03.04.2026 Views

Property Today NL 2026 Editie 20

Magazine van de Mede-eigendom

Magazine van de Mede-eigendom

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

EDITIE 20 - 2026 - JANUARI-FEBRUARI

MAGAZINE VAN DE MEDE-EIGENDOM

PRIVATIEF OF

GEMEENSCHAPPELIJK?

Is ontevredenheid de norm

geworden?

Verandering van syndicus:

de zwakke schakel in de overdracht

van informatie

DE REGEL IS EENVOUDIG, DE PRAKTIJK

ALLERMINST.

Art. 3.85,§1, tweede lid BW “bevat de basisakte de beschrijving van

het onroerend geheel en van de privatieve en gemeenschappelijke

delen”. Niet alleen kan de ruime invullingsvrijheid bij de opmaak van

basisakten leiden tot onderscheiden kwalificaties maar al naargelang

de omschrijving in de basisakte kunnen bv. ramen in het ene

gebouw gemeenschappelijk en in een ander gebouw privatief zijn.

ELKE SYNDICUS KENT DE COMPLEXITEIT

VAN SCHADEDOSSIERS.

Maar wat als een brandschade wordt gevolgd door

de verkoop van het betrokken appartement? Op wie

wacht de verzekeringsvergoeding: de eigenaar ten tijde

van de schade, of de nieuwe eigenaar? Deze situatie,

die zich recentelijk voordeed in een residentie, zet de

neutrale rol van de syndicus scherp op de proef.


Buildimax All Risk

Alle risico verzekering Building

De blokpolis die alles

‘in’begrepen heeft

Meer info op axa.be

Comfort Thuis Speciaal Buildimax All Risk is een verzekering alle risico’s Building die de (mede-)eigenaars dekt van een gebouw vanaf

4 eenheden. Dit product werd ontwikkeld door AXA Belgium, Belgische verzekeringsmaatschappij, en is onderworpen aan het

Belgisch recht. Het verzekeringscontract wordt gesloten voor een looptijd van een jaar met mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging.

Aarzel niet om een beroep te doen op uw verzekeringstussenpersoon voor meer informatie of een offerte. Hij staat voor u klaar en is

het best geplaatst om een voorstel te doen dat bij uw situatie past. Wij nodigen u uit de algemene voorwaarden en de productfiche

(IPID) te raadplegen alvorens het product af te sluiten. Daarin vindt u de aangeboden dekkingen en de eventuele beperkingen en

uitsluitingen van de waarborgen. Dit document is gratis te verkrijgen bij uw verzekeringstussenpersoon of op www.axa.be.

Niet tevreden over iets? Laat het ons weten via customer.protection@axa.be. Indien u niet akkoord gaat met de voorgestelde

oplossing kunt u zich richten tot de Ombudsman van de Verzekeringen, de Meeûsplantsoen 35 te 1000 Brussel.

AXA partner van

AXA Belgium, nv van verzekeringen toegelaten onder het nr. 0039 om de takken leven en niet-leven te beoefenen (KB 04-07-1979, BS 14-07-1979) • Maatschappelijke zetel: Troonplein 1, 1000 Brussel

(België) • www.axa.be • Tel.: 02 678 61 11 • KBO nr.: BTW BE 0404.483.367 RPR Brussel • 7.06.7176 - 0724 • V.U.: C. Audet, AXA Belgium nv, Troonplein 1, 1000 Brussel (België).


PROPERTYTODAY

3

INHOUD

EDITIE 20

JANUARI-FEBRUARI

2026

VERANDERING VAN SYNDICUS: DE ZWAKKE

SCHAKEL IN DE OVERDRACHT VAN INFORMATIE

PRIVATIEF OF GEMEENSCHAPPELIJK? EEN EEUWIGE

DISCUSSIE BIJ GEBREKKIGE STATUTEN?

P4

P8

NOG NIET GEABONNEERD?

Schrijf u dan in via

www.propertytoday.be en

krijg het magazine GRATIS

in uw mailbox!

DE UNIE VAN SYNDICI EN SYNDICUSKIEZEN.BE

BUNDELEN HUN KRACHTEN OM HET IMAGO VAN

HET BEROEP TE VERDEDIGEN EN TE HERSTELLEN

MEDE-EIGENDOM: IS ONTEVREDENHEID DE

NORM GEWORDEN?

P12

P16

Abonnementen zijn gratis en kunnen

onderschrevenworden via de website

www.propertytoday.be

BRANDSCHADE, VERKOOP EN EEN

GEBLOKKEERDE VERGOEDING: HOE BLIJFT U ALS

SYNDICUS NEUTRAAL?

SUCCESSEN EN UITDAGINGEN VAN ENERGETISCHE

RENOVATIES IN MEDE-EIGENDOM: PRAKTIJKCASES

HET SAMENWONEN VAN MORGEN: MEER

TRANSPARANTIE, INSPRAAK EN EEN

JURIDISCH KADER VOOR NIEUWE WOON- EN

AANKOOPVORMEN.

P19

P20

P22

Adreswijzigingen graag schriftelijk

doorgeven met vermelding van het

oude en het nieuwe e-mailadres.

Opzeggen kan gelijk wanneer gebeuren

mits melding via info@propertytoday.be

Het abonnement op het magazine is

gratis. Je krijgt het blad drie keer per jaar

toegestuurd, alsook enkele informatieve

mails indien nodig.

DE SYNDICUS VAN MEDE-EIGENDOM

GECONFRONTEERD MET HET REGISTER VAN

PERSOONSGEGEVENS

KETENAANSPRAKELIJKHEID IN VLAANDEREN:

DE SYNDICUS ALWEER TUSSEN HAMER EN

AAMBEELD!

DE DWINGENDE AARD VAN HET REGLEMENT

VAN INTERNE ORDE IN MEDE-EIGENDOM

P24

P27

P31

Uitgever

PROFIT & FUN BV

Steenwinkelstraat 425

2627 Schelle

Advertentieregie

info@propertytoday.be

Redactie

redac@propertytoday.be

Magazinelay-out

D&K Vision BV

T 03 877 29 20

info@dkvision.eu

NIEUWS 2026

SCHORSING VAN DE SYNDICUS: WAT ELKE

SYNDICUS MOET WETEN

GOED OM TE WETEN

P33

P34

P36

Copyright / Gehele of gedeeltelijke overname van de inhoud,

in welke vorm dan ook, is slechts toegestaan na schriftelijk

akkoord van de uitgever. De informatie in dit magazine is met

de grootste zorg geschreven en nagekeken. De uitgever kan

echter niet verantwoordelijk gesteld worden eventuele foute of

onvolledige informatie. Property Today kan geen garantie bieden

betreffende de juistheid van de informatie van de auteurs van de

gepubliceerde artikels, noch aansprakelijk gesteld worden voor

de schade die, direct of indirect, het gevolg is van deze informatie.


4 Editie januari - februari

01

Verandering

van syndicus: de

zwakke schakel

in de overdracht

van informatie

De wissels van syndicus nemen toe binnen de verenigingen van

mede-eigenaars. Gedreven door toenemende ontevredenheid,

fusies van kantoren of stopzetting van activiteiten zijn deze

overdrachten gemeengoed geworden. Toch schuilt achter dit

ogenschijnlijk administratieve fenomeen een groot risico, dat

nog al te vaak wordt onderschat: het verlies van informatie

tussen de oude en de nieuwe beheerder.


PROPERTYTODAY

5

De blinde vlek van de leveranciers

In een context waarin administratieve

stromen steeds meer gedigitaliseerd

en onderling verbonden zijn, vormt het

ontbreken van een formele kennisgeving aan

leveranciers een kritieke blinde vlek. Banken,

verzekeringsmaatschappijen, liftbedrijven,

energieleveranciers, meetbedrijven,

onderhoudsfirma’s: zij moeten allemaal

snel en officieel worden geïnformeerd

over de identiteit van de nieuwe syndicus,

zijn volledige contactgegevens en, in

voorkomend geval, zijn bankreferenties.

De voorbije weken hebben verschillende

professionals uit de mede-eigendom

gewaarschuwd voor terugkerende

disfuncties die optreden na een overname

van het mandaat. Onverwachte facturaties,

niet-doorgegeven verbruiksindexen, slecht

opgevolgde contracten of onbetaalde

verzekeringspremies: zoveel situaties die

zelden hun oorsprong vinden in één enkele

fout, maar veeleer in een doorbroken

communicatielijn, om meerdere vaak

conflictueuze redenen

Wanneer de uittredende syndicus

het beheer “laat vallen” vóór het

einde

De kern van het probleem is bekend.

Wanneer een nieuwe syndicus zijn

functie opneemt, betekent dit dat de

vorige syndicus werd ontslagen of zelf

ontslag heeft genomen. Voorafgaand

aan dit ontslag tekent zich meestal een

periode af waarin het mogelijk is dat de

door de VME gedemotiveerde of nalatige

syndicus zijn opdracht niet met de vereiste

zorgvuldigheid heeft uitgevoerd; daaruit

kunnen nalatigheden voortvloeien zoals

betalingsachterstanden…

Dit kan ernstige gevolgen hebben, in het

bijzonder op het vlak van verzekeringen. In

diezelfde geest wordt de wettelijke termijn

van 30 dagen om de archieven van de

mede-eigendom over te dragen benut tot

op de laatste minuut, in een duidelijk gebrek

aan collegialiteit en met een uitgesproken

wraakmentaliteit.

De wettelijke termijn voor de

overdracht: een wetgevende

contradictie die de nieuwe

syndicus benadeelt

Het huidige wettelijke regime bevat een

fundamentele tegenstrijdigheid. De nieuwe

syndicus is vanaf de eerste dag van zijn

mandaat volledig verantwoordelijk, maar

beschikt vaak nog niet over de archieven die

noodzakelijk zijn om zijn opdracht correct uit

te voeren.

Tegelijkertijd heeft de uittredende syndicus,

die geen enkele beheersbevoegdheid meer

heeft, tot dertig dagen de tijd om de dossiers

over te dragen, zonder dat er in die periode

een verplichting bestaat om de continuïteit

van de werking te waarborgen, bijvoorbeeld

door dringende dossiers onmiddellijk aan

zijn opvolger over te maken. In geval van

een conflictueuze overname benadeelt dit

onevenwicht structureel de nieuwe syndicus

en verzwakt het de mede-eigendom.

BW 3.89-§5: Ongeacht de bevoegdheden die

hem door het reglement van interne orde

worden toegekend, is de syndicus belast met:

7° het overdragen, indien zijn mandaat op

welke wijze ook is geëindigd, binnen een termijn

van dertig dagen volgend op het einde van

zijn mandaat, van het volledige dossier van

het beheer van het gebouw aan zijn opvolger

of, bij ontstentenis daarvan, aan de voorzitter

van de laatste algemene vergadering, met

inbegrip van de boekhouding en de activa die

hij beheerde, alle schadegevallen, een historiek

van de rekening waarop de schadegevallen

werden geregeld, alsook de documenten die het

gebruik aantonen dat werd gegeven aan elke

som die niet terug te vinden is op de financiële

rekeningen van de mede-eigendom.

De nieuwe syndicus ontvangt dus niet altijd

onmiddellijk het geheel van de archieven,

contracten en nuttige contactgegevens.

In bepaalde gevallen is de overdracht

onvolledig, laattijdig of conflictueus. Tijdens

deze periode blijft de mede-eigendom

echter functioneren: liften moeten worden

onderhouden, verzekeringen blijven

verschuldigd, energie wordt verbruikt,

financiële stromen lopen door. Indien de

dienstverleners niet op de hoogte zijn van

de wijziging van aanspreekpunt, kunnen

de gevolgen zwaar zijn. In eerste instantie

blijven zij immers hun herinneringen en

afrekeningen sturen naar de oude syndicus,

die, zonder nog een mandaat te hebben,

alles laat aanslepen…

Deze situatie herinnert aan een

ongemakkelijke juridische realiteit: zelfs

indien bepaalde contracten bepalen

dat de nieuwe syndicus pas volledig

verantwoordelijk is vanaf de volledige

overdracht van de dossiers van de VME,

vormt deze clausule geen absolute

bescherming.

Voorgestelde piste voor

wetgevende hervorming: de

wettelijke termijn verkorten

Een eenvoudige en concrete correctie zou

erin bestaan de wettelijke termijn voor

de overdracht van de archieven, vandaag

vastgesteld op dertig dagen, te verminderen

tot acht werkdagen. Het doel is niet om de

uittredende syndicus te “bestraffen”, maar om

de kwetsbare periode te beperken waarin de

nieuwe syndicus volledig verantwoordelijk

is zonder over de noodzakelijke dossiers te

beschikken.

“ Een eenvoudige

en concrete

correctie bestaat

erin de wettelijke

termijn voor

archiefoverdracht

te verkorten.

In de praktijk vormen acht werkdagen een

realistische termijn om de overdracht van

de documenten te organiseren, terwijl

tegelijk wordt vermeden dat een conflict

tussen syndici zich de facto vertaalt in een

langdurige administratieve blokkering ten

nadele van de VME. Deze vermindering

zou een beter evenwicht herstellen tussen

onmiddellijke verantwoordelijkheid en

effectieve toegang tot informatie, en zou de

risico’s verbonden aan dringende betalingen,

schadegevallen en verzekeringscontinuïteit

aanzienlijk verkleinen.

Bovendien maakt de digitalisering het

vandaag perfect mogelijk om deze termijn

zonder problemen in te korten: dossiers

kunnen onmiddellijk digitaal worden

doorgestuurd, zonder te moeten wachten


6 Editie januari - februari

op een fysieke afspraak. Een fysieke

overdrachtsvergadering is in principe

enkel nog nodig voor stukken die nog niet

gedigitaliseerd zijn, of wanneer originele

documenten effectief moeten worden

overhandigd.

Meer dan administratief: de

continuïteit van het beheer

bedreigd

Het probleem is niet louter administratief

of financieel. Zolang de dienstverleners niet

over de juiste contactpersoon beschikken,

circuleren bepaalde essentiële gegevens

niet meer. Verbruiksindexen worden niet

doorgegeven, oproepen tot betaling kunnen

worden geblokkeerd, technische interventies

worden uitgesteld.

Op termijn wordt de continuïteit van

het beheer van de mede-eigendom zelf

ondermijnd. Beheerders getuigen dat zij

soms pas maanden na hun aantreden

ontdekten dat bepaalde facturen nog steeds

aan de oude syndicus werden gericht, dat

geen enkele betaling werd uitgevoerd en dat

boetes zich opstapelden.

Soms werden bankrekeningen met

een debetsaldo pas maanden, zelfs

jaren later vastgesteld, waarbij banken

plots schadevergoedingen van de VME

vorderden…

Nog zorgwekkender is dat het al is

voorgevallen dat schadegevallen

zich voordeden terwijl, na

uitputting van de rechtsmiddelen,

de verzekeringsmaatschappij de

verzekeringspolis had opgezegd… zonder

dat iemand in het gebouw daarvan op de

hoogte was. Tussen haakjes kunnen wij

benadrukken dat elk gebouw idealiter zou

moeten beschikken over een brievenbus

voor de VME, toegankelijk voor allen maar

waarin de post door de postbode kan

worden gedeponeerd in plaats van te

belanden op de stapel reclamefolders, zoals

in de praktijk meestal het geval is.

Het spreekt vanzelf dat, indien het om een

aangetekende zending gaat, die – zoals de

wet voorschrijft – aan de syndicus én aan

de VME moet worden gericht, geen enkele

mede-eigenaar deze op het postkantoor

kan afhalen, maar het bericht van de post

kan misschien een signaal zijn voor een

mede-eigenaar om de nieuwe syndicus te

waarschuwen dat er iets misloopt.

BW art. 3.89-§5-4°: “Onder voorbehoud van

andersluidende bepalingen in deze ondertitel

wordt aangetekende correspondentie, op straffe

van nietigheid, gericht aan de woonplaats, of

bij gebreke daaraan, aan de verblijfplaats of de

maatschappelijke zetel van de syndicus en aan

de zetel van de vereniging van mede-eigenaars.”

In geval van schade onderzoeken de

rechters concreet of de nieuw aangestelde

syndicus alle redelijke maatregelen heeft

genomen om het beheer van het gebouw

te beveiligen. De rechtbanken hebben soms

geoordeeld dat de nieuwe syndicus zich

niet kan verschuilen achter het ontbreken

van archieven om zich volledig aan zijn

verantwoordelijkheid te onttrekken.

