Van zonnedaken naar een fossielvrije wijk
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
VAN ‘ZONNEDAKEN’
NAAR EEN
FOSSIELVRIJE WIJK
LIVING LAB MUIDE MEULESTEDE
FOSSIELVRIJ
(Hoe) kunnen we alle daken in Muide Meulestede
voorzien van zonnepanelen, als stapsteen in de
wijkaanpak voor de energietransitie?
Bouwstenen voor een wijklogica ‘zonnestroom’
LIVING LAB
MUIDE
MEULESTEDE
FOSSIELVRIJ
DESIGN SESSIE
27 & 28 JANUARI 2025
DAG 1
1
Deze publicatie belicht de lessen en inzichten uit één
van de werksporen van het Living Lab Muide Meulestede
Fossielvrij: de wijklogica ‘zonnestroom’. Dit is
de eerste in een reeks van publicaties die inzichten
binnen verschillende ontwikkelsporen van het Living
Lab bundelen.
Living Lab Muide Meulestede
Sinds 2023 is het Living Lab Muide-Meulestede actief
als proeftuin om de wijktransitie naar een duurzame,
inclusieve en fossielvrije toekomst te versnellen. Gelegen
op het schiereiland aan de Gentse haven, bevindt de wijk
zich op het kruispunt van stadsvernieuwing, bedrijvigheid
en een sterk netwerk van lokale partners en organisaties.
Tegelijkertijd kampt Muide-Meulestede met aanzienlijke
sociaal-economische uitdagingen: de inkomens zijn er
laag, de woonkwaliteit is ondermaats, en de wijk kent
een hoge bewonersmobiliteit en grote culturele diversiteit.
Het Living Lab speelt in op die complexe context met een
wijkgerichte energietransitie-aanpak die inzet op rechtvaardigheid,
betaalbaarheid en collectieve actie. Door
nauwe samenwerking met bewoners en organisaties
ontwikkelen we modellen voor fossielvrije energie- en
warmteoplossingen die niet alleen ecologisch, maar ook
sociaal en economisch duurzaam zijn. De nadruk ligt op
CO₂-reductie via hernieuwbare systemen, het verbeteren
van de energieprestaties van woningen, en het uitwerken
van oplossingen die schaalbaar zijn naar andere wijken.
Het Living Lab Muide Meuelestede loopt van oktober
2023 tot en met december 2025. Het Living Lab Muide-Meulestede
is een initiatief van de Stad Gent en
Architecture Workroom. We werken intensief samen met
een consortium van sociale, technische, academische,
beleidsmatige en middenveldpartners: Wattson, SAAMO
Gent, Kelvin Solutions, SWECO, Energent, Blixt, Daidalos
Peutz, Trividend, Flux50, VITO en UGent.
Wijklogica ‘zonnestroom’
In 2024 werd er concreet gewerkt rond twee centrale
thema’s: collectieve warmteprojecten en een zonnedakeninitiatief
voor de hele wijk. Zo werd een concept
uitgewerkt voor een geothermisch microwarmtenet
onder het voetbalveld van Standaard Muide, waarbij we
samen met bewoners en De Energiecentrale hun energieverbruik
en renovatiebehoeften in kaart brachten. We
onderzochten bovendien de warmtevraag en het potentieel
aan fossielvrije warmtebronnen in de hele wijk,
waarbij we zogenaamde ‘warmteclusters’ definieerden –
gebieden waarin vraag en aanbod van warmte optimaal
kunnen worden afgestemd. Op die manier wordt het
Living Lab een hefboom voor inclusieve klimaatoplossingen,
gedragen door én met de buurt.
Parallel nodigden we geëngageerde bewoners uit rond
de vraag: hoe kunnen we zoveel mogelijk zonne-energie
oogsten in, door en voor de hele wijk? Met een aantal
referentiegroepen (huurders, verhuurders, ouderen,
personen in een noodkoopsituatie en personen uit de
Turkse gemeenschap) bogen we ons over een aanbod
dat er voor hen toe zou doen. We werkten met financiële
en technische experten allerlei modellen uit die vertrekken
vanuit de collectieve investering in zonnepanelen
op grote en residentiële daken. De conclusie? Gezien
de dalende injectietarieven, de complexe regelgeving
rond energiedelen en de onzekerheid van stroomafnamecontracten
is het helemaal niet zo vanzelfsprekend
om een interessante case te bouwen voor een wijkbreed
en rollend zonnedakenproject. Maar wat als we bijvoorbeeld
de middelen die vandaag de dag voor het sociaal
energietarief worden ingezet, proactief kunnen benutten
voor investeringen in hernieuwbare energie? Slagen we
er via zulke alternatieve routes wel in om een inclusief én
duurzaam model op poten te zetten? Die inzichten vind
je terug in deze publicatie.
2
Colofon
Redactie
Alice Devenyns, Tom Leenders & Hanne Mangelschots
(Architecture Workroom Brussels), Antoon Soete (Wattson),
Lina Avet (Energent)
Financiële en technische expertise
Antoon Soete & Jasper Van Eeghem (Wattson), Lina Avet
(Energent), Pieter-Jan Van de Velde (Trividend), Ruben
Baetens (KULeuven), Kris Voorspools (70GigaWatt), Indra
Van Sande (Stad Gent, Dienst Milieu en Klimaat), Tim
Vermeir (Blixt)
Sociaal-maatschappelijke expertise
Jacob Peuters, Toon Raymaekers en Frank Vandepitte
(SAAMO Gent), Nina Vanhaeren (Stad Gent, Dienst Beleidsparticipatie),
Wannes Haghebaert (Stad Gent, Dienst
Stedelijke Vernieuwing), Roeland Keersmaekers (Stad
Gent, Dienst Milieu en Klimaat)
Procescoördinatie Living Lab
Alice Devenyns, Tom Leenders, Joachim Declerck &
Hanne Mangelschots (Architecture Workroom Brussels),
Iris Van den Abbeel (Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing),
Filip Van De Velde & Roeland Keersmaekers (Stad
Gent, Dienst Milieu en Klimaat)
Stuurgroep Living Lab
Linda Boudry & Stijn Oosterlynck (Architecture Workroom
Brussels), schepen Filip Watteeuw & Sabine Van
Belle (Stad Gent, Kabinet Schepen van Wonen, Milieu,
Klimaat en Energie), Xavier Depauw (Stad Gent, Kabinet
van de Burgemeester), Liesbeth Bultinck (Stad Gent,
Dienst Stedelijke Vernieuwing), Cathy De Bruyne (Stad
Gent, Dienst Milieu en Klimaat)
Living Lab consortium
Alice Devenyns, Tom Leenders, Joachim Declerck, Elien
Vanhamel, Chiara Cicchianni & Hanne Mangelschots (Architecture
Workroom Brussels), Eva De Meyst, Filip Van De
Velde, Indra Van Sande, Roeland Keersmaekers (Stad Gent,
Dienst Milieu en Klimaat), Iris Van den Abbeel & Wannes
Haghebaert (Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing),
Nina Vanhaeren (Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing),
Martine Claeys & Adinda Baro (Stad Gent, Dienst Wonen),
France Raulo & Pieter Janssens (Stad Gent, Energiecentrale),
Antoon Soete (Wattson), Lina Avet & Koen Reynders
(Energent), Eline Himpe & Hannelore Scheipers (UGent),
Jacob Peuters, Toon Raymaekers, Gilles Guillaume en
Frank Vandepitte (SAAMO Gent), Friedl Decock (Daidalos
Peutz), Pieter-Jan Van de Velde (Trividend), Ruben Baetens
(KULeuven), Tim Vermeir (Blixt), Tinne Snoeijs & Wout
Hermans (Kelvin Solutions), Frederik Loeckx (Flux50), Yves
De Weerdt (VITO), Daan Ongkowidjojo, Leander Stalmans
& Anouk Robbeets (SWECO), Dieter Wildemauwe, Isabelle
Herteleer, Lieven Demolder, Valentijn Rombaut & Victor
Mouton (bewoners-experten)
Financiering
Stadsvernieuwingsproject Muide Meulestede Morgen
(Stad Gent, Dienst Stedelijke Vernieuwing), Lokaal
Energie en Klimaat Pact 2.1 (Stad Gent, Dienst Milieu en
Klimaat), HORIZON-project Neutralpath, Flanders Technology
and Innovation, VITO
Vormgeving
Elien Vanhamel & Hannah Nelis (Architecture Workroom
Brussels)
Tekeningen
Elien Vanhamel & Hannah Nelis (Architecture Workroom
Brussels)
Met dank aan
David Cis (Stad Gent, Energiecentrale), Rousselot,
Houthandel Hanssens, DS Smith, Euroports, en Stukwerkers
Versie
september 2025
3
4
Inhoudstafel
A. Living Lab Meude Meulestede Fossielvrij & de wijklogica ‘zonnestroom’ 6
1. Het Living Lab Muide Meulestede 8
2. Van één pilootproject naar alle daken in Muide Meulestede 8
3. Collectieve zonne-energie als stapsteen in de wijkaanpak voor de energietransitie 8
4. Proces Living Lab 2024: spoor ‘zonnestroom’ 10
5. Leeswijzer 26
6. Cijfer-lexicon 27
B. Eerste verkenning: 28
Het Zonnedakenmodel 1.0 28
Model 1: Collectieve zonnepanelen op kleine en grote daken via de financiële valorisatie
van de reststroom 32
C. Tien bouwstenen voor wijkgerichte zonnestroom 36
1. Collectieve investering in PV-installaties op grote daken 38
2. Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken 44
3. Externe handel in reststroom via een stroomafnameovereenkomst 52
4. Externe handel in reststroom via een stroomafnameovereenkomst 58
5. Wijkgebonden verkoop van reststroom via niet-kosteloos energiedelen 64
6. Maatschappelijk valoriseren van reststroom via kosteloos energiedelen 70
7. Activeren van sociaal tarief voor de omschakeling naar groene energie 74
8. Collectieve investering in laadinfrastructuur 78
9. Financiering door derde partijen 82
10. Zoldervloerisolatie of dakrenovatie 86
D. Twee kansrijke combinaties van bouwstenen: naar een Zonnedakenmodel 2.0? 92
1. Collectieve zonnepanelen op residentiële daken via financiële participatie door
grote ondernemingen op basis van de PV-installaties 94
2. Collectieve zonnepanelen op residentiële daken de activatie van het
sociaal tarief en het gratis delen van de reststroom 100
E. Wijklogica ‘zonnestroom’: van ‘cash cow’ naar fragiele bouwsteen in een rechtvaardige
wijkenergietransitie 106
Geen marktconforme business case voor een ‘zonnedaken’-project 108
Richtingen voor het vervolg van het Living Lab in 2025 111
5
A.
Living Lab
Meude
Meulestede
Fossielvrij & de
wijklogica
‘zonnestroom’
6
7
1. Het Living Lab Muide Meulestede
Gent wordt klimaatneutraal tegen 2050. Tegen 2030 wil
de stad al 55% minder CO2 uitstoten, o.a. door in te zetten
op energiezuinig wonen, waarbij 50% van de elektriciteits-
en warmtevraag van huishoudens wordt opgewekt
op eigen bodem (Klimaatplan 3.0). Om te testen hoe die
transitiedoelen in de praktijk kunnen landen, werd Muide
Meulestede aangeduid als pilootwijk. Sinds oktober 2023
loopt hier ook het Living Lab Muide Meulestede Fossielvrij:
een partnerschap tussen expertisebureaus, bedrijven,
wijkopbouwwerkers en stad Gent die twee jaar lang
de vertaling maakt van ambities naar concrete projecten
en een actieplan, met en voor de bewoners in de wijk.
Het Klimaatplan benadrukt dat stad Gent kiest voor een
rechtvaardig klimaatbeleid waarin iedereen, en dus ook
deze wijk, mee kan. Maar veel mensen in deze wijk hebben
niet de mogelijkheden en/of middelen (kapitaal, positie,
mentale ruimte) om te handelen. Bestaande subsidies
komen vooral terecht bij eerder kapitaalkrachtige groepen,
terwijl kwetsbare gezinnen overwegend in de oudste,
minst kwalitatieve woningen wonen waar het meeste
werk en kosten aan zijn.
Het Living Lab heeft als bredere doelstelling om:
• de CO2-emissies in Muide Meulestede terug te dringen
door de verduurzaming van (lokale) energie- en
warmtesystemen,
• de beoogde fossielvrije transitie op een gedragen, inclusieve
en sociaal rechtvaardige wijze te faciliteren
en de energietransitie concreet toepasbaar maken
voor maatschappelijk kwetsbare groepen in Muide
Meulestede,
• de energieprestaties en woonkwaliteit van de bestaande
gebouwde omgeving te verbeteren, en
• de energiesysteemoplossingen op te schalen en
inzetbaar te maken in andere Gentse wijken, buurten
en de stad.
De missie van het Living Lab is het (her)ontwikkelen van
Muide Meulestede in Gent als pilootwijk tot een duurzame,
inclusieve en fossielvrije wijk die de levenskwaliteit
verbetert, mede gecreëerd door en met mede-eigenaarschap
van burgers en wijkpartners.
2. Van één pilootproject naar alle daken in
Muide Meulestede
Aanvankelijk lag de focus van het ‘zonnedak’-project op
Loods 26, als hypothese om het concept van collectieve
zonne-energie te verkennen. Al snel werd echter duidelijk
dat de haalbaarheid en impact van dit specifieke dak
beperkt zouden blijven. Enerzijds was de geschiktheid en
beschikbaarheid van het dak Loods 26 onzeker, anderzijds
zou het project slechts een vijftigtal huishoudens kunnen
voorzien van zonne-energie. Dit betekende dat veel
kwetsbare huishoudens in de wijk geen toegang zouden
krijgen tot betaalbare zonne-energie. Bovendien bieden
andere gebouwen in Muide Meulestede meer dakoppervlakte
en een betere lokale zichtbaarheid.
We zetten daarom een nieuwe richting uit voor het hefboomproject
‘zonnedak’. We trokken het zonnedak-project
los van de exploratie naar de potenties van Loods 26,
en gingen op zoek naar andere ‘snelle daken’ in de wijk
(die zonder verdere ingrepen meteen ingezet zouden kunnen
worden). We verkenden hoe we verschillende kleine
en grote daken in de hele wijk kunnen inzetten om zonne-energie
op te wekken voor huishoudens met lage inkomens.
We vertrokken daarbij vanuit het samenspel tussen
grote daken en residentiële daken van eigenaar-bewoners
en van verhuurders.
3. Collectieve zonne-energie als stapsteen in de
wijkaanpak voor de energietransitie
De verdere verkenning van het ‘zonnedaken’-project vertrok
vanuit een uitdaging die de wijk prikkelt op haar pionierend
karakter: Kunnen we álle geschikte daken in Muide
Meulestede voorzien van zonnepanelen?
Een business case voor alle zonnedaken…
Om deze ambitie te realiseren, onderzochten we de haalbaarheid
van een business case die niet alleen rendabele
daken omvat, maar ook die daken waarvoor de markt
vandaag geen helder aanbod heeft. Het uitgangspunt
voor de business case was dat een rollende beweging kon
opgezet worden door een eenmalige publieke investering
(via LEKP-middelen), die de private / coöperatieve markt
vervolgens zou oppikken.
Een cruciale randvoorwaarde bij de ontwikkeling van de
business case was dat alle bewoners, inclusief huurders,
betaalbaar kunnen blijven wonen waar ze nu wonen. We
brachten in kaart wat drempels en hefbomen zijn om bewoners
mee te krijgen in een collectief project om hen
optimaal te kunnen ondersteunen, en probeerden grip te
krijgen op de socio-economische uitdagingen in de wijk.
De eerste kansrijke bouwsteen van zo’n model zagen we
in de koppeling van grote daken aan kleine daken: de installatie
en beheer van PV op grote daken is financieel rendabeler,
waardoor opbrengst kan ingezet voor financiering
van PV op kleine daken. Dit zorgt meteen voor lokale
herverdeling.
… als eerste hefboom richting een fossielvrije wijk
Deze zoektocht naar hoe we zoveel mogelijk zon kunnen
oogsten in, door en voor de hele wijk, schreven we in als
eerste stap in de bredere transitie naar een fossielvrije
wijk. We ontwikkelden een model en business case die
lokaal opgewekte zonne-energie toegankelijk en betaalbaar
zou maken voor alle bewoners van Muide Meulestede.
Daarmee streefden we niet enkel naar een maximale
productie van lokale zonnestroom, maar ook naar een
rechtvaardige en inclusieve spreiding van de opbrengsten
van PV (door verbruik en verkoop stroom).
Waar (collectieve en fossielvrije) warmteoplossingen
vaak traag en complex zijn om te realiseren, kunnen zonnepanelen
sneller worden uitgerold. Door zonne-energie
8
toegankelijk en betaalbaar te maken, organiseren we zo
namelijk voor zo veel mogelijk wijkbewoners een eerste
toegankelijke, betaalbare en sociaal-rechtvaardige opstap
in een verhaal, dynamiek en actieplan richting fossielvrije
wijk. Dit biedt de kans om een eerste beweging op gang
te brengen en bewoners actief te betrekken bij de energietransitie.
Concreet betekent dit dat:
• we naast de financiering van zonnepanelen ook
onderzochten hoe het ‘zonnedaken’-project een
hefboom kan creëren voor de renovatie van niet-geïsoleerde
dakenen zo al een eerste stap kan vormen
richting diepgaande renovaties,
• we parallel naar locaties zochten en modellen
ontwikkelden om collectieve warmteprojecten te
monteren én dat we bewaakten dat het ‘zonnedaken’-project
geen lock-in zou creëren voor collectieve
warmtesystemen,
• we het ‘zonnedaken’-project inzetten als katalysator
om de bredere wijkdynamiek op gang te trekken en
bewoners te organiseren rond een collectieve energietransitie.
We zagen de concreetheid en tastbaarheid
van het ‘zonnedaken’-project als een aanleiding
om bewoners en wijkpartners te betrekken.
wijkenergietransitie. Een keer je bij hen ‘een voet tussen
de deur hebt’ via een laagdrempelig zonnedakenproject,
zijn ze makkelijk aanspreekbaar voor renovatiebegeleiding,
die hen dan weer stapsgewijs voorbereidt om mee
aan te sluiten op collectieve warmteprojecten.
De hypothese die onder de ontwikkeling van het ‘zonnedaken’-model
lag is: door zonne-energie collectief
te monteren, mobiliseer en organiseer je ‘abonnees’
van een collectief of organisatie dat bezig is met de
9
Fase 1: Conceptuele
ontwikkeling
‘zonnedaken’-project
1.0 (maart - mei
2024)
4. Proces Living Lab 2024: spoor ‘zonnestroom’
1. Werksessies
• Designsessie 1 (27–28/3): Eerste werksessie met
consortiumpartners, gericht op kennismaking met de
wijk en het opstellen van een voorlopig stappenplan
voor Standaard Muide en Loods 26.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SAAMO,
Energent, Trividend
2. Wijkanalyse en betrokkenheid
• Deskresearch: analyse bestaande studies en barrières
bij collectieve energieprojecten, met focus op
kwetsbare bewoners.
a. Betrokken partners: AWB
• Interviews: gesprekken met relevante organisaties
zoals Endeavour, ECOoB, Rots vzw, Energent
en Dienst Wonen om drempels en hefbomen voor
collectieve aanpak te identificeren.
a. Betrokken partners: AWB
• Matrix: structurering van inzichten per doelgroep in
een overzicht met drempels, hefbomen en mogelijke
instrumenten, gebaseerd op interviews en praktijkervaring
van consortiumpartners.
a. Betrokken partners: AWB, SAAMO, Stad Gent
3. Stakeholderoverleg
• Loods 26: inspectie en overleg met betrokken partijen
bracht technische (corrosie) en organisatorische
(eigenaarschap) uitdagingen in kaart.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SOGent
• Concessiehoudersoverleg: afstemming rond potentieel
zonnedak en haalbaarheidsonderzoek voor
realisatie op Loods 26.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SOGent
4. Ontwikkeling financieel en operationeel model
• Zonnedaken-model 1.0: eerste aanzet tot hefboommodel
los van specifieke locatie, als schaalbaar
instrument voor andere daken.
a. Betrokken partners: AWB, 3E, Trividend, Energent
• Referentieprojecten: inspiratie uit andere modellen
zoals Buurzame Stroom, Zonnebouwers+
(ECoOB), Blankenberge Stedelijk Klimaatbedrijf en
Seacoop.
a. Betrokken partners: AWB
10
onvoldoende
spaargeld om zelf
zonnepanelen
betalen
prijsstabiliteit - vast
tarief per maand;
overdracht na 18 jaar
+ standaard tarief /
sociaal tarief
ECoOB, Zonnebouwers
/ Energie Voor Iedereen
(rollend fonds, PV): via
korting energiefactuur
maandelijkse bijdrage
aan cooperatief aandeel
Schaarste sociale
netwerken / isolement
Woonwijzer
te trots om hulp te
vragen
niet alles alleen moeten
doen;
sociale begeleiding
een vertrouwenspersoon
(sociaal-technisch
profiel)
toeleiding via
OCMW (ECoOB,
Zonnebouwers)
+ intensieve begeleiding
(Minder is
Meer vzw)
wantrouwen; wat is
de hidden agenda?
ambassadeurs +
samenwerking
OCMW biedt credibiliteit
niet lenen omwille
van cultuur, geloof
of leeftijd
woning als arrival
infrastructure: tijdelijk
> veel verloop:
hoop op betere
woonomstandigheden
geïnternaliseerde
Belgische baksteen
in de maag: enige
manier om kapitaal &
status te verwerven is
door aankoop (tegen
coöperatief aandeel)
Buurzame stroom:
kapitaalkrachtigen
gevraagd om extra
te betalen > weinig
geld in fonds
heeft voldoende
kapitaal om hogere
energiefactuur te
betalen
belang van duidelijkheid
totaalplaatje
kosten renovatie +
energiesysteem
De noodkoperswoningen
hebben meestal label E
of F + precaire woonsituatie:
andere financiele
prioriteiten
Gent Knapt Op (Gent)
/ Noodkoopfonds
(VL) /
+ Subsidieretentiefonds
(VL-BR) / renteloos
renovatiekrediet bij
aankoop (VL)
aanmelden OCMW
terughoudend om
mensen binnen te
laten in woningen
omwille van lage
kwaliteit
een plek van aankomst
als stapsteen
voor sociale en
economische mobiliteit
wil wel meer investeren,
maar niet
compenseren voor
anderen vb. meer aandelen
in coöperatie,
maar geen hogere
energiefactuur
kunnen huidige
energiefactuur niet
betalen
(energiearmoede, +10%
inkomen) > financieel
voordeel na renovatie is
te klein / onbestaande
geen juridische gevolgen
van wanbetalen
(verder kosteloos
gebruikmaken) + geen
finqnciele risico’s (vb.
aankoop aandeel)
Zonnebouwers:
garantiefonds +
overdracht eigendom
PV na betaling
maandelijkse bijdrage
geen mentale
ruimte
ontzorging
organiseren tijdens
renovatie
(vb. kinderopvang)
een keer aangesloten,
altijd aangesloten
ECoOB, Zonnebouwers
MijnVerbouwlening,
MijnVerbouwpremie
via huidige instrumenten
geen toegang tot totaalrenovatie
verhoging van de
marktwaarde voor
kwetsbare eigenaar-bewoners?
social share -
EEKLO, Ecopower
(‘gratis’ aandeel voor
kwetsbare groepen >
korting op energiefactuur
gaat naar aankoop
aandeel)
vanuit werkelijke
verbruik vertrekken
financiële zekerheid
/ stabiliteit: verlaging
energiefactuur voor
de huurder > kleinere
kans op wanbetaling
aangepaste huurcontracten
waarin
de voordelen van de
zonnepanelen worden
beschreven: wie krijgt
wat
Woonwijzer
woont niet waar
renovatie nodig is
“energiedelen met
jezelf”: indien meerdere
eigendommen
- verhuurwoningen
en eigen woningen
verbinden OF via
cooperatie
teveel extra kopzorgen;
gevoel van verhuren
als ‘tweede
job’
vehuren via SVK
niet lenen omwille
van cultuur, geloof
of leeftijd
middelen uit eigen
netwerk lenen
aannemer uit eigen
gemeenschap
andere verwachting
voor temperatuur in
woning
renteloos renovatiekrediet
bij aankoop
(VL)
belang van duidelijkheid
totaalplaatje
kosten renovatie +
energiesysteem
collectieve dynamiek
- ambassadeurs
DIALOOG Leuven:
workshops voor
verbouwers
niet-commercieel
bedrijf voor velen
aantrekkelijker om
in mee te stappen;
zeker als er ‘buren’
mee runnen
gebrek aan
financiele incentive
verhoging marktwaarde
woning >
verhoging huur
renteloos renovatiekrediet
bij
aankoop (VL) + Mijn
Verbouwlening
gegevens van
verhuurders niet
beschikbaar
Verhuurderspunt /
OCMW, via dienst
toezicht verhuurders
!
collectieve dynamiek
- ambassadeurs
andere stijl- en materialenvoorkeuren
transparantie over
surplus van
collectief systeem
(winstmarge)
solidariteit &
collectiviteit
geen garantie op
voorhand of de
eigenaar recht heeft
op subsidie /subsidies
pas aanvragen
na uitvoering
belang van epc
– impact op huurwaarde,
verkoopwaarde
Korting kadastraal
inkomen aansluiting
warmtenet?warmtepomp
(Stad Antwerpen)
huurders moeilijk te
bereiken en terughoudend
(vrees
voor huurverhoging
/ uithuiszetting)
toeleiding via
OCMW
energiedelen;
afnemen van zonnedaken
(Zonnebouwers+)
taalbarriere
wens om een positieve
impact op duurzaamheid
te hebben
> totaalrenovatie
voldoende kapitaal
om wel meteen stap
naar A label te doen
(want kost minder)
oPENLab Genk,
technische installatie
woningen ‘gratis’
voelen
zich niet bekwaam of
missen de interesse
om mee te spreken
over nogal technische
onderwerpen
‘social importance’:
‘anderen helpen’ is
belangrijk
weerstand om ESCO op
te starten, omwille van
oude installaties - ESCO
enkel garanderen dat
installatie blijft draaien
voor 25 jaar – dus enkel
minimale ingreep
prijsbehoud & prijsstabiliteit
masterplan: een vastgoedontwikkeling
op
eigen terrein of mogelijks
met grondruil of
bouwrecht (CLT) op de
omliggende terreinen >
Bestaande plannen
vaak afwezig:
bestaande toestand
digitaliseren vraagt
al 15/20K
geïnformeerd zijn over
de procedures en
wetgeving van VME,
zodat ze een actieve
rol kunnen spelen in
het besluitvormingsproces
Woonwijzer
gebrek aan toekomstperspectief
of
garantie op behoud
gefaseerde aanpak,
bewoners maximaal in
woning blijven tijdens
de werken - tijdelijke
woonruimte in gebouw,
indien nodig
handelen uit
noodzaak: appartement
nood aan
renovatie omwille
van veiligheid
voelen
zich niet bekwaam of
missen de interesse
om mee te spreken
over nogal technische
onderwerpen
Permanente hoge
comfortnoden
omwille van kinderen
(verbouwen
is moeilijk)
groot kluwen van
premies en subsidies,
zowel individueel als
voor VME (Gent Knapt
Op: appartementen vaak
meer confrom omzille
van gemeeschappelijke
delen)
brengt extra middelen
op > Stad moet grondindividuele
premieberekening
maken: VME lening
x individuele premies
(persoon met leefloon
kan wel VME-lening
aangaan)
VME lening 25 jaar
(Mijn Verbouwpremie/lening)
+ Gent
Knapt Op
einig studiebureaus
durven risico nemen
om in niet goed renoveerde
appartementen
volledig fossielvrij
te gaan
professionele
begeleiding (technische
en sociale
ondersteuning van
syndicus (vb. extern
studiebureau)
capaciteitsopbouw
by syndici (Energiecentrale)
Niet idereen voordelen
van dakisolatie
of kelderisolatie
Kleinere groepen:
per persona, per
verdiep etc.
mensen aan verschillende
snelheden
laten intekenen
tijdelijke warmtepompen
(Stad
Antzerpen)
de oppervlakte van
de woningen, indeling,
aanwezigheidndaglicht
en mogelijkheid
tot natuurlijke
ventilatie
hoge kosten renovaties,
waardoor deze
eigenaars gedwongen
worden hun woningen te
verkopen of te verlaten
gebouw bekijken als een
gestapelde woonwijk en
dus als een bijzondere
vorm van publiek domein
(waardoor andere
manieren van overheidsf
inanciering verantwoord
kunnen worden)
Korting kadastraal
inkomen aansluiting
warmtenet?warmtepomp
(Stad Antwerpen)
goede financiële
planning en transparante
boekhouding
Straten, riolering, verlichting
heel vervelend
georganiseerd – enkel
via VME meerderheidsbeslissing
(2/3) +
veto-mogelijkheden >
trage verandering
toepassing van renteloze
bulletlening
ook in begeleidingsmiddelen
renovatiewerken
afdwingbaar (tijdlijn
epc labels)
VME: een gebrek
aan solidariteitsmechanisme;
verdeling kosten is
zettelijk vastgelegd
financiering door filantropische
organisaties
wooncooperatie
- coöperatief aandeel
evolueert mee met prijs
in de buurt > vermogensopbouw
door meerwaardecreatie
- solidariteitsmechanismen
groepje gemotiveerde
bewoners
(vb RME) gaat deur
aan deur
VME kan geen beslissingen
nemen over de
private onderdelen in het
gebouw - uitenschrijnwerk
binnen de private
eigendom, groot effect
op het energieverbruik
wooncoöperatie (ipv VME)
- sneller beslissingen nemen
- technische opvolging
- optimalisatie van de investeringen
op lange termijn
- gemeenschapsvorming
- doelstellingen LT
wwooncoöperatie
(ipv VME): ontzorging
bewoners
prijsstabiliteit
zekerheid over
toekomst: renovatie
vs afbraak - herhuisvesting
Citymined
voelen
zich niet bekwaam of
missen de interesse
om mee te spreken
over nogal technische
onderwerpen
communicatiestrategie:
project haalbaar
als x% meedoet
wens om een positieve
impact op duurzaamheid
te hebben >
maar niet voldoende
voor gedragsverandering
collectieve dynamiek
- ambassadeurs
percentage sociale
woningen verplicht
worden
gesteld (Vlaams
niveau)
groepsdruk
Voorkooprecht
inschrijven in
het RUP (Stad): Hierdoor
kan de stad
Gent meer controle
uitoefenen over
de ontwikkeling
De Valkerij 10 Housing
First Woningen (PV
panelen ECoOB)
bescherming tegen
koude en hitte
geen tijd & geen
mentale ruimte
Permanente hoge
comfortnoden
omwille van kinderen
(verbouwen
is moeilijk)
te groot tijdsbeslag:
veel administratief
werk ter voorbereiding
(premies en
subsidies, aannemers
zoeken, offertes etc.)
FINANCIEEL
NOODKOPER
(VER)HUURDER
APPARTEMENTS-
EIGENAAR
SOCIALE HUURDER
DAK- EN THUISLOOS
Willen we de en
lectieve en plek
dan is er aanvul
de individuele k
nood aan een sa
niveau’s:
• wijkdynamie
• collectieve p
• wijkenergieb
• wijkenergiec
• wijkenergiea
• consortium d
fronten integ
ONTZORGING
BETROKKENHEID
EIGENAARSCHAP
CAPACITEIT,
SKILLS & KENNIS
OVERTUIGING
& WAARDEN
2024-2025 2025-2030 2030-2035
STUDIE
NIEUWKOMER
PERSOON MET
MIGRATIEACHTERGROND
ALLEENSTAANDE
(OUDER)
TWIJFELAAR
DRUKKE OUDERS
BEWONERS
STAKE-
HOLDERS
FINANCIEEL
BUSINESS
MODEL
KADER
CAPACITEIT,
SKILLS & KENNIS
STUDIE
2024-2025 2025-2030 2030-2035
BETROKKENHEID
EIGENAARSCHAP
BUSINESS STAKE-
BEWONERS
MODEL HOLDERS
ONTZORGING
KADER
OVERTUIGING
& WAARDEN
STRAAT
PLEK
2024-2025 2025-2030 2030-2035
NETWERK
WIJK
GEMOTIVEERDE
MEDIOR
IDEALISTISCHE STARTER ...
