Installatie & Bouw (B)_01-2026
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
1
INSTALLATIE&BOUW
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
INSTALLATIE&BOUW
installatieenbouw.be
NUMMER 1 - 2026
februari - maart
INSTALLATIE&BOUW PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
INSTALLATIEENBOUW.BE
Duurzame ventilatie voor
B&B in oude watertoren
Voorbeschouwing
op MCE 2026
Het Techlink Data
Portal toegelicht
INCLUSIEF HET VAKKATERN
Xxxxxx
Bosch actie
5+1 GRATIS
Van 16 februari tot en met 31 maart 2026 krijg je bij aankoop van
5 ketels Condens 5300i of 5 ketels Condens 7700i een combi ketel van
hetzelfde type gratis.
Meer informatie en algemene voorwaarden op:
actie.bosch-homecomfort.be
JOUW MEEST
WAARDEVOLLE
INSTALLATIE
ONTDEK HET GROHE+ LOYALITEITSPROGRAMMA
Verkrijgbaar in de
ONTDEK HET OP
Zet je vakmanschap om in voordeel met GROHE+, het
gratis loyaliteitsprogramma voor professionele installateurs.
Verzamel punten, ontgrendel exclusieve beloningen
en gebruik tools die ontworpen zijn om jouw succes te
ondersteunen – allemaal op één plek. Download de app via
de QR-code, word lid en maak van GROHE+ jouw vaste
werfpartner. Voorwaarden en details via groheplus.grohe.be.
€ 25
CADEAU *
IN BONUS-
PUNTEN
* Word lid en ontvang 250 bonuspunten t.w.v. € 25 bij je
GROHE+ registratie. Aanbieding uitsluitend voor nieuwe
leden, beperkt tot één keer per bedrijf.
GREEN VENTILATION
WIST JE DAT...
“de binnenlucht tot 5x
meer vervuild is dan de buitenlucht?
“
STAY UP-TO-DATE !
Ontdek onze
catalogus
UITGAVE
1
VOORWOORD
Tussen ambitie en realiteit
Een ongeschreven regel zegt dat na de eerste week van januari geen nieuwjaarsgroeten meer worden uitgewisseld. Maar omdat dit nummer
nu eenmaal later in uw bus viel: alsnog een schitterend 2026 gewenst!
Een nieuw jaar, dat betekent traditioneel enkele nieuwe beleidsmaatregelen. Sommige daarvan raken de installatiesector rechtstreeks. De
federale overheid herstelt het btw-tarief van 6% voor warmtepompen en geeft tegelijk in haar begrotingsplannen aan dat de elektriciteitsfactuur
structureel omlaag moet, want willen we de verwarmingsmarkt elektrificeren, dan moet stroom fiscaal correct gepositioneerd zijn. In een
uitgebreid artikel in dit nummer lees je hoe de Belgische regering zo het juiste economische kader schept voor de volledige doorbraak van de
warmtepomp. Vlaanderen duwt in dezelfde richting, onder meer met het pas gepresenteerde warmtepompcharter, waarin overheid en sector
engagementen vastleggen rond kwaliteit, opleiding en uitrol.
Aan het begin van een nieuw jaar blikken we naar goede gewoonte ook eens terug op hoe de Vlaamse installatiesector het afgelopen jaar
presteerde en in welke context dat gebeurde. Volgens cijfers van Climafed trok de verwarmingsmarkt in 2025 opnieuw aan, maar is de groei
toch vooral fossiel gedreven: warmtepompen wonnen terrein, zij het niet aan het tempo dat de klimaatambities verlangen. De FOD Economie
en Embuild lieten dan weer weten dat vorig jaar maar liefst 2.780 bouw- en installatiebedrijven in België failliet gingen, een recordaantal. Het
totale aantal bouwondernemingen in ons land kromp daardoor voor het eerst in tien jaar. Alsof dat nog niet volstond, bleef de zoektocht naar
technische profielen in de bouwsector volgens het knelpuntenberoepenrapport 2026 van de VDAB vorig jaar bijzonder moeilijk, met functies
zoals werfleider, bouwcalculator en industrieel elektromecanicien hoog in de ranglijst.
Toch mogen we positief naar de toekomst kijken. De noodzakelijke elektrificatie van installaties wordt dus goed gefaciliteerd en de renovatiegolf
dooft niet uit – integendeel: de nood aan energie-efficiënte technieken neemt structureel toe, wat zich hopelijk ook vertaalt in werkgelegenheid.
Het komt er dus op aan door de cijfers heen te kijken. Installatie & Bouw wil daarbij in 2026 opnieuw uw kompas zijn. Niet met slogans, wel
met scherpe analyses die doorrekenen wat beleid betekent voor uw offerte, met technische diepgang, met stemmen uit het veld die helder
maken waar de kansen liggen, en met praktijkvoorbeelden die ertoe doen. Te beginnen met dit eerste nummer van het jaar.
Samen met u hopen we dat ambities en realiteit elkaar dit jaar mogen vinden in de installatiesector..
Veel leesplezier!
Wouter Polspoel
INSTALLATIE&BOUW
Platform over installatietechniek,
HVAC, Sanitair en EleKtriciteit
COLOFON
Jaargang 14 | nummer 1 | 2026
Verschijnt 5 x per jaar
www.installatieenbouw.be
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Kapellestraat 132/1
Gebouw G
8020 Oostkamp
+32 50 36 81 70
info@louwersmediagroep.be
louwersmediagroep.com
EINDREDACTIE
Wouter Polspoel (contentbureau Palindroom)
REDACTIETEAM
Piet Andries, Valérie Couplez, Josefien
De Bock, Joris Hendrickx, Wouter Polspoel,
Kris Vandekerckhove en Christobal van Leeuwen
PROJECTMANAGERS
Mathieu Noppe
+32 495 76 83 11
m.noppe@louwersmediagroep.be
Pieter-Jan Vansteelandt
+32 499 22 11 03
p.vansteelandt@louwersmediagroep.be
SECRETARIAAT
Elke Kina
Nancy Priem
Sylvie Vanneste
ADVERTENTIES
Een hoge resolutie PDF moet worden aangeleverd
via de AdPortal. Mocht u nog geen uploadlink
hebben ontvangen, stuur een email naar traffic@
louwersmediagroep.be
ABONNNEMENTSPRIJS
België: € 90,00 per jaar excl. btw
Buiten België: € 142,00 per jaar excl. btw
ING Bank: IBAN BE33 3631 9320 5246
BIC BBRUBEBB
t.n.v. Louwers Mediagroep
o.v.v. Installatie & Bouw
Informatie over abonnementen:
+32 50 36 81 70
ADRESWIJZIGINGEN
Schriftelijk ten minste drie weken
voor verhuizing naar:
Kapellestraat 132/1 Gebouw G, 8020 Oostkamp
OPZEGGINGEN
Indien twee maanden voor het verstrijken van de
abonnementsperiode geen schriftelijk bericht van
opzegging is ontvangen, wordt het abonnement
automatisch met een jaar verlengd.
DOELGROEP
Installateurs verwarming, elektriciteit, sanitair,
klimatisatie en luchtbehandeling, leden van de
VCB Vlaamse Confederatie Bouw, BVA Bond
van Vlaamse Architecten, CIB Vlaanderen de
Confederatie van Immobiliënberoepen van
Vlaanderen, ORI Organisatie van Raadgevende
Ingenieurs, Engineering- en Consultancybureaus,
opdrachtgevers, projectontwikkelaars, abonnees,
betrokken ministeries en diensten, provinciale
en gemeentelijke overheden en betrokken
federale, Vlaamse en regionale organisaties,
facilitymanagers bedrijven met eigen
onderhoudsploeg, fabrikanten, invoerders en
groothandelaars uit de sector.
Blijf gratis en eenvoudig op de hoogte van het
laatste nieuws. Volg ons op social media en meld
je aan voor onze nieuwsbrief!
VORMGEVING/ART DIRECTION
studio@louwersmediagroep.be
DRUKWERK
Drukkerij Hendrix, Peer
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd
zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder
bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste
weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele
wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij
aan-vaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade,
van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen
die gebaseerd zijn op deze informatie.
8
Duurzame ventilatie voor B&B in oude watertoren 8
Onderhoud: de vergeten helft van installatietechniek 10
De Pen: Naam en functie 14
Nieuwe productserie garandeert optimale waterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 16
Techlink Data Portal: één betrouwbare waarheid voor actuele productdata 18
Peppol als ruggengraat van verplichte b2b-e-facturatie in België 20
MCE 2026 pakt uit met vernieuwd beursconcept 22
Slimme ondersteuning die servicewerk versnelt 24
DOSSIER WARMTEPOMPEN
20
10
Belgisch begrotingsakkoord schept juiste kader voor volledige doorbraak warmtepomp 28
Tim Heymans (Buderus) gaat in Installatie & Bouw De Podcast
dieper in op de toekomst van de warmtepomp in ons land 32
Belgische warmtepompmarkt herpakt zich: 4 kwartalen groei in 2025 34
28
INHOUD
36 41
48 50
52
Lucht-waterwarmtepompen met natuurlijk koudemiddel op maat van elk project 36
Krachtige warmtepomp en slimme regeling voor duurzame projecten 38
Residentiële warmtepompen op propaan 41
Monoblocwarmtepompen: een toekomstgerichte specialisatie 44
ATEX en A3-koelgassen: veiligheid is geen optie, maar een voorwaarde 46
1
INSTALLATIE&BOUW PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
INSTALLATIEENBOUW.BE
INSTALLATIE&BOUW
NUMMER 1 - 2026
februari - maart
installatieenbouw.be
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
INCLUSIEF HET VAKKATERN
Duurzame ventilatie voor
Voorbeschouwing
Het Techlink Data
Xxxxxx
B&B in oude watertoren
op MCE 2026
Portal toegelicht
Aan de slag met de energietransitie: 6 praktische tips 48
Cover: Buderus
Lees meer: artikel p. 44-45
Bio-Energieforum brengt 130 professionals uit de bio-energiesector samen 50
Toer langs 10 stands op VSK+E 2026 laat zien waar de installatiesector naartoe beweegt 52
VAKKATERN ELEKTROTECH 57
Installatiepartners 74
De watertoren van het Limburgse Riemst dateert uit 1930.
Duurzame ventilatie voor B&B
in oude watertoren
De iconische watertoren van het Limburgse Riemst, daterend uit 1930, krijgt een tweede leven als B&B. In het opvallende herbestemmingsproject
werd voor de ventilatie gekozen voor de DucoBox Energy Sky in combinatie met DucoFlex-luchtkanalen. De DucoBox Energy Sky,
een ventilatietoestel van het type D, is duurzaam te noemen dankzij zijn warmteterugwinning, energiezuinige componenten en optionele
vraaggestuurde werking. Zijn compacte design, geringe gewicht en flexibele installatieopties maken de unit makkelijk te installeren. “Ook de
DucoFlex-luchtkanalen kunnen vlot worden geplaatst, dankzij het zogeheten Click & Go-principe”, vertelt Jurgen Moors van MVS Sanitair, dat
de plaatsing van het ventilatiesysteem in de nieuwe B&B voor zijn rekening nam.
Tekst DUCO en Wouter Polspoel | Beeld DUCO
Het zag er geruime tijd naar uit dat de watertoren
aan de Heukelommerweg zou worden afgebroken,
maar uiteindelijk besloot een private projectontwikkelaar
het bouwwerk, dat zonder meer een baken
vormt in Riemst, om te toveren tot een B&B. Die
zal voorzien in vijf kamers en een conciërgewoning.
Dat het lot van de watertoren zo lang onduidelijk
was, heeft onder meer te maken met de bijzondere
vorm van het gebouw, die een herbestemming
niet evident maakt. De beschikbare ruimte
is er beperkt. Om die reden werd voor de ventilatie
in de B&B gekozen voor de DucoBox Energy Sky
van DUCO, een ventilatie-unit van het type D die
uitblinkt door zijn compacte design van 670 mm
op 1.180 mm bij een hoogte van minder dan
300 mm en met zijn geringe gewicht van 19 kg.
DucoFlex-luchtkanalen, van dezelfde fabrikant,
zorgen voor de af- en aanvoer van de lucht.
8 | INSTALLATIEENBOUW.BE
De DucoBox Energy Sky-units werden tegen het plafond geplaatst.
‘De transformatie
illustreert hoe
herbestemming
en moderne
technologie elkaar
kunnen versterken’
Tweezoneregeling
De DucoBox Energy Sky biedt een debiet van
275 m³ per uur. Het toestel kan optioneel worden
uitgerust met tweezoneregeling, wat in de B&B
gebeurde. Die regeling stemt de ventilatie automatisch
af op CO 2
en vocht in elke zone, zodat het
systeem alleen energie gebruikt waar en wanneer
nodig. Samen met warmterugwinning en energiezuinige
componenten maakt die vraagsturing het
toestel uitermate duurzaam.
Duurzaamheid kenmerkt ook de DucoFlex-luchtkanalen:
met hun luchtdichtheidsklasse D – de
hoogst mogelijke – en een luchtweerstand die
niet lager kan, dragen ze fundamenteel bij aan
energiezuinig ventileren.
Units tegen plafond
“De kanalen beschikken over antibacteriële eigenschappen
voor een gezond binnenklimaat.
Ze kunnen vlot worden geïnstalleerd dankzij het
zogeheten Click & Go-principe”, vertelt Jurgen
Moors, zaakvoerder van MVS Sanitair. Zijn installatiebedrijf
plaatste de DucoBox Energy Sky-units
in de B&B. “Tegen het plafond”, verduidelijkt hij.
“Maar ze kunnen desgewenst ook aan de muur
worden bevestigd.”
Jurgen Moors en zijn bedrijf werken structureel samen
met DUCO. “Ik waardeer die samenwerking
enorm”, vertelt hij. “De producten zijn kwalitatief
en installatievriendelijk. Dankzij het Click & Goprincipe
klikken we de DucoFlex-luchtkanalen zonder
hulpstukken in elkaar, wat ons kostbare tijd
bespaart.”
Maar ook over de service van DUCO is de installateur
meer dan te spreken: “De technische ondersteuning
van DUCO op de werf, in de persoon
van Joppe Vetters, was top. Bij vragen kregen we
meteen een antwoord.”
MVS Sanitair kon de DucoFlex-luchtkanalen snel plaatsen omdat ze
zonder hulpstukken in elkaar kunnen worden geklikt.
“Illustratief project”
In een tweede fase zal het ventilatiesysteem nog
worden getest en weggewerkt achter een verlaagd
plafond. “De transformatie van de watertoren
in Riemst illustreert hoe herbestemming en
moderne technologie elkaar kunnen versterken”,
besluit Joppe Vetters. “De DucoBox Energy Sky
was de perfecte match voor dit project: compact
genoeg voor de beperkte ruimte, maar krachtig
genoeg voor het hele gebouw. En laat ons zeker
ook de stille werking van het ventilatiesysteem
niet vergeten. Die is essentieel voor het comfort
van de B&B-gasten.” ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 9
ONDERHOUD: DE VERGETEN HELFT
VAN INSTALLATIETECHNIEK
We ontwerpen steeds performantere installaties: warmtepompen met indrukwekkende zogeheten COP’s, ventilatiesystemen met warmterecuperatie,
hydraulisch uitgebalanceerde afgiftesystemen, slimme gebouwbeheersystemen die alles aansturen … Installaties falen tegenwoordig
dan ook nog zelden door fundamentele fouten in het ontwerp. Problemen zijn vaak te wijten aan gebrek aan onderhoud. Daarom is het
belangrijk nog eens te benadrukken dat installatietechniek niet stopt bij de inregeling bij oplevering; opvolging blijft essentieel.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld AI
Onderhoud mag geen bijzaak zijn.
Wie een installatie ontwerpt, focust in eerste instantie
op rendement, comfort en conformiteit.
Onderhoud zou ook altijd een expliciete ontwerpparameter
moeten zijn, maar is dat – om
het nog zacht uit te drukken – zeker niet altijd.
Het resultaat is dat de componenten van een
installatie vaak verdwijnen achter plafonds of in
schachten op zo’n manier dat ze slechts bereikbaar
zijn na demontage van een of meerdere
panelen. Of dat duidelijke labeling op bijvoorbeeld
afsluiters ontbreekt. ‘Onderhoud, dat zijn
zorgen voor later’, lijkt het credo soms te luiden.
Klopt natuurlijk, maar er moet wél al op worden
geanticipeerd bij het ontwerp en de plaatsing
van een installatie én het moet wel gebeuren.
Twee voorwaarden die overigens niet onlosmakelijk
met elkaar verbonden zijn. Immers, zelfs al
is er een concreet onderhoudsplan, dan nog is
dat geen garantie dat het onderhoud ook effectief
gebeurt. Dat kan liggen aan een onachtzame
gebruiker – een gasboiler moet bijvoorbeeld
om de twee jaar worden gekeurd, maar het is,
zeker in de particuliere markt, wel aan de gebruiker
om daarvoor een afspraak vast te leggen.
Maar ook andere prioriteiten bij de installateur
kunnen de oorzaak zijn. Een onderhoudsbeurt is
10 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Een onderhoudsbeurt is een tijdrovende ingreep die doorgaans een pak minder opbrengt dan het plaatsen van een nieuwe installatie.
Wat niet helpt: installaties die niet of nauwelijks onderhouden
worden, degraderen niet spectaculair en vaak niet zichtbaar
immers een tijdrovende ingreep die doorgaans
een pak minder opbrengt dan het plaatsen van
een nieuwe installatie. Een ingreep die er ook
nog eens voor zorgt dat installaties minder snel
vernieuwd moeten worden – de installateur op
dat vlak verdenken van een verdoken agenda,
gaat echter een brug te ver.
Onderhoud dringt zich zelden op
Wat zeker niet helpt: installaties die niet of
nauwelijks onderhouden worden, degraderen
niet spectaculair en vaak niet zichtbaar. Denk
aan warmtewisselaars die gaandeweg vervuild
geraken, debieten die verschuiven of sensoren
die nauwkeurigheid verliezen. Daardoor dringt
onderhoud zich vaak ook gewoon niet op.
En als het toch gebeurt, is het ook niet duidelijk
of het goed gedaan is. Een voorbeeld: wanneer
een onderhoudstechnieker regelstrategieën aanpast
na klachten – op het vlak van energieverbruik
of comfort bijvoorbeeld – zonder herkalibratie van
het geheel, dan heeft de gebruiker het idee dat
zijn installatie weer voor enkele jaren verder kan.
Het systeem functioneert weer, maar het optimale
werkpunt zal verschuiven, meestal zonder dat de
gebruiker het in de gaten heeft.
Regelgeving bepaalt ondergrens
Maar wettelijke keuringen ondergraven toch
al het bovenstaande, horen we u al denken. In
theorie garanderen die inderdaad een minimale
kwaliteit. In de praktijk echter, bewaken ze vooral
veiligheid en basisfunctionaliteit. Ze verzekeren
geen optimale werking. Een ventilatiesysteem kan
volledig conform zijn en toch onderpresteren door
vervuilde kanalen of slecht afgeregelde debieten.
Een warmtepomp kan technisch correct functioneren
terwijl haar rendement onder druk staat door
foutieve instellingen of gewijzigde gebruikspatronen.
De regelgeving definieert met andere
woorden een ondergrens. Een installatie blijvend
optimaal laten presteren, vraagt meer.
En onderhoudscontracten dan, elimineren die
vergeten of halfslachtig onderhoud niet, horen
we u óók denken. Helaas ook niet altijd.
Wat daarin werd vastgelegd, is ook vaak een
absoluut minimum.
Onderhoud gereduceerd tot
interventie bij storing
Onderhoud wordt zo gereduceerd tot interventie
bij storing: een defect onderdeel wordt
vervangen, een alarm gereset … Structurele
optimalisatie blijft uit. Preventieve opvolging,
herinregeling op basis van reëel gebruik,
evaluatie van prestaties ten opzichte van
ontwerpwaarden …: het vraagt een andere
mindset. ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 11
De oplevering van
een installatie zou
duidelijker het begin
van de exploitatie
ervan moeten
markeren
Te verstaan: de oplevering zou duidelijker het begin
van de exploitatie moeten markeren. Dat moment
geldt – we vallen in herhaling – nog te vaak
als eindpunt van het proces: documentatie wordt
overgedragen, instellingen worden toegelicht,
een korte rondgang volgt. Daarna verschuift de
aandacht naar het volgende project. Maar zonder
duidelijke prestatie-indicatoren, zonder afgesproken
evaluatiemomenten, zonder overdracht
van technische parameters die begrijpelijk zijn
voor gebouwbeheerders, blijft de installatie op
zichzelf aangewezen.
