Faktor Magazine 3 - 2025
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
OMGAAN MET
54 e jaargang • winter 2025
Lotgenotencontact
Spelen is leren, leren is spelen
Omgaan met de omgeving
In de vereniging
Van de voorzitter 03
Column Nicky 04
Kampeerweekend 16
De NVHP op de EHC-conferentie 18
Von Willebrand Summit in Riga 36
Werkgroep Bekostiging: HBC-bezoeken en HemoNED 40
Meisjes en Vrouwen in de Hoofdrol 45
Samen Beslissen Tool in NTvH 45
Ervaringen delen
Lotgenotencontact: je staat er niet alleen voor 06
Jongerenkamp in Roemenië 12
Omgaan met een zeldzame stollingsstoornis 20
Medische zaken
Gentherapie bij Von Willebrand 30
Het zorgnetwerk voor vrouwen 44
>16
Uit de HBC’s
UMCU: onzichtbare impact van een stollingsstoornis 11
UMCG: spelen is leren, leren is spelen 14
AMC: ervaringen delen als ouder 23
AMC: Ervaring als Kracht 28
Erasmus MC: succes van het hemofiliekamp 34
Erasmus MC: gentherapie, de genezing voor hemofilie? 38
Erasmus MC: transitie van kind- naar volwassenzorg 42
Informatie
Omgaan met de omgeving 08
Cyberpoli: een stollingsstoornis, dat heb ik weer?! 26
Erfocentrum: voorspellend DNA-onderzoek 29
Kidspagina
Woordzoeker 24
Spelblad veilig op avontuur 25
>18
In memoriam
Aad van Yperen 46
>20
Faktor 2
In de vereniging
Beste leden,
Omgaan met een stollingsstoornis
betekent voor iedereen iets anders.
De één leert beter luisteren naar
zijn lichaam, de ander moet omgaan
met onbegrip uit de omgeving.
Soms gaat het om praktische
dingen, zoals wat je wel of niet kunt
doen. Of je klachten hebben invloed op
hoe je je voelt. Maar we hebben allemaal
iets gemeen: we proberen op onze eigen
manier een balans te vinden tussen leven
mét en leven óndanks onze stollingsstoornis.
Van de
voorzitter
In dit themanummer vertellen leden wat ‘omgaan
met’ voor hen betekent. Op pagina 20 lees je het
verhaal van Inge en haar dochter Hanne. Door
een factor 5-deficiëntie (V) ervaart Hanne veel
beperkingen in het dagelijks leven. Inge vertelt
hoe zij hier als gezin mee omgaan. Ook onze vaste
columnist Nicky deelt haar verhaal en beschrijft
welke emoties de diagnose bij haar opriep, zie
pagina 4.
Omgaan met
Ook al is iedere diagnose en ieder verhaal anders:
we herkennen veel in elkaars verhaal en kunnen
van elkaar leren. Dat maakt onze vereniging
zo waardevol: we begrijpen elkaar, vaak met
maar een half woord. Wil je meer weten over
lotgenotencontact? Lees verder op pagina 6. In
deze Faktor lees je natuurlijk ook over wat er zoal
speelt binnen de vereniging. Zo lees je hoe het
Kampeerweekend was op pagina 16.
In de vereniging
Ook binnen de muren van de NVHP is er veel
beweging. Eerder kon je lezen dat het project
Meisjes en Vrouwen in de Hoofdrol is gestart.
Binnen dit project willen we de zorg voor meisjes
en vrouwen met een stollingsstoornis verbeteren.
Dit doen we onder meer door het organiseren van
activiteiten. We verwelkomen daarom twee nieuwe
medewerkers: community builder Bonnie Giesen
en vrijwilligerscoördinator Wilco van Gelder. Zij zijn
allebei in oktober gestart. In de volgende Faktor
zullen zij zich aan je voorstellen.
Veel leesplezier! <
De NVHP over de grens
De afgelopen periode hebben onze leden heel
wat afgereisd. Je leest een verslag van de
conferentie van de Europese vereniging (EHC) in
Wenen op pagina 18. De leden van de werkgroep
Von Willebrand brachten een bezoek aan de Von
Willebrand Summit van de EHC in Riga. Lees ook
het verslag van Jaron op pagina 11. Hij bracht een
bezoek aan het jongerenkamp van de Roemeense
vereniging.
3 Faktor
In de vereniging
Column
Nicky
Door Nicky van Ginneken
Nicky van Ginneken (39) heeft meerdere
stollingsstoornissen: PAI-1 deficiëntie,
trombopathie en factor XII-deficiëntie*. Deze
combinatie is zeldzamer dan zeldzaam. In de
Faktor deelt Nicky haar ervaringen. Dit keer
over omgaan met de diagnose.
Daar zat ik, in de auto terug naar huis. Mijn hoofd vol
emoties en vragen, maar vooral opgelucht. Ik had net
mijn afspraak met de hematoloog gehad. Ze haalde
me met een grote glimlach op uit de wachtkamer en
nog voor ik goed en wel zat, zei ze het: er was eindelijk
een oorzaak gevonden voor mijn heftige bloedingen.
Ik bleek een stollingsstoornis te hebben, zelfs twee,
waarvan één extreem zeldzaam. De arts was blij, niet
omdat ik een stollingsstoornis heb, maar omdat we
eindelijk wisten wat er aan de hand was.
Opluchting, blijdschap, angst en onzekerheid
Het gesprek met de arts riep veel emoties op.
Opluchting, vooral. Eindelijk was er een oorzaak
gevonden. Ik was dus niet gek, er wás echt iets mis,
schoot door mijn hoofd. Na maanden van onderzoeken
zonder duidelijke verklaring had ik de hoop op een
diagnose zo goed als opgegeven. Naast de opluchting
was er ook blijdschap. Blij dat ik had doorgezet, dat ik
gehoord werd door de arts en dat er nu eindelijk een
plan van aanpak lag. Maar gaandeweg kwam er ook
angst en onzekerheid op. Hoe moest het nu verder?
Opluchting, blijdschap
en onzekerheid
wisselden elkaar
continu af.
Tijdens de afspraak kreeg ik veel praktische informatie.
De arts legde uit wat ik precies had en waardoor alle
klachten in het verleden waren ontstaan. Ik kreeg
steeds meer inzicht in wat de stollingsstoornis voor
mijn toekomst zou betekenen. Ik hoorde waar ik
rekening mee moest houden en vooral wat ik niet meer
mocht doen. Eén ding was direct duidelijk: alles wat
een blessure kon veroorzaken, werd afgeraden. Ook
kreeg ik uitleg over het behandelplan en een SOS-pas
die ik vanaf dat moment altijd bij me moest dragen. Met
veel nieuwe, onverwachte informatie ging ik naar huis.
Veel vragen
Mijn hoofd duizelde van alle informatie. Opluchting,
blijdschap en onzekerheid wisselden elkaar continu
af. Voor één keer was ik blij dat we een eind moesten
rijden: zo had ik tijd om alles te laten bezinken en de
puzzelstukjes, waar ik al jaren mee worstelde, vielen op
hun plaats. Maar tegelijk ontstonden in de auto grote
vragen. Wat betekent dit voor mijn toekomst? Waar
moet ik vanaf nu rekening mee houden? Die gedachten
bleven me lang bezighouden.
Wat me opviel, was dat ik vooral veel praktische
informatie kreeg. Ik wist precies wie ik op welk
telefoonnummer moest bellen en wanneer. Maar
over de mentale kant werd nauwelijks gesproken.
Terwijl juist de onzekerheid van het hebben van een
stollingsstoornis een grote impact kan hebben op je
dagelijks leven. In de eerste maanden analyseerde
*PAI-1 deficiëntie: zeldzame stollingsstoornis waarbij het lichaam een gevormd bloedstolsel te snel afbreekt.
Trombopathie: verzamelnaam voor zeer zeldzame stollingsstoornissen waarbij de bloedplaatjes minder goed aan elkaar kleven of aan de
Von Willebrand-factor kunnen binden.
Factor XII-deficiëntie: de enige factordeficiëntie die niet altijd met een verhoogde bloedingsneiging gepaard gaat. Echter, er is nog weinig
bekend over deze deficiëntie en de rol die het precies speelt.
Faktor 4
In de vereniging
ik alles wat ik ondernam. Kan ik dit wel doen? Wat
zou er kunnen gebeuren? Weet ik wat ik moet doen
bij problemen? De stollingsstoornis was daardoor
dagelijks erg aanwezig. Elk uitje bereidde ik tot in detail
voor, ik wist precies wat te doen in geval van nood.
Maar spontaan even iets leuks doen? Dat deed ik
steeds minder. Ik verloor daarmee een stukje van mijn
onbevangenheid.
De omslag
Uiteindelijk sloeg het gevoel om. Ik stak mijn kop in
het zand. Ik wilde niet continu bezig zijn met wat er
misschien kon gebeuren. Ik wilde vooral weer normaal
zijn en weer spontaan dingen ondernemen. Dat lukte
gelukkig voor een groot deel. Al weet ik nog steeds
niet of ik echt kon loslaten, of dat het ontwijkend
gedrag was.
dagelijks bezig met alles wat er kan gebeuren, omdat ik
vertrouw op mijn behandelplan. Wel ben ik realistisch
genoeg om in te schatten wat ik wel of niet kan
ondernemen en wanneer ik contact op moet nemen
met het ziekenhuis. Ik steek dus niet meer mijn kop in
het zand.
Het mag er zijn
Het is simpelweg een onderdeel van mij geworden.
Maar leven met een stollingsstoornis is meer dan
een pasje bij je dragen en op de juiste momenten
de goede medicatie nemen. Ik had de mentale last
écht onderschat. Ik wil iedereen meegeven dat deze
gevoelens er mogen zijn. Bespreek het met je arts en
vraag waar nodig om extra hulp, want je hoeft dit niet
alleen te dragen. <
In de eerste jaren na de diagnose lukte het de artsen
niet om de bloedingen onder controle te krijgen. Dat
maakte het lastig om vertrouwen te krijgen in mijn
behandelplan. Terwijl ik juist wel die hoop had toen
ik eindelijk de juiste diagnose kreeg. Alle operaties
eindigden in nabloedingen. En op de gekste momenten
kreeg ik spontane bloedingen. Dit was een zware tijd,
want ik wantrouwde mijn lichaam voortdurend, ook al
wist ik dat mijn artsen alles deden wat ze konden.
Maatschappelijk werker
Af en toe had ik een gesprek met de maatschappelijk
werker van het streekziekenhuis. Het hielp om even
mijn verhaal kwijt te kunnen, om te horen dat mijn
angst en onzekerheid niet raar waren en er juist bij
hoorden. Het hielp me bij het accepteren van deze
gevoelens en er juist niet te veel tegen te vechten. En
het hielp me om eerlijk te zijn tegen mijn arts, zonder
schaamte. Zij reageerde op haar beurt altijd met begrip
en gaf me de ruimte om mijn gevoel er te laten zijn.
Ik steek mijn kop niet
meer in het zand. Mijn
stollingsstoornis is
een onderdeel van mij
geworden.
Het is nu bijna zes jaar geleden dat mijn
stollingsstoornis werd ontdekt. Mijn artsen hebben
de bloedingen sinds één jaar onder controle. Ik ervaar
daardoor veel meer mentale rust. Ik ben niet meer
5 Faktor
Ervaringen delen
Lotgenotencontact:
je staat er niet
alleen voor
Door Cathy Verbraeken, bestuurslid NVHP
Lotgenotencontact: voor veel mensen met een chronische ziekte, aandoening of beperking,
betekent het contact met lotgenoten een grote steun. Het gevoel dat je er niet alleen voor
staat, kan echt het verschil maken. Tijdens gesprekken met iemand die hetzelfde meemaakt,
heb je aan een half woord genoeg. Er is wederzijds begrip en (h)erkenning.
Soms is het makkelijker om open te praten bij een
lotgenoot, je vragen te stellen of zelfs je emoties te
uiten. Een lotgenoot kan een luisterend oor bieden,
je helpen in de goede richting, je vertrouwen geven.
Contact met lotgenoten geeft vooral het gevoel
van verbinding. Bij de NVHP vinden we met name
die ‘verbinding’ zo ontzettend belangrijk. Leden
die, ongeacht welke stollingsstoornis ze hebben,
elkaar ontmoeten, ervaringen uitwisselen en samen
kunnen zijn. Dit heeft zelfs geleid tot prachtige
vriendschappen voor het leven.
Leden, ongeacht
welke stollingsstoornis,
die elkaar ontmoeten,
ervaringen uitwisselen
en samen kunnen zijn.
Het jaarlijkse Kampeerweekend
Tijdens ons jaarlijkse Kampeerweekend, een echte
NVHP-traditie die jong en oud met elkaar verbindt,
staat lotgenotencontact centraal. Gewoon een
weekend samen zijn in een ontspannen sfeer, van
elkaar leren, nieuwe informatie opdoen en vooral
plezier maken. Ook voor ouders, broertjes en zusjes
van iemand met een erfelijke stollingsstoornis zijn
deze weekenden waardevol. Ook voor hen is het fijn
lotgenoten te ontmoeten. Het Kampeerweekend voor
komend jaar staat alweer gepland. Je leest er meer
over op pagina 16.
Naast het Kampeerweekend organiseren we minimaal
één keer per jaar onze Ledendag waar we zorgen
voor een interessant middagprogramma. De lunch
staat altijd centraal, want dat is het moment voor
onze leden om elkaar te ontmoeten en ervaringen uit
te wisselen. Speciaal voor onze meisjes en vrouwen
organiseren we om het jaar de Ladies Day. Uiteraard
zijn op deze dag ook moeders, dochters en zussen
van iemand met een stollingsstoornis welkom. Hier
combineren we opnieuw ontspanning met het delen
van informatie met elkaar.
Faktor 6
Ervaringen delen
Jongeren & senioren
Natuurlijk vergeten we ook onze jongere én oudere
leden, leden met een zeer zeldzame stollingsstoornis
en leden met de ziekte van Von Willebrand niet. Ook
voor hen wordt er regelmatig iets georganiseerd om
(het voor hen mogelijk te maken) de verbinding met
lotgenoten op te zoeken.
Bijvoorbeeld speciaal voor jongeren is er een
werkgroep die niet alleen leuke activiteiten
organiseert, maar ook ruimte biedt voor eerlijke
gesprekken. Als jongere met een stollingsstoornis kun
je je soms best anders voelen dan je leeftijdsgenoten.
Dingen die voor anderen vanzelfsprekend zijn kunnen
voor jou lastiger zijn of extra voorbereiding nodig
hebben. Ook als jongere ben je niet alleen, klop dus
vooral aan bij de werkgroep Jongeren.
