Installatie & Bouw BE 03 2025
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
INSTALLATIE&BOUW
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
INSTALLATIE&BOUW
installatieenbouw.be
NUMMER 3 - 2025
juni - juli
Airco: wat de installateur
moet weten
Luchtbehandelingskasten
van groen staal
Zonnepaneelverplichting
grote bedrijven uitgesteld
INCLUSIEF HET VAKKATERN
Xxxxxx
Itho Daalderop
Uw expert in geothermie
Duurzame oplossingen voor de toekomst, ontwikkeld
voor ultiem comfort en efficiëntie.
Scan mij
24_0623 | ID 06-11-2024
www.ithodaalderop.be
© Beckhoff
© Beckhoff
© Beckhoff
© Beckhoff
| BA22BE |
Verlichting op een hoger niveau:
TwinCAT 3 Lighting Solution
voor DALI-2
Bediening via ingebouwde visu: TwinCAT 3
Lighting Solution vereenvoudigt de implementatie
van individuele verlichtingsconcepten
De TwinCAT 3 Lighting Solution:
configureerbaar via Excel, volledige HTML - en webcompatibiliteit,
decentraal schaalbaar en direct te bedienen via een paneel
vereenvoudigt alle stappen, van engineering tot onderhoud
integreert alle typische verlichtingsregelingen
onbeperkt aantal DALI-2 lijnen, KNX en EnOcean toegang
snelle functiewisselingen, adressering en uitbreidingen tijdens gebruik.
groepen onafhankelijk van DALI-2 lijnen
maakt Human Centric Lighting concepten mogelijk door de kleurtemperatuur
van de zon te volgen.
Scan om alle
voordelen van de
Lighting Solution
te ontdekken
Dé ventilatieoplossing voor COMPACTE RUIMTES
DucoBox Energy Sky
The Sky
HAS NO LIMIT
Scan & discover
Easy to install
Via head-up display of via de
Duco Installation App
SAVE TIME = SAVE MONEY
AUTO-inregeling, COPY-functie,
100% uitwisselbaar via display
Priority to energy savings
Slimme vraagsturing
UITGAVE
3
VOORWOORD
Zonnepaneelverplichting uitgesteld, ETS2 in aantocht
Het gebeurt niet zo vaak dat ik het voorwoord van een Installatie & Bouw-nummer kan ophangen aan een brandend actueel thema dat relevant
is voor de Vlaamse installatiesector. Deze derde editie van 2025 kondigde zich echter al geruime tijd aan als een uitgave waarvoor dat geen
probleem mocht zijn. Op 30 juni zou immers de Vlaamse maatregel in voege treden die bedrijven met een elektriciteitsafname van meer dan
1.000 MWh per jaar verplicht om een deel van hun elektriciteit lokaal op te wekken met zonnepanelen op hun dak.
Zou, want op 2 mei besliste de Vlaamse Regering om de verplichting pas een jaar later te laten ingaan, op 1 juli 2026. De reden is een kritisch
advies van de Raad van State dat stelde dat de voorgestelde uitstelregelingen die de Vlaamse Regering in de verplichting had ingebouwd,
die bedrijven in bepaalde gevallen uitstel verleenden tot uiterlijk 1 juli 2026 om aan de verplichting te voldoen, onvoldoende wettelijke basis
hadden. De Vlaamse Regering besliste dan maar om de vollédige verplichting voor alle bedrijven met een grootverbruik uit te stellen naar
1 april 2026, om zo administratieve complexiteit te vermijden.
De zonnepaneelverplichting, waarover u in dit nummer meer leest, treedt zo in werking slechts enkele maanden voor Europa het European
Union Emissions Trading System 2 (ETS2) invoert, dat ook als doel heeft het gebruik van hernieuwbare energie door bedrijven te stimuleren.
Het systeem, dat vanaf 2027 operationeel is, is specifiek gericht op emissies van gebouwen en wegverkeer en vult het bestaande
emissiehandelssysteem EU ETS1 aan, dat al sinds 2005 bestaat voor zware industrie, energiebedrijven en luchtvaart. Concreet zullen
leveranciers van fossiele brandstoffen zoals aardgas, stookolie, benzine, diesel en propaan emissierechten moeten kopen via ETS2 voor elke ton
CO 2
die een verkochte liter fossiele brandstof veroorzaakt.
Uiteindelijk zal dat voor gezinnen en bedrijven die nog verwarmen op aardgas of stookolie en een benzine- of dieselwagen(park) hebben leiden
tot hogere prijzen aan de pomp of op hun energiefactuur. Bright Adiyia, teammanager bij VITO Polaris, schreef een position paper over ETS2
waarin hij ook enkele aanvullende beleidsmaatregelen voorstelt waarmee Europa en nationale en lokale overheden de financiële gevolgen van
de invoer van het tweede emissiehandelssysteem voor bedrijven en gezinnen kunnen beperken. In De Pen in deze Installatie & Bouw vat hij de
essentie van dat document samen.
Het spreekt voor zich dat zowel de zonnepaneelverplichting voor grote bedrijven als ETS2 – waar veel bedrijven onderuit zullen proberen te
komen met investeringen in duurzame energie – een nieuw werkveld zullen openen voor de Vlaamse installatiesector. Een werkveld waarin heel
wat van de oplossingen die u in dit derde exemplaar van Installatie & Bouw van 2025 kunt ontdekken, ongetwijfeld hun plaats zullen hebben.
Laat dit nieuwe nummer dus inspiratie zijn om uw toekomstige orders feilloos te kunnen afwerken.
Veel leesplezier!
Wouter Polspoel
INSTALLATIE&BOUW
Platform over installatietechniek,
HVAC, Sanitair en EleKtriciteit
COLOFON
Jaargang 13 | nummer 3 | 2025
Verschijnt 6 x per jaar
www.installatieenbouw.be
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Kapellestraat 132/1
Gebouw G
8020 Oostkamp
+32 50 36 81 70
info@louwersmediagroep.be
louwersmediagroep.com
EINDREDACTIE
Wouter Polspoel (contentbureau Palindroom)
REDACTIETEAM
Tim Janssens en Wouter Polspoel (contentbureau
Palindroom), Lieke Bousema, Valérie Couplez,
Tom Rampelbergh, Aagje Van Cauwelaert en Kris
Vandekerkchove
PROJECTMANAGERS / PROJECTMANAGEMENT
Mathieu Noppe
+32 495 76 83 11
m.noppe@louwersmediagroep.be
Pieter-Jan Vansteelandt
+32 499 22 11 03
p.vansteelandt@louwersmediagroep.be
ADVERTENTIES
Een hoge resolutie PDF moet worden aangeleverd
via de AdPortal. Mocht u nog geen uploadlink
hebben ontvangen, stuur een email naar traffic@
louwersmediagroep.be
SECRETARIAAT
Elke Kina
Nancy Priem
Sylvie Vanneste
ABONNNEMENTPRIJS
België: € 90,00 per jaar excl. BTW
Buiten België: € 142,00 per jaar excl. BTW
ING Bank: IBAN BE33 3631 9320 5246
BIC BBRUBEBB
t.n.v. Louwers Mediagroep
o.v.v. Bouwen aan Vlaanderen.
Informatie over abonnementen:
+32 50 36 81 70
ADRESWIJZIGINGEN
Schriftelijk ten minste drie weken
voor verhuizing naar:
Kapellestraat 132/1 Gebouw G, 8020 Oostkamp
OPZEGGINGEN
Indien twee maanden voor het verstrijken van de
abonnementsperiode geen schriftelijk bericht van
opzegging is ontvangen, wordt het abonnement
automatisch met een jaar verlengd.
DOELGROEP
Installateurs verwarming, elektriciteit, sanitair,
klimatisatie en luchtbehandeling, leden van de
VCB Vlaamse Confederatie Bouw, BVA Bond
van Vlaamse Architecten, CIB Vlaanderen de
Confederatie van Immobiliënberoepen van
Vlaanderen, ORI Organisatie van Raadgevende
Ingenieurs, Engineering- en Consultancybureaus,
opdrachtgevers, projectontwikkelaars, abonnees,
betrokken ministeries en diensten, provinciale
en gemeentelijke overheden en betrokken
federale, Vlaamse en regionale organisaties,
facilitymanagers bedrijven met eigen
onderhoudsploeg, fabrikanten, invoerders en
groothandelaars uit de sector.
Blijf gratis en eenvoudig op de hoogte van het
laatste nieuws. Volg ons op social media en meld
je aan voor onze nieuwsbrief!
VORMGEVING/ART DIRECTION
studio@louwersmediagroep.be
DRUKWERK
Drukkerij Pattyn, Veurne
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd
zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder
bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste
weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele
wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij
aan-vaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade,
van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen
die gebaseerd zijn op deze informatie.
08
10 24
The Natural Family: vraaggestuurde ventilatiesystemen C voor zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten 8
Van centraal naar lokaal: de opmars van het microgrid 10
De Pen: Bright Adiyia, teammanager bij VITO Polaris 12
media met MEERWAARDE 14
Belgische verdeler van installatiematerialen voor HVAC introduceert 18
verbeterde adapter voor zijn bekende luchtverdeelkast
Install Tomorrow Experience Day in Walibi lokt bijna 2.000 enthousiaste studenten 21
Installatiebedrijf koestert structureel partnerschap met fabrikant van verwarmingstechnologie 24
Minimale milieu-impact met luchtbehandelingskasten van groen staal 26
Deadline voor zonnepaneelverplichting voor grote bedrijven uitgesteld naar 1 april 2026 28
Duurzaamheid en effi ciëntie troef dankzij intelligente regenwaterbeheersystemen 30
Passief koelen met een geothermische warmtepomp: een specialist aan het woord 32
Toonaangevende aanbieder van afwateringsoplossingen breidt inox gamma uit 36
INHOUD
32 36
40 52
54
DOSSIER PERSONEEL & VEILIGHEID
Moderne beschermende werkkleding met complete dienstverlening 38
Personeel vinden én houden: dé uitdaging in de bouw- en techniekensector 40
Groothandel breidt uit met voor warmtepompen geoptimaliseerde 42
radiatoren van gerenommeerde fabrikant
Nieuw leidingsysteem voor verwarmings- en koelinstallaties blinkt uit in corrosiebestendigheid 44
Airco wordt steeds belangrijker: wat de HVAC-installateur moet weten 47
3
INSTALLATIE&BOUW PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
INSTALLATIEENBOUW.BE
INSTALLATIE&BOUW
NUMMER 3 - 2025
juni - juli
installatieenbouw.be
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
Airco: wat de installateur
moet weten
Cover: VIEGA
Luchtbehandelingskasten
van groen staal
Zonnepaneelverplichting
grote bedrijven uitgesteld
INCLUSIEF HET VAKKATERN
Xxxxxx
Duurzame verwarmingsoplossingen voor de utiliteitsbouw 52
Dakbedekking supermarkt gevrijwaard bij plaatsing warmtepompen en drycoolers 54
dankzij innovatief draagframe
VAKKATERN ELEKTROTECH 59
Installatiepartners 86
THE NATURAL FAMILY: VRAAGGESTUURDE
VENTILATIESYSTEMEN C VOOR ZOWEL
NIEUWBOUW- ALS RENOVATIEPROJECTEN
Onder de noemer The Natural Family biedt DUCO drie units aan voor vraaggestuurde ventilatie van het type C, die werkt met mechanische
luchtafvoer en natuurlijke luchtaanvoer – vandaar de naam. Het gaat om de de DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox
Focus, die geschikt zijn voor toepassing in zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. De drie ventilatietoestellen blinken niet alleen uit in
energie-efficiëntie, maar ook in installatiegemak en in het feit dat ze weinig onderhoud vragen.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld DUCO
De DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus
ventileren dankzij intelligente vraagsturing op basis van gemeten vocht- en
CO 2
-waardes enkel wanneer er mensen aanwezig zijn in de ruimte. Ze doen
dat volledig automatisch. Met de DucoBox Focus is ook zonaal ventileren
mogelijk, dankzij een gepatenteerd intern regelkleppensysteem.
Energie-efficiënt en stil
De units, en dus ook de volledige ventilatie systemen waarin ze geïntegreerd
worden, besparen zo tot 40% energie in vergelijking met niet-vraaggestuurde
ventilatiesystemen. Dankzij die hoge energie-efficiëntie dragen de units uit
The Natural Family substantieel bij aan een beter energielabel voor het
De drie ventilatietoestellen onderscheiden zich met hun compacte ontwerp.
8 | INSTALLATIEENBOUW.BE
gebouw waarin ze zijn toegepast, zeker in combinatie met het bij-isoleren
van de gebouwschil.
Bovendien produceren de ventilatie-units uit The Natural Family ook 30%
minder geluid dan het gemiddelde ventilatietoestel, ook al kunnen ze met
maximaal 325 m³/h (DucoBox Reno) en 400 m³/h (DucoBox Silent Connect
en DucoBox Focus) relatief hoge debieten behalen. DUCO maakt zich sterk
dat de DucoBox Silent Connect zelfs het stilste ventilatietoestel van Europa is.
De DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus vragen
ook alle drie minimaal onderhoud.
Geen uitgebreide kanalenstructuur
De drie toestellen bieden niet alleen voordelen voor de gebruiker, maar ook
voor de installateur. Zo kunnen ventilatiesystemen met DucoBox Reno, de
DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus snel en eenvoudig worden
geïnstalleerd. Door de combinatie van mechanische luchtafvoer en natuurlijke
luchttoevoer moeten immers geen complexe luchtkanalencircuits worden
geïnstalleerd, die wel nodig zijn voor een ventilatie systeem van het type D.
De drie ventilatiesystemen
laten zich snel en
eenvoudig installeren
The Natural Family bestaat uit de DucoBox Reno, de
DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus.
Die afwezigheid van een uitgebreide kanalen structuur heeft als bijkomend
voordeel dat de ventilatie-units van The Natural Family kunnen worden
toegepast in zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. Ook het compacte
ontwerp van de units zorgt ervoor dat ze makkelijk geïntegreerd kunnen
worden in bestaande ruimtes. De DucoBox Reno is volgens DUCO zelfs de
meest compacte ventilatie-unit in de markt.
Kortom, de ventilatie-units uit The Natural Family combineren eenvoud,
flexibiliteit en slimme technologie, zorgen voor een gezond en aangenaam
binnenklimaat in zowel bestaande als nieuwe gebouwen én helpen de
energierekening te verlagen. ❚
Met de The Natural Family: De DucoBox Reno, de DucoBox Silent Connect en de DucoBox Focus ventileren dankzij intelligente
vraagsturing op basis van gemeten vocht- en CO2-waardes enkel wanneer er mensen aanwezig zijn in de ruimte.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 9
Een microgrid is een lokaal elektriciteitsnet dat stroom verdeelt binnen een afgebakend gebied
zoals een wijk, bedrijventerrein, ziekenhuis, universiteitscampus of afgelegen dorp.
Van centraal naar lokaal: de opmars
van het microgrid
Wie de ontwikkelingen in de energietransitie op de voet volgt, heeft ongetwijfeld al eens gehoord over het microgrid. Dat is een lokaal
elektriciteitsnet dat stroom verdeelt binnen een afgebakend gebied zoals een wijk, bedrijventerrein, ziekenhuis, universiteitscampus of
afgelegen dorp. Een microgrid kan de stroom altijd zelf opwekken via zonnepanelen, een windturbine of een warmtekrachtkoppeling en dus
autonoom functioneren, maar kan ook in verbinding staan met het openbare elektriciteitsnet om van daaruit gevoed te worden met stroom
en er de zelfopgewekte energie in te injecteren. Een microgrid kan ook uitgerust zijn met systemen om stroom op te slaan en stemt vraag en
aanbod continu op elkaar af.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Schneider Electric
Er bestaan drie soorten microgrids. De meest voorkomende vorm is het
zogenaamde grid-connected microgrid, dat continu geconnecteerd is met het
openbare elektriciteitsnet – dat ook wel eens het macrogrid wordt genoemd.
Dat wordt typisch gebruikt door bedrijven of woonwijken die zelf energie
produceren maar ook stroom afnemen of injecteren.
Het tweede type, het islanded microgrid of off-grid microgrid, is een volledig
autonoom systeem. Het islanded microgrid heeft dus geen koppeling met het
macrogrid en gebruikt alleen hernieuwbare stroom die het zelf opwekt. Dit
soort microgrid wordt vaak gebruikt door festivals, militaire toepassingen of
in afgelegen gebieden.
De laatste vorm is het zogeheten switchable microgrid. Dat is verbonden
met het macrogrid en draait enkel autonoom bij een storing van
het macrogrid. Het wordt typisch gebruikt door infrastructuur waar
stroomcontinuïteit cruciaal is, zoals ziekenhuizen, datacenters, luchthavens
of grote productiebedrijven.
Meer en efficiënter gebruik hernieuwbare energie
De puur praktische meerwaarde van het microgrid mag dus niet onderschat
worden. Maar ook in het licht van de energietransitie is de miniversie van
een klassiek stroomnet bijzonder waardevol. Zo maximaliseren microgrids op
structurele wijze mee de productie van hernieuwbare energie.
10 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Daarnaast zorgen ze er ook voor dat hernieuwbare energie efficiënter gebruikt
wordt, doordat ze overschotten kunnen opslaan in batterijen – maar ook
bijvoorbeeld in laadpalen – op momenten dat het net die moeilijk kan slikken
en doordat ze dankzij slimme beheersystemen het constante evenwicht
tussen de productie en de vraag naar elektriciteit kunnen garanderen.
Niet alleen interessant voor gebruikers
Microgrids kunnen, zeker in regio’s waar het net zwaarbelast is, ook door
netbeheerders zelf worden ingezet, om fluctuerende energiebehoeften te
managen, maar ook als oplossing voor toenemende elektrificatiebehoeften.
Die netbeheerders kunnen daarvoor toch ook gewoon het openbare net
vergroten, horen we u al denken? Correct, maar verbeteringen aan het
bestaande net kosten meer (tijd) dan de realisatie van een microgrid. Een
microgrid kan daarom een tijdelijke oplossing zijn om een investering in de
uitbreiding van het klassieke net uit te stellen. Maar netbeheerders kunnen
ze evengoed bouwen als permanente oplossing om capaciteit toe te voegen
tijdens pieken in de vraag naar elektriciteit.
Pionier
Wie de aanleg van een microgrid overweegt, kan daarvoor terecht bij Schneider
Electric. Dat wereldwijd opererende technologiebedrijf dat zich toelegt op
energiebeheer en automatisatie is een van de pioniers in het ontwerpen,
bouwen en beheren van microgrids, zowel op kleine als industriële schaal.
Het bedrijf werkt daarvoor wereldwijd samen met lokale technologiepartners
en netbeheerders. ❚
Microgrids kunnen, zeker in regio’s waar het net zwaarbelast
is, ook door netbeheerders zelf worden ingezet, om
fluctuerende energiebehoeften te managen, maar ook als
oplossing voor toenemende elektrificatiebehoeften
Een microgrid kan altijd zelf stroom opwekken via bijvoorbeeld zonnepanelen en dus autonoom functioneren, maar kan ook in verbinding
staan met het openbare elektriciteitsnet, om daaruit gevoed te worden met stroom en er de zelfopgewekte energie in te injecteren.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 11
De Pen
‘ETS2 zal voor gezinnen
en bedrijven die nog
verwarmen op aardgas of
stookolie en een benzineof
dieselwagen(park)
hebben tot hogere prijzen
leiden aan de pomp of
op hun energiefactuur’
12 |
INSTALLATIEENBOUW.BE
De Pen
Bright Adiyia
teammanager bij VITO Polaris
ETS2 ZAL IMPACT HEBBEN OP DE ENERGIEFACTUUR,
MAAR HET BELEID KAN DIE HELPEN TE BEPERKEN
Europa voert in 2027 met het European Union Emissions Trading System 2 (EU ETS2) een tweede emissiehandelssysteem in om de
broeikasgasuitstoot verder te verlagen en de omschakeling naar hernieuwbare energie te versnellen. Het systeem is specifiek
gericht op emissies van gebouwen en wegverkeer en vult het bestaande emissiehandelssysteem EU ETS1 aan, dat al sinds 2005
bestaat voor zware industrie, energiebedrijven en luchtvaart. Een deel van de ETS2-inkomsten gaat naar de ondersteuning van
kwetsbare groepen in de energietransitie. Voor VITO/EnergyVille schreef ik een position paper waarin ik meer uitleg geef bij ETS2
en aanvullende beleidsmaatregelen suggereer voor een sociaal rechtvaardige energietransitie. In deze bijdrage voor De Pen vat
ik de essentie daarvan graag samen.
Europa wil de uitstoot van broeikasgassen naar netto nul terugdringen en heeft daarvoor in 2005 een systeem van emissiehandel opgezet,
het European Union Emissions Trading System, kortweg EU ETS1. Dat verplicht elektriciteitsproducenten, luchtvaartmaatschappijen en energieintensieve
industrieën zoals de staal-, cement-, chemische, raffinage- en papierindustrie om te betalen voor hun broeikasgasuitstoot.
Wegverkeer en de fossiele verwarming van gebouwen, ook verantwoordelijk voor heel wat uitstoot, bleven tot dusver buiten schot, maar in 2027
corrigeert Europa dat met het EU ETS2. Concreet zullen leveranciers van fossiele brandstoffen zoals aardgas, stookolie, benzine, diesel en propaan
emissierechten moeten kopen via ETS2 voor elke ton CO 2
die een verkochte liter fossiele brandstof veroorzaakt. Uiteindelijk zal die kost terechtkomen
bij de klanten van die brandstofleveranciers. Want die laatste zullen de aangekochte emissierechten gewoon doorrekenen in hun prijzen.
Dat leidt voor gezinnen en bedrijven die nog verwarmen op aardgas of stookolie en een benzine- of dieselwagen(park) hebben tot hogere prijzen
aan de pomp of op hun energiefactuur. Voor gezinnen kan het in totaal gaan om enkele honderden euro’s per jaar, voor bedrijven uiteraard om
een veelvoud daarvan. En de ETS2-prijs kan ook nog eens voelbaar zijn in andere producten en diensten, als de producenten daarvan veel fossiele
brandstoffen moeten aankopen en die prijs doorrekenen. Om de sociale impact te verzachten, vloeit een deel van de ETS2-inkomsten naar het
Sociaal Klimaatfonds, dat kwetsbare gezinnen en bedrijven zal ondersteunen in de energietransitie.
Om de transitie naar een klimaatneutrale economie te faciliteren en om ze betaalbaar te houden voor iedereen, zijn er echter meer beleidsmaatregelen
nodig dan de invoer van ETS2. Daarom formuleren we enkele aanbevelingen aan Europa en nationale en lokale overheden:
1. Hou energie betaalbaar door slimme beleidskeuzes: de economische impact van ETS2 op bedrijven en gezinnen kan worden beperkt door
maatregelen die energie-efficiëntie en de omschakeling van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen stimuleren. Zonder bijkomend beleid kan
de ETS2-prijs in de toekomst fors stijgen – want dan blijven we fossiele brandstoffen gebruiken terwijl het aanbod schaarser wordt. Een cruciale
maatregel is een taxshift die elektriciteit goedkoper maakt en fossiele brandstoffen nog duurder. Lagere accijnzen op elektriciteit stimuleren
gezinnen en bedrijven immers om sneller over te schakelen op warmtepompen en andere duurzame oplossingen.
2. Onderneem vandáág actie: als België zijn klimaatdoelstellingen niet haalt, moet het dure emissierechten kopen. Dit kan miljarden euro’s kosten.
Die komen bovenop de investeringen in energiebesparing en hernieuwbare energie die sowieso moeten gebeuren om klimaatneutraal te worden
in 2050. Hoe sneller die investeringen gedaan worden, hoe lager de totale kosten voor gezinnen en bedrijven dus. Die investeringen betekenen
overigens ook tewerkstelling, betere lucht- en woonkwaliteit en lagere gezondheidskosten.
3. De ETS2-inkomsten moeten ingezet worden voor structurele ondersteuning: de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds kunnen niet alleen
dienen voor tijdelijke steun aan kwetsbare gezinnen en bedrijven die gevoelig zijn voor prijsstijgingen van fossiele brandstoffen. Ook duurzame
maatregelen zoals woningrenovaties en betaalbaar openbaar vervoer kunnen ermee worden ondersteund, zodat de afhankelijkheid van fossiele
energie wordt afgebouwd en gezinnen en bedrijven structureel minder kwetsbaar worden.
4. Communiceer tijdig en helder over ETS2: burgers en bedrijven moeten op tijd geïnformeerd worden over de stijgende fossiele brandstofprijzen
door de nakende koolstofheffing, zodat ze erop kunnen anticiperen met investeringen in hernieuwbare energie.
Kortom, ETS2 is een noodzakelijk instrument in het Europese klimaatbeleid, maar vormt samen met complementaire beleidsmaatregelen pas echt
een hefboom voor een betaalbare en sociaal rechtvaardige energietransitie. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 13
media met MEERWAARDE
Het Nederlands-Belgische Louwers Mediagroep, communicatiespecialist in uiteenlopende B2B-sectoren,
herpositioneert zich strategisch met een nieuwe huisstijl en de frisse baseline: ‘media met MEERWAARDE’.
Tegelijk verhuist het Belgische kantoor naar een nieuwe, toekomstgerichte uitvalsbasis in bedrijvencentrum
O-Forty in Oostkamp.
Tekst | Louwers Mediagroep
Beeld | Thom Alblas
De dubbele vernieuwing onderstreept de ambitie van de groep om
haar rol als verbindende mediapartner verder uit te bouwen. We
spraken met zaakvoerders Stefan Louwers en Wim Fierens over visie,
verandering, de kracht van gerichte content én de revival van print.
