18.02.2026 Views

VVP SPECIAL Duurzaam Adviseren e-zine BW

  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

80 JAAR HÉT PLATFORM VOOR DE FINANCIEEL ADVISEUR

VVPRUIM

JAARGANG 83 • EXTRA EDITIE • MAART 2026

Special Duurzaam Adviseren


COLOFON

VVP, KENNIS- EN INSPIRATIEMAGAZINE

VOOR FINANCIEEL ADVISEURS

Uitgave van VVP Nederland

83e jaargang

nhoud

UITGEVER EN HOOFDREDACTEUR

Willem Vreeswijk 06-10630149,

willem@vvponline.nl

(EIND)REDACTEUR

Toon Berendsen 06-12907930,

toon@vvponline.nl

PERSBERICHTEN, REACTIES, IDEEËN

vvp@vvponline.nl

REDACTIE-ADRES

Wapendragervlinder 29, 3544 DL Utrecht

SENIOR ACCOUNTMANAGER/TRAFFIC

Sara Hattink, 06 8110656

sara@vvp-online.nl

5

Rondetafel

Duurzaam Adviseren

Meer doen, minder roepen

10

Rowin du Gardijn

Verduurzamen doen

we samen

ABONNEMENTENSERVICE

abonneeservice@vvponline.nl

WEBSITE www.vvponline.nl

SPECIAL DUURZAAM ADVISEREN

Deze special verschijnt in een oplage van 5.500

exemplaren en is mede tot stand gekomen in

samenwerking met AnsvarIdéa, a.s.r., Avéro

Achmea, Florius, ING, Inpact, INSVER, Klaverblad,

Nationale-Nederlanden en Obvion.

Deze editie is tevens uitgebracht als e-zine.

NABESTELLINGEN

Sara Hattink, sara@vvp-online.nl

Advertentieplaatsingen worden uitgevoerd

overeenkomstig ‘De Regelen 2022 Stichting

ROTA’

22

Carolien Sala

Niets doen is geen optie

26

Erna Knipscheer

Onderhoud als basis van

duurzame groei

COPYRIGHT VVP Nederland, 2026

VORMGEVING/PREPRESS

Peter Beemsterboer, Beemsfoto

DRUK

Damen Drukkers, Werkendam. Deze uitgave

is gedrukt op FSC-papier

ISSN: 1388-2724

2 | VVP SPECIAL NOVEMBER 2025

56

Matthias Olthaar

Beter begrip van

de economie

72

Maria Silveira

Steek energie in energie


VOORWOORD

Waardevermeerdering

14

Sanne Geerts

Bewustwording

30

Anja Brunink

Gewoon gezond verstand

80

Alan McSmith

De kracht van natuur

Adviseurs hebben elke dag invloed op hoe risico’s worden beheerst,

afgedekt en voorkomen. Duurzaam advies is toekomstbestendig advies

en daarom cruciaal. Duurzaamheid raakt direct aan risicomanagement,

klantbelang en de continuïteit van het advieskantoor.

Extremer weer, strengere milieuwetgeving hebben directe gevolgen

voor verzekerbaarheid en premies. Denk aan waterschade, verdroging,

cyberrisico’s en aansprakelijkheid rondom ESG-kwesties. Adviseurs die duurzaamheid

begrijpen, kunnen deze nieuwe en veranderende risico’s beter duiden

en hun klanten proactief adviseren. Daarmee verschuift de rol van reactief

schade-afhandelen naar preventief risicobeheer, wat de toegevoegde waarde

van de adviseur vergroot.

Daarnaast verwachten klanten steeds vaker dat hun adviseur meedenkt

over duurzame keuzes. Ze willen weten hoe zij risico’s kunnen verkleinen

door duurzamer te ondernemen of te wonen. Een adviseur die duurzaamheid

omarmt, kan verzekeringen koppelen aan preventie en langetermijnvisie, in

plaats van alleen aan polisvoorwaarden en premie. En klanten die verduurzaming

omarmen, zien simpelweg de waarde van hun woning stijgen.

Grondige kennis over verduurzaming is ook belangrijk om klanten goed

uit te kunnen leggen waarom bepaalde risico’s wel of niet verzekerbaar zijn en

welke alternatieven er zijn.

Bovendien versterkt duurzaamheid het vertrouwen en de geloofwaardigheid

van de adviseur. Door oog te hebben voor maatschappelijke impact en

langetermijnrisico’s laat je zien dat je verder kijkt dan de korte termijn.

En oh ja, verduurzaming is ook goed voor de leefbaarheid van de aarde,

maar dit uiteraard volstrekt terzijde.

Adviseurs die blijven vinden dat duurzaam adviseren een hype is, krijgen

er toch mee te maken, simpelweg omdat de wetgever het eist. Tevens zal duurzaam

adviseren worden opgenomen in samenwerkingsovereenkomsten en zul

je roeg of laat te maken krijgen met een verplichte uniforme ESG-prestatiemeting.

Kortom, je ontkomt er niet aan.

Adviseurs die behoefte hebben aan praktische ondersteuning bij hun duurzame

adviezen kunnen terecht op insver.nl. Alleen al de Centrale Duurzaamheidsdesk

is een belangrijk hulpmiddel. Deze online tool geeft je als adviseur

direct inzicht in welke verzekeraars dekking bieden voor zakelijke verduurzamingsrisico’s

en bij welke specialist je terecht kan. Hiermee voorkom je lange

zoektochten in het versnipperde aanbod rondom duurzame risico’s.

VVP is trots op deze bewaareditie vol tips, tools, best practices en visies die wij

samen met een aantal kennispartners aanbieden aan alle financieel adviseurs

van Nederland.

Heel veel leesplezier! n

WILLEM VREESWIJK (VVP)

HOOFDREDACTEUR / willem@vvponline.nl

SPECIAL MAART 2026 VVP | 3


VVP

KENNISEVENT

Op koers

met inkomen!

– EÉN MIDDAG, HELEMAAL BIJ! –

MARKTUPDATE MET:

JANTHONY WIELINK (ENKWEST)

ANNEMIEKE POSTEMA (AOVDOKTER/RADI AOV)

JOS BESSELINK (WIJZIJNLOEK)

WOENSDAGMIDDAG

1 JULI 2026

12.00 – 19.00 (MET LICHTE LUNCH VOORAF

EN AANGEKLEDE BORREL NA AFLOOP)

AFAS THEATER, LEUSDEN

Een ticket is kosteloos voor de relaties

van de kennispartners, voor VVPabonnees

en Adfiz-leden. Andere adviseurs

betalen een eigen bijdrage van

€ 25,- excl. btw. ter tegemoetkoming

van de catering- en registratiekosten.

Een ticket voor niet-adviseurs

kost € 295,- excl. btw.

Op woensdagmiddag 1 juli 2026 organiseert VVP voor de zevende keer haar

kennisevent Inkomen. Drie specialisten schetsen actuele ontwikkelingen bij Inkomen

Collectief en AOV. Verdieping vindt plaats in de sessies die de kennispartners

van het event verzorgen.

Janthony Wielink (Enkwest) laat zien waar de advieskansen liggen in een boeiende

markt die helaas wordt overschaduwd door de aanhoudende achterstanden

bij UWV. Hoe bied je als adviseur dat extra’s waardoor werkgevers al aan de

voorkant effectief aan verzuimbeheersing kunnen doen? Uiteraard zal Janthony

ingaan op de visie van het nieuwe kabinet op de sociale zekerheid.

Annemieke Postema (AOVdokter en RADI AOV) heeft zich ontwikkeld tot BAZexpert

bij uitstek. Zij praat de deelnemers bij over de laatste ontwikkelingen.

AOV-advies is maar voor weinig kantoren echt een specialisme. Jos Besselink

(WijZijnLoek) laat met zijn persoonlijke verhaal zien waarom het wél je verantwoordelijkheid

is.

U bent na deze middag weer helemaal op de hoogte op het boeiende maar

complexe Inkomensvak!

Partner worden van dit event? Neem dan contact op met Sara Hattink:

sara@vvp-online.nl, 06-8118056.

Informatie en aanmeldingen: www.meermetinkomen.nl


RONDETAFELGESPREK

Meer doen,

minder roepen

LAAT JEZELF NIET ONTMOEDIGEN DOOR BERICHTEN OVER AFNEMENDE INTERESSE IN

ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN. JA, ZWABBEREND OVERHEIDSBELEID HEEFT INVLOED

EN CONSUMENTEN ZIJN KRITISCHER, ZEGGEN TAFELGASTEN KARIN BOS (VOORZITTER DIVISIE

SCHADE & INKOMEN AVÉRO ACHMEA), SHARON VAN HEREL (CEO KLAVERBLAD VERZEKERINGEN)

EN MIJNTJE VAN PARIDON (MANAGER PRODUCT- EN PORTEFEUILLEMANAGEMENT ANSVARIDÉA/

TURIEN & CO.). IN DE PRAKTIJK ZIEN ZE ECHTER DUURZAME ONTWIKKELINGEN ALLEEN MAAR

TOENEMEN. “ONDERNEMERS EN PARTICULIEREN WACHTEN NIET OP DE OVERHEID.”

TEKST MARTIN NEYT

Het aantal aanvragen voor woningverbetering

loopt terug, meldt De Hypotheker

in haar Hypotheek Index over het laatste

kwartaal van 2025. De cijfers zijn afgezet

tegen de eerste drie kwartalen van dat jaar,

een periode waarin woningeigenaren bovenmatig investeerden

in duurzame maatregelen. Het gaat dan ook

om een stabilisatie, niet zozeer een daling. De groep

55-plussers laat nog altijd een stijging van acht procent

zien in het laatste kwartaal van vorig jaar.

Een soortgelijke conclusie valt te trekken uit een artikel

dat het AD eind 2025 onder de kop ‘minder Nederlanders

omarmen vegan en stekkerauto’ publiceerde.

Wie verder leest, ziet dat het aantal mensen

dat minder vlees eet nog altijd toeneemt, maar dat

het volledig afzweren van dierlijke producten tot stilstand

komt. Elektrisch rijden groeit zelfs, van drie

procent in 2023 naar zes procent in 2025, blijkt uit

onderzoek van Milieu Centraal. De groep Nederlanders

die open staat voor elektrisch rijden is desge-

SPECIAL MAART 2026 VVP | 5


DUURZAAM ADVISEREN

niet meer gebruiken, de dialoog gaat over continuïteit

van bedrijven en bestaanszekerheid van consumenten.”

Sinds haar overstap naar Klaverblad in 2024, heeft

ze naar eigen zeggen meer vrijheid om thema’s als CO2-

emissie, besparing van grondstoffen, sociale gelijkheid

en biodiversiteit voortvarend op te pakken. “Klaverblad

heeft geen aandeelhouders, die je terug kunnen fluiten,

dus we kunnen sneller slagen maken. We zijn de benchmarks

al voorbijgesneld. Als het om beleggingen gaat,

hebben we afscheid genomen van alle – mogelijk –

schadelijke onderdelen. Biodiversiteit is iets lastiger in

beeld te brengen voor onze sector. We werken zelf aan

vergroening van onze locatie en sponsoren verschillende

projecten, zowel op sociaal gebied als ter bevordering

van natuurherstel.”

Karin Bos: ‘Menselijk contact

blijft noodzakelijk, ondersteund

door technologie.’

vraagd in de afgelopen twee jaar gedaald van 51 procent

naar 44 procent.

Ongetwijfeld helpen het geleidelijk afbouwen van

subsidies voor elektrische auto’s en het beëindigen van

de salderingsregeling voor zonnepanelen per 2027 niet

bij het maken van duurzame keuzes, stellen de deelnemers

aan het rondetafelgesprek. Maar er is de afgelopen

jaren naar hun inzicht iets anders gebeurd. Iets dat

veel meer impact heeft.

CONTINUÏTEIT EN BESTAANSZEKERHEID

“Vijf jaar geleden werd er heel anders gesproken over

duurzaamheid”, zo kijkt Sharon van Herel op een rondetafelgesprek

van destijds terug. “Diversiteit op de

werkvloer werd vanuit de krappe arbeidsmarkt ingestoken

en een deelnemer meldde dat zijn klanten niet

met duurzame maatregelen bezig zijn. Dat is nu compleet

anders. Duurzaamheid is ingebed in ons denken

en doen. Eigenlijk moeten we het woord duurzaamheid

COMPLEXITEIT-MOE

Mensen zijn niet duurzaamheidsmoe, zoals de koppen

van de nieuwsberichten doen vermoeden, maar complexiteit-moe,

reageert Karin Bos. “Veranderende en

onduidelijke regels maken het lastig, maar veel mensen

hebben inmiddels een intrinsieke motivatie om duurzaam

te verbeteren. Ondernemers en particulieren focussen

zich niet op regelgeving, ze zijn bezig met zekerheid.

Misschien zijn grote bedrijven en multinationals

momenteel minder vocaal over duurzaamheid, maar

achter de schermen gaat alles door. Meer doen, minder

roepen, ik vind het een prima ontwikkeling.”

Binnen haar eigen organisatie wordt zeker geen gas

teruggenomen, benadrukt Bos. De duurzaamheidsdoelstellingen

zijn onlangs herijkt en aangescherpt.

“Onze strategie voor de lange termijn rust op drie pijlers:

klimaat en natuur, gezondheid en sociaal welzijn

en financiële weerbaarheid. We benaderen duurzaamheid

vanuit een breed perspectief.”

Ook AnsvarIdéa en Turien & Co. bekijken duurzaamheid

volgens Mijntje van Paridon, manager Product-

en Portefeuillemanagement bij beide organisaties,

vanuit een maatschappelijk oogpunt. “We zijn bij

productontwikkeling continu bezig met duurzaamheid

en een positief effect op de samenleving. Bijvoorbeeld

de duurzame autoverzekering die wij begin dit jaar

gaan lanceren. Dat lijkt tegenstrijdig gezien de uitstoot

van auto’s, maar ook daarin kan je duurzamere keuzes

maken. Zo bieden wij de klant de optie om te investeren

in Nederlandse veenweidegebieden bij het afsluiten

van de verzekering. Als de klant daarvoor kiest, verdubbelen

wij deze investering. Zo vergroenen we op de

plaats waar de uitstoot plaats vindt.”

BUILD BACK BETTER

Wachten op een talmende overheid is er naar ervaring

van de tafelgasten niet bij. Ondernemers blijven duur-

6 | VVP SPECIAL MAART 2026


RONDETAFELGESPREK

zame investeringen doen en kijken daarbij samen met

verzekeraars naar risico’s en verzekerbaarheid. Ook

consumenten laten zich bij de aanschaf van warmtepompen

en thuisbatterijen niet door regelgeving weerhouden.

“Consumenten zijn door de jaren heen wel

kritischer geworden”, merkt Van Paridon op. “Ze vragen

zich af hoe duurzaam bepaalde maatregelen precies

zijn. Met een boompje planten voor een hoeveelheid

getankte euro’s, kom je niet meer weg. Ik zie het als een

goede ontwikkeling dat we kritischer zijn over dit onderwerp.”

Duurzame maatregelen voor consumenten hoeven

volgens de gesprekspartners niet meteen met zevenmijlslaarzen

te worden ingevoerd. Zo is elektrificatie

van mobiliteit een mooi streven in Nederland, maar

met één van de oudste wagenparken van West-Europa

is het naar inzicht van de discussianten handig om ook

op duurzaam schadeherstel te focussen. En daar valt

nog een wereld te winnen.

“Het is helaas nog niet de norm”, zegt Bos, “maar

we doen ons best om klanten van de voordelen van

duurzaam schadeherstel te overtuigen. Uiteraard

speelt de financieel adviseur daar een grote rol in. Je

kunt voor herstel in de oorspronkelijke staat kiezen,

maar je kunt ook kijken naar een oplossing die beter is

en tegelijkertijd een positieve impact op de leefomgeving

heeft.”

Van Herel spreekt in dat verband van build back better.

“We kijken bij schadeherstel hoe we waarde kunnen

toevoegen. Is er schade aan de buitenzijde van een woning?

Wellicht kunnen we een muur repareren en tegelijkertijd

vergroenen. Meestal zitten we als verzekeraars

aan het einde van het traject, nu kunnen we al in

het begin het verschil maken.”

Het is volgens Van Paridon dan wel noodzaak om

consumenten helder te informeren over schadeherstel.

“Doe het samen met ons, met de adviseur en de verzekeraar,

dat moet de boodschap zijn. Samen maken we

het verschil.”

Sharon van Herel: ‘Duurzaam

advies is inmiddels niet anders

dan gewoon advies.’

CENTRALE DUURZAAMHEIDSDESK

Verzekeraars mogen nog wat vaker over duurzame

ontwikkelingen in de sector communiceren, vinden de

specialisten aan tafel. De sector is het niet gewend om

te vertellen wat er allemaal goed gaat, geeft Van Herel

aan. “We moeten wat dat betreft een drempel over,

maar het komt voorzichtig op gang. We delen steeds

vaker mooie voorbeelden.”

Ook in de communicatie richting financieel adviseurs

kunnen nog stappen worden gezet, maar de deelnemers

zien al sterke initiatieven ontstaan. Ze wijzen

op de recente start van de Centrale Duurzaamheidsdesk

van INSVER, een online tool die financieel adviseurs

toont welke verzekeraars dekking bieden voor

duurzame risico’s. De Duurzaamheidsdesk verzamelt

beschikbare oplossingen van verzekeraars voor bouw,

circulariteit, energie en mobiliteit. Adviseurs hoeven zo

niet meer door het uitgebreide aanbod van afzonderlijke

verzekeraars te ploegen. Bos: “Deze oplossing biedt

adviseurs concrete handvatten in het adviesgesprek

met de klant.”

TOEGANKELIJK MAKEN

Adviseurs hebben veel complexe zaken op hun bord

liggen, het is dus zaak om een veelomvattend thema

als duurzaamheid toegankelijk te maken, melden de

discussiepartners. Financieel adviseurs kunnen klanten

vervolgens heel specifiek laten zien wat er mogelijk

en nodig is. Zakelijk gezien gaat het dan onder

meer om risico’s van energiebesparende maatregelen

en elektrificatie en preventieve maatregelen tegen

brand, stormschade en wateroverlast. “Extreme regen-

SPECIAL MAART 2026 VVP | 7


DUURZAAM ADVISEREN

adviseur in te lichten over de aanschaf van een thuisbatterij

of een warmtepomp. Periodiek contact met

klanten moet volgens de tafelgasten voorkomen dat

klanten bij een calamiteit voor een vervelende verrassing

komen te staan. Een thuisbatterij moet ook standaard

worden meeverzekerd, zo klinkt het aan tafel.

AANRECHTBLADEN EN OLDTIMERS

Maak duurzaamheid aansprekend, zeggen de discussianten.

Ze kunnen zich voorstellen dat consumenten

zich afvragen of duurzaam herstel wel dezelfde kwaliteit

oplevert, maar er zijn genoeg praktische successen

te delen. Bos stipt spotrepair bij aanrechtbladen aan,

waarbij de klant door de toepassing van een verfijnde

techniek een mooi resultaat krijgt en minder rommel

in zijn huis heeft. Van Paridon wijst op een klant die

zijn oldtimer wil uitrusten met een elektromotor. “Dat

levert ook weer specifieke vragen over risico’s op.”

De adviseur heeft met alle duurzame ontwikkelingen

talloze aanknopingspunten om met de klant in gesprek

te gaan, weet Van Herel. “Maar duurzaam advies

is inmiddels niet anders dan gewoon advies. Adviseurs

ondersteunen mensen bij het maken van keuzes in een

duurzame samenleving. Die rol blijft ondanks alle AIontwikkelingen

bestaan. In complexe situaties willen

klanten er altijd een menselijke specialist bij.”

Mijntje van Paridon:

‘Alleen samen maken

we het verschil.’

val en storm nemen toe, hoe wapenen we ons daartegen?

Die vraag speelt momenteel bij talloze bedrijven”,

aldus Bos.

“Het is heel praktisch’, vult Van Paridon aan. “Een

adviseur zit bij een ondernemer aan tafel om het voortbestaan

van een bedrijf te garanderen. Als zijn bedrijfspand

afbrandt, moet dit bijna energieneutraal –

BENG – herbouwd worden volgens Nederlandse wetgeving.

De kosten daarvoor kunnen hoog oplopen, wat

kan zorgen voor onderverzekering. Daarom is het belangrijk

om duurzaamheid mee te nemen bij het bespreken

van risico’s en verzekeringsdekking. In dit geval

een verzekering die de meerkosten van duurzaam

herbouwen dekt. Adviseurs kunnen duurzaam herstel

door gerenommeerde partijen laten uitvoeren, zodat

zakelijke klanten erop kunnen vertrouwen dat er kwaliteit

wordt geleverd.”

Particuliere klanten zijn wat duurzame ingrepen

betreft grilliger, zij zien niet altijd de noodzaak om hun

WAKE-UP CALL

AI gaat naar inzicht van Van Herel wel een belangrijke

functie vervullen bij het verder verbeteren van risicomodellen.

Voorspellingen pakken daarmee volgens

haar realistischer uit, risico’s komen scherper in

beeld en prijzen kunnen navenant worden afgestemd.

Ook Bos benadrukt dat menselijk contact noodzakelijk

blijft, maar dan ondersteund door technologie. “Gedegen

data maken het adviseurs gemakkelijker om klanten

te begeleiden bij het nemen van de juiste beslissingen.”

De deelnemers aan het rondetafelgesprek zien

daarnaast voor de nabije toekomst een uitdaging in

het betaalbaar en toegankelijk houden van verzekeringen.

Uit recent onderzoek van het Verbond van Verzekeraars

blijkt dat bijna de helft van de inwoners van

Den Haag geen inboedelverzekering heeft. De onderzoeksresultaten

mogen als een wake-up call worden beschouwd.

“Het herinnert ons eraan dat we ook op sociaal

gebied nog veel werk moeten verzetten”, besluit

Van Paridon. “Klanten willen de beste oplossing voor

hun situatie, ook klanten die duurzaamheid niet per

se op het netvlies hebben staan. Alleen als we samen

blijven optrekken binnen de sector, kunnen we steeds

meer mensen bij een duurzame bedrijfsvoering en levensstijl

ondersteunen.” n

8 | VVP SPECIAL MAART 2026



DUURZAAM ADVISEREN

TOEN IK WERD GEVRAAGD VOOR HET INSVER-

BESTUUR HEB IK NIET LANG NA MOETEN DENKEN. IK

ZIT IN HET BESTUUR VAN INSVER OMDAT IK GELOOF DAT

VERDUURZAMING ALLEEN SUCCESVOL IS WANNEER

RISICO’S, DE ADVIESPRAKTIJK EN VERZEKERBAARHEID

SLIM VERBONDEN WORDEN MET ELKAAR.

Verduurzaming

doen we samen

TEKST ROWIN DU GARDIJN | BEELD INSVER

Binnen onze organisatie proberen we zoveel

mogelijk advies over verduurzaming mee te

nemen bij de klantgesprekken. Het is een

vast onderwerp op onze interne agenda om

de collega’s zoveel mogelijk kennis te geven

over dit onderwerp. Zo hebben wij een eigen

risicodeskundige in dienst om zelf risico-inspecties

uit te kunnen voeren waarbij duurzaamheid ook een

vast onderdeel is geworden. Een grote uitdaging is dat

verzekeraars nu nog verschillende voorwaarden, inspecties

en drempels hanteren.

Daarnaast werken we samen met Finesse Duurzaam

dat bedrijven begeleidt bij het verduurzamen van

de organisatie, zodat we gelijk een juiste partij hebben

die onze klanten kan ondersteunen op dit specifieke

vraagstuk.

Voor de toekomst willen we graag de volgende stappen

zetten: risico’s voorspellen in plaats van beoordelen,

schadepatronen koppelen aan duurzame technologie,

dashboards voor preventie, monitoring en verduurzamingsrendement.

INTEGRAAL ADVIESMODEL

We willen zorgen dat verduurzaming juist helpt om risico’s

te verkleinen en verzekerbaarheid te vergroten.

Zodat het de katalysator wordt voor beter, voorspelbaarder

en mensgerichter verzekeringsadvies - waarbij

techniek, preventie, verzekerbaarheid en ketensamenwerking

samenkomen in één integraal adviesmodel.

Daarnaast hebben we natuurlijk onze eigen arbodienst.

Met onze arbodienstverlening kunnen wij

werkgevers van A tot Z ontzorgen. Hierdoor krijgen

werkgevers meer grip op verzuim en wordt de duurzame

inzetbaarheid van werknemers vergroot. Wij bieden

een multidisciplinair en betrokken team van professionals

die zich inzetten voor het bevorderen van de

gezondheid en inzetbaarheid van medewerkers. Het

team bestaat uit bedrijfsartsen, casemanagers, HR-adviseurs,

vertrouwenspersonen, schadebehandelaars en

medewerkers op het gebied van preventie en re-integratie.

Hiermee bieden we maatwerkoplossingen voor

werkgevers en werknemers, met een focus op persoonlijke

begeleiding en duurzame inzetbaarheid.

PRAKTIJKTIPS

In onze eigen organisatie zetten we met name in op

duurzame inzetbaarheid van het team. De mensen zijn

ons belangrijkste kapitaal en hier zijn we erg zuinig op,

dit doen we door onder andere elke week vers fruit en

elke dag wandelen, we bieden een jaarlijkse vitaliteitsscan

aan voor onze collega’s, we hebben de fulltime

werkweek aangepast van 40 naar 36 uur zodat collega’s

om de vrijdag vrij zijn, we padellen één keer per twee

weken met het team, we investeren veel tijd in oplei-

10 | VVP SPECIAL MAART 2026


ADVIESPRAKTIJK

dingen en ontwikkeling van de collega’s, iedereen kan

gebruik maken van de leasefietsregeling.

Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in bedrijfsvoering.

Maar wie verduurzaamt, verandert óók

zijn risicoprofiel. Daarom hoort duurzaamheid structureel

thuis in elke risicoscan. In de praktijk blijkt dat

duurzame installaties en processen nieuwe risico’s introduceren

die impact hebben op verzekerbaarheid,

continuïteit en aansprakelijkheid.

Daarom is het van belang de volgende drie onderdelen

mee te nemen in je advies:

Maak duurzaamheid onderdeel van je risicoscan.

vraag actief naar zonnepanelen, laadinfra en energieopslagsystemen.

Bespreek met relaties welke investeringen

zij gaan doen op het gebied van verduurzaming.

Maak preventie bespreekbaar vóór de investeringen.

Hiermee kan een hoop ellende bespaard worden,

denk aan: afstanden, compartimentering, monitoring,

constructieberekeningen. Leg afspraken vooraf vast.

Documenteer en borg. Bewaar opleverrapporten,

NEN-/SCIOS-inspecties en preventieplannen. Dit helpt

bij acceptatie én bij schade.

BOUWSTENEN

Naast ons familiebedrijf ben ik graag bezig met maatschappelijke

thema’s. Ik vind dat we het thema duurzaamheid

niet meer kunnen wegstoppen en dat het een

belangrijk onderdeel is geworden voor ieder bedrijf, of

dit nou gaat over duurzame inzetbaarheid van collega’s

of investeringen in duurzaamheid in bijvoorbeeld

warmtepompen.

In de verzekeringsketen kunnen we nog veel beter

samenwerken met elkaar. Verduurzaming gaat alleen

lukken als we het samen doen met adviseurs, verzekeraars

en schadeherstellers. Bij INSVER kan ik helpen

om praktische hulpmiddelen te bouwen en kennis te

delen. In 2025 hebben we met het nieuwe bestuur ingezet

op interactie met adviseurs (inspiratiesessies), partnerbijeenkomsten

en tooling zoals de Centrale Duurzaamheidsdesk.

Dat zijn precies de bouwstenen die de

sector nodig heeft: overzicht, snelheid en uniformiteit.

Ik denk dat we met INSVER de potentie hebben om

dit op het gebied van duurzaamheid echt op de kaart te

gaan zetten. We moeten zorgen dat INSVER de plek is

waar die verbinding echt tot stand komt.

Ik hoop dat INSVER over vijf jaar het begrip is in

de verzekeringsbranche. We zijn het jaar 2026 goed gestart

met de livegang van de Centrale Duurzaamheidsdesk.

Dit is een mooi startschot voor de verdere ontwikkeling

van INSVER. Persoonlijk hoop ik dat over

vijf jaar alle verzekeraars maar met name alle advieskantoren

INSVER kennen en gebruik maken van onze

expertise over verduurzaming. Hiermee kunnen we de

Rowin du Gardijn.

‘Groene ambities

verankeren in preventie,

dekkingen en continuïteit

voor bedrijven’

samenwerking tussen verzekeraars en het intermediair

verder versterken op het specifieke thema duurzaamheid.

We moeten vooral niet te veel praten over groene

ambities, maar zorgen dat we het gaan verankeren in

preventie, in dekkingen en continuïteit voor bedrijven.

Kortom: minder frictie in acceptatie, minder schade

door betere preventie, en meer vertrouwen bij adviseurs

en klanten dat verduurzamen ook verzekerbaar

is. Door goede praktijkvoorbeelden en tools waarbij we

het intermediair verder kunnen ondersteunen. n

Rowin du Gardijn is directeur en eigenaar van du Gardijn,

winnaar de VVP Advies Award 2024.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 11


DUURZAAM ADVISEREN

DUURZAAMHEID IS VOOR ONS BEDRIJF GEEN LOS THEMA,

MAAR EEN ONDERWERP DAT STEEDS TERUGKOMT IN

KEUZES DIE WE MAKEN. ALS FAMILIEBEDRIJF KIJKEN WE

VAN NATURE NAAR DE LANGE TERMIJN. DAT LEIDT VRIJWEL

AUTOMATISCH TOT DUURZAME BESLISSINGEN.

Verduurzaming start

met bewustwording

TEKST SANNE GEERTS | BEELD INSVER

Duurzaamheid is voor ons bedrijf geen los

thema, maar een onderwerp dat steeds

terugkomt in keuzes die we maken. Als

familiebedrijf kijken we van nature naar

de lange termijn. Dat leidt vrijwel automatisch

tot duurzame beslissingen.

We hebben de basis op orde en proberen steeds

weer een stap te zetten. Bij de verhuizing naar ons huidige

pand in Oosterhout hebben we hier bewust aandacht

aan besteed. Het energielabel is verbeterd van

C naar A+, we hebben laadpalen geplaatst, rijden elektrisch

en hebben de tuin zo ingericht dat deze bijdraagt

aan de biodiversiteit én een prettige werkomgeving.

Dit zien we niet als eindpunt. Verduurzaming is een

continu proces. Afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld

ook bij ons pand in Tilburg een stap gezet door de volledige

verlichting te vervangen door LED. Daarnaast

gebruik ik de kennis die ik opdoe vanuit INSVER ook

voor onze eigen organisatie. Een concreet voorbeeld

daarvan is het actief onder de aandacht brengen van de

duurzaamheidsdesk.

KAPSTOK

Recent hebben we onze missie en visie aangescherpt,

waarin duurzaamheid expliciet is meegenomen. Dat

vormt voor ons de kapstok om het onderwerp verder te

integreren in de organisatie en de dienstverlening.

Samenwerking speelt daarin een belangrijke rol.