Ook leveranciers trekken aan de

alarmbel

Niet alleen syndici en mede-eigenaars

worden benadeeld bij een wissel van

syndicus: ook de leveranciers worden

getroffen. Sommigen hebben zelfs beslist om

bijkomende kosten aan te rekenen wanneer

de overname onvolledig is of wanneer de

wijziging niet tijdig werd gemeld.


PROPERTYTODAY

7

Hun rechtvaardiging klinkt steeds opnieuw:

“Wij factureren niet zonder reden. Wanneer

er een wissel van syndicus is, moeten alle

administratieve stromen worden aangepast.

Wij moeten ons aansluiten op de interfaces

van de syndici waarlangs de financiële

stromen lopen, en dat vergt tijd. Dankzij die

interface worden de gegevens rechtstreeks

in de data van een mede-eigendom

doorgestuurd zonder te moeten worden

overgeschreven, wat fouten beperkt.”

Sommige leveranciers beschrijven dan ook

een vaak voorkomend scenario wanneer

de overgang niet wordt geformaliseerd:

“Wanneer wij niet worden verwittigd, sturen

wij een factuur naar de oude syndicus die

uiteraard niet wordt betaald. Vervolgens

sturen wij één, twee, drie aanmaningen. Wij

bellen de oude syndicus, die in de meeste

gevallen weigert ons de naam van zijn

opvolger mee te delen. Dat is bijzonder

complex en genereert veel interne kosten,

temeer omdat het aantal wissels van

syndicus bij onze klanten vorig jaar zeer sterk

is toegenomen.” En gedurende al die tijd

worden de verbruiksindexen voor water en

verwarming niet aan de nieuwe syndicus

doorgegeven.

Geconfronteerd met de toename van

deze problematische overdrachten geven

sommige dienstverleners aan dat zij hun

teams hebben moeten versterken. Een

impliciete maar duidelijke conclusie: “De

sector van de syndici moet hier echt werk

van maken.”

Een essentiële vraag dringt zich ook op:

aan wie zullen deze extra kosten worden

gefactureerd? In de praktijk worden zij

meestal aangerekend aan de VME. Die ziet

zich dan genoodzaakt zich te richten tot

ofwel de uittredende syndicus, ofwel de

nieuwe syndicus, en aan te tonen welke van

beiden de fout heeft begaan die aan de basis

ligt van de disfunctie.

Maar in de veelheid aan mogelijke scenario’s

is het vaak moeilijk om een duidelijke lijn

te trekken: niets is volledig zwart of wit,

het gaat veeleer om een grijze zone waarin

laattijdige overdracht, gebrekkige informatie,

elkaar opvolgende verantwoordelijkheden

en een gebrek aan coördinatie door elkaar

lopen.

Deze realiteit onderstreept het belang, voor

de nieuwe syndicus, van een proactieve

aanpak vanaf de start van het mandaat, en in

het bijzonder van een snelle identificatie van

leveranciers en het systematisch versturen

van schriftelijke communicatie om elke

informatiebreuk te vermijden.

Praktische tips voor syndici

Î Stuur onmiddellijk na uw benoeming een

e-mail naar de uittredende syndicus met

het verzoek om een afspraak te maken

voor de overdracht van de dossiers.

Î Vraag expliciet aan de uittredende

syndicus een volledige en actuele lijst van

alle leveranciers en dienstverleners van de

VME.

Î Stel systematisch een proces-verbaal op

van de overdracht van de dossiers en

archieven.

Î Neem, in voorkomend geval, contact op

met de raad van mede-eigendom: de

leden beschikken vaak over veel praktische

informatie en de historiek van het dossier.

Î Indien er geen raad van mede-eigendom

is, neem contact op met de commissaris

der rekeningen, die minstens beschikt

over de vorige afrekening met de lijst van

facturen.

Î Absolute prioriteit: neem

onmiddellijk contact op met de

verzekeringsmaatschappij en verifieer

dat de premie tijdig werd betaald.

Deze eenvoudige maar vaak verwaarloosde

stap vormt nochtans een essentiële

voorzorgsmaatregel. Zij maakt het mogelijk

de mede-eigendom te beschermen

tegen potentieel zware financiële of

verzekeringsgevolgen.

In een steeds veeleisender juridisch

landschap blijft anticipatie de beste

bescherming.

info

Mevr Dominique Krickovic

Voorzitter Unie van Syndici

PROPERTYTODAY


8 Editie januari - februari

02

Privatief of

gemeenschappelijk?

Een eeuwige discusie

bij gebrekkige statuten?

Inleiding - Probleemstelling.

Conform artikel 3.85,§1, tweede lid van het

Burgerlijk Wetboek “bevat de basisakte de

beschrijving van het onroerend geheel en van

de privatieve en gemeenschappelijke delen”.

De regel is eenvoudig, de praktijk allerminst.

Niet alleen kan de ruime invullingsvrijheid

bij de opmaak van basisakten leiden

tot onderscheiden kwalificaties: al

naargelang de omschrijving in de basisakte

kunnen bv. ramen in het ene gebouw

gemeenschappelijk en in een ander gebouw

privatief zijn.

Daarnaast komt het voor dat de

basisakte niet (meer) beantwoordt aan

de werkelijkheid. Dit euvel doet zich

niet zelden voor bij basisakten die zijn

opgemaakt op basis van de vergunde

plannen, nog vooraleer de eerste steen

van het appartementsgebouw werd

gelegd. Een wijziging van de basisakte

blijft eveneens vaak achterwege wanneer

een bestaand gebouw substantiële

bouwkundige wijzigingen ondergaat of

zelfs wordt uitgebreid. Ook artikel 3.85,§2

B.W., dat voorziet in de mogelijkheid om

onder bepaalde voorwaarden wijzigingen

aan te brengen aan de statuten tot op het

ogenblik van de voorlopige oplevering van

de gemeenschappelijke delen blijft in de

praktijk al te vaak nog dode letter.

Helaas gaan notarissen ook niet altijd

even nauwkeurig te werk bij de opmaak

van de statuten en zijn vergetelheden,


PROPERTYTODAY

9

ongerijmdheden en zelfs tegenstrijdigheden

geenszins uitgesloten.

Het hoeft derhalve niet te verbazen dat

de vraag of bepaalde gedeelten van

de mede-eigendom privatief dan wel

gemeenschappelijk zijn, reeds tot vele

kopzorgen bij syndici en mede-eigenaars

heeft geleid.

Een correcte kwalificatie als privatief

of gemeenschappelijk deel kan

immers van cruciaal belang zijn op

vele vlakken, zoals onder meer ter

bepaling van de aansprakelijkheden, de

beslissingsbevoegdheid en (veelal) de

gehoudenheid tot daarmee gepaard gaande

kosten.

Schijnprobleem?

De niet-vermelding van een bepaald

gedeelte van de mede-eigendom onder de

beschrijving van de privatieve of gemene

delen in de basisakte hoeft evenwel niet

noodzakelijk problematisch te zijn.

Ondanks de vereenvoudigende bedoelingen

van diverse wetswijzigingen in de afgelopen

decennia blijven de statuten van een

appartementsgebouw weliswaar doorgaans

een uitgebreid en complex opgesteld

document.

Niettemin behoort het de statuten in hun

geheel te lezen en kan men zich met het oog

op de oplossing van de alhier behandelde

problematiek geenszins beperken tot een

lezing van de eigenlijke beschrijving van de

privatieve en gemeenschappelijke delen in

de basisakte.

Uit de integrale lezing van de statuten zal

soms blijken dat de kwalificatie van een

bepaald gedeelte van de mede-eigendom,

ondanks de niet-vermelding ervan onder

de beschrijving van de privatieve en

gemeenschappelijke delen in de basisakte,

in werkelijkheid slechts een schijnprobleem

betreft.

Niet zelden kunnen er immers elders in

de statuten aanknopingspunten worden

gevonden voor een eenvoudige oplossing

van de delicate kwalificatieproblematiek.

Aldus kan het enerzijds cruciaal zijn na te

gaan of er in de basisakte al dan niet sprake is

van exclusieve gebruiksrechten ten voordele

van een of meerdere mede-eigenaars, zoals

onder meer op een deel van de tuin of het

dak.

Uit artikel 3.85,§1, 1° van het Burgerlijk

Wetboek - “De mede-eigenaars hebben

een proportioneel recht op gebruik van de

gemeenschappelijke delen tenzij anders in de

statuten is bepaald (…)” - en artikel 3.88,§1,

2° e) van het Burgerlijk Wetboek – “(…) De

algemene vergadering beslist bij meerderheid

van vier vijfden van de stemmen over (…) de

wijziging van de zakelijke gebruiksrechten

ten voordele van één mede-eigenaar op de

gemene delen (…)” - blijkt namelijk dat zulke

exclusieve gebruiksrechten noodzakelijk

een gemeenschappelijk deel tot voorwerp

hebben (F. VAN IN, D. DOBSON en P.

LEYSEELE, Wegwijs in appartementsmedeeigendom,

Gent, Story Publishers, 2025,47-

48).

“ In geval van

tegenstrijdigheden

tussen de basisakte

en het reglement

van medeeigendom

zal de

eerste primeren.

Anderzijds kan een analyse van de in

het reglement van mede-eigendom

vervatte regeling van de verdeling van de

bijdragen in gemeenschappelijke kosten

mogelijks verhelderend werken. Hoewel

dergelijke regeling van de (betalings)

verbintenissen van de mede-eigenaars nooit

van doorslaggevend belang mag zijn ter

bepaling van de zakenrechtelijke kwalificatie

van een gedeelte van de mede-eigendom,

kan die regeling daartoe niettemin een

aanwijzing of bevestiging opleveren.

In geval van niet-vermelding van

buitenramen onder de beschrijving van de

privatieve en gemeenschappelijke delen, zou

een in het reglement van mede-eigendom

opgenomen bijzondere kostenverdeelsleutel

naar luid waarvan “de kosten van onderhoud

en herstel van het buitenschrijnwerk vallen

ten laste van de eigenaar naar verhouding tot

het aantal buitenramen van zijn kavel” aldus

een indicatie kunnen zijn van de wil van

de opsteller om de buitenramen onder de

gemeenschappelijke delen te kwalificeren.

Conventionele

interpretatieregels?

In geval van blijvende onduidelijkheid over

de kwalificatie van een bepaald gedeelte

van de mede-eigendom, dient er alleszins

te worden onderzocht of de statuten zelf

eventueel conventionele interpretatieregels

bevatten.

Niet zelden wordt na de concrete oplijsting

van de privatieve en gemeenschappelijke

delen in een basisakte inderdaad vermeld

dat deze beschrijving (met name voor wat

betreft de gemeenschappelijke delen) nietlimitatief

is en voorzien in een algemene

regel om eventuele interpretatieproblemen

op te vangen. De voorbeelden daarvan

zijn legio: “Bovenstaande opsomming is

louter aanwijzend en niet beperkend. Zij

dient geïnterpreteerd te worden als volgt:

al wat tot het uitsluitend gebruik of nut

voor één privatieve kavel dient, wordt als

privatief beschouwd, met uitzondering van

de hierboven vermelde gemeenschappelijke

zaken: al wat tot het gebruik of het nut van

twee of meer privatieve kavels dient, wordt als

gemeenschappelijk beschouwd” of nog “In

geval van twijfel wordt als gemeenschappelijk

beschouwd, alle delen en/of installaties die niet

uitsluitend ten dienste staan of tot uitsluitend

gebruik zijn van één enkel privatief element”.

Daarnaast bevatten de statuten vaak

ook meer specifieke conventionele

interpretatieregels die onder meer

de vorm kunnen aannemen van een

voorrangsregeling in geval van interne

tegenstrijdigheden. Aldus kan een aan

onverenigbare bepalingen in de statuten

te wijten kwalificatiedispuut mogelijks

worden beslecht door toepassing te

maken van een statutaire clausule, naar luid

waarvan “In geval van zichtbare of verborgen

tegenstrijdigheden tussen de basisakte en het

reglement van mede-eigendom zal de eerste


10 Editie januari - februari

primeren” (R. TIMMERMANS, “Statuten voor een

appartementsgebouw op erfpachtgrond”, in

X., Onroerend Goed in de Praktijk, Mechelen,

Kluwer, XVIII.G-202).

Wettelijke interpretatieregel.

Voor de gevallen waarin de statuten zelf

geen soelaas bieden, heeft de wetgever

voorzien in een wettelijke interpretatieregel

ter oplossing van discussies over het privatief

dan wel gemeenschappelijk karakter van een

gedeelte van de mede-eigendom.

Artikel 3.84, derde lid van het Burgerlijk

Wetboek bepaalt namelijk dat “bij

ontstentenis van of tegenstrijdigheid tussen

titels, de gedeelten van gebouwen of gronden

die tot het gebruik van alle mede-eigenaars of

van enkelen onder hen bestemd zijn, worden

geacht gemeenschappelijk te zijn”.

Een elementaire analyse van deze

wetsbepaling leidt tot volgende

aandachtspunten:

Î Artikel 3.84, derde lid van het Burgerlijk

Wetboek vindt slechts toepassing bij

ontstentenis van of tegenstrijdigheid

tussen titels.

Î Met de “ontstentenis van titels” bedoelt de

wetgever de hypothese dat een gedeelte

van de mede-eigendom niet wordt

vermeld in de statuten.

Î Van “tegenstrijdigheid tussen titels” kan

dan weer in diverse hypothesen sprake

zijn. Niet alleen kunnen er in de basisakte

en het reglement van mede-eigendom

tegenstrijdige bepalingen voorkomen.

In groepen van gebouwen is het

tevens mogelijk dat bepalingen van de

hoofdbasisakte en de deelbasisakten

elkaar tegenspreken. Eveneens kunnen

de basisakte(n) en de eigendomstitels

van de mede-eigenaars onverenigbare

bepalingen bevatten.

Î De lacunes of ongerijmdheden moeten

betrekking hebben op de omschrijving

van gedeelten van gebouwen of gronden.

Î De verwijzing door de wetgever naar

“gedeelten van gebouwen” is volstrekt

logisch. Er bestaan immers meerdere

zogenaamde “optionele gemene

delen” die, afhankelijk van de wil van

de comparanten bij de basisakte, als

privatieve dan wel gemeenschappelijke

delen kunnen worden gekwalificeerd (bv.

technische installaties, kabels en leidingen)

(V. SAGAERT, De zakenrechtelijke structuur

van vastgoedprojecten, Antwerpen,

Intersentia, 2019, 87).

Î De vermelding van “gronden” in artikel

3.84, derde lid van het Burgerlijk

Wetboek is daarentegen minder

evident. Enerzijds wordt de grond

immers traditioneel beschouwd als

een “absoluut gemeen deel”, dit is een

gedeelte van de mede-eigendom

dat in elk geval gemeenschappelijk

moet zijn (R. TIMMERMANS, Handboek

Appartementsrecht, I, Mechelen,

Kluwer, 2025, 131). Anderzijds is

mede-eigendom van de grond niet

noodzakelijk voor de toepassing van

de appartementswetgeving en is het

mogelijk dat om een basisakte op te

stellen waarvan de grond geen deel

uitmaakt, zoals bij bouwprojecten

waarin de bouwpromotor enkel beschikt

over een opstal- of erfpachtrecht op

de grond en de grondeigenaar niet

tussenkomt in de basisakte (H. CASMAN,

“Actuele en toekomstige problemen in

het appartementsrecht”, in Zakenrecht.

Absoluut niet een rustig bezit, Antwerpen,

Kluwer, 1992, 75).

Î Het al dan niet “tot het gebruik van alle

mede-eigenaars of van enkelen onder hen

bestemd zijn” is het wettelijk criterium

ter bepaling van het privatief dan wel

gemeenschappelijk karakter van een niet

of op tegenstrijdige wijze beschreven

gedeelte van de mede-eigendom.

Î De wetgever laat aldus de toepassing

van deze wetsbepaling afhangen van

het algemeen, theoretisch criterium

van de “bestemming” en niet van het

daadwerkelijk feitelijk gebruik als zodanig.

Het de facto uitsluitend privatief gebruik

van een gedeelte van de mede-eigendom

speelt derhalve geen rol.

Î De wetgever kiest ook voor een positieve

omschrijving van dit criterium. Deze

keuze moet worden toegejuicht: een

negatief omschreven criterium, zoals

‘gemeenschappelijk zijn alle gedeelten

die niet tot afzonderlijk gebruik bestemd

zijn’ (zie ook reeds: M. VILEYN, “Het

appartementsrecht en de mede-eigendom”,

T.P.R. 1983, 29), zou in de praktijk immers

veelal geen soelaas bieden, gelet op

de niet altijd even adequate concrete

omschrijving van de private delen,

enerzijds, en in het bijzonder rekening

houdende met het bestaan van de

zogenaamde “optionele gemene delen”,

anderzijds.

