24.02.2026 Views

Down up 1 - 2026

  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Stichting Downsyndroom

up

Nr. 153, lente 2026

”Ze vindt het zó leuk

dat ze kan lezen.”

Drie ervaringen met Leespraat

Een beleeftuin

voor Petralien

en iedereen

Hannah en Josephine

over opgroeien

als tweeling

Zo ziet inclusief

onderwijs eruit


Down up

21 maart:

Wereld

Downsyndroomdag

Upbeat

Op 21 maart is het Wereld

Downsyndroom Dag. Deze

datum is bewust gekozen:

21-3 verwijst naar trisomie

21, het 21ste chromosoom

drie keer. Wereldwijd

staan we deze dag stil bij mensen met

Downsyndroom, hun talenten, dromen en

hun waardevolle plek in onze samenleving.

Het thema van dit jaar is ‘samen tegen

eenzaamheid’. Mensen met Downsyndroom en

hun families kunnen zich eenzaam voelen en het

gevoel hebben dat ze geen steun krijgen. Ze hebben

bijvoorbeeld geen vriendengroep of gemeenschap

of geen dierbaar persoon om gevoelens mee te

delen. Eenzaamheid is niet alleen een verdrietig

gevoel. Het is slecht voor onze gezondheid en ons

geluk. Het kan leiden tot angstgevoelens of depressie.

Het kan ook de lichamelijke gezondheid schaden.

2

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Meedoen, vriendschap en erbij horen zijn geen

extra’s, maar basisbehoeften voor iedereen.

Op Wereld Downsyndroom Dag vragen we hier

aandacht voor.

Posters

Met elkaar maken we jong en oud met

Downsyndroom zichtbaar met de posters. De

posters worden geprint en opgehangen en

worden ruim op social media gedeeld met

#samentegeneenzaamheid.

Flashmob

In heel Nederland gaan groepen de straat op

voor een flashmob. Overal hebben groepen een

dans ingestudeerd en gaan dat 20 of 21 maart

laten zien. Hou de sociale media in de gaten met

#flashmobWDSD.

Met posters en dansen maken we ons zichtbaar

en dat helpt tegen eenzaamheid.

3


Colofon

Oplage: 3.500

Down+Up is het magazine van de Stichting

Downsyndroom (SDS). Het blad wordt

toegezonden aan alle donateurs van de SDS en

verschijnt viermaal per jaar.

Redactie

Erik de Graaf, Gert de Graaf, Regina Lamberts,

Marijke Jongebloed-Dam, Lindy Smolders

Eindredactie: MEO

Eindredactie en vormgeving

MEO, Alkmaar

Advertenties

info@downsyndroom.nl

Druk

Veldhuis Media b.v., Meppel

Kopij

Uw bijdragen voor Down+Up zijn van harte

welkom! Mail uw tekst (max. 750 woorden) naar

redactie@downsyndroom.nl. Doet u er een paar

goede foto’s bij (.jpg, minimaal 1 MB)? Met uw

bijdrage stemt u in met naamsvermelding en

(later) plaatsing op www.downsyndroom.nl.

Verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid voor de kopij blijft bij de

desbetreffende auteurs.

Copyright

Andere media worden van harte uitgenodigd

artikelen over te nemen, mits de bron correct

en volledig vermeld wordt. Verder moet contact

worden opgenomen met de oorspronkelijke bron

in geval Down+Up een tekst zelf uit een ander

blad heeft overgenomen.

Privacy

De database van de SDS is bij de Autoriteit

Persoonsgegevens ingeschreven onder nummer:

m00002494.

Landelijk bureau SDS

Industrieweg 5

7944 HT Meppel

Op werkdagen bereikbaar van 09.00 tot 17.00 uur

Tel. 0522 281337

info@downsyndroom.nl

www.downsyndroom.nl

Social Media

StichtingDownsyndroom

stichting_downsyndroom

Bankgegevens

NL60 INGB 0001651723

NL40 RABO 0367108445

Deadline volgend nummer

2 april 2026

Inhoud

Actueel

21 maart: Wereld Downsyndroomdag 3

Ondertussen op kantoor 5

Nieuws 6

Familiedag Duinrell 68

Jong kind

Sanne hoort er helemaal bij 8

Loslaten is lastig 13

Volwassenen

Hannah en Josephine

over opgroeien als tweeling 44

Bewegen en sporten

Jeu de boules met Simon 22

Down++

Een beleeftuin voor Petralien en iedereen 23

Leespraat

“Ze vindt het zó leuk dat ze kan lezen” (Eleanor) 30

“Leespraat is veel meer dan

alleen leren lezen” (Lizzy) 34

Inspelen op interesse is de sleutel (Merlijn) 38

Projecten

Zo ziet inclusief onderwijs eruit 48

Kleine Stapjes – ondersteuning die past bij jou 52

En verder

Column van Silvie 16

Hier mag Elise gewoon Elise zijn 18

Column van Mariska 28

Columnisten met Downsyndroom 41

Een rijke bron van informatie 53

Column van Christiaan 55

Voor u gelezen 56

Over boeken gesproken 60

Donatiebox 64

Giften 65

SDS-kernen 67

Op de omslag staan Virginie Lombi Kroes en haar dochters

Petralien en Liv-Irene.

(Foto: Gonny van Duine)


Down up

Nr. 153

Ondertussen

op kantoor

En ouders die geconfronteerd worden met een

school die vooral ziet wat niet lukt. Gedrag dat ‘te

veel’ is. Situaties die onhoudbaar worden genoemd.

Terwijl iedereen die het kind kent, weet dat een

kleine aanpassing in de dagstructuur al verschil

maakt. Dat een andere benadering, een beetje

voorspelbaarheid of een rustplek het gedrag

positief kan beïnvloeden.

Worstelen

met de

buitenwereld

Wanneer er in het gezin een

kindje met Downsyndroom

komt, leren we als ouders

al snel om te schakelen en

enkele verwachtingen los te

laten. Vervolgens leven we

gewoon ons leven, los van de medische ellende

die zeker de eerste jaren het leven kan bepalen.

We leren ons kind kennen, passen het tempo aan,

vieren overwinningen. Thuis vinden we onze weg.

We weten wat werkt en wat niet. We zien groei,

humor, koppigheid en trots. We leren flexibel

te zijn, creatief, geduldig. “Het wordt pas echt

ingewikkeld zodra we de voordeur opendoen.”

Dan krijgen we te maken met systemen. Met

regels die zijn bedacht voor het ‘gemiddelde’ kind.

Met formulieren waarin geen vakje bestaat voor

maatwerk. De gemeente die begripvol knikt, maar

toch zegt: dit is nu eenmaal het beleid. Een kind van

vier mag niet langer op de peuterspeelzaal blijven,

ook al zeggen alle deskundigen dat dit beter zou zijn

voor dit kind. Beter voor de ontwikkeling, beter voor de

rust, beter voor de overgang. Maar regels zijn regels.

Maar dat vraagt iets van de omgeving. Flexibiliteit

en bereidheid om niet alleen naar het kind te kijken,

maar ook naar het systeem eromheen. En daar

wringt het. De kinderen zijn niet het probleem. Het

probleem ontstaat wanneer de wereld zegt: ‘zo

doen wij het hier’, en geen stap opzij wil zetten.

En soms krijgen we samen voor elkaar dat het kind

toch nog op de peuterspeelzaal mag blijven, of dat

de school het roer omgooit. Het kost alleen vaak

zoveel tranen en energie. Ouders liggen nachten

wakker van alle beren die anderen zien, van alle

nare dingen die over hun kind worden gezegd.

Allerlei hulpinstanties leveren hun aandeel. Veel te

veel mensen zijn nodig om iets voor elkaar te krijgen.

Echte inclusie zit in de bereidheid om te luisteren.

Om af te wijken. Om te denken: wat heeft dit kind

nodig en wat kunnen wij daarin anders doen?

Gelukkig zijn er ook goede voorbeelden. Maar

afgelopen weken kregen we best veel telefoontjes

van ouders die vastliepen in de systemen.

Na dit toch wel sombere voorwoord lees je in

deze Down+Up vooral opbouwende verhalen.

Bijvoorbeeld over ouders die een beleeftuin

maakten van hun eigen achtertuin, kinderen die

profiteren van Leespraat of een inclusieve school,

en een verhaal over een tweeling. We hopen

jullie herkenning en inspiratie te bieden met dit

magazine. Gebruik het waar nodig. Heb je meer

nodig? Bel ons! Daar zijn we voor.

Regina Lamberts

Directeur SDS

reginalamberts@downsyndroom.nl

5


Down up

Tot ons groot verdriet moeten we in deze Down+Up

twee verdrietige overlijdens met jullie delen.

In memoriam: Karin de Jong

Nieuws

Op oudejaarsdag bereikte ons

het verdrietige en onverwachte

nieuws dat Karin de Jong (1972) is

overleden. Het voelt nog steeds

onwerkelijk dat iemand die zó

vol leven, energiek, warmte en

betrokkenheid was, zo plotseling

van ons is weggevallen.

Karin, moeder van Lars (18) met

Downsyndroom, was vanaf 2017

betrokken bij de Kern Groene Hart.

Samen met anderen organiseerde

zij leuke evenementen voor

kinderen en ouders in de omgeving

Groene Hart (Gouda) en later ook

regio Utrecht. Ontmoetingen en

nieuwe vriendschappen waren het

doel van de vele bijeenkomsten

bij bowlingbanen, speeltuinen,

kinder- en geitenboerderijen,

indoorspeeltuinen. Ook waren er

informatieve koffieochtenden en

nieuwjaarbijeenkomsten.

Karin was als kernouder jarenlang

een drijvende kracht voor de

Stichting Downsyndroom.

Met haar enorme hart, haar

doorzettingsvermogen en haar

oprechte aandacht voor anderen

wist ze talloze gezinnen te steunen.

Ze bracht mensen samen, gaf

richting, en stond altijd klaar met

een luisterend oor of een helpende

hand. Haar inzet heeft een

blijvende indruk achtergelaten.

We zullen Karin herinneren als

een liefdevol mens dat het

verschil maakte, juist door zichzelf

te zijn: warm, betrokken en

onvermoeibaar in haar zorg voor

anderen.

Onze gedachten gaan uit naar

haar gezin (Jan, Lars en Anoek) en

familie, en iedereen die haar van

dichtbij heeft gekend of via een

van de activiteiten. Moge haar

kracht en liefde voortleven in de

vele mensen die zij heeft geraakt.

Rust zacht, Karin. Je blijft in ons

(groene) hart.

Stichting Downsyndroom

en Kern Groene Hart & Utrecht

In memoriam: Eva

Rond kerst bereikte ons het

verdrietige nieuws dat Eva,

dochter van Simone en Gerald, op

5-jarige leeftijd is overleden. Thuis,

in het bijzijn van papa en mama

en haar twee grote broers. Eva

verbleef veel in het ziekenhuis en

was vanaf haar 1e afhankelijk van

extra zuurstof.

In de Down+Up van twee

jaar geleden hebben we nog

een artikel over Eva (en haar

vriendinnetje Pipi) geschreven.

Ook al was ze toen al zo

kwetsbaar, dit kon niemand toen

voorzien. Het is voor de familie

een grote schok. Deze zin betekent

heel veel voor het gezin, omdat

het Eva beschrijft, én alle mensen

om haar heen:

‘Straal en schitter! Want als je

liefde deelt met de mensen om je

heen straalt en schittert iedereen.’

We leven intens met hen mee.

6

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Downsyndroom in Latijns-Amerika

Een studie onder leiding van

dr. Brian Skotko (Massachusetts

General Hospital) heeft voor het

eerst een nauwkeurige schatting

gemaakt van het aantal mensen

met Downsyndroom in Latijns-

Amerika, inclusief het Caribisch

gebied, in de periode 1950–2020.

Eerder maakten de onderzoekers

al schattingen voor de VS,

Europa, Australië, Nieuw-Zeeland

en Canada. Omdat abortus

in veel Latijns-Amerikaanse

landen niet is toegestaan, ligt

de geboorteprevalentie daar

aanzienlijk hoger.

In 2020 woonden naar

schatting 574.000 mensen met

Downsyndroom in Latijns-Amerika.

Dit aantal is 2,3 keer zo groot als

in 1990. Andere regio’s lieten een

veel minder sterke groei zien of

zelfs een lichte afname, wat sterk

samenhangt met de toename

van selectieve abortussen.

Gert de Graaf van de Stichting

Downsyndroom (SDS) was eerste

auteur van dit onderzoek, dat in

januari 2026 werd gepubliceerd in

het wetenschappelijke tijdschrift

Genetics in Medicine.

Meer: https://

go.downsyndromepopulation.

org/latin-america-caribbeanfactsheet

Welke factoren beïnvloeden

selectieve abortussen?

Een andere internationale

studie onder leiding van Skotko

onderzocht welke factoren van

invloed zijn op de vermindering

van het aantal geboorten van

kinderen met Downsyndroom als

gevolg van selectieve abortussen.

In deze studie zijn uitsluitend

landen opgenomen waarin

abortus is toegestaan.

Het beschikbaar stellen van

screening én het vergoeden van

de kosten hangen het sterkst

samen met afnames in het aantal

geboorten van kinderen met

Downsyndroom. Daarnaast: een

stijgende leeftijd van moeders en

een toename van het nationale

inkomen per hoofd van de

bevolking. Voor andere factoren,

zoals religiositeit, kon geen effect

worden aangetoond.

Gert de Graaf van de Stichting

Downsyndroom (SDS) was tweede

auteur van dit onderzoek, dat in

augustus 2025 werd gepubliceerd

in het American Journal of Medical

Genetics Part A. Eerste auteur was

Petrus van Casteren, econometrist

en vader van een dochter met

Downsyndroom.

Meer: https://

go.downsyndromepopulation.org/

reduction-factors-factsheet

Nieuwe Statuten

Sinds 26 januari 2026 heeft de

Stichting Downsyndroom nieuwe

statuten. De statuten waren sinds

de oprichting (maart 1988) nooit

meer veranderd. Voor het CBFkeurmerk

was het nodig om in

de statuten te vermelden dat, als

de SDS ophoudt te bestaan (wat

we niet van plan zijn, maar voor

het geval dat), ons bezit naar

een andere ANBI gaat. Dat is nu

toegevoegd.

Verder hebben we onze officiële

naam veranderd. Bij de oprichting

heetten we Stichting Down’s

Syndroom. Dat hebben we nu

aangepast naar de naam die

we al jaren gebruiken: Stichting

Downsyndroom.

Verder heeft de notaris nog wat

bepalingen toegevoegd die

volgens de wet in de statuten

moeten staan. Zo kunnen we met

deze statuten vast weer 38 jaar

verder!

7


Down up

Sanne hoort

er helemaal bij

Tekst: Gert de Graaf | Foto’s: Marja Ekkel en Herma Wemekamp

Sanne is 11 jaar en volgt onderwijs op CBS de Schakel

in Beerzerveld. We spraken met haar ouders en het

schoolteam. Sanne is bijzonder, maar tegelijkertijd

gewoon een kind van de school.

Trudy, de moeder van Sanne, vertelt:

“Het is een prettige school met zo’n

tachtig leerlingen. Onze zoon Lucas

ging er al naartoe, en Sanne ging als

kleintje al mee met het brengen en

halen. De reguliere peuterspeelzaal

verliep ook goed, dus we gingen in gesprek.

De toenmalige directeur stond er echt open

voor. De school had geen ervaring, maar

Sanne was welkom. We hebben niet verder

gekeken.” Vader Wim vult aan: “Als je nu met

Sanne door het dorp fietst, kent iedereen haar.

Als ze ’s morgens opgehaald zou worden met

leerlingenvervoer, kent niemand haar en dan

kom je daar ook nooit en te nimmer tussen.”

Financiering rond krijgen

Trudy vertelt: “We hebben gelukkig al vroeg iemand

gevonden – Henny van Gorkum van Dichtbij Gewoon

Geluk – die ons met de papieren rompslomp rondom

het persoonsgebonden budget (PGB) hielp.” Ook toen

Sanne naar school zou gaan, moest de noodzakelijke

begeleiding worden aangevraagd. Wim: “Het PGB

aanvragen was in het begin echt drama. Er kwamen

mensen van de gemeente langs. Zodra het over geld

ging, leek het alsof het uit hun eigen portemonnee

moest komen. We hadden in de eerste jaren vier of vijf

verschillende contactpersonen en moesten steeds

8

Nr. 153


Down up

Nr. 153

opnieuw ons verhaal vertellen.

Dat was heel vermoeiend. Sinds

2022 hebben we gelukkig een

Wlz-indicatie en geen gedoe meer

met de gemeente.”

Toen Sanne startte op CBS De

Schakel, was het PGB voor de

begeleiding nog niet toegekend.

Trudy: “De directeur zei: ‘Ieder kind

moet naar school kunnen. Sanne

is welkom en ze gaat gewoon

starten.’ De school betaalde

de extra begeleiding in eerste

instantie zelf. Toen het PGB later

werd toegekend, werd het met

terugwerkende kracht vergoed.

Het was een risico voor de school,

maar het laat zien dat ze echt

voor Sanne gaan. Ook de huidige

directeur staat daar honderd

procent achter.”

Niet zielig

Directeur Johan Grobbe werkte

nog niet op CBS De Schakel

toen Sanne daar startte. “Ik

was er bekend mee. Op een

andere reguliere school heb ik

in groep 7 en 8 een leerling met

Downsyndroom in de klas gehad.

Als je er zorgvuldig mee omgaat,

biedt dat kansen. Kinderen

leren inclusiever te denken en te

relativeren. Ze reflecteren meer op

hun eigen gedrag.

Neem het buitenspelen. Als je

tikkertje gaat doen, kan Sanne

dan goed meedoen? Soms moet

je de regels uitleggen of iets

aanpassen. Of kun je beter even

apart met haar spelen? Op een

gegeven moment lossen kinderen

dat zelf op. Je ziet een eerlijke

worsteling: ‘Wil ik nu met Sanne

spelen of iets anders doen – en

kan dat wel?’ Dat is een waardevol

leerproces. En Sanne is niet zielig.

Ze is gewoon een kind. Net als

ieder ander wordt ze op haar

gedrag aangesproken.”

“Als je nu met Sanne

door het dorp fietst,

kent iedereen haar.”

Op haar plek

Trudy: “Als wij of de leerkrachten

zouden zien dat Sanne niet happy

is of het verstandelijk niet aankan,

kijken we verder.” Wim vult aan:

“Ze hoeft natuurlijk qua leren niet

het niveau van de klas te halen; ze

heeft haar eigen leerlijnen.” Trudy:

“Maar als ze niet meer op haar

plek zou zitten, bijvoorbeeld door

gedragsproblemen, dan gaat

ze naar het speciaal onderwijs.”

Wim besluit: “Een voordeel van

een gewone klas is wel dat goed

gedrag zich goed laat kopiëren.”

Ondersteuning op maat

Lianne Oude Luttikhuis legt uit wat

haar rol als begeleider inhoudt:

“In groep 1/2 was het echt nodig

om Sanne de basis te leren:

op een stoel blijven zitten, een

potlood vasthouden en spelen –

niet alleen naast, maar ook mét

andere kinderen. In die periode

was ik vrijwel voortdurend bij haar.”

Vanaf groep 3/4 nam Lianne

steeds meer afstand. “Het is

9


Down up

één van de groep. Alle kinderen

hebben begeleiding nodig bij het

leren, en bij Sanne was dat niet

anders.”

belangrijk dat Sanne samen met

de leerkracht haar eigen ding

doet en niet afhankelijk is van mij.

Ik kan de leerkracht ook op andere

vlakken ontlasten, bijvoorbeeld

door af en toe andere kinderen

te begeleiden. Zo kom je tot een

mooie samenwerking.

Nu Sanne in groep 5/6 zit, is ze

’s ochtends eerst een halfuur

in de klas. Daarna werk ik met

haar aan rekenen, op een

manier die bij haar past, omdat

het klassenniveau te hoog is.

Vervolgens gaat ze terug naar de

groep, waar ze bij verschillende

vakken geheel of gedeeltelijk

meedoet.”

Sanne in de klas

Marja Ekkel, drie dagen per week

leerkracht in groep 5/6: “Ik vind het

echt fantastisch. Sanne brengt

veel vreugde en enthousiasme,

en de kinderen houden rekening

met haar. Bovendien is ze heel

zelfstandig. Terwijl andere

kinderen ’s ochtends nog iets

willen vertellen, is zij vaak al

aan het werk uit haar map met

werkbladen.”