Wat gaf de doorslag om Louwers Mediagroep in een nieuw jasje
te steken? Was er één moment of signaal dat alles in gang zette?
Stefan Louwers: Louwers Mediagroep is een familiebedrijf, opgericht
door mijn vader, intussen zo’n veertig jaar geleden. Al die tijd zaten
we op een stijgende lijn. Ik heb die koers voortgezet en op mijn
beurt verbeteringen doorgevoerd. Wim deed hetzelfde in België, tot
hij op een dag vroeg: Waarom werken België en Nederland eigenlijk
apart? Waarom geen één verhaal, met één sterke ploeg? Ik somde
nog reflexmatig de redenen op waarom het wél twee entiteiten
moesten blijven… maar geen enkel argument bleef echt overeind.
Dat gesprek werd het kantelmoment. Vanaf toen zijn de puzzelstukken
gaan schuiven.
Wim Fierens: Voor mij voelde het als een logische stap. We werden,
ondanks onze schaal, nog vaak als klein bedrijf gezien. Het kantelpunt
kwam op een beurs, toen een collega werd aangesproken
met: ‘Ah, jij bent de man van het boekje.’ Dat bleef hangen. We
bieden zóveel meer, maar dat werd simpelweg niet zo gezien. Dat
moest anders. Het werd tijd om onze slagkracht en meerwaarde
duidelijker te tonen.
Stel: jullie moeten Louwers Mediagroep vandaag kort voorstellen
aan iemand die het bedrijf nog niet kent. Wat zeggen jullie dan?
Stefan: Wij zijn geëvolueerd van klassieke uitgever naar mediabedrijf,
en intussen verder gegroeid tot een volwaardige mediapartner.
Onze gerichte content bereikt vandaag duizenden professionals
in de Benelux, verspreid over meer dan 50 B2B-platforms. Vroeger
draaide alles alleen rond print, nu hanteren we een bredere kijk op hoe
content wordt geconsumeerd: via de vertrouwde magazines, maar
ook via online kanalen, sociale media, podcasts, video én events.
14 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Wim: "Wie ons nieuwe kantoor bezoekt of gewoon passeert, ziet het meteen: hier beweegt iets."
Wim: Je zou kunnen zeggen: we zijn een one-stop-shop voor
zakelijke communicatie in de bouw en industrie, maar dan zonder
reclamebureau te spelen. Alles wat we maken, gebeurt op onze
eigen mediaplatforms. We combineren creativiteit met inhoudelijke
impact – en dat maakt het verschil. Trouwens, graag voeg ik
eraan toe dat print nog lang niet passé is. Integendeel. We merken
dat steeds meer klanten – ook jonge ondernemers – bewust vragen
naar zichtbaarheid in een magazine. Omdat het tastbaar is.
Omdat het blijft liggen. En omdat het geloofwaardigheid uitstraalt,
net in een wereld die steeds sneller scrollt.
Wat blijft er onveranderd, ondanks deze vernieuwing? Wat zit zó
in het DNA van Louwers Mediagroep, dat het altijd overeind blijft?
Stefan: Voor mij draait het om het persoonlijke. Dit werk kun je niet
half doen – je voelt het of je voelt het niet. Het is geen fabriek met
targets, maar mensenwerk. En dat zal het altijd blijven.
Wim: Hoe digitaal of groot we ook worden, het blijft gaan over
mensen. Die drijfveer voor groei zit diep. Niet groeien om te groeien,
maar omdat het beter kan. Omdat we zelf willen blijven ontwikkelen.
Dat is waar onze energie vandaan komt.
Hoe willen jullie dat medewerkers, klanten en
partners zich herkennen in dit nieuwe verhaal?
Stefan: Wij willen dat mensen voelen: dit klopt. Vanaf het moment
dat ze ons gebouw binnenstappen tot de afwerking
van een podcastopname. Alles moet professioneel aanvoelen.
Als dat totaalplaatje juist zit, stappen mensen vanzelf mee in
je verhaal.
Wim: Het draait om vertrouwen en beleving. Klanten moeten
het gevoel hebben dat ze echte meerwaarde krijgen – dat elke
samenwerking de moeite waard is om te herhalen. Dáár bouw je
duurzame relaties mee op.
Er wordt volop ingezet op een slimme kanalenstrategie met
vijf strategische pijlers: magazines, online, video, podcasts
en netwerk-events. Hoe versterken die elkaar, in jullie visie?
Wim: Onze klanten evolueren. Met strakkere budgetten en een
groeiende vraag naar meetbaarheid, volstaat één enkel medium
niet meer. Pas door magazines, events, audio, video en online slim
op elkaar af te stemmen, ontstaat echte impact. Elk kanaal voedt
het andere.
Stefan: Die aanpak is nooit standaard. We vertrekken altijd vanuit
de inhoud en bouwen van daaruit een mix op maat. Wat we brengen,
hangt af van wie we voor ons hebben – en wat hij of zij nodig
heeft. Geen copy-paste, wél strategie met impact.
Wat is de grootste ambitie voor de komende jaren? Waar willen
jullie dat Louwers Mediagroep écht het verschil maakt?
Wim: Ons doel? Een extreem performante mediapartner zijn
voor onze vijf sectoren: Bouw, Industrie & Productie, Business
& Hospitality, Infra & Outdoor en Architectuur. Binnen het marketingbudget
van de klant halen we het maximale uit elke
euro met meer klantenbinding, betere meetbaarheid en een
merkbare impact.
Stefan: Tegelijk willen we een plek zijn waar mensen graag werken.
Dat zie je aan het aantal collega’s dat hier al jarenlang
meedraait. Dat zegt veel. Net als het feit dat klanten zich hier
echt thuis voelen. Dit is geen nieuw begin, maar een duidelijke
bevestiging van wie we zijn – enwaar we samen naartoe willen.
De verhuis van het kantoor in België valt samen met
de herpositionering. Hoe zien jullie die symboliek?
Stefan: Voor mij voelt dit als een kroon op wat we de voorbije jaren
hebben opgebouwd. Een helder signaal: kijk, dit hebben we
samen gerealiseerd.
Stefan: "We willen een plek zijn waar mensen graag werken. Dat zie je aan het aantal collega’s dat hier al jarenlang meedraait."
Wim: Tegelijk is het een duidelijke boodschap naar de markt.
Zichtbaar, letterlijk – dat nieuwe kantoor ligt op een toplocatie.
Wie ons bezoekt of gewoon passeert, ziet het meteen: hier
beweegt iets.
Wat willen jullie dat medewerkers, klanten en partners voelen als ze
straks binnenstappen in het nieuwe kantoor?
Stefan: Dat het klopt. De inrichting, de sfeer, de ontvangst. Dat ze
denken: hier wil ik bij horen.
Wim: Het moet onze ambitie uitstralen: professioneel, dynamisch,
warm en vooruitstrevend. Geen doorsnee werkplek, maar een plek
waar je wilt samenwerken,groeien en vooruitkijken.
Als jullie één moment moeten kiezen uit het
herpositioneringsproces dat jullie bijblijft – positief,
uitdagend of onverwacht – welk moment is dat dan?
Wim: Voor mij was dat de eerste keer dat we pakketten ontwikkelden,
nog voor corona. Toen dacht ik: dit is geen losse verkoop meer,
dit is schaalbaar. Dat besef gaf richting. Hier konden we echt iets
bouwen – iets groters dan de som der delen.
Stefan: Bij mij zijn het geen grote aha-momenten. Maar wanneer ik zie
hoe het bedrijf draait – klanten die langskomen, collega’s die bellen,
overleggen, schakelen – dan voel ik: het leeft. En dat geeft energie,
elke dag opnieuw.
Stel: we spreken elkaar opnieuw binnen vijf jaar.
Wanneer mogen jullie dan écht tevreden zijn?
Stefan: Als iedereen nog steeds graag werkt bij ons. Als het leeft, en
iedereen hier z’n eigen plek gevonden heeft in het grotere geheel.
Wim: Als we dan kunnen zeggen: alles wat we nu voor ogen hebben,
hebben we gerealiseerd. En we zijn klaar voor de volgende stap. Dán
mogen we trots zijn.
Wim: "Hoe digitaal of groot Louwers Mediagroep ook wordt,
het blijft gaan over mensen."
16 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Wij vertalen vakkennis in toegankelijke,
relevante content speciaal voor jouw sector.
Van print en online, tot video, podcast en events.
Wij brengen jouw boodschap tot
bij de juiste doelgroep.
media met
MEERWAARDE
Nederland Schatbeurderlaan 6 6002 ED Weert +31 495 45 00 95
België Kapellestraat 132/1 8020 Oostkamp +32 50 36 81 70
louwersmediagroep.com
info@louwersmediagroep.com
ADVERTORIAL
Belgische verdeler van installatiematerialen
voor HVAC introduceert verbeterde adapter
voor zijn bekende luchtverdeelkast
Begetube is Belgische verdeler van installatiematerialen voor cv- en sanitaire installaties, maar staat daarnaast ook bekend om enkele
zelfontwikkelde systemen en componenten voor ventilatie, zoals de modulaire luchtverdeelkast BegeBox en de BegeConnect-adapter, om
ronde luchtkanalen te koppelen aan de ovale aansluitingen van de BegeBox en aan het haakske aansluitstuk voor die luchtverdeelkast. Recent
bracht Begetube een verbeterde versie van de BegeConnect op de markt: de BegeConnect+.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Begetube
Net als zijn voorganger vereenvoudigt de BegeConnect+, die voorlopig
enkel beschikbaar is voor ronde luchtkanalen met een diameter van 63
mm, de installatie van ventilatiesystemen en garandeert hij de luchtdichtheid
ervan, maar de nieuwe adapter introduceert dus ook enkele
interessante vernieuwingen.
Kliksysteem met geïntegreerde dichting
Een van de belangrijkste verbeteringen die de BegeConnect+ introduceert, is
een nieuw kliksysteem met geïntegreerde dichting. Daardoor kan de adapter
nog sneller dan zijn voorganger worden aangesloten op de ronde kanalen.
Dankzij het kliksysteem zijn ook niet langer extra bevestigingsonderdelen
De BegeConnect+, waarmee ronde
luchtkanalen gekoppeld kunnen worden aan
de ovale aansluitingen van de BegeBox.
18 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Dankzij het kliksysteem met geïntegreerde dichting kan de BegeConnect+
nog sneller dan zijn voorganger worden aangesloten op ronde kanalen.
De BegeBox beschikt over
vier ovale aansluitingen.
Een van de belangrijkste verbeteringen is een nieuw
kliksysteem met geïntegreerde dichting
zoals O-ringen nodig en kunnen de ventilatiekanalen eenvoudig weer
losgemaakt worden – handig voor correcties tijdens de installatie.
Handige afsluitdoppen
De BegeConnect+ beschikt ook over vernieuwde afsluitdoppen, bedoeld om
ongebruikte aansluitingen af te sluiten. De nieuwe doppen, met een opvallende
oranje kleur, worden vastgezet met een push-turn-lockmechanisme. Daardoor
kunnen ze vlot worden geplaatst en zijn ze gemakkelijk te verwijderen.
De BegeConnect+ werd tot slot ook ontworpen met het oog op een
geoptimaliseerde lucht stroming: doordat de binnenkant voorzien werd
van afgeronde overgangen en gladdere oppervlakken zijn de drukverliezen
minimaal en wordt de lucht effi ciënt verdeeld.
Korte video illustreert troeven
Begetube illustreert de voordelen van de BegeConnect+ in een korte
video op YouTube, te bekijken via deze link: https://www.youtube.com/
watch?v=jY0yZMNREtw. ❚
De BegeConnect+ past ook op het
haakse aansluitstuk voor de BegeBox.
BegeConnect+ is de opvolger van de BegeConnect.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 19
Install Tomorrow Experience Day ging door op donderdag 24 en vrijdag 25 april in Walibi.
Install Tomorrow Experience Day in Walibi
lokt bijna 2.000 enthousiaste studenten
Op donderdag 24 en vrijdag 25 april lokte Install Tomorrow Experience Day in totaal bijna 2.000 studenten uit de derde graad elektriciteit,
HVAC en sanitair naar Walibi. Techlink, dat het event voor het eerst organiseerde, spreekt van een overdonderend succes. De Belgische
beroepsfederatie van fabrikanten, distributeurs en bedrijven die actief zijn op het gebied van technisch onderhoud en energiebeheer van
multifunctionele installaties wilde met het event leerlingen een meer educatieve versie bieden van haar bekende vakbeurs Install Day. “Dat is
cruciaal in het licht van de energietransitie”, aldus Carole Metzmacker van Techlink.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Techlink
Omdat de War for Talent een van de grootste uitdagingen is voor de installatiesector,
zette Techlink enkele jaren geleden de digitale sensibiliseringscampagne
Install Tomorrow op. Dit jaar ging het nog een stapje verder met
de organisatie van het event Install Tomorrow Experience Day, op donderdag
24 en vrijdag 25 april in Walibi. Techlink nodigde meer concreet duizend
leerlingen uit de derde graad elektriciteit, HVAC en sanitair uit in het
Waalse pretpark om hen, samen met hun leerkracht, te laten kennismaken
met de waaier aan (beroeps)mogelijkheden en technologieën in de
installatiesector. Op 24 april waren Franstalige studenten welkom, de dag
erna Nederlandstalige.
Het event, dat het studentenprogramma verving dat Techlink de laatste jaren
organiseerde tijdens Install Day, voorzag in een vaste route met interactieve
stands van meer dan dertig exposanten – Bosch Power Tools, Begetube, ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 21
Facq, Daikin, Schneider Electric … – die hun laatste innovaties voorstelden.
De studenten kregen ook de kans om langs de route workshops en Q&Asessies
te volgen, deel te nemen aan quizzen die hun technische kennis op de
proef stelden en zich middels VR-simulaties onder te dompelen in de actuele
werkomgeving. Gastheer Walibi, waar het merendeel van het personeel
technisch geschoold is, leidde de leerlingen ook rond achter de technische
coulissen van de talloze attracties.
“Het doel van Install Tomorrow Experience Day was om jongeren uit de derde
graad een meeslepende en inspirerende ervaring te bieden om hen te helpen
achterhalen welke technische loopbaan hen het meeste aanspreekt”, vertelt
Carole Metzmacker, marketing & communication manager bij Techlink. “Ook
wilden we met het event beroepen promoten, inschrijvingen voor opleidingen
stimuleren, schooluitval voorkomen en een lonende uitwisseling tussen
studenten en professionals creëren. Een en ander is immers cruciaal in het
licht van de energietransitie en de snelle technologische evolutie.”
Niets dan positieve reacties
“Eerlijk? Ik dacht dat het in de installatiewereld alleen om werfwerk draaide.
Hier is voor mij echt een andere wereld opengegaan”, was een van de reacties
die te noteren viel onder de deelnemende studenten.
“Vakmensen die in geuren en kleuren uitleggen wat hun beroep inhoudt, dat
zegt zoveel meer dan droge theorie”, luidde een andere.
“Ik heb enkele visitekaartjes verzameld van mensen die me zeiden dat ze werk
voor me hebben en ik hen moet bellen zodra ik mijn diploma heb”, ging een
van de leerlingen ook met enkele informele jobaanbiedingen naar huis.
Ook de begeleidende leerkrachten waren enthousiast over Install Tomorrow
Experience Day. “We zijn al eens op een andere beurs geweest, maar hier
zijn de exposanten echt uitzonderlijk: grote merken die tijd maken voor onze
jongeren. Echt fantastisch!”, klonk het onder meer.
“De backstagebezoeken waren echt een unieke kans voor onze leerlingen om
de schoonheid van het installatievak te zien en af te stappen van vooroordelen
over de technische sector”, vertelde een andere leerkracht.
Verschillende leerkrachten keken zelfs al uit naar een vervolg: “Ik was hier nu
met de vijfdejaars, maar als er een volgende editie komt, dan breng ik mijn
zesdejaars mee om hen meteen in contact te brengen met werkgevers.”
Het event voorzag in een vaste route met interactieve stands van meer
dan dertig exposanten die hun laatste innovaties voorstelden.
‘Vakmensen die in geuren
en kleuren uitleggen wat hun
beroep inhoudt, dat zegt zoveel
meer dan droge theorie’
Politiek bezoek
Op donderdagochtend mocht Install Tomorrow Experience Day ook Valérie
Glatigny verwelkomen, minister van Onderwijs in de Franse Gemeenschapsregering.
“Dit event toont aan dat samenwerking tussen het onderwijs en
de bedrijfswereld belangrijk is om onze jongeren voor te bereiden op de
technologische uitdagingen van morgen”, sprak ze de aanwezige pers toe.
Ondanks het grote succes is het nog niet zeker of Techlink volgend jaar
een nieuwe editie van Install Tomorrow Experience Day organiseert. De
beroepsfederatie laat weten dat het op dit moment een grondige kostenbatenanalyse
van de eerste editie maakt en op basis daarvan zal beslissen of
er een vervolg komt. ❚
In een luchtige sfeer studenten uit de derde graad elektriciteit,
HVAC en sanitair laten kennismaken met de waaier aan (beroeps)
mogelijkheden en technologieën in de installatiesector: daar is het
Techlink met Install Tomorrow Experience Day om te doen.
Op donderdagochtend mocht Install Tomorrow Experience
Day Valérie Glatigny, minister van Onderwijs in de Franse
Gemeenschapsregering, verwelkomen (op de foto met zwarte jas).
22 | INSTALLATIEENBOUW.BE
INSTALLATIE&BOUW
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
HET MEEST COMPLETE OVERZICHT VOOR
GERE NOMMEERDE TOE LEVERANCIERS VOOR
INSTALLATIE TECHNIEK, HVAC, SANITAIR
EN ELEKTRICITEIT
STAAT U NOG NIET OP
INSTALLATIEENBOUW.BE?
Neem dan voor meer informatie
contact op met Mathieu Noppe:
m.noppe@louwersmediagroep.be
DE PERFECTE COMBO
VOOR EEN OPTIMALE HYGIËNE
De combinatie van TEMPOMATIC 4 kraan en
zeepverdeler op blad is de ideale oplossing:
design, maximale hygiëne en waterbesparing
om te voldoen aan de eisen van publieke
sanitaire ruimten.
Harmonieus design: strakke en tijdloze lijnen voor
een duo met een modern en universeel design
Totale hygiëne: 100% contactloze bediening,
antibacteriële periodieke spoeling en
antistagnatie elektroventiel
Gecontroleerd verbruik: tot 90% waterbesparing,
zeepverdeler met antiverspilling en antidrup
doseerpomp
Eenvoudig onderhoud: onderdelen toegankelijk
vanaf de voorkant zonder demontage of
onderbreking van de watertoevoer, intuïtieve en
innovatieve cliptank
SCHRIJF U NU IN VOOR ONZE
ONLINE NIEUWSBRIEF!
GARANTIE
JAAR
JAAR
HERSTELGARANTIE
delabiebenelux.com
Opvuller half staand I&B BE.indd 1 07-12-2023 12:10
Installatiebedrijf koestert structureel partnerschap
met fabrikant van verwarmingstechnologie
Installateur van sanitaire en verwarmingsinstallaties Maes J & Zoon uit Edegem is al meer dan twintig jaar Buderus System Partner of BSP.
Dat houdt in dat het installatiebedrijf werkt met het volledige gamma verwarmingsoplossingen van Buderus en die fabrikant Maes J & Zoon
beschouwt als officiële merkambassadeur en als essentieel onderdeel van het Buderus-netwerk in België. Ronny Maes, zaakvoerder van Maes
J & Zoon, schat de BSP-stempel naar waarde. “Omdat die ons tal van voordelen biedt”, legt hij uit. “Zo krijgen we voorrang voor trainingen
over specifieke Buderus-toestellen en bezorgt de fabrikant ons leads naar potentiële klanten in onze regio. Maar het belangrijkste is natuurlijk
dat we kunnen werken met wat wij beschouwen als het beste merk in de markt.”
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Marco Mertens
Maes J & Zoon werkte aanvankelijk ook samen
met een ander merk van verwarmings oplossingen,
maar besloot dat partner schap in 2018 stop
te zetten om alleen nog maar met Buderusverwarmings
technologie te werken. “Het gamma
van Buderus aan verwarmings oplossingen is
immers alles omvattend: cv-ketels, cv-boilers,
warmte pompen, warmtepompboilers en alle toebehoren”,
begint Ronny Maes te vertellen.
Toen Buderus enkele jaren geleden besloot een
netwerk van Buderus System Partners, kortweg
BSP’s op te zetten, kreeg Maes J & Zoon van
de fabrikant de vraag of het daartoe wilde
toetreden. “Uiteraard wilden we dat”, mijmert
Ronny Maes. “Want niet elk installatiebedrijf dat
met Buderus-oplossingen werkt, komt zomaar
in aanmerking voor het BSP-label. De fabrikant
hanteert duidelijke kwaliteitscriteria bij het
toekennen van die titel. Zo moet de installateur
aantoonbare expertise hebben, maar ook
transparant communiceren, duidelijke offertes
maken en een snelle service kunnen leveren.
Buderus verbindt zijn imago dan ook aan dat van
het installatiebedrijf.”
Volgens de zaakvoerder zijn er heel wat voordelen
verbonden aan de BSP-stempel. “Zo krijgen we
voorrang voor trainingen over specifieke Buderustoestellen,
die online doorgaan via de Buderus
eAcademy of fysiek in de Buderus Academy in
Mechelen – die opleidingen zijn, terecht, trouwens
ook verplicht als je BSP bent. Daarnaast krijgen
we ook voorrang bij het contacteren van de
helpdesk van Buderus en bezorgt de fabrikant ons
ook leads naar potentiële klanten in onze regio.
Maar het meest belangrijke is natuurlijk dat we
kunnen werken met het merk dat wij als beste in
de markt beschouwen.”
Digitale tools
Ook over de verschillende digitale tools van Buderus
is Ronny Maes zeer te spreken. “Die zijn essentieel
voor ons”, stelt hij. “Bijna elke bestelling plaatsen
we via de e-shop, die enorm gebruiksvriendelijk
is. Daarnaast gebruiken we de ERP-software van
Buderus om snel offertes te maken, de online
prijscatalogus en de warmtepomp-toolbox, een
digitale gereedschapskist die ons ondersteunt bij
het ontwerpen, installeren en onderhouden van
de Buderus-warmtepompen. Al die digitale tools
zijn bereikbaar via het Partner Portal.”
Ronny Maes: “Niet elk installatiebedrijf dat met Buderus-oplossingen werkt,
komt zomaar in aanmerking voor het Buderus System Partner-label.”
Warmtepompen steeds populairder
De stijgende interesse in warmtepompen is ook
bij Maes J & Zoon voelbaar. “Die werd vooral
merkbaar tijdens de energiecrisis”, schetst Ronny
Maes. “Gelukkig waren we toen al vertrouwd met
warmtepomptechnologie dankzij de opleidingen
van Buderus, de korte instructie filmpjes die via
de Buderus eAcademy beschikbaar zijn en de
deskundige technische dienst van de fabrikant,
voor wie werkelijk geen enkele vraag – of die
nu het ontwerp, de uitvoering of de naservice
betreft – te veel is. We plaatsen voornamelijk
lucht-water warmte pompen, zowel monobloc- als
splittoestellen, omdat geothermische warmtepompen
in de Antwerpse regio lastiger te
installeren zijn. Ook warmtepomp boilers installeren
we regelmatig.”
24 | INSTALLATIEENBOUW.BE
‘Bijna elke bestelling plaatsen we via de
e-shop, die enorm gebruiksvriendelijk
is. Daarnaast gebruiken we de ERPsoftware
van de fabrikant om snel offertes
te maken, de online prijscatalogus
en de warmtepomp-toolbox’
De verwarmingsoplossingen van Buderus hebben
voor Ronny Maes geen geheimen.
Toch zijn nog heel wat van de verwarmingssystemen
die Maes J & Zoon installeert hybride.
Ronny Maes: “We proberen onze klanten te
overtuigen om maximaal elektrisch te gaan, maar
dat is om technische en/of economische redenen
niet altijd haalbaar. Het installeren van hybride
systemen is niet altijd eenvoudig, maar dankzij
het uitgebreide portfolio van Buderus brengen we
het altijd tot een goed einde.”
Recent uitdagend project
Gevraagd naar een recent project waar hij trots
op is, noemt Ronny Maes de renovatie van
een stookplaats in een gebouw met vijftien
appartementen. “Vanwege de beperkte ruimte
was dat immers een complexe klus. We hebben
een cascade opstelling gemaakt van twee KB372-
vloerketels, cv-boilers en een thermische zonneinstallatie.
De cv-boilers mochten niet te groot zijn
en we moesten de warmte van de ketels en de
zonnecollectoren op een ingenieuze manier op het
systeem aansluiten. Het project was toch echt wel
een uitdaging voor een kleiner installatiebedrijf
als het onze, maar we hebben het, uiteraard mede
dankzij Buderus, succesvol afgerond en daar zijn
we best fier op”, besluit de zaakvoerder. ❚
Ronny Maes, die er fier op is dat zijn bedrijf Maes
J & Zoon een Buderus System Partner is.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 25
MINIMALE MILIEU-IMPACT MET
LUCHTBEHANDELINGSKASTEN
VAN GROEN STAAL
De duurzaamheid van de Green Steel-luchtbehandelingskasten
schuilt niet enkel in de lagere CO 2
-voetafdruk van het gebruikte
staal, maar ook in het feit dat hun productie door de toepassing
van dat gerecycleerde staal minder nieuwe grondstoffen vraagt.