We werken bij voorkeur samen met lokale partijen die

duurzaamheid hoog in het vaandel hebben. In de afgelopen

75 jaar zijn er veel langdurige samenwerkingen

ontstaan, waardoor we niet altijd opnieuw willen/kunnen

kiezen. Duurzaamheid nemen we wél nadrukkelijk

mee bij toekomstige keuzes.

Intern besteden we ook aandacht aan vitaliteit.

We stimuleren fietsen en lopen, doen mee aan vitaliteitschallenges

en organiseren regelmatig sportieve

en laagdrempelige activiteiten. Duurzaamheid gaat

namelijk niet alleen over het milieu, maar ook over

mensen.

STANDAARD IN ADVIESGESPREK

De afgelopen jaren hebben we binnen het hypotheekadvies

belangrijke stappen gezet. Bij iedere hypotheekaanvraag

is verduurzaming van de woning standaard

onderdeel van het gesprek. Dat is tegenwoordig complex

en kostbaar - dat heb ik recent zelf ook ervaren.

Zeker bij een bestaande woning zijn er veel mogelijkheden,

maar waar doe je nu echt goed aan?

Daarom werken we samen met partijen die klanten

kunnen meenemen in de mogelijkheden en hierbij onafhankelijk

advies geven. Dat helpt echt bij het maken

van de juiste keuze.

Richting de zakelijke klant is duurzaamheid ook

een onderdeel van gesprek. Het heeft namelijk direct

invloed op de bedrijfsrisco’s. De adviseur kent de ondernemer

en weet wat er speelt binnen het bedrijf.

Door als sparringpartner op te treden, wordt de klant

12 | VVP SPECIAL MAART 2026


ADVIESPRAKTIJK

meegenomen in de nieuwe risico’s en aandachtspunten

die verduurzaming met zich meebrengt.

Waar willen we naar toe? We staan op dit moment

niet bekend als de partij die de kennis in huis heeft. Dit

kunnen we zichtbaarder maken en actiever uitdragen.

PRAKTIJKTIPS

Duurzaamheid begint bij bewustwording op de werkvloer.

Dat zit in hele kleine dingen zoals; afval scheiden,

bewuste inkoop en voorkomen van verspilling,

maar ook voldoende beweging. Daarom hebben we de

afspraak dat je geen drinken voor elkaar haalt. Die kleine

extra loopjes dragen bij aan vitaliteit. Dat geldt ook

voor overleg: als je op dezelfde locatie zit, loop je even

bij elkaar langs in plaats van te mailen of te bellen. Het

zijn kleine werkafspraken, maar ze maken een groot

verschil in de samenwerking én de gezondheid.

Vitaliteit zien we als een essentieel onderdeel van

duurzaamheid en inzetbaarheid. Dat gaat niet alleen

om fysieke gezondheid, maar ook over mentale veerkracht.

Als medewerkers hiermee worstelen, bieden actief

ondersteuning aan. Preventie staat daarbij voorop

en wordt ontzettend gewaardeerd.

Ook richting klanten begint verduurzaming met bewustwording.

Dat start al bij de voorbereiding van een

afspraak. Nog niet zo gek lang geleden, werden stukken

fysiek aangeleverd. Tegenwoordig gaat dit gelukkig

standaard digitaal. Dit scheelt veel papier. Daarnaast

maken we gebruik van de technieken die er zijn. Bij een

hypotheekaanvraag wordt gebruik gemaakt van Ockto;

dit scheelt de klant veel tijd in het opzoeken van documenten

en zorgt voor efficiëntie in het adviesproces.

Tijdens gesprekken nemen we klanten mee in het

verhaal via een beeldscherm; documentatie wordt niet

uitgeprint.

Belangrijkste tip is zoek samenwerking met andere

partijen. Zoals ik eerder al zei: verduurzaming van

een bestaande woning is complex. Welke keuzes kun je

maken en waar doe je goed aan? Is het nog passend om

zonnepanelen te plaatsen? Is een thuisbatterij rendabel?

Het zijn lastige, kostbare keuzes waar je een klant

écht bij kunt helpen.

INSVER

INSVER zet zich in om de verduurzaming van de verzekeringsbranche

te versnellen. Dat sprak me direct aan.

Die versnelling kan niemand in zijn eentje realiseren.

INSVER brengt verzekeraars, adviseurs en branchepartijen

samen. Door hier onderdeel van uit te maken, kan

ik hier een actieve bijdrage leveren en ontwikkelingen

van dichtbij volgen.

Komend jaar ligt de focus op duurzaam schadeherstel.

Daar is nog een flinke weg te gaan. Adviseurs en

Sanne Geerts.

‘Adviseurs en verzekeraars

moeten meer

samen optrekken bij

duurzaam schadeherstel’

verzekeraars moeten hierin meer samen optrekken. De

praktijk en theorie liggen nog weleens uit elkaar. Gezamenlijk

doel is om ervoor te zorgen dat duurzaam

schadeherstel over vijf jaar de norm is. Een mooie uitdaging

die de hele sector raakt. n

Sanne Geerts is Operationeel Directeur bij Geerts.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 13


DUURZAAM ADVISEREN

“DE SLOGAN ‘EEN BETER MILIEU BEGINT BIJ JEZELF’ HEEFT BIJ

MIJ WEL DE JUISTE SNAAR GERAAKT DUS IK KIJK IN EERSTE

INSTANTIE NAAR MEZELF. LEAD BY EXAMPLE DUS. EN DAN DE

GEDACHTEN LATEN GAAN OVER HOE HET ANDERS KAN, MET

BOERENVERSTAND OF IN MIJN GEVAL MET EEN OPEN VIZIER DE

ZAKEN BENADEREN”, ALDUS JARKO HAGEMANS, ADVISEUR BIJ

EN EIGENAAR VAN HAGEMANS VERZEKERINGEN UIT DE LIER.

Lead by example

SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK

Hagemans Verzekeringen is een kantoor

met een bewust bescheiden omvang

met een sterke focus op advies aan MKB

en MKB-ers op het vlak van schadeverzekeringen

en inkomensverzekeringen.

“In 1999 ben ik in de branche begonnen,

in loondienst bij een NN-captive. Na tien jaar begon de

koers van dat kantoor te ver af te wijken van het idee

dat ik had bij het bedienen van en focussen op een bepaalde

relatie dus ben ik mijn eigen onderneming gestart

en dat gaat heel goed. Wij adviseren vanuit risicomanagement

en zijn vrij om te kiezen welke relaties we

wel of niet bemiddelen en bij welke maatschappij we

zaken onderbrengen.”

‘Ook aanbieders

zouden de slogan

“Een beter milieu

begint bij jezelf”

moeten omarmen’

FIETS

Jarko werd geïnspireerd door een hovenier uit zijn

netwerk die enorm aan het mopperen was omdat hij

weken achtereen met zes man en drie voertuigen in

de file stond naar Almere om daar een grote klus op

te pakken. Enige tijd daarna zag hij hoveniers uit Almere

aan het werk in omgeving De Lier. “Daar is de

efficiëntie zoek. Dat zette mij aan het denken met als

resultaat dat ik de regio waarin ik mijn klanten bedien

enorm heb beperkt. Er zit meer dan voldoende

klantpotentieel in een cirkel van 25 kilometer rond

mijn kantoor dus heb ik dat tot mijn werkgebied gemaakt

en besloot niet met een auto naar mijn relaties

te gaan maar op de fiets. Ik sta dus bekend als de adviseur

die op de fiets langskomt. En blijkbaar inspireert

dat. Diverse ondernemers die ik adviseer zijn inmiddels

ook overgestapt op dat vervoermiddel. Natuurlijk

kan een aannemer of transporteur dit niet doen,

maar heel veel lokaal werkende dienstverleners kunnen

dat wel.”

Ook op kantoor werkt zijn vervoermiddel aanstekelijk.

“Een collega die al jaren met de auto de files

trotseert heb ik kunnen inspireren de fiets te pakken.

Voorheen kwam ze altijd met de auto en nu komt ze

toch twee à drie keer per week op de fiets.”

“De ceo van Honda zei ooit dat de mens vreemd

gedrag vertoont door gemiddeld een ton aan metaal

in te zetten om een mens van gemiddeld tientallen

kilo›s te verplaatsen. Wat zou de wereld er dan anders

uitzien...”

14 | VVP SPECIAL MAART 2026


ADVIESPRAKTIJK

Jarko Hagemans:

‘De adviseur

op de fiets.’

KEUZES

Volgens Jarko speelt de overheid nog een grote rol in

verduurzaming. “Neem de zonnepanelen die ik op mijn

woonhuis en kantoor heb laten plaatsen. Het stimuleringsbeleid

is door een aantal oorzaken omgeslagen

en dat heeft geleid tot een kentering in de markt. Van

booming business voor de zonnepanelenleveranciers

en installateurs naar een hele lastige en kleine markt.

Dit lijkt mij niet de juiste koers.”

Jarko kiest bewust voor partners die zich inzetten

voor verduurzaming. “Maar ik moet eerlijk bekennen

dat mijn klantenkring gemiddeld nog niet heel warm

loopt voor verduurzaming en dus ook niet voor duurzame

verzekeringsproducten. Het zou beter zijn als het

anders was, maar helaas is dat niet zo. Ik heb werkelijk

nog nooit een vraag van een verzekerde gekregen hoe

het duurzaamheidsbeleid is van de maatschappij waarvan

ik een product adviseer. Dus zou het goed zijn als

ook bij aanbieders de slogan ‘Een beter milieu begint

bij jezelf’ omarmd zou worden.”

“Zo willen wijzelf ook graag een goed voorbeeld geven

naar onze klanten toe, zoals de fiets en de zonnepanelen.

Verder hebben we op kantoor geen gasaansluiting,

recyclen we van alles en nog wat en maken we bewuste

keuzes voor een circulaire inrichting. Onze bureaus

en kasten zijn bewust niet nieuw maar nog heel goed

bruikbaar. De stoelen leiden ook hun tweede leven,

na opgeknapt en opnieuw bekleed te zijn. We houden

geen papieren dossiers aan en trachten daar waar mogelijk

digitaal te werken en de printer zo veel mogelijk

te ontzien.” n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 15


PARTNER IN KENNIS

ALS ASSURANTIEADVISEUR VERGEET JE IN DE WAAN VAN

DE DAG AL SNEL WAAR JE EIGENLIJK MEE BEZIG BENT. EEN

KLANTADVIES HIER, EEN RAPPORTJE SCHRIJVEN DAAR, MAILTJES

BEANTWOORDEN, EEN SCHADE REGELEN EN HUP NAAR DE

VOLGENDE AFSPRAAK. BRANDJES BLUSSEN DUS. HIERDOOR

VERGETEN WE DAT WE EIGENLIJK BEZIG ZIJN MET HET VERRICHTEN

VAN MAATSCHAPPELIJK WERK. ZONDER DAT WE HIERVOOR VEEL

ERKENNING KRIJGEN VAN DE OVERHEID. WE BEPERKEN DE

RISICO’S VAN KLANTEN EN ZORGEN ERVOOR DAT ALS ER TOCH IETS

VERVELENDS GEBEURT DE SCHADE BEPERKT BLIJFT.

Assurantieadviseurs:

de onzichtbare

maatschappelijk werkers

TEKST PAUL BURGER, ANSVARIDÉA

Wat we ook vaak vergeten,

is dat wij ons werk alleen

maar kunnen doen

dankzij onze klanten. Zij

vullen samen het potje waaruit we de

minder gelukkigen kunnen helpen als ze

in de shit zitten. Feitelijk dus een heel

sociaal vangnet of zelfs bijna een socialistisch

aandoend model dat op vrijwillige

basis is ingebed in onze vrijemarkteconomie.

Verzekeringen zijn, ik heb er nog

geen beter woord voor gevonden, de

smeerolie voor onze economie. Waarom

praten we hier niet veel meer over

met onze klanten? Waarom benoemen

we de schadegevallen die er echt toe

doen en waarmee we onze klanten geholpen

hebben niet meer in onze communicatie

naar klanten toe? Zodat ook

zij trots op zichzelf worden, blij zijn dat

zij met hun premieafdracht die pechvogels

hebben kunnen helpen! Waarom

zijn we in een situatie beland waarbij

een deel van onze klanten van ons

verwacht dat we ze alleen maar helpen

om de goedkoopste oplossing te vinden

en onvoldoende wil luisteren naar

de door ons geuite kwaliteitsaspecten?

Zou het komen doordat we vergeten

zijn om vol trots het verzekeringsprincipe

uit te dragen? En dat hij blij moet

zijn als straks blijkt dat hij al die jaren

te veel of zelfs voor niets heeft bijgedragen

omdat hij de schadeloze lucky

guy was maar hierdoor wel die ander

heeft kunnen helpen?

YES WE CAN!

Laten we trots zijn op onszelf, het verzekeringsprincipe

en dit uitdragen.

Maar laten we ons ook meer bewust

zijn van dat we moeten mee veranderen

met de tijd en dat ook wij nog meer positieve

impact kunnen en moeten maken.

Yes we can!

Make our insurance advisors even

greater! Ze doen gewoon hun ‘maatschappelijk

werk’ en hebben het daar

druk mee. Sociaal bewogen, strijdvaardig

als het nodig is en rechtvaardig. Zij

ontzorgen hun klanten en zorgen ervoor

dat de schade hersteld wordt.

Maar juist dit laatste, het herstellen

van schade, daar wringt al een tijdje de

schoen. Zelfs zo erg, dat eeltpitten en

likdoorns die ontstaan door met ditzelfde

schoeisel door te lopen dit in de

toekomst onmogelijk maken.

Herkenbaar, als ik zeg dat we zo

langzamerhand brandverzekeringen

maar beter waterschadeverzekeringen

kunnen noemen? Dat er een enorme

toename van storm- en hagelschadeschades

is? Netcongestie, stikstofslot

en ammoniakrechten, woningtekor-

16 | VVP SPECIAL MAART 2026


ANSVARIDÉA

‘Make our insurance

advisors even greater!’

ten en toch een bouwstop? Hoge inflatie

in de bouwsector en probeer nog

maar eens een aannemer of hersteller

te vinden die tijd heeft? Premieverhogingen,

jaar in jaar uit, waarvan je klanten

niet blij worden? Al deze factoren

beïnvloeden in sterke mate het schadeherstel

en veel van deze factoren zijn

het directe gevolg van klimaatverandering.

Maar ook de wijze van schadeherstel

heeft een directe invloed op de

klimaatverandering en bovendien op de

hoogte van de schadelast en dus ook

op de premieverhogingen.

INSURANCE ADVISORS 4.0

Duurzamer schadeherstel vermindert

deze vormen van negatieve impact en

is hierdoor maatschappelijk gewenst.

Maar ook jouw klant die schade heeft

kan hiervan op basis van vrijwilligheid

meeprofiteren. Bijvoorbeeld door open

te staan voor een minder milieubelastende

reparatievorm of partieel schadeherstel.

Vaak is dit ook voordeliger,

geeft het minder stof en ongemak en is

het sneller geklaard.

Het kan ook zijn dat er niet meer

gerepareerd kan worden. In dat geval is

vervangen de oplossing maar dan wel

als dit kan door een duurzamere of milieuvriendelijkere

variant en dat mag

dan ook best wat extra kosten. Maar

ook een refurbished exemplaar met

goede garantie kan uiteindelijk in het

voordeel zijn van een klant.

Kortom, duurzamer schadeherstel

kan ik veel gevallen beter zijn voor de

klant, de samenleving en het premieniveau

en gebeurt altijd op basis van vrijwilligheid.

Maar er is meer dan alleen duurzamer

schadeherstel. Preventief voorkomen

van schade maar ook het meeverzekeren

van duurzamere installaties

zoals warmtepompen, thuisbatterijen

en zonnepanelen, inclusief schade door

eigen gebrek en met een compensatievergoeding

voor productieverlies maken

deze verzekeringen duurzamer. En natuurlijk

het meeverzekeren van de gevolgen

van een positieve levensstijl zoals

deelgebruik op de inboedelverzekering

en het verrichten van vrijwilligerswerk,

zelfs als bestuurslid op de AVP.

En natuurlijk is er ook sprake van

een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid.

We willen namelijk ook

hiermee positieve impact maken en

zijn ervan overtuigd dat dit op langere

termijn risicomijdender is en waarschijnlijk

ook beter rendeert.

Are you ready Insurance Advisor

4.0? Join us! n

AnsvarIdéa is onderdeel van Turien & Co.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 17


DUURZAAM ADVISEREN

DE ENERGIETRANSITIE IS ALLANG NIET MEER TE STOPPEN.

KLIMAATVERANDERING EN DE IMPACT VAN EXTREMER WEER

DRINGT STEEDS STERKER DOOR IN SCHADECIJFERS ÉN

GEZONDHEID, BIODIVERSITEITSVERLIES WORDT EEN MAINSTREAM

FINANCIEEL RISICO, EN SOCIALE THEMA’S - VAN LEEFBAARHEID

TOT MENSENRECHTEN - WORDEN ZICHTBAARDER IN DE

BOARDROOM. DE TRANSITIE BEWEEGT CYCLISCH, MAAR DE TREND

IS ONMISKENBAAR OPWAARTS.

Duurzaamheid

is geen trend

TEKST VYLON OOMS EN DAVID BAAS, VERBOND VAN VERZEKERAARS

De internationale aandacht voor klimaat

en duurzaamheid is de afgelopen twee

jaar merkbaar afgenomen. Het thema

speelde nauwelijks een rol in de recente

verkiezingen voor de Tweede Kamer,

en grote Amerikaanse bedrijven spreken

zich, onder druk van de Amerikaanse president Donald

Trump, minder nadrukkelijk uit over ESG (Environmental,

Social en Governance). In Europa zien we

een herijking van klimaat- en CO₂-doelstellingen waarin

weerbaarheid, betaalbaarheid en energiezekerheid

zwaarder wegen. Ook mondiale geopolitieke spanningen,

de schaarste van grondstoffen en groeiende onzekerheden

in handelsketens drukken hun stempel op

het publieke debat.

‘Ondanks geopolitieke

tegenwind dendert

verduurzaming door’

Maar wie denkt dat verduurzaming daarmee vertraagt,

vergist zich.

Voor verzekeraars is duurzaamheid geen trend maar

een lange-termijn opdracht. Risico’s worden zichtbaarder,

schadepatronen voorspelbaarder én extremer, en

de noodzaak om te investeren in weerbare samenlevingen

groeit. De sector kijkt consistent vooruit: naar

2030, 2050 en verder. Terwijl politiek en publieke opinie

verschuiven, gaat de transitie van risicoanalyse naar risicobeheersing,

van mitigatie naar adaptatie, van rapporteren

naar daadwerkelijk impact maken.

Tijdens de Klimaatconferentie COP 2025 in Brazilië

is opnieuw vastgesteld dat de doelen van Parijs overeind

staan, maar zonder extra maatregelen buiten bereik

blijven. Dat is geen reden om gas terug te nemen;

het is een oproep om te versnellen. Nationale politiek

en NGO’s blijven, ondanks internationale tegenwind,

verwachten dat verzekeraars structureel bijdragen aan

de energietransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel.

DUURZAAM BELEGGEN

De duurzaamheidsopgaven waar verzekeraars mee te

maken hebben, zijn breed: wonen, voeding, biodiver-

18 | VVP SPECIAL MAART 2026


VISIE

siteit, energie, gezondheid, water en grondstoffen. Al

deze onderwerpen beïnvloeden zowel direct als indirect

de risico’s waartegen mensen, bedrijven en overheden

zich willen verzekeren. Omdat verzekeraars niet alleen

risico’s dragen, maar ook miljarden aan premiegeld beheren,

ligt hier een duidelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid

én kans.

Dat sluit aan bij wat klanten zelf verwachten. Uit

recent onderzoek van het Verbond van Verzekeraars,

uitgevoerd door Markteffect, blijkt dat 55 procent van

de Nederlanders wil dat verzekeraars investeren in woningbouw.

Zelfs wanneer dat minder financieel rendement

oplevert. Ook investeringen in gezonde voeding

en bedrijven die werken aan de energietransitie worden

breed gesteund. Daarna volgen biodiversiteit, defensieindustrie

en kernenergie. Het laat zien dat Nederlanders

verwachten dat hun premie-euro’s bijdragen aan

maatschappelijke vooruitgang.

BIODIVERSITEIT EN NATUUR

Het wereldwijde biodiversiteitsverlies - inmiddels geschat

op ruim zeventig procent - vertaalt zich steeds

duidelijker naar financiële risico’s. Minder biodiversiteit

betekent kwetsbaardere landbouw, meer wateroverlast,

hogere kosten voor plaagbestrijding en druk

op vitale ketens zoals drinkwater en voedselvoorziening.

Deze risico’s komen uiteindelijk terecht bij consumenten,

bedrijven en dus ook bij verzekeraars.

Tegelijk groeit het inzicht dat natuurherstel economische

waarde beschermt. Regio’s met gezonde ecosystemen

zijn beter bestand tegen klimaatverandering,

kennen minder schadegevoelige infrastructuur en zijn

aantrekkelijker voor bedrijven en bewoners. Daarom

wordt biodiversiteit steeds vaker een structureel onderdeel

van beleggingsbeleid.

Verzekeraars investeren in projecten die natuur versterken

of herstellen, in groene infrastructuur, in stedelijke

vergroening en in initiatieven die wateroverlast

of hittestress verminderen. Het gaat daarbij niet alleen

om idealisme, maar om het verlagen van toekomstige

schade en maatschappelijke kosten. Natuur-gebaseerde

oplossingen – zoals groene daken, stadsparken of waterbergende

wijken - verminderen de schadelast en vergroten

de leefbaarheid. Daarmee winnen klanten, de

samenleving én de natuur.

Vylon Ooms.

SOCIALE INVESTERINGSTHEMA’S

Duurzaam beleggen gaat niet alleen over klimaat en

natuur; ook sociale thema’s worden steeds belangrijker.

Verzekeraars investeren daarom nadrukkelijk in

gezondheid, leefbaarheid en eerlijke arbeidsomstandigheden.

Een gezond voedselsysteem is daarbij een

speerpunt. De voedselomgeving in Nederland is ongezond

en vormt een directe bedreiging voor volksgezondheid

en economie: het aantal fastfoodlocaties rond

scholen nam de afgelopen tien jaar fors toe en in de supermarkten

is ruim 80 procent van de producten ongezond.

Vooral kinderen en lage-inkomensgroepen zijn

kwetsbaar. Ongezonde voeding leidt tot hogere zorgkosten,

meer verzuim en lagere productiviteit. Daarom

zetten verzekeraars via dialoog, impactbeleggen en

waar nodig uitsluiting druk op bedrijven om hun aanbod

en marketing te verbeteren.

De sociale dimensie reikt verder. Verzekeraars willen

niet beleggen in bedrijven die mensenrechten

schenden of structureel negatieve impact veroorzaken

in mondiale ketens. Bedrijven die arbeidsrechten negeren

of risico’s afwentelen op kwetsbare groepen passen

niet binnen toekomstbestendig beleggingsbeleid. Investeren

in sociale stabiliteit, van gezonde voeding tot

SPECIAL MAART 2026 VVP | 19


DUURZAAM ADVISEREN

Tegelijkertijd staat Nederland voor een aanzienlijke

woningbouwopgave. Al lange tijd wordt er gebouwd

in buitendijkse en laaggelegen gebieden. Door de toenemende

klimaatrisico’s is het van groot belang dat

nieuwbouw in deze gebieden klimaatbestendig wordt

gerealiseerd.

In risicovolle locaties, zoals buitendijkse gebieden,

zijn aanvullende beschermende maatregelen noodzakelijk,

waarbij waterveiligheid en klimaatadaptatie

centraal staan. Verzekeraars nemen hierin hun verantwoordelijkheid

en zetten zich, samen met andere betrokken

partijen, actief in om oplossingen te ontwikkelen

die de gevolgen van klimaatrisico’s beperken. Door

nu het bewustzijn bij burgers en bedrijven te vergroten,

kan worden voorkomen dat Nederland in de toekomst

wordt geconfronteerd met ingrijpende maatregelen

of onbetaalbare verzekeringspremies.

Daarnaast is het essentieel dat weerschade, wanneer

die zich voordoet, snel en zorgvuldig wordt afgehandeld.

Verzekeraars vergoeden inmiddels al enkele

jaren schade als gevolg van overstromingen van kleine

rivieren en watergangen (de zogeheten secundaire

keringen). Voor schade die niet verzekerd is, zoals bij

overstromingen door grote rivieren of de zee, roept het

Verbond de overheid op om via publiek private samenwerking

te komen tot één centraal loket. Zo kunnen

toekomstige schades door de verzekeraar worden afgehandeld.

David Baas.

veilige ketens en leefbare wijken, vermindert risico’s,

beschermt economische waarde en draagt bij aan een

rechtvaardige transitie. Daarmee wordt de S van ESG

geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van hoe

verzekeraars maatschappelijke waarde creëren.

KLIMAATADAPTATIE

Duurzaam verzekeren betekent ook toekomstbestendig

verzekeren. Door klimaatverandering nemen zowel

de frequentie als de intensiteit van extreem weer toe.

In de Klimaatschademonitor worden de schadepieken

steeds hoger en ook in de rest van Europa is diezelfde

opgaande trend in schade waarneembaar. Als samenleving

moeten we ons hier beter op voorbereiden. Dat

kan onder meer door klanten gericht en tijdig te waarschuwen

voor naderend extreem weer (early warning),

door preventieve adviezen te delen en klimaatadaptief

te bouwen.

DUURZAAM SCHADEHERSTEL

Verzekeraars pakken hun rol ook bij duurzaam schadeherstel.

Zowel bij property als mobiliteit werkt het

Verbond samen met ketenpartners om van duurzaam

herstel de norm te maken, in plaats van vervangen.

Door duurzaamheid te omarmen bij het herstellen van

schade, draagt de keten bij aan een groenere toekomst.

Bij property zijn er, in samenwerking met NIVRE en

Schoonmakend Nederland, in meerdere projectgroepen

de afgelopen twee jaar pilots uitgevoerd om te onderzoeken

hoe schadeherstel - van opname tot afhandeling

- slimmer, schoner en efficiënter kan. De uitkomsten

van de pilots zijn gebundeld in een reeks praktische, inspirerende

brochures. Inmiddels liggen er vijf brochures

vol concrete inzichten, voorbeelden én heldere stappenplannen

voor organisaties die hun schadeproces

willen vergroenen. Deze mooie resultaten laten echter

ook zien dat we er nog niet zijn: er zijn nog veel kansen.

Daarom gaan we dit jaar verder met de pilots én willen

we uitbreiden naar de (groot)zakelijke markt. n

Vylon Ooms is Beleidsadviseur Klimaatadaptatie en David

Baas is Adviseur Duurzaam Beleggen bij het Verbond van

Verzekeraars.

20 | VVP SPECIAL MAART 2026



DUURZAAM ADVISEREN

MISSCHIEN VERBAAS JE JE OVER DE TITEL

VAN DIT STUK. LAAT IK JE GERUSTSTELLEN:

AAN MIJN REALITEITSZIN SCHORT HET

NIET ALS HET GAAT OM DE RISICO’S

VAN CYBERCRIMINALITEIT. HET AANTAL

INCIDENTEN NEEMT TOE, DE IMPACT GROEIT

EN ALS BRANCHE SPELEN WE DAAR STEEDS

BETER OP IN. VRIJWEL IEDERE VERZEKERAAR

HEEFT INMIDDELS CYBERVERZEKERINGEN

IN HET ASSORTIMENT, ONDERSTEUNT

BIJ PREVENTIE EN VOOR ADVISEURS

IS CYBERRISK EEN VAST ONDERDEEL

GEWORDEN VAN DE RISICOSCAN BIJ

HUN KLANTEN. NIEMAND TREKT HET

NUT EN DE NOODZAAK VAN EEN GOEDE

CYBERVERZEKERING NOG IN TWIJFEL.

DOOR CAROLIEN SALA, INSVER

Carolien Sala:

‘Risico’s verdwijnen

niet door ze

minder prioriteit

te geven.’

Toch kende de cyberverzekering een lange

aanloop. De eerste risico’s openbaarden

zich al in de vroege jaren negentig, maar

pas rond 2010 begon de verzekerbaarheid

zich serieus te ontwikkelen. Inmiddels is

cyber een volwassen product en markt.

Ook bij de overheid staat cyberrisk hoog op de agenda

en is het stevig verankerd in wet- en regelgeving zoals

de GDPR en DORA. Maar het noopt wel tot de vraag:

Waarom hanteren we bij klimaat dan andere criteria?

Want welk ‘geloof’ je ook aanhangt: net als bij cyberrisk

nemen de risico’s rond klimaatverandering en

de daarmee gepaard gaande energietransitie al decennia

onmiskenbaar toe. Ook in Nederland. Daarbij gaat

het niet alleen om directe risico’s zoals stormschade,

wateroverlast en temperatuurstijging, maar juist ook

om transitierisico’s. Denk aan waardevermindering van

woningen in polders, technologische risico’s door nieuwe

energie-installaties of een veranderend schadebeeld

door elektrische auto’s en energieopslagsystemen. De

impact hiervan neemt toe: hogere claims, druk op acceptatie-

en premiemodellen en een toenemend herverzekeringsrisico.

22 | VVP SPECIAL MAART 2026


OPINIE

Cybercriminaliteit:

Valt wel mee, toch?

OP DE AGENDA

Verzekeraars, onder aanvoering van het Verbond van

Verzekeraars, onderkennen deze impact en hebben het

onderwerp nadrukkelijk op de agenda staan. Met name

het Verbond besteedt veel aandacht aan de verschillende

facetten van duurzaamheid en doet hier samen met

branchepartners veel onderzoek naar.

De jaarlijkse Klimaatschademonitor van het Verbond

van Verzekeraars laat een duidelijke stijging zien

in de verzekerde schade door extreem weer: in 2022

bedroeg de schade aan woonhuizen en voertuigen bijvoorbeeld

meer dan 886 miljoen euro, het hoogste bedrag

sinds 2007. Eerdere publicaties van de monitor

toonden al recordschade in andere jaren, wat erop wijst

dat de amplitudes van extreem weer toenemen. Deze

stijgende trend weerspiegelt niet alleen meer schade,

maar ook een hogere frequentie van impactvolle gebeurtenissen

zoals stormen, overstromingen en extreme

neerslag.

GEHEUGEN

De risico’s die tot voor kort ‘voor later zorg’ werden

geacht, voltrekken zich steeds vaker en heviger. Juist

daarom is het zorgelijk dat duurzaamheidsbeleid op

nationaal en internationaal niveau steeds vaker ter

discussie staat of wordt afgezwakt. Waar bij cyberrisk

inmiddels breed wordt erkend dat voorkomen beter is

dan genezen, lijkt het collectieve geheugen bij klimaaten

transitierisico’s opvallend kort. Het wegzetten van

deze risico’s als ideologisch of ‘woke’ verandert niets

aan hun impact op schade, verzekerbaarheid en betaalbaarheid.

Integendeel: door nu gas terug te nemen in

beleid en samenwerking, schuiven we de rekening door

naar verzekeraars, adviseurs en uiteindelijk klanten.

Dat de klimaatproblematiek niet alleen een economische

impact heeft, blijkt uit het nieuwsbericht dat de

NOS op 24 januari van dit jaar publiceerde. De Britse

inlichtingendienst waarschuwt dat klimaatverandering,

en daarmee het instorten van cruciale ecosystemen, een

direct risico vormt voor de nationale veiligheid. Ja, je

leest het goed: het rapport komt niet van Greenpeace

of klimaatwetenschappers, maar van de Britse inlichtingendienst.