Lianne: “Het zelfstandig werken

is stap voor stap opgebouwd. In

haar map zitten werkbladen voor

rekenen, taal en andere vakken

die we samen hebben geoefend.

In de klas werkt ze die opdrachten

zelfstandig uit. Met een systeem

van kruisjes weet ze hoeveel

werkbladen ze moet maken en

kan ze daarna doorgaan naar het

volgende vak.”

Jeannet Visser, IB’er en

groepsleerkracht in groep 3/4:

“Zelfstandig werken ging niet

meteen vanzelf, maar Sanne kon

al snel goed lezen en dat vond ze

leuk. Bij schrijven en dictee paste ik

soms opdrachten aan: een woord

overslaan, het volgende wel

doen. Ze wilde graag meedoen

zoals de andere kinderen, en dat

stimuleerde haar enorm.”

“Red ik het wel?”

Jeannet kijkt terug op de start van

Sanne in haar groep: “In groep 3/4

moet je kinderen leren lezen en

rekenen en ben je intensief bezig.

Hoe ga ik dat ook nog met Sanne

doen? Maar dat bleek helemaal

niet nodig. Sanne was gewoon

“Wat ik me nog goed herinner, is

dat ik haar bij handvaardigheid

extra in de gaten moest houden.

Dat was een vrije situatie en dan

ging ze bijvoorbeeld lijmstiften

‘proeven’ of met haar vingers

de verf uittesten. Dan was ze

ineens weg en dacht ik: waar is

ze? Ze deed eigenlijk hetzelfde

ontdekkende gedrag als kleuters.

Dat had ze in groep 3/4 nog

steeds.”

“Nu doet ze op donderdag nog

steeds mee met handvaardigheid

in groep 3/4. Dan denk ik soms:

waar is Sanne? Niet omdat ik haar

moet zoeken, maar juist omdat ze

niet opvalt. Ze doet gewoon heel

goed mee.”

“De school

betaalde de

extra begeleiding

in eerste

instantie zelf.”

Begeleiders in je klas

Jeannet vervolgt: “In het begin zag

ik er vooral tegenop vanwege de

begeleiding. Altijd iemand in je

klas die kijkt of hoort – is dat wel

prettig? In de praktijk bleek het

een enorme aanvulling. Je kon

dingen met elkaar bespreken: heb

jij dit gezien, viel jou iets op? Lianne

was ook niet continu in de klas; ze

nam Sanne regelmatig mee voor

begeleiding, en soms ging ze ook

10

Nr. 153


Down up

Nr. 153 11

zonder haar de groep uit. Lianne hielp daarnaast ook

andere kinderen. We hebben er met zijn allen wel bij

gevaren.”

Trudy vult aan: “Leerkrachten die eraan beginnen, zien

soms beren op de weg. Maar na een paar maanden

zijn ze enthousiast. Vooral Jeannet is daar erg positief

over. Ze maakt er echt reclame voor richting andere

leerkrachten.”

“Leerkrachten die eraan

beginnen, zien soms beren

op de weg.”

Kind van de school

Marja, leerkracht in groep 5/6: “Sanne werkt bij mij heel

zelfstandig, en op bepaalde tijden werkt ze buiten de

klas met Lianne. Eigenlijk is de begeleiding niet veel in

mijn klas aanwezig.”

“Sanne is een kind van de school”, zegt Jeannet.

“Ze zit officieel in groep 6, maar werkt op sommige

momenten met groep 5/6 en op andere momenten

met groep 3/4. Iedereen kent haar, waardoor ze

net zo makkelijk bij mij aanschuift bij zwemmen,

handvaardigheid of gym.” Lianne vult aan: “Om de

week gaat ze mee naar het zwemmen in Ommen met

groep 3/4. Ze is nu bijna klaar voor diploma B. We kijken

altijd wat echt passend is voor haar.” Jeannet: “Bij

gym geldt hetzelfde. Gym in groep 6 zou te intensief

zijn in combinatie met logopedie en begeleiding

thuis op vrijdagochtend. Daarom doet ze gym en

handvaardigheid op donderdag mee met groep 3/4.”

haar leesmaatje ziek. Ik zei: lees maar even met die

groep mee. Meteen riepen kinderen: ‘Yes, Sanne,

mag je bij ons komen lezen?’. Dat is echt heel mooi

om te zien.”

Het maatjessysteem bij het buitenspelen is speciaal

voor Sanne opgezet. “Dat hebben we uit voorzorg

gedaan”, legt Lianne uit. “Niet omdat het misging,

maar omdat we wilden voorkomen dat ze alleen zou

komen te staan. We koppelen haar meestal aan twee

kinderen, want met zijn drieën kun je net iets meer

doen. We denken erover het systeem stap voor stap

te gaan afbouwen om te kijken of Sanne zelf kinderen

gaat vragen om met haar te spelen. Dat is waar

je uiteindelijk naartoe wilt: steeds een stapje meer

zelfstandigheid.”

Rekenen

Lianne: “De focus ligt op praktische vaardigheden

die Sanne later echt nodig heeft: omgaan met

geld, klokkijken en tijdsbesef. Moeilijke sommen zijn

Maatjessysteem

Jeannet: “Voor de ochtendpauze hebben we een

rooster waarop telkens twee kinderen aan Sanne

worden gekoppeld. Ze kijkt ’s ochtends wie haar

maatjes zijn en zoekt ze zelf op. In het begin vroegen

we weleens wie er met Sanne wilde spelen – maar dat

hoeft niet meer. Iedereen doet gewoon mee.”

Lianne herkent dat beeld: “Bij het samen lezen zie

je hetzelfde. We lezen elke ochtend in tweetallen of

kleine groepjes. Het is nooit: ‘Moeten wij met Sanne?’.

Integendeel.” Lachend vertelt ze: “Vanmorgen was

11


Down up

minder belangrijk; dat kan met

een rekenmachine. Begrijpen wat

één euro is, hoe laat het is en wat

dingen kosten – dát is essentieel.”

Jeannet: “We brengen rekenen

ook in de praktijk, bijvoorbeeld bij

het rondbrengen van schoolfruit.

Sanne telt, verdeelt en zorgt dat

iedereen genoeg krijgt. Ook bij

thema’s zoals ‘Smakelijk’, waar we

pudding maken, past ze rekenen

toe: wat heb je nodig, hoeveel, in

welke volgorde? Zulke opdrachten

sluiten goed aan.”

Lezen

“Lezen is een grote kracht van

Sanne”, vertelt Lianne. “Ze leest

graag, ook thuis, en beleeft daar

veel plezier aan.”

Trudy: “Wij zijn al begonnen met

Leespraat – leren lezen om de

taalontwikkeling te ondersteunen

– toen Sanne twee jaar was,

begeleid door Henny van Gorkum.

Later heb ik zelf ook de cursus

gevolgd. Het werkte heel goed.

Toen ze naar groep 3 ging, kon

ze al wat lezen. Voor de andere

kinderen was dat bijzonder, en

voor Sanne leuk om eens de beste

te zijn. In groep 3 heeft ze echt

doorgepakt, en lezen vindt ze nog

steeds heel leuk.”

Lianne: “Op school gebruiken we

Leespraat, in samenspraak met

de logopedie. Bijvoorbeeld: met

kaartjes verdelen we langere

woorden zoals ge-fe-li-ci-teerd.

Sanne leest elk stukje, draait het

laatste kaartje om, leest opnieuw

en bedenkt dat deel zelf. Lukt

dat, dan volgt ook het op een

na laatste kaartje, enzovoort.

Zo leert ze langere woorden

goed uitspreken. De logopedist

begeleidt ons en geeft tips.

Daarnaast stemmen we af op

thema’s. Ik mail haar wat we op

dit moment in de groep doen, en

zij past haar begeleiding daarop

aan. Dat vind ik erg waardevol.”

“De focus ligt

op praktische

vaardigheden

die Sanne later

echt nodig heeft.”

Toekomst en evaluatie

Johan: “Elk half jaar bekijken

we kritisch wat we Sanne nog

kunnen bieden, in overleg met

alle betrokkenen. We hebben ook

gekeken op de speciale school om

te zien hoe ze het daar aanpakken,

en de ambulant begeleider vanuit

die school adviseert elk half jaar.”

“Natuurlijk kijken we wat we haar

nog kunnen leren, maar het

belangrijkste is dat ze hier gelukkig

is”, vindt Jeannet. Lianne: “Op dit

moment zien we geen reden om

over te stappen. Ze groeit en is

happy.” Marja: “Wat we hier op

school doen, werkt gewoon goed

voor haar.”

Wat maakt dit mogelijk?

“De steun in de eerste levensjaren

van het team rondom Sanne

is heel belangrijk geweest”,

benadrukt Trudy. “Zonder Henny

van Gorkum, de fysiotherapeut,

logopedist en peuterspeelzaal was

Sanne nooit zo goed voorbereid op

school.” Trudy merkt op dat regulier

onderwijs extra inzet van ouders

vraagt. “Je moet meer zelf regelen.

Maar een groot voordeel is dat

je precies weet wat er op school

gebeurt en daar thuis goed op

kunt aansluiten.”

“Het succes valt of staat met

ouders die actief meewerken”,

benadrukt directeur Johan. “De

ouders van Sanne bieden structuur

en duidelijkheid en hebben

vertrouwen in de school, waardoor

open communicatie altijd mogelijk

is.” “Het is fijn dat de ouders ons

steunen”, vult Lianne aan. “Zo

konden we Sanne stap voor stap

– soms met wat strijd – laten

wennen aan nieuwe smaken en

structuren, zoals fruit. Haar ouders

stonden daar volledig achter.”

Trudy besluit: “Dat vertrouwen is

wederzijds. We worden serieus

genomen en kunnen meedenken.”

12

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Loslaten is

lastig, zeker bij

de inventieve Phil

Jong

kind

Tekst: Regina Lamberts | Foto’s: Tjarde en Tom

Tjarde en Tom zijn de ouders van zoon Phil (12 jaar) met Downsyndroom

en dochters Keet (10 jaar) en Lou (7 jaar). Ze wonen in Almere op een

dorpslandgoed met meerdere woningen en een sterk communitygevoel.

Daar zijn ze gaan wonen om meer van de natuur te kunnen genieten en in

verbinding te kunnen leven met de omgeving. Een belangrijke drijfveer is

het sociale aspect, waaronder andere ogen en handen bij het opvoeden

van Phil. Regina sprak Tjarde en Tom over hun zoon, het lied dat Tjarde

gemaakt heeft en een speciale actie. Op Wereld Downsyndroomdag

gaat deze speciale actie van start en zal het lied van Tjarde te horen zijn.

Tjarde: “De meiden gaan hier in

Almere naar de Vrije School en Phil

gaat naar het speciaal onderwijs in

Hilversum. En dat gaat heel goed.

Phil is heel ondernemend, heel

onderzoekend, hij gaat altijd zijn neus

achterna. Kijken wat hij allemaal kan ontdekken.”

Tom: “Hij is altijd in beweging. Motorisch sterk. En

enorm nieuwsgierig.”

Die nieuwsgierigheid is een prachtige eigenschap,

maar brengt ook uitdagingen met zich mee. Vooral

het weglopen is al jaren een thema. Tjarde: “Als je hem

buiten laat spelen en zegt: ‘Phil, ik wil je kunnen zien, je

mag hier blijven en niet de hoek om’, dan houdt hij zich

daar twee minuten aan en dan is hij toch weg. Mijn

ouders wonen hier ook. Dat helpt enorm. Maar zelfs

hier… Soms moeten we met z’n allen zoeken. Dan is hij

zijn neus achterna gegaan. Omdat hij een kat zag. Of

iets anders interessants.” Tom: “Bij onze dochters weet je

13


Down up

ongeveer: ze zijn rechtsaf gegaan, want daar wilden ze

heen. Maar bij Phil heb je echt geen idee. Dat kan links

zijn, rechts, of ergens waar je nooit aan zou denken.”

Verstoppen als spel en spanning

Verstoppen is voor Phil een spel. Voor zijn ouders is het

soms pure stress. “We zijn hem eens kwijt geweest en

toen zat hij gewoon in de wasmand”, vertelt Tjarde.

“Of hij had de sleutel van mijn ouders gepakt, de deur

opengedaan, achter zich op slot gedraaid en zat daar

rustig tv te kijken. Wij waren het hele landgoed aan het

afspeuren.”

Tom: “Hij heeft zich ook wel eens verstopt in een

vergaderkamer, onder een tafel. Dat verstoppen is echt

een ding.” Hoewel Phil wel weet dat auto’s gevaarlijk

zijn en dat je langs de weg moet lopen, vertrouwen zijn

ouders er niet volledig op. “Hij weet het,” zegt Tjarde,

“maar hij kan het ook vergeten. Of hij ziet ineens een

diertje. En dan vind ik het gewoon eng.”

“Toen hij kleiner was, naaide

ik zelfs een gps-tracker met

klittenband in zijn broekzakken.”

Gps-horloges en loslaten

Zoals veel ouders van een kind met Downsyndroom

hebben Tjarde en Tom van alles geprobeerd. “We

hebben altijd gps-horloges gehad”, vertelt Tjarde. “Toen

hij kleiner was, naaide ik zelfs een gps-tracker met

klittenband in zijn broekzakken. Met dubbele knopen. De

kleermaker lag helemaal in een scheur, want ik kwam

elke week met broeken aan.”

Nu begrijpt Phil steeds beter waarom het nodig is.

Tjarde: “Hij weet: als ik buiten ben, moet ik mijn horloge

om. Dat is vooruitgang. We hadden ooit gehoord: ‘Dat

houdt wel op rond zijn twaalfde’. Nou… dat is dus niet zo.”

Creativiteit zonder rem

Tom: “Phil is ontzettend creatief. Hij kan hele constructies

maken van spullen uit tuinkasten, touwen, hout. Dan

bindt hij alles aan elkaar en maakt iets wat zwaait of kan

botsen. Niet omdat hij iets kapot wil maken, maar omdat

hij wil weten: wat gebeurt er als ik dit doe? Dan is ineens

de hele vlonder in de tuin gebarricadeerd.

Verstoppen is voor Phil een spel.

Of hij is met zijn ‘onderzoeksset’ bezig: een tas met een

vergrootglas, een verrekijker, een pijpje. Dan blaast hij

in water om te kijken wat er gebeurt. Of hij eet sneeuw.

Dat doen meer kinderen, maar hij maakt er echt hele

inventieve experimenten van. Het vraagt constant

afwegen, je wilt hem niet de hele dag inperken. Maar

kost ook veel van je eigen energie. Als hij de hele tuinkast

overhoop haalt, pakt hij het niet vanzelf weer in. Hij moet

het proefondervindelijk leren. Soms moet je hem eerst

tien keer alles laten uitpakken voordat hij snapt: oké, dit

werkt niet.”

School: structuur en vertrouwen

Op school gaat het goed met Phil. “Het eerste jaar zat

hij in een zorgklas”, vertelt Tjarde. “Maar na een half jaar

zeiden ze: hij kan meer aan. Nu zit hij in gewone groep

op het SO, met individuele begeleiding. Hij heeft drie uur

per week één-op-één begeleiding. Vooral om hem te

helpen bij leermomenten, want spelen vindt hij leuker

dan leren.” Ook wordt hij bijgestuurd in zijn gedrag.

Tom: “Ze hebben daar een fantastisch team. Structuur,

duidelijkheid en onder andere picto’s. Dat werkt voor

hem.” De vriendschappen op school zijn heel waardevol

voor Phil, waardoor hij met veel plezier naar school gaat.

14

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Een tekening, een sweater, een boodschap

Parallel aan het lied ontstond een ander idee: een

sweater, gebaseerd op een tekening van Phil. Tom: “Hij

maakt zulke mooie tekeningen. Die creativiteit zien we

bij veel mensen met Downsyndroom.’’

Buitenactiviteiten blijven spannend. “Als ze naar het bos

gaan, krijgt hij een hesje aan met een telefoonnummer”,

vertelt Tjarde. “Dat is ook echt nodig geweest. Op een

schoolreisje was hij een keer een kwartier weg. Hij had

niets fout gedaan – hij zat gewoon rustig in een huisje –

maar ze konden hem niet vinden. Dat is precies hoe het

gaat met Phil.”

Logeeropvang en zelfzorg

Phil gaat sinds anderhalf jaar naar een logeer- en

weekendopvang: het Zandkasteel in ’s-Graveland. “Dat

vond ik heel moeilijk,” zegt Tjarde, “echt heel moeilijk.”

Tom: “We deden het ook omdat ik ziek werd. Ik had meer

tijd nodig om op te laden.” Tjarde: “Als ouder is loslaten

zó ingewikkeld. Maar je merkt ook wat het oplevert. Voor

ons. Voor de meiden. En voor Phil, want hij gaat er met

plezier heen.”

Een lied als uitlaatklep

In die periode van loslaten en zoeken begon Tjarde te

schrijven. “Ik zing al mijn hele leven, vooral voor mezelf.

In de auto, in een koor. Maar toen Tom ziek werd en

Phil ging logeren, ben ik een lied gaan schrijven. Als

uitlaatklep.”

Het lied bleef eerst liggen. Tot ze samen de serie Bennie

zagen. Tjarde: “Dat raakte ons zó. De mooie kanten,

maar ook de moeilijke. Ik herkende mezelf in die moeder

die niet kan loslaten.”

Ze pakte het lied weer op en stuurde de tekst naar haar

zwager die songwriter is. “Binnen 24 uur had hij twee

prachtige versies gemaakt. Toen dacht ik: nu moeten we

hier iets mee doen.”

Het lied vertelt niet alleen over de liefde voor Phil, maar

ook over wat Tjarde als moeder moeilijk vindt. “Het is

geen happy-peppy verhaal. Het is echt vanuit mijn hart.”

Via een buurvrouw, die het duurzame

kinderkledingmerk TYGO & vito met een collega

heeft opgezet, is het idee van de sweater verder

doorontwikkeld. Er is een kleurrijke sweater ontworpen

aan de hand van de tekening van Phil en deze zal onder

de merknaam TYGO & vito verkocht worden op Wereld

Downsyndroomdag.

De opbrengst van de sweater is bedoeld voor de

Stichting Downsyndroom. Tom: “Het gaat om erkenning

en herkenning. Om laten zien: mensen met een

beperking hebben talenten. Die mogen gezien worden.”

Tjarde: ‘’De kleurrijke trui weerspiegelt onze kleurrijke en

diverse samenleving. Wat zou het mooi zijn als deze

sweater als één van de vele voorbeelden kan bijdragen

aan inclusie.’’

“Ik herkende mezelf in die

moeder die niet kan loslaten.”

Wereld Downsyndroomdag

Rond Wereld Downsyndroomdag komt alles samen:

het lied, de trui, het verhaal van Phil. Tjarde zingt zelf de

eerste versie van haar lied en musicalactrice Céline

Purcell gaat de tweede versie zingen. Tjarde vindt het

belangrijk dat het lied gezongen wordt door iemand die

echt betekenis kan geven aan de tekst. Céline heeft veel

affiniteit met het lied en met het thema inclusie, vanuit

haar rol als moeder en als zus van een vrouw met een

verstandelijke beperking.

Het lied gezongen door Celine, wordt op Radio 10

gedraaid. Tjarde zal dan ook geïnterviewd worden door

Lex Gaarthuis, de songwriter en dj van Radio 10 met wie

ze het lied gemaakt heeft. “We willen het hele verhaal

laten horen”, zegt Tjarde. “De mooie kanten én de

ingewikkelde.” Tom: “Niet om iets mooier te maken dan

het is. Maar om eerlijk te zijn. Dit is ons leven.” Op Wereld

Downsyndroomdag wordt ook de sweater gelanceerd.

De trui wordt gepromoot en verkocht via de webshop

van de SDS.

15


Down up

Jurylid voor

de INC Awards

Column

van Silvie

Silvie Warmerdam is getrouwd en heeft drie grote zonen.

Daniël, de middelste, is 21 jaar. Silvie ziet voor Daniël een

toekomst waarin hij zo zelfstandig mogelijk kan wonen,

werken en genieten van het leven. Ze schrijft in haar

columns over het leven met Daniël in al zijn facetten.

Begin januari 2025 kreeg ik een

berichtje van Marco Jansen, van

de organisatie van de INC Awards:

“We vragen altijd één van de

winnaars van de vorige editie om

deel te nemen in de jury. En voor

deze editie kwamen we unaniem bij jou uit.

