Installatie & Bouw (B)_2026-02
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
2
Nummer 2 - 2026 | april-mei | installatieenbouw.be
INSTALLATIE&BOUW
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
Het kennisplatform voor slimme en duurzame installatietechniek
INSTALLATIE&BOUW
HET KENNISPLATFORM VOOR SLIMME EN DUURZAME INSTALLATIETECHNIEK
INSTALLATIEENBOUW.BE
Rondetafelgesprek: het
belang van een goede
systeemwaterkwaliteit
Ventilatie:
waar het in de praktijk
al eens misloopt
Pairi Daiza kiest voor
textielkanalen in
nieuwe serre
INCLUSIEF HET VAKKATERN
Xxxxxx
Elektr tech
VAKKATERN VOOR DE PROFESSIONAL IN ELEKTROTECHNIEK
ALLES DIRECT BIJ DE HAND,
MET DE FACQ PRO-APP OP ZAK
NIEUW : Neem rechtstreeks
contact op mete adviseur
voor al je vragen.
Beheer jouw documenten
Volg live jouw leveringen
DOWNLOAD DE FACQ PRO APP
Bestel in 1 klik 24u/24, 7d/7
Controleer de voorraad
FACQ. EEN PROFESSIONAL AAN JOUW ZIJDE.
Slimme oplossingen
voor regenwatergebruik
Bij het kiezen van een
regenwateropvangsysteem vormen
het beoogde bereik, de toepassing
en de lokale omstandigheden een
belangrijke rol. Grundfos biedt een
uitgebreid gamma betrouwbare,
efficiënte en slimme pompen,
afgestemd op elk type
regenwaterinstallatie.
Droog opgestelde
oplossingen
Pompen in een droge opstelling worden horizontaal of verticaal boven de grond
geplaatst, waardoor het leidingwerk minder complex is. Door de gelijkmatige
zuigstroom vormen ze een veelzijdige en efficiënte oplossing.
SCALA2
Deze stille en energiezuinige pomp met variabel toerental en
een geluidsniveau van slechts 44 dB(A) past zich aan de vraag
aan. Deze pomp is zelfaanzuigend tot 8 meter en dus perfect
voor verschillende toepassingen.
SCALA1
Een compacte en zelfaanzuigende drukverhoger (tot 8 meter),
ideaal voor diverse toepassingen. Verbind de SCALA1 met de
Grundfos GO app voor slimme inbedrijfstelling en monitoring,
bedien de pomp extern via een vlotterschakelaar en ervaar de
verschillende modi die de pomp optimaal laten presteren.
SCALA1 SYSTEM
Een ruimtebesparende, zelfaanzuigende regenwateroplossing
met automatische/handmatige omschakeling en slimme
inbedrijfstelling en monitoring via de Grundfos GO app.
Voorbereid voor de werking van de toevoerpomp, past het de
prestaties aan op basis van specifieke klantvereisten en bevat
een droogloopalarm om waterverlies te voorkomen.
Nat opgestelde
oplossingen
Geruisloze dompelpompen werken volledig
onder water en hebben dus geen extra ruimte
nodig.
SB
Een meertraps drukverhogende
dompelpomp voor gebruik in huis.
De SB pomp heeft een externe
regeleenheid nodig, zoals de Grundfos
PM START of PM PLUS, die allerlei
uitgebreide mogelijkheden biedt om
de pomp via een gebruiksvriendelijke
interface te bedienen.
SBA
De SBA is een complete
alles-in-één meertraps
drukverhogende dompelpomp voor
gebruik in huis. Inclusief geïntegreerde
regeleenheid, dus een externe
pompbediening is niet nodig.
Voor meer info of details,
bezoek onze website
grundfos.be
Nieuw
DucoBox Energy Comfort Plus D250
Het meest compacte systeem D op de markt
Scan & discover
Compacte afmetingen,
Lichtgewicht
AUTO-inregeling, COPY functie,
100 % L/R uitwisselbaar via display
Priority to
energy savings
UITGAVE
2
VOORWOORD
Van beleid tot systeemwater
Embuild Vlaanderen stelde midden maart dat ongeveer de helft van de Vlaamse woningen technisch klaar is voor elektrificatie van de technieken,
maar dat de hoge elektriciteitsprijzen die omschakeling afremmen. Tegelijk blijft het renovatietempo in Vlaanderen volgens de beroepsorganisatie
voor de Vlaamse bouwsector veel te laag. Het aantal grondige renovaties daalt zelfs, terwijl net een verviervoudiging nodig is om
de klimaatdoelstellingen te behalen. Embuild Vlaanderen pleitte in dezelfde adem dan ook voor beleid dat elektrificatie en renovatie versnelt.
Kort daarna stemde de Kamercommissie Financiën in met de in de Belgische begroting geplande verhoging van de accijnzen op aardgas en
stookolie en verlaging van de accijnzen op elektriciteit. Sinds 1 april worden fossiele brandstoffen dus zwaarder belast in ons land, terwijl
elektriciteit fiscaal wordt ontzien. De komende jaren wordt die taxshift nog verder aangescherpt. Elektriciteit blijft vandaag evenwel nog steeds
merkelijk duurder per kWh.
Let wel: door het hoge rendement van warmtepompen kan verwarmen met elektriciteit toch goedkoper uitvallen dan verwarmen met een gasof
stookolie-installatie. Wie vandaag kiest voor een warmtepomp, kiest dan ook voor efficiëntie.
Maar ook voor een systeem dat minder vergevingsgezind is dan een gas- of stookolie-installatie: lagetemperatuurregimes, kleinere leidingen en
complexere hydraulica maken dat kleine onvolkomenheden sneller doorwegen op prestaties en levensduur. Daardoor is de kwaliteit van het
systeemwater in een warmtepompinstallatie een groter aandachtspunt dan in een installatie die werkt op fossiele brandstoffen. Om die reden
lees je in dit nummer een rondetafelgesprek waarin vier experten ter zake dieper ingaan op het belang van een goede systeemwaterkwaliteit
in verwarmings- en koelinstallaties.
Voorts brengen we in deze Installatie & Bouw een artikel waarin we scherpstellen waar het in de praktijk al eens misloopt met ventilatie en hoe
kleine afwijkingen zich vertalen in comfortklachten en energieverlies. Daarnaast nemen we je ook mee naar Pairi Daiza, waar in de grootste
tropische serre ter wereld textielkanalen zorgen voor een gecontroleerde en gelijkmatige luchtverdeling over verschillende klimaatzones. Een
technisch uitdagend project dat illustreert hoe bepalend luchtverdeling is voor het functioneren van complexe installaties.
Uiteraard lees je in dit tweede nummer van Installatie & Bouw van 2026 nog tal van andere artikels die inspelen op actuele vragen uit de
sector, nieuwe oplossingen aftoetsen aan de praktijk en bestaande inzichten verder uitdiepen.
Veel leesplezier!
Wouter Polspoel
INSTALLATIE&BOUW
PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT
Het kennisplatform voor slimme en duurzame installatietechniek
COLOFON
Jaargang 14 | nummer 2 | 2026
Verschijnt 5 x per jaar
www.installatieenbouw.be
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Kapellestraat 132/1
Gebouw G
8020 Oostkamp
+32 50 36 81 70
info@louwersmediagroep.be
louwersmediagroep.com
EINDREDACTIE
Wouter Polspoel (contentbureau Palindroom)
REDACTIETEAM
Valérie Couplez, Sara Dekesel, Wouter Polspoel,
Philippe Selke en Kris Vandekerckhove
PROJECTMANAGERS
Mathieu Noppe
+32 495 76 83 11
m.noppe@louwersmediagroep.be
Pieter-Jan Vansteelandt
+32 499 22 11 03
p.vansteelandt@louwersmediagroep.be
SECRETARIAAT
Elke Kina
Nancy Priem
Sylvie Vanneste
ADVERTENTIES
Een hoge resolutie PDF moet worden aangeleverd
via de AdPortal. Mocht u nog geen uploadlink
hebben ontvangen, stuur een email naar traffic@
louwersmediagroep.be
ABONNNEMENTSPRIJS
België: € 90,00 per jaar excl. btw
Buiten België: € 142,00 per jaar excl. btw
ING Bank: IBAN BE33 3631 9320 5246
BIC BBRUBEBB
t.n.v. Louwers Mediagroep
o.v.v. Installatie & Bouw
Informatie over abonnementen:
+32 50 36 81 70
ADRESWIJZIGINGEN
Schriftelijk ten minste drie weken
voor verhuizing naar:
Kapellestraat 132/1 Gebouw G, 8020 Oostkamp
OPZEGGINGEN
Indien twee maanden voor het verstrijken van de
abonnementsperiode geen schriftelijk bericht van
opzegging is ontvangen, wordt het abonnement
automatisch met een jaar verlengd.
DOELGROEP
Installateurs verwarming, elektriciteit, sanitair,
klimatisatie en luchtbehandeling, leden van de
VCB Vlaamse Confederatie Bouw, BVA Bond
van Vlaamse Architecten, CIB Vlaanderen de
Confederatie van Immobiliënberoepen van
Vlaanderen, ORI Organisatie van Raadgevende
Ingenieurs, Engineering- en Consultancybureaus,
opdrachtgevers, projectontwikkelaars, abonnees,
betrokken ministeries en diensten, provinciale
en gemeentelijke overheden en betrokken
federale, Vlaamse en regionale organisaties,
facilitymanagers bedrijven met eigen
onderhoudsploeg, fabrikanten, invoerders en
groothandelaars uit de sector.
Blijf gratis en eenvoudig op de hoogte van het
laatste nieuws. Volg ons op social media en meld
je aan voor onze nieuwsbrief!
VORMGEVING/ART DIRECTION
studio@louwersmediagroep.be
DRUKWERK
Drukkerij Hendrix, Peer
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd
zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder
bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste
weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele
wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij
aan-vaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade,
van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen
die gebaseerd zijn op deze informatie.
8
14
34
Japanse fabrikant van HVAC-systemen heeft voortaan R&D-hub in Gent 8
Dé Belgische vereniging van de HVAC-R-sector 10
De Pen: Toon Possemiers, algemeen directeur abt be, CSO Oosterhoff 12
Hydrofoorpomp die mogelijkheden voor drukverhoging en regenwatergebruik in woningen verbreedt 14
Badkamercollectie die werfzekerheid vooropstelt 18
Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 21
Installateur zweert bij vermaarde waterbehandelingsproducten voor verwarmingsinstallaties 26
Bekende Duitse pompfabrikant lanceert twee nieuwe series voor de HVAC-markt 28
Innovatief elektronisch mengventiel voor efficiënte legionellapreventie 32
Nieuwe generatie waterfilters voor optimale drinkwaterkwaliteit 34
Gerenommeerde groothandel breidt assortiment splitsystemen voor residentiële airco uit met A-merk 36
Lage temperatuur stelt hoge ontwerpeisen 40
Bekende siliconenkit zet al 50 jaar de toon 42
46
INHOUD
48 50
52 58
60
THEMA VENTILATIE
Ventilatie: waar het in de praktijk al eens misloopt 46
Ventilatie in kleine ruimtes? Drie compacte oplossingen 48
Expert in inregelen van ventilatiesystemen biedt voortaan monitoringscontracten aan voor eigen luchtgroepen 50
Vlotte vervanging brengt ventilatiesysteem naar D+-niveau 52
Textielkanalen garanderen optimale luchtverdeling in nieuwe tropische serre Pairi Daiza 54
Timo De Mets (Buildwise) in onze podcast: “De TV 300 biedt de langverwachte houvast voor
Cover: Daikin
Lees meer: artikel p 8-9
binnenisolatie van gevels” 58
Meer dan 1.600 exposanten en 120.000 bezoekers voor Mostra Convegno Expocomfort 2026 60
VAKKATERN ELEKTROTECH 65
Een testkamer in het EDC om het geluid van HVAC-installaties te meten.
De luchtbehandelingsunits die het
kantoorgebouw van verse lucht voorzien.
Japanse fabrikant van HVAC-systemen heeft
voortaan R&D-hub in Gent
Daikin, de Japanse technologiegroep die wereldwijd klimaatsystemen ontwikkelt en produceert, met een sterke focus op warmtepompen en
energie-efficiënte HVAC-oplossingen, nam onlangs zijn nieuwe Europe Development Center in Gent in gebruik. De hub, kortweg EDC, fungeert
als het wereldwijde R&D-hoofdkwartier voor warmtepompverwarming binnen de Daikin Group. De campus, een volledig nieuwbouwproject
ontworpen door Jaspers-Eyers Architects, omvat een innovatief kantoorgebouw en een producttestfaciliteit met 23 geavanceerde testkamers,
samen goed voor zo’n 30.000 m² vloeroppervlakte. Er werken zo’n 500 mensen.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Daikin
Met de nieuwe hub, gelegen in het Tech Lane
Ghent Science Park, is een investering gemoeid
van 140 miljoen euro. Daikin verdubbelt er zijn
testcapaciteit in België mee – de andere labo’s liggen
in Oostende.
In de geavanceerde R&D-faciliteiten in het EDC
ligt de focus op de ontwikkeling van de volgende
generatie verwarmings- en klimaatoplossingen
voor residentiële, commerciële en industriële
gebouwen. Onder meer de techniek van directe
expansie wordt er verder verfijnd. Onlangs ontwikkelde
het EDC-team ook ’s werelds eerste VRVsysteem
(een grootschalig klimaatsysteem dat één
buitenunit verbindt met meerdere binnenunits om
gebouwen tegelijkertijd te koelen en te verwar-
men – VRV staat voor variable refrigerant volume,
red.) op basis van CO 2
-koelmiddel, een belangrijke
stap richting emissievrije klimaatregeling.
Strategische locatie
De keuze van Daikin voor het Tech Lane Ghent
Science Park is niet toevallig. Op de campus
staan innovatie en samenwerking tussen lokale
overheden, de Genste universiteit en beroepsscholen
centraal. Die synergie stimuleert stedelijke
ontwikkeling, ondersteunt de uitrol van warmtepomptechnologie
in uiteenlopende omgevingen
en helpt het tekort aan geschoolde technici en
ingenieurs te verkleinen. Dankzij de nabijheid
van de EU-instellingen in Brussel kan Daikin er
bovendien snel inspelen op de behoeften van de
Europese markt. “Met de opening van het EDC
in Gent bevestigen we opnieuw onze toewijding
aan innovatie, duurzaamheid en partnerschap”,
aldus Wim De Schacht, vice president service &
solutions en corporate affairs van Daikin Europe.
“Deze nieuwe faciliteit versterkt niet alleen onze
R&D-capaciteiten, maar verdiept ook onze banden
met de gemeenschap en Europese stakeholders.
Zo kunnen we de volgende generatie klimaatoplossingen
voor Europa en daarbuiten optimaal
ontwikkelen.”
Bijna-energieneutraal
Aan het EDC werd drie jaar gebouwd. Het kantoorgebouw
telt veertien verdiepingen en is 56 meter
hoog. De producttestfaciliteit heeft zes niveaus.
8 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Het complex is zogeheten bijna-energieneutraal.
Onder meer dankzij Daikins energie-efficiënte
technologie. Zo voorzien vijf op maat gemaakte
luchtbehandelingsunits met een totaal luchtdebiet
van 85.000 m³/h en een koelvermogen van
297 kW, die Daikin plaatste in samenwerking met
Alfa Technical Installations, het kantoorgebouw
van verse lucht. De units maken gebruik van een
hoogrendementwarmtewiel met zowel warmteals
vochtrecuperatie. Dat drukt het energieverbruik
en houdt het binnenklimaat stabiel, ook bij
variabele bezetting.
Parallel daarmee zorgt een uitgebreid VRV-systeem
voor de thermische conditionering van het
gebouw. Dat systeem omvat een breed gamma
aan Daikin-oplossingen, van lucht- en watergekoelde
toestellen tot split-systemen en Althermawarmtepompen.
Afhankelijk van de ruimte-eisen
koos men voor een mix van satellietmodellen,
cassettes en plafondonderbouwunits. In totaal
verbindt ongeveer 14,5 kilometer leidingwerk
de binnen- en buitenunits – een indicatie van de
schaal en complexiteit van de installatie.
Op componentniveau valt ook de toepassing van
R32 op in de directe expansiebatterijen van de
luchtgroepen. “Dat is een primeur,” zegt Wouter
Belaen van Alfa Technical Installations. “R32 combineert
een lagere GWP (GWP staat voor global
warming potential, een maat die het aardopwarmingsvermogen
uitdrukt. Hoe lager, hoe minder
de installatie bijdraagt aan de opwarming van de
aarde, red.) met een hogere energie-efficiëntie en
laat toe de koelmiddelvulling te beperken.” De daken
liggen bovendien vol met zonnepanelen en
het complex beschikt over tien regenwatertanks
van elk 20.000 liter. ❚
‘Deze nieuwe faciliteit versterkt niet alleen onze R&D-capaciteiten,
maar verdiept ook onze banden met de gemeenschap en
Europese stakeholders’
Het EDC bestaat uit een kantoorgebouw van veertien verdiepingen en een producttestfaciliteit van zes bouwlagen.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 9
DÉ BELGISCHE VERENIGING VAN DE
HVAC-R-SECTOR
De HVAC-R-sector speelt vanzelfsprekend een belangrijke rol in het streven naar energie-efficiënte en duurzame installaties. Frixis, de Koninklijke
Belgische Vereniging van de koude-, warmtepomp-, airconditioning- en luchtbehandelingssector, positioneert zich als hét aanspreekpunt
en kennisplatform voor iedereen die in deze sector actief is.
Tekst Frixis en Wouter Polspoel | Beeld Frixis en AI
Frixis is een unieke Belgische beroepsvereniging
die alle spelers uit de koeltechnische en luchtbehandelingssector
samenbrengt onder één dak.
De organisatie verenigt een breed spectrum aan
actoren: installateurs, fabrikanten, invoerders, ver-
delers, opleidingscentra, scholen, studiebureaus en
onafhankelijke experten. Dat maakt Frixis tot meer
dan een lobbyorganisatie – het is een levendige
gemeenschap waarin kennisdeling, netwerking en
belangenbehartiging samenkomen. “Naast het delen
van informatie in allerlei vormen, organiseren
wij ook workshops of bezoeken aan grote industriële
spelers die als eindgebruiker bij ons zijn aangesloten,
denk aan BASF, de Agfa-Gevaert Group
of ArcelorMittal”, vertelt Herwig Coppens, voorzit-
Frixis is een samentrekking van de Latijnse woorden frigus en aeris, die respectievelijk koude en lucht betekenen
en zo verwijzen naar de koeltechnische en luchtbehandelingssector. (beeld: AI)
10 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ter van Frixis. “Dat laatste doen we apart voor elke
ledengroep: installateurs, groothandels, grote eindgebruikers
… Op die manier kunnen in de rondleidingen
de juiste klemtonen worden gelegd.”
De roots van Frixis gaan terug tot 1921, toen de
eerste beroepsvereniging voor koeltechniek in
België werd opgericht. Via verschillende fusies
en naamswijzigingen groeide die organisatie
geleidelijk uit tot een brede sectorvereniging. In
2019 werd de naam UBF-ACA definitief vervangen
door Frixis – een samentrekking van de Latijnse
woorden frigus en aeris, die respectievelijk
koude en lucht betekenen en zo verwijzen naar
de koeltechnische en luchtbehandelingssector. De
X in de naam staat symbool voor de verbinding
tussen beide sectoren. Vandaag telt Frixis meer
dan 800 leden. Lid zijn van Frixis is meer dan een
aansluiting – het is een investering in de eigen
professionaliteit. Als belangenbehartiger, adviseur,
informatiebron én netwerkhub staat Frixis
dagelijks aan de zijde van haar leden.
De belangrijkste uitdagingen
voor de organisatie in 2026
Frixis gaat in 2026 aan de slag met heel wat
uitdagingen. Zo moet de nieuwe Europese F-
gassenverordening, die strengere regels oplegt
voor het gebruik van koelmiddelen met een hoge
klimaatimpact, vertaald worden naar concrete certificeringssystemen
in de drie Belgische Gewesten.
Die verordening verplicht dat technici en bedrijven
aantoonbaar beschikken over de juiste competenties,
afgestemd op onder meer nieuwe, vaak
complexere of brandbare koudemiddelen. Frixis
volgt dit dossier van nabij op en kreeg van het
Vlaamse Gewest de opdracht om een studie uit
te voeren, inclusief een voorstel voor de inhoud
van de bijbehorende examens. Daarbij betrekt
Frixis een groot deel van haar leden actief, zoals
opleidingscentra, installatiebedrijven en verdelers,
om te komen tot een gedragen en praktijkgericht
certificeringskader dat aansluit bij de realiteit op
het terrein. “Er bestond al een koeltechnische certificering
voor installateurs, maar dat was een algemene”,
verduidelijkt Herwig Coppens. “Europa
wil nu een aparte certificering voor elke koelmiddelklasse:
F-gassen en brandbare koelmiddelen en
de verschillende natuurlijke koudemiddelen met
specifieke risico’s. Wij moeten zorgen voor een uitrol
die in andere Europese lidstaten en in lijn ligt
met de dagelijkse praktijk van onze sector.”
gen over de sector, het beroep en de brede toekomstmogelijkheden
binnen HVAC-R. Daarnaast
organiseert Frixis een thesisprijs die studenten
wil aanmoedigen om hun kennis en ideeën te
delen met het werkveld en zetelen leden van
de vereniging in verschillende examenjury's.
“Het tekort aan arbeidskrachten is zonder enige
twijfel de grootste uitdaging waar de HVAC-Rsector
mee te kampen heeft”, is Herwig Coppens
duidelijk. “De oorzaak daarvan is simpel: het beroep
van installateur is te weinig gekend. Onze
initiatieven zijn erop gericht die kern van het
probleem aan te pakken.”
Tot slot werkt Frixis actief mee aan het Warmtepompcharter
van Vlaanderen. Dit charter verenigt
de Vlaamse overheid en de volledige warmtepompsector
rond vier strategische sporen: installatiekwaliteit,
sensibilisering van installateurs, communicatie
naar eindklanten en de bredere maatschappij.
Met dit gedeeld engagement wil Frixis mee de
weg vrijmaken voor een versnelde en kwalitatieve
uitrol van warmtepompen als sleutel tot een duurzame
energietransitie in Vlaanderen. Wie meer info
wenst over Frixis of zich erbij wil aansluiten, kan de
website van de organisatie raadplegen of contact
opnemen met Frixis via e-mail of telefoon. ❚
Voorts heeft de HVAC-R-sector dringend nood
aan nieuw talent. Frixis pakt dit structureel aan
via meerdere initiatieven. Via het mentorschapsproject
Cool2School bezoeken jonge techniekers
scholen om leerlingen uit het secundair onderwijs
te inspireren voor een carrière in de sector.
Tijdens interactieve sessies delen zij hun ervarin-
Herwig Coppens, voorzitter van Frixis. (beeld: Frixis)
INSTALLATIEENBOUW.BE | 11
De Pen
‘Fabrikanten zullen niet
enkel componenten
moeten produceren met
een zo laag mogelijke
milieukost, ze zullen ook
moeten investeren in
onderbouwde milieudata’
12 |
INSTALLATIEENBOUW.BE
De Pen
Toon Possemiers
algemeen directeur abt be
CSO Oosterhoff
“ER IS TE WEINIG AANDACHT VOOR DE MATERIAAL-
GEBONDEN IMPACT VAN GEBOUWINSTALLATIES”
Op het moment van schrijven zitten we opnieuw midden in een energiecrisis. Dat de focus in de
installatiesector almaar meer verschuift naar elektrificatie, met warmtepompen en PV-panelen als
speerpunten, is dan ook alleen maar toe te juichen. Elektrificatie vormt voor mij de logische basis.
