15.04.2026 Views

Installatie & Bouw (B)_2026-02

  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

2

Nummer 2 - 2026 | april-mei | installatieenbouw.be

INSTALLATIE&BOUW

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

Het kennisplatform voor slimme en duurzame installatietechniek

INSTALLATIE&BOUW

HET KENNISPLATFORM VOOR SLIMME EN DUURZAME INSTALLATIETECHNIEK

INSTALLATIEENBOUW.BE

Rondetafelgesprek: het

belang van een goede

systeemwaterkwaliteit

Ventilatie:

waar het in de praktijk

al eens misloopt

Pairi Daiza kiest voor

textielkanalen in

nieuwe serre

INCLUSIEF HET VAKKATERN

Xxxxxx

Elektr tech

VAKKATERN VOOR DE PROFESSIONAL IN ELEKTROTECHNIEK


ALLES DIRECT BIJ DE HAND,

MET DE FACQ PRO-APP OP ZAK

NIEUW : Neem rechtstreeks

contact op mete adviseur

voor al je vragen.

Beheer jouw documenten

Volg live jouw leveringen

DOWNLOAD DE FACQ PRO APP

Bestel in 1 klik 24u/24, 7d/7

Controleer de voorraad

FACQ. EEN PROFESSIONAL AAN JOUW ZIJDE.


Slimme oplossingen

voor regenwatergebruik

Bij het kiezen van een

regenwateropvangsysteem vormen

het beoogde bereik, de toepassing

en de lokale omstandigheden een

belangrijke rol. Grundfos biedt een

uitgebreid gamma betrouwbare,

efficiënte en slimme pompen,

afgestemd op elk type

regenwaterinstallatie.

Droog opgestelde

oplossingen

Pompen in een droge opstelling worden horizontaal of verticaal boven de grond

geplaatst, waardoor het leidingwerk minder complex is. Door de gelijkmatige

zuigstroom vormen ze een veelzijdige en efficiënte oplossing.

SCALA2

Deze stille en energiezuinige pomp met variabel toerental en

een geluidsniveau van slechts 44 dB(A) past zich aan de vraag

aan. Deze pomp is zelfaanzuigend tot 8 meter en dus perfect

voor verschillende toepassingen.

SCALA1

Een compacte en zelfaanzuigende drukverhoger (tot 8 meter),

ideaal voor diverse toepassingen. Verbind de SCALA1 met de

Grundfos GO app voor slimme inbedrijfstelling en monitoring,

bedien de pomp extern via een vlotterschakelaar en ervaar de

verschillende modi die de pomp optimaal laten presteren.

SCALA1 SYSTEM

Een ruimtebesparende, zelfaanzuigende regenwateroplossing

met automatische/handmatige omschakeling en slimme

inbedrijfstelling en monitoring via de Grundfos GO app.

Voorbereid voor de werking van de toevoerpomp, past het de

prestaties aan op basis van specifieke klantvereisten en bevat

een droogloopalarm om waterverlies te voorkomen.

Nat opgestelde

oplossingen

Geruisloze dompelpompen werken volledig

onder water en hebben dus geen extra ruimte

nodig.

SB

Een meertraps drukverhogende

dompelpomp voor gebruik in huis.

De SB pomp heeft een externe

regeleenheid nodig, zoals de Grundfos

PM START of PM PLUS, die allerlei

uitgebreide mogelijkheden biedt om

de pomp via een gebruiksvriendelijke

interface te bedienen.

SBA

De SBA is een complete

alles-in-één meertraps

drukverhogende dompelpomp voor

gebruik in huis. Inclusief geïntegreerde

regeleenheid, dus een externe

pompbediening is niet nodig.

Voor meer info of details,

bezoek onze website

grundfos.be


Nieuw

DucoBox Energy Comfort Plus D250

Het meest compacte systeem D op de markt

Scan & discover

Compacte afmetingen,

Lichtgewicht

AUTO-inregeling, COPY functie,

100 % L/R uitwisselbaar via display

Priority to

energy savings


UITGAVE

2

VOORWOORD

Van beleid tot systeemwater

Embuild Vlaanderen stelde midden maart dat ongeveer de helft van de Vlaamse woningen technisch klaar is voor elektrificatie van de technieken,

maar dat de hoge elektriciteitsprijzen die omschakeling afremmen. Tegelijk blijft het renovatietempo in Vlaanderen volgens de beroepsorganisatie

voor de Vlaamse bouwsector veel te laag. Het aantal grondige renovaties daalt zelfs, terwijl net een verviervoudiging nodig is om

de klimaatdoelstellingen te behalen. Embuild Vlaanderen pleitte in dezelfde adem dan ook voor beleid dat elektrificatie en renovatie versnelt.

Kort daarna stemde de Kamercommissie Financiën in met de in de Belgische begroting geplande verhoging van de accijnzen op aardgas en

stookolie en verlaging van de accijnzen op elektriciteit. Sinds 1 april worden fossiele brandstoffen dus zwaarder belast in ons land, terwijl

elektriciteit fiscaal wordt ontzien. De komende jaren wordt die taxshift nog verder aangescherpt. Elektriciteit blijft vandaag evenwel nog steeds

merkelijk duurder per kWh.

Let wel: door het hoge rendement van warmtepompen kan verwarmen met elektriciteit toch goedkoper uitvallen dan verwarmen met een gasof

stookolie-installatie. Wie vandaag kiest voor een warmtepomp, kiest dan ook voor efficiëntie.

Maar ook voor een systeem dat minder vergevingsgezind is dan een gas- of stookolie-installatie: lagetemperatuurregimes, kleinere leidingen en

complexere hydraulica maken dat kleine onvolkomenheden sneller doorwegen op prestaties en levensduur. Daardoor is de kwaliteit van het

systeemwater in een warmtepompinstallatie een groter aandachtspunt dan in een installatie die werkt op fossiele brandstoffen. Om die reden

lees je in dit nummer een rondetafelgesprek waarin vier experten ter zake dieper ingaan op het belang van een goede systeemwaterkwaliteit

in verwarmings- en koelinstallaties.

Voorts brengen we in deze Installatie & Bouw een artikel waarin we scherpstellen waar het in de praktijk al eens misloopt met ventilatie en hoe

kleine afwijkingen zich vertalen in comfortklachten en energieverlies. Daarnaast nemen we je ook mee naar Pairi Daiza, waar in de grootste

tropische serre ter wereld textielkanalen zorgen voor een gecontroleerde en gelijkmatige luchtverdeling over verschillende klimaatzones. Een

technisch uitdagend project dat illustreert hoe bepalend luchtverdeling is voor het functioneren van complexe installaties.

Uiteraard lees je in dit tweede nummer van Installatie & Bouw van 2026 nog tal van andere artikels die inspelen op actuele vragen uit de

sector, nieuwe oplossingen aftoetsen aan de praktijk en bestaande inzichten verder uitdiepen.

Veel leesplezier!

Wouter Polspoel


INSTALLATIE&BOUW

PLATFORM OVER INSTALLATIETECHNIEK, HVAC, SANITAIR EN ELEKTRICITEIT

Het kennisplatform voor slimme en duurzame installatietechniek

COLOFON

Jaargang 14 | nummer 2 | 2026

Verschijnt 5 x per jaar

www.installatieenbouw.be

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Kapellestraat 132/1

Gebouw G

8020 Oostkamp

+32 50 36 81 70

info@louwersmediagroep.be

louwersmediagroep.com

EINDREDACTIE

Wouter Polspoel (contentbureau Palindroom)

REDACTIETEAM

Valérie Couplez, Sara Dekesel, Wouter Polspoel,

Philippe Selke en Kris Vandekerckhove

PROJECTMANAGERS

Mathieu Noppe

+32 495 76 83 11

m.noppe@louwersmediagroep.be

Pieter-Jan Vansteelandt

+32 499 22 11 03

p.vansteelandt@louwersmediagroep.be

SECRETARIAAT

Elke Kina

Nancy Priem

Sylvie Vanneste

ADVERTENTIES

Een hoge resolutie PDF moet worden aangeleverd

via de AdPortal. Mocht u nog geen uploadlink

hebben ontvangen, stuur een email naar traffic@

louwersmediagroep.be

ABONNNEMENTSPRIJS

België: € 90,00 per jaar excl. btw

Buiten België: € 142,00 per jaar excl. btw

ING Bank: IBAN BE33 3631 9320 5246

BIC BBRUBEBB

t.n.v. Louwers Mediagroep

o.v.v. Installatie & Bouw

Informatie over abonnementen:

+32 50 36 81 70

ADRESWIJZIGINGEN

Schriftelijk ten minste drie weken

voor verhuizing naar:

Kapellestraat 132/1 Gebouw G, 8020 Oostkamp

OPZEGGINGEN

Indien twee maanden voor het verstrijken van de

abonnementsperiode geen schriftelijk bericht van

opzegging is ontvangen, wordt het abonnement

automatisch met een jaar verlengd.

DOELGROEP

Installateurs verwarming, elektriciteit, sanitair,

klimatisatie en luchtbehandeling, leden van de

VCB Vlaamse Confederatie Bouw, BVA Bond

van Vlaamse Architecten, CIB Vlaanderen de

Confederatie van Immobiliënberoepen van

Vlaanderen, ORI Organisatie van Raadgevende

Ingenieurs, Engineering- en Consultancybureaus,

opdrachtgevers, projectontwikkelaars, abonnees,

betrokken ministeries en diensten, provinciale

en gemeentelijke overheden en betrokken

federale, Vlaamse en regionale organisaties,

facilitymanagers bedrijven met eigen

onderhoudsploeg, fabrikanten, invoerders en

groothandelaars uit de sector.

Blijf gratis en eenvoudig op de hoogte van het

laatste nieuws. Volg ons op social media en meld

je aan voor onze nieuwsbrief!

VORMGEVING/ART DIRECTION

studio@louwersmediagroep.be

DRUKWERK

Drukkerij Hendrix, Peer

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd

zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder

bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste

weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele

wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij

aan-vaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade,

van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen

die gebaseerd zijn op deze informatie.

