12.02.2026 Views

Installatie & Bouw (B)_01-2026

  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

1

INSTALLATIE&BOUW

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

INSTALLATIE&BOUW

installatieenbouw.be

NUMMER 1 - 2026

februari - maart

INSTALLATIE&BOUW PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

INSTALLATIEENBOUW.BE

Duurzame ventilatie voor

B&B in oude watertoren

Voorbeschouwing

op MCE 2026

Het Techlink Data

Portal toegelicht

INCLUSIEF HET VAKKATERN

Xxxxxx


Bosch actie

5+1 GRATIS

Van 16 februari tot en met 31 maart 2026 krijg je bij aankoop van

5 ketels Condens 5300i of 5 ketels Condens 7700i een combi ketel van

hetzelfde type gratis.

Meer informatie en algemene voorwaarden op:

actie.bosch-homecomfort.be


JOUW MEEST

WAARDEVOLLE

INSTALLATIE

ONTDEK HET GROHE+ LOYALITEITSPROGRAMMA

Verkrijgbaar in de

ONTDEK HET OP

Zet je vakmanschap om in voordeel met GROHE+, het

gratis loyaliteitsprogramma voor professionele installateurs.

Verzamel punten, ontgrendel exclusieve beloningen

en gebruik tools die ontworpen zijn om jouw succes te

ondersteunen – allemaal op één plek. Download de app via

de QR-code, word lid en maak van GROHE+ jouw vaste

werfpartner. Voorwaarden en details via groheplus.grohe.be.

€ 25

CADEAU *

IN BONUS-

PUNTEN

* Word lid en ontvang 250 bonuspunten t.w.v. € 25 bij je

GROHE+ registratie. Aanbieding uitsluitend voor nieuwe

leden, beperkt tot één keer per bedrijf.


GREEN VENTILATION

WIST JE DAT...

“de binnenlucht tot 5x

meer vervuild is dan de buitenlucht?

STAY UP-TO-DATE !

Ontdek onze

catalogus


UITGAVE

1

VOORWOORD

Tussen ambitie en realiteit

Een ongeschreven regel zegt dat na de eerste week van januari geen nieuwjaarsgroeten meer worden uitgewisseld. Maar omdat dit nummer

nu eenmaal later in uw bus viel: alsnog een schitterend 2026 gewenst!

Een nieuw jaar, dat betekent traditioneel enkele nieuwe beleidsmaatregelen. Sommige daarvan raken de installatiesector rechtstreeks. De

federale overheid herstelt het btw-tarief van 6% voor warmtepompen en geeft tegelijk in haar begrotingsplannen aan dat de elektriciteitsfactuur

structureel omlaag moet, want willen we de verwarmingsmarkt elektrificeren, dan moet stroom fiscaal correct gepositioneerd zijn. In een

uitgebreid artikel in dit nummer lees je hoe de Belgische regering zo het juiste economische kader schept voor de volledige doorbraak van de

warmtepomp. Vlaanderen duwt in dezelfde richting, onder meer met het pas gepresenteerde warmtepompcharter, waarin overheid en sector

engagementen vastleggen rond kwaliteit, opleiding en uitrol.

Aan het begin van een nieuw jaar blikken we naar goede gewoonte ook eens terug op hoe de Vlaamse installatiesector het afgelopen jaar

presteerde en in welke context dat gebeurde. Volgens cijfers van Climafed trok de verwarmingsmarkt in 2025 opnieuw aan, maar is de groei

toch vooral fossiel gedreven: warmtepompen wonnen terrein, zij het niet aan het tempo dat de klimaatambities verlangen. De FOD Economie

en Embuild lieten dan weer weten dat vorig jaar maar liefst 2.780 bouw- en installatiebedrijven in België failliet gingen, een recordaantal. Het

totale aantal bouwondernemingen in ons land kromp daardoor voor het eerst in tien jaar. Alsof dat nog niet volstond, bleef de zoektocht naar

technische profielen in de bouwsector volgens het knelpuntenberoepenrapport 2026 van de VDAB vorig jaar bijzonder moeilijk, met functies

zoals werfleider, bouwcalculator en industrieel elektromecanicien hoog in de ranglijst.

Toch mogen we positief naar de toekomst kijken. De noodzakelijke elektrificatie van installaties wordt dus goed gefaciliteerd en de renovatiegolf

dooft niet uit – integendeel: de nood aan energie-efficiënte technieken neemt structureel toe, wat zich hopelijk ook vertaalt in werkgelegenheid.

Het komt er dus op aan door de cijfers heen te kijken. Installatie & Bouw wil daarbij in 2026 opnieuw uw kompas zijn. Niet met slogans, wel

met scherpe analyses die doorrekenen wat beleid betekent voor uw offerte, met technische diepgang, met stemmen uit het veld die helder

maken waar de kansen liggen, en met praktijkvoorbeelden die ertoe doen. Te beginnen met dit eerste nummer van het jaar.

Samen met u hopen we dat ambities en realiteit elkaar dit jaar mogen vinden in de installatiesector..

Veel leesplezier!

Wouter Polspoel


INSTALLATIE&BOUW

Platform over installatietechniek,

HVAC, Sanitair en EleKtriciteit

COLOFON

Jaargang 14 | nummer 1 | 2026

Verschijnt 5 x per jaar

www.installatieenbouw.be

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Kapellestraat 132/1

Gebouw G

8020 Oostkamp

+32 50 36 81 70

info@louwersmediagroep.be

louwersmediagroep.com

EINDREDACTIE

Wouter Polspoel (contentbureau Palindroom)

REDACTIETEAM

Piet Andries, Valérie Couplez, Josefien

De Bock, Joris Hendrickx, Wouter Polspoel,

Kris Vandekerckhove en Christobal van Leeuwen

PROJECTMANAGERS

Mathieu Noppe

+32 495 76 83 11

m.noppe@louwersmediagroep.be

Pieter-Jan Vansteelandt

+32 499 22 11 03

p.vansteelandt@louwersmediagroep.be

SECRETARIAAT

Elke Kina

Nancy Priem

Sylvie Vanneste

ADVERTENTIES

Een hoge resolutie PDF moet worden aangeleverd

via de AdPortal. Mocht u nog geen uploadlink

hebben ontvangen, stuur een email naar traffic@

louwersmediagroep.be

ABONNNEMENTSPRIJS

België: € 90,00 per jaar excl. btw

Buiten België: € 142,00 per jaar excl. btw

ING Bank: IBAN BE33 3631 9320 5246

BIC BBRUBEBB

t.n.v. Louwers Mediagroep

o.v.v. Installatie & Bouw

Informatie over abonnementen:

+32 50 36 81 70

ADRESWIJZIGINGEN

Schriftelijk ten minste drie weken

voor verhuizing naar:

Kapellestraat 132/1 Gebouw G, 8020 Oostkamp

OPZEGGINGEN

Indien twee maanden voor het verstrijken van de

abonnementsperiode geen schriftelijk bericht van

opzegging is ontvangen, wordt het abonnement

automatisch met een jaar verlengd.

DOELGROEP

Installateurs verwarming, elektriciteit, sanitair,

klimatisatie en luchtbehandeling, leden van de

VCB Vlaamse Confederatie Bouw, BVA Bond

van Vlaamse Architecten, CIB Vlaanderen de

Confederatie van Immobiliënberoepen van

Vlaanderen, ORI Organisatie van Raadgevende

Ingenieurs, Engineering- en Consultancybureaus,

opdrachtgevers, projectontwikkelaars, abonnees,

betrokken ministeries en diensten, provinciale

en gemeentelijke overheden en betrokken

federale, Vlaamse en regionale organisaties,

facilitymanagers bedrijven met eigen

onderhoudsploeg, fabrikanten, invoerders en

groothandelaars uit de sector.

Blijf gratis en eenvoudig op de hoogte van het

laatste nieuws. Volg ons op social media en meld

je aan voor onze nieuwsbrief!

VORMGEVING/ART DIRECTION

studio@louwersmediagroep.be

DRUKWERK

Drukkerij Hendrix, Peer

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd

zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder

bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste

weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele

wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij

aan-vaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade,

van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen

die gebaseerd zijn op deze informatie.

8

Duurzame ventilatie voor B&B in oude watertoren 8

Onderhoud: de vergeten helft van installatietechniek 10

De Pen: Naam en functie 14

Nieuwe productserie garandeert optimale waterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 16

Techlink Data Portal: één betrouwbare waarheid voor actuele productdata 18

Peppol als ruggengraat van verplichte b2b-e-facturatie in België 20

MCE 2026 pakt uit met vernieuwd beursconcept 22

Slimme ondersteuning die servicewerk versnelt 24

DOSSIER WARMTEPOMPEN

20

10

Belgisch begrotingsakkoord schept juiste kader voor volledige doorbraak warmtepomp 28

Tim Heymans (Buderus) gaat in Installatie & Bouw De Podcast

dieper in op de toekomst van de warmtepomp in ons land 32

Belgische warmtepompmarkt herpakt zich: 4 kwartalen groei in 2025 34

28


INHOUD

36 41

48 50

52

Lucht-waterwarmtepompen met natuurlijk koudemiddel op maat van elk project 36

Krachtige warmtepomp en slimme regeling voor duurzame projecten 38

Residentiële warmtepompen op propaan 41

Monoblocwarmtepompen: een toekomstgerichte specialisatie 44

ATEX en A3-koelgassen: veiligheid is geen optie, maar een voorwaarde 46

1

INSTALLATIE&BOUW PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

INSTALLATIEENBOUW.BE

INSTALLATIE&BOUW

NUMMER 1 - 2026

februari - maart

installatieenbouw.be

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

INCLUSIEF HET VAKKATERN

Duurzame ventilatie voor

Voorbeschouwing

Het Techlink Data

Xxxxxx

B&B in oude watertoren

op MCE 2026

Portal toegelicht

Aan de slag met de energietransitie: 6 praktische tips 48

Cover: Buderus

Lees meer: artikel p. 44-45

Bio-Energieforum brengt 130 professionals uit de bio-energiesector samen 50

Toer langs 10 stands op VSK+E 2026 laat zien waar de installatiesector naartoe beweegt 52

VAKKATERN ELEKTROTECH 57

Installatiepartners 74


De watertoren van het Limburgse Riemst dateert uit 1930.

Duurzame ventilatie voor B&B

in oude watertoren

De iconische watertoren van het Limburgse Riemst, daterend uit 1930, krijgt een tweede leven als B&B. In het opvallende herbestemmingsproject

werd voor de ventilatie gekozen voor de DucoBox Energy Sky in combinatie met DucoFlex-luchtkanalen. De DucoBox Energy Sky,

een ventilatietoestel van het type D, is duurzaam te noemen dankzij zijn warmteterugwinning, energiezuinige componenten en optionele

vraaggestuurde werking. Zijn compacte design, geringe gewicht en flexibele installatieopties maken de unit makkelijk te installeren. “Ook de

DucoFlex-luchtkanalen kunnen vlot worden geplaatst, dankzij het zogeheten Click & Go-principe”, vertelt Jurgen Moors van MVS Sanitair, dat

de plaatsing van het ventilatiesysteem in de nieuwe B&B voor zijn rekening nam.

Tekst DUCO en Wouter Polspoel | Beeld DUCO

Het zag er geruime tijd naar uit dat de watertoren

aan de Heukelommerweg zou worden afgebroken,

maar uiteindelijk besloot een private projectontwikkelaar

het bouwwerk, dat zonder meer een baken

vormt in Riemst, om te toveren tot een B&B. Die

zal voorzien in vijf kamers en een conciërgewoning.

Dat het lot van de watertoren zo lang onduidelijk

was, heeft onder meer te maken met de bijzondere

vorm van het gebouw, die een herbestemming

niet evident maakt. De beschikbare ruimte

is er beperkt. Om die reden werd voor de ventilatie

in de B&B gekozen voor de DucoBox Energy Sky

van DUCO, een ventilatie-unit van het type D die

uitblinkt door zijn compacte design van 670 mm

op 1.180 mm bij een hoogte van minder dan

300 mm en met zijn geringe gewicht van 19 kg.

DucoFlex-luchtkanalen, van dezelfde fabrikant,

zorgen voor de af- en aanvoer van de lucht.

8 | INSTALLATIEENBOUW.BE


De DucoBox Energy Sky-units werden tegen het plafond geplaatst.

‘De transformatie

illustreert hoe

herbestemming

en moderne

technologie elkaar

kunnen versterken’

Tweezoneregeling

De DucoBox Energy Sky biedt een debiet van

275 m³ per uur. Het toestel kan optioneel worden

uitgerust met tweezoneregeling, wat in de B&B

gebeurde. Die regeling stemt de ventilatie automatisch

af op CO 2

en vocht in elke zone, zodat het

systeem alleen energie gebruikt waar en wanneer

nodig. Samen met warmterugwinning en energiezuinige

componenten maakt die vraagsturing het

toestel uitermate duurzaam.

Duurzaamheid kenmerkt ook de DucoFlex-luchtkanalen:

met hun luchtdichtheidsklasse D – de

hoogst mogelijke – en een luchtweerstand die

niet lager kan, dragen ze fundamenteel bij aan

energiezuinig ventileren.

Units tegen plafond

“De kanalen beschikken over antibacteriële eigenschappen

voor een gezond binnenklimaat.

Ze kunnen vlot worden geïnstalleerd dankzij het

zogeheten Click & Go-principe”, vertelt Jurgen

Moors, zaakvoerder van MVS Sanitair. Zijn installatiebedrijf

plaatste de DucoBox Energy Sky-units

in de B&B. “Tegen het plafond”, verduidelijkt hij.

“Maar ze kunnen desgewenst ook aan de muur

worden bevestigd.”

Jurgen Moors en zijn bedrijf werken structureel samen

met DUCO. “Ik waardeer die samenwerking

enorm”, vertelt hij. “De producten zijn kwalitatief

en installatievriendelijk. Dankzij het Click & Goprincipe

klikken we de DucoFlex-luchtkanalen zonder

hulpstukken in elkaar, wat ons kostbare tijd

bespaart.”

Maar ook over de service van DUCO is de installateur

meer dan te spreken: “De technische ondersteuning

van DUCO op de werf, in de persoon

van Joppe Vetters, was top. Bij vragen kregen we

meteen een antwoord.”

MVS Sanitair kon de DucoFlex-luchtkanalen snel plaatsen omdat ze

zonder hulpstukken in elkaar kunnen worden geklikt.

“Illustratief project”

In een tweede fase zal het ventilatiesysteem nog

worden getest en weggewerkt achter een verlaagd

plafond. “De transformatie van de watertoren

in Riemst illustreert hoe herbestemming en

moderne technologie elkaar kunnen versterken”,

besluit Joppe Vetters. “De DucoBox Energy Sky

was de perfecte match voor dit project: compact

genoeg voor de beperkte ruimte, maar krachtig

genoeg voor het hele gebouw. En laat ons zeker

ook de stille werking van het ventilatiesysteem

niet vergeten. Die is essentieel voor het comfort

van de B&B-gasten.” ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 9


ONDERHOUD: DE VERGETEN HELFT

VAN INSTALLATIETECHNIEK

We ontwerpen steeds performantere installaties: warmtepompen met indrukwekkende zogeheten COP’s, ventilatiesystemen met warmterecuperatie,

hydraulisch uitgebalanceerde afgiftesystemen, slimme gebouwbeheersystemen die alles aansturen … Installaties falen tegenwoordig

dan ook nog zelden door fundamentele fouten in het ontwerp. Problemen zijn vaak te wijten aan gebrek aan onderhoud. Daarom is het

belangrijk nog eens te benadrukken dat installatietechniek niet stopt bij de inregeling bij oplevering; opvolging blijft essentieel.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld AI

Onderhoud mag geen bijzaak zijn.

Wie een installatie ontwerpt, focust in eerste instantie

op rendement, comfort en conformiteit.

Onderhoud zou ook altijd een expliciete ontwerpparameter

moeten zijn, maar is dat – om

het nog zacht uit te drukken – zeker niet altijd.

Het resultaat is dat de componenten van een

installatie vaak verdwijnen achter plafonds of in

schachten op zo’n manier dat ze slechts bereikbaar

zijn na demontage van een of meerdere

panelen. Of dat duidelijke labeling op bijvoorbeeld

afsluiters ontbreekt. ‘Onderhoud, dat zijn

zorgen voor later’, lijkt het credo soms te luiden.

Klopt natuurlijk, maar er moet wél al op worden

geanticipeerd bij het ontwerp en de plaatsing

van een installatie én het moet wel gebeuren.

Twee voorwaarden die overigens niet onlosmakelijk

met elkaar verbonden zijn. Immers, zelfs al

is er een concreet onderhoudsplan, dan nog is

dat geen garantie dat het onderhoud ook effectief

gebeurt. Dat kan liggen aan een onachtzame

gebruiker – een gasboiler moet bijvoorbeeld

om de twee jaar worden gekeurd, maar het is,

zeker in de particuliere markt, wel aan de gebruiker

om daarvoor een afspraak vast te leggen.

Maar ook andere prioriteiten bij de installateur

kunnen de oorzaak zijn. Een onderhoudsbeurt is

10 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Een onderhoudsbeurt is een tijdrovende ingreep die doorgaans een pak minder opbrengt dan het plaatsen van een nieuwe installatie.

Wat niet helpt: installaties die niet of nauwelijks onderhouden

worden, degraderen niet spectaculair en vaak niet zichtbaar

immers een tijdrovende ingreep die doorgaans

een pak minder opbrengt dan het plaatsen van

een nieuwe installatie. Een ingreep die er ook

nog eens voor zorgt dat installaties minder snel

vernieuwd moeten worden – de installateur op

dat vlak verdenken van een verdoken agenda,

gaat echter een brug te ver.

Onderhoud dringt zich zelden op

Wat zeker niet helpt: installaties die niet of

nauwelijks onderhouden worden, degraderen

niet spectaculair en vaak niet zichtbaar. Denk

aan warmtewisselaars die gaandeweg vervuild

geraken, debieten die verschuiven of sensoren

die nauwkeurigheid verliezen. Daardoor dringt

onderhoud zich vaak ook gewoon niet op.

En als het toch gebeurt, is het ook niet duidelijk

of het goed gedaan is. Een voorbeeld: wanneer

een onderhoudstechnieker regelstrategieën aanpast

na klachten – op het vlak van energieverbruik

of comfort bijvoorbeeld – zonder herkalibratie van

het geheel, dan heeft de gebruiker het idee dat

zijn installatie weer voor enkele jaren verder kan.

Het systeem functioneert weer, maar het optimale

werkpunt zal verschuiven, meestal zonder dat de

gebruiker het in de gaten heeft.

Regelgeving bepaalt ondergrens

Maar wettelijke keuringen ondergraven toch

al het bovenstaande, horen we u al denken. In

theorie garanderen die inderdaad een minimale

kwaliteit. In de praktijk echter, bewaken ze vooral

veiligheid en basisfunctionaliteit. Ze verzekeren

geen optimale werking. Een ventilatiesysteem kan

volledig conform zijn en toch onderpresteren door

vervuilde kanalen of slecht afgeregelde debieten.

Een warmtepomp kan technisch correct functioneren

terwijl haar rendement onder druk staat door

foutieve instellingen of gewijzigde gebruikspatronen.

De regelgeving definieert met andere

woorden een ondergrens. Een installatie blijvend

optimaal laten presteren, vraagt meer.

En onderhoudscontracten dan, elimineren die

vergeten of halfslachtig onderhoud niet, horen

we u óók denken. Helaas ook niet altijd.

Wat daarin werd vastgelegd, is ook vaak een

absoluut minimum.

Onderhoud gereduceerd tot

interventie bij storing

Onderhoud wordt zo gereduceerd tot interventie

bij storing: een defect onderdeel wordt

vervangen, een alarm gereset … Structurele

optimalisatie blijft uit. Preventieve opvolging,

herinregeling op basis van reëel gebruik,

evaluatie van prestaties ten opzichte van

ontwerpwaarden …: het vraagt een andere

mindset. ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 11


De oplevering van

een installatie zou

duidelijker het begin

van de exploitatie

ervan moeten

markeren

Te verstaan: de oplevering zou duidelijker het begin

van de exploitatie moeten markeren. Dat moment

geldt – we vallen in herhaling – nog te vaak

als eindpunt van het proces: documentatie wordt

overgedragen, instellingen worden toegelicht,

een korte rondgang volgt. Daarna verschuift de

aandacht naar het volgende project. Maar zonder

duidelijke prestatie-indicatoren, zonder afgesproken

evaluatiemomenten, zonder overdracht

van technische parameters die begrijpelijk zijn

voor gebouwbeheerders, blijft de installatie op

zichzelf aangewezen.

