Kleuterzaken 2-2026
Vakblad voor kleuteronderwijsprofessionals (c) Instondo 2026
Vakblad voor kleuteronderwijsprofessionals (c) Instondo 2026
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Kleuterzaken
Voor professionals in het kleuteronderwijs Maart 2026 #02
Van
verwondering
naar
enthousiasme
Spelenderwijs
een sterke basis voor
rekenen en wiskunde
Luc, BS ’t Carrillon,
lEtten-Leur
Goed leren rekenen is must Belang van reken-wiskundeonderwijs Buitenbouwhoek
Buiten spelen met meetkunde Handige poster Rekenvonken en wiskundeschatten
Peilingsspellen Redeneren en probleemoplossen En nog veel meer...
De
ti
a i
al
Nationale Kleuteracademie
onal
Nat
Kl
a e Kl
ut
K eut
u eracademie
Professioneel
spelen
is óók
een vak. Wij
maken je er
meester in.
Ons aanbod
Opleidingen
Post-HBO opleidingen
Kleuterspecialist &
Spelspecialist
On demand leren
Word lid van onze online
leeromgeving en verdiep
je in nieuwe inzichten
Trajecten op maat
En meer...
Met ons aan de slag met Leergangen academies,
thema's die voortkomen
masterclasses en
uit jullie praktijk
verdiepingsdagen
Kleuterleerkracht: het beroep
waar tellen en toveren
samenkomen.
Leer ook
o
tov
ere
toveren
Meer informatie op de website www.kleuteracademie.nl
IN DIT NUMMER
Kleuters goed leren
rekenen is een must
Hans van Luit vertelt aan de hand
van inzichten uit Nederland en
internationaal onderzoek wat
belangrijk is om kleuters goed
te laten starten met rekenen. Hij
bespreekt vijf praktische aanbevelingen
die in de praktijk echt
10
werken en leerkrachten helpen.
16
De Buitenbouwhoek:
buiten spelen met meetkunde
Een buitenbouwhoek is meer dan ‘lekker bouwen’. Het is
een leeromgeving waarin kinderen onderzoeken, ontwerpen,
overleggen en betekenisvolle rekenervaringen opdoen.
Buiten zijn de materialen groter en veelzijdiger.
26
En verder
Interview: Herken de
wiskunde in het spel
van kleuters voor
betekenisvol onderwijs
Als jij als leerkracht de wiskunde in
het spel van kleuters herkent, ben je
goed op weg om je reken en wiskundeonderwijs
nog beter vorm te geven.
In gesprek met Ronald Keijzer, emeritus
Radiantlector rekenenwiskunde.
Op de hoogte 4
In de groep bij 6
Kleuterpraat 14
Uit de opleiding 15
Hier vind ik wat van! 19
In de leeshoek 20
Aan de slag 21
Boekrecensie 25
Van onderzoek naar praktijk 30
In de leerlijn 32
Zo kan het ook 36
Het kan anders 39
VOORWOORD
Spelend leren rekenen
Rekenen krijgt steeds meer aandacht, zeker binnen het onderwijs
aan jonge kinderen. Het fundament hiervoor wordt gelegd door
kinderen op een betekenisvolle manier te laten spelen met hoeveelheden,
groottes, afstanden, wegen, meten, tellen en schatten.
Door deze dagelijkse ervaringen en belevingen vergroten
kinderen hun betrokkenheid en kennis, wat hen helpt om uiteindelijk
met begrip deel te nemen aan formele rekenactiviteiten.
Het is belangrijk dat kinderen weten waarom ze tellen, meten
of rekenen. Als het doel niet duidelijk is, ontbreekt de motivatie
om actief aan de slag te gaan. Daarom moeten we niet te snel
overstappen op gestructureerde rekenlessen, maar juist goed
kijken welke handelingen en gesprekken er tussen kinderen ontstaan
tijdens het spel. In deze momenten krijgen rekenbegrippen
een natuurlijke plek. Daar ligt onze kans om aan te sluiten bij
de belevingswereld en het begrip van de kinderen. Observatie
en reflectie zijn hierbij onmisbaar: gebruik wat je ziet en hoort
om het onderwijs af te stemmen op wat kinderen nodig hebben.
Overvraag kinderen niet met te directe lessen, maar onderschat
ze ook niet. Korte, traditionele lesjes zijn niet altijd de oplossing;
aansluiten bij het spel en de nieuwsgierigheid van kinderen
werkt vaak veel beter.
In dit nummer nemen Hans van Luit en Ronald Keijzer, beiden
ervaren deskundigen op het gebied van rekenen, het voortouw
om deze visie verder toe te lichten. In het achtergrondartikel
en het interview delen zij hun inzichten en ervaringen met ons.
Omdat spel zo belangrijk is voor betekenisvol rekenen, is er
in dit nummer veel aandacht voor de hoeken en rekenspel. De
rubriek ‘In de leerlijn’ laat zien hoe zorgvuldig observeren van
de ontwikkeling van kinderen en hun rekenvaardigheden helpt
om te bepalen wat zij nodig hebben om verder te komen.
Daarnaast is er een inspirerend artikel over rekenen op de middenposter
en de rubriek ‘In de hoek’, die dit keer naar buiten verplaatst
is. Beide onderdelen zijn praktisch en direct toepasbaar
in de dagelijkse praktijk. Ook wordt zichtbaar dat het rekenen bij
kinderen met een taalachterstand soms een worsteling kan zijn.
In het artikel over juf Nancy wordt duidelijk hoe zij met enige
spanning aan de slag gaat met EDI.
Door het hele nummer van Kleuterzaken zie je terug dat rekenactiviteiten
concreet en spelenderwijs op een betekenisvolle
manier worden aangeboden aan kleuters.
Ik wens jullie veel plezier
en inspiratie toe met
mooie, spelende rekenmomenten.
Laat de kinderen
spelend rekenen, zodat ze
in de midden en bovenbouw
betekenisvol en met
enthousiasme verder
kunnen!
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
3
OP DE HOOGTE
Prentenboeken boordevol wiskundekansen
Reken maar van yes!
Deze editie van ‘Op de hoogte’ is volledig gevuld
door Soraya Fret, vanuit haar grote voorliefde
voor prentenboeken.
“Goede verhalen werken als spiegels en vensters”,
zegt Soraya. “Ze dragen bij aan de identiteitsvorming
van jonge kinderen, maar leren hen ook
de wereld daarbuiten kennen. Bovendien bieden
prentenboeken een mooi aanknopingspunt om
rijke interacties aan te gaan, denkvaardigheden
te stimuleren en de woordenschat uit te breiden.
En prentenboeken geven je als begeleider of
leerkracht de kans om een betekenisvolle
context te creëren voor het spel en leren van
jonge kinderen.”
Wat gebeurt er als je eens door een rekenbril
naar prentenboeken kijkt? Welke kansen komen
dan bovendrijven? Durf je je te laten inspireren
door het verhaal, de vormgeving en de rijke
rekentaal?
Soraya deelt een aantal van haar parels met
ons. Bij ieder prentenboek legt zij de koppeling
met inhouden vanuit de Onderwijsdoelen van
het Kleuteronderwijs (Vlaanderen).
Hoeveel dieren
passen er in dit boek?
Natalia Yaskina – Christofoor, 2025
Peuters Groep 1 Groep 2
Voor mier is het simpel: dit boek is perfect
voor precies één mier. Niet meer en niet minder.
Maar dat is kletskoek! Er passen zeker nog
wel twee leeuwen bij. Plus een krokodil of drie.
En als dat gaat, hoe zit het dan met de vier
zebra’s die er ook nog bij willen? Hoeveel
dieren passen er eigenlijk in dit boek?
Rekenkansen:
Meten en metend
rekenen - oppervlakte:
kwalitatief vergelijken,
gelijk maken, ordenen,
samenstellen +
verkennen van de
begrippen vol en leeg
Getallenkennis: tellen
Verdwaald
Mariajo Ilustrajo – Mondo, 2025
Peuters Groep 1 Groep 2
Beer is ver van huis en alles ziet er vreemd uit. Dit
lijkt niet op thuis! Iedereen is veel te druk met zichzelf
bezig om hem te helpen, maar dan ziet een meisje
hem. Door haar hulp kan de ijsbeer terug naar de
Noordpool. Heel wat prenten uit het verhaal kunnen
een aanleiding zijn voor verder onderzoek. Op de eerste
twee pagina’s kijk je als lezer door de ogen van Beer:
hij kijkt naar boven en ziet torenhoge wolkenkrabbers
en vervolgens kijkt hij voor zich uit. Er zijn alleen benen
te zien!
Maar Beer moet ook zijn beurt afwachten in een rij; in
het metrostation lopen mensen naar links en rechts en
krijgt hij een metroplattegrond in zijn handen geduwd.
Uiteindelijk wordt Beer in een gigantische draagdoek
per helikopter naar huis gebracht. Als dat maar stevig
en groot genoeg is.
Rekenkansen:
Getallenkennis: tellen + rangorde bepalen
Meetkunde - plaatsbepaling: zichzelf oriënteren in
een ruimte op basis van positie, afstand en richting;
verwoorden wat je ziet vanuit een ander gezichtspunt
Meten en metend rekenen - volume en gewicht:
kwantitatief en kwalitatief vergelijken
4 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Waar is
de kat?
Eva Eland – Leopold, 2024
Het boek Waar is de kat? hebben we als thema
uitgewerkt voor jonge kleuters met een focus
op rekeninhouden. Enkele activiteiten:
Peuters Groep 1 Groep 2
Kat heeft een goed leven, het grootste deel
van de tijd. Maar als Olivia op bezoek komt,
wil Kat zich alleen maar verstoppen.
Poesje, poesje, waar ben je? Olivia zoekt
overal. Tot ze haar slaapje moet doen. Dan
komt Kat fijn op haar dekentje liggen. Heel
even… want gaan Olivia’s ogen daar weer
open? Zoek mee! Zie jij Kat? Elke pagina
(zelfs de schutbladen) nodigt kleuters uit
om plaatsbegrippen actief te onderzoeken
en te benoemen. Van dekbed tot gordijn:
in de prachtige illustraties zitten heel wat
patronen verwerkt.
Werken met boekenparen geeft kleuters
de kans om hun inzichten ook in andere
contexten toe te passen. Ze gaan in een
ander verhaal op zoek naar gelijkaardige
situaties: ‘De kat van Olivia’s tante
verstopte zich IN de boodschappentas.
Die andere poes gaat ook ergen IN liggen.
Waarin? Klopt, IN de wastafel.’
Hoeveel katten
zitten er hier
verstopt? Veeg,
tel en duid aan.
Rekenkansen:
Meetkunde - plaatsbepaling: personen
en objecten situeren op basis van positie
ten opzichte van zichzelf en elkaar +
begrippen voor, achter, in, op… verwoorden
Meetkunde - vormleer: patronen herkennen,
(na)maken, verderzetten, opvullen
Is 3 te veel?
Beyhan Gültaşlar & Christian Inaraja Genís –
Querido, 2025
Peuters Groep 1 Groep 2
Soms Is drie veel, soms niet. Soms is een beetje
best veel. En soms is té veel nog steeds niet
genoeg. Op het eerst gezicht lijkt dit een eenvoudig
telboekje. Laat je niet foppen, want in
dit kartonnen kleinood zitten enkel interessante
denkvragen verstopt. Drie is meer dan één toch?
Hoe komt het dan dat die ene kever onderaan de
wip staat en die drie bovenaan? En wanneer heb
je te veel bollen ijs op een hoorntje? En wat als je
drie wordt? Dat is echt al veel! En soms is drie
gewoon drie.
Rekenkansen:
Getallenkennis: tellen + begrippen zoals (te)
veel, (te) weinig, meer, minder onderzoeken en
benoemen + het principe van conservatie kennen
De kleuters proberen de patronen
terug te vinden in het boek én in de
wasmand die vol lakens, gordijnen
en kledingstukken ligt. Ze gaan ook
zelf aan de slag met lege sjablonen
en markeerstiften, van eenvoudige
AB-patronen vervolledigen tot het
maken van eigen patronen volgens
complexe patrooneenheden, bijvoorbeeld
AB – ABC – ABCD.
De ene kleuter verwoordt
waar de kat zit; de andere
voert de opdracht uit met
concreet materiaal. Of
wat denk je van een kattenbingo?
Elke kleuter
krijgt een andere bingokaart
en de juf verstopt
elke dag van de week
de knuffelkat in de klas.
Over de auteur
Soraya Fret is onderwijsadviseur
in Vlaanderen en
werkzaam in kindcentra,
kleuter- en basisscholen.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
5
IN DE GROEP BIJ
Van EDI? Kweenie! naar
EDI op de kleutervloer
Waar structuur, rekenen en spel elkaar vinden: Expliciete
Directe Instructie (EDI) voor de kleuters
In 2024 besloot het onderbouwteam
van basisschool De Sleutel om kritischer
te kijken naar de kwaliteit van het taalen
rekenonderwijs bij de kleuters. In
observaties viel op dat sommige kleuters
nauwelijks (reken)taal gebruikten tijdens
de kring of het spel. Ook groeiden de
niveauverschillen in de groepen.
Leerkrachten misten houvast: instructies waren
speels en rijk, maar niet altijd doelgericht en voor
de overwegend meertalige kleuters soms moeilijk
te volgen. Daardoor kwamen nieuwe woorden en
rekenbegrippen weinig terug in het spel, terwijl juist
herhaling en expliciete (reken)taalsteun essentieel
zijn voor kinderen die Nederlands als tweede taal
leren. Bovendien werkte de rest van de school al
met het EDI-lesmodel. Het onderbouwteam wilde
aansluiten bij die doorgaande lijn, maar dan op een
manier die past bij jonge kinderen. De centrale vraag
werd daarom: Hoe geven we onze kleuters voldoende
taalsteun, structuur en actieve betrokkenheid, zónder
de speelsheid en eigen inbreng kwijt te raken?
Uit literatuur (o.a. Hollingsworth & Ybarra; Schmeier)
en uit voorbeelden op andere scholen bleek dat EDI,
wanneer speels toegepast, kan helpen om taal- en
rekendoelen krachtiger te bereiken binnen betekenisvol
spel. Met die inzichten startte het team een
gezamenlijk onderzoek naar EDI in de kleuterbouw,
met veel nieuwsgierigheid, maar ook met de nodige
twijfel in het team.
Wat is EDI?
EDI staat voor Expliciete Directe Instructie. Het is een
lesmodel waarbij de leerkracht stap voor stap uitlegt wat
het leerdoel is, waarom het belangrijk is en hoe kinderen
het kunnen uitvoeren. De nadruk ligt op duidelijke uitleg,
voordoen, actief meedoen en samen oefenen.
6 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Nancy, de leerkracht van groep 12, was sceptisch.
“Ik wilde niet dat kleuters lang stil moesten zitten.
En ik wilde spel absoluut niet kwijt. Tegelijkertijd realiseerde
ik me dat we op zoek moesten naar iets waarbij
alle kinderen mee konden doen met de instructie.”
Een voorbeeldles die het verschil
maakte
Het team startte met een gesprek om vragen, twijfels
en verwachtingen te inventariseren.
De vragen die gesteld werden, waren: blijft er genoeg
ruimte voor spel?, is het haalbaar qua voorbereiding
en sluit het aan bij taalzwakke en stille kinderen?
De directie herkende deze vragen en stelde voor om
samen met coach Michelle te onderzoeken wat EDI
concreet kon betekenen voor de kleuters. Michelle
deelde voorbeelden van andere scholen en het team
las samen literatuur over EDI bij kleuters. Daaruit
bleek dat expliciete instructie spelend leren juist
kan versterken in plaats van vervangen.
Michelle gaf vervolgens een voorbeeldles in Nancy’s
groep. Nancy stond achter in de klas en keek verbaasd
toe.
Nancy: “De kring was kort, actief en super duidelijk.
Michelle gebruikte pictogrammen voor de stappen,
wisselde zitten af met beweging en stelde voortdurend
controlevragen, waardoor élk kind móést meedoen.
Ik zag het plezier bij mijn leerlingen. Toen wist
ik: dit kan werken.” In de voorbeeldles werd meteen
zichtbaar wat nodig was: meer houvast voor taalzwakke
kinderen, een gestructureerde aanpak om
verschillen op te vangen, een betere koppeling tussen
kring en spel én een gezamenlijke werkwijze.
EDI bleek dat te bieden, zonder het spel te verdringen.
Deze aanpak ondersteunde de professionalisering
van het onderbouwteam.
Modeling in de klas, waarbij een coach of collega de
les voordoet, werkt vaak beter dan een losse studiedag.
Leerkrachten zien het direct in hun eigen groep,
proberen het uit en krijgen gerichte feedback (Dood
e.a., 2022).
EDI in haalbare stapjes uit tot een gezamenlijke
werkwijze.
Toepassing
hoeft niet langer
dan tien minuten
te zijn
“We ontdekten dat toepassing van het EDImodel bij
kleuters niet langer hoeft te zijn dan tien minuten”,
zegt Nancy. “Op het rooster staat dagelijks een EDIkring,
direct verbonden met het spel in de hoeken.
De kracht zit in voordoen, samendoen en het daarna
spelenderwijs laten terugkomen.”
In de hoeken gebeurde wat eerder vaak ontbrak:
kinderen gebruikten rekentaal die ze hadden
geleerd. Nancy vertelt: “In de huishoek hoorde ik
kinderen ineens zeggen: ‘Ik ga de bestelling turven’.
In de bouwhoek ging het over ‘evenveel’ en ‘hoger
dan’. De rekentaal landde en leefde.”
Van korte instructie naar spel
In de kleuterklas betekent EDI: korte, doelgerichte
instructie bij taal en rekendoelen, met een zichtbaar
lesdoel, visuele ondersteuning, beweging en herhaling,
steeds gekoppeld aan het thema. De instructie
wordt gegeven in duidelijke, overzichtelijke stappen:
in de ikfase doet de leerkracht het voor en maakt de
stappen zichtbaar met picto’s, in de wijfase oefenen
leerkracht en kinderen samen.
