Delft.business #37
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
CONNECTING THE DOTS
#37 - VOORJAAR 2026
De kracht
van generaties
Bakkerij Holtkamp
Jeroen Reissenweber en Joanne Turner
‘Groei mag nooit ten koste
gaan van de familiaire sfeer’
WestCord Doorwerkers zijn goud waard
ROC Mondriaan De truckers van morgen
Rozema Van overleven naar vernieuwen
C
M
Y
CM
MY
CY
CMY
K
delft.business | voorjaar 2026 | 3
Ten eerste
Boomeralert
5 Verder in dit nummer
Inhoud
9
26
30
32
38
44
46
48
50
De kracht
van generaties
De kracht van generaties
Ondernemers aan het woord
Op de koffie bij…
Denise Hunck, hr-manager bij Werkse!
Van aannemerszoon tot verbindend architect
Eerst begrijpen, dan ontwerpen
Kennis als motor van je bedrijf
Hogeschool is partner van het mkb
Offshore windsector
‘Wij willen technologische voorsprong behouden’
Terugblik ondernemersdebat
Ondernemersvragen zetten politici op scherp
Onze kracht ligt in samenwerken
Metropoolregio heeft ongekende potentie
De ICT staat nooit stil
Bij Bon-ICT is het nog elke dag pionieren
Het familiebedrijf
Rust Drank- en Horeca Groothandel
TikTok laat ik links liggen. En Snapchat... ik snap
hoe het werkt, maar niet waarom je het zou
willen gebruiken. Al hoor ik bij generatie X, online
gedraag ik me soms als een klassieke boomer.
Tegelijkertijd experimenteer ik volop met AI, hecht
ik aan afwisseling en heb ik weinig met hiërarchie.
Ik app me suf, maar pak ook graag de telefoon,
simpelweg omdat dat vaak sneller gaat. Kortom:
wie mij in een generatiehokje wil stoppen, komt
bedrogen uit.
En toch doen we dat voortdurend: denken in
stereotypen. Boomers zouden niets snappen
van social media, millennials zijn snel verveeld
en generatie Z heeft weinig focus. Zoals zo vaak
zit er een kern van waarheid in, maar het is vooral
een té simpele manier van kijken. Verschillen in
gedrag zijn vaak beter te verklaren door verschil
in levensfase, leeftijd en ervaring dan door een
generatieverschil.
Wat in het algemeen verandert zijn onze verwachtingen
van werk. In de verhalen in dit magazine
komt het steeds terug: behoefte aan balans, aan
ontwikkeling, aan verbinding en zingeving. Dat is
niet leeftijdsgebonden.
Overeenkomsten én verschillen; misschien zit juist
daarin de kracht. Focussen op het gemeenschappelijke
en niet benádrukken van de verschillen,
maar die juist benutten. Dus nieuwsgierig blijven
naar hoe een ander werkt, denkt en kijkt. Want
uiteindelijk gaat het niet om generaties, maar om
wat we van elkaar kunnen leren.
Ans Meiborg
Hoofdredacteur Delft.business
Op de cover: Jeroen Reissenweber en Joanne Turner | 23
BOUW MEE
AAN DE PELS IN
DELFTS BLAUW
In september 2026 opent in hartje Delft
een nieuw cultureel podium. De Pels.
De Génestetkerk aan de Oude Delft, nu nog
een verborgen parel, gaan we restaureren.
De Pels wordt een kruising tussen De Balie
en Paradiso.
Onze programmering heeft als uitgangspunt:
verbinding creëren tussen publiek
en makers. Nu verbinden wij ons graag met
Founding Friends, van wie de naam wordt
vereeuwigd op een Delfts Blauwe Tegel.
Om jouw naam voor eeuwig aan De Pels
te verbinden zijn er 4 opties, waarbij je je nu
committeert en pas volgend jaar betaalt:
GA NAAR DE-PELS.NL OM FOUNDING FRIEND TE WORDEN
€ 250
Een Delfts Blauwe
tegel met jouw
naam erop.
€ 375
Word vriend van
a € 75 per jaar
voor vijf jaar en
krijg de tegel
met jouw naam
erop.
€ 500
Je krijgt de tegel
met jouw naam
erop en de kerk
voor één dagdeel
gratis te
gebruiken (IPB).
€ 1.000
Je krijgt de tegel
met jouw naam
erop en de kerk
voor één dag
gratis te
gebruiken (IPB).
delft.business | voorjaar 2026 | 5
Verder in dit nummer
De truckers van morgen
16
De logistiek piept en kraakt door personeelstekorten.
Wie neemt straks het stuur over? Met een nieuwe
opleiding tot vrachtwagenchauffeur leiden ROC Mondriaan
en Sectorinstituut Transport en Logistiek de truckers van
morgen op, zodat de sector klaar is voor de toekomst.
Bouwmateriaal dat groeit in een lab
18
Van petrischaaltje naar bouwplaats: Foamlab
laat materialen groeien in plaats van maken. Hun
composteerbare biomateriaal is lichter, sterker en slimmer
dan plastic, en kan de bouw en mode-industrie ingrijpend
verduurzamen.
Van ambachtelijke dorpsbakker tot
moderne onderneming
23
Al 170 jaar hetzelfde ritme: ’s nachts bakken, overdag
bezorgen. Maar achter die traditie schuilt een bedrijf
dat blijft vernieuwen. Hoe combineert bakkerij Holtkamp
groei en innovatie, zonder de ziel van het familiebedrijf te
verliezen?
Van overleven naar vernieuwen
28
Never waste a good crisis: corona doorbrak de
vanzelfsprekendheid bij Rozema Verhuur. Met de
vierde generatie aan tafel werd de onzekerheid omgebogen
tot een nieuwe koers, stevig verankerd in zeventig jaar
familiegeschiedenis.
Opgegroeid met de zaak
Doorwerkers zijn
goud waard
20
Pensioen als eindpunt?
Echt niet! WestCord Hotel
Delft laat zien wat er gebeurt
als je ervaring wél benut. Via
ZilverWerkt blijven senioren
meedraaien: vakmanschap,
energie en betrouwbaarheid
blijken goud waard op de
werkvloer.
40
Voor ondernemerskinderen is werk nooit ver
weg. Hoe beïnvloedt dat je blik op ondernemen?
Vier generaties Van der Valk en Möller vertellen over
ondernemen als way of life, veranderende spelregels en wat
je écht doorgeeft.
Rubrieken
De kraamkamer van innovatie
34
Het Innovatiedistrict Delft is de kraamkamer van
nieuwe technologie: van landbouwrobots tot
quantumkabels. Bedrijven, kennis en ambitie versterken
elkaar en maken van Delft een broedplaats voor
oplossingen voor de grote uitdagingen van morgen.
06 Opmerkelijk
08 Delftse Transfers
15 Parels van Bacinol
49 Binnenkort
52 Gelukkig hebben we de
foto’s nog
54 Colofon
55 Volgende nummer
56 Over en uit
6 | voorjaar 2026 | delft.business
DELFTSE
T O P P E R S
Nederland won op de CES 2025 in Las
Vegas de Innovation Champion Award.
Tien Delftse ondernemers maakten
deel uit van de Nederlandse delegatie
van vijftig start- en scale-ups, waaronder
DuckDuckGoose AI, Hoursec
AI, Qualinx, Perciv.ai en Praxa Sense,
verbonden aan hubs zoals YES!Delft
en Delftechpark.
RIFT heeft 113,8 miljoen euro opgehaald
voor de commerciële uitrol van
zijn CO 2
-vrije ijzerbrandstoftechnologie,
een alternatief voor fossiel gas dat
industriële warmte op grote schaal
verduurzaamt.
Restaurant Azurite scoort als
nieuwkomer in de restaurantgids
Gault&Millau maar liefst 17,5 punten
op een schaal van 20. Daarmee is chef
Mario Ridder goed op weg om zich tussen
de gastronomische elite van het
land te nestelen.
Drie TU Delft-projecten krijgen samen
bijna 14,5 miljoen euro van NWO en
het Battery Competence Cluster
NL-programma om batterijtechnologie
te verduurzamen. Ze richten zich op recycling
van lithium-ijzerfosfaatbatterijen,
ontwikkeling van natrium-ionbatterijen
en bulkbatterijen voor langdurige
energieopslag en netstabiliteit.
Intelligente jurken die
grenzen verleggen
Tijdens het roboticajaar The robots are coming
krijgt technologie een onverwachte vorm met
de Robotic Couture-jurken van ontwerper Anouk
Wipprecht. Haar ontwerpen bevinden zich op het
snijvlak van mode, robotica en interaction design.
De draagbare machines reageren intuïtief op hun
omgeving, biometrische data en menselijke nabijheid.
Haar werken, waaronder de Spider Dress,
Smoke Dress, Robotic Cocktail Dress en Agent
Unicorn, zijn wereldwijd tentoongesteld. Al meer
dan twee decennia verlegt Wipprecht de grenzen
van FashionTech, waarbij het menselijk lichaam
fungeert als platform om te onderzoeken hoe wij
samenleven met intelligente systemen.
#interessant
15
De Willem van Oranje Express
brengt musicalbezoekers in
15 minuten zonder tussenstops
van Station Delft naar het
Prinsentheater op Delft Campus
Zuid. De tijden zijn afgestemd op
de aanvang en het einde van de
voorstelling.
0,5%
Delft telde op 1 januari 2025
precies 110.174 inwoners. Dat is
0,5% meer dan in 2024.
Dat dit hier lukt, is geen toeval. Dat is wat er gebeurt als
publieke en private partijen samen verantwoordelijkheid
nemen én volhouden
Hester Bijl, rector magnificus TU Delft, bij de ingebruikname
van de aardwarmtebron op de TU Delft Campus
9050
De crowdfundingactie rondom
de Kroonlezing, een initiatief van
Belangenvereniging Binnenstad
Noord en 015Duurzaam, bracht
9.050 euro op. Hiermee zijn
op 4 maart jl. nieuwe bomen
aangeplant in het Poptapark,
een belangrijke bijdrage aan een
gezond leefklimaat.
delft.business | voorjaar 2026 | 7
NIEUW-
KOMERS
ReShare Store is de
nieuwe tweedehands- en
vintagekledingwinkel van
het Leger des Heils aan de
Oude Langendijk. Preloved
fashion voor liefhebbers van
duurzame mode.
Warmtebatterij voorkomt
verspilling van zonne-energie
Newton Energy Solutions, een spin-off van TNO, ontwikkelde een
innovatieve oplossing voor de opslag van zonne-energie. De NEStore zet
zonnestroom om in warmte en slaat die tot wekenlang verliesvrij op. De
opgeslagen energie kan op elk moment worden ingezet om tapwater te
verwarmen, bijvoorbeeld voor douchen. Het systeem is te gebruiken bij
onder meer particuliere woningen, sportcomplexen en kantoorpanden.
Daarnaast helpt de NEStore netcongestie te verminderen. Door energie
lokaal op te slaan en later te gebruiken, worden pieken in productie en
verbruik op elkaar afgestemd zonder het elektriciteitsnet extra te belasten.
Knutselen is voor kinderen?
Nee hoor, bij studio The
Creative Bubble aan
de Molslaan kunnen
volwassenen zich uitleven
met crêpepapier, kralen,
kurken, stofjes, moertjes en
nog veel meer.
Op
mer
kelijk
Bij Bombina Bakehouse
aan de Hippolytusbuurt kun
je terecht voor koffie met
zelfgebakken lekkernijen.
Made in Delft
Wat is het?
Adepth is een sensor voor traumachirurgen die botbreuken opereren. De sensor
meet tijdens het boren de dikte van het bot, zodat de implantaten precies passen.
Wat is er bijzonder aan?
De sensor is steriliseerbaar en daardoor herbruikbaar, wat afval en
kosten vermindert. Hij werkt bovendien met elke bestaande
chirurgische boor, zodat chirurgen hun vertrouwde
instrumenten kunnen blijven gebruiken.
Wie maakt het?
SLAM Orthopedic, dat met een team van
negen man is gevestigd bij YES!Delft.
Diameter 40 mm | Lengte 45 mm (inclusief koppelingen 100 mm)
8 | voorjaar 2026 | delft.business
Delftse
transfers
Delft voor Elkaar verwelkomt
Cor van der Wel
Per 1 januari is Cor van der Wel
gestart als directeur-bestuurder van
Delft voor Elkaar. Na een periode als
kwartiermaker is de organisatie gevormd
door medewerkers van drie Delftse
welzijnspartijen samen te brengen in
één nieuwe BV, onder de vertrouwde
naam Delft voor Elkaar. De focus ligt
op ondersteuning en begeleiding van
inwoners en op ‘dorpjes in de wijk’, zodat
mensen sneller kunnen terugvallen op
een eigen netwerk.
Martin Danóesastro nieuwe CEO
van Delft Circuits
Delft Circuits heeft Martin Danóesastro
aangesteld als CEO. Met zijn komst
wil het bedrijf de internationale groei
versnellen en de positie in cryogene
bekabeling verder uitbouwen.
TU Delft haalt Ingrid Thijssen
naar Delft
Nieuw bestuur TEDxDelft
TEDxDelft heeft een nieuw bestuur.
Samen met projectleider en TEDxlicentiehouder
Anouk de Ruiter gaan
Eva Gresnigt, Nannette Bakkenes en
Lex Groenewegen aan de slag om
het initiatief nieuw leven in te blazen.
Voorzitter Nannette Bakkenes: “Het
doel is om inspirerende ideeën over
technologie, entertainment en design
te verspreiden en samen met partners,
bedrijven en vrijwilligers een nieuwe
editie te realiseren.”
Ramona Verhoek programmamaker
Oude en Nieuwe Kerk Delft
Oude en Nieuwe Kerk Delft (ONKD)
heeft Ramona Verhoek benoemd tot
programmamaker. Met haar ervaring
bij ONKD en stichting The Mourning
zet zij haar creatieve expertise in om
het culturele programma verder te
ontwikkelen.
TU Delft verwelkomt Ingrid Thijssen als
voorzitter van het College van Bestuur. Zij
verruilt haar voorzitterschap van
VNO-NCW voor een rol binnen de
universiteit, waar zij zich zal inzetten voor
de verbinding tussen bedrijfsleven en
kennisinstellingen. Met haar netwerk en
ervaring wil TU Delft de strategische
positie van de universiteit verder
versterken.
IHE Delft stelt Ingrid Roelvink aan
als operationeel directeur
Ingrid Roelvink is benoemd tot opera -
tioneel directeur van IHE Delft. In deze
functie wordt zij verantwoordelijk voor de
bedrijfsvoering en organisatieontwikkeling
van het internationale waterinstituut.
Met haar ervaring in management
en strategie draagt zij bij aan verdere
professionalisering.
Transfers en kanjers gezocht
Nieuwe medewerker, andere functie,
directie- of bestuurswissel
of vacature? Laat het ons weten via
info@delftbusiness.nl.
delft.business | voorjaar 2026 | 9
Ondernemers aan het woord
Nooit eerder werkten zoveel generaties tegelijk
samen op de werkvloer. Van ervaren professionals met jarenlange
vakkennis tot jonge talenten die nieuwe technologie en frisse ideeën
meebrengen. Juist die verschillen kunnen organisaties sterker,
innovatiever en wendbaarder maken. Maar hoe zorg je dat die generaties
elkaar ook echt versterken? Deze ondernemers vertellen hoe zíj dat doen.
Teksten: Joli Deitz | Foto’s: Ronald Speijer
10 | voorjaar 2026 | delft.business
David Jan Aris directeur verzekeringskantoor Buro Nomden
‘Waar vernieuwing complex
wordt, voegen wij waarde toe’
“Ik kom uit de ICT, dus hoe ik in de verzekeringswereld ben beland, is een logische vraag.
Maar de stap is kleiner dan hij lijkt. Wat ik in de ICT deed - echt proberen te begrijpen wat
een bedrijf nodig heeft voordat je iets adviseert - is precies wat wij hier ook doen. Toen ik
via een businesspartner in aanraking kwam met verzekeren, herkende ik dat meteen.
Verzekeren klinkt saai, dat geef ik meteen toe. Maar hoe het zich vertaalt naar de
werkelijkheid, wat mensen er écht aan hebben, dat vind ik fascinerend. Dus ben
ik de papieren gaan halen, heb de kennis opgebouwd en nu sta ik al een jaar of
vier aan het hoofd van een kantoor dat dit jaar vijftig jaar bestaat.
En we kijken uit naar de volgende vijftig. Wij willen echt de local hero blijven.
De plek waar mensen binnenlopen met een vraag over bedrijfsrisico’s of
over hun hypotheek of gewoon met het gevoel van: ik heb het opgezocht,
maar doe ik hier nou goed aan? Wij zijn geen verkoopkantoor, wij zijn
een advieskantoor. Wij vragen eerst wie je bent, wat je doet en welke
risico’s je zelf kunt oplossen. Het maakt uit of je kinderen krijgt of met
pensioen gaat, dat zijn heel andere werelden. Daarom is elk advies
anders.