Onderhoud wordt vaak gereduceerd tot interventie bij storing.
Blik op lange termijn richten
Zeker vanuit het standpunt van de opdrachtgever
van een project is het echt wel opvallend dat
onderhoud zelden een volwaardig deel uitmaakt
van de projectlogica. Investeringskosten worden
doorgerekend tot op de euro, rendementen geoptimaliseerd,
maar de vraag hoe een installatie
over tien jaar nog presteert, blijft vaak impliciet.
Terwijl net daar het verschil wordt gemaakt.
Samengevat: in installatieprojecten zou
de blik verschoven moeten worden van
componentniveau naar langetermijnprestaties.
De kwaliteit van een installatie
toont zich niet op het moment van
inregeling, maar in haar gedrag na vijf
of tien jaar gebruik. Wie dat axioma onderkent,
kan onderhoud niet langer als
bijzaak behandelen. ❚
Zelfs al is er een concreet onderhoudsplan, dan nog is dat geen
garantie dat het onderhoud ook effectief gebeurt.
12 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Frames, parts and tools for HVAC/R professionals
met zorg uit voorraad geleverd
work smart
make impact Vraag jouw login op www.linum.eu
26.072 Installatie & bouw 2026 - 01.indd 1 3/02/2026 8:11:45
www.caleffi.com
WARMTEPOMP
INSTALLATIESETS
DE JUISTE BESCHERMING
VOOR IEDERE SITUATIE
PERFECT VOOR
WARMTE-
POMPEN
SUPPORTING ENERGY TRANSITION
Voor een efficiënte, betrouwbare en duurzame warmtepompinstallatie biedt Caleffi drie zorgvuldig samengestelde
installatiesets. Elk met hoogwaardige componenten, afgestemd op systeemtype en vermogen. Van basisbescherming
tot maximale systeemoptimalisatie, er is altijd een passend pakket beschikbaar. CALEFFI GUARANTEED.
4B01700770_cale_DEXE_ADV_Pompe_di_calore_newcompo_197x130_A5master_NL_NEWF.indd 1 15-1-2026 12:12:29
De Pen
‘Installaties voor
verwarming, koeling,
ventilatie, sanitair en
elektriciteit versmelten
onvermijdelijk tot
geïntegreerde systemen’
14 | INSTALLATIEENBOUW.BE
De Pen
Karl Neyrinck
gedelegeerd bestuurder EEG
nationaal voorzitter Embuild
voorzitter Techlink
ALS INSTALLATIESECTOR MOETEN WE ONS
PROFESSIONELER ORGANISEREN, OVER DE
GRENZEN VAN DE KLASSIEKE TECHNIEKEN HEEN
De installatiesector is in volle evolutie. De overgang van gas- en oliegestookte systemen naar volledig
elektrische oplossingen is ondertussen algemeen bekend. Wat vaak onderbelicht blijft, is dat die transitie
de volledige logica van gebouwtechnieken hertekent. Dat dwingt de installatiesector zich professioneler
te organiseren, over de grenzen van de klassieke technieken heen.
De energietransitie zorgt vandaag vooral voor een toenemende complexiteit. Duurzaamheidsnormen, EPB-regelgeving
en steeds hogere verwachtingen op het vlak van comfort zorgen ervoor dat technieken niet langer los van
elkaar kunnen worden bekeken; installaties voor verwarming, koeling, ventilatie, sanitair en elektriciteit versmelten
onvermijdelijk tot geïntegreerde systemen. Voeg daar zonnepanelen, batterijen en laadpalen aan toe, en het plaatje
wordt nog uitdagender.
Die gecombineerde installaties vragen bovendien meer opvolging, meer monitoring en meer onderhoud. Tegelijk
worden ze ontworpen binnen een kader van regelgeving en energietarieven die allesbehalve stabiel zijn. De stijgende
energiekosten en de toenemende prijsvariabiliteit maken dat keuzes die vandaag logisch lijken, dat morgen
misschien niet meer zijn. Ook netwerkbeheerders zoals Fluvius en ORES botsen op hun grenzen. De uitbouw van het
elektriciteitsnet kan de groeiende vraag naar vermogen moeilijk bijbenen.
Voor de klant resulteert dit alles in een gevoel van onduidelijkheid en, steeds vaker, van onbetaalbaarheid. Dat leidt
tot onbegrip en soms zelfs argwaan. En net daar ligt een duidelijke verantwoordelijkheid voor onze sector.
Als installatiesector moeten we een antwoord bieden. Dat antwoord ligt niet in het terugplooien op onze eigen
discipline, maar net in samenwerking. We moeten ons professioneler organiseren, over de grenzen van de klassieke
technieken heen, en keuzes niet langer per techniek, maar per gebouw maken. Alleen door samen te werken kunnen
we geïntegreerde, betrouwbare én betaalbare oplossingen aanbieden. Dat vraagt ook van ons dat we blijven leren,
ons bijscholen en sneller inspelen op evoluties die elkaar in hoog tempo opvolgen.
Vanuit die overtuiging hebben we ons binnen Techlink over de traditionele silo’s heen georganiseerd. Door installateurs
sanitair, elektriciteit en HVAC samen te brengen, en die basis te versterken via een fusie met distributeurs
en fabrikanten uit onze sectoren. Zo is Techlink uitgegroeid tot een sterk multitechnisch platform. In nauwe samenwerking
met Embuild, Buildwise, Volta en andere partners bouwen we aan een gezamenlijke aanpak van deze
uitdagingen.
We vertrekken daarbij vanuit een duidelijke visie. Die visie dragen we uit samen met onze leden, via gerichte
informatie, opleiding en belangenbehartiging. Het doel is helder: installateurs ondersteunen zodat zij hun rol als
betrouwbare gids voor de klant ten volle kunnen opnemen.
Er ligt nog een lange weg voor ons. Maar we gaan die uitdaging aan. Met realisme, samenwerking en een focus op
oplossingen. Niet door de problemen te ontkennen, maar door ze samen aan te pakken. Dat is vandaag meer dan
ooit nodig. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 15
NIEUWE PRODUCTSERIE GARANDEERT OPTIMALE WATERKWALITEIT
IN VERWARMINGS- EN KOELINSTALLATIES
Met de FD1-serie introduceert Fernox een compleet assortiment producten om gedemineraliseerd water te produceren voor het vullen en
bijvullen van verwarmings- en koelinstallaties.
Tekst Fernox en Wouter Polspoel | Beeld Fernox
‘Waterkwaliteit is van
fundamenteel belang voor
de prestatie, efficiëntie en
levensduur van moderne
verwarmings- en koelinstallaties’
De FD1 Fill 10 van Fernox, een draagbare unit voor het gecontroleerd vullen en bijvullen van verwarmings- en koelinstallaties.
Met de groeiende aandacht voor rendement en
langdurige bescherming van verwarmings- en
koelinstallaties en voor het naleven van fabrikantvoorschriften
biedt de FD1-serie van Fernox
installateurs een oplossing om de waterkwaliteit
op locatie gericht te optimaliseren. Ze demineraliseren
water door opgelost minerale ionen
te verwijderen. Daardoor verdwijnen niet alleen
de hardheidsvormende componenten die
kalkaanslag veroorzaken, maar ook ionen die
de corrosieneiging van het water verhogen. Het
resultaat: water dat veilig inzetbaar is in verwarmings-
en koelinstallaties.
De FD1-serie maakt daarvoor gebruik van een gemengd
ionenwisselaarshars om zowel kationen,
zoals calcium, magnesium, natrium en ijzer, als
anionen, zoals chloriden, sulfaten en nitraten, te
verwijderen. De volledige demineralisatie levert
water op met een zeer lage elektrische geleidbaarheid,
wat de serie geschikt maakt voor toepassing
conform lokale technische voorschriften
zoals TV 278 en in lijn brengt met de garantievereisten
van fabrikanten van warmtegeneratoren
– waaronder warmtepompen, hybride installaties
en ketels met groot vermogen.
Voor de beste bescherming adviseert Fernox om
gedemineraliseerd water te gebruiken in combinatie
met een zogeheten corrosie-inhibitor,
zoals Fernox Protector F1. Hoewel gedemineraliseerd
water het risico op corrosie sterk verlaagt,
vermindert het ook de buffercapaciteit van het
16 | INSTALLATIEENBOUW.BE
De FD1 Top 0,7 is een unit van Fernox die
ervoor zorgt dat bijvulwater voor residentiële
installaties altijd gedemineraliseerd is.
water. Daardoor wordt het systeem gevoeliger
voor invloeden zoals luchtindringing, materiaalinteracties
en het opnieuw toenemen van geleidbaarheid.
Fernox Protector F1 optimaliseert de
pH-stabilisatie en compenseert die gevoeligheid,
zodat de installatie ook op lange termijn betrouwbaar
blijft functioneren.
Draagbare units
Centraal in de FD1-serie staan de FD1 Fill 10 en
de FD1 Fill+ 10, draagbare units voor het gecontroleerd
vullen en bijvullen van verwarmings- en
koelinstallaties met gedemineraliseerd water.
Beide toestellen worden geleverd met een gemengd
ionwisselaarshars. Tevens zijn ze uitgerust
met een zogeheten Combi Meter die zowel het
volume als de geleidbaarheid continu opvolgt. Bij
het overschrijden van zelfgekozen waarden wordt
een signaal gegeven. De Fill+ 10 is bovendien
uitgerust met de geïntegreerde FD1 CombiValve
voor automatisch vullen en biedt terugstroombeveiliging
van type CA in overeenstemming met de
norm NBN 1717, waardoor het drinkwater wordt
beschermd tegen verontreiniging tot vloeistofcategorie
3. Voor grotere installaties kunnen de Fillunits
ook worden ingezet voor gedeeltelijke demineralisatie,
waarmee de hardheid en het gehalte
aan agressieve ionen worden verminderd zonder
het installatiewater volledig te vervangen.
Twee andere apparaten in het assortiment zijn de
FD1 Top 0,7 en de FD1 Top+ 0,7, units voor resi-
dentiële installaties die permanent geïnstalleerd
worden. Die zorgen ervoor dat bijvulwater altijd
gedemineraliseerd is, waardoor wordt voorkomen
dat onbehandeld water het systeem binnendringt.
Bovendien wordt de FD1 Top+ 0,7 geleverd met
de geïntegreerde FD1 CombiValve voor meer gemak
en controle. Deze compacte en eenvoudig te
installeren units zorgen ervoor dat de geleidbaarheid
op peil blijft wanneer er extra water wordt
toegevoegd. De patronen bevatten hars met een
kleurindicator, waarmee snel een visuele controle
mogelijk is: kleurverandering van paars naar oranje
bij verzadiging. Harsvervangingen voor de FD1
Fill 10, FD1 Fill+ 10, FD1 Top 0,7 en Top+ 0,7
zijn verkrijgbaar via Fernox, samen met verschillende
aanvullende producten die de installateur
volledige flexibiliteit bieden.
“Waterkwaliteit is van fundamenteel belang voor
de prestatie, efficiëntie en levensduur van moderne
verwarmings- en koelinstallaties,” besluit Richard
Crisp, technical manager bij Fernox. “Met de
FD1-serie beschikken installateurs over een complete
professionele oplossing om op locatie gecontroleerd
gedemineraliseerd water te produceren
en te beheren. In combinatie met een grondige
systeemreiniging en een geschikte corrosie-inhibitor
ontstaat zo een technisch sluitende waterbehandelingsaanpak
die bijdraagt aan stabiele
werking, lagere corrosierisico’s en naleving van
de geldende richtlijnen en fabrikantvoorschriften.
Deze lancering onderstreept onze inzet om installateurs
te ondersteunen met betrouwbare en toekomstgerichte
oplossingen.”
De FD1-serie versterkt de positie van Fernox als totaalleverancier
voor waterbehandeling, waarbij installateurs
worden ondersteund vanaf de eerste vulling
van de installatie tot en met de bescherming,
het testen en het onderhoud op lange termijn. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 17
Fabrikanten publiceren hun productinformatie in het
Techlink Data Portal vanuit hun eigen IT-omgeving
via een eigen ‘suite’ binnen het portaal.
TECHLINK DATA PORTAL: ÉÉN BETROUWBARE
WAARHEID VOOR ACTUELE PRODUCTDATA
Het zal u als installateur niet onbekend in de oren klinken: productinformatie zit verspreid over pdf’s, websites en Excelbestanden, is vaak
niet actueel en zou een pak beter afgestemd kunnen zijn op de software waarmee u, maar ook groothandels, studiebureaus en bouwbedrijven
werken. Techlink komt nu met een structurele oplossing voor die problemen: het Techlink Data Portal. Via dat digitale netwerk vloeit actuele
en betrouwbare productdata van bij de fabrikant structureel door naar de volledige installatiesector, ingenieursbureaus en aannemers. Weg
tijdverlies met het zoeken naar de juiste productfiches en adieu werken met achterhaalde technische specificaties.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Techlink
Wie vandaag een offerte, bestek of berekening opstelt, verliest opvallend veel
tijd aan het zoeken, controleren en opnieuw invoeren van productinformatie.
Dat leidt niet alleen tot inefficiëntie, maar ook tot fouten die vaak pas opduiken
in een latere projectfase, zoals een verkeerd vermogen, een ontbrekend
certificaat of een foutieve EPB-waarde.
Vanuit haar missie, de Belgische elektrotechnische sector verenigen en ondersteunen
door kennisdeling, belangenbehartiging, digitalisering en standaardisatie
te organiseren over de volledige keten heen, vond Techlink het haar
taak iets aan dat probleem te doen. En die oplossing is er nu, met het Techlink
Data Portal, te bereiken door te surfen naar data.techlinkportal.be.
Principe van dataspaces
Het Techlink Data Portal, dat kadert in het project dat Techlink heeft lopen in
samenwerking met het Vlaamse datanutsbedrijf Athumi en waarin afspraken
en standaarden worden uitgewerkt voor de hele bouwsector, is gebaseerd
op het principe van dataspaces, waarbij de data bij de eigenaar blijft, maar
wel veilig gebruikt kan worden door anderen. Fabrikanten publiceren hun
productinformatie vanuit hun eigen IT-omgeving – bijvoorbeeld een PIM- of
ERP-systeem – via een eigen ‘suite’ binnen het portaal.
Het doel? Eén betrouwbare waarheid voor productdata, bruikbaar in calculaties,
offertes, BIM-modellen en complianceprocessen (alle stappen om aan te
18 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Het Techlink Data Portal maakt komaf met het oude spanningsveld waarin fabrikanten controle willen behouden over hun data en gebruikers zekerheid dat ze met de
juiste productinfo werken.
tonen dat een product, installatie of project voldoet aan regelgeving, normen
en rapportageverplichtingen, red.). Updates gebeuren immers aan de bron,
waardoor installateurs en groothandels altijd met actuele gegevens werken.
Geen interpretatie, geen tussenstappen.
Het Techlink Data Portal maakt met andere woorden komaf met het oude
spanningsveld waarin fabrikanten controle willen behouden over hun data en
gebruikers zekerheid dat ze met de juiste productinfo werken.
Instrument om te voldoen aan Europese regelgeving
Het Techlink Data Portal levert niet alleen operationele winst en minder fouten
op, maar ondersteunt ook de toenemende Europese verplichtingen rond
digitale, gestructureerde en traceerbare productdata, denk aan de Ecodesign
for Sustainable Products Regulation (ESPR), de herziening van de Construction
Products Regulation (CPR) en de verplichte digitale productpaspoorten
die eraan komen. Betrouwbare datadeling is daarbij immers essentieel, om
CO 2
-uitstoot, zogeheten EPD’s en circulaire parameters correct te berekenen
en te rapporteren. Met het Techlink Data Portal neemt Techlink als beroepsfederatie
haar verantwoordelijkheid op om de sector daarin te ondersteunen.
Koppeling met TechBiM
Belangrijk is ook de koppeling met TechBiM, het standaardisatie-initiatief van
Techlink voor BIM-content. Waar TechBiM focust op geometrie en objectstructuren,
levert het Techlink Data Portal de bijhorende niet-geometrische data.
Samen vormen ze een consistente digitale laag onder ontwerp, uitvoering
en beheer.
Dat is geen simpele extra: zoals eerder al aangehaald vragen steeds meer projecten
om data die verder reikt dan prijs en afmetingen, zoals onderhoudsinformatie,
en specificaties rond herkomst, demonteerbaarheid en milieu-impact. Zonder
gestructureerde datastromen valt dat simpelweg niet beheersbaar te organiseren.
Al 35 fabrikanten aan boord
Het Techlink Data Portal werd gelanceerd na de zomer van 2025 en omvat intussen
ongeveer 35 fabrikanten, waaronder Siemens, Legrand en Jaga, die hun data
via het portaal delen. Zij betalen een licentiekost gebaseerd op hun omzet. Ook
Nika is een van de gebruikers. “Door onze data centraal en betrouwbaar beschikbaar
te maken via het Techlink Data Portal zorgen we ervoor dat onze partners
steeds vlot toegang hebben tot de juiste informatie”, getuigt Els Lyssens, sales
operations manager bij die Belgische fabrikant van onder meer schakelmateriaal,
en smarthome-oplossingen. “Zo geven wij mee richting aan de digitale evolutie in
de bouwsector en zorgen we voor een efficiëntieslag bij onze partners.”
Daarnaast is er ook aan gebruikerszijde een sterk draagvlak, met in totaal
zo’n 12.000 unieke gebruikers. Het gaat om bedrijven uit de elektrodistributie,
met Cebeo en Rexel als belangrijkste spelers, maar ook installatiebedrijven
en integratoren zoals EEG en EQUANS. Gebruikers van het Techlink Data
Portal betalen daarvoor niets.
Techlink roept gebruikers van het Techlink Data Portal op om te laten weten
welke fabrikanten zij nog missen in het portaal. Dat kan via een mailtje naar
info@techlinkportal.be. Bedrijven die gebruiker willen worden, mogen een
mailtje sturen naar hetzelfde adres. ❚
Het Techlink Data Portal is gebaseerd op het principe
van dataspaces, waarbij de data bij de eigenaar blijft,
maar wel veilig gebruikt kan worden door anderen
INSTALLATIEENBOUW.BE | 19
Organisaties die het Peppol-netwerkmodel gebruiken, merken
vaak dat niet alleen facturatie vlotter verloopt, maar dat ook
opvolging, rapportering en interne controles beter aansluiten.
Peppol als ruggengraat van
verplichte b2b-e-facturatie in België
Vanaf 1 januari 2026 is gestructureerde elektronische facturatie conform de Europese norm EN 16931 verplicht voor alle Belgische b2b-transacties
tussen btw-plichtige ondernemingen. In de praktijk verloopt die uitwisseling vrijwel altijd via het Europese Peppol (Pan-European Public
Procurement Online)-netwerk. Dat heeft directe gevolgen voor installateurs in HVAC, sanitair en elektro, die niet langer mogen facturen per
handmatige mail. De verplichting niet naleven kan leiden tot boetes.
Tekst Christobal van Leeuwen |
Beeld Unsplash en Pexels
In plaats van een pdf die iemand moet openen,
interpreteren en overtypen, werkt Peppol met een
vaste structuur die rechtstreeks tussen softwarepakketten
kan worden verwerkt. Dat maakt elektronische
samenwerking efficiënter, zeker wanneer
er veel transacties zijn of wanneer er met uiteenlopende
systemen wordt gewerkt.
Meer dan een bestandsformaat
Het is verleidelijk om Peppol te herleiden tot een
e-factuurformaat, maar het concept is breder. Peppol
omvat zowel inhoudelijke specificaties voor
documenten als afspraken over de manier waarop
die documenten worden verzonden en ontvangen.
Kies voor een access point via je softwareleverancier, of sluit rechtstreeks aan.
Voor e-facturatie is Peppol BIS Billing de bekendste
specificatie. Het is een zogeheten Core
Invoice Usage Specification (CIUS) die aansluit
op de Europese semantische standaard EN
16931, een gemeenschappelijk datamodel dat
beschrijft welke kernelementen een e-factuur be-
20 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Deelnemers kunnen erop vertrouwen dat
documenten volgens dezelfde afspraken
worden opgebouwd en uitgewisseld.
vat en hoe die betekenis eenduidig blijft tussen
verschillende systemen.
Governance: OpenPeppol
als beheerder
De Peppol-specificaties en het bijhorende interoperabiliteitskader
worden beheerd door Open-
Peppol, een ledenorganisatie zonder winstoogmerk,
opgericht als AISBL onder Belgisch recht.
OpenPeppol is wereldwijd verantwoordelijk voor
de ontwikkeling, het onderhoud en de implementatiekaders
rond Peppol.
In de praktijk werkt Peppol met duidelijke rollen,
zoals nationale ‘Peppol Authorities’ en dienstverleners,
en met regels rond conformiteit en beveiliging.