8

14

34

Japanse fabrikant van HVAC-systemen heeft voortaan R&D-hub in Gent 8

Dé Belgische vereniging van de HVAC-R-sector 10

De Pen: Toon Possemiers, algemeen directeur abt be, CSO Oosterhoff 12

Hydrofoorpomp die mogelijkheden voor drukverhoging en regenwatergebruik in woningen verbreedt 14

Badkamercollectie die werfzekerheid vooropstelt 18

Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 21

Installateur zweert bij vermaarde waterbehandelingsproducten voor verwarmingsinstallaties 26

Bekende Duitse pompfabrikant lanceert twee nieuwe series voor de HVAC-markt 28

Innovatief elektronisch mengventiel voor efficiënte legionellapreventie 32

Nieuwe generatie waterfilters voor optimale drinkwaterkwaliteit 34

Gerenommeerde groothandel breidt assortiment splitsystemen voor residentiële airco uit met A-merk 36

Lage temperatuur stelt hoge ontwerpeisen 40

Bekende siliconenkit zet al 50 jaar de toon 42

46


INHOUD

48 50

52 58

60

THEMA VENTILATIE

Ventilatie: waar het in de praktijk al eens misloopt 46

Ventilatie in kleine ruimtes? Drie compacte oplossingen 48

Expert in inregelen van ventilatiesystemen biedt voortaan monitoringscontracten aan voor eigen luchtgroepen 50

Vlotte vervanging brengt ventilatiesysteem naar D+-niveau 52

Textielkanalen garanderen optimale luchtverdeling in nieuwe tropische serre Pairi Daiza 54

Timo De Mets (Buildwise) in onze podcast: “De TV 300 biedt de langverwachte houvast voor

Cover: Daikin

Lees meer: artikel p 8-9

binnenisolatie van gevels” 58

Meer dan 1.600 exposanten en 120.000 bezoekers voor Mostra Convegno Expocomfort 2026 60

VAKKATERN ELEKTROTECH 65


Een testkamer in het EDC om het geluid van HVAC-installaties te meten.

De luchtbehandelingsunits die het

kantoorgebouw van verse lucht voorzien.

Japanse fabrikant van HVAC-systemen heeft

voortaan R&D-hub in Gent

Daikin, de Japanse technologiegroep die wereldwijd klimaatsystemen ontwikkelt en produceert, met een sterke focus op warmtepompen en

energie-efficiënte HVAC-oplossingen, nam onlangs zijn nieuwe Europe Development Center in Gent in gebruik. De hub, kortweg EDC, fungeert

als het wereldwijde R&D-hoofdkwartier voor warmtepompverwarming binnen de Daikin Group. De campus, een volledig nieuwbouwproject

ontworpen door Jaspers-Eyers Architects, omvat een innovatief kantoorgebouw en een producttestfaciliteit met 23 geavanceerde testkamers,

samen goed voor zo’n 30.000 m² vloeroppervlakte. Er werken zo’n 500 mensen.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Daikin

Met de nieuwe hub, gelegen in het Tech Lane

Ghent Science Park, is een investering gemoeid

van 140 miljoen euro. Daikin verdubbelt er zijn

testcapaciteit in België mee – de andere labo’s liggen

in Oostende.

In de geavanceerde R&D-faciliteiten in het EDC

ligt de focus op de ontwikkeling van de volgende

generatie verwarmings- en klimaatoplossingen

voor residentiële, commerciële en industriële

gebouwen. Onder meer de techniek van directe

expansie wordt er verder verfijnd. Onlangs ontwikkelde

het EDC-team ook ’s werelds eerste VRVsysteem

(een grootschalig klimaatsysteem dat één

buitenunit verbindt met meerdere binnenunits om

gebouwen tegelijkertijd te koelen en te verwar-

men – VRV staat voor variable refrigerant volume,

red.) op basis van CO 2

-koelmiddel, een belangrijke

stap richting emissievrije klimaatregeling.

Strategische locatie

De keuze van Daikin voor het Tech Lane Ghent

Science Park is niet toevallig. Op de campus

staan innovatie en samenwerking tussen lokale

overheden, de Genste universiteit en beroepsscholen

centraal. Die synergie stimuleert stedelijke

ontwikkeling, ondersteunt de uitrol van warmtepomptechnologie

in uiteenlopende omgevingen

en helpt het tekort aan geschoolde technici en

ingenieurs te verkleinen. Dankzij de nabijheid

van de EU-instellingen in Brussel kan Daikin er

bovendien snel inspelen op de behoeften van de

Europese markt. “Met de opening van het EDC

in Gent bevestigen we opnieuw onze toewijding

aan innovatie, duurzaamheid en partnerschap”,

aldus Wim De Schacht, vice president service &

solutions en corporate affairs van Daikin Europe.

“Deze nieuwe faciliteit versterkt niet alleen onze

R&D-capaciteiten, maar verdiept ook onze banden

met de gemeenschap en Europese stakeholders.

Zo kunnen we de volgende generatie klimaatoplossingen

voor Europa en daarbuiten optimaal

ontwikkelen.”

Bijna-energieneutraal

Aan het EDC werd drie jaar gebouwd. Het kantoorgebouw

telt veertien verdiepingen en is 56 meter

hoog. De producttestfaciliteit heeft zes niveaus.

8 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Het complex is zogeheten bijna-energieneutraal.

Onder meer dankzij Daikins energie-efficiënte

technologie. Zo voorzien vijf op maat gemaakte

luchtbehandelingsunits met een totaal luchtdebiet

van 85.000 m³/h en een koelvermogen van

297 kW, die Daikin plaatste in samenwerking met

Alfa Technical Installations, het kantoorgebouw

van verse lucht. De units maken gebruik van een

hoogrendementwarmtewiel met zowel warmteals

vochtrecuperatie. Dat drukt het energieverbruik

en houdt het binnenklimaat stabiel, ook bij

variabele bezetting.

Parallel daarmee zorgt een uitgebreid VRV-systeem

voor de thermische conditionering van het

gebouw. Dat systeem omvat een breed gamma

aan Daikin-oplossingen, van lucht- en watergekoelde

toestellen tot split-systemen en Althermawarmtepompen.

Afhankelijk van de ruimte-eisen

koos men voor een mix van satellietmodellen,

cassettes en plafondonderbouwunits. In totaal

verbindt ongeveer 14,5 kilometer leidingwerk

de binnen- en buitenunits – een indicatie van de

schaal en complexiteit van de installatie.

Op componentniveau valt ook de toepassing van

R32 op in de directe expansiebatterijen van de

luchtgroepen. “Dat is een primeur,” zegt Wouter

Belaen van Alfa Technical Installations. “R32 combineert

een lagere GWP (GWP staat voor global

warming potential, een maat die het aardopwarmingsvermogen

uitdrukt. Hoe lager, hoe minder

de installatie bijdraagt aan de opwarming van de

aarde, red.) met een hogere energie-efficiëntie en

laat toe de koelmiddelvulling te beperken.” De daken

liggen bovendien vol met zonnepanelen en

het complex beschikt over tien regenwatertanks

van elk 20.000 liter. ❚

‘Deze nieuwe faciliteit versterkt niet alleen onze R&D-capaciteiten,

maar verdiept ook onze banden met de gemeenschap en

Europese stakeholders’

Het EDC bestaat uit een kantoorgebouw van veertien verdiepingen en een producttestfaciliteit van zes bouwlagen.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 9


DÉ BELGISCHE VERENIGING VAN DE

HVAC-R-SECTOR

De HVAC-R-sector speelt vanzelfsprekend een belangrijke rol in het streven naar energie-efficiënte en duurzame installaties. Frixis, de Koninklijke

Belgische Vereniging van de koude-, warmtepomp-, airconditioning- en luchtbehandelingssector, positioneert zich als hét aanspreekpunt

en kennisplatform voor iedereen die in deze sector actief is.

Tekst Frixis en Wouter Polspoel | Beeld Frixis en AI

Frixis is een unieke Belgische beroepsvereniging

die alle spelers uit de koeltechnische en luchtbehandelingssector

samenbrengt onder één dak.

De organisatie verenigt een breed spectrum aan

actoren: installateurs, fabrikanten, invoerders, ver-

delers, opleidingscentra, scholen, studiebureaus en

onafhankelijke experten. Dat maakt Frixis tot meer

dan een lobbyorganisatie – het is een levendige

gemeenschap waarin kennisdeling, netwerking en

belangenbehartiging samenkomen. “Naast het delen

van informatie in allerlei vormen, organiseren

wij ook workshops of bezoeken aan grote industriële

spelers die als eindgebruiker bij ons zijn aangesloten,

denk aan BASF, de Agfa-Gevaert Group

of ArcelorMittal”, vertelt Herwig Coppens, voorzit-

Frixis is een samentrekking van de Latijnse woorden frigus en aeris, die respectievelijk koude en lucht betekenen

en zo verwijzen naar de koeltechnische en luchtbehandelingssector. (beeld: AI)

10 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ter van Frixis. “Dat laatste doen we apart voor elke

ledengroep: installateurs, groothandels, grote eindgebruikers

… Op die manier kunnen in de rondleidingen

de juiste klemtonen worden gelegd.”

De roots van Frixis gaan terug tot 1921, toen de

eerste beroepsvereniging voor koeltechniek in

België werd opgericht. Via verschillende fusies

en naamswijzigingen groeide die organisatie

geleidelijk uit tot een brede sectorvereniging. In

2019 werd de naam UBF-ACA definitief vervangen

door Frixis – een samentrekking van de Latijnse

woorden frigus en aeris, die respectievelijk

koude en lucht betekenen en zo verwijzen naar

de koeltechnische en luchtbehandelingssector. De

X in de naam staat symbool voor de verbinding

tussen beide sectoren. Vandaag telt Frixis meer

dan 800 leden. Lid zijn van Frixis is meer dan een

aansluiting – het is een investering in de eigen

professionaliteit. Als belangenbehartiger, adviseur,

informatiebron én netwerkhub staat Frixis

dagelijks aan de zijde van haar leden.