Dat persoonlijke contact, dat meedenken, daar doe ik het voor. Als
een klant met een taart of een bloemetje terugkomt, weet je dat je
het goed hebt gedaan. De wereld verandert snel. Denk aan de verplichte
AOV voor zzp’ers en het nieuwe pensioenstelsel die eraan komen. Daar
proberen we bedrijven echt van bewust te maken, om ons op tijd te betrekken
bij beslissingen en veranderingen. In de complexiteit van al die nieuwe
ontwikkelingen zit juist onze waarde. Met vijftig jaar aan ervaring en met de
kennis van nu kunnen we de ondernemer of particulier van elke generatie
helpen.” •
Ervaringstip van David Jan
Don’t panic too quickly. Er is altijd een oplossing.
Kom tijdig in actie, dan staan alle opties nog open en
krijg je het beste advies.
delft.business | voorjaar 2026 | 11
Monique van Hoolwerff eigenaar Van Harte Commercieel
‘Stilstand is achteruitgang:
ik ben juist enthousiast over AI’
“Ik heb de hele transitie meegemaakt: van het hangmappensysteem en de telefoon met
een draadje, via de pc en de websites tot nu. En nu is er AI, en ik ben er zó enthousiast
over. Ik zie het niet als een bedreiging, maar als de volgende logische verandering.
Mijn eerste baan is eerder al weggeautomatiseerd. Ik ben begonnen als informatrice bij
de VVV, waar ik zeven mooie jaren heb gewerkt. Per toeval rolde ik via mijn man in de
automatisering. Vervolgens werkte ik ruim 25 jaar als sales- en accountmanager bij
grote en kleine softwarebureaus, altijd in vaste dienst.
Ik hield van het contact, van het acquireren, van boven op de kansen zitten als
een kip op eieren. Maar corona gooide alles om. Omdat ik ervan houd om
persoonlijk contact te leggen, werd ik lid van een businessclub. Ik leerde
een wereld vol ondernemers kennen en zag kansen die ik in loondienst
niet kon realiseren. Nu ben ik voor mezelf begonnen als ad interim
sales- en accountmanager. Ik heb een stap terug moeten doen in salaris,
maar het plezier dat ik nu heb is onbetaalbaar.
De kracht van op latere leeftijd starten is de vrijheid en het feit dat ik
nu echt 100 procent kan doen waar ik heel goed in ben: commercie
en netwerken. Automatisering neem ik hierin mee. Ik ben behoorlijk
gepassioneerd over de mogelijkheden van AI, met name over de
samenwerking met Stokstaartjes. Dit is een bedrijf dat al vier jaar
succesvol bezig is met een chatbot die via WhatsApp klantcontact
onderhoudt. Sommige banen worden weggeautomatiseerd; dat is altijd
zo geweest en zal altijd zo blijven. Je kunt het beter omarmen. Stilstaan
is achteruitgaan. Die ambitie om al die ontwikkelingen nog mee te maken
vind ik misschien wel het mooiste van dit nieuwe hoofdstuk. En als je erin
meegaat, kun je hele mooie kansen creëren.” •
Ervaringstip van Monique
Het gaat niet altijd om wát je zegt, maar om hóe je het
zegt. Passie overbrengen en zo een blijvende indruk
achterlaten is al de helft van je succes.
12 | voorjaar 2026 | delft.business
Chloë Schlette oprichter Kefi Agency
‘Als je ervoor openstaat kun je
zoveel van elkaar leren’
“Ik ben vrij organisch ondernemer geworden. Corona had mijn werk in de horeca
weggevaagd, we hadden net een huis gekocht in Delft en ik had geen plan B. Wél had
ik een opleiding in marketing met als specialisatie digitale media. En ik wist dat
horecabedrijven alleen nog online hun gasten konden bereiken. Dus zette ik
een website live, schreef een bericht op LinkedIn en dacht: ik zie wel. Dat
groeide uit tot Kefi Agency: een socialmediabureau en een fotostudio
vanuit Delft, met een team van vier mensen.
Ik begon met stagiaires. Bijna iedereen die stage liep, bleef plakken.
Nu zijn we met zijn vieren en werken we voor mkb-bedrijven door
heel Nederland, van een botoxkliniek tot een garage. Ze delen één
ding: de ondernemer is er zelf nog bij betrokken. Personal branding
werkt alleen als er een echt mens achter zit. Dat zie ik ook in hoe
generaties samenwerken. Toen ik op mijn 23ste toetrad tot een
netwerkclub vol vijftigplussers, moest ik me eerst bewijzen. Maar
daarna bleek hoeveel je van elkaar kunt leren. Je hoort vaak dat
mijn generatie niet wil werken, maar je moet het als werkgever
gewoon wat leuker voor ze maken.
Daarom is mijn grootste ambitie nu ook om het leukste
socialmediabureau van Nederland om voor te werken te worden. Ik werk
met jonge vrouwen die willen groeien en nieuwe dingen willen leren.
Dus zeg ik bijna altijd ja: op flexibele werktijden, op vrije dagen, op een
nieuw idee dat iemand wil uitproberen. Mensen die met plezier werken,
presteren beter. Dat is ook waar Kefi voor staat: het is Grieks voor alles
in het leven doen met plezier. En dat begint met weten wat mensen
drijft en ze daar kansen voor geven, of ze nu 23 zijn of 53.” •
Ervaringstip van Chloë
Vraag je medewerkers wat ze willen. Als iemand,
ongeacht zijn of haar talent, het niet leuk vindt, dan
blijft diegene niet. Geef ze ruimte om te groeien.
delft.business | voorjaar 2026 | 13
Maurice Jongmans directeur Online Payment Platform
‘Een mix van generaties levert
betere discussies op’
“Ik ben al 25 jaar ondernemer, ik begon uit nieuwsgierigheid. Tijdens mijn studie
Industrieel Ontwerpen startte ik mijn eerste bedrijf, omdat ik graag met schermen en
vormgeving bezig was. Pas later rolde ik in de betaalwereld. Samen met mijn compagnon
Richard Straver zocht ik een partij die betalingen kon faciliteren voor een platform met
meerdere verkopers. Die partij bleek niet te bestaan. Dus besloten we: dan doen we
het zelf. Zo is Online Payment Platform vijftien jaar geleden geboren, vanuit Delft.
Ondernemen heeft me geleerd om keuzes te maken. In 25 jaar heeft nee zeggen
me meer opgeleverd dan ja zeggen. Je moet weten waar je goed in bent en
durven stoppen met wat niet bij je past.
Vandaag werken er zo’n 150 mensen bij ons, verdeeld over Delft, Valencia,
Berlijn en Londen. Als ik door de kantoren loop, zie ik letterlijk meerdere
generaties naast elkaar zitten. We hebben drie families in dienst waarvan
zowel ouder als kind bij ons werken. Die mix is heel belangrijk, vind ik.
Iemand die met de gulden is opgegroeid kijkt namelijk heel anders
naar betalingen dan iemand die nooit anders heeft gedaan dan op
een telefoon tikken. Dat levert betere discussies op.
Eén keer per jaar zetten we in de tuin van ons pand
marktkraampjes neer voor ons diversity festival. Medewerkers
brengen ‘hun cultuur’ mee, van Friese producten tot Turkse thee
en Canadese siroop. Die mix zit inmiddels ook in ons product.
We faciliteren betalingen voor marktplaatsen, Royal FloraHolland en
horecasoftware, en we bouwen nu aan een oplossing waarbij een telefoon gebruikt
kan worden als betaalmiddel gekoppeld aan de software van een restaurant of
café. Betalen wordt steeds eenvoudiger. Dat is precies wat we vanaf dag één
wilden realiseren.” •
Ervaringstip van Maurice
Gebruik je iDEAL? Verdiep je dan nu in de overgang naar
Wero. Wero is duurder en brengt kredietrisico’s met zich
mee. Wees je daarvan bewust.
14 | voorjaar 2026 | delft.business
Cor van der Wel directeur Delft voor Elkaar
‘We willen generaties in de
wijk met elkaar verbinden’
“Ondernemen zit gewoon in mijn DNA; letterlijk al mijn ooms en neven zijn
zelfstandig ondernemer. Ik heb er nooit echt over nagedacht, ik begon tijdens
mijn hts-studie gewoon samen met een vriend een ICT-bedrijf. Dat werden er
uiteindelijk twee: een infrastructuurbedrijf en een softwarebedrijf. Die hebben we
twintig jaar lang samen gerund, voor banken, verzekeringsmaatschappijen en
grote namen als American Express. Na twintig jaar hebben we alles in één keer
verkocht en vanaf dat moment was het uitgangspunt: wat ik nog doe, moet ik
echt leuk vinden én moet maatschappelijk relevant zijn.
Dat uitgangspunt bracht me uiteindelijk bij Delft voor Elkaar, de
nieuwe welzijnsorganisatie van de gemeente. Formeel ben ik directeurbestuurder,
maar in mijn hoofd ben ik gewoon ondernemer. Want wat
we hier proberen te bouwen vraagt juist een ondernemende aanpak: we
organiseren ‘dorpjes in de wijk’ en zetten in op community development.
We willen ervoor zorgen dat mensen, zeker in kwetsbare omgevingen,
dicht om zich heen buren, familie of vrienden hebben die naar elkaar
omkijken. Dit doen we heel gericht door generaties weer te verbinden;
door jongeren, ouderen, eenzame mensen en mensen in armoede samen
te brengen. Zo kan een kwetsbare buurtbewoner eerst bij bekenden
aankloppen voor hulp, in plaats van meteen in een zorgtraject te
belanden.
Dat ondernemers-DNA schuurt af en toe met de snelheid van de
publieke sector, want ik ben ongeduldig. Maar ik ben ervan overtuigd
dat de publieke sector er alleen maar beter van wordt als er meer
ondernemers actief in zijn. Het maakt het sneller, innovatiever en
dichter bij de mensen. Dus als ik één ding mag meegeven: wees niet bang
om als ondernemer die publieke wereld in te stappen. Je hebt er meer te
zoeken dan je denkt.” •
Ervaringstip van Cor
Omring jezelf altijd met mensen die slimmer zijn dan jij.
Laat je ideeën verrijken door anderen, want dat is wat je
echt verder brengt.
delft.business | voorjaar 2026 | 15
Eduard Meulenberg
begon in 1994 op zijn zolderkamer
met Klima-Comp, een bureau
dat technische berekeningen maakt voor de
klimaatbeheersing van gebouwen. “Wij ondersteunen
installateurs en adviseurs bij het ontwerp
van installaties voor verwarming, koeling en ventilatie.
Vooral bestaande panden, zoals het oude pand van
Shell, vinden wij een mooie uitdaging. Daar ligt al veel
vast, dus moet je passen, meten en rekenen om tot een
goed ontwerp te komen. Juist dat puzzelen vinden wij
interessant.” Wat begon als een eenmanszaak werd
in 2008 een BV waarin ook zijn vrouw meewerkt.
De zolder werd te krap en ze verhuisden
naar Bacinol. In de jaren daarna sloten
ook hun dochters aan.
De
Parels
van
Bacinol
Bacinol 3 aan de
Kluizenaarsbocht 6
in Delft is een
bedrijfsverzamelgebouw
dat ruimte biedt aan
startende ondernemers en
ondernemers in welzijn
en educatie.
Ieder
gezinslid brengt zijn
eigen achtergrond en ervaring
mee. Samen verzorgen zij onder meer
de administratie, de planning en het tekenen
invoerwerk dat nodig is om berekeningen
zorgvuldig op te bouwen, inclusief plattegronden en
ruimtegegevens. De bedoeling is dat de dochters het
bedrijf op termijn overnemen, een vanzelfsprekende
volgende stap in het bedrijf dat hun ouders met aandacht
opbouwden. “Wat we doen is niet uniek, onze aanpak is
dat wel: laagdrempelig, helder en praktisch”, benadrukt
Meulenberg. “Klima-Comp draait om duidelijk advies,
korte lijnen en meebewegen met projecten
voor toekomstbestendige gebouwen. Juist
daardoor blijven opdrachtgevers bij ons
terugkomen en groeit ons bedrijf
gestaag verder.”
Tekst: Melisa Koster | Foto: Ronald Speijer
16 | voorjaar 2026 | delft.business
De kracht
van generaties
Nieuwe opleiding komt tegemoet aan groeiende vraag
De truckers
van morgen
delft.business | voorjaar 2026 | 17
Transport en logistiek vormen de ruggengraat van de economie.
Tegelijkertijd staat de sector voor een uitdaging: door vergrijzing
en een dalende instroom van jongeren is er krapte op de
arbeidsmarkt. ROC Mondriaan zette daarom samen met het Sectorinstituut
Transport en Logistiek (STL) in korte tijd een chauffeursopleiding op, die
inspeelt op de vraag naar goed opgeleide vakmensen in de regio.
De transport- en logistieksector heeft te
maken met krapte op de arbeidsmarkt.
Eind 2025 stonden er in Nederland
ongeveer 6.500 vacatures open. Dat
vertellen Nikita van Doezelaar van het
STL, Atik Demir, schooldirecteur van de
School for Business & Logistics van ROC
Mondriaan (locatie Brasserskade), en adjunct-schooldirecteur
Ciska Sahadewlall.
Om nieuwe instroom te stimuleren ontwikkelden
ROC Mondriaan en STL samen
een opleiding tot vrachtwagenchauffeur,
die het komend schooljaar aan de
Brasserskade van start gaat.
Demografische ontwikkelingen
“De sector schreeuwt moord en brand”,
zegt Demir. “Een belangrijke oorzaak is
de leeftijdsopbouw in de branche. De gemiddelde
leeftijd van een vrachtwagenchauffeur
ligt inmiddels boven de 45 jaar,
waardoor de komende jaren veel ervaren
vrachtwagenchauffeurs met pensioen
gaan. Tegelijkertijd is het niet altijd eenvoudig
om voldoende nieuwe mensen te
vinden. Dat komt onder meer door een
kleinere instroom van jongeren in het
mbo en veranderende verwachtingen
van werk. Sommige jongeren hechten
bijvoorbeeld veel waarde aan een goede
balans tussen werk en privé.”
De vraag naar logistiek vervoer blijft ondertussen
groeien, onder andere door de
toename van e-commerce en veranderingen
in distributienetwerken. Volgens
Demir is het daarom belangrijk om
nieuwe mensen enthousiast te maken
voor het vak van vrachtwagenchauffeur,
om te voorkomen dat goederenstromen
op termijn in de knel komen. Denk aan
Ciska Sahadewlall, Nikita van Doezelaar en Atik Demir
bij een volledig elektrische 50-tons oplegger van
leer-werkbedrijf Steenbergen, met in de cockpit ROC
Mondriaan-student Talea Heidergott.
de bevoorrading van supermarkten, de
levering van bouwmaterialen en de distributie
van medicijnen.
Hoge nood
Voor alle logistieke opleidingen en dus
ook voor de nieuwe opleiding Chauffeur
Wegvervoer werkt de school nauw
samen met STL, in de persoon van Van
Doezelaar, die vooral in de regio Haaglanden
en West-Nederland actief is.
“Als sectorinstituut verbinden wij op
regionaal niveau onderwijs, werkgevers
en andere samenwerkingspartijen”,
vertelt ze. De komende vijf jaar groeit
de arbeidsvraag in Haaglanden sneller
dan het personeelsaanbod. “En als het
werkveld vraagt, gaan wij leveren”, zegt
We hopen meer vrouwen
enthousiast te maken
voor het vak
Demir. “Normaal duurt het opzetten van
zo’n opleiding een tot twee jaar en is een
interne procedure met relevantieonderzoeken
nodig”, legt Sahadewlall uit. Door
de hoge nood in de sector en de gedegen
samenwerking met het werkveld, lukte
dat nu veel sneller.
Ambities
Studenten die de opleiding gaan volgen
werken vier dagen bij een leer-werkbedrijf
en gaan één dag in de week naar
school voor theorieles. Dit wordt de
Beroepsbegeleidende Leerweg genoemd,
kortweg BBL. Van Doezelaar helpt jongeren
die chauffeur willen worden bij het
vinden van een leer-werkplek die aansluit
bij hun ambities en de behoeften van
ROC Mondriaan
en STL
ROC Mondriaan is de grootste
mbo-opleider in de regio en biedt
op negen locaties onderdak
aan 18.785 studenten. BBLstudenten
worden veelal
via STL gedetacheerd bij
leer-werkbedrijven. STL is de
grootste werkgever van BBLstudenten
in Nederland.
de sector. “We bieden ze als het nodig
is ook een jobcoach op de werkvloer.
Zo kan de student goed ‘landen’ in de
sector.” Belangrijk is ook dat STL zorgt
dat de student alle benodigde rijbewijzen
met hoge kortingen kan behalen. “Deze
opleiding biedt niet alleen jongeren,
maar ook zij-instromers en nieuwkomers
die een bijdrage willen leveren aan de
economie en samenleving goede kansen
op afwisselend werk met baanzekerheid”,
benadrukt Demir.
Meiden die Rijden
“Ondertussen moet de branche ook
inspelen op veranderende verwachtingen
van jongere werknemers”, zegt Van Doezelaar.
Voor een deel van hen is een goede
balans tussen werk en privé belangrijk.
Ondernemers in de sector spelen steeds
vaker in op deze verschillende wensen.