Zonder afscheid van fossiele brandstoffen blijven we afhankelijk van geopolitieke grillen. Maar daar wil
ik het niet over hebben. Wat ik wél eens wil aankaarten, is de milieu-impact van de gebouwinstallaties
zelf – niet van hun werking. Die materiaalgebonden impact blijft vandaag opvallend onderbelicht.
Het ontginnen van grondstoffen, de productie van componenten, het transporteren en het installeren in een gebouwd
en de afvoer van de installatie na gebruik brengt immers ook milieukosten mee, uitgedrukt in de zogeheten
materiaalgebonden uitstoot of embodied carbon van de installatie. Als we echt iets willen doen aan de klimaatverstoring,
moeten we niet enkel rekening houden met het energieverbruik van installaties, maar ook met de gevolgen
van de productie- en afvalfase.
Vanaf 2028 wordt de berekening van deze gecombineerde impact in het kader van de Energy Performance of
Buildings Directive (EPBD) verplicht voor gebouwen groter dan 1.000 m². In Nederland gebeurt dat al langer via
de zogeheten MilieuPrestatie Gebouwen (MPG), een indicator die de milieubelasting van een gebouw uitdrukt.
In België nog niet, maar TOTEM wordt er wel steeds meer gebruikt. Beide instrumenten berekenen op basis van
een levenscyclusanalyse of LCA van de verschillende materialen de milieukosten voor de volledige levensduur van
een gebouw – doorgaans vijftig of zestig jaar. Voor een aantal materialen zoals die voor gevelafwerking of isolatie
zijn hiervoor voldoende gegevens beschikbaar, zodat een gefundeerde keuze voor een bepaalde opbouw gemaakt
kan worden. De beschikbare data voor installaties zijn echter zeer summier. Daardoor is het zeer moeilijk om een
ontwerp daarop te sturen. Daar ligt dus nog een uitdaging voor de fabrikanten; ze zullen niet enkel componenten
moeten produceren met een zo laag mogelijke milieukost, ze zullen ook moeten investeren in onderbouwde milieudata
zodat we hun producten kunnen vergelijken met die van hun concurrenten.
Om het nog een beetje complexer te maken, houden we best ook rekening met de circulariteit van de installaties.
Het berekenen en sturen op milieu-impact is immers één ding, het maximaliseren van de aanpasbaarheid en het hergebruik
van een installatie is nog iets anders en minstens even belangrijk. Voor elk onderdeel dat opnieuw gebruikt
wordt, hoeft er geen nieuw geproduceerd te worden.
Veel onderdelen van technische installaties hebben, vergeleken met hoe lang een gebouw meegaat, een beperkte
levensduur. Toch wordt er bij het ontwerp van een gebouw slechts beperkt rekening gehouden met het vervangen
of aanpassen van deze installaties. Als gevolg daarvan zijn leidingen, kabels en kanalen dikwijls niet te demonteren
zonder die, samen met alle wanden, vloeren of plafonds waar ze doorheen lopen, tot afval te herleiden. We moeten
dus anders gaan ontwerpen en rekening houden met demontage. Dat leidt onherroepelijk tot het gebruik van andere
materialen en verbindingstechnieken. Beide zijn er dikwijls op gericht om de installatietijd zoveel mogelijk te
beperken, terwijl het net de materiaal- en milieukost is die we nu en in de toekomst zullen moeten verlagen. Afval is
verloren grondstof. Nieuwe grondstoffen ontginnen en nieuwe producten maken betekent weer veel milieuschade.
En voor beide zijn we bovendien sterk afhankelijk van andere landen. Een afhankelijkheid die we, in het licht van
mijn inleiding, zo veel mogelijk willen beperken. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 13
Hydrofoorpomp die mogelijkheden voor
drukverhoging en regenwatergebruik
in woningen verbreedt
De druk op drinkwaternetten neemt toe door toenemende verstedelijking, terwijl regenwaterrecuperatie steeds hoger op de agenda staat
om waterverbruik te beperken. In die context positioneert de SCALA2 van Grundfos zich als een geïntegreerde oplossing voor drukverhoging
en het gebruik van regenwater, maar ook van andere alternatieve waterbronnen, in residentiële toepassingen. De zogeheten hydrofoorpomp
combineert daarbij verschillende producteigenschappen die inspelen op comfort, energiebesparing en installatiegemak.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Grundfos en Adobe Stock
De pomp
detecteert het
actuele debiet en
stemt het toerental
van de motor
daarop af
De SCALA2. (beeld: Grundfos)
14 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Waar klassieke drukverhogingspompen zich vaak
beperken tot één specifieke toepassing, onderscheidt
de SCALA2 zich door haar brede inzetbaarheid:
de hydrofoorpomp kan water onttrekken
aan stadswaterleidingen, regenwaterputten
en grondwaterbronnen tot een diepte van zo’n 7
meter. Dat maakt haar geschikt voor uiteenlopende
residentiële situaties, van eengezinswoningen
tot kleinere meergezinswoningen.
Die veelzijdigheid sluit aan bij een evolutie in de
markt: installateurs worden steeds vaker geconfronteerd
met hybride systemen waarin verschillende
waterbronnen gecombineerd worden.
Garantie op constante waterdruk
Een van de kernfuncties van moderne drukverhogingssystemen
is het garanderen van een constante
waterdruk, ongeacht het gelijktijdige gebruik
van verschillende tappunten. In de praktijk betekent
dat een stabiele werking van douche, kraan,
toiletspoeling en huishoudtoestellen die water
gebruiken – voornamelijk de wasmachine en vaatwasser.
De SCALA2 zorgt daarvoor met een variabele
snelheidsregeling die zich continu aanpast
aan de actuele vraag. De pomp detecteert het actuele
debiet en stemt het toerental van de motor
daarop af. Daardoor blijft de waterdruk constant,
zelfs bij gelijktijdig gebruik van meerdere aftakkingen,
tot acht aftappunten om precies te zijn.
Dat principe verhoogt vanzelfsprekend het comfort
– ook temperatuurschommelingen in sanitaire
toepassingen worden erdoor voorkomen.
Energiezuinig
Diezelfde variabele regeling vormt de basis voor
een lager energieverbruik. Traditionele pompen
werken immers met een vast toerental en draaien
dus steeds op volle kracht. In situaties waarin
enkel het toilet gespoeld moet worden of alleen
de wasmachine moet draaien, daalt het energieverbruik
zo aanzienlijk. Volgens Grundfos kan de
SCALA2 het energieverbruik voor drukverhoging
met 40% verminderen in vergelijking met traditionele
pompen.
Daarnaast speelt ook de combinatie van een watergekoelde
motor en permanentemagneettechnologie
een rol in de energie-efficiënte werking
van de SCALA2. Omdat de motor continu gekoeld
wordt door het verpompte water, blijft de temperatuur
constant, wat het rendement verhoogt. Die
technologie heeft ook een positieve invloed op de
levensduur van de pomp.
Uitermate stille werking
Met een geluidsniveau van circa 44 dB(A) bevindt
de SCALA2 zich in dezelfde grootorde als huishoudtoestellen
zoals een vaatwasser. De pomp
behoort zo tot de stilste drukverhogingssystemen
De SCALA2 positioneert zich als een geïntegreerde oplossing voor drukverhoging en
het gebruik van regenwater in residentiële toepassingen. (beeld: Adobe Stock)
De SCALA2 heeft een variabele snelheidsregeling die het energieverbruik aanzienlijk reduceert in situaties
waarin enkel het toilet gespoeld moet worden of alleen de wasmachine moet draaien. (beeld: Adobe Stock)
ter wereld. Dat maakt installatie in technische
ruimtes, kelders of bijgebouwen mogelijk zonder
noemenswaardige hinder. Het compacte, alles-inéén-ontwerp
speelt daarbij ook een rol. Doordat
alle componenten – pomp, motor, regeling en drukvat
– geïntegreerd zijn in één behuizing, blijft de
benodigde installatieruimte beperkt. Dat sluit aan
bij de realiteit van hedendaagse woningen, waarvan
de technische ruimtes steeds kleiner worden.
Eenvoudige plaatsing
Voor de installateur vertaalt dat laatste zich in een
eenvoudigere plaatsing. De pomp vereist geen
uitgebreide randapparatuur en kan met beperkte
aansluitingen operationeel gemaakt worden.
Flexibele koppelingen en een kleine tolerantiemarge
in de aansluitingen vergemakkelijken de
integratie in bestaande leidingconfiguraties.
Ook het onderhoud werd meegenomen in het
ontwerp. De pomp beschikt over verschillende
beveiligingen die de bedrijfszekerheid verhogen,
wat het risico op interventies beperkt. Voorbeelden
zijn de bescherming tegen drooglopen en de
automatische herstart bij storingen. De essentiële
componenten zijn ook bereikbaar zonder ingrijpende
demontage, wat de servicetijd beperkt. In
een sector waarin efficiëntie op de werf steeds
belangrijker wordt, is dat geen detail.
Samengevat: de SCALA2 verruimt het concept
van een klassieke drukverhogingspomp naar
een geïntegreerde oplossing die beter past bij
de realiteit van vandaag: woningen waarin verschillende
waterbronnen gecombineerd worden
en comfort, energieverbruik en plaatsgebrek tegelijk
spelen. Voor de installateur vertaalt zich
dat in een snellere plaatsing en minder foutgevoelige
configuraties.
Grundfos heeft overigens nog meer hydrofoorpompen
in zijn gamma, maar de SCALA2 is zonder
meer het vlaggenschip. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 15
NATURAL
REFRIGERANT
Bezoek ons op
stand 127-128 in
Hal B
op Install Day
SNEL,
GEMAKKELIJK
EN VEILIG
ONTDEK DE GROHE INBOUWFRAMES
VOOR TOILET EN DOUCHE
Al meer dan 30 jaar ontwikkelt GROHE inbouwoplossingen die installateurs
helpen efficiënter te werken. Met Rapid SL en SLX, onze vaste waarden
voor wandhangend sanitair, realiseer je moeiteloos flexibele en moderne
toiletoplossingen. Het innovatieve Rapido doucheframe vereenvoudigt
de plaatsing van inbouwdouches aanzienlijk dankzij voorgemonteerde
componenten. Met de nieuwste Rapido Heat Recovery-oplossing ga
je nog een stap verder: deze recupereert warmte uit afvalwater om koud
water voor te verwarmen, waardoor energieverbruik en uitstoot worden
verlaagd. Met GROHE frames kies je voor systemen die ontwikkeld zijn
met maximale efficiëntie op de werf in gedachten. Zo werk je sneller en
met volledige gemoedsrust, met een eindresultaat dat zowel technisch
als esthetisch overtuigt. Meer info via grohe.be
BADKAMERCOLLECTIE DIE WERFZEKERHEID
VOOROPSTELT
Badkamerinstallaties en -renovaties botsen zelden op één groot probleem, maar wel op een reeks kleine onzekerheden, met levertermijnen die
uitlopen en componenten die niet perfect op elkaar aansluiten als voornaamste. Net daar probeert Facq met de Caluna-collectie van Geberit een
antwoord op te bieden: geen losstaand productgamma, maar een samenhangende oplossing die inzet op beschikbaarheid en compatibiliteit.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Facq
Caluna, uitsluitend verkrijgbaar bij Facq, is een
breed badkamerassortiment van Geberit – een
gevestigde waarde. Het omvat badkamermeubels,
wastafels, opzetkommen, toiletten – met zogeheten
TurboFlush-spoeltechniek, die zorgt voor stil en
waterbesparend spoelen – en compacte handwastafels.
De oplossingen sluiten esthetisch op elkaar
aan, wat ervoor zorgt dat de installateur niet langer
hoeft te schakelen tussen verschillende merken
of lijnen om een consistente badkamer samen
te stellen; alles vertrekt vanuit één ontwerpvisie
en één distributiekanaal. Ook technisch zijn alle
elementen compatibel, wat het risico verkleint op
onverwachte aanpassingen tijdens de plaatsing
en improvisatie.
De toiletten van de Caluno-collectie beschikken over de zogeheten TurboFlush-spoeltechniek, die zorgt voor stil en waterbesparend spoelen.
18 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Een en ander betekent een enorme efficiëntieslag
en tijdwinst voor de installateur. Wat daar
ook een rol in speelt: onder de radar zitten een
aantal praktische ingrepen die het de installateur
óók gemakkelijker maken, zoals voorgemonteerde
onderkasten, geïntegreerde handgrepen en reeds
voorziene uitsparingen voor sifons. Maar ook het
feit dat Facq de Caluna-producten rechtstreeks uit
stock kan leveren, zorgt ervoor dat de installateur
kan doorwerken.
Keramiek
De wastafels, opzetkommen en compacte handwastafels
binnen Caluna zijn uitgevoerd in keramiek
en dus slijtvast, eenvoudig te reinigen en
goed bestand tegen intensief gebruik. Voor de
installateur betekent dat een voorspelbare levensduur.
Wie verder wil gaan, kan kiezen voor een
uitvoering met zogeheten KeraTect-glazuur. Dat
maakt het oppervlak quasi niet-poreus, waardoor
vuil zich minder snel hecht en onderhoud minder
tijd vraagt. In projecten met hoge gebruiksfrequentie
– denk aan meergezinswoningen of semipublieke
ruimtes – vertaalt zich dat rechtstreeks in
lagere onderhoudskosten.
De Caluno-collectie omvat onder meer badkamermeubels.
Het strakke en
eigentijdse design
van de collectie
maakt haar breed
inzetbaar, zowel in
residentiële projecten
als in professionele
toepassingen
Strak en eigentijds
Het design van de collectie is strak en eigentijds,
maar zonder uitgesproken karakter. Die neutraliteit
maakt de producten breed inzetbaar, zowel
in residentiële projecten als in professionele toepassingen.
Tegelijk laat de collectie ruimte voor
nuance. Verschillende afwerkingen – van mat wit
en lava tot houtstructuren en meer uitgesproken
kleuren – maken het mogelijk om zowel sobere
als warmere badkamers te realiseren met de Caluna-oplossingen.
De vormtaal blijft consequent:
afgeronde wastafels, slanke meubelwastafels en
opzetkommen met zachte geometrie zorgen voor
een visuele rust die zich makkelijk laat integreren
in uiteenlopende interieurconcepten.
Verschillende afwerkingen – van mat wit en lava tot houtstructuren en meer uitgesproken kleuren – maken
het mogelijk om zowel sobere als warmere badkamers te realiseren met de Caluna-oplossingen.
Praktisch werkinstrument
Kortom, met Caluna zet Facq niet in op een opvallende
designlijn, maar op een praktisch werkinstrument
voor de installateur. Door te focussen op stockbeschikbaarheid,
coherentie en een vertrouwde
technische basis, draait het minder om uiterlijk en
meer om wat vlot werkt op de werf. En net dat
maakt vaak het verschil in de praktijk. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 19
www.caleffi.com
LEGIOMIX ® evo
GEZOND WATER,
GEZOND LEVEN
CALEFFI
INNOVATIE
LOW
LEAD
BESCHERMING VAN WATER EN GEZONDHEIDSANITAIRE
INSTALLATIES
Met het nieuwe, geavanceerde elektronisch mengventiel LEGIOMIX ® evo serie 6003 ben je verzekerd van veiliger,
schoner en hygiënischer water. Dankzij de koppeling met CALEFFI CLOUD heeft de gebruiker altijd inzicht in de status van
het systeem en worden alle meetgegevens automatisch opgeslagen. De gebruiksvriendelijke bediening en mogelijkheid
tot retrofit maken het geheel tot een slimme en toekomstbestendige oplossing. CALEFFI GUARANTEED.
4B01700361_cale_DEXE_ADV_LegiomixEVO_NL_197x130_ADF.indd 1 8-1-2026 11:14:58
Bluelyzer C1
Klein van formaat, groot in prestaties.
Rookgasanalyse, trek- en temperatuurmeting
Complete meetset in hardcase, inclusief kalibratie
QR-code voor stabiele gegevensoverdracht
Attesten voor VEKA en Leefmilieu Brussel
i.c.m. diverse softwarepakketten
€ 1.050,-
Vraag een GRATIS
demo aan
DIGITALE
ATTESTEN
3
Made in Germany
RONDETAFELGESPREK
Het belang van een goede
systeemwaterkwaliteit in
verwarmings- en koelinstallaties
De kwaliteit van het systeemwater in een verwarmings- en koelinstallatie bepaalt in grote mate het rendement, de bedrijfszekerheid en de
levensduur van de installatie. Toch krijgt dat aspect zelden de aandacht die het verdient. Installatie & Bouw bracht daarom vier experten ter
zake samen om hun licht te laten schijnen over het onderwerp. Wat gebeurt er zodra zuurstof, kalk of vervuiling het systeem binnendringen?
Waarom lopen sommige installaties al na enkele maanden vast, terwijl andere jarenlang probleemloos functioneren? En wie draagt de verantwoordelijkheid
als het fout loopt? Het zijn maar enkele van de vragen die ze beantwoordden. Het rondetafelgesprek laat weinig ruimte voor
interpretatie: wie het belang van systeemwaterkwaliteit onderschat, betaalt vroeg of laat de prijs.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Louwers Mediagroep
DEELNEMERS:
Vincent Vancaeyzeele
teammanager technologie & innovatie
bij Techlink
Yves Desplenter
sales director bij Fernox
Pieterjan Spyns
zaakvoerder van PJS Installatietechnieken
Yves De Meuter
quality manager bij Vaillant Group
Moderator
Wouter Polspoel (contentbureau
Palindroom), hoofdredacteur Installatie &
Bouw België
Dag heren. Laat ons eerst iets
scherpstellen. Wanneer we het hebben
over de systeemwaterkwaliteit
in verwarmings- en koelinstallaties,
over welk water spreken we dan?
Yves Desplenter: “Dan spreken we over het water
dat in de installatie circuleert. Helder water is de
referentie. Zodra je verkleuring ziet – geel, bruin of
zwart – weet je dat er vervuiling optreedt. Zwart
water wordt soms gezien als ‘dood water’, zonder
zuurstof en leven, maar dat klopt niet. Corrosie
kan perfect blijven doorgaan zonder dat de kleur
nog verandert.” ❯
V.l.n.r.: Yves De Meuter, Pieterjan Spyns, Wouter Polspoel, Vincent Vancaeyzeele en Yves Desplenter tijdens het
rondetafelgesprek.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 21
RONDETAFELGESPREK
Welke fysische, chemische en biologische
processen liggen aan de
basis van slechte waterkwaliteit in
verwarmings- en koelinstallaties?
Yves De Meuter: “Zuurstof is de grootste boosdoener.
Als die in het verwarmings- of koelsysteem
terechtkomt, zet ze corrosie in gang aan
metalen onderdelen. Dat valt eigenlijk nauwelijks
te vermijden: bijvullen, microlekkages en zuurstofdiffusie
door kunststof leidingen (zuurstof uit de
omgevingslucht migreert dan door de kunststof
leiding naar het water in de installatie, niet door
lekken, maar door het materiaal zelf heen red.):
het brengt allemaal kleine hoeveelheden zuurstof
in het systeem.
In zuurstofrijke zones vormt zich roest, terwijl in
zuurstofarme delen van het systeem magnetiet
ontstaat – een zwart, fijn slib. Daarnaast kan kalk
zich op leidingwanden afzetten. Zowel roest, magnetiet
als kalk kunnen loskomen en mee circuleren
met het systeemwater, met verstoppingen, slijtage
en rendementsverlies tot gevolg.”
Pieterjan Spyns: “Een goede waterkwaliteit is cruciaal
in verwarmings- en koelinstallaties, maar je
mag dat niet los zien van de installatieopbouw. Zo
kun je een nieuwe installatie vullen met gedemineraliseerd
water; dat geen zouten, mineralen of
opgeloste gassen bevat die corrosie, kalkaanslag
en slibvorming in het systeem op gang trekken;
als je daarna staal inbrengt in het systeem – wat
regelmatig gebeurt omdat het goedkoper is dan
koper – creëer je alsnog problemen.”
“Warmtepomptechniek is een heel mooie techniek,
maar ze is wel veel gevoeliger voor waterkwaliteit
dan klassieke ketels”
- Yves Desplenter
Yves De Meuter: “Ik treed Pieterjan helemaal bij.
En bij die installatieopbouw moet je ook het expansievat
rekenen. De grootte daarvan moet grondig
berekend worden en de juiste voordruk hebben.
Vooral dat bepaalt eigenlijk of je structurele
zuurstofintrede zal hebben of niet.”
Yves Desplenter: “Ook het type installatie – groot
of klein, nieuw of bestaand, soort afgiftesysteem,
soort warmtegenerator … – en de temperatuur van
het systeemwater spelen een rol.”
Pieterjan Spyns: “Het probleem is vooral dat men
vaak verkeerd reageert op vervuiling van systeemwater.
Men spoelt even met water en vult opnieuw
bij. Maar daarmee breng je opnieuw zuurstof binnen
en maak je het probleem net groter.”
Yves De Meuter: “We hebben het al meegemaakt
dat installateurs een verwarmings- of koelinstallatie
bij aanvang vulden met putwater bij gebrek
aan stadwater. Dat lijkt een praktische oplossing,
maar je weet totaal niet wat je binnenbrengt: ijzer,
bacteriën, mineralen … Dan creëer je eigenlijk van
bij de start een vervuild systeem.”
Zijn die problemen het gevolg van
een slecht ontwerp, gebrekkige
inbedrijfstelling of onvoldoende
onderhoud?
Yves De Meuter: “Het begint bij het ontwerp. Je
moet zorgen dat de installatie zo is ontworpen
dat ze vervuiling van het systeemwater zo min mogelijk
faciliteert. Gaat het om een renovatie van
een verwarmings- of koelsysteem dan zul je het
systeemwater dat er reeds in circuleert altijd eerst
moeten behandelen. Uiteraard is een goede inbedrijfstelling
ook van belang. Natuurlijk: dat kost
allemaal geld, en finaal zijn op een offerte voor
een nieuwe of vernieuwde verwarmings- of koelinstallatie
de cijfertjes rechts onderaan dikwijls de
belangrijkste voor de eindgebruiker.”
Pieterjan Spyns: “Maar ook onderhoud te gepasten
tijde is belangrijk. En ook dat moet goed
gebeuren. Er bestaan richtlijnen om vervuiling,
corrosie en rendementsverlies in verwarmings- en
koelinstallaties te voorkomen. Die zijn vastgelegd
in de Technische Voorlichting 278 van Buildwise.
Maar in de praktijk kent bijna niemand die.
Een architect heb ik er zelfs nog nooit weten
naar verwijzen.”
Vincent Vancaeyzeele: “Je zegt het zelf: het zijn
richtlijnen. Geen wetten dus. Toch vind ik het frappant
te horen dat ze zo weinig gekend zijn. In een
geschil bij problemen aan een verwarmings- en
koelinstallatie worden ze namelijk wél als referentie
gebruikt. Dan moet je als installateur toch
sterk in je schoenen staan om daarvan af te wijken.
Maar ik denk dat de consensus duidelijk is:
problemen ontstaan zelden door één fout. Het
is bijna altijd een combinatie van een slecht ontwerp
en ondermaatse uitvoering en opvolging.”
Pieterjan Spyns: “Tweejaarlijks onderhoud van
ketels is overigens wél wettelijk verplicht. Maar de
verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de eindgebruiker
en een echte controle op naleving van die
wet bestaat ook niet.”
22 | INSTALLATIEENBOUW.BE
RONDETAFELGESPREK
Hoe snel duiken problemen op als de
waterkwaliteit in een verwarmingsof
koelinstallatie slecht is? Gaat
het over trage degradatie of kunnen
installaties snel performantie
verliezen?