De belangrijkste uitdagingen

voor de organisatie in 2026

Frixis gaat in 2026 aan de slag met heel wat

uitdagingen. Zo moet de nieuwe Europese F-

gassenverordening, die strengere regels oplegt

voor het gebruik van koelmiddelen met een hoge

klimaatimpact, vertaald worden naar concrete certificeringssystemen

in de drie Belgische Gewesten.

Die verordening verplicht dat technici en bedrijven

aantoonbaar beschikken over de juiste competenties,

afgestemd op onder meer nieuwe, vaak

complexere of brandbare koudemiddelen. Frixis

volgt dit dossier van nabij op en kreeg van het

Vlaamse Gewest de opdracht om een studie uit

te voeren, inclusief een voorstel voor de inhoud

van de bijbehorende examens. Daarbij betrekt

Frixis een groot deel van haar leden actief, zoals

opleidingscentra, installatiebedrijven en verdelers,

om te komen tot een gedragen en praktijkgericht

certificeringskader dat aansluit bij de realiteit op

het terrein. “Er bestond al een koeltechnische certificering

voor installateurs, maar dat was een algemene”,

verduidelijkt Herwig Coppens. “Europa

wil nu een aparte certificering voor elke koelmiddelklasse:

F-gassen en brandbare koelmiddelen en

de verschillende natuurlijke koudemiddelen met

specifieke risico’s. Wij moeten zorgen voor een uitrol

die in andere Europese lidstaten en in lijn ligt

met de dagelijkse praktijk van onze sector.”

gen over de sector, het beroep en de brede toekomstmogelijkheden

binnen HVAC-R. Daarnaast

organiseert Frixis een thesisprijs die studenten

wil aanmoedigen om hun kennis en ideeën te

delen met het werkveld en zetelen leden van

de vereniging in verschillende examenjury's.

“Het tekort aan arbeidskrachten is zonder enige

twijfel de grootste uitdaging waar de HVAC-Rsector

mee te kampen heeft”, is Herwig Coppens

duidelijk. “De oorzaak daarvan is simpel: het beroep

van installateur is te weinig gekend. Onze

initiatieven zijn erop gericht die kern van het

probleem aan te pakken.”

Tot slot werkt Frixis actief mee aan het Warmtepompcharter

van Vlaanderen. Dit charter verenigt

de Vlaamse overheid en de volledige warmtepompsector

rond vier strategische sporen: installatiekwaliteit,

sensibilisering van installateurs, communicatie

naar eindklanten en de bredere maatschappij.

Met dit gedeeld engagement wil Frixis mee de

weg vrijmaken voor een versnelde en kwalitatieve

uitrol van warmtepompen als sleutel tot een duurzame

energietransitie in Vlaanderen. Wie meer info

wenst over Frixis of zich erbij wil aansluiten, kan de

website van de organisatie raadplegen of contact

opnemen met Frixis via e-mail of telefoon. ❚

Voorts heeft de HVAC-R-sector dringend nood

aan nieuw talent. Frixis pakt dit structureel aan

via meerdere initiatieven. Via het mentorschapsproject

Cool2School bezoeken jonge techniekers

scholen om leerlingen uit het secundair onderwijs

te inspireren voor een carrière in de sector.

Tijdens interactieve sessies delen zij hun ervarin-

Herwig Coppens, voorzitter van Frixis. (beeld: Frixis)

INSTALLATIEENBOUW.BE | 11


De Pen

‘Fabrikanten zullen niet

enkel componenten

moeten produceren met

een zo laag mogelijke

milieukost, ze zullen ook

moeten investeren in

onderbouwde milieudata’

12 |

INSTALLATIEENBOUW.BE


De Pen

Toon Possemiers

algemeen directeur abt be

CSO Oosterhoff

“ER IS TE WEINIG AANDACHT VOOR DE MATERIAAL-

GEBONDEN IMPACT VAN GEBOUWINSTALLATIES”

Op het moment van schrijven zitten we opnieuw midden in een energiecrisis. Dat de focus in de

installatiesector almaar meer verschuift naar elektrificatie, met warmtepompen en PV-panelen als

speerpunten, is dan ook alleen maar toe te juichen. Elektrificatie vormt voor mij de logische basis.

Zonder afscheid van fossiele brandstoffen blijven we afhankelijk van geopolitieke grillen. Maar daar wil

ik het niet over hebben. Wat ik wél eens wil aankaarten, is de milieu-impact van de gebouwinstallaties

zelf – niet van hun werking. Die materiaalgebonden impact blijft vandaag opvallend onderbelicht.

Het ontginnen van grondstoffen, de productie van componenten, het transporteren en het installeren in een gebouwd

en de afvoer van de installatie na gebruik brengt immers ook milieukosten mee, uitgedrukt in de zogeheten

materiaalgebonden uitstoot of embodied carbon van de installatie. Als we echt iets willen doen aan de klimaatverstoring,

moeten we niet enkel rekening houden met het energieverbruik van installaties, maar ook met de gevolgen

van de productie- en afvalfase.

Vanaf 2028 wordt de berekening van deze gecombineerde impact in het kader van de Energy Performance of

Buildings Directive (EPBD) verplicht voor gebouwen groter dan 1.000 m². In Nederland gebeurt dat al langer via

de zogeheten MilieuPrestatie Gebouwen (MPG), een indicator die de milieubelasting van een gebouw uitdrukt.

In België nog niet, maar TOTEM wordt er wel steeds meer gebruikt. Beide instrumenten berekenen op basis van

een levenscyclusanalyse of LCA van de verschillende materialen de milieukosten voor de volledige levensduur van

een gebouw – doorgaans vijftig of zestig jaar. Voor een aantal materialen zoals die voor gevelafwerking of isolatie

zijn hiervoor voldoende gegevens beschikbaar, zodat een gefundeerde keuze voor een bepaalde opbouw gemaakt

kan worden. De beschikbare data voor installaties zijn echter zeer summier. Daardoor is het zeer moeilijk om een

ontwerp daarop te sturen. Daar ligt dus nog een uitdaging voor de fabrikanten; ze zullen niet enkel componenten

moeten produceren met een zo laag mogelijke milieukost, ze zullen ook moeten investeren in onderbouwde milieudata

zodat we hun producten kunnen vergelijken met die van hun concurrenten.

Om het nog een beetje complexer te maken, houden we best ook rekening met de circulariteit van de installaties.

Het berekenen en sturen op milieu-impact is immers één ding, het maximaliseren van de aanpasbaarheid en het hergebruik

van een installatie is nog iets anders en minstens even belangrijk. Voor elk onderdeel dat opnieuw gebruikt

wordt, hoeft er geen nieuw geproduceerd te worden.

Veel onderdelen van technische installaties hebben, vergeleken met hoe lang een gebouw meegaat, een beperkte

levensduur. Toch wordt er bij het ontwerp van een gebouw slechts beperkt rekening gehouden met het vervangen

of aanpassen van deze installaties. Als gevolg daarvan zijn leidingen, kabels en kanalen dikwijls niet te demonteren

zonder die, samen met alle wanden, vloeren of plafonds waar ze doorheen lopen, tot afval te herleiden. We moeten

dus anders gaan ontwerpen en rekening houden met demontage. Dat leidt onherroepelijk tot het gebruik van andere

materialen en verbindingstechnieken. Beide zijn er dikwijls op gericht om de installatietijd zoveel mogelijk te

beperken, terwijl het net de materiaal- en milieukost is die we nu en in de toekomst zullen moeten verlagen. Afval is

verloren grondstof. Nieuwe grondstoffen ontginnen en nieuwe producten maken betekent weer veel milieuschade.

En voor beide zijn we bovendien sterk afhankelijk van andere landen. Een afhankelijkheid die we, in het licht van

mijn inleiding, zo veel mogelijk willen beperken. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 13


Hydrofoorpomp die mogelijkheden voor

drukverhoging en regenwatergebruik

in woningen verbreedt

De druk op drinkwaternetten neemt toe door toenemende verstedelijking, terwijl regenwaterrecuperatie steeds hoger op de agenda staat

om waterverbruik te beperken. In die context positioneert de SCALA2 van Grundfos zich als een geïntegreerde oplossing voor drukverhoging

en het gebruik van regenwater, maar ook van andere alternatieve waterbronnen, in residentiële toepassingen. De zogeheten hydrofoorpomp

combineert daarbij verschillende producteigenschappen die inspelen op comfort, energiebesparing en installatiegemak.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Grundfos en Adobe Stock

De pomp

detecteert het

actuele debiet en

stemt het toerental

van de motor

daarop af

De SCALA2. (beeld: Grundfos)

14 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Waar klassieke drukverhogingspompen zich vaak

beperken tot één specifieke toepassing, onderscheidt

de SCALA2 zich door haar brede inzetbaarheid:

de hydrofoorpomp kan water onttrekken

aan stadswaterleidingen, regenwaterputten

en grondwaterbronnen tot een diepte van zo’n 7

meter. Dat maakt haar geschikt voor uiteenlopende

residentiële situaties, van eengezinswoningen

tot kleinere meergezinswoningen.

Die veelzijdigheid sluit aan bij een evolutie in de

markt: installateurs worden steeds vaker geconfronteerd

met hybride systemen waarin verschillende

waterbronnen gecombineerd worden.

Garantie op constante waterdruk

Een van de kernfuncties van moderne drukverhogingssystemen

is het garanderen van een constante

waterdruk, ongeacht het gelijktijdige gebruik

van verschillende tappunten. In de praktijk betekent

dat een stabiele werking van douche, kraan,

toiletspoeling en huishoudtoestellen die water

gebruiken – voornamelijk de wasmachine en vaatwasser.

De SCALA2 zorgt daarvoor met een variabele

snelheidsregeling die zich continu aanpast

aan de actuele vraag. De pomp detecteert het actuele

debiet en stemt het toerental van de motor

daarop af. Daardoor blijft de waterdruk constant,

zelfs bij gelijktijdig gebruik van meerdere aftakkingen,

tot acht aftappunten om precies te zijn.

Dat principe verhoogt vanzelfsprekend het comfort

– ook temperatuurschommelingen in sanitaire

toepassingen worden erdoor voorkomen.

