14.11.2025 Views

Van zonnedaken naar een fossielvrije wijk

  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

VAN ‘ZONNEDAKEN’

NAAR EEN

FOSSIELVRIJE WIJK

LIVING LAB MUIDE MEULESTEDE

FOSSIELVRIJ

(Hoe) kunnen we alle daken in Muide Meulestede

voorzien van zonnepanelen, als stapsteen in de

wijkaanpak voor de energietransitie?

Bouwstenen voor een wijklogica ‘zonnestroom’

LIVING LAB

MUIDE

MEULESTEDE

FOSSIELVRIJ

DESIGN SESSIE

27 & 28 JANUARI 2025

DAG 1

1


Deze publicatie belicht de lessen en inzichten uit één

van de werksporen van het Living Lab Muide Meulestede

Fossielvrij: de wijklogica ‘zonnestroom’. Dit is

de eerste in een reeks van publicaties die inzichten

binnen verschillende ontwikkelsporen van het Living

Lab bundelen.

Living Lab Muide Meulestede

Sinds 2023 is het Living Lab Muide-Meulestede actief

als proeftuin om de wijktransitie naar een duurzame,

inclusieve en fossielvrije toekomst te versnellen. Gelegen

op het schiereiland aan de Gentse haven, bevindt de wijk

zich op het kruispunt van stadsvernieuwing, bedrijvigheid

en een sterk netwerk van lokale partners en organisaties.

Tegelijkertijd kampt Muide-Meulestede met aanzienlijke

sociaal-economische uitdagingen: de inkomens zijn er

laag, de woonkwaliteit is ondermaats, en de wijk kent

een hoge bewonersmobiliteit en grote culturele diversiteit.

Het Living Lab speelt in op die complexe context met een

wijkgerichte energietransitie-aanpak die inzet op rechtvaardigheid,

betaalbaarheid en collectieve actie. Door

nauwe samenwerking met bewoners en organisaties

ontwikkelen we modellen voor fossielvrije energie- en

warmteoplossingen die niet alleen ecologisch, maar ook

sociaal en economisch duurzaam zijn. De nadruk ligt op

CO₂-reductie via hernieuwbare systemen, het verbeteren

van de energieprestaties van woningen, en het uitwerken

van oplossingen die schaalbaar zijn naar andere wijken.

Het Living Lab Muide Meuelestede loopt van oktober

2023 tot en met december 2025. Het Living Lab Muide-Meulestede

is een initiatief van de Stad Gent en

Architecture Workroom. We werken intensief samen met

een consortium van sociale, technische, academische,

beleidsmatige en middenveldpartners: Wattson, SAAMO

Gent, Kelvin Solutions, SWECO, Energent, Blixt, Daidalos

Peutz, Trividend, Flux50, VITO en UGent.

Wijklogica ‘zonnestroom’

In 2024 werd er concreet gewerkt rond twee centrale

thema’s: collectieve warmteprojecten en een zonnedakeninitiatief

voor de hele wijk. Zo werd een concept

uitgewerkt voor een geothermisch microwarmtenet

onder het voetbalveld van Standaard Muide, waarbij we

samen met bewoners en De Energiecentrale hun energieverbruik

en renovatiebehoeften in kaart brachten. We

onderzochten bovendien de warmtevraag en het potentieel

aan fossielvrije warmtebronnen in de hele wijk,

waarbij we zogenaamde ‘warmteclusters’ definieerden –

gebieden waarin vraag en aanbod van warmte optimaal

kunnen worden afgestemd. Op die manier wordt het

Living Lab een hefboom voor inclusieve klimaatoplossingen,

gedragen door én met de buurt.

Parallel nodigden we geëngageerde bewoners uit rond

de vraag: hoe kunnen we zoveel mogelijk zonne-energie

oogsten in, door en voor de hele wijk? Met een aantal

referentiegroepen (huurders, verhuurders, ouderen,

personen in een noodkoopsituatie en personen uit de

Turkse gemeenschap) bogen we ons over een aanbod

dat er voor hen toe zou doen. We werkten met financiële

en technische experten allerlei modellen uit die vertrekken

vanuit de collectieve investering in zonnepanelen

op grote en residentiële daken. De conclusie? Gezien

de dalende injectietarieven, de complexe regelgeving

rond energiedelen en de onzekerheid van stroomafnamecontracten

is het helemaal niet zo vanzelfsprekend

om een interessante case te bouwen voor een wijkbreed

en rollend zonnedakenproject. Maar wat als we bijvoorbeeld

de middelen die vandaag de dag voor het sociaal

energietarief worden ingezet, proactief kunnen benutten

voor investeringen in hernieuwbare energie? Slagen we

er via zulke alternatieve routes wel in om een inclusief én

duurzaam model op poten te zetten? Die inzichten vind

je terug in deze publicatie.

2


Colofon

Redactie

Alice Devenyns, Tom Leenders & Hanne Mangelschots

(Architecture Workroom Brussels), Antoon Soete (Wattson),

Lina Avet (Energent)

Financiële en technische expertise

Antoon Soete & Jasper Van Eeghem (Wattson), Lina Avet

(Energent), Pieter-Jan Van de Velde (Trividend), Ruben

Baetens (KULeuven), Kris Voorspools (70GigaWatt), Indra

Van Sande (Stad Gent, Dienst Milieu en Klimaat), Tim

Vermeir (Blixt)

Sociaal-maatschappelijke expertise

Jacob Peuters, Toon Raymaekers en Frank Vandepitte

(SAAMO Gent), Nina Vanhaeren (Stad Gent, Dienst Beleidsparticipatie),

Wannes Haghebaert (Stad Gent, Dienst

Stedelijke Vernieuwing), Roeland Keersmaekers (Stad

Gent, Dienst Milieu en Klimaat)

Procescoördinatie Living Lab

Alice Devenyns, Tom Leenders, Joachim Declerck &

Hanne Mangelschots (Architecture Workroom Brussels),

Iris Van den Abbeel (Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing),

Filip Van De Velde & Roeland Keersmaekers (Stad

Gent, Dienst Milieu en Klimaat)

Stuurgroep Living Lab

Linda Boudry & Stijn Oosterlynck (Architecture Workroom

Brussels), schepen Filip Watteeuw & Sabine Van

Belle (Stad Gent, Kabinet Schepen van Wonen, Milieu,

Klimaat en Energie), Xavier Depauw (Stad Gent, Kabinet

van de Burgemeester), Liesbeth Bultinck (Stad Gent,

Dienst Stedelijke Vernieuwing), Cathy De Bruyne (Stad

Gent, Dienst Milieu en Klimaat)

Living Lab consortium

Alice Devenyns, Tom Leenders, Joachim Declerck, Elien

Vanhamel, Chiara Cicchianni & Hanne Mangelschots (Architecture

Workroom Brussels), Eva De Meyst, Filip Van De

Velde, Indra Van Sande, Roeland Keersmaekers (Stad Gent,

Dienst Milieu en Klimaat), Iris Van den Abbeel & Wannes

Haghebaert (Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing),

Nina Vanhaeren (Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing),

Martine Claeys & Adinda Baro (Stad Gent, Dienst Wonen),

France Raulo & Pieter Janssens (Stad Gent, Energiecentrale),

Antoon Soete (Wattson), Lina Avet & Koen Reynders

(Energent), Eline Himpe & Hannelore Scheipers (UGent),

Jacob Peuters, Toon Raymaekers, Gilles Guillaume en

Frank Vandepitte (SAAMO Gent), Friedl Decock (Daidalos

Peutz), Pieter-Jan Van de Velde (Trividend), Ruben Baetens

(KULeuven), Tim Vermeir (Blixt), Tinne Snoeijs & Wout

Hermans (Kelvin Solutions), Frederik Loeckx (Flux50), Yves

De Weerdt (VITO), Daan Ongkowidjojo, Leander Stalmans

& Anouk Robbeets (SWECO), Dieter Wildemauwe, Isabelle

Herteleer, Lieven Demolder, Valentijn Rombaut & Victor

Mouton (bewoners-experten)

Financiering

Stadsvernieuwingsproject Muide Meulestede Morgen

(Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing), Lokaal

Energie en Klimaat Pact 2.1 (Stad Gent, Dienst Milieu en

Klimaat), HORIZON-project Neutralpath, Flanders Technology

and Innovation, VITO

Vormgeving

Elien Vanhamel & Hannah Nelis (Architecture Workroom

Brussels)

Tekeningen

Elien Vanhamel & Hannah Nelis (Architecture Workroom

Brussels)

Met dank aan

David Cis (Stad Gent, Energiecentrale), Rousselot,

Houthandel Hanssens, DS Smith, Euroports, en Stukwerkers

Versie

september 2025

3


4


Inhoudstafel

A. Living Lab Meude Meulestede Fossielvrij & de wijklogica ‘zonnestroom’ 6

1. Het Living Lab Muide Meulestede 8

2. Van één pilootproject naar alle daken in Muide Meulestede 8

3. Collectieve zonne-energie als stapsteen in de wijkaanpak voor de energietransitie 8

4. Proces Living Lab 2024: spoor ‘zonnestroom’ 10

5. Leeswijzer 26

6. Cijfer-lexicon 27

B. Eerste verkenning: 28

Het Zonnedakenmodel 1.0 28

Model 1: Collectieve zonnepanelen op kleine en grote daken via de financiële valorisatie

van de reststroom 32

C. Tien bouwstenen voor wijkgerichte zonnestroom 36

1. Collectieve investering in PV-installaties op grote daken 38

2. Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken 44

3. Externe handel in reststroom via een stroomafnameovereenkomst 52

4. Externe handel in reststroom via een stroomafnameovereenkomst 58

5. Wijkgebonden verkoop van reststroom via niet-kosteloos energiedelen 64

6. Maatschappelijk valoriseren van reststroom via kosteloos energiedelen 70

7. Activeren van sociaal tarief voor de omschakeling naar groene energie 74

8. Collectieve investering in laadinfrastructuur 78

9. Financiering door derde partijen 82

10. Zoldervloerisolatie of dakrenovatie 86

D. Twee kansrijke combinaties van bouwstenen: naar een Zonnedakenmodel 2.0? 92

1. Collectieve zonnepanelen op residentiële daken via financiële participatie door

grote ondernemingen op basis van de PV-installaties 94

2. Collectieve zonnepanelen op residentiële daken de activatie van het

sociaal tarief en het gratis delen van de reststroom 100

E. Wijklogica ‘zonnestroom’: van ‘cash cow’ naar fragiele bouwsteen in een rechtvaardige

wijkenergietransitie 106

Geen marktconforme business case voor een ‘zonnedaken’-project 108

Richtingen voor het vervolg van het Living Lab in 2025 111

5


A.

Living Lab

Meude

Meulestede

Fossielvrij & de

wijklogica

‘zonnestroom’

6


7


1. Het Living Lab Muide Meulestede

Gent wordt klimaatneutraal tegen 2050. Tegen 2030 wil

de stad al 55% minder CO2 uitstoten, o.a. door in te zetten

op energiezuinig wonen, waarbij 50% van de elektriciteits-

en warmtevraag van huishoudens wordt opgewekt

op eigen bodem (Klimaatplan 3.0). Om te testen hoe die

transitiedoelen in de praktijk kunnen landen, werd Muide

Meulestede aangeduid als pilootwijk. Sinds oktober 2023

loopt hier ook het Living Lab Muide Meulestede Fossielvrij:

een partnerschap tussen expertisebureaus, bedrijven,

wijkopbouwwerkers en stad Gent die twee jaar lang

de vertaling maakt van ambities naar concrete projecten

en een actieplan, met en voor de bewoners in de wijk.

Het Klimaatplan benadrukt dat stad Gent kiest voor een

rechtvaardig klimaatbeleid waarin iedereen, en dus ook

deze wijk, mee kan. Maar veel mensen in deze wijk hebben

niet de mogelijkheden en/of middelen (kapitaal, positie,

mentale ruimte) om te handelen. Bestaande subsidies

komen vooral terecht bij eerder kapitaalkrachtige groepen,

terwijl kwetsbare gezinnen overwegend in de oudste,

minst kwalitatieve woningen wonen waar het meeste

werk en kosten aan zijn.

Het Living Lab heeft als bredere doelstelling om:

• de CO2-emissies in Muide Meulestede terug te dringen

door de verduurzaming van (lokale) energie- en

warmtesystemen,

• de beoogde fossielvrije transitie op een gedragen, inclusieve

en sociaal rechtvaardige wijze te faciliteren

en de energietransitie concreet toepasbaar maken

voor maatschappelijk kwetsbare groepen in Muide

Meulestede,

• de energieprestaties en woonkwaliteit van de bestaande

gebouwde omgeving te verbeteren, en

• de energiesysteemoplossingen op te schalen en

inzetbaar te maken in andere Gentse wijken, buurten

en de stad.

De missie van het Living Lab is het (her)ontwikkelen van

Muide Meulestede in Gent als pilootwijk tot een duurzame,

inclusieve en fossielvrije wijk die de levenskwaliteit

verbetert, mede gecreëerd door en met mede-eigenaarschap

van burgers en wijkpartners.

2. Van één pilootproject naar alle daken in

Muide Meulestede

Aanvankelijk lag de focus van het ‘zonnedak’-project op

Loods 26, als hypothese om het concept van collectieve

zonne-energie te verkennen. Al snel werd echter duidelijk

dat de haalbaarheid en impact van dit specifieke dak

beperkt zouden blijven. Enerzijds was de geschiktheid en

beschikbaarheid van het dak Loods 26 onzeker, anderzijds

zou het project slechts een vijftigtal huishoudens kunnen

voorzien van zonne-energie. Dit betekende dat veel

kwetsbare huishoudens in de wijk geen toegang zouden

krijgen tot betaalbare zonne-energie. Bovendien bieden

andere gebouwen in Muide Meulestede meer dakoppervlakte

en een betere lokale zichtbaarheid.

We zetten daarom een nieuwe richting uit voor het hefboomproject

‘zonnedak’. We trokken het zonnedak-project

los van de exploratie naar de potenties van Loods 26,

en gingen op zoek naar andere ‘snelle daken’ in de wijk

(die zonder verdere ingrepen meteen ingezet zouden kunnen

worden). We verkenden hoe we verschillende kleine

en grote daken in de hele wijk kunnen inzetten om zonne-energie

op te wekken voor huishoudens met lage inkomens.

We vertrokken daarbij vanuit het samenspel tussen

grote daken en residentiële daken van eigenaar-bewoners

en van verhuurders.

3. Collectieve zonne-energie als stapsteen in de

wijkaanpak voor de energietransitie

De verdere verkenning van het ‘zonnedaken’-project vertrok

vanuit een uitdaging die de wijk prikkelt op haar pionierend

karakter: Kunnen we álle geschikte daken in Muide

Meulestede voorzien van zonnepanelen?

Een business case voor alle zonnedaken…

Om deze ambitie te realiseren, onderzochten we de haalbaarheid

van een business case die niet alleen rendabele

daken omvat, maar ook die daken waarvoor de markt

vandaag geen helder aanbod heeft. Het uitgangspunt

voor de business case was dat een rollende beweging kon

opgezet worden door een eenmalige publieke investering

(via LEKP-middelen), die de private / coöperatieve markt

vervolgens zou oppikken.

Een cruciale randvoorwaarde bij de ontwikkeling van de

business case was dat alle bewoners, inclusief huurders,

betaalbaar kunnen blijven wonen waar ze nu wonen. We

brachten in kaart wat drempels en hefbomen zijn om bewoners

mee te krijgen in een collectief project om hen

optimaal te kunnen ondersteunen, en probeerden grip te

krijgen op de socio-economische uitdagingen in de wijk.

De eerste kansrijke bouwsteen van zo’n model zagen we

in de koppeling van grote daken aan kleine daken: de installatie

en beheer van PV op grote daken is financieel rendabeler,

waardoor opbrengst kan ingezet voor financiering

van PV op kleine daken. Dit zorgt meteen voor lokale

herverdeling.

… als eerste hefboom richting een fossielvrije wijk

Deze zoektocht naar hoe we zoveel mogelijk zon kunnen

oogsten in, door en voor de hele wijk, schreven we in als

eerste stap in de bredere transitie naar een fossielvrije

wijk. We ontwikkelden een model en business case die

lokaal opgewekte zonne-energie toegankelijk en betaalbaar

zou maken voor alle bewoners van Muide Meulestede.

Daarmee streefden we niet enkel naar een maximale

productie van lokale zonnestroom, maar ook naar een

rechtvaardige en inclusieve spreiding van de opbrengsten

van PV (door verbruik en verkoop stroom).

Waar (collectieve en fossielvrije) warmteoplossingen

vaak traag en complex zijn om te realiseren, kunnen zonnepanelen

sneller worden uitgerold. Door zonne-energie

8


toegankelijk en betaalbaar te maken, organiseren we zo

namelijk voor zo veel mogelijk wijkbewoners een eerste

toegankelijke, betaalbare en sociaal-rechtvaardige opstap

in een verhaal, dynamiek en actieplan richting fossielvrije

wijk. Dit biedt de kans om een eerste beweging op gang

te brengen en bewoners actief te betrekken bij de energietransitie.

Concreet betekent dit dat:

• we naast de financiering van zonnepanelen ook

onderzochten hoe het ‘zonnedaken’-project een

hefboom kan creëren voor de renovatie van niet-geïsoleerde

dakenen zo al een eerste stap kan vormen

richting diepgaande renovaties,

• we parallel naar locaties zochten en modellen

ontwikkelden om collectieve warmteprojecten te

monteren én dat we bewaakten dat het ‘zonnedaken’-project

geen lock-in zou creëren voor collectieve

warmtesystemen,

• we het ‘zonnedaken’-project inzetten als katalysator

om de bredere wijkdynamiek op gang te trekken en

bewoners te organiseren rond een collectieve energietransitie.

We zagen de concreetheid en tastbaarheid

van het ‘zonnedaken’-project als een aanleiding

om bewoners en wijkpartners te betrekken.

wijkenergietransitie. Een keer je bij hen ‘een voet tussen

de deur hebt’ via een laagdrempelig zonnedakenproject,

zijn ze makkelijk aanspreekbaar voor renovatiebegeleiding,

die hen dan weer stapsgewijs voorbereidt om mee

aan te sluiten op collectieve warmteprojecten.

De hypothese die onder de ontwikkeling van het ‘zonnedaken’-model

lag is: door zonne-energie collectief

te monteren, mobiliseer en organiseer je ‘abonnees’

van een collectief of organisatie dat bezig is met de

9


Fase 1: Conceptuele

ontwikkeling

‘zonnedaken’-project

1.0 (maart - mei

2024)

4. Proces Living Lab 2024: spoor ‘zonnestroom’

1. Werksessies

• Designsessie 1 (27–28/3): Eerste werksessie met

consortiumpartners, gericht op kennismaking met de

wijk en het opstellen van een voorlopig stappenplan

voor Standaard Muide en Loods 26.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SAAMO,

Energent, Trividend

2. Wijkanalyse en betrokkenheid

• Deskresearch: analyse bestaande studies en barrières

bij collectieve energieprojecten, met focus op

kwetsbare bewoners.

a. Betrokken partners: AWB

• Interviews: gesprekken met relevante organisaties

zoals Endeavour, ECOoB, Rots vzw, Energent

en Dienst Wonen om drempels en hefbomen voor

collectieve aanpak te identificeren.

a. Betrokken partners: AWB

• Matrix: structurering van inzichten per doelgroep in

een overzicht met drempels, hefbomen en mogelijke

instrumenten, gebaseerd op interviews en praktijkervaring

van consortiumpartners.

a. Betrokken partners: AWB, SAAMO, Stad Gent

3. Stakeholderoverleg

• Loods 26: inspectie en overleg met betrokken partijen

bracht technische (corrosie) en organisatorische

(eigenaarschap) uitdagingen in kaart.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SOGent

• Concessiehoudersoverleg: afstemming rond potentieel

zonnedak en haalbaarheidsonderzoek voor

realisatie op Loods 26.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SOGent

4. Ontwikkeling financieel en operationeel model

• Zonnedaken-model 1.0: eerste aanzet tot hefboommodel

los van specifieke locatie, als schaalbaar

instrument voor andere daken.

a. Betrokken partners: AWB, 3E, Trividend, Energent

• Referentieprojecten: inspiratie uit andere modellen

zoals Buurzame Stroom, Zonnebouwers+

(ECoOB), Blankenberge Stedelijk Klimaatbedrijf en

Seacoop.

a. Betrokken partners: AWB

10



onvoldoende

spaargeld om zelf

zonnepanelen

betalen

prijsstabiliteit - vast

tarief per maand;

overdracht na 18 jaar

+ standaard tarief /

sociaal tarief

ECoOB, Zonnebouwers

/ Energie Voor Iedereen

(rollend fonds, PV): via

korting energiefactuur

maandelijkse bijdrage

aan cooperatief aandeel

Schaarste sociale

netwerken / isolement

Woonwijzer

te trots om hulp te

vragen

niet alles alleen moeten

doen;

sociale begeleiding

een vertrouwenspersoon

(sociaal-technisch

profiel)

toeleiding via

OCMW (ECoOB,

Zonnebouwers)

+ intensieve begeleiding

(Minder is

Meer vzw)

wantrouwen; wat is

de hidden agenda?

ambassadeurs +

samenwerking

OCMW biedt credibiliteit

niet lenen omwille

van cultuur, geloof

of leeftijd

woning als arrival

infrastructure: tijdelijk

> veel verloop:

hoop op betere

woonomstandigheden

geïnternaliseerde

Belgische baksteen

in de maag: enige

manier om kapitaal &

status te verwerven is

door aankoop (tegen

coöperatief aandeel)

Buurzame stroom:

kapitaalkrachtigen

gevraagd om extra

te betalen > weinig

geld in fonds

heeft voldoende

kapitaal om hogere

energiefactuur te

betalen

belang van duidelijkheid

totaalplaatje

kosten renovatie +

energiesysteem

De noodkoperswoningen

hebben meestal label E

of F + precaire woonsituatie:

andere financiele

prioriteiten

Gent Knapt Op (Gent)

/ Noodkoopfonds

(VL) /

+ Subsidieretentiefonds

(VL-BR) / renteloos

renovatiekrediet bij

aankoop (VL)

aanmelden OCMW

terughoudend om

mensen binnen te

laten in woningen

omwille van lage

kwaliteit

een plek van aankomst

als stapsteen

voor sociale en

economische mobiliteit

wil wel meer investeren,

maar niet

compenseren voor

anderen vb. meer aandelen

in coöperatie,

maar geen hogere

energiefactuur

kunnen huidige

energiefactuur niet

betalen

(energiearmoede, +10%

inkomen) > financieel

voordeel na renovatie is

te klein / onbestaande

geen juridische gevolgen

van wanbetalen

(verder kosteloos

gebruikmaken) + geen

finqnciele risico’s (vb.

aankoop aandeel)

Zonnebouwers:

garantiefonds +

overdracht eigendom

PV na betaling

maandelijkse bijdrage

geen mentale

ruimte

ontzorging

organiseren tijdens

renovatie

(vb. kinderopvang)

een keer aangesloten,

altijd aangesloten

ECoOB, Zonnebouwers

MijnVerbouwlening,

MijnVerbouwpremie

via huidige instrumenten

geen toegang tot totaalrenovatie

verhoging van de

marktwaarde voor

kwetsbare eigenaar-bewoners?

social share -

EEKLO, Ecopower

(‘gratis’ aandeel voor

kwetsbare groepen >

korting op energiefactuur

gaat naar aankoop

aandeel)

vanuit werkelijke

verbruik vertrekken

financiële zekerheid

/ stabiliteit: verlaging

energiefactuur voor

de huurder > kleinere

kans op wanbetaling

aangepaste huurcontracten

waarin

de voordelen van de

zonnepanelen worden

beschreven: wie krijgt

wat

Woonwijzer

woont niet waar

renovatie nodig is

“energiedelen met

jezelf”: indien meerdere

eigendommen

- verhuurwoningen

en eigen woningen

verbinden OF via

cooperatie

teveel extra kopzorgen;

gevoel van verhuren

als ‘tweede

job’

vehuren via SVK

niet lenen omwille

van cultuur, geloof

of leeftijd

middelen uit eigen

netwerk lenen

aannemer uit eigen

gemeenschap

andere verwachting

voor temperatuur in

woning

renteloos renovatiekrediet

bij aankoop

(VL)

belang van duidelijkheid

totaalplaatje

kosten renovatie +

energiesysteem

collectieve dynamiek

- ambassadeurs

DIALOOG Leuven:

workshops voor

verbouwers

niet-commercieel

bedrijf voor velen

aantrekkelijker om

in mee te stappen;

zeker als er ‘buren’

mee runnen

gebrek aan

financiele incentive

verhoging marktwaarde

woning >

verhoging huur

renteloos renovatiekrediet

bij

aankoop (VL) + Mijn

Verbouwlening

gegevens van

verhuurders niet

beschikbaar

Verhuurderspunt /

OCMW, via dienst

toezicht verhuurders

!

collectieve dynamiek

- ambassadeurs

andere stijl- en materialenvoorkeuren

transparantie over

surplus van

collectief systeem

(winstmarge)

solidariteit &

collectiviteit

geen garantie op

voorhand of de

eigenaar recht heeft

op subsidie /subsidies

pas aanvragen

na uitvoering

belang van epc

– impact op huurwaarde,

verkoopwaarde

Korting kadastraal

inkomen aansluiting

warmtenet?warmtepomp

(Stad Antwerpen)

huurders moeilijk te

bereiken en terughoudend

(vrees

voor huurverhoging

/ uithuiszetting)

toeleiding via

OCMW

energiedelen;

afnemen van zonnedaken

(Zonnebouwers+)

taalbarriere

wens om een positieve

impact op duurzaamheid

te hebben

> totaalrenovatie

voldoende kapitaal

om wel meteen stap

naar A label te doen

(want kost minder)

oPENLab Genk,

technische installatie

woningen ‘gratis’

voelen

zich niet bekwaam of

missen de interesse

om mee te spreken

over nogal technische

onderwerpen

‘social importance’:

‘anderen helpen’ is

belangrijk

weerstand om ESCO op

te starten, omwille van

oude installaties - ESCO

enkel garanderen dat

installatie blijft draaien

voor 25 jaar – dus enkel

minimale ingreep

prijsbehoud & prijsstabiliteit

masterplan: een vastgoedontwikkeling

op

eigen terrein of mogelijks

met grondruil of

bouwrecht (CLT) op de

omliggende terreinen >

Bestaande plannen

vaak afwezig:

bestaande toestand

digitaliseren vraagt

al 15/20K

geïnformeerd zijn over

de procedures en

wetgeving van VME,

zodat ze een actieve

rol kunnen spelen in

het besluitvormingsproces

Woonwijzer

gebrek aan toekomstperspectief

of

garantie op behoud

gefaseerde aanpak,

bewoners maximaal in

woning blijven tijdens

de werken - tijdelijke

woonruimte in gebouw,

indien nodig

handelen uit

noodzaak: appartement

nood aan

renovatie omwille

van veiligheid

voelen

zich niet bekwaam of

missen de interesse

om mee te spreken

over nogal technische

onderwerpen

Permanente hoge

comfortnoden

omwille van kinderen

(verbouwen

is moeilijk)

groot kluwen van

premies en subsidies,

zowel individueel als

voor VME (Gent Knapt

Op: appartementen vaak

meer confrom omzille

van gemeeschappelijke

delen)

brengt extra middelen

op > Stad moet grondindividuele

premieberekening

maken: VME lening

x individuele premies

(persoon met leefloon

kan wel VME-lening

aangaan)

VME lening 25 jaar

(Mijn Verbouwpremie/lening)

+ Gent

Knapt Op

einig studiebureaus

durven risico nemen

om in niet goed renoveerde

appartementen

volledig fossielvrij

te gaan

professionele

begeleiding (technische

en sociale

ondersteuning van

syndicus (vb. extern

studiebureau)

capaciteitsopbouw

by syndici (Energiecentrale)

Niet idereen voordelen

van dakisolatie

of kelderisolatie

Kleinere groepen:

per persona, per

verdiep etc.

mensen aan verschillende

snelheden

laten intekenen

tijdelijke warmtepompen

(Stad

Antzerpen)

de oppervlakte van

de woningen, indeling,

aanwezigheidndaglicht

en mogelijkheid

tot natuurlijke

ventilatie

hoge kosten renovaties,

waardoor deze

eigenaars gedwongen

worden hun woningen te

verkopen of te verlaten

gebouw bekijken als een

gestapelde woonwijk en

dus als een bijzondere

vorm van publiek domein

(waardoor andere

manieren van overheidsf

inanciering verantwoord

kunnen worden)

Korting kadastraal

inkomen aansluiting

warmtenet?warmtepomp

(Stad Antwerpen)

goede financiële

planning en transparante

boekhouding

Straten, riolering, verlichting

heel vervelend

georganiseerd – enkel

via VME meerderheidsbeslissing

(2/3) +

veto-mogelijkheden >

trage verandering

toepassing van renteloze

bulletlening

ook in begeleidingsmiddelen

renovatiewerken

afdwingbaar (tijdlijn

epc labels)

VME: een gebrek

aan solidariteitsmechanisme;

verdeling kosten is

zettelijk vastgelegd

financiering door filantropische

organisaties

wooncooperatie

- coöperatief aandeel

evolueert mee met prijs

in de buurt > vermogensopbouw

door meerwaardecreatie

- solidariteitsmechanismen

groepje gemotiveerde

bewoners

(vb RME) gaat deur

aan deur

VME kan geen beslissingen

nemen over de

private onderdelen in het

gebouw - uitenschrijnwerk

binnen de private

eigendom, groot effect

op het energieverbruik

wooncoöperatie (ipv VME)

- sneller beslissingen nemen

- technische opvolging

- optimalisatie van de investeringen

op lange termijn

- gemeenschapsvorming

- doelstellingen LT

wwooncoöperatie

(ipv VME): ontzorging

bewoners

prijsstabiliteit

zekerheid over

toekomst: renovatie

vs afbraak - herhuisvesting

Citymined

voelen

zich niet bekwaam of

missen de interesse

om mee te spreken

over nogal technische

onderwerpen

communicatiestrategie:

project haalbaar

als x% meedoet

wens om een positieve

impact op duurzaamheid

te hebben >

maar niet voldoende

voor gedragsverandering

collectieve dynamiek

- ambassadeurs

percentage sociale

woningen verplicht

worden

gesteld (Vlaams

niveau)

groepsdruk

Voorkooprecht

inschrijven in

het RUP (Stad): Hierdoor

kan de stad

Gent meer controle

uitoefenen over

de ontwikkeling

De Valkerij 10 Housing

First Woningen (PV

panelen ECoOB)

bescherming tegen

koude en hitte

geen tijd & geen

mentale ruimte

Permanente hoge

comfortnoden

omwille van kinderen

(verbouwen

is moeilijk)

te groot tijdsbeslag:

veel administratief

werk ter voorbereiding

(premies en

subsidies, aannemers

zoeken, offertes etc.)

FINANCIEEL

NOODKOPER

(VER)HUURDER

APPARTEMENTS-

EIGENAAR

SOCIALE HUURDER

DAK- EN THUISLOOS

Willen we de en

lectieve en plek

dan is er aanvul

de individuele k

nood aan een sa

niveau’s:

• wijkdynamie

• collectieve p

• wijkenergieb

• wijkenergiec

• wijkenergiea

• consortium d

fronten integ

ONTZORGING

BETROKKENHEID

EIGENAARSCHAP

CAPACITEIT,

SKILLS & KENNIS

OVERTUIGING

& WAARDEN

2024-2025 2025-2030 2030-2035

STUDIE

NIEUWKOMER

PERSOON MET

MIGRATIEACHTERGROND

ALLEENSTAANDE

(OUDER)

TWIJFELAAR

DRUKKE OUDERS

BEWONERS

STAKE-

HOLDERS

FINANCIEEL

BUSINESS

MODEL

KADER

CAPACITEIT,

SKILLS & KENNIS

STUDIE

2024-2025 2025-2030 2030-2035

BETROKKENHEID

EIGENAARSCHAP

BUSINESS STAKE-

BEWONERS

MODEL HOLDERS

ONTZORGING

KADER

OVERTUIGING

& WAARDEN

STRAAT

PLEK

2024-2025 2025-2030 2030-2035

NETWERK

WIJK

GEMOTIVEERDE

MEDIOR

IDEALISTISCHE STARTER ...