Yves Desplenter: “Dat hangt sterk af van de situatie.
Bij nieuwe installaties kán het langer duren,
maar dat is geen garantie. Slechte ontluchting
kan bijvoorbeeld al snel voor problemen zorgen.”
Vincent Vancaeyzeele: “We zien vaak een zogeheten
badkuipcurve: veel problemen in het begin,
dan een periode waarin alles zich na ingrijpen
lijkt te stabiliseren, en dan na vijf à tien jaar grote
problemen die zich al die jaren sluimerend opgestapeld
hebben.”
van een ketel verschillende malen goedkoper is
dan het vervangen van een warmtepomp.”
Vincent Vancaeyzeele: “25 à 40 procent lijkt mij
toch een hoge inschatting, maar warmtepompinstallaties
verliezen door vervuild systeemwater
zeker wel meer rendement dan klassieke ketels.”
Pieterjan Spyns: “Om het nog even te verduidelijken:
in warmtepompen circuleert meer zuurstof
doordat ze minder goed ontgassen. Daardoor krijg
je meer roest in plaats van magnetiet en dat is
niet magnetisch, waardoor klassieke magneetfilters
niet werken.”
Bij renovatie worden warmtepompen
vaak aan oude circuits gekoppeld.
Schuilt daar een extra risico in voor
de kwaliteit van het systeemwater?
Pieterjan Spyns: “Absoluut! Je kan ervan op aan:
in oude installaties zit al vervuiling, zijn er lekken
geweest en is het systeemwater al vaak veel
bijgevuld. Dat betekent: extra zuurstof en afzettingen.
Je koppelt dus een gevoelige technologie
aan een vervuild verleden. Dan weet je eigenlijk
al dat het fout zal lopen. Daarom is het cruciaal
om bestaande installaties grondig te analyseren
en te behandelen vóór je er een warmtepomp op
aansluit.” ❯
Wat zijn de concrete gevolgen van
slechte waterkwaliteit in verwarmings-
en koelinstallaties?
Vincent Vancaeyzeele: “Dat kan van alles zijn:
verstoppingen in leidingen of radiatoren, defecte
pompen, beschadigde warmtewisselaars …”
Yves De Meuter: “Vaak zie je dat de problemen zich
eerst manifesteren in het toestel zelf, omdat daar
de toleranties het kleinst zijn – de doorgangen zijn
daar het nauwst – en de doorstroming het meest
kritisch is. Maar dat betekent niet dat het probleem
daar ontstaat. Het toestel is vaak gewoon de eerste
plek waar de gevolgen zichtbaar worden.”
“Problemen door slecht systeemwater
manifesteren zich vaak eerst in het toestel zelf,
omdat daar de toleranties het kleinst zijn”
- Yves De Meuter
Pieterjan Spyns: “In extreme gevallen slaat een
warmtewisselaar gewoon lek door te zuur water.
Dan mengt water zich met het koudemiddel en is
de installatie total loss.” De aangekondigde federale
taxshift en de stijgende gasprijs ten gevolge
van de aanval van de VS en Israël op Iran zullen
de warmtepompmarkt ongetwijfeld boosten.
Daarom focussen we graag wat langer op warmtepompen.
Wat betekent een slechte waterkwaliteit
specifiek voor hun rendement?
Yves Desplenter: “Warmtepompinstallaties zijn
kwetsbaarder voor vervuiling van systeemwater
dan klassieke ketels doordat ze minder goed ontgassen
omdat ze op lage temperatuur werken – al
zijn er vandaag ook al warmtepompen die werken
met hoge aanvoertemperaturen. Je mag toch snel
denken aan 25 tot 40% rendementsverlies, daar
waar dat bij klassieke ketels zo’n 15% is.
En als je interne filters dichtslibben, dan daalt het
debiet en werkt de warmtepomp nog maar op halve
kracht en stort de COP (COP staat voor coefficient
of performance. Het is een cijfer dat uitdrukt
hoe efficiënt een warmtepomp werkt, red.) in.
Warmtepomptechniek is een heel mooie techniek,
maar ze is wel veel gevoeliger voor waterkwaliteit
dan klassieke ketels. En dat terwijl het vervangen
Vincent Vancaeyzeele.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 23
RONDETAFELGESPREK
Wie is verantwoordelijk bij
verminderde prestaties van een
verwarmings- of koelinstallatie door
slechte systeemwaterkwaliteit?
Yves De Meuter: “Dat moet je geval per geval bekijken.
Er is zelden één duidelijke schuldige. In de
praktijk richt de eindgebruiker zich meestal eerst
tot de installateur. Als het probleem complexer
wordt, komt de fabrikant in beeld en bij grotere
dossiers schuiven ook studiebureaus, architecten
of de bouwheer mee aan tafel.”
Vincent Vancaeyzeele: “Bij grote schadegevallen
zie je vaak een doorschuifscenario: iedereen
wijst naar elkaar. Pas bij zware dossiers komt er
een juridische procedure waarbij een expert aangesteld
wordt.”
Yves Desplenter: “Bij residentiële installaties
wordt het meestal in der minne opgelost.”
Vincent Vancaeyzeele: “Ik wil wel benadrukken:
je mag wel veronderstellen dat de meeste verwarmings-
en koelinstallaties geplaatst zijn door
gepassioneerde installateurs. Dikwijls zijn problemen
een samenloop van omstandigheden.”
Pieterjan Spyns.
Yves De Meuter: “De klant kan bijvoorbeeld iets
hebben gedaan dat de problemen heeft veroorzaakt
of versterkt, zoals water hebben toegevoegd
of afgelaten zonder dat het nodig was.”
Wordt systeemwaterkwaliteit
vandaag voldoende meegenomen
in bestekteksten?
Pieterjan Spyns: “Bij particuliere projecten: nee.
Dat is daar quasi onbestaand. In grotere projecten
duikt het onderwerp wel op, maar vaak oppervlakkig.
Zoals eerder gezegd: de technische
kennis ontbreekt daarvoor te vaak.”
Vincent Vancaeyzeele: “In grotere projecten
zie je het inderdaad vaker terugkomen, maar
vaak blijft het beperkt tot algemene formuleringen
zoals ‘regels van goed vakmanschap’.
Dat er soms verwezen wordt naar richtlijnen
betekent overigens ook weinig als ze niet
gekend zijn.”
Yves De Meuter.
Welke behandeling zou vandaag
standaard moeten zijn voor systeemwater
in verwarmings- en
koelinstallaties?
Pieterjan Spyns: “Vullen met gedemineraliseerd
of op z’n minst onthard water. Dat is de
basis. Daarnaast zijn het beperken van staal in
lagetemperatuursystemen, controle op vervuiling
en pH-waarde en het vermijden van zuurstofinslag
– door een juiste materiaalkeuze – ook
wenselijk. In de praktijk vullen wij bijvoorbeeld
24 | INSTALLATIEENBOUW.BE
RONDETAFELGESPREK
met gedemineraliseerd water en voegen we een
inhibitor toe zoals Fernox F1 om corrosie en kalkvorming
structureel te beperken.”
Hoe bewaak je dan heel concreet de
systeemwaterkwaliteit tijdens de
levensduur van de installatie?
Yves Desplenter: “Bij opstart moet de waterkwaliteit
gemeten worden, eventueel behandeld met
inhibitoren en gedocumenteerd. Dat vormt je referentie.
Daarna zijn periodieke controles nodig
waarbij de waarden van het genomen watermonster
worden vergeleken met de oorspronkelijke
waarden en moet je ingrijpen wanneer nodig.”
Pieterjan Spyns: “Wij meten systematisch de pH
en de werking van aanwezige inhibitoren, met
teststrips van Fernox. Zeker als we de installatie
niet zelf geplaatst hebben.”
Vincent Vancaeyzeele: “Wat Yves allemaal noemt
zou, en we vallen in herhaling, standaard moeten
zijn, maar dat is het niet. In de praktijk sneuvelt
wateranalyse vaak als eerste zodra offertes vergeleken
worden op prijs, of omdat noch klant noch ontwerper
het belang ervan scherp voor ogen heeft.
We focussen in de praktijk, en dat doet Pieterjan
dus goed, op parameters zoals pH en inhibitoren,
maar dé bepalende factor – zuurstof – meten we
eigenlijk zelden rechtstreeks. De reden daarvoor
is dat dit technisch gezien bijzonder moeilijk is en
zeer dure meetapparatuur vereist, zoals die die in
de voedingsindustrie wordt gebruikt.”
Pieterjan Spyns: “Voorkomen is altijd goedkoper
en eenvoudiger. Je kan achteraf wel spoelen, reinigen
en behandelen, maar dat vraagt meer tijd,
kost meer geld en je hebt nooit de garantie dat
alles opgelost is”
Wat kost slechte waterkwaliteit in
een verwarmings- of koelinstallatie
de gebruiker eigenlijk financieel?
Hebben jullie concrete cijfers of praktijkvoorbeelden?
Yves Desplenter: “Dat valt moeilijk te kwantificeren.
Je moet al optellen wat de interventies
kosten, hoeveel energie je meer verbruikt en wat
op dat moment de gas- of elektriciteitsprijs is, wat
precies vervangen moet worden … Daar zijn bij
mijn weten nog geen degelijke studies over, regionaal
noch internationaal.”
Yves De Meuter: “Europa heeft zo’n twee jaar
geleden een soort meettoestel op dat vlak afgeschaft,
de audit op een verwarmingsinstallatie.
Die focuste op de werkelijke prestaties van een
verwarmingssysteem.”
Stellen fabrikanten specifieke eisen
aan systeemwaterkwaliteit in de garantievoorwaarden?
En wat gebeurt
er concreet wanneer zo’n garantie
geldt en een installatie het begeeft
door slecht systeemwater?
Yves De Meuter: “Fabrikanten, wij met Vaillant
Group dus ook, schrijven duidelijke eisen voor op
het vlak pH, geleidbaarheid, hardheid … Maar we
zijn daarin natuurlijk afhankelijk van de installateur.
Bij problemen wordt meestal een oplossing
op maat uitgewerkt. De fabrikant neemt daarbij
soms een deel van de kosten op zich, maar dat
heeft grenzen.”
Yves Desplenter: “Bij grotere installaties stellen
we op dat vlak een duidelijke evolutie vast:
wateranalyse gebeurt bij opstart en is er periodieke
opvolging die wordt bijgehouden in een
logboek. Bij kleinere installaties gebeurt dat nog
te weinig.”
Vincent Vancaeyzeele: “Gebruikmaken van de
garantie is in de meeste gevallen wel niet aan de
orde. De meeste problemen treden immers pas op
buiten de tweejarige wettelijke garantietermijn.”
Veel eindgebruikers zien de behandeling
van systeemwater in verwarmings-
of koelinstallaties als een
extra kost. Hoe verkoop je het transparant
zonder het gevoel te geven
dat er iets wordt opgedrongen?
Pieterjan Spyns: “Ik verkoop niets, ik leg uit. Ik
probeer het belang zo tastbaar mogelijk te maken.
Met eenvoudige voorbeelden: een kookpot
met water, twee stukjes buis, wat er gebeurt met
lucht en temperatuur. Dan zien mensen zelf wat
het verschil is tussen een installatie waar alles
juist zit en één waar dat niet zo is. Als je dat
visueel maakt, valt het kwartje meestal wel. Het
probleem is dat eindgebruikers die uitleg niet
altijd krijgen.”
Yves Desplenter: “De kost is het probleem niet.
Voor een doorsnee installatie spreek je over ongeveer
40 euro voor waterbehandeling, op een totaal
van pakweg 15.000 euro. Dat is verwaarloosbaar.
Het echte probleem is dat veel mensen de impact
van waterkwaliteit gewoon onderschatten.”
Ik denk dat dat laatste inderdaad
de belangrijkste conclusie is uit
dit rondetafelgesprek. Wat kan de
installatiesector anders doen om de
systeemwaterkwaliteit structureel
te verbeteren?
Pieterjan Spyns: “De sector moet vooral weten:
in een verwarmings- of koelinstallatie hoort geen
putwater, stadswater of regenwater thuis, alleen
behandeld water, lees: gedemineraliseerd of op
z’n minst onthard water. Daarnaast moeten fabrikanten
en installateurs materialen gebruiken
die problemen met systeemwater zo veel mogelijk
helpen te beperken. Die twee sporen zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden. Als je maar inzet op
een van de twee, zal je nog altijd met problemen
zitten. Tot slot moeten installateurs het belang
van systeemwaterkwaliteit ook structureel benadrukken
bij hun klanten.”
Yves De Meuter: “Er ligt ook een rol voor de
overheid: als waterkwaliteit verplicht wordt
meegenomen bij de oplevering van een installatie,
bijvoorbeeld via een eenvoudig bewijsdocument,
dan zou dat al een grote stap vooruit zijn.
Dan is een minimumkwaliteit al gegarandeerd.
Daarnaast is er niet enkel meer bewustwording
nodig bij installateurs en eindgebruikers, maar
bij alle betrokken partijen, dus ook architecten
en studiebureaus. In sommige gevallen kan ook
de inzet van gespecialiseerde partijen voor analyse
en opvolging een meerwaarde bieden, zeker
bij complexere installaties.”
Vincent Vancaeyzeele: “Eindgebruikers en in
mindere mate architecten zijn maar weinig bezig
met technieken bij de realisatie van een bouwproject.
Dus sensibilisering en wettelijke instrumenten
zijn wel aan de orde.”
Yves De Meuter: “Ik wil daar wel nog een kanttekening
bijplaatsen. De installateur krijgt vandaag
steeds meer verantwoordelijkheden. Vroeger ging
het vooral over hydraulica, vandaag komt daar
elektriciteit, regeling en nu ook waterchemie bij. De
vraag stelt zich of dat allemaal wel haalbaar blijft.”
Bedankt voor jullie waardevolle inzichten, heren. ❚
Vincent Vancaeyzeele: “Als je installatie twintig
jaar meegaat in plaats van twaalf, dan heb je acht
goedkoper jaren extra. Zo moet je het bekijken,
vind ik.”
We namen met Yves Desplenter van Fernox ook een
podcast op over het thema. Die is te beluisteren via
de website van Installatie & Bouw België, de gekende
streamingskanalen – onder het kanaal Installatie &
Bouw – of door de QR-code hiernaast te scannen.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 25
INSTALLATEUR ZWEERT BIJ VERMAARDE
WATERBEHANDELINGSPRODUCTEN VOOR
VERWARMINGSINSTALLATIES
Al 28 jaar legt installateur Vincent Dubois zich met zijn gelijknamige bedrijf, gevestigd in het Waalse Modave, toe op onder meer installatie,
onderhoud en herstelling van verwarmingsinstallaties van verschillende schaalgrootte. Daarbij maken hij en zijn elf werknemers dagelijks
gebruik van producten van Fernox. “We plaatsen standaard een TF1-magneetfilter op elke nieuwe ketel en gebruiken preventief de inhibitoren
F1 en F9 om de kwaliteit van het systeemwater op peil te houden”, somt hij er enkele op.
Tekst Philippe Selke | Beeld Vincent Dubois en Fernox
Vincent Dubois legt zich met zijn bedrijf toe op onder meer installatie, onderhoud en herstelling van verwarmingsinstallaties van verschillende schaalgrootte.
26 | INSTALLATIEENBOUW.BE
“We gebruiken de Powerflow MKIII-spoelmachine
van Fernox in combinatie met F8, een krachtige
chemische reiniger van Fernox voor verwarmingsinstallaties,
nu al bijna twee jaar”, begint de
zaakvoerder te vertellen. “We zetten de machine,
die uitgerust is met een hogedebietpomp, en het
spoelmiddel systematisch in bij het verwijderen
van slib uit het bestaande verwarmingscircuit
wanneer we een gaswandketel plaatsen. Daarnaast
grijpen we er ook naar bij de installatie
van een stookolieketel zodra we problemen in de
leidingen vaststellen. Idealiter gebeurt er bij elke
plaatsing van een nieuwe verwarmingsinstallatie
– of het nu een fossiele ketel of een warmtepomp
is – op een bestaand circuit een zogeheten ontmoddering,
maar het budget van de klant gooit
op dat vlak vaak roet in het eten.”
Het verwijderen van slib uit een verwarmingssysteem
neemt dan ook al gemakkelijk een halve tot
volledige werkdag in beslag – de precieze duur
hangt af van de omvang van de installatie en de
graad van vervuiling. “Tijdens het proces circuleert
het reinigingsproduct afwisselend in beide
richtingen door het verwarmingscircuit, zodat
afzettingen beter loskomen”, legt Vincent Dubois
uit. “Tegelijk worden vrijgekomen vuildeeltjes opgevangen
in een filter, die regelmatig gereinigd
moet worden. Die cyclus herhalen we meerdere
keren tot het systeem echt proper is.”
geval gebruiken Vincent Dubois en zijn team F4
van Fernox. “Eenmaal verspreid in het systeem
zoekt dat product de plaats waar zuurstof – die de
vorming van slib versnelt – binnendringt en vormt
het een polymeer dat het lek afdicht”, verduidelijkt
de zaakvoerder.
Voorkomen beter dan genezen
Naast reinigen en herstellen leggen Vincent
Dubois en zijn team de focus ook op beheersing
op lange termijn. Ook daarvoor gebruiken ze
producten van Fernox. “We plaatsen standaard
een TF1-magneetfilter op elke nieuwe ketel. Die
vangt slib op en voorkomt dat het zich afzet in
het systeem. Aanvullend remmen we corrosie –
de onderliggende oorzaak van slibvorming – af
met inhibitoren zoals F1 of F9 om de installatie
op lange termijn te beschermen. Want ook in
onze sector geldt: voorkomen is beter dan genezen”,
besluit hij.
Elders in dit nummer lees je nog meer over de
meerwaarde van de Fernox-producten, meer bepaald
in het artikel over de podcastaflevering
van Installatie & Bouw met Yves Desplenter van
Fernox als gast, en in het verslag van het rondetafelgesprek
over het belang van een goede systeemwaterkwaliteit
in verwarmings- en koelinstallaties,
waaraan Yves Desplenter ook deelnam. ❚
Het installatiebedrijf gebruikt de Powerflow
MKIII-spoelmachine van Fernox in combinatie
met F8, een krachtige chemische reiniger van
Fernox voor verwarmingsinstallaties, nu al
bijna twee jaar. (beeld: Vincent Dubois)
‘We brengen het
spoelmiddel al enkele
dagen op voorhand
in het systeem. Zo
krijgt het de tijd om
in te werken voor
we echt beginnen te
spoelen’
De TF1-magneetfilter van Fernox,
die Vincent Dubois en zijn team
standaard op elke nieuwe ketel
plaatsen. (beeld: Fernox)
Die spoeling vormt echter niet het startpunt. Vincent
Dubois: “We brengen het F8-spoelmiddel –
soms ook F3 – al enkele dagen op voorhand in het
systeem. Zo krijgt het de tijd om in te werken voor
we echt beginnen te spoelen.”
Lekdichter
Soms duikt nog een ander probleem dan slib op:
een lek in het circuit, dat vaak drukverlies en andere
storingen aan de ketel veroorzaakt. In dat
INSTALLATIEENBOUW.BE | 27
BEKENDE DUITSE POMPFABRIKANT LANCEERT
TWEE NIEUWE SERIES VOOR DE HVAC-MARKT
De bekende Duitse pompfabrikant KSB wordt nog vaak geassocieerd met complexe installaties voor zware industriële toepassingen, denk aan
kerncentrales, maar die perceptie klopt steeds minder. KSB zet vandaag ook duidelijk in op de HVAC-markt. Twee recente productlanceringen
illustreren die koerswijziging: de Calio Pro Plus-serie, een uitbreiding van het bestaande gamma van hoogefficiënte, traploos regelbare
natloperpompen, en de AmaDrainer 3-serie, een nieuwe generatie van de beproefde Ama-Drainer-vuilwaterdompelpompen. Beide oplossingen
mikken expliciet op gebruiksgemak.
Tekst Philippe Selke | Beeld KSB
De AmaDrainer 3-serie omvat vier modellen, waaronder een chemisch resistente uitvoering voor agressieve vloeistoffen zoals ketelcondensaat.
28 | INSTALLATIEENBOUW.BE
De Calio Pro Plus-serie omvat verschillende uitvoeringen van de Calio Pro Plus.
De Calio Pro Plus-serie wordt gevormd door verschillende
uitvoeringen van de Calio Pro Plus. Zo
is de Calio Pro Plus verkrijgbaar als als enkel- of
dubbelpomp en met schroefdraad- of flensaansluitingen.
De Calio Pro Plus-pompen, die probleemloos
overweg kunnen met glycolhoudend water,
bestrijken een breed toepassingsgebied binnen
HVAC, van verwarmings- en ventilatiecircuits tot
koelinstallaties. Met diameters van DN 25 tot DN
100 en vermogens tot 1.800 W schuift KSB deze
reeks nadrukkelijk naar voren voor grotere installaties.
De Calio Pro Plus-pompen zijn uitgerust met
de zogeheten Dynamic Control-functie, die het
energieverbruik continu bijstuurt. In de praktijk
vertaalt dat zich in een besparing van meer dan
40% ten opzichte van klassieke regelmodi. Opvallend
is de flexibiliteit bij installatie: dankzij ovalen
boutgaten is dezelfde pomp inzetbaar binnen drie
drukklassen (PN 6/10/16), wat vooral bij vervangingsprojecten
een duidelijke meerwaarde biedt.
De bediening verloopt via een geïntegreerd touchscreen
met helder display, waardoor parameters
snel afleesbaar en instelbaar zijn. Bluetooth is
standaard aanwezig, zodat de installateur de Calio
Pro Plus-pompen via de gratis Flow Managerapp
eenvoudig kan configureren op smartphone
of tablet. Diezelfde app maakt het ook mogelijk
om software-updates door te voeren, wat het
onderhoud vereenvoudigt en de Calio Pro Pluspompen
toekomstbestendig maakt.
De Calio Pro Plus-pompen zijn volledig klaar voor
hedendaagse gebouwtechnieken. Een Modbuskaart
is standaard ingebouwd, terwijl andere
communicatieprotocollen optioneel toegevoegd
kunnen worden. Dat maakt de integratie in ge-
bouwbeheersystemen relatief eenvoudig. KSB
benadrukt dat het voor de Calio Pro Plus-serie
streefde naar een evenwicht tussen functionaliteit
en prijszetting. “Producten moeten technisch volledig
zijn, zonder dat de kost uit de hand loopt”,
klinkt het.
Breed inzetbare
vuilwaterdompelpompen
Waar de Calio Pro Plus mikt op grotere HVAC-installaties,
positioneert de AmaDrainer 3-serie zich als
een compacte maar veelzijdige oplossing binnen
het gamma van vuilwaterdompelpompen. De reeks
omvat vier modellen, waaronder een chemisch resistente
uitvoering voor agressieve vloeistoffen zoals
ketelcondensaat. De AmaDrainer 3-serie is daardoor
breed inzetbaar. De AmaDrainer 3-pompen
zijn opgebouwd uit robuuste materialen en ontworpen
om hoge temperaturen te weerstaan, met een
continue werking tot 50°C en piekbelasting tot
90°C. Een geïntegreerde terugslagklep voorkomt
dat water terugstroomt wanneer ze stilvallen, wat
de bedrijfszekerheid verhoogt. De standaard magnetische
vlotter zorgt voor een autonome werking,
al kunnen de pompen ook extern aangestuurd worden
via een schakelkast in toepassingen waar meer
controle vereist is.