Energiezuinig

Diezelfde variabele regeling vormt de basis voor

een lager energieverbruik. Traditionele pompen

werken immers met een vast toerental en draaien

dus steeds op volle kracht. In situaties waarin

enkel het toilet gespoeld moet worden of alleen

de wasmachine moet draaien, daalt het energieverbruik

zo aanzienlijk. Volgens Grundfos kan de

SCALA2 het energieverbruik voor drukverhoging

met 40% verminderen in vergelijking met traditionele

pompen.

Daarnaast speelt ook de combinatie van een watergekoelde

motor en permanentemagneettechnologie

een rol in de energie-efficiënte werking

van de SCALA2. Omdat de motor continu gekoeld

wordt door het verpompte water, blijft de temperatuur

constant, wat het rendement verhoogt. Die

technologie heeft ook een positieve invloed op de

levensduur van de pomp.

Uitermate stille werking

Met een geluidsniveau van circa 44 dB(A) bevindt

de SCALA2 zich in dezelfde grootorde als huishoudtoestellen

zoals een vaatwasser. De pomp

behoort zo tot de stilste drukverhogingssystemen

De SCALA2 positioneert zich als een geïntegreerde oplossing voor drukverhoging en

het gebruik van regenwater in residentiële toepassingen. (beeld: Adobe Stock)

De SCALA2 heeft een variabele snelheidsregeling die het energieverbruik aanzienlijk reduceert in situaties

waarin enkel het toilet gespoeld moet worden of alleen de wasmachine moet draaien. (beeld: Adobe Stock)

ter wereld. Dat maakt installatie in technische

ruimtes, kelders of bijgebouwen mogelijk zonder

noemenswaardige hinder. Het compacte, alles-inéén-ontwerp

speelt daarbij ook een rol. Doordat

alle componenten – pomp, motor, regeling en drukvat

– geïntegreerd zijn in één behuizing, blijft de

benodigde installatieruimte beperkt. Dat sluit aan

bij de realiteit van hedendaagse woningen, waarvan

de technische ruimtes steeds kleiner worden.

Eenvoudige plaatsing

Voor de installateur vertaalt dat laatste zich in een

eenvoudigere plaatsing. De pomp vereist geen

uitgebreide randapparatuur en kan met beperkte

aansluitingen operationeel gemaakt worden.

Flexibele koppelingen en een kleine tolerantiemarge

in de aansluitingen vergemakkelijken de

integratie in bestaande leidingconfiguraties.

Ook het onderhoud werd meegenomen in het

ontwerp. De pomp beschikt over verschillende

beveiligingen die de bedrijfszekerheid verhogen,

wat het risico op interventies beperkt. Voorbeelden

zijn de bescherming tegen drooglopen en de

automatische herstart bij storingen. De essentiële

componenten zijn ook bereikbaar zonder ingrijpende

demontage, wat de servicetijd beperkt. In

een sector waarin efficiëntie op de werf steeds

belangrijker wordt, is dat geen detail.

Samengevat: de SCALA2 verruimt het concept

van een klassieke drukverhogingspomp naar

een geïntegreerde oplossing die beter past bij

de realiteit van vandaag: woningen waarin verschillende

waterbronnen gecombineerd worden

en comfort, energieverbruik en plaatsgebrek tegelijk

spelen. Voor de installateur vertaalt zich

dat in een snellere plaatsing en minder foutgevoelige

configuraties.

Grundfos heeft overigens nog meer hydrofoorpompen

in zijn gamma, maar de SCALA2 is zonder

meer het vlaggenschip. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 15


NATURAL

REFRIGERANT

Bezoek ons op

stand 127-128 in

Hal B

op Install Day


SNEL,

GEMAKKELIJK

EN VEILIG

ONTDEK DE GROHE INBOUWFRAMES

VOOR TOILET EN DOUCHE

Al meer dan 30 jaar ontwikkelt GROHE inbouwoplossingen die installateurs

helpen efficiënter te werken. Met Rapid SL en SLX, onze vaste waarden

voor wandhangend sanitair, realiseer je moeiteloos flexibele en moderne

toiletoplossingen. Het innovatieve Rapido doucheframe vereenvoudigt

de plaatsing van inbouwdouches aanzienlijk dankzij voorgemonteerde

componenten. Met de nieuwste Rapido Heat Recovery-oplossing ga

je nog een stap verder: deze recupereert warmte uit afvalwater om koud

water voor te verwarmen, waardoor energieverbruik en uitstoot worden

verlaagd. Met GROHE frames kies je voor systemen die ontwikkeld zijn

met maximale efficiëntie op de werf in gedachten. Zo werk je sneller en

met volledige gemoedsrust, met een eindresultaat dat zowel technisch

als esthetisch overtuigt. Meer info via grohe.be


BADKAMERCOLLECTIE DIE WERFZEKERHEID

VOOROPSTELT

Badkamerinstallaties en -renovaties botsen zelden op één groot probleem, maar wel op een reeks kleine onzekerheden, met levertermijnen die

uitlopen en componenten die niet perfect op elkaar aansluiten als voornaamste. Net daar probeert Facq met de Caluna-collectie van Geberit een

antwoord op te bieden: geen losstaand productgamma, maar een samenhangende oplossing die inzet op beschikbaarheid en compatibiliteit.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Facq

Caluna, uitsluitend verkrijgbaar bij Facq, is een

breed badkamerassortiment van Geberit – een

gevestigde waarde. Het omvat badkamermeubels,

wastafels, opzetkommen, toiletten – met zogeheten

TurboFlush-spoeltechniek, die zorgt voor stil en

waterbesparend spoelen – en compacte handwastafels.

De oplossingen sluiten esthetisch op elkaar

aan, wat ervoor zorgt dat de installateur niet langer

hoeft te schakelen tussen verschillende merken

of lijnen om een consistente badkamer samen

te stellen; alles vertrekt vanuit één ontwerpvisie

en één distributiekanaal. Ook technisch zijn alle

elementen compatibel, wat het risico verkleint op

onverwachte aanpassingen tijdens de plaatsing

en improvisatie.

De toiletten van de Caluno-collectie beschikken over de zogeheten TurboFlush-spoeltechniek, die zorgt voor stil en waterbesparend spoelen.

18 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Een en ander betekent een enorme efficiëntieslag

en tijdwinst voor de installateur. Wat daar

ook een rol in speelt: onder de radar zitten een

aantal praktische ingrepen die het de installateur

óók gemakkelijker maken, zoals voorgemonteerde

onderkasten, geïntegreerde handgrepen en reeds

voorziene uitsparingen voor sifons. Maar ook het

feit dat Facq de Caluna-producten rechtstreeks uit

stock kan leveren, zorgt ervoor dat de installateur

kan doorwerken.

Keramiek

De wastafels, opzetkommen en compacte handwastafels

binnen Caluna zijn uitgevoerd in keramiek

en dus slijtvast, eenvoudig te reinigen en

goed bestand tegen intensief gebruik. Voor de

installateur betekent dat een voorspelbare levensduur.

Wie verder wil gaan, kan kiezen voor een

uitvoering met zogeheten KeraTect-glazuur. Dat

maakt het oppervlak quasi niet-poreus, waardoor

vuil zich minder snel hecht en onderhoud minder

tijd vraagt. In projecten met hoge gebruiksfrequentie

– denk aan meergezinswoningen of semipublieke

ruimtes – vertaalt zich dat rechtstreeks in

lagere onderhoudskosten.

De Caluno-collectie omvat onder meer badkamermeubels.

Het strakke en

eigentijdse design

van de collectie

maakt haar breed

inzetbaar, zowel in

residentiële projecten

als in professionele

toepassingen

Strak en eigentijds

Het design van de collectie is strak en eigentijds,

maar zonder uitgesproken karakter. Die neutraliteit

maakt de producten breed inzetbaar, zowel

in residentiële projecten als in professionele toepassingen.

Tegelijk laat de collectie ruimte voor

nuance. Verschillende afwerkingen – van mat wit

en lava tot houtstructuren en meer uitgesproken

kleuren – maken het mogelijk om zowel sobere

als warmere badkamers te realiseren met de Caluna-oplossingen.

De vormtaal blijft consequent:

afgeronde wastafels, slanke meubelwastafels en

opzetkommen met zachte geometrie zorgen voor

een visuele rust die zich makkelijk laat integreren

in uiteenlopende interieurconcepten.

Verschillende afwerkingen – van mat wit en lava tot houtstructuren en meer uitgesproken kleuren – maken

het mogelijk om zowel sobere als warmere badkamers te realiseren met de Caluna-oplossingen.

Praktisch werkinstrument

Kortom, met Caluna zet Facq niet in op een opvallende

designlijn, maar op een praktisch werkinstrument

voor de installateur. Door te focussen op stockbeschikbaarheid,

coherentie en een vertrouwde

technische basis, draait het minder om uiterlijk en

meer om wat vlot werkt op de werf. En net dat

maakt vaak het verschil in de praktijk. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 19


www.caleffi.com

LEGIOMIX ® evo

GEZOND WATER,

GEZOND LEVEN

CALEFFI

INNOVATIE

LOW

LEAD

BESCHERMING VAN WATER EN GEZONDHEIDSANITAIRE

INSTALLATIES

Met het nieuwe, geavanceerde elektronisch mengventiel LEGIOMIX ® evo serie 6003 ben je verzekerd van veiliger,

schoner en hygiënischer water. Dankzij de koppeling met CALEFFI CLOUD heeft de gebruiker altijd inzicht in de status van

het systeem en worden alle meetgegevens automatisch opgeslagen. De gebruiksvriendelijke bediening en mogelijkheid

tot retrofit maken het geheel tot een slimme en toekomstbestendige oplossing. CALEFFI GUARANTEED.

4B01700361_cale_DEXE_ADV_LegiomixEVO_NL_197x130_ADF.indd 1 8-1-2026 11:14:58

Bluelyzer C1

Klein van formaat, groot in prestaties.