We horen graag waar jij als lid behoefte aan hebt op
het gebied van lotgenotencontact. Zou je graag een
bepaalde activiteit op de agenda willen zien? Of heb
je hier andere ideeën over? Neem dan contact met
mij op via c.verbraeken@nvhp.nl. Ik ga graag met je in
gesprek. <
Ben jij op zoek naar contact?
Leven met een stollingsstoornis kan
soms best eenzaam voelen. Je omgeving
begrijpt niet altijd wat er in je omgaat,
of hoe groot de impact kan zijn op je
dagelijks leven. Dan kan het helpen om
te praten met iemand die wél weet hoe
het is. Wist jij dat we binnen de NVHP een
lotgenotencontactteam hebben? Zij zijn er
speciaal voor jou!
Leden van het lotgenotencontactteam
zijn zelf ervaringsdeskundig en weten
als geen ander hoe het is om te leven
met een stollingsstoornis. Heb je een
vraag, behoefte aan een luisterend oor
of zoek je iemand die je de weg wijst als
je bijvoorbeeld recent je diagnose hebt
gekregen?
Mail naar nvhp@nvhp.nl en we brengen
je in contact met iemand van ons
lotgenotencontactteam.
7 Faktor
Informatie
De omgeving begrijpt een
stollingsstoornis niet altijd:
‘Vind de juiste balans’
Door de redactie
Een kleine snee in je duim of een blauwe plek is meestal niet erg. Ook niet als je een
stollingsstoornis hebt. Veel mensen weten niet wat een stollingsstoornis is en reageren
daardoor overdreven bezorgd of juist te luchtig. Denk aan docenten, werkgevers
maar ook familieleden en vrienden. Hoe ga je daarmee om? Verpleegkundig specialist
kinderhematologie Marlène Beijlevelt en promovendus Tessa van Gastel (afdeling
kinder- en jeugdpsychiatrie en psychosociale zorg) uit het Amsterdam UMC geven tips.
Volgens Van Gastel en Beijlevelt start het bij een
goede uitleg. Beijlevelt: “In Jip en Janneke taal.
In de spreekkamer heb ik het bij hemofilie over
dominosteentjes die ontbreken. Bij de ziekte van Von
Willebrand over treintjes en passagiertjes, er zijn dan
te weinig treintjes of ze rijden niet goed.” Natuurlijk
is de bloedstolling veel ingewikkelder dan dat, “maar
voor het begrip is het niet nodig om alle stappen uit
te leggen.”
Goede uitleg helpt
Veel patiënten die deze uitleg krijgen bij Beijlevelt,
gebruiken die ook in hun omgeving. “Ze zeggen
vaak: ‘had ik deze uitleg maar twintig jaar eerder
gehad’, omdat het een veel beter idee geeft.
Ook folders en informatie op NVHP.nl, Cyberpoli.
nl en Ikhebdat.nl kunnen helpen. Heb je een
nieuwe relatie en wil je je partner informeren?
“Neem hem of haar mee naar een afspraak in
Faktor 8
Informatie
het behandelcentrum. Het helpt als de arts of
verpleegkundige uitleg geeft”, zegt Van Gastel.
Als mensen niet bekend zijn met een stollingsstoornis,
zie je dat er twee extreme reacties kunnen ontstaan:
paniek of er juist luchtig over denken. Van Gastel
noemt als voorbeeld een meisje dat haar diagnose
op school had gedeeld. “Haar foto hing heel groot in
de lerarenkamer met de tekst ‘let op’.” Het werd te
groot gemaakt. Tijdens de gymles moest ze in het
ballenhok gaan zitten, omdat leraren angstig waren.
“Juist informeren kan dan helpen. Bijvoorbeeld door
de ouders wat te laten vertellen.”
Te luchtig denken
Het andere uiterste is een reactie zoals: ‘iedereen
heeft wel iets.’ Het is goed om met voorbeelden van
situaties te komen die de ernst laten zien. Beijlevelt
doet dit ook bij jongeren zelf. “Stel, je gaat op de
fiets naar de sportclub en je wordt aangereden. Wie
weet dan wat jij hebt? Dat geeft direct besef: het is
belangrijk dat, in geval van nood, de juiste mensen
weten wat er moet gebeuren.”
“Gelukkig zien we dat deze praktische informatie
door patiënten meestal wordt gedeeld op school
en het werk”, zegt Van Gastel. Je wil voorkomen
dat er paniek ontstaat, maar de omgeving moet
wel goed kunnen handelen. Maak het niet te groot,
maar benoem het wel. Bij een groepsreis kun je het
bijvoorbeeld kort benoemen aan het begin.”
Leg uit dat ze alert
moeten zijn, maar
dat het in de meeste
situaties niet nodig
is om 112 te bellen.
De juiste balans
Volgens Beijlevelt is de juiste balans essentieel. “Je
wil voorkomen dat bijvoorbeeld docenten denken: dit
is echt heel gevaarlijk of dit stelt niet veel voor. Leg
uit dat ze alert moeten zijn, maar dat het in de meeste
situaties niet nodig is om 112 te bellen.” Natuurlijk
moet je wel vertellen hoe het écht zit. “En als je het
zelf spannend vindt, vinden anderen dat misschien
ook. Duidelijke informatie voorkomt dat mensen niet
weten hoe zij ermee om moeten gaan.”, vult van
Gastel aan.
Blauwe plekken:
wat gebeurt daar thuis?
Als je veel blauwe plekken hebt, kan dit vervelende
reacties geven uit de omgeving. “Sommige
vrouwen voelen zich schuldig tegenover hun
vriend, omdat mensen denken dat het om
mishandeling gaat”, zegt Beijlevelt. Dit kan ervoor
zorgen dat je jezelf meer gaat bedekken en
bijvoorbeeld geen korte broeken meer wil dragen in
de zomer. “Ook al vind je het moeilijk: juist door het
gesprek aan te gaan begrijpen mensen het beter.”
Juist door het
gesprek aan te
gaan begrijpen
mensen het beter.
Ook ouders van jonge kinderen hebben hiermee
te maken. “De kinderopvang vermoedt soms
mishandeling. Onlangs werd ik nog gebeld door
Veilig Thuis: ‘heeft het kind echt een ziekte?’
Dan kan ik uitleggen dat de blauwe plekken een
medische oorzaak hebben.”
9 Faktor
Informatie
Hevige menstruatie:
stel je niet zo aan!
Vrouwen met een stollingsstoornis kunnen
last hebben van hevig menstrueel bloedverlies
(HMB). “Het blijft een taboe om te praten over
menstruaties.” Volgens Van Gastel en Beijlevelt
is het juist goed om er wél over te praten. “Veel
vrouwen met deze klachten hebben last van het
impostersyndroom: het gevoel dat je je klachten
overdrijft of je aanstelt, terwijl ze wel degelijk echt
zijn. Dat kan frustrerend of teleurstellend zijn.”
Het blijft een taboe
om te praten over
menstruaties.
Juist door het bespreekbaar te maken, met
vriendinnen of ouders, zorg je voor begrip.
“Bijvoorbeeld door te vertellen dat je ’s nachts
je bed helemaal moet verschonen of door uit
te leggen dat je grote bloedstolsels verliest.”
Natuurlijk is het niet altijd makkelijk om het
gesprek aan te gaan. “Maak de situatie voor jezelf
makkelijker. Heb je bijvoorbeeld een fijne mentor?
En wil je het met een andere docent bespreken?
Vraag dan of de mentor erbij wil komen zitten of
vraag je ouders om uitleg te geven.”
Wat vertel je wel en niet?
Natuurlijk bepaal je zelf wat je wel en niet
vertelt op school, je werk of tegen vrienden
en familie. Hieronder vind je een aantal tips
die je kunnen helpen bij het bepalen of je iets
wel of juist niet vertelt.
· Bij kinderen, zeker bij ernstige vormen,
is het heel belangrijk dat de school goed
op de hoogte is en dat de omgeving
alert is. De ouders kunnen bijvoorbeeld
uitleg komen geven, het kind kan een
spreekbeurt houden in de klas en soms
komt de verpleegkundige iets vertellen op
school.
· Veel jongeren en jongvolwassenen vinden
het lastig om hun werkgever op de hoogte
te stellen. Door uitleg te geven, kan dit
juist tot begrip leiden. Je hoeft niet alles
te vertellen, maar als je bijvoorbeeld
veel last hebt van bloedneuzen kan dit
van invloed zijn op je werk en dan is het
handig als je werkgever dat vooraf weet.
· Jonge meiden vinden het soms lastig
om te praten over hun menstruatie en
hevig bloedverlies. Probeer er als ouder
juist met je dochter over te praten en
moedig ook aan om erover te praten
met vriendinnen. Door het er wél over
te hebben, gaan meiden het normaler
vinden om erover te praten.
· Vrouwen met hevig menstrueel
bloedverlies en/of ijzertekort kunnen veel
klachten ervaren. Dit heeft invloed op
school, werk en het dagelijks leven. Juist
door dit met school, of je leidinggevende,
te delen zorg je voor begrip en kunnen
jullie samen bekijken hoe hiermee om te
gaan.
Alert: ook bij de dokter en tandarts
Alert zijn als ouder of persoon met een
stollingsstoornis is héél belangrijk. Ga je
naar de tandarts? Vertel dan dat je een
stollingsstoornis hebt. Ook als je een
arts bezoekt, is het belangrijk om dit te
vermelden. Bij kleine ingrepen kunnen
er namelijk ook maatregelen nodig
zijn en er moet altijd contact met het
behandelcentrum zijn. Zorg daarom dat je
zelf op de hoogte bent en alert blijft, óók in
het contact met de dokter en tandarts. <
Faktor 10
Uit de HBC’s
De onzichtbare impact
van leven met een
stollingsstoornis
Door Esmee Verweij, medisch maatschappelijk werker, Ninke Frazer & Kyra van der Velde,
maatschappelijk werkers en Karen Menninga, verpleegkundige Van Creveldkliniek UMC Utrecht
Als mensen horen dat je een stollingsstoornis hebt, denken ze vaak aan bloedingen, prikken of
ziekenhuisbezoeken. Dat is de zichtbare, medische kant. Maar wat veel mensen niet zien, is de
stille impact die een stollingsstoornis kan hebben op het dagelijks leven.
Meer dan alleen prikken
Leven met een stollingsstoornis vraagt in bepaalde
situaties om alertheid. Een eenvoudige val kan grote
gevolgen hebben. Dat betekent vooruitdenken:
kan ik meedoen aan deze activiteit? Heb ik mijn
medicatie bij me? Hoe vertel ik het op school of op
mijn werk? En wat als de ander niet zo reageert
als gehoopt? Daarnaast spelen er vaak meer
persoonlijke, minder zichtbare vragen. Is wat ik voel
onderdeel van mijn aandoening of hoort het bij wie
ik ben? Bij wie kan ik terecht met mijn twijfels en
gevoelens? En welke grenzen moet ik voor mezelf
bewaken, ook als ik die liever niet zou willen stellen.
De omgeving speelt
een belangrijke rol.
Begrip, geduld en
openheid kunnen
een verschil maken.
Wanneer de zorg verandert, kan dat veel losmaken.
Denk bijvoorbeeld aan de overstap naar nieuwe
medicatie: minder prikken, meer bescherming.
Dan wordt soms pas duidelijk hoeveel impact de
stollingsstoornis eerder had. Je kunt blij zijn voor
jezelf, (klein)kinderen of anderen. Tegelijkertijd
kan er verdriet omhoog komen over de weg die je
zelf af hebt moeten leggen. Dit kan naast elkaar
bestaan. Deze continue mentale belasting kost
energie, vaak meer dan aan de buitenkant te zien is.
Vermoeidheid, angst, verdriet, rouw om gezondheid
die niet vanzelfsprekend is, zorgen over je kind of
naaste of het gevoel anders te zijn dan anderen. Dit
alles kan flink impact hebben op het zelfbeeld en de
kwaliteit van leven.
Omgaan met de verborgen belasting
Veel mensen leren in de loop van hun leven
manieren om met deze uitdagingen om te gaan.
We zien dat elke levensfase en nieuwe situatie
om nieuwe aanpassingen vraagt. Denk aan het
beter plannen van activiteiten, bewuster omgaan
met rustmomenten of leren om hulp te vragen.
Het delen van ervaringen met lotgenoten of een
hulpverlener kan helpen om de onzichtbare last
zichtbaar en lichter te maken.
De omgeving speelt een belangrijke rol. Begrip,
geduld en openheid kunnen een verschil maken.
Soms is luisteren al genoeg, zonder direct met
oplossingen te komen. Zodat iemand even zijn
of haar hart kan luchten. Het helpt ook om te
accepteren dat iemand vaker ‘nee’ moet zeggen,
zonder daar een oordeel aan te hangen. Meedenken
bij lastige situaties kan steun en erkenning geven.
Kleine veranderingen, grote steun
Het is belangrijk om te blijven praten over de
minder zichtbare kanten. Door ruimte te maken
voor die verhalen, vergroten we niet alleen het
begrip, maar maken we ook de weg vrij voor meer
ondersteuning, betere zorg én meer erkenning
voor wat het werkelijk betekent om te leven met
een chronische aandoening. De impact is niet altijd
zichtbaar. Maar die is er wel, elke dag opnieuw. <
11 Faktor
Ervaringen delen
Jongerenkamp
in Roemenië:
van elkaar leren
Door Jaron Altena, voorzitter werkgroep Jongeren
en werkgroep Kampeerweekend
Vanuit de Roemeense organisatie kregen
we een uitnodiging om naar Roemenië te
komen. Samen met Sebastiaan de Jong, lid
van de werkgroep Kampeerweekend, mocht
ik deze reis in september maken. Het was
gaaf en erg leerzaam om te doen. Niet alleen
Nederland was uitgenodigd, maar ook Israël was
vertegenwoordigd. Zij kwamen met vijf personen.
We kwamen op de donderdag voor de start
van het kamp aan. Na een goed ontbijt met
presentaties van verschillende landen, hebben
wij als NVHP verteld over ons Kampeerweekend.
Dit weekend organiseren we ieder jaar met de
werkgroep Kampeerweekend. Voor de andere
landen was dit erg interessant om te horen. Vooral
omdat dit niet veel gebeurt in andere landen.
Bij het Nederlandse Kampeerweekend worden
namelijk niet alleen jongeren uitgenodigd, maar
het hele gezin is welkom.
Het Nederlandse Kampeerweekend
We vertelden ook over het prikmoment tijdens
het Kampeerweekend. We hebben uitgelegd dat
ouders, verzorgers en kinderen zo van elkaar
leren. Dat vonden ze erg gaaf om te horen. Voor
wie niet weet wat het jaarljkse prikmoment is:
iedereen die medicijnen moet injecteren, kan dat
tijdens dit moment in de algemene tent doen.
