Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
wetenschapsblad OLVG jaargang 19 | no. 1 | maart 2026
WETENSCHAP
@OLVG
Verpleegkunde
Allergie
en voeding
Over groei, eczeem, pinda’s, noten en borstvoeding
Samen
onderzoek doen
Co-creatie van
zorgevaluatiestudies
Historie
De overgang in transitie:
van taboe tot
multidisciplinaire,
geïntegreerde zorg
Epidemiologica
FAIR data: duurzame
en toegankelijke data
in OLVG
In deze editie
4
De overgang
in transitie:
van taboe tot
multidisciplinaire,
geïntegreerde
zorg in OLVG
Allergie en voeding
6
De medische aandacht voor de overgang – of menopauze
– is relatief jong. Tot ver in de twintigste eeuw werd deze
levensfase beschouwd als een natuurlijk maar onvermijdelijk
proces waar vrouwen “doorheen moesten”. Gelukkig is
dat verleden tijd. De huidige menopauzezorg verschuift van
symptoombestrijding naar holistische zorg.
Berber Vlieg-Boerstra en collega’s ontvingen van ZonMW
een subsidie in het kader van de Kennisagenda Voeding en
Diëtetiek. We vroegen hen welke onderzoeken zij doen en
wat ze gaan doen met de subsidie.
Fotovraag
Dit object kom je de
komende tijd steeds meer
tegen in OLVG. Wat is dit?
Dit plastic bakje vervangt de komende tijd in veel gevallen
het papieren nierbekken bakje. Op dit moment
worden er in OLVG per jaar 111.000 wegwerp nierbekkens
gebruikt. Het is een multifunctioneel bakje en wordt gebruikt
voor bijvoorbeeld het opvangen van slijm, voor het
weggooien van gebruikt verband of om een kunstgebit in
te leggen. Soms blijft zo’n wegwerpbakje inderdaad het
handigste, maar vaak zou een herbruikbaar exemplaar
net zo goed voldoen. Talitha Hoppe, coördinator duurzaamheid:
‘We hebben gekeken welk bakje het beste zou
voldoen. Sommige waren niet goed schoon te krijgen en
andere waren weer niet de goede vorm of te duur. Uiteindelijk
hebben we deze gevonden. Bij het Universitair Medisch
Centrum Groningen (UMCG) zijn ze ook bezig met
het ontwikkelen van een herbruikbaar gerecycled nierbekken.
Wie weet kunnen we dat ontwerp in de toekomst
ook overnemen.’ Na 19 keer heb je de kosten van dit bakje
eruit. De vervanging van het nierbekken is onderdeel van
een groter project ‘reductie disposables’, waar ook de
mogelijkheid voor reductie van andere wegwerpartikelen,
zoals celstofmatjes, isolatiejassen, handschoenen en nog
veel meer, onderzocht wordt.
WETENSCHAP@OLVG • 2
Redactioneel
Six-seven
Eerste stappen
naar FAIR
18
In de wereld van wetenschappelijk onderzoek wordt het
belang van goede dataorganisatie steeds groter. De FAIRprincipes
zijn hierbij de norm voor goed datamanagement
en het bevorderen van open science. Ook OLVG zet stappen
om deze principes in de praktijk te brengen. In deze
Epidemiologica leggen we uit hoe we dat doen en waarom
het belangrijk is voor onderzoekers, patiënten en de wetenschap
in het algemeen.
En verder
8 Pilot versneld evalueren ZEGG
9 Kwartet onderzoekers
14 Abstract: Screening en patiëntgerichte nazorg voor
emotionele en cognitieve problemen na een herseninfarct:
resultaten van de multicenter, cluster-gerandomiseerde
ECO-stroke-studie
15 In de schijnwerpers
16 Samen onderzoek doen: co-creatie van zorgevaluatiestudies
17 Pizza en wetenschap
20 Wetenschapscommissie
21 Tip van de ACWO & Blog Marijke van Buren
22 OLVG versnelt oogzorg met AI
23 In het kort
24 Wetenschappelijke publicaties
Recent zag ik een 15-jarige jongen en zijn moeder
op mijn polikliniek kinderneurologie in verband
met epilepsie en kwamen zijn cijfers op school
aan bod. De puber reageerde met een schouderophalen
waarbij zijn moeder aanvulde dat het
vooral zesjes en zevens zijn. In de spreekkamer
klonk direct ‘six-seven’ en ik zag de jongen een
afwegende beweging met zijn handen maken. Ik
had geen idee. Hoe naïef. Six-seven is het kinderwoord
van het jaar 2025 en het Engelse woord
van het jaar. Zelfs google raakt van slag als je
six-seven intoetst. Dan ga je er van uit dat het een
woord is met een duidelijke betekenis. Maar niets
blijkt minder waar. Het heeft iets te maken met de
lengte van een basketballer en een rapliedje. Een
betekenis heeft het op het eerste oog niet. Voor
de jeugd heeft het wel degelijk betekenis. Betekenis
lijkt afhankelijk te zijn van je perspectief. Bij de
editie van Wetenschap@OLVG die voor u ligt leest
u in het kwartet over de verschillende perspectieven
van OLVG onderzoekers op hun onderzoek.
Betekenis geven we met ons onderzoek ook. Of
er nu gekeken wordt naar de emotionele en cognitieve
problemen na een herseninfarct, de inzet
van AI bij triage in de oogheelkundige zorg of het
onderzoek naar allergieën bij kinderen. We onderbouwen
ons goed gefundeerde onderzoek met
meer en meer aandacht voor de FAIR-principes
en het betrekken van alle partijen bij zorgevaluatiestudies
(co-creatie, zie artikel op pagina 16).
Ik wil u dan ook veel leesplezier met deze editie
wensen.
Als afsluiter nog een laatste tip: de jeugd waardeert
het niet als wij ‘six-seven’ gebruiken aldus
mijn zoon (14 jaar) toen ik de befaamde woorden
sprak inclusief handgebaar en juiste intonatie
toen hij aangaf tussen 18 en 19 uur te gaan tennissen.
Marjan Steenberg, Neuroloog
WETENSCHAP@OLVG • 3
Historie
De overgang in transitie:
van taboe tot
multidisciplinaire,
geïntegreerde zorg in OLVG
De medische aandacht voor de overgang – of menopauze – is relatief jong. Tot
ver in de twintigste eeuw werd deze levensfase beschouwd als een natuurlijk
maar onvermijdelijk proces waar vrouwen “doorheen moesten”. Gelukkig is dat
verleden tijd. Inmiddels is de overgang ‘hot’ en is er veel aandacht op social
media. De huidige menopauzezorg verschuift van symptoombestrijding naar
holistische zorg. Lees verder voor de stappen die daarvoor nodig waren, en de rol
van OLVG hierin.
Birit Broekman, Marijn Schipper, Yadira Roggeveen en Dorenda van Dijken
Historische achtergrond
De overgang werd in de oudheid beschreven
door Hippocrates en Aristoteles,
die het vooral associeerden met
eindigen van vruchtbaarheid. In de
middeleeuwen werd gedacht dat de
menopauze leidde tot ophoping van
vuile stoffen wat hysterie kon veroorzaken.
In de renaissance ontstonden de
eerste post-menopauzale behandelingen
met bloedzuigers/kruiden om ‘de
circulatie te stimuleren’. Klachten werden
gebagatelliseerd en toegeschreven
aan veroudering of deze ‘hysterie’. Vanaf
de jaren negentig kwam hierin pas
verandering. Studies naar hormoonsubstitutietherapie
(HST) brachten
nieuwe inzichten, maar leidden ook tot
controverse na onjuiste vertaling door
media van de Women’s Health Initiative
(WHI)-studie in 2002. Hierin werd een
verhoogd risico op borstkanker en harten
vaatziekten bij synthetische producten
veel hoger benoemd. Dit leidde tot
terughoudendheid in het voorschrijven
van HST en uitblijven van nascholingen.
Inmiddels is duidelijk dat de huidige,
bio-identieke HST veiliger en effectiever
is en wordt een inhaalslag gemaakt in
zorg en onderwijs.
In OLVG bestaat sinds 2008 een
menopauzepoli voor vrouwen met
(complexe) klachten. Deze poli werd
opgericht door Dorenda van Dijken,
gynaecoloog, in samenwerking met Bianca
van Moorst, klinisch psycholoog,
seksuoloog en (tot 2023) verpleegkundig
overgangsconsulente.
Diverse specialisten, zoals een psychiater,
neuroloog-somnoloog, cardioloog,
internist-endocrinoloog, seksuoloog
en neuropsycholoog werken op deze
poli samen. Steeds duidelijker werd dat
hormonale veranderingen niet alleen
lichamelijke, maar ook psychische en
cognitieve gevolgen kunnen hebben.
Een groeiende behoefte aan integrale
zorg voor vrouwen met complexe overgangsklachten
leidde tot het oprichten
van de Multidisciplinaire Overgangs
Problematiek Polikliniek (MOP) in 2020,
door Dorenda van Dijken en Birit Broekman,
psychiater. Tweemaal per maand
WETENSCHAP@OLVG • 4
is er gelegenheid voor vrouwen met psychiatrische
klachten in de overgang een
geïntegreerd adviesconsult te krijgen.
Bij zo’n consult zitten de gynaecoloog
en psychiater tegelijk met de patiënte
aan tafel. Dit gebeurt op indicatie na
een intake op de algemene menopauze
poli, of via de poli psychiatrie na overleg
met de MOP poli psychiater. Daarnaast
wordt maandelijks casuïstiek besproken
in een Multidisciplinair Overleg. Deze integrale
aanpak maakt het mogelijk om
behandelopties te combineren en zorg
af beter te stemmen op het individu. In
2025 is het stokje van de MOP poli in het
OLVG overgedragen aan Yadira Roggeveen,
gynaecoloog, en Soemiati Kasanmoentalib,
psychiater. Op locatie Jan
van Goyen is inmiddels een tweede MOP
poli geopend, door Dorenda van Dijken
en psychiater Moniek Wassenaar.
Mentale gezondheid tijdens de
overgang
In de perimenopauze hebben sterke
hormonale schommelingen een grote
invloed op stemming, slaap en angst.
Hormonale fluctuaties verstoren neurotransmittersystemen,
zoals serotonine
en GABA, en beïnvloeden stress gerelateerde
mechanismen in het brein.