Î Door het gebruik van de bewoordingen

“worden geacht gemeenschappelijk te zijn”

voert de wetgever ten slotte een wettelijk

vermoeden van gemeenschappelijkheid

in.

Î Van zodra een bepaalde gedeelte van

de mede-eigendom bestemd is tot

gebruik van meer dan één mede-eigenaar

wordt dat gedeelte aldus vermoed een

gemeenschappelijk deel te zijn.

Î Het wettelijk vermoeden kent in de

praktijk dan ook onvermijdelijk een ruime

toepassing: het betreft globaal gezien

alle vitale bouwkundige delen bestemd

voor het gemeenschappelijk gebruik

van het gebouw, zoals funderingen,

daken, installaties e.d.m., zonder dat

vereist is dat die gedeelten alle of

meerdere privatieve delen fysiek dienen

te raken (R. TIMMERMANS, Handboek

Appartementsrecht, I, Mechelen, Kluwer,

2025, 132).

Dit vermoeden van gemeenschappelijkheid

doet evenwel geen afbreuk aan

de gevolgen van een verkrijgende

verjaring. Een deugdelijk bezit ervan

gedurende de verjaringstermijn kan er

inderdaad toe leiden dat een volgens

de wettelijke interpretatieregel vermoed

gemeenschappelijk deel moet geacht

worden een privatief deel te zijn of

omgekeerd (zie o.m.: Rb. Brussel 9 maart

2015, T.Vred. 2017, 114; Vred (6) Antwerpen 7

april 2003, T.App. 2005, afl. 1, 11).

Concrete toepassing.

Een mooie afsluitende illustratie betreft


PROPERTYTODAY

11

een specifiek geval waarin er in een oude

basisakte sprake was van een aantal

“dagparkings buiten” of, anders gezegd,

door witte markeringen afgebakende

buitenparkeerplaatsen. Mettertijd werden

deze buitenparkeerplaatsen omgebouwd

tot een aantal aaneensluitende garageboxen

bedekt door een dak bestaande uit

asbestmateriaal. Deze bouwkundige

omvorming ging evenwel nooit gepaard

met een wijziging van de basisakte, waarin

overigens uitsluitend het “dak van het

gebouw” als gemeenschappelijk deel werd

beschouwd.

Jaren later drong een grondige renovatie

van het dak van de garageboxen zich op

en werd op de algemene vergadering van

de desbetreffende vereniging van medeeigenaars

beslist om de kosten voor deze

renovatie te financieren uit het reservefonds.

Bepaalde mede-eigenaars (die uitsluitend

eigenaar van een appartement waren)

voelden zich daardoor evenwel persoonlijk

benadeeld en gingen over tot dagvaarding

in nietigverklaring van deze beslissing,

voorhoudende dat de algemene vergadering

haar bevoegdheid had overschreden door

een beslissing te nemen over privatieve

delen.

omstandigheid dat die basisakte duidelijk

stelde dat de daarin vermelde opsomming

van de gemeenschappelijke delen slechts

exemplatief was en bovendien een

algemene interpretatieregel bevatte naar

luid waarvan “In het algemeen wordt aanzien

als gemeen deel of element, al hetgeen

betrekking heeft op, of ten dienste staat

van privatieve elementen gezamenlijk en/of

hetgeen niet kan aanzien worden als staande

ten dienste van één enkel privatief element”.

Op basis van deze conventionele

interpretatieregel én de wettelijke

interpretatieregel van artikel 3.84,

derde lid van het Burgerlijk Wetboek –

waarin bovenstaande conventionele

interpretatieregel volgens de appelrechter

steun vindt – werd uiteindelijk besloten

dat het dak van de garageboxen

gemeenschappelijk is aangezien het

bestemd is tot gebruik van verschillende

mede-eigenaars en werd de vordering tot

nietigverklaring van de geviseerde beslissing

van de algemene vergadering afgewezen

(Vred (3) Leuven 22 februari 2024, A.R.

23A544/3 en Rb. Leuven 21 mei 2025, A.R.

24/320/A, onuitg.).

info

Frederiek Baudoncq en Astrid

Luckermans

Advocaten Nelissen Grade

Leuven

016 22 24 73

Brussels

02 646 69 55

www.nelissengrade.com

PROPERTYTODAY

Uitgaande van de vaststelling dat de reële

en actuele toestand van de mede-eigendom

niet overeenstemt met de beschrijving

ervan in de basisakte, hechtten zowel de

eerste rechter als de appelrechter in dit

geval een doorslaggevend belang aan de


12 Editie januari - februari

03

De Unie van Syndici

en SyndicusKiezen.be

bundelen hun krachten

om het imago van het

beroep te verdedigen

en te herstellen.

"In een context waarin het imago van

de syndicus al sterk is verzwakt door

mediaberichtgeving die vaak focust op

disfuncties en problematische gevallen,

beoogt dit initiatief het perspectief op het

beroep opnieuw in evenwicht te brengen

door de ernstige, gestructureerde en

transparante syndici in de verf te zetten,

en zo bij te dragen aan het herstel van het

vertrouwen en de reputatie van het beroep.

Precies in die geest hebben de Unie van

Syndici en Syndicuskiezen.be hun krachten

gebundeld om een gemeenschappelijk

kwaliteitskader te structureren,

geëngageerde syndici te onderscheiden

en op een concrete manier het vertrouwen

in het beheer van de mede-eigendom

te helpen herstellen." aldus Dominique

Krickovic, voorzitter van de Unie van Syndici.

“Geverifieerde Syndicus”: een

label om het vertrouwen in de

mede-eigendom te versterken

Binnen een mede-eigendom blijft de

syndicus de spilfiguur. Hij organiseert het

onderhoud, beveiligt het financieel beheer,

stuurt de wettelijke verplichtingen aan,

volgt de dienstverleners op en waarborgt

de doorstroming van duidelijke informatie

binnen de Vereniging van Mede-eigenaars .

Voor veel mede-eigenaars blijft echter één

moeilijkheid bestaan: vóór de benoeming

een professional identificeren die werkelijk

gestructureerd is, conform werkt en zich op

lange termijn engageert.

Het label “Geverifieerde Syndicus” is ontstaan

om aan die verwachting tegemoet te komen.

De doelstelling is eenvoudig: de kwaliteit van

een syndicus beter leesbaar maken op basis

van concrete en verifieerbare elementen, en

het vertrouwen in de relatie tussen de VME

en haar mandataris versterken.

Een controle op basis van

verifieerbare criteria

Het label steunt niet op een

intentieverklaring. Het is gebaseerd op een

voorafgaande administratieve controle en

op objectiveerbare criteria. Om het label te

verkrijgen, moet de syndicus onder meer

aantonen:

Î een inschrijving bij het BIV in orde en een

passende verzekering

Î een conforme en gestructureerde

beheerorganisatie

Î een begrijpelijke en toegankelijke

communicatie voor de mede-eigenaars

Î verifieerbare professionele referenties

Î aansluiting bij een gezamenlijke

kwaliteitscharter, gedragen door de UDS

en het Syndic Geverifieerd-systeem

Dit mechanisme beoogt een concreet

resultaat: de ondoorzichtigheid beperken, de

onzekerheden bij de keuze of de wissel van

syndicus verminderen en goede praktijken

aanmoedigen.

Het label “Geverifieerde Syndicus” biedt een

operationeel antwoord op een terugkerende

vraag in elke mede-eigendom: aan wie

kan het beheer van het gebouw en van

de VME worden toevertrouwd, met vanaf

het begin een voldoende niveau van

vertrouwen? Door verifieerbare criteria

en een gemeenschappelijke charter te

structureren, wil dit initiatief een efficiëntere,

transparantere en meer serene medeeigendom

bevorderen.

Een gezamenlijke charter om de

standaarden op te tillen

In het hart van het systeem formaliseert een


PROPERTYTODAY

13

gezamenlijke kwaliteitscharter praktische

engagementen die in de praktijk verwacht

worden en die op termijn meetbaar zijn. De

charter legt de nadruk op gevoelige punten

die vaak aan de basis liggen van spanningen

binnen mede-eigendommen, met name:

Î transparantie over documenten en

beheers informatie

Î correcte en georganiseerde overdracht bij

een wissel van syndicus

Î professionele samenwerking tussen alle

actoren

Î inschakeling van juridische en technische

expertise wanneer de situatie dit vereist

Î continue verbetering via opleiding en het

actualiseren van praktijken

Bovenop procedures verankert de charter

een centrale vereiste: professionele ethiek.

Zij herinnert eraan dat vertrouwen in

de mede-eigendom wordt opgebouwd

door loyale praktijken, een waarheids- en

informatieplicht, traceerbaarheid van

beslissingen en een strikte naleving van

de governance-regels van de VME. Zij

valoriseert een houding van neutraliteit en

verantwoordelijkheid, waarbij de syndicus

optreedt als waarborg van het collectieve

belang, zonder grijze zones, zonder afspraken

achter de schermen en zonder mogelijke

verwarring tussen operationele efficiëntie en

twijfelachtige compromissen.

In een omgeving waar financiële

druk, dringende werken en

regelgevingscomplexiteit kunnen leiden tot

ontsporingen, zet deze charter een duidelijke

koers uit: preventie van belangenconflicten,

transparantie over de keuze van

dienstverleners, helderheid over erelonen en

prestaties, en een respectvolle communicatie

die volledig en begrijpelijk is. Zij nodigt

ook uit tot een cultuur van anticipatie,

zodat mede-eigenaars problemen niet pas

ontdekken wanneer zij al tot crisissen zijn

uitgegroeid.

Door een gedeeld kader te bieden, heeft

de charter een duidelijke finaliteit: beter

beheerde mede-eigendommen, met

meer serene relaties, omdat de kwaliteits-,

loyaliteits- en ethische regels zwart op

wit zijn vastgelegd, en omdat de syndici

die zich ertoe verbinden, aanvaarden om

erkend te worden op basis van concrete

engagementen.

Nuttige zichtbaarheid, op het

juiste moment en op de juiste

plaats

Het label vervult ook een signaalfunctie.

Gelabelde syndici worden in de kijker

gezet op de referentieplatformen van het

partnerschap, wat hun herkenbaarheid voor

mede-eigenaars versterkt, vooral wanneer

de VME een vergelijking opstart of een wissel

van beheer voorbereidt.

De logica is pragmatisch: op het moment


14 Editie januari - februari

dat een mede-eigendom een syndicus zoekt,

moet zij makkelijker kunnen vergelijken op

basis van structurerende elementen, en

professionals kunnen herkennen die bereid

zijn om geëvalueerd te worden en zich te

engageren voor expliciete standaarden.

Een partnerschap ten dienste van

het beroep

De samenwerking tussen UVS en Syndicus

Kiezen kadert in een ruimere dynamiek van

professionalisering en waardering van het

beroep. Zij beoogt:

Î het imago versterken van syndici die met

rigor werken

Î een leesbaar kader ter beschikking stellen

van mede-eigenaars

Î een continue verbetering van praktijken

en middelen ondersteunen

Î bijdragen aan de vooruitgang van het

ecosysteem en de kwaliteit van de

dienstverlening

In die context wordt het label een

instrument van geloofwaardigheid: het

onderscheidt de actoren die bereid zijn

zich te onderwerpen aan een logica van

verificatie en engagement.

Oproep aan gemotiveerde en

ernstige syndici!

UVS en Syndicuskiezen.be nodigen

syndici die zich willen positioneren

als kwaliteitsvolle professionals uit om

de charter te ondertekenen en zich te

profileren binnen het label “Geverifieerde

Syndicus “

Voordeel UVS: leden van UVS genieten

30 procent korting op de voorwaarden

verbonden aan het systeem.

Voor meer informatie om het label te

bekomen:

https://www.choisirunsyndic.be/labelsyndic-verifie/

Om de charter te lezen:

https://www.syndicuskiezen.be/wpcontent/uploads/sites/9/2025/12/chartervan-geferifieerde-syndicus-2026.pdf

info

Erwin Barbé

mede-oprichter van

SyndicusKiezen.be

Patrick Tondreau

bestuurder Digital Pepper bv

www.syndicuskiezen.be

erwin@digitalpepper.be

patrick@tondreau.eu

PROPERTYTODAY

ITP ®

CAR FIRE

BLANKET

De gecertificeerde

oplossing voor branden

van elektrische voertuigen.

Innovatief branddeken voor maximale

veiligheid in parkeergarages.

Industrial Textile Products BV

Evenbroekveld 44 | B - 9420 ERPE-MERE

T 053 80 49 12

E info@itp.eu

W www.itp.eu

BENOR & ANPI tested & certified


PROPERTY TODAY

HET MAGAZINE VAN DE MEDE-EIGENDOM

Bezoek onze vernieuwde

website www.propertytoday.be

Nu met een mooi overzicht van alle beschikbare

edities die u kan downloaden.

Alle verschenen artikels vanaf editie 1 in

onze nieuwe Blog display.

Nieuwe zoekfuncties over alle artikels, trefwoorden

en over alle edities.

Inhoudstafels van alle edities.

Mogelijkheden voor adverteerders om banners

te plaatsen.

Toegang tot het UVS-Intranet met vele documenten, modellen en informatie

GRATIS juridische bijstand

BENT U SYNDICUS ?

Word dan zeker lid van de beroepsfederatie UVS - Unie van Syndici !

Als u zich aansluit bij onze beroepsfederatie geniet u van vele voordelen :

Rechtsbijstandverzekering (disciplinaire verdediging) in optie

VELE NETWERKMOMENTEN met collega’s om al uw problemen op te lossen

U wordt voorgesteld aan mede-eigenaars die een syndicus zoeken in uw regio

GRATIS deelname aan seminaries en activiteiten

Uw medewerkers kunnen (op uw aanvraag) GRATIS LID worden

Grote kortingen en voorkeurslocatie bij deelnamen aan UVS evenementen

U ontvangt via onze Flash berichten alle praktische, gerichte en geactualiseerde

informatie om uw beroep zonder stress te kunnen uitoefenen

Meer inlichtingen (vrijblijvend) :

www.uvsyndici.be - info@uvsyndici.be


16 Editie januari - februari

04

Mede-eigendom: is

ontevredenheid de

norm geworden?

Kruisgesprek tussen Ilya Safran, oprichter

van het platform Livo, en François-Xavier

Fieschi, syndicus van

mede-eigendommen in Brussel.

Sinds meer dan een jaar verdiep ik mij van

nabij in een onderwerp dat zowel centraal

als complex is: de communicatie tussen

beheerders, bewoners en leveranciers in

mede-eigendom. Deze terreinverkenning,

in contact met syndici en mede-eigenaars,

heeft mij ertoe gebracht Livo te creëren: een

platform dat is ontworpen om meldingen te

centraliseren, de transparantie te verbeteren

en de samenwerking te versoepelen

tussen alle actoren die rond een gebouw

interageren.

Livo wil de beheerder niet vervangen,

maar hem opnieuw overzicht, tijd

en geloofwaardigheid geven in een

dagelijkse realiteit die vaak verzadigd is van

spanningen.

Om deze reflectie te voeden, wilde ik

in gesprek gaan met François-Xavier

Fieschi, een syndicus die vertrouwd is

met de menselijke dynamieken in medeeigendom

en die zich al lange tijd inzet

rond onderwerpen zoals ondersteuning

bij bouwheerschap en het beheren van

ontevredenheid.

Zijn blik, helder en zonder omwegen, werpt

waardevol licht op een beroep dat onder

druk staat.

Ilya

Volgens u, waar komt de ontevredenheid in

mede-eigendom werkelijk vandaan: uit de

problemen zelf of uit de manier waarop zij

worden beheerd?

François-Xavier

Om te beginnen moet worden benadrukt

dat elke activiteit onvermijdelijk tot

geschillen kan leiden. Er is geen reden

waarom het beheer van een medeeigendom

aan die regel zou ontsnappen.

Maar in mede-eigendom is het probleem

structureel. Er is een steeds grotere kloof

tussen de reële behoeften van gebouwen

en het traditionele dienstenaanbod van

syndici. Vijftig jaar geleden waren gebouwen

jonger, waren de technische behoeften

eenvoudiger, en sloot het model van de

syndicus (administratief, boekhoudkundig,

basisonderhoud) aan bij de behoeften van

toen.

Vandaag verouderen de medeeigendommen,

exploderen de

onderhoudsbehoeften, vooral op het

vlak van energetische renovatie, terwijl

het aanbod zelf niet fundamenteel is

geëvolueerd.