Rookgasanalyse, trek- en temperatuurmeting

Complete meetset in hardcase, inclusief kalibratie

QR-code voor stabiele gegevensoverdracht

Attesten voor VEKA en Leefmilieu Brussel

i.c.m. diverse softwarepakketten

€ 1.050,-

Vraag een GRATIS

demo aan

DIGITALE

ATTESTEN

3

Made in Germany


RONDETAFELGESPREK

Het belang van een goede

systeemwaterkwaliteit in

verwarmings- en koelinstallaties

De kwaliteit van het systeemwater in een verwarmings- en koelinstallatie bepaalt in grote mate het rendement, de bedrijfszekerheid en de

levensduur van de installatie. Toch krijgt dat aspect zelden de aandacht die het verdient. Installatie & Bouw bracht daarom vier experten ter

zake samen om hun licht te laten schijnen over het onderwerp. Wat gebeurt er zodra zuurstof, kalk of vervuiling het systeem binnendringen?

Waarom lopen sommige installaties al na enkele maanden vast, terwijl andere jarenlang probleemloos functioneren? En wie draagt de verantwoordelijkheid

als het fout loopt? Het zijn maar enkele van de vragen die ze beantwoordden. Het rondetafelgesprek laat weinig ruimte voor

interpretatie: wie het belang van systeemwaterkwaliteit onderschat, betaalt vroeg of laat de prijs.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Louwers Mediagroep

DEELNEMERS:

Vincent Vancaeyzeele

teammanager technologie & innovatie

bij Techlink

Yves Desplenter

sales director bij Fernox

Pieterjan Spyns

zaakvoerder van PJS Installatietechnieken

Yves De Meuter

quality manager bij Vaillant Group

Moderator

Wouter Polspoel (contentbureau

Palindroom), hoofdredacteur Installatie &

Bouw België

Dag heren. Laat ons eerst iets

scherpstellen. Wanneer we het hebben

over de systeemwaterkwaliteit

in verwarmings- en koelinstallaties,

over welk water spreken we dan?

Yves Desplenter: “Dan spreken we over het water

dat in de installatie circuleert. Helder water is de

referentie. Zodra je verkleuring ziet – geel, bruin of

zwart – weet je dat er vervuiling optreedt. Zwart

water wordt soms gezien als ‘dood water’, zonder

zuurstof en leven, maar dat klopt niet. Corrosie

kan perfect blijven doorgaan zonder dat de kleur

nog verandert.” ❯

V.l.n.r.: Yves De Meuter, Pieterjan Spyns, Wouter Polspoel, Vincent Vancaeyzeele en Yves Desplenter tijdens het

rondetafelgesprek.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 21


RONDETAFELGESPREK

Welke fysische, chemische en biologische

processen liggen aan de

basis van slechte waterkwaliteit in

verwarmings- en koelinstallaties?

Yves De Meuter: “Zuurstof is de grootste boosdoener.

Als die in het verwarmings- of koelsysteem

terechtkomt, zet ze corrosie in gang aan

metalen onderdelen. Dat valt eigenlijk nauwelijks

te vermijden: bijvullen, microlekkages en zuurstofdiffusie

door kunststof leidingen (zuurstof uit de

omgevingslucht migreert dan door de kunststof

leiding naar het water in de installatie, niet door

lekken, maar door het materiaal zelf heen red.):

het brengt allemaal kleine hoeveelheden zuurstof

in het systeem.

In zuurstofrijke zones vormt zich roest, terwijl in

zuurstofarme delen van het systeem magnetiet

ontstaat – een zwart, fijn slib. Daarnaast kan kalk

zich op leidingwanden afzetten. Zowel roest, magnetiet

als kalk kunnen loskomen en mee circuleren

met het systeemwater, met verstoppingen, slijtage

en rendementsverlies tot gevolg.”

Pieterjan Spyns: “Een goede waterkwaliteit is cruciaal

in verwarmings- en koelinstallaties, maar je

mag dat niet los zien van de installatieopbouw. Zo

kun je een nieuwe installatie vullen met gedemineraliseerd

water; dat geen zouten, mineralen of

opgeloste gassen bevat die corrosie, kalkaanslag

en slibvorming in het systeem op gang trekken;

als je daarna staal inbrengt in het systeem – wat

regelmatig gebeurt omdat het goedkoper is dan

koper – creëer je alsnog problemen.”

“Warmtepomptechniek is een heel mooie techniek,

maar ze is wel veel gevoeliger voor waterkwaliteit

dan klassieke ketels”

- Yves Desplenter

Yves De Meuter: “Ik treed Pieterjan helemaal bij.

En bij die installatieopbouw moet je ook het expansievat

rekenen. De grootte daarvan moet grondig

berekend worden en de juiste voordruk hebben.

Vooral dat bepaalt eigenlijk of je structurele

zuurstofintrede zal hebben of niet.”

Yves Desplenter: “Ook het type installatie – groot

of klein, nieuw of bestaand, soort afgiftesysteem,

soort warmtegenerator … – en de temperatuur van

het systeemwater spelen een rol.”

Pieterjan Spyns: “Het probleem is vooral dat men

vaak verkeerd reageert op vervuiling van systeemwater.

Men spoelt even met water en vult opnieuw

bij. Maar daarmee breng je opnieuw zuurstof binnen

en maak je het probleem net groter.”

Yves De Meuter: “We hebben het al meegemaakt

dat installateurs een verwarmings- of koelinstallatie

bij aanvang vulden met putwater bij gebrek

aan stadwater. Dat lijkt een praktische oplossing,

maar je weet totaal niet wat je binnenbrengt: ijzer,

bacteriën, mineralen … Dan creëer je eigenlijk van

bij de start een vervuild systeem.”

Zijn die problemen het gevolg van

een slecht ontwerp, gebrekkige

inbedrijfstelling of onvoldoende

onderhoud?

Yves De Meuter: “Het begint bij het ontwerp. Je

moet zorgen dat de installatie zo is ontworpen

dat ze vervuiling van het systeemwater zo min mogelijk

faciliteert. Gaat het om een renovatie van

een verwarmings- of koelsysteem dan zul je het

systeemwater dat er reeds in circuleert altijd eerst

moeten behandelen. Uiteraard is een goede inbedrijfstelling

ook van belang. Natuurlijk: dat kost

allemaal geld, en finaal zijn op een offerte voor

een nieuwe of vernieuwde verwarmings- of koelinstallatie

de cijfertjes rechts onderaan dikwijls de

belangrijkste voor de eindgebruiker.”

Pieterjan Spyns: “Maar ook onderhoud te gepasten

tijde is belangrijk. En ook dat moet goed

gebeuren. Er bestaan richtlijnen om vervuiling,

corrosie en rendementsverlies in verwarmings- en

koelinstallaties te voorkomen. Die zijn vastgelegd

in de Technische Voorlichting 278 van Buildwise.

Maar in de praktijk kent bijna niemand die.

Een architect heb ik er zelfs nog nooit weten

naar verwijzen.”

Vincent Vancaeyzeele: “Je zegt het zelf: het zijn

richtlijnen. Geen wetten dus. Toch vind ik het frappant

te horen dat ze zo weinig gekend zijn. In een

geschil bij problemen aan een verwarmings- en

koelinstallatie worden ze namelijk wél als referentie

gebruikt. Dan moet je als installateur toch

sterk in je schoenen staan om daarvan af te wijken.

Maar ik denk dat de consensus duidelijk is:

problemen ontstaan zelden door één fout. Het

is bijna altijd een combinatie van een slecht ontwerp

en ondermaatse uitvoering en opvolging.”

Pieterjan Spyns: “Tweejaarlijks onderhoud van

ketels is overigens wél wettelijk verplicht. Maar de

verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de eindgebruiker

en een echte controle op naleving van die

wet bestaat ook niet.”

22 | INSTALLATIEENBOUW.BE


RONDETAFELGESPREK

Hoe snel duiken problemen op als de

waterkwaliteit in een verwarmingsof

koelinstallatie slecht is? Gaat

het over trage degradatie of kunnen

installaties snel performantie

verliezen?

Yves Desplenter: “Dat hangt sterk af van de situatie.

Bij nieuwe installaties kán het langer duren,

maar dat is geen garantie. Slechte ontluchting

kan bijvoorbeeld al snel voor problemen zorgen.”

Vincent Vancaeyzeele: “We zien vaak een zogeheten

badkuipcurve: veel problemen in het begin,

dan een periode waarin alles zich na ingrijpen

lijkt te stabiliseren, en dan na vijf à tien jaar grote

problemen die zich al die jaren sluimerend opgestapeld

hebben.”

van een ketel verschillende malen goedkoper is

dan het vervangen van een warmtepomp.”

Vincent Vancaeyzeele: “25 à 40 procent lijkt mij

toch een hoge inschatting, maar warmtepompinstallaties

verliezen door vervuild systeemwater

zeker wel meer rendement dan klassieke ketels.”

Pieterjan Spyns: “Om het nog even te verduidelijken:

in warmtepompen circuleert meer zuurstof

doordat ze minder goed ontgassen. Daardoor krijg

je meer roest in plaats van magnetiet en dat is

niet magnetisch, waardoor klassieke magneetfilters

niet werken.”

Bij renovatie worden warmtepompen

vaak aan oude circuits gekoppeld.

Schuilt daar een extra risico in voor

de kwaliteit van het systeemwater?

Pieterjan Spyns: “Absoluut! Je kan ervan op aan:

in oude installaties zit al vervuiling, zijn er lekken

geweest en is het systeemwater al vaak veel

bijgevuld. Dat betekent: extra zuurstof en afzettingen.

Je koppelt dus een gevoelige technologie

aan een vervuild verleden. Dan weet je eigenlijk

al dat het fout zal lopen. Daarom is het cruciaal

om bestaande installaties grondig te analyseren

en te behandelen vóór je er een warmtepomp op

aansluit.” ❯

Wat zijn de concrete gevolgen van

slechte waterkwaliteit in verwarmings-

en koelinstallaties?

