Solutions Magazine Voorjaar 2026
Dit keer: KMWE test AI agents | Hebben mkb-maakbedrijven toekomst als ze niet investeren in digitalisering | High purity cleaning | De koersverandering in additive manufacturing | Vostermans Ventilation meet elke dag 1.200 componenten in een robotcel | De Nederlandse variant van de Dark Factory op TechniShow 2026 | Diamant draaien next generation bij Innolite | en meer over CNC-verspanen, additive manufacturing en smart industry
Dit keer: KMWE test AI agents | Hebben mkb-maakbedrijven toekomst als ze niet investeren in digitalisering | High purity cleaning | De koersverandering in additive manufacturing | Vostermans Ventilation meet elke dag 1.200 componenten in een robotcel | De Nederlandse variant van de Dark Factory op TechniShow 2026 | Diamant draaien next generation bij Innolite | en meer over CNC-verspanen, additive manufacturing en smart industry
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Voorjaar 2026
Solutions
Magazine
HOE ONTWART
DE VERSPANING
DE GORDIAANSE
KNOOP
KAN HET LICHT
UIT BIJ KMWE? OF
BLIJFT DE MENS
NAAST AI NODIG?
LIVE OP TECHNI
SHOW: DATA UIT-
WISSELING IN DE
SUPPLY CHAIN
BRAINPORT LEGT
FOCUS OP
ADVANCED
MANUFACTURING
Solutions Magazine powered by
INHOUD
04
32
38
08
Waar gaat de
sector heen?
Factories of the
Future
De AM-ambities
van Atlix
AI én de mens
bij KMWE?
De uitdaging voor de verspanende
industrie is groot:
de capaciteit moet omhoog,
digitalisering noodzakelijk,
maar een groot deel van de
bedrijven zijn kleine verspaners
met enkele machines.
Een sectoranalyse.
Foto cover: hoe ontwar je
de Gordiaanse knoop? (Foto
gegenereerd met AI / Google
Gemini)
22 FPT-leden bouwen op de
TechniShow eigenlijk de supply
chain van de toekomst.
Twee fabrieken waarbinnen
de productie vergaand geautomatiseerd
verloopt maar
die ook onderling orderinformatie
uitwisselen met elkaar.
De ene fabriek stuurt de
andere aan, gedigitaliseerd.
Met een nieuwe ontwerpstrategie
voor de grotere metaalprinters
en een duidelijke
businessstrategie met focus
op Europa en Noord-Amerika,
zet de voormalige Trumpf
AM-groep nu als Atlix stappen
naar schaalbaar, industrieel
3D metaalprinten.
Twee PhD-onderzoeken door
KMWE-medewerkers leggen
een stevige basis onder de
verdere automatisering en digitalisering
van het hightech
maakbedrijf. Zien we straks
net als in China Dark Factories?
Of wordt het de combinatie
van AI én de mens?
2 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Waarom je juist nu industriebeurzen
moet bezoeken
44
Advanced
Manufacturing
Brainport Development verschuift
de focus van Additive
Manufacturing naar Advanced
Manufacturing. Voor sommige
AM-bedrijven uit de regio is
dit een logische stap die hun
eigen evolutie weerspiegelt.
Welke ambities heeft de
regio?
56
Hannover
Messe nieuw
Ook grote industriebeurzen
vernieuwen. Hannover
Messe lanceert in april een
nieuw concept, waarin kennis
delen nog meer ruimte krijgt.
Automatisering blijft een
speerpunt. Tijdens de preview
van de beurs op de BIC
werd ingegaan op hoe AI en
humanoid robots de automatisering
in de maakindustrie
gaan veranderen.
Als je je nog afvraagt waarom tijd vrij te maken
voor een beursbezoek, begin dan deze editie met
het artikel over KMWE. Twee medewerkers van de
Eindhovense 1 Tier supplier hebben hun PhD traject
afgerond. Ze hebben zowel automatiseringsconcepten
onderzocht als het gebruik van AI agents.
Ze leggen hiermee de basis voor data gestuurde
productie. Ondanks dat ze best nog uitdagingen
zien, geloven ze dat data gestuurde productie
gaat komen. En reken er maar op dat KMWE geen
uitzondering is. Ook de rest volgt. Dit voorjaar
zijn automatisering en AI niet weg te slaan van de
industriebeurzen. Terecht. De ontwikkelingen gaan
razendsnel. Ook dichtbij huis. Op de Brainport
Industries Campus wordt de Operator of the Future
ontwikkeld: een robot die je niet meer hoeft te
programmeren. Of de Chinese Dark Factories binnenkort
ook in de Benelux operationeel zijn, is een
vraag die niet iedereen direct met ja beantwoordt.
Nitish Singh, een van de KMWE-medewerkers die
het PhD-traject heeft afgerond, geeft echter toe dat
hij verrast was door de resultaten die hij met de AI
agent behaald heeft. Terwijl hij enkele maanden
hiervoor gepromoveerd is op dit onderwerp. Het
gaat dus echt snel. Mis de kans om op de industriebeurzen
te zien in welke richting de sector zich
ontwikkelt, daarom niet. Want terwijl deze editie
naar de drukker gaat, zetten engineers ergens in de
wereld alweer de volgende stap met AI.
Veel leesplezier,
Franc Coenen
Colofon
Solutions Magazine is het kwartaalmagazine voor de lezers
van Made-in-Europe en 3D Print magazine. Het magazine
wordt verspreid in de hightech maakindustrie in Nederland
en Vlaanderen. Overname van artikelen enkel na toestemming
van de uitgever.
Franc Coenen Publiciteit
Schuttersdreef 72
6181 DS Elsloo
Telefoon: +31 46 4333 123
Redactie:
Franc Coenen e.a.
franc.coenen@made-in-europe.nu
Foto’s:
Franc Coenen / Google Gemini /KMWE / Exeron / Ecoclean/
Kögel / Precision Micro / MichielTon / Röders TEC /
Stratasys / Innolite / Hannover Messe e.a.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 3
Hoe ontwart
de verspaning
de Gordiaanse
knoop en
verhoogt de
sector de
productiviteit?
Sectoranalyse
Het rapport Kansen voor de Keten, waarin FPT, NEVAT en
MCB een actueel beeld schetsen van de Nederlandse verspanende
industrie, levert soms verrassende, soms onthutsende
feiten op. De conclusie is dat de productiviteit omhoog
moet, de bedrijven flexibeler moeten worden en meer
concurrerend op kostprijs. Hoe doe je dat als ruim de helft
van de capaciteit in handen is van (generieke) jobbers, die
achterlopen qua digitalisering?
Enkele cijfers uit het rapport: 5 procent van
de 2.200 verspanende bedrijven in Nederland
is specialist. Ze zijn volgens de data van
MCB goed voor 11 procent van de freescapaciteit
en 10 procent van de draaicapaciteit.
Zo’n 10 procent van de bedrijven in deze sector
is systemsupplier, de ketenregisseur, die
Te afhankelijk van ASML;
productiviteit moet omhoog;
schaalvergroting nodig voor
digitalisering
echter ook 10 procent van de verspaningscapaciteit
in handen hebben. Meer dan de helft
van de productiecapaciteit is in handen van
jobbers, waarvan een kwart generiek is en
de rest industrieel. Het vakmanschap is de
kurk waarop deze ondernemingen drijven.
Eén klant: ASML
Maar volstaat dat nog anno 2026? De verspanende
industrie staat namelijk voor een
dilemma. FPT en Nevat hebben samen met
MCB en ABN Amro berekend dat de helft
van de omzet in deze sector eigenlijk komt
van één enkele klant: ASML. Dat vraagt om
actie. David Kemps, sector banker Industry
4 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Als je niet groeit, word je op een
gegeven moment de staart van
het leveranciersbestand
zei het op de Precisiebeurs heel helder:
“Je kunt niet van één klant afhankelijk
zijn.” De branche heeft dus dringend
behoefte aan nieuwe afzetmarkten,
waarbij het oog onder andere op
defensie valt. Maar hoe ga je nieuwe
klanten bedienen als ASML komende
jaren sterk gaat groeien, want de
chipmachinefabrikant houdt vast aan
de groeiprognose voor de jaren tot
2030. 2026 wordt weer een groeijaar,
maakte ASML eind januari bekend.
De Veldhovense chipmachinefabrikant
wil dat de toeleveringsindustie
opschaalt om capaciteitsgebrek bij
piekvragen te voorkomen. De keten
moet bovendien flexibeler worden.
Maar ook goedkoper. Gaat de sector
mee in de capaciteitsvergroting, dan
wordt de afhankelijkhed van ASML nog
groter (75% tegen 2030) en vrezen FPT
en Nevat structurele overcapaciteit in
tijden dat de semiconindustrie minder
goed draait, zoals de voorbije jaren.
Hoe kan de sector deze Gordiaanse
knoop ontwarren?
Veel goedkoper
David Kemps noemde op de Precisiebeurs
automatisering en digitale transformatie
de eerste oplossingsrichting.
Hiervoor is schaalvergroting belangrijk,
want maakbedrijven - zowel plaatwerk
als verspaning - moeten meer gaan
investeren in AI en informatietechnologie.
“Met vijf man personeel lukt dat
niet.” Hugo Oude Reimer, directeur-eigenaar
van Oude Reimer, herkent dit.
Hij ziet dat veel kleinere maakbedrijven
onvoldoende bezig zijn met digitalisering.
Daarnaast maken kleinere
bedrijven vaak de verkeerde keuze qua
machines en gereedschappen. “De juiste
keuze van machine, gereedschappen,
opspanning en emulsie hebben
significante impact op je kosten en dus
op je positie om relevant te blijven.
We zien jobbers goed, snel en flexibel
produceren, maar vaak eindigen ze met
een product dat voor hen niet de beste
keuze is doordat ze breed en generiek
zijn opgesteld. We zien de specialisten
momenteel echt komen bovendrijven.
De juiste keuze voor markt, product en
materiaal maakt je als bedrijf efficiënt.”
Doe dat waar je heel goed in bent
Andra Tech Group, in handen van private
equity, is een bedrijvengroep die
gekozen heeft. De groep van inmiddels
elf verspanende bedrijven richt zich
volledig op de productie van precisie
mechanische componenten voor in het
hart van de machines van de klanten.
“Veel bedrijven breiden uit richting
mechatronica en verliezen daardoor de
focus op precisie mechanica. Wij doen
dit niet, mechatronica zit niet in onze
scope. Als groep willen we leidend zijn
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 5
in de productie van precisie mechanica”, zegt Geert Ketelaars,
CEO. Hij denkt dat er nu al geen plek meer is voor Tier
2 en 3 toeleveranciers die niet gespecialiseerd zijn. “Alles
draait om specialisme. Je moet ergens heel goed in zijn.” Een
specialisme betekent voor hem niet per se dat je je toelegt
op een heel specifieke technologie, waarvan er misschien
slechts een handvol aanbieders is. Je bent ook een specialist
als je je bijvoorbeeld beperkt tot nauwkeurig 5-assig frezen
tot formaat x. Voor Geert Ketelaars telt vooral dat je je richt
op datgene waar je heel goed in bent. Andra Tech Group
neemt zo’n twee bedrijven per jaar over. Begin dit jaar is
het Amerikaanse F.K. Instrument Co in Florida aan de groep
toegevoegd; een precisie freesbedrijf voor hoog nauwkeurige
componenten. Geert Ketelaars: “We zijn heel selectief in welke
bedrijven we overnemen. Veel bedrijven vinden we niet
aantrekkelijk omdat ze geen keuze hebben gemaakt. Met
vijftien man doen ze plaatbewerken, frezen, draaien, vonken
en lassen, ik snap dat niet.”
Andere bedrijfsvoering
De achterban van Koninklijke Metaalunie wordt juist gevormd
door de kleinere bedrijven, waar de DGA er niet voor
terugdeinst om zelf aan de machine te staan als dat nodig
is. Rard Metz kent de verspaning nog goed vanuit zijn werk
bij de Metaalunie als branchemanager voor MDI en later
als Teamleider Teqnow. Rard Metz is beleidssecretaris bij
Koninklijke Metaalunie en is de afgelopen 12 jaar met name
bezig met thema’s zoals procesinnovatie, verbetering en
innovatie van het productieproces en smart industry. “De
stap naar Industrie 4.0, waarin we de productieprocesstappen
in de productie verder integreren, vergt een andere
bedrijfsvoering. Daar is allereerst kennis voor nodig.” En
die kennis vergt een zekere omvang. De digitale transitie
die maakbedrijven moeten gaan doormaken, is lastig voor
kleinere ondernemingen omdat deze transitie op veel
terreinen gelijktijdig speelt. “Het bedrijf verandert integraal,
dat is ingewikkeld voor de DGA”, zegt Rard Metz. Hij verwijst
naar de analyse die ten grondslag ligt aan de aanpak in
Shaping the Future of Work, opgesteld door professor David
Abbink van de TU Delft, die hier de Stevinpremie, de hoogste
academische onderscheiding voor mocht ontvangen. Hierin
schetst de hoogleraar de faalfactoren die de digitale transitie
bij het mkb bemoeilijken. Vraagarticulatie is er nummer één,
ondernemers weten niet precies wat ze nodig hebben. Rard
Metz: “Het aanbod van machines, software, ERP en noem
maar op is heel diffuus. Dat is faalfactor twee. Elk bedrijf is
anders; hoe vinden ze de beste oplossing?” Daarom laten
Voor Tier 2 en 3
leveranciers die niet
specialiseren, is er nu
al geen plek meer
kleinere bedrijven digitalisering links liggen. Rard Metz haalt
een anekdote over een metaalondernemer aan, die een extra
machine koopt, meer omzet genereert maar niet méér winst
maakt. Vervolgens koopt hij nog een nieuwe machine, met
hetzelfde eindresultaat: meer omzet, onder de streep dezelfde
winst. “Dan doe je iets niet goed.” De conglomeraten van
maakbedrijven profiteren van hun schaalgrootte doordat
ze stafcapaciteit met kennis kunnen aantrekken. Dat is het
punt waarop automatisering en digitalisering de organisatie
van het bedrijf raken. “De DGA kan wel bewust zijn van de
mogelijkheden rond automatisering en digitalisering, het
vervolgens doen is iets anders”, merkt Metz op.
Data analyse van het hele proces
Een voorbeeld dat het beeld dat Rard Metz onderstreept, is
de toepassing van AI in de maakbedrijven. De Nederlandse
Tier 1 toeleveranciers verkennen momenteel allemaal de
mogelijkheden om met AI en door op de juiste manier data
te gebruiken hun efficiency te verbeteren. Bij Andra Tech
Group onderzoekt men bijvoorbeeld de invloed van procesvariabiliteit
op de interne processen. Geert Ketelaars: “Als je
alle data over verstoringen gaat analyseren, haal je daar veel
informatie uit over de onvoorspelbaarheid in je proces, de
oorzaak van langere doorlooptijden. Van oudsher zie je dat
de verspaning met robotisering en cyclustijdreductie méér
uren uit een machine probeert te halen en meer producten
per uur. Maar om die machine heen gebeurt ook veel.” De
groep draait nu een eerste pilot met deze data-analyse en de
ervaringen zijn goed. “Het helpt ons meer grip te krijgen op
de processen.”
Digitalisering
De digitale verbondenheid in de hele keten zal belangrijker
worden naarmate de rol van AI groter wordt. Wilting, een
van de bedrijven uit de groep, werkt momenteel aan de
uitwisseling van data met klanten om daarmee de efficiency
te verhogen. Directeur Business Development & NPI Marko
van der Smitte zei enkele maanden geleden in een interview
dat het noodzakelijk is dat ook kleinere toeleveranciers
investeren om in de keten te kunnen blijven functioneren.
“Als je bijvoorbeeld niet investeert in digitalisering, wordt het
lastiger vol te houden.”
Rol van de overheid
Het probleem rond digitalisering in het mkb heeft ook te
maken met de kosten. Indirect is dit een gevolg van hun
omvang, maar onderliggend speelt de Nederlandse politieke
houding ten aanzien van industriebeleid de sector
parten. Banken financieren investeringen in software niet
omdat dit geen harde asset is dat bij een faillissement nog
een bepaalde restwaarde heeft. Metaalunie voorzitter Mark
Helder pleitte eind verleden jaar ervoor om investeringen in
digitalisering en automatisering versneld te kunnen afschrijven.
Ook de WBSO-regeling is in zijn ogen een goed instrument
dat uitgebreid kan worden naar ondersteuning van het
6 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
MKB-bedrijf in de productiviteitsverbetering. Hij reageerde
hiermee op een artikel van een topambtenaar van het ministerie
van EZ in het economenblad ESB over het verbeteren
van de arbeidsproductiviteit in Nederland. “Verhoging van
de arbeidsproductiviteit is de sleutel om als Nederlandse
MKB maakindustrie concurrerend te blijven”, aldus Helder
eind 2025. Rard Metz constateert dat er in politiek Den Haag
een andere wind begint te waaien sinds het ministerie een
productiviteitsagenda heeft gepubliceerd. “Deze agenda
is een duidelijk signaal dat er weer over industriebeleid
gesproken mag worden. En ik heb het gevoel dat we goed
gehoord worden en serieus genomen worden.” Het begint
tot Den Haag door te dringen dat je zonder MKB bedrijven
het grootbedrijf niet overeind houdt. Het probleem is echter
dat de stimuleringsregelingen erg versnipperd zijn. Fiscale
regelingen zijn voor Koninklijke Metaalunie zeker een deel
van de oplossing. Rard Metz verwacht echter veel van de
publiek private samenwerking, zoals in het Smart Industry
programma en het Shaping the Future of Work programma
waar geld is vrijgemaakt om bedrijven die mee gaan in de
digitalisering te ondersteunen.
Specialisatie is
echt de sleutel
tot groei
Geert Ketelaars zei het al: specialisatie, daar gaat het om.
Hij wil dit niet rechtstreeks koppelen aan de omvang, maar
als maakbedrijf zul je wel moeten groeien en het geld dat je
verdient weer teruginvesteren in de onderneming. “Dat is gebruikelijk
voor private equity, maar vraagt wel iets van DGA’s.
De sector is kapitaalsintensief en dat vraagt iets van de branche.
Je kunt niet anders dan succes omzetten in groei, want
als je niet groeit, word je op een gegeven moment de staart
van het leveranciersbestand en lig je eruit.”
Heeft het kleine metaalbedrijf toekomst?
Terug naar het FPT Nevat rapport: meer dan de helft van
de productiecapaciteit in de verspaning is in handen van
jobbers. Is er voor hen nog wel een plek in de toekomst?
Jein, reageert Hugo Oude Reimer. In de komende vijf tot tien
jaar vinden ze nog wel voldoende werk. Maar wat is hun rol
over twee decennia, als ze nu niet het geld kunnen verdienen
om te investeren in digitalisering en automatisering? “Als je
te klein bent, heb je niet het investeringsvermogen om mee
te kunnen tegenover de rest van de wereld.” De concurrenten
van de generieke verspaners zitten niet op het bedrijventerrein
in de buurgemeente; nee, die zitten in Oost-Europa en
in toenemende mate in Zuidoost Azië waar ASML bezig is
toeleverketens op te bouwen. Hugo Oude Reimer ziet zeker
een risico dat werk uit Nederland naar Zuidoost Azië gaat
verdwijnen, niet alleen omdat de industrie niet competitief
genoeg is, ook omdat de randvoorwaarden in Nederland om
te ondernemen al jarenlang achteruit hollen. “In Nederland
worden bedrijven belemmerd in hun groei door stikstof, de
beschikbaarheid van energie, kunnen bouwen, het vinden
van personeel. Daardoor wordt het buitenland interessanter.”
De Nederlandse higtechindustrie kent een sterk ecosysteem.
Maar er zal geen plaats meer zijn voor leveranciers
die het schroefje van tien cent doorschuiven maar wel tien
cent boven op de prijs zetten. “Sommige kleinere bedrijven
zullen het redden, maar specialisatie is echt de sleutel in dit
verhaal. Wat hier blijft, zijn de complexe heel nauwkeurige
producten, waar kennis voor nodig is.” Daarnaast juicht hij
de komst van private equity toe. “Historisch zie je in sectoren
waar private equity instapt op lange termijn een hogere groei
doordat ze kapitaal meebrengen. Daardoor gaat het innovatievermogen
van de sector omhoog.”
Andra Tech Group kijkt buiten Europa
Met de overname van het Amerikaanse F.K. Instrument zet
Andra Tech Group de eerste stap buiten Europa. Is de groep
precisie verspaners hiermee in Europa uitgegroeid? “Nee,
we zijn nog niet klaar met de groei in Europa, maar we
blijven selectief en willen alleen bedrijven toevoegen die de
groep sterker maken”, zegt Geert Ketelaars, CEO.
Kennis delen
De Amerikaanse acquisitie heeft alles te maken met de globale
ambitie van de groep om klanten lokaal te bedienen.
De nabijheid bij de klant is namelijk belangrijk om al in een
vroeg stadium kennis uit te wisselen over de maakbaarheid.
Geert Ketelaars ziet dit ook als een sleutel tot een
hogere productiviteit en een concurrerendere kostprijs.
“Alles wat we minder nauwkeurig hoeven te bewerken,
maakt het eindproduct goedkoper. Voor die kennisuitwisseling
moet je dicht bij de klant zitten.” F.K. Instrument
is in zijn ogen een bedrijf dat waarde aan de totale groep
toevoegt. Hij sluit niet uit dat er meer overnames in de VS
volgen. De groep oriënteert zich daarnaast momenteel op
Zuidoost-Azië, gedreven door wensen van klanten.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 7
Kan bij KMWE
het licht uit?
Of blijft de factor mens noodzakelijk
in de slimme fabriek van
de toekomst
China schermt met Dark Factories, fabrieken waar vrijwel
geen mens meer op de productievloer met produceren bezig
is. Is zo’n concept ook denkbaar in de High Mix Low Volume
High Complexity omgeving waarin de precisie verspaner
KMWE opereert? En zijn er dan voldoende goede data beschikbaar
voor AI-oplossingen? Twee PhD-onderzoeken
door KMWE-medewerkers leggen een stevige basis onder de
verdere automatisering en digitalisering van het hightech
maakbedrijf.
Het besef dat data smeerolie is om een
High Mix Low Volume High Complexity
productieomgeving soepel en efficiënt
te laten werken, leeft bij KMWE al langer.
Sinds een jaar of vijf werkt de tier 1 supplier
aan een eigen data-infrastructuur
waarmee het de operationele kant aan
de businesskant van de onderneming
koppelt om processen te sturen op basis
van data. De promotieonderzoeken van
Koen Herps (Industrial Technology Lead)
en Nitish Singh (Data Scientist & Production
Process Engineer) vormen in feite
het fundament onder deze strategie.
Nitish Singh is gepromoveerd op een onderzoek
naar het gebruik van AI agents
en het dataplatform dat je daarvoor
nodig hebt. Koen Herps heeft meerdere
automatiseringsconcepten onderzocht,
zoals de centrale of decentrale gereedschapopslag
en het gebruik van AGV’s.
Met de wetenschappelijke modellen die
hij voor zijn PhD onderzoek gebruikt
heeft, kan hij via de impact hiervan op de
efficiency simuleren.
Waarom smart manufacturing?
Nitish Singh is met zijn PhD traject van
de IT kant, zijn oorspronkelijke achtergrond,
naar operations gegaan. Een
logische stap, vindt hij zelf, want in de
Factory of the Future komt alles samen:
slimme techniek, algoritmen en data
van IT en OT. Hij en Koen Herps praten
liever over de Factory of the Future dan
de Dark Factories die China ontwikkelt.
Conceptueel lijken ze op elkaar, de nuance
verschilt. “Macro-economisch zijn
de omstandigheden in Europa en de VS
anders dan in Azië en dat heeft invloed
op de manier hoe we automatisering
kiezen. Het Dark Factory concept is goed
als je het proces heel goed kent en als
8 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Van links naar rechts: Twan Verspaandonk, Koen Herps en Nitish Singh.
dat herhaalbaar is. Wij maken hier veel
verschillende producten, waarbij mensen
nog toegevoegde waarde leveren”,
zegt Nitish Singh. Koen Herps gebruikt
de term Lights On Factories, vergaand
geautomatiseerd maar met nog steeds
een rol voor de mens. Dat heeft alles
te maken met de grote variatie, kleine
series en hoge complexiteit van de
producten die KMWE maakt. Koen
Herps: “Hoe ga je met je product om
als het ene hoog nauwkeurig moet zijn,
je het volgende vanwege Grade 1 eisen
met handschoenen aan moet pakken
en je voor het derde misschien wel
de koelvloeistof in de machine moet
wisselen? Je zou dan alle uitzonderingen
moeten automatiseren, dan ben
je kostentechnisch te duur.” In hoog
volume productie automatiseer je dat
gemakkelijker dan in de markt waarin
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 9
KMWE opereert.