Stap voor stap verkennen
Vanaf dat moment koos het team ervoor EDI stap
voor stap te verkennen. Nancy noemt dat ‘onderzoekend
professionaliseren’. Samen met Michelle
bereidde het team lessen gezamenlijk voor, keek
bij elkaar in de klas, maakte korte videoopnames
en paste per rekenles kleine dingen aan. Zo groeide
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
7
IN DE GROEP BIJ
Tips
Voorbeeld
Lesdoel: Ik kan turven t/m 12
Kinderen leren dat turven een hoeveelheid vastlegt:
per voorwerp één turfstreep.
Instructie: de leerkracht denkt hardop
Materiaal: 12 ijsjes, wisbord
Stap 1: Ik tel de hoeveelheid
Zeg: “Ik tel de ijsjes: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8.” Wijs één ijsje
per telwoord.
Stap 2: Ik zet bij elk voorwerp een turfstreep
Zeg: “Bij elk ijsje zet ik één streepje.” Zet de
streepjes.
Zeg: “Bij de vijfde zet ik een streep dwars erdoor.”
Herhaal.
Stap 3: Ik controleer
Zeg: “Ik controleer of het klopt.”
Tel ijsjes en turfstreepjes. “8 ijsjes en 8 streepjes:
dat klopt.”
In de wijfase oefenen kinderen in tweetallen met
afbeeldingen van ijsjes, stappenplan en wisbord. Ze
turven volgens de afgesproken werkwijze. Dit herhalen
ze meerdere keren; de leerkracht observeert en
geeft gerichte feedback. Daarna nemen kinderen deze
aanpak mee de ijswinkel in en passen ze het turven
toe in hun eigen spel.
Nancy: “In de ijswinkel liggen, als spelimpuls, het
stappenplan, ijsjes, papier en pen. Kinderen spelen
klant en verkoper en ik zie dat bestellingen worden
➊ Voer eerst het gesprek
Verken zorgen, overtuigingen en verwachtingen in het
team.
➋ Begin klein
Kies één onderdeel en oefen dat. Bouw daarna uit.
➌ Gebruik coaching in de klas
Voorbeeldlessen verlagen de drempel én versnellen
het leren.
➍ Werk samen en leer van elkaar
Bereid lessen samen voor en reflecteer kort na afloop.
➎ Bewaar wat werkt
Werk met een duidelijk format en verzamel goede
voorbeelden.
➏ Vier successen
Kleine successen zichtbaar maken, motiveert het
team en houdt de ontwikkeling gaande.
genoteerd met turfstreepjes. Zo wordt turven functioneel
in het spel: tellen, noteren en controleren komen
steeds terug. Kinderen kiezen hun eigen rollen en
invulling, terwijl de instructiestructuur helpt om het
koppelen van getal en hoeveelheid vanzelf te blijven
herhalen.”
Controle van Begrip (CVB): iedereen
doet mee
Controlevragen helpen om tijdens de les steeds te
checken of iedereen het begrijpt. Zo kan de leerkracht
direct bijsturen waar nodig.
Nancy: “Ik stel de vragen aan alle kinderen tegelijk.
We gebruiken flitsbeurten of stokjes met een groen
en rood uiteinde; ieder kind heeft er één. Bij een vraag
steken ze tegelijk hun stokje omhoog: groen als het
klopt, rood als het niet klopt. Zo doet iedereen mee
en kies ík niet wie een beurt krijgt. Ik zie meteen wie
het snapt en wie extra uitleg nodig heeft.”
Wat heeft de inzet van EDI bij het
rekenproces opgeleverd?
Twee jaar geleden zag Nancy’s les er heel anders uit.
Er was geen stappenplan of zichtbaar doel. Zij wist
8 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
waar ze naartoe wilde, maar de kinderen niet. In
het spel kwam het geleerde nauwelijks terug; stille
kinderen konden makkelijk wegvallen en wie al meer
kon, kreeg weinig extra uitdaging.
Nu start Nancy met één duidelijk doel en een kort
stappenplan. Ze doorloopt de stappen samen met
de kinderen en verwijst er tijdens de les steeds naar.
In het spel ziet ze terug dat kinderen diezelfde stappen
gebruiken. Met korte, heldere kringmomenten
en CVB-vragen houdt ze iedereen actief betrokken.
Dat geeft rust en duidelijkheid in de klas en maakt
gerichte feedback makkelijker. Meer kinderen haken
aan en doen succeservaringen op. Zo geeft Nancy
haar lessen met meer vertrouwen.
Wat we zeker voortzetten
We zetten deze manier van instructie voort: kleuters
zijn actiever en het spel is rijker. Als team blijven we
onze EDI-vaardigheden ontwikkelen door bij elkaar
in de klas te kijken, gerichte feedback te geven en
het direct toe te passen. Zo leren we door te doen.
Zoals Nancy zegt: “EDI leer je door het vaak te doen.
Rotterdams: minder praten, meer doen.”
Wat we willen aanscherpen
Door andere prioriteiten schieten gezamenlijke
voorbereiding en lesbezoeken er te vaak bij in. We
willen dit beter plannen en de voorbereidingen beter
vastleggen, zodat we ze kunnen hergebruiken en
verbeteren.
Over de auteurs
Tiana van Wijngaarden is intern begeleider
onderbouw van CBS De Sleutel in Rotterdam.
Aan deze bijdrage hebben ook Michelle
Oudshoorn en Nancy Kruit meegewerkt.
Meer lezen?
• Hollingsworth J., Ybarra S. (2022) Expliciete Directe
Instructie 2.0. Schmeier, M. Nederlandse bewerking.
Uitgeverij Pica
• Dood, C., Gubbels, J., Hornstra, L., Diepstraten,
I. & Bakx, A. (2022). Literatuurstudie naar effectieve
professionaliseringsactiviteiten voor leraren.
Expertisecentrum Nederlands / Radboud Universiteit
RATiO
• Kennisrotonde: artikel ‘Welke leeractiviteiten
bevorderen de spreekvaardigheid
van stillere NT2-leerlingen?’ Scan de
QR-code.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
9
ACHTERGROND
Het belang van structureel kleuterreken-wiskundeonderwijs
kan niet genoeg worden benadrukt
Kleuters goed leren
rekenen is een must
In dit artikel vertelt Hans van Luit, een deskundige op het gebied van reken‐wiskunde
bij jonge kinderen, wat belangrijk is om kleuters goed te laten starten met rekenen. Hij
geeft inzicht uit Nederlands en internationaal onderzoek waarom het ontwikkelen van
getalbegrip zo belangrijk is. Bewuste en doelgerichte rekenactiviteiten met kleuters
kunnen een groot verschil maken, tijdens de rest van de basisschool als voor het
dagelijks leven. Aan het eind van het artikel bespreekt Hans vijf praktische aanbevelingen
uit de Leidraad Betekenisvol en doelgericht reken-wiskunderondwijs in groep 1
en 2. Deze aanpakken blijken in de praktijk echt te werken en helpen leerkrachten om
kleuters op een speelse, maar doeltreffende manier te laten groeien in rekenen.
Rekenen-wiskunde speelt een uitermate
belangrijke rol in de ontwikkeling van een
kind. Het helpt kinderen om grip te krijgen
op hun omgeving, dagelijkse situaties te
interpreteren en problemen op te lossen
die ze overal tegenkomen. Maar wat hebben
kleuters daar precies voor nodig? En
hoe kunnen leerkrachten in groep 1 en 2
hen op een natuurlijke, speelse manier
laten groeien in hun reken wiskundige
ontwikkeling? In het vervolg van dit artikel
neemt Hans van Luit je mee in de belangrijkste
inzichten uit onderzoek én laat hij
zien welke aanpakken in de praktijk het
meest effectief blijken.
Het helpt kinderen om grip te krijgen op
hun omgeving, dagelijkse situaties te
interpreteren en problemen op te lossen
die ze overal tegenkomen. Denk hierbij
aan begrip van ochtend, overmorgen en
op tijd thuis zijn, het (ver)delen van speelgoed
tijdens het spelen en het helpen
tafeldekken bij het eten. Al voordat kleuters
naar de basisschool gaan, doen ze
veel ervaring op met getallen, hoeveelheden,
patronen, vormen, meten, meetkunde
en verhoudingen. Bij getallen gaat
het om symbolen, die we gebruiken om
hoeveelheden aan te duiden (1, 2, 3). Bij
hoeveelheden gaat het om het aantal van
zowel twee- als driedimensionale objecten.
Zo doen ze bijvoorbeeld ervaring op
met meetkunde door het spelen van verstoppertje,
het spelen met duplo en het
maken van eenvoudige puzzels. Maar ook
bij het boodschappen doen, het voorlezen
van (prenten)boeken en het helpen met
koken en bakken doen kinderen ervaring
op met getallen, hoeveelheden en verhoudingen.
Zodoende ontwikkelen ze
informele ideeën over reken-wiskundige
patronen, zoals meer en minder, vormen
(rond, vierkant), en grootte (klein ei, grote
boom). Die vele (thuis)ervaringen met
getallen en hoeveelheden, meten, meetkunde,
verhoudingen en verbanden worden
in groep 1 en 2 verder uitgebreid door
de kleuters speelse en concrete rekenwiskundeactiviteiten
aan te bieden. Om
aan deze activiteiten inhoud te geven, die
gestoeld zijn op wetenschappelijke kennis,
is de Leidraad Betekenisvol en doelgericht
reken-wiskundeonderwijs in groep 1 en 2
ontwikkeld (Van Luit & Schoevers, 2025).
Hoe leren kleuters rekenen?
In groep 1 en 2 leg je als leerkracht de
basis voor het latere reken-wiskundeonderwijs.
Kleuters hebben van nature
onder andere vaak interesse in cijfers en
getallen. Door daarop aan te sluiten met
spontane en geplande rekenactiviteiten,
10 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
ontwikkelen ze onder andere elementair
getalbegrip. Getalbegrip bij kleuters verwijst
naar het vermogen om getallen en
hoeveelheden te begrijpen en ermee te
werken. Het omvat essentiële vaardigheden:
het begrijpen van de volgorde van
getallen (tellen), het bewustzijn dat getallen
meerdere functies en betekenissen
kunnen hebben, het schatten van hoeveelheden,
het vergelijken van getallen, het
(handelend) uitvoeren van eenvoudige
bewerkingen (zoals optellen en aftrekken)
en het herkennen en verlengen van getalpatronen.
Een kleuter begrijpt bijvoorbeeld
dat wanneer een object wordt gemeten
met korte en lange stroken, er meer korte
stroken nodig zijn om dezelfde afstand te
meten dan met lange stroken. Maar als
een kleuter dit niet begrijpt, is instructie
nodig om dit te verduidelijken. In groep 1
en 2 leg je de basis voor het leren van het
verdere rekenen. Daarom is het belangrijk
om er regelmatig mee bezig te zijn.
Alle daagse situaties zijn een mooi aangrijpingspunt
om met rekentaal, meten
en getalbegrip te werken en hun begrip
van rekenkundig handelen met diverse
activiteiten te ondersteunen. Zo is het
gebruik van ogenschijnlijk alledaagse
begrippen als ‘achter’, ‘voor’, ‘hoog’, ‘ver’
In groep 1 en 2
leg je de basis voor
het leren van
‘echt’ rekenen
en ‘samen’ van belang om de reken-wiskundekennis
van kleuters te vergroten.
Die rekentaal blijkt essentieel om het
verdere rekenen te kunnen begrijpen.
Ogenschijnlijk eenvoudige begrippen zijn
veelal rekenen gerelateerd. Gebruik deze
begrippen, zoals ‘boven’, ‘onder’, ‘laatste’,
‘twee aan twee’, ‘naast’, ‘onder’, ‘bij elkaar’,
‘eerlijk verdelen’ en ‘langste’ zowel bij het
voorbereidend en beginnend rekenen als
in het verdere onderwijs zoveel mogelijk.
Het belang van stimuleren van
reken-wiskundeontwikkeling
op jonge leeftijd
Kinderen komen in groep 1 binnen met
grote verschillen in kennis rondom rekenen-wiskunde.
Kinderen met een lage
sociaaleconomische status hebben vaak
minder reken-wiskunde kennis dan hun
leeftijdsgenoten met een hogere sociaaleconomische
achtergrond. Deze verschillen
tussen kinderen zijn blijvend
gedurende de gehele basisschoolperiode
(Aunio et al., 2015). Het is daarom belangrijk
dat je doelgericht en regelmatig reken
wiskundeonderwijs aanbiedt in groep 1 en
2, zodat alle kleuters met voldoende voorbereidende
en beginnende reken kennis
en -vaardigheden starten met het formele
reken-wiskundeonderwijs in groep 3
(Toll & Van Luit, 2014). Hoe meer tijd je
besteedt aan rekenwiskundeonderwijs
des te beter worden de prestaties ook
op langere termijn. Hoe je onderwijstijd
effectief kunt gebruiken, wordt in de
aanbevelingen in de leidraad uitgebreid
beschreven (Van Luit & Schoevers, 2025).
Om voor alle kleuters de doelen van groep
2 (zie SLO, 2023) te kunnen behalen, is
het advies om – naast aan rekenen gerelateerde
spontane aandacht tijdens bijvoorbeeld
dagelijkse routines en vrij spel
– minimaal 4 dagen in de week een half
uur doelgericht aan rekenen-wiskunde te
besteden (Van Luit, 2023).
Doelgericht werken aan
reken-wiskundeonderwijs
SLO heeft zeer uitgebreide tussendoelen
geformuleerd per leerjaar. De tussendoelen
geven een doorlopende leerlijn voor
rekenen-wiskunde in het primair onderwijs
van groep 2 t/m groep 8, uitkomend op
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
11
ACHTERGROND
streefniveau 1S (Noteboom et al., 2017).
SLO heeft in april 2025 de kerndoelen voor
het basisonderwijs gepubliceerd en daar
maakt het reken-wiskundeonderwijs in
groep 1 en 2 deel vanuit (SLO, 2025).
De SLO-tussendoelen voor groep 2 zijn
beheersingsdoelen; ze geven aan wat
kinderen aan het eind van groep 2 moeten
kennen en kunnen. Naast beheersingsdoelen
heeft het SLO ook aanbodsdoelen
geformuleerd. Deze doelen richten zich op
het onderwijsaanbod en de leerinhouden
die door de leerkracht aangeboden kunnen
worden. De doelen geven richting waarin
kinderen onderwerpen verkennen en
ermee leren omgaan en zijn vastgelegd
op de SLO- inhoudskaarten voor jonge
kinderen (SLO, 2023). Het is van belang
kennis te nemen van deze tussendoelen,
zodat de overgang naar groep 3 zo vloeiend
mogelijk verloopt voor wat betreft de
reken-wiskundige kennis van de kinderen.
Beschikken kleuters over voldoende reken
wiskundevaardigheid aan het einde van
groep 2 dan is die voorspellend voor de
verdere rekenprestaties later in de basisschool
(Nguyen et al., 2016). Het voorbeeld
hierna laat zien hoe aanbodsdoelen
in het reken-wiskundeaanbod een vanzelfsprekende
plaats krijgen.
Werken aan reken-wiskundedoelen
door middel van het
thema ‘hoe blijf ik gezond’
Een voorbeeld
Joscha de Krosse, leraar groep 1 en 2 van
basisschool Het Schateiland in Utrecht
“Tijdens het thema ‘hoe blijf ik gezond’
hebben we in de huishoek een apotheek
ingericht. Kinderen konden spelen als
dokter en konden een recept voorschrijven
en anderen kinderen konden het recept
in de apotheek ophalen. In de apotheek
konden er pillen worden geteld, gesorteerd
en verdeeld. In de huishoek lagen verschillende
materialen: een personenweegschaal
(meegenomen door de leerlingen
zelf zodat ze de relatie kunnen leggen
met hun eigen leefwereld), geprinte recepten
waar kinderen zelf nog getallen op
moesten schrijven, potjes en doosjes
van de apotheek en neppillen.
Tijdens het thema was er ruimte om aan
verschillende reken-wiskundedoelen te
werken, zoals lengte, omtrek en getalbegrip.
Het maken en ophalen van recepten
creëerde mogelijkheden om pillen te sorteren
op kleur en grootte, en pillen konden
worden geteld en verdeeld. Dit gaf de
kinderen de kans om te oefenen met
classificeren, vergelijken en tellen. Op
receptkaarten konden kinderen cijfers
herkennen, lezen en leren schrijven. Dit
bevorderde hun getalbegrip en cijferherkenning.
De potjes en doosjes gaven aanleiding
om begrippen als lengte, breedte,
hoogte en inhoud te verkennen.”
Welke aanbevelingen zijn in
de leidraad uitgewerkt?
Samenvattend biedt de Leidraad Betekenis
vol en doelgericht reken-wiskundeonderwijs
in groep 1 en 2 vijf uitgewerkte
aanbevelingen. De geïnteresseerde leerkracht
kan deze leidraad downloaden of
een papieren versie aanvragen bij NRO.
Aanbeveling 1 ‘Begeleid spontaan spel
en geef instructie aan kleuters’
Het begeleiden van spel is een krachtige
manier om reken-wiskundekennis en
vaardigheden van kleuters te bevorderen:
bereid de speelleeromgeving voor,
observeer, ondersteun het spel van
kleuters en reflecteer samen op het
spel.
Sluit met instructie aan bij de voorkennis
en onderwijsbehoeften van
de leerling.
Richt je instructie op het opbouwen
van de rekenkennis en vaardigheden
in verschillende stappen: concreet,
visuele representaties en abstract.
Instructie kun je het beste individueel
of in kleine groepen geven.
Aanbeveling 2 ‘Sluit aan bij voorkennis
en de belevingswereld van kleuters’
Stel als leerkracht duidelijke gedifferentieerde
leerdoelen voor kleuters, die
uitdagend maar haalbaar zijn en aansluiten
bij hun voorkennis. Deze doelen
moeten realistisch zijn en afgestemd
op het niveau van het kind.
Zorg ervoor dat de leerdoelen passen
bij de belevingswereld van de kleuters,
zodat ze gemotiveerd blijven en effectief
kunnen leren.
Breng verschillen in de ontwikkeling en
voortgang van je leerlingen in kaart
door middel van observaties, zodat je
beter kunt inspelen op de behoeften
van elke kleuter.