Sahadewlall ziet daarnaast dat het
beroep bij een breder publiek onder de
aandacht komt. “Programma’s als Meiden
die Rijden laten zien hoe veelzijdig
het werk is. We hopen dat dit ook meer
vrouwen en andere nieuwe doelgroepen
enthousiast maakt voor het vak.”
Demir verwacht in september met een
goed gevulde klas te starten met de
opleiding. Studenten combineren werken
en leren en zij doen tijdens de opleiding
al werkervaring op. “Met hun diploma en
rijbewijzen hebben zij een goede basis
om zich verder te ontwikkelen en door te
groeien in de logistieke sector.” •
Tekst: Nico Jouwe | Foto: Studio Oostrum
18 | voorjaar 2026 | delft.business
Bacteriën doen het werk
Bouwmateriaal
dat groeit in een lab
Tekst: Sara Broekman | Foto’s: Foamlab
Wat begint in een petrischaaltje kan
uitgroeien tot isolatie voor gebouwen of
duurzaam textiel voor de mode-industrie.
De Delftse start-up Foamlab ontwikkelt een
volledig composteerbaar biomateriaal dat
volgens TU Delft-professor Elvin Karana en
medeoprichter Jeroen van Rotterdam vooral
één ding is: ‘simpelweg een beter materiaal’.
Wie het kantoor van Foamlab binnenstapt, ziet direct op
tafel een assortiment van verschillende witte structuren
liggen. Sommige voelen aan als piepschuim, andere juist
als zacht textiel. “Een jaar geleden was dit nog maar één
soort materiaal”, zegt Van Rotterdam, terwijl hij een vel
licht, vezelig materiaal oppakt. “Nu hebben we tientallen
varianten.” Foamlab komt voort uit onderzoek van
Karana, professor Materials Innovation and Design bij
de TU Delft. “In mijn lab richten we ons op materialen
die we kunnen laten groeien door biologische processen
met behulp van organismen”, vertelt ze. Twee jaar
geleden besloot zij samen met Van Rotterdam, die uit
de wereld van software en impactinvesteringen komt,
het materiaal uit het lab door te ontwikkelen tot een
marktrijp product.
De SCOBY in het lab van Foamlab voordat het wordt gedroogd
en verwerkt tot het eindproduct
Lichter, sterker en beter isolerend
De urgentie is duidelijk. De wereld zit vol met moeilijk afbreekbare
plastics. In de bouw wordt jaarlijks het volume
van Manhattan aan polystyreen geproduceerd. “Slechts
dertig procent wordt gerecycled”, zegt Van Rotterdam.
“De rest blijft honderden jaren bestaan en valt uiteen
in microplastics. Dat is gewoon een doodlopende weg.”
Recycling alleen gaat deze crisis niet oplossen; er zijn
materialen nodig die het probleem bij de bron aanpakken.
Het biomateriaal van Foamlab biedt een alternatief:
het is lichter, sterker en beter isolerend dan polystyreen
en wordt zuiver geproduceerd door bacteriën. “Dat het
composteerbaar is, is eigenlijk bijzaak. Het is gewoon
een beter materiaal.”
Zelfgebouwde bioreactors
Een jaar geleden huurde het team een leeg lab op de
Biotech Campus Delft en bouwde het in korte tijd uit
tot een volwaardig laboratorium, met apparatuur van
veilingvondsten tot zelfgebouwde bioreactors van 70
liter. In deze bioreactoren produceren bacteriën cellulose
(SCOBY), een natuurlijk bouwmateriaal dat ook voorkomt
in hout en katoen. De cellulose vormt de structuur
van het biomateriaal. Na fermentatie wordt de SCOBY
gedroogd en verwerkt tot het eindproduct.
Breed scala aan materiaaleigenschappen
De kracht van het proces zit in de enorme maakbaarheid
ervan. Door tijdens het proces te variëren in temperatuur,
zuurgraad, voedingsstoffen of zelfs door bacteriestammen
te muteren met UV-licht, kan een breed scala
aan materiaaleigenschappen ontstaan.
“We kunnen dit materiaal maken van heel zacht tot
juist heel stevig en alles daartussenin”, zegt Karana. “Die
aanpasbaarheid maakt het mogelijk om voor een klant
simpelweg aan ‘knoppen te draaien’. Hogere dichtheid,
meer flexibiliteit, betere isolatie, alles is aan te passen.”
Maar dat brengt ook complexiteit met zich mee. “Er zijn
honderden variabelen”, vertelt Van Rotterdam. “Het is
een speelveld, maar juist daarin zit ook de uitdaging. Die
complexiteit maken wij voorspelbaar.”
delft.business | voorjaar 2026 | 19
Pilotfabriek
Foamlab zit nog midden in de labfase, maar de volgende
stap is al concreet: volgend jaar start de bouw van een
pilotfabriek die jaarlijks honderdduizend vierkante meter
materiaal kan produceren. Over acht jaar hopen ze
wereldwijd vijftig miljoen vierkante meter biomateriaal
per jaar te leveren. Weinig andere bedrijven richten zich
specifiek op bacterieel gegroeid schuim. “Er zijn andere
biomaterialen als alternatief voor schuim, dat is juist
goed”, zegt Van Rotterdam. “Er zijn zoveel op olie gebaseerde
plastics dat je meer alternatieven nodig hebt om
dit probleem op te lossen.”
De belangstelling is groot, vooral vanuit de bouw en de
mode-industrie, sectoren met een zware milieubelasting.
In de bouw kan het materiaal polystyreen vervangen als
isolatiemateriaal; in fashion bieden lichtere, sterkere en
composteerbare materialen een alternatief voor katoen.
Kijk verder dan recyclen
Hoewel de overheid inzet op duurzaamheid, lopen
bedrijven als Foamlab tegen regelgeving aan. “Biomaterialen
zijn nog heel nieuw voor wetgevers”, zegt Van
Rotterdam. “De focus ligt meer op recycling, dan op het
vervangen van op olie gebaseerde materialen door bioalternatieven
of composteerbare materialen. Soms werkt
regelgeving zelfs tegen, bijvoorbeeld wanneer alleen
recyclebare plastics zoals polypropyleen of polyethyleen
in verpakkingen zijn toegestaan.”
Foamlabs boodschap is helder: kijk verder dan recycling
en open de deur voor nieuwe materialen die minder belastend
zijn voor het milieu. Niet alleen omdat ze duurzamer
zijn, maar omdat ze superieure prestaties leveren.
Als de wereld klaar is om verder te kijken dan recyclebare
plastics, ligt hier misschien wel een van de oplossingen
die we nodig hebben. Van Rotterdam wilde altijd al een
start-up beginnen die écht impact maakt. “Iemand
moet het plasticprobleem oplossen.” Met Foamlab zijn
de eerste stappen gezet en het feit dat er regelmatig
nieuwe variaties biomateriaal worden ontdekt toont aan
dat de mogelijkheden nog lang niet uitgeput zijn.
Dit is een bewerkte versie van een artikel dat
eerder verscheen in Pioneering Tech Magazine,
een uitgave van de TU Delft.
Muurisolatie is een van de mogelijke toepassingen
We kunnen dit materiaal maken van heel zacht
tot juist heel stevig en alles daartussenin
20 | voorjaar 2026 | delft.business
De kracht
van generaties
Tekst: Paulien Derwort | Foto: Sarah Marchionda
Vakmanschap verdwijnt niet na het pensioen
‘Doorwerkers
zijn goud waard’
Nog steeds bestaat het beeld dat je pensioenleeftijd een harde knip is:
van het werkende leven naar zeeën van tijd. Maar dat doet geen recht
aan veel ouderen die nog veel te bieden hebben. WestCord Hotel Delft
werkt daarom met senioren via ZilverWerkt. “We halen er vakmanschap
en energie mee in huis.”
“Mijn vader is 82 en de oudste boa van
Nederland”, vertelt Chantall Olthoff,
managing director bij ZilverWerkt. “Ik zie
om me heen hoeveel ouderen nog vol
in het leven staan. Maar dat staat haaks
op het beeld van ouderen die niet meer
mee zouden kunnen. In een vergrijzende
samenleving moeten we leeftijdsinclusiviteit
echt normaliseren.” ZilverWerkt
bemiddelt mensen die de AOW-leeftijd
hebben bereikt en graag willen blijven
werken. Soms een paar uur per week,
soms twee of meer dagen. Werkgevers
blijken daar verrassend vaak behoefte
aan te hebben.
Ambacht
Bij WestCord Hotel Delft ontstond die
behoefte heel concreet. “Ik zocht een
goede timmerman om ons meubilair aan
te passen”, zegt general manager John
Patrick Vermulst. “Ambachtslieden zijn
schaars, hebben weinig tijd en zijn duur.
Via ZilverWerkt kwam ik in contact met
iemand die zijn vak écht verstaat en zelf-
standig werkt. Dat beviel zo goed
dat ik dacht: hier zit meer in.”
In de hotellerie moet veel op korte
termijn gebeuren. “We hebben
140 kamers en meerdere zalen;
er is altijd wel iets kapot of aan
vervanging toe. Het moet in no
time opgelost zijn.” Waar hij eerder
bedrijven inschakelde, merkte
Vermulst nu een verschil. “Doorwerkers
zien wat er moet gebeuren. Als
iets niet werkt of lukt, pakken ze zelf de
telefoon. Als ze rommel zien, ruimen ze
het op. Dat verantwoordelijkheidsgevoel
is goud waard.”
Doorwerk-DNA
Volgens Olthoff zit daar de kern. “Onze
mensen werken niet omdat het móet,
Jongere collega’s trekken zich op aan de ervaren krachten
Chantall Olthoff
en John Patrick Vermulst
delft.business | voorjaar 2026 | 21
Iemand echt leren kennen is essentieel voor een goede match
maar omdat ze het wíllen. Ze hebben
een basisinkomen en kiezen bewust voor
een rol die bij hen past. Die intrinsieke
motivatie voel je terug in hun houding.” Er
bestaan nog hardnekkige vooroordelen:
dat oudere werknemers minder digitaal
vaardig zijn, vaker ziek of niets meer
willen leren. “Dat klopt simpelweg niet”,
zegt Olthoff. “We selecteren zorgvuldig
en kijken naar het ‘doorwerk-DNA’: sociaal,
proactief en eerlijk over wat je kunt.
Veel kandidaten hebben een schat aan
levens ervaring en durven verantwoordelijkheid
te nemen.”
Voor Vermulst is dat dagelijks zichtbaar.
“Ze zijn niet bang om iemand aan te
spreken of een besluit te nemen. Jongere
collega’s trekken zich daaraan op. Ze zoeken
ook toenadering: hoe pak jij dit aan?
Dat kennis delen gaat heel natuurlijk.”
Versterken van generaties
De samenwerking past binnen een bredere
visie op goed werkgeverschap. “Je
moet als organisatie nadenken over hoe
je verschillende generaties laat samenwerken”,
zegt Vermulst. “Gen Z heeft
andere verwachtingen van werk dan de
generatie daarboven. Dat is niet goed of
fout, maar je moet het wel organiseren.”
Olthoff ziet daarin een maatschappelijke
opgave. “We kijken vaak eendimensionaal
naar functies en leeftijden. Terwijl
mensen na hun pensioen nog prima een
andere rol kunnen vervullen, soms zelfs
met een demotie waar ze juist blij van
worden. Minder druk en meer plezier.”
Dat betekent ook dat iemand soms een
heel nieuw carrièrepad inslaat. “Iemand
die altijd een kantoorbaan heeft gehad,
maar zelf een zeer vaardig klusser is, kunnen
we soms ook een technische baan
aanbieden.”
ZilverWerkt begeleidt zowel de doorwerker
als de organisatie. “We nemen de tijd
om iemand echt te leren kennen. Wat is
de thuissituatie? Hoe digitaal vaardig is
iemand? Wat zoekt iemand in een team?
Die informatie is essentieel voor een
goede match.”
Je hoort erbij
Wat levert het op? “Kwaliteit”, zegt
Vermulst zonder aarzelen. “En rust. Als
ik een technisch medewerker bel via
ZilverWerkt, weet ik dat het werk goed
gebeurt. Geen eindeloze tegenvragen,
maar gewoon doen.” Maar ook financieel
kan het aantrekkelijk zijn: doorwerkers
vallen onder een andere regeling, waardoor
de loonkosten lager liggen en een
vast dienstverband niet altijd nodig is.
Maar minstens zo belangrijk is het
menselijke aspect. “Ze horen er hier echt
bij”, zegt Vermulst. “Je bent geen losse
kracht, je bent onderdeel van het team.
Dat sociale stuk is voor veel doorwerkers
ook een belangrijke motivatie.” Olthoff
ziet dat ook: “We zien wat er gebeurt als
mensen níet meer mogen werken, terwijl
ze dat wél willen. Dat doet iets met je
eigenwaarde. Doorwerken normaliseren
is niet alleen goed voor werkgevers in
een krappe arbeidsmarkt, maar ook voor
mensen zelf.” •
Doorwerker aan het woord
Aad de Rouville (67) werkt drie dagen per
week bij de technische dienst van Hotel
Arsenaal, onderdeel van WestCord Hotel Delft.
Stilzitten? Dat is niets voor hem. “Ik heb altijd
hard gewerkt. Dan ga je niet ineens stoppen.”
Na een lange loopbaan in het bedrijfsleven
richt hij zich nu op praktische klussen: lampen
vervangen, reparaties uitvoeren en storingen
oplossen. “90 procent los ik zelf op. En als
ik iets niet weet, zoek ik het uit.” De vrijheid
spreekt hem aan. “Ik kan hier zelf initiatief
nemen en werk zonder stress, maar met veel
waardering. En ’s avonds heb ik aan tafel altijd
wel een mooi verhaal.”
André van Lieshout, medewerker Technische
Dienst (l) en doorwerker Aad de Rouville
Dot•
Connecting
the dots
‘Wij brengen ondernemers
samen om hun digitale
weerbaarheid te versterken’
De vraag van Platform Veilig Ondernemen
Digitale criminaliteit treft steeds meer ondernemers.
Toch weten veel ondernemers niet goed hoe ze
hun organisatie beter kunnen beschermen tegen
phishing, datalekken en online fraude. Platform Veilig
Ondernemen regio Den Haag, gemeente
Delft en Ondernemersfonds Delft wilden
ondernemers bewust maken van de
risico’s en praktische handvatten
bieden.
Mark van Zanten
(Platform Veilig Ondernemen
regio Den Haag)
“Dankzij de goede samenwerking
tussen alle partijen stond er een sterk
programma en was de opkomst groot.
Ondernemers kregen praktische
informatie over cyberveiligheid
en hoe ze hun
bedrijf beter kunnen
beschermen.”
Het antwoord van Dot•
Dot• bracht betrokken partijen
samen en organiseerde de
thema-avond Code Veilig voor
Delftse ondernemers. Met een
plenair programma en workshops
kregen zij inzicht in cyberrisico’s en
praktische handvatten om hun digitale
weerbaarheid te vergroten. Dot• verzorgde
het concept, de communicatie en organisatie.
Sabine
van
Meeteren
(Dot•)
“Dit is precies wat we
graag doen: partijen verbinden
rond een belangrijk thema
en samen iets neerzetten
waar ondernemers echt
iets aan hebben.”
dotverbindt.nl
Marketing • Communicatie • Strategie • Social Media • Websites • Tekstschrijven • Evenementen en meer
delft.business | voorjaar 2026 | 23
De kracht
van generaties
Van kleine dorpsbakker tot moderne onderneming
Groeien zonder
betrokkenheid
te verliezen
Wie de geschiedenis van bakkerij Holtkamp wil begrijpen,
ziet al snel dat die verder gaat dan jaartallen. Het verhaal leeft in
familieherinneringen, vakmanschap en gekoesterde tradities. Zo groeide
een kleine bakkerij in Schipluiden uit tot een modern bedrijf met vijf
winkels, nog altijd in handen van dezelfde familie.
Foto: Sam Rentmeester
24 | voorjaar 2026 | delft.business
De geur van versgebakken brood prikkelt de
neusgaten als je voor de moderne bakkerij in de
Harnaschpolder staat. Jeroen Reissenweber —
zijn moeder is een Holtkamp — en Joanne Turner zijn de
huidige eigenaren van de bakkerij. Zij verwelkomen ons
met thee en versgebakken boterkoekjes. Samen met
oom Jan Holtkamp duiken we in de geschiedenis van het
bakkersbedrijf, dat al meer dan 170 jaar bestaat.
In 1855 begon Jeroens betovergrootvader Martinus Holtkamp
als bakker. In het begin trok hij langs boerderijen waar het brood
ter plekke werd gebakken. Later vestigde hij zich met een bakkerij
aan de Vlaardingsekade in Schipluiden. In manden op de
schouders werden ze bezorgd. Later kwam er ander vervoer: de
hondenkar, paard en wagen, de trekschuit, bakfiets en bestelbus.
De vervoersmiddelen veranderden, maar het ritme bleef
hetzelfde: ’s nachts bakken, overdag bezorgen.
hun twaalfde naar de Bisschoppelijke Nijverheidsschool in Voorhout.