Dat governanceluik is belangrijk: het zorgt
ervoor dat deelnemers erop kunnen vertrouwen
dat documenten volgens dezelfde afspraken worden
opgebouwd en uitgewisseld.
gen vanaf 1 januari 2026 verplicht gebeuren
via gestructureerde elektronische facturen, die
rechtstreeks tussen bedrijfssoftware worden uitgewisseld..
Peppol fungeert daarbij als het meest
gebruikte en door de overheid ondersteunde netwerk..
Die ondernemingen mogen onderling dus
bijvoorbeeld geen factureren op papier of als pdf
via e-mail meer versturen. De verplichting niet naleven
kan leiden tot boetes.
Waarom dan net Peppol – er bestaan nog andere
netwerkmodellen voor het gestandaardiseerd
versturen van e-documenten? Simpelweg omdat
Peppol zowat het meest gebruikte model is. Het
is gestoeld op breed gedragen standaarden, zoals
EN 16931, en een netwerkmodel dat integraties
vereenvoudigt.
Wat betekent dit voor organisaties?
Voor veel organisaties gaat de voorbereiding minder
over een nieuw kanaal en meer over proces en
datakwaliteit. Een gestructureerde factuur vraagt
immers dat bepaalde gegevens consequent en
correct zijn: identificaties, adressen, btw-codes,
product- of dienstinformatie en betaalvoorwaarden.
Als die data in het ERP- of boekhoudpakket
niet op orde zijn, komen foutmeldingen, uitzonderingen
en manuele correcties sneller in beeld. Al
verloopt de verzending technisch gezien perfect.
Daarnaast loont het om de aanpak vooraf te bepalen.
Kies je voor een access point via je softwareleverancier,
of sluit je rechtstreeks aan? Bepaal
vervolgens hoe facturen worden ontvangen
en gevalideerd. En maak duidelijke afspraken over
uitzonderingen, zoals creditnota’s, correcties en
betwiste lijnen. Organisaties die dit goed aanpakken,
merken vaak dat niet alleen facturatie vlotter
loopt, maar dat ook opvolging, rapportering en
interne controles beter aansluiten.
Peppol is dus in essentie een fundament onder
digitale documentuitwisseling: standaardiseren
waar het kan, integreren zonder wildgroei aan
koppelingen, en de stap zetten van ‘documenten
als bijlage’ naar ‘documenten als data’. ❚
In plaats van een pdf die iemand
moet openen, interpreteren en
overtypen, werkt Peppol met een
vaste structuur die rechtstreeks tussen
softwarepakketten kan worden verwerkt
Hoe verloopt een uitwisseling?
Een vaak gebruikte uitleg is het four-corner model.
Daarbij communiceren verzender en ontvanger
niet rechtstreeks met elkaar, maar via hun
respectieve dienstverleners, zogeheten access
points. Het voordeel: organisaties hoeven niet
voor elke handelspartner een aparte technische
koppeling te bouwen. Als beide partijen via Peppol
bereikbaar zijn, kan de uitwisseling ‘over het
netwerk’ verlopen.
Concreet: een factuur wordt in het eigen pakket
opgesteld volgens de afgesproken structuur, bijvoorbeeld
Peppol BIS Billing, doorgestuurd naar
het access point, en van daaruit afgeleverd bij het
access point van de ontvanger, dat het document
doorgeeft aan het ontvangende systeem.
Waarom wint Peppol aan belang?
In België wordt bijvoorbeeld sterk ingezet op gestructureerde
elektronische facturen in het handelsverkeer.
Dat heeft ertoe geleid dat Belgische
b2b-transacties tussen btw-plichtige ondernemin-
Organisaties hoeven niet voor elke handelspartner een aparte technische koppeling te bouwen.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 21
MCE 2026 PAKT UIT MET
VERNIEUWD BEURSCONCEPT
In Rho, een voorstad van Milaan, vindt van 24 tot en met 27 maart 2026 de 44ste editie plaats van Mostra Convegno Expocomfort (MCE), de tweejaarlijkse
internationale vakbeurs voor alles wat een gebouw verwarmt, koelt, ventileert en energiezuiniger maakt. De organisatie kondigt
een grondig vernieuwd beursconcept aan, met een aangepaste hallenindeling, nieuwe thematische trajecten en een sterke focus op actuele
uitdagingen in de sector.
Tekst & Beeld RX Global
MCE 2026 speelt expliciet in op een snel veranderend
marktlandschap, waarin technologische
innovatie, energietransitie en internationalisering
steeds nauwer met elkaar verweven raken.
De beurs positioneert zich daarbij niet alleen als
product- en technologieplatform, maar ook als
ontmoetingsplek voor kennisdeling en strategische
samenwerking.
Voor de komende editie werd het beursformat
grondig hertekend. In samenwerking met het
Italiaanse architecten- en ingenieursbureau Lombardini22
werden verschillende hallen opnieuw
ingedeeld, met als doel de zichtbaarheid van
standen te vergroten en de bezoekerservaring
te verbeteren. Volgens RX Italy, organisator van
MCE, moet dit leiden tot een efficiëntere circulatie
op de beursvloer en meer interactie tussen
exposanten en bezoekers. “Deze editie is volledig
heruitgevonden en afgestemd op de huidige
marktvraag”, stelt Massimiliano Pierini, managing
director van RX Italy. “Door de vernieuwde
lay-out verhogen we niet alleen de effectiviteit
van de beurs, maar creëren we ook meer ruimte
voor inhoud en beleving.”
Focus op energieprestaties,
digitalisering en
internationale groei
MCE 2026 legt vanzelfsprekend ook sterk de nadruk
op inhoud. In de aanloop naar de beurs werden
in 2025 al verschillende thematische events
en conferenties georganiseerd rond technologi-
Het overkoepelende thema van MCE 2026 luidt: Energy is Evolving. (archiefbeeld)
22 | INSTALLATIEENBOUW.BE
MCE 2026 speelt expliciet in op een snel
veranderend marktlandschap, waarin
technologische innovatie, energietransitie
en internationalisering steeds nauwer met
elkaar verweven raken. (archiefbeeld)
De beurs positioneert zich niet alleen als product- en technologieplatform, maar ook als
ontmoetingsplek voor kennisdeling en strategische samenwerking. (archiefbeeld)
sche en economische uitdagingen voor bedrijven
in de sector. Die onderwerpen krijgen tijdens de
beurs een centrale plaats via specifieke sessies
en bezoekersroutes.
Belangrijke thema’s zijn onder meer de toepassing
van gebouwbeheersystemen en energiemanagementsystemen
om de energieprestatie van nietresidentiële
gebouwen te verbeteren, het gebruik
van artificiële intelligentie in de context van de
energietransitie en de verdere digitalisering van
ontwerp- en engineeringprocessen. Ook de internationale
expansiemogelijkheden voor Europese
bedrijven, met aandacht voor markten zoals Saudi-Arabië
en de Verenigde Arabische Emiraten,
komen uitgebreid aan bod.
1.600 exposanten
MCE blijft internationaal sterk scoren. Volgens
de laatste cijfers zijn de twaalf beurshallen volgeboekt,
met meer dan 1.600 ingeschreven exposanten,
waarvan meer dan de helft afkomstig
is uit het buitenland. Dat bevestigt de rol van
MCE als internationale businesshub voor de installatiesector.
In dat kader haalt MCE 2026 met steun van de
Italiaanse overheid ook 120 internationale professionals
met invloed op aankoop- en projectbeslissingen
uit 35 landen als bezoeker naar de beurs,
met Japan als eregast en strategische parnter van
de editie 2026.
Terugkeer van awards
en themaprojecten
Na een succesvolle eerste editie keren ook de MCE
Excellence Awards terug. Deze prijzen bekronen
innovaties op het vlak van technologie, design en
duurzaamheid binnen verwarming, koeling, ventilatie
en airconditioning.
Daarnaast krijgt het project Intelligent (use of)
Water een vervolg en uitbreiding. Verspreid over
vier hallen (2, 4, 6 en 10) tonen exposanten oplossingen
voor waterbehandeling, sanitair, pompen
en afsluiters. Het initiatief, ontwikkeld in samenwerking
met sectororganisaties zoals ANGAISA,
AQUA ITALIA, Assopompe en AVR, benadrukt het
belang van efficiënt watergebruik in zowel residentiële
als industriële toepassingen.
Duurzaamheid ook in de
beursorganisatie
Het overkoepelende thema van MCE 2026 luidt:
Energy is Evolving. Dat concept vertaalt zich niet alleen
in de inhoud, maar ook in de organisatie van
de beurs zelf. Zo wordt het gebruik van tapijt sterk
teruggeschroefd – een reductie van 75.000 m² vloerbekleding
– en wordt ingezet op recycleerbare standmaterialen
en duurzamere logistieke oplossingen.
Met die aanpak wil MCE zijn rol bevestigen als
toonaangevend platform voor een sector in volle
transitie, waar energie, technologie en duurzaamheid
steeds nadrukkelijker samenkomen. ❚
Ook de internationale expansiemogelijkheden
voor Europese bedrijven komen
uitgebreid aan bod. (archiefbeeld)
Naast de fysieke herinrichting legt MCE
2026 vanzelfsprekend ook sterk de
nadruk op inhoud. (archiefbeeld)
In samenwerking met het Italiaanse architecten- en
ingenieursbureau Lombardini22 werden verschillende hallen
opnieuw ingedeeld, met als doel de zichtbaarheid van
standen te vergroten en de bezoekerservaring te verbeteren
INSTALLATIEENBOUW.BE | 23
Slimme ondersteuning die
servicewerk versnelt
Servicewerkzaamheden aan verwarmingssystemen draaien om snelheid en de juiste beslissingen op het juiste moment. Tijdens een interventie
moet daarom alle relevante informatie meteen beschikbaar zijn. De EasyService-app van Bosch Home Comfort bundelt die in één tool
en ondersteunt installateurs bij inbedrijfstelling, onderhoud en herstellingen, rechtstreeks op locatie. Via je smartphone of tablet krijg je
makkelijk toegang tot systeeminformatie, foutcodes, documentatie en rapportage. Zo verloopt elk servicebezoek vlotter en consistenter.
Tekst Joris Hendrickx | Beeld Bosch Home Comfort
Met de dataloggingfunctie worden diverse parameters
weergegeven in een realtime diagram.
De onderhoudsrapportfunctie begeleidt je eenvoudig doorheen het onderhoud,
met de mogelijkheid om een PDF-rapport te drukken en digitaal te ondertekenen.
De EasyService-app van Bosch Home Comfort
toont foutcodes en koppelt ze meteen aan mogelijke
oorzaken en oplossingen. Dat versnelt diagnoses
en voorkomt giswerk. Reserveonderdelen
zoeken verloopt eenvoudiger via EasyScan. Een
scan of korte zoekopdracht volstaat om het juiste
onderdeel te vinden.
Daarnaast geeft de app je directe toegang tot
technische documentatie. Handleidingen, veilig-
heidsinstructies en schema’s blijven altijd beschikbaar.
Contact opnemen met de technische support
gaat net zo snel. Je kiest het toestel in de app
en belt meteen met de juiste specialist.
Zelfs software-updates verlopen vlot. Compatibele
systemen krijgen updates via een directe, beveiligde
verbinding. Dat kan zelfs zonder actieve internetverbinding.
Zo blijft elk toestel up-to-date,
ongeacht de locatie.
Rechtstreekse communicatie
met het verwarmingssysteem
Wil je verder gaan? Dan koppel je de EasyServiceapp
aan de Smart Service Key, een interface naar
de elektronica van het verwarmingstoestel. Die
verbinding opent het Connected-menu en tilt de
service naar een hoger niveau. De app communiceert
dan rechtstreeks met het verwarmingssysteem.
Dat levert nog meer inzicht, controle en
snelheid op.
24 | INSTALLATIEENBOUW.BE
controleert de configuratie. Dat verkleint de kans
op fouten.
Ook bij onderhoud en herstellingen biedt deze
koppeling duidelijke voordelen. Functietests controleren
componenten ter plaatse. Datalogging registreert
systeemgedrag tot veertien dagen lang.
Zo spoor je terugkerende problemen sneller op.
Minder administratie,
meer duidelijkheid
Service stopt niet bij techniek. Rapportage en
communicatie verdienen evenveel aandacht. De
EasyService-app vereenvoudigt dat proces sterk.
Onderhouds- en servicerapporten vul je digitaal in
tijdens het bezoek. Foto’s toevoegen, notities maken
en digitaal ondertekenen gaat meteen.
Met één druk op de knop genereert de app een
overzichtelijk PDF-rapport. Dat document verstuur
je direct naar de klant of voeg je toe aan de factuur.
Zo blijft alles correct vastgelegd en vermijd je
achteraf extra werk.
Deze Smart Service Key breidt de functionaliteit van de EasyService-app aanzienlijk uit door
een directe verbinding te maken tussen je smartphone en het verwarmingstoestel.
De app toont foutcodes en
koppelt ze meteen aan mogelijke
oorzaken en oplossingen
Ook de mogelijkheid om configuraties op te slaan
is een grote meerwaarde. Via de functie Favorieten
bewaar je de instellingen van een systeem.
Bij gelijkaardige installaties of een vervanging in
het bestaande systeem laad je die configuratie gewoon
opnieuw in. Dat bespaart tijd en verhoogt
de uniformiteit.
Meegroeiend met noden
en innovaties
Met de EasyService-app bewijst Bosch Home
Comfort dat digitalisering geen extra last vormt,
maar net rust brengt in je dagelijkse werk. Door
je service te digitaliseren, win je tijd, overzicht en
vertrouwen. Elk bezoek verloopt efficiënter. Elk systeem
blijft beter onder controle.
Het startscherm toont meteen de systeemstatus.
Fouten, parameters en belangrijke waarden
verschijnen overzichtelijk in beeld. Tijdens de
inbedrijfstelling begeleidt een systeemscan elke
stap. De app vraagt de juiste parameters op en
De EasyService-app ondersteunt een brede waaier
aan Bosch-verwarmingstoestellen en warmtepompen.
De compatibiliteit wordt bovendien voortdurend
uitgebreid. Zo blijft de tool aansluiten bij
nieuwe systemen en technieken. ❚
De Smart Service Key dient als interface naar de elektronica van het verwarmingssysteem en wordt rechtstreeks met het verwarmingstoestel verbonden.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 25
DATA PORTAL
De wegwijzer naar
betrouwbare data
Directe toegang tot gestructureerde
product- en handelsinformatie – rechtstreeks
van fabrikanten en leveranciers.
Een netwerk van
geconnecteerde data
Geen mailtjes of losse bestanden meer,
maar een rechtstreekse connectie naar
correcte en actuele productdata.
Elke schakel in de keten
wint erbij!
Voor FABRIKANTEN
Uw data bereikt rechtstreeks de software die de sector
dagelijks gebruikt en u blijft eigenaar van de data
en bepaalt zelf wat ermee gebeurt. Bovendien is dit
gealigneerd met toekomstige Europese wetgeving.
Voor GROOTHANDELS
Product- en handelsdata stromen rechtstreeks van
bij de fabrikant naar uw ERP-systeem en webshop
waardoor manueel werk en fouten vermeden
worden.
Voor INSTALLATEURS
Geen tijdverlies meer met zoeken of dubbel invoeren
van productdata. Calculaties zijn sneller en correcter,
offertes transparanter, bestellingen efficiënter.
DATA PORTAL
Ontdek uw voordelen op
techlinkportal.be
Wat is de toekomst van verwarmen? Bij Buderus gaan we volop voor elektrificatie met als
beste voorbeeld onze nieuwste propaanwarmtepompen. Toch staat de toekomst niet los
van het heden. Daarom zijn hybride systemen zo belangrijk: de kracht van gas en stookolie,
gecombineerd met de CO2-efficiëntie van hernieuwbare energie met warmtepompen. Deze
totaalvisie maakt Buderus klaar voor de toekomst.
Surf naar buderus.be en ontdek onze verwarmingssystemen
DOSSIER WARMTEPOMPEN
Belgisch begrotingsakkoord
schept juiste kader voor volledige
doorbraak warmtepomp
Hoewel de warmtepomp al jaren wordt beschouwd als technologisch rijp, breed inzetbaar en cruciaal voor de energietransitie, bleef een
volledige doorbraak in België tot nu toe uit. Uit de meest recente cijfers blijkt dat in 2024 zo’n 3,6% van de Vlaamse huishoudens een warmtepomp
als hoofdverwarmingswijze had – voor Wallonië is dergelijke statistiek niet beschikbaar. De oorzaak daarvan is dus niet een gebrek
aan vertrouwen in de techniek, maar wel het ontbreken van het juiste economische kader. Het Belgische begrotingsakkoord dat premier Bart
De Wever midden november aankondigde, lijkt daar fundamenteel verandering in te brengen. Vlaanderen en Wallonië bepalen wel elk op hun
manier hoe snel de warmtepomp uitgroeit van alternatief tot norm.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay en AI
De discussie over warmtepompen, cruciale technologie
om de uitstoot door het verwarmen en
koelen van gebouwen structureel te verminderen,
was in Vlaanderen – waar we in dit artikel op focussen
– zelden technisch. De performantie staat
buiten kijf: moderne lucht-lucht-, lucht-water- en
geothermische warmtepompsystemen leveren stabiele
warmte, werken steeds vaker met natuurlijke
koudemiddelen en integreren probleemloos met
lage-temperatuurafgiftesystemen. De echte rem
zat elders.
Onder meer in de verhouding tussen elektriciteitsen
gasprijzen. Netstroom – die vandaag overigens
nog niet voor de volle 100% op basis van hernieuwbare
bronnen wordt geproduceerd – kost op
heden in België zo’n 3,7 keer meer dan gas – dat
is ongunstiger dan in veel buurlanden, waar die
ratio ongeveer 2 is. Voor gezinnen zonder zonnepanelen
maakt dat elektrisch verwarmen niet vanzelfsprekend
goedkoper dan fossiel verwarmen;
zelfs bij de keuze voor een warmtepomp met een
hoge zogeheten COP – die aangeeft hoe efficiënt
een warmtepomp werkt, hoe hoger, hoe beter –
valt de elektriciteitsfactuur vandaag duurder dan
de factuur verbonden aan verwarmen op gas of
stookolie. Zeker in bestaande woningen, waar
de hogere warmtevraag de businesscase van de
warmtepomp helemáál fnuikt.
Dat probleem erkent het Belgische begrotingsakkoord
impliciet, met een aangekondigde verlaging
van accijnzen op elektriciteit en de verhoging
van accijnzen op gas – met behoud van sociale
beschermingsmaatregelen om te voorkomen dat
kwetsbare gezinnen uit de boot vallen. Die zullen
er volgens energie-expert Ruben Baetens van de
KU Leuven voor zorgen dat de prijsverhouding
tussen elektriciteit en aardgas de komende jaren
zal zakken, naar ongeveer 2,6 in 2029. Daarmee
komt ze voor het eerst in een zone waarin warmtepompen
economisch logisch worden voor de
meerderheid van de woningen. Climafed, al jaren
pleitbezorger van die evolutie, spreekt dan ook
van “een belangrijke en betekenisvolle stap in een
lang traject richting elektrificatie”.
Vooral voor Belgische gezinnen zonder zonnepanelen is de overstap van fossiele verwarming
naar een warmtepomp vandaag financieel niet interessant. (beeld: AI)
Zeker ook omwille van het karakter van de federale
begroting. Anders dan gebruikelijk in België,
is deze begroting geen klassieke jaaroefening,
maar een meerjarenplan dat de volledige legislatuur
overspant. Dat maakt het akkoord uitzonderlijk
stevig verankerd in de tijd. De warmtepomp
28 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
wordt geen gok meer op toekomstige beleidswijzigingen,
maar een logische stap binnen een
voorspelbaar traject.
In Vlaanderen waren er natuurlijk ook al enkele
maatregelen gericht op het structureel aantrekkelijker
maken van elektriciteit als energiedrager,
zoals onder meer de verplichte fossielvrije verwarming
in nieuwbouw sinds 2025 en de geleidelijke
afbouw van historische groenestroomcertificaten.
Het federale begrotingsakkoord versterkt die bestaande
Vlaamse beleidslijn.
Die Vlaamse beleidslijn kreeg recent trouwens een
formelere structuur via het warmtepompcharter
dat de Vlaamse Regering afsloot met de warmtepompsector.