... ...

WIJKHUB

FINANCIEEL

CAPACITEIT,

SKILLS & KENNIS

Programma design sessie

DAG 1

BETROKKENHEID

EIGENAARSCHAP

ONTZORGING

09:30 – 10:00

10:00 – 10:30

10:30 – 11:00

11:00 – 12:30

12:30 – 13:30

13:30 – 15:00

15:00 – 15:30

15:30 – 17:00

17:00 – 17:30

Introductie en stand van zaken (Joachim, Hanne)

Presentatie WP2: wijkbetrokkenheid (Alice)

Presentatie WP5: hefboomprojecten (Roeland, Indra)

Wandeling deel 1 (Iris, Nina)

Lunch

Wandeling deel 2 (Iris, Nina)

Presentatie WP2 x WP3: Drempels en hefbomen voor

collectieve aanpak (Antoon, Alice)

Brainstorm 1: Collectieve aanpak – twee parallelle sessies

1.A Welke voorwaarden stelt dat voor een wijkdynamiek?

1.B Welke voorwaarden stelt dat voor een aanbod?

Samenbrengen inzichten uit sessies 1.A en 1.B

en conclusies

OVERTUIGING

& WAARDEN

DAG 2

09:30 – 09:45

09:45 – 10:15

10:15 – 11:45

11:45 – 12:30

12:30 – 13:30

13:30 – 15:00

15:00 – 15:30

15:00 – 15:30

15:30 – 16:30

16:30 – 17:00

Terugblik naar conclusies uit dag 1

Presentatie WP3 x WP4: Modellen voor

(wijk)energievehikels en aanbod (Tim, Hanne)

Brainstorm 2: Stappenplannen voor hefboomprojecten

2.A. Standaard Muide

2.B. Zonnedak Loods 26

Samenbrengen inzichten uit sessies 2.A en 2.B

Lunch

Brainstorm 3: (Wijk)energievehikel lange termijn & hoe dat

zich vertaalt naar de korte termijn – plenair gesprek

Pauze

Brainstorm 4: Projectportefeuille voor de hele wijk & eerste

aanzet richting een wijkactieplan – plenair gesprek

Conclusie


ergietransitie op een meer colgebaseerde

manier aanpakken,

lend op de bestaande focus op

avel en het (boven)lokaal beleid

menspel tussen verschillende

k/-netwerken

rojecten

edrijf

oalitie

ctieplan

at kennis op diverse

reert

A. Publieke

overheid

B. Private

ESCO

Afnemer Financiering Risico Mandaat

Veelal zal de relatie tussen de afnemer en de overheid De eigendommen die voor het project nodig zijn, zijn al Het opwekken en verkopen van energie of het laten

reglementair en dus niet contractueel zijn. Hoewel de grotendeels in (verschillende) publieke handen.

uitvoeren van aannemingswerken (cf. isolatie) is geen verschillende (intergemeentelijke) samenwerkingsvormen

juridische gevolgen daarvan mogelijk gelijkaardig zijn, zijn

(bv. opdrachthoudende verenigingen) die hun eigen

er toch beperkingen bv. met betrekking tot

Overheden moeten regels inzake begroting naleven,

doelstellingen, financiële beperkingen en

aansprakelijkheid.

waarvoor ze ook onder toezicht staan. Hun

Een overheid moet wanneer de waarde van het werk aandeelhouderschap hebben.

financieringsruimte kan daardoor beperkt zijn.

(aankoop WP of PV), de aanneming (werken) of de

Met (bepaalde) overheden (of daarmee gerelateerde

dienstverlening die hij wil

verenigingen of vennootschappen) heeft de afnemer al Overheden kunnen daarnaast wel gemakkelijker een deel contracteren een bepaalde drempel overschrijdt de moeten omgaan als het als uniek aanspreekpunt wil

een relatie, waardoor hij of zij het aanspreekpunt al zal van de kosten, die in de private markt bedrijfseconomisch regelgeving overheidsopdrachen volgen.

fungeren.

kennen.

moeten doorgerekend worden aan de afnemers, op zich

nemen.

Een overheid staat ook onder toezicht en moet rekening

houden met de (meerderheden) in de gremia die de

nodige beslissingen moeten nemen.

Een private esco is een nieuwe speler en moet het

Een private Esco zal een concessie en/of een

Een private Esco heeft dit soort van projecten juist als Zie opmerkingen bij Risico

vertrouwen kunnen wekken van de afnemer. Die afnemer wegvergunning moeten krijgen voor de bouw van de statutair doel en beschikt over ervaring en know-how om

zal naast zijn reguliere leveranciers (elektriciteit, aardgas, installatie en de verbindingen met de individuele

die uit te voeren.

water) nog een bijkomende leverancier tegenkomen die woningen.

een bijkomende factuur zal sturen voor een deel van de

energie die de afnemer al betaalt aan de reguliere

Een private Esco zal wellicht eenvoudiger toegang

kunnen inschatten zonder dat er een verdeling moet

leveranciers.

hebben tot externe financiering, die wellicht ook een komen tussen verschillende afzonderlijke participanten.

invloed zal hebben op het bedrijfsmodel en de

vergoedingen die de afnemers moeten betalen.

C. Coöperatie

Sommige coöperaties zijn al actief in de energiemarkt

(elektriciteit) en kunnen voor dat deel waarin ze al actief

zijn de rol van SPOC blijven behouden. Voor andere

activiteiten (bv. aardgas) zijn ze niet allemaal actief.

Opdat een afnemer wil participeren in een coöperatie

moet hij (toch gedeeltelijk) overtuigd zijn van het nut van

die participatie (aandelen). Bij regulieren leveranciers

moet hij geen aandelen verwerven.

Zie B

Een bestaande coöperatie heeft al coöperanten die

akkoord gingen met een bepaald risico. Het is niet zeker

dat die bestaande coöperanten akkoord zullen gaan met

een uitbreiding van de activiteiten waardoor dit risico

vergroot. Nochtans zal die instemming wel nodig zijn, al

was het maar bv. voor de aanpassing van het

maatschappelijk doel of de statuten.

Zie opmerkingen bij Risico

D. Combinatie

De afnemer heeft te maken met verschillende entiteiten

(reguliere leveranciers van energie en water,

voor hem of haar wellicht niet altijd duidelijk is wie wat

doet en waar hij of zij voordeel uit kan halen.

Zie B

Hoe meer samenwerkingen, hoe meer marges er nodig

zijn. Er zullen meer facturen volgen, meer BTW-plicht (en

aftrekbaarheid), meer kluwen over de allocatie van

Voor zover de rollen en verbintenissen van elke

deelnemer in de combinatie duidelijk zijn, mag men ervan

uitgaan dat elke participant het mandaat kan hebben om

deel te nemen. Dat is trouwens ook een voorwaarde.

E. Nieuwe

entiteit

Zie C Zie B Een nieuwe entiteit waarin verschillende afzonderlijke

publieke en private rechtspersonen en coöperanten

participeren kan ageren zoals een private Esco, maar zal

wellicht minder risico willen nemen.

Daarnaast zal de vennootschapsrechtelijke uitwerking niet

evident zijn ((soorten) aandelen, winstverdeling of -

allocatie, zeggenschap, samenstelling bestuursorganen,

De nieuwe entiteit zal door zijn oprichting en binnen het

kader van zijn statuten, die uiteraard moeten

vormgegeven worden voor het project over de nodige

mandaten beschikken.


Fase 2. Ontwikkeling business

case zonnedakenmodel 1.0 (mei

- augustus 2024)

1. Werksessies

• Designsessie 2 (27 mei 2024): Alle consortiumpartners

werden samengebracht voor een tweede

designsessie. De focus lag op het verfijnen van het

zonnedakenmodel, met aandacht voor businesscase,

sociale herverdeling, koppeling met warmteprojecten

en renovatie.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, 3E, Energent,

Trividend, SAAMO, Wattson

• Financiële en organisatorische werksessies (17/5, 3/6,

6/6, 11/6, 13/6, 25/6, 9/7, 27/8): In een reeks werksessies

werd verder gewerkt aan de financiële haalbaarheid

en het organisatiemodel van het zonnedakenproject.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, 3E, Trividend,

Energent, Wattson, Blixt

• Organisatie- en beheermodel (25/6): In een gerichte

werksessie werd verkend welke vormen van beheer

en organisatie het best aansluiten bij het model.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Trividend.

• Sociale herverdeling en doelgroepen (30/5, 18/6,

15/7, 27/8): Tijdens deze sessies werd de aanpak voor

kwetsbare doelgroepen besproken, met focus op

sociale herverdeling in het model en voorbereiding

van referentiegroepen.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SAAMO

• Wijkenergiecoalitie (3/6): Een voorbereidende

werksessie om de lokale wijkenergiecoalitie vorm

te geven en de eerste publieke bijeenkomst voor te

bereiden.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SAAMO

• Mapping grote daken (21/5, 18/6): Werksessies om

de grote daken in Muide-Meulestede te analyseren

op vlak van potentieel voor zonne-energie.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Energent

2. Ontwikkeling van het model

• Uitwerking op vijf niveaus: Het zonnedakenproject

werd uitgewerkt op het vlak van narratief, financieel

model, doelgroepgerichte aanpak, grote daken en

organisatorisch kader.

a. Betrokken partners: AWB, 3E, Energent, Wattson,

Trividend, Stad Gent, SAAMO

• Financiële documenten en tools: Er werd een reeks

documenten ontwikkeld, waaronder een financieel

overzicht van sociale energiecontracten, een vergelijking

van organisatiemodellen, een lijst van juridische

aandachtspunten en een analyse van integratie

met renovatie en warmte.

a. Betrokken partners: 3E, Energent, Trividend,

Energent, Wattson, AWB, Blixt

• Mapping grote daken: Er werd een longlist van 57

grote daken opgesteld, inclusief technische en eigenaarsgegevens,

gekoppeld aan het financieel model.

Daarnaast werd een shortlist van vier prioritaire

dakeigenaars opgesteld.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Energent

• Stappenplan voor verdere uitwerking: Er werd een

concreet stappenplan opgesteld om het model

verder te ontwikkelen in de periode juli–september

2024.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent

3. Stakeholderoverleg

• Verkenning PPA-afnemers: Er vonden gesprekken

plaats met potentiële PPA-afnemers, zoals lokale

bedrijven, om hun interesse en voorwaarden te

onderzoeken.

a. Betrokken partners: Stad Gent, Wattson

4. Wijkbetrokkenheid en communicatie

• Opbouw wijkenergiecoalitie: In samenwerking met

Stad Gent en SAAMO werd gestart met de opbouw

van een lokale wijkenergiecoalitie en de voorbereiding

van een eerste wijkbijeenkomst.

a. Betrokken partners: Stad Gent, SAAMO, AWB

• Communicatie met wijkactoren: Het eerste projectverhaal

werd gedeeld met bewoners en lokale

organisaties via presentaties en netwerkmomenten,

onder meer met het wijkactieteam.

a. Betrokken partners: AWB, SAAMO, Stad Gent

(wijkregisseur)

• Actieve outreach kwetsbare doelgroepen: Er werd

contact gelegd met specifieke doelgroepen zoals

huurders, senioren en de Turkse gemeenschap. Lokale

sleutelfiguren, zoals moskeevertegenwoordigers

en ondernemers, werden actief betrokken.

a. Betrokken partners: SAAMO

5. Stuurgroep

• Projectvoorstel zonnedaken (9/7): Het uitgewerkte

voorstel werd voorgelegd aan schepen Tine Heyse.

Het bevatte het volledige model, de businesscase,

doelgroepenaanpak en vervolgstappen. Partners:

AWB, 3E

• Goedkeuring stuurgroep (25/6): De stuurgroep keurde

de projectaanpak goed, waarna het voorstel werd

gevalideerd.

a. Partners: Stad Gent, AWB

• Principieel akkoord Stad Gent: Schepen Heyse gaf

principieel akkoord voor verdere uitwerking in 2024.

a. Partner: Stad Gent

14


Zit meestal al in

leveringsovereenkomst

Met leverancier

Geen specifieke allocatie door die

leverancier mogelijk aan derden (te

kleine volumes/te veel kosten)

Toegangspunt injectie voor

resttelektriciteit

Overeenkomsten

Met een andere toegangshouder

dan de leverancier om de

collectieve restelektriciteit aan te

Eigen aansluiting op distributienet

kopen

Overeenkomst met afnemer

Op huisniveau

Peer-to-peer

Overeenkomst met leverancier/toegangshouder

Tarieven / kosten / heffingen

Toegangspunt afname voor

restafname

Overeenkomst met leverancier

Ook niet om bv. collectieve

laadinfrastructuur te voeden

"achter de meter"

Geen elektrische verbinding tussen

individuele installaties

Dus geen verbinding mogelijk

tussen twee PV-installaties die elk

achter de meter liggen van een

netgebruiker

HEG moet eigenaar zijn van de

installatie

Leden HEG moeten KMO's,

particulieren of overheden zijn

Zonnedaken

Voorwaarden

Deelnemers mogen niet betrokken

zijn bij grootschalige commerciële

activiteiten in de energiesector, en

hun voornaamste economische

Uitsluiting als deelnemer van

energiecoöperatieven als

dusdanig?

activiteit mag niet in de

energiesector zijn

Maar HEG kan wel zelf een

coöperatieve zijn

Hernieuwbare

energiegemeenschap

Elke deelnemer behoudt eigen

Kosten, lasten, heffingen op totale

volume

aansluiting op distributienet

Onbalansrisico leverancier / kosten

"Energiedelen" tussen deelnemers

energiedelen

Aansluiting collectief op

Collectief

toegangspunt injectie van de

"Gratis" of aan lagere of

gediversifieerde prijs verdelen

elektriciteit

Enkel commodity kost minder tot

niets

installatie

Andere toepassingen (opslag,

flexibiliteit, verkoop

restelektriciteit, peer-to-peer? (is

HEG "actieve afnemer?)

Vergelijk met "gewone" leverancier

Steeds marge te nemen op de prijs

Aparte rechtspersoon

(coöperatieve, overheid, derde)

"Gewone" prijs met kosten, lasten,

heffingen op totale volume

Geen onderscheid tussen volumes

van installatie en andere volumes

Verkoop aan leverancier en

herverdeling opbrengst van die

verkoop

Geen mogelijkheid om elektriciteit

tegen gunstige prijs aan te bieden

aan deelnemers in het collectief

wel een mogelijkheid om

opbrengsten te herverdelel (bv.

isolatie)

Uiteraard geen verbinding tussen

collectieve PV-installatie en

individuele netgebruikers

15


5 M

? P

1

2

3

4

?

?

16


Wie In detail Voordeel scenario Nadeel scenario Drempels van doelgroep Hefbomen voor doelgroep

Alle inwoners van MM

- dus ook makkelijker te bereiken en meer kapitaalkrachtige doelgroepen: vb.

idealistische starter en gemotiveerde medior

- 60 % niet Belgische herkomst, gemiddeld BBI = 15 000 €, 55 % is huurder, 9

% werkloosheid, etc.

- gelijkheidsbeginsel

- mogelijkheid tot hanteren van verschillende tarieven -

herverdelingsmechanisme

- mogelijks grotere bereidheid bij bepaalde groepen om zelfde of duurdere

energiefactuur te betalen dan ervoor

- versnelling energietransitie

- het financieel voordeel van zonnedaken is minder van belang voor een deel

van de doelgroep (andere voordelen zijn belangrijker, bijvoorbeeld

omschakeling naar fossielvrij) > maakt business case makkelijker?

- makkelijker te bereiken en meer kapitaalkrachtige doelgroepen vinden hun

weg al voldoende naar bestaande premies & subsidies (MijnVerbouwlening,

MijnVerbouwpremie, renteloos reno- vatiekrediet bij aankoop …)

- risico dat 'aandacht' te versprokkeld is, waardoor niet voldoende ingezet kan

worden voor moeilijker te bereiken groepen: moeilijker om te voorkomen dat

bepaalde ongelijkheden niet worden versterkt

- moeilijk te verzekeren dat mensen die het op zichzelf kunnen betalen en

regelen hierin mee zouden stappen

- ontkoppeling van isolatie en PV en gebrek aan duidelijk totaal kostenplaatje makkelijker te bereiken en meer kapitaalkrachtoge doelgroepen

+ drempels van andere scenario's

- belang van collectieve dynamiek - vb. inzetten van ambassadeurs

- geen garantie op voorhand of de eigenaar recht heeft op subsidie /subsi- dies - belang van ‘social importance’: ‘anderen helpen’ is belangrijk

pas aanvragen na uitvoering

- niet-commercieel bedrijf voor velen aantrekkelijker om in mee te stappen;

zeker als er ‘buren’ mee runnen

+ hefbomen van andere scenario's

>> leunen op Vlaamse acties om grote massa mee te krijgen om zo te

motiveren waar specifiek rol lokaal zit? niet in het versnellen maar in het

meekrijgen van iedereen?

- gedifferentieerde tarieven?

Iedereen die beroep doet

op sociale zekerheid

noodkopers, leefloon, verhoogde tegemoetkoming, werkloosheidsuitwerking,

sociaal tarief voor energie/budgetmeter, schooltoelage …

- bestaande instanties kunnen toeleiding faciliteren (OCMW, Mutualiteit,

Fluvius, etc.) > beheerskosten liggen laag

- hebben al recht op extra steunmaatregelen (vb. Dampoort Knapt Op,

Noordkopersfonds, sociaal tarief voor energie, ...) - maakt het moeilijk om nog

meerwaarde te bieden; - huidige instrumenten voor doelgroep geen toegang

tot totaalrenovatie, maar 'zonnedaken' waarschijnlijk ook niet

- financieel model laten concurreren met sociaal tarief maakt business case

moeilijk

- kunnen zelf geen PV betalen; kunnen niet altijd bestaande energiefactuur

betalen of verwarmen te weinig (energiearmoede)

- noodkoperswoningen hebben meestal label E of F + precaire woonsituatie:

andere financiële prioriteiten dan PV

- schaarste sociale netwerken / isolement - toeleiding via instanties verloopt

niet altijd vlot

- geen mentale ruimte voor complexe contracten, verandering, ..

- wantrouwig

- terughoudend om mensen binnen te laten in woningen omwille van lage

kwaliteit

- werken via toeleiding van bestaande diensten en organisaties

- prijsstabiliteit & zekerheid

- geen juridische gevolgen van wanbetalen (verder kosteloos gebruikmaken) +

geen financi¨le risico’s (vb. aankoop aandeel)

- verhoging van de marktwaarde voor kwetsbare eigenaar-bewoners?

Inkomensgroep 20%

boven sociaal tarief

Mensen die geen hulp ontvangen

- ontvangen weinig steun, vallen vaak uit de boot

- maakt dat de business case niet moet concurreren met sociaal tarief

- eventueel volstaat stijging van waarde woning omwille van daling epc als

overtuigende factor (ipv directe korting op energiefactuur)

- omwille van groot aandeel huurders in deze doelgroep: veel aandacht gaat

naar bereiken van huurders/verhuurders

- te eenzijdige focus op inkomen

- moeilijk te bepalen doelgroep - welke inkomensklasse juist? Q1 en Q2?

- heel moeilijk te bereiken, want niet gelinkt aan bestaande instanties;

huurders en verhuurders mogelijks nog moeilijker op te sporen

- vooral financieel voordeel van zonnedaken is van belang, dat maakt de

business case moeilijker/met minder wijkvoordeel:

> voor verhuurders: noodzakelijke incentive?

> voor huurders/andere: energiefactuur moet minstens stabiele prijs bieden

(+ onafhankelijk van schommeling in energiemarkt), maar idealiter lager

liggen + huurprijs stabiel

- te veel kapitaliseren op stijging van waarde van woning?

- verhuurders hebben nood aan financiële incentive: vb. stijging van huurprijs / - financiële zekerheid / stabiliteit: verlaging energiefactuur voor de huurder >

waarde van woning

kleinere kans op wanbetaling

- verhuurders willen zo weinig mogelijk last > teveel extra kopzorgen; gevoel - belang van epc – impact op huur- waarde, verkoop- waarde

van verhuren als ‘tweede job’

- “energiedelen met jezelf”: indien meer- dere eigendommen -

- huurders willen niet dat huurprijs omhoog gaat / uithuiszetting

verhuurwoningen en eigen woningen verbinden OF via cooperatie

- doelgroep is moeilijk op te sporen: gegevens van verhuurders niet

- verhuren via SVK?

beschikbaar

+ hefbomen scenario 2?

+ drempels scenario 2?

Niet-dominante doelgroepen

Laagopgeleide personen, personen met migratieachtergrond, alleenstaande

ouders, grote gezinnen, …

- grote overlap met scenario 2 &3?

- voorbij inkomen; laat toe om rekening te houden met veel andere drempels - beheerskosten liggen hoog omwille van investeringen in toeleiding - mentale ruimte ontbreekt

voorbij louter financiële drempel

- niet lenen omwille van cultuur, geloof of leeftijd

- het financieel voordeel van zonnedaken is (mogelijks) minder van belang >

- taalbarriere

maakt business case makkelijker

- voelen zich niet bekwaam of missen de interesse om mee te spreken over

nogal technische onderwerpen

- andere verwachting voor temperatuur in woning

- andere stijl- en materialenvoorkeuren

- Permanente hoge comfortnoden omwille van kin- deren (verbouwen is

moeilijk)

- aannemer uit eigen gemeenschap

- middelen uit eigen netwerk lenen

- collectieve dynamiek - ambassadeurs

oeilijk te bereiken doelgroepen

= scenario 4 + ouderen, drukke ouders, verhuurders/huurders, …

- grote overlap met scenario 3?

- voorbij inkomen; laat toe om rekening te houden met veel andere drempels

voorbij louter financiële drempel

- het financieel voordeel van zonnedaken is (mogelijks) minder van belang >

maakt business case makkelijker

- focus ligt op alle huishoudens die moeilijk bereikt worden, die buiten scope

vallen: iedereen die het minst mee is in energietransitie, ongeacht inkomen

- verhuurders hebben nood aan financiële incentive: vb. stijging van huurprijs / - financiële zekerheid / stabiliteit: verlaging energiefactuur voor de huurder >

waarde van woning

kleinere kans op wanbetaling

- verhuurders willen zo weinig mogelijk last > teveel extra kopzorgen; gevoel - belang van epc – impact op huur- waarde, verkoop- waarde

van verhuren als ‘tweede job’

- “energiedelen met jezelf”: indien meer- dere eigendommen -

- huurders willen niet dat huurprijs omhoog gaat / uithuiszetting

verhuurwoningen en eigen woningen verbinden OF via cooperatie

- doelgroep is moeilijk op te sporen: gegevens van verhuurders niet

- verhuren via SVK?

beschikbaar

- geen tijd & geen mentale ruimte: te groot tijdsbeslag: veel administratief

werk ter voorbereid- ing (premies en subsidies, aannemers zoeken, offertes

etc.)

- Permanente hoge comfortnoden omwille van kin- deren (verbouwen is

moeilijk)

Sociale huurders?

-Betrokkenheid op de wijk

- Kunnen ondersteuning gebruiken

- Geconcentreerder te bereiken

- worden al ontzorgd Veel mensen met sociaal tarief en geen zelfbeschikking over infrastructuur. Huisvestingsmaatschappij als één aanspreekbare partner + invloed stad.

Appartementsbewoners?

esonen zonder geschikte daken?

17


Fase 3. Verfijning en verificatie business

case Zonnedakenmodel 1.0 (augustus -

december 2024)

1. Werksessies

• Integratie wijklogica zon (2/9, 17/10, 2/12): gezamenlijke

werkgroepen met alle consortiumpartners

brachten de verschillende werklijnen rond de

wijklogica zon samen. Tijdens de derde design sessie

(17/10) lag de nadruk op integratie tussen sporen.

a. Betrokken partners: Stad Gent, Blixt, Wattson,

Energent, Trividend, SAAMO, AWB

• Financieel model (10/9, 7/10, 12/11, 21/11): werksessies

rond businesscase en financieel model van het

zonnedakenmodel 1.0.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,

Energent, Trividend

• PPA-expertise (14/10): expertworkshop over voorwaarden

en kansen van PPA’s als onderdeel van het model.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,

Energent, Trividend, Kris Voorspools

• Voorbereiding bewonersgroepen (10/9, 19/9, 30/9,

8/10, 24/10): afstemming over opzet referentiegroepen

en lokale coalitie waarin bewoners feedback

konden geven op het zonnedakenaanbod.

a. Betrokken partners: AWB, SAAMO, Stad Gent

• Modelanalyse (2/12): werksessie over risicoanalyse,

bijsturing en toekomstscenario’s voor het zonnedakenmodel

1.0.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,

Energent, Trividend, SAAMO

2. Ontwikkeling van het model

• Financieel model: via scenario’s en gevoeligheidsanalyse

werd het zonnedakenmodel 1.0 financieel

doorgerekend. De PPA-prijs en beheerkosten bleken

cruciale factoren.

a. Betrokken partners: Energent, Trividend, Wattson,

AWB, Blixt

• Aanbod grote daken: opmaak van een aangepast

voorstel voor eigenaars van grote daken.

a. Betrokken partner: Wattson

• Aanbod residentiële daken: opmaak van een apart

aanbod voor particulieren met aandacht voor huurders

en verhuurders.

a. Betrokken partner: AWB

• Risicoanalyse: identificatie van kwetsbaarheden zoals

dakstabiliteit, beperkte schaalvoordelen, marktfluctuaties

en afhankelijkheid van publieke middelen.

a. Betrokken partner: AWB, Wattson

3. Stakeholderoverleg

• Grote daken verkennende gesprekken met bedrijven

over deelname, dakgeschiktheid en interesse in

zonnedaken.

a. Betrokken partner: Wattson, Stad Gent

• PPA-verkenninggesprek met Rousselot en andere

bedrijven (Stukwerkers, Houthandel Hanssens, DS

Smith, Euroports) om voorwaarden van een PPA en

gebruik dak af te toetsen.

a. Betrokken partner: Wattson, Stad Gent, Kris Voorspools

• Renovatiekoppeling overleg met De Energiecentrale

over integratie van renovatieaanbod in het zonnedakenmodel.

a. Betrokken partner: AWB

• Externe voorbeelden: toetsing van het financieel model

aan referentieprojecten in Oostende, Blankenberge,

Mechelen en Vlaams-Brabant.

a. Betrokken partner: AWB

• Bijsturing op basis van praktijk: feedback uit gesprekken

leidde tot verfijning van model en inzicht in beperkingen

(o.a. beperkte schaalvoordelen, hoge kapitaalkost,

beperkte interesse zonder direct voordeel).

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson

4. Wijkbetrokkenheid

• Outreach: voorbereidende gesprekken in de wijk om

referentiegroepen samen te stellen.

a. Betrokken partner: SAAMO

• Narratief en aanpak bewonersgroepen: ontwikkeling

van een gestructureerde aanpak voor referentiegroepen

om feedback op te halen.

a. Betrokken partners: SAAMO, AWB

• Referentiegroepen (11/10 – 12/12): bijeenkomsten

met diverse doelgroepen om het aanbod af te stemmen

op noden van bewoners.

a. Groepen: Unie voor Verenigde Eigenaars (11/10),

Turkse gemeenschap (29/10), verhuurders (11/12),

noodkopers (12/12)

a. Betrokken partners: SAAMO, AWB

• Visualisatie: ontwikkeling van illustraties die het zonen

warmteproject, het coalitiewerk en het energiebedrijf

begrijpelijk maken.

a. Betrokken partner: AWB

• Wijkenergiebijeenkomst (15/10): publiek moment

voor dialoog met bewoners over de doelstellingen en

aanpak van het Living Lab.

a. Betrokken partners: Stad Gent, AWB, Wattson,

Energent, SAAMO

• Bewoners als mede-ontwikkelaars (20/11, 2/12): betrokkenheid

van geëngageerde bewoners in ontwikkelsessies

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, bewoners

Aan het einde van deze fase konden we vaststellen dat

het zonnedakenmodel 1.0 in zijn huidige vorm niet rendabel

of schaalbaar is.

18


Rollen & begroting

dagkost €350

TAKEN (in uren) aantal eenheden eenmalig uren (eenheid) uren (week) jaarlijkse kost

Oprichting - - - -

uitwerking organisatiemodel

opmaak statuten

openenen bankrekening

aanwerving personeel

Financiering € 5.000

beheer verdienmodel en investeringsaanbod

investeringsbeslissing

financiering & investeerdersrelaties

burger kapitaalophaling & campagne

onderhandelingen bank & marketing

Ontwikkeling 8 € 16.800

werving PPA

werving grote daken

opmaak contracten PPA

opmaak contracten grote daken

opmaak contracten (abonnementen) + recht van opstal nieuwe individuele woningen

afsluiten contracten PPA

afsluiten contracten grote daken

Toeleiding, werving begeleiding individuele woningen -

Open oproep

Organiseren van toeleiding via lokale organisaties / bestaande initiatieven

Bijkomend terreinwerk & sociale begeleiding

Selectie individuele woningen (vb. dakisolatie) adhv inkomen

Energiecoach 100 - 5 11,90

ondertekenen contracten (abonnementen) + recht van opstal nieuwe individuele woningen

omgezet in uren/week J1

dimensionering van de installatie

werfopvolging

opvolging herstellingen en vervanging van onderdelen

Realisatie 100 8 19,05

bestelling en betalingen installateurs (raamcontracten, groepsaankopen) omgezet in uren/week J1

contracten registreren

betaling van de keuringsinstantie

afsluiten verzekeringscontracten

aanvraag van een digitale teller

TOTAAL 38,95 € 58.000

recurrente taken aantal eenheden eenmalig uren (eenheid) uren (week) jaarlijkse kost

Beheer & administratie 8 € 16.800

beheer van alle contracten (abonnementen grote daken en individuele woningen)

administratie verhuisbewegingen (overname contracten of opvolging verkoop)

registreren en behandelen van mogelijke klachten

klantendienst

beheren verzekeringscontracten

facturatie grote daken

facturatie individuele woningen

monitoring (wan)betalingen

monitoring software of dienstverlening

Beheer injectie/PPA-contracten

technische opvolging - onderhoud - 5-jaarlijkse keuring

Coördinatie vehikel 6 € 12.000

boekhouding + opmaak jaarrekening

vennoostschapsbelasting indienen

BTW-aangifte indienen

Verzekeringen

loonadministratie

aanvraag subsidies

ledenwerking

rapportage

HR & planning

RvB, AV, …

netwerk, partnerschappen

TOTAAL 14 € 28.800

TOTAAL 52,95 86.800 €

WARMTE

SEPT OKT NOV DEC 2025 JAN FEB

24/9

17/10

CM

DS

SG

DS

Check beschikbaarheid data

Herfst Jacob

vakantie vakantie

Inventaris drie type-woningen

Methodiek

(Daidalos, Energiecentrale,

(Daidalos,

SAAMO)

Energiecentrale)

Kerst

vakantie

Inventaris en advies 44 woningen

(Energiecentrale, SAAMO)

8w

Selectie en

onderbouwing

uitvoerbaar project

(Motivatienota 1.0)

2.A Renovatiebegeleiding

(Standaard Muide)

E

O

Toeleiding naar 44

woningen, deel 1

(SAAMO)

O

Toeleiding naar 44

woningen, deel 2

(SAAMO)

(Collectieve)

renovatieadviezen

23/9 1/10

VITO Check-in

wijkrenotool

Week 11/11

Check-in

2.B Betrokkenheid bewoners

(Standaard Muide)

Informatieve flyer en

korte enquête (SAAMO)

E

E

Begin december

Collectief moment /

communicatie

Begin februari

Collectief

moment

2.C Energiesysteem & business model

(Standaard Muide)

Scenario’s 1.0

Denkgroep financiële ondersteuning /

(Wattson) instrumenten / … (Wattson, stad Gent, Trividend)

O

Begin december

Check-in

Scenario’s 2.0 (35°, 65°, …)

> (collectief) renovatie-advies

(Wattson)

O

Eind januari

Check-in

2.D Warmte-atlas

(Hele wijk)

Verzamelen kaartlagen

(SWECO)

WS

Aanvullen ontbrekende info (stad Gent)

+ ontwikkelen eerste scenario’s (SWECO)

Bijstellen scenario’s

(SWECO)

WS

WS

Warmte-atlas 1.0

Haalbaarheidsstudie financiële en technische doorrekening collectieve warmtesystemen in heel de wijk

(SWECO)

26/9

Mapping

opzet

22/11

Werksessie

stadsdiensten

13/12

Werksessie

stadsdiensten

19


elektriciteit

financieel

PPA met residentiële pros

Ink

ONBALANS

ONBALANS

SPOTMARKT

TARIEF A

energieleverancier

TARIEF B

MARKT

energiebedrijf

Ink

STRIKE - M

20


umenten- fysiek

omsten energiebedrijf

STRIKE PRICE–TARIEF B

omsten energieleverancier

TARIEF B–TARIEF A–ONBALANS

ARKT

MARKT

PPA afnemer

SPOTMARKT

21


Fase 4. Verkenning

alternatieve

bouwstenen en

modellen (december

2024 - januari

2025)

1. Werksessies

• Brainstorm alternatieve modellen (16/2, 21/1): Gezamenlijke

sessies rond varianten op het bestaande

zonnedakenmodel, inclusief reflectie op andere

pistes voor organisatie, technologie en verdeling.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,

Energent, Trividend, Blixt

• Consortiummeeting: Presentatie en bespreking van

de conclusies uit zonnedakenmodel 1.0 met alle partners

als basis voor verdere verkenningen.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,

Energent

• Designsessie (datum niet gespecificeerd): Toelichting

van inzichten uit wijklogica zon en identificatie van

bouwstenen voor een alternatieve aanpak.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,

Energent, bewoners

2. Verkenning alternatieve modellen

• Eerste analyse uitbreidingen en variaties op zonnedakenmodel

1.0: Onderzoek naar aanvullende

of alternatieve bouwstenen die het model kunnen

versterken of verbreden. De volgende opties werden

bekeken:

* Laadeilanden: integratie van publieke of semi-publieke

laadpleinen voor elektrische voertuigen.