Vincent Vancaeyzeele: “Dat kan van alles zijn:

verstoppingen in leidingen of radiatoren, defecte

pompen, beschadigde warmtewisselaars …”

Yves De Meuter: “Vaak zie je dat de problemen zich

eerst manifesteren in het toestel zelf, omdat daar

de toleranties het kleinst zijn – de doorgangen zijn

daar het nauwst – en de doorstroming het meest

kritisch is. Maar dat betekent niet dat het probleem

daar ontstaat. Het toestel is vaak gewoon de eerste

plek waar de gevolgen zichtbaar worden.”

“Problemen door slecht systeemwater

manifesteren zich vaak eerst in het toestel zelf,

omdat daar de toleranties het kleinst zijn”

- Yves De Meuter

Pieterjan Spyns: “In extreme gevallen slaat een

warmtewisselaar gewoon lek door te zuur water.

Dan mengt water zich met het koudemiddel en is

de installatie total loss.” De aangekondigde federale

taxshift en de stijgende gasprijs ten gevolge

van de aanval van de VS en Israël op Iran zullen

de warmtepompmarkt ongetwijfeld boosten.

Daarom focussen we graag wat langer op warmtepompen.

Wat betekent een slechte waterkwaliteit

specifiek voor hun rendement?

Yves Desplenter: “Warmtepompinstallaties zijn

kwetsbaarder voor vervuiling van systeemwater

dan klassieke ketels doordat ze minder goed ontgassen

omdat ze op lage temperatuur werken – al

zijn er vandaag ook al warmtepompen die werken

met hoge aanvoertemperaturen. Je mag toch snel

denken aan 25 tot 40% rendementsverlies, daar

waar dat bij klassieke ketels zo’n 15% is.

En als je interne filters dichtslibben, dan daalt het

debiet en werkt de warmtepomp nog maar op halve

kracht en stort de COP (COP staat voor coefficient

of performance. Het is een cijfer dat uitdrukt

hoe efficiënt een warmtepomp werkt, red.) in.

Warmtepomptechniek is een heel mooie techniek,

maar ze is wel veel gevoeliger voor waterkwaliteit

dan klassieke ketels. En dat terwijl het vervangen

Vincent Vancaeyzeele.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 23


RONDETAFELGESPREK

Wie is verantwoordelijk bij

verminderde prestaties van een

verwarmings- of koelinstallatie door

slechte systeemwaterkwaliteit?

Yves De Meuter: “Dat moet je geval per geval bekijken.

Er is zelden één duidelijke schuldige. In de

praktijk richt de eindgebruiker zich meestal eerst

tot de installateur. Als het probleem complexer

wordt, komt de fabrikant in beeld en bij grotere

dossiers schuiven ook studiebureaus, architecten

of de bouwheer mee aan tafel.”

Vincent Vancaeyzeele: “Bij grote schadegevallen

zie je vaak een doorschuifscenario: iedereen

wijst naar elkaar. Pas bij zware dossiers komt er

een juridische procedure waarbij een expert aangesteld

wordt.”

Yves Desplenter: “Bij residentiële installaties

wordt het meestal in der minne opgelost.”

Vincent Vancaeyzeele: “Ik wil wel benadrukken:

je mag wel veronderstellen dat de meeste verwarmings-

en koelinstallaties geplaatst zijn door

gepassioneerde installateurs. Dikwijls zijn problemen

een samenloop van omstandigheden.”

Pieterjan Spyns.

Yves De Meuter: “De klant kan bijvoorbeeld iets

hebben gedaan dat de problemen heeft veroorzaakt

of versterkt, zoals water hebben toegevoegd

of afgelaten zonder dat het nodig was.”

Wordt systeemwaterkwaliteit

vandaag voldoende meegenomen

in bestekteksten?

Pieterjan Spyns: “Bij particuliere projecten: nee.

Dat is daar quasi onbestaand. In grotere projecten

duikt het onderwerp wel op, maar vaak oppervlakkig.

Zoals eerder gezegd: de technische

kennis ontbreekt daarvoor te vaak.”

Vincent Vancaeyzeele: “In grotere projecten

zie je het inderdaad vaker terugkomen, maar

vaak blijft het beperkt tot algemene formuleringen

zoals ‘regels van goed vakmanschap’.

Dat er soms verwezen wordt naar richtlijnen

betekent overigens ook weinig als ze niet

gekend zijn.”

Yves De Meuter.

Welke behandeling zou vandaag

standaard moeten zijn voor systeemwater

in verwarmings- en

koelinstallaties?

Pieterjan Spyns: “Vullen met gedemineraliseerd

of op z’n minst onthard water. Dat is de

basis. Daarnaast zijn het beperken van staal in

lagetemperatuursystemen, controle op vervuiling

en pH-waarde en het vermijden van zuurstofinslag

– door een juiste materiaalkeuze – ook

wenselijk. In de praktijk vullen wij bijvoorbeeld

24 | INSTALLATIEENBOUW.BE


RONDETAFELGESPREK

met gedemineraliseerd water en voegen we een

inhibitor toe zoals Fernox F1 om corrosie en kalkvorming

structureel te beperken.”

Hoe bewaak je dan heel concreet de

systeemwaterkwaliteit tijdens de

levensduur van de installatie?

Yves Desplenter: “Bij opstart moet de waterkwaliteit

gemeten worden, eventueel behandeld met

inhibitoren en gedocumenteerd. Dat vormt je referentie.

Daarna zijn periodieke controles nodig

waarbij de waarden van het genomen watermonster

worden vergeleken met de oorspronkelijke

waarden en moet je ingrijpen wanneer nodig.”

Pieterjan Spyns: “Wij meten systematisch de pH

en de werking van aanwezige inhibitoren, met

teststrips van Fernox. Zeker als we de installatie

niet zelf geplaatst hebben.”

Vincent Vancaeyzeele: “Wat Yves allemaal noemt

zou, en we vallen in herhaling, standaard moeten

zijn, maar dat is het niet. In de praktijk sneuvelt

wateranalyse vaak als eerste zodra offertes vergeleken

worden op prijs, of omdat noch klant noch ontwerper

het belang ervan scherp voor ogen heeft.

We focussen in de praktijk, en dat doet Pieterjan

dus goed, op parameters zoals pH en inhibitoren,

maar dé bepalende factor – zuurstof – meten we

eigenlijk zelden rechtstreeks. De reden daarvoor

is dat dit technisch gezien bijzonder moeilijk is en

zeer dure meetapparatuur vereist, zoals die die in

de voedingsindustrie wordt gebruikt.”

Pieterjan Spyns: “Voorkomen is altijd goedkoper

en eenvoudiger. Je kan achteraf wel spoelen, reinigen

en behandelen, maar dat vraagt meer tijd,

kost meer geld en je hebt nooit de garantie dat

alles opgelost is”

Wat kost slechte waterkwaliteit in

een verwarmings- of koelinstallatie

de gebruiker eigenlijk financieel?

Hebben jullie concrete cijfers of praktijkvoorbeelden?

Yves Desplenter: “Dat valt moeilijk te kwantificeren.

Je moet al optellen wat de interventies

kosten, hoeveel energie je meer verbruikt en wat

op dat moment de gas- of elektriciteitsprijs is, wat

precies vervangen moet worden … Daar zijn bij

mijn weten nog geen degelijke studies over, regionaal

noch internationaal.”

Yves De Meuter: “Europa heeft zo’n twee jaar

geleden een soort meettoestel op dat vlak afgeschaft,

de audit op een verwarmingsinstallatie.

Die focuste op de werkelijke prestaties van een

verwarmingssysteem.”

Stellen fabrikanten specifieke eisen

aan systeemwaterkwaliteit in de garantievoorwaarden?

En wat gebeurt

er concreet wanneer zo’n garantie

geldt en een installatie het begeeft

door slecht systeemwater?

Yves De Meuter: “Fabrikanten, wij met Vaillant

Group dus ook, schrijven duidelijke eisen voor op

het vlak pH, geleidbaarheid, hardheid … Maar we

zijn daarin natuurlijk afhankelijk van de installateur.

Bij problemen wordt meestal een oplossing

op maat uitgewerkt. De fabrikant neemt daarbij

soms een deel van de kosten op zich, maar dat

heeft grenzen.”

Yves Desplenter: “Bij grotere installaties stellen

we op dat vlak een duidelijke evolutie vast:

wateranalyse gebeurt bij opstart en is er periodieke

opvolging die wordt bijgehouden in een

logboek. Bij kleinere installaties gebeurt dat nog

te weinig.”

Vincent Vancaeyzeele: “Gebruikmaken van de

garantie is in de meeste gevallen wel niet aan de

orde. De meeste problemen treden immers pas op

buiten de tweejarige wettelijke garantietermijn.”

Veel eindgebruikers zien de behandeling

van systeemwater in verwarmings-

of koelinstallaties als een

extra kost. Hoe verkoop je het transparant

zonder het gevoel te geven

dat er iets wordt opgedrongen?

Pieterjan Spyns: “Ik verkoop niets, ik leg uit. Ik

probeer het belang zo tastbaar mogelijk te maken.

Met eenvoudige voorbeelden: een kookpot

met water, twee stukjes buis, wat er gebeurt met

lucht en temperatuur. Dan zien mensen zelf wat

het verschil is tussen een installatie waar alles

juist zit en één waar dat niet zo is. Als je dat

visueel maakt, valt het kwartje meestal wel. Het

probleem is dat eindgebruikers die uitleg niet

altijd krijgen.”

Yves Desplenter: “De kost is het probleem niet.

Voor een doorsnee installatie spreek je over ongeveer

40 euro voor waterbehandeling, op een totaal

van pakweg 15.000 euro. Dat is verwaarloosbaar.

Het echte probleem is dat veel mensen de impact

van waterkwaliteit gewoon onderschatten.”

Ik denk dat dat laatste inderdaad

de belangrijkste conclusie is uit

dit rondetafelgesprek. Wat kan de

installatiesector anders doen om de

systeemwaterkwaliteit structureel

te verbeteren?

