadlines worden krapper, regelgeving strenger,

technieken complexer en opdrachtgevers en eindklanten kritischer. In dat spanningsveld groeit de nood aan software, dat daardoor steeds

meer een structureel gegeven wordt in het installatieproces. Installateurs en studiebureaus die dat niet beseffen, dreigen binnenkort achterop

te hinken.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Testo, Pixabay en AI

In het verleden werkten installateurs en studiebureaus

met een lappendeken aan computerprogramma’s:

Excel voor offertes, AutoCAD

voor plannen, ERP voor facturatie … Dat dit de

efficiëntie niet ten goede kwam, is een understatement.

Vaak ging waardevolle informatie door

het gebruik van allerlei losse software zomaar

verloren of werd ze dubbel ingevoerd, met fouten

en tijdverlies tot gevolg.

Van versnipperde tools

naar digitale workflow

Er zijn echter weinig domeinen die zo snel

innoveren als de softwarewereld. Sinds enkele

jaren is er in de installatiesector dan ook een

ver schuiving merkbaar naar geïntegreerde

digitale workflows: moderne software platformen

verbinden calculatie, engineering, uitvoering

en nazorg in één continue informatiestroom.

Technische informatie reist daardoor mee door het

hele installatie proces, zonder interpretatie verlies

of manuele overdracht. Die digitale transitie

Bedrijven die digitale tools implementeren, moeten er evenzeer voor zorgen

dat iedereen binnen het bedrijf er vlot mee kan werken. (beeld: AI)

In het verleden werkten installateurs

en studiebureaus met een lappendeken

aan computerprogramma’s, zoals ERP

voor facturatie. (beeld: Pixabay)

leidt dan ook tot meer transparantie, verlaagt

de foutenmarge en versnelt de doorlooptijd

van projecten.

Ontwerp-, calculatieen

offertetools

Vooral tools voor zogeheten Building Information

Modeling, kortweg BIM, en voor parametrisch

ontwerpen spelen een cruciale rol in de installatiesector.

BIM is een digitale werkmethode waarbij

alle partners betrokken bij een bouwproject

samenwerken rond één intelligent 3D-model

dat niet alleen de geometrie van een gebouw

bevat, maar ook alle relevante informatie over

materialen, technieken, planning en kosten.

Parametrisch ontwerpen is dan weer een ontwerpmethode

waarbij gebruikgemaakt wordt van

instelbare parameters en regels die het ontwerp

veranderen wanneer ze worden aangepast.

BIM en parametrisch ontwerpen zorgen ervoor

dat technische plannen volledig digitaal en

foutenvrij gemodelleerd kunnen worden,

conflicten tussen technieken onderling of tussen

technieken en ruwbouw al aan het licht komen op

tekentafelniveau en installaties al getest kunnen

worden nog vóór ze zijn uitgevoerd. ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 83


ELEKTROTECH

Software voor BIM en parametrisch ontwerpen

kan vandaag bovendien vlot samenwerken met

recente calculatie- en offerteprogramma’s. Die

laatste staan op zichzelf ook veel verder dan

hun voorgangers van pakweg tien jaar geleden.

Zo halen ze realtime productprijsupdates van

leveranciers binnen, linken ze automatisch

technische fiches aan componenten en beschikken

ze over gestandaardiseerde templates die het

offertetraject uniformiseren en versnellen.

Mobiele applicaties

Al de genoemde software staat dan weer in

verbinding met mobiele applicaties die de

uitvoering ondersteunen. Waar techniekers

vroeger telefoontjes moesten plegen om te

vragen waar een toestel precies moest komen,

zien ze zo via hun smartphone of tablet het

3D-model met alle aansluit- en ophangpunten.

De mobiele apps registreren daarnaast werktijden

en materiaalgebruik ter plaatse en sluiten

werkbonnen digitaal af. Minder papierwerk en

een kortere werffase zijn het logische gevolg.

Logistieke keten onder controle

Ook de combinatie van planningstools, trackand-tracesystemen

en voorraadsoftware, maakt

vandaag het verschil in de installatiesector.