* Sociaal energietarief: actieve inzet op het toegankelijk

maken van voordelige energietarieven voor

kwetsbare doelgroepen.

* Lokale munten: gebruik van een wijkgebonden

ruilmiddel om betrokkenheid en circulatie van

waarde lokaal te versterken.

* Thuisbatterijen: verkenning van decentrale opslagcapaciteit

en impact op het verdienmodel.

* PV-verplichting grote ondernemingen: potentiële

inzet van regelgeving om private dakeigenaars

aan te zetten tot deelname.

a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,

Energent

• De uitwerking van twee alternatieve modellen:

zonnedakenmodel 2.1 en 2.2, op basis van de PV-verplichting

grote ondernemingen en de activatie van

het sociaal tarief, met de ontwikkeling van een

high-level business case.

a. Betrokken partners: AWB, Wattson

22


23


27/01

Installatievergadering nieuw

kabinet Watteeuw

1

ZON

DEC 2025 JAN FEB MAART APRIL MEI

JUNI

17/12

CM

DS

SG

?

DS

SG

Uitwerking synthesenota

20/01

Voorbereiding

stuurgroep

• RESERVERING LEKP

VOOR LL?

• VERKENNING 2.0?

• ACTIVEREN HEFBOMEN?

• OPRICHTING

VEHIKEL

• LEKP?

Zonnedaken 1.0

TW

E

E

Risico-analyse

9/12 18/12

Euroports Rousselot

Verkenning zon 2.0

WS

Indexering pistes + aanpak verdere verkenning

TW

16/12

Brainst

ormses

sie

Lokale coalitie

TW

WS

proces 2024 + aanpak 2025

TW TW TW

9/12

Prep

lokale

coalitie

2025

Referentiegroepen

E E E

Advies

Noodkopers, verhuurders,

huurders

Bedrijf

Scenario’s

Voorbereiding oprichting

24


25


5. Leeswijzer

Wat volgt kan zowel lineair als modulair gelezen worden.

De hoofdstukken volgen enerzijds de chronologie van het

ontwikkelwerk, maar staan anderzijds ook als onderdelen

op zich:

• Na de inleiding, volgt een eerste analyse van het

Zonnedakenmodel 1.0. Deze analyse vormt een basis

en referentiepunt voor de rest van het rapport, zoals

voor de rest van het ontwikkelwerk dat de maanden

nadien gebeurde.

• Het centrale gedeelte bestaat uit tien bouwstenen.

Na het ontwikkelwerk rond het zonnedakenmodel

1.0, gingen we op zoek naar andere of bijkomende

bouwstenen waarop een zonnedakenmodel gestoeld

kon zijn. De tien bouwstenen als geheel geven een

overzicht van alle pistes die werden verkend. Maar

de bouwstenen lezen daarnaast vooral als individuele

fiches, waar iedereen mee aan de slag kan gaan

om een nieuw model mee te construeren.

• In het volgende lichten we twee modellen uit waarin

we een aantal van de bouwstenen gemonteerd

hebben tot kansrijke combinaties: Zonnedakenmodel

2.1 en 2.2. De modellen worden tegen hetzelfde licht

gehouden als het zonnedakenmodel 1.0, op niveau

van aanbod, impact en bereik, business case en

financiële haalbaarheid. Dit was de laatste fase in

het ontwikkelwerk, en tegelijk leest dit hoofdstuk

opnieuw als een opzichzelfstaande analyse.

• In de conclusie proberen we de belangrijkste risico’s

en kansen van de drie ontwikkelde modellen als de

bouwstenen te bundelen. We blikken ook door naar

het vervolg van het Living Lab.

26


6. Cijfer-lexicon

Grote PV-installatie 900.000 €/25 jaar (CapEx, OpEx, herinvestering)

Vermogen 1.000 kWp

Productie 950.000 kWh/jaar

Productie degradatie 0,4 %/jaar

CapEx (kapitaaluitgaven) 600.000 €

OpEx (operationele uitgaven) 10.000 €/jaar

Eenmalige herinvestering omvormer (jaar 12) 50.000 €

Levensduur 25 jaar

Residentiële PV-installatie 6.755 €/25 jaar

Vermogen 3,5 kWp

Productie 3.325 kWh/jaar

CapEx (kapitaaluitgaven) 3.500 €

OpEx (operationele uitgaven) 102 €/jaar

Eenmalige herinvestering omvormer (jaar 12) 700 €

Levensduur 12 jaar

Thuisbatterij en PV-installatie 11.300 €/25 jaar

Vermogen batterij 5 kW

CapEx (kapitaaluitgaven) 4.000 €

OpEx (operationele uitgaven) 100 €/jaar

Eenmalige herinvestering omvormer DC (t.v.v.

omvormer PV) (jaar 12)

1.600 €

Eenmalige herinvestering batterij (jaar 12) 3.200 €

Algemene rekenregels

Commercieel tarief elektriciteit 0,33 €/kWh

Terugleververgoeding 0,03-0,10 €/kWh

Sociaal tarief elektriciteit 0,20 €/kWh

Tarief laadpaal 0,63 €/kWh

Onbalanskosten 0,10 €/kWh

Distributienettarief 0,10 €/kWh

Tarief databeheer energiedelen 1,19 €/installatie/jaar

Brutoloon 49.000 €/jaar

27


B.

Eerste verkenning:

Het Zonnedakenmodel

1.0

28


29


30


31


Model 1: Collectieve zonnepanelen op kleine en grote daken via de financiële valorisatie van de reststroom

Bouwsteen 1: Collectieve investering in PV-installaties op grote daken

Bouwsteen 2: Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken

Bouwsteen 4: Externe handel in reststroom via een stroomafnameovereenkomst

Bouwsteen 9: Financiering door derden

Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties op kleine en

grote daken (bouwsteen 1 en 2). Het centraal bedrijf verschuift

daarbij de focus van maximaal zelfverbruik naar het

valoriseren van de virtuele bundeling van reststroom via

een Power Purchase Agreement (PPA) (bouwsteen 4). Grote

PV-installaties bieden zowel een schaalvoordeel wat de

investeringskost betreft, als het te verkopen vermogen bij

een PPA. De voorfinanciering gebeurt door een eenmalige

publieke investering via LEKP-middelen, aangevuld met financiering

door derden, in de vorm van burgerkapitaal en

een lening.

De eigenaar-bewoner van het dak met een residentiële PV-installatie

met lokaal verbruik betaalt gedurende 25 jaar een

deel van de investering terug via een vaste abonnementskost

ter waarde van 50% van het eigen verbruik van de geproduceerde

zonnestroom. De eigenaar van het dak met een

grote PV-installatie zonder lokaal verbruik krijgt gedurende

25 jaar in ruil voor de bruikleen van het dak een jaarlijkse

huurbijdrage, ter waarde van 5 of 10% van de productie van

de zonnestroom.

32


Het aanbod

De eigenaar-bewoner sluit een opstalovereenkomst af met

het centraal bedrijf en betaalt een maandelijkse abonnementsbijdrage.

In ruil daarvoor krijgt de eigenaar-bewoner

25 jaar lang gratis toegang tot lokale groene stroom,

ter waarde van 30% van het totale elektriciteitsverbruik.

De energie-uitgaven nemen af met 15% en de initiële

Investeringskost van €3.500 wordt vermeden. De eigenaar-bewoner

wordt ontzorgd voor de installatie, het

onderhoud, de vervanging van onderdelen en de uiteindelijke

afbraak van de installatie aan het einde van de

levensloop van 25 jaar. Dat alles op voorwaarde dat het

dak gerenoveerd is of nog geïsoleerd kan worden zonder

dat de PV-installatie weggehaald wordt. Daarvoor kan de

bewoner terecht bij het regulier aanbod van De Energiecentrale

(Mijn VerbouwPremie van de De Energiecentrale,

Mijn VerbouwLening via De Energiecentrale), bulletlening

Vlaams Noodkoopfonds, Gent Knapt Op).

Bedrijf en beheerlast

Het model vereist een nieuw bedrijf dat:

Assets beheert

Energie verhandelt

Energie levert aan particulieren

Diensten aanbiedt aan particulieren

Energie deelt

x (PV-installaties)

x

x (ontzorging, beheer & administratie

van alle abonnementen en

contracten)

De beheerlast ligt hoog, omwille van de diensten die het

aanbiedt aan particulieren: van 1,5 VTE naar 2 VTE vanaf

jaar 6. De rollen en taken zien eruit als volgt:

• Financiering: uitwerking verdienmodel, investeringsbeslissing,

investeerdersrelaties, burgerkapitaal,

campagne, bankrelatie, …

• Ontwikkeling: werving grote daken en afnemers PPA,

opmaak en onderhandeling contracten, …

• Toeleiding

• Energiecoach: screening en advisering van residentiële

daken, dimensionering, contractondertekening,

werfopvolging, aanvraag keuring en verzekering, …

• Realisatie: groepsaankopen installatie

• Beheer & administratie: registratie contracten, helpdesk,

beheer en opvolging contracten, verhuisbewegingen,

onderhoud, …

• Coördinatie vehikel: boekhouding, belastingen, loonadministratie,

ledenwerking, …

Doelgroep, bereik en impact

Bereik

Residentiële PV-installaties 500

Bereikte huishoudens 500

Doelgroep

Individuele woningen

Appartementen

Eigenaar-bewoners

Huurder-verhuurders

Bewoners met recht op sociaal

tarief

Niet-gerenoveerde daken

Impact

Productie groene stroom

Lokaal verbruik groene stroom

Lokale CO2-reductie

Publieke €/ bewoner €1000

Publieke €/ ton CO2-reductie €84,5

x

x

x

136.562.599 kWh

12.468.750 kWh

5.918 ton CO2

De business case

Over een periode van 30 jaar investeert het centraal bedrijf

in 500 residentiële PV-installaties (3,5 kWp) en 4 grote

installaties (1000 kWp of 1 mWp).

Financiering

Het bedrijf haalt €500.000 LEKP-middelen op in jaar 1, €1

miljoen burgerkapitaal in jaar 1 en €500.000 burgerkapitaal

in jaar 7 en 11, en €90.000 in jaar 1 via een lening bij de

bank of andere investeerders.

Inkomsten

De inkomsten komen in eerste plaats uit de verkoop van

alle stroom van 4 grote PV-installaties en de reststroom

van 500 residentiële PV-installaties via een PPA, en in

tweede plaats uit de abonnementen met eigenaar-bewoners.

De hoogte van de abonnementskost is niet doorslaggevend

voor de rentabiliteit van de business case.

De hoogte van de PPA-prijs en de grootte van het verkocht

volume is dat wel. Op 25 jaar brengt een netto PPAprijs

van €0,05/kWh 37,5% minder op dan een netto PPAprijs

van €0,08/kWh. Op 25 jaar brengt de verkoop van

de stroom van alleen grote daken aan een PPA-prijs van

€0,07/kWh 23,5% minder op dan de gebundelde verkoop

van stroom van grote en reststroom van kleine daken aan

dezelfde prijs.

Volume reststroom 500 residentiële

daken (per jaar)

Volume stroom 4 grote daken

(per jaar)

1.163.749 kWh

3.800.000 kWh

33


Uitgaven

Het grootste deel van de kosten bestaat uit de investeringskosten

(CapEx) en de operationele kosten (OpEx)

van de PV-installaties van kleine en grote daken. De kosten

voor 4 grote daken komen overeen met die van 500

kleine daken: kleine installaties kosten ongeveer €1.930

/ kWp, grote installaties €970 / kWp, dat betekent een

schaalvoordeel van iets meer dan 50%. Als de CapEx-kosten

van grote PV-installaties toenemen omdat er andere

investeringen nodig zijn dan de plaatsing van zonnepanelen

alleen , dan vervalt dit schaalvoordeel en plaatst dit

druk op de uitgaven.

Een tweede grote uitgavenpost is de vergoeding van het

kapitaal dat de business case voorfinanciert. Afhankelijk

van hoe dat kapitaal verworven kan worden, gelden andere

vergoedingsvoorwaarden. In deze business case gaan

we ervan uit dat €500.000 niet vergoed hoeft te worden

(publieke middelen), €2 miljoen wel vergoed wordt gedurende

25 jaar (3%) maar niet terugbetaald wordt (aandelen)

en €90.000 vergoed (4,5%) en terugbetaald wordt

over een periode van 20 jaar (lening).

Daarnaast brengt vooral het beheer een grote variabele

kost met zich mee. Afhankelijk van met hoeveel VTE je

rekent, weegt die meer of minder zwaar door op de business

case.

Residentieel €0,05/kWh + groot

€0,05/kWh

€6.204.687,50

Groot €0,07/kWh €6.650.000,00

Groot €0,08/kWh €7.600.000,00

Residentieel 0,05/kWh + groot

€0,07/kWh

Residentieel €0,07/kWh + groot

€0,07/kWh

Residentieel 0,05/kWh + groot

€0,08/kWh

Residentieel 0,08/kWh + groot

€0,08/kWh

€8.104.687,50

€8.686.562,50

€9.054.687,50

€9.927.500,00

Scenario 1:

stijgend laag

Scenario 2:

stijgend hoog

Scenario 3:

ideaal

Jaar 1-2 0 0 VTE 1,5 VTE

Jaar 3-5 0,5 VTE 0,5 VTE 1,5 VTE

Jaar 6-14 0,75 VTE 1 VTE 2 VTE

Jaar 15-30 1 VTE 1,5 VTE 2 VTE

Totaalkost €1.940.000,00 €2.760.000,00 €4.240.000,00

Maar:

• een netto PPA-prijs van €0,08/kWh betekent in een

PPA-prijs ‘strike price’ van €0,10/kWh (cf. bouwsteen

4). Die zou €0,02/kWh hoger dan de termijnmarktprijs

voor 2025 en €0,04/kWh dan de termijnmarktprijs

voor 2027.

• een gedifferentieerde netto PPA-prijs van €0,7/kWh

en €0,5/kWh houdt rekening met de lagere verkoopwaarde

van reststroom van residentiële installaties,

enerzijds, en ligt anderzijds in lijn met de PPA-prijs

‘strike price’ van €0,09/kWh die Stad Mechelen en

Stad Gent reeds betalen (cf. bouwsteen 4).

• Echter, in dat laatste geval biedt de business case

nog een tekort van €2.300.000 om de nodige VTE

voor beheer te kunnen dekken (verschil tussen

scenario 1 en 3).

Met andere woorden, een realistische PPA-prijs en

een realistische inschatting van de beheerkosten zorgen

voor een interne-opbrengstvoet die niet volstaat

om het kapitaal te correct te vergoeden. De business

case is niet haalbaar volgens de huidige wet- en

regelgeving, en zonder bijkomende publieke financiering

van (een deel van) de beheerkosten.

Financiële haalbaarheid

De haalbaarheid van de business case wordt bepaald door

de PPA-prijs en verkocht volume (met of zonder residentiële

daken in de PPA) dat onderhandeld kan worden met

de afnemer en de hoeveelheid VTE. We stellen vast dat:

• de verkoop van de reststroom van de residentiële

installaties via de PPA noodzakelijk is, samen met de

stroom van de grote installaties

• een gedifferentieerde netto PPA-prijs van 0,7/kWh*

voor grote daken en €0,5/kWh* voor residentiële

daken om de beheerkosten ‘scenario 1: stijgend laag’

te kunnen dekken.

• een netto PPA-prijs van €0,08/kWh nodig is om de

beheerkosten ‘scenario 2: stijgend hoog’ te kunnen

dekken.

34


Matrix met scenario’s o.b.v. verschillende invullingen voor een aantal parameters en een beoordeling van de financiële haalbaarheid van de scenario’s, © Energent

Taartdiagram met de verdeling qua oorsprong voor de financiering, inkomsten en uitgaven, © Architecture Workroom Brussels

35


C.

Tien bouwstenen

voor wijkgerichte

zonnestroom

36


37


1. Collectieve investering in PVinstallaties

op grote daken

Productie

Lokaal

Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties

op niet-residentiële daken en blijft gedurende de

hele levensduur van die PV-installatie ook de eigenaar.

PV-installaties op niet-residentiële daken

worden vaak gedimensioneerd op maat van het

lokaal verbruik onder die daken. Als dat lokaal

verbruik laag is – wat bijvoorbeeld het geval is bij

opslag – wordt maar een klein deel van het grote

dak ingezet voor de productie van zonnestroom.

Door de investering in PV-installaties op grote daken

los te koppelen van het werkelijke lokaal verbruik,

worden de dakoppervlaktes optimaler benut.

Zo worden ook die daken ingezet om lokaal

zoveel mogelijk zonnestroom te produceren.

38


zonnedakenkaart

projecten Thuispunt

sociale huisvesting

grote daken

publiek eigendom

1 : 2500

appartementen

rijwoningen

half open woningen

handelszaken

25 100m

3

4

6

5

7

12

2

13

14

1

15

8

45

9

10

39

38

44

22

17

25

23

35

36

16

19

34

41

11

18

43

46

47

21

37

56

40

57

49

56

55

42

20

50

50

51

48

53

50

24

31

48

52

30

32

52

26

27

52

28

33

29

52

52

52

INFO

CONTACT

TECHNISCHE FICHE

Perceel Adres Gebruiker/functie Eigenaar Contactpersoon Wie al contact? Status? Status contact type Vermogen Eigen gebruik Status dak Bijkomende informatie

1 3570A; 3569B Meeuwstraat 1 Sint-Antonius abt Stad Gent - FM KMO +/- 35 kWp orientatie zuid niet boven 10%, niet op ritme

- bijgebouw wordt verbouwd, er is een plat dak waar je wel dingen kan doen, wel socioculturele

activiteiten > dus pieken

van zon

- eigen verbruik gaat niet boven de 10% uitkomen - gebruikt zoals KSA lokaal

- er is geen bergingsruimte voor een boiler

- zou goed zijn: batterij, maar gaat te snel leeg lopen

- Iris neemt dit op met architect bij FM > kijken wat ze er mee gaan doen

2 3545D Meulesteedssteenweg 510 Lokaal Dienstencentrum FM Energent KMO helft van daken beschaduwd

door bomen . +/- 41 kWp ZW

oriëntatie

- permanent gebruik (ook

gekookt, veel overdag, elke

dag)

is het dak voorzien op

bijkomende 15kg/m2?

Er liggen levensankers op

- zeer veel overdag, mag goed warm zijn, permanent in gebruik; veel getegen, gekookt

- in avond: ter beschikking van buurt voor activiteiten, ook in het weekend

- stabiliteit? is het voorzien op bijkomende 15kg/m2 > vragen aan FM? > Bart heeft vraag

gesteld, maar daar is geen antwoord op gekomen

- liggen levensankers op, geen levenslijnen: positief

- helft van dak is altijd beschaduwd door bomen

- verbruikspatroon > zeker de moeite waard: WZC is heel hoog > 5/6 zevenden is oké, alle

activiteiten na 19 uur tellen niet mee

3 3481P Meulestedekaai 33 ? privé-eigenaar geen contact huis van Maren en Willem? Maar niet zeker

4 Meulesteedsesteenweg 517 CC Meulestede Joris Rombaut Energent

>> dossier afgesloten: KMO

er kan 20 kwp op het dak, - 30% eigen verbruik

- gebruik: hoofdzakelijk 'savonds en weekend; willen wel overdag meer verhuren, maar lukt

joris.rombaut@meul

geen reactie

40kwp als achterkant ook - hoofdzakelijk 'savonds en

nu nog niet - vroeger was hier sociaal restaurant, wel kans dat er opnieuw horeca komt;

estede.gent

gebruikt wordt / 40000kwp // weekend

scouts enkel zaterdag

0486/751402

17 kWp achterbouw

- sociaal restaurant mogelijks

- heeft potentieel

zuidorientatie ; hoofdbouw groter zelfverbruik

- onder digitale meters is dit niet interessant > 100% stroomverkoop aan 13c > 25c/kwh ecl

OZO orientatie : minder

btw => begint te flirten met wat prijs is qua afname

rendabel

algemeen: verbruik moet minstens 2x vermogen van installatie zijn, anders minder dan 50%

eigen verbruik

5 Meulesteedsesteenweg 481 Huisartsenpraktijk

privé-eigenaar

individueel

Meulestede

6 Meulesteedsesteenweg 475 Bram Bostyn privé-eigenaar Bram Bostyn Energent

>> zelf Energent

individueel niet meer dan 10kwp verbruik te laag voor

verbruik onder dak is te laag - capaciteit van dak is te groot

mail@brambostyn.b

gecontacteerd voor

capaciteit dak

- heeft energent benaderd voor buurzame stroom

e

Buurzame stroom

0476 92 17 27

7 3446P Meulestedekaai 1 Bulb & SupermerKade sogent KMO klaar voor sloop klaar voor de sloop; niet bedoeling dat er nog iets gebeurt met dak

- nieuwbouw staat nog altijd in de stijgers > wordt geen coöperatie (want toen nog geen 6%

btw)

- sogent wil hier iets doen ikv modest project > wordt 34 nieuwe woningen > moet wel

innovtaief wonen zijn

- gelijkvloers diensteverlening

- momenteel nog geen zicht op energiesysteem

8 3445T4 Meulesteedsesteenweg 400B-400C De Polecats fabriek,

Inlijstingen Gaspart, …

Effica Iris >> staat open voor PV KMO +/- 30 kWp orientatie Z laag in weekend volledig niet geïsoleerd zit in binnengebied; wil misschien wel samenwerken met 10

volledig niet geïsoleerd

moet kmo zone blijven die overdag gaat afnemen

energent krijgt niet verkocht aan RVB dat dit bedrijf er binnen 20 jaar nog is; weekend wel

minder bedrijvigheid

- staat open voor PV

- in eerste plaats wel voor eigen verbruik > ook voor energiedelen?

9 3445Y4; 3445X4$ Meulesteedsesteenweg 396 Atelier Simon Saelaert Simon Saelaert Effica Iris KMO +/- 60 kWp zit in binnengebied

binnenste stuk is loods: kan een extra verdieding dragen

10 3444L Meulesteedsesteenweg 390 Victor Carpentierschool KMO er ligt 100kwp, kan

verdubbeld worden

additionteel +/- 55 kWp

11 5642A2 New-Orleansstraat 271 Wijkgezondheidscentrum "Betty Johnson

09 223 29 23"

Energent KMO 20 kwp - beperkt, want veel

schaduw Er liggen volgens

google earth reeds 20 panelen

op het hoofdak/Overige daken

minder geschikt omwille van

orientatie O (lagere

opbrengst)

eigen verbuik van 40%

verbruik gaat minstens

100.000 kwh zijn (50%)

- dak vernieuwd in 2018 - kan

omvormers aan

- elektrische kabine kan

dubbele installatie aan

laagste eigen verbruik, installatie eigenlijk te groot

- eigen verbruik is 40%

- vermogen kan nog verdubbeld worden

- we moeten inbreken op bestek van 2018 > niet zo makkelijk

- elektrische kabine kan dubbele installatie aaan; geen verzwaring nodig + omvormers

kunnen op dak

- dak vernieuwd in 2018

>> voor energiedelen; anders economisch

Energent heeft benaderd, waren toen nog met nieuwbouw bezig

- installatie daar is beperkt: ene kant overgeschaduwt andere

- verbruik gaat minstens 100000 kwh zijn

> afnemer van school?

6c/kwh extra betalen als je over kadastergrens kabel legt - kan wel want gaat maar over 1

perceelgrens en niet over openbare weg

12 Voorhavenkaai 263 Ketels, … sogent Ketels : Lichtstraten op

zuidelijkKetel georienteerde

daken?

14 3417V Dublinstraat 29 Loods 22 No go van monumentenzorg (waterkant, pleintjeskant), op centrale deel te veel ramen >

geen bruikbaar dak

15 34172 Voorhavenkaai 4W Loods 20 moet nog gerenoveerd worden - wil omgevingsvergunning indienen > wel van plan

geoboringen te doen

- geen ondergronds parking > niet elektrisch laden; wel parkeerplaatsen aan zuidzijde

(privégebied)

- waarschijnlijk ook PV > jaar nog jaar of 2/3 duren

16 3435Z12 Leithstraat 41 ? privéloods van Ingeo Despeel zonder bomen: 50 kwp op

asbestplaten?

nog nooit besproken voor zonnepotentieel

zuidzijde

- asbestplaten? > krijgt 12euro/m2 om asbestplaten weg te nemen om er PV op te leggen

- veel geschaduwd door bomen

18 618L3 Manchesterstraat 49A Manchester Storage Effica Iris KMO +/- 38 kWp orientatie Zuid

// 8 en 9: Effica heeft dit uitgewerkt

indien dakbedekking geschikt

- eigenaar bereikt, maar weinig animo om iets te doen

19 Manchesterstraat 43 Louis Delhaize? Effica wachten op goeie prijs om te verkopen

20 Dukkeldamstraat 20 / Sint-

BUGGENHOUT - DE

geen contact - hoge bomen, zon erop gebruik ligt laag want atelier:

gebruik door kunstenares, geen contacten mee

Theresiastraat 3

BRUYCKERE

boven 20000kwh op jaarbasis

- gebruik ligt laag want atelier: boven 20000kwh op jaarbasis lijkt uitzonderlijk

lijkt uitzonderlijk

- gaan 3/4 EAN nummers zijn, want meerdere huurders

21 Meulesteedsesteenweg 184 Sint-Theresia van Avilla eigenaar nog niet gekend KMO - zuidgericht, vernieuwd,

terug verkocht > hopelijk aan bedrijf? Aan 2dehandswinkel, deed crowdfunding > nog niet

waarschijnlijk stabiel genoeg

duidelijk aan wie

- 24 kwp // +/-54 kWp

- eigen verbruik??

orientatie Zuid op kerk

- verkopen aan CAW ten noorden, nieuwe ontwikkeling > via kabel

23 Meulesteedsesteenweg 157 Enimex bvba Iris vroeger contact

hebben vroeger contact gehad

- machines

>> wacht om te verkopen

- wacht die ook om te verkopen

24 Port Arthurlaan 45 WEBA Elias gedeeltelijk PV// additioneel laag verbruik want depot

gedeeltelijk zonnepanelen

+/- 150kWp deel weba en +/-

- raar dat die niet alles vol leggen > greenwashing (alles verkopen via net)?

185 kWp Qualitrans

- laag verbruik want depot

orizentatie zuid

energiedelen nuttig in geval van 1mwp (Rousselot, DS Smith), maar standaard alle dagen vol

met zonnepanelen

25 Londenstraat 78 ? privé; Piet Putmans, ouder

- zelfde eigenaar van alle garages

koppel > eigenaar van alle

- moet dit niet gewoon binnen 20 jaar binnentuin zijn

garages

26 Port Arthurlaan 40, 9000 Gent STUKWERKERS KMO verbruik is laag (bureaus) - bureaus nu

- verbruik is te laag > waarschijnlijk doen ze dit van de hand voor privéwoonproject? > zal

kmo zone moeten worden

- maar nu nog geen interesse om te ontwikkelingen

27 Port Arthurlaan 33, 9000 Gent Etage Tropical geen contact energent benadert niet want gaan binnen 20 jaar niet meer bestaan (want recht van opstal

van 20 jaar) als gebruikersprofiel te hard veranderd, is dit te veel risico

28 Port Arthurlaan 27, 9000 Gent Miky motors gent geen contact energent benadert niet want gaan binnen 20 jaar niet meer bestaan

29 Port Arthurlaan 26, 9000 Gent HAND CARWASH geen contact energent benadert niet want gaan binnen 20 jaar niet meer bestaan

30 Patrijsstraat 12 Freinetschool KMO +/- 62 kWp ZO en ZW

niet duidelijk

orientatie

31 Patrijsstraat 10 Buurtcentrum Muide FM Energent >> heeft voorstel gedaan KMO +/-35 kWp orientatie Zuid dak niet stabiel Energent wel voorstel voor gedaan > daken niet goed genoeg? FM: niet dakstabiel

aan FM - afgewezen

- loods achter wel vernieuw nochtans

- FM ging kijken om er zelf panelen op te leggen

- FM maakt wel werk van schema om zelf daken te vernieuwen en PV aan te leggen, want

voordeliger

32 Patrijsstraat 8 ? geen contact; oude gebouwen

33 Port Arthurlaan 14 Hulpkantoor der Douane en regie der gebouwen

plannen om dit te verkopen > als verkocht dan nieuwbouw

Accijnzen

34 3326L8 Londenstraat 30 Pad Meubelatelier privé - Lieven Van Holle Lieven Van Holle Iris staat te koop

35 3297L Meulesteedsesteenweg 25 Jamklub Stad Gent KMO +/- 50 kWp orientatie zuid Laag; jeugd, komt regelmatig

erfgoedgebouw; geen verbouwplannen

samen, maar vaak 's avonds

> niet koken, niet verwarmen,

paar kantoren etc.

36 3326M7 Meulesteedsesteenweg 19 Algemene voedingswaren zelfde eigenaar als 39 Iris >> contactpersoon heel

vroegere spar

aan discountprijzen

onbereikbaar - veel

zit mee in onderzoek

vennoten die het niet zo

goed met elkaar doen

38 3417C2 Santospad, 9000 Gent Loods Machtelynck KMO +/-150 kWp orientatie Zuid loods mag niet gesloopt nog woonvelden errond > nog veel onduidelijkheid

worden

39 552C9 Makelaarsstraat 47/B, 9000 Gent Pieters / J. zelfde eigenaar als 36 Iris >> contactpersoon heel

- pannendaken > dakstabiliteit

onbereikbaar - veel

ok

vennoten die het niet zo

- erfgoedgebouw > gaan ze

goed met elkaar doen

pannen moeten houden?

40 Houtdoklaan 3 Gent Police - Weapon regie der gebouwen geen contact schatting : 9kWp

Registry

41 Koffiesteeg 2 ? geen pv

42 Galvestonstraat 37, 9000 Gent FC Standaard Muide Energent >> dossier afgesloten - KMO +/-45 kWp orientatie ZW geen panelen voorzien in nieuwbouwplan?

geen reactie

43 Sociale Assistentiewoningen nieuwbouw

44 CLT geen zonnedak op

nieuwbouw

aangegeven locatie?

Aanduiding dak correct?