Pieterjan Spyns: “De sector moet vooral weten:

in een verwarmings- of koelinstallatie hoort geen

putwater, stadswater of regenwater thuis, alleen

behandeld water, lees: gedemineraliseerd of op

z’n minst onthard water. Daarnaast moeten fabrikanten

en installateurs materialen gebruiken

die problemen met systeemwater zo veel mogelijk

helpen te beperken. Die twee sporen zijn onlosmakelijk

met elkaar verbonden. Als je maar inzet op

een van de twee, zal je nog altijd met problemen

zitten. Tot slot moeten installateurs het belang

van systeemwaterkwaliteit ook structureel benadrukken

bij hun klanten.”

Yves De Meuter: “Er ligt ook een rol voor de

overheid: als waterkwaliteit verplicht wordt

meegenomen bij de oplevering van een installatie,

bijvoorbeeld via een eenvoudig bewijsdocument,

dan zou dat al een grote stap vooruit zijn.

Dan is een minimumkwaliteit al gegarandeerd.

Daarnaast is er niet enkel meer bewustwording

nodig bij installateurs en eindgebruikers, maar

bij alle betrokken partijen, dus ook architecten

en studiebureaus. In sommige gevallen kan ook

de inzet van gespecialiseerde partijen voor analyse

en opvolging een meerwaarde bieden, zeker

bij complexere installaties.”

Vincent Vancaeyzeele: “Eindgebruikers en in

mindere mate architecten zijn maar weinig bezig

met technieken bij de realisatie van een bouwproject.

Dus sensibilisering en wettelijke instrumenten

zijn wel aan de orde.”

Yves De Meuter: “Ik wil daar wel nog een kanttekening

bijplaatsen. De installateur krijgt vandaag

steeds meer verantwoordelijkheden. Vroeger ging

het vooral over hydraulica, vandaag komt daar

elektriciteit, regeling en nu ook waterchemie bij. De

vraag stelt zich of dat allemaal wel haalbaar blijft.”

Bedankt voor jullie waardevolle inzichten, heren. ❚

Vincent Vancaeyzeele: “Als je installatie twintig

jaar meegaat in plaats van twaalf, dan heb je acht

goedkoper jaren extra. Zo moet je het bekijken,

vind ik.”

We namen met Yves Desplenter van Fernox ook een

podcast op over het thema. Die is te beluisteren via

de website van Installatie & Bouw België, de gekende

streamingskanalen – onder het kanaal Installatie &

Bouw – of door de QR-code hiernaast te scannen.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 25


INSTALLATEUR ZWEERT BIJ VERMAARDE

WATERBEHANDELINGSPRODUCTEN VOOR

VERWARMINGSINSTALLATIES

Al 28 jaar legt installateur Vincent Dubois zich met zijn gelijknamige bedrijf, gevestigd in het Waalse Modave, toe op onder meer installatie,

onderhoud en herstelling van verwarmingsinstallaties van verschillende schaalgrootte. Daarbij maken hij en zijn elf werknemers dagelijks

gebruik van producten van Fernox. “We plaatsen standaard een TF1-magneetfilter op elke nieuwe ketel en gebruiken preventief de inhibitoren

F1 en F9 om de kwaliteit van het systeemwater op peil te houden”, somt hij er enkele op.

Tekst Philippe Selke | Beeld Vincent Dubois en Fernox

Vincent Dubois legt zich met zijn bedrijf toe op onder meer installatie, onderhoud en herstelling van verwarmingsinstallaties van verschillende schaalgrootte.

26 | INSTALLATIEENBOUW.BE


“We gebruiken de Powerflow MKIII-spoelmachine

van Fernox in combinatie met F8, een krachtige

chemische reiniger van Fernox voor verwarmingsinstallaties,

nu al bijna twee jaar”, begint de

zaakvoerder te vertellen. “We zetten de machine,

die uitgerust is met een hogedebietpomp, en het

spoelmiddel systematisch in bij het verwijderen

van slib uit het bestaande verwarmingscircuit

wanneer we een gaswandketel plaatsen. Daarnaast

grijpen we er ook naar bij de installatie

van een stookolieketel zodra we problemen in de

leidingen vaststellen. Idealiter gebeurt er bij elke

plaatsing van een nieuwe verwarmingsinstallatie

– of het nu een fossiele ketel of een warmtepomp

is – op een bestaand circuit een zogeheten ontmoddering,

maar het budget van de klant gooit

op dat vlak vaak roet in het eten.”

Het verwijderen van slib uit een verwarmingssysteem

neemt dan ook al gemakkelijk een halve tot

volledige werkdag in beslag – de precieze duur

hangt af van de omvang van de installatie en de

graad van vervuiling. “Tijdens het proces circuleert

het reinigingsproduct afwisselend in beide

richtingen door het verwarmingscircuit, zodat

afzettingen beter loskomen”, legt Vincent Dubois

uit. “Tegelijk worden vrijgekomen vuildeeltjes opgevangen

in een filter, die regelmatig gereinigd

moet worden. Die cyclus herhalen we meerdere

keren tot het systeem echt proper is.”

geval gebruiken Vincent Dubois en zijn team F4

van Fernox. “Eenmaal verspreid in het systeem

zoekt dat product de plaats waar zuurstof – die de

vorming van slib versnelt – binnendringt en vormt

het een polymeer dat het lek afdicht”, verduidelijkt

de zaakvoerder.

Voorkomen beter dan genezen

Naast reinigen en herstellen leggen Vincent

Dubois en zijn team de focus ook op beheersing

op lange termijn. Ook daarvoor gebruiken ze

producten van Fernox. “We plaatsen standaard

een TF1-magneetfilter op elke nieuwe ketel. Die

vangt slib op en voorkomt dat het zich afzet in

het systeem. Aanvullend remmen we corrosie –

de onderliggende oorzaak van slibvorming – af

met inhibitoren zoals F1 of F9 om de installatie

op lange termijn te beschermen. Want ook in

onze sector geldt: voorkomen is beter dan genezen”,

besluit hij.

Elders in dit nummer lees je nog meer over de

meerwaarde van de Fernox-producten, meer bepaald

in het artikel over de podcastaflevering

van Installatie & Bouw met Yves Desplenter van

Fernox als gast, en in het verslag van het rondetafelgesprek

over het belang van een goede systeemwaterkwaliteit

in verwarmings- en koelinstallaties,

waaraan Yves Desplenter ook deelnam. ❚

Het installatiebedrijf gebruikt de Powerflow

MKIII-spoelmachine van Fernox in combinatie

met F8, een krachtige chemische reiniger van

Fernox voor verwarmingsinstallaties, nu al

bijna twee jaar. (beeld: Vincent Dubois)

‘We brengen het

spoelmiddel al enkele

dagen op voorhand

in het systeem. Zo

krijgt het de tijd om

in te werken voor

we echt beginnen te

spoelen’

De TF1-magneetfilter van Fernox,

die Vincent Dubois en zijn team

standaard op elke nieuwe ketel

plaatsen. (beeld: Fernox)

Die spoeling vormt echter niet het startpunt. Vincent

Dubois: “We brengen het F8-spoelmiddel –

soms ook F3 – al enkele dagen op voorhand in het

systeem. Zo krijgt het de tijd om in te werken voor

we echt beginnen te spoelen.”

Lekdichter

Soms duikt nog een ander probleem dan slib op:

een lek in het circuit, dat vaak drukverlies en andere

storingen aan de ketel veroorzaakt. In dat

INSTALLATIEENBOUW.BE | 27


BEKENDE DUITSE POMPFABRIKANT LANCEERT

TWEE NIEUWE SERIES VOOR DE HVAC-MARKT

De bekende Duitse pompfabrikant KSB wordt nog vaak geassocieerd met complexe installaties voor zware industriële toepassingen, denk aan

kerncentrales, maar die perceptie klopt steeds minder. KSB zet vandaag ook duidelijk in op de HVAC-markt. Twee recente productlanceringen

illustreren die koerswijziging: de Calio Pro Plus-serie, een uitbreiding van het bestaande gamma van hoogefficiënte, traploos regelbare

natloperpompen, en de AmaDrainer 3-serie, een nieuwe generatie van de beproefde Ama-Drainer-vuilwaterdompelpompen. Beide oplossingen

mikken expliciet op gebruiksgemak.

Tekst Philippe Selke | Beeld KSB

De AmaDrainer 3-serie omvat vier modellen, waaronder een chemisch resistente uitvoering voor agressieve vloeistoffen zoals ketelcondensaat.

28 | INSTALLATIEENBOUW.BE


De Calio Pro Plus-serie omvat verschillende uitvoeringen van de Calio Pro Plus.

De Calio Pro Plus-serie wordt gevormd door verschillende

uitvoeringen van de Calio Pro Plus. Zo

is de Calio Pro Plus verkrijgbaar als als enkel- of

dubbelpomp en met schroefdraad- of flensaansluitingen.

De Calio Pro Plus-pompen, die probleemloos

overweg kunnen met glycolhoudend water,

bestrijken een breed toepassingsgebied binnen

HVAC, van verwarmings- en ventilatiecircuits tot

koelinstallaties. Met diameters van DN 25 tot DN

100 en vermogens tot 1.800 W schuift KSB deze

reeks nadrukkelijk naar voren voor grotere installaties.

De Calio Pro Plus-pompen zijn uitgerust met

de zogeheten Dynamic Control-functie, die het

energieverbruik continu bijstuurt. In de praktijk

vertaalt dat zich in een besparing van meer dan

40% ten opzichte van klassieke regelmodi. Opvallend

is de flexibiliteit bij installatie: dankzij ovalen

boutgaten is dezelfde pomp inzetbaar binnen drie

drukklassen (PN 6/10/16), wat vooral bij vervangingsprojecten

een duidelijke meerwaarde biedt.

De bediening verloopt via een geïntegreerd touchscreen

met helder display, waardoor parameters

snel afleesbaar en instelbaar zijn. Bluetooth is

standaard aanwezig, zodat de installateur de Calio

Pro Plus-pompen via de gratis Flow Managerapp

eenvoudig kan configureren op smartphone

of tablet. Diezelfde app maakt het ook mogelijk

om software-updates door te voeren, wat het

onderhoud vereenvoudigt en de Calio Pro Pluspompen

toekomstbestendig maakt.