Pas je instructie en/of begeleiding van
spel aan om tegemoet te komen aan
de verschillen tussen kleuters. Dit kan
door te variëren in het groeperen van
leerlingen, het niveau van abstractie,
de duur van de instructie en het tempo
van de les.
Aanbeveling 3 ‘Bevorder begripsvorming
van kleuters door concrete materialen,
beweging en gebaren te gebruiken’
Kies het type concreet materiaal op
basis van het specifieke leerdoel dat
je wilt bereiken.
Houd bij de keuze van materialen
rekening met de interesses en de
belevingswereld van het kind, zodat
het materiaal voor hen betekenisvol is.
Sluit aan bij de bestaande kennis van
12 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
de kleuter in verschillende reken-wiskundedomeinen,
zodat het materiaal
het leren versterkt en de leerling
ondersteunt.
Zet bewegingen van het hele lichaam
in bij reken-wiskundeactiviteiten in de
klas. Dit kan bijvoorbeeld door activiteiten
te doen, waarbij kinderen fysieke
afstanden of hoeveelheden ervaren.
Gebruik gebaren tijdens de verbale
instructie om de rekenprestaties en het
geheugen van kleuters te bevorderen.
Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van
gebaren om ruimtelijke concepten aan
te duiden zoals ‘in’, ‘uit’, ‘onder’, ‘op’,
‘omhoog’ en ‘omlaag’.
Moedig kleuters aan om zelf gebaren
te gebruiken en hun vingers te gebruiken
bij het tellen.
Aanbeveling 4 ‘Versterk rekentaal en
benut voorlezen bij het leren van
rekenen-wiskunde’
Gebruik veel rekentaal tijdens rekenwiskundeactiviteiten,
maar ook in dagelijkse
gesprekken en spelmomenten.
Stimuleer kleuters om te communiceren
over hun leef- en denkwereld met
behulp van rekentaal.
Lees prentenboeken interactief voor:
het voorlezen van prentenboeken biedt
een betekenisvolle context voor het
leren van reken-wiskundige concepten,
waardoor kinderen deze makkelijker
kunnen onthouden en verbinden met
bestaande kennis.
Kies prentenboeken zorgvuldig uit door
te letten op de reken-wiskundige inhoud
die het boek biedt, zoals getallen en
tellen, meten en meetkunde, verhoudingen
of verbanden. Zorg ervoor dat
het boek mogelijkheden biedt om
reken-wiskundige concepten op een
betekenisvolle manier te benoemen en
dat deze aansluiten bij de leef- en denkwereld
van de kleuters.
Betrek de kleuters actief bij het voorlezen
door reken-wiskundige vragen
te stellen, verklaringen te geven en hen
te verrassen met nieuwe inzichten.
Aanbeveling 5 ‘Gebruik digitale leermiddelen
ter ondersteuning van het reguliere
reken-wiskundeaanbod’
Gebruik elektronische (prenten)boeken
om de rekenontwikkeling van kleuters
te ondersteunen.
Gebruik reken-apps en programma’s
als aanvulling. Zorg ervoor dat de
reken-apps en programma’s interactieve,
ontdekkende leermogelijkheden
bieden en dat de taken steeds meer
spelenderwijs gepresenteerd worden.
Daarnaast moeten de reken-apps en
programma’s actief, boeiend, betekenisvol
en inter actief zijn en gericht op een
duidelijk leerdoel.
Afsluiting
Het is belangrijk om reken-wiskundeontwikkeling
al op jonge leeftijd te stimuleren,
omdat reken-wiskundig begrip van
kleuters sterk gerelateerd is met prestaties
later in de schoolloopbaan. Kleuters
komen in groep 1 binnen met grote
verschillen in kennis rondom rekenenwiskunde.
Deze verschillen blijven vaak
bestaan gedurende de hele basisschoolperiode.
Reken-wiskundeonderwijs in
groep 1 en 2 helpt kinderen om basisvaardigheden
te ontwikkelen die nood zakelijk
zijn bij het meer formele reken-wiskundeonderwijs
vanaf groep 3.
Over de auteur
Hans van Luit is emeritus hoogleraar
diagnostiek en behandeling
van kinderen met dyscalculie aan
de Universiteit Utrecht.
Meer lezen
• Aunio, P., Heiskari, P., Van Luit, J.
E.H., & Vuorio, J. M. (2015). The
development of early numeracy skills
in kindergarten in low-, average- and
high-performance groups. Journal of
Early Childhood Research, 13(1),
3–16. https://doi.
org/10.1177/1476718X14538722
• Nguyen, T., Watts, T. W., Duncan, G. J.,
Clements, D. H., Sarama, J. S., Wolfe,
C., & Spitler, M. E. (2016). Which preschool
mathematics competencies
are most predictive of fifth grade
achievement? Early Childhood
Research Quarterly, 36, 550–560.
• Noteboom, A., Aartsen, A., & Lit, S.
(2017). Tussendoelen rekenen-
wiskunde voor het primair onderwijs.
Uitwerkingen van rekendoelen voor
groep 2 tot en met 8 op
weg naar streefniveau
1S. SLO. Scan de
QR-code:
• SLO. (2023). Inhoudskaart
po rekenenwiskunde
kleuters (fase
1). Scan de QR-code:
• SLO. (2025). Defintieve
conceptkerndoelen
Nederland en rekenen
en wiskunde. Scan de
QR-code:
• Toll, S. W., & Van Luit, J. E. H. (2014).
Structurele ondersteuning aan kleuters
met een achterstand in
getalbegrip. Pedagogische
Studien, 91(2),
82–96. Scan de QR-code:
• Van Luit, H. (2023).
Voorbereidend en beginnend
rekenen in groep 1
en 2. Onderwijskennis
NRO. Scan de QR-code:
• Van Luit, H., & Schoevers,
E. (2025). Leidraad Betekenisvol en
doelgericht reken-wiskundeonderwijs
in groep 1 en 2. Effectieve
aanpakken in rekenwiskundeonderwijs.
NRO. Scan de QR-code:
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
13
KLEUTERPRAAT
Laatst zei een kleuter dat er
buiten overal gezakte wolken
waren (het was mistig).
Kleuters zeggen onbedoeld vaak de grappigste
dingen. Een greep uit bijdehante, confronte-
rende en slimme uitspraken.
Kind is naar Naturalis
geweest in de vakantie.
In de maandagochtendkring
vertelde hij heel
serieus: “Onze schoonouders
zijn apen.”
Joris (4 jaar): “Juf, Ella en
ik gaan trouwen!”,
“Leuk Joris, wil Ella ook trouwen?”
Joris: “Ja, en dan willen we ook
kinderen. Hoe maak je die?”
Kleuter van 5 jaar:
“Eerst eet ik alle
vieze dingen en dan
alle zoete dingen”.
Op de vraag 'Wat wil je later
worden?', antwoordde een
kleuter: “Opa Leo”. (zijn eigen
opa, zijn idool)
“Juf, de wit
doet het niet.”
(Wit potlood op
wit papier)
Juf: ”Dat vind ik heel volwassen van je Jip.”
Jip tegen Tom: “De juf zegt dat ik heel
verwassen ben.”
“Juf, waarom smaken
chocolade en marsepein
niet hetzelfde? Ze zijn
toch allebei zoet.”
“Meester, als je een baby
kan krijgen maar je wil
geen baby krijgen, kan je
dan nog steeds wel een
baby krijgen?”
“Juf, ik weet al dat je dit
niet leuk vindt.”
Juf: “O, ja?”. Kind: “ja, je hebt weer
die kreukel.” (wijst ondertussen
naar de frons in mijn voorhoofd)
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
leeftijdsgroep.” Mooi hoe ik Tim vragen hoorde stellen, die de
kleuters aan het denken zetten, zoals: “En het derde ei, is dat
UIT DE OPLEIDING
4 inzichten over rekenonderwijs op de pabo
“Vanuit verwondering inspelen
op natuurlijke nieuwsgierigheid”
Wat biedt de pabo-opleiding
van Fontys Educatie aan
rekenonderwijs voor het
jonge kind?
In alle fasen van de opleiding is aandacht
voor het rekenonderwijs aan het jonge kind.
Immers, de studenten worden opgeleid tot
professioneel gecijferde leerkrachten, die
goed rekenonderwijs kunnen verzorgen
aan de groepen 1 t/m 8 van de basisschool.
Daarnaast kunnen studenten kiezen voor een
profileringsjaar, waarin twee leerroutes worden
aangeboden: ‘Fundament voor de jonge kind
specialist’ en ‘Impact hebben als jonge kind
specialist’.
1
Wat leren de studenten in
de praktijk/tijdens stage?
2
Ze ontdekken dat kleuters op verschillende niveaus de basisschool
binnenkomen, ook op het gebied van ontluikende
gecijferdheid. Ze ervaren hoe je differentieert en hoe je de
ontwikkeling volgt door middel van observaties. Ze ervaren
hoe je als kleuterleerkracht kansen grijpt voor betekenisvol
onderwijs en kansen creëert om de ontwikkeling te stimuleren;
hoe je vanuit verwondering inspeelt op de natuurlijke
nieuwsgierigheid, dé voedingsbodem voor het leren. En hoe
je, kijkend door een ‘rekenbril’, de speelleer omgeving rijk kunt
inrichten voor spelend en onderzoekend leren. Hun praktijkervaringen
dragen daarmee bij aan hun visieontwikkeling.
Studenten leren dat kinderen de fasen van
de cognitieve ontwikkeling op het gebied van
rekenenwiskunde verschillend doorlopen. Ze
bestuderen de vakdidactiek om adequaat in
Wat zie je in de praktijk terug bij
studenten?
Tijdens de stage in een kleutergroep gaat voor veel
3
te spelen op die verschillen en op specifieke
onderwijsbehoeften. Ze verdiepen zich in de
(tussen)doelen van verschillende ontwikkelingslijnen,
zoals beginnende gecijferdheid,
logisch denken, ruimtelijke en tijdsoriëntatie.
Ze bestuderen de cruciale leermomenten, die
van belang zijn in het kader van ‘vroegtijdige
signalering’ om een soepele overgang naar
groep 3 te bevorderen.
studenten een wereld open. Zo schrijft propedeusestudent
Tim aan het eind van zijn stageperiode bij juf Tessa: “In dit
half jaar hebben de kleuters én het kleuteronderwijs mijn
ogen geopend. Ik ontdekte dat de kleine stappen die kinderen
zetten in de kleuterklas van groot belang zijn voor hun brede
ontwikkeling en dat ik de kinderen dus had geholpen bij het
leggen van de basis voor hun verdere leven. Vanaf het
moment dat ik mezelf openstelde voor de kleuters, begon
ik het leuk te vinden, raakte ik met de leerlingen in gesprek
en werd ik intrinsiek gemotiveerd om les te geven aan deze
groter of kleiner dan het grootste ei? Wat denken jullie?”
Naam: Mariëtte
DenissenSchuurmans
Functie: Docent
rekenenwiskunde
Opleiding: Fontys Educatie,
locatie Den Bosch
Mijn tip(s) voor kleuterleerkrachten
• Zet de deur van je klaslokaal open voor
studenten: de kleuterdoelgroep vraagt
bij uitstek om veel ervaringen op de
werkvloer.
• Observeer doelgericht om ook ontwikkelingsachterstand
en voorsprong in
het rekenen te signaleren.
• Rekenen/wiskunde is een cursorisch
vak, dat zich in leer en ontwikkelings
4
lijnen laat beschrijven. Door steeds
aan te sluiten bij de zone van de naaste
ontwikkeling, doen kleuters succeservaringen
op waarmee ze vertrouwenineigenkunnen
kweken. En die
selfefficacy is een basis voor hun
verdere leven. Dat ontdekte Tim al
tijdens zijn propedeusejaar!
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
IN DE HOEK
Foto’s: Remko Appel, gemaakt op
Kindcentrum Kansrijk in Den Haag
De Buitenbouwhoek:
buiten spelen met
meetkunde
Een buitenbouwhoek is meer dan ‘lekker bouwen’. Het is
een leeromgeving waarin kinderen onderzoeken, ontwerpen,
overleggen en betekenisvolle rekenervaringen
opdoen. In dit artikel focussen we op meetkunde. Buiten
zijn de materialen groter en veelzijdiger en nodigen ze
uit tot maken, slepen, stapelen, verbinden, testen en
aanpassen. Door de grotere, zwaardere en beweeglijkere
materialen ervaren kinderen vormen, balans, richting en
ruimte met hun hele lichaam.
Planken kunnen buiten gemakkelijk 1,5
meter lang zijn, goten kunnen van bank
naar stoeptegel lopen en bouwwerken
kunnen zo groot worden dat kinderen er
zelf in passen. Dit maakt meetkundige
begrippen niet alleen zichtbaar, maar ook
letterlijk voelbaar. De buitenbouwhoek is
geen voorgekookte speelplek, maar een
flexibele onderzoeksruimte waar kinderen
zelf bepalen wat ze maken; van een hut
tot een parcours, brug of tunnel. Kinderen
denken hier niet alleen met hun handen
en met elkaar, maar ook met hun woorden.
In dit artikel lees je hoe meetkunde in
de buitenbouwhoek tot leven komt, hoe
kinderen leren door te bouwen, en hoe je
16 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
taaldenkprocessen en rekentaal op een
natuurlijke manier kunt stimuleren.
Meetkunde
Kijken we met een rekenbril naar de buitenbouwhoek,
dan biedt de grote buitenruimte
volop kansen om aan meetkundige
doelen te werken, zoals oriënteren in de
ruimte, construeren en opereren met vormen
en figuren. Juist buiten, met grote
materialen en echte ruimte, worden meetkundige
begrippen niet alleen gezien, maar
ook gevoeld en beleefd. Kinderen moeten
zich verhouden tot afstanden, richtingen,
hoogteverschillen en posities in het speelveld.
Oriënteren in de ruimte wordt zo
vanzelf betekenisvol.
In het samenspelen hoor je veel rekentaal
terug: “Zet het vierkante blok onderaan”,
“De goot moet schuin naar links” of “Ik
sta achter de toren.” Door samen te overleggen
en te beschrijven waar iets moet
komen, verbinden kinderen rekentaal en
ruimte met elkaar.
Construeren als opmaat voor
rollenspel
Op Kindcentrum Kansrijk hebben ze een
buitenbouwhoek. Deze is ingericht met
houten blokken, gezaagd in verschillende
formaten: langwerpig, vierkant, driehoekig.
Een thema over bijvoorbeeld ridders en
kastelen geeft volop inspiratie voor het
bouwen van grote gebouwen, met driehoekige
daken op de toren en kantelen
op de muren. Het bouwwerk wordt zo
groot dat de kinderen zich kunnen verschuilen
achter de muur. Er wordt nagedacht
over de toegangspoort en hoe ze
met een plank een ophaalbrug over de
denkbeeldige slotgracht kunnen maken.
Zodra een ridder binnen is, wordt de poort
gesloten. En hoe krijg je deze dan weer
omhoog en naar beneden? Zo wordt er
veel ervaring opgedaan met meetkundige
begrippen, terwijl de kinderen in hun rol
van ridder en jonkvrouw groeien.
Het kasteel blijft staan op het schoolplein
en in de loop van de week breidt het spelverhaal
zich uit. In het kasteel worden
tafels en stoelen gemaakt. De grote pan
uit de zandbak verplaatst zich naar het
kookvuur.
Aan de slag met de buitenbouwhoek: de inrichting
De beste buitenbouwhoek is geen plek met veel speelgoed, maar met veel
open materialen die uitnodigen tot keuzes, problemen en oplossingen.
Aanbevelingen voor materialen:
Planken en latten in verschillende lengtes;
Houten blokken gezaagd in verschillende formaten: langwerpig, vierkant,
driehoekig;
Kratjes;
PVC-buizen, verbindstukken;
Bamboestokken voor constructies;
Touwen, klemmen en knijpers;
Doeken voor daken, tenten en wanden;
Ronde materialen, zoals autobanden, houten schijven of drainagebuizen.
Het is niet nodig om een groot budget te hebben. Juist eenvoudige materialen
waarin vorm, richting, balans en lengte centraal staan, geven de rijkste meetkundige
ervaringen. Een plank kan een brug, een helling, een dak, een scheidings
wand of een hefboom worden, precies het soort openheid waarin kinderen tot
hoge betrokkenheid komen.
Construeren als onderzoek
In de buitenbouwhoek wordt construeren
vervolgens een natuurlijk proces van
onderzoeken en uitproberen. Kinderen
combineren planken, goten, buizen, banden,
kratten, latten en doeken tot steeds
nieuwe bouwwerken en ontdekken hoe
vormen samenwerken. Een plank moet
ergens op rusten om een brug te worden;
een dak blijft alleen staan met voldoende
steunpunten; een goot werkt pas goed
wanneer hij schuin staat; een toren wordt
instabiel als de basis te smal is.
Voorspellen – testen –
aanpassen
Tijdens het bouwen doorlopen kinderen
als vanzelf een cyclisch leerproces. Ze
voorspellen wat er gaat gebeuren (“Als
ik deze hoger zet, rolt het sneller”), testen
hun idee en passen het aan wanneer het
anders uitpakt dan verwacht. Door te
schuiven, te draaien, te kantelen, te stapelen
en te verbinden, ervaren ze concreet
wat stabiliteit, stevigheid, richting en
balans betekenen.
Zo wordt construeren een krachtig en
tastbaar leerproces waarin meetkunde,
denken en taal hand in hand gaan.
Zoals we net beschreven, gaat het in de
buitenhoek niet alleen om construeren in
een andere ruimtelijke situatie en je plek
vinden in de grotere ruimte. Het gaat ook
over communiceren tijdens het bouwen.
Kinderen moeten overleggen, hun plannen
afstemmen en elkaar uitleggen wat waar
moet komen. In dat samenspel wordt
specifieke rekentaal gevraagd, woorden
die niet alle kinderen al beheersen.
Daarom is het belangrijk om als leerkracht
ook in de buitenbouwhoek taaldenkgesprek
ken te voeren met de kinderen.