KSB vult met de AmaDrainer 3-serie naar eigen
zeggen een leemte in het assortiment; na een
herstructurering van het gamma vuilwaterdompelpompen
ontbrak net dit type compacte pomp.
De verwachting is dat vooral in natte periodes de
vraag snel zal toenemen.Ook bij de ontwikkeling
van de AmaDrainer 3-serie stond gebruiksgemak
voorop. Zo kunnen ook de AmaDrainer 3-pompen
eenvoudig geconfigureerd worden via de Flow
Manager-app. KSB zal die app overigens geleidelijk
inzetbaar maken voor het volledige HVACpompenassortiment.
Online bestelplatform in de maak
KSB Belgium bouwt momenteel trouwens aan
een online bestelplatform dat zich richt op professionals
zoals installateurs en ingenieurs. Dat platform
biedt niet alleen een efficiënter bestelproces,
maar geeft ook directe toegang tot technische
documentatie, pompcurves, 3D-modellen en actuele
prijsinformatie. Het resultaat is een snellere en
beter onderbouwde projectvoorbereiding. De fabrikant
blijft tot slot ook inzetten op lokale verankering.
In Waver gevestigde sales- en serviceteams
zorgen ervoor dat technische ondersteuning en
aftersales niet louter digitaal verlopen, maar ook
fysiek – een combinatie die in de praktijk vaak het
verschil maakt. ❚
Alle pompen uit de twee nieuwe series
kunnen eenvoudig worden geconfigureerd
via de Flow Manager-app van KSB, te
downloaden via deze QR-code.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 29
De allrounder
voor verwarming en
koeling in gebouwen.
Calio Pro Plus
Van verwarming en ventilatie tot airconditioning, koeling
en algemene recirculatiesystemen, de veelzijdige Calio
Pro Plus is de perfecte pomp voor uw intelligente gebouw:
Energiezuinig, Betrouwbaar en Slim.
Innovatief elektronisch mengventiel voor
efficiënte legionellapreventie
De legionellabacterie kan een zware longontsteking veroorzaken als je haar inademt met fijne waterdruppels. We moeten ze daarom absoluut
weren uit sanitaire waterinstallaties. Legionellapreventie is zéker noodzakelijk in ziekenhuizen, woonzorgcentra, hotels, wooncomplexen,
campings, scholen, zwembaden, sportclubs … Voor al die plaatsen waar veilig warm water essentieel is, biedt de nieuwe Caleffi LEGIOMIX ® evo
de geknipte oplossing. Floris van ’t Verlaat, technical & OEM manager bij Caleffi, vertelt hoe dit elektronisch mengventiel werkt en wat het zo
speciaal maakt.
Tekst Sara Dekesel |
Beeld Caleffi
De LEGIOMIX®evo werd op ISH 2025 in primeur voorgesteld en genomineerd voor de Design Plus-award.
32 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Op de Caleffi Cloud en in de Caleffi View-app kunnen alle installaties met een LEGIOMIX®evo worden gemonitord en bijgeregeld.
“Vooral in kleinere installaties, zoals bij de lokale
voetbalclub, wordt er meestal met een thermostatisch
mengventiel voor gezorgd dat de mengtemperatuur
van de circulatieleiding hoog is zodat het
water niet onder de 50 à 55 °C duikt bij de retour.
Een keer per jaar wordt dat gecontroleerd en als
dit dan oké is, gaan ze ervan uit dat dit het hele
jaar zo is. Maar hoe zeker ben je daar dan van?”,
vraagt Floris ’t Verlaat zich retorisch af. “Op plaatsen
waar ze meer aandacht besteden aan legionellapreventie,
gaan ze dan weer water op heel hoge
temperaturen continu laten circuleren. Dat is wel
veilig, maar ook energieverslindend. Daarom wordt
de circulatiepomp soms handmatig uitgezet tijdens
periodes waarin niet gedoucht wordt.”
Veiligheid en zuinigheid verzekerd
Hoe het beter kan? Dat vertelt van Floris van ’t
Verlaat ons graag: “De LEGIOMIX ® is een elektronisch
mengventiel dat je kan programmeren
voor automatische thermische desinfectie van het
water in de circulatieleidingen. Via ingebouwde
sensoren controleert het voortdurend de meng- en
retourtemperatuur. De rapportage kan je zowel
lokaal consulteren als via het gebouwbeheersysteem.
Zo kan je altijd zien of de bacteriedodende
temperatuur bereikt werd. Je kan bijvoorbeeld ook
tijdspannes instellen waarin de circulatiepomp
niet moet draaien. Zo bespaar je energie, maar
wél met de zekerheid dat er circulatie is als het
nodig is.”
Monitoring en regeling
vanop afstand
Met de nieuwe LEGIOMIX ® evo gaat Caleffi nog
een stap verder. “Deze versie kan communiceren
met de Caleffi Cloud. Je kan dus niet alleen op het
ledscherm in de installatie de rapportage en historiek
bekijken en instellingen aanpassen, maar ook
vanop afstand, op je laptop of pc, of op je smartphone
met de Caleffi View-app. Als je meerdere
installaties beheert met een LEGIOMIX ® evo kan je
die allemaal zo opvolgen en regelen”, aldus de
technical & OEM manager.
Tot op de graad en de
minuut nauwkeurig
“Dankzij de verzameling van al die precieze
data kan je met de LEGIOMIX ® evo
de watertemperatuur nauwgezet monitoren
en regelen, tot op de graad en tot
op de minuut. Zonder dit toestel wordt
de mengtemperatuur vaak te hoog ingesteld
om er zeker van te zijn dat de
retourtemperatuur altijd hoog genoeg
is. Dankzij de constante
monitoring en historiek via de
LEGIOMIX ® evo is dat niet nodig.
En dat levert direct een energiebesparing
op. Het is een heel
kostenefficiënte oplossing in vergelijking
met andere soortgelijke mengventielen, die
maximale zekerheid biedt op het vlak van legionellapreventie.
Het mengventiel is eenvoudig te
plaatsen en als er ergens geen internet is, kan
je het ook uitlezen via een USB-poort. Natuurlijk
zijn onze technici ook voor dit toestel altijd
beschikbaar voor ondersteuning”, besluit Floris
van ’t Verlaat. ❚
De LEGIOMIX®evo is een
geavanceerd elektronisch
mengventiel voor
kwalitatief hoogstaande
legionellapreventie
in sanitaire
warmwatersystemen.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 33
Nieuwe generatie waterfilters voor
optimale drinkwaterkwaliteit
Europese en Belgische regelgeving rond drinkwaterkwaliteit – vooral met betrekking tot lood in leidingen – is volop in beweging. De nieuwe
generatie loodvrije waterfilters van Resideo liggen nu reeds volledig in lijn met de bepalingen in de toekomstige drinkwaterregelgeving.
Tekst & beeld Resideo
Een van de nieuwe filters die voldoen aan toekomstige drinkwaterregelgeving.
34 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Resideo onthulde de nieuwe serie loodvrije waterfilters
vorig jaar op de internationale vakbeurs
ISH in Frankfurt am Main. De filters, ontwikkeld
door experten met tientallen jaren ervaring op
het vlak van waterfilters, zijn bedoeld om elk
huishouden te voorzien van effectieve drinkwaterfiltratie.
Vanzelfsprekend voldoen de filters
aan de specifieke veiligheidsvoorschriften waaraan
Belgische en Europese installateurs zich
moeten houden. Denk bijvoorbeeld aan de minimumnormen
voor materialen, inclusief loodbevattende,
die in contact komen met drinkwater.
Maar Resideo garandeert eveneens dat de filters
ook voldoen aan toekomstige drinkwaterregelgeving.
Aanpassingen zitten er immers aan te
komen, in de vorm van verstrengingen.
Drinking Water Directive gewijzigd
Het stellen van steeds strengere eisen aan materialen
van waterproducten gebeurt in de hele
Europese Unie. Een belangrijke reden hiervoor
zijn nieuwe wijzigingen in de Europese Drinking
Water Directive (DWD) ofte drinkwaterrichtlijn.
Deze wijzigingen stellen strengere limieten voor
het maximaal toegestane loodgehalte in het waterproduct.
Dat gehalte kan, afhankelijk van de samenstelling
van het materiaal, dalen tot een concentratie
van slechts 0,05 massapercentage lood.
Ons land behoort niet tot de beste leerlingen van
de klas. Lood blijft de parameter met de meeste
normoverschrijdingen in Belgisch drinkwater, zo
blijkt uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij.
In 2024 overschreed in Vlaanderen 2,18% van
de gemeten loodconcentraties de norm, wat het
hoogste normoverschrijdingspercentage is van
alle gemeten parameters aan de kraan.
2,18% van alle metingen klinkt misschien als een
klein percentage, maar de gevolgen zijn niet gering.
Lood in drinkwater kan zelfs in kleine hoeveelheden
schade toebrengen aan het lichaam.
Het stapelt zich op en tast organen en het zenuwstelsel
aan. Baby's en jonge kinderen zijn het
meest kwetsbaar, omdat hun zenuwstelsel nog
volop in ontwikkeling is.
Geïntegreerd schoepenwiel
“Onze nieuwe serie is ontwikkeld en geproduceerd
in Europa volgens onze hoge kwaliteits- en
technische precisienormen”, vertelt Peter Raes,
country sales leader Benelux bij Resideo. “Dankzij
onze end-to-end controle van het productieproces
borgen we de kwaliteit in elke fase van de productie.
Op die manier kunnen installateurs erop vertrouwen
dat ze hun klanten met de filters de juiste
oplossing bieden om huishoudelijke waterinstallaties
en apparaten te beschermen en tegelijk te
voldoen aan de wettelijke vereisten.”
De drinkwaterfilters bevatten een geïntegreerd
schoepenwiel dat zorgt voor een gelijkmatige en
gecontroleerde doorstroming door het filtermedium
– de zogeheten Impeller-technologie – en
zorgen voor een efficiënte, consistente reiniging
waarop installateurs en gebruikers kunnen vertrouwen.
Andere belangrijke kenmerken zijn onder
meer een terugspoelbaar filter voor onderhoudsarm
gebruik. Sommige filtertypes hebben ook
een drukreduceerventiel. Ook is er een combinatie
waarbij achteraf optioneel een automatische
terugspoeleenheid kan worden gemonteerd voor
extra gemak.
Daarnaast biedt Resideo de HS10S-LF, een huishoudelijk
waterstation dat verschillende functies
combineert, zoals een terugslagklep met testuitlaat,
een terugspoelbaar fijnfilter, een drukreduceerventiel
en een afsluitklep.
Meer informatie over het nieuwe assortiment
loodvrije waterfilters van Resideo is te vinden op
de website van de fabrikant. Ook in de Resideo
Academy of met de Resideo Academy-app leer je
alles over de nieuwe producten. ❚
De HS10S-LF van Resideo, een huishoudelijk waterstation
dat verschillende functies combineert, zoals een
terugslagklep met testuitlaat, een terugspoelbaar
fijnfilter, een drukreduceerventiel en een afsluitklep.
De nieuwe filters, waaronder deze,
werden vorig jaar voorgesteld op de
vakbeurs ISH in Frankfurt am Main.
‘Installateurs
kunnen erop
vertrouwen dat ze
hun klanten met
de filters de juiste
oplossing bieden
om huishoudelijke
waterinstallaties
en apparaten te
beschermen zoals
wettelijk vereist’
INSTALLATIEENBOUW.BE | 35
GERENOMMEERDE GROOTHANDEL BREIDT
ASSORTIMENT SPLITSYSTEMEN VOOR
RESIDENTIËLE AIRCO UIT MET A-MERK
Rexel Belgium, groothandel in elektrische materialen en energieoplossingen, breidde zijn assortiment splitsystemen voor residentiële airconditioning
onlangs uit met oplossingen van LG. Dat merk bekleedt een prominente positie in de aircowereld en wordt algemeen beschouwd als
een A-merk.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Rexel Belgium
Tot voor kort bestond het Rexel-gamma splitsystemen
voor residentiële airco enkel uit oplossingen
van Kaysun en Midea. Met de LG-oplossingen komen
daar nu dus toestellen van een A-merk bij.
“Almaar warmere zomers en woningen die steeds
beter geïsoleerd zijn, zorgen ervoor dat airco aan
belang wint. Daarom vonden we het opportuun
dat we onze klanten voor residentiële airco ook
splitsystemen van een A-merk konden aanbieden”,
vertelt Steven Leeten, sales manager multi
energy bij Rexel Belgium. “LG staat garant voor
uitstekende prestaties, degelijke kwaliteit, een
mooi design en een hoge energiezuinigheid, onder
meer dankzij AI-gestuurde technologie.”
Bredere evolutie
Opvallend: Rexel benadert airconditioning niet
langer louter als koeloplossing. De uitbreiding
past in een bredere evolutie waarbij lucht-luchtwarmtepompen
steeds vaker deel uitmaken van
het totale energieconcept van een woning. “De
zachtere winters spelen daarin een belangrijke
rol”, aldus Steven Leeten. “Een splitairco is in
essentie een lucht-luchtwarmtepomp. Bij milde
buitentemperaturen kan die perfect instaan voor
verwarming. In de praktijk zien we dat zo’n systeem
steeds vaker volstaat tijdens grote delen van
het jaar.”
De link met zonnepanelen versterkt dat verhaal.
“Waar eigenaars vroeger vooral focusten op injectie
van overtollige stroom, groeit vandaag het
besef dat lokaal verbruik interessanter is. Een
splitairco biedt daar een concreet antwoord op”,
legt de sales manager multi energy uit. “Tijdens
zonnige periodes kan het systeem de opgewekte
elektriciteit rechtstreeks benutten voor koeling,
waardoor de energiekost beperkt blijft en het
rendement van de zonnepanelen stijgt. In de
Bij milde buitentemperaturen kan een splitairco perfect instaan voor verwarming.
36 | INSTALLATIEENBOUW.BE
tussenseizoenen ontstaat een gelijkaardige logica:
de combinatie van zonne-opbrengst en de
splitairco maakt het mogelijk om te verwarmen
zonder de klassieke installatie aan te spreken.
Zeker wanneer die nog op fossiele brandstoffen
draait, vertaalt zich dat rechtstreeks in een
lagere energiefactuur.” In sommige configuraties
gaat de integratie volgens Steven Leeten nog een
stap verder: “De restwarmte van de buitenunit
kan bijvoorbeeld benut worden om een boiler
op te laden, waardoor ook sanitair warm water
gedeeltelijk mee profiteert van het systeem. Het
illustreert hoe de grenzen tussen afzonderlijke
technieken steeds verder vervagen.”
De binnenunit van een splitairco van LG die vanaf
nu bij Rexel Belgium verkrijgbaar is.
Koeltechnische opstart als dienst
Omdat niet elke HVAC-installateur beschikt over
een koeltechnisch certificaat om een splitsysteem
De buitenunit van een split-airco van LG die Rexel Belgium voortaan aanbiedt.
voor airco te mogen opstarten, biedt Rexel Belgium
voor al zijn splitsystemen ook een koeltechnische
opstart aan. “Via ons e-commerceplatform
Netstore kunnen installateurs niet alleen eenvoudig
een volledige installatie samenstellen, maar
ook meteen een aansluiting en opstart aanvragen”,
vertelt Steven Leeten daarover. “Netstore bevat
overigens ook een installatiegids voor airco’s
die alle installatiestappen weergeeft.”
Monoblocsystemen
Uiteraard kan je bij Rexel Belgium ook terecht
voor monoblocsystemen voor airco. “In sommige
situaties is een klassieke splitopstelling niet haalbaar,
bijvoorbeeld wanneer een buitenunit stedenbouwkundig
of praktisch niet geplaatst kan
worden”, aldus Steven Leeten. “Met de monoblocsystemen
van Innova bieden we in dat soort situaties
toch een volwaardig alternatief. Zo zorgen we
ervoor dat installateurs, ongeacht de context, altijd
een passende oplossing kunnen voorstellen.”
Kortom, met die combinatie van klassieke splitoplossingen
van A- en B-merken, monoblocsystemen
en bijkomende ondersteuning voor installatie en
opstart zorgt Rexel ervoor dat installateurs op
het vlak van airco per project de meest geschikte
‘Almaar warmere zomers en woningen die
steeds beter geïsoleerd zijn, zorgen ervoor
dat airco aan belang wint’
keuze kunnen maken, zonder dat praktische of
technische drempels de doorslag geven. “Of het
nu gaat om een standaardtoepassing of een complexere
situatie: we willen dat installateurs altijd
een oplossing kunnen aanbieden die technisch
klopt én praktisch haalbaar is”, vat Steven Leeten
het samen. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 37
EVENT SLIM LADEN
04.06.2026 I 12 - 17u I Technopolis
Slim laden in de praktijk
De evolutie naar een versnelde elektrificatie brengt heel wat
uitdagingen met zich mee, vooral op het vlak van laadinfrastructuur.
Met dit event, georganiseerd door Techlink, willen we de
opportuniteiten, noden en verwachtingen voor installateurs
in kaart brengen. Want slim laden betekent ook de kansen voor de
installateur slim benutten.
Via praktijkcases tonen we concrete voordelen concrete
voordelen voor bedrijven en steden,
IK SCHRIJF ME IN! terwijl we installateurs de nodige
expertise bieden voor de integratie van
slimme laadpalen en laadhubs.
Deelname aan dit event is GRATIS.
Dit event kadert in het COOCK SE- MoRE project en wordt gesubsidieerd door VLAIO.
URINOIR
EN
RVS
Het perfecte eco-duo
HET URINOIR, ONMISBAAR
VOOR DUURZAAM SANITAIR!
Het urinoir is eenvoudig te installeren, verbruikt 7 keer
minder water dan een toilet en neemt slechts de helft
van de ruimte in. Wat ooit uit de mode was, maakt dankzij
zijn duurzaamheid vandaag een comeback.
Met de combinatie van de TEMPOMATIC 4 kraan en het
FINO urinoir in rvs kiest u voor:
Een elegant en tijdloos design
Een uiterst waterbesparende installatie
De stevigheid en recycleerbaarheid van rvs
Ref. 430000 Ref. 135710
delabiebenelux.com
GARANTIE
JAAR
JAAR
HERSTELGARANTIE
Naamloos-3 1 14-04-2026 14:09
VLOERVERWARMING: COMFORT EN RENDEMENT VEREISEN SYSTEEMBEHEERSING
Lage temperatuur stelt hoge
ontwerpeisen
Vloerverwarming is niet langer een aanvullende comfortvoorziening, maar in nieuwbouw en steeds vaker ook in renovatie het primaire afgiftesysteem.
Dat is logisch: lage aanvoertemperaturen sluiten optimaal aan bij warmtepompen en leveren een gelijkmatige warmteverdeling.
Tekst Christobal van Leeuwen | Beeld Pexels en Vecteezy
Maar lagetemperatuurverwarming stelt hoge
eisen. Wie vloerverwarming ontwerpt als standaardproduct,
creëert vroeg of laat comfortklachten
of rendementsverlies. Het verschil wordt gemaakt
in het ontwerp, de hydraulische balans en
de regeling.
Ontwerpen begint bij warmteverlies
Een professioneel ontwerp start met een warmteverliesberekening
per ruimte. Pas daarna volgen
buisafstand, kringlengtes en watertemperaturen.
Niet andersom. De keuze tussen hoofdverwarming,
bijverwarming of gecombineerd verwarmen
en koelen bepaalt de dimensionering. Daarbij
moet worden uitgegaan van een realistische – en
thermisch ongunstige – vloerafwerking. Ontwerpen
op basis van een blijvende tegelvloer is risicovol.
Bij latere toepassing van parket of tapijt stijgt
de benodigde aanvoertemperatuur, met directe
gevolgen voor het rendement van warmtepompen
en condensatieketels. Rendement wordt bepaald
in de ontwerpfase.
‘Wie lage
temperatuur toepast,
moet het totale
systeem beheersen’
Ontwerp op comfortgrenzen, niet op maximale oppervlaktetemperaturen.
Buisafstand en opbouw
zijn bepalend
De buisafstand is geen uitvoeringsdetail maar een
comfortparameter. Te grote hart-op-hartafstanden
veroorzaken zogeheten temperatuurstrepen en
40 | INSTALLATIEENBOUW.BE
onvoldoende afgifte. Te kleine afstanden verhogen
materiaalgebruik en pompvermogen zonder
proportioneel comfortvoordeel. In woon- en kantoorruimten
geldt circa 30 cm als bovengrens, in
badkamers en comfortzones worden de buizen
dichter op elkaar gelegd.
Ook de vloeropbouw beïnvloedt het systeemgedrag.
Natte systemen leveren thermische massa
en stabiliteit, maar reageren traag. Droogbouwen
renovatiesystemen reageren sneller, maar
vereisen nauwkeurige afstemming tussen warmteverdeling,
afwerking en regeling. Inslijpen in
bestaande chape is functioneel, mits de vloeropbouw
geschikt is en voldoende dekking biedt.
Hoe lichter de opbouw, hoe groter de invloed van
regeling en vloerafwerking op het eindresultaat.
Comfort kent grenzen
Vloerverwarming levert stralingscomfort, maar
binnen fysische randvoorwaarden. Volgens EN
1264 wordt voor normaal bezette ruimten doorgaans
een maximale vloeroppervlaktetemperatuur
van 29 °C aangehouden (bij 20 °C ruimtetemperatuur).
Hogere temperaturen vergroten
de kans op discomfort en schade aan vloerafwerkingen.
Ontwerpen op maximale temperatuur is
symptoombestrijding; ontwerpen op comfortgrenzen
is systeemdenken.
De R-waarde stuurt het rendement
De thermische weerstand van de vloerafwerking
is rechtstreeks van invloed op de benodigde watertemperatuur.
In de praktijk wordt voor woningen
vaak een maximale R-waarde van circa 0,15
m²K/W als richtwaarde gehanteerd. Een hogere
R-waarde dwingt tot hogere aanvoertemperaturen
en verlaagt de efficiëntie van warmtepompen.
Bij gecombineerde vloerkoeling beperkt een
hogere weerstand bovendien het koelvermogen.
De keuze van de vloerafwerking is dus een belangrijke
installatieparameter.
Hier ontstaat rendementsverlies
Comfortklachten ontstaan zelden door de buis
zelf, maar vrijwel altijd door slechte systeeminstellingen,
denk aan onjuiste debieten per kring, een
verkeerd ingestelde stooklijn of mengregeling of
ontbrekende hydraulische balans.
Bij warmtepompen is stabiel laagtemperatuurbedrijf
essentieel. Piekbedrijf ondermijnt het rendement.
Zoneregeling kan het comfort verhogen,
maar alleen wanneer het hydraulisch ontwerp en
de kringindeling daarop zijn afgestemd. Inregeling
is geen opleverformaliteit, maar onderdeel
van het systeemontwerp.
Koelen vraagt beheersing
van het dauwpunt
Vloerverwarming wordt steeds vaker toegepast
Zoneregeling kan het comfort verhogen, maar vereist voldoende groepen per ruimte
en een regelstrategie die past bij de thermische traagheid van het systeem.
voor zowel verwarmen als koelen. De norm EN
1264 behandelt beide toepassingen.
Bij koeling verschuift het risico van comfort naar
condensatie. Zonder dauwpuntbewaking kan vocht
neerslaan op of in de vloerconstructie. Een adequaat
regel- en beveiligingssysteem is daarom noodzakelijk.
In goed geïsoleerde gebouwen kan vloerkoeling
een zinvolle bijdrage leveren aan het zomercomfort,
maar het blijft comfortkoeling en geen volwaardige
vervanging voor actieve luchtkoeling. In veel situaties
is aanvullende ventilatie of ontvochtiging noodzakelijk
om veilig te kunnen koelen.