Ze helpen immers het logistieke proces onder

controle te houden en stellen installateurs in

staat om just-in-time te werken. Een voorbeeld:

wanneer een technieker materiaal scant dat

Waar techniekers vroeger telefoontjes moesten plegen om te vragen waar een toestel precies moest komen,

kunnen ze vandaag simpelweg het 3D-model raadplegen met alle aansluit- en ophangpunten. (beeld: Pixabay)

Moderne softwareplatformen verbinden

calculatie, engineering, uitvoering en nazorg

in één continue informatiestroom

hij uit de bestelwagen neemt, past de software

automatisch de voorraad aan en zet ze eventueel

een nabestelling in gang.

Onderhoud wordt voorspelbaar

De rol van software in de installatiebranche stopt

echter niet na de oplevering van een project.

Monitoringtools verzamelen prestatiegegevens

van installaties, signaleren afwijkingen en

gebruiken die data om in te grijpen voor er

iets misloopt – zogenaamd predictief in plaats

van reactief onderhoud. Zeker in industriële

omgevingen is dergelijke software goud waard.

En wanneer er toch eens moet worden

ingegrepen, dan helpt service managementsoftware

onderhouds teams om hun interventies

efficiënt te plannen, materialen tijdig te voorzien

en klanten proactief te informeren. Ook

daarbij zijn mobiele apps onmisbaar geworden:

monteurs bekijken er digitale checklists in,

noteren er meetresultaten in en sluiten er

rapporten meteen digitaal af, inclusief handtekening

van de klant.

Software verandert veel in de installatiesector, maar stellen dat het alles overneemt, is een brug te ver;

installateurs moeten de met software gemaakte plannen nog altijd juist interpreteren. (beeld: AI)

Katalysator voor prefabricatie

Software is in de installatiesector ook een

katalysator voor prefabricatie. Waar vroeger

alles ter plaatse gemonteerd werd, kiezen

installateurs nu vaker voor prefabelementen

die dankzij moderne computerprogramma’s tot

op de millimeter nauwkeurig voorgemonteerd

werden in het atelier, inclusief aansluit- en

ophangpunten. De koppeling van ontwerptools

maakt dat mogelijk.

84 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

Monitoringtools verzamelen prestatiegegevens

van installaties, signaleren afwijkingen en

gebruiken die data om in te grijpen voor

er iets misloopt. (beeld: Pixabay)

Meer toegankelijk voor

kleine installateurs

Softwareontwikkelaars beseffen vandaag

gelukkig meer dan vroeger dat hun programma’s

niet langer alleen toegankelijk moeten zijn voor

grote spelers, maar ook voor kleine installateurs.

Gebruiksvriendelijke interfaces, Nederlandstalige

ondersteuning en mobiele toepassingen maken

het makkelijker om ermee aan de slag te gaan

zonder uitgebreide IT-kennis, en cloudmodellen en

abonnementsformules stellen kleine installateurs

in staat om softwarepakketten te gebruiken zonder

zware investering. Veel softwareoplossingen

bieden ook stapsgewijze groeimodellen aan.

Bedrijven kunnen klein starten – bijvoorbeeld met

calculatie of planning – en later uitbreiden naar

meer geïntegreerde modules.

Software is in de installatiesector onder

meer een katalysator voor prefabricatie:

waar vroeger alles ter plaatse gemonteerd

werd, kiezen installateurs nu vaker voor

prefabelementen die dankzij moderne

computerprogramma’s tot op de millimeter

juist voorgemonteerd werden in het atelier

Menselijke factor blijft cruciaal

De verhoogde toegankelijkheid betekent evenwel

niet dat opleiding over de specifieke software niet

nodig is. Die blijft minstens even belangrijk als

de software zelf. Installateurs en andere actoren

betrokken bij een installatieproces – projectleiders,

tekenaars en serviceplanners – moeten gegevens

immers nog altijd correct ingeven in de software

en plannen interpreteren. Bedrijven die digitale

tools implementeren, moeten daarom evenzeer

investeren in vaardigheden. Software verandert

veel in de installatiesector, maar stellen dat het

alles overneemt, is een brug te ver.