Ze verbleven intern: vier weken op school, één dag thuis. Er
heerste een strakke discipline bij de paters. Zijn broers stuurden
briefjes waar het heimwee vanaf droop, herinnert Jan zich. Maar
zijn ouders gaven geen krimp. “Het was een harde leerschool,
maar wel een gedegen vorming.” Die kennis en discipline werden
later doorgegeven aan medewerkers. Zo ontstond een hoog
kwaliteitsniveau, met degelijkheid en vakmanschap voorop.
In de moderne bakkerij is veel veranderd, maar de gedegen basis
en recepturen zijn hetzelfde gebleven, vertelt Jeroen. Ook hij
kreeg het vak van jongs af aan mee. “Ik kwam graag in de bakkerij,
toen nog van oom Aad, en vond het leuk om mee te helpen.
Hard werken, met ruimte voor een grap en een grol.” Op school
had Jeroen het door zijn dyslexie minder naar z’n zin. Hij besloot
om bakker te worden. Na zijn opleiding en wat jaren werkervaring
elders, kwam hij in 1995 in dienst bij het familiebedrijf, waar
Aad hem vroeg of hij de zaak op termijn wilde overnemen.
Tekst: Ans Meiborg | Foto: Marianne Q Fotografie
Je wist wat je had
Martinus legde de basis voor een familieverhaal dat inmiddels
vijf generaties omspant. De bakkerij werd van vader op zoon (of
neef) overgedragen. Jan groeide op in een gezin van de derde
generatie met maar liefst elf kinderen, van wie zes broers bakker
werden. “Het was niet verplicht om bakker te worden, maar veel
van ons kozen er wel voor. Het was een warm en gezellig familiebedrijf
en je wist wat je had.” Joanne vult aan: “Ik denk dat je
broers én zussen, die ook vaak in het bedrijf werkten, zich er heel
geborgen voelden. Er waren ook minder mogelijk heden dan nu.
Je zei in die tijd niet ‘ik ga een wereldreis maken’. Je volgde vaak
vanzelf het pad van je vader.”
Harde leerschool
De jongens die in hun vaders voetsporen traden, gingen al op
Bakker én ondernemer
Een mooie kans, maar ook een grote stap om ondernemer te
worden. Jeroen, die inmiddels zijn partner Joanne had ontmoet,
vond het de moeite waard om te laten onderzoeken. Joanne
werkte bij de ABN AMRO en wist niets van het bakkersvak.
Maar volgens Stichting De jonge bakker vormden ze een ideale
combinatie: Joanne met haar administratieve en commerciële
achtergrond en Jeroen met zijn kennis van het vak.
Mond vol tanden
Joanne werd door Aads vrouw Jeannette klaargestoomd als
winkeldame. Dat was wel even wennen. In de bankwereld is alles
netjes en formeel, vertelt ze. “Telefoon opnemen volgens script.
Klanten begroeten met een perfect gearticuleerd ‘goedemiddag’.
En toen stond ik op de eerste ochtend in de winkel. De deur ging
Jeroen Reissenweber
delft.business | voorjaar 2026 | 25
open, een man liep naar binnen, keek me aan en zei: ‘drie bruin’.
Geen begroeting, alleen dat. Ik stond met mijn mond vol tanden.
Die Midden-Delftlandse directheid overviel me. Gaandeweg
ontdekte ik dat als je je klanten beter leert kennen, er achter die Je zei in die tijd niet ‘ik ga een
korte zinnen warme, eerlijke mensen zaten.”
wereldreis maken’, je volgde vaak
Afscheid van het vertrouwde
vanzelf het pad van je vader
In 2001 namen Jeroen en Joanne de bakkerij over van Aad
en Jeannette. “Het pand was toen al niet meer van deze tijd”,
vertelt Jeroen. “Te klein, één oven, een kleine vriezer. De productie
groeide, er kwamen bulkwagens met meel. Het paste
niet meer en zorgde voor overlast.” Op een gegeven moment
1855 – 1896
stonden ze voor de keuze: ingrijpend verbouwen of nieuwbouw.
Ze kozen voor het laatste. Verhuizen en afscheid nemen van iets
Martinus Holtkamp
vertrouwds, viel niet mee, zegt Joanne. “De bakkerij hoorde bij
het dorp, letterlijk en figuurlijk. Als ik ’s nachts in bed lag en om
drie uur de ovens hoorde aanslaan, gaf dat zo’n geruststellend
gevoel: de bakkers zijn er.”
Recessie
1896 – 1938
In 2012 werd het nieuwe pand opgeleverd, met volop werkruimte, Cees Holtkamp
meerdere ovens en een gigantische vriezer. De verwachtingen waren
hoog, maar het was wennen. “Na een paar nachten hadden de
bakkers spierpijn”, lacht Joanne. “En voor koffie moesten ze ineens
een trap op. Toen dacht ik: hebben we hier goed aan gedaan?”
Net toen iedereen gewend raakte aan de nieuwe werkomgeving,
brak de recessie uit. “Dat was misschien wel de spannendste periode”,
zegt Jeroen. “We maakten ons zorgen, gaan we dit redden?
1938 – 1976
Jan Holtkamp
We hielden het hoofd boven water en het was een geluk dat we
de financiering hadden gebaseerd op de bestaande omzet. Daardoor
was groei niet noodzakelijk om te kunnen overleven.”
Organische groei
Anno 2026 telt het bedrijf vijf winkels en zo’n vijftig medewerkers.
Die groei was nooit strak uitgestippeld. “Er komen dingen
1976 – 2002
Aad en Jeannette
op je pad”, zegt Jeroen. Een bakker in Vlaardingen die wilde stoppen,
een pand in Delft dat vrijkwam en een collega in Rijswijk die
Holtkamp
ermee ophield. Toch bewaken ze een duidelijke grens: groeien
mag nooit ten koste gaan van kwaliteit en betrokkenheid. “We
houden vast aan de familiaire, gezellige sfeer. Want als je je
mensen niet meer bij naam kent, klopt het niet meer”, vinden ze.
2002 – heden
Samenwerken en slimmer produceren
Jeroen Reissenweber
Naast de eigen winkels levert Holtkamp aan collega-bakkers.
en Joanne Turner
Daar zien ze kansen voor samenwerking. Personeel is schaars
en zelfstandige bakkers hebben het moeilijk. “Sommigen doen
alles alleen. Wij kunnen een grotere productie aan, dus waarom
zouden we elkaar niet helpen? Of je nu honderd of tweehonderd
broden bakt, dat maakt voor ons niet zoveel uit.”
Ook technologie speelt een steeds grotere rol. AI-systemen kunnen
de vraag beter voorspellen. “Het weer, vakanties, seizoenspatronen
– alles wordt meegenomen. Want inschatten blijft
lastig en minder verspilling is belangrijk. Op zaterdag kunnen
er zomaar honderd broden retour komen. Maar als we slimmer
plannen en samenwerken, maken we de sector sterker, ook voor
de generaties na ons.” •
26 | voorjaar 2026 | delft.business
Op de koffie bij...
Ans Meiborg
Tekst: Melisa Koster | Foto: Ronald Speijer
D
Denise Hunck is hr-manager bij Werkse!, het werkontwikkelbedrijf
van de gemeente Delft, dat mensen
met een ondersteuningsvraag begeleidt naar werk. Zij
heeft als geen ander zicht op de dynamiek tussen verschillende
generaties op de werkvloer. In gesprek met Ans Meiborg, hoofdredacteur
van Delft.business, vertelt zij hoe je als organisatie kunt
inspelen op die verschillen om talenten optimaal te benutten.
Meiborg | “In veel organisaties werken inmiddels vier generaties
naast elkaar. Wat merken jullie daarvan en hoe beïnvloedt dat jullie
manier van werken?”
Hunck | “Je ziet zeker verschillen tussen generaties, maar we maken
ze soms groter dan ze zijn. We hebben de neiging om mensen
in hokjes te stoppen – babyboomers, millennials, Gen Z – terwijl de
verschillen binnen zo’n groep vaak groot zijn. Die hangen meer
samen met iemands persoonlijkheid dan met zijn generatie. Wat
iedereen gemeen heeft, is de behoefte aan zingeving in zijn werk.
Tegelijkertijd zijn er duidelijke trends. Mijn opa werkte nog zes
dagen per week; dat is nu bijna ondenkbaar. Jongere generaties
kijken anders naar hun loopbaan en zoeken vaker naar balans of
combineren werk met andere activiteiten. Daarnaast nemen zij
informatie anders tot zich.”
Meiborg | “Op welke manier gaan jongere generaties anders om
met informatie?”
Hunck | “Jongeren communiceren vrijwel volledig via digitale kanalen
en verwerken informatie sneller. Dat werkt door in de manier
van samenwerken. Vroeger liep je in een vergadering de notulen
pagina voor pagina door. Nu werken we in gedeelde documenten
waarin iedereen al opmerkingen heeft gezet. En waar we vroeger
eerder iemand belden of even langs liepen, sturen we nu sneller
een bericht via Teams of een app. Dat geeft mensen meer regie
over hun tijd.”
Meiborg | “Welke invloed heeft dat op jullie hr-beleid?”
Hunck | “Het wervingsproces moet sneller en flexibeler. We willen
experimenteren met nieuwe selectievormen, zoals game-based
assessments, en stemmen onze aanpak beter af op verschillende
doelgroepen. Zo organiseren we speed meets, waar mensen
laagdrempelig kunnen kennismaken en vooral kunnen voelen:
past deze organisatie bij mij? Daarnaast werken we met anonieme
vragenlijsten. We merkten dat bepaalde groepen zich minder
vaak aanmeldden, terwijl we juist meer diversiteit willen. Inmiddels
zien we daarin een kentering. Anoniem solliciteren helpt: sollicita-
delft.business | voorjaar 2026 | 27
Denise Hunck
ties worden eerst geanonimiseerd, zodat de beoordeling puur op
inhoud gebeurt en afkomst of naam geen rol speelt.”
Meiborg | “Jullie zetten ook bewust in op diversiteit in leeftijden.
Hoe geven jullie dat vorm in de praktijk?”
Hunck | “We investeren bewust in generatiediversiteit door een
relatief grote groep oudere medewerkers met een ondersteuningsvraag
te begeleiden naar werk. Daarmee benutten we arbeidspotentieel
dat nu vaak blijft liggen, terwijl de arbeidsmarkt juist staat
te springen om mensen. In onze vakscholen leiden we mensen
op voor mbo-functies in onder meer techniek, schoonmaak,
beveiliging, catering en groen. Zo dragen we bij aan een inclusieve
arbeidsmarkt en helpen we tegelijkertijd om personeelstekorten
op te lossen.” •
28 | voorjaar 2026 | delft.business
De kracht
van generaties
Nieuwe generatie brengt bruisende energie
Van overleven
naar vernieuwen
Gertjan (links) en Casper Rozema
delft.business | voorjaar 2026 | 29
Drie generaties lang leek het ondernemerschap bij Rozema Verhuur
vanzelfsprekend. Tót de coronacrisis dit doorbrak. Wat begon als
een periode van onzekerheid, groeide uit tot een strategische
heroriëntatie. Met de vierde generatie aan tafel werd de crisis benut om
de koers te verleggen, met behoud van de waarden die al zeventig jaar het
fundament vormen.
In de jaren 50 zag de grootvader van
Gertjan Rozema, koster van de vrijzinnig
hervormde kerk in Delft, een kans.
Waarom zouden de stoelen die na de
kerkdienst ongebruikt bleven staan,
niet worden verhuurd voor feesten en
partijen? De stoelenverhuur werd een
extra inkomstenbron voor de kerk en
groeide in 1953 uit tot een zelfstandige
onderneming.
De vraag nam toe. Het assortiment
breidde zich uit met servies en glaswerk
en zoon Henri trad toe tot het bedrijf.
Rozema Verhuur werd een vaste waarde
in Delft en omstreken; van verjaardagen
en buurtfeesten tot taptoes en zelfs
staatsbegrafenissen.
Ook de derde generatie stapte vol
overtuiging in het bedrijf. Gertjan hielp
als kind al mee tussen de stoelen en
stapels servies. “Ik wist al jong dat ik dit
wilde. Het is mooi werk. Je komt overal
en je draagt bij aan momenten die ertoe
doen.”
Crisis als kantelpunt
Die vanzelfsprekendheid verdween
abrupt toen in 2020 de corona-epidemie
uitbrak. Evenementen werden massaal
geannuleerd. Opdrachten vielen weg en
personeel zocht ander werk. De toekomst
werd onzeker. Waar veel bedrijven
in de evenementenbranche omvielen,
wist Rozema met inventiviteit, een sterk
lokaal netwerk en de bereidheid om alles
aan te pakken wat wél kon, het hoofd net
boven water te houden.
In die periode meldde de vierde generatie
zich nadrukkelijk. Casper Rozema
zag van dichtbij hoe zijn vader worstelde
met de gevolgen van de crisis. Voor zijn
hbo-opleiding Ondernemerschap schreef
hij een scriptie over de kansen voor een
familiebedrijf dat al ruim zeventig jaar
bestaat, maar misschien te veel leunde
op wat altijd had gewerkt. Die vraag bleek
het begin van een nieuwe koers.
Van verhuur naar beleving
Casper verdiepte zich in trends en
klantgedrag. “Een 21-diner is allang geen
simpel etentje meer”, vertelt hij. “Sociale
media bepalen het beeld. Mensen zien
iets op Instagram of Pinterest en zeggen:
dát wil ik”. Hij ging bellen, leveranciers
benaderen en meelopen met grotere
collegabedrijven. “Soms moet je gewoon
je nek uitsteken. Geluk bestaat niet. Dat
dwing je af.” Gertjan luistert glimlachend
naar zijn zoon. “Hij heeft een energie die
aanstekelijk werkt.”
Vader en zoon hielden het bedrijf kritisch
tegen het licht. Ze namen afscheid van
verouderde materialen en investeerden
in kwaliteit en uitstraling. Klanten zagen
het verschil meteen: nieuwe tafels, moderne
stoelen, kleurrijker servies en meer
sfeerattributen.
Online zichtbaarheid kreeg prioriteit: sociale
media, een nieuwe website en een
lookbook vol stylingvoorbeelden en inspirerende
settings. Rozema ontwikkelde
zich van verhuurder van materialen tot
een bedrijf dat sfeer en beleving biedt.
Aanvullen in plaats van vervangen
“Zijn frisse blik en mijn ervaring sluiten
mooi op elkaar aan”, zegt Gertjan. “Casper
snapt precies wat jongeren willen voor
zo’n 21-diner: kleuren, thema’s, setting,
alle details moeten kloppen. Ik sta vaker
naast de ouders, die hoofdschuddend
Zijn frisse blik en mijn ervaring sluiten mooi op elkaar aan
staan te rekenen en verzuchten: ‘Moet
echt de hele woonkamer leeg?’
Dat spanningsveld tussen droom en
realiteit maakt het voor ons zo leuk.
Casper begrijpt de wens. Ik begrijp de
zorg. Samen brengen we het bij elkaar.”
Zakelijke en particuliere klanten
De nieuw opgerichte tak Rozema Events
richt zich inmiddels nadrukkelijker op
zakelijke evenementen zoals congressen,
bedrijfsevents en grootschalige bijeenkomsten,
zonder de particuliere markt
los te laten. Juist waar andere verhuurbedrijven
werken met hoge minimale
afnames, blijft Rozema toegankelijk en
flexibel. “Dat past bij onze stijl en dat willen
we behouden. We rijden ook voor tien
stoelen en twee tafels naar Den Bosch
als een klant dat graag wil.”
Samenwerken met lokale partners
Ze focussen op hun kern: verhuur van
event- en presentatiemateriaal. Voor
catering, bloemen en audiovisuele ondersteuning
werken ze samen met vaste,
voornamelijk lokale partners. Die combinatie
van specialisatie en samenwerking
maakt het mogelijk om complete evenementen
te realiseren, zonder alles zelf te
doen. Duurzaamheid speelt daarbij een
steeds grotere rol. Er wordt geïnvesteerd
in elektrische bussen, zonnepanelen en
materialen die langer meegaan, keuzes
die passen bij een toekomstbestendig
bedrijf.
Wat in vier generaties nooit veranderde,
is de motivatie om bij te dragen aan
momenten die mensen zich blijven
herinneren. En minstens zo belangrijk:
plezier hebben in wat je doet en in het
samenwerken met elkaar. De familieband
speelt daarin een grote rol. “Ik gun hem
alles”, zegt Casper. “Maar je moet dit werk
doen omdat je het leuk vindt”, vindt
Gertjan. “Het moet zeker geen verplichting
zijn omdat het een familiebedrijf is.
Blijf vooral loyaal aan jezelf.” •
Tekst: Ans Meiborg | Foto: Ronald Speijer
30 | voorjaar 2026 | delft.business
Van aannemerszoon tot verbindend architect
Eerst begrijpen,
dan ontwerpen
Als zoon uit een aannemersfamilie was Michiel Klinkenberg
voorbestemd om zijn vader op te volgen. Toch lag zijn passie ergens
anders. Hij droomde ervan om kok te worden. Hoewel het verband
niet logisch lijkt, leidde dit verlangen hem naar de architectuur. Een
vakgebied dat zijn wortels verbindt met zijn passie.