26 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Solutions for a sustainable future. Dat motto van de ISH-beurs in Frankfurt, midden maart, was zéker van toepassing op WOLF Energiesystemen, dat
er een duurzame noviteit introduceerde: luchtbehandelingskasten gemaakt van zogenaamd groen staal. “Dat materiaal haalt de CO 2
-voetafdruk
van onze luchtbehandelingskasten drastisch naar beneden”, vertelt Wilfred Kraaij, technisch adviseur bij WOLF Energiesystemen.
Tekst Lieke Bousema
| Beeld WOLF Energiesystemen
“In 2050 wil Nederland een CO 2
-arme gebouwde
omgeving. Om dat mogelijk te maken, moet de
komende jaren vol ingezet worden op duurzame
en CO 2
-arme producten”, begint Wilfred Kraaij te
vertellen. “WOLF Energiesystemen loopt daarin
voorop: als eerste fabrikant introduceren wij
luchtbehandelingskasten waarvan 75% van het
staal gerecycleerd staal betreft. We noemen ze de
Green Steel-luchtbehandelingskasten.”
Klimaatstaal
Want de bewuste luchtbehandelingskasten zijn
gemaakt van zogenaamd green steel of groen
staal. “Dat staal, ook wel klimaatstaal of low
emission steel genoemd, is een verzamelterm
voor staal waarvan de productie gepaard gaat
met verminderde emissies in vergelijking met
conventioneel staal”, gaat hij voort. “Dat wordt
doorgaans bereikt door af te zien van fossiele
grondstoffen zoals steenkool als energiebron. De
productie van het green steel dat wij gebruiken,
thermisch verzinkt staal, gebeurt bijvoorbeeld
met zogeheten elektrische vlamboogovens, die
niet zoals traditionele hoogovens op fossiele
brandstoffen werken, maar op elektriciteit uit
100% hernieuwbare energiebronnen. Het staal
heeft daardoor een CO 2
-voetafdruk van slechts
877 kg CO 2
per ton staal, waar die voetafdruk
voor conventioneel geproduceerd staal 2.570 kg
‘Groen staal is een verzamelterm voor
staal waarvan de productie gepaard
gaat met verminderde emissies in
vergelijking met conventioneel staal’
per ton bedraagt. Die waarden kunnen worden
gestaafd met de Environmental Product
Declarations of EPD's van de beide soorten staal.
Die EPD’s zijn gebaseerd op levenscyclusanalyses
in overeenstemming met de EN 15804 en
ISO 14025.”
Grondstoffenbesparing
De Green Steel-luchtbehandelingskasten van
WOLF Energiesystemen worden geproduceerd in de
eigen fabriek in Mainburg, in Duitsland. “Het gaat
om onze modulaire luchtbehandelingskasten",
vertelt Wilfred Kraaij. “75% van het staal
waaruit die kasten bestaan, is dus gerecycleerd.
Het gaat om staal afkomstig van oude luchtbehandelingskasten,
oude auto’s of andere
afgedankte of onbruikbare staalproducten. Green
steel heeft dezelfde kwaliteit als nieuw staal.”
“De duurzaamheid van de Green Steel-luchtbehandelingskasten
schuilt niet enkel in de
lagere CO 2
-voetafdruk van het gebruikte staal,
maar ook in het feit dat hun productie door die
toepassing van gerecycleerd staal minder nieuwe
grondstoffen vraagt.”
Het staal dat WOLF Energiesystemen gebruikt voor
zijn Green Steel-luchtbehandelingskasten heeft
een CO 2
-voetafdruk van slechts 877 kg CO 2
per
ton staal, waar die voetafdruk voor conventioneel
geproduceerd staal 2.570 kg per ton bedraagt.
Certificaat
“Bedrijven die kiezen voor WOLF-luchtbehandelings
kasten op basis van green steel,
kunnen hun ecologische voetafdruk aantoonbaar
verkleinen”, benadrukt Wilfred Kraaij. “We
bezorgen ze immers een certifi caat dat de CO 2
-
besparing die gepaard gaat met de keuze voor
een Green Steel-luchtbehandelingskast zwart op
wit bewijst.”
Maatschappelijke
verantwoordelijkheid
Het gebruik van green steel is niet de enige
manier waarop WOLF Energiesystemen zijn
maatschappelijke verantwoordelijkheid wil nemen.
“Wij zetten in op klimaatvriendelijke oplossingen
in de gehele waardeketen”, aldus Wilfred Kraaij.
“Van het gebruik van groene stroom op onze
Bij de productie van het green steel dat WOLF
Energiesystemen gebruikt, worden zogeheten
elektrische vlamboogovens ingezet.
locaties tot de bevordering van innovatieve
technologieën zoals natuurlijke koudemiddelen en
energie-effi ciënte ventilatiesystemen. Daarnaast
werken wij continu aan het vergroten van het
gebruik van CO 2
-geoptimaliseerde materialen,
met als doel om onze CO 2
-voetafdruk nog verder
te verkleinen. Onze duurzaamheidsstrategie
omvat tot slot ook de integratie van elektrische
voertuigen in ons wagenpark én het bevorderen
van de biodiversiteit op onze bedrijfsterreinen.” ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 27
MAATREGEL MARKEERT NIEUW HOOFDSTUK IN
UITROL DUURZAME ENERGIE IN VLAANDEREN
INWERKINGTREDING ZONNEPANEELVERPLICHTING
GROTE BEDRIJVEN UITGESTELD NAAR 1 APRIL 2026
De zonnepaneelverplichting voor grote bedrijven zou normaal al op 30 juni 2025 van kracht worden, maar
de Vlaamse Regering besliste op 2 mei van dit jaar om die startdatum te verschuiven naar 1 april 2026.
De Vlaamse verplichting voor bedrijven – in de verplichting omschreven als niet-residentiële gebouwen – met een elektriciteitsafname van
meer dan 1.000 MWh per jaar om een deel van hun elektriciteit lokaal op te wekken met zonnepanelen op hun dak – voor overheidsbedrijven
ligt de drempel op 250 MWh per jaar – zou normaal op 30 juni van dit jaar van kracht zijn, maar die startdatum werd na een kritisch advies
van de Raad van State verschoven naar 1 april 2026. Uitstel dus, maar zeker geen afstel. Want het is Vlaanderen menens wat betreft het
verplichtstellen van het gebruik van duurzame energie – lees: stroom uit hernieuwbare bronnen – op zijn grondgebied. Eerder werkte
de Vlaamse overheid immers al verschillende andere regels uit die zowel bedrijven als particulieren aanzetten tot het integreren van
hernieuwbare energie in hun gebouwen.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay
Dat de omslag naar duurzame energie een noodzakelijke structurele
transformatie van onze energievoorziening is, daar is iedereen het over eens.
Fossiele brandstoffen, ooit de motor van industriële groei, zijn niet alleen
een uitputbare bron, ze zadelen ons ook op met een ecologische kost die
steeds minder te negeren valt. Door gebruik te maken van duurzame energie
uit hernieuwbare bronnen zoals zon, wind, water en biomassa vermijden we
een toename van de grondstoffenschaarste en beperken we de CO 2
-uitstoot
drastisch. Bovendien zijn die hernieuwbare bronnen ook lokaal beschikbaar,
wat minder afhankelijkheid van import betekent.
De Vlaamse overheid heeft dat al enkele jaren geleden goed in haar oren
geknoopt. Vandaag gelden in Vlaanderen dan ook verschillende regels
die zowel bedrijven als particulieren aanzetten tot het integreren van
hernieuwbare energie in hun gebouwen. Zo legt de Vlaamse Energieprestatieregelgeving
sinds 2014 bijvoorbeeld een verplicht minimumaandeel
hernieuwbare energie op voor nieuwbouw en ingrijpende energetische
renovaties. Dat aandeel werd doorheen de jaren gradueel verscherpt. Vanaf dit
jaar moet een nieuwbouwwoning om een bouwaanvraag te krijgen minstens
15 kWh/m² aan hernieuwbare energie per jaar opwekken en een nietresidentieel
gebouw minstens 20 kWh/m². In de praktijk gaat het meestal
om zonne-energie, waarvoor de technologie de laatste jaren fl ink daalde in
kostprijs en nog steeds stijgt in effi ciëntie.
Vanaf 2025 worden vergunningen voor nieuwbouw projecten in Vlaanderen
ook geweigerd wanneer ze een gasaansluiting hebben. De gebouwverwarming
kan enkel nog gebeuren via een warmtenet, een biomassaketel,
een warmtepomp of directe elektrische verwarming. Uiteraard is het in de
laatste twee gevallen nog steeds mogelijk dat de benodigde elektriciteit een
fossiele herkomst heeft, maar die systemen zijn in elk geval wel klaar om te
werken met hernieuwbare stroom.
Helft elektriciteitsverbruik door bedrijven
Vanaf 1 april 2026 worden bedrijven op Vlaams grondgebied met een
elektriciteitsafname van meer dan 1.000 MWh per jaar, zogenaamd
grootverbruik, dus ook verplicht om een deel van hun elektriciteit uit
zonnepanelen op hun dak te halen – voor overheidsbedrijven ligt de drempel
28 | INSTALLATIEENBOUW.BE
op 250 MWh per jaar. Een logische volgende maatregel, want hoewel
bedrijven goed zijn voor ruim de helft van het elektriciteitsverbruik in
Vlaanderen, ligt hun aandeel in de zonne-energieproductie veel lager dan dat
van particulieren. Terwijl net grote bedrijfssites vaak over uitgestrekte daken
beschikken die technisch geschikt zijn voor de installatie van zonnepanelen.
Bedrijven die onder de verplichting vallen kunnen de investering in de
zonnepanelen zelf doen, maar ze mogen ook een derde partij inschakelen via
bijvoorbeeld een energieprestatiecontract of een operationele of financiële
leaseformule. De zonnepanelen moeten in elk geval op het dak van het
bedrijf zelf komen.
Ter kadering: voor een klassiek kmo-bedrijf is 1.000 MWh, wat overeenkomt
met een vermogen van zo’n 115 kW, een relatief hoge drempel. De verplichting
zal in de praktijk dus vooral gelden voor logistieke centra, industriële sites,
grote retailketens of publieke instellingen met een fors energieverbruik.
De verplichting, die werd vastgelegd in het Vlaamse Energiebesluit, zou
normaal al op 30 juni 2025 van kracht worden, maar de Vlaamse Regering
besliste op 2 mei van dit jaar om die startdatum te verschuiven naar 1 april
2026. De reden was een kritisch advies van de Raad van State – zonder dat
er een specifieke klacht werd neergelegd, de Vlaamse Regering had zoals
Hoewel bedrijven goed zijn
voor ruim de helft van het
elektriciteitsverbruik in Vlaanderen,
ligt hun aandeel in de zonneenergieproductie
veel lager dan
dat van particulieren, terwijl net
grote bedrijfssites vaak over
uitgestrekte daken beschikken
die technisch geschikt zijn voor
de installatie van zonnepanelen
Fossiele brandstoffen, ooit de motor van industriële groei, zijn
niet alleen een uitputbare bron, ze zadelen ons ook op met een
ecologische kost die steeds minder te negeren valt.
gebruikelijk bij ontwerpbesluiten om een advies gevraagd. Dat stelde dat de
voorgestelde uitstelregelingen die de Vlaamse Regering in de verplichting had
ingebouwd, die bedrijven in bepaalde gevallen uitstel verleenden tot uiterlijk
1 juli 2026 om aan de verplichting te voldoen, onvoldoende wettelijke basis
hadden. De Vlaamse Regering besliste dan maar om de vollédige verplichting
voor alle bedrijven met een grootverbruik uit te stellen naar 1 april 2026, om
zo administratieve complexiteit te vermijden.
Maar hoe groot moet het aandeel aan zonne-energie nu juist zijn? Dat
aandeel wordt bepaald op basis van het beschikbare dakoppervlak – want de
verplichting gaat dus expliciet over de installatie van zonnepanelen op het dak
van bedrijfsgebouwen. Dat oppervlak moet overigens minstens 500 m² zijn,
maar die bijkomende voorwaarde in de verplichting gaat voor de meeste grote
bedrijven natuurlijk op. En het dak moet ook technisch geschikt zijn – voldoende
draagkracht, de juiste zoninstraling en geen overmatige schaduw – voor de
installatie van zonnepanelen. Anders geldt de verplichting ook niet.
De geïnstalleerde zonnepaneelinstallatie moet minimaal 12,5 Wp
– wattpiek – per m² horizontale dakoppervlakte bedragen. De verplichting
stelt dat dit cijfer tegen 1 januari 2030 naar 18,75 Wp/m² moet stijgen en
vanaf 1 januari 2035 25 Wp/m² moet bedragen.
Enkel onder bepaalde voorwaarden die goedkeuring vereisen, kunnen
bedrijven die onderhevig zijn aan de verplichting ook investeren in andere
vormen van hernieuwbare energie zoals nieuwe of gereviseerde windturbines,
een warmtekrachtkoppeling (WKK), warmtepompen of een participatie in
nieuwe groene-energieprojecten. Bedrijven die niet tijdig aan de verplichting
voldoen, riskeren een geldboete. De hoogte van de boete werd voorlopig
vastgelegd op 400 euro per kilowattpiek (kWp) vermogen dat ontbreekt.
Bedrijven die snel schakelen, kunnen dan weer profiteren van premies – al is
het wel de vraag hoelang die steunpotten nog gevuld blijven.
De Vlaamse Regering liet ook al verstaan dat mogelijk een soortgelijke
verplichting volgt voor bedrijven met een middelgroot verbruik.
Nieuw werkveld voor installateurs
Voor installateurs, maar ook voor ontwerpers en andere bouwprofessionals,
opent de zonnepaneelverplichting natuurlijk een nieuw werkveld. Immers,
waar zonnepanelen vroeger slechts een optie waren, worden ze nu een
integraal onderdeel van de energieplanning van grote bedrijven.
Vanaf 2025 worden vergunningen voor nieuwbouwprojecten in
Vlaanderen geweigerd wanneer ze een gasaansluiting hebben.
Slotbeschouwing: hoewel de nakende zonnepaneel verplichting voor
sommige bedrijven als een strak keurslijf kan aanvoelen, zal ze in de
praktijk ongetwijfeld als een hefboom naar meer duurzaamheid fungeren.
In ecologische, maar zeker ook in economische zin: door zelf hernieuwbare
energie op te wekken, worden bedrijven minder afhankelijk van het
openbare elektriciteitsnet en dalen hun energiekosten op termijn. De
zonnepaneelverplichting markeert dus niet alleen een beleidsmatige
kentering, maar ook een kans om als onderneming mee te bouwen aan een
veerkrachtiger en klimaatvriendelijker Vlaanderen. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 29
Duurzaamheid en efficiëntie troef dankzij
intelligente regenwaterbeheersystemen
Nu drinkwater steeds kostbaarder wordt, wint (her)gebruik van regenwater nog meer aan belang. KSB Group speelt hier optimaal op in
met de introductie van HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus, die regenwaterbeheer naar een hoger niveau tillen door geavanceerde technologieën te
combineren met gebruiksvriendelijkheid en energie-efficiëntie. Deze compacte, stekkerklare systemen werden in maart officieel voorgesteld
tijdens ISH 2025, de toonaangevende internationale vakbeurs voor HVAC en sanitair in het Duitse Frankfurt.
Tekst Tim Janssens |
Beeld KSB Group en Tim Janssens
Regenwater opvangen en vervolgens inzetten voor het spoelen van toiletten,
het wassen van kleren of het besproeien van vegetatie: het is een van dé
pijlers van duurzaam gebouwbeheer. HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus passen
perfect in dit plaatje. Deze innovatieve systemen zijn uitgerust met meertraps
zelfaanzuigende centrifugaalpompen, die bekendstaan om hun hoog
rendement (IE2) en laag energieverbruik. Zo beperken ze niet alleen de
operationele kosten, maar dragen ze ook bij aan een duurzame exploitatie.
Beide systemen zijn ontworpen voor een werkdruk tot 6 bar, met debieten
tot 3.500 liter per uur en een maximale opvoerhoogte van 45 meter. De
maximumtemperatuur van het behandelde water bedraagt 35 °C. De
HyaRain 2 beschikt standaard over een vlotterschakelaar met een kabellengte
van 20 meter, waarmee eenvoudig het waterniveau in de regenwatertank
wordt gecontroleerd. De HyaRain 2 Plus omvat tevens een niveausensor,
die het vulniveau in procenten weergeeft op de display. Daarnaast worden
alarmmeldingen via een geïntegreerd relais doorgegeven bij dit kersverse
topmodel in het HyaRain-gamma.
Flexibiliteit en uitbreidingsmogelijkheden
Een opvallend kenmerk van de HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus-systemen is
de geïntegreerde droogloopbeveiliging. Bovendien wordt bij een leegstaande
regenwatertank automatisch overgeschakeld op leidingwater, zodat er
steeds sprake is van een betrouwbare watervoorziening. De systemen laten
tevens een programmeerbare functiecontrole van het driewegventiel toe,
De HyaRain 2 (links) en HyaRain 2 Plus.
30 | INSTALLATIEENBOUW.BE
evenals programmeerbare intervallen voor het verversen van het water in
de suppletietank.
Beide systemen bieden gebruikers de keuze tussen automatische en manuele
bediening. Voor toepassingen waar extra pompdruk vereist is, is een
aansluiting voor een bijkomende boosterpomp voorzien. Zo kan bijvoorbeeld
de AmaDrainer-dompelpomp van KSB Group moeiteloos geïntegreerd worden
in het systeem. De mogelijkheid om het regenwatertankniveau via de display
te monitoren en de eenvoudige aansluiting van externe niveausensoren en
vlotterschakelaars vergroten de flexibiliteit van het systeem. Verder dragen
ook de geluidsarme werking (maximaal 59 dB) en de vrijprogrammeerbare
drinkwaterverversing bij aan een optimaal gebruikscomfort.
Gebruiks- en installatiegemak centraal
Een belangrijk aandachtspunt bij het ontwerp van de HyaRain 2 en HyaRain 2
Plus-systemen was het installatie- en bedieningsgemak. Beide modellen worden
geleverd als volledig kant-en-klare units, inclusief de nodige accessoires voor
aansluiting op het drinkwaternet en regenwaterleidingen. Dit vereenvoudigt
niet alleen de plaatsing, maar bespaart installateurs ook waardevolle tijd.
De compacte afmetingen dragen bij aan een ruimtebesparende opstelling,
terwijl de automatische ontluchting en geïntegreerde bedieningselementen
de gebruiksvriendelijkheid versterken.
Beide systemen beschikken over een display om onder
meer het regenwatertankniveau te monitoren.
Het intelligent inzetten van regenwater is niet enkel een kwestie van efficiëntie,
maar ook van ecologische verantwoordelijkheid. Met de introductie van de
HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus biedt KSB Group klimaatrobuuste, betrouwbare
en energiezuinige oplossingen die tegemoetkomen aan de groeiende
vraag naar duurzame water beheersystemen. Door opgevangen regen water
optimaal te benutten en slim om te schakelen naar leidingwater indien nodig
dragen de innovatieve systemen bij aan een verantwoorde omgang met de
kostbare natuurlijke hulpbron die drinkwater steeds meer is. ❚
Met de introductie van de HyaRain 2 en HyaRain 2 Plus biedt KSB Group klimaatrobuuste, betrouwbare en
energiezuinige oplossingen die tegemoetkomen aan de groeiende vraag naar duurzame waterbeheersystemen.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 31
De geothermische warmtepompen van Itho Daalderop zijn standaard uitgerust met een ingebouwde
koelwisselaar, terwijl dat bij veel merken een optionele uitbreiding is. (beeld: Itho Daalderop)
Passief koelen met een
geothermische warmtepomp:
een specialist aan het woord
Met een geothermische warmtepomp kun je niet alleen verwarmen, maar ook passief koelen. Maar wat houdt dat nu juist in? Waarin verschilt
passief koelen van actief koelen? En waarom wordt passief koelen als duurzaam beschouwd? Olivier Van Vooren, businessdeveloper bij Itho
Daalderop, stelt een en ander scherp en legt uit hoe Itho Daalderop met zijn geothermische warmtepompen het verschil probeert te maken
op het vlak van passief koelen.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Itho Daalderop en iStock
“Bij passief koelen gebruikt de geothermische warmtepomp – eigenlijk
is de preciezere benaming een water-waterwarmtepomp – de natuurlijke
temperatuur van de bodem om het gebouw te koelen, zonder dat de
compressor wordt ingeschakeld,” vertelt Olivier Van Vooren, die bij Itho
Daalderop, dat HVAC-oplossingen ontwikkelt, ook productspecialist is op
het vlak van geothermie. “Alleen twee kleine circulatiepompjes draaien, met
een haast verwaarloosbaar energieverbruik. Dat is het fundamentele verschil
met actief koelen, met als bekendste voorbeeld klassieke airconditioning.
Bovendien treedt er bij passieve koeling geen condensatie op.”
“Geothermische toepassingen maken gebruik van de temperatuur van de
bodem, die het hele jaar door relatief constant blijft tussen de 7 en 12 °C”,
32 | INSTALLATIEENBOUW.BE
het is binnen dan al zo warm dat het moeilijk wordt om de temperatuur via
passieve koeling nog aangenaam te krijgen.”
Dankzij die automatische regeling beschikken de warmtepompen van Itho
Daalderop bovendien over een hoger koelvermogen dan het marktgemiddelde.
“We halen tot 22 W per m², waar standaardinstallaties vaak tussen 12 en 16
W per m² blijven steken,” weet de businessdeveloper.
“Met de steeds strengere isolatienormen en warmere zomers wordt koeling
simpelweg onmisbaar”, aldus Olivier Van Vooren. (beeld: iStock)
Voelbaar comfort
Olivier Van Vooren wil ook nog een vaak gehoorde uitspraak over passieve
koeling nuanceren. “Meer bepaald de stelling dat je met actieve koelsystemen
lagere binnentemperaturen kunt bereiken dan via passieve koeling”, klinkt het.
“Die klopt, passieve systemen zijn niet ontworpen om dezelfde koelprestaties
te leveren als een klassieke airco, maar comfort is méér dan enkel de
thermometerstand”, benadrukt hij. “Bij passieve koeling via vloerverwarming is
er sprake van directe geleiding naar het lichaam. Een koelere vloer zorgt daarom
vaak voor een frisser gevoel dan koele, ontvochtigde lucht. Bovendien heb je bij
‘Het klopt dat passieve koelsystemen niet zijn ontworpen om
dezelfde koelprestaties te leveren als een klassieke airco, maar
comfort is méér dan enkel de thermometerstand’
treedt hij meer in detail. “Bij passieve koeling gebruikt de geothermische
warmtepomp die bodemtemperatuur om het water dat door het afgiftesysteem
– vloerverwarming, ventiloconvectoren of klimaatplafonds – circuleert, af te
koelen. Dat gebeurt via een lus met water in de bodem. Het koele water
onttrekt vervolgens warmte aan de binnenlucht en via diezelfde waterlus
wordt die warmte afgevoerd naar de bodem. Dat alles dus zonder dat de
compressor van de warmtepomp hoeft te draaien en elektriciteit verbruikt.
Eigenlijk werkt een warmtepomp wanneer ze passief koelt dus in spiegelbeeld
van de verwarmingsmodus: in plaats van warmte uit de bodem te halen – wat
in de winter kan omdat de bodemtemperatuur dan vaak hoger is dan de
luchttemperatuur, voert ze overtollige warmte terug af naar de grond, met dat
verschil dus dat de warmtepomp bij passieve koeling niet hoeft te werken.”
passieve systemen geen last van tocht of geluidsoverlast, twee nadelen die bij
airconditioning wel kunnen voorkomen.”
Volgens Olivier Van Vooren wint passieve koeling steeds meer terrein, onder
meer dankzij de energieprestatieregelgeving. “Passieve koeling draagt bij aan
een betere EPC-score, wat voor veel bouwheren doorslaggevend is. En met
de steeds strengere isolatienormen en warmere zomers wordt een vorm van
koeling simpelweg onmisbaar”, besluit hij. ❚
Onttrokken warmte blijft beschikbaar
De duurzaamheid van passieve koeling zit volgens Olivier Van Vooren niet
alleen in het bijzonder lage, haast onbestaande elektriciteitsverbruik. “Waar
bij actieve koeling de afgevoerde warmte in de buitenlucht verdwijnt,
fungeert de bodem bij passieve koeling als thermische opslag”, legt hij
uit. “De warmte die in de zomer aan het gebouw wordt onttrokken, wordt
afgegeven aan de ondergrond en er opgeslagen rond de bodemlus, zonder de
gemiddelde bodemtemperatuur te verstoren. In de winter kan die opgeslagen
warmte dan bovenop de natuurlijke bodemwarmte worden gebruikt om het
gebouw te verwarmen. Zo fungeert de bodem als het ware als een natuurlijke,
seizoensgebonden batterij: wat je er in de zomer insteekt, haal je er ’s winters
weer uit. Dat voorkomt thermische onbalans in het bodemcircuit, zelfs bij
frequent passief koelen.”