... ...
WIJKHUB
FINANCIEEL
CAPACITEIT,
SKILLS & KENNIS
Programma design sessie
DAG 1
BETROKKENHEID
EIGENAARSCHAP
ONTZORGING
09:30 – 10:00
10:00 – 10:30
10:30 – 11:00
11:00 – 12:30
12:30 – 13:30
13:30 – 15:00
15:00 – 15:30
15:30 – 17:00
17:00 – 17:30
Introductie en stand van zaken (Joachim, Hanne)
Presentatie WP2: wijkbetrokkenheid (Alice)
Presentatie WP5: hefboomprojecten (Roeland, Indra)
Wandeling deel 1 (Iris, Nina)
Lunch
Wandeling deel 2 (Iris, Nina)
Presentatie WP2 x WP3: Drempels en hefbomen voor
collectieve aanpak (Antoon, Alice)
Brainstorm 1: Collectieve aanpak – twee parallelle sessies
1.A Welke voorwaarden stelt dat voor een wijkdynamiek?
1.B Welke voorwaarden stelt dat voor een aanbod?
Samenbrengen inzichten uit sessies 1.A en 1.B
en conclusies
OVERTUIGING
& WAARDEN
DAG 2
09:30 – 09:45
09:45 – 10:15
10:15 – 11:45
11:45 – 12:30
12:30 – 13:30
13:30 – 15:00
15:00 – 15:30
15:00 – 15:30
15:30 – 16:30
16:30 – 17:00
Terugblik naar conclusies uit dag 1
Presentatie WP3 x WP4: Modellen voor
(wijk)energievehikels en aanbod (Tim, Hanne)
Brainstorm 2: Stappenplannen voor hefboomprojecten
2.A. Standaard Muide
2.B. Zonnedak Loods 26
Samenbrengen inzichten uit sessies 2.A en 2.B
Lunch
Brainstorm 3: (Wijk)energievehikel lange termijn & hoe dat
zich vertaalt naar de korte termijn – plenair gesprek
Pauze
Brainstorm 4: Projectportefeuille voor de hele wijk & eerste
aanzet richting een wijkactieplan – plenair gesprek
Conclusie
ergietransitie op een meer colgebaseerde
manier aanpakken,
lend op de bestaande focus op
avel en het (boven)lokaal beleid
menspel tussen verschillende
k/-netwerken
rojecten
edrijf
oalitie
ctieplan
at kennis op diverse
reert
A. Publieke
overheid
B. Private
ESCO
Afnemer Financiering Risico Mandaat
Veelal zal de relatie tussen de afnemer en de overheid De eigendommen die voor het project nodig zijn, zijn al Het opwekken en verkopen van energie of het laten
reglementair en dus niet contractueel zijn. Hoewel de grotendeels in (verschillende) publieke handen.
uitvoeren van aannemingswerken (cf. isolatie) is geen verschillende (intergemeentelijke) samenwerkingsvormen
juridische gevolgen daarvan mogelijk gelijkaardig zijn, zijn
(bv. opdrachthoudende verenigingen) die hun eigen
er toch beperkingen bv. met betrekking tot
Overheden moeten regels inzake begroting naleven,
doelstellingen, financiële beperkingen en
aansprakelijkheid.
waarvoor ze ook onder toezicht staan. Hun
Een overheid moet wanneer de waarde van het werk aandeelhouderschap hebben.
financieringsruimte kan daardoor beperkt zijn.
(aankoop WP of PV), de aanneming (werken) of de
Met (bepaalde) overheden (of daarmee gerelateerde
dienstverlening die hij wil
verenigingen of vennootschappen) heeft de afnemer al Overheden kunnen daarnaast wel gemakkelijker een deel contracteren een bepaalde drempel overschrijdt de moeten omgaan als het als uniek aanspreekpunt wil
een relatie, waardoor hij of zij het aanspreekpunt al zal van de kosten, die in de private markt bedrijfseconomisch regelgeving overheidsopdrachen volgen.
fungeren.
kennen.
moeten doorgerekend worden aan de afnemers, op zich
nemen.
Een overheid staat ook onder toezicht en moet rekening
houden met de (meerderheden) in de gremia die de
nodige beslissingen moeten nemen.
Een private esco is een nieuwe speler en moet het
Een private Esco zal een concessie en/of een
Een private Esco heeft dit soort van projecten juist als Zie opmerkingen bij Risico
vertrouwen kunnen wekken van de afnemer. Die afnemer wegvergunning moeten krijgen voor de bouw van de statutair doel en beschikt over ervaring en know-how om
zal naast zijn reguliere leveranciers (elektriciteit, aardgas, installatie en de verbindingen met de individuele
die uit te voeren.
water) nog een bijkomende leverancier tegenkomen die woningen.
een bijkomende factuur zal sturen voor een deel van de
energie die de afnemer al betaalt aan de reguliere
Een private Esco zal wellicht eenvoudiger toegang
kunnen inschatten zonder dat er een verdeling moet
leveranciers.
hebben tot externe financiering, die wellicht ook een komen tussen verschillende afzonderlijke participanten.
invloed zal hebben op het bedrijfsmodel en de
vergoedingen die de afnemers moeten betalen.
C. Coöperatie
Sommige coöperaties zijn al actief in de energiemarkt
(elektriciteit) en kunnen voor dat deel waarin ze al actief
zijn de rol van SPOC blijven behouden. Voor andere
activiteiten (bv. aardgas) zijn ze niet allemaal actief.
Opdat een afnemer wil participeren in een coöperatie
moet hij (toch gedeeltelijk) overtuigd zijn van het nut van
die participatie (aandelen). Bij regulieren leveranciers
moet hij geen aandelen verwerven.
Zie B
Een bestaande coöperatie heeft al coöperanten die
akkoord gingen met een bepaald risico. Het is niet zeker
dat die bestaande coöperanten akkoord zullen gaan met
een uitbreiding van de activiteiten waardoor dit risico
vergroot. Nochtans zal die instemming wel nodig zijn, al
was het maar bv. voor de aanpassing van het
maatschappelijk doel of de statuten.
Zie opmerkingen bij Risico
D. Combinatie
De afnemer heeft te maken met verschillende entiteiten
(reguliere leveranciers van energie en water,
voor hem of haar wellicht niet altijd duidelijk is wie wat
doet en waar hij of zij voordeel uit kan halen.
Zie B
Hoe meer samenwerkingen, hoe meer marges er nodig
zijn. Er zullen meer facturen volgen, meer BTW-plicht (en
aftrekbaarheid), meer kluwen over de allocatie van
Voor zover de rollen en verbintenissen van elke
deelnemer in de combinatie duidelijk zijn, mag men ervan
uitgaan dat elke participant het mandaat kan hebben om
deel te nemen. Dat is trouwens ook een voorwaarde.
E. Nieuwe
entiteit
Zie C Zie B Een nieuwe entiteit waarin verschillende afzonderlijke
publieke en private rechtspersonen en coöperanten
participeren kan ageren zoals een private Esco, maar zal
wellicht minder risico willen nemen.
Daarnaast zal de vennootschapsrechtelijke uitwerking niet
evident zijn ((soorten) aandelen, winstverdeling of -
allocatie, zeggenschap, samenstelling bestuursorganen,
De nieuwe entiteit zal door zijn oprichting en binnen het
kader van zijn statuten, die uiteraard moeten
vormgegeven worden voor het project over de nodige
mandaten beschikken.
Fase 2. Ontwikkeling business
case zonnedakenmodel 1.0 (mei
- augustus 2024)
1. Werksessies
• Designsessie 2 (27 mei 2024): Alle consortiumpartners
werden samengebracht voor een tweede
designsessie. De focus lag op het verfijnen van het
zonnedakenmodel, met aandacht voor businesscase,
sociale herverdeling, koppeling met warmteprojecten
en renovatie.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, 3E, Energent,
Trividend, SAAMO, Wattson
• Financiële en organisatorische werksessies (17/5, 3/6,
6/6, 11/6, 13/6, 25/6, 9/7, 27/8): In een reeks werksessies
werd verder gewerkt aan de financiële haalbaarheid
en het organisatiemodel van het zonnedakenproject.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, 3E, Trividend,
Energent, Wattson, Blixt
• Organisatie- en beheermodel (25/6): In een gerichte
werksessie werd verkend welke vormen van beheer
en organisatie het best aansluiten bij het model.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Trividend.
• Sociale herverdeling en doelgroepen (30/5, 18/6,
15/7, 27/8): Tijdens deze sessies werd de aanpak voor
kwetsbare doelgroepen besproken, met focus op
sociale herverdeling in het model en voorbereiding
van referentiegroepen.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SAAMO
• Wijkenergiecoalitie (3/6): Een voorbereidende
werksessie om de lokale wijkenergiecoalitie vorm
te geven en de eerste publieke bijeenkomst voor te
bereiden.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, SAAMO
• Mapping grote daken (21/5, 18/6): Werksessies om
de grote daken in Muide-Meulestede te analyseren
op vlak van potentieel voor zonne-energie.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Energent
2. Ontwikkeling van het model
• Uitwerking op vijf niveaus: Het zonnedakenproject
werd uitgewerkt op het vlak van narratief, financieel
model, doelgroepgerichte aanpak, grote daken en
organisatorisch kader.
a. Betrokken partners: AWB, 3E, Energent, Wattson,
Trividend, Stad Gent, SAAMO
• Financiële documenten en tools: Er werd een reeks
documenten ontwikkeld, waaronder een financieel
overzicht van sociale energiecontracten, een vergelijking
van organisatiemodellen, een lijst van juridische
aandachtspunten en een analyse van integratie
met renovatie en warmte.
a. Betrokken partners: 3E, Energent, Trividend,
Energent, Wattson, AWB, Blixt
• Mapping grote daken: Er werd een longlist van 57
grote daken opgesteld, inclusief technische en eigenaarsgegevens,
gekoppeld aan het financieel model.
Daarnaast werd een shortlist van vier prioritaire
dakeigenaars opgesteld.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Energent
• Stappenplan voor verdere uitwerking: Er werd een
concreet stappenplan opgesteld om het model
verder te ontwikkelen in de periode juli–september
2024.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent
3. Stakeholderoverleg
• Verkenning PPA-afnemers: Er vonden gesprekken
plaats met potentiële PPA-afnemers, zoals lokale
bedrijven, om hun interesse en voorwaarden te
onderzoeken.
a. Betrokken partners: Stad Gent, Wattson
4. Wijkbetrokkenheid en communicatie
• Opbouw wijkenergiecoalitie: In samenwerking met
Stad Gent en SAAMO werd gestart met de opbouw
van een lokale wijkenergiecoalitie en de voorbereiding
van een eerste wijkbijeenkomst.
a. Betrokken partners: Stad Gent, SAAMO, AWB
• Communicatie met wijkactoren: Het eerste projectverhaal
werd gedeeld met bewoners en lokale
organisaties via presentaties en netwerkmomenten,
onder meer met het wijkactieteam.
a. Betrokken partners: AWB, SAAMO, Stad Gent
(wijkregisseur)
• Actieve outreach kwetsbare doelgroepen: Er werd
contact gelegd met specifieke doelgroepen zoals
huurders, senioren en de Turkse gemeenschap. Lokale
sleutelfiguren, zoals moskeevertegenwoordigers
en ondernemers, werden actief betrokken.
a. Betrokken partners: SAAMO
5. Stuurgroep
• Projectvoorstel zonnedaken (9/7): Het uitgewerkte
voorstel werd voorgelegd aan schepen Tine Heyse.
Het bevatte het volledige model, de businesscase,
doelgroepenaanpak en vervolgstappen. Partners:
AWB, 3E
• Goedkeuring stuurgroep (25/6): De stuurgroep keurde
de projectaanpak goed, waarna het voorstel werd
gevalideerd.
a. Partners: Stad Gent, AWB
• Principieel akkoord Stad Gent: Schepen Heyse gaf
principieel akkoord voor verdere uitwerking in 2024.
a. Partner: Stad Gent
14
Zit meestal al in
leveringsovereenkomst
Met leverancier
Geen specifieke allocatie door die
leverancier mogelijk aan derden (te
kleine volumes/te veel kosten)
Toegangspunt injectie voor
resttelektriciteit
Overeenkomsten
Met een andere toegangshouder
dan de leverancier om de
collectieve restelektriciteit aan te
Eigen aansluiting op distributienet
kopen
Overeenkomst met afnemer
Op huisniveau
Peer-to-peer
Overeenkomst met leverancier/toegangshouder
Tarieven / kosten / heffingen
Toegangspunt afname voor
restafname
Overeenkomst met leverancier
Ook niet om bv. collectieve
laadinfrastructuur te voeden
"achter de meter"
Geen elektrische verbinding tussen
individuele installaties
Dus geen verbinding mogelijk
tussen twee PV-installaties die elk
achter de meter liggen van een
netgebruiker
HEG moet eigenaar zijn van de
installatie
Leden HEG moeten KMO's,
particulieren of overheden zijn
Zonnedaken
Voorwaarden
Deelnemers mogen niet betrokken
zijn bij grootschalige commerciële
activiteiten in de energiesector, en
hun voornaamste economische
Uitsluiting als deelnemer van
energiecoöperatieven als
dusdanig?
activiteit mag niet in de
energiesector zijn
Maar HEG kan wel zelf een
coöperatieve zijn
Hernieuwbare
energiegemeenschap
Elke deelnemer behoudt eigen
Kosten, lasten, heffingen op totale
volume
aansluiting op distributienet
Onbalansrisico leverancier / kosten
"Energiedelen" tussen deelnemers
energiedelen
Aansluiting collectief op
Collectief
toegangspunt injectie van de
"Gratis" of aan lagere of
gediversifieerde prijs verdelen
elektriciteit
Enkel commodity kost minder tot
niets
installatie
Andere toepassingen (opslag,
flexibiliteit, verkoop
restelektriciteit, peer-to-peer? (is
HEG "actieve afnemer?)
Vergelijk met "gewone" leverancier
Steeds marge te nemen op de prijs
Aparte rechtspersoon
(coöperatieve, overheid, derde)
"Gewone" prijs met kosten, lasten,
heffingen op totale volume
Geen onderscheid tussen volumes
van installatie en andere volumes
Verkoop aan leverancier en
herverdeling opbrengst van die
verkoop
Geen mogelijkheid om elektriciteit
tegen gunstige prijs aan te bieden
aan deelnemers in het collectief
wel een mogelijkheid om
opbrengsten te herverdelel (bv.
isolatie)
Uiteraard geen verbinding tussen
collectieve PV-installatie en
individuele netgebruikers
15
5 M
? P
1
2
3
4
?
?
16
Wie In detail Voordeel scenario Nadeel scenario Drempels van doelgroep Hefbomen voor doelgroep
Alle inwoners van MM
- dus ook makkelijker te bereiken en meer kapitaalkrachtige doelgroepen: vb.
idealistische starter en gemotiveerde medior
- 60 % niet Belgische herkomst, gemiddeld BBI = 15 000 €, 55 % is huurder, 9
% werkloosheid, etc.
- gelijkheidsbeginsel
- mogelijkheid tot hanteren van verschillende tarieven -
herverdelingsmechanisme
- mogelijks grotere bereidheid bij bepaalde groepen om zelfde of duurdere
energiefactuur te betalen dan ervoor
- versnelling energietransitie
- het financieel voordeel van zonnedaken is minder van belang voor een deel
van de doelgroep (andere voordelen zijn belangrijker, bijvoorbeeld
omschakeling naar fossielvrij) > maakt business case makkelijker?
- makkelijker te bereiken en meer kapitaalkrachtige doelgroepen vinden hun
weg al voldoende naar bestaande premies & subsidies (MijnVerbouwlening,
MijnVerbouwpremie, renteloos reno- vatiekrediet bij aankoop …)
- risico dat 'aandacht' te versprokkeld is, waardoor niet voldoende ingezet kan
worden voor moeilijker te bereiken groepen: moeilijker om te voorkomen dat
bepaalde ongelijkheden niet worden versterkt
- moeilijk te verzekeren dat mensen die het op zichzelf kunnen betalen en
regelen hierin mee zouden stappen
- ontkoppeling van isolatie en PV en gebrek aan duidelijk totaal kostenplaatje makkelijker te bereiken en meer kapitaalkrachtoge doelgroepen
+ drempels van andere scenario's
- belang van collectieve dynamiek - vb. inzetten van ambassadeurs
- geen garantie op voorhand of de eigenaar recht heeft op subsidie /subsi- dies - belang van ‘social importance’: ‘anderen helpen’ is belangrijk
pas aanvragen na uitvoering
- niet-commercieel bedrijf voor velen aantrekkelijker om in mee te stappen;
zeker als er ‘buren’ mee runnen
+ hefbomen van andere scenario's
>> leunen op Vlaamse acties om grote massa mee te krijgen om zo te
motiveren waar specifiek rol lokaal zit? niet in het versnellen maar in het
meekrijgen van iedereen?
- gedifferentieerde tarieven?
Iedereen die beroep doet
op sociale zekerheid
noodkopers, leefloon, verhoogde tegemoetkoming, werkloosheidsuitwerking,
sociaal tarief voor energie/budgetmeter, schooltoelage …
- bestaande instanties kunnen toeleiding faciliteren (OCMW, Mutualiteit,
Fluvius, etc.) > beheerskosten liggen laag
- hebben al recht op extra steunmaatregelen (vb. Dampoort Knapt Op,
Noordkopersfonds, sociaal tarief voor energie, ...) - maakt het moeilijk om nog
meerwaarde te bieden; - huidige instrumenten voor doelgroep geen toegang
tot totaalrenovatie, maar 'zonnedaken' waarschijnlijk ook niet
- financieel model laten concurreren met sociaal tarief maakt business case
moeilijk
- kunnen zelf geen PV betalen; kunnen niet altijd bestaande energiefactuur
betalen of verwarmen te weinig (energiearmoede)
- noodkoperswoningen hebben meestal label E of F + precaire woonsituatie:
andere financiële prioriteiten dan PV
- schaarste sociale netwerken / isolement - toeleiding via instanties verloopt
niet altijd vlot
- geen mentale ruimte voor complexe contracten, verandering, ..
- wantrouwig
- terughoudend om mensen binnen te laten in woningen omwille van lage
kwaliteit
- werken via toeleiding van bestaande diensten en organisaties
- prijsstabiliteit & zekerheid
- geen juridische gevolgen van wanbetalen (verder kosteloos gebruikmaken) +
geen financi¨le risico’s (vb. aankoop aandeel)
- verhoging van de marktwaarde voor kwetsbare eigenaar-bewoners?
Inkomensgroep 20%
boven sociaal tarief
Mensen die geen hulp ontvangen
- ontvangen weinig steun, vallen vaak uit de boot
- maakt dat de business case niet moet concurreren met sociaal tarief
- eventueel volstaat stijging van waarde woning omwille van daling epc als
overtuigende factor (ipv directe korting op energiefactuur)
- omwille van groot aandeel huurders in deze doelgroep: veel aandacht gaat
naar bereiken van huurders/verhuurders
- te eenzijdige focus op inkomen
- moeilijk te bepalen doelgroep - welke inkomensklasse juist? Q1 en Q2?
- heel moeilijk te bereiken, want niet gelinkt aan bestaande instanties;
huurders en verhuurders mogelijks nog moeilijker op te sporen
- vooral financieel voordeel van zonnedaken is van belang, dat maakt de
business case moeilijker/met minder wijkvoordeel:
> voor verhuurders: noodzakelijke incentive?
> voor huurders/andere: energiefactuur moet minstens stabiele prijs bieden
(+ onafhankelijk van schommeling in energiemarkt), maar idealiter lager
liggen + huurprijs stabiel
- te veel kapitaliseren op stijging van waarde van woning?
- verhuurders hebben nood aan financiële incentive: vb. stijging van huurprijs / - financiële zekerheid / stabiliteit: verlaging energiefactuur voor de huurder >
waarde van woning
kleinere kans op wanbetaling
- verhuurders willen zo weinig mogelijk last > teveel extra kopzorgen; gevoel - belang van epc – impact op huur- waarde, verkoop- waarde
van verhuren als ‘tweede job’
- “energiedelen met jezelf”: indien meer- dere eigendommen -
- huurders willen niet dat huurprijs omhoog gaat / uithuiszetting
verhuurwoningen en eigen woningen verbinden OF via cooperatie
- doelgroep is moeilijk op te sporen: gegevens van verhuurders niet
- verhuren via SVK?
beschikbaar
+ hefbomen scenario 2?
+ drempels scenario 2?
Niet-dominante doelgroepen
Laagopgeleide personen, personen met migratieachtergrond, alleenstaande
ouders, grote gezinnen, …
- grote overlap met scenario 2 &3?
- voorbij inkomen; laat toe om rekening te houden met veel andere drempels - beheerskosten liggen hoog omwille van investeringen in toeleiding - mentale ruimte ontbreekt
voorbij louter financiële drempel
- niet lenen omwille van cultuur, geloof of leeftijd
- het financieel voordeel van zonnedaken is (mogelijks) minder van belang >
- taalbarriere
maakt business case makkelijker
- voelen zich niet bekwaam of missen de interesse om mee te spreken over
nogal technische onderwerpen
- andere verwachting voor temperatuur in woning
- andere stijl- en materialenvoorkeuren
- Permanente hoge comfortnoden omwille van kin- deren (verbouwen is
moeilijk)
- aannemer uit eigen gemeenschap
- middelen uit eigen netwerk lenen
- collectieve dynamiek - ambassadeurs
oeilijk te bereiken doelgroepen
= scenario 4 + ouderen, drukke ouders, verhuurders/huurders, …
- grote overlap met scenario 3?
- voorbij inkomen; laat toe om rekening te houden met veel andere drempels
voorbij louter financiële drempel
- het financieel voordeel van zonnedaken is (mogelijks) minder van belang >
maakt business case makkelijker
- focus ligt op alle huishoudens die moeilijk bereikt worden, die buiten scope
vallen: iedereen die het minst mee is in energietransitie, ongeacht inkomen
- verhuurders hebben nood aan financiële incentive: vb. stijging van huurprijs / - financiële zekerheid / stabiliteit: verlaging energiefactuur voor de huurder >
waarde van woning
kleinere kans op wanbetaling
- verhuurders willen zo weinig mogelijk last > teveel extra kopzorgen; gevoel - belang van epc – impact op huur- waarde, verkoop- waarde
van verhuren als ‘tweede job’
- “energiedelen met jezelf”: indien meer- dere eigendommen -
- huurders willen niet dat huurprijs omhoog gaat / uithuiszetting
verhuurwoningen en eigen woningen verbinden OF via cooperatie
- doelgroep is moeilijk op te sporen: gegevens van verhuurders niet
- verhuren via SVK?
beschikbaar
- geen tijd & geen mentale ruimte: te groot tijdsbeslag: veel administratief
werk ter voorbereid- ing (premies en subsidies, aannemers zoeken, offertes
etc.)
- Permanente hoge comfortnoden omwille van kin- deren (verbouwen is
moeilijk)
Sociale huurders?
-Betrokkenheid op de wijk
- Kunnen ondersteuning gebruiken
- Geconcentreerder te bereiken
- worden al ontzorgd Veel mensen met sociaal tarief en geen zelfbeschikking over infrastructuur. Huisvestingsmaatschappij als één aanspreekbare partner + invloed stad.
Appartementsbewoners?
esonen zonder geschikte daken?
17
Fase 3. Verfijning en verificatie business
case Zonnedakenmodel 1.0 (augustus -
december 2024)
1. Werksessies
• Integratie wijklogica zon (2/9, 17/10, 2/12): gezamenlijke
werkgroepen met alle consortiumpartners
brachten de verschillende werklijnen rond de
wijklogica zon samen. Tijdens de derde design sessie
(17/10) lag de nadruk op integratie tussen sporen.
a. Betrokken partners: Stad Gent, Blixt, Wattson,
Energent, Trividend, SAAMO, AWB
• Financieel model (10/9, 7/10, 12/11, 21/11): werksessies
rond businesscase en financieel model van het
zonnedakenmodel 1.0.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,
Energent, Trividend
• PPA-expertise (14/10): expertworkshop over voorwaarden
en kansen van PPA’s als onderdeel van het model.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,
Energent, Trividend, Kris Voorspools
• Voorbereiding bewonersgroepen (10/9, 19/9, 30/9,
8/10, 24/10): afstemming over opzet referentiegroepen
en lokale coalitie waarin bewoners feedback
konden geven op het zonnedakenaanbod.
a. Betrokken partners: AWB, SAAMO, Stad Gent
• Modelanalyse (2/12): werksessie over risicoanalyse,
bijsturing en toekomstscenario’s voor het zonnedakenmodel
1.0.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,
Energent, Trividend, SAAMO
2. Ontwikkeling van het model
• Financieel model: via scenario’s en gevoeligheidsanalyse
werd het zonnedakenmodel 1.0 financieel
doorgerekend. De PPA-prijs en beheerkosten bleken
cruciale factoren.
a. Betrokken partners: Energent, Trividend, Wattson,
AWB, Blixt
• Aanbod grote daken: opmaak van een aangepast
voorstel voor eigenaars van grote daken.
a. Betrokken partner: Wattson
• Aanbod residentiële daken: opmaak van een apart
aanbod voor particulieren met aandacht voor huurders
en verhuurders.
a. Betrokken partner: AWB
• Risicoanalyse: identificatie van kwetsbaarheden zoals
dakstabiliteit, beperkte schaalvoordelen, marktfluctuaties
en afhankelijkheid van publieke middelen.
a. Betrokken partner: AWB, Wattson
3. Stakeholderoverleg
• Grote daken verkennende gesprekken met bedrijven
over deelname, dakgeschiktheid en interesse in
zonnedaken.
a. Betrokken partner: Wattson, Stad Gent
• PPA-verkenninggesprek met Rousselot en andere
bedrijven (Stukwerkers, Houthandel Hanssens, DS
Smith, Euroports) om voorwaarden van een PPA en
gebruik dak af te toetsen.
a. Betrokken partner: Wattson, Stad Gent, Kris Voorspools
• Renovatiekoppeling overleg met De Energiecentrale
over integratie van renovatieaanbod in het zonnedakenmodel.
a. Betrokken partner: AWB
• Externe voorbeelden: toetsing van het financieel model
aan referentieprojecten in Oostende, Blankenberge,
Mechelen en Vlaams-Brabant.
a. Betrokken partner: AWB
• Bijsturing op basis van praktijk: feedback uit gesprekken
leidde tot verfijning van model en inzicht in beperkingen
(o.a. beperkte schaalvoordelen, hoge kapitaalkost,
beperkte interesse zonder direct voordeel).
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson
4. Wijkbetrokkenheid
• Outreach: voorbereidende gesprekken in de wijk om
referentiegroepen samen te stellen.
a. Betrokken partner: SAAMO
• Narratief en aanpak bewonersgroepen: ontwikkeling
van een gestructureerde aanpak voor referentiegroepen
om feedback op te halen.
a. Betrokken partners: SAAMO, AWB
• Referentiegroepen (11/10 – 12/12): bijeenkomsten
met diverse doelgroepen om het aanbod af te stemmen
op noden van bewoners.
a. Groepen: Unie voor Verenigde Eigenaars (11/10),
Turkse gemeenschap (29/10), verhuurders (11/12),
noodkopers (12/12)
a. Betrokken partners: SAAMO, AWB
• Visualisatie: ontwikkeling van illustraties die het zonen
warmteproject, het coalitiewerk en het energiebedrijf
begrijpelijk maken.
a. Betrokken partner: AWB
• Wijkenergiebijeenkomst (15/10): publiek moment
voor dialoog met bewoners over de doelstellingen en
aanpak van het Living Lab.
a. Betrokken partners: Stad Gent, AWB, Wattson,
Energent, SAAMO
• Bewoners als mede-ontwikkelaars (20/11, 2/12): betrokkenheid
van geëngageerde bewoners in ontwikkelsessies
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, bewoners
Aan het einde van deze fase konden we vaststellen dat
het zonnedakenmodel 1.0 in zijn huidige vorm niet rendabel
of schaalbaar is.
18
Rollen & begroting
dagkost €350
TAKEN (in uren) aantal eenheden eenmalig uren (eenheid) uren (week) jaarlijkse kost
Oprichting - - - -
uitwerking organisatiemodel
opmaak statuten
openenen bankrekening
aanwerving personeel
Financiering € 5.000
beheer verdienmodel en investeringsaanbod
investeringsbeslissing
financiering & investeerdersrelaties
burger kapitaalophaling & campagne
onderhandelingen bank & marketing
Ontwikkeling 8 € 16.800
werving PPA
werving grote daken
opmaak contracten PPA
opmaak contracten grote daken
opmaak contracten (abonnementen) + recht van opstal nieuwe individuele woningen
afsluiten contracten PPA
afsluiten contracten grote daken
Toeleiding, werving begeleiding individuele woningen -
Open oproep
Organiseren van toeleiding via lokale organisaties / bestaande initiatieven
Bijkomend terreinwerk & sociale begeleiding
Selectie individuele woningen (vb. dakisolatie) adhv inkomen
Energiecoach 100 - 5 11,90
ondertekenen contracten (abonnementen) + recht van opstal nieuwe individuele woningen
omgezet in uren/week J1
dimensionering van de installatie
werfopvolging
opvolging herstellingen en vervanging van onderdelen
Realisatie 100 8 19,05
bestelling en betalingen installateurs (raamcontracten, groepsaankopen) omgezet in uren/week J1
contracten registreren
betaling van de keuringsinstantie
afsluiten verzekeringscontracten
aanvraag van een digitale teller
TOTAAL 38,95 € 58.000
recurrente taken aantal eenheden eenmalig uren (eenheid) uren (week) jaarlijkse kost
Beheer & administratie 8 € 16.800
beheer van alle contracten (abonnementen grote daken en individuele woningen)
administratie verhuisbewegingen (overname contracten of opvolging verkoop)
registreren en behandelen van mogelijke klachten
klantendienst
beheren verzekeringscontracten
facturatie grote daken
facturatie individuele woningen
monitoring (wan)betalingen
monitoring software of dienstverlening
Beheer injectie/PPA-contracten
technische opvolging - onderhoud - 5-jaarlijkse keuring
Coördinatie vehikel 6 € 12.000
boekhouding + opmaak jaarrekening
vennoostschapsbelasting indienen
BTW-aangifte indienen
Verzekeringen
loonadministratie
aanvraag subsidies
ledenwerking
rapportage
HR & planning
RvB, AV, …
netwerk, partnerschappen
TOTAAL 14 € 28.800
TOTAAL 52,95 86.800 €
WARMTE
SEPT OKT NOV DEC 2025 JAN FEB
24/9
17/10
CM
DS
SG
DS
Check beschikbaarheid data
Herfst Jacob
vakantie vakantie
Inventaris drie type-woningen
Methodiek
(Daidalos, Energiecentrale,
(Daidalos,
SAAMO)
Energiecentrale)
Kerst
vakantie
Inventaris en advies 44 woningen
(Energiecentrale, SAAMO)
8w
Selectie en
onderbouwing
uitvoerbaar project
(Motivatienota 1.0)
2.A Renovatiebegeleiding
(Standaard Muide)
E
O
Toeleiding naar 44
woningen, deel 1
(SAAMO)
O
Toeleiding naar 44
woningen, deel 2
(SAAMO)
(Collectieve)
renovatieadviezen
23/9 1/10
VITO Check-in
wijkrenotool
Week 11/11
Check-in
2.B Betrokkenheid bewoners
(Standaard Muide)
Informatieve flyer en
korte enquête (SAAMO)
E
E
Begin december
Collectief moment /
communicatie
Begin februari
Collectief
moment
2.C Energiesysteem & business model
(Standaard Muide)
Scenario’s 1.0
Denkgroep financiële ondersteuning /
(Wattson) instrumenten / … (Wattson, stad Gent, Trividend)
O
Begin december
Check-in
Scenario’s 2.0 (35°, 65°, …)
> (collectief) renovatie-advies
(Wattson)
O
Eind januari
Check-in
2.D Warmte-atlas
(Hele wijk)
Verzamelen kaartlagen
(SWECO)
WS
Aanvullen ontbrekende info (stad Gent)
+ ontwikkelen eerste scenario’s (SWECO)
Bijstellen scenario’s
(SWECO)
WS
WS
Warmte-atlas 1.0
Haalbaarheidsstudie financiële en technische doorrekening collectieve warmtesystemen in heel de wijk
(SWECO)
26/9
Mapping
opzet
22/11
Werksessie
stadsdiensten
13/12
Werksessie
stadsdiensten
19
elektriciteit
financieel
PPA met residentiële pros
Ink
ONBALANS
ONBALANS
SPOTMARKT
TARIEF A
energieleverancier
TARIEF B
MARKT
energiebedrijf
Ink
STRIKE - M
20
umenten- fysiek
omsten energiebedrijf
STRIKE PRICE–TARIEF B
omsten energieleverancier
TARIEF B–TARIEF A–ONBALANS
ARKT
MARKT
PPA afnemer
SPOTMARKT
21
Fase 4. Verkenning
alternatieve
bouwstenen en
modellen (december
2024 - januari
2025)
1. Werksessies
• Brainstorm alternatieve modellen (16/2, 21/1): Gezamenlijke
sessies rond varianten op het bestaande
zonnedakenmodel, inclusief reflectie op andere
pistes voor organisatie, technologie en verdeling.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,
Energent, Trividend, Blixt
• Consortiummeeting: Presentatie en bespreking van
de conclusies uit zonnedakenmodel 1.0 met alle partners
als basis voor verdere verkenningen.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,
Energent
• Designsessie (datum niet gespecificeerd): Toelichting
van inzichten uit wijklogica zon en identificatie van
bouwstenen voor een alternatieve aanpak.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,
Energent, bewoners
2. Verkenning alternatieve modellen
• Eerste analyse uitbreidingen en variaties op zonnedakenmodel
1.0: Onderzoek naar aanvullende
of alternatieve bouwstenen die het model kunnen
versterken of verbreden. De volgende opties werden
bekeken:
* Laadeilanden: integratie van publieke of semi-publieke
laadpleinen voor elektrische voertuigen.