Dus…zou je willen deelnemen in de jury?” Een

vraag waar ik geen moment over hoefde na

te denken. Natuurlijk wilde ik jurylid zijn. Wat

een grote eer. En dus nam ik op 23 november

plaats op één van de gereserveerde plaatsen

voor de jury tijdens de INC Awards 2025.

Naast een grote eer, bleek jurylid zijn ook heel

inspirerend. De genomineerden waren stuk voor stuk

prachtige organisaties en initiatieven. Organisaties

opgericht en aangestuurd door mensen met een

enorm groot hart voor mensen met een beperking,

en een enorme energie om hen een plek in de

samenleving te geven. #Watalshetwellukt is niet voor

niets dé hashtag voor de INC Awards, en ook op alle

genomineerden van toepassing.

Op bezoek

Als snel kwam het voorstel om als jury op bezoek te

gaan bij de genomineerden. Dat vonden we een

goed idee en na heel erg veel heen en weer e-mailen,

en veel inzet van Marco, was er een bezoekschema.

Ik mocht samen met Marissa van der Tol en Marc

Koning van Disability Studies bij alle genomineerden

in de categorieën Werk & Dagbesteding en Onderwijs

& Opleiding langs.

Het eerste dat ons opviel is dat bijna al deze zes

organisaties zich in het zuiden en oosten van het land

bevinden. Is de lucht daar beter voor inclusie? Of is de

noodzaak misschien groter?

We kregen overal een rondleiding, spraken met

deelnemers en begeleiders. En natuurlijk was er

overal koffie en thee en kregen we (te) veel lekkers.

Van vlaai bij Bakkerij Op de Beek tot koekjes bij de

Wondere Wereld.

Het was niet zo moeilijk om bij alle bezoeken onder de

indruk te raken. De inzet, betrokkenheid en het geloof

in de cliënten, leerlingen, studenten of bewoners

spatte er bij alle organisaties vanaf. Maar we waren

daar als de jury van de INC Awards, waarbij INC staat

voor inclusie. Dus stelde ik toch steeds de vraag: ‘Hoe

zit het nu met inclusie? Hoe organiseren jullie dat?’ En

ja, bij de focus daarop zagen we toch ook verschillen

tussen de organisaties.

Inspiratie

Tijdens het juryberaad kwam daar een andere

invalshoek bij. ‘Supergoed al die initiatieven’, zeiden

we tegen elkaar, ‘Maar in hoeverre zijn ze nu in staat

16

Nr. 153


Down up

Nr. 153

om anderen te bereiken en te

enthousiasmeren? Hoe zorgen

ze ervoor dat hun initiatief

groter wordt en een rimpeling of

liever nog een golf aan inclusie

veroorzaakt?’ Langs die meetlat,

samen met hoe inclusief ze zijn,

kwamen we toch tot een winnaar

per categorie.

Tijdens de gala-avond zelf zat ik

met een knoop in mijn maag op

die gereserveerde stoel. Want

per categorie was maar één

winnaar en moesten we twee

initiatieven teleurstellen. Hoe vaak

Humberto Tan ook zei dat alle

genomineerden winnaars waren,

ging het wel degelijk om die

award.

Ik herinnerde me het gevoel van

twee jaar geleden nog veel te

goed, toen ik de zenuwen door

mijn lijf voelde gaan op het

moment dat de envelop werd

geopend.

En het mag ook om winnen

gaan. De INC Awards zetten de

schijnwerpers op de voorlopers.

Waardoor zij wat mij betreft niet

alleen erkenning krijgen voor hun

visie, durf en inzet, maar ook voor

de inspiratie die ze vormen voor

anderen. Inspiratie om ook die

extra stap naar echte inclusie te

zetten, naar echt meedoen op een

gelijkwaardige manier.

De avond liet ook zien dat inclusie,

meedoen en #watalshetwellukt

gewoon een feestje is. En dat zie

ik elke dag in de praktijk terug bij

ALEZ, ook zonder Billydans.

17


Down up

Hier mag Elise

gewoon Elise zijn

Tekst: Lindy Smolders | Foto’s: Sandra de Vries

Elise is een meisje van 16 met Downsyndroom. Sinds haar

vierde gaat ze naar Heliomare, een school voor kinderen

van 4 tot 18 jaar met een speciale ondersteuningsbehoefte.

Buiten schooltijd zocht haar moeder Sandra de Vries iets

extra’s: een plek waar Elise kon spelen en leren samenwerken.

Zo kwam zij terecht bij zorgboerderij De BuitenKans in

Bakkum-Noord. En niet alleen Elise vond daar een mooie

plek; volgens Sandra komen er wel een stuk of acht kinderen

met Downsyndroom. We spreken haar en Lieke Swart, Elises

begeleider bij De BuitenKans.

De BuitenKans is in 2005

opgericht en ligt in het

landelijke Bakkum-Noord,

vlak bij de woonplaats van

Elise. “Wat begon als een

kleinschalige zorgboerderij,

is uitgegroeid tot een veelzijdige plek waar

kinderen, jongeren en jongvolwassenen

met een zorgvraag passende begeleiding

krijgen”, vertelt Sandra. In het begin kwam

Elise slechts enkele uurtjes op zaterdag en

kreeg zij uitsluitend individuele begeleiding.

“Dat was kort, maar precies genoeg voor

Elise.” Lieke vult aan dat dit goed aansloot

bij Elises jonge leeftijd en het werken

met dieren: “Er wordt echt zorg op maat

geboden. Er is volledige aandacht en we

kunnen goed inspelen op de behoeften die

er op dat moment zijn.”

18

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Na verloop van tijd werden de

dagen uitgebreid van 9.30 tot

15.00 uur, echt een dag op de

zorgboerderij dus. Dit maakte

het voor Elise niet alleen leuker,

maar ook leerzamer. Door de

groei die zij doormaakte, werd

er eerst parallel naast de groep

gewerkt. Zo ontstonden meer

contactmomenten en kon Elise

rustig wennen aan de andere

deelnemers en begeleiders.

Uiteindelijk stroomde zij door

naar de zaterdaggroep, waar

zij nu twee keer per maand aan

deelneemt.

Stage op woensdag

Nu Elise 16 is en vanuit school

wordt voorbereid op haar

toekomst, komt zij ook op

woensdag naar De BuitenKans

om stage te lopen. Dit betekende

wel dat zij van drie zaterdagen

per maand naar eens in de twee

weken op zaterdag ging. “En ja,”

zegt Sandra lachend, “Elise vindt

het ook wel fijn om uit te slapen.”

Dat Elise via school stage kan

lopen bij De BuitenKans, vindt

Sandra heel prettig. “Het is een

vertrouwde omgeving, met

herkenbare gezichten, en dat is

voor Elise heel fijn.”

De woensdagen verschillen

van de zaterdagen. Ook de

samenstelling van de groep is

anders: op woensdag zijn de

meeste deelnemers al 18 jaar of

ouder, terwijl de zaterdaggroep

meer leeftijdsgenoten van Elise

kent. De invulling van de dag

is daardoor ook anders. “Op

woensdag is het echt werken”,

vertelt Sandra. “Alles gebeurt

in groepsverband.” Lieke vertelt

dat de woensdagen een vaste

structuur hebben. Tussen 08.45

en 09.00 uur is er inloop en om

09.00 uur start het voeren van

de dieren, waarbij Elise helpt met

de paarden. Daarna worden de

paden geveegd, waterbakken

gevuld en paddocks uitgemest.

“Het is een vertrouwde

omgeving, met

herkenbare

gezichten.”

Rond 10.00 uur is er pauze in de

kantine en wordt er samen fruit

gegeten. Vervolgens gaat de

groep terug naar de stal en zet

iedere deelnemer zijn vaste paard

buiten. Elise wisselt graag tussen

de paarden, met Vita en Klaas

als favorieten. Daarna maken ze

de stallen schoon en wordt er

gewandeld met de zorghonden

Nola en Coco. Om 12.00 uur is

er een gezamenlijke lunch in de

kantine. In de middag werkt de

groep in de moestuin, stal, keuken

of in het atelier. In overleg wordt

bekeken waar behoefte aan is. De

dag wordt gezamenlijk afgesloten.

Voor Elise zijn alle taken

uitgewerkt in een persoonlijk

pictogrammenboekje. Omdat

er op woensdagen veel in

groepsverband wordt gewerkt,

houden de begeleiders rekening

met haar behoefte aan rust.

Wanneer nodig kan zij zich even

terugtrekken, bijvoorbeeld door

rustig muziek te luisteren of een

rustige plek op te zoeken. De

werkzaamheden op De BuitenKans

bestaan uit dierverzorging, tuin-

19


Down up

maar geeft ook haar ouders

vertrouwen en rust. “Die vaste

gezichten zijn zo belangrijk”,

vertelt Sandra. “Elise voelt zich

veilig, en dat maakt dat ze echt

zichzelf kan zijn.”

Er wordt regelmatig in

groepsverband gewandeld. Elise

vindt dit niet altijd leuk, maar soms

heeft ze geluk, vertelt Sandra. Dan

gaat er iemand mee op de skelter

en mag Elise in het bakje zitten,

waardoor zij niet hoeft te lopen.

“Ze knuffelt een

paard terwijl ik

soms denk: poeh.”

en stalwerk, koken, bakken en

creatieve activiteiten. Daarnaast

worden schoolse vaardigheden

spelenderwijs onderhouden en is

er veel aandacht voor beweging

en buiten zijn.

Zaterdagen op haar eigen tempo

Op zaterdagen verloopt de dag bij

De BuitenKans wat vrijblijvender.

Elise begint de ochtend met

drie uur individuele begeleiding

van haar vaste begeleidster

Lieke, die al sinds 2019 met Elise

samenwerkt. Lieke geeft aan dat

het bijzonder is om Elises groei van

zo dichtbij te mogen meemaken.

Deze één-op-één begeleiding is

voor Elise van grote meerwaarde.

In de middag sluit zij aan bij de

groepsactiviteiten.

Elise is gevoelig voor prikkels

en kan bij drukte of onbegrip

snel overbelast raken. Op zulke

momenten kan zij vastlopen en

zich terugtrekken, waardoor het

voor haar moeilijk is om zelf om

hulp te vragen. Juist daarom

zijn een duidelijke structuur en

persoonlijke begeleiding voor haar

van groot belang.

Bij De BuitenKans wordt gewerkt

met vaste gezichten en een

herkenbare dagindeling. Dit geeft

Elise rust, overzicht en een gevoel

van veiligheid. Het persoonlijke

pictogrammenboekje helpt haar

om vooraf en gedurende de dag

te weten wat er van haar wordt

verwacht. Deze voorspelbaarheid

is niet alleen prettig voor Elise,

Dieren, energie en

zelfstandigheid

Op De BuitenKans zijn

verschillende dieren, zoals

paarden, kippen, cavia’s, konijnen,

een varken en een boerderijhond.

Elise houdt vooral van de paarden.

De kippen zijn niet haar favoriet,

omdat ze niet zo van dieren met

vleugels houdt. Maar dat doet

niets af aan haar plezier. “Ze is

onbevangen met de dieren”,

vertelt Sandra lachend. “Ze knuffelt

een paard terwijl ik soms denk:

poeh.”

In het begin was Elise angstig

rondom paarden en vond zij

alles wat nieuw was spannend,

vertelt Lieke. Door het inzetten

van de juiste pony’s heeft zij

vertrouwen kunnen opbouwen.

Door de verzorging leert zij

verantwoordelijkheid nemen, door

het knuffelen ervaart zij troost en

doordat paarden goed kunnen

20

Nr. 153


Down up

Nr. 153

spiegelen, helpen zij haar ook om naar haar eigen

gedrag te kijken. Haar angst is inmiddels volledig

verdwenen en ze verzorgt nu de grootste paarden.

Daarnaast wordt er gewerkt aan Elise haar

zelfstandigheid. Zo moest zij laatst zelf de afwas

doen. Dit wordt eerst stap voor stap aangeboden en

begeleid, waarna zij het zelf uitvoert. “Hier groeit Elise

echt van”, vertelt Sandra. “Zo worden er steeds nieuwe

doelen opgesteld en behaald.”

Vriendschappen die blijven

Wat Sandra heel belangrijk vindt, is dat Elise bij De

BuitenKans sociale contacten opdoet. Ze ontmoet

daar kinderen uit de buurt, leeftijdsgenoten van

school en van het dansen. Elise danst namelijk op

donderdag en twee groepsgenoten van het dansen

komen ook naar De BuitenKans. Zo valt alles als een

puzzel in elkaar rondom het leven van Elise. Omdat

het aangaan van sociale contacten voor haar niet zo

vanzelf gaat als bij kinderen zonder Downsyndroom, is

De BuitenKans hierin een waardevol hulpmiddel.

Zo ziet Elise daar ook Loïs, een meisje met

Downsyndroom. Loïs en Elise kennen elkaar al heel

goed. Dit komt doordat hun moeders vriendinnen zijn

geworden, omdat zij allebei een dochter hebben met

Downsyndroom. “Elise ziet Loïs echt als haar beste

vriendin”, vertelt Sandra. Daarnaast heeft Elise nog

andere vriendjes op De BuitenKans, zoals een rustige

jongen met wie zij fijn samen kan zijn. Sinds een half

jaar komt ook Siebe naar De BuitenKans, een jongen

met Downsyndroom die Elise kent via de contacten

van haar moeder. Door De BuitenKans groeit haar

sociale netwerk en voelt Elise zich echt verbonden.

methode ‘Geef me de 5’, waarbij de vragen wie, wat,

waar, waarom en wanneer worden gebruikt om

situaties helder te maken. Dit geeft Elise overzicht

en rust.

Elise is gevoelig voor prikkels

en kan bij drukte of onbegrip

snel overbelast raken.

Voor de toekomst hopen Sandra en haar man

Roel dat Elise twee of drie dagen per week naar De

BuitenKans kan voor dagbesteding, aangevuld met

een andere passende invulling. “Dat geeft ons rust

en vertrouwen,” vertelt Sandra. “We weten dat Elise

op een plek blijft waar ze veilig is, waar ze zichzelf

mag zijn en waar ze zich kan blijven ontwikkelen.” Ook

Lieke hoopt nog vele jaren met Elise samen te mogen

werken: “Elise maakt de wereld een beetje mooier.”

De BuitenKans is voor Elise meer dan een

zorgboerderij. Het is een plek van groei, plezier en

verbinding. Een plek met vertrouwde gezichten,

dieren, vriendschappen en uitdagende taken.

“Hier mag Elise gewoon Elise zijn.”

Rust en vertrouwen voor de toekomst

Elise kan zichzelf zijn op de boerderij, maar leert

tegelijkertijd samenwerken en verantwoordelijkheid

nemen. Wanneer zij behoefte heeft aan rust, is daar

ruimte voor. Ze komt met plezier, nieuwe energie en

waardevolle ervaringen terug. “Het ontzorgt ons echt,”

zegt Sandra. “We hebben volledig vertrouwen in de

begeleiding. Ze kennen Elise door en door.”

Wanneer Elise vastloopt, geeft Lieke aan dat de

begeleiding opnieuw structuur biedt binnen een

activiteit of taak. Hierbij wordt gewerkt met de

21


Down up

Jeu de boules

met Simon

Bewegen

en sport

Tekst: Regina Lamberts | Foto: familie Kranenburg

In 2020 (Down+Up 131) hebben we uitgebreid geschreven over Simon

Kranenburg en hoe hij tijdens de coronaperiode via zijn mobiele

telefoon contact hield met zijn broers en zussen. Simon woont in een

ouderinitiatief dat zijn ouders zelf zijn gestart. Het huis hoort bij een

complex met een restaurant, de Smulhoeve, en een kinderboerderij

waar Simon ook werkt. Regina sprak moeder Will Kranenburg en

Simon nogmaals. Want Simon kan heel goed jeu-de-boulen.

Jeu de boules is

een echte Franse

sport en het is dus

niet verwonderlijk

dat Simon het spel

daar veel heeft

gespeeld. De familie had een

huisje in Frankrijk en deed

mee met de gewoontes

van het dorp. Simon speelt

heel graag met oom Henk.

Het leukste: punten halen.

Zorgen dat de boule zo dicht

mogelijk bij het balletje landt.

En Simon is er goed in. En hij

heeft natuurlijk een eigen

set boules. Will: “En het is

natuurlijk lekker buiten. Het

is echt een leuke sport. Het

is jammer dat je er zo weinig

over hoort. En wat bijzonder

is: mijn man heeft Alzheimer,

maar hij kan nog wel jeu-deboulen

met Simon.”

Binnenkort

Will: ”Inmiddels heeft de gemeente

toestemming gegeven voor het

aanleggen van een jeu de boulesbaan

in de buurt. De offertes voor

de aanleg zijn ook al binnen. En

we verwachten dat die in april

geopend gaat worden. Dan kan

Simon lekker vlakbij spelen.”

”Mijn man heeft

Alzheimer, maar

hij kan nog wel

jeu-de-boulen

met Simon.”

Meer bewegen

Simon zwemt een keer per week

in hetzelfde zwembad waar zijn

oudste broer zwemles geeft.

Simon geniet daar erg van. Hij

krijgt les en zwemt wat voor

zichzelf. En Simon helpt actief mee

met zijn kamer schoonmaken.

Will komt elke woensdag en dan

gaan ze samen aan de slag. De

andere dagen werkt Simon bij de

kinderboerderij, ook lekker actief

lichamelijk werk.

22

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Een beleeftuin

voor Petralien

en iedereen

Down++

Tekst: Regina Lamberts | Foto’s: Gonny van Duinen

Virginie Lombi Kroes mailde ons over haar

inclusieve beleeftuin. Regina is gaan kijken

en sprak Virginie en haar man Wilco Kroes.

Virginie vertelde over haar leven – voor en na

de geboorte van Petralien, haar dochter met

Downsyndroom. Petralien is 11 jaar oud. Vanaf

haar geboorte is ze zowel kwetsbaar als krachtig.

Virginie studeerde verpleegkunde.

In die periode werd ze door

omstandigheden dakloos.

Ze leefde vooral in treinen,

daar was het warm. En ze was

zwanger. De vader van haar

kind was vertrokken, familie was er niet en

een vaste woonplek evenmin. Via Kadera, een

opvangorganisatie voor vrouwen met een

achtergrond van huiselijk geweld, vond Virginie

tijdelijk onderdak. “Ik vond die folder in een trein

van Amsterdam naar Zwolle. Dat ene papiertje

heeft mijn leven veranderd. Ik kon weer ergens

wonen. Tot 27 weken zwangerschap dan. Toen

werd ik opgenomen in het ziekenhuis.”

Bijzondere band

Virginie: “Ik heb Petralien vernoemd naar de

grote Petralien. De grote Petralien was mijn

praktijkbegeleidster toen ik de opleiding

verpleegkundige deed. Tijdens een evaluatiegesprek

vroeg zij mij hoe het met me ging. En dat heeft in

die periode niemand gevraagd. Het raakte me zo.

En ik kon niks anders dan huilen. Ik ben zwanger. Ik

23


Down up

huilde meteen.” De verwachte

hartoperatie hoefde niet meteen.

“We leefden echt van dag tot

dag. Elke dag kijken: wanneer

wordt ze geholpen?”

ben dakloos. Ik weet helemaal

niks. Ze heeft me zo gesteund.

Zowel financieel, maar ook echt

meedenken, zoeken naar een

veilige plek. Zij is voor mij een hele

bijzondere engel. En ik wist op dat

moment niet wat ik haar terug

kon geven. Geld had ik niet.”

”Dat ene papiertje

heeft mijn leven

veranderd.”

“Ik belde Petralien toen ik richting

de operatiekamer ging. Ik zei: ‘Ze

moet er nu uit’. Ze kwam zodra ze

kon. Ze vond de baby zo mooi. En

vroeg hoe ze heette. Ik zei: ‘Ze heet

Petralien’. Nou, alleen die blik van

grote Petralien, het is echt een

onvergetelijk moment.”

“Je mag haar ook wegdoen...”

“Na 32 weken zwangerschap

stopte het hartje van het kindje

en werd Petralien gehaald. Toen

bleek dat ze Downsyndroom

had, zeiden de artsen: ‘Je mag

haar ook wegdoen hè, want je

bent alleen.’ Ze zeiden ook: ‘Er zijn

genoeg mensen die voor zo’n

kindje kunnen zorgen.’”

Voor Virginie was er geen twijfel.

“Nee, ze gaat nergens naartoe.”