45 L-Blok Thuispunt nieuwbouw

46 CAW opvangstudio

47 Meulestedekaai 81 ,

Rousselot Bvba (Chemie ) Energent >>dossier afgesloten: industrieel relevant?

9000 Gent

Graag zelf investeren

gebouw per gebouw à rata

dakvernieuwing.

48 Port Arthurlaan 172, 9000 Gent Euroports Terminals Gent Peter Broers Energent

>> Opvolgen. Euroports industrieel +/-54kWp orientatie zuid +

Houten daken moeten

Technical project

gaat na met Arcade wat

224 kWp (Z) + 642 kWp (OW)

verstevigd worden.. spanten

engineering

draagkracht is van daken.

+ 826 kWp (Z) = 1746 kWp

ok, maar rmeer tussenleggers

0499 549 380

nodig (gordignen hout en niet

Pas binnen 1-2j

goed genoeg meer)

dakvernieuwing.. Impact

Dakbedekking vernieuwen op

Rusland op activiteiten

middellange termijn..

zorgt ook voor uitstel

cementvezel nodig

investeringen

49 New Orleansstraat 100, 9000 Gent DS Smith Packaging industrieel 833 kWp (2777*300Wp

schatting)

50 Port Arthurlaan 90 (afhaal adres New Hanssens Hout industrieel gedeeltelijk PV

Orleansstraat 10A (toonzaal, 9000

Gent

51 New-Orleansstraat 10, 9000 Gent Cebeo Light Yasma =

verantwoordelijke

09/255.76.76

Energent

>> dossier afgesloten:

toekomst winkel onzeker

52 Port Arthurlaan STUKWERKERS industrieel 2739 kWp (OW) + 3067

kWp(OW) 2988 kWp (OW) +

1145 kWp (OW) + 348 kWp

(OW) + 639 kWp (OW) =

10926 kWp

53 Port Arthurlaan 100, 9000 Gent I-Motion Shipping KMO 260 kWp (866*300Wp

schatting)

54 New-Orleansstraat 16b, 9000 Gent Echelle Gent KMO

55 New-Orleansstraat 12, 9000 Gent De Veirman Constructies KMO

56 Meulesteedsesteenweg 11 Sancak bakkerij staat open voor PV Jacob individueel recent winkel vernieuwd; veel elektrisch (oven + airco); bezit ook drie appartementen boven

winkel - 1 voor eigen gebruik en 2 verhuurd

57 Meulesteedsesteenweg 6 Leziz bakkerij KMO 16kWp (54*300Wp schatting)

KMO

In Muide Meulestede…

Zijn er middelgrote niet-residentiële daken, zoals het Lokaal

Dienstencentrum, CC Meulestede, Victor Carpentierschool,

Wijkgezondheidscentrum, FC Standaard Muide,

… en daken met plaats voor een PV-installatie met een

vermogen van 1 mWp, zoals Euroports Terminals Gent

(eigenaar: North Sea Port), Stukwerkers, Rousselot, DS

Smith en Houthandel Hanssens.

Een overzicht op kaart van alle daken in Muide Meulestede die meer dakoppervlakte hebben dan

een typisch residentieel dak, (c) Architecture Workroom Brussels

Een overzicht van alle daken in Muide Meulestede die meer dakoppervlakte hebben dan een

typisch residentieel dak, met specificaties zoals dakpotentieel, oriëntatie, bereidheid van de

eigenaar etc.

39


Toegepast: zonnepaneelproject Energent

Energent heeft zonnepaneelprojecten op 96 locaties in Oost-Vlaanderen

De zonnepaneelinstallatie op de bedrijfssite van Groep Weerwerk in Gent is een

voorbeeldproject van Energent, © Energent

Varianten

a. De gebruiker onder het dak neemt een deel van de geproduceerde

zonnestroom lokaal af.

• Stel dat het eigenverbruik 10 tot 20% bedraagt (inschatting

o.b.v. grote daken in Muide Meulestede),

dan kan 80 of 90% van de zonnestroom gebruikt

worden om te delen of te verhandelen. Het gaat om

een restprofiel.

• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de

installatie (€600.000/mWp) niet te dragen. Ze betalen

bovendien minder voor hun energieverbruik aan hun

energieleverancier omwille van het zelfverbruik.

• In ruil zouden ze een vaste bijdrage kunnen betalen,

ter waarde van bijvoorbeeld 50% van het financieel

voordeel uit zelfverbruik.

• Dit vraagt om een splitsing van één EAN-nummer in

twee EAN-nummers, één voor zelfverbruik – beheerd

door de energieleverancier – en één voor injectie –

beheerd door het centraal bedrijf.

b. De geproduceerde zonnestroom wordt niet lokaal afgenomen.

• 100% van de zonnestroom kan gebruikt worden om

te delen of te verhandelen. Het gaat om een zuiver

productieprofiel.

• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de

installatie (€600.000/mWp) niet te dragen, maar

betaalt niet minder voor hun energieverbruik dan

voordien aangezien ze geen gebruik maken van de

zonnestroom.

• Het centraal bedrijf kan dan het gebruik van het dak

compenseren, in de vorm van:

* Jaarlijkse huur, ter waarde van 5 of 10% van de

productie van de zonnestroom. Afhankelijk van

hoe de geproduceerde zonnestroom wordt gedeeld

of verhandeld, kunnen er prijsvariaties onderhandeld

worden met de dakeigenaar. Bijvoorbeeld:

de prijs staat op €0 wanneer de installatie

wordt afgekoppeld op momenten van overaanbod.

* Een eenmalige bijkomende kapitaalinvestering,

bijvoorbeeld door het dak te isoleren of te stabiliseren.

• Het centraal bedrijf is de enige toegangshouder

verbonden aan het EAN-nummer.

Een bestaand commercieel alternatief ter vergelijking is niet

evident voor de grote daken. De meeste industriële daken

leggen enkel PV-installaties om te voorzien in hun eigen lokaal

verbruik. De PV-installatie wordt op maat van het lokaal verbruik

gedimensioneerd en niet op maat van de dakoppervlakte.

Bijvoorbeeld: energiecoöperatie Energent ontwerpt, financiert,

bouwt én onderhoudt als derde partij zonnepanelen op het dak

van bedrijven, publieke gebouwen, onderwijsinstellingen of

zorgcentra. Energent gaat enkel projecten aan met een hoog

elektriciteitsverbruik van minstens 50.000 kWh per jaar, waarbij

het lokaal verbruik meer dan 50% van de installatie betreft, en

waarbij het dak reeds kwalitatief is en geen bijkomende kosten

meer vergt.

40


Wat zeggen bedrijven…

Onderstaande citaten zijn niet letterlijke weergaven van

standpunten of informatie uit gesprekken met Houthandel

Hanssens, DS Smith, Rousselot, Stukwerkers, Euroports,

en Jan Schaumont (expert lichtgewicht PV-panelen). Ze

worden opgenomen ter informatie, zonder een officieel

standpunt te vertegewoordigen.

“We hebben deels zelf in een PV-installatie geïnvesteerd,

deels het recht van opstal toegekend aan een ander bedrijf.

We hebben geen bijkomende PV-installatie nodig,

want ons eigen verbruik is afgedekt door de aanwezige

PV-installatie en door een BEO-veld. Opslag is te duur en

voor de plaatsing van een batterij is er eigenlijk te weinig

ruimte. We hebben nog 1.300 m2 dakoppervlakte over.”

“De markt voor lichtgewicht PV-panelen wordt momenteel

gedomineerd door Chinese producenten met een beperkt

trackrecord van ongeveer vijf jaar. Door het gebruik

van oudere zonneceltechnologie ligt het rendement lager

dan bij standaard panelen (20,8% vs. 22,8%) en kan extra

rendementsverlies optreden bij verlijming op daken door

beperkte koeling. De panelen zijn duurder dan klassieke

PV-panelen en kennen een productgarantie van slechts 12

jaar. Bovendien is verwijdering bij einde levensduur complex,

wat extra risico’s met zich meebrengt. De aanname

dat grote daken goedkoper uitkomen dan residentiële installaties,

blijkt dus niet op te gaan.”

“Op onze beste daken liggen al zonnepanelen – via een

ESCO – die we gebruiken voor ons eigen energieverbruik.

Een deel van de resterende daken is niet bruikbaar door

luchtbuizen en het dak van de kantorenblok moet eerst

nog geïsoleerd worden.”

“We hebben geen beschikbare daken: ons eigen verbruik

is vandaag al zeer hoog en zal enkel groeien door elektrificatie.

De daken waar momenteel nog geen zonnepanelen

liggen, willen we inzetten voor onze eigen energievraag.

Aangezien deze daken in slechte staat zijn, wordt dit al

een enorme opgave om te voldoen aan de PV-verplichting

voor grote ondernemingen tegen 2035. Wij zijn in eerste

plaats geïnteresseerd in groepsaankoop van elektriciteit.”

“De draagstructuur van de daken van de loodsen in Muide

Meulestede zullen het wellicht begeven in de komende

jaren, omwille van de corrosieve aard van de dampen en

stof dat bij opslag van de meststoffen vrijkomt. Op ons

kantoorgebouw in Muide Meulestede ligt al een PV-installatie

die ons verbruik daar dekt. Maar we hebben wel

600.000 m2 dak verspreid over de hele haven die we zouden

kunnen inzetten.”

“We hebben daken die we zelf niet nodig hebben, aangezien

we niet onder de PV-verplichting voor grote ondernemingen

vallen. We zijn geïnteresseerd om die daken via

een recht van opstal ter beschikking te stellen. Het gaat

om 30.000 à 40.000 m2 dakoppervlakte, samen goed

voor een PV-installatie met een vermogen van ongeveer

2,8 mWp. Qua dakstabiliteit zijn wellicht enkel gekleefde

PV-panelen geschikt. Bovendien zullen de daken in de

komende jaren gerenoveerd worden, waardoor de PV-panelen

herlegd zouden moeten worden. We zijn ook niet

zeker of de huidige elektriciteitscabine voldoet wanneer

het volledige vermogen wordt benut.”

41


Kansen

• Hoe groter het dak, hoe groter het schaalvoordeel

van de PV-installatie, met betrekking tot de kapitaaluitgaven

(installatiekosten) en de operationele

uitgaven (onderhoudskosten). Het schaalvoordeel is

wezenlijk bij installaties vanaf 1 mWp of 1000 kWp,

en dus niet voor toepassing voor middelgrote daken,

bijvoorbeeld van het Lokaal Dienstencentrum met

een vermogen van 20 kWp.

• Kapitaaluitgaven (plaatsing installatie):

a. < 1.000 kWp € 850/kWp

a. > 1.000 kWp: € 600/kWp

• Operationele uitgaven (onderhoud van installatie,

verzekeringen, etc.):

a. < 1.000 kWp € 29/kWp/jaar

a. > 1.000 kWp: € 9/kWp/jaar

• Investeren in grote PV-installaties draagt bij aan de

vergroening van de elektriciteitsmix, mits de zonnestroom

ook buiten de piekuren gebruikt kan worden.

Er zit bijvoorbeeld potentieel in de zuid-west- of

verticale opstelling van PV-panelen of in verticale

panelen, waardoor de zonnepiekuren zich zullen

verbreden. De investeringskost van PV-installaties

is momenteel namelijk zodanig laag, dat ook deze

(zogezegd onrendabelere) cases interessant kunnen

worden.

Risico’s

• Is het wel logisch dat grote ondernemingen die zelf

de middelen hebben om te investeren in PV ondersteuning

krijgen vanuit een centraal bedrijf?

• De grote daken waar vandaag nog geen zonnepanelen

op liggen, brengen vaak hogere kosten met

zich mee, omwille van een beperkte dakstabiliteit die

dakisolatie, gekleefde PV-panelen of herinstallatie

van PV-panelen vergt. Hierdoor vervalt het schaalvoordeel

ten opzichte van residentiële daken. Ook

in Muide Muelestede blijven er geen gemakkelijke

grote daken over.

• Heeft het wel zin om te investeren in grote PV-installaties

met een hoge investeringskost, wanneer je

ook energie op de markt gratis kunt kopen tijdens de

zonnepiekuren? Ter info: Op jaarbasis bevindt 15%

van zonnestroom zich in ‘negatieve’ uren – m.a.w. je

moet betalen om stroom te verkopen.

‘Mitsen’

De investeringskost van PV-installaties op grote daken

zou meer in verhouding zijn tot de waarde van de zonnestroom

die het produceert als de elektriciteit gebruikt

zou kunnen worden op andere momenten dan de huidige

zonnepiekuren, bijvoorbeeld dankzij lokale opslag. Momenteel

is de investeringskost van batterijen te duur om

rendabel te zijn.

42


Een schematische weergave van de waardering van lokaal verbruik

vs. reststroom, bij een PV-installatie op een groot dak met een

groter lokaal verbruik, © 3E

Een schematische weergave van de waardering van lokaal verbruik

vs. reststroom, bij een PV-installatie op een groot dak met weinig

lokaal verbruik, © 3E

43


2. Collectieve investering in PVinstallaties

op residentiële daken

Productie

Lokaal

Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties

op residentiële daken en blijft gedurende de hele

levensduur van die PV-installatie ook de eigenaar.

Het centraal bedrijf sluit een contract af met de

eigenaar-bewoner of de verhuurder om toegang

te krijgen tot het dak (opstalovereenkomst). De

klant (eigenaar-bewoner, huurder of verhuurder)

betaalt (een deel van) de investering terug, in

ruil voor toegang tot groene stroom voor ongeveer

30% van hun elektriciteitsvraag. Het centraal

bedrijf ontzorgt de klanten in de installatie,

onderhoud en afbraak van de PV-installatie,

gedurende bijvoorbeeld 25 jaar.

44


en schematische weergave van de waardering van lokaal verbruik vs. reststroom, bij een PV-installatie op residentieel dak,

© 3E

Een grafiek met de waarde van zonnepanelen over de jaren heen.

45


Een grafiek met de evolutie van het gemiddeld netto belastbaar inkomen in Muidebrug, Muide en Meulestede, afgezet tegenover het Gentse

gemiddelde. ©Buurtmonitor Gent

Grafiek die het aantal individuele woningen en appartementen weergeeft per sector (Muidebrug, Muide en Meulestede). Muide heeft het grootste

aantal woningen van de drie sectoren, waarvan iets meer dan de helft individuele woningen zijn. In Muidebrug is 66% van de wooneenheden een

individuele woning. © Buurtmonitor Gent

46


In Muide-Meulestede...

Zijn er 1.357 eengezinswoningen, waarvan 86 woningen

van Thuispunt. Thuispunt doet vandaag beroep op ASTER

cv om haar sociale woningen van PV te voorzien. Van die

1.271 individuele woningen is ongeveer één vierde niet

geschikt omwille van de slechte oriëntatie. We gaan er

bovendien vanuit dat 100 van de individuele daken al een

PV-installatie hebben.

Bestaande subsidies voor verduurzamingsmaatregelen

(bijv. investeringssubsidies voor isolatiemaatregelen of

terugleververgoedingen voor zonnepanelen) zijn vaak

aantrekkelijker voor huishoudens met een hoger inkomen

(Vergeer et al., 2017). Minder kapitaalkrachtige huishoudens

hebben vaak geen ruimte om de genomen maatregelen

voor te financieren en zetten bijgevolg minder snel

de stap richting PV en renovatie. Zij zouden gebaat kunnen

zijn door een collectieve investering in PV-installaties

op residentiële daken. Gezien de gemiddelde jaarlijkse

netto belastbare inkomens in Meulestede (€ 14.600), Muide

(€ 17.600) en Muidebrug (€ 15.400) is deze groep in

Muide Meulestede groot.

Verder uitgewerkt: wat als de eigenaar de

woning verhuurt?

De verhuurder sluit een contract af met het zonnebedrijven om

toegang te verlenen tot het dak. De verhuurder kan de reële abonnementskosten

doorrekenen aan de huurder in de vorm van vaste

kosten, ofwel op het moment van een nieuwe huurovereenkomst,

ofwel via een addendum aan de huidige huurovereenkomst in onderling

overleg. De verhuurder kan de huurprijs een beetje verhogen.

Contractvoorwaarden voor de verhuurder zijn dezelfde als bij

de Gentse subsidie voor de renovatie van huurwoningen, gelinkt

aan maximale huurprijzen en woning minimaal 9 jaar op huurmarkt

houden. De huurder heeft toegang tot gratis stroom en betaalt

daarvoor niet meer, en waarschijnlijk minder dan de huidige elektriciteitsfactuur

(namelijk het verschil tussen de vaste kosten in de

huurovereenkomst en de verlaging van de elektriciteitsfactuur.

Wist je dat...

• De huurprijs kan niet zomaar worden aangepast tijdens de

looptijd van de huurovereenkomst. De huurprijs kan wel ‘automatisch’

worden aangepast na energiebesparende maatregelen,

indien de huurwaarde met meer dan 10% stijgt. Dit

is niet het geval bij een residentiële PV-installatie.

Varianten

a. De eigenaar-bewoner betaalt een deel van de investering

terug via een vaste abonnementskost ter waarde

van 50% van het eigen verbruik van de geproduceerde

zonnestroom.

• De eigenaar-bewoner is eigenaar van de stroom die

de PV-installatie produceert, en ook van de stroom

die die zelf niet gebruikt.

• De eigenaar-bewoner voorziet in de overige energienood

via een contract met een energieleverancier

naar keuze, aan het tarief van die energieleverancier.

• Dezelfde energieleverancier zal de eigenaar-bewoner

ook vergoeden voor de injectie volgens het

gangbare injectietarief.

b. De eigenaar-bewoner betaalt een deel van de investering

terug via een vaste abonnementskost ter waarde

van 50% van het eigen verbruik van de geproduceerde

zonnestroom.

• De eigenaar-bewoner is eigenaar van de stroom

die de PV-installatie produceert, maar niet van de

stroom die die zelf niet gebruikt.

• De eigenaar-bewoner voorziet in de overige energienood

via een contract met een energieleverancier

naar keuze, aan het tarief van die energieleverancier.

c. De eigenaar-bewoner betaalt per kWh voor het eigen

verbruik van de geproduceerde zonnestroom. Het tarief

ligt een pak lager dan het commercieel tarief voor elektriciteit

(bijvoorbeeld: € 0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh).

• De eigenaar-bewoner is geen eigenaar van de

stroom die de PV-installatie produceert, en ook niet

van de stroom die die zelf niet gebruikt.

• De eigenaar-bewoner voorziet in de overige energienood

via een contract met een energieleverancier

naar keuze, aan het tarief van die energieleverancier.

d. De eigenaar-bewoner betaalt per kWh voor het eigen

verbruik van de geproduceerde zonnestroom en de overige

elektriciteitsnoden. Het tarief voor de zonnestroom

en de overige stroom is hetzelfde, en ligt lager dan het

commercieel tarief.

• De eigenaar-bewoner is geen eigenaar van de

stroom die de PV-installatie produceert, en ook niet

van de stroom die die zelf niet gebruikt.

• Het centraal bedrijf voorziet in de overige energienood

via een raamovereenkomst met één energieleverancier

naar keuze of door zelf energieleverancier

te worden (groepsaankoop elektriciteit).

• Het Gentse Verhuurderspunt een bijzondere premie heeft

voor verhuurders. De premie bedraagt € 10.000 voor verhuurders

die hun woning via de private markt verhuren, en

€ 15.000 voor verhuurders die hun woning verhuren via een

sociaal verhuurkantoor. De premie is gelinkt aan maximale

huurprijzen. Bovendien zijn eigenaars na ontvangen van de

premie verplicht de woning gedurende minimaal 9 jaar te

verhuren.

47


Toegepast: Zonnebouwers+

Het Zonnebouwers+-project van ECoOB cvso en Klimkracht vzw helpt gezinnen in energiearmoede door hun

elektriciteitsfactuur blijvend te verlagen met duurzame zonne-energie. Dit initiatief richt zich op huishoudens die

normaal geen toegang hebben tot bestaande steunmaatregelen voor hernieuwbare energie.

Huishoudens kunnen profiteren van gratis geïnstalleerde zonnepanelen op hun dak, op voorwaarde dat

het geschikt en geïsoleerd is. In ruil voor de besparing op hun elektriciteitskosten betalen deelnemers een

abonnement van € 100 per jaar gedurende 15 jaar. Zonnebouwers+ staat in voor de installatie en het onderhoud

van de installaties.

Bij het Zonnebouwers+ project doen de huishoudens afstand van hun injectie aan ECoOB die deze verkoopt aan

het standaard injectietarief aan één energieleverancier. Deze energieleverancier vraagt bij Fluvius een tweede

EAN-nummer aan voor de injectie voor elke toegangspunt. De Energieleverancier houdt bij hoeveel injectie er van

alle woningen is gekomen. ECoOB kan dit zelf ook opvragen bij Fluvius en het bedrag dan aan hen factureren.

Een schema met energietransacties op niveau van een individueel huishouden in het Zonnebouwsers+ project, ©

ECoOB cv

Het overzicht van alle actoren en partners, met alle onderlinge relaties, die betrokken zijn bij het Zonnebouwers+

project, © ECoOB cv

48


Toegepast: EnergyVision

EnergyVision is een privaat bedrijf (met o.a. Marc Coucke als financier) en zet vooral in op bescherming tegen

prijsschommelingen van elektriciteit op de markt. EnergyVision plaatst onder meer gratis zonnepanelen op

daken, waarvan de bewoners de elektriciteit kunnen gebruiken aan een tarief van € 0,2/kWh (vast tarief voor

10 jaar). Inkomsten uit injectie van de niet-verbruikte elektriciteit gaan naar EnergyyVision. Voor de eerste

1.000 kWh bovenop de stroom uit de zonnepanelen betaal je een vaste prijs van € 0,3/kWh en voor het overige

verbruik betaal je een variabele prijs die fluctueert volgens de marktprijzen (nu ongeveer € 0,33/kWh). Als

de klant zou beslissen om uit het contract te stappen, dan is die verplicht om de installatie over te kopen aan

boekhoudkundige restwaarde van de installatie. Het aanbod is alleen beschikbaar voor eigenaar-bewoners.

De opbouw van de elektriciteitsprijs die EnergyVision aanbiedt aan hun klanten. © energyvision.be

EnergyVision’s simulatie van het financieel voordeel van hun aanbod, ten opzichte van een voordelig energiecontract voor een huishouden van 4

kinderen met een gemiddeld jaarlijks verbruik van 3.092 kWh. © Energyvision.be

49


Wat zeggen...

Een aantal Turkse mannen uit Muide Meulestede:

“Als het minder duur is dan vandaag, dan doe ik mee.”

huurders echt tevreden zijn met nieuwe apparatuur, zoals

een fornuis, en daardoor er beter voor zorgen. Het geeft

mij ook gemoedsrust.”

“Ik doe enkel mee als ik de helft minder aan energie betaal

als vandaag. Als er slechts een klein financieel voordeel is

doe ik niet mee.”

“De ontzorging is van secundair belang. Voor ons is de

kostprijs en het mogelijke rendement het belangrijkste.”

“Als er gedifferentieerd wordt en de kapitaalkrachtigen

moeten een hoger tarief of abonnement betalen, zullen

zij niet deelnemen. Een alternatief systeem zou meer geschikt

zijn, waarbij bijvoorbeeld het aantal vierkante meters

van het huis of dak als maatstaf kan dienen, of het

aantal verbruikers per huishouden.”

“Wat gebeurt er wanneer iemand geen geschikt dak heeft,

maar toch zonnepanelen wil? Is het niet noodzakelijk om

eerst isolatie aan te brengen? Het lijkt een goed idee om

dit te kunnen oplossen door middel van een verhoogd

abonnement. Er zijn bovendien ook premies beschikbaar,

maar deze wijzigen voortdurend.”

Een aantal verhuurders uit Muide Meulestede:

“Bij nieuwe maatregelen vragen verhuurders zich vooral

af: wat zal het me nu weer kosten? De ene helft van de

verhuurders zal niet geïnteresseerd zijn, terwijl de andere

helft al iets doet en vindt dat ze genoeg doen. Het is voor

veel huurders doorslaggevend of het een ‘win’-situatie is.

Een aantal noodkopers uit Muide Meulestede:

“De collectieve ontzorging vind ik van groot belang. Ik

ben van nature vrij goedgelovig en kan gemakkelijk opgelicht

worden. Daarom is het voor mij cruciaal dat dit

proces wordt uitgevoerd door een betrouwbare partner.

Ik wil me daar zelf niet mee bezighouden, maar wanneer

ik weet dat het bedrijf zelf kiest voor een betrouwbare

groene producent of energieleverancier, lijkt dit me een

meerwaarde.”

“Ik heb een groot dak, is het dan de bedoeling dat ik zoveel

mogelijk zonnepanelen leg?

Tim Vermeir, expert energierecht: “De vrije keuze van

energieleverancier is een bepaling van openbare orde,

wat betekent dat je niet de mogelijkheid hebt om vrijwillig

afstand te doen van dit recht. Het recht om over te stappen

naar een andere energieleverancier, het zogenaamde

“switch”-recht, kan wekelijks worden uitgeoefend, iets

wat een energiebedrijf niet kan beperken. De enige manier

om iemand van een overstap te weerhouden, is door

deze verandering af te raden.”

“In mijn geval zouden de kosten voor het plaatsen van

zonnepanelen laag zijn, dus ik zou dit ook op een niet-collectieve

manier kunnen doen.”

“Ik ben geen voorstander van het werken met beperkingen

op wat de verhuurder kan doorrekenen of vragen aan

de huurder.”

“We zijn voor verduurzaming, maar we hebben frustratie

over huurders die niet geëngageerd zijn. We zijn minder

bereid moeite te doen als dit niet erkend of gewaardeerd

wordt door de huurder. Huurders lijken vooral geïnteresseerd

te zijn in huurvermindering. Bijvoorbeeld: moet de

verhuurder de kosten dragen als het zonnepaneel kapotgaat

of vernield wordt?”

“Wat is het vervelendst aan een huurder? Als hij weggaat

en je moet een andere zoeken. Maar met zonnepanelen

denk ik wel dat huurders langer blijven. Je merkt dat

50


Risico’s

• Als je collectief wil investeren in PV-installaties op

residentiële daken, dan is er een proactieve aanpak

nodig van het centraal bedrijf om voldoende

residentiële daken te vinden. Het organiseren

van die toeleiding vergt een grote investering in

mensenkracht.

• Als je eigenaars van residentiële daken volledig

wil ontzorgen om de drempel tot PV-panelen te

verlagen – dat wil zeggen, installatie, onderhoud,

afbraak – vergt dat een grote investering in mensenkracht.

• Als je het lokaal verbruik wil loskoppelen van de

injectie – dat wil zeggen, als het centraal bedrijf

eigenaar wordt van de reststroom – vergt dit

bijkomende monitoring van het verbruik door het

centraal bedrijf.

* Dat vraagt om een splitsing van één EAN-nummer

in twee EAN-nummers, één voor zelfverbruik

en één voor injectie. Het aanvragen van

een tweede EAN-nummer bij Fluvius brengt

een kost met zich mee.

* Het centraal bedrijf kan de monitoring van de

injectie zelf doen, via Fluvius, maar dit vergt

opnieuw een investering in mensenkracht.

* Of het centraal bedrijf kan elk tweede

EAN-nummer koppelen aan één energieleverancier

die in ruil voor een ‘service fee’ (vb. €

0,1/kWh) de monitoring op zich zal nemen.

Kansen

• Huishoudens die anders nooit PV op hun dak

zouden hebben, hebben dat nu wel, omdat ze

zowel financieel als mentaal ontzorgd worden.

Aangezien de individuele besparing vooral gerealiseerd

wordt door zelfverbruik, geldt dit meteen

als hefboom om dmv gedrag duurzamer verbruik

te stimuleren..

‘Mitsen’

• De splitsing van lokaal verbruik en injectie zou

vergemakkelijkt worden als er twee toegangshouders

op één EAN-nummer aangesloten

kunnen worden, waardoor de aanvraag van een

tweede EAN-nummer niet nodig is (mandaat

Vlaams regering, zicht op doorvoering in 2025).

Het is nog af te wachten volgens welke modaliteiten

deze maatregel juist uitgevoerd zal worden.

• Om de grote investeringen in mensenkracht die

dit vergt mogelijk te kunnen maken, is er steun

vanuit de publieke overheid nodig, ofwel via de

detachering van publieke VTE, ofwel door bijkomende

financiering (mandaat Stad Gent of VEKA

(Vlaams).

51


3. Externe handel in reststroom via een

stroomafnameovereenkomst

Opslag

Lokaal

Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties

op residentiële daken en in thuis- of buurtbatterijen

en blijft gedurende de hele levensduur van

die PV-installatie en thuis- of buurtbatterij ook de

eigenaar. Het centraal bedrijf sluit een contract af

met de eigenaar-bewoner of de verhuurder om

toegang te krijgen tot het dak (opstalovereenkomst).

De klant (eigenaar-bewoner, huurder of

verhuurder) betaalt (een deel van) de investering

terug, in ruil voor toegang tot groene stroom

voor 60 à 70% van hun totale elektriciteitsvraag.

Het centraal bedrijf ontzorgt de klanten in de installatie,

onderhoud en afbraak van de PV-installatie

en de batterij, gedurende bijvoorbeeld 25

jaar.

Een lokaal verbruik van 30% brengt even veel

op als de verkoop van 70% reststroom aan injectietarief

(e.i. € 50/jaar/kWp). Een thuisbatterij

brengt een grotere investeringskost met zich

mee, maar brengt dus ook meer op.

52


Varianten: batterijen

a. Een thuisbatterij slaat de zelf opgewekte stroom van

een residentiële PV-installatie op.

• De PV-installatie en de batterij zitten achter hetzelfde

toegangspunt (EAN-nummer). Enkel woningen

met een PV-installatie kunnen ook een thuisbatterij

hebben.

• Verschillende formules:

* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt een

deel van de investering terug via een vaste abonnementskost

ter waarde van 50% van het lokaal

verbruik (60-70%) van de geproduceerde zonnestroom.

* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt per

kWh voor het lokaal verbruik van de geproduceerde

zonnestroom. Het tarief ligt een pak lager dan

het commercieel tarief voor elektriciteit (bijvoorbeeld:

€ 0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh).

* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt per kWh

voor het eigen verbruik van de geproduceerde

zonnestroom en de overige elektriciteitsnoden.

Het tarief voor de zonnestroom en de overige

stroom is hetzelfde, en ligt lager dan het commercieel

tarief.

b. Een grote batterij slaat de zelf opgewekte stroom van

een grote PV-installatie op.

• De PV-installatie en de batterij zitten achter hetzelfde

toegangspunt (EAN-nummer). Zowel huishoudens

met als zonder eigen PV-installatie kunnen elektriciteit

afnemen van de grote batterij.

• Verschillende formules:

* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh

voor het lokaal verbruik van de geproduceerde

zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de

batterij). Het tarief ligt een pak lager dan het commercieel

tarief voor elektriciteit (bijvoorbeeld: €

0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh). Voor de overige

elektriciteitsnoden heeft de eigenaar-bewoner

een contract met een energieleverancier.

* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh

voor het eigen verbruik van de geproduceerde

zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de

batterij) en de overige elektriciteitsnoden. Het tarief

voor de zonnestroom en de overige stroom is

hetzelfde, en ligt lager dan het commercieel tarief.

c. Een buurtbatterij slaat de zelf opgewekte stroom van

meerdere huishoudens op.

• De PV-installatie en de batterij zitten niet achter hetzelfde

toegangspunt (EAN-nummer). Alle woningen

met PV-installaties in de buurt worden rechtstreeks

gekoppeld aan de batterij voor injectie en afname.

Ook woningen zonder PV-installatie kunnen elektriciteit

afnemen van de buurtbatterij.

• Verschillende formules:

* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt een

deel van de investering terug via een vaste abonnementskost

ter waarde van 50% van het lokaal

verbruik (60-70%) van de geproduceerde zonnestroom.

* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh

voor het lokaal verbruik van de geproduceerde

zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de

batterij). Het tarief ligt een pak lager dan het commercieel

tarief voor elektriciteit (bijvoorbeeld: €

0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh). Voor de overige

elektriciteitsnoden heeft de eigenaar-bewoner

een contract met een energieleverancier.

* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh

voor het eigen verbruik van de geproduceerde

zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de

batterij) en de overige elektriciteitsnoden. Het tarief

voor de zonnestroom en de overige stroom is

53


54

Een schematische voorstelling van van de verschillende actoren en relaties betrokken bij een investering vanuit een centraal bedrijf in PV-panelen op

daken, gekoppeld aan batterijen, © Architecture Workroom Brussels


Toegepast: DuCoop; wijkbatterij in Nieuwe Dokken

In de Gentse nieuwbouwwijk Nieuwe Dokken is er virtuele elektriciteitscentrale. Die bestaat uit 80 kWp

zonnepanelen, een wijkbatterij van 240kWh, 20 laadpalen voor elektrische voertuigen, en aanstuurbare collectieve

toestellen, zoals een grote warmtepomp die restwarmte terugwint uit het afvalwater van de woonwijk. Naarmate

de wijk aangroeit in de komende jaren worden nieuwe zonnestroominstallaties en laadpalen toegevoegd aan het

systeem.

Eén centraal gestuurd platform verzamelt alle data over opwekking en gebruik. Zo kan het inspelen op pieken in

verbruik of opwekking van lokale hernieuwbare energie en van het elektriciteitsnet.

De duurzaamheidscoöperatie DuCoop stuurt daarbij haar verbruik aan in functie van de elektriciteitsprijs

die steeds meer afhankelijk wordt van schommelingen in vraag en aanbod van (hernieuwbare) energie. Ook

particuliere afnemers zullen gebruik kunnen maken van variabele tarieven binnen het toekomstige kader voor

energiegemeenschappen.

De technische installatie van de wijkbatterij van DuCoop in de Nieuwe Dokken. Bron: ducoop.be

De daken van de ontwikkelingen die deel uitmaken van de Nieuwe Dokken liggen vol met zonnepanelen. Bron:

vrt.be

55


Toegepast: GAEL XL, Gridlink

Gridlink biedt particulieren en KMO’s een energiecontract met een vast tarief van 0,25 euro/kWh

voor een periode van 25 jaar. Dit tarief omvat alle kosten, inclusief distributienettarieven en het

capaciteitstarief, en wordt jaarlijks met 2% geïndexeerd.

Gridlink investeert in een PV-installatie van minstens 8 kWp aan zonnepanelen en een thuisbatterij

van 8 kWh. De opgewekte energie wordt gebruikt voor het eigen verbruik, maar de batterij kan

ook worden ingezet voor netbalancering. Dit betekent dat Gridlink de batterij kan aansturen om

bijvoorbeeld energie op te slaan bij een overschot of terug te leveren bij een tekort op het net.

Monitoring en onderhoud van de installatie zijn inbegrepen in het contract.

Gridlink is geen energieleverancier, maar treedt op als energiemakelaar. Dit betekent dat zij de

bestaande energiecontracten van hun klanten analyseren en vergelijken met andere beschikbare

contracten. Als er een voordeliger energiecontract beschikbaar is dan de gegarandeerde € 0,25/

kWh, stellen ze dat voor als alternatief. Als er geen beter contract op de markt is, past Gridlink

het verschil bij, zodat het vastgelegde tarief van € 0,25/kWh blijft behouden. Bij verhuizing kan het

contract worden overgedragen aan de nieuwe eigenaar van de woning, of kan de oorspronkelijke

bewoner de installatie afkopen op basis van een restwaarde, die bepaald wordt via een jaarlijkse

afschrijving van 4%.

GAELE XL’s simulatie van het financieel voordeel van hun aanbod, ten opzichte van een standaard energiecontract voor een huishouden

met een gemiddeld jaarlijks verbruik van 3.500 kWh. Bron: gaele.be

56


hetzelfde, en ligt lager dan het commercieel tarief

(bijvoorbeeld: € 0,25/kWh in plaats van € 0,33/

kWh).

Kansen

• Batterijen zorgen ervoor dat lokale productie veel

efficiënter ook lokaal wordt verbruikt.

• Batterijen zorgen ervoor dat zonnestroom meer

waard is, omdat zonnestroom zo beschikbaar wordt

buiten de zonnepiekuren.

• De schaalgrootte van een buurtbatterij maakt het,

in tegenstelling tot één individuele thuisbatterij,

mogelijk om de elektriciteitsmarkt op te gaan: het

beschikbaar stellen van batterijcapaciteit om kleine

onbalansen op het elektriciteitsnet op te lossen.

Netbeheerders bieden batterij-eigenaren hier een

vergoeding voor.

Wat zeggen:

Een bewoner uit Muide Meulestede:

“Kan er geen model worden bedacht voor Muide Meulestede,

gebaseerd op het model ‘GAELE XL van Gridlink,

met een aanbod dat ook voor kleinere installaties en batterijen

werkt, en dat wel bijdraagt aan een wijkdynamiek?”

Risico’s

• De meest gangbare batterij is gemaakt uit lithium.

Het is een lichte batterij met een lange levensduur.

Maar lithiumbatterijen zijn niet duurzaam. Lithium

wordt vooral ontgonnen in Zuid-Amerika, Australië

en China en DRC, onder barre arbeidsomstandigheden

(lage lonen & slechte werkomstandigheden).

Voorts zorgt de ontginning van lithium voor

milieuschade (enorm waterverbruik, bodem- en

watervervuiling en landschapsvernietiging) en vergt

de lithiumwinning en -verwerking veel energie, vaak

geput uit fossiele brandstoffen. Lithium is een eindige

grondstof. Tenslotte is het recycleren van lithium

is complex en duur, waardoor veel batterijen nog

steeds als afval eindigen.

• Batterijen kennen een grote investeringskost. De kosten

voor een buurtbatterij kunnen oplopen tot miljoenen

euro’s, afhankelijk van het opslagvermogen

van de batterij. De kosten voor het verzwaren van

het elektriciteitsnet zijn op dit moment nog voordeliger

zijn dan het opslaan van energie. Dat maakt van

de batterij geen interessante investeringspost.

• Op de elektriciteit die ‘thuis’ wordt opgewekt en in

een buurtbatterij wordt opgeslagen, moeten distributienettarieven

en heffingen worden betaald.

De opwekker betaalt distributienettarieven om de

stroom van de PV-installatie naar de buurtbatterij te

brengen, en betaalt nogmaals distributienettarieven

en heffingen bij aankoop op de opgeslagen energie.

‘Mitsen’

• De zoutwater thuisbatterij zou de niet-duurzame

lithiumbatterij kunnen vervangen. Het is milieuvriendelijker

en bovendien recycleerbaar. Ze neemt meer

plaats in dan een lithiumbatterij, maar ze gaat langer

mee en kent geen capaciteitsverlies bij volledig

op- en ontladen. Voorlopig is deze technologie vrij

nieuw en dus nog duur en minder courant. Steeds

meer technologiebedrijven zetten daarom in op de

ontwikkeling ervan, waardoor de prijs zal dalen en de

kwaliteit verbeteren.

• Korting op distributienettarieven en heffingen bij

opslag in een buurtbatterij, zouden de kosten voor

het centraal bedrijf dat de reststroom verhandelt

verlichten, en zo de opbrengst uit de abonnementen

of de betaling per kWh door de huishoudens met

residentiële PV of energieafnemers vergroten.

57


4. Externe handel in reststroom via een

stroomafnameovereenkomst

Verkoop

Extern

Een centraal bedrijf is eigenaar van de reststroom

van collectieve residentiële en/of niet-residentiële

PV-installaties. Het centraal bedrijf injecteert

die reststroom niet op het net in ruil voor

een terugleververgoeding van de energieleverancier.

Afhankelijk van de energieleverancier ligt

de injectievergoeding tussen € 0,02 en € 0,10/

kWh. Op niveau van een individueel huishouden,

levert het injectietarief voor 70% reststroom

jaarlijks gemiddeld hetzelfde financieel voordeel

op als de vermindering van de energiefactuur als

gevolg van lokaal verbruik (30%). In de plaats

verkoopt het centraal bedrijf alle reststroom virtueel

gebundeld via één stroomafnameovereenkomst

(Power Purchase Agreement of PPA) aan

één grote afnemer, aan een meer voordelige vergoeding.

58


Hoe zit een financiële PPA in elkaar?

• Een ‘contract for difference’ (CfD) is een financiële afspraak tussen producent en afnemer van de PPA.

* De partijen spreken een vaste prijs (‘strike price’) af in €/mWh.

* De producent verkoopt de stroom op de markt en de PPA-afnemer koopt stroom op de markt. De CfD is een

financiële transactie waarbij elk uur het verschil tussen de marktprijs en de “strike price’ wordt verrekend.

* In het kort: PRODUCTIE(uur) * ( Strike Price – Marktprijs(uur))

* Eventueel kan er ook een plafondprijs worden afgesproken: een maximaal venster tussen de ‘strike price’ en

de marktprijs, in beide richtingen.

* Bijvoorbeeld: wanneer de afgesproken ‘strike price’ € 50/mWh (of € 0,05/kWh) is en de marktprijs op een

bepaald moment € 20/mWh is, dan verkoopt de producent de stroom voor € 20/mWh en koopt de afnemer

de stroom voor € 20/mWh op de markt. De afnemer betaalt bovendien € 30/mWh aan de producent.

• ‘Pay as produced’ koppelt de ‘contract for difference’ aan vermogens van installaties, en niet aan vooraf afgesproken

productie.

* De PPA-afnemer koopt alle stroom die op een bepaald uur geproduceerd wordt door het afgesproken vermogen.

* Als het vermogen van de installaties toeneemt, moet (normaal gezien) een nieuwe PPA worden afgesloten

of een addendum worden toegevoegd.

Wat bepaalt de PPA ‘strike price’?

• De PPA ‘strike price’ ligt in lijn met de termijnmarktprijzen.

• Doorgaans geldt dat hoe ‘zuiverder’ het profiel is – dat wil zeggen, zo weinig mogelijk lokaal

verbruik – voor een grotere voorspelbaarheid bij de PPA-afnemer zorgt, waardoor een hogere

PPA-prijs onderhandeld kan worden.

• Als de PV-installaties ingezet worden in de onbalansmarkt – bijvoorbeeld door ze af te schakelen

op momenten van overproductie – dan moet de PPA-afnemer niet langer negatieve prijzen

compenseren aan de producent bij overproductie, waardoor een hogere PPA-prijs onderhandeld

kan worden.

PPA ‘strike price’ vs. netto PPA-opbrengst

De producent moet met de PPA ‘strike price’ nog een aantal kosten dekken:

• De effectieve marktprijs op dat moment.

• Een onbalansvergoeding aan de evenwichtsverantwoordelijke om de elektriciteit op de markt te verkopen en de

marktprocessen van nominatie af te handelen. De onbalanskosten voor PV-installatie zijn van € 2/mWh in 2020

gestegen naar € 10/mWh in 2021.

• De vergoeding aan een energieleverancier om de productie of de beschikbare injectie op uurbasis bij te houden

en te rapporteren (€ 10/mWh).

Dat wil zeggen dat als je een ‘strike price’ hebt afgesproken van € 70/mWh, dat je maar € 50/mWh opbrengst hebt.

59


Varianten

a. Enkel de reststroom van grote niet-residentiële PV-installaties

wordt verkocht via een PPA aan één grote afnemer.

Residentiële prosumenten krijgen een injectievergoeding

bij hun leverancier.

• Stel dat het eigenverbruik 10 tot 20% bedraagt (inschatting

o.b.v. grote daken in Muide Meulestede),

dan kan 80 of 90% van de zonnestroom gebruikt

worden om te delen of te verhandelen. Het gaat om

een restprofiel.

• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de

installatie (€600.000/mWp) niet te dragen. Ze betalen

bovendien minder voor hun energieverbruik aan hun

energieleverancier omwille van het zelfverbruik.

• In ruil zouden ze een vaste bijdrage kunnen betalen,

ter waarde van bijvoorbeeld 50% van het financieel

voordeel uit zelfverbruik.

• Dit vraagt om een splitsing van één EAN-nummer in

twee EAN-nummers, één voor zelfverbruik – beheerd

door de energieleverancier – en één voor injectie –

beheerd door het centraal bedrijf.

Kansen

• Hoe groter het dak, hoe groter het schaalvoordeel

van de PV-installatie, met betrekking tot de kapitaaluitgaven

(installatiekosten) en de operationele

uitgaven (onderhoudskosten). Het schaalvoordeel

is wezenlijk bij installaties vanaf 1 mWp, en dus niet

relevant voor middelgrote daken, bijvoorbeeld van

het Lokaal Dienstencentrum.

• Investeren in grote PV-installaties draagt bij aan de

vergroening van de elektriciteitsmix, mits de zonnestroom

ook buiten de piekuren gebruikt kan worden.

Er zit bijvoorbeeld potentieel in de zuid-west- of

verticale opstelling van PV-panelen of in verticale

panelen, waardoor de zonnepiekuren zich zullen

verbreden. De investeringskost van PV-installaties

is momenteel namelijk zodanig laag, dat ook deze

(zogezegd onrendabelere) cases interessant kunnen

worden.

b. De geproduceerde zonnestroom wordt niet lokaal afgenomen.

• 100% van de zonnestroom kan gebruikt worden om

te delen of te verhandelen. Het gaat om een zuiver

productieprofiel.

• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de

installatie (€600.000/mWp) niet te dragen, maar

betaalt niet minder voor hun energieverbruik dan

voordien aangezien ze geen gebruik maken van de

zonnestroom.

• Het centraal bedrijf kan dan het gebruik van het dak

compenseren, in de vorm van:

* Jaarlijkse huur, ter waarde van 5 of 10% van de

productie van de zonnestroom. Afhankelijk van

hoe de geproduceerde zonnestroom wordt gedeeld

of verhandeld, kunnen er prijsvariaties onderhandeld

worden met de dakeigenaar. Bijvoorbeeld:

de prijs staat op €0 wanneer de installatie

wordt afgekoppeld op momenten van overaanbod.

* Een eenmalige bijkomende kapitaalinvestering,

bijvoorbeeld door het dak te isoleren of te stabiliseren.

• Het centraal bedrijf is de enige toegangshouder

verbonden aan het EAN-nummer.

Welke partijen zijn er allemaal betrokken

bij een PPA tussen een centraal bedrijf en

een afnemer?

• Het centraal bedrijf wordt (mede-)toegangshouder

van het toegangspunt achter dewelke

de PV-installatie zit. Het centraal bedrijf vraagt

dit aan bij Fluvius, de netbeheerder.

• De toegangshouder sluit een contract af met

de Energieleverancier om te vermijden dat die

de geproduceerde volumes zelf gaat verkopen,

omdat die al door een ander toegangspunt

van de PPA-afnemer afgenomen worden.

In ruil voor een compensatie blijft de energieleverancier

alle marktprocessen beheren.

• De toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijke

sluiten een contract af. De

evenwichtsverantwoordelijke zorgt ervoor dat

productie van de PV-installatie verbonden aan

het toegangspunt waar die verantwoordelijk

voor is binnen hetzelfde kwartier opnieuw

wordt afgenomen van het net, om overbelasting

van het net te vermijden. Dat doet die

voor een portefeuille van toegangspunten

(productie en afname) door op basis van een

‘voorspelling’ een deel van de opgewekte

elektriciteit op de markt te verkopen en aan te

kopen, om tijdgebonden correcties op het net

te kunnen uitvoeren.

60


Een schematische voorstelling van verschillende scenario’s voor de integratie al dan niet van residentiële

daken in een power purchase agreement, © Architecture Workroom Brussels

Een schematische voorstelling van verschillende actoren en

transacties bij residentiële PV-installaties en grote installaties

in geval van een power purchase agreement, © Architecture

Workroom Brussels

De Endex, of de markt van de vaste elektriciteitsprijzen, is een

termijnmarkt waar prijzen worden weergegeven voor de levering

van elektriciteit de komende jaren (elektriciteit vast). Bron: klant.

elindus.be

61


Toegepast: Klimaan in Otterbeek

Het sociaal doel van Klimaan is om voorspelbare haalbare energieprijzen te hebben voor iedereen. Otterbeek

is een sociale woonwijk ten noorden van Mechelen. Burgercoöperatie Klimaan plaatste in 2022 zonnepanelen

op 70 woningen, in samenwerking met Woonland en de stad Mechelen. De totale investeringskost van het

project is € 61/mWh of € 0,06/kWh. Klimaan zou de investeringskost mede afbetalen via de injectievergoeding

(€ 0,055/kWh) voor de reststroom. Klimaan ging op zoek naar wat er rendabeler kon zijn, en kwam uit bij een

PPA. Ze sloten ondertussen een PPA af met de Stad Mechelen voor een periode van 20 jaar aan een prijs van

€ 85/mWh. Bij de openbare aanbesteding van het PV-project aan Klimaan, had de Stad Mechelen de PPA al

als een optie opgenomen. Hierdoor moest Stad Mechelen geen energiebestek meer uitschrijven, en kon het

meteen een PPA aangaan met Klimaan.

Een luchtfoto van de wijk Otterbeek in Mechelen, waar Klimaan cv in totaal 730 zonnepanelen heeft

geïnstalleerd. Bron: coop.klimaan.be

Een overzicht van de technische gegevens van het zonnepanelenproject in Otterbeek, volgens twee fases. Bron:

coop.klimaan.be

62


Wat zeggen…

ArcelorMittal Belgium: “Wij hebben de ambitie om tegen

2030 voor 40% op hernieuwbare energie te draaien. Dit

willen we bereiken door stroomafnameovereenkomsten af

te sluiten of door directe financiële participatie in projecten.

Wij hebben de bereidheid om (minstens) € 0,06/kWh

te betalen voor zonne-energie. De gebundelde restelektriciteit

uit Muide Meulestede zal echter geen substantiële

bijdrage leveren aan onze energievraag. Ter illustratie:

100 kleine daken en 2 grote daken produceren samen

2.232,5 mWh per jaar, terwijl ons verbruik 2.400.000

mWh per jaar bedraagt – vergelijkbaar met het verbruik

van 700.000 gezinnen.”

Tim Vermeir, expert energierecht: “Ik heb al veel PPA’s

uitgewerkt, ook voor grote bedrijven, maar dat was in een

andere tijd. Met de huidige voorspellingen over de marktprijzen

zijn PPA’s minder aantrekkelijk. Een cruciale vraag

nu is: wie draagt de kosten van ‘curtailment’?”

Kris Voorspools, expert stroomafnameovereenkomsten

bij 70GigaWatt: “PPA’s worden onaantrekkelijk als

we ze te ingewikkeld maken. We moeten het zo eenvoudig

mogelijk houden en focussen op productie. Zodra we

residentiële systemen betrekken, wordt het complex. Wat

PPA’s wel aantrekkelijk kan maken, is door bij negatieve

marktprijzen de strike prices ofwel op nul te zetten, ofwel

de omvormers af te schakelen en niets meer te produceren.

Zo kan de PPA-afnemer op de markt kopen aan

voordeliger prijzen, en hoeft het niet op te toppen tot de

strike price.”

Risico’s

• Er vindt een dalende trend plaats in de termijnmarktprijzen

voor elektriciteit, waardoor een hoge

PPA-prijs moeilijk te onderhandelen is.

• De meeste PPA’s worden afgesloten voor een periode

van vijf of tien jaar, terwijl de afbetalingstermijn

van PV-installaties 15 tot 25 jaar is. Een PPA vormt

geen zekere inkomensbron voor de hele looptijd

van de business case.

• Het aantal hernieuwbare energiebronnen zal de

komende jaren toenemen en daarmee ook de

onzekerheid op de onbalansmarkt, omwille van de

onvoorspelbare productie van zonne- en windenergie.

De onbalanskosten voor PV-installatie zijn van €

2/mWh in 2020 gestegen naar € 10/mWh in 2021 en

zullen wellicht de komende jaren verder toenemen.

• Een contract for difference is risicovol. Als de

marktprijzen negatief zijn, dan riskeert de PPA-afnemer

veel te moeten betalen voor elektriciteit die

op dat moment niets waard is. Als de marktprijzen

hoger zijn dan de afgesproken PPA-prijs, dan moet

de producent bijpassen, en maakt die verlies aan de

PPA. Er is wel een PPA mogelijk waarin je de PV-installatie

uitschakelt bij negatieve uren. Dat leidt

waarschijnlijk tot een betere PPA-prijs, aangezien

de afnemer minder risico draagt.

• Het integreren van residentiële installaties in de PPA

brengt extra kosten met zich mee:

* Vergoeding van de energieleverancier die de injectiedata

verwerkt

* verhoging van de interne beheerlast

Stad Gent: “Wij sloten een stroomafnameovereenkomst

af met Beauvent aan € 0,09/kWh. In 2022 installeerden

zij samen met de Lemahieu Group 17.000 zonnepanelen

op de loodsen aan de Rigakaai, goed voor 7.000 mWh

per jaar – stroom voor 2.000 gezinnen. Wij nemen deze

groene energie minstens 15 jaar af voor onze gebouwen,

waardoor nu al meer dan 30% van ons energieverbruik

hernieuwbaar is. Er loopt momenteel een vooronderzoek

door Facilitair Management om te bekijken of de Stad

Gent nog een bijkomende PPA kan aangaan.”

Een noodkoper uit Muide Meulestede: “Ik heb meegedaan

met de aankoop van zonnepanelen op het dak van

firma Lemahieu en heb daar een aandeel in. Zij hebben

veel zonnepanelen gelegd en verkopen die energie, onder

andere aan Beauvent. Energent en de Stad Gent zijn

daar ook bij betrokken. Ik zag op de website van de stad

dat ze energie afnemen van Lemahieu, dus het is niet ondenkbaar

dat ze dat ook zouden doen voor een wijkzonnedakproject.

Maar afname door Arcelor voelt wel vreemd

– gezien hun impact op de luchtkwaliteit in Zelzate en omgeving.

In een fossielvrij verhaal moeten we consequent

blijven, ook in de hele productie- en afnameketen.”

Kansen

• Door een PPA aan te gaan, wordt de business case

onafhankelijk van dalende injectievergoedingen. Bovendien

ligt de opbrengst via een PPA vandaag een

pak hoger dan het injectietarief, namelijk respectievelijk

€ 0,05/kWh (in het geval van een PPA prijs van

€ 0,07/kWh) en € 0,02/kWh.

‘Mitsen’

• Mits de Stad Gent bereid is een PPA aan te gaan

voor een periode van 25 jaar en de risico’s van de

stijgende onbalanskosten en dalende marktprijzen

(op piekuren) op zich te nemen.

63


5. Wijkgebonden verkoop van

reststroom via niet-kosteloos

energiedelen

Verkoop

Lokaal

Een centraal bedrijf is eigenaar van de reststroom

van collectieve residentiële en/of niet-residentiële

PV-installaties. Het centraal bedrijf deelt

de reststroom van die residentiële PV-installaties

met eigenaar-bewoners of huurders die geen

toegang hebben tot lokaal verbruik van een

PV-installatie op hun dak. In ruil daarvoor vraagt

het centraal bedrijf een tarief per gedeelde kWh

die lager ligt dat het gemiddeld commercieel

tarief, maar hoger is dan het injectietarief bij een

terugleververgoeding door de energieleverancier

(vb. € 0,25/kWh in plaats van een commercieel

tarief van € 0,33/kWh, ter vergelijking: een injectievergoeding

varieert tussen € 0,02 en € 0,1/

kWh).

64


In Muide Meulestede..

Bevindt ongeveer de helft van de wooneenheden zich in

meergezinswoningen. Bovendien worden 33,4% van de

woningen in Muide Meulestede verhuurt op de private

markt. Zowel voor appartementsbewoners als huurders –

die geen rechtstreeks zeggenschap hebben over het dak

boven hun hoofd – kan de aankoop van lokale reststroom

hun toegang tot groene energie zijn. Daarnaast zijn er

ook heel wat individuele woningen die (niet meteen) geschikt

zijn voor een PV-installatie, omdat het dak niet gerenoveerd

is of verkeerd georiënteerd is.

Varianten

1. Enkel de reststroom van grote niet-residentiële PV-installaties

wordt verkocht aan huishoudens zonder

PV-installatie via energiedelen.

a. De grote niet-residentiële PV-installaties hebben

geen lokale afname en hebben dus een zuiver

productieprofiel: 100% van de opgewekte stroom

kan worden verkocht.

2. De reststroom van residentiële en grote niet-residentiële

PV-installaties wordt verkocht aan huishoudens

zonder PV-installatie via energiedelen.

a. De grote niet-residentiële PV-installaties hebben

geen lokale afname en hebben dus een zuiver

productieprofiel: 100% van de opgewekte stroom

kan worden verkocht.

b. De residentiële PV-installaties hebben wel lokale

afname door en hebben dus een restprofiel: 70%

van de opgewekte stroom kan worden verkocht.

In cijfers

• Een residentiële PV-installatie met een vermogen van 3,5

kWp produceert in jaar één 3.325 kWh. De eigenaar-bewoner

gebruikt lokaal gemiddeld 25 of 30%, of tussen 831

en 997 kWh. Gemiddeld kan er op een jaar per residentiële

PV-installatie 2.328 à 2.494 kWh gedeeld worden. Die overproductie

vindt vooral plaats tijdens de zomermaanden.

• Een niet-residentiële PV-installatie met een vermogen van

1.000 kWp produceert in jaar één 90.000 kWh. Als er geen

lokaal gebruik is, kan de volledige productie verkocht

worden via energiedelen. Ook hier is de productie tijdens de

zomermaanden het hoogst.

• Als een huishouden gemiddeld 2.500 kWh elektriciteit verbruikt

op één jaar, en die voor 20% van dat verbruik energie

zou kunnen kopen via energiedelen (vooral tijdens de zomermaanden),

aan een tarief van € 0,20/kWh, dan bespaart die

jaarlijks € 65 op een elektriciteitsfactuur van € 825.

• Per verkochte kWh houdt het centraal bedrijf € 0,05 over, na

het aftrekken van distributienettarieven en heffingen en BTW.

Het centraal bedrijf krijgt dan per residentiële PV-installatie –

in het slechtste geval - € 116/jaar als het alle reststroom kan

verkopen via energiedelen.

65


Bijschrift: Een schematische voo

installaties in geval van energied

Beeld dat de verdeling tussen eigenaar-bewoners, private huurders en sociale huurders weergeeft. Er zijn minder eigenaarbewoners

in Muide Meulestede dan gemiddeld in Gent. Dat betekent dat een oplossing vinden voor huurders prioritair is.

Bron: Buurtmonitor Gent

Beeld dat de verdeling tussen eigenaar-bewoners, private huurders en sociale huurders weergeeft. Er zijn minder eigenaarbewoners

in Muide Meulestede dan gemiddeld in Gent. Dat betekent dat een oplossing vinden voor huurders prioritair is.

Bron: Buurtmonitor Gent

Een grafiek met de evolutie van de elektriciteitstarieven, opgebouwd uit energiekosten, nettarieven en heffingen en BTW. In

januari 2025 bedragen de nettarieven € 0,13/kWh. Bron: VREG

Een overzicht van de administra

energiedelen. Bron: mijnenergie

66


rstelling van verschillende actoren en transacties bij residentiële PVelen,

© Architecture Workroom Brussels

Een schematische voorstelling van het samenspel tussen de productie van de zonnepanelen en het

elektriciteitsverbruik, voor residentiële en grote installaties, © Architecture Workroom Brussels

Grafiek met dynamische tarieven voor elektriciteit. Deze zijn gelinkt aan de belpex prijzen op de

spotmarkt. Bron: VREG

tieve kosten die verschillende energieleveranciers aanrekenen voor

.be

67


Wat kost energiedelen in Vlaanderen?

• Kosten voor de energieafnemer:

* Op elke kWh die gebruik maakt van het net – wat ook

het geval is wanneer je energie deelt met iemand anders

– betaal je distributienettarieven. In januari 2025

bedragen die € 0,13/kWh, op een totale elektriciteitsprijs

van € 0,39/kWh.

• Kosten voor de energiedeler en de energieafnemer:

* In Vlaanderen vraag je meetregime 3 aan bij je leverancier.

Je betaalt vervolgens jaarlijks € 1,19 extra aan

tarief databeheer. De netbeheerder Fluvius is dan gemachtigd

om de kwartierwaarden van je digitale meter

uit te lezen en door te sturen naar de leverancier. Op

die manier kan de leverancier de injectie en het verbruik

correct verrekenen (bron: Test Aankoop).

* Veel energieleveranciers brengen administratiekosten

in rekening voor het delen van de energie van zonnepanelen

die je niet gebruikt. Volgens de leveranciers wordt

deze vergoeding gebruikt om de extra kosten te dekken

die gepaard gaan met het energiedelen, zoals het verwerken

van de gedeelde volumes en het opstellen van

de correctiefactuur. Een proces dat blijkbaar manueel

moet worden uitgevoerd (bron: Test Aankoop). De jaarlijkse

vergoeding aan de energieleverancier varieert van

€ 0 tot € 150 (bron: mijnenergie.be).

Toegepast: juridische context in Brussel

In 2018 en 2019 zijn op Europees niveau twee richtlijnen aangenomen

in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ter bevordering van

het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en de organisatie

van de interne elektriciteitsmarkt. Deze nieuwe elektriciteitsordonnantie

erkent nu:

Toegepast: Bolt

Bolt brengt (kleine) opwekkers lokaal in contact met afnemers.

Bolt betaalt de producenten van groene stroom een voordeliger

injectietarief, op voorwaarde dat het een professionele

installatie is met een bepaald minimumvermogen in eigendom

van een onderneming. Bolt verkoopt deze groene stroom door

aan haar klanten per kWh, in ruil voor een platformkost van €

9,99/maand.

Bolt koopt zonnepanelen-energie van PV-installaties bij

professionelen over heel Vlaanderen. Bron: boltenergie.be

• Het bestaan van nieuwe spelers en rechten op de elektriciteitsmarkt:

de energiegemeenschap. Deze gemeenschappen

moeten als hoofddoel hebben om milieu-, sociale en

economische voordelen te bieden aan hun deelnemers en

aan het Gewest.

• Het recht van de eindafnemer om een actieve afnemer te

worden. Een actieve afnemer kan zelfstandig of samen met

andere actieve afnemers opereren, zolang zij zich in hetzelfde

gebouw bevinden. Deze actieve afnemers kunnen zelf

elektriciteit produceren, opslaan en laten aankopen.

• Peer-to-peer handel, namelijk de verkoop van elektriciteit uit

hernieuwbare energiebronnen onder actieve afnemers. De

verkoop gebeurt op basis van een contract dat vooraf vastgestelde

voorwaarden bevat voor het automatisch uitvoeren

en betalen van de transactie, dit hetzij rechtstreeks tussen

de actieve afnemers, hetzij via een tussenpersoon. Er zijn

twee vormen van peer-to-peer handel:

* One-to-one P2P: Een actieve afnemer die elektriciteit

koopt van slechts één andere actieve afnemer zonder

tussenpersoon en op dezelfde kwartierbasis, is niet onderworpen

aan leveranciersverplichtingen. Beide partijen

moeten echter een leveringscontract hebben en aangesloten

zijn op hetzelfde netwerk.

* One-to-many P2P: Wanneer een actieve afnemer elektriciteit

aankoopt van meerdere andere actieve afnemers

zonder tussenpersoon, is hij onderworpen aan de leveranciersverplichtingen.

Daarnaast veranderde netbeheerder Silbelga de

distributietarieven die van toepassing zijn op de energiedeling.

Alle tariefaanpassingen gaan in op 1 september 2022 en gelden

tot 31 december 2024. Sibelga heeft tariefroosters gedefinieerd

op basis van vier categorieën:

1. Type A: Deelnemers krijgen elektriciteit die wordt geproduceerd

in het gebouw waar zij wonen.

2. Type B: Deelnemers krijgen stroom via dezelfde laagspannings-transformatiecabine.

3. Type C: Deelnemers krijgen stroom via dezelfde “Elia”-post.

4. Type D: Deelnemers krijgen stroom via verschillende

“Elia”-posten.

Tot slot staat netbeheerder Sibelga voor de berekening van de

gedeelde volumes, waardoor het de energieleveranciers ontlast.