Tijdens het bouwen kunnen kinderen
uitgedaagd worden hun ideeën te verwoorden:
“Hoe blijft dit rechtop staan?”
of “Welke plank werkt beter en waarom?”
Zulke open vragen geven ruimte om actief
te redeneren, te vergelijken en samen
oplossingen te zoeken.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
17
IN DE HOEK
In dat proces gaat het taalleermechanisme
aan. Kleuters merken dat ze woorden
missen of nog niet precies weten hoe ze
iets willen zeggen: “die zo, die is dikker”.
De leerkracht geeft daarop gerichte,
uitbreidende feedback door hun poging
in rijkere taal terug te geven: “O ja, deze
plank is steviger, omdat hij breder is.”
Zo hoort het kind nieuwe woorden in
een betekenisvolle context én voelt het
zich uitgenodigd om verder te praten.
Dat versterkt hun begrip én hun rekentaal,
precies op het moment dat het er
voor hen toe doet.
Begeleiden in de buitenbouwhoek
– werken met de 3 V’s
In de buitenbouwhoek ontstaan vanzelf
rijke leermomenten rond meetkunde, taal
en denken. Kinderen onderzoeken, proberen,
falen en verbeteren. De leerkracht
ondersteunt dit proces met de 3 V’s:
Verkennen, Verbinden en Verrijken. Zo
groeit het spel én de rekentaal, zonder
dat het spel wordt overgenomen.
Praktijkvoorbeeld
Een jongen en meisje bouwen met buizen
een knikkerbaan. Ze willen dat de
knikker ‘van boven naar beneden’ rolt,
maar de buizen sluiten niet goed aan.
De leerkracht ziet hun overleg en haakt
aan op een rustig moment.
Verkennen
Ze gaat naast hen zitten en kijkt eerst wat
de kinderen doen: hoe liggen de buizen,
wat is hun plan, welke woorden gebruiken
ze al? Pas daarna stelt ze verhelderende
vragen:
“Wat lukt er precies niet?”
“Wat was jullie idee?”
Door eerst te luisteren en door te vragen,
krijgt ze zicht op hun strategieën, hun
denkproces en de rekentaal die al in het
spel aanwezig is.
Verbinden
Daarna koppelt de leerkracht hun spel
aan meetkundige begrippen en ruimtelijke
taal:
“Hij moet dus hoger beginnen en dan
omlaag rollen?”
“Welke buis ligt nu hoger? Welke lager?”
Ze herhaalt wat de kinderen zeggen,
voegt rekentaal toe (hoog–laag, schuin,
aansluiten) en maakt hun doel expliciet:
de knikker moet een doorlopende weg
volgen. Vervolgens nodigt ze hen uit om
te onderzoeken:
“Wat gebeurt er als we deze iets
schuiner zetten?”
“Hoe weet je dat het stevig genoeg is?”
om hun denken te verwoorden: “Dan gaat
hij sneller”, “Deze moet meer naar voren”.
Zo groeien construeren, meetkunde en
taaldenken tegelijk, precies wat de 3 V’s
beogen.
Als we het werken met de buitenbouwhoek
samenvatten zijn voor jou als leerkracht
drie zaken van belang:
➊ De inrichting: welke materialen zet je in;
➋ Het thema: hoe verbind je de buitenbouwhoek
met het thema;
➌ Spelbegeleiding: hoe speel je mee en
geef je impulsen vanuit de 3 V’s.
De buitenbouwhoek wordt zo een krachtige
plek waar kinderen niet alleen bouwen,
maar ook redeneren, samenwerken
en hun rekentaal verdiepen in betekenisvol
spel.
Scan de QRcode om naar
de doelen meetkunde te
gaan:
Verrijken
Wanneer het spel erom vraagt, brengt de
leerkracht nieuwe mogelijkheden in zonder
het bouwen over te nemen. Ze toont
bijvoorbeeld een verbindingsstuk en laat
zien hoe je het kunt draaien of kantelen,
maar laat de kinderen zelf uitproberen.
Ze stimuleert testen en redeneren:
“Zullen we proberen welk idee het
beste werkt?”
“Hoe kunnen we dit steviger maken?”
De kinderen gebruiken steeds meer taal
Over de auteurs
Linda Dankers is senior onderwijsadviseur
bij Kracht educatief.
Remko Appel is onderwijsadviseur
bij RAPPEL onderwijs advies.
18 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
HIER VIND IK WAT VAN!
De reken-wiskundige
kracht van kleuters
We leggen een stelling voor aan Nathalie van der Wal,
Expert rekenen en wiskunde bij de Inspectie van het
Onderwijs. Wat is haar visie en welk advies geeft zij?
Een rekenhoek
in de kleuterklas
is niet nodig
Ik ben het volledig eens met de stelling
dat een rekenhoek in de kleuterklas niet
nodig is. Kleuters hebben geen rekenhoek
nodig, maar een rijke rekenwiskundeomgeving
met begeleid spel, interactie
en thematiseren. Vanuit mijn rol als Expert
rekenen en wiskunde bij de Inspectie
van het Onderwijs zal ik dit hieronder
toelichten.
In de kleuterfase is het doel van rekenenwiskunde
het ontwikkelen van een diep
begrip van hoeveelheden, structuren en
telrelaties. Latere rekenproblemen zijn
dan ook vaak terug te voeren op onderontwikkelde
telvaardigheden in deze periode.
Omdat kleuters van nature interesse
tonen in getallen en hoeveelheden, wordt
het fundament van een gecijferd leven
in groep 1 en 2 gelegd via spel, liedjes,
rijmpjes en betekenisvolle situaties
(Leraar24, z.d.). Jonge kinderen zijn veel
competenter in rekenenwiskunde dan
vroeger werd gedacht, mits ze daartoe
worden uitgedaagd. Een goed ingerichte
leeromgeving die uitnodigt tot reken
en wiskundig gedrag is hierbij van groot
belang. Daarnaast speelt de leraar een
cruciale rol door het spel doelgericht te
begeleiden (Zosh et al., 2018).
Thematiseren en rijke
leeromgeving
Wanneer we kijken naar hoe zo’n leeromgeving
doelgericht wordt opgebouwd,
komen we uit bij het verschil tussen thematisch
werken en thematiseren. Veel
kleuterklassen werken met een thema,
zoals de herfst, waarbij activiteiten, hoeken
en materialen worden afgestemd
op dat onderwerp. Bij thematiseren staat
echter niet het onderwerp centraal, maar
de ontwikkeling van de kinderen: hun
vragen, spel en doelen bepalen hoe het
thema vorm krijgt. Hierbij is een doorlopende,
rijke leeromgeving nodig, waarin
thema’s, materialen en begeleidingsvormen
elkaar versterken. De taak van de
leerkracht is het opstellen van expliciete
(taal, reken, motorische en sociale) doelen,
het verrijken van materialen en het
inzetten van observatie en reflectie. De
leeromgeving wordt aangevuld en aangepast
naarmate het thema, de kinderen en
hun denken zich ontwikkelen (SLO, z.d.;
Bouwman et al., 2021). Dit betekent niet
één rekenhoek, maar overal kansen: prijskaartjes,
meetlinten, blokken, bakjes om
te sorteren, routes, kaarten.
Voorbeeld uit de praktijk
De Kleuteruniversiteit geeft een mooi
voorbeeld over een bloemenwinkel die
ontstaat vanuit de kinderen. Zij bedenken
wat er nodig is, brengen materialen mee
van thuis, maken prijskaartjes, etc. Na
een week merken kinderen dat er nog
dingen ontbreken; die worden toegevoegd.
Dat hele proces – samen ontwerpen, aanvullen
en bijstellen in voortdurende interactie
tussen leerkracht en kinderen – is
thematiseren (Kleuteruniversiteit, 2024).
De rol van de leerkracht
In dit alles is de rol van de leerkracht
cruciaal. Bij volledig vrij spel beperken
sommige kinderen zich tot eenvoud en
herhaling. In begeleid spel, waarin de
leerkracht bewust meedoet en stuurt,
ontwikkelen kinderen nadenken, sociale
vaardigheden én de basis voor rekenenwiskunde
en taal. De leerkracht observeert
het spel en sluit aan op waar het
kind zich in een leertraject bevindt
(Clements & Sarama, 2009), verrijkt het
spel met (reken)taal, nieuwe materialen
en ideeën en bewaakt de balans tussen
kindsturing en eigen sturing. Begeleid
spel stimuleert daardoor de taal en
rekenontwikkeling en vergroot ook
kansengelijkheid (Van Tuijl, z.d.).
Conclusie
Kleuters hebben geen rekenhoek
nodig, maar een rijke rekenwiskundeomgeving
met begeleid spel, interactie
en thematiseren.
Met dank aan vakgenoot
Jenneken van der Mark.
Nathalie van der Wal
werkt als Expert
rekenen en wiskunde
bij de Inspectie van
het Onderwijs. Zij
is wiskundige en gepromoveerd in de
didactiek van de wiskunde
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
19
IN DE LEESHOEK
Een goudschat aan taal
Veel prentenboeken zitten boordevol rekentaal.
Dit lokt niet alleen spelenderwijs het redeneren
van kinderen uit, maar helpt vooral bij het geven
van woorden aan deze ervaringen. In deze
bespreking twee prentenboeken die op geheel
eigen wijze een krachtige bijdrage kunnen
leveren aan de rekenontwikkeling van kleuters.
Het is rood en rond
Van een bes in het bekje van een merel naar een
bolletje wol tussen de pootjes van een tevreden
kat: kunstenaar en illustrator Jan Jutte brengt
dit moeiteloos met elkaar in verband. Het idee
van Het is rood en rond lijkt op het eerste gezicht
tamelijk eenvoudig: een rode cirkel verandert
steeds in een ander voorwerp. Toch valt er veel
meer te ontdekken voor wie dit prachtig vormgegeven
prentenboek aandachtig bekijkt. Zo speelt
Jutte behendig met de woorden boven de illustraties:
het woord ‘luchtballon’ bestaat grotendeels
uit touwen en bij ‘knoop’ verandert de ‘oo’ in twee
knopen. Het woord ‘trommel’ wordt – je raadt het
al – met drumstokken gevormd. Op een luchtige
manier zet Jutte aan tot het anders leren kijken
naar vormen: al lezende ontdek je dat letters óók
uit cirkels, rechthoeken en driehoeken bestaan.
Alle details in Het is rood en rond zorgen voor
gelaagdheid en maken het mogelijk om het boek
meermaals te lezen, met steeds een andere focus.
Dit maakt dat het met recht een rekenrijk prentenboek
genoemd kan worden. Tegelijkertijd zet Het
is rood en rond ook aan tot creatief denken. Als je
aandachtig om je heen kijkt, zie je dat de hele
wereld is opgebouwd uit vormen.
Goudvis
Wie ervan uitgaat dat een euro alleen maar minder waard
wordt, heeft buiten het nieuwste boek van Daan Remmerts
de Vries en illustrator Marije Tolman gerekend. In het lichtvoetige
prentenboek Goudvis steelt Al Caponevis een euro.
Direct na de roof wordt hij echter overvallen door schuldgevoel:
‘Het ding brandde opeens in zijn vinnen’. Al Caponevis
– niet bang voor een illegaal karweitje – besluit zijn euro
door te verkopen voor een hoger bedrag: twee euro. Zijn
list slaagt en de euro wisselt van eigenaar. Zeeschildpad
komt er al snel achter dat het om gladde praatjes gaat en
probeert zijn verlies goed te maken. De nieuwe verkoopprijs?
Vier euro! Zo wisselt het eurostuk van dier tot dier,
terwijl de prijs oploopt. Niet alleen dit humoristische gegeven
maakt dit verhaal de moeite waard; het spelen met
spreekwoorden en uitdrukkingen die te maken hebben met
geld valt ook op. Denk bijvoorbeeld aan ‘iemand voor geen
cent vertrouwen’ of ‘die zou zijn eigen moeder nog verkopen’.
De eigenzinnige collageachtige illustraties van Tolman versterken
de geestige taal van Remmerts de Vries. Tolman
combineert blauwdrukfoto’s met krioelende en fantasievolle
zeewezens en brengt zo de onderwaterwereld op
geheel eigen wijze tot leven. Een blauwdrukfoto van een
bos verandert in een begroeide zeebodem en een afbeelding
van een ‘calzolaio’ (Italiaans voor schoenmaker)
wordt het huis van de
zeewolf. Wat bovenal
opvalt is dat Goudvis veel
rekentaal bevat en dat het
– naast speelse woorden
en beelden – ook écht
iets te vertellen heeft
over de werkelijke waarde
van geld.
Over de auteur
Evert Zoutewelle is afgestudeerd
in de jeugdliteratuur
en combineert zijn werk als
onderbouwleerkracht met
praktijkonderzoek naar
meertaligheid.
20 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
AAN DE SLAG
Rekenvonken en
Wiskundeschatten
In een rijke ontwikkelomgeving voor kleuters ontstaan overal kansen om
spelenderwijs wiskundige ervaringen op te doen. Kleine momenten, speelse
opdrachten of slimme toevoegingen in het lokaal kunnen als rekenvonken
werken: korte, verrassende impulsen die nieuwsgierigheid wekken en
kinderen aanzetten tot denken over tellen, meten, vormen en patronen.
Creëer daarvoor de juiste voorwaarden in
en om de groep, grijp kansen als ze zich
voordoen en geniet mee van de verwondering.
De rol van de leerkracht is hierbij
essentieel: observeren, meespelen,
interactie aangaan en taal geven aan wat
kinderen ontdekken, maken elke vonk
krachtiger.
Rekenvonken kunnen uitgroeien tot wiskundeschatten:
waardevolle ervaringen
die uitnodigen tot verder ontdekken en
oefenen – vaak een combinatie van
inhouden uit verschillende domeinen.
Deze schatten koester je samen met
de kinderen; ze hebben tijd nodig om te
sudderen en verdienen het om af en toe
‘opgepoetst te worden’ (hernieuwde aandacht
te krijgen).
Met rekenvonken en wiskundeschatten
ontstaat een betekenisvolle omgeving
waarin kinderen uit zichzelf nieuwsgierig
worden, verbanden ontdekken en plezier
ervaren in het leren van reken en wiskundige
begrippen. In de middenspread vind
je praktijkvoorbeelden, verdeeld over de
zes domeinen van rekenenwiskunde. Ze
kunnen eenvoudig en op een natuurlijke,
speelse manier verweven worden met de
dagelijkse routines van de kleutergroep.
De meeste ideeën zijn kort toe te passen,
andere vragen meer tijd of keren op verschillende
momenten terug.
Op deze pagina staat een materialenoverzicht.
Geen traditionele rekenspelletjes,
maar alledaagse materialen die een bron
van rekenonderzoek kunnen zijn. Ze
nodigen uit om met nieuwe ogen te kijken
naar vertrouwde materialen, die vaak
meer rekenmogelijkheden in zich hebben
dan je op het eerste gezicht denkt.
Foto’s en inspiratie:
Rian Steehouwer,
leerkracht KC Juliana
Zwijndrecht
Materialen die uitnodigen tot rekenen
en wiskunde zijn materialen die kinderen
laten onderzoeken, vergelijken,
sorteren, meten, bouwen en redeneren.
Door te spelen met rijk, open en
veelzijdig materiaal ontstaat spontaan
wiskundig gedrag.
Eierdozen – sorteren, tellen, groepjes
maken en patronen leggen
(5/10structuur)
Meetlint – lengte vergelijken, groei
meten en afstanden inschatten
Kassa met geld en pinpas – spelenderwijs
betalen en waardes
vergelijken
Loose parts (onder
andere dopjes,
stenen, schelpen) –
sorteren, tellen,
patronen leggen en
bouwopdrachten
Woodys (potloden waar je mee op
tafel en ramen kan schrijven) – materialen
omcirkelen in groepjes of hoeveelheden
koppelen aan symbolen
Mozaïekmateriaal – vormen combineren,
patronen ontdekken en ruimtelijke
oriëntatie oefenen
Blokken – bouwen, stapelen, meten,
perspectief en 3Dvormen verkennen
Kralenplanken – tellen, patronen en
symmetrie maken
Stokjes en ringen – classificeren,
serieëren, ruimtelijke orïentatie en
ruimtelijke begrippen
Knijpers – tellen, splitsen, patronen
voortzetten
Touw – vormen leggen, lijnen uitzetten
en routes maken
Geobord met elastiekjes – geometrische
vormen, patronen en symmetrie
Kleurendobbelsteen – sorteren, tellen
en patronen
Tangram – vormen samenstellen,
draaien, spiegelen en ruimtelijk
inzicht
Verfstalen (kleurstroken) – ordenen
van licht naar donker, vergelijken,
sorteren
Zandloper – tijd ervaren, vergelijken
en activiteiten timen
(Kook)wekker of klok – tijdsbesef
en wachttijden verkennen
Maatbeker – inhoud schatten,
gieten, vergelijken en meten
3D-vormen (kubus, cilinder, bol) –
rollen, stapelen en eigenschappen
onderzoeken
Balans – gewicht vergelijken en
ideeën over massa ontwikkelen
Keukenweegschaal – wegen en
getallen koppelen aan gewicht
Trechter – gieten, stromen vergelijken
en oorzaak–gevolg ervaren
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
21
AAN DE SLAG
Rekenvonken en
Wiskundeschatten
DOMEIN VERBANDEN
Inhouden: Tabellen, diagrammen, grafieken • Patronen, licht en schaduw
DOMEIN VERHOUDINGEN
Inhouden: Redeneren met verhoudingen
➊ Plant in de klas water geven De kinderen houden in een eenvoudig schema bij
wanneer de plant water heeft gekregen en hoeveel. Zo leren ze een diagram aflezen.
➋ Groeimeting in een grafiek De lengtegroei van een plant of van de kinderen wordt
regelmatig gemeten en in een grafiek gezet. Zo zien ze duidelijk hoe groei eruitziet in een
lijn of staafdiagram.
➌ Fruit- of vervoerskeuze in een diagram Kinderen
vullen samen een eenvoudig diagram in over welk fruit ze eten
of hoe ze naar school komen. Zo leren ze gegevens ordenen in
een diagram. Opbouw van concreet naar abstract via een
staafdiagram van blokjes.