Kinderen en volwassenen kunnen zo zien hoe dat
bij anderen gaat. Kinderen kunnen op hun beurt
zien hoe bijvoorbeeld oudere kinderen zichzelf al
Faktor 12
Ervaringen delen
Indrukwekkend en interessant
Aan het einde zijn we nog met elkaar naar een
berenspottershut geweest. Helaas hebben we
geen beren gezien, maar we hebben wel enorm
genoten van elkaar. Dat was de laatste dag. Het was
erg interessant en indrukwekkend om met elkaar
onderwerpen te bespreken en van elkaar te leren. <
injecteren. Ze leren dat je goed kan leven met een
stollingsstoornis, ook als ze wat ouder zijn.
De Israëlische en Roemeense organisatie
vertelden op hun beurt over hun vereniging en
wat zij op dit moment doen voor verschillende
mensen. Na alle presentaties maakten we een
mooie wandeling over een dode vulkaan met
in het midden een prachtig meer. De volgende
dag begonnen we met een presentatie van de
Roemeense vereniging over hun oprichting
en hoe alles ooit is begonnen. Dat was erg
interessant om te horen. Daarna gingen we met
de hele groep naar een klimbos en later naar een
grot, waar veel zwavelgas was door de vulkaan.
Volg de NVHP op sociale media
Volg jij ons al op sociale media? Hier delen we nieuws,
activiteiten en belangrijke oproepen.
Je kan ons volgen op:
@nvhp
@nvhpnl
@nvhp_nl
@nvhp5846
nvhp
Faktor 13
13 Faktor
Uit de HBC’s
Spelen is leren, leren
is spelen: hoe je veiligheid
biedt zonder te beperken
Door Margreet Jansen, verpleegkundig consulent kinderhematologie Beatrix Kinderziekenhuis UMCG
Kinderen ontdekken de wereld door te spelen. Bijvoorbeeld thuis, op de kinderopvang, in de speelzaal
of op school. Een kind met een stollingsstoornis ontwikkelt zich net als andere kinderen: door te doen,
te proberen en soms te vallen. Toch is ieder kind anders, met een eigen karakter, tempo en manier
van leren. Zelfs broers, zussen of een tweeling zijn niet hetzelfde. Ieder kind heeft zijn of haar eigen
uitdagingen bij het opgroeien in een wereld met extra leefregels die horen bij een stollingsstoornis.
Hoe zorg je als ouder, verzorger of begeleider voor een veilige omgeving zonder onnodige beperkingen?
wat een kind wel of niet kan, of het passend is in zijn
of haar ontwikkeling en passend bij het hebben van
een stollingsstoornis met een bepaalde ernst. Toch
is het belangrijk dat het kind vooral kind kan zijn, met
ruimte om te ontdekken, plezier te maken en zich te
ontwikkelen zoals leeftijdsgenoten.
Bij een stollingsstoornis
krijgen grenzen een
extra dimensie:
ze gaan niet alleen over
gedrag, maar ook over
fysieke veiligheid en
voor jezelf zorgen.
Verpleegkundig consulent Margreet Jansen
Zwemles, club, sporten:
uitvinden wat goed bij het kind past
Bij kinderen met een stollingsstoornis is het
verstandig rekening te houden met potentiële dingen
die misschien beter niet gedaan kunnen worden. Met
deze uitspraak lees je het al: het is niet altijd duidelijk
Een uitdaging voor ieder kind, ouder en behandelaar
Waar ligt de balans en waar de grenzen? Ligt die grens
bij jou als ouder, behandelaar of bij het kind? En waar
baseer je die grens op? De balans tussen ruimte geven
én beschermen is belangrijk. Kun je als kind/ouder zelf
de balans ontdekken en ervaren zodat je samen de juiste
weg kunt vinden? Kinderen met een stollingsstoornis
hebben, net als ieder ander kind, behoefte aan duidelijke
grenzen. Die zorgen voor veiligheid, voorspelbaarheid en
rust. Bij een stollingsstoornis krijgen grenzen een extra
dimensie: ze gaan niet alleen over gedrag, maar ook over
fysieke veiligheid en voor jezelf zorgen.
Faktor 14
Uit de HBC’s
Hoe doe je dat dan?
Kinderen onder de 4 jaar
Grenzen in deze leeftijd betekenen hier: veiligheid
waarborgen, niet beperken en voorkomen dat ze
angst aanleren.
· Zeg niet steeds “pas op!” Dat kan een kind
onzeker maken. Daag ze uit om te leren,
ontdekken en zich te ontwikkelen op een
zachtere ondergrond. Gebruik een vloerkleed (of
vloerbedekking) en beschermhoekjes bij het leren
lopen. Bevestig ontdekken met een compliment.
“Toppertje! Kijk eens hoe goed je dit kunt, ik ben
benieuwd hoe goed dit de volgende keer gaat!”
· Leer via spel: laat het kind ontdekken wat veilig
is. Laat je kind kruipen, lopen en klimmen op een
veilige ondergrond. Beweging is goed voor de
spierontwikkeling, wat de gewrichten beschermt.
Begeleid je kind in bijvoorbeeld op de bank
klimmen en er veilig weer afkomen.
· Houd routines aan: vaste rustmomenten, toezicht
bij actief spel, consequent reageren op gedrag en
sluit positief af.
· Leer ze omgaan met kleine ongelukjes: kleine
blauwe plekken zijn normaal. Leer ze geleidelijk
het verschil herkennen tussen niet erg maar
lastig en daar moeten we wat mee.
· Gebruik liever geen loopstoelen of springstoelen:
deze vergroten de kans op vallen.
· Vermijd speelgoed met harde randen of scherpe
delen.
Waar let je dan specifiek op?
· Onverklaarbare zwellingen (vooral rond
gewrichten).
· Langer durende bloedingen bij wondjes of
tandvlees.
· Overleg vroegtijdig met het behandelteam bij
twijfel en over het toedienen van medicatie.
Kinderen in de basisschoolleeftijd (4–12 jaar)
Grenzen stellen helpt kinderen begrijpen waarom
bepaalde dingen niet mogen. Zeg wat wél mag, niet
alleen wat niet mag.
· Actief spelen aanmoedigen: fietsen, zwemmen,
wandelen, dansen en lichte balsporten zijn prima.
· Leren verantwoordelijkheid te nemen: vertel
samen met je kind aan de leraar, vriendjes of
ouders van vriendjes wat een stollingsstoornis is.
Het mooie daarvan is dat je kind leert dit in zijn
eigen bewoordingen te doen.
· Sporten: bij teamsporten, zoals voetbal of hockey, is
beschermende kleding normaal voor alle kinderen.
Aanvullende afspraken kunnen handig zijn.
· Leg het ‘waarom’ uit: “We gaan gezellig fietsen.
Fietsen doen we niet zonder helm, omdat een
harde val een bloeding kan geven.”
· Laat het kind meedenken: “Wat denk jij dat veilig is
om te doen?” Zo voelt het kind zich betrokken en
leert het zelf situaties inschatten.
· Geef ruimte binnen kaders: “Je mag skaten, maar
draag knie- en elleboogbeschermers.”
· Stimuleer zelfstandigheid: laat het kind zelf de
veiligheidsregels controleren (helm vastmaken,
schoenen aan).
· Contactsporten met veel risico vermijden we liever
(zoals boksen, rugby of judo zonder toezicht).
· Trampoline springen of skateboarden zonder
beschermers is niet verstandig.
Waar let je dan specifiek op?
· Nauwe samenwerking tussen ouders, school en
behandelaar.
· School moet weten wat te doen bij een bloeding
of ongeluk.
· Extra alert zijn bij het wisselen van tanden (hoe
lang bloedt het). <
15 Faktor
In de vereniging
Kampeerweekend 2025
Door Jaron Altena, voorzitter werkgroep Kampeerweekend en werkgroep Jongeren
Het Kampeerweekend van de NVHP vond plaats op 20, 21 en 22 juni. Tijdens dit jaarlijkse weekend
komen gezinnen bij elkaar om elkaar te ontmoeten, ervaringen te delen en vooral heel veel plezier
te hebben! Het thema was dit jaar ‘Reis rond de wereld’. De werkgroep Kampeerweekend vroeg
deelnemers om na te denken over de versiering van hun tent of caravan en een land te kiezen dat
ze wilden vertegenwoordigen. Het was een prachtig gezicht: iedereen had zijn of haar tent of
caravan versierd met mooie vlaggen van verschillende landen.
Op de vrijdagavond begonnen we met een
kennismakingskring. Daar hadden we een mooie
‘kletspot’ voor, waar vragen in zaten die te maken
hadden met reizen met een stollingsstoornis. Ook de
kinderen kwamen aan het woord. Na afloop werd er
gezellig spelletjes gespeeld en werd er lekker gekletst.
Prikmoment
De zaterdag is de leukste dag! Hier komen ook
mensen langs die zich hebben aangemeld
als daggast om gezellig mee te doen. Na het
gezamenlijke ontbijt, volgt het belangrijke
prikmoment in de grote tent. De ouders kunnen hun
kinderen in de grote tent prikken. Dit blijkt altijd een
erg belangrijk moment, omdat ouders kunnen kijken
bij anderen hoe het bij hen gaat. En de kinderen
kunnen kijken hoe het bij de grotere kinderen gaat als
zij zelfstandig prikken.
Reizen rond de wereld
In de middag sprak verpleegkundig specialist
Carolien van der Velden over reizen rond de wereld
met een stollingsstoornis. Na de presentatie
organiseerden de werkgroep Vrouwen en Von
Willebrand een actief en leerzaam spel. Deelnemers
moesten over het veld rennen op zoek naar vragen
die je goed moest beantwoorden. Iedereen was
erg enthousiast, want er viel natuurlijk een prijs te
winnen: snoep en een medaille!
Lekkere BBQ
In verband met de warmte, waren er in de middag
geen grote spellen meer. Wel hadden we een
groot zeil neergelegd dat gebruikt kon worden
als een buikschuifbaan! Ook waren er nog andere
waterspelletjes en iedereen kon afkoelen in het
zwembad van de camping. Na de drukke spellen,
toen het etenstijd was, werd er lekker gebarbecued
met elkaar, waarbij het vlees top werd bereid door
een paar fanatieke vaders! Als afsluiting was er zelfs
nog een ijscokar waar je hele lekkere ijsjes kon halen.
Bonte avond
En dan het grote moment: de bonte avond! Hier
werd vooral heel veel gezongen door iedereen die
maar een stukje wilde doen. Ook de presentatoren
kwamen er niet onderuit… Op de laatste dag werd het
weekend afgesloten en de wisselbeker overhandigd
aan de winnaars van het weekend!
Faktor 16
In de vereniging
Kampeerweekend 2026: thema Superhelden
Zoals je kunt lezen is het Kampeerweekend
heel erg leuk! Zien we jou (en je gezin) ook
volgend jaar? Het weekend is dan op 5, 6 en 7
juni 2026 en staat helemaal in het thema van:
SUPERHELDEN!
Ik hoop jullie dan ook te zien! <
17 Faktor
In de vereniging
De NVHP op
de EHC-conferentie
Door Adinda Diekstra, bestuurslid NVHP
Nederland was goed vertegenwoordigd op de jaarlijkse Europese conferentie (EHC) over
stollingsstoornissen. Maar liefst acht leden waren aanwezig, van bestuursleden tot
jongerenvertegenwoordigers. Tijdens de conferentie kwamen deelnemers uit heel Europa
samen om kennis te delen over belangrijke thema’s zoals vrouwen, mentale gezondheid,
nieuwe behandelmethoden en zeldzame stollingsstoornissen. Een volle agenda, maar vooral
veel ruimte voor kennis, inspiratie en verbinding.
Een stollingsstoornis
vormt je reis, maar
niet je toekomst.
Dit jaar stond de conferentie in het teken van de
gedachte dat wetenschap, belangenbehartiging
en solidariteit hand in hand gaan. Het is belangrijk
om ons te realiseren dat het leven met een
stollingsstoornis niet alleen gaat over het beheersen
van bloedingen. Het gaat ook over het dragen van
de onzichtbare last; de mentale belasting, de angst
voor elke beweging, de angst voor het volgende
letsel en de druk om je ‘anders’ te voelen.
Faktor 18
In de vereniging
Op het programma stonden dan ook zaken als:
· Barrières doorbreken: vrouwengezondheid en
stollingsstoornissen.
· Mentale gezondheid binnen de gemeenschap met
stollingsstoornissen.
· Zeldzame stollingsstoornissen: remmers,
fibrinogeenstoornissen en stollingsstoornis met
onbekende oorzaak.
· Gentherapie bij hemofilie.
Onderschat de
mentale impact op
de hele familie niet.
Mentale gezondheid en Von Willebrand
Bij het onderwerp mentale gezondheid was de
vraag of dit evenveel prioriteit moet krijgen als de
lichamelijke behandeling binnen integrale zorg. De
jongeren van allerlei patiëntenverenigingen in Europa
gingen hierover met elkaar in debat.
Er was ook aandacht voor de ziekte van Von
Willebrand. Dr. Karin van Galen, internist-hematoloog
bij het UMC Utrecht, vertelde over nieuwe
behandelingen en NVHP-lid Manon Degenaar-
Dujardin deelde haar kijk op de aandoening vanuit
haar eigen ervaringen.
De NVHP
Binnen de NVHP zetten we ons niet alleen in voor de
behandeling, we versterken ook onze stem. We willen
graag (meer en meer) openlijk praten over geestelijke
gezondheid, veerkracht en de gedeelde ervaring van
patiënten, families en zorgverleners. <
Focus op het voorkomen
van gewrichtsschade,
in plaats van op de
behandeling.
*De quotes die je op deze pagina leest, zijn
inspirerende uitspraken die we hoorden
tijdens de conferentie.
Samen zijn
we sterker.
19 Faktor
Ervaringen delen
Een zeldzame
stollingsstoornis:
‘Je moet alles leren
door ervaring’
Hoe Hanne (10) en haar ouders omgaan met het
leven met een aandoening die bijna niemand kent.
Door de redactie
Hanne heeft een factor 5-deficiëntie (V). Deze stollingsstoornis komt slechts bij één
op de miljoen mensen voor. Er bestaat geen behandeling om bloedingen te voorkomen
(profylaxe) en ook artsen hebben er weinig ervaring mee. “Helaas krijg je geen boekje
waarin alles stap voor stap wordt uitgelegd. Je moet alles leren door ervaring. En soms
moet je het ook een beetje loslaten, anders leef je constant in angst”, zegt Inge Pieters,
de moeder van Hanne.
Hanne woont met haar moeder, vader en zus in de
Belgische provincie Antwerpen. Via Teams spreek
ik met haar moeder, terwijl Hanne ongeduldig door
de kamer loopt. Ze popelt om te beginnen met het
interview en heeft haar spullen al klaargelegd om te
laten zien. “Als ik op mijn hoofd val, buiten school,
draag ik een SOS-ketting. Als ik mijn ketting niet wil
dragen, heb ik altijd een SOS-armband aan.” Ook laat
ze mij de Belgische variant van tranexaminezuur zien.