* Sociaal energietarief: actieve inzet op het toegankelijk
maken van voordelige energietarieven voor
kwetsbare doelgroepen.
* Lokale munten: gebruik van een wijkgebonden
ruilmiddel om betrokkenheid en circulatie van
waarde lokaal te versterken.
* Thuisbatterijen: verkenning van decentrale opslagcapaciteit
en impact op het verdienmodel.
* PV-verplichting grote ondernemingen: potentiële
inzet van regelgeving om private dakeigenaars
aan te zetten tot deelname.
a. Betrokken partners: AWB, Stad Gent, Wattson,
Energent
• De uitwerking van twee alternatieve modellen:
zonnedakenmodel 2.1 en 2.2, op basis van de PV-verplichting
grote ondernemingen en de activatie van
het sociaal tarief, met de ontwikkeling van een
high-level business case.
a. Betrokken partners: AWB, Wattson
22
23
27/01
Installatievergadering nieuw
kabinet Watteeuw
1
ZON
DEC 2025 JAN FEB MAART APRIL MEI
JUNI
17/12
CM
DS
SG
?
…
…
DS
…
SG
…
Uitwerking synthesenota
20/01
Voorbereiding
stuurgroep
• RESERVERING LEKP
VOOR LL?
• VERKENNING 2.0?
• ACTIVEREN HEFBOMEN?
• OPRICHTING
VEHIKEL
• LEKP?
Zonnedaken 1.0
TW
E
E
Risico-analyse
9/12 18/12
Euroports Rousselot
Verkenning zon 2.0
WS
Indexering pistes + aanpak verdere verkenning
TW
16/12
Brainst
ormses
sie
Lokale coalitie
TW
WS
proces 2024 + aanpak 2025
TW TW TW
9/12
Prep
lokale
coalitie
2025
Referentiegroepen
E E E
Advies
Noodkopers, verhuurders,
huurders
Bedrijf
Scenario’s
Voorbereiding oprichting
24
25
5. Leeswijzer
Wat volgt kan zowel lineair als modulair gelezen worden.
De hoofdstukken volgen enerzijds de chronologie van het
ontwikkelwerk, maar staan anderzijds ook als onderdelen
op zich:
• Na de inleiding, volgt een eerste analyse van het
Zonnedakenmodel 1.0. Deze analyse vormt een basis
en referentiepunt voor de rest van het rapport, zoals
voor de rest van het ontwikkelwerk dat de maanden
nadien gebeurde.
• Het centrale gedeelte bestaat uit tien bouwstenen.
Na het ontwikkelwerk rond het zonnedakenmodel
1.0, gingen we op zoek naar andere of bijkomende
bouwstenen waarop een zonnedakenmodel gestoeld
kon zijn. De tien bouwstenen als geheel geven een
overzicht van alle pistes die werden verkend. Maar
de bouwstenen lezen daarnaast vooral als individuele
fiches, waar iedereen mee aan de slag kan gaan
om een nieuw model mee te construeren.
• In het volgende lichten we twee modellen uit waarin
we een aantal van de bouwstenen gemonteerd
hebben tot kansrijke combinaties: Zonnedakenmodel
2.1 en 2.2. De modellen worden tegen hetzelfde licht
gehouden als het zonnedakenmodel 1.0, op niveau
van aanbod, impact en bereik, business case en
financiële haalbaarheid. Dit was de laatste fase in
het ontwikkelwerk, en tegelijk leest dit hoofdstuk
opnieuw als een opzichzelfstaande analyse.
• In de conclusie proberen we de belangrijkste risico’s
en kansen van de drie ontwikkelde modellen als de
bouwstenen te bundelen. We blikken ook door naar
het vervolg van het Living Lab.
26
6. Cijfer-lexicon
Grote PV-installatie 900.000 €/25 jaar (CapEx, OpEx, herinvestering)
Vermogen 1.000 kWp
Productie 950.000 kWh/jaar
Productie degradatie 0,4 %/jaar
CapEx (kapitaaluitgaven) 600.000 €
OpEx (operationele uitgaven) 10.000 €/jaar
Eenmalige herinvestering omvormer (jaar 12) 50.000 €
Levensduur 25 jaar
Residentiële PV-installatie 6.755 €/25 jaar
Vermogen 3,5 kWp
Productie 3.325 kWh/jaar
CapEx (kapitaaluitgaven) 3.500 €
OpEx (operationele uitgaven) 102 €/jaar
Eenmalige herinvestering omvormer (jaar 12) 700 €
Levensduur 12 jaar
Thuisbatterij en PV-installatie 11.300 €/25 jaar
Vermogen batterij 5 kW
CapEx (kapitaaluitgaven) 4.000 €
OpEx (operationele uitgaven) 100 €/jaar
Eenmalige herinvestering omvormer DC (t.v.v.
omvormer PV) (jaar 12)
1.600 €
Eenmalige herinvestering batterij (jaar 12) 3.200 €
Algemene rekenregels
Commercieel tarief elektriciteit 0,33 €/kWh
Terugleververgoeding 0,03-0,10 €/kWh
Sociaal tarief elektriciteit 0,20 €/kWh
Tarief laadpaal 0,63 €/kWh
Onbalanskosten 0,10 €/kWh
Distributienettarief 0,10 €/kWh
Tarief databeheer energiedelen 1,19 €/installatie/jaar
Brutoloon 49.000 €/jaar
27
B.
Eerste verkenning:
Het Zonnedakenmodel
1.0
28
29
30
31
Model 1: Collectieve zonnepanelen op kleine en grote daken via de financiële valorisatie van de reststroom
Bouwsteen 1: Collectieve investering in PV-installaties op grote daken
Bouwsteen 2: Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken
Bouwsteen 4: Externe handel in reststroom via een stroomafnameovereenkomst
Bouwsteen 9: Financiering door derden
Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties op kleine en
grote daken (bouwsteen 1 en 2). Het centraal bedrijf verschuift
daarbij de focus van maximaal zelfverbruik naar het
valoriseren van de virtuele bundeling van reststroom via
een Power Purchase Agreement (PPA) (bouwsteen 4). Grote
PV-installaties bieden zowel een schaalvoordeel wat de
investeringskost betreft, als het te verkopen vermogen bij
een PPA. De voorfinanciering gebeurt door een eenmalige
publieke investering via LEKP-middelen, aangevuld met financiering
door derden, in de vorm van burgerkapitaal en
een lening.
De eigenaar-bewoner van het dak met een residentiële PV-installatie
met lokaal verbruik betaalt gedurende 25 jaar een
deel van de investering terug via een vaste abonnementskost
ter waarde van 50% van het eigen verbruik van de geproduceerde
zonnestroom. De eigenaar van het dak met een
grote PV-installatie zonder lokaal verbruik krijgt gedurende
25 jaar in ruil voor de bruikleen van het dak een jaarlijkse
huurbijdrage, ter waarde van 5 of 10% van de productie van
de zonnestroom.
32
Het aanbod
De eigenaar-bewoner sluit een opstalovereenkomst af met
het centraal bedrijf en betaalt een maandelijkse abonnementsbijdrage.
In ruil daarvoor krijgt de eigenaar-bewoner
25 jaar lang gratis toegang tot lokale groene stroom,
ter waarde van 30% van het totale elektriciteitsverbruik.
De energie-uitgaven nemen af met 15% en de initiële
Investeringskost van €3.500 wordt vermeden. De eigenaar-bewoner
wordt ontzorgd voor de installatie, het
onderhoud, de vervanging van onderdelen en de uiteindelijke
afbraak van de installatie aan het einde van de
levensloop van 25 jaar. Dat alles op voorwaarde dat het
dak gerenoveerd is of nog geïsoleerd kan worden zonder
dat de PV-installatie weggehaald wordt. Daarvoor kan de
bewoner terecht bij het regulier aanbod van De Energiecentrale
(Mijn VerbouwPremie van de De Energiecentrale,
Mijn VerbouwLening via De Energiecentrale), bulletlening
Vlaams Noodkoopfonds, Gent Knapt Op).
Bedrijf en beheerlast
Het model vereist een nieuw bedrijf dat:
Assets beheert
Energie verhandelt
Energie levert aan particulieren
Diensten aanbiedt aan particulieren
Energie deelt
x (PV-installaties)
x
x (ontzorging, beheer & administratie
van alle abonnementen en
contracten)
De beheerlast ligt hoog, omwille van de diensten die het
aanbiedt aan particulieren: van 1,5 VTE naar 2 VTE vanaf
jaar 6. De rollen en taken zien eruit als volgt:
• Financiering: uitwerking verdienmodel, investeringsbeslissing,
investeerdersrelaties, burgerkapitaal,
campagne, bankrelatie, …
• Ontwikkeling: werving grote daken en afnemers PPA,
opmaak en onderhandeling contracten, …
• Toeleiding
• Energiecoach: screening en advisering van residentiële
daken, dimensionering, contractondertekening,
werfopvolging, aanvraag keuring en verzekering, …
• Realisatie: groepsaankopen installatie
• Beheer & administratie: registratie contracten, helpdesk,
beheer en opvolging contracten, verhuisbewegingen,
onderhoud, …
• Coördinatie vehikel: boekhouding, belastingen, loonadministratie,
ledenwerking, …
Doelgroep, bereik en impact
Bereik
Residentiële PV-installaties 500
Bereikte huishoudens 500
Doelgroep
Individuele woningen
Appartementen
Eigenaar-bewoners
Huurder-verhuurders
Bewoners met recht op sociaal
tarief
Niet-gerenoveerde daken
Impact
Productie groene stroom
Lokaal verbruik groene stroom
Lokale CO2-reductie
Publieke €/ bewoner €1000
Publieke €/ ton CO2-reductie €84,5
x
x
x
136.562.599 kWh
12.468.750 kWh
5.918 ton CO2
De business case
Over een periode van 30 jaar investeert het centraal bedrijf
in 500 residentiële PV-installaties (3,5 kWp) en 4 grote
installaties (1000 kWp of 1 mWp).
Financiering
Het bedrijf haalt €500.000 LEKP-middelen op in jaar 1, €1
miljoen burgerkapitaal in jaar 1 en €500.000 burgerkapitaal
in jaar 7 en 11, en €90.000 in jaar 1 via een lening bij de
bank of andere investeerders.
Inkomsten
De inkomsten komen in eerste plaats uit de verkoop van
alle stroom van 4 grote PV-installaties en de reststroom
van 500 residentiële PV-installaties via een PPA, en in
tweede plaats uit de abonnementen met eigenaar-bewoners.
De hoogte van de abonnementskost is niet doorslaggevend
voor de rentabiliteit van de business case.
De hoogte van de PPA-prijs en de grootte van het verkocht
volume is dat wel. Op 25 jaar brengt een netto PPAprijs
van €0,05/kWh 37,5% minder op dan een netto PPAprijs
van €0,08/kWh. Op 25 jaar brengt de verkoop van
de stroom van alleen grote daken aan een PPA-prijs van
€0,07/kWh 23,5% minder op dan de gebundelde verkoop
van stroom van grote en reststroom van kleine daken aan
dezelfde prijs.
Volume reststroom 500 residentiële
daken (per jaar)
Volume stroom 4 grote daken
(per jaar)
1.163.749 kWh
3.800.000 kWh
33
Uitgaven
Het grootste deel van de kosten bestaat uit de investeringskosten
(CapEx) en de operationele kosten (OpEx)
van de PV-installaties van kleine en grote daken. De kosten
voor 4 grote daken komen overeen met die van 500
kleine daken: kleine installaties kosten ongeveer €1.930
/ kWp, grote installaties €970 / kWp, dat betekent een
schaalvoordeel van iets meer dan 50%. Als de CapEx-kosten
van grote PV-installaties toenemen omdat er andere
investeringen nodig zijn dan de plaatsing van zonnepanelen
alleen , dan vervalt dit schaalvoordeel en plaatst dit
druk op de uitgaven.
Een tweede grote uitgavenpost is de vergoeding van het
kapitaal dat de business case voorfinanciert. Afhankelijk
van hoe dat kapitaal verworven kan worden, gelden andere
vergoedingsvoorwaarden. In deze business case gaan
we ervan uit dat €500.000 niet vergoed hoeft te worden
(publieke middelen), €2 miljoen wel vergoed wordt gedurende
25 jaar (3%) maar niet terugbetaald wordt (aandelen)
en €90.000 vergoed (4,5%) en terugbetaald wordt
over een periode van 20 jaar (lening).
Daarnaast brengt vooral het beheer een grote variabele
kost met zich mee. Afhankelijk van met hoeveel VTE je
rekent, weegt die meer of minder zwaar door op de business
case.
Residentieel €0,05/kWh + groot
€0,05/kWh
€6.204.687,50
Groot €0,07/kWh €6.650.000,00
Groot €0,08/kWh €7.600.000,00
Residentieel 0,05/kWh + groot
€0,07/kWh
Residentieel €0,07/kWh + groot
€0,07/kWh
Residentieel 0,05/kWh + groot
€0,08/kWh
Residentieel 0,08/kWh + groot
€0,08/kWh
€8.104.687,50
€8.686.562,50
€9.054.687,50
€9.927.500,00
Scenario 1:
stijgend laag
Scenario 2:
stijgend hoog
Scenario 3:
ideaal
Jaar 1-2 0 0 VTE 1,5 VTE
Jaar 3-5 0,5 VTE 0,5 VTE 1,5 VTE
Jaar 6-14 0,75 VTE 1 VTE 2 VTE
Jaar 15-30 1 VTE 1,5 VTE 2 VTE
Totaalkost €1.940.000,00 €2.760.000,00 €4.240.000,00
Maar:
• een netto PPA-prijs van €0,08/kWh betekent in een
PPA-prijs ‘strike price’ van €0,10/kWh (cf. bouwsteen
4). Die zou €0,02/kWh hoger dan de termijnmarktprijs
voor 2025 en €0,04/kWh dan de termijnmarktprijs
voor 2027.
• een gedifferentieerde netto PPA-prijs van €0,7/kWh
en €0,5/kWh houdt rekening met de lagere verkoopwaarde
van reststroom van residentiële installaties,
enerzijds, en ligt anderzijds in lijn met de PPA-prijs
‘strike price’ van €0,09/kWh die Stad Mechelen en
Stad Gent reeds betalen (cf. bouwsteen 4).
• Echter, in dat laatste geval biedt de business case
nog een tekort van €2.300.000 om de nodige VTE
voor beheer te kunnen dekken (verschil tussen
scenario 1 en 3).
Met andere woorden, een realistische PPA-prijs en
een realistische inschatting van de beheerkosten zorgen
voor een interne-opbrengstvoet die niet volstaat
om het kapitaal te correct te vergoeden. De business
case is niet haalbaar volgens de huidige wet- en
regelgeving, en zonder bijkomende publieke financiering
van (een deel van) de beheerkosten.
Financiële haalbaarheid
De haalbaarheid van de business case wordt bepaald door
de PPA-prijs en verkocht volume (met of zonder residentiële
daken in de PPA) dat onderhandeld kan worden met
de afnemer en de hoeveelheid VTE. We stellen vast dat:
• de verkoop van de reststroom van de residentiële
installaties via de PPA noodzakelijk is, samen met de
stroom van de grote installaties
• een gedifferentieerde netto PPA-prijs van 0,7/kWh*
voor grote daken en €0,5/kWh* voor residentiële
daken om de beheerkosten ‘scenario 1: stijgend laag’
te kunnen dekken.
• een netto PPA-prijs van €0,08/kWh nodig is om de
beheerkosten ‘scenario 2: stijgend hoog’ te kunnen
dekken.
34
Matrix met scenario’s o.b.v. verschillende invullingen voor een aantal parameters en een beoordeling van de financiële haalbaarheid van de scenario’s, © Energent
Taartdiagram met de verdeling qua oorsprong voor de financiering, inkomsten en uitgaven, © Architecture Workroom Brussels
35
C.
Tien bouwstenen
voor wijkgerichte
zonnestroom
36
37
1. Collectieve investering in PVinstallaties
op grote daken
Productie
Lokaal
Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties
op niet-residentiële daken en blijft gedurende de
hele levensduur van die PV-installatie ook de eigenaar.
PV-installaties op niet-residentiële daken
worden vaak gedimensioneerd op maat van het
lokaal verbruik onder die daken. Als dat lokaal
verbruik laag is – wat bijvoorbeeld het geval is bij
opslag – wordt maar een klein deel van het grote
dak ingezet voor de productie van zonnestroom.
Door de investering in PV-installaties op grote daken
los te koppelen van het werkelijke lokaal verbruik,
worden de dakoppervlaktes optimaler benut.
Zo worden ook die daken ingezet om lokaal
zoveel mogelijk zonnestroom te produceren.
38
zonnedakenkaart
projecten Thuispunt
sociale huisvesting
grote daken
publiek eigendom
1 : 2500
appartementen
rijwoningen
half open woningen
handelszaken
25 100m
3
4
6
5
7
12
2
13
14
1
15
8
45
9
10
39
38
44
22
17
25
23
35
36
16
19
34
41
11
18
43
46
47
21
37
56
40
57
49
56
55
42
20
50
50
51
48
53
50
24
31
48
52
30
32
52
26
27
52
28
33
29
52
52
52
INFO
CONTACT
TECHNISCHE FICHE
Perceel Adres Gebruiker/functie Eigenaar Contactpersoon Wie al contact? Status? Status contact type Vermogen Eigen gebruik Status dak Bijkomende informatie
1 3570A; 3569B Meeuwstraat 1 Sint-Antonius abt Stad Gent - FM KMO +/- 35 kWp orientatie zuid niet boven 10%, niet op ritme
- bijgebouw wordt verbouwd, er is een plat dak waar je wel dingen kan doen, wel socioculturele
activiteiten > dus pieken
van zon
- eigen verbruik gaat niet boven de 10% uitkomen - gebruikt zoals KSA lokaal
- er is geen bergingsruimte voor een boiler
- zou goed zijn: batterij, maar gaat te snel leeg lopen
- Iris neemt dit op met architect bij FM > kijken wat ze er mee gaan doen
2 3545D Meulesteedssteenweg 510 Lokaal Dienstencentrum FM Energent KMO helft van daken beschaduwd
door bomen . +/- 41 kWp ZW
oriëntatie
- permanent gebruik (ook
gekookt, veel overdag, elke
dag)
is het dak voorzien op
bijkomende 15kg/m2?
Er liggen levensankers op
- zeer veel overdag, mag goed warm zijn, permanent in gebruik; veel getegen, gekookt
- in avond: ter beschikking van buurt voor activiteiten, ook in het weekend
- stabiliteit? is het voorzien op bijkomende 15kg/m2 > vragen aan FM? > Bart heeft vraag
gesteld, maar daar is geen antwoord op gekomen
- liggen levensankers op, geen levenslijnen: positief
- helft van dak is altijd beschaduwd door bomen
- verbruikspatroon > zeker de moeite waard: WZC is heel hoog > 5/6 zevenden is oké, alle
activiteiten na 19 uur tellen niet mee
3 3481P Meulestedekaai 33 ? privé-eigenaar geen contact huis van Maren en Willem? Maar niet zeker
4 Meulesteedsesteenweg 517 CC Meulestede Joris Rombaut Energent
>> dossier afgesloten: KMO
er kan 20 kwp op het dak, - 30% eigen verbruik
- gebruik: hoofdzakelijk 'savonds en weekend; willen wel overdag meer verhuren, maar lukt
joris.rombaut@meul
geen reactie
40kwp als achterkant ook - hoofdzakelijk 'savonds en
nu nog niet - vroeger was hier sociaal restaurant, wel kans dat er opnieuw horeca komt;
estede.gent
gebruikt wordt / 40000kwp // weekend
scouts enkel zaterdag
0486/751402
17 kWp achterbouw
- sociaal restaurant mogelijks
- heeft potentieel
zuidorientatie ; hoofdbouw groter zelfverbruik
- onder digitale meters is dit niet interessant > 100% stroomverkoop aan 13c > 25c/kwh ecl
OZO orientatie : minder
btw => begint te flirten met wat prijs is qua afname
rendabel
algemeen: verbruik moet minstens 2x vermogen van installatie zijn, anders minder dan 50%
eigen verbruik
5 Meulesteedsesteenweg 481 Huisartsenpraktijk
privé-eigenaar
individueel
Meulestede
6 Meulesteedsesteenweg 475 Bram Bostyn privé-eigenaar Bram Bostyn Energent
>> zelf Energent
individueel niet meer dan 10kwp verbruik te laag voor
verbruik onder dak is te laag - capaciteit van dak is te groot
mail@brambostyn.b
gecontacteerd voor
capaciteit dak
- heeft energent benaderd voor buurzame stroom
e
Buurzame stroom
0476 92 17 27
7 3446P Meulestedekaai 1 Bulb & SupermerKade sogent KMO klaar voor sloop klaar voor de sloop; niet bedoeling dat er nog iets gebeurt met dak
- nieuwbouw staat nog altijd in de stijgers > wordt geen coöperatie (want toen nog geen 6%
btw)
- sogent wil hier iets doen ikv modest project > wordt 34 nieuwe woningen > moet wel
innovtaief wonen zijn
- gelijkvloers diensteverlening
- momenteel nog geen zicht op energiesysteem
8 3445T4 Meulesteedsesteenweg 400B-400C De Polecats fabriek,
Inlijstingen Gaspart, …
Effica Iris >> staat open voor PV KMO +/- 30 kWp orientatie Z laag in weekend volledig niet geïsoleerd zit in binnengebied; wil misschien wel samenwerken met 10
volledig niet geïsoleerd
moet kmo zone blijven die overdag gaat afnemen
energent krijgt niet verkocht aan RVB dat dit bedrijf er binnen 20 jaar nog is; weekend wel
minder bedrijvigheid
- staat open voor PV
- in eerste plaats wel voor eigen verbruik > ook voor energiedelen?
9 3445Y4; 3445X4$ Meulesteedsesteenweg 396 Atelier Simon Saelaert Simon Saelaert Effica Iris KMO +/- 60 kWp zit in binnengebied
binnenste stuk is loods: kan een extra verdieding dragen
10 3444L Meulesteedsesteenweg 390 Victor Carpentierschool KMO er ligt 100kwp, kan
verdubbeld worden
additionteel +/- 55 kWp
11 5642A2 New-Orleansstraat 271 Wijkgezondheidscentrum "Betty Johnson
09 223 29 23"
Energent KMO 20 kwp - beperkt, want veel
schaduw Er liggen volgens
google earth reeds 20 panelen
op het hoofdak/Overige daken
minder geschikt omwille van
orientatie O (lagere
opbrengst)
eigen verbuik van 40%
verbruik gaat minstens
100.000 kwh zijn (50%)
- dak vernieuwd in 2018 - kan
omvormers aan
- elektrische kabine kan
dubbele installatie aan
laagste eigen verbruik, installatie eigenlijk te groot
- eigen verbruik is 40%
- vermogen kan nog verdubbeld worden
- we moeten inbreken op bestek van 2018 > niet zo makkelijk
- elektrische kabine kan dubbele installatie aaan; geen verzwaring nodig + omvormers
kunnen op dak
- dak vernieuwd in 2018
>> voor energiedelen; anders economisch
Energent heeft benaderd, waren toen nog met nieuwbouw bezig
- installatie daar is beperkt: ene kant overgeschaduwt andere
- verbruik gaat minstens 100000 kwh zijn
> afnemer van school?
6c/kwh extra betalen als je over kadastergrens kabel legt - kan wel want gaat maar over 1
perceelgrens en niet over openbare weg
12 Voorhavenkaai 263 Ketels, … sogent Ketels : Lichtstraten op
zuidelijkKetel georienteerde
daken?
14 3417V Dublinstraat 29 Loods 22 No go van monumentenzorg (waterkant, pleintjeskant), op centrale deel te veel ramen >
geen bruikbaar dak
15 34172 Voorhavenkaai 4W Loods 20 moet nog gerenoveerd worden - wil omgevingsvergunning indienen > wel van plan
geoboringen te doen
- geen ondergronds parking > niet elektrisch laden; wel parkeerplaatsen aan zuidzijde
(privégebied)
- waarschijnlijk ook PV > jaar nog jaar of 2/3 duren
16 3435Z12 Leithstraat 41 ? privéloods van Ingeo Despeel zonder bomen: 50 kwp op
asbestplaten?
nog nooit besproken voor zonnepotentieel
zuidzijde
- asbestplaten? > krijgt 12euro/m2 om asbestplaten weg te nemen om er PV op te leggen
- veel geschaduwd door bomen
18 618L3 Manchesterstraat 49A Manchester Storage Effica Iris KMO +/- 38 kWp orientatie Zuid
// 8 en 9: Effica heeft dit uitgewerkt
indien dakbedekking geschikt
- eigenaar bereikt, maar weinig animo om iets te doen
19 Manchesterstraat 43 Louis Delhaize? Effica wachten op goeie prijs om te verkopen
20 Dukkeldamstraat 20 / Sint-
BUGGENHOUT - DE
geen contact - hoge bomen, zon erop gebruik ligt laag want atelier:
gebruik door kunstenares, geen contacten mee
Theresiastraat 3
BRUYCKERE
boven 20000kwh op jaarbasis
- gebruik ligt laag want atelier: boven 20000kwh op jaarbasis lijkt uitzonderlijk
lijkt uitzonderlijk
- gaan 3/4 EAN nummers zijn, want meerdere huurders
21 Meulesteedsesteenweg 184 Sint-Theresia van Avilla eigenaar nog niet gekend KMO - zuidgericht, vernieuwd,
terug verkocht > hopelijk aan bedrijf? Aan 2dehandswinkel, deed crowdfunding > nog niet
waarschijnlijk stabiel genoeg
duidelijk aan wie
- 24 kwp // +/-54 kWp
- eigen verbruik??
orientatie Zuid op kerk
- verkopen aan CAW ten noorden, nieuwe ontwikkeling > via kabel
23 Meulesteedsesteenweg 157 Enimex bvba Iris vroeger contact
hebben vroeger contact gehad
- machines
>> wacht om te verkopen
- wacht die ook om te verkopen
24 Port Arthurlaan 45 WEBA Elias gedeeltelijk PV// additioneel laag verbruik want depot
gedeeltelijk zonnepanelen
+/- 150kWp deel weba en +/-
- raar dat die niet alles vol leggen > greenwashing (alles verkopen via net)?
185 kWp Qualitrans
- laag verbruik want depot
orizentatie zuid
energiedelen nuttig in geval van 1mwp (Rousselot, DS Smith), maar standaard alle dagen vol
met zonnepanelen
25 Londenstraat 78 ? privé; Piet Putmans, ouder
- zelfde eigenaar van alle garages
koppel > eigenaar van alle
- moet dit niet gewoon binnen 20 jaar binnentuin zijn
garages
26 Port Arthurlaan 40, 9000 Gent STUKWERKERS KMO verbruik is laag (bureaus) - bureaus nu
- verbruik is te laag > waarschijnlijk doen ze dit van de hand voor privéwoonproject? > zal
kmo zone moeten worden
- maar nu nog geen interesse om te ontwikkelingen
27 Port Arthurlaan 33, 9000 Gent Etage Tropical geen contact energent benadert niet want gaan binnen 20 jaar niet meer bestaan (want recht van opstal
van 20 jaar) als gebruikersprofiel te hard veranderd, is dit te veel risico
28 Port Arthurlaan 27, 9000 Gent Miky motors gent geen contact energent benadert niet want gaan binnen 20 jaar niet meer bestaan
29 Port Arthurlaan 26, 9000 Gent HAND CARWASH geen contact energent benadert niet want gaan binnen 20 jaar niet meer bestaan
30 Patrijsstraat 12 Freinetschool KMO +/- 62 kWp ZO en ZW
niet duidelijk
orientatie
31 Patrijsstraat 10 Buurtcentrum Muide FM Energent >> heeft voorstel gedaan KMO +/-35 kWp orientatie Zuid dak niet stabiel Energent wel voorstel voor gedaan > daken niet goed genoeg? FM: niet dakstabiel
aan FM - afgewezen
- loods achter wel vernieuw nochtans
- FM ging kijken om er zelf panelen op te leggen
- FM maakt wel werk van schema om zelf daken te vernieuwen en PV aan te leggen, want
voordeliger
32 Patrijsstraat 8 ? geen contact; oude gebouwen
33 Port Arthurlaan 14 Hulpkantoor der Douane en regie der gebouwen
plannen om dit te verkopen > als verkocht dan nieuwbouw
Accijnzen
34 3326L8 Londenstraat 30 Pad Meubelatelier privé - Lieven Van Holle Lieven Van Holle Iris staat te koop
35 3297L Meulesteedsesteenweg 25 Jamklub Stad Gent KMO +/- 50 kWp orientatie zuid Laag; jeugd, komt regelmatig
erfgoedgebouw; geen verbouwplannen
samen, maar vaak 's avonds
> niet koken, niet verwarmen,
paar kantoren etc.
36 3326M7 Meulesteedsesteenweg 19 Algemene voedingswaren zelfde eigenaar als 39 Iris >> contactpersoon heel
vroegere spar
aan discountprijzen
onbereikbaar - veel
zit mee in onderzoek
vennoten die het niet zo
goed met elkaar doen
38 3417C2 Santospad, 9000 Gent Loods Machtelynck KMO +/-150 kWp orientatie Zuid loods mag niet gesloopt nog woonvelden errond > nog veel onduidelijkheid
worden
39 552C9 Makelaarsstraat 47/B, 9000 Gent Pieters / J. zelfde eigenaar als 36 Iris >> contactpersoon heel
- pannendaken > dakstabiliteit
onbereikbaar - veel
ok
vennoten die het niet zo
- erfgoedgebouw > gaan ze
goed met elkaar doen
pannen moeten houden?
40 Houtdoklaan 3 Gent Police - Weapon regie der gebouwen geen contact schatting : 9kWp
Registry
41 Koffiesteeg 2 ? geen pv
42 Galvestonstraat 37, 9000 Gent FC Standaard Muide Energent >> dossier afgesloten - KMO +/-45 kWp orientatie ZW geen panelen voorzien in nieuwbouwplan?
geen reactie
43 Sociale Assistentiewoningen nieuwbouw
44 CLT geen zonnedak op
nieuwbouw
aangegeven locatie?
Aanduiding dak correct?