Daarbij komen maatschappelijke evoluties:

hogere verwachtingen, eis tot onmiddellijke

reactiviteit, toenemende juridisering.

De groeiende ontevredenheid is dus de

logische consequentie van deze kloof

tussen behoeften, middelen en de geboden

antwoorden.

Ilya

Op welke precieze momenten neemt de

ontevredenheid van mede-eigenaars in uw

dagelijkse praktijk als syndicus het meest toe?

François-Xavier

Eerlijk gezegd: bijna altijd. Maar meer

specifiek wanneer de zaken, vanuit het


PROPERTYTODAY

17

François-Xavier

Er bestaat helaas geen “mirakelrecept”. Maar

er is een essentieel onderscheid tussen de

inhoud en de vorm.

“ Te vaak wordt de

syndicus gezien

als een louter

uitvoerder, ipv een

gekwalificeerde

professional

standpunt van de mede-eigenaar, niet snel

genoeg vooruitgaan.

Iedereen beschouwt terecht zijn probleem

als prioritair. De beheerder moet echter

keuzes maken tussen een etiket op

een brievenbus kleven en een defecte

stookruimte midden in de winter. Dit verschil

in perceptie over prioriteiten veroorzaakt

enorm veel frustraties.

Er is ook een imago-aspect van de syndicus:

te vaak wordt de syndicus gezien als een

louter administratieve uitvoerder, terwijl

hij erkend zou moeten worden als een

gekwalificeerde professional die complexe

projecten kan aansturen. Dat gebrek aan

erkenning voedt de spanningen rechtstreeks.

Ilya

Hoe gaat u concreet om met de druk en de

herinneringen wanneer meerdere ontevreden

mede-eigenaars u tegelijk contacteren?

Inhoudelijk moet het technische

probleem uiteraard worden opgelost, wat

vaak tijd vraagt en afhangt van tal van

tussenpersonen die niet altijd beschikbaar

zijn.

Qua vorm kan echter onmiddellijk worden

gehandeld: de telefoon opnemen, luisteren,

de moeilijkheid erkennen, empathie tonen.

Het erkennen van de “pijn” van de bewoner

is op zich al een deel van het antwoord. Heel

vaak ontmijnt dat een groot deel van de

spanning, ook al is de technische oplossing

niet onmiddellijk.

Daar kunnen tools helpen, op voorwaarde

dat zij de menselijke relatie ondersteunen in

plaats van haar te vervangen.

Ilya

Welk deel van die ontevredenheid zou

kunnen worden vermeden als bewoners meer

zichtbaarheid en transparantie hadden over

wat er loopt?

François-Xavier

Een ongetwijfeld aanzienlijk deel.

Wanneer mensen begrijpen wat er gebeurt,

waarom het tijd kost, en wat de volgende

stappen zijn, verandert de perceptie radicaal.

Regelmatig informeren, zelfs om te

bevestigen dat het probleem nog niet is

opgelost, helpt om angst, herhaaldelijke

herinneringen en conflicten te verminderen.

Daar kunnen tools zoals Livo een

sleutelrol spelen: niet door de relatie te

automatiseren, maar door op grote schaal

een gestructureerde steun voor transparantie

te bieden. Ideaal blijft volgens mij de

combinatie van een efficiënt hulpmiddel en

een concrete, menselijke aanwezigheid die

duidelijk wordt opgenomen.

Ilya

Wat ontbreekt vandaag het meest bij

beheerders om ontevredenheid in het dagelijkse

werk beter te beheren?

François-Xavier

Eerst en vooral een collectief en

uitgesproken bewustzijn: ontevredenheid is

niet marginaal, zij is alomtegenwoordig.

Vervolgens eenvoudige, concrete en

operationele tools die zijn aangepast aan de

realiteit van een beheerder die veel medeeigendommen

beheert met weinig tijd.

Tot slot een betere erkenning van de

psychosociale dimensie van het beroep. Men


18 Editie januari - februari

beheert niet alleen gebouwen, men beheert

mensen, individueel en collectief. Zolang

die realiteit niet volledig wordt geïntegreerd

in de organisatie en de praktijken, blijft het

onbehagen bestaan.

Ilya

Maar concreter: welke methodologische

aanpak zou u aanbevelen?

François-Xavier

Ik denk dat er vier essentiële punten zijn om

aan te werken.

Eerst een nuchtere stand van zaken

opmaken van de ervaren moeilijkheden,

zowel kwalitatief als kwantitatief. Deze

voorafgaande inspanning tot begrip is

onmisbaar en kan desgevallend steunen op

een externe audit.

Vervolgens een individueel

ontwikkelingsplan voor vaardigheden

opbouwen, een instrument dat te vaak

wordt opgeofferd op het altaar van de

dagelijkse urgenties. Opleidingen rond

de kwaliteit van de “klantrelatie” moeten

worden ontwikkeld. Er bestaan immers

hefbomen die gemakkelijk kunnen

worden ingezet, op voorwaarde dat men

daarvoor is gesensibiliseerd. Er bestaan

ook goede praktijken die moeten worden

geïdentificeerd en ingevoerd.

Derde punt: een regelmatig en pragmatisch

communicatieplan structureren, met

eenvoudige maar consistente hulpmiddelen,

om geleidelijk een gezondere en beter

leesbare relatie te installeren. Het gebruik van

oplossingen zoals Livo kan vanzelfsprekend

in die logica passen.

Tot slot kan een gecentraliseerde opvolging

van situaties van ontevredenheid, bij

voorkeur toevertrouwd aan een vaste

referentiepersoon, helpen om conflicten al in

een vroege fase te ontmijnen. Deze aanpak

kan, indien nodig, worden aangevuld met

bemiddeling.

Men moet begrijpen dat het inzetten

van dergelijke hulpmiddelen niet alleen

de kans biedt om beginnende conflicten

te ontmijnen, maar ook de gelegenheid

schept om op een positieve manier te

communiceren: een probleem omzetten in

een bron van tevredenheid.

Om dit te illustreren, vertel ik u een anekdote:

Enkele jaren geleden kocht ik een zeer

dure motorhelm. Twee jaar later wilde ik

bij dezelfde fabrikant een vizier voor die

helm kopen. Intussen was het model echter

gewijzigd en het nieuwe vizier paste niet op

mijn “oude” helm.

U kunt zich voorstellen dat mij dat ergerde.

Welnu, geloof het of niet: de fabrikant

heeft naar mijn klachten geluisterd en mijn

oude helm kosteloos omgeruild voor een

nieuw model dat compatibel was met het

betreffende vizier.

Dat is opmerkelijk: ik ging meteen van een

ontevreden klant naar een ambassadeur van

het merk.

Conclusie

Ontevredenheid in mede-eigendom is geen

nieuw fenomeen en berust niet uitsluitend

op een eenvoudig communicatieprobleem.

Zij is het symptoom van een structurele kloof

tussen sterk evoluerende verwachtingen

en een model dat nog grotendeels uit het

verleden stamt.

Deze realiteit erkennen, zich verstandig

uitrusten en de mens opnieuw centraal

plaatsen zijn zonder twijfel toegankelijke

hefbomen om beheerders en medeeigenaars

met elkaar te verzoenen en zo het

beroep van syndicus het imago te geven dat

het verdient.

In een mede-eigendom ontstaat

ontevredenheid minder door de muren dan

door de verschillen tussen degenen die ze

delen. Die verschillen kristalliseren zich vaak

tijdens de algemene vergaderingen, die

het toneel worden van afrekeningen, egohoudingen

of belangenconflicten.

De uitwisselingen verharden, de posities

verstarren en de syndicus, geklemd tussen

tegengestelde kampen, komt in de frontlinie

te staan, vaak zonder over alle hefbomen

te beschikken om de situatie duurzaam te

kalmeren.

In deze context dringt communicatie

zich op als een centrale hefboom: sneller

reageren, duidelijker antwoorden, stappen

en termijnen toelichten. Digitale tools voor

opvolging van incidenten, centralisatie van

uitwisselingen en transparantie over de

voortgang van dossiers kunnen helpen om

de relatie te structureren en misverstanden

te verminderen.

Maar die tools vervangen nooit het

essentiële: het vermogen van de syndicus

om te luisteren, individuele bezorgdheden

te erkennen en een menselijk gesprek te

behouden wanneer de situatie dat vereist. Bij

terugkerende spanningen lijkt bemiddeling

vandaag een onmisbare stap te zijn

geworden, vóór kleine conflicten escaleren

tot procedures voor de vrederechter.

Want een mede-eigendom is in wezen

een collectiviteit: zij is bedoeld om samen

problemen op te lossen, niet om er nieuwe

te creëren.

info

Ilya Safran

Founder Livo

0475 21 99 80

Ilya.safran@livo.pro

François-Xavier Fieschi

Synergimm

Syndicus

0472 81 66 13

syndic@synergimm.be

PROPERTYTODAY


PROPERTYTODAY 19

05

Brandschade, verkoop

en een geblokkeerde

vergoeding: Hoe blijft u

als syndicus neutraal?

Elke syndicus kent de complexiteit van schadedossiers. Maar wat als een

brandschade wordt gevolgd door de verkoop van het betrokken appartement?

Op wie wacht de verzekeringsvergoeding: de eigenaar ten tijde van de schade, of

de nieuwe eigenaar? Deze situatie, die zich recentelijk voordeed in een residentie,

zet de neutrale rol van de syndicus scherp op de proef.

De casus

In een gebouw deed zich op 2 maart 2025

een brand voor. De verzekeraar keurde

de claim goed en stortte de vergoeding

(15/09/2025) op de rekening van de VME.

Tussen de schadedatum en de uitbetaling

vond echter de verkoop van het betrokken

appartement plaats (27 mei 2025). Zowel de

ex-eigenaar als de nieuwe eigenaar maakte

aanspraak op het bedrag.

Î De ex-eigenaar beriep zich op het

contractuele beginsel: "De vergoeding

komt toe aan de eigenaar op het moment

van het schadegeval, die de premie heeft

betaald en de schade heeft geleden."

Î De nieuwe eigenaar argumenteerde

daarentegen dat een brandverzekering

een accessoir recht is dat het goed volgt,

en dat de vergoeding dus bij de verkoop

was mee overgegaan.

Het juridisch krachtenveld

Beide partijen hebben een geldig juridisch

argument. De rechtspraak en doctrine

bevestigen inderdaad het contractuele

uitgangspunt. Echter, de wet van 4 april

2014 over de verzekeringen benadrukt de

accessoire aard van de verzekering.

Dit betekent dat het recht op vergoeding

in principe verbonden is aan het onroerend

goed zelf en bij verkoop kan overgaan op

de koper, vooral als de schade nog zichtbaar

was en de verkoopprijs hierdoor werd

beïnvloed.

De ultieme scheidsrechter is de

verkoopovereenkomst: een specifieke

clausule hierin is doorslaggevend.

De syndicus als neutrale bewaker

In deze patstelling is de syndicus geen

rechter. Zijn rol is niet om te oordelen welk

juridisch principe prevaleert, maar om de

gelden van de VME integraal en correct aan

de rechtmatige begunstigde uit te betalen.

Het ondoordacht uitkeren aan één partij

opent de deur naar aansprakelijkheidstelling

door de andere.

De enige correcte procedure is:

1. Blokkeren en informeren: plaats het

bedrag onmiddellijk op een geblokkeerde

rekening en stel beide partijen schriftelijk

op de hoogte van de tegenstrijdige claims.

2. De bal terugkaatsen: vraag de partijen

om binnen een redelijke termijn (bijv.

30 dagen) met één van de volgende

documenten te komen:

Î Een kopie van de verkoopakte met een

clausule die de bestemming van de

vergoeding expliciet regelt.

Î Een ondertekende, onderlinge

overeenkomst waarin zij gezamenlijk

bepalen aan wie de syndicus moet

betalen.

3. Afwachten op bewijs: bij gebrek aan een

dergelijk akkoord of een clausule, blijft de

vergoeding geblokkeerd. De syndicus kan

en mag de impasse niet forceren. Enkel

een minnelijk akkoord tussen de partijen

of een rechterlijke uitspraak kan dan

soelaas bieden.

Conclusie

Deze casus herinnert ons eraan dat onze

neutraliteit ons sterkste wapen is in

complexe geschillen tussen mede-eigenaars.

Door een strikte, procedurele aanpak te

volgen – gebaseerd op transparantie en het

veiligstellen van de fondsen – beschermen

we niet alleen het financiële belang van het

syndicaat, maar ook onze eigen professionele

positie. We zijn de beheerder, niet de arbiter

info

Johan De Schouwer

compliance manager

copper.be

Sint-Annalaan 209-211

1853 Strombeek-Bever

PROPERTYTODAY


20 Editie januari - februari

06

Successen en uitdagingen

van energetische renovaties

in mede-eigendom:

praktijkcases

De renovatie van mede-eigendommen is een onmisbare doelstelling maar moeilijk te concretiseren,

dat is algemeen bekend. Toch boeken collectieve gebouwen elke dag vooruitgang in het verbeteren

van hun energieprestatie. Welke werken pakken zij aan? Tegen welke kost en over welke looptijd? Wat

zijn de succesfactoren? Waar blijven de blokkeringen bestaan?

Een niet te omzeilen doelgroep

die een aanpak op het terrein

vereist.

Mede-eigendommen en

appartementsgebouwen, die in de

strategieën rond de energietransitie nog te

vaak uit het oog worden verloren, betreffen

nochtans meer dan 4 miljoen Belgen. In

2024 vertegenwoordigden appartementen

al 30% van het woningbestand, een

aandeel dat blijft stijgen onder invloed van

demografische, stedelijke en financiële

dynamieken.

Veel van deze gebouwen zijn oud: in Brussel

is 89% van de appartementsgebouwen

ouder dan 45 jaar. Zij hebben ingrijpende

renovaties nodig, zowel om redenen van

onderhoud en comfort als om te voldoen

aan de nieuwe energienormen.

Sinds begin 2024 heeft Federia (de Federatie

van Franstalige vastgoedmakelaars), dankzij

subsidies toegekend in het Brussels en Waals

Gewest, Syndic Reno Support gelanceerd:

een expertisehub voor professionele syndici.

Het doel is om deze sleutelactoren te

begeleiden en op te leiden inzake renovatie

en energiebeheer in mede-eigendommen.

In dat kader brachten een tiental

uitwisselingsdagen rond praktijkcases

al meer dan 80 syndici samen. Uit die

ontmoetingen, maar ook uit andere

terreincontacten, komen terugkerende

vaststellingen en gedeelde moeilijkheden

naar voren.

De Reno Stories: concrete

renovatiecases in medeeigendom

Om de realiteit op het terrein te illustreren

en beleidsmakers te sensibiliseren voor de

noodzaak van realistische en toepasbare

maatregelen, werd een verzameling Reno

Stories opgestart.

Dit zijn becijferde en gedocumenteerde

cases van renovaties in mede-eigendom,

toegankelijk via www.syndicrenosupport.

immo. Hieronder volgen de belangrijkste

inzichten uit deze analyse.

Een lang en complex

besluitvormingsproces

Besluitvorming in mede-eigendom is

van nature traag en vaak moeizaam. De

algemene vergadering, als enige bevoegd

om over projecten te beslissen, komt slechts

eenmaal per jaar samen. Het stemresultaat

hangt dan af van het vermogen van

mede-eigenaars, die vaak uiteenlopende

prioriteiten hebben, om tot een akkoord te

komen.

In de bestudeerde gevallen bedraagt de

gemiddelde duur tussen het opstarten van

de reflectie en de start van de werken …

acht jaar. Slechts twee mede-eigendommen

slaagden erin werken te realiseren in "slechts"

drie jaar, en dat dankzij het vooruitzicht op

een aanzienlijk aandeel aan premies. Elke

onzekerheid of regelgevende wijziging kan

projecten vertragen of zelfs in het gedrang

brengen. Daarom is een stabiel, duidelijk en

stimulerend kader noodzakelijk.

De energetische denkoefening:

een kwestie van timing

De oorspronkelijke motivatie voor werken


PROPERTYTODAY

21

“ De gemiddelde

duur tussen het

opstarten van

de reflectie en

de start van de

werken … acht

jaar.

is zelden primair energetisch. Van de 15

geanalyseerde cases hadden er slechts

drie als hoofddoel de verbetering van de

energieprestatie. In zes mede-eigendommen

waren de werken in de eerste plaats een

antwoord op bouwpathologieën, waarna

een energetisch luik werd toegevoegd. En

in zes andere werd het aspect ‘energie’ pas

geïntegreerd na advies of gespecialiseerde

begeleiding.