De geothermische warmtepompen van Itho Daalderop bieden daarbij een
bijkomend voordeel. Olivier Van Vooren: “Onze toestellen zijn standaard
uitgerust met een ingebouwde koelwisselaar, terwijl dat bij sommige merken
een optionele uitbreiding is. Die geïntegreerde koelwisselaar schakelt
bovendien automatisch in zodra er passieve koeling nodig is. Bij de meeste
geothermische systemen moet de gebruiker het passief koelen manueel
activeren en dat heeft als gevolg dat die koeling vaak te laat op gang komt;
De warmtepompen van Itho Daalderop kunnen worden aangestuurd
met deze Spider WP Klimaatthermostaat, die ook compatibel
is met klassieke cv-ketels. (beeld: Itho Daalderop)
INSTALLATIEENBOUW.BE | 33
WOLF luchtbehandeling:
duurzame oplossingen
voor een gezond binnenklimaat
Voor een gezond en efficiënt binnenklimaat
- in elke sector - is WOLF uw partner. Van kantoren
en scholen tot industriële omgevingen: onze
specialisten kennen de unieke eisen van elke
toepassing en bieden een passende oplossing. Met
onze luchtbehandelings- en ventilatiesystemen
realiseren we maatwerk, altijd perfect passend bij
de specifieke eisen van de klant.
Met een sterke focus op innovatie en duurzaamheid
verbeteren we niet alleen de binnenluchtkwaliteit,
maar helpen we ook actief de CO₂-uitstoot te
verlagen. Zo bouwen we samen aan een gezonde
en toekomstbestendige leef- en werkomgeving.
Productinformatie
Vertrouw op WOLF als uw partner voor een gezond
en optimaal binnenklimaat.
Ontdek ons volledige aanbod!
www.wolf.eu
Integratech.be
Compleet
gamma LED-strip
oplossingen
Monocolor White SMD
Performance
165 Lm/W 160LED/m
RGB + Tunable white SMD
Performance
Compleet spectrum 288 LED’s
Project: Mix Brussels
Nieuw: Integrapower!
Het gamma LED-strip
voedingen van Integratech
Integratech presenteert met trots
Integrapower, een eigen reeks
hoogwaardige voedingen afgestemd op
onze LED-strips. Dit gamma biedt keuze
uit IP20- of IP67-opbouwvoedingen
en DIN-rail voedingen, beschikbaar in
24V en 48V. Betrouwbaar, efficiënt en
ontworpen voor een perfecte match met
elke LED-toepassing.
Ontdek
Eigen gamma LED-voedingen! het gamma
Het inox assortiment van KESSEL bestaat uit vloerafvoeren, vloerbakken, sleuf- en
bakgoten en toebehoren en biedt ook antwoorden biedt voor maatwerk.
Toonaangevende aanbieder van
afwateringsoplossingen breidt inox gamma uit
KESSEL is een toonaangevende producent van afwateringstechniek in kunststof en composiet, dat de naam Ecoguss draagt, maar ook
van zijn oplossingen in inox of roestvrij staal (rvs) is de Duitse fabrikant bekend. Omdat het bedrijf ook voor afwateringstoepassingen
met hoge hygiëne-eisen een volwaardig aanbod wilde kunnen bieden, heeft het dat inox gamma, dat de naam Ferrofix draagt,
recent fors uitgebreid: met nieuwe profielen en bijkomende maten is het assortiment vertienvoudigd. Net als met alle andere
oplossingen van KESSEL is ook met het inox gamma maatwerk mogelijk, wat vooral in renovatieprojecten wenselijk is.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld KESSEL
Vergis u niet: KESSEL hád al een mooi gamma
aan inox afwaterings oplossingen. Het Ferrofixassortiment,
dat bestaat uit vloerafvoeren, vloerbakken,
sleuf- en bakgoten en toebehoren en ook
antwoorden biedt voor maatwerk, bestaat al meer
dan dertig jaar. “Onze klanten verwachten voor
elke toepassing de juiste oplossingen in het juiste
materiaal. En in omgevingen zoals zwem baden,
voedselverwerkende bedrijven en professionele
keukens, waar duur zame en hygië nische afwateringsoplossingen
onmisbaar zijn, is dat materiaal inox”,
vertelt Rainer Kübler, productmanager bij KESSEL.
“Inox is immers bestand tegen een breed scala aan
chemische stoffen, verdraagt extreme temperatuurschomme
lingen en kan niet gaan roesten – vandaar
dat inox ook bekendstaat als roestvrij staal of rvs.”
Oplossingen in rvs 304 en rvs 316
“Voor zones die regelmatig intensief gereinigd
worden, zoals grootkeukens, zijn onze oplossingen
in rvs 304 aangewezen”, gaat hij voort. “Voor
zwembadenranden of de punt- of lijnafwatering
in zwembaddouches, waar natuurlijk sprake is van
chloor, bieden we ook oplossingen in rvs 316.”
Het Ferrofix-gamma werd nu dus fors uitgebreid,
meer bepaald met extra varianten op de
bestaande producten en met bijkomende maten,
wat resulteerde in een vertienvoudiging van het
oorspronkelijke assortiment.
36 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Allesomvattend portfolio is doel
Doordat de Ferrofix-oplossingen net als de kunststof
en Ecoguss-oplossingen van KESSEL in
verschillende (nieuwe) varianten bestaan, die
dan ook nog eens kunnen worden aangepast
waar nodig, maken ze maatwerk mogelijk. Zeker
in renovatieprojecten, waar de plaatsingsruimte
voor een installatie soms beperkt is, zijn dergelijke
maatwerkoplossingen wenselijk.
Rainer Kübler noemt de inox flensverbinding als
voorbeeld van een product dat dankzij specifieke
(extra) varianten een oplossing biedt voor
verschillende situaties. “In professionele keukens
is de aansluiting tussen vloer en vloergoot een
kritische schakel: niet elke flensverbinding is
geschikt voor elke vloerafwerking. Met KESSEL
bieden we flens verbindingen die afgestemd
zijn op elk type vloerafwerking: tegelzetters
kunnen direct afdichten met kleefflenzen, terwijl
persdichtingsflenzen zorgen voor een betrouwbare
verbinding met foliemateriaal.”
Voor zones die regelmatig intensief gereinigd worden, zoals
grootkeukens, zijn KESSEL’s oplossingen in rvs 304 aangewezen.
‘Onze klanten verwachten voor elke
toepassing de juiste oplossingen in het juiste
materiaal. En in omgevingen waar duurzame
en hygiënische afwateringsoplossingen
onmisbaar zijn, is dat materiaal inox’
De kleefflenzen zijn ook een productcategorie
die voortaan in een nieuwe maat beschikbaar is.
Rainer Kübler: “Kleeflenzen van 15 mm hoogte
hadden we al, maar nu hebben we ook een 6 mmvariant,
ideaal voor naadloze vloercoatings in
ruimtes met hoge hygiënische eisen.”
Het mag duidelijk zijn dat KESSEL streeft naar
een allesomvattend portfolio op het vlak van
afwateringstechniek. “Installateurs gespecialiseerd
in afwateringstechniek kopen dan ook
het liefste alles bij één en dezelfde partij”, aldus
Rainer Kübler.
Projectspecifieke ondersteuning
Maar ook met projectspecifieke ondersteuning wil
de fabrikant zich onderscheiden. “Het uitgebreide
advies dat we onze klanten kunnen bieden is
een logisch verlengstuk van onze expertise op
het vlak van afwatering”, aldus Rainer Kübler.
“En het werkt ook in de andere richting: door
projecten goed mee op te volgen, komen soms
bepaalde noden aan het licht waarop wij ons
productassortiment dan weer kunnen aanpassen.”
Een treffend voorbeeld van een product dat op
die manier het levenslicht zag, is het Variofixafvoerstuk
in rvs 316, dat KESSEL nog maar vorig
jaar introduceerde. “Het betreft een afvoerstuk
met een tweedimensionale verstelbaarheid”,
legt Rainer Kübler uit. “Dankzij die eigenschap
kunnen goten en opzetstukken in inox exact
gepositioneerd worden zoals het project vereist.
Het Variofix-afvoerstuk illustreert dan ook goed
waar wij met KESSEL voor staan: welke projectspecifieke
eis de klant ook heeft, wij hebben de
juiste oplossing.” ❚
Voor zwembaden, waar natuurlijk sprake is van chloor, biedt KESSEL oplossingen in rvs 316.
Lijnafwatering in een zwembaddouche uitgevoerd met een bakgoot in rvs 316 van KESSEL.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 37
THEMA PERSONEEL & VEILIGHEID
MODERNE BESCHERMENDE WERKKLEDING
MET COMPLETE DIENSTVERLENING
Bedrijven die op zoek zijn naar gecertificeerde beschermende kledij voor hun werknemers kunnen daarvoor terecht bij Mewa, dat er
desgewenst een volledig servicepakket aan koppelt, bestaande uit het ophalen, wassen en, indien nodig, repareren en vervangen van de kleding.
Die extra service zorgt ervoor dat de beschermende eigenschappen van de kleding gedurende haar hele gebruiksperiode behouden blijven.
Tekst Mewa en Wouter Polspoel | Beeld Mewa
Mewa is gespecialiseerd in het verkopen,
verhuren en onderhouden van bedrijfstextiel voor
diverse sectoren zoals de industrie, horeca en
gezondheidszorg.
Professioneel advies
Bedrijven die op zoek zijn naar gecertificeerde
beschermende kledij voor hun werknemers, zijn
bij Mewa dan ook aan het goede adres. Zeker
omdat het Duitse familiebedrijf dat internationaal
actief is desgewenst dus ook kan zorgen voor
professioneel advies bij het kiezen van de juiste
werk kledij – bedrijven kunnen verschillende
modellen ook echt testen.
Veiligheid makkelijker
te garanderen
Maar ook het ophalen, wassen – met milieuvriendelijke
middelen en processen, nakijken
en, indien nodig, repareren en vervangen van
de kleding biedt Mewa als dienst aan. Die
extra service zorgt ervoor dat de beschermende
eigenschappen van de kleding gedurende haar
hele gebruiksperiode behouden blijven.
Het ophalen, wassen en eventueel onderhoud
gebeurt op afgesproken tijdstippen, zodat de
bedrijven zich kunnen concentreren op hun
kernactiviteiten zonder zich zorgen te maken over
het beheer van hun bedrijfskleding.
“Met een uitrusting in perfecte staat die altijd
klaarligt in de kast is de beschermende werking
van de kleding makkelijker te garanderen dan
wanneer de werknemers zelf verantwoordelijk zijn
voor het kledingonderhoud”, aldus Mewa.
Bedrijven die op zoek zijn naar
gecertificeerde beschermende
kledij voor hun werknemers, zijn
bij Mewa aan het goede adres.
De Mewa-dienstverlening is al interessant voor
bedrijven vanaf drie werknemers.
38 | INSTALLATIEENBOUW.BE
PERSONEEL & VEILIGHEID THEMA
Eigentijdse look
Het aanbod gecertificeerde beschermende werkkledij
van Mewa is ruim en eigentijds, met moderne
snitten die in geen velden of wegen te ver gelijken
zijn met de hoekige ontwerpen van vroeger. Die
hedendaagse look bevordert volgens Mewa de
aanvaarding van het dragen van werkkleding.
Meer info over de Mewa-collecties van beschermende
kledij, die dus ook gewoon aan gekocht
kan worden zonder de extra dienst verlening,
is te vinden via https://www.mewa.be/nl/
beschermende-kleding. Ook voor andere artikelen
om de veiligheid op het werk te garanderen, zoals
gehoor-, hoofd- en huidbeschermingsmiddelen,
kunnen bedrijven bij Mewa terecht. Dat complete
assortiment is verkrijgbaar via de webshop
buy4work.mewa.shop/nl/nl. ❚
Ook voor andere artikelen om de veiligheid op het werk te
garanderen, zoals helmen, kunnen bedrijven bij Mewa terecht.
‘Met een uitrusting in perfecte staat die altijd klaarligt in
de kast is de beschermende werking van de kleding
makkelijker te garanderen dan wanneer de werknemers
zelf verantwoordelijk zijn voor het kledingonderhoud’
Het aanbod gecertificeerde beschermende werkkledij van Mewa is ruim en eigentijds, met moderne
snitten die in geen velden of wegen te vergelijken zijn met de hoekige ontwerpen van vroeger.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 39
THEMA PERSONEEL & VEILIGHEID
Personeel vinden én houden: dé
uitdaging in de bouw- en techniekensector
De bouw- en techniekensector draait op volle toeren, maar verschillende hr-uitdagingen zetten een rem op verdere groei. Om zicht te krijgen
op die uitdagingen bevroeg Acerta zowel werkgevers als werknemers in zijn jaarlijkse Spiegelbevraging. De resultaten werden gebundeld en
geanalyseerd in een whitepaper. Dit artikel belicht de drie belangrijkste uitdagingen die uit de enquête naar voren kwamen: geschikte mensen
vinden, ze aan boord houden en ze aantrekkelijk verlonen zonder het budget te laten ontsporen.
Tekst Acerta en Kris Vandekerckhove |
Beeld Acerta
Uitdaging 1: geschikte mensen vinden. Om
werknemers te vinden moeten werkgevers niet
alleen snel schakelen, maar ook creatief zijn.
Uit de resultaten van Acerta blijkt dat 36%
van de werkgevers in de sector vaker kijkt naar
het potentieel van kandidaten dan naar hun
diploma’s of ervaring.
Maar in een arbeidsmarkt die voortdurend
verandert, volstaat potentieel alleen niet.
Kandidaten moeten ook het vermogen hebben
om zich snel aan te passen, bij te leren en om te
gaan met verandering. Die vaardigheid, bekend
als aanpassingsvermogen, is niet vaag of puur
intuïtief: ze is meetbaar én trainbaar. Acerta
ontwikkelde samen met Antwerp Management
School een wetenschappelijk onderbouwde tool
om net dat aanpassingsvermogen in kaart te
brengen en verder te versterken.
Uitdaging 2: medewerkers aan boord houden.
Wie start, blijft niet automatisch. Maar liefst één
op de vier nieuwe werknemers vertrekt alweer
binnen het eerste jaar – in zowat de helft van de
gevallen is dit een beslissing in wederzijds overleg.
Een goede onboarding is dan ook geen formaliteit,
maar een strategisch moment. Door als werkgever
meteen werk te maken van ontwikkeling, feedback
en begeleiding verhoog je de betrokkenheid van
de werknemer. Ook inzetten op opleiding loont:
werknemers die doorgroeikansen krijgen en het
gevoel hebben een duurzame job uit te oefenen,
zijn beduidend minder geneigd om elders te
solliciteren (47% tegenover 18%).
Werknemers beseffen steeds meer dat een
doordacht aanwezigheidsbeleid geen luxe is,
maar een essentiële troef – zeker in sectoren
waar fysieke belasting en ploegenwerk zwaar
doorwegen. Dat maakt initiatieven rond welzijn
des te belangrijker. Ook voor wie (tijdelijk) uitvalt
en wil terugkeren, is een doordachte re-integratie
onmisbaar. Alleen zo blijft talent behouden en
geef je mensen perspectief.
Uitdaging 3: aantrekkelijk verlonen zonder
het budget te laten ontsporen. De loonkost ligt
Bedrijven die bouwen aan hun mensen, zijn
beter gewapend voor de toekomst
Om werknemers te vinden moeten werkgevers niet
alleen snel schakelen, maar ook creatief zijn.
Voor wie (tijdelijk) uitvalt en wil terugkeren, is een
doordachte re-integratie onmisbaar.
40 | INSTALLATIEENBOUW.BE
PERSONEEL & VEILIGHEID THEMA
Met een cafetariaplan, dat werknemers een budget aanreikt om zelf een aantal extralegale voordelen te kiezen,
kunnen werknemers hun loonpakket deels zelf samenstellen en afstemmen op hun persoonlijke behoeften.
in de bouw- en techniekensector gemiddeld
hoger dan in andere sectoren. Toch blijkt uit de
Spiegelbevraging dat werknemers hun verloning
als ondermaats ervaren.
Wat valt daaraan te doen? Transparantie is een
eerste vereiste: werknemers willen weten op
basis van welke criteria hun loon wordt bepaald.
Openheid over lonen is niet langer een pluspunt,
het wordt binnenkort gewoon verplicht: de nieuwe
loontransparantiewetgeving dwingt organisaties
om duidelijk te communiceren.
Hoog tijd dus om het volledige loonbeleid tegen
het licht te houden. Niet alleen het brutoloon,
maar ook die extralegale voordelen die vaak wél
iets kosten, maar zelden goed uitgelegd worden.
Meer dan de helft van de werknemers vindt die
voordelen trouwens doorslaggevend bij de keuze
voor een werkgever. Een cafetariaplan biedt hier
bijvoorbeeld een slimme oplossing. Daarmee
kunnen werknemers hun loonpakket deels zelf
samenstellen en afstemmen op hun persoonlijke
behoeften – denk aan fi etsleasing, extra
vakantiedagen of pensioensparen – zonder dat
dit de totale loonkost voor de werkgever verhoogt.
De genoemde uitdagingen zijn structureel, maar
bieden ook kansen. Bedrijven die niet alleen
bouwen aan projecten, maar ook aan hun
mensen, zijn beter gewapend voor de toekomst. De
whitepaper van Acerta geeft inzichten én concrete
tools. Van payrollservices tot flexibel verlonen, van
rekrutering tot sociaaljuridisch advies: de kracht
van mensen blijft dé hefboom voor duurzame
groei. De volledige whitepaper is te downloaden
via de QR-code onder dit artikel. ❚
In een arbeidsmarkt die voortdurend
verandert, volstaat potentieel alleen niet.
Een goede onboarding is geen formaliteit,
maar een strategisch moment.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 41
GROOTHANDEL BREIDT AANBOD UIT MET VOOR
WARMTEPOMPEN GEOPTIMALISEERDE RADIATOREN
VAN GERENOMMEERDE FABRIKANT
Facq breidt zijn aanbod uit met hoogrendementsradiatoren van de gerenommeerde
fabrikant Jaga die speciaal ontworpen werden voor lagetemperatuurverwarmingssystemen
(maximaal 45°C) en dus compatibel zijn met warmtepompen. De radiatoren zijn een ideale
oplossing voor renovatieprojecten, waar ze klassieke radiatoren, die ontworpen zijn voor
hoge aanvoertemperaturen, kunnen vervangen.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Facq
Warmtepompen en klassieke radiatoren zijn
geen ideale combinatie. Dat heeft te maken met
het feit dat de standaard warmtepomp geen
hoge aanvoertemperaturen kan produceren
en klassieke radiatoren daarom vragen. Dat
probleem aanpakken kan op twee manieren: de
standaard warmtepomp vervangen door een
hogetemperatuurwarmtepomp, die zoals de
naam zegt – anders dan gebruikelijk voor een
warmtepomp dus – hoge aanvoertemperaturen
kan leveren, of de radiatoren vervangen door
exemplaren die geoptimaliseerd zijn voor lagetemperatuur
systemen en compatibel zijn met
de bestaande leidingen. Algemeen wordt aangenomen
dat je een warmtepomp idealiter kiest
in combinatie met lagetemperatuurafgifte en de
tweede optie dus te verkiezen is.
Lokale productie
Daarom heeft Facq zijn aanbod nu uitgebreid met
een reeks hoogrendementsradiatoren van Jaga die
speciaal ontworpen werden voor lage temperatuurverwarmingssystemen
en dus compatibel zijn met
warmtepompen van het geothermische en luchtwatertype.
Een inkijk in de Briza 12 Plug&Play.
De Strada Hybrid MM.
De belangrijkste eigenschappen van de Jagaradiatoren
voor warmtepompen: hun optimale
rendement, het dito comfort dat ze garanderen en
het feit dat ze voldoen aan de huidige normen
op het vlak van verwarming én anticiperen
op een toekomstige verstrenging van de EPBeisen.
Maar er zijn nog meer eigenschappen
waar de radiatoren mee kunnen uitpakken.
Zo onderscheiden ze zich ook door hun lokale
productie: Jaga ontwikkelt en produceert de
radiatoren in België, wat transportbewegingen
beperkt en de lokale economie versterkt. En ook
het feit dat ze compatibel zijn met alle merken
van warmtepompen en dankzij hun modulariteit
– de radiatoren zijn beschikbaar in verschillende
afmetingen en er zijn verschillende configuraties
mogelijk – kunnen worden toegepast in alle
De Clima Canal 10 Plug&Play.
42 | INSTALLATIEENBOUW.BE
soorten projecten, van residentieel tot tertiair,
kenmerkt de radiatoren.
Ruime keuze
Het huidige assortiment voor warmtepompen
geoptimaliseerde Jaga-radiatoren bij Facq bestaat
uit de Strada Hybrid MM, de Briza 12 Plug&Play,
de Strada Hybrid, de Clima Canal 10 Plug&Play
en de Vertiga Hybdrid, met elke eigen specifieke
eigenschappen. De Strada Hybrid MM en de Briza
12 Plug&Play heeft Facq op voorraad. De drie
andere radiatoren zijn op bestelling verkrijgbaar.
In de herfst van dit jaar voegt Facq met de Briza
Net Zero nog een extra radiator toe aan het
gamma. Die ultraslanke radiator won eerder dit
jaar een German Design Award.
“De uitbreiding van het Facq-gamma met de
hoog rendementsradiatoren voor lage temperatuurverwarmingssystemen
van Jaga bewijst eens
te meer dat we met de oplossingen die we
aanbieden actief willen bijdragen aan de energietransitie”,
besluit de Belgische groothandel voor
oplossingen voor badkamer, sanitair, verwarming,
hernieuwbare energie en waterbehandeling. ❚
De Vertiga Hybdrid.
De Briza Net Zero, die Facq in de herfst toevoegt aan het gamma en dit jaar een German Design Award won.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 43
Nieuw leidingsysteem voor verwarmings- en
koelinstallaties blinkt uit in corrosiebestendigheid
Viega lanceerde nog niet zo lang geleden met Temponox een nieuw leidingsysteem voor verwarmings- en koelinstallaties. Omdat
alle componenten van het systeem gemaakt zijn van rvs, zijn extra maatregelen voor corrosiebescherming – vereist bij veel
verwarmings- en koelinstallaties – overbodig. Temponox is dan ook een onderhoudsarm systeem met een lange levensduur.
Tekst Viega en Wouter Polspoel | Beeld Viega
Viega voorzag de
Temponox-buizen van
twee brede bruine lijnen
om verwarring met zijn
Sanpress Inox-systeem
voor drinkwaterinstallaties
te voorkomen.
44 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Temponox van Viega is een compleet leidingsysteem dat Viega specifi ek
ontwikkelde voor gesloten verwarmings- en koelinstallaties. Het systeem
bestaat uit buizen, persfi ttingen, bochten, T-stukken, fl enzen en moffen.
Doordat het helemaal van rvs gemaakt is, heeft Temponox als bijzondere troef
dat het corrosiebestendig is, waardoor extra maatregelen tegen roestvorming
– die bij veel installaties nodig zijn – overbodig zijn. Schoonmaakwater
dat langs de radiatoraansluitingen de vloer inloopt, bijvoorbeeld, krijgt zo
geen kans om het leidingsysteem aan te tasten. Het resultaat: een langere
levensduur van de volledige installatie én gemoedsrust bij zowel installateur
als eindgebruiker.
Flexibiliteit dankzij keuze in dichtingselementen
De standaarddichting in de Temponox-fi ttingen is vervaardigd uit EPDM,
een elastomeer dat zich uitstekend leent voor de meeste verwarmings- en
koeltoepassingen. Voor wie echter hogere thermische of chemische eisen
moet respecteren, zoals bijvoorbeeld het geval is bij aansluitleidingen van
vacuümbuiscollectoren, kunnen de fi ttingen eenvoudig worden voorzien van
een FKM-dichting. Die optie verhoogt de toepasbaarheid van het systeem in
veeleisende contexten, zonder in te boeten aan betrouwbaarheid.
Twee bruine lijnen voorkomen verwarring
Alle componenten van het Temponox-leiding systeem, die TÜV-gecertifi ceerd
zijn, zijn beschik baar in diameters van 15 tot 108 mm, wat het systeem
geschikt maakt voor diverse verwarmings- en koelinstallaties.
Viega voorzag de Temponox-buizen naast de gebruikelijke ‘geen drinkwater’-
logo’s van twee brede bruine lijnen. De Temponox-persfi ttingen kregen een
stip in dezelfde kleur. Op die manier wordt verwarring met het Sanpress Inoxsysteem
van Viega voor drinkwaterinstallaties, dat dus ook van rvs gemaakt
is, vermeden.
De installateur kan gebruikmaken van de Pressgun van Viega en de
bijbehorende Viega-persbekken om het Temponox-leidingsysteem te plaatsen.
De installateur kan gebruikmaken van de Pressgun van Viega en de
bijbehorende Viega-persbekken om het Temponox-leidingsysteem te plaatsen.
Duurzaamheid (h)eerst
Wie dus op zoek is naar een duurzaam en corrosiebestendig leidingsysteem
voor verwarming en koeling, treft in Temponox dus een doordachte
totaaloplossing aan. Die duurzaamheid is overigens niet alleen letterlijk op
te vatten – als in: een lange levensduur – maar ook in ecologische zin. Rvs
is immers volledig recycleerbaar, wat niet onbelangrijk is in het licht van de
groeiende eisen rond ecologisch bouwen en de circulaire economie. ❚
De standaarddichting in de fi ttingen is vervaardigd uit EPDM, maar
voor projecten waarin hogere thermische of chemische eisen
gelden, kan die worden vervangen door een FKM-dichting
Alle componenten van Temponox zijn voorzien van
het gebruikelijke ‘geen drinkwater’-logo.
