Property Today NL 2025 Editie 18
Magazine van de Mede-eigendom
Magazine van de Mede-eigendom
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
EDITIE 18 - 2025 - MEI-JUNI
MAGAZINE VAN DE MEDE-EIGENDOM
VRIJWILLIGE
SYNDICUS, ZELFDE
PLICHTEN!
Airbnb en VME's : is de syndicus wel of
niet betrokken?
Laadpalen : Waarom een collectieve start
de beste oplossing is
Betwistte energiefactuur? De
Ombudsman schiet te hulp
BW BOEK 6 BUITENCONTRACTUELE
AANSPRAKELIJKHEID IN WERKING
De laatste jaren heeft een frisse hervormingswind het
Burgerlijk Wetboek flink door elkaar geschud. Op 1 januari
2025 trad het “Boek 6: Buitencontractuele Aansprakelijkheid”
in werking. Deze nieuwe wetgeving is enkel van toepassing
op feiten, die zich hebben voorgedaan vanaf de jaarwisseling
van 2025. Voorlopig zal het oude en …
ALLE NUTTIGE INFORMATIE ESSENTIEEL
BIJ BOD OP EEN MEDE-EIGENDOM
Vooraleer een bod te doen op een pand in mede-eigendom,
is het essentieel om te beschikken over alle nuttige informatie.
Het gaat dan onder andere over de technische staat van het
gebouw, in het bijzonder de gemeenschappelijke delen, de
werking van de mede-eigendom (zoals de AV en de syndicus),
de financiële toestand (kaspositie, uitstaande leningen),en…
PROPERTY TODAY
HET MAGAZINE VAN DE MEDE-EIGENDOM
Bezoek onze vernieuwde
website www.propertytoday.be
Nu met een mooi overzicht van alle beschikbare
edities die u kan downloaden.
Alle verschenen artikels vanaf editie 1 in
onze nieuwe Blog display.
Nieuwe zoekfuncties over alle artikels, trefwoorden
en over alle edities.
Inhoudstafels van alle edities.
Mogelijkheden voor adverteerders om banners
te plaatsen.
Toegang tot het UVS-Intranet met vele documenten, modellen en informatie
GRATIS juridische bijstand
BENT U SYNDICUS ?
Word dan zeker lid van de beroepsfederatie UVS - Unie van Syndici !
Als u zich aansluit bij onze beroepsfederatie geniet u van vele voordelen :
Rechtsbijstandverzekering (disciplinaire verdediging) in optie
VELE NETWERKMOMENTEN met collega’s om al uw problemen op te lossen
U wordt voorgesteld aan mede-eigenaars die een syndicus zoeken in uw regio
GRATIS deelname aan seminaries en activiteiten
Uw medewerkers kunnen (op uw aanvraag) GRATIS LID worden
Grote kortingen en voorkeurslocatie bij deelnamen aan UVS evenementen
U ontvangt via onze Flash berichten alle praktische, gerichte en geactualiseerde
informatie om uw beroep zonder stress te kunnen uitoefenen
Meer inlichtingen (vrijblijvend) :
www.uvsyndici.be - info@uvsyndici.be
PROPERTYTODAY
3
INHOUD
EDITIE 18
MEI-JUNI
2025
Airbnb en VME's: is de syndicus wel of
niet betrokken?
Vrijwillige syndici: dezelfde verplichtingen
als professionele syndici
04
08
NOG NIET GEABONNEERD?
Schrijf u dan in via
www.propertytoday.be en
krijg het magazine GRATIS
in uw mailbox!
Vallen en opstaan bij de overdracht
van een kavel in mede-eigendom
De buitencontractuele aansprakelijkheid
van de VME in 2025
Collectieve laadinfrastructuur in
appartementsgebouwen
Betwistte energiefactuur? De
Ombudsman schiet te hulp
De UVS - Unie van Syndici bundelt
krachten met uni
Brandveiligheid in appartementsgebouwen:
de contradictie in het beleid
Mijn VerbouwLening: ook voor
appartementen en appartementsgebouwen
Geschillenbeslechting over onroerend goed
en mede-eigendommen via bemiddeling
10
12
20
23
25
28
32
34
Abonnementen zijn gratis en kunnen
onderschrevenworden via de website
www.propertytoday.be
Adreswijzigingen graag schriftelijk
doorgeven met vermelding van het
oude en het nieuwe e-mailadres.
Opzeggen kan gelijk wanneer gebeuren
mits melding via info@propertytoday.be
Het abonnement op het magazine is
gratis. Je krijgt het blad drie keer per jaar
toegestuurd, alsook enkele informatieve
mails indien nodig.
Uitgever
PROFIT & FUN BV
Steenwinkelstraat 425
2627 Schelle
Advertentieregie
info@propertytoday.be
Redactie
redac@propertytoday.be
Magazinelay-out
D&K Vision BV
T 03 877 29 20
info@dkvision.eu
Mede-eigendom in Spanje: 5
verrassingen voor Belgen
GOED OM WETEN 38
36
Copyright / Gehele of gedeeltelijke overname van de inhoud,
in welke vorm dan ook, is slechts toegestaan na schriftelijk
akkoord van de uitgever. De informatie in dit magazine is met
de grootste zorg geschreven en nagekeken. De uitgever kan
echter niet verantwoordelijk gesteld worden eventuele foute of
onvolledige informatie. Property Today kan geen garantie bieden
betreffende de juistheid van de informatie van de auteurs van de
gepubliceerde artikels, noch aansprakelijk gesteld worden voor
de schade die, direct of indirect, het gevolg is van deze informatie.
4 Editie mei - juni
Airbnb en VME's:
is de syndicus
wel of niet
betrokken?
01
Een wijdverspreid gebruik in quasi alle grootsteden (Brussel,
Parijs, Amsterdam, …) is de verhuur van appartementen via
internetplatformen (Airbnb, 9 flats, …). Maar deze “nieuwe” wijze
van het ter beschikking stellen van een privatieve kavel brengt wel
wat onenigheid met zich mee. Ook in België is er hieromtrent heel
wat discussie gerezen. Het gegeven dat in België dergelijke vorm
van verhuur niet wettelijk geregeld is, speelt hierbij ook zeker een rol.
De potentiële moeilijkheden die met het
verhuren van een appartement aan toeristen
gepaard kunnen gaan, zijn van tweeërlei
aard. Eerst en vooral moet de eigenaar de
nodige vergunningen bekomen teneinde
zijn privatieve kavel te mogen verhuren
aan toeristen. De recente verzegelingen
tonen aan dat met deze vergunningsplicht
niet lichtzinnig wordt omgegaan en dat
eigenaars die toeristische accommodaties
willen verhuren, moeten zich inschrijven:
چ
bij Toerisme Vlaanderen en, indien van toepassing, een erkenning aanvragen,
چ
bij het CGT (Commissariaat Generaal voor Toerisme Wallonië), dat verantwoordelijk
is voor de registratie van toeristische
accommodaties in Wallonië. Deze
registratie is verplicht voor elke
accommodatie die als toeristische huur
wordt aangeboden.
Het Vlaamse Logiesdecreet stelt dat
toeristische accommodaties moeten
voldoen aan basisnormen op het
gebied van brandveiligheid, hygiëne,
verzekering en kwaliteit. De specifieke
exploitatievoorwaarden zijn afhankelijk
van het type accommodatie (bijvoorbeeld
hotels, bed & breakfasts, vakantiehuizen). Het
niet naleven van deze verplichtingen kan
eigenaren blootstellen aan boetes of andere
sancties.
In Wallonië wordt de toeristische
verhuur gereguleerd door verschillende
wettelijke teksten, waaronder het
Waals Toerismedecreet en het
Besluit van de Waalse Regering
van 8 december 2022. Deze teksten
leggen onder andere verplichtingen
op inzake stedenbouwkundige
vergunningen, brandveiligheid,
aansprakelijkheidsverzekering en melding
bij de bevoegde autoriteiten. Sinds 30
januari 2023 is het verplicht om een
stedenbouwkundige vergunning te hebben
om een toeristische accommodatie te
creëren in een bestaand gebouw.
De Brusselse specificiteit
In Brussel is het verhuren van een kamer
via Airbnb uiteraard niet illegaal, maar men
moet zich wel houden aan de regionale
ordonnantie van 8 mei 2014 van kracht sinds
april 2016.
Deze ordonnantie, reguleert de installatie
en exploitatie van dit type logies in Brussel
en bepaalt onder meer dat de eigenaar
op het adres van de verhuurde woning
gedomicilieerd moet zijn (dat sluit dus
woningen uit die uitsluitend voor dit type
verhuur zijn aangekocht).
Een andere maatregel, die al op grote schaal
door sommige Brusselse gemeenten wordt
toegepast, is de belasting op leegstaande
panden. Een woning die uitsluitend via
Airbnb wordt verhuurd, heeft meestal geen
ingeschreven bewoners en wordt daarom
als leegstaand beschouwd … en is dus
belastbaar.
PROPERTYTODAY
5
Bovendien moet de mede-eigenaar bij de
registratie van een toeristisch logies normaal
gezien de schriftelijke toestemming
van de Vereniging van Mede-eigenaars
voorleggen (art. 7 §1, 6° en 7° van het
uitvoeringsbesluit van de Brusselse
ordonnantie).
De afgelopen jaren is het aantal
beslissingen van algemene vergaderingen
dat Airbnb-verhuur volledig verbiedt
of beperkt in mede-eigendommen
aanzienlijk toegenomen. Behalve in enkele
uitzonderingen geven de Rechtbanken en
Hoven doorgaans gelijk aan de VME's .
Europese Commissie bekritiseert
de Brusselse Airbnb-regels
De Europese Commissie heeft in januari
2019 een inbreukprocedure tegen België
gestart, specifiek gericht op het Brussels
Gewest. De Commissie stelt dat de Brusselse
regels, zoals vastgelegd in de ordonnantie,
niet in overeenstemming zijn met het
evenredigheidsbeginsel in de richtlijn over
de interne markt voor diensten. Europa
dringt er daarom op aan dat het Brussels
Gewest de ordonnantie herzien ten gunste
van particulieren die hun woning via Airbnb
willen verhuren.
Een tweede belangrijk aspect is de
verenigbaarheid met het reglement van
mede-eigendom.
De verhuur van privatieve eigendommen
op korte termijn via platforms zoals Airbnb
wordt niet altijd toegestaan in VME’s. De
statuten en het reglement van medeeigendom
kunnen dergelijke verhuur
expliciet verbieden. In deze situaties kan
eenvoudig worden verwezen naar deze
bepalingen om de verhuur te weren.
Daarnaast bepaalt het reglement van medeeigendom
onder andere de bestemming
van de privatieve kavels. Als de bestemming
van de privatieve kavels privébewoning
is, roept dat de vraag op of het toeristisch
verhuren van een appartement (via een
internetplatform) verenigbaar is met deze
bestemming, ook al is er geen uitdrukkelijk
statutair verbod.
Als de statuten of het reglement enkel
een algemeen verbod op activiteiten die
overlast veroorzaken vermelden, is het aan
de VME om aan te tonen dat verhuur via
platforms zoals Airbnb overlast veroorzaakt
(bijvoorbeeld door veelvuldig in- en uitlopen
van huurders).
Indien de statuten de uitoefening van
horeca-activiteiten verbieden, kan dat een
sterke aanwijzing zijn dat ook de uitbating
van Airbnb verboden is — vooral wanneer
de verhuur een commercieel of quasihotelmatig
karakter heeft.
Toch is Airbnb-verhuur niet automatisch
uitgesloten: de concrete invulling en
frequentie van de verhuur, evenals de
aanwezigheid van bijkomende diensten,
spelen een doorslaggevende rol. Voor
een ondubbelzinnige uitsluiting is het
aangewezen dat de statuten ook expliciet
toeristische of tijdelijke verblijfsverhuur
verbieden
Airbnb verenigbaar met
privébewoning?
De rechtspraak bevestigt dat kortetermijnverhuur
vaak niet verenigbaar is met de
bestemming voor privébewoning. Zo
“ De verhuur
van privatieve
eigendommen op
korte termijn via
platforms zoals
Airbnb wordt niet
altijd toegestaan
in VME’s.
SYNDIC
Channel
SYNDIC Channel
NIEUW IN MEDE-EIGENDOM IN BELGIË!
Kijk op YouTube naar de SYNDIC Channel, wordt nu snel aangevuld.
oordeelde de vrederechter van Brugge
op 4 februari 2016 dat het verhuren van
een appartement via Airbnb zonder
toestemming van de verhuurder neerkomt
op ongeoorloofde onderverhuur, wat in
strijd is met de woninghuurwet.
Daarnaast besliste de vrederechter van
Brugge op 13 april 2017 dat vakantieverhuur
via Airbnb een commerciële activiteit is
en dus niet toegestaan in een flatgebouw
waar de basisakte commerciële verhuring
verbiedt. Deze rechtspraak bevestigt
dat kortetermijnverhuur doorgaans
niet verenigbaar is met de bestemming
voor privébewoning. Dergelijke verhuur
wordt vaak als een commerciële activiteit
beschouwd en niet als "bewoning".
Deze uitspraken illustreren dat
kortetermijnverhuur via platforms zoals
Airbnb vaak als een commerciële activiteit
wordt beschouwd en niet als "bewoning",
waardoor het in strijd kan zijn met de
bestemming voor privébewoning zoals
bepaald in het reglement van medeeigendom.
De rechtspraken kwamen telkens tot
hetzelfde besluit: de bestemming tot
privébewoning staat enkel de verhuur
voor een langere termijn toe. A contrario
kan men hieruit afleiden dat het verhuren
aan toeristen, wat meestal voor een korte
periode is, via een internetplatform niet
verenigbaar is met de bestemming tot
privébewoning. Doordat het appartement
telkens voor een korte periode is verhuurd, is
er volgens de heersende rechtspraak immers
geen sprake van “bewoning”.
Een ander element aangaande de invulling
van het begrip privébewoning is dat de
private kavels niet mogen worden gebruikt
voor enigerlei handelsactiviteit.
Ook dit is problematisch volgens de
heersende rechtspraak. Zo heeft de
vrederechter te Brugge o.a. besloten dat de
regelmatige verhuur via Airbnb wel degelijk
een (verboden) ondernemingsactiviteit
uitmaakt.
6 Editie mei - juni
Deze opvatting maakt bijgevolg dat
het occasioneel, niet frequent verhuren
van je appartement niet als een
ondernemingsactiviteit wordt beschouwd
en aldus wel verenigbaar kan zijn met de
bestemming tot privébewoning.
Deze elementen maken dat het toeristisch
verhuren van een appartement voor korte
periodes in principe niet verenigbaar is met
de bestemming tot privébewoning. Een
randopmerking bij deze vonnissen is wel dat
het telkens om de verhuring via Airbnb gaat.
Naar analogie is deze rechtspraak o.i. ook
van toepassing op de verhuur van privatieve
kavels via enig ander internetplatform.
Airbnb versus klassieke
vakantieverhuur: een vage maar
bepalende grens
Is Airbnb werkelijk vergelijkbaar met de
traditionele vakantieverhuur? Juridisch
gezien zijn er zeker gelijkenissen, maar
de verschillen – soms subtiel – kunnen
juridische gevolgen van formaat hebben.
In beide gevallen gaat het om bemeubelde
verhuringen op korte termijn, bedoeld
voor toeristisch of recreatief gebruik. De
woning blijft privé-eigendom en wordt
tijdelijk verhuurd aan derden, zonder
eigendomsoverdracht. Het inschakelen
van een tussenpersoon is gebruikelijk: een
klassiek vastgoedkantoor bij traditionele
vakantiewoningen aan zee of in de bergen,
of een digitaal platform zoals Airbnb in de
digitale economie.
Belgische rechtbanken hebben zich al
meermaals over de kwestie uitgesproken.