Het rapport noemt voedseltekorten, toenemende

conflicten, grotere migratiestromen en een

hogere kans op pandemieën als gevolgen van klimaatverandering.

Bovendien stelt het rapport dat het hierbij

niet gaat om gevolgen op de lange termijn, maar dat een

onherstelbaar kantelpunt mogelijk al rond 2030 wordt

bereikt. Des te opmerkelijker is het om te lezen dat de

Britse overheid het rapport aanvankelijk niet wilde publiceren

omdat zij de conclusies ‘te negatief’ vond.

NIETS DOEN IS GEEN OPTIE

In het Nederlandse politieke debat is er vaak veel aandacht

voor de economische consequenties van klimaatmaatregelen,

maar relatief weinig voor de gevolgen van

niets doen. En dat terwijl de koppeling tussen klimaatrisico’s

en verzekerbaarheid een cruciale brug vormt

tussen klimaatadaptatie en financiële stabiliteit. Het

Verbond van Verzekeraars roept expliciet op tot een

sterker, voorspelbaar klimaatbeleid en een structurele

dialoog met de overheid over risicodeling en compensatiemodellen.

Die oproep weerspiegelt een pijnpunt: klimaatrisico’s

zijn niet langer een abstract fenomeen, maar een

maatschappelijk probleem met financiële materialiteit.

Verzekeraars moeten adequaat risico’s kunnen blijven

afdekken, maar kunnen dat niet zonder robuuste

publieke infrastructuur, heldere normen voor klimaatadaptief

bouwen en collectieve afspraken over risicodeling

waar private verzekeringen tekortschieten. Risico’s

verdwijnen immers niet door ze minder prioriteit te geven,

ze wachten slechts tot niemand meer kan zeggen

dat hij ze niet heeft zien aankomen. n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 23


PARTNER IN KENNIS

IN VEEL DIRECTIEKAMERS WORDT DIGITALISERING BESPROKEN

ALS EEN STRATEGISCH THEMA. NIET ALS SIMPEL AGENDAPUNT,

MAAR ALS NOODZAKELIJKE ONTWIKKELING. TEGELIJKERTIJD ZIEN

WE DAT BESLUITVORMING VAAK WORDT UITGESTELD. ER LOPEN

(TEVEEL) ANDERE TRAJECTEN. SYSTEMEN FUNCTIONEREN NOG. DE

ORGANISATIE IS DRUK MET DE DAGELIJKSE OPERATIE. DAT UITSTEL

VOELT LOGISCH EN RATIONEEL. MAAR STEEDS VAKER BLIJKT HET

GEEN OBJECTIEVE KEUZE MEER.

In gesprek met Paul Hijmans (CPO Inpact)

en Manon Borsboom (CCO Inpact):

Digitalisering zonder

regie bestaat niet

TEKST INPACT

In gesprekken met verzekeraars, volmachten

en serviceproviders komt

namelijk een terugkerend patroon

naar voren: organisaties groeien,

maar het overzicht groeit niet mee. Integendeel.

Het IT-landschap fragmenteert

en processen worden kwetsbaarder,

zonder dat daar één duidelijke oorzaak

voor aan te wijzen is.

“Onze organisatie is gegroeid,

maar ons IT-landschap is dat ook.

En niemand overziet het geheel nog.

Dat hoor ik inmiddels wekelijks”

– Paul Hijmans

Die situatie ontstaat zelden door slecht

beleid. Integendeel. Overnames, nieuwe

proposities en aanvullende systemen

zijn vaak logische beslissingen geweest

op het moment dat ze genomen werden.

Maar bijna nooit onderdeel van

één samenhangend ontwerp. En precies

daar begint de frictie.

GROEI ZONDER SAMENHANG

De Nederlandse volmachtmarkt groeit

en consolideert in hoog tempo. Overnames

volgen elkaar snel op, steeds vaker

door internationale partijen met duidelijke

schaalambities. Iedere fusie brengt systemen,

processen en werkwijzen mee.

Zonder duidelijke architectuur verandert

een IT-landschap langzaam in iets dat

niemand bewust zo heeft ontworpen.

“Je ziet dat teams steeds meer tijd

kwijt zijn aan het verbinden van systemen.

Niet aan verbeteren, maar

aan overeind houden” – Paul Hijmans

Dat heeft gevolgen. Ontwikkelingen duren

langer. Kleine wijzigingen voelen risicovol.

En kennis concentreert zich bij

een beperkte groep mensen die precies

weet hoe alles aan elkaar hangt.

UITSTEL HEEFT INMIDDELS EEN PRIJS

Digitalisering wordt nog vaak benaderd

als een traject dat je kunt plannen zodra

er ruimte ontstaat. Eerst andere prioriteiten.

Eerst stabiliteit. Eerst afwachten

hoe de markt zich ontwikkelt.

Maar de context waarin verzekeraars

en volmachten opereren is de afgelopen

jaren fundamenteel veranderd.

Regelgeving zoals DORA vraagt

aantoonbare grip op IT-risico’s en datastromen.

Niet alleen op papier, maar

in de praktijk. Tegelijkertijd neemt de

beschikbaarheid van specialisten die

legacy-landschappen begrijpen af. Niet

omdat ze verdwijnen, maar omdat ze

steeds vaker kiezen voor omgevingen

waar ze kunnen bouwen in plaats van

repareren.

24 | VVP SPECIAL MAART 2026


INPACT

Manon Borsboom en Paul Hijmans:

‘Wachten tot het eenvoudiger wordt,

blijkt zelden een succesvolle strategie.’

“De winst zit niet alleen in snelheid.

Maar in rust. Minder uitzonderingen.

Minder afhankelijkheid van individuele

kennis” – Manon Borsboom

Ook voor productmanagers verandert

er veel. Waar productintroducties eerder

maanden konden duren door afhankelijkheden

in IT, worden wijzigingen beheersbaar

en voorspelbaar.

“Uitstel klinkt voorzichtig. Maar in

de praktijk wordt het vooral duur.

Niet direct zichtbaar, maar wel

structureel” – Manon Borsboom

Wat vandaag nog werkt, vraagt morgen

meer handmatige handelingen, meer

afstemming en meer controlemechanismen.

Dat stapelt zich op.

DE FRICTIE ZIT IN HET DAGELIJKSE WERK

De gevolgen van de fragmentatie zitten

zelden in één groot falen. Ze zitten in de

dagelijkse praktijk.

Adviseurs die klantgegevens meerdere

keren invoeren. Acceptanten die

eerst moeten bellen of mailen voordat

ze een aanvraag kunnen beoordelen.

Schadebehandelaars die tijd kwijt zijn

aan het zoeken naar dossiers in plaats

van aan afhandeling.

“Het zijn geen incidenten. Het zijn

structurele patronen” – Paul Hijmans

Die patronen zorgen voor tijdverlies,

foutgevoeligheid en frustratie. Niet alleen

bij medewerkers, maar ook bij

klanten die steeds minder begrip hebben

voor trage of ondoorzichtige processen.

VERANDERENDE VERWACHTINGEN

Klanten vergelijken hun verzekeraar of

adviseur allang niet meer alleen met andere

partijen in de sector. Ze vergelijken

hun ervaring met wat ze dagelijks gewend

zijn: realtime inzicht, directe bevestiging

en transparantie over status.

“Vooral jongere klanten accepteren

niet meer dat ze moeten wachten

zonder te weten waar ze aan toe zijn.

Ze willen inzicht, updates en zelf kunnen

handelen” – Manon Borsboom

Die verwachting botst met processen

die zijn ingericht op e-mail, handmatige

overdracht en losse systemen. En dat

verschil wordt steeds zichtbaarder.

ALS HET WÉL KLOPT

Wanneer processen vanuit ketenlogica

zijn ingericht, verandert het werk merkbaar.

De acceptant start zijn dag met een

overzicht van complete dossiers, automatisch

verrijkt met relevante data.

Minder uitzoekwerk, minder onderbrekingen.

De adviseur voert gegevens één

keer in en ziet direct welke producten

passen en wat de status is. De schadebehandelaar

kan meteen aan de slag

zonder eerst te sorteren of te zoeken.

GEEN BIG BANG, WEL BEGINNEN

Een hardnekkige misvatting is dat digitalisering

per definitie grootschalig

en ingrijpend moet zijn. Dat alles tegelijk

vervangen moet worden. Dat beeld

remt besluitvorming en niet zonder reden.

In de praktijk werkt verandering alleen

als het behapbaar is. Door te beginnen

waar de meeste frictie zit. Door

eerst inzicht te creëren en pas daarna

oplossingen te kiezen. En door modulair

te bouwen, zodat organisaties kunnen

aansluiten op hun huidige situatie.

“Je hoeft niet alles in één keer te

doen. Maar je moet wel weten waar

je naartoe beweegt” – Paul Hijmans

ONDERSCHEIDENDE FACTOR

Wat succesvolle organisaties onderscheidt,

is niet de mate van technologie,

maar de mate van regie. Weten hoe

processen lopen. Waar data ontstaat.

Waar risico’s zitten. En waar verbetering

echt waarde toevoegt.

Groei is geen probleem. Complexiteit

zonder regie wel.

Organisaties die nu investeren in

overzicht en samenhang, kopen geen

technologie om de technologie. Ze creëren

ruimte om te blijven bewegen in

een markt die sneller, transparanter en

strenger wordt. Wachten tot het vanzelf

eenvoudiger wordt, blijkt zelden

een succesvolle strategie. n

Benieuwd hoe dit voor jouw praktijk zou

werken? Neem contact op via inpact.nl/

contact

SPECIAL MAART 2026 VVP | 25


DUURZAAM ADVISEREN

Erna Knipscheer:

‘Kennis over

financiële

psychologie is

essentieel voor

adviseurs.’

26 | VVP SPECIAL MAART 2026


PSYCHOLOGIE

DUURZAME GROEI IN DE VERZEKERINGSWERELD DRAAIT OM HET VINDEN VAN

EEN BALANS TUSSEN ECONOMISCHE VOORUITGANG EN MAATSCHAPPELIJKE

VERANTWOORDELIJKHEID. DE DRIE PIJLERS DIE VAAK GENOEMD WORDEN

ZIJN: AANTAL KLANTEN, POLISDICHTHEID EN PREMIEVOLUME, WAARBIJ

DE FOCUS LIGT OP GROEI EN DUS ACQUISITIE. HOEWEL DEZE BENADERING

OP KORTE TERMIJN SUCCES KAN OPLEVEREN, ZAL HET NEGEREN VAN

ONDERHOUD EN ONTSTAAN VAN ACHTERSTALLIG

ONDERHOUD OP DE LANGE TERMIJN SCHADELIJK

ZIJN VOOR ZOWEL DE REPUTATIE ALS DE

Zonder

onderhoud geen

duurzame groei

RESULTATEN VAN DE VERZEKERAAR.

TEKST ERNA KNIPSCHEER, FINANCIEEL VITAAL OPLEIDINGEN | BEELD NIKÉ CREATIEF

Het verwaarlozen van bestaande klanten

kan leiden tot klantontevredenheid, hogere

kosten en uiteindelijk verlies van

vertrouwen. Duurzame groei vereist een

evenwichtige aanpak waarbij zowel acquisitie

als onderhoud van bestaande klanten

centraal staan. Alleen zo kan een verzekeraar een solide

basis leggen voor langdurig succes en klantloyaliteit.

In de praktijk kan een verzekeraar marktaandeel

proberen te winnen door polisvoorwaarden en premies

te vergelijken met de verzekeringsproducten van de

concurrent. Op grond hiervan kunnen de eigen polisvoorwaarden

en tarieven tegen het licht gehouden worden

en aangepast zodat de verzekeraar ‘scherper’ kan

offreren en nieuwe klanten of productie binnenhalen.

Ondanks dat de premie en voorwaarden beter zijn

dan die van de concurrent lukt het vaak toch niet om

de klant te overtuigen om het verzekeringspakket over

te sluiten. De bal ligt dan bij de persoon van de adviseur

die met persoonlijke charmes en verkooptechnieken

nog een laatste poging doet om de prospect over te

halen om toch klant te worden.

Soms lukt dit maar vaak ook niet. Zelfs als de adviseur

een vertrouwd gesprek heeft met de klant en de voorwaarden

en/of premie van de verzekeraar vergelijkbaar

of beter waren dan de klant bij de concurrerende verzekeraar

gewend is. Laten we daarom eens kijken welke

belangrijke inzichten vanuit de financiële psychologie

dit fenomeen kunnen verklaren.

IRRATIONELE DENKFOUTEN

In de voorgaande alinea spelen verschillende biases ofwel

irrationele denkfouten bij zowel de verzekeraar als

de klant een belangrijke rol.

1. Ten eerste is er de confirmation bias waarbij de verzekeraar

geneigd is om informatie te zoeken en

te interpreteren op een manier die zijn bestaande

overtuigingen bevestigt. Bijvoorbeeld het idee dat

scherpere premies en betere voorwaarden automatisch

tot meer klanten leiden. Uit recent onderzoek

van de AFM blijkt echter dat klanten vaak andere

factoren belangrijker vinden dan alleen premie en

voorwaarden bij het kiezen van een verzekeraar.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 27


DUURZAAM ADVISEREN

2. Daarnaast speelt de status quo bias een rol waarbij

klanten de voorkeur geven aan hun huidige verzekeraar

en terughoudend zijn om over te stappen, zelfs

als de nieuwe voorwaarden en premie beter zijn. De

status quo bias heeft zowel voordelen als nadelen

voor een verzekeraar. Aan de ene kant zorgt deze

bias ervoor dat bestaande klanten minder geneigd

zijn om over te stappen naar een andere verzekeraar.

Dit komt het klantbehoud ten goede. Aan de andere

kant werkt deze bias in het nadeel bij het aantrekken

van nieuwe klanten die momenteel elders verzekerd

zijn. Deze prospects hebben ook de natuurlijke

neiging om bij hun huidige verzekeraar te blijven.

3. Een andere denkfout is de attribution bias waarbij

verzekeraars succes of falen toeschrijven aan de

vaardigheden van hun eigen medewerkers of hun

verzekeringsproductkenmerken. In plaats van rekening

te houden met externe factoren zoals bijvoorbeeld

de emoties, de denkwereld en het gedrag van

de klant.

4. En in regio’s met een relatief hoge groepscohesie,

zoals we die bijvoorbeeld in veel plattelandsgebieden

tegenkomen, speelt Herd Behavior een grote rol.

Klanten kunnen de neiging hebben om beslissingen

te nemen op basis van wat anderen doen. Als

ze zien dat veel mensen bij een bepaalde verzekeraar

blijven, dan zijn ze zelf ook minder geneigd om

over te stappen.

‘Voor duurzame groei

is een evenwichtige

aanpak van acquisitie en

onderhoud essentieel’

PRECIES ANDERSOM

Voor duurzame groei is dus een evenwichtige aanpak

van acquisitie en onderhoud essentieel. Verzekeraars

doen er goed aan om hun eigen confirmation bias te

doorbreken en verder te kijken dan ze tot nu toe gewend

zijn. Bijvoorbeeld door zich ook te verdiepen in welke

menselijke factoren een rol spelen bij de keuze voor een

bepaalde verzekeraar of verzekeringsproducten.

Op basis van de status quo bias is het bijvoorbeeld

cruciaal om goed voor bestaande klanten te zorgen zodat

zij blijven. Bovendien zorgt een tevreden klantportefeuille

dankzij Herd Behavior voor duurzame organische

groei van zowel het het aantal klanten, het premievolume

als de polisdichtheid. Dat zijn goede redenen

om juist veel aandacht te besteden aan het structureel

klantonderhoud in plaats van de prioriteit te leggen

op acquisitie van nieuwe klanten.

ANGST VOOR VERANDERING

Natuurlijk wil een verzekeraar ook graag nieuwe klanten

werven en vanuit commercieel oogpunt focussen op

nieuwe productie. Bedenk dan dat premie en polisvoorwaarden

lang niet altijd de doorslaggevende factoren

zijn bij de keuze van een klant om over te stappen. Verschillende

factoren spelen hierin een rol maar dat gaat

voor dit artikel te ver om die allemaal te bespreken. In

dit artikel focussen we op een heel belangrijke spelbreker

vanuit de financiële psychologie bij het aantrekken

van nieuwe klanten, namelijk de status quo bias.

Door de status quo bias zullen klanten de voorkeur

geven aan hun huidige verzekeraar en terughoudend

zijn om over te stappen. Zelfs als de nieuwe voorwaarden

en premie beter zijn. In plaats van nieuwe klanten

proberen over te halen met een goedkopere premie of

betere verzekeringsvoorwaarden doet een verzekeraar

er goed aan om zichzelf eerst eens bewust te worden

van de inhoud en de uitwerking van hun eigen biases

en ideeën bij het laten groeien van haar marktaandeel.

ANGST BIJ VERZEKERAAR

Met inzichten uit de financiële psychologie kan een

verzekeraar de duurzame groei van zijn bestaande

klantportefeuille een extra spurt te geven door bij het

werven van nieuwe klanten handig om te gaan met bijvoorbeeld

de status quo bias. Deze bias draait om het

gevoel van vertrouwdheid met de huidige situatie en de

angst voor verandering bij bijvoorbeeld het oversluiten

van het verzekeringspakket.

Vanuit deze visie is de vraag die de verzekeraar

zichzelf stelt niet langer ‘hebben wij de laagste premie

en/of de beste productvoorwaarden?’ maar ‘hoe kunnen

wij klanten helpen om hun biases, ofwel irrationele

denkfouten, te overwinnen waardoor prospects sneller

enthousiast worden voor onze goede producten?’ En

die producten hoeven dan nog niet eens de laagste premie

of beste voorwaarden in de markt te hebben!

Een verzekeraar heeft controle over objectieve factoren

zoals premie en polisvoorwaarden. Financiële

psychologie vindt men al snel wazig of niet geschikt.

Maar is dat werkelijk zo of maakt onbekend onbemind?

Door inzichten uit de wetenschap van de financiële

psychologie toe te passen kunnen verzekeraars

beter inspelen op wat de klant werkelijk nodig heeft

naast een aantrekkelijke premie en dito voorwaarden

en dienstverlening.

28 | VVP SPECIAL MAART 2026


PSYCHOLOGIE

KLANT HELPEN MET VERANDEREN

Aan de hand van een korte klantcase laat ik zien hoe

een verzekeringsadviseur bewust kan omgaan met de

biases van fictieve klant Pieter, met als doel om de geoffreerde

verzekeringen wél te kunnen afsluiten.

Voorbeeld klantcase:

klant Pieter en de verzekeringsadviseur

Pieter is ontevreden klant bij zijn huidige verzekeraar en

maakt zelf een afspraak met een adviseur bij een andere

verzekeraar. Tijdens hun gesprek hebben Pieter en de adviseur

een heel plezierige en informatieve uitwisseling. De

adviseur maakt een offerte voor Pieter waarbij de premie

en voorwaarden zelfs ietsje beter zijn dan bij zijn oude verzekeraar.

Tot verbazing van de adviseur besluit Pieter toch

om zijn verzekeringen niet over te sluiten. De adviseur begrijpt

niet waarom Pieter niet wil overstappen ondanks de

betere voorwaarden en premie.

De adviseur vermoedt dat de status quo bias een rol

speelt. Hij begrijpt dat Pieter zich vertrouwd voelt met zijn

huidige situatie. Hij heeft een natuurlijke angst voor verandering

die sterker is dan zijn gevoel van ontevredenheid.

Dit maakt Pieter terughoudend om over te stappen naar de

nieuwe verzekeraar.

De adviseur besluit om met Pieter te praten over deze

bekende denkfout. Hij legt aan Pieter uit dat mensen vaak

vasthouden aan hun huidige situatie zelfs als er betere opties

beschikbaar zijn. De adviseur benadrukt dat het normaal

is om een zekere angst voor verandering te voelen

maar dat dit niet altijd in het beste belang van de klant is.

De adviseur maakt de voordelen van het overstappen voor

Pieter tastbaar en persoonlijk. Hierdoor voelt Pieter zich

begrepen en gerustgesteld. Dit helpt hem om de voordelen

van de verandering te zien waardoor de status quo bias

van Pieter vermindert.

Om Pieter verder te overtuigen gebruikt de adviseur

het concept van Herd Behaviour. Hij deelt succesverhalen

van klanten uit Pieter’s omgeving die in een vergelijkbare

situatie zaten en succesvol zijn overgestapt. Hij laat zien

hoe deze klanten nu profiteren van betere voorwaarden en

lagere premies en hoe tevreden ze zijn met hun beslissing.

Pieter erkent dat zijn buurman en zijn beste vriend ook

klant zijn bij de nieuwe verzekeraar. Zij hebben hem zelfs

aangeraden om met de adviseur in gesprek te gaan. Door

deze aanpak voelt Pieter zich begrepen en gerustgesteld. Hij

ziet in dat zijn terughoudendheid vooral te maken heeft met

een natuurlijke neiging om vast te houden aan het bekende.

De positieve ervaringen van anderen nemen zijn laatste

twijfel weg dat overstappen de juiste keuze is. Uiteindelijk

besluit Pieter om zijn verzekeringen over te sluiten. Door de

status quo bias te herkennen en aan te pakken, en door gebruik

te maken van Herd Behaviour, slaagt de adviseur erin

om Pieter te laten overstappen naar de nieuwe verzekeraar.

Let op! In deze klantcase zijn meerdere factoren die

een rol spelen niet meegenomen. Vanuit de wetenschap

van de financiële psychologie kan deze case uitgebreider

worden uitgewerkt, inclusief de invloed van verschillende

factoren op elkaar. Denk hierbij aan andere

biases, motivatie van de klant en/of omgevingsfactoren.

Een diepere analyse kan helpen om een nog completer

beeld te krijgen van de psychologische dynamiek

die speelt bij het overstappen van verzekeringen.

BEWUST GEBRUIK VAN DE WETENSCHAP

De moraal van dit verhaal is dat verzekeraars om duurzame

groei te realiseren eigenlijk verder moeten kijken

dan alleen objectieve factoren zoals premie en polisvoorwaarden.

Het is essentieel om vooral aandacht te

besteden aan de psychologische aspecten die klantgedrag

beïnvloeden. Door biases zoals de status quo bias

te herkennen en aan te pakken, en door gebruik te maken

van technieken zoals Herd Behaviour, kunnen verzekeraars

nieuwe klanten beter begrijpen en overtuigen

om hun verzekeringspakket over te sluiten.

Om te zorgen dat deze nieuwe klanten niet binnen

no-time weer weg zijn en de bestaande klantenportefeuille

blijft kan een verzekeraar handig gebruik maken

van dezelfde status quo bias die ervoor zorgt dat eenmaal

gewonnen klanten meestal blijven zitten waar ze

zitten. Tenzij de bestaande klanten natuurlijk te weinig

aandacht en onderhoud krijgen en de concurrenten wel

begrijpen dat kennis uit de wetenschap van de financiële

psychologie essentieel is in de professionele toolkit

van elke zichzelf respecterende verzekeraar of assurantieadviseur.

n

Erna Knipscheer is oprichter van Financieel Vitaal Opleidingen,

dé specialist in opleidingen financiële psychologie.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 29


DUURZAAM ADVISEREN

“DUURZAAM ADVISEREN IS VOORUITKIJKEN. EEN ADVIES

MOET NIET ALLEEN NÚ PASSEN, MAAR OOK OVER VIJF OF TIEN

JAAR. DUURZAAMHEID GAAT DUS NIET ALLEEN OVER ENERGIE

OF MATERIALEN, MAAR NET ZO GOED OVER FINANCIËLE

STABILITEIT: WAT BLIJFT STRAKS NOG VERZEKERBAAR OF

FINANCIERBAAR?”, ALDUS ANJA BRUNINK, DIRECTEUR FINANCIËLIE

DIENSTVERLENINGSGROEP EN ADVISEUR ZAKELIJK BIJ TEN HAG

MAKELAARS EN FINANCIËLE DIENSTVERLENERS.

Gewoon gezond

verstand

SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK

‘Duurzaam adviseren

vraagt ruimte om te

kijken naar wat iemand

écht nodig heeft’

Ten Hag telt twaalf vestigingen in Twente en

de Achterhoek en zo’n honderd collega’s adviseren

over verzekeringen, pensioenen, financieel

advies en vastgoed. “Ik werk inmiddels

bijna twintig jaar in het vak. Hoewel mijn rol

voornamelijk sturend is, adviseer ik bewust een deel

van de portefeuille zelf. Zo blijf ik dicht bij de praktijk

en bij wat klanten écht nodig hebben.”

Digitalisering maakt volgens Anja veel mogelijk,

maar ook kwetsbaar. “Eén op de vijf Nederlanders begrijpt

financiële informatie niet goed. ‘Zelf regelen’

klinkt efficiënt, maar werkt in de praktijk lang niet altijd.

Daarom blijft de adviseur belangrijk: iemand die in

begrijpelijke taal uitlegt, meedenkt en rust en richting

brengt. Zodat keuzes niet alleen vandaag goed voelen,

maar ook later blijven kloppen.”

VOORUITKIJKEN

“Vooruitkijken zit al lang in onze organisatie. We zijn

ook buiten ten Hag betrokken bij verschillende innovatieve

en duurzame projecten, van vernieuwende bouw

en gebiedsontwikkeling tot energie- en investeringsprojecten.

Daardoor denken we automatisch in lange

lijnen. Geen trend, maar gewoon gezond verstand.”

In de gesprekken wordt daarom niet alleen gekeken

naar de vraag van vandaag, maar ook naar wat die keuze

betekent over een paar jaar. “Dat geeft rust en richting,

in plaats van steeds brandjes blussen.”

Daarnaast helpt ten Hag ondernemers om hun medewerkers

financieel gezond te houden. “Want geldzorgen

stoppen niet bij de voordeur. Dat merk je thuis én

op het werk. Dat doen we nuchter en praktisch, zonder

betutteling.”

GROOTSTE UITDAGING

Regels en kaders zijn belangrijk, aldus Anja. “Ze zorgen

30 | VVP SPECIAL MAART 2026


ADVIESPRAKTIJK

voor zorgvuldigheid en eerlijkheid. Maar we hebben

het adviesvak zó gestructureerd, dat het model soms

boven het gezond verstand komt te staan. Alles moet

passen in systemen, trechters en ‘risk appetite’. En als

iets daar net buiten valt, wordt het al snel afgewezen.

Terwijl iedereen aan tafel soms voelt: dit is logisch en

verantwoord voor deze klant. Maar meebewegen mag

niet altijd. Voor adviseurs en acceptanten hangen er risico’s

aan. Dus kiezen we voor zekerheid in plaats van

vakmanschap.”

“In de politiek zie je dezelfde lijn: meer centrale sturing,

meer huren. Terwijl uit onderzoek blijkt dat het

opbouwen van vermogen via kopen mensen juist sterker

maakt, zelfstandiger, en minder afhankelijk van regelingen.

Dat is niet alleen beter voor gezinnen, maar

op termijn ook goedkoper voor de samenleving. Duurzaam

adviseren vraagt daarom ruimte om te kijken

naar wat iemand écht nodig heeft. Eerst de mens. Dan

het model. Dat is klantbelang in de kern.”

“En als we willen dat mensen financieel gezond blijven,

moet advies bereikbaar blijven. Nu betalen veel

werknemers advies uit netto inkomen, terwijl juist de

mensen die minder digitaal vaardig zijn of meer financiële

druk ervaren begeleiding nodig hebben. Door advies

richting werknemers fiscaal vriendelijker te maken,

voorkomen we problemen aan de voorkant, in

plaats van ze achteraf te moeten herstellen.”

MEDEWERKERS

“Zodra collega’s merken dat duurzaam adviseren rust

en diepgang brengt, willen zij niet meer terug. Het

werk wordt niet zwaarder, maar betekenisvoller. Dit is

het vak zoals het bedoeld is.”

PARTNERS

“Als voorzitter van Young Finance Talents werk ik samen

met collega-advieskantoren en het onderwijs om

jonge mensen het vak én het vooruitkijken mee te geven.

We krijgen inmiddels meer aanmeldingen dan we

kunnen plaatsen, en de informatie-uitwisseling tussen

kantoren versterkt het vak.”

“Binnen ons eigen team doen we hetzelfde. We geven

jonge collega’s ruimte op thema’s als duurzaamheid

en digitalisering. Binnen ons eigen team koppelen we

startende adviseurs aan ervaren collega’s. Fris perspectief

en vakmanschap versterken elkaar.”

Ten Hag beoordeelt aanbieders op duurzaaamheid,

maar kijkt verder dan labels. “Het gaat om houding en

meedenken. Veel ondernemers verduurzamen met circulaire

bouw, alternatieve energie of nieuwe materialen.

Daar past niet altijd een standaard oplossing bij.

Juist dan moet een aanbieder willen zoeken, niet meteen

afwijzen.”

Anja Brunink:

‘Leren, ontwikkelen en

samenwerken.’

DUURZAME KEUZES

Binnenkort verhuist ten Hag met het hoofdkantoor

en daarbij worden bewuste duurzame keuzes gemaakt.

“Thuiswerken is bij ons geen standaard, maar waar het

past, helpt het balans en milieu. Voor ons gaat duurzaamheid

echter vooral over: kunnen blijven meebewegen.

Dat betekent leren, ontwikkelen en samenwerken.

Als organisatie en als vak.” n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 31


PARTNER IN KENNIS

JE KLANTEN WILLEN HUN BEDRIJF UITBREIDEN, MEER STROOM

GEBRUIKEN OF VERDER VERDUURZAMEN. MAAR HET

ELEKTRICITEITSNET ZIT VOL. EXTRA STROOM AANVRAGEN DUURT

LANG EN DAT REMT DE PLANNEN VAN JE KLANTEN. STEEDS VAKER

KIJKEN BEDRIJVEN DAAROM NAAR SAMENWERKING OP HET

BEDRIJVENTERREIN. BIJVOORBEELD VIA EEN ENERGIEHUB.

WELKE RISICO’S HOREN HIERBIJ? EN HOE ADVISEER JIJ JE

KLANTEN OVER DE VERZEKERBAARHEID?

Energiehubs op bedrijventerreinen:

kansen, risico’s

en verzekerbaarheid

TEKST NATIONALE-NEDERLANDEN

Het elektriciteitsnet raakt

steeds voller. Bedrijven wekken

meer duurzame stroom

op en gebruiken ook steeds

meer elektriciteit. Daardoor ontstaan

piekmomenten op het net. Er is tijdelijk

geen ruimte om extra stroom af te nemen

of terug te leveren. Dat heet netcongestie.

Dit heeft gevolgen voor je klanten.

Ze willen bijvoorbeeld overstappen op

elektrische voertuigen. Maar zonder extra

stroom komen ze niet verder, omdat

het wagenpark wel moet kunnen opladen.

En een nieuwe aansluiting of extra

stroom aanvragen betekent soms jarenlang

wachten. Dat remt de plannen

en doelen van je klanten.

Daarom zoeken steeds meer ondernemers

naar slimme oplossingen.