“Mijn vader was een voorbeeld voor mij”,
vertelt Klinkenberg. “Hij had een goedlopend
bouw- en ontwikkelbedrijf in
Vlaardingen. Naast mijn school werkte
ik mee in de zaak. Ik maakte onder meer
kozijnen, leerde metselen en koos een
opleiding die mij voorbereidde op het
aannemersbedrijf. Na de mts ging ik naar
de hts. Ondertussen verdiende ik bij in
de horeca en werd mijn verlangen om
kok te worden alleen maar groter. Toen ik
chef-kok Yuri Verbeek passievol hoorde
spreken over zijn werk, besefte ik dat het
mij niet per se om het koken ging. Mijn
passie lag vooral bij het hele proces van
het bedenken van gerechten, de voorbereiding,
opbouw en klantgerichtheid.
Precies daar zag ik de parallel met de
architectuur. Mijn volgende stap was een
schakelstudie architectuur.”
Slimmer samenwerken
Omdat hij de bouwwereld goed kende,
zag Klinkenberg dat de samenwerking
tussen alle betrokken partijen bij een
ontwerpproces beter kon. Al tijdens zijn
architectuurstudie was er sprake van
opkomende digitalisering en toenemende
complexiteit. De digitalisering leidde
tot standaardisering, kwaliteitsverhoging
en kostenbesparing. Toch hadden de
ontwikkelingen volgens Klinkenberg ook
een keerzijde. “Er werden steeds meer
eisen gesteld aan alle onderdelen van
De kracht
van generaties
een gebouw. Het werk van de
architect werd opgeknipt. Vroeger
liep de architect als bouwmeester
op de bouwplaats en kon er ter
plekke nog iets geregeld worden.
Dat was nu niet meer het geval.
Daarom was er iemand nodig die
de centrale rol op zich nam.”
Parallel aan zijn afstuderen
bedacht hij een methodiek om
efficiënter en slimmer samen te
werken. Hierbij hield hij rekening met alle
stakeholders die invloed hebben op het
ontwerpproces. Naast de investeerder,
ontwikkelaar, woningcorporaties en de
gemeente zijn dat bijvoorbeeld ook de
wijk en bewoners. “Het is belangrijk om
elkaar in een vroeg stadium al te begrijpen”,
zegt Klinkenberg. “Waarom willen
we iets? Begrijpen we elkaar echt? Het
gaat erom open kaart te spelen.”
De nieuwe generatie
architecten is praktisch,
transparant en benaderbaar
Tekst: Pascale Warners | Foto’s: Sam Rentmeester
Drie pijlers
Met zijn methodiek en diploma op zak
zocht Klinkenberg midden in de crisis
naar werk. Aanvankelijk noodgedwongen
richtte hij in 2011 MCK architectuur op.
Dit jaar viert het bureau het vijftienjarig
jubileum. Inmiddels is het een integraal
ontwerp- en ontwikkelbureau met zeven
medewerkers. Het richt zich op nieuwbouw,
renovatie en transformatie voor
zowel de zakelijke als de particuliere
markt.
De start van zijn ondernemerschap was
voor Klinkenberg vooral een kwestie van
overleven. Hij pakte al het werk aan dat
voorhanden was. Ondertussen verlangde
delft.business | voorjaar 2026 | 31
V.l.n.r. Linda Hammerschlag, Laurens Coster, Lisa
van Vliet, Michiel Klinkenberg, Marc ten Cate,
Jasper Keupink en Karin Houwink van MCK
architectuur.
hij naar duurzame architectuur, gebaseerd
op de methodiek die hij eerder
ontwikkelde. Sinds 2018 trekt hij bewust
klanten aan die hem uitdagen om die
verder te ontwikkelen. Hierdoor groeit zijn
methodiek ieder jaar. “Gedegen onderzoek,
duidelijke doelen en een brede
aanpak vormen de drie pijlers”, legt Klinkenberg
uit. “We verzamelen data over de
context, locatie, ondergrond, omgeving,
buren, eindgebruikers, gemeenten, investeerders
en financiers. Deze informatie
structureren we, delen we met stakeholders
en gebruiken we om samen tot
het best passende ontwerp te komen.
Dankzij deze unieke werkwijze, kunnen
wij 20 procent efficiënter werken dan
onze concurrenten.”
Inzicht leidt tot meerwaarde
“We kijken continu hoe we onze interne
processen verder kunnen optimaliseren”,
gaat Klinkenberg verder. “Van onze medewerkers
vraagt dat specifieke kennis en
vaardigheden. Zij staan open voor input
van de opdrachtgever, de gemeente en
de gebruiker. Daarnaast voelen ze zich
thuis op de bouwplaats en zijn ze in staat
participatie‐ en gebiedsprocessen te
begeleiden. Binnen ons team heeft iedereen
naast een bouwkundige achtergrond
iets speciaals waarin hij of zij uitblinkt. De
een is bijvoorbeeld een onderzoeker, de
ander is commercieel sterk. Door in duo’s
samen te werken, leren medewerkers
van elkaar. Eigenaarschap en persoonlijke
groei zijn de belangrijkste waarden
binnen ons bureau.”
Klinkenberg is niet bang voor de opmars
van AI. “Integendeel, ik sta er volledig
voor open. Het helpt ons om ons werk
doelgerichter te doen. Door AI kunnen we
meer tijd besteden aan dat wat echt het
verschil maakt: onderzoek, communicatie
en het betrekken van stakeholders.
Daardoor kunnen we partijen beter laten
begrijpen wat er nodig is en samen tot
een sterker resultaat komen.”
De nieuwe generatie architecten is praktisch,
nuchter, transparant en benaderbaar.”
Klinkenberg verwacht dat het werk
verder wordt uitgebreid met volledige
projectrealisatie. Hierdoor zal het bouwproces
aanzienlijk goedkoper worden
en treedt hij via een omweg toch in de
voetsporen van zijn vader. •
Binnen ons team heeft iedereen, naast een bouwkundige achtergrond,
iets speciaals waarin hij of zij uitblinkt
32 | voorjaar 2026 | delft.business
De kracht
van generaties
Hogeschool is dé kennispartner voor het mkb
Kennis als motor
van je bedrijf
delft.business | voorjaar 2026 | 33
Dat hij ooit het onderwijs in zou gaan, lag
misschien al vast voordat hij het zelf wist.
Sinds 1 januari voelt Jeroen van den Berg
zich helemaal op zijn plek als bestuursvoorzitter van
Hogeschool Inholland. Hij groeide op in een echt
onderwijsgezin. “Mijn vader was geschiedenisleraar,
mijn moeder stond voor de klas op de lagere school.
Dan zit het blijkbaar toch ergens in je systeem.”
“Veel mkb-ondernemers weten nog onvoldoende wat het hbo
voor hen kan betekenen, terwijl wij juist zijn ingericht op toepasbare
kennis en praktijkgericht onderzoek.” Daarom roept hij
ondernemers op om contact te zoeken. “Zie de hogeschool als
kenniscentrum in je eigen regio en leg je vraagstukken vooral
bij ons neer.” Studenten werken al aan concrete uitdagingen
rond bijvoorbeeld hr-vraagstukken, verduurzaming en energietransitie.
Die wisselwerking tussen onderwijs en praktijk mag
alleen maar intensiever worden, vindt hij.
Toch begon zijn carrière niet in het onderwijs. Opgeleid als
politicoloog werkte Van den Berg jarenlang zelfstandig als
interim-manager, vaak bij overheden of woningcorporaties.
Pas later kwam het onderwijs op zijn pad, min of meer toevallig.
Een regionaal opleidingencentrum (ROC) zocht een
bestuurder met een frisse blik van buiten het onderwijs. “Je ziet
daar hoe jonge mensen groeien en zich ontwikkelen tot professional.
Het is zo dankbaar om aan dat proces bij te dragen.
Vanaf dat moment was ik verkocht.” Die
fascinatie voor de ontwikkeling van zowel
mensen als organisaties vormt nog altijd
de rode draad in zijn werk. Inmiddels
deed hij ervaring op van basisonderwijs
tot universiteit.
Fundament van de samenleving
“De ontwikkeling van mensen en kennis is misschien wel de
beste investering die we als maatschappij kunnen doen”, vindt
Van den Berg. Maar die investering staat onder grote druk. In
de twintig jaar dat hij in het onderwijs actief is, zag hij de vraag
naar goed opgeleide professionals explosief toenemen. “In
techniek, zorg, financiële beroepen; in bijna alle vakgebieden
ontstaat schaarste. Demografische ontwikkelingen laten zien
dat er steeds minder jonge mensen zijn en dat studentenaantallen
teruglopen. Dat legt een enorme verantwoordelijkheid bij
het onderwijs.”
Blijven ontwikkelen, samen met de praktijk
Die realiteit vraagt om een andere manier van denken. Niet alleen
jongeren opleiden, maar ook professionals helpen om zich
te blijven ontwikkelen, zodat ze inzetbaar blijven. “Leven Lang
Ontwikkelen is geen holle marketingkreet. Het is cruciaal, want
beroepen veranderen en nieuwe technologieën vragen andere
vaardigheden.” Daarom investeert Inholland in kort lopende
opleidingen, trainingen en flexibele leerpaden die nauw
aansluiten op de praktijk. Juist de samenwerking met het bedrijfsleven
maakt dat mogelijk, zeker in een regio als Delft waar
technologie, innovatie en ondernemerschap samenkomen.
Kenniscentrum voor het mkb
Toch blijft er in de wisselwerking met het bedrijfsleven volgens
hem nog veel te winnen.
Jonge mensen willen voelen
dat hun werk ertoe doet
Wendbaar in een snel veranderende wereld
Tegelijkertijd dient zich een bredere vraag aan: hoe blijft onderwijs
zelf wendbaar in een wereld die steeds sneller verandert?
“Onderwijs aanpassen kost tijd, terwijl de praktijk vaak vooruitloopt.
Dat vraagt om sterke wisselwerking met onze stakeholders
en voeling houden met de behoefte in de markt. Dat is
een intensief proces, zeker omdat wij als Inholland in meerdere
regio’s werken en met veel partners samenwerken.”
Verschillen benutten
Binnen Inholland werken verschillende
generaties naast en met elkaar. In hoeverre
heeft dat invloed op de wendbaarheid
van de organisatie? “Ik werk dagelijks
samen met collega’s die een stuk jonger
zijn dan ik en zie zeker verschillen tussen
generaties. Toen ik zelf begon met werken, was het de tijd van
hoge jeugdwerkloosheid. Ik was allang blij dát ik een baan had
en schikte me toen misschien makkelijker in hoe het werk en
de organisatie waren ingericht.”
“Jongere mensen zijn nu vaak mondiger. Ze spreken zich sneller
uit over wat ze lastig vinden of waar hun grens ligt. Ook hechten
ze meer waarde aan vrije tijd. En wat ik heel mooi vind: de
behoefte om intrinsiek zinvol werk te doen is sterk aanwezig.
Mensen willen voelen dat hun werk ertoe doet.” Tegelijk brengen
oudere collega’s ervaring mee: ze kunnen beter relativeren,
omgaan met tegenslag en hebben veerkracht. De kunst is volgens
Van den Berg om die kwaliteiten te verbinden. Dat vraagt
om leiderschap dat inzet op een veilige omgeving, waarin
mensen zich durven uitspreken. “Blijf flexibel en sta open voor
wat anderen zeggen, dan kunnen generaties elkaar versterken
en kun je samen beter worden.” •
Sparren over een vraagstuk?
Heb je een concreet vraagstuk dat om nieuwe
kennis en inzichten vraagt? Inholland denkt graag
met je mee. Studenten en docenten werken aan
maatwerkoplossingen die aansluiten bij de praktijk.
Tekst: Ans Meiborg | Foto: Studio Oostrum
Jeroen van den Berg
34 | voorjaar 2026 | delft.business
De motor achter innovatie
Zonder te overdrijven mag Delft zich de innovatiehoofdstad van
Nederland noemen, zegt Paul Althuis, programmadirecteur van
het Innovatiedistrict Delft (IDD). “Deze stad is de kraamkamer
voor nieuwe technologie en ideeën en dat willen we graag versterken.
Daarom wordt volop geïnvesteerd in de ontwikkeling van dit gebied.”
Teksten Bianca Mokkenstorm
Om die positie verder uit te bouwen
werken de gemeente Delft, TU Delft,
Bedrijvenkring Schieoevers, de Metropoolregio
Rotterdam Den Haag en de
provincie Zuid-Holland nauw samen
in het IDD. Maar het gebied draait
niet alleen om kennis, technologie
en industrie, benadrukken Althuis en
opgaveregisseur Berry van de Ven
van de gemeente Delft. Althuis: “Er
komt nieuwe horeca, meer groen,
extra woonruimte en meer werkgelegenheid.
Delft wordt straks groter én
aantrekkelijker.”
Biotech Campus
Buccaneer
Kabeldistrict
Schieoevers Noord
Station Delft Campus
Transformatie
Om de innovatiekracht verder te ontwikkelen,
ondergaat Delft Zuidoost,
met daarin de TU Delft Campus,
bedrijventerrein Schieoevers en het
Delftechpark, een ingrijpende transformatie.
Van de Ven: “Daarmee creëren
we niet alleen meer ruimte voor
bedrijven en kennisontwikkeling. Het
gaat ook om banen en nieuwe woonruimte.
We krijgen er een prachtig stuk
Delft bij om te leven en te werken. Die
sociaal-maatschappelijke rol is een
belangrijk onderdeel van IDD.”
Volgens Althuis zijn Biotech Campus
Delft, Planet B.io en Buccaneer Delft
belangrijke aanjagers van een nieuw
ecosysteem, waarin kennisinstellingen,
bedrijven en innovatieve starten
scale-ups samenwerken. “Waar
partijen vroeger vaker naast elkaar
opereerden, bundelen we nu kennis
en krachten. Die verbinden we aan
grote maatschappelijke vraagstukken,
zoals klimaatverandering, de energietransitie
en digitalisering. Dat vergroot
de slagkracht, niet alleen voor Delft
en de regio, maar voor heel Nederland.
De samenwerking tussen mbo, hbo en
Binnenstad
TU Delft Campus
Delftechpark
Schieoevers Zuid
Er komt nieuwe horeca,
groen, woonruimte en
meer werkgelegenheid
wo vormt daarbij een essentiële schakel:
een doorlopende leerlijn waarin ieders
talent optimaal wordt benut.”
Verbinding
Er zijn al belangrijke stappen gezet. Zo
verhuisde Robin Radar naar het voormalige
pand van Koning & Hartman en ontwikkelt
VolkerWessels in het Kabeldistrict
nieuwe woon- en bedrijfsruimte; volgens
Althuis een ‘succes avant la lettre’. Ook
extra financiering vanuit de Metropoolregio
Rotterdam Den Haag geeft het IDD
een stevige impuls.
Althuis noemt zichzelf ‘duvelstoejager’.
“Ik breng bestuurders en directeuren
bij elkaar en zorg dat plannen ook echt
worden uitgevoerd.” Van de Ven vult aan:
“Paul houdt tempo in het proces en
verbindt bedrijven door hun gezamenlijke
belangen zichtbaar te maken. Juist
daarin zit het succes van IDD.”
Benieuwd welke bedrijven nu al profiteren
van het ecosysteem in het IDD? Op
de volgende pagina’s maak je kennis met
drie ondernemingen die vooroplopen in
robotica en quantumtechnologie.
delft.business | voorjaar 2026 | 35
H2L Robotics
Hightech landbouwrobots
voor tulpen en aardappelen
Het is druk in de loods van H2L Robotics aan de Turbineweg 18 in Delft. Mensen sleutelen aan een witte landbouwrobot,
en Hollandse tulpenvelden worden nauwlettend gemonitord. “Je treft ons in het spitsuur, het is de
start van het tulpenseizoen,” legt manager operations Aard Duivenvoorden uit.
In 2021 introduceerde H2L een eerste tulpenselectierobot.
“Vroeger was selectie puur mensenwerk, nu nemen
onze landbouwrobots een groot deel van het werk over
met een combinatie van optica, AI en mechatronica”,
vertelt Duivenvoorden. “Camera’s scannen het gewas en
AI analyseert de beelden op eventueel aanwezige ziektes.
Wordt een zieke tulp gedetecteerd, dan zorgt de robot
voor behandeling met een precies afgepast middelengebruik.
Heel ecologisch dus.”
Van tulp naar aardappel
H2L wordt niet gefinancierd door subsidies vanuit
de overheid of andere externe geldschieters, vertelt
Duivenvoorden. “De telers betalen zelf, dat schept extra
verplichtingen. We moeten ervoor zorgen dat onze
klanten waar voor hun geld krijgen. De lijntjes zijn kort en
wij kunnen direct in de praktijk toetsen of iets ook echt
werkt. De telers zijn de experts met een probleem, wij
maken de technische vertaling naar de oplossing.”
Eén robot doet het werk van zes mensen. Dat is met de
huidige arbeidsmarkt een interessant aspect, bevestigt
Duivenvoorden. “Niet alleen vanwege mankracht. Ook de
specifieke kennis is bijna niet te vinden.” Het is dan ook
niet zo vreemd dat ook andere sectoren interesse hebben
in H2L Robotics: op dit moment ontwikkelt het bedrijf een
landbouwrobot voor de aardappelsector.
Ontwikkelingsbedrijf
Duivenvoorden heeft nog geen ambities voor de lange termijn.
