VVP SPECIAL Duurzaam Adviseren e-zine BW
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
80 JAAR HÉT PLATFORM VOOR DE FINANCIEEL ADVISEUR
VVPRUIM
JAARGANG 83 • EXTRA EDITIE • MAART 2026
Special Duurzaam Adviseren
COLOFON
VVP, KENNIS- EN INSPIRATIEMAGAZINE
VOOR FINANCIEEL ADVISEURS
Uitgave van VVP Nederland
83e jaargang
nhoud
UITGEVER EN HOOFDREDACTEUR
Willem Vreeswijk 06-10630149,
willem@vvponline.nl
(EIND)REDACTEUR
Toon Berendsen 06-12907930,
toon@vvponline.nl
PERSBERICHTEN, REACTIES, IDEEËN
vvp@vvponline.nl
REDACTIE-ADRES
Wapendragervlinder 29, 3544 DL Utrecht
SENIOR ACCOUNTMANAGER/TRAFFIC
Sara Hattink, 06 8110656
sara@vvp-online.nl
5
Rondetafel
Duurzaam Adviseren
Meer doen, minder roepen
10
Rowin du Gardijn
Verduurzamen doen
we samen
ABONNEMENTENSERVICE
abonneeservice@vvponline.nl
WEBSITE www.vvponline.nl
SPECIAL DUURZAAM ADVISEREN
Deze special verschijnt in een oplage van 5.500
exemplaren en is mede tot stand gekomen in
samenwerking met AnsvarIdéa, a.s.r., Avéro
Achmea, Florius, ING, Inpact, INSVER, Klaverblad,
Nationale-Nederlanden en Obvion.
Deze editie is tevens uitgebracht als e-zine.
NABESTELLINGEN
Sara Hattink, sara@vvp-online.nl
Advertentieplaatsingen worden uitgevoerd
overeenkomstig ‘De Regelen 2022 Stichting
ROTA’
22
Carolien Sala
Niets doen is geen optie
26
Erna Knipscheer
Onderhoud als basis van
duurzame groei
COPYRIGHT VVP Nederland, 2026
VORMGEVING/PREPRESS
Peter Beemsterboer, Beemsfoto
DRUK
Damen Drukkers, Werkendam. Deze uitgave
is gedrukt op FSC-papier
ISSN: 1388-2724
2 | VVP SPECIAL NOVEMBER 2025
56
Matthias Olthaar
Beter begrip van
de economie
72
Maria Silveira
Steek energie in energie
VOORWOORD
Waardevermeerdering
14
Sanne Geerts
Bewustwording
30
Anja Brunink
Gewoon gezond verstand
80
Alan McSmith
De kracht van natuur
Adviseurs hebben elke dag invloed op hoe risico’s worden beheerst,
afgedekt en voorkomen. Duurzaam advies is toekomstbestendig advies
en daarom cruciaal. Duurzaamheid raakt direct aan risicomanagement,
klantbelang en de continuïteit van het advieskantoor.
Extremer weer, strengere milieuwetgeving hebben directe gevolgen
voor verzekerbaarheid en premies. Denk aan waterschade, verdroging,
cyberrisico’s en aansprakelijkheid rondom ESG-kwesties. Adviseurs die duurzaamheid
begrijpen, kunnen deze nieuwe en veranderende risico’s beter duiden
en hun klanten proactief adviseren. Daarmee verschuift de rol van reactief
schade-afhandelen naar preventief risicobeheer, wat de toegevoegde waarde
van de adviseur vergroot.
Daarnaast verwachten klanten steeds vaker dat hun adviseur meedenkt
over duurzame keuzes. Ze willen weten hoe zij risico’s kunnen verkleinen
door duurzamer te ondernemen of te wonen. Een adviseur die duurzaamheid
omarmt, kan verzekeringen koppelen aan preventie en langetermijnvisie, in
plaats van alleen aan polisvoorwaarden en premie. En klanten die verduurzaming
omarmen, zien simpelweg de waarde van hun woning stijgen.
Grondige kennis over verduurzaming is ook belangrijk om klanten goed
uit te kunnen leggen waarom bepaalde risico’s wel of niet verzekerbaar zijn en
welke alternatieven er zijn.
Bovendien versterkt duurzaamheid het vertrouwen en de geloofwaardigheid
van de adviseur. Door oog te hebben voor maatschappelijke impact en
langetermijnrisico’s laat je zien dat je verder kijkt dan de korte termijn.
En oh ja, verduurzaming is ook goed voor de leefbaarheid van de aarde,
maar dit uiteraard volstrekt terzijde.
Adviseurs die blijven vinden dat duurzaam adviseren een hype is, krijgen
er toch mee te maken, simpelweg omdat de wetgever het eist. Tevens zal duurzaam
adviseren worden opgenomen in samenwerkingsovereenkomsten en zul
je roeg of laat te maken krijgen met een verplichte uniforme ESG-prestatiemeting.
Kortom, je ontkomt er niet aan.
Adviseurs die behoefte hebben aan praktische ondersteuning bij hun duurzame
adviezen kunnen terecht op insver.nl. Alleen al de Centrale Duurzaamheidsdesk
is een belangrijk hulpmiddel. Deze online tool geeft je als adviseur
direct inzicht in welke verzekeraars dekking bieden voor zakelijke verduurzamingsrisico’s
en bij welke specialist je terecht kan. Hiermee voorkom je lange
zoektochten in het versnipperde aanbod rondom duurzame risico’s.
VVP is trots op deze bewaareditie vol tips, tools, best practices en visies die wij
samen met een aantal kennispartners aanbieden aan alle financieel adviseurs
van Nederland.
Heel veel leesplezier! n
WILLEM VREESWIJK (VVP)
HOOFDREDACTEUR / willem@vvponline.nl
SPECIAL MAART 2026 VVP | 3
VVP
KENNISEVENT
Op koers
met inkomen!
– EÉN MIDDAG, HELEMAAL BIJ! –
MARKTUPDATE MET:
JANTHONY WIELINK (ENKWEST)
ANNEMIEKE POSTEMA (AOVDOKTER/RADI AOV)
JOS BESSELINK (WIJZIJNLOEK)
WOENSDAGMIDDAG
1 JULI 2026
12.00 – 19.00 (MET LICHTE LUNCH VOORAF
EN AANGEKLEDE BORREL NA AFLOOP)
AFAS THEATER, LEUSDEN
Een ticket is kosteloos voor de relaties
van de kennispartners, voor VVPabonnees
en Adfiz-leden. Andere adviseurs
betalen een eigen bijdrage van
€ 25,- excl. btw. ter tegemoetkoming
van de catering- en registratiekosten.
Een ticket voor niet-adviseurs
kost € 295,- excl. btw.
Op woensdagmiddag 1 juli 2026 organiseert VVP voor de zevende keer haar
kennisevent Inkomen. Drie specialisten schetsen actuele ontwikkelingen bij Inkomen
Collectief en AOV. Verdieping vindt plaats in de sessies die de kennispartners
van het event verzorgen.
Janthony Wielink (Enkwest) laat zien waar de advieskansen liggen in een boeiende
markt die helaas wordt overschaduwd door de aanhoudende achterstanden
bij UWV. Hoe bied je als adviseur dat extra’s waardoor werkgevers al aan de
voorkant effectief aan verzuimbeheersing kunnen doen? Uiteraard zal Janthony
ingaan op de visie van het nieuwe kabinet op de sociale zekerheid.
Annemieke Postema (AOVdokter en RADI AOV) heeft zich ontwikkeld tot BAZexpert
bij uitstek. Zij praat de deelnemers bij over de laatste ontwikkelingen.
AOV-advies is maar voor weinig kantoren echt een specialisme. Jos Besselink
(WijZijnLoek) laat met zijn persoonlijke verhaal zien waarom het wél je verantwoordelijkheid
is.
U bent na deze middag weer helemaal op de hoogte op het boeiende maar
complexe Inkomensvak!
Partner worden van dit event? Neem dan contact op met Sara Hattink:
sara@vvp-online.nl, 06-8118056.
Informatie en aanmeldingen: www.meermetinkomen.nl
RONDETAFELGESPREK
Meer doen,
minder roepen
LAAT JEZELF NIET ONTMOEDIGEN DOOR BERICHTEN OVER AFNEMENDE INTERESSE IN
ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN. JA, ZWABBEREND OVERHEIDSBELEID HEEFT INVLOED
EN CONSUMENTEN ZIJN KRITISCHER, ZEGGEN TAFELGASTEN KARIN BOS (VOORZITTER DIVISIE
SCHADE & INKOMEN AVÉRO ACHMEA), SHARON VAN HEREL (CEO KLAVERBLAD VERZEKERINGEN)
EN MIJNTJE VAN PARIDON (MANAGER PRODUCT- EN PORTEFEUILLEMANAGEMENT ANSVARIDÉA/
TURIEN & CO.). IN DE PRAKTIJK ZIEN ZE ECHTER DUURZAME ONTWIKKELINGEN ALLEEN MAAR
TOENEMEN. “ONDERNEMERS EN PARTICULIEREN WACHTEN NIET OP DE OVERHEID.”
TEKST MARTIN NEYT
Het aantal aanvragen voor woningverbetering
loopt terug, meldt De Hypotheker
in haar Hypotheek Index over het laatste
kwartaal van 2025. De cijfers zijn afgezet
tegen de eerste drie kwartalen van dat jaar,
een periode waarin woningeigenaren bovenmatig investeerden
in duurzame maatregelen. Het gaat dan ook
om een stabilisatie, niet zozeer een daling. De groep
55-plussers laat nog altijd een stijging van acht procent
zien in het laatste kwartaal van vorig jaar.
Een soortgelijke conclusie valt te trekken uit een artikel
dat het AD eind 2025 onder de kop ‘minder Nederlanders
omarmen vegan en stekkerauto’ publiceerde.
Wie verder leest, ziet dat het aantal mensen
dat minder vlees eet nog altijd toeneemt, maar dat
het volledig afzweren van dierlijke producten tot stilstand
komt. Elektrisch rijden groeit zelfs, van drie
procent in 2023 naar zes procent in 2025, blijkt uit
onderzoek van Milieu Centraal. De groep Nederlanders
die open staat voor elektrisch rijden is desge-
SPECIAL MAART 2026 VVP | 5
DUURZAAM ADVISEREN
niet meer gebruiken, de dialoog gaat over continuïteit
van bedrijven en bestaanszekerheid van consumenten.”
Sinds haar overstap naar Klaverblad in 2024, heeft
ze naar eigen zeggen meer vrijheid om thema’s als CO2-
emissie, besparing van grondstoffen, sociale gelijkheid
en biodiversiteit voortvarend op te pakken. “Klaverblad
heeft geen aandeelhouders, die je terug kunnen fluiten,
dus we kunnen sneller slagen maken. We zijn de benchmarks
al voorbijgesneld. Als het om beleggingen gaat,
hebben we afscheid genomen van alle – mogelijk –
schadelijke onderdelen. Biodiversiteit is iets lastiger in
beeld te brengen voor onze sector. We werken zelf aan
vergroening van onze locatie en sponsoren verschillende
projecten, zowel op sociaal gebied als ter bevordering
van natuurherstel.”
Karin Bos: ‘Menselijk contact
blijft noodzakelijk, ondersteund
door technologie.’
vraagd in de afgelopen twee jaar gedaald van 51 procent
naar 44 procent.
Ongetwijfeld helpen het geleidelijk afbouwen van
subsidies voor elektrische auto’s en het beëindigen van
de salderingsregeling voor zonnepanelen per 2027 niet
bij het maken van duurzame keuzes, stellen de deelnemers
aan het rondetafelgesprek. Maar er is de afgelopen
jaren naar hun inzicht iets anders gebeurd. Iets dat
veel meer impact heeft.
CONTINUÏTEIT EN BESTAANSZEKERHEID
“Vijf jaar geleden werd er heel anders gesproken over
duurzaamheid”, zo kijkt Sharon van Herel op een rondetafelgesprek
van destijds terug. “Diversiteit op de
werkvloer werd vanuit de krappe arbeidsmarkt ingestoken
en een deelnemer meldde dat zijn klanten niet
met duurzame maatregelen bezig zijn. Dat is nu compleet
anders. Duurzaamheid is ingebed in ons denken
en doen. Eigenlijk moeten we het woord duurzaamheid
COMPLEXITEIT-MOE
Mensen zijn niet duurzaamheidsmoe, zoals de koppen
van de nieuwsberichten doen vermoeden, maar complexiteit-moe,
reageert Karin Bos. “Veranderende en
onduidelijke regels maken het lastig, maar veel mensen
hebben inmiddels een intrinsieke motivatie om duurzaam
te verbeteren. Ondernemers en particulieren focussen
zich niet op regelgeving, ze zijn bezig met zekerheid.
Misschien zijn grote bedrijven en multinationals
momenteel minder vocaal over duurzaamheid, maar
achter de schermen gaat alles door. Meer doen, minder
roepen, ik vind het een prima ontwikkeling.”
Binnen haar eigen organisatie wordt zeker geen gas
teruggenomen, benadrukt Bos. De duurzaamheidsdoelstellingen
zijn onlangs herijkt en aangescherpt.
“Onze strategie voor de lange termijn rust op drie pijlers:
klimaat en natuur, gezondheid en sociaal welzijn
en financiële weerbaarheid. We benaderen duurzaamheid
vanuit een breed perspectief.”
Ook AnsvarIdéa en Turien & Co. bekijken duurzaamheid
volgens Mijntje van Paridon, manager Product-
en Portefeuillemanagement bij beide organisaties,
vanuit een maatschappelijk oogpunt. “We zijn bij
productontwikkeling continu bezig met duurzaamheid
en een positief effect op de samenleving. Bijvoorbeeld
de duurzame autoverzekering die wij begin dit jaar
gaan lanceren. Dat lijkt tegenstrijdig gezien de uitstoot
van auto’s, maar ook daarin kan je duurzamere keuzes
maken. Zo bieden wij de klant de optie om te investeren
in Nederlandse veenweidegebieden bij het afsluiten
van de verzekering. Als de klant daarvoor kiest, verdubbelen
wij deze investering. Zo vergroenen we op de
plaats waar de uitstoot plaats vindt.”
BUILD BACK BETTER
Wachten op een talmende overheid is er naar ervaring
van de tafelgasten niet bij. Ondernemers blijven duur-
6 | VVP SPECIAL MAART 2026
RONDETAFELGESPREK
zame investeringen doen en kijken daarbij samen met
verzekeraars naar risico’s en verzekerbaarheid. Ook
consumenten laten zich bij de aanschaf van warmtepompen
en thuisbatterijen niet door regelgeving weerhouden.
“Consumenten zijn door de jaren heen wel
kritischer geworden”, merkt Van Paridon op. “Ze vragen
zich af hoe duurzaam bepaalde maatregelen precies
zijn. Met een boompje planten voor een hoeveelheid
getankte euro’s, kom je niet meer weg. Ik zie het als een
goede ontwikkeling dat we kritischer zijn over dit onderwerp.”
Duurzame maatregelen voor consumenten hoeven
volgens de gesprekspartners niet meteen met zevenmijlslaarzen
te worden ingevoerd. Zo is elektrificatie
van mobiliteit een mooi streven in Nederland, maar
met één van de oudste wagenparken van West-Europa
is het naar inzicht van de discussianten handig om ook
op duurzaam schadeherstel te focussen. En daar valt
nog een wereld te winnen.
“Het is helaas nog niet de norm”, zegt Bos, “maar
we doen ons best om klanten van de voordelen van
duurzaam schadeherstel te overtuigen. Uiteraard
speelt de financieel adviseur daar een grote rol in. Je
kunt voor herstel in de oorspronkelijke staat kiezen,
maar je kunt ook kijken naar een oplossing die beter is
en tegelijkertijd een positieve impact op de leefomgeving
heeft.”
Van Herel spreekt in dat verband van build back better.
“We kijken bij schadeherstel hoe we waarde kunnen
toevoegen. Is er schade aan de buitenzijde van een woning?
Wellicht kunnen we een muur repareren en tegelijkertijd
vergroenen. Meestal zitten we als verzekeraars
aan het einde van het traject, nu kunnen we al in
het begin het verschil maken.”
Het is volgens Van Paridon dan wel noodzaak om
consumenten helder te informeren over schadeherstel.
“Doe het samen met ons, met de adviseur en de verzekeraar,
dat moet de boodschap zijn. Samen maken we
het verschil.”
Sharon van Herel: ‘Duurzaam
advies is inmiddels niet anders
dan gewoon advies.’
CENTRALE DUURZAAMHEIDSDESK
Verzekeraars mogen nog wat vaker over duurzame
ontwikkelingen in de sector communiceren, vinden de
specialisten aan tafel. De sector is het niet gewend om
te vertellen wat er allemaal goed gaat, geeft Van Herel
aan. “We moeten wat dat betreft een drempel over,
maar het komt voorzichtig op gang. We delen steeds
vaker mooie voorbeelden.”
Ook in de communicatie richting financieel adviseurs
kunnen nog stappen worden gezet, maar de deelnemers
zien al sterke initiatieven ontstaan. Ze wijzen
op de recente start van de Centrale Duurzaamheidsdesk
van INSVER, een online tool die financieel adviseurs
toont welke verzekeraars dekking bieden voor
duurzame risico’s. De Duurzaamheidsdesk verzamelt
beschikbare oplossingen van verzekeraars voor bouw,
circulariteit, energie en mobiliteit. Adviseurs hoeven zo
niet meer door het uitgebreide aanbod van afzonderlijke
verzekeraars te ploegen. Bos: “Deze oplossing biedt
adviseurs concrete handvatten in het adviesgesprek
met de klant.”
TOEGANKELIJK MAKEN
Adviseurs hebben veel complexe zaken op hun bord
liggen, het is dus zaak om een veelomvattend thema
als duurzaamheid toegankelijk te maken, melden de
discussiepartners. Financieel adviseurs kunnen klanten
vervolgens heel specifiek laten zien wat er mogelijk
en nodig is. Zakelijk gezien gaat het dan onder
meer om risico’s van energiebesparende maatregelen
en elektrificatie en preventieve maatregelen tegen
brand, stormschade en wateroverlast. “Extreme regen-
SPECIAL MAART 2026 VVP | 7
DUURZAAM ADVISEREN
adviseur in te lichten over de aanschaf van een thuisbatterij
of een warmtepomp. Periodiek contact met
klanten moet volgens de tafelgasten voorkomen dat
klanten bij een calamiteit voor een vervelende verrassing
komen te staan. Een thuisbatterij moet ook standaard
worden meeverzekerd, zo klinkt het aan tafel.
AANRECHTBLADEN EN OLDTIMERS
Maak duurzaamheid aansprekend, zeggen de discussianten.
Ze kunnen zich voorstellen dat consumenten
zich afvragen of duurzaam herstel wel dezelfde kwaliteit
oplevert, maar er zijn genoeg praktische successen
te delen. Bos stipt spotrepair bij aanrechtbladen aan,
waarbij de klant door de toepassing van een verfijnde
techniek een mooi resultaat krijgt en minder rommel
in zijn huis heeft. Van Paridon wijst op een klant die
zijn oldtimer wil uitrusten met een elektromotor. “Dat
levert ook weer specifieke vragen over risico’s op.”
De adviseur heeft met alle duurzame ontwikkelingen
talloze aanknopingspunten om met de klant in gesprek
te gaan, weet Van Herel. “Maar duurzaam advies
is inmiddels niet anders dan gewoon advies. Adviseurs
ondersteunen mensen bij het maken van keuzes in een
duurzame samenleving. Die rol blijft ondanks alle AIontwikkelingen
bestaan. In complexe situaties willen
klanten er altijd een menselijke specialist bij.”
Mijntje van Paridon:
‘Alleen samen maken
we het verschil.’
val en storm nemen toe, hoe wapenen we ons daartegen?
Die vraag speelt momenteel bij talloze bedrijven”,
aldus Bos.
“Het is heel praktisch’, vult Van Paridon aan. “Een
adviseur zit bij een ondernemer aan tafel om het voortbestaan
van een bedrijf te garanderen. Als zijn bedrijfspand
afbrandt, moet dit bijna energieneutraal –
BENG – herbouwd worden volgens Nederlandse wetgeving.
De kosten daarvoor kunnen hoog oplopen, wat
kan zorgen voor onderverzekering. Daarom is het belangrijk
om duurzaamheid mee te nemen bij het bespreken
van risico’s en verzekeringsdekking. In dit geval
een verzekering die de meerkosten van duurzaam
herbouwen dekt. Adviseurs kunnen duurzaam herstel
door gerenommeerde partijen laten uitvoeren, zodat
zakelijke klanten erop kunnen vertrouwen dat er kwaliteit
wordt geleverd.”
Particuliere klanten zijn wat duurzame ingrepen
betreft grilliger, zij zien niet altijd de noodzaak om hun
WAKE-UP CALL
AI gaat naar inzicht van Van Herel wel een belangrijke
functie vervullen bij het verder verbeteren van risicomodellen.
Voorspellingen pakken daarmee volgens
haar realistischer uit, risico’s komen scherper in
beeld en prijzen kunnen navenant worden afgestemd.
Ook Bos benadrukt dat menselijk contact noodzakelijk
blijft, maar dan ondersteund door technologie. “Gedegen
data maken het adviseurs gemakkelijker om klanten
te begeleiden bij het nemen van de juiste beslissingen.”
De deelnemers aan het rondetafelgesprek zien
daarnaast voor de nabije toekomst een uitdaging in
het betaalbaar en toegankelijk houden van verzekeringen.
Uit recent onderzoek van het Verbond van Verzekeraars
blijkt dat bijna de helft van de inwoners van
Den Haag geen inboedelverzekering heeft. De onderzoeksresultaten
mogen als een wake-up call worden beschouwd.
“Het herinnert ons eraan dat we ook op sociaal
gebied nog veel werk moeten verzetten”, besluit
Van Paridon. “Klanten willen de beste oplossing voor
hun situatie, ook klanten die duurzaamheid niet per
se op het netvlies hebben staan. Alleen als we samen
blijven optrekken binnen de sector, kunnen we steeds
meer mensen bij een duurzame bedrijfsvoering en levensstijl
ondersteunen.” n
8 | VVP SPECIAL MAART 2026
DUURZAAM ADVISEREN
TOEN IK WERD GEVRAAGD VOOR HET INSVER-
BESTUUR HEB IK NIET LANG NA MOETEN DENKEN. IK
ZIT IN HET BESTUUR VAN INSVER OMDAT IK GELOOF DAT
VERDUURZAMING ALLEEN SUCCESVOL IS WANNEER
RISICO’S, DE ADVIESPRAKTIJK EN VERZEKERBAARHEID
SLIM VERBONDEN WORDEN MET ELKAAR.
Verduurzaming
doen we samen
TEKST ROWIN DU GARDIJN | BEELD INSVER
Binnen onze organisatie proberen we zoveel
mogelijk advies over verduurzaming mee te
nemen bij de klantgesprekken. Het is een
vast onderwerp op onze interne agenda om
de collega’s zoveel mogelijk kennis te geven
over dit onderwerp. Zo hebben wij een eigen
risicodeskundige in dienst om zelf risico-inspecties
uit te kunnen voeren waarbij duurzaamheid ook een
vast onderdeel is geworden. Een grote uitdaging is dat
verzekeraars nu nog verschillende voorwaarden, inspecties
en drempels hanteren.
Daarnaast werken we samen met Finesse Duurzaam
dat bedrijven begeleidt bij het verduurzamen van
de organisatie, zodat we gelijk een juiste partij hebben
die onze klanten kan ondersteunen op dit specifieke
vraagstuk.
Voor de toekomst willen we graag de volgende stappen
zetten: risico’s voorspellen in plaats van beoordelen,
schadepatronen koppelen aan duurzame technologie,
dashboards voor preventie, monitoring en verduurzamingsrendement.
INTEGRAAL ADVIESMODEL
We willen zorgen dat verduurzaming juist helpt om risico’s
te verkleinen en verzekerbaarheid te vergroten.
Zodat het de katalysator wordt voor beter, voorspelbaarder
en mensgerichter verzekeringsadvies - waarbij
techniek, preventie, verzekerbaarheid en ketensamenwerking
samenkomen in één integraal adviesmodel.
Daarnaast hebben we natuurlijk onze eigen arbodienst.
Met onze arbodienstverlening kunnen wij
werkgevers van A tot Z ontzorgen. Hierdoor krijgen
werkgevers meer grip op verzuim en wordt de duurzame
inzetbaarheid van werknemers vergroot. Wij bieden
een multidisciplinair en betrokken team van professionals
die zich inzetten voor het bevorderen van de
gezondheid en inzetbaarheid van medewerkers. Het
team bestaat uit bedrijfsartsen, casemanagers, HR-adviseurs,
vertrouwenspersonen, schadebehandelaars en
medewerkers op het gebied van preventie en re-integratie.
Hiermee bieden we maatwerkoplossingen voor
werkgevers en werknemers, met een focus op persoonlijke
begeleiding en duurzame inzetbaarheid.
PRAKTIJKTIPS
In onze eigen organisatie zetten we met name in op
duurzame inzetbaarheid van het team. De mensen zijn
ons belangrijkste kapitaal en hier zijn we erg zuinig op,
dit doen we door onder andere elke week vers fruit en
elke dag wandelen, we bieden een jaarlijkse vitaliteitsscan
aan voor onze collega’s, we hebben de fulltime
werkweek aangepast van 40 naar 36 uur zodat collega’s
om de vrijdag vrij zijn, we padellen één keer per twee
weken met het team, we investeren veel tijd in oplei-
10 | VVP SPECIAL MAART 2026
ADVIESPRAKTIJK
dingen en ontwikkeling van de collega’s, iedereen kan
gebruik maken van de leasefietsregeling.
Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in bedrijfsvoering.
Maar wie verduurzaamt, verandert óók
zijn risicoprofiel. Daarom hoort duurzaamheid structureel
thuis in elke risicoscan. In de praktijk blijkt dat
duurzame installaties en processen nieuwe risico’s introduceren
die impact hebben op verzekerbaarheid,
continuïteit en aansprakelijkheid.
Daarom is het van belang de volgende drie onderdelen
mee te nemen in je advies:
Maak duurzaamheid onderdeel van je risicoscan.
vraag actief naar zonnepanelen, laadinfra en energieopslagsystemen.
Bespreek met relaties welke investeringen
zij gaan doen op het gebied van verduurzaming.
Maak preventie bespreekbaar vóór de investeringen.
Hiermee kan een hoop ellende bespaard worden,
denk aan: afstanden, compartimentering, monitoring,
constructieberekeningen. Leg afspraken vooraf vast.
Documenteer en borg. Bewaar opleverrapporten,
NEN-/SCIOS-inspecties en preventieplannen. Dit helpt
bij acceptatie én bij schade.
BOUWSTENEN
Naast ons familiebedrijf ben ik graag bezig met maatschappelijke
thema’s. Ik vind dat we het thema duurzaamheid
niet meer kunnen wegstoppen en dat het een
belangrijk onderdeel is geworden voor ieder bedrijf, of
dit nou gaat over duurzame inzetbaarheid van collega’s
of investeringen in duurzaamheid in bijvoorbeeld
warmtepompen.
In de verzekeringsketen kunnen we nog veel beter
samenwerken met elkaar. Verduurzaming gaat alleen
lukken als we het samen doen met adviseurs, verzekeraars
en schadeherstellers. Bij INSVER kan ik helpen
om praktische hulpmiddelen te bouwen en kennis te
delen. In 2025 hebben we met het nieuwe bestuur ingezet
op interactie met adviseurs (inspiratiesessies), partnerbijeenkomsten
en tooling zoals de Centrale Duurzaamheidsdesk.
Dat zijn precies de bouwstenen die de
sector nodig heeft: overzicht, snelheid en uniformiteit.
Ik denk dat we met INSVER de potentie hebben om
dit op het gebied van duurzaamheid echt op de kaart te
gaan zetten. We moeten zorgen dat INSVER de plek is
waar die verbinding echt tot stand komt.
Ik hoop dat INSVER over vijf jaar het begrip is in
de verzekeringsbranche. We zijn het jaar 2026 goed gestart
met de livegang van de Centrale Duurzaamheidsdesk.
Dit is een mooi startschot voor de verdere ontwikkeling
van INSVER. Persoonlijk hoop ik dat over
vijf jaar alle verzekeraars maar met name alle advieskantoren
INSVER kennen en gebruik maken van onze
expertise over verduurzaming. Hiermee kunnen we de
Rowin du Gardijn.
‘Groene ambities
verankeren in preventie,
dekkingen en continuïteit
voor bedrijven’
samenwerking tussen verzekeraars en het intermediair
verder versterken op het specifieke thema duurzaamheid.
We moeten vooral niet te veel praten over groene
ambities, maar zorgen dat we het gaan verankeren in
preventie, in dekkingen en continuïteit voor bedrijven.
Kortom: minder frictie in acceptatie, minder schade
door betere preventie, en meer vertrouwen bij adviseurs
en klanten dat verduurzamen ook verzekerbaar
is. Door goede praktijkvoorbeelden en tools waarbij we
het intermediair verder kunnen ondersteunen. n
Rowin du Gardijn is directeur en eigenaar van du Gardijn,
winnaar de VVP Advies Award 2024.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 11
DUURZAAM ADVISEREN
DUURZAAMHEID IS VOOR ONS BEDRIJF GEEN LOS THEMA,
MAAR EEN ONDERWERP DAT STEEDS TERUGKOMT IN
KEUZES DIE WE MAKEN. ALS FAMILIEBEDRIJF KIJKEN WE
VAN NATURE NAAR DE LANGE TERMIJN. DAT LEIDT VRIJWEL
AUTOMATISCH TOT DUURZAME BESLISSINGEN.
Verduurzaming start
met bewustwording
TEKST SANNE GEERTS | BEELD INSVER
Duurzaamheid is voor ons bedrijf geen los
thema, maar een onderwerp dat steeds
terugkomt in keuzes die we maken. Als
familiebedrijf kijken we van nature naar
de lange termijn. Dat leidt vrijwel automatisch
tot duurzame beslissingen.
We hebben de basis op orde en proberen steeds
weer een stap te zetten. Bij de verhuizing naar ons huidige
pand in Oosterhout hebben we hier bewust aandacht
aan besteed. Het energielabel is verbeterd van
C naar A+, we hebben laadpalen geplaatst, rijden elektrisch
en hebben de tuin zo ingericht dat deze bijdraagt
aan de biodiversiteit én een prettige werkomgeving.
Dit zien we niet als eindpunt. Verduurzaming is een
continu proces. Afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld
ook bij ons pand in Tilburg een stap gezet door de volledige
verlichting te vervangen door LED. Daarnaast
gebruik ik de kennis die ik opdoe vanuit INSVER ook
voor onze eigen organisatie. Een concreet voorbeeld
daarvan is het actief onder de aandacht brengen van de
duurzaamheidsdesk.
KAPSTOK
Recent hebben we onze missie en visie aangescherpt,
waarin duurzaamheid expliciet is meegenomen. Dat
vormt voor ons de kapstok om het onderwerp verder te
integreren in de organisatie en de dienstverlening.
Samenwerking speelt daarin een belangrijke rol.