Hun standpunt wordt steeds strikter:
een regelmatige verhuur via Airbnb,
gecombineerd met diensten zoals
schoonmaak, ontvangst of linnengoed, kan
worden geherkwalificeerd als hotelactiviteit.
In dat geval kan de activiteit in strijd zijn met
het reglement van mede-eigendom dat
commerciële of hotelactiviteiten verbiedt.
Omgekeerd blijft een occasionele verhuur,
zonder bijkomende diensten, juridisch
gezien doorgaans aanvaardbaar als klassieke
vakantieverhuur — zelfs wanneer deze via
een digitaal platform gebeurt.
Moet het begrip wonen ruimer
geïnterpreteerd worden ?
Naast deze duidelijke visie van
bovenvermelde rechtspraak is er echter
een stroming in de Belgische rechtsleer
die een andere mening is toegedaan. Zich
baserend op de visie van buitenlandse
(Franse en Duitse) rechtspraak zijn sommige
auteurs, weliswaar een minderheid, van
oordeel dat de verhuur aan dagelijks of
wekelijks wisselende toeristen wel degelijk
verenigbaar is met de bestemming
van de betrokken appartementen tot
privébewoning.
Deze auteurs halen o.a. argumenten aan
van het Duitse Bundesgerichtshof, volgens
dewelke het begrip wonen ruim moet
worden geïnterpreteerd. Volgens die visie
heeft de eigenaar van een appartement het
recht om op de meest volstrekte wijze zijn
eigendom te gebruiken en moet aldus het
recht en de vrijheid hebben om zijn private
deel te verhuren.
Conclusie: concreet moet de persoon
die zijn appartement wil verhuren aan
toeristen eerst en vooral aandacht
schenken aan de nodige privatieve
vergunningen alsook met de statuten
(het reglement van mede-eigendom).
Bepalen de statuten de bestemming
tot privébewoning, dan is uit het
voorgaande gebleken dat de verhuring
aan toeristen hier niet mee verenigbaar is.
Is de syndicus eigenlijk
betrokken partij?
Het verhuren van een appartement is in
essentie een privatieve aangelegenheid.
Zoals algemeen bekend, beheert de
syndicus uitsluitend de gemeenschappelijke
delen van het gebouw en heeft hij geen
enkele bevoegdheid over de privatieve
delen.
Tenzij er specifieke klachten worden
ingediend of een expliciete opdracht wordt
gegeven door de algemene vergadering,
is het niet de taak van de syndicus om
zelfstandig actie te ondernemen tegen een
mede-eigenaar die verhuurt.
De syndicus kan enkel optreden binnen
de grenzen van zijn wettelijke, statutaire of
conventionele bevoegdheden. Dit betekent
dat zijn handelen beperkt is tot wat is
vastgelegd in:
چ
De Wet op de Mede-eigendom en de deontologie; Dit vormt het wettelijke
kader voor de bevoegdheden en
verplichtingen van de syndicus.
چ
De Statuten: deze documenten bevatten de specifieke regels en afspraken die van
toepassing zijn binnen een specifieke VME.
چ
De Beslissingen van de Algemene Vergadering : de syndicus dient de
beslissingen van de AV uit te voeren, kan
hier niet zelfstandig of éénzijdig van
afwijken.
چ
Zijn Mandaat en overeenkomst : dit omvat de specifieke missies en taken die
expliciet aan de syndicus zijn toegewezen.
Tips
چ
Indien het RIO geen expliciete bepalingen bevat omtrent kortetermijnverhuur, kan
de VME via de algemene vergadering
besluiten om dit reglement te wijzigen.
Een dergelijke wijziging kan bijvoorbeeld
toeristische verhuur expliciet toestaan of
verbieden. De vereiste meerderheid is hier
1/2+1.
چ
Een statutenwijziging specifiek gericht op kortetermijnverhuur lijkt niet noodzakelijk
en ook niet wenselijk, aangezien
het wijzigen van de bestemming
naar bijvoorbeeld een commerciële
bestemming ongewenste gevolgen kan
hebben. Dit zou de mede-eigenaar in
kwestie in de toekomst kunnen beperken
bij de verkoop van zijn appartement.
Daarnaast vereist een statutenwijziging
een authentieke akte bij de notaris, wat
aanzienlijke kosten met zich meebrengt.
Voor een statutenwijziging is bovendien
een vier/vijfde meerderheid vereist.
چ
Om mogelijke discussies tussen de mede-
PROPERTYTODAY
7
eigenaar en de VME te vermijden, kan
men best een heldere clausule opnemen
in het reglement van interne orde om
deze situatie duidelijk te regelen. Deze
clausule kan het aanbieden van privatieve
kavels voor toeristische verhuur expliciet
toestaan dan wel verbieden (aanpassing
RIO meerderheid 1/2+1).
Bemiddeling en het openen van
een dialoog
Indien nodig kan de syndicus, met
goedkeuring van de algemene vergadering,
ook een externe bemiddelaar inschakelen
met als doel het vinden van een oplossing
die voor alle partijen aanvaardbaar is, zonder
meteen juridische stappen te ondernemen.
Bemiddeling kan oplossingen bieden in
geval van klachten zoals geluidsoverlast,
misbruik van gemeenschappelijke ruimtes
of schending van het reglement van interne
orde (RIO).
De syndicus dient ten alle tijden neutraal te
blijven maar kan zeker meewerken aan dit
proces om de situatie te verduidelijken. Het
doel hiervan is om escalatie te voorkomen
en de cohesie binnen de gemeenschap te
bewaren. Bemiddeling kent echter grenzen.
Het is een vrijwillig proces waarbij alle
betrokken partijen bereid moeten zijn om
mee te werken. U kan een bemiddelaar
vinden op de website van de Federale
Bemiddelingscommissie:
ǯ https://fbc-cfm.be/
Afstand van verhaal: veiliger en
eenvoudiger!
Het is belangrijk om het afstand van
verhaal in de lassen in de blokpolis. Wij
vroegen aan onze partner Citadel Insurance
als afstand van verhaal een goede
optie was: het antwoord van Thomas
Robberechts (thomas@citadelinsurance.
be) luidt als volgt : “Een afstand van
verhaal is geen standaardonderdeel van
de blokpolis, maar biedt een belangrijke
bescherming voor de mede-eigenaars
bij verhuur lange termijn of toeristisch
verhuur". In principe moet een huurder
een huurdersaansprakelijkheidsverzekering
afsluiten en jaarlijks een attest aan de
verhuurder overhandigen. Dit attest
bevestigt dat de premie betaald is en de
verzekering actief is.
In de praktijk blijkt echter dat niet elke
eigenaar deze attesten strikt opvolgt. Vaak
betaalt een huurder enkel in het eerste jaar
de premie, waarna deze verplichting wordt
verwaarloosd. Om eigenaars-verhuurders
tegen dit risico te beschermen, hebben
brandverzekeraars de waarborg "afstand
van verhaal" ontwikkeld. Dit garandeert
dat eigenaars verzekerd blijven, ongeacht
de situatie van de huurder. De bijpremie
kan eventueel worden doorgerekend in de
huurprijs.
Twee Opties voor Afstand van
Verhaal
De blokpolis voorziet twee manieren om
afstand van verhaal te regelen:
1. Per appartement: Dit leidt tot een
bijpremie van 50% voor het aandeel
van de eigenaar(verhuurder), maar
vereist extra administratie van
zowel de syndicus als de verzekeraar
om alles actueel te houden.
2. Voor de hele VME: een bijpremie
van 25%-30% wordt toegevoegd aan
de jaarlijkse premie van de blokpolis,
wat eenvoudiger te beheren is.
Deze regeling is ook relevant voor verhuur
via platforms zoals Airbnb, waar geen
standaard huurcontract wordt gebruikt.
Door een waarborg afstand van verhaal af te
sluiten, hoeven mede-eigenaars zich geen
zorgen te maken over aansprakelijkheid
of het achterhalen van verantwoordelijke
partijen bij schade. Het biedt zekerheid
in een markt waarin korte termijnverhuur
steeds vaker voorkomt.
Tip van de syndicus:
controleer uw blokpolissen en zorg dat een
waarborg afstand van verhaal is toegevoegd.
Dit kleine extraatje kan u veel zorgen en
risico's besparen!
info
Mevr. Dominique Krickovic
Directeur UVS
(Unie van Syndici)
info@uvsyndici.be
www.unievansyndici.be
PROPERTYTODAY
8 Editie mei - juni
02
Vrijwillige syndici:
dezelfde verplichtingen
als professionele syndici
Het is bij velen nog onbekend, maar
vrijwillige syndici-mede-eigenaars zijn
onderworpen aan exact dezelfde
wettelijke verplichtingen als
professionele syndici. De enige
uitzondering: zij moeten niet ingeschreven
zijn bij het Beroepsinstituut van
Vastgoedmakelaars (BIV). Behalve deze
formaliteit zijn zij verplicht dezelfde
beheersregels na te leven als die welke
worden opgelegd door de wet op de medeeigendom.
Dat betekent dat ook een vrijwillige syndicus
moet waken over de naleving van alle
wettelijke verplichtingen, de regelgeving
inzake brandveiligheid en asbest, de GDPR,
het energieprestatiecertificaat (EPC), de fiber
aansluiting, en bovendien geregistreerd
moet zijn bij de Kruispuntbank van
Ondernemingen (KBO).
Deze verplichtingen vergen steeds meer
kennis van technische, juridische en
administratieve regels. Daarom is het van
belang om niet geïsoleerd te blijven:
de Unie van Syndici (UVS) staat klaar om
onze talrijke vrijwillige syndici ontvangen, te
informeren en hen gratis juridisch advies te
geven.
Noteer alvast donderdag 20 november
2025 in uw agenda om het Salon van de
Mede-eigendom gratis te bezoeken –
een ideale gelegenheid om uw kennis te
verdiepen via een praktijkgerichte opleiding
en gratis juridisch advies. Kom in contact
met leveranciers die actief zijn in medeeigendom
en bezoek zeker onze stand van
de Unie van Syndici om u in te schrijven
voor onze Webinars en online opleidingen
in 2026
ǯ www.salonvandemedeeigendom.be
info
Mevr. Dominique Krickovic
Directeur UVS
(Unie van Syndici)
info@uvsyndici.be
www.unievansyndici.be
PROPERTYTODAY
Buildimax All Risk
Alle risico verzekering Building
De blokpolis die alles
‘in’begrepen heeft
Meer info op axa.be
Comfort Thuis Speciaal Buildimax All Risk is een verzekering alle risico’s Building die de (mede-)eigenaars dekt van een gebouw vanaf
4 eenheden. Dit product werd ontwikkeld door AXA Belgium, Belgische verzekeringsmaatschappij, en is onderworpen aan het
Belgisch recht. Het verzekeringscontract wordt gesloten voor een looptijd van een jaar met mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging.
Aarzel niet om een beroep te doen op uw verzekeringstussenpersoon voor meer informatie of een offerte. Hij staat voor u klaar en is
het best geplaatst om een voorstel te doen dat bij uw situatie past. Wij nodigen u uit de algemene voorwaarden en de productfiche
(IPID) te raadplegen alvorens het product af te sluiten. Daarin vindt u de aangeboden dekkingen en de eventuele beperkingen en
uitsluitingen van de waarborgen. Dit document is gratis te verkrijgen bij uw verzekeringstussenpersoon of op www.axa.be.
Niet tevreden over iets? Laat het ons weten via customer.protection@axa.be. Indien u niet akkoord gaat met de voorgestelde
oplossing kunt u zich richten tot de Ombudsman van de Verzekeringen, de Meeûsplantsoen 35 te 1000 Brussel.
AXA partner van
AXA Belgium, nv van verzekeringen toegelaten onder het nr. 0039 om de takken leven en niet-leven te beoefenen (KB 04-07-1979, BS 14-07-1979) • Maatschappelijke zetel: Troonplein 1, 1000 Brussel
(België) • www.axa.be • Tel.: 02 678 61 11 • KBO nr.: BTW BE 0404.483.367 RPR Brussel • 7.06.7176 - 0724 • V.U.: C. Audet, AXA Belgium nv, Troonplein 1, 1000 Brussel (België).
10 Editie mei - juni
03
Vallen en opstaan bij de overdracht
van een kavel in mede-eigendom: hoe
bereidt u zich voor op het bezit van
een eigendom in mede-eigendom?
1. Een eigendom verwerven in medeeigendom
vereist dat men zich
vertrouwd maakt met de werking en
de bijzonderheden van een medeeigendom.
Een gebouw in mede-eigendom is
opgedeeld in kavels, die een privatief deel
omvatten (zoals een appartement, kantoor
of handelsruimte) en een aandeel in de
gemeenschappelijke delen, dat wordt
vastgesteld op basis van de waarde van
de privatieve delen, rekening houdend
met de netto-oppervlakte, de ligging en
het gebruik ervan. Deze aandelen in de
gemeenschappelijke delen bepalen zowel
het stemrecht van de mede-eigenaars
op de algemene vergaderingen als
hun bijdrage in de kosten. Zij worden
vastgelegd in de basisakte en het
reglement van mede-eigendom.
Deze documenten, samen met het
reglement van inwendige orde, beschrijven
tevens de werking van de vereniging van
mede-eigenaars en de rechten en plichten
van de mede-eigenaars met betrekking
tot de privatieve en gemeenschappelijke
delen. Het is dan ook essentieel om deze
documenten grondig te raadplegen vóór
aankoop. Zij zijn bindend voor de koper,
die gehouden is zich eraan te houden.
2. Herinnering: een overeenkomst
komt tot stand door loutere
wilsovereenstemming tussen partijen,
ook in vastgoedzaken.
De eenvoudige aanvaarding van een
aanbod – dat wil zeggen een voorstel tot
het sluiten van een overeenkomst dat alle
essentiële elementen bevat – volstaat om
een verkoop tot stand te brengen.Vanaf het
moment van aanvaarding zijn de partijen
gebonden. De ondertekening van een
compromis is dan louter een formaliteit.
Het is daarom van belang dat bij
het opstellen van het aanbod alle
essentiële elementen duidelijk
vermeld zijn, zoals bijvoorbeeld
een opschortende voorwaarde voor
het verkrijgen van een lening, de
stedenbouwkundige situatie, enzovoort.
3. Vooraleer een bod te doen of er een
te aanvaarden voor een pand in medeeigendom,
is het essentieel om te
beschikken over alle nuttige informatie.
Het gaat dan onder andere over de
technische staat van het gebouw, in het
bijzonder de gemeenschappelijke delen
(eventuele geplande werken), de werking
van de mede-eigendom (zoals algemene
vergaderingen en de syndicus), de financiële
toestand (kaspositie, uitstaande leningen),en
juridische documenten ( de basisakte, het
reglement van mede-eigendom, en het
geactualiseerde (?) reglement van inwendige
orde).
Artikel 3.94 van het Burgerlijk Wetboek
bepaalt welke wettelijke informatie de
verkoper, vastgoedmakelaar of notaris aan
de kandidaat-koper moet overmaken, op
basis van gegevens van de syndicus. Het
gaat voornamelijk om financiële informatie
over de mede-eigendom, eventuele
achterstallen van de verkoper, lopende
geschillen, en de verslagen van de algemene
vergaderingen van de laatste drie jaar.
4. Vóór de ondertekening van de
authentieke akte moeten de eerder
ontvangen gegevens worden
geactualiseerd, vooral de financiële
gegevens. De notaris vraagt deze
informatie op bij de syndicus, die ze
binnen de 30 dagen moet overmaken.
Op dat moment moet ook bepaald worden
wie (de verkoper of de koper) instaat
voor de laatste besliste uitgaven van de
algemene vergadering of de syndicus
(zoals oproepen tot fondsen, schulden
uit geschillen). Het is de datum waarop
de syndicus de betaling vordert die
bepalend is ten aanzien van de medeeigendom.
Aldus, indien de oproep tot
fondsen vóór de authentieke akte die de
eigendomsoverdracht tot stand brengt
werd beslist, maar pas na de ondertekening
van de akte wordt gevorderd, zal de koper
gehouden zijn deze te dragen.