Vier op de vijf vrouwen ervaart slaapproblemen,
vasomotore klachten (opvliegers,
nachtzweten) of stemmingsklachten.
Daarnaast komen secundaire
slaapstoornissen, zoals slaapapneu
en rusteloze benen, vaker voor. Ook is
het een kwetsbare periode voor het
ontstaan van nieuwe of terugkerende
depressies. Slechte slaap is een belangrijke
trigger.
Herkenning is cruciaal: klachten worden
nog vaak ten onrechte toegeschreven
aan stress of overbelasting,
terwijl hormonale veranderingen hier
een belangrijke rol kunnen spelen. Een
geïntegreerde aanpak kan de kwaliteit
van leven en mentale veerkracht verbeteren.
Wetenschappelijk onderzoek
vanuit MOP poli OLVG en als
deelnemend centrum aan
Menopause Consortium
Om integrale behandeling te verbeteren,
vinden in OLVG diverse wetenschappelijke
onderzoeken plaats.
OLVG-promovenda Marijn Schipper
volgt ruim 200 vrouwen prospectief met
vragenlijsten over stemming, slaap en
HST-gebruik. De eerste resultaten tonen
een hoge prevalentie van stemmings-
en slaapklachten, vooral bij vrouwen
met premenstruele stemmingsgevoeligheid.
Met dynamische warp analyses
wordt onderzocht hoe slaap en stemming
elkaar beïnvloeden over de tijd.
Daarnaast neemt OLVG deel aan het
landelijke Menopause Consortium,
gefinancierd met € 9,4 miljoen NWAsubsidie.
Onderzoekers uit uiteenlopende
disciplines werken hierin samen
aan vraagstukken rond botgezondheid,
ziekteverzuim en mentale gezondheid.
OLVG onderzoekt in een RCT de relatie
tussen slaap en stemming in de perimenopauzale
en vergelijkt het effect
van HST met een eHealth-slaapinterventie.
HST bestaat uit transdermale
oestradiolpleisters en cyclisch bioidentiek
progesteron. De slaapinterventie
omvat vijf online modules over
slaapeducatie, cognitieve herstructurering,
ontspanning en ritmeversterking
via licht, activiteit en temperatuurregulatie.
Deze studie zal inzicht geven in hoe
hormonale behandeling en slaapinterventies
elkaar beïnvloeden en zo bijdragen
aan betere gepersonaliseerde
overgangszorg.
De toekomst:
integratie en personalisatie
Inmiddels is de overgang ‘hot’ en is
er veel aandacht op social media –
helaas niet altijd wetenschappelijk
onderbouwd. De huidige menopauzezorg
is dat wel en verschuift van
symptoombestrijding naar holistische
zorg waarin biologische, psychische en
sociale factoren gelijkwaardig worden
meegenomen.
Door het onderzoek in OLVG hopen
we beter te voorspellen welke vrouwen
een verhoogd risico hebben op
ernstige overgangsklachten en welke
behandelingen het meest effectief zijn
voor slaap en stemming.
Deze integratie van zorg en onderzoek
markeert een belangrijke stap voor
uit: van een tijd waarin de overgang
nauwelijks bespreekbaar was, naar
een toekomst waarin vrouwen regie
en ondersteuning krijgen bij een
gezonde hormonale transitie en daarmee
ook een betere kans op gezond
ouder worden.
WETENSCHAP@OLVG • 5
Interview
Allergie, voeding en
moedermelk
Berber Vlieg-Boerstra en collega’s ontvingen van ZonMW
een subsidie in het kader van de Kennisagenda Voeding
en Diëtetiek. We vroegen hen welke onderzoeken zij doen
en wat ze gaan doen met de subsidie
Simone Priester-Vink, eindredacteur
Voeding en allergie
Berber: ‘Sinds 2015/2016 doe ik in OLVG
onderzoek. Met het allergieteam hebben
we samen het onderwerp bepaald,
dat werd voeding en allergie.
We hadden heel weinig budget en
zijn begonnen met wat studenten en
afstudeerscripties en zo is die onderzoekslijn
gaan groeien. We kijken of je
met voeding het beloop van allergische
ziekten kan beïnvloeden. We kijken naar
kinderen en naar volwassenen. Maar we
onderzoeken ook borstvoeding en welke
invloed het dieet van de moeder heeft.’
Annemarie Mooij-Nieberg: ‘Berber is de
spin in het web van de onderzoekslijnen
die rondom kinderen, allergie en voeding
en in het verlengde ondertussen
ook bij volwassenen lopen. Als onze senior
onderzoeker en subsidieaanvrager
is zij de grootste aanjager.’
Allergie en groei
Annemarie: ‘Het viel ons op dat de kinderen
met voedselallergie die wij op
de poli zagen in OLVG vaak slechter
groeiden dan we zouden verwachten.
We zijn toen met subsidie van Nutricia
en Stichting Wetenschappelijk Onderzoek
OLVG begonnen met onderzoek
naar de groei van deze kinderen en ook
zochten we naar risicofactoren. Later
is Nadine ten Hope ook bij dit onderzoek
aangehaakt in het kader van haar
master. Wij hebben samen de data geanalyseerd
en dit onderzoek is recent
gepubliceerd.
De kinderen die in onze studie zaten
groeiden ten opzichte van de gemiddelde
populatie in Nederland aanzienlijk
slechter. We verwachten daar een
normale verdeling in te zien door de
hele populatie heen. Maar bij onze populatie
zie je veel meer kleine, maar ook
te lichte kinderen.
Het hebben van een koemelkallergie,
ei-allergie of bekend zijn met astmatische
klachten zijn factoren die invloed
lijken te hebben op de verwachte lengte
en gewichtsgroei van kinderen. Dit kan
nadelige gevolgen hebben voor hun
verdere geestelijke en lichamelijke ontwikkeling.’
Berber: ‘We hebben net een kleine subsidieaanvraag
gedaan om dit onderzoek
landelijk uit te rollen en te kijken of
de Amsterdamse populatie representatief
is voor Nederland.’
Nadine: ‘We kijken ook nog naar de
voedingsinname, het microbioom en
calprotectine in relatie tot groei Vanaf
een maand of 4, 5 tot een jaar of 3 lijkt
de lengte groeicurve van bepaalde kinderen
te gaan afbuigen. We willen graag
een studie opzetten om te onderzoeken
of dat ligt aan vaste voeding waarmee
kinderen rond 4 à 5 maanden beginnen.’
Berber: ‘Verder hebben we vervolg
subsidies aangevraagd om specifiek
te kijken naar koemelkallergie. We willen
onderzoeken welke flesvoeding het
meest effectief is voor groei.’
Immuunondersteunend
voedingsconcept
Dominiek Wolters: ‘Ik werk momenteel
op de allergiepoli van het OLVG, maar
ik ben een paar jaar geleden in de
eerste lijn bij Berber in de praktijk begonnen.
Er lag al een immuunondersteunend
voedingsconcept om de behandeling
van de allergie populatie te
ondersteunen. Naast voedselallergieën
zagen mijn collega’s ook veel patiënten
met eczeem. We merkten in de eerste
lijn goede resultaten van het voedingsconcept.
Dit wilden we verder onderzoeken
met de IMPACDD-studie. Deze was
eigenlijk al grotendeels opgezet toen ik
erin kwam rollen. Het is een verkennende
studie bij volwassenen met atopisch
eczeem die nu ten einde komt. Hierbij
kijken we vier maanden lang kijken wat
immuunondersteunende voeding doet
met het eczeem.
WETENSCHAP@OLVG • 6
Van links naar rechts: Domniek Wolters, Annemarie Mooij - Nieberg, Nadine ten Hoope en Berber Vlieg - Boerstra
Zoals eerder al vermeld hebben we een
subsidie aanvraag ingediend bij ZonMW,
in het kader van de kennisagenda paramedische
zorg, om immuunondersteunende
voeding in een RCT bij kinderen
en volwassenen te onderzoeken. En die
is dus toegekend. Dominiek Wolters
doet hiermee promotieonderzoek.’
Berber: ‘Als dit voedingsconcept gunstig
is voor de behandeling, dan is het
misschien ook wel gunstig voor de preventie
van eczeem en misschien ook
wel voor voedselallergie.’
Kinderen met pinda- en
notenallergie
Berber: ‘Een RCT die momenteel loopt
is de Diameter studie, bij kinderen met
pinda- en notenallergie. Hier promoveert
Chantal den Elzen op in samenwerking
met de Universiteit Utrecht
Zij kijkt bij deze groep naar de effectiviteit
van het immuunondersteunende
dieet. De hoofduitkomstmaat is de
darmdoorlaatbaarheid. Met het idee
dat, als je de darmintegriteit verbetert,
je de darm doorlaatbaarheid vermindert
en daarmee de ernst van symptomen
vermindert en ook de mogelijk
de reactiedrempel omhoog gaat. Die
darmdoorlaatbaarheid is tegenwoordig
een hele belangrijke nieuwe parameter
die in verband wordt gebracht met allerlei
chronische ziekten. Ook onderzoeken
we in de Diameter studie het
microbioom. Het Microbioom Centrum
in Amsterdam gaat de eerste analyses
doen. Als er interessante resultaten uit
komen willen we aanvullende financiering
zoeken voor analyses van metabole
functies van het microbioom.’
Borstvoeding en allergie
Berber: ‘Op het gebied van borstvoeding
loopt de Symbio breast studie van
promovenda Sandra Simons. Dat is een
heel lang lopende studie, omdat we
flinke inclusie problemen hadden. Dat
kwam ook mede door Corona. We hebben
er 7 jaar over gedaan en hebben de
data nu compleet.
We hebben heel gedetailleerd voedseldagboekjes
opgevraagd, 4 weken na de
bevalling. En we hebben moedermelksamples
verzameld, 3 dagen en 4 weken
na de bevalling. Daarnaast hebben
we samples van ontlasting en speeksel
verzameld van moeder en kind. Wat we
willen weten is: is er een verband tussen
wat moeder eet en de symbiotische
componenten in moedermelk. Dat zijn
vezelachtige stoffen en de bacteriën
in moedermelk. En loopt dit via het microbioom
van moeder óf kind? We verwachten
verschillen op de immuunmodulerende
factoren. We weten namelijk
dat borstvoeding niet altijd preventief
werkt voor de ontwikkeling van allergie.