Onderhoud wordt vaak gereduceerd tot interventie bij storing.

Blik op lange termijn richten

Zeker vanuit het standpunt van de opdrachtgever

van een project is het echt wel opvallend dat

onderhoud zelden een volwaardig deel uitmaakt

van de projectlogica. Investeringskosten worden

doorgerekend tot op de euro, rendementen geoptimaliseerd,

maar de vraag hoe een installatie

over tien jaar nog presteert, blijft vaak impliciet.

Terwijl net daar het verschil wordt gemaakt.

Samengevat: in installatieprojecten zou

de blik verschoven moeten worden van

componentniveau naar langetermijnprestaties.

De kwaliteit van een installatie

toont zich niet op het moment van

inregeling, maar in haar gedrag na vijf

of tien jaar gebruik. Wie dat axioma onderkent,

kan onderhoud niet langer als

bijzaak behandelen. ❚

Zelfs al is er een concreet onderhoudsplan, dan nog is dat geen

garantie dat het onderhoud ook effectief gebeurt.

12 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Frames, parts and tools for HVAC/R professionals

met zorg uit voorraad geleverd

work smart

make impact Vraag jouw login op www.linum.eu

26.072 Installatie & bouw 2026 - 01.indd 1 3/02/2026 8:11:45

www.caleffi.com

WARMTEPOMP

INSTALLATIESETS

DE JUISTE BESCHERMING

VOOR IEDERE SITUATIE

PERFECT VOOR

WARMTE-

POMPEN

SUPPORTING ENERGY TRANSITION

Voor een efficiënte, betrouwbare en duurzame warmtepompinstallatie biedt Caleffi drie zorgvuldig samengestelde

installatiesets. Elk met hoogwaardige componenten, afgestemd op systeemtype en vermogen. Van basisbescherming

tot maximale systeemoptimalisatie, er is altijd een passend pakket beschikbaar. CALEFFI GUARANTEED.

4B01700770_cale_DEXE_ADV_Pompe_di_calore_newcompo_197x130_A5master_NL_NEWF.indd 1 15-1-2026 12:12:29


De Pen

‘Installaties voor

verwarming, koeling,

ventilatie, sanitair en

elektriciteit versmelten

onvermijdelijk tot

geïntegreerde systemen’

14 | INSTALLATIEENBOUW.BE


De Pen

Karl Neyrinck

gedelegeerd bestuurder EEG

nationaal voorzitter Embuild

voorzitter Techlink

ALS INSTALLATIESECTOR MOETEN WE ONS

PROFESSIONELER ORGANISEREN, OVER DE

GRENZEN VAN DE KLASSIEKE TECHNIEKEN HEEN

De installatiesector is in volle evolutie. De overgang van gas- en oliegestookte systemen naar volledig

elektrische oplossingen is ondertussen algemeen bekend. Wat vaak onderbelicht blijft, is dat die transitie

de volledige logica van gebouwtechnieken hertekent. Dat dwingt de installatiesector zich professioneler

te organiseren, over de grenzen van de klassieke technieken heen.

De energietransitie zorgt vandaag vooral voor een toenemende complexiteit. Duurzaamheidsnormen, EPB-regelgeving

en steeds hogere verwachtingen op het vlak van comfort zorgen ervoor dat technieken niet langer los van

elkaar kunnen worden bekeken; installaties voor verwarming, koeling, ventilatie, sanitair en elektriciteit versmelten

onvermijdelijk tot geïntegreerde systemen. Voeg daar zonnepanelen, batterijen en laadpalen aan toe, en het plaatje

wordt nog uitdagender.

Die gecombineerde installaties vragen bovendien meer opvolging, meer monitoring en meer onderhoud. Tegelijk

worden ze ontworpen binnen een kader van regelgeving en energietarieven die allesbehalve stabiel zijn. De stijgende

energiekosten en de toenemende prijsvariabiliteit maken dat keuzes die vandaag logisch lijken, dat morgen

misschien niet meer zijn. Ook netwerkbeheerders zoals Fluvius en ORES botsen op hun grenzen. De uitbouw van het

elektriciteitsnet kan de groeiende vraag naar vermogen moeilijk bijbenen.

Voor de klant resulteert dit alles in een gevoel van onduidelijkheid en, steeds vaker, van onbetaalbaarheid. Dat leidt

tot onbegrip en soms zelfs argwaan. En net daar ligt een duidelijke verantwoordelijkheid voor onze sector.

Als installatiesector moeten we een antwoord bieden. Dat antwoord ligt niet in het terugplooien op onze eigen

discipline, maar net in samenwerking. We moeten ons professioneler organiseren, over de grenzen van de klassieke

technieken heen, en keuzes niet langer per techniek, maar per gebouw maken. Alleen door samen te werken kunnen

we geïntegreerde, betrouwbare én betaalbare oplossingen aanbieden. Dat vraagt ook van ons dat we blijven leren,

ons bijscholen en sneller inspelen op evoluties die elkaar in hoog tempo opvolgen.

Vanuit die overtuiging hebben we ons binnen Techlink over de traditionele silo’s heen georganiseerd. Door installateurs

sanitair, elektriciteit en HVAC samen te brengen, en die basis te versterken via een fusie met distributeurs

en fabrikanten uit onze sectoren. Zo is Techlink uitgegroeid tot een sterk multitechnisch platform. In nauwe samenwerking

met Embuild, Buildwise, Volta en andere partners bouwen we aan een gezamenlijke aanpak van deze

uitdagingen.

We vertrekken daarbij vanuit een duidelijke visie. Die visie dragen we uit samen met onze leden, via gerichte

informatie, opleiding en belangenbehartiging. Het doel is helder: installateurs ondersteunen zodat zij hun rol als

betrouwbare gids voor de klant ten volle kunnen opnemen.

Er ligt nog een lange weg voor ons. Maar we gaan die uitdaging aan. Met realisme, samenwerking en een focus op

oplossingen. Niet door de problemen te ontkennen, maar door ze samen aan te pakken. Dat is vandaag meer dan

ooit nodig. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 15


NIEUWE PRODUCTSERIE GARANDEERT OPTIMALE WATERKWALITEIT

IN VERWARMINGS- EN KOELINSTALLATIES

Met de FD1-serie introduceert Fernox een compleet assortiment producten om gedemineraliseerd water te produceren voor het vullen en

bijvullen van verwarmings- en koelinstallaties.

Tekst Fernox en Wouter Polspoel | Beeld Fernox

‘Waterkwaliteit is van

fundamenteel belang voor

de prestatie, efficiëntie en

levensduur van moderne

verwarmings- en koelinstallaties’

De FD1 Fill 10 van Fernox, een draagbare unit voor het gecontroleerd vullen en bijvullen van verwarmings- en koelinstallaties.

Met de groeiende aandacht voor rendement en

langdurige bescherming van verwarmings- en

koelinstallaties en voor het naleven van fabrikantvoorschriften

biedt de FD1-serie van Fernox

installateurs een oplossing om de waterkwaliteit

op locatie gericht te optimaliseren. Ze demineraliseren

water door opgelost minerale ionen

te verwijderen. Daardoor verdwijnen niet alleen

de hardheidsvormende componenten die

kalkaanslag veroorzaken, maar ook ionen die

de corrosieneiging van het water verhogen. Het

resultaat: water dat veilig inzetbaar is in verwarmings-

en koelinstallaties.

De FD1-serie maakt daarvoor gebruik van een gemengd

ionenwisselaarshars om zowel kationen,

zoals calcium, magnesium, natrium en ijzer, als

anionen, zoals chloriden, sulfaten en nitraten, te

verwijderen. De volledige demineralisatie levert

water op met een zeer lage elektrische geleidbaarheid,

wat de serie geschikt maakt voor toepassing

conform lokale technische voorschriften

zoals TV 278 en in lijn brengt met de garantievereisten

van fabrikanten van warmtegeneratoren

– waaronder warmtepompen, hybride installaties

en ketels met groot vermogen.

Voor de beste bescherming adviseert Fernox om

gedemineraliseerd water te gebruiken in combinatie

met een zogeheten corrosie-inhibitor,

zoals Fernox Protector F1. Hoewel gedemineraliseerd

water het risico op corrosie sterk verlaagt,

vermindert het ook de buffercapaciteit van het

16 | INSTALLATIEENBOUW.BE


De FD1 Top 0,7 is een unit van Fernox die

ervoor zorgt dat bijvulwater voor residentiële

installaties altijd gedemineraliseerd is.

water. Daardoor wordt het systeem gevoeliger

voor invloeden zoals luchtindringing, materiaalinteracties

en het opnieuw toenemen van geleidbaarheid.

Fernox Protector F1 optimaliseert de

pH-stabilisatie en compenseert die gevoeligheid,

zodat de installatie ook op lange termijn betrouwbaar

blijft functioneren.

Draagbare units

Centraal in de FD1-serie staan de FD1 Fill 10 en

de FD1 Fill+ 10, draagbare units voor het gecontroleerd

vullen en bijvullen van verwarmings- en

koelinstallaties met gedemineraliseerd water.

Beide toestellen worden geleverd met een gemengd

ionwisselaarshars. Tevens zijn ze uitgerust

met een zogeheten Combi Meter die zowel het

volume als de geleidbaarheid continu opvolgt. Bij

het overschrijden van zelfgekozen waarden wordt

een signaal gegeven. De Fill+ 10 is bovendien

uitgerust met de geïntegreerde FD1 CombiValve

voor automatisch vullen en biedt terugstroombeveiliging

van type CA in overeenstemming met de

norm NBN 1717, waardoor het drinkwater wordt

beschermd tegen verontreiniging tot vloeistofcategorie

3. Voor grotere installaties kunnen de Fillunits

ook worden ingezet voor gedeeltelijke demineralisatie,

waarmee de hardheid en het gehalte

aan agressieve ionen worden verminderd zonder

het installatiewater volledig te vervangen.

Twee andere apparaten in het assortiment zijn de

FD1 Top 0,7 en de FD1 Top+ 0,7, units voor resi-

dentiële installaties die permanent geïnstalleerd

worden. Die zorgen ervoor dat bijvulwater altijd

gedemineraliseerd is, waardoor wordt voorkomen

dat onbehandeld water het systeem binnendringt.

Bovendien wordt de FD1 Top+ 0,7 geleverd met

de geïntegreerde FD1 CombiValve voor meer gemak

en controle. Deze compacte en eenvoudig te

installeren units zorgen ervoor dat de geleidbaarheid

op peil blijft wanneer er extra water wordt

toegevoegd. De patronen bevatten hars met een

kleurindicator, waarmee snel een visuele controle

mogelijk is: kleurverandering van paars naar oranje

bij verzadiging. Harsvervangingen voor de FD1

Fill 10, FD1 Fill+ 10, FD1 Top 0,7 en Top+ 0,7

zijn verkrijgbaar via Fernox, samen met verschillende

aanvullende producten die de installateur

volledige flexibiliteit bieden.

“Waterkwaliteit is van fundamenteel belang voor

de prestatie, efficiëntie en levensduur van moderne

verwarmings- en koelinstallaties,” besluit Richard

Crisp, technical manager bij Fernox. “Met de

FD1-serie beschikken installateurs over een complete

professionele oplossing om op locatie gecontroleerd

gedemineraliseerd water te produceren

en te beheren. In combinatie met een grondige

systeemreiniging en een geschikte corrosie-inhibitor

ontstaat zo een technisch sluitende waterbehandelingsaanpak

die bijdraagt aan stabiele

werking, lagere corrosierisico’s en naleving van

de geldende richtlijnen en fabrikantvoorschriften.

Deze lancering onderstreept onze inzet om installateurs

te ondersteunen met betrouwbare en toekomstgerichte

oplossingen.”

De FD1-serie versterkt de positie van Fernox als totaalleverancier

voor waterbehandeling, waarbij installateurs

worden ondersteund vanaf de eerste vulling

van de installatie tot en met de bescherming,

het testen en het onderhoud op lange termijn. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 17


Fabrikanten publiceren hun productinformatie in het

Techlink Data Portal vanuit hun eigen IT-omgeving

via een eigen ‘suite’ binnen het portaal.

TECHLINK DATA PORTAL: ÉÉN BETROUWBARE

WAARHEID VOOR ACTUELE PRODUCTDATA

Het zal u als installateur niet onbekend in de oren klinken: productinformatie zit verspreid over pdf’s, websites en Excelbestanden, is vaak

niet actueel en zou een pak beter afgestemd kunnen zijn op de software waarmee u, maar ook groothandels, studiebureaus en bouwbedrijven

werken. Techlink komt nu met een structurele oplossing voor die problemen: het Techlink Data Portal. Via dat digitale netwerk vloeit actuele

en betrouwbare productdata van bij de fabrikant structureel door naar de volledige installatiesector, ingenieursbureaus en aannemers. Weg

tijdverlies met het zoeken naar de juiste productfiches en adieu werken met achterhaalde technische specificaties.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Techlink

Wie vandaag een offerte, bestek of berekening opstelt, verliest opvallend veel

tijd aan het zoeken, controleren en opnieuw invoeren van productinformatie.

Dat leidt niet alleen tot inefficiëntie, maar ook tot fouten die vaak pas opduiken

in een latere projectfase, zoals een verkeerd vermogen, een ontbrekend

certificaat of een foutieve EPB-waarde.

Vanuit haar missie, de Belgische elektrotechnische sector verenigen en ondersteunen

door kennisdeling, belangenbehartiging, digitalisering en standaardisatie

te organiseren over de volledige keten heen, vond Techlink het haar

taak iets aan dat probleem te doen. En die oplossing is er nu, met het Techlink

Data Portal, te bereiken door te surfen naar data.techlinkportal.be.

Principe van dataspaces

Het Techlink Data Portal, dat kadert in het project dat Techlink heeft lopen in

samenwerking met het Vlaamse datanutsbedrijf Athumi en waarin afspraken

en standaarden worden uitgewerkt voor de hele bouwsector, is gebaseerd

op het principe van dataspaces, waarbij de data bij de eigenaar blijft, maar

wel veilig gebruikt kan worden door anderen. Fabrikanten publiceren hun

productinformatie vanuit hun eigen IT-omgeving – bijvoorbeeld een PIM- of

ERP-systeem – via een eigen ‘suite’ binnen het portaal.

Het doel? Eén betrouwbare waarheid voor productdata, bruikbaar in calculaties,

offertes, BIM-modellen en complianceprocessen (alle stappen om aan te

18 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Het Techlink Data Portal maakt komaf met het oude spanningsveld waarin fabrikanten controle willen behouden over hun data en gebruikers zekerheid dat ze met de

juiste productinfo werken.

tonen dat een product, installatie of project voldoet aan regelgeving, normen

en rapportageverplichtingen, red.). Updates gebeuren immers aan de bron,

waardoor installateurs en groothandels altijd met actuele gegevens werken.

Geen interpretatie, geen tussenstappen.

Het Techlink Data Portal maakt met andere woorden komaf met het oude

spanningsveld waarin fabrikanten controle willen behouden over hun data en

gebruikers zekerheid dat ze met de juiste productinfo werken.

Instrument om te voldoen aan Europese regelgeving

Het Techlink Data Portal levert niet alleen operationele winst en minder fouten

op, maar ondersteunt ook de toenemende Europese verplichtingen rond

digitale, gestructureerde en traceerbare productdata, denk aan de Ecodesign

for Sustainable Products Regulation (ESPR), de herziening van de Construction

Products Regulation (CPR) en de verplichte digitale productpaspoorten

die eraan komen. Betrouwbare datadeling is daarbij immers essentieel, om

CO 2

-uitstoot, zogeheten EPD’s en circulaire parameters correct te berekenen

en te rapporteren. Met het Techlink Data Portal neemt Techlink als beroepsfederatie

haar verantwoordelijkheid op om de sector daarin te ondersteunen.

Koppeling met TechBiM

Belangrijk is ook de koppeling met TechBiM, het standaardisatie-initiatief van

Techlink voor BIM-content. Waar TechBiM focust op geometrie en objectstructuren,

levert het Techlink Data Portal de bijhorende niet-geometrische data.

Samen vormen ze een consistente digitale laag onder ontwerp, uitvoering

en beheer.

Dat is geen simpele extra: zoals eerder al aangehaald vragen steeds meer projecten

om data die verder reikt dan prijs en afmetingen, zoals onderhoudsinformatie,

en specificaties rond herkomst, demonteerbaarheid en milieu-impact. Zonder

gestructureerde datastromen valt dat simpelweg niet beheersbaar te organiseren.

Al 35 fabrikanten aan boord

Het Techlink Data Portal werd gelanceerd na de zomer van 2025 en omvat intussen

ongeveer 35 fabrikanten, waaronder Siemens, Legrand en Jaga, die hun data

via het portaal delen. Zij betalen een licentiekost gebaseerd op hun omzet. Ook

Nika is een van de gebruikers. “Door onze data centraal en betrouwbaar beschikbaar

te maken via het Techlink Data Portal zorgen we ervoor dat onze partners

steeds vlot toegang hebben tot de juiste informatie”, getuigt Els Lyssens, sales

operations manager bij die Belgische fabrikant van onder meer schakelmateriaal,

en smarthome-oplossingen. “Zo geven wij mee richting aan de digitale evolutie in

de bouwsector en zorgen we voor een efficiëntieslag bij onze partners.”

Daarnaast is er ook aan gebruikerszijde een sterk draagvlak, met in totaal

zo’n 12.000 unieke gebruikers. Het gaat om bedrijven uit de elektrodistributie,

met Cebeo en Rexel als belangrijkste spelers, maar ook installatiebedrijven

en integratoren zoals EEG en EQUANS. Gebruikers van het Techlink Data

Portal betalen daarvoor niets.

Techlink roept gebruikers van het Techlink Data Portal op om te laten weten

welke fabrikanten zij nog missen in het portaal. Dat kan via een mailtje naar

info@techlinkportal.be. Bedrijven die gebruiker willen worden, mogen een

mailtje sturen naar hetzelfde adres. ❚

Het Techlink Data Portal is gebaseerd op het principe

van dataspaces, waarbij de data bij de eigenaar blijft,

maar wel veilig gebruikt kan worden door anderen

INSTALLATIEENBOUW.BE | 19


Organisaties die het Peppol-netwerkmodel gebruiken, merken

vaak dat niet alleen facturatie vlotter verloopt, maar dat ook

opvolging, rapportering en interne controles beter aansluiten.

Peppol als ruggengraat van

verplichte b2b-e-facturatie in België

Vanaf 1 januari 2026 is gestructureerde elektronische facturatie conform de Europese norm EN 16931 verplicht voor alle Belgische b2b-transacties

tussen btw-plichtige ondernemingen. In de praktijk verloopt die uitwisseling vrijwel altijd via het Europese Peppol (Pan-European Public

Procurement Online)-netwerk. Dat heeft directe gevolgen voor installateurs in HVAC, sanitair en elektro, die niet langer mogen facturen per

handmatige mail. De verplichting niet naleven kan leiden tot boetes.

Tekst Christobal van Leeuwen |

Beeld Unsplash en Pexels

In plaats van een pdf die iemand moet openen,

interpreteren en overtypen, werkt Peppol met een

vaste structuur die rechtstreeks tussen softwarepakketten

kan worden verwerkt. Dat maakt elektronische

samenwerking efficiënter, zeker wanneer

er veel transacties zijn of wanneer er met uiteenlopende

systemen wordt gewerkt.

Meer dan een bestandsformaat

Het is verleidelijk om Peppol te herleiden tot een

e-factuurformaat, maar het concept is breder. Peppol

omvat zowel inhoudelijke specificaties voor

documenten als afspraken over de manier waarop

die documenten worden verzonden en ontvangen.

Kies voor een access point via je softwareleverancier, of sluit rechtstreeks aan.

Voor e-facturatie is Peppol BIS Billing de bekendste

specificatie. Het is een zogeheten Core

Invoice Usage Specification (CIUS) die aansluit

op de Europese semantische standaard EN

16931, een gemeenschappelijk datamodel dat

beschrijft welke kernelementen een e-factuur be-

20 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Deelnemers kunnen erop vertrouwen dat

documenten volgens dezelfde afspraken

worden opgebouwd en uitgewisseld.

vat en hoe die betekenis eenduidig blijft tussen

verschillende systemen.

Governance: OpenPeppol

als beheerder

De Peppol-specificaties en het bijhorende interoperabiliteitskader

worden beheerd door Open-

Peppol, een ledenorganisatie zonder winstoogmerk,

opgericht als AISBL onder Belgisch recht.

OpenPeppol is wereldwijd verantwoordelijk voor

de ontwikkeling, het onderhoud en de implementatiekaders

rond Peppol.