Sommige werken uitvoeren zonder een

energetische denkoefening te integreren,

blokkeert vaak elke bijkomende verbetering

voor 15 tot 20 jaar. Daarom is het cruciaal om

voorwaarden te creëren — via incentives,

administratieve vereenvoudigingen, kortere

termijnen, of zelfs een vrijstelling van

vergunning — die het mogelijk maken om

deze energetische aanpak te systematiseren

bij zware renovaties.

Op zulke sleutelmomenten blijkt

de aanwezigheid van architecten of

ondernemingen die gespecialiseerd zijn

in mede-eigendom, en van opgeleide

professionele syndici, vaak doorslaggevend:

zij transformeren ‘kostenwerken’ in echte

‘investeringswerken’.

De centrale rol van financiering

Traditioneel bouwden mede-eigendommen

gedurende vele jaren hun reservefonds op

vóór zij werken aanvatten. Vandaag, gezien

de urgentie van renovaties, de omvang van

de bedragen en de prijsontwikkelingen,

wordt krediet de regel. Het aanbod

blijft echter beperkt (slechts vier actieve

kredietverleners) en is vaak onvoldoende

aangepast (looptijden te kort, plafonds

te laag, complexe modaliteiten). Gevolg:

in 90% van de geanalyseerde gevallen

moeten mede-eigendommen minstens

drie verschillende financieringsbronnen

combineren.

Een andere sterke vaststelling betreft de

individuele bijdragen: hoewel de globale

budgetten sterk verschillen naargelang

het project, blijft de maandelijkse bijdrage

per appartement opvallend stabiel. In 86%

van de cases ligt zij tussen 100 euro en

180 euro per maand. Slechts twee medeeigendommen

kenden aanzienlijk hogere

maandlasten (350 euro en 550 euro per

maand), wegens zware pathologieën en

appartementen met een hoge waarde.

Ook al blijft de steekproef beperkt, dit

patroon wordt bevestigd door de ervaring

van vele syndici.

De mogelijkheid om werken te herleiden

tot een ‘redelijke’ maandlast is één van de

sleutelfactoren voor de haalbaarheid van

projecten. Dit onderstreept het belang van

een beter aangepast kredietaanbod, zowel

voor kleine mede-eigendommen (langere

looptijden) als voor grote (hogere plafonds).

Meer weten

Wilt u de geanalyseerde concrete cases

ontdekken of het volledige rapport

doornemen? Scan de QR-code en krijg direct

toegang tot de Reno Stories.

info

Eleonora Maggiore

Projectverantwoordelijke

Federia

Avenue Pasteur 6

1300 Wavre

eleonora.maggiore@federia.immo

PROPERTYTODAY


22 Editie januari - februari

07

Het samenwonen van

morgen: Meer transparantie,

inspraak en een juridisch

kader voor nieuwe woonen

aankoopvormen.

De woningmarkt in ons land staat

onder druk. Door bevolkingsgroei en

gezinsverdunning is er een sterk stijgende

vraag naar meer woningen. Tegenwoordig

woont ongeveer een derde van alle Belgen

in een appartement. Ongeveer een derde

van alle woningen in Vlaanderen is een

appartement.

Toch blijft het beleid nog vaak uitgaan van

een gezin dat in een (half )open woning

woont. Er is volgens cd&v onvoldoende

aandacht voor appartementsbewoners

en voor alternatieve woonvormen

en woonverwervingsvormen. Zo is er

geen duidelijke wettelijke regeling rond

hamsterhuren, een formule waarmee je

een woning huurt en de optie hebt om de

woning aan te kopen met aftrek van een

deel van het betaalde huurgeld. Voor mij en

voor mijn partij zijn betaalbaar en degelijk

wonen, in alle vormen, een topprioriteit,

zowel op het Vlaamse als federale niveau.

Daarom heb ik reeds drie wetsvoorstellen

ingediend in de Kamer.

Allereerst pleit ik voor een sanctie bij

niet-inschrijving van de syndicus in de

Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO),

zodat eenieder te allen tijde weet wie de

syndicus van een bepaald gebouw is. Sinds

1 april 2017 geldt de verplichting dat elke

syndicus in het KBO ingeschreven moet zijn

met een ondernemingsnummer gekoppeld

aan het mandaat in de vereniging van medeeigenaars.

Toch worden deze regels vaak

genegeerd. Deze wettelijke verplichting is

dus een papieren tijger.

Daarom dringt mijn voorstel aan op een

financiële boete wanneer syndici dit niet

naleven. Zo creëren we een onmiddellijke

prikkel: wie zich niet registreert, wordt

gestopt. Dit is essentieel, want zo zorgen we

voor verantwoordelijkheid en duidelijkheid.

Malafide syndici bouwen vaak een juridisch

kluwen rond zich om hun aansprakelijkheid

te ontlopen. Wie betaalt de prijs? De

leveranciers en bewoners, die opgezadeld

worden met onbetrouwbaar beheer en

gebrek aan een aanspreekpunt. Echter zijn

ook de vele excellente professionele en

mede-eigenaar syndici slachtoffer van deze

malafide syndici, aangezien zij het beroep in

een slecht daglicht plaatsen.

Deze sanctie heeft enkel als doel de

malafide syndici te bestraffen; zo hebben we

opgenomen in het wetsvoorstel dat medeeigenaren

die de rol van syndicus opnemen

steeds een waarschuwing moeten krijgen


PROPERTYTODAY 23

voor een straf volgt, omdat zij niet altijd op

de hoogte zijn.

Het tweede wetsvoorstel betreft het juridisch

verankeren van de mogelijkheid tot hybride

algemene vergaderingen van de medeeigendom.

Dit was tijdens de pandemie

mogelijk, maar over de mogelijkheid

ertoe bestaat er nog wat onenigheid. Veel

eigenaars kunnen niet steeds aanwezig zijn

op een fysieke algemene vergadering door

professionele of andere verplichtingen.

Cd&v wil expliciet de mogelijkheid tot

hybride algemene vergaderingen in de wet

schrijven om de bestaande onduidelijkheid

weg te nemen en tegelijkertijd moet de

algemene vergadering steeds zelf bepalen

hoe ze kunnen samenkomen in het intern

reglement. Het wetsvoorstel bepaalt ook dat

er een Koninklijk Besluit dient te komen om

de modaliteiten over het digitaal vergadering

vast te leggen (vb. identificatie van de

bewoners via Itsme, …), aangezien ook

hierover nog onduidelijkheid bestaat.

Ten derde stel ik vast dat veel bewoners

klachten hebben over syndici en dat zij niet

altijd weten waar ze terecht kunnen, omdat

er niet één aanspreekpunt bestaat voor zulke

klachten. Cd&v pleit er daarom voor om de

Consumentenombudsdienst ook bevoegd te

maken voor deze geschillen. Ik heb daarover

reeds een wetsvoorstel ingediend. Die

overheidsdienst bemiddelt al tussen burgers

en bedrijven.

De voordelen zijn duidelijk: eenvoud,

toegankelijkheid voor ouderen en minder

assertieve eigenaars en preventie, doordat

meldingen leiden tot snelle correctie of

sanctie alvorens escalatie. Gegronde en goed

gestaafde klachten moeten snel en neutraal

behandeld worden. Ik ben ervan overtuigd

dat dit ook de sector en het aanzien van

professionele syndici ten goede zal komen.

Dit zijn geen drie losse dossiers

– ze versterken samen het medeeigendomsrecht,

wat cruciaal is aangezien er

steeds meer Belgen in een mede-eigendom

wonen. Ik kijk echter ook al verder.

Zo moet er dringend een studie komen

over de prijzen die professionele syndici

aanrekenen voor soortgelijke gebouwen,

zodat mede-eigendommen daarover meer

transparantie hebben.

Er zijn ook nog veel problemen met de

fiscale en sociale gevolgen van nieuwe

woonvormen.

Zo worden drie vrienden of twee zussen

die samen een appartement met meerdere

slaapkamers huren of kopen en daar samen

gaan wonen gezien als een ‘gezin’.

Samen onder één dak wonen heeft natuurlijk

juridische gevolgen. Wie op dezelfde plek

staat gedomicilieerd, is onherroepelijk

verbonden aan elkaar. Stel dat een van

de huisgenoten schulden heeft, dan kan

bijvoorbeeld een gerechtsdeurwaarder

langskomen en beslag leggen op alle

spullen in het huis van de personen die er

gedomicilieerd zijn.

Ook is het zo dat wanneer twee vrienden

bijvoorbeeld samen een appartement kopen,

het niet altijd goed duidelijk is wat er dient te

gebeuren als een van beiden wil verhuizen

of verkopen. Heeft de andere vriend dan

een voorkooprecht op het deel van de

verhuizende vriend? Er zijn dus belangrijke

gevolgen bij het samenwonen en samen

kopen die goede afspraken vereisen, maar

waar er dus vaak geen specifieke wettelijke

regeling voor bestaat wanneer er discussie

ontstaat.

Ook rond woningcoöperatie bestaan

er onduidelijkheden. Zo kopen mensen

aandelen in een woningcoöperatie en

kunnen daardoor dan voordeliger huren van

de woningcoöperatie, die eigenaar is van

het gebouw. Men is dus "aandeelhouderbewoner"

en men heeft stemrecht binnen

de coöperatie. Aangezien er geen sprake is

van een mede-eigendom, is de wetgeving

rond mede-eigendom niet van toepassing,

waardoor de statuten dus de exacte regeling

van het beheer moeten omvatten.

Daarbij komt nog dat een aandeelhouder

geen zakelijk recht heeft, wat dus inhoudt

dat als de woningcoöperatie failliet zou

gaan, men geen voorkeursbehandeling

heeft omtrent het blijven wonen in de eigen

woning.

Een betere juridische omkadering van

deze woonvorm lijkt wenselijk zodat er een

uniforme en rechtszekere regeling bestaat,

waardoor het dan een interessanter en

duidelijker systeem wordt.

Ook voor het eerder vermelde hamsterhuren

zou een specifiek en eenvormig wettelijk

kader meer rechtszekerheid bieden voor

investeerders, banken en huurder-kopers.

Ook een specifiek juridisch kader voor een

erfpacht met een koopoptie zou bestudeerd

dienen te worden.

Zo blijft bijvoorbeeld de ontwikkelaar

eigenaar van de grond, maar wordt de koper

eigenaar van de woning. Hij of zij dient

dan wel de grond ‘te huren’ via een canon ,

maar zou dan dit canon kunnen afkopen na

verloop van tijd. De grondprijs weegt vaak

zwaar door bij de aankoop van een woning.

Door deze tijdelijk weg te halen, wordt het

verwerven van een eerste woning meer

betaalbaar. Dit erfpachtsysteem komt vaak

voor in het buitenland, bijvoorbeeld in Hong

Kong, maar ook in Nederland.

Met cd&v willen we dus een medeeigendomsysteem

dat meegroeit met

zijn tijd. We willen ook het aanbod niet

alleen verruimen door een hervorming

van de vergunningen te realiseren wat

bouwen eenvoudiger zal maken, maar

ook door het aanbod aan woon- en

woonverwervingsvormen te verruimen

voorbij het klassieke eigendom en huren.

Door deze alternatieven goed juridisch te

omkaderen, zullen er investeringen in volgen

en deze moeten het eenvoudiger maken

voor jongeren om een eerste woning te

verwerven.

info

Er volgen dus nog

zeker wetgevende

initiatieven van mijn

kant.

Leentje Grillaert

Federaal Volksvertegenwoordiger

cd&v

Wetteren

PROPERTYTODAY


24 Editie januari - februari

08

De syndicus van medeeigendom

geconfronteerd

met het register van

persoonsgegevens

Sinds de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) op 25 mei

2018 is elke organisatie die persoonsgegevens verwerkt onderworpen aan strikte verplichtingen om

de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen te waarborgen.

De verenigingen van mede-eigenaars (VME)

vallen rechtstreeks onder deze regelgeving.

Het dagelijks beheer van een gebouw

in mede-eigendom impliceert immers

noodzakelijkerwijs de verwerking van

talrijke persoonsgegevens, onder meer van

mede-eigenaars, bewoners, leveranciers,

aannemers en dienstverleners.

Een van de fundamentele verplichtingen

die door de GDPR worden opgelegd,

is het bijhouden van een register

van de verwerkingsactiviteiten van

persoonsgegevens. Dit document vormt

een essentieel conformiteitsinstrument dat

een overzicht biedt van de uitgevoerde

gegevensverwerkingen en toelaat aan te

tonen dat de GDPR-beginselen worden

nageleefd.

De analyse van het verwerkingsregister vergt

bovendien een duidelijke afbakening van

de respectieve rollen van de actoren binnen

de mede-eigendom, in het bijzonder die

van de vereniging van mede-eigenaars als

“verwerkingsverantwoordelijke” en die van

de syndicus, die hoofdzakelijk optreedt als

“verwerker”.

Kort samengevat is het principe eenvoudig:

elke VME moet verplicht beschikken

over een register van de verwerking van

persoonsgegevens, een document dat

op eerste verzoek moet kunnen worden

voorgelegd bij een controle door de

Gegevensbeschermingsautoriteit.

Hoewel deze wettelijke verplichting

bijzonder duidelijk is, moet worden

vastgesteld dat slechts weinig VME’s

daadwerkelijk over een dergelijk register

beschikken, en dat ook slechts weinig syndici

kennis hebben van, of zich zelfs bewust zijn

van, het bestaan van deze verplichting.


PROPERTYTODAY 25

In enkele lijnen behandelen wij deze

problematiek, waarbij wij de ernstige risico’s

benadrukken van aansprakelijkstelling van

de syndicus die nalaat de initiatieven te

nemen die in dit verband van hem worden

verwacht. Kortom: een “wake-upcall”.

HET JURIDISCH KADER VAN

TOEPASSING OP VERENIGINGEN

VAN MEDE-EIGENAARS

De GDPR is van toepassing op elke entiteit

die de doeleinden en middelen van de

verwerking van persoonsgegevens bepaalt.

Naar Belgisch recht is de vereniging van

mede-eigenaars een rechtspersoon met

een eigen rechtspersoonlijkheid, belast

met het behoud en het beheer van de

gemeenschappelijke delen, alsook met

de uitvoering van de beslissingen van de

algemene vergadering.

In die hoedanigheid bepaalt de VME de

redenen waarom persoonsgegevens worden

verwerkt (administratief, financieel en

technisch beheer van het gebouw) en de

algemene middelen van deze verwerking.

Hieruit volgt dat de vereniging van

mede-eigenaars wordt beschouwd als

verwerkingsverantwoordelijke in de zin

van de GDPR. Deze kwalificatie brengt

belangrijke verplichtingen met zich mee,

zoals het vaststellen van een geldige

rechtsgrond voor elke verwerking, het

informeren van de betrokken personen,

het naleven van de beginselen van

gegevensminimalisatie en proportionaliteit,

alsook het treffen van passende

beveiligingsmaatregelen.

HET REGISTER VAN

VERWERKINGSACTIVITEITEN:

DEFINITIE EN VERPLICHTING

Artikel 30 van de GDPR verplicht de

verwerkingsverantwoordelijke tot het

bijhouden van een register van de

verwerkingsactiviteiten. Dit register vormt

een verplichte interne documentatie,

behoudens enkele uitzonderingen die

in de praktijk zelden van toepassing zijn

op VME’s. Het register moet schriftelijk

worden bijgehouden, ook in een duurzame

elektronische vorm, en moet bij een controle

ter beschikking worden gesteld van de

Gegevensbeschermingsautoriteit.

Het register van verwerkingsactiviteiten

moet een reeks nauwkeurig omschreven

“ Als verwerkingsverantwoordelijke

draagt de VME

de hoofdverantwoordelijkheid

voor de naleving

van de GDPR

gegevens bevatten, waaronder de identiteit

van de verwerkingsverantwoordelijke,

de doeleinden van de verwerkingen,

de categorieën van verwerkte

persoonsgegevens, de categorieën van

betrokken personen, de ontvangers van

de gegevens, eventuele doorgiften buiten

de Europese Unie, de bewaartermijnen

en een algemene beschrijving van de

genomen beveiligingsmaatregelen. Het

register beantwoordt aldus de kernvragen:

wie verwerkt welke gegevens, waarom,

gedurende welke termijn, waar en hoe

worden zij beschermd.

In de context van een mede-eigendom

zal het register bijvoorbeeld betrekking

hebben op verwerkingen in verband met het

bijhouden van de lijst van mede-eigenaars,

de organisatie van algemene vergaderingen,

het boekhoudkundig beheer, de inning

van lasten, het beheer van contracten

met leveranciers of, in voorkomend geval,

het gebruik van bewakingscamera’s in de

gemeenschappelijke delen.