Niets belet de partijen om een andere
regeling te treffen en te bepalen dat
bepaalde uitgaven van de mede-eigendom
ten laste van de verkoper blijven, zelfs indien
de betaling pas na de notariële akte wordt
geëist.
5. Laten wij verduidelijken dat het
aandeel in het werkkapitaal, dat
wordt gedefinieerd als het geheel
van voorschotten die door de medeeigenaars
zijn betaald als provisie om
periodieke uitgaven te dekken, zoals de
kosten voor verwarming en verlichting
van de gemeenschappelijke delen, de
beheerskosten en de conciërgedienst,
zal worden terugbetaald aan de
verkoper.
PROPERTYTODAY
11
Het aandeel in het reservekapitaal
daarentegen, dat bestaat uit
periodieke bijdragen bedoeld om nietperiodieke
uitgaven te dekken, zoals
die veroorzaakt door de vernieuwing
van het verwarmingssysteem, de
herstelling of vervanging van een lift
of het aanbrengen van een nieuwe
daklaag, blijft verworven aan de medeeigendom.
Er is dus geen terugbetaling
mogelijk door de mede-eigendom.
6. De wetgever heeft beschermingsmaatregelen
aangenomen ten voordele
van de mede-eigendom voor het
innen van achterstallige lasten die nog
verschuldigd zijn op het moment van
verkoop. In geval van afwezigheid van
betwisting door de verkoper, worden
deze lasten door de notaris ingehouden
op de verkoopprijs en betaald aan de
mede-eigendom.
In geval van betwisting moet de notaris
binnen drie dagen na de akte de syndicus
op de hoogte brengen, zodat deze
binnen twintig werkdagen een bewarend
derdenbeslag kan laten betekenen
om de fondsen te blokkeren. Indien
het meningsverschil blijft bestaan, zal
een procedure tot invordering van de
lasten moeten worden ingeleid bij de
vrederechter. Pas na een vonnis kunnen
de in beslag genomen bedragen aan de
mede-eigendom worden overgedragen.
Bij gebrek aan betekening van een dergelijk
beslag, betaalt de notaris de ingehouden
bedragen terug aan de verkoper. Dit
belet de mede-eigendom echter niet
om alsnog een invordering in te stellen,
al zal het in geval van een veroordelend
vonnis wellicht moeilijker zijn om de
verschuldigde bedragen effectief te innen.
7. Zodra hij eigenaar is geworden, is
de koper verplicht zich te houden
aan de bepalingen van de statuten
(de basisakte en het reglement van
mede-eigendom) en het reglement van
inwendige orde.
Hoewel hij binnen zijn privatieve deel alle
renovatiewerken mag uitvoeren die hij
wenst, mag hij de gemeenschappelijke
delen niet aantasten zonder toestemming
van de algemene vergadering. Veel
privatieve werken hebben een impact
op de gemeenschappelijke delen, wat
veel nieuwe eigenaars niet beseffen.
Zo is het uitgesloten dat men zich zonder
toestemming van de algemene vergadering
loskoppelt van de gemeenschappelijke
verwarmingsinstallatie. Een dergelijke
ontkoppeling beïnvloedt immers zowel de
werking van de gemeenschappelijke ketel
als de verdeling van de kosten. Een eigenaar
mag geen gemeenschappelijke schouw
gebruiken – zelfs niet indien deze niet
meer gebruikt wordt door andere medeeigenaars
– om een houtkachel te installeren,
en hij mag evenmin een gat in de gevel
maken voor de installatie van een afvoer
voor een dampkap of een kachel, zonder
toestemming van de algemene vergadering.
Voor dergelijke werken, die de
gemeenschappelijke delen raken, moet
vooraf toestemming worden gevraagd
en het punt moet op de agenda van
de eerstvolgende vergadering van
mede-eigenaars worden geplaatst.
Een kandidaat-koper die zijn appartement
grondig wenst te renoveren zodra hij
eigenaar wordt, doet er dan ook goed
aan om de aard en de draagwijdte van de
geplande werken te controleren, alsook hun
impact op de gemeenschappelijke delen
en de haalbaarheid van zijn project, om veel
problemen en moeilijkheden te vermijden.
8. De kandidaat-koper heeft er dus
alle belang bij om rekening te houden
met de eigenheden van het collectieve
beheer van een gebouw in medeeigendom,
alvorens over te gaan tot
de aankoop van een goed in medeeigendom.
info
Mter Corinne Mostin
Advocaat aan de Balie van Brussel
www.4law.be
PROPERTYTODAY
12 Editie mei - juni
04
De buitencontractuele
aansprakelijkheid van
de VME anno 2025
De laatste jaren heeft een frisse hervormingswind het Burgerlijk
Wetboek (hierna: BW) flink door elkaar geschud. Op 1 januari 2025 trad
het “Boek 6: Buitencontractuele Aansprakelijkheid” in werking. Deze
nieuwe wetgeving is enkel van toepassing op feiten, die zich hebben
voorgedaan vanaf de jaarwisseling van 2025. Voorlopig zal het oude en
het nieuwe recht aldus nog enige tijd naast elkaar blijven bestaan.
Met de invoering van boek 6 verdwijnen de
iconische artikelen 1382 tot en met 1386 van
het oud BW. In de plaats daarvan omvat het
nieuwe Boek 6 niet minder dan 55 artikelen
met hoofzakelijk bepalingen van aanvullend
recht, waarvan partijen aldus (contractueel)
kunnen afwijken.
In deze bijdrage wordt onderzocht
welke gevolgen de hervorming van het
buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht
heeft voor de vereniging van medeeigenaars.
Op wie zijn de regels van
toepassing?
Artikel 6.4 (nieuw) BW maakt duidelijk dat
de regels gelden voor zowel natuurlijke
personen als rechtspersonen, terwijl artikel
1382 oud BW enkel sprak over de "daad van
de mens".
De regels van het nieuwe buitencontractuele
aansprakelijkheidsrecht zijn
derhalve niet alleen van toepassing op
een individuele mede-eigenaar, zelfs als
deze als syndicus optreedt, maar ook op
verenigingen van mede-eigenaars en zelfs
op deelverenigingen van mede-eigenaars,
aangezien deze worden beschouwd als
rechtspersonen.
De aspecten van het
buitencontractueel
aansprakelijkheidsrecht
A. De feiten die tot aansprakelijkheid
kunnen leiden van de vereniging van
mede-eigenaars
A.1 De foutaansprakelijkheid
Met betrekking tot de foutaansprakelijkheid
blijft de Belgische wetgever in de artikelen
SYNDIC
Channel
SYNDIC Channel
NIEUW IN MEDE-EIGENDOM IN BELGIË!
Kijk op YouTube naar de SYNDIC Channel, wordt nu snel aangevuld.
14 Editie mei - juni
6.5 en 6.6 BW trouw aan de basisprincipes
die in de algemene, beknopte en abstracte
bepaling van artikel 1382 oud BW jaren
geleden werden vastgelegd.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat
artikel 6.6 BW “de fout” definieert als het
schenden van hetzij een wettelijke regel, die
een bepaald gedrag voorschrijft of verbiedt,
hetzij de algemene zorgvuldigheidsnorm,
die geldt in het maatschappelijk verkeer
of, anders gezegd, in de manier waarop
de mensen in de samenleving met elkaar
omgaan. Van de schending van de
algemene zorgvuldigheidsnorm is er sprake
wanneer een persoon anders handelde dan
een voorzichtig en redelijk (rechts)persoon in
dezelfde omstandigheden geplaatst.
Voorbeelden: Aldus kan de vereniging
van mede-eigenaars aansprakelijk gesteld
worden voor de schade geleden door een
of meerdere individuele mede-eigenaars
wegens het gebrek aan kordaat optreden
tegen een mede-eigenaar of huurder die
in strijd met het reglement van medeeigendom
een hinderverwekkende
activiteit uitbaat op het gelijkvloers van het
appartementsgebouw (zoals een horecazaak
of prostitutie).
Daarnaast kan de vereniging van medeeigenaar
worden aangesproken wanneer
er door haar gebrek aan een normaal
en tijdig onderhoud en lediging van
gemeenschappelijke rioleringsbuizen
een verstopping wordt veroorzaakt met
schadelijke gevolgen voor welbepaalde
privatieve kavels.
A 2. De foutloze aansprakelijkheid
De foutloze aansprakelijkheid houdt
in dat een natuurlijke persoon of een
rechtspersoon aansprakelijk is zonder dat er
sprake is van een (eigen) persoonlijke fout. Er
zijn meerdere vormen van deze principiële
onweerlegbare aansprakelijkheid.
A.2.1 De aansprakelijkheid voor andermans
daad
A.2.1.1 De aansprakelijkheid van de
aansteller
Een aansteller is een (rechts)persoon die
gezag, toezicht of leiding uitoefent over een
persoon die voor hem werkt, de aangestelde.
Er is dus een band van ondergeschiktheid
vereist. Als aangestelden komen onder
meer in aanmerking: een conciërge die
met de vereniging van mede-eigenaars
een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten,
alsook een klusjesman of een poetsvrouw/
poetsman die in loondienst voor de
vereniging van mede-eigenaars werkt.
Wat betreft de foutloze aansprakelijkheid van
de aansteller voor de schadeverwekkende
fouten van zijn aangestelde wijkt artikel
6.14 BW op het eerste zicht niet af van de
toepassing van het oude recht.
Alleen wordt de voornaamste in het
verleden door de rechtspraak gecreëerde
vereiste voor deze foutloze aansprakelijkheid
in de wettekst opgenomen: de
aangestelde moet de schade hebben
berokkend tijdens en naar aanleiding
van de uitoefening van zijn werk
alvorens er sprake kan zijn van foutloze
aansprakelijkheid van de aansteller.
Zelfs fouten die onrechtstreeks of
occasioneel betrekking hebben op de
functie van de aangestelde kunnen derhalve
leiden tot de foutloze aansprakelijkheid van
de aansteller.
A.2.1.2 De aansprakelijkheid van de
bestuursorganen
Met de aansprakelijkheid van
rechtspersonen voor hun bestuursorganen
en de leden ervan voorziet het nieuwe Boek
6 met betrekking tot de buitencontractuele
aansprakelijkheid in artikel 6.15 BW in een
significante toevoeging aan de foutloze
aansprakelijkheid.
In het oude recht konden rechtspersonen
alleen aansprakelijk worden gesteld voor
schadeverwekkende fouten van hun
bestuursorganen door toepassing van
de zogenaamde ‘orgaantheorie’. Deze
theorie hield in dat de handelingen van
de bestuursorganen werden beschouwd
als een handeling van de rechtspersoon
zelf, waardoor men ervan uitging dat de
rechtspersoon zelf een schadeverwekkende
fout had begaan. Overigens konden enkel
fouten van bestuursorganen binnen
de uitvoering van hun opdracht tot
aansprakelijkheid van de rechtspersoon
leiden.
Het nieuwe recht heeft de orgaantheorie
overboord gegooid. Vanaf nu is ervoor
gekozen om de aansprakelijkheid van
rechtspersonen voor fouten van hun
bestuursorganen af te stemmen op
hun aansprakelijkheid voor fouten van
een aangestelde. De aansprakelijkheid
is aldus geëvolueerd naar een foutloze
aansprakelijkheid voor de daden van
anderen. Rechtspersonen zijn bijgevolg
automatisch aansprakelijk voor schade
veroorzaakt door hun bestuurders, zowel als
groep (bestuursorgaan) als individueel. Dit
geldt ook voor personen die in de praktijk
als bestuurders optreden, zonder officieel
benoemd te zijn. De aansprakelijkheid geldt
dan weer niet voor de leden, vennoten- of
aandeelhoudersvergaderingen, of de
personen die daar deel van uitmaken.
Essentieel is dat het nieuwe recht wederom
bepaalt dat het schadeverwekkend feit dat
tijdens en naar aanleiding van de functie
van het bestuursorgaan of een lid ervan tot
foutloze aansprakelijkheid kan leiden. Het
volstaat dat het (foutief) handelen van het
bestuursorgaan verbonden is met de functie,
zonder de vereiste dat het handelen binnen
de functie moet zijn gebeurd. Dit impliceert
dat een rechtspersoon aansprakelijk
kan gesteld worden zelfs indien haar
bestuursorgaan misbruik van zijn functie
maakt en buiten het mandaat optreedt.
Er is met deze toevoeging aan de
foutloze aansprakelijkheid bijgevolg geen
onderscheid meer tussen de aangestelden
en de organen van de vereniging van medeeigenaars.
De vereniging van mede-eigenaars
kan derhalve voortaan ook (mee)
buitencontractueel aansprakelijk
worden gesteld wanneer haar
syndicus, een lid/de leden van de
raad van mede-eigendom of de
rekeningcommissaris(sen) aan een
derde schade veroorzaakt/veroorzaken
tijdens en naar aanleiding van de
uitoefening van hun mandaat, wanneer
zij hun mandaat overschrijden of te
buiten gaan.
Onder het oude recht kon dit niet. Wanneer
zij hun mandaat overschreden of te buiten
gingen, werden de onrechtmatige daden
van onder meer de syndicus, de leden
van de raad van mede-eigendom of de
rekeningcommissaris(sen) niet beschouwd
als handelingen gesteld in naam en voor
PROPERTYTODAY
15
“ De VME kan aansprakelijk
gesteld worden voor de schade
geleden door mede-eigenaars
wegens het gebrek aan kordaat optreden.
rekening van de vereniging voor medeeigenaars
en waren zij daarvoor uitsluitend
persoonlijk aansprakelijk.
Voorbeeld: Tijdens één van hun periodieke
vergaderingen beslisten de leden van
de raad van mede-eigendom eenzijdig
om aan een aannemer de opdracht te
geven om ter hoogte van de oprit van
de gemeenschappelijke binnenkoer een
slagboom te laten plaatsen. Na uitvoering
van de werken ontving één van de leden de
factuur en stuurde die door naar de syndicus,
die de factuur weigerde te betalen omdat
hij van niets wist en er door de algemene
vergadering ter zake geen bijzonder
mandaat werd gegeven aan de leden van de
raad van mede-eigendom.
Wegens het buiten hun mandaat treden
van de leden van de raad van medeeigendom,
kon de aannemer onder het
oude aansprakelijkheidsrecht de vereniging
van mede-eigenaars in principe niet
aansprakelijk houden. Hij diende m.a.w. een
eventuele vordering op te starten tegen de
leden van de raad van mede-eigendom in
persoonlijke naam. Sinds 1 januari 2025 kan
de aannemer zijn vordering daarentegen
(ook) tegen de vereniging van medeeigenaars
instellen.
A.2.1.3 De afschaffing van de quasiimmuniteit
In het licht van het voorgaande is het
cruciaal dat één van de belangrijkste
wijzigingen van het nieuwe recht bestaat in
de afschaffing van de quasi-immuniteit van
de hulppersonen.
In het oude recht konden hulppersonen
(zoals werknemers en onderaannemers)
slechts in heel uitzonderlijke situaties
aansprakelijk worden gesteld voor de schade
die zij veroorzaakten. De hulppersonen
waren goed beschermd tegen schadeclaims
van personen met wie zij zelf geen contract
hadden. Dit betekende dat een slachtoffer
enkel de hoofdcontractant kon aanspreken,
niet de hulppersoon zelf waarop de
hoofdcontractant beroep deed. Door de
afschaffing van deze quasi-immuniteit
kunnen slachtoffers nu wel rechtstreeks een
buitencontractuele vordering instellen tegen
hulppersonen, ook al hebben ze met hen
geen contract.
Voorbeeld: Een vereniging van medeeigenaars
verzocht een door haar
aangestelde klusjesman werken uit te voeren
aan een gemeenschappelijke toezichtput.
De klusjesman moest de plaats even verlaten
om een pakje sigaren te halen. Hij verliet
de werkplaats zonder daarbij evenwel het
deksel terug op de put te leggen.