Zou dat iets te maken hebben met wat
moeder eet? In de loop der jaren zijn er
wel wat kleine studies verschenen die
al wat verbanden laten zien. Maar er
is heel weinig over bekend, want moedermelk
is een heel sterk onderbelicht
onderwerp in de preventieve zorg voor
allergie en ik denk ook voor andere
ziekten.’
WETENSCHAP@OLVG • 7
Kort artikel
Pilot versneld evalueren ZEGG
OLVG is een groot ziekenhuis met veel potentiële
deelnemers voor wetenschappelijk onderzoek.
Patiënten informeren over onderzoek kost veel tijd.
Zorgprofessionals hebben die tijd vaak niet. Hierdoor
doen minder patiënten mee en duurt het onderzoek
vaak langer dan vooraf gepland.
Sigrid Vorrink
Doel
Het doel van de ZEGG aanvraag is het
verhogen van het aantal patiënten dat
meedoet aan zes van de geselecteerde
zorgevaluatiestudies.
Aanpak/werkwijze
OLVG heeft een centrale research pool
opgezet met OLVG medewerkers. We
bekeken of deze pool van meerwaarde
kan zijn. Op verschillende afdelingen
werden de medewerkers uit de research
pool ingezet ter ondersteuning van het
includeren van patiënten in onderzoek .
Ze hielpen ook bij andere studiehandelingen.
Bekostiging hiervan verliep een
jaar lang vanuit de ZEGG subsidie.
Behaalde resultaten
In de centrale research pool zaten
vijf interne medewerkers. Samen
ondersteunden zij voor één jaar zes
zorgevaluaties. Zonder de pool waren
deze studies waarschijnlijk veel later,
of helemaal niet, opgestart. De inclusies
waren voor een deel zonder deze
pool niet behaald. Op de afdeling was
er namelijk niet altijd de tijd en/of de
menskracht om patiënten te benaderen
voor deelname. De medewerkers
van de pool hadden deze tijd wel.
Voor patiënten hebben we een flyer en
video ontwikkeld om uit te leggen wat
wetenschappelijk onderzoek in OLVG
is. Voor onderzoekers hebben we een
rekenhulp ontwikkeld om vóór een
deelname aan een zorgevaluatie, de
interne kosten te berekenen. Hierdoor
weet je op tijd of de vergoeding die je
voor zo’n deelname gaat krijgen, wel
of niet kostendekkend is. We hebben
ervaren dat een centrale researchpool
waardevol is voor OLVG. Het centraliseert
namelijk kennis en kunde rondom
wetenschappelijk onderzoek en zorgt
er daardoor voor dat onderzoeksteams
van elkaar leren.
Samenwerkingspartners
Op dit moment is de onderzoeksondersteuning
versnipperd georganiseerd.
In dit project zijn verschillende
mensen die met onderzoek bezig zijn
juist bij elkaar gebracht. Zo konden zij
van elkaar leren. Onderzoeksmedewerkers
van verschillende afdelingen
werkten met elkaar in de centrale researchpool
en deelden de kennis die
zij opdeden op de afdelingen. De lokale
hoofdonderzoekers deelden bovendien
hun ervaringen tijdens de geplande
evaluatiemomenten. Het centrale wetenschapsbureau
en de decaan van
Het Leerhuis waren betrokken bij de
coördinatie. Afdeling communicatie
hielp bij de ontwikkeling van producten
om patiënten uit te leggen wat wetenschappelijk
onderzoek precies inhoudt
en waarom het belangrijk is dat we in
OLVG onderzoek doen.
Centrale researchpool met van links naar rechts: Dorothee Burgers, Annet Bos,
Esther Scheijbeler, Glaresa Mollu, Okke Hoonhout.
WETENSCHAP@OLVG • 8
Kwartet onderzoekers
Hoe is het om onderzoek te doen in OLVG? Vier onderzoekers
vertellen erover.
WETENSCHAP@OLVG • 9
Kwartet onderzoekers
Mentale gezondheid tijdens
de overgang
Waar ben je het meest trots op?
‘Waar ik wel trots op ben is dat we dit onderzoek
hebben opgezet toen er nog geen subsidie was. Het
is echt opgezet met mensen die dit interessant vonden
en van daaruit is het steeds verder gegroeid.
Onze onderzoeksgroep heeft nu een naam gekregen:
LifeCYCLE. We hebben ook een LinkedIn pagina
opgezet en hadden al snel meer dan 100 volgers.
Dat betekent dat het leeft en relevant is voor veel
mensen, dat vind ik echt heel leuk.‘
: binnen de psychiatrie kan
ik me richten op vrouwengezondheid
in de hele
levensloop. Deze is vaak nog
onderbelicht, maar klinisch
heel relevant
Samenvatting onderzoek
De overgang, die gemiddeld zeven tot tien
jaar duurt, staat vooral bekend om lichamelijke
klachten zoals opvliegers en nachtzweten.
Minder zichtbaar, maar minstens zo
belangrijk, zijn de mentale klachten die veel
vrouwen ervaren. Ongeveer 35% rapporteert
een depressie tijdens deze levensfase. Naast
psychosociale factoren lijken ook hormonale
schommelingen hierbij een rol te spelen. In
de MOPP-studie onderzoeken we mentale
gezondheid – zoals stemming, slaap en
angst – tijdens de overgang. Daarbij kijken
we of vrouwen die eerder stemmingsklachten
hadden rond menstruatie of zwangerschap
extra kwetsbaar zijn in deze fase. Het
tijdig herkennen van hormonale sensitiviteit
kan bijdragen aan preventie en een betere
behandeling van stemmingsklachten. Zo
werken we toe naar meer integrale, gepersonaliseerde
en vrouwspecifieke mentale
gezondheidszorg.
Marijn Schipper,
arts-onderzoeker
psychiatrie
Take-home
message
Ik ben vanuit
mijn geneeskunde
studie gewend
heel klinisch te
kijken. Bij mijn
onderzoek kijk
je veel breder
naar een populatie.
Ik vind het
leuk dat het een
maatschappelijk
onderwerp is.
Wat vind je het leukst aan onderzoek doen?
‘Wat ik heel erg leuk vind aan onderzoek doen is dat
je aan allerlei verschillende projecten werkt en creatief
kunt zijn. Je werkt veel samen en moet breed
denken. Ik heb geneeskunde gestudeerd, dus dan
ben je best wel klinisch ingesteld en heb je vaak specifiek
de focus op een individuele patiënt. Bij mijn
onderzoek kijk je veel breder naar patronen in een
hele populatie. Daarnaast vind ik de mensen met
wie ik samenwerk heel enthousiast
en inspirerend.‘
Wat zijn je toekomstplannen?
‘Allereerst ga ik mijn promotietraject afronden. Eerder
dacht ik dat ik gynaecoloog wilde worden, maar
gaandeweg heb ik ontdekt dat mijn hart meer bij de
psychiatrie ligt. Dat vakgebied biedt namelijk precies
de ruimte om de verbinding te maken tussen de verschillende
facetten die ik interessant vind: het combineren
van psychologische, sociale en biologische
factoren en begrijpen hoe deze elkaar beïnvloeden in
een hele brede context. Binnen de psychiatrie kan ik
me ook richten op vrouwengezondheid. Deze is vaak
nog onderbelicht, maar klinisch heel relevant. Door
een levensloopperspectief in te nemen, van menstruatie
tot eventuele zwangerschap tot overgang, hopen
we beter te begrijpen hoe hormonale en psychosociale
processen elkaar beïnvloeden.’
WETENSCHAP@OLVG • 10
Kwartet onderzoekers
Uitkomsten na een totale
heupprothese
Hoe kijk je terug op de afgelopen
jaren onderzoek doen?
‘Ik vond het waardevol om de tijd te hebben
om echt in een onderwerp te duiken en alle
fases van een onderzoek te doorlopen, van
patiëntmetingen tot analyses. Tegelijkertijd
vond ik het uitdagend om naast mijn andere
werkzaamheden voldoende tijd te vinden.
Even een half uurtje aan mijn onderzoek
werkte voor mij niet. Op een gegeven moment
ben ik schrijfdagen - en als het kon
zelfs schrijfweken - gaan plannen. Ik merkte
dat ik dan veel efficiënter kon werken. Daarnaast
vond ik het leuk om met veel verschillende
mensen samen te werken, zoals stagiaires,
artsen en andere onderzoekers.’
: mijn onderzoek heeft
impact op de praktijk, op
de patiënt. Daar doe je
het toch voor!
Samenvatting onderzoek
In haar promotietraject onderzoekt Amanda hoe
de zorg rond de totale heup prothese verder verbeterd
kan worden, én welke slimme manieren er
zijn om dit onderzoek uit te voeren. De heupprothese
is wereldwijd een van de meest uitgevoerde
orthopedische operaties, waarbij veel
uitkomsten routinematig worden vastgelegd.
Vanuit waardegedreven zorg ontstond een project
naar de traditionele leefregels na een heupprothese,
die door patiënten vaak als belastend
werden ervaren. Het onderzoek liet zien dat
het verminderen van deze leefregels niet leidt
tot meer complicaties. Daarnaast onderzocht
Amanda, in samenwerking met de afdeling
radiologie, de driedimensionale stabiliteit van
verschillende implantaten. Deze studies geven
inzicht in vroege fixatie en lange-termijn uitkomsten.
Door klinisch onderzoek te combineren met
vernieuwende analysemethoden draagt het werk
bij aan beter onderbouwde keuzes voor zowel
orthopedisch chirurgen als patiënten.
Amanda Klaassen,
promovendus Orthopedie
en staffunctionaris
Kwaliteit
Take-home
message
Even een half
uurtje aan mijn
onderzoek
werkte voor mij
niet. Op een gegeven
moment
ben ik schrijfdagen
– en als
het kon zelfs
schrijfweken –
gaan plannen.
Ik merkte dat
ik dan veel efficiënter
kon
werken.
Waar ben je het meest trots op?
‘Qua impact ben ik het meest trots op het
leefregel onderzoek. Waarbij we keken of
leefregels na een totale heup nodig zijn om
complicaties te voorkomen. Dat heeft impact
op de praktijk, op de patiënt. En daar
doe je het toch voor! Daarnaast ben ik trots
op het gerandomiseerde onderzoek, waarbij
we met driedimensionale beelden onderzochten
hoe stabiel de prothese in het bot
zit. Dat is toch wel heel veel werk wat je dan
samen voor elkaar krijgt.’