Wie er niet voor kiest, verliest

Samengevat: software is steeds minder een

extraatje en steeds meer een structureel gegeven

in het installatieproces. Ze zorgt immers voor een

betere controle over de projecten – dankbaar

in het licht van steeds complexer wordende

technieken, voor tijdsbesparing en voor een

hogere klanttevredenheid. Toch blijft technologie

slechts een hulpmiddel. Het zijn de mensen

die software écht tot een hefboom voor meer

efficiëntie maken. Wel staat het als een paal

boven water dat installateurs en studiebureaus

die software volledig links laten liggen – en die

zijn er, want digitale maturiteit varieert vandaag

nog sterk tussen bedrijven; er zijn er die werken

met geïntegreerde cloudplatformen, maar er zijn

er evenzeer die nog altijd plannen tekenen met

potlood – steeds moeilijker zullen meekunnen. ❚

De testo Smart App van Testo is een voorbeeld van een applicatie die

het voor installateurs eenvoudiger werken maakt. (beeld: Testo)

INSTALLATIEENBOUW.BE | 85


INSTALLATIE&BOUW

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

PARTNER WORDEN

VAN INSTALLATIE & BOUW?

Zowel op de website als in de gedrukte

versie bieden we u de mogelijkheid om

onderdeel uit te maken van het overzicht

met de meest gerenommeerde fabrikanten

en toeleverancieres in de branche.

Zo kunt u onder andere:

• Toegevoegd worden als

partner op de servicepagina’s

van het vaktijdschrift

• Een kosteloze vermelding krijgen in

de geheel vernieuwde bedrijvenindex

op installatieenbouw.be

• Een gesponsorde positie met persoonlijke

profielpagina op installatieenbouw.be

verkrijgen

• Uw eigen profielwidget inzetten,

gekoppeld aan de redactionele content,

nieuwsberichten en overige

relevante marketingtools

Ook geïnteresseerd?

• Bel naar +32 50 36 81 70

• Ga naar installatieenbouw.be

• Scan de QR code

SCAN DE

QR CODE

Onze projectmanagers vertellen u graag meer over onze

samenwerkingspakketten

installatieenbouw.be


Installatiepartners

Voor uitgebreide informatie over de

Installatiepartners, scan deze QR code

met uw smartphone

installatieenbouw.be/bedrijven

AIRX BVBA

Hundelgemsesteenweg 53B

9820 MERELBEKE

T +32 09 430 60 89

E info@airx.be

W www.airx.be

BOSCH THERMOTECHNOLOGY -

BUDERUS

Zandvoortstraat 47

2800 MECHELEN

t +32 15 46 56 00

w www.bosch-thermotechnology.com/be

CLIMAWAYS BVBA

Uilenbaan 148b

2160 WOMMELGEM

T +32 3 218 77 50

E info@climaways.be

W www.climaways.be

ETEX BUILDING PERFORMANCE

Kuiermansstraat 1

1180 KABELLE-OP-DEN-BOS

W www.etexgroup.com/nl-be/

BEBAT

Walstraat 5

3300 TIENEN

T +32 (0)16 76 88 91

E participants@bebat.be

W www.bebat.be

BOSTIK BENELUX

Denariusstraat 11

4903 RC Oosterhout

T +32 9 255 17 17

E vb.be@bostik.com

W www.bostik.com

DELABIE BENELUX

Bergensesteenweg 106 A, bus 5

1600 SINT-PIETERS-LEEUW

T +32 2 882 21 41

E info@delabiebenelux.com

W www.delabiebenelux.com

EURO-INDEX BV

Leuvensesteenweg 607

1930 ZAVENTEM

T +32 2 757 92 44

F +32 2 757 92 64

BECKHOFF AUTOMATION BVBA

Klaverbladstraat 11.2/2

3560 LUMMEN

T +32 13 25 22 00

F +32 13 25 22 01

E info@beckhoff.be

W www.beckhoff.be

CALEFFI INTERNATIONAL N.V.