“We staan open voor alle kansen, maar zijn niet van
de grote stappen - snel thuis. H2L is een ontwikkelingsbedrijf,
geen productiebedrijf. Iets nieuws ontwikkelen en dat
ook goed doen kost gewoon tijd. We zijn de komende drie
jaar wel zoet met de verdere ontwikkeling van robots voor
de pootgoedsector. Daarna zien we wel verder.”
H2L Robotics is blij met de werkplaats en kantoorruimte
onder de rook van TU Delft, die zij met behulp van de gemeente
Delft konden betrekken. “Op fietsafstand van Delft
Campus en het station om de hoek: ideaal om talent te
werven en kennis uit te wisselen, met de TU, maar ook met
andere Delftse bedrijven en instellingen. Voor mechatronica,
software engineering, werktuigbouw en AI is Delft
natuurlijk the place to be!”
Foto’s: H2L Robotics
36 | voorjaar 2026 | delft.business
Delft Circuits
Supergeleidende kabels
voor quantumtechnologie
Wij spreken CEO van Delft Circuits Martin Danoesastro op een zonnig terrasje. Niet op de Beestenmarkt,
maar op die andere bruisende plek in Delft: Kabeldistrict. Tussen lunchende, werkende en boulderende mensen
vat hij kort en bondig samen wat dit unieke bedrijf doet en waarom het juist hier is gevestigd: “Wij maken
kabels van de toekomst op de plek waar ooit historische kabels werden gemaakt.”
Delft Circuits maakt speciale hardware voor quantumcomputers.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is, legt
Danoesastro uit. “De processor van een quantumcomputer
functioneert alleen in extreme kou, bij -273 graden
Celsius. Het is een hele uitdaging om data te sturen
tussen ijskoude chips en een computer op kamertemperatuur,
zonder signaalverlies. Wij hebben daarvoor
speciaal flexibele, dunne kabels ontworpen, gemaakt van
supergeleidend materiaal. Tot nu toe zijn we de enige
producent ter wereld die dit levert.”
From lab to fab
Danoesastro onderstreept het belang van quantumcomputers:
“Het zijn supercomputers, die berekeningen kunnen
maken die met een gewone computer niet mogelijk
zijn. Quantumtechnologie is nodig om allerlei maatschappelijke
vraagstukken vergaand te analyseren en op
te lossen. Denk bijvoorbeeld aan medicijnontwikkeling,
klimaatverandering of het voedselprobleem.
Sinds de oprichting van het bedrijf in de gangen van
de faculteit natuurkunde in de TU Delft, zit het bedrijf
inmiddels zit het bedrijf behoorlijk in de lift. “Quantumcomputers
worden steeds groter en krachtiger, dus groeit
de vraag naar onze producten. Ons aantal medewerkers
zal komende jaren meegroeien.”
Ruimte om te groeien
Delft Circuits vaart wel bij deze locatie, die onderdeel
is van het Innovatiedistrict Delft (IDD). “Hier krijgen we
letterlijk en figuurlijk alle ruimte om verder te groeien. Ook
het feit dat er een goede stroomaansluiting is, is vandaag
de dag natuurlijk een belangrijk voordeel. Op dit moment
bouwen wij om de hoek een nieuwe fabriekshal en onze
ultieme droom is een eigen toren hier in het Kabeldistrict.
Al zijn wij een internationaal bedrijf, we zullen altijd in
Delft gevestigd blijven. Iedere medewerker van Delft
Circuits voelt verbondenheid met deze stad. Omdat we er
wonen, geboren zijn of hebben gestudeerd. Bovendien is
het ‘ecosysteem’ perfect: vlak bij de TU en met alle quantumbedrijven
in de omgeving om mee samen te werken.
Voor quantumtechnologie is Delft de ideale plek!”
Foto’s: Delft Circuits
delft.business | voorjaar 2026 | 37
Qlayers
Robots voor veiliger en
duurzamer schilderwerk
Ooit afgevraagd hoe grote objecten zoals opslagtanks, windmolens en zeeschepen aan hun beschermende
verflaag komen? Josefien Groot en Ruben Geutjens wel. Tijdens een diner besloten de twee
TU-studenten dat coaten veel beter en eenvoudiger moest kunnen. Niet lang daarna, in 2017, was Qlayers geboren.
Marketingmanager Thi Nguyen vertelt over de groei van het bedrijf en de stevige verbinding met Delft.
Nguyen: “Laten we eerlijk zijn, niemand zit erop te
wachten om bungelend in een mandje of hoog op de
steigers een verfklus te doen die ook nog eens heel lang
duurt. Mensen zijn gewoon niet gemaakt om in zulke
gevaarlijke omstandigheden te werken. Bovendien zijn
de dampen die van verf afkomen heel ongezond. Nu
sturen medewerkers vanaf de grond onze robots aan die
het schilderwerk doen. Heel comfortabel en zoveel beter
voor de gezondheid.”
Beter voor milieu
De technologie van Qlayers heeft ook andere voordelen,
vertelt Nguyen. “Eigenlijk is verf plastic. Om het milieu
te sparen is het heel belangrijk daar slimmer mee om
te gaan. Zo hebben wij bijvoorbeeld een speciaal spray
shielding system ontwikkeld, waardoor er zo min mogelijk
overspray ontstaat. Eenvoudig gezegd komt de verf veel
gerichter op het oppervlak terecht waardoor er minder in
de omgeving belandt en er minder microplastics in het
milieu terechtkomen. Bovendien verbruik je minder verf.
Het bespaart dus ook kosten.”
Inmiddels is Qlayers wereldwijd een bekende speler: de
robots worden ingezet in Europa, de Verenigde Staten, het
Midden-Oosten, India en Afrika. Er prijken indrukwekkende
samenwerkingspartners op het portfolio, zoals Aramco en
Shell. Het bedrijf is nog lang niet uitgegroeid en heeft ambities
om de activiteiten verder uit te breiden, bijvoorbeeld
richting Latijns-Amerika, en er zijn steeds weer nieuwe
producten in ontwikkeling.
Ideale locatie
Het hoofdkantoor van Qlayers, waar op dit moment ongeveer
35 mensen werken, zal altijd in Delft blijven, voorspelt
Nguyen. “Deze locatie is ideaal, met de scheepswerven en
havens in Rotterdam, Schiedam dichtbij en de Maasvlakte
om de hoek. Het Delftse ‘ecosysteem’, zeker met de
ontwikkelingen rondom het Innovatiedistrict Delft, werkt
heel goed voor ons. Wij maken graag gebruik van nieuwe
talenten vanuit de TU en Inholland en werken veel samen
met YES!Delft. Bovendien moet je niet vergeten dat ons
bedrijf ooit is opgericht door twee TU-studenten. Onze
wortels liggen in Delft, die laat je niet zomaar los!”
Foto’s: Qlayers
38 | voorjaar 2026 | delft.business
Tekst: Jurjen Slump | Foto’s: Van Oord
‘Vasthouden versnelling offshore wind is cruciaal’
Technologische
voorsprong behouden
Het is van groot belang dat Europa blijft investeren in wind op zee en
een eigen toeleveringsketen. Alleen dan kan de offshore windsector zijn
technologische voorsprong behouden, schaalbare innovaties ontwikkelen en
ervoor zorgen dat de klimaatdoelen worden gehaald zonder dat dit ten koste
gaat van het zeeleven. “Het is cruciaal dat we de versnelling vasthouden”,
zegt Karen Vennik, commercieel directeur offshore bij Van Oord.
De aanleg van wind op zee stagneert.
Na een periode van grote groei zijn de
marktomstandigheden een stuk minder
rooskleurig. “We zien dat een stabiele
uitrol van offshore wind om allerlei
redenen onder druk staat”, zegt Vennik.
Het gaat om kostenstijgingen, oplopende
energieprijzen en een afnemende vraag
naar elektrificatie. “Bepaalde regio’s in de
wereld vallen zelfs helemaal stil.” Zo zette
in de VS president Trump een streep door
geplande investeringen in windenergie.
Elektrificatie van de industrie
Tegelijkertijd ziet Vennik ook ‘positieve
stapjes’. Zo riep de sector eensgezind het
kabinet op om te blijven bouwen aan
groene energie in Nederland. Door het
stimuleren van elektrificatie van de industrie,
huishoudens en het transport in
Nederland en het tegelijkertijd versneld
invoeren van de zogeheten contracts for
difference – waarbij de ontwikkelaars van
windparken worden gecompenseerd bij
lage stroomprijzen – kan de ontwikkeling
van wind op zee blijven doorgaan, is de
gedachte hierachter.
Deze oproep vond gehoor. Vennik ziet
voor de contracts for difference inmiddels
brede politieke steun en er is een
toezegging van de minister. Net als voor
de aanpak van netcongestie, wat zorgt
voor een rem op elektrificatie
van belangrijke sectoren.
Het is essentieel voor wind
op zee dat de overheid
deze problemen aanpakt,
zegt ze. “Maar we zijn er
nog niet, deze steun moet
komende kabinetsperiode
worden omgezet in concrete
maatregelen.”
Slip joints
Van Oord speelt een belangrijke rol bij de
aanleg van windparken op zee. De maritieme
waterbouwer werd in 2002 actief
in de offshore windsector en is inmiddels
een van de wereldspelers. Het bedrijf
investeerde afgelopen decennium fors in
offshore wind en introduceerde afgelopen
jaren diverse installatieschepen voor
het leggen van zeekabels, het installeren
van funderingen en het plaatsen van turbines.
Daarnaast ontwikkelde Van Oord
tal van innovaties om de steeds grotere
windturbines verder van de kust en in
dieper water te kunnen plaatsen.
Offshore windinstallatieschip Aeolus
aan het werk in windpark Gemini
delft.business | voorjaar 2026 | 39
We hebben nu nog een voorsprong
en die moet je kapitaliseren
Karen Vennik
Een daarvan is de zogeheten slip joint,
waarmee het middelste deel van een
windmolen – in jargon het transition
piece – over de monopile wordt geschoven.
Hierdoor zijn niet langer voegmiddel
of bouten nodig, wat tijd en kosten bespaart
bij de aanleg en bovendien minder
onderhoud vergt. De innovatie werd
door Van Oord ontwikkeld samen met
kennispartners van het GROW-consortium.
Dit is een samenwerkingsverband
waarbinnen industrie en kennispartners
– waaronder de TU Delft – gericht werken
aan innovaties voor offshore wind.
Ook investeert Van Oord veel in nieuwe
toepassingen om het zeeleven te
beschermen. De aanleg van steeds
grotere funderingen voor de steeds
grotere mono piles bedreigt het leven
onder water. Zo werkt het onder meer
aan nieuwe heimethoden om de overlast
voor zeezoogdieren te beperken.
Vennik spreekt daarom van strategische
samenwerkingen als het gaat om
de ontwikkeling van innovaties samen
met kennisinstellingen. De bloeiperiode
heeft ervoor gezorgd dat Nederland en
Europa momenteel een technologische
voorsprong hebben op China, dat ook
hard aan de weg timmert met een eigen
offshore windindustrie.
Europese supplychain
Het is belangrijk dat Europa de komende
decennia deze voorsprong behoudt. “Als
Europa minder afhankelijk wil worden van
andere landen, dan moeten we investeren
in een Europese supplychain”, zegt
Vennik. “De kennis die je hier hebt, moet
je hier behouden.”
“We hebben nu nog een voorsprong en
die moet je kapitaliseren. Als wij een
goedgevulde orderportefeuille houden
in Europa, dan kunnen we schaalbare
innovaties blijven creëren die leiden tot
kostenreducties in de windenergiesector.”
Vennik benadrukt dat een bedrijf als
Van Oord alleen hierin kan investeren als
het de zekerheid heeft dat het die op
een schaalbare manier kan toepassen.
“Daarom is een stabiele en voorspelbare
dealflow van projecten en tenders zo
belangrijk voor de hele sector.”
Het is om die reden cruciaal dat de
regering blijft werken aan het elektrificeren
van de industrie, het oplossen
van netcongestie en bij het uitschrijven
van tenders blijft sturen op kwalitatieve
criteria, zoals duurzaamheid en innovatie
– niet alleen op de prijs. “Al deze
thema’s – energiezekerheid, strategische
autonomie, verduurzaming en betaalbare
energie – hangen sterk met elkaar samen
en vragen om een sterke regie vanuit de
overheid.” •
Dit is een bewerkte versie
van een artikel dat eerder
verscheen in Pioneering
Tech Magazine, een uitgave
van de TU Delft.
Oestertafels in windpark Luchterduinen
Oesterriffen
Andere innovaties: tree reefs waarmee
habitats worden gecreëerd voor vissoorten
op de zeebodem. En oesterriffen die
niet alleen de fundering van windmolens
beschermen tegen erosie, maar ook zorgen
voor herstel van oesterbanken.
“Het is van essentieel belang om hierin
te innoveren”, zegt Vennik. De Noordzee
is een veelgebruikt stuk zee en daarom
moeten we aandacht blijven houden
voor multi-use ervan om de energietransitie
haalbaar te houden. “Dit wordt
essentieel voor de uitrol van offshore
wind. Daarnaast is het ontwerpen van
structuren op de zeebodem enorm kansrijk
voor het onderwaterzeeleven.”
40 | voorjaar 2026 | delft.business
De kracht
van generaties
Ondernemen als way of life
Opgegroeid
met de zaak
Alfred
Rob
Rob
Magchelina
Möller
van der Valk sr.
van der Valk jr.
van der Valk
delft.business | voorjaar 2026 | 41
Voor kinderen van ondernemers
is het bedrijf vaak
een vanzelfsprekend
onderdeel van het gezin. Meehelpen
na school, vakanties die anders
lopen dan gepland en gesprekken
aan tafel die over de zaak gaan. Wat
doet dat met je als kind? En hoe
kijken verschillende generaties naar
het ondernemerschap van nu?
We spreken erover met ondernemerskoppel
Rob en Magchelina van der Valk
en hun vaders Rob van der Valk sr. en
Alfred Möller. Magchelina groeide op tussen
de auto’s in de werkplaats van Möller
Autoschade, het bedrijf dat haar vader
in 1979 oprichtte en uitbouwde naar een
bedrijf met zes vestigingen. Robs ouders
waren eigenaar van het iconische Van der
Valk-restaurant Plaswijck in Rotterdam.
Inmiddels runnen Rob en Magchelina
samen het Van der Valk Hotel Delft A4 én
hun eigen gezin met twee schoolgaande
kinderen. Wat neem je mee van huis
uit? Wat laat je bewust achter? En hoe
anders is ondernemen anno 2026 dan
veertig jaar geleden?
Vijfde gezinslid
Voor Magchelina was het familiebedrijf
al vroeg een vanzelfsprekend onderdeel
van het gezinsleven. “Je weet als kind
niet beter”, zegt ze. “We waren met z’n
vieren thuis, maar het bedrijf voelde als
een vijfde gezinslid. Ik leerde al jong de
telefoon opnemen met voor- én achternaam,
voor het geval het een klant was.
Toen we tijdens een vakantie hoorden
dat er brand was op de zaak, pakten mijn
zus en ik alvast de koffers. We wisten: we
gaan terug naar huis.”
Meehelpen was vanzelfsprekend. “Ik klopte
urenbriefjes in, mijn zus stond als klein
meisje al auto’s te wassen. Het voelde
nooit als een last; het hoorde er gewoon
bij. Mijn ouders betrokken ons overal bij.
Toen we een ondernemersprijs wonnen,
stonden mijn zus en ik ook op het podium.
We waren niet alleen onderdeel van
het gezin, maar ook van het bedrijf. Daar
ben ik altijd trots op geweest.”
Ook een andere kant
Voor Rob jr. is het gevoel bij zijn jeugd
minder eenduidig. Een groot deel ervan
speelde zich af in het restaurant. “We
woonden er tegenover en na school ging
ik er altijd naartoe. Het was er gezellig
en druk.” Hij snoepte van het deeg van
de bakker en met kerst werkte iedereen
in het gezin mee. Mooie herinneringen.
Maar er was ook een andere kant. Zijn
ouders werkten juist wanneer anderen
vrij waren. Toen hij ouder werd, voelde
hij steeds sterker dat hij zelf ook meer
moest bijdragen, al lukte dat niet altijd.
Zelfs zijn achternaam had twee kanten:
sommige vriendjes kwamen vooral voor
de gratis bitterballen. Een tijdlang stelde
hij zich daarom zonder achternaam voor.
Way of life
Voor de oudere generatie hoort die
voortdurende aanwezigheid bij het
ondernemerschap. Het is een way of life,
vindt Rob sr. “Als je dit ‘werken’ noemt,
hou je het niet vol. Dit is wat je doet, van
’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Natuurlijk
zijn er momenten waarop je even
afstand kunt nemen, op vakantie bijvoorbeeld.
Maar de verantwoordelijkheid blijft
altijd, ook als je even weg bent.”
Topsport
Deze manier van ondernemen heeft
vanzelfsprekend ook invloed op het gezinsleven.