Maar het gesprek gaat niet alleen over haar
stollingsstoornis. Hanne straalt als ze meer vertelt
over haar hobby’s, zoals schaken. “Ik heb aan
zeven toernooien meegedaan, ik heb echt héél
veel medailles!” zegt ze enthousiast, terwijl ze haar
trofeeën één voor één voor de camera houdt. Ook
speelt ze piano, kan ze links en rechts schrijven en is
ze heel behendig: “Iemand zei laatst nog dat Hanne
een goede topsporter zou zijn”, vult haar moeder aan.
De grote droom van Hanne? Voetballen. Ze glimlacht
even, maar haar stem klinkt dan zacht: “Maar dat kan
helaas niet. Dat is te gevaarlijk voor mij.”
Tandjes
De eerste tekenen dat er iets mis was, kwamen
toen Hanne haar tandjes kreeg. Er kwam een kies
door en het bloeden wilde maar niet stoppen. Op de
Faktor 20
Ervaringen delen
spoedeisende hulp hebben ze de bloeding gestelpt.
“Toen we weer terugkwamen, hadden we het geluk
dat er een kinderarts was die het niet vertrouwde.”
Een specialist stelde later de diagnose factor
5-deficiëntie. Wat het gezin te wachten stond, wisten
ze niet. Niemand kon het hen vertellen. “En de artsen
weten het eigenlijk ook niet.”
Haar hoofd zat vol
met bloed. Toen
wist ik: we moeten
blijven aandringen.
Dat artsen er vaak niet bekend mee zijn, maakt
dat de ouders van Hanne het vaak van de daken
hebben moeten schreeuwen. Hanne kwam op de
spoedeisende hulp met een klein sneetje in haar
hoofd. Inge gaf aan dat de artsen
contact moesten leggen met de
specialist vanwege haar deficiëntie. “Ze
hadden de bloeding geniet en het was
gestopt met bloeden. Ze zeiden tegen
mij: ‘er is niets aan de hand, want het
bloeden is gestopt.’ Niemand wilde naar
ons luisteren.” Dezelfde avond moest
ze opnieuw met Hanne naar de spoed,
haar hoofd was opgezwollen. “Haar
hoofd zat vol met bloed. Toen wist ik:
we moeten blijven aandringen.”
Plasmatransfusie
Tot opluchting van Inge is dat nu
gelukkig anders. “Ik kan nu eenvoudig
zelf contact leggen met de specialist. Zo
worden we beter en sneller geholpen.”
Bloedingen worden bij Hanne behandeld
met tranexaminezuur. Bij ernstige
bloedingen helpt dat niet voldoende en
moet zij een plasmatransfusie krijgen.
“Omdat Hanne een zeldzame bloedgroep
heeft, is het dan ook maar de vraag of
het beschikbaar is.” Ook heeft Hanne
prikangst: “Als ik een naald zie, begint
mijn hart sneller te kloppen. Prikken
vind ik heel stom, want het lukt nooit de
eerste keer.”
Om bloedingen te voorkomen draagt Hanne een rode
pet op school, met een soort helm aan de binnenkant.
Dit beschermt haar, maar andere kinderen weten ook
dat zij afstand moeten houden als Hanne de pet op
heeft. Bijvoorbeeld buiten op het speelplein. Als er
uitstapjes zijn met school, gaat Inge altijd mee. Ook
als ze bijvoorbeeld op kamp gaat, blijft zij in de buurt.
“En als we op vakantie gaan, blijven we binnen een
straal van drie uur van het ziekenhuis van Antwerpen.
Dit jaar zijn we voor het eerst naar Oostenrijk
geweest, in goed overleg met de behandelaar.”
Je wil je kind niet in een
glazen bokaal steken,
maar onbewust doe
je dat wel een beetje
omdat het simpelste
incident ernstige
gevolgen kan hebben.
Door de jaren heen heeft Inge geprobeerd om het
te accepteren, maar een factor5-deficiëntie heeft
een grote impact op het dagelijks leven. “Je ziet
overal gevaar. De normaalste zaken zijn soms al
21 Faktor
Ervaringen delen
ingewikkeld. Als ze afspreekt met vriendjes, is er
altijd wel een speeltuin. Voor ons als ouders is dat
geen ontspannen dagje uit. Je wil je kind niet in
een glazen bokaal steken, maar onbewust doe je
dat wel een beetje omdat het simpelste incident
ernstige gevolgen kan hebben”, zegt Inge.
Lotgenoten
Laatst had Hanne een bloeding in haar knie
waardoor zij drie weken rust moest houden.
“Hanne is een spring in het veld, voor haar is dat
verschrikkelijk. We proberen het op te vangen door
alternatieven te bedenken, zoals schaken en piano.
Ze heeft ook interesse in wetenschap, maar dat is
allemaal mentaal. Er is geen fysieke uitlaatklep.”
Dat is ook de reden dat Inge nu contact heeft met
de Belgische en Nederlandse patiëntenvereniging.
“Voor Hanne is het moeilijk dat haar zus wel kan
paardrijden.” Het helpt zowel Hanne als haar ouders
en geeft hun goede moed voor de toekomst.
Hanne vult aan: “Deze zomer ben ik mee op kamp
geweest in België. Dat was écht superleuk, want
dan ben ik niet de enige met een stollingsstoornis!”
buitenkant niet zien dat er iets aan de hand is,
zeggen ze: ‘Laat haar maar doen, het is een kind.’
Ze begrijpen het niet, tot ze op bezoek komen bij
Hanne, bijvoorbeeld na haar kniebloeding. Dan
dringt het pas door en zien ze hoe ernstig het is.”
Meer bekendheid
Hanne leert nu ook zelf verantwoord om te gaan
met haar stollingsstoornis. “We proberen haar dat
bewust mee te geven. Bij een neusbloeding weet
zij bijvoorbeeld precies wat ze moet doen.” Als tip
wil Inge andere ouders meegeven om iedereen
op de hoogte te brengen en goed voorbereid op
pad te gaan. Voor de toekomst zou Inge willen
dat er medicatie komt voor het voorkomen van
bloedingen bij een factor-5-deficiëntie. “En dat
er meer bekendheid komt, ook onder artsen.” <
Het is oké om
ongerust te zijn.
Dat is normaal.
Voor de ouders van Hanne helpt contact met
lotgenoten. “Het is oké om ongerust te zijn. Dat is
normaal. Het is fijn dat we ons dat nu beseffen door
het contact met andere ouders.” Soms voelt Inge
zich de overbezorgde moeder. “Als mensen aan de
Faktor 22
Uit de HBC’s
Je staat er niet
alleen voor: ervaringen
delen als ouder van een
kind met hemofilie
Door Meike Uitermark, hemofilie verpleegkundig consulent Amsterdam UMC
Als verpleegkundig consulent kom ik regelmatig in contact met ouders die net gehoord
hebben dat hun kindje hemofilie heeft. Dat moment roept veel vragen en emoties op. Wat
betekent het eigenlijk om een kind te krijgen met een erfelijke stollingsstoornis? Welke
uitdagingen en zorgen liggen er voor je? En hoe ga je straks om met de behandeling, het
bloedprikken en de mogelijke bloedingen?
Het is begrijpelijk dat ouders zich in het begin
soms onzeker, bezorgd of zelfs machteloos
voelen. Dat maakt het extra waardevol om
in contact te komen met andere ouders die
hetzelfde meemaken. Daarom organiseren we
in het Amsterdam UMC jaarlijks een speciale
bijeenkomst voor ouders met jonge kinderen
met hemofilie. Tijdens deze bijeenkomst kunnen
ouders ervaringen delen, vragen stellen en
vooral: zich gesteund voelen.
De herkenning in
elkaars situaties gaf
rust, vertrouwen,
en liet zien dat je
er niet alleen voor
staat.
Verbinding, herkenning, steun en ervaringen
Dit jaar stond de bijeenkomst in het teken van
verbinding, herkenning, steun en ervaringen.
Ouders wisselden verhalen uit over het dagelijks
leven met een kind met hemofilie. De herkenning
in elkaars situaties gaf rust, vertrouwen, en liet
zien dat je er niet alleen voor staat. We deelden
praktische tips over de behandeling, maar
ook over hoe je omgaat met bloedingen en
ziekenhuisbezoeken.
Voor veel ouders is het waardevol om te horen
hoe anderen omgaan met hemofilie en hoe
ze hun kind leren zelfstandig te zijn met hun
aandoening. Door het delen van ervaringen
ontstaat een vertrouwde groep waarin steun
en herkenning centraal staan. Dit gezamenlijke
proces helpt om met vertrouwen naar de
toekomst te kijken.
Samen sta je sterker
Mocht je zelf ouder zijn van een kind met
hemofilie, weet dat er een netwerk is van ouders
en professionals waar je op kunt rekenen. Samen
sta je sterker. En het behandelcentrum waar je
kind onder behandeling is, staat altijd klaar om je
vragen te beantwoorden en steun te bieden. <
23 Faktor
Kidspagina
Kidspagina
Deze Faktor staat in het teken van omgaan met een
stollingsstoornis. Op deze kidspagina vind je allerlei
leuke weetjes, leuke puzzels en spellen.
Woordzoeker
Kun jij alle verborgen woorden vinden in deze woordzoeker?
Spelen
Vrienden
School
Veiligheid
Prikangst
Grenzen
Sterk
Ouders
Zorg
Vertrouwen
Rust
Avontuur
Hoe beleef jij je stollingsstoornis in je dagelijkse leven? Wil je een prikfoto delen, of een andere
ervaring die te maken heeft met je stollingsstoornis? Stuur je foto of tekstje naar redactie@nvhp.nl
en wie weet plaatsen we dat in de volgende editie.
Faktor 24
Ervaringen Kidspagina delen
Wist je dat…
Je niet de enige bent met een stollingsstoornis? Erover praten
met andere kinderen helpt! Kom bijvoorbeeld eens naar het
Kampeerweekend, samen met je ouders.
Spelen helpt om te leren? Lopen en klimmen maken je spieren
sterker en beschermen je gewrichten.
Sporten en bewegen goed is voor je? Fietsen, zwemmen en dansen
zijn superleuk en veilig met de juiste bescherming.
Het goed is om een SOS-ketting of SOS-armband te dragen? Zo
weet iedereen dat je hulp nodig hebt in noodsituaties.
Veel kinderen last hebben van prikangst? Op Cyberpoli.nl vind je tips
en ervaringen van anderen die dit ook niet leuk vinden.
Veilig op avontuur
Door te spelen, leer je wat wel niet kan. Ga jij mee op avontuur?
Hieronder zie je een plattegrond. Weet jij wat je moet doen in deze situaties? <
1. Start hier
• Wat neem je altijd mee?
• Een SOS-ketting of
SOS-armband
2. Zwembad
• Wat neem je mee naar
het zwembad?
• Zwemvest
• Volwassene die op de
hoogte is
3. Speeltuin
• Wat doe je als je
valt?
• Laat het je ouders
of de leraar weten
4. Fietsen en skaten
• Wat doe je eerst als
je gaat fietsen of
skaten?
• Helm op +
kniebeschermers aan
5. School 5. School
• Vertel je aan iemand dat
je een stollingsstoornis
hebt?
• Het is belangrijk dat
de leraren en vriend of
vriendinnetjes het weten.
25 Faktor
Informatie
Een
stollingsstoornis,
dat heb ik weer?!
Door Roesja Meijboom-van Doorn, coördinator Cyberpoli
Een stollingsstoornis kan je leven op z’n kop zetten, zeker ook voor jongeren. De diagnose
roept vaak veel vragen op: wat betekent dit voor mijn gezondheid, sport en toekomst? En hoe
ga je om met praktische zaken zoals prikangst, bloedingen of het vertellen op school of aan
je vrienden? Gelukkig sta je er niet alleen voor. Op de Cyberpoli vind je online betrouwbare
informatie, ervaringsverhalen en tips om met je stollingsstoornis om te gaan.
De Cyberpoli is speciaal ontwikkeld voor kinderen,
jongeren en hun ouders. Je vindt er duidelijke
uitleg, thema’s die aansluiten bij het dagelijks
leven en je kunt vragen stellen aan (ervarings)
deskundigen. Een plek waar je niet alleen
informatie kunt vinden, maar ook herkenning en
steun.
Thema’s die ertoe doen
Op de Cyberpoli komen, naast medische
informatie over je stollingsstoornis, veel
onderwerpen aan bod die jou en je omgeving
helpen. Bijvoorbeeld waarom het dragen van een
SOS-ketting of SOS-armband belangrijk is en hoe
dat in noodsituaties levens kan redden. Cyberpoli
geeft praktische adviezen over wanneer je zelf
iets kunt doen en wanneer je direct contact op
moet nemen met je behandelcentrum.
Ook sporten en grenzen opzoeken zijn thema’s.
Welke sporten zijn veilig(er) en hoe kun je toch
actief blijven zonder onnodige risico’s? Het is ook
belangrijk om te weten wat er kan gebeuren bij
herhaaldelijke bloedingen in gewrichten en hoe
je blijvende schade kunt voorkomen. Sommige
kinderen hebben prikangst. Op de Cyberpoli vind
je ervaringsverhalen van anderen en tips die
helpen als je bang bent voor naalden of zelf
moet leren prikken.
Relaties en intimiteit
Een stollingsstoornis heeft ook impact op
relaties en intimiteit. Wat kan er gebeuren bij
een vrijpartij en hoe praat je daarover? De
Cyberpoli is open en eerlijk over deze informatie.
Omgaan met een stollingsstoornis betekent ook
het naleven van leefregels om veilig en gezond
te blijven: van dagelijkse routines tot omgaan
met onverwachte situaties. Door deze thema’s
te bundelen, biedt de Cyberpoli niet alleen
medische kennis, maar ook praktische steun voor
situaties in het echte leven.
Faktor 26
Informatie
Veel jongeren en ouders vertellen op de
Cyberpoli dat het een opluchting is om
ervaringen van anderen te lezen. Hoe praat je
erover met vrienden of docenten? Wat zeg je op
school of op je werk? Hoe ga je om met de angst
dat anderen je anders zien? Door de verhalen
voel je je minder alleen en krijg je ideeën voor je
eigen situatie.