Dat charter is geen subsidieregeling,
maar een wederzijds engagement: de overheid
belooft een stabiel en voorspelbaar beleidskader
voor warmtepompen, terwijl de sector zich engageert
op het vlak van kwaliteit, opleiding en correcte
toepassing van de technologie. Het doel is
expliciet om de warmtepomp niet langer als nicheoplossing
te behandelen, maar als volwaardig en
schaalbaar alternatief voor fossiele verwarming,
ook in renovatiecontext. Door die structurele afstemming
tussen beleid en markt verkleint Vlaanderen
de kloof tussen ambitie en uitvoering – een
Het Belgische begrotingsakkoord verandert de aard van het gesprek tussen installateur en klant:
niet langer de betaalbaarheid staat centraal, maar wel de technische haalbaarheid. (beeld: AI)
Naast de aanpassing van accijnzen
op gas en elektriciteit en de
btw-verlaging zijn er nog enkele
begrotingsgerelateerde hefbomen
die minder zichtbaar zijn
Ook ontwikkelingen in de warmtepompmarkt zelf
zorgen ervoor dat de toepassing van de technologie
eindelijk zal kunnen opschalen. (beeld: AI)
cruciale voorwaarde om de warmtepomp effectief
van alternatief tot norm te laten doorgroeien.
Lagere btw maakt investering
in warmtepomp interessanter
De Belgische begroting voorzag ook in een btwverlaging
naar 6% voor de levering en plaatsing
van warmtepompen. Die maatregel, die op 1 januari
van dit jaar inging en al zeker tot en met 31
december 2030 geldt, verlaagt de instapdrempel
om over te schakelen op de warmtepomp. Van 1
april 2022 tot en met 31 december 2024 gold
overigens ook al tijdelijk een btw-tarief op de
levering en plaatsing van warmtepompen. Dat
was toen een crisismaatregel in het kader van de
energiecrisis. ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 29
DOSSIER WARMTEPOMPEN
De lagere aankoopprijs van een warmtepomp waar
de btw-verlaging voor zorgt, is vanzelfsprekend een
mooie aanvulling op het goedkoper maken van de
elektriciteitsprijs. Zo worden investering én gebruik
van de warmtepomp financieel interessant(er).
Ook minder directe
hefbomen in begroting
Naast de aanpassing van accijnzen op gas en elektriciteit
en de btw-verlaging, die het economische
kantelpunt voor warmtepompen rechtstreeks beïnvloeden,
zijn er nog enkele begrotingsgerelateerde
hefbomen die minder zichtbaar zijn, maar op middellange
termijn wel degelijk de populariteit van
warmtepompen verder kunnen versterken. Zo zet
het federale akkoord ook aan tot een verdere hervorming
van de nettarieven, met meer aandacht
voor kostreflectie en piekbelasting, wat goed
ontworpen en slim aangestuurde warmtepompsystemen
in de kaart speelt. Daarnaast creëert de
begroting budgettaire continuïteit voor renovatiebeleid
en energiefinanciering, wat indirect maar
wezenlijk bijdraagt aan de warmtepompklaarheid
van het bestaande gebouwenpark. Tot slot geven
investeringen in de verduurzaming van federale
gebouwen en publieke infrastructuur de warmtepompmarkt
extra schaal en zekerheid. Grootschalige
publieke projecten versnellen standaardisering,
drukken kosten en versterken het vertrouwen
bij fabrikanten, installateurs en eindgebruikers.
Europa duwt markt mee
richting warmtepomp
Niet alleen België, maar ook Europa draagt bij
aan het creëren van het juiste kader voor de volledige
doorbraak van warmtepompen in ons land.
Het ETS2-systeem dat begin volgend jaar ingevoerd
wordt (uitstel tot 2028 ligt wel op tafel,
red.), zal fossiele energie immers structureel duurder
maken. Daardoor kantelt het economische
speelveld de komende jaren verder in het voordeel
van elektrische verwarming.
Daarnaast zorgen ook ontwikkelingen in de warmtepompmarkt
zelf ervoor dat de toepassing van de
technologie eindelijk zal kunnen opschalen. Tot
voor kort bleef de warmtepomp in Vlaanderen
sterk geassocieerd met nieuwbouw, maar cijfers
van Climafed en Frixis tonen aan dat lagetemperatuurradiatoren,
monoblocsystemen met natuurlijke
koudemiddelen zoals propaan (R290)
en hybride of collectieve oplossingen het mogelijk
maken om warmtepompen ook in bestaande woningen
rendabel te maken.
Het Belgische begrotingsakkoord verandert de aard
van het gesprek tussen installateur en klant
De performantie van warmtepompen staat al langer buiten kijf,
de rem op de volledige doorbraak in ons land zat elders. (beeld: Pixabay)
30 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
Tot voor kort bleef de warmtepomp in Vlaanderen sterk geassocieerd met nieuwbouw, maar cijfers tonen aan dat
lagetemperatuurradiatoren, monoblocsystemen met natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290) en hybride of collectieve
oplossingen het mogelijk maken warmtepompen ook in bestaande woningen rendabel te maken. (beeld: Pixabay)
Minder haast in Wallonië
Laat ons dan nog even de blik richten op Wallonië
– onze lezers zijn niet alleen actief in Vlaanderen.
Het Belgische begrotingsakkoord schept in principe
hetzelfde economische kader voor warmtepompen
in Wallonië als in Vlaanderen, omdat maatregelen
rond accijnzen, btw en energieprijzen federaal gelden.
Ook in Wallonië wordt elektrisch verwarmen
daardoor stap voor stap aantrekkelijker.
Toch is een verschil. En dat zit in de beleidsvertaling:
waar Vlaanderen de warmtepomp
expliciet naar voren schuift als hefboom voor
elektrificatie, kadert Wallonië ze vooral binnen
een breder renovatiebeleid op lange termijn. De
warmtepomp speelt er dus zeker een rol, maar de
doorbraak verloopt minder uitgesproken en aan
een ander tempo dan in Vlaanderen. Er mag dus
verwacht worden dat de warmtepomp sneller
gemeengoed zal zijn in Vlaanderen dan in het
zuidelijke gewest.
Expertise van de installateur
opnieuw centraal
Wat betekent een en ander nu juist voor de
installateur? Wel, het Belgische begrotingsakkoord
verandert vooral de aard van het gesprek
tussen installateur en klant. Zolang elektriciteit
structureel te duur was, draaide het debat vooral
rond terugverdientijd en financiële risico’s. Nu
die scheefgroei geleidelijk wordt rechtgezet,
verschuift de focus naar de technische haalbaarheid:
is de woning warmtepompklaar, welk
afgiftesysteem is aangewezen, welke elektrische
aanpassingen zijn nodig en waar liggen realistische
comfortverwachtingen? Het begrotingsakkoord
neemt niet alle drempels weg, maar het
haalt wel de grootste blokkade uit het traject.
Daardoor komt de expertise van de installateur
opnieuw centraal te staan – niet als verkoper van
een toestel, maar als ontwerper van een goed
werkend verwarmingssysteem. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 31
DOSSIER WARMTEPOMPEN
TIM HEYMANS (BUDERUS) GAAT IN INSTALLATIE &
BOUW DE PODCAST DIEPER IN OP DE TOEKOMST VAN
DE WARMTEPOMP IN ONS LAND
De warmtepomp staat al jaren technologisch op punt, maar krijgt vandaag pas echt het juiste economische kader, met nieuwe premies aan
Vlaamse kant, de invoering van het btw-tarief van 6% op warmtepompen tot eind 2030, en de verschuiving in de prijsverhouding tussen elektriciteit
en gas waar de recent voorgestelde federale begroting in voorziet. Wij spraken er in een recente aflevering van Installatie & Bouw De
Podcast over met Tim Heymans, accountmanager bij Buderus, fabrikant van – onder meer – warmtepompen.
Tekst Kris Vandekerckhove |
Beeld Kris Vandekerckhove
Volgens Tim Heymans is de impact van de nieuwe
beleidsmaatregelen (zie ook artikel op pagina 28-
31, red.) vandaag al zichtbaar in de markt, al vertaalt
die zich voorlopig vooral in interesse. Of het
ook echt tot aankoopbeslissingen komt, zal nog
moeten blijken. “We zien duidelijk dat offerteaanvragen
voor warmtepompen toenemen, terwijl die
voor gasketels afnemen”, stak hij van wal. “Dat
is een omkering van de trend die we vorig jaar
zagen, toen veel klanten nog snel een gasketel
wilden plaatsen vóór de btw-verhoging.”
De btw-verlaging naar 6% blijkt een belangrijke
trigger, maar tegelijk zorgt ze voor extra complexiteit.
Installateurs worden geconfronteerd met gesplitste
facturatie, onduidelijkheid over wat wel
en niet onder het lagere tarief valt, en bijkomende
vragen van klanten. “In de praktijk zien we dat
sommige installateurs uit voorzichtigheid alles
aan 21% blijven factureren, omdat ze niet zeker
zijn van de regels”, aldus Tim Heymans.
In nieuwbouw is het speelveld duidelijk: fossiele
verwarmingssystemen voldoen niet langer aan de
vereiste rendementen, waardoor de warmtepomp
er de facto de norm is geworden. In renovatie ligt
dat genuanceerder. Tim Heymans maakt een onderscheid
tussen basisrenovaties en ingrijpende
renovaties. “Wanneer een ketel plots stukgaat,
kiezen mensen vaak voor de snelste en goedkoopste
oplossing. Dan blijft de gasketel aantrekkelijk.
Maar bij ingrijpende renovaties, waar ook isolatie,
ventilatie en afgiftesystemen aangepakt worden,
zien we wél vaker de stap naar een warmtepomp.”
Technische haalbaarheid blijft sleutel
Hoewel beleidsmakers aangeven dat een groot
deel van het woningbestand technisch geschikt
is voor warmtepompen, loopt het in de praktijk
Tim Heymans (l.) en Kris Van de Kerckhove, editor-in-chief bij Louwers Mediagroep,
dat Installatie & Bouw uitgeeft, tijdens de podcastopname.
vaak vast op een combinatie van factoren. Isolatiegraad
is daarbij cruciaal: onvoldoende geïsoleerde
woningen vereisen grotere vermogens, wat
de investering duurder maakt. Daarnaast spelen
ook elektrische aansluitingen een rol. “Zwaardere
warmtepompen vragen soms een driefasige aansluiting,
en die is niet overal beschikbaar zonder
verzwaring”, legde Tim Heymans uit in de podcast.
Ook plaatsing en geluid blijven aandachtspunten,
zeker in stedelijke context of bij rijwoningen en appartementsgebouwen.
Hoewel moderne warmtepompen
aanzienlijk stiller zijn geworden, moeten
geluidsnormen en burenhinder zorgvuldig worden
meegenomen in het ontwerp.
Vlaanderen loopt voorop
Regionaal ziet Buderus duidelijke verschillen.
Vlaanderen loopt voorop, mede dankzij strengere
EPB-eisen en een beter geïsoleerd woningbestand.
In Wallonië is stookolie nog sterk aanwezig en ligt
de focus voorlopig vooral op het vervangen van
bestaande installaties, minder op elektrificatie.
Dat vertaalt zich ook in een andere productmix en
marktdynamiek.
Rol van de installateur
wordt belangrijker
Met het wegvallen van de puur economische
drempels verschuift het gesprek van betaalbaarheid
opnieuw naar techniek en kwaliteit. De rol
32 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
van de installateur wordt daardoor opnieuw belangrijker.
Buderus zet sterk in op ondersteuning,
onder meer via hulp bij dimensionering, hydraulisch
ontwerp en leidingdiameters, maar ook via
opleidingen. Tim Heymans: “Warmtepompen werken
met lagere temperaturen en kleinere temperatuurverschillen.
Dat vraagt andere debieten en
aangepaste leidingdiameters. Daar zit in renovatieprojecten
vaak een onderschat risico.”
Misvattingen bij eindklanten
Bij installateurs ziet Tim Heymans de kennis
snel groeien, maar bij eindklanten leven nog
hardnekkige misvattingen, vooral rond geluid
en prestaties bij lage buitentemperaturen. “Die
vooroordelen stammen uit het verleden. Moderne
warmtepompen, onder meer de nieuwste modellen
die op propaan werken, leveren vandaag ook
bij lage buitentemperaturen stabiele vermogens,
mits correcte dimensionering en inregeling.”
Stabiliteit als sleutel richting 2030
Wat zal de markt definitief doen kantelen? Volgens
Tim Heymans is het geen kwestie van één
factor. “Het is de combinatie van de taxshift,
premies en regelgeving. Vooral de stabiliteit is
belangrijk. Dat de btw-verlaging vastligt tot 2030
geeft installateurs en fabrikanten eindelijk een
voorspelbaar kader om in te werken.”
De aflevering van Installatie & Bouw De Podcast
met Tim Heymans is te beluisteren via de website
van Installatie & Bouw België of via de gekende
streamingskanalen, waar hij te vinden is onder het
kanaal ‘Installatie & Bouw’. ❚
‘Zwaardere
warmtepompen
vragen soms een
driefasige aansluiting,
en die is niet overal
beschikbaar zonder
verzwaring’
Tim Heymans van Buderus.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 33
DOSSIER WARMTEPOMPEN
BELGISCHE WARMTEPOMPMARKT HERPAKT ZICH:
4 KWARTALEN GROEI IN 2025
Nieuwe cijfers van Climafed en Frixis tonen aan dat de verkoop van warmtepompen in alle kwartalen van 2025 groeide, na een periode van
sterke schommelingen door prijsdruk en beleidswijzigingen.
Tekst Climafed en Wouter Polspoel | Beeld Climafed
Over heel 2025 steeg de verkoop van warmtepompen
voor centrale verwarming in België
met 13% in vergelijking met 2024, goed voor
zo’n 35.000 nieuwe installaties. Daarbij vertegenwoordigen
lucht-waterwarmtepompen veruit
het grootste aandeel. Binnen dat segment blijven
lucht-waterwarmtepompen in splituitvoering
numeriek dominant, met een stijging van
7%, goed voor 21.600 installaties. Tegelijkertijd
kenden lucht-watermonoblocwarmtepompen
een sterkere groei van 45% of zo’n 6.400 installaties.
Volgens Climafed en Frixis hangt die
evolutie samen met de toenemende toepassing
van propaan als koelmiddel, dat in steeds meer
systemen wordt ingezet.
34 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
Over heel 2025 steeg de verkoop
van warmtepompen voor centrale
verwarming in België met 13%
Climafed en benadrukken de centrale rol
die de installateur speelt in de transitie
van fossiel naar elektrisch verwarmen.
Met die groei presteert de sector beter dan in
2024 en 2022, maar blijft ze onder het uitzonderlijke
piekjaar 2023. Volgens Climafed en Frixis
wijst dat net op een gezondere marktdynamiek.
Na jaren van sterke schommelingen, met 2023
dus als uitgesproken uitschieter, stabiliseert de
warmtepompmarkt en groeit ze op een meer voorspelbare
en structurele manier, zonder nieuwe pieken
of tekenen van oververhitting.
Ook geothermische warmtepompen kenden in
2025 een verdere, zij het gematigde groei. Ondanks
een terugval in nieuwbouwvergunningen
steeg dit segment met 9%, goed voor zo’n 5.400
installaties.
Daarnaast groeide ook het aantal lucht-luchtwarmtepompen,
met 13%, goed voor ongeveer
120.000 installaties. Opvallend is dat deze
toestellen ook tijdens de wintermaanden beter
bleven verkopen, wat erop wijst dat ze steeds
vaker als volwaardige verwarmingsoplossing
worden ingezet.
Niet elk segment volgde die positieve trend. De
verkoop van warmtepompboilers daalde in 2025
met 20%, tot ongeveer 14.750 toestellen. Hoewel
de businesscase vandaag duidelijk is, blijkt deze
technologie bij consumenten nog te vaak onder
de radar te blijven.
Beleidskader en energieprijzen
geven rugwind
Volgens Climafed en Frixis is het herstel van de
warmtepompmarkt geen toeval. Verschillende
beleidsmaatregelen beginnen tegelijk door te
werken (zie ook artikel op pagina 28-31, red.). Zo
wordt in nieuwbouw in Vlaanderen sinds begin
2025 fossielvrij verwarmen verplicht, wat vooral
geothermische warmtepompen extra aantrekkelijk
maakt, onder meer door de mogelijkheid tot passieve
koeling via de bodem. Ook het geleidelijk
uitdoven van groenestroomcertificaten in Vlaanderen
speelt de warmtepompmarkt in de kaart.
Ook recenter beleid zal de groei volgens Climafed
en Frixis bevorderen, zoals de btw-verlaging naar
6% voor warmtepompen in nieuwbouw, het verbod
op stookolieketels in nieuwbouw in Wallonië
vanaf januari 2026 en de taxshift van de elektriciteits-
naar de gasfactuur die ons land plant.
Daarnaast zal ook het warmtepompcharter dat
de Vlaamse overheid en de warmtepompsector recent
ondertekenden, helpen. In dat charter engageren
Vlaanderen en marktspelers zich om samen
de uitrol van warmtepompen te versnellen via
een stabiel beleidskader, blijvende ondersteuning
en duidelijke communicatie. De overheid belooft
onder meer werk te maken van een Warmtepompplan,
met aandacht voor steunmaatregelen, begeleiding
via Energiehuizen en een heldere regelgeving,
terwijl de sector inzet op kwaliteit, opleiding
en transparantie. Volgens Climafed is die gezamenlijke
aanpak cruciaal om het vertrouwen bij
gezinnen en installateurs duurzaam te herstellen
en de warmtepomp definitief als vanzelfsprekende
verwarmingsoplossing te verankeren.
Tot slot zal ook het Europese ETS2-systeem dat begin
volgend jaar ingevoerd wordt (uitstel tot 2028
ligt wel op tafel, red.) de economische logica van
elektrisch verwarmen versterken.
Installateur speelt sleutelrol,
voorbereiding blijft cruciaal
Climafed en Frixis benadrukken dat de installateur
een centrale rol speelt in deze transitie. Hij of zij
is het best geplaatst om te beoordelen of een woning
warmtepompklaar is en om gericht advies te
geven over eventuele aanpassingen. Een warmtepomp
kan bovendien een positief effect hebben
op het EPC-label, wat de waarde van de woning
ten goede komt.
Voor gezinnen met een nog goed werkende fossiele
ketel raden de sectororganisaties aan om
zich tijdig voor te bereiden. Het controleren van
de elektrische aansluiting, bijkomende isolatiemaatregelen
en eventuele aanpassingen aan het
afgiftesysteem zijn de meest voorkomende aandachtspunten.
Wie dat vooraf bekijkt, kan bij een
defect sneller en vlotter omschakelen.
Vooruitblik: vertrouwen groeit,
voorwaarden komen samen
Climafed en Frixis kijken met vertrouwen naar
2026. De cijfers tonen een gestabiliseerde markt
met structurele groei, terwijl beleid, energieprijzen
en technologie steeds beter op elkaar afgestemd
raken (ook daarover meer in het artikel op
pagina 36-39, red.).
“De warmtepomp is geen nichetechnologie meer,”
klinkt het in de sector. “Ze is klaar voor de volgende
stap, op voorwaarde dat het beleid stabiel blijft en
consumenten correct geïnformeerd worden.” ❚
Het warmtepompcharter dat de Vlaamse
overheid en de warmtepompsector recent
ondertekenden, moet de groei mee consolideren.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 35
DOSSIER WARMTEPOMPEN
LUCHT-WATERWARMTEPOMPEN MET NATUURLIJK
KOUDEMIDDEL OP MAAT VAN ELK PROJECT
AQUAREA M en AQUAREA L zijn twee reeksen lucht-waterwarmtepompen van Panasonic Heating & Cooling Solutions die gebruikmaken van het
natuurlijke koudemiddel R290. “Bijzonder is dat de series vermogens dekken van 5 tot 30 kW en in cascadeopstelling zelfs tot 300 kW”, vertelt
Janno Boelens van Panasonic Heating & Cooling Solutions Belgium. “Dat maakt ons vrij uniek in de markt.”
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Shutterstock en Panasonic Heating & Cooling Solutions
De AQUAREA-warmtepompen (op de foto een
model uit de AQUAREA M-reeks), vinden hun
toepassing in renovatie- en nieuwbouwprojecten
van verschillende schaalgrootte. (foto: Shutterstock
en Panasonic Heating & Cooling Solutions)
36 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
Met een energieklasse van A+++ en een SCOP die
kan oplopen tot 5,12 dragen de AQUAREA-luchtwaterwarmtepompen
van Panasonic Heating &
Cooling Solutions, geschikt voor toepassing in
renovatie- en nieuwbouwprojecten van uiteenlopende
omvang, fundamenteel bij aan een koolstofneutralere
wereld.