Toch moeten hightech maakbedrijven de stap naar data
gestuurde productie zetten om concurrerend te blijven én
de gevolgen van de groeiende skills gap op te vangen. Tegen
2030 bereikt die een hoogtepunt; dan moeten bedrijven wel
méér doen met minder mensen en minder onderbrekingen,
meent Nitish Singh. In zijn PhD onderzoek heeft hij onder
meer gekeken naar het gebruik van AI agents en de eisen die
dan gelden voor een noodzakelijk dataplatform. Er bestaan
meerdere definities van wat een AI agent is; kort samengevat
heeft een AI agent een doel en kent de agent manieren
om dat te bereiken. “Chat GTP is een agent. In de context
van produceren zou een AI agent het doel kunnen hebben
om de kwaliteit van de logistiek te verbeteren. Om dat te
realiseren geef je de agent data en begrip van de omgeving,
de context.” Een voorbeeld is een AM agent die hij voor de
CAM-afdeling van KMWE heeft ontwikkeld. De CAM-programmeur
kan deze AI agent vragen een toollist te scannen en te
beoordelen of alle snijparameters goed zijn gedefinieerd, of
de AI agent een afwijking ziet. Nitish Singh: “Eén lijst van de
velen die het algoritme analyseerde, bleek niet goed vanwege
een verkeerde materiaalkeuze.” AI agents nemen dus
nog niet het CAM-programmeren over, ze verlichten wel de
taken van de programmeurs en voorkomen onderbrekingen
in de productie omdat de fout misschien over het hoofd was
gezien.
Belang van datakwaliteit
De basis om met zulke AI agents te gaan werken, is een
platform dat kwaliteitsdata uit de verschillende bronnen in
het bedrijf samenbrengt in het juiste format. Dit is een van
de zaken waar Koen Herps al een jaar of vijf bij KMWE aan
werkt. KMWE ontwikkelt zelf een softwareplatform dat de logistieke
data uit het ERP-systeem haalt, de technologiedata
uit de PLM-omgeving, tooldata uit het gereedschapbeheersysteem
en de kwaliteitsdata uit High QA. Deze data worden
verrijkt met de operationele data uit de CNC-machines.
Kwalitatief goede data zijn een voorwaarde om AI te gaan
toepassen. Na vijf jaar constateert Koen Herps dat dit op alle
vlakken nog moet rijpen. Vooral het uitlezen van data uit een
CNC-machine levert nog vaak problemen op, net zoals de
data van Quality Assurance. “In een high mix omgeving als
de onze staan verschillende machines van meerdere fabrikanten.
Ze hebben allemaal verschillende datamodellen en
verschillende besturingen. Een deel van ons werk is vandaag
nog steeds het harmoniseren hiervan in een standaard en
AI agents hebben goede data
en een data infrastructuur
nodig. Dat is in de verspaning
nog een uitdaging
dat mappen met de data van de businesskant”, legt Koen
Herps uit. AI is een mooi buzzwoord, maar de praktijk bij een
precisie verspaner is dat men veel tijd bezig is met bijvoorbeeld
het mappen van data omdat de ene machinebouwer
over toolnummers praat terwijl de andere namen voor de
tools gebruikt. Elk algoritme heeft goede data nodig. Gebrek
aan standaardisatie remt het gebruik van data. Om in een
bedrijf als KMWE op te schalen, zijn standaarden namelijk
onmisbaar. Koen Herps: “Als we in onze fabriek in Maleisië
hetzelfde willen doen als in Eindhoven, moeten de machines
dezelfde modellen gebruiken.” Nitish Singh merkt dat de
machinebouwers dit stilaan wel beginnen te beseffen. Met
umati als standaard communicatie interface hebben ze in
zijn ogen een goede stap gezet.
Productie anders inrichten
In een data gestuurde productie richt je je productieomgeving
in op basis van de uitkomsten van data-analyses. Dit
is eigenlijk hetgeen waarmee Koen Herps zich in zijn PhD
onderzoek heeft beziggehouden. Zijn onderzoek raakt zowel
de hardware als de software binnen KMWE. Hij heeft voor
zijn PhD onderzoek onder andere onderzocht of je beter
de gereedschappen centraal opslaat en met AGV’s naar de
machine brengt, decentraal bij de machine of een mix van
beide. Op dit moment blijkt de hybride vorm de meest efficiënte
te zijn. Op dit moment kleven er in zijn ogen nog te veel
risico’s aan mobiele robots, zo blijkt uit de testen die KMWE
heeft gedaan, om naar een volledig gecentraliseerde opslag
te gaan. Wat bijvoorbeeld als de AGV begint te slippen op de
net gedweilde vloer en de oriëntatie kwijtraakt? Of een roodwit
afzetlint niet ziet? Koen Herps: “Je hebt hier situaties die
je in een Dark Factory nooit ziet, maar wel in een hybride
productieomgeving. AGV’s werken perfect in pick and place
toepassingen in magazijnen, maar in de verspanende omgeving
heb je te maken met spanen, met koelmiddel door de
lucht, dat zorgt voor vervuiling van sensoren.” Bovendien,
voegt hij nog toe: welke CEO zal hem in dienst houden als
de productie een heel weekend stilvalt door een probleem
met de AGV. “Je kunt wel risico’s gaan dempen met lokale
automatisering, maar wil je aan de businesskant het risico
lopen?”
Acceptatie
KMWE werkt aan de Factory of the Future, waarin data gestuurde
productie leidend is. Twan Verspaandonk, Production
Support Manager bij KMWE, zegt dat er bij investeringen
wel al rekening wordt gehouden met de
ontwikkelingen die de twee medewerkers
in hun onderzoeken beschrijven. “Softwarematig
zijn we ons helemaal aan het
voorbereiden om stappen te kunnen zetten.
Planning technisch kopen we minder
lokale opslagsystemen zodat we gedwongen
worden naar flexibele oplossingen
10 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
te kijken.” Door rekening te
houden met een dockingstation
aan de robottrack, sorteert
KMWE voor op een verder
geautomatiseerde productieomgeving
in de toekomst.
De impact op de workflow
in de productie blijft tot nog
toe echter redelijk beperkt.
Dat gaat wel veranderen:
KMWE plant nu op basis van
logistieke uitgangspunten en
wil naar een planning toe op
basis van productfamilies.
Wordt de nieuwe technologie op de werkvloer geaccepteerd?
Twan merkt dat de acceptatie van de nieuwe smart manufacturing
tools de goede kant op gaat. Maar hij ziet ook wel
dezelfde discussies als 25 jaar geleden toen KMWE met de
eerste automatisering startte. De uitdaging is medewerkers
in de productie overtuigen dat de nieuwe tools sneller, beter
en goedkoper werken. “Dan pakken ze het snel op. Als ze
overtuigd zijn, gaat de acceptatie snel.”
Drempels
Alle drie zijn ze overtuigd dat data gestuurde productie
gaat doorbreken. Maar wellicht niet zo snel als sommigen
denken. Naast de technische drempels zijn er ook juridische.
Omdat KMWE één single source of truth wil, is het enkele
jaren geleden begonnen met eigen software te ontwikkelen
voor een centrale database die via API’s data uit andere
applicaties binnenhaalt. Anders zouden er telkens dure software
integraties nodig zijn. Nu loopt men tegen regelgeving
aan, die bedrijven verbiedt om via zo’n API orderinformatie
uit de eigen database te halen en in te lezen in NX Teamcenter
van Siemens. Koen Herps: “Formeel zouden we vanuit NX
Teamcenter niet naar de data in het ERP pakket mogen kijken.”
En dat is nu eigenlijk net de bedoeling van de digitalisering.
“De uitdaging is een infrastructuur te bouwen die veilig
is en innovatie mogelijk maakt”, merkt Nitish Singh op.
Manloos of manarm?
Een van de volgende stappen zal zijn nog meer AI agents
te ontwikkelen voor de CAM-programmeurs, bijvoorbeeld
agents die ondersteunen bij de keuze van op welke machine
je een order gaat produceren. Nitish Singh denkt dan aan
Twee PhD kandidaten bij één bedrijf
een chatbox die op basis van beschikbare tools en capabilities
van de machine kijkt op welke CNC-machine een order
het beste geproduceerd kan worden. Een soort master agent
zou deze vraag dan weer vanuit de businesskant kunnen
bekijken. Koen Herps wil nog een stap verder. Nu maken
CAM-programmeurs een tactische keuze als ze beslissen op
welke machine een onderdeel verspaand wordt. Hij wil met
AI agents naar een operationele keuzes: op welke van de vier
identieke machines kan het onderdeel het beste gemaakt
worden? Blijft het een chatbox waar de programmeur zijn
informatie uithaalt om op basis daarvan te beslissen? Of
gaat de chatbox autonoom beslissingen nemen en daarop
acties in gang zetten? Twan Verspaandonk: “Manarm werken
gaat wel gebeuren, manloos zie ik nog niet op korte termijn
in onze productie.”
Kritische beslissingen door AI
Nitish Singh vindt het lastig om vijf jaar vooruit te kijken. Hij
zegt een jaar geleden niet gedacht te hebben dat hij nu een
AI agent kan bouwen die de toollijsten scant op anomalieën.
“Ik wist wel dat de ontwikkelingen snel gaan, maar was toch
wel verrast door het resultaat van deze AI agent.” AI gaat beslist
een grotere rol krijgen in de komende jaren, maar of we
binnen vijf jaar zover zijn dat AI kritische beslissingen kan nemen
en het management daarop vertrouwt? “De technologie
wordt beter en belooft veel, maar we moeten de mens altijd
in de loop houden”, zegt hij. Laat staan dat de hele keten
gekoppeld is en KMWE met AI agents data van toeleveranciers
kan evalueren en daar informatie voor de productie uit
kunnen halen. Twan Verspaandonk: “We hebben nog zeker
vijf jaar plus nodig voordat we zover zijn.”
Nitish Singh, Data Scientist & Production Process Engineer
bij KMWE, was vorig jaar de eerste die zijn promotieonderzoek
aan de Technische Universiteit Eindhoven afrondde.
De uit India afkomstige IT specialist is na zijn studie en
enkele jaren werkervaring in India in 2017 naar Nederland
gekomen voor een masterstudie aan de TUe. Via de Brainport
Industries Campus is hij in 2019 aan zijn PhD traject
begonnen en sinds vorig jaar werkt hij bij KMWE Precision.
Koen Herps werkt al sinds 2009 bij de Eindhovense precisieverspaner.
Eerst als werkstudent bij onder andere de
kwaliteitsdienst. Na zijn master Technology and Operations
in Groningen is hij in 2017 vast in dienst gekomen bij KWME.
Via het fieldlab kreeg hij de kans met zijn PhD traject aan de
TUe te beginnen dat hij in december 2025 succesvol heeft
afgerond. Nu is hij Industrial Technology Lead bij KMWE.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 11
10-13
maart
2026
Hét platform
van de maakindustrie
in de Benelux
TechniShow voor het eerst aangelegd met
ESEF Maakindustrie in het hart
De gehele maakindustrieketen op één plek
Inspirerende themapleinen
Vernieuwde segmenten
Bekijk nieuwe technieken, materialen en
innovaties
Onderhoud en vergroot je netwerk
Bestel nu een
gratis ticket
TechniShow
ESEF
Maakindustrie
Neem je collega mee!
Kijk voor meer informatie op event.technishow.nl of maakindustrie.nl/esef
Precisie verspanen bij Dormac
CNC Solutions op TechniShow
Dormac CNC Solutions demonstreert tijdens
TechniShow twee oplossingen voor de hightech
precisie industrie. Naast een DN Solutions
SMX 3100 met de speciale gereedschaphouder
van Spike, die de krachten meet, staat voor het
eerst het MP 7 5-assig bewerkingscentrum van
Exeron op de beurs.
5-asser van Exeron als demo
Spike gereedschaphouder
in SMX 3100
Sinds een half jaar vertegenwoordigt Dormac CNC Solutions
deze Duitse machinebouwer, die zowel zinkvonkmachines
bouwt als nauwkeurige 3- en 5-assig bewerkingscentra. Exeron
was zelf op zoek naar een Nederlandse partner omdat
het hier groeikansen ziet in de precisie verspaning. “Daarnaast
kunnen we klanten helpen de volgende stap te maken
als het om nauwkeurigheid en hogesnelheid verspanen
gaat”, zo zei Joost Verschure, directeur, het vorig jaar op de
EMO.
Volledig afgedichte machines
Bijzonder aan deze 5-assers is dat de machines van binnen
volledig zijn afgedicht, omdat ze oorspronkelijk ontwikkeld
zijn voor het frezen van grafietelektrodes. “Deze afdichting
biedt in de semiconindustrie extra zekerheid dat er geen
vervuiling bij het werkstuk kan komen”, zegt Bas Wijnhoven,
technical sales manager. De Nederlandse importeur legt
in de vertegenwoordiging van het Duitse merk de nadruk
op de 5-assige bewerkingscentra, de MP 7 (die op de beurs
staat) en de grotere MP 9. Beide machines worden volledig
gebouwd in Oberndorf, tussen Stuttgart en het Zwarte Woud.
Bas Wijnhoven vindt de freestechnologie van Exeron aansluiten
op de eisen van de Nederlandse stempel- en matrijzenmakers
en toeleveranciers aan de halfgeleiderindustrie.
overstap naar de TNC 7 voor, maar vanwege de speciale cycli
en meetprotocollen die Exeron ontwikkeld heeft, houdt men
nog even vast aan de TNC 640. Wel zijn de huidige machines
compatible en kan de besturing geupgrade worden als
Exeron overstapt.
Betere oppervlaktekwaliteiten
Ook de DN Solutions SMX 3100 die Dormac CNC Solutions
op de TechniShow toont, is in de specifieke uitvoering zoals
deze op de beurs staat, klaar voor de precisie verspaning. De
machine zal namelijk gedemonstreerd worden met de speciale
gereedschaphouder van Spike. Hierin zitten sensoren
die zowel de axiale als radiale krachten op het gereedschap
meten en vibraties opvangen. Bas Wijnhoven: “Het Spike systeem
monitort de slijtage per tand. Hierdoor kan men sturen
op veel betere oppervlaktenauwkeurigheden dan met een
standaard houder.” Deze opstelling van de SMX 3100 wordt
op de beurs onder spaan gedemonstreerd, zodat bezoekers
zelf het verschil in eindresultaat kunnen zien.
Op de TechniShow vind je Dormac CNC Solutions
op stand 12.C070
Slijpen in de 5-asser
Naast 5-assig simultaan frezen zijn beide uitvoeringen
geschikt om de nauwkeurigheid van de werkstukken verder
te verhogen door ze in de machine te slijpen. In de machine
komt dan naast de slijpspindel een dressinrichting. Er kan
bewerkt worden in olie tot op 2 micron nauwkeurig. Een
eigen filtratiesysteem houdt de olie zuiver.
Heidenhain besturing
Exeron bouwt de freesmachines met een Heidenhain
besturing. “Dat is met name een voordeel voor de gereedschapmakers
omdat Heidenhain daar eigenlijk standaard is”,
aldus Bas Wijnhoven. “De meeste precisie vijfassige bewerkingscentra
worden met een eigen of een Fanuc besturing
geleverd. De Heidenhain besturing op Exeron zorgt ervoor
dat operators snel aan de machine gewend zijn.” Exeron
bouwt nog de TNC 640 besturing in. Wel bereidt men de
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 13
High purity
cleaning: niet
alleen semicon
heeft een
uitdaging
High purity cleaning is geen exclusief domein
van de halfgeleiderindustrie. Ook in andere
hoogwaardige industrieën speelt reinigen op
het hoogste niveau een rol. En dat levert eigen
uitdagingen op. Maar overal geldt: cleanliness
ontstaat niet in de laatste reinigingsstap maar
is het resultaat van een schoon
productieproces.
Voor Vacom is high purity cleaning dagelijkse kost. In de
meer dan 50 reinigingssystemen van het Duitse bedrijf
worden jaarlijks meer dan twee miljoen onderdelen gereinigd;
9.000 verschillende producten. Daaronder ook grote
componenten, met meer dan een kubieke meter inhoud. De
uitdaging hierbij begint al bij de handling van de onderdelen,
zo liet Christian Worsch zien tijdens het High Purity blok
op Parts2Clean in Stuttgart. Design for cleanliness is één
ding; engineers zullen er ook rekening mee moeten houden
dat de componenten met kranen gehandled kunnen worden.
Dergelijke afmetingen zorgen ook voor een uitdaging bij het
transport. De verpakkingen die men doorgaans gebruikt, bieden
geen soelaas. “Verpakken is een uitdaging. Je hebt heel
zuiver verpakkingsmateriaal nodig. Wij gebruiken speciale
plastic folies, die niet voor beschadigingen zorgen”, aldus
Worsch. Bij dergelijke componenten is het absoluut nodig
om te bepalen in welke secties de reinheidseisen aan het
onderdeel het hoogst zijn.
CFK en cleanliness
OHB Systems, een Duits ruimtevaartbedrijf, heeft eveneens
te maken met afmetingen als uitdaging in high purity
cleaning. OHB bouwt momenteel een eigen satelliet voor
de Plato-missie, waarmee men onderzoek gaat doen naar
een eventuele tweede aarde in het heelal. Hiervoor is een
constructie ontwikkeld waarop 26 identieke camera’s zijn
14 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Ecoclean demonstreerde op parts2clean onder andere het nieuwe lab-on-a-chip
systeem, zowel in standalone versie als geïntegreerd in de reinigingsmachines.
Hiermee meet men de kwaliteit van het reinigingsmedium. “Hoe eerder je problemen
erkent en oplost, des te meer controle ontstaat er over het proces”, aldus
Kevin Felsing van Ecoclean. Door te meten, voorkom je nieuwe foutoorzaken.
bevestigd. Een opstelling van 4 bij 4
meter is gemaakt van vezelversterkte
kunststoffen, niet bepaald een stofarm
materiaal. Een stofdeeltje van 5 micron
maakt de meting met de 26 camera’s al
onbruikbaar. “CFK is de grootste nachtmerrie
als het om reinheid gaat, omdat
vezels kunnen afbreken”, legt Alex
Müller van OHB Systems uit. Samen
met acp is een oplossing ontwikkeld
om de constructie na elke stap in de
productie te reinigen met de quattro-
Clean technologie van het Duitse
bedrijf. Met het CO2 sneeuwstraalproces
wordt de grote constructie na elke
productiestap gereinigd. Vooraf wordt
bewust contaminatie aangebracht,
deeltjes van 10 micron. Müller: “We blazen
de constructie schoon met de CO2
pallets en meten in de volumestroom
de deeltjes. Als we daarin de aangebrachte
deeltjes meten, weten we dat
de hele constructie schoon is.”
Integratie in schoon proces
Tijdens zijn presentatie op het High
Purity forum op parts2clean benadrukte
Gerhard Koblenzer, directeur
LPW Reinigungssysteme, vooral het
belang van de integratie in een schoon
productieproces. “Je moet het hele
proces bekijken, vanaf ruw materiaal
tot aan de voorgaande processen zodat
je de technische reinheid voortdurend
behoudt.” Dat betekent soms alles
afschermen wat een negatieve invloed
kan hebben, om te voorkomen dat je
vervuiling meeneemt. Het risico op
cross contaminatie in het hele proces is
namelijk reëel. “Je moet schone delen
naar de volgende fase transporteren.”
Het ontwikkelen van een High Purity
reiniging is in zijn ogen altijd een kwestie
van co-engineering samen met de
klant. Je creëert cleanliness namelijk
niet aan het einde met een machine,
maar gedurende het hele proces.
“Beide partijen moeten het proces
begrijpen en de juiste mindset hebben.
Het reinigingssysteem zorgt nog maar
voor 60% van het eindresultaat, de
rest komt uit het proces.” Wat maakbedrijven
die een High Purity reinigingssysteem
installeren wel eens over het
hoofd zien, zijn de afspraken met de
cleanroombouwer. Zij brengen immers
verontreiniging in, hoe minimaal ook.
De ervaring van de LPW-directeur is
dat het bij reinigen op dit hoge niveau
vooral om vertrouwen en samenwerking
gaat. “Je kunt niet drie aanbiedingen
vragen en die vergelijken, dan
gaat het fout.”
Uniek: HIO elementen
ASML stelt sinds enkele jaren in de GSA
ook eisen ten aanzien van HIO elementen.
Dat is uniek in de hightech wereld,
aldus Martin Leuenberger van Borer
Chemie. “De ruimtevaart stelt ook
specifieke eisen maar bij ASML gaat het
om elementaire reinheid, dat is echt
een van de grootste uitdagingen. De
HIO-elementen die in de chemische
nikkel laag die ter bescherming op
aluminium wordt aangebracht, beschermen
het materiaal namelijk tegen
oxidatie. Weglaten kan niet zonder
gevolgen. Het Zwitserse bedrijf heeft
daarom HPC 1202 ontwikkeld waarmee
je het oppervlak van de aluminium
onderdelen (Al 5052 en Al 6061) passiveert
zonder fosfor residuen achter
te laten. Zonder dit middel zijn deze
materialen, zo heeft Borer Chemie met
testen vastgesteld, niet meer bruikbaar
in de procesketen van ASML. Dit middel
bevat geen HIO-elementen. Twee keer
reinigen en drie keer spoelen en drogen
activeert het oppervlak en is het materiaal
volledig fosforvrij. Inmiddels heeft
Borer ook een speciaal watergebaseerd
reinigingsmiddel ontwikkeld, Deconex.
Het reinigingssysteem
zorgt
maar voor 60%
van het eindresultaat,
de rest
komt uit
het proces
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 15
Smart Manufacturing
Waarom en hoe:
Waarom en hoe:
méér output per
méér gewerkt output uur per
gewerkt uur
Tegen 2035 zal de Nederlandse arbeidsmarkt 20% kleiner zijn,
One-stop-shop
verwacht Rabobank. Onderzoekers van ROA van Universiteit
Maastricht zeggen dat er tegen 2028 negen de tien vacatures
ontstaan
voor
doordat medewerkers
alle
de arbeidsmarkt verlaten. Vakspecialisten
natuur en techniek, metaalarbeiders en machinemonteurs
staan bij de knelpuntberoepen. Kortom: de kans dat
metaalbedrijven
reinigingsstappen
de vakmensen waar ze dringend naar op zoek
zijn gaan vinden, wordt met de dag kleiner. Dan blijft er volgens
Rabobank nog slechts één knop om aan te draaien: arbeidsproductiviteit.
Van de eerste druppel emulsie tot en met reiniging in
de hoogste graad voor cleanroomassemblage: 2-S heeft
voor elke stap een passende oplossing. “We maken
de werkstukken vuil met onze olie en emulsies, maar
helpen de klant ook om ze weer te reinigen tot Grade 1
niveau als het nodig is”, zegt Paul Meijerink van 2-S.
In de precisie verspaning liggen cleanliness eisen op een
alsmaar hoger niveau. Dat geldt zeker in de toeleverketen
aan de semiconindustrie, maar ook in de medische industrie
en lucht- en ruimtevaart. De grootste verandering is dat
de toenemende cleanlinesseisen gevolgen hebben voor de
hele keten. Waar een aantal jaren geleden de Tier 1 supplier
16 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Petrofer ontwikkelt HIO-vrije
emulsie voor toelevering aan
halfgeleiderindustrie
de frees- en draaidelen nog kon reinigen op het gewenste niveau
van de eindklant, vragen de huidige eisen afstemming
tussen alle partners in de toeleverketen. 2-S speelt daarop in
door voor elke stap een oplossing te bieden. Paul Meijerink:
“Wij maken de componenten vies, maar zorgen dat ze ook
weer schoon worden en alle stappen daar tussenin.” De leverancier
van onder andere Petrofer reinigings- en koelsmeermiddelen
en Ecoclean reinigingssystemen neemt daarmee
een unieke positie in. Zie het als een one-stop-shop.