Omgaan met
Een stollingsstoornis hoeft je leven niet te
bepalen. ‘Omgaan met’ gaat over het zoeken van
de juiste balans: je grenzen leren kennen, maar
ook je mogelijkheden ontdekken. De Cyberpoli
helpt je om die balans te vinden. Het geeft je
handvatten om je leven te leiden zoals jij dat
wilt, met vertrouwen in plaats van angst. Met de
juiste kennis, goede voorbereiding en steun uit
je omgeving kun je veel. Meer weten? Neem een
kijkje op www.cyberpoli.nl <
Cyberpoli.nl
Faktueel
Blijf op de hoogte van onze activiteiten en
meld je aan voor de nieuwsbrief Faktueel.
https://www.nvhp.nl/inschrijven-nieuwsbrief
27 Faktor
Uit de HBC’s
Nieuw project:
Ervaring als Kracht
Door Tessa van Gastel, promovendus, en Lorynn Teela, psycholoog-onderzoeker,
afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie & Psychosociale Zorg Amsterdam UMC
Het project Ervaring als Kracht: voorlichting over seksualiteit & relaties, voor en door
vrouwen met een stollingsstoornis is gestart. In een eerder onderzoek kwam naar voren
dat vrouwen met een stollingsstoornis goede en duidelijke informatie missen. Met Ervaring
als Kracht willen we dit veranderen. We ontwikkelen informatie over seksualiteit, intimiteit
& relaties en kinderwens met ruimte voor ervaringsverhalen.
Het project wordt uitgevoerd door het Amsterdam
UMC, in samenwerking met de NVHP. Het wordt
mogelijk gemaakt dankzij Stichting Haemophilia.
Vrouwen met een stollingsstoornis spelen de
hoofdrol bij Ervaring als Kracht. Zij bepalen
over welke onderwerpen informatiemateriaal
gemaakt moet worden, in welke vorm en hoe dit
het beste gedeeld kan worden. Het materiaal
wordt vervolgens door de betrokken vrouwen en
zorgprofessionals beoordeeld. Zo zorgen we ervoor
dat de informatie écht aansluit bij wat vrouwen
nodig hebben.
Terugblik op de studie
Ervaring als Kracht is opgezet na een eerdere
studie over de ervaringen van vrouwen. Het doel
van deze studie was beter begrijpen hoe het is om
als vrouw met een stollingsstoornis te leven.
Wat waren de ervaringen?
· Onvoldoende kennis bij zorgverleners: klachten
worden niet altijd herkend of serieus genomen.
· Onvoldoende informatie: bijvoorbeeld over
klachten rondom seksualiteit en intimiteit of als
voorbereiding op de zwangerschap en bevalling.
· Mentale impact krijgt weinig aandacht: emoties
zoals onzekerheid, schaamte of angst worden
vaak over het hoofd gezien.
· Het delen van ervaringen is belangrijk.
· Menstruatie beïnvloedt het dagelijks leven.
Duidelijke informatie
Opvallend was dat bijna alle vrouwen aangaven dat
goede en duidelijke informatie over seksualiteit,
intimiteit & relaties en kinderwens moeilijk te
vinden is. Vrouwen missen bijvoorbeeld heldere
informatie over de kans op bloedingen bij seks
en over de mogelijkheden als zij een kinderwens
hebben. Ook wisten zij niet dat bepaalde klachten
kunnen horen bij een stollingsstoornis. Ook omdat
zorgprofessionals, zoals huisartsen, klachten niet
serieus nemen of herkennen krijgen vrouwen niet
altijd de juiste informatie of zorg.
Vervolgstappen
Kortom, vrouwen met een stollingsstoornis
kunnen te maken hebben met uitdagingen in het
dagelijks leven, zowel lichamelijk als emotioneel.
Door betere kennis, goede informatie en meer
ruimte om ervaringen te delen, kunnen zij zich
gehoord, gesteund en sterker voelen. Daarom
ontwikkelen we nu met het project Ervaring als
Kracht, samen met vrouwen, nieuwe informatie.
Wil je meedoen? Kijk op nvhp.nl of meld je aan via
onderzoekhemofilie@amsterdamumc.nl.* <
*Ook voor vrouwen met een andere stollingsstoornis dan hemofilie.
Faktor 28
Informatie
Nieuwe brochure
Voorspellend
DNA-onderzoek
Door Marloes Brouns-van Engelen, projectleider en redacteur Erfocentrum
Het Erfocentrum maakt mensen al 25 jaar wijzer
over hun DNA, erfelijkheid en gezondheid. Met de
nieuwe brochure Voorspellend DNA-onderzoek
willen we mensen met een geslachtsgebonden
erfelijke aandoening in de familie ondersteunen bij
de vraag: ‘Wil ik mijn DNA laten onderzoeken om te
weten of ik de erfelijke aandoening heb die in mijn
familie voorkomt?’
Geen simpele vraag
Klinisch geneticus Philip Jansen vertelt dat een
DNA-test meer is dan het afnemen van het bloed
en legt uit hoe hij mensen bij hun keuze voor wel of
geen onderzoek begeleidt. Nicole de Jong, de maker
van de podcast ‘Zieke Erfenis’, vertelt hoe zij het
proces heeft doorlopen om de keuze voor wel of geen
DNA-test te maken. En Jantiene deelt in haar verhaal
hoe haar man erachter kwam dat hij de drager was
van de erfelijke ziekte van hun zoon.
In de brochure vind je:
· Begrijpelijke teksten en plaatjes die kunnen helpen
bij het maken van een keuze.
· Interviews met mensen die voor de keuze stonden.
· Uitleg over feiten en fabels rondom voorspellend
DNA-onderzoek.
Tevreden blijven met je keuze
Het Erfocentrum wil met de brochure meegeven
dat iedereen – samen met de begeleiding door de
afdeling Klinische Genetica - een geïnformeerde
keuze kan maken. Er is geen goede of foute keuze.
Wat iemand ook kiest, het gaat er om dat die persoon
tevreden is en blijft. <
Wil je de brochure lezen?
Dat kan ook digitaal. Scan
de QR-code of ga naar
nvhp.nl/mediabank
29 Faktor
Medische Zaken
Interview: Gentherapie bij
de ziekte van Von Willebrand
Gesprek met
promovendus Isabel Bär
over behandeling op maat
Door Pieter Schoots, lid NVHP werkgroep Zorg & Onderzoek
De zomerperiode is weer aangebroken. Ga je dit jaar op reis samen met je gezin,
vrienden, familie of misschien wel alleen? Met de juiste voorbereiding kan je onbezorgd
genieten van je welverdiende vakantie. Begin ruim op tijd, dan voorkom je onverwachte
verrassingen. We hebben een aantal tips voor je op een rijtje gezet.
Kun je iets over jezelf en je
onderzoeksgroep vertellen?
“Mijn naam is Isabel Bär, ik kom uit Duitsland en
doe promotieonderzoek bij het Erasmus MC in
Rotterdam. Samen met twee andere promovendi,
Alastair Barraclough (Amsterdam UMC) en Noa
Linthorst (LUMC), onderzoek ik de ziekte van
Von Willebrand. Onze aandacht gaat uit naar
het persoonlijk maken van de behandeling,
omdat de genetische oorzaak van de ziekte bij
bijna elke patiënt anders is. Door dat in kaart te
brengen, hopen we gerichtere behandelingen
te ontwikkelen, zoals gentherapie. Dit pakt het
probleem bij de bron aan en kan ervoor zorgen
dat patiënten niet meer afhankelijk zijn van
behandelingen in het ziekenhuis.
Binnen onze groep onderzoekt Noa Linthorst
een siRNA-aanpak in muismodellen (Faktor
editie herfst 2024). Alastair en ik onderzoeken
een andere techniek, CRISPR, waarmee we
het DNA kunnen aanpassen.* We testen dit op
bloedvatwandcellen van patiënten om te kijken
of dit in de toekomst kan leiden tot een nieuwe
behandeling. Wij zitten nog in een vroege fase
van ons onderzoek.”
*Met nieuwe technieken zoals CRISPR en base-editing kunnen
onderzoekers erfelijke foutjes in het DNA gericht verbeteren. Het DNA
wordt bij base-editing niet geknipt, maar heel precies aangepast.
Van links naar rechts, bovenste rij: Dr. Ruben Bierings, Prof. Dr.
Jan Voorberg, Isabel Bär, Prof. Dr. Jeroen Eikenboom, Prof. Dr.
Frank Leebeek Onderste rij: Alastair Barraclough, Noa Linthorst
Faktor 30
Medische Zaken
Figuur 1: hoe de ziekte van
Von Willebrand kan ontstaan
Het verschil tussen een gezond persoon (boven)
en een persoon met Von Willebrand (beneden).
Iedereen erft twee kopieën (allelen) van elk gen:
één van de moeder en één van de vader. In dit
geval heeft de moeder één ziek allel dat aan
het kind is doorgegeven. Eén ziek allel kan al
leiden tot de ziekte van Von Willebrand. Dit komt
omdat 1 Von Willebrandfactor eiwit bindt aan een
tweede Von Willebrandfactor eiwit, en zo verder.
Ze vormen op die manier kabels van allemaal Von
Willebrandfactoren. In de taal van de zorgverleners
heten dit multimeren.
Figuur 2: het verschil tussen siRNA en CRISPR
Het verschil tussen de techniek op basis
van siRNA (boven) en op basis van CRISPR
base-editing (beneden). Met siRNA probeer je
te voorkomen dat kapot Von Willebrandfactor
in het samengestelde Von willebrandfactor
eiwit ingebouwd wordt. Hierdoor zullen de
‘kabels’ voor een groot deel uit functioneel
Von Willebrandfactor bestaan. Met CRISPR
kan je de aanmaak van kapotte Von
Willebrandfactor voorkomen, en bestaan
de kabels helemaal uit functioneel Von
Willebrandfactor.
Wat is het verschil tussen siRNA en CRISPR?
“Een siRNA-behandeling is niet blijvend; het effect
duurt mogelijk enkele weken, dat wordt nu goed
onderzocht. Daarbij is siRNA vooral geschikt voor
patiënten met een heterozygote mutatie. Dit
betekent dat één kopie van het gen defect is, en de
andere gezond. Dit komt vaak voor bij type 2 van
Von Willebrand. In één van onze projecten gebruiken
wij CRISPR op een vergelijkbare manier: we
schakelen de foute versie van het allel (zie figuur 1)
uit zodat het gezonde allel de overhand krijgt.
Bij een andere methode schakelen we het defecte
gen niet uit, maar proberen we de mutatie juist te
herstellen met base-editing. De behandeling met
CRISPR zal, omdat het DNA aangepast wordt, wel
een blijvende oplossing bieden. Dit komt omdat bij
CRISPR het DNA aangepast wordt en bij SiRNA niet.”
31 Faktor
Figuur 3: De verschillende opties om CRISPR te
gebruiken. Je kan het gebruiken om het kapotte gen
uit het DNA te halen (CRISPR knock-out). Je kan het
ook gebruiken om het kapotte gen te repareren
(bijv. CRISPR base-editing).
Hoe werkt base-editing?
“CRISPR wordt vaak vergeleken met een genetische
schaar die heel precies het DNA op een bepaalde
plek knipt. Bij base-editing wordt die knipfunctie niet
gebruikt. In plaats daarvan gebruiken we CRISPR om
naar een specifieke plek in het DNA te gaan. Namelijk
waar een fout zit die de aandoening veroorzaakt. Aan
het CRISPR eiwit is een enzym gekoppeld dat één
enkele bouwsteen van het DNA kan veranderen. Zo’n
foutje bestaat vaak uit één enkele verkeerde letter in
het DNA, ook wel een ‘missense-mutatie’ genoemd.
Met base-editing zetten we die verkeerde letter om
naar de juiste, zonder het DNA te beschadigen of te
knippen.
Doordat er niet geknipt wordt, is deze techniek heel
precies en veilig. Je verandert alleen datgene wat
nodig is en laat de rest van het DNA met rust. Dit
is bijzonder nuttig bij de ziekte van Von Willebrand,
omdat de meeste patiënten zo’n missense-mutatie
hebben: één verkeerd ‘lettertje’ in het DNA dat leidt
tot een slecht functionerend eiwit. Met base-editing
kunnen we dat ene foutje heel precies verbeteren,
zonder het risico op grote veranderingen dat
het kapot knippen van de DNA streng met zich
meebrengt.
In de Verenigde Staten is pas geleden een ernstig
zieke patiënt met een genetische stofwisselingsziekte
succesvol behandeld met deze techniek. Dat laat zien
dat deze aanpak veelbelovend is.”
Wij zijn het enige
onderzoeksteam
dat werkt met
bloedvatwandcellen
die direct afkomstig
zijn van Von
Willebrand-patiënten
om gentherapie te
ontwikkelen.
Wat maakt jullie onderzoek uniek?
“Wij zijn het enige onderzoeksteam dat werkt met
bloedvatwandcellen die direct afkomstig zijn van Von
Willebrand-patiënten om gentherapie te ontwikkelen.
Patiënten komen hiervoor speciaal naar ons centrum
om bloed te doneren en uit dat bloed halen wij de
cellen. Dit zijn de cellen waarin Von Willebrandfactor
wordt geproduceerd. Zo blijven we genetisch zo dicht
mogelijk bij de patiënt, wat onze resultaten beter van
toepassing maakt op de praktijk. Patiënten vormen
dus een heel belangrijk onderdeel van ons onderzoek.
Figuur 4 laat zien hoe dit proces in zijn werk gaat.”
Hoever zijn jullie met het onderzoek?
“We hebben CRISPR base-editing succesvol
toegepast in bloedvatwandcellen van patiënten.
De doeltreffendheid is nog niet heel hoog, maar dat
heeft ook voordelen: hoe specifieker de techniek,
hoe kleiner de kans op wijzigingen op andere plekken
in het DNA (off-target-effecten). We bevinden ons
momenteel in de zogeheten proof-of-principle-fase,
waarin we onderzoeken welke van de technieken
het meest bruikbaar is voor verdere ontwikkeling tot
therapie.”
Wat zijn de volgende stappen?
“De volgende stap is om het effect van onze therapie
te testen bij dieren, bijvoorbeeld muizen of honden.
Bij een dier kan je kijken of de therapie überhaupt
aankomt in de bloedvatwandcellen en of je geen
ongewenste bijwerkingen krijgt. Maar de stap naar
diermodellen is niet zo snel gemaakt, bijvoorbeeld
omdat muizen hun eigen (muis-) Von Willebrand
maken. In het ideale geval zou je een muismodel
willen maken dat menselijk Von Willebrandfactor
Faktor 32
Figuur 4: Deze figuur laat zien hoe onderzoekers cellen uit de bloedvatwand van een patiënt krijgen. De
bloedvatwand wordt door de onderzoekers endotheel genoemd. Deze cellen worden gebruikt om gentherapiebenaderingen
te testen en om de oorzaak van de ziekte te onderzoeken. In de cellen van de bloedvatwand zie je
Von Willebrandfactor liggen in de opslagblaasjes. De blaasjes zijn de groene streepjes in de cel.
produceert. Ondanks dat we goede vooruitgang
boeken is de weg naar een behandeling nog lang.”
Wat zijn mogelijke risico’s?