Energieopslag helpt om die pieken op

te vangen. Maar er zijn ook andere manieren,

zoals samenwerken met andere

ondernemers. Door samen stroom op

te wekken en te gebruiken, halen ondernemers

meer uit hun eigen energieaansluiting.

Dat gebeurt via een energiehub.

WAT IS EEN ENERGIEHUB?

Een energiehub is een samenwerking

tussen bedrijven op één plek, zoals een

bedrijventerrein. Soms doen ook bewoners

in een wijk mee. De deelnemers

spreken met elkaar af hoe zij stroom

opwekken, gebruiken en opslaan.

In een energiehub gebruiken bedrijven

vaak stroom op verschillende

momenten. De ene ondernemer vooral

overdag, de ander juist in de avond.

Door die verschillen goed te verdelen

komt er ruimte op het elektriciteitsnet.

Bedrijven kunnen ook zonne-energie

met elkaar delen of stroom opslaan

voor later. Zo vangen ze samen tekorten

en overschotten op. Dat helpt bij

netcongestie en maakt meer duurzame

stroom mogelijk.

DUIDELIJKE AFSPRAKEN

Een energiehub biedt kansen voor

je klanten om samen slimmer met

stroom om te gaan. Dat vraagt wel om

duidelijke afspraken met andere ondernemers

op het terrein. Wie gebruikt

wanneer energie? En wie investeert

in de techniek? Ze maken ook afspraken

over het meten en verdelen van de

kosten.

Omdat energie delen een nieuwe

vorm van samenwerken is, verandert

het contract met de energieleverancier.

In plaats van losse contracten sluiten

de ondernemers één groepscontract af.

Daarvoor is een groepstransportovereenkomst

(GTO) nodig. Dit wordt nu

nog getest in pilots.

De nieuwe Energiewet – die op 1 januari

is ingegaan – helpt hierbij. Deze

wet maakt het makkelijker om netaansluitingen

te delen en gegevens uit te

wisselen. Zo wordt samenwerken juridisch

beter mogelijk.

32 | VVP SPECIAL MAART 2026


NATIONALE-NEDERLANDEN

‘Ruimte voor groei met

slimme oplossingen’

NIEUWE SAMENWERKING, NIEUWE RISICO’S

In een energiehub werken je klanten

samen met andere ondernemers. Ze

zijn dan niet meer alleen verantwoordelijk

voor hun eigen stroomgebruik.

Daardoor worden ze afhankelijk van elkaar,

en dat brengt nieuwe risico’s met

zich mee. Gebruikt één bedrijf te veel

stroom? Dan kan dat gevolgen hebben

voor de hele groep. Ontstaat er schade

aan het elektriciteitsnet en stelt de netbeheerder

de energiehub daarvoor aansprakelijk?

Dan kan de energiehub hier

onder voorwaarden een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering

voor afsluiten.

Onderlinge afspraken blijven belangrijk.

Wie is verantwoordelijk bij een

fout? En wat gebeurt er als één deelnemer

zich niet aan de afspraken houdt?

Deze onderlinge aansprakelijkheid is

niet verzekerd. Dat betekent dat je

klant de kosten zelf moet betalen als

hij of zij schade veroorzaakt aan spullen

van andere deelnemers. Verzekeringen

nemen niet alle risico’s weg. Daarom

is het belangrijk dat ondernemers hier

vooraf duidelijke afspraken over maken.

VERZEKERBAARHEID VAN ENERGIEHUBS

Een energiehub kan bij Nationale-Nederlanden

een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering

afsluiten. Ontstaat

er schade aan het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld

aan kabels of onderdelen,

dan kan de netbeheerder de energiehub

aansprakelijk stellen. Deze schade is

dan verzekerd.

Maken bezittingen zoals zonnepanelen,

een energieopslagsysteem

of laadstations onderdeel uit van de

energiehub? Dan kan de energiehub

deze verzekeren. Deze verzekering dekt

schade door brand.

Er zijn ook risico’s die niet met verzekeren

te maken hebben. Deze risico’s

gaan over afspraken tussen deelnemers

in een energiehub. Een voorbeeld

is hoofdelijke aansprakelijkheid tussen

deelnemers. Deze risico’s zijn nu nog

niet te verzekeren. Nationale-Nederlanden

volgt deze ontwikkelingen op

de voet. We onderzoeken welke verzekeringsbehoefte

ontstaat zodra de afspraken

duidelijker zijn.

MAAK GEBRUIK VAN HET KLIMAAT ACCEPTATIETEAM

Bij een energiehub verandert de manier van samenwerken. Dat vraagt om duidelijk

inzicht in risico’s. Daar helpt het Klimaat acceptatieteam van Nationale-

Nederlanden graag bij. Dit team beoordeelt nieuwe risico’s en denkt mee over

oplossingen. Zij kijken bijvoorbeeld naar hoe de energiehub van je klant is georganiseerd

Zo krijgen ze een compleet beeld van je situatie en kunnen ze goed

helpen.

Loopt je klant tegen een duurzaamheidsrisico aan? Vraag dan om een beoordeling

door ons Klimaat acceptatieteam. Kijk hiervoor op adviseur.nn.nl of

neem contact op met je accountmanager.

DE ROL VAN NATIONALE-NEDERLANDEN

Nieuwe samenwerkingen brengen nieuwe

vragen met zich mee. Daarom denkt

Nationale-Nederlanden vroeg mee bij

nieuwe ontwikkelingen zoals energiehubs.

Onze technisch risicodeskundigen

kijken mee als er gezamenlijke installaties

zijn. Denk aan zonnepanelen, energieopslag

of laadpunten. Zij letten onder

andere op de veiligheid en plaatsing

van opslagsystemen.

Daarnaast onderzoekt en beoordeelt

ons Klimaat acceptatieteam

nieuwe risico’s die nog niet standaard

te verzekeren zijn.

KANSEN VOOR NU EN LATER

Netcongestie blijft de komende jaren

een belangrijk gespreksonderwerp met

je klanten. Energiehubs kunnen ruimte

creëren binnen bestaande aansluitingen.

Dat maakt ze geschikt voor ondernemers

die willen groeien of verduurzamen.

Tegelijk verandert er veel. De techniek

ontwikkelt zich snel en de regels

zijn nog in beweging.

Juist daarom ligt hier een advieskans.

Stel de juiste vragen op tijd. Hiermee

help je je klant om keuzes te maken

die verzekerbaar zijn. Met kennis,

onderzoek en passend verzekeringen

ondersteunen we je in jouw advies. Zo

doen we ons best om samen klanten

vooruit te helpen. n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 33



SCHADEPRAKTIJK

Schadeherstel,

bouweisen

en polisgrenzen:

Waar moet de

adviseur op letten?

DUURZAAMHEID IS DE NORM GEWORDEN. WE ISOLEREN, RENOVEREN EN ELEKTRIFICEREN IN HOOG

TEMPO. DAT IS POSITIEF, MAAR IN DE SCHADEPRAKTIJK SCHUIFT ER ONGEMERKT IETS MEE: HET

KOSTENNIVEAU VAN HERSTEL VERANDERT, EN NIET ALLEEN DOOR DUURDERE BOUWMATERIALEN.

OOK HET BOUWRECHT WERKT DOOR. HET BESLUIT BOUWWERKEN LEEFOMGEVING (BBL) LEGT DE

LAT VOOR (VER)BOUW EN ENERGIEPRESTATIES HOOG, MAAR NIET ALLE OPSTALVERZEKERINGEN

ZIJN HIER VOLLEDIG OP AANGEPAST. HET PROBLEEM ZIT VOORAL IN EEN MAXIMERING DIE SOMMIGE

VERZEKERAARS HEBBEN OPGENOMEN VOOR DE EXTRA KOSTEN OP LAST VAN DE OVERHEID.

TEKST MARC VAN WESTERLAAK, ADFIZ

Het resultaat is niet zozeer dat gebouwen

structureel te laag verzekerd zijn,

maar dat bepaalde herstelkosten buiten

de verzekerde kaders vallen, vooral

wanneer die kosten voortkomen uit

overheidseisen. Zelfs bij een correct

getaxeerde en geïndexeerde herbouwwaarde kan dan

toch een tekort ontstaan omdat het niet om de waarde

gaat, maar om de (begrensde) dekking van publiekrechtelijke

meerkosten.

Voor financieel adviseurs is dit een klassiek verzekeringsvraagstuk,

maar dan op een nieuw snijvlak: eisen van de

overheid die herstel beïnvloeden, tegenover de polisvoorwaarden

van de verzekeraar die bepalen wat er wordt

vergoed. Precies daar ontstaat het risico op een financieel

gat en precies daar wordt de adviespraktijk cruciaal.

SLEUTELROL

Sinds 1 januari 2024 gelden de bouwtechnische regels

van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In dat

SPECIAL MAART 2026 VVP | 35


DUURZAAM ADVISEREN

stelsel speelt het begrip ingrijpende renovatie een sleutelrol.

Het gaat om verbouwing of renovatie waarbij

meer dan 25 procent van de oppervlakte van de integrale

bouwschil wordt aangepakt. Met ‘integraal’ wordt

de volledige uitwendige scheidingsconstructie bedoeld,

inclusief binnenblad, spouw en buitenblad.

Het Bbl kent geen aparte categorie ‘schadeherstel’.

Herstel na schade – afhankelijk van omvang en feitelijke

uitvoering – kan in sommige gevallen uitkomen op

‘ingrijpende’ renovatie. Niet automatisch en zeker niet

in elke schade, maar wel in situaties waarin het herstel

feitelijk over de drempel heen gaat. Dan kunnen voor

energiezuinigheid en hernieuwbare energie eisen gelden

die in beginsel op nieuwbouwniveau zijn vastgesteld,

gekoppeld aan de ingreep en het verbouwde deel.

Voor de adviespraktijk is dat belangrijk. Klanten

denken bij schade aan ‘terug naar hoe het was’. Het publiekrecht

kan bij bepaalde ingrepen zeggen: ‘herstellen,

maar wel volgens actuele (energie-)eisen voor het

verbouwde deel.’ Dat verschil is niet per se zichtbaar bij

het afsluiten van de polis, maar wordt duidelijk als er

sprake is van schade.

Dit is waar een vorm van onderverzekering kan

ontstaan.

PERIODIEKE TAXATIE EN JAARLIJKSE INDEXATIE

In de zakelijke markt worden herbouwwaardes periodiek,

gemiddeld eens per zes jaar, getaxeerd en jaarlijks

geïndexeerd. Bij een taxatie wordt echter over het algemeen

geen rekening gehouden met strengere nieuwbouweisen

vanuit de Bbl. Taxateurs rekenen daarbij

met wat in de markt inmiddels de norm is, vaak inclusief

gangbare verduurzamingskeuzes. Zo zal een taxateur

er bij de taxatie van een ouder pand vanuit gaan

dat het bestaande enkel glas bij herbouw wordt vervangen

door HR-glas.

Nieuwe of aangescherpte wettelijke eisen worden

meestal pas meegenomen als ze breed zijn ingevoerd.

Dat betekent dat juist in overgangsperiodes verschil

kan ontstaan tussen taxatiewaarde en de kosten die bij

herstel daadwerkelijk nodig blijken.

‘Verzekeraars bieden

steeds vaker een extra

‘groene’ dekking bij

schade’

VERSCHIL PARTICULIER EN ZAKELIJK

De bouwregels maken geen onderscheid tussen een woning

en een bedrijfshal. Ook herstel aan een particuliere

woning kan – als de ingreep groot genoeg is – binnen

het regime van ingrijpende renovatie vallen. Juridisch

gezien is het mechanisme dus gelijk.

In de verzekeringspraktijk ligt het financiële risico

echter vaak zwaarder bij zakelijk vastgoed.

Bij particuliere opstalverzekeringen zijn doorgaans

clausules tegen onderverzekering opgenomen, zoals

indexering of een herbouwwaardegarantie. Daarmee is

36 | VVP SPECIAL MAART 2026


SCHADEPRAKTIJK

het risico niet volledig weg – monumenten, bijzondere

bouwwijzen en maximale vergoedingen blijven gevoelig

– maar het wordt wel gedempt.

Zakelijk vastgoed is vaak goed verzekerd qua herbouwwaarde,

omdat taxaties en indexatie veel opvangen,

mits ze tijdig worden uitgevoerd. Waar het dan

alsnog mis kan gaan, zit meestal niet in de hoogte van

de verzekerde som, maar in de dekking eromheen:

vooral bij (gemaximeerde) kosten op last van de overheid.

Als taxatie of indexatie achterloopt, komt daar

het klassieke onderverzekeringsrisico nog bovenop.

Dat verschil is relevant voor de adviespraktijk. Bij

particulier is het gesprek vaak: klopt de uitgangssituatie

nog bij dit object en deze verbouwing? Bij zakelijk

is het gesprek vaker fundamenteler: op basis waarvan

is de verzekerde som vastgesteld, hoe oud is de taxatie,

wanneer is voor het laatst indexatie toegevoegd en wat

zijn de gevolgen hiervan voor de verzekerde som?

KOSTEN OP LAST VAN DE OVERHEID

Het uitgangspunt is helder: voldoen aan het Bbl is een

wettelijke verplichting. Of en in hoeverre die lasten

verzekerd zijn, volgt uitsluitend uit de polis. Sommige

polissen kennen dekking voor ‘kosten op last van de

overheid’, andere niet. Waar die dekking bestaat, is zij

vaak gemaximeerd en dan is het de vraag of die maximering

voldoende dekking biedt als het pand fors herbouwd

moet worden na een schade. Dit is precies het

financiële gat dat ook bij een goed getaxeerd en geïndexeerd

pand kan ontstaan.

In de adviespraktijk is dat een gevoelig punt, juist

omdat het niet intuïtief voelt voor klanten. Zij ervaren

extra eisen bij herstel vaak als ‘logisch onderdeel van

schadeherstel’. Polis-technisch kan het echter gaan om

beperkt gedekte of ongedekte meerkosten. Niet omdat

de verzekeraar onredelijk is, maar omdat de polis

grenzen heeft. Als de herstelkosten door bouwkostenstijging

en actuele eisen oplopen, wordt die begrenzing

zichtbaar. Het is belangrijk dat de adviseur dit goed

voor ogen heeft.

‘De echte onderverzekering

ontstaat vaak niet

op het moment dat een

klant aan het verbouwen

of verduurzamen is’

EXTRA DEKKING VOOR VERDUURZAMING

Verzekeraars bieden steeds vaker een extra ‘groene’

dekking bij schade. Bijvoorbeeld een extra vergoeding

als de klant kiest voor herstel met duurzamere materialen

of energiebesparende verbeteringen laat uitvoeren

bij de herbouw. Zo’n extra dekking is vaak gemaximeerd

op een bepaald bedrag. Deze extra dekkingen

zijn heel waardevol bij vrijwillige keuzes: de klant combineert

herstel met een duurzame verbetering die mogelijk

toch al op het wensenlijstje stond.

Maar lost niet het probleem op waar het Bbl bij

schadeherstel toe kan leiden. Als herstel door de omvang

en aard van de ingreep kwalificeert als ingrijpende

renovatie, gaat het niet om een keuze voor ‘iets

groener herstellen’, maar om publiekrechtelijk verplichte

minimumeisen. Dan kan het kostenniveau stijgen,

ongeacht de wens van de klant. En precies daar

kan het wringen. Het financiële gat ontstaat meestal

niet doordat een klant extra vergroening wíl, maar

doordat de combinatie van actuele eisen en bouwkostenstijging

het herstel duurder maakt dan waar de polis

mogelijk op is ingericht.

Als de bottleneck zit bij een te lage verzekerde som

of bij een beperkte (of ontbrekende) dekking voor kosten

op last van de overheid, dan is een ‘duurzaam herstel’-opslag

een nuttige aanvulling, maar vaak niet genoeg

als de kernbeperking in de polis bij overheidskosten

zit. Zeker niet waardeloos maar wel onvoldoende

voor de mogelijke herbouwkosten.

DE ADVIESPRAKTIJK

De echte onderverzekering ontstaat vaak niet op het

moment dat een klant aan het verbouwen of verduurzamen

is. Dan is er aandacht, dan worden offertes be-

INPUT TROOSTWIJK EXPERTISES

Voor dit artikel is aan Troostwijk Expertises gevraagd naar

het belangrijkste aandachtspunt:

“Duurzaam herbouwen vraagt om meer dan goede intenties;

het begint bij een geldige en realistische taxatie. Een

goed taxatierapport maakt inzichtelijk wat wel en niet is

meegenomen, zodat onder- én oververzekering wordt voorkomen.

Want een te hoge taxatie is net zo onwenselijk: die

leidt tot onnodig hoge premies. En bij schade geldt altijd:

schakel een contra-expert in om zeker te weten dat je krijgt

waar je recht op hebt.”

https://www.troostwijk.nl/

SPECIAL MAART 2026 VVP | 37


DUURZAAM ADVISEREN

‘Verduurzaming,

stijgende bouwkosten

en veranderende regels

maken schadeherstel

complexer dan vroeger’

keken, en dan voelt het logisch om ook de verzekering

erbij te pakken. Het grootste risico zit juist bij klanten

die níet in beweging zijn: een ouder pand dat al jaren

hetzelfde is, een verzekerde som die ooit is vastgesteld

zonder dat er tussentijds taxaties en indexaties zijn

doorgevoerd, een polis die stilletjes doorloopt. Intussen

veranderen bouwkosten en herstelpraktijk wél, en

sinds 2024 kunnen bij grotere herstelklussen ook actuele

eisen zwaarder meewegen. Dat zie je niet in de

maandpremie, en je merkt het niet in een schadeloze

periode. Je merkt het pas wanneer er brand, storm of

waterschade is, precies op het moment dat je verwacht

dat de polis rust brengt.

Daarom is dit onderwerp eigenlijk een beheer- en onderhoudsvraag:

niet alleen ‘wat verandert er aan het

gebouw?’, maar ook ‘wat is er in de wereld veranderd

sinds we dit ooit verzekerd hebben?’ Juist bij stilstand

loont het om geregeld de basis opnieuw te bekijken:

de verzekerde waarde, de uitgangspunten erachter en

de ruimte (of juist de beperkingen) bij rubrieken zoals

kosten op last van de overheid.

TOT SLOT

Verduurzaming, stijgende bouwkosten en veranderende

regels maken schadeherstel complexer dan vroeger.

Taxaties en indexatie vangen in de zakelijke markt veel

op - mits ze tijdig worden uitgevoerd - maar ze volgen

vooral wat in de markt inmiddels gebruikelijk is en lopen

niet vooruit op nieuwe eisen.

Tegelijkertijd kennen sommige polissen beperkingen

of maxima bij kosten op last van de overheid. Daardoor

kan ook bij een op het oog goed verzekerd pand

toch een financieel gat ontstaan zodra herstel duurder

uitpakt door overheidseisen. Dit verdient daarom een

vaste plek in het portefeuillebeheer: niet alleen ‘klopt

de herbouwwaarde?’, maar ook ‘hoe ruim is de dekking

voor overheidskosten?’ n

Marc van Westerlaak is Adviseur Public Affairs en Beleid

bij Adfiz.

38 | VVP SPECIAL MAART 2026



DUURZAAM ADVISEREN

DE GROOTSTE ADVIESALERT! DUURZAAM ADVISEREN? GEWOON

DOEN! U HOEFT ZICH HEUS NIET TE ONTWIKKELEN TOT EXPERT

VERDUURZAMING, ZELFS DE AFM VINDT DAT. EN WIE WIL ER NOU

NIET BIJDRAGEN AAN EEN BETERE WERELD? IN DIT ARTIKEL

ACTUALITEITEN EN PRAKTIJKTIPS.

Adviesalerts!

Duurzaam adviseren

TEKST TOON BERENDSEN

Duurzaam adviseren is wat ons betreft een

no-brainer. Het spreekt voor zich dat iedere

adviseur inzet op een duurzame relatie

met zijn klanten, maar die klant mag anno

nu verwachten dat de adviseur ook meedenkt

als het gaat om verduurzaming. En practice what

you preach; je kunt als adviseur de klant geen verduurzaming

aanraden als je er zelf met je kantoor niks aan

doet. INSVER biedt elders in deze special tips. Maar

kijk zeker ook eens op de website van dit instituut.

Nieuw bij INSVER: de Duurzaamheidsdesk. Hier zien

adviseurs direct welke verzekeraars dekking bieden

voor zakelijke verduurzamingsrisico’s en bij welke specialist

zij terecht kunnen.

Fnuikend is helaas het zwalkende overheidsbeleid inzake

verduurzaming. Wet- en regelgeving blijken niet altijd

duurzaam! Uiteraard lopen ook financieel adviseurs

hier tegenaan, maar om in het adviesgesprek dan maar

helemaal geen aandacht te besteden aan verduurzaming?

In de vernieuwde ‘Leidraad Advisering’ van de AFM

is nadrukkelijk een hoofdstuk verduurzaming opgenomen.

Nu betreft het een leidraad, dus geen verplichting.

Maar houd uzelf niet voor de gek: u moet zeker

als hypotheekadviseur een verdraaid goed verhaal hebben

als de AFM bij u op de stoep staat en vraagt waarom

u de leidraad niet hebt aangehouden.

De toezichthouder schrijft: “Het is belangrijk dat

adviseurs het onderwerp verduurzaming bespreken in

het adviestraject. Dit belang neemt toe wanneer voorzienbaar

is dat de klant een woning met een lager energielabel

(E, F of G) op het oog heeft. Door verduurzaming

te integreren in het hypotheekadvies, helpt de adviseur

zijn klant bij het maken van weloverwogen keuzes

over de financiering van zijn woning en zijn financiële

toekomst.”

De AFM verwacht “niet van hypotheekadviseurs

dat zij een expert op het gebied van energiebesparende

maatregelen zijn. Het informeren van de klant over

de verschillende verduurzamingsopties en de bespaarmogelijkheden

met behulp van de informatiemiddelen

die hiervoor beschikbaar zijn, is een mogelijkheid maar

geen verplichting. De adviseur kan hier dus verwijzen

naar bijvoorbeeld energiebespaaradviseurs”.

FUNDERINGSLABEL

Nieuw in de AFM-leidraad is ook de nu volgende passage,

helemaal van deze tijd: “Van de adviseur wordt

ook globale kennis verwacht over de kans op funderingsschade

in de omgeving. Zeker als dat uit een taxatierapport

blijkt, is het van belang dat de adviseur in

het financiële advies de financiering van schadeherstel

voor zover redelijkerwijs mogelijk betrekt. Het zal niet

altijd mogelijk zijn om de klant een oplossing te bieden,

maar de adviseur kan in die gevallen op zijn minst

de klant bewust maken van het financiële risico dat hij

mogelijk loopt.”

40 | VVP SPECIAL MAART 2026


TRENDS

De druk op adviseurs om wat dieper te graven in het

funderingsdossier wordt duidelijk opgevoerd… De

AFM pleit al langer voor een funderingslabel. Het Verbond

van Verzekeraars is inmiddels ook voorstander

van zo’n label, getuige een column op zijn website in

december. Deze leest: “Er moet uiterlijk in 2027 een informatieplicht

komen: een funderingslabel, net zo normaal

als het energielabel. Zodat kopers wéten waar ze

aan beginnen. Meer transparantie leidt tot eerlijkere

prijzen, betere keuzes én minder schade. Ook voor hypotheekaanbieders

en verzekeraars is dit van levensbelang.

Als het onderpand zijn waarde verliest, raakt dat

het hele financiële systeem.”

Een eerlijke oplossing betekent volgens het Verbond

“dat de overheid erkent dat zij deel is van het probleem

en daarmee ook deel moet zijn van de oplossing

en een financiële bijdrage levert. Start een Nationaal

Funderingsfonds, met directe steun, géén leningen”.

Deze laatste oproep laat politiek Den Haag op haar

grondvesten schudden… Dit is een rekening waarvan

niemand het einde kan overzien, dus kijk je als politiek

wel twee keer uit. Het vervelende is wel dat je als adviseur

de klant in dit dossier dus maar weinig te bieden

hebt. Je kunt klanten wijzen op het Fonds Duurzaam

Funderingsherstel. Sinds 1 juli 2025 kunnen alle particuliere

woningeigenaren in Nederland gebruikt maken

van dit fonds, dat leningen verstrekt als men de – vaak

forse – herstelkosten niet zelf kan ophoesten. Maar je

kunt mensen toch niet eindeloos laten bijlenen? Helemaal

niet nu al het onderste uit de leningkan moet

worden gehaald om überhaupt een huis te kúnnen kopen.

Funderingslabel prima, maar dan moet er op hetzelfde

moment ook een betere financiële regeling ontworpen

zijn.

De NVM pleitte eind vorig jaar voor een wijkgerichte

aanpak. Inderdaad misschien wel zo handig in plaats

van te proberen elke funderingsbrand afzonderlijk te

blussen.

HOUTBOUW VERZEKERBAAR HOUDEN

Anders, duurzamer bouwen maakt snel school. De gemeente

Amsterdam bijvoorbeeld zet inmiddels in op

minimaal 20 procent houtbouw in woningbouwprojecten

in 2030.

Aon constateerde vorig jaar in een whitepaper

(‘Houtbouw verzekerbaar houden’) dat de bestaande

regelgeving en verzekeringsmarkt slechts in beperkte

mate aansluiten op de specifieke risico’s van houtconstructies.

Alex in ’t Veen, Industry Director Construction

bij Aon: “Opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers

worden zodoende geconfronteerd met onzekerheid over

aansprakelijkheid en verzekerbaarheid tijdens de bouwfase,

gebruiks- en garantietermijn. Bekende risico’s van

houtbouw zijn brand, water- en vochtschade, biologi-

SPECIAL MAART 2026 VVP | 41


DUURZAAM ADVISEREN

sche (bijvoorbeeld houtrot en schimmelgroei) en klimaatgerelateerde

schades. Naarmate het aantal bouwlagen

toeneemt, stijgt het risico en daalt in de regel de

verzekerbaarheid. Waar die grens ligt, hangt af van het

verzekeringsproduct (ofwel het risico dat je wilt verzekeren),

de verzekeraar en de getroffen maatregelen.”

Aon roept op om verzekeringsadviseurs in een

vroeg stadium te betrekken bij houtbouwprojecten.

In ’t Veen: “Zo identificeer je tijdig risico’s en beheersmaatregelen

en vergroot je de verzekerbaarheid. Uiteindelijk

draait het ook gewoon om samenwerking en

kennisdeling met alle betrokken partijen. Alleen dan

kunnen we komen tot een gezamenlijke standaard

voor veilig en verzekerbaar bouwen met hout. Evalueer

en actualiseer maatregelen en richtlijnen op basis van

praktijkervaring en nieuwe inzichten, zodat het risicomanagement

aansluit bij de actuele stand van techniek

en regelgeving.”

NEN kwam afgelopen oktober met de Nederlandse

Technische Afspraak (NTA) 6125 voor massieve houtbouw.

NTA 6125 beschrijft een methode om een ontwerp

van gebouwen met constructieonderdelen van

massief hout te toetsen aan de doelvoorschriften voor

brandveiligheid volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving

(Bbl). Sommige partijen vinden de NTA 6125

echter te zwaar.

THUISBATTERIJ

Steeds vaker vormen accubranden de brandoorzaak. En

dan rukt ook nog eens de thuisbatterij snel op. Verzekeraars

stellen inmiddels eisen aan systeem en montage. Zo

lezen we in de verzekeringsvoorwaarden van Nationale-

Nederlanden: “Alleen kleinschalige Elektriciteit Opslagsystemen

(EOS) met een totale maximumcapaciteit van

20 kWh zijn verzekerd. Zorg dat de EOS is beproefd of

gecertificeerd door een onafhankelijk Europees erkend

keurbureau, bijvoorbeeld DEKRA, TÜV, ISO, KEMA.

“Let op! Je bent alleen verzekerd als de montage en

installatie volgens het productvoorschrift en montagehandleiding

van de fabrikant is gebeurd. De installatie

en montage moeten voldoen aan de norm NEN 1010.

Dit moet je bij schade aantonen.”

‘Funderingslabel ja,

maar dan ook een

goede financiële

regeling herstelkosten’

NEN 1010-8 speelt in op het feit dat stroom inmiddels

vanuit allerlei bronnen kan komen en niet langer alleen

vanuit het electriciteitsnet.

CHECK JE POLIS

Anders dan bij hypotheken, waar verduurzaming een

nadrukkelijke relatie heeft met de woning en financieel

wordt gestimuleerd met extra leenruimte, lijkt duurzaamheid

vooralsnog minder een adviesgespreksthema

bij verzekeringen. De ‘vergroening’ van verzekeringen

schiet inderdaad niet op. Toch kun je als adviseur wel

degelijk ook hier verschil maken.

Groeien je verzekeringspolissen mee met de oprukkende

verduurzaming? En zoniet, kom je als klant in

actie? Eind vorig jaar bleek uit onderzoek van Surebird:

de meeste Nederlandse huiseigenaren zijn zich bewust

van de gevaren van een verouderde opstalverzekering,

maar 67 procent onderneemt weinig tot geen actie om

de polis te controleren of bij te werken. Dat terwijl de

woningwaarde en bouwkosten explosief stijgen. Een

mooie kans voor adviseurs!

EXTRA VERGOEDING

Verzekeraars hameren inmiddels steeds harder op het

belang van duurzaam schadeherstel. Als adviseur zou je

ook hier eens de polisvoorwaarden kunnen bestuderen.

Biedt een verzekeraar extra vergoeding als wordt gekozen

voor duurzaam schadeherstel?

AnsvarIdéa voert de Bewust inboedelverzekering.

De voorwaarden lezen: “Repareren is doorgaans beter

voor het milieu dan vervangen Als bij de beoordeling

van de hoogte van het schadebedrag blijkt dat vervanging

voordeliger is dan reparatie, kunt u er bij de Ansvar

Bewust inboedelverzekering voor kiezen om tóch te

repareren. In dat geval vergoeden wij maximaal vijftien

procent extra, bovenop de vastgestelde schadevergoeding

op basis van de nieuwwaarde of de dagwaarde.

Wat zou het mooi zijn als verzekeraars meer van

dit soort ideeën in hun polissen verwerken en zo hun

groene push te vergroten. Of zoals de jury van het Adfiz

Prestatie Onderzoek categorie ‘Duurzame Ontwikkeling’

opmerkt in zijn juryrapport 2026: “Wij zien dat

duurzaamheid inmiddels in steeds meer producten

en processen doordringt – een ontwikkeling die wij

van harte toejuichen. Tegelijkertijd wil de jury de sector

ook een spiegel voorhouden. Juist in de categorie

‘Duurzame Ontwikkeling’ wordt innovatie verwacht.

Wij zagen dit jaar relatief veel inzendingen die neigen

naar ‘basishygiëne’ of optimalisatie van bestaande

processen, en minder radicale vernieuwing. De uitdaging

voor de komende jaren is tweeledig: de kwaliteit

en innovatiekracht verder verhogen én zorgen voor

opschaling.” n

42 | VVP SPECIAL MAART 2026



DUURZAAM ADVISEREN

HALLUCINEREN WAS HET VAN DALE WOORD VAN 2025. EEN

BETERE KEUZE WAS ‘KLIMAATADAPTIEF’ GEWEEST, WANT DAT IS

DE GROTE UITDAGING IN DEZE TIJD VAN KLIMAATVERANDERING:

KLIMAATADAPTIEF DENKEN EN VOORAL HANDELEN.