➍ Temperatuur vergelijken Met een grote thermometer of verticale getallenlijn (10
tot +30) geven kinderen met een knijper aan hoe warm het vandaag is en of het warmer of
kouder is dan gisteren.
➎ De kast is een tabel
De vakkenkast met tassen/gymschoenen/spullen om mee naar
huis te nemen is een tabel om af te lezen. (Voorbeeld: “Ik ben het
derde kind uit de gele groep, hier liggen mijn spullen.”)
➊ Limonade aanlengen/verf mengen De kinderen onderzoeken wat er gebeurt
als je meer of minder water toevoegt bij limonade, of verf lichter of donkerder maakt. Ze
vergelijken hoeveelheden en bespreken de verhouding tussen de onderdelen.
➋ Lengte- en schoenmaatvergelijkingen Kinderen vergelijken elkaars lengte
en schoenmaten: wie is langer? Hoeveel groter? Zo ontdekken ze verhoudingen tussen
verschillende maten.
➌ Grote en kleine pop/kleuter vergelijken Met een grote pop en een kleine
pop (of kleuter) vergelijken de kinderen: welke kleding past waar? Hoeveel groter is de
ene dan de andere? Dit helpt hen verhoudingen in schaal te herkennen.
➍Foto’s of kunstwerken ‘uit verhouding’ – zoals Madurodam Met afbeeldingen
of voorbeelden van miniaturen onderzoeken kinderen hoe iets er in het klein uitziet
en hoe dat zich verhoudt tot de werkelijkheid. Ze denken na over verkleinen en vergroten.
➎ Vergrootglas, insectenpotje of bolle/holle spiegel Kinderen bekijken
voorwerpen met een vergrootglas of spiegel en ontdekken hoe beelden groter, kleiner of
vervormd worden. Zo ervaren ze verhoudingen tussen origineel en weergave.
DOMEIN GETALLEN: GETALBEGRIP
Inhouden: Telrij • Hoeveelheden (1 op 1 relatie – tafeldekken) • Getallen
➊ Dobbelsteen 1–2–3: groepjes maken De kinderen gooien met een dobbelsteen
met de getallen 1, 2 en 3. Het gegooide getal bepaalt hoeveel kinderen er in een
groepje staan of hoeveel kinderen er in een rij mogen aansluiten. (Gebruik hiervoor een
dobbelsteen met insteekhoezen.)
DOMEIN METEN EN MEETKUNDE: METEN
Inhouden: Lengte en omtrek • Oppervlakte, Inhoud, Gewicht,
Temperatuur, Tijd, Geld
➊ Fotomap/muur/Padlet van gebeurtenissen
Bijzondere momenten uit de groep worden vastgelegd en in
volgorde geplaatst. Kinderen praten over ‘eerder’ en ‘later’ en zien hoe tijd verstrijkt.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
➋ Huisnummers sorteren Met foto’s van huizen uit de buurt sorteren kinderen huisnummers
op volgorde of op even en oneven.
➌ Getalkaart-opdracht: zoek je maatje Kinderen zoeken iemand met dezelfde
(uitgedeelde) getalkaart. Samen voeren ze een taakje uit, bijvoorbeeld zoveel spullen
opruimen als het getal aangeeft, en halen daarna een nieuwe kaart.
➍ Stoelen met verschillende getalrepresentaties
Stoelen zijn gemarkeerd met getallen, stippen, streepjes of vingers.
Kinderen vormen groepjes op basis van de stoel waarop
ze zitten en ontdekken dat getallen op verschillende manieren
kunnen worden weergegeven.
➎ Aftellen/ terugtellen Bij opdrachten of spelletjes tellen kinderen samen terug.
Dit versterkt het begrip van volgorde en richting in de telrij.
DOMEIN GETALLEN: BEWERKINGEN
Inhouden: Bewerkingen • Relaties tussen telrij, hoeveelheden en getallen • Optellen en
aftrekken • Vermenigvuldigen en delen (eerlijk verdelen)
➊ Aanwezig/afwezig – splitsen in de ochtendkring Met
foto’s van de kinderen maak je een overzicht van wie op school is en wie
thuis is. De kinderen tellen beide groepen, we schrijven het aantal erbij
en ontdekken: samen vormen ze iedere dag hetzelfde totaal (splitsen).
➋ Splitsmat in het gymlokaal Twee matten liggen tegen elkaar. Kinderen rennen of
lopen ernaartoe en verdelen zich over beide matten. Daarna tellen ze hoeveel kinderen op
elke mat staan en hoeveel dat samen is. Een bewegende splitsactiviteit.
➌ Dobbelsteen-duo Twee kinderen gooien allebei met een dobbelsteen. De ogen
worden opgeteld. Variatie: bij het volgende spel wordt het verschil tussen de twee ogen
gezocht.
➍ Verdelen in de winkel In de winkelhoek moeten kinderen producten verdelen
over klanten of schappen: evenveel pakjes in elk mandje. Hierbij oefenen ze eerlijk delen
en eenvoudige vermenigvuldigingen.
➎ Tafelrondje: hoeveel zijn er nog? Tegen het einde van het opruimen (wachten
op elkaar) tellen kinderen hoeveel stoelen bezet zijn en hoeveel er nog vrij zijn. Ze ontdekken
dat het totaal gelijk blijft: bezet + vrij = alle stoelen.
➋ Maandkalender met jarigen Op een overzichtelijke kalender
zien kinderen wanneer wie jarig is. Ze leren wachten, aftellen en de
structuur van maanden herkennen.
➌ Verjaardagsroutine door de tijd Aan de hand van een
tijdlijn bespreken kinderen wat ze konden op 0, 1, 2, 3 en 4 jaar. Zo
ontdekken ze persoonlijke groei en tijdsvolgorde.
➍ Autoteststation Kinderen laten een auto van een helling rijden en meten hoe ver
deze komt. Ze vergelijken afstanden en experimenteren met snelheid en hoogte.
➎ Lunchvergelijkingen: vol, halfvol, leeg Tijdens de lunch praten kinderen
over hoeveel er nog in de beker of trommel zit en vergelijken ze hoeveelheden.
DOMEIN METEN EN MEETKUNDE: MEETKUNDE
Inhouden: Oriënteren in de ruimte • Construeren • Opereren met vormen en figuren
➊ Schaduw natekenen/spelen met licht Bied bij een duidelijke
schaduw buiten eens papier en potlood aan, bijna als vanzelf tekenen
kinderen schaduw van een klasgenoot of die van een voorwerp. Binnen
experimenteren ze met een lamp om te zien hoe schaduwen groter, kleiner
of langer worden. Ze ontdekken vormverandering, richting en perspectief.
➋ Plattegrond van het lokaal of gebouw Een plattegrond met vluchtweg
hangt meestal zichtbaar in de groep. Kinderen vergelijken de kaart met de echte ruimte
en praten over boven/onder, links/rechts, voor/achter en routes.
➌ Spiegelen met buitenspeelmateriaal Langs een lijn leggen kinderen
dezelfde materialen, zoals hoepels, scheppen of blokken, gespiegeld neer.
➍ Routes lopen naar buiten of het speellokaal De leerkracht zegt niet waar
de kinderen heen gaan, maar geeft een route: waar zou je dan uitkomen? Kinderen volgen
deze eenvoudige route (drie stappen vooruit, bocht naar links, door de deur). Of een
leerling vertelt de weg naar het speellokaal door een dergelijke omschrijving. Zo leren ze
oriëntatie en ruimtelijke begrippen in beweging.
➎ Oppervlakte leggen met materialen Met kaplablokken, dopjes, duplo of
vouwblaadjes vullen kinderen een vlak: hoeveel heb je nodig om het hele vlak te vullen?
Helpt een andere vorm beter
Leonie Pijl is opleider bij PIT kinderopvang
en onderwijs en MEd Jonge Kind.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
NIEUW
Werk traumasensitief
in het onderwijs
een must-read voor elke onderwijsprofessional
Veel leerlingen maken ingrijpende gebeurtenissen
mee. De chronische stress die dat
met zich meebrengt, verstoort hun gevoel
van veiligheid en belemmert het leren.
Een traumasensitieve aanpak zorgt dan
voor rust in de klas én voor ruimte om ook
voor kwetsbare leerlingen goed onderwijs
te organiseren.
Deze praktische en toegankelijke TIBtool
biedt IB/KC’ers daarom concrete
handvatten om samen met leerkrachten
te starten met TSO.
Geschreven door Leony Coppens, grondlegger
van traumasensitief onderwijs en
opleider, samen met Jolanda Buijze en
Janneke de Vreeze.
Bezoek je het Nationaal Kleutercongres
op 11 maart 2026?
Ontdek deze en andere TIBtools bij de
Instondo-stand, of bestel alvast online met
10% korting via www.instondoboeken.nl
met kortingscode 2026KZ2*.
Leony Coppens
Jolanda Buijze
Janneke
de Vreeze
*deze code is geldig tot en met 26 maart 2026
Bezoek www.instondoboeken.nl
Of scan de QR-code & bestel direct!
BOEKRECENSIE
Aandacht voor de fijne
motoriek in kleuterthema’s
Titel: Aandacht voor de fijne motoriek in kleuterthema’s
– Zet de handen en vingers aan het werk!
Auteur: Silvana Herben
Uitgave: 2025
Uitgever: Boom
Deze publicatie is voor studenten van de pabo,
pedagogisch medewerkers en onderwijsassistenten
geschreven. Centraal staat het belang van het stimuleren
van de fijne motoriek en dat is ook interessant
voor professionals die met jonge kinderen in de
praktijk werken. De aanleiding voor het boek is de
grote zorg over de achteruitgang van de motorische
vaardigheden, doordat veel jonge kinderen te weinig
bewegen. Uit onderzoek blijkt dat bewegingsarmoede
gevolgen heeft, onder andere een onrijp zenuwstelsel
en onleesbaar handschrift. In zeven hoofdstukken
richt de auteur zich op het stimuleren van de fijne
motoriek. Het eerste deel bevat een theoretisch kader
over thematisch werken, de motorische ontwikkeling,
het belang van themahoeken en sensopathisch spel.
Er wordt informatie gegeven over materialen, differentiatie
in materiaalkeuze en de relatie met schrijfvaardigheid
in groep 3. In het tweede deel (hoofdstuk
7) staan fijn motorische activiteiten voor hoeken
centraal. In 15 thema’s, zoals ‘We verzorgen ons
haar’ en ‘Wat doe ik aan vandaag’, worden suggesties
gegeven voor activiteiten in hoeken, gericht op
het integreren van fijne motoriek. Iedere activiteit
bevat een hoek, benodigdheden en lijst met te activeren
fijn motorische vaardigheden.
Toepasbaarheid in de praktijk
De auteur heeft een – uit urgentie voortgekomen –
missie: Zet de handen en vingers aan het werk. Ze
maakt deze missie op een zeer praktische en inspirerende
wijze duidelijk. De ideeën spatten van de
bladzijden af, waardoor je meteen zin krijgt om ze
in een thema in te zetten. De kracht van het boek zit
dan ook in het praktische deel met de vele voorbeelden
en doordachte materialenkeuze. Juist de brede
variatie aan materialen laat overtuigend zien dat
fijne motoriek meer is dan kleuren, knippen en de
kralenplank. Bovendien zijn de activiteiten eenvoudig
gedifferentieerd inzetbaar binnen allerlei thema’s. De
hoofdstukken over sensopathisch spel en activiteiten
voor de hoeken bevatten steeds een overzicht van
benodigde materialen én een opsomming van de fijn
motorische vaardigheden waaraan gewerkt wordt.
Daardoor wordt zichtbaar op welke wijze de activiteiten
bijdragen aan de brede ontwikkeling, zoals
concentratie, taakgerichtheid en een goede zit en
schrijfhouding.
Er zijn wel enkele aandachtspunten. Het theoretische
deel is onderbouwd maar beperkt. De motorische
ontwikkeling wordt aan de hand van enkele begrippen
– zoals van basale naar fijn motorische vaardigheden,
pengreep, zithouding en grafomotorisch werken –
kort toegelicht. Fragmentarisch komen deze begrippen
in andere hoofdstukken en kaders, opnieuw aan
de orde. Het is niet altijd duidelijk waarom daar en
niet in het theoretische gedeelte. Een ander punt is
het gebruik van veel verkleinwoorden en af en toe
spreektaal in de teksten.
Professionals die de fijne motoriek een volwaardig
onderdeel van het beredeneerd aanbod wil laten
zijn en daarvoor op zoek zijn naar een toegankelijk,
praktisch, inspirerend boek, kunnen met deze publicatie
direct aan de slag.
Aafke Bouwman
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
25
INTERVIEW
Herken de wiskunde in
het spel van kleuters voor
betekenisvol onderwijs
Kleuters zijn tijdens het spelen van nature bezig met
rekenen en wiskunde, vaker dan de meeste mensen
denken. Als jij als leerkracht de wiskunde in het spel van
kleuters herkent, ben je goed op weg om je reken- en
wiskundeonderwijs nog beter vorm te geven. In gesprek
met Ronald Keijzer, emeritus Radiantlector
rekenen-wiskunde.
“Bij rekenen-wiskunde wordt er snel gedacht aan
getallen”, vertelt Ronald. “Tellen, getalbeelden en
eenvoudige bewerkingen zijn herkenbare onderdelen
die in veel lesmethodes centraal staan. Maar
rekenen is maar een klein onderdeel van wiskunde.
Natuurlijk is het belangrijk dat kleuters behoorlijk
kunnen tellen aan het einde van groep 2, dat ze de
getallenrij tot 100 zo’n beetje beheersen, voor- en
achteruit kunnen tellen, dat soort dingen. Maar
rekenen-wiskunde biedt domeinen die dichter bij
jonge kinderen staan dan abstracte getallen, zoals
meetkunde, meten en verhoudingen. En ook deze
domeinen zijn belangrijk voor de basis die kleuters
De zes domeinen van
rekenen-wiskunde
Rekenen-wiskunde bestaat uit zes domeinen:
➊ Getallen – getalbegrip;
➋ Getallen – bewerkingen;
➌ Meten;
➍ Meetkunde;
➎ Verhoudingen;
➏ Verbanden.
De huidige aanbodsdoelen in de inhoudskaart van SLO
zijn gebaseerd op deze domeinen. Onlangs zijn er nieuwe
conceptkerndoelen rekenen en wiskunde gepubliceerd.
nodig hebben om maatschappelijk te kunnen
functioneren.”
Spontaan spel
Misschien werk jij ook met deze doelen of een
bepaalde rekenmethode?. Maar in de praktijk kan
het soms lastig zijn om samenhang te ontdekken
tussen doelen voor rekenen-wiskunde. Hierdoor kan
het voorkomen dat je rekenen-wiskunde misschien
sneller als aparte les aanbiedt, gericht op één of
enkele van de doelen. Kleuters leren zo vooral
geïsoleerde vaardigheden. Ook bestaat het risico
dat de doelen een soort afvinklijstjes worden.
Zodra je echter wiskunde herkent in alles waar kleuters
mee bezig zijn, kun je spontaan spel verbinden
aan rekenen en wiskunde. Zo kun je nog beter aansluiten
bij hun belevingswereld, waardoor ze betekenisvol
kunnen leren.
Wiskunde in verstoppertje
“Kleuters zijn in dagelijkse situaties of spel altijd
bezig met wiskunde, maar leerkrachten herkennen
de wiskunde niet altijd, omdat er bij wiskunde nogal
eens aan getallen wordt gedacht,” vertelt Ronald.
“Tijdens verstoppertje spelen zijn kleuters meetkundig
aan het redeneren, bijvoorbeeld als ze beseffen
dat kijken langs rechte lijnen gaat. En als je dat
snapt als leerkracht, weet je ook welke vragen je
kunt stellen als je gaat meespelen. Waarom kun
26 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Kleuters zijn
om de haverklap
bezig met
meetkundig
redeneren
Ronald Keijzer is emeritus Radiantlector rekenenwiskunde
bij de Hogeschool IPABO, Hogeschool KPZ,
Thomas More Hogeschool, Driestar Educatief en
Hogeschool De Kempel. Hij studeerde wiskunde en promoveerde
aan de VU op onderzoek naar het leren van
breuken. Ronald werkte mee aan onder andere de TALleerlijnen,
waarin de doorlopende ontwikkeling van
rekenbegrip in het primair onderwijs wordt beschreven,
Rekenen op Spel, de Grote
Rekendag en de kennisbasis
rekenen-wiskunde
voor de pabo. Hij was
daarnaast betrokken bij
projecten rond de verbinding
tussen rekenen en
taal, zoals het TRaP-project
en leverde een bijdrage aan
de definitieve conceptkerndoelen
rekenen-wiskunde
(herziene versie 2025).
je niet om een hoekje kijken? En hoe verstop je je?
Want meetkunde is gewoon je wereld in beeld
krijgen: waarom moet ik achteromkijken om te
zien wat er achter me staat?”
Hij vervolgt: “Kleuters zijn om de haverklap bezig
met meetkundig redeneren. Denk maar aan opruimen.
We kunnen dit stapeltje op dat stapeltje leggen,
maar misschien wordt het dan te groot. Het
eerste beschrijft een positie in de ruimte (meetkunde)
en het tweede beschrijft lengte, wat onderdeel
is van het meten.”
Televisie en speelgoedautootjes
“Ook nadenken in verhoudingen is voor jonge kinderen
al heel vanzelfsprekend”, legt Ronald uit. “Als je
televisie kijkt, moet je in verhoudingen denken. Want
dat poppetje op tv is kleiner dan in het echt. En al
dat spelen met speelgoed vraagt nogal eens om
verhoudingsgewijs redeneren. Wij vinden het zo vanzelfsprekend
dat kinderen in een speelgoedautootje
een auto zien. Maar dat is op schaal verkleind. En
dan proberen ze opeens een poppetje in de auto te
passen dat qua verhouding te groot is. Zodra je de
wiskunde herkent in spel en dagelijkse situaties, kun
je daarover het gesprek aangaan.”