Wat zijn je toekomstplannen?
‘Op dit moment ben ik vooral bezig met relatief
nieuwe analyse methodes. Ik onderzoek
of je met observationele data toch dichter
bij het aantonen van causale verbanden
kunt komen. Verder wil ik natuurlijk graag
mijn promotietraject afronden en mijn boek
schrijven. Daarnaast ben ik net verhuisd en
alvast aan het nadenken wat de volgende
stap wordt. Ik werk als fysiotherapeut, onderzoeker
en als kwaliteitsadviseur, en ik
ben nog aan het oriënteren waar ik me in de
toekomst op wil richten.’
WETENSCHAP@OLVG • 11
Kwartet onderzoekers
Evalueren van de OLVG pijn app
Hoe ben je in het onderzoek terecht
gekomen?
‘In 2015 hadden we een registratieprobleem
met de postoperatieve pijn waarbij de scores
niet goed werden bijgehouden. Met Marc
Godfried heb ik nagedacht hoe we dat kunnen
verbeteren. We wilden de patiënt meer
betrekken bij de registratie van de pijn. Dat
deze ook zelf op het moment dat hij het
nodig vindt, kan aangeven dat hij hulp of
pijnbestrijding wil. Dat heeft geresulteerd
in de OLVG pijnapp. Marc vroeg of ik een
promotietraject hier omheen wilde doen. We
hebben een promotieteam samengesteld
en zo doe ik onderzoek naar dit interessante
onderwerp.’
: onderzoek doen is 90%
heel hard werk, 9% talent
en nog een beetje ambitie
Samenvatting onderzoek
Het centrale doel van het proefschrift was het verbeteren
van de kwaliteit van herstel na een operatie door
patiënten meer regie te geven, de documentatie van postoperatieve
symptomen te verbeteren en betere communicatie
met zorgverleners mogelijk te maken. Bram
deed mee aan een grootschalige multicentrische registeranalyse.
Deze identificeerde orthopedische chirurgische
ingrepen die geassocieerd zijn met hoge pijnintensiteit,
waardoor gepersonaliseerde postoperatieve zorg
mogelijk wordt. Gebruikersvriendelijkheid- en implementatiestudies
toonden de haalbaarheid en acceptatie van
de applicatie aan onder patiënten, verpleegkundigen en
zorgprofessionals. Daarnaast evalueerden een gerandomiseerde
trial en een observationele studie de impact
van de applicatie op het herstel na dag chirurgie.
Conclusie: patiënt gestuurde postoperatieve follow-up
van pijn en misselijkheid met behulp van een smartphone
app is haalbaar, maar een verbetering van door
patiënten gerapporteerde kwaliteit van herstel na dagchirurgie
kon niet worden aangetoond.
Bram Thiel,
physician assistent
Anesthesiologie
Take-home
message
Wees meer
alert op andere
projecten
die buiten je
promotie om
lopen. Help
andere onderzoekers
met
inclusies en
werk samen.
Wat heb je geleerd van onderzoek
doen?
‘Dat het 90% heel hard werk is, 9% talent en
nog een beetje ambitie. Het is ongelooflijk
belangrijk dat je een goed netwerk hebt. Dat
je ideeën voor onderzoeken die je wil doen
goed laat landen voordat je ermee begint.
Anders kom je nergens, want je hebt anderen
nodig. Samenwerken is ontzettend belangrijk.
Zonder samenwerken kan je je analyses
niet doen, je resultaten niet goed opschrijven.
Je moet het met anderen bespreken en
niet alleen achter je bureau blijven.‘
Heeft onderzoek doen veranderd
hoe je werkt In de kliniek?
‘Ja. Voorheen deed je onderzoek er een
beetje bij en was je daar misschien toch
wat slordiger mee. Ik ben efficiënter in het
doen van onderzoek en wat nauwkeuriger.
Ook ben ik meer alert op andere projecten
die buiten mijn promotie om lopen. Dus
dat je ook andere onderzoekers helpt met
inclusies en dat je samenwerkt. We hebben
bijvoorbeeld een tijdje met orthopedie
samengewerkt om toch die inclusies voort te
stuwen. Je moet elkaar helpen, anders ga je
het niet redden.‘
WETENSCHAP@OLVG • 12
Kwartet onderzoekers
Meer gepersonaliseerde behandeling
Obstructieve Slaap Apneu (OSA)
Je bent nu een jaar bezig met
je onderzoek. Hoe ben je hier
terechtgekomen?
‘Ik ben in december 2024 begonnen en hoop
mijn promotieonderzoek binnen drie jaar af
te ronden. Mijn weg hiernaartoe begon met
een keuzecoschap KNO in OLVG. Het werk
van mijn voorganger vond ik zo interessant
dat ik besloot haar op te volgen. Na een jaar
ervaring bij de chirurgie heb ik gesolliciteerd
en het stokje officieel overgenomen.’
: ik vind het erg leuk om
mijn werk te delen en
anderen te laten zien wat
we doen.
Samenvatting onderzoek
Obstructieve slaap apneu (OSA) is een veelvoorkomende
slaapstoornis waarbij de bovenste
luchtweg tijdens de slaap herhaaldelijk ineenstort
waardoor de zuurstofsaturatie in het bloed daalt.
De behandeling is vaak complex: veel patiënten
doorlopen meerdere therapieën voordat voldoende
controle wordt bereikt. Dit resulteert in
langdurige behandeltrajecten en een aanzienlijke
belasting voor patiënt en zorgsysteem.
Tijdens mijn promotieonderzoek beschrijf ik de
huidige zorg voor OSA-patiënten en evalueer ik
de uitkomsten van chirurgische behandelingen,
zoals barbed reposition pharyngoplasty en tongzenuwstimulatie.
Daarnaast onderzoek ik welke
patiëntfactoren en aanvullende metingen (zoals
comorbide insomnie en pharyngeal opening pressure
tijdens slaapendoscopie) voorspellend zijn
voor het succes van chirurgie.
Met deze resultaten wil ik bijdragen aan een meer
gepersonaliseerde OSA-behandeling.
Simarjeet Singh, ANIOS
Keel-, Neus- en Oorheelkunde
Take-home
message
Organiseren is
cruciaal. Je werkt
aan veel projecten
tegelijk en
moet overal kleine
stappen zetten
terwijl je het overzicht
bewaart.
Onderzoek doen verschilt enorm
van de kliniek. Wat was de grootste
omschakeling?
‘In de kliniek zie je direct resultaat; een patiënt
is na een operatie vaak binnen drie
dagen weer thuis. Bij onderzoek is het traject
veel langer en moet je meer geduld hebben.
Ik heb vooral geleerd hoe cruciaal organiseren
is. Je werkt aan veel projecten tegelijk en
moet overal kleine stappen zetten terwijl je
het overzicht bewaart.’
Wat vind je uitdagend en waar ben
je tot nu toe echt trots op?
‘Het coördineren binnen een groot multidisciplinair
slaapteam is een uitdaging die
mijn communicatieskills heeft verbeterd. Ik
ben het meest trots op mijn presentatie op
een congres in Veldhoven. Ik rekende op 30
man publiek, maar sprak uiteindelijk voor
500 mensen. Ondanks de zenuwen was ik bij
de tweede presentatie op dag twee van het
congres, de rust zelve. Ik vind het erg leuk
om mijn werk te delen en anderen te laten
zien wat we doen. Mijn uiteindelijke doel is
om binnen drie jaar mijn proefschrift af te
hebben. Na mijn PhD hoop ik in opleiding te
gaan tot KNO-arts.’
WETENSCHAP@OLVG • 13
Abstract
Screening en patiëntgerichte nazorg
voor emotionele en cognitieve
problemen na een herseninfarct:
resultaten van de multicenter, clustergerandomiseerde
ECO-stroke-studie
J.P.L. Slenders 1 , R.M. Van den Berg-Vos 1,2 , C.M. van Heugten 3,4 , J.MA. Visser-Meily 5,6 , R.P.A. van Eijk 7,8 , M.A.A. Moonen 1 ,
S. Godefrooij 1 , V.I.H. Kwa 1 , namens de ECO-stroke studie groep
Inleiding
Na een herseninfarct ervaren veel patiënten
emotionele en cognitieve problemen.
Deze gevolgen kunnen (maatschappelijke)
participatie belemmeren.
Er is onvoldoende bewijs over de effectiviteit
van screening op emotionele en
cognitieve problemen na een herseninfarct.
Deze studie onderzocht of een
gestructureerde nazorginterventie, gericht
op screening en begeleiding van
emotionele en cognitieve problemen,
leidde tot betere participatie één jaar
na een herseninfarct. Daarnaast onderzochten
we het effect op emotionele en
cognitieve klachten, angst en depressie,
kwaliteit van leven, zelfeffectiviteit en
functionele beperkingen.
Methoden
In deze multicenter, cluster-gerandomiseerde
trial werden twaalf Nederlandse
ziekenhuizen 1:1 gerandomiseerd naar
een interventie- of controlegroep. Patiënten
(≥18 jaar) met een herseninfarct
die naar huis werden ontslagen zonder
(poli)klinische revalidatie werden
geïncludeerd. In de interventiegroep
vond zes weken na ontslag een consult
plaats op de polikliniek neurologie met
een gespecialiseerde verpleegkundige
of verpleegkundig specialist. Tijdens dit
consult werd gescreend op emotionele
en cognitieve problemen en participatiebeperkingen.
Afhankelijk van de
uitkomst, werd doorverwezen naar passende
vervolgzorg. In de controlegroep
werd de gebruikelijke nazorg geboden.
De primaire uitkomst was participatie
na één jaar, gemeten met de Restric-
Jos Slenders, promovendus en AIOS Neurologie
tie subschaal van de Utrecht Scale for
Evaluation of Rehabilitation—Participation
(USER-P-R). Secundaire uitkomsten
waren onder andere angst en
depressie (gemeten met de HADS), kwaliteit
van leven (EQ-5D-5L en EQ-VAS),
zelfeffectiviteit (GSES) en functionele
beperkingen (mRS).
Resultaten
Er werden 531 patiënten geïncludeerd.
De gemiddelde leeftijd was 70,6±9,7
jaar, 40,0% was vrouw. Na één jaar was
er geen significant verschil in participatie
tussen de interventie- en de controlegroep
(mean difference = 0,77; 95%
CI −2,46 tot 4,06). Met betrekking tot de
secundaire uitkomsten, rapporteerden
patiënten in de interventiegroep minder
angstklachten en een hogere kwaliteit
van leven na drie maanden. Dit verschil
in kwaliteit van leven bleef aanwezig na
één jaar. Er werd geen verschil gevonden
voor de overige uitkomstmaten.