DE VERENIGING VAN MEDE-

EIGENAARS ALS VERWERKINGS-

VERANTWOORDELIJKE

Als verwerkingsverantwoordelijke draagt

de vereniging van mede-eigenaars de

hoofdverantwoordelijkheid voor de naleving

van de GDPR. Zij moet erop toezien dat

elke verwerking steunt op een geldige

rechtsgrond, zoals de uitvoering van een

wettelijke verplichting of de uitvoering van

een overeenkomst.

In tal van gevallen wordt de verwerking

van persoonsgegevens binnen een medeeigendom

opgelegd door het Burgerlijk

Wetboek, met name wat betreft het

bijhouden van de lijst van mede-eigenaars

en het meedelen van bepaalde informatie

aan mede-eigenaars of aan de notaris.

De VME moet er tevens over waken

dat uitsluitend de strikt noodzakelijke

gegevens voor het beheer van de medeeigendom

worden verwerkt. Het beginsel

van gegevensminimalisatie houdt in dat

gegevens zoals het rijksregisternummer,

een gedetailleerde burgerlijke staat of de

samenstelling van het gezin enkel mogen

worden verzameld indien zij daadwerkelijk

noodzakelijk en wettelijk gerechtvaardigd

zijn. Bij gebreke daaraan hebben medeeigenaars

het recht te weigeren deze

gegevens mee te delen.

Tot slot moet de vereniging van medeeigenaars

de rechten van de betrokken

personen waarborgen, zoals het recht op

inzage, verbetering of verwijdering, binnen

de wettelijke grenzen, en ervoor zorgen dat

deze rechten daadwerkelijk kunnen worden

uitgeoefend.

DE ROL VAN DE SYNDICUS ALS

VERWERKER

De syndicus bekleedt een centrale

positie in het dagelijks beheer van de

mede-eigendom. Hij is belast, krachtens

zijn mandaat, met de uitvoering van de

beslissingen van de algemene vergadering

en met het administratief beheer van het

gebouw. In dat kader verwerkt hij talrijke

persoonsgegevens voor rekening van de

vereniging van mede-eigenaars.

In de zin van de GDPR treedt de syndicus

hoofdzakelijk op als verwerker, aangezien hij

persoonsgegevens verwerkt op instructie

van de VME en voor de door haar bepaalde

doeleinden. Deze verhouding moet

worden vastgelegd in een overeenkomst

of een andere rechtshandeling, zoals het

reglement van mede-eigendom, het

reglement van interne orde (RIO) en/of de

syndicusovereenkomst, waarin onder meer

het voorwerp en de duur van de verwerking,

de aard van de verwerkte gegevens, de

verplichtingen van de syndicus en de

genomen beveiligingsmaatregelen worden

bepaald.


26 Editie januari - februari

De syndicus mag persoonsgegevens

uitsluitend gebruiken binnen het strikte

kader van zijn wettelijke en contractuele

opdracht. Elk gebruik voor doeleinden

die vreemd zijn aan het beheer van de

mede-eigendom, bijvoorbeeld voor eigen

commerciële doeleinden, is verboden.

Daarnaast moet de syndicus erop toezien

dat de gegevens correct en actueel zijn en

de mededeling ervan beperken tot enkel de

daartoe gemachtigde personen.

HET PRAKTISCHE BELANG VAN

HET VERWERKINGSREGISTER

VOOR DE SYNDICUS

Hoewel de syndicus wettelijk niet de

“verwerkingsverantwoordelijke” is, is hij als

verwerker niet alleen verplicht om over een

eigen register van verwerkingsactiviteiten

te beschikken voor zijn eigen professionele

activiteiten, maar ook om het register van

de VME waarvan hij het beheer voert op te

stellen en periodiek bij te werken.

Aangezien het verwerkingsregister wettelijk

verplicht is voor de VME, behoort het

tot de adviesplicht van de syndicus ten

aanzien van zijn medecontractant (de VME)

om deze correct te informeren over haar

verplichtingen ter zake, in het bijzonder

over het bestaan en het bijhouden van het

register. Indien nodig dient dit punt op de

agenda van een algemene vergadering

te worden geplaatst, zodat hierover een

beslissing kan worden genomen en het RIO

kan worden aangepast.

Het hoeft nauwelijks te worden benadrukt

dat dit register een essentieel instrument

vormt om de conformiteit van de VME

met de GDPR aan te tonen en te voldoen

aan de vereisten inzake transparantie en

verantwoordingsplicht.

Indien de syndicus hierin nalatig blijft,

stelt hij zich — los van de administratieve

sancties die bij een controle door de

Gegevensbeschermingsautoriteit streng

kunnen worden opgelegd — bloot

aan een duidelijke aantasting van

zijn beroepsaansprakelijkheid, zowel

contractueel ten aanzien van de VME

wegens schending van zijn adviesplicht, als

buitencontractueel ten aanzien van derden,

waaronder mede-eigenaars die door deze

professionele fout schade zouden lijden. Het

zij eraan herinnerd dat de administratieve

sancties op dit vlak bijzonder zwaar kunnen

zijn.

Zoals aangegeven kan het ontbreken

van een register of het bijhouden van

een ontoereikend register leiden tot

aanzienlijke administratieve sancties, die

theoretisch kunnen oplopen tot meerdere

honderdduizenden euro’s. Los van het

sanctierisico laat het register ook toe om

gevoelige punten in het gegevensbeheer

te identificeren, zoals de toegang tot

documenten van de mede-eigendom, de

uitwisseling van informatie tussen medeeigenaars,

en de bewaring en beveiliging van

gegevens in de tijd.

Naast het loutere bestaan van het register

vormt ook het dagelijkse beheer van

persoonsgegevens door de syndicus

een bijzonder delicate problematiek,

die vaak een aanpassing vergt van

de statutaire bepalingen en het RIO,

beslissingen van de algemene vergadering,

diverse stappen om de uitdrukkelijke

toestemming van de betrokken personen

te verkrijgen en uiteraard een conforme

syndicusovereenkomst.

CONCLUSIE

Het register van verwerkingsactiviteiten

vormt een essentiële pijler van de GDPRconformiteit

voor verenigingen van medeeigenaars.

Het laat niet alleen toe te voldoen

aan een wettelijke verplichting, maar vooral

om het beheer van persoonsgegevens

binnen de mede-eigendom te structureren

en te beveiligen.

Hoewel de vereniging van mede-eigenaars

als “verwerkingsverantwoordelijke” formeel

de verantwoordelijkheid draagt voor de

naleving van het wettelijk kader, rust in de

praktijk op de syndicus, in zijn hoedanigheid

van verwerker, de taak om de VME tijdig

en correct te informeren over haar

verplichtingen, het proces voor de opmaak

van het register te implementeren en te

zorgen voor een correcte opvolging ervan in

de tijd. Door zijn operationele rol bevindt de

syndicus zich in de voorste lijn.

In een steeds veeleisender juridisch kader

en bij toenemende waakzaamheid van de

toezichthoudende autoriteiten, blijkt een

rigoureus bijgehouden verwerkingsregister

een onmisbaar instrument van goed bestuur.

Het draagt bij tot meer transparantie,

voorkomt geschillen en waarborgt de

eerbiediging van de fundamentele rechten

van mede-eigenaars en andere betrokken

personen.

Het spreekt voor zich dat de syndicus er

alle belang bij heeft zich bewust te zijn van

zijn verplichtingen ter zake als zorgvuldig

beroepsbeoefenaar, en van de risico’s die hij

loopt bij een eventuele aansprakelijkstelling.

Besturen is vooruitzien…

info

Tordoir Marc

Advocaat aan de Balie van Brussel

www.tordoirmarc.com

PROPERTYTODAY


PROPERTYTODAY 27

09

Ketenaansprakelijkheid

in Vlaanderen: de

syndicus alweer tussen

hamer en aambeeld!

Wie onder de talrijke syndici en vastgoedmakelaars in Vlaanderen is zich vandaag werkelijk bewust

van de juridische en persoonlijke risico’s die de ketenaansprakelijkheid voor hen met zich meebrengt?

Wij durven stellen dat zij dun gezaaid zijn.

De regelgeving rond ketenaansprakelijkheid

bij illegale tewerkstelling is een regionale

regeling. Voor het Vlaamse Gewest is deze

gebaseerd op de wet betreffende de

tewerkstelling van buitenlandse werknemers

en het Decreet houdende sociaalrechtelijk

toezicht, en is daarom van toepassing op

tewerkstelling in heel Vlaanderen.

Wat minder zichtbaar blijft, is hoe deze

regels de syndicus van een Vereniging van

Mede-Eigenaars in een juridisch delicate

positie kunnen brengen. Zeker wanneer

de drempels, uitzonderingen en praktische

implicaties onvoldoende gekend zijn, dreigt

een onevenredige aansprakelijkheidsdruk op

het dagelijks beheer van mede-eigendom.

Waarom ook opdrachtgevers in

beeld komen

De regeling rond ketenaansprakelijkheid

is ingevoerd om illegale tewerkstelling en

sociale fraude structureel te bestrijden.

In plaats van enkel de uitvoerende

aannemer te sanctioneren, verschuift

de Vlaamse wetgever een deel van de

verantwoordelijkheid naar de volledige

aannemingsketen.

In principe kon elke schakel in de keten al

aansprakelijk worden gesteld voor illegale

tewerkstelling ergens in de keten. Tot 1

januari 2026 volstond het om in het bezit


28 Editie januari - februari

te zijn van een schriftelijke verklaring van

de rechtstreekse onderaannemer, waarin

deze verklaart geen illegaal verblijvende

derdelanders tewerk te stellen, om deze

aansprakelijkheid uit te sluiten.

Voor opdrachtgevers en voor inbreuken

begaan door niet-rechtstreekse

onderaannemers moest zelfs worden

aangetoond dat men voorafgaand aan de

inbreuk op de hoogte was om aansprakelijk

gesteld te kunnen worden.

Vanaf 1 januari 2026 moet er bijkomend een

zorgvuldigheidsplicht worden nageleefd om

aansprakelijkheid voor inbreuken door een

rechtstreekse (onder)aannemer uit te kunnen

sluiten, wanneer het gaat over activiteiten

die behoren tot één van de risicosectoren.

Dit geldt ook voor de professionele

opdrachtgever die beroep doet op een

aannemer die behoort tot de risicosectoren.

De achterliggende gedachte is eenvoudig:

wie opdrachten geeft en daarvan

economisch voordeel haalt, moet minstens

nagaan of zijn contractspartners de sociale

wetgeving respecteren. Voor professionele

opdrachtgevers – waaronder VME’s –

betekent dit een verhoogde waakzaamheid,

met mogelijk zware sancties bij nietnaleving.

Hoofdelijke aansprakelijkheid in

geval van loonschulden

In Brussel en Wallonië gelden de regionale

regeling van de ketenaansprakelijkheid in

Vlaanderen niet maar de Federale regeling

m.b.t. de hoofdelijke aansprakelijkheid

in geval van loonschulden is wel van

toepassing.

Concreet bepaald deze regeling dat:

De opdrachtgever, de aannemer of de

onderaannemer die door een schriftelijke

kennisgeving geïnformeerd worden door

de arbeidsinspectie dat de onderaannemer

die onrechtstreeks tussenkomt na hen, zijn

verplichting ernstig verzuimt om binnen de

termijnen aan hun werknemers het loon te

betalen waarop dezen recht hebben, zijn

hoofdelijk verplicht om over te gaan tot de

betaling van het loon aan de werknemers

van de onderaannemer die bedoeld

wordt door de kennisgeving, wanneer, al

naargelang het geval, deze opdrachtgever,

deze aannemer of deze onderaannemer

ertoe aangemaand is bij aangetekende brief.

Meer info hierover vindt u op de website van

de FOD WASO.

https://werk.belgie.be/nl/themas/verloning/

loonbescherming/de-hoofdelijkeaansprakelijkheid-algemene-regeling

Waarom syndici meer risico lopen

dan zij denken

Een fundamentele vraag is of een

VME kan worden beschouwd als een

particuliere opdrachtgever. Het antwoord

is intussen duidelijk negatief. Een VME is

een rechtspersoon die contracten afsluit,

facturen betaalt en gemeenschappelijke

delen beheert.

Daarmee verricht zij economische

activiteiten en wordt zij juridisch als

onderneming beschouwd in de zin

van artikel I.1, 1° van het Wetboek van

Economisch Recht. Die kwalificatie werd

expliciet bevestigd door het Grondwettelijk

Hof in arrest nr. 93/2023 van 15 juni 2023.

Een VME valt dus onder het

toepassingsgebied van de regelgeving voor

professionele opdrachtgevers en kan zich

niet beroepen op het lichtere regime dat

geldt voor natuurlijke personen.

De syndicus handelt als vertegenwoordiger

van de VME. Bij persoonlijke fouten,

nalatigheid of manifeste schending van zijn

professionele zorgvuldigheid kan hij zelf

aangesproken worden.

Strengere regels Vlaanderen

De wetgever heeft bewust gekozen

voor een facultatief systeem: de

zorgvuldigheidsplicht is geen verplichting.

De syndicus kan ervoor kiezen om geen

documenten op te vragen en te vertrouwen

op de aannemer. Die keuze heeft echter

een prijs. Wordt die aannemer betrapt op

het tewerkstellen van illegaal verblijvende

derdelanders, dan kan de VME strafrechtelijk

of administratief worden gesanctioneerd.

Binnen het kader van de

ketenaansprakelijkheid zijn er twee

risicosectoren waarvoor syndici bijzonder

waakzaam moeten zijn: bouw en

schoonmaak.

De bouwsector wordt zeer ruim

geïnterpreteerd als ‘werken in onroerende

staat’ en omvat niet alleen klassieke

ruwbouwwerken, maar ook onder

meer HVAC-installaties (CV, ventilatie,

airco), elektriciteitswerken, schilder- en

gevelwerken, dak- en isolatiewerken,

vloerbekleding en renovaties van

gemeenschappelijke delen. Het gaat

dus om veel meer dan “grote” werven;

ook ogenschijnlijk beperkte technische

interventies kunnen hieronder vallen.

Daarnaast is de schoonmaaksector expliciet

als risicosector aangeduid en komt deze

zeer frequent voor in mede-eigendommen,

bijvoorbeeld voor het onderhoud van

inkomhallen, traphallen, garages en liften.

Voor beide sectoren bestaat een officiële,

gedetailleerde lijst van betrokken activiteiten

in de regelgeving en op de bevoegde

overheidswebsites, wat het voor syndici

essentieel maakt om vooraf correct te

kwalificeren met welk type opdracht zij te

maken hebben.

De zorgvuldigheidsplicht is niet

systematisch

De zorgvuldigheidsplicht is géén

automatische of permanente verplichting.

Een hardnekkig misverstand is dat de

zorgvuldigheidsplicht altijd en onverkort

geldt. Dat is niet correct.

De regelgeving voorziet in drempels bij

bouw- en schoonmaakactiviteiten in de

gemeenschappelijke delen.

Onder deze drempels is het naleven van

de zorgvuldigheidsplicht niet vereist om

de aansprakelijkheid uit te sluiten. Dat

nuanceert het debat aanzienlijk, maar deze

grensbedragen worden in de praktijk te

weinig expliciet gecommuniceerd, waardoor

syndici vaak uit voorzorg meer documenten

opvragen dan strikt nodig is.


PROPERTYTODAY 29

Zij geldt enkel wanneer:

Î de aannemer of onderaannemer actief

is in een risicosector (zoals bouw of

schoonmaak), én

Î de wettelijke drempels worden

overschreden:

• 30.000 euro exclusief btw voor

werken door een aannemer

zonder onderaannemer,

• 5.000 euro exclusief btw zodra

er minstens één onderaannemer

wordt ingeschakeld door uw

rechtstreekse aannemer.

Meer dan een simpele formaliteit

Wanneer die voorwaarden vervuld zijn,

volstaat het niet om “een verklaring op eer” of

een eenvoudige brief te ontvangen.

De zorgvuldigheidsplicht houdt in dat

de opdrachtgever (de VME) effectief

documenten moet opvragen, controleren en

bijhouden, zoals:

Î Dimona aangifte,

Î arbeids- of beroepskaart indien van

toepassing.

Voor een volledig overzicht van welke

documenten in welke situatie moeten

worden opgevraagd, kan u terecht op de

website van de Vlaamse Overheid:

https://www.vlaanderen.be/werken/

in-vlaanderen-komen-werken/

ketenaansprakelijkheid-bij-illegaletewerkstelling

Het gaat dus om een volledig dossier, niet

om een louter formele bevestiging. Worden

geen documenten opgevraagd, dan blijft

dat wettelijk toegelaten, maar neemt de

VME – en indirect de syndicus – het risico op

aansprakelijkheid indien later een inbreuk

wordt vastgesteld.