HIO-vrije emulsie
Zowel op TechniShow als het Clean Event presenteert 2-S
de nieuwste emulsie van Petrofer, speciaal ontwikkeld voor
de Grade 1 eisen van ASML en de 711 eisen van Carl Zeiss
SMT. Deze Emulcut 7155 HIO komt naast de gecertificeerde
Emulcut 160 in het programma. Het grote verschil is dat de
nieuwe emulsie compleet vrij is van HIO elementen, precies
de verontreiniging die ASML en Carl Zeiss SMT voor Grade
1 producten taboe hebben verklaard. Petrofer heeft deze
nieuwe emulsie ontwikkeld om aan de nieuwe eisen van
semiconindustrie te voldoen. Petrofer heeft grondstoffen
gevonden zonder HIO elementen en lost daarmee een
uitdaging voor de verspaners op. De fabrikant heeft Emulcut
7155 HIO inmiddels getest: het laat geen vlekken achter,
de verspaningscondities zijn vergelijkbaar en het nieuwe
product komt samen met de rapporten die de claim HIO-vrij
aantonen.
Veel meer reinigen
De juiste keuze van olie of emulsie voor de bewerking van
metaal is een eerste stap in het proces om tot een eindproduct
te komen dat aan de cleanlinesseisen voldoet. (Tussen)
reinigen een volgende. Komende jaren zullen Tier 2 en 3
toeleveranciers de componenten die ze aan de Tier 1 toeleveren
alsmaar vaker moeten reinigen. Zowel op het Clean
Event van Mikrocentrum als in presentaties op parts2clean
in Stuttgart waarschuwen experts al langer dat cleanliness
een verantwoordelijkheid van de hele keten wordt. Tussenreiniging
zal belangrijker worden. 2-S werkt daarom sinds
enkele jaren samen met Ecoclean, de Duitse fabrikant van
hoogwaardige reinigingssystemen. Paul Meijerink: “Reinigingssystemen
die vanaf de basis ontwikkeld zijn voor
automatisering, die reproduceerbare resultaten leveren.”
Daarbij heeft Ecoclean alle gangbare reinigingstechnieken in
huis. In de drie testcentra worden de voorgestelde oplossingen
getest met werkstukken van de klant. In het testcentrum
bij Monschau (D) focust men op meerbadensystemen en
reinigingsstraten voor medtech; in de fabriek in Filderstadt
staat een teststraat voor algemene metaalbewerking, zoals
automotive. Vlakbij in Dettingen is enkele jaren geleden het
nieuwe semicontestcentrum geopend. Ecoclean beschikt
hier over een cleanroom klasse 7 met zones van klasse 6 en
verschillende meet- en analyseprocedures (bijvoorbeeld microscopie,
restgasanalyse, UV-licht en fluorescentiemeting).
Hier worden applicaties van klanten gereinigd voordat een
reinigingsoplossing wordt gebouwd.
Nieuw: basis dampontvettingssysteem
Ecoclean biedt alle reinigingstechnieken aan. Men bouwt zowel
meerbaden reinigingsstraten om te reinigen met water
en zeep en meerkamer- en dampontvettingssystemen om
te reinigen met oplosmiddelen (of gemodificeerde alcohol).
Deze laatste lijn, met de EcoCcore als vlaggenschip, is begin
dit jaar uitgebreid met een EcoCbase versie. Dit is een basismodel
dat vergelijkbare technologie biedt, alleen dan met
een geringere capaciteit. Hiermee komt er een
dampontvettingssysteem op de markt voor bedrijven voor
wie de huidige machines qua budget een stap te ver zijn.
Paul Meijerink: “De EcoCcore is dé high-end machine en
de EcoCbase oneerbiedig gezegd het instapmodel. Echter,
voor veel Tier 2 en Tier 3 leveranciers in de ASML-keten is
de capaciteit en korfformaat van een EcoCbase al meer dan
voldoende voor tussen- en voorreiniging.”
Watergebaseerd of dampontvetting?
Kan op basis van een zorgvuldige procesanalyse (welke
productiestappen gaan vooraf aan de reiniging) gekozen
worden uit beide technologieën, dan raadt Paul Meijerink
een dampontvettingsmachine aan op basis van de Return
on Investment (ROI). De investeringskosten liggen weliswaar
hoger, alhoewel dat met de basisversie nu sterk wordt gereduceerd,
de operationele kosten van dampontvetting liggen
vele malen lager dan van een watergebaseerd systeem. “De
investering verdient zich vanzelf terug als je deze vergelijkt
met een watergebaseerde machine.” Dit heeft alles te maken
met de lange standtijd van de gemodificeerde alcohol
waarmee een dampontvettingsysteem reinigt. Deze vloeistof
wordt in de machine continu gedestilleerd: de verontrei-
Ecoclean EcoCbase
verlaagt drempel voor
dampontvetting
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 17
Kögel levert de korven en
de fixatietools zowel in RVS
als in een kunststof variant
voor onderdelen die niet
beschadigd mogen raken.
niging wordt verwijderd en de vloeistof kan weer gebruikt
worden. Afhankelijk van de vervuiling gaat de chemie tot
enkele jaren mee. Bij watergebaseerde systemen moet niet
alleen regelmatig de zeep worden vervangen, de grootste
kostenpost is de energie voor het opwarmen van de baden.
“Om vervolgens een bad warm wat met zeep af te moeten
voeren als de vervuiling te sterk wordt”, merkt Meijerink op.
Chemie en tooling
Qua chemie voor dampontvetting levert 2-S het Grade 2
gecertificeerd oplosmiddel van Richard Geiss, een Duitse
producent die niet alleen voor zijn eigen label produceert
maar ook voor derden. Gaat het om zeep, dan zijn de reinigingsmiddelen
van Petrofer beschikbaar. “Niemand is echter
verplicht de chemie bij ons te kopen; dat is wel gemakkelijker
omdat we dan invloed houden op de expertise, maar
iedereen is vrij hierin.” Wie een reinigingssysteem koopt, zal
ook moeten investeren in tooling, eigenlijk net als bij een
CNC-machine: de korven waarin de producten geplaatst
worden. Om klanten een totaaloplossing te kunnen bieden,
werkt 2-S op dit vlak samen met de Duitse leverancier Kögel.
Deze levert zowel RVS- als kunststof korven alsook fixatie
tools voor als de producten krasvrij moeten blijven. Met de
kunststof basisplaat, fixatietools en andere accessoires kan
elke klant voor zijn producten de korf optimaal indelen.
Kögel werkt ook samen met Ecoclean, zodat al in een vroeg
stadium de handling van de producten wordt meegenomen
in de testen.
verdunnen.” Daarom is het zo belangrijk dat de voorgaande
reinigingsstappen - zowel in het bedrijf als in de keten -
correct zijn uitgevoerd. Precies de reden waarom 2-S kiest
om een totaalpakket aan te bieden, ondersteund door de
brede expertisen van de specialisten van Ecoclean.
En welke oplossing heeft 2-S in huis voor Grade 1 reiniging?
Paul Meijerink: “Grade 1 zit niet in het wasproces maar in
veel meer spoelen met ultra-puur water. De onderdelen
worden bij Grade 1 reiniging immers al nagenoeg schoon
aangeleverd na een voor- of tussenreiniging; wat je doet is
de laatste verontreinigingen wegspoelen, altijd met water
en zeep. Je gaat constant spoelen om de vervuiling te
2-S neemt zowel aan TechniShow deel
(stand 12 B070) als aan Clean Event
2026 (23 april, Veldhoven).
Scan voor meer informatie over
2-S en Ecoclean de qr-code
18 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Van tussenreiniging tot high
purity cleaning
High purity cleaning, reinigen voor de hoogste
reinheidsklassen, houdt tegenwoordig meer in
dan onderdelen in een wasstation of ultrasoonbad
dompelen. Ecoclean kiest afhankelijk van
de complexiteit van het werkstuk en de eisen
voor een van de technieken die het in huis heeft:
dampontvetting, sproei-, hogedruk-, dompel-,
ultrasoonreiniging, plasmareiniging, injectie-vloedreiniging,
pulsed pressure cleaning (PPC)
of ultrasoon plus.
Tussenreiniging
Voor tussenreinigingsprocessen of onderdelen waarvan de
reinheidsspecificaties niet al te streng zijn, worden doorgaans
modulair opgebouwde een-of meer-kamerinstallaties
gebruikt, bijvoorbeeld EcoCstretch of EcoCvela. Hierin wordt
gereinigd met een op het proces en de eisen afgestemd
bewerkingsmedium, zoals milieuvriendelijk oplosmiddel
(bijvoorbeeld koolwaterstof of gemodificeerde alcohol).
Door de in de werkkamer geconcentreerde procesmechanica,
bijvoorbeeld ultrasoon en PPC, biedt dit type installatie
ook voordelen bij het reinigen van grote en complexe
werkstukken. Een voorbeeld van een watergebaseerd
kamersysteem is het nieuwe EcoCvario, standaard uitgerust
met PPC. De flexibele EcoCcompact is er voor het reinigen
met oplosmiddelen en kan eenvoudig worden omgezet van
koolwaterstof naar gemodificeerde alcohol. Inmiddels zijn er
ook een L- en XL-variant op de markt, voor batchgewichten
tot 150 kg mogelijk. De hoge capaciteit en prestaties van de
L- en XL-versies zijn ook te danken aan de verhoogde destillaatopbrengst
tot 180 liter per uur en de standaard continue
olielozing. De verticale integratie van de reservoirs voorkomt
vuilophopingen. Het resultaat is een langere levensduur van
de baden en dus lagere bedrijfskosten.
Meertrapssystemen
Met de uit gestandaardiseerde modules bestaande modelreeksen
UCMSmartLine en UCMPerformanceLine bouwt
Ecoclean een efficiënte oplossing als de doorvoersnelheid
van het reinigingssysteem omhoog moet, de variatie in producten
groot is en de eisen hoger liggen. De elektrische en
besturingstechniek is geïntegreerd in de respectieve modules
voor de processtappen reinigen, spoelen, drogen, laden
en lossen, evenals voor het transportsysteem. De mogelijkheid
om het reinigingssysteem later uit te breiden, zorgt voor
toekomstzekerheid bij toenemende eisen.
Kwaliteit automatisch bewaken
Om dit proces verder te automatiseren, heeft Ecoclean
het Lab-on-A-Chip concept ontwikkeld. Met verschillende
technieken wordt de status van de vloeistof in het bad of het
meerkamersysteem gemeten, zoals ph-waarde en geleidbaarheid.
In het geïntegreerde systeem voegt het systeem
automatisch reinigingsmiddel toe als dat nodig is. Een tweede
innovatie van Ecoclean is de AMP-sensor waarmee men
binnen 30 seconden de ultrasoonfrequentie meet enkel door
de sensor boven het bad te houden. Daarna berekent de app
de RMP-waarde.
China voert de
ranglijsten aan
De cijfers die de VDW over de Duitse
machinebouwers presenteerde, waren
niet rooskleurig. De productie is
vorig jaar met 8% gedaald tot €13,6
miljard euro. Reken je de inflatie
mee, dan ligt de productie momenteel
35% onder het topjaar 2018.
China heeft Duitsland van de eerste
plaats verstoten als grootste exporteur
van CNC-machines. China heeft een
marktaandeel van 36,9% in de wereldwijde
productie van CNC-machines,
Duitsland 11,7% en Japan 9,7%. Ook in
de export staan de drie landen in deze
volgorde in de ranglijst. Qua verbruik
is China de grootste markt (31,8%),
gevolgd door de VS (14,1%). Overigens
hekelde Franz-Xaver Bernhard de
oneerlijke concurrentie door Chinezen
in Europa en riep hij op dat de EU op
z’n minst hier voor een gelijk speelveld
moet zorgen. Volgens de VDW-voorzitter
houden niet alle Chinese fabrikanten
zich aan de Europese eisen onder
andere ten aanzien van veiligheid.
Hexagon
demonstreert
scannen door
humanoïde robot
op Hannover
Messe
Hexagon demonsteert dit jaar op
de Hannover Messe de eigen AEON
humanoïde robot in combinatie
met laserscannen. Wordt dit de
volgende stap qua automatisering
van inspecties en metrologie in de
maakindustrie?
Het grote voordeel dat Hexagon
ziet is dat de humanoïde robot
langere tijd dan de mens op een
consistente manier zal scannen. Het
is een voorbeeld hoe Hexagon de
focus legt op autonomie in meten
en inspectie. Met deze combinatie
kan straks in de industrie autonoom
inspectietaken en kwaliteitscontroles
worden uitgevoerd. Onlangs maakte
Hexagon bekend samen te gaan
werken met Microsoft om tot een
nieuwe definitie van datagestuurde,
adaptieve productie te komen.
Het partnerschap zal verschillende
uitdagingen op het gebied van
implementatie aanpakken,
zoals gegevensbeheer, one-shot
imitatie-leren en training voor
multimodale AI-modellen. Dankzij
deze samenwerking heeft AEON,
de industriële humanoïde robot
van Hexagon, al bewezen in staat te
zijn tot realtime defectdetectie en
operationele intelligentie.
20 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Geautomatiseerd herstellen
van smeedmatrijzen
Ramlab heeft een oplossing
ontwikkeld om beschadigde
gereedschappen voor
de zware industrie, zoals
smeedmatrijzen, geautomatiseerd
te herstellen.
MaxQ haalt de specifieke
parameterinstellingen voor
het WAAM-systeem uit de
database voor verschillende
materialen die Ramlab in de
loop der jaren ontwikkeld
heeft.
De kern van het MaxQ concept
is dat men geautomatiseerd
van een 3D scan naar de robotbanen
voor het WAAM-systeem
kan gaan. De matrijs
wordt daartoe gescand, de
software vergelijkt de data
met het oorspronkelijke
CAD-model van de matrijs en
berekent vervolgens automatisch
de robotbanen, inclusief
de lasparameters. De 3D
scanner die Ramlab hiervoor
gebruikt, is een geavanceerd
model dat vrij goed reflecterende
oppervlakken scant.
Ramlab zegt dat de klanten
hiermee kostbare uren van
CAM-programmeurs besparen.
Men wil het systeem zo
eenvoudig maken dat het in
een reparatiewerkplaats past
waar een operator zonder
specifieke robotprogrammeerkennis
met één druk
op de knop het programma
genereert.
20 robots synchroon
Het WAAM-systeem bestaat bij
Ramlab uit een enkele robot
met lastoorts. Een van de
klanten van het Rotterdamse
bedrijf, Deep Dive Manufacturing,
print inmiddels met 20
WAAM systemen één product.
Met deze HexBot worden de
robots zodanig aangestuurd
dat ze gezamenlijk componenten
met een diameter van
6,2 meter printen. Deep Dive
Manufacturing wil daarmee
onder andere grote componenten
zoals drukvaten voor
de offshore en marine-industrie
gaan produceren.
Aluminium matrijzen
In de materiaaldatabase van
Ramlab zitten ook de parameters
voor het oplassen van
aluminium.
Mazak Integrex:
koeling door de klauwplaat
voor spanenafvoer
bij vertanden
Mazak kan de Integrex machines in de AG uitvoering,
met een speciale vertandingscyclus, leveren met koeling
door de klauwplaat. Dit zorgt voor een betere
spanenafvoer.
Spanen kunnen bij het frezen van vertandigen voor problemen
zorgen. Als een tand onderin blijft liggen en het
werkstuk draait, wordt de spaan mee omhoog genomen en
komt klem te zitten tussen gereedschap en werkstuk. Om
dit probleem op te lossen heeft Mazak de klauwplaat aangepast.
Hierin zitten drie gaatjes waardoor het
koelsmeermiddel precies in de verstanding wordt gespoten
en alle spanen worden weggespoten. Het systeem kan ook
gebruikt worden voor luchtkoeling. De speciale afdekplaat
op de klauwplaat kan alleen gebruikt worden als gezaagd
materiaal in de klauw wordt gezet. De operator kan de plaat
makkelijk verwijderen zodat de stafaanvoer weer beschikbaar
is.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 21
De alchemie van
perfectie
In een wereld waar precisie in microns en nog minder wordt uitgedrukt,
volstaat het niet langer om metaal simpelweg te snijden
of te stansen. Bij Precision Micro in Birmingham wordt metaal
niet gedwongen in een vorm; het wordt met moleculaire precisie
ontleed. Ben Kitson, Head of Business Development, zegt over het
geheim achter een proces dat even complex als elegant is: “Wij
zijn in feite een enorme chemische fabriek die toevallig de meest
nauwkeurige componenten maakt.”
22 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Hoe Precision Micro de
grenzen van
metaalbewerking verlegt
Wie de fabriek van Precision Micro
betreedt, stapt niet in een traditionele
werkplaats. Het bedrijf, dat in 2007
verhuisde naar een speciaal hiervoor
gebouwde greenfield locatie aan de
rand van Birmingham, is uniek in zijn
opzet. De structuur is verdeeld over
drie niveaus: een ‘tankfarm’ op de
eerste verdieping voor de chemie, de
productie in het hart, en een geavanceerd
ondergronds systeem voor
afvalwaterbeheer. “Precision Micro is
een doelgericht gebouwde chemische
etsplant,” legt Ben Kitson uit. Dit fundament
is cruciaal, want in tegenstelling
tot concurrenten die etsmachines in
een standaard fabriekshal plaatsen, is
hier elk aspect van de infrastructuur
ontworpen om de chemie constant te
houden. Het resultaat is een proces dat
vrijwel volledig geautomatiseerd is, van
reiniging en lamineren tot het printen
van het beeld en de uiteindelijke etslijn.
“Hoe minder menselijke interactie, hoe
beter het eindproduct en de kwaliteit,”
aldus Kitson.
Eigenschappen onaangetast
De kerntechnologie, chemisch etsen,
onderscheidt zich fundamenteel van
technieken als bijvoorbeeld (micro)
lasersnijden. Waar een laser een single
point bewerking is, wat tijd nodig heeft
voor elk gaatje, lost het etsproces alle
ongewenste delen van een metalen
plaat gelijktijdig op. “Of een klant nu
een component bestelt met drie gaten
of met 30 miljoen gaten, de prijs blijft
exact gelijk omdat je alle kenmerken
op hetzelfde moment weg-etst”, legt
Ben Kitson uit. Een van de grootste
voordelen is dat de technologie de
materiaaleigenschappen niet aantast.
Er is geen sprake van een Heat Affected
Zone (HAZ), geen chemische verandering
in de samenstelling en geen
mechanische stress. Het metaal dat
eruit komt, is moleculair identiek aan
het metaal dat het etsproces in ging,
wat nabehandelingen zoals gloeien
overbodig maakt.
Tooling kost slechts €150
Een uniek aspect van de technologie
is de lage drempel voor prototyping.
Omdat het ‘gereedschap’ in feite
een digitaal bestand is dat op een
laminaat wordt geprint, kost een set
tooling slechts ongeveer €150. Dit stelt
klanten in staat om binnen een week
een nieuwe iteratie van een ontwerp
te testen. De echte kracht ligt echter
in de overgang naar massaproductie.
Precision Micro beschikt over een uniek
systeem voor chloorregeneratie. “Wanneer
je metaal oplost in de chemie,
raakt deze uitgeput. Onze fabriek voegt
automatisch chloor bij om de chemie
constant in balans te houden. Hierdoor
kunnen we onafgebroken draaien met
exact dezelfde etsnelheid”, legt Ben
Kitson uit. Precision Micro is hierdoor in
staat om op één lijn 80.000 tot 100.000
grote platen per jaar te produceren, of
zelfs een miljoen kleine componenten
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 23
per maand, waarbij de kwaliteit van
het eerste onderdeel identiek is aan
die van het laatste. Per minuut wordt
25 micron materiaal weg ge-etst. Elk
onderdeel is volledig traceerbaar.
Chemisch
etsen:
materiaal
bewerken op
atoomniveau
Design for manufacturing
Hoewel de techniek veel vrijheid biedt,
is design for manufacturing essentieel.
Het etsproces is isotroop, wat betekent
dat de chemie zowel naar beneden
als zijwaarts in het materiaal vreet. Dit
stelt specifieke eisen aan het ontwerp.
Over het algemeen bedraagt de tolerantie
ongeveer 10% van de materiaaldikte.
In kanalen moeten aspect ratio’s
van minimaal twee-op-één worden
aangehouden. En qua materiaaldikte
ligt bij het Britse bedrijf de range
tussen 25 micron tot 2 millimeter, met
een gemiddelde van rond de 0,4 mm.
Kitson benadrukt dat hun ingenieurs
vroegtijdig in het proces meekijken via
een haalbaarheidsstudie. “Wij verkopen
geen onderdelen die niet geschikt
zijn voor etsen; we zijn een ontwikkelingspartner
die de grenzen van wat
maakbaar is, verlegt. Veel ontwerpers
zijn niet opgeleid in chemisch etsen;
het staat niet op het curriculum van
de universiteit.” Daarom investeert het
bedrijf fors in educatie en whitepapers
om ingenieurs te leren hoe ze de voordelen
van complexe mesh-structuren
of serpentijnvormige kanalen optimaal
kunnen benutten.
Toepassingen en marktfocus
Precision Micro bedient een breed scala
aan sectoren, zoals van oudsher de
automobielindustrie; de verschuiving
naar de energiemarkt is opvallend. Zes
jaar geleden besloeg de energiemarkt
slechts 5% van de omzet; nu is dat
20%. De business in de energietransitie
(vooral de productie van componenten
voor electrolyzers, koelplaten voor
waterstoftankstations en ook onderdelen
voor warmtewisselaars in tal
van toepassingen) is tot nog toe vooral
gestuurd door de Duitse en Franse
markt, met name overheidsprogramma’s.
“Maar we zien een aantal van
die programma’s nu overgaan naar
de productiefase. Ze zijn bezig met
de ramp-up en verwachten in 2027 en
2028 hoge volumes”, zegt Kitson over
deze markt. Hoewel de naam Precision
Micro anders doet vermoeden, kan het
bedrijf platen tot anderhalve meter
lengte en 610 mm breedte verwerken.
Een andere groeimarkt is de halfgeleiderindustrie,
met ASML als een
belangrijke afnemer. Precision Micro
levert zowel rechtstreeks als aan de
Tier 1-leveranciers componenten voor
het koelen van motoren en complexe
bewegingscomponenten. Ben Kitson
noemt het kennisniveau rond chemisch
etsen in de Nederlandse halfgeleiderindustrie
een van de hoogste. “In de tijd
van Philips werd het al ondersteund.”
In de meer bredere hightech industrie
gaat het om veren en complexe filters.
En de medische industrie is de vierde
markt. Hier gaat het om instrumenten
en implantaten waar precisie en materiaalzuiverheid
van levensbelang zijn.
24 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
HANNOVER MESSE 2026
De etsruimte met een van de productielijnen. Ondanks het imago van chemie
als ‘vuil’, is het proces van Precision Micro juist zeer beheerst. “We recyclen
meer dan 90% van alles wat we gebruiken,” stelt Kitson. Het afvalwater
wordt tot een specifieke pH-waarde geneutraliseerd voordat het wordt
afgevoerd, wat paradoxaal genoeg zelfs helpt bij het schoonhouden van de
lokale riolering door vetophopingen af te breken. Met een ISO 14001-certificering
en strikte monitoring van emissies positioneert het bedrijf zich als
een verantwoorde partner voor de wereldwijde industrie.
Chemisch etsen versus
micro lasersnijden
THINK
TECH
FORWARD
The global meeting place for
industrial transformation
where innovative technology
and responsibility converge to
shape the future of
manufacturing.
20 – 24 April 2026
Hannover, Germany
hannovermesse.com
De uitkomst van het chemisch etsen lijkt dan misschien wel op het eindresultaat
van lasersnijden, de beide processen zijn totaal verschillend. Het
grootste verschil is de manier waarop de vorm wordt gecreëerd. Een laser,
hoe geavanceerd ook, blijft een ‘single point’ gereedschap: de straal moet
een pad volgen om materiaal te verwijderen. De bewerkingstijd (en dus de
kosten) loopt lineair op met elke extra opening, kanaal of complex detail.
Chemisch etsen is een proces waarbij de hele plaat tegelijkertijd in de chemie
wordt bewerkt. Of een component nu drie gaatjes heeft of 30 miljoen
gaatjes (zoals bij complexe mesh-structuren), de doorlooptijd en de prijs
blijven exact gelijk. Het is bovendien een volledig koud proces: moleculen
worden gecontroleerd opgelost, er komt geen enkele warmte in het materiaal
en de chemische samenstelling van het materiaal blijft ongewijzigd.
De enige beperkingen van chemisch etsen is de dikte van het materiaal en
het materiaal zelf: tot 2 mm is het proces snel, daarboven neemt de bewerkingstijd
snel toe en zijn andere productietechnieken een betere optie.
Materialen die chemisch inert zijn, lenen zich evenmin. De toolingkosten
van chemisch etsen zijn laag, rond de € 150, maar als er slechts enkele
eenvoudige contouren gesneden hoeven te worden, zal lasersnijden sneller
en goedkoper zijn.