45 L-Blok Thuispunt nieuwbouw
46 CAW opvangstudio
47 Meulestedekaai 81 ,
Rousselot Bvba (Chemie ) Energent >>dossier afgesloten: industrieel relevant?
9000 Gent
Graag zelf investeren
gebouw per gebouw à rata
dakvernieuwing.
48 Port Arthurlaan 172, 9000 Gent Euroports Terminals Gent Peter Broers Energent
>> Opvolgen. Euroports industrieel +/-54kWp orientatie zuid +
Houten daken moeten
Technical project
gaat na met Arcade wat
224 kWp (Z) + 642 kWp (OW)
verstevigd worden.. spanten
engineering
draagkracht is van daken.
+ 826 kWp (Z) = 1746 kWp
ok, maar rmeer tussenleggers
0499 549 380
nodig (gordignen hout en niet
Pas binnen 1-2j
goed genoeg meer)
dakvernieuwing.. Impact
Dakbedekking vernieuwen op
Rusland op activiteiten
middellange termijn..
zorgt ook voor uitstel
cementvezel nodig
investeringen
49 New Orleansstraat 100, 9000 Gent DS Smith Packaging industrieel 833 kWp (2777*300Wp
schatting)
50 Port Arthurlaan 90 (afhaal adres New Hanssens Hout industrieel gedeeltelijk PV
Orleansstraat 10A (toonzaal, 9000
Gent
51 New-Orleansstraat 10, 9000 Gent Cebeo Light Yasma =
verantwoordelijke
09/255.76.76
Energent
>> dossier afgesloten:
toekomst winkel onzeker
52 Port Arthurlaan STUKWERKERS industrieel 2739 kWp (OW) + 3067
kWp(OW) 2988 kWp (OW) +
1145 kWp (OW) + 348 kWp
(OW) + 639 kWp (OW) =
10926 kWp
53 Port Arthurlaan 100, 9000 Gent I-Motion Shipping KMO 260 kWp (866*300Wp
schatting)
54 New-Orleansstraat 16b, 9000 Gent Echelle Gent KMO
55 New-Orleansstraat 12, 9000 Gent De Veirman Constructies KMO
56 Meulesteedsesteenweg 11 Sancak bakkerij staat open voor PV Jacob individueel recent winkel vernieuwd; veel elektrisch (oven + airco); bezit ook drie appartementen boven
winkel - 1 voor eigen gebruik en 2 verhuurd
57 Meulesteedsesteenweg 6 Leziz bakkerij KMO 16kWp (54*300Wp schatting)
KMO
In Muide Meulestede…
Zijn er middelgrote niet-residentiële daken, zoals het Lokaal
Dienstencentrum, CC Meulestede, Victor Carpentierschool,
Wijkgezondheidscentrum, FC Standaard Muide,
… en daken met plaats voor een PV-installatie met een
vermogen van 1 mWp, zoals Euroports Terminals Gent
(eigenaar: North Sea Port), Stukwerkers, Rousselot, DS
Smith en Houthandel Hanssens.
Een overzicht op kaart van alle daken in Muide Meulestede die meer dakoppervlakte hebben dan
een typisch residentieel dak, (c) Architecture Workroom Brussels
Een overzicht van alle daken in Muide Meulestede die meer dakoppervlakte hebben dan een
typisch residentieel dak, met specificaties zoals dakpotentieel, oriëntatie, bereidheid van de
eigenaar etc.
39
Toegepast: zonnepaneelproject Energent
Energent heeft zonnepaneelprojecten op 96 locaties in Oost-Vlaanderen
De zonnepaneelinstallatie op de bedrijfssite van Groep Weerwerk in Gent is een
voorbeeldproject van Energent, © Energent
Varianten
a. De gebruiker onder het dak neemt een deel van de geproduceerde
zonnestroom lokaal af.
• Stel dat het eigenverbruik 10 tot 20% bedraagt (inschatting
o.b.v. grote daken in Muide Meulestede),
dan kan 80 of 90% van de zonnestroom gebruikt
worden om te delen of te verhandelen. Het gaat om
een restprofiel.
• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de
installatie (€600.000/mWp) niet te dragen. Ze betalen
bovendien minder voor hun energieverbruik aan hun
energieleverancier omwille van het zelfverbruik.
• In ruil zouden ze een vaste bijdrage kunnen betalen,
ter waarde van bijvoorbeeld 50% van het financieel
voordeel uit zelfverbruik.
• Dit vraagt om een splitsing van één EAN-nummer in
twee EAN-nummers, één voor zelfverbruik – beheerd
door de energieleverancier – en één voor injectie –
beheerd door het centraal bedrijf.
b. De geproduceerde zonnestroom wordt niet lokaal afgenomen.
• 100% van de zonnestroom kan gebruikt worden om
te delen of te verhandelen. Het gaat om een zuiver
productieprofiel.
• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de
installatie (€600.000/mWp) niet te dragen, maar
betaalt niet minder voor hun energieverbruik dan
voordien aangezien ze geen gebruik maken van de
zonnestroom.
• Het centraal bedrijf kan dan het gebruik van het dak
compenseren, in de vorm van:
* Jaarlijkse huur, ter waarde van 5 of 10% van de
productie van de zonnestroom. Afhankelijk van
hoe de geproduceerde zonnestroom wordt gedeeld
of verhandeld, kunnen er prijsvariaties onderhandeld
worden met de dakeigenaar. Bijvoorbeeld:
de prijs staat op €0 wanneer de installatie
wordt afgekoppeld op momenten van overaanbod.
* Een eenmalige bijkomende kapitaalinvestering,
bijvoorbeeld door het dak te isoleren of te stabiliseren.
• Het centraal bedrijf is de enige toegangshouder
verbonden aan het EAN-nummer.
Een bestaand commercieel alternatief ter vergelijking is niet
evident voor de grote daken. De meeste industriële daken
leggen enkel PV-installaties om te voorzien in hun eigen lokaal
verbruik. De PV-installatie wordt op maat van het lokaal verbruik
gedimensioneerd en niet op maat van de dakoppervlakte.
Bijvoorbeeld: energiecoöperatie Energent ontwerpt, financiert,
bouwt én onderhoudt als derde partij zonnepanelen op het dak
van bedrijven, publieke gebouwen, onderwijsinstellingen of
zorgcentra. Energent gaat enkel projecten aan met een hoog
elektriciteitsverbruik van minstens 50.000 kWh per jaar, waarbij
het lokaal verbruik meer dan 50% van de installatie betreft, en
waarbij het dak reeds kwalitatief is en geen bijkomende kosten
meer vergt.
40
Wat zeggen bedrijven…
Onderstaande citaten zijn niet letterlijke weergaven van
standpunten of informatie uit gesprekken met Houthandel
Hanssens, DS Smith, Rousselot, Stukwerkers, Euroports,
en Jan Schaumont (expert lichtgewicht PV-panelen). Ze
worden opgenomen ter informatie, zonder een officieel
standpunt te vertegewoordigen.
“We hebben deels zelf in een PV-installatie geïnvesteerd,
deels het recht van opstal toegekend aan een ander bedrijf.
We hebben geen bijkomende PV-installatie nodig,
want ons eigen verbruik is afgedekt door de aanwezige
PV-installatie en door een BEO-veld. Opslag is te duur en
voor de plaatsing van een batterij is er eigenlijk te weinig
ruimte. We hebben nog 1.300 m2 dakoppervlakte over.”
“De markt voor lichtgewicht PV-panelen wordt momenteel
gedomineerd door Chinese producenten met een beperkt
trackrecord van ongeveer vijf jaar. Door het gebruik
van oudere zonneceltechnologie ligt het rendement lager
dan bij standaard panelen (20,8% vs. 22,8%) en kan extra
rendementsverlies optreden bij verlijming op daken door
beperkte koeling. De panelen zijn duurder dan klassieke
PV-panelen en kennen een productgarantie van slechts 12
jaar. Bovendien is verwijdering bij einde levensduur complex,
wat extra risico’s met zich meebrengt. De aanname
dat grote daken goedkoper uitkomen dan residentiële installaties,
blijkt dus niet op te gaan.”
“Op onze beste daken liggen al zonnepanelen – via een
ESCO – die we gebruiken voor ons eigen energieverbruik.
Een deel van de resterende daken is niet bruikbaar door
luchtbuizen en het dak van de kantorenblok moet eerst
nog geïsoleerd worden.”
“We hebben geen beschikbare daken: ons eigen verbruik
is vandaag al zeer hoog en zal enkel groeien door elektrificatie.
De daken waar momenteel nog geen zonnepanelen
liggen, willen we inzetten voor onze eigen energievraag.
Aangezien deze daken in slechte staat zijn, wordt dit al
een enorme opgave om te voldoen aan de PV-verplichting
voor grote ondernemingen tegen 2035. Wij zijn in eerste
plaats geïnteresseerd in groepsaankoop van elektriciteit.”
“De draagstructuur van de daken van de loodsen in Muide
Meulestede zullen het wellicht begeven in de komende
jaren, omwille van de corrosieve aard van de dampen en
stof dat bij opslag van de meststoffen vrijkomt. Op ons
kantoorgebouw in Muide Meulestede ligt al een PV-installatie
die ons verbruik daar dekt. Maar we hebben wel
600.000 m2 dak verspreid over de hele haven die we zouden
kunnen inzetten.”
“We hebben daken die we zelf niet nodig hebben, aangezien
we niet onder de PV-verplichting voor grote ondernemingen
vallen. We zijn geïnteresseerd om die daken via
een recht van opstal ter beschikking te stellen. Het gaat
om 30.000 à 40.000 m2 dakoppervlakte, samen goed
voor een PV-installatie met een vermogen van ongeveer
2,8 mWp. Qua dakstabiliteit zijn wellicht enkel gekleefde
PV-panelen geschikt. Bovendien zullen de daken in de
komende jaren gerenoveerd worden, waardoor de PV-panelen
herlegd zouden moeten worden. We zijn ook niet
zeker of de huidige elektriciteitscabine voldoet wanneer
het volledige vermogen wordt benut.”
41
Kansen
• Hoe groter het dak, hoe groter het schaalvoordeel
van de PV-installatie, met betrekking tot de kapitaaluitgaven
(installatiekosten) en de operationele
uitgaven (onderhoudskosten). Het schaalvoordeel is
wezenlijk bij installaties vanaf 1 mWp of 1000 kWp,
en dus niet voor toepassing voor middelgrote daken,
bijvoorbeeld van het Lokaal Dienstencentrum met
een vermogen van 20 kWp.
• Kapitaaluitgaven (plaatsing installatie):
a. < 1.000 kWp € 850/kWp
a. > 1.000 kWp: € 600/kWp
• Operationele uitgaven (onderhoud van installatie,
verzekeringen, etc.):
a. < 1.000 kWp € 29/kWp/jaar
a. > 1.000 kWp: € 9/kWp/jaar
• Investeren in grote PV-installaties draagt bij aan de
vergroening van de elektriciteitsmix, mits de zonnestroom
ook buiten de piekuren gebruikt kan worden.
Er zit bijvoorbeeld potentieel in de zuid-west- of
verticale opstelling van PV-panelen of in verticale
panelen, waardoor de zonnepiekuren zich zullen
verbreden. De investeringskost van PV-installaties
is momenteel namelijk zodanig laag, dat ook deze
(zogezegd onrendabelere) cases interessant kunnen
worden.
Risico’s
• Is het wel logisch dat grote ondernemingen die zelf
de middelen hebben om te investeren in PV ondersteuning
krijgen vanuit een centraal bedrijf?
• De grote daken waar vandaag nog geen zonnepanelen
op liggen, brengen vaak hogere kosten met
zich mee, omwille van een beperkte dakstabiliteit die
dakisolatie, gekleefde PV-panelen of herinstallatie
van PV-panelen vergt. Hierdoor vervalt het schaalvoordeel
ten opzichte van residentiële daken. Ook
in Muide Muelestede blijven er geen gemakkelijke
grote daken over.
• Heeft het wel zin om te investeren in grote PV-installaties
met een hoge investeringskost, wanneer je
ook energie op de markt gratis kunt kopen tijdens de
zonnepiekuren? Ter info: Op jaarbasis bevindt 15%
van zonnestroom zich in ‘negatieve’ uren – m.a.w. je
moet betalen om stroom te verkopen.
‘Mitsen’
De investeringskost van PV-installaties op grote daken
zou meer in verhouding zijn tot de waarde van de zonnestroom
die het produceert als de elektriciteit gebruikt
zou kunnen worden op andere momenten dan de huidige
zonnepiekuren, bijvoorbeeld dankzij lokale opslag. Momenteel
is de investeringskost van batterijen te duur om
rendabel te zijn.
42
Een schematische weergave van de waardering van lokaal verbruik
vs. reststroom, bij een PV-installatie op een groot dak met een
groter lokaal verbruik, © 3E
Een schematische weergave van de waardering van lokaal verbruik
vs. reststroom, bij een PV-installatie op een groot dak met weinig
lokaal verbruik, © 3E
43
2. Collectieve investering in PVinstallaties
op residentiële daken
Productie
Lokaal
Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties
op residentiële daken en blijft gedurende de hele
levensduur van die PV-installatie ook de eigenaar.
Het centraal bedrijf sluit een contract af met de
eigenaar-bewoner of de verhuurder om toegang
te krijgen tot het dak (opstalovereenkomst). De
klant (eigenaar-bewoner, huurder of verhuurder)
betaalt (een deel van) de investering terug, in
ruil voor toegang tot groene stroom voor ongeveer
30% van hun elektriciteitsvraag. Het centraal
bedrijf ontzorgt de klanten in de installatie,
onderhoud en afbraak van de PV-installatie,
gedurende bijvoorbeeld 25 jaar.
44
en schematische weergave van de waardering van lokaal verbruik vs. reststroom, bij een PV-installatie op residentieel dak,
© 3E
Een grafiek met de waarde van zonnepanelen over de jaren heen.
45
Een grafiek met de evolutie van het gemiddeld netto belastbaar inkomen in Muidebrug, Muide en Meulestede, afgezet tegenover het Gentse
gemiddelde. ©Buurtmonitor Gent
Grafiek die het aantal individuele woningen en appartementen weergeeft per sector (Muidebrug, Muide en Meulestede). Muide heeft het grootste
aantal woningen van de drie sectoren, waarvan iets meer dan de helft individuele woningen zijn. In Muidebrug is 66% van de wooneenheden een
individuele woning. © Buurtmonitor Gent
46
In Muide-Meulestede...
Zijn er 1.357 eengezinswoningen, waarvan 86 woningen
van Thuispunt. Thuispunt doet vandaag beroep op ASTER
cv om haar sociale woningen van PV te voorzien. Van die
1.271 individuele woningen is ongeveer één vierde niet
geschikt omwille van de slechte oriëntatie. We gaan er
bovendien vanuit dat 100 van de individuele daken al een
PV-installatie hebben.
Bestaande subsidies voor verduurzamingsmaatregelen
(bijv. investeringssubsidies voor isolatiemaatregelen of
terugleververgoedingen voor zonnepanelen) zijn vaak
aantrekkelijker voor huishoudens met een hoger inkomen
(Vergeer et al., 2017). Minder kapitaalkrachtige huishoudens
hebben vaak geen ruimte om de genomen maatregelen
voor te financieren en zetten bijgevolg minder snel
de stap richting PV en renovatie. Zij zouden gebaat kunnen
zijn door een collectieve investering in PV-installaties
op residentiële daken. Gezien de gemiddelde jaarlijkse
netto belastbare inkomens in Meulestede (€ 14.600), Muide
(€ 17.600) en Muidebrug (€ 15.400) is deze groep in
Muide Meulestede groot.
Verder uitgewerkt: wat als de eigenaar de
woning verhuurt?
De verhuurder sluit een contract af met het zonnebedrijven om
toegang te verlenen tot het dak. De verhuurder kan de reële abonnementskosten
doorrekenen aan de huurder in de vorm van vaste
kosten, ofwel op het moment van een nieuwe huurovereenkomst,
ofwel via een addendum aan de huidige huurovereenkomst in onderling
overleg. De verhuurder kan de huurprijs een beetje verhogen.
Contractvoorwaarden voor de verhuurder zijn dezelfde als bij
de Gentse subsidie voor de renovatie van huurwoningen, gelinkt
aan maximale huurprijzen en woning minimaal 9 jaar op huurmarkt
houden. De huurder heeft toegang tot gratis stroom en betaalt
daarvoor niet meer, en waarschijnlijk minder dan de huidige elektriciteitsfactuur
(namelijk het verschil tussen de vaste kosten in de
huurovereenkomst en de verlaging van de elektriciteitsfactuur.
Wist je dat...
• De huurprijs kan niet zomaar worden aangepast tijdens de
looptijd van de huurovereenkomst. De huurprijs kan wel ‘automatisch’
worden aangepast na energiebesparende maatregelen,
indien de huurwaarde met meer dan 10% stijgt. Dit
is niet het geval bij een residentiële PV-installatie.
Varianten
a. De eigenaar-bewoner betaalt een deel van de investering
terug via een vaste abonnementskost ter waarde
van 50% van het eigen verbruik van de geproduceerde
zonnestroom.
• De eigenaar-bewoner is eigenaar van de stroom die
de PV-installatie produceert, en ook van de stroom
die die zelf niet gebruikt.
• De eigenaar-bewoner voorziet in de overige energienood
via een contract met een energieleverancier
naar keuze, aan het tarief van die energieleverancier.
• Dezelfde energieleverancier zal de eigenaar-bewoner
ook vergoeden voor de injectie volgens het
gangbare injectietarief.
b. De eigenaar-bewoner betaalt een deel van de investering
terug via een vaste abonnementskost ter waarde
van 50% van het eigen verbruik van de geproduceerde
zonnestroom.
• De eigenaar-bewoner is eigenaar van de stroom
die de PV-installatie produceert, maar niet van de
stroom die die zelf niet gebruikt.
• De eigenaar-bewoner voorziet in de overige energienood
via een contract met een energieleverancier
naar keuze, aan het tarief van die energieleverancier.
c. De eigenaar-bewoner betaalt per kWh voor het eigen
verbruik van de geproduceerde zonnestroom. Het tarief
ligt een pak lager dan het commercieel tarief voor elektriciteit
(bijvoorbeeld: € 0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh).
• De eigenaar-bewoner is geen eigenaar van de
stroom die de PV-installatie produceert, en ook niet
van de stroom die die zelf niet gebruikt.
• De eigenaar-bewoner voorziet in de overige energienood
via een contract met een energieleverancier
naar keuze, aan het tarief van die energieleverancier.
d. De eigenaar-bewoner betaalt per kWh voor het eigen
verbruik van de geproduceerde zonnestroom en de overige
elektriciteitsnoden. Het tarief voor de zonnestroom
en de overige stroom is hetzelfde, en ligt lager dan het
commercieel tarief.
• De eigenaar-bewoner is geen eigenaar van de
stroom die de PV-installatie produceert, en ook niet
van de stroom die die zelf niet gebruikt.
• Het centraal bedrijf voorziet in de overige energienood
via een raamovereenkomst met één energieleverancier
naar keuze of door zelf energieleverancier
te worden (groepsaankoop elektriciteit).
• Het Gentse Verhuurderspunt een bijzondere premie heeft
voor verhuurders. De premie bedraagt € 10.000 voor verhuurders
die hun woning via de private markt verhuren, en
€ 15.000 voor verhuurders die hun woning verhuren via een
sociaal verhuurkantoor. De premie is gelinkt aan maximale
huurprijzen. Bovendien zijn eigenaars na ontvangen van de
premie verplicht de woning gedurende minimaal 9 jaar te
verhuren.
47
Toegepast: Zonnebouwers+
Het Zonnebouwers+-project van ECoOB cvso en Klimkracht vzw helpt gezinnen in energiearmoede door hun
elektriciteitsfactuur blijvend te verlagen met duurzame zonne-energie. Dit initiatief richt zich op huishoudens die
normaal geen toegang hebben tot bestaande steunmaatregelen voor hernieuwbare energie.
Huishoudens kunnen profiteren van gratis geïnstalleerde zonnepanelen op hun dak, op voorwaarde dat
het geschikt en geïsoleerd is. In ruil voor de besparing op hun elektriciteitskosten betalen deelnemers een
abonnement van € 100 per jaar gedurende 15 jaar. Zonnebouwers+ staat in voor de installatie en het onderhoud
van de installaties.
Bij het Zonnebouwers+ project doen de huishoudens afstand van hun injectie aan ECoOB die deze verkoopt aan
het standaard injectietarief aan één energieleverancier. Deze energieleverancier vraagt bij Fluvius een tweede
EAN-nummer aan voor de injectie voor elke toegangspunt. De Energieleverancier houdt bij hoeveel injectie er van
alle woningen is gekomen. ECoOB kan dit zelf ook opvragen bij Fluvius en het bedrag dan aan hen factureren.
Een schema met energietransacties op niveau van een individueel huishouden in het Zonnebouwsers+ project, ©
ECoOB cv
Het overzicht van alle actoren en partners, met alle onderlinge relaties, die betrokken zijn bij het Zonnebouwers+
project, © ECoOB cv
48
Toegepast: EnergyVision
EnergyVision is een privaat bedrijf (met o.a. Marc Coucke als financier) en zet vooral in op bescherming tegen
prijsschommelingen van elektriciteit op de markt. EnergyVision plaatst onder meer gratis zonnepanelen op
daken, waarvan de bewoners de elektriciteit kunnen gebruiken aan een tarief van € 0,2/kWh (vast tarief voor
10 jaar). Inkomsten uit injectie van de niet-verbruikte elektriciteit gaan naar EnergyyVision. Voor de eerste
1.000 kWh bovenop de stroom uit de zonnepanelen betaal je een vaste prijs van € 0,3/kWh en voor het overige
verbruik betaal je een variabele prijs die fluctueert volgens de marktprijzen (nu ongeveer € 0,33/kWh). Als
de klant zou beslissen om uit het contract te stappen, dan is die verplicht om de installatie over te kopen aan
boekhoudkundige restwaarde van de installatie. Het aanbod is alleen beschikbaar voor eigenaar-bewoners.
De opbouw van de elektriciteitsprijs die EnergyVision aanbiedt aan hun klanten. © energyvision.be
EnergyVision’s simulatie van het financieel voordeel van hun aanbod, ten opzichte van een voordelig energiecontract voor een huishouden van 4
kinderen met een gemiddeld jaarlijks verbruik van 3.092 kWh. © Energyvision.be
49
Wat zeggen...
Een aantal Turkse mannen uit Muide Meulestede:
“Als het minder duur is dan vandaag, dan doe ik mee.”
huurders echt tevreden zijn met nieuwe apparatuur, zoals
een fornuis, en daardoor er beter voor zorgen. Het geeft
mij ook gemoedsrust.”
“Ik doe enkel mee als ik de helft minder aan energie betaal
als vandaag. Als er slechts een klein financieel voordeel is
doe ik niet mee.”
“De ontzorging is van secundair belang. Voor ons is de
kostprijs en het mogelijke rendement het belangrijkste.”
“Als er gedifferentieerd wordt en de kapitaalkrachtigen
moeten een hoger tarief of abonnement betalen, zullen
zij niet deelnemen. Een alternatief systeem zou meer geschikt
zijn, waarbij bijvoorbeeld het aantal vierkante meters
van het huis of dak als maatstaf kan dienen, of het
aantal verbruikers per huishouden.”
“Wat gebeurt er wanneer iemand geen geschikt dak heeft,
maar toch zonnepanelen wil? Is het niet noodzakelijk om
eerst isolatie aan te brengen? Het lijkt een goed idee om
dit te kunnen oplossen door middel van een verhoogd
abonnement. Er zijn bovendien ook premies beschikbaar,
maar deze wijzigen voortdurend.”
Een aantal verhuurders uit Muide Meulestede:
“Bij nieuwe maatregelen vragen verhuurders zich vooral
af: wat zal het me nu weer kosten? De ene helft van de
verhuurders zal niet geïnteresseerd zijn, terwijl de andere
helft al iets doet en vindt dat ze genoeg doen. Het is voor
veel huurders doorslaggevend of het een ‘win’-situatie is.
Een aantal noodkopers uit Muide Meulestede:
“De collectieve ontzorging vind ik van groot belang. Ik
ben van nature vrij goedgelovig en kan gemakkelijk opgelicht
worden. Daarom is het voor mij cruciaal dat dit
proces wordt uitgevoerd door een betrouwbare partner.
Ik wil me daar zelf niet mee bezighouden, maar wanneer
ik weet dat het bedrijf zelf kiest voor een betrouwbare
groene producent of energieleverancier, lijkt dit me een
meerwaarde.”
“Ik heb een groot dak, is het dan de bedoeling dat ik zoveel
mogelijk zonnepanelen leg?
Tim Vermeir, expert energierecht: “De vrije keuze van
energieleverancier is een bepaling van openbare orde,
wat betekent dat je niet de mogelijkheid hebt om vrijwillig
afstand te doen van dit recht. Het recht om over te stappen
naar een andere energieleverancier, het zogenaamde
“switch”-recht, kan wekelijks worden uitgeoefend, iets
wat een energiebedrijf niet kan beperken. De enige manier
om iemand van een overstap te weerhouden, is door
deze verandering af te raden.”
“In mijn geval zouden de kosten voor het plaatsen van
zonnepanelen laag zijn, dus ik zou dit ook op een niet-collectieve
manier kunnen doen.”
“Ik ben geen voorstander van het werken met beperkingen
op wat de verhuurder kan doorrekenen of vragen aan
de huurder.”
“We zijn voor verduurzaming, maar we hebben frustratie
over huurders die niet geëngageerd zijn. We zijn minder
bereid moeite te doen als dit niet erkend of gewaardeerd
wordt door de huurder. Huurders lijken vooral geïnteresseerd
te zijn in huurvermindering. Bijvoorbeeld: moet de
verhuurder de kosten dragen als het zonnepaneel kapotgaat
of vernield wordt?”
“Wat is het vervelendst aan een huurder? Als hij weggaat
en je moet een andere zoeken. Maar met zonnepanelen
denk ik wel dat huurders langer blijven. Je merkt dat
50
Risico’s
• Als je collectief wil investeren in PV-installaties op
residentiële daken, dan is er een proactieve aanpak
nodig van het centraal bedrijf om voldoende
residentiële daken te vinden. Het organiseren
van die toeleiding vergt een grote investering in
mensenkracht.
• Als je eigenaars van residentiële daken volledig
wil ontzorgen om de drempel tot PV-panelen te
verlagen – dat wil zeggen, installatie, onderhoud,
afbraak – vergt dat een grote investering in mensenkracht.
• Als je het lokaal verbruik wil loskoppelen van de
injectie – dat wil zeggen, als het centraal bedrijf
eigenaar wordt van de reststroom – vergt dit
bijkomende monitoring van het verbruik door het
centraal bedrijf.
* Dat vraagt om een splitsing van één EAN-nummer
in twee EAN-nummers, één voor zelfverbruik
en één voor injectie. Het aanvragen van
een tweede EAN-nummer bij Fluvius brengt
een kost met zich mee.
* Het centraal bedrijf kan de monitoring van de
injectie zelf doen, via Fluvius, maar dit vergt
opnieuw een investering in mensenkracht.
* Of het centraal bedrijf kan elk tweede
EAN-nummer koppelen aan één energieleverancier
die in ruil voor een ‘service fee’ (vb. €
0,1/kWh) de monitoring op zich zal nemen.
Kansen
• Huishoudens die anders nooit PV op hun dak
zouden hebben, hebben dat nu wel, omdat ze
zowel financieel als mentaal ontzorgd worden.
Aangezien de individuele besparing vooral gerealiseerd
wordt door zelfverbruik, geldt dit meteen
als hefboom om dmv gedrag duurzamer verbruik
te stimuleren..
‘Mitsen’
• De splitsing van lokaal verbruik en injectie zou
vergemakkelijkt worden als er twee toegangshouders
op één EAN-nummer aangesloten
kunnen worden, waardoor de aanvraag van een
tweede EAN-nummer niet nodig is (mandaat
Vlaams regering, zicht op doorvoering in 2025).
Het is nog af te wachten volgens welke modaliteiten
deze maatregel juist uitgevoerd zal worden.
• Om de grote investeringen in mensenkracht die
dit vergt mogelijk te kunnen maken, is er steun
vanuit de publieke overheid nodig, ofwel via de
detachering van publieke VTE, ofwel door bijkomende
financiering (mandaat Stad Gent of VEKA
(Vlaams).
51
3. Externe handel in reststroom via een
stroomafnameovereenkomst
Opslag
Lokaal
Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties
op residentiële daken en in thuis- of buurtbatterijen
en blijft gedurende de hele levensduur van
die PV-installatie en thuis- of buurtbatterij ook de
eigenaar. Het centraal bedrijf sluit een contract af
met de eigenaar-bewoner of de verhuurder om
toegang te krijgen tot het dak (opstalovereenkomst).
De klant (eigenaar-bewoner, huurder of
verhuurder) betaalt (een deel van) de investering
terug, in ruil voor toegang tot groene stroom
voor 60 à 70% van hun totale elektriciteitsvraag.
Het centraal bedrijf ontzorgt de klanten in de installatie,
onderhoud en afbraak van de PV-installatie
en de batterij, gedurende bijvoorbeeld 25
jaar.
Een lokaal verbruik van 30% brengt even veel
op als de verkoop van 70% reststroom aan injectietarief
(e.i. € 50/jaar/kWp). Een thuisbatterij
brengt een grotere investeringskost met zich
mee, maar brengt dus ook meer op.
52
Varianten: batterijen
a. Een thuisbatterij slaat de zelf opgewekte stroom van
een residentiële PV-installatie op.
• De PV-installatie en de batterij zitten achter hetzelfde
toegangspunt (EAN-nummer). Enkel woningen
met een PV-installatie kunnen ook een thuisbatterij
hebben.
• Verschillende formules:
* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt een
deel van de investering terug via een vaste abonnementskost
ter waarde van 50% van het lokaal
verbruik (60-70%) van de geproduceerde zonnestroom.
* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt per
kWh voor het lokaal verbruik van de geproduceerde
zonnestroom. Het tarief ligt een pak lager dan
het commercieel tarief voor elektriciteit (bijvoorbeeld:
€ 0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh).
* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt per kWh
voor het eigen verbruik van de geproduceerde
zonnestroom en de overige elektriciteitsnoden.
Het tarief voor de zonnestroom en de overige
stroom is hetzelfde, en ligt lager dan het commercieel
tarief.
b. Een grote batterij slaat de zelf opgewekte stroom van
een grote PV-installatie op.
• De PV-installatie en de batterij zitten achter hetzelfde
toegangspunt (EAN-nummer). Zowel huishoudens
met als zonder eigen PV-installatie kunnen elektriciteit
afnemen van de grote batterij.
• Verschillende formules:
* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh
voor het lokaal verbruik van de geproduceerde
zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de
batterij). Het tarief ligt een pak lager dan het commercieel
tarief voor elektriciteit (bijvoorbeeld: €
0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh). Voor de overige
elektriciteitsnoden heeft de eigenaar-bewoner
een contract met een energieleverancier.
* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh
voor het eigen verbruik van de geproduceerde
zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de
batterij) en de overige elektriciteitsnoden. Het tarief
voor de zonnestroom en de overige stroom is
hetzelfde, en ligt lager dan het commercieel tarief.
c. Een buurtbatterij slaat de zelf opgewekte stroom van
meerdere huishoudens op.
• De PV-installatie en de batterij zitten niet achter hetzelfde
toegangspunt (EAN-nummer). Alle woningen
met PV-installaties in de buurt worden rechtstreeks
gekoppeld aan de batterij voor injectie en afname.
Ook woningen zonder PV-installatie kunnen elektriciteit
afnemen van de buurtbatterij.
•
• Verschillende formules:
* De eigenaar-bewoner/verhuurder betaalt een
deel van de investering terug via een vaste abonnementskost
ter waarde van 50% van het lokaal
verbruik (60-70%) van de geproduceerde zonnestroom.
* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh
voor het lokaal verbruik van de geproduceerde
zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de
batterij). Het tarief ligt een pak lager dan het commercieel
tarief voor elektriciteit (bijvoorbeeld: €
0,2/kWh in plaats van € 0,33/kWh). Voor de overige
elektriciteitsnoden heeft de eigenaar-bewoner
een contract met een energieleverancier.