Moesdijk 10

6004 AX Weert

DUCO PROJECTS

Handelsstraat 19

8630 VEURNE

T +32 58 33 00 33

E verkoop@euro-index.be

W www.euro-index.be

The lighting control professionals

B.E.G BELGIUM

Generaal de Wittelaan 17 C

2800 MECHELEN

T +32 3 8878100

E luxomat@beg-belgium.be

W www.beg-luxomat.com/nl-be

BEGETUBE NV

Kontichsesteenweg 53/55

2630 AARTSELAAR

T + 32 3 870 71 40

F + 32 3 877 55 75

E info@begetube.com

W www.begetube.com

BELIMO BELGIUM

Cokeriestraat 3A

1850 GRIMBERGEN

T +32 2 210 56 86

E info@belimo.be

W www.belimo.be

T +31 495 54 77 33

F +31 495 54 84 02

E info.nl@caleffi .com

W www.caleffi .com

Measure to Control

CATEC

Turfschipper 114

2292 JB Wateringen

T + 31 174 272 330

E info@catec.nl

W www.catec.be

CEBEO

Eugène Bekaertlaan 63

8790 WAREGEM

T +32 56 23 80 00

F +32 56 23 80 10

E info@cebeo.be

W www.cebeo.be

E info@duco.be

W www.duco.eu

DRISTEEM BELGIUM

Grote Hellekensstraat 54b

3520 ZONHOVEN

T +32 11 66 68 80

E info@dristeembelgium.be

W www.dristeem.com

ELTAKO SCHAKELMATERIAAL

Verdeeld door SERELEC NV

Gasmeterlaan 207

9000 GENT

T +32 9 223 24 29

F +32 9 225 46 79

E info@serelec.be

W www.eltako.be

FACQ

Leuvensesteenweg 536

1930 ZAVENTEM

T +21 2 719 85 11

E info@facq.be

W www.facq.be

FERNOX

- Alpha Metals Belgium NV -

Hoge Mauw 1050

2370 ARENDONK

T +32 14 44 50 01

E belgium@fernox.com

W www.fernox.com

INSTALLATIEENBOUW.BE | 87


Installatiepartners

Voor uitgebreide informatie over de

Installatiepartners, scan deze QR code

met uw smartphone

installatieenbouw.be/bedrijven

INTRATONE

FLAMCO BELUX

Alsembergsesteenweg 454

1653 DWORP

T +32 2 371 01 61

E be.info@aalberts-hfc.com

Kuiperbergweg 40

1101 AG AMSTERDAM

T +32 25 03 03 01

W www.intratone.be

LASERTOPO

Markt 4

9550 HERZELE

T +32 53 62 71 67

F +32 53 62 17 97

PROMAT

Bormstraat 24

2830 TISSELT

T +32 15 71 80 50

E techniek@etexgroup.com

W www.promat.com

W www.fl amcogroup.com

E info@lasertopo.be

W www.lasertopo.be

FORTOP BELGIË

Guido Gezellestraat 126

1654 HUIZINGEN

T +32 2 331 41 16

W www.fortop.be

ITHO DAALDEROP BELGIUM BVBA

Brusselsesteenweg 498

1731 ZELLIK

T +32 2 20 796 30

E info@ithodaalderop.be

W www.ithodaalderop.be

LECOT

Vier Linden 9

8501 HEULE

T +32 56 36 45 11

E info@lecot.be

REHAU

Grauwmeer 1-12

3001 HEVERLEE

T +32 (0)16 399911

E info.bel@rehau.com

W www.rehau.com/be-nl

W www.lecot-raedschelders.be

GIRA GIERSIEPEN GMBH & CO

KESSEL BELGIË SERVICE CENTER

REMEHA NV

Koralenhoeve 10

Dahlienstraße 12

Antwerpse Steenweg 19

LINUM EUROPE NV

2160 WOMMELGEM

42477 Radevormwald

T +49 21 95 602 0

E info@gira.de

9080

LOCHRISTI

T +32 3 689 35 81

Pieter Verhaeghestraat 20

8520 KUURNE

T +32 56 35 92 94

T +32 3 286 85 50

F +32 3 354 54 30

E info@remeha.be

W www.remeha.be

W www.gira.de

E info@kessel-belgie.be

W www.kessel.com

E info@linum.eu

W www.linum.eu

RENSON® VENTILATION NV

HPL SYSTEMS

KSB BELGIUM

PANASONIC FRANCE

Industriezone 2 Vijverdam

Trentstraat 24

5741 ST BEEK EN DONK