Conclusie
Screening en nazorg voor emotionele en
cognitieve problemen na een herseninfarct
leidde niet tot betere participatie
na één jaar. Het leidde wel tot een verbetering
van angstklachten en kwaliteit
van leven, al betrof dit een bescheiden
effect op de secundaire uitkomstmaten.
Binnenkort verwachten wij de resultaten
van de kosteneffectiviteitsanalyse, die
onderdeel was van deze trial.
1. Afdeling Neurologie, OLVG
2. Afdeling Neurologie, Amsterdam UMC
3. Department of Neuropsychology & Psychopharmacology,
Faculty of Psychology and Neuroscience
(FPN), Maastricht University
4. Limburg Brain Injury Center, Maastricht University
5. Department of Rehabilitation, Physical Therapy
Science & Sports, UMC Utrecht Brain Center, University
Medical Center Utrecht, Utrecht
6. Center of Excellence for Rehabilitation Medicine,
UMC Utrecht Brain Center, University Medical
Center Utrecht, and De Hoogstraat Rehabilitation
7. Department of Neurology, UMC Utrecht Brain Center,
University Medical Center Utrecht
8. Biostatistics & Research Support, Julius Center
for Health Sciences and Primary Care, University
Medical Center Utrecht
WETENSCHAP@OLVG • 14
In de schijnwerpers
Citrienfondsprogramma
Anders werkt beter
De druk op de ziekenhuizen neemt toe en
de zorgvraag wordt groter en complexer.
Het Citrienfondsprogramma Anders
werkt beter wil daarom het werk slimmer
én aantrekkelijker maken.
Verpleegkundige en verpleegkundig onderzoeker
Marijke van Buren ziet ook dat
de zorg steeds complexer wordt. ‘Het is
bijna nooit meer 1 probleem waarvoor iemand
wordt opgenomen’, vertelt ze. ‘Medisch,
verpleegkundig en sociaal loopt alles
door elkaar. Dat maakt het moeilijker
om iedereen de aandacht te geven die
je zou willen geven, en dat is frustrerend.’
Het Citrienfondsprogramma Anders
werkt beter richt zich niet alleen op efficiëntie,
maar evenveel op werk-plezier.
1 van de interventies die gesteund wordt
vanuit het Citrienfonds heet Samen sterker:
het verbeteren van de zorgefficiëntie
en werkplezier door naastenparticipatie.
Het doel is om naasten op een duidelijke
en gestructureerde manier te betrekken
bij de zorg. Daar is op de werkvloer veel
behoefte aan, ziet Marijke. ‘Mantelzorgers
willen vaak graag iets betekenen voor
hun naaste, alleen weten wij nog niet zo
goed hoe we dat moeten organiseren.
Daardoor verschilt het per verpleegkundige:
de 1 omarmt familie, de ander vindt
het extra werk.’
Het project is geïnitieerd door het
AmsterdamUMC en OLVG. Florian van
Hunnik, projectleider in OLVG en verpleegkundige,
legt uit dat Samen sterker
uit 2 delen bestaat: concreet maken wat
mantelzorgers willen en kunnen doen, en
het aanleren van complexe zorghandelingen
voor als een patiënt straks weer thuis
is. Om te voorkomen dat naasten overbelast
raken, krijgen verpleegkundigen ook
training om overbelasting te herkennen
en bespreekbaar te maken.
Meer lezen?
Deze tekst is aangepast van het artikel
‘Anders werkt beter: naar toekomstbestendige
zorg met meer werkplezier’ op
de website van ZonMW.
Winnaars
subsidie Stichting
Wetenschappelijk
Onderzoek 2025
Op dinsdag 9 december 2025 hebben de winnaars van de subsidieronde
2025 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek OLVG de cheques met subsidiebedragen
feestelijk in ontvangst genomen. Van de in totaal 20 aanvragen
zijn 5 mooie onderzoeksvoorstellen gehonoreerd. Tijdens de vergadering
van de Commissie Wetenschap pitchten de winnaars hun voorstellen
en werden zij in het zonnetje gezet met mooie woorden en bloemen door
voorzitter raad van bestuur Wietske Vrijland.
V.l.n.r: Nina Rol, Marthe Egberts, Ariena Rasker, Simarjaeet Singhm Sharron v.d. Berg
Winnaars
1 Kanker in het gezin: een evaluatieonderzoek naar groepsbijeenkomsten
voor ouders met kanker en hun partners (KihG-studie)
Hoofdaanvrager: Marthe Egberts, onderzoeker en orthopedagoog i.o.t.
GZ-psycholoog, Ingeborg Douwes Centrum
2 Effect van lage dosering prednison op hoesten en kwaliteit van leven in
IPF patiënten
Hoofdaanvrager: Nina Rol, AIOS, Longgeneeskunde
3 Mobility and activities of daily living Outcomes after a hip fracture:
Variables for Expectation (MOVE-HIP study)
Hoofdaanvrager: Ariena Rasker, PhD kandidaat, Orthopedie
4 Predictive Value of Pharyngeal Opening Pressure for Surgical Outcomes
in Patients with Obstructive Sleep Apnea and Failure or Intolerance to
CPAP Therapy
Hoofdaanvrager: Simarjeet Singh, ANIOS en PhD kandidaat, KNO.
5 Hold on tight: Pediatric Medical Traumatic Stress in the grip of restraint
Hoofdaanvrager: Sharron van den Berg, verpleegkundig specialist, Kindergeneeskunde
WETENSCHAP@OLVG • 15
Artikel
Samen onderzoek doen:
co-creatie van
zorgevaluatiestudies
Na afloop van een wetenschappelijk onderzoek blijkt het soms lastig
om de resultaten toe te passen in de praktijk. Dat gebeurt bijvoorbeeld
als niet iedereen zich kan vinden in de manier waarop het onderzoek is
uitgevoerd. Het natuurlijk erg jammer - en zonde van alle moeite - als
onderzoeksresultaten níet worden vertaald naar betere zorg.
Nienke Willigenburg, coördinator Onderzoeksbureau orthopedie,
Lidy Roubos, promovendus onderzoeksbureau Orthopedie, Peter Kunst, longarts
Samen beter onderzoek
ontwerpen
Om dat te voorkomen, wordt steeds
vaker gekozen voor co-creatie. Dat
betekent dat alle betrokkenen vanaf
het begin sámen werken aan het
onderzoek. Denk aan zorgverleners,
patiënten, onderzoekers, wetenschappelijke
verenigingen, zorgverzekeraars,
richtlijnontwikkelaars en het
Zorginstituut Nederland. Binnen het
programma Zorgevaluatie & Gepast
Gebruik (ZE&GG) is hiervoor een vaste
werkwijze ontwikkeld 1 .
Bij co-creatie worden in gezamenlijke
gesprekken afspraken gemaakt over
de belangrijkste vragen. Voor welke
patiënten doen we dit onderzoek?
Welke behandelingen willen we vergelijken?
Welke uitkomsten gaan we
meten? Wat vinden we een belangrijk
verschil in uitkomst tussen de behandelgroepen?
Door dit samen te bepalen,
sluit het onderzoek beter aan bij de
praktijk – en is de kans groter dat de
resultaten ook echt worden gebruikt.
Hoe werkt co-creatie?
De samenwerking verloopt stap voor
stap. In de eerste fase worden de onderzoeksvraag
(PICO), studieopzet
en het beoogde aantal deelnemers
vastgesteld. Daarna volgt een tweede
fase waarin de praktische kant verder
wordt uitgewerkt: de in- en exclusiecriteria,
secundaire uitkomsten, het
dr. Nienke Willigenburg & Lidy Roubos, MSc
(onderzoekers Orthopedie)
Als projectleider en promovenda onderzoeken wij nacontroles
voor patiënten met een kunstheup of kunstknie,
op 1 jaar en 10 jaar na de operatie. 2, 3 Jaarlijks vinden
tienduizenden van dit soort nacontroles plaats, terwijl
de meerwaarde nooit is aangetoond. Door de druk op de
zorg wordt overwogen deze controles af te schaffen, maar
dat roept vragen op bij artsen en patiënten. Wat als je
een complicatie mist, of juist de geruststelling verliest dat
alles goed is? Het was intensief maar waardevol om dit
onderzoek samen vorm te geven. De uitgebreide voorbereiding
kostte veel tijd, maar vergroot straks de kans dat
de resultaten ook echt worden toegepast in de praktijk.
dr. Peter Kunst (longarts)
Als voorzitter van de beleidscommissie Wetenschap en Innovatie
van de NVALT (Nederlandse Vereniging van Artsen
voor Longziekten en Tuberculose) was ik betrokken bij een
project waarbij patiënten met een bepaald type longkanker
slechts 6 in plaats van 24 maanden lang immunotherapie
krijgen 4 . Mijn rol was vooral gericht op mensen enthousiasmeren
bij dit proces en om de financier (ZE&GG) voor
dit project warm te laten lopen. Ik moet zeggen zowel het
eerste als het laatste is soms lastig geweest. Het kostte veel
tijd om de financiering goed rond te krijgen. Al met al was
het zeker de moeite waard omdat dit miljoenen aan kostenbeheersing
gaat opleveren, terwijl het waarschijnlijk even
effectief is en minder complicaties geeft voor de patiënt.
WETENSCHAP@OLVG • 16
Pizza & Wetenschap 2026:
In Science We Trust?
Lidy Roubos, Nienke Willigenburg, Peter Kunst
studiebudget, een patiëntenparticipatieplan én een plan
voor hoe de resultaten ook werkelijk gaan leiden tot verandering
in de zorg. Tussen de fasen door wordt steeds
bekeken of iedereen nog achter het project staat.
Omgaan met verschillende belangen
Bij co-creatie zitten vaak mensen met uiteenlopende
belangen aan tafel. Een arts kijkt misschien vooral naar
de medische uitkomsten, een zorgverzekeraar naar de
kosten, en een patiënt naar wat een behandeling of
uitkomst voor hem of haar betekent. Juist door deze
verschillen open te bespreken, ontstaat meer wederzijds
begrip en wordt het onderzoek sterker.