* De eigenaar-bewoner/huurder betaalt per kWh
voor het eigen verbruik van de geproduceerde
zonnestroom (zowel van de PV-installatie als de
batterij) en de overige elektriciteitsnoden. Het tarief
voor de zonnestroom en de overige stroom is
53
54
Een schematische voorstelling van van de verschillende actoren en relaties betrokken bij een investering vanuit een centraal bedrijf in PV-panelen op
daken, gekoppeld aan batterijen, © Architecture Workroom Brussels
Toegepast: DuCoop; wijkbatterij in Nieuwe Dokken
In de Gentse nieuwbouwwijk Nieuwe Dokken is er virtuele elektriciteitscentrale. Die bestaat uit 80 kWp
zonnepanelen, een wijkbatterij van 240kWh, 20 laadpalen voor elektrische voertuigen, en aanstuurbare collectieve
toestellen, zoals een grote warmtepomp die restwarmte terugwint uit het afvalwater van de woonwijk. Naarmate
de wijk aangroeit in de komende jaren worden nieuwe zonnestroominstallaties en laadpalen toegevoegd aan het
systeem.
Eén centraal gestuurd platform verzamelt alle data over opwekking en gebruik. Zo kan het inspelen op pieken in
verbruik of opwekking van lokale hernieuwbare energie en van het elektriciteitsnet.
De duurzaamheidscoöperatie DuCoop stuurt daarbij haar verbruik aan in functie van de elektriciteitsprijs
die steeds meer afhankelijk wordt van schommelingen in vraag en aanbod van (hernieuwbare) energie. Ook
particuliere afnemers zullen gebruik kunnen maken van variabele tarieven binnen het toekomstige kader voor
energiegemeenschappen.
De technische installatie van de wijkbatterij van DuCoop in de Nieuwe Dokken. Bron: ducoop.be
De daken van de ontwikkelingen die deel uitmaken van de Nieuwe Dokken liggen vol met zonnepanelen. Bron:
vrt.be
55
Toegepast: GAEL XL, Gridlink
Gridlink biedt particulieren en KMO’s een energiecontract met een vast tarief van 0,25 euro/kWh
voor een periode van 25 jaar. Dit tarief omvat alle kosten, inclusief distributienettarieven en het
capaciteitstarief, en wordt jaarlijks met 2% geïndexeerd.
Gridlink investeert in een PV-installatie van minstens 8 kWp aan zonnepanelen en een thuisbatterij
van 8 kWh. De opgewekte energie wordt gebruikt voor het eigen verbruik, maar de batterij kan
ook worden ingezet voor netbalancering. Dit betekent dat Gridlink de batterij kan aansturen om
bijvoorbeeld energie op te slaan bij een overschot of terug te leveren bij een tekort op het net.
Monitoring en onderhoud van de installatie zijn inbegrepen in het contract.
Gridlink is geen energieleverancier, maar treedt op als energiemakelaar. Dit betekent dat zij de
bestaande energiecontracten van hun klanten analyseren en vergelijken met andere beschikbare
contracten. Als er een voordeliger energiecontract beschikbaar is dan de gegarandeerde € 0,25/
kWh, stellen ze dat voor als alternatief. Als er geen beter contract op de markt is, past Gridlink
het verschil bij, zodat het vastgelegde tarief van € 0,25/kWh blijft behouden. Bij verhuizing kan het
contract worden overgedragen aan de nieuwe eigenaar van de woning, of kan de oorspronkelijke
bewoner de installatie afkopen op basis van een restwaarde, die bepaald wordt via een jaarlijkse
afschrijving van 4%.
GAELE XL’s simulatie van het financieel voordeel van hun aanbod, ten opzichte van een standaard energiecontract voor een huishouden
met een gemiddeld jaarlijks verbruik van 3.500 kWh. Bron: gaele.be
56
hetzelfde, en ligt lager dan het commercieel tarief
(bijvoorbeeld: € 0,25/kWh in plaats van € 0,33/
kWh).
Kansen
• Batterijen zorgen ervoor dat lokale productie veel
efficiënter ook lokaal wordt verbruikt.
• Batterijen zorgen ervoor dat zonnestroom meer
waard is, omdat zonnestroom zo beschikbaar wordt
buiten de zonnepiekuren.
• De schaalgrootte van een buurtbatterij maakt het,
in tegenstelling tot één individuele thuisbatterij,
mogelijk om de elektriciteitsmarkt op te gaan: het
beschikbaar stellen van batterijcapaciteit om kleine
onbalansen op het elektriciteitsnet op te lossen.
Netbeheerders bieden batterij-eigenaren hier een
vergoeding voor.
Wat zeggen:
Een bewoner uit Muide Meulestede:
“Kan er geen model worden bedacht voor Muide Meulestede,
gebaseerd op het model ‘GAELE XL van Gridlink,
met een aanbod dat ook voor kleinere installaties en batterijen
werkt, en dat wel bijdraagt aan een wijkdynamiek?”
Risico’s
• De meest gangbare batterij is gemaakt uit lithium.
Het is een lichte batterij met een lange levensduur.
Maar lithiumbatterijen zijn niet duurzaam. Lithium
wordt vooral ontgonnen in Zuid-Amerika, Australië
en China en DRC, onder barre arbeidsomstandigheden
(lage lonen & slechte werkomstandigheden).
Voorts zorgt de ontginning van lithium voor
milieuschade (enorm waterverbruik, bodem- en
watervervuiling en landschapsvernietiging) en vergt
de lithiumwinning en -verwerking veel energie, vaak
geput uit fossiele brandstoffen. Lithium is een eindige
grondstof. Tenslotte is het recycleren van lithium
is complex en duur, waardoor veel batterijen nog
steeds als afval eindigen.
• Batterijen kennen een grote investeringskost. De kosten
voor een buurtbatterij kunnen oplopen tot miljoenen
euro’s, afhankelijk van het opslagvermogen
van de batterij. De kosten voor het verzwaren van
het elektriciteitsnet zijn op dit moment nog voordeliger
zijn dan het opslaan van energie. Dat maakt van
de batterij geen interessante investeringspost.
• Op de elektriciteit die ‘thuis’ wordt opgewekt en in
een buurtbatterij wordt opgeslagen, moeten distributienettarieven
en heffingen worden betaald.
De opwekker betaalt distributienettarieven om de
stroom van de PV-installatie naar de buurtbatterij te
brengen, en betaalt nogmaals distributienettarieven
en heffingen bij aankoop op de opgeslagen energie.
‘Mitsen’
• De zoutwater thuisbatterij zou de niet-duurzame
lithiumbatterij kunnen vervangen. Het is milieuvriendelijker
en bovendien recycleerbaar. Ze neemt meer
plaats in dan een lithiumbatterij, maar ze gaat langer
mee en kent geen capaciteitsverlies bij volledig
op- en ontladen. Voorlopig is deze technologie vrij
nieuw en dus nog duur en minder courant. Steeds
meer technologiebedrijven zetten daarom in op de
ontwikkeling ervan, waardoor de prijs zal dalen en de
kwaliteit verbeteren.
• Korting op distributienettarieven en heffingen bij
opslag in een buurtbatterij, zouden de kosten voor
het centraal bedrijf dat de reststroom verhandelt
verlichten, en zo de opbrengst uit de abonnementen
of de betaling per kWh door de huishoudens met
residentiële PV of energieafnemers vergroten.
57
4. Externe handel in reststroom via een
stroomafnameovereenkomst
Verkoop
Extern
Een centraal bedrijf is eigenaar van de reststroom
van collectieve residentiële en/of niet-residentiële
PV-installaties. Het centraal bedrijf injecteert
die reststroom niet op het net in ruil voor
een terugleververgoeding van de energieleverancier.
Afhankelijk van de energieleverancier ligt
de injectievergoeding tussen € 0,02 en € 0,10/
kWh. Op niveau van een individueel huishouden,
levert het injectietarief voor 70% reststroom
jaarlijks gemiddeld hetzelfde financieel voordeel
op als de vermindering van de energiefactuur als
gevolg van lokaal verbruik (30%). In de plaats
verkoopt het centraal bedrijf alle reststroom virtueel
gebundeld via één stroomafnameovereenkomst
(Power Purchase Agreement of PPA) aan
één grote afnemer, aan een meer voordelige vergoeding.
58
Hoe zit een financiële PPA in elkaar?
• Een ‘contract for difference’ (CfD) is een financiële afspraak tussen producent en afnemer van de PPA.
* De partijen spreken een vaste prijs (‘strike price’) af in €/mWh.
* De producent verkoopt de stroom op de markt en de PPA-afnemer koopt stroom op de markt. De CfD is een
financiële transactie waarbij elk uur het verschil tussen de marktprijs en de “strike price’ wordt verrekend.
* In het kort: PRODUCTIE(uur) * ( Strike Price – Marktprijs(uur))
* Eventueel kan er ook een plafondprijs worden afgesproken: een maximaal venster tussen de ‘strike price’ en
de marktprijs, in beide richtingen.
* Bijvoorbeeld: wanneer de afgesproken ‘strike price’ € 50/mWh (of € 0,05/kWh) is en de marktprijs op een
bepaald moment € 20/mWh is, dan verkoopt de producent de stroom voor € 20/mWh en koopt de afnemer
de stroom voor € 20/mWh op de markt. De afnemer betaalt bovendien € 30/mWh aan de producent.
• ‘Pay as produced’ koppelt de ‘contract for difference’ aan vermogens van installaties, en niet aan vooraf afgesproken
productie.
* De PPA-afnemer koopt alle stroom die op een bepaald uur geproduceerd wordt door het afgesproken vermogen.
* Als het vermogen van de installaties toeneemt, moet (normaal gezien) een nieuwe PPA worden afgesloten
of een addendum worden toegevoegd.
Wat bepaalt de PPA ‘strike price’?
• De PPA ‘strike price’ ligt in lijn met de termijnmarktprijzen.
• Doorgaans geldt dat hoe ‘zuiverder’ het profiel is – dat wil zeggen, zo weinig mogelijk lokaal
verbruik – voor een grotere voorspelbaarheid bij de PPA-afnemer zorgt, waardoor een hogere
PPA-prijs onderhandeld kan worden.
• Als de PV-installaties ingezet worden in de onbalansmarkt – bijvoorbeeld door ze af te schakelen
op momenten van overproductie – dan moet de PPA-afnemer niet langer negatieve prijzen
compenseren aan de producent bij overproductie, waardoor een hogere PPA-prijs onderhandeld
kan worden.
PPA ‘strike price’ vs. netto PPA-opbrengst
De producent moet met de PPA ‘strike price’ nog een aantal kosten dekken:
• De effectieve marktprijs op dat moment.
• Een onbalansvergoeding aan de evenwichtsverantwoordelijke om de elektriciteit op de markt te verkopen en de
marktprocessen van nominatie af te handelen. De onbalanskosten voor PV-installatie zijn van € 2/mWh in 2020
gestegen naar € 10/mWh in 2021.
• De vergoeding aan een energieleverancier om de productie of de beschikbare injectie op uurbasis bij te houden
en te rapporteren (€ 10/mWh).
Dat wil zeggen dat als je een ‘strike price’ hebt afgesproken van € 70/mWh, dat je maar € 50/mWh opbrengst hebt.
59
Varianten
a. Enkel de reststroom van grote niet-residentiële PV-installaties
wordt verkocht via een PPA aan één grote afnemer.
Residentiële prosumenten krijgen een injectievergoeding
bij hun leverancier.
• Stel dat het eigenverbruik 10 tot 20% bedraagt (inschatting
o.b.v. grote daken in Muide Meulestede),
dan kan 80 of 90% van de zonnestroom gebruikt
worden om te delen of te verhandelen. Het gaat om
een restprofiel.
• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de
installatie (€600.000/mWp) niet te dragen. Ze betalen
bovendien minder voor hun energieverbruik aan hun
energieleverancier omwille van het zelfverbruik.
• In ruil zouden ze een vaste bijdrage kunnen betalen,
ter waarde van bijvoorbeeld 50% van het financieel
voordeel uit zelfverbruik.
• Dit vraagt om een splitsing van één EAN-nummer in
twee EAN-nummers, één voor zelfverbruik – beheerd
door de energieleverancier – en één voor injectie –
beheerd door het centraal bedrijf.
Kansen
• Hoe groter het dak, hoe groter het schaalvoordeel
van de PV-installatie, met betrekking tot de kapitaaluitgaven
(installatiekosten) en de operationele
uitgaven (onderhoudskosten). Het schaalvoordeel
is wezenlijk bij installaties vanaf 1 mWp, en dus niet
relevant voor middelgrote daken, bijvoorbeeld van
het Lokaal Dienstencentrum.
• Investeren in grote PV-installaties draagt bij aan de
vergroening van de elektriciteitsmix, mits de zonnestroom
ook buiten de piekuren gebruikt kan worden.
Er zit bijvoorbeeld potentieel in de zuid-west- of
verticale opstelling van PV-panelen of in verticale
panelen, waardoor de zonnepiekuren zich zullen
verbreden. De investeringskost van PV-installaties
is momenteel namelijk zodanig laag, dat ook deze
(zogezegd onrendabelere) cases interessant kunnen
worden.
b. De geproduceerde zonnestroom wordt niet lokaal afgenomen.
• 100% van de zonnestroom kan gebruikt worden om
te delen of te verhandelen. Het gaat om een zuiver
productieprofiel.
• De eigenaar hoeft zelf de grote investering van de
installatie (€600.000/mWp) niet te dragen, maar
betaalt niet minder voor hun energieverbruik dan
voordien aangezien ze geen gebruik maken van de
zonnestroom.
• Het centraal bedrijf kan dan het gebruik van het dak
compenseren, in de vorm van:
* Jaarlijkse huur, ter waarde van 5 of 10% van de
productie van de zonnestroom. Afhankelijk van
hoe de geproduceerde zonnestroom wordt gedeeld
of verhandeld, kunnen er prijsvariaties onderhandeld
worden met de dakeigenaar. Bijvoorbeeld:
de prijs staat op €0 wanneer de installatie
wordt afgekoppeld op momenten van overaanbod.
* Een eenmalige bijkomende kapitaalinvestering,
bijvoorbeeld door het dak te isoleren of te stabiliseren.
• Het centraal bedrijf is de enige toegangshouder
verbonden aan het EAN-nummer.
Welke partijen zijn er allemaal betrokken
bij een PPA tussen een centraal bedrijf en
een afnemer?
• Het centraal bedrijf wordt (mede-)toegangshouder
van het toegangspunt achter dewelke
de PV-installatie zit. Het centraal bedrijf vraagt
dit aan bij Fluvius, de netbeheerder.
• De toegangshouder sluit een contract af met
de Energieleverancier om te vermijden dat die
de geproduceerde volumes zelf gaat verkopen,
omdat die al door een ander toegangspunt
van de PPA-afnemer afgenomen worden.
In ruil voor een compensatie blijft de energieleverancier
alle marktprocessen beheren.
• De toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijke
sluiten een contract af. De
evenwichtsverantwoordelijke zorgt ervoor dat
productie van de PV-installatie verbonden aan
het toegangspunt waar die verantwoordelijk
voor is binnen hetzelfde kwartier opnieuw
wordt afgenomen van het net, om overbelasting
van het net te vermijden. Dat doet die
voor een portefeuille van toegangspunten
(productie en afname) door op basis van een
‘voorspelling’ een deel van de opgewekte
elektriciteit op de markt te verkopen en aan te
kopen, om tijdgebonden correcties op het net
te kunnen uitvoeren.
60
Een schematische voorstelling van verschillende scenario’s voor de integratie al dan niet van residentiële
daken in een power purchase agreement, © Architecture Workroom Brussels
Een schematische voorstelling van verschillende actoren en
transacties bij residentiële PV-installaties en grote installaties
in geval van een power purchase agreement, © Architecture
Workroom Brussels
De Endex, of de markt van de vaste elektriciteitsprijzen, is een
termijnmarkt waar prijzen worden weergegeven voor de levering
van elektriciteit de komende jaren (elektriciteit vast). Bron: klant.
elindus.be
61
Toegepast: Klimaan in Otterbeek
Het sociaal doel van Klimaan is om voorspelbare haalbare energieprijzen te hebben voor iedereen. Otterbeek
is een sociale woonwijk ten noorden van Mechelen. Burgercoöperatie Klimaan plaatste in 2022 zonnepanelen
op 70 woningen, in samenwerking met Woonland en de stad Mechelen. De totale investeringskost van het
project is € 61/mWh of € 0,06/kWh. Klimaan zou de investeringskost mede afbetalen via de injectievergoeding
(€ 0,055/kWh) voor de reststroom. Klimaan ging op zoek naar wat er rendabeler kon zijn, en kwam uit bij een
PPA. Ze sloten ondertussen een PPA af met de Stad Mechelen voor een periode van 20 jaar aan een prijs van
€ 85/mWh. Bij de openbare aanbesteding van het PV-project aan Klimaan, had de Stad Mechelen de PPA al
als een optie opgenomen. Hierdoor moest Stad Mechelen geen energiebestek meer uitschrijven, en kon het
meteen een PPA aangaan met Klimaan.
Een luchtfoto van de wijk Otterbeek in Mechelen, waar Klimaan cv in totaal 730 zonnepanelen heeft
geïnstalleerd. Bron: coop.klimaan.be
Een overzicht van de technische gegevens van het zonnepanelenproject in Otterbeek, volgens twee fases. Bron:
coop.klimaan.be
62
Wat zeggen…
ArcelorMittal Belgium: “Wij hebben de ambitie om tegen
2030 voor 40% op hernieuwbare energie te draaien. Dit
willen we bereiken door stroomafnameovereenkomsten af
te sluiten of door directe financiële participatie in projecten.
Wij hebben de bereidheid om (minstens) € 0,06/kWh
te betalen voor zonne-energie. De gebundelde restelektriciteit
uit Muide Meulestede zal echter geen substantiële
bijdrage leveren aan onze energievraag. Ter illustratie:
100 kleine daken en 2 grote daken produceren samen
2.232,5 mWh per jaar, terwijl ons verbruik 2.400.000
mWh per jaar bedraagt – vergelijkbaar met het verbruik
van 700.000 gezinnen.”
Tim Vermeir, expert energierecht: “Ik heb al veel PPA’s
uitgewerkt, ook voor grote bedrijven, maar dat was in een
andere tijd. Met de huidige voorspellingen over de marktprijzen
zijn PPA’s minder aantrekkelijk. Een cruciale vraag
nu is: wie draagt de kosten van ‘curtailment’?”
Kris Voorspools, expert stroomafnameovereenkomsten
bij 70GigaWatt: “PPA’s worden onaantrekkelijk als
we ze te ingewikkeld maken. We moeten het zo eenvoudig
mogelijk houden en focussen op productie. Zodra we
residentiële systemen betrekken, wordt het complex. Wat
PPA’s wel aantrekkelijk kan maken, is door bij negatieve
marktprijzen de strike prices ofwel op nul te zetten, ofwel
de omvormers af te schakelen en niets meer te produceren.
Zo kan de PPA-afnemer op de markt kopen aan
voordeliger prijzen, en hoeft het niet op te toppen tot de
strike price.”
Risico’s
• Er vindt een dalende trend plaats in de termijnmarktprijzen
voor elektriciteit, waardoor een hoge
PPA-prijs moeilijk te onderhandelen is.
• De meeste PPA’s worden afgesloten voor een periode
van vijf of tien jaar, terwijl de afbetalingstermijn
van PV-installaties 15 tot 25 jaar is. Een PPA vormt
geen zekere inkomensbron voor de hele looptijd
van de business case.
• Het aantal hernieuwbare energiebronnen zal de
komende jaren toenemen en daarmee ook de
onzekerheid op de onbalansmarkt, omwille van de
onvoorspelbare productie van zonne- en windenergie.
De onbalanskosten voor PV-installatie zijn van €
2/mWh in 2020 gestegen naar € 10/mWh in 2021 en
zullen wellicht de komende jaren verder toenemen.
• Een contract for difference is risicovol. Als de
marktprijzen negatief zijn, dan riskeert de PPA-afnemer
veel te moeten betalen voor elektriciteit die
op dat moment niets waard is. Als de marktprijzen
hoger zijn dan de afgesproken PPA-prijs, dan moet
de producent bijpassen, en maakt die verlies aan de
PPA. Er is wel een PPA mogelijk waarin je de PV-installatie
uitschakelt bij negatieve uren. Dat leidt
waarschijnlijk tot een betere PPA-prijs, aangezien
de afnemer minder risico draagt.
• Het integreren van residentiële installaties in de PPA
brengt extra kosten met zich mee:
* Vergoeding van de energieleverancier die de injectiedata
verwerkt
* verhoging van de interne beheerlast
Stad Gent: “Wij sloten een stroomafnameovereenkomst
af met Beauvent aan € 0,09/kWh. In 2022 installeerden
zij samen met de Lemahieu Group 17.000 zonnepanelen
op de loodsen aan de Rigakaai, goed voor 7.000 mWh
per jaar – stroom voor 2.000 gezinnen. Wij nemen deze
groene energie minstens 15 jaar af voor onze gebouwen,
waardoor nu al meer dan 30% van ons energieverbruik
hernieuwbaar is. Er loopt momenteel een vooronderzoek
door Facilitair Management om te bekijken of de Stad
Gent nog een bijkomende PPA kan aangaan.”
Een noodkoper uit Muide Meulestede: “Ik heb meegedaan
met de aankoop van zonnepanelen op het dak van
firma Lemahieu en heb daar een aandeel in. Zij hebben
veel zonnepanelen gelegd en verkopen die energie, onder
andere aan Beauvent. Energent en de Stad Gent zijn
daar ook bij betrokken. Ik zag op de website van de stad
dat ze energie afnemen van Lemahieu, dus het is niet ondenkbaar
dat ze dat ook zouden doen voor een wijkzonnedakproject.
Maar afname door Arcelor voelt wel vreemd
– gezien hun impact op de luchtkwaliteit in Zelzate en omgeving.
In een fossielvrij verhaal moeten we consequent
blijven, ook in de hele productie- en afnameketen.”
Kansen
• Door een PPA aan te gaan, wordt de business case
onafhankelijk van dalende injectievergoedingen. Bovendien
ligt de opbrengst via een PPA vandaag een
pak hoger dan het injectietarief, namelijk respectievelijk
€ 0,05/kWh (in het geval van een PPA prijs van
€ 0,07/kWh) en € 0,02/kWh.
‘Mitsen’
• Mits de Stad Gent bereid is een PPA aan te gaan
voor een periode van 25 jaar en de risico’s van de
stijgende onbalanskosten en dalende marktprijzen
(op piekuren) op zich te nemen.
63
5. Wijkgebonden verkoop van
reststroom via niet-kosteloos
energiedelen
Verkoop
Lokaal
Een centraal bedrijf is eigenaar van de reststroom
van collectieve residentiële en/of niet-residentiële
PV-installaties. Het centraal bedrijf deelt
de reststroom van die residentiële PV-installaties
met eigenaar-bewoners of huurders die geen
toegang hebben tot lokaal verbruik van een
PV-installatie op hun dak. In ruil daarvoor vraagt
het centraal bedrijf een tarief per gedeelde kWh
die lager ligt dat het gemiddeld commercieel
tarief, maar hoger is dan het injectietarief bij een
terugleververgoeding door de energieleverancier
(vb. € 0,25/kWh in plaats van een commercieel
tarief van € 0,33/kWh, ter vergelijking: een injectievergoeding
varieert tussen € 0,02 en € 0,1/
kWh).
64
In Muide Meulestede..
Bevindt ongeveer de helft van de wooneenheden zich in
meergezinswoningen. Bovendien worden 33,4% van de
woningen in Muide Meulestede verhuurt op de private
markt. Zowel voor appartementsbewoners als huurders –
die geen rechtstreeks zeggenschap hebben over het dak
boven hun hoofd – kan de aankoop van lokale reststroom
hun toegang tot groene energie zijn. Daarnaast zijn er
ook heel wat individuele woningen die (niet meteen) geschikt
zijn voor een PV-installatie, omdat het dak niet gerenoveerd
is of verkeerd georiënteerd is.
Varianten
1. Enkel de reststroom van grote niet-residentiële PV-installaties
wordt verkocht aan huishoudens zonder
PV-installatie via energiedelen.
a. De grote niet-residentiële PV-installaties hebben
geen lokale afname en hebben dus een zuiver
productieprofiel: 100% van de opgewekte stroom
kan worden verkocht.
2. De reststroom van residentiële en grote niet-residentiële
PV-installaties wordt verkocht aan huishoudens
zonder PV-installatie via energiedelen.
a. De grote niet-residentiële PV-installaties hebben
geen lokale afname en hebben dus een zuiver
productieprofiel: 100% van de opgewekte stroom
kan worden verkocht.
b. De residentiële PV-installaties hebben wel lokale
afname door en hebben dus een restprofiel: 70%
van de opgewekte stroom kan worden verkocht.
In cijfers
• Een residentiële PV-installatie met een vermogen van 3,5
kWp produceert in jaar één 3.325 kWh. De eigenaar-bewoner
gebruikt lokaal gemiddeld 25 of 30%, of tussen 831
en 997 kWh. Gemiddeld kan er op een jaar per residentiële
PV-installatie 2.328 à 2.494 kWh gedeeld worden. Die overproductie
vindt vooral plaats tijdens de zomermaanden.
• Een niet-residentiële PV-installatie met een vermogen van
1.000 kWp produceert in jaar één 90.000 kWh. Als er geen
lokaal gebruik is, kan de volledige productie verkocht
worden via energiedelen. Ook hier is de productie tijdens de
zomermaanden het hoogst.
• Als een huishouden gemiddeld 2.500 kWh elektriciteit verbruikt
op één jaar, en die voor 20% van dat verbruik energie
zou kunnen kopen via energiedelen (vooral tijdens de zomermaanden),
aan een tarief van € 0,20/kWh, dan bespaart die
jaarlijks € 65 op een elektriciteitsfactuur van € 825.
• Per verkochte kWh houdt het centraal bedrijf € 0,05 over, na
het aftrekken van distributienettarieven en heffingen en BTW.
Het centraal bedrijf krijgt dan per residentiële PV-installatie –
in het slechtste geval - € 116/jaar als het alle reststroom kan
verkopen via energiedelen.
65
Bijschrift: Een schematische voo
installaties in geval van energied
Beeld dat de verdeling tussen eigenaar-bewoners, private huurders en sociale huurders weergeeft. Er zijn minder eigenaarbewoners
in Muide Meulestede dan gemiddeld in Gent. Dat betekent dat een oplossing vinden voor huurders prioritair is.
Bron: Buurtmonitor Gent
Beeld dat de verdeling tussen eigenaar-bewoners, private huurders en sociale huurders weergeeft. Er zijn minder eigenaarbewoners
in Muide Meulestede dan gemiddeld in Gent. Dat betekent dat een oplossing vinden voor huurders prioritair is.
Bron: Buurtmonitor Gent
Een grafiek met de evolutie van de elektriciteitstarieven, opgebouwd uit energiekosten, nettarieven en heffingen en BTW. In
januari 2025 bedragen de nettarieven € 0,13/kWh. Bron: VREG
Een overzicht van de administra
energiedelen. Bron: mijnenergie
66
rstelling van verschillende actoren en transacties bij residentiële PVelen,
© Architecture Workroom Brussels
Een schematische voorstelling van het samenspel tussen de productie van de zonnepanelen en het
elektriciteitsverbruik, voor residentiële en grote installaties, © Architecture Workroom Brussels
Grafiek met dynamische tarieven voor elektriciteit. Deze zijn gelinkt aan de belpex prijzen op de
spotmarkt. Bron: VREG
tieve kosten die verschillende energieleveranciers aanrekenen voor
.be
67
Wat kost energiedelen in Vlaanderen?
• Kosten voor de energieafnemer:
* Op elke kWh die gebruik maakt van het net – wat ook
het geval is wanneer je energie deelt met iemand anders
– betaal je distributienettarieven. In januari 2025
bedragen die € 0,13/kWh, op een totale elektriciteitsprijs
van € 0,39/kWh.
• Kosten voor de energiedeler en de energieafnemer:
* In Vlaanderen vraag je meetregime 3 aan bij je leverancier.
Je betaalt vervolgens jaarlijks € 1,19 extra aan
tarief databeheer. De netbeheerder Fluvius is dan gemachtigd
om de kwartierwaarden van je digitale meter
uit te lezen en door te sturen naar de leverancier. Op
die manier kan de leverancier de injectie en het verbruik
correct verrekenen (bron: Test Aankoop).
* Veel energieleveranciers brengen administratiekosten
in rekening voor het delen van de energie van zonnepanelen
die je niet gebruikt. Volgens de leveranciers wordt
deze vergoeding gebruikt om de extra kosten te dekken
die gepaard gaan met het energiedelen, zoals het verwerken
van de gedeelde volumes en het opstellen van
de correctiefactuur. Een proces dat blijkbaar manueel
moet worden uitgevoerd (bron: Test Aankoop). De jaarlijkse
vergoeding aan de energieleverancier varieert van
€ 0 tot € 150 (bron: mijnenergie.be).
Toegepast: juridische context in Brussel
In 2018 en 2019 zijn op Europees niveau twee richtlijnen aangenomen
in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ter bevordering van
het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en de organisatie
van de interne elektriciteitsmarkt. Deze nieuwe elektriciteitsordonnantie
erkent nu:
Toegepast: Bolt
Bolt brengt (kleine) opwekkers lokaal in contact met afnemers.
Bolt betaalt de producenten van groene stroom een voordeliger
injectietarief, op voorwaarde dat het een professionele
installatie is met een bepaald minimumvermogen in eigendom
van een onderneming. Bolt verkoopt deze groene stroom door
aan haar klanten per kWh, in ruil voor een platformkost van €
9,99/maand.
Bolt koopt zonnepanelen-energie van PV-installaties bij
professionelen over heel Vlaanderen. Bron: boltenergie.be
• Het bestaan van nieuwe spelers en rechten op de elektriciteitsmarkt:
de energiegemeenschap. Deze gemeenschappen
moeten als hoofddoel hebben om milieu-, sociale en
economische voordelen te bieden aan hun deelnemers en
aan het Gewest.
• Het recht van de eindafnemer om een actieve afnemer te
worden. Een actieve afnemer kan zelfstandig of samen met
andere actieve afnemers opereren, zolang zij zich in hetzelfde
gebouw bevinden. Deze actieve afnemers kunnen zelf
elektriciteit produceren, opslaan en laten aankopen.
• Peer-to-peer handel, namelijk de verkoop van elektriciteit uit
hernieuwbare energiebronnen onder actieve afnemers. De
verkoop gebeurt op basis van een contract dat vooraf vastgestelde
voorwaarden bevat voor het automatisch uitvoeren
en betalen van de transactie, dit hetzij rechtstreeks tussen
de actieve afnemers, hetzij via een tussenpersoon. Er zijn
twee vormen van peer-to-peer handel:
* One-to-one P2P: Een actieve afnemer die elektriciteit
koopt van slechts één andere actieve afnemer zonder
tussenpersoon en op dezelfde kwartierbasis, is niet onderworpen
aan leveranciersverplichtingen. Beide partijen
moeten echter een leveringscontract hebben en aangesloten
zijn op hetzelfde netwerk.
* One-to-many P2P: Wanneer een actieve afnemer elektriciteit
aankoopt van meerdere andere actieve afnemers
zonder tussenpersoon, is hij onderworpen aan de leveranciersverplichtingen.
Daarnaast veranderde netbeheerder Silbelga de
distributietarieven die van toepassing zijn op de energiedeling.
Alle tariefaanpassingen gaan in op 1 september 2022 en gelden
tot 31 december 2024. Sibelga heeft tariefroosters gedefinieerd
op basis van vier categorieën:
1. Type A: Deelnemers krijgen elektriciteit die wordt geproduceerd
in het gebouw waar zij wonen.
2. Type B: Deelnemers krijgen stroom via dezelfde laagspannings-transformatiecabine.
3. Type C: Deelnemers krijgen stroom via dezelfde “Elia”-post.
4. Type D: Deelnemers krijgen stroom via verschillende
“Elia”-posten.
Tot slot staat netbeheerder Sibelga voor de berekening van de
gedeelde volumes, waardoor het de energieleveranciers ontlast.