Maar daar dacht je van tevoren
helemaal niet over na, vertelt Alfred. “We
hadden een zaak, kregen kinderen en
ondertussen ging het leven gewoon door,
zonder papadag, vierdaagse werkweek
of ouderschapsverlof. Pas nu besef ik
hoe groot die uitdaging eigenlijk is voor
een jong gezin. Je wilt je kinderen goed
laten opgroeien, je relatie goed houden
én een bedrijf draaiende houden. Dat is
topsport. Daar krijgt niemand les in. Dan
is het belangrijk dat de thuisbasis stevig
is. Mijn vrouw speelde daar de grootste
rol in. Zij heeft enorm veel gedaan en dat
was niet altijd makkelijk, maar doordat ze
vasthield aan haar normen, waarden en
verantwoordelijkheid voor de kinderen,
zijn zij geworden wie ze nu zijn.”
Meehelpen was vanzelfsprekend. Ik klopte urenbriefjes in,
mijn zus stond als klein meisje al auto’s te wassen
Tekst: Ans Meiborg | Foto’s: Raúl Neijhorst
42 | voorjaar 2026 | delft.business
Wat je vooral meekrijgt is discipline en arbeidsethos.
In welke branche je dat toepast is secundair
Verwachtingen
In veel familiebedrijven komt vroeg of
laat de vraag op tafel: komt de volgende
generatie in de zaak? Volgens Alfred blijft
dat vaak onuitgesproken, maar hangt het
wel degelijk in de lucht. “Ik denk dat er
op het moment dat Rob werd geboren al
een beeld was dat hij later iets in het familiebedrijf
zou gaan doen.” Rob jr. nuanceert
dat beeld. “Wat je vooral meekrijgt,
is verantwoordelijkheidsgevoel, discipline
en arbeidsethos. Het gaat minder om
wát je doet of in welke branche, maar
meer om hóe je het doet. Die combinatie
van arbeidsethos en duidelijke normen
en waarden is misschien wel de echte
erfenis van een ondernemersgezin.”
Andere spelregels
Op de vraag wat het grootste verschil
is met vroeger, komt het antwoord
resoluut: personeel. De arbeidsmarkt is
krap, de regeldruk is toegenomen en de
verwachtingen van medewerkers zijn
veranderd. “Vroeger ging misschien
de helft van je energie naar het managen
van medewerkers en het creëren van een
goede werkcultuur”, zegt Alfred. “Nu merk
je dat dat een stuk meer is geworden.”
De voorbeelden volgen snel: ziekteverzuim,
privacywetgeving, waardoor je als
werkgever nauwelijks mag vragen wat er
precies aan de hand is, en jongeren die
wel wíllen werken, maar dat door regels
niet mogen. “Vriendjes van onze zoon
willen graag bij ons aan de slag”, vertelt
Magchelina. “Maar ze zijn veertien en mogen
niet met apparatuur met een snoer
werken. En in de ontbijtruimte staan
open flessen drank en dat is niet toegestaan.
Zo jammer: nu gaan ze aan de slag
bij de supermarkt, terwijl ze hartstikke
gemotiveerd waren.”
Aandacht voor mensen
Toch blijft de kern van goed werkgeverschap
volgens Rob jr. hetzelfde. “Wij
zijn niet zachtzinnig en vragen veel van
onze mensen. Maar tegelijkertijd staan
we er zelf ook. Met kerst werken we ook
gewoon veertien uur per dag en hebben
we net zo goed pijn in onze voeten. Dat
maakt dat je soms veel van mensen kunt
vragen. Omdat ze zien dat we het samen
doen. Dat ‘met elkaar’ werken is iets wat
we van huis uit hebben meegekregen.”
Dat vraagt wel om voortdurende aandacht
voor medewerkers. “Je moet elke
dag scherp zijn: hoe gaat het met ze?
Hoe voelen ze zich? Hoe gaat het thuis?”
Hij merkt dat daarin steeds meer van
werkgevers wordt verwacht. “Laatst
was er nog een oproep van de overheid
om flyers over huiselijk geweld op de
werkvloer neer te leggen”, zegt hij. “Dan
denk ik: wat kun je als werkgever hierin
betekenen? Er wordt steeds vaker naar
bedrijven gekeken, ook bij problemen die
buiten het werk spelen. Maar ik ben geen
psycholoog of maatschappelijk werker. Ik
ben ondernemer. En je moet daarin wel
realistisch blijven.”
“Dat is precies wat ik bedoel”, beaamt
Alfred. “We zijn daarin wat doorgeslagen.
Maar tegelijkertijd: elke generatie heeft
zijn eigen uitdagingen. Mijn vader zei ooit,
toen we van zes naar vijf werkdagen gingen:
‘Nederland gaat naar de knoppen’.
En kijk waar we nu staan. Uiteindelijk lost
veel zich ook vanzelf weer op.”
Digitalisering
Naast personeel speelt technologie een
steeds grotere rol in het ondernemerschap.
“Automatisering en digitalisering
zijn echt vraagstukken van deze generatie”,
zegt Rob jr. “Ik vind dat juist leuk om
mee bezig te zijn. Je ziet dat de volgende
generatie daar alweer handiger in is. Zij
groeien op met social media en IT en
gaan er veel vanzelfsprekender mee om
dan wij als veertigers.”
“Veel dingen die we nu doen, hebben we
niet zelf bedacht”, vertelt Magchelina.
“Zeker bij marketing spelen de ideeën van
jonge medewerkers een belangrijke rol.
Jaren geleden heb ik van een medewer-
delft.business | voorjaar 2026 | 43
ker geleerd hoe Instagram werkt”, lacht
ze. “Inmiddels hebben we ook iemand
die TikTokfilmpjes maakt. Geweldig om te
zien hoe zij daarmee bezig zijn.” Volgens
haar is dat ook noodzakelijk. “Medewerkers
zijn ons grootste kapitaal en hun
inbreng moet je stimuleren en koesteren.
We vinden het belangrijk om dicht bij de
werkvloer te staan en aanspreekbaar te
zijn voor iedereen, zodat ideeën en signalen
makkelijk gedeeld kunnen worden.”
Wat geven jullie door?
De vraag die boven het gesprek hangt:
wat geven jullie door aan de volgende
generatie? Niet per se het bedrijf, wel de
houding, is de strekking. “Discipline, verantwoordelijkheid,
niet weglopen als het
moeilijk wordt”, somt Rob jr. op. En misschien
nog wel belangrijker: trots. “Ik vind
dat we als jongere generatie niet moeten
vergeten op welke schouders we staan.
Dat geldt ook binnen ons bedrijf. Soms
vraag ik me af of er nog genoeg besef is
van waar het bedrijf vandaan komt en
wat allemaal heeft moeten gebeuren om
te komen waar we nu zijn. Het is niet mijn
verdienste dat wij hier zitten. Dat is het
werk van de generaties vóór ons. In het
geval van de Möllers van de vorige generatie,
in andere familiebedrijven soms
van meerdere generaties. Dat vraagt om
een bepaalde dankbaarheid en om de
bereidheid om die nalatenschap voort te
zetten.” •
Foto: William Moore | Ontwerp: Wiegerinck
44 | voorjaar 2026 | delft.business
Ondernemersvragen
zetten politici op scherp
Wat hebben ondernemers nodig om te kunnen floreren? En
hoe voorkomen we dat netcongestie, ruimtegebrek of slechte
bereikbaarheid de economische ontwikkeling afremmen?
Tijdens het Politiek Ondernemersdebat, voorafgaand aan de
gemeenteraadsverkiezingen, gingen lokale politici hierover in
gesprek met ondernemers.
Tekst: Ans Meiborg | Foto’s: Glenn van Haasen
Onder leiding van Frederique de Jong
voerden politieke partijen met elkaar een
debat over drie actuele thema’s: een
ondernemersvriendelijke gemeente,
ruimte voor innovatieve maakindustrie
en een aantrekkelijke bezoekersstad. Aan
de hand van ondernemersvideo’s en vragen
uit het publiek reageerden de politici
op kwesties die spelen in het Delftse
bedrijfsleven.
De Jong vroeg de politici eerst terug te
blikken op de afgelopen vier jaar. Wat
is er bereikt en waar zijn partijen trots
op? Genoemd werden onder meer de
toegenomen toegankelijkheid van de
gemeente, investeringen in betaalbare
bedrijfsruimte en het beleid om lokaal
inkopen te stimuleren. Tegelijkertijd werd
duidelijk dat onder ondernemers nog veel
vragen leven over wat er de komende
jaren nodig is om Delft aantrekkelijk en
ondernemend te houden.
Knelpunten voor ondernemers
Bij het thema ruimte voor groei ging het
niet alleen over scale-ups en maakbedrijven,
maar ook over de uitbreidingsbehoefte
van ondernemers in de binnenstad.
Daarnaast bleken bereikbaarheid
en parkeerbeleid hete hangijzers. Hoe
zorg je ervoor dat Delft aantrekkelijk blijft
voor bezoekers, zonder dat ondernemers
daarvan de nadelige gevolgen ondervinden?
Ook netcongestie en verduurzaming
houden de gemoederen bezig. Hoe
kunnen bedrijven in Delft blijven groeien
als het elektriciteitsnet onder druk staat?
En op welke manier wil de politiek sterker
inzetten op duurzame bedrijvigheid? De
meningen en voorgestelde oplossingen
liepen uiteen. Daarmee bood het debat
ondernemers volop stof tot nadenken
én de kans zich verder te verdiepen in de
plannen en standpunten van de politieke
partijen rond ondernemerschap in Delft.
Het belang van ontmoeting
Bij de borrel werd verder gesproken en
werden nieuwe contacten gelegd. Daarin
schuilt ook de toegevoegde waarde van
dit initiatief: elkaar niet alleen opzoeken
in verkiezingstijd, maar juist ook werken
aan de verbinding tussen ondernemers
en politiek op de langere termijn. •
Inmiddels traditie
Het Ondernemersdebat is
inmiddels een traditie in Delft.
Dot• nam in 2018 het initiatief
voor het eerste debat, nadat
ondernemers aangaven weinig
voeling te hebben met de politiek.
Een tweede editie volgde in 2022.
Ook toen bleek dat ondernemers
en politici elkaar niet vanzelf
ontmoeten, terwijl hun belangen
vaak nauw met elkaar verweven
zijn. Reden om voortaan jaarlijks
bijeenkomsten te organiseren
over politiek en ondernemerschap
die inhoud met ontmoeting
combineren: wie elkaar kent, weet
elkaar makkelijker te vinden en
begrijpt beter wat er speelt.
Het Politiek Ondernemersdebat 2026 werd mogelijk gemaakt
door VNO-NCW Delft, Dot en Ondernemersfonds Stadsbreed.
‘Meer aantrekkelijke
evenementen voor bezoekers
vragen om minder regeldruk
en snellere procedures’
Floortje Meijer
Hotel De Plantaan
‘Wat wij nodig
hebben om goed te
kunnen ondernemen,
is stabiliteit en
voorspelbaarheid’
Nils Eekhout
Octatube
‘De relatie tussen
gemeente en
ondernemers kan
versterkt worden
door lokaal inkopen te
stimuleren’
Wilma Broeseliske
MKB Delft
46 | voorjaar 2026 | delft.business
Wethouder Maaike Zwart
Tekst: Louis Hueber | Foto boven: Ronald Speijer. Foto’s onder MRDH
Metropoolregio heeft ongekende potentie
‘Onze kracht ligt
in samenwerken’
Het bruist er van economische kracht. Van hightech innovatie in
Delft tot wereldhandel in de Rotterdamse haven. Tegelijk staat
de regio voor grote keuzes. Hoe blijven we concurrerend én
zorgen we dat iedereen profiteert van groei? Delftse wethouder
Maaike Zwart vertelt over de langetermijnvisie van de MRDH op
het economisch vestiginsklimaat en duurzame groei.
Waarom is het zo belangrijk om een
visie te hebben op het economisch
vestigingsklimaat?
“Een sterke regio ontstaat niet vanzelf.
Daar moet je samen aan bouwen. Bedrijven,
investeerders en kennisinstellingen
willen weten: waar gaan we naartoe en
hoe kan ik daar een rol in spelen?
Overheden hebben daarin een belangrijke
verantwoordelijkheid, want onze economie
staat voor grote uitdagingen. Denk
aan netcongestie, krapte op de arbeidsmarkt
en ruimtegebrek. Maar ook aan
fundamentelere vragen: wat voor economie
willen we zijn als regio? Hoe ziet onze
economie van de toekomst eruit? Daar
moet je actief op sturen, keuzes maken
en samenwerken. Dat werkt alleen als de
21 gemeenten samen optrekken en vanuit
één gezamenlijke agenda werken. Zo
behouden we onze economische kracht
én bouwen we die verder uit.”
De MRDH wordt vaak omschreven als
een van de economisch krachtigste
regio’s van Nederland. Waar zit die
kracht volgens u in?
“Wat deze regio bijzonder maakt, is de
combinatie van economieën die elkaar
versterken. Van het innovatieve ecosysteem
in Delft tot de grootste haven van
Europa. Van de wereldwijd toonaangevende
glastuinbouw tot hoogwaardige
maakindustrie. En van internationale
clusters rond veiligheid en digitalisering
tot het centrum voor vrede en recht.
Dat alles wordt verbonden door een
uitzonderlijk sterk kennisnetwerk: universiteiten,
zoals de TU Delft, hogescholen,
mbo-instellingen en onderzoeksinstituten.
Juist die nabijheid van kennis,
talent en ondernemerschap maakt dat
innovatie hier echt kan versnellen.
Delft speelt daarin een belangrijke rol als
technologie- en innovatiecentrum van
de regio. In onze stad werken bedrijven,
onderzoekers en studenten samen in
fieldlabs zoals SAM XL, RoboHouse en
The Green Village, waar nieuwe technologieën
direct in de praktijk worden getest.
Vanuit incubators ontstaan bovendien
veel start-ups en scale-ups. Voor die
bedrijven is het cruciaal dat zij kunnen
doorgroeien. Niet alleen in Delft, maar
binnen de hele regio.
“Daar investeren we bewust in, onder
andere via de ontwikkeling van het
Innovatiedistrict Delft. Voor innovatieve
bedrijven is het belangrijk dat zij in elke
groeifase een passende plek kunnen
vinden, in Delft óf in de regio. Juist doordat
we regionaal samenwerken, kunnen
bedrijven doorgroeien en blijft innovatie
behouden voor de metropoolregio als
geheel. Zo versterken steden elkaar en
bouwen we samen aan een toekomstbestendige
regionale economie.”
Tegelijkertijd zijn er flinke uitdagingen
voor de regio. Welke springen eruit?
“Het gaat om een reeks urgente en samenhangende
uitdagingen, zoals de druk
op de ruimte. Tot 2040 groeit de regio
met zo’n 400.000 inwoners, vergelijkbaar
met een stad ter grootte van Utrecht.
Al die mensen moeten wonen, werken,
reizen en energie gebruiken, terwijl de
beschikbare ruimte nu al schaars is.
Daarnaast piept en kraakt de arbeidsmarkt.
We hebben veel nieuw talent nodig,
maar moeten ook beter gebruikmaken
van het talent dat er al is. Dat vraagt
investeringen in onderwijs, omscholing
en kansen voor mensen om mee te doen.
Als wethouder Werk en Inkomen vind
ik dat een economie moet werken voor
iedereen en moet leiden tot goede, toekomstbestendige
banen op alle niveaus,
voor praktisch en theoretisch opgeleiden.
Groei heeft pas echt waarde als die leidt
tot toekomstbestendig werk, ontwikkel-
kansen en bestaanszekerheid voor zowel
praktisch als theoretisch opgeleiden,
voor huidige én volgende generaties.
Daar werken overheid, onderwijs en bedrijfsleven
samen aan.
Tegelijk staan onze economische clusters
midden in grote transities, zoals
digitalisering, de circulaire economie en
de energietransitie. En we voelen steeds
sterker de invloed van geopolitieke ontwikkelingen
en internationale afhankelijkheden.
Dat maakt het des te belangrijker
dat we als regio samen strategische
keuzes maken.”
De metropoolregio is het meest
dichtbevolkte gebied van Nederland. Is
die ruimtedruk alleen maar een nadeel?
“Zeker niet. Die compactheid is óók een
kracht. Omdat alles zo dicht bij elkaar
ligt, bestaat hier een ongekende nabijheid
van talent, bedrijven en kennisinstellingen.
Dat maakt samenwerking
vanzelfsprekend en versnelt innovatie,
bijvoorbeeld in en rond Delft en het
Innovatiedistrict.
Juist langs sterke openbaarvervoercorridors,
zoals de Oude Lijn tussen
Leiden en Dordrecht, ligt een enorme
kans. Door daar wonen, werken, leren
en reizen slim te combineren, kunnen
we duurzaam verdichten zonder dat de
leefkwaliteit onder druk komt te staan.
Dat is ook de kern van de gezamenlijke
verstedelijkings opgave in onze regio.
Schaarste dwingt tot creativiteit. In Delft
transformeren we verouderde gebieden
tot moderne, gemengde werklocaties
waar innovatie, bedrijvigheid en stedelijk
leven samenkomen. Compactheid kan
daarmee juist een concurrentievoordeel
zijn, mits je het goed organiseert. Dan
werkt het voor inwoners én bedrijven.”
Waar moet de metropoolregio in 2050
staan, als het aan u ligt?