De plaats was ook niet afgebakend,
bijvoorbeeld door middel van kegels. Een
bewoner merkte het open gat niet op en
viel in de put, waardoor hij zich ernstig
kwetste.
Waar onder het oude aansprakelijkheidsrecht
de klusjesman door een derde-schadelijder
(behalve dus in uitzonderlijke gevallen) niet
rechtstreeks kon worden aangesproken, kan
16 Editie mei - juni
verwijzen naar een "abnormaal kenmerk",
is er vanaf 2025 sprake van de “legitieme
veiligheidsverwachtingen”. Dit betekent dat
een zaak gebrekkig is wanneer een van de
kenmerken ervan niet de veiligheid biedt
die men in de gegeven omstandigheden
redelijkerwijs mag verwachten.
dit voor feiten die zich voordoen vanaf 1
januari 2025 wél. De schadelijder kan ervoor
opteren om hetzij alleen de vereniging
van mede-eigenaars of de klusjesman,
hetzij beiden gezamenlijk (in solidum)
aansprakelijk te stellen. Richt hij zijn pijlen op
de klusjesman, dan kan die laatste wel nog
altijd de aanspraak betwisten op grond van
verweermiddelen geput uit artikel 18 van de
wet op de arbeidsovereenkomsten van 3 juli
1978 (aansprakelijkheid is enkel mogelijk bij
bedrog, zware schuld of lichte schuld als die
eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt),
zijn arbeidsovereenkomst met de vereniging
van mede-eigenaars en/of een eventuele
overeenkomst tussen de vereniging van
mede-eigenaars en de schadelijder. Die
verweermiddelen kunnen wel niet worden
ingeroepen wanneer de schade het gevolg
is van een aantasting van de fysieke of
psychische integriteit of van een fout die
is gemaakt met de bedoeling schade te
veroorzaken.
Onder het motto “beter voorkomen dan
genezen”, doet de vereniging van medeeigenaars
er als werkgever goed aan om in
de arbeidsovereenkomst de persoonlijke
aansprakelijkheid van haar medewerkers te
beperken of uit te sluiten. Hoe dan ook sluit
de vereniging van mede-eigenaars best een
geschikte of aangepaste verzekering af. Ook
in contracten die de vereniging van medeeigenaars
met derden afsluit, kan zij met
betrekking tot haar eigen aansprakelijkheid
de nodige afspraken bedingen.
A.2.2 De aansprakelijkheid voor gebrekkige
zaken
Net zoals artikel 1384, eerste lid, van het oud
BW, stelt artikel 6.16 BW dat de bewaarder
van een zaak foutloos aansprakelijk is voor
schade veroorzaakt door een gebrek in de
zaak. De nieuwe bepaling specificeert de
voorwaarden (een bewaarder, een zaak en
een gebrek) voor deze aansprakelijkheid en
benadrukt expliciet dat het gaat om een
onweerlegbaar vermoeden.
De voorwaarden ‘bewaarder’ en ‘zaak’
zorgden in het verleden voor niet al
te veel onduidelijkheden. Het vereiste
‘gebrek’ zorgde daarentegen wel vaak voor
verwarring. Talloze rechtbanken gaven
hun interpretaties over wat precies als een
gebrek moest worden beschouwd.
Het nieuwe recht maakt een einde
aan deze verwarring. In plaats van te
Door het nieuwe en brede
toepassingsgebied van de aansprakelijkheid
voor de gebrekkige zaak, vond de Belgische
wetgever een aparte regel over schade
door de instorting van een gebouw (artikel
1386 oud BW) niet meer nodig. Op deze
manier komt er meteen ook een einde van
de discussie over de mogelijkheid om de
vereniging van mede-eigenaars aansprakelijk
te stellen voor schade door instorting van
een gebouw. Artikel 6.16 BW laat hierover
geen twijfel meer bestaan.
Voorbeeld: Met het oog op de verhuur van
zijn appartement doet een mede-eigenaar
een aanvraag tot het bekomen van een
conformiteitsattest. De gemeente stuurt
een woningcontroleur ter plaatse die een
ernstig probleem inzake brandveiligheid
in de gemene delen van het gebouw
vaststelt. Wegens de gebrekkige gemene
delen, die niet de veiligheid bieden die
men gerechtigd is daarvan te verwachten
in de gegeven omstandigheden, maakt de
woningcontroleur in zijn verslag melding
van een gebrek van categorie 3. Het
appartement krijgt daardoor de stempel
“onbewoonbaar”.
Tijdens de eerstvolgende algemene
vergadering wordt het probleem besproken
op basis van een aantal offertes, maar
de goedkeuring van de uitvoering van
de nodige werken blijft uit. Zolang deze
PROPERTYTODAY
17
gebrekkige zaak niet wordt aangepakt,
kan de mede-eigenaar dus niet verhuren.
De mede-eigenaar lijdt daardoor schade
waarvoor hij – abstractie makende van de
rechtsvorderingen die hij op basis van de
wet op de gedwongen mede-eigendom
van gebouwen en groepen van gebouwen
kan instellen – de vereniging van medeeigenaars
buitencontractueel aansprakelijk
kan stellen voor de gebrekkige zaak.
B. De schade
In tegenstelling tot het oude recht, krijgt de
schade wel een prominente plaats in het
nieuwe recht. Voor het eerst wordt “schade”
wettelijk gedefinieerd. De basisregel in
artikel 6.24 BW stipuleert dat de schade
bestaat uit de economische en nieteconomische
gevolgen van de aantasting
van een juridisch beschermd persoonlijk
belang. Bovendien benoemt de wetgever
voor het eerst diverse soorten schade en
wordt er voorzien in de regeling van de
omvang van de schade zodat dit niet langer
louter aan de feitelijke appreciatie van de
rechter wordt overgelaten.
Een mooie illustratie betreft de regeling over
zaakschade. Volgens artikel 6.38 BW moet de
schadelijder zijn beschadigde goed hersteld
krijgen. De schadeveroorzaker moet dus
de zaak terugbrengen in de oorspronkelijke
staat of de herstellingskosten betalen. Indien
de zaak onherstelbaar is of teniet is gegaan,
moet de schadeveroorzaker instaan voor de
vervangingskosten. Hoewel dit pas in 2025
officieel in de wet is opgenomen, was dit al
jarenlang de gewoonte.
Er bestond evenwel reeds jarenlang discussie
over de vraag of de vetusteit van een zaak
in rekening moest gebracht worden in het
kader van de begroting van de schade. De
vraag rees of de schadelijder recht heeft op
de herstelling van een beschadigd goed met
nieuwe materialen of op de nieuwwaarde in
geval van een vernielde zaak. Veelal waren er
immers geen zaken of vervangstukken van
dezelfde ouderdom en met dezelfde slijtage
ter beschikking.
In 2025 heeft de wetgever hierover
duidelijkheid gebracht. Bij het herstel
van beschadigde goederen met nieuwe
onderdelen is er geen aftrek voor slijtage.
Bij de vervanging van vernielde goederen
wordt die aftrek wel toegepast.
Voorbeeld: Door de instorting van
de muur ter hoogte van de inrit naar
de ondergrondse garage van een
appartementsgebouw wordt het 5 jaar oude
voertuig van een bewoner beschadigd.
Wanneer de schade dermate groot is dat het
voertuig niet meer hersteld maar vervangen
moet worden, zal de vetusteit in rekening
worden gebracht en zal de schadelijder
derhalve geen aanspraak kunnen maken op
vergoeding van de waarde van een nieuw
voertuig. Indien de schade van het voertuig
louter kan worden hersteld met nieuwe
onderdelen, zoals een nieuwe voorruit, dan
heeft de schadelijder integendeel recht
op een vergoeding van de waarde van die
nieuwe onderdelen, zonder dat er vetusteit
wordt afgetrokken.
C. Het oorzakelijk verband
De wetgever besteedt ook voor het eerst
aandacht aan het oorzakelijk verband
tussen fout en schade dat vereist is om tot
aansprakelijkheid te leiden.
De principiële basisregel in artikel 6.18 BW
stelt dat een feit alleen als oorzaak van
de schade kan worden gezien als het een
noodzakelijke voorwaarde is voor die schade.
Dit betekent dat de schade niet zou zijn
opgetreden zonder dit feit. Deze regel geldt
zowel voor foutaansprakelijkheid als foutloze
aansprakelijkheid en bevestigt het in de
praktijk reeds gehanteerde criterium van de
noodzakelijke voorwaarde.
Maar wat als er meerdere aansprakelijke
partijen zijn die eenzelfde schade doen
ontstaan? In het nieuw BW is de in solidum
aansprakelijkheid nu expliciet vastgelegd,
een regel die al jarenlang in de rechtspraak
werd toegepast. Dit betekent dat de
schadelijder de volledige schadevergoeding
kan eisen van één van de aansprakelijke
partijen, zonder iedereen afzonderlijk
te moeten aanspreken. Dit maakt het
eenvoudiger voor de schadelijder om zijn
schade vergoed te krijgen. De partij die de
volledige schadevergoeding betaalt, kan
daarna wel verhaal uitoefenen op de andere
aansprakelijke partijen ten belope van hun
aandeel in de schade.
Voorbeeld: Wanneer uit technische
rapporten blijkt dat infiltraties in een
appartement slechts zouden kunnen wordt
beëindigd middels de vervanging van het
dak van het appartementsgebouw, kan
de schadelijdende mede-eigenaar de in
solidum aansprakelijkheid nastreven van de
vereniging van mede-eigenaars (op grond
van een gebrek van de zaak) en de syndicus
(wegens nalatigheid om bewarende
maatregelen te nemen, een algemene
vergadering te organiseren met het oog
op de goedkeuring van de vervanging van
het dak dan wel dergelijke beslissing van de
algemene vergadering uit te voeren).
info
Mer Astrid LUCKERMANS
Advocaat
NELISSEN GRADE
astrid.luckermans@nelissengrade.com
Peter LEYSEELE
(Juridisch) raadgever appartementsrecht
Gerechtsdeskundige/Gerechtelijk
mandataris
Bewindvoerder
PROPERTYTODAY
Fibernetwerk:
bent u klaar om
de koperverbinding
vaarwel te zeggen?
Het fibernetwerk wordt gestaag over heel België uitgerold. Dit is goed
nieuws, want deze technologie garandeert een snellere en stabielere
internetverbinding die een brede waaier aan nieuwe toepassingen
aankan. Maar waar er voortaan fiber ligt, wordt het oude kopernetwerk
afgesloten. Jean-Louis Bougnet is de verantwoordelijke voor Copper
Outphasing bij Proximus en legt uit hoe dit in zijn werk gaat.
Jean-Louis Bougnet
Responsable
Copper Outphasing
chez Proximus
«Mijn opdracht is om alle bestaande lijnen
naar fiber over te zetten en de deactivatie van
het kopernetwerk wat daarmee gepaard gaat»,
vertelt Jean-Louis Bougnet. «Iedereen krijgt hier
ooit mee te maken: particulieren, kmo’s, grote
bedrijven ... Er komt heel wat coördinatie bij kijken,
maar we hebben de nodige instrumenten,
processen en communicatie om de omschakeling
vlot te laten verlopen.»
Het is een grote uitdaging voor iedereen om de strikte
deadlines na te leven. Jean-Louis Bougnet: «Wanneer
het BIPT, onze telecomregulator, een datum vastlegt
om het kopernetwerk te deactiveren, dan kan geen
enkele operator daar onderuit. Als u niet op tijd naar
fiber overgeschakeld bent, verliest u uw toegang
tot het netwerk. Dat betekent geen internet, geen
telefoon (vaste lijn) en geen televisie meer voor
de bewoners. En in de mede-eigendom zullen
de alarm- en liftlijnen niet meer werken ...»,
benadrukt Jean-Louis Bougnet.
Bereid je voor op de toekomst met fiber
Maar waarom is fiber onvermijdelijk? «Omdat fiber
moeiteloos de groeiende hoeveelheid gegevens
aankan die we vandaag en morgen nodig hebben»,
antwoordt Jean-Louis Bougnet. «Beeldvorming
voor een dokterspraktijk, gebouwmonitoring vanop
afstand, digitale televisie ... Met fiber kan iedereen
tegelijk online, zonder kwaliteitsverlies. Op het oude
kopernetwerk gaat dat veel minder efficiënt
omdat de infrastructuur verouderd is. Bovendien
is het niet doenbaar om twee netwerken naast
elkaar te beheren, vandaar de deactivatie van
het kopernetwerk.»
Voor syndici is de komst van fiber in hun gebouwen
ook een opportuniteit. «Hun beroep wordt ook
almaar digitaler met geconnecteerde verwarming,
zonnepanelen, videobewaking, informatieschermen
enz. Ze hebben dus fiber nodig om hun syndicustaken
voor de mede-eigendom slim en efficiënt uit te
voeren», legt Jean-Louis Bougnet uit. «En dan is
er nog de waarde van het gebouw die stijgt
dankzij fiber.»
De omschakeling is van vitaal belang: syndici kunnen
het zich niet permitteren dat hun gebouw wordt
losgekoppeld van het net. «Stel je voor dat je geen
noodoproep meer kan maken als je in een defecte
lift vastzit of dat het personenalarm van een senior
niemand meer opbelt», voegt Jean-Louis Bougnet
gevat toe.
Een zeer uitgebreid communicatieplan
Om dergelijke situaties te voorkomen, communiceert
Proximus goed op tijd. Jean-Louis Bougnet:
«De communicatie begint zodra een gebouw
is aangesloten en de bewoners in aanmerking
komen voor fiber. Naarmate de deactivatie van het
kopernetwerk nadert, verandert onze communicatie
naar onze klanten. We leggen uit hoe u fiber kunt
laten installeren en wanneer het kopernetwerk
afgesloten wordt. We doen dit via briefwisseling,
e-mail, sms, telefoon ... Sommige berichten zijn van
juridische aard omdat ze contractueel verplicht
zijn bij de stopzetting van een dienst. Die berichten
sturen we drie maanden voor de deactivatie naar
residentiële klanten en zes maanden in het geval
van professionele klanten».
En hoe zit het met klanten die niet in aanmerking
komen voor fiber? «Die bevinden zich op plekken
waar fiber uitgerold wordt, maar wiens gebouw
nog niet op fiber aangesloten is. Twee jaar voor
de deactivatie van het kopernetwerk informeren we
de bewoners en syndici dat het oude kopernetwerk
afgesloten gaat worden.»
De cruciale rol van syndici
Syndici spelen een sleutelrol om de omschakeling
vlot te doen verlopen. «Zij kunnen proactief actie
ondernemen om het akkoord van de mede-eigenaars
te verkrijgen voor de fiberaansluiting van het
gebouw, met name via de algemene vergaderingen.
Dat moet ruim op tijd gebeuren, want de werken
kunnen complex en tijdrovend zijn, afhankelijk van
de nodige bekabeling of de esthetische vereisten.
En daarna moet elke bewoner nog zijn eigen
aansluiting plannen.»
Wat gebeurt er als er te lang
getreuzeld wordt?
«Het is al gebeurd dat we geen toestemming hadden
van de mede-eigenaars voor de deactivatiedatum.
Het gebouw werd afgesloten van het kopernetwerk
en het mede-eigendom moest een nieuwe
aansluiting aanvragen. Dat kan al gauw enkele
weken duren. Bovendien is de fiberaansluiting van
een gebouw na de koperdeactivatie betalend, terwijl
de aansluiting gratis is als ze tijdig uitgevoerd wordt»,
stipt Jean-Louis Bougnet aan.
Maar in de meeste gevallen verloopt alles van een
leien dakje: de syndici doen goed hun werk. «We zien
dat ze het voortouw nemen, in samenwerking
met het Proximus-team dat hen op het terrein
begeleidt voor, tijdens en na de fiberaansluiting.»