Samen werken aan
betere zorg
Co-creatie helpt om onderzoek niet alleen voor,
maar ook mét de zorg te doen. Door patiënten en
zorgprofessionals vanaf het begin te betrekken,
ontstaat onderzoek dat beter aansluit bij wat er in de
praktijk nodig is. Zo vergroten we samen de kans dat
onderzoeksresultaten leiden tot echte verbeteringen in
de zorg.
Referenties
1 https://zorgevaluatiegepastgebruik.nl/wat-we-doen/agenderen/systematisch-agenderen/co-creatie-zorgevaluaties/
2 https://zorgevaluatienederland.nl/evaluations/haka-1-year-fu
3 https://zorgevaluatienederland.nl/evaluations/haka-10-year-fu
4 https://zorgevaluatienederland.nl/evaluations/didac
Op dinsdag 13 januari 2026 vond alweer
de vierde editie van Pizza & Wetenschap
plaats. Ongeveer 60 collega’s vanuit
uiteenlopende functies en afdelingen
kwamen samen in de auditoriumruimte
van het Stay Generator Hostel aan het
Oosterpark. Samen met wetenschapsjournalist
Jop de Vrieze werd interactief
gesproken over het thema ‘Vertrouwen in
de Wetenschap’ en deelden collega’s met
elkaar hoe zij dit in de dagelijkse praktijk
tegenkomen.
Vertrouwen in de wetenschap
Jop de Vrieze nam ons mee in wat historisch perspectief
over vertrouwen en wantrouwen in de wetenschap.
Zo liet hij zien dat de zogenoemde science war in de
jaren ’90 vooral vanuit meer links-georiënteerde denkrichtingen
gevoerd werd, terwijl scepsis tegenwoordig
vaker uit andere hoeken komt.
Uit onderzoek van het Rathenau Instituut (2025) blijkt
dat het vertrouwen in de wetenschap nog altijd hoog
is in vergelijking met andere instituties zoals politiek,
media en televisie. Gemiddeld gaven Nederlands het
vertrouwen in de wetenschap een 7,53 op een schaal
van 0 tot 10, zelfs een lichte stijging ten opzichte van
eerdere jaren.
Wat kunnen we doen?
Samen dachten we na over wat wij zelf kunnen doen
om vertrouwen te versterken en wederzijds begrip te
vergroten. Enkele belangrijke punten die daarbij naar
voren kwamen: leg de consensus uit, overbrug de ervaren
afstand, neem tijd om te luisteren en stel je op als
adviseur.
WETENSCHAP@OLVG • 17
Epidemiologica
Eerste stappen naar FAIR:
Hoe OLVG onderzoek
duurzaam en
toegankelijk maakt
In de wereld van wetenschappelijk onderzoek wordt het belang
van goede dataorganisatie steeds groter. De FAIR-principes zijn
hierbij de norm voor goed datamanagement en het bevorderen
van open science. Ook binnen OLVG zetten we stappen om
deze principes in de praktijk te brengen. In deze Epidemiologica
leggen we uit hoe we dat doen en waarom het belangrijk is voor
onderzoekers, patiënten en de wetenschap in het algemeen.
Chantal den Haan, informatiespecialist, Ise Butter, adviseur datamanagement
Voorbeeld
Stel: een onderzoeksgroep in Europa
werkt aan een studie naar angst en depressie
bij dialysepatiënten. Daarvoor
zullen zij honderden patiënten moeten
includeren, onderzoeken en jarenlang
volgen – een kostbare en tijdrovende
klus. Maar enkele jaren geleden voerde
OLVG in Amsterdam al een uitgebreide
studie uit naar dialyse en depressie, inclusief
demografische gegevens. Eeuwig
zonde als die data niet voor het Europese
onderzoek gebruikt kunnen worden,
want door die bestaande dataset te benutten,
kan de Europese groep enorme
hoeveelheden tijd en geld besparen.
Daarvoor is het wel essentieel dat de
onderzoeksgroep weet dat deze mooie
dataset in OLVG überhaupt bestaat, zij
de data kunnen vinden, opvragen en
begrijpen om deze vervolgens te kunnen
hergebruiken. Dat kunnen we bereiken
door onderzoeksdata te laten voldoen
aan de FAIR-principes.
FAIR in OLVG: van principe
naar praktijk
Binnen OLVG zijn we al actief bezig met
het toepassen van FAIR in onze onderzoekspraktijk.
Een aantal concrete initiatieven
laten zien hoe we deze principes
vertalen naar werkbare oplossingen.
Datamanagementplan
Een datamanagementplan (DMP)
wordt opgesteld vóór de start van een
studie en helpt onderzoekers om vooraf
goed na te denken over het verzamelen,
beheren, beveiligen en delen van onderzoeksdata.
Het is voor veel subsidiever-
Wat zijn FAIR-principes?
Findable: Data moeten vindbaar zijn voor mensen
en computers, bijvoorbeeld door studies centraal
op te slaan en te omschrijven met metadata.
Accessible: Data moeten toegankelijk zijn, met
duidelijke voorwaarden voor wie wat mag inzien.
Dit betekent niet dat datasets direct openlijk
beschikbaar zijn voor iedereen.
Interoperable: Data moeten technisch en semantisch
uitwisselbaar zijn, bijvoorbeeld door data op
te slaan in veelgebruikte bestandsformaten.
Reusable: Data moeten herbruikbaar zijn voor
nieuw onderzoek en om jouw resultaten te reproduceren
met voldoende context en documentatie.
WETENSCHAP@OLVG • 18
strekkers verplicht en het wetenschapsbureau
biedt ondersteuning bij het
invullen. Sterker nog, we adviseren om
dit samen te doen; zeker als je van plan
bent (meta)data te publiceren. Een DMP
zorgt ervoor dat afspraken voldoen aan
wet- en regelgeving en FAIR-principes.
Omdat een project zich ontwikkelt, blijft
het DMP een levend document dat gedurende
het onderzoek wordt aangevuld en
aangepast.
Centrale opslag
Zodra een studie is goedgekeurd door
de raad van bestuur, ontvangt het studieteam
een link naar de omgeving van
SharePoint (SP) Wetenschap. In hun studiemap
kunnen onderzoekers studiedocumenten
veilig opslaan, met duidelijke
mappenstructuren en toegangsrechten.
Op die manier zijn data en documenten
altijd terug te vinden en borgen we de
toegang, ook als een onderzoeker uit
dienst gaat. Dit helpt ons om te voldoen
aan bewaartermijnen en zorgt ervoor
dat waardevolle informatie niet verloren
gaat. Bovendien maakt het samenwerken
tussen afdelingen en onderzoekers
eenvoudiger.
Checklist bij afsluiten en archiveren
Na het afronden van een studie helpt
een checklist om de studiemap gereed
te maken voor archivering. Het beschrijft
stap voor stap hoe een studie correct
wordt afgesloten en hoe alle data en
documenten veilig worden opgeslagen
binnen SP Wetenschap. Denk hierbij aan
een uniforme mappenstructuur, een protocol,
codeboek en projectsamenvatting,
studiedata en -documenten opgeslagen
in standaardformaten die zonder speciale
software uit te lezen zijn, scripts en
notities over databewerking en analyses,
en contactgegevens van de onderzoeker.
Door deze uniforme werkwijze zorgen
we ervoor dat data niet alleen bewaard
blijven, maar ook goed gedocumenteerd
zijn. Dit draagt bij aan de herbruikbaarheid
en interoperabiliteit van de data –
twee belangrijke FAIR-principes.
Publiceren van metadata in
een datarepository
Een dataset is pas echt vindbaar als
de metadata ook voor de buitenwereld
beschikbaar zijn. Metadata is beschrijvende
informatie over de inhoud, structuur
en context van de data. Binnen
OLVG stimuleren we onderzoekers om
metadata te publiceren in een geschikte
datarepository, zoals DataverseNL of
DANS Station Life Sciences. In een vast
metadata-template wordt de dataset
omschreven en worden belangrijke
studiedocumenten, zoals het protocol,
codeboek en scripts, direct toegankelijk
gemaakt. Vanwege privacy en herleidbaarheid
zijn studiedata meestal niet
vrij toegankelijk; hergebruik kan worden
aangevraagd via de toetsingscommissie
van OLVG. We vragen onderzoekers om
in hun metadata OLVG als bron te vermelden,
zodat duidelijk is waar de data
vandaan komen en contact mogelijk is
voor hergebruik. Dit vergroot de zichtbaarheid
van ons onderzoek en draagt
bij aan de principes van open science.
EHDS en HDSA
De European Health Data Space (EHDS)
is Europese wetgeving die een juridisch
en technisch kader neerzet om gezondheidsdata
veilig en uniform te delen binnen
de EU, zowel voor zorg als voor onderzoek.
Voor OLVG betekent dit dat we
onze onderzoeksdatabases en EPD-data
via metadata vindbaar maken in een Europese
catalogus. Om hier goed op voorbereid
te zijn, wordt Health Data Space
Amsterdam (HDSA) ingericht. Binnen
dit initiatief nemen OLVG, Amsterdam
UMC en het Antoni van Leeuwenhoek
gezamenlijk het voortouw in de regio
op het gebied van datainfrastructuur
en centrale toetsing van wetenschap-
pelijk onderzoek, waarbij de wensen en
behoeften van onderzoekers een belangrijke
rol spelen in de ontwikkeling van
het HDSA-platform. Andere instellingen
in de regio sluiten zich stap voor stap
aan. Uiteindelijk kunnen onderzoekers
in heel Europa zoeken naar geschikte
(onderzoeks)datasets en opvragen voor
onderzoek – uiteraard met waarborging
van privacy.
Open acces publiceren van artikelen
Net zoals je jouw onderzoeksdata FAIR
wilt maken, wil je ook dat jouw artikel zo
toegankelijk en herbruikbaar mogelijk is.
Dit kun je doen door het artikel open access
te publiceren. Open access publiceren
zorgt er onder andere voor dat jouw
artikel vaker gelezen en geciteerd kan
worden. Sommige uitgevers, zoals PLOS,
stellen publicatie van (meta)data bij het
artikel verplicht. Vanuit je artikel linken
naar je (meta)data vergroot de kans dat
jouw data gevonden en gebruikt gaat
worden.