Titanium
Micro Precision heeft bijvoorbeeld een etslijn voor titanium afgebouwd.
“Commercieel was de lijn niet echt levensvatbaar”, aldus Ben Kitson. “De
chemie die je nodig hebt om titanium te etsen is vrij agressief en moeilijk
te hanteren.” Vrijwel alle andere metalen, inclusief gepatenteerde superlegeringen
zijn daarentegen weer heel geschikt om te etsen. Zo’n 80 tot 90%
van het materiaal dat in de fabriek wordt verwerkt, is RVS.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 25
AM: van wat kan
naar
wat het nu biedt
Materialise verlaagt met CO-AM
de drempel voor additive manufacturing
De wereld van Additive Manufacturing (AM) bevindt zich
op een kantelpunt. Brigitte De Vet, CEO van Materialise,
bespeurt in de markt een "nieuwe dynamiek" waarin de
focus verschuift van wat de technologie kan doen naar
wat het vandaag biedt: echte resultaten en schaalbare
waarde. AM is in haar ogen niet langer een niche technologie
voor prototyping, maar een volwaardige industriële
kracht die zekerheid biedt in een onzekere wereld. Op de
vraag of de AM markt goed of slecht draait, reageert ze
dan ook met de opmerking dat deze vraag een genuanceerder
antwoord verdient. Het aantal kansen groeit, in
medical, defensie, in de lucht- en ruimtevaart. Tegelijkertijd
ziet ze in dat de Europese en Amerikaanse hardware
fabrikanten onder druk staan van de Chinese concurrentie.
“De onderkant van de markt verandert enorm.
Westerse spelers hebben moeite met de kwaliteit voor
een lage prijs die Bambu Lab biedt, maar voor de markt is
dit fantastisch.”
Wat de klanten nu nodig hebben, zijn meer applicaties. Want
daardoor kunnen ze hun AM-kosten omlaag brengen. Die
ontwikkeling probeert Materialise met het nieuwe CO-AM
platform te stimuleren. De Vet pleit voor meer openheid,
meer open build processoren zoals Materialise deze onder
andere met Nikon SLM Solutions, Renishaw, Additive
Industries en enkele andere spelers ontwikkelt. “De klant
moet de keuzevrijheid hebben, want de klant weet het beste
wat werkt.” Ze noemt dit initiatief een call to action voor de
AM-industrie. “Dit is een verandering hoe we ons positioneren.
We kunnen niet rustig blijven zitten maar moeten
gecombineerd met hard- en software de kosten omlaag
brengen. De spirit in de industrie is veranderd. Doordat het
slechter gaat, gaan mensen nadenken over hoe we dingen
anders moeten doen om echt te kunnen groeien.” Ze ziet niet
alleen aan de softwarekant openheid ontstaan, ook aan de
materialenkant.
AM zorgt voor zekerheid
Brigitte De Vet ziet additive manufacturing in bepaalde
sectoren echt groeien, ook al blijft de totale markt achter. De
topvrouw van het oudste en grootste AM-bedrijf in de wereld
ziet twee trends de acceptatie versnellen. Allereerst is dat
de onzekerheid in de huidige wereld door de geopolitieke
en economische omstandigheden. “De huidige geopolitieke
situatie dwingt bedrijven tot meer veerkrachtigere en kortere
toeleveringsketens.” De tweede ontwikkeling is wat ze noemt
de “mainstreaming of AM”; additive manufacturing wordt
meer en meer geaccepteerd door grote concern. Ze wijst in
haar visie op 2026 op voorbeelden zoals Pratt & Whitney en
Deutsche Bahn, die laten zien dat AM inmiddels mainstream
is. Pratt & Whitney heeft een AM-proces geïntegreerd in hun
MRO business voor het repareren van vliegtuigmotoren.
“Of het nu gaat om het repareren van turbofan-motoren of
het printen van 150.000 onderdelen voor het spoorwegnet,
de technologie bewijst haar waarde in zwaar gereguleerde
omgevingen. Voor deze bedrijven is AM geen quick fix maar
een lange termijn oplossing.” Er is nog een derde ontwikkeling
die additive manufacturing in de kaart speelt: de druk op
bedrijven om het energieverbruik en de CO2-emissies te verminderen.
Dit is haar genuanceerd antwoord op de vraag of
het goed of slecht gaat met de AM-industrie. Birgitte De Vet:
“Naarmate de onzekerheid in de wereld toeneemt, groeit de
zekerheid die AM biedt. Als onze traditionele productie onder
druk staat, wordt de waarde van AM duidelijker zichtbaar
dan ooit; voor duurzaamheid, flexibiliteit en het beheersen
van korte toeleverketens.” Ze wijst verder op de rol die defensie
wereldwijd ziet voor additive manufacturing: productontwikkeling
versnelt en er ontstaat een productieomgeving
voor een geoptimaliseerde productie van reserve-onderdelen.
In deze verandering spelen AI en generatieve ontwerptools
ook een belangrijke rol.
26 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Waarom openheid cruciaal is
De industrialisatie van AM is volgens Materialise geen puur
software- of hardware probleem, maar een complex productieprobleem.
Om dit op te lossen, is een open ecosysteem
essentieel. Eén enkele oplossing ("point solution") volstaat
niet meer om de volledige workflow te automatiseren. Udo
Eberlein, Vice President Software bij Materialise: "Het vereist
inzicht in de volledige workflow, de werkelijke beperkingen
en de praktische afwegingen waarmee productieteams
dagelijks worden geconfronteerd.” Openheid is noodzakelijk
omdat bedrijven behoefte hebben aan een mix van in-huis
innovatie en externe expertise. Door software en systemen
open te stellen, kunnen verschillende machines, applicaties
en gebruikers naadloos met elkaar verbonden worden.
Centraal in deze open strategie van Materialise staat het
vernieuwde CO-AM softwareplatform. Een baanbrekende
technologie hierbinnen is CO-AM Brix. Dit is een "low-code",
op blokken gebaseerde automatiseringstechnologie die bedrijven
in staat stelt om hun eigen workflows te ontwerpen
en te optimaliseren. Brix ontsluit voor de gebruikers meer
dan 800 bewezen algoritmen van Materialise. Deze algoritmen
zijn afkomstig uit decennia aan expertise in SDK-suites
zoals Magics, Build Processor en 3-matic. Hiermee zetten
de gebruikers complexe ontwerpstappen om in intuïtieve
workflows, waardoor de noodzaak voor diepe, specialistische
AM-expertise afneemt en de snelheid van productie toeneemt.
"De AM-industrie heeft behoefte aan een ecosysteem
dat tools met elkaar verbindt en workflows automatiseert.
Geen enkele puntoplossing kan deze uitdaging oplossen",
aldus Eberlein. "Platforms zonder diepgaande domeinkennis
lopen het risico abstractielagen te worden, handig totdat ze
dat niet meer zijn, flexibel totdat je iets nodig hebt wat ze
niet hadden voorzien.”
Drie modules
De nieuwe versie van CO-AM valt uiteen in drie modules: CO-
AM Professional, CO-AM NPI en CO-AM Enterprise. Het eerste
Brigitte De Vet-Veithen vindt dat je ook de rol van de
goedkope en goede FDM printers niet mag uitvlakken. Met
deze compacte, duurzame en hoge kwaliteit FDM-printers
bouwen bedrijven ervaring op. Daarnaast openen ze deuren
voor jonge ingenieurs aan hogescholen en universiteiten om
met AM te experimenteren en de mogelijkheden te
ontdekken.
systeem is bedoeld voor de High Mix Low Volume productieomgeving
om AM-processen en workflows te automatiseren
en traceren. Deze cloudgebaseerde software is geïntegreerd
met Magics en is machine-agnostisch. Ongeacht de machine
die men gebruikt, zijn processen herhaalbaar. De
module Co-AM NPI is bedoeld voor de snelle kwalificatie van
serie-onderdelen. Via Brix kan men eenvoudig de gereedschapsbanen
optimaliseren en scanstrategieën verfijnen.
Via de algoritmen vindt men zonder programmeerkennis
een optimum tussen kosten, kwaliteit en productiviteit. Het
systeem vergrendelt gevalideerde recepten en kwaliteitsbeheerparameters
zodra een productieproces gecertificeerd is.
CO-AM Enterprise is bedoeld voor bedrijven die hun productie-ecosysteem
volledig willen controleren. Het combineert
een end-to-end MES-systeem met realtime productie inzicht
en oplossingen om verspreid over meerdere locaties wereldwijd
te opereren binnen de kwaliteitskaders. De overname
enkele jaren geleden van Identify3D door Materialise valt nu
op z’n plaats: hun security technologie is volledig geïntegreerd
in het CO-AM platform, wat zover gaat dat alles klaar
is voor distributed manufacturing: de engineer kan aan de
printfile data toevoegen die bepalen hoeveel onderdelen op
welke locatie in de wereld met welke printer geproduceerd
mogen worden.
Materialise heeft de volledige release van CO-AM voor medio
2026 gepland. Door Brix als abonnement aan te bieden en
gebruikers de vrijheid te bieden welke algoritmes ze willen
gebruiken, krijgen ze volledige controle.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 27
Robuuste 100%
controle in
geautomatiseerde cel
Bij Vostermans Ventilation worden elke werkdag zo’n 1.200 motorbehuizingen
bewerkt in twee geautomatiseerde productiecellen.
100% controle van enkele kritische maten is belangrijk voor de
Nederlandse ventilatoren fabrikant om een lange levensduur te
kunnen garanderen. Om de cyclustijd van OP10 in de machine te
verkorten, is gekozen om te meten op een Renishaw Equator.
28 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Vostermans Ventilation
gebruikt Renishaw Equator
voor kwaliteitscontrole in
twee productiecellen
De ventilatoren van Vostermans
Ventilation kom je overal in de wereld
tegen. Vaak in de agro-industrie, zoals
in kassen en dierenstallen; maar ook in
industriële omgevingen waar warmte
afgevoerd moet worden. Zelfs in een
van de grootste metrolijnen ter wereld,
die van New York City Metro, worden
de Nederlandse ventilatoren gebruikt,
speciaal ontwikkeld voor de omstandigheden
in de Big Apple. Wat al die
verschillende ventilatoren gemeen
hebben, is dat de kritische componenten
uit de eigen fabrieken komen: van
gietdelen, elektromotoren, de wikkelingen,
tot de assen en waaiers. “Alle
innovaties zijn gebaseerd op kennis
die we in bijna 75 jaar hebben opgebouwd”,
zegt Jos Altink, Manager Metal
Components bij Vostermans Ventilation
in Venlo.
Automatisering
Hij stuurt de afdeling aan waar de
mechanische componenten worden geproduceerd.
Ondanks dat Vostermans
Ventilation ventilatoren voor uiteenlopende
toepassingen bouwt - en zelfs
maatwerk zoals in New York - zijn veel
componenten in de loop der jaren
gestandaardiseerd. Met zo’n 20 componenten
kan de klant wel 100 verschillende
ventilatortypen configureren. De
standaardisatie is noodzakelijk om de
groei aan te kunnen. “Vorig jaar hebben
we zo’n tien procent meer motoren
geproduceerd”, zegt Jos Altink. Toen hij
23 jaar geleden in de fabriek in Venlo
ging werken, had Vostermans Ventilation
al de eerste robot in de mechanische
productie geïnstalleerd. Naarmate
het bedrijf groeit, neemt de noodzaak
voor verdere automatisering toe. Dankzij
de interne engineeringcapaciteit zijn
de plannen meestal al ver uitgewerkt
voordat Gibas in beeld komt als het
om geautomatiseerde CNC-machines
gaat. “We hebben echt een goede
samenwerking met Gibas, zowel voor
de turn key projecten als wat service en
onderhoud betreft.”
Buiten machine meten
Toen na een aantal jaren de productiviteit
in de cel waar de aluminium motorbehuizingen
worden bewerkt omhoog
moest, was het Gibas die voorstelde om
de Renishaw Equator in de geautomatiseerde
productiecel te integreren.
In deze cel wordt in OP10 op een
Nakamura Tone SC 200 II draaimachine
een aantal boor- en draaibewerkingen
gedaan. Omdat het om kritische maten
gaat, waaronder een diameter, wil men
deze maten meten voordat op een Victor
Vturn A26 draaibank in OP20 draad
getapt wordt en nog een freesbewerking
wordt gedaan. Tot 2019 werd de
maat in de Nakamura machine met een
Renishaw taster gemeten. Dat kostte
telkens 20 seconden, een kwart van
de totale cyclustijd van OP10. “Omdat
we verder groeiden en de productie
moesten opvoeren, zijn we gaan zoeken
hoe het proces buiten de machine
te optimaliseren. Gibas kwam met het
voorstel de Renishaw Equator toe te
voegen en daarmee te gaan meten”,
legt Jos Altink uit.
De werkwijze
De Renishaw Equator 300 was toen net
op de markt. Renishaw heeft het systeem
dat de meetresultaten vergelijkt
met die van het mastermodel dat ernaast
ligt, dus in dezelfde temperatuur,
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 29
ontwikkeld om in de werkplaats snel en
nauwkeurig te meten. In de productiecel
van Vostermans Ventilation neemt
de robot na OP10 het werkstuk uit de
machine en plaatst het in een bufferstation.
Een tweede, kleinere robot
pakt het en plaatst het in de Equator
300. Vallen de kritische maten binnen
tolerantie - één honderdste mm - dan
wordt het onderdeel teruggeplaatst
in het bufferstation en pakt de eerste
robot het op en plaatst het in de Victor
draaibank voor onder meer het tappen
van draad. Daarna wordt het onderdeel
in een wasstation geplaatst. Valt het
niet binnen de toleranties, wordt het in
een afvoergoot gelegd. Jos Altink: “De
operator meet de afgekeurde componenten
na. Soms is er een kleine spaan
blijven zitten, die de reden is van de
verkeerde meting. Over het algemeen
hebben we echter heel weinig afkeur,
minder dan 0,7% ondanks dat we
vaak moeten omstellen op een ander
product. Meestal is de afkeur de eerste
paar producten die we op maandagochtend
maken als de machines
opnieuw zijn opgestart.”
100% controle
Toch is zekerheid over de juistheid van
de kritische maten voor de ventilatoren
fabrikant heel belangrijk; dit bepaalt
mede de lange levensduur van het
eindproduct. Daarom wil men 100%
controle. Door buiten de machine te
gaan meten, is de totale cyclustijd met
een kwart verminderd. Gibas heeft
inmiddels een tweede productiecel
voor de motorenbehuizingen geleverd
waarin eveneens een Renishaw
Equator staat, in dit geval de 500 die
een groter bereik heeft. “Dat geeft ons
de kans om nog meer te meten”, zegt
Altink hierover. De twee Renishaw
Equators meten elke dag zo’n 1.200
producten, onbemand. Het meten zelf
gebeurt met de Renishaw SP 25, een
scannende taster die met hoge snelheden
tot 30 mm/s meet. Zodra de stylus
contact maakt met het product, wordt
deze over het oppervlak gesleept. Dat
levert in korte tijd heel veel meetpunten
op, veel meer dan met een tactiele
meting. De resolutie van deze scannertaster
is 0,1 µm. Elke maand kalibreert
de operator de beide meetsystemen.
“Eigenlijk is dat niet nodig”, zegt Jos
Altink. “De afwijkingen die we vinden,
zijn enkele duizendste millimeters, minimaal.”
De kalibratie is een routine om
alle risico’s uit te sluiten; om helemaal
zeker te zijn. Voor de productie is de
repeteernauwkeurigheid belangrijker
dan de absolute nauwkeurigheid. Na
meer dan zeven jaar in de productie
heeft de Renishaw Equator zich wel
bewezen als een robuuste meetoplossing
voor in de werkplaats. “De Equator
is laagdrempelig om te gebruiken;
doet gewoon wat hij moet doen.” Af en
toe pakken de operators een bewerkt
onderdeel en meten dit na op de CMM.
Ook dan is er amper een verschil te
zien.
Volgende stap
Vostermans Ventilation gebruikt de beide
Renishaw Equator voor 100% kwaliteitscontrole
in de productiecel. Alle
meetdata worden gelogd en kunnen
eventueel uitgelezen worden om verder
te analyseren. Dit laatste gebeurt
in de fabriek in Venlo nog niet. Maar
men denkt er wel aan om de meetdata
in de toekomst te gaan gebruiken voor
traceability van producten. Naar de
eindgebruikers toe vindt men het belangrijk
om zo snel mogelijk oorzaken
uit te sluiten mocht er onverhoopt toch
iets misgaan met een ventilator. “We
hoeven niet zoals in de automotive
industrie alles aan te tonen, maar we
willen het wel kunnen uitleggen als er
iets misgaat. Beide Equator modellen
zijn geschikt om de 100% kwaliteitscontrole
een extra dimensie te geven.”
Je vindt Renishaw op de TechniShow
in hal 11 stand C040. Daarnaast neemt
Renishaw deel aan de Fabriek van de
Toekomst in hal 10 (zie kader hiernaast).
Meer informatie: scan de QR-code
30 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Adaptieve
volumestroom
koelsmeermiddel
programmeren in
hyperMill
Twee keer Renishaw Equator
op TechniShow
Renishaw is een van de 22 deelnemers aan de Fabriek
van de Toekomst op TechniShow 2026. In een van de
twee productielijnen op de beurs wordt de Equator 500
(die ook bij Vostermans Ventilation staat) live gedemonstreerd
aan een Okuma Genos 560 5-assig bewerkingscentrum.
Renishaw demonstreert de nieuwe Equator-X 500 Dual,
vorig jaar op de EMO voor het eerst getoond, op de eigen
stand. Deze combineert het vergelijkend meten, zoals dat bij
Vostermans Ventilation gebeurt, met absoluut meten, zoals
je dat normaal met een CMM doet. Het absoluut meten gebeurt
dankzij het bijzondere aandrijfconcept veel sneller dan
met een klassieke 3-assige CMM, terwijl de nauwkeurigheid
in dezelfde orde van grootte ligt. Renishaw gebruikt een zeer
snelle Hexapod aandrijving om de meettaster te bewegen.
De hoge stijfheid van de carbon stangen zorgt voor een absoluut
minimale doorbuiging wat de meetnauwkeurigheid ten
goede komt. Deze wordt verder verhoogd doordat het aandrijfframe
volledig gescheiden is van het meetframe met de
meetkop. De snelle beweging heeft dus geen invloed op de
meetnauwkeurigheid en de repeteernauwkeurigheid. Testen
die Renishaw in de eigen productie heeft gedaan, wijzen uit
dat de cyclustijd 35 tot 90 procent korter is, afhankelijk van
de complexiteit en het formaat van het werkstuk dat je meet.
Door vergelijkend meten te combineren met absoluut meten,
biedt de Equator-X 500 Dual maakbedrijven flexibiliteit.
De keuze welke meetmethode men gebruikt, wordt bepaald
door het productievolume en hoe vaak men van product
wisselt. In hoog volume toepassingen, zoals in de ventilatorenfabriek,
levert vergelijkend meten de kortste cyclustijd
op. De nieuwe Renishaw Equator-X 500 Dual kan de
meetdata rechtstreeks exporteren naar de Modus software,
van waaruit een koppeling gemaakt kan worden naar het
MES-systeem Renishaw Central. Met deze koppeling kunnen
de meetdata gebruikt worden om in een onbemande
productiecel de offset van de gereedschappen automatisch
bij te stellen als de meetwaarden buiten specs dreigen te
komen.
Onderzoekers van het IFW van Leibniz Universität Hannover
hebben samen met Open Mind Technologies, Kennametal
Inc. en DMG MORI een procedure ontwikkeld
waarmee de koelsmeermiddel volumestroom op basis
van het verspaningsvolume direct uit de CAM-planning
wordt afgeleid en in de NC-code wordt geïntegreerd.
Deze adaptieve toevoer van koelsmeermiddel wordt in
hyperMill geprogrammeerd en levert een energiebesparing
op tot 82 procent.
Het project omvatte de modellering van de koelmiddelbehoefte,
de integratie in de CAM-software hyperMILL en de
validatie op de werktuigmachine DMU 40 eVo linear van
DMG MORI. Het model is gebaseerd op de aanname dat bij
een toenemend verspaningsvolume doorgaans ook de hoeveelheid
warmte en spanen toeneemt die moeten worden
afgevoerd. Deze vereenvoudigde aanname maakte een robuuste
en gereedschapsspecifieke schaalbare berekening
van de behoefte aan koelsmeermiddel mogelijk op basis
van algemeen beschikbare CAM-gegevens. De referentiegegevens
voor het maximale tijdsvolume per gereedschap
komen van Kennametal. De oplossing is gevalideerd door
een werkstuk (11SMn30+C) te bewerken op een DMU 40
eVO: frezen, boren en draadtappen. De vergelijking met een
‘gewone’ bewerking laat een energiebesparing zien van
ongeveer 82 procent bij dezelfde kwaliteit van de bewerkingsresultaten.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 31
Nederlandse variant
van de Dark Factory:
robots én vakmensen
Smart Manufacturing
Het 350 vierkante meter
grote themaplein FPT
Fabriek van de Toekomst
op TechniShow 2026 mag
je dit keer wel wat breder
zien. De 22 bedrijven die
hierin samenwerken, bouwen
op de beurs twee volwaardige
fabrieken, voor
verspaning en plaatbewerking,
waartussen orderinformatie
digitaal wordt
uitgewisseld, zoals in de
praktijk van de Nederlandse
maakindustrie een Tier
1 supplier werk uitbesteedt
en digitaal orderinformatie
uitwisselt met zijn Tier 2
toeleverancier.
Drie verschillende merken CNC-machines,
twee automatiserings oplossingen
met een robot en een automatisering
met een cobot, verschillende meetsystemen
(CMM, vergelijkend en absoluut
meten en QC via Augmented Reality)
en een hele rits randapparatuur die je
in elk metaalbedrijf ziet: Supplydrive
heeft veel van wat je half maart op het
themaplein ziet, digitaal gekoppeld.
“Voorheen een mission impossible. Het
kost ons nu nog steeds veel moeite,
32 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Fabriek(en) van de Toekomst
op TechniShow 2026
demonstreren informatieuitwisseling
in de fabriek én
supply chains
De deelnemers aan het
themaplein FPT Fabriek
van de Toekomst bijeen.
maar we laten zien dat het kan,” zegt
Arnoud de Kuijper, CEO van Cellro. Na het
debuut twee jaar geleden en de presentatie
op de EMO vorig jaar, spreekt hij nu over de
Fabriek van de Toekomst 3.0. Nieuw hierin
is dat er ook tussen de beide fabrieken via
hun eigen ERP-systeem informatie wordt
uitgewisseld.
SCSN verbindt fabrieken
Op de EMO in Hannover heeft Arnoud
de Kuijper het van menige buitenlandse
bezoeker aan de Fabriek van de Toekomst
op deze wereldbeurs gehoord: hier staan
machines van verschillende fabrikanten,
net zoals bij mij in de fabriek, maar dan
wel digitaal gekoppeld. Hoe doen jullie
dat? “We laten zien dat het wel kan met de
huidige oplossingen. Daarmee triggeren we
de bezoekers, inspireren ze”, zegt de Cellro
CEO. Sinds de eerste versie van de Fabriek
van de Toekomst op TechniShow 2024,
waarvoor Federatie Productie Technologie
in 2024 het initiatief heeft genomen, is er
veel gebeurd. Bij het nieuwe themaplein
op TechniShow 2026 werken liefst
22 leveranciers samen. Er staat niet één
productielijn onderdelen te maken, maar
er worden twee fabrieken gebouwd. In de
ene fabriek komt de order binnen in het
ERP-pakket van MKG, zodra de bezoeker
zijn naam invult die hij gemarkeerd wil
zien op het schaalmodel van een racewagen.
Niet alle onderdelen worden in deze
fabriek gemaakt; de voorvleugel komt uit
de tweede fabriek. Deze werkt met Ridder
iQ, het ERP-pakket van ECI. Tussen beide
pakketten worden data uitgewisseld via het
Smart Connected Supplier Network (SCSN),
de interface die enkele jaren geleden in
een Nederlandse fieldlab ontwikkeld werd
en sindsdien stap voor stap in de hightech
industrie wordt uitgerold om de ketenpartijen
onderling digitaal te verbinden.