Klimaatadaptief

als nieuwe norm

TEKST TOON BERENDSEN

Het KNMI rekende eind vorig jaar de potentiële

impact door van negen zeer extreme

weersituaties die zich als gevolg

van de klimaatverandering in Nederland

misschien ooit gaan voordoen.

Een voor ons land extreme variant

van de orkaan Kirk uit 2024 bijvoorbeeld zou hier,

schrijft het KNMI in ‘Een Extreem Rapport’,”tot grote

schade hebben geleid. De stormschade aan gebouwen

door de heftige windstoten zou mogelijk in de miljarden

euro’s lopen (met als beste schatting 2,7 miljard euro).

“De berekende schade ten gevolge van ‘KirkNL’ is

zeer fors, zelfs als het model de windstoten enigszins

zou overschatten. Ter vergelijking, de gerapporteerde

stormschade in Nederland (huizen, infrastructuur,

bomen, etcetera) ten gevolge van winterstorm Eunice

(februari 2022) was met ongeveer 750 miljoen euro een

stuk lager. Hetzelfde schademodel als we hier gebruiken

komt bij storm Eunice tot 210 miljoen euro aan geschatte

schade aan huizen en gebouwen.”

De boodschap is duidelijk: de schade als gevolg van

het steeds extremere weer door de klimaatverandering

kan explosief oplopen. Dan kom je er niet meer met alleen

verzekeringspolissen, je zult – en dat snapt het

Verbond van Verzekeraars heel goed – vooraf risico’s

moeten mitigeren.

Het Verbond pleitte recent maar weer eens voor klimaatadaptief

bouwen: “Door water en bodem sturend te

laten zijn bij beslissingen over ruimtelijke ordening, anticiperen

we op extreme weersgebeurtenissen zoals piekbuien

en overstromingen. En ontwikkel landelijke eenduidige

normering over klimaatadaptief bouwen. Dit is noodzakelijk

om schade door extreme neerslag te beperken.”

Best ironisch eigenlijk dat veel van de bouwwijzen

die wij nu bedenken, in deze tijd van klimaatverandering

en verduurzaming, vroeger heel normaal waren!

Hoe vaak werd er vroeger niet op een terp gebouwd?

Zo bleven je voeten en je vee droog.

BUILD BACK BETTER

Het is prima om als verzekeringsbedrijf te proberen invloed

uit te oefenen op de politieke bouwagenda, maar

wat kan de sector ondertussen zelf doen? Aanjagen van

preventie ligt voor de hand; schadebeperkende maatregelen

vooraf worden immers prangender om de verzekerbaarheid

zo lang mogelijk te borgen. Financieel adviseurs

kunnen hier ook hun rol pakken.

Je zou als verzekeraar ook klimaatrobuust schadeherstel

kunnen stimuleren. Build Back Better, zo wordt

het in het Verenigd Koninkrijk genoemd. Daar keert

een aantal verzekeraars tot 10.000 pond extra uit voor

waterrobuust herstel na overstromingsschade.

Andersson Elffers Felix onderzocht vorig jaar in opdracht

van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

waterrobuust herstel na schade. De uitkomsten

waren op het moment van schrijven van dit artikel helaas

nog niet bekend. Maar Build Back Better heeft dus

wel degelijk ook in Nederland de aandacht. Maar er zijn

ook vragen: hoe zit bijvoorbeeld met de waarschijnlijke

meerkosten?

44 | VVP SPECIAL MAART 2026


KLIMAATVERANDERING

‘Met alleen

verzekeringspolissen

kom je er niet’

En hoever wil je gaan? Is herbouwen in een erkend risicogebied

eigenlijk wel zo slim? Maar hoe zorg je er dan

voor dat de gedupeerde ergens anders opnieuw kan beginnen?

Duitsland werd door de watersnood van 2021

nog veel zwaarder getroffen van Limburg. Nog steeds

staan daar beschadigde panden leeg. Deels is dat omdat

er geen verzekering was afgesloten die deze schade vergoedt.

Maar in sommige situaties wilden verzekeraars

niet zonder meer uitkeren vanwege de kans op herhaling.

Een hotel aan de Ahr is leuk, maar niet als het

eens in de zoveel tijd wordt weggespoeld.

ZOUT WATER

Verzekeraars kunnen natuurlijk al hun kennis aanwenden

om risico’s zo lang mogelijk privaat verzekerbaar te

houden. Maar bij sommige risico’s, zoals het overstromen

of falen van primaire waterkeringen, is een publiek-private

oplossing het laatste antwoord. De Nederlandse

overheid geeft echter niet thuis.

Bij de watersnood in Limburg verklaarde de overheid

de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) nog

van toepassing. De overheid zei erbij dat dit de laatste

keer was; de verzekerbaarheid is inmiddels goed genoeg.

Ja, van overstromen of falen van secundaire waterkeringen

(als dat van die verzekeraarheid al helemaal klopt,

helemaal als het gaat om bedrijfsmatige risico’s). Maar

hoe zit het dan als een stad aan de kust onderloopt?

In de Wts wordt gesproken van overstromingen door

zoet water. Het overlopen of bezwijken van primaire

waterkeringen langs de Noordzee, de Waddenzee en de

Westerschelde tot de stormvloedkeringen in de Nieuwe

Waterweg en de Oosterschelde, met inbegrip van

deze stormvloedkeringen, en als direct gevolg daarvan

het overlopen of bezwijken van andere primaire waterkeringen,

wordt nu niet aangemerkt als overstroming

door zoet water.

De minister schreef begin november in een Kamerbrief:

“Het kabinet kiest voor het behouden van de Wts

als structureel vangnet voor rampschade met de nodige

aanpassingen om haar toekomstbestendig te maken. (…)

Het kabinet onderschrijft de noodzaak om de Wts beter

aan te laten sluiten op veranderende inzichten in waterveiligheid.

(…) In de herziening wordt overwogen om het

expliciete onderscheid tussen zoetwateroverstroming en

zoutwateroverstroming in de Wts te laten vervallen.”

Het uitsluiten van schade door overstromen of falen

van primaire waterkeringen en door zoutwateroverstromingen

is bij de invoering van de Wts ingegeven

door het idee dat Nederland goed beschermd is tegen

dit soort rampen. Dat idee leeft kennelijk nog steeds,

anders zou je de Wts niet uitbreiden met zoutwateroverstromingen.

Hopen dan maar dat de bescherming

inderdaad voldoet, anders eindigt het met een koude

douche voor de minister en zijn portemonnee.

Misschien toch nog eens kijken naar die publiekeprivate

oplossing? n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 45


DUURZAAM ADVISEREN

“HET ADVISEREN VAN VERDUURZAMENDE MAATREGELEN ZIE IK

NIET ALS EEN OPTIE, MAAR ALS EEN MUST”, ALDUS RICK VAN DER

SCHANS, EIGENAAR EN OPRICHTER VAN GEURTS HYPOTHEKEN

EN VERZEKERINGEN. “HET IS HEEL INTERESSANTE MATERIE

EN KLANTEN ZIJN JE ENORM DANKBAAR ALS JIJ ZE OP WEG

KAN HELPEN IN HET SPINNENWEB VAN AL DIE VERSCHILLENDE

VERDUURZAMINGSMAATREGELEN.”

Geen optie,

maar een must

SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK

Rick van der Schans is hypotheekadviseur sinds

2016. “Na zeven jaar in loondienst te hebben

gewerkt, vond ik het tijd voor een nieuwe

stap in mijn loopbaan. Samen met de eigenaren

van Geurts Makelaars heb ik daarom eind

2023 Geurts Hypotheken opgericht. Nadat het ongeveer

een half jaar geduurd heeft om een AFM-vergunning

te krijgen, zijn we sinds april 2024 live. Inmiddels

zijn er drie medewerkers in loondienst. Bianca Slootweg

is er sinds de oprichting bij om mij te ondersteunen

in de bemiddelingswerkzaamheden. Vanwege de

drukte is daar in juni 2025 Shell Put bijgekomen en

sinds begin dit jaar Danique Heemskerk. Ze is momenteel

bezig haar Wft basis te halen.”

‘Ik hoor van veel

consumenten dat zij er in

gedachten wel mee bezig

zijn, maar dat zij niet weten

waar ze moeten beginnen’

PROACTIEF

Het adviseren bij verduurzamende maatregelen zie ik

niet meer als een optie, maar als een ‘must’. Ik hoor

van veel consumenten dat zij er in gedachten wel mee

bezig zijn, maar dat zij niet weten waar ze moeten beginnen.

Een EBB of EBV is dan ideaal om mensen op

weg te helpen met het implementeren van verduurzamende

maatregelen. Daarnaast kan ik klanten door

mijn samenwerking met DuurzaamXL nog beter op

weg helpen om de juiste keuzes te maken bij het verduurzamen

van de woning. Ik kijk vooral naar het financiële

plaatje en geef daar proactief advies in. Om te

bepalen of verduurzaming interessant is, kijk ik onder

andere naar de volgende aspecten:

• Wat is de verwachte maandelijkse besparing aan

energielasten?

• Valt er een rentevoordeel te behalen?

• Wat is de verwachte waardestijging van de woning?

• Levert de verduurzaming extra wooncomfort op?

• Zijn er subsidies te verkrijgen voor de betreffende

maatregelen?

Rick is hiermee in beginsel aan de slag gegaan omdat

het min of meer wordt opgelegd vanuit de overheid om

hier iets mee te gaan doen. “Als je je er echter in verdiept

blijkt het heel interessante materie. Daarnaast

46 | VVP SPECIAL MAART 2026


ADVIESPRAKTIJK

zijn consumenten je enorm dankbaar als jij ze op weg

kan helpen in het spinnenweb van al die verschillende

verduurzamingsmaatregelen. Ik overweeg nog een

soort miniatuur proefopstelling aan de wand te hangen

in mijn kantoor om klanten visueel te kunnen informeren

over de verschillende duurzaamheidsmogelijkheden.”

Voor Rick zijn VvE’s meestal een uitdaging. “Verkopers

en/of verkoopmakelaars leveren geregeld niet proactief

informatie aan of de kozijnen en de ramen onder

het beheer van de bewoner of onder het beheer van

de VvE valt. Daardoor moet er vaak eerst goed gezocht

worden naar informatie alvorens er advies over gegeven

kan worden.”

BESTE PARTNERS

DuurzaamXL is voor Rick de vaste partner op het gebied

van verduurzaming. “Zij kunnen alle verduurzamingsopties

verrichten waardoor klanten slechts één

aanspreekpunt hebben en alles kunnen onderbrengen

onder één dak.”

Als mensen liever met lokale installateurs werken,

dan beveelt Rick de volgende bedrijven aan:

• Jeroen van Dijk Installaties voor warmtepompen,

airco’s, CV en verwarmingen

• Van Kruistum Elektrotechniek voor zonnepanelen

en elektrawerkzaamheden

• Van Kesteren uit Voorhout voor het vervangen van

glas

• Rijnland Kozijnen of Star Kozijnen voor het vervangen

van kozijnen

• Grimbergen Isolatietechniek voor alle isolaties

Met DuurzaamXL heeft Rick de overeenkomst dat zij

hem een vergoeding van vijf procent betalen over het

orderbedrag exclusief BTW. “Met de overige partijen

heb ik geen overeenkomsten. Ik beveel hen aan omdat

ik weet dat zij ook goed werk leveren.”

AANBIEDERS

Rick beoordeelt geldverstrekkers in principe niet op

een duurzaamheidspropositie. “Als klanten echter aangeven

graag bij een duurzame bank te zitten, dan zal

ik deze uiteraard aanbevelen. Daarnaast kijk ik naar de

diverse duurzaamheidskortingen. Ik heb een vergelijkingskaart

op mijn bureau met alle USP’s van de aanbieders

om zo een goede afweging te maken.“

EIGEN KANTOOR

Rick is huurder in de drie vestigingen van Geurts Makelaars

in Rijnsburg, Voorhout en Leiden. “Ik spreek

mijn compagnons, de eigenaren van de panden, geregeld

over de verduurzamingsmogelijkheden van de

Rick van der Schans:

‘Consumenten zijn je

enorm dankbaar.’

verschillende kantoren. Er zijn plannen om het komende

jaar de kantoren verder te verduurzamen. We

kunnen vooral nog stappen maken op het gebied van

kozijnen,en beglazing en her en der extra isolatie.” n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 47


PARTNER IN KENNIS

DUURZAAMHEID GAAT VOOR VEEL MKB-ONDERNEMERS HELEMAAL

NIET OVER GROTE VERGEZICHTEN, MAAR OVER DE KEUZES DIE ZE

NÚ MOETEN MAKEN. ZOALS BIJ BOUWPLANNEN, HET AANNEMEN

VAN PERSONEEL OF HET AANKOPEN VAN EEN ELEKTRISCHE

BEDRIJFSBUS VANWEGE ZERO-EMISSIEZONES. ONDERNEMERS

HELPEN OM OP TIJD TE ZIEN WAT ER VERANDERT EN WELKE KEUZES

VERSTANDIG ZIJN, DÁT IS DE KRACHT VAN ADVISEURS.

In gesprek over

duurzaamheid en

risicogestuurd advies

TEKST AVÉRO ACHMEA

John van Tol, account director Intermediaire

Regie bij Avéro Achmea:

“Waar grote ondernemingen wel

meerjarige duurzaamheidsplannen

hebben, is duurzaamheid voor kleinere

ondernemingen vaak geen apart thema.

Het zit in de beslissingen die ze elke dag

nemen.” Die dagelijkse praktijk is precies

waar de klanten van serviceprovider

VCN een grote rol spelen.

“De advieskantoren waar wij mee

samenwerken, bedienen op hun beurt

duizenden MKB’ers”, vertelt VCN-directeur

Stefan Bell. “Zij adviseren de ondernemers

die het land draaiende houden:

de installateur, de kapper, de hovenier

en de bakker om de hoek. Met

risicogestuurd advies helpen ze hen

vooruitkijken, risico’s beheersen en toekomstbestendige

keuzes maken. Veel

adviseurs realiseren zich niet dat ze

daarmee al heel duurzaam bezig zijn.”

Stefan Bell, VCN: ‘Duurzaamheid

gaat ook over mensen en

bedrijfscontinuïteit’

WELKOM BIJ DE DUURZAAMHEIDSDESK!

VCN bedient honderden advieskantoren

in Nederland. Net als veel andere

adviseurs en serviceproviders kunnen

ze daarbij rekenen op de expertise en

kennis van Avéro Achmea. John: “Wij

ondersteunen de branche bij het koppelen

van duurzame keuzes aan risico’s,

preventie en verzekerbare en onverzekerbare

oplossingen. Risicogestuurd

advies dus. Onze eigen Duurzaamheidsdesk

speelt daarbij een grote rol.

Hier krijgen adviseurs en serviceproviders

antwoord op vragen over nieuwe

risico’s, marktontwikkelingen en innovaties.

Denk aan projecten voor de

opwekking en opslag van groene energie.

Elke vraag die we krijgen, behandelen

we integraal. Dat betekent dat

we niet kijken naar alléén brand- of alléén

aansprakelijkheidsrisico’s. We zorgen

juist dat ál onze verzekerings- en

preventieoplossingen hierop aansluiten.”

Avéro Achmea is ook aangesloten

bij de Centrale Duurzaamheidsdesk

van INSVER. John: “Door de combinatie

van onze eigen expertise en de brede,

onafhankelijke kennis van INSVER kunnen

adviseurs en providers hun klanten

stevig onderbouwd en toekomstgericht

adviseren.”

48 | VVP SPECIAL MAART 2026


AVÉRO ACHMEA

John van Tol, account director

Intermediaire Regie Avéro Achmea,

en Stefan Bell, directeur VCN.

MINDER ABSTRACT DAN JE DENKT

Stefan: “In onze dagelijkse praktijk zien

we dat duurzaamheid in risicogestuurd

advies veel minder abstract is dan vaak

gedacht. Adviseurs praten dagelijks

met ondernemers over groei, risico’s en

preventie. Neem een ondernemer die

zijn bedrijfspand wil uitbreiden: dan komen

vanzelf onderwerpen als isolatie,

zonnepanelen of laadpalen op tafel.

Dat zijn duurzame keuzes die direct invloed

hebben op risico’s zoals brandgevaar.

De adviseur helpt om die keuzes

te maken.”

Ook bij schadeafhandeling speelt

duurzaamheid een steeds grotere rol.

“Bij autoschades wordt vaker circulair

hersteld, met gebruikte onderdelen”,

vertelt John. “Dat voorkomt afval

én bespaart energie.” Zowel Avéro

Achmea als VCN hebben hiervoor

een netwerk van herstelpartners opgebouwd

waar adviseurs hun klanten

naar kunnen verwijzen.

Aan de slag met risicogestuurd advies

U heeft het vast wel eens meegemaakt: tijdens een adviesgesprek wil je het

over preventie en onverzekerbare risico’s hebben. Maar hoe vlieg je dat aan?

Precies dáár zoomen we op in met de training Risicogestuurd adviseren van

Avéro Achmea. De focus ligt op doelen, risico’s en risicoperceptie.

Onderwerpen als communicatiestijlen, klantbeeld

en adviseren vanuit strategische visie komen aan bod. Altijd

vanuit een praktische invalshoek. Benieuwd naar de mogelijkheden

voor uw kantoor? Scan de QR-code:

John van Tol, Avéro Achmea:

‘Duurzaamheid zit in de kleine

beslissingen die je elke dag neemt’

MENSEN EN BEDRIJFSCONTINUÏTEIT

“Maar duurzaamheid gaat verder dan

alleen ‘groen’”, benadrukt Stefan. “Het

gaat ook over bedrijfscontinuïteit en de

mensen in een bedrijf. En daarmee dus

over veilig werken, verzuim, aansprakelijkheid.

Of denk aan risico’s zoals cyberdreigingen,

dataverlies en de impact

van AI. Een ondernemer wil uiteindelijk

vooral financiële rust, in de wetenschap

dat hij alles goed heeft geregeld.

Zijn adviseur helpt hem daarbij. En wij

staan, net zoals Avéro Achmea, naast

die adviseur.” n

Verder praten over duurzame keuzes voor

ondernemers? Avéro Achmea staat voor

je klaar om met je mee te denken over

jouw adviespraktijk. Neem gerust contact

op: averoachmea.nl

SPECIAL MAART 2026 VVP | 49


DUURZAAM ADVISEREN

EEN ECONOMIE DIE MENSWAARDIG IS. HET

LIJKT BIJNA EEN PLEONASME, ZOALS WITTE

SNEEUW. DE LETTERLIJKE BETEKENIS VAN

ECONOMIE IS HUISHOUDKUNDE. ER ZIJN

EIGENLIJK GEEN REDENEN TE BEDENKEN

WAAROM WIJ ONS EIGEN HUISHOUDEN NIET

MENSWAARDIG ZOUDEN WILLEN INRICHTEN.

TEKST JACK COX, FORZA ASSET MANAGEMENT

Jack Cox: ‘Huidige

omstandigheden

dwingen tot een

ingrijpend herontwerp

van de economie.’

In het bijvoeglijk naamwoord menswaardig zit het

woord waarde opgesloten. Waarden zijn zaken of

toestanden in de wereld die nastrevenswaardig zijn.

Waarden zijn in de praktijk moeilijk te realiseren

zonder normen. Normen zijn regels die, geschreven

en ongeschreven, aangeven welke concrete soorten

handelingen noodzakelijk zijn om de waarden te realiseren.

Zonder waarden zijn normen betekenisloos.

Is ons huidige economisch gedrag menswaardig te

noemen? Hebben we de juiste normen met elkaar afgesproken

zodat we de waarden die we belangrijk achten,

kunnen realiseren?

Terugkijkend in de tijd kunnen we stellen dat we

een aantal mensonwaardige aspecten van onze samenleving,

zoals bijvoorbeeld het afschaffen van kinderarbeid

hebben uitgebannen. In 1874 werd het Kinderwetje

van Van Houten aangenomen, dat kinderarbeid

in fabrieken verbood voor kinderen onder de twaalf

jaar. Dit was een eerste stap tot in 1901 de Leerplichtwet

werd ingevoerd. Vanaf dit moment werden kinderen

tot twaalf jaar verplicht om naar school te gaan. Dit

wordt gezien als een doorslaggevende stap in de bestrijding

van kinderarbeid. De waarde dat een kind in

staat moet worden gesteld een opleiding te kunnen volgen

werd met deze nieuwe wet (norm) gerealiseerd.

50 | VVP SPECIAL MAART 2026


OPINIE

Menswaardige

economie

DOOR-ONTWIKKELEN

Ons economisch gedachtegoed, dat is ontstaan in de

negentiende eeuw, is op belangrijke punten ongeschikt

voor de toekomst. Dat neemt de verdiensten ervan in

het verleden niet weg. Het kapitalisme was zeer effectief

in het realiseren van materiële vooruitgang en welvaart.

De huidige omstandigheden vragen om, dwingen

tot, een ingrijpend herontwerp van de manier waarop

we de economie vormgeven en welke waarden daaraan

ten grondslag moeten liggen. We zullen als het ware

moeten door-ontwikkelen.

In feite zijn de schaarse verhoudingen van toen

vrijwel omgedraaid. Wat voorheen overvloedig was,

natuurlijke hulpbronnen en beschikbare arbeid, is in

veel gevallen schaars geworden. En wat toen de meest

schaarse factor was, namelijk financieel kapitaal, is nu

in ruime mate beschikbaar. Het zou op zich logisch zijn

om deze omkering in schaarste verhoudingen te vertalen

in een manier waarop de productiefactoren samenwerken.

Niet langer financieel kapitaal dat arbeid en

grond(stoffen) organiseert en exploiteert voor winst en

kapitaalvorming, maar financieel kapitaal dat wordt ingezet

voor het behoud en versterking van de aarde als

draagvlak voor welvaart en kwaliteit van leven.

Een menswaardige economie wil voldoen aan de behoeften

van het heden, zonder de mogelijkheden van

toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te

voorzien, in gevaar te brengen. Het is een evenwicht

tussen mens, milieu en economie, zodat we de aarde

niet uitputten en toekomstige generaties er ook nog

van kunnen profiteren. Volledig in lijn met de definitie

die de VN-commissie Brundtlandt opstelde over duurzaamheid.

MEERVOUDIGE WAARDECREATIE

Duurzame gedragsverandering komt tot stand door het

nemen van kleine stappen, vertrouwen opbouwen in

het eigen kunnen om het anders te doen. Als er ruimte

geboden wordt aan experimenten kunnen we al lerende

samen groeien naar een menswaardige economie,

waarbij meervoudige waardecreatie het uitgangspunt

wordt van ons economisch denken en doen.

Meervoudige waardecreatie betekent dat je als ondernemer

naast het maken van winst (financiële waarde)

ook ecologische, sociale en andere economische

waarde creëert. Door te werken vanuit meervoudige

waardecreatie, verbetert het bedrijf de maatschappelijke

en ecologische omstandigheden in de wereld en zijn

directe omgeving.

Laat meervoudige waardecreatie de norm worden

waardoor we een menswaardige economie kunnen realiseren.

n

Jack Cox is directeur Forza Asset Management en auteur

van ‘Vlindereconomie’.

‘Hebben we de juiste

normen met elkaar

afgesproken zodat we de

waarden die we belangrijk

achten, kunnen realiseren?’

SPECIAL MAART 2026 VVP | 51


DUURZAAM ADVISEREN

Meer dan alleen

financiële waarde

STEWARD-OWNERSHIP IS ALS EIGENDOMSMODEL VOOR ONDERNEMINGEN DE AFGELOPEN

JAREN IN OPKOMST. VOOR FAMILIEBEDRIJVEN KAN HET EEN ALTERNATIEVE VORM VAN

BEDRIJFSOPVOLGING ZIJN. ONDERNEMERS DIE VOOR STEWARD-OWNERSHIP KIEZEN DRAGEN

(DE AANDELEN IN) HUN BEDRIJF OVER AAN EEN STICHTING. DEZE STICHTING KRIJGT ALS

TAAK OM EEN GOED EIGENAAR (RENTMEESTER) TE ZIJN EN TE HANDELEN IN HET BELANG VAN

DE MISSIE EN CONTINUÏTEIT VAN DE ONDERNEMING.

TEKST ROY VAN DEN HEUVEL EN GIJSBERT KOREN

52 | VVP SPECIAL MAART 2026


STEWARD-OWNERSHIP

Steward-ownership is een nieuw stuk gereedschap

voor adviseurs, waaronder financieel

planners. Het creëert mogelijkheden om missiegedreven

ondernemers te helpen met hun

opvolgingsvraagstuk.

Vanwege de flexibiliteit is het geschikt voor een diversiteit

aan ondernemingen. Veel van die ondernemingen

hebben duurzame en/of maatschappelijke intenties

die zij willen borgen, al is dat geen vereiste.

Hans Wilsdorf, oprichter van horlogemaker Rolex,

vond in steward-ownership een manier om de toekomst

van zijn onderneming veilig te stellen. Wilsdorf

wilde graag de cultuur van de onderneming bewaken,

ruimte bieden aan filantropie en waarborgen dat Rolex

een perpetual force for good werd.

Oprichter van steward-owned bierbrouwerij Carlsberg,

J.C. Carlsberg, schreef in zijn testament: “Het

voortdurende doel van de activiteiten bij Carlsberg is

het ontwikkelen van de brouwkunst tot de hoogst mogelijke

perfectie, zonder oog voor onmiddellijke winst,

zodat deze brouwerijen en hun producten altijd als

voorbeeld kunnen dienen en kunnen bijdragen aan het

behoud van een hoog en eervol niveau van bierbrouwen

in dit land.”

Deze wens leeft nog altijd voort.

KERNPRINCIPES

De kern van steward-ownership is dat een bedrijf van

zichzelf is en bestaat om zijn missie te dienen. De aandelen

worden beheerd door een stichting. Een stichting

heeft geen aandeelhouders of leden en kan haar

vermogen slechts besteden in lijn met het doel van

de stichting. Zeer geschikt als een rentmeester van de

aandelen dus.

Twee principes zijn bij steward-ownership leidend:

• Zelfbeheer. De (controlerende) zeggenschap wordt

uitgeoefend door de bestuurders van de stichting (de

zogenaamde ‘stewards’ of ‘rentmeesters’). Stewards

zijn verbonden met het bedrijf en de missie. Het verschilt

per bedrijf wie de rol van stewards vervullen:

medewerkers, andere stakeholders of onafhankelijke

bestuurders. Meestal is sprake van een mix van medewerkers

en onafhankelijke bestuurders.

• Winst dient de missie. Winst maken is voor de continuïteit

essentieel, maar het is geen doel op zich.

Winst dient de missie en ontwikkeling van het bedrijf

en wordt geherinvesteerd of gereserveerd. Overwinsten

kunnen teruggegeven worden aan de maatschappij,

bijvoorbeeld middels donaties in lijn met de

missie. Investeerders, oprichters en andere betrokkenen

worden eerlijk gecompenseerd, maar nooit ten

koste van het bedrijf.

OPKOMEND FENOMEEN

Steward-ownership wint de laatste jaren aan populariteit.

Het model wordt toegepast om bij een diversiteit

aan ondernemingen de opvolging vorm te geven. Van

kledingmerk Patagonia tot vastgoedonderneming Zadelhoff,

van Camping Zeeburg Amsterdam tot groenvoorzieningbedrijf

Donker Groep. De DGA’s van deze

bedrijven kozen recent voor het model.

Steward-ownership is echter niet nieuw. Het wordt

zelfs al meer dan een eeuw toegepast. Bedrijven als

Bosch, attractiepark Efteling en ingenieursbureau Haskoning

laten zien dat steward-owned bedrijven net zo

competitief kunnen zijn als niet-steward-owned bedrijven.

Uit onderzoek blijkt dat de kans dat een stewardowned

bedrijf na veertig jaar nog bestaat drie tot zes

keer groter is. Daarnaast zijn klanten volgens onderzoek

loyaler en medewerkers gemotiveerder. Stewardowned

bedrijven vertonen daarmee veel kenmerken

van succesvolle familiebedrijven.

OVERDRACHT AANDELEN

Tegenover de overdracht van aandelen staat in principe

altijd een koopprijs. Bij verkoop aan een marktpartij

of private equity is het gebruikelijk om een zo hoog

mogelijke prijs te bedingen. Ondernemers die voor steward-ownership

kiezen, zitten vaak anders in de wed-

‘Kern is dat een

bedrijf van zichzelf is

en bestaat om zijn

missie te dienen’

SPECIAL MAART 2026 VVP | 53


DUURZAAM ADVISEREN

• Welk deel van de waarde van de onderneming schrijf

je toe aan jezelf?

• Hoeveel heb je nodig (bijvoorbeeld voor je pensioen,

voor je familie, of om een nieuwe onderneming te

kunnen starten)?

Een belangrijke vraag kan ook zijn welke rol de familie

van de oprichter nog houdt als een bedrijf stewardowned

wordt. Er zijn verschillende smaken mogelijk en

bij de helft van de steward-owned bedrijven is de familie

nog betrokken. Bij cv-ketel- en warmtepompfabrikant

Remeha heeft de familie van de oprichter bijvoorbeeld

de mogelijkheid om één van de zes stewards voor

te dragen.

Roy van den Heuvel.

strijd. Ze hoeven niet het onderste uit de kan en vragen

zich af hoeveel ‘genoeg’ is. In plaats van te kijken naar

wat de onderneming maximaal op kan leveren, kan bijvoorbeeld

de financiële draagkracht van de onderneming

het uitgangspunt zijn bij het bepalen van een koopprijs.

Zo kan de onderneming uit haar eigen cashflow de

voormalig(e) aandeelhouder(s) uitkopen zonder dat de

financiële stabiliteit en continuïteit in het geding komen.

De spiegel en het advies van een financieel planner

zijn onmisbaar bij het vinden van een goed en verantwoord

antwoord op de vraag van ‘genoeg’. Een financieel

planner kan een ondernemer bijvoorbeeld helpen om de

vraag vanuit verschillende perspectieven te bekijken:

• Hoeveel heb je in je eigen bedrijf geïnvesteerd (in

geld en/of tijd)?

‘Steward-ownership biedt

adviseurs een waardevol

instrument om ondernemers

te begeleiden bij de continuïteit

van onderneming’

DOELSTELLINGEN SCAN

Voordat een ondernemer voor een vorm van bedrijfsoverdracht

kiest, is het belangrijk om duidelijk te hebben

welke doelstellingen een ondernemer heeft. Het

risico bestaat dat te snel wordt aangenomen dat een zo

hoog mogelijke verkoopprijs voorop staat, zonder andere

doelstellingen serieus in overweging te nemen.

De doelstellingen scan kan een financieel planner

helpen om samen met een ondernemer helderheid te

krijgen over doelstellingen die belangrijk zijn bij het

vormgeven van de bedrijfsoverdracht.

De onderstaande doelstellingen kunnen als uitgangspunt

gebruikt worden bij het gesprek met de ondernemer.

De ondernemer scoort elke doelstelling bijvoorbeeld

op een schaal van ‘niet belangrijk’ tot ‘zeer

belangrijk’. De doelstellingen die niet belangrijk zijn,

kunnen alvast worden weggestreept. De overige doelstellingen

kunnen vervolgens in volgorde van meest

belangrijk naar minst belangrijk worden gezet.