We werken bij voorkeur samen met lokale partijen die
duurzaamheid hoog in het vaandel hebben. In de afgelopen
75 jaar zijn er veel langdurige samenwerkingen
ontstaan, waardoor we niet altijd opnieuw willen/kunnen
kiezen. Duurzaamheid nemen we wél nadrukkelijk
mee bij toekomstige keuzes.
Intern besteden we ook aandacht aan vitaliteit.
We stimuleren fietsen en lopen, doen mee aan vitaliteitschallenges
en organiseren regelmatig sportieve
en laagdrempelige activiteiten. Duurzaamheid gaat
namelijk niet alleen over het milieu, maar ook over
mensen.
STANDAARD IN ADVIESGESPREK
De afgelopen jaren hebben we binnen het hypotheekadvies
belangrijke stappen gezet. Bij iedere hypotheekaanvraag
is verduurzaming van de woning standaard
onderdeel van het gesprek. Dat is tegenwoordig complex
en kostbaar - dat heb ik recent zelf ook ervaren.
Zeker bij een bestaande woning zijn er veel mogelijkheden,
maar waar doe je nu echt goed aan?
Daarom werken we samen met partijen die klanten
kunnen meenemen in de mogelijkheden en hierbij onafhankelijk
advies geven. Dat helpt echt bij het maken
van de juiste keuze.
Richting de zakelijke klant is duurzaamheid ook
een onderdeel van gesprek. Het heeft namelijk direct
invloed op de bedrijfsrisco’s. De adviseur kent de ondernemer
en weet wat er speelt binnen het bedrijf.
Door als sparringpartner op te treden, wordt de klant
12 | VVP SPECIAL MAART 2026
ADVIESPRAKTIJK
meegenomen in de nieuwe risico’s en aandachtspunten
die verduurzaming met zich meebrengt.
Waar willen we naar toe? We staan op dit moment
niet bekend als de partij die de kennis in huis heeft. Dit
kunnen we zichtbaarder maken en actiever uitdragen.
PRAKTIJKTIPS
Duurzaamheid begint bij bewustwording op de werkvloer.
Dat zit in hele kleine dingen zoals; afval scheiden,
bewuste inkoop en voorkomen van verspilling,
maar ook voldoende beweging. Daarom hebben we de
afspraak dat je geen drinken voor elkaar haalt. Die kleine
extra loopjes dragen bij aan vitaliteit. Dat geldt ook
voor overleg: als je op dezelfde locatie zit, loop je even
bij elkaar langs in plaats van te mailen of te bellen. Het
zijn kleine werkafspraken, maar ze maken een groot
verschil in de samenwerking én de gezondheid.
Vitaliteit zien we als een essentieel onderdeel van
duurzaamheid en inzetbaarheid. Dat gaat niet alleen
om fysieke gezondheid, maar ook over mentale veerkracht.
Als medewerkers hiermee worstelen, bieden actief
ondersteuning aan. Preventie staat daarbij voorop
en wordt ontzettend gewaardeerd.
Ook richting klanten begint verduurzaming met bewustwording.
Dat start al bij de voorbereiding van een
afspraak. Nog niet zo gek lang geleden, werden stukken
fysiek aangeleverd. Tegenwoordig gaat dit gelukkig
standaard digitaal. Dit scheelt veel papier. Daarnaast
maken we gebruik van de technieken die er zijn. Bij een
hypotheekaanvraag wordt gebruik gemaakt van Ockto;
dit scheelt de klant veel tijd in het opzoeken van documenten
en zorgt voor efficiëntie in het adviesproces.
Tijdens gesprekken nemen we klanten mee in het
verhaal via een beeldscherm; documentatie wordt niet
uitgeprint.
Belangrijkste tip is zoek samenwerking met andere
partijen. Zoals ik eerder al zei: verduurzaming van
een bestaande woning is complex. Welke keuzes kun je
maken en waar doe je goed aan? Is het nog passend om
zonnepanelen te plaatsen? Is een thuisbatterij rendabel?
Het zijn lastige, kostbare keuzes waar je een klant
écht bij kunt helpen.
INSVER
INSVER zet zich in om de verduurzaming van de verzekeringsbranche
te versnellen. Dat sprak me direct aan.
Die versnelling kan niemand in zijn eentje realiseren.
INSVER brengt verzekeraars, adviseurs en branchepartijen
samen. Door hier onderdeel van uit te maken, kan
ik hier een actieve bijdrage leveren en ontwikkelingen
van dichtbij volgen.
Komend jaar ligt de focus op duurzaam schadeherstel.
Daar is nog een flinke weg te gaan. Adviseurs en
Sanne Geerts.
‘Adviseurs en verzekeraars
moeten meer
samen optrekken bij
duurzaam schadeherstel’
verzekeraars moeten hierin meer samen optrekken. De
praktijk en theorie liggen nog weleens uit elkaar. Gezamenlijk
doel is om ervoor te zorgen dat duurzaam
schadeherstel over vijf jaar de norm is. Een mooie uitdaging
die de hele sector raakt. n
Sanne Geerts is Operationeel Directeur bij Geerts.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 13
DUURZAAM ADVISEREN
“DE SLOGAN ‘EEN BETER MILIEU BEGINT BIJ JEZELF’ HEEFT BIJ
MIJ WEL DE JUISTE SNAAR GERAAKT DUS IK KIJK IN EERSTE
INSTANTIE NAAR MEZELF. LEAD BY EXAMPLE DUS. EN DAN DE
GEDACHTEN LATEN GAAN OVER HOE HET ANDERS KAN, MET
BOERENVERSTAND OF IN MIJN GEVAL MET EEN OPEN VIZIER DE
ZAKEN BENADEREN”, ALDUS JARKO HAGEMANS, ADVISEUR BIJ
EN EIGENAAR VAN HAGEMANS VERZEKERINGEN UIT DE LIER.
Lead by example
SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK
Hagemans Verzekeringen is een kantoor
met een bewust bescheiden omvang
met een sterke focus op advies aan MKB
en MKB-ers op het vlak van schadeverzekeringen
en inkomensverzekeringen.
“In 1999 ben ik in de branche begonnen,
in loondienst bij een NN-captive. Na tien jaar begon de
koers van dat kantoor te ver af te wijken van het idee
dat ik had bij het bedienen van en focussen op een bepaalde
relatie dus ben ik mijn eigen onderneming gestart
en dat gaat heel goed. Wij adviseren vanuit risicomanagement
en zijn vrij om te kiezen welke relaties we
wel of niet bemiddelen en bij welke maatschappij we
zaken onderbrengen.”
‘Ook aanbieders
zouden de slogan
“Een beter milieu
begint bij jezelf”
moeten omarmen’
FIETS
Jarko werd geïnspireerd door een hovenier uit zijn
netwerk die enorm aan het mopperen was omdat hij
weken achtereen met zes man en drie voertuigen in
de file stond naar Almere om daar een grote klus op
te pakken. Enige tijd daarna zag hij hoveniers uit Almere
aan het werk in omgeving De Lier. “Daar is de
efficiëntie zoek. Dat zette mij aan het denken met als
resultaat dat ik de regio waarin ik mijn klanten bedien
enorm heb beperkt. Er zit meer dan voldoende
klantpotentieel in een cirkel van 25 kilometer rond
mijn kantoor dus heb ik dat tot mijn werkgebied gemaakt
en besloot niet met een auto naar mijn relaties
te gaan maar op de fiets. Ik sta dus bekend als de adviseur
die op de fiets langskomt. En blijkbaar inspireert
dat. Diverse ondernemers die ik adviseer zijn inmiddels
ook overgestapt op dat vervoermiddel. Natuurlijk
kan een aannemer of transporteur dit niet doen,
maar heel veel lokaal werkende dienstverleners kunnen
dat wel.”
Ook op kantoor werkt zijn vervoermiddel aanstekelijk.
“Een collega die al jaren met de auto de files
trotseert heb ik kunnen inspireren de fiets te pakken.
Voorheen kwam ze altijd met de auto en nu komt ze
toch twee à drie keer per week op de fiets.”
“De ceo van Honda zei ooit dat de mens vreemd
gedrag vertoont door gemiddeld een ton aan metaal
in te zetten om een mens van gemiddeld tientallen
kilo›s te verplaatsen. Wat zou de wereld er dan anders
uitzien...”
14 | VVP SPECIAL MAART 2026
ADVIESPRAKTIJK
Jarko Hagemans:
‘De adviseur
op de fiets.’
KEUZES
Volgens Jarko speelt de overheid nog een grote rol in
verduurzaming. “Neem de zonnepanelen die ik op mijn
woonhuis en kantoor heb laten plaatsen. Het stimuleringsbeleid
is door een aantal oorzaken omgeslagen
en dat heeft geleid tot een kentering in de markt. Van
booming business voor de zonnepanelenleveranciers
en installateurs naar een hele lastige en kleine markt.
Dit lijkt mij niet de juiste koers.”
Jarko kiest bewust voor partners die zich inzetten
voor verduurzaming. “Maar ik moet eerlijk bekennen
dat mijn klantenkring gemiddeld nog niet heel warm
loopt voor verduurzaming en dus ook niet voor duurzame
verzekeringsproducten. Het zou beter zijn als het
anders was, maar helaas is dat niet zo. Ik heb werkelijk
nog nooit een vraag van een verzekerde gekregen hoe
het duurzaamheidsbeleid is van de maatschappij waarvan
ik een product adviseer. Dus zou het goed zijn als
ook bij aanbieders de slogan ‘Een beter milieu begint
bij jezelf’ omarmd zou worden.”
“Zo willen wijzelf ook graag een goed voorbeeld geven
naar onze klanten toe, zoals de fiets en de zonnepanelen.
Verder hebben we op kantoor geen gasaansluiting,
recyclen we van alles en nog wat en maken we bewuste
keuzes voor een circulaire inrichting. Onze bureaus
en kasten zijn bewust niet nieuw maar nog heel goed
bruikbaar. De stoelen leiden ook hun tweede leven,
na opgeknapt en opnieuw bekleed te zijn. We houden
geen papieren dossiers aan en trachten daar waar mogelijk
digitaal te werken en de printer zo veel mogelijk
te ontzien.” n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 15
PARTNER IN KENNIS
ALS ASSURANTIEADVISEUR VERGEET JE IN DE WAAN VAN
DE DAG AL SNEL WAAR JE EIGENLIJK MEE BEZIG BENT. EEN
KLANTADVIES HIER, EEN RAPPORTJE SCHRIJVEN DAAR, MAILTJES
BEANTWOORDEN, EEN SCHADE REGELEN EN HUP NAAR DE
VOLGENDE AFSPRAAK. BRANDJES BLUSSEN DUS. HIERDOOR
VERGETEN WE DAT WE EIGENLIJK BEZIG ZIJN MET HET VERRICHTEN
VAN MAATSCHAPPELIJK WERK. ZONDER DAT WE HIERVOOR VEEL
ERKENNING KRIJGEN VAN DE OVERHEID. WE BEPERKEN DE
RISICO’S VAN KLANTEN EN ZORGEN ERVOOR DAT ALS ER TOCH IETS
VERVELENDS GEBEURT DE SCHADE BEPERKT BLIJFT.
Assurantieadviseurs:
de onzichtbare
maatschappelijk werkers
TEKST PAUL BURGER, ANSVARIDÉA
Wat we ook vaak vergeten,
is dat wij ons werk alleen
maar kunnen doen
dankzij onze klanten. Zij
vullen samen het potje waaruit we de
minder gelukkigen kunnen helpen als ze
in de shit zitten. Feitelijk dus een heel
sociaal vangnet of zelfs bijna een socialistisch
aandoend model dat op vrijwillige
basis is ingebed in onze vrijemarkteconomie.
Verzekeringen zijn, ik heb er nog
geen beter woord voor gevonden, de
smeerolie voor onze economie. Waarom
praten we hier niet veel meer over
met onze klanten? Waarom benoemen
we de schadegevallen die er echt toe
doen en waarmee we onze klanten geholpen
hebben niet meer in onze communicatie
naar klanten toe? Zodat ook
zij trots op zichzelf worden, blij zijn dat
zij met hun premieafdracht die pechvogels
hebben kunnen helpen! Waarom
zijn we in een situatie beland waarbij
een deel van onze klanten van ons
verwacht dat we ze alleen maar helpen
om de goedkoopste oplossing te vinden
en onvoldoende wil luisteren naar
de door ons geuite kwaliteitsaspecten?
Zou het komen doordat we vergeten
zijn om vol trots het verzekeringsprincipe
uit te dragen? En dat hij blij moet
zijn als straks blijkt dat hij al die jaren
te veel of zelfs voor niets heeft bijgedragen
omdat hij de schadeloze lucky
guy was maar hierdoor wel die ander
heeft kunnen helpen?
YES WE CAN!
Laten we trots zijn op onszelf, het verzekeringsprincipe
en dit uitdragen.
Maar laten we ons ook meer bewust
zijn van dat we moeten mee veranderen
met de tijd en dat ook wij nog meer positieve
impact kunnen en moeten maken.
Yes we can!
Make our insurance advisors even
greater! Ze doen gewoon hun ‘maatschappelijk
werk’ en hebben het daar
druk mee. Sociaal bewogen, strijdvaardig
als het nodig is en rechtvaardig. Zij
ontzorgen hun klanten en zorgen ervoor
dat de schade hersteld wordt.
Maar juist dit laatste, het herstellen
van schade, daar wringt al een tijdje de
schoen. Zelfs zo erg, dat eeltpitten en
likdoorns die ontstaan door met ditzelfde
schoeisel door te lopen dit in de
toekomst onmogelijk maken.
Herkenbaar, als ik zeg dat we zo
langzamerhand brandverzekeringen
maar beter waterschadeverzekeringen
kunnen noemen? Dat er een enorme
toename van storm- en hagelschadeschades
is? Netcongestie, stikstofslot
en ammoniakrechten, woningtekor-
16 | VVP SPECIAL MAART 2026
ANSVARIDÉA
‘Make our insurance
advisors even greater!’
ten en toch een bouwstop? Hoge inflatie
in de bouwsector en probeer nog
maar eens een aannemer of hersteller
te vinden die tijd heeft? Premieverhogingen,
jaar in jaar uit, waarvan je klanten
niet blij worden? Al deze factoren
beïnvloeden in sterke mate het schadeherstel
en veel van deze factoren zijn
het directe gevolg van klimaatverandering.
Maar ook de wijze van schadeherstel
heeft een directe invloed op de
klimaatverandering en bovendien op de
hoogte van de schadelast en dus ook
op de premieverhogingen.
INSURANCE ADVISORS 4.0
Duurzamer schadeherstel vermindert
deze vormen van negatieve impact en
is hierdoor maatschappelijk gewenst.
Maar ook jouw klant die schade heeft
kan hiervan op basis van vrijwilligheid
meeprofiteren. Bijvoorbeeld door open
te staan voor een minder milieubelastende
reparatievorm of partieel schadeherstel.
Vaak is dit ook voordeliger,
geeft het minder stof en ongemak en is
het sneller geklaard.
Het kan ook zijn dat er niet meer
gerepareerd kan worden. In dat geval is
vervangen de oplossing maar dan wel
als dit kan door een duurzamere of milieuvriendelijkere
variant en dat mag
dan ook best wat extra kosten. Maar
ook een refurbished exemplaar met
goede garantie kan uiteindelijk in het
voordeel zijn van een klant.
Kortom, duurzamer schadeherstel
kan ik veel gevallen beter zijn voor de
klant, de samenleving en het premieniveau
en gebeurt altijd op basis van vrijwilligheid.
Maar er is meer dan alleen duurzamer
schadeherstel. Preventief voorkomen
van schade maar ook het meeverzekeren
van duurzamere installaties
zoals warmtepompen, thuisbatterijen
en zonnepanelen, inclusief schade door
eigen gebrek en met een compensatievergoeding
voor productieverlies maken
deze verzekeringen duurzamer. En natuurlijk
het meeverzekeren van de gevolgen
van een positieve levensstijl zoals
deelgebruik op de inboedelverzekering
en het verrichten van vrijwilligerswerk,
zelfs als bestuurslid op de AVP.
En natuurlijk is er ook sprake van
een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid.
We willen namelijk ook
hiermee positieve impact maken en
zijn ervan overtuigd dat dit op langere
termijn risicomijdender is en waarschijnlijk
ook beter rendeert.
Are you ready Insurance Advisor
4.0? Join us! n
AnsvarIdéa is onderdeel van Turien & Co.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 17
DUURZAAM ADVISEREN
DE ENERGIETRANSITIE IS ALLANG NIET MEER TE STOPPEN.
KLIMAATVERANDERING EN DE IMPACT VAN EXTREMER WEER
DRINGT STEEDS STERKER DOOR IN SCHADECIJFERS ÉN
GEZONDHEID, BIODIVERSITEITSVERLIES WORDT EEN MAINSTREAM
FINANCIEEL RISICO, EN SOCIALE THEMA’S - VAN LEEFBAARHEID
TOT MENSENRECHTEN - WORDEN ZICHTBAARDER IN DE
BOARDROOM. DE TRANSITIE BEWEEGT CYCLISCH, MAAR DE TREND
IS ONMISKENBAAR OPWAARTS.
Duurzaamheid
is geen trend
TEKST VYLON OOMS EN DAVID BAAS, VERBOND VAN VERZEKERAARS
De internationale aandacht voor klimaat
en duurzaamheid is de afgelopen twee
jaar merkbaar afgenomen. Het thema
speelde nauwelijks een rol in de recente
verkiezingen voor de Tweede Kamer,
en grote Amerikaanse bedrijven spreken
zich, onder druk van de Amerikaanse president Donald
Trump, minder nadrukkelijk uit over ESG (Environmental,
Social en Governance). In Europa zien we
een herijking van klimaat- en CO₂-doelstellingen waarin
weerbaarheid, betaalbaarheid en energiezekerheid
zwaarder wegen. Ook mondiale geopolitieke spanningen,
de schaarste van grondstoffen en groeiende onzekerheden
in handelsketens drukken hun stempel op
het publieke debat.
‘Ondanks geopolitieke
tegenwind dendert
verduurzaming door’
Maar wie denkt dat verduurzaming daarmee vertraagt,
vergist zich.
Voor verzekeraars is duurzaamheid geen trend maar
een lange-termijn opdracht. Risico’s worden zichtbaarder,
schadepatronen voorspelbaarder én extremer, en
de noodzaak om te investeren in weerbare samenlevingen
groeit. De sector kijkt consistent vooruit: naar
2030, 2050 en verder. Terwijl politiek en publieke opinie
verschuiven, gaat de transitie van risicoanalyse naar risicobeheersing,
van mitigatie naar adaptatie, van rapporteren
naar daadwerkelijk impact maken.
Tijdens de Klimaatconferentie COP 2025 in Brazilië
is opnieuw vastgesteld dat de doelen van Parijs overeind
staan, maar zonder extra maatregelen buiten bereik
blijven. Dat is geen reden om gas terug te nemen;
het is een oproep om te versnellen. Nationale politiek
en NGO’s blijven, ondanks internationale tegenwind,
verwachten dat verzekeraars structureel bijdragen aan
de energietransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel.
DUURZAAM BELEGGEN
De duurzaamheidsopgaven waar verzekeraars mee te
maken hebben, zijn breed: wonen, voeding, biodiver-
18 | VVP SPECIAL MAART 2026
VISIE
siteit, energie, gezondheid, water en grondstoffen. Al
deze onderwerpen beïnvloeden zowel direct als indirect
de risico’s waartegen mensen, bedrijven en overheden
zich willen verzekeren. Omdat verzekeraars niet alleen
risico’s dragen, maar ook miljarden aan premiegeld beheren,
ligt hier een duidelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid
én kans.
Dat sluit aan bij wat klanten zelf verwachten. Uit
recent onderzoek van het Verbond van Verzekeraars,
uitgevoerd door Markteffect, blijkt dat 55 procent van
de Nederlanders wil dat verzekeraars investeren in woningbouw.
Zelfs wanneer dat minder financieel rendement
oplevert. Ook investeringen in gezonde voeding
en bedrijven die werken aan de energietransitie worden
breed gesteund. Daarna volgen biodiversiteit, defensieindustrie
en kernenergie. Het laat zien dat Nederlanders
verwachten dat hun premie-euro’s bijdragen aan
maatschappelijke vooruitgang.
BIODIVERSITEIT EN NATUUR
Het wereldwijde biodiversiteitsverlies - inmiddels geschat
op ruim zeventig procent - vertaalt zich steeds
duidelijker naar financiële risico’s. Minder biodiversiteit
betekent kwetsbaardere landbouw, meer wateroverlast,
hogere kosten voor plaagbestrijding en druk
op vitale ketens zoals drinkwater en voedselvoorziening.
Deze risico’s komen uiteindelijk terecht bij consumenten,
bedrijven en dus ook bij verzekeraars.
Tegelijk groeit het inzicht dat natuurherstel economische
waarde beschermt. Regio’s met gezonde ecosystemen
zijn beter bestand tegen klimaatverandering,
kennen minder schadegevoelige infrastructuur en zijn
aantrekkelijker voor bedrijven en bewoners. Daarom
wordt biodiversiteit steeds vaker een structureel onderdeel
van beleggingsbeleid.
Verzekeraars investeren in projecten die natuur versterken
of herstellen, in groene infrastructuur, in stedelijke
vergroening en in initiatieven die wateroverlast
of hittestress verminderen. Het gaat daarbij niet alleen
om idealisme, maar om het verlagen van toekomstige
schade en maatschappelijke kosten. Natuur-gebaseerde
oplossingen – zoals groene daken, stadsparken of waterbergende
wijken - verminderen de schadelast en vergroten
de leefbaarheid. Daarmee winnen klanten, de
samenleving én de natuur.
Vylon Ooms.
SOCIALE INVESTERINGSTHEMA’S
Duurzaam beleggen gaat niet alleen over klimaat en
natuur; ook sociale thema’s worden steeds belangrijker.
Verzekeraars investeren daarom nadrukkelijk in
gezondheid, leefbaarheid en eerlijke arbeidsomstandigheden.
Een gezond voedselsysteem is daarbij een
speerpunt. De voedselomgeving in Nederland is ongezond
en vormt een directe bedreiging voor volksgezondheid
en economie: het aantal fastfoodlocaties rond
scholen nam de afgelopen tien jaar fors toe en in de supermarkten
is ruim 80 procent van de producten ongezond.
Vooral kinderen en lage-inkomensgroepen zijn
kwetsbaar. Ongezonde voeding leidt tot hogere zorgkosten,
meer verzuim en lagere productiviteit. Daarom
zetten verzekeraars via dialoog, impactbeleggen en
waar nodig uitsluiting druk op bedrijven om hun aanbod
en marketing te verbeteren.
De sociale dimensie reikt verder. Verzekeraars willen
niet beleggen in bedrijven die mensenrechten
schenden of structureel negatieve impact veroorzaken
in mondiale ketens. Bedrijven die arbeidsrechten negeren
of risico’s afwentelen op kwetsbare groepen passen
niet binnen toekomstbestendig beleggingsbeleid. Investeren
in sociale stabiliteit, van gezonde voeding tot
SPECIAL MAART 2026 VVP | 19
DUURZAAM ADVISEREN
Tegelijkertijd staat Nederland voor een aanzienlijke
woningbouwopgave. Al lange tijd wordt er gebouwd
in buitendijkse en laaggelegen gebieden. Door de toenemende
klimaatrisico’s is het van groot belang dat
nieuwbouw in deze gebieden klimaatbestendig wordt
gerealiseerd.
In risicovolle locaties, zoals buitendijkse gebieden,
zijn aanvullende beschermende maatregelen noodzakelijk,
waarbij waterveiligheid en klimaatadaptatie
centraal staan. Verzekeraars nemen hierin hun verantwoordelijkheid
en zetten zich, samen met andere betrokken
partijen, actief in om oplossingen te ontwikkelen
die de gevolgen van klimaatrisico’s beperken. Door
nu het bewustzijn bij burgers en bedrijven te vergroten,
kan worden voorkomen dat Nederland in de toekomst
wordt geconfronteerd met ingrijpende maatregelen
of onbetaalbare verzekeringspremies.
Daarnaast is het essentieel dat weerschade, wanneer
die zich voordoet, snel en zorgvuldig wordt afgehandeld.
Verzekeraars vergoeden inmiddels al enkele
jaren schade als gevolg van overstromingen van kleine
rivieren en watergangen (de zogeheten secundaire
keringen). Voor schade die niet verzekerd is, zoals bij
overstromingen door grote rivieren of de zee, roept het
Verbond de overheid op om via publiek private samenwerking
te komen tot één centraal loket. Zo kunnen
toekomstige schades door de verzekeraar worden afgehandeld.
David Baas.
veilige ketens en leefbare wijken, vermindert risico’s,
beschermt economische waarde en draagt bij aan een
rechtvaardige transitie. Daarmee wordt de S van ESG
geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van hoe
verzekeraars maatschappelijke waarde creëren.
KLIMAATADAPTATIE
Duurzaam verzekeren betekent ook toekomstbestendig
verzekeren. Door klimaatverandering nemen zowel
de frequentie als de intensiteit van extreem weer toe.
In de Klimaatschademonitor worden de schadepieken
steeds hoger en ook in de rest van Europa is diezelfde
opgaande trend in schade waarneembaar. Als samenleving
moeten we ons hier beter op voorbereiden. Dat
kan onder meer door klanten gericht en tijdig te waarschuwen
voor naderend extreem weer (early warning),
door preventieve adviezen te delen en klimaatadaptief
te bouwen.
DUURZAAM SCHADEHERSTEL
Verzekeraars pakken hun rol ook bij duurzaam schadeherstel.
Zowel bij property als mobiliteit werkt het
Verbond samen met ketenpartners om van duurzaam
herstel de norm te maken, in plaats van vervangen.
Door duurzaamheid te omarmen bij het herstellen van
schade, draagt de keten bij aan een groenere toekomst.
Bij property zijn er, in samenwerking met NIVRE en
Schoonmakend Nederland, in meerdere projectgroepen
de afgelopen twee jaar pilots uitgevoerd om te onderzoeken
hoe schadeherstel - van opname tot afhandeling
- slimmer, schoner en efficiënter kan. De uitkomsten
van de pilots zijn gebundeld in een reeks praktische, inspirerende
brochures. Inmiddels liggen er vijf brochures
vol concrete inzichten, voorbeelden én heldere stappenplannen
voor organisaties die hun schadeproces
willen vergroenen. Deze mooie resultaten laten echter
ook zien dat we er nog niet zijn: er zijn nog veel kansen.
Daarom gaan we dit jaar verder met de pilots én willen
we uitbreiden naar de (groot)zakelijke markt. n
Vylon Ooms is Beleidsadviseur Klimaatadaptatie en David
Baas is Adviseur Duurzaam Beleggen bij het Verbond van
Verzekeraars.
20 | VVP SPECIAL MAART 2026
DUURZAAM ADVISEREN
MISSCHIEN VERBAAS JE JE OVER DE TITEL
VAN DIT STUK. LAAT IK JE GERUSTSTELLEN:
AAN MIJN REALITEITSZIN SCHORT HET
NIET ALS HET GAAT OM DE RISICO’S
VAN CYBERCRIMINALITEIT. HET AANTAL
INCIDENTEN NEEMT TOE, DE IMPACT GROEIT
EN ALS BRANCHE SPELEN WE DAAR STEEDS
BETER OP IN. VRIJWEL IEDERE VERZEKERAAR
HEEFT INMIDDELS CYBERVERZEKERINGEN
IN HET ASSORTIMENT, ONDERSTEUNT
BIJ PREVENTIE EN VOOR ADVISEURS
IS CYBERRISK EEN VAST ONDERDEEL
GEWORDEN VAN DE RISICOSCAN BIJ
HUN KLANTEN. NIEMAND TREKT HET
NUT EN DE NOODZAAK VAN EEN GOEDE
CYBERVERZEKERING NOG IN TWIJFEL.
DOOR CAROLIEN SALA, INSVER
Carolien Sala:
‘Risico’s verdwijnen
niet door ze
minder prioriteit
te geven.’
Toch kende de cyberverzekering een lange
aanloop. De eerste risico’s openbaarden
zich al in de vroege jaren negentig, maar
pas rond 2010 begon de verzekerbaarheid
zich serieus te ontwikkelen. Inmiddels is
cyber een volwassen product en markt.
Ook bij de overheid staat cyberrisk hoog op de agenda
en is het stevig verankerd in wet- en regelgeving zoals
de GDPR en DORA. Maar het noopt wel tot de vraag:
Waarom hanteren we bij klimaat dan andere criteria?
Want welk ‘geloof’ je ook aanhangt: net als bij cyberrisk
nemen de risico’s rond klimaatverandering en
de daarmee gepaard gaande energietransitie al decennia
onmiskenbaar toe. Ook in Nederland. Daarbij gaat
het niet alleen om directe risico’s zoals stormschade,
wateroverlast en temperatuurstijging, maar juist ook
om transitierisico’s. Denk aan waardevermindering van
woningen in polders, technologische risico’s door nieuwe
energie-installaties of een veranderend schadebeeld
door elektrische auto’s en energieopslagsystemen. De
impact hiervan neemt toe: hogere claims, druk op acceptatie-
en premiemodellen en een toenemend herverzekeringsrisico.
22 | VVP SPECIAL MAART 2026
OPINIE
Cybercriminaliteit:
Valt wel mee, toch?
OP DE AGENDA
Verzekeraars, onder aanvoering van het Verbond van
Verzekeraars, onderkennen deze impact en hebben het
onderwerp nadrukkelijk op de agenda staan. Met name
het Verbond besteedt veel aandacht aan de verschillende
facetten van duurzaamheid en doet hier samen met
branchepartners veel onderzoek naar.
De jaarlijkse Klimaatschademonitor van het Verbond
van Verzekeraars laat een duidelijke stijging zien
in de verzekerde schade door extreem weer: in 2022
bedroeg de schade aan woonhuizen en voertuigen bijvoorbeeld
meer dan 886 miljoen euro, het hoogste bedrag
sinds 2007. Eerdere publicaties van de monitor
toonden al recordschade in andere jaren, wat erop wijst
dat de amplitudes van extreem weer toenemen. Deze
stijgende trend weerspiegelt niet alleen meer schade,
maar ook een hogere frequentie van impactvolle gebeurtenissen
zoals stormen, overstromingen en extreme
neerslag.
GEHEUGEN
De risico’s die tot voor kort ‘voor later zorg’ werden
geacht, voltrekken zich steeds vaker en heviger. Juist
daarom is het zorgelijk dat duurzaamheidsbeleid op
nationaal en internationaal niveau steeds vaker ter
discussie staat of wordt afgezwakt. Waar bij cyberrisk
inmiddels breed wordt erkend dat voorkomen beter is
dan genezen, lijkt het collectieve geheugen bij klimaaten
transitierisico’s opvallend kort. Het wegzetten van
deze risico’s als ideologisch of ‘woke’ verandert niets
aan hun impact op schade, verzekerbaarheid en betaalbaarheid.
Integendeel: door nu gas terug te nemen in
beleid en samenwerking, schuiven we de rekening door
naar verzekeraars, adviseurs en uiteindelijk klanten.