Compacte technische
ruimten en legionella
In renovatie en nieuwbouw worden vloerverwarmingscollectoren
vaak geplaatst in compacte technische
ruimten, soms gecombineerd met warmtepomp
en boiler. Onder de juiste voorwaarden leidt
dit niet tot een verhoogd legionellarisico.
Die voorwaarden zijn duidelijk: aanvoertemperaturen
onder 35 °C, voldoende afstand tussen
koud- en warmwaterleidingen en een ventilatie
die de ruimtetemperatuur beperkt houdt. De indeling
van de technische ruimte maakt daarmee
deel uit van het integrale ontwerp.
Niet de buis, maar het systeem
Vloerverwarming is geen standaardcomponent
maar een integraal systeem. Comfort en rendement
worden niet bepaald door de leiding in de
vloer, maar door ontwerpkeuzes, hydraulische balans
en regelstrategie.
Wie lage temperatuur toepast, moet het totale
systeem beheersen. Alleen dan zijn comfort en
rendement daadwerkelijk in balans. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 41
BEKENDE SILICONENKIT ZET AL 50 JAAR
DE TOON
Toen Soudal halverwege de jaren zeventig met silicone op de markt kwam, was dat allesbehalve evident. Het afdichten van voegen gebeurde
toen nog met stopverf, dat was de norm. Toch bleek de zet visionair: de kitten lieten zich gemakkelijker verwerken, boden meer flexibiliteit en
gingen langer mee. Vijftig jaar later is Silirub uitgegroeid tot een vaste waarde op de werf – ook in sanitaire toepassingen.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Soudal
De eerste gebruikers kwamen uit de glaswereld,
maar al snel volgden andere vakgroepen. Het kantelpunt?
Toen ook traditionele producenten van
stopverf het product wilden verdelen, werd duidelijk
dat silicone niet langer een nicheoplossing was.
Silirub evolueerde sindsdien tot een breed inzetbaar
gamma voor voegafdichting, geschikt voor uiteenlopende
toepassingen, van beglazing en gevels
tot sanitair en interieurafwerking. Silirub-siliconen
hechten dan ook op zowat elke ondergrond. En ze
doen dat betrouwbaar: ze vangen bewegingen op,
blijven stabiel bij temperatuurschommelingen en
behouden hun werking in vochtige omgevingen.
Dankzij hun weer- en uv-bestendigheid functioneren
ze bovendien ook buiten.
42 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Constante optimalisatie
De samenstelling van de Silirub-siliconen evolueerde
wel door de jaren heen, vooral om de
verwerkbaarheid nog verder te optimaliseren en
de impact op de gebruiker te verkleinen. Zo zijn
de Silirub-kitten vandaag geurarm en hebben ze
een lagere emissie – zaken die zorgen voor een
betere binnenluchtkwaliteit. Ook op het vlak van
verpakking werd geoptimaliseerd, met deels gerecycleerde
kokers.
Een kit voor elke
sanitaire toepassing
Binnen het brede toepassingsgebied van Silirub
neemt sanitair vandaag een uitgesproken
plaats in. Logisch: voegen in badkamers, keukens
of andere vochtige ruimtes krijgen het
zwaar te verduren. Ze moeten om kunnen met
waterbelasting, luchtvochtigheid en temperatuurwisselingen.
De omstandigheden verschillen
bovendien per ruimte: in een keuken komen
de voegen slechts sporadisch in contact met
water, in een badkamer dagdagelijks. En de
temperatuur in de keuken is vaak constanter
dan die in de badkamer. Voor residentiële toepassingen
biedt het Silirub-gamma kitten die
vlot te verwerken zijn en bescherming bieden
tegen schimmelvorming. Voor professionele
contexten, waar prestaties op lange termijn nog
doorslaggevender zijn, voorziet het assortiment
in nog meer gespecialiseerde oplossingen.
Zo is Silirub 2S een sanitairkit die hecht op uiteenlopende
materialen en frequent wordt toegepast
in badkamers waar zowel technische als esthetische
eisen spelen. Voor situaties waar een sterkere
hechting op aluminium of gelakte oppervlakken
vereist is, biedt Silirub+ S8100 een alternatief met
een iets stevigere consistentie. Silirub+ S8100
is geschikt voor aansluitingen tussen wand en
bad- of douche-elementen, maar ook voor toepassingen
in keukens of vochtige vloerafwerkingen.
Voor projecten met natuursteen, zoals marmer of
arduin, is er dan weer Silirub MA. Die kit voorkomt
verkleuring van de natuursteen en maakt tegelijk
een verzorgde afwerking mogelijk. Silirub MA is
ook geschikt voor niet-sanitaire toepassingen.
Silirub+ S8800 wordt voor gelijkaardige toepassingen
gebruikt als Silirub MA, maar voelt bij het
aanbrengen iets steviger aan. Silirub+ S8800
speelt bovendien in op de vraag naar matte afwerkingen.
Van alternatief tot referentie
Het mag duidelijk zijn: vijftig jaar na zijn introductie
staat Silirub vooral symbool voor een
doorgedreven specialisatie binnen een productcategorie
die lange tijd als vanzelfsprekend werd
beschouwd. Wat begon als een vernieuwend alternatief
voor stopverf, evolueerde tot een technisch
onderbouwd en gedifferentieerd gamma dat
inspeelt op uiteenlopende situaties op de werf.
Die voortdurende verfijning – in samenstelling,
verwerkbaarheid en afstemming op specifieke toepassingen
– maakt dat Silirub vandaag mee bepaalt
hoe voegen op de werf worden afgedicht. ❚
De samenstelling
van de siliconen
evolueerde door de
jaren heen, vooral om
de verwerkbaarheid
verder te
optimaliseren en
de impact op de
gebruiker te verkleinen
Het Soudal-team eind jaren tachtig voor hun toenmalige
vestiging op de Antwerpse Ossenmarkt.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 43
Laat je omringen
door onze kracht
en expertise.
We verdedigen jouw belangen op
Europees, nationaal en regionaal
niveau.
De Frixis vakvereniging voor HVACR professionals staat in
elke situatie met raad en daad tot jouw dienst. Ontdek onze
unieke meerwaarde op frixis.be
Industrielaan 4, B-9320 Aalst
www.frixis.be
Je krijgt exclusieve toegang tot een
uitgebreide databank met info,
modeldocumenten en tools.
Je blijft voorop lopen dankzij onze
ondersteuning, updates en
ledenvoordelen.
EXCLUSIEVE VERDELER
ThermoCooler HP
De unieke oplossing om te koelen en te verwarmen zonder enige ontdooicycli?
De ThermoCooler HP van het Zweedse merk IV Produkt!
De ThermoCooler, een geïntegreerde omkeerbare DX-warmtepomp met een traploze
sturing. Beschikbaar voor het volledige Envistar-assortiment van IV Produkt.
Envistar Top met ThermoCooler HP
De voordelen:
Hogere betrouwbaarheid
Langere levensduur
Geen ontdooicyclus dankzij de unieke positie
van de condensor en verdamper
100% op maat gemaakte units, dus ook 100%
Plug & Play, wat zorgt voor lagere installatiekost
Maximale energie-efficiëntie
Geen koeltechnische handelingen op de werf
Lokale service in België via AirX
Meer informatie?
Contacteer ons en wij informeren u graag!
info@airx.be
www.airx.be
DOSSIER VENTILATIE
VENTILATIE: WAAR HET IN DE PRAKTIJK AL
EENS MISLOOPT
Ventilatie geldt vandaag als evident in de bouwsector. Ze zit vervat in regelgeving, wordt standaard doorgerekend in EPB en het aanbod aan
systemen blijft groeien. Toch betekent dat niet automatisch dat elk ventilatiesysteem ook functioneert zoals bedoeld. Niet structureel, wel vaak
genoeg om alert te blijven. Waar loopt het in de praktijk soms mis?
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay
Een eerste aandachtspunt ligt bij het ontwerp.
Dat vertrekt idealiter vanuit het gebouw en de
manier waarop het gebruikt wordt. Echter, in de
praktijk ligt de keuze voor een bepaald ventilatiesysteem
soms al vast nog vóór het ventilatieontwerp
echt uitgewerkt wordt. Dat hoeft geen
probleem te zijn, zolang alles correct wordt vertaald
naar de concrete uitwerking. Maar net daar
sluipen soms onnauwkeurigheden in: een traject
dat net iets minder logisch is, een toestel dat niet
afgestemd is op de gevraagde luchtdebieten …
Zelfs als het systeem globaal juist gedimensioneerd
is, blijft een goede verdeling van de lucht
niet vanzelfsprekend. Lucht volgt nu eenmaal de
weg van de minste weerstand: kleine verschillen
in kanaallengte, bochten of plaatsingsfouten
verstoren de luchtverdeling. Een nauwkeurige inregeling
en het gebruik van componenten die de
debieten actief in balans houden, zijn daarom een
tweede aandachtspunt om een goede luchtverdeling
te waarborgen. In de praktijk komt het echter
voor dat een inregeling oppervlakkig gebeurt – er
wordt bijvoorbeeld enkel op de hoofdkanalen gefocust
– of zelfs helemaal niet. En de genoemde
optimaliserende componenten worden ook zeker
niet altijd en overal geplaatst. Partijen zoals AirX
(zie een ander artikel in dit nummer, red.) proberen
daar expliciet iets aan te doen.
Op gebouwniveau vertaalt een foutief gedimensioneerd
of een correct gedimensioneerd maar
slecht ingeregeld ventilatiesysteem zich in structurele
onder- en overventilatie. Opvallend is dat
beide situaties – te weinig en te veel ventileren
– soms in een en hetzelfde gebouw voorkomen.
Globaal lijkt het systeem in dat geval correct te
functioneren, maar lokaal ontstaan verschillen.
In bepaalde ruimtes blijft het benauwd, terwijl
elders continu te veel lucht circuleert.
Onder- of overventilatie
Is er sprake van onderventilatie, waarbij het volledige
gebouw dus structureel te weinig verse lucht
krijgt, ontstaat een binnenklimaat dat op termijn
problematisch wordt. Ten eerste stapelt vocht
zich dan op met schimmelvorming als gevolg. In
woningen blijft dat soms beperkt tot geurhinder,
maar zeker in grotere gebouwen kan het echt leiden
tot reële schade. Ten tweede lopen dan ook
de CO 2
-concentraties op, wat zich vertaalt in een
verminderde luchtkwaliteit en comfortklachten.
Overventilatie is minder zichtbaar, maar daarom
geen kleiner probleem. Wanneer een systeem continu
meer lucht verplaatst dan nodig, stijgt het
energieverbruik zonder dat daar een comfortwinst
tegenover staat. Warmte wordt afgevoerd, ventilatoren
draaien harder dan nodig en het rendement
van het systeem daalt. In tijden waarin energie-
Wanneer een ventilatiesysteem continu meer lucht verplaatst dan nodig, stijgt
het energieverbruik zonder dat daar een comfortwinst tegenover staat.
46 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER VENTILATIE
Zelfs als het systeem globaal juist
gedimensioneerd is, blijft een goede
verdeling van de lucht niet vanzelfsprekend
prestaties steeds scherper worden opgevolgd, is
dat geen detail. Het ondermijnt rechtstreeks de
beoogde efficiëntie van een gebouw.
In beide gevallen – onderventilatie en overventilatie
– is er waarschijnlijk ook sprake van akoestische
klachten. Een ventilatiesysteem dat niet
correct geplaatst of ingeregeld is, laat zich horen:
ventilatoren die brommen, luchtstromen die beginnen
te suizen of roosters die fluiten … Vaak zorgen
die geluiden ervoor dat de gebruikers het debiet
verlagen of het systeem volledig uitschakelen,
wat de problemen natuurlijk alleen maar vergroot.
Aansprakelijkheid:
moeilijke kwestie
Vochtproblemen, schimmelvorming, geluidsoverlast
of een tegenvallende energieprestatie leiden
al snel tot de vraag waar het misgelopen is. Lag
het aan het ontwerp? Aan de uitvoering? Of aan
het gebruik? Er ontstaat met andere woorden
discussie over wie nu juist moet opdraaien voor
het slecht functioneren van het ventilatiesysteem.
In de praktijk blijkt dat het aanduiden
van een verantwoordelijke vaak moeilijk is. Het
slecht functioneren is immers dikwijls te wijten
aan een samenspel van keuzes en handelingen
verspreid over verschillende partijen. Een ontwerp
dat net niet optimaal is, een uitvoering
die kleine afwijkingen bevat, een inregeling
die onvoldoende diepgaand gebeurt of een
gebruiker die het systeem anders gebruikt dan
voorzien: elk van die elementen op zich lijkt beperkt,
maar samen bepalen ze wel het eindresultaat.
Precies omdat ventilatie zo afhankelijk
is van die keten, ontstaat er in geval van problemen
zelden een eenduidig antwoord. Dat
maakt het onderwerp niet alleen technisch,
maar ook contractueel en juridisch relevanter
dan vaak wordt aangenomen.
Nuancering is op zijn plaats
Laat ons evenwel ook benadrukken: ventilatie
werkt in de meeste gebouwen zonder noemenswaardige
problemen. Die nuancering is zeker
op haar plaats. Alleen mag ons dat dus niet
doen vergeten hoe gevoelig ventilatie is voor
kleine afwijkingen. Wat op papier klopt, vertaalt
zich in de praktijk alleen naar goede prestaties
wanneer ontwerp, plaatsing, inregeling en gebruik
op elkaar afgestemd zijn. Het draait dus
niet enkel om performante technologie, maar
om de mate waarin alle schakels in de keten
effectief op elkaar aansluiten. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 47
48 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER VENTILATIE
Ventilatie in kleine ruimtes?
Drie compacte oplossingen
Vlaamse nieuwbouwwoningen worden compacter en renovaties leiden steeds vaker tot compactere woonvolumes. De technische ruimte
krimpt daardoor, en ontbreekt soms helemaal. DUCO ontwikkelde drie ventilatie-units die daar een antwoorde op bieden: de DucoBox Energy
Comfort (Plus) D250, de DucoBox Reno en de DucoBox Energy Sky.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld DUCO
De DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 en
DucoBox Energy Sky zijn balansventilatie-units
(systeem D) met warmterecuperatie: ventilatoren
regelen zowel luchttoevoer als -afvoer. De Duco-
Box Reno zorgt voor ventilatie van het type C,
waarbij enkel de afvoer mechanisch gebeurt en
verse lucht via roosters binnenkomt. Bij de ontwikkeling
van elk toestel vertrok DUCO vanuit hetzelfde
uitgangspunt: voldoende ventilatiecapaciteit
combineren met een beperkte installatieruimte.
De drie toestellen zijn
vrucht van dezelfde
ontwerpfilosofie:
ventilatie moet zich
aanpassen aan het
gebouw en niet
omgekeerd
Systeem D in nieuwbouw:
volwaardige ventilatie zonder
technische ruimte
De DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 meet
560 x 670 x 491 mm. Dat laat toe de unit te integreren
in een kastenwand, een berging of zelfs boven
een wasmachine. Voor een ventilatiesysteem
met de DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 is
een aparte technische ruimte dan ook niet nodig.
Het ventilatietoestel met warmteterugwinning
levert een debiet van 250 m³/h bij 150 Pa.
Dankzij automatische inregeling en een kopieerfunctie
voeren installateurs de afregeling van de
DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 aanzienlijk
De DucoBox Energy Sky vindt altijd een plek,
ook in technische ruimtes die al gevuld zijn met
warmtepompen, boilers en elektrische installaties.
sneller uit, wat de installatietijd sterk reduceert.
Kort samengevat: een volwaardige systeem-Doplossing,
maar dan in een formaat dat perfect
aansluit bij compacte nieuwbouwprojecten.
Ventilatie zonder grote
ingrepen bij renovatie
In renovatieprojecten ligt de beschikbare ruimte
vaak vast en is het aanpassen van schachten en
kanalen meestal slechts beperkt mogelijk. Voor
die situaties ontwikkelde DUCO de DucoBox Reno,
met afmetingen 381 x 366 x 204 mm. Dankzij
die compacte bouw, met een inbouwhoogte van
dus slechts ongeveer 20 cm, vervangt de DucoBox
Reno bestaande ventilatieboxen zonder dat daar
ingrijpende bouwkundige aanpassingen voor nodig
zijn. De unit voor ventilatie van het type C
haalt een afvoerdebiet tot 325 m³/h bij 150 Pa.
Drie montageopties,
één compacte unit
De DucoBox Energy Sky meet 370 x 1.180 x 295
mm en weegt amper 19 kg – licht genoeg voor één
installateur. Dankzij de inbouwhoogte van slechts
30 cm en de flexibele montageopties – aan de
wand, aan het plafond of weggewerkt in een verlaagd
plafond – vindt dit toestel altijd een plek,
ook in technische ruimtes die al gevuld zijn met
warmtepompen, boilers en elektrische installaties.
De DucoBox Energy Sky haalt een ventilatiecapaciteit
van 275 m³/h bij 150 Pa.
De rode draad: ventilatie past
zich aan het gebouw aan
Kortom: hoewel de drie toestellen elk een eigen
toepassing hebben, zijn ze vrucht van dezelfde
ontwerpfilosofie: ventilatie moet zich aanpassen
aan het gebouw en niet omgekeerd. De units garanderen
dankzij hun specifieke vorm een gezond
binnenklimaat daar waar plaats schaars is – een
realiteit waar installateurs almaar meer mee geconfronteerd
worden. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 49
DOSSIER VENTILATIE
Expert in inregelen van ventilatiesystemen
biedt voortaan monitoringscontracten aan
voor eigen luchtgroepen
AirX uit Merelbeke-Melle is niet alleen gespecialiseerd in het inregelen, opstarten en opmeten van residentiële en niet-residentiële ventilatiesystemen,
het bedrijf is ook exclusief verdeler van IV Produkt, een Zweeds merk van modulaire en op maat gemaakte luchtbehandelingsunits
voor de niet-residentiële markt. Voor die luchtgroepen biedt de inregelspecialist sinds dit jaar monitoringcontracten aan. “We bekijken dan
elke zes maanden hoe het met de luchtgroep gesteld is en of er optimalisaties kunnen gebeuren”, vertelt Dirk Merken van AirX.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld AirX
AirX biedt de monitoringscontracten aan voor zijn IV Produkt-luchtgroepen.
50 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER VENTILATIE
AirX installeert zelf geen ventilatiesystemen,
maar zorgt ervoor dat ze correct functioneren. Het
belang daarvan mag niet onderschat worden:
slecht ingeregelde ventilatie-installaties leiden
vaak tot overmatig energieverbruik, geluidsoverlast
en comfortproblemen. AirX corrigeert dat
niet alleen achteraf, maar schuift steeds vaker al
aan in de ontwerpfase. Zo voorkomt het bedrijf
fouten zoals foutieve klepcombinaties of slecht
uitgewerkte leidingsplannen, die later dure ingrepen
vereisen. Naast die inregelactiviteiten
levert AirX ook op maat gemaakte luchtbehandelingskasten
van het Zweedse merk IV Produkt,
waarvan het exclusief verdeler is in België. Die
modulaire units, uitgerust met onder meer warmteterugwinningstechnologie
en energiezuinige
ventilatoren, worden per project samengesteld,
volledig voorgemonteerd geleverd en functioneren
plug-and-play. In combinatie met inregeling
en opmeting biedt AirX zo een totaalpakket voor
de installateur van ventilatiesystemen.
suggereren aan de installateur om het debiet in
het weekend te verlagen, wat energie-efficiënter
is. Dergelijke en andere optimalisaties kunnen wij
overigens vaak ook zelf vanop afstand uitvoeren.
Het grote voordeel is dat het nazicht vanop afstand
de installateur een verplaatsing bespaart.
De duurdere formule houdt ook in dat wij gedurende
de looptijd van het contract de luchtgroep
zelf twee keer fysiek gaan nakijken.”
Maar dat zijn niet de enige voordelen. Dirk Merken:
“Wanneer de periodieke controle uitwijst dat
er een onderdeel vervangen moet worden – filters
zijn een typisch voorbeeld – dan kunnen wij dat
meteen bestellen, wat ook resulteert in tijdswinst
voor de installateur.”
Loading: netwerk van
preferred partners
De monitoringscontracten, die aansluiten bij de
Europese BACS-regelgeving, die inzet op het monitoren
en optimaliseren van technische installaties
in niet-residentiële gebouwen, zijn niet de enige
nieuwigheid die AirX introduceert. Zo maakt het
bedrijf op dit moment ook volop werk van de uitbouw
van een netwerk van zogeheten preferred
partners. “Partners die met andere woorden structureel
met ons samenwerken voor het inregelen
van ventilatiesystemen en/of plaatsen van IV-Produkt-luchtgroepen
– al dan niet met monitoringscontract
– en waarmee we samen fundamenteel
kunnen bijdragen aan de energiezuinigheid van
gebouwen”, besluit Dirk Merken. ❚
De inregelspecialist gaat nu nog een stap verder,
met monitoringscontracten die het bedrijf sinds
begin dit jaar aanbiedt voor de IV Produkt-luchtgroepen.
“Zodat het totaalpakket eigenlijk een
totaalservice wordt”, begint Dirk Merken, medeoprichter
van AirX, te vertellen.
Twee formules
Hij legt uit wat zo’n contract, met een looptijd van
vijf jaar, precies inhoudt. “Wanneer een installateur
zo’n contract tekent, dan gaan wij elke zes
maanden bekijken hoe het met de luchtgroep gesteld
is en of er optimalisaties nodig zijn. Elke IV
Produkt-luchtgroep is uitgerust met een Siemensregeling
met Modbus-gestuurde sensoren en bijbehorend
cloudplatform, die ervoor zorgen dat we
die monitoring vanop afstand kunnen doen. Elke
controle resulteert in een beknopt rapport met
concrete aandachtspunten en voorgestelde optimalisaties,
waarmee de installateur gericht aan
de slag kan. Het is dus een dienst waar de installateur
of een onderhoudsfirma gebruik van kan
maken voor het onderhoud van de luchtgroep.”
De installateur – uitzonderlijk kan trouwens ook
de eindgebruiker contractpartij zijn – heeft keuze
uit twee contractformules – heeft keuze uit twee
contractformules. “De goedkoopste formule houdt
in dat wij elke zes maanden de monitoringsdata
live opvolgen. Een momentopname dus. Wordt
gekozen voor de duurdere formule, dan wordt alle
monitoringsgegevens bijgehouden en opgeslagen
op een server in Zweden en gaan we elke zes
maanden kijken of we bepaalde trends kunnen
vaststellen op basis waarvan optimalisaties zouden
kunnen worden doorgevoerd. Denk aan een
in een kantoorgebouw geplaatste luchtgroep die
elk weekend op volle kracht draait. Dan gaan wij
De monitoring gebeurt vanop afstand.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 51
DOSSIER VENTILATIE
VLOTTE VERVANGING BRENGT VENTILATIE-
SYSTEEM NAAR D+-NIVEAU
Een gezin uit Opwijk liet onlangs zijn vijftien jaar oude ventilatietoestel van het type D vervangen door een nieuwere unit. Het schakelde daarvoor
installatiebedrijf Notuz in, dat het bestaande ventilatiesysteem al jaar en dag onderhoudt. De keuze viel op de Flux Wall van Renson, een
ventilatie-unit van het type D+, met vraagsturing dus. Dat toestel is sinds vorig jaar beschikbaar en liet een vlotte vervanging toe.
Tekst & beeld Renson
De Flux Wall maakt het niet enkel voor de eindgebruiker eenvoudig, het toestel blinkt ook uit in installatiegemak.
52 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER VENTILATIE
Het gezin had geen verbouwplannen op de
agenda staan en gelukkig hoefde het die ook
niet te maken voor de nieuwe D+-ventilatie-unit.