Wat wil ik voor mezelf?

• Mijn persoonlijke vermogen maximaliseren

• Erkenning krijgen voor mijn prestaties

• Informatie over mijn bedrijf privé houden

• Controle of invloed behouden over de toekomst van

het bedrijf

• Een soepele overgang

• De mogelijkheid hebben om het plan te wijzigen

Wat wil ik voor mijn familie?

• De controle over het bedrijf in handen van mijn familie

houden

• Vermogen en financiële zekerheid voor generaties

waarborgen

• Mijn familie of erfgenamen de mogelijkheid geven

om deel te nemen aan het bedrijf en het vorm te geven

• Mijn erfgenamen eerlijk behandelen

54 | VVP SPECIAL MAART 2026


STEWARD-OWNERSHIP

Wat wil ik voor mijn werknemers?

• Hun baanzekerheid en continuïteit op de lange termijn

waarborgen

• Vermogen en financiële voordelen aan hen overdragen

• De bedrijfscultuur en tradities behouden

• Loyale werknemers de kans geven om leiding te geven

Wat wil ik voor mijn zakelijke relaties?

• Sterke, langdurige relaties onderhouden met belangrijke

zakenpartners

• De reputatie die het bedrijf bij klanten heeft behouden

• Het aanpassings- en ontwikkelingsvermogen van het

bedrijf beschermen

• Een blijvende impact op de branche hebben door

middel van thought leadership, invloed en innovatie

Wat wil ik voor de gemeenschap en de maatschappij?

• De aanwezigheid van het bedrijf in de lokale gemeenschap

waarborgen

• Bijdragen aan de economische, sociale of culturele

kracht van de regio op de lange termijn

• Een grote eenmalige donatie doen aan een sociaal of

maatschappelijk doel

• Maatschappelijke doelen bevorderen door middel

van voortdurende activiteiten en/of financiële steun

FISCALITEIT

De transitie naar een steward-owned structuur heeft

fiscale consequenties. Er vindt immers een overdracht

van waarde plaats.

Het is belangrijk om de fiscale consequenties van

tevoren in kaart te brengen als onderdeel van de financiële

planning. Welke belastingen van toepassing zijn,

hangt af van hoe, aan wie en door wie de aandelen worden

overgedragen. Denk bijvoorbeeld aan inkomstenbelasting,

vennootschapsbelasting en schenkbelasting.

Als (deels) sprake is van een schenking, kan het voordelen

hebben om over te dragen aan een stichting met

een ANBI-status, zodat gebruik gemaakt kan worden

van de giftenaftrek.

Een minder bekende fiscale regeling die bij stewardownership

uitkomst kan bieden is de zogenaamde

werknemersstichting. Als aan de voorwaarden van deze

regeling voldaan wordt, kunnen inkomstenbelasting en

schenkbelasting achterwege blijven.

WAARDEN

Steward-ownership biedt adviseurs, waaronder financieel

planners, een waardevol nieuw instrument om ondernemers

te begeleiden bij het borgen van de missie,

Gijsbert Koren.

continuïteit en de maatschappelijke impact van hun

onderneming. Door kennis te hebben van het model

en de overwegingen die voor een ondernemer relevant

zijn, kun je als financieel planner een essentiële rol spelen

in de zoektocht van ondernemers die hun bedrijf

goed achter willen laten. Jij bent ook een partner voor

ondernemers die keuzes willen maken die verder gaan

dan financiële waarde. n

Roy van den Heuvel is werkzaam voor We Are Stewards,

heeft een achtergrond in de advocatuur en begeleidt ondernemers

bij het vinden van de juiste structuur en financiering

voor hun bedrijf. Gijsbert Koren is oprichter van We

Are Stewards en is pionier op het gebied van crowdfunding.

ACADEMY

Wil jij als professional jouw kennis van steward-ownership

verder uitbreiden? Dan is de Stewardship Academy (Executive

Program) van Erasmus University Rotterdam wellicht

iets voor jou. Je gaat in zes inspirerende dagen aan de slag

met vooraanstaande experts uit binnen- en buitenland, onder

ander over de finesses en dynamiek van steward-ownership

als organisatievorm van de toekomst.

Zie: www.eur.nl/eebee/executive-program-stewardshipacademy-erasmus-university-rotterdam

SPECIAL MAART 2026 VVP | 55


DUURZAAM ADVISEREN

WAT IS ECONOMIE, WAT IS WELVAART, WAT IS RIJKDOM? MATTHIAS

OLTHAAR (LECTOR VITALE ECONOMIE) GEEFT HIER IN ZIJN BOEK

ALLES VAN WAARDE ANTWOORD OP. ZIJN BOEK, DAT IN 2025

VERSCHEEN, TOONT EEN NIEUW VERGEZICHT EN GEEFT HOOP

EN HANDELINGSPERSPECTIEF HOE WE GEZAMENLIJK EEN VITALE

ECONOMIE VORM EN INHOUD KUNNEN GEVEN.

Hoe we economie

beter kunnen

begrijpen

TEKST MATTHIAS OLTHAAR

‘We leven in een

markteconomie die

allerlei middelen heiligt

om het doel van altijd

meer te realiseren’

Om welvaart te creëren hebben we land

nodig. Vruchtbaar land dat keer op keer

de grondstoffen levert die we nodig hebben

voor een goed leven. Voedsel, klei,

hout, vezels, medicinale planten, oliehoudende

zaden en meer. We hebben kennis nodig

over beheer van het land: hoe kunnen we het land regeneratief

bewerken en de vruchten ervan plukken?

We hebben kennis nodig over de bewerking van grondstoffen

tot waardevolle eindproducten, alsmede kennis

over de winning van abiotische grondstoffen en het

voortdurende hergebruik ervan. We hebben arbeid nodig

om deze grondstoffen te winnen, bewerken en distribueren.

Maar daarnaast hebben we ethiek nodig. We hebben

het nodig om na te denken over de vraag wat welvaart

is. Maar ook ethiek om na te denken over de vragen

hoe we het land waar onze grondstoffen vanaf komen

verdelen, alsmede het werk en de opbrengsten van

land en arbeid. Het zijn de ingrediënten van de economie.

Hoe we daarmee omgaan bepaalt hoe de economie

vorm krijgt.

GENOEG

Vandaag de dag geloven we massaal in een magische

economische formule: produceert en gij wordt gelukkig.

Het adagium meer is beter is van toepassing op

onze kwaliteit van leven, op de bestrijding van armoede,

op welvaart. Welvaart heeft een sterke materiële en

financiële connotatie gekregen. Bij een welvarend iemand

denken we vandaag de dag aan iemand met een

groot huis, dure auto’s, sieraden en de hipste kleding.

Het is iemand die carrière heeft gemaakt en verre reizen

maakt, voor de lol en voor werk.

56 | VVP SPECIAL MAART 2026


VITALE ECONOMIE

Matthias Olthaar:

‘Economie betekent

gemeenschapskunde.’

We leven in een markteconomie die allerlei middelen

heiligt om het doel van altijd meer te realiseren. Het

recht van de hoogste bieder geldt in deze markt. Manipulatieve

marketingtechnieken, geplande veroudering

en uitputting van mens, dier en aarde zijn allemaal geoorloofd

in de economie van het nooit genoeg. Marketeers

mogen ons niet alleen doen laten geloven dat ons

leven niet goed genoeg is tenzij we die grotere auto kopen

(om vervolgens weer de grens te verleggen), maar

onze economische narratieven gaan zelfs zo ver dat wij

nooit genoeg zijn. Onze rimpels, grijze haren of wat

dan ook mogen er niet zijn opdat we cosmetische producten

of zelfs ingrepen kopen. Of onze arbeidsproductiviteit

is nooit genoeg. We moeten immer meer productief

zijn, zelfs als - zoals inmiddels het geval is - één

op de vijf werkenden aan burn-outklachten lijdt.

GIDS

Het antwoord op deze magische maar gemankeerde

formule van meer is beter, per definitie en altijd, is niet

dat het minder moet zijn. Zoals je bijvoorbeeld in het

groene groei versus ontgroeidebat ziet. Er ontstaat dan

een soort welles-nietesdebat over economische groei

dat verbindend noch verzoenend werkt.

Een dergelijk debat opgedeeld in kampen past goed

binnen de kaders van de mediawetten maar negeert

dat we als mensen veel meer gemeen hebben dan waarin

we verschillen. Iedereen zoekt naar een goed leven.

En voor iedereen is dat een zoektocht in een oerwoud

dat bestaat uit keuzemogelijkheden, de omgang met

veel of weinig geld, je eigen voorkeuren en talenten in

je werk, de vertaling van verlangens naar behoeftes in

je creaties, cultivaties en consumptie, je afhankelijkheid

en samenwerking met anderen daarin.

In dit oerwoud hebben we een gids nodig. Een gids

die ons op weg helpt om de juiste vragen te stellen. Dat

begint als volgt:

1. Laten we met elkaar de vraag stellen wat het leven de

moeite waard maakt.

Een goed leven bestaat uit zowel materiële als immateriële

noodzakelijke behoeften. Voor een goed leven

hebben we gezondheid, vriendschap, ontspanning,

spel, liefde, creativiteit en veel meer immateriële behoeften.

Maar we hebben even goed kleding, onderdak,

eten, goed sanitair, medicatie en andere materiële behoeften.

Het gaat over alles van waarde. Dit is de basis

van de economie.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 57


DUURZAAM ADVISEREN

2. Laten we vervolgens de vraag stellen hoe we de materiële

behoeften kunnen realiseren

We hebben goed sanitair, onderdak, kleding en andere

dingen nodig. En dus moet dit gemaakt worden. We

hebben daar land voor nodig, grondstoffen, energie,

machines, kennis, gereedschap en arbeid. Dit betekent

dat we afspraken maken met elkaar over de verdeling

van land en werk alsmede de opbrengsten daarvan. Het

draait om rechtvaardige verdelingsvraagstukken. Het

draait ook om vragen rondom negatieve gevolgen van

productie: wanneer werken we te veel of te hard, waardoor

we ziek worden of vriendschappen compromitteren?

Wanneer putten we ander menselijk of niet-menselijk

leven uit omwille van onze productie? Wanneer

hebben we zoveel spullen dat we er ongelukkig, ziek en

eenzaam van worden? Op welke manier mogen consumenten

geïnformeerd worden over nieuwe producten

of diensten? Hoe beoordelen we de toegevoegde waarde

van nieuwe innovaties voor menselijk en niet-menselijk

leven? Oftewel ethiek. Dit is de kern van de economie.

3. Laten we daar vervolgens naar gaan handelen

Als we eerst met elkaar het gesprek anders gaan voeren,

gaan we vervolgens ook daarnaar handelen. Vandaag

de dag handelen we naar het idee dat BBP, dus

productie, altijd maar moet blijven groeien. Maar wat

we willen is dat ons leven gaat bloeien. Groei van het

BBP kan bloei van kwaliteit van leven in de weg staan.

In de wetenschap wordt dit verspild BBP genoemd. Als

we kijken naar wat het leven de moeite waard maakt en

wat we daar aan goederen en diensten voor nodig hebben

dan kunnen volgens recent onderzoek maar liefst

8,5 miljard mensen een goed leven leiden met slechts

30 procent van de huidige wereldwijde productie! En

dat betekent echt geen terugkeer naar het stenen tijdperk.

Producten als laptop, televisie, smart phone, kleding,

verwarming en koeling van het huis, 15.000 mobiliteitskilometers,

gezondheidszorg, sociale voorzieningen

en meer zijn opgenomen in deze berekening.

Iedereen kan vandaag

al beginnen met het

mede vormgeven van

de nieuwe economie’

KIEMEN

Het goede nieuws is: kiemen van een nieuwe economie

ontstaan reeds overal. Dat betekent dat we niet hoeven

te wachten op de overheid om de economie anders

vorm te geven, maar dat iedereen binnen haar of zijn

eigen invloedssfeer vandaag al kan beginnen met het

mede vormgeven van de nieuwe economie.

Kies bijvoorbeeld voor een low-tech percolator in

plaats van hightech espressoapparaat. Kies voor de

draadloze koptelefoon met levenslange garantie, de

modulaire laptop of smart phone of de trui die vijftig

jaar meegaat. Het kan allemaal.

Of ga spullen delen met elkaar, planten voor elkaar

stekken en diensten zoals knipbeurten of klussen in

huis met elkaar delen. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Maar het begint met verhalen over het goede leven.

Laten we als eerst die weer gaan maken en ons niet laten

opleggen door de marketingindustrie. Economie is

niet hetzelfde als BBP.

Economie betekent gemeenschapskunde. Het draait

om de vraag hoe je als gemeenschap kunt voorzien in

datgene wat we nodig hebben voor een goed leven. Als

we die vraag gaan stellen en beantwoorden, bedrijven

we economie. We brengen gemeenschappen verder. We

leggen de nadruk op kwaliteit van leven in plaats van

kwantiteit van productie. We stellen de vraag wat we

willen produceren, waartoe en hoe in plaats van de vraag

hoe we zoveel mogelijk kunnen produceren. We gaan de

vruchten plukken van een economie van het genoeg in

plaats van een economie van het nooit genoeg dat uitput,

onrustig en onzeker maakt. We gaan het leven ontketenen:

de levenslust in ons wordt ontketend, de ketenen

van het systeem gebroken. n

MATTHIAS OLTHAAR

Matthias Olthaar is lector vitale economie en gepromoveerd

op onderzoek naar de handelspositie

van Afrikaanse boeren in mondiale voedselketens.

Als co-auteur schreef hij samen met econoom

Paul Schenderling de boeken

Hoe handel ik eerlijk en Er is leven

na de groei. Hij is medeoprichter

van Stichting Genoeg om te leven,

die in 2024 op plek 17 stond

van de duurzame 100 in Trouw.

In 2025 verscheen zijn boek Alles

van waarde; een nieuwe kijk

op arbeid, geld en geluk. Dit artikel

werd eerder gepubliceerd op

MaatschapWij.nu.

58 | VVP SPECIAL MAART 2026



PARTNER IN KENNIS

VERZEKERAARS SPELEN EEN ONMISBARE ROL IN DE TRANSITIE NAAR

EEN DUURZAMER NEDERLAND. DAT BRENGT EEN FUNDAMENTELE VER-

SCHUIVING TEWEEG IN HET RISICOPROFIEL VAN ZAKELIJKE ONDERNE-

MINGEN. NIEUWE TECHNIEKEN, MATERIALEN EN BUSINESSMODELLEN

VOLGEN ELKAAR IN HOOG TEMPO OP. TEGELIJKERTIJD VERWACHTEN

ONDERNEMERS, FINANCIERS EN OVERHEDEN DAT RISICO’S RONDOM

VERDUURZAMING BEHEERSBAAR ÉN VERZEKERBAAR ZIJN. IN DE PRAK-

TIJK BLIJKT DAT LAATSTE VAAK LASTIGER DAN GEDACHT. NIET OMDAT

VERZEKERAARS PER DEFINITIE GEEN APPETITE HEBBEN, MAAR OMDAT

RELATIEF NIEUWE DUURZAAMHEIDSRISICO’S MOEILIJKER TE DOOR-

GRONDEN, TE MODELLEREN EN TE ACCEPTEREN ZIJN.

Verzekerbaarheid van verduurzamingsrisico’s:

Waarom de transitie

uitdaagt

TEKST INSVER

Verzekeren is in essentie het

voorspellen van onzekerheid.

Actuariële modellen

zijn gebaseerd op historische

schadedata, trends en statistische

betrouwbaarheid. Bij veel verduurzamingsinitiatieven

ontbreekt die historie

grotendeels. Denk aan grootschalige

batterijopslag op bedrijventerreinen

of innovatieve bouwmethoden met

biobased materialen. Zonder voldoende

data is het lastig om de frequentie

en impact van schades betrouwbaar in

te schatten.

Veel verduurzamingsoplossingen

zijn technologisch complex en sterk

geïntegreerd in bestaande processen.

Dat maakt de risico’s minder overzichtelijk.

Een storing of brand in één component

kan grote gevolgschade veroorzaken,

bijvoorbeeld door bedrijfsonderbreking

of keteneffecten.

ENERGIE

Bij energieopslagsystemen (EOS) zien

we dit duidelijk terug. Batterijen worden

ingezet om piekbelasting op het

elektriciteitsnet te verminderen en netcongestie

te omzeilen. Tegelijkertijd

brengen lithium-ion batterijen specifieke

brand- en explosierisico’s met zich

mee, die zich anders gedragen dan traditionele

branden. De bestrijdbaarheid,

herontsteking en milieuschade vragen

om specialistische kennis, zowel bij ondernemers

als bij verzekeraars.

NORMEN EN RICHTLIJNEN

Een ander knelpunt is de snelle ontwikkeling

van normen en richtlijnen. Bij

nieuwe risico’s lopen wet- en regelgeving,

technische standaarden en verzekeringsvoorwaarden

vaak niet synchroon.

Dit zorgt voor interpretatieverschillen:

wanneer is een installatie state of the

art? Welke preventiemaatregelen zijn

voldoende? Hier ligt een kans voor de

overheid om wet- en regelgeving met betrekking

tot veiligheid en de normering

van nieuwe technieken te versnellen.

HOUTBOUW

Bij houtbouw zien we bijvoorbeeld

dat moderne, grootschalige toepassingen

(zoals CLT: Cross Laminated

Timber) fundamenteel verschillen van

traditionele houtconstructies. Houtbouw

wordt gezien als een belangrijke

pijler onder CO₂-reductie in de

bouw. Voor zakelijke opdrachtgevers

zoals bedrijfshallen, kantoren en utiliteitsbouw,

biedt het kansen op snelheid,

circulariteit en een lagere milieuimpact.

Tegelijkertijd roept hout als

bouwmateriaal bij verzekeraars vragen

op over brandveiligheid, vochtgevoeligheid

en onderhoud, waardoor een

60 | VVP SPECIAL MAART 2026


INSVER

andere risicobenadering dan bij beton

of staal nodig is.

De afgelopen jaren is er veel kennis

ontwikkeld over brandveilig ontwerpen,

compartimentering en sprinklerconcepten

in houtbouw. Naarmate deze kennis

toeneemt en projecten aantoonbaar

veilig worden gerealiseerd, zien we

ook verschuivende acceptatiecriteria.

Wat enkele jaren geleden nog moeilijk

verzekerbaar was, kan nu onder voorwaarden

wel degelijk een plek vinden in

de markt. Belangrijk daarbij is wél dat

adviseurs weten bij welke verzekeraars

deze expertise aanwezig is.

DEELMOBILITEIT

Ook een groene ontwikkeling als deelmobiliteit

blijkt complexe vraagstukken

met zich mee te brengen. Eigendom,

gebruik en verantwoordelijkheid vallen

niet altijd samen. Voor zakelijke aanbieders

van deelmobiliteitsconcepten leidt

dit tot complexe aansprakelijkheidsvraagstukken:

wie is verantwoordelijk

bij schade? Hoe verhoudt gebruikersgedrag

zich tot polisvoorwaarden? En hoe

ga je om met intensiever gebruik en hogere

schadelast?

Verzekeraars kijken hierbij niet alleen

naar het voertuig, maar vooral

naar het businessmodel, contractuele

afspraken en risicobeheersing. Dit

vraagt om maatwerk en specialistische

acceptatie, wat het belang van directe

toegang tot de juiste verzekeraar en

specialist vergroot.

EOS EN ENERGIEHUBS

EOS en Energiehubs spelen een cruci-

ale rol bij de verduurzaming van bedrijventerreinen

en industrie. Door lokaal

energie op te slaan en samen te werken,

kunnen bedrijven pieken afvlakken

en minder afhankelijk worden van

een overbelast net. Tegelijkertijd zijn

EOS één van de meest besproken nieuwe

risico’s in verzekeringsland. Brandveiligheid,

locatiekeuze, monitoring en

noodprocedures zijn bepalend voor de

verzekerbaarheid. Verzekeraars hanteren

uiteenlopende eisen, die bovendien

snel veranderen naarmate incidenten

plaatsvinden en nieuwe inzichten ontstaan.

Dit maakt het voor adviseurs

lastig om bij te blijven en snel de juiste

markt te vinden.

Een belangrijk inzicht is dat verzekerbaarheid

geen statisch gegeven is.

Naarmate meer kennis beschikbaar

komt, pilots slagen en schades beter

worden begrepen, verschuiven acceptatiecriteria.

Dit zien we bij zonnepanelen,

warmtepompen, houtbouw en nu

ook bij EOS.

PRAKTIJK

In de praktijk betekent dit dat ‘nee’ van

vandaag, ‘ja, mits’ van morgen kan zijn.

Maar alleen als vraag en aanbod elkaar

weten te vinden. Daar wringt het

nog wel eens: het is voor een adviseur

niet altijd helder en transparant welke

verzekeraar welke dekking biedt voor

deze relatief nieuwe risico’s en het vinden

van de juiste specialist bij de betreffende

verzekeraar blijkt lastig. Hierdoor

ontstaat een vorm van onverzekerbaarheid:

niet doordat er daadwerkelijk geen

risk appetite is, maar doordat adviseurs

in een oerwoud terechtkomen waarin zij

de weg naar dekking slechts moeizaam

weten te vinden. Tegelijkertijd is er bij

verzekeraars meer aandacht voor deze

risico’s dan ooit. Vraag en aanbod weten

elkaar dus onvoldoende te vinden.

CENTRALE DUURZAAMHEIDSDESK

Juist op dit snijvlak heeft INSVER de

Centrale Duurzaamheidsdesk ontwikkeld.

Een online, gebruiksvriendelijke

tool waarin adviseurs per duurzaam risicothema

kunnen zien welke verzekeraars

dekking bieden. Met de tool kan

een adviseur snel, transparant en centraal

zien bij welke verzekeraars hij een

risico kan onderbrengen en met welke

specialist of afdeling hij daarvoor contact

kan opnemen.

Hiermee wordt een belangrijke

drempel weggenomen. Verduurzamingsrisico’s

worden beter bespreekbaar,

bestaande oplossingen beter

vindbaar en de dialoog tussen adviseur

en verzekeraar inhoudelijker. Dat

draagt niet alleen bij aan hogere verzekerbaarheid,

maar ook aan beter risicobeheer

en realistischer verwachtingen

bij zakelijke klanten.

De energietransitie vraagt om innovatie,

durf en samenwerking. Nieuwe

risico’s zijn niet per definitie onverzekerbaar,

maar vragen om kennis, transparantie

en de juiste verbindingen.

Door inzicht te geven in waar expertise

en appetite aanwezig zijn, helpt de

Centrale Duurzaamheidsdesk om verduurzaming

daadwerkelijk verzekerd te

krijgen. n

OPROEP

De Centrale Duurzaamheidsdesk

werkt het beste als deze zo volledig

mogelijk is gevuld.

Zakelijke schadeverzekeraars

kunnen een contactpersoon aanmelden.

Deze persoon ontvangt

dan de digitale uitvraag waarin de

informatie kan worden aangeleverd.

Stuur daarvoor een bericht

naar info@insver.nl

SPECIAL MAART 2026 VVP | 61


DUURZAAM ADVISEREN

DUURZAAMHEID, RISICO EN VERZEKERING HOREN

SAMEN. WIE DEZE KOPPELING VROEGTIJDIG OMARMT,

WORDT DE ADVISEUR VAN DE TOEKOMST.

Duurzaam

verzekeringsadvies

TEKST CHATGPT

Deze tekst helpt jou als financieel adviseur

om ESG-criteria niet alleen in vermogensbeheer

toe te passen, maar ook in het verzekeringsdomein

- waar duurzaamheid snel

in belang toeneemt en kansen ontstaan om

je te onderscheiden.

Duurzaamheid is niet langer een thema dat uitsluitend

hoort bij pensioen, beleggen of bancaire producten.

In de verzekeringssector ontwikkelt ESG zich razendsnel

als een strategische pijler: verzekeraars worden

aangesproken op hun rol in klimaatrisico, schadepreventie,

governance en sociale verantwoordelijkheid.

Tegelijkertijd zoeken klanten steeds meer naar verzekeringsoplossingen

die passen bij hun waarden én hun

risico’s van de toekomst.

Voor financieel adviseurs ligt hier een enorme kans.

Door ESG te integreren in verzekeringsadvies kun je je

adviespropositie toekomstbestendig maken, een relevante

maatschappelijke rol vervullen, dieper advies geven

over risico’s die traditioneel niet zichtbaar waren,

je onderscheiden van concurrenten, vertrouwen opbouwen

bij moderne klanten en een nieuwe adviesidentiteit

ontwikkelen.

‘ESG is de toekomst van

verzekeringsadvies’

TOEKOMSTGERICHT RISICOBEHEER

De verzekeringswereld bevindt zich in een stille revolutie.

Tot nu toe lag de focus vooral op dekking, premies,

voorwaarden, risicoanalyses uit het verleden. Maar

ESG voegt hier een nieuwe laag aan toe: toekomstgericht

risicobeheer. Verzekeringen zijn namelijk direct

verbonden met de fysieke, sociale en governance-risico’s

van bedrijven én huishoudens.

ESG betekent dus geen duurzaamheid als marketingterm,

maar een modern risico-advieskader.

Je kunt als adviseur klanten helpen risico’s te verlagen,

niet alleen verzekeren. Je kunt verzekeringsoplossingen

koppelen aan klimaatbestendigheid. Je kunt

preventieve maatregelen integreren. Je kunt klanten

begeleiden door de energietransitie heen

Integreer vitaliteitsprogramma’s in inkomensverzekeringen.

Stimuleer werkgevers om veilige arbeidsomstandigheden

te creëren. Geef advies over preventieprogramma’s

en welzijn. Leg verbanden tussen sociale

impact en premieontwikkeling.

Adviseer organisaties over governance-risico’s in

verzekeringen. Combineer cyberverzekeringen met

preventie en security scans. Adviseer over bedrijfscontinuïteit

en leiderschapsstructuur. Leg uit hoe governance

invloed heeft op premies en acceptatie

ADVIESSTRUCTUUR

De beste manier om jezelf te onderscheiden is door

een duidelijke, eigen ESG-adviesstructuur te ontwikkelen.

62 | VVP SPECIAL MAART 2026


INNOVATIE

Stap 1 - ESG-risicoscan per klant

Je onderzoekt klimaatrisico’s voor woning of bedrijf,

sociale risico’s (arbeid, gezondheid, veiligheid), governance-risico’s

(cybersecurity, integriteit, compliance).

Dit geeft een totaalbeeld van de nieuwe risico’s van de

moderne wereld. Met vragen zoals: wat zijn uw belangrijkste

waarden? Maakt u zich zorgen over klimaatrisico’s?

Hoe belangrijk is sociale verantwoordelijkheid

voor uw onderneming? Hoe gaat u om met cyber- en

integriteitsrisico’s?

Stap 2 - Preventieve maatregelen in je advies opnemen

Bijvoorbeeld: klimaatbestendig wonen, energietransitie,

vitaliteitsprogramma’s, cybersecurity, verantwoord

ondernemerschap. Dit maakt jou niet alleen adviseur

van verzekeringen, maar van risicobeheer.

Stap 3 - Duurzame verzekeringsoplossingen selecteren

Voorbeelden: verzekeraars die duurzaam beleggen,

verzekeraars die klantpreventie belonen, polissen met

energietransitievoordelen, verzekeraars met circulair

schadeherstel, maatschappelijk verantwoorde inkomensverzekeringen.

Stap 4 - ESG integreren in polisvergelijkingen

Voeg aan je advisering toe: ESG-score van verzekeraar,

duurzaamheid van schadeherstel, preventiediensten,

CO₂-impact van schadeherstel, transparantie en governance

van de verzekeraar.

Stap 5 - ESG-monitoring en periodieke reviews

Een ESG-advies stopt niet bij afsluiten. Elke twaalf

maanden bespreek je veranderingen in klimaatrisico,

updates in energietransitie, vitaliteitsontwikkelingen,

cyber- en governanceproblemen, nieuwe ESG-polissen

of aanbieders.

Zo bouw je een duurzamere klantrelatie.

VOORBEELDEN

Voorbeeld 1 - Klimaatrisico-assessment

Een klant woont in een gebied met overstromingsrisico.

Jij adviseert: hogere opstalverzekering, preventieve

maatregelen, check op waterbestendigheid, eventueel extra

dekking voor extreem weer. Resultaat: de klant voelt

zich beschermd én begrijpt de link met duurzaamheid.

Voorbeeld 2 - Duurzame ondernemersverzekering

Een MKB-klant wil verduurzamen. Jij adviseert: brandrisico’s

bij zonnepanelen, cyberrisico, duurzame bedrijfsmiddelen,

circulaire schadeherstelpartners, vitaliteit

voor medewerkers.

Voorbeeld 3 — Verzuimverzekering met vitaliteitsprogramma

In plaats van alleen verzekeren bied je: leefstijlcoaching,

preventiediensten, burn-outmonitoring

BELOFTE

Je kunt jezelf profileren als ‘Adviseur toekomstbestendig

verzekeren’ of ‘ESG-risicoadviseur voor duurzame

huishoudens en bedrijven’.

Jouw kernbelofte kan zijn: “Wij analyseren risico’s

vanuit een ESG-perspectief: klimaat, mens en governance.

Zo bent u verzekerd voor de risico’s van morgen.”

Duurzaam verzekeringsadvies betekent: minder

schade, lager risico, meer preventie, betere aansluiting

op klantwaarden, toekomstbestendig advies, onderscheidend

vermogen in een verzadigde markt

Als adviseur kun jij ESG gebruiken om: klanten beter

te beschermen, maatschappelijk impact te maken,

jezelf professioneel te profileren, een vernieuwende adviespraktijk

te ontwikkelen. n

ZORG VOOR RAPPORTAGESTRUCTUUR

De Verenigde Naties hebben in 2015 zeventien doelstellingen

voor duurzame ontwikkeling benoemd. Deze doelstellingen

zijn verdeeld over Environment (milieu), Social (sociaal) en

Governance (bestuur), ESG.

Nergens staat dat ESG leidend is, in principe mogen organisaties

hun eigen doelstellingen formuleren. Toch wordt het

raadzaam geacht ESG aan te houden.

De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD),

de Europese richtlijn die hele grote bedrijven verplicht te rapporteren

over hun duurzaamheidsprestaties, gaat uit van ESG.

Dan heeft het als ketenpartner – bijvoorbeeld gevolmachtigde

of adviseur - dus niet zoveel zin om af te wijken van ESG.