“Mijn ideaalbeeld is een regio die bekendstaat
om welvaart voor iedereen
én vanwege een innovatieve economie.
Dat betekent dat economische groei
ook echt voelbaar is voor inwoners en
ondernemers: goede banen, sterke bedrijven,
een aantrekkelijke leefomgeving
en kansen om vooruit te komen. In 2050
zijn we een van de duurzaamste energiemainports
van Europa. We blijven wereldleider
in hightech tuinbouw en slimme
voedselproductie, excelleren in veiligheid,
delft.business | voorjaar 2026 | 47
digitalisering en AI, en beschikken over
een hypermoderne maakindustrie.
Tegelijk wil ik dat deze regio een plek
is waar inwoners fijn wonen, kinderen
opgroeien met perspectief en ondernemerschap
de ruimte krijgt. Een regio
waar talent naartoe wil komen vanwege
de unieke combinatie van leefkwaliteit,
bereikbaarheid en economische kansen.
Kortom: een regio die ertoe doet – economisch,
maatschappelijk én internationaal.”
Tot slot: stel dat u niet terugkeert als
portefeuillehouder Economie. Wat zou u
uw opvolger willen meegeven?
“Koester het regionale en blijf samenwerken,
want geen enkele gemeente kan dit
alleen. Durf keuzes te maken en stuur op
de lange termijn.
Blijf inzetten op de drie strategische
keuzes uit de economische visie: ruimte
voor werk, innovatie en technologie, en
toekomstbestendig arbeidspotentieel.
Zo blijft de economie de motor voor
welvaart en voor kansen voor bedrijven
én inwoners. Investeer breder dan alleen
topclusters, juist ook in de lokale economie.
Dáár zit de veerkracht en balans.
En voel ook de urgentie: we moeten nu
bouwen aan een economie die toekomstbestendige
banen oplevert op alle
niveau’s. Deze regio heeft alles in zich
om internationaal te blijven excelleren.
Het is aan ons om dat samen waar te
maken.” •
48 | voorjaar 2026 | delft.business
Tekst: Peter Otte | Foto: Raúl Neijhorst
De ICT staat nooit stil
‘Ik ben nog elke dag
aan het pionieren’
Bon-ICT van Roy Snuverink bestaat twintig jaar. In die tijd
veranderde veel: van patchkasten en kassasystemen naar
cloudoplossingen, en van fulltime op kantoor naar flexibel en
hybride werken. “Maar het blijft experimenteren en leren.”
“Er is veel veranderd, vooral bij mijzelf”,
zegt hij. “Ik heb meer ervaring en kan mijn
jonge medewerkers beter begeleiden.”
Tot 2016 was Snuverink zzp’er. Na met
enkele stagiaires gewerkt te hebben, nam
hij zijn eerste werknemer aan. Inmiddels
telt het team vier mensen en per 1 april
komt er een vijfde bij: Sam Verbeek (22),
oud-stagiair vanuit Delft On Stage, die
na zijn opleiding IT Systems & Devices
terugkeert.
Women in Tech
Snuverink ziet het als een groot pluspunt
dat jongere generaties werk en privé anders
combineren. “In mijn team werken
twee jonge ‘Women in Tech’: vrouwen
met sterke ICT-kennis en scherpe
communicatievaardigheden, een mooie
aanvulling op mij. Met jonge gezinnen is
soms flexibiliteit nodig en dat werkt in
de praktijk juist goed. Mensen nemen
verantwoordelijkheid en zetten op drukke
momenten een stap extra. Zo staat
niet de urenregistratie centraal, maar het
resultaat: samen zorgen we dat de klant
goed wordt bediend. Het laat zien hoe
generaties elkaar kunnen versterken.”
De klantenkring groeide naar zo’n zeventig
bedrijven, waarvan ongeveer een
kwart in de horeca. Die link komt voort
uit Snuverinks start bij het Kurhaus in
Scheveningen, waar hij – zonder ICT-opleiding
– vanuit de receptie doorgroeide
tot systeembeheerder. Daar ontstond
ook de naam van het bedrijf, een verwijzing
naar de keukenbonnetjes en de
kreet ‘bon chef!’.
V.l.n.r. Roy Snuverink, Christiena Schanstra en
Kelly Weel
De kracht
van generaties
Tegenwoordig werkt Bon-ICT voor uiteenlopende
mkb-bedrijven. De kracht zit in
het vermogen van het team om zich snel
in de specifieke software van klanten te
verdiepen – van huisartsenpraktijken tot
laboratoria – en ervoor te zorgen dat alle
systemen goed samenwerken.
De kern is altijd hetzelfde gebleven:
slimme, betaalbare oplossingen bouwen
voor kleinere organisaties. “We werken
met figuurlijke LEGO-steentjes die we op
elkaar stapelen.”
De cloud
Anno 2026 wordt dat complexer. Klanten
vragen vaker om Europese alternatieven
voor Amerikaanse cloudservers. Maar
overstappen van systemen als
Microsoft 365 is ingrijpend. “Terug naar
alles lokaal regelen met patchkasten?
Dat is niet meer realistisch. De cloud is
waar het gebeurt en dat loopt meestal
via de VS.” Na twintig jaar is het dus nog
steeds pionieren. En precies dat maakt
het werk volgens Snuverink mooi. Ook
voor de huidige generatie. •
delft.business | voorjaar 2026 | 49
Binnenkort
Meer evenementen
en actuele informatie op
delft.business/
agenda
9 april
Oostlanddag
De 16de editie van de Oostlanddag in
Pijnacker-Nootdorp brengt ondernemers
en overheden uit de regio samen om
elkaar te inspireren en inzichten te delen.
Sportcentrum de Viergang
16.00 - 19.00 uur Gratis (aanmelden)
vno-ncwwest.nl/evenementen/
oostlanddag-veilig-vooruit-oostland
10 april
Dea Dia
Ondernemerskoffie
Begin de vrijdag met een dosis
ondernemersenergie: tijdens deze
open ondernemerskoffie staan vragen
en dilemma’s centraal, worden ideeën
getoetst en nieuwe inzichten opgedaan
voor je bedrijf.
WestCord Hotel Delft
09.00 – 10.30 uur
Gratis na aanmelding
deadia.net/events
14 april
Theatervoorstelling
De Onmisbaren
Werkwaardig brengt de theatervoorstelling
De Onmisbaren naar de
bedrijfskantine van Werkse!. Hierin
komen de ervaringen van medewerkers
in sociaal ontwikkelbedrijven tot leven.
Herkenbare, soms confronterende
verhalen over de waarde van werk en het
belang van erbij horen.
Werkse!
Aanmelden nodig
16.30 - 19.30 uur
werkwaardig.nu/events/deonmisbaren-een-theatervoorstellingin-de-bedrijfskantine
25 juni
Lancering Delft.business en Rijswijk.business
14 april
Meet & Match
Ontdek hoe de lijntjes in het Delftse
netwerk ontstaan en ontmoet
ondernemers en partners in een
informele setting. Een moment om
nieuwe gezichten te leren kennen, ideeën
te delen en te kijken welke kansen of
samenwerkingen hieruit kunnen groeien.
Dot•
24 april
Meet your co-founder
Een live matchmaking event van
YES!Delft waar founders en toekomstige
co-founders elkaar vinden: pitch je
techstart-up of stel jezelf voor en match
met talent dat jouw team kan versterken.
Je hebt geen businessidee nodig, wel
de ambitie om binnen zes maanden te
starten.
YES!Delft
16.00 – 18.30 uur
Gratis na aanmelding
dotverbindt.nl/meet-and-match-3
13.30 - 17.00 uur
Gratis na aanmelding
yesdelft.com/events/meet-yourco-founder-16
8 juni
Delft Verbindt
Zomerbarbecue
Noteer alvast in je agenda: de jaarlijkse
Delft Verbindt Zomerbarbecue op
maandag 8 juni. Het belooft weer een
mooi netwerkevent te worden op een
historische locatie. Details volgen.
De lancering van de zomeredities van Delft.business en Rijswijk.business met het
thema Nieuwe koers, nieuwe kansen vindt plaats bij The Den in Rijswijk. Een prachtige
setting waar volop gelegenheid is om te netwerken.
The Den, Rijswijk 17.00 – 20.00 uur Aanmelden via delft.business/agenda/
Locatie volgt 17.00 - 21.00 uur
Gratis na aanmelding
delftverbindt.nl/delftverbindtbarbecue
50 | voorjaar 2026 | delft.business
50
De opa, vader en oom van de huidige
generatie aan het werk in 1958
delft.business | voorjaar 2026 | 51
Het familiebedrijf
Rust Drank- en Horeca Groothandel
Op 1 mei 1895 opent Chris Rust een slijterij aan de Delftse Molslaan 5.
Wat begint als een kleine winkel, groeit uit tot een hecht familiebedrijf
dat al meer dan vier generaties meebeweegt met de tijd,
met respect voor traditie én oog voor nieuwe kansen.
Ondernemerszin is de familie Rust niet vreemd. De slijterij van
overgrootvader Chris breidt uit met een café en in 1912 volgt
de stap naar een drankhandel, vertelt Daniëlle Rust, die sinds
1998 samen met haar broers Rick en André het bedrijf runt.
Wanneer opa het bedrijf in
1939 overneemt, breidt hij
het assortiment verder uit
en gaat hij siropen en mineraalwater
produceren. In
de decennia daarna groeit
het familiebedrijf door en
gaat het over op volgende
generaties. Klanten en
medewerkers blijven vaak
tientallen jaren verbonden.
“Eén van onze medewerkers
werkt al 43 jaar bij
ons”, vertelt André.
Daniëlle, Rick en André
bouwen het bedrijf verder
uit tot een regionale
horecagroothandel met
een compleet assortiment
voor horeca, verenigingen
en bedrijven. Naast
dranken leveren ze food,
zoetwaren en disposables.
“Daarnaast bieden
we tegenwoordig ook
partyverhuur”, zegt Rick.
“Van servies en stoelen tot
barbenodigdheden en
materialen voor evenementen:
klanten kunnen terecht voor een compleet pakket.”
Wat in al die jaren niet veranderde, is de sfeer. “We zijn nog
steeds een klein familiebedrijf met een compact team”, benadrukt
Danielle. “We hebben vaste klanten, die geen nummer
V.l.n.r.: André, Daniëlle en Rick Rust
zijn, maar die we allemaal persoonlijk kennen. We leveren in
een straal van ongeveer 50 kilometer rond Delft. Onze chauffeurs
hebben soms zelfs de sleutel van klanten, zodat ze de
bestelde voorraad alvast in de koeling of vriezer kunnen zetten.
Er is over en weer veel vertrouwen
en klanten weten
dat ze kunnen rekenen op
onze service.”
Ondertussen blijft de
familie vernieuwen. Zo
kwamen er zonnepanelen
op het dak om
het energieverbruik van
de koel- en vriescellen
te verduurzamen. Ook
namen ze vorig jaar het
siroopmerk Smaakje over,
dat ze nu zelf produceren
en bij klanten promoten
voor koffie en desserts. Op
zolder vonden ze een oud
sirooprecept van opa uit
1959. “Daarom vonden we
dit ook zo leuk om voort te
zetten”, zegt Daniëlle.
Zullen hun kinderen de
zaak later overnemen?
“Nee hoor”, zeggen
Daniëlle en Rick in koor.
“De keuze die wij hebben
gemaakt, hoeven zij
niet per se te maken. Ze
hebben alle ruimte om hun eigen pad te kiezen. Maar de deur
staat hier natuurlijk altijd open, voor het geval ze op den duur
tóch interesse krijgen en hier met hun neefjes en nichtjes aan
de slag willen.” •
Tekst: Peter Otte | Foto: Sarah Marchionda
52 | voorjaar 2026 | delft.business
Gelukkig hebben we de foto’s nog
• 8 februari Musical Willem van Oranje
Tijdens de première van de musical
Willem van Oranje kwam het verhaal
van de Vader des Vaderlands groots
en meeslepend tot leven met
indrukwekkende zang, dans en decors
die het publiek door de geschiedenis
voerden.
• 11 februari Highlight Delft
Lichtkunst en technologie verlichtten
de binnenstad tijdens Highlight Delft.
Duizenden bezoekers lieten zich langs
bijzondere installaties en onverwachte
routes door de stad leiden.
delft.business | voorjaar 2026 | 53
• 25 februari Skills-based werven
Op de kennisbijeenkomst van
Werkwaardig werd gepleit voor werving
van talent waarbij niet het cv, maar
skills centraal staan. Skillspaspoorten en
gaming zijn verrassende methoden die
leiden tot betere matches.
• 5 maart BBC en YES!Delft
Het netwerkontbijt van Business
Breakfast Club Delft-Westland was te
gast bij YES!Delft. Ondernemers gingen
met elkaar in gesprek over innovatie
en groei met pitches van start-ups en
scale-ups onder het genot van een lekker
ontbijt.
54 | voorjaar 2026 | delft.business
Colofon
5
Deze editie is gemaakt met medewerking van:
Bakkerij Holtkamp
holtkampdebakkerij.nl
BON-ICT
bon-ict.nl
Buro Nomden
buronomden.nl
Delft Circuits
delft-circuits.com
Delft voor Elkaar
delftvoorelkaar.nl
Foamlab
foamlab.co
H2L Robotics
h2lrobotics.com
Hogeschool Inholland
inholland.nl/locaties/delft
Innovatiedistrict Delft
delft.nl/innovatiedistrict-delft
Kefi Agency
kefiagency.nl
Klima-Comp
klima-comp.nl
MCK architectuur
mckarchitectuur.nl
MRDH
mrdh.nl
Online Payment Platform
onlinepaymentplatform.com
Qlayers
qlayers.com
ROC Mondriaan
rocmondriaan.nl
Rozema Verhuurbedrijf
rozemaverhuur.nl
Rust Food
rustfood.nl
Studio Oostrum
studiooostrum.nl
TU Delft
tudelft.nl
Van der Valk Hotel Delft A4
hoteldelft.com
Van Harte Commercieel
vanhartecommercieel.nl
Van Oord
vanoord.com
Werkse!
werkse.nl
WestCord Hotels
westcordhotels.nl
en alle adverteerders
Concept & initiatief Nannette Bakkenes, Sabine
van Meeteren en Dennis Wiegman
Hoofdredacteur Ans Meiborg
Eindredactie Monique Linnemann
Ontwerp en artdirection Paul Roos
Opmaak Paul Roos en Claire Verbeek
Sales support en traffic Melisa Koster
Online platform Dot•
Druk NIVO druk & multimedia B.V.
Verspreiding RM Netherlands
Delft.business is hét zakelijke magazine voor
de regio Delft en wordt vier keer per jaar in een
oplage van 5.000 exemplaren verspreid in Delft,
Delfgauw, Pijnacker/Nootdorp, Ypenburg (Den
Haag), Forepark (Den Haag), Schipluiden en Den
Hoorn.
De redactie van de Delft.business verzorgt de
inhoud van het magazine. Deze maken we deels
in samenwerking met betalende partners.
Delft.business is een uitgave van Dot•
Crommelinplein 1 – 2627 BM Delft
(015) 790 00 60 – info@delftbusiness.nl
Wijzigingen of afmeldingen:
info@delftbusiness.nl
© 2026 Dot•
Artikelen en foto’s uit Delft.business mogen
alleen met schriftelijke toestemming van de
uitgever worden overgenomen. De uitgever
kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de
inhoud van advertenties.
Delft.business wordt CO 2
-neutraal gedrukt.
Kopje koffie?
Dot• is samen ondernemen
Wij verbinden ons graag met ondernemers en organisaties die,
net als wij, geloven in de kracht van verbinden. Kom langs voor
een goede kop koffie, om te sparren of om uw ondernemersverhaal
te delen in Delft.business.
Dot• = samen ondernemen
Wij verbinden ons graag met
ondernemers en organisaties die,
net als wij, geloven in de kracht van
verbinden. Kom langs voor een goede
kop koffie, om te sparren of om uw
ondernemersverhaal te delen in dit
magazine. Laat het ons weten via:
info@delftbusiness.nl.
Dit is waar wij goed in zijn: Mensen
samenbrengen | Publiceren van een
tof magazine | Originele evenementen
organiseren | Delen van mooie
ondernemersverhalen
delft.business | voorjaar 2026 | 55
Volgende editie zomer 2026
Nieuwe koers,
nieuwe kansen
Lancering 25 juni 2026 | The Den, Rijswijk
Meedoen? info@dotverbindt.nl
Illustratie: Paul Roos / Adobe Stock
Over en uit •
Iedere editie sluit een Delft.business-fotograaf af met een foto waar hij of zij trots op is. Deze keer: Studio Oostrum
Al jarenlang fotograferen wij het campagnebeeld voor De Dutch Summer Dance Course van De Dutch Don’t Dance Division. Dit
Haagse dansgezelschap maakt hiermee ballet toegankelijker voor jong en oud. Ieder jaar doen we een fotoshoot op een bijzondere
locatie: met onze voeten in de zee, midden in Panorama Mesdag of in de drukte van hartje Den Haag. Voor de komende editie was het
Kunstmuseum in Den Haag ons decor. Drie dansers in verschillende leeftijden, drie poses – één sprekend beeld! •