Koppeling niet merk-afhankelijk
In totaliteit worden er drie CNC-machines
ingezet voor de freesdelen: een DMU 40
van DMG Mori; een Robodrill van Fanuc en
een GENOS 5-assig bewerkingscentrum
van Okuma. In de ene fabriek houdt Cellro
Manufacturing Intelligence de regie over de
shopfloor, door de operator te informeren
over de beschikbaarheid van gereedschappen;
de beschikbaarheid van CAD-programma’s
(Cadmes) en CAM Programma (ENCY),
eenvoudig herplannen als dat nodig is, et
cetera. De tweede fabriek gebruikt hiervoor
Connected Manufacturing van Hoffmann.
Zowel de software van Hoffmann als
die van Cellro vertalen de informatie uit
het ERP-pakket, de businesskant, naar
informatie die nodig is voor de productie,
de operations kant van het maakbedrijf.
Arnoud de Kuijper: “We laten hiermee
zien dat het niks uitmaakt voor welk merk
je kiest, noch machine, noch software; je
kunt alles integreren.” Digitalisering wordt
daarmee ontkoppeld van de visie van de
leverancier, die het liefst zijn eigen ecosysteem
bij klanten neerzet. De praktijk in een
metaalbedrijf is namelijk dat er machines
en software van verschillende leveranciers
gebruikt worden. In de Fabriek van de
Toekomst kan de TechniShow bezoeker
live zien en ervaren dat je desondanks
kunt digitaliseren én je eigen keuzes kunt
maken. “Leveranciers die meedoen, stellen
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 33
zich hiermee kwetsbaar op en kiezen voor het belang van de
klant,” zegt De Kuijper.
Gereedschappen
Hoffmann en Gühring leveren de hardmetalen gereedschappen.
Gühring laat hierbij zien wanneer het slijpen van gereedschappen
zinvol is (ook wel reconditionering genoemd),
zowel uit bedrijfseconomisch oogpunt als wat betreft
duurzaamheid. Laagland gaat dit keer met de oplossingen
van Zoller verder dan het voorinstellen en meten van gereedschappen,
gekoppeld aan een uitgiftekast. Van Zoller wordt
de nieuwe Roboset gedemonstreerd. In deze cel bouwt een
robot automatisch de gereedschappen samen door wisselplaten
te monteren en te laten meten. Het gereedschappen
voorinstellen wordt hiermee geautomatiseerd. In de machines
wordt de status van het gereedschap gecontroleerd
met de nieuwe VT 122 camera van Heidenhain. Deze meet in
micrometers nauwkeurig de snijkanten van de gereedschappen.
Dit vervangt de microscoop zodat het gereedschap niet
uit de machine hoeft voor een controle.
Digitalisering wordt
losgekoppeld van de
visie van de
leverancier
De Factory of the Future zoals deze vorig jaar op de
EMO te zien was, wordt op de TechniShow dubbel
zo groot. De 22 bedrijven die hierin samenwerken,
bouwen op de beurs twee volwaardige fabrieken,
voor verspaning en plaatbewerking, waartussen
orderinformatie digitaal wordt uitgewisseld.
Robotisering
De DMU 40 van DMG Mori is gekoppeld aan een X35 robotcel
van Cellro en een Mistar 555 CMM van Mitutoyo. De meetdata
hiervan worden in de machinebesturing van de DMU 40
gebruikt om de offset bij te stellen als daar aanleiding voor
is. Aan de GENOS 560 van Okuma staat de nieuwe Equator
X-500 van Renishaw, waarmee men zowel absoluut als
vergelijkend kan meten; de standaard Equator, die vergelijkend
meet, is gekoppeld aan de Fanuc Robodrill. De Okuma
machine is gekoppeld aan een Cellro Elevate, het verticale
opslagsysteem. De robot wordt uitgerust met de servomechanische
grijper uit de EZU-reeks van Schunk. Deze grijper
past zich dynamisch aan de productgrootte aan, zodat het
wisselen van de grijpervingers niet langer nodig is. Een van
de nieuwe deelnemers aan het FPT-initiatief is Voortman.
Dat demonstreert de nieuwe augmented reality bril waarmee
een QA operator snel en eenvoudig de maatvoering van
een onderdeel kan controleren. Naast verspaning wordt dit
keer ook plaatbewerking aan de Fabriek van de Toekomst
toegevoegd. Trumpf demonstreert het laserlassen van een
vooraf laser gesneden achtervleugel aan de body van de
miniatuur racewagen. Via een lasermarkeerstation dat ook
vanuit het ERP-systeem de data krijgt, wordt het model
gepersonaliseerd.
Onverwachte stilstand voorkomen
Zodra productie op zo’n flexibele wijze geautomatiseerd
wordt, zodat ook kleine series repeatwerk manarm geproduceerd
kunnen worden, is het voorkomen van onverwachte
productiestilstand essentieel. De bezoeker ziet ook hier
oplossingen voor. MP Solutions (de nieuwe naam voor
Petroline) en Fuchs demonstreren hoe je het beheer van
koelsmeermiddelen kunt automatiseren. MP Solutions doet
34 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
dit op centraal niveau, inclusief centrale nevelafzuiging in de
machines; Fuchs, dat ook de koelsmeermiddelen levert, doet
dit op individueel niveau en monitort de Brix-waarde van
het koelsmeermiddel. Telko (voormalig Optimal Lubrication)
levert ook koelmiddelen en demonstreert daarnaast het Memolub
Visio systeem, waarmee smeernippels automatisch
op tijd voorzien worden van nieuw smeermiddel. Hightech
Maintenance verzamelt alle machinedata en gebruikt deze
om voor elke machine geautomatiseerd een preventief
onderhoudsplan op te stellen. Ook genereert men checklists
die de operator kan gebruiken voor periodieke controles.
Tot slot worden alle procesdata inzichtelijk gemaakt via
Heidenhain State Monitor, hiermee is de totale regie over het
productieproces, energieconsumptie en machinebezetting
gewaarborgd.
MBD en PMI de volgende stappen
De 22 bedrijven demonstreren dat de slimme fabriek van
de toekomst vandaag al kan functioneren. Is dit het summum?
“Nee,” zegt Arnoud de Kuijper. “Wat ik nog mis, is de
mogelijkheid voor een klant om een product om te zetten
in een goed gespecificeerde CAD/CAM-file met correcte PMI
data en dat we dit gebruiken voor een kostprijs calculatie,
voor de validatie van de maakbaarheid zoals dit in de
plaatbewerking al jaren gangbaar is.” Daarnaast ziet hij in
de toekomst nog mogelijkheden om AGV’s in de fabriek te
integreren. Deze is in de huidige opzet van de Fabriek van de
Toekomst bewust weggelaten. “Omdat je logistiek pas moet
automatiseren als dit het laatste bottleneck is. Eerst moet je
kwalitatief, betrouwbaar en flexibel kunnen produceren, dan
pas ga je de logistiek automatiseren.” Ook processtappen als
reinigen kun je nog integreren in het concept. Of de planning
verder automatiseren, waarbij toeleveranciers die in een
keten samenwerken via SCSN hun productiedata uitwisselen
zodat er meer zicht komt op de doorlooptijden. Daarmee
valt nog veel snelheid te winnen in de hele keten. Arnoud de
Kuijper verwacht dat tegen 2030 AI zover zal zijn dat je door
de planning in de hele toeleverketen kunt kijken en op basis
van alle data naar een optimum kunt werken qua kwaliteit,
levertijd en kostprijs. Niet gebaseerd op een paar machines
in een fabriek, maar op de capaciteit in de hele keten. Er zit
dus nog groei in het concept voor de edities 2028 en 2030
van TechniShow.
Wie neemt eindverantwoordelijkheid?
De 22 deelnemers aan het themaplein FPT Fabriek
van de Toekomst geven opnieuw een visitekaartje af
met de geconnecteerde fabrieken die ze in hal 10 van
TechniShow bouwen. Maar hoe realistisch is het dat
morgen een maakbedrijf in de Benelux de partijen zover
krijgt dit in de praktijk te realiseren? Wie neemt dan de
eindverantwoordelijkheid voor het project? “Terechte
vraag”, antwoordt Arnoud de Kuijper. “Momenteel is
er niet één partij die alle verantwoordelijkheid op zich
neemt en dit voor een fixed price realiseert.” Hij vindt
dat deze vraag nu nog niet aan de orde is. Belangrijker
is dat de deelnemende partijen ervaring opdoen, leren
samenwerken met elkaar en zo de technische risico’s
ontdekken en wegnemen. “Daarna moeten we kijken
hoe we dit contractueel kunnen gaan aanbieden.
Doordat we elkaar nu heel goed leren kennen, groeit
er vertrouwen. We fixen dat wel.” Daarnaast raadt hij
bedrijven aan om met kleine stappen te beginnen; dat
kunnen ze nu al doen door met twee of drie leveranciers
te starten. Daarmee beperk je de risico’s.
Foto rechtsboven: De VT122 camera van Heidenhain meet in
microns nauwkeurig de snijkanten van het gereedschap in
de machine.
Foto rechtsonder: van Zoller wordt de Roboset getoond,
de cel die met een robot de gereedschappen samenstelt en
automatisch balanceert en meet.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 35
Hotspot voor
maken en
uitbesteden
Zes beurshallen van Jaarbeurs
Utrecht worden half maart
omgebouwd tot de etalage
voor de Nederlandse maakindustrie.
Zo’n 380 exposanten
presenteren dan hun technologie
voor de maakindustrie op
TechniShow 2026 of presenteren
zich als top van de Nederlandse
maakbedrijven op ESEF
Maakindustrie. De integratie
van de beide beurzen, waardoor
make it en oursourcing
onder één dak staan, is slechts
één van de veranderingen.
Na de beurzen van 2024 hebben FPT,
NEVAT en Jaarbeurs eerst pas op de
plaats gemaakt. Het contract van FPT
met de Jaarbeurs liep dat jaar immers af.
“Samen hebben we bekeken wat willen
we met de beurzen; wat is de waarde en
hoe zorgen we dat de beurzen relevant
blijven voor de brede maakindustrie”,
TechniShow en ESEF Maakindustrie
samen met
vernieuwd beursconcept
schetst beursmanager Ricardo Vivas het
traject dat doorlopen is. Fast Forward
naar 2026: de contracten zijn ondertussen
voor de komende drie edities
vernieuwd, aan beide kanten zijn er
nieuwe teams gevormd en er zijn plannen
ontwikkeld om de community van
zowel exposanten als bezoekers beter te
bedienen.
Ketensamenwerking wordt zichtbaar
Ricardo Vivas windt er geen doekjes
om. TechniShow 2026 is kleiner dan de
edities van 2016 en 2018, beursjaren
waarmee je beter kunt vergelijken dan
met de twee edities na Covid-19. De
beurs in Utrecht volgt daarmee een
trend die ook internationaal zichtbaar
is. “Bedrijven letten meer op de kosten;
wij volgen daarin de community om
relevant te blijven. Enkele grote exposanten
komen niet; andere kiezen duidelijk
voor een compactere deelname”, aldus
de beursmanager. Dankzij een groeispurt
in de laatste maand biedt TechniShow
desondanks een volledig overzicht van
de state of the art technologie voor de
metaalbewerking: van machines en
gereedschappen tot en met software,
koelsmeermiddelen en onmisbare
diensten. ESEF Maakindustrie zit dit keer
in het hart van de technologiebeurs in
hal 9. De beurs heeft een eigen ingang,
maar bezoekers van TechniShow lopen
vanuit hal 8 en 10 zo de ESEF beursvloer
op en omgekeerd, zonder extra scannen
36 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
van hun bezoekerspas. Gezamenlijk
hebben de twee beurzen in hal 10 vier
themapleinen. “De integratie van ESEF
in TechniShow is een nadrukkelijke
wens van alle partijen. Er zijn wat dat
betreft geen heiligenhuisjes meer.
Hiermee maken we het ketendenken
en de ketensamenwerking, die alsmaar
belangrijker worden, zichtbaar”, zegt
Ricardo Vivas. Hierdoor wordt de
Jaarbeurs de hotspot voor maken en
uitbesteden onder één dak.
Themapleinen in hal 10
Jaarbeurs investeert in de editie van
dit jaar en die van de komende jaren
fors om met de themapleinen verder
de diepte in te gaan. Dit jaar is gekozen
voor vier themapleinen in hal 10. Drie
hiervan worden door FPT ingevuld:
Fabriek van de Toekomst; Defensie
en Semicon. Het vierde komt vanuit
de suppliers op ESEF Maakindustrie:
Green Manufacturing. Op dit laatste
plein draait het om welke wet- en
regelgeving omtrent duurzaamheid
op de maakindustrie afkomt en welke
oplossingen ervoor beschikbaar zijn.
Ook delen bedrijven zoals Arcelor
Mittal, MCB en ook Joop van Zanten
Staalservice hun ervaringen met het
verduurzamen van hun productie. Joop
van Zanten heeft zelfs het hele businessmodel
veranderd om in te spelen
op de vraag naar metaalproducten
met een kleinere carbon footprint. Op
het Defensie en Semiconplein kunnen
bezoekers terecht voor informatie
over deze ketens. De Fabriek van de
Toekomst toont een compleet gedigitaliseerde
productieomgeving (lees ook
het artikel op pagina 32). Ricardo Vivas:
“Elke dag organiseren we rondom een
van de thema’s een specifiek programma.
We bieden de bezoeker enkele
uurtjes een gefocussed programma,
zodat ze goed geïnformeerd worden en
daarna weer de beurzen op kunnen.”
Efficiency in beursbezoek. Geen lange
presentaties, maar to the point activiteiten.
De bezoeker vindt in hal 10 o.a.
een Young Talent plein, de Startup area,
een Innovative Manufacturing plein en
technische projecten van hogescholen
en universiteiten.
Verbreding doelgroepen
TechniShow viert dit jaar het 75-jarig
bestaan; ESEF Maakindustrie bestaat
inmiddels meer dan vijftig jaar. Volgens
beursmanager Ricardo Vivas is dit een
moment om zowel de sector als de
bredere samenleving te laten zien wat
de maakindustrie betekent. De beurzen
worden daarom nadrukkelijker gepositioneerd
richting het algemene publiek.
“De maakindustrie komt tegenwoordig
veel in het nieuws, wordt vaak
genoemd. Dan moet de brede samenleving
wel weten dat we er zijn en wie
we zijn.” De promotiecampagne bevat
nieuwe elementen om ook niet-traditionele
doelgroepen te bereiken. Een
belangrijk speerpunt is het aantrekken
van jongeren. Via het Young Talent-programma,
samenwerking met stichting
Technasium en bezoeken van studenten
van 120 HAVO- en VWO-scholen krijgen
jongeren de kans de maakindustrie
van dichtbij te ontdekken. Daarnaast
wordt samengewerkt met influencers,
onder wie Master Milo, die voorafgaand
aan en tijdens de beurzen actief is
met workshops en activiteiten. Om de
zichtbaarheid verder te vergroten, start
op NS-stations een guerrillamarketingcampagne.
Ook wordt een aparte
marketingcampagne gevoerd om meer
Belgische bezoekers naar de beurs te
halen. “De TechniShow blijft de grootste
beurs in de Benelux maakindustrie.”
In totaal presenteren zich op beide
beurzen 380 exposanten en worden
in vier dagen tijd 35.000 bezoekers
verwacht.
TechniShow en ESEF Maakindustrie,
Jaarbeurs Utrecht: 10-13 maart, openingstijden
10.00-18.00 uur (donderdag
tot 21.00 uur; vrijdag tot 17.00 uur)
Aanmelden TechniShow
Aanmelden ESEF
Maakindustrie
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 37
Atlix zet met
nieuwe strategie
stappen naar
industrieel en
schaalbaar AM
Matthias Himmelsbach, CEO.
Met een nieuwe ontwerpstrategie
voor de grotere metaalprinters
en een duidelijke business
strategie met focus op Europa
en Noord-Amerika, heeft het
nieuwe Atlix zich op Formnext
gepresenteerd. Met het nieuwe
paradepaardje TruPrint 5000
maakt de voormalige AM-businessgroep
van Trumpf de stap
naar industrieel 3D printen.
Schaalbaar, want de hele machine
is voorbereid op automatisering.
De voormalige 3D-printgroep van het
Duitse familiebedrijf Trumpf is verzelfstandigd
en overgenomen door de
investeerder LEO III Fund (beheerd door
DUBAG Group). Onder leiding van CEO
Matthias Himmelsbach (die ook al onder
Trumpf de business leidde) positioneert
Atlix zich als nu als een metaalprint specialist,
die voortbouwt op een decennium
aan technologische expertise, maar met
een scherpere focus op industriële serieproductie.
Hoewel de naam Atlix nieuw
is, blijft het erfgoed van Trumpf duidelijk
zichtbaar, onder meer in de blauwe kleur
van de machines. Op Formnext liet het
bedrijf overduidelijk zien waar de wortels
liggen. Matthias Himmelsbach benadrukt
dat deze continuïteit essentieel is voor
hun klanten in de luchtvaart, medische
sector en defensie. “We wilden de blauwe
kleur behouden omdat we trots zijn op
onze herkomst en onze klanten willen
laten zien dat de legendarische betrouwbaarheid
en schaalbaarheid van onze
producten gewaarborgd blijven.” De transitie
betekent echter een verschuiving
van een breed industrieel concern naar
38 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
een pure 3D-printspecialist.
Strategie: focus op het Westen
Een opvallend onderdeel van de
strategie van Atlix is de bewuste focus
op de Europese en Noord-Amerikaanse
markten. Terwijl sommige fabrikanten
naar het Verre Oosten kijken voor
volumegroei, die in Zuidoost-Azië in de
additive manufacturing industrie zeker
aanwezig is, kiest Atlix voor een andere
weg. Volgens Matthias Himmelsbach
is de concurrentie in China extreem
intens en lokaal gedreven. In plaats van
te concurreren in een prijsgevecht in
Azië, investeert Atlix vooral in markten
waar technologische diepgang en
betrouwbaarheid zwaarder wegen.
Vooral de Noord-Amerikaanse markt
is cruciaal voor de groei. Door zich te
specialiseren in high-end applicaties in
de luchtvaart, defensie en de semiconductor-industrie,
wil Atlix een partner
zijn die meer biedt dan alleen een
printer. Voor Himmelsbach staat een
schaalbaar industrieel proces voorop.
Het hoofdkantoor en de productie
bevinden zich in Noord-Italië (Schio),
waar ook Trumpf de machines al die
jaren bouwde, terwijl Duitsland en
de VS belangrijke centra blijven voor
verkoop en service. Deze combinatie
van Italiaanse flexibiliteit en Duitse ‘engineering-gründlichkeit’
vormt de kern
van de nieuwe bedrijfscultuur.
Een defensie toepassing: een geluidsdemper
voor op een geweer. Additive
manufacturing biedt de kans om met
de structuren binnenin de demper de
effectiviteit te verbeteren.
TruPrint 5000 vernieuwd
Het paradepaardje dat Atlix in Frankfurt
presenteerde, is de nieuwste generatie
van de TruPrint 5000. Deze machine
is specifiek ontworpen om de kosten
per onderdeel (cost-per-part) drastisch
te verlagen en is volledig gericht op
ononderbroken serieproductie. Het
is eigenlijk wat Himmelsbach bedoelt
met schaalbaar industrieel metaalprinten.
De TruPrint 5000 beschikt
over een lineair proces waarbij lege
bouwcilinders aan de ene kant worden
ingevoerd en voltooide opdrachten aan
de andere kant worden uitgeladen. De
grootste doorbraak is de automatische
herstartfunctie. Zodra een printjob
klaar is, wordt de cilinder automatisch
ontladen, afgesloten en klaargezet voor
pick-up, waarna de machine binnen
15 minuten volledig zelfstandig aan de
volgende job begint. “Dit zorgt voor
een continue productie. De machine
stopt nooit,” benadrukt Himmelsbach.
Dit voorkomt dat kostbare productietijd
verloren gaat als een job bijvoorbeeld
midden in de nacht eindigt. Met
vier lasers van elk 1 kW is de machine
optimaal ingericht om de kosten per
onderdeel (cost-per-part) zo laag mogelijk
te houden.
Automatisch uitlijnen
Atlix biedt verder een geautomatiseerd
uitlijnproces. Tijdens het printen, momenteel
na elke tweede laag, meet de
machine de uitlijning van alle laserstralen
ten opzichte van elkaar en corrigeert
deze direct. Dit is van cruciaal
belang omdat een machine tijdens een
langdurig bouwproces opwarmt, wat
leidt tot een ‘drift’ in de lasers. Zonder
correctie kan dit de nauwkeurigheid
negatief beïnvloeden. “Onze automatische
multi-laser alignment corrigeert
dit continu en handhaaft een nauwkeurigheid
van minder dan 40 micron
De verzelfstandigde AM-groep
van Trumpf: Italiaanse flair
met Duits DNA
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 39
42.000 RPM
0,01 µM RESOLUTIE ±0,1 °C TEMPERATUURSTABILITEIT
Frezen op het hoogste niveau
EXERON HSC-FREESMACHINES
UITERST NAUWKEURIG, GEEN COMPROMISSEN OP PRECISIE
Met Exeron realiseert u high-speed frezen met maximale vorm- en maatnauwkeurigheid, ook bij complexe
5-assige bewerkingen én met de mogelijkheid tot slijpen binnen hetzelfde precisieproces. Dankzij een
extreem stabiele machineopbouw en geavanceerde thermische beheersing blijft de kwaliteit constant, van
de eerste tot de laatste bewerking. Aangestuurd door Heidenhain als besturingssysteem resulteert dit in
minder nabewerking, minder uitval en een voorspelbaar proces voor high-end precisiewerk.
Meer informatie dormac.nl
Eén werkplaats.
Meerdere oplossingen.
Tot in de laatste μm.
Geen losse machines, maar complete
processen waarin precisie, stabiliteit en
proceszekerheid samenkomen.
Kom kijken hoe dit in de praktijk werkt.
10 t/m 13Maart 2026
JAARBEURS UTRECHT
Registreer uw bezoek:
oudereimer.nl/technishow-2026
Hal 12
Standnr:
12C010
40 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Automatisch multi-laser
uitlijnsysteem lijnt de lasers
na elke tweede bouwlaag
opnieuw uit
gedurende de hele job,” zegt Matthias
Himmelsbach. Belangrijk voor de productiviteit:
dit proces heeft geen effect
op de totale procestijd. De metingen en
correcties gebeuren in microseconden.
Aan het einde van de rit ontvangt de
klant een rapport dat de kwaliteit en
uitlijning gedurende het hele proces
bewijst.
Van rond naar vierkant
Een van de meest zichtbare veranderingen
in de ontwerpfilosofie is de
overstap van ronde naar vierkante
bouwcilinders op de grotere platformen.
De reden is puur pragmatisch:
benutting van de ruimte. Matthias Himmelsbach
legt uit dat voor de beoogde
applicaties in de medische sector en de
luchtvaart, een vierkant platform tot
wel 30% meer effectieve bouwruimte
biedt. Afhankelijk van de geometrie van
de onderdelen kan dit zelfs leiden tot
40% tot 50% meer onderdelen op één
platform. Toch betekent dit niet dat
de ronde cilinder volledig verdwijnt.
De compacte TruPrint 1000 blijft
rond. Voor de specifieke toepassingen
van deze machine - zoals kronen en
bruggen in de dentale sector - blijft
het ronde platform het meest stabiel
en economisch. “Het platform moet
passen bij de applicatie,” aldus de CEO.
“Als de toepassing vraagt om een vierkant
platform, dan gaan we vierkant.”
Groeikansen in High-End Sectoren
Atlix ziet de grootste groeikansen in
sectoren waar precisie en materiaalprestaties
cruciaal zijn.
Semiconductor: Voor de halfgeleiderindustrie
print Atlix complexe koelblokken
en waterverdelers (‘shower heads’)
die trillingen verminderen en thermisch
management optimaliseren.
Defensie en Luchtvaart: Hier ligt de
focus op componenten zoals brandstofinjectoren
en geluiddempers (suppressors)
van Inconel of
Titanium, waarbij de kosten met de
nieuwe TruPrint 5000 meer dan gehalveerd
kunnen worden.
Medisch en Luxe: Naast orthopedische
implantaten blijft ook de lifestylesector
interessant, geïllustreerd door
de samenwerking met het iconische
fietsmerk Colnago voor geprinte
frame-onderdelen.