Dat de klimaatproblematiek niet alleen een economische
impact heeft, blijkt uit het nieuwsbericht dat de
NOS op 24 januari van dit jaar publiceerde. De Britse
inlichtingendienst waarschuwt dat klimaatverandering,
en daarmee het instorten van cruciale ecosystemen, een
direct risico vormt voor de nationale veiligheid. Ja, je
leest het goed: het rapport komt niet van Greenpeace
of klimaatwetenschappers, maar van de Britse inlichtingendienst.
Het rapport noemt voedseltekorten, toenemende
conflicten, grotere migratiestromen en een
hogere kans op pandemieën als gevolgen van klimaatverandering.
Bovendien stelt het rapport dat het hierbij
niet gaat om gevolgen op de lange termijn, maar dat een
onherstelbaar kantelpunt mogelijk al rond 2030 wordt
bereikt. Des te opmerkelijker is het om te lezen dat de
Britse overheid het rapport aanvankelijk niet wilde publiceren
omdat zij de conclusies ‘te negatief’ vond.
NIETS DOEN IS GEEN OPTIE
In het Nederlandse politieke debat is er vaak veel aandacht
voor de economische consequenties van klimaatmaatregelen,
maar relatief weinig voor de gevolgen van
niets doen. En dat terwijl de koppeling tussen klimaatrisico’s
en verzekerbaarheid een cruciale brug vormt
tussen klimaatadaptatie en financiële stabiliteit. Het
Verbond van Verzekeraars roept expliciet op tot een
sterker, voorspelbaar klimaatbeleid en een structurele
dialoog met de overheid over risicodeling en compensatiemodellen.
Die oproep weerspiegelt een pijnpunt: klimaatrisico’s
zijn niet langer een abstract fenomeen, maar een
maatschappelijk probleem met financiële materialiteit.
Verzekeraars moeten adequaat risico’s kunnen blijven
afdekken, maar kunnen dat niet zonder robuuste
publieke infrastructuur, heldere normen voor klimaatadaptief
bouwen en collectieve afspraken over risicodeling
waar private verzekeringen tekortschieten. Risico’s
verdwijnen immers niet door ze minder prioriteit te geven,
ze wachten slechts tot niemand meer kan zeggen
dat hij ze niet heeft zien aankomen. n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 23
PARTNER IN KENNIS
IN VEEL DIRECTIEKAMERS WORDT DIGITALISERING BESPROKEN
ALS EEN STRATEGISCH THEMA. NIET ALS SIMPEL AGENDAPUNT,
MAAR ALS NOODZAKELIJKE ONTWIKKELING. TEGELIJKERTIJD ZIEN
WE DAT BESLUITVORMING VAAK WORDT UITGESTELD. ER LOPEN
(TEVEEL) ANDERE TRAJECTEN. SYSTEMEN FUNCTIONEREN NOG. DE
ORGANISATIE IS DRUK MET DE DAGELIJKSE OPERATIE. DAT UITSTEL
VOELT LOGISCH EN RATIONEEL. MAAR STEEDS VAKER BLIJKT HET
GEEN OBJECTIEVE KEUZE MEER.
In gesprek met Paul Hijmans (CPO Inpact)
en Manon Borsboom (CCO Inpact):
Digitalisering zonder
regie bestaat niet
TEKST INPACT
In gesprekken met verzekeraars, volmachten
en serviceproviders komt
namelijk een terugkerend patroon
naar voren: organisaties groeien,
maar het overzicht groeit niet mee. Integendeel.
Het IT-landschap fragmenteert
en processen worden kwetsbaarder,
zonder dat daar één duidelijke oorzaak
voor aan te wijzen is.
“Onze organisatie is gegroeid,
maar ons IT-landschap is dat ook.
En niemand overziet het geheel nog.
Dat hoor ik inmiddels wekelijks”
– Paul Hijmans
Die situatie ontstaat zelden door slecht
beleid. Integendeel. Overnames, nieuwe
proposities en aanvullende systemen
zijn vaak logische beslissingen geweest
op het moment dat ze genomen werden.
Maar bijna nooit onderdeel van
één samenhangend ontwerp. En precies
daar begint de frictie.
GROEI ZONDER SAMENHANG
De Nederlandse volmachtmarkt groeit
en consolideert in hoog tempo. Overnames
volgen elkaar snel op, steeds vaker
door internationale partijen met duidelijke
schaalambities. Iedere fusie brengt systemen,
processen en werkwijzen mee.
Zonder duidelijke architectuur verandert
een IT-landschap langzaam in iets dat
niemand bewust zo heeft ontworpen.
“Je ziet dat teams steeds meer tijd
kwijt zijn aan het verbinden van systemen.
Niet aan verbeteren, maar
aan overeind houden” – Paul Hijmans
Dat heeft gevolgen. Ontwikkelingen duren
langer. Kleine wijzigingen voelen risicovol.
En kennis concentreert zich bij
een beperkte groep mensen die precies
weet hoe alles aan elkaar hangt.
UITSTEL HEEFT INMIDDELS EEN PRIJS
Digitalisering wordt nog vaak benaderd
als een traject dat je kunt plannen zodra
er ruimte ontstaat. Eerst andere prioriteiten.
Eerst stabiliteit. Eerst afwachten
hoe de markt zich ontwikkelt.
Maar de context waarin verzekeraars
en volmachten opereren is de afgelopen
jaren fundamenteel veranderd.
Regelgeving zoals DORA vraagt
aantoonbare grip op IT-risico’s en datastromen.
Niet alleen op papier, maar
in de praktijk. Tegelijkertijd neemt de
beschikbaarheid van specialisten die
legacy-landschappen begrijpen af. Niet
omdat ze verdwijnen, maar omdat ze
steeds vaker kiezen voor omgevingen
waar ze kunnen bouwen in plaats van
repareren.
24 | VVP SPECIAL MAART 2026
INPACT
Manon Borsboom en Paul Hijmans:
‘Wachten tot het eenvoudiger wordt,
blijkt zelden een succesvolle strategie.’
“De winst zit niet alleen in snelheid.
Maar in rust. Minder uitzonderingen.
Minder afhankelijkheid van individuele
kennis” – Manon Borsboom
Ook voor productmanagers verandert
er veel. Waar productintroducties eerder
maanden konden duren door afhankelijkheden
in IT, worden wijzigingen beheersbaar
en voorspelbaar.
“Uitstel klinkt voorzichtig. Maar in
de praktijk wordt het vooral duur.
Niet direct zichtbaar, maar wel
structureel” – Manon Borsboom
Wat vandaag nog werkt, vraagt morgen
meer handmatige handelingen, meer
afstemming en meer controlemechanismen.
Dat stapelt zich op.
DE FRICTIE ZIT IN HET DAGELIJKSE WERK
De gevolgen van de fragmentatie zitten
zelden in één groot falen. Ze zitten in de
dagelijkse praktijk.
Adviseurs die klantgegevens meerdere
keren invoeren. Acceptanten die
eerst moeten bellen of mailen voordat
ze een aanvraag kunnen beoordelen.
Schadebehandelaars die tijd kwijt zijn
aan het zoeken naar dossiers in plaats
van aan afhandeling.
“Het zijn geen incidenten. Het zijn
structurele patronen” – Paul Hijmans
Die patronen zorgen voor tijdverlies,
foutgevoeligheid en frustratie. Niet alleen
bij medewerkers, maar ook bij
klanten die steeds minder begrip hebben
voor trage of ondoorzichtige processen.
VERANDERENDE VERWACHTINGEN
Klanten vergelijken hun verzekeraar of
adviseur allang niet meer alleen met andere
partijen in de sector. Ze vergelijken
hun ervaring met wat ze dagelijks gewend
zijn: realtime inzicht, directe bevestiging
en transparantie over status.
“Vooral jongere klanten accepteren
niet meer dat ze moeten wachten
zonder te weten waar ze aan toe zijn.
Ze willen inzicht, updates en zelf kunnen
handelen” – Manon Borsboom
Die verwachting botst met processen
die zijn ingericht op e-mail, handmatige
overdracht en losse systemen. En dat
verschil wordt steeds zichtbaarder.
ALS HET WÉL KLOPT
Wanneer processen vanuit ketenlogica
zijn ingericht, verandert het werk merkbaar.
De acceptant start zijn dag met een
overzicht van complete dossiers, automatisch
verrijkt met relevante data.
Minder uitzoekwerk, minder onderbrekingen.
De adviseur voert gegevens één
keer in en ziet direct welke producten
passen en wat de status is. De schadebehandelaar
kan meteen aan de slag
zonder eerst te sorteren of te zoeken.
GEEN BIG BANG, WEL BEGINNEN
Een hardnekkige misvatting is dat digitalisering
per definitie grootschalig
en ingrijpend moet zijn. Dat alles tegelijk
vervangen moet worden. Dat beeld
remt besluitvorming en niet zonder reden.
In de praktijk werkt verandering alleen
als het behapbaar is. Door te beginnen
waar de meeste frictie zit. Door
eerst inzicht te creëren en pas daarna
oplossingen te kiezen. En door modulair
te bouwen, zodat organisaties kunnen
aansluiten op hun huidige situatie.
“Je hoeft niet alles in één keer te
doen. Maar je moet wel weten waar
je naartoe beweegt” – Paul Hijmans
ONDERSCHEIDENDE FACTOR
Wat succesvolle organisaties onderscheidt,
is niet de mate van technologie,
maar de mate van regie. Weten hoe
processen lopen. Waar data ontstaat.
Waar risico’s zitten. En waar verbetering
echt waarde toevoegt.
Groei is geen probleem. Complexiteit
zonder regie wel.
Organisaties die nu investeren in
overzicht en samenhang, kopen geen
technologie om de technologie. Ze creëren
ruimte om te blijven bewegen in
een markt die sneller, transparanter en
strenger wordt. Wachten tot het vanzelf
eenvoudiger wordt, blijkt zelden
een succesvolle strategie. n
Benieuwd hoe dit voor jouw praktijk zou
werken? Neem contact op via inpact.nl/
contact
SPECIAL MAART 2026 VVP | 25
DUURZAAM ADVISEREN
Erna Knipscheer:
‘Kennis over
financiële
psychologie is
essentieel voor
adviseurs.’
26 | VVP SPECIAL MAART 2026
PSYCHOLOGIE
DUURZAME GROEI IN DE VERZEKERINGSWERELD DRAAIT OM HET VINDEN VAN
EEN BALANS TUSSEN ECONOMISCHE VOORUITGANG EN MAATSCHAPPELIJKE
VERANTWOORDELIJKHEID. DE DRIE PIJLERS DIE VAAK GENOEMD WORDEN
ZIJN: AANTAL KLANTEN, POLISDICHTHEID EN PREMIEVOLUME, WAARBIJ
DE FOCUS LIGT OP GROEI EN DUS ACQUISITIE. HOEWEL DEZE BENADERING
OP KORTE TERMIJN SUCCES KAN OPLEVEREN, ZAL HET NEGEREN VAN
ONDERHOUD EN ONTSTAAN VAN ACHTERSTALLIG
ONDERHOUD OP DE LANGE TERMIJN SCHADELIJK
ZIJN VOOR ZOWEL DE REPUTATIE ALS DE
Zonder
onderhoud geen
duurzame groei
RESULTATEN VAN DE VERZEKERAAR.
TEKST ERNA KNIPSCHEER, FINANCIEEL VITAAL OPLEIDINGEN | BEELD NIKÉ CREATIEF
Het verwaarlozen van bestaande klanten
kan leiden tot klantontevredenheid, hogere
kosten en uiteindelijk verlies van
vertrouwen. Duurzame groei vereist een
evenwichtige aanpak waarbij zowel acquisitie
als onderhoud van bestaande klanten
centraal staan. Alleen zo kan een verzekeraar een solide
basis leggen voor langdurig succes en klantloyaliteit.
In de praktijk kan een verzekeraar marktaandeel
proberen te winnen door polisvoorwaarden en premies
te vergelijken met de verzekeringsproducten van de
concurrent. Op grond hiervan kunnen de eigen polisvoorwaarden
en tarieven tegen het licht gehouden worden
en aangepast zodat de verzekeraar ‘scherper’ kan
offreren en nieuwe klanten of productie binnenhalen.
Ondanks dat de premie en voorwaarden beter zijn
dan die van de concurrent lukt het vaak toch niet om
de klant te overtuigen om het verzekeringspakket over
te sluiten. De bal ligt dan bij de persoon van de adviseur
die met persoonlijke charmes en verkooptechnieken
nog een laatste poging doet om de prospect over te
halen om toch klant te worden.
Soms lukt dit maar vaak ook niet. Zelfs als de adviseur
een vertrouwd gesprek heeft met de klant en de voorwaarden
en/of premie van de verzekeraar vergelijkbaar
of beter waren dan de klant bij de concurrerende verzekeraar
gewend is. Laten we daarom eens kijken welke
belangrijke inzichten vanuit de financiële psychologie
dit fenomeen kunnen verklaren.
IRRATIONELE DENKFOUTEN
In de voorgaande alinea spelen verschillende biases ofwel
irrationele denkfouten bij zowel de verzekeraar als
de klant een belangrijke rol.
1. Ten eerste is er de confirmation bias waarbij de verzekeraar
geneigd is om informatie te zoeken en
te interpreteren op een manier die zijn bestaande
overtuigingen bevestigt. Bijvoorbeeld het idee dat
scherpere premies en betere voorwaarden automatisch
tot meer klanten leiden. Uit recent onderzoek
van de AFM blijkt echter dat klanten vaak andere
factoren belangrijker vinden dan alleen premie en
voorwaarden bij het kiezen van een verzekeraar.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 27
DUURZAAM ADVISEREN
2. Daarnaast speelt de status quo bias een rol waarbij
klanten de voorkeur geven aan hun huidige verzekeraar
en terughoudend zijn om over te stappen, zelfs
als de nieuwe voorwaarden en premie beter zijn. De
status quo bias heeft zowel voordelen als nadelen
voor een verzekeraar. Aan de ene kant zorgt deze
bias ervoor dat bestaande klanten minder geneigd
zijn om over te stappen naar een andere verzekeraar.
Dit komt het klantbehoud ten goede. Aan de andere
kant werkt deze bias in het nadeel bij het aantrekken
van nieuwe klanten die momenteel elders verzekerd
zijn. Deze prospects hebben ook de natuurlijke
neiging om bij hun huidige verzekeraar te blijven.
3. Een andere denkfout is de attribution bias waarbij
verzekeraars succes of falen toeschrijven aan de
vaardigheden van hun eigen medewerkers of hun
verzekeringsproductkenmerken. In plaats van rekening
te houden met externe factoren zoals bijvoorbeeld
de emoties, de denkwereld en het gedrag van
de klant.
4. En in regio’s met een relatief hoge groepscohesie,
zoals we die bijvoorbeeld in veel plattelandsgebieden
tegenkomen, speelt Herd Behavior een grote rol.
Klanten kunnen de neiging hebben om beslissingen
te nemen op basis van wat anderen doen. Als
ze zien dat veel mensen bij een bepaalde verzekeraar
blijven, dan zijn ze zelf ook minder geneigd om
over te stappen.
‘Voor duurzame groei
is een evenwichtige
aanpak van acquisitie en
onderhoud essentieel’
PRECIES ANDERSOM
Voor duurzame groei is dus een evenwichtige aanpak
van acquisitie en onderhoud essentieel. Verzekeraars
doen er goed aan om hun eigen confirmation bias te
doorbreken en verder te kijken dan ze tot nu toe gewend
zijn. Bijvoorbeeld door zich ook te verdiepen in welke
menselijke factoren een rol spelen bij de keuze voor een
bepaalde verzekeraar of verzekeringsproducten.
Op basis van de status quo bias is het bijvoorbeeld
cruciaal om goed voor bestaande klanten te zorgen zodat
zij blijven. Bovendien zorgt een tevreden klantportefeuille
dankzij Herd Behavior voor duurzame organische
groei van zowel het het aantal klanten, het premievolume
als de polisdichtheid. Dat zijn goede redenen
om juist veel aandacht te besteden aan het structureel
klantonderhoud in plaats van de prioriteit te leggen
op acquisitie van nieuwe klanten.
ANGST VOOR VERANDERING
Natuurlijk wil een verzekeraar ook graag nieuwe klanten
werven en vanuit commercieel oogpunt focussen op
nieuwe productie. Bedenk dan dat premie en polisvoorwaarden
lang niet altijd de doorslaggevende factoren
zijn bij de keuze van een klant om over te stappen. Verschillende
factoren spelen hierin een rol maar dat gaat
voor dit artikel te ver om die allemaal te bespreken. In
dit artikel focussen we op een heel belangrijke spelbreker
vanuit de financiële psychologie bij het aantrekken
van nieuwe klanten, namelijk de status quo bias.
Door de status quo bias zullen klanten de voorkeur
geven aan hun huidige verzekeraar en terughoudend
zijn om over te stappen. Zelfs als de nieuwe voorwaarden
en premie beter zijn. In plaats van nieuwe klanten
proberen over te halen met een goedkopere premie of
betere verzekeringsvoorwaarden doet een verzekeraar
er goed aan om zichzelf eerst eens bewust te worden
van de inhoud en de uitwerking van hun eigen biases
en ideeën bij het laten groeien van haar marktaandeel.
ANGST BIJ VERZEKERAAR
Met inzichten uit de financiële psychologie kan een
verzekeraar de duurzame groei van zijn bestaande
klantportefeuille een extra spurt te geven door bij het
werven van nieuwe klanten handig om te gaan met bijvoorbeeld
de status quo bias. Deze bias draait om het
gevoel van vertrouwdheid met de huidige situatie en de
angst voor verandering bij bijvoorbeeld het oversluiten
van het verzekeringspakket.
Vanuit deze visie is de vraag die de verzekeraar
zichzelf stelt niet langer ‘hebben wij de laagste premie
en/of de beste productvoorwaarden?’ maar ‘hoe kunnen
wij klanten helpen om hun biases, ofwel irrationele
denkfouten, te overwinnen waardoor prospects sneller
enthousiast worden voor onze goede producten?’ En
die producten hoeven dan nog niet eens de laagste premie
of beste voorwaarden in de markt te hebben!
Een verzekeraar heeft controle over objectieve factoren
zoals premie en polisvoorwaarden. Financiële
psychologie vindt men al snel wazig of niet geschikt.
Maar is dat werkelijk zo of maakt onbekend onbemind?
Door inzichten uit de wetenschap van de financiële
psychologie toe te passen kunnen verzekeraars
beter inspelen op wat de klant werkelijk nodig heeft
naast een aantrekkelijke premie en dito voorwaarden
en dienstverlening.
28 | VVP SPECIAL MAART 2026
PSYCHOLOGIE
KLANT HELPEN MET VERANDEREN
Aan de hand van een korte klantcase laat ik zien hoe
een verzekeringsadviseur bewust kan omgaan met de
biases van fictieve klant Pieter, met als doel om de geoffreerde
verzekeringen wél te kunnen afsluiten.
Voorbeeld klantcase:
klant Pieter en de verzekeringsadviseur
Pieter is ontevreden klant bij zijn huidige verzekeraar en
maakt zelf een afspraak met een adviseur bij een andere
verzekeraar. Tijdens hun gesprek hebben Pieter en de adviseur
een heel plezierige en informatieve uitwisseling. De
adviseur maakt een offerte voor Pieter waarbij de premie
en voorwaarden zelfs ietsje beter zijn dan bij zijn oude verzekeraar.
Tot verbazing van de adviseur besluit Pieter toch
om zijn verzekeringen niet over te sluiten. De adviseur begrijpt
niet waarom Pieter niet wil overstappen ondanks de
betere voorwaarden en premie.
De adviseur vermoedt dat de status quo bias een rol
speelt. Hij begrijpt dat Pieter zich vertrouwd voelt met zijn
huidige situatie. Hij heeft een natuurlijke angst voor verandering
die sterker is dan zijn gevoel van ontevredenheid.
Dit maakt Pieter terughoudend om over te stappen naar de
nieuwe verzekeraar.
De adviseur besluit om met Pieter te praten over deze
bekende denkfout. Hij legt aan Pieter uit dat mensen vaak
vasthouden aan hun huidige situatie zelfs als er betere opties
beschikbaar zijn. De adviseur benadrukt dat het normaal
is om een zekere angst voor verandering te voelen
maar dat dit niet altijd in het beste belang van de klant is.
De adviseur maakt de voordelen van het overstappen voor
Pieter tastbaar en persoonlijk. Hierdoor voelt Pieter zich
begrepen en gerustgesteld. Dit helpt hem om de voordelen
van de verandering te zien waardoor de status quo bias
van Pieter vermindert.
Om Pieter verder te overtuigen gebruikt de adviseur
het concept van Herd Behaviour. Hij deelt succesverhalen
van klanten uit Pieter’s omgeving die in een vergelijkbare
situatie zaten en succesvol zijn overgestapt. Hij laat zien
hoe deze klanten nu profiteren van betere voorwaarden en
lagere premies en hoe tevreden ze zijn met hun beslissing.
Pieter erkent dat zijn buurman en zijn beste vriend ook
klant zijn bij de nieuwe verzekeraar. Zij hebben hem zelfs
aangeraden om met de adviseur in gesprek te gaan. Door
deze aanpak voelt Pieter zich begrepen en gerustgesteld. Hij
ziet in dat zijn terughoudendheid vooral te maken heeft met
een natuurlijke neiging om vast te houden aan het bekende.
De positieve ervaringen van anderen nemen zijn laatste
twijfel weg dat overstappen de juiste keuze is. Uiteindelijk
besluit Pieter om zijn verzekeringen over te sluiten. Door de
status quo bias te herkennen en aan te pakken, en door gebruik
te maken van Herd Behaviour, slaagt de adviseur erin
om Pieter te laten overstappen naar de nieuwe verzekeraar.
Let op! In deze klantcase zijn meerdere factoren die
een rol spelen niet meegenomen. Vanuit de wetenschap
van de financiële psychologie kan deze case uitgebreider
worden uitgewerkt, inclusief de invloed van verschillende
factoren op elkaar. Denk hierbij aan andere
biases, motivatie van de klant en/of omgevingsfactoren.
Een diepere analyse kan helpen om een nog completer
beeld te krijgen van de psychologische dynamiek
die speelt bij het overstappen van verzekeringen.
BEWUST GEBRUIK VAN DE WETENSCHAP
De moraal van dit verhaal is dat verzekeraars om duurzame
groei te realiseren eigenlijk verder moeten kijken
dan alleen objectieve factoren zoals premie en polisvoorwaarden.
Het is essentieel om vooral aandacht te
besteden aan de psychologische aspecten die klantgedrag
beïnvloeden. Door biases zoals de status quo bias
te herkennen en aan te pakken, en door gebruik te maken
van technieken zoals Herd Behaviour, kunnen verzekeraars
nieuwe klanten beter begrijpen en overtuigen
om hun verzekeringspakket over te sluiten.
Om te zorgen dat deze nieuwe klanten niet binnen
no-time weer weg zijn en de bestaande klantenportefeuille
blijft kan een verzekeraar handig gebruik maken
van dezelfde status quo bias die ervoor zorgt dat eenmaal
gewonnen klanten meestal blijven zitten waar ze
zitten. Tenzij de bestaande klanten natuurlijk te weinig
aandacht en onderhoud krijgen en de concurrenten wel
begrijpen dat kennis uit de wetenschap van de financiële
psychologie essentieel is in de professionele toolkit
van elke zichzelf respecterende verzekeraar of assurantieadviseur.
n
Erna Knipscheer is oprichter van Financieel Vitaal Opleidingen,
dé specialist in opleidingen financiële psychologie.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 29
DUURZAAM ADVISEREN
“DUURZAAM ADVISEREN IS VOORUITKIJKEN. EEN ADVIES
MOET NIET ALLEEN NÚ PASSEN, MAAR OOK OVER VIJF OF TIEN
JAAR. DUURZAAMHEID GAAT DUS NIET ALLEEN OVER ENERGIE
OF MATERIALEN, MAAR NET ZO GOED OVER FINANCIËLE
STABILITEIT: WAT BLIJFT STRAKS NOG VERZEKERBAAR OF
FINANCIERBAAR?”, ALDUS ANJA BRUNINK, DIRECTEUR FINANCIËLIE
DIENSTVERLENINGSGROEP EN ADVISEUR ZAKELIJK BIJ TEN HAG
MAKELAARS EN FINANCIËLE DIENSTVERLENERS.
Gewoon gezond
verstand
SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK
‘Duurzaam adviseren
vraagt ruimte om te
kijken naar wat iemand
écht nodig heeft’
Ten Hag telt twaalf vestigingen in Twente en
de Achterhoek en zo’n honderd collega’s adviseren
over verzekeringen, pensioenen, financieel
advies en vastgoed. “Ik werk inmiddels
bijna twintig jaar in het vak. Hoewel mijn rol
voornamelijk sturend is, adviseer ik bewust een deel
van de portefeuille zelf. Zo blijf ik dicht bij de praktijk
en bij wat klanten écht nodig hebben.”
Digitalisering maakt volgens Anja veel mogelijk,
maar ook kwetsbaar. “Eén op de vijf Nederlanders begrijpt
financiële informatie niet goed. ‘Zelf regelen’
klinkt efficiënt, maar werkt in de praktijk lang niet altijd.
Daarom blijft de adviseur belangrijk: iemand die in
begrijpelijke taal uitlegt, meedenkt en rust en richting
brengt. Zodat keuzes niet alleen vandaag goed voelen,
maar ook later blijven kloppen.”
VOORUITKIJKEN
“Vooruitkijken zit al lang in onze organisatie. We zijn
ook buiten ten Hag betrokken bij verschillende innovatieve
en duurzame projecten, van vernieuwende bouw
en gebiedsontwikkeling tot energie- en investeringsprojecten.
Daardoor denken we automatisch in lange
lijnen. Geen trend, maar gewoon gezond verstand.”
In de gesprekken wordt daarom niet alleen gekeken
naar de vraag van vandaag, maar ook naar wat die keuze
betekent over een paar jaar. “Dat geeft rust en richting,
in plaats van steeds brandjes blussen.”
Daarnaast helpt ten Hag ondernemers om hun medewerkers
financieel gezond te houden. “Want geldzorgen
stoppen niet bij de voordeur. Dat merk je thuis én
op het werk. Dat doen we nuchter en praktisch, zonder
betutteling.”
GROOTSTE UITDAGING
Regels en kaders zijn belangrijk, aldus Anja. “Ze zorgen
30 | VVP SPECIAL MAART 2026
ADVIESPRAKTIJK
voor zorgvuldigheid en eerlijkheid. Maar we hebben
het adviesvak zó gestructureerd, dat het model soms
boven het gezond verstand komt te staan. Alles moet
passen in systemen, trechters en ‘risk appetite’. En als
iets daar net buiten valt, wordt het al snel afgewezen.
Terwijl iedereen aan tafel soms voelt: dit is logisch en
verantwoord voor deze klant. Maar meebewegen mag
niet altijd. Voor adviseurs en acceptanten hangen er risico’s
aan. Dus kiezen we voor zekerheid in plaats van
vakmanschap.”
“In de politiek zie je dezelfde lijn: meer centrale sturing,
meer huren. Terwijl uit onderzoek blijkt dat het
opbouwen van vermogen via kopen mensen juist sterker
maakt, zelfstandiger, en minder afhankelijk van regelingen.
Dat is niet alleen beter voor gezinnen, maar
op termijn ook goedkoper voor de samenleving. Duurzaam
adviseren vraagt daarom ruimte om te kijken
naar wat iemand écht nodig heeft. Eerst de mens. Dan
het model. Dat is klantbelang in de kern.”
“En als we willen dat mensen financieel gezond blijven,
moet advies bereikbaar blijven. Nu betalen veel
werknemers advies uit netto inkomen, terwijl juist de
mensen die minder digitaal vaardig zijn of meer financiële
druk ervaren begeleiding nodig hebben. Door advies
richting werknemers fiscaal vriendelijker te maken,
voorkomen we problemen aan de voorkant, in
plaats van ze achteraf te moeten herstellen.”
MEDEWERKERS
“Zodra collega’s merken dat duurzaam adviseren rust
en diepgang brengt, willen zij niet meer terug. Het
werk wordt niet zwaarder, maar betekenisvoller. Dit is
het vak zoals het bedoeld is.”
PARTNERS
“Als voorzitter van Young Finance Talents werk ik samen
met collega-advieskantoren en het onderwijs om
jonge mensen het vak én het vooruitkijken mee te geven.
We krijgen inmiddels meer aanmeldingen dan we
kunnen plaatsen, en de informatie-uitwisseling tussen
kantoren versterkt het vak.”
“Binnen ons eigen team doen we hetzelfde. We geven
jonge collega’s ruimte op thema’s als duurzaamheid
en digitalisering. Binnen ons eigen team koppelen we
startende adviseurs aan ervaren collega’s. Fris perspectief
en vakmanschap versterken elkaar.”
Ten Hag beoordeelt aanbieders op duurzaaamheid,
maar kijkt verder dan labels. “Het gaat om houding en
meedenken. Veel ondernemers verduurzamen met circulaire
bouw, alternatieve energie of nieuwe materialen.
Daar past niet altijd een standaard oplossing bij.
Juist dan moet een aanbieder willen zoeken, niet meteen
afwijzen.”
Anja Brunink:
‘Leren, ontwikkelen en
samenwerken.’
DUURZAME KEUZES
Binnenkort verhuist ten Hag met het hoofdkantoor
en daarbij worden bewuste duurzame keuzes gemaakt.
“Thuiswerken is bij ons geen standaard, maar waar het
past, helpt het balans en milieu. Voor ons gaat duurzaamheid
echter vooral over: kunnen blijven meebewegen.
Dat betekent leren, ontwikkelen en samenwerken.
Als organisatie en als vak.” n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 31
PARTNER IN KENNIS
JE KLANTEN WILLEN HUN BEDRIJF UITBREIDEN, MEER STROOM
GEBRUIKEN OF VERDER VERDUURZAMEN. MAAR HET
ELEKTRICITEITSNET ZIT VOL. EXTRA STROOM AANVRAGEN DUURT
LANG EN DAT REMT DE PLANNEN VAN JE KLANTEN. STEEDS VAKER
KIJKEN BEDRIJVEN DAAROM NAAR SAMENWERKING OP HET
BEDRIJVENTERREIN. BIJVOORBEELD VIA EEN ENERGIEHUB.
WELKE RISICO’S HOREN HIERBIJ? EN HOE ADVISEER JIJ JE
KLANTEN OVER DE VERZEKERBAARHEID?
Energiehubs op bedrijventerreinen:
kansen, risico’s
en verzekerbaarheid
TEKST NATIONALE-NEDERLANDEN
Het elektriciteitsnet raakt
steeds voller. Bedrijven wekken
meer duurzame stroom
op en gebruiken ook steeds
meer elektriciteit. Daardoor ontstaan
piekmomenten op het net. Er is tijdelijk
geen ruimte om extra stroom af te nemen
of terug te leveren. Dat heet netcongestie.
Dit heeft gevolgen voor je klanten.
Ze willen bijvoorbeeld overstappen op
elektrische voertuigen. Maar zonder extra
stroom komen ze niet verder, omdat
het wagenpark wel moet kunnen opladen.
En een nieuwe aansluiting of extra
stroom aanvragen betekent soms jarenlang
wachten. Dat remt de plannen
en doelen van je klanten.
Daarom zoeken steeds meer ondernemers
naar slimme oplossingen.