68


Wat zeggen…

Ruben Baetens: “In tegenstelling tot in Brussel ziet de

Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt

(VREG) geen reden om de distributienettarieven te verlagen

in Vlaanderen in het geval van energiedelen. Fluvius is

dan weer heel terughoudend om de rol die Sibelga in het

Brussels Gewest speelt in de berekening van gedeelde volumes,

op zich te nemen.”

Bart De Bruyne, expert Energiedelen Stad Mechelen

& Bestuurder Klimaan vzw: “In de zoektocht naar wat

rendabeler kan zijn dan de verkoop van reststroom aan

het injectietarief, hebben we de optie energiedelen onderzocht.

Als het een tarief zou aanrekenen aan afnemers van

€ 0,075/kWh, dan geraakt Klimaan vzw niet uit de kosten

omwille van de hoge kosten die de energieleveranciers

aanrekenen.”

Risico’s

• Op het moment dat er voldoende reststroom is om

te verkopen, is stroom op de markt zo goed als gratis

beschikbaar, namelijk tijdens zonnepiekuren. Op jaarbasis

bevindt 15% van de opgewekte zonnestroom

zich zelfs in ‘negatieve’ uren: je moet dan betalen

om stroom te verkopen. Het is interessanter om

een dynamisch contract af te sluiten met een energieleverancier

– gelinkt aan de belpex prijzen op de

spotmarkt, dan energieontvanger te worden aan een

tarief van € 0,25/kWh. De kans dat je geïnteresseerde

huishoudens vindt is dus klein, want de energieontvanger

zal meer betalen dan wat de elektriciteit op

dat moment waard is.

• Energieleveranciers bepalen hun commercieel tarief

als gemiddelde op basis van de energiekost op elk

uur van de dag. Als hun klant niet meer afneemt op

dat moment van de dag waarop de energiekost het

laagst is, omdat die op dat moment energie ontvangt

van elders, zal de energieleverancier een hoger commercieel

tarief aanrekenen om dit te compenseren

(in geval van een vast tarief). Bovendien verandert

het verbruiksprofiel van de klant, wat voor onzekerheid

en het risico op hogere onbalanskosten voor de

energieleverancier zorgt. Ook die onbalanskosten rekent

de energieleverancier door via een hoger tarief.

Hierdoor riskeert de energieontvanger een hoger

elektriciteitstarief te betalen voor de andere uren,

waardoor het financieel voordeel uit energiedelen

vervalt. De kans dat je geïnteresseerde huishoudens

vindt is dus klein.

• Door de distributienettarieven en de heffingen en

BTW is de winstmarge voor het centraal bedrijf per

kWh heel klein. Per verkochte kWh aan € 0,25 houdt

het namelijk maar € 0,05 over.

• Het centraal bedrijf staat in voor het verrekenen van

de injectie (gedeelde volumes) en het verbruik en

het opstellen van de correctiefactuur – eventueel

via een service contract met één energieleverancier.

Deze administratieve kosten moet het centraal bedrijf

doorrekenen aan de energiedeler, -ontvanger of zelf

absorberen. Bij niet-residentiële installaties met een

zuiver productieprofiel en louter gedeelde volumes is

de administratieve kost veel lager.

Kansen

• Wat lokaal wordt geproduceerd wordt ook lokaal

geconsumeerd.

• De residentiële PV-installaties vormen een collectieve

hefboom voor de vorming van een lokale energiegemeenschap.

• Aangezien niet elk huishouden zelf een PV-installatie

nodig heeft om toegang te hebben tot lokale groene

stroom, nemen de investering in mensenkracht voor

ontzorging (installatie, onderhoud, afbraak) en de kapitaalsinvestering

in PV-installatie per aantal bereikte

huishoudens af.

‘Mitsen’

• Op dit moment is het nog niet mogelijk om energie

te delen van één naar meerdere of van meerdere

naar meerdere partijen. Als dit wel mogelijk wordt,

zou dit de flexibiliteit en efficiëntie van energiedelen

vergroten (Vlaams).

• Lagere of geen distributienettarieven bij energiedelen

zou energiegemeenschappen meer financiële ademruimte

geven, zoals de korting op distributienettarieven

in het Brussels Gewest (VREG, geen zicht op

verandering omdat zij energiedelen niet als kostenverlagend

voor het net beschouwen).

• Als Fluvius instaat voor de berekening van de gedeelde

volumes, zoals Sibelga in het Brussels Gewest

doet, zou dit de beheerkosten voor energiebedrijven

verlagen (Fluvius, geen zicht op verandering).

69


6. Maatschappelijk valoriseren van

reststroom via kosteloos energiedelen

Consumptie

Lokaal

Een centraal bedrijf is eigenaar van de reststroom

van collectieve residentiële en/of niet-residentiële

PV-installaties. Het centraal bedrijf

deelt de reststroom met eigenaar-bewoners

of huurders die geen toegang hebben tot lokaal

verbruik van een PV-installatie op hun dak. Het

centraal bedrijf stelt die elektriciteit ‘gratis’ ter

beschikking.

De energieafnemer betaalt wel de distributienettarieven

(€ 0,1/kWh) per gedeelde kWh dat die

van het net afneemt. Het centraal bedrijf zet

de reststroom niet in om extra inkomsten te

creëren: het is dan ook nadeliger dan de injectie

verkopen voor een terugleververgoeding aan de

energieleverancier.

70


bebouwing - typologie

appartementen

rijwoningen

half open woningen

handelszaken

1 : 2500

25 100m

In Muide Meulestede…

Bevindt ongeveer de helft van de wooneenheden zich in

meergezinswoningen. Bovendien worden 33,4% van de

woningen in Muide Meulestede verhuurt op de private

markt. Zowel voor appartementsbewoners als huurders –

die geen rechtstreeks zeggenschap hebben over het dak

boven hun hoofd – kan de aankoop van lokale reststroom

hun toegang tot groene energie zijn. Daarnaast zijn er

ook heel wat individuele woningen die (niet meteen) geschikt

zijn voor een PV-installatie, omdat het dak niet gerenoveerd

is of verkeerd georiënteerd is.

Gezien de gemiddelde jaarlijkse netto belastbare inkomens

in Meulestede (€ 14.600), Muide (€ 17.600) en Muidebrug

(€ 15.400), is een korting op de energiefactuur

welgekomen.

Een kaart die per perceel toont waar er individuele woningen,

meergezingwoningen of handelszaken zijn, © Architecture

Workroom Brussels. Bron: Buurtmonitor Gent

Een grafiek met het percentage sociale woningen in Muidebrug, Muide en Meulestede, ten opzichte van

het Gentse gemiddelde. De verdeling tussen huurwoningen van Thuispunt en huurwoningen via het Sociaal

Verhuurkantoor is ook zichtbaar. Bron: Buurtmonitor Gent

71


In cijfers

• Een residentiële PV-installatie met een vermogen van 3,5

kWp produceert in jaar één 3.325 kWh. De eigenaar-bewoner

gebruikt lokaal gemiddeld 25 of 30%, of tussen 831

en 997 kWh. Gemiddeld kan er op een jaar per residentiële

PV-installatie 2.328 à 2.494 kWh gedeeld worden. Die overproductie

vindt vooral plaats tijdens de zomermaanden.

• Een niet-residentiële PV-installatie met een vermogen van

1.000 mWp produceert in jaar één 90.000 kWh. Als er

geen lokaal gebruik is, kan de volledige productie verkocht

worden via energiedelen. Ook hier is de productie tijdens de

zomermaanden het hoogst.

• Als een huishouden gemiddeld 2.500 kWh elektriciteit

verbruikt op één jaar, en die voor 20% van dat verbruik

energie zou kunnen kopen via energiedelen (vooral tijdens

de zomermaanden), aan een distributienettarief van € 0,1/

kWh in plaats van een commercieel tarief van € 0,33/kWh,

dan bespaart die jaarlijks € 115 op een elektriciteitsfactuur

van € 825.

Toegepast: Zonnebouwers+

Het Zonnebouwers+-project van ECoOB cvso en Klimkracht vzw

biedt – naast het financieren van PV-installaties op residentiële

daken – ook een oplossing voor woningen met een minder

geschikt of niet-geïsoleerd dak biedt de energiecoöperatie

ECoOB een innovatieve oplossing: energiedelen binnen een

energiegemeenschap. EcoOB bezit grote zonnepaneel-installaties

op daken van non-profits en lokale overheden. ECoOB stelt een

gedeelte van de opgewekte energie ten dienste van de leden van

de HEG. ECoOB stelt deze energie gratis ter beschikking met

een maximum van 1.500 kWh per gezin. Hoewel zonnepanelen

op eigen dak financieel voordeliger zijn, biedt energiedelen een

tijdelijke oplossing totdat dak of isolatie geschikt is voor eigen

panelen.

De administratieve afhandeling verloopt via VZW Klimkracht. Een

digitale meter is vereist voor de kwartiermatige verrekening, die

maandelijks wordt uitgevoerd. De contractuele periode bedraagt

vijf jaar, met de mogelijkheid tot verlenging.

• Per gedeelde kWh houdt het centraal bedrijf € 0 over. Bovendien

dekt het centraal bedrijf de kost van de administratie.

Toegepast: Klimaan in Otterbeek

In de Mechelse wijk Otterbeek werden 70 sociale woningen

uitgerust met 729 zonnepanelen via burgercoöperatie Klimaan.

Bewoners hoefden niet zelf te investeren en profiteren

van lokaal opgewekte zonne-energie, gedeeld via een

energiegemeenschap. Ze betalen slechts € 0,16/kWh, lager

dan het sociaal tarief. Distributienetbeheerder Fluvius speelt

een cruciale rol door alle data van productie en verbruik te

verzamelen op een platform, zodat de zonne-energie correct

wordt gedeeld en verrekend op de energiefactuur van elke

deelnemer. Dit project is bijzonder relevant voor huurders en

bewoners van appartementen, die vaak beperkte mogelijkheden

hebben om zelf in duurzame energie te investeren.

Een overzicht van de kosten voor energiedelen waar ECoOB mee rekent voor het

uitwerken van een aanbod voor energiedelen. Bron: ECoOB

Een schematisch overzicht van de kosten van de formule energiedelen bij het

Zonnebouwers+ project Bron: ECoOB

Klimaan organiseerde samen met de Stad Mechelen en Woonpunt Mechelen een

intensieve communicatie- en wervingscampagne om alle inwoners van de wijk Otterbeek

mee te krijgen in het zonnepanelenproject, © Klimaan

Een permanente lokale communicatiebox vormde het ankerpunt van de

communicatiecampagne © Klimaan

72


Wat zeggen…

Een aantal Turkse mannen uit Muide Meulestede:

Kan iemand met veel zonnepanelen stroom delen met iemand

zonder? Bijvoorbeeld, jij hebt een klein dak, ik een

groot – waarom zouden we elkaar niet helpen?"

Wat met iemand die al zonnepanelen heeft? Kan die nog

meedoen? In mijn straat hebben er al zeven van de twintig

zonnepanelen. Als we hen betrekken kunnen we toch

meer bereiken?

Een aantal noodkopers uit Muide Meulestede:

"Nu gebeurt energiedelen vooral tussen particulieren,

maar waarom niet collectief? Denk aan een buurthuis

waar je stroom kunt afnemen of zelfs je auto en fiets kunt

opladen!"

Risico’s

• Energiedelen ‘om niet’ is geen bijzondere opportuniteit

voor de energieafnemer, aangezien stroom op

dat moment gratis is. Het is interessanter om een

dynamisch contract af te sluiten met een energieleverancier

– gelinkt aan de belpex prijzen op de spotmarkt.

De kans dat je geïnteresseerde huishoudens

vindt is dus klein, want de energieontvanger zal even

veel betalen als wat de elektriciteit op dat moment

waard is, maar wel een bijkomend contract moeten

afsluiten.

• Energieleveranciers bepalen hun commercieel tarief

als gemiddelde op basis van de energiekost op elk

uur van de dag. Als hun klant niet meer afneemt op

dat moment van de dag waarop de energiekost het

laagst is, omdat die op dat moment energie ontvangt

van elders, zal de energieleverancier een hoger commercieel

tarief aanrekenen om dit te compenseren

(in geval van een vast tarief). Bovendien verandert

het verbruiksprofiel van de klant, wat voor onzekerheid

en het risico op hogere onbalanskosten voor de

energieleverancier zorgt. Ook die onbalanskosten rekent

de energieleverancier door via een hoger tarief.

Hierdoor riskeert de energieontvanger een hoger

elektriciteitstarief te betalen voor de andere uren,

waardoor het financieel voordeel uit energiedelen

vervalt. De kans dat je geïnteresseerde huishoudens

vindt is dus klein.

• Het centraal bedrijf krijgt € 0 per gedeelde kWh, dit

is nadeliger dan het injectietarief in geval van een

terugleververgoeding door de energieleverancier

(varieert tussen € 0,05 en € 0,1/kWh).

• Het centraal bedrijf staat in voor het verrekenen van

de injectie (gedeelde volumes) en het verbruik en

het opstellen van de correctiefactuur – eventueel

via een service contract met één energieleverancier.

Deze administratieve kosten moet het centraal bedrijf

doorrekenen aan de energiedeler, -ontvanger of zelf

absorberen. Bij niet-residentiële installaties met een

zuiver productieprofiel en louter gedeelde volumes is

de administratieve kost veel lager.

Kansen

• Wat lokaal wordt geproduceerd wordt ook lokaal

geconsumeerd.

• De residentiële PV-installaties vormen een collectieve

hefboom voor de vorming van een lokale energiegemeenschap.

• Huishoudens die geen toegang hebben tot een

PV-installatie, omdat ze in een appartement wonen,

huren of geen geschikt dak hebben, kunnen wel deel

uitmaken van een lokale energiegemeenschap.

• Aangezien niet elk huishouden zelf een PV-installatie

nodig heeft om toegang te hebben tot lokale groene

stroom, nemen de investering in mensenkracht voor

ontzorging (installatie, onderhoud, afbraak) en de kapitaalsinvestering

in PV-installatie per aantal bereikte

huishoudens af.

‘Mitsen’

• Op dit moment is het nog niet mogelijk om energie

te delen van één naar meerdere of van meerdere

naar meerdere partijen in Vlaanderen. Als dit wel mogelijk

wordt, zou dit de flexibiliteit en efficiëntie van

energiedelen vergroten (Vlaams).

• Lagere of geen distributienettarieven bij energiedelen

zou energiegemeenschappen meer financiële ademruimte

geven, zoals de korting op distributienettarieven

in het Brussels Gewest (VREG, geen zicht op

verandering omdat zij energiedelen niet als kostenverlagend

voor het net beschouwen).

• Als Fluvius instaat voor de berekening van de gedeelde

volumes, zoals Sibelga in het Brussels Gewest

doet, zou dit de beheerkosten voor energiebedrijven

verlagen (Fluvius, geen zicht op verandering).

73


7. Activeren van sociaal tarief voor de

omschakeling naar groene energie

Financiering

Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties op residentiële

daken en eventueel ook in thuisbatterijen, bij huishoudens

met geschikte daken, die recht op sociaal tarief voor

energie maar niet in sociale woning wonen. Het energiebedrijf

verkoopt elke lokaal verbruikte kWh aan sociaal tarief

(€ 0,2/kWh). Daarvoor ontvangt het van de federale overheid

een tussenkomst om het verschil tussen het sociaal en

commercieel tarief per kWh te compenseren. Met de vork

tussen het sociaal en commercieel tarief (€ 0,13/kWh) kan

het centraal bedrijf de investering in de residentiële PV-installatie

(en thuisbatterijen) (deels) financieren.

Het centraal bedrijf sluit een contract af met de eigenaar-bewoner

of de verhuurder om toegang te krijgen tot het dak

(opstalovereenkomst). De klant (eigenaar-bewoner of huurder)

krijgt toegang tot groene stroom voor 30% (zonder batterij)

of 60% (met batterij) van de totale elektriciteitsvraag.

Het centraal bedrijf ontzorgt de klanten in de installatie, onderhoud

en afbraak van de PV-installatie en de batterij, gedurende

bijvoorbeeld 25 jaar. Voor de overige energievraag

gaat het huishouden een contract aan met een eigen energieleverancier

naar keuze, die eveneens sociaal tarief (€ 0,2/

kWh) aanbiedt voor de resterende afname en daar ook voor

wordt gecompenseerd.

74


In Muide Meulestede…

Het exacte aantal huishoudens in de Gentse wijk Muide-Meulestede

dat recht heeft op het sociaal tarief voor

energie is niet publiek bekend. We weten wel dat in de

stad Antwerpen heeft ongeveer één op de vijf huishoudens

recht op het sociaal tarief voor energie (bron: HLN).

Voorts zijn er ook een aantal andere indicatoren die onrechtstreeks

of rechtstreeks informatie geven over het

aandeel huishoudens dat recht heeft op sociaal tarief.

Huishoudens met sociale huisvesting en huishoudens die

beroep doen op een leefloon hebben automatisch recht

op een sociaal tarief. Daarnaast zijn werkloosheidscijfers,

inkomenscijfers, cijfers over verhoogde tegemoetkoming

en kansarmoedecijfers ook goede indicatoren.

In Muide Meulestede wonen 621 huishoudens (of 20%)

in een sociale woning, tegenover een het Gents gemiddelde

van 11,6%. Ook het aantal personen met een

leefloon of een verhoogde tegemoetkoming ligt hoger

dan het Gentse gemiddelde van respectievelijk 23,5%

en 20,4%. Ook het aantal werkzoekenden is hoger dan

in de rest van Stad Gent: in Meulestede is dat 54,4%, in

Muide 34,1% en Muidebrug 38,7%, ten opzichte van het

stedelijk gemiddelde van 26,4%. In Meulestede en Muidebrug

ligt de helft van de belastbare inkomens onder

de €20.000 per jaar, in Muide zijn er mensen met hoge

belastbare inkomens, in lijn met het stedelijk gemiddelde

(bron: Buurtmonitor Gent).

Aangezien 621 huishoudens in een sociale woning wonen,

heeft minstens 20% van de inwoners van Muide

Meulestede recht op een sociaal tarief. Het werkelijke cijfer

zal nog een stuk hoger liggen, gezien het hoge aantal

leefloners en werkzoekenden. We schatten dat ongeveer

10% van de bewoners recht heeft op een sociaal tarief

voor energie én niet in een sociale woning woont. Het

gaat dan om ongeveer 300 woningen, waarvan een deel

appartementen zullen zijn en dus geen geschikt dak hebben

voor een PV-installatie.

Hoe zit het sociaal tarief voor energie

juist in elkaar?

• De Federale Overheidsdienst (FOD) Economie stelt elk

kwartaal een lijst op van rechthebbende klanten. De

energieleveranciers passen automatisch het verlaagde

sociaal tarief toe op hun energiefacturen.

• De energieleveranciers dienen elk kwartaal een compensatiedossier

in bij de federale overheid. De compensatie

wordt berekend als het verschil tussen het

sociale tarief en de commerciële tarieven. De federale

energieregulator CREG controleert de aanvragen.

• De Belgische overheid betaalt de compensaties uit via

het Fonds voor de vermindering van de globale energiekost.

Dit fonds wordt gefinancierd door een bijdrage

op de energiefacturen van niet-rechthebbende klanten.

• Het sociaal tarief voor energie is in heel België bij alle

energieleveranciers hetzelfde. Het komt neer op de

prijs die de goedkoopste energie- en/of aardgasleverancier

aanbiedt op de commerciële markt. Doorgaans

is het sociaal tarief voor energie 30% goedkoper dan

het gemiddelde tarief.

Hoe financiert het activeren van het

sociaal tarief de investering?

• Residentiële PV-installatie: 30% van de productie van

de PV-installatie wordt lokaal afgenomen (997,5 kWh

per jaar). Hiervoor betaalt de klant € 0,2/kWh, of €

199,5 per jaar, evenveel als de klant anders betaalt voor

elektriciteit in lijn met het sociaal tarief. Per kWh krijgt

het centraal bedrijf een compensatie van € 0,13/kWh

om het verschil met het commercieel tarief van € 0,33/

kWh te dichten. Dat komt neer op ongeveer € 130 per

jaar per installatie. Een PV-installatie heeft een initiële

investeringskost van € 3.500 en het duurt dus 10,6 jaar

om die via de compensatie terug te verdienen.

• Residentiële PV-installatie en thuisbatterij: 60% van de

productie van de PV-installatie wordt lokaal afgenomen

(1.995 kWh per jaar). Hiervoor betaalt de klant € 0,2/

kWh, of € 399 per jaar, evenveel als de klant anders

betaalt voor elektriciteit in lijn met het sociaal tarief.

Per kWh krijgt het centraal bedrijf een compensatie van

€ 0,13/kWh om het verschil met het commercieel tarief

van € 0,33/kWh te dichten. Dat komt neer op ongeveer

€ 259 per jaar per installatie. Een PV-installatie en thuisbatterij

hebben een initiële investeringskost van € 7.500

en het duurt dus 11,4 jaar om die via de compensatie

terug te verdienen.

75


1 : 2500

25 100m

Een kaart met alle sociale woningen van Thuispunt in Muide

Meulestede (donker paars) en alle sociale woonprojecten

(vervangbouw, renovatie, nieuwbouw) van Thuispunt tot 2030 ©

Architecture Workroom Brussels

Grafieken met percentage inwoners met verhoogde

tegemoetkomingen en leefloontrekkers in Muidebrug, Muide

en Meulestede, ten opzichte van het Gentse gemiddelde. Bron:

Buurtmonitor Gent

76


Wat zeggen…

Tom Meeuws (toenmalig schepen voor Klimaat in Antwerpen):

“Een model waarin de overheid of bedrijven

gratis zonnepanelen installeren voor huishoudens met

een laag inkomen zou effectiever zijn dan het verstrekken

van sociaal tarief. Dit zou helpen om de energiearmoede

structureel aan te pakken door een langdurige besparing

te bieden.” (Bron: De Morgen)

Risico’s

• De compensatie van het aanbieden van het sociaal

tarief en dus het verschil tussen het sociaal tarief

en het commercieel tarief laat vandaag toe om de

investeringskost van een PV-installatie en eventueel

thuisbatterij terug te betalen na 10 of 11 jaar, maar

niet de onderhoudskost, noch de herinvestering in

de omvormer of een nieuwe batterij na respectievelijk

12 en 15 jaar.

• De doelgroep is heel specifiek: er zijn weinig huishoudens

die recht hebben op het sociaal tarief voor

energie en in een individuele woning wonen die niet

sociaal wordt verhuurd. Bovendien kan je het niet

afdwingbaar maken, of toepassen op alle individuele

woningen waarvan de bewoners recht hebben op

sociaal tarief, want dan respecteer je het recht op

vrije keuze van energieleverancier niet. Bovendien is

een doelgroepenwerking niet makkelijk te schakelen

met een wijkwerking.

Kansen

• Er verandert niets voor de bewoners: ze hoeven

geen afstand te doen van hun recht op sociaal tarief

om in te gaan op het aanbod en betalen niet meer

aan energie dan voorheen. Bovendien verlagen zonnepanelen

de energiekosten permanent, in plaats

van de tijdelijke korting die sociaal tarief biedt.

• Verhuurders krijgen gratis PV-panelen.

• Als we ervan uitgaan dat er 10.000 woningen in

Gent in aanmerking komen voor dit aanbod (alle

huishoudens met recht op sociaal tarief (20%), zonder

sociale huisvesting, in een individuele woning),

en elke PV-installatie levert per jaar € 130 op aan

compensatie voor sociaal tarief, dan gaat het, in

een periode van 10 jaar, om een heroriëntering van

€ 13.000.000 aan bestaande middelen. Dit is een

schaal die ook interessant is voor grotere investeerders,

om mee te financieren. De activatie van het

sociaal tarief zou zo het begin van de wijkaanpak

kunnen financieren.

‘Mitsen’

Mits de compensatie van de activatie van het sociaal

tarief ook aangewend kan worden door een niet-energieleverancier

en/of mits een cessie van vorderingen het

naar voren trekken van de compensatie mogelijk maakt

(federaal).

77


8. Collectieve investering in

laadinfrastructuur

Verkoop Lokaal Opslag

Een centraal bedrijf neemt het beheer van de

laadinfrastructuur op het openbaar domein over

van de huidige concessiehouder(s). Het centraal

bedrijf koopt reststroom van bedrijven en particulieren

die op eigen initiatief grote of residentiële

PV-installaties op hun dak hebben voorzien (vb. €

0,04). Het centraal bedrijf betaalt hiervoor meer

dan het injectietarief dat aangeboden wordt

door de energieleverancier. Het centraal bedrijf

verkoop de stroom van de laadinfrastructuur aan

een gemiddeld commercieel tarief (vb. € 0,63,

met een korting aan elke Gentenaar) en met het

rendement herinvesteert het centraal bedrijf in

bijkomende laadinfrastructuur en elektrische

deelwagens. Het centraal bedrijf hanteert een

dynamisch tarief: als er veel zon is, is laden goedkoper.

78


In Muide Meulestede…

Zijn er 14 publieke en 7 semi-publieke laadpalen en 1 publiek

snellaadpaal, samen goed voor een vermogen van

507 kW. Dit betekent dat theoretisch maximaal 264 auto’s

kunnen laden per dag, als elke auto twee uur laadt en er

24 uur lang geladen wordt. In Stad Gent is er gemiddeld

1 laadpaal per 112 wooneenheden. In Muide Meulestede

zijn er 22 laadpalen voor 2.689 wooneenheden, of 1 op

122. De meerderheid van de laadinfrastructuur bevindt

zich in de sector Muide.

In 2022 waren er in Gent 2.250 elektrische auto’s geregistreerd.

Op basis van de prognose voor de groei richting

2025, zouden er in maart 2025 in Stad Gent ongeveer

7.875 elektrische auto’s geregistreerd zijn (bron: HLN). In

Meulestede en Muidebrug ligt de helft van de belastbare

inkomens onder de €20.000 per jaar. Maar in Muide zijn

er bewoners met hoge belastbare inkomens (35% met

belastbaar inkomen boven de € 30.000), in lijn met het

stedelijk gemiddelde. Midden- tot hoge inkomensgroepen

(inkomen boven het mediane inkomen rond de €

30.000 tot € 40.000 bruto per jaar) wordt vaak geassocieerd

met de mogelijkheid om een elektrische auto aan te

schaffen. Op basis van de mediaan belastbare inkomens

schatten we in dat er ongeveer 350 elektrische wagens

geregistreerd zijn in Muide Meulestede, dat is lager dan

het Gentse gemiddelde.

Wie beheert vandaag de publieke laadinfrastructuur

uit in Gent?

De concessie voor de installatie en exploitatie van publieke

laadpunten op het openbare domein in Gent heeft een

looptijd van 4 jaar, te rekenen vanaf de ondertekening van

de overeenkomst. Deze periode kan twee keer worden

verlengd, telkens met 1 jaar. Momenteel zijn Engie Electrabel

en TotalEnergies Marketing Belgium NV de concessiehouders

voor de uitrol van publieke laadpalen in respectievelijk de regio’s

Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Limburg, en de regio’s West-

Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Deze concessies werden in juli

2022 toegekend door de Vlaamse Regering, en loopt af in 2026

Een overzicht op kaart van alle laadpalen in Muide Meulestede. Groen

betekent publiek, blauw staat voor semi-publiek. Bron: gis-viewer.

mow.vlaanderen.be

79


Een grafiek met de evolutie van de terugleververgoedingen voor de periode 2022 tot 2025. Momenteel zijn de injectietarieven

historisch laag. Bron: VREG

Toegepast: Klimaatbedrijf Blankenberge

Eerst en vooral wil Klimaatbedrijf Blankenberge 10.000 extra zonnepanelen

plaatsen op openbare gebouwen en sociale woningen.

Deze zonnestroom wil het Klimaatbedrijf verkopen stroom

via laadpalen aan een gebruikersvergoeding voor de elektrische

voertuigen die de laadpalen gebruiken. Het Klimaatbedrijf heeft al

vijf elektrische deelwagens aangeschaft, waarvan drie al operationeel

zijn, en er zijn twee van de vijftig laadpalen geïnstalleerd.

Uitbreiding: koppeling met

Mijn VerbouwLening

Woningeigenaars kunnen beroep doen op

het reguliere aanbod van de Energiecentrale

om een Mijn VerbouwLening aan te vragen

voor een dakrenovatie en PV-installatie. De

woningeigenaar betaalt over maximaal 25

jaar tijd elke maand de lening af, aan een

rentevoet van 1,5%. Elke maand bespaart de

woningeigenaar 30% op zijn energiefactuur

door lokaal af te nemen van de PV-installatie.

Daarnaast verkoopt de woningeigenaar

de reststroom aan het centraal bedrijf. Dit

zorgt ervoor dat de leningkost die de woningeigenaar

per maand moet betalen voor de

dakrenovatie en de PV-installatie sterk daalt.

Een overzicht op kaart van alle toekomstige laadpaallocaties van het Klimaatbedrijf

Blankenberge. Bron: klimaatbedrijfblankenberge.be

Een overzicht van de financiële voordelen voor individuele huishoudens van de verkoop van de

reststroom aan een centraal bedrijf dat laadpalen beheert, © Stad Gent

Een overzicht op kaart van alle toekomstige laadpaallocaties van het Klimaatbedrijf

Blankenberge. Bron: klimaatbedrijfblankenberge.be

80


Wat zeggen…

Een aantal bewoners in een noodkoopsituatie in Muide

Meulestede:

• "Er zijn verschillende manieren om duurzame mobiliteit

collectief te maken in de wijk. Bijvoorbeeld

door laadpalen te realiseren bij een buurthuis, waar

bewoners met de auto of fiets kunnen komen tanken

of energie kunnen afnemen voor gezamenlijke

voorzieningen, zoals een wassalon. De elektrische

deelbootjes, die nu via het wijkbudget worden aangeboden,

zouden ook gebruik kunnen maken van de

energie van de wijkcoöperatie in plaats van via de

eigen elektriciteit.”

• "Elektrische deelfietsen zouden een mooie aanvulling

zijn voor de wijk. Een elektrisch deelbakfietssysteem

zou ook handig zijn, aangezien niet iedereen

de ruimte of het budget heeft om een eigen bakfiets

aan te schaffen. Of een fietsenberging, waar elektrische

fietsen opgeladen kunnen worden, een concept

dat op meerdere plekken in de buurt toegepast

kan worden."

• "Een klein elektrisch deelautootje, dat praktisch en

beperkt in snelheid is (maximaal 45 km/u), zou een

waardevolle toevoeging kunnen zijn voor het dagelijks

vervoer in de wijk.”

Risico’s

• Het centraal bedrijf financiert de PV-installatie van

de woningeigenaars niet voor, en biedt geen ontzorging

voor de installatie, het onderhoud of de

afbraak. Het initiatief voor de PV-installatie ligt bij de

individuele woningeigenaar, die op vraag ondersteuning

kan krijgen door de Energiecentrale.

• Het centraal bedrijf is geen eigenaar van de collectieve

PV-infrastructuur, noch van de reststroom van

de PV-installaties. Het heeft dus niet in handen wat

de woningeigenaar met de reststroom zal doen,

waardoor het centraal bedrijf niet zeker is dat het

die reststroom zal kunnen blijven kopen. Bovendien

kan het centraal bedrijf de installaties niet als assets

inzetten voor toekomstige transitieopgaven (vb.

curtailment).

• Een tarief van € 0,63/kWh wordt gehanteerd bij

ultrasnelladen (150 kW). Het gemiddelde tarief voor

snelladen ligt tussen € 0,4 en € 0,55/kWh, en voor

normaal laden tussen € 0,25 en € 0,35/kWh. Dat

laatste tarief valt ongeveer samen met of ligt zelfs

lager dan het (toekomstig) injectietarief dat het centraal

bedrijf zou aanbieden aan de PV-eigenaar voor

de reststroom. In dat geval kan het centraal bedrijf

geen winst maken per kWh, waardoor het centraal

bedrijf ook geen marge opbouwt om te investeren

in nieuwe infrastructuur. Anderzijds is een tarief aanhouden

van € 0,63 niet concurrentieel met de markt

en dus realistisch. Het is daarom winstgevender

om elektriciteit te kopen op de ‘spotmarkt’ aan een

lagere of negatieve prijs.