Tegelijkertijd was ze ook bang. Ze

komt van oorsprong uit Congo

en daar worden kinderen met

Downsyndroom weggestopt en

gezien als straf van God. Virginie:

“Ik was zó bang. Ik heb echt mijn

knieschijven eruit gebeden dat

God haar gewoon gezond zou

maken.” Petralien werd geboren

met trisomie 21 en een ernstige

hartafwijking: een complete

AVSD. “Dat zijn echt wel termen

waarvan je denkt: oké… en nu?”

Geboren met alles tegen –

en toch sterk

Ondanks alles liet Petralien

direct zien dat ze wilde leven. “Ze

scoorde een APGAR van acht. Ze

Dat eerste levensjaar bracht

Petralien grotendeels door in

het ziekenhuis. Eerst in Zwolle,

later in het UMCG in Groningen.

“Ze heeft het bijna een jaar

volgehouden. Toen werd ze

geopereerd. Dat alleen al…

zo’n klein meisje.” Virginie bleef

voortdurend aan haar zijde,

maar haar eigen leven stond

volledig stil. “Ik moest stoppen

met mijn studie verpleegkunde.

Ik had geen inkomen meer. Alles

wat ik had, ging op aan het

Ronald McDonald Huis. De huur

van het huisje bij Kadera had ik

opgezegd.”

Opgevangen door vreemden

Toen Petralien opnieuw ernstig

ziek werd en ademstops kreeg,

stortte alles opnieuw in. “Ze stopte

gewoon met ademen. Tijdens het

spelen, terwijl ze wakker was.” Met

spoed werd ze weer opgenomen

in Groningen. Daar bleek dat ze

blijvende nachtelijke beademing

nodig had. “Het goede nieuws is

dat we net gehoord hebben ze

er nu eind januari definitief vanaf

mag. Ik ben zo dankbaar!”

Virginie had ondertussen geen

plek om te wonen. In wanhoop

plaatste ze een bericht in een

groep voor moeders van kinderen

met Downsyndroom. “Ik schreef:

‘Ik heb een kindje met Down,

24

Nr. 153


Down up

Nr. 153

ze ligt in het UMCG, ik heb geen verblijfplaats en

geen inkomen.’” Het bericht werd gedeeld. En toen

gebeurde er iets wat Virginie nog steeds raakt. “Een

gezin in Groningen zei: ‘Dan mag je bij ons komen

wonen.’ Gewoon. Zo.” Ze bleef er ruim een jaar. “Als ik

het nu vertel, denk ik: oh wauw. Kijk waar je nu zit.”

Urgentie

Virginie: “Toen we uit Groningen weg mochten,

had ik nog steeds geen huis. Ik kreeg een

urgentieverklaring en wilde graag bij grote Petralien

in de buurt wonen. Dat lukte, ik kreeg een huisje

in Wezep. Petralien mocht naar de opvang van

Mappa Mondo, want ze kreeg sondevoeding en had

beademing nodig. Ik ging de opleiding verzorgende

doen. Doordat ik best veel verpleegtechnische

handelingen had gedaan tijdens verpleegkunde,

kon ik de verkorte opleiding doen.“

”De artsen zeiden: ‘

Je mag haar ook wegdoen hè,

want je bent alleen.’”

“Ik was geen overbezorgde moeder.”

In 2021 kwam er opnieuw een moment waarop

Virginie moest vechten om gehoord te worden.

Petralien had pijn en wees steeds naar haar oor.

Artsen dachten aan oorontstekingen. “Antibiotica,

antibiotica, antibiotica.” Maar Virginie voelde dat het

niet klopte. “Ik zei steeds: ‘Ik vertrouw het niet.’”

Eén arts van het ziekenhuis in Zwolle nam haar

eindelijk serieus. “Hij zei: ‘Als jij het niet vertrouwt, wat

kan ik voor je doen?’” Een scan volgde. Diezelfde dag

kregen we de uitslag.

“We werden gebeld terwijl ik stond te koken. We

moesten ons meteen melden. Nog diezelfde dag

gingen we met de ambulance naar Groningen.”

Wat bleek: Petralien had gebroken nekwervels. “Het

was echt heftig. Ik zag de schrik in haar ogen.” Na een

zware operatie van zes uur mocht ze drie dagen later

Ik bracht ’s ochtends Petralien naar Mappa Mondo.

En dan liep ik door naar mijn stageplek bij het

verzorgingstehuis. Daar leerde ik Wilco kennen.

Die werkte daar bij de technische dienst. Ja. En

zo rolde het balletje.” Inmiddels hebben Wilco

en Virginie een samengesteld gezin, met naast

Petralien nog twee kinderen van hen samen en

vier van Wilco.

“Ze is een vechter.”

Petralien groeide op tussen slangen, monitoren

en ziekenhuisgeluiden. Ze kreeg als een van de

eerste kinderen met Downsyndroom een speciaal

beademingskapje. Overdag gaat het inmiddels

goed. “Dan is ze een hele grote meid. Ze snapt wat

ze moet doen.” ’s Nachts blijft de beademing nodig.

“In rust zakt ze weg. Dan neemt de beademing het

over. Het is een bijzonder kind. Ze is zó sterk. Echt

een vechter.”

25


Down up

alweer naar huis. “Net voor haar

zevende verjaardag. Dat was het

mooiste cadeau dat we konden

krijgen.”

“Voor mij is Petralien

mijn levende

getuigenis.”

De trampoline die alles

veranderde

Na de operatie mocht Petralien

niet meer springen. Haar geliefde

trampoline moest weg. “Dat was

haar leven. Echt.” Ze begreep het

verlies. “Ze ging voor de deur zitten

huilen.”

Virginie voelde: er moest iets

anders komen. “Wat komt er dan

voor in de plaats?” Ze begon

te tekenen. “Ik ben helemaal

geen tekenaar,” lacht ze, “maar

ik dacht: laat me gewoon

beginnen. Inmiddels werk ik zelf

op het speciaal onderwijs, daar

heb ik ook een beetje ideeën

opgedaan. Zo kwamen we op het

idee van de snoezelruimte.”

“Ik vroeg me af waarom snoezelen

goed is voor deze doelgroep. Dat

was dus niet alleen maar voor

Petralien. En toen werd het plan

eigenlijk groter. Petralien is niet

het enige kind met een beperking

die behoefte heeft aan een

beschutte, veilige speelplek.” Zo

ontstond Stichting Belevingstuin

Petralien. “In december 2021

werden we een stichting met

ANBI-status. De weg ernaartoe

was pittig: vergunningen,

bestemmingsplannen, buren…

Maar op 13 september 2025, na

ruim vier jaar, gingen we officieel

open.”

Van angst naar trots

Virginie vertelt over haar culturele

achtergrond. “Ik ben Afrikaans. In

mijn cultuur is een kind met een

beperking een straf van God.”

Haar eerste bezoek aan een

bijeenkomst van kern Overijssel

26

Nr. 153


Down up

Nr. 153

was overweldigend. “Ik heb alleen maar

gehuild. Ik wilde weg. Ik was zó bang. Ik zag

allemaal kindjes met Downsyndroom en

de mensen vierden een feest! Hoe konden

ze nu blij zijn. Het is erg, maar zo was ik

opgegroeid.”

Jaren later voelt dat anders. “Tijdens een

informatieavond met andere ouders

voelde ik trots. Kijk waar we nu staan.” Ze

zegt: “Het was vooral de onbekendheid die

mij bang maakte.” Nu kijkt ze naar haar

dochter en zegt: “In Nederland spreken ze

van levend verlies. Voor mij is Petralien mijn

levende getuigenis.”

Gewoon Petralien

Petralien gaat naar het speciaal onderwijs,

houdt van zingen, dansen en haar pop.

“Je ziet haar nooit zonder haar pop.” Ze eet

zelfstandig, is grotendeels zindelijk en leert

lezen door middel van leespraat. “Ze heeft

wel de concentratie van een goudvis,

maar als het gaat om christelijke liederen

”Het was vooral de

onbekendheid die mij

bang maakte.”

kan ze uren dezelfde opwekking luisteren

en proberen na te zingen”, lacht Virginie.

Op dezelfde speciale school werkt

Virginie als gespecialiseerd pedagogisch

medewerker en als vertrouwenspersoon.

Virginie: “Bij het kennismakingsbezoek werd

ik helemaal enthousiast. Ik zag allemaal

kindjes met diabetes en tasjes met

sondevoeding. Ik wilde daar voor werken.”

Het leven blijft intens. Maar de

dankbaarheid overheerst: “Ik ben een

gezegend mens.”

Meer info

Stichting Belevingstuin Petralien wil graag nog een

goede verschoningsruimte en een zwembad. Wil je

helpen, of weet je iemand die kan helpen? Kijk op

www.belevingstuinpetralien.nl/financien

Contactinformatie:

info@belevingstuinpetralien.nl

@Petralien

Stichting Belevingstuin Petralien

27


Down up

Begin de dag

met een liedje

Column van

Mariska

Mariska Vink is getrouwd met Hans en

moeder van drie kinderen: Anne (2005),

Tessa (2006) en Daan (2011). Daan is een

vrolijk en aanhankelijk mannetje met

een eigen willetje, zoals elke puber. Maar

Daan is wel anders. Mariska schrijft in

haar columns over de uitdagingen en

mijlpalen in het dagelijks leven van haar

zoon met een meervoudige beperking.

Dinsdagochtend.

De wekker gaat

om 6.15 uur.

Hans doet een

spelletje op zijn

telefoon en ik

lees een boek. Langzaam

wakker worden voordat de

hectiek van de dag ons weer

overneemt. Om 6.45 uur

stap ik onder de douche en

geniet nog even van de rust.

Dan waarschuw ik Hans dat

ik klaar ben en klop op de

deur van Tessa. Ik kleed me

aan en doe in sneltreinvaart

mijn haar en make-up.

Hans heeft inmiddels onze hond

al uitgelaten en roept naar boven

dat hij er vandoor gaat. Om 7.15

uur ben ik beneden. Ik doe mijn

28

Nr. 153


Down up

Nr. 153

slippers aan en kijk om de hoek

van de deur of Daan nog slaapt.

Ik hoor nog geen geluid, dus doe

het licht in het halletje aan en laat

zijn deur op een kiertje staan. Ik

ga terug naar de keuken en laad

de vaatwasser uit terwijl ik de

tafel dek. Van lieverlee hoor ik wat

geluidjes uit de kamer van Daan

komen. Hij is wakker.

Als de tafel klaar staat, ga ik

bij hem kijken. Hij ligt helemaal

in zijn dekbed gerold en geeft

me een grote glimlach als ik

zijn CloudCuddle los rits en bij

hem op bed kom zitten. Ik zing

het Goede Morgen-liedje voor

hem, ondersteund met gebaren.

Hij kijkt er nauwelijks van op.

Daarna laat ik hem de plaat met

pictogrammen zien en wijs aan

wat we gaan doen. We gaan

naar de wc voor een schone luier,

en daarna gaan we aankleden.

Daan kijkt aandachtig mee.

“Van lieverlee hoor

ik wat geluidjes

uit de kamer van

Daan komen.”

Na enig aandringen om mee te

werken rol ik Daan uit zijn dekbed

en vind de ritssluiting van zijn

slaapzak. Eerst zijn armen eruit,

daarna zijn benen. Zijn benen

houdt hij stijf recht, maar met

wat kietelen ontspannen zijn

benen. Ik smeer Daan zijn voeten

in met dikke zalf, want hij heeft

een huidaandoening waardoor

zijn huid zo droog is dat deze

met vellen loslaat als we het niet

goed insmeren. De sokken gaan

er meteen overheen. Met het

uitdoen van het pyjamashirt helpt

Daan goed mee; twee armen

omhoog en daarna de pop

overpakken.

Nu nog opstaan uit bed en onder

het genot van weer een liedje

met mijn armen onder de oksels

naar de wc lopen. Daan probeert

onderweg twee keer om weg te

komen, maar we bereiken toch

onze bestemming. De luier is

nog droog, dus goede kans dat

hij dan nu op de wc plast. Daan

vindt de laatste tijd zijn piemel

heel interessant en deze zwaait

dan ook contant over zijn benen.

“Daan probeert

ondertussen twee

keer om weg te

komen, maar we

bereiken toch onze

bestemming.”

Ik blijf er op de badrand naast

zitten en stuur zijn piemel tussen

zijn benen in de wc. En ja hoor,

Daan plast. Ik doe op de wc zijn

trui en broek aan, help hem op

zijn benen en doe hem staand

een luier aan en hijs zijn broek op.

Om 7.45 uur zitten we aan tafel.

Gelukkig blijft hij vandaag thuis

en komt de therapeut pas

om 9.00 uur, dus dat

gaan we halen!

29


Down up

“Ze vindt het

zó leuk dat

ze kan lezen”

Leespraat

(1/3)

Tekst: Gert de Graaf | Foto’s: Benjamin Rutjens

In dit interview vertelt Machteld de Bruijn over hoe haar

dochter Eleanor wordt begeleid met Leespraat. Met steun

van ambulant begeleider Deborah van Leeuwen-Langbroek

kwamen ouders, leerkrachten en begeleiders op school tot

een werkwijze met woordkaartjes, zelfgemaakte boekjes en

een speciaal dagboek waarin Eleanor iedere dag kan lezen

wat er gaat gebeuren. “Het geeft haar rust, zelfvertrouwen

én trots”, aldus Machteld.

dochter

Eleanor is acht

jaar en heeft

Downsyndroom”,

vertelt Machteld.

“Mijn

“Ze krijgt al

begeleiding vanuit DML Zorgbureau met het

programma Leespraat sinds ze tweeënhalf

is. En dat heeft echt veel verschil gemaakt.”

De eerste stappen zette het gezin na een weekend

van Stichting Downsyndroom voor ouders van

jonge kinderen. Daarin werd uitleg gegeven over

Early Intervention. “Dat inspireerde ons om met

het programma Kleine Stapjes aan de slag te

gaan”, vertelt Machteld. “In dat kader waren we

al een beetje bezig met ook het leren herkennen

van leeswoorden, maar niet zo gestructureerd.

We hebben DML echt benaderd vanwege de

begeleiding die ze bieden bij Leespraat. Het ging

eigenlijk meteen goed. Eleanor pikte telkens iets

nieuws op.”

30

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Spelenderwijs leren

In het begin werkte Machteld vooral met

thema’s uit de gezinssituatie. “We oefenden

met gewenst gedrag, bijvoorbeeld dat ze niet

mag duwen”, vertelt ze lachend. “Tussen haar

en haar broertje was het soms een wedstrijdje

wie het eerst bij de deur was. Dan lag hij weer

op de grond. Met poppetjes speelden we

dat uit – ‘Kijk, je moet lief zijn voor elkaar’. De

begeleiders schreven de woorden erbij, zodat

Eleanor ze kon zien en lezen. Zo leerden we

tegelijk gedrag én taal.”

Een eigen boek vol woorden

Eleanor kan inmiddels veel woordjes lezen.

“We hebben eigen boekjes gemaakt met haar

woorden erin”, zegt Machteld trots. “Dan kan ze

in de klas meelezen als de kinderen lezen. En

in een speciaal boek – we noemen het haar

dagboek – schrijven we iedere dag op wat we

die dag gaan doen. Die woorden kent ze, dus ze

begrijpt wat er in de planning staat.”

“Eleanor is een theatraal

typje dat graag zingt

en danst. Daar heb ik

gebruik van gemaakt.”

Thuis gebruiken ze Leespraat vooral om dingen

uit te schrijven. “Op school doen ze er nog

veel meer mee”, legt ze uit. “Ik maak thuis vaak

visuele hulpmiddelen, zoals een overzicht

van de dagen van de week met daarop de

activiteiten. Dan kan ze elke ochtend een knijper

bij de juiste dag zetten. Zo weet ze: vandaag

komt Deborah, of haar broertje moet voetballen.

Dat geeft rust –en ze vindt het leuk om te doen.”

In het weekend en in vakanties maakt Machteld

vaak klein verhaaltjes. “We schrijven dan samen

op: ‘Vandaag gaan we naar het strand, of: ‘We

gaan spelen bij oma’. Anders bleef ze soms

maar vragen: ‘Wat gaan we doen?’ Nu kan ze

het gewoon lezen. En ze is er echt trots op – ze

vindt het zó leuk dat ze kan lezen.”

31


Down up

Van weekend naar klas

Elke maandag stuurt Machteld een verslagje naar

school. “Ik maak een klein weekendverslag met wat

foto’s en haar steekwoorden erbij. Dat gaat dan naar

de meester en de begeleiders vanuit de zorginstelling

ASVZ. Zij werken het met haar uit en maken er een

Sinds ze met het dagboek

werken, is Machteld zelf

ook actiever geworden.

echt verhaal van. Dan mag Eleanor voor de klas

staan, haar foto’s laten zien en vertellen wat ze heeft

gedaan. Ze krijgt er steeds meer plezier in.”

De meester van Eleanor is erg betrokken. “Hij denkt

echt mee: hoe kan ik haar bij de klas betrekken? Zelfs

bij dictees doet ze mee. Dan gebruikt ze haar eigen

woordjes en schrijft die over. Zo doet Eleanor op een

heel natuurlijke manier mee met de rest van de klas.”

Taal in het dagelijks leven

Sinds ze met het dagboek werken, is Machteld zelf

ook actiever geworden. “Vroeger had ik overal in huis

stickers met woordjes hangen van: dit is de deur, dit

is de kast. Maar nu, met het dagboek, kun je haar

veel actiever betrekken. Je bent nog meer met taal

bezig. Je maakt het visueel. Ik bedenk samen met

haar wat we gaan opschrijven, met tekeningetjes

erbij.”

Het werken met gedrag via Leespraat gebruiken ze

thuis minder dan vroeger. “Dat was meer toen ze

jonger was. Op school soms nog wel – bijvoorbeeld

bij de kapstok: rustig wachten, niet duwen. Het helpt

om zulke gedragsregels voor haar uit te schrijven en

samen met haar te lezen. Ze weet nu ook dat ze sorry

moet zeggen als ze iets verkeerd doet. Dat is gewoon

een vanzelfsprekendheid geworden.”

“Ze durft steeds meer”

Machteld leest met een glimlach een stukje voor

uit de notities van Deborah, Eleanors begeleidster

vanuit DML:

‘Vandaag was Eleanor een beetje sip toen ze in de

klas kwam. Ze heeft een knuffel gekregen. Ze zijn

bezig geweest met de stomme ‘e’. Eleanor heeft

woorden opgeschreven en onderstreept. Daarna

mocht ze rondlopen en de woorden aan de kinderen

voorlezen.’

“Dat vind ik zo mooi,” zegt Machteld. “Deborah sluit

echt aan bij Eleanor. Ze komt nooit met een vast

programma, maar kijkt: wat werkt vandaag? Dat

helpt enorm. Eleanor bloeit er helemaal van op. Ze

durft ook steeds harder voor te lezen. Dat is bijzonder,

want ze is eigenlijk heel verlegen.”

“We hebben eigen

boekjes gemaakt met

haar woorden erin.”

Werken aan praten

Er is nog één ding waar ze extra aandacht aan

besteden: praten. “Eleanor kan goed praten, maar

is soms wat gemakzuchtig”, zegt Machteld met een

glimlach. “Ze weet dat ze met een paar woorden al

geholpen wordt. Dan roept ze: ‘Mama helpen!’ En

dan zeggen wij: ‘Wat wil je precies?’ Tegenwoordig

willen we dan dat ze een hele zin maakt: ‘Mama, kun

32

Nr. 153


Down up

Nr. 153

jij mij helpen met…’. Ze leert dat ze eerst haar zin moet

zeggen voordat wij iets doen. Met Leespraat – omdat

ze zo’n soort zin dan vaker kan lezen – kun je dat goed

ondersteunen.”

onderdeel te maken van haar leven. Eleanor begrijpt

meer, praat meer, en ze is er trots op hoeveel ze al

kan lezen.”

Machteld is heel tevreden over Leespraat en de

begeleiding erbij. “Leespraat heeft ons echt geholpen

om taal op een leuke, betekenisvolle manier

De ambulant

begeleider

Deborah van Leeuwen-Langbroek werkt als

ambulant begeleider vanuit haar eigen bedrijf:

DML Zorgbureau. Zij vertelt: “Mijn doel is om

kinderen met Downsyndroom én ouders te

ondersteunen. Ik richt mij op Leespraat, Kleine

Stapjes en eigenlijk op alles wat hun ontwikkeling

bevordert. Ik heb bij Stichting Scope de

begeleidersopleiding Leespraat gevolgd.”

Op school merk je dat ze door Leespraat groeit.

Vorig jaar durfde ze in de kring nauwelijks iets

te zeggen. Nu vertelt ze met behulp van een

dagboekverhaaltje over haar weekend en

beantwoordt ze zelfs vragen van de meester.”