Wiskundetaal gebruiken
In je dagelijkse gesprekken met kleuters is het
belangrijk om rekentaal – Ronald noemt het liever
wiskundetaal – te gebruiken. Kleuters hebben wiskundetaal
nodig voor het ontwikkelen van reken- en
wiskundige kennis en vaardigheden. Denk aan woorden
als meer, minder, weinig, veel of evenveel, maar
ook aan erop, eronder, voor en achter. Het kan voorkomen
dat je als leerkracht wiskundetaal gebruikt
in gesprekken met kleuters, zonder dat je het zelf in
de gaten hebt, omdat we bij wiskunde geneigd zijn
meer aan getallen en hoeveelheden te denken.
Ronald: “Als je met een kind praat over iets wat ze
hebben meegemaakt of over het buitenspelen, zitten
daar altijd wel wiskundige aspecten in: hoe snel ging
het, je moest op tijd binnen zijn, de bel ging en het
duurde wel heel lang voor je binnen was, enzovoort.
Dat zijn allemaal dingen die met wiskunde te maken
hebben, namelijk het meten en dan met name oriëntatie
in de tijd. Vrijwel ieder gesprek met kinderen
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
27
INTERVIEW
Definitieve conceptkerndoelen voor
rekenen-wiskunde
kun je vanuit een wiskundig perspectief bekijken. Als
je in de gaten hebt dat je wiskundetaal gebruikt in
dagelijkse gesprekken en spelmomenten en dat die
vaak gelieerd is aan een van die zes domeinen, liggen
daar allerlei kansen om aan te sluiten bij de
belevingswereld van kinderen.”
Differentiëren
Differentiëren is belangrijk binnen reken en wiskundeonderwijs,
maar dat betekent volgens Ronald niet
dat je ieder kind een aparte instructie hoeft te geven.
“Veel belangrijker is dat je situaties creëert waarin
kinderen op verschillende niveaus verder kunnen.
Als je lege dozen neerzet, gaan jonge kleuters er
misschien in zitten of ze kijken wat erin past, terwijl
oudere kleuters er allerlei bouwwerken mee maken.
De gesprekken over wat kinderen met de dozen doen,
gaan over inhoud, lengte of oppervlakte, afhankelijk
van wat ze ermee doen. Daar sluit je als leerkracht
op aan. Op het moment dat het niet genoeg oplevert,
kun je alsnog het gesprek aangaan en een instructie
geven. Maar ook dan blijft het zaak om binnen de
belevingswereld van de kinderen te blijven.”
Lege dozen en prentenboeken
Nietgestructureerd materiaal is ideaal om situaties
te creëren waarin kinderen op verschillende niveaus
aan de slag kunnen. Denk aan kralen, knikkers, blokken,
zand en lege dozen. Dit heeft veel mogelijkheden
en nodigt uit tot experimenteren. Ronald: “Een kind
dat met kralen aan het spelen is, is aan het ordenen.
De huidige kerndoelen voor rekenenwiskunde zijn uit
2006. Daarom zijn er nu nieuwe conceptkerndoelen
opgesteld. Het is de bedoeling dat deze definitieve
conceptkerndoelen in augustus 2026 wettelijk worden
ingevoerd. De conceptkerndoelen zijn verdeeld over
drie domeinen: wiskundige concepten, wiskundige denkwerkwijzen
en wiskunde in de wereld. Hierdoor moet het
makkelijker worden om samenhang te zien tussen de
verschillende doelen. Bovendien zijn er met deze vernieuwing
minder kerndoelen. Vanwege de toename van
steeds grotere hoeveelheden informatie krijgt data een
nadrukkelijke plaats als kerndoel 12 in het domein wiskundige
concepten: de leerling interpreteert data. Dit
betekent dat de leerling data interpreteert en representeert,
bijvoorbeeld door tabellen in te vullen en grafische
representaties te maken, zoals diagrammen, grafieken
en infographics. Ook wiskunde in de wereld is een nieuw
element.
Als je een fles in een waterbak legt, zullen kinderen
uit zichzelf water uit deze fles gieten. Ze experimenteren
dan met inhoud.”
Ook prentenboeken lenen zich uitstekend om wiskundig
denken te stimuleren. Ronald pleit ervoor om
niet alleen te grijpen naar expliciete rekenprentenboeken,
maar juist naar verhalen zonder getallen.
“Neem bijvoorbeeld Welterusten, Kleine Beer. Dit
gaat over tijd, oriëntatie en ruimte, terwijl er nauwelijks
getallen in voorkomen.”
Digitale tools kunnen zeker iets toevoegen aan je
reken en wiskundeonderwijs, maar ze moeten
kinderen wel aan het denken zetten. “En dat is
niet bij alle oefensoftware het geval”, aldus Ronald.
Wiskunde in het team
Wiskunde en rekenonderwijs beter vormgeven kun
je als kleuterleerkracht natuurlijk niet alleen. Ronald
geeft als idee om samen in een teamvergadering te
kijken: waar zit die wiskunde van kinderen? “Stel dat
je de onderwijsassistent vraagt: waarom is verstoppertje
spelen een wiskundespelletje? Of je vraagt
aan je team om een foto te maken van iets waar ze
wiskunde zien en van iets waar ze geen wiskunde
zien. Dat lijken misschien gekke vragen, maar als je
dit met je team doet – onder begeleiding – dan ga je
op een creatievere manier over wiskunde nadenken.”
28 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Ordenen van data
ook voor jonge
kinderen steeds
belangrijker
Hij benadrukt ook het belang van een rekencoördinator,
iemand die zich binnen een school specialiseert
in reken en wiskundeonderwijs en een ondersteunende
rol heeft voor collega’s. “Vaak zie je dat rekencoördinatoren
uit de bovenbouw komen. Maar dit
zou ook prima een kleuterleerkracht kunnen zijn.”
Nieuwe conceptkerndoelen rekenenwiskunde
Ronald heeft meegewerkt aan de conceptkerndoelen
rekenenwiskunde voor het primair onderwijs die
onlangs zijn gepubliceerd. Hierin staat wat iedere
leerling aan het einde van de basisschool ongeveer
moet kennen, kunnen en ervaren op het gebied van
rekenen en wiskunde – als basis voor het voortgezet
onderwijs en om nu en later actief mee te doen in de
samenleving. Hoewel deze conceptkerndoelen nog
niet zijn ingevoerd, moedigt het ministerie van OCW
scholen wel aan om er al mee aan de slag te gaan.
over het oplossen van problemen. Wanneer je kinderen
een specifiek bouwwerk laat maken in de bouwhoek,
zijn ze al bezig met het oplossen van een soort
probleem – met wiskundig denken dus. Mijn bouwwerk
wordt nooit groter dan een paar blokken en dan
valt het om. Wat moet ik doen?”
Ronald noemt het andere nieuwe element wiskunde
en de wereld. “Daar gaat het om verbinding met
andere vakken en om de ontwikkeling van een wiskundige
attitude. Spontaan spel overstijgt vakken.
En in een wiskundige attitude zitten nieuwsgierigheid,
door durven vragen, andere dingen proberen.
Als je goed gebruikmaakt van spontaan spel, leg je
een geweldige basis.”
Bianca Hofman, journalist
Wat betekenen deze conceptkerndoelen voor het
kleuteronderwijs? Moeten de inhoudskaarten of lesmethodes
waar je nu mee werkt overboord? “Nee,
zeker niet”, aldus Ronald. Maar omdat in de nieuwe
kerndoelen data expliciet is opgenomen, is het volgens
hem wel een goed idee om meer nadruk te
leggen op activiteiten rondom grafische weergaven.
“Denk bijvoorbeeld aan grafieken maken over wat
je het liefst op brood eet, wat voor huisdier je hebt
of hoeveel broertjes en zusjes.”
“Bovendien wordt het ordenen van data steeds
belangrijker, ook voor jonge kinderen”, legt Ronald
uit. “Want data moet je ordenen om overzicht te
krijgen. En of dat nu met kralen gebeurt die op kleur
worden gesorteerd of iets anders, maakt niet uit.
Waar het om gaat, is dat je bijvoorbeeld het spelen
met en ordenen van kralen herkent als belangrijke
wiskundige activiteit.”
Basis voor de toekomst
Als je het reken en wiskundeonderwijs zo inricht dat
je goed aansluit op spontaan spel, ben je al ontzettend
goed op weg – ook met de nieuwe conceptkerndoelen.
Ronald: “Een van de nieuwe dingen in de
conceptkerndoelen is dat wiskundige denk en werkwijzen
expliciet zijn uitgewerkt. Dit gaat bijvoorbeeld
Laat je inspireren
Rekenen op spel: Ga naar rekenenopspel.nl en kijk
hoe je de dagelijkse kansen om kinderen te stimuleren
in hun rekenwiskunde kunt benutten.
Betekenisvol en doelgericht reken-wiskundeonderwijs
in groep 1-2: Ga op onderwijskennis.nl naar de kennisbank
voor deze praktisch leidraad voor leerkrachten.
De Grote Rekendag is speciaal voor groep 1 t/m 8 en
vindt plaats op 18 maart 2026 met als thema ‘Kan het
kloppen’. Ga naar groterekendag.sites.uu.nl en ervaar
als leerkracht hoe het is om je rekenwiskundeonderwijs
op een andere manier vorm te geven.
Conceptkerndoelen rekenen-wiskunde: ga naar
slo.nl/thema om deze actualisatie van de kerndoelen
te bekijken.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
29
VAN ONDERZOEK NAAR PRAKTIJK
Vingertellen is nuttig
In deze rubriek brengen we wetenschappelijk
onderzoek kort in kaart en maken
we de vertaalslag naar de praktijk.
Vingertellen wordt vaak gebruikt door jonge kleuters en soms
zelfs ook nog door volwassenen. Het is namelijk een makkelijke
en praktische ondersteuning bij het hoofdrekenen. Vingers heb
je altijd bij de hand. Uit onderzoek 1 blijkt dat het vingertellen een
natuurlijke en nuttige fase is in de rekenontwikkeling van jonge
kinderen.
Onderzoek
Het onderzoek van Jordan en collega’s laat zien dat
het tellen op vingers kinderen helpt om grip te krijgen
op hoeveelheden en getallen. Jonge kleuters die
hun vingers gebruiken bij eenvoudige optel en
aftreksommen geven vaker het goede antwoord dan
leeftijdsgenoten die dat niet doen.
Naarmate kleuters ouder worden, neemt het gebruik
van het tellen op de vingers af en wordt hoofdrekenen
belangrijker. Rond groep 3 wordt vingertellen
minder effectief en vanaf halverwege groep 4 belemmert
het zelfs de rekenontwikkeling. Kinderen die in
deze fase nog op hun vingers rekenen, presteren
minder goed dan kinderen die rekenstrategieën
hebben geautomatiseerd.
De overgang van vingertellen naar hoofdrekenen
verloopt niet bij alle kinderen even snel. Leerlingen
uit laagopgeleide gezinnen beginnen vaak later met
vingertellen en blijven dit langer doen, wat kan leiden
tot achterstanden. Ook meisjes gebruiken hun vingers
meestal langer dan jongens. Verschillen in ontwikkeling
tussen leerlingen zijn normaal, het gaat
er uiteindelijk om dat er ontwikkeling plaatsvindt.
Vingertellen moet dus worden gezien als een tijdelijke
maar waardevolle leerfase. In kleutergroepen is
het goed om dit te stimuleren, maar in groep 4 is het
nodig om het gebruik van vingers af te bouwen en
automatisering te ondersteunen. Het onderzoek
benadrukt dat het concrete vingertellen helpt in de
vroege rekenontwikkeling, maar tijdig plaats moet
maken voor sneller en abstracter hoofdrekenen.
Bron
1 Jordan, N. C., Kaplan, D., Ramineni, C., & Locuniak,
M. N. (2008). Development of number combination
skill in the early school years: When do fingers
help? Developmental Science, 11(5), 662–668.
30 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
voor kleuters
Praktijk
Hoe kunnen we deze inzichten vanuit het onderzoek
vertalen naar de dagelijkse lespraktijk?
Hieronder beschrijven we daarvoor een aantal
praktische tips.
➊ Stimuleer vingertellen bij kleuters: het bouwt
getalbegrip op.
Bijvoorbeeld door:
Vingers als ‘rekenmateriaal’ in te zetten. Speel
vingerflitsen: laat een bepaald aantal vingers
zien en laat kinderen het getal roepen. Of laat
kinderen in duo’s zelf vingers opsteken en de
ander het aantal benoemen.
Liedjes en ritmes met vingers. Bijvoorbeeld:
‘Vijf kleine
visjes’, ‘Eén, twee, drie, vier, hoedje van papier’.
Vingerbeelden koppelen aan materialen. Laat
kinderen blokjes pakken die overeenkomen
met hun vingerbeeld.
Of maak kaartjes met vingerbeelden (bijvoorbeeld
foto’s van echte handen) en speel
memory of domino.
➋ Stimuleer de overgang naar structuren en
automatiseren
Gebruik van vingerbeelden naast dobbelstenen.
Laat kinderen bijvoorbeeld sommen maken en
vragen: “Laat 6 zien op je vingers.” “Hoe zie je
6 op een dobbelsteen?” Zo ontdekken kinderen
dat getallen op verschillende manieren gestructureerd
kunnen worden.
Splitsen oefenen met vingers. Vraag bijvoorbeeld:
“Hoe kun je 7 splitsen op je vingers?”
3 aan de ene hand, 4 aan de andere hand of
5 aan de ene hand en 2 aan de andere hand.
➌ Monitor actief welke leerlingen al en nog op
hun vingers tellen en op welke manier ze dat
doen. Geeft het kind bijvoorbeeld gelijk het
goede aantal weer of telt het de vingers een
voor een tot het juiste aantal? Dit geeft inzicht
in de fase van hun rekenontwikkeling.
Meer lezen?
• Dit artikel is gebaseerd op het hoofdstuk ‘Waarom
vingertellen even nuttig is’ uit het boek
‘Leer ze rekenen’. In deze gratis download
kan je meer lezen over belangrijke
wetenschappelijke inzichten over
rekenen bij kleuters. Scan de QRcode:
• Ook is er een recentere wetenschappelijke
publicatie beschikbaar in het
Engels. Scan de QRcode:
Over de auteur
Ruth HeuvelmanKroon
is orthopedagoog en
specialist Jonge Kind.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
31
IN DE LEERLIJN
Peilingsspellen voor kleuters
Spelend redeneren en
probleemoplossen in
meten en meetkunde
Observeren is een gangbare werkwijze om aanbodsdoelen meten en meetkunde bij
kleuters te volgen. In de recente actualisatie van de kerndoelen Rekenen-Wiskunde
heeft het wiskundig redeneren en wiskundig probleemoplossen meer gewicht gekregen.
Dat vraagt bij deze vaardigheden soms meer dan observeren. Met de inzet van peilingsspellen
krijg je gerichte informatie over de ontwikkeling van kleuters, juist in de domeinen
meten en meetkunde. Is dat belangrijk? Ja, want de basis voor rekenen en wiskunde
wordt bij de kleuters gelegd.
Sinds 2023 maken kleuters in groep 1
en 2 geen toetsen meer. Observaties van
werk en spel worden vastgelegd in een
Kindvolgsysteem. Op basis van de verkregen
gegevens en de aanbodsdoelen
jonge kind (SLO, 2023) stelt de leerkracht
een beredeneerd aanbod samen.
De aanbodsdoelen zijn concrete doelen,
afgeleid van de landelijke kerndoelen. In
2025 zijn de kerndoelen geactualiseerd.
Wanneer we kijken naar de doelen voor
Rekenen-Wiskunde, valt op dat het wiskundig
redeneren en wiskundig oplossen
een belangrijkere plaats hebben gekregen.
Dat roept de vraag op waarmee en
hoe je deze vaardigheden bij kleuters
gerichter kunt observeren dan alleen
met de observatie-items uit het door jou
gebruikte Kindvolgsysteem. Een passend
instrument hiervoor zijn peilingsspellen.
Met behulp van onderstaande informatie
en een voorbeeld wordt uitgelegd hoe je
deze spellen kunt inzetten. Zo krijg je een
dieper inzicht in de ontwikkeling van het
meten en de meetkunde bij kleuters.
Wiskundig redeneren en
wiskundig probleemoplossen
Bij jonge kinderen wordt de basis voor
meten en meetkunde gevormd door het
opdoen van concrete en betekenisvolle
wiskundige ervaringen, waarin ze redeneren
en problemen oplossen.
Wiskundig redeneren bekent logisch en
systematisch denken, zoals het maken
van een plan om een stevige toren te
bouwen. Kleuters beoordelen situaties,
trekken logische conclusies en kunnen
uitleggen hoe ze iets hebben aangepakt.
Zo tonen ze hun wiskundig inzicht en
denkvermogen.
Wiskundig probleemoplossen is het zelf
bedenken en uitvoeren van oplossingen
bij het ervaren van een probleem. Bijvoorbeeld:
Hoe maak ik de toren steviger?
Probleemoplossen is echter relatief. Wat
32 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
voor de éne kleuter een probleem is, hoeft
dat niet voor een ander te zijn en door
ontwikkeling kunnen problemen in de
tijd veranderen.
Meten en meetkunde
Meten is omgaan met hoeveelheden en
maten. Kleuters gebruiken begrippen als
groot, klein en eromheen en doen meetervaringen
op. Ze leren inschatten en vergelijken
van gewicht, inhoud, oppervlakte
en tijd. Bijvoorbeeld: het vullen en legen
van bakjes zand en water, waarbij rekentaal
als leeg, halfvol en bijna leeg ondersteunend
is.
Meetkunde is het omgaan met vormen
en het begrijpen van de ruimtelijke omgeving
en posities. Kleuters ontwikkelen
ruimtelijk inzicht door te bouwen, puzzelen,
vouwen en te bewegen in de ruimte,
bijvoorbeeld door 16 vierkantjes te vouwen
en materiaal met schroeven en moeren
aan elkaar te bevestigen.