Met de ‘Preform Technology’ kunnen
metaalbedrijven gefreesde basisvormen
gebruiken en daarop complexe
3D-structuren printen. Dit kan de
productiekosten per onderdeel met
een factor 5 tot 7 verlagen. De foto
toont het resultaat dat samen met Paul
Horn is gerealiseerd. Links de preform,
een draaideel, daarna de stappen: de
interne koelkanalen, het onderdeel
zoals het uit de Atlix machine komt
en het uiteindelijk gereedschap met
wisselplaten.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 41
Stratasys start
met industrie
consortium
kwalificatie
Nylonpoeder
voor SAF
Stratasys kondigt een kwalificatieprogramma
voor PA12 voor de SAF
poederprinters aan. Daarmee wil
men drempels voor de verdere adoptie
van de SAF 3D printtechnologie
wegnemen. Een aantal luchtvaarten
defensiebedrijven hebben al
toegezegd het Nylon poeder te willen
valideren.
De kwalificatie van SAF PA12 wordt
gerealiseerd via een door de industrie
gestuurde samenwerking, gebruikmakend
van het beproefde NCAMP (National
Center for Advanced Materials
Performance) materiaalkwalificatieproces.
Dit proces brengt toonaangevende
fabrikanten en erkende bureaus voor
additieve productie samen. Deelnemers
zijn onder andere Boeing, General
Atomics Aeronautical Systems, Inc. (GA-
ASI), Northrop Grumman en
Raytheon, samen met Additive at Scale,
Bifrost Manufacturing, 3D Composites,
Rapid PSI en Stratasys Direct Manufacturing.
Samen valideert deze groep
SAF PA12-poeder voor repeteerbare
productieresultaten.
Reshoring
De stap wordt gedaan omdat er
volgens Stratasys vraag naar is onder
meer vanuit het oogpunt van reshoring
en omdat fabrikanten hun productie
willen moderniseren.
Seido-Systems
3D printen met aluminiumdraad
van spanenafval
Recycling van aluminium spanen
tot feedstock voor de MMD
printtechnologie van Valcun biedt
perspectief. Je kunt er goed mee
3D printen. De milieu impact kan
hiermee met 52% verminderd
worden. Het vergt wel een
tussenstap om van de spanen draad
te maken en tot 100% gerecycleerd
aluminium te komen. En daar zit
nog een probleem.
Een en ander blijkt uit een
wetenschappelijk artikel gepubliceerd
in Elservier Sustainable Materials
and Technologies. Hierin worden
de resultaten beschreven van
een Vlaioproject, uitgevoerd door
Materialise, ZiggZagg, Eastman, de
universiteiten van Gent en Leuven
en de Belgische 3D printerfabrikant
Valcun.
Hardheid na het printen hoger
De onderzoekers stellen vast dat de
aluminiumdraad die ontstaat als
men met wrijvingslassen (FSW) de
spanen recycleert, bros is, snel breekt
en inconsistente eigenschappen
heeft. Deze belemmeren echter niet
het gebruik van deze draad in de
Minerva 3D printer van de Belgische
startup. Sterker nog: het onderzoek
laat zien dat de hardheid zelfs hoger
is dan van het oorspronkelijke
aluminium: De microstructuur van
het materiaal suggereert anisotrope
effecten met een hogere verwachte
sterkte in de richting van de print,
maar zolang de geïntroduceerde
insluitsels de materiaalsterkte niet
verlagen tot onder de grenzen van
de treksterkte die tijdens het printen
door de tussenlaagverbinding aan
het onderdeel wordt opgelegd,
kunnen onderdelen als gelijkwaardig
worden beschouwd, zo schrijven de
onderzoekers.
Milieu impact
Een levenscyclusanalyse tijdens
het onderzoek heeft aangetoond
dat de milieu-impact voor de
productie van grondstoffen voor
MMD tot een vermindering leidt van
6 kg CO2-equivalent uitstoot per
kg aluminiumspanen die tot draad
verwerkt wordt.
42 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Opiliones 3D en Demcon
lanceren deze zomer
cost effective 3D metaalprinten
Opiliones 3D gaat samen
met onder andere Demcon
Metal Injection Molding
komende maanden de cost
effective metaalprinttechnologie
die het in het 3DoP
project heeft ontwikkeld,
verfijnen. Tegen de zomer
wordt de nieuwe 3D printer
gelanceerd, met het Enschedese
bedrijf als een van de
launching customers.
“We hebben nog een half jaar
nodig om de machine proces
zekerder te maken én de grenzen
te verkennen van welke
geometrieën we kunnen sinteren.
Dan hebben we een cost
effective 3D metaalprinter
met repeteerbare kwaliteit”,
zegt Peter Sluiter, Co-founder
en directeur van 3D printerfabrikant
Opiliones 3D.
MIM-poeder
Er wordt geprint met MIM-granulaat
(Metal Injection
Molding), pellets waarin 80%
metaalpoeder zit dat bij
elkaar wordt gehouden door
een kunststof bindmiddel. Dit
materiaal is goedkoop en in
veel legeringen beschikbaar.
Tijdens het sinteren bij Demcon
wordt het metaal verdicht
tot 99,8%. Opiliones heeft in
het 3DoP project de printer tot
een bepaald niveau gebracht,
een oplossing gevonden voor
het ondersteunen van fragiele
componenten tijdens het sinteren
én de eerste sintertesten
gedaan.
Circulair metaalprinten
Het EFRO-project waarin
de resultaten van het 3DoP
project worden verfijnd, krijgt
overigens een bredere scope,
want ook Demcon Bond3D
doet mee, net als softwareontwikkelaar
Senovi Nederland
en Unique Metal 3D Printing,
dat dentale frameprothesen
3D print. Peter Sluiter wil
namelijk de stap zetten naar
circulair metaalprinten: het
poeder dat voor Unique Metal
3D Printing ongeschikt is en
nu als afval eindigt, wordt verwerkt
tot granulaat waarmee
Opiliones 3D gaat 3D printen.
Polymer Science Park in Zwolle
neemt de validatie van het
materiaal voor haar rekening.
Royal Eikelkamp is de andere
launching customer.
Titomic haalt order binnen voor halfgeleiderindustrie
Titomic heeft een eerste order gekregen voor de productie
van onderdelen voor de semiconductor industrie.
Deze worden komende maanden geproduceerd in de
vestiging in Heerenveen.
Het gaat in eerste instantie om een zogenaamde Low Rate
Initial Production (LRIP) order van speciale componenten
voor gebruik in de halfgeleiderindustrie. Deze productieorder
volgt op de succesvolle validatie. Titomic zal de
LRIP-componenten tegen het einde van het eerste kwartaal
van 2026 leveren. De LRIP-fase is een cruciale stap in de
overgang naar volledige productie, waardoor de klant de
componenten in zijn systemen en processen kan integreren
en tegelijkertijd de prestaties in reële operationele omgevingen
kan valideren. Een succesvolle uitvoering van deze fase
zal naar verwachting de weg vrijmaken voor vervolgorders
in grotere volumes. Dit zou dan in de loop van 2026 op gang
moeten komen.
Halfgeleiderindustrie strategische groeimarkt
De halfgeleidersector is een belangrijke strategische groeimarkt
voor Titomic’s TKF-proces en markeert een belangrijke
commerciële mijlpaal voor het bedrijf, dat in september
de nieuwe vestiging in Heerenveen officieel geopend
heeft.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 43
Van AM naar Advanced
Manufacturing:
waarom Brainport
de bakens verzet
Na zes jaar focus op additive manufacturing, verschuift
Brainport Development het accent naar advanced manufacturing.
Een logische stap, die aansluit op ontwikkelingen
in de markt en in Europa. De ambities zijn hoog. Naast
een Lights On factory waarin flexibele robots samen met
mensen hoog complexe producten produceren, wil Brainport
Development verkennen of er een eigen robot OEM
kan ontstaan vanuit de kennis en kunde in het ecosysteem.
44 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Complexe producten en
NPI’s hier houden zal lastig
zijn zonder te
innoveren in productie
De drijfveren achter deze verschuiving
in het technisch ondersteuningsprogramma
van Brainport Development
zijn tweeledig. Enerzijds gaan 3D printbedrijven
een nieuwe fase in, waarin
het meer om business development
gaat dan technologieontwikkeling.
Dit speelt ook op Europees niveau.
Additive manufacturing komt niet als
zodanig terug in de plannen van de
Europese Commissie voor het nieuwe
Horizon 2028 programma. Anderzijds
vragen de hightech maakbedrijven in
de regio aandacht voor productiviteitsverbetering,
zegt Ingrid van Haaren,
programmamanager Advanced Manufacturing
bij Brainport Development.
Dit thema heeft een hoge prioriteit bij
de hightech maakbedrijven in de Brainportregio.
“Zonder de productiviteit te
verhogen, kunnen bedrijven straks niet
meer concurreren. Advanced manufacturing
technologie kan ze hierbij
helpen.” Binnen het thema advanced
manufacturing kiest Brainport Development
drie thema’s: robotica, automatisering
en AI.
Drie thema’s
Onderzoek door Brainport Development
naar vergelijkbare regio’s in het
buitenland, die vergelijkbare hightech
producten maken, toont aan dat de robotdichtheid
in de Brainportregio lager
is. Ingrid van Haaren schrijft dit toe aan
de forse groei die de toeleverketens
in de regio de afgelopen jaren hebben
doorgemaakt: “Er was geen kostendruk.
Veel toeleveranciers waren druk
met het bijbenen van de orders; er was
geen tijd om in robotica te investeren.”
Bovendien is de ROI vaak niet duidelijk,
geven bedrijven aan als reden voor
de lage adoptie. Deze groei is echter
afgelopen jaren stilgevallen; er is kostendruk
vanuit OEM’s en nagenoeg alle
first tier suppliers hebben tegenwoordig
vestigingen in Maleisië. Business
Intelligence onderzoek en gesprekken
met de laag onder de first tier suppliers
door Brainport Development leveren
nieuwe inzichten op met betrekking tot
de nieuwe koers. Bij de laag onder de
first tier suppliers is de druk wellicht
nog groter dan bij de first tier suppliers;
zij merken direct dat bepaalde productie
richting Azië verschuift. Ingrid van
Haaren: “Suppliers zeggen dat ze de
complexe producten en de NPI’s hier in
de regio willen houden, maar dat wordt
lastig wanneer we niet innoveren in
productietechnologie.”
Robotica en automatisering
In de koers voor komende jaren kijkt
het team van Brainport Development
naar robotica en automatisering in de
brede betekenis van het woord. Samen
met de koplopers van de hightech
maakindustrie in de regio is inmiddels
een traject gestart om in kaart te
brengen welke technologie al beschikbaar
is, waar de behoeften liggen en
welke technologie de regio kan gaan
ontwikkelen. Het is de bedoeling dat er
regionaal Lights On fabrieken worden
gerealiseerd waarin flexibele, multi
purpose robots in een hoog complexe
productieomgeving handelingen die
nu nog handmatig gedaan worden,
overnemen, maar waarin de mens
nog steeds een rol speelt. Brainport
Development wil verder verkennen of
er een robotica OEM in de regio kan
ontstaan. De groeivooruitzichten voor
robotica zijn groot. Tegen 2030 zou er
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 45
Met de combinatie van
digitalisering en 3D
printen stelt AddPack
verpakkingsbedrijven in
staat hun lijnen binnen
een week om te bouwen
voor een nieuw product
één robot op drie mensen beschikbaar
zijn. “Robots zijn complexe producten.
Daar zijn we hier in de regio juist goed
in”, zegt Ingrid van Haaren.
AM-Flow en Additive Center zien
nieuwe kansen
Deze koerswijziging sluit aan bij de
veranderingen die AM-bedrijven in de
regio zelf ook doorvoeren. Maarten
van Dijk, oprichter en CEO van Additive
Center, heeft vorig jaar nieuwe activiteiten
opgezet omdat hij de 3D printwereld
zag veranderen in de toekomst.
“Bedrijven investeren minder in het
verkennen van de technieken en veel
meer vanuit hun strategische roadmap,
ze willen bewijzen dat additive
manufacturing kan en hun business
meerwaarde oplevert.” Om hierop in
te spelen, heeft Additive Center het
bedrijf AddPack opgericht. Hiermee
digitaliseert het bedrijf de verpakkingsproductielijnen
voor bijvoorbeeld
beverage en cosmetica. Door deze
digitale aanpak te combineren met
3D printen, stelt AddPack bedrijven in
staat om hun productielijnen binnen
één week om te bouwen voor een
nieuw product. Ook AM-Flow ziet
voor de Quality Control module veel
interesse vanuit andere sectoren. Met
de QC-module maakt AM-Flow binnen
tien seconden een full-spherical scan
van een onderdeel en vergelijkt dit met
het CAD-model. Omdat de 8 laserscanners
het willekeurig aangevoerd
product in deze 10 seconden van alle
kanten bekijken, verzamelt men liefst
5 miljoen punten voor de datawolk in
luttele seconden. Ook data van bijvoorbeeld
kamers of gaten in het product.
De nauwkeurigheid ligt rond de 50
micron. “Wij vullen daarmee het gat
tussen de heel nauwkeurige CMM die
met tasters punt voor punt meet en de
manuele controle met de schuifmaat”,
zegt Stefan Rink, CEO van AM-Flow.
Het systeem staat inmiddels bij Oceanz
voor de 100% kwaliteitscontrole van 3D
geprinte onderdelen en een internationaal
opererende medische partij. Hier
worden titanum implantaten gecontroleerd.
“Traditioneel met tasters meten,
betekent stukken eerst opspannen.
Dat alleen al kost tijd en geld en is vaak
alleen mogelijk voor een gelimiteerd
aantal samples. Voor veel toepassingen
is onze nauwkeurigheid meer dan
voldoende.” Denk aan sectoren zoals
generieke 3D printbedrijven, medisch
implantaat producenten, maar ook
maakbedrijven in semicon, industrial,
automotive en of remanufacturing.
Als ze CNC-technologie, spuitgieten
of gieten gebruiken, kunnen ze 100%
kwaliteitscontrole invoeren tegen lage
kosten. “Door een slimme hardware
setup én AI’, benadrukt Rink.
AI in de maakomgeving
Zowel Additive Center als AM-Flow
gebruiken voor hun oplossingen AI
(Kunstmatige Intelligentie). Het team
van Maarten van Dijk gebruikt AI niet
alleen voor de digital twins van de productielijnen
waarvoor het aanpassingen
engineert. Het implementeert ook
samen met het Duitse bedrijf AMsight
en het Vlaamse precisiebedrijf Melotte
een op AI-gebaseerd model om root
cause analyses te doen om daarmee de
kwaliteitsuitdagingen van additive manufacturing
op te pakken, zodat voor
de kritische onderdelen straks geen
100% controle met CT-scans meer nodig
is. AM-Flow zet AI na de kwaliteitscontrole
ook in voor het in split second
herkennen en sorteren van onderdelen
op basis van hun vorm. AI is dan ook
niet voor niets het tweede thema
binnen het Advanced Manufacturing
programma van Brainport Development.
Chatbots en andere AI-tools raken
in het dagelijks leven steeds meer
ingeburgerd. De vraag is nu: wat kan AI
betekenen voor de productie, om slimmer,
sneller en efficiënter te werken?
Brainport Development vormt samen
met enkele andere partijen uit de regio
een consortium dat dit voorjaar wil
aanhaken bij een call van het Europese
Horizon programma waarin AI tools
voor de productie ontwikkeld gaan
worden. Ingrid van Haaren ziet hier een
crossover met het roboticaprogramma.
Innovaties die in het AI-programma
ontwikkeld gaan worden, zouden
gebruikt kunnen worden bij robotica en
automatisering. Een van de ambities is
een Lights on factory waarin autonoom
hoog complexe producten worden gemaakt
met flexibele robots samen met
vakmensen. Ingrid van Haaren gebruikt
bewust het woord Lights on. De achterban
in de Brainportregio verwacht niet
dat de heel complexe producten die in
de regio in lage volumes gemaakt worden,
volledig autonoom geproduceerd
kunnen gaan worden, zonder mensen
46 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
in de fabriek. Maar met robotisering,
automatisering en slim gebruik van
AI, kan wel de productiviteit omhoog.
En daarmee verbetert de concurrentiekracht,
precies waar de Europese
Commissie vanaf 2028 op inzet.
European Competitiveness fund
Concurrentiekracht, dat wordt namelijk
het sleutelwoord in de toekomstige
Europese programma’s, meent Wim De
Kinderen, programmadirecteur European
Affairs bij Brainport Development.
“Het Horizon Europe Program blijft,
maar er komen de middelen van het
European Competitiveness Fund bij”,
zegt hij. In tegenstelling tot het laag
TRL-niveau van de Horizon projecten
(tot TRL 6 à 7), is dit nieuwe fonds
specifiek bedoeld om technologieontwikkeling
op een hoger TRL-niveau te
ondersteunen en bedrijven te helpen
deze in de markt te zetten. Hoewel het
programma nog uitgewerkt moet worden,
noemt De Kinderen dit fonds goed
nieuws voor Brainportregio. “Met het
European Competitiveness Fund, aansluitend
op Horizon Europe, hebben we
een “full investment journey” bekomen
vanaf basisresearch tot validatie van
producten en services.”
Advanced manufacturing
Stefan Rink (AM-Flow) ziet volop
kansen om van de Brainportregio een
proeftuin voor advanced manufacturing
te maken. Tal van bouwstenen zijn
al beschikbaar in de regio, vele zelfs
op de Brainport Industries Campus.
Waar het nu om gaat, is deze bouwstenen
aan elkaar te koppelen. Hij ziet
de fabriek van de toekomst als een
processor, waarmee je meerdere technieken
aanstuurt. “Vergelijk het met de
typemachine. De chip veranderde het
toetsenbord in een universeel apparaat
dat meerdere functies kan doen.” Zo
ziet straks ook de fabriek van de toekomst
eruit. “Deze fabriek produceert
vandaag de producten die Eindhoven
morgen nodig heeft. Nu heeft de regio
meer magazijnen dan woningen; en is
China de goedkope fabriek maar nemen
we wel alle supply chain ellende
op de koop toe.” Additive manufacturing
speelt hier zeker een rol in, maar
ook spuitgieten, CNC-verspanen en
andere productietechnieken. “Laten
we hier op de BIC zo’n fabriek bouwen,
waarin een keur aan ‘verschillende’
Met de QC-module maakt AM-Flow binnen
tien seconden een full spherical
scan van een onderdeel en vergelijkt
dit met het CAD-model. Omdat de 8 laserscanners
het ad random aangevoerd
product in deze tien seconden van alle
kanten bekijken, verzamelt men liefst
5 miljoen punten voor de datawolk in
luttele seconden.
halffabricaten geproduceerd kunnen
worden”, zegt Stefan Rink. “Met elke
iteratie trekken we vervolgens meer
diverse en complexere producten door
deze universele, adaptieve fabriek.”
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 47
Microns eisen procesbeheersing
tot in detail
Röders TEC Precitemp garandeert zelfs
bij +/- 3 °C hoge nauwkeurigheid
Precisie verspanen vereist een stabiel proces: CNC-machine,
gereedschap en koelsmeermiddel moeten op
elkaar zijn afgestemd. Precies dat demonstreert Oude
Reimer op de TechniShow in een ‘werkplaats voor
precisie verspanen’ die de leverancier op de beurs
opbouwt. Hierin vindt de bezoeker de Röders RPT 600
DSH met Precitemp, de Benzinger Go Future B2 precisie
draaimachine en de nieuwe Micro 5 XL van Chiron.
48 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Oude Reimer richt
‘werkplaats voor precisie
verspanen’ in op TechniShow
Aan de hand van drie werkstukken, die live verspaand worden,
laat Röders TEC op de TechniShow de betekenis zien
van de Precitemp technologie in de RPT 600 DSH, een hoog
dynamisch 5-assig bewerkingscentrum. “Precitemp staat bij
Röders voor heel nauwkeurig frezen in een ruimte waarin gedurende
de dag de temperatuur fluctueert”, vat Bart Venhuis,
technisch adviseur machines bij Oude Reimer, het concept in
één zin samen.
Actieve koeling en airco
Röders bouwt in de RPT-serie (450, 600 en 800) actieve
koeling in het frame, zodat dit op een constante temperatuur
blijft. Ook andere kritische componenten, zoals de lineaire
geleidingen, de spindel en lagers van de rotatie-assen
worden actief gekoeld. De bewerkingsruimte wordt met
een airco gekoeld. De temperatuur van het koelwater blijft
binnen +/-0.1 Kelvin nauwkeurig. De Duitse machinebouwer
maakt met deze Precitemp technologie de (repeteer)
nauwkeurigheid van de machine minder afhankelijk van de
omgevingstemperatuur. De technologie zorgt ervoor dat het
nulpunt van de machine binnen +/- 1 µm, zelfs bij temperatuurschommelingen
in de werkplaats tot +/- 3 °C. Dit komt
boven op de nauwkeurigheid door onder andere geleidingen
te gebruiken die toleranties in het nanometerbereik kennen.
Meetrapport van de machine
Om de impact van Precitemp aan te tonen, freest Röders op
de machine drie demowerkstukken. Het eerste onderdeel
is een aluminium bracket. Hierin zitten gaten en passingsmaten
met een maattolerantie van enkele microns. Bart
Venhuis: “Na de bewerking wordt het bracket in de machine
gemeten. Hiervoor heeft Röders een speciale meetcyclus
ontwikkeld zodat zowel plaats- als vormtolerantie gemeten
kan worden alsook parallelliteit en cilindriciteit. Na de meting
wordt een meetrapport opgesteld net zoals bij een meting
op een CMM.” Om te vermijden dat een spaan of emulsie
het meetresultaat negatief beïnvloeden, voert de machine
eerst een cleaning cyclus uit. Afhankelijk van het snijmedium
wordt het werkstuk met lucht schoon geblazen of met een
speciale ontvetter gereinigd. Ook de tasterkogel wordt gereinigd.
Bij MMS blijft de tasterkogel altijd een beetje sticky;
dat voorkomt Röders met de speciale reinigingscyclus.
De meetnauwkeurigheid van de machine ligt op hetzelfde
niveau als van een meetmachine. Een van de mogelijkheden
die deze meetcyclus biedt, is na het semi-finishen geautomatiseerd
het werkstuk te meten en dan het NC-programma te
corrigeren voor de finishbewerking.
Hoogglans gehard staal
De tweede demo is het frezen van gehard staal in hoogglans
kwaliteit. Bart Venhuis: “Hoe kleiner de stappen met
de bolfrees, hoe gladder het oppervlak. We kunnen op de
Röders RPT tot Ra 10 nm frezen, dan haal je spiegelglans.”
Zover gaat Oude Reimer op de beurs niet, omdat men voor
de bezoekers de cyclustijden beperkt houdt zodat de demo’s
meerdere keren per dag kunnen draaien. Er liggen wel demowerkstukken
met een dergelijke Ra-waarde. In een derde
demo laat men de dynamica van de Röders RPT 600 zien
door in een bol groeven te frezen.
Olie of MMS
De machine van Röders is een 5-assig bewerkingscentrum,
dat eventueel ook kan coördinatenslijpen voor nog hogere
nauwkeurigheden. In dat geval wordt er altijd in olie
verspaand. Bart Venhuis adviseert dit ook als je echt op het
allerhoogste niveau gaat frezen, of als je gaat verspanen
met Minimal Menge Schmierung (MMS). “Voor de hoogste
nauwkeurigheid kies je niet voor emulsie. De faseovergang
van vloeibaar naar damp, die bij emulsies ontstaat, doet namelijk
iets met de temperatuurhuishouding in de machine.
En dat proberen we net te voorkomen met de Precitemp
technologie.” Een alternatief voor frezen met volle olie is het
frezen met MMS. Hiervoor biedt Röders twee verschillende
oplossingen aan: het Lockline systeem of de Mediumverteiler.
Bij deze laatste oplossing wordt een speciale ring
rondom de frees aangebracht waardoor het mengsel van olie
en lucht nauwkeurig op de snijzone wordt gericht.
Benzinger en Chiron
De tweede machine in deze precisie werkplaats op de
beursstand van Oude Reimer is een Benzinger Go Future B2,
Röders TEC ook op MTC
Oude Reimer demonstreert de precisie freestechnologie
van Röders TEC niet alleen op de TechniShow. Eind april
presenteert Oude Reimer de Precitemp technologie
tijdens de 2026 editie van Manufacturing Technology
Conference (MTC, eind april), het kennisdelen event van
Mikrocentrum samen met hightech OEMs als ASML en
ThermoFisher Scientific. Ook dan laat men zien dat als
je 24/7 manloos op een honderdste of een duizendste
nauwkeurig wilt frezen, het proces stabiel en in hoge mate
voorspelbaar moet zijn.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 49
een nauwkeurige draaimachine. Als
extra heeft deze machine een B-as op
de X-as, een spindel onder de turret
voor het spiegelglans draaien van een
kogel. Bart Venhuis: “Normaal zou je de
X en Z-as moeten interpoleren om een
correcte radius te krijgen. Door op de
B-as de radius in te stellen, kun je deze
gebruiken als een rotatie as. Dat werkt
veel nauwkeuriger en leidt tot minder
vormfouten.” De derde machine is de
Micro 5 XL, die Chiron vorig jaar op de
EMO Hannover gelanceerd heeft. Dit
is een hoogdynamisch 5-assig bewerkingscentrum,
dat zich onderscheidt
door de compacte bouw en zeer hoge
versnellingen. Tijdens de beurs worden
hierop een titanium horlogekast en
schakelband gefreesd.