In de praktijk werkt Peppol met duidelijke rollen,

zoals nationale ‘Peppol Authorities’ en dienstverleners,

en met regels rond conformiteit en beveiliging.

Dat governanceluik is belangrijk: het zorgt

ervoor dat deelnemers erop kunnen vertrouwen

dat documenten volgens dezelfde afspraken worden

opgebouwd en uitgewisseld.

gen vanaf 1 januari 2026 verplicht gebeuren

via gestructureerde elektronische facturen, die

rechtstreeks tussen bedrijfssoftware worden uitgewisseld..

Peppol fungeert daarbij als het meest

gebruikte en door de overheid ondersteunde netwerk..

Die ondernemingen mogen onderling dus

bijvoorbeeld geen factureren op papier of als pdf

via e-mail meer versturen. De verplichting niet naleven

kan leiden tot boetes.

Waarom dan net Peppol – er bestaan nog andere

netwerkmodellen voor het gestandaardiseerd

versturen van e-documenten? Simpelweg omdat

Peppol zowat het meest gebruikte model is. Het

is gestoeld op breed gedragen standaarden, zoals

EN 16931, en een netwerkmodel dat integraties

vereenvoudigt.

Wat betekent dit voor organisaties?

Voor veel organisaties gaat de voorbereiding minder

over een nieuw kanaal en meer over proces en

datakwaliteit. Een gestructureerde factuur vraagt

immers dat bepaalde gegevens consequent en

correct zijn: identificaties, adressen, btw-codes,

product- of dienstinformatie en betaalvoorwaarden.

Als die data in het ERP- of boekhoudpakket

niet op orde zijn, komen foutmeldingen, uitzonderingen

en manuele correcties sneller in beeld. Al

verloopt de verzending technisch gezien perfect.

Daarnaast loont het om de aanpak vooraf te bepalen.

Kies je voor een access point via je softwareleverancier,

of sluit je rechtstreeks aan? Bepaal

vervolgens hoe facturen worden ontvangen

en gevalideerd. En maak duidelijke afspraken over

uitzonderingen, zoals creditnota’s, correcties en

betwiste lijnen. Organisaties die dit goed aanpakken,

merken vaak dat niet alleen facturatie vlotter

loopt, maar dat ook opvolging, rapportering en

interne controles beter aansluiten.

Peppol is dus in essentie een fundament onder

digitale documentuitwisseling: standaardiseren

waar het kan, integreren zonder wildgroei aan

koppelingen, en de stap zetten van ‘documenten

als bijlage’ naar ‘documenten als data’. ❚

In plaats van een pdf die iemand

moet openen, interpreteren en

overtypen, werkt Peppol met een

vaste structuur die rechtstreeks tussen

softwarepakketten kan worden verwerkt

Hoe verloopt een uitwisseling?

Een vaak gebruikte uitleg is het four-corner model.

Daarbij communiceren verzender en ontvanger

niet rechtstreeks met elkaar, maar via hun

respectieve dienstverleners, zogeheten access

points. Het voordeel: organisaties hoeven niet

voor elke handelspartner een aparte technische

koppeling te bouwen. Als beide partijen via Peppol

bereikbaar zijn, kan de uitwisseling ‘over het

netwerk’ verlopen.

Concreet: een factuur wordt in het eigen pakket

opgesteld volgens de afgesproken structuur, bijvoorbeeld

Peppol BIS Billing, doorgestuurd naar

het access point, en van daaruit afgeleverd bij het

access point van de ontvanger, dat het document

doorgeeft aan het ontvangende systeem.

Waarom wint Peppol aan belang?

In België wordt bijvoorbeeld sterk ingezet op gestructureerde

elektronische facturen in het handelsverkeer.

Dat heeft ertoe geleid dat Belgische

b2b-transacties tussen btw-plichtige ondernemin-

Organisaties hoeven niet voor elke handelspartner een aparte technische koppeling te bouwen.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 21


MCE 2026 PAKT UIT MET

VERNIEUWD BEURSCONCEPT

In Rho, een voorstad van Milaan, vindt van 24 tot en met 27 maart 2026 de 44ste editie plaats van Mostra Convegno Expocomfort (MCE), de tweejaarlijkse

internationale vakbeurs voor alles wat een gebouw verwarmt, koelt, ventileert en energiezuiniger maakt. De organisatie kondigt

een grondig vernieuwd beursconcept aan, met een aangepaste hallenindeling, nieuwe thematische trajecten en een sterke focus op actuele

uitdagingen in de sector.

Tekst & Beeld RX Global

MCE 2026 speelt expliciet in op een snel veranderend

marktlandschap, waarin technologische

innovatie, energietransitie en internationalisering

steeds nauwer met elkaar verweven raken.

De beurs positioneert zich daarbij niet alleen als

product- en technologieplatform, maar ook als

ontmoetingsplek voor kennisdeling en strategische

samenwerking.

Voor de komende editie werd het beursformat

grondig hertekend. In samenwerking met het

Italiaanse architecten- en ingenieursbureau Lombardini22

werden verschillende hallen opnieuw

ingedeeld, met als doel de zichtbaarheid van

standen te vergroten en de bezoekerservaring

te verbeteren. Volgens RX Italy, organisator van

MCE, moet dit leiden tot een efficiëntere circulatie

op de beursvloer en meer interactie tussen

exposanten en bezoekers. “Deze editie is volledig

heruitgevonden en afgestemd op de huidige

marktvraag”, stelt Massimiliano Pierini, managing

director van RX Italy. “Door de vernieuwde

lay-out verhogen we niet alleen de effectiviteit

van de beurs, maar creëren we ook meer ruimte

voor inhoud en beleving.”

Focus op energieprestaties,

digitalisering en

internationale groei

MCE 2026 legt vanzelfsprekend ook sterk de nadruk

op inhoud. In de aanloop naar de beurs werden

in 2025 al verschillende thematische events

en conferenties georganiseerd rond technologi-

Het overkoepelende thema van MCE 2026 luidt: Energy is Evolving. (archiefbeeld)

22 | INSTALLATIEENBOUW.BE


MCE 2026 speelt expliciet in op een snel

veranderend marktlandschap, waarin

technologische innovatie, energietransitie

en internationalisering steeds nauwer met

elkaar verweven raken. (archiefbeeld)

De beurs positioneert zich niet alleen als product- en technologieplatform, maar ook als

ontmoetingsplek voor kennisdeling en strategische samenwerking. (archiefbeeld)

sche en economische uitdagingen voor bedrijven

in de sector. Die onderwerpen krijgen tijdens de

beurs een centrale plaats via specifieke sessies

en bezoekersroutes.

Belangrijke thema’s zijn onder meer de toepassing

van gebouwbeheersystemen en energiemanagementsystemen

om de energieprestatie van nietresidentiële

gebouwen te verbeteren, het gebruik

van artificiële intelligentie in de context van de

energietransitie en de verdere digitalisering van

ontwerp- en engineeringprocessen. Ook de internationale

expansiemogelijkheden voor Europese

bedrijven, met aandacht voor markten zoals Saudi-Arabië

en de Verenigde Arabische Emiraten,

komen uitgebreid aan bod.

1.600 exposanten

MCE blijft internationaal sterk scoren. Volgens

de laatste cijfers zijn de twaalf beurshallen volgeboekt,

met meer dan 1.600 ingeschreven exposanten,

waarvan meer dan de helft afkomstig

is uit het buitenland. Dat bevestigt de rol van

MCE als internationale businesshub voor de installatiesector.

In dat kader haalt MCE 2026 met steun van de

Italiaanse overheid ook 120 internationale professionals

met invloed op aankoop- en projectbeslissingen

uit 35 landen als bezoeker naar de beurs,

met Japan als eregast en strategische parnter van

de editie 2026.

Terugkeer van awards

en themaprojecten

Na een succesvolle eerste editie keren ook de MCE

Excellence Awards terug. Deze prijzen bekronen

innovaties op het vlak van technologie, design en

duurzaamheid binnen verwarming, koeling, ventilatie

en airconditioning.

Daarnaast krijgt het project Intelligent (use of)

Water een vervolg en uitbreiding. Verspreid over

vier hallen (2, 4, 6 en 10) tonen exposanten oplossingen

voor waterbehandeling, sanitair, pompen

en afsluiters. Het initiatief, ontwikkeld in samenwerking

met sectororganisaties zoals ANGAISA,

AQUA ITALIA, Assopompe en AVR, benadrukt het

belang van efficiënt watergebruik in zowel residentiële

als industriële toepassingen.

Duurzaamheid ook in de

beursorganisatie

Het overkoepelende thema van MCE 2026 luidt:

Energy is Evolving. Dat concept vertaalt zich niet alleen

in de inhoud, maar ook in de organisatie van

de beurs zelf. Zo wordt het gebruik van tapijt sterk

teruggeschroefd – een reductie van 75.000 m² vloerbekleding

– en wordt ingezet op recycleerbare standmaterialen

en duurzamere logistieke oplossingen.

Met die aanpak wil MCE zijn rol bevestigen als

toonaangevend platform voor een sector in volle

transitie, waar energie, technologie en duurzaamheid

steeds nadrukkelijker samenkomen. ❚

Ook de internationale expansiemogelijkheden

voor Europese bedrijven komen

uitgebreid aan bod. (archiefbeeld)

Naast de fysieke herinrichting legt MCE

2026 vanzelfsprekend ook sterk de

nadruk op inhoud. (archiefbeeld)

In samenwerking met het Italiaanse architecten- en

ingenieursbureau Lombardini22 werden verschillende hallen

opnieuw ingedeeld, met als doel de zichtbaarheid van

standen te vergroten en de bezoekerservaring te verbeteren

INSTALLATIEENBOUW.BE | 23


Slimme ondersteuning die

servicewerk versnelt

Servicewerkzaamheden aan verwarmingssystemen draaien om snelheid en de juiste beslissingen op het juiste moment. Tijdens een interventie

moet daarom alle relevante informatie meteen beschikbaar zijn. De EasyService-app van Bosch Home Comfort bundelt die in één tool

en ondersteunt installateurs bij inbedrijfstelling, onderhoud en herstellingen, rechtstreeks op locatie. Via je smartphone of tablet krijg je

makkelijk toegang tot systeeminformatie, foutcodes, documentatie en rapportage. Zo verloopt elk servicebezoek vlotter en consistenter.

Tekst Joris Hendrickx | Beeld Bosch Home Comfort

Met de dataloggingfunctie worden diverse parameters

weergegeven in een realtime diagram.

De onderhoudsrapportfunctie begeleidt je eenvoudig doorheen het onderhoud,

met de mogelijkheid om een PDF-rapport te drukken en digitaal te ondertekenen.

De EasyService-app van Bosch Home Comfort

toont foutcodes en koppelt ze meteen aan mogelijke

oorzaken en oplossingen. Dat versnelt diagnoses

en voorkomt giswerk. Reserveonderdelen

zoeken verloopt eenvoudiger via EasyScan. Een

scan of korte zoekopdracht volstaat om het juiste

onderdeel te vinden.

Daarnaast geeft de app je directe toegang tot

technische documentatie. Handleidingen, veilig-

heidsinstructies en schema’s blijven altijd beschikbaar.

Contact opnemen met de technische support

gaat net zo snel. Je kiest het toestel in de app

en belt meteen met de juiste specialist.

Zelfs software-updates verlopen vlot. Compatibele

systemen krijgen updates via een directe, beveiligde

verbinding. Dat kan zelfs zonder actieve internetverbinding.

Zo blijft elk toestel up-to-date,

ongeacht de locatie.

Rechtstreekse communicatie

met het verwarmingssysteem

Wil je verder gaan? Dan koppel je de EasyServiceapp

aan de Smart Service Key, een interface naar

de elektronica van het verwarmingstoestel. Die

verbinding opent het Connected-menu en tilt de

service naar een hoger niveau. De app communiceert

dan rechtstreeks met het verwarmingssysteem.

Dat levert nog meer inzicht, controle en

snelheid op.

24 | INSTALLATIEENBOUW.BE


controleert de configuratie. Dat verkleint de kans

op fouten.

Ook bij onderhoud en herstellingen biedt deze

koppeling duidelijke voordelen. Functietests controleren

componenten ter plaatse. Datalogging registreert

systeemgedrag tot veertien dagen lang.

Zo spoor je terugkerende problemen sneller op.

Minder administratie,

meer duidelijkheid

Service stopt niet bij techniek. Rapportage en

communicatie verdienen evenveel aandacht. De

EasyService-app vereenvoudigt dat proces sterk.

Onderhouds- en servicerapporten vul je digitaal in

tijdens het bezoek. Foto’s toevoegen, notities maken

en digitaal ondertekenen gaat meteen.

Met één druk op de knop genereert de app een

overzichtelijk PDF-rapport. Dat document verstuur

je direct naar de klant of voeg je toe aan de factuur.

Zo blijft alles correct vastgelegd en vermijd je

achteraf extra werk.

Deze Smart Service Key breidt de functionaliteit van de EasyService-app aanzienlijk uit door

een directe verbinding te maken tussen je smartphone en het verwarmingstoestel.

De app toont foutcodes en

koppelt ze meteen aan mogelijke

oorzaken en oplossingen

Ook de mogelijkheid om configuraties op te slaan

is een grote meerwaarde. Via de functie Favorieten

bewaar je de instellingen van een systeem.

Bij gelijkaardige installaties of een vervanging in

het bestaande systeem laad je die configuratie gewoon

opnieuw in. Dat bespaart tijd en verhoogt

de uniformiteit.

Meegroeiend met noden

en innovaties

Met de EasyService-app bewijst Bosch Home

Comfort dat digitalisering geen extra last vormt,

maar net rust brengt in je dagelijkse werk. Door

je service te digitaliseren, win je tijd, overzicht en

vertrouwen. Elk bezoek verloopt efficiënter. Elk systeem

blijft beter onder controle.

Het startscherm toont meteen de systeemstatus.

Fouten, parameters en belangrijke waarden

verschijnen overzichtelijk in beeld. Tijdens de

inbedrijfstelling begeleidt een systeemscan elke

stap. De app vraagt de juiste parameters op en

De EasyService-app ondersteunt een brede waaier

aan Bosch-verwarmingstoestellen en warmtepompen.

De compatibiliteit wordt bovendien voortdurend

uitgebreid. Zo blijft de tool aansluiten bij

nieuwe systemen en technieken. ❚

De Smart Service Key dient als interface naar de elektronica van het verwarmingssysteem en wordt rechtstreeks met het verwarmingstoestel verbonden.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 25


DATA PORTAL

De wegwijzer naar

betrouwbare data

Directe toegang tot gestructureerde

product- en handelsinformatie – rechtstreeks

van fabrikanten en leveranciers.

Een netwerk van

geconnecteerde data

Geen mailtjes of losse bestanden meer,

maar een rechtstreekse connectie naar

correcte en actuele productdata.

Elke schakel in de keten

wint erbij!

Voor FABRIKANTEN

Uw data bereikt rechtstreeks de software die de sector

dagelijks gebruikt en u blijft eigenaar van de data

en bepaalt zelf wat ermee gebeurt. Bovendien is dit

gealigneerd met toekomstige Europese wetgeving.

Voor GROOTHANDELS

Product- en handelsdata stromen rechtstreeks van

bij de fabrikant naar uw ERP-systeem en webshop

waardoor manueel werk en fouten vermeden

worden.

Voor INSTALLATEURS

Geen tijdverlies meer met zoeken of dubbel invoeren

van productdata. Calculaties zijn sneller en correcter,

offertes transparanter, bestellingen efficiënter.

DATA PORTAL

Ontdek uw voordelen op

techlinkportal.be


Wat is de toekomst van verwarmen? Bij Buderus gaan we volop voor elektrificatie met als

beste voorbeeld onze nieuwste propaanwarmtepompen. Toch staat de toekomst niet los

van het heden. Daarom zijn hybride systemen zo belangrijk: de kracht van gas en stookolie,

gecombineerd met de CO2-efficiëntie van hernieuwbare energie met warmtepompen. Deze

totaalvisie maakt Buderus klaar voor de toekomst.

Surf naar buderus.be en ontdek onze verwarmingssystemen


DOSSIER WARMTEPOMPEN

Belgisch begrotingsakkoord

schept juiste kader voor volledige

doorbraak warmtepomp

Hoewel de warmtepomp al jaren wordt beschouwd als technologisch rijp, breed inzetbaar en cruciaal voor de energietransitie, bleef een

volledige doorbraak in België tot nu toe uit. Uit de meest recente cijfers blijkt dat in 2024 zo’n 3,6% van de Vlaamse huishoudens een warmtepomp

als hoofdverwarmingswijze had – voor Wallonië is dergelijke statistiek niet beschikbaar. De oorzaak daarvan is dus niet een gebrek

aan vertrouwen in de techniek, maar wel het ontbreken van het juiste economische kader. Het Belgische begrotingsakkoord dat premier Bart

De Wever midden november aankondigde, lijkt daar fundamenteel verandering in te brengen. Vlaanderen en Wallonië bepalen wel elk op hun

manier hoe snel de warmtepomp uitgroeit van alternatief tot norm.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay en AI

De discussie over warmtepompen, cruciale technologie

om de uitstoot door het verwarmen en

koelen van gebouwen structureel te verminderen,

was in Vlaanderen – waar we in dit artikel op focussen

– zelden technisch. De performantie staat

buiten kijf: moderne lucht-lucht-, lucht-water- en

geothermische warmtepompsystemen leveren stabiele

warmte, werken steeds vaker met natuurlijke

koudemiddelen en integreren probleemloos met

lage-temperatuurafgiftesystemen. De echte rem

zat elders.

Onder meer in de verhouding tussen elektriciteitsen

gasprijzen. Netstroom – die vandaag overigens

nog niet voor de volle 100% op basis van hernieuwbare

bronnen wordt geproduceerd – kost op

heden in België zo’n 3,7 keer meer dan gas – dat

is ongunstiger dan in veel buurlanden, waar die

ratio ongeveer 2 is. Voor gezinnen zonder zonnepanelen

maakt dat elektrisch verwarmen niet vanzelfsprekend

goedkoper dan fossiel verwarmen;

zelfs bij de keuze voor een warmtepomp met een

hoge zogeheten COP – die aangeeft hoe efficiënt

een warmtepomp werkt, hoe hoger, hoe beter –

valt de elektriciteitsfactuur vandaag duurder dan

de factuur verbonden aan verwarmen op gas of

stookolie. Zeker in bestaande woningen, waar

de hogere warmtevraag de businesscase van de

warmtepomp helemáál fnuikt.

Dat probleem erkent het Belgische begrotingsakkoord

impliciet, met een aangekondigde verlaging

van accijnzen op elektriciteit en de verhoging

van accijnzen op gas – met behoud van sociale

beschermingsmaatregelen om te voorkomen dat

kwetsbare gezinnen uit de boot vallen. Die zullen

er volgens energie-expert Ruben Baetens van de

KU Leuven voor zorgen dat de prijsverhouding

tussen elektriciteit en aardgas de komende jaren

zal zakken, naar ongeveer 2,6 in 2029. Daarmee

komt ze voor het eerst in een zone waarin warmtepompen

economisch logisch worden voor de

meerderheid van de woningen. Climafed, al jaren

pleitbezorger van die evolutie, spreekt dan ook

van “een belangrijke en betekenisvolle stap in een

lang traject richting elektrificatie”.

Vooral voor Belgische gezinnen zonder zonnepanelen is de overstap van fossiele verwarming

naar een warmtepomp vandaag financieel niet interessant. (beeld: AI)

Zeker ook omwille van het karakter van de federale

begroting. Anders dan gebruikelijk in België,

is deze begroting geen klassieke jaaroefening,

maar een meerjarenplan dat de volledige legislatuur

overspant. Dat maakt het akkoord uitzonderlijk

stevig verankerd in de tijd. De warmtepomp

28 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

wordt geen gok meer op toekomstige beleidswijzigingen,

maar een logische stap binnen een

voorspelbaar traject.

In Vlaanderen waren er natuurlijk ook al enkele

maatregelen gericht op het structureel aantrekkelijker

maken van elektriciteit als energiedrager,

zoals onder meer de verplichte fossielvrije verwarming

in nieuwbouw sinds 2025 en de geleidelijke

afbouw van historische groenestroomcertificaten.

Het federale begrotingsakkoord versterkt die bestaande

Vlaamse beleidslijn.

Die Vlaamse beleidslijn kreeg recent trouwens een

formelere structuur via het warmtepompcharter

dat de Vlaamse Regering afsloot met de warmtepompsector.