Energieopslag helpt om die pieken op
te vangen. Maar er zijn ook andere manieren,
zoals samenwerken met andere
ondernemers. Door samen stroom op
te wekken en te gebruiken, halen ondernemers
meer uit hun eigen energieaansluiting.
Dat gebeurt via een energiehub.
WAT IS EEN ENERGIEHUB?
Een energiehub is een samenwerking
tussen bedrijven op één plek, zoals een
bedrijventerrein. Soms doen ook bewoners
in een wijk mee. De deelnemers
spreken met elkaar af hoe zij stroom
opwekken, gebruiken en opslaan.
In een energiehub gebruiken bedrijven
vaak stroom op verschillende
momenten. De ene ondernemer vooral
overdag, de ander juist in de avond.
Door die verschillen goed te verdelen
komt er ruimte op het elektriciteitsnet.
Bedrijven kunnen ook zonne-energie
met elkaar delen of stroom opslaan
voor later. Zo vangen ze samen tekorten
en overschotten op. Dat helpt bij
netcongestie en maakt meer duurzame
stroom mogelijk.
DUIDELIJKE AFSPRAKEN
Een energiehub biedt kansen voor
je klanten om samen slimmer met
stroom om te gaan. Dat vraagt wel om
duidelijke afspraken met andere ondernemers
op het terrein. Wie gebruikt
wanneer energie? En wie investeert
in de techniek? Ze maken ook afspraken
over het meten en verdelen van de
kosten.
Omdat energie delen een nieuwe
vorm van samenwerken is, verandert
het contract met de energieleverancier.
In plaats van losse contracten sluiten
de ondernemers één groepscontract af.
Daarvoor is een groepstransportovereenkomst
(GTO) nodig. Dit wordt nu
nog getest in pilots.
De nieuwe Energiewet – die op 1 januari
is ingegaan – helpt hierbij. Deze
wet maakt het makkelijker om netaansluitingen
te delen en gegevens uit te
wisselen. Zo wordt samenwerken juridisch
beter mogelijk.
32 | VVP SPECIAL MAART 2026
NATIONALE-NEDERLANDEN
‘Ruimte voor groei met
slimme oplossingen’
NIEUWE SAMENWERKING, NIEUWE RISICO’S
In een energiehub werken je klanten
samen met andere ondernemers. Ze
zijn dan niet meer alleen verantwoordelijk
voor hun eigen stroomgebruik.
Daardoor worden ze afhankelijk van elkaar,
en dat brengt nieuwe risico’s met
zich mee. Gebruikt één bedrijf te veel
stroom? Dan kan dat gevolgen hebben
voor de hele groep. Ontstaat er schade
aan het elektriciteitsnet en stelt de netbeheerder
de energiehub daarvoor aansprakelijk?
Dan kan de energiehub hier
onder voorwaarden een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
voor afsluiten.
Onderlinge afspraken blijven belangrijk.
Wie is verantwoordelijk bij een
fout? En wat gebeurt er als één deelnemer
zich niet aan de afspraken houdt?
Deze onderlinge aansprakelijkheid is
niet verzekerd. Dat betekent dat je
klant de kosten zelf moet betalen als
hij of zij schade veroorzaakt aan spullen
van andere deelnemers. Verzekeringen
nemen niet alle risico’s weg. Daarom
is het belangrijk dat ondernemers hier
vooraf duidelijke afspraken over maken.
VERZEKERBAARHEID VAN ENERGIEHUBS
Een energiehub kan bij Nationale-Nederlanden
een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
afsluiten. Ontstaat
er schade aan het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld
aan kabels of onderdelen,
dan kan de netbeheerder de energiehub
aansprakelijk stellen. Deze schade is
dan verzekerd.
Maken bezittingen zoals zonnepanelen,
een energieopslagsysteem
of laadstations onderdeel uit van de
energiehub? Dan kan de energiehub
deze verzekeren. Deze verzekering dekt
schade door brand.
Er zijn ook risico’s die niet met verzekeren
te maken hebben. Deze risico’s
gaan over afspraken tussen deelnemers
in een energiehub. Een voorbeeld
is hoofdelijke aansprakelijkheid tussen
deelnemers. Deze risico’s zijn nu nog
niet te verzekeren. Nationale-Nederlanden
volgt deze ontwikkelingen op
de voet. We onderzoeken welke verzekeringsbehoefte
ontstaat zodra de afspraken
duidelijker zijn.
MAAK GEBRUIK VAN HET KLIMAAT ACCEPTATIETEAM
Bij een energiehub verandert de manier van samenwerken. Dat vraagt om duidelijk
inzicht in risico’s. Daar helpt het Klimaat acceptatieteam van Nationale-
Nederlanden graag bij. Dit team beoordeelt nieuwe risico’s en denkt mee over
oplossingen. Zij kijken bijvoorbeeld naar hoe de energiehub van je klant is georganiseerd
Zo krijgen ze een compleet beeld van je situatie en kunnen ze goed
helpen.
Loopt je klant tegen een duurzaamheidsrisico aan? Vraag dan om een beoordeling
door ons Klimaat acceptatieteam. Kijk hiervoor op adviseur.nn.nl of
neem contact op met je accountmanager.
DE ROL VAN NATIONALE-NEDERLANDEN
Nieuwe samenwerkingen brengen nieuwe
vragen met zich mee. Daarom denkt
Nationale-Nederlanden vroeg mee bij
nieuwe ontwikkelingen zoals energiehubs.
Onze technisch risicodeskundigen
kijken mee als er gezamenlijke installaties
zijn. Denk aan zonnepanelen, energieopslag
of laadpunten. Zij letten onder
andere op de veiligheid en plaatsing
van opslagsystemen.
Daarnaast onderzoekt en beoordeelt
ons Klimaat acceptatieteam
nieuwe risico’s die nog niet standaard
te verzekeren zijn.
KANSEN VOOR NU EN LATER
Netcongestie blijft de komende jaren
een belangrijk gespreksonderwerp met
je klanten. Energiehubs kunnen ruimte
creëren binnen bestaande aansluitingen.
Dat maakt ze geschikt voor ondernemers
die willen groeien of verduurzamen.
Tegelijk verandert er veel. De techniek
ontwikkelt zich snel en de regels
zijn nog in beweging.
Juist daarom ligt hier een advieskans.
Stel de juiste vragen op tijd. Hiermee
help je je klant om keuzes te maken
die verzekerbaar zijn. Met kennis,
onderzoek en passend verzekeringen
ondersteunen we je in jouw advies. Zo
doen we ons best om samen klanten
vooruit te helpen. n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 33
SCHADEPRAKTIJK
Schadeherstel,
bouweisen
en polisgrenzen:
Waar moet de
adviseur op letten?
DUURZAAMHEID IS DE NORM GEWORDEN. WE ISOLEREN, RENOVEREN EN ELEKTRIFICEREN IN HOOG
TEMPO. DAT IS POSITIEF, MAAR IN DE SCHADEPRAKTIJK SCHUIFT ER ONGEMERKT IETS MEE: HET
KOSTENNIVEAU VAN HERSTEL VERANDERT, EN NIET ALLEEN DOOR DUURDERE BOUWMATERIALEN.
OOK HET BOUWRECHT WERKT DOOR. HET BESLUIT BOUWWERKEN LEEFOMGEVING (BBL) LEGT DE
LAT VOOR (VER)BOUW EN ENERGIEPRESTATIES HOOG, MAAR NIET ALLE OPSTALVERZEKERINGEN
ZIJN HIER VOLLEDIG OP AANGEPAST. HET PROBLEEM ZIT VOORAL IN EEN MAXIMERING DIE SOMMIGE
VERZEKERAARS HEBBEN OPGENOMEN VOOR DE EXTRA KOSTEN OP LAST VAN DE OVERHEID.
TEKST MARC VAN WESTERLAAK, ADFIZ
Het resultaat is niet zozeer dat gebouwen
structureel te laag verzekerd zijn,
maar dat bepaalde herstelkosten buiten
de verzekerde kaders vallen, vooral
wanneer die kosten voortkomen uit
overheidseisen. Zelfs bij een correct
getaxeerde en geïndexeerde herbouwwaarde kan dan
toch een tekort ontstaan omdat het niet om de waarde
gaat, maar om de (begrensde) dekking van publiekrechtelijke
meerkosten.
Voor financieel adviseurs is dit een klassiek verzekeringsvraagstuk,
maar dan op een nieuw snijvlak: eisen van de
overheid die herstel beïnvloeden, tegenover de polisvoorwaarden
van de verzekeraar die bepalen wat er wordt
vergoed. Precies daar ontstaat het risico op een financieel
gat en precies daar wordt de adviespraktijk cruciaal.
SLEUTELROL
Sinds 1 januari 2024 gelden de bouwtechnische regels
van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In dat
SPECIAL MAART 2026 VVP | 35
DUURZAAM ADVISEREN
stelsel speelt het begrip ingrijpende renovatie een sleutelrol.
Het gaat om verbouwing of renovatie waarbij
meer dan 25 procent van de oppervlakte van de integrale
bouwschil wordt aangepakt. Met ‘integraal’ wordt
de volledige uitwendige scheidingsconstructie bedoeld,
inclusief binnenblad, spouw en buitenblad.
Het Bbl kent geen aparte categorie ‘schadeherstel’.
Herstel na schade – afhankelijk van omvang en feitelijke
uitvoering – kan in sommige gevallen uitkomen op
‘ingrijpende’ renovatie. Niet automatisch en zeker niet
in elke schade, maar wel in situaties waarin het herstel
feitelijk over de drempel heen gaat. Dan kunnen voor
energiezuinigheid en hernieuwbare energie eisen gelden
die in beginsel op nieuwbouwniveau zijn vastgesteld,
gekoppeld aan de ingreep en het verbouwde deel.
Voor de adviespraktijk is dat belangrijk. Klanten
denken bij schade aan ‘terug naar hoe het was’. Het publiekrecht
kan bij bepaalde ingrepen zeggen: ‘herstellen,
maar wel volgens actuele (energie-)eisen voor het
verbouwde deel.’ Dat verschil is niet per se zichtbaar bij
het afsluiten van de polis, maar wordt duidelijk als er
sprake is van schade.
Dit is waar een vorm van onderverzekering kan
ontstaan.
PERIODIEKE TAXATIE EN JAARLIJKSE INDEXATIE
In de zakelijke markt worden herbouwwaardes periodiek,
gemiddeld eens per zes jaar, getaxeerd en jaarlijks
geïndexeerd. Bij een taxatie wordt echter over het algemeen
geen rekening gehouden met strengere nieuwbouweisen
vanuit de Bbl. Taxateurs rekenen daarbij
met wat in de markt inmiddels de norm is, vaak inclusief
gangbare verduurzamingskeuzes. Zo zal een taxateur
er bij de taxatie van een ouder pand vanuit gaan
dat het bestaande enkel glas bij herbouw wordt vervangen
door HR-glas.
Nieuwe of aangescherpte wettelijke eisen worden
meestal pas meegenomen als ze breed zijn ingevoerd.
Dat betekent dat juist in overgangsperiodes verschil
kan ontstaan tussen taxatiewaarde en de kosten die bij
herstel daadwerkelijk nodig blijken.
‘Verzekeraars bieden
steeds vaker een extra
‘groene’ dekking bij
schade’
VERSCHIL PARTICULIER EN ZAKELIJK
De bouwregels maken geen onderscheid tussen een woning
en een bedrijfshal. Ook herstel aan een particuliere
woning kan – als de ingreep groot genoeg is – binnen
het regime van ingrijpende renovatie vallen. Juridisch
gezien is het mechanisme dus gelijk.
In de verzekeringspraktijk ligt het financiële risico
echter vaak zwaarder bij zakelijk vastgoed.
Bij particuliere opstalverzekeringen zijn doorgaans
clausules tegen onderverzekering opgenomen, zoals
indexering of een herbouwwaardegarantie. Daarmee is
36 | VVP SPECIAL MAART 2026
SCHADEPRAKTIJK
het risico niet volledig weg – monumenten, bijzondere
bouwwijzen en maximale vergoedingen blijven gevoelig
– maar het wordt wel gedempt.
Zakelijk vastgoed is vaak goed verzekerd qua herbouwwaarde,
omdat taxaties en indexatie veel opvangen,
mits ze tijdig worden uitgevoerd. Waar het dan
alsnog mis kan gaan, zit meestal niet in de hoogte van
de verzekerde som, maar in de dekking eromheen:
vooral bij (gemaximeerde) kosten op last van de overheid.
Als taxatie of indexatie achterloopt, komt daar
het klassieke onderverzekeringsrisico nog bovenop.
Dat verschil is relevant voor de adviespraktijk. Bij
particulier is het gesprek vaak: klopt de uitgangssituatie
nog bij dit object en deze verbouwing? Bij zakelijk
is het gesprek vaker fundamenteler: op basis waarvan
is de verzekerde som vastgesteld, hoe oud is de taxatie,
wanneer is voor het laatst indexatie toegevoegd en wat
zijn de gevolgen hiervan voor de verzekerde som?
KOSTEN OP LAST VAN DE OVERHEID
Het uitgangspunt is helder: voldoen aan het Bbl is een
wettelijke verplichting. Of en in hoeverre die lasten
verzekerd zijn, volgt uitsluitend uit de polis. Sommige
polissen kennen dekking voor ‘kosten op last van de
overheid’, andere niet. Waar die dekking bestaat, is zij
vaak gemaximeerd en dan is het de vraag of die maximering
voldoende dekking biedt als het pand fors herbouwd
moet worden na een schade. Dit is precies het
financiële gat dat ook bij een goed getaxeerd en geïndexeerd
pand kan ontstaan.
In de adviespraktijk is dat een gevoelig punt, juist
omdat het niet intuïtief voelt voor klanten. Zij ervaren
extra eisen bij herstel vaak als ‘logisch onderdeel van
schadeherstel’. Polis-technisch kan het echter gaan om
beperkt gedekte of ongedekte meerkosten. Niet omdat
de verzekeraar onredelijk is, maar omdat de polis
grenzen heeft. Als de herstelkosten door bouwkostenstijging
en actuele eisen oplopen, wordt die begrenzing
zichtbaar. Het is belangrijk dat de adviseur dit goed
voor ogen heeft.
‘De echte onderverzekering
ontstaat vaak niet
op het moment dat een
klant aan het verbouwen
of verduurzamen is’
EXTRA DEKKING VOOR VERDUURZAMING
Verzekeraars bieden steeds vaker een extra ‘groene’
dekking bij schade. Bijvoorbeeld een extra vergoeding
als de klant kiest voor herstel met duurzamere materialen
of energiebesparende verbeteringen laat uitvoeren
bij de herbouw. Zo’n extra dekking is vaak gemaximeerd
op een bepaald bedrag. Deze extra dekkingen
zijn heel waardevol bij vrijwillige keuzes: de klant combineert
herstel met een duurzame verbetering die mogelijk
toch al op het wensenlijstje stond.
Maar lost niet het probleem op waar het Bbl bij
schadeherstel toe kan leiden. Als herstel door de omvang
en aard van de ingreep kwalificeert als ingrijpende
renovatie, gaat het niet om een keuze voor ‘iets
groener herstellen’, maar om publiekrechtelijk verplichte
minimumeisen. Dan kan het kostenniveau stijgen,
ongeacht de wens van de klant. En precies daar
kan het wringen. Het financiële gat ontstaat meestal
niet doordat een klant extra vergroening wíl, maar
doordat de combinatie van actuele eisen en bouwkostenstijging
het herstel duurder maakt dan waar de polis
mogelijk op is ingericht.
Als de bottleneck zit bij een te lage verzekerde som
of bij een beperkte (of ontbrekende) dekking voor kosten
op last van de overheid, dan is een ‘duurzaam herstel’-opslag
een nuttige aanvulling, maar vaak niet genoeg
als de kernbeperking in de polis bij overheidskosten
zit. Zeker niet waardeloos maar wel onvoldoende
voor de mogelijke herbouwkosten.
DE ADVIESPRAKTIJK
De echte onderverzekering ontstaat vaak niet op het
moment dat een klant aan het verbouwen of verduurzamen
is. Dan is er aandacht, dan worden offertes be-
INPUT TROOSTWIJK EXPERTISES
Voor dit artikel is aan Troostwijk Expertises gevraagd naar
het belangrijkste aandachtspunt:
“Duurzaam herbouwen vraagt om meer dan goede intenties;
het begint bij een geldige en realistische taxatie. Een
goed taxatierapport maakt inzichtelijk wat wel en niet is
meegenomen, zodat onder- én oververzekering wordt voorkomen.
Want een te hoge taxatie is net zo onwenselijk: die
leidt tot onnodig hoge premies. En bij schade geldt altijd:
schakel een contra-expert in om zeker te weten dat je krijgt
waar je recht op hebt.”
https://www.troostwijk.nl/
SPECIAL MAART 2026 VVP | 37
DUURZAAM ADVISEREN
‘Verduurzaming,
stijgende bouwkosten
en veranderende regels
maken schadeherstel
complexer dan vroeger’
keken, en dan voelt het logisch om ook de verzekering
erbij te pakken. Het grootste risico zit juist bij klanten
die níet in beweging zijn: een ouder pand dat al jaren
hetzelfde is, een verzekerde som die ooit is vastgesteld
zonder dat er tussentijds taxaties en indexaties zijn
doorgevoerd, een polis die stilletjes doorloopt. Intussen
veranderen bouwkosten en herstelpraktijk wél, en
sinds 2024 kunnen bij grotere herstelklussen ook actuele
eisen zwaarder meewegen. Dat zie je niet in de
maandpremie, en je merkt het niet in een schadeloze
periode. Je merkt het pas wanneer er brand, storm of
waterschade is, precies op het moment dat je verwacht
dat de polis rust brengt.
Daarom is dit onderwerp eigenlijk een beheer- en onderhoudsvraag:
niet alleen ‘wat verandert er aan het
gebouw?’, maar ook ‘wat is er in de wereld veranderd
sinds we dit ooit verzekerd hebben?’ Juist bij stilstand
loont het om geregeld de basis opnieuw te bekijken:
de verzekerde waarde, de uitgangspunten erachter en
de ruimte (of juist de beperkingen) bij rubrieken zoals
kosten op last van de overheid.
TOT SLOT
Verduurzaming, stijgende bouwkosten en veranderende
regels maken schadeherstel complexer dan vroeger.
Taxaties en indexatie vangen in de zakelijke markt veel
op - mits ze tijdig worden uitgevoerd - maar ze volgen
vooral wat in de markt inmiddels gebruikelijk is en lopen
niet vooruit op nieuwe eisen.
Tegelijkertijd kennen sommige polissen beperkingen
of maxima bij kosten op last van de overheid. Daardoor
kan ook bij een op het oog goed verzekerd pand
toch een financieel gat ontstaan zodra herstel duurder
uitpakt door overheidseisen. Dit verdient daarom een
vaste plek in het portefeuillebeheer: niet alleen ‘klopt
de herbouwwaarde?’, maar ook ‘hoe ruim is de dekking
voor overheidskosten?’ n
Marc van Westerlaak is Adviseur Public Affairs en Beleid
bij Adfiz.
38 | VVP SPECIAL MAART 2026
DUURZAAM ADVISEREN
DE GROOTSTE ADVIESALERT! DUURZAAM ADVISEREN? GEWOON
DOEN! U HOEFT ZICH HEUS NIET TE ONTWIKKELEN TOT EXPERT
VERDUURZAMING, ZELFS DE AFM VINDT DAT. EN WIE WIL ER NOU
NIET BIJDRAGEN AAN EEN BETERE WERELD? IN DIT ARTIKEL
ACTUALITEITEN EN PRAKTIJKTIPS.
Adviesalerts!
Duurzaam adviseren
TEKST TOON BERENDSEN
Duurzaam adviseren is wat ons betreft een
no-brainer. Het spreekt voor zich dat iedere
adviseur inzet op een duurzame relatie
met zijn klanten, maar die klant mag anno
nu verwachten dat de adviseur ook meedenkt
als het gaat om verduurzaming. En practice what
you preach; je kunt als adviseur de klant geen verduurzaming
aanraden als je er zelf met je kantoor niks aan
doet. INSVER biedt elders in deze special tips. Maar
kijk zeker ook eens op de website van dit instituut.
Nieuw bij INSVER: de Duurzaamheidsdesk. Hier zien
adviseurs direct welke verzekeraars dekking bieden
voor zakelijke verduurzamingsrisico’s en bij welke specialist
zij terecht kunnen.
Fnuikend is helaas het zwalkende overheidsbeleid inzake
verduurzaming. Wet- en regelgeving blijken niet altijd
duurzaam! Uiteraard lopen ook financieel adviseurs
hier tegenaan, maar om in het adviesgesprek dan maar
helemaal geen aandacht te besteden aan verduurzaming?
In de vernieuwde ‘Leidraad Advisering’ van de AFM
is nadrukkelijk een hoofdstuk verduurzaming opgenomen.
Nu betreft het een leidraad, dus geen verplichting.
Maar houd uzelf niet voor de gek: u moet zeker
als hypotheekadviseur een verdraaid goed verhaal hebben
als de AFM bij u op de stoep staat en vraagt waarom
u de leidraad niet hebt aangehouden.
De toezichthouder schrijft: “Het is belangrijk dat
adviseurs het onderwerp verduurzaming bespreken in
het adviestraject. Dit belang neemt toe wanneer voorzienbaar
is dat de klant een woning met een lager energielabel
(E, F of G) op het oog heeft. Door verduurzaming
te integreren in het hypotheekadvies, helpt de adviseur
zijn klant bij het maken van weloverwogen keuzes
over de financiering van zijn woning en zijn financiële
toekomst.”
De AFM verwacht “niet van hypotheekadviseurs
dat zij een expert op het gebied van energiebesparende
maatregelen zijn. Het informeren van de klant over
de verschillende verduurzamingsopties en de bespaarmogelijkheden
met behulp van de informatiemiddelen
die hiervoor beschikbaar zijn, is een mogelijkheid maar
geen verplichting. De adviseur kan hier dus verwijzen
naar bijvoorbeeld energiebespaaradviseurs”.
FUNDERINGSLABEL
Nieuw in de AFM-leidraad is ook de nu volgende passage,
helemaal van deze tijd: “Van de adviseur wordt
ook globale kennis verwacht over de kans op funderingsschade
in de omgeving. Zeker als dat uit een taxatierapport
blijkt, is het van belang dat de adviseur in
het financiële advies de financiering van schadeherstel
voor zover redelijkerwijs mogelijk betrekt. Het zal niet
altijd mogelijk zijn om de klant een oplossing te bieden,
maar de adviseur kan in die gevallen op zijn minst
de klant bewust maken van het financiële risico dat hij
mogelijk loopt.”
40 | VVP SPECIAL MAART 2026
TRENDS
De druk op adviseurs om wat dieper te graven in het
funderingsdossier wordt duidelijk opgevoerd… De
AFM pleit al langer voor een funderingslabel. Het Verbond
van Verzekeraars is inmiddels ook voorstander
van zo’n label, getuige een column op zijn website in
december. Deze leest: “Er moet uiterlijk in 2027 een informatieplicht
komen: een funderingslabel, net zo normaal
als het energielabel. Zodat kopers wéten waar ze
aan beginnen. Meer transparantie leidt tot eerlijkere
prijzen, betere keuzes én minder schade. Ook voor hypotheekaanbieders
en verzekeraars is dit van levensbelang.
Als het onderpand zijn waarde verliest, raakt dat
het hele financiële systeem.”
Een eerlijke oplossing betekent volgens het Verbond
“dat de overheid erkent dat zij deel is van het probleem
en daarmee ook deel moet zijn van de oplossing
en een financiële bijdrage levert. Start een Nationaal
Funderingsfonds, met directe steun, géén leningen”.
Deze laatste oproep laat politiek Den Haag op haar
grondvesten schudden… Dit is een rekening waarvan
niemand het einde kan overzien, dus kijk je als politiek
wel twee keer uit. Het vervelende is wel dat je als adviseur
de klant in dit dossier dus maar weinig te bieden
hebt. Je kunt klanten wijzen op het Fonds Duurzaam
Funderingsherstel. Sinds 1 juli 2025 kunnen alle particuliere
woningeigenaren in Nederland gebruikt maken
van dit fonds, dat leningen verstrekt als men de – vaak
forse – herstelkosten niet zelf kan ophoesten. Maar je
kunt mensen toch niet eindeloos laten bijlenen? Helemaal
niet nu al het onderste uit de leningkan moet
worden gehaald om überhaupt een huis te kúnnen kopen.
Funderingslabel prima, maar dan moet er op hetzelfde
moment ook een betere financiële regeling ontworpen
zijn.
De NVM pleitte eind vorig jaar voor een wijkgerichte
aanpak. Inderdaad misschien wel zo handig in plaats
van te proberen elke funderingsbrand afzonderlijk te
blussen.
HOUTBOUW VERZEKERBAAR HOUDEN
Anders, duurzamer bouwen maakt snel school. De gemeente
Amsterdam bijvoorbeeld zet inmiddels in op
minimaal 20 procent houtbouw in woningbouwprojecten
in 2030.
Aon constateerde vorig jaar in een whitepaper
(‘Houtbouw verzekerbaar houden’) dat de bestaande
regelgeving en verzekeringsmarkt slechts in beperkte
mate aansluiten op de specifieke risico’s van houtconstructies.
Alex in ’t Veen, Industry Director Construction
bij Aon: “Opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers
worden zodoende geconfronteerd met onzekerheid over
aansprakelijkheid en verzekerbaarheid tijdens de bouwfase,
gebruiks- en garantietermijn. Bekende risico’s van
houtbouw zijn brand, water- en vochtschade, biologi-
SPECIAL MAART 2026 VVP | 41
DUURZAAM ADVISEREN
sche (bijvoorbeeld houtrot en schimmelgroei) en klimaatgerelateerde
schades. Naarmate het aantal bouwlagen
toeneemt, stijgt het risico en daalt in de regel de
verzekerbaarheid. Waar die grens ligt, hangt af van het
verzekeringsproduct (ofwel het risico dat je wilt verzekeren),
de verzekeraar en de getroffen maatregelen.”
Aon roept op om verzekeringsadviseurs in een
vroeg stadium te betrekken bij houtbouwprojecten.
In ’t Veen: “Zo identificeer je tijdig risico’s en beheersmaatregelen
en vergroot je de verzekerbaarheid. Uiteindelijk
draait het ook gewoon om samenwerking en
kennisdeling met alle betrokken partijen. Alleen dan
kunnen we komen tot een gezamenlijke standaard
voor veilig en verzekerbaar bouwen met hout. Evalueer
en actualiseer maatregelen en richtlijnen op basis van
praktijkervaring en nieuwe inzichten, zodat het risicomanagement
aansluit bij de actuele stand van techniek
en regelgeving.”
NEN kwam afgelopen oktober met de Nederlandse
Technische Afspraak (NTA) 6125 voor massieve houtbouw.
NTA 6125 beschrijft een methode om een ontwerp
van gebouwen met constructieonderdelen van
massief hout te toetsen aan de doelvoorschriften voor
brandveiligheid volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving
(Bbl). Sommige partijen vinden de NTA 6125
echter te zwaar.
THUISBATTERIJ
Steeds vaker vormen accubranden de brandoorzaak. En
dan rukt ook nog eens de thuisbatterij snel op. Verzekeraars
stellen inmiddels eisen aan systeem en montage. Zo
lezen we in de verzekeringsvoorwaarden van Nationale-
Nederlanden: “Alleen kleinschalige Elektriciteit Opslagsystemen
(EOS) met een totale maximumcapaciteit van
20 kWh zijn verzekerd. Zorg dat de EOS is beproefd of
gecertificeerd door een onafhankelijk Europees erkend
keurbureau, bijvoorbeeld DEKRA, TÜV, ISO, KEMA.
“Let op! Je bent alleen verzekerd als de montage en
installatie volgens het productvoorschrift en montagehandleiding
van de fabrikant is gebeurd. De installatie
en montage moeten voldoen aan de norm NEN 1010.
Dit moet je bij schade aantonen.”
‘Funderingslabel ja,
maar dan ook een
goede financiële
regeling herstelkosten’
NEN 1010-8 speelt in op het feit dat stroom inmiddels
vanuit allerlei bronnen kan komen en niet langer alleen
vanuit het electriciteitsnet.
CHECK JE POLIS
Anders dan bij hypotheken, waar verduurzaming een
nadrukkelijke relatie heeft met de woning en financieel
wordt gestimuleerd met extra leenruimte, lijkt duurzaamheid
vooralsnog minder een adviesgespreksthema
bij verzekeringen. De ‘vergroening’ van verzekeringen
schiet inderdaad niet op. Toch kun je als adviseur wel
degelijk ook hier verschil maken.
Groeien je verzekeringspolissen mee met de oprukkende
verduurzaming? En zoniet, kom je als klant in
actie? Eind vorig jaar bleek uit onderzoek van Surebird:
de meeste Nederlandse huiseigenaren zijn zich bewust
van de gevaren van een verouderde opstalverzekering,
maar 67 procent onderneemt weinig tot geen actie om
de polis te controleren of bij te werken. Dat terwijl de
woningwaarde en bouwkosten explosief stijgen. Een
mooie kans voor adviseurs!
EXTRA VERGOEDING
Verzekeraars hameren inmiddels steeds harder op het
belang van duurzaam schadeherstel. Als adviseur zou je
ook hier eens de polisvoorwaarden kunnen bestuderen.
Biedt een verzekeraar extra vergoeding als wordt gekozen
voor duurzaam schadeherstel?
AnsvarIdéa voert de Bewust inboedelverzekering.
De voorwaarden lezen: “Repareren is doorgaans beter
voor het milieu dan vervangen Als bij de beoordeling
van de hoogte van het schadebedrag blijkt dat vervanging
voordeliger is dan reparatie, kunt u er bij de Ansvar
Bewust inboedelverzekering voor kiezen om tóch te
repareren. In dat geval vergoeden wij maximaal vijftien
procent extra, bovenop de vastgestelde schadevergoeding
op basis van de nieuwwaarde of de dagwaarde.
Wat zou het mooi zijn als verzekeraars meer van
dit soort ideeën in hun polissen verwerken en zo hun
groene push te vergroten. Of zoals de jury van het Adfiz
Prestatie Onderzoek categorie ‘Duurzame Ontwikkeling’
opmerkt in zijn juryrapport 2026: “Wij zien dat
duurzaamheid inmiddels in steeds meer producten
en processen doordringt – een ontwikkeling die wij
van harte toejuichen. Tegelijkertijd wil de jury de sector
ook een spiegel voorhouden. Juist in de categorie
‘Duurzame Ontwikkeling’ wordt innovatie verwacht.
Wij zagen dit jaar relatief veel inzendingen die neigen
naar ‘basishygiëne’ of optimalisatie van bestaande
processen, en minder radicale vernieuwing. De uitdaging
voor de komende jaren is tweeledig: de kwaliteit
en innovatiekracht verder verhogen én zorgen voor
opschaling.” n
42 | VVP SPECIAL MAART 2026
DUURZAAM ADVISEREN
HALLUCINEREN WAS HET VAN DALE WOORD VAN 2025. EEN
BETERE KEUZE WAS ‘KLIMAATADAPTIEF’ GEWEEST, WANT DAT IS
DE GROTE UITDAGING IN DEZE TIJD VAN KLIMAATVERANDERING:
KLIMAATADAPTIEF DENKEN EN VOORAL HANDELEN.