Alle componenten van het Temponox-leidingsysteem zijn beschikbaar in diameters van 15
tot 108 mm, wat het systeem geschikt maakt voor diverse verwarmings- en koelinstallaties.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 45
Opvoerinstallatie
Aqualift L
De economische opvoerinstallatie
voor fecaliënhoudend water in de
woningbouw
Overzichtelijk & gemakkelijk verkrijgbaar:
Mono en Duo-varianten in 230V en 400V
Licht & compact:
licht van gewicht en compacte afmetingen
Flexibel & variabel:
voorgefabriceerde rechte en haaksetoevoeraansluitingen
Exact & onderhoudsvriendelijk:
Scharnierende vlotter met geintegreerde
alarmschakelaar
Nieuw
www.kessel-belgie.be/aqualift-l
work smart, make impact
hvac
Follow
Linum hvac
on Whatsapp
www.linum.eu
hvac, cool & gastro parts
25.016 Installatie en Bouw ad Linum hvac.indd 1 23/04/2025 10:00:50
Airco wordt steeds belangrijker:
wat de HVAC-installateur moet weten
Airconditioning is niet meer weg te denken uit het hedendaagse gebouwbestand. (beeld: Pixabay)
Airconditioning is niet meer weg te denken uit het hedendaagse gebouwbestand. Waar airco’s vroeger vooral in kantoren, hotels of high-end
woningen werden toegepast, is vandaag door de stijgende zomertemperaturen, de steeds strengere EPB-eisen en de toenemende populariteit
van warmtepompen – en dan specifiek lucht-luchtwarmtepompen, die op dezelfde manier koelen als airco’s – immers ook de particuliere
woningklant gewonnen voor actieve luchtkoeling. De aircomarkt is daardoor volop in beweging: nieuwe technologieën maken airco-installaties
energie-efficiënter, stiller en gebruiksvriendelijker. Voor de HVAC-installateur betekent dat meer keuze én meer complexiteit. Dit artikel
schetst wat hij vandaag zeker moet weten.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay en AI
De klassieke airco, die enkel koelt, bestaat nog altijd, maar de meeste
systemen die vandaag als airco verkocht worden zijn, zeker in het geval van
woningen en kantoren, in werkelijkheid lucht-luchtwarmtepompen. Door
hun werking om te keren, kunnen die actief koelen in plaats van verwarmen.
Lucht-luchtwarmtepompen winnen aan belang omdat ze energie zuiniger
zijn dan klassieke verwarmingsinstallaties en een energiebron hebben die
hernieuwbaar kan zijn: elektriciteit.
Het is niet meer dan logisch dat wie een lucht-luchtwarmtepomp heeft, niet
extra gaat investeren in een airco-installatie als zijn warmtepomp ook voor
actieve koeling kan zorgen. Bovendien werkt de combinatie van verwarmen
en actief koelen in één toestel ook plaatsbesparend.
In de rest van dit artikel doelen we in de eerste plaats dan ook op luchtluchtwarmtepompen
wanneer we het over een airco(-installaties) hebben.
Maar nogmaals: de airco-unit die enkel koelt, is technisch gezien niet weg. ❯
Nieuwe technologieën maken airco-installaties energie-effi ciënter,
stiller en gebruiksvriendelijker. (beeld: Pixabay)
INSTALLATIEENBOUW.BE | 47
De airco-unit die enkel koelt, is technisch gezien niet weg; in industriële toepassingen waar verwarmen niet nodig is, kom je hem bijvoorbeeld nog wel tegen. (beeld: Pixabay)
De klassieke airco bestaat nog altijd, maar de meeste systemen
die vandaag als airco verkocht worden zijn, zeker in het geval van
woningen en kantoren, in werkelijkheid lucht-luchtwarmtepompen
In serverruimtes of industriële toepassingen waar verwarmen niet nodig is,
kom je hem bijvoorbeeld nog wel tegen.
Airco’s met luchtzuivering winnen aan terrein
Voor de gemiddelde HVAC-installateur is boven staande natuurlijk geen
nieuws. Toch zijn er vandaag enkele zaken waar hij misschien minder van op
de hoogte is maar die ook belangrijk zijn om te weten.
Zoals bijvoorbeeld het feit dat airco’s met luchtreiniging de laatste jaren
aan terrein winnen. Zeker sinds de coronapandemie wordt steeds vaker
gekozen voor units met ionisatie (een techniek waarbij het toestel de lucht
actief zuivert met behulp van elektrische ladingen, red.), uv-filters of actieve
luchtzuivering. Dergelijke airco-installaties vragen om meer onderhoud.
Koelmiddelen onder druk
Ook de Europese F-gassenverordening, die al dateert uit 2015 maar
aangescherpt werd in 2024, heeft directe gevolgen voor de HVAC-installateur.
Die verordening dwingt de HVAC-sector tot een versnelde transitie naar
koelmiddelen zonder fluor – daarop slaat de F in F-gassen, omdat die een lager
zogeheten Global Warming Potential (GWP) of aardopwarmingsvermogen
hebben. Zo is R32 vandaag de standaard in de meeste residentiële aircoinstallaties.
Het vervangt daar R410A, dat klimaatbelastender is en minder
energie-efficiënt en waarvan het gebruik in nieuwe HVAC-installaties sinds
dit jaar verboden is. R32 is in tegenstelling tot die voorganger wel licht
ontvlambaar en dat vraagt om aangepaste werkwijzen, correcte ventilatie en
aandacht voor veiligheidsvoorschriften.
Voor grotere installaties komen vandaag ook de milieuvriendelijke(re)
koudemiddelen propaan (R290) of CO 2
in beeld en ook die vereisen specifieke
competenties en tools.
De HVAC-installateur moet ook weten dat de F-gassenverordening ook leidde
tot de Belgische wet die voorschrijft dat elke installatie met gefluoreerde
koelmiddelen moet worden geregistreerd.
Juiste plaatsing cruciaal
Bij het plaatsen van een airco moet de HVAC-installateur ook van enkele
zaken op de hoogte zijn. Zo is ten eerste een juiste dimensionering cruciaal.
Te groot gekozen units en leidingen leveren weinig extra comfort op, maar
verhogen wel het verbruik en het risico op tocht. Daarom is het nauwkeurig
berekenen van de grootte van de installatie op basis van transmissieverliezen
en zonbelasting essentieel.
De buitenunit mag ook niet te dicht bij muren worden geplaatst omdat dit
zijn efficiëntie drastisch verlaagt en zijn geluidsniveau aanzienlijk verhoogt.
Aan dat laatste, wat natuurlijk sneller opvalt dan het eerste, storen de meeste
48 | INSTALLATIEENBOUW.BE
eindklanten zich sterk. En ook in het gebouw zelf verlangen ze meer en meer
van een airco dat hij fluisterstil is.
De condensafvoer moet daarnaast correct gebeuren opdat geurhinder
en/of waterschade vermeden worden en de kabels, zekeringen en
aardingsvoorzieningen moeten afgestemd zijn op de reële belasting én op de
technische fiche van de installatie.
Steeds meer eindklanten willen ook dat de aircotoestellen mooi worden
weggewerkt in het interieur en dat ze gebruiksvriendelijk zijn, lees: dat ze
bediend kunnen worden via een app of het domoticasysteem. De meeste
fabrikanten bieden daar vandaag protocollen voor aan, maar als installateur
moet je daar wel mee overweg kunnen.
De installatie stopt ook niet bij het plaatsen van de unit; de HVAC-installateur
hoort te weten dat een goed afgestelde regeling een wereld van verschil
maakt in comfort en verbruik.
Slimme sturing leidt tot nog betere prestaties
Wat de HVAC-installateur ook maar beter niet ontgaat: sommige
aircotoestellen kunnen op basis van aanwezigheidsdetectie, CO 2
-concentratie
of buitentemperatuur hun werking bijsturen. Dat maakt ze nog energiezuiniger
en verhoogt het comfort. Binnen dat productsegment zijn er dan weer units
die de airconditioning in verschillende ruimtes apart kunnen aansturen, wat
ook weer rendementsverhogend werkt.
Onderhoud als extra service
HVAC-installateurs die niet alleen de installatie maar ook het onderhoud
van airco’s aanbieden, wat doorgaans één keer per jaar nodig is, creëren
vanzelfsprekend langdurige relaties met hun klanten.
Belangrijk om te weten in het geval van dat laatste is dat er vandaag airco’s
bestaan die zelf dreigende storingen of vroegtijdige slijtage aangeven en
het onderhoud aldus predictief of voorspellend maken. Daarnaast is het
vanzelfsprekend ook belangrijk voor de HVAC-installateur om te kiezen voor
merken met een goede aftersalesdienst en beschikbaarheid van onderdelen.
De eigen betrouwbaarheid als installateur hangt immers mee af van de
logistiek van de toeleveranciers.
De condensafvoer moet correct gebeuren opdat geurhinder en/
of waterschade vermeden worden. (beeld: Pixabay)
Airco met
luchtzuivering wint,
zeker sinds de
coronapandemie,
aan terrein
Besluit: de aircomarkt is een markt die groeit, niet alleen door de stijgende
temperaturen, maar ook door de steeds strengere EPB-eisen en de daarmee
samenhangende evolutie richting all-electric. HVAC-installateurs die oog
hebben voor die evolutie en zich bijscholen waar nodig, zonder dat hun
aandacht voor de basisprincipes voor het correct installeren van een aircoinstallatie
verslapt, onderscheiden zich in die steeds grotere markt. ❚
De buitenunit van een lucht-luchtwarmtepomp mag niet te dicht bij
muren worden geplaatst omdat dit zijn efficiëntie drastisch verlaagt
en zijn geluidsniveau aanzienlijk verhoogt. (beeld: Pixabay)
Steeds meer eindklanten verwachten dat de aircotoestellen
mooi worden weggewerkt in het interieur. (beeld: AI)
INSTALLATIEENBOUW.BE | 49
DUURZAME VERWARMINGSOPLOSSINGEN
VOOR DE UTILITEITSBOUW
Ook de niet-residentiële gebouwen ontsnappen niet aan de energietransitie en Remeha kan daar met zijn assortiment een sleutelrol in spelen.
Eigenaars van utiliteitsgebouwen die kiezen voor de Quinta HR-ketels, Effenca-warmtepompen en de slimme miTera Plus-regelaar van de
Nederlandse fabrikant van verwarmings- en warmwateroplossingen weten zich immers verzekerd van een duurzaam en toekomstbestendig
energieconcept. Remeha staat hen en installateurs waar nodig ook bij met intensieve ondersteuning.
Tekst Remeha en Wouter Polspoel | Beeld Remeha
Hoewel Remeha in het verleden vooral bekend stond om zijn cv-ketels,
is het assortiment van de Nederlandse fabrikant van verwarmings- en
warmwateroplossingen inmiddels uitgegroeid tot een compleet portfolio voor
de duurzame verwarming van elk type gebouw. De fabrikant staat vandaag
dan ook te boek als een van de grootste ontwikkelaars van duurzame
klimaatoplossingen in Europa.
De oplossingen van Remeha, die zowel in renovatie- als nieuwbouwprojecten
eenvoudig te implementeren zijn, vinden tegenwoordig steeds vaker hun weg
naar de utiliteitsbouw. In gebouwen zonder woonbestemming is de vraag
naar verduurzaming in korte tijd immers sterk toegenomen, onder andere
vanwege de stijgende gasprijzen en het overheidsbeleid, waarin steeds meer
aandacht gaat naar het energiezuiniger maken van gebouwen.
Hybride verwarmen als logische eerste stap
Voor eigenaars van utiliteitsgebouwen die streven naar een duurzamer
energieplaatje is hybride verwarmen een logische eerste stap. Omschakelen
van fossiel naar hybride verwarmen is immers financieel haalbaarder en
technisch eenvoudiger dan direct over te schakelen op all-electric verwarmen.
Zo’n hybride opstelling kan gerealiseerd worden met de Quinta HR-ketels,
de Effenca-warmtepompen en de miTera Plus van Remeha, een regelaar
waarmee je tot acht toestellen kunt aansturen en waarmee je laagdrempelig
kunt upgraden naar hybride verwarmen doordat hij zich eenvoudig laat
aansluiten op bestaande systemen. De combinatie van een Quinta HR-ketel
en Effenca MT-warmtepomp – er bestaat ook een Effenca HT-warmtepomp,
die hogere aanvoertemperaturen aankan – levert bijvoorbeeld gegarandeerd
40% gasbesparing op, maar het is mogelijk dat dit percentage na een
uitgebreide locatieschouw door Remeha wordt bijgesteld en zo kan oplopen
tot 75%. Tijdens zo’n locatieschouw wordt onder andere gekeken naar het
gasverbruik van de afgelopen drie á vier jaar. Remeha voert die gegevens
dan in een tool in en kan zo het juiste type van de Quinta HR- en Effencawarmtepomp
kiezen. Ook brengt Remeha de isolatiegraad van het gebouw
in kaart en bekijkt het of de warmtepompen op het dak geplaatst kunnen
worden en wat dat betekent voor de constructie en geluidsbelasting. Op basis
van alle verzamelde gegevens ontvangt de klant een maatwerkadvies en een
nauwkeurige besparingsberekening.
90-jarig jubileum bekroond met productinnovaties
In maart vierde Remeha zijn negentigste verjaardag. Een absolute mijlpaal
voor het bedrijf dat in 1935 begon als lokale producent van fietsframes en
gietijzeren ketels.
De fabrikant viert die verjaardag met heel wat interessante vernieuwingen.
Eerder dit jaar kwam al een nieuwe generatie van de Quinta HR-ketel
op de markt, verkrijgbaar in vermogens van 45 tot 115 kW, voorzien van
geïntegreerde cascaderegeling en voorbereid op wisselende gassoorten,
inclusief waterstof. De ketel is compact en gebruiksvriendelijk en dankzij de
gerecycleerde mantel en efficiënte verpakking, ook duurzaam geproduceerd.
Remeha breidt de serie Effencawarmtepompen
dit kwartaal uit met
nieuwe modellen van deze Effenca MT.
Dit kwartaal volgt ook een uitbreiding van de serie Effenca-warmtepompen,
met nieuwe modellen van de Effenca MT met nog hogere vermogens, tot 190
kW. De nieuwe modellen zijn uitgerust met invertertechnologie, wat zorgt
voor een optimaal rendement en lagere energiekosten.
52 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Op basis van data die het verzamelt tijdens een locatieschouw van
het utiliteitsgebouw maakt Remeha een nauwkeurige berekening van
de besparing die er mogelijk is met zijn verwarmingsoplossingen.
In gebouwen zonder
woonbestemming is de vraag
naar verduurzaming in korte tijd
sterk toegenomen
Ook in de nieuwe toestellen zal Remeha in de fabriek bepaalde opties kunnen
inbouwen om aan specifieke klantwensen te voldoen.
Begeleiding van a tot z
Remeha koppelt zijn uitgebreide productportfolio aan intensieve begeleiding
van installateurs en gebouweigenaren gedurende het hele traject: vanaf de
planvorming tot en met de inbedrijfstelling biedt de fabrikant ondersteuning,
met ontwerpadvies, installatieschema’s en de just-in-time levering van
materialen. Tijdens de installatie zorgt Remeha ook al voor een preinbedrijfstelling,
zodat het systeem optimaal functioneert bij oplevering. En
ook na de oplevering blijft de fabrikant betrokken bij eventuele nazorg of
optimalisatie.
Het mag duidelijk zijn: Remeha maakt het installateurs en gebouweigenaren
met zijn oplossingen met realistische terugverdientijden – dat hadden we
nog niet geschreven – makkelijker om de juiste stap te zetten richting
duurzaam verwarmen. ❚
Remeha koppelt zijn uitgebreide productportfolio aan intensieve begeleiding
van installateurs en gebouweigenaren gedurende het hele installatietraject.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 53
Dakbedekking supermarkt gevrijwaard bij
plaatsing warmtepompen en drycoolers
dankzij innovatief draagframe
Refreco plaatste onlangs twee warmtepompen van elk 700 kg en twee droogkoelers van elk 1.115 kg op het licht hellende dak van de vestiging
van een Duitse supermarktketen in Mersch (Luxemburg). Het installatiebedrijf maakte daarbij gebruik van draagframes van Big Foot Systems
gemaakt van gegalvaniseerd staal, die geleverd werden door Linum Europe. Die frames, die zoals gebruikelijk op maat gemaakt werden,
vergen geen verankering. Daardoor bleef de dakbedekking van de supermarkt gevrijwaard en konden tijd en kosten worden bespaard bij de
plaatsing van de zware units.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Refreco
De twee warmtepompen werden gemonteerd
op eenzelfde Big Foot Systems-chassis, de
droogkoelers kregen elk een apart draagframe.
“Wij hielpen Refreco bij de nodige berekeningen
– denk onder meer aan de puntbelasting op
de rubberen draagvoeten en de windbelasting
op de toestellen – en het kiezen van de juiste
componenten binnen het Big Foot Systemsgamma”,
begint Robin Mathijs, salesmanager bij
Linum Europe te vertellen. “Zoals altijd hadden we
daarbij ook aandacht voor het type dakbedekking
en de dakhellingsgraad.”
Regelbare voeten
Dat laatste resulteerde enerzijds in het plaatsen
van een fleece mat – ook uit het gamma van
Big Foot Systems – tussen de rubberen voeten
van de draagframes en het dak en anderzijds
in de toepassing van regelbare voeten. “Het
dakmembraan op de supermarkt is immers
gemaakt van pvc en dat materiaal is gevoelig
voor migratie van weekmakers uit rubber, wat zou
kunnen leiden tot verharding, verkleuring of zelfs
het scheuren van het pvc. De fleece mat fungeert
als beschermende laag voor het pvc-membraan",
legt de salesmanager uit. "De regelbare voeten
waren dan weer nodig door de hellingsgraad van
het dak. Die bedroeg 4°, wat over zeven meter,
de lengte van de droogkoelers, een hoogteverschil
van 28 cm betekende. Daarom ontwikkelde Big
Foot Systems speciaal voor het project regelvoeten
met een bereik van 325 mm. Het standaard
regelbereik van de voeten is immers ‘slechts’
105 mm.”
De twee warmtepompen werden gemonteerd op eenzelfde Big Foot Systems-chassis.
Voor de doorvoer van de leidingen en kabels
maakte Refreco gebruik van aluminium dakdoorvoeren
van Alixo, een eigen merk van Linum
54 | INSTALLATIEENBOUW.BE
‘Doordat de draagframes niet moeten
worden vastgemaakt aan het dak zijn
lekkages of andere problemen uitgesloten’
Europe. "Die werden ontwikkeld met een grote
focus op duurzaamheid en waterdichtheid. De
grote kap vermijdt insijpeling waar de kabels en
leidingen door het dakmembraan gaan", aldus de
Robin Mathijs.
Draagframes met tal van troeven
Volgens de salesmanager bieden de draagframes
van Big Foot Systems verschillende voordelen,
zowel voor gebouweigenaars als voor installateurs.
“Het grote voordeel voor de eerste groep is
natuurlijk dat de draagframes niet moeten worden
vastgemaakt aan het dak”, duidt hij. “Het dak blijft
daardoor intact, waardoor eventuele toekomstige
lekkages of andere problemen uitgesloten zijn.
Diezelfde troef biedt natuurlijk ook voordelen
voor de installateur. Omdat niet eerst een
verankerde staal- of betondraagconstructie moet
worden geplaatst, die ook het opnieuw waterdicht
maken van de dakbedekking impliceert, is hij niet
afhankelijk van onderaannemers en kan hij sneller
werken. Met Big Foot Systems heeft de installateur
met andere woorden de hele installatie van een
warmtepomp of ander toestel op het dak van een
gebouw in handen: chassis monteren, unit erop en
aansluiten. Bovendien biedt het Big Foot Systemsassortiment
een antwoord op zowat elke denkbare
installatie van units op een plat of licht hellend
dak. Het modulaire karakter van het systeem laat
immers makkelijk maatwerk toe – zoals dus ook
in Mersch. Dat is anders dan veel concurrerende
oplossingen op de markt, die werken met een
montagerail en één type voet qua afmeting en
regelbereik. Het draagvermogen van de Big Foot
Systems-frames is tot slot ook veel groter dan dat
van vergelijkbare systemen op de markt, omdat ze
gebruikmaken van volle kokerprofielen die warm
gegalvaniseerd zijn.”
Er zitten voor Linum Europe intussen al enkele
nieuwe projecten voor supermarktketens in
de pijplijn. En dat zijn lang niet de enige. De
vakhandel merkt immers een toename in het
gebruik van vooral de frames van Big Foot Systems.
“En dat is eigenlijk niet verwonderlijk”, stelt Robin
Mathijs. “Gebouweigenaars houden hun dak
het liefste intact en door hun flexibiliteit zijn de
draagframes gewoon heel breed toepasbaar.”
Voor de doorvoer van de leidingen en kabels maakte
Refreco gebruik van aluminium dakdoorvoeren
van Alixo, een eigen merk van Linum Europe.
Installateur ontzorgen
De salesmanager geeft tot slot nog graag mee
dat Linum Europe de installateur in élk project
met de Big Foot Systems-frames de berekening
voor het bepalen van het juiste chassis uit handen
kan nemen. “Dat is een vrij stevige studie, want
een unit plaats je niet zomaar even op een dak.
Meestal hebben we aan een plan en technische
info genoeg, maar als de installateur dat verlangt,
dan komen we graag met onze specialisten ter
plaatse om de situatie goed in kaart te brengen”,
besluit hij. ❚
Om de hellingsgraad van het dak op te
vangen, kregen de draagframes regelbare
voeten van Big Foot Systems.
De droogkoelers kregen elk een apart draagframe.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 55
www.caleffi.com
TROTS OP
30 JAAR
WEGENS
SUCCES
VERLENGD
Wij zijn jarig! En wie jarig is, trakteert! Tot en met eind 2025 spaar je bij elke aankoop van een promobox
automatisch voor mooie cadeaus. Scan de QR-code en ontdek alle actievoorwaarden. CALEFFI GUARANTEED.
4B01700031_cale_dEXE_ADV_CORPORATE_B1_197x130mm_NL_verlenging.indd 1 13-5-2025 14:53:57
De nieuwe Effenca warmtepompen en MiTera Plus regelaar.
Eindeloos veel voordelen.
Check
Check alle voordelen op
remeha.be/effenca
LOCTITE 55
Schroefdraadafdichtingskoord
GEÏNTEGREERD
DEKSEL
GEBRUIKS-
VRIENDELIJK,
BETERE GRIP
70% GERECYCLED
KUNSTSTOF
• Onmiddellijke afdichting
(geen uitharding nodig)
• Lekvrije herpositionering mogelijk tot 45°
• Bestand tegen hoge temperaturen
tot 149°C
• Goedgekeurd voor gas, drinkwater en
nu ook voor waterstof
SCAN VOOR MEER INFO
BEYOND THE BOND
Bied jij batterijen op de markt aan?
Sluit je aan bij Bebat!
Wist je dat je als producent (fabrikant, importeur of distributeur)
van Energy Storage Systems (ESS) in België moet voldoen aan de
‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)’?
Ontdek de 8 wettelijke verplichtingen
1
2
3
• Registeren
bij de drie gewestelijke
overheden.
• Aangeven
welke batterijen je voor de eerste keer
op de Belgische markt aanbiedt.
• Garantieregeling
voor batterijen waarvoor je
geen milieubijdrage betaalt.
5
6
7
• Inzameling organiseren
om de wettelijke doelstellingen te
behalen, via een netwerk dat het
volledige Belgische grondgebied
dekt met ADR-conform vervoer.
• Recyclage, hergebruik of
herbestemming
van afgedankte batterijen.
• Recyclage-efficiëntie aantonen.
4
• Sensibiliseren
en aan preventie doen.
8
• Rapporteren
aan de overheden.
Om aan al deze verplichtingen te voldoen, kan je zelf een
aanvraag voor registratie en goedkeuring indienen bij
de regionale overheden. Maar er is ook een eenvoudigere
manier: aansluiten bij Bebat.
Wil je eerst even nagaan of jouw
onderneming onder deze wetgeving valt?
Doe de test op www.bebat.be/de-test
Gebruiksvriendelijke lichtsturing
krijgt upgrade
Software in de
installatiesector
Rondetafelgesprek
smart buildings
Waterdichte armaturen
in het nieuw
ELEGANT, DUURZAAM EN SLIM!
Een systeem wat past in elke situatie...
Ontdek de DINA
Create. Een volledig
modulair draadloos
intercomsysteem
wat past bij elke
gevel of postkast.
INTRATONE
Draadloze intercom- en toegangsbeheer
oplossingen gebaseerd op het mobiele netwerk.
De DINA Create
kent geen grenzen,
laat uw fantasie los
en creëer wat u wilt
en hoe u wilt.
Kijk ook eens op:
www.intratone.nl
INHOUD
DOSSIER SMART BUILDINGS
Smart buildings: hoever staan we vandaag al? 63
Vernieuwde lichtsturing: nog meer mogelijkheden, nog meer gebruiksgemak 70
Nieuwe aanwezigheidsmelder laat zich naadloos integreren in lamellenplafonds en armaturen 72
Ecosysteem voor een slimme en comfortabele woning 74
Vlakbandkabel die moeiteloos 10 laadpunten tegelijk voedt 78
Waterdichte armaturen in het nieuw gezet 80
Software in de installatiesector: van extraatje naar structureel onderdeel 83
63
70
74 83
INSTALLATIEENBOUW.BE | 61
LAMELLA
PD5N-LAMELLA-KNXs-DX
Nu ook in KNX-versie!