De verwachting is dat de CSRD-plichtige bedrijven steeds

meer zullen willen dat ketenpartners inzicht geven in hun

duurzaamheidsinspanningen. Dan wordt een rapportagestructuur

van groot belang. Een interessante optie lijkt de

relatief nieuwe Europese standaard Voluntary Sustainability

Reporting Standard for VSME’s (VSME). De vereenvoudigde

standaard, ontwikkeld voor MKB-bedrijven die niet onder de

CSRD-wetgeving vallen, helpt op een gestructureerde manier

bij het opstellen van een duurzaamheidsrapportage. Zie eventueel

www.rvo.nl. – TEKST VVP

SPECIAL MAART 2026 VVP | 63


PARTNER IN KENNIS

KLIMAATRISICO’S? DIE ZIJN ALLANG GEEN VER-VAN-JE-BEDSHOW

MEER OP DE WONINGMARKT. MAAR WAT VERSTAAN WE HIER NU

PRECIES ONDER? KLIMAATRISICO’S BESTAAN UIT TWEE GROEPEN

RISICO’S DIE VOORTKOMEN UIT KLIMAATVERANDERING EN/OF –

BELEID. DE ZOGENAAMDE TRANSITIERISICO’S EN DE FYSIEKE

RISICO’S. DEZE RISICO’S KUNNEN LEIDEN TOT SCHADE AAN

WONINGEN, HOGERE KOSTEN VOOR EIGENAREN OF KOPERS, ZELFS

LAGERE WONINGWAARDES. ING-EXPERT MARJOLEIN DE JONG-KNOL

LEGT UIT WAAROM FUNDERINGSPROBLEMATIEK NÚ THUISHOORT IN

JOUW HYPOTHEEKADVIES

Klimaatrisico’s op de Woningmarkt:

Tijd om als adviseur

het verschil te maken!

TEKST ING

Transitierisico’s betreffen de

transitie naar een CO₂‐arme

economie met als grote uitdaging

het verduurzamen van

de woningvoorraad. Verduurzaming is

al een veel voorkomend gespreksonderwerp

in jouw adviesgesprekken. We

kennen daarnaast ook de fysieke klimaatrisico’s.

Deze kunnen acuut van

aard zijn; denk aan natuurbranden,

overstromingen en zeer heftige neerslag.

Maar er is ook een fysiek klimaatrisico

dat als gevolg van drogere zomers

juist gaandeweg kan ontstaan en lang

onzichtbaar blijft: het funderingsrisico.

FYSIEKE KLIMAATRISICO’S NIET ALTIJD

VERZEKERD

Funderingsrisico is niet verzekerbaar.

Verzekeringen dekken doorgaans plotselinge,

onvoorziene gebeurtenissen

terwijl schade aan de fundering van een

woning zich geleidelijk voordoet. En dat

terwijl de kosten aardig in de papieren

kunnen lopen.

Het natuurbrandrisico is in Nederland

vooralsnog wel verzekerbaar met

een opstal- en inboedelverzekering.

Dat geldt ook voor schade door heftige

regenval. Het is dus heel belangrijk om

consumenten in het adviestraject bewust

te maken van het belang van een

goede opstal- en inboedelverzekering.

Ook gedurende de looptijd van de hypotheek.

Bij overstromingsrisico ligt het wat

ingewikkelder. Overstromingen van de

Noord- en Waddenzee, IJsselmeer en

grotere rivieren zijn niet verzekerbaar.

Wel kan de overheid tegemoet komen

vanuit de ‘Wet tegemoetkoming schade

bij rampen’, zoals bij de Maas overstroming

in 2021. Overstromingen van

kleinere regionale rivieren, grachten en

kanalen zijn over het algemeen verzekerbaar

via de opstal- en inboedelverzekering.

HOE GROOT IS HET PROBLEEM NU EIGENLIJK?

Droge zomers zorgen voor een dalend

grondwaterpeil. Het gevolg? Houten

paalfunderingen kunnen droog komen

te staan, verrotten of worden aangetast

door bacteriën. Door grondwaterstandverlaging

kunnen zachte grondlagen

zoals klei en veen inklinken. Als op deze

grondsoorten gebouwd is met een ondiepe

fundering (in de volksmond ook

‘fundering op staal’ genoemd) is er grote

kans op verzakking of scheefstand.

Er zijn voorbeelden waarbij huizen in de

tijd 80 centimeter ten opzichte van het

straatbeeld verzakt zijn. Naast verlies

van wooncomfort, kan door verzakking

ook de aansluiting aan infrastructuur

zoals riolering in het geding komen. Het

64 | VVP SPECIAL MAART 2026


ING

stabiliseren van de woning en aanbrengen

van paalfundering is dan noodzakelijk.

In een adviesrapport van de Raad

voor de Leefomgeving en Infrastructuur

(februari 2024) wordt geschat dat

425.000 woningen in Nederland kampen

met matige tot zeer ernstige funderingsschade.

Hiervan staan 75.000

woningen op houten palen en hebben

350.000 woningen een ondiepe fundering.

Op lange termijn kan dit oplopen

tot 780.000 huizen, vooral door huizen

met een ondiepe fundering. We hebben

het dus over zo’n 10 tot 15 procent van

alle woningen in Nederland. Huizen

gebouwd vanaf 1975 zijn over het algemeen

gefundeerd met betonnen palen,

met minimale kans op funderingsproblematiek.

De herstelkosten worden per woning

geschat op 30.000 tot 120.000

euro. Een forse kostenpost, waarbij eigenaren

geneigd zijn om het probleem

te negeren, zeker omdat funderingsschade

zich onder de grond bevindt en

dus niet altijd direct zichtbaar is. Echter,

uitstel van funderingsherstel verergert

juist het probleem en daarmee

kunnen de kosten verder oplopen.

ONZICHTBAAR IN VERKOOPINFORMATIE

Ondanks deze cijfers blijft funderingsproblematiek

vaak onzichtbaar in koopaktes

en verkoopinformatie. Niet voor

niets heeft een overheidsadviseur funderingsproblematiek

de ‘Olifant onder

de kamer’ genoemd in een adviesrapport

(april 2025). Alleen in hoog funderingsrisicogebieden,

waarbij gemeente,

makelaars en taxateurs afspraken hebben

gemaakt over het melden van funderingsproblemen,

zie je informatie terug

in verkoopinformatie zodat kopers

een weloverwogen aankoopbesluit kunnen

nemen.

Vaak zien we pas in een taxatierapport

een mogelijke indicatie van underingsrisico

op basis van data van het

Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek

(KCAF), maar dan zit de

koper al ver in het aankoopproces. Bij

meer dan 50 procent van de woningen

Marjolein de Jong-Knol: ‘Herstelkosten worden

per woning geschat op 30.000 tot 120.000 euro.’

wordt de mate van funderingsrisico

nog ‘model bepaald’ en is nader onderzoek

nodig ter plaatse.

Wanneer blijkt dat bij de woning of

in het huizenblok sprake is van hoog risico,

dan worden de indicatieve herstelkosten

opgenomen in het taxatierapport

en meegewogen in de vaststelling

van de woningwaarde. Bovendien verwachten

toezichthouders zoals de ECB

en AFM dat vanuit zorgplicht deze toekomstige

herstelkosten worden meegewogen

in de maximale financieringslast

ter bescherming van consumenten.

WAT KUN JE ALS ADVISEUR DOEN?

• Check altijd of funderingsproblemen

spelen in de regio waar jouw klant

koopt. De klimaateffectatlas.nl, de

gemeente en de Woningcheck zijn

uitstekende startpunten.

• Begeleid klanten in hoog risicogebied

al in de oriëntatiefase. Wijs klanten

op loketten en het KCAF voor informatie.

Funderingsproblematiek is

vaak wijk gebonden.

• Blijkt bij een aanvraag dat funderingsherstel

nodig is, dan kunnen herstelkosten

eventueel worden meegenomen

in een bouwdepot. Echter, vaak

is de koper afhankelijk van buren en

gemeente om herstel gezamenlijk op

te pakken. Dit duurt soms jaren. In

dat geval weeg je herstelkosten mee

in de financieringslast, zodat de klant

zowel de aankoop als het toekomstige

funderingsherstel kan financieren

en in de toekomst niet voor onaangename

verrassingen komt te staan.

• Voor huidige woningeigenaren geldt

eigenlijk hetzelfde, waarbij bij onvoldoende

leenruimte ook kan worden

doorverwezen naar het landelijk Funderingsherstel

Fonds van SVn (Stimuleringsfonds

Volkshuisvesting Nederlandse

gemeenten).

WEES DE BETROUWBARE GIDS

Klimaatrisico’s en funderingsproblematiek

zijn geen problemen voor “later”.

Wie nu goed adviseert, voorkomt teleurstellingen,

onverwachte kosten en

waardedaling bij de klant. Ons advies

is om het onderwerp standaard op de

agenda te zetten, en blijf je klant gedurende

de hele looptijd begeleiden. Bij

twijfel kan je altijd contact opnemen

met je ING-relatiemanager. Zo blijf je

als onafhankelijke adviseur niet alleen

relevant, maar vooral ook onmisbaar

in een woningmarkt die fundamenteel

verandert. n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 65


DUURZAAM ADVISEREN

“WIJ GAAN MET ONZE KLANTEN OP REIS NAAR EEN GROENERE

TOEKOMST, GEDREVEN DOOR PASSIE, EXPERTISE EN EEN

DIEPGAAND BEGRIP VAN WAT WERKELIJK BELANGRIJK IS. BIJ ONS

DRAAIT HET NIET ALLEEN OM HET ADVISEREN OVER FINANCIËLE

BESLISSINGEN, MAAR OOK OM HET INSPIREREN VAN ONZE KLANTEN

OM HUN WONINGEN TE VERDUURZAMEN EN EEN POSITIEVE IMPACT

OP DE PLANEET TE MAKEN”, ALDUS ARTHUR NEUHOF VAN DE DE

DUURZAME HYPOTHEEKADVISEUR UIT SITTARD.

Reis naar een

groenere toekomst

SAMENSTELLING WILLEM VREESWIJK

Arthur werkt al ruim twintig jaar in de financiële

advieswereld, onder meer bij Buro Philip

van den Hurk en ING. Eind 2021 ging hij

van start met ikwileenstartershypotheek.nl

en eind 2023 richtte hij de Duurzame Hypotheekadviseur

op. Arthur is van huis uit hypotheekadviseur

met een passie voor een duurzamere wereld. “Bij

ons vind je hypotheekproducten speciaal voor energiezuinige

woningen en duurzame renovaties. Lagere

energierekeningen, gunstige rentetarieven en financiële

voordelen. Samen kunnen we het droomhuis voor

de klant realiseren en tegelijkertijd bijdragen aan een

betere toekomst voor onze planeet.”

Hoe pakt hij dat aan? “Allereerst kijk ik goed na

welke maatregelingen reeds zijn getroffen in de woning,

vervolgens ga ik kijken en meedenken welke

maatregelingen er nog getroffen kunnen worden en

hoe deze gefinancierd kunnen worden. Ik vind het belangrijk

zodat de klant een groter wooncomfort heeft

en we ons steentje bijdrage om de CO2-uitstoot te verlagen

en de opwarming van de aarde te reduceren.”

STAPPEN

Belangrijk voor Arthur in zijn reis met zijn klanten

naar een duurzamere wereld is samenwerking met de

juiste partners. “Dit zijn partijen die een totaaloplossing

bieden voor verduurzaming van de woning. Die de

klant bijvoorbeeld ook bij de hand nemen als een pand

nog energielabel G heeft. Die meedenken wat er mogelijk

is binnen het budget van de klant en ook meedenken

of verhuizing naar een ander pand of andere woning

een goed alternatief is.”

Arthur werkt samen met onder meer Duurzaam XL

dat zichzelf terecht als de totaalverduurzamer aanprijst

en Positief Wonen, dat onafhankelijk advies aanbiedt

over verduurzaming van vastgoed. Bovendien is Arthur

een samenwerking aangegaan met Woonplan Holland.

“Dit omdat ze benaderen vanuit de besparingen inzichtelijk

te maken van verduurzamen en dan weer met mij

terugkoppelen hoe dit te financieren.” Daarnaast werkt

Arthur samen met lokale partners.

UITDAGING

De grootste uitdaging voor een adviseur die verduurzaming

hoog in het vaandel heeft staan, is “achter je missie

blijven staan en de klant echt mee te nemen in het

verduurzamingstraject van zijn woning. Niet alle klanten

begrijpen meteen de voordelen van verduurzaming.

Natuurlijk draagt verduurzaming bij aan een leefbare

planeet, maar het draagt óók bij aan een waardever-

66 | VVP SPECIAL MAART 2026


ADVIESPRAKTIJK

meerdering van je woning of bedrijfspand. De grootste

uitdaging zit echter in alleenstaande starters, die maar

een beperkt budget hebben en dan al gauw ‘moeten’

kiezen voor een pand met een slecht energielabel en

dan is het Energiebespaarbudget vaak niet toereikend.

Je kunt dan nog wel kijken of de klant in aanmerking

komt voor het SVn Stimuleringsfonds Volkshuisvesting

of bijvoorbeeld het Nationaal Warmtefonds”.

VOORLEVEN

Voor Arthur is het van belang dat producten en diensten

van een aanbieder duurzaam zijn. “Voor mij is dat

heel belangrijk, maar ik laat de klant uiteindelijk wel

kiezen. In ieder geval krijgt de klant altijd een voorstel

van een partij die duurzaamheid extra belangrijk

vindt.”

Zelf is Arthur vanzelfsprekend ook bezig met verduurzaming

van zijn eigen kantoor en dienstverlening.

“Ik werk in een bedrijfsverzamelgebouw wat vroeger

een KVK-kantoor was. Een verzamelgebouw waarin je

veel faciliteiten deelt met andere bedrijven is op zich al

duurzaam ondernemen. Thuis heb ik het afgelopen jaar

al veel verduurzamingsmaatregelen getroffen, zoals onder

meer het laten plaatsen van kunststofkozijnen met

triple glas in het gehele huis, plus vervanging van de

achter- en voordeur, het laten aanbrengen van spouwmuurisolatie

en dakisolatie. Tevens heb ik recent zonnepanelen

en een thuisbatterij laten plaatsen. Ik ga altijd

met de fiets naar kantoor en laat de auto voor ‘het

rondje om de kerk’ staan en wandel ik naar mijn sportschool.

Uiteraard is er altijd veel te verbeteren, maar je

moet proberen je eigen missie voor te leven.”

“Voor mij is het belangrijk dat niet een paar klanten

heel erg duurzaam worden, maar dat heel veel

klanten bewuster worden dat verduurzaming belangrijk

is en de stappen nemen die zijzelf willen én kunnen

nemen.” n

Arthur Neuhof:

‘Groter wooncomfort

voor

de klant én een

leefbare aarde.’

SPECIAL MAART 2026 VVP | 67


DUURZAAM ADVISEREN

IN EEN WERELD WAARIN SUCCES VAAK

WORDT AFGEMETEN AAN GROEI, WINST

EN STATUS, IS HET MAKKELIJK OM JEZELF

TE VERLIEZEN IN DE RATRACE. MARLEEN

WALLERBOSCH WEET DAAR ALLES VAN. ALS

OPRICHTER VAN ROMYN, EEN ORGANISATIE

DIE ZICH RICHT OP RECRUITMENT EN

ORGANISATIEADVIES, BOUWDE ZE EEN

SUCCESVOL BEDRIJF MET EEN DUIDELIJKE

MISSIE: BETEKENISVOL ONDERNEMEN.

MAAR HAAR PAD NAAR DEZE MISSIE WAS ER

EEN VAN DIEPE PERSOONLIJKE REFLECTIE EN

MOEDIGE KEUZES.

TEKST NATASJA NARON | BEELD SJOUKJE FOTOGRAFIE

Tien jaar geleden werd Marleen plotseling stilgezet.

Haar dochter werd ernstig ziek, een

periode waarin alles draaide om het leven en

overleven. “Dat was het moment waarop ik

met beide benen op de grond kwam,” vertelt

ze. “Los van rijkdom en succes: wat is nu echt belangrijk

in het leven?” Die intense periode bracht haar terug

naar de essentie. Het was het begin van een zoektocht

naar betekenis, zowel persoonlijk als professioneel.

Marleen

Wallerbosch:

‘Wat is nu echt

belangrijk in

het leven?’

RUGGENGRAAT

Het bedrijf van Marleen is gebouwd op drie kernwaarden:

Open, Samen & Betekenisvol. Deze waarden vormen

de ruggengraat van haar organisatie. ROMYN

werkt pro deo voor goede doelen die afhankelijk zijn

van giften, en doneert jaarlijks een deel van het nettoresultaat.

Zo is betekenis letterlijk ingebed in de bedrijfsvoering.

Toch merkte Marleen dat ze, ondanks haar idealen,

opnieuw werd meegezogen in de dynamiek van succes.

“Het ging goed met het bedrijf, maar ik voelde dat ik

weer in de ratrace belandde. Zelfs met betekenisvolle

doelen bleef het streven naar resultaat dominant.” Ze

besloot dat het tijd was om opnieuw stil te staan. Om

68 | VVP SPECIAL MAART 2026


BETEKENIS

Terug naar de

essentie

terug te keren naar de essentie. Die keuze leidde haar

naar de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar ze het

Executive Program De Betekenis van Rijkdom volgde.

“Ik wilde mezelf dit cadeau geven,” zegt Marleen.

“Investeren in mezelf, geïnspireerd worden door mensen

die het beste voor hebben met de wereld.”

Het bracht haar in contact met wetenschappers,

praktijkexperts en andere deelnemers die haar uitdaagden

om kritisch te kijken naar haar eigen waarden en

bedrijfsvoering. “Je spart met mensen die ook verlangen

naar betekenis. Samen zoek je naar manieren om

dat vorm te geven.”

DE KRACHT VAN GENOEG

Marleen is een daadkrachtige vrouw, gewend om snel

te schakelen. Maar ze raakte bijzonder geïnspireerd

toen één van de sprekers het had over ‘de kracht van

genoeg’. “Ik werd me bewust van het belang van rust,

van soms een stapje terug doen. Dat geeft ruimte aan

anderen, en aan jezelf.” Die bewustwording sijpelt door

in haar privéleven. Ze consumeert bewuster, denkt na

over de impact van haar keuzes – zoals spullen kopen

en vlees eten – en leeft met meer aandacht.

Ze past de inzichten nog dagelijks toe. “Het heeft

mijn leven niet omgegooid, dat hoeft ook niet. Je

neemt dingen mee, maakt je leven mooier en bewuster.

En dat deel je weer met anderen.”

WAT MAAKT EEN MENS GELUKKIG?

Wat haar raakte, was de vraag die tijdens het programma

werd gesteld: ‘Wat maakt een mens gelukkig? “Veel

mensen noemen dan een auto, een dak boven hun

hoofd… maar het meest gelukkig worden we van iets

voor een ander kunnen doen.” Dat is precies wat Marleen

drijft. “Voor mijn kinderen, collega’s, klanten, de

wereld. Als jij geïnspireerd raakt en daarmee anderen

inspireert, maakt dat jou ook een gelukkig mens.”

Ze deelt haar inzichten dan ook met iedereen om

haar heen; haar netwerk, haar team en haar klanten.

“Het is een win-win. Door mijn keuze om weer stil te

staan en terug te gaan naar de essentie ben ik gegroeid

als mens én als ondernemer. Je leeft maar één keer. Als

je impact wilt maken, moet je het nu doen.” n

Natasja Naron is oprichter en steward van Gabriël, e

en financieel adviesbureau dat werkt vanuit de vreugde

van genoeg.

‘Het meest gelukkig

worden we van

iets voor een ander

kunnen doen’

SPECIAL MAART 2026 VVP | 69


PARTNER IN KENNIS

ALS VERZEKERINGSADVISEUR KRIJG JE ZELDEN EEN KLANT AAN

TAFEL MET UITSLUITEND EEN VRAAG OVER DUURZAAMHEID. DE

MEESTE MENSEN WILLEN GEWOON ZEKER ZIJN DAT HUN BEDRIJF

KAN BLIJVEN DRAAIEN ALS HET TEGENZIT. OF DAT ZE MET HUN

GEZIN OP VAKANTIE KUNNEN ZONDER ZORGEN. HET DRAAIT OM

DOOR KUNNEN GAAN MET ONDERNEMEN, WONEN EN LEVEN. DAT

GAAT VOLGENS KLAVERBLAD ÓÓK OVER DUURZAAMHEID.

Sharon van Herel, CEO Klaverblad, is duidelijk over duurzaam

Duurzaam advies

is niets nieuws

TEKST KLAVERBLAD

Sharon van Herel, CEO Klaverblad,

geeft haar reactie

op vier stellingen over duurzaam

verzekeren. Nuchter

en pragmatisch, vanuit het

perspectief van verzekeraars in het algemeen

en van Klaverblad in het bijzonder.

DUURZAAM UIT DE MODE?

In de media horen we geregeld over ‘duurzaamheidsmoeheid’. Klopt het dat

duurzaamheid inderdaad aan belang verliest als je afgaat op het publieke debat?

Sharon van Herel: “Ik herken de signalen en tegelijk ligt het volgens mij

echt anders. Een meerderheid van de mensen staat nog steeds open voor

duurzame keuzes. Maar dan moeten ze wel logisch, haalbaar en relevant zijn

voor hun situatie. Daar werken wij hard aan. En met ons alle andere verzekeraars.

We opereren binnen een duidelijk regelgevend kader waarin sommige

duurzaamheidsverplichtingen al gelden, terwijl andere nog in ontwikkeling

zijn. Dat vraagt om wendbaarheid en is zeker geen reden om pas op de plaats

te maken. Ik wil hiermee dan ook graag benadrukken dat duurzaamheid geen

tijdelijk thema is dat een beetje meebeweegt met de waan van de dag. Nee,

het is een vast en onlosmakelijk onderdeel van hoe wij bij Klaverblad naar verzekeren

en risicobeheersing kijken.”

Stelling 1: Duurzaamheid is een vanzelfsprekend

onderdeel van advies

“Eens. Een polis dekt alleen de risico’s,

goed advies gaat verder. Want verzekeren

gaat nooit over vandaag, maar over

morgen. Om wat er ná een schade gebeurt.

Of die ondernemer door kan met

z’n zaak na waterschade. Of dat gezin

nog met de auto op vakantie kan.

Ook dat gaat over duurzaam denken.

Bij schade bijvoorbeeld ga je herstellen

waar het kan en vervangen waar het

moet. Of als we het over preventie hebben:

wat verkleint risico’s structureel, in

plaats van tijdelijk?”

“Ik heb het dus niet over lastige

duurzame idealen die ver van ons bed

liggen, maar gewoon logische onderwerpen

die thuishoren in goed advies.

Daarmee is iets als duurzaam schadeherstel

geen extra stap, maar een vanzelfsprekend

onderdeel van ons werk.

Het zorgt ervoor dat klanten sneller

verder kunnen.”

Stelling 2: Verzekeren gaat over de wereld

die we achterlaten

“Hij klinkt misschien een beetje groots

en zwaar, maar ja, duurzaamheid gaat

inderdaad over wat we doorgeven aan

volgende generaties. Je verzekert je nu

eenmaal opdat het ook in de toekomst

goed blijft gaan. Dan is het meer dan

70 | VVP SPECIAL MAART 2026


KLAVERBLAD

neemt, moet duurzaamheid daar een

logisch onderdeel van zijn. Niet als morele

keuze, maar als logisch gevolg van

wat verzekeren in essentie is: dat we

morgen gewoon weer verder kunnen.

Duurzaamheid is geen project, maar

iets dat besloten ligt in hoe er geadviseerd

wordt. Op het gebied van verzekeringen.

Preventie. Schadeherstel.

Over de keuzes die we nu maken.”

Directie Klaverblad: van links

naar rechts Jordi van Irsen,

Linn Musters, Stijn Réz en

Sharon van Herel.

logisch om ervoor te zorgen dat die toekomst

in goede handen is. Continuïteit

is en blijft het sleutelwoord in alles wat

we bieden.”

“Vooruitkijken zit diep verankerd

in verzekeren. We beloven niet alleen

zekerheid voor nu, maar voor morgen

en daarna. En als je die belofte serieus

‘Vooruitkijken zit diep

verankerd in verzekeren’

Stelling 3: Duurzaam adviseren is altijd in

ontwikkeling

“Duurzaam advies vraagt om oplossingen,

processen en ketens die meebewegen.

En om samenwerking tussen

adviseurs en verzekeraars die dezelfde

waarden en motieven hebben.

Daarom investeren we in kennisdeling

en samenwerking, onder andere

via INSVER: het platform voor verzekeringsadviseurs

dat bijdraagt aan de

versnelling van de duurzame transitie

in de verzekeringsbranche. Niet om

adviseurs iets op te leggen, maar om

samen vakkundiger te worden op dit

onderwerp. Zodat adviseren over morgen

voor steeds meer mensen net zo

vanzelfsprekend wordt als adviseren

over vandaag.”

Stelling 4: Duurzaam advies geven kun je

niet zomaar

“Ontwikkelingen rond klimaat en biodiversiteit

raken ons vak. Niet als abstracte

begrippen, maar als factoren

die risico’s beïnvloeden. Denk maar aan

wateroverlast, bodemdaling, impact op

agrarische bedrijfsvoering of vastgoed.

Dat zijn geen ver-van-je-bed-thema’s,

maar de dagelijkse realiteit voor je klanten.

Actuele kennis over dit soort thema’s

helpt om risico’s in hun omgeving

te begrijpen en mee te nemen in afweging

en advies. Praktisch, nuchter en begrijpelijk.”

n

SHARON VAN HEREL

Sharon van Herel (1980) begon haar loopbaan in de advocatuur. Nu

werkt ze inmiddels alweer bijna twintig jaar in de verzekeringssector.

Eerst bij Nassau, het latere HDI Global Nederland, waar ze managing

director was. In 2024 maakte ze de overstap naar Klaverblad in de

functie van CEO.

Het duurzame karakter van de 175-jaar oude verzekeraar vormt

voor Van Herel een belangrijk fundament. Daarbij gaat het om de

keuzes in de beleggingsmix en bedrijfsvoering vanuit de thuisbasis in

Zoetermeer. Maar ook om de nadrukkelijke aandacht voor thema’s

als biodiversiteit en duurzaam schadeherstel. Vitale pijlers waarop zij

voortbouwt in de verdere ontwikkeling van Klaverblad Verzekeringen.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 71


DUURZAAM ADVISEREN

AL JAREN VOEREN WE IN DE SECTOR

DEZELFDE DISCUSSIE: WELKE

VERANTWOORDELIJKHEID HEEFT DE

FINANCIEEL ADVISEUR ALS HET GAAT OM

KLIMAATRISICO’S? PRATEN OVER ENERGIE

IS MEER DAN EEN VERPLICHT ZINNETJE. HET

HOORT EEN VAST ONDERDEEL TE ZIJN VAN

EEN FINANCIEEL PLAN. JUIST WANNEER ER

GEEN AANLEIDING IS OM DE HYPOTHEEK TE

WIJZIGEN.

TEKST MARIA SILVEIRA, DIRECTEUR SEH

In de praktijk handelen we daar niet naar. Bij een

aankoop of een oversluiting krijgt duurzaamheid

soms nog wel aandacht. Zeker als er een extra rentekorting

te behalen is of wanneer extra leenruimte

nodig is. Sommige adviseurs benoemen nog het

energiebespaarbudget. Maar daarna wordt het stil.

Bij bestaande woningen zonder hypotheektransactie

gebeurt weinig, terwijl juist daar de grootste verduurzamingsslag

nodig is. De meeste klanten blijven

wonen waar ze wonen, maar schuiven investeringen in

duurzaamheid voor zich uit.

Dat moet anders. Klimaatverandering is geen vervan-ons-bed-show

meer. Het beïnvloedt wooncomfort,

energielasten en financiële risico’s. Toch nemen

we deze factoren nauwelijks mee in gesprekken over

onderhoud en toekomstbestendigheid. We kiezen voor

het zekere gesprek over cijfers van vandaag, niet voor

het gesprek over risico’s van morgen.

INZICHT

Klanten zijn niet energiemoe. Ze vragen naar verduurzaming,

comfort en waarde. Onzekerheid remt hun

actie. Wat levert het op? Wat kost het? En wat als het

tegenvalt of regelgeving wijzigt? Juist hier maakt jouw

advies het verschil. Door inzicht te geven in de financi-

72 | VVP SPECIAL MAART 2026


OPINIE

Steek energie

in energie

ële consequenties van wel of niet verduurzamen, ontstaat

ruimte om keuzes te maken.

Voor SEH is het duidelijk: duurzaamheid hoort bij

verantwoord adviseren. Niet omdat het moet, maar

omdat het raakt aan betaalbaarheid en risico’s. Het

SEH Keurmerk Financieel Adviseur Duurzaam Wonen

laat zien dat een adviseur dit gesprek kan voeren zonder

alles te hoeven weten.

De kern is eenvoudig. Begrijp wat financieel relevant

is, benoem de risico’s van niets doen en maak opties

inzichtelijk. Niet technisch, wel financieel. Niet

dwingend, wel richtinggevend.

TOOLBOX

SEH ziet dat adviseurs deze verantwoordelijkheid niet

alleen hoeven te dragen en ondersteunt initiatieven die

duurzaam adviseren praktisch en uitvoerbaar maken.

Een belangrijk voorbeeld is de verduurzamingstoolbox

van HDN, die met steun van het ministerie van Binnenlandse

Zaken en Koninkrijksrelaties dit jaar wordt

geïntroduceerd. Deze toolbox ontsluit ISDE-subsidies,

energielabels en financieringsmogelijkheden via onder

andere SVn en het Nationaal Warmtefonds direct in

hypotheekadviessoftware. Via HDN wordt deze informatie

uniform en geautomatiseerd geïntegreerd in het

adviesproces. Zo maken we duurzaamheid in het adviesgesprek

steeds toegankelijker.

Ook de AFM onderstreept deze ontwikkeling in de

nieuwe concept-leidraad Hypotheekadvisering. Daarin

wordt duidelijk dat duurzaamheid geen extraatje meer

is. De adviseur hoeft geen expert te zijn, maar wordt

wél geacht het onderwerp actief te bespreken, financieel

te duiden en mee te nemen in passend advies, ook

buiten het transactiemoment.

De echte vraag is dus niet of we duurzaamheidsmoe

zijn. De vraag is of jij verantwoordelijkheid durft te nemen,

ook wanneer er geen directe aanleiding is. Want

wie adviseert over geld, kan zich niet afzijdig houden

van energie. Niet de vrijblijvendheid bepaalt de uitkomst,

maar het gesprek dat je wél of niet voert. Een

echte adviseur steekt energie in energie. n

‘Duurzaamheid

hoort bij verantwoord

adviseren’

SPECIAL MAART 2026 VVP | 73


PARTNER IN KENNIS

SCHADE HERSTELLEN IN PLAATS VAN VERVANGEN IS VAAK

DUURZAMER. TOCH BRENGT HET OOK UITDAGINGEN MET ZICH

MEE: VAKMENSEN VINDEN, OFFERTES REGELEN EN KWALITEIT

BEWAKEN KOST TIJD VOOR KLANTEN EN ADVISEURS. MET EEN

EIGEN HERSTELNETWERK EN MEERDERHEIDSBELANG IN SOOPLE

NEEMT A.S.R. SCHADE REGELWERK UIT HANDEN EN ZET ZE IN

OP GEMAK, KWALITEIT EN DUURZAAMHEID. TWEE ADVISEURS

DELEN HUN ERVARINGEN: DAVY HOOGESTEGER VAN VAN GESSEL

HYPOTHEKEN & VERZEKERINGEN EN MAARTEN PEELEN VAN

ASSURANTIEKANTOOR PEELEN.

Hoe het herstelnetwerk

van a.s.r. klanten én

adviseurs ontzorgt

TEKST a.s.r.