GDPR: noodzakelijke verwerking

Het opvragen en bewaren van

documenten zoals identiteitsbewijzen,

verblijfsdocumenten, arbeidskaarten of

Dimona-meldingen raakt onmiskenbaar

aan persoonsgegevens. De regelgeving

voorziet echter uitdrukkelijk in een wettelijke

basis voor deze verwerking, waardoor zij

verenigbaar is met de GDPR.

Dat betekent niet dat alles zomaar kan.

Enkele kernprincipes blijven onverkort

gelden:

Î de gegevens mogen uitsluitend

worden gebruikt in het kader van

ketenaansprakelijkheid;

Î enkel de wettelijk vereiste documenten

mogen worden opgevraagd;

Î maximaal vijf jaar na afronding van het

betrokken project;

Î passende technische en organisatorische

maatregelen zijn verplicht;

Î aannemers en onderaannemers moeten

hun werknemers informeren over deze

verwerking.

Voor syndici is vooral relevant dat zij, als

verwerkingsverantwoordelijke of verwerker

namens de VME, hun documentbeheer

professioneel moeten organiseren. Losse

e-mails of onbeveiligde mappen vormen hier

een reëel risico.

Contractuele clausules zijn sterk

aanbevolen

Het opnemen van standaardclausules in

bestekken en opdrachtbrieven is juridisch

niet verplicht, maar wel sterk aangewezen.

Vooral de schriftelijke verklaring dat de

(onder)aannemer geen illegaal verblijvende

personen tewerkstelt, is onontbeerlijk

(zie hieronder). Zonder die verklaring kan

aansprakelijkheid niet worden uitgesloten.

Disclaimers bieden daarentegen slechts

schijnzekerheid. Zij kunnen nooit de

aansprakelijkheid uitsluiten wanneer de

zorgvuldigheidsplicht wél van toepassing

is en niet werd nageleefd. In dat geval rest

slechts één uitweg: het melden van het

probleem via het meldloket van de Vlaamse

Sociale Inspectie. Alleen die melding


30 Editie januari - februari

kan de opdrachtgever vrijwaren van

ketenaansprakelijkheid.

Voorbeeld van clausule (op te nemen in

bestek, offerteaanvraag en opdrachtbrief ):

“De aannemer verklaart uitdrukkelijk dat hij,

noch rechtstreeks, noch via onderaannemers, in

België illegaal verblijvende personen tewerkstelt

of zal tewerkstellen tijdens de uitvoering van de

opdracht”.

Bovenstaande volstaat als ‘schriftelijke

verklaring’.

Indien het gaat om activiteiten die

behoren tot de risicosectoren, voegt u ook

onderstaande toe:

"De aannemer verbindt zich ertoe om, op eerste

verzoek van de opdrachtgever, onverwijld

alle documenten voor te leggen die vereist

zijn in het kader van de Belgische regelgeving

inzake ketenaansprakelijkheid en de daarmee

samenhangende zorgvuldigheidsplicht,

waaronder – in voorkomend geval – Dimona-

meldingen, identiteits- en verblijfsdocumenten

en arbeids- of beroepskaarten.

Bij het niet of laattijdig voorleggen van deze

documenten zal de syndicus, handelend

voor en namens de Vereniging van

Mede-Eigenaars, melding doen aan het

meldloket van de Vlaamse Sociale Inspectie,

overeenkomstig de wettelijke bepalingen inzake

ketenaansprakelijkheid”.

Tip: Onderteken als syndicus

nooit in eigen naam

Contracten, bestellingen en andere officiële

documenten van de VME moeten steeds

worden ondertekend:

“Voor en namens de VME [naam],

vertegenwoordigd door de syndicus

[naam].”

Dit is essentieel om persoonlijke

aansprakelijkheid te vermijden.

Indien een aannemer geen documenten wilt

voorleggen terwijl de zorgvuldigheidsplicht

van toepassing is, moet dit worden gemeld

via het bevoegde meldloket van de sociale

inspectie.

Alleen die melding kan vrijwaren van

ketenaansprakelijkheid.

Deze aanpak biedt geen absolute zekerheid,

maar wel een juridisch verdedigbare positie

voor zowel de VME als de syndicus.

info

Dit artikel kwam tot stand met

de samenwerking van het

Departement WEWIS (Werk,

Economie, Wetenschap, Innovatie

en Sociale Economie)

ketenaansprakelijkheid.wewis@

vlaanderen.be

PROPERTYTODAY


PROPERTYTODAY

31

10

De dwingende aard

van het reglement

van interne orde in

mede-eigendom

Naar aanleiding van de hervorming van het mede-eigendomsrecht

die in 2018 in werking is getreden, heeft de wetgever beoogd de

leesbaarheid en de doeltreffendheid van de werking van verenigingen

van mede-eigenaars te versterken. In dat kader werd het opstellen van

een reglement van interne orde (R.I.O.) verplicht gemaakt.

Dit reglement is opgevat als een praktisch,

toegankelijk en evolutief document, bedoeld

om het dagelijkse leven binnen de medeeigendom

te regelen.

Het doel is duidelijk: elke mede-eigenaar,

maar ook de bewoners en betrokken

derden, moeten kunnen beschikken over

een duidelijke referentietekst die zonder

specifieke juridische expertise begrijpelijk

is en die eenvoudig kan worden aangepast

zonder tussenkomst van een notariële akte.

1. Een wettelijke verplichting

toevertrouwd aan de syndicus:

Het reglement van interne orde wordt

opgesteld bij onderhandse akte, op

initiatief van de syndicus, op basis van

de beslissingen die door opeenvolgende

algemene vergaderingen zijn genomen.

Deze werkwijze vloeit voort uit de tweede

wetgevende hervorming van de wet van 30

juni 1994.

Het behoort derhalve tot de taken van de

syndicus:

Î een referentie-reglement van interne

orde voor te stellen of een bestaand

reglement aan te passen aan de wettelijke

voorschriften;

Î dit reglement ter goedkeuring voor te

leggen aan de algemene vergadering,

die beslist met volstrekte meerderheid,

waarbij het beslissingsquorum hetzelfde

is als voor elke beslissing die bestemd is

om in het reglement van interne orde te

worden opgenomen;

Î te zorgen voor een permanente

actualisering ervan, zowel in functie


32 Editie januari - februari

van de beslissingen van de algemene

vergadering als van wets- en

reglementswijzigingen die een impact

hebben op het gebouw.

Het reglement van interne orde wordt aldus

in de praktijk een gestructureerde bundeling

van de werkingsregels, voortvloeiend

zowel uit de wet als uit de besluiten van

het soevereine orgaan, zijnde de algemene

vergadering.

2. Een verplicht minimaal, maar nietlimitatief,

inhoudelijk kader:

De wet schrijft voor dat het reglement van

interne orde minstens de regels inzake

oproeping en werking van de algemene

vergadering moet bepalen, in voorkomend

geval de drempel voor verplichte

mededinging, alsook de modaliteiten

voor de aanstelling van de syndicus, de

omvang van diens bevoegdheden, de

duur en hernieuwing van zijn mandaat, de

voorwaarden voor beëindiging ervan en zijn

verplichtingen bij het einde van de opdracht.

Deze informatie is van essentieel belang voor

het beheer van een vereniging van medeeigenaars.

Hoe kan een mede-eigenaar

immers een punt op de agenda laten

plaatsen indien hij niet weet binnen welke

periode van vijftien dagen de algemene

vergadering kan plaatsvinden?

Daar stopt het echter niet. Het reglement van

interne orde kan eveneens de opdrachten

van de andere organen opnemen, zoals

de raad van mede-eigendom en de

commissarissen van de rekeningen.

3. Het reglement van interne orde als

instrument van het “samenleven”:

Naast de verplichte vermeldingen behoudt

het reglement van interne orde ten volle

zijn traditionele rol als instrument voor de

regulering van het collectieve leven: de

rust in het gebouw, het gebruik van de

gemeenschappelijke delen, de werking van

de lift, de praktische modaliteiten voor het

afsluiten van de toegangen.

Het mag evenwel geen bepalingen bevatten

die de bestemming van de kavels wijzigen,

zoals een algemene verbodsbepaling op

toeristische verhuur.

4. Openbaarmaking, verspreiding en

tegenwerpelijkheid:

Om de tegenwerpelijkheid te waarborgen,

is het reglement van interne orde

onderworpen aan strikte verspreidingsregels:

uithangen van een exemplaar in de

gemeenschappelijke delen binnen dertig

dagen na de opstelling of wijziging;

kosteloze inzage voor elke geïnteresseerde

derde; systematische mededeling van de

meest recente versie aan de mede-eigenaars.

Deze mededeling is van doorslaggevend

belang: zij stelt verhuurders in staat het

reglement van interne orde rechtsgeldig op

te leggen aan huurders bij het sluiten van de

huurovereenkomst. Elk tekort op dit punt kan

de tegenwerpelijkheid van bepaalde interne

regels ten aanzien van de bewoners van het

gebouw verzwakken.

Daarnaast wordt het, hoewel niet

uitdrukkelijk door de wet voorgeschreven,

sterk aanbevolen om het reglement

van interne orde toe te voegen aan de

documenten die in het kader van de

precontractuele en financiële informatie

bedoeld in artikel 3.94, § 1 en § 2, aan de

vastgoedmakelaar en de notaris worden

overgemaakt. Het betreft hier informatie van

cruciaal belang voor de toekomstige medeeigenaar.

5. Het R.I.O. als instrument voor

conflictpreventie:

Het actualiseren van het reglement

van interne orde vergt een aanzienlijke

inspanning. Dit vereist een nauwe

samenwerking tussen de syndicus, de raad

van mede-eigendom indien deze bestaat,

en de mede-eigenaars, met name wanneer

bepaalde gebruiken zich in de loop der tijd

hebben ontwikkeld zonder ooit formeel te

zijn vastgelegd.

Bij wijze van voorbeeld kunnen het

gedoogde gebruik van de inkomhal voor het

tijdelijk plaatsen van grofvuil, de informele

organisatie van privatieve werken of

impliciete parkeerregels nood hebben aan

een formalisering om latere betwistingen te

vermijden.

Let wel: de syndicus blijft volledig

verantwoordelijk en kan deze opdracht

niet afwentelen op de leden van de raad

van mede-eigendom of op een medeeigenaar,

zelfs niet wanneer deze door

de beste bedoelingen is ingegeven. Het

betreft een wettelijke verplichting die

rechtstreeks op hem rust en waarvan de

niet-naleving aanleiding kan geven tot een

deontologische klacht.

6. Besluit:

Het reglement van interne orde, verplicht

gesteld door de hervorming van het

mede-eigendom, is veel meer dan een

loutere wettelijke verplichting. Het biedt

verenigingen van mede-eigenaars en al hun

actoren een unieke kans om hun praktijken

te verduidelijken, het recht toegankelijker te

maken en talrijke conflicten te voorkomen.

Als instrument van communicatie,

transparantie en rechtszekerheid heeft het

zich inmiddels opgelegd als een onmisbare

pijler van goed bestuur binnen de medeeigendom.

info

Jean Pierre Lannoy

Voorlopig bewindvoerder van

mede-eigendom

Zaakvoerder COPRO ACADEMY

PROPERTYTODAY


PROPERTYTODAY 33

11

NIEUWS 2026

Herinvoering verlaagd btw-tarief

voor warmtepompen

De ministerraad keurt op voorstel van

minister van Financiën Jan Jambon een

ontwerp van koninklijk besluit goed ter

herinvoering van het verlaagd btw-tarief van

zes procent voor warmtepompen.

In navolging van het regeerakkoord wordt in

de context van de klimaatverandering en de

transitie naar een koolstof neutrale economie

via een fiscale hervorming een aantal

goederen en diensten onderworpen aan een

verlaagd btw-tarief.

Het verlaagd btw-tarief van zes procent voor

handelingen die tot voorwerp hebben de

levering met plaatsing van warmtepompen

in, op of in de onmiddellijke nabijheid van

woningen, dat afliep op 31 december 2024,

wordt in dit kader vanaf 1 januari 2026

heringevoerd voor een periode van vijf jaar.

Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd

aan de Raad van State.

Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van

het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot

vaststelling van de tarieven van de belasting

over de toegevoegde waarde en tot indeling

van de goederen en de diensten bij die tarieven

wat de warmtepompen betreft

Vanaf 1 januari 2026 moeten

alle Belgische btw-plichtige

ondernemingen tussen elkaar

gestructureerde elektronische

facturen gebruiken.

Dat zijn facturen die rechtstreeks tussen de

software van beide ondernemingen worden

uitgewisseld. Een factuur in pdf versturen via

e-mail of via een platform zal dan niet langer

volstaan.

Hebt u een actief btw-nummer? Dan is deze

verplichting ook op uw onderneming van

toepassing.

Syndici die BTW-plichtig zijn, zullen vanaf

deze datum verplicht zijn om alle facturen

elektronisch te versturen en te ontvangen

bij transacties met andere BTW-plichtige

ondernemingen.

Voor meer info : https://efactuur.belgium.

be/nl

Î Deze verplichting geldt niet voor

facturen gericht aan een VME,

aangezien VME’s niet BTW-plichtig zijn.

Een uitzondering hierop zijn mogelijks

de VME's die wel onder het BTW regime

vallen, bvb wanneer ze zelf opgewekte

elektriciteit doorverkopen aan hun medeeigenaars.

Î Evenmin is deze verplichting van

toepassing op vrijwillige syndici die als

natuurlijke persoon optreden en geen

BTW-plichtige activiteiten uitoefenen.

Î Er is ten slotte geen verplichting om

gestructureerde elektronische facturen

te verzenden voor ondernemingen die

alleen door artikel 44 WBTW vrijgestelde

handelingen verrichten.

Modernisatie Wet Breyne

wat betekent dit voor medeeigendom?

De federale regering plant een

modernisering van de Wet Breyne (2025–

2029), met een mogelijke uitbreiding

naar casco- en grote renovatieprojecten.

Voor VME’s zou dit betekenen dat zware

renovaties van de gemene delen (zoals

daken, gevels, liften en technieken) onder

een Breyne-achtig beschermingsregime

vallen. Concreet gaat het om een

beperking van het voorschot tot maximaal

5%, betalingen in schijven volgens de

voortgang van de werken, een verplichte

voltooiingswaarborg en een formele

voorlopige en definitieve oplevering.

Dit versterkt de bescherming van VME’s

tegen failliete of malafide aannemers en

verduidelijkt aansprakelijkheidstermijnen,

maar brengt ook meer administratie,

technische opvolging en mogelijk hogere

kosten mee. De rol en verantwoordelijkheid

van de syndicus worden zwaarder, terwijl

aannemers geconfronteerd worden met

strengere regels en waarborgen.

Hoewel de hervorming nog niet wettelijk

is, kunnen VME’s zich nu al voorbereiden

door Breyne-achtige clausules contractueel

op te nemen, interne regels aan te passen

en sterker in te zetten op meerjarige

investeringsplanning en professionele

begeleiding.

info

Redactie van het magazine

Property Today

redac@propertytoday.be

PROPERTYTODAY


34 Editie januari - februari

12

Schorsing van de

syndicus: wat elke

syndicus moet weten

De tuchtrechtelijke schorsing van een

door het BIV erkende syndicus blijft een

zeldzame sanctie, maar roept tal van

praktische en juridische vragen op. Hoe

functioneert een syndicuskantoor wanneer

zijn verantwoordelijke wordt geschorst?

Wie stelt de dringende handelingen? En

hoe verzoent men een schorsing met het

wettelijke verbod om de bevoegdheden

van de syndicus te delegeren zonder

voorafgaande toestemming van de

algemene vergadering?

Dit artikel schept duidelijkheid op een

heldere en neutrale manier.

Een deontologische sanctie met

onmiddellijke gevolgen

De schorsing behoort tot de zwaarste

tuchtsancties die het BIV kan opleggen.

Gedurende de volledige schorsingsperiode

is de syndicus niet langer gemachtigd om

zijn beroep uit te oefenen. Dit verbod is

totaal en omvat alle beheers handelingen, of

ze nu administratief, technisch, juridisch of

financieel van aard zijn.

Dit houdt onder meer in:

Î geen beantwoording van e-mails of

telefoons,

Î geen voorbereiding of ondertekening van

documenten,

Î geen aanwezigheid op vergaderingen,

algemene vergaderingen of werven,

Î geen opvolging van lopende dossiers.