“Het plug-and-playkarakter van de Flux Wall liet
een vlotte installatie toe”, vertelt Evert Luyten,
die met zijn eenmanszaak Notuz een vertrouwde
Renson-partner is. “Het dubbele kanalennet was
prima in orde om nog jarenlang mee te gaan. Op
een kleine aanpassing na kon ik de Flux Wall gewoon
monteren, aansluiten en inregelen.” En of
de bewoners een fikse upgrade kregen. Van een
oud ventilatiesysteem met een standenschakelaar
ging het naar een modern, slim en geconnecteerd
toestel met drukmeting voor en achter de filter,
dat vraaggestuurd werkt. Het centrale ventilatiesysteem
ventileert dus automatisch intensiever of
minder intensief op basis van de gemeten binnenluchtkwaliteit.
Die wordt 24/7 gemonitord door
de CO 2
- en vochtsensoren in de Flux Wall. “En dus
hebben de bewoners naar hun ventilatiesysteem
voortaan geen omkijken meer”, aldus Evert Luyten.
“De bijhorende app geeft hen tegelijk wel op
elk moment een klare kijk op de kwaliteit van de
binnenlucht en de werking van de ventilatie.”
‘Het plug-andplaykarakter
van
de unit liet een
eenvoudige
installatie toe’
Evert, die regelmatig bij het gezin langsgaat, had
enige tijd geleden al opgemerkt dat het ventilatiesysteem
aan vernieuwing toe was. In overleg
met het gezin werd echter besloten om daar nog
even mee te wachten. Evert Luyten: “We wisten
dat de Flux Wall eraan kwam en dat die nieuwe
technologie zou zorgen voor een optimale luchtkwaliteit
en hoog gebruiksgemak.” Zodra het toestel
beschikbaar was, bestelde Notuz een unit met
een debiet van 475 m³/h en gaf het de ventilatie
van de woning de fikse upgrade die ze verdiende.
Solo-installatie
De Flux Wall maakt het niet enkel voor de eindgebruiker
eenvoudig, het toestel blinkt ook uit in
installatiegemak. Het lichte gewicht laat de installateur
toe de unit in zijn eentje vlot te monteren,
terwijl de diverse aansluitingen voor aan- en afvoer
van de lucht ook de rest van de installatie
vergemakkelijken. “Bovendien is tijdens de ontwikkeling
goed rekening gehouden met onderhoud
en reiniging op latere momenten”, voegt Evert
Luyten nog toe. “Dat is goed nieuws voor zowel
de installateurs als de klanten.” ❚
De Flux Wall, die Renson vorig jaar lanceerde, is een ventilatie-unit van het type D+, met vraagsturing dus.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 53
DOSSIER VENTILATIE
De keuze voor textielkanalen is geen toeval. “Het geringe gewicht ervan was doorslaggevend”, aldus Gaëton Vanpoucke van Prihoda.
Textielkanalen garanderen optimale
luchtverdeling in nieuwe tropische
serre Pairi Daiza
Pairi Daiza, het grootschalige dierenpark annex botanische tuin in Brugelette (Henegouwen), opende begin februari Edenya, een volledig
overdekte tropische wereld van zo’n 40.000 m² waarin fauna, flora en beleving samenvloeien. Een absoluut prestigeproject, want het betreft
de grootste tropische serre ter wereld. De indrukwekkende serreconstructie stelt vanzelfsprekend hoge eisen aan temperatuurbeheersing.
De verdeling van de thermisch behandelde lucht gebeurt er via textielkanalen van Prihoda.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Prihoda
Edenya, ontworpen door Pascal De Beck, huisarchitect
van Pairi Daiza, herbergt een zorgvuldig
ontworpen binnenlandschap met naadloos overlappende
klimaatzones. Onder één glazen stolp
krijgen tropische fauna en flora elk hun eigen
microklimaat, met specifieke eisen voor temperatuur
en luchtcirculatie. De realisatie van de grootschalige
glas- en staalstructuur – en alles wat zich
daaronder afspeelt – nam zo’n 3,5 jaar in beslag.
De opening van Edenya haalde uitgebreid de
pers. De technische ruggengraat van het project
bleef daarbij echter grotendeels uit beeld. Die
infrastructuur bepaalt nochtans sterk de beleving
en het welzijn van dieren en planten. Zo staat een
doordachte luchtverdeling centraal om de temperatuur
in de serre op peil te houden.
Voor die luchtverdeling deed Pairi Daiza een beroep
op Prihoda, dat textielkanalen leverde voor
een gecontroleerde en gelijkmatige verspreiding
van luchtstromen. Geen detail: in een omgeving
waar verschillende klimaatzones naast elkaar
bestaan, bepaalt de luchtverdeling het verschil
tussen een stabiel ecosysteem en een moeilijk beheersbare
installatie.
Jarenlange voorbereiding
“Nadat we voor het door Pairi Daiza aangestelde
studiebureau TPF uit Brussel al een beknopte
voorstudie hadden uitgevoerd voor de luchtverdeling,
werden we door Imtech Naninne uit Namen,
dat de aanbesteding voor de installatie van de
technieken had gewonnen, gecontacteerd met de
54 | INSTALLATIEENBOUW.BE
DOSSIER VENTILATIE
De kanalen werden volledig prefab geleverd.
In totaal werd er bijna een kilometer textielkanalen geplaatst.
vraag de textielkanalen te leveren”, vertelt Gaëton
Vanpoucke, salesmanager bij Prihoda. “Imtech Naninne
kwam niet toevallig bij ons uit. We werkten
eerder al samen, onder meer in projecten voor de
KU Leuven en Puratos. Door de omvang van het
project duurde de voorbereiding meerdere jaren.”
De opdracht was duidelijk: de textielkanalen
moesten er mee voor zorgen dat de temperatuur
overal in de serre steeds 20 °C bedroeg. “Dat lijkt
evident, maar is in een serre complex”, benadrukt
Gaëton Vanpoucke. “De U-waarde van de glazen
constructie ligt vrij hoog, wat veel warmteverlies
betekent. Combineer dat met de enorme oppervlakte
en het feit dat we rekening moesten
houden met buitentemperaturen tot -2°C en je
begrijpt de uitdaging.”
Maatwerk
De keuze voor textielkanalen is geen toeval. “Het
geringe gewicht ervan was doorslaggevend”, aldus
Gaëton Vanpoucke. “Onze kanalen wegen
slechts 460 g/m². Bij diameters boven 1.000
mm en een installatiehoogte van 18 meter, wat
het project vereiste, maakt dat een groot verschil.
Daarnaast biedt textiel flexibiliteit in luchtverdeling.
Wij bepalen zelf waar de jets of nozzles
(specifiek ontworpen uitlaatopeningen, red.) komen.
Zo kunnen we gericht zones bedienen of net
vermijden. Bovendien worden de kanalen volledig
prefab geleverd – zonder extra werk op de werf.”
Het studiebureau hield de regie in handen, maar
de technische vertaalslag lag bij Prihoda. Gaëton
Vanpoucke: “Wij hebben continu bijgestuurd op
wat praktisch haalbaar is, in overleg met Imtech
‘Er werden alpinisten ingezet om de
textielkanelen te plaatsen’
Naninne. Een cruciale stap in dat proces was de
Computational Fluid Dynamics-studie. Daarmee
bepaalden we het perforatiepatroon. We kijken
dan naar zaken als de aanwezige druk, delta-T,
debiet en de worp die we willen bereiken, maar
ook naar externe factoren zoals glaspartijen en de
gebouwen en het reliëf in de serre.”
Het resultaat is maatwerk van de bovenste plank.
“We hebben gewerkt met jets van 20 cm, een pak
groter dan onze standaard jets. Dat was nodig
voor de vereiste hoge inductie. De jets kwamen
op gerichte posities en we pasten andere dan de
gebruikelijke tussenafstanden toe, bijvoorbeeld
om constructies te vermijden.”
Enkelvoudige ophanging
De toegepaste textielkanalen van Prihoda onderscheiden
zich volgens Gaëton Vanpoucke
voornamelijk op twee manieren van airsocks van
de concullega’s. “Alle textielkanalen werden bevestigd
met een enkelvoudige ophanging. Voor
textielkanalen met een diameter boven de 1.000
mm is dat echt wel uniek. Daarnaast is de gebruikte
stof gemaakt van glasvezel in plaats van
katoen, waardoor de kanalen hogere temperaturen
aankunnen. Maar het glasvezel verhoogt
ook de duurzaamheid van de kanalen, net als de
dubbele polyurethaancoating waarmee ze werden
afgewerkt.”
De installatie verwerkt aanzienlijke luchtdebieten.
Gaëton Vanpoucke: “In de serre wordt ongeveer
900.000 m³/h verdeeld. Toch blijft de oplossing efficiënt.
Door gerichte dimensionering en de juiste diffusietechnieken
realiseren we immers een besparing
van 30 à 40% ten opzichte van klassieke kanalisatie.”
Alpinisten
De plaatsing van de textielkanalen, samen goed
voor bijna een kilometer, kwam volgens de salesmanager
niet zonder uitdagingen. “Werken op 18
meter hoogte vraagt expertise. Er werden dan ook
alpinisten ingezet. Uiteindelijk hebben we de installatie
binnen drie weken afgerond.” De textielkanalen
vragen periodiek, maar beheersbaar onderhoud.
“In dergelijke toepassingen adviseren we een reiniging
om de twee jaar”, aldus Gaëton Vanpoucke.
“Teamprestatie”
Het zal niet verbazen dat het project voor Prihoda
tot de grotere van vorig jaar – toen werden
de kanalen geplaatst – behoorde. “Qua complexiteit
en schaal zit het project in onze top vijf van
2025”, aldus de salesmanager. Hij benadrukt tot
slot het collectieve karakter van het project. “Dit
was een teamprestatie pur sang. Zowel ons Prihoda-team
hier in België als het productieteam
in Tsjechië investeerden tijd en expertise om van
dit project een referentie te maken tot ver buiten
onze landsgrenzen.” ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 55
Buitenunit: MUZ-RZ25-35,
Binnenunit: MSZ-RZ25-50
VERKOEL IN DE ZOMER,
VERWARM IN DE WINTER
DUURZAAM ÉN DOELTREFFEND
MET PROPAAN (R290)
Het wooncomfort van jouw klanten naar een hoger niveau tillen kan met de Mitsubishi Electric
MSZ-RZ R290. Deze unit combineert krachtige koeling in de zomer met betrouwbare
verwarming in de winter. Zelfs bij zeer lage buitentemperaturen zorgt het voor fluisterstil en
energiezuinig comfort in elke woonruimte. Het natuurlijke koelmiddel met extreem laag GWP
draagt bij aan een lagere milieu-impact, terwijl de geïntegreerde technologie, zoals 3D-sensoren,
luchtzuivering en Wi-Fi-besturing via MELCloud zorgt voor een comfortabel en gezond
binnenklimaat dat klaar is voor de toekomst.
Kies het beste
voor jouw klanten
Precies én geluidsarm koelen, verwarmen
of ventileren met textielkanalen
©26.162
industrie - sport - voeding - scholen - showrooms - tijdelijke constructies
Prihoda is jouw expert. Van studie tot montage.
Contacteer ons:
056 36 30 18
www.prihoda.pro
26.162 Pub Prihoda I en B 2026.indd 1 4/03/2026 12:08:03
M e a s u r e t o C o n t r o l
Betrouwbare metingen beginnen met hoogwaardige instrumenten. CaTeC is exclusief importeur van de EE600 drukopnemers,
HTS401 vocht- en temperatuurtransmitters en de Omniport 40 handmeter — samen dé oplossing voor professionele monitoring.
De EE600 drukopnemers staan bekend om hun nauwkeurigheid, stabiliteit en duurzaamheid, ideaal voor industriële toepassingen
en gebouwbeheer. De HTS401 transmitters leveren betrouwbare metingen van vocht en temperatuur, essentieel voor
klimaatcontrole, procesbewaking en kwaliteitsborging.
De Omniport 40 handmeter biedt maximale flexibiliteit: één instrument met eindeloze meetmogelijkheden. Dankzij verwisselbare
sensoren en gebruiksvriendelijke bediening is hij perfect voor service, inspectie en kalibratie.
Met CaTeC kiest u voor bewezen technologie, deskundig advies en langdurige ondersteuning.
Zo bent u verzekerd van betrouwbare meetdata en optimale controle over uw processen — vandaag én in de toekomst.
Timo De Mets (Buildwise) in onze podcast:
“De TV 300 biedt de langverwachte houvast voor
binnenisolatie van gevels”
Binnenisolatie van gevels: voor veel renovatieprojecten is het dé logische stap, maar tegelijk ook het onderwerp waar de meeste twijfel rond
hangt. Daarom nodigde Installatie & Bouw De Podcast Timo De Mets, R&D-expert bij Buildwise, uit om het erover te hebben. Zijn belangrijkste
boodschap? “Binnenisolatie is perfect mogelijk, op voorwaarde dat je het gestructureerd aanpakt. Onze nieuwe Technische Voorlichting 300,
kortweg TV300, biedt daarvoor de langverwachte houvast.”
Tekst Kris Vandekerckhove | Beeld Leonie Snauwaert
58 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Timo De Mets begon bij het begin: met uit te
leggen waarom isolatie van gevels vandaag zo
belangrijk is. “Als we onze gebouwen energiezuiniger
willen maken en klaarstomen voor de
toekomst, moeten we naar de volledige gebouwschil
kijken.” Hij voegde er wel aan toe: “Dak en
ramen aanpakken is meestal rechtlijnig, maar bij
gevels wordt het complexer: groot oppervlak en
vaak ook beperkingen.”
Voor gevelisolatie van bestaande gebouwen zijn
er in essentie drie technieken, zo legde de R&Dexpert
uit. “Een eerste is spouwmuurisolatie. Dat
houdt in dat de spouw opgevuld wordt met isolatiemateriaal.
Dat is relatief eenvoudig en betaalbaar,
maar de isolatie is in dat geval beperkt
tot de beschikbare spouwbreedte. Bovendien
hebben heel wat oudere woningen geen spouwmuur.
Een tweede is buitenisolatie. In dat geval
wordt de isolatie aan de buitenzijde van de gevel
aangebracht, waarna ze meestal wordt afgewerkt
met pleister of gevelbekleding. Technisch
gezien is dat vaak de meest robuuste oplossing,
maar ze wijzigt het uitzicht van de gevel en is
niet altijd toegelaten of wenselijk. Denk aan beschermde
gebouwen of beperkte perceelruimte.
Tot slot is er ook binnenisolatie, waarbij de isolatie
aan de binnenzijde van de gevel wordt geplaatst.
Het gevelbeeld blijft dan behouden, maar binnenisolatie
van gevels heeft wel meer aandachtspunten,
omdat het drooggedrag van de bestaande
muur verandert.” Precies dat laatste zorgt er
volgens Timo De Mets voor dat in de praktijk veel
aarzeling bestaat rond het binnenisoleren van
gevels. “Wanneer je langs binnen isoleert, wordt
de muur kouder. Daardoor droogt hij trager uit.
Regenvocht, dat in een gevel die niet langs binnen
geïsoleerd is relatief snel kon verdampen, kan
langer in de muur aanwezig blijven. Dat verhoogt
het risico op problemen. Een klassiek voorbeeld
zijn houten balkkoppen. Na binnenisolatie belanden
ze mogelijk in een koudere en vochtigere
zone. Zonder de juiste voorzorgsmaatregelen kan
dat leiden tot aantasting of houtrot.”
“Maar,” benadrukt De Mets, “dat betekent niet
dat binnenisolatie per definitie problemen veroorzaakt.
Het betekent dat je ze doordacht moet
aanpakken.”
Drie stappen
Net daarom bracht Buildwise onlangs de TV300
uit. “Die biedt een duidelijke leidraad voor wie binnenisolatie
van bakstenen en betonnen gevels met
een hoogte tot 25 meter veilig en onderbouwd
wil toepassen. De aanpak die de TV voorstelt, bestaat
uit drie stappen”, aldus Timo De Mets in de
podcast. De eerste is een grondig vooronderzoek.
Binnenisolatie van gevels begint niet met isoleren,
maar met analyseren. Zijn er bestaande vochtproblemen?
Wat is de staat van het metselwerk?
Zijn er houten of metalen elementen ingewerkt in
de gevel? Wat is de oriëntatie en hoe groot is de
regenbelasting? Het doel is niet om risico’s te vermijden
door niets te doen, maar om ze correct in
te schatten en beheersbaar te maken. De tweede
stap: kies het juiste systeem in de juiste dimensionering.
Er bestaat geen systeem dat altijd en overal
het meest geschikt is. De juiste keuze hangt af van
de prioriteiten in het project: akoestiek, brandveiligheid,
milieu-impact, verlies aan binnenruimte enzovoort.
De dimensionering is ook belangrijk, omdat
meer isolatie niet automatisch beter is. Een te grote
isolatiedikte kan de uitdroging van de muur verder
vertragen en zo het risico verhogen. Daarom reikt
de TV300 concrete richtlijnen en tabellen aan
om per situatie een veilige maximale isolatiedikte
te bepalen. Ze benadrukt in de tweede stap ook
dat het niet alleen gaat om materiaalkeuze, maar
om het volledige systeem. Naar aspecten als luchtdichtheid
en binnenafwerking moet ook de nodige
aandacht gaan. De derde stap, tot slot: besteed
De aflevering van Installatie & Bouw
De Podcast met Timo De Mets is te
beluisteren via de website van Installatie
& Bouw België, via de gekende
streamingskanalen, waar ze te vinden
is onder het kanaal ‘Installatie &
Bouw’, of door de QR-code op deze
pagina te scannen.
aandacht aan bouwdetails. Zelfs het beste systeem
faalt bij een slechte uitvoering. Aansluitingen aan
vloeren, binnenmuren en raamopeningen zijn cruciaal.
Worden die bouwknopen niet correct aangepakt,
dan kan de energiewinst een fractie zijn van
wat men verwacht. Én in het slechtste geval ontstaan
er schimmelproblemen.”
“Binnenisolatie van gevels vraagt dus precisie.
Niet alleen in het ontwerp, maar ook op de werf”,
vatte Timo De Mets het samen.
Kernboodschap helder
De kernboodschap van de podcast is helder: binnenisolatie
van gevels is geen noodoplossing. Het
is een volwaardig instrument binnen een bredere
renovatiestrategie, mits correcte toepassing. Met
TV300 wil Buildwise professionals vooral vertrouwen
geven. Wie de bouwfysische principes
begrijpt, de juiste voorbereidende analyses uitvoert
en aandacht heeft voor dimensionering en
details, kan binnenisolatie van gevels veilig én
duurzaam toepassen. ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 59
MCE pakte voor haar 44 ste editie uit met een grondig vernieuwd beursconcept.
Meer dan 1.600 exposanten en 120.000 bezoekers
voor Mostra Convegno Expocomfort 2026
In Fiera Milano in Rho, een voorstad van Milaan, vond van 24 tot en met 27 maart de 44ste editie plaats van Mostra Convegno Expocomfort
(MCE). De tweejaarlijkse vakbeurs voor alles wat een gebouw verwarmt, koelt, ventileert en energiezuiniger maakt, klokte af op 1.600 exposanten
en 120.000 bezoekers, cijfers die vergelijkbaar zijn met die van de voorlaatste voorlaatste editie in 2024. De exposanten kwamen uit 49
verschillende landen. Onder de bezoekers waren zo’n 120 landen vertegenwoordigd – 70% van het publiek kwam kwam uit Italië zelf.
Tekst & beeld: Mostra Convegno Expocomfort
MCE pakte voor haar 44 ste editie uit met een
grondig vernieuwd beursconcept, onder meer
met een aangepaste hallenindeling om de zichtbaarheid
van de standen te vergroten en de bezoekerservaring
te verbeteren – daarvoor werd
samengewerkt met het Italiaanse architecten- en
ingenieursbureau Lombardini22 – en nieuwe
thematische trajecten.
“MCE evolueert al 60 jaar”, benadrukt Massimiliano
Pierini, managing director van organisator
RX Italy. “De beurs past zich continu aan een snel
veranderende markt aan en vernieuwt zich om
toekomstige bedrijfsstrategieën te ondersteunen,
oplossingen en technologieën voor de dubbele
transitie – energie en milieu – te tonen, en een
uitgebreid programma van conferenties te bieden
rond de belangrijkste trends in de sector.” Net als
over de totale bezoekcijfers is RX Italy ook tevreden
over de belangstelling voor het uitgebreide
conferentieprogramma. Dat programma had onder
meer aandacht voor belangrijke regelgevende
updates, stimuleringsmaatregelen en vooruitzichten
rond de implementatie van de Europese Energy
Performance of Buildings Directive. Ook de toe-
60 | INSTALLATIEENBOUW.BE
komst van warmtepompen in Italië en wereldwijd
en de synergie tussen HVAC-technologieën en
digitalisering kwamen er uitgebreid in aan bod.
Voorbereidingen 45 ste
editie al gestart
De ontwikkeling van het beursformat voor 2028
is inmiddels gestart. Massimiliano Pierini: “In de
komende twee jaar zal dit concreter vorm krijgen.
We willen zeker opnieuw het woord geven aan
“Internationale vakbeurzen zoals MCE vormen
een essentiële pijler voor de economische en
commerciële ontwikkeling van bedrijven”, besluit
de managing director van organisator RX Italy.
“Ze bieden een wereldwijd podium om oplossingen
en technologieën te presenteren, versterken
de merkpositie en maken het mogelijk om waardevolle
contacten te leggen met klanten, partners
en leveranciers over de hele wereld.”
‘Internationale vakbeurzen zoals MCE
vormen een essentiële pijler voor de
economische en commerciële ontwikkeling
van bedrijven’
brancheorganisaties, onderzoeksinstituten en de
academische wereld en hen een platform bieden
om in dialoog te gaan met overheden, bedrijven
en professionals. Zo kunnen zij visies, oplossingen
en expertise delen die de transitie naar duurzame
en performante modellen versnellen, met focus op
energie-efficiëntie, de dubbele transitie en technologische
innovatie.”
Duurzamer dan ooit
Het overkoepelde thema van MCE 2026 luidde
‘Energy is Evolving’ en dat concept vertaalde zich
niet alleen in de inhoud, maar ook in de organisatie
van de beurs zelf. Zo werd 75.000 m² minder
tapijt gebruikt dan voor de vorige editie en werd
ingezet op recycleerbare standmaterialen en duurzamere
logistieke oplossingen. ❚
Net als over de totale bezoekcijfers is organisator
RX Italy ook tevreden over de belangstelling
voor het uitgebreide conferentieprogramma.
MCE vond als vanouds plaats in Fiera Milano.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 61
DAIKIN ALTHERMA 4 H
Natuurlijk
koelmiddel
R290
Veelzijdige warmtepomp op R290.
De Daikin Altherma 4 H is een krachtige en veelzijdige warmtepomp die geschikt is voor
zowel renovatieprojecten als nieuwbouwwoningen > 200 m²
(modellen voor kleinere oppervlakken onder 200 m² worden in 2026 ontwikkeld).
Ons nieuwste model in het Daikin Altherma-gamma werkt op het natuurlijke koelmiddel
R290 (propaan). Het is nog milieuvriendelijker, een perfecte vervangingsoplossing voor
oude stookolie- of gassystemen en biedt bovendien veel flexibiliteit in de keuze van
afgiftesystemen.
De volledig nieuwe, intuïtieve gebruikersinterface MMI-4 met een 5-inch touchscreen
en de compatibiliteit met de Onecta-app stellen de gebruiker in staat om het Daikin
Altherma-systeem op elk moment en vanop elke locatie te bedienen.