Klimaatadaptief
als nieuwe norm
TEKST TOON BERENDSEN
Het KNMI rekende eind vorig jaar de potentiële
impact door van negen zeer extreme
weersituaties die zich als gevolg
van de klimaatverandering in Nederland
misschien ooit gaan voordoen.
Een voor ons land extreme variant
van de orkaan Kirk uit 2024 bijvoorbeeld zou hier,
schrijft het KNMI in ‘Een Extreem Rapport’,”tot grote
schade hebben geleid. De stormschade aan gebouwen
door de heftige windstoten zou mogelijk in de miljarden
euro’s lopen (met als beste schatting 2,7 miljard euro).
“De berekende schade ten gevolge van ‘KirkNL’ is
zeer fors, zelfs als het model de windstoten enigszins
zou overschatten. Ter vergelijking, de gerapporteerde
stormschade in Nederland (huizen, infrastructuur,
bomen, etcetera) ten gevolge van winterstorm Eunice
(februari 2022) was met ongeveer 750 miljoen euro een
stuk lager. Hetzelfde schademodel als we hier gebruiken
komt bij storm Eunice tot 210 miljoen euro aan geschatte
schade aan huizen en gebouwen.”
De boodschap is duidelijk: de schade als gevolg van
het steeds extremere weer door de klimaatverandering
kan explosief oplopen. Dan kom je er niet meer met alleen
verzekeringspolissen, je zult – en dat snapt het
Verbond van Verzekeraars heel goed – vooraf risico’s
moeten mitigeren.
Het Verbond pleitte recent maar weer eens voor klimaatadaptief
bouwen: “Door water en bodem sturend te
laten zijn bij beslissingen over ruimtelijke ordening, anticiperen
we op extreme weersgebeurtenissen zoals piekbuien
en overstromingen. En ontwikkel landelijke eenduidige
normering over klimaatadaptief bouwen. Dit is noodzakelijk
om schade door extreme neerslag te beperken.”
Best ironisch eigenlijk dat veel van de bouwwijzen
die wij nu bedenken, in deze tijd van klimaatverandering
en verduurzaming, vroeger heel normaal waren!
Hoe vaak werd er vroeger niet op een terp gebouwd?
Zo bleven je voeten en je vee droog.
BUILD BACK BETTER
Het is prima om als verzekeringsbedrijf te proberen invloed
uit te oefenen op de politieke bouwagenda, maar
wat kan de sector ondertussen zelf doen? Aanjagen van
preventie ligt voor de hand; schadebeperkende maatregelen
vooraf worden immers prangender om de verzekerbaarheid
zo lang mogelijk te borgen. Financieel adviseurs
kunnen hier ook hun rol pakken.
Je zou als verzekeraar ook klimaatrobuust schadeherstel
kunnen stimuleren. Build Back Better, zo wordt
het in het Verenigd Koninkrijk genoemd. Daar keert
een aantal verzekeraars tot 10.000 pond extra uit voor
waterrobuust herstel na overstromingsschade.
Andersson Elffers Felix onderzocht vorig jaar in opdracht
van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
waterrobuust herstel na schade. De uitkomsten
waren op het moment van schrijven van dit artikel helaas
nog niet bekend. Maar Build Back Better heeft dus
wel degelijk ook in Nederland de aandacht. Maar er zijn
ook vragen: hoe zit bijvoorbeeld met de waarschijnlijke
meerkosten?
44 | VVP SPECIAL MAART 2026
KLIMAATVERANDERING
‘Met alleen
verzekeringspolissen
kom je er niet’
En hoever wil je gaan? Is herbouwen in een erkend risicogebied
eigenlijk wel zo slim? Maar hoe zorg je er dan
voor dat de gedupeerde ergens anders opnieuw kan beginnen?
Duitsland werd door de watersnood van 2021
nog veel zwaarder getroffen van Limburg. Nog steeds
staan daar beschadigde panden leeg. Deels is dat omdat
er geen verzekering was afgesloten die deze schade vergoedt.
Maar in sommige situaties wilden verzekeraars
niet zonder meer uitkeren vanwege de kans op herhaling.
Een hotel aan de Ahr is leuk, maar niet als het
eens in de zoveel tijd wordt weggespoeld.
ZOUT WATER
Verzekeraars kunnen natuurlijk al hun kennis aanwenden
om risico’s zo lang mogelijk privaat verzekerbaar te
houden. Maar bij sommige risico’s, zoals het overstromen
of falen van primaire waterkeringen, is een publiek-private
oplossing het laatste antwoord. De Nederlandse
overheid geeft echter niet thuis.
Bij de watersnood in Limburg verklaarde de overheid
de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) nog
van toepassing. De overheid zei erbij dat dit de laatste
keer was; de verzekerbaarheid is inmiddels goed genoeg.
Ja, van overstromen of falen van secundaire waterkeringen
(als dat van die verzekeraarheid al helemaal klopt,
helemaal als het gaat om bedrijfsmatige risico’s). Maar
hoe zit het dan als een stad aan de kust onderloopt?
In de Wts wordt gesproken van overstromingen door
zoet water. Het overlopen of bezwijken van primaire
waterkeringen langs de Noordzee, de Waddenzee en de
Westerschelde tot de stormvloedkeringen in de Nieuwe
Waterweg en de Oosterschelde, met inbegrip van
deze stormvloedkeringen, en als direct gevolg daarvan
het overlopen of bezwijken van andere primaire waterkeringen,
wordt nu niet aangemerkt als overstroming
door zoet water.
De minister schreef begin november in een Kamerbrief:
“Het kabinet kiest voor het behouden van de Wts
als structureel vangnet voor rampschade met de nodige
aanpassingen om haar toekomstbestendig te maken. (…)
Het kabinet onderschrijft de noodzaak om de Wts beter
aan te laten sluiten op veranderende inzichten in waterveiligheid.
(…) In de herziening wordt overwogen om het
expliciete onderscheid tussen zoetwateroverstroming en
zoutwateroverstroming in de Wts te laten vervallen.”
Het uitsluiten van schade door overstromen of falen
van primaire waterkeringen en door zoutwateroverstromingen
is bij de invoering van de Wts ingegeven
door het idee dat Nederland goed beschermd is tegen
dit soort rampen. Dat idee leeft kennelijk nog steeds,
anders zou je de Wts niet uitbreiden met zoutwateroverstromingen.
Hopen dan maar dat de bescherming
inderdaad voldoet, anders eindigt het met een koude
douche voor de minister en zijn portemonnee.
Misschien toch nog eens kijken naar die publiekeprivate
oplossing? n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 45
DUURZAAM ADVISEREN
“HET ADVISEREN VAN VERDUURZAMENDE MAATREGELEN ZIE IK
NIET ALS EEN OPTIE, MAAR ALS EEN MUST”, ALDUS RICK VAN DER
SCHANS, EIGENAAR EN OPRICHTER VAN GEURTS HYPOTHEKEN
EN VERZEKERINGEN. “HET IS HEEL INTERESSANTE MATERIE
EN KLANTEN ZIJN JE ENORM DANKBAAR ALS JIJ ZE OP WEG
KAN HELPEN IN HET SPINNENWEB VAN AL DIE VERSCHILLENDE
VERDUURZAMINGSMAATREGELEN.”
Geen optie,
maar een must
SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK
Rick van der Schans is hypotheekadviseur sinds
2016. “Na zeven jaar in loondienst te hebben
gewerkt, vond ik het tijd voor een nieuwe
stap in mijn loopbaan. Samen met de eigenaren
van Geurts Makelaars heb ik daarom eind
2023 Geurts Hypotheken opgericht. Nadat het ongeveer
een half jaar geduurd heeft om een AFM-vergunning
te krijgen, zijn we sinds april 2024 live. Inmiddels
zijn er drie medewerkers in loondienst. Bianca Slootweg
is er sinds de oprichting bij om mij te ondersteunen
in de bemiddelingswerkzaamheden. Vanwege de
drukte is daar in juni 2025 Shell Put bijgekomen en
sinds begin dit jaar Danique Heemskerk. Ze is momenteel
bezig haar Wft basis te halen.”
‘Ik hoor van veel
consumenten dat zij er in
gedachten wel mee bezig
zijn, maar dat zij niet weten
waar ze moeten beginnen’
PROACTIEF
Het adviseren bij verduurzamende maatregelen zie ik
niet meer als een optie, maar als een ‘must’. Ik hoor
van veel consumenten dat zij er in gedachten wel mee
bezig zijn, maar dat zij niet weten waar ze moeten beginnen.
Een EBB of EBV is dan ideaal om mensen op
weg te helpen met het implementeren van verduurzamende
maatregelen. Daarnaast kan ik klanten door
mijn samenwerking met DuurzaamXL nog beter op
weg helpen om de juiste keuzes te maken bij het verduurzamen
van de woning. Ik kijk vooral naar het financiële
plaatje en geef daar proactief advies in. Om te
bepalen of verduurzaming interessant is, kijk ik onder
andere naar de volgende aspecten:
• Wat is de verwachte maandelijkse besparing aan
energielasten?
• Valt er een rentevoordeel te behalen?
• Wat is de verwachte waardestijging van de woning?
• Levert de verduurzaming extra wooncomfort op?
• Zijn er subsidies te verkrijgen voor de betreffende
maatregelen?
Rick is hiermee in beginsel aan de slag gegaan omdat
het min of meer wordt opgelegd vanuit de overheid om
hier iets mee te gaan doen. “Als je je er echter in verdiept
blijkt het heel interessante materie. Daarnaast
46 | VVP SPECIAL MAART 2026
ADVIESPRAKTIJK
zijn consumenten je enorm dankbaar als jij ze op weg
kan helpen in het spinnenweb van al die verschillende
verduurzamingsmaatregelen. Ik overweeg nog een
soort miniatuur proefopstelling aan de wand te hangen
in mijn kantoor om klanten visueel te kunnen informeren
over de verschillende duurzaamheidsmogelijkheden.”
Voor Rick zijn VvE’s meestal een uitdaging. “Verkopers
en/of verkoopmakelaars leveren geregeld niet proactief
informatie aan of de kozijnen en de ramen onder
het beheer van de bewoner of onder het beheer van
de VvE valt. Daardoor moet er vaak eerst goed gezocht
worden naar informatie alvorens er advies over gegeven
kan worden.”
BESTE PARTNERS
DuurzaamXL is voor Rick de vaste partner op het gebied
van verduurzaming. “Zij kunnen alle verduurzamingsopties
verrichten waardoor klanten slechts één
aanspreekpunt hebben en alles kunnen onderbrengen
onder één dak.”
Als mensen liever met lokale installateurs werken,
dan beveelt Rick de volgende bedrijven aan:
• Jeroen van Dijk Installaties voor warmtepompen,
airco’s, CV en verwarmingen
• Van Kruistum Elektrotechniek voor zonnepanelen
en elektrawerkzaamheden
• Van Kesteren uit Voorhout voor het vervangen van
glas
• Rijnland Kozijnen of Star Kozijnen voor het vervangen
van kozijnen
• Grimbergen Isolatietechniek voor alle isolaties
Met DuurzaamXL heeft Rick de overeenkomst dat zij
hem een vergoeding van vijf procent betalen over het
orderbedrag exclusief BTW. “Met de overige partijen
heb ik geen overeenkomsten. Ik beveel hen aan omdat
ik weet dat zij ook goed werk leveren.”
AANBIEDERS
Rick beoordeelt geldverstrekkers in principe niet op
een duurzaamheidspropositie. “Als klanten echter aangeven
graag bij een duurzame bank te zitten, dan zal
ik deze uiteraard aanbevelen. Daarnaast kijk ik naar de
diverse duurzaamheidskortingen. Ik heb een vergelijkingskaart
op mijn bureau met alle USP’s van de aanbieders
om zo een goede afweging te maken.“
EIGEN KANTOOR
Rick is huurder in de drie vestigingen van Geurts Makelaars
in Rijnsburg, Voorhout en Leiden. “Ik spreek
mijn compagnons, de eigenaren van de panden, geregeld
over de verduurzamingsmogelijkheden van de
Rick van der Schans:
‘Consumenten zijn je
enorm dankbaar.’
verschillende kantoren. Er zijn plannen om het komende
jaar de kantoren verder te verduurzamen. We
kunnen vooral nog stappen maken op het gebied van
kozijnen,en beglazing en her en der extra isolatie.” n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 47
PARTNER IN KENNIS
DUURZAAMHEID GAAT VOOR VEEL MKB-ONDERNEMERS HELEMAAL
NIET OVER GROTE VERGEZICHTEN, MAAR OVER DE KEUZES DIE ZE
NÚ MOETEN MAKEN. ZOALS BIJ BOUWPLANNEN, HET AANNEMEN
VAN PERSONEEL OF HET AANKOPEN VAN EEN ELEKTRISCHE
BEDRIJFSBUS VANWEGE ZERO-EMISSIEZONES. ONDERNEMERS
HELPEN OM OP TIJD TE ZIEN WAT ER VERANDERT EN WELKE KEUZES
VERSTANDIG ZIJN, DÁT IS DE KRACHT VAN ADVISEURS.
In gesprek over
duurzaamheid en
risicogestuurd advies
TEKST AVÉRO ACHMEA
John van Tol, account director Intermediaire
Regie bij Avéro Achmea:
“Waar grote ondernemingen wel
meerjarige duurzaamheidsplannen
hebben, is duurzaamheid voor kleinere
ondernemingen vaak geen apart thema.
Het zit in de beslissingen die ze elke dag
nemen.” Die dagelijkse praktijk is precies
waar de klanten van serviceprovider
VCN een grote rol spelen.
“De advieskantoren waar wij mee
samenwerken, bedienen op hun beurt
duizenden MKB’ers”, vertelt VCN-directeur
Stefan Bell. “Zij adviseren de ondernemers
die het land draaiende houden:
de installateur, de kapper, de hovenier
en de bakker om de hoek. Met
risicogestuurd advies helpen ze hen
vooruitkijken, risico’s beheersen en toekomstbestendige
keuzes maken. Veel
adviseurs realiseren zich niet dat ze
daarmee al heel duurzaam bezig zijn.”
Stefan Bell, VCN: ‘Duurzaamheid
gaat ook over mensen en
bedrijfscontinuïteit’
WELKOM BIJ DE DUURZAAMHEIDSDESK!
VCN bedient honderden advieskantoren
in Nederland. Net als veel andere
adviseurs en serviceproviders kunnen
ze daarbij rekenen op de expertise en
kennis van Avéro Achmea. John: “Wij
ondersteunen de branche bij het koppelen
van duurzame keuzes aan risico’s,
preventie en verzekerbare en onverzekerbare
oplossingen. Risicogestuurd
advies dus. Onze eigen Duurzaamheidsdesk
speelt daarbij een grote rol.
Hier krijgen adviseurs en serviceproviders
antwoord op vragen over nieuwe
risico’s, marktontwikkelingen en innovaties.
Denk aan projecten voor de
opwekking en opslag van groene energie.
Elke vraag die we krijgen, behandelen
we integraal. Dat betekent dat
we niet kijken naar alléén brand- of alléén
aansprakelijkheidsrisico’s. We zorgen
juist dat ál onze verzekerings- en
preventieoplossingen hierop aansluiten.”
Avéro Achmea is ook aangesloten
bij de Centrale Duurzaamheidsdesk
van INSVER. John: “Door de combinatie
van onze eigen expertise en de brede,
onafhankelijke kennis van INSVER kunnen
adviseurs en providers hun klanten
stevig onderbouwd en toekomstgericht
adviseren.”
48 | VVP SPECIAL MAART 2026
AVÉRO ACHMEA
John van Tol, account director
Intermediaire Regie Avéro Achmea,
en Stefan Bell, directeur VCN.
MINDER ABSTRACT DAN JE DENKT
Stefan: “In onze dagelijkse praktijk zien
we dat duurzaamheid in risicogestuurd
advies veel minder abstract is dan vaak
gedacht. Adviseurs praten dagelijks
met ondernemers over groei, risico’s en
preventie. Neem een ondernemer die
zijn bedrijfspand wil uitbreiden: dan komen
vanzelf onderwerpen als isolatie,
zonnepanelen of laadpalen op tafel.
Dat zijn duurzame keuzes die direct invloed
hebben op risico’s zoals brandgevaar.
De adviseur helpt om die keuzes
te maken.”
Ook bij schadeafhandeling speelt
duurzaamheid een steeds grotere rol.
“Bij autoschades wordt vaker circulair
hersteld, met gebruikte onderdelen”,
vertelt John. “Dat voorkomt afval
én bespaart energie.” Zowel Avéro
Achmea als VCN hebben hiervoor
een netwerk van herstelpartners opgebouwd
waar adviseurs hun klanten
naar kunnen verwijzen.
Aan de slag met risicogestuurd advies
U heeft het vast wel eens meegemaakt: tijdens een adviesgesprek wil je het
over preventie en onverzekerbare risico’s hebben. Maar hoe vlieg je dat aan?
Precies dáár zoomen we op in met de training Risicogestuurd adviseren van
Avéro Achmea. De focus ligt op doelen, risico’s en risicoperceptie.
Onderwerpen als communicatiestijlen, klantbeeld
en adviseren vanuit strategische visie komen aan bod. Altijd
vanuit een praktische invalshoek. Benieuwd naar de mogelijkheden
voor uw kantoor? Scan de QR-code:
John van Tol, Avéro Achmea:
‘Duurzaamheid zit in de kleine
beslissingen die je elke dag neemt’
MENSEN EN BEDRIJFSCONTINUÏTEIT
“Maar duurzaamheid gaat verder dan
alleen ‘groen’”, benadrukt Stefan. “Het
gaat ook over bedrijfscontinuïteit en de
mensen in een bedrijf. En daarmee dus
over veilig werken, verzuim, aansprakelijkheid.
Of denk aan risico’s zoals cyberdreigingen,
dataverlies en de impact
van AI. Een ondernemer wil uiteindelijk
vooral financiële rust, in de wetenschap
dat hij alles goed heeft geregeld.
Zijn adviseur helpt hem daarbij. En wij
staan, net zoals Avéro Achmea, naast
die adviseur.” n
Verder praten over duurzame keuzes voor
ondernemers? Avéro Achmea staat voor
je klaar om met je mee te denken over
jouw adviespraktijk. Neem gerust contact
op: averoachmea.nl
SPECIAL MAART 2026 VVP | 49
DUURZAAM ADVISEREN
EEN ECONOMIE DIE MENSWAARDIG IS. HET
LIJKT BIJNA EEN PLEONASME, ZOALS WITTE
SNEEUW. DE LETTERLIJKE BETEKENIS VAN
ECONOMIE IS HUISHOUDKUNDE. ER ZIJN
EIGENLIJK GEEN REDENEN TE BEDENKEN
WAAROM WIJ ONS EIGEN HUISHOUDEN NIET
MENSWAARDIG ZOUDEN WILLEN INRICHTEN.
TEKST JACK COX, FORZA ASSET MANAGEMENT
Jack Cox: ‘Huidige
omstandigheden
dwingen tot een
ingrijpend herontwerp
van de economie.’
In het bijvoeglijk naamwoord menswaardig zit het
woord waarde opgesloten. Waarden zijn zaken of
toestanden in de wereld die nastrevenswaardig zijn.
Waarden zijn in de praktijk moeilijk te realiseren
zonder normen. Normen zijn regels die, geschreven
en ongeschreven, aangeven welke concrete soorten
handelingen noodzakelijk zijn om de waarden te realiseren.
Zonder waarden zijn normen betekenisloos.
Is ons huidige economisch gedrag menswaardig te
noemen? Hebben we de juiste normen met elkaar afgesproken
zodat we de waarden die we belangrijk achten,
kunnen realiseren?
Terugkijkend in de tijd kunnen we stellen dat we
een aantal mensonwaardige aspecten van onze samenleving,
zoals bijvoorbeeld het afschaffen van kinderarbeid
hebben uitgebannen. In 1874 werd het Kinderwetje
van Van Houten aangenomen, dat kinderarbeid
in fabrieken verbood voor kinderen onder de twaalf
jaar. Dit was een eerste stap tot in 1901 de Leerplichtwet
werd ingevoerd. Vanaf dit moment werden kinderen
tot twaalf jaar verplicht om naar school te gaan. Dit
wordt gezien als een doorslaggevende stap in de bestrijding
van kinderarbeid. De waarde dat een kind in
staat moet worden gesteld een opleiding te kunnen volgen
werd met deze nieuwe wet (norm) gerealiseerd.
50 | VVP SPECIAL MAART 2026
OPINIE
Menswaardige
economie
DOOR-ONTWIKKELEN
Ons economisch gedachtegoed, dat is ontstaan in de
negentiende eeuw, is op belangrijke punten ongeschikt
voor de toekomst. Dat neemt de verdiensten ervan in
het verleden niet weg. Het kapitalisme was zeer effectief
in het realiseren van materiële vooruitgang en welvaart.
De huidige omstandigheden vragen om, dwingen
tot, een ingrijpend herontwerp van de manier waarop
we de economie vormgeven en welke waarden daaraan
ten grondslag moeten liggen. We zullen als het ware
moeten door-ontwikkelen.
In feite zijn de schaarse verhoudingen van toen
vrijwel omgedraaid. Wat voorheen overvloedig was,
natuurlijke hulpbronnen en beschikbare arbeid, is in
veel gevallen schaars geworden. En wat toen de meest
schaarse factor was, namelijk financieel kapitaal, is nu
in ruime mate beschikbaar. Het zou op zich logisch zijn
om deze omkering in schaarste verhoudingen te vertalen
in een manier waarop de productiefactoren samenwerken.
Niet langer financieel kapitaal dat arbeid en
grond(stoffen) organiseert en exploiteert voor winst en
kapitaalvorming, maar financieel kapitaal dat wordt ingezet
voor het behoud en versterking van de aarde als
draagvlak voor welvaart en kwaliteit van leven.
Een menswaardige economie wil voldoen aan de behoeften
van het heden, zonder de mogelijkheden van
toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te
voorzien, in gevaar te brengen. Het is een evenwicht
tussen mens, milieu en economie, zodat we de aarde
niet uitputten en toekomstige generaties er ook nog
van kunnen profiteren. Volledig in lijn met de definitie
die de VN-commissie Brundtlandt opstelde over duurzaamheid.
MEERVOUDIGE WAARDECREATIE
Duurzame gedragsverandering komt tot stand door het
nemen van kleine stappen, vertrouwen opbouwen in
het eigen kunnen om het anders te doen. Als er ruimte
geboden wordt aan experimenten kunnen we al lerende
samen groeien naar een menswaardige economie,
waarbij meervoudige waardecreatie het uitgangspunt
wordt van ons economisch denken en doen.
Meervoudige waardecreatie betekent dat je als ondernemer
naast het maken van winst (financiële waarde)
ook ecologische, sociale en andere economische
waarde creëert. Door te werken vanuit meervoudige
waardecreatie, verbetert het bedrijf de maatschappelijke
en ecologische omstandigheden in de wereld en zijn
directe omgeving.
Laat meervoudige waardecreatie de norm worden
waardoor we een menswaardige economie kunnen realiseren.
n
Jack Cox is directeur Forza Asset Management en auteur
van ‘Vlindereconomie’.
‘Hebben we de juiste
normen met elkaar
afgesproken zodat we de
waarden die we belangrijk
achten, kunnen realiseren?’
SPECIAL MAART 2026 VVP | 51
DUURZAAM ADVISEREN
Meer dan alleen
financiële waarde
STEWARD-OWNERSHIP IS ALS EIGENDOMSMODEL VOOR ONDERNEMINGEN DE AFGELOPEN
JAREN IN OPKOMST. VOOR FAMILIEBEDRIJVEN KAN HET EEN ALTERNATIEVE VORM VAN
BEDRIJFSOPVOLGING ZIJN. ONDERNEMERS DIE VOOR STEWARD-OWNERSHIP KIEZEN DRAGEN
(DE AANDELEN IN) HUN BEDRIJF OVER AAN EEN STICHTING. DEZE STICHTING KRIJGT ALS
TAAK OM EEN GOED EIGENAAR (RENTMEESTER) TE ZIJN EN TE HANDELEN IN HET BELANG VAN
DE MISSIE EN CONTINUÏTEIT VAN DE ONDERNEMING.
TEKST ROY VAN DEN HEUVEL EN GIJSBERT KOREN
52 | VVP SPECIAL MAART 2026
STEWARD-OWNERSHIP
Steward-ownership is een nieuw stuk gereedschap
voor adviseurs, waaronder financieel
planners. Het creëert mogelijkheden om missiegedreven
ondernemers te helpen met hun
opvolgingsvraagstuk.
Vanwege de flexibiliteit is het geschikt voor een diversiteit
aan ondernemingen. Veel van die ondernemingen
hebben duurzame en/of maatschappelijke intenties
die zij willen borgen, al is dat geen vereiste.
Hans Wilsdorf, oprichter van horlogemaker Rolex,
vond in steward-ownership een manier om de toekomst
van zijn onderneming veilig te stellen. Wilsdorf
wilde graag de cultuur van de onderneming bewaken,
ruimte bieden aan filantropie en waarborgen dat Rolex
een perpetual force for good werd.
Oprichter van steward-owned bierbrouwerij Carlsberg,
J.C. Carlsberg, schreef in zijn testament: “Het
voortdurende doel van de activiteiten bij Carlsberg is
het ontwikkelen van de brouwkunst tot de hoogst mogelijke
perfectie, zonder oog voor onmiddellijke winst,
zodat deze brouwerijen en hun producten altijd als
voorbeeld kunnen dienen en kunnen bijdragen aan het
behoud van een hoog en eervol niveau van bierbrouwen
in dit land.”
Deze wens leeft nog altijd voort.
KERNPRINCIPES
De kern van steward-ownership is dat een bedrijf van
zichzelf is en bestaat om zijn missie te dienen. De aandelen
worden beheerd door een stichting. Een stichting
heeft geen aandeelhouders of leden en kan haar
vermogen slechts besteden in lijn met het doel van
de stichting. Zeer geschikt als een rentmeester van de
aandelen dus.
Twee principes zijn bij steward-ownership leidend:
• Zelfbeheer. De (controlerende) zeggenschap wordt
uitgeoefend door de bestuurders van de stichting (de
zogenaamde ‘stewards’ of ‘rentmeesters’). Stewards
zijn verbonden met het bedrijf en de missie. Het verschilt
per bedrijf wie de rol van stewards vervullen:
medewerkers, andere stakeholders of onafhankelijke
bestuurders. Meestal is sprake van een mix van medewerkers
en onafhankelijke bestuurders.
• Winst dient de missie. Winst maken is voor de continuïteit
essentieel, maar het is geen doel op zich.
Winst dient de missie en ontwikkeling van het bedrijf
en wordt geherinvesteerd of gereserveerd. Overwinsten
kunnen teruggegeven worden aan de maatschappij,
bijvoorbeeld middels donaties in lijn met de
missie. Investeerders, oprichters en andere betrokkenen
worden eerlijk gecompenseerd, maar nooit ten
koste van het bedrijf.
OPKOMEND FENOMEEN
Steward-ownership wint de laatste jaren aan populariteit.
Het model wordt toegepast om bij een diversiteit
aan ondernemingen de opvolging vorm te geven. Van
kledingmerk Patagonia tot vastgoedonderneming Zadelhoff,
van Camping Zeeburg Amsterdam tot groenvoorzieningbedrijf
Donker Groep. De DGA’s van deze
bedrijven kozen recent voor het model.
Steward-ownership is echter niet nieuw. Het wordt
zelfs al meer dan een eeuw toegepast. Bedrijven als
Bosch, attractiepark Efteling en ingenieursbureau Haskoning
laten zien dat steward-owned bedrijven net zo
competitief kunnen zijn als niet-steward-owned bedrijven.
Uit onderzoek blijkt dat de kans dat een stewardowned
bedrijf na veertig jaar nog bestaat drie tot zes
keer groter is. Daarnaast zijn klanten volgens onderzoek
loyaler en medewerkers gemotiveerder. Stewardowned
bedrijven vertonen daarmee veel kenmerken
van succesvolle familiebedrijven.
OVERDRACHT AANDELEN
Tegenover de overdracht van aandelen staat in principe
altijd een koopprijs. Bij verkoop aan een marktpartij
of private equity is het gebruikelijk om een zo hoog
mogelijke prijs te bedingen. Ondernemers die voor steward-ownership
kiezen, zitten vaak anders in de wed-
‘Kern is dat een
bedrijf van zichzelf is
en bestaat om zijn
missie te dienen’
SPECIAL MAART 2026 VVP | 53
DUURZAAM ADVISEREN
• Welk deel van de waarde van de onderneming schrijf
je toe aan jezelf?
• Hoeveel heb je nodig (bijvoorbeeld voor je pensioen,
voor je familie, of om een nieuwe onderneming te
kunnen starten)?
Een belangrijke vraag kan ook zijn welke rol de familie
van de oprichter nog houdt als een bedrijf stewardowned
wordt. Er zijn verschillende smaken mogelijk en
bij de helft van de steward-owned bedrijven is de familie
nog betrokken. Bij cv-ketel- en warmtepompfabrikant
Remeha heeft de familie van de oprichter bijvoorbeeld
de mogelijkheid om één van de zes stewards voor
te dragen.
Roy van den Heuvel.
strijd. Ze hoeven niet het onderste uit de kan en vragen
zich af hoeveel ‘genoeg’ is. In plaats van te kijken naar
wat de onderneming maximaal op kan leveren, kan bijvoorbeeld
de financiële draagkracht van de onderneming
het uitgangspunt zijn bij het bepalen van een koopprijs.
Zo kan de onderneming uit haar eigen cashflow de
voormalig(e) aandeelhouder(s) uitkopen zonder dat de
financiële stabiliteit en continuïteit in het geding komen.
De spiegel en het advies van een financieel planner
zijn onmisbaar bij het vinden van een goed en verantwoord
antwoord op de vraag van ‘genoeg’. Een financieel
planner kan een ondernemer bijvoorbeeld helpen om de
vraag vanuit verschillende perspectieven te bekijken:
• Hoeveel heb je in je eigen bedrijf geïnvesteerd (in
geld en/of tijd)?
‘Steward-ownership biedt
adviseurs een waardevol
instrument om ondernemers
te begeleiden bij de continuïteit
van onderneming’
DOELSTELLINGEN SCAN
Voordat een ondernemer voor een vorm van bedrijfsoverdracht
kiest, is het belangrijk om duidelijk te hebben
welke doelstellingen een ondernemer heeft. Het
risico bestaat dat te snel wordt aangenomen dat een zo
hoog mogelijke verkoopprijs voorop staat, zonder andere
doelstellingen serieus in overweging te nemen.
De doelstellingen scan kan een financieel planner
helpen om samen met een ondernemer helderheid te
krijgen over doelstellingen die belangrijk zijn bij het
vormgeven van de bedrijfsoverdracht.
De onderstaande doelstellingen kunnen als uitgangspunt
gebruikt worden bij het gesprek met de ondernemer.
De ondernemer scoort elke doelstelling bijvoorbeeld
op een schaal van ‘niet belangrijk’ tot ‘zeer
belangrijk’. De doelstellingen die niet belangrijk zijn,
kunnen alvast worden weggestreept. De overige doelstellingen
kunnen vervolgens in volgorde van meest
belangrijk naar minst belangrijk worden gezet.