KNX sensor voor installatie in lamellenplafonds
Menglichtmeting met interne en externe
lichtsensor
Individuele aanpassing van de gevoeligheid
van de bewegingssensor
HCL/RGB-regeling
luxomat@beg-belgium.be
ELEKTROTECH
V.l.n.r.: Alexander Hermans (Beckhoff Automation Belgium), Kristof Van Gorp (Rexel Belgium), Paul van Hinsberg
(B.E.G. Belgium), Johan Vercammen (Wygwam, a division of Niko NV), Philippe Kygnée (WAGO BeLux) en moderator Tim Janssens.
Rondetafelgesprek
SMART BUILDINGS: HOEVER STAAN WE VANDAAG AL?
Smart buildings, iedereen in de bouw- en installatiesector heeft er deze dagen de mond van vol. Toch is het niet altijd eenvoudig om het bos
door de bomen te zien. Want waar stopt connected en start smart? Zijn de meeste nieuwe gebouwen met recht en reden smart te noemen of
is er sprake van onbenut potentieel? En wat is de impact van de nieuwe Europese wetgeving en de opmars van AI op de ‘slimme transitie’ die
zich volop aan het voltrekken is? Installatie & Bouw bracht vijf ervaringsdeskundigen samen om deze en andere prangende vragen van een
slim en sterk onderbouwd antwoord te voorzien.
Tekst Tim Janssens |
Beeld Kurt Van Strijthem
DEELNEMERS
Paul van Hinsberg, Managing Director bij B.E.G. Belgium
Philippe Kygnée, Sales Manager bij WAGO BeLux
Alexander Hermans, Accountmanager bij
Beckhoff Automation Belgium
Kristof Van Gorp, Home & Building Specialist bij Rexel Belgium
Johan Vercammen, Productmanager bij Wygwam,
a division of Niko NV
Dag heren, bedankt voor jullie komst. Kunnen jullie allereerst even
aangeven hoe jullie bedrijven precies bijdragen aan de realisatie
van smart buildings?
Paul van Hinsberg: “B.E.G. Luxomat staat bekend als een ontwikkelaar van
bewegings- en aanwezigheidssensoren. Van daaruit zetten we de stap naar
het automatiseren van hoofdzakelijk tertiaire gebouwen, waarbij we diverse
technieken (verlichting, HVAC, zonwering …) kunnen aansturen.”
Johan Vercammen: “Bij Niko zijn we ongeveer dertig jaar geleden gestart met
een eerste versie van een smart home-oplossing. Waar de focus aanvankelijk
op individuele producten en functies lag, zijn we stap voor stap geëvolueerd ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 63
ELEKTROTECH
elkaar afgestemd worden. Belangrijk daarbij is dat er gemeenschappelijke
componenten zijn die bepaalde sturingen kunnen combineren.”
Johan Vercammen: “Naast de koppeling van technieken moet er ook sprake
zijn van interactie met de gebruiker, op wiens gedrag en wensen optimaal
moet worden ingespeeld. En dat op een consistente manier, via een
perfecte inregeling.”
Paul van Hinsberg: “Zoiets is in een residentiële context voorlopig makkelijker
te realiseren dan in tertiaire gebouwen. Daar is het momenteel nog eerder
connected in plaats van smart, vermits er toch nog meer op verschillende
eilandjes gewerkt wordt. Dat maakt een naadloze integratie van diverse
technieken uiteraard een stuk minder evident. Gelukkig zien we wel een
toename van slimme toepassingen, zoals automatische sturingen op basis
van bewegings- en aanwezigheidsdetectie. De transitie naar smart is dus
begonnen, maar we zijn er nog niet.”
Paul van Hinsberg.
‘Vroeger waren installateurs
louter uitvoerend, vandaag
verbreden ze hun kennis en
leggen ze mee de basis voor
volwaardige smart buildings’
– Paul van Hinsberg
naar een volledig slim en open platform, rekening houdend met de nieuwste
technieken en trends, waarvoor met Wygwam een aparte divisie in het leven
is geroepen.”
Kristof Van Gorp: “Als groothandel tracht Rexel installateurs te informeren
over de verschillende mogelijkheden die we op het vlak van smart home
& building-systemen ter beschikking hebben. Daarbij spitsen we ons niet
louter toe op sturingen, maar ook op de gebouwinfrastructuur (HVAC,
verdeelborden, IT-rooms …).”
Alexander Hermans: “Beckhoff Automation verdeelt hardware- en softwareoplossingen
voor diverse types gebouwen. Dit met de bedoeling om ze slimmer
te maken en alle gekoppelde systemen naadloos te laten samenwerken.”
Philippe Kygnée: “WAGO is een fabrikant van zowel interconnectie- als
automatisatieoplossingen. Met onze building automation-oplossing zijn we
voornamelijk actief in de tertiaire en industriële markt. Wij zorgen ervoor
dat alle gebouwtechnieken (HVAC, elektriciteit, verlichting, zonwering,
laadpalen, energievoorziening …) met elkaar kunnen communiceren, inclusief
bovenliggend besturingssysteem en eventuele connectie met de cloud.”
Aan welke voorwaarden moet een gebouw in jullie ogen voldoen om
aanspraak te maken op het etiket ‘smart building’?
Kristof Van Gorp: “Een essentiële voorwaarde om het predicaat ‘slim’
te kunnen claimen, is dat verschillende technieken en hun werking op
Alexander Hermans: “Het komt erop aan om synergie te creëren tussen
verschillende technieken en op die manier zowel de energie-efficiëntie
als het comfort van de eindgebruiker te maximaliseren, met name via de
implementatie van gebruiks- en onderhoudsvriendelijke platformen die open
standaarden hanteren. De bovenliggende sturing fungeert op haar beurt als
tolk die alle verschillende open standaarden vertaalt naar een reeks data.
Op basis daarvan kan een programmeur de technieken efficiënt aan elkaar
koppelen, zodat ze meer zijn dan de som der delen.”
Philippe Kygnée: “Klopt, boven op het connectie- en communicatiegegeven
moet de automatisatieschil ervoor zorgen dat zowel de energie- als de
comfortdoelstellingen bereikt worden. En dat liefst zonder dat de gebruiker
er al te veel van merkt, zeker in tertiaire gebouwen. De nieuwe Europese
wetgeving verplicht ons overigens om daar een stap verder in te gaan.”
Je hebt het dan over de EPBD IV-regelgeving, waar vanaf 2026
steeds meer bedrijven aan zullen moeten voldoen. Wat zal de
impact hiervan zijn?
Paul van Hinsberg: “Dat alle nieuwe tertiaire gebouwen zonder uitzondering
smart zullen moeten zijn. En dat fabrikanten willens nillens met open,
gestandaardiseerde protocollen zullen moeten gaan werken. Je zal altijd
bedrijven hebben die eigen sofware blijven schrijven, maar gesloten
protocollen zullen geen optie meer zijn. Een zeer goede zaak, want daar zit
voor een deel het verschil tussen connected en smart.”
Alexander Hermans: “Dankzij die open standaarden kan er bij eventuele problemen
snel geschakeld worden, zonder dat je afhankelijk bent van de partij die
alles oorspronkelijk geïnstalleerd heeft. De nieuwe Europese wetgeving zorgt
er wellicht ook voor dat investeerders die voorheen de neiging hadden om alle
tech nieken zo goedkoop mogelijk te houden meer zullen moeten inspelen op de
noden en wensen van eindgebruikers om hun projecten aantrekkelijk te houden.”
Philippe Kygnée: “Inderdaad, louter energetische ingrepen zoals betere
isolatie zullen voor bouwpromotors niet langer volstaan om een gebouw
conform te maken. Integratie van technieken – met alle functionele eisen van
dien – zal een absolute must worden. Daar kunnen ze niet meer onderuit.”
Kristof Van Gorp: “Voor installateurs wordt het wel een hele zoektocht om
nieuwe technologieën te integreren in bestaande installaties. Los daarvan
komen er ook andere actoren in beeld die niet noodzakelijk de technieken
kennen, maar wel de standaarden. Zij kunnen de geleverde data gebruiken in
het building operating system om de gebruikerservaring op te krikken, zonder
dat ze hoeven te weten hoe alles technisch in elkaar zit.”
64 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
De Europese richtlijnen zijn niet van toepassing op de kleinere
residentiële markt. Zal smart building ook daar op termijn de
norm worden?
Johan Vercammen: “Zeker weten. We zien reeds enkele bewegingen in die
richting, al is er op dit moment nog niet zo veel standaardisatie. De vraag
is dus hoe je al die verschillende ‘connected’ systemen op een eenvoudige,
gebruiksvriendelijke manier kan laten samenwerken. Het is een kwestie waar
menig integrator zich vandaag over buigt. Ook lokale samenwerkingen tussen
elektriciens en verwarmingsspecialisten behoren tot de mogelijkheden.
En zelf doen we eveneens onze duit in het zakje door installateurs en
eindgebruikers te helpen bij het integreren van verschillende technieken. Hoe
dan ook zijn smart home-oplossingen vandaag sterk in opmars, deels onder
invloed van innovatieve technieken (PV-installaties, warmtepompsystemen,
laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen …) en de bijbehorende
wettelijke verplichtingen. Denk bijvoorbeeld aan een slimme laadpaal en
aircosysteem die gekoppeld worden aan een PV-installatie met batterij, zodat
ze maximaal gevoed worden met groene stroom.”
Philippe Kygnée.
‘Boven op het connectie- en
communicatiegegeven moet de
automatisatieschil ervoor zorgen
dat zowel de energie- als de
comfortdoelstellingen bereikt
worden’ – Philippe Kygnée
Kristof Van Gorp: “Ik krijg zeer veel vragen van installateurs over dergelijke
slimme toepassingen. Door die hardnekkige eilandvorming in het residentiële
segment is het voor hen telkens zoeken naar geschikte integratieconcepten,
maar beetje bij beetje komt er toch wat meer structuur in. Verder denken
in functie van de algemene interconnectiviteit wordt ook in het residentiële
segment hoe dan ook de nieuwe standaard, al blijft de slimme aansturing
van al die technieken helaas nog vaak achterwege. Dat gebruikers bepaalde
technische gegevens kunnen monitoren via een app betekent uiteraard nog
niet dat alles optimaal functioneert. De mogelijkheden zijn er, maar het zal
nog wat tijd vergen om ze ook te benutten in de praktijk. Vaak is het gewoon
een kwestie van een gebrek aan budget en/of kennis.”
Philippe Kygnée: “Vergis je niet: ook in het tertiaire segment zijn er nog
domeinen waarin amper standaardisatie is. Laadpalen zijn daar een goed
voorbeeld van. Er zijn erg veel verschillende oplossingen voorhanden en
iedereen doet zo’n beetje zijn eigen zin. Het is dringend tijd om dat beter te
stroomlijnen. Hetzelfde geldt voor nieuwe draadloze technologieën die in het
kader van revampings erg nuttig zijn, maar die veel fabrikanten op een gesloten
manier gebruiken. Zolang er geen organisme is dat inzet op testprocedures en
regularisatie (zoals bij DALI, BACnet, KNX enzovoort) kan dat tot problemen
op het vlak van communicatie en integratie leiden. En dus is het in dat opzicht
telkens weer maatwerk, wat uiteraard meer tijd en geld kost.”
Alexander Hermans: “Wat je ook weleens ziet, is dat fabrikanten een bepaalde
standaard gebruiken, maar tegelijk een soort eigen dialect hanteren om ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 65
ELEKTROTECH
‘Ook uitvoerende techniekers
moeten mee met de digitale
(r)evolutie. Een van de grote
aandachtspunten voor de
nabije toekomst is dan ook
het bijscholen van dergelijke
profielen’ – Alexander Hermans
Alexander Hermans.
alles toch nog wat intern te houden. Waardoor het niet zomaar mogelijk is om
bepaalde andere technologieën te laten communiceren met hun toepassing.”
Philippe Kygnée: “Terwijl ze er dan natuurlijk wel de stempel van ‘open
protocol’ op kleven, hoewel ze in werkelijkheid een grijze zone creëren. Dat
zie je bij veel nieuwe technologieën, met de bedoeling om een investering
maximaal te laten renderen. DALI is daar ook lang onderhevig aan geweest.
Pas sinds de komst van DALI-2 is er sprake van volledige standaardisatie.
Resultaat: een fantastische oplossing, waarbij je makkelijk kan switchen
tussen verschillende componenten.”
Zijn de meeste nieuwe gebouwen al met recht en reden smart
te noemen? Of is er nog steeds sprake van heel wat onbenut
potentieel?
Paul van Hinsberg: “In het tertiaire segment is sprake van regionale
verschillen. Brussel loopt voorop. Op alles wat daar nu gerealiseerd wordt
– dikwijls oudere kantoorgebouwen die een grondige update en/of nieuwe
invulling krijgen – kan je de stempel ‘smart’ kleven.”
wel fan zijn van totaalprojecten waar ook een onderhoudscontract aan
gekoppeld is, want dan gaat er automatisch meer aandacht naar de kwaliteit
en het rendement van de technische infrastructuur. Het is de taak van de
studiebureaus om dat goed te beschrijven in hun lastenboeken. Daar start
het tenslotte allemaal.”
Alexander Hermans: “Inderdaad. In dat opzicht is het een goede zaak dat
de partijen die instaan voor de integratie van de technieken in een steeds
vroeger stadium mee aan tafel schuiven. Lees: wanneer studiebureaus
de lastenboeken opstellen. Dit om te bekijken hoe ze nieuwe gebouwen
futureproof kunnen maken, zodat het onderhoud ook jaren later nog steeds
makkelijk uit te voeren is en eventuele nieuwe technische innovaties in de
toekomst eenvoudig te implementeren zijn.”
Kristof Van Gorp: “Het is ook aan ons om grote en kleine installateurs die
nog niet zo goed thuis zijn in de materie te informeren. Vandaar dat ik in
projecten die ik mee begeleid altijd vraag naar de mogelijkheden op het vlak
van communicatie, connectiviteit en integratie. En dan zie je toch vaak dat
bepaalde technieken vervangen worden door andere systemen die mee op
eenzelfde standaard werken, waardoor er een waardevolle synergie ontstaat.”
Philippe Kygnée: “In projecten waar de bouwheer zelf eigenaar blijft, liggen
smart building-toepassingen veel meer voor de hand. Industriële spelers willen
er absoluut wel in investeren, vermits ze er uiteraard zelf de vruchten van
Philippe Kygnée: “Maar hoe smart is smart natuurlijk? In de Belgische
promotiemarkt blijft het moeilijk om op lange termijn te denken.
Projectontwikkelaars kijken eerder naar de kost per vierkante meter en niet
zozeer naar de total cost of ownership. Dat er na installatie veel te winnen
is via slim technisch beheer interesseert hen veel minder. Vandaar dat we
‘Smart home-oplossingen zijn
vandaag sterk in opmars, deels
onder invloed van innovatieve
technieken en de bijbehorende
wettelijke verplichtingen’
– Johan Vercammen Johan Vercammen.
66 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
plukken. Energiemonitoring, slimme sturing …: alles wat ze implementeren,
verdienen ze dubbel en dik terug, in het beste geval zelfs al op erg
korte termijn.”
Alexander Hermans: “De voordelen daarvan gaan nog een stuk verder dan
het automatiseren van bepaalde scenario’s en het detecteren en verhelpen
van mogelijke verliezen. Denk aan predictive maintenance, waarbij het
mogelijk wordt om te voorspellen wanneer bepaalde onderdelen stuk dreigen
te gaan. Door daar proactief op in te spelen, kunnen bedrijven stilstand
vermijden en dus hun algemene rendement opkrikken.”
Hoe kunnen we ook bouwpromotors motiveren om toch voor smart
building-toepassingen te kiezen?
Paul van Hinsberg: “De nieuwe Europese wetgeving zal in dat opzicht
zeker een belangrijk verschil maken. Tot nog toe lag de focus van
veel bouwpromotors vooral op de BREEAM-score en leverden ze een
cascogebouw af dat in theorie wel smart was, maar waarbij de slimme
voorzieningen in de praktijk niet gebruikt of zelfs niet eens deftig
aangesloten waren – zoals we onlangs zelf nog hebben ervaren toen
we verhuisden naar ons nieuwe kantoor. Willen ze hun projecten
nog verkocht en verhuurd krijgen, dan zullen ze de lat voortaan hoger
moeten leggen, met name door te opteren voor performante technieken,
slimme sturingen en monitoringsystemen die de tand des tijds
kunnen doorstaan.”
Philippe Kygnée: “Ik stel me de vraag hoeveel kmo-projecten er zijn
waarbij veel betaald is voor een mooie installatie die niet naar behoren
werkt. Als je ziet hoeveel problemen wij bij de renovatie van ons eigen
kantoorgebouw gedetecteerd hebben in de bestaande installatie, dan hou
ik mijn hart vast voor al die bedrijven die – in tegenstelling tot WAGO –
niet de benodigde kennis in huis hebben om de juiste data te vergaren en
alles van a tot z zelf aan te sturen.”
Kristof Van Gorp: “Vandaar dat het voor dergelijke bedrijven geen slecht
idee is om hun installatie geregeld te onderwerpen aan een grondige
audit, uitgevoerd door een gespecialiseerde firma. Deze laatste kan dan
zwart-op-wit aantonen welke zaken eventueel fout lopen. Een betere
aansturing van een warmtepomp kan al een groot verschil maken voor
de energiefactuur. Dat is een prima manier om gebouwen – boven op
het gebruikelijke gebouwbeheer – efficiënt te laten functioneren en
smartbuildingtoepassingen optimaal te laten renderen.”
Is de rol van installateurs aan het evolueren door de opmars van
smart buildings?
Paul van Hinsberg: “Daar ben ik van overtuigd. Vroeger waren installateurs
louter uitvoerend. Vandaag verbreden ze hun kennis en leggen ze mee de
basis voor volwaardige smart buildings. In de tertiaire markt zijn de meeste
integratoren intussen geïncorporeerd in grote installatiebedrijven, die alle
knowhow om een gebouw smart te maken in eigen huis trachten te halen.
Zo zijn bouwheren niet langer afhankelijk van verschillende partijen –
installateur, programmeur, softwareleverancier … – en hebben ze slechts één
aanspreekpunt, wat gezien de technische complexiteit van smart buildingprojecten
een enorm voordeel is.”
Kristof Van Gorp: “Dergelijke ‘totaalinstallateurs’ kunnen van begin tot eind
worden ingeschakeld en ook de nodige naservice bieden. Dat vind ik op
zich wel een goede zaak. Uitvoerende partijen zal je altijd nodig hebben,
maar daarnaast zien we ook nieuwe profielen opduiken. Denk bijvoorbeeld
aan een energieconsulent in de woningbouw, die weet hoe je verschillende
technieken op elkaar kan afstemmen.”
Johan Vercammen: “Zeker, de verschillende technieken vereisen extra
kennis om ze te laten samenwerken. In de nabije toekomst zullen de
verschillende types installateurs nauw samenwerken met de technische
experts die een woning ontwerpen of de programmatie en configuratie
verzorgen. En zoals Paul al aangaf: vaak zullen ze zelfs deel uitmaken van
hetzelfde installatiebedrijf.” ❯
‘Verder denken in functie van
de algemene interconnectiviteit
wordt ook in het residentiële
segment de nieuwe standaard’
– Kristof Van Gorp
Alexander Hermans: “Euvels aan het licht brengen is één ding, maar ze
oplossen is uiteraard nog iets anders. Ook uitvoerende techniekers moeten
mee met die digitale (r)evolutie. Een van de grote aandachtspunten voor
de nabije toekomst is dan ook het bijscholen van dergelijke profielen, die
nog vaak te weinig inzicht hebben in de achterliggende techniciteit en
complexiteit van hedendaagse installaties. We kunnen wel massaal smart
buildings beginnen ontwerpen en realiseren, maar nadien is het uiteraard
ook zaak om ze adequaat te onderhouden. Dat mogen we zeker niet over
het hoofd zien in het kader van die slimme transitie.”
Philippe Kygnée: “Een andere belangrijke uitdaging is de Cyber Resilience
Act, waardoor er qua cyberveiligheid nu veel strengere eisen worden
gesteld. Fabrikanten, integratoren en eindklanten: iedereen draagt er mee
de verantwoordelijkheid voor. Dat vergt een forse inspanning en investering
van alle betrokken partijen. En dat maakt het ook weer wat complexer om
verschillende systemen te laten samenwerken nu alle protocollen strikt
beveiligd worden (BACnet Secure Connect, KNX Secure …), om van de
extra complexiteit op infrastructureel vlak nog maar te zwijgen.”
Kristof Van Gorp.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 67
ELEKTROTECH
Philippe Kygnée: “Op zich is dat een serieuze uitdaging, want alles is
georganiseerd vanuit een opdeling in verschillende disciplines (HVAC,
elektriciteit, energievoorziening …) en studiebureaus enten hun lastenboeken
daar ook op. Het vergt dus een forse inspanning om die traditionele grenzen
te overschrijden. Daarnaast wordt er alsmaar meer verwacht van een gebouw,
inclusief flexibiliteit met het oog op de toekomst. Firma’s die ervoor zorgen
dat de technologie die ze installeren eenvoudig te herprogrammeren en
herconfigureren is, waarbij de aanpassingen ook meteen worden overgezet
naar het bovenliggend systeem, zullen altijd en streepje voor hebben. Hoe
dan ook: hoe meer je het technisch beheer kan stroomlijnen, hoe meer
gebouweigenaars, facilitymanagers en gebruikers open voor zullen staan
voor smart building-toepassingen.”
Wat is het potentieel van AI in dit verband? Wordt het effectief al
ingezet in het kader van smart building-oplossingen?
Philippe Kygnée: “Vast en zeker. Voor grote tertiaire gebouwen is de trend
dat er een soort van digital twin meeloopt die – al dan niet via een third
party-bedrijf – alle processen en setpoints optimaliseert op basis van de
beschikbare data.”
Alexander Hermans: “Er zijn ook al veel onderzoeksinstellingen die er volop
mee aan het experimenteren zijn. De data is er, dus als je daar de juiste tools
op loslaat, kan je heel snel en accuraat anticiperen en reageren op bepaalde
zaken. De mogelijkheden zijn alleszins legio.”
Johan Vercammen: “Bij AI denken velen spontaan aan complexe
toepassingen en berekeningen, maar het kan ook heel eenvoudig beginnen.
Denk aan het voorspellen van de ideale momenten om een elektrische
wagen op te laden op basis van de energieflows en het gebruikersgedrag.
Qua datarapportage en -analyse kan je met behulp van AI enorm veel
slimmigheden toepassen.”
Philippe Kygnée: “AI is echter wel een buzzword dat niet alleen te pas, maar
soms ook te onpas gebruikt wordt deze dagen. Een gebouw verwarmen in
functie van de bezettingsgraad en de buitentemperatuur: daar is op zich
geen artificiële intelligentie voor nodig, terwijl het vaak wel automatisch
onder die noemer wordt geschaard. AI is iets waar zonder twijfel enorm veel
toekomst in zit, maar het is nog zoeken naar manieren om het optimaal in
te zetten.”
Tot slot: welk gebouw, project of oplossing weerspiegelt voor jullie
perfect wat smart building is of zou moeten zijn?
Kristof Van Gorp: “Een leuke oplossing waar wij recent vanuit onze
ondersteunende rol aan hebben bijgedragen, is een hoteltoepassing op een
KNX-structuur, waarbij de HVAC gekoppeld is aan het guestroommanagement.”
Alexander Hermans: “Het ZIN-project in Brussel is een treffend voorbeeld.
Dat circulaire gebouw is door onze installatiepartner VMA volledig smart
gemaakt met behulp van onze hardware. Daar zijn we best fier op. Ook in
EnergyVille in het Thor Park in Genk zijn ze bezig met allerhande onderzoeken
naar smart building-toepassingen.”
Paul van Hinsberg: “In Brussel zijn de meeste nieuwe of vernieuwde
kantoorgebouwen smart-ready. Enkele mooie voorbeelden hiervan zijn OXY,
Brucity, Frame en M10.”
Johan Vercammen: “Het Van der Valk Hotel in Beveren heeft in het kader
van zijn renovatie gekozen voor Niko Home Control. De slimme technologie
werd geïntegreerd in 130 kamers en verschillende suites om de gasten meer
comfort te bieden en het personeel efficiënter te laten werken.”
Philippe Kygnée: “In ons eigen gebouw is alles van a tot z geautomatiseerd:
HVAC, elektriciteit, warmtepompen, laadpalen, toegangscontrole, het bovenliggende
SCADA-systeem … Dat is dus echt een showcase van wat we kunnen.
In principe kunnen we qua smart building-oplossingen alles realiseren wat je
maar kan bedenken, maar het moet uiteraard beheer(s)baar blijven. Dat wordt
de grote uitdaging naar de toekomst toe: ondanks de toenemende eisen en
de bijbehorende extra complexiteit het toch voldoende laagdrempelig houden
voor installateurs en gebruikers. Het is tenslotte in de praktijk dat de vele
voordelen van smart building tot uiting moeten komen …” ❚
68 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Niko Home Control
Het slimme brein van elke hedendaagse woning
Eenvoudige integratie
Niko Home Control is het centrale brein van je woning, met integratie van meer dan 100 partnermerken zoals Mitsubishi Electric, Velux,
Renson, Vaillant, Bosch, Sonos en Easee.
Energiebeheer
Met Niko Home Control maak je een woning niet alleen aangenamer om in te leven, maar ook energiezuiniger – zonder dat je klant ooit
moet inboeten aan comfort. Optimaliseer het energieverbruik met slimme functies zoals zelfconsumptie van zonnestroom, dynamische
energietarieven en peak shaving. Het systeem stuurt grote verbruikers aan, zoals warmtepompen, laadpalen en witgoed.