Zeker de AQUAREA M- en AQUAREA L-warmtepompen,
die werken met het natuurlijke koudemiddel
R290, ook bekend als propaan. Dat heeft
immers een Global Warming Potential (GWP),
oftewel een aardopwarmingsvermogen, dat 225
keer lager ligt dan het – ook al lage – GWP van
het ook veelgebruikte koelmiddel R32. “Steeds
meer warmtepompfabrikanten omarmen R290,
mede door de strengere klimaatdoelstellingen,
maar vaak slechts voor enkele vermogensklassen.
Onze AQUAREA M- en AQUAREA L-serie dekken
vermogens van 5 tot 30 kW en in cascadeopstelling
zelfs tot 300 kW. Dat maakt ons vrij uniek
in de markt”, vertelt Janno Boelens, marketingverantwoordelijke
bij Panasonic Heating & Cooling
Solutions Belgium.
“De AQUAREA M- en AQUAREA L-warmtepompen
kunnen zelfs bij strenge vorsttemperaturen een
De AQUAREA Loop combineert de functies van een ventiloconvector en een
warmtepomp. (foto: Shutterstock en Panasonic Heating & Cooling Solutions)
watertemperatuur tot 75 °C leveren”, duikt hij
wat dieper in de specificaties van de R290-warmtepompen.
“Bovendien vallen ze ook op door hun
fluisterstille werking. De AQUAREA M-reeks, die
‘Steeds meer warmtepompfabrikanten
omarmen R290, mede door de strengere
klimaatdoelstellingen, maar niet zoals wij
voor elke vermogensklasse’
we pas in 2024 introduceerden, krijgt dit jaar
trouwens een nieuwe uitbreiding.”
Nieuwe tankgroottes en
ventiloconvectoren
De AQUAREA-warmtepompen waren lang slechts
beschikbaar met een opslagvat van 185 liter, maar
Panasonic Heating & Cooling Solutions biedt ze
sinds kort ook aan met tanks van 120 of 260 liter.
“Ook het gamma ventiloconvectoren voor de
AQUAREA-warmtepompen hebben we recent
gevoelig uitgebreid”, aldus Janno Boelens. “Dat
werd mogelijk door de overname van Innova.
Klanten kunnen nu kiezen uit verschillende kanaal-,
vloer- en wandmodellen. Daarnaast introduceerden
we onlangs ook de AQUAREA Loop,
een compacte ventiloconvector met een eigen
compressor. De AQUAREA Loop, die dus zonder
een centrale warmtepomp kan werken, functioneert
zowel met R290 als met R32 en kan eenvoudig
in een bestaand leidingsysteem geplaatst
worden. Al onze nieuwe ventiloconvectoren en de
AQUAREA Loop zijn vanop afstand te bedienen
met de vernieuwde Aquarea Home-app.”
De warmtepompen in de AQUAREA M-reeks werken met het milieuvriendelijke koudemiddel R290,
ook bekend als propaan. (foto: Shutterstock en Panasonic Heating & Cooling Solutions)
Multizoneverwarming
De marketingverantwoordelijke geeft tot slot nog
een laatste nieuwigheid mee. “De AQUAREAwarmtepompen,
maar ook onze andere warmtepompen,
kunnen sinds kort worden aangestuurd
met slimme thermostaten, dankzij een samenwerking
met tado°. Dat maakt multizoneverwarming
mogelijk, waarbij de gebruiker de temperatuur
kan regelen per ruimte, in plaats van één algemene
temperatuur te moeten instellen voor het
hele huis”, besluit hij. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 37
DOSSIER WARMTEPOMPEN
KRACHTIGE WARMTEPOMP EN SLIMME REGELING
VOOR DUURZAME PROJECTEN
Grootschalige gebouwen vragen om betrouwbare, duurzame en flexibele warmtesystemen. AO Smith speelt daarop in met twee gerichte
innovaties. De Enevator Air Altus 112 kW is een nieuwe lucht-waterwarmtepomp voor zware toepassingen. De Imperium Controller zorgt voor
een slimme aansturing die het maximale uit deze warmtepomp haalt. Samen vormen ze een toekomstbestendige oplossing voor verwarming,
koeling en warm tapwater in commerciële projecten.
Tekst Joris Hendrickx | Beeld AO Smith
De Enevator Air Altus 112 kW richt zich op projecten
waarin efficiëntie en betrouwbaarheid centraal
staan. Denk aan zorginstellingen, hotels, sport- en
recreatiecentra en renovaties met een hoge warmtevraag.
Het systeem levert een cascadeerbaar vermogen
van 112 tot 1.120 kW. Door tot tien units in
cascade te koppelen, stem je het vermogen nauwkeurig
af op de behoefte van het gebouw.
Hoge aanvoertemperaturen tot 75 °C maken de
warmtepomp geschikt voor zowel nieuwbouw als
bestaande installaties. Zelfs bij een buitentemperatuur
van -20 °C blijft het systeem volledig operationeel.
Daardoor blijft comfort gegarandeerd,
ook tijdens koude winterdagen.
De warmtepomp werkt met R290, een natuurlijk
koudemiddel. Met een zogeheten GWP van slechts
De Enevator Air Altus 112 kW is beschikbaar in een 2-pijps- of 4-pijpsconfiguratie.
38 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
3 ligt de milieu-impact van R290 sterk lager dan
die van traditionele koudemiddelen.
Omdat het systeem volledig elektrisch is, ontstaat
ter plaatse geen CO 2
-uitstoot. In combinatie met
hernieuwbare energiebronnen, zoals zonnepanelen,
ondersteunt dit de overstap naar een koolstofvrije
warmteopwekking. Het systeem speelt
hiermee perfect in op de alsmaar strengere regelgeving
en klimaatdoelstellingen. Tegelijk blijven
prestaties en bedrijfszekerheid behouden. Dat
maakt de Enevator Air Altus 112 kW interessant
voor opdrachtgevers die duurzaamheid willen
combineren met continuïteit.
Het modulaire ontwerp houdt de voetafdruk beperkt.
Rond elke unit volstaat twee meter vrije
ruimte. De warmtepomp is beschikbaar in een
2-pijps- of 4-pijpsconfiguratie en bevat geïntegreerde
aanvoer- en retourverdeelstukken en een
primaire pomp. Dat vereenvoudigt het ontwerp en
versnelt de installatie.
Daarnaast sluit de Enevator Air Altus 112 kW
naadloos aan op de bestaande Altus-systemen
van 88 kW. Opschalen of combineren blijft daardoor
eenvoudig, ook bij gefaseerde projecten of
latere uitbreidingen.
Slimme sturing voor
maximaal rendement
Een krachtige warmtepomp vraagt om een intelligente
regeling. Die komt in de vorm van de Imperium
Controller. Deze regeling, speciaal ontwikkeld
voor alle Altus-varianten – niet alleen het 112 KWmodel,
stemt de werking automatisch af op de actuele
warmwaterbehoefte en schakelt slim tussen zogeheten
one-pass- en multi-pass- waterverwarming.
De Imperium Controller stemt de werking van de Enevator Air Altus 112 kW automatisch af op de actuele
warmwaterbehoefte en schakelt slim tussen zogeheten one-pass- en multi-pass- waterverwarming.
Hoge aanvoertemperaturen tot 75 °C
maken de warmtepomp geschikt
voor zowel nieuwbouw als renovatie
Tijdens piekmomenten verwarmt het systeem het
water direct tot de gewenste temperatuur via onepass.
Buiten die momenten kiest de regeling voor
multi-pass, waarbij het vat geleidelijk van onderuit
opwarmt. Zo benut je de temperatuurgelaagdheid
optimaal en stijgt de efficiëntie.
Door deze slimme schakeling is minder opslagvolume
nodig om piekvragen op te vangen. Dat
bespaart ruimte en kosten. Tegelijk blijft de tapcapaciteit
hoog wanneer het nodig is. De Imperium
Controller regelt dit automatisch, zonder
handmatige ingrepen.
Extra voordelen zijn monitoring en bediening op
afstand via de cloud. Complexe aanpassingen aan
bestaande gebouwbeheersystemen blijven hierdoor
overbodig. Dat maakt de oplossing praktisch en toegankelijk
voor installateurs en gebouweigenaren.
De Enevator Air Altus 112 kW richt zich op projecten waarin efficiëntie en betrouwbaarheid centraal staan,
denk aan zorginstellingen, hotels, sport- en recreatiecentra en renovaties met een hoge warmtevraag.
Eén geïntegreerde totaaloplossing
Samen vormen de Enevator Air Altus 112 kW
en de Imperium Controller een geïntegreerd
systeem. Je krijgt hoge prestaties, lage emissies
en een eenvoudige installatie. Voor grote gebouwen
betekent dat een betrouwbare stap richting
duurzame warmte, zonder in te leveren op comfort
of flexibiliteit. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 39
DOSSIER WARMTEPOMPEN
De Ecodan R290-units halen hoge SCOP-waarden en leveren watertemperaturen tot 75 °C, zelfs bij buitentemperaturen tot -15 °C.
WAT BETEKENT R290 VOOR INSTALLATEURS IN NIEUWBOUW EN RENOVATIE?
RESIDENTIËLE WARMTEPOMPEN OP PROPAAN
De warmtepomp is intussen een vaste waarde in de residentiële bouw, maar er is nog groeimarge. De Europese regels worden strenger,
klanten leggen de lat hoger op het vlak van zowel comfort als rendement en als installateur wil je oplossingen die ook over tien of vijftien jaar
nog up-to-date zijn. In die context wordt propaan steeds vaker naar voren geschoven als koudemiddel. Mitsubishi Electric speelt daarop in
met lucht-waterwarmtepompen op R290 voor residentiële toepassingen. Corporate sales manager Rudy Gielen vertelt waarom dit vandaag
zo’n logische keuze is. ❯
Tekst Josefien De Bock | Beeld Mitsubishi Electric
INSTALLATIEENBOUW.BE | 41
DOSSIER WARMTEPOMPEN
Wat verandert er op de werf?
Voor de installateur verandert er minder dan vaak
wordt gedacht. De installatie blijft overzichtelijk
en sluit goed aan bij de gebruikelijke manier van
werken. “Onze propaanwarmtepompen zijn doordacht
opgebouwd en voelen in de praktijk aan
als plug-and-play”, zegt Rudy Gielen. Werken met
R290 betekent wel dat je extra aandacht moet
hebben voor veiligheid en regelgeving. “Propaan
behoort tot klasse A3, met een lage toxiciteit en
een hogere ontvlambaarheid. Daarom organiseren
we trainingen voor installateurs rond onder
andere EN378 en de ATEX-principes. We leiden
hen op, zodat ze veilig kunnen installeren, in
dienst stellen en onderhouden. Die begeleiding
stellen ze op prijs.”
Renovatie en nieuwbouw
Propaanwarmtepompen voelen zich thuis in uiteenlopende
woningtypes, zowel bij lage als bij
hoge temperaturen. “Onze systemen zijn perfect
geschikt voor nieuwbouw, maar komen ook goed
tot hun recht in renovatieprojecten”, zegt Rudy
Gielen. “Zeker wanneer bestaande afgiftesystemen
behouden blijven, heeft R290 veel voordelen.”
Rudy Gielen benadrukt dat de propaancompressoren van Mitsubishi Electric volledig
in eigen beheer worden ontwikkeld: “Dit is geen nieuw terrein voor ons.”
‘Met R290 ben je klaar voor de
F-gassenverordening van 2027’
“Propaan is een natuurlijk koudemiddel met een
GWP-waarde van amper 3”, steekt Rudy Gielen
van Mitsubishi Electric van wal. “Met de nieuwe
Europese F-gassenverordening, die vanaf 2027
een maximum GWP van 150 oplegt, zit je met
R290 meteen goed.” Naast de regelgeving spelen
ook de prestaties een rol. “Residentiële luchtwaterwarmtepompen
op propaan hebben een
hoog rendement en zijn zeer veelzijdig. Zo halen
onze Ecodan R290-units hoge SCOP-waarden en
leveren ze watertemperaturen tot 75 °C, zelfs
bij buitentemperaturen tot -15 °C. Dat gebeurt
zonder elektrische weerstanden. Kortom: ze zijn
zeer geschikt voor het Belgische klimaat.”
Het aanbod Ecodan-warmtepompen is afgestemd
op residentiële toepassingen. De vermogens
lopen van 4 tot 12 kW bij een buitentemperatuur
van -10 °C. “Voor bijna elke woning
hebben we een passende oplossing in huis. Als
er meer vermogen nodig is, kun je werken met
Ecodan-cascade systemen. Zo kun je het vermogen
eenvoudig opschalen tot 85 kW”, legt
Gielen uit.
Bij renovatie rijst vaak de vraag of een warmtepomp
kan samenwerken met bestaande radiatoren.
Ook dat is geen probleem met propaan,
benadrukt Rudy Gielen. “Onze systemen leveren
probleemloos aanvoertemperaturen tot 75 °C,
zelfs bij lage buitentemperaturen. Daardoor kun
je ze rechtstreeks op bestaande radiatorinstallaties
aansluiten.” Maar ook efficiëntie blijft een
belangrijk aandachtspunt. “Hoe lager de aanvoertemperatuur,
hoe beter het rendement. Daarom
zijn onze toestellen uitgerust met een autoadaptieve
regeling. Die stuurt de vertrektemperatuur
continu bij, met maximaal comfort voor de eindgebruiker
als gevolg.”
Hoewel propaan voor sommigen nog nieuw aanvoelt,
heeft Mitsubishi Electric al veel ervaring
met deze technologie. “We ontwikkelen onze propaancompressoren
volledig in eigen beheer. Dit
is dus zeker geen nieuw terrein voor ons. Installateurs
die al met de systemen werken, zijn zeer
positief over de eenvoudige plaatsing, de stille
werking en het vlotte opstartproces. Met onze
e-monitoringtool kunnen ze bovendien via hun
smartphone instellingen uitlezen en installaties in
real time opvolgen.”
16 appartementen,
één fossielvrij concept
Die praktijkervaring van Mitsubishi Electric komt
ook duidelijk naar voren in recente projecten. Zo
werden eind 2024 in de Brusselse Europese wijk
zestien appartementen uitgerust met een volledig
fossielvrij verwarmingssysteem. “De bouwheer
42 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
wilde een toekomstbestendige en duurzame oplossing.
De keuze viel op individuele lucht-waterwarmtepompsystemen
op basis van propaan
(R290) vanwege het hoge rendement en de ecologische
voordelen van dit natuurlijke koudemiddel”,
legt Rudy Gielen uit. “In nauwe samenwerking met
de installateur hebben we vooraf een grondige risicoanalyse
uitgevoerd, met veel aandacht voor de
specifieke eigenschappen van propaan. Zo konden
we de buitenunits veilig en correct opstellen.”
onze specialisten over veilig werken met R290. Zo
heb je alvast de basis. Als je je verder wil verdiepen,
kun je terecht in onze trainingscentra. We begeleiden
installateurs stap voor stap, zodat ze vol
vertrouwen met propaan aan de slag kunnen.” ❚
Elke wooneenheid beschikt over een individuele
lucht-waterwarmtepomp met een vermogen tussen
6 en 8,5 kW, gekoppeld aan een compacte
cilinderunit met een sanitair warmwaterinhoud
van 200 liter. Het afgiftesysteem bestaat uit
vloerverwarming die werkt op een laagtemperatuurregime,
wat goed aansluit bij de werking van
warmtepompen. “Door de hoge aanmaaktemperaturen
die met propaanwarmtepompen mogelijk
zijn, wordt ook de legionellapreventie volledig
door de warmtepomp verzorgd. De periodieke
opwarming tot 70 °C gebeurt zonder elektrische
weerstanden, wat bijdraagt aan een maximale
energie-efficiëntie”, aldus Rudy Gielen.
Tot slot geeft hij nog een tip aan installateurs die
zouden twijfelen. “Begin met een kort gesprek met
Propaan is een natuurlijk koudemiddel met een GWP-waarde van 3. Een slimme keuze in het licht
van de Europese F-gassenverordening, die vanaf 2027 een maximum GWP van 150 oplegt.
Propaanwarmtepompen zijn zowel geschikt voor nieuwbouw als voor renovatieprojecten.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 43
DOSSIER WARMTEPOMPEN
MONOBLOCWARMTEPOMPEN:
EEN TOEKOMSTGERICHTE SPECIALISATIE
Warmtepompen zijn meer dan ooit een vaste hoeksteen van het Belgische en Vlaamse energiebeleid. Het loont dus voor installateurs om warmtepompen
centraal te zetten in hun toekomstvisie. Een specialisatie in monoblocwarmtepompen kan een extra strategische troef zijn, want die
verlagen de complexiteit, bieden meer toepassingsmogelijkheden én laten een vlottere installatie toe. Wilt u hier als installateur maximaal van
profiteren? Buderus staat u bij met advies, trainingen en handige online tools.
Tekst Joris Hendrickx | Beeld Buderus
In België geldt sinds 1 januari 2026 geldt opnieuw
een verlaagd btw-tarief van 6% op warmtepompen
in nieuwbouw jonger dan tien jaar.
Die regeling was al tijdelijk van kracht tot eind
2024 en wordt nu heringevoerd voor minstens
vijf jaar.
Het verlaagde btw-tarief was ook al permanent
van toepassing op installaties in woningen ouder
dan tien jaar en zo worden nu dus alle (ver)
bouwprojecten beter gelijkgesteld, zeker gezien
de strenger geworden voorschriften in Vlaanderen
voor nieuwbouw. Sinds 1 juli 2025 is er
een verbod op nieuwe aardgasaansluitingen en
vanaf dit jaar werd een volledig elektrische warmtepomp
zelfs de standaardnorm bij nieuwbouw.
Voor installateurs opent dat nieuwe kansen.
Door warmtepompen centraal te zetten in uw
toekomstvisie, speelt u in op een sterk groeiende
vraag. Ook investeringen in extra opleidingen
hierrond lonen, want gespecialiseerde kennis onderscheidt
u van concurrenten. Klanten zoeken
vandaag adviseurs, geen uitvoerders. Wie dat vertrouwen
wint, krijgt vaker installatieopdrachten,
vervolgwerk en onderhoudscontracten.
Geen binnenunit
Dankzij monoblocs verloopt de installatie van
warmtepompen nu sneller en makkelijker dan
Een monoblocwarmtepomp produceert weinig geluid,
waardoor de buitenunit eigenlijk overal kan staan.
44 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER WARMTEPOMPEN
ooit. Walter Van Dael, manager Buderus Service
België, vat het helder samen: “Bij een monoblocwarmtepomp
zitten alle koeltechnische
onderdelen – verdamper, compressor, condensor
… – in de buitenunit van de warmtepomp,
en niet verdeeld over een binnen- en buitenunit.
Hierdoor is er voor de installatie en opstart geen
nood aan koeltechnische handelingen. Als installateur
hoeft u enkel cv-leidingen te plaatsen.”
Naast het installatiegemak scoort de monobloc
eveneens op comfort. De grotere ventilator draait
op een lager toerental, wat het geluidsniveau
merkbaar vermindert. Daardoor ontstaan meer
mogelijkheden voor de plaatsing van de buitenunit,
ook in dichtbebouwde omgevingen.
Ook technisch biedt de monoblocwarmtepomp
volgens Van Dael duidelijke voordelen: “Het systeem
haalt een hoger rendement dan een splitwarmtepomp,
die wel koeltechnische onderdelen
in de binnenunit heeft. Bovendien werkt ze binnen
een groter temperatuurbereik; hogere voorlooptemperaturen
vormen geen probleem. Dat
maakt de monobloc geschikt voor zowel nieuwbouw
als renovatie.”
Totaalservice
Indien gewenst staat een ervaren technicus van
Buderus Service u tijdens de indienststelling
van een warmtepomp bij met raad en daad. De
Bij een monoblocwarmtepomp bevat de binnenunit geen koeltechnische onderdelen.
‘Een monoblocwarmtepomp vergt voor de installatie
en opstart geen koeltechnische handelingen’
eerste bijstand is gratis, maar ook als u daarna
extra zekerheid wilt of zelf niet beschikt over het
nodige personeel, kunt u een beroep doen op
deze dienst.
Ook voor onderhoudswerkzaamheden en reparaties
aan het koelcircuit kunt u rekenen op Buderus
Service. Zo heeft u altijd de zekerheid van een
gekwalificeerde technieker, zonder dat u die zelf
in dienst moet houden.
Een monoblocwarmtepomp blinkt uit in installatiegemak.