Bij peilen is er
altijd interactie
tussen kind en
leerkracht
Het gaat in beide domeinen niet alleen
om het oefenen met, ervaren van en handelen
met de begrippen, maar vooral om
het opbouwen van inzicht met gebruik
van specifieke rekentaal. Wat is ‘groter’,
‘langer’, ‘zwaarder’ of ‘verder dan’? Hoe
weet je dat? Waarom denk je dat? Juist
met meten en meetkunde doen kleuters
met wiskundig redeneren en probleemoplossen
ervaringen op die in het dagelijks
leven van belang zijn en op deze
manier leren ze de wereld om hen heen
te begrijpen.
Voor deze domeinen heeft SLO aanbodsdoelen
samengesteld. Enkele voorbeelden
zijn:
Domein meten
• Lengte en omtrek: redeneren over
lengte en omtrek in passende probleem
en conflictsituaties;
• Gewicht: redeneren over wegen en
gewichten in passende probleem en
conflictsituaties.
Domein meetkunde
• Oriënteren in de ruimte: onderzoeken
wat wel en niet zichtbaar is vanuit
bepaalde standpunten;
Werkmap
Voor de inzet van peilingsspellen
meet- en meetkundig begrip is de
werkmap Als kleuters leren meten
(2012 Bakker etal) ontwikkeld. In
deze map staat informatie, spelletjes,
en de ondersteuning zoals
observatievragen, om
spelletjes doelgericht
in te zetten
voor het peilen.
Scan de QR-code:
• Construeren: construeren met papier
(vouwen, navouwen, knippen) en op
papier (patronen ontwerpen).
Peilingsspel meten en
meetkunde
Een goed beredeneerd aanbod vanuit
aanbodsdoelen, biedt voldoende mogelijkheden
voor kleuters om met wiskundig
denken en probleemoplossen aan de slag
te gaan. Ondanks je aanbod is er soms
behoefte aan meer concrete gegevens,
zoals het in kaart brengen van een stagnatie
of voorsprong in de ontwikkeling
van het kind. Maar ook hoe een kind denkt,
redeneert en ervaren problemen oplost.
Daarvoor kun je een peilingsspel inzetten.
Het zijn speelse en onderzoekende activiteiten
en bedoeld als een verdieping van
dagelijkse observaties.
Bij peilen is er altijd interactie tussen kind
en leerkracht. Door het gesprek, het meedoen
of het spelletje krijg je zicht op wat
kinderen al kunnen, waar ze nog moeite
mee hebben en welke vragen of welk
niveau van spel aansluit bij hun behoefte.
Dit gebeurt individueel of in een kleine
groep. Het uitgangspunt is dat het kind
bezig is met spelactiviteiten terwijl de leerkracht
de ontwikkeling op systematische
wijze volgt. Peilen is dan ook behulpzaam
bij de ontwikkeling van meten – en meetkunde.
Voorwaarde voor het peilen is dat
je als leerkracht goed op de hoogte bent
van de aanbodsdoelen, verschillende ontwikkelingslijnen
en fasen die kinderen
doorlopen op meten en meetkunde.
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
33
IN DE LEERLIJN
Voorbeeld met een doel uit een leerlijn
meten en de inzet en verloop van de
speelse onderzoekende activiteit (bron:
Werkmap Als kleuters leren meten)
‘Wie heeft de langste slang?’
In deze speelse activiteit boetseren kinderen
van klei allerlei vormen naar eigen
inzicht. Je doet mee en brengt in de
context van het materiaal kleine probleemsituaties
in, waarover geredeneerd kan
worden. Ook grijp je kansen die kinderen
je met hun geboetseerde vorm aanreiken.
In dit voorbeeld ligt de nadruk op het
maken van een slang van klei.
Doel: redeneren over lengte en meten van
lengte in een passende probleemsituatie.
Dit is het laatste aanbodsdoel uit de
leerlijn Lengte en oppervlakte en laat
zien hoe kleuters meetbegrippen kunnen
toepassen.
Vaardigheden: vergelijken en ordenen van
lengte door voorwerpen naast elkaar te
kunnen leggen met gebruik van taal als
‘lang’, ‘langer dan’, ‘even lang’.
Inzichten: begrijpen dat voor eerlijk meten
een even lange slang nodig is en dat
door het wegnemen en toevoegen van
klei een slang kan worden aangepast.
Een voorbeeld hoe de activiteit
kan verlopen
Je doet de activiteit als 1 leerkracht
met 14 kinderen. Daarbij heb je per
kind voldoende klei (plasticine, rivierklei)
nodig. Het observatieformulier ligt klaar.
In de werkmap is een observatieformulier
met enkele aanbodsdoelen en ruimte
voor aantekeningen over het verloop van
de activiteit aanwezig.
De kinderen boetseren en je observeert
wat ze doen, maken en welke rekentaal
er spontaan wordt gebruikt. Je noteert
wat nuttig is voor de ontwikkeling. Je
grijpt een kans als je een slang van klei
ziet ontstaan. Je kunt diverse vragen
stellen die passen binnen de context
van de activiteit en gericht zijn op begrip
en uitlokken tot denken en redeneren.
Situatie: een kind legt slangen naast
elkaar. Je vraagt: “Kun je zien welke
slang het langste is?” Je vraagt door:
“Hoe weet je dat deze slang langer is?
Waaraan zie je dat? Hoe kun je de slangen
even lang maken?”
Observatiepunten zijn:
• Ziet het kind in een oogopslag welke
slang langer is?
• Hoe vergelijkt het kind nog meer?
• Welke aanpakt wordt gebruikt?
• Gebruikt het de handen, verlegt het
de klei?
• Wordt spontaan klei toegevoegd of
weggehaald?
• Welke rekentaal herkent het kind passief
en actief?
• Kan het kind actief verwoorden,
waarom hij zeker is van het
meetresultaat?
Interventie: Je brengt zelf rekentaal in
als het kind begrippen niet actief
gebruikt. Bijvoorbeeld: “Ik zie dat jij
twee slangen hebt gemaakt. Deze
slang is langer dan de andere. Als ik de
slangen naast elkaar leg zie ik dat meteen.”
Je kunt vervolgen met: “Ik ga een
slang boetseren die langer is dan die
van jou. Wil je ook nog een langere
slang maken?”
Tijdens de activiteit reflecteer je ook regelmatig
op wat er ontdekt is. Door af en toe
samen te vatten en het resultaat zichtbaar
te maken ondersteun je kinderen
hun ervaringen te verwoorden en te verbinden
aan nieuwe situaties. Zo groeien
ze in het actief gebruiken van wiskundige
taal en onderzoeken, denken, redeneren
en begrijpen.
Vervolgens vul je het observatieformulier
in op de gevraagde aanbodsdoelen. Met
de observaties en het samen redeneren
over de vragen krijg je informatie over het
inzicht en kunnen toepassen van meetbegrip.
De werkmap bevat suggesties
voor vervolginterventies. Je kunt bijvoorbeeld
verder gaan als er balletjes, torens
en platte ‘koekjes’ worden gevormd.
Peilingsspellen maken zichtbaar hoe
kinderen denken. Ze sluiten aan bij de
ontwikkeling van wiskundige concepten
zoals vergelijken, meten en ordenen,
maar ook bij de taalontwikkeling en het
redenerend vermogen. Peilingsspellen
helpen om op een speelse en onderzoekende
manier gerichter naar een aanbodsdoel
meten en meetkunde te kijken.
Vervolgens kun je daar gerichte interventies
op gaan inzetten, zodat je tot een
beredeneerd aanbod komt.
Peilingsspellen
maken zichtbaar
hoe kinderen
denken
Over de
auteur
Aafke Bouwman
(schrijft over het
jonge kind)
34 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Praktijkgerichte, geaccrediteerde opleidingen en cursussen
die je kennis verdiepen en die direct toepasbaar zijn
Post-hbo-opleiding Expert Jonge Kind (IKC)
Hé duizendpoot!
Ja, jij daar...
Leerkracht zijn van het jonge kind is de meest uitdagende én
fantastische baan die er is. Je bent een ware duizendpoot die van alle
markten thuis moet zijn.
De periode dat kinderen bij jou in de klas zitten is cruciaal. Juist in deze
jaren zijn hun hersenen zeer gevoelig en flexibel en leren ze sneller
dan ze ooit daarna weer zullen doen. Dat is het moment waarop jij het
allergrootste verschil kunt maken. Dat vraagt om bewust en doordacht
handelen: hoe benut je deze periode optimaal?
Wij geloven dat echte expertise zichtbaar wordt in jouw dagelijkse
handelen voor de groep. Daarom richt deze post-hbo-opleiding zich
nadrukkelijk op het versterken van jouw leerkrachtvaardigheden.
Van een rijke leeromgeving tot krachtig thematiseren en van
spelend lesgeven tot effectief differentiëren: alles komt voorbij.
Verantwoording en borging horen daarbij, maar krijgen pas waarde
vanuit wat jij dagelijks doet in de klas.
Door coaching op de werkvloer en de nieuwste wetenschappelijke
inzichten leer je jouw expertise direct in te zetten op jouw school.
En dat wordt bekroond met een officieel erkend post-hbo-diploma.
Weet jij waarom
je doet wat je doet
in de kleutergroep?
L E E S
ME E R
Expert
OV E R
D E
Jonge Kind
OPL E I D I NG
(IKC)
ZO KAN HET OOK
Haal meer uit je
materiaal met rijke
rekenvragen
Rekenen in groep 1 en 2 draait niet alleen om leren tellen en cijfers herkennen.
Het gaat ook om het ontwikkelen van denkstrategieën, inzicht krijgen in
wiskundige activiteiten en plezier krijgen in rekenen/wiskunde. Vaak worden
daar didactische materialen, prentenboeken, spelletjes en of gerichte opdrachten
uit methodes bij gebruikt. Maar deze materialen en opdrachten werken
meestal toe naar één goed antwoord. Daardoor worden kinderen niet gestimuleerd
om dieper na te denken. Bovendien weet je dan ook nog niet hoe een kind
tot een antwoord is gekomen. Op welke manier zouden we het denkproces van
de kinderen zichtbaar kunnen maken én hen dieper laten nadenken?
Een effectieve manier om bestaande
opdrachten en materialen uitdagender
te maken, is door gebruikt te maken van
rijke rekenvragen (Anneke Notenboom,
De kracht van rijke rekenvragen, Volgens
Bartjens jaargang 39 #5 2020). Door
kinderen uit te dagen met vragen die hen
aanmoedigen om dieper na te denken en
antwoorden te beredeneren, kunnen we
hun wiskundige vaardigheden op een
speelse en betekenisvolle manier
ontwikkelen.
Ontwerpen vanuit een doel
Als je rekenactiviteiten voorbereidt voor
kleuters, is het belangrijk om het doel voor
ogen te houden: aan welke volgende stap
zijn jouw kleuters toe?
Zorg er in ieder geval voor dat de volgende
aspecten regelmatig terugkomen:
getalbegrip, waaronder corresponderen
(vergelijken van hoeveelheden);
seriëren (rangordenen);
tellen (ook terugtellen van 10 naar 0
en tellen met sprongetjes);
subiteren (in een oogopslag overzien
van kleine hoeveelheden);
getalbeeldherkenning (opgestoken
vingers of rekenrekbeelden).
Omdat rekenvaardigheden onderling
samenhangen en op elkaar inwerken, is
het verstandig om ook andere aspecten
van het aanvankelijk rekenen – zoals
meten, tijd en ruimtelijke oriëntatie –
aan bod te laten komen.
36 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Veel activiteiten kun je in eerste instantie
aan de hele groep aanbieden. In de kleine
kring kun je specifieke onderdelen herhalen,
extra laten oefenen of juist verdiepen.
In tweetallen: Wie het meeste
gooit
Iedereen kent waarschijnlijk wel het spel
‘Wie het meeste gooit’. De opzet is eenvoudig:
twee kinderen gooien elk met een
dobbelsteen. Wie het hoogste aantal stippen
gooit, krijgt een fiche. Als de fiches op
zijn, zoeken de kinderen uit wie de meeste
fiches heeft. Degene met de meeste
fiches wint.
Dit spel lijkt simpel, maar je kunt als leerkracht
veel zien met betrekking tot de
rekenontwikkeling van de kinderen:
• of ze begrippen als meeste en minste
kunnen gebruiken;
• hoe ze tellen: stip voor stip, verkort
tellen of zelfs optellen;
• hoe ze redeneren: “Jij hebt een vijf en ik
een vier, dus ik heb meer.”.
Dat kun je echter alleen waarnemen als
je de kinderen tijdens het spel ook vraagt
om te redeneren en te reflecteren op wat
ze aan het doen zijn. Een voorbeeld van
een vraag is bijvoorbeeld “Wie gaat er
winnen?” en “Waarom denk je dat?”. Deze
rijke rekenvragen bieden kansen voor
verrijking én remediëring. Ze maken het
mogelijk dat ieder kind kan instappen op
zijn eigen niveau.
Differentiëren met rijke
rekenvragen
Wat kenmerkt nou een rijke rekenvraag?
Anneke Noteboom onderscheidt een
aantal kenmerken:
de vraag is open; er is niet één goed
antwoord, maar er zijn meerdere
mogelijkheden of meerdere antwoorden
mogelijk;
de vraag daagt uit tot nadenken; het
redeneren en het toepassen van
kennis;
Rijke rekenvragen
bieden kansen
voor verrijking
én remediëring
de vraag sluit aan bij een betekenisvolle
situatie of spel;
de vraag draagt eraan bij dat de kinderen
samenwerken, overleggen en hun
denkstrategieën vergelijken.
In het geval van het spel ‘Wie het meeste
gooit’, zou je het spel moeilijker kunnen
maken door de kinderen elk twee dobbelstenen
te geven. Ze moeten dan ook over
het tiental tellen. “Als we met twee dobbelstenen
gooien, wat is het hoogste getal
dat we kunnen gooien?” Als je de kinderen
eerst alleen de eerste steen laat gooien,
kun je hen vervolgens de vragen stellen:
“Wie gaat de fiche dit keer winnen?”,
“Waarom denk je dat?“. Benoem ook een
voorbeeld om de kinderen te laten voorspellen
wat de mogelijkheden zijn: “Wat
zou er gebeuren als jij nu een drie gooit
en zij een vier?”. Als de kinderen daarna
de tweede steen gooien, kun je doorpraten
over wat ze hebben gegooid en hun
voorspelling daarbij: “Klopt het wat we
bedacht hadden?”.
Rijke rekenvragen op elk moment
Door bij het voorbereiden van een nieuw
thema al na te denken over mogelijke
rijke rekenvragen, kun je deze op veel
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
37
ZO KAN HET OOK
verschillende momenten en op verschillende
manieren in de praktijk brengen. Je
kunt daarbij de volgende stappen volgen
(Aan de slag met rijke rekenvragen
Pieter Gerrits, Anneke Noteboom en
Gerdineke van Silfhout. Amersfoort, 2020):
➊ Bekijk het leerdoel (of de leerdoelen)
en de bijbehorende succescriteria.
Gaat het om het aanleren van een
procedure of om het toepassen of
begrijpen ervan? Welk gedrag moet
de leerling laten zien?
➋ Denk aan de standaardvraag die je zou
stellen. Deze vraag is meestal gesloten
en bevat een goed antwoord. Kijk bijvoorbeeld
naar vragen uit de handleiding
van je methode.
➌ Bouw de standaardvraag om naar een
rijke vraag passend bij het thema.
Hele groep
Het stellen van een rijke rekenvraag aan
de hele groep kan bijvoorbeeld bij het
voorlezen van een prentenboek. Kies
een prentenboek dat mogelijkheden biedt
om het rekendoel dat centraal staat in
je thema te integreren. Bij het boek ‘Boer
Boris’, op de pagina waar Boer Boris
1 tractor heeft, zou je kunnen vragen:
“Wat kunnen we nog meer tellen aan
deze tractor (vier wielen, één stuur)?”.
Vervolgens vraag je: “Wat zou er gebeuren
als boer Boris ook een groene tractor
koopt. Hoeveel wielen zijn er dan?”. Je
verandert iets aan de bestaande situatie
in het prentenboek en vraagt de kinderen
te voorspellen wat er daarna gaat
gebeuren.
Kleine kring
In een kleine kring kun je specifieke
rekenvaardigheden herhalen, extra oefenen
of verdiepen, net als in het voorbeeld
van het spel ‘Wie het meeste gooit’. Maar
het kan ook op heel veel andere manieren.
Stel je wilt iets met meten en bouwen
gaan doen. Dan kun je bijvoorbeeld een
setje blokjes op tafel leggen en de vraag
stellen: “Hoe kunnen we met deze blokken
een toren bouwen die precies 20 cm
hoog is?”. Kinderen gaan meten, schatten,
tellen en overleggen. Tijdens dit rijke probleem
kun je aanvullende vragen stellen:
“Hoe kunnen we weten of de toren 20
centimeter is?” en “Wat hebben we daarvoor
nodig?“. Om dit probleem op te
lossen, zijn er meerdere manieren om
tot een oplossing te komen.
In de hoeken
Ook bij je voorbereiding van de hoeken
begin je met de vraag wat je wilt stimuleren.
Denk bijvoorbeeld aan tellen, meten,
classificeren of redeneren. Kies vervolgens
een context die kleuters aanspreekt,
zoals bouwen of koken. Stel daarna een
vraag die ruimte laat voor verschillende
oplossingen.
In de bouwhoek zou je bijvoorbeeld de
vraag kunnen stellen: “Hoeveel verschillende
torens kunnen we maken als je
maar 10 blokken hebt?”
Kleuters ontdekken dat volgorde en
hoogte een rol spelen. Sommigen tellen,
anderen proberen systematisch alle
mogelijkheden uit.
Individueel
Om nog even terug te komen op het spel
‘Wie het meeste gooit?’: dit spel kun je
Praktische tips
• Gebruik concrete materialen die
de kleuters kennen, zoals blokken,
dobbelstenen of kaartjes.
• Stel na je standaardvraag rijke
vervolgvragen: “Kan het ook
anders?” of “Hoe weet je dat dit
klopt?”
• Observeer de strategieën die kinderen
volgen en stimuleer ze om
hun aanpak uit te leggen.