Gebruiksvriendelijk
Configureer en bedien je systeem eenvoudig via de Niko Home app of touchscreen. Geen programmeerkennis vereist dankzij
de intuïtieve interface en uitgebreide technische gids.
Installateursvriendelijk
Niko biedt opleidingen, trainingen en ondersteuning via de Niko Academy en partnermerken, zodat installateurs efficiënt kunnen werken met
Niko Home Control.
PA-1284-01
ELEKTROTECH
VERNIEUWDE LICHTSTURING: nog meer
mogelijkheden, nog meer gebruiksgemak
Overschakelen van gloei- en tl-lampen naar led? Een no-brainer voor bedrijven die een mooie energie- en kostenbesparing oplevert. Maar wie
de volgende stappen wil zetten, moet ook naar lichtsturing kijken. Het potentieel aan besparingen dat nog mogelijk is door automatisch het
licht uit te schakelen als er niemand is, is gigantisch. Lichtsturing programmeren vergt normaliter expertise en tijd, maar niet met de TF8050-
lichtsturing van Beckhoff Automation. In de vernieuwde versie is het gebruiksgemak zelfs nog verhoogd. Philip Neyens, industry specialist
building automation bij Beckhoff Automation Belgium, praat ons bij over de belangrijkste nieuwigheden.
Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff Automation
De TF8050-lichtsturing, die al meer dan tien jaar
bestaat, is een voorgeprogrammeerd softwarepakket
waarmee gebruikers zelf hun verlichting
kunnen sturen. Het enige wat ze nodig hebben,
is een internetbrowser om de toepassing te
openen. “De meeste zaken moeten gewoon
worden geconfigureerd en niet geprogrammeerd”,
opent Philip Neyens. “Wie er al mee werkt, zal het
alleen maar kunnen beamen: de openheid waar
Beckhoff Automation om bekendstaat, kenmerkt
ook de TF8050-lichtsturing. Het softwarepakket
biedt een compleet overzicht over de besturing en
alle ermee verbonden armaturen en sensoren. Nu
en in de toekomst, want wanneer het gebouw op
het vlak van verlichting evolueert, dan evolueert
het systeem gewoon mee.”
‘Twee zaken stonden
voorop bij de
vernieuwing van de
lichtsturing’
In de Omniturm in Frankfurt is het voor de TF8050-lichtsturing een koud kunstje om tienduizend leds
verdeeld over veertig verdiepingen aan te sturen met gegevens die ze capteert van 2.500 sensoren.
Magazijnen, kantoren
en showrooms
Aan toepassingen geen gebrek. In de Omniturm
in Frankfurt is het voor de TF8050-lichtsturing
bijvoorbeeld een koud kunstje om tienduizend
leds verdeeld over veertig verdiepingen aan te
sturen met gegevens die ze capteert van 2.500
sensoren. Het verlichtingsgedrag kan op elke
verdieping afzonderlijk aangepast worden in
het gebouwbeheersysteem, met ook nieuwe
ontwikkelingen zoals human-centric lighting in
verwerkt. De TF8050-lichtsturing zorgt ook voor
flinke energiebesparingen en optimale verlichting
in de productiehal van Beckhoff Automation in
Duitsland en – dichter bij huis – in de Beckhoff
70 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
een DALI-2-lichtsturing. Philip Neyens: “Ze kon al
wel communiceren volgens de KNX- en EnOceanstandaard,
maar dat moest via een omwegje. Nu
kan ze dat rechtstreeks.”
De TF8050-lichtsturing, die al meer dan tien jaar bestaat, is een voorgeprogrammeerd
softwarepakket waarmee gebruikers zelf hun verlichting kunnen sturen.
Automation-showroom in Lummen. In elke
omgeving, klein of groot, zorgt ze voor mooie
besparingen.
De nieuwe versie die sinds kort op de markt
is, biedt nu nog meer mogelijkheden. “Twee
zaken stonden voorop bij de vernieuwing van
de lichtsturing: nieuwe functionaliteiten die
het gebruiksgemak verhogen en verbeterde
visualisatie die de software nog overzichtelijker
maken”, aldus Philip Neyens.
te leveren, maar in grote installaties tikt dit wel
flink aan.”
Automatisch optimaliseren
De TF8050-lichtingsturing werd in het verleden
De lichtsturing kan zichzelf nu ook nog beter
optimaliseren. “Merkt het systeem dat de lampen
sneller gedimd en uitgeschakeld kunnen worden
van zodra er geen beweging meer is? Dan past
het zelf de tijden aan”, legt Philip Neyens uit.
“In de schema’s kan nu overigens ook rekening
gehouden worden met de astroklok. Zo kan je
bijvoorbeeld aangeven dat je buitenlampen
een uur voor zonsondergang moeten beginnen
branden. Voorts zijn er functies bijgekomen om
het energieverbruik, de energiekosten en CO 2
-
besparingen op te volgen, waarschuwingen
te genereren wanneer lampen het einde van
hun levensduur naderen, noodverlichting
automatisch periodiek te testen – wat
wettelijk verplicht is – zonder dat te moeten
programmeren, valse detecties te melden
enzovoort. En dankzij de nieuwe grafische
interface met icoontjes is het dashboard echt
nog een stukje inzichtelijker geworden.”
“Wie het eens aan den lijve wil ondervinden, is
altijd welkom in onze showroom, maar we hebben
ook demotoestellen ter beschikking om mee
te nemen naar klanten. Wie al werkte met de
TF8050-lichtsturing kan trouwens gebruikmaken
van de nieuwe versie onder dezelfde licentie”,
besluit Philip Neyens. ❚
Tijdwinst
Een eerste opvallende nieuwe feature is de
automatische detectie van het type sensor. “In de
vorige versie gebeurde dat nog manueel. Na het
scannen moest je aangeven over welk apparaat
het ging. Nu weet het programma na het scannen
om welk merk en type sensor het gaat. De meest
voorkomende zitten allemaal in de bibliotheek.
Toch nog een andere? Dan kan je die eenvoudig
toevoegen. Philip Neyens: “Dat is weer die
openheid van Beckhoff Automation.”
De templates zijn een tweede toevoeging.
“Daarmee kan je lampen of groepen van
sensoren die dezelfde functionaliteiten delen in
één keer dezelfde instellingen meegeven. Het is
ook makkelijker geworden om een groep aan te
maken”, weet Philip Neyens. “De automatische
detectie van het type sensor en de templates
lijken misschien maar minimale tijdsbesparing op
Het voorgeprogrammeerde softwarepakket kan eenvoudig geïnstalleerd worden
op alle embedded, panel- en industriële pc’s van Beckhoff Automation.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 71
ELEKTROTECH
Nieuwe aanwezigheidsmelder
laat zich naadloos integreren in
lamellenplafonds en armaturen
B.E.G., dat slimme oplossingen voor gebouwautomatisering ontwikkelt met een grote focus op aanwezigheidssensoren en lichtsturing via KNX,
DALI en alle andere bestaande protocollen, introduceert de PD5N-Lamella KNXs. Die KNX-aanwezigheidsmelder laat zich naadloos integreren in
lamellenplafonds en armaturen, waardoor hij bijna onzichtbaar kan worden geïnstalleerd. De PD5N-Lamella KNXs werd met andere woorden
speciaal ontworpen voor wie geen compromissen wil sluiten tussen functionaliteit en esthetiek.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld B.E.G. en Adobe Stock
B.E.G. maakt zich sterk dat de PD5N-Lamella KNXs de enige aanwezigheids
melder in de markt is die zich naadloos laat integreren in
lamellenplafonds en armaturen. Volgens de fabrikant bestond de vraag
naar aanwezigheidsmelders die haast onzichtbaar verwerkt kunnen worden
in lamellenplafonds en armaturen al langer. “De markt, en dan vooral de
projectmarkt, wil niet alleen performante, maar ook discrete oplossingen.
Die twee eigenschappen komen samen in de PD5N-Lamella KNXs, die
slimme technologie en een subtiel design combineert”, klinkt het.
Maximale intelligentie
Onder die slimme technologie vallen onder andere de KNX Secure-certificering,
dubbele lichtmeting en ondersteuning voor HCL/RGB-lichtscenario’s.
Lamellenplafonds zijn vooral in kantoren populair. (beeld: Adobe Stock)
72 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
De sensor is beschikbaar in het wit en in het zwart, zodat hij zowel kan worden toegepast in lichte als donkere plafonds en armaturen. (beelden: B.E.G.)
‘De markt, en dan vooral de projectmarkt, wil niet alleen
performante, maar ook discrete oplossingen’
Met interne en externe lichtsensoren zorgt de nieuwe aanwezigheidsmelder
voor nauwkeurige menglichtmeting, terwijl de gevoeligheid van de bewegingssensor
volledig naar wens kan worden aangepast. De PD5N-Lamella KNXs
biedt zo maximale intelligentie voor moderne gebouwbeheersystemen.
Dankzij de PD5N-Lamella KNXs is de verlichtingsgraad, daglichttoetreding,
verwarming en ventilatie of koeling in een ruimte met andere woorden
optimaal zodra er mensen in aanwezig zijn.
Eenvoudige en snelle installatie
De installatie van PD5N-Lamella KNXs in het lamellenplafond of armatuur
verloopt snel en zonder extra montagemateriaal – insteken, vastklikken en
klaar – waardoor installateurs tijd besparen.
De sensor is beschikbaar in het wit en in het zwart, zodat hij zowel kan
worden toegepast in lichte als donkere plafonds en armaturen.
“Kortom, de PD5N-Lamella KNXs brengt elegantie en intelligentie moeiteloos
samen en zet een nieuwe standaard in KNX-gestuurde gebouw beheersystemen”,
besluit de fabrikant, die eerder ook al een DALI-2-gecertificeerde
variant van de aanwezigheidsmelder op de markt bracht. ❚
De PD5N-Lamella KNXs laat zich naadloos integreren in lamellenplafonds en armaturen. (beeld B.E.G)
INSTALLATIEENBOUW.BE | 73
ELEKTROTECH
Niko Home Control maakt een woning niet alleen aangenamer om in te leven, maar ook energiezuiniger.
ECOSYSTEEM VOOR EEN SLIMME
EN COMFORTABELE WONING
Als producent van Niko Home Control, Niko’s oplossing voor de automatisering van woningen en appartementen, zet Niko sterk in op integraties
met de technieken van partnermerken. Zo bevat het ecosysteem intussen al meer dan honderd toonaangevende partners. Van toegangscontrole
tot verwarming en ventilatie: ze zijn eenvoudig te koppelen aan Niko Home Control, waarna klanten er meteen mee aan de slag kunnen.
Tekst en beeld Niko Belgium
Niko Home Control is ontwikkeld als het centrale brein van een hedendaagse
woning. Daarom heeft Niko partnerships met tal van fabrikanten van
gebouwtechnieken zoals verwarming, ventilatie, airco, zonwering en
toegangscontrole. Doordat hun technieken naadloos te koppelen zijn aan
Niko Home Control – bekabeld of via API – kan de klant al deze functies
bedienen met de touchscreens of de Niko Home-app.
In de drukknoppen met ledfeedback voor bus bekabeling zitten bovendien
standaard comfort sensoren ingebouwd, zoals temperatuur- en lucht vochtigheids
sensoren. De multifunctionele temperatuursensor kan ingesteld
worden om een verwarmings- en koelingszone te bedienen, als een
basisthermometer of om bepaalde technieken aan te sturen (bijvoorbeeld
zonweringen bedienen). De vochtigheidssensor kan ook in routines
74 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
gebruikt worden, bijvoorbeeld voor automatische ventilatiebediening in
een badkamer of toilet.
Energiebeheer
Niko Home Control maakt een woning niet alleen aangenamer om in
te leven, maar ook energiezuiniger – zonder dat klanten ooit moeten
inboeten aan comfort. Dankzij de koppeling met de digitale meter is het
een krachtig energy management system dat gebruikers inzicht geeft in hun
energieverbruik en -productie. Het laat eveneens toe om grote verbruikers slim
aan te sturen in functie van optimale zelfconsumptie van zonnestroom (via
de solar mode), dynamische energietarieven of het vermijden van een hoog
piekverbruik (peak shaving). Dit alles is mogelijk dankzij de compatibiliteit
met verschillende fabrikanten van PV-omvormers, warmtepompen, witgoed,
laadpalen enzovoort.
SLIMME WONING, STERKE PARTNERS
Niko werkt inmiddels samen met meer dan honderd fabrikanten
van gebouwtechnieken en de lijst blijft groeien. Dankzij die
partnerships kan je de technieken van deze merken naadloos
integreren in slimme woningen met Niko Home Control. Enkele
merken die deel uitmaken van het ecosysteem zijn Bosch,
Vaillant, NIBE, Renson, Duco, SMA, Blitz Power, Remeha, ABB,
Smappee, Viessmann, Sonos, Daikin, Jaga, Veton, Alfen, Buderus,
Aldes, Mitsubishi Electric, Comelit, Easee, Bulex …
Brandwerende vloerluiken bieden een praktische en
esthetische oplossing voor brandveiligheidsnormen en zijn
een belangrijk onderdeel van brandpreventieplannen
Op het vlak van EV-laden helpt Niko Home Control klanten om hun wagen zo
kosten- en energie-efficiënt mogelijk te laden. Zij voeren in de app in wanneer
ze hun wagen nodig hebben en hoeveel kilometer ze willen rijden, waarna
het systeem ervoor zorgt dat de wagen tegen dat tijdstip over voldoende
batterijcapaciteit beschikt.
Installateursvriendelijk
Om al die slimme integraties te realiseren, hoeven installateurs echt geen
experts in programmeren te zijn. Op de website van Niko is een bijzonder
uitgebreide Technical Guide te vinden (guide.niko.eu). Daarin staat alle
informatie over de functies van Niko Home Control en de manier waarop de
koppeling met de oplossingen van partnermerken tot stand komt. Voor elk
compatibel merk is er ook een pagina met gedetailleerde informatie over
de vereisten, ondersteunde producten, bedrading, instellingen enzovoort
voorzien. Deze gids is eenvoudig te doorzoeken en legt stap voor stap uit
hoe installateurs best te werk kunnen gaan. Hoe een laadpaal slim laten
laden? Of hoe een warmtepomp aansturen om hoge verbruikspieken te
vermijden? Het antwoord is in enkele muisklikken terug te vinden in de
Technical Guide.
Helpende hand
Daarnaast blijft Niko inzetten op Niko Home Control-opleidingen en
trainingen in samenwerking met partnermerken. Op die manier leren
installateurs in één keer met beide systemen werken. Die opleidingen vinden
plaats in de Niko Academy of bij de partnermerken. Daarnaast zijn er ook
infosessies bij de groothandel. Het aanbod en de kalender zijn te raadplegen
via de website van Niko, waar tevens een breed aanbod aan webinars en
trainingsvideo’s te vinden is.
Tot slot beschikt Niko over een team Niko Home Control-specialisten die
meedenken en installateurs bijstaan tijdens de installatie en configuratie. Bij
grotere projecten met complexere installaties, zoals appartementen, zitten zij
met plezier met alle partijen rond de tafel om een optimaal functionerende
totaaloplossing met Niko Home Control uit te werken.
Dankzij de koppeling met de digitale meter is Niko Home
Control een krachtig energy management system dat gebruikers
inzicht geeft in hun energieverbruik en -productie.
Of het nu om een eengezinswoning of een appartements gebouw gaat: Niko
Home Control maakt een woning slimmer, comfortabeler en energiezuiniger,
en dat op een gebruiks vriendelijke manier. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 75
Ervaring...
www.serelec.be
...voor de
toekomst!
EA 36.22 MI.PUCK
astroklok • 100 geheugenplaatsen • 2 geschakelde uitgangen
2 stuuringangen • programmeren via app • bedienen via app
Advertentie_HugoMuller 197x113mm.indd 1 10/05/2021 16:02
HELLO
CHARGING
Gedecentraliseerd powerbus systeem podis ® voor de
Voedingsbekabeling van EV-Laadstations
Het podis ® powerbus systeem is ideaal voor het verdelen van energie
naar EV laadstations. Met dit gedecentraliseerd energiedistributiesysteem
kan een groot aantal laadstations met slechts één voedingskabel
worden aangesloten.
Dit bespaart installatietijd, vereist minder kabel en vermindert de grootte
van de verdeelkast aanzienlijk.
UW VOORDELEN
+ Tijdsbesparing: niet knippen of ontmantelen
+ Flexibel: Op elke plaats en moment uitbreidbaar
+ Veilig: Permanente hoge contactkwaliteit dankzij
de podis ® technologie
info@atem.be | https://charge.wieland-electric.com/en/
PUBLIREPORTAGE
Bied jij batterijen
op de markt aan?
Sluit je aan bij Bebat!
Wist je dat je als producent (fabrikant,
importeur of distributeur) van Energy
Storage Systems (ESS) in België
moet voldoen aan de ‘uitgebreide
producentenverantwoordelijkheid (UPV)’?
Moet jij aan de UPV voldoen?
De UPV geldt voor iedereen die fysiek of op afstand batterijen/modules op de
Belgische markt aanbiedt met het oog op verkoop, verhuur, leasing of gebruik.
Ontdek de 8 wettelijke verplichtingen
Onder de noemer UPV zitten 8 wettelijk verplichte to-do’s die je in orde moet brengen.
1 • Registreren
bij de drie gewestelijke
overheden.
2
3
4
• Aangeven
welke batterijen je
voor de eerste keer
op de Belgische markt
aanbiedt.
• Garantieregeling
voor batterijen
waarvoor je
geen milieubijdrage
betaalt.
• Sensibiliseren
en aan preventie
doen.
5
6
7
8
• Inzameling organiseren
om de wettelijke
doelstellingen te behalen,
via een netwerk dat
het volledige Belgische
grondgebied dekt met
ADR-conform vervoer.
• Recyclage, hergebruik
of herbestemming van
afgedankte batterijen.
• Recyclage-efficiëntie
aantonen.
• Rapporteren
aan de overheden.
De eenvoudigste
oplossing: Bebat!
Om aan deze verplichtingen te
voldoen, kan je zelf een aanvraag
voor registratie en goedkeuring
indienen bij de regionale overheden.
Maar er is ook een eenvoudigere
manier: aansluiten bij Bebat.
Wat moet je hiervoor doen?
• Deelnemer worden bij Bebat.
• Aangifte doen op het
MyBebat-platform van je
verkochte batterijen en
serienummers.
• De nodige bijdragen betalen.
Bebat zorgt voor de gratis
inzameling van de defecte of
afgedankte ESS waarvoor de
milieubijdrage is betaald en
het serienummer is gekend bij
Bebat. Voor ESS-modules van een
installatie boven de 16MWh kan er
een individuele oplossing op maat
uitgewerkt worden. Contacteer ons
voor meer informatie.
Moet jouw bedrijf
voldoen aan de
aanvaardingsplicht?
Doe de test!
ELEKTROTECH
Op de Podis-vlakbandkabel kunnen gemakkelijk tien laadpunten worden aangesloten.
Vlakbandkabel die moeiteloos
10 laadpunten tegelijk voedt
Podis; zo heet de oplossing van Wieland, Duits innovator in stekerbare kabeloplossingen, die installaties voor het elektrisch opladen van auto’s
heel eenvoudig uitbreidbaar maakt. “Op de vlakbandkabel kunnen met gemak tien laadpunten worden aangesloten terwijl er toch maar één
kring nodig is naar de zekeringkast”, aldus Koen Notelaers , managing director van Atem uit Willebroek, dat Podis verdeelt in ons land. “Een
en ander maakt wel dat Podis ingezet wordt bij traag opladen.”
Tekst Aagje Van Cauwelaert en Wouter Polspoel | Beeld Wieland
Elektrisch rijden is aan een opmars bezig. Daardoor zijn uitbreidingen van
bestaande laad infrastructuur hoogstnoodzakelijk. Podis, een vlakbandkabel
voor decentrale voeding die ook geschikt is voor toepassing bij de installatie
van gloednieuwe laadpunten, maakt dat mogelijk, zónder dat daarvoor
breekwerk nodig is.
“Heel wat laadpunten in de garages van kantoren, winkelcentra en
appartementsgebouwen zullen de komende tijd moeten worden uitgebreid.
Podis maakt dat mogelijk zonder dat veel breekwerk of veel extra materiaal
nodig is”, begint Koen Notelaers te vertellen. “De vlakbandkabel, die
amper plaats inneemt, kan daardoor heel snel geplaatst worden en extra
aftakpunten kunnen zelfs in slechts enkele minuten worden gemonteerd.”
Voor bestaande en nieuwe installaties
Maar Podis is niet enkel en alleen een zogenaamde retrofitoplossing.
De vlakbandkabel is ook uitermate geschikt voor toepassing in nieuwe
laadinfrastructuur. “De oplossing maakt die infrastructuur dan heel flexibel”,
legt Koen Notelaers uit. “Stel: in een parkeergarage moeten op parkeerplaats
1 en 2 elektrische voertuigen kunnen laden. Door dan meteen te kiezen voor
Podis kunnen in de toekomst heel eenvoudig ook elektrische laders worden
78 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
geïnstalleerd op pakweg parkeerplaats 7 en 8 door op de vlakbandkabel
op die plekken extra aftakmodules te installeren en te verbinden met een
laadpunt. Die flexibiliteit maakt deze oplossing zo interessant en laat haar
fundamenteel bijdragen aan een versnelling van de energietransitie.”
Ook aftakmodules met geïntegreerde zekering
Op de Podis-vlakbandkabel kunnen gemakkelijk tien laadpunten worden
aangesloten. “De vlakband kabel wordt in opbouw tegen de muur bevestigd
met de eindstukken eraan gemonteerd”, schetst de managing director van
Atem wat concreter hoe een en ander in zijn werk gaat. “In de vlakbandkabel
zitten de verschillende geleiders en op de kabel wordt per laadpunt met
schroeven een Podis-connectiemodule gemonteerd, waarop de laadpunten
door middel van een wartel worden aangesloten. Podis voorziet in twee
soorten aftakmodules: een gewone aftakmodule en eentje met een extra
module voor een zekering en differentieel. Die laatste is bij wet verplicht
indien de laadpaal niet de nodige zekering heeft ingebouwd.
‘De vlakbandkabel voorziet in
twee soorten aftakmodules: een
gewone en eentje met een extra
module voor een zekering en
differentieel – bij wet verplicht
indien de laadpaal niet de nodige
zekering heeft ingebouwd’
Materiaal- en geldbesparing
Volgens Koen Notelaers wordt Podis met name interessant bij installaties die
voorzien in ten minste vier laadpunten. “In een conventionele installatie lopen
er vier tot vijf kringen naar de bestaande zekeringkast”, legt hij uit. “Dankzij
Podis is er, via een adapter, maar één kring nodig naar de zekeringkast.
De distributie van de elektriciteit naar de laadpunten verloopt decentraal.
Podis zorgt dus met minder materiaal voor verschillende laadpunten: er zijn
minder circuits en de plaatsing van een extra zekeringkast is niet nodig.
Podis is dan ook goedkoper dan het installeren van allemaal op zichzelf
staande laadpunten.”
Koen Notelaers: “Heel wat laadpunten in de garages van kantoren, winkelcentra
en appartementsgebouwen zullen de komende tijd moeten worden uitgebreid.
Podis maakt dat mogelijk zonder veel breekwerk of extra materiaal.”
Die twee laatste stellingen kan de managing director ook hard maken
met cijfers. “Uit een vergelijking van Wieland met klassieke methodes voor
elektrisch laden is gebleken dat Podis het met 66% minder materiaal kan
doen en de oplossing 30% goedkoper is. En nu we toch met percentages
aan het gooien zijn: wanneer voor Podis wordt gekozen voor een nieuwe
laadpuntinstallatie dan is de installatietijd 66% korter in vergelijking met
de klassieke methode. En een uitbreiding van laadinfrastructuur met Podis
gebeurt 88% sneller dan een klassieke uitbreiding.”
Traag laden
Podis mobiliseert niet het klassieke opstellings vermogen, maar wel voldoende.
Koen Notelaers: “Tien laadpalen op een vlakbandkabel geven een minimumvermogen
van 6 ampère per laadpaal. Een klassieke opstelling mobiliseert
meer vermogen, maar de zekeringkast is daar echter nooit op voorzien. Dat
maakt het laadpunt erg duur. En zoveel vermogen is ook gewoon niet nodig.
In het geval van Podis beheert het laadsysteem alles. De software – niet
inbegrepen bij ons, wij voorzien enkel de voeding – stelt de variabelen vast,
zoals hoeveel auto’s tegelijk laden, het beginpercentage van de batterijen en
de gewenste laadtijd, en verdeelt de laadcapaciteit in functie daarvan over
de wagens.”
Podis betekent dan ook traag laden. Maar dat hoeft niet negatief te worden
bekeken, vindt Koen Notelaers. “Door traag te laden wordt het elektriciteitsnet
minder belast en voertuigen staan doorgaans toch uren geparkeerd: op het
werk, thuis, tijdens enkele uren shoppen … En elektrisch laden vergt een
andere mindset dan rijden op brandstof: je mag niet zoals bij een tank
wachten tot je batterij leeg is, maar moet proberen altijd te laden wanneer je
ergens parkeert.” ❚
Dankzij Podis is er, via een adapter, maar één kring nodig naar de zekeringkast.
Podis voorziet in twee soorten aftakmodules: een
gewone en deze met geïntegreerde zekering.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 79
WATERDICHTE ARMATUREN
IN HET NIEUW GEZET
De bestaande HWDP-reeks kreeg
een technische upgrade.