De Daikin Altherma 4 H op R290 is uiteraard met de grootste zorg ontwikkeld om
veiligheid en duurzaamheid te maximaliseren gedurende de hele levenscyclus van het
product.
J
J
J
J
J
Milieuvriendelijk
Extreem flexibiliteit
Intuïtieve interface
Modern design
Zeer stille werking
www.daikin.be • 0800/840.22
CONTAINS BIOBASED RAW MATERIALS
CONTAINS RECYCLED PLASTIC
SCAN VOOR
MEER INFO
BIOBASED
Betere hechting
op de meeste
ondergronden.
• Alle afdichtings- en
kleeftoepassingen in bouwindustrie
• Verlijmingen in vibrerende constructies
• Afdichten van vloervoegen
• Aansluit- en uitzetvoegen tussen
raamkozijnen en muren die geschilderd zijn
Betere
verwerkbaarheid;
minder draden.
Verbeterde
krachtopbouw;
sneller.
BIOBASED
GECERTIFICEERDE
FORMULE
IML-KOKER UIT
80% GERECYCLEERDE
PLASTIC
SOUDAL NV • EVERDONGENLAAN 18-20 • B-2300 TURNHOUT • BELGIË • TEL.: +32-(0)14 42 42 31 • WWW.SOUDAL.COM
000778-ADVERT
Profiteer nu van
onze lenteacties!
Ontdek de nieuwe slimme
HVAC/R wereld van Testo.
meer
info
Kleine opvoerinstallaties
Minilift
Zes opvoerinstallaties, één principe:
alles werkt. Of het nu gaat om nieuwbouw,
een badkamer in de kelder
of een gastentoilet, de Miniliftfamilie
is geschikt voor elke situatie,
eenvoudig te installeren en onderhoudsvriendelijk.
En met levenslange
beschikbaarheid van reserveonderdelen
blijft alles ontspannen.
Zoals met de twee pompen van de
Minilift L WC Duo. Dubbel zo veilig,
dubbel zo ontspannen!
Ontdek nu de
Miniliftfamilie.
kesselbelgie.be/minilift
mastering water
Elektr tech
VAKKATERN VOOR DE PROFESSIONAL IN ELEKTROTECHNIEK
Voorbeschouwing Cebeo
Technologie
Brandveilige aftakdozen als
cruciale schakel in elektrische
installaties
Verslag Light + Building
Nauwkeurige sensors als
fundament van performante
HVAC-systemen
Je vak beheersen
tot in de kleinste details,
daar mag je trots op zijn.
Reken op de Volkswagen Crafter, trotse partner van het échte werk.
Ontdek hem nu bij je Volkswagen Van Center
en op volkswagen-bedrijfsvoertuigen.be.
Milieu-informatie (KB 19/03/2004): volkswagen-bedrijfsvoertuigen.be.
V.U.: D‘Ieteren Automotive SA/NV, Volkswagen Commercial Vehicles Import,
Thomas Vandebotermet, Leuvensesteenweg 639, 3071 Kortenberg.
INHOUD
Technologische evoluties in de installatiesector op Cebeo Technologie 2026 68
Brandveilige aftakdozen als curciale schakel in elektrische installaties 70
Spatwaterdicht schakelmateriaal voor buiteninstallaties ontwikkeld voor uitdagende omstandigheden 72
Event rond slim laden zet installateur centraal 76
Light + Building 2026 bevestigt: gebouwen worden systemen, geen optelsom van technologieën 79
Bouwstenen voor gebouwautomatisering van morgen 82
Nauwkeurige sensortechniek als fundament voor performante HVAC-systemen 84
68
72
80 82
INSTALLATIEENBOUW.BE | 67
ELEKTROTECH
Op de centrale stand zullen de Cebeo-specialisten terug te vinden zijn. (archiefbeeld eerdere editie)
Technologische evoluties in de installatiesector
op Cebeo Technologie 2026
Benieuwd wat de technologische evoluties in de installatiesector zijn? Kruis dan zeker 2 tot 4 juni aan in jouw agenda. Dan vindt in Brussel Expo
de veertiende editie plaats van Cebeo Technologie, de driedaagse huisbeurs van groothandel in elektrotechnisch materiaal Cebeo die gratis te
bezoeken is. De energietransitie vormt opnieuw een van de centrale thema’s. “Vroeger gebruikte je gas om te verwarmen en brandstof om te
rijden. Nu wordt alles elektrisch. De elektrotechnieker heeft met andere woorden een belangrijke rol te spelen. We tonen op Cebeo Technologie
wat de belangrijkste innovaties zijn”, vertelt Hilde Vandenberghe, category manager Renewable Energy, HVAC en Consumer Electro.
Tekst Valérie Couplez | Beeld Cebeo
Het concept van Cebeo Technologie is inmiddels
goed bekend. Elke twee jaar brengt het event ongeveer
9.000 professionals in elektrotechniek en
HVAC op de been. Ze treffen in hal 5 van Brussels
Expo ongeveer 150 topfabrikanten die toelichten
wat nieuw is in hun gamma. Centraal op de beursvloer
staat de eigen Cebeo-stand. “In onze Green
& Smart-zone komt alles samen rond hernieuwbare
energie, energiemanagement en HVAC”, legt Hilde
Vandenberghe uit. “Als alles elektrisch wordt, dreigt
de elektriciteitsfactuur zonder eigen hernieuwbare
energie moeilijk betaalbaar te worden. Daarom verzamelen
we alles wat vandaag beschikbaar is om
de energiestromen in een woning onder controle te
houden. Dan hebben we het over verbruikers zoals
laadpalen, batterijen en huishoudtoestellen, maar
ook de zonnepanelen om de energie op te wekken
en energiemanagementsystemen (EMS) om alles
te koppelen en slim aan te sturen. We maken het
visueel. Je zal de energiestromen met ledverlichting
kunnen volgen.”
68 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
Totaaloplossing
Niet de individuele producten spelen de hoofdrol
in dit verhaal, maar de totaaloplossing die Cebeo
kan bieden. Hilde Vandenberghe: “Dus niet alleen
de zonnepanelen, omvormers en batterijen, zoals
je die in de PV-groothandel vindt, maar evengoed
de kabels om alle verbindingen te maken, stopcontacten
om alles aan te sluiten en de kasten
om de schakeltechniek in samen te brengen.” Voor
de residentiële sector, maar ook voor de tertiaire.
“Daarom tonen we op Cebeo Technologie naast
een woning een visualisatie van een commercieel
gebouw dat een magazijn en kantoren bevat.
Met bijvoorbeeld onze netontkoppelingskasten of
grote commerciële batterijen kunnen we voor zo’n
gebouw evengoed de geknipte partner zijn.”
‘Nog meer dan met
een aanbod in de
breedte, willen we
ons onderscheiden
met hoe we
installateurs bijstaan
in elke stap van de
energietransitie’
Hilde Vandenberghe, category manager Renewable Energy, HVAC en Consumer Electro: “Onze
klanten zijn nog echte techniekers. Ze willen nieuwe technologie zelf zien en voelen en in
dialoog gaan met leveranciers over wat die voor hen en hun klanten kan betekenen.”
Ondersteuning in transformatie
Op die centrale stand zullen de Cebeo-specialisten
terug te vinden zijn. “Nog meer dan met een aanbod
in de breedte, willen we ons onderscheiden
met hoe we installateurs bijstaan in elke stap van
deze transformatie. We hebben alle kennis in huis
om hen tot die gewenste oplossing te helpen komen
waarin technieken naadloos samenwerken”,
legt Hilde Vandenberghe uit.
De klassieke installateur van gisteren zal volgens
haar immers niet die van morgen zijn. Hilde Vandenberghe:
“Technologie wordt complexer. We
zien meer specialisatie en samenwerking komen.
Een EMS vraagt al om wat kennis van programmeren.
Warmtepompen mogen dan het label
elektrische verwarming hebben, je moet ook iets
kennen van debieten om ze goed te dimensioneren
en aan te sluiten. We helpen onze installateurs
daarom om hun kennis bij te spijkeren. Met heel
bevattelijke, instapklare modules brengen we de
basis bij. Dat doen we in samenwerking met erkende
opleidingsinstanties, maar wel altijd met
De centrale Cebeo-stand tijdens een eerdere editie van Cebeo Technologie.
onze eigen Cebeo-toets, heel pragmatisch dus.
Andere modules zorgen dan voor verdere verdieping.
Maar we ondersteunen installateurs evengoed
bij de berekening van de gewenste debieten
of warmteverliezen.”
Techniek voorop
Op die manier wil Cebeo samen met zijn klanten
een koolstofvrije toekomst vormgeven. “Daar blijft
deze beurs het ideale decor voor. Onze klanten
zijn nog echte techniekers. Ze willen nieuwe technologie
zelf zien en voelen en in dialoog gaan
met leveranciers over wat die voor hen en hun
klanten kan betekenen. Ze krijgen daar op Cebeo
Technologie alle gelegenheid voor”, belooft
Hilde Vandenberghe. ❚
PRAKTISCH
Waar? Hal 5, Brussels Expo
Wanneer?
Dinsdag 2 juni: 14 - 20 uur
Woensdag 3 juni: 10 - 22 uur
(afterwork vanaf 18 uur)
Donderdag 4 juni: 10 - 20 uur
Inschrijven kan gratis via
onderstaande QR-code:
INSTALLATIEENBOUW.BE | 69
ELEKTROTECH
BRANDVEILIGE AFTAKDOZEN ALS CRUCIALE SCHAKEL
IN ELEKTRISCHE INSTALLATIES
Brandcompartimentering staat of valt met de zwakste schakel. Niet zelden zit die in de elektrische installatie. Elektrische kabels doorkruisen
brandcompartimenten en worden er vaak in afgetakt en precies op die punten gaat het vaak mis. De brandveilige aftakdozen van Spelsberg
houden dat risico onder controle. Ze zorgen ervoor dat de elektrische installatie ook bij brand operationeel blijft.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Spelsberg
De WKE-reeks omvat klassieke
aftakdozen, waarbij de kabel
dus wordt onderbroken en
opnieuw verbonden.
70 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
De brandveilige aftakdozen van Spelsberg vertrekken
niet vanuit brandweerstand op zich, maar
vanuit functiebehoud. Elektrische installaties
moeten immers blijven werken tijdens een brand,
toch minstens enige tijd, voor bijvoorbeeld noodverlichting,
rookafvoer of branddetectie. Spelsbergs
brandveilige aftakdozen zijn ontworpen om
gedurende 30, 60 of 90 minuten operationeel te
blijven bij brand. Lees: de behuizing houdt gedurende
die tijdspanne stand en de elektrische contactpunten
binnenin blijven operationeel.
Twee reeksen
Spelsberg verdeelt zijn brandveilige aftakdozen
onder in twee reeksen: de WKE-serie en de Rapid-
Box-reeks. Elke reeks heeft zijn eigen logica. Zo
omvat de WKE-reeks klassieke aftakdozen, waarbij
de kabel dus wordt onderbroken en opnieuw
verbonden. De aftakdozen in de Rapid-Box-reeks
zijn gemaakt om een aftakking te realiseren
zonder de hoofdkabel te onderbreken. Dat zorgt
voor een kortere installatietijd, verkleint de kans
op uitvoeringsfouten en houdt de installatie overzichtelijker,
zaken die zeker in toepassingen zoals
tunnels of grote logistieke sites, waar kabelafstanden
snel oplopen, een wezenlijk verschil maken.
Bovendien vermijd je met een doorlopende kabel
extra overgangsweerstanden en kan er geen sprake
zijn van neerwaartse krachten op kabeleinden
bij brand, wat de betrouwbaarheid van de installatie
op lange termijn ten goede komt.
Zowel de WKE- als de Rapid-Box-reeks bieden
de mogelijkheid om aftakkingen te beveiligen
met zekeringen, die een defecte aftakking automatisch
kunnen loskoppelen bij brand, zodat de
stroomvoorziening naar kritische systemen zoals
noodverlichting en rookafvoer behouden blijft.
Robuuste materialen
De nadruk ligt in beide reeksen
op thermisch stabiele materialen
en een robuuste constructie.
Zo bestaan de klemmen uit
hittebestendig keramiek. In het
De aftakdozen in de Rapid-Box-reeks zijn gemaakt om een aftakking
te realiseren zonder de hoofdkabel te onderbreken.
geval van de Rapid-Box-reeks komt daar nog een
behuizing uit halogeenvrij thermoplast bij – de behuizingen
in de WKE-reeks bestaan uit polycarbonaat.
Dat laatste beperkt niet alleen rookontwikkeling
bij brand, maar voorkomt ook de vrijgave
van corrosieve gassen die andere installatiedelen
kunnen aantasten.
Daarnaast zorgen hoge beschermingsklassen (zoals
IP66/IP67) ervoor dat de aftakdozen uit beide
series bestand zijn tegen stof, water en mechanische
belasting.
Maatwerk
Hoewel de brandveilige aftakdozen van Spelsberg
als gestandaardiseerde producten worden aangeboden,
gebeurt hun toepassing zelden volgens
een vast stramien. Op basis van het lastenboek
wordt per project bekeken waar functiebehoud
bij brand vereist is. Vervolgens werken het studiebureau
en de installateur met ondersteuning van
Spelsberg de oplossing technisch uit, afgestemd
op kabelsecties, belastingen en omgevingsomstandigheden.
Spelsberg benadrukt wel dat de
uitvoering op de werf ook doorslaggevend blijft.
“Zelfs de best ontworpen aftakdoos verliest haar
functie wanneer ze fout wordt toegepast of gecombineerd
met niet-brandveilige componenten.
Dat weten we bij Spelsberg maar al te goed, en
daarom zijn al onze aftakdozen ontworpen met
oog voor montagegemak. Denk aan duidelijke
markeringen, flexibele kabelinvoeren, externe bevestigingspunten
en heldere montagevoorschriften”,
besluit de fabrikant. ❚
Spelsberg verdeelt zijn brandveilige aftakdozen onder in twee reeksen: de WKE-serie en de Rapid-Box-reeks.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 71
ELEKTROTECH
SPATWATERDICHT SCHAKELMATERIAAL VOOR
BUITENINSTALLATIES ONTWIKKELD VOOR
UITDAGENDE OMSTANDIGHEDEN
Terrassen met verlichting en stopcontacten, en slimme automatisatie in de tuin: buitenruimtes worden steeds meer volwaardige leefomgevingen.
Een gevolg daarvan is dat aan het elektrisch installatiemateriaal voor buitengebruik steeds hogere verwachtingen worden gesteld. Niko
heeft daarom een reeks schakelmateriaal in zijn gamma dat spatwaterdicht en stofbestendig is en geschikt is voor intensief gebruik: Hydro.
Tekst Wouter Polspoel | Beeld Niko
Hydro is beschikbaar in het zwart (foto), wit en grijs.
“Hydro bestaat al decennialang, maar bleef niet
stilstaan”, vertelt Evy Gorremans, productmanager
bij Niko, dat schakelmateriaal en oplossingen
voor gebouwautomatisering ontwikkelt. “Wat ooit
begon als een robuuste oplossing voor buitentoe-
passingen, dekt vandaag een brede set toepassingen,
zowel residentieel als professioneel, waar
standaard schakelmateriaal tekortschiet: Hydro is
met een IP55-waarde waterdicht, stofbestendig
en geschikt voor intensief gebruik.”
Belangrijk daarbij: Niko maakte er een erezaak
van Hydro op veel meer zaken te testen dan de
norm voorschrijft. “Zo stelden we het schakelmateriaal
langdurig bloot aan vuil en vocht. Hydro
mag immers geen oplossing zijn die enkel op
72 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
papier en bij oplevering werkt, maar ook jaren
later”, is Evy Gorremans duidelijk. “We gebruiken
voor Hydro dan ook uv-bestendige en slagvaste
materialen – met een IK07-waarde.”
Vlot te installeren
Maar daar stoppen de troeven van Hydro volgens
haar niet. “Het schakelmateriaal blinkt ook uit
in installatiegemak en is daardoor snel te plaatsen.
Het biedt zo een antwoord op heel concrete
frustraties van installateurs die onze producten
nog niet gebruiken: waterinfiltratie door slecht
sluitende systemen, complexe montage terwijl ze
elke minuut kunnen gebruiken, onbetrouwbare
kabelinvoer, materialen die snel verouderen …
Het hoge installatiegemak vertaalt zich in onder
meer kliksystemen, componenten die binnen het
gamma onderling compatibel zijn, dichtingen die
maar op één manier en dus nooit fout kunnen
worden geplaatst en een ontwerp dat tolerant is
voor kleine installatiefouten zonder dat de waterdichtheid
in het gedrang komt. Kortom, in details
die écht het verschil maken.”
Focus op esthetiek
De productmanager benadrukt dat aandacht op
betrouwbaarheid hand in hand gaat met een
focus op esthetiek. “Spatwaterdicht schakelmateriaal
was vroeger puur functioneel. Vandaag moet
het ook visueel passen in de omgeving. Hydro is
daarom beschikbaar in drie kleuren: wit, zwart en
grijs”, vertelt ze. “Ook de meest recente ontwikkeling
binnen het Hydro-gamma, de tuinpaal Essential,
illustreert mooi dat we niet alleen bezig zijn
met functionaliteit. De tuinpaal, met twee voorbedrade
stopcontacten, heeft een minimalistisch
design en is ook verkrijgbaar in cortenstaal, een
afwerking die de paal mooi doet opgaan in de
tuin en dankzij de natuurlijke oxidatielaag tegelijk
extra duurzaam is.”
“Referentie voor buiteninstallaties”
“Van tuinen en terrassen over vochtige binnenruimtes
zoals kelders of wasplaatsen tot industriële
of agrarische omgevingen: Hydro komt tot zijn
recht in elke context waar klassiek schakelmateriaal
het laat afweten”, vat Evy Gorremans een en
ander samen. “En vergeet ook de publieke infrastructuur
niet: ook in scholen en parkings, waar
installaties dagelijks intensief worden gebruikt,
bewijst Hydro absoluut zijn meerwaarde.”
‘Het schakelmateriaal
biedt ook een
antwoord op heel
concrete frustraties
van installateurs die
onze producten
nog niet gebruiken:
waterinfiltratie door
slecht sluitende
systemen, complexe
montage, materialen
die snel verouderen …’
“’Hydro werkt gewoon altijd’”, lieten verschillende
installateurs ons al weten. “Eigenlijk is dat
de kortste manier om het samen te vatten”, lacht
de productmanager. “Hydro is voor veel installateurs
dan ook de referentie voor buiteninstallaties.
Die installateurs werken bijna altijd ook
binnen met producten van Niko, zodat Hydro
hen continuïteit en daardoor extra efficiëntie en
gemoedsrust biedt.” ❚
Terrassen met verlichting en stopcontacten en slimme automatisatie in de
tuin: buitenruimtes worden steeds meer volwaardige leefomgevingen.
De tuinpaal genaamd Essential is
ook verkrijgbaar in cortenstaal.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 73
HVAC wordt meer en
meer elektrisch.
Rexel is er klaar voor.
Jij ook?
De HVAC-wereld evolueert snel. Elektrificatie, energiemanagement en
strengere normen stellen installateurs voor nieuwe uitdagingen.
Jij hebt een partner nodig die niet alleen levert, maar ook meedenkt.
Rexel combineert een uitgebreid HVAC-gamma met technische expertise,
opleidingen en persoonlijke ondersteuning.
En dat allemaal in meer dan
50 filialen verspreid over België.
Ontdek wat Rexel voor jouw HVAC-projecten
kan betekenen op rexel.be.
| EK17BE |
Schaalbaar, efficiënt,
eenvoudig te gebruiken
EtherCAT Terminals voor energiebeheer
Beheer Meting Bewaking
De EtherCAT Terminals voor energiemeting:
EtherCAT Terminals voor geoptimaliseerde procesbesturing
en kosteneffectievere energiemeting
breed scala aan toepassingen: van netbewaking
en procesregeling tot high-end vermogensbewaking
De nieuwe SCT stroomtransformatoren voltooiden de vermogensmeetketen
van de sensor tot het PC-gebaseerde besturingsplatform.
Scan en leer
meer over de
mogelijkheden
van energiemetingsterminals
ELEKTROTECH
EVENT ROND SLIM LADEN ZET
INSTALLATEUR CENTRAAL
De elektrificatie van mobiliteit neemt in sneltempo toe en dat zet de klassieke laadinfrastructuur onder druk. Tegen 2029 moeten alle nieuwe
wagens en bestelwagens in Vlaanderen emissievrij zijn. Tegelijk schakelen ook het openbaar vervoer en het vrachtvervoer steeds vaker over
op elektriciteit. Die evolutie roept een fundamentele vraag op: hoe stem je die groeiende laadbehoefte af op een energienet dat daar niet op
voorzien is? Op 4 juni organiseert Techlink samen met Volta in Technoopolis in Mechelen een gratis studiedag die precies dat spanningsveld
centraal stelt. De insteek daarbij is duidelijk praktijkgericht: niet de technologie op zich staat centraal, wel de concrete implicaties voor installateurs
die vandaag met laadoplossingen aan de slag gaan.
Tekst Techlink | Beeld Techlink en Pixabay
De studiedag kadert binnen het
COOCK-project SE-MoRE.
De studiedag kadert binnen het COOCK-project
SE-MoRE, dat onderzoekt hoe slim laden in uiteenlopende
situaties toegepast kan worden. Daarbij
gaat het niet alleen over personenwagens, maar
ook over bestelwagens, trucks en bussen. En evenmin
uitsluitend over individuele laadpunten; ook
laadpleinen, energiecontracten en netomstandigheden
maken deel uit van de analyse.
Wat daarbij opvalt: slim laden evolueert van een
interessante optie naar een noodzakelijke schakel
in het energiesysteem. Zonder intelligente
sturing zullen de piekbelastingen op het elektriciteitsnet
verder toenemen, waardoor netcongestie
alleen maar groter wordt. Tegelijk dreigt ook
de consument daarvan de rekening te betalen:
wanneer energie niet slim wordt gemanaged,
leidt dat onvermijdelijk tot hogere kosten en een
minder efficiënt gebruik van beschikbare hernieuwbare
energie.
Uitgebreid programma
Tijdens het event in Technopolis wordt toegelicht
hoe die slimme sturing werkt en meer diepgaand
uitgelegd waarom ze essentieel wordt om elektrische
mobiliteit verder uit te rollen zonder het net
te destabiliseren.
Dirk De Wolf van Techlink. Hij licht op het event de resultaten toe van een recente bevraging bij installateurs
die inzicht geeft in de verwachtingen en noden rond slim laden binnen de sector. (beeld: Techlink)
Daarnaast krijgt ook de marktdynamiek aandacht
tijdens het event. Frank Van Gool van FEBIAC zal
er schetsen hoe snel de Belgische automarkt evolueert
richting elektrificatie en welke strategieën
voertuigconstructeurs volgen. Dat kader maakt
duidelijk dat de vraag naar laadinfrastructuur de
komende jaren alleen maar zal toenemen, en dus
ook de druk op installateurs. ❯
76 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
De vertaalslag naar de praktijk komt expliciet aan
bod in verschillende sessies. Zo gaan Dominique
Ectors (VITO) en Tim Goossens (Volta) in op de
vraag hoe je een laadpaal nu precies slim maakt
en welke rol energiecontracten en netomstandigheden
daarin spelen. Daarnaast licht Dirk De
Wolf (Techlink) de resultaten toe van een recente
bevraging bij installateurs, die inzicht geeft in de
verwachtingen en noden binnen de sector.
energietransitie”, zegt Dirk De Wolf van Techlink.