68
Wat zeggen…
Ruben Baetens: “In tegenstelling tot in Brussel ziet de
Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt
(VREG) geen reden om de distributienettarieven te verlagen
in Vlaanderen in het geval van energiedelen. Fluvius is
dan weer heel terughoudend om de rol die Sibelga in het
Brussels Gewest speelt in de berekening van gedeelde volumes,
op zich te nemen.”
Bart De Bruyne, expert Energiedelen Stad Mechelen
& Bestuurder Klimaan vzw: “In de zoektocht naar wat
rendabeler kan zijn dan de verkoop van reststroom aan
het injectietarief, hebben we de optie energiedelen onderzocht.
Als het een tarief zou aanrekenen aan afnemers van
€ 0,075/kWh, dan geraakt Klimaan vzw niet uit de kosten
omwille van de hoge kosten die de energieleveranciers
aanrekenen.”
Risico’s
• Op het moment dat er voldoende reststroom is om
te verkopen, is stroom op de markt zo goed als gratis
beschikbaar, namelijk tijdens zonnepiekuren. Op jaarbasis
bevindt 15% van de opgewekte zonnestroom
zich zelfs in ‘negatieve’ uren: je moet dan betalen
om stroom te verkopen. Het is interessanter om
een dynamisch contract af te sluiten met een energieleverancier
– gelinkt aan de belpex prijzen op de
spotmarkt, dan energieontvanger te worden aan een
tarief van € 0,25/kWh. De kans dat je geïnteresseerde
huishoudens vindt is dus klein, want de energieontvanger
zal meer betalen dan wat de elektriciteit op
dat moment waard is.
• Energieleveranciers bepalen hun commercieel tarief
als gemiddelde op basis van de energiekost op elk
uur van de dag. Als hun klant niet meer afneemt op
dat moment van de dag waarop de energiekost het
laagst is, omdat die op dat moment energie ontvangt
van elders, zal de energieleverancier een hoger commercieel
tarief aanrekenen om dit te compenseren
(in geval van een vast tarief). Bovendien verandert
het verbruiksprofiel van de klant, wat voor onzekerheid
en het risico op hogere onbalanskosten voor de
energieleverancier zorgt. Ook die onbalanskosten rekent
de energieleverancier door via een hoger tarief.
Hierdoor riskeert de energieontvanger een hoger
elektriciteitstarief te betalen voor de andere uren,
waardoor het financieel voordeel uit energiedelen
vervalt. De kans dat je geïnteresseerde huishoudens
vindt is dus klein.
• Door de distributienettarieven en de heffingen en
BTW is de winstmarge voor het centraal bedrijf per
kWh heel klein. Per verkochte kWh aan € 0,25 houdt
het namelijk maar € 0,05 over.
• Het centraal bedrijf staat in voor het verrekenen van
de injectie (gedeelde volumes) en het verbruik en
het opstellen van de correctiefactuur – eventueel
via een service contract met één energieleverancier.
Deze administratieve kosten moet het centraal bedrijf
doorrekenen aan de energiedeler, -ontvanger of zelf
absorberen. Bij niet-residentiële installaties met een
zuiver productieprofiel en louter gedeelde volumes is
de administratieve kost veel lager.
Kansen
• Wat lokaal wordt geproduceerd wordt ook lokaal
geconsumeerd.
• De residentiële PV-installaties vormen een collectieve
hefboom voor de vorming van een lokale energiegemeenschap.
• Aangezien niet elk huishouden zelf een PV-installatie
nodig heeft om toegang te hebben tot lokale groene
stroom, nemen de investering in mensenkracht voor
ontzorging (installatie, onderhoud, afbraak) en de kapitaalsinvestering
in PV-installatie per aantal bereikte
huishoudens af.
‘Mitsen’
• Op dit moment is het nog niet mogelijk om energie
te delen van één naar meerdere of van meerdere
naar meerdere partijen. Als dit wel mogelijk wordt,
zou dit de flexibiliteit en efficiëntie van energiedelen
vergroten (Vlaams).
• Lagere of geen distributienettarieven bij energiedelen
zou energiegemeenschappen meer financiële ademruimte
geven, zoals de korting op distributienettarieven
in het Brussels Gewest (VREG, geen zicht op
verandering omdat zij energiedelen niet als kostenverlagend
voor het net beschouwen).
• Als Fluvius instaat voor de berekening van de gedeelde
volumes, zoals Sibelga in het Brussels Gewest
doet, zou dit de beheerkosten voor energiebedrijven
verlagen (Fluvius, geen zicht op verandering).
69
6. Maatschappelijk valoriseren van
reststroom via kosteloos energiedelen
Consumptie
Lokaal
Een centraal bedrijf is eigenaar van de reststroom
van collectieve residentiële en/of niet-residentiële
PV-installaties. Het centraal bedrijf
deelt de reststroom met eigenaar-bewoners
of huurders die geen toegang hebben tot lokaal
verbruik van een PV-installatie op hun dak. Het
centraal bedrijf stelt die elektriciteit ‘gratis’ ter
beschikking.
De energieafnemer betaalt wel de distributienettarieven
(€ 0,1/kWh) per gedeelde kWh dat die
van het net afneemt. Het centraal bedrijf zet
de reststroom niet in om extra inkomsten te
creëren: het is dan ook nadeliger dan de injectie
verkopen voor een terugleververgoeding aan de
energieleverancier.
70
bebouwing - typologie
appartementen
rijwoningen
half open woningen
handelszaken
1 : 2500
25 100m
In Muide Meulestede…
Bevindt ongeveer de helft van de wooneenheden zich in
meergezinswoningen. Bovendien worden 33,4% van de
woningen in Muide Meulestede verhuurt op de private
markt. Zowel voor appartementsbewoners als huurders –
die geen rechtstreeks zeggenschap hebben over het dak
boven hun hoofd – kan de aankoop van lokale reststroom
hun toegang tot groene energie zijn. Daarnaast zijn er
ook heel wat individuele woningen die (niet meteen) geschikt
zijn voor een PV-installatie, omdat het dak niet gerenoveerd
is of verkeerd georiënteerd is.
Gezien de gemiddelde jaarlijkse netto belastbare inkomens
in Meulestede (€ 14.600), Muide (€ 17.600) en Muidebrug
(€ 15.400), is een korting op de energiefactuur
welgekomen.
Een kaart die per perceel toont waar er individuele woningen,
meergezingwoningen of handelszaken zijn, © Architecture
Workroom Brussels. Bron: Buurtmonitor Gent
Een grafiek met het percentage sociale woningen in Muidebrug, Muide en Meulestede, ten opzichte van
het Gentse gemiddelde. De verdeling tussen huurwoningen van Thuispunt en huurwoningen via het Sociaal
Verhuurkantoor is ook zichtbaar. Bron: Buurtmonitor Gent
71
In cijfers
• Een residentiële PV-installatie met een vermogen van 3,5
kWp produceert in jaar één 3.325 kWh. De eigenaar-bewoner
gebruikt lokaal gemiddeld 25 of 30%, of tussen 831
en 997 kWh. Gemiddeld kan er op een jaar per residentiële
PV-installatie 2.328 à 2.494 kWh gedeeld worden. Die overproductie
vindt vooral plaats tijdens de zomermaanden.
• Een niet-residentiële PV-installatie met een vermogen van
1.000 mWp produceert in jaar één 90.000 kWh. Als er
geen lokaal gebruik is, kan de volledige productie verkocht
worden via energiedelen. Ook hier is de productie tijdens de
zomermaanden het hoogst.
• Als een huishouden gemiddeld 2.500 kWh elektriciteit
verbruikt op één jaar, en die voor 20% van dat verbruik
energie zou kunnen kopen via energiedelen (vooral tijdens
de zomermaanden), aan een distributienettarief van € 0,1/
kWh in plaats van een commercieel tarief van € 0,33/kWh,
dan bespaart die jaarlijks € 115 op een elektriciteitsfactuur
van € 825.
Toegepast: Zonnebouwers+
Het Zonnebouwers+-project van ECoOB cvso en Klimkracht vzw
biedt – naast het financieren van PV-installaties op residentiële
daken – ook een oplossing voor woningen met een minder
geschikt of niet-geïsoleerd dak biedt de energiecoöperatie
ECoOB een innovatieve oplossing: energiedelen binnen een
energiegemeenschap. EcoOB bezit grote zonnepaneel-installaties
op daken van non-profits en lokale overheden. ECoOB stelt een
gedeelte van de opgewekte energie ten dienste van de leden van
de HEG. ECoOB stelt deze energie gratis ter beschikking met
een maximum van 1.500 kWh per gezin. Hoewel zonnepanelen
op eigen dak financieel voordeliger zijn, biedt energiedelen een
tijdelijke oplossing totdat dak of isolatie geschikt is voor eigen
panelen.
De administratieve afhandeling verloopt via VZW Klimkracht. Een
digitale meter is vereist voor de kwartiermatige verrekening, die
maandelijks wordt uitgevoerd. De contractuele periode bedraagt
vijf jaar, met de mogelijkheid tot verlenging.
• Per gedeelde kWh houdt het centraal bedrijf € 0 over. Bovendien
dekt het centraal bedrijf de kost van de administratie.
Toegepast: Klimaan in Otterbeek
In de Mechelse wijk Otterbeek werden 70 sociale woningen
uitgerust met 729 zonnepanelen via burgercoöperatie Klimaan.
Bewoners hoefden niet zelf te investeren en profiteren
van lokaal opgewekte zonne-energie, gedeeld via een
energiegemeenschap. Ze betalen slechts € 0,16/kWh, lager
dan het sociaal tarief. Distributienetbeheerder Fluvius speelt
een cruciale rol door alle data van productie en verbruik te
verzamelen op een platform, zodat de zonne-energie correct
wordt gedeeld en verrekend op de energiefactuur van elke
deelnemer. Dit project is bijzonder relevant voor huurders en
bewoners van appartementen, die vaak beperkte mogelijkheden
hebben om zelf in duurzame energie te investeren.
Een overzicht van de kosten voor energiedelen waar ECoOB mee rekent voor het
uitwerken van een aanbod voor energiedelen. Bron: ECoOB
Een schematisch overzicht van de kosten van de formule energiedelen bij het
Zonnebouwers+ project Bron: ECoOB
Klimaan organiseerde samen met de Stad Mechelen en Woonpunt Mechelen een
intensieve communicatie- en wervingscampagne om alle inwoners van de wijk Otterbeek
mee te krijgen in het zonnepanelenproject, © Klimaan
Een permanente lokale communicatiebox vormde het ankerpunt van de
communicatiecampagne © Klimaan
72
Wat zeggen…
Een aantal Turkse mannen uit Muide Meulestede:
Kan iemand met veel zonnepanelen stroom delen met iemand
zonder? Bijvoorbeeld, jij hebt een klein dak, ik een
groot – waarom zouden we elkaar niet helpen?"
Wat met iemand die al zonnepanelen heeft? Kan die nog
meedoen? In mijn straat hebben er al zeven van de twintig
zonnepanelen. Als we hen betrekken kunnen we toch
meer bereiken?
Een aantal noodkopers uit Muide Meulestede:
"Nu gebeurt energiedelen vooral tussen particulieren,
maar waarom niet collectief? Denk aan een buurthuis
waar je stroom kunt afnemen of zelfs je auto en fiets kunt
opladen!"
Risico’s
• Energiedelen ‘om niet’ is geen bijzondere opportuniteit
voor de energieafnemer, aangezien stroom op
dat moment gratis is. Het is interessanter om een
dynamisch contract af te sluiten met een energieleverancier
– gelinkt aan de belpex prijzen op de spotmarkt.
De kans dat je geïnteresseerde huishoudens
vindt is dus klein, want de energieontvanger zal even
veel betalen als wat de elektriciteit op dat moment
waard is, maar wel een bijkomend contract moeten
afsluiten.
• Energieleveranciers bepalen hun commercieel tarief
als gemiddelde op basis van de energiekost op elk
uur van de dag. Als hun klant niet meer afneemt op
dat moment van de dag waarop de energiekost het
laagst is, omdat die op dat moment energie ontvangt
van elders, zal de energieleverancier een hoger commercieel
tarief aanrekenen om dit te compenseren
(in geval van een vast tarief). Bovendien verandert
het verbruiksprofiel van de klant, wat voor onzekerheid
en het risico op hogere onbalanskosten voor de
energieleverancier zorgt. Ook die onbalanskosten rekent
de energieleverancier door via een hoger tarief.
Hierdoor riskeert de energieontvanger een hoger
elektriciteitstarief te betalen voor de andere uren,
waardoor het financieel voordeel uit energiedelen
vervalt. De kans dat je geïnteresseerde huishoudens
vindt is dus klein.
• Het centraal bedrijf krijgt € 0 per gedeelde kWh, dit
is nadeliger dan het injectietarief in geval van een
terugleververgoeding door de energieleverancier
(varieert tussen € 0,05 en € 0,1/kWh).
• Het centraal bedrijf staat in voor het verrekenen van
de injectie (gedeelde volumes) en het verbruik en
het opstellen van de correctiefactuur – eventueel
via een service contract met één energieleverancier.
Deze administratieve kosten moet het centraal bedrijf
doorrekenen aan de energiedeler, -ontvanger of zelf
absorberen. Bij niet-residentiële installaties met een
zuiver productieprofiel en louter gedeelde volumes is
de administratieve kost veel lager.
Kansen
• Wat lokaal wordt geproduceerd wordt ook lokaal
geconsumeerd.
• De residentiële PV-installaties vormen een collectieve
hefboom voor de vorming van een lokale energiegemeenschap.
• Huishoudens die geen toegang hebben tot een
PV-installatie, omdat ze in een appartement wonen,
huren of geen geschikt dak hebben, kunnen wel deel
uitmaken van een lokale energiegemeenschap.
• Aangezien niet elk huishouden zelf een PV-installatie
nodig heeft om toegang te hebben tot lokale groene
stroom, nemen de investering in mensenkracht voor
ontzorging (installatie, onderhoud, afbraak) en de kapitaalsinvestering
in PV-installatie per aantal bereikte
huishoudens af.
‘Mitsen’
• Op dit moment is het nog niet mogelijk om energie
te delen van één naar meerdere of van meerdere
naar meerdere partijen in Vlaanderen. Als dit wel mogelijk
wordt, zou dit de flexibiliteit en efficiëntie van
energiedelen vergroten (Vlaams).
• Lagere of geen distributienettarieven bij energiedelen
zou energiegemeenschappen meer financiële ademruimte
geven, zoals de korting op distributienettarieven
in het Brussels Gewest (VREG, geen zicht op
verandering omdat zij energiedelen niet als kostenverlagend
voor het net beschouwen).
• Als Fluvius instaat voor de berekening van de gedeelde
volumes, zoals Sibelga in het Brussels Gewest
doet, zou dit de beheerkosten voor energiebedrijven
verlagen (Fluvius, geen zicht op verandering).
73
7. Activeren van sociaal tarief voor de
omschakeling naar groene energie
Financiering
Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties op residentiële
daken en eventueel ook in thuisbatterijen, bij huishoudens
met geschikte daken, die recht op sociaal tarief voor
energie maar niet in sociale woning wonen. Het energiebedrijf
verkoopt elke lokaal verbruikte kWh aan sociaal tarief
(€ 0,2/kWh). Daarvoor ontvangt het van de federale overheid
een tussenkomst om het verschil tussen het sociaal en
commercieel tarief per kWh te compenseren. Met de vork
tussen het sociaal en commercieel tarief (€ 0,13/kWh) kan
het centraal bedrijf de investering in de residentiële PV-installatie
(en thuisbatterijen) (deels) financieren.
Het centraal bedrijf sluit een contract af met de eigenaar-bewoner
of de verhuurder om toegang te krijgen tot het dak
(opstalovereenkomst). De klant (eigenaar-bewoner of huurder)
krijgt toegang tot groene stroom voor 30% (zonder batterij)
of 60% (met batterij) van de totale elektriciteitsvraag.
Het centraal bedrijf ontzorgt de klanten in de installatie, onderhoud
en afbraak van de PV-installatie en de batterij, gedurende
bijvoorbeeld 25 jaar. Voor de overige energievraag
gaat het huishouden een contract aan met een eigen energieleverancier
naar keuze, die eveneens sociaal tarief (€ 0,2/
kWh) aanbiedt voor de resterende afname en daar ook voor
wordt gecompenseerd.
74
In Muide Meulestede…
Het exacte aantal huishoudens in de Gentse wijk Muide-Meulestede
dat recht heeft op het sociaal tarief voor
energie is niet publiek bekend. We weten wel dat in de
stad Antwerpen heeft ongeveer één op de vijf huishoudens
recht op het sociaal tarief voor energie (bron: HLN).
Voorts zijn er ook een aantal andere indicatoren die onrechtstreeks
of rechtstreeks informatie geven over het
aandeel huishoudens dat recht heeft op sociaal tarief.
Huishoudens met sociale huisvesting en huishoudens die
beroep doen op een leefloon hebben automatisch recht
op een sociaal tarief. Daarnaast zijn werkloosheidscijfers,
inkomenscijfers, cijfers over verhoogde tegemoetkoming
en kansarmoedecijfers ook goede indicatoren.
In Muide Meulestede wonen 621 huishoudens (of 20%)
in een sociale woning, tegenover een het Gents gemiddelde
van 11,6%. Ook het aantal personen met een
leefloon of een verhoogde tegemoetkoming ligt hoger
dan het Gentse gemiddelde van respectievelijk 23,5%
en 20,4%. Ook het aantal werkzoekenden is hoger dan
in de rest van Stad Gent: in Meulestede is dat 54,4%, in
Muide 34,1% en Muidebrug 38,7%, ten opzichte van het
stedelijk gemiddelde van 26,4%. In Meulestede en Muidebrug
ligt de helft van de belastbare inkomens onder
de €20.000 per jaar, in Muide zijn er mensen met hoge
belastbare inkomens, in lijn met het stedelijk gemiddelde
(bron: Buurtmonitor Gent).
Aangezien 621 huishoudens in een sociale woning wonen,
heeft minstens 20% van de inwoners van Muide
Meulestede recht op een sociaal tarief. Het werkelijke cijfer
zal nog een stuk hoger liggen, gezien het hoge aantal
leefloners en werkzoekenden. We schatten dat ongeveer
10% van de bewoners recht heeft op een sociaal tarief
voor energie én niet in een sociale woning woont. Het
gaat dan om ongeveer 300 woningen, waarvan een deel
appartementen zullen zijn en dus geen geschikt dak hebben
voor een PV-installatie.
Hoe zit het sociaal tarief voor energie
juist in elkaar?
• De Federale Overheidsdienst (FOD) Economie stelt elk
kwartaal een lijst op van rechthebbende klanten. De
energieleveranciers passen automatisch het verlaagde
sociaal tarief toe op hun energiefacturen.
• De energieleveranciers dienen elk kwartaal een compensatiedossier
in bij de federale overheid. De compensatie
wordt berekend als het verschil tussen het
sociale tarief en de commerciële tarieven. De federale
energieregulator CREG controleert de aanvragen.
• De Belgische overheid betaalt de compensaties uit via
het Fonds voor de vermindering van de globale energiekost.
Dit fonds wordt gefinancierd door een bijdrage
op de energiefacturen van niet-rechthebbende klanten.
• Het sociaal tarief voor energie is in heel België bij alle
energieleveranciers hetzelfde. Het komt neer op de
prijs die de goedkoopste energie- en/of aardgasleverancier
aanbiedt op de commerciële markt. Doorgaans
is het sociaal tarief voor energie 30% goedkoper dan
het gemiddelde tarief.
Hoe financiert het activeren van het
sociaal tarief de investering?
• Residentiële PV-installatie: 30% van de productie van
de PV-installatie wordt lokaal afgenomen (997,5 kWh
per jaar). Hiervoor betaalt de klant € 0,2/kWh, of €
199,5 per jaar, evenveel als de klant anders betaalt voor
elektriciteit in lijn met het sociaal tarief. Per kWh krijgt
het centraal bedrijf een compensatie van € 0,13/kWh
om het verschil met het commercieel tarief van € 0,33/
kWh te dichten. Dat komt neer op ongeveer € 130 per
jaar per installatie. Een PV-installatie heeft een initiële
investeringskost van € 3.500 en het duurt dus 10,6 jaar
om die via de compensatie terug te verdienen.
• Residentiële PV-installatie en thuisbatterij: 60% van de
productie van de PV-installatie wordt lokaal afgenomen
(1.995 kWh per jaar). Hiervoor betaalt de klant € 0,2/
kWh, of € 399 per jaar, evenveel als de klant anders
betaalt voor elektriciteit in lijn met het sociaal tarief.
Per kWh krijgt het centraal bedrijf een compensatie van
€ 0,13/kWh om het verschil met het commercieel tarief
van € 0,33/kWh te dichten. Dat komt neer op ongeveer
€ 259 per jaar per installatie. Een PV-installatie en thuisbatterij
hebben een initiële investeringskost van € 7.500
en het duurt dus 11,4 jaar om die via de compensatie
terug te verdienen.
75
1 : 2500
25 100m
Een kaart met alle sociale woningen van Thuispunt in Muide
Meulestede (donker paars) en alle sociale woonprojecten
(vervangbouw, renovatie, nieuwbouw) van Thuispunt tot 2030 ©
Architecture Workroom Brussels
Grafieken met percentage inwoners met verhoogde
tegemoetkomingen en leefloontrekkers in Muidebrug, Muide
en Meulestede, ten opzichte van het Gentse gemiddelde. Bron:
Buurtmonitor Gent
76
Wat zeggen…
Tom Meeuws (toenmalig schepen voor Klimaat in Antwerpen):
“Een model waarin de overheid of bedrijven
gratis zonnepanelen installeren voor huishoudens met
een laag inkomen zou effectiever zijn dan het verstrekken
van sociaal tarief. Dit zou helpen om de energiearmoede
structureel aan te pakken door een langdurige besparing
te bieden.” (Bron: De Morgen)
Risico’s
• De compensatie van het aanbieden van het sociaal
tarief en dus het verschil tussen het sociaal tarief
en het commercieel tarief laat vandaag toe om de
investeringskost van een PV-installatie en eventueel
thuisbatterij terug te betalen na 10 of 11 jaar, maar
niet de onderhoudskost, noch de herinvestering in
de omvormer of een nieuwe batterij na respectievelijk
12 en 15 jaar.
• De doelgroep is heel specifiek: er zijn weinig huishoudens
die recht hebben op het sociaal tarief voor
energie en in een individuele woning wonen die niet
sociaal wordt verhuurd. Bovendien kan je het niet
afdwingbaar maken, of toepassen op alle individuele
woningen waarvan de bewoners recht hebben op
sociaal tarief, want dan respecteer je het recht op
vrije keuze van energieleverancier niet. Bovendien is
een doelgroepenwerking niet makkelijk te schakelen
met een wijkwerking.
Kansen
• Er verandert niets voor de bewoners: ze hoeven
geen afstand te doen van hun recht op sociaal tarief
om in te gaan op het aanbod en betalen niet meer
aan energie dan voorheen. Bovendien verlagen zonnepanelen
de energiekosten permanent, in plaats
van de tijdelijke korting die sociaal tarief biedt.
• Verhuurders krijgen gratis PV-panelen.
• Als we ervan uitgaan dat er 10.000 woningen in
Gent in aanmerking komen voor dit aanbod (alle
huishoudens met recht op sociaal tarief (20%), zonder
sociale huisvesting, in een individuele woning),
en elke PV-installatie levert per jaar € 130 op aan
compensatie voor sociaal tarief, dan gaat het, in
een periode van 10 jaar, om een heroriëntering van
€ 13.000.000 aan bestaande middelen. Dit is een
schaal die ook interessant is voor grotere investeerders,
om mee te financieren. De activatie van het
sociaal tarief zou zo het begin van de wijkaanpak
kunnen financieren.
‘Mitsen’
Mits de compensatie van de activatie van het sociaal
tarief ook aangewend kan worden door een niet-energieleverancier
en/of mits een cessie van vorderingen het
naar voren trekken van de compensatie mogelijk maakt
(federaal).
77
8. Collectieve investering in
laadinfrastructuur
Verkoop Lokaal Opslag
Een centraal bedrijf neemt het beheer van de
laadinfrastructuur op het openbaar domein over
van de huidige concessiehouder(s). Het centraal
bedrijf koopt reststroom van bedrijven en particulieren
die op eigen initiatief grote of residentiële
PV-installaties op hun dak hebben voorzien (vb. €
0,04). Het centraal bedrijf betaalt hiervoor meer
dan het injectietarief dat aangeboden wordt
door de energieleverancier. Het centraal bedrijf
verkoop de stroom van de laadinfrastructuur aan
een gemiddeld commercieel tarief (vb. € 0,63,
met een korting aan elke Gentenaar) en met het
rendement herinvesteert het centraal bedrijf in
bijkomende laadinfrastructuur en elektrische
deelwagens. Het centraal bedrijf hanteert een
dynamisch tarief: als er veel zon is, is laden goedkoper.
78
In Muide Meulestede…
Zijn er 14 publieke en 7 semi-publieke laadpalen en 1 publiek
snellaadpaal, samen goed voor een vermogen van
507 kW. Dit betekent dat theoretisch maximaal 264 auto’s
kunnen laden per dag, als elke auto twee uur laadt en er
24 uur lang geladen wordt. In Stad Gent is er gemiddeld
1 laadpaal per 112 wooneenheden. In Muide Meulestede
zijn er 22 laadpalen voor 2.689 wooneenheden, of 1 op
122. De meerderheid van de laadinfrastructuur bevindt
zich in de sector Muide.
In 2022 waren er in Gent 2.250 elektrische auto’s geregistreerd.
Op basis van de prognose voor de groei richting
2025, zouden er in maart 2025 in Stad Gent ongeveer
7.875 elektrische auto’s geregistreerd zijn (bron: HLN). In
Meulestede en Muidebrug ligt de helft van de belastbare
inkomens onder de €20.000 per jaar. Maar in Muide zijn
er bewoners met hoge belastbare inkomens (35% met
belastbaar inkomen boven de € 30.000), in lijn met het
stedelijk gemiddelde. Midden- tot hoge inkomensgroepen
(inkomen boven het mediane inkomen rond de €
30.000 tot € 40.000 bruto per jaar) wordt vaak geassocieerd
met de mogelijkheid om een elektrische auto aan te
schaffen. Op basis van de mediaan belastbare inkomens
schatten we in dat er ongeveer 350 elektrische wagens
geregistreerd zijn in Muide Meulestede, dat is lager dan
het Gentse gemiddelde.
Wie beheert vandaag de publieke laadinfrastructuur
uit in Gent?
De concessie voor de installatie en exploitatie van publieke
laadpunten op het openbare domein in Gent heeft een
looptijd van 4 jaar, te rekenen vanaf de ondertekening van
de overeenkomst. Deze periode kan twee keer worden
verlengd, telkens met 1 jaar. Momenteel zijn Engie Electrabel
en TotalEnergies Marketing Belgium NV de concessiehouders
voor de uitrol van publieke laadpalen in respectievelijk de regio’s
Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Limburg, en de regio’s West-
Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Deze concessies werden in juli
2022 toegekend door de Vlaamse Regering, en loopt af in 2026
Een overzicht op kaart van alle laadpalen in Muide Meulestede. Groen
betekent publiek, blauw staat voor semi-publiek. Bron: gis-viewer.
mow.vlaanderen.be
79
Een grafiek met de evolutie van de terugleververgoedingen voor de periode 2022 tot 2025. Momenteel zijn de injectietarieven
historisch laag. Bron: VREG
Toegepast: Klimaatbedrijf Blankenberge
Eerst en vooral wil Klimaatbedrijf Blankenberge 10.000 extra zonnepanelen
plaatsen op openbare gebouwen en sociale woningen.
Deze zonnestroom wil het Klimaatbedrijf verkopen stroom
via laadpalen aan een gebruikersvergoeding voor de elektrische
voertuigen die de laadpalen gebruiken. Het Klimaatbedrijf heeft al
vijf elektrische deelwagens aangeschaft, waarvan drie al operationeel
zijn, en er zijn twee van de vijftig laadpalen geïnstalleerd.
Uitbreiding: koppeling met
Mijn VerbouwLening
Woningeigenaars kunnen beroep doen op
het reguliere aanbod van de Energiecentrale
om een Mijn VerbouwLening aan te vragen
voor een dakrenovatie en PV-installatie. De
woningeigenaar betaalt over maximaal 25
jaar tijd elke maand de lening af, aan een
rentevoet van 1,5%. Elke maand bespaart de
woningeigenaar 30% op zijn energiefactuur
door lokaal af te nemen van de PV-installatie.
Daarnaast verkoopt de woningeigenaar
de reststroom aan het centraal bedrijf. Dit
zorgt ervoor dat de leningkost die de woningeigenaar
per maand moet betalen voor de
dakrenovatie en de PV-installatie sterk daalt.
Een overzicht op kaart van alle toekomstige laadpaallocaties van het Klimaatbedrijf
Blankenberge. Bron: klimaatbedrijfblankenberge.be
Een overzicht van de financiële voordelen voor individuele huishoudens van de verkoop van de
reststroom aan een centraal bedrijf dat laadpalen beheert, © Stad Gent
Een overzicht op kaart van alle toekomstige laadpaallocaties van het Klimaatbedrijf
Blankenberge. Bron: klimaatbedrijfblankenberge.be
80
Wat zeggen…
Een aantal bewoners in een noodkoopsituatie in Muide
Meulestede:
• "Er zijn verschillende manieren om duurzame mobiliteit
collectief te maken in de wijk. Bijvoorbeeld
door laadpalen te realiseren bij een buurthuis, waar
bewoners met de auto of fiets kunnen komen tanken
of energie kunnen afnemen voor gezamenlijke
voorzieningen, zoals een wassalon. De elektrische
deelbootjes, die nu via het wijkbudget worden aangeboden,
zouden ook gebruik kunnen maken van de
energie van de wijkcoöperatie in plaats van via de
eigen elektriciteit.”
• "Elektrische deelfietsen zouden een mooie aanvulling
zijn voor de wijk. Een elektrisch deelbakfietssysteem
zou ook handig zijn, aangezien niet iedereen
de ruimte of het budget heeft om een eigen bakfiets
aan te schaffen. Of een fietsenberging, waar elektrische
fietsen opgeladen kunnen worden, een concept
dat op meerdere plekken in de buurt toegepast
kan worden."
• "Een klein elektrisch deelautootje, dat praktisch en
beperkt in snelheid is (maximaal 45 km/u), zou een
waardevolle toevoeging kunnen zijn voor het dagelijks
vervoer in de wijk.”
Risico’s
• Het centraal bedrijf financiert de PV-installatie van
de woningeigenaars niet voor, en biedt geen ontzorging
voor de installatie, het onderhoud of de
afbraak. Het initiatief voor de PV-installatie ligt bij de
individuele woningeigenaar, die op vraag ondersteuning
kan krijgen door de Energiecentrale.
• Het centraal bedrijf is geen eigenaar van de collectieve
PV-infrastructuur, noch van de reststroom van
de PV-installaties. Het heeft dus niet in handen wat
de woningeigenaar met de reststroom zal doen,
waardoor het centraal bedrijf niet zeker is dat het
die reststroom zal kunnen blijven kopen. Bovendien
kan het centraal bedrijf de installaties niet als assets
inzetten voor toekomstige transitieopgaven (vb.
curtailment).
• Een tarief van € 0,63/kWh wordt gehanteerd bij
ultrasnelladen (150 kW). Het gemiddelde tarief voor
snelladen ligt tussen € 0,4 en € 0,55/kWh, en voor
normaal laden tussen € 0,25 en € 0,35/kWh. Dat
laatste tarief valt ongeveer samen met of ligt zelfs
lager dan het (toekomstig) injectietarief dat het centraal
bedrijf zou aanbieden aan de PV-eigenaar voor
de reststroom. In dat geval kan het centraal bedrijf
geen winst maken per kWh, waardoor het centraal
bedrijf ook geen marge opbouwt om te investeren
in nieuwe infrastructuur. Anderzijds is een tarief aanhouden
van € 0,63 niet concurrentieel met de markt
en dus realistisch. Het is daarom winstgevender
om elektriciteit te kopen op de ‘spotmarkt’ aan een
lagere of negatieve prijs.