Compleet ontzorgen
Oude Reimer vult deze drie machines
aan met de bijpassende precisie gereedschappen
van het Zwitserse Fraisa.
De fabrikant van nauwkeurige gereedschappen
heeft inmiddels directe
koppelingen van Fraisa ToolExpert naar
CAM-programma’s zoals Siemens NX,
hyperMill en Topsolid. De geometrie en
de snijparameters van de gereedschappen
worden direct ingelezen in een van
de CAM-programma’s om daarmee te
programmeren. Oude Reimer demonstreert
verder de voorinstelapparaten
van Haimer en de koelsmeeremulsie
en olie van het Zwitserse Motorex. Het
MMS systeem op de Röders RPT 600
DHS is afgevuld met olie van het Zwitserse
chemieconcern. “Als je echt heel
nauwkeurigheden gaat verspanen, is
het ontzettend belangrijk dat alle zaken
in het proces kloppen. Oude Reimer
kan alles hiervoor leveren om de klant
te ontzorgen, maar we kunnen ook
adviseren als een klant zijn eigen merk
houders en tooling wil gebruiken”, zo
verduidelijkt Venhuis het verhaal achter
deze presentatie op de beurs.
Specialiseren
Oude Reimer vertegenwoordigt het
Duitse Röders precies een jaar. Dat
is zowel bij de bestaande Röders
klanten als bij Oude Reimer klanten
goed ontvangen, merkt Bart Venhuis.
De Duitse precisiefreesmachine sluit
naadloos aan op de draaimachines van
Benzinger en de Micro 5 én de kennis
en expertise waarmee Oude Reimer
hightech verspaners ondersteunt.
Bart Venhuis merkt op dat bedrijven
in dit segment zich steeds verder
specialiseren om hun toekomst veilig
te stellen. “Dankzij deze machines
kunnen bedrijven iets doen wat niet
iedereen kan; of je nu actief bent in de
halfgeleiderindustrie, medische sector,
ruimtevaart of machinebouw, dat
maakt dan niet uit. Dit zijn de bedrijven
die blijven groeien en investeren.” Door
naast CNC-machines ook complete
processen voor precisieverspaning aan
te bieden, ondersteunt Oude Reimer
deze bedrijven bij hun specialisatie.
Je vindt de werkplaats voor precisie
verspanen op de TechniShow op de
stand van Oude Reimer,
hal 12, stand 12C10.
Scan voor meer informatie de qr-code.
Compleet tot en met
koelsmeermiddelen
en Grade 2 cleaning
Oude Reimer kan het precisie verspaningsproces nog verder
afronden met de reinigingsmachines van Karl Roll, dat
Grade 2 gecertificeerd is voor ASML. Karl Roll bouwt zowel
reinigingsmachines voor reinigen met zeep en water als
met gemodificeerde alcohol. De Duo machine van de Duitse
fabrikant kan beide oplossingen gebruiken. De laatste
schakel die Oude Reimer in het verspaningsproces invult, is
de koelsmeeremulsie. Hiervoor werkt de leverancier samen
met Motorex, dat niet alleen olie, emulsies en reinigingsproducten
levert, maar ook oplossingen om het koelsmeerbad
automatisch op niveau te houden. De CoolantLynx
controleert automatisch de concentratie van het bad en
vult bij als nodig is. Ervaringen wijzen uit dat hierdoor het
verbruik met tot 25% vermindert. Het belangrijkste voordeel
is dat men altijd met de juiste concentratie verspaant
wat bijdraagt aan een stabiel proces. De Motorex Coolant-
Lynx is ontwikkeld voor watergebaseerde koelsmeermiddelen;
de Neatbox van Motorex doet hetzelfde maar dan
voor olieën. Eén systeem kan tot twaalf bewerkingscentra
gelijktijdig voorzien van de juiste snij- of slijpolie.
50 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Uitrol umati
hapert
Smart Industry
Dat de rol van AI in de maakindustrie groter wordt, betwijfelt niemand.
Data zijn de nieuwe smeerolie in maakprocessen. Op dit vlak begint de
wereldwijde uitrol van umati, de door de VDW geïnitieerde communicatiestandaard,
te haperen, ondanks dat de acceptatie stijgt. Dataprotectie
neemt toe.
De veranderde geopolitieke omstandigheden hebben blijkbaar
ook hun uitwerking op de ontwikkeling van technische
standaarden. De VDW erkende begin dit jaar in hun jaarlijkse
persconferentie dat de wereldwijde uitrol van umati
hapert. China wil volgens VDW-directeur Markus Heering
geen productiedata delen. En ook in de VS is er zeer weinig
bereidheid hiervoor. ”Men is slechts zeer beperkt bereid om
data te delen.” En daar kun je nog anderen aan toevoegen die
om protectionistische of om andere redenen niet bereid zijn
data te delen. “Dit is de grote uitdaging als het om wereldwijd
gebruik van umati gaat. China en de VS zijn slechts twee
voorbeelden.”
Invloed op AI-mogelijkheden
De Duitse machinebouwers hebben jaren geleden het initiatief
genomen om umati te ontwikkelen als een universele
interface, om via de OPC UA standaard data uit CNC-machines
en aanverwante apparatuur makkelijker uitwisselbaar
te maken. Het probleem waar bedrijven namelijk tegenaan
lopen, is dat elke machinebouwer zijn eigen definities
hanteert. Dit betekent dat er iedere keer veel manueel werk
nodig is om machines te koppelen. Deze data-uitwisseling is
wel een eerste vereiste om met AI te gaan werken, zeker als
men modellen wil gaan trainen. Markus Heering antwoordde
desgevraagd niet meer zo optimistisch te zijn over het
delen van data met derde en vierde partijen. Of het daar tot
een breed verspreid gebruik komt, betwijfelt hij. Het zal zich
eerder beperken tot de ondernemingen die zelf de mogelijkheden
om data te gebruiken, ontwikkelen. Hij doelt hier
op de vraag of er bedrijven komen die op basis van heel veel
data van verschillende ondernemingen slimme diensten
ontwikkelen waarmee je als individueel bedrijf je efficiency
kunt verbeteren. Heering: “Voor AI zou het beter zijn als je uit
Belemmert dataprotectie
een snelle uitrol van AI in
de CNC-industrie?
een grotere basis dan je eigen onderneming kunt putten. Ik
verwacht echter dat dit op grote bezwaren zal stuiten.”
Chinese concurrentie tegenhouden
Tijdens de persconferentie kwam AI ook terug in relatie tot
de toenemende concurrentie van Chinese machinebouwers.
Dit begint de Duitse machinebouwindustrie pijn te doen,
niet alleen op de thuismarkt maar ook in de rest van de
wereld. De vraag die VDW-voorzitter Franz-Xaver Bernhard
kreeg voorgelegd, is of AI en eventueel remote services
helpen om de Chinese concurrentie af te remmen? Volgens
Franz-Xaver Bernhard moeten Duitse machinebouwers het in
Europa vooral hebben van het feit dat ze een totaalconcept
aan de klant leveren, niet alleen een machine. Dus inclusief
automatisering. Het aanbieden van AI-strategieën zal daar
ook bij gaan horen. “Hier zie ik zeker een kans om ons te
onderscheiden. Daarvoor hebben we goede adviseurs nodig,
een perfecte servicestrategie. Op dit punt hebben we nog
een voorsprong. Hoe lang die houdt, durf ik niet te zeggen.
Maar we hebben nog een voorsprong.” Hij wees vooral op het
belang van service. Deze moet beter zijn naarmate
bedrijven meer automatiseren. De VDW-voorzitter
is overtuigd dat de Duitse machinebouwers hier
nog een stap voor zijn, omdat de Chinese concurrentie
deze serviceorganisatie nog moet opbouwen.
“Dat zal hen ooit lukken, maar dan moeten
wij zorgen weer een stap verder te zijn.”
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 51
Diamant
Smart Manufacturing
Waarom draaien
Waarom en hoe:
en hoe:
méér output per
méér next gewerkt gen output uur per
gewerkt uur
Tegen 2035 zal de Nederlandse arbeidsmarkt 20% kleiner zijn,
verwacht Rabobank. Onderzoekers van ROA van Universiteit
Maastricht zeggen dat er tegen 2028 negen op de tien vacatures
ontstaan doordat medewerkers de arbeidsmarkt verlaten. Vakspecialisten
natuur en techniek, metaalarbeiders en machinemonteurs
staan bij de knelpuntberoepen. Kortom: de kans dat
metaalbedrijven de vakmensen waar ze dringend naar op zoek
zijn gaan vinden, wordt met de dag kleiner. Dan blijft er volgens
Rabobank nog slechts één knop om aan te draaien: arbeidsproductiviteit.
Draaien met diamant gereedschappen
is veertig jaar nadat Philips met de
productie van de Cd-speler deze technologie
op de kaart zette, nog steeds
een niche in de verspaning. Een niche
die de laatste jaren wel groeit, vooral
door toedoen van de optische industrie.
Innolite speelt als machinebouwer pas sinds 2008 mee
in deze markt. Christian Wenzel, samen met Rainer Klar
oprichter van Innolite, ziet het nu als een voordeel dat twee
decennia later is gestart. “Daardoor hebben we een andere
besturingsarchitectuur kunnen bouwen.” Deze architectuur
is het belangrijkste USP van de machines voor diamantdraaien.
De Innolite besturing verwerkt per seconde per as
10.000 punten en regelt met een frequentie van 100 kHz de
positie.
Mechatronisch systeem
In de fabriek van Innolite in Aken zijn in de eerste week van
2026 meerdere type machinemodellen in opbouw. De basis
van elk hiervan wordt gevormd door een fysiek van het
52 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Innolite’s
besturingsarchitectuur
opent
nieuwe
kansen
machinebed gescheiden kast met daarin alle
vermogenselektronica, pompen en dergelijke. Het mechanische
deel wordt getypeerd door de hydrostatische lagers;
een lucht gelagerde spindel; en een granieten blok, dat op
vier geveerde voeten staat. De nieuwste ontwikkeling is dat
elke voet afzonderlijk wordt aangestuurd zodat het bovenvlak
van het granieten blok altijd vlak blijft. Christian Wenzel:
“Hoe stijf graniet ook is, zo’n bed kent een torsiebeweging
van enkele nanometers. Die beweging voorkomen we
hiermee.” Dit typeert de visie op ultra nauwkeurig draaien
met diamant gereedschappen die de beide oprichters vanaf
het begin hebben. Ze zien een werktuigmachine als een mechatronisch
systeem. Mechanisch kun je ver komen als het
om micrometers gaat, maar pas de mechatronische concep-
ten brengen de nauwkeurigheid voorbij de microns tot in het
nanometerbereik. Daarvoor hebben de oprichters, Christian
Wenzel en Rainer Klar (beiden afkomstig van Fraunhofer IPT)
bij de start direct gekozen voor een andere besturingsarchitectuur
dan je doorgaans ziet bij CNC-machines. Tien van de
ruim zeventig medewerkers zijn vandaag de dag enkel met
de ontwikkeling van deze besturing bezig. “Wij gebruiken
software en besturingstechniek om de grenzen van de mechanica
te overschrijden”, aldus de co-founder van Innolite.
FPGA in plaats van industrie PC’s
De meeste machinebouwers kopen een kant en klare
CNC-besturing inclusief drives en motoren van een van de
grote fabrikanten van CNC-besturingen. Daarmee ligt direct
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 53
Staal, silicium en wolfraamcarbide
met diamant tooling
nanometer precies draaien
vast wat de machine wel kan en wat niet. Wat namelijk tussen
het gereedschap en programma aan de ene kant en de
feitelijke bewerking aan de andere kant gebeurt, is een black
box, die de besturingsfabrikanten gesloten houden. “Als je in
je programma aangeeft langs welke punten het gereedschap
moet gaan, bepaalt de black box de snelheid. Wij willen echter
geen black box programmering. In feite hebben de meeste
CNC-machines een analoge besturingstechniek terwijl die
van ons volledig digitaal is. Wij regelen de assen in plaats
van ze te sturen”, zo vat Rainer Klar het concept samen. Voor
het aansturen van elke afzonderlijke as gebruikt Innolite een
Field Programmable Gate Array (FPGA). Dit is een programmeerbare
chip die Innolite configureert om digitale logica uit
te voeren. De machinebouwer programmeert als het ware de
hardware. Deze ‘dedicated computer’, zoals Christian Wenzel
de FPGA omschrijft, is vele malen sneller dan een industrie
PC. Elke FPGA vraagt 100.000 keer per seconde (100 kHz)
aan de optische meetschaal de exacte positie en corrigeert
zowel hiervoor als aan de hand van sensorsignalen, zoals
versnellingssensoren. Alle FPGA’s communiceren onderling
via een bussysteem. De bovenliggende besturing draait op
een Beckhoff systeem, dat machinebouwers vrijheid geeft in
de keuze van programmeertalen.
Kwaliteit en productiviteit
In een gewone CNC-besturing wordt de geprogrammeerde
baan omgezet in G-code en de CNC-besturing geeft de
gereedschapsbanen als positiewaarde door aan het aandrijfsysteem.
Om de geprogrammeerde positie te bereiken,
interpoleert de besturing de drie assen. De versnelling
en de tijd zijn de complicerende factor. Daarom kijkt een
CNC-besturing een aantal blokken vooruit, de zogenaamde
look ahead functie. Doordat dit in de industrie PC gebeurt
en deze functie veel rekenkracht vergt, is het aantal blokken
dat een besturing vooruit kan kijken beperkt. 1.000 berekeningen
per seconde is al veel. Daarom is het aantal punten
in een gereedschapsbaan waar een Industrie PC mee rekent,
beperkt. Het resultaat: je beweegt langzamer en nauwkeuriger
of sneller en minder nauwkeurig. Bij ‘normaal’ frezen of
draaien is dit geen probleem; als je in het nanometer bereik
werkt wel. Innolite heeft daarom deze stap naar het offline
deel van de bewerking gehaald. Dat kan omdat men met de
FPGA online de positiecontrole met een frequentie van 100
kHz kan doen. Christian Wenzel: “We geven de machine niet
de kans om te interpoleren maar volgen heel nauwkeurig
de hele contour die de machine draait.” In feite is dit de
basis onder de kwaliteit en de productiviteit van de Akense
diamant draaimachines.
Snelheid en kwaliteit
Hierdoor zijn de mogelijkheden voor Innolite quasi onbeperkt.
Sleepfouten worden geminimaliseerd. En regeltechnisch
kan men én de snelheid én de kwaliteit optimaliseren.
Christian Wenzel spreekt liever niet over resolutie, die de facto
bij Innolite vele malen hoger ligt dan bij anderen. Innolite
rekent met 10 tot 20 keer meer instelpunten in vergelijking
met conventionele CNC-machinebesturingen. Desondanks
vindt Christian Wenzel het belangrijker naar het hele proces
te kijken. En op dit vlak biedt de eigen besturingsarchitectuur
voordelen. “Wij kennen de snelheid en de versnelling
en kunnen dus alle as-parameters vooraf berekenen. We
kunnen door onze architectuur veel beter de karakteristiek
van de machine voorspellen.” Door deze besturingsarchitectuur
heeft Innolite een volumetrisch compensatiemodel
kunnen ontwikkelen op servobasis. Innolite heeft software
ontwikkeld om de gemeten data te analyseren. Omdat de NC
code geen black box is, kan de klant van Innolite fouten in
het oppervlak of afwijkingen in de positie precies koppelen
aan de asbewegingen, ook in de tijd. “Je ziet bijvoorbeeld als
een as te veel dynamiek heeft. Dankzij het deterministisch
begrip van wat er gebeurt, hebben we het proces veel sneller
op de rit.” Bij het draaien van een concaaf oppervlak ligt het
kritische punt als het gereedschap uit de radius komt en in
een rechte lijn moet bewegen. Traditioneel is de oplossing
hiervoor de snelheid aanpassen. Dat gaat ten koste van de
productiviteit. Innolite heeft nog een twee andere knoppen
waar het aan kan draaien: het verandert de geometrie en
het proces. Christian Wenzel geeft het voorbeeld van een
matrijs voor een brillenglas van de grootste producent in de
wereld, waarin allemaal kleine vormen zijn gefreesd om in
het tijdperk van uren beeldscherm kijken de oogspieren te
trainen. Om de productiviteit hoog te houden, past Innolite
het proces aan. Wenzel: “We slaan telkens één vorm over
zodat er een veel gelijkmatigere sinus ontstaat en er geen
abrupte richtingsveranderingen ontstaan. Daarna draaien de
andere cilinders in eenzelfde sinusbeweging.”
Ook staal bewerken
Diamantdraaien leent zich heel goed voor zeer hoge oppervlaktenauwkeurigheden,
zoals bij spiegels voor in de ruimtevaart.
De beperking is echter het materiaal. Omdat je met
een monokristallijn koolstof gereedschap draait, kun je al-
54 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
leen non ferro metalen gebruiken. Zodra je dit gereedschap,
bij Innolite geslepen met een kantverronding van 50 nanometer,
in koolstof houdend staal gebruikt, is de standtijd van
het gereedschap nog slechts enkele seconden. De koolstof
deformeert razendsnel door de combinatie van druk, temperatuur
en tijd. Innolite heeft daarom een ultrasoon gereedschaphouder
ontwikkeld; de actieve gereedschaphouder
wordt over een piëzo aangestuurd. Het gereedschap wordt
in een trilling van 100 kHz gebracht terwijl het werkstuk
in de andere richting beweegt. Met de ultrasoonbeweging
neemt Innolite de factor tijd weg, waardoor de standtijd van
het gereedschap toeneemt van minder dan 5 seconden tot
meer dan 10 uur als je staal draait. In staal haalt men net als
bij aluminium een Sa waarde van 2 tot 4 nanometer; in een
nikkelfosfor materiaal draait men tot Sa 0,4 nanometer. En
ultrasoon draait Innolite Invar 36 voor ruimtevaarttoepassingen
in optische kwaliteit.
De toekomst: hybride
De andere oplossing die men kan kiezen bij Innolite voor
het hybride proces is het toevoegen van een laser. Het gaat
hier om een korte puls laser met vermogens van 20 W. De
laserstraal wordt ofwel door de gereedschaphouder geleid
of buitenom vlak voor de beitel geprojecteerd. De laserstraal
(focusdiameter 150 micrometer) verwarmt vlak voor de
snede het materiaal op tot 1000 graden C. Afhankelijk van
het te bewerken materiaal dringt deze warmte 100 tot 150
micrometer diep in het materiaal door. Het volstaat om de
structuur in dat kleine gebied te wijzigen om een ductiel
snijregime te bereiken. Dit heeft geen invloed op de algehele
vorm van het onderdeel als gevolg van thermische vervorming.
“We koelen zowel met lucht als met vloeistof, zodat
het materiaal geen tijd krijgt om te veranderen.” Met deze
hybride technologie kan Innolite heel nauwkeurig wolfraamcarbide
en silicium bewerken. Christian Wenzel ziet veel
groeipotentieel voor deze hybride technologie. Enerzijds in
defensietoepassingen, waar silicium een goedkoper alternatief
is voor Germanium, een materiaal waar China (dat 95%
van de wereldvoorraad bezit) recent een exportban op heeft
gezet. Dit wordt veel gebruikt in optieken voor infrarood
camera’s. De tweede groeimarkt wordt die van de cameralens
in smartphones. “Nu nog zijn de meeste van kunststof
gemaakt. Maar daarmee komt men aan een limiet. Om nog
betere camera’s te maken, moet men naar geperste glazen
lenzen maar daarvoor zijn veel stabielere matrijsinserts
nodig, zoals die van wolfraamcarbide.” Met het hybrideproces
kan Innolite dit materiaal heel nauwkeurig en productief
bewerken.
Voor defensietoepassingen kan men materialen als gesmolten
silica bewerken, maar ook direct Zerodur, siliciumcarbide
en saffier. De besturing van Innolite speelt ook hier
een beslissende rol bij. De machinebouwer integreert het
aansturen van de laser in de machinebesturing zodat de
tijdsduur en de impulsduur gekoppeld kunnen worden aan
de snelheid van het gereedschap doordat men de factor tijd
mee kan programmeren. Christian Wenzel: “De laser zit als
een virtuele as in onze besturing en kan volledig geprogrammeerd
worden. De energie-inbreng wordt bepaald door de
snelheid waarmee het gereedschap draait. Dit wordt echt
een nieuw hoofdstuk voor ons.”
Kwaliteitscontrole in het proces
De FPGA’s die Innolite gebruikt om de assen aan te sturen,
kunnen gevoed worden met data van uiteenlopende sensoren,
bijvoorbeeld afstandsmeting, fotodiode, geluids- en
versnellingssensoren et cetera. In een gewone CNC-machine
kan men de data van bijvoorbeeld een microfoon niet
direct koppelen aan de positie op het werkstuk. Innolite
kan dit wel dankzij de unieke architectuur. Het plaatst deze
signalen op een 3D kaart van het werkstuk. Door deze kaart
over het 3D model heen te leggen, ziet men direct waar
eventuele fouten zitten of kan men hiermee aantonen dat
het werkstuk overal binnen de specificaties is bewerkt.
Behalve dat het veel gemakkelijker wordt om te corrigeren
voor fouten, heeft men zo een in de machine geïntegreerde
kwaliteitscontrole.
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 55
Meer ruimte om
kennis te delen op
Hannover Messe
De toekomstige operator en
andere AI-gebaseerde innovaties op
Hannover Messe
De volgende generatie robots opereren niet langer
regelgebaseerd, maar zijn in staat om te gaan met
onzekerheden. Ze kunnen beslissen op basis van een
complexe set van regels. In de praktijk betekent dit
dat de robot niet langer geprogrammeerd hoeft te
worden. AI gaat dit allemaal veranderen, zo zal het
Europees onderzoekconsortium AI Matters op de
Hannover Messe 2026 demonstreren. Daarmee komt
automatisering in de High Mix Low Volume productie
een nieuwe fase in.
56 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Ibrahim Öz, engineer bij Affix engineering, schetste tijdens
de Hannover Messe Preview Benelux hoe de operator of the
future eruit ziet. Affix engineering werkt in de Factory of the
Future op de BIC aan dit plan, binnen het AI Matters consortium.
Het eerste prototype van deze nieuwe ‘operator’ moet
eind dit jaar in een pilot fabriek werken. Het concept draait
om AI. Kunstmatige Intelligentie maakt het programmeren
van elke individuele robottaak overbodig. In plaats daarvan
komen er modulaire, skill-based robots, die je met herbruikbare
bouwstenen snel en eenvoudig geschikt maakt voor
nieuwe taken, waarbij geavanceerde 3D Vision en AI de robot
de omgeving laten herkennen, de onderdelen, de machines.
En, zoals Ibrahim Öz aangaf, de robot wordt adaptief en past
zich aan de context aan. Stappen die noodzakelijk zijn om
komende jaren concurrerend te blijven in de High Mix Low
Volume productie, als het aantal medewerkers afneemt.
Vlaams-Nederlands
Dit is een voorbeeld hoe in de Benelux gewerkt wordt aan
de volgende generatie automatisering en digitalisering, met
als rode draad AI. Precies de focus van het nieuwe concept
waarmee de Hannover Messe dit jaar uitpakt. En dat sluit
aan bij de kracht van het Vlaams-Nederlands ecosysteem
als het om hightech innovatie gaat, meent Piet Demunter,
CEO van Flanders Investment &Trade (FIT). “Automatisering,
robotica, AI, het centrale thema van de Hannover Messe van
dit jaar, zijn niet alleen modewoorden. Het zijn hulpmiddelen
om de productiviteit, veerkracht en duurzaamheid te
vergroten. En hier hebben we een unieke kans. Geavanceerde
productie, slimme automatisering, verbonden productiesystemen
en industriële technologieën zijn gebieden waarop
onze regio al uitblinkt”, aldus de CEO van FIT. Vlaanderen is
een van de regio’s waar 3,6% van het BBP jaarlijks geïnvesteerd
wordt in R&D, een van de hoogste percentages ter wereld.