Door een partneraccount aan te maken op de
website van Buderus kunt u daarnaast genieten
van een ruim aanbod aan opleidingen, zowel voor
uzelf als uw personeel. Op de website vindt u ook
tal van handige tools die u helpen in uw dagelijkse
werk, zoals een warmtepompcalculator om elke
warmtepomp juist te dimensioneren, en voorbeeldoffertes
om te weten welke onderdelen u moet
bestellen voor een volledige installatie. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 45
ATEX EN A3-KOELGASSEN:
VEILIGHEID IS GEEN OPTIE, MAAR EEN VOORWAARDE
De toepassing van A3-koelgassen zoals propaan neemt toe in installaties voor koeling, airconditioning, verwarming en ventilatie. Dergelijke
gassen hebben uitstekende thermodynamische eigenschappen, maar zijn ook licht ontvlambaar. Linum Europe, internationale verdeler van
toebehoren voor HVAC- en koeltechniek, wijst installateurs en onderhoudstechnici daarom graag nog eens op het belang van ATEX-conform
gereedschap. Om die te kunnen aanbieden, werkt het bedrijf al lang samen met Fieldpiece Instruments.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Linum Europe
ATEX is de naam van Europese regelgeving die
bepaalt welke apparatuur veilig gebruikt mag
worden in omgevingen waar ontvlambare gassen,
dampen of stoffen aanwezig kunnen zijn.
Binnen koel- en HVAC-installaties krijgt ATEX
extra relevantie door de opmars van A3-koelmiddelen.
Die koelgassen, zoals propaan, combineren
een hoge energie-efficiëntie immers met
een verhoogde ontvlambaarheid. Bij een lek kan
daardoor lokaal een explosieve gasatmosfeer
ontstaan, wat in de praktijk meestal leidt tot een
zogeheten ATEX zone 2. Daarin mag net als in de
andere ATEX-zones – er bestaan er zes, opgedeeld
volgens hoe explosief een atmosfeer is en hoe
vaak die kan voorkomen – enkel worden gewerkt
met ATEX-gecertificeerde apparatuur. Omdat
daarvan geweten is dat die niet als ontstekingsbron
kan fungeren.
ATEX-conformiteit ontstaat niet door een label
achteraf toe te voegen. Apparatuur die aan de
richtlijnen voldoet, wordt van bij het ontwerp
aangepast aan gebruik in explosiegevaarlijke
omgevingen. Dat omvat onder meer vonkvrije
componenten, begrensde oppervlaktetemperaturen,
extra bescherming van de behuizing en uitgebreide
test- en certificeringsprocedures.
ATEX-apparatuur voor onderhoud,
lekdetectie en diagnose
Linum Europe, internationale verdeler van toebehoren
voor HVAC- en koeltechniek – én toepassingen
in de voedingsindustrie, heeft een aanbod
aan ATEX-conforme serviceapparaten en zet dat
graag nog eens in de kijker. Niet alleen omdat de
Linum Europe verdeelt onder meer deze ATEX-gecertificeerde vacuümpomp van Fieldpiece Instruments.
46 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Volgens kenners
wordt ATEX nog
te vaak foutief als
optionele extra
veiligheid bekeken
Een ATEX-gecertificeerde infrarood koelgaslekdetector van Fieldpiece Instruments die Linum Europe verdeelt.
toepassing van A3-koelgassen in koel- en HVACinstallaties
toeneemt, maar ook omdat het van
mening is dat ATEX ondanks die toename nog te
vaak verkeerdelijk als optionele extra veiligheid
wordt bekeken. “Een gevaarlijke cocktail”, klinkt
het bij kenners.
Linum Europe werkt voor het gamma ATEX-gecertificeerde
apparatuur al jarenlang samen met
Fieldpiece Instruments. De ATEX-gecertificeerde
tools van die fabrikant zijn inzetbaar voor onderhoud,
lekdetectie en diagnose.
Advies
De rol van Linum Europe wanneer het gaat over
ATEX beperkt zich echter niet tot de distributie
van apparatuur die op dat vlak conform is. Het
bedrijf adviseert installateurs en onderhoudstechnici
ook bij het correct toepassen van ATEX-regelgeving
in de praktijk. Dat betekent onder meer:
inschatten in welke zones ATEX van toepassing
is en vermijden dat niet-gecertificeerde tools onbedoeld
worden ingezet. “ATEX-apparatuur verkopen
is eenvoudig. ATEX correct toepassen vraagt
kennis van regelgeving én praktijkervaring”, motiveert
Linum Europe de keuze voor die service. “Wij
positioneren ons als technisch aanspreekpunt
voor wie met A3-koelgassen werkt. De langdurige
samenwerking met Fieldpiece Instruments vertaalde
zich immers in doorgedreven productkennis
en een scherp inzicht in ATEX-regelgeving.”
Conclusie: ATEX is geen trend en geen overbodige
veiligheidsmaatregel. Voor installaties met A3-
koelgassen vormt de regelgeving een noodzakelijke
voorwaarde voor veilig, conform en continu
werken. Linum Europe positioneert zich daarbij
niet als louter verkoper van ATEX-gecertificeerde
meet- en serviceapparatuur, maar ook als adviserende
schakel tussen ATEX en de werkvloer. ❚
Linum Europe heeft ook nog ATEX-gecertificeerd
gereedschap van enkele andere merken in het
gamma, zoals deze explosieveilige ventilator.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 47
AAN DE SLAG MET DE ENERGIE-
TRANSITIE: 6 PRAKTISCHE TIPS
Met zijn ervaring als architect en passie voor duurzaamheid ondersteunde Steven Van Esser, transition manager bij Stad Hasselt, de opmaak
van een langetermijnplan voor het patrimonium van meer dan driehonderd gebouwen. Vandaag ondersteunt hij bij VEB andere lokale besturen
bij het ontwikkelen van een effectief energie- en vastgoedbeleid. In dit artikel deelt hij zes praktische tips voor zij die werk willen maken van
de energietransitie, zonder te verdwalen in de bijbehorende complexiteit.
Tekst & beeld VEB
48 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Denk pragmatisch en
vanuit je eigen realiteit
Wetgeving, normen en rapporteringsverplichtingen:
ze zijn er en ze zijn belangrijk. Maar ze mogen
de start van je traject niet belemmeren. Volgens
Steven Van Esser staren lokale besturen zich
vandaag vaak blind op regelgeving, waardoor de
plannen in de koelkast blijven liggen. “We moeten
af van het idee dat je eerst alles moet weten
of plannen tot in de puntjes moet uitwerken. Wie
blijft wachten, geraakt niet vooruit”, zegt hij.
“In plaats van te streven naar perfectie is het verstandiger
om te vertrekken vanuit de praktijk: waar
zitten vandaag je grootste energieverliezen? Welke
gebouwen vragen het meeste onderhoud? Wat
leeft er bij je medewerkers? Zo’n insteek maakt
het verhaal niet alleen werkbaarder, maar verhoogt
ook het draagvlak binnen de organisatie.”
Zet in op flexibiliteit en
slimme combinaties
Een gebouw hoeft niet voor één functie gebouwd
of behouden te worden. Net zoals medewerkers
vaak meerdere rollen combineren, moeten ook
patrimonium en teams flexibel ingezet kunnen
worden. “Multi-inzetbaarheid is essentieel als je
middelen beperkt zijn. Een gebouw dat overdag
dienstdoet als vergaderzaal en ‘s avonds voor
jeugdwerking wordt veel efficiënter benut”, licht
Steven Van Esser toe.
“Die kruisbestuiving geldt overigens ook voor
teams: de technische dienst, de duurzaamheidscel
en de beleidsmakers moeten niet naast elkaar
werken, maar mét elkaar. Door bruggen te bouwen
tussen diensten creëer je inzicht, samenwerking
en een duurzamer totaalverhaal.”
Focus op impact, niet
op volledigheid
De verleiding is groot om het volledige patrimonium
in kaart te brengen en te willen aanpakken.
Maar dat leidt vaak tot verlamming. “In Hasselt
bleek dat 10 % van de gebouwen verantwoordelijk
was voor 80 % van de uitstoot”, vertelt Steven
Van Esser. “Door daarop te focussen, konden we
snel resultaat boeken.”
caal. “Niet top-down, maar doorheen de volledige
organisatie. Van poetsdienst tot gebouwbeheerder,
van financieel directeur tot schepen: iedereen
moet zich mee eigenaar voelen”, benadrukt hij.
“Laat medewerkers dus mee nadenken over wat
werkt, waar knelpunten zitten en hoe het anders
kan. Zo ontstaat ambassadeurschap en wordt de
energietransitie niet ‘iets extra’, maar deel van het
dagelijkse werk.
Zie het als leertraject, niet
als eenmalig project
Veel besturen zijn bang om fouten te maken. En
dat is niet onlogisch. Maar de realiteit is: niet alles
lukt in één keer. En dat hoeft ook niet. “Het proces
is minstens even belangrijk als het resultaat. Door
te starten, leer je. Door te proberen, ontdek je wat
werkt”, aldus Steven Van Esser.
“Bovendien bouw je interne kennis op. Die kennisborging
is cruciaal: het maakt je organisatie
weerbaarder en sterker, ook in de volgende legislatuur.”
Denk in functies, niet in gebouwen
De grootste energiewinsten boek je niet per se
door gebouwen te isoleren, maar door je patrimonium
fundamenteel in vraag te durven stellen.
Is elk gebouw nog nodig? Sluit de functie ervan
nog aan bij de behoeften van ons huidig lokaal
bestuur? “Te vaak vertrekken we vanuit de gebouwen.
Maar eigenlijk moet je je eerst afvragen:
waarvoor hebben we dit gebouw nodig? En past
het nog bij hoe we als stad of gemeente willen
werken?” zegt Steven Van Esser.
“Door vanuit functionaliteit te denken – eerder
dan vanuit behoud – vermijd je onnodige
renovaties of investeringen. Misschien volstaat
een andere invulling of een gedeelde locatie.
Dat is vaak goedkoper, energie-efficiënter én
maatschappelijk relevanter.” ❚
“Multi-inzetbaarheid is essentieel als je middelen
beperkt zijn”, benadrukt Steven Van Esser.
“Door je middelen en aandacht dus te richten op
de gebouwen met het grootste energieverbruik
of de grootste strategische waarde verhoog je je
slagkracht. Bovendien laat deze aanpak je toe om
ervaring op te doen en dat succesverhaal nadien
breder te vertalen.”
Betrek mensen van bij het begin
Steven Van Esser waarschuwt voor een veelgemaakte
fout: een energiebeleid dat enkel leeft
binnen de technische of duurzaamheidsdienst.
Voor échte verandering is echter breedgedragen
betrokkenheid nodig, zowel horizontaal als verti-
INSTALLATIEENBOUW.BE | 49
Bio-Energieforum brengt
130 professionals uit de
bio-energiesector samen
Biogas en het bio-energieplatform van ODE Vlaanderen organiseerden op 4 februari 2026 de tweede editie van het Vlaams Bio-Energieforum.
Het tweejaarlijkse en toonaangevende evenement rond biomassa en anaerobe vergisting in Vlaanderen bracht 130 actoren uit de bio-energiesector
samen in het Herman Teirlinckgebouw in Brussel, de plek waar het Vlaamse energiebeleid wordt uitgetekend.
Tekst & beeld ODE Vlaanderen
Onder de aanwezigen bevonden zich alle relevante
stakeholders binnen de bio-energiesector, waaronder
operatoren, beleidsmakers, technologieaanbieders
en kennisinstellingen. Op de agenda
stonden onder andere de nieuwste wetgevende
ontwikkelingen, innovatieve toepassingen en de
langetermijnvisie voor bio-energie in Vlaanderen
en Europa.
Hoogtepunten in de voormiddag waren een toelichting
van het VEKA over de Vlaamse implementatie
van RED III en het interactieve panelgesprek
gemodereerd door Nathalie Devriendt, directeur
van ODE Vlaanderen, waarin met een producent,
gebruiker, onderzoeker en beleidsmaker de verschillende
actoren van de bio-energieketen aan
het woord kwamen. De paneldiscussie bevestigde
dat de toekomst van bio-energie niet door één actor
wordt bepaald, maar ontstaat in de dialoog
tussen de verschillende schakels van de keten.
Het forum bood precies die ruimte, om samen
de stand van zaken op te maken, knelpunten te
benoemen en te zoeken naar realistische oplossingen
voor de sector.
De namiddag stond in het teken van twee speciale
parallelle sessies, met onder meer een interactieve
oefening rond flexibiliteit en een speeddatesessie
rond biomethaan. Daarnaast kwamen thema’s
aan bod zoals het aantonen van duurzaamheid,
investeringen, opkomende markten en koolstofstrategieën
voor bio-energie.
Het forum bood uiteraard ook opnieuw ruime gelegenheid
om te netwerken.
“Nood aan duidelijke Vlaamse
langetermijnvisie”
Lisa Deraedt, adviseur biogas bij Biogas-E: “Het
forum maakte duidelijk dat bio-energie in Vlaanderen
klaar is voor een volgende fase. De wil en
ambitie zijn er, maar om ze waar te maken, zijn
Onder de aanwezigen bevonden zich alle relevante stakeholders binnen de bio-energiesector,
waaronder operatoren, beleidsmakers, technologieaanbieders en kennisinstellingen.
50 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Op de agenda stonden
onder andere de nieuwste
wetgevende ontwikkelingen,
innovatieve toepassingen en de
langetermijnvisie voor bio-energie
in Vlaanderen en Europa.
De namiddag stond in het teken van
twee speciale parallelle sessies.
Het forum bood uiteraard ook opnieuw
ruime gelegenheid om te netwerken.
duidelijke beleidsvisies op lange termijn nodig
over de rol die biomethaan en andere bio-energietoepassingen
in Vlaanderen moeten spelen.”
“Het was ons weer een waar genoegen om de brede
waardeketen van geëngageerde spelers uit de
bio-energiesector te mogen verwelkomen op het
Bio-Energieforum”, vult Nathalie Devriendt aan.
“Het forum is de ideale gelegenheid om samen
de stand van zaken op te maken en vooruit te blikken
op wat de toekomst brengt. En die toekomst
oogt bijzonder boeiend: na jaren van studie en
ideeënvorming staan we nu op een kantelpunt
waarop pioniers nieuwe paden verkennen, zoals
het verhitten van biomassa tot zogeheten biochar
om koolstof langdurig vast te leggen, het opvangen
en vloeibaar maken van CO 2
uit biologische
processen om die veilig op te slaan of opnieuw
te gebruiken en het uitrollen van nieuwe verdienmodellen
via CO 2
-certificaten. De interesse om
met deze innovaties aan de slag te gaan, is groot,
‘Het forum maakte
duidelijk dat
bio-energie in
Vlaanderen klaar
is voor een
volgende fase’
maar er blijven uitdagingen, vooral de onduidelijke
langetermijnbeleidsvisie en het sluitend krijgen
van de businesscases. Een en ander zorgde voor
heel wat boeiende discussies, voortgezet tijdens
een heerlijke lunch en receptie.” ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 51
TOER LANGS 10 STANDS OP VSK+E 2026 LAAT ZIEN
WAAR DE INSTALLATIESECTOR NAARTOE BEWEEGT
Wie VSK+E bezocht, de tweejaarlijkse vakbeurs voor installatie- en elektrotechniek die van 3 tot en met 6 februari plaatsvond in de Utrechtse
Jaarbeurs, zag een sector in transitie. Niet alleen technisch, maar ook inhoudelijk. De klassieke scheidslijn tussen elektrotechniek en werktuigbouw
vervaagt verder, data en monitoring worden steeds bepalender en tegelijk blijft de dagelijkse praktijk van de installateur het ijkpunt.
Tijdens een ronde langs tien stands – van warmtepompen en ventilatie tot gebouwautomatisering, installatiemateriaal en utilitair sanitair –
werd duidelijk waar de sector staat en waar zij naartoe beweegt.
Tekst VSK+E Beeld VSK / Daan Jeurens voor VSK
Een van de sterkste rode draden op de beurs was
integratie. Systemen staan niet meer op zichzelf,
maar moeten met elkaar kunnen communiceren.
Dat verhaal werd scherp neergezet bij Wago. Waar
het bedrijf jarenlang vooral bekendstond om zijn
veerklemmen, ligt de nadruk nu op interoperabiliteit
en systeemintegratie. “Installaties bestaan
zelden uit één merk of één protocol”, luidt de boodschap.
Juist daarom is het vermogen om data uit
te wisselen en verschillende systemen te koppelen
cruciaal. Opvallend is dat Wago die boodschap
kracht bijzette door ook oplossingen van andere
fabrikanten te tonen. Niet het product, maar het
functioneren van het totale systeem stond centraal.
Waterkwaliteit als kritische factor
Dat prestaties niet alleen afhangen van hardware,
maar ook van onzichtbare factoren, werd duidelijk
bij Fernox. De opkomst van (hybride) warmtepompen
maakt waterkwaliteit belangrijker dan ooit.
Hogere volumestromen en gevoeligere componenten
vergroten de impact van vervuiling in installaties.
Fernox liet zien dat waterbehandeling geen
sluitpost meer is, maar een randvoorwaarde voor
rendement, betrouwbaarheid en levensduur. Het
besef dat goed waterbeheer storingen voorkomt
en prestaties borgt, lijkt definitief door te dringen
in de markt.
Koudemiddel, data en vakmanschap
Bij Alklima, distributeur van Mitsubishi Electric,
kwamen meerdere trends samen. De overstap naar
het natuurlijke koudemiddel R290 is zichtbaar in
52 | INSTALLATIEENBOUW.BE
het portfolio en wordt direct gekoppeld aan monitoring
op afstand. Data speelt een steeds grotere
rol in service, onderhoud en energie-optimalisatie.
Tegelijk blijft vakmanschap cruciaal. Daarom zet
Alklima nadrukkelijk in op opleiding en training,
onder meer via digitale leeromgevingen. Nieuwe
techniek vraagt niet alleen om andere producten,
maar ook om andere kennis en vaardigheden.
Ventilatie tussen ambitie en realiteit
Ventilatie stond op VSK+E nadrukkelijk in de
schijnwerpers, onder meer bij DUCO. Vraaggestuurde
systemen, sensoren en slimme regelingen
moeten bijdragen aan een gezond binnenklimaat
met minimale energie-inzet. Tegelijk benoemde
DUCO de weerbarstige realiteit van renovatieprojecten.
Beperkte ruimte, bestaande bouw en gebruikerscomfort
maken ventilatie tot een puzzel.
De oplossingen die op de stand werden getoond,
lieten zien dat hoge ambities alleen werken als ze
praktisch uitvoerbaar zijn voor installateurs.
Binnenklimaat meetbaar maken
Ook Belimo benadrukte meetbaarheid. Met de
zogeheten Future Experience maakt het bedrijf
inzichtelijk wat een slecht of juist goed binnenklimaat
betekent, onder meer via CO 2
-beleving.
Binnenklimaat is geen abstract begrip meer, maar
iets dat gemeten, gestuurd en aantoonbaar verbeterd
kan worden. Daarbij ligt de focus niet alleen
op nieuwbouw, maar juist ook op het upgraden
van bestaande installaties zonder ingrijpende
bouwkundige aanpassingen. ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 53
Praktische winst op het
dak en in de meterkast
Waar sommige stands vooral systeemdenken
benadrukten, draaide het bij Linum Europe om
directe praktijkwinst. Het bedrijf presenteerde
hulpmiddelen en accessoires voor de montage
van airco’s en warmtepompen. Oplossingen die
op papier klein lijken, maar op het dak of in de
meterkast veel tijd, ergernis en faalkosten besparen.
Juist dit type ‘randproducten’ blijkt in de dagelijkse
praktijk vaak doorslaggevend voor kwaliteit
en werkplezier.
54 | INSTALLATIEENBOUW.BE
BEKIJK HIER
ONZE VIDEO’S
Wie de tien stands naast elkaar zet,
ziet drie duidelijke trends
Geluid, luchtdichtheid en zekerheid
Ook bij Klemko stond de praktijk centraal. Met
oplossingen voor luchtverdeling, slangen en geluiddemping
richt het bedrijf zich nadrukkelijk op
comfort en installatiezekerheid, vooral in renovatie
en utiliteit. Geluid blijkt daarbij een steeds belangrijker
aandachtspunt. Niet alleen voor eindgebruikers,
maar ook voor installateurs die verantwoordelijk
worden gehouden voor het eindresultaat.
Systeemdenken in
verwarming en ventilatie
WOLF liet zien hoe verwarming, ventilatie en regeling
steeds meer als één samenhangend geheel
worden benaderd. Niet een losse warmtepomp of
unit, maar het totaalconcept staat centraal. Daarmee
sloot het bedrijf aan bij een bredere beweging
op de beurs: de vraag naar oplossingen die
in samenhang zijn ontworpen en eenvoudiger zijn
in te regelen en te beheren.