Dat charter is geen subsidieregeling,

maar een wederzijds engagement: de overheid

belooft een stabiel en voorspelbaar beleidskader

voor warmtepompen, terwijl de sector zich engageert

op het vlak van kwaliteit, opleiding en correcte

toepassing van de technologie. Het doel is

expliciet om de warmtepomp niet langer als nicheoplossing

te behandelen, maar als volwaardig en

schaalbaar alternatief voor fossiele verwarming,

ook in renovatiecontext. Door die structurele afstemming

tussen beleid en markt verkleint Vlaanderen

de kloof tussen ambitie en uitvoering – een

Het Belgische begrotingsakkoord verandert de aard van het gesprek tussen installateur en klant:

niet langer de betaalbaarheid staat centraal, maar wel de technische haalbaarheid. (beeld: AI)

Naast de aanpassing van accijnzen

op gas en elektriciteit en de

btw-verlaging zijn er nog enkele

begrotingsgerelateerde hefbomen

die minder zichtbaar zijn

Ook ontwikkelingen in de warmtepompmarkt zelf

zorgen ervoor dat de toepassing van de technologie

eindelijk zal kunnen opschalen. (beeld: AI)

cruciale voorwaarde om de warmtepomp effectief

van alternatief tot norm te laten doorgroeien.

Lagere btw maakt investering

in warmtepomp interessanter

De Belgische begroting voorzag ook in een btwverlaging

naar 6% voor de levering en plaatsing

van warmtepompen. Die maatregel, die op 1 januari

van dit jaar inging en al zeker tot en met 31

december 2030 geldt, verlaagt de instapdrempel

om over te schakelen op de warmtepomp. Van 1

april 2022 tot en met 31 december 2024 gold

overigens ook al tijdelijk een btw-tarief op de

levering en plaatsing van warmtepompen. Dat

was toen een crisismaatregel in het kader van de

energiecrisis. ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 29


DOSSIER WARMTEPOMPEN

De lagere aankoopprijs van een warmtepomp waar

de btw-verlaging voor zorgt, is vanzelfsprekend een

mooie aanvulling op het goedkoper maken van de

elektriciteitsprijs. Zo worden investering én gebruik

van de warmtepomp financieel interessant(er).

Ook minder directe

hefbomen in begroting

Naast de aanpassing van accijnzen op gas en elektriciteit

en de btw-verlaging, die het economische

kantelpunt voor warmtepompen rechtstreeks beïnvloeden,

zijn er nog enkele begrotingsgerelateerde

hefbomen die minder zichtbaar zijn, maar op middellange

termijn wel degelijk de populariteit van

warmtepompen verder kunnen versterken. Zo zet

het federale akkoord ook aan tot een verdere hervorming

van de nettarieven, met meer aandacht

voor kostreflectie en piekbelasting, wat goed

ontworpen en slim aangestuurde warmtepompsystemen

in de kaart speelt. Daarnaast creëert de

begroting budgettaire continuïteit voor renovatiebeleid

en energiefinanciering, wat indirect maar

wezenlijk bijdraagt aan de warmtepompklaarheid

van het bestaande gebouwenpark. Tot slot geven

investeringen in de verduurzaming van federale

gebouwen en publieke infrastructuur de warmtepompmarkt

extra schaal en zekerheid. Grootschalige

publieke projecten versnellen standaardisering,

drukken kosten en versterken het vertrouwen

bij fabrikanten, installateurs en eindgebruikers.

Europa duwt markt mee

richting warmtepomp

Niet alleen België, maar ook Europa draagt bij

aan het creëren van het juiste kader voor de volledige

doorbraak van warmtepompen in ons land.

Het ETS2-systeem dat begin volgend jaar ingevoerd

wordt (uitstel tot 2028 ligt wel op tafel,

red.), zal fossiele energie immers structureel duurder

maken. Daardoor kantelt het economische

speelveld de komende jaren verder in het voordeel

van elektrische verwarming.

Daarnaast zorgen ook ontwikkelingen in de warmtepompmarkt

zelf ervoor dat de toepassing van de

technologie eindelijk zal kunnen opschalen. Tot

voor kort bleef de warmtepomp in Vlaanderen

sterk geassocieerd met nieuwbouw, maar cijfers

van Climafed en Frixis tonen aan dat lagetemperatuurradiatoren,

monoblocsystemen met natuurlijke

koudemiddelen zoals propaan (R290)

en hybride of collectieve oplossingen het mogelijk

maken om warmtepompen ook in bestaande woningen

rendabel te maken.

Het Belgische begrotingsakkoord verandert de aard

van het gesprek tussen installateur en klant

De performantie van warmtepompen staat al langer buiten kijf,

de rem op de volledige doorbraak in ons land zat elders. (beeld: Pixabay)

30 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

Tot voor kort bleef de warmtepomp in Vlaanderen sterk geassocieerd met nieuwbouw, maar cijfers tonen aan dat

lagetemperatuurradiatoren, monoblocsystemen met natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290) en hybride of collectieve

oplossingen het mogelijk maken warmtepompen ook in bestaande woningen rendabel te maken. (beeld: Pixabay)

Minder haast in Wallonië

Laat ons dan nog even de blik richten op Wallonië

– onze lezers zijn niet alleen actief in Vlaanderen.

Het Belgische begrotingsakkoord schept in principe

hetzelfde economische kader voor warmtepompen

in Wallonië als in Vlaanderen, omdat maatregelen

rond accijnzen, btw en energieprijzen federaal gelden.

Ook in Wallonië wordt elektrisch verwarmen

daardoor stap voor stap aantrekkelijker.

Toch is een verschil. En dat zit in de beleidsvertaling:

waar Vlaanderen de warmtepomp

expliciet naar voren schuift als hefboom voor

elektrificatie, kadert Wallonië ze vooral binnen

een breder renovatiebeleid op lange termijn. De

warmtepomp speelt er dus zeker een rol, maar de

doorbraak verloopt minder uitgesproken en aan

een ander tempo dan in Vlaanderen. Er mag dus

verwacht worden dat de warmtepomp sneller

gemeengoed zal zijn in Vlaanderen dan in het

zuidelijke gewest.

Expertise van de installateur

opnieuw centraal

Wat betekent een en ander nu juist voor de

installateur? Wel, het Belgische begrotingsakkoord

verandert vooral de aard van het gesprek

tussen installateur en klant. Zolang elektriciteit

structureel te duur was, draaide het debat vooral

rond terugverdientijd en financiële risico’s. Nu

die scheefgroei geleidelijk wordt rechtgezet,

verschuift de focus naar de technische haalbaarheid:

is de woning warmtepompklaar, welk

afgiftesysteem is aangewezen, welke elektrische

aanpassingen zijn nodig en waar liggen realistische

comfortverwachtingen? Het begrotingsakkoord

neemt niet alle drempels weg, maar het

haalt wel de grootste blokkade uit het traject.

Daardoor komt de expertise van de installateur

opnieuw centraal te staan – niet als verkoper van

een toestel, maar als ontwerper van een goed

werkend verwarmingssysteem. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 31


DOSSIER WARMTEPOMPEN

TIM HEYMANS (BUDERUS) GAAT IN INSTALLATIE &

BOUW DE PODCAST DIEPER IN OP DE TOEKOMST VAN

DE WARMTEPOMP IN ONS LAND

De warmtepomp staat al jaren technologisch op punt, maar krijgt vandaag pas echt het juiste economische kader, met nieuwe premies aan

Vlaamse kant, de invoering van het btw-tarief van 6% op warmtepompen tot eind 2030, en de verschuiving in de prijsverhouding tussen elektriciteit

en gas waar de recent voorgestelde federale begroting in voorziet. Wij spraken er in een recente aflevering van Installatie & Bouw De

Podcast over met Tim Heymans, accountmanager bij Buderus, fabrikant van – onder meer – warmtepompen.

Tekst Kris Vandekerckhove |

Beeld Kris Vandekerckhove

Volgens Tim Heymans is de impact van de nieuwe

beleidsmaatregelen (zie ook artikel op pagina 28-

31, red.) vandaag al zichtbaar in de markt, al vertaalt

die zich voorlopig vooral in interesse. Of het

ook echt tot aankoopbeslissingen komt, zal nog

moeten blijken. “We zien duidelijk dat offerteaanvragen

voor warmtepompen toenemen, terwijl die

voor gasketels afnemen”, stak hij van wal. “Dat

is een omkering van de trend die we vorig jaar

zagen, toen veel klanten nog snel een gasketel

wilden plaatsen vóór de btw-verhoging.”

De btw-verlaging naar 6% blijkt een belangrijke

trigger, maar tegelijk zorgt ze voor extra complexiteit.

Installateurs worden geconfronteerd met gesplitste

facturatie, onduidelijkheid over wat wel

en niet onder het lagere tarief valt, en bijkomende

vragen van klanten. “In de praktijk zien we dat

sommige installateurs uit voorzichtigheid alles

aan 21% blijven factureren, omdat ze niet zeker

zijn van de regels”, aldus Tim Heymans.

In nieuwbouw is het speelveld duidelijk: fossiele

verwarmingssystemen voldoen niet langer aan de

vereiste rendementen, waardoor de warmtepomp

er de facto de norm is geworden. In renovatie ligt

dat genuanceerder. Tim Heymans maakt een onderscheid

tussen basisrenovaties en ingrijpende

renovaties. “Wanneer een ketel plots stukgaat,

kiezen mensen vaak voor de snelste en goedkoopste

oplossing. Dan blijft de gasketel aantrekkelijk.

Maar bij ingrijpende renovaties, waar ook isolatie,

ventilatie en afgiftesystemen aangepakt worden,

zien we wél vaker de stap naar een warmtepomp.”

Technische haalbaarheid blijft sleutel

Hoewel beleidsmakers aangeven dat een groot

deel van het woningbestand technisch geschikt

is voor warmtepompen, loopt het in de praktijk

Tim Heymans (l.) en Kris Van de Kerckhove, editor-in-chief bij Louwers Mediagroep,

dat Installatie & Bouw uitgeeft, tijdens de podcastopname.

vaak vast op een combinatie van factoren. Isolatiegraad

is daarbij cruciaal: onvoldoende geïsoleerde

woningen vereisen grotere vermogens, wat

de investering duurder maakt. Daarnaast spelen

ook elektrische aansluitingen een rol. “Zwaardere

warmtepompen vragen soms een driefasige aansluiting,

en die is niet overal beschikbaar zonder

verzwaring”, legde Tim Heymans uit in de podcast.

Ook plaatsing en geluid blijven aandachtspunten,

zeker in stedelijke context of bij rijwoningen en appartementsgebouwen.

Hoewel moderne warmtepompen

aanzienlijk stiller zijn geworden, moeten

geluidsnormen en burenhinder zorgvuldig worden

meegenomen in het ontwerp.

Vlaanderen loopt voorop

Regionaal ziet Buderus duidelijke verschillen.

Vlaanderen loopt voorop, mede dankzij strengere

EPB-eisen en een beter geïsoleerd woningbestand.

In Wallonië is stookolie nog sterk aanwezig en ligt

de focus voorlopig vooral op het vervangen van

bestaande installaties, minder op elektrificatie.

Dat vertaalt zich ook in een andere productmix en

marktdynamiek.

Rol van de installateur

wordt belangrijker

Met het wegvallen van de puur economische

drempels verschuift het gesprek van betaalbaarheid

opnieuw naar techniek en kwaliteit. De rol

32 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

van de installateur wordt daardoor opnieuw belangrijker.

Buderus zet sterk in op ondersteuning,

onder meer via hulp bij dimensionering, hydraulisch

ontwerp en leidingdiameters, maar ook via

opleidingen. Tim Heymans: “Warmtepompen werken

met lagere temperaturen en kleinere temperatuurverschillen.

Dat vraagt andere debieten en

aangepaste leidingdiameters. Daar zit in renovatieprojecten

vaak een onderschat risico.”

Misvattingen bij eindklanten

Bij installateurs ziet Tim Heymans de kennis

snel groeien, maar bij eindklanten leven nog

hardnekkige misvattingen, vooral rond geluid

en prestaties bij lage buitentemperaturen. “Die

vooroordelen stammen uit het verleden. Moderne

warmtepompen, onder meer de nieuwste modellen

die op propaan werken, leveren vandaag ook

bij lage buitentemperaturen stabiele vermogens,

mits correcte dimensionering en inregeling.”

Stabiliteit als sleutel richting 2030

Wat zal de markt definitief doen kantelen? Volgens

Tim Heymans is het geen kwestie van één

factor. “Het is de combinatie van de taxshift,

premies en regelgeving. Vooral de stabiliteit is

belangrijk. Dat de btw-verlaging vastligt tot 2030

geeft installateurs en fabrikanten eindelijk een

voorspelbaar kader om in te werken.”

De aflevering van Installatie & Bouw De Podcast

met Tim Heymans is te beluisteren via de website

van Installatie & Bouw België of via de gekende

streamingskanalen, waar hij te vinden is onder het

kanaal ‘Installatie & Bouw’. ❚

‘Zwaardere

warmtepompen

vragen soms een

driefasige aansluiting,

en die is niet overal

beschikbaar zonder

verzwaring’

Tim Heymans van Buderus.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 33


DOSSIER WARMTEPOMPEN

BELGISCHE WARMTEPOMPMARKT HERPAKT ZICH:

4 KWARTALEN GROEI IN 2025

Nieuwe cijfers van Climafed en Frixis tonen aan dat de verkoop van warmtepompen in alle kwartalen van 2025 groeide, na een periode van

sterke schommelingen door prijsdruk en beleidswijzigingen.

Tekst Climafed en Wouter Polspoel | Beeld Climafed

Over heel 2025 steeg de verkoop van warmtepompen

voor centrale verwarming in België

met 13% in vergelijking met 2024, goed voor

zo’n 35.000 nieuwe installaties. Daarbij vertegenwoordigen

lucht-waterwarmtepompen veruit

het grootste aandeel. Binnen dat segment blijven

lucht-waterwarmtepompen in splituitvoering

numeriek dominant, met een stijging van

7%, goed voor 21.600 installaties. Tegelijkertijd

kenden lucht-watermonoblocwarmtepompen

een sterkere groei van 45% of zo’n 6.400 installaties.

Volgens Climafed en Frixis hangt die

evolutie samen met de toenemende toepassing

van propaan als koelmiddel, dat in steeds meer

systemen wordt ingezet.

34 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

Over heel 2025 steeg de verkoop

van warmtepompen voor centrale

verwarming in België met 13%

Climafed en benadrukken de centrale rol

die de installateur speelt in de transitie

van fossiel naar elektrisch verwarmen.

Met die groei presteert de sector beter dan in

2024 en 2022, maar blijft ze onder het uitzonderlijke

piekjaar 2023. Volgens Climafed en Frixis

wijst dat net op een gezondere marktdynamiek.

Na jaren van sterke schommelingen, met 2023

dus als uitgesproken uitschieter, stabiliseert de

warmtepompmarkt en groeit ze op een meer voorspelbare

en structurele manier, zonder nieuwe pieken

of tekenen van oververhitting.

Ook geothermische warmtepompen kenden in

2025 een verdere, zij het gematigde groei. Ondanks

een terugval in nieuwbouwvergunningen

steeg dit segment met 9%, goed voor zo’n 5.400

installaties.

Daarnaast groeide ook het aantal lucht-luchtwarmtepompen,

met 13%, goed voor ongeveer

120.000 installaties. Opvallend is dat deze

toestellen ook tijdens de wintermaanden beter

bleven verkopen, wat erop wijst dat ze steeds

vaker als volwaardige verwarmingsoplossing

worden ingezet.

Niet elk segment volgde die positieve trend. De

verkoop van warmtepompboilers daalde in 2025

met 20%, tot ongeveer 14.750 toestellen. Hoewel

de businesscase vandaag duidelijk is, blijkt deze

technologie bij consumenten nog te vaak onder

de radar te blijven.

Beleidskader en energieprijzen

geven rugwind

Volgens Climafed en Frixis is het herstel van de

warmtepompmarkt geen toeval. Verschillende

beleidsmaatregelen beginnen tegelijk door te

werken (zie ook artikel op pagina 28-31, red.). Zo

wordt in nieuwbouw in Vlaanderen sinds begin

2025 fossielvrij verwarmen verplicht, wat vooral

geothermische warmtepompen extra aantrekkelijk

maakt, onder meer door de mogelijkheid tot passieve

koeling via de bodem. Ook het geleidelijk

uitdoven van groenestroomcertificaten in Vlaanderen

speelt de warmtepompmarkt in de kaart.

Ook recenter beleid zal de groei volgens Climafed

en Frixis bevorderen, zoals de btw-verlaging naar

6% voor warmtepompen in nieuwbouw, het verbod

op stookolieketels in nieuwbouw in Wallonië

vanaf januari 2026 en de taxshift van de elektriciteits-

naar de gasfactuur die ons land plant.

Daarnaast zal ook het warmtepompcharter dat

de Vlaamse overheid en de warmtepompsector recent

ondertekenden, helpen. In dat charter engageren

Vlaanderen en marktspelers zich om samen

de uitrol van warmtepompen te versnellen via

een stabiel beleidskader, blijvende ondersteuning

en duidelijke communicatie. De overheid belooft

onder meer werk te maken van een Warmtepompplan,

met aandacht voor steunmaatregelen, begeleiding

via Energiehuizen en een heldere regelgeving,

terwijl de sector inzet op kwaliteit, opleiding

en transparantie. Volgens Climafed is die gezamenlijke

aanpak cruciaal om het vertrouwen bij

gezinnen en installateurs duurzaam te herstellen

en de warmtepomp definitief als vanzelfsprekende

verwarmingsoplossing te verankeren.

Tot slot zal ook het Europese ETS2-systeem dat begin

volgend jaar ingevoerd wordt (uitstel tot 2028

ligt wel op tafel, red.) de economische logica van

elektrisch verwarmen versterken.

Installateur speelt sleutelrol,

voorbereiding blijft cruciaal

Climafed en Frixis benadrukken dat de installateur

een centrale rol speelt in deze transitie. Hij of zij

is het best geplaatst om te beoordelen of een woning

warmtepompklaar is en om gericht advies te

geven over eventuele aanpassingen. Een warmtepomp

kan bovendien een positief effect hebben

op het EPC-label, wat de waarde van de woning

ten goede komt.

Voor gezinnen met een nog goed werkende fossiele

ketel raden de sectororganisaties aan om

zich tijdig voor te bereiden. Het controleren van

de elektrische aansluiting, bijkomende isolatiemaatregelen

en eventuele aanpassingen aan het

afgiftesysteem zijn de meest voorkomende aandachtspunten.

Wie dat vooraf bekijkt, kan bij een

defect sneller en vlotter omschakelen.

Vooruitblik: vertrouwen groeit,

voorwaarden komen samen

Climafed en Frixis kijken met vertrouwen naar

2026. De cijfers tonen een gestabiliseerde markt

met structurele groei, terwijl beleid, energieprijzen

en technologie steeds beter op elkaar afgestemd

raken (ook daarover meer in het artikel op

pagina 36-39, red.).

“De warmtepomp is geen nichetechnologie meer,”

klinkt het in de sector. “Ze is klaar voor de volgende

stap, op voorwaarde dat het beleid stabiel blijft en

consumenten correct geïnformeerd worden.” ❚

Het warmtepompcharter dat de Vlaamse

overheid en de warmtepompsector recent

ondertekenden, moet de groei mee consolideren.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 35


DOSSIER WARMTEPOMPEN

LUCHT-WATERWARMTEPOMPEN MET NATUURLIJK

KOUDEMIDDEL OP MAAT VAN ELK PROJECT

AQUAREA M en AQUAREA L zijn twee reeksen lucht-waterwarmtepompen van Panasonic Heating & Cooling Solutions die gebruikmaken van het

natuurlijke koudemiddel R290. “Bijzonder is dat de series vermogens dekken van 5 tot 30 kW en in cascadeopstelling zelfs tot 300 kW”, vertelt

Janno Boelens van Panasonic Heating & Cooling Solutions Belgium. “Dat maakt ons vrij uniek in de markt.”

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Shutterstock en Panasonic Heating & Cooling Solutions

De AQUAREA-warmtepompen (op de foto een

model uit de AQUAREA M-reeks), vinden hun

toepassing in renovatie- en nieuwbouwprojecten

van verschillende schaalgrootte. (foto: Shutterstock

en Panasonic Heating & Cooling Solutions)

36 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

Met een energieklasse van A+++ en een SCOP die

kan oplopen tot 5,12 dragen de AQUAREA-luchtwaterwarmtepompen

van Panasonic Heating &

Cooling Solutions, geschikt voor toepassing in

renovatie- en nieuwbouwprojecten van uiteenlopende

omvang, fundamenteel bij aan een koolstofneutralere

wereld.