Wat wil ik voor mezelf?
• Mijn persoonlijke vermogen maximaliseren
• Erkenning krijgen voor mijn prestaties
• Informatie over mijn bedrijf privé houden
• Controle of invloed behouden over de toekomst van
het bedrijf
• Een soepele overgang
• De mogelijkheid hebben om het plan te wijzigen
Wat wil ik voor mijn familie?
• De controle over het bedrijf in handen van mijn familie
houden
• Vermogen en financiële zekerheid voor generaties
waarborgen
• Mijn familie of erfgenamen de mogelijkheid geven
om deel te nemen aan het bedrijf en het vorm te geven
• Mijn erfgenamen eerlijk behandelen
54 | VVP SPECIAL MAART 2026
STEWARD-OWNERSHIP
Wat wil ik voor mijn werknemers?
• Hun baanzekerheid en continuïteit op de lange termijn
waarborgen
• Vermogen en financiële voordelen aan hen overdragen
• De bedrijfscultuur en tradities behouden
• Loyale werknemers de kans geven om leiding te geven
Wat wil ik voor mijn zakelijke relaties?
• Sterke, langdurige relaties onderhouden met belangrijke
zakenpartners
• De reputatie die het bedrijf bij klanten heeft behouden
• Het aanpassings- en ontwikkelingsvermogen van het
bedrijf beschermen
• Een blijvende impact op de branche hebben door
middel van thought leadership, invloed en innovatie
Wat wil ik voor de gemeenschap en de maatschappij?
• De aanwezigheid van het bedrijf in de lokale gemeenschap
waarborgen
• Bijdragen aan de economische, sociale of culturele
kracht van de regio op de lange termijn
• Een grote eenmalige donatie doen aan een sociaal of
maatschappelijk doel
• Maatschappelijke doelen bevorderen door middel
van voortdurende activiteiten en/of financiële steun
FISCALITEIT
De transitie naar een steward-owned structuur heeft
fiscale consequenties. Er vindt immers een overdracht
van waarde plaats.
Het is belangrijk om de fiscale consequenties van
tevoren in kaart te brengen als onderdeel van de financiële
planning. Welke belastingen van toepassing zijn,
hangt af van hoe, aan wie en door wie de aandelen worden
overgedragen. Denk bijvoorbeeld aan inkomstenbelasting,
vennootschapsbelasting en schenkbelasting.
Als (deels) sprake is van een schenking, kan het voordelen
hebben om over te dragen aan een stichting met
een ANBI-status, zodat gebruik gemaakt kan worden
van de giftenaftrek.
Een minder bekende fiscale regeling die bij stewardownership
uitkomst kan bieden is de zogenaamde
werknemersstichting. Als aan de voorwaarden van deze
regeling voldaan wordt, kunnen inkomstenbelasting en
schenkbelasting achterwege blijven.
WAARDEN
Steward-ownership biedt adviseurs, waaronder financieel
planners, een waardevol nieuw instrument om ondernemers
te begeleiden bij het borgen van de missie,
Gijsbert Koren.
continuïteit en de maatschappelijke impact van hun
onderneming. Door kennis te hebben van het model
en de overwegingen die voor een ondernemer relevant
zijn, kun je als financieel planner een essentiële rol spelen
in de zoektocht van ondernemers die hun bedrijf
goed achter willen laten. Jij bent ook een partner voor
ondernemers die keuzes willen maken die verder gaan
dan financiële waarde. n
Roy van den Heuvel is werkzaam voor We Are Stewards,
heeft een achtergrond in de advocatuur en begeleidt ondernemers
bij het vinden van de juiste structuur en financiering
voor hun bedrijf. Gijsbert Koren is oprichter van We
Are Stewards en is pionier op het gebied van crowdfunding.
ACADEMY
Wil jij als professional jouw kennis van steward-ownership
verder uitbreiden? Dan is de Stewardship Academy (Executive
Program) van Erasmus University Rotterdam wellicht
iets voor jou. Je gaat in zes inspirerende dagen aan de slag
met vooraanstaande experts uit binnen- en buitenland, onder
ander over de finesses en dynamiek van steward-ownership
als organisatievorm van de toekomst.
Zie: www.eur.nl/eebee/executive-program-stewardshipacademy-erasmus-university-rotterdam
SPECIAL MAART 2026 VVP | 55
DUURZAAM ADVISEREN
WAT IS ECONOMIE, WAT IS WELVAART, WAT IS RIJKDOM? MATTHIAS
OLTHAAR (LECTOR VITALE ECONOMIE) GEEFT HIER IN ZIJN BOEK
ALLES VAN WAARDE ANTWOORD OP. ZIJN BOEK, DAT IN 2025
VERSCHEEN, TOONT EEN NIEUW VERGEZICHT EN GEEFT HOOP
EN HANDELINGSPERSPECTIEF HOE WE GEZAMENLIJK EEN VITALE
ECONOMIE VORM EN INHOUD KUNNEN GEVEN.
Hoe we economie
beter kunnen
begrijpen
TEKST MATTHIAS OLTHAAR
‘We leven in een
markteconomie die
allerlei middelen heiligt
om het doel van altijd
meer te realiseren’
Om welvaart te creëren hebben we land
nodig. Vruchtbaar land dat keer op keer
de grondstoffen levert die we nodig hebben
voor een goed leven. Voedsel, klei,
hout, vezels, medicinale planten, oliehoudende
zaden en meer. We hebben kennis nodig
over beheer van het land: hoe kunnen we het land regeneratief
bewerken en de vruchten ervan plukken?
We hebben kennis nodig over de bewerking van grondstoffen
tot waardevolle eindproducten, alsmede kennis
over de winning van abiotische grondstoffen en het
voortdurende hergebruik ervan. We hebben arbeid nodig
om deze grondstoffen te winnen, bewerken en distribueren.
Maar daarnaast hebben we ethiek nodig. We hebben
het nodig om na te denken over de vraag wat welvaart
is. Maar ook ethiek om na te denken over de vragen
hoe we het land waar onze grondstoffen vanaf komen
verdelen, alsmede het werk en de opbrengsten van
land en arbeid. Het zijn de ingrediënten van de economie.
Hoe we daarmee omgaan bepaalt hoe de economie
vorm krijgt.
GENOEG
Vandaag de dag geloven we massaal in een magische
economische formule: produceert en gij wordt gelukkig.
Het adagium meer is beter is van toepassing op
onze kwaliteit van leven, op de bestrijding van armoede,
op welvaart. Welvaart heeft een sterke materiële en
financiële connotatie gekregen. Bij een welvarend iemand
denken we vandaag de dag aan iemand met een
groot huis, dure auto’s, sieraden en de hipste kleding.
Het is iemand die carrière heeft gemaakt en verre reizen
maakt, voor de lol en voor werk.
56 | VVP SPECIAL MAART 2026
VITALE ECONOMIE
Matthias Olthaar:
‘Economie betekent
gemeenschapskunde.’
We leven in een markteconomie die allerlei middelen
heiligt om het doel van altijd meer te realiseren. Het
recht van de hoogste bieder geldt in deze markt. Manipulatieve
marketingtechnieken, geplande veroudering
en uitputting van mens, dier en aarde zijn allemaal geoorloofd
in de economie van het nooit genoeg. Marketeers
mogen ons niet alleen doen laten geloven dat ons
leven niet goed genoeg is tenzij we die grotere auto kopen
(om vervolgens weer de grens te verleggen), maar
onze economische narratieven gaan zelfs zo ver dat wij
nooit genoeg zijn. Onze rimpels, grijze haren of wat
dan ook mogen er niet zijn opdat we cosmetische producten
of zelfs ingrepen kopen. Of onze arbeidsproductiviteit
is nooit genoeg. We moeten immer meer productief
zijn, zelfs als - zoals inmiddels het geval is - één
op de vijf werkenden aan burn-outklachten lijdt.
GIDS
Het antwoord op deze magische maar gemankeerde
formule van meer is beter, per definitie en altijd, is niet
dat het minder moet zijn. Zoals je bijvoorbeeld in het
groene groei versus ontgroeidebat ziet. Er ontstaat dan
een soort welles-nietesdebat over economische groei
dat verbindend noch verzoenend werkt.
Een dergelijk debat opgedeeld in kampen past goed
binnen de kaders van de mediawetten maar negeert
dat we als mensen veel meer gemeen hebben dan waarin
we verschillen. Iedereen zoekt naar een goed leven.
En voor iedereen is dat een zoektocht in een oerwoud
dat bestaat uit keuzemogelijkheden, de omgang met
veel of weinig geld, je eigen voorkeuren en talenten in
je werk, de vertaling van verlangens naar behoeftes in
je creaties, cultivaties en consumptie, je afhankelijkheid
en samenwerking met anderen daarin.
In dit oerwoud hebben we een gids nodig. Een gids
die ons op weg helpt om de juiste vragen te stellen. Dat
begint als volgt:
1. Laten we met elkaar de vraag stellen wat het leven de
moeite waard maakt.
Een goed leven bestaat uit zowel materiële als immateriële
noodzakelijke behoeften. Voor een goed leven
hebben we gezondheid, vriendschap, ontspanning,
spel, liefde, creativiteit en veel meer immateriële behoeften.
Maar we hebben even goed kleding, onderdak,
eten, goed sanitair, medicatie en andere materiële behoeften.
Het gaat over alles van waarde. Dit is de basis
van de economie.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 57
DUURZAAM ADVISEREN
2. Laten we vervolgens de vraag stellen hoe we de materiële
behoeften kunnen realiseren
We hebben goed sanitair, onderdak, kleding en andere
dingen nodig. En dus moet dit gemaakt worden. We
hebben daar land voor nodig, grondstoffen, energie,
machines, kennis, gereedschap en arbeid. Dit betekent
dat we afspraken maken met elkaar over de verdeling
van land en werk alsmede de opbrengsten daarvan. Het
draait om rechtvaardige verdelingsvraagstukken. Het
draait ook om vragen rondom negatieve gevolgen van
productie: wanneer werken we te veel of te hard, waardoor
we ziek worden of vriendschappen compromitteren?
Wanneer putten we ander menselijk of niet-menselijk
leven uit omwille van onze productie? Wanneer
hebben we zoveel spullen dat we er ongelukkig, ziek en
eenzaam van worden? Op welke manier mogen consumenten
geïnformeerd worden over nieuwe producten
of diensten? Hoe beoordelen we de toegevoegde waarde
van nieuwe innovaties voor menselijk en niet-menselijk
leven? Oftewel ethiek. Dit is de kern van de economie.
3. Laten we daar vervolgens naar gaan handelen
Als we eerst met elkaar het gesprek anders gaan voeren,
gaan we vervolgens ook daarnaar handelen. Vandaag
de dag handelen we naar het idee dat BBP, dus
productie, altijd maar moet blijven groeien. Maar wat
we willen is dat ons leven gaat bloeien. Groei van het
BBP kan bloei van kwaliteit van leven in de weg staan.
In de wetenschap wordt dit verspild BBP genoemd. Als
we kijken naar wat het leven de moeite waard maakt en
wat we daar aan goederen en diensten voor nodig hebben
dan kunnen volgens recent onderzoek maar liefst
8,5 miljard mensen een goed leven leiden met slechts
30 procent van de huidige wereldwijde productie! En
dat betekent echt geen terugkeer naar het stenen tijdperk.
Producten als laptop, televisie, smart phone, kleding,
verwarming en koeling van het huis, 15.000 mobiliteitskilometers,
gezondheidszorg, sociale voorzieningen
en meer zijn opgenomen in deze berekening.
Iedereen kan vandaag
al beginnen met het
mede vormgeven van
de nieuwe economie’
KIEMEN
Het goede nieuws is: kiemen van een nieuwe economie
ontstaan reeds overal. Dat betekent dat we niet hoeven
te wachten op de overheid om de economie anders
vorm te geven, maar dat iedereen binnen haar of zijn
eigen invloedssfeer vandaag al kan beginnen met het
mede vormgeven van de nieuwe economie.
Kies bijvoorbeeld voor een low-tech percolator in
plaats van hightech espressoapparaat. Kies voor de
draadloze koptelefoon met levenslange garantie, de
modulaire laptop of smart phone of de trui die vijftig
jaar meegaat. Het kan allemaal.
Of ga spullen delen met elkaar, planten voor elkaar
stekken en diensten zoals knipbeurten of klussen in
huis met elkaar delen. De mogelijkheden zijn eindeloos.
Maar het begint met verhalen over het goede leven.
Laten we als eerst die weer gaan maken en ons niet laten
opleggen door de marketingindustrie. Economie is
niet hetzelfde als BBP.
Economie betekent gemeenschapskunde. Het draait
om de vraag hoe je als gemeenschap kunt voorzien in
datgene wat we nodig hebben voor een goed leven. Als
we die vraag gaan stellen en beantwoorden, bedrijven
we economie. We brengen gemeenschappen verder. We
leggen de nadruk op kwaliteit van leven in plaats van
kwantiteit van productie. We stellen de vraag wat we
willen produceren, waartoe en hoe in plaats van de vraag
hoe we zoveel mogelijk kunnen produceren. We gaan de
vruchten plukken van een economie van het genoeg in
plaats van een economie van het nooit genoeg dat uitput,
onrustig en onzeker maakt. We gaan het leven ontketenen:
de levenslust in ons wordt ontketend, de ketenen
van het systeem gebroken. n
MATTHIAS OLTHAAR
Matthias Olthaar is lector vitale economie en gepromoveerd
op onderzoek naar de handelspositie
van Afrikaanse boeren in mondiale voedselketens.
Als co-auteur schreef hij samen met econoom
Paul Schenderling de boeken
Hoe handel ik eerlijk en Er is leven
na de groei. Hij is medeoprichter
van Stichting Genoeg om te leven,
die in 2024 op plek 17 stond
van de duurzame 100 in Trouw.
In 2025 verscheen zijn boek Alles
van waarde; een nieuwe kijk
op arbeid, geld en geluk. Dit artikel
werd eerder gepubliceerd op
MaatschapWij.nu.
58 | VVP SPECIAL MAART 2026
PARTNER IN KENNIS
VERZEKERAARS SPELEN EEN ONMISBARE ROL IN DE TRANSITIE NAAR
EEN DUURZAMER NEDERLAND. DAT BRENGT EEN FUNDAMENTELE VER-
SCHUIVING TEWEEG IN HET RISICOPROFIEL VAN ZAKELIJKE ONDERNE-
MINGEN. NIEUWE TECHNIEKEN, MATERIALEN EN BUSINESSMODELLEN
VOLGEN ELKAAR IN HOOG TEMPO OP. TEGELIJKERTIJD VERWACHTEN
ONDERNEMERS, FINANCIERS EN OVERHEDEN DAT RISICO’S RONDOM
VERDUURZAMING BEHEERSBAAR ÉN VERZEKERBAAR ZIJN. IN DE PRAK-
TIJK BLIJKT DAT LAATSTE VAAK LASTIGER DAN GEDACHT. NIET OMDAT
VERZEKERAARS PER DEFINITIE GEEN APPETITE HEBBEN, MAAR OMDAT
RELATIEF NIEUWE DUURZAAMHEIDSRISICO’S MOEILIJKER TE DOOR-
GRONDEN, TE MODELLEREN EN TE ACCEPTEREN ZIJN.
Verzekerbaarheid van verduurzamingsrisico’s:
Waarom de transitie
uitdaagt
TEKST INSVER
Verzekeren is in essentie het
voorspellen van onzekerheid.
Actuariële modellen
zijn gebaseerd op historische
schadedata, trends en statistische
betrouwbaarheid. Bij veel verduurzamingsinitiatieven
ontbreekt die historie
grotendeels. Denk aan grootschalige
batterijopslag op bedrijventerreinen
of innovatieve bouwmethoden met
biobased materialen. Zonder voldoende
data is het lastig om de frequentie
en impact van schades betrouwbaar in
te schatten.
Veel verduurzamingsoplossingen
zijn technologisch complex en sterk
geïntegreerd in bestaande processen.
Dat maakt de risico’s minder overzichtelijk.
Een storing of brand in één component
kan grote gevolgschade veroorzaken,
bijvoorbeeld door bedrijfsonderbreking
of keteneffecten.
ENERGIE
Bij energieopslagsystemen (EOS) zien
we dit duidelijk terug. Batterijen worden
ingezet om piekbelasting op het
elektriciteitsnet te verminderen en netcongestie
te omzeilen. Tegelijkertijd
brengen lithium-ion batterijen specifieke
brand- en explosierisico’s met zich
mee, die zich anders gedragen dan traditionele
branden. De bestrijdbaarheid,
herontsteking en milieuschade vragen
om specialistische kennis, zowel bij ondernemers
als bij verzekeraars.
NORMEN EN RICHTLIJNEN
Een ander knelpunt is de snelle ontwikkeling
van normen en richtlijnen. Bij
nieuwe risico’s lopen wet- en regelgeving,
technische standaarden en verzekeringsvoorwaarden
vaak niet synchroon.
Dit zorgt voor interpretatieverschillen:
wanneer is een installatie state of the
art? Welke preventiemaatregelen zijn
voldoende? Hier ligt een kans voor de
overheid om wet- en regelgeving met betrekking
tot veiligheid en de normering
van nieuwe technieken te versnellen.
HOUTBOUW
Bij houtbouw zien we bijvoorbeeld
dat moderne, grootschalige toepassingen
(zoals CLT: Cross Laminated
Timber) fundamenteel verschillen van
traditionele houtconstructies. Houtbouw
wordt gezien als een belangrijke
pijler onder CO₂-reductie in de
bouw. Voor zakelijke opdrachtgevers
zoals bedrijfshallen, kantoren en utiliteitsbouw,
biedt het kansen op snelheid,
circulariteit en een lagere milieuimpact.
Tegelijkertijd roept hout als
bouwmateriaal bij verzekeraars vragen
op over brandveiligheid, vochtgevoeligheid
en onderhoud, waardoor een
60 | VVP SPECIAL MAART 2026
INSVER
andere risicobenadering dan bij beton
of staal nodig is.
De afgelopen jaren is er veel kennis
ontwikkeld over brandveilig ontwerpen,
compartimentering en sprinklerconcepten
in houtbouw. Naarmate deze kennis
toeneemt en projecten aantoonbaar
veilig worden gerealiseerd, zien we
ook verschuivende acceptatiecriteria.
Wat enkele jaren geleden nog moeilijk
verzekerbaar was, kan nu onder voorwaarden
wel degelijk een plek vinden in
de markt. Belangrijk daarbij is wél dat
adviseurs weten bij welke verzekeraars
deze expertise aanwezig is.
DEELMOBILITEIT
Ook een groene ontwikkeling als deelmobiliteit
blijkt complexe vraagstukken
met zich mee te brengen. Eigendom,
gebruik en verantwoordelijkheid vallen
niet altijd samen. Voor zakelijke aanbieders
van deelmobiliteitsconcepten leidt
dit tot complexe aansprakelijkheidsvraagstukken:
wie is verantwoordelijk
bij schade? Hoe verhoudt gebruikersgedrag
zich tot polisvoorwaarden? En hoe
ga je om met intensiever gebruik en hogere
schadelast?
Verzekeraars kijken hierbij niet alleen
naar het voertuig, maar vooral
naar het businessmodel, contractuele
afspraken en risicobeheersing. Dit
vraagt om maatwerk en specialistische
acceptatie, wat het belang van directe
toegang tot de juiste verzekeraar en
specialist vergroot.
EOS EN ENERGIEHUBS
EOS en Energiehubs spelen een cruci-
ale rol bij de verduurzaming van bedrijventerreinen
en industrie. Door lokaal
energie op te slaan en samen te werken,
kunnen bedrijven pieken afvlakken
en minder afhankelijk worden van
een overbelast net. Tegelijkertijd zijn
EOS één van de meest besproken nieuwe
risico’s in verzekeringsland. Brandveiligheid,
locatiekeuze, monitoring en
noodprocedures zijn bepalend voor de
verzekerbaarheid. Verzekeraars hanteren
uiteenlopende eisen, die bovendien
snel veranderen naarmate incidenten
plaatsvinden en nieuwe inzichten ontstaan.
Dit maakt het voor adviseurs
lastig om bij te blijven en snel de juiste
markt te vinden.
Een belangrijk inzicht is dat verzekerbaarheid
geen statisch gegeven is.
Naarmate meer kennis beschikbaar
komt, pilots slagen en schades beter
worden begrepen, verschuiven acceptatiecriteria.
Dit zien we bij zonnepanelen,
warmtepompen, houtbouw en nu
ook bij EOS.
PRAKTIJK
In de praktijk betekent dit dat ‘nee’ van
vandaag, ‘ja, mits’ van morgen kan zijn.
Maar alleen als vraag en aanbod elkaar
weten te vinden. Daar wringt het
nog wel eens: het is voor een adviseur
niet altijd helder en transparant welke
verzekeraar welke dekking biedt voor
deze relatief nieuwe risico’s en het vinden
van de juiste specialist bij de betreffende
verzekeraar blijkt lastig. Hierdoor
ontstaat een vorm van onverzekerbaarheid:
niet doordat er daadwerkelijk geen
risk appetite is, maar doordat adviseurs
in een oerwoud terechtkomen waarin zij
de weg naar dekking slechts moeizaam
weten te vinden. Tegelijkertijd is er bij
verzekeraars meer aandacht voor deze
risico’s dan ooit. Vraag en aanbod weten
elkaar dus onvoldoende te vinden.
CENTRALE DUURZAAMHEIDSDESK
Juist op dit snijvlak heeft INSVER de
Centrale Duurzaamheidsdesk ontwikkeld.
Een online, gebruiksvriendelijke
tool waarin adviseurs per duurzaam risicothema
kunnen zien welke verzekeraars
dekking bieden. Met de tool kan
een adviseur snel, transparant en centraal
zien bij welke verzekeraars hij een
risico kan onderbrengen en met welke
specialist of afdeling hij daarvoor contact
kan opnemen.
Hiermee wordt een belangrijke
drempel weggenomen. Verduurzamingsrisico’s
worden beter bespreekbaar,
bestaande oplossingen beter
vindbaar en de dialoog tussen adviseur
en verzekeraar inhoudelijker. Dat
draagt niet alleen bij aan hogere verzekerbaarheid,
maar ook aan beter risicobeheer
en realistischer verwachtingen
bij zakelijke klanten.
De energietransitie vraagt om innovatie,
durf en samenwerking. Nieuwe
risico’s zijn niet per definitie onverzekerbaar,
maar vragen om kennis, transparantie
en de juiste verbindingen.
Door inzicht te geven in waar expertise
en appetite aanwezig zijn, helpt de
Centrale Duurzaamheidsdesk om verduurzaming
daadwerkelijk verzekerd te
krijgen. n
OPROEP
De Centrale Duurzaamheidsdesk
werkt het beste als deze zo volledig
mogelijk is gevuld.
Zakelijke schadeverzekeraars
kunnen een contactpersoon aanmelden.
Deze persoon ontvangt
dan de digitale uitvraag waarin de
informatie kan worden aangeleverd.
Stuur daarvoor een bericht
naar info@insver.nl
SPECIAL MAART 2026 VVP | 61
DUURZAAM ADVISEREN
DUURZAAMHEID, RISICO EN VERZEKERING HOREN
SAMEN. WIE DEZE KOPPELING VROEGTIJDIG OMARMT,
WORDT DE ADVISEUR VAN DE TOEKOMST.
Duurzaam
verzekeringsadvies
TEKST CHATGPT
Deze tekst helpt jou als financieel adviseur
om ESG-criteria niet alleen in vermogensbeheer
toe te passen, maar ook in het verzekeringsdomein
- waar duurzaamheid snel
in belang toeneemt en kansen ontstaan om
je te onderscheiden.
Duurzaamheid is niet langer een thema dat uitsluitend
hoort bij pensioen, beleggen of bancaire producten.
In de verzekeringssector ontwikkelt ESG zich razendsnel
als een strategische pijler: verzekeraars worden
aangesproken op hun rol in klimaatrisico, schadepreventie,
governance en sociale verantwoordelijkheid.
Tegelijkertijd zoeken klanten steeds meer naar verzekeringsoplossingen
die passen bij hun waarden én hun
risico’s van de toekomst.
Voor financieel adviseurs ligt hier een enorme kans.
Door ESG te integreren in verzekeringsadvies kun je je
adviespropositie toekomstbestendig maken, een relevante
maatschappelijke rol vervullen, dieper advies geven
over risico’s die traditioneel niet zichtbaar waren,
je onderscheiden van concurrenten, vertrouwen opbouwen
bij moderne klanten en een nieuwe adviesidentiteit
ontwikkelen.
‘ESG is de toekomst van
verzekeringsadvies’
TOEKOMSTGERICHT RISICOBEHEER
De verzekeringswereld bevindt zich in een stille revolutie.
Tot nu toe lag de focus vooral op dekking, premies,
voorwaarden, risicoanalyses uit het verleden. Maar
ESG voegt hier een nieuwe laag aan toe: toekomstgericht
risicobeheer. Verzekeringen zijn namelijk direct
verbonden met de fysieke, sociale en governance-risico’s
van bedrijven én huishoudens.
ESG betekent dus geen duurzaamheid als marketingterm,
maar een modern risico-advieskader.
Je kunt als adviseur klanten helpen risico’s te verlagen,
niet alleen verzekeren. Je kunt verzekeringsoplossingen
koppelen aan klimaatbestendigheid. Je kunt
preventieve maatregelen integreren. Je kunt klanten
begeleiden door de energietransitie heen
Integreer vitaliteitsprogramma’s in inkomensverzekeringen.
Stimuleer werkgevers om veilige arbeidsomstandigheden
te creëren. Geef advies over preventieprogramma’s
en welzijn. Leg verbanden tussen sociale
impact en premieontwikkeling.
Adviseer organisaties over governance-risico’s in
verzekeringen. Combineer cyberverzekeringen met
preventie en security scans. Adviseer over bedrijfscontinuïteit
en leiderschapsstructuur. Leg uit hoe governance
invloed heeft op premies en acceptatie
ADVIESSTRUCTUUR
De beste manier om jezelf te onderscheiden is door
een duidelijke, eigen ESG-adviesstructuur te ontwikkelen.
62 | VVP SPECIAL MAART 2026
INNOVATIE
Stap 1 - ESG-risicoscan per klant
Je onderzoekt klimaatrisico’s voor woning of bedrijf,
sociale risico’s (arbeid, gezondheid, veiligheid), governance-risico’s
(cybersecurity, integriteit, compliance).
Dit geeft een totaalbeeld van de nieuwe risico’s van de
moderne wereld. Met vragen zoals: wat zijn uw belangrijkste
waarden? Maakt u zich zorgen over klimaatrisico’s?
Hoe belangrijk is sociale verantwoordelijkheid
voor uw onderneming? Hoe gaat u om met cyber- en
integriteitsrisico’s?
Stap 2 - Preventieve maatregelen in je advies opnemen
Bijvoorbeeld: klimaatbestendig wonen, energietransitie,
vitaliteitsprogramma’s, cybersecurity, verantwoord
ondernemerschap. Dit maakt jou niet alleen adviseur
van verzekeringen, maar van risicobeheer.
Stap 3 - Duurzame verzekeringsoplossingen selecteren
Voorbeelden: verzekeraars die duurzaam beleggen,
verzekeraars die klantpreventie belonen, polissen met
energietransitievoordelen, verzekeraars met circulair
schadeherstel, maatschappelijk verantwoorde inkomensverzekeringen.
Stap 4 - ESG integreren in polisvergelijkingen
Voeg aan je advisering toe: ESG-score van verzekeraar,
duurzaamheid van schadeherstel, preventiediensten,
CO₂-impact van schadeherstel, transparantie en governance
van de verzekeraar.
Stap 5 - ESG-monitoring en periodieke reviews
Een ESG-advies stopt niet bij afsluiten. Elke twaalf
maanden bespreek je veranderingen in klimaatrisico,
updates in energietransitie, vitaliteitsontwikkelingen,
cyber- en governanceproblemen, nieuwe ESG-polissen
of aanbieders.
Zo bouw je een duurzamere klantrelatie.
VOORBEELDEN
Voorbeeld 1 - Klimaatrisico-assessment
Een klant woont in een gebied met overstromingsrisico.
Jij adviseert: hogere opstalverzekering, preventieve
maatregelen, check op waterbestendigheid, eventueel extra
dekking voor extreem weer. Resultaat: de klant voelt
zich beschermd én begrijpt de link met duurzaamheid.
Voorbeeld 2 - Duurzame ondernemersverzekering
Een MKB-klant wil verduurzamen. Jij adviseert: brandrisico’s
bij zonnepanelen, cyberrisico, duurzame bedrijfsmiddelen,
circulaire schadeherstelpartners, vitaliteit
voor medewerkers.
Voorbeeld 3 — Verzuimverzekering met vitaliteitsprogramma
In plaats van alleen verzekeren bied je: leefstijlcoaching,
preventiediensten, burn-outmonitoring
BELOFTE
Je kunt jezelf profileren als ‘Adviseur toekomstbestendig
verzekeren’ of ‘ESG-risicoadviseur voor duurzame
huishoudens en bedrijven’.
Jouw kernbelofte kan zijn: “Wij analyseren risico’s
vanuit een ESG-perspectief: klimaat, mens en governance.
Zo bent u verzekerd voor de risico’s van morgen.”
Duurzaam verzekeringsadvies betekent: minder
schade, lager risico, meer preventie, betere aansluiting
op klantwaarden, toekomstbestendig advies, onderscheidend
vermogen in een verzadigde markt
Als adviseur kun jij ESG gebruiken om: klanten beter
te beschermen, maatschappelijk impact te maken,
jezelf professioneel te profileren, een vernieuwende adviespraktijk
te ontwikkelen. n
ZORG VOOR RAPPORTAGESTRUCTUUR
De Verenigde Naties hebben in 2015 zeventien doelstellingen
voor duurzame ontwikkeling benoemd. Deze doelstellingen
zijn verdeeld over Environment (milieu), Social (sociaal) en
Governance (bestuur), ESG.
Nergens staat dat ESG leidend is, in principe mogen organisaties
hun eigen doelstellingen formuleren. Toch wordt het
raadzaam geacht ESG aan te houden.
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD),
de Europese richtlijn die hele grote bedrijven verplicht te rapporteren
over hun duurzaamheidsprestaties, gaat uit van ESG.
Dan heeft het als ketenpartner – bijvoorbeeld gevolmachtigde
of adviseur - dus niet zoveel zin om af te wijken van ESG.