“De grootste zorg bij genetische bewerkingen van
het DNA is het risico op off-target-effecten. In ons
onderzoek zijn deze effecten tot nu toe verrassend
beperkt. Dat komt mede doordat we ons alleen
richten op bloedvatwandcellen en omdat we met
zeer gerichte CRISPR-elementen voor deze cellen
werken. We weten alleen nog niet wat er gebeurt als
de bewerking andere celtypes zou bereiken, of wat
de gevolgen zijn van onbedoelde aanpassingen in
het DNA. Die risico’s verschillen mogelijk per plek in
het DNA. Er is nog vervolgonderzoek nodig om dat
duidelijk te krijgen.”
Kan deze techniek ook bruikbaar zijn bij andere
stollingsstoornissen?
“De techniek die wij ontwikkelen is specifiek gericht
op de Von Willebrandfactor. Dit eiwit bestaat uit
verschillende onderdelen die worden samengevoegd
tot één lange streng, waarbij beide versies van het
gen (dus de versie van je vader en de versie van je
moeder) gebruikt worden. Als één van die genen een
fout bevat, worden er dus ook foutieve onderdelen
in het eiwit verwerkt. Door het defecte gen uit te
schakelen, of door de fout te herstellen, voorkom
je dat verkeerde bouwstenen worden ingebouwd.
Dat proces is vrij specifiek voor Von Willebrand.
Maar ‘base-editing’ zou zeker wel gebruikt kunnen
worden om andere ziekten te behandelen die
veroorzaakt worden door een enkele fout in het
DNA. Er wordt door anderen al hard gewerkt aan
gentherapie voor andere stollingsstoornissen. Voor
hemofilie A en B wordt dit op het moment al getest
en toegepast bij patiënten.”
Ik geloof sterk in
gepersonaliseerde
geneeskunde.
Hoe zie jij de behandeling van
Von Willebrand over twintig jaar?
“Ik heb misschien een sterke mening door mijn
kennis, maar ik geloof sterk in gepersonaliseerde
geneeskunde. De huidige behandeling richt zich
vooral op het stoppen van bloedingen, zonder
naar de onderliggende oorzaak te kijken. In de
toekomst hoop ik dat we de oorzaak bij de bron
kunnen aanpakken, bijvoorbeeld met eenmalige
gentherapie. Dat zou niet alleen effectiever en
patiëntvriendelijker zijn, maar ook goedkoper op
de lange termijn. Een veilige blijvende oplossing
zou natuurlijk voor alle patiënten optimaal zijn.”<
33 Faktor
Uit de HBC’s
Nieuwe vrienden,
spannende activiteiten
en waardevolle lessen:
ontdek het succes van het
hemofiliekamp.
Door Sasja Andeweg, verpleegkundig consulent, en Carolien van der Velden, verpleegkundig specialist Erasmus MC
Het hemofiliekamp van 11 tot en met 13 juni in het Gelderse Hall was een groot succes.
Op woensdagochtend vertrok een bus vol enthousiaste kinderen en begeleiders uit Rotterdam.
Onze thuisbasis was het Nivon Natuurvriendenhuis. Een vertrouwde plek, want een paar jaar
geleden waren we hier ook al te gast. Dat was toen al goed bevallen.
Iedereen had er enorm veel zin in en keek al maanden
uit naar deze speciale ervaring. Deze editie was extra
bijzonder. Naast de vertrouwde deelnemende steden
(Amsterdam, Groningen en Rotterdam) deden dit jaar
ook de centra uit Leiden en Utrecht mee. Daardoor
gingen er nog meer kinderen en leiders mee. Zij sloten
naadloos aan bij de groep.
Plezier en leren omgaan met
Het kamp is bedoeld om met elkaar in contact te
komen, ervaringen te delen en te genieten van een
paar dagen plezier. Ook leren de jongens meer over
het omgaan met hun hemofilie. Wij als Rotterdammers
hadden meerdere jongens bij ons die voor het eerst
meegingen op kamp. Best spannend, maar vooral
heel leuk!
Om de spanning een beetje weg te nemen, werd er
enkele weken vóór vertrek voor de Rotterdamse en
Leidse deelnemers een kennismaking georganiseerd.
Kinderen en ouders kregen uitleg over wat hen op het
kamp te wachten stond, hoe de begeleiding geregeld is
en hoe ouders op de hoogte worden gehouden. Een fijn
moment om alvast kennis te maken en vragen te stellen.
Spel en samenwerking
De activiteiten op het kamp werden dit jaar weer
verzorgd door Hilco en zijn team van Altijd Buiten.
Denk aan balanceren en lopen op een touw, andere
helpen eroverheen te gaan, boogschieten, voetballen,
huisjes bouwen van bamboestokken en meer. Het was
ontzettend mooi weer, dus kon een watergevecht op het
veld niet uitblijven. Wat een pret!
Faktor 34
Uit de HBC’s
Het is fantastisch
om te zien hoe de
kinderen niet alleen
met hun hemofilie
leren omgaan, maar
ook plezier hebben en
nieuwe vriendschappen
sluiten.
Zoals op ieder hemofiliekamp wordt er veel aandacht
besteed aan wat hemofilie betekent in het dagelijks
leven. Het hoogtepunt zijn de momenten waarop de
profylaxe (medicatie uit voorzorg) wordt toegediend.
Dit jaar gaf Finn een demonstratie hoe hij zelfstandig
Emizicumab (Hemlibra ® ) prikt. Iedereen keek muisstil
toe, Finn deed het fantastisch! Wedden dat hij andere
jongens heeft geïnspireerd om te leren zichzelf te
gaan prikken?!
Traditie en gezelligheid
De laatste avond wordt traditiegetrouw afgesloten
met een BBQ, supergoed verzorgd door het team van
Nivon Natuurvrienden. Onze chauffeur Peter bleek
daarnaast een geboren chef-BBQ en zorgde samen
met de vrijwilligers voor een feestelijke afsluiting.
Na een rondje opruimen en inpakken op
vrijdagochtend, bracht de bus ons naar
kinderpretpark Julianatoren. Opnieuw een snikhete
dag dus af en toe zochten we de schaduw op en
aten we een ijsje. Daarna was het tijd om afscheid
van elkaar te nemen en vertrokken de bussen
richting alle windstreken weer naar huis. “Het is
fantastisch om te zien hoe de kinderen niet alleen
met hun hemofilie leren omgaan, maar ook plezier
hebben en nieuwe vriendschappen sluiten,” zegt een
van de verpleegkundigen die het kamp begeleidde.
“Het is een mooie kans voor iedereen om van elkaar
te leren.”
Groot succes
De kinderen hebben niet alleen nieuwe vrienden
gemaakt, maar ook waardevolle lessen geleerd over
hemofilie en hoe ze dit in hun dagelijks leven kunnen
managen. De positieve energie en het plezier waren
duidelijk te merken. Het hemofiliekamp was dus een
groot succes. Mede dankzij de tomeloze inzet van
verpleegkundige Margreet Jansen uit Groningen,
waarvoor een groot dankjewel. We kijken uit naar
volgend jaar! <
35 Faktor
In de vereniging
Von Willebrand Summit in Riga
De ervaringen van Cathy
Door Cathy Verbraeken, bestuurslid NVHP, voorzitter van de Nederlandse
en lid van de Europese Von Willebrand werkgroep
De VWD (Von Willebrand Disease) werkgroep van de Europese vereniging (EHC) organiseerde in september
de ‘Von Willebrand Summit’ in Riga, Letland. Patiënten van verschillende Europese verenigingen namen
daaraan deel. Joke de Meris en Mireille Muurmans, beide lid van de NVHP-werkgroep Von Willebrand,
reisden samen met Cathy Verbraeken af naar Riga. Cathy deelt hieronder haar ervaringen.
De Summit (‘top’) begon met een welkomstreceptie
gevolgd door een kenninsmakingsdiner. De
avond werd uiteraard afgesloten met een drankje
waarbij het heel fijn was om lotgenoten uit andere
landen te ontmoeten. Op dag twee startte het
programma met presentaties en workshops door
ervaringsdeskundigen, artsen, verpleegkundigen en
leden van de Europese VWD werkgroep.
Opgroeien met Von Willebrand
Zelf mocht ik samen met een verpleegkundige uit
het Verenigd Koninkrijk een sessie leiden over hoe
het is om als gezin op te groeien met Von Willebrand.
Wat zijn de ervaringen gezien vanuit het perspectief
van de verpleegkundige en dat van de moeder?
Een fijne interactieve sessie waarin we bewust de
lotgenoten in de zaal betrokken bij het gesprek.
Met een ander lid van de Europese werkgroep gaf
ik een workshop met als doel mensen met elkaar
in gesprek te brengen. Hoe is de zorg in jouw
land geregeld? Wat kunnen we van elkaar leren en
welke uitdagingen zijn er? Waar kunnen wij elkaar
bij helpen? De tijd vloog voorbij: het was duidelijk
dat lotgenoten de behoefte hebben met elkaar in
gesprek te gaan en hun verhaal te delen.
Faktor 36
In de vereniging
Kinderboek
Samen met de Europese werkgroep heb ik de
kans gekregen een kinderboek te schrijven
over Von Willebrand. Dit boek Emma and the
playhouse hebben we aan het eind van de sessie
gepresenteerd. Na maanden van schrijven en
samenwerken met de illustrator was het ongelofelijk
gaaf om het eerste proefexemplaar te overhandigen
aan de patiënten in de zaal.
Verpleegkundig specialist Carolien van der Velden
vertelde in een sessie hoe ze de patiëntenreis
(patient journey) in het Erasmus MC in kaart
brengen met Metro Mapping. Dit is een manier om
de ervaring van een patiënt stap voor stap zichtbaar
te maken. Je tekent het als een metrokaart, met
lijnen en haltes. Carolien heeft hierbij een grote
indruk achtergelaten, want het is een geweldige tool
om te laten zien wat goed gaat en wat beter kan.
Hoe zorgen we er
samen voor dat
Von Willebrand meer
aandacht krijgt?
De toekomst
Wandelend van het hotel naar een prachtig
restaurant konden we een glimp opvangen van
de mooie stad Riga. Na het heerlijke eten werd
de avond weer afgesloten met een drankje en
waardevolle gesprekken. Op de laatste dag van
de Summit, stond de toekomst centraal. Wat
kunnen we verwachten? Maar vooral: hoe zorgen
we er samen voor dat Von Willebrand meer
aandacht krijgt zodat patiënten tijdig een juiste
diagnose en passende zorg ontvangen? Ook iets
waar we als NVHP verder over nadenken! <
Von Willebrand Summit in Riga
De ervaringen van Joke
Door Joke de Meris, lid NVHP-werkgroep
Von Willebrand en lid Lotgenotencontactteam
De eerste bijeenkomst van de EHC over
Von Willebrand is een feit. Wat een mijlpaal!
De titel van de bijeenkomst was: maak het
onzichtbare zichtbaar. De Europese werkgroep
heeft vijf jaar gewerkt aan de organisatie van
het event. Het doel? Meer bewustzijn creëren
over Von Willebrand met aandacht voor de
diagnose, behandeling en kwaliteit van leven in
verschillende levensfasen. Mireille Muurmans
en ik mochten Nederland vertegenwoordigen
vanuit de NVHP.
Het was fantastisch om in Riga met een grote groep
patiënten vanuit heel Europa samen te komen en de
ervaringen over de zorg voor Von Willebrand te delen.
Opnieuw werd duidelijk hoe goed de zorg in Nederland
is en het was schrijnend om te horen hoe andere
landen moeten strijden voor goede zorg. In Riga is pas
sinds één jaar profylaxe (behandeling uit voorzorg)
mogelijk met Wilate®(Von Willebrandfactor/Factor 8)
en in Turkije gaat Haemate ® P (Von Willebrandfactor/
Factor 8) mogelijk van de lijst. De meeste aandacht
gaat uit naar hemofilie en het lijkt alsof gevolgen van
ernstige Von Willebrand worden onderschat.
Samenwerking tussen landen
Er is een oproep gedaan voor betere toegang tot
medicatie, financiering en samenwerking tussen
landen. Het belang van Europese wetgeving die
het leveren van zeldzame medicijnen regelt, wordt
genoemd. Een aantal vrouwen deelde dapper hun
persoonlijke verhaal. Het maakte pijnlijk duidelijk wat
de ernst is van onderbehandeling, zowel lichamelijk
als geestelijk. Na profylaxe namen hun pijnklachten en
bloedingen af en verbeterde hun kwaliteit van leven.
Ook was er aandacht voor lopende onderzoeken,
zoals genetische tests en trials (studies) voor
nieuwe medicijnen. Om betere behandelresultaten
te bereiken, worden ook oudere patiënten en
vrouwen met hevig menstrueel bloedverlies in
studies betrokken. Een hoogtepunt van de Summit
was de presentatie van het boek Emma and the
Playhouse.
Kortom een weekend vol informatie en mooie
gesprekken. Vanuit de von Willebrand werkgroep
zullen we aan verschillende onderwerpen
apart aandacht besteden. <
37 Faktor
Uit de HBC’s
Gentherapie: de
genezing voor hemofilie?
Door dr. Lieke Baas, docent Medische Ethiek, Filosofie en Geschiedenis van de geneeskunde
Sinds de jaren negentig wordt er
onderzoek gedaan naar gentherapie.
Vanaf het begin waren de verwachtingen
hoog. Er is hoop dat gentherapie de
zorg voor hemofilie zal veranderen en
misschien zelfs kan zorgen voor genezing.
Inmiddels zijn de eerste middelen op de
wereldwijde markt en worden er meer
onderzocht. Tegelijk roept gentherapie
ethische vragen op: kan de techniek de
verwachtingen waarmaken?
Een belangrijke belofte van gentherapie
is dat het in staat zal zijn om hemofilie
te genezen. Dit roept ook vragen op: kan
je wel van genezing spreken als iemand
nog schade in gewrichten heeft? En
wat als iemand helemaal geen klachten
meer heeft, maar hemofilie wel nog kan
doorgeven aan zijn of haar kinderen?
Drie betekenissen van genezing
Onderzoek naar de betekenis van het woord
genezing, laat zien dat het tenminste drie
verschillende betekenissen kan hebben:
het verkrijgen van een normaal lichaam, het
verkrijgen van een normaal dagelijks leven,
of een verandering in iemands identiteit.
1. Het verkrijgen van een normaal lichaam
Volgens deze interpretatie is iemand genezen
als zijn of haar lichaam op dezelfde manier
functioneert of voelt als het lichaam van
andere mensen zonder aandoening. Dat
gaat bijvoorbeeld om het hebben van
normale stollingswaarden en daardoor
geen verhoogde bloedingsneiging. Of om
gewrichten die nog onbeschadigd zijn. Ook
kan het gaan om kinderen krijgen zonder je
zorgen te hoeven maken of hemofilie wordt
doorgegeven. Niet al deze onderdelen zullen
worden verholpen door gentherapie.