Zeker de AQUAREA M- en AQUAREA L-warmtepompen,

die werken met het natuurlijke koudemiddel

R290, ook bekend als propaan. Dat heeft

immers een Global Warming Potential (GWP),

oftewel een aardopwarmingsvermogen, dat 225

keer lager ligt dan het – ook al lage – GWP van

het ook veelgebruikte koelmiddel R32. “Steeds

meer warmtepompfabrikanten omarmen R290,

mede door de strengere klimaatdoelstellingen,

maar vaak slechts voor enkele vermogensklassen.

Onze AQUAREA M- en AQUAREA L-serie dekken

vermogens van 5 tot 30 kW en in cascadeopstelling

zelfs tot 300 kW. Dat maakt ons vrij uniek

in de markt”, vertelt Janno Boelens, marketingverantwoordelijke

bij Panasonic Heating & Cooling

Solutions Belgium.

“De AQUAREA M- en AQUAREA L-warmtepompen

kunnen zelfs bij strenge vorsttemperaturen een

De AQUAREA Loop combineert de functies van een ventiloconvector en een

warmtepomp. (foto: Shutterstock en Panasonic Heating & Cooling Solutions)

watertemperatuur tot 75 °C leveren”, duikt hij

wat dieper in de specificaties van de R290-warmtepompen.

“Bovendien vallen ze ook op door hun

fluisterstille werking. De AQUAREA M-reeks, die

‘Steeds meer warmtepompfabrikanten

omarmen R290, mede door de strengere

klimaatdoelstellingen, maar niet zoals wij

voor elke vermogensklasse’

we pas in 2024 introduceerden, krijgt dit jaar

trouwens een nieuwe uitbreiding.”

Nieuwe tankgroottes en

ventiloconvectoren

De AQUAREA-warmtepompen waren lang slechts

beschikbaar met een opslagvat van 185 liter, maar

Panasonic Heating & Cooling Solutions biedt ze

sinds kort ook aan met tanks van 120 of 260 liter.

“Ook het gamma ventiloconvectoren voor de

AQUAREA-warmtepompen hebben we recent

gevoelig uitgebreid”, aldus Janno Boelens. “Dat

werd mogelijk door de overname van Innova.

Klanten kunnen nu kiezen uit verschillende kanaal-,

vloer- en wandmodellen. Daarnaast introduceerden

we onlangs ook de AQUAREA Loop,

een compacte ventiloconvector met een eigen

compressor. De AQUAREA Loop, die dus zonder

een centrale warmtepomp kan werken, functioneert

zowel met R290 als met R32 en kan eenvoudig

in een bestaand leidingsysteem geplaatst

worden. Al onze nieuwe ventiloconvectoren en de

AQUAREA Loop zijn vanop afstand te bedienen

met de vernieuwde Aquarea Home-app.”

De warmtepompen in de AQUAREA M-reeks werken met het milieuvriendelijke koudemiddel R290,

ook bekend als propaan. (foto: Shutterstock en Panasonic Heating & Cooling Solutions)

Multizoneverwarming

De marketingverantwoordelijke geeft tot slot nog

een laatste nieuwigheid mee. “De AQUAREAwarmtepompen,

maar ook onze andere warmtepompen,

kunnen sinds kort worden aangestuurd

met slimme thermostaten, dankzij een samenwerking

met tado°. Dat maakt multizoneverwarming

mogelijk, waarbij de gebruiker de temperatuur

kan regelen per ruimte, in plaats van één algemene

temperatuur te moeten instellen voor het

hele huis”, besluit hij. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 37


DOSSIER WARMTEPOMPEN

KRACHTIGE WARMTEPOMP EN SLIMME REGELING

VOOR DUURZAME PROJECTEN

Grootschalige gebouwen vragen om betrouwbare, duurzame en flexibele warmtesystemen. AO Smith speelt daarop in met twee gerichte

innovaties. De Enevator Air Altus 112 kW is een nieuwe lucht-waterwarmtepomp voor zware toepassingen. De Imperium Controller zorgt voor

een slimme aansturing die het maximale uit deze warmtepomp haalt. Samen vormen ze een toekomstbestendige oplossing voor verwarming,

koeling en warm tapwater in commerciële projecten.

Tekst Joris Hendrickx | Beeld AO Smith

De Enevator Air Altus 112 kW richt zich op projecten

waarin efficiëntie en betrouwbaarheid centraal

staan. Denk aan zorginstellingen, hotels, sport- en

recreatiecentra en renovaties met een hoge warmtevraag.

Het systeem levert een cascadeerbaar vermogen

van 112 tot 1.120 kW. Door tot tien units in

cascade te koppelen, stem je het vermogen nauwkeurig

af op de behoefte van het gebouw.

Hoge aanvoertemperaturen tot 75 °C maken de

warmtepomp geschikt voor zowel nieuwbouw als

bestaande installaties. Zelfs bij een buitentemperatuur

van -20 °C blijft het systeem volledig operationeel.

Daardoor blijft comfort gegarandeerd,

ook tijdens koude winterdagen.

De warmtepomp werkt met R290, een natuurlijk

koudemiddel. Met een zogeheten GWP van slechts

De Enevator Air Altus 112 kW is beschikbaar in een 2-pijps- of 4-pijpsconfiguratie.

38 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

3 ligt de milieu-impact van R290 sterk lager dan

die van traditionele koudemiddelen.

Omdat het systeem volledig elektrisch is, ontstaat

ter plaatse geen CO 2

-uitstoot. In combinatie met

hernieuwbare energiebronnen, zoals zonnepanelen,

ondersteunt dit de overstap naar een koolstofvrije

warmteopwekking. Het systeem speelt

hiermee perfect in op de alsmaar strengere regelgeving

en klimaatdoelstellingen. Tegelijk blijven

prestaties en bedrijfszekerheid behouden. Dat

maakt de Enevator Air Altus 112 kW interessant

voor opdrachtgevers die duurzaamheid willen

combineren met continuïteit.

Het modulaire ontwerp houdt de voetafdruk beperkt.

Rond elke unit volstaat twee meter vrije

ruimte. De warmtepomp is beschikbaar in een

2-pijps- of 4-pijpsconfiguratie en bevat geïntegreerde

aanvoer- en retourverdeelstukken en een

primaire pomp. Dat vereenvoudigt het ontwerp en

versnelt de installatie.

Daarnaast sluit de Enevator Air Altus 112 kW

naadloos aan op de bestaande Altus-systemen

van 88 kW. Opschalen of combineren blijft daardoor

eenvoudig, ook bij gefaseerde projecten of

latere uitbreidingen.

Slimme sturing voor

maximaal rendement

Een krachtige warmtepomp vraagt om een intelligente

regeling. Die komt in de vorm van de Imperium

Controller. Deze regeling, speciaal ontwikkeld

voor alle Altus-varianten – niet alleen het 112 KWmodel,

stemt de werking automatisch af op de actuele

warmwaterbehoefte en schakelt slim tussen zogeheten

one-pass- en multi-pass- waterverwarming.

De Imperium Controller stemt de werking van de Enevator Air Altus 112 kW automatisch af op de actuele

warmwaterbehoefte en schakelt slim tussen zogeheten one-pass- en multi-pass- waterverwarming.

Hoge aanvoertemperaturen tot 75 °C

maken de warmtepomp geschikt

voor zowel nieuwbouw als renovatie

Tijdens piekmomenten verwarmt het systeem het

water direct tot de gewenste temperatuur via onepass.

Buiten die momenten kiest de regeling voor

multi-pass, waarbij het vat geleidelijk van onderuit

opwarmt. Zo benut je de temperatuurgelaagdheid

optimaal en stijgt de efficiëntie.

Door deze slimme schakeling is minder opslagvolume

nodig om piekvragen op te vangen. Dat

bespaart ruimte en kosten. Tegelijk blijft de tapcapaciteit

hoog wanneer het nodig is. De Imperium

Controller regelt dit automatisch, zonder

handmatige ingrepen.

Extra voordelen zijn monitoring en bediening op

afstand via de cloud. Complexe aanpassingen aan

bestaande gebouwbeheersystemen blijven hierdoor

overbodig. Dat maakt de oplossing praktisch en toegankelijk

voor installateurs en gebouweigenaren.

De Enevator Air Altus 112 kW richt zich op projecten waarin efficiëntie en betrouwbaarheid centraal staan,

denk aan zorginstellingen, hotels, sport- en recreatiecentra en renovaties met een hoge warmtevraag.

Eén geïntegreerde totaaloplossing

Samen vormen de Enevator Air Altus 112 kW

en de Imperium Controller een geïntegreerd

systeem. Je krijgt hoge prestaties, lage emissies

en een eenvoudige installatie. Voor grote gebouwen

betekent dat een betrouwbare stap richting

duurzame warmte, zonder in te leveren op comfort

of flexibiliteit. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 39



DOSSIER WARMTEPOMPEN

De Ecodan R290-units halen hoge SCOP-waarden en leveren watertemperaturen tot 75 °C, zelfs bij buitentemperaturen tot -15 °C.

WAT BETEKENT R290 VOOR INSTALLATEURS IN NIEUWBOUW EN RENOVATIE?

RESIDENTIËLE WARMTEPOMPEN OP PROPAAN

De warmtepomp is intussen een vaste waarde in de residentiële bouw, maar er is nog groeimarge. De Europese regels worden strenger,

klanten leggen de lat hoger op het vlak van zowel comfort als rendement en als installateur wil je oplossingen die ook over tien of vijftien jaar

nog up-to-date zijn. In die context wordt propaan steeds vaker naar voren geschoven als koudemiddel. Mitsubishi Electric speelt daarop in

met lucht-waterwarmtepompen op R290 voor residentiële toepassingen. Corporate sales manager Rudy Gielen vertelt waarom dit vandaag

zo’n logische keuze is. ❯

Tekst Josefien De Bock | Beeld Mitsubishi Electric

INSTALLATIEENBOUW.BE | 41


DOSSIER WARMTEPOMPEN

Wat verandert er op de werf?

Voor de installateur verandert er minder dan vaak

wordt gedacht. De installatie blijft overzichtelijk

en sluit goed aan bij de gebruikelijke manier van

werken. “Onze propaanwarmtepompen zijn doordacht

opgebouwd en voelen in de praktijk aan

als plug-and-play”, zegt Rudy Gielen. Werken met

R290 betekent wel dat je extra aandacht moet

hebben voor veiligheid en regelgeving. “Propaan

behoort tot klasse A3, met een lage toxiciteit en

een hogere ontvlambaarheid. Daarom organiseren

we trainingen voor installateurs rond onder

andere EN378 en de ATEX-principes. We leiden

hen op, zodat ze veilig kunnen installeren, in

dienst stellen en onderhouden. Die begeleiding

stellen ze op prijs.”

Renovatie en nieuwbouw

Propaanwarmtepompen voelen zich thuis in uiteenlopende

woningtypes, zowel bij lage als bij

hoge temperaturen. “Onze systemen zijn perfect

geschikt voor nieuwbouw, maar komen ook goed

tot hun recht in renovatieprojecten”, zegt Rudy

Gielen. “Zeker wanneer bestaande afgiftesystemen

behouden blijven, heeft R290 veel voordelen.”

Rudy Gielen benadrukt dat de propaancompressoren van Mitsubishi Electric volledig

in eigen beheer worden ontwikkeld: “Dit is geen nieuw terrein voor ons.”

‘Met R290 ben je klaar voor de

F-gassenverordening van 2027’

“Propaan is een natuurlijk koudemiddel met een

GWP-waarde van amper 3”, steekt Rudy Gielen

van Mitsubishi Electric van wal. “Met de nieuwe

Europese F-gassenverordening, die vanaf 2027

een maximum GWP van 150 oplegt, zit je met

R290 meteen goed.” Naast de regelgeving spelen

ook de prestaties een rol. “Residentiële luchtwaterwarmtepompen

op propaan hebben een

hoog rendement en zijn zeer veelzijdig. Zo halen

onze Ecodan R290-units hoge SCOP-waarden en

leveren ze watertemperaturen tot 75 °C, zelfs

bij buitentemperaturen tot -15 °C. Dat gebeurt

zonder elektrische weerstanden. Kortom: ze zijn

zeer geschikt voor het Belgische klimaat.”

Het aanbod Ecodan-warmtepompen is afgestemd

op residentiële toepassingen. De vermogens

lopen van 4 tot 12 kW bij een buitentemperatuur

van -10 °C. “Voor bijna elke woning

hebben we een passende oplossing in huis. Als

er meer vermogen nodig is, kun je werken met

Ecodan-cascade systemen. Zo kun je het vermogen

eenvoudig opschalen tot 85 kW”, legt

Gielen uit.

Bij renovatie rijst vaak de vraag of een warmtepomp

kan samenwerken met bestaande radiatoren.

Ook dat is geen probleem met propaan,

benadrukt Rudy Gielen. “Onze systemen leveren

probleemloos aanvoertemperaturen tot 75 °C,

zelfs bij lage buitentemperaturen. Daardoor kun

je ze rechtstreeks op bestaande radiatorinstallaties

aansluiten.” Maar ook efficiëntie blijft een

belangrijk aandachtspunt. “Hoe lager de aanvoertemperatuur,

hoe beter het rendement. Daarom

zijn onze toestellen uitgerust met een autoadaptieve

regeling. Die stuurt de vertrektemperatuur

continu bij, met maximaal comfort voor de eindgebruiker

als gevolg.”

Hoewel propaan voor sommigen nog nieuw aanvoelt,

heeft Mitsubishi Electric al veel ervaring

met deze technologie. “We ontwikkelen onze propaancompressoren

volledig in eigen beheer. Dit

is dus zeker geen nieuw terrein voor ons. Installateurs

die al met de systemen werken, zijn zeer

positief over de eenvoudige plaatsing, de stille

werking en het vlotte opstartproces. Met onze

e-monitoringtool kunnen ze bovendien via hun

smartphone instellingen uitlezen en installaties in

real time opvolgen.”

16 appartementen,

één fossielvrij concept

Die praktijkervaring van Mitsubishi Electric komt

ook duidelijk naar voren in recente projecten. Zo

werden eind 2024 in de Brusselse Europese wijk

zestien appartementen uitgerust met een volledig

fossielvrij verwarmingssysteem. “De bouwheer

42 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

wilde een toekomstbestendige en duurzame oplossing.

De keuze viel op individuele lucht-waterwarmtepompsystemen

op basis van propaan

(R290) vanwege het hoge rendement en de ecologische

voordelen van dit natuurlijke koudemiddel”,

legt Rudy Gielen uit. “In nauwe samenwerking met

de installateur hebben we vooraf een grondige risicoanalyse

uitgevoerd, met veel aandacht voor de

specifieke eigenschappen van propaan. Zo konden

we de buitenunits veilig en correct opstellen.”

onze specialisten over veilig werken met R290. Zo

heb je alvast de basis. Als je je verder wil verdiepen,

kun je terecht in onze trainingscentra. We begeleiden

installateurs stap voor stap, zodat ze vol

vertrouwen met propaan aan de slag kunnen.” ❚

Elke wooneenheid beschikt over een individuele

lucht-waterwarmtepomp met een vermogen tussen

6 en 8,5 kW, gekoppeld aan een compacte

cilinderunit met een sanitair warmwaterinhoud

van 200 liter. Het afgiftesysteem bestaat uit

vloerverwarming die werkt op een laagtemperatuurregime,

wat goed aansluit bij de werking van

warmtepompen. “Door de hoge aanmaaktemperaturen

die met propaanwarmtepompen mogelijk

zijn, wordt ook de legionellapreventie volledig

door de warmtepomp verzorgd. De periodieke

opwarming tot 70 °C gebeurt zonder elektrische

weerstanden, wat bijdraagt aan een maximale

energie-efficiëntie”, aldus Rudy Gielen.

Tot slot geeft hij nog een tip aan installateurs die

zouden twijfelen. “Begin met een kort gesprek met

Propaan is een natuurlijk koudemiddel met een GWP-waarde van 3. Een slimme keuze in het licht

van de Europese F-gassenverordening, die vanaf 2027 een maximum GWP van 150 oplegt.

Propaanwarmtepompen zijn zowel geschikt voor nieuwbouw als voor renovatieprojecten.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 43


DOSSIER WARMTEPOMPEN

MONOBLOCWARMTEPOMPEN:

EEN TOEKOMSTGERICHTE SPECIALISATIE

Warmtepompen zijn meer dan ooit een vaste hoeksteen van het Belgische en Vlaamse energiebeleid. Het loont dus voor installateurs om warmtepompen

centraal te zetten in hun toekomstvisie. Een specialisatie in monoblocwarmtepompen kan een extra strategische troef zijn, want die

verlagen de complexiteit, bieden meer toepassingsmogelijkheden én laten een vlottere installatie toe. Wilt u hier als installateur maximaal van

profiteren? Buderus staat u bij met advies, trainingen en handige online tools.

Tekst Joris Hendrickx | Beeld Buderus

In België geldt sinds 1 januari 2026 geldt opnieuw

een verlaagd btw-tarief van 6% op warmtepompen

in nieuwbouw jonger dan tien jaar.

Die regeling was al tijdelijk van kracht tot eind

2024 en wordt nu heringevoerd voor minstens

vijf jaar.

Het verlaagde btw-tarief was ook al permanent

van toepassing op installaties in woningen ouder

dan tien jaar en zo worden nu dus alle (ver)

bouwprojecten beter gelijkgesteld, zeker gezien

de strenger geworden voorschriften in Vlaanderen

voor nieuwbouw. Sinds 1 juli 2025 is er

een verbod op nieuwe aardgasaansluitingen en

vanaf dit jaar werd een volledig elektrische warmtepomp

zelfs de standaardnorm bij nieuwbouw.

Voor installateurs opent dat nieuwe kansen.

Door warmtepompen centraal te zetten in uw

toekomstvisie, speelt u in op een sterk groeiende

vraag. Ook investeringen in extra opleidingen

hierrond lonen, want gespecialiseerde kennis onderscheidt

u van concurrenten. Klanten zoeken

vandaag adviseurs, geen uitvoerders. Wie dat vertrouwen

wint, krijgt vaker installatieopdrachten,

vervolgwerk en onderhoudscontracten.

Geen binnenunit

Dankzij monoblocs verloopt de installatie van

warmtepompen nu sneller en makkelijker dan

Een monoblocwarmtepomp produceert weinig geluid,

waardoor de buitenunit eigenlijk overal kan staan.

44 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER WARMTEPOMPEN

ooit. Walter Van Dael, manager Buderus Service

België, vat het helder samen: “Bij een monoblocwarmtepomp

zitten alle koeltechnische

onderdelen – verdamper, compressor, condensor

… – in de buitenunit van de warmtepomp,

en niet verdeeld over een binnen- en buitenunit.

Hierdoor is er voor de installatie en opstart geen

nood aan koeltechnische handelingen. Als installateur

hoeft u enkel cv-leidingen te plaatsen.”

Naast het installatiegemak scoort de monobloc

eveneens op comfort. De grotere ventilator draait

op een lager toerental, wat het geluidsniveau

merkbaar vermindert. Daardoor ontstaan meer

mogelijkheden voor de plaatsing van de buitenunit,

ook in dichtbebouwde omgevingen.

Ook technisch biedt de monoblocwarmtepomp

volgens Van Dael duidelijke voordelen: “Het systeem

haalt een hoger rendement dan een splitwarmtepomp,

die wel koeltechnische onderdelen

in de binnenunit heeft. Bovendien werkt ze binnen

een groter temperatuurbereik; hogere voorlooptemperaturen

vormen geen probleem. Dat

maakt de monobloc geschikt voor zowel nieuwbouw

als renovatie.”

Totaalservice

Indien gewenst staat een ervaren technicus van

Buderus Service u tijdens de indienststelling

van een warmtepomp bij met raad en daad. De

Bij een monoblocwarmtepomp bevat de binnenunit geen koeltechnische onderdelen.

‘Een monoblocwarmtepomp vergt voor de installatie

en opstart geen koeltechnische handelingen’

eerste bijstand is gratis, maar ook als u daarna

extra zekerheid wilt of zelf niet beschikt over het

nodige personeel, kunt u een beroep doen op

deze dienst.

Ook voor onderhoudswerkzaamheden en reparaties

aan het koelcircuit kunt u rekenen op Buderus

Service. Zo heeft u altijd de zekerheid van een

gekwalificeerde technieker, zonder dat u die zelf

in dienst moet houden.

Een monoblocwarmtepomp blinkt uit in installatiegemak.