Duurzaamheid is meer dan energie
In het geweld van energietransitie en elektrificatie
herinnerde DELABIE de bezoeker eraan dat duurzaamheid
ook over water, hygiëne en beheerlast
gaat. In utilitaire en semipublieke gebouwen zijn
betrouwbaarheid, vandalismebestendigheid en
waterbesparing minstens zo belangrijk als energieprestatie.
Het laat zien hoe breed het duurzaamheidsbegrip
in de installatiesector inmiddels
is geworden.
Decentrale oplossingen
voor onderwijs en zorg
Tot slot presenteerde Klimaatgroep Holland decentrale
klimaatsystemen met water als energiedrager,
onder meer voor scholen, kantoren en
zorginstellingen. Door per ruimte te regelen en
te monitoren, sluiten deze oplossingen aan bij de
groeiende behoefte aan flexibiliteit, comfort en
beheersbaarheid – zeker in bestaande gebouwen.
Drie duidelijke trends
Wie deze tien stands naast elkaar zet,
ziet drie duidelijke trends. Ten eerste
verschuift de focus van losse producten
naar geïntegreerde systemen waarin
elektrotechniek en werktuigbouw samenkomen.
Ten tweede worden prestaties
steeds meetbaarder, of het nu gaat om
waterkwaliteit, binnenklimaat of energieverbruik.
En ten derde staat de dagelijkse
praktijk van de installateur centraal: montagegemak,
geluid, training en renovatiegeschiktheid
bepalen of innovaties daadwerkelijk
worden toegepast. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 55
Opvoerinstallatie
Aqualift L
De economische opvoerinstallatie
voor fecaliënhoudend water in de
woningbouw
Overzichtelijk & gemakkelijk verkrijgbaar:
Mono en Duo-varianten in 230V en 400V
Licht & compact:
licht van gewicht en compacte afmetingen
Flexibel & variabel:
voorgefabriceerde rechte en haaksetoevoeraansluitingen
Exact & onderhoudsvriendelijk:
Scharnierende vlotter met geintegreerde
alarmschakelaar
Nieuw
www.kessel-belgie.be/aqualift-l
Krijg elke klus geklaard.
Be connected.
Ontdek de nieuwe slimme
HVAC/R wereld van Testo.
meer
info
testo februari.indd 1 30/01/2026 9:36:45
Plug-and-play laadpalen
van Belgische makelij
Openheid cruciaal in
gebouwautomatisering
Verslag InterSolution
Light + Building 2026:
een vooruitblik
Visit us at our booth!
08.–13.3.2026 Hall 12.1 Booth B66
INHOUD
Slimme gebouwen, de hype voorbij 60
Plug-and-play laadpalen van Belgische makelij 64
InterSolution onderstreept wederom haar status als referentievakbeurs voor zonne-energie in de Benelux 66
Openheid cruciaal in gebouwautomatisering 68
Bied jij batterijen op de markt aan? 70
Light + Building 2026: graadmeter voor verlichting en gebouwtechniek 71
60
66
68 71
INSTALLATIEENBOUW.BE | 59
ELEKTROTECH
In november organiseerde Beckhoff Automation zijn eerste seminarie rond gebouwautomatisering, samen met drie Solution Providers.
EERSTE SEMINARIE ROND GEBOUWAUTOMATISERING KLATEREND SUCCES
SLIMME GEBOUWEN, DE HYPE VOORBIJ
In november organiseerde Beckhoff Automation zijn eerste seminarie rond gebouwautomatisering. De mooie opkomst van een 75-tal deelnemers
maakte meteen duidelijk dat het met de timing wel snor zat. Door Europese regelgeving zullen steeds meer gebouwen in de toekomst
immers verplicht over een gebouwbeheersysteem moeten beschikken om een zo energiezuinig mogelijke werking te garanderen. Ingenieur
Wim Boone schetste die evolutie tijdens zijn keynote. Beckhoff Automation en zijn Solution Providers maakten de dag compleet door te vertellen
wat er vandaag bestaat aan technologie om aan die eisen tegemoet te komen en welke voordelen ze oplevert.
Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff Automation
Ingenieur Wim Boone is sinds 1993 Senior Expert
smart buildings bij Ingenium. Hij ontwikkelde een
heldere visie op duurzame, slimme gebouwen en
leidt sinds 2017 een Europese werkgroep rond dit
thema. Daarnaast draagt hij als voorzitter van de
stuurgroep Wetenschap & Technologie aan het
Post Universitair Centrum KU Leuven bij aan opleidingen
rond smart buildings. De geknipte man
dus om de deelnemers een stand van zaken te
geven. "Gebouwbeheersystemen zijn niet nieuw.
Ze gaan al mee van in de jaren 90. Hun gebrek
aan flexibiliteit en energie-efficiëntie in combinatie
met dure onderhoudskosten verhinderde toen
een grote doorbraak. Vandaag ligt dat anders. De
technologie maakt gebouwen steeds autonomer.
In een volgende fase zullen ze zelfbewustzijn krij-
gen: op basis van data uit verschillende bronnen
zullen ze zichzelf kunnen optimaliseren voor meer
energie-efficiëntie.”
40% energieverbruik in Europa
Dat is ook wat de wetgever verlangt. “De verplichte
CSRD-rapportering verplicht bedrijven om naar
hun patrimonium te kijken. Zowel voor nieuwbouwprojecten
– om de juiste, duurzame keuzes
te maken – als bestaande gebouwen. Want eigenlijk
begint energie-efficiëntie pas na de oplevering.
40% van de energie die in Europa verbruikt
wordt, is afkomstig van gebouwen. Ze zijn ook
verantwoordelijk voor meer dan de helft (52%)
van het gasverbruik. De Energy Performance of
Buildings Directive (EPBD) wil daarom de energieefficiëntie
van gebouwen bevorderen om in 2050
te landen op CO 2
-neutraliteit. Zonder gebouwautomatisering
is dat onmogelijk. Daarom zijn er
ook daar verplichtingen rond. Vanaf 31 december
2025 moeten gebouwen in Vlaanderen met een
verwarmings- en/of koelsysteem met een nominaal
thermisch vermogen van meer van 290 kW
over een gebouwautomatisering en -controlesysteem
beschikken. Dit geldt zowel voor bestaande
als nieuwe niet-residentiële gebouwen. Vanaf 31
december 2029 wordt die drempel verlaagd naar
70 kW. Het komt er dus aan.”
Impact op waarde van gebouwen
Voor Wim Boone is het zaak om een gebouw zo
autonoom mogelijk te laten functioneren door
60 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. “Als je
niet ingrijpt, zal een gebouw tijdens zijn levenscyclus
steeds meer CO 2
gaan uitstoten. Naarmate
we dichter bij 2050 komen, zal dat een steeds
grotere impact hebben op de vastgoedwaarde
van een gebouw. Je moet dus op zoek gaan naar
energieverbeterende maatregelen. Gebouwbeheer
staat in de top drie van oplossingen om
die te realiseren.” Vlaanderen verwijst naar de
Smart Readiness Indicator, die ook deel uitmaakt
van de Europese EPBD-regelgeving, om gebouwbeheerders
een houvast te geven. Op basis van
een vragenlijst wordt gecheckt welk potentieel er
aanwezig is en welke maatregelen er nodig zijn,
hoeveel die kosten en wat ze opleveren. “Drie
functionaliteiten worden daarin beoordeeld: de
capaciteit om energie-efficiënt te blijven presteren,
zich aan te passen aan de noden van de
gebruiker en de elektriciteitsvraag flexibel aan te
passen”, vat Wim Boone samen.
Voordelen en uitdagingen
Hiermee krijgen bedrijven een stevige leidraad
om tot slimme gebouwen te komen. Dat zouden
geen uitzonderingen meer zijn. “Je vindt ze overal
in Europa al terug, van Portugal tot Finland.” Wim
Boone geeft het voorbeeld van de Universiteit van
Helsinki. “Het idee daar was om met sensoren alle
data over de gebouwen te verzamelen en die dan
ten dienste te stellen van studenten en professoren.
Ook leveranciers kunnen er terecht om met
die data living labs op poten te zetten. Een manier
om bottom-up toegevoegde waarde te creëren en
data snel te laten renderen.” Hij is ervan overtuigd
dat de voordelen van gebouwautomatisering alleen
maar duidelijker zullen worden, naarmate het
aanbod aan technologie groeit. Naar schatting
zal de markt van gebouwautomatisatie en -controlesystemen
de komende jaren met 4% groeien.
“Men mag rekenen op minder energieverbruik en
lagere OPEX-kosten door proactieve diagnose. Tegelijk
moet men waakzaam blijven voor uitdagingen.
Cybersecurity is bijvoorbeeld een belangrijk
aandachtspunt. Daarnaast is standaardisering
belangrijk, bijvoorbeeld in de benaming van de
verschillende componenten, zodat er geen Babylonische
spraakverwarring ontstaat. Maar ook daar
bestaan reeds initiatieven rond.” ❯
‘40% van de energie die in Europa verbruikt wordt,
is afkomstig van gebouwen’
Ingenieur Wim Boone is senior expert smart buildings bij Ingenium. Hij ontwikkelde een heldere visie op duurzame, slimme gebouwen.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 61
ELEKTROTECH
De mooie opkomst van een 75-tal deelnemers maakte meteen duidelijk dat het met de timing wel snor zat.
GEBOUW
AUTOMATISERING
IN HET VLINDERPALEIS
Theorie die ook in heel wat projecten
aan de praktijk gekoppeld wordt.
Tijdens het seminarie kwamen drie
Beckhoff Solution Providers (Boolean,
Fixsus en VMA) een case voorstellen
waarin ze met Beckhoff-technologie
mooie resultaten wisten te boeken.
De eerste die we eruit pikken is het
Antwerpse Justitiepaleis, met zijn
unieke architecturale vorm beter
gekend als het Vlinderpaleis. Fixsus
kreeg de opdracht voor een volledige
retrofit van het gebouwbeheersysteem
toegewezen. “Het oude regelmateriaal
werd vervangen door Beckhoffautomatiseringsmateriaal
en we
installeerden een op maat gemaakt
TIBA 3 GBS”, doet Maxime Hellebuyck
het relaas. “We zorgden voor een
geïntegreerde oplossing voor de HVACregeling
en monitoring van de kantoren,
naregelingen in de gerechtszalen,
algemene verlichtingssturing en
intelligente brandklepsturing. Dankzij
de robuustheid van het Beckhoffmateriaal
en het TIBA 3-systeem, dat
zichzelf voortdurend bijwerkt volgens
de laatste normen, kan het gebouw
minstens 25 jaar verder zonder
ingrijpende updates.” Slim renoveren
met impact dus.
Fixsus kreeg de opdracht voor een volledige retrofit van het gebouwbeheersysteem
van het Justitiepaleis in Antwerpen toegewezen.
62 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
AUTONOOM WERKEND
GEBOUW VOOR
ASL GROUP
Een autonoom werkend gebouw,
toekomstmuziek? Neen, realiteit. In
België zelfs. In Luik tekende ASL Group
voor zo’n technisch hoogstandje. Niet
om bezoekers te imponeren, maar
net om aansluiting te vinden bij de
bedrijfsactiviteiten. Die bestaan uit het
uitbaten van privévluchten en daarvoor
had het nood aan een gebouw dat 24/7
open was. Beckhoff Solution Provider
Boolean bouwde mee aan de oplossing.
Raf Weerts, facilitymanager voor ASL
Group, legt uit: “We hebben hier maar
één vaste medewerker en de rest van
het personeel bestaat uit freelancers
die op afroep werken, wanneer er een
vliegtuig aankomt of vertrekt. Om
ze niet te belasten met ellenlange
procedures om alle technieken op te
starten, doet het gebouw dat volledig
zelf zodra er iemand binnenkomt. Is er
geen beweging meer in het gebouw,
dan gaan alle systemen – ventilatie,
verlichting, verwarming … – vanzelf weer
in slaapstand. Op die manier kunnen we
heel energiezuinig werken.”
Beckhoff Solution Provider Boolean bouwde mee aan een autonoom werkend gebouw voor ASL Group.
Naar schatting zal de markt van
gebouwautomatisatie en -controlesystemen
de komende jaren met 4% groeien
De oude WTC I & II-torens in Brussel ondergingen
een totaalrenovatie. VMA heeft er de integrale
automatisatie van alle gebouwtechnieken uitgevoerd.
ZIN IN NOORD –
WORLD’S BEST TALL
BUILDING 2025
De oude WTC I & II-torens in Brussel
ondergingen een totaalrenovatie. VMA
heeft er de integrale automatisatie
van alle gebouwtechnieken uitgevoerd.
Hiervoor werden honderd Beckhoff
PLC’s geïmplementeerd, verdeeld over
de verdiepingen. Het grootste deel
bestaat uit de nieuwe kantoren voor de
Vlaamse overheid. De andere entiteiten
zijn appartementen, een hotel, een
fitnessruimte en gemeenschappelijke
ruimtes zoals het dakterras en de
serres op de benedenverdieping.
De complexiteit hierbij is dat de
verschillende entiteiten autonoom
moeten functioneren, maar toch een
onderliggende samenhang dienen te
behouden. Denk aan zonnepanelen,
laadpalen, de HVAC-installatie
voor warmte- en koudeproductie en
slimme lichtsturing. De parking strekt
zich uit over meerdere verdiepingen
en omvat zowel private als publieke
delen. De verlichting wordt per zone,
corridor en verdieping aangestuurd.
Zo kan het licht maximaal worden
uitgeschakeld of gedeeltelijk gedimd,
zonder dat gebruikers een verduisterd
of onveilig gevoel ervaren. Meer
dan 1200 energiemeters volgen het
energieverbruik nauwkeurig op. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 63
ELEKTROTECH
PLUG-AND-PLAY LAADPALEN VAN BELGISCHE MAKELIJ
Powerstation is niet zomaar een producent van laadoplossingen. Dankzij lokale assemblage en een rechtstreekse samenwerking met installateurs
kiest het bedrijf bewust voor een zakenmodel dat anders is.
Tekst Piet Andries | Beeld Powerstation
De Belgische markt voor laadpalen boomt en zal
tegen het einde van het decennium verdrievoudigen.
Toch valt het Belgische Powerstation, een
initiatief van serieondernemer Erik Groes, níét
voor de verleiding van een quick win door massaproductie
of absolute bodemprijzen. Het bedrijf
bouwt laadstations die naast esthetisch vooral robuust
en futureproof zijn, volledig geassembleerd
in België. “Installateurs verdienen een kwaliteitsproduct
met een gepast verdienmodel”, zegt Erik
Groes. “Daar zetten we vol op in. Zoals Omega
Pharma in directe lijn apothekers aansprak, werken
wij rechtstreeks samen met installateurs. Geen
groothandel, geen omwegen. Onze sector zit in
een stroomversnelling en dan heb je nood aan
partners die weten waar ze voor staan.”
Oog wil ook wat
Powerstation is geboren uit frustratie: “Vijf jaar
geleden vond ik simpelweg geen mooie laadpaal
op de markt”, gaat Erik Groes voort. “Dus ontwierp
ik zelf de Powerstation Two, het resultaat
van een weldoordachte investering in design en
componentkeuze. We gebruiken Duitse controllers
van Bender, onze zelfontwikkelde behuizing
De Powerstation 2 komt gebruiksklaar toe, inclusief simkaart en instellingen.
64 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
en laadklep is gepatenteerd en we assembleren
het geheel lokaal in een beschermde werkplaats.
Dat maakt ons onafhankelijk van een fabriek die
op volle toeren moet draaien voor de rentabiliteit,
waardoor we kunnen focussen op wat echt
telt: hogere kwaliteitseisen”. De productie en de
werking van Powerstation zijn lean (een managementfilosofie
gericht op het creëren van maximale
waarde voor de klant door verspillingen in productieprocessen
systematisch te elimineren, red.)
opgezet, met medewerkers die garant staan voor
persoonlijk contact en een portefeuille van 1.500
tot 2.000 klanten. “We hebben al grote contracten
geweigerd. Groeien mag, maar enkel als we
tevreden klanten kunnen blijven bedienen.”
Voor toekomstige versies onderzoekt Powerstation
biogebaseerde materialen zoals koffiedik.
Erik Groes, bedrijfsleider bij Powerstation: “Vijf jaar geleden vond
ik simpelweg geen mooie laadpaal op de markt.”
‘Installateurs verdienen een kwaliteitsproduct
met een gepast verdienmodel’
Het laadvermogen per socket bedraagt
tot 22 kW, terwijl dynamic en solar loadbalancing
worden ondersteund.
Kant-en-klaar van de band
Installateurs staan er niet alleen voor. Het bedrijf
ondersteunt hen met duidelijk opgestelde handleidingen,
opleidingen vooraf en een foolproof
montageproces. “Onze laadpaal komt kant-enklaar
van de band, met simkaart en instellingen.
Je sluit hem aan en hij werkt. Bij andere merken
kan de installatie complex zijn. Bij ons is het plugand-play.
We hebben onze tijd genomen om dat
in orde te krijgen”, aldus Erik Groes. “Wie als eerste
instapt in een regio krijgt daarvoor ook onze
leads. We zijn niet op zoek naar honderden installateurs,
wel naar sterke partners.”
Naast laadpalen biedt het bedrijf, zonder verplichting,
ook een laadpas met een groot bereik aan.
Uit gerecycleerd materiaal
De Powerstation Two levert de nodige prestaties
met een laadvermogen tot 22 kW per socket en
ondersteuning voor dynamic en solar load-balancing.
De stroomaansluiting bevindt zich aan de
onderzijde met een maximale belastbaarheid van
125 A. Dankzij modulaire opbouw, OCPP-communicatieprotocollen
en connectiviteit via ethernet,
wifi, 4G of UTP-kabel past de laadpaal zich
naadloos aan verschillende omgevingen aan: van
kmo’s tot grotere bedrijfsvloten. Firma’s kunnen
zelfs hun eigen branding laten aanbrengen op
de behuizing. Hoewel Powerstation een op en top
Belgisch bedrijf is, werkt het ook met buitenlandse
partners. Voor de particuliere klant verdeelt het de
Volt Time Source 2S, een wallbox uit Nederland
met ook een vermogen tot 22 kW en, conform de
huisstijl, een designerjasje.
Ondertussen kijkt Powerstation vooruit. Naar de
mogelijkheden van bidirectioneel laden bijvoorbeeld
– al is volgens Erik Groes de aansprakelijkheidskwestie
voor de batterij-impact daarover nog
onduidelijk – maar ook biogebaseerde materialen
voor de omkasting. Dat kan de palen interessant
maken voor fleetmanagers die de druk van ESGregelgeving
voelen. “We hebben een start-up gefinancierd,
Grounds Up, die koffiedik recyclet tot
bekers en printmateriaal. Mogelijk gebruiken we
die grondstof in de toekomst voor onze frontpanelen”,
besluit Erik Groes. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 65
ELEKTROTECH
De vakbeurs was toe aan haar veertiende editie.
InterSolution onderstreept wederom
haar status als referentievakbeurs
voor zonne-energie in de Benelux
Met ongeveer honderd internationale exposanten en 4.486 professionele bezoekers heeft InterSolution 2026, op 14 en 15 januari in Flanders
Expo in Gent, opnieuw haar status bevestigd als referentievakbeurs voor zonne-energie. Niet alleen de nieuwste oplossingen en diensten die
de marktleiders en innovatieve nieuwkomers uit binnen- en buitenland er voorstelden konden op veel belangstelling rekenen, dat gold ook
voor het uitgebreide inhoudelijke programma van de InterSolutionSummit, intussen ook al enkele jaren een vast nummer op de b2b-beurs.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld InterSolution
InterSolution, dat toe was aan haar veertiende
editie, profileert zich al jaren als de inhoudelijke
start van het beursjaar voor zonne-energieprofessionals
uit de Benelux. Dat was dit jaar niet anders:
in Hal 8 van Flanders Expo presenteerden
de belangrijkste spelers en innovatieve start-ups
uit onder meer België, Nederland, Luxemburg,
Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk,
de Verenigde Staten, Rusland en China
op een beursvloer van 10.000 m² een representatief
overzicht van de nieuwste ontwikkelingen in
de solarindustrie. Onder meer Belga Solar, Cebeo,
Fronius, Rexel, Vandervalk Solar Systems en Viessmann
tekenden present.
In totaal waren de standhouders met zo’n honderd,
een getal dat een kleine 20% lager lag dan
vorig jaar. Het aantal bezoekers, voornamelijk Belgen
en Nederlanders, bleef met bijna 4.500 wel
zo goed als stabiel.