“Het biedt Belgische installateurs, groothandels
en fabrikanten concrete inzichten en praktische
handvatten om actief bij te dragen aan de uitrol
van duurzame en toekomstgerichte laadinfrastructuur.
Daarnaast vormt het event een waardevol
platform om kennis te delen en te netwerken met
andere stakeholders uit de sector.”
De vertaalslag naar
de praktijk komt
expliciet aan bod in
verschillende sessies
De studiedag kijkt ook verder dan klassieke regelstrategieën.
Wout Lagae (pleevi.ai) toont hoe artificiële
intelligentie ingezet kan worden om laadparken,
batterijen en energieproductie op elkaar
af te stemmen, met als doel kosten te verlagen,
pieken af te vlakken en lokale energie optimaal
te benutten.
V2G-laadplein in Bonheiden
onder de loep
Met het V2G-laadplein in Bonheiden komt ook
een concreet praktijkvoorbeeld aan bod. Tim
Briers (Watt’s Next) en Thomas Pluymers (gemeente
Bonheiden) lichten toe hoe elektrische
voertuigen daar niet alleen laden, maar ook energie
terugleveren, en hoe zo’n project past binnen
een bredere lokale energieaanpak. Bonheiden zet
daarbij in op bidirectionele deelwagens voor zowel
de gemeente als bewoners, die via een slim
energiemanagementsysteem energie uitwisselen
met gemeentelijke gebouwen en zonnepanelen.
Het programma besteedt ook aandacht aan enkele
randvoorwaarden die in de praktijk bepalend
zijn. Jan Lein (Claeys & Engels) gaat in op de fiscaliteit
rond elektrische voertuigen en thuisladen,
terwijl Carlo Mol (EnergyVille/VITO) de specifieke
uitdagingen rond brandveiligheid van batterijen
en parkings belicht.
Het inhoudelijke programma wordt afgerond met
een panelgesprek waarin verschillende marktspelers
met elkaar in dialoog gaan. Vertegenwoordigers
van onder meer Alfen, ABB, Cebeo,
Rexel, EnergyKing en Go Watts wisselen in het
gesprek van gedachten over de uitdagingen en
opportuniteiten rond slimme laadinfrastructuur.
In het panelgesprek worden de inzichten uit de
voorgaande sessies ook getoetst aan de realiteit
van de markt.
De studiedag gaat door van 12.50 tot
16.30 uur. De deelnemers zijn al om 12 uur
welkom voor een broodjeslunch. Na afloop,
vanaf 16.30 uur dus, volgt nog een receptie
en netwerkmoment.
Deelname is gratis, maar
registreren is wel verplicht.
Dat kan door de QR-code
hiernaast te scannen. ❚
Gratis
De rode draad doorheen het event is helder. In
verschillende sessies wordt duidelijk dat de rol
van de installateur verschuift van het plaatsen
van hardware naar integratie, sturing en optimalisatie
van laadinfrastructuur. “Dit event is belangrijk
voor Techlink omdat het rechtstreeks aansluit
bij drie kernopdrachten van onze beroepsfederatie:
belangenbehartiging, kennisdeling en het
versterken van de installatiesector binnen de
Slim laden evolueert van een interessante optie naar een noodzakelijke
schakel in het energiesysteem. (beeld: Pixabay)
INSTALLATIEENBOUW.BE | 77
USB-C met load balancing:
slim vermogen, automatisch verdeeld
Met de Niko dubbele smart USB-C lader met power delivery, 65 W (piek) laad je twee toestellen rechtstreeks op via USB-C,
zonder losse adapters. Dankzij slimme load balancing wordt het laadvermogen automatisch afgestemd op de aangesloten
apparaten, zodat smartphones, tablets en laptops efficiënt worden opgeladen.
USB-C is de Europese norm
USB-C is verplicht voor mobiele elektronica sinds 2024, en vanaf 2026 ook voor laptops. Met Niko kies je dus voor een
toekomstgerichte oplossing die meegroeit met nieuwe regelgeving.
• twee apparaten tegelijk opladen via USB-C
• load balancing: slimme vermogensverdeling over 2 poorten
• past in standaard inbouwdozen
• compatibel met alle Niko afwerkingen
• CE-conform
• Belgisch vakmanschap met 4 jaar garantie
Ontdek de dubbele smart
USB-C lader van Niko.
niko.eu/usb-c
PA-1310-01
ELEKTROTECH
Light + Building 2026 bevestigt:
gebouwen worden systemen,
geen optelsom van technologieën
Met bijna 2.000 exposanten en ruim 140.000 bezoekers heeft Light + Building 2026 in Frankfurt am Main haar positie als wereldwijd referentieplatform
voor licht- en gebouwtechnologie opnieuw bevestigd. De vakbeurs, die plaatsvond van 8 tot 13 maart, toonde een sector in volle
transitie, waarin energie, digitalisering en ontwerp steeds nauwer op elkaar inspelen. Gebouwen worden zo systemen en zijn niet langer een
optelsom van technologieën.
Tekst Kris Vandekerckhove | Beeld Light + Building
In totaal namen 1.927 exposanten uit 49 landen
deel aan Light + Building 2026. Zij heetten samen
144.767 bezoekers uit 143 landen welkom. Ondanks
geopolitieke spanningen en verstoringen in het internationale
luchtverkeer bevestigde de beurs zo ook
dit jaar haar internationale uitstraling en relevantie.
95% van de bezoekers gaf bovendien aan tevreden
te zijn en hun doelstellingen te hebben bereikt.
Gebouwen als actieve schakels
in het energiesysteem
Een waarneembare tendens op de beurs was
de verschuiving van gebouwen als passieve
energieverbruikers naar actieve componenten
binnen een intelligent energiesysteem. Slimme
energiedistributie, geïntegreerd load- en laadbeheer
en bidirectioneel laden zorgen ervoor dat
gebouwen steeds nauwer verbonden zijn met
het elektriciteitsnet en e-mobiliteit. Dat opent
nieuwe perspectieven voor energie-efficiëntie
en netstabiliteit. Daarnaast viel op dat de aandacht
nadrukkelijk verschuift naar het bestaande
gebouwenbestand. Modulaire en schaalbare oplossingen
maken energie-upgrades en renovaties
efficiënter en economisch haalbaarder. ❯
Bezoekers konden virtueel de toekomst van
gebouwautomatisering en verlichting ontdekken.
95% van de bezoekers gaf aan tevreden te zijn en
hun doelstellingen te hebben bereikt.
INSTALLATIEENBOUW.BE | 79
ELEKTROTECH
In de Design Plaza werden actuele ontwikkelingen in lichtontwerp en architecturale toepassingen gepresenteerd.
Digitale plannings- en beheertools, gecombineerd
met multifunctionele interfaces, vereenvoudigen
zowel installatie als gebruik en dragen bij aan
flexibele, toekomstbestendige gebouwen.
Focus op design en kennisdeling
De sector wordt vandaag in sterke mate gedreven
door elektrificatie en digitalisering, met artificiële
intelligentie als versneller. AI-toepassingen maken
het mogelijk om gebouwen slimmer te beheren,
energieverbruik te optimaliseren en nieuwe businessmodellen
te ontwikkelen. Op de beurs werd
dit onder meer tastbaar in toepassingen rond
technologie voor zogeheten connected buildings,
slimme interfaces en geavanceerde energiesystemen.
Light + Building 2026 toonde ook dat de
focus verschuift van afzonderlijke systemen naar
geïntegreerde oplossingen waarin data, energie
en gebruik centraal staan.
Intelligente en belevingsgerichte
verlichting
Ook binnen de verlichtingssector is een duidelijke
evolutie zichtbaar, werd duidelijk op Light
+ Building 2026. Verlichting ontwikkelt zich van
een statisch element naar een adaptief, datagedreven
systeem. Sensoren, connected armaturen
en AI-gestuurde besturingssystemen maken een
nauwkeurige, vraaggestuurde lichtverdeling mogelijk,
afgestemd op aanwezigheid, daglicht en
gebruiksscenario’s. Die flexibiliteit is relevant
voor uiteenlopende toepassingen, van residenti-
ële projecten tot retail, hospitality en stedelijke
infrastructuur. Tegelijk blijft licht een essentieel
ontwerpelement binnen architectuur en interieur,
benadrukten veel verlichtingsfabrikanten op de
beurs. Nieuwe armaturen, materiaalgebruik en
lichtkleuren versterken de ruimtelijke beleving,
ondersteunen oriëntatie en verhogen het comfort.
De focus op duurzame materialen en circulair ontwerp
onderstreept bovendien de langetermijnvisie
van de sector, zo werd ook duidelijk.
Gebouwen worden slimmer, flexibeler en
interactiever, terwijl verlichting transformeert tot
een intelligent en emotioneel sturend onderdeel
van architectuur, zo toonde de beurs
Design en kennisdeling versterken
architecturale relevantie
In de Design Plaza werden actuele ontwikkelingen
in lichtontwerp en architecturale toepassingen
gepresenteerd, terwijl initiatieven zoals The
Living Light de impact van verlichting op wonen,
werken en welzijn benadrukten. Ook artificiële intelligentie
kreeg een centrale plaats, onder meer
in de AI Lounge, waar praktijkcases aantoonden
hoe digitale tools het ontwerp- en beheerproces
van gebouwen transformeren. Met aandacht voor
jong talent, onder meer via het Young Design-programma,
bevestigde Light + Building bovendien
haar rol als incubator voor nieuwe ideeën en innovatieve
ontwerpbenaderingen.
Op weg naar geïntegreerde
gebouwen
De rode draad doorheen Light + Building 2026 mag
duidelijk zijn: de gebouwde omgeving evolueert
naar een geïntegreerd systeem waarin energie,
technologie en ontwerp onlosmakelijk met elkaar
verbonden zijn. Gebouwen worden slimmer,
flexibeler en interactiever, terwijl verlichting transformeert
tot een intelligent en sfeersturend onderdeel
van architectuur. De uitdaging voor architecten
en ontwerpers ligt daarbij niet langer in het
toepassen van afzonderlijke technologieën, maar
in het integreren ervan tot coherente, duurzame
en toekomstbestendige oplossingen. ❚
80 | INSTALLATIEENBOUW.BE
Abox
Indoor and protected outdoor areas.
Quick and easy to install.
The new Abox. Now with at least three
soft insertion membranes on one side.
www.spelsberg.be
safe.inspiring.green.
ELEKTROTECH
Beckhoff stelde op Light + Building ook zijn ED-terminals voor.
Bouwstenen voor gebouwautomatisering
van morgen
Qua gebouwautomatisering nam men in het verleden genoegen met de verlichting die aanging als er iemand de kamer betrad. Vandaag dwingt
de wetgever installateurs om verder te gaan. Voor meer energie-efficiëntie enerzijds, maar ook om het comfort van de gebruikers van het
gebouw te verhogen. Data vormen de sleutel tot succes in die trend. Hoe meer het gebouw weet, hoe beter het zich kan gedragen. We evolueren
met andere woorden van gebouwautomatisering naar gebouwbeheersystemen die de fysieke wereld en de wereld van data verbinden.
Op de recente vakbeurs Light + Building, van 8 tot en met 13 maart in het Duitse Frankfurt am Main, toonde Beckhoff heel wat nieuwigheden
die precies op die evolutie inspelen.
Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff
De meest indrukwekkende showcase was misschien
wel die van de TwinCAT Co-Agent. Zoals
je eigen AI-assistent je door de dag loodst, gidst
deze je door de codegeneratie die nodig is om
een gebouw te programmeren. “Hij doet dat niet
door het internet te doorspitten, met alle risico’s
op verkeerde informatie of onbetrouwbare antwoorden,
maar door te putten uit een Model
Context Protocol-server, een open standaard die
AI-systemen toelaat om externe databronnen
aan te spreken”, vertelt Alexey Orlov, international
business development manager bij Beckhoff.
“Beckhoff koppelt zo zijn eigen kennisdatabase
aan die AI-toepassingen.”
Drempel verlagen
Maar wat levert dat nu op? “Je kan aan je TwinCAT
Co-Agent in natuurlijke taal vragen om een Twin-
CAT-project te creëren voor de automatisering van
bijvoorbeeld de luchtbehandeling in je gebouw”,
legt Beckhoff support engineer Philip Neyens uit.
“In eerste instantie verwijst hij je naar de templates
die daarvoor relevant zijn. In een oogwenk
weet je welke er allemaal beschikbaar zijn en kan
je beslissen welke de meest relevante is voor jouw
concrete toepassing. Een enorme tijdsbesparing
en een kleinere kans op fouten.”
82 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
“In de toekomst zal je zelfs een volledig automatiseringsproject
kunnen bouwen. Dan verlagen we
pas echt de drempel om gebouwen slimmer te
maken. Hoe ver dat nog van ons af is? Ik zou zeggen
enkele jaren, maar de evoluties gaan echt razendsnel,
dus het zou evengoed binnen een paar
maanden kunnen zijn”, lacht Alexey Orlov.
Nieuwe terminals
Maar vooraleer je AI kan loslaten op data, heb je
ook hardware nodig om die te verzamelen. Niet
evident, omdat je de gegevens van verschillende
technieken met elkaar moet laten praten. Maar
wel een kolfje naar de hand van Beckhoff. Openheid
is van bij de start de basis geweest van zijn
automatiseringstechnologie. “Sinds de introductie
in 2004 is het EtherCAT-protocol uitgegroeid tot
wereldwijde marktleider. Dat heeft het te danken
aan zijn snelheid, de precisie en de flexibele topologie.
En je kan er verschillende technieken in
integreren. Zo kunnen we bijvoorbeeld al jaren
DALI migreren naar EtherCAT, zodat je alles in
dezelfde omgeving kan programmeren. Op Light
+ Building kondigden we een volgende stap aan
in dat verhaal, met de migratie van de M-Bus. In
de toekomst zullen er nog volgen.”
Je kan aan TwinCAT Co-Agent in natuurlijke taal vragen om een TwinCAT-project te creëren
voor de automatisering van bijvoorbeeld de luchtbehandeling in je gebouw.
Dat is niet de enige nieuwigheid op het vlak
van klemmen. Beckhoff stelde op de vakbeurs
tevens zijn ED-terminals voor. Die zijn perfect
compatibel met de EL-serie, makkelijker aan
te sluiten door de push-inverbinding en met
meer diagnosemogelijkheden.
Distributed Power Management
Voor een ander voordeel van EtherCAT moeten
we wat dieper in de techniek duiken. Die bevat
namelijk de distributed clocks-functie. Die maakt
het mogelijk om alle nodes in het netwerk, hoe
groot het netwerk ook is, perfect te synchroniseren.
“De terminals beschikken dus altijd over de
juiste timing. Een functionaliteit die ook voor
energiemetingen interessant is. Distributed Power
Management bouwt immers voort op die precieze
synchronisatie om het voltage maar één keer te
moeten meten, terwijl je de stroom bij alle verbruikers
meet. Daar heb je dus maar één terminal voor
nodig. Interessant om te weten wie wat precies
verbruikt, maar het kan ook iets vertellen over de
kwaliteit van het vermogen, wat dan weer voor
datacentra relevante informatie is”, verduidelijkt
Alexey Orlov.
Nieuwe controllers
Een laatste nieuwigheid zijn de nieuwe controllers
CX8200 en CX9240, die er komen op algemeen
verzoek. Deze embedded pc’s werken
immers op basis van Linux. Philip Neyens: “In
gebouwautomatisering komen IT en operational
technology of OT steeds dichter naar elkaar.
Distributed Power Management bouwt voort op de precieze synchronisatie van EtherCAT om
het voltage maar één keer te moeten meten, terwijl je de stroom bij alle verbruikers meet.
Veel IT’ers geven echter de voorkeur aan werken
met Linux: krachtig, veel ruimte voor automatiseringstaken,
makkelijkere upgrades en de mogelijkheid
om bijvoorbeeld een MQTT-message
broker rechtstreeks te integreren … Ze zorgen
met andere woorden voor meer gebruiksgemak
en openen nieuwe perspectieven in gebouwautomatisering
door een diepere integratie van IT
en OT.” Nog een opvallende nieuwkomer is de
BACnet-controller CX7291. “Klein en een kostenefficiënte
manier om alle I/O-signalen in BACnet
of een andere app te visualiseren. Ook op het
gebied van cybersecurity is deze controller interessant,
de implementatie van BACnet Secure
Connect loopt immers volop.” ❚
‘We evolueren
van gebouwautomatisering
naar
gebouwbeheersystemen
die de
fysieke wereld en
de wereld van data
verbinden’
INSTALLATIEENBOUW.BE | 83
ELEKTROTECH
Nauwkeurige sensortechniek als fundament
voor performante HVAC-systemen
Een stabiel en gezond binnenklimaat start bij één fundamentele stap: correct meten. Zonder betrouwbare data blijft elke regeling nattevingerwerk.
CaTeC, gevestigd in het Nederlandse Wateringen, positioneert zich precies op dat fundament. “Wij leveren de ogen en oren van elk
HVAC-systeem”, klinkt het..
Tekst Wouter Polspoel | Beeld CaTeC
Onder meer in verschillende musea zijn sensoren van CaTeC terug te vinden.
84 | INSTALLATIEENBOUW.BE
ELEKTROTECH
Als specialist in instrumentale meetoplossingen
voor klimaatanalyse richt CaTeC zich op een brede
waaier aan toepassingen. “Kantoren, ziekenhuizen
en musea, maar evengoed fabrieken in de voedingsindustrie
of glastuinbouw: in al die omgevingen
kunnen onze oplossingen parameters zoals temperatuur,
relatieve vochtigheid, CO 2
, luchtsnelheid en
druk meten”, vertelt Francis van Dooren, area sales
manager BeLux bij CaTeC. “Die meetgegevens vormen
de basis voor een binnenklimaat dat niet te
warm, te koud of te vochtig aanvoelt en – vooral –
voorspelbaar en beheersbaar blijft.” CaTeC zag de
rol van sensoren de laatste jaren verschuiven in de
HVAC-sector. “Vroeger bewezen ze vooral hun nut
bij temperatuurregeling, maar de laatste jaren ook
Enkele van CaTeC’s sensoren voor klimaatmeting.
nadrukkelijk bij ventilatie”, legt Francis van Dooren
uit. “Sensoren kunnen ventilatiesystemen dan ook
energie-efficiënter laten werken. We zien overigens
dat vooral ventilatie van het type D aan populariteit
wint. Logisch ook, want daarbij is altijd sprake
van warmterecuperatie uit de afgevoerde lucht, wat
uiteraard energiebesparend werkt.”
Samenwerking als hefboom
CaTeC werkt nauw samen met installateurs. “Geen
catalogusverkoop, wel projectmatige ondersteuning,
waarbij we met de installateur bekijken
welke sensor het meest geschikt is voor een specifieke
toepassing”, aldus Francis van Dooren. “Elk
project vraagt immers een andere aanpak; een
kantoorruimte met printers en ozonuitstoot stelt
andere eisen dan een cleanroom of een industriële
ATEX-zone. Vaak gaat dat gepaard met een
bezoek aan de locatie. De context fysiek bekijken,
kan ons advies – rond type sensor, positionering
en meetstrategie – immers nog aanscherpen.”
CaTeC biedt ook een uitgebreide aftersalesdienst.
“In ons eigen labo of ter plaatse verzorgen wij kalibraties
en we kunnen certificaten afgeven namens
de installateur”, verduidelijkt Francis van Dooren.
“Voor installateurs betekent dat minder administratieve
en technische last.”
Van bedraad naar datagedreven
Bedrade systemen maken ook in de wereld van
sensortechniek plaats voor draadloze netwerken
en cloudplatformen, zo legt Francis van Dooren
uit. “Gebouwen reageren daardoor steeds vaker
op gebruik en externe factoren: minder koeling in
leegstaande zones, ventilatie afgestemd op bezetting
… Bij CaTeC kunnen we die evolutie alleen
maar omarmen. Daarom werken we niet alleen
nauw samen met installateurs, maar ook met andere
fabrikanten. Zo kunnen we tot oplossingen
op maat komen die perfect passen bij de wensen
van onze klanten.”
Van woning tot museum
en ziekenhuis
De sensoren van CaTeC, die volledig in Europa
worden geproduceerd, zijn met andere woorden
lang niet altijd generieke massaproducten. “In
woningen worden vaak goedkopere sensoren gebruikt,
omdat daar minder nauwkeurigheid vereist
is – het maakt niet zoveel uit of het nu 21 of 21,5
°C is. In ziekenhuizen, musea of de voedingsindustrie
echter, kan een afwijking van een tiende
graad grote gevolgen hebben. Dat laatste hadden
ze bijvoorbeeld goed begrepen in het Gents Universiteitsmuseum
(GUM) en Mu.Zee in Oostende.
Sensoren van CaTeC worden er ingezet om kunstobjecten
te beschermen tegen schommelingen in
temperatuur en luchtvochtigheid. “Samen met de
installateur bepaalden we in beide projecten heel
precies het aantal meetpunten, de plaatsing en
de manier van dataverwerking”, aldus Francis van
Dooren. “In apotheken moeten medicijnen onder
strikt gecontroleerde omstandigheden worden bereid
en verpakt. Dat vraagt niet alleen controle
over temperatuur en vocht, maar ook over drukregimes
om fijnstof en virussen buiten te houden”,
legt hij uit hoe de sensoren van CaTeC in de farmaceutische
sector het verschil maken. “En ook in
de industrie wegen de kleinste afwijkingen zwaar
door. Bij de productie van melkpoeder kan een
verkeerd vochtgehalte leiden tot klontering of, in
extreme gevallen, tot stofexplosies. Die risico’s willen
wij met onze sensoren helpen te beheersen.”
Francis van Dooren besluit: “Nauwkeurige sensortechniek
is geen detail in de marge, maar een
structurele hefboom voor performantie, energie-efficiëntie
en risicobeheersing. CaTeC positioneert zich
daarbij niet als leverancier van componenten, maar
als inhoudelijke partner die meedenkt over context,
toepassing en betrouwbaarheid op lange termijn.
Zo proberen wij het verschil te maken met meer
dan alleen onze goed presterende oplossingen.” ❚
INSTALLATIEENBOUW.BE | 85
Word nu ook partner!
Zij gingen u voor.
Scan de QR-code voor de
volledige bedrijvenindex
Benelux-brede communicatie via onze mediakanalen
Kapellestraat 132/1
Gebouw G
8020 Oostkamp
T +32 50 36 81 70
E info@louwersmediagroep.be
w www.louwersmediagroep.com
PROJECTMANAGER
Mathieu Noppe, Pieter-Jan Vansteelandt
T +32 50 36 81 70,+32 499 22 11 03
E m.noppe@louwersmediagroep.be
p.vansteelandt@louwersmediagroep.be
FD1 gamma voor
demineralisatie
Vertrouwde waterbehandeling breidt uit
Draagbaar en gebruiksvriendelijk
Realtime monitoring met de FD1 Combined Meter
Volgens de garantievoorwaarden voor warmtepompen
Combinatie met Fernox Protector F1 om de pH te bufferen
Meer info
fernox-nl.be
REGISTREER
JE NU
PROFESSIONELE BEURS
VOOR DE ELEKTRO-INSTALLATEUR EN DE INDUSTRIE
De wereld verandert voortdurend en onze sector staat voor heel wat uitdagingen.
Van dinsdag 2 tot en met donderdag 4 juni laten we je kennismaken met de nieuwste
producten, oplossingen en mogelijkheden voor de residentiële, tertiaire en industriële
markt. Samen met zo’n 150 topfabrikanten dompelen we je onder in alle innovaties op
vlak van elektrotechniek en HVAC. Na je bezoek aan Cebeo Technologie ben je klaar
voor de toekomst!