Twee tips om af te sluiten
«Enerzijds zijn de syndici het de bewoners verplicht
om te anticiperen en samen te werken met de
providers om alles rond te hebben voor de deactivatie
van het kopernetwerk. Anderzijds is het hun rol als
syndicus om fiber te omarmen in het dagelijkse
gebouwbeheer», besluit Jean-Louis Bougnet.
Wilt u weten of uw gebouwen aangesloten zijn op fiber?
Ontdek het nu via proximus.be/syndicfiber
20 Editie mei - juni
Collectieve
laadinfrastructuur in
appartementsgebouwen:
de standaardkeuze voor
syndici
05
Waarom een collectieve start de
beste oplossing is
De overstap naar elektrische mobiliteit is
volop bezig. In appartementsgebouwen
groeit de vraag naar laadinfrastructuur, en
syndici staan voor de taak om een duurzame
en efficiënte oplossing te implementeren.
De enige werkbare aanpak op lange termijn
is een collectieve installatie, waarbij alle
laadstations op een gedeelde infrastructuur
worden aangesloten.
Dit zorgt voor een veilige, schaalbare en
kostefficiënte oplossing. In dit artikel lichten
we toe waarom een collectieve aanpak
altijd de voorkeur geniet en hoe syndici zich
hierop kunnen voorbereiden.
Wat houdt een collectieve start in?
Bij een collectieve installatie wordt een
gedeeld elektrisch netwerk voorzien achter
de (een) gemeenschappelijke teller van het
gebouw. Bewoners die een laadpunt nodig
hebben, sluiten hun individuele laadstation
rechtstreeks aan op deze infrastructuur.
Dit voorkomt versnipperde installaties,
conflicten over beschikbare stroomcapaciteit
en maakt het technische en administratief
beheer een pak eenvoudiger.
Vier redenen waarom een
collectieve installatie de juiste
keuze is
چ
Wettelijke richtlijnen en verplichtingen
In Brussel is een collectieve installatie
verplicht vanaf drie parkeerplaatsen. In
Vlaanderen is dat (nog) niet het geval,
PROPERTYTODAY
21
maar Fluvius raadt het sterk aan vanaf drie
parkeerplaatsen. De wetgeving evolueert
en wordt strenger. Door nu collectief
te starten, voorkom je dat je later een
bestaande installatie moet aanpassen aan
nieuwe verplichtingen. Een bijkomend
voordeel: alleen bij een collectieve
aanpak kan een centrale noodstop
worden voorzien – wettelijk verplicht in
parkeergarages.
چ
Eenvoudig uit te breiden Een collectieve installatie groeit mee
met de noden van de bewoners. Zodra
de basisinfrastructuur er ligt, kan elke
eigenaar zonder grote technische
ingrepen een laadpunt laten installeren.
Zonder extra breek- of bekabelingswerken.
Dankzij slimme laadstations die vanop
afstand beheerd worden, kunnen
bovendien software-updates en
optimalisaties uitgevoerd worden zonder
fysieke ingrepen.
چ
Efficiënter energiebeheer en veiligheid
Bij een collectieve installatie kan load
balancing het beschikbare vermogen
efficiënt verdelen. De stroomvoorziening
van het gebouw krijgt voorrang; de
resterende capaciteit gaat naar het
laden van voertuigen. Zo vermijd je
overbelasting en laden bewoners toch
aan het maximaal mogelijke vermogen.
De centrale noodstop kan alle laadpunten
in één beweging uitschakelen in geval
van brand of storing. Dit is een belangrijke
veiligheidsmaatregel die complex en zeer
duur kan zijn bij individuele installaties.
maximale belasting die het gebouw aankan?
Hoeveel voertuigen kunnen tegelijk laden?
Informeer je niet alleen over de installatie
maar ook over de opvolging nadien.
Hoe gebeurt de terugbetaling van het
stroomverbruik aan de VME? Hoeveel
administratie komt daarbij kijken? En wie
biedt ondersteuning bij vragen of storingen?
Daarnaast is het belangrijk om bewoners
goed te informeren. Vaak zijn er
bezorgdheden over kosten, veiligheid of
technische haalbaarheid. Een transparante
communicatie en een duidelijk stappenplan
“ De enige werkbare
aanpak op
lange termijn is
een collectieve
installatie,
waarbij alle
laadstations op
een gedeelde
infrastructuur
worden
aangesloten.
helpen om iedereen mee te krijgen.
Tot slot is een samenwerking met de juiste
partners cruciaal. Een gespecialiseerde
installateur die ervaring heeft met
collectieve laadinfrastructuur zorgt ervoor
dat alles correct en volgens de regelgeving
wordt uitgevoerd.
Kies sowieso voor een installateur met het
label “Charge Point Operator” (CPO) die niet
alleen de installatie maar ook het beheer van
je laadstations kan doen.
Besluit
Een collectieve laadinfrastructuur is
vandaag de enige realistische keuze voor
appartementsgebouwen. Het voldoet
aan de wetgeving, maakt uitbreidingen
eenvoudig, zorgt voor een veilig
energiebeheer en verhoogt de waarde van
het pand. Voor syndici betekent dit minder
administratieve en technische zorgen op
lange termijn Zo leg je vandaag een stevig
fundament voor een gebouw dat klaar is
voor de mobiliteit van morgen.
چ
Meerwaarde voor het gebouw Een gebouw met een goed uitgeruste
laadinfrastructuur is aantrekkelijker voor
zowel huidige als toekomstige bewoners.
Kandidaten bij de aankoop of huur van
een appartement houden steeds vaker
rekening met de mogelijkheid om thuis te
laden. Een collectieve installatie biedt hen
die zekerheid en verhoogt de waarde van
het vastgoed.
Hoe bereid je je als syndicus
voor?
De eerste stap is een grondige analyse van
het elektriciteitsnetwerk van het gebouw.
Hoeveel vrije capaciteit is er? Wat is de
SYNDIC
Channel
SYNDIC Channel
NIEUW IN MEDE-EIGENDOM IN BELGIË!
Kijk op YouTube naar de SYNDIC Channel, wordt nu snel aangevuld.
22 Editie mei - juni
Waanzinnige case study in Lier:
hoe laadpalen een juridische
nachtmerrie werden
In een Lierse VME, goed voor 99
appartementen (verdeeld over 9 VME’s) en
48 eengezinswoningen en 18 individuele
garageboxen , groeit de behoefte aan
laadpalen. Maar in de ondergrondse
parkeergarage met 276 plaatsen en 18
individuele garageboxen mondt dat uit in
chaos en juridische onzekerheid.
Een bewoner installeerde in 2021
eigenhandig een laadpunt op zijn
parkeerplaats, zonder wettelijk verplichte
procedure of veiligheidsmaatregelen.
De syndicus greep niet in. Een latere
risicoanalyse door Vinçotte toonde ernstige
tekortkomingen aan, maar er gebeurde
niets.
Een collectieve oplossing werd voorgesteld
(kostprijs: ruim 1 miljoen euro), maar stuitte
op een gebrek aan interesse. Sinds de
wetswijziging in 2018 mag nu elke medeeigenaar
zijn eigen laadpaal installeren,
wat leidt tot een versnipperde, onveilige
situatie. Bijkomend probleem: het AREI
stelt andere eisen aan collectieve dan aan
individuele installaties — dus twee buren (in
de parkeergarage) met laadpalen kunnen
onder totaal verschillende regels vallen.
De situatie in deze VME is symptomatisch
voor het gebrek aan uniforme
regelgeving in Vlaanderen. In Brussel is
een collectieve aanpak verplicht, met
een overgangsregeling voor bestaande
installaties. Vlaanderen blijft achter. Zonder
heldere regels dreigt elk ondergronds
garageproject in Vlaanderen een
Kafkaiaanse puzzel te worden, waarbij
veiligheid op het spel staat.
Het standpunt van UVS: een
collectieve aanpak of Kafkaiaanse
toestanden
De enige structurele en veilige oplossing
voor situaties zoals deze is het installeren van
een collectieve elektrische installatie, gevoed
vanuit één of meerdere gemeenschappelijke
tellers, waarbij de volledige parkeergarage
onderworpen wordt aan uniforme
veiligheidsvoorschriften.
Vandaag is het dossier verstrengeld
geraakt in een kluwen van versnipperde
bevoegdheden, ongelijke regels en
individuele belangen, met als gevolg een
ondergrondse garage waarin eigenaars
met exact dezelfde risico’s aan volledig
verschillende verplichtingen onderworpen
zijn — enkel op basis van hun type
eigendom.
Zonder duidelijke, afdwingbare en uniforme
regelgeving dreigt dit uit te monden in een
Kafkaiaanse situatie, waarin eigenaars, syndici
Go Watts zal aanwezig zijn op het
Salon van de Mede-eigendom
op 20 november 2025, stand
43, om u te informeren over
laadpaalinfrastructuren en u wegwijs
te maken in de mogelijkheden voor uw
gebouw.
en brandveiligheidsexperts verdwalen
in juridische grijze zones en risico’s op
incidenten toenemen.
In Brussel heeft men dat intussen begrepen:
daar geldt een duidelijk kader, waarbij
collectieve laadinfrastructuur verplicht is en
bestaande individuele installaties slechts
tijdelijk worden gedoogd — tot een nieuwe
aanvraag binnenkomt. Dan moeten de
individuele systemen plaatsmaken voor
een gecoördineerde, veilige en duurzame
oplossing.
Brussel toont op dit vlak het beste
beleid tot nu toe. Vlaanderen hinkt
achterop. Zonder ingrijpen of minstens een
verplichte minimumregeling zoals in Brussel,
zullen dergelijke projecten blijven vastlopen
op onduidelijkheid, stilstand en toenemend
veiligheidsrisico.
Hoog tijd dat Vlaanderen wakker wordt.
info
Tom Hennes
CEO, Go Watts
Arthur de Coninckstraat 5 - bus 1
3070 Kortenberg
hello@gowatts.be
www.gowatts.be
PROPERTYTODAY
PROPERTYTODAY 23
06
Betwistte energiefactuur?
De Ombudsman schiet de
syndicus en de VME te hulp.
Recht op alternatieve
geschillenregeling voor een VME,
mede-eigenaar of syndicus.
Verenigingen van mede-eigenaars zijn
in regel ook energieklanten, sluiten
energieleveringsovereenkomsten met
energieleveranciers en ontvangen
energiefacturen. Zoals met andere
energieklanten het geval is (huishoudelijke
afnemers, zelfstandigen, bedrijven,…),
kunnen ook VME’s geconfronteerd worden
met moeilijkheden en onenigheden met
energiebedrijven.
Een voorbeeld: Een VME heeft een
energieleveringsovereenkomst beëindigd. De
VME heeft echter, ingevolge afrekeningen in
haar voordeel, nog een som van de oudenergieleverancier
tegoed voor een totaal
bedrag van 9205,86 euro. Na verscheidene
maanden heeft de leverancier nog niets
betaald, ondanks regelmatig telefonisch
aandringen door de VME. Ook een
aangetekend ingebrekestelling blijkt weinig
indruk te maken.
De VME dient vervolgens klacht in bij de
Ombudsdienst voor Energie, die deze als
ontvankelijke klacht behandelt. Uiteindelijk
gaat de leverancier over tot het uitbetalen van
de 9205,86 euro. De VME wijst echter op de
hinder die ze heeft ondervonden ingevolge de
lange tijd dat het bedrag geblokkeerd heeft
gestaan. Zo dienden aan de mede-eigenaars
extra voorschotten te worden gevraagd om
de facturen van de nieuwe leverancier te
betalen. De oud-leverancier kende daarop
een vergoeding toe op grond van de wettelijke
rentevoet (260,76 euro).
De Ombudsdienst voor Energie is een
federale publieke dienst bevoegd voor
geschillen tussen eindafnemers en
energiebedrijven die elektriciteit of aardgas
verkopen (energieleveranciers) of verdelen
(distributienetbeheerders)
.
De Ombudsdienst is operationeel sinds
21 januari 2010 en ontving op 15 jaar tijd
142.417 klachten, vragen en meldingen
waarvan er 95 % (meer dan 135.000 dossiers)
werden verwerkt.
U kunt bij de Ombudsdienst terecht met
vragen en klachten die betrekking hebben
op de activiteiten van energiebedrijven of
op het functioneren van de energiemarkt.
De dienst behandelt de klachten in eerste
“ De Ombudsdienst
is operationeel
sinds 21 januari
2010 en ontving
op 15 jaar tijd
142.417 klachten.
instantie door te bemiddelen met het
oog op een akkoord tussen de partijen.
Wanneer een akkoord onmogelijk blijkt,
dan kan de Ombudsdienst een nietbindende
aanbeveling ten aanzien van het
energiebedrijf formuleren.
Belangrijk om weten is dat de Ombudsdienst
toegankelijk is voor alle “eindafnemers”
(zij die elektriciteit of gas kopen voor
eigen gebruik), ongeacht of dit gebruik
huishoudelijk dan wel professioneel is, of
het gaat om een natuurlijke- dan wel een
rechtspersoon, … Ook verenigingen van
mede-eigenaars kunnen bijgevolg vragen
stellen en klacht indienen.
Onderscheid tussen categorieën van
eindafnemers vinden we dan weer wel terug
in de federale wetgeving, met name wat
betreft een aantal bepalingen die een zekere
bescherming aan de energieklanten beogen
te geven. Het gaat dan in bijzonder over de
huishoudelijke afnemers, maar ook de kmo’s.
Voor federale energiewetgeving geldt
een specifieke definitie van kmo, rekening
houdend met het energieverbruik. Er is
sprake van een kmo wanneer het jaarlijks
verbruik van de eindafnemer minder
bedraagt dan 100 MWh voor gas en 100
MWh voor elektriciteit, telkens voor het
geheel van de toegangspunten van
respectievelijk gas en elektriciteit. Onder die
voorwaarden kan bijgevolg ook een VME
van de beschermende bepalingen gebruik
maken.
De beschermingsregels die ook op KMO’s
van toepassing zijn, betreffen vooral:
چ
regels inzake de herziening van de energieleveringsovereenkomsten bij
afloop van een overeenkomst van
bepaalde duur of tijdens de loop van
een overeenkomst van onbepaalde
duur, waarbij de oude overeenkomst niet
meer in het aanbod va de leverancier is
opgenomen;
چ
het recht de nergieleveringsovereenkomst, zowel van bepaalde duur als van
onbepaalde duur, kosteloos en op elk
ogenblik te beëindigen, mits het naleven
van een opzegtermijn van maximaal drie
weken;
Van andere beschermingsmaatregelen is het
toepassingsgebied dan weer beperkt tot
huishoudelijke afnemers. De Ombudsdienst
pleit voor een grotere gelijkschakeling van
de maatregelen voor kmo’s met deze van
de huishoudelijke afnemers. Wij denken in
het bijzonder aan het herroepingsrecht van
de energieleveringsovereenkomst voor het
verstrijken van 14 dagen vanaf de dag van
de sluiting van de overeenkomst.
24 Editie mei - juni
Een herroepingsrecht beoogt een remedie
in te voeren voor impulsaankopen, in het
bijzonder wanneer de klant te snel en
vooral bij gebrek aan voldoende informatie
zijn instemming heeft gegeven. Gelet op
de complexiteit van de energiemarkt en
van de energieleveringsovereenkomsten,
zien wij ook hier geen reden om dit
herroepingsrecht niet tot kmo’s uit te
breiden.
Problemen kunnen zich ook voordoen met
collectieve warmtesystemen. Het is als
syndicus goed om weten dat een medeeigenaar
met klachten daarover terecht
kan bij de Consumentenombudsdienst
wanneer de eigendom niet in handen
is van een rechtspersoon en hij/zij
die eigendom niet aanwendt in het
kader van een commerciële, bedrijfs-,
ambachts- of beroepsactiviteit.