Geïntegreerde energiesystemen
stilaan het nieuwe normaal
Een trend tijdens de laatste edities was dat steeds
meer exposanten geïntegreerde energiesystemen
presenteerden. Deze editie van InterSolution
maakte duidelijk dat we eigenlijk niet langer kun-
66 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
nen spreken van een trend: het combineren van
zonne-energie met opslag, elektrische mobiliteit
en slimme sturing is stilaan aan de orde van de
dag. Zo vielen naast zonnepanelen, omvormers en
warmtepompen ook opslagsystemen, laadpalen
en energiemanagementsystemen (EMS) onder de
voorgestelde oplossingen te noteren. Die laatste
namen daarbij een centrale plaats in.
Daarnaast was er dit jaar opvallend veel aandacht
voor de grootschaligere zonneprojecten, zoals
industriële zonnedaken, zonneparken en energiehubs
waar zonne-energie kan worden opgeslagen.
Ze maakten dat onderwerpen als netcongestie
en zogeheten Power Purchase Agreements (PPA’s)
meermaals over de tongen gingen en de beurs ook
ontwikkelaars, investeerders en grootschalige industriële
verbruikers aantrok – partijen die actief zijn in
strategische energieprojecten op grotere schaal.
Previews, Labs en Talks
De InterSolutionSummit vormde net als in de
voorbije edities een belangrijk inhoudelijk ankerpunt.
Twee beursdagen lang voorzag de summit
in zogeheten Previews, Labs en Talks. Tijdens de
Previews kregen de bezoekers een compact overzicht
van recente productreleases. De Labs boden
verdieping rond actuele technische en operationele
uitdagingen, zoals AI-gestuurde energieoptimalisatie,
brandveiligheid en circulaire businessmodellen
voor zonnepanelen en batterijen. In
de Talks, ten slotte, gingen relevante federaties,
onderzoeksinstellingen en marktspelers in debat
over hete thema’s binnen de zonne-energiesector,
zoals de Europese verplichtingen rond zonnepanelen
op bedrijfsgebouwen, de impact van negatieve
stroomprijzen op grootschalige zonneparken en de
toenemende rol van flexibiliteit en EMS-integratie.
Netwerkplatform
Uiteraard fungeerde de beurs als vanouds ook al
een belangrijk internationaal netwerkplatform.
De contacten die tijdens InterSolution worden
gelegd, vormen niet zelden de basis voor nieuwe
projecten en langdurige samenwerkingen.
Intussen is de organisatie al volop bezig met de
volgende editie. Die zal doorgaan op 27 en 28 januari,
opnieuw in Flanders Expo. Geïnteresseerde
standhouders kunnen zich nu al aanmelden via
een mailtje naar info@intersolution.be. ❚
InterSolution 2026 ging door op 14 en
15 januari in Flanders Expo in Gent.
Deze editie had opvallend veel aandacht
voor grootschaligere zonneprojecten, zoals
industriële zonnedaken en energiehubs waar
zonne-energie kan worden opgeslagen
Naast zonnepanelen, omvormers en warmtepompen
vielen ook opslagsystemen, laadpalen en
energiemanagementsystemen (EMS) onder
de voorgestelde oplossingen te noteren.
In totaal waren de exposanten met zo’n honderd.
De InterSolutionSummit vormde net als in de voorbije
edities een belangrijk inhoudelijk ankerpunt.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 67
ELEKTROTECH
OPENHEID CRUCIAAL IN GEBOUWAUTOMATISERING
We zijn in Vlaanderen op 1 januari 2026 wakker geworden in een nieuw tijdperk. Voortaan moeten niet-residentiële gebouwen – bestaande en
nieuwe – die beschikken over een installatie met een thermisch vermogen van meer dan 290 kW zijn uitgerust met een gebouwautomatisering
en -controlesysteem (BACS). Voor de meeste installateurs nog een ver-van-hun-bedshow. Maar in 2030 geldt die regel vanaf 70 kW en vallen
er ook al kleine tot middelgrote kantoren, supermarkten, basisscholen, zorginstellingen vanaf twintig kamers enzovoort onder. Het is dus
hoog tijd dat installateurs zich verdiepen in gebouwbeheersystemen. Bijvoorbeeld in dat van Beckhoff Automation, dat dankzij zijn openheid
alle technieken in een gebouw kan samenbrengen in één platform.
Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff Automation
De BACS-regelgeving kadert in het bredere Europese
streven naar CO 2
-neutraliteit tegen 2050. Iedereen
wijst al snel met de vinger naar transport,
maar ook gebouwen zijn verantwoordelijk voor
een flinke hap van ons energieverbruik en dus
onze CO 2
-emissies. Zeker met het verouderd patrimonium
waarover we in Europa beschikken. “Er is
nog heel wat werk aan de winkel om gebouwen
energie-efficiënter te maken. Over exacte cijfers be-
Door voor een open systeem te kiezen, kan je de verschillende technieken rechtstreeks met elkaar laten communiceren. Ook als die uit verschillende werelden komen.
68 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
Philip Neyens: “Door onze openheid kan je
eigenlijk programmeren wat je wil.”
schikken we niet, maar we zien dat de door Europa
vastgelegde timing voor een stroomversnelling
zorgt. Onze integratoren krijgen momenteel veel
aanvragen binnen, maar we zullen nog een versnelling
hoger moeten schakelen om alle gebouwen in
2030 conform te krijgen”, aldus Philip Neyens, support
engineer bij Beckhoff Automation.
Waarom automatiseren?
Nochtans zou gebouwautomatisering een no-brainer
moeten zijn. “Sinds de coronacrisis is de bezetting
van kantoorgebouwen helemaal veranderd,
maar we zien dat er weinig veranderd is in hoe
de technieken worden toegepast. Rijd maar eens
langs de autosnelweg ’s avonds … Je zal heel wat
felverlichte, lege kantoren zien. Zonde. Met zoiets
eenvoudig als het slim sturen van de verlichting
in functie van de aanwezigheid kan je al flink wat
percentjes van je energiefactuur afkloppen. Het
vergt inspanningen, ja, maar je kan wel een relatief
korte return on investment creëren. Door je
technieken te sturen, word je vanzelf efficiënter”,
verzekert Ronny Noynaert, accountmanager Business
Developer Building Automation bij Beckhoff.
Waaraan moet BACS voldoen?
Maar hoever een gebouwbeheerder daar nu precies
in wil gaan, dat is aan hem of haar. Toch
voegt de wetgever enkele voorwaarden toe. Om
van een BACS te mogen spreken, moet de oplossing
minimaal aan volgende eisen voldoen
volgens VEKA: het energieverbruik monitoren en
registreren, communicatie tussen systemen en
gebruikers mogelijk maken, het energieverbruik
analyseren en bijsturen waar nodig, de energieefficiëntie
van technische installaties bewaken en
optimaliseren, hernieuwbare energie en energie-
Ronny Noynaert: “Het vergt inspanningen,
maar je kan wel een relatief korte
return on investment creëren.”
opslag integreren, de binnenmilieukwaliteit van
het gebouw monitoren en vanaf 2028 ook de
verlichting beheren.
Open systeem
De keuze voor Beckhoff inzake gebouwautomatisering
is niet verrassend. Noynaert: “Industriële
klanten kennen ons vaak al. Voor hen is het interessant
om met dezelfde technologie te kunnen
‘Wij brengen alles samen
in één oplossing’
Sinds de coronacrisis is de bezetting van kantoorgebouwen helemaal veranderd,
maar er is weinig veranderd in hoe de technieken worden toegepast.
werken in de kantoorgebouwen en de productiehal.”
Dat zowel hardware als software uit één
hand te krijgen zijn, is een duidelijke troef. Maar
ook aan de technologie zelf zijn heel wat intrinsieke
voordelen verbonden. Het open karakter
bijvoorbeeld. “Open systemen zijn vandaag nog
steeds in de minderheid”, gaat Neyens met een
knipoog verder. “Voor ons is dat echter een evidentie.
Door voor een open systeem te kiezen, kan
je de verschillende technieken rechtstreeks met
elkaar laten communiceren. Ook als die uit verschillende
werelden komen. In gebouwen heb je
DALI, SMI, BACnet, Modbus, M-bus … In de industrie
spreken we over EtherCAT, Profinet, CAN/CA-
Nopen … In de show- en stagewereld van Artnet
Streaming ACN, PJ-Link … Wij brengen alles samen
in één oplossing. Want uiteindelijk is daarmee de
meeste energiewinst te rapen: geïntegreerde, zelflerende,
autonome systemen. Dan kunnen we pas
van slimme gebouwen spreken.”
The sky is the limit
“Door onze openheid kan je eigenlijk programmeren
wat je wil. Zo hebben we onder andere
voorbeelden om te communiceren met een Philips
Hue bridge via API-calls, VELBUS via CAN-protocol,
specifieke RS485-protocollen … Hierdoor kunnen
we niet alleen een grote meerwaarde bieden
in nieuwbouwprojecten, maar ook bij renovaties
en zelfs bij bestaande gebouwen, simpelweg door
een communicatie op te zetten met de oudere systemen”,
besluit Neyens. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 69
PUBLIREPORTAGE
Bied jij batterijen
op de markt aan?
Sluit je aan bij Bebat!
Wist je dat je als producent (fabrikant,
importeur of distributeur) van Energy
Storage Systems (ESS) in België
moet voldoen aan de ‘uitgebreide
producentenverantwoordelijkheid (UPV)’?
Moet jij aan de UPV voldoen?
De UPV geldt voor iedereen die fysiek of op afstand batterijen/modules op de
Belgische markt aanbiedt met het oog op verkoop, verhuur, leasing of gebruik.
Ontdek de 8 wettelijke verplichtingen
Onder de noemer UPV zitten 8 wettelijk verplichte to-do’s die je in orde moet brengen.
1 5
2
3
4
• Registreren
bij de drie gewestelijke
overheden.
• Aangeven
welke batterijen je
voor de eerste keer
op de Belgische
markt aanbiedt.
• Garantieregeling
voor batterijen
waarvoor je
geen milieubijdrage
betaalt.
• Sensibiliseren
en aan preventie
doen.
6
7
8
• Inzameling organiseren
om de wettelijke
doelstellingen te behalen,
via een netwerk dat
het volledige Belgische
grondgebied dekt met
ADR-conform vervoer.
• Recyclage, hergebruik
of herbestemming van
afgedankte batterijen.
• Recyclage-efficiëntie
aantonen.
• Rapporteren
aan de overheden.
De eenvoudigste
oplossing: Bebat!
Om aan deze verplichtingen te
voldoen, kan je zelf een aanvraag
voor registratie en goedkeuring
indienen bij de regionale overheden.
Maar er is ook een eenvoudigere
manier: aansluiten bij Bebat.
Wat moet je hiervoor doen?
• Deelnemer worden bij Bebat.
• Aangifte doen op het
MyBebat-platform van je
verkochte batterijen en
serienummers.
• De nodige bijdragen betalen.
Bebat zorgt voor de gratis
inzameling van de defecte of
afgedankte ESS waarvoor de
milieubijdrage is betaald en
het serienummer is gekend bij
Bebat. Voor ESS-modules van een
installatie boven de 16MWh kan er
een individuele oplossing op maat
uitgewerkt worden. Contacteer ons
voor meer informatie.
Moet jouw bedrijf
voldoen aan de
aanvaardingsplicht?
Doe de test!
ELEKTROTECH
Ongeveer duizend exposanten uit de verlichtingssector tonen hun nieuwste oplossingen op de beurs. (archiefbeeld)
LIGHT + BUILDING 2026: GRAADMETER VOOR
VERLICHTING EN GEBOUWTECHNIEK
In Messe Frankfurt in het Duitse Frankfurt am Main vindt van 8 tot en met 13 maart Light + Building plaats, de jaarlijkse wereldberoemde
vakbeurs voor verlichting en gebouwtechniek. Light + Building 2026 wil niet alleen tonen wat er technisch mogelijk is, maar vooral duidelijk
maken hoe verlichting en gebouwinstallaties steeds nauwer met elkaar verweven raken; de focus verschuift van losse producten naar geïntegreerde
oplossingen voor duurzame, efficiënte en comfortabele gebouwen.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Messe Frankfurt GmbH
Voor ontwerpers, installateurs, ingenieurs en fabrikanten is Light + Building
traditioneel het moment om nieuwe ontwikkelingen te toetsen aan
de praktijk. De beurs combineert een breed exposantenaanbod met een
inhoudelijk programma dat inzet op context en duiding. Daarmee wil
ze zich onderscheiden van klassieke productbeurzen. Wat op de beurs
getoond wordt, vertaalt zich vaak snel naar concrete toepassingen in
projecten en regelgeving, ook op de Belgische markt.
Light + Building Trends 2026/27
Een belangrijk inhoudelijk onderdeel van Light + Building 2026 zijn de
Light + Building Trends 2026/27, die te zien zijn op de Design Plaza,
een centraal opgezet inspiratieplatform in hal 3.1. Die trends focussen
op decoratieve verlichting, maar reiken verder dan esthetiek alleen. Ze
tonen hoe ontwerpkeuzes, materiaalgebruik en technologie samen evolueren.
De trends werden samengesteld door het bureau bora.herke.
palmisano en werden gedefinieerd als sensuous atmospheres, energetic
gatherings en considered concepts. Elke trend impliceert een andere benadering
van licht, ruimte en gebruik. De trendonderzoekers van bora.
herke.palmisano zullen dagelijks toelichting geven over de trends op
diezelfde Design Plaza. ❯
INSTALLATIEENBOUW.BE | 71
ELEKTROTECH
Sensuous atmospheres draait rond rust, comfort en subtiele lichtwerking. Verlichting
krijgt hier geen dominante rol, maar ondersteunt de ruimte op een
zachte manier. Armaturen hebben eenvoudige, ingetogen vormen en verspreiden
het licht diffuus. Materialen zoals textiel spelen een belangrijke rol omdat
ze het licht filteren en verzachten. Ook glas en metaal blijven aanwezig, maar
dan met matte afwerkingen en gelaagde structuren. Opvallend binnen deze
trend is de aandacht voor dynamisch licht, verlichting die zich aanpast aan
het moment van de dag. Dat sluit aan bij de groeiende aandacht voor welzijn
en gezondheid in gebouwen. Licht wordt hier gezien als een factor die
bijdraagt aan comfort, concentratie en ontspanning, zowel in woningen als
in werk- en publieke ruimtes.
Waar sensuous atmospheres bewust terughoudend blijft, kiest energetic
gatherings voor een uitgesproken en levendige aanpak. Volgens deze trend
staat licht centraal als visueel en ruimtelijk accent. Armaturen fungeren als
objecten die een ruimte karakter geven. Ontwerpen combineren verschillende
vormen, kleuren en materialen en verwijzen regelmatig naar retro-invloeden.
Materialen zoals glas, keramiek en metaal, vooral messing en koper, komen
vaak terug. De kleurkeuze varieert van zachte tinten tot uitgesproken kleuren,
aangevuld met donkere en neutrale accenten. Deze trend toont hoe verlichting
ingezet wordt om ruimtes levendig en herkenbaar te maken, bijvoorbeeld
in horeca, publieke gebouwen of hybride werkplekken.
Wat op de beurs getoond
wordt, vertaalt zich vaak snel
naar concrete toepassingen
in projecten en regelgeving
De derde trend, considered concepts, focust op helderheid, duurzaamheid
en tijdloos ontwerp. Hier ligt de nadruk op goed doordachte armaturen die
langer meegaan en zich aanpassen aan verschillende contexten. Vormgeving
blijft sober en grafisch, zonder overbodige details. Technologie speelt een belangrijke
rol, maar is discreet geïntegreerd. Opvallend is dat veel ontwerpers
binnen deze trends teruggrijpen naar bestaande modellen of klassiekers. Die
worden herwerkt, technisch geactualiseerd of opnieuw uitgebracht in aangepaste
edities. Het doel is niet vernieuwen om te vernieuwen, maar inzetten op
kwaliteit en duurzaamheid. Materialen zoals metaal en marmer blijven populair,
net als nieuwe toepassingen van gerecycleerde grondstoffen, bijvoorbeeld
Light + Building 2026 vindt opnieuw plaats in Messe Frankfurt
in het Duitse Frankfurt am Main. (archiefbeeld)
De zogeheten Design Plaza neemt opnieuw een
prominente plaats in op de beurs. (archiefbeeld)
72 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
Light + Building 2026 kan uitpakken met een sterke vertegenwoordiging
van aanbieders van gebouwinstallaties, elektrische infrastructuur,
energiebeheer en automatisering. (archiefbeeld)
Voor ontwerpers, installateurs, ingenieurs en fabrikanten
is Light + Building traditioneel het moment om nieuwe
ontwikkelingen te toetsen aan de praktijk. (archiefbeeld)
gerecycleerd zilver met een verfijnde afwerking. Dit thema sluit nauw aan bij
de bredere discussie over circulariteit en levensduur in de bouwsector.
Geïntegreerde platformen
Naast de trendpresentaties blijft Light + Building in de eerste plaats een
grootschalige vakbeurs. Ongeveer duizend exposanten uit de verlichtingssector
tonen er hun nieuwste oplossingen, van functionele verlichting voor kantoren,
industrie en infrastructuur tot decoratieve armaturen voor residentiële
en publieke projecten. Daarnaast is er een sterke vertegenwoordiging van
aanbieders van gebouwinstallaties, elektrische infrastructuur, energiebeheer
en automatisering. De beurs benadrukt daarbij steeds meer de samenhang
tussen deze domeinen. Verlichting staat niet los van energiebeheer, netwerken
of digitale sturing, maar maakt er integraal deel van uit. Elektrische installaties,
verlichting, automatisering en energiebeheer groeien samen tot
één technisch en organisatorisch geheel. Dat heeft gevolgen voor ontwerp,
uitvoering en onderhoud. Installateurs krijgen steeds vaker te maken met digitale
systemen en geïntegreerde platformen. Ontwerpers moeten rekening
houden met technische randvoorwaarden die verder gaan dan lichtopbrengst
of vormgeving alleen.
Kortom, Light + Building 2026 zal wederom een duidelijk beeld scheppen
van de richting waarin de sector van verlichting en gebouwtechniek evolueert,
met trends, technologie en praktijkvoorbeelden. Wie actief is in die sector
en klaar wil zijn voor de toekomst, weet dus waarheen begin maart. ❚
Een belangrijk inhoudelijk
onderdeel van Light + Building
2026 zijn de Light + Building
Trends 2026/27
INSTALLATIEENBOUW.BE | 73
Word nu ook partner!
Zij gingen u voor.
Scan de QR-code voor de
volledige bedrijvenindex
Benelux-brede communicatie via onze mediakanalen
Kapellestraat 132/1
Gebouw G
8020 Oostkamp
T +32 50 36 81 70
E info@louwersmediagroep.be
w www.louwersmediagroep.com
PROJECTMANAGER
Mathieu Noppe, Pieter-Jan Vansteelandt
T +32 50 36 81 70,+32 499 22 11 03
E m.noppe@louwersmediagroep.be
p.vansteelandt@louwersmediagroep.be
| IO06BD |
Transparantie
creëert efficiëntie:
Vermogensmeting in distributienetwerken
Beckhoff biedt een kostengeoptimaliseerde oplossing voor het registreren van energiestromen met zijn eenvoudig
te retrofitten vermogenssensoren en de EL3475 EtherCAT-meetterminal:
nauwkeurige meting van alle relevante elektrische gegevens in een distributienetwerk
snelle installatie dankzij insteekbaar aansluitconcept (RJ45)
efficiënte inbedrijfstelling met voorgemonteerde kabels voor spanningstransformatoren (SVL)
en stroomtransformatoren (SCL)
eenvoudige implementatie: transformatoren hebben elektronische naamplaatjes
bepaling van de netstatus en netwerktransparantie in overeenstemming met
de German Energy Industry Act (EnWG, §14a)
lage kosten per meetkanaal en per afgegeven vermogen
Scan om een
verscheidenheid aan potentiële
vermogensmeting
toepassingen te zien
Buitenunit: MUZ-RZ25-35,
Binnenunit: MSZ-RZ25-50
VERKOEL IN DE ZOMER,
VERWARM IN DE WINTER
DUURZAAM ÉN DOELTREFFEND
MET PROPAAN (R290)
Het wooncomfort van jouw klanten naar een hoger niveau tillen kan met de Mitsubishi Electric
MSZ-RZ R290. Deze unit combineert krachtige koeling in de zomer met betrouwbare
verwarming in de winter. Zelfs bij zeer lage buitentemperaturen zorgt het voor fluisterstil en
energiezuinig comfort in elke woonruimte. Het natuurlijke koelmiddel met extreem laag GWP
draagt bij aan een lagere milieu-impact, terwijl de geïntegreerde technologie, zoals 3D-sensoren,
luchtzuivering en Wi-Fi-besturing via MELCloud zorgt voor een comfortabel en gezond
binnenklimaat dat klaar is voor de toekomst.
Kies het beste
voor jouw klanten