Eleanor is acht jaar en zit in een reguliere groep

vier. Deborah begeleidt haar twee keer per week

op school en is inmiddels al vier jaar bij haar

betrokken. “Ik heb de begeleiding overgenomen

van een van mijn medewerkers. In het begin

richtte ik mij vooral op Eleanors leesmotivatie:

woorden aanwijzen in boekjes, plaatjes bij

plaatjes zoeken en woorden bij woorden.

Spelenderwijs werkte ik aan de voorwaarden

voor Leespraat. Eleanor is een theatraal typje dat

graag zingt en danst. Daar heb ik gebruik van

gemaakt. Ze leert de teksten van de liedjes lezen,

en dat werkt geweldig voor haar.”

Vooruitgang

“Toen ik begon, kon ze zo’n acht woorden

lezen; inmiddels ongeveer tweehonderd. De

grootste groei kwam door de verhalen van thuis.

Sinds ongeveer een jaar schrijft haar moeder

samen met haar over wat ze meemaakt.

Door die actieve inzet van haar ouders is haar

leeswoordenschat enorm gegroeid. Ze begrijpt

nu ook steeds beter korte zinnetjes die ze leest.

Woorddelen

“Sinds kort zijn we begonnen met de

woorddelenfase. Daarin leert ze delen van

woorden steeds beter te herkennen. Zoals ‘pop’

in ‘sneeuwpop’ of ‘str’ in ‘straks’ of ’strand’. We

knippen woorden die ze kan lezen in delen. Zij

maakt die woorden dan weer heel. We doen

dat spelenderwijs met klittenbandwerkjes of

door in teksten samen te zoeken naar bepaalde

woorddelen. De woorddelenfase is een opstap

naar het uiteindelijk zelfstandig leren lezen van

nieuwe woorden”

Ouders

“Bij Leespraat is het essentieel dat ouders

meedoen. Dat lijkt simpel, maar in de praktijk

vinden ouders het soms lastig om het handen en

voeten te geven. Ze kunnen gewoon samen met

hun kind opschrijven wat ze hebben gedaan of

gaan doen. Als ouders dat oppakken, is de winst

voor het kind én het gezin enorm.”

Voor meer info: https://dmlzorg.nl

33


Down up

Inspelen

op interesse

is de sleutel

Leespraat

(2/3)

Tekst: Gert de Graaf | Foto’s: Martine Tuk-Peet

Martine Tuk-Peet is de moeder van Merlijn (10 jaar).

Zij vertelt hoe belangrijk lezen voor hem is. Leespraat

speelt daarbij een cruciale rol in zijn leesontwikkeling.

Bovendien ondersteunt deze aanpak Merlijn op

allerlei manieren in het leven van alledag.

Martine vertelt dat

Merlijn echt gek is

op lezen: “Het eerste

wat hij doet als hij

thuiskomt, is een

boekje pakken. Het is

zijn manier om te ontspannen na een

drukke dag op school. Hij leest niet

alleen boeken, maar eigenlijk alles wat

hij tegenkomt — van reclameborden tot

kranten, flyers en kaartjes die hij krijgt.

Alles waar tekst op staat, leest hij.”

Merlijns favoriete boeken zijn de boekjes van

Sprookjesboom en van Paw Patrol. Martine

legt uit: “Sprookjesboom zijn boekjes van

de Efteling, en hij is echt helemaal fan van

de Efteling. Alles wat daarmee te maken

heeft, vindt hij leuk. Paw Patrol vindt hij

ook geweldig; dat is een kinderserie op

Nickelodeon. Eigenlijk vindt hij alles leuk om te

lezen wat voor hem herkenning biedt: dingen

uit programma’s die hij leuk vindt of plekken

waar hij graag naartoe gaat. Alles wat daarbij

aansluit, spreekt hem meteen aan.”

34

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Een lang verhaal

Leren lezen vraagt om een lange adem en begint al

jong. Martine vertelt: “We zijn begonnen met voorlezen

toen hij nog maar een paar maanden oud was.

Dat zijn we eigenlijk altijd blijven doen. Voorlezen zit

standaard in ons avondritueel. Op die manier is hem

vanaf het begin veel taal aangeboden en heeft hij

liefde voor boekjes gekregen.”

Op advies van de logopedist volgde Martine in

2018 de basisworkshop Leespraat. “Merlijn was

toen bijna drie jaar. Ik kwam heel enthousiast

terug van de cursus en ging meteen aan de slag

met woordkaartjes. Ik plakte ze overal op. In eerste

instantie sprak dat Merlijn niet echt aan. Het woord

‘koekjes’ op de koektrommel vond hij wel interessant,

maar gericht oefenen – zoals een kaartje zoeken of

een woord bij een plaatje leggen – werkte nog niet.

Dat kwam pas zo’n twee jaar later. We hebben wel

veel geschreven woorden laten zien. Bijvoorbeeld

het woord ‘boterham’ naast zijn bord, of een mapje

met foto’s van alle familieleden met daaronder de

woorden ‘papa’, ‘mama’, ‘oma’, ‘opa’, enzovoort. Dat

soort boekjes vond hij altijd leuk om door te bladeren.”

”Voorlezen zit standaard

in ons avondritueel.”

Merlijns enthousiasme voor de Efteling bracht

nieuwe mogelijkheden. Martine legt uit: “Op een

gegeven moment vond ik een ingang om gericht te

oefenen. Ik maakte woordkaartjes met woorden uit

de Sprookjesboom. Dat vond hij zo geweldig dat hij

er graag mee wilde oefenen. Hij was toen vijf jaar. We

konden toen ook zaken voor hem gaan opschrijven,

wat er komen ging of wat we van hem verwachtten.”

Tempelaars. De leerkracht van school sloot daar

af en toe bij aan. Merlijn gaat naar een gewone

Montessorischool; hij heeft drie jaar in de onderbouw

gezeten en zit nu voor het vierde jaar in de

middenbouw. Sinds hij in de middenbouw zit, komt er

ook een leespraatconsulente op school: Sigrid Kranse.

Zij begeleidt ons nu ook thuis.”

Martine vindt dat ze veel heeft geleerd van de

coaching. “Ik leerde hoe je Leespraat kunt inzetten

op momenten waarop Merlijn veel weerstand laat

zien. Als het bijvoorbeeld lastig ging met aankleden,

met de ochtendroutine of met ’s avonds naar bed

gaan, leerde ik dat je punt voor punt voor hem kunt

opschrijven wat je van hem verwacht. In het begin

deed je dat in een paar grote, eenvoudige stappen;

later, toen hij steeds beter kon lezen, kon je dat verder

verfijnen.

Begeleiding

“In 2021 heb ik contact opgenomen met Huppeteam.

Zij gaven toen alleen begeleiding in Zeeland, terwijl

wij in Zuid-Holland woonden. We konden gelukkig

starten met online coaching. Om de twee weken

had ik een sessie met Leespraatconsulent Marinda

35


Down up

werd steeds uitgebreider. Kleine woordjes, zoals ‘de’,

‘het’ en ‘dat’, sloeg hij vaak over. Die vulden we dan

aan bij het opschrijven.

De logopedist gebruikte die teksten vervolgens en

onderstreepte de kleine woordjes; die moest hij

dan ook leren zeggen. Omdat het plakboekje mee

naar school ging, wisten de leerkrachten ook dat je

daarmee kon oefenen. Dat hielp hem om beter in

zinnen te gaan praten.

In het begin schreven we grote woorden op, maar

inmiddels kan ik een heel A4’tje volschrijven in mijn

eigen handschrift – en hij leest het gewoon. Hij kan

daarbij altijd even terugkijken naar de foto. Een tijdje

schreven we onderaan de tekst ook langere woorden

nog eens opgedeeld in woorddelen, zodat hij die

delen leerde herkennen. Zo heeft hij leren lezen.

En toen, op een dag, appte de juf me dat Merlijn

een gewoon boekje uit de schoolbibliotheek had

gepakt en erin zat te lezen. Dat had hij nog niet eerder

gedaan. Ineens had hij het vertrouwen dat hij dat kon.

Dat zien we vaker bij hem: hij kan lang afwachten en

kijken wat anderen doen, en dan ineens gaat hij het

zelf doen.”

We hebben dat ook op school toegepast. Zo wist

hij dat hij na aankomst op school zelf zijn jas en

schoenen uit moest doen. We noteerden instructies

voor hem vaak op een klein whiteboard. Als je

hem mee laat lezen terwijl je het opschrijft, heeft

dat nog een extra voordeel: je vertraagt daardoor

automatisch je manier van praten – en dat geeft

hem meer verwerkingstijd.”

Geleidelijk en plots

“We zijn ook een plakboekje begonnen om mee te

geven naar school en logopedie, zodat hij vanuit

zijn eigen belevingswereld iets kon vertellen. In het

begin was dat heel eenvoudig: een foto van iets wat

hij had meegemaakt met één woord eronder. Dat

is in de loop van de tijd steeds verder geëvolueerd

– van korte zinnen naar langere zinnen, van korte

verhaaltjes naar langere verhalen. Het uitgangspunt

was altijd dat ik opschreef wat hij zelf vertelde. Dat

”Op een dag appte de juf me dat

Merlijn een gewoon boekje uit

de schoolbibliotheek zat te lezen.”

In het dagelijks leven

Martine gebruikt Leespraat op verschillende

manieren in het dagelijks leven. “We gebruiken

een weekplanner. Dat is een groot whiteboard met

daarop de dagen van de week. Ik schrijf erop of

hij die dag gymles heeft, welke juffen er voor de

klas staan en of hij naar logopedie of fysiotherapie

gaat. Ik noteer ook door wie hij van school wordt

opgehaald: door mij of door de oppas. Daarnaast

gebruik ik een maandkalender, zodat hij kan zien dat

sommige dingen nog verder in de toekomst liggen.

Dat overzicht in de tijd geeft hem rust. Hij kan zelf

opzoeken wanneer iets gaat gebeuren.”

36

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Ook het kleine whiteboard wordt

soms nog ingezet. “Als Merlijn veel

weerstand biedt, bijvoorbeeld

omdat hij zich niet lekker voelt,

helpt het om stap voor stap op

te schrijven wat hij moet doen.

Bij de ochtendroutine schrijf ik in

zo’n situatie bijvoorbeeld op: eerst

naar de wc, tandenpoetsen, dan

naar beneden, boterham eten,

daarna ga je aankleden. Als je

aangekleed bent, nog een keer

naar de wc en dan naar school.

Dan kan hij precies lezen wat hij

moet doen. Wat hij af heeft, veeg

ik weg – soms doet hij dat zelf. Met

zo’n uitgeschreven schema gaat

het gewoon wat soepeler. Als ik

op die momenten tegen hem ga

praten, komt er weinig van terecht,

want dat kan zijn hoofd dan

gewoon niet verwerken.”

dat hij met de auto naar de

dierentuin gaat. Ik noteer ook wat

aandachtspunten, zoals: goed

luisteren naar de juf en meester

en bij je groepje blijven. Het helpt

hem enorm om dat op papier te

zien. De juf of meester kan hem

dan ook even op die afspraken

wijzen.”

Het uitschrijven helpt

Merlijn ook goed bij

nieuwe activiteiten.

Engels

“Merlijn kijkt graag

televisieprogramma’s met de

ondertiteling aan. Hij leest die mee

en kan het tempo goed bijhouden.

Hij leest ook songteksten mee,

zoals de liedjes van de Efteling

of van Ernst en Bobbie. Sommige

programma’s hebben geen

Nederlandse gesproken tekst,

dus dan kijkt hij met Nederlandse

ondertiteling. En dan blijkt hij

daardoor ook weer Engelse

woorden op te pikken. Dat is heel

leuk om te zien.”

Lijstjes

“Hij kan soms wel heel sterk

vasthouden aan zo’n volgorde.

Als we boodschappen gaan

doen, moet ik van tevoren goed

bedenken in welke volgorde we

de winkels doen, want afwijken

van de opgeschreven volgorde

kan ook weerstand oproepen.

Soms kun je ter plekke een lijstje

nog wel aanpassen. Hij doet dat

ook weleens zelf. Dan bedenkt hij

dat hij nog een bepaald boekje

wil kopen en schrijft hij dat erbij

op het boodschappenlijstje.”

Het uitschrijven helpt Merlijn ook

goed bij nieuwe activiteiten. “Ik

gebruik het ook wanneer hij iets

nieuws gaat doen, bijvoorbeeld

een dagje ergens naartoe met

school of met de zorgboerderij.

Dan schrijf ik voor hem op

37


Down up

“Leespraat is veel

meer dan alleen

leren lezen”

Leespraat

(3/3)

Tekst: Gert de Graaf | Foto’s: Familie Sluijter-Selbach

Dennis Sluijter en Kiki Selbach vertellen hoe hun

dochter Lizzy Sluijter dankzij Leespraat uitstekend heeft

leren lezen. Ze leggen ook uit wat deze aanpak nog

meer heeft opgeleverd: een grotere woordenschat,

betere uitspraak en meer zelfvertrouwen.

Dennis vertelt enthousiast: “Lizzy

is 14 jaar. Ze kan echt alles lezen.

De ondertiteling op de televisie

–soms gaat die natuurlijk wat

snel –leest ze vaak gewoon

helemaal mee. Ook leest ze

kinderboeken voor haar plezier, bijvoorbeeld

Tip de Muis en De Zoete Zusjes. In de garage

hebben we een speelkamer gemaakt. Daar

leest ze haar boekjes voor aan haar poppen.

Dat is zó leuk om te zien.”

Het begin

De familie Sluijter begon met Leespraat toen Lizzy

vijf jaar oud was. Dennis vertelt: “Lizzy heeft op

een gewone basisschool de kleuterklassen en

groep drie doorlopen. Maar in groep vier merkte

ze zelf dat ze weinig aansluiting meer had bij haar

klasgenoten. Toen zijn we overgestapt naar de

ZML-school waar Kiki als leerkracht-ondersteuner

werkte. Met Leespraat waren we al in de kleuterjaren

gestart. Deborah van Leeuwen-Langbroek van DML

Zorgbureau kwam één keer per week langs, zowel bij

ons thuis als op school. Wij gingen vaak op de bank

zitten om mee te luisteren. Zo konden mijn vrouw

en ik het gedurende de week ook op een speelse

manier voortzetten. Kiki begeleidt nu zelfs andere

kinderen met Downsyndroom hierbij.”

“Bij Leespraat gaat het niet zozeer om het herkennen

van losse letters, maar om het herkennen van het

hele woord. Het woord ‘appel’ lees je niet als a-pp-e-l;

je herkent het in één keer. Vaak oefenden we

dat met woordkaartjes en plaatjes. Soms gebruikten

we echte voorwerpen, zoals verschillende soorten

fruit. Dan vroegen we haar bijvoorbeeld bij een kiwi

het woordkaartje ‘kiwi’ te zoeken. Er zijn ook woorden

waarvoor geen plaatjes bestaan. Neem een woord

als ‘in’. Dat oefen je dan bijvoorbeeld met een

Playmobil-poppetje dat je in een huisje zet.”

Haar eigen ervaring

“Wij als ouders leverden materiaal aan uit haar eigen

belevingswereld: foto’s van een bezoek aan de kermis

met opa en oma bijvoorbeeld, met het woord ‘kermis’

erbij. Zo werd het leren spelenderwijs aangeboden,

helemaal aansluitend bij haar eigen ervaring. Dat is

de kracht van Leespraat”, zegt Dennis.

Hij vervolgt: “Voor Lizzy voelde het echt als spelen:

Het leek een soort speeluurtje; ze had helemaal niet

het idee dat ze aan het leren was. En door die manier

38

Nr. 153


Down up

Nr. 153

van oefenen gingen haar spraak

en woordenschat ook vooruit. Het

is veel breder dan alleen leren

lezen.”

”Het woord ‘appel’

lees je niet als

a-p-p-e-l;

je herkent het in

één keer.”

Niet spellend

Dennis benadrukt: “Ik weet

zeker dat Lizzy door Leespraat

heeft leren lezen. Het hielp

dat we zo vroeg begonnen,

het spelenderwijs aanboden

en dat de inhoud aansloot bij

haar eigen wereld. Ze heeft

absoluut niet leren lezen door

woorden letter voor letter te

spellen. Toen ze in groep drie

‘m-aa-n’ hoorde, herkende ze

daar niet het woord ‘maan’

in. Ze heeft leren lezen door

directe woordherkenning, later

aangevuld met het herkennen

van patronen in woorden. Als ze

bijvoorbeeld het woord ‘appel’

kent, ziet ze het stukje ‘ap’ ook in

‘apparaat’, of herkent ze ‘appel’

in ‘sinaasappel’. Zo leerde ze

woorddelen herkennen. Dat

helpt haar ook om woorden

beter uit te spreken. Belangrijk is

dat tijdens het hele leesproces

steeds werd aangesloten bij haar

belevingswereld.”

Nieuwe woorden

“Op een gegeven moment

kon ze honderden woorden

direct herkennen. Je merkte

dat ze daardoor ook nieuwe

woorden begon te lezen. Ze

herkende patronen. Inmiddels

kan ze moeiteloos ook lange

en ingewikkelde woorden lezen.

Soms flitst er ergens op een

reclamebord langs de weg een

woord als ‘hooggebergte’ voorbij,

en dat leest ze dan meteen. Dan

valt mijn mond weleens open

van trots. In dit geval wist ze nog

niet wat het betekende, maar dat

kun je uitleggen, en sommige

begrippen blijven dan hangen.”

Kiki vult aan: “Sommige teksten

leest ze ook echt met begrip. Als

je haar vragen stelt over wat ze

heeft gelezen, kan ze antwoorden.

Staat er bijvoorbeeld in een

39


Down up

ze rustig nog eens lezen, of je kunt

haar erop wijzen: ‘Dit hebben we

afgesproken.’ Als het geschreven

staat, krijgt het ook meer gewicht.

Het klinkt misschien vreemd,

maar zo werkt het vaak wel.”

haar te hoog op. Zo’n twee weken

van tevoren werkt prima. Dan

weet ze waar ze aan toe is en dat

geeft haar rust. Ze hoeft dan niet

steeds te vragen wanneer iets

gaat gebeuren.

verhaal dat Joep om half negen

naar school ging, dan weet ze ook

wie er naar school ging en hoe

laat Joep vertrok.”

Meerwaarde

Dennis: “Voor Lizzy is lezen veel

meer dan een vaardigheid: het

helpt haar communiceren, geeft

zelfvertrouwen en versterkt haar

spraak. We gebruiken Leespraat

ook om haar te helpen met

gedragsregels. Toen ze jong

was en zich nog niet zo goed

kon uiten, krabde of spuugde

ze soms. Het hielp om op te

schrijven wat ze niet mocht doen

en wat ze wel moest doen. Op

dit blad staat bijvoorbeeld een

lijstje met dingen die ze niet mag

doen, zoals: ‘Ik bijt niet op mijn

vingers en nagels’, of: ‘Ik heb

geen brutale mond’. Daaronder

staan positieve instructies, zoals:

‘Als ik wakker word, ga ik me

aankleden’, of: ‘Ik praat rustig en

vriendelijk’. Het opschrijven helpt

haar; gesproken woorden zijn

vluchtig. Een geschreven tekst kan

Kiki: “Lizzy helpt Dennis vaak in de

keuken. Ze kan nu zelf lezen welke

ingrediënten erin moeten. Ze kan

ook onze appjes lezen. Dat is niet

altijd even handig. Het is wel heel

leuk dat ze zelf kan appen met

opa en oma en met sommige

klasgenoten.”

Meedoen

Dennis: “We gebruiken lezen

ook om op de agenda te zetten

wat eraan komt, bijvoorbeeld

wanneer we op vakantie gaan.

Bij heel leuke dingen moet je

dat niet te ver van tevoren doen,

want dan loopt de spanning bij

”We gebruiken

Leespraat ook om

Lizzy te helpen met

gedragsregels.”

Binnenkort is het Sinterklaas.

Lizzy bladert met plezier door

allerlei catalogi met mogelijke

cadeautjes. Alles wat ze ziet, leest

ze hardop voor. Ze gaat helemaal

los en het liefst zou ze alles

krijgen. Daarvoor heeft de Sint

niet genoeg geld. Maar omdat

ze kan lezen, kan ze natuurlijk wel

helemaal meedoen.”

40

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Daphne

Westerdijk

Columnisten

met

Downsyndroom

Heey Lieve allemaal,

Ik ga weer wat vertellen en nu over

vroeger. Over Anne Frank huis, ik was

daar geweest zondag 21 December

met m’n ouders en m’n zus en m’n zwager.