Samengevat: een VME of syndicus
kan terecht bij de Ombudsdienst voor
Energie wanneer er een geschil is met een
leverancier van elektriciteit of aardgas of
een distributienetbeheerder (in Vlaanderen
is dit FLUVIUS) . Die geschillen kunnen
bijvoorbeeld gaan over de toegepaste
energieprijzen, de verbruiken, het afgesloten
energiecontract of de facturatie. Vragen en
klachten kunt u bij de Ombudsdienst voor
Energie indienen via het klachtenformulier
van de website, per e-mail of per brief.
Vragen kunt u ook telefonisch stellen.
Anderzijds kan een syndicus via de
Consumentenombudsdienst gevat
worden door een mede-eigenaar want
de gebouwbeheerder of syndicus
moet aan de mede-eigenaars inzage
geven in de documenten over de
mede-eigendom, zoals de verdeling
van de gemeten energieverbruiken, de
toegepaste energieprijzen en het afgesloten
energiecontract.
info
Contact
Consumentenombudsdienst
North Gate II
Koning Albert II-laan 8 - bus 1
1000 Brussel
02 702 52 00
contact@consumentenombudsdienst.be
PROPERTYTODAY
PROPERTYTODAY 25
07
De UVS - Unie van Syndici
bundelt krachten met uni:
een revolutie in energiebeheer
voor gebouwen!
In een context van toenemende economische onzekerheid en sterk fluctuerende
elektriciteitsprijzen in België staan syndici van appartementsgebouwen voor een dubbele
uitdaging: de almaar stijgende energiekosten beheersen én voldoen aan de legitieme
verwachtingen van mede-eigenaars op het vlak van duurzaamheid en efficiënt energiegebruik.
Daarom kiest de Unie van Syndici (UVS) ervoor om samen te werken met UNI, een innovatieve
speler die via haar energiegemeenschap eindelijk een toegankelijke en rendabele oplossing
aanbiedt.
uni
uni verlaagt uw energiekosten en
verhoogt uw opbrengsten
Wellicht hebt u er al van gehoord: uni
is géén energieleverancier, maar een
vernieuwend platform voor het delen van
elektriciteit. Het verbindt particulieren,
bedrijven en mede-eigendommen die hun
zelfgeproduceerde energie willen verkopen
of aankopen – transparant, wettelijk in orde
en optimaal geregeld.
Het concept is eenvoudig: wie energie
produceert (via bijvoorbeeld zonnepanelen
of cogeneratie), kan het overschot verkopen
binnen de gemeenschap. Gebruikers
zonder productiecapaciteit kunnen op
hun beurt lokaal geproduceerde energie
aankopen. uni neemt alle administratie voor
haar rekening en garandeert een correcte
facturatie en naleving van de wetgeving.
Beheert u gebouwen met zonnepanelen of
een WKK-installatie? Dankzij uni kunnen uw
mede-eigenaars nu onderling energie delen
en hun overschotten optimaal valoriseren –
rechtstreeks, eenvoudig en efficiënt.
Wat houdt energiedeling precies in?
In een gebouw met meerdere
wooneenheden laat energiedeling toe dat
bewoners de lokaal opgewekte stroom (bijv.
via zonnepanelen op het dak) met elkaar
delen. Zo wordt het overschot van de ene
bewoner automatisch toegewezen aan
een andere bewoner die op dat moment
verbruikt. Dit verlaagt de globale factuur van
de mede-eigendom én van elke individuele
eigenaar. Blijft er energie over? Dan kan
deze via uni verkocht worden aan buren,
scholen of lokale handelaars in de buurt. De
voordelen voor u als syndicus:
چ
Volledige administratieve ontzorging uni beheert alle communicatie met
de netbeheerder, energieleveranciers,
mede-eigenaars en huurders. U hoeft zich
nergens zorgen over te maken.
چ
Stabiele en voordelige tarieven In de uni gemeenschap geldt een vaste
prijs: 8 cent/kWh voor verkoop en 11 cent/
kWh voor aankoop (excl. netkosten). Geen
onderhandelingen, geen verrassingen
meer.
چ
Compatibel met uw huidige leverancier
uni vervangt uw bestaande
energiecontract niet, maar vormt een
aanvulling. Indien uw leverancier een
toeslag aanrekent voor energiedeling,
regelt uni gratis een overstap naar een
geschikte partij.
چ
Geen extra kosten of verborgen clausules
uni werkt met een transparant all-in
model. Wat u ziet, is wat u krijgt.
Een maatschappelijke en
ecologische meerwaarde
Door deel te nemen aan uni zet u actief in
op duurzaamheid, solidariteit en energieautonomie.
Het model stimuleert lokale
energieproductie, vermindert de CO₂uitstoot
en versterkt de sociale cohesie in de
buurt.
چ
Kostenverlaging: de mede-eigendom en elke mede-eigenaar besparen
aanzienlijk op hun energiefactuur.
26 Editie mei - juni
چ
Uw overschot wordt lokaal opgekocht door buurtbewoners,
handelszaken, scholen,… U maakt
deel uit van een lokaal en solidair
netwerk: uni bevordert wederzijdse hulp
tussen leden, stimuleert prijsstabiliteit
en het rationeel gebruik van lokaal
opgewekte energie.
UNI zal aanwezig zijn op het Salon van
de Mede-eigendom op 20 november
2025, stand 25, om al uw vragen te
beantwoorden en u te begeleiden bij uw
energieprojecten.
چ
Milieueffect: het model is gebaseerd op 100% groene energieproductie en lokaal
energieverbruik, waardoor onze globale
ecologische voetafdruk vermindert.
info
Waarom UVS voor UNI kiest
De Unie van Syndici ziet in uni een echte
meerwaarde voor haar leden: betaalbare
en eenvoudige toegang tot energiedeling,
zonder extra werklast. Daarom nodigen wij
al onze aangesloten syndici uit om kennis te
maken met dit slimme model.
Jean-Philippe Desager
Mede-optichter UNI
0491 08 48 16
jean-philippe@uni-energy.eu
Hoe starten?
1. Scan de QR-code om een
vrijblijvende afspraak te maken.
PROPERTYTODAY
2. UNI voert een persoonlijke
simulatie uit van de besparings- en
winstpotentie voor uw gebouw(en).
3. U ontvangt een op maat
gemaakt energieplan.
4. Bij akkoord bevestigt
u uw aansluiting.
Het duurt slechts enkele dagen om een
duidelijk beeld te krijgen van het potentieel
van energiedelen voor uw mede-eigendom
of mede-eigendommen.
Vanaf de eerste dag van de volgende maand
wordt het systeem geactiveerd. Gedurende
het hele traject begeleidt uni u stap voor
stap en staat klaar om alle praktische en
wettelijke vragen te beantwoorden.
Kortom : Aansluiten bij uni is een
logische stap. U verlaagt de energiekosten,
verhoogt de efficiëntie, en draagt bij aan een
duurzamer en sociaal rechtvaardiger model
voor mede-eigendommen. De Unie van
Syndici ondersteunt deze vooruitstrevende
aanpak voluit.
PROPERTYTODAY 27
uni
QR?
08
Brandveiligheid in
appartementsgebouwen:
de contradictie in het
beleid
Brandveiligheid is een essentieel onderdeel van onze samenleving. Het is cruciaal dat gebouwen
veilig zijn voor de mensen die erin wonen, werken of verblijven. Toch schuilt er een opmerkelijke
tegenstrijdigheid in het huidige beleid: de strengste brandveiligheidsnormen worden opgelegd
aan de nieuwste gebouwen, terwijl de oudste gebouwen, die vaak de grootste risico’s met zich
meebrengen, nauwelijks aan enige verplichting hoeven te voldoen.
Een ongelijke aanpak
Sinds 1994 zijn er steeds strengere
brandveiligheidsvoorschriften ingevoerd
voor nieuwbouwprojecten en ingrijpende
renovaties. Deze normen hebben terecht
gezorgd voor veiliger gebouwen, zoals
branddetectie, brandwerende materialen en
betere evacuatieroutes.
Daarentegen vallen gebouwen die vóór
1994 zijn gebouwd, veelal buiten deze
verplichtingen.
Dit is problematisch, aangezien oudere
gebouwen vaak zijn opgebouwd met
verouderde materialen, zoals brandbare
isolatie, en vaak niet over voldoende
brandwerende compartimenten of
evacuatieroutes beschikken. Hierdoor lopen
bewoners en gebruikers in deze gebouwen
een groter risico bij brand.
Een wake-up call
De huidige aanpak van brandveiligheid in
gebouwen is onevenwichtig en laat een
aanzienlijk deel van de risico’s onbenut. Het
is tijd om actie te ondernemen en ervoor te
zorgen dat iedereen – ongeacht of zij in een
oud of nieuw gebouw wonen – dezelfde
mate van veiligheid geniet.
Door beleid en financiering slim in te zetten,
kunnen we ervoor zorgen dat ook de
oudste gebouwen veiliger worden voor de
toekomst. Hoe kunnen we rechtvaardigen
dat een gloednieuw gebouw aan hoge,
kostbare eisen moet voldoen, terwijl een
gebouw dat decennia geleden is neergezet
– en mogelijk gevaarlijker is – vrijgesteld
blijft van aanpassingen? Hoe kunnen
wij verantwoorden dat een gloednieuw
gebouw aan strenge en kostbare eisen
moet voldoen, terwijl verouderde, mogelijk
gevaarlijke gebouwen ongemoeid blijven,
zelfs als zij een reëel risico vormen?
En hoe is het te rechtvaardigen dat
iemand acht uur per dag werkt in een
gebouw dat moet voldoen aan strikte
brandveiligheidsnormen, om vervolgens
thuis te komen in een woning waar
brandgevaarlijke situaties vrij spel hebben
omdat er geen enkele verplichting is om aan
veiligheidseisen te voldoen? Dit is niet alleen
een kwestie van regelgeving, maar van pure
logica en verantwoordelijkheid.
Deze discrepantie vraagt om aandacht.
Hoe kunnen we dit aanpakken?
Het aanpakken van deze kwestie vereist
een combinatie van beleidswijzigingen,
financieringsmogelijkheden en
bewustwording. Enkele mogelijke stappen:
1. Audit van brandveiligheid:
voer een audit uit van oudere
gebouwen in uw portefeuille.
PROPERTYTODAY 29
2. Bewustwording: informeer medeeigenaars
over de risico’s van oudere
gebouwen en het gebrek aan
maatregelen. Moedig de AV aan om
vrijwillig verbeteringen door te voeren,
zelfs zonder wettelijke verplichting.
3. Gefaseerde verplichtingen
voor oudere gebouwen: stel als
syndicus haalbare en gefaseerde
verplichtingen in voor oudere
gebouwen, zoals het installeren
van branddetectie - brandcentrale,
rookmelders en brandblussers en het
verbeteren van evacuatieroutes.
“ In gebouwen met
meer dan tien
appartementen zou
de aanwezigheid
van een AEDtoestel
een
standaardvereiste
moeten zijn.
Brandveiligheid in medeeigendom:
een gedeelde
verantwoordelijkheid
Brandveiligheid is een complex vraagstuk.
Bewoners zijn vaak afhankelijk van de
veiligheidsmaatregelen van hun buren,
terwijl zij daar zelf weinig invloed op hebben.
Dit kan leiden tot risico’s, vooral wanneer
niet iedereen zich aan de voorschriften
houdt.
Een duidelijk voorbeeld hiervan is de
controle van gasinstallaties, die wettelijk
om de twee jaar verplicht is. Hoewel
deze verplichting er is, blijft het een
open vraag of alle mede-eigenaars
en bewoners hieraan voldoen.
Zonder garantie dat elke buur zijn
verantwoordelijkheid neemt, ontstaat er
een gevaarlijke situatie voor de gehele
gemeenschap.
De impact van mentale
gezondheid
Naast technische risico’s is er ook het
menselijke aspect: de mentale toestand
van buren kan onvoorziene problemen
veroorzaken. In extreme gevallen, zoals
bij zelfmoordpogingen met gas, kunnen
niet alleen de betrokkene maar ook
onschuldige buren slachtoffer worden. Dit
benadrukt het belang van gezamenlijke
veiligheidsmaatregelen en preventie binnen
een mede-eigendom. Het is cruciaal dat
syndici en bewoners niet alleen technische
veiligheid waarborgen, maar ook oog
hebben voor signalen die op risico's kunnen
wijzen.
De rol van de syndicus
De syndicus speelt een belangrijke rol
in het bevorderen van brandveiligheid,
maar heeft niet altijd de bevoegdheid om
van mede-eigenaars te eisen dat zij de
nodige attesten overleggen. Dit gebrek
aan handhaving is een gemiste kans, zoals
eerder al werd benadrukt in het artikel in
Property Today editie 12 (zie de blog “GDPR en
onderhoudscertificaten: absurdistan).
Om hier verandering in te brengen,
adviseren wij onze leden om
brandveiligheid structureel op de
agenda te plaatsen tijdens de jaarlijkse
algemene vergadering. Een concreet
actiepunt kan zijn om minimaal één keer
per jaar gezamenlijk te evalueren welke
maatregelen genomen kunnen worden om
de veiligheid te verbeteren.
Minimale ingrepen, maximale
impact
Er zijn relatief eenvoudige en betaalbare
ingrepen die een groot verschil kunnen
maken in een noodsituatie. Denk hierbij aan:
چ
Brandblussers: strategisch geplaatst in gemeenschappelijke delen zoals gangen,
trappenhuizen en parkeergarages.
چ
Noodverlichting: zorgt ervoor dat bewoners bij stroomuitval snel en veilig
kunnen evacueren.
چ
Pictogrammen en bewegwijzering: helpen bewoners en hulpdiensten om
vlot de weg naar nooduitgangen te
vinden.
چ
Rookmelders: een must-have, zowel in individuele appartementen als in
gemeenschappelijke ruimtes met een
algemene brandcentrale.
Een gezamenlijke inspanning
Brandveiligheid in een mede-eigendom
vraagt om een gezamenlijke inspanning.
Het creëren van bewustwording onder de
bewoners, het aanmoedigen van collectieve
maatregelen en het opnemen van duidelijke
afspraken in het reglement van medeeigendom
kunnen levens redden.
Daarnaast is het belangrijk om naast
technische veiligheid ook aandacht te
schenken aan het welzijn van bewoners.
Syndici en mede-eigenaars moeten
bereid zijn om in te grijpen wanneer ze
zorgwekkend gedrag signaleren dat de
veiligheid in gevaar kan brengen.
Wij moedigen iedereen aan om
de rol van brandveiligheid in het
wooncomfort serieus te nemen.
Met kleine, gerichte stappen en
een oog voor zowel technische als
menselijke aspecten kan een veilige
woonomgeving voor iedereen worden
gegarandeerd.
AED-toestellen: een noodzakelijke
investering in veiligheid
In gebouwen met meer dan tien
appartementen zou de aanwezigheid van
een AED-toestel (Automatische Externe
Defibrillator) een standaardvereiste moeten
zijn. Dit apparaat kan letterlijk het verschil
maken tussen leven en dood bij een
hartstilstand, waar elke seconde telt.
30 Editie mei - juni
Een gezamenlijke aankoop van een AEDtoestel
door de mede-eigenaars is niet alleen
kostenefficiënt, maar ook een daad van
solidariteit binnen de gemeenschap.
Het is van cruciaal belang dat iedereen weet
waar het dichtstbijzijnde AED-toestel zich
bevindt. Duidelijke communicatie, zoals
het plaatsen van zichtbare aanwijzingen in
gemeenschappelijke delen, kan hierbij helpen.
Voor gebouwen waar men bezorgd is over de
mogelijke diefstal of vandalisme van een AEDtoestel,
bestaan er oplossingen. Zo kan het
toestel worden geplaatst in een afgesloten
kast met glas, vergelijkbaar met brandblussers.
Het glas kan in geval van nood worden
ingeslagen, zodat het toestel snel toegankelijk
is. Andere opties zijn beveiligde kasten met
een eenvoudige toegangscode die gedeeld
kan worden met alle bewoners.