Waarom FAIR belangrijk is –
ook voor OLVG
Het toepassen van FAIR-principes is
geen doel op zich, maar een middel om
de kwaliteit en impact van onderzoek
te vergroten. Team Wetenschap ondersteunt
onderzoekers met advies, templates
en praktische hulp. FAIR data is
een investering in de toekomst van ons
onderzoek. Samen werken we aan vindbare,
toegankelijke, uitwisselbare en herbruikbare
data – stappen die niet alleen
de kwaliteit van ons werk versterken,
maar ook bijdragen aan betere zorg.
WETENSCHAP@OLVG • 19
Abstract
Betrokkenheid management
bij wetenschappelijk onderzoek
Om wetenschappelijk onderzoek goed te faciliteren in een STZ-ziekenhuis als OLVG is het
belangrijk dat het doen van onderzoek op alle lagen van de organisatie ondersteund wordt.
Vanuit het Leerhuis is er beperkt inzicht in hoe verschillende lagen van het management
zich betrokken voelen bij wetenschappelijk onderzoek. Door middel van een vragenlijst
zijn de waardering, betrokkenheid, financiële uitdagingen en de houding ten aanzien van
(verpleegkundig) onderzoek van het management uitgevraagd. De vragenlijst is uitgezet in
de periode april t/m mei onder alle operationeel managers (OM) (n=29) en bedrijfskundig
managers (BM) (n=6). Na de zomer zijn alle unitleiders (UL) (n=29) ook uitgenodigd om de
vragenlijst in te vullen. Alle groepen hebben 1 reminder gekregen. De vragenlijst bestond uit
12 vragen.
Rudolf Poolman, decaan Leerhuis, Diana van Rooijen, hoofd wetenschap
Resultaten
De respons op de vragenlijst was goed
met responspercentages van 69% van
de OM-ers, 100 % BM-ers en 79% van de
UL-ers. Een grote meerderheid van het
management vond wetenschappelijk
onderzoek waardevol voor OLVG (92%).
Van de UL-ers was 71% voldoende op de
hoogte van wetenschappelijk onderzoek
binnen de afdeling, terwijl maar
35% van de OM-ers en 17% van de BMers
dat waren over hun onderzoek op
de afdelingen waar zij verantwoordelijk
voor zijn. Suggesties die hoog scoorden
om beter op de hoogte te zijn waren
regelmatige updates over lopende onderzoeken
en toelichting over hoe de
onderzoeksresultaten de organisatie of
afdeling beïnvloeden.
Als grootste uitdaging voor het financieren
van wetenschappelijk onderzoek
in OLVG werd beschreven dat structurele
financiering ontbreekt, het verkrijgen
van financiering niet gemakkelijk
is en dat er (daardoor) ook niet altijd
voldoende tijd is om onderzoek te doen.
Ook werden zorgen geuit over de toegenomen
regeldruk.
Onderzoek en evidence based practice
door verpleegkundigen werden wisselend
gestimuleerd. Als mogelijke opties
om dit voor verpleegkundigen mogelijk
te maken, werden genoemd het vrijmaken
van tijd en geld, het bieden van
goede ondersteuning, inspirerende
voorbeelden vaker in beeld brengen en
inzetten op duobanen. Aan de andere
kant werd ook de personele krapte benoemd,
en dat maakt het lastig om onderzoek
te faciliteren.
Van de totale groep vond 25% het wetenschappelijk
onderzoek goed aansluiten
bij de strategische doelen van
het ziekenhuis; 30% vond deze vraag
moeilijk te beantwoorden. Betere strategische
inbedding werd wenselijk
gevonden, bijvoorbeeld door het onderzoek
af te stemmen op de strategische
speerpunten of door de samenwerking
tussen verschillende afdelingen te vergroten.
De resultaten worden mondeling teruggekoppeld
tijdens management overleggen
en acties die uit de gesprekken
naar voren komen zijn opgenomen in
het jaarplan van het Leerhuis, of worden
meegenomen in de langere termijn
plannen.
Conclusie
Concluderend heeft het bevragen en
bespreken van de betrokkenheid van
het management bij wetenschappelijk
onderzoek waardevolle aanknopingspunten
geboden voor goede inbedding
van wetenschappelijk onderzoek in
OLVG. Het management zal beter betrokken
worden bij alle ontwikkelingen
ten aanzien van onderzoek, zoals op
organisatorisch gebied, lopend onderzoek,
en de resultaten ervan. Meer
transparantie, strategische inbedding
en structurele financiering zijn noodzakelijk
om onderzoek in de toekomst
mogelijk te blijven maken.
WETENSCHAP@OLVG • 20
Tip van de ACWO
Studies met medische
technologie
In OLVG wordt veel onderzoek gedaan
waar (nieuwe) medische technologie bij
wordt gebruikt. Denk aan innovatieve
beeldvorming op de SEH, een
meetapparaatje dat patiënten mee
naar huis krijgen na een operatie, of een
app waarin patiënten zelf hun welzijn
registreren. Het is niet altijd het onderwerp
van de studie, maar het wordt gebruikt in
studieverband en er wordt
data in verwerkt.
Loes Pronk, ambtelijk secretaris ACWO
Veilige toepassing
Het is van belang dat medische
technologie veilig kan worden toegepast binnen OLVG.
Daarom moet nieuwe medische technologie worden aangemeld
onder het Convenant Dossier. Soms betreft het
medische technologie zonder geldige certificering. In dat
geval moet er een Investigational Medical Device Dossier
(IMDD) opgesteld worden. Veel medische technologie genereert
data waar heldere afspraken over gemaakt moeten
worden via een verwerkersovereenkomst. Dit proces
kan soms wat langer in beslag kan nemen door juridische
vraagstukken.
Aanmelding en goedkeuring
Bij de ACWO merken we dat onderzoekers niet altijd op de
hoogte zijn dat de gebruikte medische technologie aan
deze eisen moet voldoen. Hierdoor beginnen dergelijke
processen pas nadat de studie is ingediend bij de ACWO
en kan het voor veel vertraging zorgen bij de opstart van
de studie. Dat terwijl de medische technologie al aangemeld
kan worden zodra bekend is dat het gebruikt zal
worden in de studie. Meer informatie over het aanmelden
vind je op intranet.
Begin op tijd
Zodra je voldoende informatie hebt van de sponsor kun je
starten met een Convenant Dossier (via een melding) en
beginnen met het afstemmen van de verwerkersovereenkomst.
Je hoeft hiervoor niet te wachten tot de indiening
bij de ACWO en de reactie van de ACWO. Twijfel je? Neem
gerust contact op met het ACWO-secretariaat. Of direct
met de vakgroep Klinische Fysica of iMED.
Column
Omdat we het
altijd al zo doen
Een groot gedeelte van de verpleegkundige praktijk
is niet onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek.
Op de vraag ‘Waarom doen we dit zo?’
komt vaak het antwoord ‘omdat we het altijd al zo
doen.’
Het is tijd voor verandering, maar nu écht! Waar de
academisering van verpleegkundigen toeneemt
stuiten verpleegkundigen die graag meer willen in
de praktijk op weerstand. Een veelgehoord argument
waarom verpleegkundigen en verpleegkundig
specialisten geen wetenschappelijk onderzoek
kunnen doen is omdat het vrijspelen van verpleegkundigen
ten koste gaat van tijd in de directe patiëntenzorg.
Gelukkig is daar wél onderzoek naar gedaan. Onderzoek
laat namelijk zien dat juist het bieden van
professionele ontwikkelingsmogelijkheden, autonomie
en betrokkenheid bij kwaliteitsverbetering
sterke voorspellers zijn van hogere werktevredenheid
onder verpleegkundigen én betere patiëntenuitkomsten
1 .
Verpleegkundigen die deze ruimte ervaren, blijven
aantoonbaar langer in het vak, binnen dezelfde
organisatie en hebben minder kans op burn-out.
Subsidiering van OLVG initiatieven zoals ‘Anders
werkt beter’ en vanuit stichting wetenschappelijk
onderzoek geven een concrete boost. Het biedt
kansen voor hen die het willen én kunnen. Samenwerking
met team wetenschap en het aansluiten
bij behoefte van afdelingen zijn hierin sleutelwoorden
voor verandering.
Op deze manier de kop boven het maaiveld uitsteken
vraagt lef van verpleegkundigen, geheel in
stijl van OLVG. Maar óók van hun leidinggevende.
Ben jij die unitleider of teamleider die de verpleegkundige
in hun kracht zet en faciliteert om wetenschappelijk
onderzoek te doen?
Grijp die kans!
Marijke van Buren,
verpleegkundig onderzoeker en
verpleegkundige op de AOA
1 de Vries N, Boone A, Godderis
L, Bouman J, Szemik S, Matranga D, et al. The race to retain
healthcare workers: A systematic review on factors that impact
retention of nurses and physicians in hospitals. Inquiry.
2023;60:469580231159318.
WETENSCHAP@OLVG • 21
Kwaliteit en Verbetering
OLVG versnelt oogzorg met AI
Digitale autotriage voor cataractpatiënten
Antonella Bijl-Witmer en Bjarty Garcia
De vraag naar oogzorg neemt toe door vergrijzing, terwijl
personeelstekorten en stijgende zorgkosten de beschikbare
capaciteit onder druk zetten. Om deze uitdaging het hoofd te
bieden heeft OLVG een digitaal triagesysteem ontwikkeld dat
met kunstmatige intelligentie (AI) voorspelt of patiënten met
een vermoeden van cataract het best door een optometrist of
een oogarts gezien kunnen worden.
Antonella Bijl-Witmer, Oogarts, Bjarty Garcia, senior data scientist, Team AI OLVG
Van traditionele triage naar
slimme selectie
Traditionele triage is gebaseerd op
summiere verwijsinformatie, waardoor
veel patiënten zonder directe operatieindicatie
toch bij de oogarts terechtkomen.
In de nieuwe hybride zorgroute
vullen patiënten voorafgaand aan hun
bezoek digitale PROMs-vragenlijsten
in via MijnOLVG. Het AI-model bepaalt
vervolgens welke zorgverlener het
meest passend is:
• optometrist bij patiënten met beperkte
klachten en lage kans op operatie;
• oogarts bij patiënten met een hogere
kans op operatieve behandeling of
complexere zorgvraag.