T +31 (0)492 745133

E verkoop@hplsystems.nl

Rue de l’Industrie 3

1301 WAVRE

T +32 10 435 211

E infoBE@KSB.com

1-7, Rue du 19 Mars 1962

92238 GENNEVILLIERS CEDEX

T +33 1 70 48 91 73

E info@eu.panasonic.com

Maalbeekstraat 10

8790 WAREGEM

T +32 56 62 71 11

F +32 56 60 28 51

E info@renson.be

W www.hplsystems.be

W www.ksb.com/nl-be

W www.panasonic.com/fr/

W www.renson.be

88 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Installatiepartners

Voor uitgebreide informatie over de

Installatiepartners, scan deze QR code

met uw smartphone

installatieenbouw.be/bedrijven

RESIDEO

SPELSBERG

VIESSMANN

Hermes Plaza

Hermeslaan 1H

Tiensesteenweg 36

3000 LEUVEN

T +32 2 486 75 75

VAN MARCKE

Hermesstraat 14

1930 ZAVENTEM (Nossegem)

1831 DIEGEM

T +32 2 4042300

E sales@spelsberg.be

W www.spelsberg.be

LAR Blok Zuid Z5

8500 KORTRIJK

T +32 2 712 06 66

F +32 2 725 12 39

W www.resideo.com/be/nl/

SPIROTECH

Essenschotstraat 1

T +32 56 23 75 11

W www.vanmarcke.be

E info@viessmann.be

W www.viessmann.be

3980 TESSENDERLO

REXEL

Zuiderlaan 91

1731 ZELLIK

T +32 2 482 48 48

E info@rexel.be

W www.rexel.be

T +32 800 78 888

W www.spirotech.be

SWEGON BELGIUM NV

Chaussée de Tirlemont 102

5030 GEMBLOUX

VENTILAIR GROUP

Pieter Verhaeghestraat 8

8520 KUURNE

WAGO BELUX

Excelsiorlaan 11

1930 ZAVENTEM

T +32 2 717 90 90

E info-be@wago.com

T +32 81 62 52 52

E info@swegon.be

T +32 56 36 21 20

W www.wago.com/be-nL

W www.swegon.be

F +32 56 36 21 21

SCHNEIDER ELECTRIC

E be@ventilairgroup.com

Dieweg 3

W www.ventilairgroup.be

WEISHAUPT

1180 Brussel

Paepsemlaan 7

T +32 (0)2 37 37 502

E customer-service.be@schneider-electric.com

TESTO NV/SA

Industrielaan 19

1740 TERNAT

1070 BRUSSEL

E info@weishaupt.be

W www.se.com/be/nl/

T +32 2 582 03 61

F +32 2 582 62 13

VIEGA

W www.weishaupt.be

E info@testo.be

W www.testo.com

Planet I business park

SOUDAL

Everdongenlaan 18

2300 TURNHOUT

T +32 14 42 42 31

F +32 14 42 65 14

E info@soudal.com

TROX BELGIUM NV

Paepsemlaan 18g

1070 BRUSSEL

T +32 2 522 07 80

F +32 2 520 21 78

E info@trox.be

Tollaan 101 c

1932 SINT-STEVENS-WOLUWE

T +32 2 551 55 10

F +32 2 503 14 33

E info@viega.be

a Wieland Holding company

WIELAND ELECTRIC

Bedrijvenpark de Veert 4

2830 WILLEBROEK

T +32 3 866 18 00

E info@wieland-electric.com

W www.soudal.com

W www.trox.be

W www.viega.be

W www.wieland-electric.com

INSTALLATIEENBOUW.BE | 89


www.begetube.com

WHERE EXPERTS CONNECT

EXTRA KORTING OP ASSORTIMENT

→ ALPEX KLEMVERBINDINGEN

→ KRAANWERK

→ MESSING COLLECTOREN

ACTIE GELDIG VAN 1 JUNI T.E.M. 30 JUNI

kijk op www.begetube.com voor de lijst met deelnemende artikelen

BEGETUBE N.V.

Kontichsesteenweg 53 - 55 B-2630 Aartselaar

t + 32 3 870 71 40 - info@begetube.com



Maak een

met eDesign Small Building

De snelste en eenvoudigste tool voor het

ontwerpen van elektriciteitskasten!

Probeer het nu!

© 2025 Schneider Electric. All Rights Reserved.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!