Een AED-toestel in een wooncomplex is geen
overbodige luxe, maar een investering in
veiligheid en zorg voor elkaar. Wij adviseren
mede-eigenaars dan ook om dit onderwerp
mee te nemen op de agenda van de
algemene vergadering en samen een plan op
te stellen voor de aanschaf en het onderhoud
van een AED-toestel. Met relatief kleine
inspanningen kan een groot verschil worden
gemaakt in noodgevallen.
Tim Renders en ANPI geven een niet te
missen lezing op het Salon van de Medeeigendom
(20 nov. 2025) over de veiligheid
van gebouwen. Een absolute aanrader voor
iedereen die de veiligheid van zijn gebouw wil
verbeteren en wil voldoen aan de geldende
normen.
info
Tim Renders
Adviseur brandveiligheid
Auteur van Brandveiligheid Thuis
tim@timrenders.be
www.timrenders.be
PROPERTYTODAY
32 Editie mei - juni
09
Mijn VerbouwLening :
ook voor appartementen en
appartementsgebouwen
Grote renovatie-uitdaging voor
Vlaamse appartementen
Vlaanderen telt ongeveer 980.000
appartementen verspreid over 149.000
appartementsgebouwen. Veel van deze
gebouwen zijn energetisch verouderd en
hebben een grondige renovatie nodig. Een
energiezuinig appartement biedt niet alleen
meer wooncomfort en lagere energiekosten,
maar behoudt ook beter zijn waarde of stijgt
zelfs in prijs.
Om tegen 2050 alle woningen en
appartementen energiezuinig te maken,
moet elk appartement EPC-label A behalen.
Momenteel haalt slechts één op de tien
appartementen dit label. Om dit doel te
bereiken, moeten er jaarlijks gemiddeld
4.400 appartementen gerenoveerd worden.
De Vlaamse overheid neemt daarom extra
maatregelen specifiek voor appartementen,
waaronder de Mijn VerbouwLening.
Financiële steun: Mijn
VerbouwLening aan 1,5% rente
Naast de Mijn VerbouwPremie en Mijn
VerbouwBegeleiding, kunnen zowel
individuele eigenaars als de Vereniging
van Mede-eigenaars (VME) een voordelige
lening aangaan via Mijn VerbouwLening.
Voor eigenaar-bewoners
Eigenaars die zelf in hun appartement
wonen en behoren tot de laagste of
middelste inkomenscategorie, kunnen tot
60.000 euro lenen voor de renovatie van hun
privatieve delen. Deze lening kan worden
aangevraagd via het Energiehuis of online.
Sinds 4 februari 2025 bedraagt de rentevoet
1,5%.
Voor eigenaar-verhuurders
Ook eigenaars die hun appartement
verhuren, kunnen een lening aanvragen.
Voor hen gelden geen inkomensgrenzen.
Voor de Vereniging van Medeeigenaars
(VME)
Een VME kan eveneens een lening
afsluiten voor renovatiewerken aan de
gemeenschappelijke delen van het gebouw.
Het maximumbedrag is 60.000 euro per
gebouw, vermeerderd met 25.000 euro per
appartement.
Voorbeeld: Een appartementsgebouw
met 12 eenheden kan een maximale lening
aanvragen van 360.000 euro (60.000 euro
voor het gebouw + 12 x 25.000 euro voor de
individuele eenheden).
Let op: een kredietverzekering is verplicht
voor de VME om de lening te kunnen
afsluiten.
Welke werken komen in
aanmerking?
De Mijn VerbouwLening kan gebruikt
worden voor verschillende (energetische)
renovaties, waarbij per onderdeel een
maximumbedrag kan worden geleend. Dit
omvat onder andere:
چ
Dakisolatie en renovatie چ
Isolatie van buitenmuren چ
Vernieuwing van buitenschrijnwerk (ramen en deuren)
چ
Isolatie en renovatie van vloeren چ
Installatie van hernieuwbare energietechnieken, zoals:
چ
(Hybride) warmtepompen چ
Zonneboilers of warmteboilers چ
Grootschalige zonnepaneleninstallaties
PROPERTYTODAY 33
“ De Mijn
VerbouwLening
kan gebruikt
worden voor
verschillende
(energetische)
renovaties.
Belangrijke herinnering: EPC
Gemeenschappelijke Delen (EPC
GD)
Voor elk appartementsgebouw met
minstens twee eenheden is een EPC GD
verplicht. Heeft uw gebouw nog geen EPC
GD? Dan is het belangrijk om dit zo snel
mogelijk te laten opmaken.
Het EPC GD speelt een cruciale rol, want
het wordt automatisch gebruikt bij de
opmaak van de EPC’s van de individuele
appartementen. Een correct EPC GD
verhoogt dus de kwaliteit van alle EPC’s in
het gebouw.
Dit EPC moet opgemaakt worden door een
energiedeskundige type A. U vindt een lijst
van erkende energiedeskundigen op de
Energiekaart van het VEKA.
Meer info?
ǯ https://www.vlaanderen.be/
lenen-voor-een-woning/mijnverbouwlening
VEKA zal op 20 november deelnemen
aan het Salon van de Mede-eigendom
en ter plaatse beschikbaar zijn om
vragen van geïnteresseerden te
beantwoorden. Daarnaast verzorgt
VEKA een niet te missen uiteenzetting
over de nieuwigheden voor
appartementsgebouwen.
info
Tim Van Helden,
Vlaams Energie- en
Klimaatagentschap
Koning Albert II-laan 20 - bus 17,
1000 Brussel
tim.vanhelden@vlaanderen.be
vlaanderen.be/vekawww.asbestinfo.be
Energiedeskundige vinden?
ǯ https://apps.energiesparen.be/
energiekaart
PROPERTYTODAY
34 Editie mei - juni
10
Geschillenbeslechting over
onroerend goed en medeeigendommen
via bemiddeling
Procederen is een veel voorkomend kwaad in de vastgoed- en bouwsector. In plaats van
toevlucht te nemen tot dure en langdurige juridische procedures, hebben bedrijven echter ook
toegang tot een efficiënter alternatief!
Bemiddeling is een minnelijk proces dat
gericht is op het oplossen van conflicten,
bijvoorbeeld tussen mede-eigenaars
of tussen een mede-eigenaar en
de syndicus in de sector van de
mede-eigendom, door een neutrale en
onpartijdige derde in te schakelen: de
bemiddelaar. Deze vrijwillige aanpak
vergemakkelijkt de dialoog, vermindert
spanningen en bevordert oplossingen
die rechtvaardig en aanvaardbaar zijn
voor iedereen.
Bemiddeling kan vele soorten
problemen oplossen, zoals het niet
naleven van de regelgeving inzake
mede-eigendom, geschillen over de
betaling van lasten, conflicten met de
syndicus over hun administratie of zelfs
conflicten met derden.
In tegenstelling tot een rechter of arbiter legt
de bemiddelaar geen beslissingen op, maar
begeleidt hij de discussie en helpt hij beide
partijen bij het verkennen van praktische
oplossingen. Bemiddeling is sneller en
betaalbaarder. Geschillen kunnen vaak
in weken of maanden worden opgelost
in plaats van jaren. De advocaten- en
gerechtskosten zijn nihil, terwijl de kosten
van de bemiddelaar zeer toegankelijk zijn en
tussen de partijen worden gedeeld.
Het bemiddelingsproces is flexibel en kan in
elk stadium (vóór of tijdens een rechtszaak)
worden opgestart (en afgebroken, indien
zo wordt beslist). Bemiddeling maakt
het mogelijk om op maat gemaakte en
innovatieve oplossingen te ontwikkelen
en helpt om constructieve en positieve
relaties tussen de partijen te onderhouden,
wat op lange termijn essentieel is.
Gedurende 2025 is er een speciale
regeling van toepassing die de Belgische
bouwsector ondersteunt bij het ontdekken
en toepassen van bemiddeling. Dit initiatief,
dat wordt gecoördineerd door Milieu
Consulting en dat wordt gefinancierd
PROPERTYTODAY 35
door de Europese Commissie, biedt
toegang tot erkende bemiddelaars die
gespecialiseerd zijn in bouwgeschillen
en daarmee verband houdende laattijdige
of ingewikkelde betalingen. De regeling
biedt bovendien organisatorische en
administratieve ondersteuning aan de
partijen (zoals transparante documentatie,
bemiddelingsfaciliteiten, secretariaat).
Tenslotte zorgt dit pilootproject ervoor dat
bemiddeling nóg betaalbaarder is door de
kosten van de bemiddelaar te beperken.
De kern van een effectieve bemiddeling die
aan de behoeften van de partijen voldoet,
wordt gevormd door opgeleide en
gespecialiseerde bemiddelaars.
SYNDIC
Channel
SYNDIC Channel
NIEUW IN MEDE-EIGENDOM IN BELGIË!
Kijk op YouTube naar de SYNDIC Channel, wordt nu snel aangevuld.
duidelijk: snelle afhandeling, lage kosten,
vertrouwelijk, flexibel en relatiebehoudend.
De hierboven besproken speciale
regeling is ontworpen om toegankelijk
en bedrijfsvriendelijk te zijn en biedt
gespecialiseerde bemiddelaars, een
eenvoudig intakeproces, gemaximeerde
tarieven en ondersteunende middelen aan.
Ga voor meer informatie naar de
projectwebsite van de Europese Commissie.
In het kader van de speciale regeling
heeft Milieu Consulting een team van 24
erkende bemiddelaars samengebracht,
geaccrediteerd door de Belgische Federale
Bemiddelingscommissie en gespecialiseerd
in geschillen in de bouwsector. Velen
zijn advocaten of professionals met
aanzienlijke ervaring op het gebied van
bouw en onroerend goed (bijv. ingenieurs,
aannemers), waardoor ze snel de technische
en financiële complexiteit van een geschil
kunnen begrijpen. Hun expertise op het
gebied van betalingsgeschillen helpt bij het
ontrafelen van problemen zoals vertraagde
facturen, onenigheid over de kwaliteit
van de werken en de complexiteit van
onderaanneming.
Bemiddeling binnen deze speciale regeling
is uitgewerkt als een eenvoudig en
begeleid proces. De partijen kunnen een
verzoek tot bemiddeling indienen op de
speciale website, of een bericht sturen naar
het secretariaat via WhatsApp (+32 487 775
830) of per e-mail (mediationpilot@milieu.
be).
Milieu Consulting brengt de partijen
binnen twee werkdagen in contact met
een geschikte bemiddelaar, namelijk
iemand die over de nodige expertise
beschikt voor het specifieke geschil,
geografisch dicht bij de partijen staat en de
gewenste taal spreekt (Nederlands, Frans,
Engels, Duits).
De bemiddelaar organiseert vervolgens
een eerste sessie, waarin de regels van
de bemiddeling worden beschreven
en waar elke partij haar standpunt naar
voren kan brengen. De daaropvolgende
bemiddelingssessies zorgen ervoor dat
beide partijen de ruimte krijgen om hun
standpunten te verduidelijken en zijn erop
gericht om via een gestructureerd proces
en specifieke methodologieën naar een
oplossing toe te werken.
De besprekingen kunnen bestaan uit zowel
gezamenlijke vergaderingen als afzonderlijke
vertrouwelijke sessies. Als de bemiddeling
slaagt, wordt de overeenkomst schriftelijk
vastgelegd en kan deze juridisch bindend
verklaard worden. Als er geen oplossing
wordt gevonden, behouden de partijen de
keuze tussen de rechter of arbitrage, waarbij
de bemiddelingsprocedure de wettelijke
verjaringstermijnen stuit.
De voordelen van bemiddeling om
geschillen (tussen mede-eigenaars,
tussen eigenaars en de syndicus, tussen
eigenaars en bouwbedrijven, enz.) omtrent
onroerend goed op te lossen, zijn
Wist u trouwens dat de integratie van
bemiddelingsclausules in contracten
ten sterkste wordt aanbevolen? Zulke
clausules bieden een proactieve aanpak
door eventuele toekomstige geschillen met
betrekking tot het beheer en onderhoud
van eigendommen te onderwerpen aan
bemiddeling. Milieu Consulting heeft
aanpasbare, robuuste en betrouwbare
bemiddelingsclausules opgesteld die
beschikbaar zijn op de projectwebsite.
ǯ https://single-market-economy.
ec.europa.eu/smes/challenges-andresilience/late-payment/mediationpilot-construction_nl
ǯ https://ec.europa.eu/eusurvey/
runner/MediationRequestForm
info
Maxime Moulac
Senior Legal Advisor
Milieu Law & Policy
mediationpilot@milieu.be
PROPERTYTODAY
36 Editie mei - juni
11
Mede-eigendom in
Spanje: 5 verrassingen
voor Belgen
“
Eigenaars met
betalingsachterstand
mogen niet
stemmen.
Veel Belgen bezitten een appartement in
Spanje en worden daardoor automatisch
mede-eigenaar binnen een Spaanse VME
(Asociación de Copropietarios). In Spanje
wordt de regelgeving rond algemene
vergaderingen van mede-eigenaars
hoofdzakelijk bepaald door de Ley de
Propiedad Horizontal (LPH).
Hier volgen de voornaamste verschillen met
de Belgische situatie:
1. Oproeptermijn van 6 dagen voor de
algemene vergadering
Volgens artikel 16.2 LPH moet de oproeping
voor de algemene vergadering minstens zes
dagen op voorhand gebeuren. Indien op
de eerste oproeping het vereiste quorum
niet wordt gehaald, kan de vergadering een
half uur later geldig plaatsvinden met de
aanwezige eigenaars.
"De oproeping voor de algemene
vergadering gebeurt minstens zes dagen
vóór de geplande datum, tenzij de statuten
een andere termijn bepalen. De vergadering
gaat door bij eerste oproeping wanneer de
meerderheid van de eigenaars aanwezig is,
die tevens de meerderheid van de aandelen
vertegenwoordigen. Bij tweede oproeping
is de vergadering geldig ongeacht het aantal
aanwezigen."
PROPERTYTODAY 37
2. Geen wachttijd van 15 dagen voor
een tweede vergadering zoals in België
In tegenstelling tot België, waar minstens
15 dagen moeten zitten tussen de eerste
en tweede vergadering, kan in Spanje een
tweede oproeping reeds een half uur na
de eerste plaatsvinden, ongeacht het aantal
aanwezigen.
Artikel 16.2 LPH: De tweede oproeping
kan doorgaan een half uur na de eerste,
ongeacht het aantal deelnemers.
"De vergadering wordt gehouden in tweede
oproeping op de plaats, datum en tijd
aangegeven in de eerste oproeping, en kan
plaatsvinden op dezelfde dag indien er ten
minste een half uur is verstreken sinds de
eerste oproeping."
3. Eigenaars met betalingsachterstand
mogen niet stemmen: zij verliezen hun
stemrecht!
Een verschil dat menig Belgische syndicus
zou toejuichen: in Spanje verliezen eigenaars
met openstaande schulden hun stemrecht,
tenzij zij hun schuld gerechtelijk betwisten
of reeds hebben aangevochten vóór de
vergadering.
Artikel 15.2 LPH: "Eigenaars die bij aanvang
van de vergadering niet in orde zijn met hun
betalingen aan de gemeenschap, en die
deze schuld niet gerechtelijk hebben betwist
of gedeponeerd, mogen wel deelnemen
aan de discussie, maar verliezen hun
stemrecht."
4. Volmacht aan de syndicus mogelijk
In Spanje is het wettelijk toegestaan om
een volmacht te geven aan de syndicus
om een eigenaar te vertegenwoordigen
op de algemene vergadering. Dit is
vastgelegd in artikel 15.1 van de LPH. De
volmacht hoeft enkel een schriftelijk en
ondertekend document te zijn. Zij mag
worden toegekend aan eender wie, inclusief
de syndicus.
"De mede-eigenaars kunnen de algemene
vergadering bijwonen of zich wettelijk of
vrijwillig laten vertegenwoordigen. Voor dit
laatste volstaat een door de mede-eigenaar
ondertekend schrijven."