Door een partneraccount aan te maken op de

website van Buderus kunt u daarnaast genieten

van een ruim aanbod aan opleidingen, zowel voor

uzelf als uw personeel. Op de website vindt u ook

tal van handige tools die u helpen in uw dagelijkse

werk, zoals een warmtepompcalculator om elke

warmtepomp juist te dimensioneren, en voorbeeldoffertes

om te weten welke onderdelen u moet

bestellen voor een volledige installatie. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 45


ATEX EN A3-KOELGASSEN:

VEILIGHEID IS GEEN OPTIE, MAAR EEN VOORWAARDE

De toepassing van A3-koelgassen zoals propaan neemt toe in installaties voor koeling, airconditioning, verwarming en ventilatie. Dergelijke

gassen hebben uitstekende thermodynamische eigenschappen, maar zijn ook licht ontvlambaar. Linum Europe, internationale verdeler van

toebehoren voor HVAC- en koeltechniek, wijst installateurs en onderhoudstechnici daarom graag nog eens op het belang van ATEX-conform

gereedschap. Om die te kunnen aanbieden, werkt het bedrijf al lang samen met Fieldpiece Instruments.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Linum Europe

ATEX is de naam van Europese regelgeving die

bepaalt welke apparatuur veilig gebruikt mag

worden in omgevingen waar ontvlambare gassen,

dampen of stoffen aanwezig kunnen zijn.

Binnen koel- en HVAC-installaties krijgt ATEX

extra relevantie door de opmars van A3-koelmiddelen.

Die koelgassen, zoals propaan, combineren

een hoge energie-efficiëntie immers met

een verhoogde ontvlambaarheid. Bij een lek kan

daardoor lokaal een explosieve gasatmosfeer

ontstaan, wat in de praktijk meestal leidt tot een

zogeheten ATEX zone 2. Daarin mag net als in de

andere ATEX-zones – er bestaan er zes, opgedeeld

volgens hoe explosief een atmosfeer is en hoe

vaak die kan voorkomen – enkel worden gewerkt

met ATEX-gecertificeerde apparatuur. Omdat

daarvan geweten is dat die niet als ontstekingsbron

kan fungeren.

ATEX-conformiteit ontstaat niet door een label

achteraf toe te voegen. Apparatuur die aan de

richtlijnen voldoet, wordt van bij het ontwerp

aangepast aan gebruik in explosiegevaarlijke

omgevingen. Dat omvat onder meer vonkvrije

componenten, begrensde oppervlaktetemperaturen,

extra bescherming van de behuizing en uitgebreide

test- en certificeringsprocedures.

ATEX-apparatuur voor onderhoud,

lekdetectie en diagnose

Linum Europe, internationale verdeler van toebehoren

voor HVAC- en koeltechniek – én toepassingen

in de voedingsindustrie, heeft een aanbod

aan ATEX-conforme serviceapparaten en zet dat

graag nog eens in de kijker. Niet alleen omdat de

Linum Europe verdeelt onder meer deze ATEX-gecertificeerde vacuümpomp van Fieldpiece Instruments.

46 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Volgens kenners

wordt ATEX nog

te vaak foutief als

optionele extra

veiligheid bekeken

Een ATEX-gecertificeerde infrarood koelgaslekdetector van Fieldpiece Instruments die Linum Europe verdeelt.

toepassing van A3-koelgassen in koel- en HVACinstallaties

toeneemt, maar ook omdat het van

mening is dat ATEX ondanks die toename nog te

vaak verkeerdelijk als optionele extra veiligheid

wordt bekeken. “Een gevaarlijke cocktail”, klinkt

het bij kenners.

Linum Europe werkt voor het gamma ATEX-gecertificeerde

apparatuur al jarenlang samen met

Fieldpiece Instruments. De ATEX-gecertificeerde

tools van die fabrikant zijn inzetbaar voor onderhoud,

lekdetectie en diagnose.

Advies

De rol van Linum Europe wanneer het gaat over

ATEX beperkt zich echter niet tot de distributie

van apparatuur die op dat vlak conform is. Het

bedrijf adviseert installateurs en onderhoudstechnici

ook bij het correct toepassen van ATEX-regelgeving

in de praktijk. Dat betekent onder meer:

inschatten in welke zones ATEX van toepassing

is en vermijden dat niet-gecertificeerde tools onbedoeld

worden ingezet. “ATEX-apparatuur verkopen

is eenvoudig. ATEX correct toepassen vraagt

kennis van regelgeving én praktijkervaring”, motiveert

Linum Europe de keuze voor die service. “Wij

positioneren ons als technisch aanspreekpunt

voor wie met A3-koelgassen werkt. De langdurige

samenwerking met Fieldpiece Instruments vertaalde

zich immers in doorgedreven productkennis

en een scherp inzicht in ATEX-regelgeving.”

Conclusie: ATEX is geen trend en geen overbodige

veiligheidsmaatregel. Voor installaties met A3-

koelgassen vormt de regelgeving een noodzakelijke

voorwaarde voor veilig, conform en continu

werken. Linum Europe positioneert zich daarbij

niet als louter verkoper van ATEX-gecertificeerde

meet- en serviceapparatuur, maar ook als adviserende

schakel tussen ATEX en de werkvloer. ❚

Linum Europe heeft ook nog ATEX-gecertificeerd

gereedschap van enkele andere merken in het

gamma, zoals deze explosieveilige ventilator.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 47


AAN DE SLAG MET DE ENERGIE-

TRANSITIE: 6 PRAKTISCHE TIPS

Met zijn ervaring als architect en passie voor duurzaamheid ondersteunde Steven Van Esser, transition manager bij Stad Hasselt, de opmaak

van een langetermijnplan voor het patrimonium van meer dan driehonderd gebouwen. Vandaag ondersteunt hij bij VEB andere lokale besturen

bij het ontwikkelen van een effectief energie- en vastgoedbeleid. In dit artikel deelt hij zes praktische tips voor zij die werk willen maken van

de energietransitie, zonder te verdwalen in de bijbehorende complexiteit.

Tekst & beeld VEB

48 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Denk pragmatisch en

vanuit je eigen realiteit

Wetgeving, normen en rapporteringsverplichtingen:

ze zijn er en ze zijn belangrijk. Maar ze mogen

de start van je traject niet belemmeren. Volgens

Steven Van Esser staren lokale besturen zich

vandaag vaak blind op regelgeving, waardoor de

plannen in de koelkast blijven liggen. “We moeten

af van het idee dat je eerst alles moet weten

of plannen tot in de puntjes moet uitwerken. Wie

blijft wachten, geraakt niet vooruit”, zegt hij.

“In plaats van te streven naar perfectie is het verstandiger

om te vertrekken vanuit de praktijk: waar

zitten vandaag je grootste energieverliezen? Welke

gebouwen vragen het meeste onderhoud? Wat

leeft er bij je medewerkers? Zo’n insteek maakt

het verhaal niet alleen werkbaarder, maar verhoogt

ook het draagvlak binnen de organisatie.”

Zet in op flexibiliteit en

slimme combinaties

Een gebouw hoeft niet voor één functie gebouwd

of behouden te worden. Net zoals medewerkers

vaak meerdere rollen combineren, moeten ook

patrimonium en teams flexibel ingezet kunnen

worden. “Multi-inzetbaarheid is essentieel als je

middelen beperkt zijn. Een gebouw dat overdag

dienstdoet als vergaderzaal en ‘s avonds voor

jeugdwerking wordt veel efficiënter benut”, licht

Steven Van Esser toe.

“Die kruisbestuiving geldt overigens ook voor

teams: de technische dienst, de duurzaamheidscel

en de beleidsmakers moeten niet naast elkaar

werken, maar mét elkaar. Door bruggen te bouwen

tussen diensten creëer je inzicht, samenwerking

en een duurzamer totaalverhaal.”

Focus op impact, niet

op volledigheid

De verleiding is groot om het volledige patrimonium

in kaart te brengen en te willen aanpakken.

Maar dat leidt vaak tot verlamming. “In Hasselt

bleek dat 10 % van de gebouwen verantwoordelijk

was voor 80 % van de uitstoot”, vertelt Steven

Van Esser. “Door daarop te focussen, konden we

snel resultaat boeken.”

caal. “Niet top-down, maar doorheen de volledige

organisatie. Van poetsdienst tot gebouwbeheerder,

van financieel directeur tot schepen: iedereen

moet zich mee eigenaar voelen”, benadrukt hij.

“Laat medewerkers dus mee nadenken over wat

werkt, waar knelpunten zitten en hoe het anders

kan. Zo ontstaat ambassadeurschap en wordt de

energietransitie niet ‘iets extra’, maar deel van het

dagelijkse werk.

Zie het als leertraject, niet

als eenmalig project

Veel besturen zijn bang om fouten te maken. En

dat is niet onlogisch. Maar de realiteit is: niet alles

lukt in één keer. En dat hoeft ook niet. “Het proces

is minstens even belangrijk als het resultaat. Door

te starten, leer je. Door te proberen, ontdek je wat

werkt”, aldus Steven Van Esser.

“Bovendien bouw je interne kennis op. Die kennisborging

is cruciaal: het maakt je organisatie

weerbaarder en sterker, ook in de volgende legislatuur.”

Denk in functies, niet in gebouwen

De grootste energiewinsten boek je niet per se

door gebouwen te isoleren, maar door je patrimonium

fundamenteel in vraag te durven stellen.

Is elk gebouw nog nodig? Sluit de functie ervan

nog aan bij de behoeften van ons huidig lokaal

bestuur? “Te vaak vertrekken we vanuit de gebouwen.

Maar eigenlijk moet je je eerst afvragen:

waarvoor hebben we dit gebouw nodig? En past

het nog bij hoe we als stad of gemeente willen

werken?” zegt Steven Van Esser.

“Door vanuit functionaliteit te denken – eerder

dan vanuit behoud – vermijd je onnodige

renovaties of investeringen. Misschien volstaat

een andere invulling of een gedeelde locatie.

Dat is vaak goedkoper, energie-efficiënter én

maatschappelijk relevanter.” ❚

“Multi-inzetbaarheid is essentieel als je middelen

beperkt zijn”, benadrukt Steven Van Esser.

“Door je middelen en aandacht dus te richten op

de gebouwen met het grootste energieverbruik

of de grootste strategische waarde verhoog je je

slagkracht. Bovendien laat deze aanpak je toe om

ervaring op te doen en dat succesverhaal nadien

breder te vertalen.”

Betrek mensen van bij het begin

Steven Van Esser waarschuwt voor een veelgemaakte

fout: een energiebeleid dat enkel leeft

binnen de technische of duurzaamheidsdienst.

Voor échte verandering is echter breedgedragen

betrokkenheid nodig, zowel horizontaal als verti-

INSTALLATIEENBOUW.BE | 49


Bio-Energieforum brengt

130 professionals uit de

bio-energiesector samen

Biogas en het bio-energieplatform van ODE Vlaanderen organiseerden op 4 februari 2026 de tweede editie van het Vlaams Bio-Energieforum.

Het tweejaarlijkse en toonaangevende evenement rond biomassa en anaerobe vergisting in Vlaanderen bracht 130 actoren uit de bio-energiesector

samen in het Herman Teirlinckgebouw in Brussel, de plek waar het Vlaamse energiebeleid wordt uitgetekend.

Tekst & beeld ODE Vlaanderen

Onder de aanwezigen bevonden zich alle relevante

stakeholders binnen de bio-energiesector, waaronder

operatoren, beleidsmakers, technologieaanbieders

en kennisinstellingen. Op de agenda

stonden onder andere de nieuwste wetgevende

ontwikkelingen, innovatieve toepassingen en de

langetermijnvisie voor bio-energie in Vlaanderen

en Europa.

Hoogtepunten in de voormiddag waren een toelichting

van het VEKA over de Vlaamse implementatie

van RED III en het interactieve panelgesprek

gemodereerd door Nathalie Devriendt, directeur

van ODE Vlaanderen, waarin met een producent,

gebruiker, onderzoeker en beleidsmaker de verschillende

actoren van de bio-energieketen aan

het woord kwamen. De paneldiscussie bevestigde

dat de toekomst van bio-energie niet door één actor

wordt bepaald, maar ontstaat in de dialoog

tussen de verschillende schakels van de keten.

Het forum bood precies die ruimte, om samen

de stand van zaken op te maken, knelpunten te

benoemen en te zoeken naar realistische oplossingen

voor de sector.

De namiddag stond in het teken van twee speciale

parallelle sessies, met onder meer een interactieve

oefening rond flexibiliteit en een speeddatesessie

rond biomethaan. Daarnaast kwamen thema’s

aan bod zoals het aantonen van duurzaamheid,

investeringen, opkomende markten en koolstofstrategieën

voor bio-energie.

Het forum bood uiteraard ook opnieuw ruime gelegenheid

om te netwerken.

“Nood aan duidelijke Vlaamse

langetermijnvisie”

Lisa Deraedt, adviseur biogas bij Biogas-E: “Het

forum maakte duidelijk dat bio-energie in Vlaanderen

klaar is voor een volgende fase. De wil en

ambitie zijn er, maar om ze waar te maken, zijn

Onder de aanwezigen bevonden zich alle relevante stakeholders binnen de bio-energiesector,

waaronder operatoren, beleidsmakers, technologieaanbieders en kennisinstellingen.

50 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Op de agenda stonden

onder andere de nieuwste

wetgevende ontwikkelingen,

innovatieve toepassingen en de

langetermijnvisie voor bio-energie

in Vlaanderen en Europa.

De namiddag stond in het teken van

twee speciale parallelle sessies.

Het forum bood uiteraard ook opnieuw

ruime gelegenheid om te netwerken.

duidelijke beleidsvisies op lange termijn nodig

over de rol die biomethaan en andere bio-energietoepassingen

in Vlaanderen moeten spelen.”

“Het was ons weer een waar genoegen om de brede

waardeketen van geëngageerde spelers uit de

bio-energiesector te mogen verwelkomen op het

Bio-Energieforum”, vult Nathalie Devriendt aan.

“Het forum is de ideale gelegenheid om samen

de stand van zaken op te maken en vooruit te blikken

op wat de toekomst brengt. En die toekomst

oogt bijzonder boeiend: na jaren van studie en

ideeënvorming staan we nu op een kantelpunt

waarop pioniers nieuwe paden verkennen, zoals

het verhitten van biomassa tot zogeheten biochar

om koolstof langdurig vast te leggen, het opvangen

en vloeibaar maken van CO 2

uit biologische

processen om die veilig op te slaan of opnieuw

te gebruiken en het uitrollen van nieuwe verdienmodellen

via CO 2

-certificaten. De interesse om

met deze innovaties aan de slag te gaan, is groot,

‘Het forum maakte

duidelijk dat

bio-energie in

Vlaanderen klaar

is voor een

volgende fase’

maar er blijven uitdagingen, vooral de onduidelijke

langetermijnbeleidsvisie en het sluitend krijgen

van de businesscases. Een en ander zorgde voor

heel wat boeiende discussies, voortgezet tijdens

een heerlijke lunch en receptie.” ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 51


TOER LANGS 10 STANDS OP VSK+E 2026 LAAT ZIEN

WAAR DE INSTALLATIESECTOR NAARTOE BEWEEGT

Wie VSK+E bezocht, de tweejaarlijkse vakbeurs voor installatie- en elektrotechniek die van 3 tot en met 6 februari plaatsvond in de Utrechtse

Jaarbeurs, zag een sector in transitie. Niet alleen technisch, maar ook inhoudelijk. De klassieke scheidslijn tussen elektrotechniek en werktuigbouw

vervaagt verder, data en monitoring worden steeds bepalender en tegelijk blijft de dagelijkse praktijk van de installateur het ijkpunt.

Tijdens een ronde langs tien stands – van warmtepompen en ventilatie tot gebouwautomatisering, installatiemateriaal en utilitair sanitair –

werd duidelijk waar de sector staat en waar zij naartoe beweegt.

Tekst VSK+E Beeld VSK / Daan Jeurens voor VSK

Een van de sterkste rode draden op de beurs was

integratie. Systemen staan niet meer op zichzelf,

maar moeten met elkaar kunnen communiceren.

Dat verhaal werd scherp neergezet bij Wago. Waar

het bedrijf jarenlang vooral bekendstond om zijn

veerklemmen, ligt de nadruk nu op interoperabiliteit

en systeemintegratie. “Installaties bestaan

zelden uit één merk of één protocol”, luidt de boodschap.

Juist daarom is het vermogen om data uit

te wisselen en verschillende systemen te koppelen

cruciaal. Opvallend is dat Wago die boodschap

kracht bijzette door ook oplossingen van andere

fabrikanten te tonen. Niet het product, maar het

functioneren van het totale systeem stond centraal.

Waterkwaliteit als kritische factor

Dat prestaties niet alleen afhangen van hardware,

maar ook van onzichtbare factoren, werd duidelijk

bij Fernox. De opkomst van (hybride) warmtepompen

maakt waterkwaliteit belangrijker dan ooit.

Hogere volumestromen en gevoeligere componenten

vergroten de impact van vervuiling in installaties.

Fernox liet zien dat waterbehandeling geen

sluitpost meer is, maar een randvoorwaarde voor

rendement, betrouwbaarheid en levensduur. Het

besef dat goed waterbeheer storingen voorkomt

en prestaties borgt, lijkt definitief door te dringen

in de markt.

Koudemiddel, data en vakmanschap

Bij Alklima, distributeur van Mitsubishi Electric,

kwamen meerdere trends samen. De overstap naar

het natuurlijke koudemiddel R290 is zichtbaar in

52 | INSTALLATIEENBOUW.BE


het portfolio en wordt direct gekoppeld aan monitoring

op afstand. Data speelt een steeds grotere

rol in service, onderhoud en energie-optimalisatie.

Tegelijk blijft vakmanschap cruciaal. Daarom zet

Alklima nadrukkelijk in op opleiding en training,

onder meer via digitale leeromgevingen. Nieuwe

techniek vraagt niet alleen om andere producten,

maar ook om andere kennis en vaardigheden.

Ventilatie tussen ambitie en realiteit

Ventilatie stond op VSK+E nadrukkelijk in de

schijnwerpers, onder meer bij DUCO. Vraaggestuurde

systemen, sensoren en slimme regelingen

moeten bijdragen aan een gezond binnenklimaat

met minimale energie-inzet. Tegelijk benoemde

DUCO de weerbarstige realiteit van renovatieprojecten.

Beperkte ruimte, bestaande bouw en gebruikerscomfort

maken ventilatie tot een puzzel.

De oplossingen die op de stand werden getoond,

lieten zien dat hoge ambities alleen werken als ze

praktisch uitvoerbaar zijn voor installateurs.

Binnenklimaat meetbaar maken

Ook Belimo benadrukte meetbaarheid. Met de

zogeheten Future Experience maakt het bedrijf

inzichtelijk wat een slecht of juist goed binnenklimaat

betekent, onder meer via CO 2

-beleving.

Binnenklimaat is geen abstract begrip meer, maar

iets dat gemeten, gestuurd en aantoonbaar verbeterd

kan worden. Daarbij ligt de focus niet alleen

op nieuwbouw, maar juist ook op het upgraden

van bestaande installaties zonder ingrijpende

bouwkundige aanpassingen. ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 53


Praktische winst op het

dak en in de meterkast

Waar sommige stands vooral systeemdenken

benadrukten, draaide het bij Linum Europe om

directe praktijkwinst. Het bedrijf presenteerde

hulpmiddelen en accessoires voor de montage

van airco’s en warmtepompen. Oplossingen die

op papier klein lijken, maar op het dak of in de

meterkast veel tijd, ergernis en faalkosten besparen.

Juist dit type ‘randproducten’ blijkt in de dagelijkse

praktijk vaak doorslaggevend voor kwaliteit

en werkplezier.

54 | INSTALLATIEENBOUW.BE


BEKIJK HIER

ONZE VIDEO’S

Wie de tien stands naast elkaar zet,

ziet drie duidelijke trends

Geluid, luchtdichtheid en zekerheid

Ook bij Klemko stond de praktijk centraal. Met

oplossingen voor luchtverdeling, slangen en geluiddemping

richt het bedrijf zich nadrukkelijk op

comfort en installatiezekerheid, vooral in renovatie

en utiliteit. Geluid blijkt daarbij een steeds belangrijker

aandachtspunt. Niet alleen voor eindgebruikers,

maar ook voor installateurs die verantwoordelijk

worden gehouden voor het eindresultaat.

Systeemdenken in

verwarming en ventilatie

WOLF liet zien hoe verwarming, ventilatie en regeling

steeds meer als één samenhangend geheel

worden benaderd. Niet een losse warmtepomp of

unit, maar het totaalconcept staat centraal. Daarmee

sloot het bedrijf aan bij een bredere beweging

op de beurs: de vraag naar oplossingen die

in samenhang zijn ontworpen en eenvoudiger zijn

in te regelen en te beheren.