Wat er allemaal is gebeurd, Anne Frank heeft

ondergedoken gezeten in het achterhuis op

de Prinsengracht in Amsterdam. Dat was in de

tweede wereldoorlog, ze heeft daar twee jaar

ondergedoken gezeten, achter het kantoor

van haar vader. Ze moesten dan overdag

heel stil zijn. Anders zouden de werknemers ze

horen. Ze is overleden in Bergen Belsen, in een

concentratiekamp. Ze was heel erg ziek, tyfus,

haar zus Margot ook. En ze zijn beide dood

gegaan door deze ziekte. Ik heb allemaal vragen

in m’n hoofd zitten, heel veel en ik begrijp het niet.

Het was heel erg indrukwekkend en emotioneel, ik

was aan het huilen, ik had het even zwaar om het

leven van Anne Frank. Ik lees nu de boek van Anne

Frank en de boek heet het Achterhuis.

Dit beetje in het kort, maar dit was het weer,

dankjewel dat ik weer heb mogen schrijven.

Groetjes van Daphne Westerdijk

41


Down up

Roel

Mijn Pommel

Pommel is een

zoogdier. Pommel

heeft een trollen kop.

De trol van Harry

Potter. Met oren van

zebra. Het lijf van de draak

en slangen staart met vork.

Pommel is schatje want heeft

vriendinnetje Pommel. Het

vriendinnetjes naam is Loeka.

Samen in de duinen samen

avontuur hier. Samen in de pijp

van buiswachter. Een pijp is een

buis. Er zijn heel veel buizen. In

zand onder de grond. De buizen

gaan naar Egypte. Dat is ver.

Daar komt een treintje aan.

Pommel en Loeka gaan in de

trein. Pommeltreinmachinist fluit

op de mond, fuuuuuuuuuuutt!

Hop, trein weg naar de Egypte.

De trein is hobbelen, bonk,

bonk, bonk. Het hobbelen is fijn.

Pommel en Loeka is stoer en

sterk. Het gaat fouiesttt, heel snel.

Pommel zegt; “Loeka, handen

vast want is echte achtbaan,

woush over kop”. Achtbaan

klaar. Daar komt spoorlift. En

dan naar beneden. Daar komt

treintje op plankje en trein gaat

draaien door buis heen naar

ander spoor. Daar komt gaatje.

De trein viel in gaatje. Daar is

kelder. De kelder is oude toiletten.

De Pommeltreinmachinist krijgt

sisseltong en WC schuif weg. Ik

zie een gaatje in de stenen vloer.

De trein ging in het gaatje in.

Dat is ook een buis. Ik zag spoor

trampoline. De trein is honke

bonken en springen. Daar

komt Egypte. De trein neus klikt

op groene knopje duwt. De

trein naar de boven. Hop stop,

we zijn buiten. Allemaal heel

veel mensen. “Hele vette reis”,

zegt Pommel. Loeka heeft trek

gekregen in de buik. Naar de

restaurant. Samen pizza eten.

Een pizza met salade, met ook

spekkie en heerlijk met dikke

laagje worst. Dus tomaten saus

ook. “Lekker gegeten Pommel?”,

vraagt Loeka. “Ik heb fijn, lekker

gegeten”. “Ik heb goeie smaak”,

praat Pommel.

Pommel en Loeka gaan in Egypte

naar de sfinx op vakantie. Wij

gaan kijken in de schatten. Tot

ziens, we zeggen strakkiessss.

Groetjes Pommel en Loeka.

(Eigelijk van Roel)

42

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Nina

Mijn column heet jongeren

met een berperking

met overgewicht.

Veel jongeren met berperking

hebben last van overgewicht

omdat ze verkeerd eten en teveel

ongezonde voeding binnen

krijgen.

En dat er een foutje in hun lichaam zit en dat

ze teveel worden verleidt in de winkels en

bij supermarkten omdat er veel ongezonde

voeding in de supermarkten ligt.

Door aanbiedingen is het voor jongeren met een

berperking lastig om voor gezonde voeding te kiezen.

Want gezonde voeding is belangrijk voor je lichaam

en ook om meer te bewegen en te sporten om vet

te verbranden en om je spieren goed op te bouwen.

Eiwitten in je voeding is belangrijk om goed te kunnen

bewegen.

Eiwitten zitten in dierlijke producten zoals vlees vis

eieren en zuivel maar ook in plantaardig alternatieven

zoals bonen kikkererwten linzen en sojaproducten.

Het is belangrijk om goed op je voeding te letten

en af en toe iets lekkers te eten en niet de vaak te

snoepen of en toe is niet erg.

Ik gebruik de eetmeter en de sportmeter en ik schrijf

alles op wat ik iedere dag eet. In het weekend mag

ik 2 extra lekkere dingen eten zoals chips ijsjes

of marsjes of stroopwafels of popcorn of handje

nootjes of snack jack of een Pizza of friet met kroket

of yofresh met een hamburger met friet.

En ook 2 lekker drankjes Radler of Spa Touch.

De eetmeter zegt ook als ik wat anders kan kiezen

zo krijg ik inzicht in wat ik allemaal goed kan eten en

drinken.

Ook kan je zien hoeveel vetten eiwitten en

koolhydraten en vezels je eet op dag en hoeveel

vocht binnenkrijgt . en zo ben ik ook afgevallen.

43


Down up

Hannah en

Josephine

Volwassen

over opgroeien

als tweeling,

Downsyndroom en een

band die voor zich spreekt

Tekst: Regina Lamberts | Foto’s: Familie van Alem

Hannah en Josephine zijn tweelingzussen. Ze groeiden samen

op in een klein dorp, deelden een jeugd vol gezelligheid, muziek

en samen dingen ontdekken. Hannah is al jaren het huis uit en

werkt als promovenda bij de Academische Werkplaats leven

met een Verstandelijke Beperking (AWVB), onderdeel van Tilburg

University. Josephine werkt bij de buurtmarkt en woont nog bij

haar ouders, maar kijkt uit naar een eigen woning. Josephine

heeft Downsyndroom. “Het is gewoon mijn zus,” zegt Hannah.

“Zo ben ik ermee opgegroeid. Ik weet niet anders.” Hannah vertelt

soms ook over het leven van Josephine. Maar ze vraagt haar zus

altijd eerst om toestemming. Josephine vindt het altijd goed.

De zussen komen uit een dorp

met ongeveer 1200 inwoners.

Klein genoeg om iedereen

te kennen, groot genoeg

om ieder een eigen plek te

hebben. Hannah: “We hebben

op dezelfde basisschool gezeten, maar

niet in dezelfde klas. Dat was een bewuste

keuze.” Josephine kleuterde een jaar langer.

Niet alleen omdat ze dat nodig had, maar

ook omdat het voor beide zussen beter was

om hun eigen groep te hebben. Hannah:

“Eerlijk gezegd ging het in die eerste jaren

veel meer over dat je alles moest delen

omdat je een tweeling bent, dan over

Downsyndroom.” Josephine: “Het was altijd

gezellig.” Hannah: “En nooit saai, er was altijd

wat te doen.”

44

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Zus zijn zonder handleiding

“Ik kreeg vaak de vraag hoe het

is het om een tweelingzus met

Downsyndroom te hebben. En

mijn antwoord was eigenlijk altijd

hetzelfde: het is gewoon mijn zus.

Je groeit ermee op. Het is niet iets

wat je elke dag vergelijkt met hoe

het ‘anders’ zou zijn.”

Dat betekent niet dat alles altijd

vanzelf ging. “Je merkt wel dat

het anders is dan bij sommige

vrienden. Maar dat zit vaak in

kleine dingen. En tegelijk: het is

ook gewoon heel leuk.” Josephine

ervaart het tweeling-zijn als iets

bijzonders. “Ja, ik vind het leuk om

een tweelingzus te hebben.” En

dat gevoel lijkt wederzijds.

”Josephine heeft

onze extra kamer

meteen tot haar

logeerkamer

gedoopt.”

Uit huis en toch dichtbij

Hannah ging in 2017 op kamers,

eerst in Nijmegen. Later verhuisde

ze met haar vriend naar Tilburg, en

sinds een half jaar woont ze weer

in Nijmegen. Hannah: “Josephine

heeft onze extra kamer meteen

tot haar logeerkamer gedoopt.”

Josephine: “Ja.”

De zussen zien elkaar ongeveer

eens in de twee weken. Daarnaast

appen ze wekelijks en logeert

Josephine zo’n een keer in de

twee maanden bij Hannah. “We

hebben ook een heel hechte

familie,” zegt Hannah, “dus we zien

elkaar vaak bij familieafspraken.”

Voor Josephine is logeren ook een

manier om even iets anders te

doen: “Dan ga ik de stad in. Even

het dorp uit.”

Digitaal verbonden

Bij Hannah en Josephine

maken digitale middelen een

vanzelfsprekend deel uit van hun

leven. Josephine gebruikt haar

tablet en telefoon dagelijks. “Ik

kijk filmpjes op YouTube. En ik kijk

Nieuwe Tijden, en Brugklas. Ik

kijk vooral filmpjes.” Daarnaast

is Josephine actief op sociale

media: “Ik heb Snapchat, TikTok,

Instagram en Facebook.” Op TikTok

plaatst Josephine soms filmpjes

van zichzelf: “Dansjes. Dansen

en zingen zijn mijn grote hobby.”

Josephine zit op dansles en heeft

thuis een karaokeset. “Die zet ik

hard aan”, zegt ze. Hannah: “Als

Josephine alleen thuis was, zette

ze de Google Home op maximaal

volume. Dan deed ze ‘Disco’.

Het hele dorp kon meeluisteren.”

Technologie als vrijheid

Digitale vaardigheden

waren in het gezin nooit iets

uitzonderlijks. “Onze moeder is

communicatieadviseur,” vertelt

45


Down up

Hannah, “dus technologie hoorde

er gewoon bij.” Josephine kreeg

rond haar vijftiende een eigen

smartphone. Niet alleen voor

haar plezier, maar ook voor de

veiligheid. Hannah: “Als Josephine

met de buurtbus of taxi ging,

konden we via ‘Zoek mijn iPhone’

zien waar ze was.” Dat bleek geen

overbodige luxe. “Ze is wel eens

te vroeg of te laat uitgestapt. En

één keer viel ze in slaap in de

bus. Toen zat ze ineens in Grave.

Maar we wisten waar ze was. En

de chauffeur heeft haar netjes

thuisgebracht.” Josephine: “Ja.”

Vragen stellen mag altijd

Josephine gebruikt haar telefoon

ook om hulp te vragen. Hannah:

“Je appte met de vraag hoe je

iemand moest verwijderen van

Snapchat. Dan maak ik een

filmpje waarin ik laat zien hoe het

moet.” Josephine kan goed lezen

en schrijven, maar gebruikt ook

spraakberichten. “Als typen te

moeilijk is,” zegt ze, “dan doe ik een

spraakbericht.” Hannah ziet hoe

waardevol dat is. “Ook al woon ik

niet meer thuis, ze kan me altijd

bereiken. Dat is echt een vorm van

zelfstandigheid.”

”Ik heb Snapchat,

TikTok, Instagram

en Facebook.”

Een anekdote laat zien hoe

digitaal vaardig Josephine is.

Voor de zestigste verjaardag

van hun moeder was een

verrassingsfeest georganiseerd.

Eén contactpersoon ontbrak.

Hannah: “Josephine pakte stiekem

de telefoon van mama, zocht

het contact op, maakte een

screenshot, appte die naar mij

en legde de telefoon weer terug.

Zonder dat mama iets doorhad.”

Josephine glimlacht trots: “Ja.” “Dat

zit er gewoon in. Ze is heel slim.”

Studeren naast het leven

Hannah studeerde

communicatiewetenschap

en werkte eerst als

communicatieadviseur. Ze

merkte dat haar interesse

lag bij communicatie voor

specifieke groepen. “Mensen met

gezondheidsproblemen, mensen

met een lage sociaaleconomische

status, groepen wiens stem niet altijd

goed vertegenwoordigd wordt.”

Nu werkt ze als promovenda

bij de AWVB en doet onderzoek

naar het online contact van

jongvolwassenen met een licht

verstandelijke beperking. Hannah:

“Mijn studiekeuze stond los van

mijn zus. Maar dit onderwerp raakt

wel aan mijn dagelijks leven.” Wat

haar drijft, is duidelijk. “Voor deze

jongeren betekent online contact

vaak toegang tot een grotere wereld.

Hun leefwereld vindt zowel offline

als online plaats. Het loopt allemaal

door elkaar.”

46

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Hannah hoopt dat jongvolwassenen met een

beperking door de bevindingen uit het onderzoek

op een fijne en veilige manier toegang krijgen tot

die wereld. En dat ouders en begeleiders beter

ondersteund kunnen worden in het begeleiden

van dit online contact. Hannah: “Als het misgaat,

is verbieden niet altijd de oplossing. Goede

begeleiding en maatwerk is dan essentieel.

Gewoon zussen

De vanzelfsprekendheid van de band tussen de

twee zussen is duidelijk. Hannah: “We appen elkaar.

We zien elkaar. We helpen elkaar.” Josephine zegt

het simpel: “Het is gezellig.” Ze leiden hun eigen

leven, maar blijven verbonden.

”Ook al woon ik niet meer thuis,

ze kan me altijd bereiken.”

Samen onderzoeken

Binnen haar onderzoek, waarvoor zij 200

jongvolwassenen wil werven, is de betrokkenheid

van ervaringsdeskundigen van groot belang. De

AWVB heeft een eigen adviesraad en twee coonderzoekers.

“Voor dit onderzoek hebben we de

vragenlijst samen met drie ervaringsdeskundigen

gemaakt”, vertelt Hannah. “En de wervingsvideo is

ook op hun advies aangepast.” Volgens haar is dat

essentieel. “Het is belangrijk om aan te sluiten bij de

leefwereld van de groep die je onderzoekt.”

Binnen het onderzoek wordt gebruik gemaakt

van gevalideerde methoden die passen bij de

doelgroep, zoals diepte-interviews en online

vragenlijsten. Dit zorgt ervoor dat het onderzoek

aansluit op hun leefwereld. De inspiratie die Hannah

uit haar eigen leven met Josephine haalt, draagt

mede bij aan de mensgerichte aanpak van het

onderzoek.

Het onderzoek van Hannah: Online contact

van jongvolwassenen met een (licht)

verstandelijke uitdaging

Een appje, een like of een reactie: online contact

lijkt tegenwoordig voor velen een belangrijke

manier om in verbinding te zijn met de wereld

om hen heen. Toch is dit online contact niet voor

iedereen vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld voor

jongvolwassenen met een (licht) verstandelijke

beperking. In dit onderzoek wordt gekeken wat

het belang is van online contact voor deze

jongvolwassenen en hoe dit online contact

ondersteund kan worden. Elke afgeronde studie

wordt omgezet in concrete producten voor de

(zorg)praktijk, zoals een infographic of vlog. Dit

doen we aan de hand van wetenschappelijke

inzichten én de ervaringsverhalen van mensen

met een licht verstandelijke beperking.

Het onderzoek vindt plaats bij Academische

Werkplaats leven met een Verstandelijke

Beperking (AWVB), onderdeel van Tilburg

University, onder begeleiding van Prof. Dr. Petri

Embregts en Dr. Noud Frielink.

Vooruitkijken: een eigen huis

Josephine kijkt uit naar haar volgende stap:

zelfstandig wonen in een ouderinitiatief. De bouw

liep vertraging op – er bleek een vleermuis te

overwinteren – maar de plannen zijn af. Josephine:

“Ik ga in hetzelfde dorp wonen, maar in een andere

wijk. Ik heb er veel zin in”

Samen met Hannah maakte ze al een moodboard.

Josephine: “Roze met glitters. Planten. Boeken,

sfeerverlichting. En een koekjespot!” Hannah:

“Die stond bovenaan.” Josephine krijgt een eigen

badkamer. “Dat vind ik heel fijn.”

Wil je meer weten of je aanmelden als

deelnemer? Neem dan contact op met Hannah

via j.l.l.vanalem@tilburguniversity.edu

Heb jij een tweeling waarvan één of beide

kinderen het Downsyndroom hebben?

Dan ben je van harte welkom op onze gezellige

ontmoetingsdag voor tweelinggezinnen op

18 april in Zeumeren. Zie onze agenda op

www.downsyndroom.nl

47


Down up

Zo ziet inclusief

onderwijs eruit

Projecten

Tekst: Gert de Graaf en Regina Lamberts | Foto: beelden van het project

Wat betekent het nu écht om een leerling met

Downsyndroom in de klas te hebben? Voor veel reguliere

scholen en leerkrachten blijft dat een abstracte vraag.

Goede beeldvorming is daarom essentieel. Het helpt

ouders bij de aanmelding van hun kind én het vergroot

de kans dat meer kinderen met Downsyndroom een

goede start krijgen in het regulier onderwijs. Met het

project Beeldvorming voor het onderwijs maken we die

dagelijkse praktijk zichtbaar en concreet.

Onlangs maakten

regisseur Pepijn

Kortbeek,

cameravrouw

Graciela

Rossetto en

SDS-medewerker Gert de Graaf

filmopnames op vier verschillende

reguliere scholen, en namen ze

interviews af met de betrokkenen.

Deze beelden en interviews zijn

verwerkt tot korte, overzichtelijke

modules die samen een realistisch

en compleet beeld geven van het

schoolleven met een leerling met

Downsyndroom.

De filmbeelden laten zien hoe onderwijs,

begeleiding en samenwerking er in de

praktijk uitzien. Niet vanuit theorie, maar

in een echt klaslokaal.

48

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Met deze modules dragen we bij aan realistische

verwachtingen, betere voorbereiding en vooral:

meer kansen op inclusief onderwijs voor kinderen

met Downsyndroom.

Vier scholen

Alle facetten van het schoolleven

De modules behandelen zes herkenbare thema’s:

1. De keuze voor regulier onderwijs

Waarom kies je hiervoor en wat levert het op? Hoe

verloopt aanmelding en toelating?

2. Organisatie en ondersteuning:

Welke ondersteuning is nodig en hoe wordt die

georganiseerd?

3. Leren en schoolse ontwikkeling

Wat betekent passend onderwijs in de dagelijkse

lespraktijk?

4. Sociale ontwikkeling

Hoe verlopen sociale contacten en

vriendschappen binnen en buiten de klas?

5. Samenwerking en afstemming

Hoe werken ouders, leerkrachten en andere

betrokkenen samen? Ook bij specifieke

uitdagingen.

6. Aanraders en toekomst

Wat raden de betrokkenen andere scholen aan?

Wat hopen en willen zij met hun leerling bereiken?

Dorpsschool in Friesland

Wij filmden Jelmer Acronius in groep 1 van

dorpsschool Bernemienskip De Greide in Friesland.

Zijn moeder, Klaske Acronius, vertelt: “De keuze voor

regulier onderwijs was voor ons vanzelfsprekend.

We kozen hier ook bewust voor vanwege de talige

omgeving.”

Vader Ronald de Jong vult aan: “Daarnaast speelde

het sociale aspect een grote rol: het elkaar kennen in

het dorp. Kinderen weten wie Jelmer is.”

Doordat de beelden afkomstig zijn van vier

verschillende scholen, ontstaat een breed en

genuanceerd beeld. Zo zien scholen dat er

meerdere manieren zijn waarop een leerling met

Downsyndroom kan leren, meedoen en tot bloei kan

komen binnen het regulier onderwijs.

Vrij toegankelijk, grote impact

Alle modules zijn gratis beschikbaar en te vinden op

de website van de SDS, onder het kopje ‘Onderwijs’.

Ouders kunnen scholen hier eenvoudig op wijzen bij

de aanmelding van hun kind. Scholen krijgen zo de

tijd en ruimte om zich goed voor te bereiden, wat

zorgt voor meer vertrouwen aan beide kanten.

49


Down up

Ook groepsleerkracht Baukje van der Hem herkent dit:

“Voor het contact met dorpsgenootjes vind ik dit heel

waardevol. Jelmer hoort er gewoon bij, en dat voelen

de andere kinderen ook zo. Jelmer is gewoon Jelmer

en in die zin niet anders dan de rest. Dat gaat heel

natuurlijk. Ik denk dat ieder kind dat net iets anders

is een meerwaarde heeft voor de groep, omdat alle

kinderen daarvan leren.”