5. De voorzitter van de gemeenschap:
een verplichte en representatieve
functie
In Spanje is het verplicht om een voorzitter
van de gemeenschap aan te duiden,
gekozen onder de mede-eigenaars. Deze
voorzitter is niet, zoals in België, een tijdelijke
voorzitter van de AV, maar een echte
vertegenwoordiger van de gemeenschap,
met taken die deels overeenkomen met
die van een Belgische syndicus, waaronder
gerechtelijke vertegenwoordiging.
Artikel 13.1 LPH: "Het bestuursorgaan van de
gemeenschap is de algemene vergadering
van eigenaars, de voorzitter (...)."
In België bestaat deze functie niet: de
vertegenwoordiging van de VME berust
volledig bij de syndicus, die wordt
aangesteld door de algemene vergadering.
Het ontbreken van een vaste voorzitter
toont het verschil in bestuursstructuur, die in
België meer gecentraliseerd is rond de figuur
van de syndicus.
“
In Spanje is een
volmacht aan
de syndicus
mogelijk.
info
Mevr. Dominique Krickovic
Directeur UVS
(Unie van Syndici)
info@uvsyndici.be
www.unievansyndici.be
PROPERTYTODAY
Artikel 15.1 LPH: "Eigenaars kunnen
persoonlijk of via wettelijke of vrijwillige
vertegenwoordiging deelnemen
aan de vergadering. Voor vrijwillige
vertegenwoordiging volstaat een schriftelijk
document ondertekend door de eigenaar."
38 Editie mei - juni
Goed om
te weten
In deze rubriek behandelen wij enkele frequent
gestelde vragen. Wij geven graag ons advies mee.
1
Vraagstelling:
Betreffende de syndicale mededelingen "§§1-2" bij de vervreemding van
een kavel : hoe dient onderstaande benaderd/geïnterpreteerd (vervolg
punt 6 => 7 dus) te worden? (verband tussen Art. 3.94, §1, 6° en Art. 27-7°
BW). Volgende vraag werd ontvangen :
Art. 3.94-§1-6° : een afschrift van de recentste balans die door de
algemene vergadering van de vereniging van mede-eigenaars werd
goedgekeurd.
Wat art. 3.94, §1, 2° BW betreft, dient men ook nog een onderscheid te
maken tussen:
چ
de achterstallen van de bijdragen van het lopende boekjaar inbegrepen die van voorafgaande boekjaren;
چ
andere eventuele achterstallen, daarin begrepen de kosten van gerechtelijke of buitengerechtelijke invordering, alsook de kosten voor
de mededeling van de krachtens artikel 3.94-§§1 en 2 BW vereiste
informatie.
Dit onderscheid is vereist teneinde de geprivilegieerde schulden van
de vereniging van mede-eigenaars te kunnen onderscheiden van de
andere schulden. Artikel 27, 7° BW luidt immers als volgt:
“De schuldeisers, op onroerende goederen bevoorrecht, zijn … […].
7° De vereniging van mede-eigenaars, op de kavel in een gebouw of
groep van gebouwen voor de bijdragen verschuldigd met betrekking
tot deze kavel. Dit voorrecht is beperkt tot de bijdragen van het
lopende boekjaar en het eraan voorafgaande boekjaar. Het neemt
rang in na het voorrecht van de gerechtskosten bepaald in artikel
17, het voorrecht bepaald in artikel 114 van de wet van 4 april 2014
betreffende de verzekeringen en de eerder ingeschreven voorrechten.”
Wij wensen uw aandacht te vestigen op het feit dat het voor de
belangenbehartiging van de mede-eigendom hoogst noodzakelijk is
om bovenvermeld onderscheid te maken in uw afrekening.
PROPERTYTODAY 39
Antwoord:
Het gaat over de juridische verplichtingen
en rechten van de VME bij het indienen van
schuldeisersvorderingen in het kader van de
overdracht van een kavel.
Het voorrecht van de VME is een juridisch
recht dat voorrang geeft bij de inning van
bepaalde schulden die eigenaars van kavels
binnen een mede-eigendom aan de VME
verschuldigd zijn. Dit voorrecht is vastgelegd
in artikel 27-7° van het Belgisch Burgerlijk
Wetboek en heeft als doel de financiële
belangen van de mede-eigendom te
beschermen.
Bij de overdracht van een kavel en de
verplichte informatie bestemd voor de
notaris dient u de informatie correct door
de geven. Best is dat in de afrekening van de
schulden een duidelijk onderscheid wordt
gemaakt tussen enerzijds de bijdragen
die het voorrecht genieten (lopende en
vorige boekjaar), en anderzijds de andere
openstaande bedragen, zoals oudere
achterstallen.
1. Maximum 2 jaar : Achterstallen
van bijdragen van het lopende en
het eraan voorafgaande boekjaar:
Artikel 27-7° BW bepaalt dat de VME
een voorrecht heeft op de kavel voor
bijdragen die verschuldigd zijn over
het lopende en het vorige boekjaar.
Het voorrecht van de VME geldt dus
alleen voor bijdragen die in deze
periode zijn ontstaan; eerdere of latere
achterstallen genieten dit voorrecht niet.
2. Meer dan 2 jaar : Andere achterstallen:
Achterstallige betalingen die ouder
zijn dan twee jaar, evenals kosten voor
gerechtelijke procedures of andere
kosten die gemaakt zijn om die
achterstallen in te vorderen, krijgen
geen voorrang. Dit betekent dat deze
schulden pas worden betaald nadat de
belangrijkste, geprivilegieerde schulden
(zoals de bijdragen van het huidige
en vorige jaar) eerst zijn voldaan.
3. Opgelet: Gerechtelijke kosten
(bijv. advocaatkosten, incassokosten of
kosten voor gerechtelijke procedures)
zijn aanvullende schulden en genieten
geen voorrang. Deze kosten worden
pas vergoed nadat de schulden die
onder het voorrecht vallen (dus
de bijdragen voor het lopende en
voorgaande jaar) volledig zijn betaald.
Hieronder een type voorbeeld van aangifte:
Overzicht van de achterstallige betalingen:
1. Bijdragen lopend boekjaar:
Bedrag: €[bedrag]
Vervaldatum: [datum]
2. Bijdragen vorig boekjaar:
Bedrag: €[bedrag]
Vervaldatum: [datum]
3. Andere achterstallen (ouder dan 2
jaar):
Bedrag: €[bedrag]
Vervaldatum: [datum]
4. Gerechtelijke of buitengerechtelijke
kosten:
Bedrag: €[bedrag]
Omschrijving: kosten gemaakt voor
[bijvoorbeeld incassoprocedures,
aanmaningen, advocaatkosten, etc.]
2
Vraagstelling:
We hebben recentelijk het syndicschap van een
residentie overgenomen en we zijn op volgende
probleem gebotst.
Op basis van de basisakte zijn er drie
appartementen met elk 275/1000 en 1
penthouse met 175/1000.
In 2010 werd er een herverdeling van de
gemeenschappelijke kosten overeengekomen
tussen de eigenaars omdat het penthouse een
uitbouw geplaatst had op het dakterras dat
gemeenschappelijk is.
Ze komen de volgende kostenverdeling overeen:
de drie appartementen elk 267/1000 en de
penthouse 199/1000. Daar is een geschreven
document van, maar de basisakte/reglement
van mede-eigendom werd nooit aangepast.
Er was namelijk één eigenaar die eiste dat bij
een aanpassing in de basisakte het terras ook
moest worden aangekocht door de eigenaar
van het dakappartement. Om een lang verhaal
kort te maken, er werd niets echt opgelost maar
de kosten werden wel aldus herverdeeld.
Nu zag ik in de documenten van de vorige twee
syndici dat niet alleen de gemeenschappelijke
kosten op deze ‘nieuwe’ basis worden berekend,
maar dat er ook op basis van de zogezegde
nieuwe ‘quotiteiten’ – die nooit werden
ingeschreven - wordt gestemd.
Dus de drie appartement elk 267 stemmen en
het penthouseappartement 199 stemmen.
De nieuwe kostenverdeling kan dan wel
consensueel zijn en aanvaard worden door
de mede-eigenaars, maar het stemmen zou
toch conform de quotiteiten van de basisakte
moeten gebeuren of zie ik dit verkeerd?
Graag had ik even uw visie hieromtrent.
Antwoord :
U heeft de situatie correct ingeschat.
In mijn antwoord hieronder zal ik mij
baseren op de informatie in uw mail, in
dewelken u verwijst naar de aanpassing van
kostenverdeling/verdeelsleutels en niet naar
een wijziging van de aandelen. Een wijziging
van de aandelen vereist de éénparigheid
van alle stemmen van alle mede-eigenaars.
Een wijziging van de verdeling van de
lasten vereist een meerderheid van 4/5de
van de stemmen van de aanwezige of
vertegenwoordigde mede-eigenaars.
Opgelet: een toegekend privatief
gebruiksrecht leidt in principe niet tot
een herberekening van de aandelen. Het
privatief gebruiksrecht houdt namelijk in
dat een mede-eigenaar exclusief gebruik
mag maken van een gemeenschappelijk
deel, maar dit verandert niets aan de
eigendomsverhoudingen zoals die zijn
vastgelegd in de basisakte. De aandelen
in de mede-eigendom (quotiteiten) zijn
gekoppeld aan het eigendomsrecht van
de gemeenschappelijke delen en worden
alleen aangepast als er een wijziging is in
de eigendomsstructuur, bijvoorbeeld door
het bijkopen of samenvoegen van kavels
(berging kelder staanplaatsen...etc).
Een privatief gebruiksrecht blijft
daarentegen een gebruiksrecht en is geen
eigendomsrecht, waardoor het geen invloed
heeft op de verdeling van de aandelen.
40 Editie mei - juni
Bovendien kan het gebruiksrecht met een
4/5de meerderheid worden verleend, maar
ook met dezelfde meerderheid worden
ingetrokken, wat het tijdelijke karakter van
dit recht benadrukt in tegenstelling tot een
eigendomsrecht, dat blijvend en definitief is,
tenzij het wordt overgedragen.
Aangezien het enkel een wijziging in de
kostenverdeling betreft en geen aanpassing
van de aandelen, blijven de stemrechten
van elke mede-eigenaar ongewijzigd en
corresponderen deze nog steeds met
de aandelen zoals vastgelegd in de
basisakte. Deze aandelen zullen, zelfs na
de wijziging van de statuten met betrekking
tot de kostenverdeling, nog steeds van
toepassing blijven voor het bepalen van
het aantal stemmen tijdens de algemene
vergadering
Authentieke akte
Hoewel er een consensuele herverdeling
van de kosten is overeengekomen tussen de
mede-eigenaars, verandert dit niets aan de
officiële quotiteiten die in de basisakte zijn
opgenomen, zolang de statuten niet officieel
aangepast zijn.
De wet op de mede-eigendom bepaalt
duidelijk dat elke wijziging van de statuten,
zoals een aanpassing van de kostenverdeling,
moet worden goedgekeurd door de
algemene vergadering met een 4/5de
meerderheid en vervolgens moet worden
vastgelegd in een authentieke akte. Zonder
deze formele stap blijven de oorspronkelijke
verdeelsleutels van kracht. Bovendien is
een dergelijke beslissing niet tegenstelbaar
tot derden (zoals nieuwe mede-eigenaars)
totdat deze correct is overgeschreven in de
statuten.
BW Art 3.88-2° : De algemene vergadering
beslist bij meerderheid van vier vijfden van
de stemmen: over iedere andere wijziging
van de statuten, daarin begrepen de
wijziging van de verdeling van de lasten van
de mede-eigendom.
BW Art 3.85-§1 : De basisakte en het
reglement van mede-eigendom, die de
statuten van het gebouw of van de groep
van gebouwen vormen, alsook iedere
wijziging die daarin wordt aangebracht,
moeten het voorwerp zijn van een
authentieke akte.
Gezien de consensus die er momenteel
bestaat binnen de VME, lijkt het me
aangewezen om de situatie te regulariseren.
Dit betekent dat u een BAV dient bijeen
te roepen, om een mandaat te vragen
(meerderheid 1/2+1) om de statuten officieel
aan te passen in en authentieke akte (bij de
notaris) volgens de beslissingen van de AV
(datum en voorwerp vermelden alsook de
behaalde meerderheid).
Het is belangrijk om te benadrukken
dat deze aanpassing geen directe relatie
heeft met de vraag of het dakterras moet
worden aangekocht. De statuten kunnen
eenvoudigweg worden aangepast om te
bepalen dat de eigenaar van het penthouse
exclusief gebruik maakt van het terras,
zonder dat hiervoor een aankoop nodig is.
Zoals hierboven vermeld zou de aankoop
van het dakterras leiden tot de wijziging
van de aandelen van de VME , en zou met
éénparigheid moeten gestemd worden
(met tussenkomst van een landmeter
voor de correcte oppervlakte berekening
en herberekening van de aandelen, en
vastgoedschatter voor de waarde van deze
oppervlakte te bepalen, en een notaris van
de verkoop en authentieke akte).
In afwachting van de authentieke akte,
dienen de kosten conform de originele
quotiteiten uit de basisakte verdeeld te
worden, tenzij anders beslist door de AV.
Eindafrekening
Dit heeft dus gevolgen voor de
eindafrekening 2024, aangezien de
jaarlijkse kosten volgens de oorspronkelijke
verdeelsleutel uit de basisakte zullen
moeten verdeeld worden. Het lijkt onnodig
om de afrekeningen van de vorige syndici
retroactief recht te zetten, aangezien er
hoogstwaarschijnlijk decharge is verleend en
de rekeningen destijds zijn goedgekeurd.
Een retroactieve herberekening is
overigens alleen mogelijk als de medeeigenaars
hiervoor tijdens de BAV beslissen
(meerderheid van 1/2+1), en dit zou gepaard
gaan met een bijkomende vergoeding
voor de syndicus vanwege deze bijzondere
prestatie. In dat geval kan er een forfaitair
bedrag per herberekend boekjaar worden
gevraagd aan de AV.
Het belangrijkste is nu dat de statuten zo
snel mogelijk worden aangepast aan de
nieuwe verdeelsleutel. Indien de authentieke
akte niet voor het einde van het boekjaar
2024 kan worden verleden, kunt u tijdens
de BAV de goedkeuring vragen voor de
verdeling van de kosten op basis van de
reeds behaalde consensus. Als de medeeigenaars
hiermee akkoord gaan, mag u dit
uitzonderlijk toepassen, maar enkel met de
formele goedkeuring van de AV((u mag dit
niet zonder toestemming doen).
Voor meer info over deze problematiek voeg
ik hieronder de link naar het artikel van Mter
Riquier in ons magazine Property Today:
ǯ https://www.propertytoday.be/
blog/artikels-1/verdeling-van-delasten-van-de-mede-eigendom-63
Voor de gemoedsrust van de syndicus
en de VME
Verzekeringsoplossingen voor
kantoor- en appartementsgebouwen
in mede-eigendom
Vraag ernaar bij je makelaar
B’Cover by Baloise nv | B’Cover by Baloise nv is een door de FSMA erkend gevolmachtigd onderschrijver | Zetel: City Link, Posthofbrug 16, 2600 Antwerpen, België |
BTW BE 0437.008.754 | RPR Antwerpen, afdeling Antwerpen | Tel.: +32 3 247 21 11 – Vestiging: Herkenrodesingel 6, 3500 Hasselt, België – Tel.: +32 2 704 49 70 | IBAN: BE77 7310 5269 7142 |
BIC: KREDBEBB | info@bcover.be | www.bcover.be
aménagement et rénovation
toitures-parking
aanleg en renovatie
parkeerdaken
omgevingswerken
aménagement
des abords
toitures plates
& toitures-terrasses
platte daken
& dakterrassen
Een perfect oppervlak
door ingenieus vakwerk.
Un revêtement parfait
fruit d’une technologie
ingénieuse.
www.derdeconstruct.be