Op de meeste plekken waar licht nodig is, volstaan ‘gewone’ armaturen. Maar
soms heb je licht nodig in pittige omstandigheden, daar waar bijvoorbeeld stof en water
vrij spel hebben. Denk aan bepaalde industriële omgevingen, maar ook aan parkings en andere meer
technische ruimtes. Dan heb je een speciaal kaliber armaturen nodig, zoals de waterdichte armaturen van Integratech.
Tekst Tom Rampelbergh | Beeld Integratech
Industriële omgevingen en technische ruimtes, ook
daar staat de technologische evolutie niet stil. Het
maakt dat de heersende omstandigheden vaak
pittiger worden en dat dus ook de eigenschappen
van waterdichte armaturen constant moeten
herbekeken worden. Het R&D-departement van
Integratech, een Belgische verlichtingsfabrikant
met een focus op functionele ledverlichting voor
de professionele markt, ging dan ook aan de slag
om het bestaande waterdichte assortiment te
vernieuwen én uit te breiden. Het resultaat zijn
armaturen die nog beter inspelen op de specifi eke
eisen van elk project én van de installateurs die
met de armaturen aan de slag gaan: effi ciënter,
fl exibeler en eenvoudiger te installeren.
Het Hydron-gamma is helemaal
nieuw bij Integratech.
80 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Efficiëntie troef
Vernieuwing vinden we bij de HWDP-armaturen.
Beide versies, Performance en Advanced,
kregen duidelijke upgrades ten opzicht van hun
voorgangers. De HWDP Performance levert maar
liefst 185 lumen per watt. De power switch laat
toe het juiste vermogen ter plekke te kiezen,
afhankelijk van het project. De ingebouwde
MicroWave-sensor detecteert beweging tot
twaalf meter hoogte. De armatuur op grotere
hoogte installeren vormt dus geen probleem.
Interessante opties zoals een dag/nachtfunctie,
tri-level dimming en een groeperingsfunctie
liggen eveneens binnen handbereik, eenvoudig
instelbaar via een afstandsbediening.
De HWDP Performance beschikt over een
noodunit die gedurende drie uur 5 watt levert
en is beschikbaar in twee afmetingen, 1.200
en 1.500 mm, met een stevige 5 x 2,5 mmdoorvoerbedrading.
De HWDP Advanced moet met 160 lumen per
watt amper onderdoen voor zijn collega. De
Advanced-versie zorgt voor extra fl exibiliteit
dankzij de CT switch die toelaat te kiezen tussen
3.000, 4.000 of 6.500 K. De sensoropties zijn
vergelijkbaar met die van de HWDP Performance
en ook bij de HWDP Advanced is een noodunit
aanwezig, goed voor 2,5 watt gedurende
drie uur. De HWDP Advanced is er in een
lengte van 600, 1.200 en 1.500 mm met ook
5 x 2,5 mm-bedrading..
Ook stof kan de binnenkant van de waterdichte armaturen van Integratech niet bereiken.
Betaalbaar en veelzijdig
Het Hydron-gamma is nieuw bij Integratech.
Deze reeks mikt op een uitstekende prijsprestatieverhouding
zonder in te moeten boeten
aan gebruiksgemak. Ook hier zijn twee versies
beschikbaar, namelijk de Hydron Advanced en
Hydron Essential.
Hydron Advanced levert 160 lumen per watt. De
power switch om het juiste vermogen in te stellen
en de CT switch die de keuze biedt tussen 3.000
en 4.000 K zijn standaard aanwezig. De armatuur
uitrusten met een sensor? Kinderspel dankzij
de plug-and-playdetectiemodule. Die bevat een
MicroWave-sensor met dag/nachtfunctie en trilevel
dimming, instelbaar via DIP-switches en
afstandsbediening. De noodunit, ook verkrijgbaar
als plug-and-playmodule, levert 2 watt gedurende
drie uur.
Hydron Advanced komt in lengtes van 600,
1.200 en 1.500 mm met 3 x 1,5 mm-bedrading.
De Hydron Essential is het instapmodel van de
reeks, met een 135 lumen per watt en dezelfde
De vernieuwde armaturen spelen nog
beter in op de specifi eke eisen van
elk project én van de installateurs
die ermee aan de slag gaan
instelmogelijkheden als de Advanced, evenwel
zonder uitbreidbare modules. Hydron Essential is
de ideale oplossing voor die projecten waar het
budget strak is.
Snel geplaatst, slim verpakt
De technische upgrades aan de armaturen zelf
zijn uiteraard belangrijk, maar Integratech pakte
ook enkele praktische zaken aan. Zo is de nieuwe
verpakking overzichtelijker en lichter, waardoor ze
ook het afval op de werf beperkt. Ook het aantal
referenties neemt af, wat het beheer van de stock
eenvoudiger maakt. “Hoge effi ciëntie, instelbare
functies, eenvoudige installatie en een robuuste
waterdichte bescherming met waardes IK08 en
IP66”, vat Rudy Happaerts van Integratech de
vernieuwingsronde samen. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 81
8 & 9 oktober 2025 - Kortrijk Xpo
Scan hier je
gratis tickets
VAKBEURS VOOR DE
HERNIEUWBARE ENERGIE SECTOR
ELEKTROTECH
SOFTWARE IN DE INSTALLATIESECTOR:
VAN EXTRAATJE NAAR STRUCTUREEL ONDERDEEL
De installatiesector staat al jaren onder druk: geschikte vakmensen zijn moeilijk te vinden, deadlines worden krapper, regelgeving strenger,
technieken complexer en opdrachtgevers en eindklanten kritischer. In dat spanningsveld groeit de nood aan software, dat daardoor steeds
meer een structureel gegeven wordt in het installatieproces. Installateurs en studiebureaus die dat niet beseffen, dreigen binnenkort achterop
te hinken.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Testo, Pixabay en AI
In het verleden werkten installateurs en studiebureaus
met een lappendeken aan computerprogramma’s:
Excel voor offertes, AutoCAD
voor plannen, ERP voor facturatie … Dat dit de
efficiëntie niet ten goede kwam, is een understatement.
Vaak ging waardevolle informatie door
het gebruik van allerlei losse software zomaar
verloren of werd ze dubbel ingevoerd, met fouten
en tijdverlies tot gevolg.
Van versnipperde tools
naar digitale workflow
Er zijn echter weinig domeinen die zo snel
innoveren als de softwarewereld. Sinds enkele
jaren is er in de installatiesector dan ook een
ver schuiving merkbaar naar geïntegreerde
digitale workflows: moderne software platformen
verbinden calculatie, engineering, uitvoering
en nazorg in één continue informatiestroom.
Technische informatie reist daardoor mee door het
hele installatie proces, zonder interpretatie verlies
of manuele overdracht. Die digitale transitie
Bedrijven die digitale tools implementeren, moeten er evenzeer voor zorgen
dat iedereen binnen het bedrijf er vlot mee kan werken. (beeld: AI)
In het verleden werkten installateurs
en studiebureaus met een lappendeken
aan computerprogramma’s, zoals ERP
voor facturatie. (beeld: Pixabay)
leidt dan ook tot meer transparantie, verlaagt
de foutenmarge en versnelt de doorlooptijd
van projecten.
Ontwerp-, calculatieen
offertetools
Vooral tools voor zogeheten Building Information
Modeling, kortweg BIM, en voor parametrisch
ontwerpen spelen een cruciale rol in de installatiesector.
BIM is een digitale werkmethode waarbij
alle partners betrokken bij een bouwproject
samenwerken rond één intelligent 3D-model
dat niet alleen de geometrie van een gebouw
bevat, maar ook alle relevante informatie over
materialen, technieken, planning en kosten.
Parametrisch ontwerpen is dan weer een ontwerpmethode
waarbij gebruikgemaakt wordt van
instelbare parameters en regels die het ontwerp
veranderen wanneer ze worden aangepast.
BIM en parametrisch ontwerpen zorgen ervoor
dat technische plannen volledig digitaal en
foutenvrij gemodelleerd kunnen worden,
conflicten tussen technieken onderling of tussen
technieken en ruwbouw al aan het licht komen op
tekentafelniveau en installaties al getest kunnen
worden nog vóór ze zijn uitgevoerd. ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 83
ELEKTROTECH
Software voor BIM en parametrisch ontwerpen
kan vandaag bovendien vlot samenwerken met
recente calculatie- en offerteprogramma’s. Die
laatste staan op zichzelf ook veel verder dan
hun voorgangers van pakweg tien jaar geleden.
Zo halen ze realtime productprijsupdates van
leveranciers binnen, linken ze automatisch
technische fiches aan componenten en beschikken
ze over gestandaardiseerde templates die het
offertetraject uniformiseren en versnellen.
Mobiele applicaties
Al de genoemde software staat dan weer in
verbinding met mobiele applicaties die de
uitvoering ondersteunen. Waar techniekers
vroeger telefoontjes moesten plegen om te
vragen waar een toestel precies moest komen,
zien ze zo via hun smartphone of tablet het
3D-model met alle aansluit- en ophangpunten.
De mobiele apps registreren daarnaast werktijden
en materiaalgebruik ter plaatse en sluiten
werkbonnen digitaal af. Minder papierwerk en
een kortere werffase zijn het logische gevolg.
Logistieke keten onder controle
Ook de combinatie van planningstools, trackand-tracesystemen
en voorraadsoftware, maakt
vandaag het verschil in de installatiesector.
Ze helpen immers het logistieke proces onder
controle te houden en stellen installateurs in
staat om just-in-time te werken. Een voorbeeld:
wanneer een technieker materiaal scant dat
Waar techniekers vroeger telefoontjes moesten plegen om te vragen waar een toestel precies moest komen,
kunnen ze vandaag simpelweg het 3D-model raadplegen met alle aansluit- en ophangpunten. (beeld: Pixabay)
Moderne softwareplatformen verbinden
calculatie, engineering, uitvoering en nazorg
in één continue informatiestroom
hij uit de bestelwagen neemt, past de software
automatisch de voorraad aan en zet ze eventueel
een nabestelling in gang.
Onderhoud wordt voorspelbaar
De rol van software in de installatiebranche stopt
echter niet na de oplevering van een project.
Monitoringtools verzamelen prestatiegegevens
van installaties, signaleren afwijkingen en
gebruiken die data om in te grijpen voor er
iets misloopt – zogenaamd predictief in plaats
van reactief onderhoud. Zeker in industriële
omgevingen is dergelijke software goud waard.
En wanneer er toch eens moet worden
ingegrepen, dan helpt service managementsoftware
onderhouds teams om hun interventies
efficiënt te plannen, materialen tijdig te voorzien
en klanten proactief te informeren. Ook
daarbij zijn mobiele apps onmisbaar geworden:
monteurs bekijken er digitale checklists in,
noteren er meetresultaten in en sluiten er
rapporten meteen digitaal af, inclusief handtekening
van de klant.
Software verandert veel in de installatiesector, maar stellen dat het alles overneemt, is een brug te ver;
installateurs moeten de met software gemaakte plannen nog altijd juist interpreteren. (beeld: AI)
Katalysator voor prefabricatie
Software is in de installatiesector ook een
katalysator voor prefabricatie. Waar vroeger
alles ter plaatse gemonteerd werd, kiezen
installateurs nu vaker voor prefabelementen
die dankzij moderne computerprogramma’s tot
op de millimeter nauwkeurig voorgemonteerd
werden in het atelier, inclusief aansluit- en
ophangpunten. De koppeling van ontwerptools
maakt dat mogelijk.
84 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
Monitoringtools verzamelen prestatiegegevens
van installaties, signaleren afwijkingen en
gebruiken die data om in te grijpen voor
er iets misloopt. (beeld: Pixabay)
Meer toegankelijk voor
kleine installateurs
Softwareontwikkelaars beseffen vandaag
gelukkig meer dan vroeger dat hun programma’s
niet langer alleen toegankelijk moeten zijn voor
grote spelers, maar ook voor kleine installateurs.
Gebruiksvriendelijke interfaces, Nederlandstalige
ondersteuning en mobiele toepassingen maken
het makkelijker om ermee aan de slag te gaan
zonder uitgebreide IT-kennis, en cloudmodellen en
abonnementsformules stellen kleine installateurs
in staat om softwarepakketten te gebruiken zonder
zware investering. Veel softwareoplossingen
bieden ook stapsgewijze groeimodellen aan.
Bedrijven kunnen klein starten – bijvoorbeeld met
calculatie of planning – en later uitbreiden naar
meer geïntegreerde modules.
Software is in de installatiesector onder
meer een katalysator voor prefabricatie:
waar vroeger alles ter plaatse gemonteerd
werd, kiezen installateurs nu vaker voor
prefabelementen die dankzij moderne
computerprogramma’s tot op de millimeter
juist voorgemonteerd werden in het atelier
Menselijke factor blijft cruciaal
De verhoogde toegankelijkheid betekent evenwel
niet dat opleiding over de specifieke software niet
nodig is. Die blijft minstens even belangrijk als
de software zelf. Installateurs en andere actoren
betrokken bij een installatieproces – projectleiders,
tekenaars en serviceplanners – moeten gegevens
immers nog altijd correct ingeven in de software
en plannen interpreteren. Bedrijven die digitale
tools implementeren, moeten daarom evenzeer
investeren in vaardigheden. Software verandert
veel in de installatiesector, maar stellen dat het
alles overneemt, is een brug te ver.
Wie er niet voor kiest, verliest
Samengevat: software is steeds minder een
extraatje en steeds meer een structureel gegeven
in het installatieproces. Ze zorgt immers voor een
betere controle over de projecten – dankbaar
in het licht van steeds complexer wordende
technieken, voor tijdsbesparing en voor een
hogere klanttevredenheid. Toch blijft technologie
slechts een hulpmiddel. Het zijn de mensen
die software écht tot een hefboom voor meer
efficiëntie maken. Wel staat het als een paal
boven water dat installateurs en studiebureaus
die software volledig links laten liggen – en die
zijn er, want digitale maturiteit varieert vandaag
nog sterk tussen bedrijven; er zijn er die werken
met geïntegreerde cloudplatformen, maar er zijn
er evenzeer die nog altijd plannen tekenen met
potlood – steeds moeilijker zullen meekunnen. ❚
De testo Smart App van Testo is een voorbeeld van een applicatie die
het voor installateurs eenvoudiger werken maakt. (beeld: Testo)
INSTALLATIEENBOUW.BE | 85
INSTALLATIE&BOUW
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
PARTNER WORDEN
VAN INSTALLATIE & BOUW?
Zowel op de website als in de gedrukte
versie bieden we u de mogelijkheid om
onderdeel uit te maken van het overzicht
met de meest gerenommeerde fabrikanten
en toeleverancieres in de branche.
Zo kunt u onder andere:
• Toegevoegd worden als
partner op de servicepagina’s
van het vaktijdschrift
• Een kosteloze vermelding krijgen in
de geheel vernieuwde bedrijvenindex
op installatieenbouw.be
• Een gesponsorde positie met persoonlijke
profielpagina op installatieenbouw.be
verkrijgen
• Uw eigen profielwidget inzetten,
gekoppeld aan de redactionele content,
nieuwsberichten en overige
relevante marketingtools
Ook geïnteresseerd?
• Bel naar +32 50 36 81 70
• Ga naar installatieenbouw.be
• Scan de QR code
SCAN DE
QR CODE
Onze projectmanagers vertellen u graag meer over onze
samenwerkingspakketten
installatieenbouw.be
Installatiepartners
Voor uitgebreide informatie over de
Installatiepartners, scan deze QR code
met uw smartphone
installatieenbouw.be/bedrijven
AIRX BVBA
Hundelgemsesteenweg 53B
9820 MERELBEKE
T +32 09 430 60 89
E info@airx.be
W www.airx.be
BOSCH THERMOTECHNOLOGY -
BUDERUS
Zandvoortstraat 47
2800 MECHELEN
t +32 15 46 56 00
w www.bosch-thermotechnology.com/be
CLIMAWAYS BVBA
Uilenbaan 148b
2160 WOMMELGEM
T +32 3 218 77 50
E info@climaways.be
W www.climaways.be
ETEX BUILDING PERFORMANCE
Kuiermansstraat 1
1180 KABELLE-OP-DEN-BOS
W www.etexgroup.com/nl-be/
BEBAT
Walstraat 5
3300 TIENEN
T +32 (0)16 76 88 91
E participants@bebat.be
W www.bebat.be
BOSTIK BENELUX
Denariusstraat 11
4903 RC Oosterhout
T +32 9 255 17 17
E vb.be@bostik.com
W www.bostik.com
DELABIE BENELUX
Bergensesteenweg 106 A, bus 5
1600 SINT-PIETERS-LEEUW
T +32 2 882 21 41
E info@delabiebenelux.com
W www.delabiebenelux.com
EURO-INDEX BV
Leuvensesteenweg 607
1930 ZAVENTEM
T +32 2 757 92 44
F +32 2 757 92 64
BECKHOFF AUTOMATION BVBA
Klaverbladstraat 11.2/2
3560 LUMMEN
T +32 13 25 22 00
F +32 13 25 22 01
E info@beckhoff.be
W www.beckhoff.be
CALEFFI INTERNATIONAL N.V.
Moesdijk 10
6004 AX Weert
DUCO PROJECTS
Handelsstraat 19
8630 VEURNE
T +32 58 33 00 33
E verkoop@euro-index.be
W www.euro-index.be
The lighting control professionals
B.E.G BELGIUM
Generaal de Wittelaan 17 C
2800 MECHELEN
T +32 3 8878100
E luxomat@beg-belgium.be
W www.beg-luxomat.com/nl-be
BEGETUBE NV
Kontichsesteenweg 53/55
2630 AARTSELAAR
T + 32 3 870 71 40
F + 32 3 877 55 75
E info@begetube.com
W www.begetube.com
BELIMO BELGIUM
Cokeriestraat 3A
1850 GRIMBERGEN
T +32 2 210 56 86
E info@belimo.be
W www.belimo.be
T +31 495 54 77 33
F +31 495 54 84 02
E info.nl@caleffi .com
W www.caleffi .com
Measure to Control
CATEC
Turfschipper 114
2292 JB Wateringen
T + 31 174 272 330
E info@catec.nl
W www.catec.be
CEBEO
Eugène Bekaertlaan 63
8790 WAREGEM
T +32 56 23 80 00
F +32 56 23 80 10
E info@cebeo.be
W www.cebeo.be
E info@duco.be
W www.duco.eu
DRISTEEM BELGIUM
Grote Hellekensstraat 54b
3520 ZONHOVEN
T +32 11 66 68 80
E info@dristeembelgium.be
W www.dristeem.com
ELTAKO SCHAKELMATERIAAL
Verdeeld door SERELEC NV
Gasmeterlaan 207
9000 GENT
T +32 9 223 24 29
F +32 9 225 46 79
E info@serelec.be
W www.eltako.be
FACQ
Leuvensesteenweg 536
1930 ZAVENTEM
T +21 2 719 85 11
E info@facq.be
W www.facq.be
FERNOX
- Alpha Metals Belgium NV -
Hoge Mauw 1050
2370 ARENDONK
T +32 14 44 50 01
E belgium@fernox.com
W www.fernox.com
INSTALLATIEENBOUW.BE | 87
Installatiepartners
Voor uitgebreide informatie over de
Installatiepartners, scan deze QR code
met uw smartphone
installatieenbouw.be/bedrijven
INTRATONE
FLAMCO BELUX
Alsembergsesteenweg 454
1653 DWORP
T +32 2 371 01 61
E be.info@aalberts-hfc.com
Kuiperbergweg 40
1101 AG AMSTERDAM
T +32 25 03 03 01
W www.intratone.be
LASERTOPO
Markt 4
9550 HERZELE
T +32 53 62 71 67
F +32 53 62 17 97
PROMAT
Bormstraat 24
2830 TISSELT
T +32 15 71 80 50
E techniek@etexgroup.com
W www.promat.com
W www.fl amcogroup.com
E info@lasertopo.be
W www.lasertopo.be
FORTOP BELGIË
Guido Gezellestraat 126
1654 HUIZINGEN
T +32 2 331 41 16
W www.fortop.be
ITHO DAALDEROP BELGIUM BVBA
Brusselsesteenweg 498
1731 ZELLIK
T +32 2 20 796 30
E info@ithodaalderop.be
W www.ithodaalderop.be
LECOT
Vier Linden 9
8501 HEULE
T +32 56 36 45 11
E info@lecot.be
REHAU
Grauwmeer 1-12
3001 HEVERLEE
T +32 (0)16 399911
E info.bel@rehau.com
W www.rehau.com/be-nl
W www.lecot-raedschelders.be
GIRA GIERSIEPEN GMBH & CO
KESSEL BELGIË SERVICE CENTER
REMEHA NV
Koralenhoeve 10
Dahlienstraße 12
Antwerpse Steenweg 19
LINUM EUROPE NV
2160 WOMMELGEM
42477 Radevormwald
T +49 21 95 602 0
E info@gira.de
9080
LOCHRISTI
T +32 3 689 35 81
Pieter Verhaeghestraat 20
8520 KUURNE
T +32 56 35 92 94
T +32 3 286 85 50
F +32 3 354 54 30
E info@remeha.be
W www.remeha.be
W www.gira.de
E info@kessel-belgie.be
W www.kessel.com
E info@linum.eu
W www.linum.eu
RENSON® VENTILATION NV
HPL SYSTEMS
KSB BELGIUM
PANASONIC FRANCE
Industriezone 2 Vijverdam
Trentstraat 24
5741 ST BEEK EN DONK
T +31 (0)492 745133
E verkoop@hplsystems.nl
Rue de l’Industrie 3
1301 WAVRE
T +32 10 435 211
E infoBE@KSB.com
1-7, Rue du 19 Mars 1962
92238 GENNEVILLIERS CEDEX
T +33 1 70 48 91 73
E info@eu.panasonic.com
Maalbeekstraat 10
8790 WAREGEM
T +32 56 62 71 11
F +32 56 60 28 51
E info@renson.be
W www.hplsystems.be
W www.ksb.com/nl-be
W www.panasonic.com/fr/
W www.renson.be
88 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Installatiepartners
Voor uitgebreide informatie over de
Installatiepartners, scan deze QR code
met uw smartphone
installatieenbouw.be/bedrijven
RESIDEO
SPELSBERG
VIESSMANN
Hermes Plaza
Hermeslaan 1H
Tiensesteenweg 36
3000 LEUVEN
T +32 2 486 75 75
VAN MARCKE
Hermesstraat 14
1930 ZAVENTEM (Nossegem)
1831 DIEGEM
T +32 2 4042300
E sales@spelsberg.be
W www.spelsberg.be
LAR Blok Zuid Z5
8500 KORTRIJK
T +32 2 712 06 66
F +32 2 725 12 39
W www.resideo.com/be/nl/
SPIROTECH
Essenschotstraat 1
T +32 56 23 75 11
W www.vanmarcke.be
E info@viessmann.be
W www.viessmann.be
3980 TESSENDERLO
REXEL
Zuiderlaan 91
1731 ZELLIK
T +32 2 482 48 48
E info@rexel.be
W www.rexel.be
T +32 800 78 888
W www.spirotech.be
SWEGON BELGIUM NV
Chaussée de Tirlemont 102
5030 GEMBLOUX
VENTILAIR GROUP
Pieter Verhaeghestraat 8
8520 KUURNE
WAGO BELUX
Excelsiorlaan 11
1930 ZAVENTEM
T +32 2 717 90 90
E info-be@wago.com
T +32 81 62 52 52
E info@swegon.be
T +32 56 36 21 20
W www.wago.com/be-nL
W www.swegon.be
F +32 56 36 21 21
SCHNEIDER ELECTRIC
E be@ventilairgroup.com
Dieweg 3
W www.ventilairgroup.be
WEISHAUPT
1180 Brussel
Paepsemlaan 7
T +32 (0)2 37 37 502
E customer-service.be@schneider-electric.com
TESTO NV/SA
Industrielaan 19
1740 TERNAT
1070 BRUSSEL
E info@weishaupt.be
W www.se.com/be/nl/
T +32 2 582 03 61
F +32 2 582 62 13
VIEGA
W www.weishaupt.be
E info@testo.be
W www.testo.com
Planet I business park
SOUDAL
Everdongenlaan 18
2300 TURNHOUT
T +32 14 42 42 31
F +32 14 42 65 14
E info@soudal.com
TROX BELGIUM NV
Paepsemlaan 18g
1070 BRUSSEL
T +32 2 522 07 80
F +32 2 520 21 78
E info@trox.be
Tollaan 101 c
1932 SINT-STEVENS-WOLUWE
T +32 2 551 55 10
F +32 2 503 14 33
E info@viega.be
a Wieland Holding company
WIELAND ELECTRIC
Bedrijvenpark de Veert 4
2830 WILLEBROEK
T +32 3 866 18 00
E info@wieland-electric.com
W www.soudal.com
W www.trox.be
W www.viega.be
W www.wieland-electric.com
INSTALLATIEENBOUW.BE | 89
www.begetube.com
WHERE EXPERTS CONNECT
EXTRA KORTING OP ASSORTIMENT
→ ALPEX KLEMVERBINDINGEN
→ KRAANWERK
→ MESSING COLLECTOREN
ACTIE GELDIG VAN 1 JUNI T.E.M. 30 JUNI
kijk op www.begetube.com voor de lijst met deelnemende artikelen
BEGETUBE N.V.
Kontichsesteenweg 53 - 55 B-2630 Aartselaar
t + 32 3 870 71 40 - info@begetube.com
Maak een
met eDesign Small Building
De snelste en eenvoudigste tool voor het
ontwerpen van elektriciteitskasten!
Probeer het nu!
© 2025 Schneider Electric. All Rights Reserved.