• Er is een discrepantie tussen de laadpiekuren en
zonnepiekuren. In de winter is een nauwelijks reststroom
bij een residentiële PV-installatie, en tijdens
de zomer vallen de laadpiekuren juist voor en na de
zonnepiekuren. Hierdoor is zonnereststroom niet
toereikend als elektriciteitsbron voor de laadpalen.
* Laadpiekuren:
Ochtendpiek: tussen 7:00 en 9:00 uur
Avondpiek: tussen 16:00 en 19:00 uur, met een
hoogtepunt rond 17:00 uur
* Zonnepiekuren:
Zomer: tussen 10:00 en 16:00
Winter: tussen 11:30 en 13:30
Kansen
• De verkoop van reststroom van de residentiële
PV-installatie laat toe om de leningkost van de Mijn-
Verbouwpremie voor een dakrenovatie te drukken.
Op die manier vindt er een herverdeling plaats van
gebruikers van elektrische wagens naar woningeigenaars
die renoveren. Ook voor verhuurders kan
dit een goede motivatie zijn om werken te ondernemen.
Tegelijkertijd participeert de woningeigenaar
via deze weg in de mobiliteitstransitie.
• Aangezien het centraal bedrijf geen eigenaar is van
de residentiële PV-installaties, vervallen de risico’s
die van toepassing zijn op het beheer van assets.
• Het dynamisch tarief laat toe om de gebruiker van
de elektrische wagen te sensibiliseren om elektriciteit
te gebruiken tijdens de zonnepiekuren.
Een schematische voorstelling van de verschillende actoren en transacties in geval van een
laadpalenbedrijf, © Architecture Workroom Brussels
81
9. Financiering door derde partijen
Financiering
Een centraal bedrijf gaat op zoek naar andere financieringsvormen
dan de verkoop van reststroom of
energiedelen. Het centraal bedrijf zoekt financiers
of investeerders die een deel van de investeringskost
willen voorfinancieren. Dat kan in de vorm
van leningen, aandelen, financiële participatie
door derden etc.
82
In Muide Meulestede
In Muide Meulestede is er weinig investeringskracht aanwezig
bij de bewoners. De inkomens liggen relatief laag:
in Meulestede en Muidebrug ligt de helft van de belastbare
inkomens onder de € 20.000 per jaar. In Muide liggen
de gemiddelde belastbare inkomens wel hoger. Dit zorgt
ervoor dat externe financiering van buiten de wijk(bewoners)
de investeringskracht van bewoners kan versterken.
Varianten
1. Grote ondernemingen participeren financieel in een
centraal PV-bedrijf om te voldoen aan de PV-verplichtingen.
a. Grote ondernemingen dragen minstens € 750/
kWp bij, zonder dat die inbreng terugbetaald
of vergoed moet worden. Dit zorgt ervoor dat
deze vorm van externe financiering het centraal
bedrijf niets kost.
2. Het centraal bedrijf (coöperatie) haalt kapitaal op via
het verkopen van aandelen.
a. Er zijn verschillende type aandelen: per type aandeel
kan de prijs worden bepaald, het dividend,
type koper, en de rechten.
i. A-aandelen: vennootschappen, verenigingen
ii.
B-aandelen: fysieke personen
iii. C-aandelen: overheden
b. Aandelen moeten vergoed worden via de uitbetaling
van het dividend. Aandelen moeten niet
terugbetaald worden, tenzij de koper beslist om
het aandeel terug aan het bedrijf te verkopen.
c. Op de eerste € 500.000 opgehaald via aandelen
is een taks shelter van toepassing. Via deze
maatregel kunnen fysieke personen tot 45% van
hun investering terugvorderen via hun personenbelasting.
Dit maakt een uitstel van dividendvergoeding
mogelijk in de eerste jaren.
d. Het dividend varieert tussen de 3% en 6%.
3. Het centraal bedrijf gaat een lening aan bij de bank
of bij derden.
a. Aandelen moeten vergoed worden via het
betalen van een rentevoet en het boven op de
uitbetaling van het geleende kapitaal.
b. Er bestaan verschillende soorten leningen, met
andere risico’s, voorwaarden en rentevoeten:
i. Een bancaire lening: een klassieke lening bij een
bank waarbij je regelmatig aflost (maandelijks of
jaarlijks), aan een rentevoet van 3,5-4,5%
ii.
Een bullet-lening: je betaalt tijdens de looptijd
enkel rente en lost het kapitaal pas op het einde
in één keer af, vanwege het hogere risico liggen
de rentevoeten doorgaans iets hoger dan bij
klassieke leningen.
iii. Een achtergestelde lening: wordt pas terugbetaald
na andere schuldeisers bij een faillissement,
vanwege het hogere risico liggen de rentevoeten
doorgaans iets hoger dan bij klassieke leningen.
Wat zeggen…
Rousselot: “Aangezien veel van onze daken niet geschikt
zijn voor zonnepanelen omwille van de beperkte draagkracht,
wordt het al een enorme opgave om te voldoen
aan de PV-verplichting voor grote ondernemingen tegen
2035. Wij zijn in eerste plaats geïnteresseerd in groepsaankoop
van elektriciteit. Op dit ogenblik zijn we nog op
zoek naar ongeveer 300 kWp aan capaciteit om financieel
in te participeren.”
Risico’s
• Het project is afhankelijk van externe financiering,
waarbij het aantrekken en herverdelen van middelen
druk legt op de businesscase. De vergoeding van inkomend
kapitaal bestaat uit dividenden van 3% (met
taks shelter), terugbetaling van de lening tegen 3,5%
rente, en het risico op de terugbetaling van aandelen.
Deze verplichtingen kunnen de kasstroom belasten
en het project in gevaar brengen bij onvoldoende
opbrengsten.
Kansen
• De lokale investeringsslagkracht verhoogt aanzienlijk
als het aangevuld wordt met financiering door derden.
De herverdeling vindt niet enkel plaats binnen
de wijk, maar in wisselwerking met andere actoren.
83
Wat houdt de PV verplichting voor grootverbruikers
juist in?
• Het Besluit van de Vlaamse Regering van 2023 legt een verplichting
op aan private bedrijven met een afname van meer
dan 1 gWh/afnamepunt om zonnepanelen te installeren. De
verplichting wordt stapsgewijs strenger:
* 30/06/2025: 12,5 Wp/m² dakoppervlak – deze deadline is
ondertussen uitgesteld met 9 maanden voor de uitvoering,
mits er concrete plannen ondertekend zijn
* 01/01/2030: 18,74 Wp/m² dakoppervlak
* 01/01/2035: 25 Wp/m² dakoppervlak
• Als bedrijven geschikte daken tekortkomen, kunnen ze ook
participeren in een ander energieproject (PV, wind, WKK,
warmtepomp).
* Minimale investering:
Nu: € 800/kWp
01/07/2025: € 750/kWp
01/01/2030: € 700/kWp
* Minimale looptijd: 15 jaar
• Een PPA-contract (Power Purchase Agreement) volstaat niet
om aan de verplichting te voldoen.
• Voor publieke entiteiten geldt een gelijkaardige maar strengere
regeling.
* Zelfde verplichting per m² dakoppervlak, maar drempel
voor energieverbruik is lager:
Vanaf 250 mWh/EAN
Vanaf 2026: 100 mWh/EAN
* Overheden kunnen eveneens participeren in externe projecten
Toegepast: Brugse zonnetuin
De Brugse Zonnetuin is een collectief energieproject van Brugse
buurten, vzw Brugge Geeft Energie en Bolt, gesteund door
Stad Brugge. Het project installeert 3.420 zonnepanelen op het
dak van Tyles, gefinancierd door gezamenlijke investeringen.
Inwoners van Brugge en omstreken kunnen investeren in
4, 8, 12 of 16 zonnepanelen voor 25 jaar. Dit project biedt
Bruggelingen zonder eigen zonnepanelen de kans om te
investeren in lokale, duurzame energie. Een investering van
€ 2.920 levert jaarlijks € 164 op, wat overeenkomt met een
rendement van 2,8%. Dit is een achtergestelde lening, wat
betekent dat bij problemen volledige terugbetaling onzeker
is. De rente is variabel en afhankelijk van zonneproductie,
elektriciteitsprijs en distributiekosten. De leningverstrekker
draagt alle risico’s van een zonneproject. Bolt-klanten
ontvangen een jaarlijkse korting van € 75.
Toegepast: Klimaatbedrijf Blankenberge
Klimaatbedrijf Blankenberge is een coöperatieve vereniging
met sociaal oogmerk, gericht op duurzame energie voor de
stad. De Stad Blankenberge voorziet een financiële participatie
in Klimaatbedrijf Blankenberge cvso van 3.600 aandelen van €
250 voor een totale waarde van € 900.000, zijnde het budget
dat reeds werd voorzien om te investeren in eigen laadpalen.
Van dit budget wordt bij oprichting de eerste 600 aandelen,
voor een waarde van € 150.000 volstort. Daarnaast kunnen ook
inwoners investeren door aandelen van € 250 aan te kopen,
met een maximum van 10 aandelen per persoon. Dit stelt
hen in staat om te investeren in zonnepanelen, laadpalen en
deelwagens. Coöperanten hebben stemrecht op de Algemene
Vergadering en profiteren van voordelen zoals toegang tot
elektrische deelwagens en kortingen op de laadpalen.
84
Een grafiek met de belastbare inkomens in Muidebrug, Muide en Meulestede. De investeringskracht in Muide Meulestede is beperkt. Bron:
Buurtmonitor Gent
85
10. Zoldervloerisolatie of
dakrenovatie
Via de Energiecentrale kunnen woningeigenaars
beroep doen op verschillende renovatiepremies
en -leningen. Dit leningen- en premiesysteem kan
gekoppeld worden aan het bijkomend aanbod
van een centraal bedrijf.
86
In Muide Meulestede…
Zijn er de sectoren Muide en Meulestede minder wijzigingen
doorgevoerd aan de woongelegenheden in de
periode 1983 tot 2020, dan gemiddeld in de Stad Gent.
In de sectoren Muidebrug en Meulestede werden in de
periode 2011 en 2020 wel meer aanpassingen aan woningen
gedaan dan het stedelijk gemiddelde, respectievelijk
11,8% en 12,4% van de woningen werd onderhanden genomen.
Zo heeft 80% van de woningen die jonger zijn
dan 1975 een vorm van dakisolatie, tegenover 60% van
de woningen van voor 1930 en 50% van de woningen die
dateren uit de periode tussen 1930 en 1975. Er is geen
zicht op welk aandeel daarvan dakisolatie is die voldoet
aan de huidige Mijn VerbouwPremie-voorwaarden, namelijk
een Rd-waarde (warmteweerstand) van minstens
4,5 m²K/W.
Uitdovende ondersteunende maatregelen
• Renovatiekrediet met rentesubsidie: uitgedoofd vanaf 1
januari 2025.
* In 2021 en 2022 konden nieuwe eigenaars van een woning
of appartement beroep doen op het renteloos renovatiekrediet.
De rente die u op het renovatiekrediet
betaalt, wordt volledig terugbetaald.
* Sinds 2023 werd het renteloos renovatiekrediet hervormd
naar een rentesubsidie (een korting ten opzichte
van de marktrentevoet). Hoe energiezuiniger de woning
gerenoveerd wordt, hoe groter de rentesubsidie was.
Soms was zelfs een negatieve rente mogelijk.
• Energielening+: uitgedoofd vanaf 31 augustus 2022.
* Van begin 2021 tot 31 augustus 2022 kon wie via een
schenking of erfenis een woning had verworven en van
plan was binnen de vijf jaar grondig te renoveren een
renteloze energielening+ verkrijgen.
• Gent Knapt Op: loopt tot eind 2026, maar momenteel een
kandidatenstop.
Waarom geen collectieve investering in
dakrenovatie?
Een PV-installatie op een dak van een woningeigenaar
voorgefinancierd door een centraal bedrijf blijft eigendom
van dat bedrijf, zolang het wordt vastgelegd in een
opstalovereenkomst die al dan niet geregistreerd wordt. Maar
een dakrenovatie of zoldervloerisolatie wordt onroerend door
bestemming. Dat wil zeggen dat zelfs als het centraal bedrijf de
werken voorfinanciert, de woningeigenaar de facto eigenaar
wordt van het nieuwe dak. Een abonnementsformule zoals
in bouwsteen 2 is dus moeilijk denkbaar, omdat het centraal
bedrijf de eigendomsrechten van de renovatie verliest en het
zo dus moeilijk juridisch afdwingbaar is om woningeigenaars
via een abonnement een deel van de renovatiewerken terug te
laten betalen.
Bovendien zit er geen economisch terugverdienmodel
achter renovatie. Dat is anders bij zonnepanelen: het
lokaal verbruik van zonnestroom zorgt voor een lagere
energiefactuur, waardoor de woningeigenaar een deel van
dat maandelijkse financieel voordeel kan gebruiken om de
initiële investeringskost af te betalen. Het verbruik is in veel
woningen in Muide Meulestede zo laag dat er waarschijnlijk
nauwelijks energie-efficiëntiewinsten zijn na renovatie.
De meeste woningen hebben een jaarlijkse warmtevraag
hebben van minder dan 15.000 kWh/jaar, wat lager is dan
het regionaal gemiddelde van 17.000 kWh/jaar. Na renovatie
zullen mensen mogelijks hun energieconsumptiepatroon
aanpassen om het comfort te verhogen. Hierdoor zal hun
maandelijkse energieuitgave wellicht niet wijzigen ten opzichte
van de situatie voor de renovatie, waardoor er geen hogere
terugbetalingscapaciteit dan voor de renovatie.
* Het is een rollend fonds dat tussen 31 oktober 2022 tot
en 31 december 2026 leningen aanbiedt aan woningeigenaars
met een beperkte terugbetalingscapaciteit
(‘noodkopers’).
* Er werden al 82 Gentse woningen gerenoveerd.
* De lening loopt tot € 45.000, en heeft een minimale investeringsdrempel
van € 15.000.
* De focus van deze lening ligt op renovaties die nodig zijn
om een woonkwaliteit, en energiezuinigheid.
* Het OCMW en voert de kredietanalyse uit, verstrekt het
krediet en neemt een hypotheek op de woning. OCMW
is geen eigenaar van de woning, maar wel schuldeiser
(zoals een bank). Bij wanbetaling kan het OCMW beslag
leggen op de woning en de verkoop afdwingen. Bij overlijden
wordt de woning verkocht en het OCMW komt op
in de rangorde van schuldeisers.
* De lening is een hypothekaire inschrijving: er is geen
sprake van een maandelijkse afbetaling, maar het geleende
kapitaal wordt pas terugbetaald bij vervreemding
van de woning. Het OCMW vordert naast het
geleende bedrag ook een percentage van de gerealiseerde
meerwaarde terug.
• Collectieve renovatiebegeleidingspremie: uitgedoofd vanaf
1 januari 2025.
* Wie samen met 9 andere wooneenheden (in hetzelfde
appartementsgebouw of in de buurt) wilde renoveren,
kon hiervoor beroep doen op een projectbegeleider of
BENOvatiecoach.
* Deelnemers hadden recht op een Mijn VerbouwPremie
of -Lening, maar niet op een extra premie.
87
woningen gebouwd tussen 1850-1950
woningen gebouwd tussen 1950-1966
woningen gebouwd tussen 1966-1982
woningen gebouwd tussen 1982-2018
1 : 2500
25 100m
1 : 2500
0 - 10.000 kWh/j
10.000 - 15.000 kWh/j
15.000 - 562.000 kWh/j
25 100m
Een kaart met bouwjaar van de woningen in Muide Meulestede, © Architecture Workroom
Brussels. Bron: Buurtmonitor Gent
en kaart met de huidige warmtevraag in Muide Meulestede uitgedrukt in jaarlijks gasverbruik,
op basis van beschikbare data over werkelijk verbruik op straatniveau uit 2019, © Architecture
Workroom Brussels. Bron: Fluvius
88
Een grafiek met per periode het aandeel van de woningen in Muidebrug, Muide en Meulestede dat dan dan werd gerenoveerd, waarvoor een bouwvergunning werd
aangevraagd.
Bron: Buurtmonitor Gent
89
Toegepast: Wijkwerf
Wijkwerf is een initiatief van de Gentse energiecoöperatie
Energent dat bewoners per wijk begeleidt bij het energiezuinig
renoveren van hun woning. Met een persoonlijke
renovatiebegeleider als vast aanspreekpunt, biedt Wijkwerf
ondersteuning van de eerste energiescan tot de uitvoering
van de werken en de aanvraag van premies. Door collectief
te renoveren met buurtbewoners, profiteren deelnemers van
voordelige prijzen bij zorgvuldig geselecteerde aannemers
(groepsaankoop). Wijkwerf is een erkend Benovatiecoach.
Dit betekent dat we een beroep doen op de Burenpremie.
Het renovatieadvies, de budgetramingen en de opmaak
van een offertevraag wordt uitgevoerd op kosten van Stad
Gent (voor inwoners Gent) of de Provincie Oost-Vlaanderen
(voor inwoners buiten Gent). Bijkomend vraagt Wijkwerf 3%
werkingsbijdrage op de uitgevoerde werken. Dit wordt betaald
via de factuur van de aannemer.
Een aantal cijfers
• In 2024 vroegen 1.188 Gentenaars een renovatieadvies aan bij
De Energiecentrale. De Energiecentrale geeft zo’n 3.000 renovatieadviezen
per jaar.
• Een derde van de renovatieadviezen wordt omgezet in een renovatiebegeleidingstraject.
In 2024 werden 613 begeleidingen
opgestart. Een derde van de ontvangers van een renovatieadvies
gaat uiteindelijk zelf aan de slag, zonder begeleiding van
de Energiecentrale. Nog één derde onderneemt geen actie na
het ontvangen van een renovatieadvies.
• Van alle renovaties die De Energiecentrale in 2024 begeleidde,
was het vervangen van oude ramen de meest voorkomende.
Op nummer twee staat de isolatie van het dak en op drie een
gevelisolatie. In Sint-Amandsberg werden de meeste renovatieadviezen
aangevraagd, gevolgd door Wondelgem en de wijken
Dampoort en Mariakerke.
• De Energiecentrale bestaat intussen ruim tien jaar. Al ongeveer
18.000 gezinnen kregen gratis renovatieadvies sinds de start.
Zo’n 5.000 gezinnen werden begeleid bij de renovatie zelf.
• De meeste woningeigenaars komen bij de Energiecentrale omdat
ze een Mijn VerbouwLening willen aanvragen, waarna een
renovatieadvies wordt gegeven. De Energiecentrale verleent
ongeveer 400 Mijn VerbouwLeningen per jaar.
De renovatiebegeleider van Energent komt na een aanmelding langs op
huisbezoek. Op basis hiervan zal de renovatiecoach een raming opmaken. Bron:
wijkwerf.energent.be
Eind 2018 trok Wijkwerf naar Muide-Meulestede, met 50 aanmeldingen voor
gratis renovatiebegeleiding. Energent rond reeds 18 wijkwerven af
90
Varianten
1. De Energiecentrale biedt een Mijn VerbouwLening
aan, in opdracht van VEKA.
* De lening is cumuleerbaar met de Mijn VerbouwPremie:
De Energiecentrale ondersteunt de
woningeigenaar om een premie aan te vragen
rechtstreeks bij VEKA en de premie wordt door
VEKA uitbetaald op de Mijn VerbouwLening aan
de Energiecentrale.
* De Mijn VerbouwLening loopt tot € 60.000.
* Met deze lening kunnen renovaties gefinancierd
worden die zowel focussen op woningkwaliteit
als op het verbeteren van de energieprestatie
(o.a. isolatie, zonneboiler, warmtepomp(boiler),
zonnepanelen).
* De rentevoet van de lening is sinds begin 2025
gedaald van 2,75 naar 1,5%. In het huidige bestuursakkoord
is verder sprake van een graduele
rentekorting per inkomensklasse en een renteloze
lening.
* Huishoudens die behoren tot hoogste inkomenscategorie
(alleenstaande: maximaal inkomen van
€53.880, koppel: maximaal inkomen van €76.980)
en huishoudens met een te lage terugbetalingscapaciteit
komen niet in aanmerking. Dit zal blijken
uit een kredietanalyse uitgevoerd door de
Energiecentrale.
* De woningeigenaar hoeft niets voor te financieren:
de klant dient elke ontvangen factuur over
een periode van 3 jaar in bij de Energiecentrale.
De Energiecentrale stort het bedrag binnen de 10
dagen op de rekening van de klant. De klant kan
zo de factuur betalen.
2. Het OCMW biedt een renteloze lening voor noodkopers,
in opdracht van het Vlaams Noodkoopfonds.
* Het OCMW kan een renteloze lening verstrekken
aan de eigenaar van een noodkoopwoning en
hiervoor via het Vlaams Noodkoopfonds een renteloze
kredietlijn krijgen.
* De renteloze lening loopt tot € 50.000.
* Met deze lening kunnen renovaties gefinancierd
worden die zowel focussen op veiligheid, gezondheid
en/of kwaliteit, als op het verbeteren
van de energieprestatie.
* Enkel huishoudens met een beperkte terugbetalingscapaciteit
komen in aanmerking: voor wie
geen toegang heeft tot de Mijn VerbouwLening.
* eHet OCMW en voert een solvabiliteitsonderzoek
uit, verstrekt het krediet en neemt een hypotheek
op de woning. Het gaat om een ‘bulletlening’,
waarbij het geleende bedrag na het verstrijken
van een termijn van 20 jaar wordt terugbetaald,
tenzij de woning al eerder vervreemd is.
* De renteloze lening voor een noodkoper wordt
niet uitbetaald aan de noodkoper maar rechtstreeks
aan de aannemers van de uitgevoerde
werken.
* De Energiecentrale staat in voor de correcte opvolging
van de renteloze leningen en het renovatieproces.
* De lening is cumuleerbaar met de Mijn VerbouwPremie.
Wat zeggen…
Filip Watteeuw, schepen van Wonen: “In Gent heeft slechts
4% van de huizen het EPC-label A. Nog 84% van de woningen
wordt verwarmd met fossiele brandstoffen zoals aardgas.”
Risico’s
• De huidige instrumenten zijn hoofdzakelijk gericht op
een individuele aanpak, wat de effectiviteit in wijken
beperkt.
• De Mijn VerbouwPremie is vaak ontoereikend om
kwalitatieve ondersteuning aan burgers te bieden;
aanvullende financiering door steden of Energiehuizen
is noodzakelijk.
• De financiering van renovaties blijft het grootste knelpunt
en vormt een structurele drempel voor voortgang.
Kansen
• Een wijkaanpak is arbeidsintensief in een diverse buurt,
maar bijzonder geschikt voor (delen van) wijken met
een uniforme bouwtypologie.
Mitsen
• De beschikbaarheid van voldoende financieringsmogelijkheden,
inclusief stimuleringsmaatregelen voor
verhuurders, is essentieel.
91
D.
Twee kansrijke
combinaties van
bouwstenen:
naar een
Zonnedakenmodel
2.0?
92
93
Model 2.1: Collectieve zonnepanelen op residentiële daken via financiële participatie door
energie-intensieve ondernemingen op basis van de PV-verplichting
Bouwsteen 2: Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken
Bouwsteen 9: Financiering door derden
Een centraal bedrijf investeert in PV-installaties op residentiële
daken (bouwsteen 2) en is eigenaar van alle zonnestroom.
Het centraal bedrijf stuurt aan op de maximalisatie
van lokaal verbruik door de bewoner(s) onder de daken.
Wat niet lokaal verbruikt wordt, verkoopt het centraal bedrijf
aan een (lokale) energie-intensieve onderneming aan
een voordelig injectietarief. Dezelfde grote onderneming
(GO) participeert financieel in het centraal bedrijf, per gerealiseerde
kWp (bouwsteen 9). Deze onderneming is immers
onderhevig aan de PV-verplichting voor energie-intensieve
ondernemingen. Kort gesteld, moeten deze ondernemingen
een bepaald kWh per m2 dakoppervlak kunnen aantonen.
De onderneming kan er evenwel ook voor opteren om te
participeren in PV-project. In dit geval moet worden aangetoond
dat minimaal € 750 per kWh werd geïnvesteerd.
Het injectietarief kan worden gekoppeld aan de kapitaalparticipatie:
hoe meer ze betalen in participatie, hoe lager het
injectietarief. Als je bovendien curtailment voorziet, waarbij
de installaties worden afgetoerd uitgeschakeld bij negatieve
prijzen, dan is een hogere injectieprijs mogelijk. Deze
financiering kan voorts worden aangevuld met een eenmalige
publieke investering.
94
Aanbod
De woningeigenaar sluit een opstalovereenkomst met het
centraal bedrijf, dat toegang verleent tot het dak waar het
zonnepanelen installeert. De woningeigenaar betaalt per
kWh lokaal verbruik van de zonnestroom (30%), aan een
voordelig tarief, equivalent aan het sociaal tarief (€ 0,2/
kWh). Voor de overige elektriciteitsnoden (70%) sluit de
bewoner een contract af met een energieleverancier naar
keuze. De jaarlijkse energie-uitgaven nemen hierdoor af
met 15% (€ 696 in plaats van € 825 bij een verbruik van
2.500 kWh) en de initiële investeringskost van € 3.500
wordt vermeden. De eigenaar-bewoner wordt ontzorgd
voor de installatie, het onderhoud, de vervanging van onderdelen
en de uiteindelijke afbraak van de installatie aan
het einde van de levensloop van 25 jaar. Dat alles op voorwaarde
dat het dak gerenoveerd is of nog geïsoleerd kan
worden zonder dat de PV-installatie weggehaald wordt.
Daarvoor kan de bewoner terecht bij het regulier aanbod
van De Energiecentrale en het OCMW (bouwsteen 10).
Bedrijf en beheerlast
Het model vereist een nieuw bedrijf dat:
Assets beheert
Energie verhandelt
Energie levert aan
particulieren
Diensten aanbiedt aan
particulieren
Energie deelt
x (PV-installaties)
x (ontzorging, beheer
& administratie van alle
abonnementen en contracten)
Doelgroep, bereik en impact
Bereik
Residentiële PV-installaties 1750
Bereikte huishoudens 1750
Doelgroep
Individuele woningen
Appartementen
Eigenaar-bewoners
Huurder-verhuurders
Bewoners met recht op sociaal
tarief
Niet-gerenoveerde daken
Impact
Productie groene stroom
Lokaal verbruik groene stroom
Lokale CO2-reductie
Publieke €/ bewoner € 285,7
Publieke €/ ton CO2-reductie € 57,3
x
x
x
145.468.750 kWh
43.640.625 kWh
8.728 ton CO2
De beheerlast ligt hoog, omwille van de diensten die het
aanbiedt aan particulieren. Maar minder hoog dan in model
1, aangezien het bedrijf niet meer actief handelt in
energie (verkoop via PPA) en de financiering door derden
niet meer via burgerkapitaal gebeurt.
De rollen en taken zien eruit als volgt:
• Financiering: uitwerking verdienmodel, financiële
participatie Grote Onderneming (GO)
• Ontwikkeling: injectiecontracten GO
• Toeleiding residentiële PV
• Energiecoach: contact residentiële daken, dimensionering,
contractondertekening, werfopvolging,
aanvraag keuring en verzekering, …
• Realisatie: groepsaankopen installatie
• Beheer & administratie: registratie contracten, helpdesk,
beheer en opvolging contracten, verhuisbewegingen,
onderhoud, …
• Coördinatievehikel: boekhouding, belastingen, loonadministratie,
ledenwerking, …
95
De business case
Over een periode van 25 jaar investeert het centraal bedrijf
in 1750 residentiële PV-installaties (3,5 kWp).
Financiering
Het centraal bedrijf haalt €500.000 publieke middelen op
in jaar 1, en €750 per gerealiseerde kWp aan financiële
participatie bij één of meerdere ondernemingen die onder
de PV-verplichting vallen. Bij 1750 residentiële installaties
komt dit neer op €4.593.750.
Publieke middelen € 500.000,0
PV participatie per kwp € 750,0
PV participatie per residentiële
installatie
PV participatie voor 1750 installaties
€ 2.625,0
€ 4.593.750,0
TOTAAL FINANCIERING € 5.093.750,0
Inkomsten
De inkomsten komen in eerste plaats uit de verkoop van
alle stroom van 4 grote PV-installaties en de reststroom
van 500 residentiële PV-installaties via een PPA, en in
tweede plaats uit de abonnementen met eigenaar-bewoners.
De hoogte van de abonnementskost is niet doorslaggevend
voor de rentabiliteit van de business case.
De hoogte van de PPA-prijs en de grootte van het verkocht
volume is dat wel. Op 25 jaar brengt een netto PPAprijs
van €0,05/kWh 37,5% minder op dan een netto PPAprijs
van €0,08/kWh. Op 25 jaar brengt de verkoop van
de stroom van alleen grote daken aan een PPA-prijs van
€0,07/kWh 23,5% minder op dan de gebundelde verkoop
van stroom van grote en reststroom van kleine daken aan
dezelfde prijs.
1 residentiële PV-installatie per
jaar
1 residentiële PV-installatie
gedurende 25 jaar
1750 residentiële PV-installaties
gedurende 25 jaar
=((30%*3.325
kWh)*€0,2)+((70%*3.325
kWh)*€0,015)= € 234,4
€ 5.860,3
€ 10.255.546,9
TOTAAL INKOMSTEN € 10.255.546,9
Uitgaven
Het grootste deel van de kosten bestaat uit de kapitaaluitgave
(CapEx), de operationele kosten (OpEx) van en
herinvestering in de PV-installaties. Residentiële installaties
kosten ongeveer € 1.930/kWp voor een periode van
25 jaar, of € 6.755/installatie.
Daarnaast moet het centraal bedrijf op de reststroom die
in het net wordt geïnjecteerd onbalanskosten betalen, die
samen optellen tot ongeveer € 0,01/kWh. De distributienettarieven
zijn voor de afnemer van de reststroom.
Aangezien zowel de LEKP-middelen als de financiële participatie
door de grote onderneming niet vergoed en terugbetaald
moeten worden, zijn hier geen uitgaven aan
gekoppeld. Aangezien het centraal bedrijf niet investeert
in grote daken, brengt dit geen kosten met zich mee
(CapEx, OpEx, huur).
1 installatie per jaar (opex,
capex, herinvestering)
1 kWp (opex, capex, herinvestering)
1 installatie gedurende 25
jaar (opex, capex, herinvestering)
1750 installaties gedurende
25 jaar (opex, capex, herinvestering)
injectiekosten 1 installatie
per jaar
injectiekosten 1 installatie
gedurende 25 jaar
injectiekosten 1750 installaties
gedurende 25 jaar
€ 270,2
€ 1.930,0
€ 6.755,0
€ 11.821.250,0
€ 23,3
€ 581,9
€ 1.018.281,3
TOTAAL UITGAVEN € 12.808.906,3
De grootste uitgavenpost naast de residentiële PV-installaties
is het beheer. We berekenen de beheerkost in functie
van wat de business case oplevert.
• Elke residentiële installatie kost - zonder financiële
participatie door energie-intensieve ondernemingen
- meer per jaar dan het opbrengt door de verkoop
van zonnestroom, namelijk -€ 58,36 per installatie
van 3,5kWp per jaar, of - € 1.459,1 over een periode
van 25 jaar.
• Per installatie participeert de grote onderneming €
2.625,0.
• De financiële participatie door grote ondernemingen
zorgt voor een opbrengst van € 1.165,9 per installatie
over een periode van 25 jaar.
Zo genereren 1750 residentiële installaties ongeveer €
2.040.390,6 over een periode van 25 jaar, of € 102.019,5
per jaar, equivalent aan 1,9 VTE (niet geïndexeerd), voor
een periode van 22 jaar.
De publieke middelen (€ 500.000) zouden ingezet kunnen
worden om de beheerkosten tijdens de eerste drie jaar
te dragen 3,5 VTE (niet geïndexeerd), waarna ze volledig
verdampt zijn.