De Vlaamse regering wil dit tegen 2029 verhogen naar
5%. “En wat ons ecosysteem echt kenmerkt, is hoe innovatie
verankerd is in onze sector”, zegt Demunter, verwijzend naar
Flanders Make als de schakel tussen de onderzoekswereld
en de maakindustrie. Hij ziet kansen om in Vlaanderen en
Nederland meer samen te werken op het vlak van innovatie
voor de maakindustrie. Daarmee kan de regio de kritische
massa creëren die Europa nodig heeft om concurrerend te
blijven. Piet Demunter: “Echte impact ontstaat wanneer
start-ups, bedrijven en onderzoekscentra samenwerken,
wanneer innovatie zowel bottom-up als top-down verloopt.
En dit is waar regio’s als Brainport en Vlaanderen een
gemeenschappelijke kracht delen: industriële uitdagingen
omzetten in kansen en opkomende technologieën in schaalbare
oplossingen.”
Defensie
Zowel de Vlaamse als de Nederlandse hightech industrie
presenteren zich dit jaar op de Hannover Messe (FIT staat
in hal 17). Holland Hightech vind je in april in hal 13 van de
beurs, die dit jaar 13 hallen beslaat. Peter Stolk, voorzitter
Pleidooi FIT CEO voor
meer samenwerking
Vlaamse en
Nederlandse innovatie
ecosystemen
Holland High Tech: “We zullen dit jaar terugkomen met een
sterkere aanwezigheid dan vorig jaar, wat het belang van het
evenement voor het Nederlandse ecosysteem alleen maar
onderstreept.” Focuspunten zijn halfgeleiders, hightechsystemen
en -apparatuur, maar ook fotonica en verpakkingen,
een nieuwkomer die erg belangrijk is voor toekomstige oplossingen.
Holland High Tech richt zich op digitale oplossingen,
niet alleen vanuit het perspectief van slimme industrie,
maar ook vanuit veilig gegevensverkeer en cyberbeveiliging.
Verder is er aandacht voor chemie, duurzaamheid, waterstof,
maar ook op het gebruik van materialen of de toepassing
van materialen voor defensietoepassingen. “En last but
not least, ja, we zullen ons ook richten op de basis die we
hebben voor dual use voor veilige oplossingen om onze
autonomie en defensiepositie te versterken.” Dit laatste sluit
weer aan op de nieuwe Defense Production Area op de Hannover
Messe 2026. Dit onderdeel wordt georganiseerd samen
met DSEI Germany, de nieuwe beurs voor de defensie-industrie
die in 2027 start. De area op de Hannover Messe moet
uitgroeien tot een platform voor innovatieve productietechnologie
voor defensie toepassingen. “Exposanten tonen hier
hoe moderne technieken de uitdaging in Europa om snel
capaciteit op te schalen oppakt”, aldus Arno Reich, senior VP
van Deutsche Messe.
Nieuwe opzet
De Hannover Messe past zich dit jaar aan de veranderde omstandigheden
aan. Er is een nieuwe structuur, de halindeling
is nieuw en er zijn op de beurs veel meer netwerkkansen dan
tot nog toe. Met meer dan 3000 exposanten blijft de Hannover
Messe het platform voor een dialoog tussen wetenschap,
industrie en politiek, gebaseerd op innovaties en werkende
oplossingen voor de industrie. Meer dan voorheen gaat de
beurs aandacht besteden aan de kennisuitwisseling tussen
deze drie partijen. Dat gebeurt door voor het nieuwe Center
Stage topsprekers uit industrie, wetenschap en politiek
uit te nodigen. Zo hebben onder meer Cedrik Neike, CEO
Siemens Digital, Armin Papperger, CEO van Rheinmetall en
Amy Webb, futoroloog en CEO van Future Today Insitute hun
komst toegezegd. Nieuw is het Solutions Lab in de verschillende
specifieke areas op de beurs. Hier worden workshops,
masterclasses, speed dating, rondetafel discussies en andere
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 57
V.l.n.r. Piet Demunter (FIT), Peter Stolk (Holland High Tech) en Arno Reich (Deutsche Messe).
activiteiten georganiseerd om bezoekers nog meer kansen
te bieden kennis te delen. De nieuwe halindeling maakt de
beurs niet alleen beter toegankelijk voor de bezoeker, maar
zorgt er ook voor dat bijvoorbeeld automation en digitalisering
dichter bij elkaar staan om de convergentie tussen harden
software te tonen. “Automation en digitalisering blijven
de kern van de Hannover Messe”, aldus Arno Reich. AI loopt
daar als een rode draad door heen. “In de digitaliseringshallen
tonen de exposanten hoe data en AI de productiviteit
en de efficiency in de productie verbeteren. Daarbij vormen
data het fundament en AI de motor.”
Humanoïde robot die scant
Terug naar de Benelux. Peter Stolk (Holland High Tech)
benadrukt dat digitalisering een belangrijke hoeksteen is.
Hij verwijst daarvoor naar de eind januari gepresenteerde
actieagenda’s om de twee jaar oude Nederlandse Nationale
Technologie Strategie te gaan verwezenlijken. “In de Nederlandse
internationale technologiestrategie nemen AI-data
en cyberbeveiliging een prominente plaats in als twee van
de belangrijkste pijlers. Slimme industriële oplossingen en
industrie 4.0 zullen zeker een belangrijk thema zijn, niet alleen
vanuit het oogpunt van digitale oplossingen, maar ook
Partnerland Brazilië
Brazilië is dit jaar partnerland van de Hannover Messe
en neemt met zo’n 300 bedrijven deel aan de beurs. Een
hiervan is de vliegtuigbouwer Embraer dat op de beurs
een heel nieuw concept voor mobiliteit lanceert. Ook
bezoeken 150 delegaties uit het Zuid-Amerikaanse land
Hannover. Brazilië is een van de weinige landen met een
handelsoverschot met China. Het land verwacht nu ook
veel van de samenwerking met Europa, zowel voor de
handel als investeringen, nu de EU het Mercosur verdrag
heeft afgesloten.
vanuit het oogpunt van robotica.” Het gaat om het verhogen
van de flexibiliteit en productiviteit. Hexagon demonstreert
precies dit op de beurs door de humanoïde robot AEON, die
het zelf ontwikkelt, autonoom werkstukken te laten scannen
met een handheldscanner. Het grote voordeel dat Hexagon
ziet is dat de humanoïde robot langere tijd dan de mens op
een consistente manier zal scannen. Met deze combinatie
kan men straks in de industrie autonoom inspectietaken en
kwaliteitscontroles uitvoeren.
Piet Demunter, CEO van FIT: “De toekomst van de industrie
behoort toe aan degenen die ecosystemen met elkaar
verbinden, niet aan degenen die silo’s beschermen. De
toekomst van de industrie wordt gebouwd door degenen die
vooruitgaan en samen optreden.”
De Hannover Messe vindt dit jaar plaats van 20-24 april. Meer
dan 3.000 exposanten nemen deel. Meer informatie vind je als
je de qr code scant.
58 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Volgende generatie
productietechnologie
beleven op MNE
De pilot verleden jaar op Machineering, waarbij verschillende
exposanten een complete productielijn demonstreerden,
krijgt eind maart in Kortrijk een vervolg:
de eerste editie van Machineering NextGen Experience
(MNE). Het centrale element van MNE zijn de Manufacturing
Hubs: gespecialiseerde demozones waar meerdere
partners samen één volledige productielijn demonstreren.
“De hub laat bezoekers de technologie voelen, proeven
en ruiken in plaats van alleen zien. Zo maken we met de
partners het verschil; we laten de bezoekers de oplossing
zien en écht ervaren”, zo vat Alexander Vanhoutte, Exhibition
manager van MNE, het concept samen.
Zien en beleven
Beursorganisator Industrial Fairs combineert in MNE de
traditionele beurs, zoals Machineering, met het netwerkevent.
Verleden jaar was er op Machineering een pilot met
een complete productielijn voor de halfgeleiderindustrie.
Dat concept wordt nu doorgetrokken naar de Manufacturing
Hubs op de MNE. Het doel is om de bezoekers de nieuwe
generatie (NextGen) productietechnologie (Machineering)
te laten zien en beleven (Experience). Ze beleven de nieuwe,
datagestuurde technologie op de hubs en vinden exposanten,
kennisaanbieders en ook subcontractors in de omringende
ontmoetingszones om te netwerken en ideeën uit te
wisselen. “Bezoekers krijgen zo een duidelijke blik op ‘de
fabriek van morgen’ en worden uitgedaagd mee te denken
en te dromen over hun eigen productie in de toekomst”, gaat
Alexander Vanhoutte verder.
Geïntegreerde oplossingen
Machineering NextGen Experience focust nadrukkelijk op het
thema smart industry waarin automatisering en digitalisering
een dominante rol spelen, maar de mens nog steeds een
wezenlijke factor is. In de Manufacturing Hubs demonstreren
leveranciers zoals DMG Mori, MEMA Machinery & Tools,
FANUC, OKUMA en Wouters Cutting & Welding samen met
hun partners volledige productielijnen. Geen standalone
machines maar geïntegreerde oplossingen die tonen hoe
automatisering, software en hardware elkaar versterken.
Bezoekers krijgen zo een realistisch inzicht in hoe productie
stap voor stap kan evolueren. Daarmee wil MNE vooral de
kleinere en middelgrote maakbedrijven laten zien welke
stappen ze nu al kunnen zetten. Hoe ze nu al efficiency kunnen
verbeteren, doorlooptijden verkorten, flexibeler produceren
om mee te bewegen op de sterk wisselende vraag van
klanten, zonder in te boeten op kwaliteit. Thema’s die in de
Manufacturing Hubs uitgewerkt worden in demolijnen, zijn
onder andere de geconnecteerde productie, data gedreven
kwaliteitscontrole, flexibele robotica en oplossingen voor de
High Mix Low Volume productie. Ook AI gestuurde planning,
productiemonitoring en predictive maintenance komen aan
bod.
Machineering NextGen Experience (MNE) vindt op 26 en 27
maart plaats in Kortrijk XPO. De eerste dag is MNE geopend
van 14-21 uur, de tweede dag van 10-16
uur. Toegang is gratis voor professionals uit
de maakindustrie. Registreren kan via mne.
networkevent.be
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 59
Moeten gereedschapmakers
China als
partner omarmen?
Toolingindustrie
Durf het maar: een symposium
over de toekomst
van de Duitse gereedschapmakers
organiseren, die
hevig onder druk staan van
China, en dan een Chinese
gereedschapmaker het
podium bieden. In Aken
gebeurde het onlangs. Om
bedrijven wakker te schudden
en te overtuigen dat
digitalisering en AI deze
sector van de maakindustrie
kan helpen om concurrerender
te worden.
Andreas Hill, directeur Deke Precision
Molding Germany, haalt aan het
einde van zijn presentatie op het
Werkzeugbau Kolloquium van de
RWTH Aachen de Chinese klassiekers
erbij. “Een Chinese generaal
heeft ooit gezegd om de slag te
winnen moet je de tegenstander
kennen”, zegt hij. De voormalige
Duitse gereedschapmakerij is
tegenwoordig onderdeel van het
Chinese NingBo Deke Precision
Molding Co.. Voor klanten wereldwijd
worden in China de stempels
en matrijzen gemaakt. Hill kent
de Chinese sector als geen ander.
En op de vraag die hij eerder aan
60 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
Pleidooi op WBA symposium
voor verschuiving
richting service als
businessmodel
de deelnemers van het Kolloquium stelde:
is China een partner, een concurrent of een
markt, antwoordt hij: alle drie kan. Als China
een markt voor je is, zul je je in een niche
moeten begeven, de echte high end gereedschappen
die ze zelf nog niet kunnen maken.
Maar zo waarschuwt hij meteen: deze
voorsprong van Europese bedrijven slinkt,
tegen 2030 wil China ook de meest complexe
matrijzen zelf produceren. “Met in-molding
lopen ze nog vijf tot tien jaar achter, maar ze
gaan wel die kant op”, aldus Hill. Is China een
concurrent, dan heb je het moeilijk; de overcapaciteit
in de Chinese sector groeit en er
zal meer export komen. “En met standaard
gereedschappen kom je niet meer ver.”
China niet onderschatten
Hill adviseert de West-Europese bedrijven
verder te kijken dan de hoed en de rand en
China als partner te zien. Hij weet dat dit
vooral voor de Duitse gereedschapmakers
lastig is. Velen van hen zijn trots op soms
tot 100% ‘Fertigungstiefe’; ze doen alles in
eigen huis. “Maar past dit nog in deze tijd?
De toekomst is wellicht dat je delen van een
gereedschap bij een Chinese partner inkoopt
om je kosten te drukken en dat je van
‘werkzeugbauer’ meer groeit naar ‘gereedschapsamensteller’.”
Wat je in geen geval
mag doen, vindt hij, is China onderschatten.
Het beeld dat hij van de Chinese stempelen
matrijzenmakers schetst, is dat van een
hoogwaardige industrie. CAD, CAE en CAM
zijn standaard; fabrieken in China zijn veel
verder geautomatiseerd dan in Europa;
elektronicafabrieken hebben tot wel 10.000
robots. Productiekosten liggen door de
vergaande automatisering tot wel 30% lager
dan in Europa. En het succes van de Chinese
elektrische auto werkt als een hefboom
voor de sector. De komende jaren zal China
van een importeur van gereedschappen
veranderen in een netto-exporteur. De SWOT
analyse die Hill recent heeft gemaakt, laat
zien dat verdere procesoptimalisatie door
digitalisering en Kunstmatige Intelligentie in
China hoog op de agenda staan, deels met
door de overheid gesubsidieerde programma’s.
Verder is een sterk punt de dichtheid
van de Chinese industrieclusters en een
sterke concurrentie onderling. Als risico’s
voor de Chinese sector ziet hij de handelsbelemmeringen,
de overcapaciteit en de
stijgende loonkosten. “Dat laatste vergroot
echter de koopkracht en zorgt dus weer voor
extra vraag.” Tegelijkertijd verwacht hij een
consolidatie: kleinere Chinese gereedschapmakers
zullen verdwijnen, grotere concerns
gaan meer inzetten op export. Andreas Hill
ziet het meeste in samenwerking met Chinese
stempel- en matrijzenmakers. Dual Shore
opbouwen, zo typeert hij de combinatie van
engineering in Duitsland en productie in
China. Verder zullen de bedrijven hier echt
werk moeten gaan maken van digitalisering
op de fabrieksvloer. En dan is er het advies in
te zetten op service: klanten ondersteunen
bij de ramp-up van de productie, met onderhoud
aan matrijzen, retrofit. “Daar zijn de
marges hoger dan in de pure gereedschapmakerij.
Ons streven is 15 tot 25% omzet uit
service te halen.”
Nog vijf jaar
Professor Wolfgang Boos, directeur van de
Aachener Werkzeugbau Akademie, heeft
vooraf kritiek gekregen op het podium
dat aan een Chinese onderneming wordt
geboden. Toch staat hij na afloop nog altijd
volledig achter deze beslissing. Hij schat
zelf in dat de West-Europese bedrijven nog
vijf, maximaal tien jaar voorsprong hebben
op de Chinese. Door volop gebruik te gaan
maken van AI agents kan men op korte termijn
kosten reduceren en zich voorbereiden
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 61
op een ander businessmodel, namelijk
veel meer inzetten op service. “AI
agents kunnen bijvoorbeeld 80 procent
van alle werk dat gemoeid is met sales
uitsparen. Dat is geen rocket science
maar het automatiseren van het
zoeken.” Ook in de werkvoorbereiding
kunnen deze AI agents veel werk automatiseren.
De consequentie moet dan
wel zijn dat de sector hier personele
consequenties aan verbindt. Professor
Boos: “We maken dan geen incrementele
verbetering van 2 tot 3 procent
maar echt een sprong naar voren. Hoe
sneller je deze AI agents inzet, hoe
eerder je weer in de zone komt waarin
de marges gezond zijn. Naast samenwerking
met China gaat het erom de
interne kostenstructuur opnieuw uit
te vinden, zorgen dat je een disruptief
voordeel hebt.” Want zo verwacht hij,
over vijf jaar hebben de Chinezen deze
AI agents ook volop omarmd, iets dat
Andreas Hill alleen maar kan bevestigen.
“De Chinese gereedschapmakers
staan veel meer open voor de nieuwe
manier van engineeren en werken, ze
zijn innovatiever”, zegt Hill.
Service als businessmodel
Uiteindelijk moet de Europese stempelen
matrijzenindustrie naar een service
businessmodel gaan, bepleit professor
Günther Schuh van de RWTH Aachen.
Hij vindt een marge van 1,6% (volgens
de data die de Akense universiteit jaarlijks
over de sector verzamelt) veel te
laag. In 2016 was deze marge nog 6 tot
7%. “En dat is al weinig”, aldus Schuh.
Hij noemt twee hoofdoorzaken: OEM’s
die bedrijven zo onder druk zetten om
marge in te leveren omdat ze anders de
volgende ronde niet meer mee doen.
Hij hekelt ook de rol van de banken.
“Als je overbruggingskrediet nodig
hebt om te herstructureren, krijg je dat
niet.” De branche moet opschuiven
richting dienstverlening, want met een
efficiëntere productiviteit alleen ga je
het niet redden. Günther Schuh: “Kijk
welke activiteit meerwaarde oplevert
voor de klant; het gaat niet om zoveel
mogelijk medewerkers te hebben.” Zijn
oplossing om de marge te verbeteren:
de klant centraal stellen, het portfolio
transformeren, activiteiten die niet
echt meerwaarde opleveren, zoals
zacht bewerken, outsourcen en meer
software en AI inzetten. Hij denkt
overigens dat de situatie in de Chinese
sector alarmerend is. Ze hebben middelen
om te investeren van de overheid
gekregen, nu moeten ze omzet laten
zien, ongeacht wat het kost. “Dat is
een kans”, zegt de Akense professor.
“Wat kan China beter en waar kunnen
we samenwerken? Je moet rendabel
produceren, maar dat zit niet meer in
onze hoofden.”
Virtuele CNC-besturing
Tijdens het Kolloquium Werkzeugbau
mit Zukunft van WBA presenteerde
een van de promovendi van professor
Christian Brecher van het Werkzeugmaschinen
Labor van de RWTH Aachen
zijn onderzoek naar de mogelijkheid
van een virtuele besturing van CNC-machines.
Een van de grootste voordelen
hiervan zou zijn dat je eenvoudig
CNC-machines kunt updaten. Je kunt
dan software agile ontwikkelen en
nieuwe features via updates in een klap
naar meerdere CNC-machines uitrollen.
Het tweede grote voordeel is dat je voor
de server een computer met heel grote
rekenkracht kunt nemen. Doordat de
besturing op de CNC-machine vervalt,
besparen fabrikanten veel kosten aan
hardware. En tot slot hou je geïnstalleerde
machines inzetbaar omdat je
nieuwe besturingsupdates op de server
uitvoert.
In Aken hebben ze een testopstelling gebouwd,
een server op basis van gewoon
office hardware. Deze is vervolgens
opgedeeld in vier virtuele besturingen
waarmee men is gaan testen wat de
vertraging is waarmee commando’s
worden uitgevoerd. Deze cyclustijd is
cruciaal voor een bewerkingscentrum.
Uit deze testen blijkt dat het een tot
twee milliseconden duurt voordat het
signaal bij de machine aankomt. Een
enkele keer kwam er geen antwoord.
Professor Brecher denkt op basis van
deze metingen dat de besturingsfabrikanten
in de nabije toekomst in staat
zijn om zo’n virtuele besturing te bouwen.
Hij wil dit graag gaan testen samen
met de fabrikanten. De promovendus
zelf verwacht dat zo’n virtuele besturing
het eerst inzetbaar zal worden in grote
productielijnen voor serieproductie.
Hij verwacht dat de huidige oplossing,
hardware en besturing in elke CNCmachine,
blijft bestaan.
62 SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 CNC-verspanen | Additive Manufacturing
3D printen én
spuitgieten
In 2024 stond Admatec op Formnext nog op de stand
van moederbedrijf Nano Dimension. Eind 2025 was het
AM-bedrijf, opnieuw in Nederlandse handen, met een
eigen stand op de AM-beurs in Frankfurt. En met een
nieuwe strategie, waarbij additive manufacturing en
spuitgieten van keramiek duidelijk als één propositie in
de markt worden gezet.
Michiel de Bruijcker duidelijk een rol voor zowel Admatec als
Formatec, het oorspronkelijke moederbedrijf. Sinds hij beide
bedrijven na het faillissement heeft overgenomen, zitten ze
weer op één locatie in Goirle. Hij is absoluut overtuigd van
de toekomst van keramische materialen in de industrie en de
medische sector. De combinatie van Formatec als contract
manufacturer en de 3D-printers van Admatec is de sleutel
om een deel van deze groei te kunnen invullen. De Bruijcker
ziet de combinatie van die twee bedrijven als de sterkste
troef. “Wij kunnen altijd een oplossing bieden, of het nu om
enkele tientallen of honderden keramische componenten
gaat of honderdduizend.” De productie van de 3D printers
heeft hij uitbesteed aan Axitec in Tilburg.
Niche markt
3D printen met technisch keramiek blijft een niche toepassing.
Absoluut een interessante niche, maar geen markt
waarin het om grote aantallen machines per jaar gaat. De
strategie van Admatec, gecombineerd met Formatec (de
spuitgietdivisie), is geworteld in nuchtere zekerheid en het
bedienen van specifieke markten. Voor de toekomst ligt de
focus op organische groei binnen bestaande Formatec-klanten.
“Die kansen waren er al en zonder al te veel inspanningen
kunnen we daar stappen gaan maken”, zegt Michiel de
Bruijcker. Deze groei zal wel vooral met spuitgieten te maken
hebben. Verder wil hij de jobshop met de eigen 3D printers
harder promoten. Als printservicebureau ziet hij een rol weggelegd
voor klanten in een straal van 1000 km.
Welke applicaties voor 3D printen?
Admatec richt zich op een handvol applicaties waar de
technologie ingezet kan worden voor echte productie. Deze
kansen liggen met name in vier gebieden:
Vervanging van consumables: gebruikers die nu al keramiek
als consumable inzetten en functionaliteit willen integreren
in hun systemen via 3D-printen.
Kleine, complexe producten: relatief simpele, maar kleine
en complexe producten, zoals stekkertjes. De Bruijcker
merkt op dat bij deze kleine producten de matrijzen vaak
relatief duur zijn. Er passen veel van deze producten in het
bouwvolume van de 3D printer, waardoor het omslagpunt
naar spuitgieten verder weg ligt en printen sneller een optie
wordt. Bij deze toepassingen kan men de prijs per component
laag houden.
Investment casting: hierbij worden poreuze structuren
geprint die dienen als een gietkern (core) of mal (shell). Het
keramisch materiaal is bestand tegen de thermoshock van
het gietproces en is naderhand afbreekbaar. De technologie
biedt efficiëntiewinst door het maken van onderdelen met
een hogere performance doordat men features meeprint die
niet anders gemaakt kunnen worden. “Wij kennen die industrie
bijna niet meer in Nederland, maar voor deze toepassing
verkopen we in de VS wel 3D printers.”
Airfoils (turbinebladen): De holle binnenkant van een turbineblad
is zeer complex. Door de complexiteit van die holtes
te verbeteren door middel van 3D-printing, kan het blad intern
harder gekoeld worden, wat de fuel efficiency verbetert.
Kostprijs moet omlaag
Wat de pure verkoop van 3D printers betreft, is hij voorzichtig.
Hij ziet beslist kansen, zeker in de VS; maar heel groot is
de markt momenteel niet. Hij ziet deze kansen verbeteren
als Admatec erin slaagt om de kostprijs van de 3D printers
omlaag te brengen, wat deels samenhangt met de aantallen
die men jaarlijks moet produceren. Deze uitdaging wil
hij in 2026 oppakken. Wat de techniek betreft, wil Michiel
de Bruijcker graag een 3D printer die de operator minder
kansen biedt om zelf de instellingen te wijzigen. “Een printer
met minder knoppen; liefst een printer met alleen een stop
en play knop. Zodat als je product gevalideerd is, je naar een
soort operatorniveau kunt gaan, om het repeterbaar te doen.
Dat zijn wel de richtingen die we op moeten gaan.”
3D Printen | Smart Industry SOLUTIONS MAGAZINE Voorjaar 2026 63