Duurzaamheid is meer dan energie

In het geweld van energietransitie en elektrificatie

herinnerde DELABIE de bezoeker eraan dat duurzaamheid

ook over water, hygiëne en beheerlast

gaat. In utilitaire en semipublieke gebouwen zijn

betrouwbaarheid, vandalismebestendigheid en

waterbesparing minstens zo belangrijk als energieprestatie.

Het laat zien hoe breed het duurzaamheidsbegrip

in de installatiesector inmiddels

is geworden.

Decentrale oplossingen

voor onderwijs en zorg

Tot slot presenteerde Klimaatgroep Holland decentrale

klimaatsystemen met water als energiedrager,

onder meer voor scholen, kantoren en

zorginstellingen. Door per ruimte te regelen en

te monitoren, sluiten deze oplossingen aan bij de

groeiende behoefte aan flexibiliteit, comfort en

beheersbaarheid – zeker in bestaande gebouwen.

Drie duidelijke trends

Wie deze tien stands naast elkaar zet,

ziet drie duidelijke trends. Ten eerste

verschuift de focus van losse producten

naar geïntegreerde systemen waarin

elektrotechniek en werktuigbouw samenkomen.

Ten tweede worden prestaties

steeds meetbaarder, of het nu gaat om

waterkwaliteit, binnenklimaat of energieverbruik.

En ten derde staat de dagelijkse

praktijk van de installateur centraal: montagegemak,

geluid, training en renovatiegeschiktheid

bepalen of innovaties daadwerkelijk

worden toegepast. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 55


Opvoerinstallatie

Aqualift L

De economische opvoerinstallatie

voor fecaliënhoudend water in de

woningbouw

Overzichtelijk & gemakkelijk verkrijgbaar:

Mono en Duo-varianten in 230V en 400V

Licht & compact:

licht van gewicht en compacte afmetingen

Flexibel & variabel:

voorgefabriceerde rechte en haaksetoevoeraansluitingen

Exact & onderhoudsvriendelijk:

Scharnierende vlotter met geintegreerde

alarmschakelaar

Nieuw

www.kessel-belgie.be/aqualift-l

Krijg elke klus geklaard.

Be connected.

Ontdek de nieuwe slimme

HVAC/R wereld van Testo.

meer

info

testo februari.indd 1 30/01/2026 9:36:45


Plug-and-play laadpalen

van Belgische makelij

Openheid cruciaal in

gebouwautomatisering

Verslag InterSolution

Light + Building 2026:

een vooruitblik


Visit us at our booth!

08.–13.3.2026 Hall 12.1 Booth B66


INHOUD

Slimme gebouwen, de hype voorbij 60

Plug-and-play laadpalen van Belgische makelij 64

InterSolution onderstreept wederom haar status als referentievakbeurs voor zonne-energie in de Benelux 66

Openheid cruciaal in gebouwautomatisering 68

Bied jij batterijen op de markt aan? 70

Light + Building 2026: graadmeter voor verlichting en gebouwtechniek 71

60

66

68 71

INSTALLATIEENBOUW.BE | 59


ELEKTROTECH

In november organiseerde Beckhoff Automation zijn eerste seminarie rond gebouwautomatisering, samen met drie Solution Providers.

EERSTE SEMINARIE ROND GEBOUWAUTOMATISERING KLATEREND SUCCES

SLIMME GEBOUWEN, DE HYPE VOORBIJ

In november organiseerde Beckhoff Automation zijn eerste seminarie rond gebouwautomatisering. De mooie opkomst van een 75-tal deelnemers

maakte meteen duidelijk dat het met de timing wel snor zat. Door Europese regelgeving zullen steeds meer gebouwen in de toekomst

immers verplicht over een gebouwbeheersysteem moeten beschikken om een zo energiezuinig mogelijke werking te garanderen. Ingenieur

Wim Boone schetste die evolutie tijdens zijn keynote. Beckhoff Automation en zijn Solution Providers maakten de dag compleet door te vertellen

wat er vandaag bestaat aan technologie om aan die eisen tegemoet te komen en welke voordelen ze oplevert.

Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff Automation

Ingenieur Wim Boone is sinds 1993 Senior Expert

smart buildings bij Ingenium. Hij ontwikkelde een

heldere visie op duurzame, slimme gebouwen en

leidt sinds 2017 een Europese werkgroep rond dit

thema. Daarnaast draagt hij als voorzitter van de

stuurgroep Wetenschap & Technologie aan het

Post Universitair Centrum KU Leuven bij aan opleidingen

rond smart buildings. De geknipte man

dus om de deelnemers een stand van zaken te

geven. "Gebouwbeheersystemen zijn niet nieuw.

Ze gaan al mee van in de jaren 90. Hun gebrek

aan flexibiliteit en energie-efficiëntie in combinatie

met dure onderhoudskosten verhinderde toen

een grote doorbraak. Vandaag ligt dat anders. De

technologie maakt gebouwen steeds autonomer.

In een volgende fase zullen ze zelfbewustzijn krij-

gen: op basis van data uit verschillende bronnen

zullen ze zichzelf kunnen optimaliseren voor meer

energie-efficiëntie.”

40% energieverbruik in Europa

Dat is ook wat de wetgever verlangt. “De verplichte

CSRD-rapportering verplicht bedrijven om naar

hun patrimonium te kijken. Zowel voor nieuwbouwprojecten

– om de juiste, duurzame keuzes

te maken – als bestaande gebouwen. Want eigenlijk

begint energie-efficiëntie pas na de oplevering.

40% van de energie die in Europa verbruikt

wordt, is afkomstig van gebouwen. Ze zijn ook

verantwoordelijk voor meer dan de helft (52%)

van het gasverbruik. De Energy Performance of

Buildings Directive (EPBD) wil daarom de energieefficiëntie

van gebouwen bevorderen om in 2050

te landen op CO 2

-neutraliteit. Zonder gebouwautomatisering

is dat onmogelijk. Daarom zijn er

ook daar verplichtingen rond. Vanaf 31 december

2025 moeten gebouwen in Vlaanderen met een

verwarmings- en/of koelsysteem met een nominaal

thermisch vermogen van meer van 290 kW

over een gebouwautomatisering en -controlesysteem

beschikken. Dit geldt zowel voor bestaande

als nieuwe niet-residentiële gebouwen. Vanaf 31

december 2029 wordt die drempel verlaagd naar

70 kW. Het komt er dus aan.”

Impact op waarde van gebouwen

Voor Wim Boone is het zaak om een gebouw zo

autonoom mogelijk te laten functioneren door

60 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. “Als je

niet ingrijpt, zal een gebouw tijdens zijn levenscyclus

steeds meer CO 2

gaan uitstoten. Naarmate

we dichter bij 2050 komen, zal dat een steeds

grotere impact hebben op de vastgoedwaarde

van een gebouw. Je moet dus op zoek gaan naar

energieverbeterende maatregelen. Gebouwbeheer

staat in de top drie van oplossingen om

die te realiseren.” Vlaanderen verwijst naar de

Smart Readiness Indicator, die ook deel uitmaakt

van de Europese EPBD-regelgeving, om gebouwbeheerders

een houvast te geven. Op basis van

een vragenlijst wordt gecheckt welk potentieel er

aanwezig is en welke maatregelen er nodig zijn,

hoeveel die kosten en wat ze opleveren. “Drie

functionaliteiten worden daarin beoordeeld: de

capaciteit om energie-efficiënt te blijven presteren,

zich aan te passen aan de noden van de

gebruiker en de elektriciteitsvraag flexibel aan te

passen”, vat Wim Boone samen.

Voordelen en uitdagingen

Hiermee krijgen bedrijven een stevige leidraad

om tot slimme gebouwen te komen. Dat zouden

geen uitzonderingen meer zijn. “Je vindt ze overal

in Europa al terug, van Portugal tot Finland.” Wim

Boone geeft het voorbeeld van de Universiteit van

Helsinki. “Het idee daar was om met sensoren alle

data over de gebouwen te verzamelen en die dan

ten dienste te stellen van studenten en professoren.

Ook leveranciers kunnen er terecht om met

die data living labs op poten te zetten. Een manier

om bottom-up toegevoegde waarde te creëren en

data snel te laten renderen.” Hij is ervan overtuigd

dat de voordelen van gebouwautomatisering alleen

maar duidelijker zullen worden, naarmate het

aanbod aan technologie groeit. Naar schatting

zal de markt van gebouwautomatisatie en -controlesystemen

de komende jaren met 4% groeien.

“Men mag rekenen op minder energieverbruik en

lagere OPEX-kosten door proactieve diagnose. Tegelijk

moet men waakzaam blijven voor uitdagingen.

Cybersecurity is bijvoorbeeld een belangrijk

aandachtspunt. Daarnaast is standaardisering

belangrijk, bijvoorbeeld in de benaming van de

verschillende componenten, zodat er geen Babylonische

spraakverwarring ontstaat. Maar ook daar

bestaan reeds initiatieven rond.” ❯

‘40% van de energie die in Europa verbruikt wordt,

is afkomstig van gebouwen’

Ingenieur Wim Boone is senior expert smart buildings bij Ingenium. Hij ontwikkelde een heldere visie op duurzame, slimme gebouwen.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 61


ELEKTROTECH

De mooie opkomst van een 75-tal deelnemers maakte meteen duidelijk dat het met de timing wel snor zat.

GEBOUW­

AUTOMATISERING

IN HET VLINDERPALEIS

Theorie die ook in heel wat projecten

aan de praktijk gekoppeld wordt.

Tijdens het seminarie kwamen drie

Beckhoff Solution Providers (Boolean,

Fixsus en VMA) een case voorstellen

waarin ze met Beckhoff-technologie

mooie resultaten wisten te boeken.

De eerste die we eruit pikken is het

Antwerpse Justitiepaleis, met zijn

unieke architecturale vorm beter

gekend als het Vlinderpaleis. Fixsus

kreeg de opdracht voor een volledige

retrofit van het gebouwbeheersysteem

toegewezen. “Het oude regelmateriaal

werd vervangen door Beckhoffautomatiseringsmateriaal

en we

installeerden een op maat gemaakt

TIBA 3 GBS”, doet Maxime Hellebuyck

het relaas. “We zorgden voor een

geïntegreerde oplossing voor de HVACregeling

en monitoring van de kantoren,

naregelingen in de gerechtszalen,

algemene verlichtingssturing en

intelligente brandklepsturing. Dankzij

de robuustheid van het Beckhoffmateriaal

en het TIBA 3-systeem, dat

zichzelf voortdurend bijwerkt volgens

de laatste normen, kan het gebouw

minstens 25 jaar verder zonder

ingrijpende updates.” Slim renoveren

met impact dus.

Fixsus kreeg de opdracht voor een volledige retrofit van het gebouwbeheersysteem

van het Justitiepaleis in Antwerpen toegewezen.

62 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

AUTONOOM WERKEND

GEBOUW VOOR

ASL GROUP

Een autonoom werkend gebouw,

toekomstmuziek? Neen, realiteit. In

België zelfs. In Luik tekende ASL Group

voor zo’n technisch hoogstandje. Niet

om bezoekers te imponeren, maar

net om aansluiting te vinden bij de

bedrijfsactiviteiten. Die bestaan uit het

uitbaten van privévluchten en daarvoor

had het nood aan een gebouw dat 24/7

open was. Beckhoff Solution Provider

Boolean bouwde mee aan de oplossing.

Raf Weerts, facilitymanager voor ASL

Group, legt uit: “We hebben hier maar

één vaste medewerker en de rest van

het personeel bestaat uit freelancers

die op afroep werken, wanneer er een

vliegtuig aankomt of vertrekt. Om

ze niet te belasten met ellenlange

procedures om alle technieken op te

starten, doet het gebouw dat volledig

zelf zodra er iemand binnenkomt. Is er

geen beweging meer in het gebouw,

dan gaan alle systemen – ventilatie,

verlichting, verwarming … – vanzelf weer

in slaapstand. Op die manier kunnen we

heel energiezuinig werken.”

Beckhoff Solution Provider Boolean bouwde mee aan een autonoom werkend gebouw voor ASL Group.

Naar schatting zal de markt van

gebouwautomatisatie en -controlesystemen

de komende jaren met 4% groeien

De oude WTC I & II-torens in Brussel ondergingen

een totaalrenovatie. VMA heeft er de integrale

automatisatie van alle gebouwtechnieken uitgevoerd.

ZIN IN NOORD –

WORLD’S BEST TALL

BUILDING 2025

De oude WTC I & II-torens in Brussel

ondergingen een totaalrenovatie. VMA

heeft er de integrale automatisatie

van alle gebouwtechnieken uitgevoerd.

Hiervoor werden honderd Beckhoff

PLC’s geïmplementeerd, verdeeld over

de verdiepingen. Het grootste deel

bestaat uit de nieuwe kantoren voor de

Vlaamse overheid. De andere entiteiten

zijn appartementen, een hotel, een

fitnessruimte en gemeenschappelijke

ruimtes zoals het dakterras en de

serres op de benedenverdieping.

De complexiteit hierbij is dat de

verschillende entiteiten autonoom

moeten functioneren, maar toch een

onderliggende samenhang dienen te

behouden. Denk aan zonnepanelen,

laadpalen, de HVAC-installatie

voor warmte- en koudeproductie en

slimme lichtsturing. De parking strekt

zich uit over meerdere verdiepingen

en omvat zowel private als publieke

delen. De verlichting wordt per zone,

corridor en verdieping aangestuurd.

Zo kan het licht maximaal worden

uitgeschakeld of gedeeltelijk gedimd,

zonder dat gebruikers een verduisterd

of onveilig gevoel ervaren. Meer

dan 1200 energiemeters volgen het

energieverbruik nauwkeurig op. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 63


ELEKTROTECH

PLUG-AND-PLAY LAADPALEN VAN BELGISCHE MAKELIJ

Powerstation is niet zomaar een producent van laadoplossingen. Dankzij lokale assemblage en een rechtstreekse samenwerking met installateurs

kiest het bedrijf bewust voor een zakenmodel dat anders is.

Tekst Piet Andries | Beeld Powerstation

De Belgische markt voor laadpalen boomt en zal

tegen het einde van het decennium verdrievoudigen.

Toch valt het Belgische Powerstation, een

initiatief van serieondernemer Erik Groes, níét

voor de verleiding van een quick win door massaproductie

of absolute bodemprijzen. Het bedrijf

bouwt laadstations die naast esthetisch vooral robuust

en futureproof zijn, volledig geassembleerd

in België. “Installateurs verdienen een kwaliteitsproduct

met een gepast verdienmodel”, zegt Erik

Groes. “Daar zetten we vol op in. Zoals Omega

Pharma in directe lijn apothekers aansprak, werken

wij rechtstreeks samen met installateurs. Geen

groothandel, geen omwegen. Onze sector zit in

een stroomversnelling en dan heb je nood aan

partners die weten waar ze voor staan.”

Oog wil ook wat

Powerstation is geboren uit frustratie: “Vijf jaar

geleden vond ik simpelweg geen mooie laadpaal

op de markt”, gaat Erik Groes voort. “Dus ontwierp

ik zelf de Powerstation Two, het resultaat

van een weldoordachte investering in design en

componentkeuze. We gebruiken Duitse controllers

van Bender, onze zelfontwikkelde behuizing

De Powerstation 2 komt gebruiksklaar toe, inclusief simkaart en instellingen.

64 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

en laadklep is gepatenteerd en we assembleren

het geheel lokaal in een beschermde werkplaats.

Dat maakt ons onafhankelijk van een fabriek die

op volle toeren moet draaien voor de rentabiliteit,

waardoor we kunnen focussen op wat echt

telt: hogere kwaliteitseisen”. De productie en de

werking van Powerstation zijn lean (een managementfilosofie

gericht op het creëren van maximale

waarde voor de klant door verspillingen in productieprocessen

systematisch te elimineren, red.)

opgezet, met medewerkers die garant staan voor

persoonlijk contact en een portefeuille van 1.500

tot 2.000 klanten. “We hebben al grote contracten

geweigerd. Groeien mag, maar enkel als we

tevreden klanten kunnen blijven bedienen.”

Voor toekomstige versies onderzoekt Powerstation

biogebaseerde materialen zoals koffiedik.

Erik Groes, bedrijfsleider bij Powerstation: “Vijf jaar geleden vond

ik simpelweg geen mooie laadpaal op de markt.”

‘Installateurs verdienen een kwaliteitsproduct

met een gepast verdienmodel’

Het laadvermogen per socket bedraagt

tot 22 kW, terwijl dynamic en solar loadbalancing

worden ondersteund.

Kant-en-klaar van de band

Installateurs staan er niet alleen voor. Het bedrijf

ondersteunt hen met duidelijk opgestelde handleidingen,

opleidingen vooraf en een foolproof

montageproces. “Onze laadpaal komt kant-enklaar

van de band, met simkaart en instellingen.

Je sluit hem aan en hij werkt. Bij andere merken

kan de installatie complex zijn. Bij ons is het plugand-play.

We hebben onze tijd genomen om dat

in orde te krijgen”, aldus Erik Groes. “Wie als eerste

instapt in een regio krijgt daarvoor ook onze

leads. We zijn niet op zoek naar honderden installateurs,

wel naar sterke partners.”

Naast laadpalen biedt het bedrijf, zonder verplichting,

ook een laadpas met een groot bereik aan.

Uit gerecycleerd materiaal

De Powerstation Two levert de nodige prestaties

met een laadvermogen tot 22 kW per socket en

ondersteuning voor dynamic en solar load-balancing.

De stroomaansluiting bevindt zich aan de

onderzijde met een maximale belastbaarheid van

125 A. Dankzij modulaire opbouw, OCPP-communicatieprotocollen

en connectiviteit via ethernet,

wifi, 4G of UTP-kabel past de laadpaal zich

naadloos aan verschillende omgevingen aan: van

kmo’s tot grotere bedrijfsvloten. Firma’s kunnen

zelfs hun eigen branding laten aanbrengen op

de behuizing. Hoewel Powerstation een op en top

Belgisch bedrijf is, werkt het ook met buitenlandse

partners. Voor de particuliere klant verdeelt het de

Volt Time Source 2S, een wallbox uit Nederland

met ook een vermogen tot 22 kW en, conform de

huisstijl, een designerjasje.

Ondertussen kijkt Powerstation vooruit. Naar de

mogelijkheden van bidirectioneel laden bijvoorbeeld

– al is volgens Erik Groes de aansprakelijkheidskwestie

voor de batterij-impact daarover nog

onduidelijk – maar ook biogebaseerde materialen

voor de omkasting. Dat kan de palen interessant

maken voor fleetmanagers die de druk van ESGregelgeving

voelen. “We hebben een start-up gefinancierd,

Grounds Up, die koffiedik recyclet tot

bekers en printmateriaal. Mogelijk gebruiken we

die grondstof in de toekomst voor onze frontpanelen”,

besluit Erik Groes. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 65


ELEKTROTECH

De vakbeurs was toe aan haar veertiende editie.

InterSolution onderstreept wederom

haar status als referentievakbeurs

voor zonne-energie in de Benelux

Met ongeveer honderd internationale exposanten en 4.486 professionele bezoekers heeft InterSolution 2026, op 14 en 15 januari in Flanders

Expo in Gent, opnieuw haar status bevestigd als referentievakbeurs voor zonne-energie. Niet alleen de nieuwste oplossingen en diensten die

de marktleiders en innovatieve nieuwkomers uit binnen- en buitenland er voorstelden konden op veel belangstelling rekenen, dat gold ook

voor het uitgebreide inhoudelijke programma van de InterSolutionSummit, intussen ook al enkele jaren een vast nummer op de b2b-beurs.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld InterSolution

InterSolution, dat toe was aan haar veertiende

editie, profileert zich al jaren als de inhoudelijke

start van het beursjaar voor zonne-energieprofessionals

uit de Benelux. Dat was dit jaar niet anders:

in Hal 8 van Flanders Expo presenteerden

de belangrijkste spelers en innovatieve start-ups

uit onder meer België, Nederland, Luxemburg,

Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk,

de Verenigde Staten, Rusland en China

op een beursvloer van 10.000 m² een representatief

overzicht van de nieuwste ontwikkelingen in

de solarindustrie. Onder meer Belga Solar, Cebeo,

Fronius, Rexel, Vandervalk Solar Systems en Viessmann

tekenden present.

In totaal waren de standhouders met zo’n honderd,

een getal dat een kleine 20% lager lag dan

vorig jaar. Het aantal bezoekers, voornamelijk Belgen

en Nederlanders, bleef met bijna 4.500 wel

zo goed als stabiel.