Het vinden van goede vakmensen

wordt steeds lastiger,

zeker voor kleinere klussen,

zoals stuc- en schilderwerk

of specialistisch herstel van een bank of

aanrechtblad. Met het herstelnetwerk

van a.s.r. schade hoeven verzekerden

zelf geen hersteller te zoeken, offertes

te regelen en vergelijken of betalingen

voor te schieten. Ook voor adviseurs is

dit een voordeel:

Maarten Peelen maakt in zijn regio

regelmatig gebruik van hersteller Soople:

“Klanten vragen vaak of ik iemand

ken, bijvoorbeeld voor één kapotte tegel.

Als ik klanten verwijs naar Soople,

dan neem ik die zoektocht uit handen.

Ik weet zeker dat de offerte klopt en dat

bespaart mij controlewerk. Schakelt de

klant zelf iemand in? Dan krijg ik regelmatig

een ongespecificeerde offerte die

ik niet kan doorsturen naar de verzekeraar.

Natuurlijk kijk ik nog steeds naar

de kosten van het herstel, zodat de

klant en verzekeraar tevreden zijn.”

Ook Davy Hoogesteger ziet de

voordelen: “Het herstelnetwerk van

a.s.r. ontzorgt je als adviseur. Ik dien

het verzoek voor schadeherstel in en

er wordt contact opgenomen met de

klant. Vooraf check ik natuurlijk of er

dekking is, zodat onnodige kosten worden

voorkomen. Achteraf vragen we

altijd hoe het is opgelost en de reacties

zijn positief. Is de schadeoorzaak duidelijk

en gedekt? Dan is herstel via het

herstelnetwerk makkelijk voor de klant

en adviseur.”

KWALITEIT EN ZEKERHEID

Bij a.s.r. schade zijn er duidelijke afspraken

met herstellers over kwaliteit en reactietermijnen.

Zo wordt verwacht dat

herstellers binnen vijf werkdagen een

eerste opname doen. Ook voert a.s.r.

audits uit en spreekt herstellers regelmatig

over dienstverlening en nieuwe

technieken. Mocht er een klacht zijn?

Dan helpt a.s.r. die op te lossen.

Davy Hoogesteger: “Wij werken regelmatig

met Fraanje, een grote aannemer

uit het herstelnetwerk van a.s.r.

in onze regio. Bij kleine waterschade

aan een dak was alles snel geregeld

en de klant was tevreden. Bij een grote

waterschade werden meerdere vakmensen

ingehuurd. Dan is de situatie

voor de klant lastiger en krijg ik meer

vragen. Gelukkig zijn de lijntjes kort en

krijg ik snel en goed antwoord van de

aannemer.”

Maarten Peelen: “Stel dat de klant

toch niet tevreden is, dan weet ik dat

het door a.s.r. wordt opgelost. Bij een

door de klant ingeschakelde externe

partij kan dat lastiger zijn.”

74 | VVP SPECIAL MAART 2026


a.s.r.

Davy Hoogesteger:

“Een goed herstelnetwerk ontzorgt je

als adviseur en bespaart tijd.”

Maarten Peelen: “De bestaande spullen

van een klant worden weer mooi gemaakt,

zodat ze nog jaren meekunnen.”

HERSTELLEN VAAK DUURZAMER

Herstellen is vaak duurzamer dan vervangen.

Meestal voorkomt het afval

en bespaart het grondstoffen, productie

en transport - allemaal stappen die

CO 2 -uitstoot veroorzaken. Het herstelnetwerk

van a.s.r. herstelt schade waar

mogelijk op een duurzamere manier. En

met herstellers door het hele land is de

rij-afstand naar klanten kort en wordt

vaak CO 2 -uitstoot bespaard. Maarten

en Davy kennen voorbeelden waarbij

herstel voor minder afval zorgde.

Davy: “Laatst had een klant waterschade

in de keuken doordat de afvoer

van de vaatwasser verstopt zat. Hierdoor

waren keukenlades, -deuren en

plinten beschadigd. Ook de laminaatvloer

had waterschade. Door snel en

vakkundig herstel van Novanet en de

Parketmeester, kon de klant weer gebruik

maken van de bestaande keuken

en vloer. Zo werd de klant voor een

groot deel ontzorgd.”

Maarten: “Ik denk bijvoorbeeld aan

een klant bij wie het aanrechtblad is

hersteld. Dat wordt dan heel goed gerepareerd

door Nomot. Ik zie daar echt

de meerwaarde van: de bestaande spullen

van een klant worden weer mooi gemaakt,

zodat ze nog jaren meekunnen.”

ROL ADVISEUR

Adviseurs spelen een sleutelrol in het

informeren van klanten. Door de voordelen

van herstel te benadrukken, helpen

zij klanten bewustere keuzes te maken.

Ook Davy Hoogesteger en Maarten

Peelen merken dat klanten dit van hen

verwachten:

Maarten: “Klanten leggen het aapje

bij mij op de schouder als er schade is.

Zo hoort het ook. Het is fijn dat ik het

dan kan doorzetten naar een hersteller

als Soople. Zij pakken het snel op en

zorgen voor goed herstel. Zo is de klant

tevreden en door de goede samenwerking

neemt het mij werk uit handen.”

Davy: “Vaak vraag ik aan klanten

hoe zij hun schade willen herstellen,

dat is per klant verschillend. Sommige

klanten schakelen liever zelf een hersteller

in en dat kan natuurlijk ook.

Maar als adviseur zijn wij blij met het

herstelnetwerk van a.s.r., vanwege de

korte lijntjes en goede samenwerking.

SAMEN BOUWEN AAN DE TOEKOMST

Adviseurs spelen een cruciale rol bij het

bewegen van klanten naar schadeherstel

in plaats van vervangen. a.s.r. schade

wil hen daarin goed ondersteunen.

Samen zorgen we dat klanten altijd de

hulp krijgen die zij nodig hebben, waar

mogelijk op een duurzamere manier.

Daarom heeft a.s.r. een meerderheidsbelang

in Soople. In de samenwerking

met adviseurs betekent dit: samen optrekken.

Davy: “Om herstel aan te kunnen

bieden, moet je wel weten hoe je

een opdracht moet geven. Dan is goed

vindbare informatie en bereikbaarheid

van de verzekeraar en hersteller belangrijk.

Doordat a.s.r. schadeherstel

de laatste jaren meer onder de aandacht

brengt, is het bekender geworden

en gebruiken we het meer.”

Maarten: “Ik vind de ontwikkeling

van de samenwerking tussen a.s.r. en

Soople heel fijn. Dat er een eigen hersteller

is. Ik kan hen ook inschakelen

voor kleine klusjes. Klanten hoeven

niet te zoeken en ik weet dat het goed

wordt afgewikkeld.” n

SPECIAL MAART 2026 VVP | 75


DUURZAAM ADVISEREN

‘HET COMMONISTISCH MANIFEST’ IS DE APPENDIX VAN HET BOEK

‘ECOLIBERALISME’ VAN KEES KLOMP DAT VORIG JAAR VERSCHEEN BIJ

UITGEVERIJ DE GEUS. DIT MANIFEST MAG VVP – LOS VAN HET BOEK

– PUBLICEREN. BELANGRIJK, WANT DIT MANIFEST GEEFT RICHTING,

PERSPECTIEF EN HOOP VOOR EEN DUURZAME SAMENLEVING.

Het Commonistisch

Manifest

TEKST KEES KLOMP

We leven in een gevaarlijke tijd. Haat

en kwaadaardigheid zijn ‘in’, liefde

en zachtaardigheid zijn ‘uit’. De afgelopen

jaren hebben we onder leiding

van nationaal-populistische

politici op vele plekken in de wereld een ruk naar radicaal-rechts

gezien. Deze nationaal-populistische politici

doen zich daarbij met opzet dommer voor dan ze

zijn. Sterker nog, het is eigenlijk een uiterst slimme

strategie. Met hun ‘domrechtse retoriek’, zoals Sander

Schimmelpenninck het in zijn boek De domheid regeert

noemt, doen zij de ‘gewone man en vrouw’ geloven

dat er een verhitte strijd gaande is tussen links en

rechts. Populisten hebben mensen massaal doen geloven

dat alles-links-van-radicaal-rechts schuldig aan de

toestand van de wereld is. Omdat de radicaal-rechtse

populisten hierbij niet alleen gebruikmaken van domheid

maar nadrukkelijk ook van haatdragende kwaadaardigheid,

zou ik in navolging van Schimmelpennincks

‘We hoeven elkaar

alleen maar een beter

verhaal te vertellen en

daarnaar te handelen’

‘domrechts’ ook de term ‘kwaadrechts’ willen introduceren.

Domheid en kwaadheid versterken elkaar. Woede

maakt mensen blind en dom. Het is een effectief

electoraal machtsmiddel, en rechts-populistische politici

weten dit donders goed.

Maar staan modern links en rechts eigenlijk wel echt

zo lijnrecht tegenover elkaar? Dat wat we tegenwoordig

links noemen strijdt voor een liberale versie van democratie

waarin individuele vrijheden en rechten centraal

staan, een progressief wereldbeeld, gelijkwaardigheid,

globalisering en een streven naar vooruitgang. Dat wat

we rechts noemen strijdt voor een niet-liberale versie

van democratie waarin christelijke familiewaarden en

tradities beschermd moeten worden door middel van

conservatieve en nationalistische politiek. Er zijn zeker

grote culturele verschillen tussen beide kampen. Maar

er zijn evenzo grote culturele overeenkomsten.

Zowel aan de progressieve linkerkant als aan de conservatieve

rechterkant van het politieke spectrum heersen

onbehagen, onvrede, onmacht en een gevoel van onveiligheid.

En zowel aan de kosmopolitische linkerkant als

aan de nationalistische rechterkant wordt geworsteld

met een steeds precairder wordend bestaan, het kille

marktfundamentalisme, toxisch individualisme, de verslaving

van consumentisme, de almacht van het grootkapitaal

en vooral de voortschrijdende ecologisch-economische

ineenstorting. Het lijkt alsof onze samenleving

ongeneeslijk gebroken is, maar in werkelijkheid lijden

we massaal onder hetzelfde kapitalistische systeem.

76 | VVP SPECIAL MAART 2026


DUURZAAM ADVISEREN

In werkelijkheid is er helemaal geen strijd tussen links

en rechts. Dat is een zorgvuldig gecreëerde pseudostrijd.

Het is een rookgordijn, een afleidingsmanoeuvre.

De werkelijke strijd speelt zich af tussen een piepkleine

ultrarijke elite die zijn geld verdient met geld – het

accumuleren van kapitaal door het laten renderen van

bezit – en de werkende massa voor wie het leven steeds

onzekerder en onveiliger wordt. Er is geen cultuurstrijd

maar een klassenstrijd. En die werkende massa, dat

zijn wij allemaal. Zowel de praktisch opgeleide werkende

klasse als de theoretisch opgeleide werkende klasse

zit in de hoek waar de klappen vallen. Er ontstaat

een gigantisch precariaat, een door hoogleraar Guy

Standing gemunt begrip om een groep mensen te duiden

die in structurele socio-economische onzekerheid

leven. Een steeds grotere groep mensen zal door de

voortschrijdende economisch-ecologische verelendung

gedwongen worden een precair leven te leiden.

Onderzoek toont overduidelijk aan dat de kleine groep

ultrarijken steeds rijker wordt en de grote groep werkenden

steeds armer. Omdat het leven almaar duurder

wordt, loont werken steeds minder. De ‘werkende

arme’ is vandaag de dag een steeds vaker voorkomend

maatschappelijk gegeven, alsmede mensen die twee of

meer banen tegelijk hebben om in hun levensonderhoud

te kunnen voorzien. Er is een gapende, perverse

vermogenskloof tussen miljardairs en de precaire massa.

En die kloof wordt elke dag alleen maar groter. Een

– letterlijk – handjevol mensen is even vermogend als

de armste helft van de wereldbevolking.

Kortom: er heerst geen strijd tussen rechtse praktisch

opgeleide werkenden en linkse theoretisch opgeleide

werkenden, zoals populistische politici ons doen geloven,

maar tussen een accumulerende, bezittende bovenklasse

en een werkende onderklasse die niet over

kapitaalmiddelen beschikt. De radicaal-rechtse politici

zijn dus helemaal niet de belangenbehartigers van de

gewone, kleine man en vrouw, maar eigenlijk de nuttige

idioten van het grootkapitaal. De kapitaal bezittende

elite gedijt bij de populistische verdeel-en-heersretoriek.

De onderlinge strijd tussen werkende mensen

houdt de gemoederen bezig en leidt de aandacht af van

het echte probleem: de gapende vermogenskloof tussen

de grote werkende klasse en de kleine bezittende

klasse. Legitieme gevoelens van onbehagen bij de mensen

– onze samenleving is momenteel op alle mogelijke

manieren onveilig en onzeker – worden op deze manier

gekanaliseerd in een voor het grootkapitaal veilige richting:

via een horizontale strijd in plaats van een verticale

strijd.

Kees Klomp:

‘Ware vrijheid.’

KEES KLOMP

Kees Klomp (Haarlem, 1968) had na een studie politicologie

en communicatie een succesvolle carrière in de reclamewereld,

tot hij zijn maatschappelijk engagement niet meer kon

verenigen met het conventionele bedrijfsleven en vastliep.

Sindsdien zet hij zich in voor een betekenisvollere inrichting

van economie en samenleving. Hij was lector Betekeniseconomie

aan de Hogeschool van Amsterdam, is programmamanager

Agency aan de Hogeschool Windesheim en schreef

onder meer Betekeniseconomie en De Regenmaker. Dit artikel

verscheen eerder op MaatschapWij.nu waar Kees een van de

grondleggers van was.

SPECIAL MAART 2026 VVP | 77


DUURZAAM ADVISEREN

Willen we deze situatie veranderen, dan moeten we de

juiste strijd voeren: niet tegen elkaar, maar tegen de

macht van het grootkapitaal. Verticaal dus. De polariserende

strijd tussen de tegenpolen links en rechts

moet plaatsmaken voor een verenigde strijd vanuit het

politieke midden. Het stille midden moet het radicale

midden worden en in opstand komen tegen een systeem

dat de macht van het grootkapitaal faciliteert: de

kapitalistische vrijemarkteconomie.

Daar schuilt wat mij betreft een enorme kans voor ‘alles-links-van-radicaal-rechts’;

voorbij het kapitalisme

en de daarbij behorende vrijemarkteconomie. Het grote

probleem van het huidige politieke midden en links

is dat zij niets wezenlijk anders vertegenwoordigen dan

politiek rechts en/of radicaal-rechts. Het zijn slechts

verschillende versies van hetzelfde kapitalisme en dezelfde

vrijemarkteconomie. Links staat voor een iets

socialere versie van kapitalisme en een iets meer gereguleerde

versie van de vrijemarkt, maar het ontbeert

een eigen ideologische signatuur.

Wat dat betreft kunnen het politieke midden en links

leren van politiek radicaal-rechts. Politieke macht ontstaat

en bestaat bij de gratie van het vermogen verschillende

individuele initiatieven verbindend te organiseren

en consistent te institutionaliseren. Alhoewel

ik koude rillingen krijg van het conservatieve, nationalistische,

autocratische gedachtegoed dat nationaal-populisten

zoals Trump, Wilders, Le Pen en Orbán vertegenwoordigen,

begrijp ik heel goed waarom het politiek

zo impactvol is. Het geeft mensen een wenkend

agonistisch perspectief.

Agonisme staat voor een politieke strijd met het doel

ideologische hegemonie te bewerkstelligen. Het erkent

dat de politieke arena een sociaal strijdtoneel is waarin

er om macht wordt gestreden tussen ideologische tegenstanders.

Dat agonistische spel van publieke beïnvloeding

en politieke invloed beheerst radicaal-rechts

erg goed. Zo niet het politieke midden en links. Dat is

vooralsnog een allegaartje van verschillende sociale,

liberale, democratische, progressieve ideeën. Het ontbreekt

aan een heilig doel en een helder plan. Het is

veel meer rationeel-thematisch (hoofd) dan emotioneel-ideologisch

(hart). Dat maakt het moeilijker om

mensen massaal te mobiliseren en zich massaal met

midden/links te laten identificeren.

Het radicale midden moet daarom – paradoxaal genoeg

– de ideologische strijd met radicaal-rechts aangaan om

méér mensen méér te verbinden. Het radicale midden

moet expliciet afstand en afscheid nemen van het kapitalisme

en de vrijemarkteconomie. Niet het halfbakken

reguleren van de kapitalistische vrijemarkteconomie

zoals nu door centrumlinkse of sociaalliberale politieke

partijen plaatsvindt, maar het met hart en ziel vertegenwoordigen

van een expliciet andere, eigen samenlevingsleer:

de commonistische meenteconomie.

Het radicaal-rechtse electoraat verwacht namelijk dat

de autocratie het maatschappelijke onbehagen, de onvrede

en onveiligheid gaan oplossen, en dat miljardairs

zich om de burger gaan bekommeren. De geschiedenis

leert echter dat de radicaal-rechtse kiezer zeer waarschijnlijk

van een koude kermis thuis gaat komen. Dictatoriale

autocratieën als Rusland, Wit-Rusland, Eritrea

en Noord-Korea scoren niet voor niets consequent laag

op bevolkingsgeluk en de geroemde trickle down economics

blijkt in de praktijk een ordinaire grootkapitaalhoax

te zijn. De verlichte, sterke leiders zullen zich binnen

afzienbare tijd ontpoppen tot de elite waartegen het

precaire radicaal-rechtse electoraat in opstand dacht te

zijn gekomen.

Laten wij kleine, gewone, werkende mensen – het radicale

midden – de krachten dus bundelen en met alle

beschikbare politieke middelen strijden voor een nieuw

systeem waarin de belangen van burgers en niet die

van bedrijven centraal staan. Laten we onszelf en elkaar

bevrijden. Dat is heel goed mogelijk. En daar is

geen gewelddadige revolutie voor nodig. We hoeven elkaar

alleen maar een beter verhaal te vertellen en daarnaar

te handelen. Jac Hielema vat het centrumlinkse

agonistische handelingsperspectief perfect samen in

zijn boek Het vierde scenario: ‘Haal vandaag nog grond,

arbeid en kapitaal uit het geldsysteem en begin onmiddellijk

met het in goed overleg uitwisselen en toewijzen

ervan.’ Zo is het. De macht van het grootkapitaal

zal als sneeuw voor de zon verdwijnen als we de gecreëerde

schaarste en afhankelijkheid opheffen door kapitaalgoederen

te democratiseren, oftewel door kapitalistisch

bezit en eigendomsrecht te vervangen voor

commonistisch delen en gemeenschapsrecht. Door via

de meent gemeenschapsgoederen te produceren en

consumeren kunnen we participeren in elkaars levensbestaan

en ons actief ontfermen over onze leefomgeving.

Een betere remedie tegen gevoelens van onbehagen,

onvrede en onveiligheid is er niet. Dat noem ik pas

ware vrijheid.

Precariërs aller landen, verenigt u! n

78 | VVP SPECIAL MAART 2026


Ruim 80 jaar hét platform voor onafhankelijk adviseurs

Word abonnee en profiteer mee!

Vakkennis

en inspiratie

voor topadviseurs!

Beste adviseur,

VVP is het enige platform in Nederland puur gericht op onafhankelijke financieel adviseurs. Missie van VVP

is adviseurs praktisch ondersteunen in hun dagelijkse adviespraktijk, het onderstrepen van het maatschappelijk

belang van onafhankelijk advies én de versterking van de trots op het eigen adviesvak. Dit doen we met

relevante kennis, praktijkgerichte tools, inspiratie, het praktijkgerichte katern Ken je vak!, een dagelijkse

nieuwsbrief, een kennissite, vakevents, etc, etc.

Meerwaarde vakblad VVP

• Vier inspirerende en ondernemende bewaaredities met in elke editie het kenniskatern ‘Ken je vak!’ met

onder meer de vertaling van Kifid-uitspraken naar de adviespraktijk en de rubriek ‘Jouw vakbekwaamheid’

• Exclusieve specials met verdieping op een adviesonderwerp

• Netwerk- en kennisbijeenkomsten met korting voor abonnees, zoals de VVP Ondernemersdag en de

vakevents Pensioen & Vermogen en Inkomen

• De Advies Awards voor de meest klantgerichte advieskantoren van Nederland – www.adviesawards.nl

• Dagelijkse e-mail nieuwsbrief

• De kennissite www.vvponline.nl

• Webinars

• Het VVP Ondernemerspanel, de gratis vraagbaak voor abonnees van VVP. Vijf vakexperts delen met u hun

kennis en geven raad over uw eigen ondernemersvraagstukken.

Word nu abonnee

Een jaarabonnement op VVP kost 63 euro. Een kleine investering die zich dubbel en dwars terugverdient.

Meld je aan op www.vvponline.nl/abonnementaanvragen en u bent abonnee van het meest complete

platform voor financieel adviseurs.


DUURZAAM ADVISEREN

Als je het bos

wilt zien, , kijk

dan niet alleen

naar de bomen

DE GELUIDEN EN GEUREN VAN HET BOS. DE FRISHEID. DE EENZAAMHEID. HIER VOELEN WE ONS

MISSCHIEN ALLEEN, MAAR NOOIT EENZAAM. WE KEREN VERKWIKT EN ONTSPANNEN TERUG

VAN BOSWANDELINGEN, ALSOF WE EEN MAGISCH LEVENSELIXER HEBBEN GEDRONKEN. HEB JE

JE OOIT AFGEVRAAGD WAAROM DIT ZO IS EN WAAROM WE ONS ZO VOELEN? IK HEB EEN GLIMP

OPGEVANGEN EN NODIG JE GRAAG UIT VOOR EEN KORTE E-BOSWANDELING.

TEKST ALAN MCSMITH

Elk jaar ben ik in Nederland voor een ‘conversatiereis’.

Op verschillende evenementen deel ik

mijn inzichten uit de natuur en hoop ik mensen

te inspireren om de onderlinge verbondenheid

van alle levensvormen op aarde in te zien

en te ervaren. Ons fundamentele welzijn is afhankelijk

van het welzijn van onze bossen, oceanen, woestijnen,

bergen, bodem, rivieren en de lucht. Hoe ziet deze relatie

eruit? En belangrijker nog, hoe kunnen we deze relatie

integreren in onze moderne wereld?

Tijdens mijn lezingen vertel ik verhalen uit de wildernis

en toon foto’s van wilde dieren. We vergeten

echter vaak dat de natuur om de hoek is en dat we voor

echte inspiratie naar buiten moeten.

80 | VVP SPECIAL MAART 2026


NATUUR

Zodra de deelnemers in het bos op de grond gaan zitten,

verdwijnen alle afleidingen en gebeurt er iets magisch.

De mobiele telefoon leidt niet langer af en ideeën

over macht en positie zijn verdwenen. Voor iedereen

blijft er alleen nog een stil, groen, lommerrijk, zoetgeurend

moment over.

De natuur is de ruimte waarin de mens het meest

verbonden is. Geven en nemen zijn er verweven en een

natuurlijke dialoog komt er gemakkelijk tot stand.

Een verblijf in de natuur is de grootste vrijetijdsbesteding

van mensen. En terecht. We weten allemaal dat

een verblijf in de natuur goed voor ons is, dat het iets

in ons herstelt. Ondanks de verdergaande verstedelijking

zijn boswandelingen nog altijd populair. Dit verhaal

is een uitnodiging om bomen op een andere manier

te bekijken.

INTELLIGENTIE

Bomen zijn intelligent. Ze kunnen met elkaar communiceren

en het gedrag van het bos beïnvloeden. Ook

bomen voeden hun jongen, ook al is het op een andere

manier dan zoogdieren dat doen. Moederbomen omzeilen

via hun verbonden wortelstelsels andere planten

en sturen actief voedingsstoffen en suikers naar hun

kroost om hun gezondheid te waarborgen.

Bomen hebben een zeer geavanceerd zelfverdedigingssysteem.

Als een boom wordt aangevallen door

een insectensoort, verhoogt de boom de hoeveelheid

gifstoffen en chemicaliën in zijn blad of schors, waardoor

ze door die insecten niet lekker meer worden gevonden.

Deze chemische intelligentie gaat zelfs verder.

Bomen geven namelijk specifieke gifstoffen af ​om specifieke

aanvallers af te weren. Ze kennen het verschil tussen

bijtende en zuigende indringers. Sommige bomen

hebben deze techniek zo ver ontwikkeld dat ze voor iedere

indringer de juist giftige verbinding samenstellen.

Maar het kan nog een stap verder. Sommige bomen

zijn, ter verdediging tegen een insectenaanval, in staat

om wespenferomonen na te bootsen, waardoor wespen

worden aangetrokken die zich, als reactie hierop, beginnen

te voeden met de boosdoeners.

Ook bomen hebben hun ‘slaap’ nodig. ’s Nachts

vindt er een actieve verandering in hun fysiologie

plaats, waarbij takken, bladeren en bloemen gaan hangen

en de omtrek van de stam iets krimpt. Het is een

rusttoestand, wachtend op de zonsopgang om de dagelijkse

processen van fotosynthese en transpiratie te

hervatten.

In dit proces gebeurt er nog iets fascinerends. De

waterdruk in het celweefsel stijgt en samen met het fysieke

ritme van krimpen en uitzetten, vindt er een fundamentele

pulserende of pompende beweging in het

transpiratieweefsel plaats. Het is een zeer langzaam patroon,

misschien eens in de paar uur. Maar desalniettemin

vergelijkbaar met een hartslag.

GEUR EN KLEUR

De zoete en verleidelijke geuren van een bos zijn zelfverdedigingschemicaliën

die door bomen worden vrijgegeven.

Ze hebben een heel andere impact op ons dan

op een plunderende rups of een hongerig hert. Deze

geuren, bekend als fytonciden, bevatten natuurlijke

chemicaliën die ons lichaam biologisch beïnvloeden en

de afgifte van feromonen activeren. Een van de meest

voorkomende bijwerkingen hiervan is de regulering

van het stresshormoon cortisol. Onze bloeddruk daalt

en we ervaren een gevoel van ontspanning en vrede.

Het inademen van boslucht helpt ons te kalmeren.

Een ander voordeel is dat het inademen van fytonciden

ons immuunsysteem versterkt. Het is officieel:

de gezondheidsvoordelen van een boswandeling zijn

nu ook wetenschappelijk bewezen! Belangrijk om dit te

weten en te begrijpen, maar intuïtief hebben we altijd

al geweten dat een boswandeling therapeutisch is.

Groen is een belangrijke kleur voor ons. Experimenten

bewijzen dat groen licht een kalmerende werking

heeft op ons zenuwstelsel, dat onze hartslag,

bloeddruk en spijsvertering reguleert. Opnieuw bewijzen

onderzoeken iets dat velen van ons intuïtief al weten:

tijd doorbrengen in een bos is essentieel voor ons

welzijn.

De reden? Ik vermoed dat het te maken heeft met

onze geschiedenis en ontwikkeling. De evolutie van

onze soort zou hebben plaatsgevonden in weelderige

bosomstandigheden waar voedsel en onderdak beschikbaar

waren, waardoor deze groene habitat ons

’thuis’ was. Het menselijk gezichtsvermogen en ons

zicht, uniek bij zoogdieren, zijn ontwikkeld om het

groene kleurenspectrum te onderscheiden. We zijn letterlijk

ontworpen om bossen te ‘zien’. En daarom voelen

we ons ook ‘thuis’ in het bos.

WAT WE NIET KUNNEN ZIEN

Als je in een bos kijkt, zie je bomen en planten, stammen,

takken en bladeren. Dood hout. Bloemen, insecten,

vogels en misschien een hert. Dit alles bevindt zich

aan de oppervlakte, het is zichtbaar voor ons. Maar

‘De natuur is de ruimte

waarin de mens het

meest verbonden is’

SPECIAL MAART 2026 VVP | 81


DUURZAAM ADVISEREN

Alan McSmith:

‘Magie volgt

vanzelf.’

denk eens aan wat je niet kunt zien. Dus als je de horizon

omdraait en wat zich onder de grond bevindt naar

de oppervlakte brengt. Dan komt er een wereld van

wonderen tevoorschijn.

Kun je je een enorme wirwar van wortels voorstellen

die elke plant in het bos met elkaar verbindt? Zie

je het enorme web van mycelium dat dit systeem met

elkaar verweeft en overbrugt, en een communicatieen

voedingsnetwerk in de bodem vormt? Een netwerk

waardoor bomen en planten doelbewust voedingsstoffen

kunnen sturen en manipuleren, verbinding kunnen

maken en empathie kunnen voelen met anderen.

Bomen leren ons dat samenwerking en empathie

volkomen natuurlijk zijn om te overleven. De mechanismen

van deze ongewone en mysterieuze symbiose,

en de betekenis ervan in breder perspectief, vormen

een van de belangrijkste ontdekkingen in onze natuurlijke

wereld. Het heeft onze kijk op bomen, bossen en

ecosystemen veranderd. Misschien is dit wat onze kijk

op het leven verandert.

Kunt u zich het ongelooflijk levendige bodemecosysteem

voorstellen met miljoenen microscopisch kleine

levensvormen, regenwormen en gravende insecten,

en kilometers aan verweven schimmels? Wanneer u

deze ‘ziet’, dan begint u misschien het bos op te merken.

Want het is in de bodem, verborgen voor het oog,

waar de primaire productie en vitaliteit zich bevinden.

Dat ervaren, voelen en weten, zou je Bosbewustzijn

kunnen noemen.

VERSCHILLEN

Bomen zijn 300 miljoen jaar oud, wij mensen zijn misschien

300.000 jaar oud. En onze bosbouwsector is 300

jaar oud. Wat een verschillen!

Diep van binnen weten we maar al te goed hoe belangrijk

bossen zijn voor het welzijn op aarde. Als we luisteren

naar de wijze lessen van bomen, dan wordt duidelijk

dat een nieuwe visie op bosbehoud noodzakelijk is.

Onze geïndustrialiseerde visie op bossen was en is

gericht op een ​maximale economische houtproductie.

We berekenen de waarde van een bos op basis van de

hoeveelheid meubels die we van het hout kunnen maken.

Dit betekende kaalkap, monocultuur en chemische

ingrepen. Het nettoresultaat van deze wereldwijde

kortzichtigheid is het afsterven van boshabitats, de

vernietiging van biodiversiteit, het verlies van zelfonderhoudende

en regulerende ecosystemen en de verwoesting

van autonome klimaatbeheersingssystemen.

OPROEP

Ter afsluiting vraag ik u om mee te werken aan bosregeneratie,

zodat ecosystemen zich kunnen herstellen.

Stop met het netjes houden van bossen en laat dood en

stervend hout in het bos achter. Het is deze wanorde

die de bodem en de heilige systemen onder de oppervlakte

voedt. Zodat we ervan kunnen blijven genieten.

Tip voor ondernemers: stop met discussies, managementsessies

en beleidsvergaderingen en nodig je team

of je relaties uit voor een boswandeling. Laat iedereen

op de grond zitten, laat iedereen de aarde voelen tussen

de tenen en laat de groene lucht diep inademen. Een

glimlach is onvermijdelijk. En magie volgt vanzelf. n

Tekst: Alan McSmith, ruim dertig jaar wildernisgids en natuurbeschermer,

gevestigd in Zuid-Afrika. Meer informatie

www.lead-wild.com. Vertaling: Willem Vreeswijk

82 | VVP SPECIAL MAART 2026



We zijn trots op onze partners

die deze VVP special

Duurzaam Adviseren mede

mogelijk hebben gemaakt

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!