• Er is een discrepantie tussen de laadpiekuren en

zonnepiekuren. In de winter is een nauwelijks reststroom

bij een residentiële PV-installatie, en tijdens

de zomer vallen de laadpiekuren juist voor en na de

zonnepiekuren. Hierdoor is zonnereststroom niet

toereikend als elektriciteitsbron voor de laadpalen.

* Laadpiekuren:

Ochtendpiek: tussen 7:00 en 9:00 uur

Avondpiek: tussen 16:00 en 19:00 uur, met een

hoogtepunt rond 17:00 uur

* Zonnepiekuren:

Zomer: tussen 10:00 en 16:00

Winter: tussen 11:30 en 13:30

Kansen

• De verkoop van reststroom van de residentiële

PV-installatie laat toe om de leningkost van de Mijn-

Verbouwpremie voor een dakrenovatie te drukken.

Op die manier vindt er een herverdeling plaats van

gebruikers van elektrische wagens naar woningeigenaars

die renoveren. Ook voor verhuurders kan

dit een goede motivatie zijn om werken te ondernemen.

Tegelijkertijd participeert de woningeigenaar

via deze weg in de mobiliteitstransitie.

• Aangezien het centraal bedrijf geen eigenaar is van

de residentiële PV-installaties, vervallen de risico’s

die van toepassing zijn op het beheer van assets.

• Het dynamisch tarief laat toe om de gebruiker van

de elektrische wagen te sensibiliseren om elektriciteit

te gebruiken tijdens de zonnepiekuren.

Een schematische voorstelling van de verschillende actoren en transacties in geval van een

laadpalenbedrijf, © Architecture Workroom Brussels

81


9. Financiering door derde partijen

Financiering

Een centraal bedrijf gaat op zoek naar andere financieringsvormen

dan de verkoop van reststroom of

energiedelen. Het centraal bedrijf zoekt financiers

of investeerders die een deel van de investeringskost

willen voorfinancieren. Dat kan in de vorm

van leningen, aandelen, financiële participatie

door derden etc.

82


In Muide Meulestede

In Muide Meulestede is er weinig investeringskracht aanwezig

bij de bewoners. De inkomens liggen relatief laag:

in Meulestede en Muidebrug ligt de helft van de belastbare

inkomens onder de € 20.000 per jaar. In Muide liggen

de gemiddelde belastbare inkomens wel hoger. Dit zorgt

ervoor dat externe financiering van buiten de wijk(bewoners)

de investeringskracht van bewoners kan versterken.

Varianten

1. Grote ondernemingen participeren financieel in een

centraal PV-bedrijf om te voldoen aan de PV-verplichtingen.

a. Grote ondernemingen dragen minstens € 750/

kWp bij, zonder dat die inbreng terugbetaald

of vergoed moet worden. Dit zorgt ervoor dat

deze vorm van externe financiering het centraal

bedrijf niets kost.

2. Het centraal bedrijf (coöperatie) haalt kapitaal op via

het verkopen van aandelen.

a. Er zijn verschillende type aandelen: per type aandeel

kan de prijs worden bepaald, het dividend,

type koper, en de rechten.

i. A-aandelen: vennootschappen, verenigingen

ii.

B-aandelen: fysieke personen

iii. C-aandelen: overheden

b. Aandelen moeten vergoed worden via de uitbetaling

van het dividend. Aandelen moeten niet

terugbetaald worden, tenzij de koper beslist om

het aandeel terug aan het bedrijf te verkopen.

c. Op de eerste € 500.000 opgehaald via aandelen

is een taks shelter van toepassing. Via deze

maatregel kunnen fysieke personen tot 45% van

hun investering terugvorderen via hun personenbelasting.

Dit maakt een uitstel van dividendvergoeding

mogelijk in de eerste jaren.

d. Het dividend varieert tussen de 3% en 6%.

3. Het centraal bedrijf gaat een lening aan bij de bank

of bij derden.

a. Aandelen moeten vergoed worden via het

betalen van een rentevoet en het boven op de

uitbetaling van het geleende kapitaal.

b. Er bestaan verschillende soorten leningen, met

andere risico’s, voorwaarden en rentevoeten:

i. Een bancaire lening: een klassieke lening bij een

bank waarbij je regelmatig aflost (maandelijks of

jaarlijks), aan een rentevoet van 3,5-4,5%

ii.

Een bullet-lening: je betaalt tijdens de looptijd

enkel rente en lost het kapitaal pas op het einde

in één keer af, vanwege het hogere risico liggen

de rentevoeten doorgaans iets hoger dan bij

klassieke leningen.

iii. Een achtergestelde lening: wordt pas terugbetaald

na andere schuldeisers bij een faillissement,

vanwege het hogere risico liggen de rentevoeten

doorgaans iets hoger dan bij klassieke leningen.

Wat zeggen…

Rousselot: “Aangezien veel van onze daken niet geschikt

zijn voor zonnepanelen omwille van de beperkte draagkracht,

wordt het al een enorme opgave om te voldoen

aan de PV-verplichting voor grote ondernemingen tegen

2035. Wij zijn in eerste plaats geïnteresseerd in groepsaankoop

van elektriciteit. Op dit ogenblik zijn we nog op

zoek naar ongeveer 300 kWp aan capaciteit om financieel

in te participeren.”

Risico’s

• Het project is afhankelijk van externe financiering,

waarbij het aantrekken en herverdelen van middelen

druk legt op de businesscase. De vergoeding van inkomend

kapitaal bestaat uit dividenden van 3% (met

taks shelter), terugbetaling van de lening tegen 3,5%

rente, en het risico op de terugbetaling van aandelen.

Deze verplichtingen kunnen de kasstroom belasten

en het project in gevaar brengen bij onvoldoende

opbrengsten.

Kansen

• De lokale investeringsslagkracht verhoogt aanzienlijk

als het aangevuld wordt met financiering door derden.

De herverdeling vindt niet enkel plaats binnen

de wijk, maar in wisselwerking met andere actoren.

83


Wat houdt de PV verplichting voor grootverbruikers

juist in?

• Het Besluit van de Vlaamse Regering van 2023 legt een verplichting

op aan private bedrijven met een afname van meer

dan 1 gWh/afnamepunt om zonnepanelen te installeren. De

verplichting wordt stapsgewijs strenger:

* 30/06/2025: 12,5 Wp/m² dakoppervlak – deze deadline is

ondertussen uitgesteld met 9 maanden voor de uitvoering,

mits er concrete plannen ondertekend zijn

* 01/01/2030: 18,74 Wp/m² dakoppervlak

* 01/01/2035: 25 Wp/m² dakoppervlak

• Als bedrijven geschikte daken tekortkomen, kunnen ze ook

participeren in een ander energieproject (PV, wind, WKK,

warmtepomp).

* Minimale investering:

Nu: € 800/kWp

01/07/2025: € 750/kWp

01/01/2030: € 700/kWp

* Minimale looptijd: 15 jaar

• Een PPA-contract (Power Purchase Agreement) volstaat niet

om aan de verplichting te voldoen.

• Voor publieke entiteiten geldt een gelijkaardige maar strengere

regeling.

* Zelfde verplichting per m² dakoppervlak, maar drempel

voor energieverbruik is lager:

Vanaf 250 mWh/EAN

Vanaf 2026: 100 mWh/EAN

* Overheden kunnen eveneens participeren in externe projecten

Toegepast: Brugse zonnetuin

De Brugse Zonnetuin is een collectief energieproject van Brugse

buurten, vzw Brugge Geeft Energie en Bolt, gesteund door

Stad Brugge. Het project installeert 3.420 zonnepanelen op het

dak van Tyles, gefinancierd door gezamenlijke investeringen.

Inwoners van Brugge en omstreken kunnen investeren in

4, 8, 12 of 16 zonnepanelen voor 25 jaar. Dit project biedt

Bruggelingen zonder eigen zonnepanelen de kans om te

investeren in lokale, duurzame energie. Een investering van

€ 2.920 levert jaarlijks € 164 op, wat overeenkomt met een

rendement van 2,8%. Dit is een achtergestelde lening, wat

betekent dat bij problemen volledige terugbetaling onzeker

is. De rente is variabel en afhankelijk van zonneproductie,

elektriciteitsprijs en distributiekosten. De leningverstrekker

draagt alle risico’s van een zonneproject. Bolt-klanten

ontvangen een jaarlijkse korting van € 75.

Toegepast: Klimaatbedrijf Blankenberge

Klimaatbedrijf Blankenberge is een coöperatieve vereniging

met sociaal oogmerk, gericht op duurzame energie voor de

stad. De Stad Blankenberge voorziet een financiële participatie

in Klimaatbedrijf Blankenberge cvso van 3.600 aandelen van €

250 voor een totale waarde van € 900.000, zijnde het budget

dat reeds werd voorzien om te investeren in eigen laadpalen.

Van dit budget wordt bij oprichting de eerste 600 aandelen,

voor een waarde van € 150.000 volstort. Daarnaast kunnen ook

inwoners investeren door aandelen van € 250 aan te kopen,

met een maximum van 10 aandelen per persoon. Dit stelt

hen in staat om te investeren in zonnepanelen, laadpalen en

deelwagens. Coöperanten hebben stemrecht op de Algemene

Vergadering en profiteren van voordelen zoals toegang tot

elektrische deelwagens en kortingen op de laadpalen.

84


Een grafiek met de belastbare inkomens in Muidebrug, Muide en Meulestede. De investeringskracht in Muide Meulestede is beperkt. Bron:

Buurtmonitor Gent

85


10. Zoldervloerisolatie of

dakrenovatie

Via de Energiecentrale kunnen woningeigenaars

beroep doen op verschillende renovatiepremies

en -leningen. Dit leningen- en premiesysteem kan

gekoppeld worden aan het bijkomend aanbod

van een centraal bedrijf.

86


In Muide Meulestede…

Zijn er de sectoren Muide en Meulestede minder wijzigingen

doorgevoerd aan de woongelegenheden in de

periode 1983 tot 2020, dan gemiddeld in de Stad Gent.

In de sectoren Muidebrug en Meulestede werden in de

periode 2011 en 2020 wel meer aanpassingen aan woningen

gedaan dan het stedelijk gemiddelde, respectievelijk

11,8% en 12,4% van de woningen werd onderhanden genomen.

Zo heeft 80% van de woningen die jonger zijn

dan 1975 een vorm van dakisolatie, tegenover 60% van

de woningen van voor 1930 en 50% van de woningen die

dateren uit de periode tussen 1930 en 1975. Er is geen

zicht op welk aandeel daarvan dakisolatie is die voldoet

aan de huidige Mijn VerbouwPremie-voorwaarden, namelijk

een Rd-waarde (warmteweerstand) van minstens

4,5 m²K/W.

Uitdovende ondersteunende maatregelen

• Renovatiekrediet met rentesubsidie: uitgedoofd vanaf 1

januari 2025.

* In 2021 en 2022 konden nieuwe eigenaars van een woning

of appartement beroep doen op het renteloos renovatiekrediet.

De rente die u op het renovatiekrediet

betaalt, wordt volledig terugbetaald.

* Sinds 2023 werd het renteloos renovatiekrediet hervormd

naar een rentesubsidie (een korting ten opzichte

van de marktrentevoet). Hoe energiezuiniger de woning

gerenoveerd wordt, hoe groter de rentesubsidie was.

Soms was zelfs een negatieve rente mogelijk.

• Energielening+: uitgedoofd vanaf 31 augustus 2022.

* Van begin 2021 tot 31 augustus 2022 kon wie via een

schenking of erfenis een woning had verworven en van

plan was binnen de vijf jaar grondig te renoveren een

renteloze energielening+ verkrijgen.

• Gent Knapt Op: loopt tot eind 2026, maar momenteel een

kandidatenstop.

Waarom geen collectieve investering in

dakrenovatie?

Een PV-installatie op een dak van een woningeigenaar

voorgefinancierd door een centraal bedrijf blijft eigendom

van dat bedrijf, zolang het wordt vastgelegd in een

opstalovereenkomst die al dan niet geregistreerd wordt. Maar

een dakrenovatie of zoldervloerisolatie wordt onroerend door

bestemming. Dat wil zeggen dat zelfs als het centraal bedrijf de

werken voorfinanciert, de woningeigenaar de facto eigenaar

wordt van het nieuwe dak. Een abonnementsformule zoals

in bouwsteen 2 is dus moeilijk denkbaar, omdat het centraal

bedrijf de eigendomsrechten van de renovatie verliest en het

zo dus moeilijk juridisch afdwingbaar is om woningeigenaars

via een abonnement een deel van de renovatiewerken terug te

laten betalen.

Bovendien zit er geen economisch terugverdienmodel

achter renovatie. Dat is anders bij zonnepanelen: het

lokaal verbruik van zonnestroom zorgt voor een lagere

energiefactuur, waardoor de woningeigenaar een deel van

dat maandelijkse financieel voordeel kan gebruiken om de

initiële investeringskost af te betalen. Het verbruik is in veel

woningen in Muide Meulestede zo laag dat er waarschijnlijk

nauwelijks energie-efficiëntiewinsten zijn na renovatie.

De meeste woningen hebben een jaarlijkse warmtevraag

hebben van minder dan 15.000 kWh/jaar, wat lager is dan

het regionaal gemiddelde van 17.000 kWh/jaar. Na renovatie

zullen mensen mogelijks hun energieconsumptiepatroon

aanpassen om het comfort te verhogen. Hierdoor zal hun

maandelijkse energieuitgave wellicht niet wijzigen ten opzichte

van de situatie voor de renovatie, waardoor er geen hogere

terugbetalingscapaciteit dan voor de renovatie.

* Het is een rollend fonds dat tussen 31 oktober 2022 tot

en 31 december 2026 leningen aanbiedt aan woningeigenaars

met een beperkte terugbetalingscapaciteit

(‘noodkopers’).

* Er werden al 82 Gentse woningen gerenoveerd.

* De lening loopt tot € 45.000, en heeft een minimale investeringsdrempel

van € 15.000.

* De focus van deze lening ligt op renovaties die nodig zijn

om een woonkwaliteit, en energiezuinigheid.

* Het OCMW en voert de kredietanalyse uit, verstrekt het

krediet en neemt een hypotheek op de woning. OCMW

is geen eigenaar van de woning, maar wel schuldeiser

(zoals een bank). Bij wanbetaling kan het OCMW beslag

leggen op de woning en de verkoop afdwingen. Bij overlijden

wordt de woning verkocht en het OCMW komt op

in de rangorde van schuldeisers.

* De lening is een hypothekaire inschrijving: er is geen

sprake van een maandelijkse afbetaling, maar het geleende

kapitaal wordt pas terugbetaald bij vervreemding

van de woning. Het OCMW vordert naast het

geleende bedrag ook een percentage van de gerealiseerde

meerwaarde terug.

• Collectieve renovatiebegeleidingspremie: uitgedoofd vanaf

1 januari 2025.

* Wie samen met 9 andere wooneenheden (in hetzelfde

appartementsgebouw of in de buurt) wilde renoveren,

kon hiervoor beroep doen op een projectbegeleider of

BENOvatiecoach.

* Deelnemers hadden recht op een Mijn VerbouwPremie

of -Lening, maar niet op een extra premie.

87


woningen gebouwd tussen 1850-1950

woningen gebouwd tussen 1950-1966

woningen gebouwd tussen 1966-1982

woningen gebouwd tussen 1982-2018

1 : 2500

25 100m

1 : 2500

0 - 10.000 kWh/j

10.000 - 15.000 kWh/j

15.000 - 562.000 kWh/j

25 100m

Een kaart met bouwjaar van de woningen in Muide Meulestede, © Architecture Workroom

Brussels. Bron: Buurtmonitor Gent

en kaart met de huidige warmtevraag in Muide Meulestede uitgedrukt in jaarlijks gasverbruik,

op basis van beschikbare data over werkelijk verbruik op straatniveau uit 2019, © Architecture

Workroom Brussels. Bron: Fluvius

88


Een grafiek met per periode het aandeel van de woningen in Muidebrug, Muide en Meulestede dat dan dan werd gerenoveerd, waarvoor een bouwvergunning werd

aangevraagd.

Bron: Buurtmonitor Gent

89


Toegepast: Wijkwerf

Wijkwerf is een initiatief van de Gentse energiecoöperatie

Energent dat bewoners per wijk begeleidt bij het energiezuinig

renoveren van hun woning. Met een persoonlijke

renovatiebegeleider als vast aanspreekpunt, biedt Wijkwerf

ondersteuning van de eerste energiescan tot de uitvoering

van de werken en de aanvraag van premies. Door collectief

te renoveren met buurtbewoners, profiteren deelnemers van

voordelige prijzen bij zorgvuldig geselecteerde aannemers

(groepsaankoop). Wijkwerf is een erkend Benovatiecoach.

Dit betekent dat we een beroep doen op de Burenpremie.

Het renovatieadvies, de budgetramingen en de opmaak

van een offertevraag wordt uitgevoerd op kosten van Stad

Gent (voor inwoners Gent) of de Provincie Oost-Vlaanderen

(voor inwoners buiten Gent). Bijkomend vraagt Wijkwerf 3%

werkingsbijdrage op de uitgevoerde werken. Dit wordt betaald

via de factuur van de aannemer.

Een aantal cijfers

• In 2024 vroegen 1.188 Gentenaars een renovatieadvies aan bij

De Energiecentrale. De Energiecentrale geeft zo’n 3.000 renovatieadviezen

per jaar.

• Een derde van de renovatieadviezen wordt omgezet in een renovatiebegeleidingstraject.

In 2024 werden 613 begeleidingen

opgestart. Een derde van de ontvangers van een renovatieadvies

gaat uiteindelijk zelf aan de slag, zonder begeleiding van

de Energiecentrale. Nog één derde onderneemt geen actie na

het ontvangen van een renovatieadvies.

• Van alle renovaties die De Energiecentrale in 2024 begeleidde,

was het vervangen van oude ramen de meest voorkomende.

Op nummer twee staat de isolatie van het dak en op drie een

gevelisolatie. In Sint-Amandsberg werden de meeste renovatieadviezen

aangevraagd, gevolgd door Wondelgem en de wijken

Dampoort en Mariakerke.

• De Energiecentrale bestaat intussen ruim tien jaar. Al ongeveer

18.000 gezinnen kregen gratis renovatieadvies sinds de start.

Zo’n 5.000 gezinnen werden begeleid bij de renovatie zelf.

• De meeste woningeigenaars komen bij de Energiecentrale omdat

ze een Mijn VerbouwLening willen aanvragen, waarna een

renovatieadvies wordt gegeven. De Energiecentrale verleent

ongeveer 400 Mijn VerbouwLeningen per jaar.

De renovatiebegeleider van Energent komt na een aanmelding langs op

huisbezoek. Op basis hiervan zal de renovatiecoach een raming opmaken. Bron:

wijkwerf.energent.be

Eind 2018 trok Wijkwerf naar Muide-Meulestede, met 50 aanmeldingen voor

gratis renovatiebegeleiding. Energent rond reeds 18 wijkwerven af

90


Varianten

1. De Energiecentrale biedt een Mijn VerbouwLening

aan, in opdracht van VEKA.

* De lening is cumuleerbaar met de Mijn VerbouwPremie:

De Energiecentrale ondersteunt de

woningeigenaar om een premie aan te vragen

rechtstreeks bij VEKA en de premie wordt door

VEKA uitbetaald op de Mijn VerbouwLening aan

de Energiecentrale.

* De Mijn VerbouwLening loopt tot € 60.000.

* Met deze lening kunnen renovaties gefinancierd

worden die zowel focussen op woningkwaliteit

als op het verbeteren van de energieprestatie

(o.a. isolatie, zonneboiler, warmtepomp(boiler),

zonnepanelen).

* De rentevoet van de lening is sinds begin 2025

gedaald van 2,75 naar 1,5%. In het huidige bestuursakkoord

is verder sprake van een graduele

rentekorting per inkomensklasse en een renteloze

lening.

* Huishoudens die behoren tot hoogste inkomenscategorie

(alleenstaande: maximaal inkomen van

€53.880, koppel: maximaal inkomen van €76.980)

en huishoudens met een te lage terugbetalingscapaciteit

komen niet in aanmerking. Dit zal blijken

uit een kredietanalyse uitgevoerd door de

Energiecentrale.

* De woningeigenaar hoeft niets voor te financieren:

de klant dient elke ontvangen factuur over

een periode van 3 jaar in bij de Energiecentrale.

De Energiecentrale stort het bedrag binnen de 10

dagen op de rekening van de klant. De klant kan

zo de factuur betalen.

2. Het OCMW biedt een renteloze lening voor noodkopers,

in opdracht van het Vlaams Noodkoopfonds.

* Het OCMW kan een renteloze lening verstrekken

aan de eigenaar van een noodkoopwoning en

hiervoor via het Vlaams Noodkoopfonds een renteloze

kredietlijn krijgen.

* De renteloze lening loopt tot € 50.000.

* Met deze lening kunnen renovaties gefinancierd

worden die zowel focussen op veiligheid, gezondheid

en/of kwaliteit, als op het verbeteren

van de energieprestatie.

* Enkel huishoudens met een beperkte terugbetalingscapaciteit

komen in aanmerking: voor wie

geen toegang heeft tot de Mijn VerbouwLening.

* eHet OCMW en voert een solvabiliteitsonderzoek

uit, verstrekt het krediet en neemt een hypotheek

op de woning. Het gaat om een ‘bulletlening’,

waarbij het geleende bedrag na het verstrijken

van een termijn van 20 jaar wordt terugbetaald,

tenzij de woning al eerder vervreemd is.

* De renteloze lening voor een noodkoper wordt

niet uitbetaald aan de noodkoper maar rechtstreeks

aan de aannemers van de uitgevoerde

werken.

* De Energiecentrale staat in voor de correcte opvolging

van de renteloze leningen en het renovatieproces.

* De lening is cumuleerbaar met de Mijn VerbouwPremie.

Wat zeggen…

Filip Watteeuw, schepen van Wonen: “In Gent heeft slechts

4% van de huizen het EPC-label A. Nog 84% van de woningen

wordt verwarmd met fossiele brandstoffen zoals aardgas.”

Risico’s

• De huidige instrumenten zijn hoofdzakelijk gericht op

een individuele aanpak, wat de effectiviteit in wijken

beperkt.

• De Mijn VerbouwPremie is vaak ontoereikend om

kwalitatieve ondersteuning aan burgers te bieden;

aanvullende financiering door steden of Energiehuizen

is noodzakelijk.

• De financiering van renovaties blijft het grootste knelpunt

en vormt een structurele drempel voor voortgang.

Kansen

• Een wijkaanpak is arbeidsintensief in een diverse buurt,

maar bijzonder geschikt voor (delen van) wijken met

een uniforme bouwtypologie.

Mitsen

• De beschikbaarheid van voldoende financieringsmogelijkheden,

inclusief stimuleringsmaatregelen voor

verhuurders, is essentieel.

91


D.

Twee kansrijke

combinaties van

bouwstenen:

naar een

Zonnedakenmodel

2.0?

92


93


Model 2.1: Collectieve zonnepanelen op residentiële daken via financiële participatie door

energie-intensieve ondernemingen op basis van de PV-verplichting

Bouwsteen 2: Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken

Bouwsteen 9: Financiering door derden

Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties op residentiële

daken (bouwsteen 2) en is eigenaar van alle zonnestroom.

Het centraal bedrijf stuurt aan op de maximalisatie

van lokaal verbruik door de bewoner(s) onder de daken.

Wat niet lokaal verbruikt wordt, verkoopt het centraal bedrijf

aan een (lokale) energie-intensieve onderneming aan

een voordelig injectietarief. Dezelfde grote onderneming

(GO) participeert financieel in het centraal bedrijf, per gerealiseerde

kWp (bouwsteen 9). Deze onderneming is immers

onderhevig aan de PV-verplichting voor energie-intensieve

ondernemingen. Kort gesteld, moeten deze ondernemingen

een bepaald kWh per m2 dakoppervlak kunnen aantonen.

De onderneming kan er evenwel ook voor opteren om te

participeren in PV-project. In dit geval moet worden aangetoond

dat minimaal € 750 per kWh werd geïnvesteerd.

Het injectietarief kan worden gekoppeld aan de kapitaalparticipatie:

hoe meer ze betalen in participatie, hoe lager het

injectietarief. Als je bovendien curtailment voorziet, waarbij

de installaties worden afgetoerd uitgeschakeld bij negatieve

prijzen, dan is een hogere injectieprijs mogelijk. Deze

financiering kan voorts worden aangevuld met een eenmalige

publieke investering.

94


Aanbod

De woningeigenaar sluit een opstalovereenkomst met het

centraal bedrijf, dat toegang verleent tot het dak waar het

zonnepanelen installeert. De woningeigenaar betaalt per

kWh lokaal verbruik van de zonnestroom (30%), aan een

voordelig tarief, equivalent aan het sociaal tarief (€ 0,2/

kWh). Voor de overige elektriciteitsnoden (70%) sluit de

bewoner een contract af met een energieleverancier naar

keuze. De jaarlijkse energie-uitgaven nemen hierdoor af

met 15% (€ 696 in plaats van € 825 bij een verbruik van

2.500 kWh) en de initiële investeringskost van € 3.500

wordt vermeden. De eigenaar-bewoner wordt ontzorgd

voor de installatie, het onderhoud, de vervanging van onderdelen

en de uiteindelijke afbraak van de installatie aan

het einde van de levensloop van 25 jaar. Dat alles op voorwaarde

dat het dak gerenoveerd is of nog geïsoleerd kan

worden zonder dat de PV-installatie weggehaald wordt.

Daarvoor kan de bewoner terecht bij het regulier aanbod

van De Energiecentrale en het OCMW (bouwsteen 10).

Bedrijf en beheerlast

Het model vereist een nieuw bedrijf dat:

Assets beheert

Energie verhandelt

Energie levert aan

particulieren

Diensten aanbiedt aan

particulieren

Energie deelt

x (PV-installaties)

x (ontzorging, beheer

& administratie van alle

abonnementen en contracten)

Doelgroep, bereik en impact

Bereik

Residentiële PV-installaties 1750

Bereikte huishoudens 1750

Doelgroep

Individuele woningen

Appartementen

Eigenaar-bewoners

Huurder-verhuurders

Bewoners met recht op sociaal

tarief

Niet-gerenoveerde daken

Impact

Productie groene stroom

Lokaal verbruik groene stroom

Lokale CO2-reductie

Publieke €/ bewoner € 285,7

Publieke €/ ton CO2-reductie € 57,3

x

x

x

145.468.750 kWh

43.640.625 kWh

8.728 ton CO2

De beheerlast ligt hoog, omwille van de diensten die het

aanbiedt aan particulieren. Maar minder hoog dan in model

1, aangezien het bedrijf niet meer actief handelt in

energie (verkoop via PPA) en de financiering door derden

niet meer via burgerkapitaal gebeurt.

De rollen en taken zien eruit als volgt:

• Financiering: uitwerking verdienmodel, financiële

participatie Grote Onderneming (GO)

• Ontwikkeling: injectiecontracten GO

• Toeleiding residentiële PV

• Energiecoach: contact residentiële daken, dimensionering,

contractondertekening, werfopvolging,

aanvraag keuring en verzekering, …

• Realisatie: groepsaankopen installatie

• Beheer & administratie: registratie contracten, helpdesk,

beheer en opvolging contracten, verhuisbewegingen,

onderhoud, …

• Coördinatievehikel: boekhouding, belastingen, loonadministratie,

ledenwerking, …

95


De business case

Over een periode van 25 jaar investeert het centraal bedrijf

in 1750 residentiële PV-installaties (3,5 kWp).

Financiering

Het centraal bedrijf haalt €500.000 publieke middelen op

in jaar 1, en €750 per gerealiseerde kWp aan financiële

participatie bij één of meerdere ondernemingen die onder

de PV-verplichting vallen. Bij 1750 residentiële installaties

komt dit neer op €4.593.750.

Publieke middelen € 500.000,0

PV participatie per kwp € 750,0

PV participatie per residentiële

installatie

PV participatie voor 1750 installaties

€ 2.625,0

€ 4.593.750,0

TOTAAL FINANCIERING € 5.093.750,0

Inkomsten

De inkomsten komen in eerste plaats uit de verkoop van

alle stroom van 4 grote PV-installaties en de reststroom

van 500 residentiële PV-installaties via een PPA, en in

tweede plaats uit de abonnementen met eigenaar-bewoners.

De hoogte van de abonnementskost is niet doorslaggevend

voor de rentabiliteit van de business case.

De hoogte van de PPA-prijs en de grootte van het verkocht

volume is dat wel. Op 25 jaar brengt een netto PPAprijs

van €0,05/kWh 37,5% minder op dan een netto PPAprijs

van €0,08/kWh. Op 25 jaar brengt de verkoop van

de stroom van alleen grote daken aan een PPA-prijs van

€0,07/kWh 23,5% minder op dan de gebundelde verkoop

van stroom van grote en reststroom van kleine daken aan

dezelfde prijs.

1 residentiële PV-installatie per

jaar

1 residentiële PV-installatie

gedurende 25 jaar

1750 residentiële PV-installaties

gedurende 25 jaar

=((30%*3.325

kWh)*€0,2)+((70%*3.325

kWh)*€0,015)= € 234,4

€ 5.860,3

€ 10.255.546,9

TOTAAL INKOMSTEN € 10.255.546,9

Uitgaven

Het grootste deel van de kosten bestaat uit de kapitaaluitgave

(CapEx), de operationele kosten (OpEx) van en

herinvestering in de PV-installaties. Residentiële installaties

kosten ongeveer € 1.930/kWp voor een periode van

25 jaar, of € 6.755/installatie.

Daarnaast moet het centraal bedrijf op de reststroom die

in het net wordt geïnjecteerd onbalanskosten betalen, die

samen optellen tot ongeveer € 0,01/kWh. De distributienettarieven

zijn voor de afnemer van de reststroom.

Aangezien zowel de LEKP-middelen als de financiële participatie

door de grote onderneming niet vergoed en terugbetaald

moeten worden, zijn hier geen uitgaven aan

gekoppeld. Aangezien het centraal bedrijf niet investeert

in grote daken, brengt dit geen kosten met zich mee

(CapEx, OpEx, huur).

1 installatie per jaar (opex,

capex, herinvestering)

1 kWp (opex, capex, herinvestering)

1 installatie gedurende 25

jaar (opex, capex, herinvestering)

1750 installaties gedurende

25 jaar (opex, capex, herinvestering)

injectiekosten 1 installatie

per jaar

injectiekosten 1 installatie

gedurende 25 jaar

injectiekosten 1750 installaties

gedurende 25 jaar

€ 270,2

€ 1.930,0

€ 6.755,0

€ 11.821.250,0

€ 23,3

€ 581,9

€ 1.018.281,3

TOTAAL UITGAVEN € 12.808.906,3

De grootste uitgavenpost naast de residentiële PV-installaties

is het beheer. We berekenen de beheerkost in functie

van wat de business case oplevert.

• Elke residentiële installatie kost - zonder financiële

participatie door energie-intensieve ondernemingen

- meer per jaar dan het opbrengt door de verkoop

van zonnestroom, namelijk -€ 58,36 per installatie

van 3,5kWp per jaar, of - € 1.459,1 over een periode

van 25 jaar.

• Per installatie participeert de grote onderneming €

2.625,0.

• De financiële participatie door grote ondernemingen

zorgt voor een opbrengst van € 1.165,9 per installatie

over een periode van 25 jaar.

Zo genereren 1750 residentiële installaties ongeveer €

2.040.390,6 over een periode van 25 jaar, of € 102.019,5

per jaar, equivalent aan 1,9 VTE (niet geïndexeerd), voor

een periode van 22 jaar.

De publieke middelen (€ 500.000) zouden ingezet kunnen

worden om de beheerkosten tijdens de eerste drie jaar

te dragen 3,5 VTE (niet geïndexeerd), waarna ze volledig

verdampt zijn.