• Differentieer door eenvoudige en
uitdagende rijke vragen te stellen,
zodat ieder kind mee kan doen.
ook gebruiken als peilingsactiviteit. Door
samen met het kind het spel te spelen
en tijdens het spelen deze rijke vragen
te stellen, krijg je een goed inzicht in het
getalbegrip van het kind. Als je daarnaast
zelf ook af en toe bewust een foutje
maakt, kun je aan de hand van de reacties
van het kind nog aanvullende informatie
over de ontwikkeling vinden.
Tot slot
Of je nu met de hele groep of in een
kleine kring werkt: door bewust rijke
rekenvragen te stellen, stimuleer je kritisch
denken en redeneren bij kleuters.
Daarmee leg je een fundament waar ze
hun hele schoolloopbaan profijt van hebben.
Vergeet niet dat rekenvaardigheden
elkaar versterken; probeer rekendomeinen
te combineren. Neem naast getalbegrip
en hoeveelheden, ook meten, tijd en ruimtelijke
oriëntatie mee in je aanbod. Durf
zelf ook de uitdaging aan te gaan: oefen
met het stellen van rijke vragen zodat
je het rekenkundige denkvermogen van
jouw kleuters kunt prikkelen!
Meer lezen?
Noteboom, A. & Verbeeck, K.
Hoe ontwerp je rijke
rekenvragen?
Scan de QRcode:
Over de
auteur
Manon Hulsbeek is
sparringpartner bij
onderwijskwesties.
38 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
DAT KAN ANDERS
Wiskunde in de
wereld van kleuters
Voor het onderwijs zijn er nieuwe kerndoelen geformuleerd. Naar verwachting
zijn de kerndoelen voor Nederlands en voor rekenen en wiskunde op
1 augustus 2026 van kracht. Het advies aan scholen en leerkrachten is om
daar niet op te wachten, maar alvast te gaan ervaren en te gaan vertalen
naar de situatie in hun eigen klaslokaal 1 . Een uitgangspunt van de kerndoelen
is het bieden van een samenhangend fundament dat richting geeft aan
het onderwijs en ruimte laat voor eigen keuzes, zodat alle leerlingen zich
optimaal kunnen ontwikkelen 2 .
Voor rekenen en wiskunde zijn er negen kerndoelen
geformuleerd, die zijn ondergebracht in drie domeinen:
wiskundige concepten, wiskundige denk-werkwijzen
en wiskunde en de wereld. De kerndoelen
hebben betrekking op de hele school en daarmee
ook op het onderwijs in de kleutergroepen. In hoeverre
betekent dit iets nieuws? Of biedt het kansen
om de kracht van betekenisvol kleuteronderwijs
vanuit een nieuw kader te laten zien en gebruiken?
Kansen pakken én creëren binnen
thema’s
In veel kleutergroepen wordt gewerkt met thema’s.
Thema’s maken het onderwijsaanbod betekenisvol
voor kinderen en verhogen zo de betrokkenheid. Een
goed gekozen thema sluit aan bij de belevingswereld
van de kinderen en heeft voldoende inhoud om hen
nieuwe kennis en vaardigheden te laten ontwikkelen.
In de voorbereiding van een thema wordt nagedacht
over de inhouden die aan bod kunnen komen om de
kennis van de wereld te vergroten. Door activiteiten
te verbinden aan die inhouden, ontwikkelen kinderen
ook kennis en vaardigheden op het gebied van lezen,
schrijven en rekenen. Kansen daarvoor ontstaan
vaak in het spel in de hoeken. Voor rekenen liggen
de kansen voor het oprapen als je materialen uit de
echte wereld toevoegt. Denk aan meetlinten en rol
maten voor de bouwhoek, maatbekers en weegschalen
in de zand/watertafel of de huishoek en
geld en een kassa in hoeken met een winkelcontext.
Niet alleen de interactie met materialen zorgt voor
kansen, maar ook interactie tussen kinderen en
interactie met de professional zorgen ervoor dat
kinderen impliciet en expliciet kennis opdoen over
verschillende wiskundige concepten. Rekentaal kan
worden gestimuleerd als kinderen samenwerken en
samenspelen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om
het benoemen van ruimtelijke begrippen (die van mij
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
39
DAT KAN ANDERS
is hoog, de schep ligt achter de bloembak) en het
omgaan met hoeveelheden (ik heb veel, jij hebt zes
plantjes). Als leerkracht observeer je en breng je
waar nodig rekentaal in die kinderen zich nog niet
eigen hebben gemaakt. Je zorgt voor verdieping en
uitdaging door een probleem in te brengen (“Hoe
komen we erachter wie het meeste heeft?”). In de
beschrijving van de nieuwe kerndoelen wordt onder
andere aandacht besteed aan zaken als vergelijken
en ordenen (hoeveelheden), meten met passende
meetinstrumenten, voortzetten van patronen, construeren
en interpreteren van plattegronden, schematisch
weergeven van een situatie en gebruiken
van getallen en andere wiskundige concepten in
concrete, voor de leerling relevante situaties. Dit
zijn allemaal aspecten die goed kunnen worden
omgezet naar voor kinderen functionele spelsituaties.
Door een wiskundige bril naar de
wereld kijken
In de kerndoelen die vallen onder het domein wiskunde
en de wereld gaat het om het stimuleren
van een wiskundige attitude en het toepassen van
wiskunde in bekende en nieuwe situaties. Dit sluit
goed aan bij de wijze waarop er in een kleutergroep
gespeeld en geleerd wordt. Jonge kinderen die op
school de kans krijgen om te spelen in een rijke en
uitdagende leeromgeving, ontdekken daarbij ook de
wiskundige kant van de wereld. Een bal is niet alleen
mooi en leuk om mee te spelen. Een bal is ook
rond, niet heel zwaar en na de pauze kijken we of
alle drie de ballen weer binnen zijn. Jonge kinderen
leren vooral als ze veel concrete ervaringen kunnen
opdoen en activiteiten zelf als betekenisvol ervaren.
Daarvoor is een krachtige speelleeromgeving nodig,
waarin veel ruimte is voor spel en waarbij ontwikkelingsgebieden
in samenhang aan bod komen. Zoals
we hiervoor al zagen, maakt een goedgekozen
thema die samenhang mogelijk. Idealiter creëert
het thema niet alleen kansen om functioneel
met wiskundige concepten aan de slag
te gaan, maar ook om kinderen met
een wiskundige bril naar de wereld
te laten kijken.
In het voorjaar kan een thema als
‘We leggen een tuin aan’ bijvoorbeeld
een goede keuze zijn. Het
thema is betekenisvol voor kinderen,
komt uit de echte wereld én
biedt volop aanknopingspunten om
wiskundige aspecten uit de echte
Afbeeldingen: tuinontwerpen
wereld de klas in te halen. Bij de start van het thema
oriënteer je je met de kinderen op tuinen uit de omgeving.
In een tuin is vaak symmetrie, omdat mensen
dat mooi vinden. Hiermee wordt een wiskundig
begrip dat voor een kleuter best complex lijkt heel
bereikbaar en concreet. Met deze wiskundige bril
bekijken kinderen de tuinen in hun omgeving op een
andere manier. Vervolgens kijken ze naar bestaande
tuinontwerpen en gaan ze met een eigen tuinontwerp
en -plattegrond aan de slag. Zit daar ook symmetrie
in? In interactie met kinderen kun je rekentaal
stimuleren. Wat komt er in je tuin naast de tulpen?
Hoeveel planten wil je in de tuin? Welk patroon heeft
jouw terras? Op welke plaats in jouw tuin komt het
speelhuis?
In een tuin is
vaak symmetrie,
omdat mensen dat
mooi vinden
Tijdens en na de oriëntatiefase kun
je met de kinderen nadenken over
de inrichting van de themahoek.
Er wordt zo al toegewerkt naar
een situatie waarin de echte
wereld kan worden nagespeeld
en waar ook kennis en vaardigheden
die betrekking hebben op
rekenen en wiskunde een functionele
plek krijgen.
40 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Kinderen worden
uitgedaagd
om te passen
en te meten
hoeveel perkjes er moesten komen
voor de gewassen, en hoeveel
stuks van elk gewas er in een perk
kwamen. Juf Mirjam maakte van de gelegenheid
gebruik om te vragen hoeveel gewassen je
op 1 rij zou kunnen planten – en of je dan ook kunt
weten hoeveel het samen is, als er 2 of 3 rijen per
perk geplant worden. Er werd meteen papier gepakt
om verschillende perkjes te tekenen. De kinderen
gingen gestructureerd te werk: er kwamen schematische
weergaven van rijen met bolletjes. Met die
tekeningen konden kinderen een antwoord vinden
op de vraag ‘hoeveel’ verschillende gewassen er in
de moestuin zouden komen.
Afbeelding: een moestuin in aanleg. De kinderen hebben
nagedacht over de paden. Ze zijn zo gemaakt dat je vanaf de
paden bij alle perkjes kunt komen.
Stimuleren van het wiskundig denken
Het is essentieel dat kinderen in een thema volop
kunnen spelen. Door te spelen leren kinderen de
wereld om hen heen begrijpen. In rollenspel gebruiken
kinderen de taal en de handelingen die bij de
werkelijkheid van het thema horen. In de rol van
de tuinman die de tuin mag aanleggen, in de zandwatertafel
of mogelijk in een echt stukje van de
schooltuin, kan de eerder gemaakte plattegrond
gebruikt worden. Er moet dan een vertaalslag worden
gemaakt van de tuin op papier naar het ‘echte’ ontwerp.
Dat vraagt om denkwerk bij de kinderen. Aan
welke kant van de tuin komt het terras? Hoe zorg
je voor de juiste verhoudingen als de tuin op papier
kleiner is dan de tuin in de zandtafel? Kinderen
worden uitgedaagd om te passen en te meten,
na te denken over de vormen of over de routes
die kunnen worden gelopen in de tuin.
Kenmerkend voor een betekenisvol thema is dat er
langere tijd aan kan worden gewerkt en dat het
thema op verschillende manieren kan worden uitgebreid.
Toen de moestuin was ontworpen en de
kinderen hadden bedacht wat en hoeveel erin moest,
was het tijd om het poten en zaaien verder voor
te bereiden. Er moest een tuincentrum komen,
waar onder andere zaden, bolletjes en gereedschap
gekocht kon worden. Zo ontstond er naast een
ontwerphoek en een moestuin een derde hoek.
Het spel werd verdiept door de verbinding die tot
stand kwam tussen de verschillende hoeken. In
het tuincentrum werden zakjes gevuld met ‘zaden’
en bakjes met ‘bolletjes’. Per zakje en bakje werden
hoeveelheden geteld en vergeleken. Er werden prijslijsten
gemaakt en er moest betaald worden. De verdieping
kwam tot stand door problemen die Mirjam
Bij de aanleg van een tuin kunnen ook hoeveelheden
aan bod komen. De aandacht in de groep 12 van
juf Mirjam ging uit naar een moestuin. Nadat de tuin
was aangelegd moest er gepoot en gezaaid worden.
Leerling Jens vertelde dat opa dat altijd netjes in
rijtjes doet. In het gesprek tussen juf Mirjam en de
kinderen die de tuin aanlegden, werd besproken
Afbeelding: bord met zakjes bloemzaad in het tuincentrum
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
41
DAT KAN ANDERS
inbracht: “Ik kan alleen betalen met 10 euro, krijg ik
dan geld terug?”, en “Hoe kunnen we weten hoeveel
er verkocht is?” Deze situaties gaven aanleiding tot
redeneren en tot het maken van een grafiek om bij
te houden hoeveel zaden en bolletjes er op een dag
werden verkocht.
Rekenen en wiskunde binnen betekenisvol
kleuteronderwijs
Uit de voorbeelden hierboven blijkt dat binnen een
goedgekozen thema allerlei aspecten van de (nieuwe)
kerndoelen aan bod kunnen komen. In voor kinderen
betekenisvolle situaties worden wiskundige representaties
gemaakt en wiskundige problemen opgelost,
die worden verwoord in wiskundetaal. De wiskundige
attitude van kinderen blijkt als ze zelf willen bijhouden
of de voorraad van het tuincentrum klopt en als ze
het niet eens zijn met een prijskaartje van 100 euro
voor een zakje bollen. Dat kan toch niet, dat is toch
veel te veel!
Afbeelding: vakgebieden in verbinding - zelfgemaakte
labels bij de potjes in het tuincentrum
Binnen het kleuteronderwijs kun je dus vorm en
inhoud geven aan de kerndoelen voor rekenen en
wiskunde door volop gebruik te maken van de
mogelijkheden die een thema je biedt. Je kunt kansen
grijpen die in het spel van de kinderen ontstaan
en kansen creëren door vooraf en gedurende het
thema bewust na te denken over de doelen en inhouden
die je aan bod wilt laten komen. Op veel scholen
staan betekenisvolle thema’s in de kleutergroepen
al hoog in het vaandel en is er al veel aandacht voor
de verbinding tussen verschillende vakgebieden –
zoals rekenen, taal en wereldoriëntatie. Wat dat
betreft vragen de nieuwe kerndoelen dus niet zozeer
om grote veranderingen binnen het kleuteronderwijs.
Wel benadrukken ze het belang van betekenisvol
onderwijs en bieden ze kansen om daar een verbeter
en verdiepingsslag in aan te brengen.
Meer lezen
• Bouwman, A., Houtsma, S., Mulder, M. &
Wanningen, K. (2021) Van thematisch
werken naar thematiseren. Pica, Huizen.
Bronnen
• https://www.rijksoverheid.nl/actueel/
nieuws/2025/11/21/
belangrijkemijlpaalinherzieningcurriculummetlaatstekerndoelen
• https://www.slo.nl/thema/meer/actualisatiekerndoelenexamenprogramma/actualisatiekerndoelen/@25212/
kerndoelenprimaironderwijs/
• Verwijzing naar artikel in november nummer
Kleuterzaken (Mulder, M. De winkelhoek als
context voor rekenen in de onderbouw
Kleuterzaken 52025)
Over de auteurs
Margreeth MulderBunk en Marije Bakker
zijn zelfstandig onderwijsadviseurs met
specialisaties onderwijs aan jonge kinderen
en rekenwiskundeonderwijs.
DoriekeFotografie
42 KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
Op de cover van Kleuterzaken?
DOE MEE!
Kleuterzaken is van én voor kleuterprofessionals, en daarom
ook van en voor onze kleuters. Elk nummer staat er een
tekening van een kleuter op de cover, en dat zou zomaar jouw
leerling kunnen zijn! Heb jij ware kunstenaars in jouw groep
(of misschien nog niet zo ervaren tekenaars ...), stuur dan een
tekening in en wie weet staat jouw kleuter de volgende keer
op de voorkant.
LET OP: de tekening moet gemaakt zijn op een staand wit A4,
waarbij het onderwerp mooi verdeeld is over het hele vlak. Dus
niet alleen onderin, of alleen bovenin. Scan de tekening in op hoge
kwaliteit en mail deze naar: redactie@kleuterzaken.nl onder
vermelding van de voornaam van jouw kleuter en de naam van
jullie school. Als je uitgekozen wordt, krijg je uiteraard bericht!
In de volgende editie van Kleuterzaken: ontwikkelingsmaterialen
Colofon
Kleuterzaken is een uitgave van Instondo B.V.
Binnen Kalkhaven 231, 3311 JC Dordrecht
(078) 645 50 85 • info@instondo.nl • www.kleuterzaken.nl
Jaargang 3
Hoofdredactie Kobi Wanningen
Redactie Remko Appel, Aafke Bouwman, Linda Dankers,
Ruth Heuvelman, Manon Hulsbeek, Gäby van der Linde,
Leonie Pijl, Evert Zoutewelle
Eindredactie Eveline van Amstel
Uitgever Janneke van Loon
Abonnementen
Kleuterzaken verschijnt vijf keer per jaar. Een jaarabonnement
op Kleuterzaken kost € 54 inclusief btw en verzendkosten
(buitenland € 65). Een schoolabonnement (drie nummers op
één adres) kost € 108 per jaar: het derde abonnement is dan
gratis.
Abonnementen kunnen ieder moment ingaan en worden
automatisch verlengd, tenzij deze twee maanden voor de
vervaldatum schriftelijk zijn opgezegd.
Kleuterzaken richt zich op professionals die werken met de
doelgroep kleuters (groep 1 en 2). De artikelen in dit blad
weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de visie van de redactie.
Kleuterzaken streeft ernaar om met wetenschappelijk onderbouwde
artikelen de lezer goed en breed te informeren over wat
er speelt in het veld, waarbij deze kennis de volgende dag kan
worden toegepast in de praktijk.
Zelf bijdragen aan Kleuterzaken? Jouw voorstel(len) zien wij
graag tegemoet en kun je richten aan hoofdredacteur
Kobi Wanningen: redactie@kleuterzaken.nl
Advertenties Voor informatie over mogelijkheden kunt u
mailen naar: sales@instondo.nl
Auteursrechten voorbehouden. Het is niet toegestaan zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever artikelen, illustraties
of schema’s geheel of gedeeltelijk over te nemen. Aan de
totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed.
Voor informatie die desondanks onvolledig of onjuist is, aanvaarden
auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid.
Voor eventuele verbeteringen en suggesties houden zij zich
aanbevolen. Vanwege de aard van de inhoud en het doel van
dit magazine, wordt de abonnee geacht het blad te ontvangen
in verband met de uitvoering van een beroep of bedrijf.
ISSN: 29506328
© Instondo
Abonnementenadministratie
Instondo B.V.
Binnen Kalkhaven 231, 3311 JC Dordrecht
(078) 645 50 85 • administratie@instondo.nl
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo
43
LEERLINGVOLGSYSTEEM
VOOR LEERJAAR 1 EN 2
ZICHT OP DE ONTWIKKELING VAN JOUW LEERLINGEN
ERVAAR HET ZELF
Veel scholen maken gebruik van
onze observatie-instrumenten
voor leerjaar 1 en 2, wat volledig
aansluit op de IEP-visie en
leerjaar 3 t/m 8. Nieuwsgierig?
AANMELDEN
GRATIS WEBINAR
LEERJAAR 1 & 2
Een kind is meer
dan taal en rekenen
IEP is een merk van
KLEUTERZAKEN | nr 2 | maart 2026 | www.kleuterzaken.nl | © Instondo