De verwachting is dat de CSRD-plichtige bedrijven steeds
meer zullen willen dat ketenpartners inzicht geven in hun
duurzaamheidsinspanningen. Dan wordt een rapportagestructuur
van groot belang. Een interessante optie lijkt de
relatief nieuwe Europese standaard Voluntary Sustainability
Reporting Standard for VSME’s (VSME). De vereenvoudigde
standaard, ontwikkeld voor MKB-bedrijven die niet onder de
CSRD-wetgeving vallen, helpt op een gestructureerde manier
bij het opstellen van een duurzaamheidsrapportage. Zie eventueel
www.rvo.nl. – TEKST VVP
SPECIAL MAART 2026 VVP | 63
PARTNER IN KENNIS
KLIMAATRISICO’S? DIE ZIJN ALLANG GEEN VER-VAN-JE-BEDSHOW
MEER OP DE WONINGMARKT. MAAR WAT VERSTAAN WE HIER NU
PRECIES ONDER? KLIMAATRISICO’S BESTAAN UIT TWEE GROEPEN
RISICO’S DIE VOORTKOMEN UIT KLIMAATVERANDERING EN/OF –
BELEID. DE ZOGENAAMDE TRANSITIERISICO’S EN DE FYSIEKE
RISICO’S. DEZE RISICO’S KUNNEN LEIDEN TOT SCHADE AAN
WONINGEN, HOGERE KOSTEN VOOR EIGENAREN OF KOPERS, ZELFS
LAGERE WONINGWAARDES. ING-EXPERT MARJOLEIN DE JONG-KNOL
LEGT UIT WAAROM FUNDERINGSPROBLEMATIEK NÚ THUISHOORT IN
JOUW HYPOTHEEKADVIES
Klimaatrisico’s op de Woningmarkt:
Tijd om als adviseur
het verschil te maken!
TEKST ING
Transitierisico’s betreffen de
transitie naar een CO₂‐arme
economie met als grote uitdaging
het verduurzamen van
de woningvoorraad. Verduurzaming is
al een veel voorkomend gespreksonderwerp
in jouw adviesgesprekken. We
kennen daarnaast ook de fysieke klimaatrisico’s.
Deze kunnen acuut van
aard zijn; denk aan natuurbranden,
overstromingen en zeer heftige neerslag.
Maar er is ook een fysiek klimaatrisico
dat als gevolg van drogere zomers
juist gaandeweg kan ontstaan en lang
onzichtbaar blijft: het funderingsrisico.
FYSIEKE KLIMAATRISICO’S NIET ALTIJD
VERZEKERD
Funderingsrisico is niet verzekerbaar.
Verzekeringen dekken doorgaans plotselinge,
onvoorziene gebeurtenissen
terwijl schade aan de fundering van een
woning zich geleidelijk voordoet. En dat
terwijl de kosten aardig in de papieren
kunnen lopen.
Het natuurbrandrisico is in Nederland
vooralsnog wel verzekerbaar met
een opstal- en inboedelverzekering.
Dat geldt ook voor schade door heftige
regenval. Het is dus heel belangrijk om
consumenten in het adviestraject bewust
te maken van het belang van een
goede opstal- en inboedelverzekering.
Ook gedurende de looptijd van de hypotheek.
Bij overstromingsrisico ligt het wat
ingewikkelder. Overstromingen van de
Noord- en Waddenzee, IJsselmeer en
grotere rivieren zijn niet verzekerbaar.
Wel kan de overheid tegemoet komen
vanuit de ‘Wet tegemoetkoming schade
bij rampen’, zoals bij de Maas overstroming
in 2021. Overstromingen van
kleinere regionale rivieren, grachten en
kanalen zijn over het algemeen verzekerbaar
via de opstal- en inboedelverzekering.
HOE GROOT IS HET PROBLEEM NU EIGENLIJK?
Droge zomers zorgen voor een dalend
grondwaterpeil. Het gevolg? Houten
paalfunderingen kunnen droog komen
te staan, verrotten of worden aangetast
door bacteriën. Door grondwaterstandverlaging
kunnen zachte grondlagen
zoals klei en veen inklinken. Als op deze
grondsoorten gebouwd is met een ondiepe
fundering (in de volksmond ook
‘fundering op staal’ genoemd) is er grote
kans op verzakking of scheefstand.
Er zijn voorbeelden waarbij huizen in de
tijd 80 centimeter ten opzichte van het
straatbeeld verzakt zijn. Naast verlies
van wooncomfort, kan door verzakking
ook de aansluiting aan infrastructuur
zoals riolering in het geding komen. Het
64 | VVP SPECIAL MAART 2026
ING
stabiliseren van de woning en aanbrengen
van paalfundering is dan noodzakelijk.
In een adviesrapport van de Raad
voor de Leefomgeving en Infrastructuur
(februari 2024) wordt geschat dat
425.000 woningen in Nederland kampen
met matige tot zeer ernstige funderingsschade.
Hiervan staan 75.000
woningen op houten palen en hebben
350.000 woningen een ondiepe fundering.
Op lange termijn kan dit oplopen
tot 780.000 huizen, vooral door huizen
met een ondiepe fundering. We hebben
het dus over zo’n 10 tot 15 procent van
alle woningen in Nederland. Huizen
gebouwd vanaf 1975 zijn over het algemeen
gefundeerd met betonnen palen,
met minimale kans op funderingsproblematiek.
De herstelkosten worden per woning
geschat op 30.000 tot 120.000
euro. Een forse kostenpost, waarbij eigenaren
geneigd zijn om het probleem
te negeren, zeker omdat funderingsschade
zich onder de grond bevindt en
dus niet altijd direct zichtbaar is. Echter,
uitstel van funderingsherstel verergert
juist het probleem en daarmee
kunnen de kosten verder oplopen.
ONZICHTBAAR IN VERKOOPINFORMATIE
Ondanks deze cijfers blijft funderingsproblematiek
vaak onzichtbaar in koopaktes
en verkoopinformatie. Niet voor
niets heeft een overheidsadviseur funderingsproblematiek
de ‘Olifant onder
de kamer’ genoemd in een adviesrapport
(april 2025). Alleen in hoog funderingsrisicogebieden,
waarbij gemeente,
makelaars en taxateurs afspraken hebben
gemaakt over het melden van funderingsproblemen,
zie je informatie terug
in verkoopinformatie zodat kopers
een weloverwogen aankoopbesluit kunnen
nemen.
Vaak zien we pas in een taxatierapport
een mogelijke indicatie van underingsrisico
op basis van data van het
Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek
(KCAF), maar dan zit de
koper al ver in het aankoopproces. Bij
meer dan 50 procent van de woningen
Marjolein de Jong-Knol: ‘Herstelkosten worden
per woning geschat op 30.000 tot 120.000 euro.’
wordt de mate van funderingsrisico
nog ‘model bepaald’ en is nader onderzoek
nodig ter plaatse.
Wanneer blijkt dat bij de woning of
in het huizenblok sprake is van hoog risico,
dan worden de indicatieve herstelkosten
opgenomen in het taxatierapport
en meegewogen in de vaststelling
van de woningwaarde. Bovendien verwachten
toezichthouders zoals de ECB
en AFM dat vanuit zorgplicht deze toekomstige
herstelkosten worden meegewogen
in de maximale financieringslast
ter bescherming van consumenten.
WAT KUN JE ALS ADVISEUR DOEN?
• Check altijd of funderingsproblemen
spelen in de regio waar jouw klant
koopt. De klimaateffectatlas.nl, de
gemeente en de Woningcheck zijn
uitstekende startpunten.
• Begeleid klanten in hoog risicogebied
al in de oriëntatiefase. Wijs klanten
op loketten en het KCAF voor informatie.
Funderingsproblematiek is
vaak wijk gebonden.
• Blijkt bij een aanvraag dat funderingsherstel
nodig is, dan kunnen herstelkosten
eventueel worden meegenomen
in een bouwdepot. Echter, vaak
is de koper afhankelijk van buren en
gemeente om herstel gezamenlijk op
te pakken. Dit duurt soms jaren. In
dat geval weeg je herstelkosten mee
in de financieringslast, zodat de klant
zowel de aankoop als het toekomstige
funderingsherstel kan financieren
en in de toekomst niet voor onaangename
verrassingen komt te staan.
• Voor huidige woningeigenaren geldt
eigenlijk hetzelfde, waarbij bij onvoldoende
leenruimte ook kan worden
doorverwezen naar het landelijk Funderingsherstel
Fonds van SVn (Stimuleringsfonds
Volkshuisvesting Nederlandse
gemeenten).
WEES DE BETROUWBARE GIDS
Klimaatrisico’s en funderingsproblematiek
zijn geen problemen voor “later”.
Wie nu goed adviseert, voorkomt teleurstellingen,
onverwachte kosten en
waardedaling bij de klant. Ons advies
is om het onderwerp standaard op de
agenda te zetten, en blijf je klant gedurende
de hele looptijd begeleiden. Bij
twijfel kan je altijd contact opnemen
met je ING-relatiemanager. Zo blijf je
als onafhankelijke adviseur niet alleen
relevant, maar vooral ook onmisbaar
in een woningmarkt die fundamenteel
verandert. n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 65
DUURZAAM ADVISEREN
“WIJ GAAN MET ONZE KLANTEN OP REIS NAAR EEN GROENERE
TOEKOMST, GEDREVEN DOOR PASSIE, EXPERTISE EN EEN
DIEPGAAND BEGRIP VAN WAT WERKELIJK BELANGRIJK IS. BIJ ONS
DRAAIT HET NIET ALLEEN OM HET ADVISEREN OVER FINANCIËLE
BESLISSINGEN, MAAR OOK OM HET INSPIREREN VAN ONZE KLANTEN
OM HUN WONINGEN TE VERDUURZAMEN EN EEN POSITIEVE IMPACT
OP DE PLANEET TE MAKEN”, ALDUS ARTHUR NEUHOF VAN DE DE
DUURZAME HYPOTHEEKADVISEUR UIT SITTARD.
Reis naar een
groenere toekomst
SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK
Arthur werkt al ruim twintig jaar in de financiële
advieswereld, onder meer bij Buro Philip
van den Hurk en ING. Eind 2021 ging hij
van start met ikwileenstartershypotheek.nl
en eind 2023 richtte hij de Duurzame Hypotheekadviseur
op. Arthur is van huis uit hypotheekadviseur
met een passie voor een duurzamere wereld. “Bij
ons vind je hypotheekproducten speciaal voor energiezuinige
woningen en duurzame renovaties. Lagere
energierekeningen, gunstige rentetarieven en financiële
voordelen. Samen kunnen we het droomhuis voor
de klant realiseren en tegelijkertijd bijdragen aan een
betere toekomst voor onze planeet.”
Hoe pakt hij dat aan? “Allereerst kijk ik goed na
welke maatregelingen reeds zijn getroffen in de woning,
vervolgens ga ik kijken en meedenken welke
maatregelingen er nog getroffen kunnen worden en
hoe deze gefinancierd kunnen worden. Ik vind het belangrijk
zodat de klant een groter wooncomfort heeft
en we ons steentje bijdrage om de CO2-uitstoot te verlagen
en de opwarming van de aarde te reduceren.”
STAPPEN
Belangrijk voor Arthur in zijn reis met zijn klanten
naar een duurzamere wereld is samenwerking met de
juiste partners. “Dit zijn partijen die een totaaloplossing
bieden voor verduurzaming van de woning. Die de
klant bijvoorbeeld ook bij de hand nemen als een pand
nog energielabel G heeft. Die meedenken wat er mogelijk
is binnen het budget van de klant en ook meedenken
of verhuizing naar een ander pand of andere woning
een goed alternatief is.”
Arthur werkt samen met onder meer Duurzaam XL
dat zichzelf terecht als de totaalverduurzamer aanprijst
en Positief Wonen, dat onafhankelijk advies aanbiedt
over verduurzaming van vastgoed. Bovendien is Arthur
een samenwerking aangegaan met Woonplan Holland.
“Dit omdat ze benaderen vanuit de besparingen inzichtelijk
te maken van verduurzamen en dan weer met mij
terugkoppelen hoe dit te financieren.” Daarnaast werkt
Arthur samen met lokale partners.
UITDAGING
De grootste uitdaging voor een adviseur die verduurzaming
hoog in het vaandel heeft staan, is “achter je missie
blijven staan en de klant echt mee te nemen in het
verduurzamingstraject van zijn woning. Niet alle klanten
begrijpen meteen de voordelen van verduurzaming.
Natuurlijk draagt verduurzaming bij aan een leefbare
planeet, maar het draagt óók bij aan een waardever-
66 | VVP SPECIAL MAART 2026
ADVIESPRAKTIJK
meerdering van je woning of bedrijfspand. De grootste
uitdaging zit echter in alleenstaande starters, die maar
een beperkt budget hebben en dan al gauw ‘moeten’
kiezen voor een pand met een slecht energielabel en
dan is het Energiebespaarbudget vaak niet toereikend.
Je kunt dan nog wel kijken of de klant in aanmerking
komt voor het SVn Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
of bijvoorbeeld het Nationaal Warmtefonds”.
VOORLEVEN
Voor Arthur is het van belang dat producten en diensten
van een aanbieder duurzaam zijn. “Voor mij is dat
heel belangrijk, maar ik laat de klant uiteindelijk wel
kiezen. In ieder geval krijgt de klant altijd een voorstel
van een partij die duurzaamheid extra belangrijk
vindt.”
Zelf is Arthur vanzelfsprekend ook bezig met verduurzaming
van zijn eigen kantoor en dienstverlening.
“Ik werk in een bedrijfsverzamelgebouw wat vroeger
een KVK-kantoor was. Een verzamelgebouw waarin je
veel faciliteiten deelt met andere bedrijven is op zich al
duurzaam ondernemen. Thuis heb ik het afgelopen jaar
al veel verduurzamingsmaatregelen getroffen, zoals onder
meer het laten plaatsen van kunststofkozijnen met
triple glas in het gehele huis, plus vervanging van de
achter- en voordeur, het laten aanbrengen van spouwmuurisolatie
en dakisolatie. Tevens heb ik recent zonnepanelen
en een thuisbatterij laten plaatsen. Ik ga altijd
met de fiets naar kantoor en laat de auto voor ‘het
rondje om de kerk’ staan en wandel ik naar mijn sportschool.
Uiteraard is er altijd veel te verbeteren, maar je
moet proberen je eigen missie voor te leven.”
“Voor mij is het belangrijk dat niet een paar klanten
heel erg duurzaam worden, maar dat heel veel
klanten bewuster worden dat verduurzaming belangrijk
is en de stappen nemen die zijzelf willen én kunnen
nemen.” n
Arthur Neuhof:
‘Groter wooncomfort
voor
de klant én een
leefbare aarde.’
SPECIAL MAART 2026 VVP | 67
DUURZAAM ADVISEREN
IN EEN WERELD WAARIN SUCCES VAAK
WORDT AFGEMETEN AAN GROEI, WINST
EN STATUS, IS HET MAKKELIJK OM JEZELF
TE VERLIEZEN IN DE RATRACE. MARLEEN
WALLERBOSCH WEET DAAR ALLES VAN. ALS
OPRICHTER VAN ROMYN, EEN ORGANISATIE
DIE ZICH RICHT OP RECRUITMENT EN
ORGANISATIEADVIES, BOUWDE ZE EEN
SUCCESVOL BEDRIJF MET EEN DUIDELIJKE
MISSIE: BETEKENISVOL ONDERNEMEN.
MAAR HAAR PAD NAAR DEZE MISSIE WAS ER
EEN VAN DIEPE PERSOONLIJKE REFLECTIE EN
MOEDIGE KEUZES.
TEKST NATASJA NARON | BEELD SJOUKJE FOTOGRAFIE
Tien jaar geleden werd Marleen plotseling stilgezet.
Haar dochter werd ernstig ziek, een
periode waarin alles draaide om het leven en
overleven. “Dat was het moment waarop ik
met beide benen op de grond kwam,” vertelt
ze. “Los van rijkdom en succes: wat is nu echt belangrijk
in het leven?” Die intense periode bracht haar terug
naar de essentie. Het was het begin van een zoektocht
naar betekenis, zowel persoonlijk als professioneel.
Marleen
Wallerbosch:
‘Wat is nu echt
belangrijk in
het leven?’
RUGGENGRAAT
Het bedrijf van Marleen is gebouwd op drie kernwaarden:
Open, Samen & Betekenisvol. Deze waarden vormen
de ruggengraat van haar organisatie. ROMYN
werkt pro deo voor goede doelen die afhankelijk zijn
van giften, en doneert jaarlijks een deel van het nettoresultaat.
Zo is betekenis letterlijk ingebed in de bedrijfsvoering.
Toch merkte Marleen dat ze, ondanks haar idealen,
opnieuw werd meegezogen in de dynamiek van succes.
“Het ging goed met het bedrijf, maar ik voelde dat ik
weer in de ratrace belandde. Zelfs met betekenisvolle
doelen bleef het streven naar resultaat dominant.” Ze
besloot dat het tijd was om opnieuw stil te staan. Om
68 | VVP SPECIAL MAART 2026
BETEKENIS
Terug naar de
essentie
terug te keren naar de essentie. Die keuze leidde haar
naar de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar ze het
Executive Program De Betekenis van Rijkdom volgde.
“Ik wilde mezelf dit cadeau geven,” zegt Marleen.
“Investeren in mezelf, geïnspireerd worden door mensen
die het beste voor hebben met de wereld.”
Het bracht haar in contact met wetenschappers,
praktijkexperts en andere deelnemers die haar uitdaagden
om kritisch te kijken naar haar eigen waarden en
bedrijfsvoering. “Je spart met mensen die ook verlangen
naar betekenis. Samen zoek je naar manieren om
dat vorm te geven.”
DE KRACHT VAN GENOEG
Marleen is een daadkrachtige vrouw, gewend om snel
te schakelen. Maar ze raakte bijzonder geïnspireerd
toen één van de sprekers het had over ‘de kracht van
genoeg’. “Ik werd me bewust van het belang van rust,
van soms een stapje terug doen. Dat geeft ruimte aan
anderen, en aan jezelf.” Die bewustwording sijpelt door
in haar privéleven. Ze consumeert bewuster, denkt na
over de impact van haar keuzes – zoals spullen kopen
en vlees eten – en leeft met meer aandacht.
Ze past de inzichten nog dagelijks toe. “Het heeft
mijn leven niet omgegooid, dat hoeft ook niet. Je
neemt dingen mee, maakt je leven mooier en bewuster.
En dat deel je weer met anderen.”
WAT MAAKT EEN MENS GELUKKIG?
Wat haar raakte, was de vraag die tijdens het programma
werd gesteld: ‘Wat maakt een mens gelukkig? “Veel
mensen noemen dan een auto, een dak boven hun
hoofd… maar het meest gelukkig worden we van iets
voor een ander kunnen doen.” Dat is precies wat Marleen
drijft. “Voor mijn kinderen, collega’s, klanten, de
wereld. Als jij geïnspireerd raakt en daarmee anderen
inspireert, maakt dat jou ook een gelukkig mens.”
Ze deelt haar inzichten dan ook met iedereen om
haar heen; haar netwerk, haar team en haar klanten.
“Het is een win-win. Door mijn keuze om weer stil te
staan en terug te gaan naar de essentie ben ik gegroeid
als mens én als ondernemer. Je leeft maar één keer. Als
je impact wilt maken, moet je het nu doen.” n
Natasja Naron is oprichter en steward van Gabriël, e
en financieel adviesbureau dat werkt vanuit de vreugde
van genoeg.
‘Het meest gelukkig
worden we van
iets voor een ander
kunnen doen’
SPECIAL MAART 2026 VVP | 69
PARTNER IN KENNIS
ALS VERZEKERINGSADVISEUR KRIJG JE ZELDEN EEN KLANT AAN
TAFEL MET UITSLUITEND EEN VRAAG OVER DUURZAAMHEID. DE
MEESTE MENSEN WILLEN GEWOON ZEKER ZIJN DAT HUN BEDRIJF
KAN BLIJVEN DRAAIEN ALS HET TEGENZIT. OF DAT ZE MET HUN
GEZIN OP VAKANTIE KUNNEN ZONDER ZORGEN. HET DRAAIT OM
DOOR KUNNEN GAAN MET ONDERNEMEN, WONEN EN LEVEN. DAT
GAAT VOLGENS KLAVERBLAD ÓÓK OVER DUURZAAMHEID.
Sharon van Herel, CEO Klaverblad, is duidelijk over duurzaam
Duurzaam advies
is niets nieuws
TEKST KLAVERBLAD
Sharon van Herel, CEO Klaverblad,
geeft haar reactie
op vier stellingen over duurzaam
verzekeren. Nuchter
en pragmatisch, vanuit het
perspectief van verzekeraars in het algemeen
en van Klaverblad in het bijzonder.
DUURZAAM UIT DE MODE?
In de media horen we geregeld over ‘duurzaamheidsmoeheid’. Klopt het dat
duurzaamheid inderdaad aan belang verliest als je afgaat op het publieke debat?
Sharon van Herel: “Ik herken de signalen en tegelijk ligt het volgens mij
echt anders. Een meerderheid van de mensen staat nog steeds open voor
duurzame keuzes. Maar dan moeten ze wel logisch, haalbaar en relevant zijn
voor hun situatie. Daar werken wij hard aan. En met ons alle andere verzekeraars.
We opereren binnen een duidelijk regelgevend kader waarin sommige
duurzaamheidsverplichtingen al gelden, terwijl andere nog in ontwikkeling
zijn. Dat vraagt om wendbaarheid en is zeker geen reden om pas op de plaats
te maken. Ik wil hiermee dan ook graag benadrukken dat duurzaamheid geen
tijdelijk thema is dat een beetje meebeweegt met de waan van de dag. Nee,
het is een vast en onlosmakelijk onderdeel van hoe wij bij Klaverblad naar verzekeren
en risicobeheersing kijken.”
Stelling 1: Duurzaamheid is een vanzelfsprekend
onderdeel van advies
“Eens. Een polis dekt alleen de risico’s,
goed advies gaat verder. Want verzekeren
gaat nooit over vandaag, maar over
morgen. Om wat er ná een schade gebeurt.
Of die ondernemer door kan met
z’n zaak na waterschade. Of dat gezin
nog met de auto op vakantie kan.
Ook dat gaat over duurzaam denken.
Bij schade bijvoorbeeld ga je herstellen
waar het kan en vervangen waar het
moet. Of als we het over preventie hebben:
wat verkleint risico’s structureel, in
plaats van tijdelijk?”
“Ik heb het dus niet over lastige
duurzame idealen die ver van ons bed
liggen, maar gewoon logische onderwerpen
die thuishoren in goed advies.
Daarmee is iets als duurzaam schadeherstel
geen extra stap, maar een vanzelfsprekend
onderdeel van ons werk.
Het zorgt ervoor dat klanten sneller
verder kunnen.”
Stelling 2: Verzekeren gaat over de wereld
die we achterlaten
“Hij klinkt misschien een beetje groots
en zwaar, maar ja, duurzaamheid gaat
inderdaad over wat we doorgeven aan
volgende generaties. Je verzekert je nu
eenmaal opdat het ook in de toekomst
goed blijft gaan. Dan is het meer dan
70 | VVP SPECIAL MAART 2026
KLAVERBLAD
neemt, moet duurzaamheid daar een
logisch onderdeel van zijn. Niet als morele
keuze, maar als logisch gevolg van
wat verzekeren in essentie is: dat we
morgen gewoon weer verder kunnen.
Duurzaamheid is geen project, maar
iets dat besloten ligt in hoe er geadviseerd
wordt. Op het gebied van verzekeringen.
Preventie. Schadeherstel.
Over de keuzes die we nu maken.”
Directie Klaverblad: van links
naar rechts Jordi van Irsen,
Linn Musters, Stijn Réz en
Sharon van Herel.
logisch om ervoor te zorgen dat die toekomst
in goede handen is. Continuïteit
is en blijft het sleutelwoord in alles wat
we bieden.”
“Vooruitkijken zit diep verankerd
in verzekeren. We beloven niet alleen
zekerheid voor nu, maar voor morgen
en daarna. En als je die belofte serieus
‘Vooruitkijken zit diep
verankerd in verzekeren’
Stelling 3: Duurzaam adviseren is altijd in
ontwikkeling
“Duurzaam advies vraagt om oplossingen,
processen en ketens die meebewegen.
En om samenwerking tussen
adviseurs en verzekeraars die dezelfde
waarden en motieven hebben.
Daarom investeren we in kennisdeling
en samenwerking, onder andere
via INSVER: het platform voor verzekeringsadviseurs
dat bijdraagt aan de
versnelling van de duurzame transitie
in de verzekeringsbranche. Niet om
adviseurs iets op te leggen, maar om
samen vakkundiger te worden op dit
onderwerp. Zodat adviseren over morgen
voor steeds meer mensen net zo
vanzelfsprekend wordt als adviseren
over vandaag.”
Stelling 4: Duurzaam advies geven kun je
niet zomaar
“Ontwikkelingen rond klimaat en biodiversiteit
raken ons vak. Niet als abstracte
begrippen, maar als factoren
die risico’s beïnvloeden. Denk maar aan
wateroverlast, bodemdaling, impact op
agrarische bedrijfsvoering of vastgoed.
Dat zijn geen ver-van-je-bed-thema’s,
maar de dagelijkse realiteit voor je klanten.
Actuele kennis over dit soort thema’s
helpt om risico’s in hun omgeving
te begrijpen en mee te nemen in afweging
en advies. Praktisch, nuchter en begrijpelijk.”
n
SHARON VAN HEREL
Sharon van Herel (1980) begon haar loopbaan in de advocatuur. Nu
werkt ze inmiddels alweer bijna twintig jaar in de verzekeringssector.
Eerst bij Nassau, het latere HDI Global Nederland, waar ze managing
director was. In 2024 maakte ze de overstap naar Klaverblad in de
functie van CEO.
Het duurzame karakter van de 175-jaar oude verzekeraar vormt
voor Van Herel een belangrijk fundament. Daarbij gaat het om de
keuzes in de beleggingsmix en bedrijfsvoering vanuit de thuisbasis in
Zoetermeer. Maar ook om de nadrukkelijke aandacht voor thema’s
als biodiversiteit en duurzaam schadeherstel. Vitale pijlers waarop zij
voortbouwt in de verdere ontwikkeling van Klaverblad Verzekeringen.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 71
DUURZAAM ADVISEREN
AL JAREN VOEREN WE IN DE SECTOR
DEZELFDE DISCUSSIE: WELKE
VERANTWOORDELIJKHEID HEEFT DE
FINANCIEEL ADVISEUR ALS HET GAAT OM
KLIMAATRISICO’S? PRATEN OVER ENERGIE
IS MEER DAN EEN VERPLICHT ZINNETJE. HET
HOORT EEN VAST ONDERDEEL TE ZIJN VAN
EEN FINANCIEEL PLAN. JUIST WANNEER ER
GEEN AANLEIDING IS OM DE HYPOTHEEK TE
WIJZIGEN.
TEKST MARIA SILVEIRA, DIRECTEUR SEH
In de praktijk handelen we daar niet naar. Bij een
aankoop of een oversluiting krijgt duurzaamheid
soms nog wel aandacht. Zeker als er een extra rentekorting
te behalen is of wanneer extra leenruimte
nodig is. Sommige adviseurs benoemen nog het
energiebespaarbudget. Maar daarna wordt het stil.
Bij bestaande woningen zonder hypotheektransactie
gebeurt weinig, terwijl juist daar de grootste verduurzamingsslag
nodig is. De meeste klanten blijven
wonen waar ze wonen, maar schuiven investeringen in
duurzaamheid voor zich uit.
Dat moet anders. Klimaatverandering is geen vervan-ons-bed-show
meer. Het beïnvloedt wooncomfort,
energielasten en financiële risico’s. Toch nemen
we deze factoren nauwelijks mee in gesprekken over
onderhoud en toekomstbestendigheid. We kiezen voor
het zekere gesprek over cijfers van vandaag, niet voor
het gesprek over risico’s van morgen.
INZICHT
Klanten zijn niet energiemoe. Ze vragen naar verduurzaming,
comfort en waarde. Onzekerheid remt hun
actie. Wat levert het op? Wat kost het? En wat als het
tegenvalt of regelgeving wijzigt? Juist hier maakt jouw
advies het verschil. Door inzicht te geven in de financi-
72 | VVP SPECIAL MAART 2026
OPINIE
Steek energie
in energie
ële consequenties van wel of niet verduurzamen, ontstaat
ruimte om keuzes te maken.
Voor SEH is het duidelijk: duurzaamheid hoort bij
verantwoord adviseren. Niet omdat het moet, maar
omdat het raakt aan betaalbaarheid en risico’s. Het
SEH Keurmerk Financieel Adviseur Duurzaam Wonen
laat zien dat een adviseur dit gesprek kan voeren zonder
alles te hoeven weten.
De kern is eenvoudig. Begrijp wat financieel relevant
is, benoem de risico’s van niets doen en maak opties
inzichtelijk. Niet technisch, wel financieel. Niet
dwingend, wel richtinggevend.
TOOLBOX
SEH ziet dat adviseurs deze verantwoordelijkheid niet
alleen hoeven te dragen en ondersteunt initiatieven die
duurzaam adviseren praktisch en uitvoerbaar maken.
Een belangrijk voorbeeld is de verduurzamingstoolbox
van HDN, die met steun van het ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties dit jaar wordt
geïntroduceerd. Deze toolbox ontsluit ISDE-subsidies,
energielabels en financieringsmogelijkheden via onder
andere SVn en het Nationaal Warmtefonds direct in
hypotheekadviessoftware. Via HDN wordt deze informatie
uniform en geautomatiseerd geïntegreerd in het
adviesproces. Zo maken we duurzaamheid in het adviesgesprek
steeds toegankelijker.
Ook de AFM onderstreept deze ontwikkeling in de
nieuwe concept-leidraad Hypotheekadvisering. Daarin
wordt duidelijk dat duurzaamheid geen extraatje meer
is. De adviseur hoeft geen expert te zijn, maar wordt
wél geacht het onderwerp actief te bespreken, financieel
te duiden en mee te nemen in passend advies, ook
buiten het transactiemoment.
De echte vraag is dus niet of we duurzaamheidsmoe
zijn. De vraag is of jij verantwoordelijkheid durft te nemen,
ook wanneer er geen directe aanleiding is. Want
wie adviseert over geld, kan zich niet afzijdig houden
van energie. Niet de vrijblijvendheid bepaalt de uitkomst,
maar het gesprek dat je wél of niet voert. Een
echte adviseur steekt energie in energie. n
‘Duurzaamheid
hoort bij verantwoord
adviseren’
SPECIAL MAART 2026 VVP | 73
PARTNER IN KENNIS
SCHADE HERSTELLEN IN PLAATS VAN VERVANGEN IS VAAK
DUURZAMER. TOCH BRENGT HET OOK UITDAGINGEN MET ZICH
MEE: VAKMENSEN VINDEN, OFFERTES REGELEN EN KWALITEIT
BEWAKEN KOST TIJD VOOR KLANTEN EN ADVISEURS. MET EEN
EIGEN HERSTELNETWERK EN MEERDERHEIDSBELANG IN SOOPLE
NEEMT A.S.R. SCHADE REGELWERK UIT HANDEN EN ZET ZE IN
OP GEMAK, KWALITEIT EN DUURZAAMHEID. TWEE ADVISEURS
DELEN HUN ERVARINGEN: DAVY HOOGESTEGER VAN VAN GESSEL
HYPOTHEKEN & VERZEKERINGEN EN MAARTEN PEELEN VAN
ASSURANTIEKANTOOR PEELEN.
Hoe het herstelnetwerk
van a.s.r. klanten én
adviseurs ontzorgt
TEKST a.s.r.