Dat er meerdere
interpretaties
van ‘genezing’
mogelijk zijn,
is niet automatisch
een probleem.
dr. Lieke Baas
Faktor 38
Uit de HBC’s
2. Het verkrijgen van een normaal dagelijks leven
Volgens deze interpretatie is iemand genezen
als zijn of haar leven er net zo uit ziet als dat
van andere mensen. Iemand wordt dan dus
niet gehinderd door ziekte. Dit gaat over de
mogelijkheden die iemand heeft. Bijvoorbeeld
om op reis te gaan, te sporten of om een bepaald
beroep te kiezen. Dat roept wel gelijk vragen op:
kan je dan nog zeggen dat iemand genezen is, als
dat gebeurt als iemand in de vijftig is en al een
carrièrepad gekozen heeft? Hier spelen dus ook
zaken mee die buiten het medisch domein liggen.
3. Een verandering in identiteit
Volgens deze laatste interpretatie bestaat een
genezing uit een verandering in narratieve identiteit.
Narratieve identiteit bestaat uit het verhaal dat
iemand (onbewust) over zichzelf ‘vertelt’, dat op
die manier verschillende levensgebeurtenissen aan
elkaar verbindt. Bijvoorbeeld: iemand kan vertellen
over zichzelf dat hij een ‘echte Rotterdammer’ is,
en om die reden lekker recht voor z’n raap is. En dat
hij zijn vertrouwde stad heeft verlaten om samen
te gaan wonen met zijn grote liefde. Of dat hij als
kind graag had willen voetballen, maar dat door
hemofilie niet kon, en dat hij daarom lid is geworden
van de zwemvereniging, waar hij vrienden voor het
leven heeft gemaakt. Het hebben van een ziekte of
aandoening kan een grote rol spelen in narratieve
identiteit. Volgens deze interpretatie is iemand
genezen als hij zichzelf niet meer ziet als iemand
met een aandoening, maar als iemand die nu een
verandering naar gezond zijn heeft gemaakt.
Stel jezelf de vraag:
wat hoop ik eigenlijk
te bereiken met een
behandeling?
Daarnaast is het belangrijk om zelf goed te
bedenken: wat hoop ik eigenlijk te bereiken
met een behandeling? Uit interviews die ik heb
gedaan bleek dat veel mensen met hemofilie
hopen om zelfstandiger en onafhankelijker te
kunnen leven. Gentherapie kan hieraan bijdragen,
maar doet dat niet per se. Zo zijn er, zeker in het
begin, nog controles in het ziekenhuis nodig om
te kijken of het goed genoeg werkt. Ook geven
sommige mensen met hemofilie aan dat ze
graag willen blijven oefenen met het injecteren
van stollingsfactor, om zo die vaardigheid (en
zelfstandigheid!) niet te verliezen.
Gentherapie kan dus zeker een bijdrage leveren
aan het behalen van bepaalde doelen. Sommige
hiervan zullen ook als een ‘genezing’ worden
ervaren. Dit kan echter wel van persoon tot
persoon verschillen, wat betekent dat kritische
reflectie nodig is. <
Hoe nu verder?
Dat er meerdere interpretaties van ‘genezing’
mogelijk zijn, is niet automatisch een probleem.
Wel zou onduidelijkheid over de betekenis kunnen
leiden tot misverstanden, bijvoorbeeld tussen
mensen met hemofilie en hun behandelaren. Om
dit te voorkomen, is het belangrijk om duidelijk te
maken wat iemand precies bedoelt met het gebruik
van het woord.
39 Faktor
In de vereniging
Van de werkgroep Bekostiging:
HBC-bezoeken en
jaarrapportage HemoNED
Door Sanne Vorstermans-van Rumpt, voorzitter werkgroep Bekostiging
De jaarlijkse traditie van bezoeken aan alle behandelcentra (HBC Roadshow) zit er weer op!
Ook dit keer konden we rekenen op een hartelijke ontvangst, met vanuit de NVHP een wisselende
samenstelling met vertegenwoordiging vanuit het bestuur en de werkgroep Bekostiging. In de
gesprekken staan we stil bij recente ontwikkelingen en zaken die opvallend zijn binnen het HBC.
Wat viel op?
- Er is in toenemende mate aandacht voor meisjes
en vrouwen met een stollingsstoornis.
De meeste HBC’s zien daardoor ook een
toename van het aantal patiënten. Dit zien we
ook terug in de jaarrapportage van HemoNED.
- Bij verschillende HBC’s was er behoefte aan
Engelstalige informatie over het Nederlandse
zorgsysteem. Ze merken dat veel patiënten
die vanuit het buitenland naar Nederland zijn
gekomen geen goed begrip hebben van onze
organisatie van de zorg. Een mooi resultaat is
dat er door de werkgroep Bekostiging inmiddels
een pagina is gemaakt op onze website!
Scan de QR-code voor de pagina:
https://nvhp.nl/information-in-english/
- Bij een aantal HBC’s is concentratie en
spreiding van zorg een actueel onderwerp.
In de ziekenhuizen waar de HBC’s onderdeel van
zijn, worden niet meer altijd alle behandelingen
uitgevoerd. Als je een stollingsstoornis hebt
en voor een behandeling van een andere
aandoening uit moet wijken naar een ander
ziekenhuis, kan dat best ingewikkeld zijn.
De HBC’s steken veel energie in de
samenwerking met andere ziekenhuizen, zodat
de zorg voor de stolling goed geregeld blijft.
Belangrijk is dat je zelf altijd duidelijk aangeeft
dat er sprake is van een stollingsstoornis en bij
welk HBC je onder behandeling bent.
Dit jaar weer – en meer
De gesprekken met de HBC’s worden zowel door de
NVHP als door de HBC’s als waardevol ervaren. Ook in
2026 zullen we deze bezoeken inplannen. We merken
dat de HBC’s ons buiten de bezoeken om makkelijker
weten te vinden. Het is mooi dat we op die manier het
perspectief en het belang van de patiënten onder de
aandacht kunnen brengen!
Jaarrapportage HemoNED
Een andere update vanuit de werkgroep gaat over
het jaarrapport 2024 van HemoNED, het Nederlands
Hemofilie Register. Dit rapport laat zien hoe het
gaat met mensen in Nederland die leven met een
stollingsstoornis. Het doel van het rapport is om
ontwikkelingen in kaart te brengen en de kwaliteit van
zorg steeds verder te verbeteren. In 2024 stonden
ruim 3.000 mensen met een stollingsstoornis
geregistreerd in HemoNED.
Een belangrijke ontwikkeling is dat draagsters
met lage waarden nu officieel worden gezien als
hemofiliepatiënt. Dat zorgt voor betere registratie en
passende zorg. Bij ernstige hemofilie gebruikt vrijwel
iedereen (97–98%) profylaxe, terwijl dit bij mildere
vormen minder vaak nodig is. Opvallend is de groei
van nieuwe behandelingen, zoals non-replacement
therapieën. Steeds meer patiënten stappen over,
vaak omdat de behandeling praktischer is of beter
beschermt tegen bloedingen.
VastePrik
Het digitale logboek VastePrik wordt door meer dan
500 patiënten gebruikt om infusies en bloedingen
bij te houden. In totaal zijn er in een jaar tijd meer
dan 25.000 infusies geregistreerd, waarvan
90% preventief werden toegediend. Toch komen
Faktor 40
In de vereniging
bloedingen nog steeds voor: in 2024 werden er ruim
1.000 gemeld, waarvan bijna de helft in gewrichten
zoals enkel, elleboog en knie. De meeste bloedingen
waren mild of matig.
aan betere en op maat gemaakte zorg voor mensen
met een stollingsstoornis. Je vindt het volledige
rapport op de website hemoned.nl onder het kopje
‘publicaties’. <
Door deze gegevens samen te brengen kunnen
behandelcentra trends volgen en behandelingen
beter afstemmen op de persoonlijke situatie.
Ook wordt de geanonimiseerde data gebruikt
voor onderzoek en bij de beoordeling van nieuwe
behandelingen. Daarmee draagt HemoNED direct bij
Ken jij de Mediabank al?
In onze mediabank vind je veel informatie over
het leven met een erfelijke stollingsstoornis.
Filter op mediumtype zoals
boeken, folders of Faktors of
filter op onderwerp.
Ga naar nvhp.nl/mediabank
of scan de QR-code.
NVHP
voor iedereen met een
erfelijke sto lingsstoornis
VROUWEN
52 e jaargang • winter 2023
Vrouwspecifieke klachten
Ladies Day
Principles of Care
NIEUWE
BEHANDELINGEN
Leven met
Von Willebrand
53 e jaargang • lente 2024
Behandeling voor Glanzmann
Vraag en antwoord gentherapie
Kampeerweekend
41 Faktor
Uit de HBC’s
Beter orkestreren
van de transitiezorg
Een gezamenlijk project vanuit
alle behandelcentra
Door arts-onderzoeker Caroline Mussert
Als jongeren met een stollingsstoornis 18 jaar worden, gaan zij over van de afdeling Kindergeneeskunde
naar een afdeling die zorg aan volwassenen biedt. Deze overgang noemen we ‘transitie’ en kent veel
uitdagingen. Jongeren maken niet alleen de overstap naar een nieuw zorgsysteem, maar bevinden
zich ook in een levensfase vol andere veranderingen. Denk aan school, werk, groei, behoefte aan
zelfstandigheid en nieuwe contacten. Zonder goede begeleiding is er kans op zorguitval, gemiste
afspraken, verminderde therapietrouw en/of een verergering van de aandoening.
Om dit te voorkomen, bestaan er programma’s
die jongeren en hun ouders/verzorgers stap
voor stap voorbereiden op deze overgang. Het
ondersteunt jongeren om op eigen benen te staan
binnen de zorg. Een transitieprogramma richt zich
onder andere op het langzaam vergroten van de
eigen verantwoordelijkheden, het ontwikkelen
van praktische vaardigheden (zoals het zelf
communiceren met zorgverleners), zelf afspraken
maken, medicatie beheren en psychosociale aspecten
van het leven met een chronische aandoening.
Zoals omgaan met ziekte op school of werk.
Inzicht in ervaringen
Deze transitie is dus uitgebreider dan alleen het
moment van de overdracht van een medisch
dossier en richt zich vooral op een goede
voorbereiding. Zodat jongeren met kennis en
vertrouwen de volwassenzorg instappen en
ouders/verzorgers deze zorg gerust kunnen
loslaten. Binnen het project Partitura II, waarin alle
Nederlandse behandelcentra (HBC’s) samenwerken,
hebben we het afgelopen jaar in het Erasmus MC
focusgroepen en interviews gedaan om inzicht te
krijgen in de ervaringen en behoeften van jongeren
en jongvolwassenen met een stollingsstoornis
rondom de transitiezorg. Met als doel dit te
verbeteren. In totaal hebben we 63 jongeren en
jongvolwassenen (tussen de 12-25 jaar), hun
ouders/verzorgers en zorgverleners gesproken.
Uit de focusgroepen en interviews kwam naar
voren dat er verschillen zijn tussen de zorg bij de
Kinderhematologie en de volwassen Hematologie.
Bij de zorg voor volwassenen wordt er meer
eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
ervaren, en er is verschil in de communicatie met
zorgverleners. Daarnaast vertelden jongeren en
jongvolwassenen dat zij het fijn vinden om zelf de
controle over hun aandoening te hebben en hun
ouders/verzorgers daarin te vervangen. En dat
zij behoefte hebben aan meer zorg op afstand,
zoals digitale consulten.
Afscheid nemen
Ouders vertelden dat zij het soms lastig vinden
om afscheid te nemen van het behandelteam van
de Kinderhematologie, door de opgebouwde band
met de zorgverleners. Voor hen is het belangrijk
om te weten wie de nieuwe zorgverleners zijn
en om daarvan contactgegevens te hebben.
Daarnaast gaven zij aan dat het belangrijk is om
meer aandacht te hebben voor de impact van
transitie op ouders/verzorgers.
Zowel jongeren als jongvolwassenen
benadrukten dat goede informatie essentieel
is om de overgang naar volwassenenzorg met
vertrouwen te maken. Zij hebben behoefte
aan meer naleesbare informatie, zoals
praktische informatie. Bijvoorbeeld over hoe
de transitieperiode eruitziet, wat hun eigen
rol hierin is, wat voor verantwoordelijkheden
zij zullen krijgen bij de volwassenenzorg, wie
de nieuwe zorgverleners zijn en wat voor
verschillen er zijn tussen de afdelingen.
Faktor 42
v or iedereen met een
erfelijke sto ling st ornis
* Als een draagster zelf een verlaagde hoeveelheid factor 8 o factor 9 (onder de 50%) heeft,
is zij ook hemofiliepatiënt.
voor iedereen met en
erfelijke stolling st ornis
Uit de HBC’s
Ziektebeeld
Adviezen dagelijks leven
Bloedstolling
Erfelijkheid &
zwangerschap
Wanneer contact
opnemen?
Algemene adviezen
Websites &
bronnen
Herkennen van
bloedingen
Gevolgen van
bloedingen
Sporten &
bewegen
Tandarts, operatie &
bevalling
Vakantie
[Voor de vormgever: hier de grote gesprekskaart invoegen,
laatste versie.]
Behandelopties &
ontwikkelingen
Medicijnen &
mogelijke bijwerkingen
Opvang & school
Stress & angst
Thuis & gezin
Omgaan met de
behandeling
Leren prikken
Sociale omgeving
Informatieve
activiteiten
Volwassen worden
(transitie) & seksualiteit
Behandeling
Psychisch & sociaal
NVHP
voor iedereen met een
erfelijke stollingsstoornis
Scan de QR-code om de
gesprekskaart digitaal te
bekijken en/of te printen.
ontwikkeld door Tjaisha Eekelaar
02. 12190 NVHP Gesprekskaart SB.indd 1 24-10-2025 15:14
Praatkaarten
Samen met de NVHP ontwikkelen we nieuwe,
begrijpelijke en visuele informatiematerialen, om
informatie en uitleg over stollingsstoornissen te
verbeteren. Zo hebben we een gesprekskaart
gemaakt. De kaart geeft een visueel overzicht
van de mogelijke onderwerpen die rondom
stollingsstoornissen besproken kunnen worden.
Het onderwerp transitie wordt hierop ook benoemd.
Daarnaast hebben we 12 losse praatkaarten
ontwikkeld, die aanvullende (medische) informatie
geven over een specifiek onderwerp dat op de
gesprekskaart staat met daarbij begrijpelijke
afbeeldingen en toelichtende tekst.
De ontworpen kaarten
zullen binnenkort
geëvalueerd worden met
patiënten om ze verder
te verbeteren. Daarna
worden ze gedrukt en
aangeboden aan alle
HBC’s in Nederland.