Tijdens de schorsing moet de syndicus elke

activiteit stopzetten, alsof zijn erkenning

tijdelijk niet bestaat.

Ook het personeel van het

kantoor is verlamd

Een cruciaal, maar vaak onderschat punt: de

geschorste syndicus mag geen bevelen of

instructies geven aan zijn personeel.

Zonder wettelijk bevoegde leiding kunnen

medewerkers zelf geen beheer handelingen

stellen. Met andere woorden: het volledige

kantoor komt tot stilstand.

Geen enkele dringende handeling

toegelaten

In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht,

laat een schorsing geen ruimte voor

dringende tussenkomsten.

Zelfs bij een lek, instorting of brand (gelukkig

uitzonderlijke situaties) mag de geschorste

syndicus geen enkele handeling stellen,

noch een technicus of betalende hulpdienst

mandateren.

Het gaat om een volledig operationeel

vacuüm, wat de noodzaak van een

onmiddellijke vervangingsregeling

onderstreept.


PROPERTYTODAY 35

“ Gedurende

de volledige

schorsingsperiode

is de syndicus

niet langer

gemachtigd om

zijn beroep uit te

oefenen.

Tijdelijke overdracht is

noodzakelijk: maar wat zegt de

wet?

In de praktijk ligt een tijdelijke overdracht van

het beheer aan een vervangende syndicus

voor de hand.

Die oplossing botst echter op een

kernbepaling van het Burgerlijk Wetboek.

Opnieuw een hiaat in de

wetgeving …

De tijdelijke overdracht is dus onmisbaar…

maar het Burgerlijk Wetboek bevat een

interne spanningsveld.

In de praktijk is de meest logische oplossing

bij een schorsing om het beheer onmiddellijk

toe te vertrouwen aan een vervangende

syndicus. Toch plaatst de wet de medeeigendom

in een paradoxale situatie.

Enerzijds houdt de schorsing een totaal

verbod in om nog op te treden: de syndicus

mag geen enkele beheersdaad meer stellen.

Anderzijds herinnert artikel 3.89, §6 van het

Burgerlijk Wetboek aan een strikt principe: “de

syndicus is als enige verantwoordelijk voor

zijn beheer” en “hij kan zijn bevoegdheden

niet delegeren zonder voorafgaand akkoord

van de algemene vergadering en slechts

voor een bepaalde duur of voor welbepaalde

doeleinden”.

Het gevolg is dat precies op het moment

waarop een opvang cruciaal is om de

continuïteit te waarborgen (dringende

betalingen, schadegevallen, veiligheid,

werven), de geschorste syndicus juridisch

geen enkele vrijheid meer heeft om deze

opvang te organiseren, en de medeeigendom

verplicht opnieuw langs een

beslissing van de algemene vergadering

moet passeren.

Deze situatie legt een structurele zwakte van

het mede-eigendomsrecht bloot:

Î het systeem vertrekt van één enkele

syndicus, die beschikbaar is en enkel via

een AV kan worden vervangen;

Î het houdt geen rekening met de realiteit

van grote portefeuilles;

Î het voorziet geen enkel automatisch

continuïteitsmechanisme bij een

disciplinaire schorsing.

De enige vervanging zonder AV is diegene

die door een rechter wordt beslist…

Een kantoor bijzonder kwetsbaar

met slechts één BIV-nummer

De problematiek is het grootst wanneer een

syndicuskantoor slechts één BIV-erkende

persoon telt. Bij schorsing — zelfs van

korte duur — valt de volledige activiteit

onmiddellijk stil: niemand is bevoegd om

handelingen te stellen, personeel aan te

sturen of dringende situaties te beheren.

Deze afhankelijkheid van één enkel BIVnummer

vormt een structureel risico voor de

continuïteit van de dienstverlening.

Advies aan syndicuskantoren: voorzie

waar mogelijk minstens twee BIV-erkende

medewerkers binnen de structuur. Dit

beperkt de kwetsbaarheid bij schorsing,

ziekte of afwezigheid en waarborgt de

noodzakelijke operationele stabiliteit.

Erkende medewerkers: een echt

plan B

Recente hervormingen maken het

mogelijk dat bepaalde medewerkers

van een syndicuskantoor zelf een BIVerkenning

behalen, mits zij aan de wettelijke

voorwaarden voldoen en slagen voor

het examen. Dit verandert de situatie

fundamenteel: een erkende medewerker

kan fungeren als een volwaardig plan B bij

schorsing van de hoofdsyndicus.

Dit lost niet alles op — de

verantwoordelijkheid blijft individueel

en de interne organisatie moet duidelijk

geregeld zijn — maar de aanwezigheid van

een tweede BIV-nummer binnen hetzelfde

kantoor versterkt aanzienlijk de continuïteit

van de dienstverlening. Voor kleinere

structuren is dit zelfs uitgegroeid tot een

essentiële strategie om volledige stilstand te

vermijden.

Een vervanger vinden…

makkelijker gezegd dan gedaan

Zonder alternatief moet een collega-syndicus

worden gevonden die bereid is om tijdelijk

een volledig portefeuille over te nemen —

soms zelfs in dringende omstandigheden

… Dat is allesbehalve evident. Een dergelijk

engagement kan de interne organisatie van

het eigen kantoor verstoren, de werklast

aanzienlijk verhogen en een bijkomende

verantwoordelijkheid met zich meebrengen

die weinigen bereid zijn op te nemen.

Daar komt nog een andere, bijna taboevraag

bij: welk tarief hanteer je voor een

dergelijk atypisch mandaat? Er bestaat geen

officiële tariefschaal, en elke tussenkomst

vergt een delicaat evenwicht tussen de

geïnvesteerde tijd, de gedragen risico’s en

de operationele haalbaarheid. Het spreekt

dan ook voor zich dat dit soort vervanging,

hoe noodzakelijk ook bij een schorsing, in de

praktijk vaak moeilijk te organiseren is.

Conclusie: anticiperen en snel

handelen

In een context van steeds strengere

wettelijke en deontologische verplichtingen

blijven voorbereiding en anticipatie de beste

bescherming tegen blokkadesituaties.

En voor zeer korte schorsingen…

blijft er altijd nog een laatste, strikt

persoonlijke optie: het kantoor sluiten, een

afwezigheidsbericht instellen en er enkele

dagen tussenuit knijpen.

info

Redactie van het magazine

Property Today

redac@propertytoday.be

PROPERTYTODAY


36 Editie januari - februari

Goed om

te weten

In deze rubriek behandelen wij enkele frequent

gestelde vragen. Wij geven graag ons advies mee.

Afrekening van kosten aan

huurders

Sinds de regionalisatie van de woninghuur

bestaat er geen één uniform “nationaal”

overzicht meer. Wat een verhuurder aan een

huurder mag doorrekenen, hangt af van

het gewest én van wat in het huurcontract

expliciet als kosten/lasten is opgenomen.

Hieronder de situatie in Vlaanderen, Wallonië en

Brussel

1. Vlaanderen

Om te weten wie welke kosten en lasten moet

betalen, is het van belang om na te gaan of het

huurcontract dateert van voor of na 1 januari 2019.

1.1. Het Vlaams Woninghuurdecreet

Sinds de inwerkingtreding van het Vlaams

Woninghuurdecreet op 1 januari 2019, en de

daarbij horende uitvoeringsbesluiten, geldt er een

nieuwe regeling.

Î Huurovereenkomsten tot en met 31/12/2018

vielen nog onder de federale woninghuurwet.

Î Huurovereenkomsten vanaf 01/01/2019 vallen

onder:

• het Vlaams Woninghuurdecreet

• het Besluit van de Vlaamse Regering

met de bindende kostenlijst.

De officiële Vlaamse lijst (Bijlage 2) voorziet

expliciet een 34%/66%-regeling met de lijst van

kosten die aan de huurder of verhuurder mogen

worden aangerekend”, zie punt 10 “Kosten voor de

syndicus” (34% huurder, 66% verhuurder)

Het Vlaams Woninghuurdecreet voorziet het

volgende.

Het bedrag dat de huurder betaalt, moeten de

werkelijke kosten zijn. Dit moet gebeuren met een

“afzonderlijke rekening”.


PROPERTYTODAY 37

De wetgever bedoelt hiermee dat de

aanrekening van gemeenschappelijke kosten

afzonderlijk van de huurprijs moet vermeld

worden.

De facturen waarop de aanrekening is

gebaseerd, moeten voorgelegd worden

zodat een controle van de rekening mogelijk

is.

De wet laat ook toe dat verhuurders en

huurders in de huurovereenkomst een

forfaitair bedrag afspreken voor de betaling

van de gemeenschappelijke kosten. Op die

manier kunnen afrekeningen en controle van

de facturen vermeden worden.

Zowel de huurder als de verhuurder kunnen

echter ten allen tijde van dit systeem

afstappen en aan de rechter vragen dat

het forfaitair bedrag wordt vervangen door

betaling van de werkelijke kosten.

Officiële bron:

https://www.vlaanderen.be/bouwen-wonenen-energie/huren-en-verhuren/huurprijs-enhuurwaarborg/kosten-en-lasten

1.2. Huurovereenkomst afgesloten op 1

januari 2019 of later

Het Besluit van de Vlaamse Regering - Bijlage

2 bepaald welke kosten voor de huurder zijn,

zelfs al staat er iets anders in het contract.

Huurders betalen:

Î Elektriciteit, gas en water. Ook de kosten

van het verbruik van water en elektriciteit

voor de gemene delen kan je volledig

doorrekenen aan je huurder. Hetzelfde

geldt voor wat betreft de kosten van

het poetsen van de gemene delen

(bv. de trappenhal) en de kosten van

de vuilnisinzameling als die collectief

georganiseerd wordt.

Î Kleine herstellingen. Bijvoorbeeld: lamp

vervangen, batterij van de rookmelder,

nieuwe sleutels of kapotte schakelaars. Zie

lijst in Besluit van de Vlaamse Regering -

Bijlage 2

Î Kosten door verkeerd gebruik of slecht

onderhoud van de huurder.

Î Extra herstellingen die nodig zijn doordat

de huurder problemen niet heeft gemeld.

Î Onderhoud en schoonmaak van de

huurwoning.

Î Maximaal 34% van de kosten van

de syndicus.

Î Maximaal 50% van het onderhoud van

de lift.

Î Maximaal 75% van de kosten voor

de conciërge.

Verhuurders betalen:

Î Voor herstellingen waar de huurder niks

aan kan doen. Bijvoorbeeld door storm.

Î Herstellingen of onderhoud op

onbereikbare plaatsen. Bijvoorbeeld het

reinigen van dakgoten op 5 meter hoogte.

Î Kosten door slijtage en ouderdom van de

woning.

Î Onroerende voorheffing.

1.3. Huurovereenkomst afgesloten voor

1 januari 2019

De huurovereenkomst bepaalt welke

kosten en lasten aan de huurder worden

doorgerekend.

Als het contract hierover niets vermeldt,

geldt in principe het volgende:

Î De verhuurder draagt de kosten en lasten

die verband houden met de eigendom,

het beheer en de structurele renovaties

van de woning, waaronder kosten

voortvloeiend uit normale slijtage.

Î De huurder draagt de kosten en lasten die

verband houden met het gebruik van de

woning. Ook kleine herstellingen (lampen,

bel...etc)

De onroerende voorheffing mag nooit

doorgerekend worden aan de huurder!

Decreet houdende bepalingen betreffende

de huur van voor bewoning bestemde

goederen of delen ervan (citeeropschrift:

"Vlaams Woninghuurdecreet")

Art 36§1 § 1. De kosten en lasten met betrekking

tot de uitoefening van zakelijke rechten op de

woning vallen ten laste van de verhuurder,

terwijl de kosten en lasten die te maken hebben

met het gebruik van de gehuurde woning, voor

rekening van de huurder vallen.

De onroerende voorheffing voor het gehuurde

onroerende goed kan niet ten laste van de

huurder worden gelegd.

De Vlaamse Regering stelt een niet-limitatieve

lijst vast van kosten die aan de huurder of

verhuurder mogen worden aangerekend.

§ 2. Tenzij uitdrukkelijk overeengekomen is

dat de kosten en lasten die aan de huurder

worden opgelegd, in vaste bedragen worden

bepaald, moeten ze met de werkelijke uitgaven

overeenkomen.

De kosten en lasten moeten in een afzonderlijke

rekening worden opgenomen.

De bewijsstukken van de kosten en lasten

worden op zijn verzoek aan de huurder bezorgd.

Als een onroerend goed uit meerdere

appartementen bestaat waarvan het beheer

wordt waargenomen door éénzelfde persoon,

wordt aan de verplichting voldaan zodra de

verhuurder aan de huurder een opgave van de

kosten en de lasten bezorgt en aan de huurder

of aan zijn bijzondere gevolmachtigde de

mogelijkheid heeft geboden de stukken in te

zien ten huize van de natuurlijke persoon of op

de zetel van de rechtspersoon die het beheer

waarneemt.

§ 3. Iedere partij kan te allen tijde aan de rechter

de herziening van de forfaitaire kosten en lasten

vragen of de omzetting ervan in werkelijke

kosten en lasten.

De rechter doet inzonderheid uitspraak op

grond van de ontwikkeling van de werkelijke

uitgaven en bepaalt vanaf wanneer de

herziening uitwerking krijgt.

De rechter beslist tot de omzetting als die

mogelijk is en bepaalt vanaf wanneer de

omzetting uitwerking krijgt.

2. Waals Gewest

In het Waals Gewest wordt de materie

geregeld door het Waals Decreet betreffende

de woninghuur (van kracht sinds 1

september 2018).

In tegenstelling tot het Vlaams Gewest

voorziet Wallonië niet in een bindende,

cijfermatig vastgelegde lijst die vergelijkbaar

is met de Vlaamse Bijlage 2.

Het algemene principe luidt als volgt:

Î De huurder draagt de kosten die verband

houden met het gebruik en het courant


38 Editie januari - februari

onderhoud;

Î De verhuurder draagt de kosten die

verband houden met de eigendom, de

grote herstellingen en de slijtage door

ouderdom.

De verdeling van de kosten en lasten moet

duidelijk in de huurovereenkomst worden

opgenomen, op straffe van betwisting.

3. Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

vloeit de regelgeving voort uit de Brusselse

Huisvestingscode (hervorming in werking

getreden op 1 januari 2018).

Net zoals in het Waals Gewest:

Î Bestaat er geen bindende, cijfermatig

vastgelegde lijst vergelijkbaar met die van

Vlaanderen;

Î Berust het onderscheid op het criterium

gebruik (huurder) versus eigendom en

structuur (verhuurder);

Î Zijn de contractuele bepalingen

doorslaggevend, met inachneming van de

wettelijke beginselen.

4. Syndicus en

huurdersafrekening: geen

wettelijke plicht, wel soms een

praktische service

De syndicus is wettelijk niet verplicht om,

op verzoek van een mede-eigenaar, een

“huurdersafrekening” of een specifiek

overzicht op te maken dat de mede-eigenaar

toelaat de kosten te verdelen tussen

verhuurder en huurder in het kader van een

huurovereenkomst.

Deze kostenverdeling behoort tot de

contractuele verhouding tussen verhuurder

en huurder en blijft in principe ten laste van

de mede-eigenaar-verhuurder.

Dat neemt niet weg dat sommige syndici,

met name wanneer zij beschikken over

geschikte beheersoftware, als (betalende)

dienstverlening een indicatieve opsplitsing

van de kostenposten kunnen verstrekken,

waarbij zij aanduiden welke kosten geheel of

gedeeltelijk verhaalbaar kunnen zijn op de

huurder.

Deze informatie wordt doorgaans louter

ter informatie meegedeeld, zonder

juridische bevestiging en onverminderd

de toepasselijke dwingende regels en de

bepalingen van de huurovereenkomst.

te leven en u binnen 8 dagen na uw

benoeming te registreren bij de KBO.

Beheer van je huidig

of nieuw project?

Laat Maxicus kijken hoe we er samen

het maximum kunnen uithalen.

Maxicus Syndicus

www.maxicus.be


0112345678957001029656786


5678957001029656786

40 Editie januari - februari

011234


UVS - Unie van Syndici

zet haar partners in de verf

PROPERTYTODAY 41

NATIONAAL CONGRES van SYNDICI

19 november 2026 - Brussels Expo - Paleis 10

9de SALON van de MEDE-EIGENDOM

19 november 2026 - Brussels Expo - Paleis 10

Lid worden van de UVS (Unie van Syndici)?

contacteer info@uvsyndici.be of ga naar de website unievansyndici.be


Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!