Vier leerlingen met Downsyndroom

Op basisschool Willem van Oranje in Woerden

(provincie Utrecht) konden wij vier leerlingen met

Downsyndroom filmen. Begeleider Juli-Anne Speet

vertelt: “We hebben twee meisjes in groep 1-2, één

meisje in groep 3 en één meisje in groep 5. Eén keer

per dag doen we met de vier meiden de kleine kring.

Die bestaat uit verschillende onderdelen, zoals de

dagen van de week, het weer, en het uitbreiden van

de woordenschat en leren lezen met Leespraat.”

“Dit schooljaar hebben we in de kleine kring ook

gewerkt aan praten met een zachte stem, in plaats

van uit enthousiasme heel hard te praten. Dat kun je

hier op een positieve en veilige manier oefenen – en

daar hebben de meiden ook veel aan in de klas.”

Een diverse school

Op basisschool De Diamant in Someren ontmoetten

wij Ayana Suleiman uit groep 4. Ayana heeft

Koerdische ouders. We spraken met haar moeder,

Hadiyah Haji, en haar zus Amel.

Amel vertelt over de keuze voor regulier onderwijs:

“Elke dag helemaal alleen met het busje naar

Helmond zagen we niet echt zitten voor Ayana.

Bovendien kenden we deze school al: mijn zus en

ik hebben hier ook op school gezeten. Het is een

heel fijne en open school, met kinderen met diverse

achtergronden.”

Groepsleerkracht Marly Lamerikx-Lempens vertelt: “Ik

had zeker twijfels toen Ayana in mijn klas zou komen.

50

Nr. 153


Down up

Nr. 153

School met de Bijbel

Daan Scheurwater zit in groep 7 van de School met de

Bijbel in Gameren (Gelderland). Op 21 mei waren we

daar te gast.

Matthijs Roest was al directeur ten tijde van de

aanmelding van Daan: “Daan zit nu bijna in groep 8,

dus de aanmelding is al jaren geleden. Ik kreeg destijds

de vraag van zijn ouders en dat vond ik een heel mooie

vraag. We leven in een tijd waarin we van passend

onderwijs steeds meer richting inclusief onderwijs gaan.

Als school hebben we daar een duidelijke visie op: wij

staan voor thuisnabij, passend christelijk onderwijs. Het

liefst zie ik dat alle kinderen uit het dorp hier naar school

kunnen.”

Niet of ze in de klas hoorde, maar meer: ‘kan ík dat

wel?’. Ter voorbereiding heb ik in de zomervakantie

een boek over Downsyndroom gelezen en

aantekeningen gemaakt over wat je wel en niet moet

doen. Daarna moet je er gewoon aan beginnen. Ik

vind dat het heel goed gaat in de klas, ook sociaalemotioneel.

Ayana neemt zelf initiatief en andere

kinderen komen naar haar toe.”

Groepsleerkracht Sarah van Wette (groep 7) vult aan:

“Je kunt een klas zien als een minisamenleving, met

kinderen met allerlei achtergronden en verschillende

levens. Daarin past ook een kind als Daan. Het is mooi

dat kinderen in zo’n samenleving leren omgaan met

elkaar – nu in het klein en hopelijk later ook in het groot.

In de praktijk zijn er heel mooie momenten. Soms zijn er

ook moeilijke momenten, maar die beleef je met elkaar.”

Dit project is financieel mogelijk gemaakt

door Stichting Upside Down, Vaillantfonds,

Stichting Gehandicapte kind en Ars Donandi.

51


Down up

Kleine Stapjes

ondersteuning

die past bij jou

Projecten

Tekst: Regina Lamberts, Myream Mijnders-van Hinte | Afbeelding: Groeikaart en Cover Veldgids

Ouder zijn van een jong kind met Downsyndroom is

bijzonder, intens en soms ook overweldigend. Je krijgt veel

informatie, adviezen en goedbedoelde tips. Maar wat

past nu écht bij jou, bij je kind en bij jullie leven? In 2024

zijn we gestart met het project Kleine Stapjes, speciaal

om ouders van jonge kinderen met Downsyndroom beter

te ondersteunen. Dankzij financiering van de overheid

konden we samen met bureau Reframing Studio

onderzoeken hoe we Kleine Stapjes toegankelijker en

waardevoller kunnen maken voor álle ouders.

Al snel werd

duidelijk:

ouders

verschillen

enorm in hun

behoeften.

De één wil zich verdiepen,

lezen en zelf keuzes maken.

De ander zoekt juist houvast

bij professionals. Sommige

ouders willen vooral feiten en

kennis, anderen vertrouwen

meer op gevoel en intuïtie.

En vaak wisselt dat ook nog

eens per fase, per onderwerp

of simpelweg per dag.

Met behulp van een enquête

en verdiepende gesprekken

ontdekten we dat je deze

verschillen kunt zien als een

continuüm. Er is geen goed of

fout – er is alleen wat op dit

moment bij jou past.

Van weten naar voelen

De Stichting Downsyndroom is

sterk in het delen van kennis en

informatie. Dat blijft belangrijk.

Maar we realiseerden ons ook:

voor ouders die meer op gevoel

werken, is informatie alleen niet

genoeg. Zij zoeken erkenning,

vertrouwen en praktische steun

die aansluit bij het dagelijks leven.

Daarom hebben we samen met

Reframing Studio nieuw materiaal

ontwikkeld dat veel meer uitgaat

van gevoel, herkenning en kleine

successen.

Een veldgids: Kleine Stapjes

in het echte leven

We maakten een folder die

Kleine Stapjes op een heel

andere manier benadert. Geen

stappenplan dat ‘moet’, maar

een uitnodiging om te ontdekken

wat bij jullie past. De folder laat

52

Nr. 153


Down up

Nr. 153

zien hoe Kleine Stapjes verweven kan zijn met het

gewone leven en met alle hulp die ouders vanaf

het begin krijgen aangeboden.

Je vindt er:

• suggesties om rustig te starten

• ruimte om je eigen weg te kiezen

• steun voor momenten waarop het even tegenzit

• en ideeën om elke ontwikkelstap – hoe klein ook

– te vieren als een feestje.

Nieuw: groeikaarten bij elk stapje

Daarnaast hebben we groeikaarten ontwikkeld. Bij

ieder stapje in de webversie van Kleine Stapjes hoort

nu een kaart die je kunt downloaden en printen.

Deze kaarten kun je:

• bij je houden als houvast

• delen met de peuterspeelzaal of kinderopvang

• gebruiken samen met een fysiotherapeut of

logopedist

• meegeven aan anderen die betrokken zijn bij de

ontwikkeling van je kind

Zo weet iedereen: dit is het stapje waar we nu zijn,

dit is wat past en leuk is voor dit moment.

Nieuwe trainingen

Voor ouders en professionals die meer willen

weten hoe je praktisch aan de slag kunt gaan

met Kleine Stapjes, hebben we ook een nieuwe

training ontwikkeld. Deze training is opgebouwd

uit vijf modules die ook los te volgen zijn. De eerste

workshop gaat over hoe je kunt starten met

Kleine Stapjes. In de vervolgworkshops komen de

verschillende ontwikkelingsdomeinen aan bod.

Vanaf februari tot en met juni wordt eens per

maand op dinsdagavond een module aangeboden.

Opgeven kan via www.downacademy.nl.

Kleine Stapjes, grote betekenis

Met dit project willen we laten zien: ontwikkeling

hoeft niet groots en snel. Het zit juist in de kleine

momenten, de herhaling, het plezier en het

vertrouwen. Kleine Stapjes groeit mee met jou,

met je kind en met jullie leven.

Want elke stap telt. En elke ouder kan daarin op

zijn of haar eigen manier ondersteund worden.

Wil je met Kleine Stapjes beginnen? Kijk op

https://winkel.downsyndroom.nl/product/kleinestapjes-webversie/

Dit project is financieel mogelijk gemaakt

door het Ministerie van VWS (DUS-I).

53


Down up

54

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Blauw glas

Christiaan Jelsma is getrouwd en heeft een

dochter en zoon. Zijn zoon Eelke (2019) heeft

Downsyndroom. Christiaan is cabaretier,

theatermaker en schrijft over zijn proces als

vader met een kind met Downsyndroom.

Column van

Christiaan

Berlijn. Koud.

Regenachtig.

Zaterdagochtend,

09.32 uur. De regen

is net gestopt. Boven

op de Reichstag hebben we

ontbeten (tip!). Ik loop achter

mijn vrouw aan. Als historicus

weet zij plekken te vinden net

buiten de hotspots.

Eindelijk weer een paar dagen

samen. Met z’n tweeën. Alles even

achter ons laten. Niet beschikbaar

hoeven zijn. Geen zorgafspraken.

Niet aan hoeven staan. Dit keer

gingen de kids voor het eerst niet uit

logeren. Opa en oma kwamen een

weekend bij ons in huis. Want zo’n

hoog-laagbed verplaats je niet zo

makkelijk.

Na ongeveer vijftien minuten komen

we uit op de Tiergartenstraße.

‘Hier in deze straat moet het zijn,’

zegt mijn vrouw.

De regen zet weer door. Veel

verkeer. Veel lawaai. Alles raast. En

dan, midden in die drukte, tussen

statige villa’s en kantoren, ineens

een open plek.

Op het pleintje staat het

monument: een transparante wand

van blauw glas, 24 meter lang. De

muur is ruim twee meter hoog en

hooguit vier à vijf centimeter dik.

Glas als symbool van

kwetsbaarheid. Niemand lijkt dit

monument op te merken.

Tiergartenstraße 4. Berlijn.

Precies hier, in de villa die

hier ooit stond, werd het

gruwelijke, onvrijwillige

‘euthanasieprogramma’ van de

nazi’s georganiseerd. Gericht op

gehandicapten (ook kinderen) en

mensen met een psychiatrische

aandoening. Mensen die als

‘onwaardig’ werden bestempeld. Te

kwetsbaar. Te kostbaar.

In 1933 geeft nazi-Duitsland

de aftrap voor een openbare

campagne om honderdduizenden

(geestelijk) gehandicapten te

steriliseren.

Sterilisatie blijkt al snel slechts een

tussenstap. Het echte plan: moord.

In het geheim laat Hitler Aktion

T4 opzetten. Een systematische,

industriële vergassing van de

zwaksten in de samenleving.

Hier werd voor het eerst

geëxperimenteerd met gas.

Een methode die later op grote

schaal zou worden ingezet tijdens

de Holocaust.

Onder de codenaam ‘Aktion T4’ (een

verwijzing naar dit adres) worden

meer dan 200.000 (!) kwetsbare,

volwaardige mensen vermoord.

Pas in 2014 kreeg deze plek een

tastbare herinnering. Samen met

een kleine openluchttentoonstelling

die de geschiedenis van

de nationaalsocialistische

‘euthanasie’-moorden laat zien, en

hun doorwerking tot op de dag van

vandaag.

Mijn blik blijft hangen op die dunne,

kwetsbare glazen wand.

Door Eelke voel ik me verbonden

met al die mensen die zijn uitgewist.

Er zijn geen woorden voor.

Straks, in mei, tijdens die twee

minuten, herdenk ik ook hen.

Voor wie geen stem is

overgebleven.

55


Down up

In deze rubriek weer interessant nieuws uit de

media met onderwerpen die in meer of mindere

mate van toepassing zijn op Downsyndroom. Wat

ons als redactie zoal opviel, voor u geselecteerd.

Tekst: Gert de Graaf, Erik de Graaf, Marian de Graaf-Posthumus | Foto’s: Erik de Graaf,

Lammert Huizinga, Bruno Zanzottera, familie van Starkenburg-ter Avest

Voor u

gelezen

De effecten van spiertraining

In december 2025 publiceerden

Díaz-Hernández en collega’s in

Disability and Rehabilitation een

analyse van eerdere studies naar

de effecten van spiertraining bij

jongeren en jongvolwassenen

met Downsyndroom. De

auteurs includeerden acht

gerandomiseerde onderzoeken

met in totaal 266 deelnemers in

de leeftijd van 13 tot 35 jaar.

speciale apparatuur die de

beweging met een constante

snelheid laat verlopen, terwijl

de weerstand zich automatisch

aanpast aan de kracht die de

deelnemer levert. Hierdoor wordt

de spier veilig en gecontroleerd

belast. De effecten van deze

interventies werden vergeleken

met die van controlegroepen die

geen specifieke training volgden.

In deze studies werden

verschillende vormen van

progressieve krachttraining

onderzocht, waaronder trainen

met gewichten en isokinetische

training. Bij isokinetische training

wordt gebruikgemaakt van

Spiertraining bleek een matig

positief effect te hebben op

de spierkracht. De winst was

duidelijker zichtbaar in de

benen dan in de armen. Vooral

programma’s waarin isokinetische

training werd gecombineerd

met reguliere fysiotherapie leken

het meest effectief. De duur

van de training speelde daarbij

minder een rol dan verwacht, al

lieten langere programma’s wel

stabielere en beter vol te houden

verbeteringen zien.

De auteurs plaatsen hierbij de

gebruikelijke methodologische

kanttekeningen. Met name

de kleine onderzoeksgroepen

beperken de kwaliteit van het

bewijs, waardoor de resultaten

voorzichtig moeten worden

geïnterpreteerd.

Desondanks zijn de bevindingen

relevant voor de praktijk. Gerichte

krachttraining kan bijdragen

aan meer zelfstandigheid en

een betere motorische functie

bij mensen met Downsyndroom.

Daarnaast kan training mogelijk

helpen om problemen die

samenhangen met vroegtijdige

veroudering, zoals verlies van

spiermassa en botontkalking, af te

remmen. Aandacht voor zowel de

bovenste als onderste ledematen

is daarbij belangrijk. Continuïteit

is cruciaal: krachttoename en

functionele verbeteringen blijven

alleen behouden wanneer training

structureel wordt ingebed in het

dagelijks leven.

Bron: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.

gov/41369138/

56

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Onbegrepen regressie bij Downsyndroom:

een plotselinge terugval

Down Syndrome Regression Disorder (DSRD), in

Nederland vaak aangeduid als onbegrepen regressie,

is een zeldzame maar ernstige aandoening die vooral

voorkomt bij jongvolwassenen met Downsyndroom,

meestal tussen 10 en 30 jaar. Het kenmerk is een acute

achteruitgang in eerder verworven vaardigheden.

DSRD kan leiden tot verlies van zelfstandigheid,

taal- en communicatieproblemen, en nieuwe

psychiatrische symptomen zoals ernstige agitatie,

mutisme (het vrijwel niet meer spreken ondanks intacte

spraakmogelijkheden) of catatonie (een toestand

met sterke bewegings- en gedragsstoornissen, zoals

verstijven, nauwelijks reageren of juist langdurig in

dezelfde houding blijven). Bij ongeveer 58% van de

mensen met DSRD herstellen hun vaardigheden

gedeeltelijk of volledig na de acute fase.

Natividade en collega’s publiceerden in juli 2025

in Dementia & Neuropsychologia een overzicht

van oorzaken en behandelingsopties. DSRD lijkt

multifactoriëel, met het immuunsysteem als

centrale speler. Chronische auto-immuniteit kan een

ontstekingsproces in de hersenen veroorzaken (neuroinflammatie).

Mensen met Downsyndroom zijn door hun

genetische achtergrond extra gevoelig voor ontstekingen,

en zeldzame varianten in immuunregulerende genen

kunnen dit versterken. Stressvolle gebeurtenissen, zoals

infecties, verhuizing of de overgang naar adolescentie,

worden gezien als mogelijke triggers.

De behandeling richt zich op het immuunsysteem:

intraveneuze immunoglobulinen (IVIg) en soms

steroïden laten bij ongeveer 85% van de patiënten

positieve resultaten zien, vaak sneller dan het natuurlijke

herstel. Omdat auto-immuniteit chronisch kan zijn,

is langdurige monitoring nodig, vooral bij eerdere

auto-immuunziekten. Het beperken van de impact

van potentieel stressvolle triggers door aandachtige

ondersteuning bij grote levensveranderingen kan

mogelijk het risico op DSRD verlagen.

Bron: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40740211/

Sterker en met meer zelfvertrouwen

door aangepaste judo

In een recent artikel onderzochten Suarez-Villadat en

collega’s de effecten van aangepaste judo op fysieke

fitheid en psychosociaal welzijn bij adolescenten met

Downsyndroom. Het onderzoek werd in december 2025

gepubliceerd in het tijdschrift Healthcare.

De studie verdeelde 43 adolescenten (15–17 jaar) over

een interventiegroep (n=24) en een controlegroep

(n=19). De interventiegroep volgde gedurende 24 weken

een aangepast judoprogramma, bestaande uit drie

wekelijkse sessies van 90 minuten.

De deelnemers in de judogroep verbeterden

significant in spierkracht, uithoudingsvermogen

en behendigheid. Ook de buik- en heupomtrek en

het vetpercentage namen af, terwijl de BMI vrijwel

gelijk bleef, wat erop wijst dat vetmassa deels werd

vervangen door spiermassa. Op psychosociaal

gebied – gemeten met

gevalideerde vragenlijsten

– verminderden agressie,

aandachtsproblemen, angst

en depressieve gevoelens,

terwijl de sociale interactie toenam. Aangepaste judo

bevordert dus zowel de fysieke als mentale gezondheid.

Volgens de auteurs kan aangepaste judo voor kinderen

en adolescenten met Downsyndroom gemakkelijk

worden geïntegreerd in regulier en speciaal

onderwijs, sport en revalidatie. Het kan de functionele

onafhankelijkheid vergroten en de ontwikkeling van

belangrijke levensvaardigheden, zoals veerkracht,

respect en empathie, stimuleren.

Bron: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41517013/

57


Down up

T-celresponsen op SARS-CoV-2-vaccinaties

In dit Nederlandse onderzoek, gepubliceerd in 2025

in Human Vaccines & Immunotherapeutics, werd

de immuunrespons onderzocht van volwassenen

met Downsyndroom na twee primaire SARS-

CoV-2-vaccinaties en een derde vaccinatie

(booster). De respons werd vergeleken met die

van een controlegroep van volwassenen zonder

Downsyndroom.

Bij volwassenen met Downsyndroom die voor de

eerste twee vaccinaties een mRNA-vaccin ontvingen,

bleek het percentage SARS-CoV-2-specifieke T-cellen

lager te zijn dan in de controlegroep. Daarbij werd

specifiek gekeken naar CD4 + T-cellen, een belangrijke

subgroep binnen de T-celrespons.

Ondanks dit verschil was de functionele output

– een maat voor de kwaliteit van de cellulaire

immuunrespons, bepaald aan de hand van de

interferon-gamma-concentratie in het bloed

na stimulatie met SARS-CoV-2-antigenen – wel

voldoende hoog. Een mogelijke verklaring hiervoor

is dat bij mensen met Downsyndroom een relatief

grotere bijdrage wordt geleverd door een andere

T-celpopulatie, namelijk de CD8 + T-cellen. Om deze

hypothese te bevestigen, is aanvullend onderzoek

nodig.

Op basis van dit onderzoek kan niet direct worden

geconcludeerd dat mensen met Downsyndroom

na twee of drie SARS-CoV-2-vaccinaties klinisch

gezien even goed beschermd zijn als mensen zonder

Downsyndroom. De immunologische bevindingen

suggereren echter wel dat de opgebouwde

bescherming substantieel en functioneel effectief is.

Daarnaast lijkt een boostervaccinatie de functionele

T-celrespons (interferon-gamma) bij mensen met

Downsyndroom even goed te stimuleren als bij

mensen zonder Downsyndroom.

Bron: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/

PMC12599571/

Pleiotrofine herstelt

hersenplasticiteit bij Downsyndroom

Nieuw onderzoek van Brandebura en collega’s,

gepubliceerd in september 2025 in Cell Reports, laat

zien dat structurele en functionele hersenproblemen

bij Downsyndroom zelfs op volwassen leeftijd

omkeerbaar kunnen zijn. Dit concluderen de

onderzoekers op basis van experimenten met muizen.

Pleiotrofine is een eiwit dat wordt afgegeven door

astrocyten, een type steuncel in de hersenen. Dit eiwit

speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van het

zenuwstelsel. In muismodellen voor Downsyndroom

bleek dit eiwit sterk verminderd aanwezig. De

onderzoekers vroegen zich af of het verhogen van

de hoeveelheid pleiotrofine een positief effect op de

hersenen zou hebben.