De kaarten zijn ook te
vinden op de website
van de NVHP. Zo kan
iedereen de informatie
thuis rustig lezen en
delen met bijvoorbeeld
familie of vrienden. <
Dit is de bloedstolling
Erfelijke stollingsstoornissen:
Wand van het bloedvat
• Hemofilie A (factor 8) of hemofilie B (factor 9)
• Ziekte van Von Willebrand
• Bloedplaatjesstoornissen: trombocytopenie of trombocytopathie
• Zeldzame stollingsfactordeficiënties: factor 1 (fibrinogeen),
2, 5, 7, 10, 11 of 13
Bloedplaatje Rode bloedcel
Von Willebrandfactor
Sto lingsfactoren
Wond
Bloedprop
Dit is de erfelijkheid:
geslachtsgebonden
Situatie 1: moeder is draagster van hemofilie, vader heeft geen hemofilie
NVHP
Situatie 2: vader heeft hemofilie, moeder is geen draagster van hemofilie
Legenda
XY XX
XY XY XX XX
XY XX
XY XY XX XX
Hemofilie Draagster*
Genafwijking Geen genafwijking
Gezond
NVHP
Betrokkenen Partitura II: Erasmus MC: Caroline Mussert, Marjon Cnossen, Carolien van der Velden, Greta Mulders, Heleen van
Ommen, Marieke Kruip, Carla Groenestein; Amsterdam UMC: Lorynn Teela, Marlène Beijlevelt, Samantha Gouw; Radboud UMC:
Corinne Liem, Saskia Schols, Eemke Assendorp; UMC Utrecht: Gea van Bergen, Willie van Greevenbroek, Idske Kremer Hovinga;
LUMC: Hinke Nagtegaal, Judith Timmermans, Paul den Exter; UMCG: Louise Hooimeijer, Margreet Jansen; MUMC: Inge Merry,
Floor Heubel-Moenen; NVHP: Mariëtte Driessens, Stephan Meijer; TU Delft: Armagan Albayrak; Erasmus Universiteit: Kees Ahaus
43 Faktor
Medische Zaken
Het zorgnetwerk
voor vrouwen
Door Mariëtte Driessens, beleidsmedewerker NVHP, en Annebelle Nooteboom, communicatieadviseur NVHP
Het Nederlands Zorgnetwerk voor Vrouwen met een Stollingsstoornis (NZVS) is opgericht
om de diagnose en behandeling voor vrouwen met een stollingsstoornis te verbeteren.
De NZVS heeft een kennisplatform met informatie voor zorgverleners, organiseert
nascholing en bekijkt hoe verschillende disciplines elkaar kunnen ondersteunen bij het
verbeteren van de zorg. Het netwerk heeft ieder kwartaal een digitaal overleg.
Promovendus Tessa van Gastel van het Amsterdam
UMC gaf een presentatie over het project Ervaring
als Kracht. Binnen dit project wordt er informatie
ontwikkeld voor vrouwen met een stollingsstoornis
over seksualiteit, intimiteit & relaties en kinderwens.
Lees ook pagina 28. Ook de ontwikkeling van een
landelijk netwerk voor vrouwspecifieke gezondheid
wordt gevolgd door de NZVS. Dit initiatief komt
van ZonMw, een overheidsorgaan dat onderzoek
en vernieuwing in de gezondheidszorg stimuleert.
Verschillende deelnemers binnen het netwerk van
de NZVS gaan bijdragen.
Nieuwe medewerker
Tijdens het overleg stelt Bonnie Giesen zich voor.
Zij is een nieuwe medewerker van de NVHP en
gaat aan de slag als community builder. Bonnie
is antropoloog, zelf draagster van hemofilie en de
dochter van beleidsmedewerker Mariëtte Driessens.
In de volgende Faktor stelt Bonnie zich uitgebreid
voor. Samen met NVHP communicatieadviseur
Annebelle Nooteboom werkt zij aan het project
Meisjes en Vrouwen in de Hoofdrol.
Goede ontwikkelingen
Een andere interessante ontwikkeling is de Ruby
App. De app meet de impact van een menstruatie
op het gebied van twaalf onderwerpen, waaronder
slaap en seksualiteit. Gynaecoloog Robert de Leeuw
uit het Amsterdam UMC houdt zich bezig met de
ontwikkeling. De werkzaamheid van deze Ruby app
wordt in 2026 gevalideerd in een aantal klinische
studies. Een andere goede ontwikkeling is dat er
aandacht is voor stollingsstoornissen in de nascholing
voor huisartsen. Er is een geaccrediteerde online
cursus op de nascholingsdagen in de regio Zuid.
Het netwerk komt in januari 2026 fysiek bij elkaar om
nieuwe prioriteiten te benoemen. <
De ISTH* Self-bat tool komt ook aan bod tijdens het
overleg. Dit is een gevalideerd screeningsinstrument
om de bloedingsneiging te meten. Dat houdt in dat
de vragen in de vragenlijst goed zijn onderzocht
en getoetst zijn door experts. De NVHP wil deze
tool digitaal gaan aanbieden om mensen zonder
diagnose met een mogelijke stollingsstoornis te
wijzen op hun klachten. Bij een hoge score, krijgen
mensen het advies om de huisarts te bezoeken.
*International Society on Thromobosis and Haemostasis
Faktor 44
In de vereniging
Help jij mee bij onze activiteiten
voor Meisjes en Vrouwen
in de Hoofdrol?
Door de redactie
Het tweejarig project Meisjes en Vrouwen in de Hoofdrol is in april gestart om de
zorg voor meisjes en vrouwen met een erfelijke stollingsstoornis te verbeteren.
De NVHP organiseert activiteiten voor een snellere, juiste diagnose en goede
behandeling bij meisjes en vrouwen met een stollingsstoornis.
We richten ons bijvoorbeeld op bewustwording bij
meisjes en vrouwen over dat een stollingsstoornis een
oorzaak kan zijn van hevig menstrueel bloedverlies.
En samen met het Amsterdam UMC ontwikkelen
we informatie voor en door vrouwen met een
stollingsstoornis over seksualiteit, intimiteit & relaties
en kinderwens, zie pagina 28.
Wil je meer weten of meedenken?
Stuur een mailtje naar m.driessens@nvhp.nl.
We gaan graag met je in gesprek.
In de vereniging
Nederlands Tijdschrift voor
Hematologie over Samen
Beslissen Tool
Door de redactie
Het Nederlands Tijdschrift voor Hematologie (NTvH) publiceerde een artikel over de keuzehulp
‘Samen Beslissen bij Hemofilie’. De tool is ontwikkeld door de wereldorganisatie (WFH) en helpt mensen
met hemofilie A of B samen met hun behandelteam na te denken over passende behandelopties.
Auteurs van het artikel zijn internist-hematoloog dr. Lize van Vulpen,
verpleegkundig specialist Marlène Beijlevelt, NVHP-voorzitter
Arnoud Plat, NVHP-bestuurslid Medische Zaken Stephan
Meijer, NVHP beleidsmedewerker Mariëtte Driessens en NVHP
communicatieadviseur Annebelle Nooteboom.
Het volledige artikel* lees je door de QR-code te scannen:
*Met toestemming op onze website overgenomen van NED TIJDSCHR HEMATOL 2025;22:247-52.
45 Faktor
In Memoriam
Aad van Yperen
‘… Een levensgenieter is iemand die de
nadruk legt op het bewandelen van de weg
in plaats van op de bestemming …’
Door Cees Smit, erelid NVHP
Tussen mei 1994 en mei 2001 maakte Aad van Yperen deel
uit van het bestuur van de NVHP. In zijn laatste jaar vervulde
hij de rol van vicevoorzitter én secretaris. Ook was hij actief
binnen het bestuur van Stichting Haemophilia.
Op 1 augustus 2025 overleed Aad van Yperen op
83-jarige leeftijd in zijn woonplaats Hendrik-Ido-
Ambacht. ‘Het was gezellig: even bijpraten’, zei Aad
de laatste tijd als je na een bezoek wegging. Een paar
dagen voor zijn heengaan, zei hij dat niet meer. Ik
bezocht hem in het hospice, waar hij net een paar
dagen verbleef. Op de terugweg naar huis, realiseerde
ik me dat het waarschijnlijk de laatste keer was.
Al eerder, hadden mijn partner en ik afscheid
genomen van Aad. Dat was in de zomer van 2021
toen Aad druk bezig was met zijn Green Card en
zich definitief in Amerika wilde vestigen bij het
gezin van Olaf, zijn zoon. We aten bij Tante Bep
in Heemstede op het terras. Maar toen we thuis
waren, zeiden we tegen elkaar dat Aad voor zijn
doen weinig at en ook afgevallen was. Het werd
het begin van een lang ziekbed en een verblijf in
Amerika dat er niet meer inzat.
Aad leerde ik ergens in de jaren tachtig kennen via
de hemofilievereniging. Dat was een moeilijke periode
voor mensen met hemofilie omdat de bloedproducten
die ze gebruikten om een normaal leven te leiden,
besmet bleken te zijn met hiv, het aidsvirus. Aad zijn
broer Leo kwam daaraan al snel te overlijden. En
met hem, vele anderen met hemofilie die Aad had
leren kennen op de hemofiliepoli van het Erasmus
MC. Een groep mannen waar hij een band mee had
opgebouwd en die wegvielen door aids.
Aad zijn boosheid over de steken die de Nederlandse
overheid had laten vallen als het ging om de veiligheid
Van Yperen tijdens het zwembaduurtje
van de Van Creveldkliniek.
van bloed en bloedproducten, vertaalde zich in
een enorme drive om de waarheid boven tafel
te krijgen. Samen met andere bestuursleden
van de NVHP werd een klacht geformuleerd
tegen de Nederlandse overheid bij de Nationale
Ombudsman.
In 1996 kreeg de vereniging deels haar gelijk,
gevolgd door excuses van de overheid bij monde
van - toen Minister van Volksgezondheid – Els
Borst. In de jaren daarna, volgden nog vele
gesprekken over deze periode en de wijze waarop
de Nederlandse overheid in de coronaperiode de
productie van Nederlandse bloedproducten aan
buitenlandse investeerders verkocht.
Aad was altijd rustig en beschouwend, maar als
het over de veiligheid van bloed ging, kwamen
zijn emoties naar boven. Deze gebeurtenissen en
Aad zijn bijdrage daarin, tekenen zijn verdiensten
voor de NVHP. Van recentere datum is zijn bijdrage
om het enorme, papieren archief van de NVHP op
te ruimen en het laten digitaliseren van wat voor
eeuwig bewaard zou moeten blijven.
De uitspraak boven dit artikel is van Aad. Het is een
weg die hij tot het laatst heeft bewandeld. <
Faktor 46
In Ervaringen de vereniging delen
Wie, wat, waar
in de vereniging
NVHP
Postbus 1188,
3860 BD Nijkerk
033-2471049
nvhp@nvhp.nl
www.nvhp.nl
Bankrekeningen
Ledenadministratie:
NL53 INGB 0006 2295 70
Overige financiën:
Rabobank Randmeren
NL08 RABO 0162 6004 29
Met dank aan
De NVHP ontvangt contributies,
donaties, legaten,
overheidssubsidie, gelden van de
Stichting Haemophilia en (project)
bijdragen van de volgende
bedrijven: Bayer, CAF-DCF,
CSL Behring, Novo Nordisk,
Octapharma, Pfizer, Sobi, Roche,
Takeda. Zonder deze steun kan de
vereniging haar werk niet doen.
Contributies
Tot en met 24 jaar gratis,
daarna €37,50 per kalenderjaar.
Betaling uitsluitend per
automatische incasso
(SEPA-machtiging) tot
schriftelijke opzegging. Opzeggen
uiterlijk 1 december, schriftelijk
per mail of post.
Donateurs die minimaal €35
overmaken, krijgen Faktor
toegestuurd.
Kijk voor meer informatie
op onze website.
De NVHP heeft de ANBI-status.
Bestuur
Arnoud Plat
Voorzitter
a.plat@nvhp.nl
Eugène Baijings
Penningmeester
e.baijings@nvhp.nl
Kees Gravendeel
Secretaris
k.gravendeel@nvhp.nl
Stephan Meijer
Zorg & Onderzoek
s.meijer@nvhp.nl
Adinda Diekstra
Informatievoorziening
a.diekstra@nvhp.nl
Cathy Verbraeken
Lotgenotencontact
c.verbraeken@nvhp.nl
Werkgroepen
Werkgroep Jongeren
jongeren@nvhp.nl
Werkgroep
Kampeerweekend
kampeerweekend@nvhp.nl
Werkgroep Von Willebrand
vonwillebrand@nvhp.nl
Werkgroep Zeer Zeldzame
Stollingsstoornissen
Vacature
zeerzeldzaam@nvhp.nl
Werkgroep Vrouwen
vrouwen@nvhp.nl
Werkgroep Bekostiging
bekostiging@nvhp.nl
Werkgroep Zorg
& Onderzoek
zorg-onderzoek@nvhp.nl
Ereleden
Cees Smit en Jos Hulst zijn van
uitzonderlijke betekenis voor de
vereniging.
Raad van Advies
Mr. drs. W.J. (Wim) de Boer
Mr. ing. W.G.J.M. (Wim) van de Camp
Mw. dr. E.P. (Evelien) Mauser
Mw. D. (Dianda) Veldman
Medewerkers
Gemma Cooymans,
bureaumedewerker
g.cooymans@nvhp.nl
Mariëtte Driessens
beleidsmedewerker
m.driessens@nvhp.nl
Annebelle Nooteboom,
communicatieadviseur
a.nooteboom@nvhp.nl
Bonnie Giesen
community builder
b.giesen@nvhp.nl
Wilco van Gelder
vrijwilligerscoördinator
w.vangelder@nvhp.nl
Vormgeving en druk
MEO
www.wijzijnmeo.nl
Save the Date 2026
5, 6 en 7 juni: Kampeerweekend
19 september: Jubileum 55 jaar NVHP
47 Faktor
De NVHP
Faktor is het leden- en relatiemagazine van de
NVHP. Wij zijn de vereniging van en voor iedereen
met een erfelijke stollingsstoornis. Wij streven
als vereniging naar het verbeteren van de
kwaliteit van leven van iedereen met een erfelijke
stollingsstoornis. Onze drie belangrijkste pijlers
zijn informatievoorziening, belangenbehartiging
en lotgenotencontact.
Lotgenotencontact
Voor leden is het soms fijn om met lotgenoten
te kunnen praten. De NVHP heeft een
lotgenotencontactteam. Bel gerust voor
een vriendelijk woord of luisterend oor. Want
lotgenoten onder elkaar hebben aan een half
woord genoeg. Neem tijdens werkuren contact op
via 033-2471049 of mail nvhp@nvhp.nl.
Meldpunt
Meldingen over goede en slechte ervaringen met
de stollingszorg helpen ons bij het behartigen van
jouw belangen. Ga naar www.nvhp.nl en klik in
de blauwe balk op ‘Meldpunt’ of bel ons tijdens
werkuren op 033-2471049.
033 - 247 10 49
nvhp@nvhp.nl
www.nvhp.nl