De kracht van data, modelkeuze
en samenwerking
Het model is ontwikkeld op gegevens
van 846 cataractpatiënten. Dit
onderzoek volgde de richtlijnen van
TRIPOD+AI 1 . Er zijn drie modellen vergeleken:
logistische regressie, Random
Forest en XGBoost. De logistische regressie
presteerde het best, met een
accuratesse van 68% en een hogere
AUC dan de bestaande handmatige triage
(0,66 versus 0,52). Daarnaast liet de
handmatige triage een lage specificiteit
zien, wat duidt op oververwijzing naar
de oogarts. Het AI-model bracht hierin
verbetering door een betere balans tussen
sensitiviteit en specificiteit.
De ontwikkeling vond plaats in een
multidisciplinair team, waarin oogheelkunde,
het AI-team en het EPD-team
gezamenlijk werkten aan een model
dat zowel methodologisch robuust als
praktisch implementeerbaar is in de
dagelijkse zorg.
Resultaten van implementatie in
de dagelijkse praktijk
Na interne validatie werd het model geïntegreerd
in het elektronische patiëntendossier
(EPD; EPIC), waardoor triage
volledig automatisch kon plaatsvinden
zonder extra belasting voor zorgprofessionals.
De prestaties van het systeem
werden daarna prospectief geëvalueerd
tijdens gebruik in de dagelijkse zorgpraktijk,
in lijn met aanbevelingen voor
gefaseerde evaluatie van AI-systemen
in de workflow 2 .
De triage-accuratesse steeg na implementatie
van 53% naar 64% (p < 0,01),
wat bevestigt dat het model niet alleen
retrospectief maar ook in de dagelijkse
zorg beter presteert dan standaardtriage.
De inzet van AI leidt tot een efficiëntere
verdeling van capaciteit. Dit zorgt voor
kortere wachttijden en potentieel lagere
zorgkosten. De resultaten sluiten aan bij
internationale literatuur waar AI-triagesystemen
worden gezien als waardevolle
ondersteuning, en niet vervanging
van, de zorgverlener 3 .
Aandachtspunten, ethiek en
vervolgstappen
Er zijn ook belangrijke aandachtspunten.
De gebruikte uitkomstmaat, een
cataractoperatie binnen zes maanden
als proxy voor complexiteit, is niet volledig
representatief en wordt daarom in
de praktijk aangescherpt met klinische
beoordeling. Omdat het model op gegevens
uit één centrum is ontwikkeld,
is externe validatie noodzakelijk om de
generaliseerbaarheid te beoordelen.
Daarnaast vereist het systeem voortdurende
monitoring op bias, privacy en
governance. Voor de verdere doorontwikkeling
kijken het AI-team en de oogheelkunde
naar uitbreiding naar andere
zorgpaden, integratie van aanvullende
datamodaliteiten zoals beeldvorming
en evaluaties van kosteneffectiviteit en
patiëntgerapporteerde uitkomsten.
1. Collins GS, Moons KGM, Dhiman P, Riley RD, Beam
AL, Van Calster B, et al. TRIPOD+AI statement:
updated guidance for reporting clinical prediction
models that use regression or machine
learning methods. Bmj. 2024;385:e078378.
2. Vasey B, Nagendran M, Campbell B, Clifton DA,
Collins GS, Denaxas S, et al. Reporting guideline
for the early-stage clinical evaluation of decision
support systems driven by artificial intelligence:
DECIDE-AI. Nat Med. 2022;28(5):924-33.
3. Jindal A, Sumodhee D, Brandao-de-Resende C,
Melo M, Neo YN, Lee E, et al. Usability of an artificially
intelligence-powered triage platform for
adult ophthalmic emergencies: a mixed methods
study. Sci Rep. 2023;13(1):22490.
WETENSCHAP@OLVG • 22
Colofon
Gepromoveerd in 2025
OLVG-promovendus en/of promovendus met (co)promotor uit OLVG.
Atiya Mohamed 17 februari Ziekenhuisapotheek
Geert-Jan Geersing 19 maart Huisartsenpraktijk Buitenhof
Ted van Iersel 27 maart Orthopedie
Philip Dijkhorst 2 april Chirurgie (bariatrie)
Gijs Willinge 25 april Chirurgie
Willem Vos 26 mei Interne Geneeskunde
Romana Malik 27 mei Leerhuis
Liselotte Boevé 5 juni Urologie
Tom Snijders 11 juni Orthopedie
Piter Oosterhof 1 juli Apotheek/interne geneeskunde
Larissa Klootwijk 17 oktober Huisartsenpraktijk Buitenhof
Rianne Vossen 23 oktober Chirurgie
Reinier Spek 17 november Orthopedie
Hannah Hoeben 11 december Kindergeneeskunde
Sanne van Spanning 12 december Orthopedie
Janine Prick 17 december Neurologie
9 promovendi met aanstelling in OLVG en (co)promotor in OLVG
6 promovendi met (co)promotor in OLVG met een aanstelling elders
1 promotie van staflid/a(n)ios/medewerker van OLVG, onderzoek elders verricht
Deze lijst is samengesteld met de gegevens die bij ons bekend waren.
Promoveer je in 2026? Laat het ons weten via wetenschap@olvg.nl.
Wetenschap@OLVG is een onafhankelijke,
wetenschappelijke uitgave van
het OLVG-Leerhuis. Met deze uitgave
wil OLVG wetenschappelijk onderzoek
stimuleren en praktisch ondersteunen.
De uitgave verschijnt twee keer per
jaar en wordt verspreid in de eigen
organisatie en onder Santeon- en STZziekenhuizen
in Nederland.
Redactie
C. den Haan, medisch
informatiespecialist bibliotheek; dr.
R.R. Jansen, arts-microbioloog, dr.
D.H.R. Kempen, orthopedisch chirurg,
vicevoorzitter wetenschapscommissie;
A.D. Klaassen MSc, staffunctionaris
Kwaliteit & Innovatie; dr. M.G. van
Pampus, gynaecoloog; L.M. Pronk,
adviseur wetenschap en ambtelijk
secretaris ACWO, dr. D.E. van Rooijen,
hoofd wetenschap; dr. M.E. Steenweg,
dr. B.C. Vrouenraets, chirurg; dr. N.W.
Willigenburg, researchcoördinator
Orthopedie; T.J.C Zoon MSc,
psychiater.
Redactie- en administratieadres
OLVG Wetenschapsblad
Postbus 95500
1090 HM Amsterdam
Telefoon: (020) 599 40 17
E-mail: wetenschap@olvg.nl
Hoofdredactie: Diana van Rooijen
Eindredactie: Manja Herrebrugh,
Simone Priester-Vink
Bladcoördinatie: Manja Herrebrugh,
Simone Priester-Vink
Foto’s en illustraties: Catalina Feres
Favi, Manja Herrebrugh, Jelmer ten
Hoeve – Marketing en Communicatie
OLVG,
Cartoon: Jaap Stiemer,
www.jaapstiemer.nl
Vormgeving: Drukkerij De Bij
Druk: Drukkerij De Bij
Oplage: 850 stuks
Oproep
Wil je ook onderzoeksresultaten
publiceren? Heb je een interessant
artikel dat je wilt delen? Wil je
reageren op het magazine? Of wil je
je aanmelden voor de Onderzoekers
van OLVG (OvO), een club van
wetenschappers die langdurig
onderzoek doen in OLVG? Neem dan
contact op via wetenschap@olvg.nl
Jaargang 19 nummer 1,
maart 2026
WETENSCHAP@OLVG • 23
Wetenschappelijke Statistieken publicaties in 2025
Wetenschappelijke publicaties
Het aantal publicaties van één of meer OLVG-medewerkers in 2025, opgesplitst naar afdeling.
De publicaties bestaan uit wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken in zowel Nederlands als Engels.
Het aantal Pubmed-publicaties van één of meer OLVG-medewerkers in 2014 en 2015, opgesplitst naar afdeling. De publicaties
van Maag- Darm- Leverziekten staan voor OLVG, locatie Oost apart vermeld en zijn voor OLVG, locatie West
Het totaal aantal unieke publicaties: 561
geteld bij de publicaties van Interne Geneeskunde. De categorie ‘overig’ omvat de publicaties van Teaching Hospital,
Medisch Onderwijs, Verpleegkunde, Diëtetiek en Fysiotherapie.
Afdeling
Aantal 1 HRM publicaties
3
Chirurgie
73
2 iMed
Klinische Chemie
85
Anesthesiologie & Operatiekamers 5
4
76
3
Apotheek
7
3
72
9
Kwaliteit en Verbetering
Algemene Chirurgie
Orthopedie
Cardio-thoracale Chirurgie Ingeborg 0 Douwes
Centrum 4
Cardiologie
40
45
16
Dermatologie 2
Inkoop 0en Logistiek
Gynaecologie/Verloskunde
Hematologisch Klinisch Chemisch Laboratorium
9
Anesthesiologie
4
40
Huisartsengeneeskunde
12
Intensieve
Intensieve Geneeskunde Geneeskunde
39
Interne Geneeskunde
Cardiologie
Keel- Neus- en Oorheelkunde
7
Kindergeneeskunde
Longgeneeskunde
12
10
Maag- Darm- Leverziekten Interne 15
Cardiothoracale Chirurgie
17
Geneeskunde
Medische Microbiologie
9
9
3 Data & Analytics
Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie 0
1
3
Neurologie Dermatologie
/ Klinische Neurofysiologie
4
2014 (totaal uniek 457)
2015 (totaal uniek 543)
Oogheelkunde
Geriatrie
Orthopedie
Pathologie
Reumatologie
Spoedeisende Hulp
11
Sportgeneeskunde
Klinische Farmacie 8
4
Urologie 4
Overig
5
KNO 2
6
Plastische Chirurgie 2
32
Kindergeneeskunde
10
Psychiatrie en Medische Psychologie
Gynaecologie / Verloskunde
13
Radiologie
14
26
Huisartsenpraktijk
Buitenhof
0
2
1
61
5
5
31
24
10
13
11
12
13
17
17
21
21
22
23
25
Longgeneeskunde
28
31
15
Leerhuis
12
19
Maag-, 32 Darm-,
Leverziekten
17
Microbiologie
36
45
13
Neurochirurgie
Neurologie
48
2 Medisch
Onderwijs
28
1
Oncologisch centrum
Amsterdam
1
54 Pathologie
1
Plastische Chirurgie
28
Psychiatrie & Medische
Psychologie
23
Radiologie
4
Reumatologie
60
64
17
Spoedeisende
Hulp
7
Sportgeneeskunde
8
Urologie
een santeon
ziekenhuis