Het vinden van goede vakmensen
wordt steeds lastiger,
zeker voor kleinere klussen,
zoals stuc- en schilderwerk
of specialistisch herstel van een bank of
aanrechtblad. Met het herstelnetwerk
van a.s.r. schade hoeven verzekerden
zelf geen hersteller te zoeken, offertes
te regelen en vergelijken of betalingen
voor te schieten. Ook voor adviseurs is
dit een voordeel:
Maarten Peelen maakt in zijn regio
regelmatig gebruik van hersteller Soople:
“Klanten vragen vaak of ik iemand
ken, bijvoorbeeld voor één kapotte tegel.
Als ik klanten verwijs naar Soople,
dan neem ik die zoektocht uit handen.
Ik weet zeker dat de offerte klopt en dat
bespaart mij controlewerk. Schakelt de
klant zelf iemand in? Dan krijg ik regelmatig
een ongespecificeerde offerte die
ik niet kan doorsturen naar de verzekeraar.
Natuurlijk kijk ik nog steeds naar
de kosten van het herstel, zodat de
klant en verzekeraar tevreden zijn.”
Ook Davy Hoogesteger ziet de
voordelen: “Het herstelnetwerk van
a.s.r. ontzorgt je als adviseur. Ik dien
het verzoek voor schadeherstel in en
er wordt contact opgenomen met de
klant. Vooraf check ik natuurlijk of er
dekking is, zodat onnodige kosten worden
voorkomen. Achteraf vragen we
altijd hoe het is opgelost en de reacties
zijn positief. Is de schadeoorzaak duidelijk
en gedekt? Dan is herstel via het
herstelnetwerk makkelijk voor de klant
en adviseur.”
KWALITEIT EN ZEKERHEID
Bij a.s.r. schade zijn er duidelijke afspraken
met herstellers over kwaliteit en reactietermijnen.
Zo wordt verwacht dat
herstellers binnen vijf werkdagen een
eerste opname doen. Ook voert a.s.r.
audits uit en spreekt herstellers regelmatig
over dienstverlening en nieuwe
technieken. Mocht er een klacht zijn?
Dan helpt a.s.r. die op te lossen.
Davy Hoogesteger: “Wij werken regelmatig
met Fraanje, een grote aannemer
uit het herstelnetwerk van a.s.r.
in onze regio. Bij kleine waterschade
aan een dak was alles snel geregeld
en de klant was tevreden. Bij een grote
waterschade werden meerdere vakmensen
ingehuurd. Dan is de situatie
voor de klant lastiger en krijg ik meer
vragen. Gelukkig zijn de lijntjes kort en
krijg ik snel en goed antwoord van de
aannemer.”
Maarten Peelen: “Stel dat de klant
toch niet tevreden is, dan weet ik dat
het door a.s.r. wordt opgelost. Bij een
door de klant ingeschakelde externe
partij kan dat lastiger zijn.”
74 | VVP SPECIAL MAART 2026
a.s.r.
Davy Hoogesteger:
“Een goed herstelnetwerk ontzorgt je
als adviseur en bespaart tijd.”
Maarten Peelen: “De bestaande spullen
van een klant worden weer mooi gemaakt,
zodat ze nog jaren meekunnen.”
HERSTELLEN VAAK DUURZAMER
Herstellen is vaak duurzamer dan vervangen.
Meestal voorkomt het afval
en bespaart het grondstoffen, productie
en transport - allemaal stappen die
CO 2 -uitstoot veroorzaken. Het herstelnetwerk
van a.s.r. herstelt schade waar
mogelijk op een duurzamere manier. En
met herstellers door het hele land is de
rij-afstand naar klanten kort en wordt
vaak CO 2 -uitstoot bespaard. Maarten
en Davy kennen voorbeelden waarbij
herstel voor minder afval zorgde.
Davy: “Laatst had een klant waterschade
in de keuken doordat de afvoer
van de vaatwasser verstopt zat. Hierdoor
waren keukenlades, -deuren en
plinten beschadigd. Ook de laminaatvloer
had waterschade. Door snel en
vakkundig herstel van Novanet en de
Parketmeester, kon de klant weer gebruik
maken van de bestaande keuken
en vloer. Zo werd de klant voor een
groot deel ontzorgd.”
Maarten: “Ik denk bijvoorbeeld aan
een klant bij wie het aanrechtblad is
hersteld. Dat wordt dan heel goed gerepareerd
door Nomot. Ik zie daar echt
de meerwaarde van: de bestaande spullen
van een klant worden weer mooi gemaakt,
zodat ze nog jaren meekunnen.”
ROL ADVISEUR
Adviseurs spelen een sleutelrol in het
informeren van klanten. Door de voordelen
van herstel te benadrukken, helpen
zij klanten bewustere keuzes te maken.
Ook Davy Hoogesteger en Maarten
Peelen merken dat klanten dit van hen
verwachten:
Maarten: “Klanten leggen het aapje
bij mij op de schouder als er schade is.
Zo hoort het ook. Het is fijn dat ik het
dan kan doorzetten naar een hersteller
als Soople. Zij pakken het snel op en
zorgen voor goed herstel. Zo is de klant
tevreden en door de goede samenwerking
neemt het mij werk uit handen.”
Davy: “Vaak vraag ik aan klanten
hoe zij hun schade willen herstellen,
dat is per klant verschillend. Sommige
klanten schakelen liever zelf een hersteller
in en dat kan natuurlijk ook.
Maar als adviseur zijn wij blij met het
herstelnetwerk van a.s.r., vanwege de
korte lijntjes en goede samenwerking.
SAMEN BOUWEN AAN DE TOEKOMST
Adviseurs spelen een cruciale rol bij het
bewegen van klanten naar schadeherstel
in plaats van vervangen. a.s.r. schade
wil hen daarin goed ondersteunen.
Samen zorgen we dat klanten altijd de
hulp krijgen die zij nodig hebben, waar
mogelijk op een duurzamere manier.
Daarom heeft a.s.r. een meerderheidsbelang
in Soople. In de samenwerking
met adviseurs betekent dit: samen optrekken.
Davy: “Om herstel aan te kunnen
bieden, moet je wel weten hoe je
een opdracht moet geven. Dan is goed
vindbare informatie en bereikbaarheid
van de verzekeraar en hersteller belangrijk.
Doordat a.s.r. schadeherstel
de laatste jaren meer onder de aandacht
brengt, is het bekender geworden
en gebruiken we het meer.”
Maarten: “Ik vind de ontwikkeling
van de samenwerking tussen a.s.r. en
Soople heel fijn. Dat er een eigen hersteller
is. Ik kan hen ook inschakelen
voor kleine klusjes. Klanten hoeven
niet te zoeken en ik weet dat het goed
wordt afgewikkeld.” n
SPECIAL MAART 2026 VVP | 75
DUURZAAM ADVISEREN
‘HET COMMONISTISCH MANIFEST’ IS DE APPENDIX VAN HET BOEK
‘ECOLIBERALISME’ VAN KEES KLOMP DAT VORIG JAAR VERSCHEEN BIJ
UITGEVERIJ DE GEUS. DIT MANIFEST MAG VVP – LOS VAN HET BOEK
– PUBLICEREN. BELANGRIJK, WANT DIT MANIFEST GEEFT RICHTING,
PERSPECTIEF EN HOOP VOOR EEN DUURZAME SAMENLEVING.
Het Commonistisch
Manifest
TEKST KEES KLOMP
We leven in een gevaarlijke tijd. Haat
en kwaadaardigheid zijn ‘in’, liefde
en zachtaardigheid zijn ‘uit’. De afgelopen
jaren hebben we onder leiding
van nationaal-populistische
politici op vele plekken in de wereld een ruk naar radicaal-rechts
gezien. Deze nationaal-populistische politici
doen zich daarbij met opzet dommer voor dan ze
zijn. Sterker nog, het is eigenlijk een uiterst slimme
strategie. Met hun ‘domrechtse retoriek’, zoals Sander
Schimmelpenninck het in zijn boek De domheid regeert
noemt, doen zij de ‘gewone man en vrouw’ geloven
dat er een verhitte strijd gaande is tussen links en
rechts. Populisten hebben mensen massaal doen geloven
dat alles-links-van-radicaal-rechts schuldig aan de
toestand van de wereld is. Omdat de radicaal-rechtse
populisten hierbij niet alleen gebruikmaken van domheid
maar nadrukkelijk ook van haatdragende kwaadaardigheid,
zou ik in navolging van Schimmelpennincks
‘We hoeven elkaar
alleen maar een beter
verhaal te vertellen en
daarnaar te handelen’
‘domrechts’ ook de term ‘kwaadrechts’ willen introduceren.
Domheid en kwaadheid versterken elkaar. Woede
maakt mensen blind en dom. Het is een effectief
electoraal machtsmiddel, en rechts-populistische politici
weten dit donders goed.
Maar staan modern links en rechts eigenlijk wel echt
zo lijnrecht tegenover elkaar? Dat wat we tegenwoordig
links noemen strijdt voor een liberale versie van democratie
waarin individuele vrijheden en rechten centraal
staan, een progressief wereldbeeld, gelijkwaardigheid,
globalisering en een streven naar vooruitgang. Dat wat
we rechts noemen strijdt voor een niet-liberale versie
van democratie waarin christelijke familiewaarden en
tradities beschermd moeten worden door middel van
conservatieve en nationalistische politiek. Er zijn zeker
grote culturele verschillen tussen beide kampen. Maar
er zijn evenzo grote culturele overeenkomsten.
Zowel aan de progressieve linkerkant als aan de conservatieve
rechterkant van het politieke spectrum heersen
onbehagen, onvrede, onmacht en een gevoel van onveiligheid.
En zowel aan de kosmopolitische linkerkant als
aan de nationalistische rechterkant wordt geworsteld
met een steeds precairder wordend bestaan, het kille
marktfundamentalisme, toxisch individualisme, de verslaving
van consumentisme, de almacht van het grootkapitaal
en vooral de voortschrijdende ecologisch-economische
ineenstorting. Het lijkt alsof onze samenleving
ongeneeslijk gebroken is, maar in werkelijkheid lijden
we massaal onder hetzelfde kapitalistische systeem.
76 | VVP SPECIAL MAART 2026
DUURZAAM ADVISEREN
In werkelijkheid is er helemaal geen strijd tussen links
en rechts. Dat is een zorgvuldig gecreëerde pseudostrijd.
Het is een rookgordijn, een afleidingsmanoeuvre.
De werkelijke strijd speelt zich af tussen een piepkleine
ultrarijke elite die zijn geld verdient met geld – het
accumuleren van kapitaal door het laten renderen van
bezit – en de werkende massa voor wie het leven steeds
onzekerder en onveiliger wordt. Er is geen cultuurstrijd
maar een klassenstrijd. En die werkende massa, dat
zijn wij allemaal. Zowel de praktisch opgeleide werkende
klasse als de theoretisch opgeleide werkende klasse
zit in de hoek waar de klappen vallen. Er ontstaat
een gigantisch precariaat, een door hoogleraar Guy
Standing gemunt begrip om een groep mensen te duiden
die in structurele socio-economische onzekerheid
leven. Een steeds grotere groep mensen zal door de
voortschrijdende economisch-ecologische verelendung
gedwongen worden een precair leven te leiden.
Onderzoek toont overduidelijk aan dat de kleine groep
ultrarijken steeds rijker wordt en de grote groep werkenden
steeds armer. Omdat het leven almaar duurder
wordt, loont werken steeds minder. De ‘werkende
arme’ is vandaag de dag een steeds vaker voorkomend
maatschappelijk gegeven, alsmede mensen die twee of
meer banen tegelijk hebben om in hun levensonderhoud
te kunnen voorzien. Er is een gapende, perverse
vermogenskloof tussen miljardairs en de precaire massa.
En die kloof wordt elke dag alleen maar groter. Een
– letterlijk – handjevol mensen is even vermogend als
de armste helft van de wereldbevolking.
Kortom: er heerst geen strijd tussen rechtse praktisch
opgeleide werkenden en linkse theoretisch opgeleide
werkenden, zoals populistische politici ons doen geloven,
maar tussen een accumulerende, bezittende bovenklasse
en een werkende onderklasse die niet over
kapitaalmiddelen beschikt. De radicaal-rechtse politici
zijn dus helemaal niet de belangenbehartigers van de
gewone, kleine man en vrouw, maar eigenlijk de nuttige
idioten van het grootkapitaal. De kapitaal bezittende
elite gedijt bij de populistische verdeel-en-heersretoriek.
De onderlinge strijd tussen werkende mensen
houdt de gemoederen bezig en leidt de aandacht af van
het echte probleem: de gapende vermogenskloof tussen
de grote werkende klasse en de kleine bezittende
klasse. Legitieme gevoelens van onbehagen bij de mensen
– onze samenleving is momenteel op alle mogelijke
manieren onveilig en onzeker – worden op deze manier
gekanaliseerd in een voor het grootkapitaal veilige richting:
via een horizontale strijd in plaats van een verticale
strijd.
Kees Klomp:
‘Ware vrijheid.’
KEES KLOMP
Kees Klomp (Haarlem, 1968) had na een studie politicologie
en communicatie een succesvolle carrière in de reclamewereld,
tot hij zijn maatschappelijk engagement niet meer kon
verenigen met het conventionele bedrijfsleven en vastliep.
Sindsdien zet hij zich in voor een betekenisvollere inrichting
van economie en samenleving. Hij was lector Betekeniseconomie
aan de Hogeschool van Amsterdam, is programmamanager
Agency aan de Hogeschool Windesheim en schreef
onder meer Betekeniseconomie en De Regenmaker. Dit artikel
verscheen eerder op MaatschapWij.nu waar Kees een van de
grondleggers van was.
SPECIAL MAART 2026 VVP | 77
DUURZAAM ADVISEREN
Willen we deze situatie veranderen, dan moeten we de
juiste strijd voeren: niet tegen elkaar, maar tegen de
macht van het grootkapitaal. Verticaal dus. De polariserende
strijd tussen de tegenpolen links en rechts
moet plaatsmaken voor een verenigde strijd vanuit het
politieke midden. Het stille midden moet het radicale
midden worden en in opstand komen tegen een systeem
dat de macht van het grootkapitaal faciliteert: de
kapitalistische vrijemarkteconomie.
Daar schuilt wat mij betreft een enorme kans voor ‘alles-links-van-radicaal-rechts’;
voorbij het kapitalisme
en de daarbij behorende vrijemarkteconomie. Het grote
probleem van het huidige politieke midden en links
is dat zij niets wezenlijk anders vertegenwoordigen dan
politiek rechts en/of radicaal-rechts. Het zijn slechts
verschillende versies van hetzelfde kapitalisme en dezelfde
vrijemarkteconomie. Links staat voor een iets
socialere versie van kapitalisme en een iets meer gereguleerde
versie van de vrijemarkt, maar het ontbeert
een eigen ideologische signatuur.
Wat dat betreft kunnen het politieke midden en links
leren van politiek radicaal-rechts. Politieke macht ontstaat
en bestaat bij de gratie van het vermogen verschillende
individuele initiatieven verbindend te organiseren
en consistent te institutionaliseren. Alhoewel
ik koude rillingen krijg van het conservatieve, nationalistische,
autocratische gedachtegoed dat nationaal-populisten
zoals Trump, Wilders, Le Pen en Orbán vertegenwoordigen,
begrijp ik heel goed waarom het politiek
zo impactvol is. Het geeft mensen een wenkend
agonistisch perspectief.
Agonisme staat voor een politieke strijd met het doel
ideologische hegemonie te bewerkstelligen. Het erkent
dat de politieke arena een sociaal strijdtoneel is waarin
er om macht wordt gestreden tussen ideologische tegenstanders.
Dat agonistische spel van publieke beïnvloeding
en politieke invloed beheerst radicaal-rechts
erg goed. Zo niet het politieke midden en links. Dat is
vooralsnog een allegaartje van verschillende sociale,
liberale, democratische, progressieve ideeën. Het ontbreekt
aan een heilig doel en een helder plan. Het is
veel meer rationeel-thematisch (hoofd) dan emotioneel-ideologisch
(hart). Dat maakt het moeilijker om
mensen massaal te mobiliseren en zich massaal met
midden/links te laten identificeren.
Het radicale midden moet daarom – paradoxaal genoeg
– de ideologische strijd met radicaal-rechts aangaan om
méér mensen méér te verbinden. Het radicale midden
moet expliciet afstand en afscheid nemen van het kapitalisme
en de vrijemarkteconomie. Niet het halfbakken
reguleren van de kapitalistische vrijemarkteconomie
zoals nu door centrumlinkse of sociaalliberale politieke
partijen plaatsvindt, maar het met hart en ziel vertegenwoordigen
van een expliciet andere, eigen samenlevingsleer:
de commonistische meenteconomie.
Het radicaal-rechtse electoraat verwacht namelijk dat
de autocratie het maatschappelijke onbehagen, de onvrede
en onveiligheid gaan oplossen, en dat miljardairs
zich om de burger gaan bekommeren. De geschiedenis
leert echter dat de radicaal-rechtse kiezer zeer waarschijnlijk
van een koude kermis thuis gaat komen. Dictatoriale
autocratieën als Rusland, Wit-Rusland, Eritrea
en Noord-Korea scoren niet voor niets consequent laag
op bevolkingsgeluk en de geroemde trickle down economics
blijkt in de praktijk een ordinaire grootkapitaalhoax
te zijn. De verlichte, sterke leiders zullen zich binnen
afzienbare tijd ontpoppen tot de elite waartegen het
precaire radicaal-rechtse electoraat in opstand dacht te
zijn gekomen.
Laten wij kleine, gewone, werkende mensen – het radicale
midden – de krachten dus bundelen en met alle
beschikbare politieke middelen strijden voor een nieuw
systeem waarin de belangen van burgers en niet die
van bedrijven centraal staan. Laten we onszelf en elkaar
bevrijden. Dat is heel goed mogelijk. En daar is
geen gewelddadige revolutie voor nodig. We hoeven elkaar
alleen maar een beter verhaal te vertellen en daarnaar
te handelen. Jac Hielema vat het centrumlinkse
agonistische handelingsperspectief perfect samen in
zijn boek Het vierde scenario: ‘Haal vandaag nog grond,
arbeid en kapitaal uit het geldsysteem en begin onmiddellijk
met het in goed overleg uitwisselen en toewijzen
ervan.’ Zo is het. De macht van het grootkapitaal
zal als sneeuw voor de zon verdwijnen als we de gecreëerde
schaarste en afhankelijkheid opheffen door kapitaalgoederen
te democratiseren, oftewel door kapitalistisch
bezit en eigendomsrecht te vervangen voor
commonistisch delen en gemeenschapsrecht. Door via
de meent gemeenschapsgoederen te produceren en
consumeren kunnen we participeren in elkaars levensbestaan
en ons actief ontfermen over onze leefomgeving.
Een betere remedie tegen gevoelens van onbehagen,
onvrede en onveiligheid is er niet. Dat noem ik pas
ware vrijheid.
Precariërs aller landen, verenigt u! n
78 | VVP SPECIAL MAART 2026
Ruim 80 jaar hét platform voor onafhankelijk adviseurs
Word abonnee en profiteer mee!
Vakkennis
en inspiratie
voor topadviseurs!
Beste adviseur,
VVP is het enige platform in Nederland puur gericht op onafhankelijke financieel adviseurs. Missie van VVP
is adviseurs praktisch ondersteunen in hun dagelijkse adviespraktijk, het onderstrepen van het maatschappelijk
belang van onafhankelijk advies én de versterking van de trots op het eigen adviesvak. Dit doen we met
relevante kennis, praktijkgerichte tools, inspiratie, het praktijkgerichte katern Ken je vak!, een dagelijkse
nieuwsbrief, een kennissite, vakevents, etc, etc.
Meerwaarde vakblad VVP
• Vier inspirerende en ondernemende bewaaredities met in elke editie het kenniskatern ‘Ken je vak!’ met
onder meer de vertaling van Kifid-uitspraken naar de adviespraktijk en de rubriek ‘Jouw vakbekwaamheid’
• Exclusieve specials met verdieping op een adviesonderwerp
• Netwerk- en kennisbijeenkomsten met korting voor abonnees, zoals de VVP Ondernemersdag en de
vakevents Pensioen & Vermogen en Inkomen
• De Advies Awards voor de meest klantgerichte advieskantoren van Nederland – www.adviesawards.nl
• Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
• De kennissite www.vvponline.nl
• Webinars
• Het VVP Ondernemerspanel, de gratis vraagbaak voor abonnees van VVP. Vijf vakexperts delen met u hun
kennis en geven raad over uw eigen ondernemersvraagstukken.
Word nu abonnee
Een jaarabonnement op VVP kost 63 euro. Een kleine investering die zich dubbel en dwars terugverdient.
Meld je aan op www.vvponline.nl/abonnementaanvragen en u bent abonnee van het meest complete
platform voor financieel adviseurs.
DUURZAAM ADVISEREN
Als je het bos
wilt zien, , kijk
dan niet alleen
naar de bomen
DE GELUIDEN EN GEUREN VAN HET BOS. DE FRISHEID. DE EENZAAMHEID. HIER VOELEN WE ONS
MISSCHIEN ALLEEN, MAAR NOOIT EENZAAM. WE KEREN VERKWIKT EN ONTSPANNEN TERUG
VAN BOSWANDELINGEN, ALSOF WE EEN MAGISCH LEVENSELIXER HEBBEN GEDRONKEN. HEB JE
JE OOIT AFGEVRAAGD WAAROM DIT ZO IS EN WAAROM WE ONS ZO VOELEN? IK HEB EEN GLIMP
OPGEVANGEN EN NODIG JE GRAAG UIT VOOR EEN KORTE E-BOSWANDELING.
TEKST ALAN MCSMITH
Elk jaar ben ik in Nederland voor een ‘conversatiereis’.
Op verschillende evenementen deel ik
mijn inzichten uit de natuur en hoop ik mensen
te inspireren om de onderlinge verbondenheid
van alle levensvormen op aarde in te zien
en te ervaren. Ons fundamentele welzijn is afhankelijk
van het welzijn van onze bossen, oceanen, woestijnen,
bergen, bodem, rivieren en de lucht. Hoe ziet deze relatie
eruit? En belangrijker nog, hoe kunnen we deze relatie
integreren in onze moderne wereld?
Tijdens mijn lezingen vertel ik verhalen uit de wildernis
en toon foto’s van wilde dieren. We vergeten
echter vaak dat de natuur om de hoek is en dat we voor
echte inspiratie naar buiten moeten.
80 | VVP SPECIAL MAART 2026
NATUUR
Zodra de deelnemers in het bos op de grond gaan zitten,
verdwijnen alle afleidingen en gebeurt er iets magisch.
De mobiele telefoon leidt niet langer af en ideeën
over macht en positie zijn verdwenen. Voor iedereen
blijft er alleen nog een stil, groen, lommerrijk, zoetgeurend
moment over.
De natuur is de ruimte waarin de mens het meest
verbonden is. Geven en nemen zijn er verweven en een
natuurlijke dialoog komt er gemakkelijk tot stand.
Een verblijf in de natuur is de grootste vrijetijdsbesteding
van mensen. En terecht. We weten allemaal dat
een verblijf in de natuur goed voor ons is, dat het iets
in ons herstelt. Ondanks de verdergaande verstedelijking
zijn boswandelingen nog altijd populair. Dit verhaal
is een uitnodiging om bomen op een andere manier
te bekijken.
INTELLIGENTIE
Bomen zijn intelligent. Ze kunnen met elkaar communiceren
en het gedrag van het bos beïnvloeden. Ook
bomen voeden hun jongen, ook al is het op een andere
manier dan zoogdieren dat doen. Moederbomen omzeilen
via hun verbonden wortelstelsels andere planten
en sturen actief voedingsstoffen en suikers naar hun
kroost om hun gezondheid te waarborgen.
Bomen hebben een zeer geavanceerd zelfverdedigingssysteem.
Als een boom wordt aangevallen door
een insectensoort, verhoogt de boom de hoeveelheid
gifstoffen en chemicaliën in zijn blad of schors, waardoor
ze door die insecten niet lekker meer worden gevonden.
Deze chemische intelligentie gaat zelfs verder.
Bomen geven namelijk specifieke gifstoffen af om specifieke
aanvallers af te weren. Ze kennen het verschil tussen
bijtende en zuigende indringers. Sommige bomen
hebben deze techniek zo ver ontwikkeld dat ze voor iedere
indringer de juist giftige verbinding samenstellen.
Maar het kan nog een stap verder. Sommige bomen
zijn, ter verdediging tegen een insectenaanval, in staat
om wespenferomonen na te bootsen, waardoor wespen
worden aangetrokken die zich, als reactie hierop, beginnen
te voeden met de boosdoeners.
Ook bomen hebben hun ‘slaap’ nodig. ’s Nachts
vindt er een actieve verandering in hun fysiologie
plaats, waarbij takken, bladeren en bloemen gaan hangen
en de omtrek van de stam iets krimpt. Het is een
rusttoestand, wachtend op de zonsopgang om de dagelijkse
processen van fotosynthese en transpiratie te
hervatten.
In dit proces gebeurt er nog iets fascinerends. De
waterdruk in het celweefsel stijgt en samen met het fysieke
ritme van krimpen en uitzetten, vindt er een fundamentele
pulserende of pompende beweging in het
transpiratieweefsel plaats. Het is een zeer langzaam patroon,
misschien eens in de paar uur. Maar desalniettemin
vergelijkbaar met een hartslag.
GEUR EN KLEUR
De zoete en verleidelijke geuren van een bos zijn zelfverdedigingschemicaliën
die door bomen worden vrijgegeven.
Ze hebben een heel andere impact op ons dan
op een plunderende rups of een hongerig hert. Deze
geuren, bekend als fytonciden, bevatten natuurlijke
chemicaliën die ons lichaam biologisch beïnvloeden en
de afgifte van feromonen activeren. Een van de meest
voorkomende bijwerkingen hiervan is de regulering
van het stresshormoon cortisol. Onze bloeddruk daalt
en we ervaren een gevoel van ontspanning en vrede.
Het inademen van boslucht helpt ons te kalmeren.
Een ander voordeel is dat het inademen van fytonciden
ons immuunsysteem versterkt. Het is officieel:
de gezondheidsvoordelen van een boswandeling zijn
nu ook wetenschappelijk bewezen! Belangrijk om dit te
weten en te begrijpen, maar intuïtief hebben we altijd
al geweten dat een boswandeling therapeutisch is.
Groen is een belangrijke kleur voor ons. Experimenten
bewijzen dat groen licht een kalmerende werking
heeft op ons zenuwstelsel, dat onze hartslag,
bloeddruk en spijsvertering reguleert. Opnieuw bewijzen
onderzoeken iets dat velen van ons intuïtief al weten:
tijd doorbrengen in een bos is essentieel voor ons
welzijn.
De reden? Ik vermoed dat het te maken heeft met
onze geschiedenis en ontwikkeling. De evolutie van
onze soort zou hebben plaatsgevonden in weelderige
bosomstandigheden waar voedsel en onderdak beschikbaar
waren, waardoor deze groene habitat ons
’thuis’ was. Het menselijk gezichtsvermogen en ons
zicht, uniek bij zoogdieren, zijn ontwikkeld om het
groene kleurenspectrum te onderscheiden. We zijn letterlijk
ontworpen om bossen te ‘zien’. En daarom voelen
we ons ook ‘thuis’ in het bos.
WAT WE NIET KUNNEN ZIEN
Als je in een bos kijkt, zie je bomen en planten, stammen,
takken en bladeren. Dood hout. Bloemen, insecten,
vogels en misschien een hert. Dit alles bevindt zich
aan de oppervlakte, het is zichtbaar voor ons. Maar
‘De natuur is de ruimte
waarin de mens het
meest verbonden is’
SPECIAL MAART 2026 VVP | 81
DUURZAAM ADVISEREN
Alan McSmith:
‘Magie volgt
vanzelf.’
denk eens aan wat je niet kunt zien. Dus als je de horizon
omdraait en wat zich onder de grond bevindt naar
de oppervlakte brengt. Dan komt er een wereld van
wonderen tevoorschijn.
Kun je je een enorme wirwar van wortels voorstellen
die elke plant in het bos met elkaar verbindt? Zie
je het enorme web van mycelium dat dit systeem met
elkaar verweeft en overbrugt, en een communicatieen
voedingsnetwerk in de bodem vormt? Een netwerk
waardoor bomen en planten doelbewust voedingsstoffen
kunnen sturen en manipuleren, verbinding kunnen
maken en empathie kunnen voelen met anderen.
Bomen leren ons dat samenwerking en empathie
volkomen natuurlijk zijn om te overleven. De mechanismen
van deze ongewone en mysterieuze symbiose,
en de betekenis ervan in breder perspectief, vormen
een van de belangrijkste ontdekkingen in onze natuurlijke
wereld. Het heeft onze kijk op bomen, bossen en
ecosystemen veranderd. Misschien is dit wat onze kijk
op het leven verandert.
Kunt u zich het ongelooflijk levendige bodemecosysteem
voorstellen met miljoenen microscopisch kleine
levensvormen, regenwormen en gravende insecten,
en kilometers aan verweven schimmels? Wanneer u
deze ‘ziet’, dan begint u misschien het bos op te merken.
Want het is in de bodem, verborgen voor het oog,
waar de primaire productie en vitaliteit zich bevinden.
Dat ervaren, voelen en weten, zou je Bosbewustzijn
kunnen noemen.
VERSCHILLEN
Bomen zijn 300 miljoen jaar oud, wij mensen zijn misschien
300.000 jaar oud. En onze bosbouwsector is 300
jaar oud. Wat een verschillen!
Diep van binnen weten we maar al te goed hoe belangrijk
bossen zijn voor het welzijn op aarde. Als we luisteren
naar de wijze lessen van bomen, dan wordt duidelijk
dat een nieuwe visie op bosbehoud noodzakelijk is.
Onze geïndustrialiseerde visie op bossen was en is
gericht op een maximale economische houtproductie.
We berekenen de waarde van een bos op basis van de
hoeveelheid meubels die we van het hout kunnen maken.
Dit betekende kaalkap, monocultuur en chemische
ingrepen. Het nettoresultaat van deze wereldwijde
kortzichtigheid is het afsterven van boshabitats, de
vernietiging van biodiversiteit, het verlies van zelfonderhoudende
en regulerende ecosystemen en de verwoesting
van autonome klimaatbeheersingssystemen.
OPROEP
Ter afsluiting vraag ik u om mee te werken aan bosregeneratie,
zodat ecosystemen zich kunnen herstellen.
Stop met het netjes houden van bossen en laat dood en
stervend hout in het bos achter. Het is deze wanorde
die de bodem en de heilige systemen onder de oppervlakte
voedt. Zodat we ervan kunnen blijven genieten.
Tip voor ondernemers: stop met discussies, managementsessies
en beleidsvergaderingen en nodig je team
of je relaties uit voor een boswandeling. Laat iedereen
op de grond zitten, laat iedereen de aarde voelen tussen
de tenen en laat de groene lucht diep inademen. Een
glimlach is onvermijdelijk. En magie volgt vanzelf. n
Tekst: Alan McSmith, ruim dertig jaar wildernisgids en natuurbeschermer,
gevestigd in Zuid-Afrika. Meer informatie
www.lead-wild.com. Vertaling: Willem Vreeswijk
82 | VVP SPECIAL MAART 2026
We zijn trots op onze partners
die deze VVP special
Duurzaam Adviseren mede
mogelijk hebben gemaakt