Financiële haalbaarheid
We stellen vast dat:
96
• Een Gent Knapt Op dossier gemiddeld 80 begeleidingsuren
in beslag neemt: 1.750 woningen vergen
dan 67 voltijdse werkjaren. Over 25 jaar leveren de
3,5 en dan 1,9 VTE samen 52,3 voltijdse werkjaren op
(niet-geïndexeerd), enkel voor toeleiding en begeleiding
van individuele huishoudens. Dit komt in de
buurt van de cijfers uit Gent Knapt Op. We kunnen
ervan uitgaan dat niet elk dossier evenveel werk zal
vragen. Anderzijds zal het meeste begeleidingswerk
geconcentreerd zijn in de eerste jaren. 3,5 en 1,9 VTE
lijken dus maar nauwelijks toereikend om de beheerkost
te dekken van 1.750 woningen.
• 6.125 kWp aan PV-installaties (1750 installaties) veel
is om grote ondernemingen op korte termijn financieel
in te laten participeren. Ter referentie, Rousselot
is op zoek naar 300 kWp groenestroominstallatie om
financieel in te participeren. Ook nog: We schatten
in dat in Stad Gent alle grote ondernemingen samen
een dakoppervlakte van 3 miljoen m2 hebben, waarvan
nog maar 20% is benut voor zonnepanelen. Per
m2 moeten grote ondernemingen in 0,01875 kWp
investeren (voor 2030). In totaal gaat het om een
investering in 11.250 kWp, goed voor in totaal slechts
3.215 residentiële PV-installaties, voor heel Gent.
• €130 financieel voordeel per huishouden per jaar
mogelijks niet voldoende is om huishoudens te overtuigen
om deel te nemen.
• Het model is rollend: de publieke middelen worden
eenmalig uitgegeven en verdampen om de hogere
beheernoden aan de start te dekken; en de financiële
participatie door grote ondernemingen en de verkoop
van zonnestroom zorgt ervoor dat het model
nieuwe installaties kan blijven realiseren, zolang er
nieuwe kosteloze participaties verzekerd kunnen
worden.
97
98
99
Model 2.2: Collectieve zonnepanelen op residentiële daken, de activatie van het sociaal tarief en
het gratis delen van de reststroom
Bouwsteen 3: Collectieve investering in PV-installaties op residentiële daken en batterijen
Bouwsteen 6: Maatschappelijk valoriseren van reststroom via kosteloos energiedelen
Bouwsteen 7: Activeren van sociaal tarfief voor de omschakeling naar groene energie.
Een centraal bedrijf investeert in residentiële PV-installaties
en thuisbatterijen en is eigenaar van alle zonnestroom
(bouwsteen 3). Het centraal bedrijf stuurt zo aan op de maximalisatie
van lokaal verbruik door de bewoner(s) onder de
daken. Wat niet lokaal verbruikt wordt, schenkt het centraal
bedrijf weg aan bewoners zonder dak met PV-installatie
(bouwsteen 6). Het centraal bedrijf vult een eenmalige publieke
investering aan met een andere externe financieringsbron:
de heroriëntatie van de sociale tegemoetkoming van
personen die recht hebben op een sociaal tarief voor energie
richting het centraal bedrijf (bouwsteen 7). Die heroriëntatie
gebeurt in de vorm van een cessie van vorderingen,
waardoor het bedrag in jaar één beschikbaar is. Die heroriëntatie
gebeurt onder de vorm van een activering van het
sociaal energietarief, waarbij een jaarlijkse stroom van tegemoetkomingen
van een bepaalde periode naar voor wordt
getrokken en dient om te investeren in de verduurzaming
van de woning, in eerste instantie door de plaatsing van een
PV-installatie.
100
Het aanbod
De woningeigenaar - met recht op sociaal tarief - sluit
een opstalovereenkomst af met het centraal bedrijf. Het
centraal bedrijf heeft zo toegang tot het dak en installeert
zonnepanelen en een thuisbatterij. De woningeigenaar
betaalt het centraal bedrijf per kWh lokaal verbruik van
de zonnestroom (60% van het elektriciteitsverbruik) aan
sociaal tarief (€ 0,2/kWh). Voor de overige elektriciteitsnoden
(30%) sluit de bewoner een afnamecontract af
met een energieleverancier naar keuze, eveneens aan sociaal
tarief. De woningeigenaar behoudt het recht op een
sociaal tarief voor energie. De jaarlijkse energie-uitgaven
van de woningeigenaar blijven dezelfde, maar de stroom
wordt wel vergroend. De eigenaar-bewoner wordt ontzorgd
voor de installatie, het onderhoud, de vervanging
van onderdelen en de uiteindelijke afbraak van de installatie
aan het einde van de levensloop van 25 jaar. Dat alles
op voorwaarde dat het dak gerenoveerd is of nog geïsoleerd
kan worden zonder dat de PV-installatie weggehaald
wordt. Daarvoor kan de bewoner terecht bij het regulier
aanbod van De Energiecentrale en het OCMW (bouwsteen
10).
Bewoners – met recht op sociaal tarief - die geen geschikt
dak hebben voor een PV-installatie (vb. appartementseigenaar
of huurder), kunnen kosteloos de reststroom van
de PV-installaties van andere woningen gelijktijdig afnemen,
via een digitale meter. Dat wil zeggen, ze betalen
geen energiekost voor de stroom, enkel de distributienettarieven
en heffingen. Dat komt min of meer overeen met
het sociaal tarief (€ 0,2/kWh). Voor de overige elektriciteitsnoden
(60%) sluit de bewoner een contract af met
een energieleverancier naar keuze, eveneens aan sociaal
tarief.
Bedrijf en beheerlast
Het model vereist een nieuw bedrijf dat:
• Beheer & administratie: energiedelen (volumeberekeningen),
registratie contracten, helpdesk, beheer
en opvolging contracten, verhuisbewegingen, onderhoud,
…
• Coördinatie vehikel: boekhouding, belastingen, loonadministratie,
ledenwerking, …
Doelgroep, bereik en impact
Bereik
Residentiële PV-installaties 570
Bereikte huishoudens 500
Doelgroep
Individuele woningen
Appartementen
Eigenaar-bewoners
Huurder-verhuurders
Bewoners met recht op sociaal
tarief
Niet-gerenoveerde daken
Impact
Productie groene stroom
Lokaal verbruik groene stroom
Lokale CO2-reductie
x
x
x
x
x
x
47.381.250 kWh
42.643.125 kWh
8.529 ton
Publieke €/ bewoner € 438,6
Publieke €/ ton CO2-reductie € 58,6
Assets beheert
Energie verhandelt
Energie levert aan particulieren
Diensten aanbiedt aan particulieren
Energie deelt x
x (PV-installaties)
x (ontzorging, beheer & administratie
van alle abonnementen
en contracten)
De beheerlast ligt hoog, omwille van de diensten die het
aanbiedt aan particulieren, zowel delen van energie als
beheren van assets.
De rollen en taken zien eruit als volgt:
• Financiering: uitwerking verdienmodel, cessie van
vorderingen sociaal tarief
• Toeleiding residentiële (PV en energiedelen)
• Energiecoach: contact residentiële daken, dimensionering,
contractondertekening, werfopvolging,
aanvraag keuring en verzekering, …
• Realisatie: groepsaankopen installatie
101
De business case
Over een periode van 25 jaar investeert het centraal bedrijf
in 570 residentiële PV-installaties (3,5 kWp) en thuisbatterijen
(5 kWh). Evenveel huishoudens worden afnemers
van de reststroom.
Financiering
Het centraal bedrijf haalt € 500.000 publieke middelen op
in jaar 1, en € 259,4 per jaar per installatie via de activatie
van het sociaal tarief. Het sociaal tarief dat naar voren getrokken
wordt getrokken via een cessie van vorderingen,
hangt af van de termijn. Bij een periode van 25 jaar gaat
het om € 6.483,8.
Publieke middelen € 500.000,0
Sociaal tarief per installatie per
jaar
= € 259,4
Sociaal tarief per installatie (25
jaar)
Sociaal tarief voor 570 installaties
=(60%*3.325 kWh)*(€0,33-€0,2)
€ 6.483,8
€ 3.695.737,5
TOTAAL FINANCIERING € 4.195.737,5
Inkomsten
De inkomsten komen in eerste plaats uit de verkoop van
alle stroom van 4 grote PV-installaties en de reststroom
van 500 residentiële PV-installaties via een PPA, en in
tweede plaats uit de abonnementen met eigenaar-bewoners.
De hoogte van de abonnementskost is niet doorslaggevend
voor de rentabiliteit van de business case.
De hoogte van de PPA-prijs en de grootte van het verkocht
volume is dat wel. Op 25 jaar brengt een netto PPAprijs
van €0,05/kWh 37,5% minder op dan een netto PPAprijs
van €0,08/kWh. Op 25 jaar brengt de verkoop van
de stroom van alleen grote daken aan een PPA-prijs van
€0,07/kWh 23,5% minder op dan de gebundelde verkoop
van stroom van grote en reststroom van kleine daken aan
dezelfde prijs.
Lokaal verbruik
1 residentiële PV-installatie en thuisbatterij
per jaar
1 residentiële PV-installatie (25 jaar) € 9.975,0
=(60%*3.325 kWh)*€0,2=
€ 399,0
570 residentiële PV-installaties € 5.685.750,0
Reststroom
1 residentiële PV-installatie en thuisbatterij
per jaar
1 residentiële PV-installatie (25 jaar) € 4.987,5
=(30%*3.325 kWh)*€0,2=
€199,5
570 residentiële PV-installaties € 2.842.875,0
TOTAAL INKOMSTEN € 8.528.625,0
Uitgaven
Het grootste deel van de kosten bestaat uit de kapitaaluitgave
(CapEx), de operationele kosten (OpEx) en nodige
herinvesteringen in de PV-installaties en de thuisbatterij.
De levensduur van een PV-installatie is 25 jaar, maar die
van een thuisbatterij is korter: zo’n 10 à 15 jaar, al hangt dit
ook af van hoe de batterij wordt gebruikt (vb. als instrument
op de onbalansmarkt). Dit wil zeggen dat als de periode 15
jaar overschrijdt, er geherinvesteerd moet worden in een
nieuwe thuisbatterij. Daarnaast is er ook een herinvestering
in de omvormer nodig na 12 jaar: de kost van een gedeelde
omvormer in het geval van een PV-installatie en batterij
(DC-gekoppeld) ligt ook hoger dan een omvormer voor een
PV-installatie alleen (AC-gekoppeld).
25 jaar
CapEx PV € 3.500,0
OpEx PV € 2.500,0
CapEx thuisbatterij € 4.000,0
OpEx thuisbatterij € 2.500,0
herinvestering omvormer DC 12J € 1.600,0
herinvestering batterij 12J € 3.200,0
Uitgave per jaar € 692,0
TOTAAL / INSTALLATIE € 17.300,0,0
TOTAAL 570 installaties € 9.861.000,0
Bovenop de kosten van de installaties, maakt het centraal
bedrijf kosten aan het delen van reststroom met huishoudens
zonder geschikt dak. Deze uitgave stemt overeen met
de inkomsten: de kosten worden volledig gedekt door het
aangerekend tarief (zie inkomsten).
Kosten energiedelen
kosten reststroom (heffing,
distributie, admin) per installatie
per jaar
kosten reststroom (heffing distributie
admin) voor 570 installaties
tarief databeheer per installatie
per jaar
tarief databeheer voor 570 installaties
25 jaar
€ 199,5
€ 2.842.875,0
€ 1,2
€ 16.957,5
TOTAAL UITGAVEN € 2.859.832,5
De grootste uitgavenpost naast de residentiële PV-installaties
is het beheer. We berekenen de beheerkost in functie
van wat de business case oplevert.
• Elke residentiële installatie met thuisbatterij kost - zonder
het activeren van het sociaal tarief – jaarlijks meer
dan het opbrengt, namelijk -€ 294,2, of -€ 7.354,8 over
een periode van 25 jaar.
• Per installatie levert de compensatie voor het sociaal
tarief € 6.483,8. Bij een periode van 25 jaar kent elke
installatie nog steeds een jaarlijks verlies van -€ 34,8 of
in totaal over de hele periode -€ 871,0.
Zo genereren 570 residentiële installaties geen opbrengst
om beheerkosten te dekken. Er is namelijk reeds een tekort
van -€ 496.470 op 25 jaar tijd.
102
Financiële haalbaarheid
Er zijn bijkomende middelen nodig om het jaarlijks verlies per installatie
van -€ 34,8 te dekken. Mogelijkheden zijn:
1. Optie 1: De € 500.000 publieke middelen kunnen ingezet
worden om het tekort per installatie te compenseren. Die
zijn toereikend om het verlies te dekken voor 570 installaties
voor een periode van 25 jaar. In dat geval levert de business
case geen middelen voor de beheerkosten op.
2. Optie 2: De reststroom zou aan een hoger tarief gedeeld of
verkocht kunnen worden, zodat niet enkel de reële kosten
van energiedelen worden gedekt, maar er ook winst op gemaakt
kan worden. In dat geval moet het tarief € 0,24/kWh
zijn om het jaarlijks verlies per installatie weg te werken
naar €0.
* € 0,24/kWh is lager dan het commercieel tarief, maar hoger
dan het sociaal tarief. € 0,35/kWh is hoger dan het
gemiddeld commercieel tarief.
* Bij een tarief van € 0,24/kWh voor de reststroom voor
een periode van 25 jaar, kan je in principe ‘eindeloos’ veel
installaties realiseren, zolang de cashflow dat toelaat.
* In dit geval kunnen de € 500.000 ingezet worden om de
beheerkost te dekken: dat levert 2 VTE op voor de eerste
5 jaar of 1 VTE voor de eerste 10 jaar. Na 5 of 10 jaar
levert de business case geen middelen op voor beheer.
We stellen vast dat:
• Een periode van 25 jaar een positiever effect heeft op de
business case (in vergelijking met een periode van 15 jaar),
omdat het toelaat de kosten over een langere periode te
spreiden. Maar: los van financiële haalbaarheid, kent een
termijn van 15 jaar voordelen ten opzichte van 25 jaar, in het
licht van de veranderingsbereidheid die het activeren van
het sociaal tarief vergt van het huidige wet- en regelgevend
kader.
• De beschikbare middelen voor beheer niet toereikend zijn.
In optie 2 zijn er publieke middelen beschikbaar, maar die
zijn niet voldoende om de volledige looptijd te dekken.
Maar: in optie 2 kunnen huishoudens zonder geschikt dak
met recht op een sociaal tarief van energie, geen reststroom
meer afnemen aan sociaal tarief. Voor hen is er in
dit scenario dus geen aanbod.
• Optie 2 de meeste kansen heeft richting opschaling, mits er
bijkomende middelen voor beheer gevonden kunnen worden.
Als we een model willen ontwikkelen dat elk huishouden
in Gent met geschikt dak én recht op sociaal tarief voor
energie de omschakeling laat maken naar groene energie,
vergt dit een investering in naar schatting 10.000 residentiële
PV-installaties en thuisbatterijen. Een Gent Knapt Op
dossier gemiddeld 80 begeleidingsuren in beslag neemt:
10.000 woningen vergen dan 385 voltijdse werkjaren of €
18.865.000 aan beheermiddelen (niet-geïndexeerd). Anders
gezegd, 25 jaar lang is er een gemiddelde personeelsbezetting
van 15 VTE nodig, enkel voor toeleiding en begeleiding
van individuele huishoudens.
103
104
105
E.
Wijklogica
‘zonnestroom’: van
‘cash cow’ naar
fragiele bouwsteen
in een rechtvaardige
wijkenergietransitie
106
107
Geen marktconforme business case voor een
‘zonnedaken’-project
Na een half jaar intensief rekenwerk wordt duidelijk dat
een sociaal zonnedakenmodel met een rendabele business
case niet vanzelfsprekend is, integendeel (model 1,
2 en 3). De aanname dat zonneprojecten snel(ler) kunnen
worden opgestart, een eerste hefboom kunnen zijn in de
transitie naar een fossielvrije wijk, en mogelijks zelfs inkomsten
kunnen genereren om warmteprojecten te financieren,
blijkt niet te kloppen.
Zonnedakenmodel 1.0: onhaalbare business case
Het Zonnedakenmodel 1.0 (bouwsteen 1, 2, 4, 9) vertrekt
vanuit de logica dat grote, relatief eenvoudige daken ingezet
worden om moeilijkere projecten – zoals residentiële
daken – mee te financieren, door de reststroom van alle
installaties te verkopen via een PPA. Uit de analyse blijkt
echter dat:
• De nog resterende grote daken zonder zonnepanelen
vaak technisch complex of economisch onaantrekkelijk
zijn (bv. door dakstabiliteit), m.a.w. het zijn de
‘overblijvende’ daken waarvoor de markt nog geen
oplossing heeft. Dat zet druk op de investeringskost,
waardoor het schaalvoordeel van grote daken en dus
een lagere kapitaaluitgave per kWp ten opzichte van
residentiële daken komt te vervallen (bouwsteen 1).
• De financiële haalbaarheid van de business case
sterk afhangt van een voldoende hoge Power
Purchase Agreement (PPA)-prijs en het volume aan
verkochte stroom, inclusief reststroom van residentiële
installaties. De verkoop van (rest)stroom aan
externe partijen via een PPA biedt geen structurele
oplossing in het licht van overproductie, overbelasting
van het net, en negatieve marktprijzen op
zonnepiekuren (bouwsteen 4).
* De vereiste PPA-prijzen om de business case financieel
haalbaar te maken liggen boven de huidige
en termijnmarktprijzen. Met meer marktconforme
PPA-tarieven (‘strike price’: restprofiel €0,07– productieprofiel
€0,09/kWh) blijft er een tekort van
€1 miljoen om de beheerskosten te dekken (ongeveer
1 VTE voor 20 jaar, niet-geïndexeerd).
* De contractduur van de PPA’s die momenteel in
de markt beschikbaar zijn (meestal 5 tot 10 jaar)
biedt onvoldoende dekking voor de lange afschrijvingstermijn
van PV-installaties.
* De groei van hernieuwbare energiebronnen, in
combinatie met een blijvend belangrijk aandeel
van nucleaire installaties, vergroot de onzekerheid
op de onbalansmarkt, met stijgende onbalanskosten
tot gevolg.
* Een ‘contract for difference’ heeft als doel om de
risico’s over beide partijen te spreiden. De moeilijk
voorspelbare termijnmarktprijzen en onzekerheid
over het aantal uren negatieve prijzen verhogen
de risico’s voor beide partijen. Bij veel negatieve
uren nemen de kosten voor de afnemer toe; maar
bij stijgende prijzen nemen de kosten voor het
centraal bedrijf toe.
• Collectieve investeringen in residentiële PV-installaties
een intensieve, proactieve rol vergen van het
centraal bedrijf voor werving, toeleiding en volledige
ontzorging van eigenaars (installatie, onderhoud,
afbraak), wat leidt tot aanzienlijke beheerkosten
(bouwsteen 2). Ook leidt de integratie van residentiële
reststroom in de PPA tot verhoogde complexiteit
en kosten, onder meer voor monitoring, dataverwerking
en administratieve opvolging (zoals het aanvragen
van tweede EAN-nummers).
• De business case onder druk staat door de nood aan
externe financiering, waarbij investeerders een dividend
of rentevergoeding verwachten (bouwsteen 9).
De combinatie van hogere investeringskosten voor
grote daken, intensieve beheerlast voor residentiële
installaties, beperkte marktopbrengsten via PPA’s en
structurele afhankelijkheid van externe financiering
leidt tot een onhaalbare business case. Model 1.0 kan
dan ook enkel gerealiseerd worden mits substantiële
recurrente publieke cofinanciering van (een deel van)
de beheers- en organisatiekosten (€ 1 miljoen), bovenop
de € 500.000 publieke middelen die als startkapitaal
werden ingezet.
108
Twee alternatieve modellen: kansrijk mits aanpassing
wet-en regelgeving
Om een aantal van de onzekerheden van het Zonnedakenmodel
1.0 het hoofd te bieden, hebben we aanvullende
strategieën en bouwstenen geïdentificeerd, zoals de
PV-verplichting voor grote ondernemingen, de activatie
van het sociaal tarief en energiedelen (bouwsteen 3, 5,
6, 7 en 9). We hebben een aantal nieuwe combinaties van
bouwstenen getest in twee nieuwe modellen.
Bij het Zonnedakenmodel 2.1 (bouwsteen 2, 9) investeert
een centraal bedrijf in PV-installaties op residentiële daken,
en verkoopt het de reststroom aan een grote onderneming.
Die onderneming participeert financieel per kWp.
Grote Ondernemingen zijn verplicht om een minimaal
aantal kWp aan zonnepanelen per m² dakoppervlak te installeren,
ook op minder geschikte daken. Als alternatief
mogen ze investeren in een extern PV-project, mits ze 750
euro per kWp bijdragen. Deze participatie wordt verder
aangevuld met een eenmalige publieke investering.
In Zonnedakenmodel 2.2 (bouwstenen 3, 6 en 7) investeert
een centraal bedrijf in zonnepanelen op residentiële
daken én in thuisbatterijen, met als doel het lokaal verbruik
van zonne-energie te maximaliseren. De resterende
stroom wordt geschonken aan huishoudens zonder
geschikt dak. De financiering gebeurt via een combinatie
van publieke middelen en de activering van het sociaal
energietarief. Concreet wordt de compensatie van de
energieleverancier voor het aanbieden van sociaal energietarief
(verschil met commercieel tarief) aangewonden
om de investering in zonnepanelen te financieren. De
energiebesparing als gevolg van de zonnepanelen zorgt
ervoor dat sociaal tarief behouden blijft.
We stellen vast dat Zonnedakenmodel 2.1 (financiële participatie
door grote ondernemingen) en 2.2 (activatie van
het sociaal tarief) erin slagen om aan aantal van de onzekerheden
van het Zonnedakenmodel 1.0 weg te werken.
• Batterijen verhogen de waarde van zonnestroom
door deze beschikbaar te maken buiten de zonnepiekuren
én maken het mogelijk om lokaal opgewekte
stroom efficiënter lokaal te verbruiken (via lokale
opslag en lokaal energiedelen). Hierdoor kan je per
PV-installatie twee huishoudens van groene stroom
voorzien. Het samenspel van thuisbatterijen kan
ingeschakeld worden voor netbalancering, wat bijkomende
inkomsten zou kunnen genereren.
• Financiële participatie door energie-intensieve
ondernemingen is een interessante vorm van financiering
door derden, aangezien het kapitaal niet
vergoed moet worden. In tegenstelling tot burgerkapitaal
en andere leningen, is financiële participatie
door ondernemingen die onder de PV-verplichting
vallen, ‘gratis geld’. Door de reststroom aan een
voordelig injectietarief te verkopen aan dezelfde
energie-intensieve onderneming, in plaats van het
financieel model afhankelijk te maken van een hoge
PP-prijs, zijn de opbrengsten voor het centraal bedrijf
minder onzeker.
Maar ook dat:
• De collectieve investering in residentiële PV-installaties
(al dan niet met thuisbatterij) eveneens
een hoge beheerlast met zich meebrengen. Het
centraal bedrijf monitort ook in Zonnedakenmodel
2.1 en 2.2 het injectievolume van de residentiële
installaties, om die te kunnen delen met andere
huishoudens (2.2) of verkopen aan een grote onderneming
aan een lage prijs (2.1). Noch de financiële
participatie door grote ondernemingen, noch de
activatie van het sociaal tarief genereren voldoende
opbrengst om de hoge beheerlast van de
collectieve investering in residentiële installaties
te dragen. Model 2.1 genereert via 1.750 huishoudens
1,9 VTE voor een periode van 20 jaar. Model 2.2
genereert geen VTE.
* In tegenstelling tot bij het Zonnedakenmodel 1.0,
werden de beschikbare publieke middelen (€
500.000) bij model 2.1 en 2.2 (cf. optie 2) niet als
startkapitaal ingezet om de kosten van de installaties
voor te financieren of terug te verdienen. Dit
betekent dat ze in beide modellen kunnen worden
ingezet om de beheerlasten te dekken, waarna ze
verdampen en dus geen rol hebben in een ‘rollend
vehikel’. Deze middelen zouden 1 VTE voor 10 jaar
kunnen dekken of 3,5 VTE voor 3 jaar.
* Maar als we een model willen ontwikkelen dat
elk huishouden in Gent met geschikt dak én recht
op sociaal tarief voor energie de omschakeling
laat maken naar groene energie, vergt dit een
investering in naar schatting 10.000 residentiële
PV-installaties en thuisbatterijen. Daarvoor is een
personeelsbezetting nodig van gemiddeld 15 VTE
gedurende 25 jaar, equivalent aan € 18.865.000
(niet-geïndexeerd). In dat geval hebben we enkel
de huishoudens met recht op sociaal tarief mee.
109
• Daarnaast vergen de financiële participatie door grote
ondernemingen, de activatie van het sociaal tarief
en energiedelen ook verstevigingen van of aanpassingen
in het huidige wet- en regelgevende kader:
* Het blijvend aantrekken van nieuwe kosteloze financiële
participaties door grote ondernemingen.
Dit betekent dat de PV-verplichting voor grote
bedrijven zoals vastgelegd in een Besluit van de
Vlaamse Regering van 2023 best wordt uitgebreid.
We schatten in dat in Stad Gent alle grote
ondernemingen samen een dakoppervlakte van
3 miljoen m2 hebben, waarvan nog maar 20% is
benut voor zonnepanelen. Per m2 moeten grote
ondernemingen in 0,01875 kWp investeren (voor
2030). In totaal gaat het om een investering in
11.250 kWp, goed voor in totaal slechts 3.215 residentiële
PV-installaties, van de 91.600 individuele
woningen in Stad Gent.
* De mogelijkheid om de compensatie voor het
aanbieden van sociaal tarief ook aangewend kan
worden door een niet-energieleverancier en/of
dat deze compensatie naar voren kan worden getrokken
(federaal).
* De verdere uitbouw van energiedelen, met a) de
mogelijkheid om energie te delen van één naar
meerdere of van meerdere naar meerdere partijen
in Vlaanderen, b) lagere of geen distributienettarieven
bij energiedelen, en c) een grote rol voor
Fluvius in de berekening van gedeelde volumes.
Van ‘cash cow’ naar een andersoortige (lokale en bovenlokale)
publieke inzet
Het ontwikkelwerk in het spoor ‘zonnestroom’ ging steeds
uit van de aanname dat een marktconforme business case
met een rollende systematiek opgezet kon worden door
een eenmalige publieke investering, die de private/coöperatieve
markt vervolgens zou oppikken.
Vandaag kunnen we onderbouwd concluderen dat zonne-energie
op zichzelf niet leidt tot een marktconforme
business case, laat staan een ‘cash cow’ waarmee een
diepgaande wijkenergietransitie op gang kan worden
gebracht. De hypothese dat zonneprojecten snel(ler) opstarten,
en zo een hefboom vormen in de energietransitie
en extra inkomsten genereren voor warmteprojecten (vb.
via koppeling met dakrenovatie), klopt niet: collectieve
investeringen in residentiële PV vergen meer VTE dan de
business case kan dragen, grote PV-installaties verliezen
schaalvoordeel door de uitdagingen van daken die nog
overblijven, en dalende elektriciteitsprijzen en stijgende
onbalanskosten bemoeilijken hoge PPA-tarieven.
Een proactieve, ontzorgende en collectieve aanpak vergt
een collectieve investering in residentiële installaties, en
die brengt hoge beheerlasten met zich mee. Een privaat
vehikel met beperkte of eenmalige publieke participatie
volstaat niet. Blijvende publieke inzet van middelen en
mensenkracht is nodig voor toeleiding, ontzorging en
administratie. Als de stad investeert in beheer, is de
koppeling met andere puzzelstukken in de wijkenergietransitie
logisch.
Een marktconforme business is minder van belang als de
Stad het model zelf op poten zet vanuit een Stadsbedrijf.
Maar als de overheid privaat geld wenst te activeren,
dan is politiek engagement is noodzakelijk om een kader
te creëren waarin investeerders en derde partijen bereid
zijn om te investeren, door de regelgevende kaders aan
te passen en zo, levensvatbare zonneprojecten mogelijk
te maken. Huidige regelgeving (vb. beperkingen bij energiedelen
(toegangshouders, nettarieven, volumeberekening),
regelgeving rond batterijen (nettarieven, technologiekeuze)
en de activatie van het sociaal tarief) maakt het
moeilijk om collectieve en logische investeringen effectief
uit te voeren.
110
Richtingen voor het vervolg van het Living Lab
in 2025
Bouwstenen ‘zonnestroom’ koppelen aan warmte
Zonne-energie alleen is onvoldoende om de duurzaamheidsdoelstellingen
te realiseren. Als de stad moet investeren
in middelen voor beheer, is het essentieel om
deze middelen efficiënt in te zetten. Bovendien is het
lokaal benutten van reststromen van zonne-energie
kansrijker gebleken dan de focus op externe verkoop
(bouwstenen 3, 5, 6, 8). Een belangrijke uitdaging daarbij
is de seizoensgebonden mismatch tussen productie
en verbruik.
De huidige aanpak, waarbij zonne-energie, warmte en
renovatie als afzonderlijke trajecten worden gezien, mist
kansen. Warmteprojecten bieden bijvoorbeeld potentieel
een oplossing voor de zonnereststroom tijdens de
zomer: de regeneratie van BEO-velden.
Door een aantal van de bouwstenen te koppelen aan
collectieve warmtesystemen werken we in het Living
Lab in 2025 aan logische en robuuste geïntegreerde
energiesystemen met maatschappelijke impact die vertrekken
van ‘wat moet’ gebeuren tegen 2050, eerder
dan ‘wat kan’ binnen marktconforme positieve business
cases.
Concreet gaan we in Muide Meulestede aan de slag
rond het voetbalveld van Standaard Muide om verschillende
scenario’s voor warmtesystemen en renovatie
door te rekenen. In de doorrekening leggen we de koppeling
met lokale zonne-energieproductie, om enerzijds
de stroom die nodig is om het warmtesysteem draaiende
te houden te vergroenen en anderzijds te gebruiken
om het BEO-veld in de zomer voldoende te regereneren
zodat een langdurige uitbating van het systeem mogelijk
wordt.
Contextfactoren in verandering
We gebruiken het Living Lab in 2025 als omgeving waar
we de nodige aanpassingen in regelgevend kader, financieringsstromen,
trekkerschap publieke sector, … (de
“context in verandering”) testen. We zien vijf belangrijke
drivers*:
1. Een duidelijke visie en communicatie van wanneer
Muide Meulestede van het gas afgaat. Bijvoorbeeld
tegen 2037 (binnen 10 jaar).
2. Studiemiddelen aan het begin om het montage- en
facilitatiewerk te dragen (vb. Volgens de ELENA-methodologie,
waarbij elke euro studiekost een investering
genereert van € 15 tot 20 miljoen) (Vlaamse
overheid);
3. Het tijdelijk compenseren van de discrepantie qua
operationele kost tussen fossiele en fossielvrije
systemen, als gevolg van de ongelijke prijsverhouding
tussen aardgas en elektriciteit. Dit kan via een
‘contract for difference’ aanpak zolang de maximale
verhouding tussen elektriciteit en gas hoger is dan
2,5.
4. Capaciteit bij de stad om een regierol op zich te
nemen (vb. wijkregisseur) en (een deel van) de beheerkosten
te dragen die nodig zijn om toeleiding en
begeleiding te organiseren (vb. Stedelijk klimaatbedrijf)
(Vlaamse overheid en Stad Gent);
5. Een Vlaams garantiefonds om het vollooprisico te
dragen (Vlaamse overheid).
* Aangevuld met het engagement op Vlaams niveau om
gaandeweg kaders (vb. normering) te hertekenen in het
licht van de leerlessen/blokkades uit de vijf cases.
Concreet testen we hoe de contextfactoren meespelen in
de berekeningen voor het warmtesysteem rond het voetbalveld
van Standaard Muide. Welke financiële impact
hebben de drivers? Dragen ze het potentieel in zich om
het gat in de business case te dichten?
Een schematische voorstelling van de koppeling van zon en warmte als een logisch energetisch
lokaal systeem, © Architecture Workroom Brussels
De voorstelling van waar het huidig wet- en regelgevend kader de Zonnedakenmodel niet gunstig
is, © Wattson
111
LIVING LAB MUIDE MEULESTEDE
FOSSIELVRIJ
LIVING LAB
MUIDE
MEULESTEDE
FOSSIELVRIJ
DESIGN SESSIE
27 & 28 JANUARI 2025
DAG 1
112