Financiële haalbaarheid

We stellen vast dat:

96


• Een Gent Knapt Op dossier gemiddeld 80 begeleidingsuren

in beslag neemt: 1.750 woningen vergen

dan 67 voltijdse werkjaren. Over 25 jaar leveren de

3,5 en dan 1,9 VTE samen 52,3 voltijdse werkjaren op

(niet-geïndexeerd), enkel voor toeleiding en begeleiding

van individuele huishoudens. Dit komt in de

buurt van de cijfers uit Gent Knapt Op. We kunnen

ervan uitgaan dat niet elk dossier evenveel werk zal

vragen. Anderzijds zal het meeste begeleidingswerk

geconcentreerd zijn in de eerste jaren. 3,5 en 1,9 VTE

lijken dus maar nauwelijks toereikend om de beheerkost

te dekken van 1.750 woningen.

• 6.125 kWp aan PV-installaties (1750 installaties) veel

is om grote ondernemingen op korte termijn financieel

in te laten participeren. Ter referentie, Rousselot

is op zoek naar 300 kWp groenestroominstallatie om

financieel in te participeren. Ook nog: We schatten

in dat in Stad Gent alle grote ondernemingen samen

een dakoppervlakte van 3 miljoen m2 hebben, waarvan

nog maar 20% is benut voor zonnepanelen. Per

m2 moeten grote ondernemingen in 0,01875 kWp

investeren (voor 2030). In totaal gaat het om een

investering in 11.250 kWp, goed voor in totaal slechts

3.215 residentiële PV-installaties, voor heel Gent.

• €130 financieel voordeel per huishouden per jaar

mogelijks niet voldoende is om huishoudens te overtuigen

om deel te nemen.

• Het model is rollend: de publieke middelen worden

eenmalig uitgegeven en verdampen om de hogere

beheernoden aan de start te dekken; en de financiële

participatie door grote ondernemingen en de verkoop

van zonnestroom zorgt ervoor dat het model

nieuwe installaties kan blijven realiseren, zolang er

nieuwe kosteloze participaties verzekerd kunnen

worden.

97


98


99


Model 2.2: Collectieve zonnepanelen op residentiële daken, de activatie van het sociaal tarief en

het gratis delen van de reststroom

Bouwsteen 3: Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken en batterijen

Bouwsteen 6: Maatschappelijk valoriseren van reststroom via kosteloos energiedelen

Bouwsteen 7: Activeren van sociaal tarfief voor de omschakeling naar groene energie.

Een centraal bedrijf investeert in residentiële PV-installaties

en thuisbatterijen en is eigenaar van alle zonnestroom

(bouwsteen 3). Het centraal bedrijf stuurt zo aan op de maximalisatie

van lokaal verbruik door de bewoner(s) onder de

daken. Wat niet lokaal verbruikt wordt, schenkt het centraal

bedrijf weg aan bewoners zonder dak met PV-installatie

(bouwsteen 6). Het centraal bedrijf vult een eenmalige publieke

investering aan met een andere externe financieringsbron:

de heroriëntatie van de sociale tegemoetkoming van

personen die recht hebben op een sociaal tarief voor energie

richting het centraal bedrijf (bouwsteen 7). Die heroriëntatie

gebeurt in de vorm van een cessie van vorderingen,

waardoor het bedrag in jaar één beschikbaar is. Die heroriëntatie

gebeurt onder de vorm van een activering van het

sociaal energietarief, waarbij een jaarlijkse stroom van tegemoetkomingen

van een bepaalde periode naar voor wordt

getrokken en dient om te investeren in de verduurzaming

van de woning, in eerste instantie door de plaatsing van een

PV-installatie.

100


Het aanbod

De woningeigenaar - met recht op sociaal tarief - sluit

een opstalovereenkomst af met het centraal bedrijf. Het

centraal bedrijf heeft zo toegang tot het dak en installeert

zonnepanelen en een thuisbatterij. De woningeigenaar

betaalt het centraal bedrijf per kWh lokaal verbruik van

de zonnestroom (60% van het elektriciteitsverbruik) aan

sociaal tarief (€ 0,2/kWh). Voor de overige elektriciteitsnoden

(30%) sluit de bewoner een afnamecontract af

met een energieleverancier naar keuze, eveneens aan sociaal

tarief. De woningeigenaar behoudt het recht op een

sociaal tarief voor energie. De jaarlijkse energie-uitgaven

van de woningeigenaar blijven dezelfde, maar de stroom

wordt wel vergroend. De eigenaar-bewoner wordt ontzorgd

voor de installatie, het onderhoud, de vervanging

van onderdelen en de uiteindelijke afbraak van de installatie

aan het einde van de levensloop van 25 jaar. Dat alles

op voorwaarde dat het dak gerenoveerd is of nog geïsoleerd

kan worden zonder dat de PV-installatie weggehaald

wordt. Daarvoor kan de bewoner terecht bij het regulier

aanbod van De Energiecentrale en het OCMW (bouwsteen

10).

Bewoners – met recht op sociaal tarief - die geen geschikt

dak hebben voor een PV-installatie (vb. appartementseigenaar

of huurder), kunnen kosteloos de reststroom van

de PV-installaties van andere woningen gelijktijdig afnemen,

via een digitale meter. Dat wil zeggen, ze betalen

geen energiekost voor de stroom, enkel de distributienettarieven

en heffingen. Dat komt min of meer overeen met

het sociaal tarief (€ 0,2/kWh). Voor de overige elektriciteitsnoden

(60%) sluit de bewoner een contract af met

een energieleverancier naar keuze, eveneens aan sociaal

tarief.

Bedrijf en beheerlast

Het model vereist een nieuw bedrijf dat:

• Beheer & administratie: energiedelen (volumeberekeningen),

registratie contracten, helpdesk, beheer

en opvolging contracten, verhuisbewegingen, onderhoud,

• Coördinatie vehikel: boekhouding, belastingen, loonadministratie,

ledenwerking, …

Doelgroep, bereik en impact

Bereik

Residentiële PV-installaties 570

Bereikte huishoudens 500

Doelgroep

Individuele woningen

Appartementen

Eigenaar-bewoners

Huurder-verhuurders

Bewoners met recht op sociaal

tarief

Niet-gerenoveerde daken

Impact

Productie groene stroom

Lokaal verbruik groene stroom

Lokale CO2-reductie

x

x

x

x

x

x

47.381.250 kWh

42.643.125 kWh

8.529 ton

Publieke €/ bewoner € 438,6

Publieke €/ ton CO2-reductie € 58,6

Assets beheert

Energie verhandelt

Energie levert aan particulieren

Diensten aanbiedt aan particulieren

Energie deelt x

x (PV-installaties)

x (ontzorging, beheer & administratie

van alle abonnementen

en contracten)

De beheerlast ligt hoog, omwille van de diensten die het

aanbiedt aan particulieren, zowel delen van energie als

beheren van assets.

De rollen en taken zien eruit als volgt:

• Financiering: uitwerking verdienmodel, cessie van

vorderingen sociaal tarief

• Toeleiding residentiële (PV en energiedelen)

• Energiecoach: contact residentiële daken, dimensionering,

contractondertekening, werfopvolging,

aanvraag keuring en verzekering, …

• Realisatie: groepsaankopen installatie

101


De business case

Over een periode van 25 jaar investeert het centraal bedrijf

in 570 residentiële PV-installaties (3,5 kWp) en thuisbatterijen

(5 kWh). Evenveel huishoudens worden afnemers

van de reststroom.

Financiering

Het centraal bedrijf haalt € 500.000 publieke middelen op

in jaar 1, en € 259,4 per jaar per installatie via de activatie

van het sociaal tarief. Het sociaal tarief dat naar voren getrokken

wordt getrokken via een cessie van vorderingen,

hangt af van de termijn. Bij een periode van 25 jaar gaat

het om € 6.483,8.

Publieke middelen € 500.000,0

Sociaal tarief per installatie per

jaar

= € 259,4

Sociaal tarief per installatie (25

jaar)

Sociaal tarief voor 570 installaties

=(60%*3.325 kWh)*(€0,33-€0,2)

€ 6.483,8

€ 3.695.737,5

TOTAAL FINANCIERING € 4.195.737,5

Inkomsten

De inkomsten komen in eerste plaats uit de verkoop van

alle stroom van 4 grote PV-installaties en de reststroom

van 500 residentiële PV-installaties via een PPA, en in

tweede plaats uit de abonnementen met eigenaar-bewoners.

De hoogte van de abonnementskost is niet doorslaggevend

voor de rentabiliteit van de business case.

De hoogte van de PPA-prijs en de grootte van het verkocht

volume is dat wel. Op 25 jaar brengt een netto PPAprijs

van €0,05/kWh 37,5% minder op dan een netto PPAprijs

van €0,08/kWh. Op 25 jaar brengt de verkoop van

de stroom van alleen grote daken aan een PPA-prijs van

€0,07/kWh 23,5% minder op dan de gebundelde verkoop

van stroom van grote en reststroom van kleine daken aan

dezelfde prijs.

Lokaal verbruik

1 residentiële PV-installatie en thuisbatterij

per jaar

1 residentiële PV-installatie (25 jaar) € 9.975,0

=(60%*3.325 kWh)*€0,2=

€ 399,0

570 residentiële PV-installaties € 5.685.750,0

Reststroom

1 residentiële PV-installatie en thuisbatterij

per jaar

1 residentiële PV-installatie (25 jaar) € 4.987,5

=(30%*3.325 kWh)*€0,2=

€199,5

570 residentiële PV-installaties € 2.842.875,0

TOTAAL INKOMSTEN € 8.528.625,0

Uitgaven

Het grootste deel van de kosten bestaat uit de kapitaaluitgave

(CapEx), de operationele kosten (OpEx) en nodige

herinvesteringen in de PV-installaties en de thuisbatterij.

De levensduur van een PV-installatie is 25 jaar, maar die

van een thuisbatterij is korter: zo’n 10 à 15 jaar, al hangt dit

ook af van hoe de batterij wordt gebruikt (vb. als instrument

op de onbalansmarkt). Dit wil zeggen dat als de periode 15

jaar overschrijdt, er geherinvesteerd moet worden in een

nieuwe thuisbatterij. Daarnaast is er ook een herinvestering

in de omvormer nodig na 12 jaar: de kost van een gedeelde

omvormer in het geval van een PV-installatie en batterij

(DC-gekoppeld) ligt ook hoger dan een omvormer voor een

PV-installatie alleen (AC-gekoppeld).

25 jaar

CapEx PV € 3.500,0

OpEx PV € 2.500,0

CapEx thuisbatterij € 4.000,0

OpEx thuisbatterij € 2.500,0

herinvestering omvormer DC 12J € 1.600,0

herinvestering batterij 12J € 3.200,0

Uitgave per jaar € 692,0

TOTAAL / INSTALLATIE € 17.300,0,0

TOTAAL 570 installaties € 9.861.000,0

Bovenop de kosten van de installaties, maakt het centraal

bedrijf kosten aan het delen van reststroom met huishoudens

zonder geschikt dak. Deze uitgave stemt overeen met

de inkomsten: de kosten worden volledig gedekt door het

aangerekend tarief (zie inkomsten).

Kosten energiedelen

kosten reststroom (heffing,

distributie, admin) per installatie

per jaar

kosten reststroom (heffing distributie

admin) voor 570 installaties

tarief databeheer per installatie

per jaar

tarief databeheer voor 570 installaties

25 jaar

€ 199,5

€ 2.842.875,0

€ 1,2

€ 16.957,5

TOTAAL UITGAVEN € 2.859.832,5

De grootste uitgavenpost naast de residentiële PV-installaties

is het beheer. We berekenen de beheerkost in functie

van wat de business case oplevert.

• Elke residentiële installatie met thuisbatterij kost - zonder

het activeren van het sociaal tarief – jaarlijks meer

dan het opbrengt, namelijk -€ 294,2, of -€ 7.354,8 over

een periode van 25 jaar.

• Per installatie levert de compensatie voor het sociaal

tarief € 6.483,8. Bij een periode van 25 jaar kent elke

installatie nog steeds een jaarlijks verlies van -€ 34,8 of

in totaal over de hele periode -€ 871,0.

Zo genereren 570 residentiële installaties geen opbrengst

om beheerkosten te dekken. Er is namelijk reeds een tekort

van -€ 496.470 op 25 jaar tijd.

102


Financiële haalbaarheid

Er zijn bijkomende middelen nodig om het jaarlijks verlies per installatie

van -€ 34,8 te dekken. Mogelijkheden zijn:

1. Optie 1: De € 500.000 publieke middelen kunnen ingezet

worden om het tekort per installatie te compenseren. Die

zijn toereikend om het verlies te dekken voor 570 installaties

voor een periode van 25 jaar. In dat geval levert de business

case geen middelen voor de beheerkosten op.

2. Optie 2: De reststroom zou aan een hoger tarief gedeeld of

verkocht kunnen worden, zodat niet enkel de reële kosten

van energiedelen worden gedekt, maar er ook winst op gemaakt

kan worden. In dat geval moet het tarief € 0,24/kWh

zijn om het jaarlijks verlies per installatie weg te werken

naar €0.

* € 0,24/kWh is lager dan het commercieel tarief, maar hoger

dan het sociaal tarief. € 0,35/kWh is hoger dan het

gemiddeld commercieel tarief.

* Bij een tarief van € 0,24/kWh voor de reststroom voor

een periode van 25 jaar, kan je in principe ‘eindeloos’ veel

installaties realiseren, zolang de cashflow dat toelaat.

* In dit geval kunnen de € 500.000 ingezet worden om de

beheerkost te dekken: dat levert 2 VTE op voor de eerste

5 jaar of 1 VTE voor de eerste 10 jaar. Na 5 of 10 jaar

levert de business case geen middelen op voor beheer.

We stellen vast dat:

• Een periode van 25 jaar een positiever effect heeft op de

business case (in vergelijking met een periode van 15 jaar),

omdat het toelaat de kosten over een langere periode te

spreiden. Maar: los van financiële haalbaarheid, kent een

termijn van 15 jaar voordelen ten opzichte van 25 jaar, in het

licht van de veranderingsbereidheid die het activeren van

het sociaal tarief vergt van het huidige wet- en regelgevend

kader.

• De beschikbare middelen voor beheer niet toereikend zijn.

In optie 2 zijn er publieke middelen beschikbaar, maar die

zijn niet voldoende om de volledige looptijd te dekken.

Maar: in optie 2 kunnen huishoudens zonder geschikt dak

met recht op een sociaal tarief van energie, geen reststroom

meer afnemen aan sociaal tarief. Voor hen is er in

dit scenario dus geen aanbod.

• Optie 2 de meeste kansen heeft richting opschaling, mits er

bijkomende middelen voor beheer gevonden kunnen worden.

Als we een model willen ontwikkelen dat elk huishouden

in Gent met geschikt dak én recht op sociaal tarief voor

energie de omschakeling laat maken naar groene energie,

vergt dit een investering in naar schatting 10.000 residentiële

PV-installaties en thuisbatterijen. Een Gent Knapt Op

dossier gemiddeld 80 begeleidingsuren in beslag neemt:

10.000 woningen vergen dan 385 voltijdse werkjaren of €

18.865.000 aan beheermiddelen (niet-geïndexeerd). Anders

gezegd, 25 jaar lang is er een gemiddelde personeelsbezetting

van 15 VTE nodig, enkel voor toeleiding en begeleiding

van individuele huishoudens.

103


104


105


E.

Wijklogica

‘zonnestroom’: van

‘cash cow’ naar

fragiele bouwsteen

in een rechtvaardige

wijkenergietransitie

106


107


Geen marktconforme business case voor een

‘zonnedaken’-project

Na een half jaar intensief rekenwerk wordt duidelijk dat

een sociaal zonnedakenmodel met een rendabele business

case niet vanzelfsprekend is, integendeel (model 1,

2 en 3). De aanname dat zonneprojecten snel(ler) kunnen

worden opgestart, een eerste hefboom kunnen zijn in de

transitie naar een fossielvrije wijk, en mogelijks zelfs inkomsten

kunnen genereren om warmteprojecten te financieren,

blijkt niet te kloppen.

Zonnedakenmodel 1.0: onhaalbare business case

Het Zonnedakenmodel 1.0 (bouwsteen 1, 2, 4, 9) vertrekt

vanuit de logica dat grote, relatief eenvoudige daken ingezet

worden om moeilijkere projecten – zoals residentiële

daken – mee te financieren, door de reststroom van alle

installaties te verkopen via een PPA. Uit de analyse blijkt

echter dat:

• De nog resterende grote daken zonder zonnepanelen

vaak technisch complex of economisch onaantrekkelijk

zijn (bv. door dakstabiliteit), m.a.w. het zijn de

‘overblijvende’ daken waarvoor de markt nog geen

oplossing heeft. Dat zet druk op de investeringskost,

waardoor het schaalvoordeel van grote daken en dus

een lagere kapitaaluitgave per kWp ten opzichte van

residentiële daken komt te vervallen (bouwsteen 1).

• De financiële haalbaarheid van de business case

sterk afhangt van een voldoende hoge Power

Purchase Agreement (PPA)-prijs en het volume aan

verkochte stroom, inclusief reststroom van residentiële

installaties. De verkoop van (rest)stroom aan

externe partijen via een PPA biedt geen structurele

oplossing in het licht van overproductie, overbelasting

van het net, en negatieve marktprijzen op

zonnepiekuren (bouwsteen 4).

* De vereiste PPA-prijzen om de business case financieel

haalbaar te maken liggen boven de huidige

en termijnmarktprijzen. Met meer marktconforme

PPA-tarieven (‘strike price’: restprofiel €0,07– productieprofiel

€0,09/kWh) blijft er een tekort van

€1 miljoen om de beheerskosten te dekken (ongeveer

1 VTE voor 20 jaar, niet-geïndexeerd).

* De contractduur van de PPA’s die momenteel in

de markt beschikbaar zijn (meestal 5 tot 10 jaar)

biedt onvoldoende dekking voor de lange afschrijvingstermijn

van PV-installaties.

* De groei van hernieuwbare energiebronnen, in

combinatie met een blijvend belangrijk aandeel

van nucleaire installaties, vergroot de onzekerheid

op de onbalansmarkt, met stijgende onbalanskosten

tot gevolg.

* Een ‘contract for difference’ heeft als doel om de

risico’s over beide partijen te spreiden. De moeilijk

voorspelbare termijnmarktprijzen en onzekerheid

over het aantal uren negatieve prijzen verhogen

de risico’s voor beide partijen. Bij veel negatieve

uren nemen de kosten voor de afnemer toe; maar

bij stijgende prijzen nemen de kosten voor het

centraal bedrijf toe.

• Collectieve investeringen in residentiële PV-installaties

een intensieve, proactieve rol vergen van het

centraal bedrijf voor werving, toeleiding en volledige

ontzorging van eigenaars (installatie, onderhoud,

afbraak), wat leidt tot aanzienlijke beheerkosten

(bouwsteen 2). Ook leidt de integratie van residentiële

reststroom in de PPA tot verhoogde complexiteit

en kosten, onder meer voor monitoring, dataverwerking

en administratieve opvolging (zoals het aanvragen

van tweede EAN-nummers).

• De business case onder druk staat door de nood aan

externe financiering, waarbij investeerders een dividend

of rentevergoeding verwachten (bouwsteen 9).

De combinatie van hogere investeringskosten voor

grote daken, intensieve beheerlast voor residentiële

installaties, beperkte marktopbrengsten via PPA’s en

structurele afhankelijkheid van externe financiering

leidt tot een onhaalbare business case. Model 1.0 kan

dan ook enkel gerealiseerd worden mits substantiële

recurrente publieke cofinanciering van (een deel van)

de beheers- en organisatiekosten (€ 1 miljoen), bovenop

de € 500.000 publieke middelen die als startkapitaal

werden ingezet.

108


Twee alternatieve modellen: kansrijk mits aanpassing

wet-en regelgeving

Om een aantal van de onzekerheden van het Zonnedakenmodel

1.0 het hoofd te bieden, hebben we aanvullende

strategieën en bouwstenen geïdentificeerd, zoals de

PV-verplichting voor grote ondernemingen, de activatie

van het sociaal tarief en energiedelen (bouwsteen 3, 5,

6, 7 en 9). We hebben een aantal nieuwe combinaties van

bouwstenen getest in twee nieuwe modellen.

Bij het Zonnedakenmodel 2.1 (bouwsteen 2, 9) investeert

een centraal bedrijf in PV-installaties op residentiële daken,

en verkoopt het de reststroom aan een grote onderneming.

Die onderneming participeert financieel per kWp.

Grote Ondernemingen zijn verplicht om een minimaal

aantal kWp aan zonnepanelen per m² dakoppervlak te installeren,

ook op minder geschikte daken. Als alternatief

mogen ze investeren in een extern PV-project, mits ze 750

euro per kWp bijdragen. Deze participatie wordt verder

aangevuld met een eenmalige publieke investering.

In Zonnedakenmodel 2.2 (bouwstenen 3, 6 en 7) investeert

een centraal bedrijf in zonnepanelen op residentiële

daken én in thuisbatterijen, met als doel het lokaal verbruik

van zonne-energie te maximaliseren. De resterende

stroom wordt geschonken aan huishoudens zonder

geschikt dak. De financiering gebeurt via een combinatie

van publieke middelen en de activering van het sociaal

energietarief. Concreet wordt de compensatie van de

energieleverancier voor het aanbieden van sociaal energietarief

(verschil met commercieel tarief) aangewonden

om de investering in zonnepanelen te financieren. De

energiebesparing als gevolg van de zonnepanelen zorgt

ervoor dat sociaal tarief behouden blijft.

We stellen vast dat Zonnedakenmodel 2.1 (financiële participatie

door grote ondernemingen) en 2.2 (activatie van

het sociaal tarief) erin slagen om aan aantal van de onzekerheden

van het Zonnedakenmodel 1.0 weg te werken.

• Batterijen verhogen de waarde van zonnestroom

door deze beschikbaar te maken buiten de zonnepiekuren

én maken het mogelijk om lokaal opgewekte

stroom efficiënter lokaal te verbruiken (via lokale

opslag en lokaal energiedelen). Hierdoor kan je per

PV-installatie twee huishoudens van groene stroom

voorzien. Het samenspel van thuisbatterijen kan

ingeschakeld worden voor netbalancering, wat bijkomende

inkomsten zou kunnen genereren.

• Financiële participatie door energie-intensieve

ondernemingen is een interessante vorm van financiering

door derden, aangezien het kapitaal niet

vergoed moet worden. In tegenstelling tot burgerkapitaal

en andere leningen, is financiële participatie

door ondernemingen die onder de PV-verplichting

vallen, ‘gratis geld’. Door de reststroom aan een

voordelig injectietarief te verkopen aan dezelfde

energie-intensieve onderneming, in plaats van het

financieel model afhankelijk te maken van een hoge

PP-prijs, zijn de opbrengsten voor het centraal bedrijf

minder onzeker.

Maar ook dat:

• De collectieve investering in residentiële PV-installaties

(al dan niet met thuisbatterij) eveneens

een hoge beheerlast met zich meebrengen. Het

centraal bedrijf monitort ook in Zonnedakenmodel

2.1 en 2.2 het injectievolume van de residentiële

installaties, om die te kunnen delen met andere

huishoudens (2.2) of verkopen aan een grote onderneming

aan een lage prijs (2.1). Noch de financiële

participatie door grote ondernemingen, noch de

activatie van het sociaal tarief genereren voldoende

opbrengst om de hoge beheerlast van de

collectieve investering in residentiële installaties

te dragen. Model 2.1 genereert via 1.750 huishoudens

1,9 VTE voor een periode van 20 jaar. Model 2.2

genereert geen VTE.

* In tegenstelling tot bij het Zonnedakenmodel 1.0,

werden de beschikbare publieke middelen (€

500.000) bij model 2.1 en 2.2 (cf. optie 2) niet als

startkapitaal ingezet om de kosten van de installaties

voor te financieren of terug te verdienen. Dit

betekent dat ze in beide modellen kunnen worden

ingezet om de beheerlasten te dekken, waarna ze

verdampen en dus geen rol hebben in een ‘rollend

vehikel’. Deze middelen zouden 1 VTE voor 10 jaar

kunnen dekken of 3,5 VTE voor 3 jaar.

* Maar als we een model willen ontwikkelen dat

elk huishouden in Gent met geschikt dak én recht

op sociaal tarief voor energie de omschakeling

laat maken naar groene energie, vergt dit een

investering in naar schatting 10.000 residentiële

PV-installaties en thuisbatterijen. Daarvoor is een

personeelsbezetting nodig van gemiddeld 15 VTE

gedurende 25 jaar, equivalent aan € 18.865.000

(niet-geïndexeerd). In dat geval hebben we enkel

de huishoudens met recht op sociaal tarief mee.

109


• Daarnaast vergen de financiële participatie door grote

ondernemingen, de activatie van het sociaal tarief

en energiedelen ook verstevigingen van of aanpassingen

in het huidige wet- en regelgevende kader:

* Het blijvend aantrekken van nieuwe kosteloze financiële

participaties door grote ondernemingen.

Dit betekent dat de PV-verplichting voor grote

bedrijven zoals vastgelegd in een Besluit van de

Vlaamse Regering van 2023 best wordt uitgebreid.

We schatten in dat in Stad Gent alle grote

ondernemingen samen een dakoppervlakte van

3 miljoen m2 hebben, waarvan nog maar 20% is

benut voor zonnepanelen. Per m2 moeten grote

ondernemingen in 0,01875 kWp investeren (voor

2030). In totaal gaat het om een investering in

11.250 kWp, goed voor in totaal slechts 3.215 residentiële

PV-installaties, van de 91.600 individuele

woningen in Stad Gent.

* De mogelijkheid om de compensatie voor het

aanbieden van sociaal tarief ook aangewend kan

worden door een niet-energieleverancier en/of

dat deze compensatie naar voren kan worden getrokken

(federaal).

* De verdere uitbouw van energiedelen, met a) de

mogelijkheid om energie te delen van één naar

meerdere of van meerdere naar meerdere partijen

in Vlaanderen, b) lagere of geen distributienettarieven

bij energiedelen, en c) een grote rol voor

Fluvius in de berekening van gedeelde volumes.

Van ‘cash cow’ naar een andersoortige (lokale en bovenlokale)

publieke inzet

Het ontwikkelwerk in het spoor ‘zonnestroom’ ging steeds

uit van de aanname dat een marktconforme business case

met een rollende systematiek opgezet kon worden door

een eenmalige publieke investering, die de private/coöperatieve

markt vervolgens zou oppikken.

Vandaag kunnen we onderbouwd concluderen dat zonne-energie

op zichzelf niet leidt tot een marktconforme

business case, laat staan een ‘cash cow’ waarmee een

diepgaande wijkenergietransitie op gang kan worden

gebracht. De hypothese dat zonneprojecten snel(ler) opstarten,

en zo een hefboom vormen in de energietransitie

en extra inkomsten genereren voor warmteprojecten (vb.

via koppeling met dakrenovatie), klopt niet: collectieve

investeringen in residentiële PV vergen meer VTE dan de

business case kan dragen, grote PV-installaties verliezen

schaalvoordeel door de uitdagingen van daken die nog

overblijven, en dalende elektriciteitsprijzen en stijgende

onbalanskosten bemoeilijken hoge PPA-tarieven.

Een proactieve, ontzorgende en collectieve aanpak vergt

een collectieve investering in residentiële installaties, en

die brengt hoge beheerlasten met zich mee. Een privaat

vehikel met beperkte of eenmalige publieke participatie

volstaat niet. Blijvende publieke inzet van middelen en

mensenkracht is nodig voor toeleiding, ontzorging en

administratie. Als de stad investeert in beheer, is de

koppeling met andere puzzelstukken in de wijkenergietransitie

logisch.

Een marktconforme business is minder van belang als de

Stad het model zelf op poten zet vanuit een Stadsbedrijf.

Maar als de overheid privaat geld wenst te activeren,

dan is politiek engagement is noodzakelijk om een kader

te creëren waarin investeerders en derde partijen bereid

zijn om te investeren, door de regelgevende kaders aan

te passen en zo, levensvatbare zonneprojecten mogelijk

te maken. Huidige regelgeving (vb. beperkingen bij energiedelen

(toegangshouders, nettarieven, volumeberekening),

regelgeving rond batterijen (nettarieven, technologiekeuze)

en de activatie van het sociaal tarief) maakt het

moeilijk om collectieve en logische investeringen effectief

uit te voeren.

110


Richtingen voor het vervolg van het Living Lab

in 2025

Bouwstenen ‘zonnestroom’ koppelen aan warmte

Zonne-energie alleen is onvoldoende om de duurzaamheidsdoelstellingen

te realiseren. Als de stad moet investeren

in middelen voor beheer, is het essentieel om

deze middelen efficiënt in te zetten. Bovendien is het

lokaal benutten van reststromen van zonne-energie

kansrijker gebleken dan de focus op externe verkoop

(bouwstenen 3, 5, 6, 8). Een belangrijke uitdaging daarbij

is de seizoensgebonden mismatch tussen productie

en verbruik.

De huidige aanpak, waarbij zonne-energie, warmte en

renovatie als afzonderlijke trajecten worden gezien, mist

kansen. Warmteprojecten bieden bijvoorbeeld potentieel

een oplossing voor de zonnereststroom tijdens de

zomer: de regeneratie van BEO-velden.

Door een aantal van de bouwstenen te koppelen aan

collectieve warmtesystemen werken we in het Living

Lab in 2025 aan logische en robuuste geïntegreerde

energiesystemen met maatschappelijke impact die vertrekken

van ‘wat moet’ gebeuren tegen 2050, eerder

dan ‘wat kan’ binnen marktconforme positieve business

cases.

Concreet gaan we in Muide Meulestede aan de slag

rond het voetbalveld van Standaard Muide om verschillende

scenario’s voor warmtesystemen en renovatie

door te rekenen. In de doorrekening leggen we de koppeling

met lokale zonne-energieproductie, om enerzijds

de stroom die nodig is om het warmtesysteem draaiende

te houden te vergroenen en anderzijds te gebruiken

om het BEO-veld in de zomer voldoende te regereneren

zodat een langdurige uitbating van het systeem mogelijk

wordt.

Contextfactoren in verandering

We gebruiken het Living Lab in 2025 als omgeving waar

we de nodige aanpassingen in regelgevend kader, financieringsstromen,

trekkerschap publieke sector, … (de

“context in verandering”) testen. We zien vijf belangrijke

drivers*:

1. Een duidelijke visie en communicatie van wanneer

Muide Meulestede van het gas afgaat. Bijvoorbeeld

tegen 2037 (binnen 10 jaar).

2. Studiemiddelen aan het begin om het montage- en

facilitatiewerk te dragen (vb. Volgens de ELENA-methodologie,

waarbij elke euro studiekost een investering

genereert van € 15 tot 20 miljoen) (Vlaamse

overheid);

3. Het tijdelijk compenseren van de discrepantie qua

operationele kost tussen fossiele en fossielvrije

systemen, als gevolg van de ongelijke prijsverhouding

tussen aardgas en elektriciteit. Dit kan via een

‘contract for difference’ aanpak zolang de maximale

verhouding tussen elektriciteit en gas hoger is dan

2,5.

4. Capaciteit bij de stad om een regierol op zich te

nemen (vb. wijkregisseur) en (een deel van) de beheerkosten

te dragen die nodig zijn om toeleiding en

begeleiding te organiseren (vb. Stedelijk klimaatbedrijf)

(Vlaamse overheid en Stad Gent);

5. Een Vlaams garantiefonds om het vollooprisico te

dragen (Vlaamse overheid).

* Aangevuld met het engagement op Vlaams niveau om

gaandeweg kaders (vb. normering) te hertekenen in het

licht van de leerlessen/blokkades uit de vijf cases.

Concreet testen we hoe de contextfactoren meespelen in

de berekeningen voor het warmtesysteem rond het voetbalveld

van Standaard Muide. Welke financiële impact

hebben de drivers? Dragen ze het potentieel in zich om

het gat in de business case te dichten?

Een schematische voorstelling van de koppeling van zon en warmte als een logisch energetisch

lokaal systeem, © Architecture Workroom Brussels

De voorstelling van waar het huidig wet- en regelgevend kader de Zonnedakenmodel niet gunstig

is, © Wattson

111


LIVING LAB MUIDE MEULESTEDE

FOSSIELVRIJ

LIVING LAB

MUIDE

MEULESTEDE

FOSSIELVRIJ

DESIGN SESSIE

27 & 28 JANUARI 2025

DAG 1

112

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!