Om dit te testen, gebruikten de onderzoekers een

onschadelijk virus om het gen voor pleiotrofine

rechtstreeks in astrocyten van volwassen muizen met

Downsyndroom te brengen, zodat deze cellen meer

Lees verder op de volgende pagina

58

Nr. 153


Down up

Nr. 153

van het eiwit gingen produceren. Deze interventie

leidde tot meer vertakkingen van de zenuwcellen,

een groter aantal contactpunten tussen de

hersencellen en een herstel van de flexibiliteit van het

geheugencentrum (hippocampus).

De onderzoekers benadrukken dat behandelingen

die eerder bij muizen met Downsyndroom effectief

waren, vaak alleen werkten als ze zeer vroeg in de

ontwikkeling werden toegepast, wat de vertaling naar

mensen bemoeilijkt. Pleiotrofine bleek echter ook bij

volwassen muizen effectief. Dit suggereert dat deze

interventie bij mensen met Downsyndroom mogelijk

ook op latere leeftijd resultaat kan hebben, en niet

alleen in de vroege kindertijd.

Het onderzoek bevindt zich nog in een experimentele

fase. Er is meer werk nodig om veiligheid, optimale

dosering en effectiviteit te onderzoeken voordat

klinische testen bij mensen mogelijk zijn. We blijven de

ontwikkelingen nauwlettend volgen.

Bron: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/

PMC12591093/

Voeding voor kinderen met Downsyndroom –

unieke uitdagingen en maatwerk

Kinderen met Downsyndroom

hebben specifieke gezondheidsen

ontwikkelingsbehoeften, maar

er bestaan nog geen officiële

voedingsrichtlijnen speciaal voor

hen. Zur en collega’s publiceerden

in september 2025 in Healthcare

een overzichtsartikel met

praktische adviezen.

Kinderen met Downsyndroom

hebben vaak een langzamere

stofwisseling, waardoor ze

sneller aankomen en een hoger

risico lopen op overgewicht. Ze

hebben minder spiermassa en

meer lichaamsvet. Veel kinderen

hebben ook problemen met

zuigen, slikken en kauwen, en zijn

selectief in hun eten, wat kan

leiden tot tekorten aan groenten,

fruit en vezels. Daarnaast kunnen

andere aandoeningen, zoals een

trage schildklier of chronische

constipatie, het dieet beïnvloeden.

De onderzoekers benadrukken

dat voeding persoonlijk en

multidisciplinair moet worden

aangepakt, met een diëtist in

een centrale rol. Belangrijke

strategieën zijn het gebruik

van speciale groeigrafieken,

matiging van calorie-inname,

voldoende eiwitten en omega-

3-vetzuren, en vroegtijdige

logopedische ondersteuning

voor slikproblemen. Aangepast

bestek en betrokkenheid bij de

maaltijdvoorbereiding bevorderen

zelfstandigheid.

Zur en collega’s concluderen

dat er dringend behoefte is

aan officiële, wetenschappelijk

onderbouwde voedingsrichtlijnen

voor kinderen met

Downsyndroom.

Bron: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.

gov/40941574/

59


Down up

Onze vaste rubriek over boeken,

spelmateriaal en andere leuke dingen.

Van sommige boeken kan SDS via

de uitgever beschikken over gratis

proefexemplaren. Wil je daarvoor in aanmerking

komen, mail dan naar info@downsyndroom.nl

en wij checken voor je wat er mogelijk is.

Over

Boeken

gesproken

Tekst: Martine Bex – de Werd, Johan Sonnenschein en Regina Lamberts

Zij hoort er ook bij -

Mijn leven met mijn

dochter met het

syndroom van Down

Recensie door Regina Lamberts

Auteur: Maria Vermeeren

Uitgeverij: Boekscout Soest

ISBN: 9789465283869

Maria Vermeeren is de moeder

van Jolanda, een vrouw van

38 jaar met Downsyndroom.

We hebben precies een jaar

geleden een artikel over

Jolanda en haar rol in de serie

Bennie geschreven

(Down+Up 149).

Voor Maria waren die rol en alle

feestelijkheden die bij de serie

hoorden een goed moment om

eens terug te blikken op haar

leven en dat van haar dochter.

Vanaf de geboorte had Maria

het mantra ‘zij hoort er ook bij’,

en heeft ze zich altijd ingezet

voor het gewoon meedoen van

Jolanda. Maria: “Mijn boek is een

ode aan mijn dochter die zo’n

mooie vrouw is geworden, die

zo liefdevol in het leven staat,

empathisch en zorgzaam is

naar de medemens. Ik ben zo

gelukkig dat zij in mijn leven is

gekomen, want daardoor ben ik

geworden wie ik nu ben.”

In het boek staan veel

gebeurtenissen uit het dagelijks

leven en heel veel voorbeelden

van wat Maria allemaal heeft

gedaan, bedacht en geleerd

om Jolanda erbij te laten horen.

Hiermee wil zij graag laten zien

hoe het leven eruitziet als je een

kind met een beperking hebt.

Het is een ervaringsverhaal dat

mensen een inkijkje geeft in de

gedachten en overwegingen

van een moeder. Maria hoopt

hiermee te bereiken dat mensen

met een beperking volledig

geaccepteerd worden in de

maatschappij.

Het boek is hier

te bestellen:

60

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Olivia Durft

Auteur: Miriam Brouwers

Uitgeverij: Luitingh-Sijthoff

ISBN: 9789021046181

Soms moet je in het diepe

springen (maar niet altijd)…

Olivia durft veel. Maar één ding

durft ze niet: van de duikplank

springen. Op de dag dat ze moet

afzwemmen lijkt de duikplank

hoger dan normaal. Met

bibberende benen klimt ze het

trapje omhoog en kijkt naar het

water onder haar. ‘Spring dan

toch’, roept de zwemjuf. Dan doet

Olivia iets heel moedigs…

In dit prentenboek vol dromerige

illustraties vertelt Miriam

Brouwers het verhaal van een

meisje dat ontdekt dat moedig

zijn soms betekent dat je je

eigen weg kiest. De tekeningen

sluiten mooi aan bij het verhaal

en de emoties worden treffend

weergegeven. Olivia Durft is een

prachtig, eigenwijs prentenboek.

Het laat zien dat je je eigen

tempo mag bepalen en je eigen

grenzen kunt aangeven.

Hubbelbubbelprik

Auteur: Yentl Schieman en

Christine de Boer

Uitgeverij: Condor

ISBN: 9789464530674

Ko wil meer dan hij mag van zijn

ouders. Schudden met de grote

fles Hubbelbubbelprik met extra

prik, bijvoorbeeld. En het haar van

zijn vader wat bijknippen als die

een dutje doet. Als Ko voor straf

naar zijn kamer wordt gestuurd,

wenst hij dat hij weg kan vliegen

naar de ruimte, want hij is gek op

sterren en planeten. Dan komen er

opeens vlammen uit de poten van

zijn bed... en schiet hij omhoog!

Zo start dit wervelende en

muzikale avontuur, waarin Ko

de planeet voor stoute kinderen

ontdekt. Een plek waar kinderen

nogagrotten verkennen,

vladouches nemen, sportauto’s

besturen... en enorme flessen

Hubbelbubbelprik tegenkomen.

Ko is niet alleen, op de planeet

zijn ook andere kinderen. Er is

één belangrijke regel: zodra de

zon opkomt, vliegen de bedden

terug. Dan moet je wel in je bed

liggen, anders blijf je voor altijd

achter...

De illustraties zijn kleurrijk, zijn

gedetailleerd en passen goed

bij het verhaal. In de prenten

valt ook genoeg te ontdekken.

Voor het boek heeft Ko een

briefje geschreven met een

bijbehorende QR-code. Via de

code kun je de originele liedjes

van Yentl en de Boer luisteren.

De liedjes maken het boek

interactief en voegen zo iets toe

aan het verhaal.

De combinatie van een verhaal

vol fantasie en muziek, maakt

het boek extra

leuk om in je

boekenkast te

hebben.

61


Down up

Niet met opzet

Auteur: Veerle Willems

Uitgeverij: Clavis

ISBN: 9789044855968 1

Floris heeft een bijzonder talent:

wanneer hij boos is, verandert hij

per ongeluk mensen in dieren.

Op een dag is hij zó boos op zijn

ouders en zusje dat er thuis plots

een papegaai, een gorilla en een

varkentje rondlopen. Wat moet

Floris daar nu mee? Een grappig

prentenboek over een woedeuitbarsting

met grote gevolgen.

De oplossing komt uit

onverwachte hoek. Als Floris boos

wordt op een keurige meneer

op straat en die in een hond

verandert, rent hij erachteraan

om het goed te maken. Zodra

hij de hond een kus geeft,

verandert die weer terug in de

meneer. Dan heeft Floris het

door, een kus en een knuffel is

wat zijn familie nodig heeft om

weer terug te keren.

De illustraties zijn prachtig

en met humor getekend,

ze geven de emoties van

de dieren goed weer. Een

prachtig en hartverwarmend

prentenboek over boos zijn, het

weer goedmaken en heel veel

knuffelen. Niet met opzet is een

boek waar je samen van kan

genieten en stiekem ook iets van

kan leren. Een aanrader voor in

je boekenkast.

De Regenboogflamingo

Auteur: Catherine Emmett

Uitgeverij: De Fontein Jeugd

ISBN: 9789026175411

Familie van der Wal won het boek

De Regenboogflamingo met de

weggeefactie in onze digitale

nieuwsbrief. Aan het einde van

het jaar ruimen we vaak onze

boekenkast op en geven we de

boeken die we hebben besproken

in Down+Up weg aan onze

donateurs. Ze hebben het gelezen

en zeiden dit over het boek:

“We vinden het een heel vrolijk

boek met leuke tekeningen.

Zowel voor brusjes als voor

kinderen met Downsyndroom

heeft het boek een mooie

boodschap. Eigenlijk voor alle

kinderen wel. Als je anders bent,

hoef je je niet te verstoppen

maar ben je uniek. Daarnaast

is het ook mooi dat het boek

aandacht heeft voor het feit

dat er nog meer zijn die net als

jij wat anders kunnen zijn. Dus

zeker een aanrader.”

62

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Niet zonder mijn broer

Recensie door Johan Sonnenschein

Auteur: Han van Wieringen

Uitgeverij: De Harmonie

ISBN: 9789463362498

Het nieuwsfeit dat deze

compacte vertelling

aanzwengelt liegt er niet om:

in Canada is een massagraf

ontdekt van een groep

oermensen (ca. 6000 v. Chr.) bij

wie allen ‘trisomie op het 21e

chromosoom is vastgesteld’.

Vormen ze dan toch een aparte

familie, zoals John Langdon

Down in 1866 vermoedde

en recentelijk speels werd

herbevestigd in de inclusieve

tentoonstellingscatalogus

Touchdown. Die Geschichte

des Down-Syndroms (2016)? In

dat geval zetten we tevergeefs

in op normalisatie. Of is het

toch zoals in het pareltje ‘Hoe

dan ook’ uit de soundtrack van

Olifantje in het bos (2025): ‘Het is

juist superfijn / dat wij allebei /

verschillend en hetzelfde zijn’?

Een verademing binnen de

bloeiende maar lang niet altijd

geslaagde Downsyndroomfictie

is dat Van Wieringen voelbaar

ervaringsdeskundig is in zowel

Downsyndroom als vertelkunst.

Haast nonchalant spint hij een

knap weefsel van ervaring,

wetenschap en verbeelding.

Als journalist mag onze verteller

Luck Omnibus de opgravingen

verslaan maar verzwijgt daarbij

zijn persoonlijk motief: zijn twee

jaar oudere broer Job, die sinds

hun ouders verongelukten in

een GVT woont. Aangezien dat

net moet verbouwen, besluit

Luck hem mee te nemen, met

als begeleider Jobs vaste

sekswerker Gloria. Als ook haar

vriendin Bunny én hun hond

Rainbow aansluiten, heb je een

road trip-waardig ensemble.

Op naar Jobs veronderstelde

voorvaderen!

Volgt een queeste naar het hart

van het mysterie: van trisomie

21, maar meer nog naar het

leven zelf – het mythische bios.

Dit gaat over twee broers. Dit

gaat over fantasie en liefde.

Over een pijl in de tijd zijn,

met een staartje gender, een

fliebeltje Down, een restje rouw

en om het geheel te schragen

een fellowship. De verteltrant

is schrander, vol scherpe

reflectie op clichés rond

Downsyndroom. In geestige

dialogen toont Van Wieringen

de vanzelfsprekendheid van

een liefdevolle broederschap:

“‘Ik heb een beetje last van mijn

beperking.’ Zo zei hij het laatst,

zacht, met afgewende blik.”

Dit boek onderzoekt de pijn en

de vrijheid bij het worden wie

je bent. Kritische journalisten,

gedreven wetenschappers,

vernieuwende kunstenaars,

arbeidende migranten,

genderbenders, natuurmensen,

trans personen zoals Luck

– maar te midden daarvan

steeds die broer, die in een

ware apotheose weet te

ontsnappen aan de greep

van zijn vertellende brus. Bij

donderslag. Bij toverslag? De

magisch-realistische climax

tilt het boek ver uit boven het

ervaringsverslag, en doet

tegelijkertijd niet af aan de

werkelijkheidswaarde. Dit stoere

en roerende boek verdient

lezers. En een publieksverfilming.

63


Down up

Vier je binnenkort

een feestje?

Wij vieren graag

met je mee

Vraag nu een mooie donatiebox aan. De boxen zijn

met de hand beschilderd door mensen van de ateliers

van BlijGoed. De box kun je neerzetten en gebruiken

om donaties voor de SDS te ontvangen. De box is een

uniek kunstwerk, dat je natuurlijk mag houden als dank

voor jouw inspanning voor ons. Daarnaast leveren we

een mooie poster met QR-code voor alle gasten die

geen contant geld op zak hebben.

Mail naar info@downsyndroom.nl, vertel wanneer je

feest is en wij sturen de box op tijd naar je op.

Geef je geen feestje, maar

wil je wel een gift doen?

Scan de QR-code.

Met jouw gift werken we aan meedoen voor

iedereen!

Meedoen, zelf op vakantie kunnen, zelf naar

de bioscoop gaan, zelfstandig kunnen leren,

contacten met vrienden onderhouden. Het klinkt zo

vanzelfsprekend, maar voor een kind of volwassene

met Downsyndroom is dat niet zo. Ouders moeten

veel regelen. Maar niet alle ouders kunnen dit. En

niet alle tieners met Downsyndroom willen op stap

met hun ouders. Daarom werken wij aan meer

vanzelfsprekende goede ondersteuning. Jouw steun

is hierbij onmisbaar.

64

Nr. 153


Down up

Nr. 153

Down+Up Giften

Felix voor het goede doel

Gift 2025

10-11-2025

€ 2.000,-

SWZ

Een donatie vanuit de Goede

Doelen Pot van SWZ; een eigen

€ 1.000,-

initiatief van SWZ haar medewerkers

11-12-2025

Riet Schuermans – van Beurden

Donaties tijdens uitvaart

€ 280,-

30-09-2025

Annet van Dijck

Donaties over verkoop

boekpresentatie Eva Down to Earth

€ 25,-

27-10-2025

Paul Mulders

Gift

06-11-2025

€ 150,-

Kerstdonatie namens Edina

21-11-2025 € 50,-

Donaties via Geef.nl

tot en met januari 2026

01-02-2026

€ 845,65

Vriendenloterij

3 e en 4 e kwartaal 2025

en 14 e trekking

€ 1458,24

David de Graaf

Vergoeding

vrijwilligerswerk verkiezingen

05-11-2025

€ 200,-

01-02-2025

Anoniem

Gift

27-11-2025

€ 200,-

123inkt

Recycleprogramma

2025

€ 3,75

Donatie wegens huwelijk

13-12-2025 € 25,-

Marijke

Gift

11-11-2025

€ 275,-

Truienactie Phil

01-02-2026

€ 4.830,-

65


Down up

Down+Up Giften

Familie Kok

Dankbaar voor wat de Stichting

Downsyndroom allemaal doet voor

Anne en al die lieve vriendjes

€ 900,-

Familie Geluk

Gift

30-12-2025

€ 100,-

23-12-2026

B-Zonder

Verkoop wijn B-Zonder

29-12-2025

€ 928,22

Donatie Kerstmis

29-12-2025 € 25,-

Anoniem

Gift

09-01-2026

€ 200,-

E.J. Andriessen te Voorburg

Legaat uit erfenis

30-12-2025

€ 500,-

1e collecte Dorpskerk Barendrecht

21-01-2026

€ 641,87

Anoniem

Gift

31-12-2025

€ 250,-

Giften

via website

01-02-2026

€ 672,55

Anoniem

Gift

22-12-2025

€ 100,-

ZBS Personal Training

Sponsorloop 10 KM Run

01-02-2026

€ 6.000,-

Familie Fleskes

Gift namens onze kleinzoon

Niels Verhart

€ 500,-

30-12-2025

66

Nr. 153


Down up

Nr. 153

De Stichting

Downsyndroom

heeft ten doel,

zonder enige binding

met welke politieke, levensbeschouwelijke of godsdienstige

opvatting dan ook en zonder aanzien van ras of nationaliteit,

al datgene te bevorderen wat kan bijdragen aan de

ontplooiing en de ontwikkeling van kinderen en volwassenen

met Downsyndroom, zowel voor wat betreft hun gezondheid

als hun opvoeding, hun onderricht en hun ontwikkeling

om zodoende hun aanpassing aan en integratie in de

maatschappij zodanig gunstig te beïnvloeden dat zij in

overeenstemming met hun eigen wensen een zo normaal

mogelijk leven kunnen leiden – geheel indachtig het feit dat

onze Grondwet voor hen geen uitzondering maakt – waarin

daadwerkelijk kan worden gerealiseerd wat voorzien is in

de verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van

mensen met een beperking.

Donateurs van de SDS betalen minimaal €45 per jaar

(mits zij in Nederland wonen, anders €60).

SDS Kernen

Hieronder staan de telefoonnummers en e-mailadressen

van de coördinatoren van de SDS-kernen. Ouders die met

andere ouders in contact willen komen, kunnen bellen naar

het nummer in hun regio.

Downpoli’s

Downteams/Downpoli’s bekend bij

SDS: scan de QR-code:

Amersfoort

Jolien van Beek, 06 - 12 61 86 52

kernamersfoort@downsyndroom.nl

Amsterdam

info@downsyndroomamsterdam.nl

kernamsterdam@downsyndroom.nl

www.downsyndroomamsterdam.nl

Apeldoorn

kernapeldoorn@downsyndroom.nl

West-Brabant

kernwestbrabant@downsyndroom.nl

Den Bosch

kerndenbosch@downsyndroom.nl

Doetinchem

kerndoetinchem@downsyndroom.nl

Drenthe

Elles Wierda, 06 - 50 54 03 18

kerndrenthe@downsyndroom.nl

Eindhoven

Tineke Eulderink-Barbiers, 06 - 10 87 00 58

Mia Kusters, 0493 – 492 023

kerneindhoven@downsyndroom.nl

Friesland

Jan Noorderwerf, 06 - 22 82 74 77

kernfriesland@downsyndroom.nl

Het Groene Hart en Utrecht

Jeroen Eisen, 06 - 58 74 85 20

kerngroenehart@downsyndroom.nl

Groningen

Lidy Hendriks en Jan Blok, 050 – 573 2234

Haaglanden

kernhaaglanden@downsyndroom.nl

Noord-Limburg

Louise Peeters, 06 - 12 02 58 92

kernnoordlimburg@downsyndroom.nl

Zuid-Limburg

kernzuidlimburg@downsyndroom.nl

Noord-Holland

kernnoordholland@downsyndroom.nl

Nijmegen

Linda Wagemans, 06 - 21 81 11 37

Laura Casado, 06 - 53 92 96 38

kernnijmegen@downsyndroom.nl

Overijssel

kernoverijssel@downsyndroom.nl

Rotterdam

0-10 jaar Linda de Krijger, 06 - 46 17 39 53

10-16 jaar: Jacqueline Apon, 06 - 27 84 33 76

Marjolein Koppenaal, 06 - 13 28 12 14

17+: Jeanette Slooff, 06 - 51 22 25 08

Petra Visser, penningmeester

kernrotterdam@downsyndroom.nl

Tilburg

kerntilburg@downsyndroom.nl

Twente

kerntwente@downsyndroom.nl

Veluwe

Nicolet van den Brink, 06 - 10 49 00 64

Hanneke Starre, 06 - 41 82 44 16

kernveluwe@downsyndroom.nl

Zeeland

kernzeeland@downsyndroom.nl

We zoeken voor alle kernen nog nieuwe vrijwilligers.

Heb jij interesse? Mail ons op info@downsyndroom.nl.

67


Save the date

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!