Geïntegreerde energiesystemen

stilaan het nieuwe normaal

Een trend tijdens de laatste edities was dat steeds

meer exposanten geïntegreerde energiesystemen

presenteerden. Deze editie van InterSolution

maakte duidelijk dat we eigenlijk niet langer kun-

66 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

nen spreken van een trend: het combineren van

zonne-energie met opslag, elektrische mobiliteit

en slimme sturing is stilaan aan de orde van de

dag. Zo vielen naast zonnepanelen, omvormers en

warmtepompen ook opslagsystemen, laadpalen

en energiemanagementsystemen (EMS) onder de

voorgestelde oplossingen te noteren. Die laatste

namen daarbij een centrale plaats in.

Daarnaast was er dit jaar opvallend veel aandacht

voor de grootschaligere zonneprojecten, zoals

industriële zonnedaken, zonneparken en energiehubs

waar zonne-energie kan worden opgeslagen.

Ze maakten dat onderwerpen als netcongestie

en zogeheten Power Purchase Agreements (PPA’s)

meermaals over de tongen gingen en de beurs ook

ontwikkelaars, investeerders en grootschalige industriële

verbruikers aantrok – partijen die actief zijn in

strategische energieprojecten op grotere schaal.

Previews, Labs en Talks

De InterSolutionSummit vormde net als in de

voorbije edities een belangrijk inhoudelijk ankerpunt.

Twee beursdagen lang voorzag de summit

in zogeheten Previews, Labs en Talks. Tijdens de

Previews kregen de bezoekers een compact overzicht

van recente productreleases. De Labs boden

verdieping rond actuele technische en operationele

uitdagingen, zoals AI-gestuurde energieoptimalisatie,

brandveiligheid en circulaire businessmodellen

voor zonnepanelen en batterijen. In

de Talks, ten slotte, gingen relevante federaties,

onderzoeksinstellingen en marktspelers in debat

over hete thema’s binnen de zonne-energiesector,

zoals de Europese verplichtingen rond zonnepanelen

op bedrijfsgebouwen, de impact van negatieve

stroomprijzen op grootschalige zonneparken en de

toenemende rol van flexibiliteit en EMS-integratie.

Netwerkplatform

Uiteraard fungeerde de beurs als vanouds ook al

een belangrijk internationaal netwerkplatform.

De contacten die tijdens InterSolution worden

gelegd, vormen niet zelden de basis voor nieuwe

projecten en langdurige samenwerkingen.

Intussen is de organisatie al volop bezig met de

volgende editie. Die zal doorgaan op 27 en 28 januari,

opnieuw in Flanders Expo. Geïnteresseerde

standhouders kunnen zich nu al aanmelden via

een mailtje naar info@intersolution.be. ❚

InterSolution 2026 ging door op 14 en

15 januari in Flanders Expo in Gent.

Deze editie had opvallend veel aandacht

voor grootschaligere zonneprojecten, zoals

industriële zonnedaken en energiehubs waar

zonne-energie kan worden opgeslagen

Naast zonnepanelen, omvormers en warmtepompen

vielen ook opslagsystemen, laadpalen en

energiemanagementsystemen (EMS) onder

de voorgestelde oplossingen te noteren.

In totaal waren de exposanten met zo’n honderd.

De InterSolutionSummit vormde net als in de voorbije

edities een belangrijk inhoudelijk ankerpunt.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 67


ELEKTROTECH

OPENHEID CRUCIAAL IN GEBOUWAUTOMATISERING

We zijn in Vlaanderen op 1 januari 2026 wakker geworden in een nieuw tijdperk. Voortaan moeten niet-residentiële gebouwen – bestaande en

nieuwe – die beschikken over een installatie met een thermisch vermogen van meer dan 290 kW zijn uitgerust met een gebouwautomatisering

en -controlesysteem (BACS). Voor de meeste installateurs nog een ver-van-hun-bedshow. Maar in 2030 geldt die regel vanaf 70 kW en vallen

er ook al kleine tot middelgrote kantoren, supermarkten, basisscholen, zorginstellingen vanaf twintig kamers enzovoort onder. Het is dus

hoog tijd dat installateurs zich verdiepen in gebouwbeheersystemen. Bijvoorbeeld in dat van Beckhoff Automation, dat dankzij zijn openheid

alle technieken in een gebouw kan samenbrengen in één platform.

Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff Automation

De BACS-regelgeving kadert in het bredere Europese

streven naar CO 2

-neutraliteit tegen 2050. Iedereen

wijst al snel met de vinger naar transport,

maar ook gebouwen zijn verantwoordelijk voor

een flinke hap van ons energieverbruik en dus

onze CO 2

-emissies. Zeker met het verouderd patrimonium

waarover we in Europa beschikken. “Er is

nog heel wat werk aan de winkel om gebouwen

energie-efficiënter te maken. Over exacte cijfers be-

Door voor een open systeem te kiezen, kan je de verschillende technieken rechtstreeks met elkaar laten communiceren. Ook als die uit verschillende werelden komen.

68 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

Philip Neyens: “Door onze openheid kan je

eigenlijk programmeren wat je wil.”

schikken we niet, maar we zien dat de door Europa

vastgelegde timing voor een stroomversnelling

zorgt. Onze integratoren krijgen momenteel veel

aanvragen binnen, maar we zullen nog een versnelling

hoger moeten schakelen om alle gebouwen in

2030 conform te krijgen”, aldus Philip Neyens, support

engineer bij Beckhoff Automation.

Waarom automatiseren?

Nochtans zou gebouwautomatisering een no-brainer

moeten zijn. “Sinds de coronacrisis is de bezetting

van kantoorgebouwen helemaal veranderd,

maar we zien dat er weinig veranderd is in hoe

de technieken worden toegepast. Rijd maar eens

langs de autosnelweg ’s avonds … Je zal heel wat

felverlichte, lege kantoren zien. Zonde. Met zoiets

eenvoudig als het slim sturen van de verlichting

in functie van de aanwezigheid kan je al flink wat

percentjes van je energiefactuur afkloppen. Het

vergt inspanningen, ja, maar je kan wel een relatief

korte return on investment creëren. Door je

technieken te sturen, word je vanzelf efficiënter”,

verzekert Ronny Noynaert, accountmanager Business

Developer Building Automation bij Beckhoff.

Waaraan moet BACS voldoen?

Maar hoever een gebouwbeheerder daar nu precies

in wil gaan, dat is aan hem of haar. Toch

voegt de wetgever enkele voorwaarden toe. Om

van een BACS te mogen spreken, moet de oplossing

minimaal aan volgende eisen voldoen

volgens VEKA: het energieverbruik monitoren en

registreren, communicatie tussen systemen en

gebruikers mogelijk maken, het energieverbruik

analyseren en bijsturen waar nodig, de energieefficiëntie

van technische installaties bewaken en

optimaliseren, hernieuwbare energie en energie-

Ronny Noynaert: “Het vergt inspanningen,

maar je kan wel een relatief korte

return on investment creëren.”

opslag integreren, de binnenmilieukwaliteit van

het gebouw monitoren en vanaf 2028 ook de

verlichting beheren.

Open systeem

De keuze voor Beckhoff inzake gebouwautomatisering

is niet verrassend. Noynaert: “Industriële

klanten kennen ons vaak al. Voor hen is het interessant

om met dezelfde technologie te kunnen

‘Wij brengen alles samen

in één oplossing’

Sinds de coronacrisis is de bezetting van kantoorgebouwen helemaal veranderd,

maar er is weinig veranderd in hoe de technieken worden toegepast.

werken in de kantoorgebouwen en de productiehal.”

Dat zowel hardware als software uit één

hand te krijgen zijn, is een duidelijke troef. Maar

ook aan de technologie zelf zijn heel wat intrinsieke

voordelen verbonden. Het open karakter

bijvoorbeeld. “Open systemen zijn vandaag nog

steeds in de minderheid”, gaat Neyens met een

knipoog verder. “Voor ons is dat echter een evidentie.

Door voor een open systeem te kiezen, kan

je de verschillende technieken rechtstreeks met

elkaar laten communiceren. Ook als die uit verschillende

werelden komen. In gebouwen heb je

DALI, SMI, BACnet, Modbus, M-bus … In de industrie

spreken we over EtherCAT, Profinet, CAN/CA-

Nopen … In de show- en stagewereld van Artnet

Streaming ACN, PJ-Link … Wij brengen alles samen

in één oplossing. Want uiteindelijk is daarmee de

meeste energiewinst te rapen: geïntegreerde, zelflerende,

autonome systemen. Dan kunnen we pas

van slimme gebouwen spreken.”

The sky is the limit

“Door onze openheid kan je eigenlijk programmeren

wat je wil. Zo hebben we onder andere

voorbeelden om te communiceren met een Philips

Hue bridge via API-calls, VELBUS via CAN-protocol,

specifieke RS485-protocollen … Hierdoor kunnen

we niet alleen een grote meerwaarde bieden

in nieuwbouwprojecten, maar ook bij renovaties

en zelfs bij bestaande gebouwen, simpelweg door

een communicatie op te zetten met de oudere systemen”,

besluit Neyens. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 69


PUBLIREPORTAGE

Bied jij batterijen

op de markt aan?

Sluit je aan bij Bebat!

Wist je dat je als producent (fabrikant,

importeur of distributeur) van Energy

Storage Systems (ESS) in België

moet voldoen aan de ‘uitgebreide

producentenverantwoordelijkheid (UPV)’?

Moet jij aan de UPV voldoen?

De UPV geldt voor iedereen die fysiek of op afstand batterijen/modules op de

Belgische markt aanbiedt met het oog op verkoop, verhuur, leasing of gebruik.

Ontdek de 8 wettelijke verplichtingen

Onder de noemer UPV zitten 8 wettelijk verplichte to-do’s die je in orde moet brengen.

1 5

2

3

4

• Registreren

bij de drie gewestelijke

overheden.

• Aangeven

welke batterijen je

voor de eerste keer

op de Belgische

markt aanbiedt.

• Garantieregeling

voor batterijen

waarvoor je

geen milieubijdrage

betaalt.

• Sensibiliseren

en aan preventie

doen.

6

7

8

• Inzameling organiseren

om de wettelijke

doelstellingen te behalen,

via een netwerk dat

het volledige Belgische

grondgebied dekt met

ADR-conform vervoer.

• Recyclage, hergebruik

of herbestemming van

afgedankte batterijen.

• Recyclage-efficiëntie

aantonen.

• Rapporteren

aan de overheden.

De eenvoudigste

oplossing: Bebat!

Om aan deze verplichtingen te

voldoen, kan je zelf een aanvraag

voor registratie en goedkeuring

indienen bij de regionale overheden.

Maar er is ook een eenvoudigere

manier: aansluiten bij Bebat.

Wat moet je hiervoor doen?

• Deelnemer worden bij Bebat.

• Aangifte doen op het

MyBebat-platform van je

verkochte batterijen en

serienummers.

• De nodige bijdragen betalen.

Bebat zorgt voor de gratis

inzameling van de defecte of

afgedankte ESS waarvoor de

milieubijdrage is betaald en

het serienummer is gekend bij

Bebat. Voor ESS-modules van een

installatie boven de 16MWh kan er

een individuele oplossing op maat

uitgewerkt worden. Contacteer ons

voor meer informatie.

Moet jouw bedrijf

voldoen aan de

aanvaardingsplicht?

Doe de test!


ELEKTROTECH

Ongeveer duizend exposanten uit de verlichtingssector tonen hun nieuwste oplossingen op de beurs. (archiefbeeld)

LIGHT + BUILDING 2026: GRAADMETER VOOR

VERLICHTING EN GEBOUWTECHNIEK

In Messe Frankfurt in het Duitse Frankfurt am Main vindt van 8 tot en met 13 maart Light + Building plaats, de jaarlijkse wereldberoemde

vakbeurs voor verlichting en gebouwtechniek. Light + Building 2026 wil niet alleen tonen wat er technisch mogelijk is, maar vooral duidelijk

maken hoe verlichting en gebouwinstallaties steeds nauwer met elkaar verweven raken; de focus verschuift van losse producten naar geïntegreerde

oplossingen voor duurzame, efficiënte en comfortabele gebouwen.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Messe Frankfurt GmbH

Voor ontwerpers, installateurs, ingenieurs en fabrikanten is Light + Building

traditioneel het moment om nieuwe ontwikkelingen te toetsen aan

de praktijk. De beurs combineert een breed exposantenaanbod met een

inhoudelijk programma dat inzet op context en duiding. Daarmee wil

ze zich onderscheiden van klassieke productbeurzen. Wat op de beurs

getoond wordt, vertaalt zich vaak snel naar concrete toepassingen in

projecten en regelgeving, ook op de Belgische markt.

Light + Building Trends 2026/27

Een belangrijk inhoudelijk onderdeel van Light + Building 2026 zijn de

Light + Building Trends 2026/27, die te zien zijn op de Design Plaza,

een centraal opgezet inspiratieplatform in hal 3.1. Die trends focussen

op decoratieve verlichting, maar reiken verder dan esthetiek alleen. Ze

tonen hoe ontwerpkeuzes, materiaalgebruik en technologie samen evolueren.

De trends werden samengesteld door het bureau bora.herke.

palmisano en werden gedefinieerd als sensuous atmospheres, energetic

gatherings en considered concepts. Elke trend impliceert een andere benadering

van licht, ruimte en gebruik. De trendonderzoekers van bora.

herke.palmisano zullen dagelijks toelichting geven over de trends op

diezelfde Design Plaza. ❯

INSTALLATIEENBOUW.BE | 71


ELEKTROTECH

Sensuous atmospheres draait rond rust, comfort en subtiele lichtwerking. Verlichting

krijgt hier geen dominante rol, maar ondersteunt de ruimte op een

zachte manier. Armaturen hebben eenvoudige, ingetogen vormen en verspreiden

het licht diffuus. Materialen zoals textiel spelen een belangrijke rol omdat

ze het licht filteren en verzachten. Ook glas en metaal blijven aanwezig, maar

dan met matte afwerkingen en gelaagde structuren. Opvallend binnen deze

trend is de aandacht voor dynamisch licht, verlichting die zich aanpast aan

het moment van de dag. Dat sluit aan bij de groeiende aandacht voor welzijn

en gezondheid in gebouwen. Licht wordt hier gezien als een factor die

bijdraagt aan comfort, concentratie en ontspanning, zowel in woningen als

in werk- en publieke ruimtes.

Waar sensuous atmospheres bewust terughoudend blijft, kiest energetic

gatherings voor een uitgesproken en levendige aanpak. Volgens deze trend

staat licht centraal als visueel en ruimtelijk accent. Armaturen fungeren als

objecten die een ruimte karakter geven. Ontwerpen combineren verschillende

vormen, kleuren en materialen en verwijzen regelmatig naar retro-invloeden.

Materialen zoals glas, keramiek en metaal, vooral messing en koper, komen

vaak terug. De kleurkeuze varieert van zachte tinten tot uitgesproken kleuren,

aangevuld met donkere en neutrale accenten. Deze trend toont hoe verlichting

ingezet wordt om ruimtes levendig en herkenbaar te maken, bijvoorbeeld

in horeca, publieke gebouwen of hybride werkplekken.

Wat op de beurs getoond

wordt, vertaalt zich vaak snel

naar concrete toepassingen

in projecten en regelgeving

De derde trend, considered concepts, focust op helderheid, duurzaamheid

en tijdloos ontwerp. Hier ligt de nadruk op goed doordachte armaturen die

langer meegaan en zich aanpassen aan verschillende contexten. Vormgeving

blijft sober en grafisch, zonder overbodige details. Technologie speelt een belangrijke

rol, maar is discreet geïntegreerd. Opvallend is dat veel ontwerpers

binnen deze trends teruggrijpen naar bestaande modellen of klassiekers. Die

worden herwerkt, technisch geactualiseerd of opnieuw uitgebracht in aangepaste

edities. Het doel is niet vernieuwen om te vernieuwen, maar inzetten op

kwaliteit en duurzaamheid. Materialen zoals metaal en marmer blijven populair,

net als nieuwe toepassingen van gerecycleerde grondstoffen, bijvoorbeeld

Light + Building 2026 vindt opnieuw plaats in Messe Frankfurt

in het Duitse Frankfurt am Main. (archiefbeeld)

De zogeheten Design Plaza neemt opnieuw een

prominente plaats in op de beurs. (archiefbeeld)

72 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

Light + Building 2026 kan uitpakken met een sterke vertegenwoordiging

van aanbieders van gebouwinstallaties, elektrische infrastructuur,

energiebeheer en automatisering. (archiefbeeld)

Voor ontwerpers, installateurs, ingenieurs en fabrikanten

is Light + Building traditioneel het moment om nieuwe

ontwikkelingen te toetsen aan de praktijk. (archiefbeeld)

gerecycleerd zilver met een verfijnde afwerking. Dit thema sluit nauw aan bij

de bredere discussie over circulariteit en levensduur in de bouwsector.

Geïntegreerde platformen

Naast de trendpresentaties blijft Light + Building in de eerste plaats een

grootschalige vakbeurs. Ongeveer duizend exposanten uit de verlichtingssector

tonen er hun nieuwste oplossingen, van functionele verlichting voor kantoren,

industrie en infrastructuur tot decoratieve armaturen voor residentiële

en publieke projecten. Daarnaast is er een sterke vertegenwoordiging van

aanbieders van gebouwinstallaties, elektrische infrastructuur, energiebeheer

en automatisering. De beurs benadrukt daarbij steeds meer de samenhang

tussen deze domeinen. Verlichting staat niet los van energiebeheer, netwerken

of digitale sturing, maar maakt er integraal deel van uit. Elektrische installaties,

verlichting, automatisering en energiebeheer groeien samen tot

één technisch en organisatorisch geheel. Dat heeft gevolgen voor ontwerp,

uitvoering en onderhoud. Installateurs krijgen steeds vaker te maken met digitale

systemen en geïntegreerde platformen. Ontwerpers moeten rekening

houden met technische randvoorwaarden die verder gaan dan lichtopbrengst

of vormgeving alleen.

Kortom, Light + Building 2026 zal wederom een duidelijk beeld scheppen

van de richting waarin de sector van verlichting en gebouwtechniek evolueert,

met trends, technologie en praktijkvoorbeelden. Wie actief is in die sector

en klaar wil zijn voor de toekomst, weet dus waarheen begin maart. ❚

Een belangrijk inhoudelijk

onderdeel van Light + Building

2026 zijn de Light + Building

Trends 2026/27

INSTALLATIEENBOUW.BE | 73


Word nu ook partner!

Zij gingen u voor.

Scan de QR-code voor de

volledige bedrijvenindex

Benelux-brede communicatie via onze mediakanalen

Kapellestraat 132/1

Gebouw G

8020 Oostkamp

T +32 50 36 81 70

E info@louwersmediagroep.be

w www.louwersmediagroep.com

PROJECTMANAGER

Mathieu Noppe, Pieter-Jan Vansteelandt

T +32 50 36 81 70,+32 499 22 11 03

E m.noppe@louwersmediagroep.be

p.vansteelandt@louwersmediagroep.be


| IO06BD |

Transparantie

creëert efficiëntie:

Vermogensmeting in distributienetwerken

Beckhoff biedt een kostengeoptimaliseerde oplossing voor het registreren van energiestromen met zijn eenvoudig

te retrofitten vermogenssensoren en de EL3475 EtherCAT-meetterminal:

nauwkeurige meting van alle relevante elektrische gegevens in een distributienetwerk

snelle installatie dankzij insteekbaar aansluitconcept (RJ45)

efficiënte inbedrijfstelling met voorgemonteerde kabels voor spanningstransformatoren (SVL)

en stroomtransformatoren (SCL)

eenvoudige implementatie: transformatoren hebben elektronische naamplaatjes

bepaling van de netstatus en netwerktransparantie in overeenstemming met

de German Energy Industry Act (EnWG, §14a)

lage kosten per meetkanaal en per afgegeven vermogen

Scan om een

verscheidenheid aan potentiële

vermogensmeting

toepassingen te zien


Buitenunit: MUZ-RZ25-35,

Binnenunit: MSZ-RZ25-50

VERKOEL IN DE ZOMER,

VERWARM IN DE WINTER

DUURZAAM ÉN DOELTREFFEND

MET PROPAAN (R290)

Het wooncomfort van jouw klanten naar een hoger niveau tillen kan met de Mitsubishi Electric

MSZ-RZ R290. Deze unit combineert krachtige koeling in de zomer met betrouwbare

verwarming in de winter. Zelfs bij zeer lage buitentemperaturen zorgt het voor fluisterstil en

energiezuinig comfort in elke woonruimte. Het natuurlijke koelmiddel met extreem laag GWP

draagt bij aan een lagere milieu-impact, terwijl de geïntegreerde technologie, zoals 3D-sensoren,

luchtzuivering en Wi-Fi-besturing via MELCloud zorgt voor een comfortabel en gezond

binnenklimaat dat klaar is voor de toekomst.

Kies het beste

voor jouw klanten

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!