De Calio Pro Plus-pompen zijn volledig klaar voor

hedendaagse gebouwtechnieken. Een Modbuskaart

is standaard ingebouwd, terwijl andere

communicatieprotocollen optioneel toegevoegd

kunnen worden. Dat maakt de integratie in ge-

bouwbeheersystemen relatief eenvoudig. KSB

benadrukt dat het voor de Calio Pro Plus-serie

streefde naar een evenwicht tussen functionaliteit

en prijszetting. “Producten moeten technisch volledig

zijn, zonder dat de kost uit de hand loopt”,

klinkt het.

Breed inzetbare

vuilwaterdompelpompen

Waar de Calio Pro Plus mikt op grotere HVAC-installaties,

positioneert de AmaDrainer 3-serie zich als

een compacte maar veelzijdige oplossing binnen

het gamma van vuilwaterdompelpompen. De reeks

omvat vier modellen, waaronder een chemisch resistente

uitvoering voor agressieve vloeistoffen zoals

ketelcondensaat. De AmaDrainer 3-serie is daardoor

breed inzetbaar. De AmaDrainer 3-pompen

zijn opgebouwd uit robuuste materialen en ontworpen

om hoge temperaturen te weerstaan, met een

continue werking tot 50°C en piekbelasting tot

90°C. Een geïntegreerde terugslagklep voorkomt

dat water terugstroomt wanneer ze stilvallen, wat

de bedrijfszekerheid verhoogt. De standaard magnetische

vlotter zorgt voor een autonome werking,

al kunnen de pompen ook extern aangestuurd worden

via een schakelkast in toepassingen waar meer

controle vereist is.

KSB vult met de AmaDrainer 3-serie naar eigen

zeggen een leemte in het assortiment; na een

herstructurering van het gamma vuilwaterdompelpompen

ontbrak net dit type compacte pomp.

De verwachting is dat vooral in natte periodes de

vraag snel zal toenemen.Ook bij de ontwikkeling

van de AmaDrainer 3-serie stond gebruiksgemak

voorop. Zo kunnen ook de AmaDrainer 3-pompen

eenvoudig geconfigureerd worden via de Flow

Manager-app. KSB zal die app overigens geleidelijk

inzetbaar maken voor het volledige HVACpompenassortiment.

Online bestelplatform in de maak

KSB Belgium bouwt momenteel trouwens aan

een online bestelplatform dat zich richt op professionals

zoals installateurs en ingenieurs. Dat platform

biedt niet alleen een efficiënter bestelproces,

maar geeft ook directe toegang tot technische

documentatie, pompcurves, 3D-modellen en actuele

prijsinformatie. Het resultaat is een snellere en

beter onderbouwde projectvoorbereiding. De fabrikant

blijft tot slot ook inzetten op lokale verankering.

In Waver gevestigde sales- en serviceteams

zorgen ervoor dat technische ondersteuning en

aftersales niet louter digitaal verlopen, maar ook

fysiek – een combinatie die in de praktijk vaak het

verschil maakt. ❚

Alle pompen uit de twee nieuwe series

kunnen eenvoudig worden geconfigureerd

via de Flow Manager-app van KSB, te

downloaden via deze QR-code.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 29



De allrounder

voor verwarming en

koeling in gebouwen.

Calio Pro Plus

Van verwarming en ventilatie tot airconditioning, koeling

en algemene recirculatiesystemen, de veelzijdige Calio

Pro Plus is de perfecte pomp voor uw intelligente gebouw:

Energiezuinig, Betrouwbaar en Slim.


Innovatief elektronisch mengventiel voor

efficiënte legionellapreventie

De legionellabacterie kan een zware longontsteking veroorzaken als je haar inademt met fijne waterdruppels. We moeten ze daarom absoluut

weren uit sanitaire waterinstallaties. Legionellapreventie is zéker noodzakelijk in ziekenhuizen, woonzorgcentra, hotels, wooncomplexen,

campings, scholen, zwembaden, sportclubs … Voor al die plaatsen waar veilig warm water essentieel is, biedt de nieuwe Caleffi LEGIOMIX ® evo

de geknipte oplossing. Floris van ’t Verlaat, technical & OEM manager bij Caleffi, vertelt hoe dit elektronisch mengventiel werkt en wat het zo

speciaal maakt.

Tekst Sara Dekesel |

Beeld Caleffi

De LEGIOMIX®evo werd op ISH 2025 in primeur voorgesteld en genomineerd voor de Design Plus-award.

32 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Op de Caleffi Cloud en in de Caleffi View-app kunnen alle installaties met een LEGIOMIX®evo worden gemonitord en bijgeregeld.

“Vooral in kleinere installaties, zoals bij de lokale

voetbalclub, wordt er meestal met een thermostatisch

mengventiel voor gezorgd dat de mengtemperatuur

van de circulatieleiding hoog is zodat het

water niet onder de 50 à 55 °C duikt bij de retour.

Een keer per jaar wordt dat gecontroleerd en als

dit dan oké is, gaan ze ervan uit dat dit het hele

jaar zo is. Maar hoe zeker ben je daar dan van?”,

vraagt Floris ’t Verlaat zich retorisch af. “Op plaatsen

waar ze meer aandacht besteden aan legionellapreventie,

gaan ze dan weer water op heel hoge

temperaturen continu laten circuleren. Dat is wel

veilig, maar ook energieverslindend. Daarom wordt

de circulatiepomp soms handmatig uitgezet tijdens

periodes waarin niet gedoucht wordt.”

Veiligheid en zuinigheid verzekerd

Hoe het beter kan? Dat vertelt van Floris van ’t

Verlaat ons graag: “De LEGIOMIX ® is een elektronisch

mengventiel dat je kan programmeren

voor automatische thermische desinfectie van het

water in de circulatieleidingen. Via ingebouwde

sensoren controleert het voortdurend de meng- en

retourtemperatuur. De rapportage kan je zowel

lokaal consulteren als via het gebouwbeheersysteem.

Zo kan je altijd zien of de bacteriedodende

temperatuur bereikt werd. Je kan bijvoorbeeld ook

tijdspannes instellen waarin de circulatiepomp

niet moet draaien. Zo bespaar je energie, maar

wél met de zekerheid dat er circulatie is als het

nodig is.”

Monitoring en regeling

vanop afstand

Met de nieuwe LEGIOMIX ® evo gaat Caleffi nog

een stap verder. “Deze versie kan communiceren

met de Caleffi Cloud. Je kan dus niet alleen op het

ledscherm in de installatie de rapportage en historiek

bekijken en instellingen aanpassen, maar ook

vanop afstand, op je laptop of pc, of op je smartphone

met de Caleffi View-app. Als je meerdere

installaties beheert met een LEGIOMIX ® evo kan je

die allemaal zo opvolgen en regelen”, aldus de

technical & OEM manager.

Tot op de graad en de

minuut nauwkeurig

“Dankzij de verzameling van al die precieze

data kan je met de LEGIOMIX ® evo

de watertemperatuur nauwgezet monitoren

en regelen, tot op de graad en tot

op de minuut. Zonder dit toestel wordt

de mengtemperatuur vaak te hoog ingesteld

om er zeker van te zijn dat de

retourtemperatuur altijd hoog genoeg

is. Dankzij de constante

monitoring en historiek via de

LEGIOMIX ® evo is dat niet nodig.

En dat levert direct een energiebesparing

op. Het is een heel

kostenefficiënte oplossing in vergelijking

met andere soortgelijke mengventielen, die

maximale zekerheid biedt op het vlak van legionellapreventie.

Het mengventiel is eenvoudig te

plaatsen en als er ergens geen internet is, kan

je het ook uitlezen via een USB-poort. Natuurlijk

zijn onze technici ook voor dit toestel altijd

beschikbaar voor ondersteuning”, besluit Floris

van ’t Verlaat. ❚

De LEGIOMIX®evo is een

geavanceerd elektronisch

mengventiel voor

kwalitatief hoogstaande

legionellapreventie

in sanitaire

warmwatersystemen.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 33


Nieuwe generatie waterfilters voor

optimale drinkwaterkwaliteit

Europese en Belgische regelgeving rond drinkwaterkwaliteit – vooral met betrekking tot lood in leidingen – is volop in beweging. De nieuwe

generatie loodvrije waterfilters van Resideo liggen nu reeds volledig in lijn met de bepalingen in de toekomstige drinkwaterregelgeving.

Tekst & beeld Resideo

Een van de nieuwe filters die voldoen aan toekomstige drinkwaterregelgeving.

34 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Resideo onthulde de nieuwe serie loodvrije waterfilters

vorig jaar op de internationale vakbeurs

ISH in Frankfurt am Main. De filters, ontwikkeld

door experten met tientallen jaren ervaring op

het vlak van waterfilters, zijn bedoeld om elk

huishouden te voorzien van effectieve drinkwaterfiltratie.

Vanzelfsprekend voldoen de filters

aan de specifieke veiligheidsvoorschriften waaraan

Belgische en Europese installateurs zich

moeten houden. Denk bijvoorbeeld aan de minimumnormen

voor materialen, inclusief loodbevattende,

die in contact komen met drinkwater.

Maar Resideo garandeert eveneens dat de filters

ook voldoen aan toekomstige drinkwaterregelgeving.

Aanpassingen zitten er immers aan te

komen, in de vorm van verstrengingen.

Drinking Water Directive gewijzigd

Het stellen van steeds strengere eisen aan materialen

van waterproducten gebeurt in de hele

Europese Unie. Een belangrijke reden hiervoor

zijn nieuwe wijzigingen in de Europese Drinking

Water Directive (DWD) ofte drinkwaterrichtlijn.

Deze wijzigingen stellen strengere limieten voor

het maximaal toegestane loodgehalte in het waterproduct.

Dat gehalte kan, afhankelijk van de samenstelling

van het materiaal, dalen tot een concentratie

van slechts 0,05 massapercentage lood.

Ons land behoort niet tot de beste leerlingen van

de klas. Lood blijft de parameter met de meeste

normoverschrijdingen in Belgisch drinkwater, zo

blijkt uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij.

In 2024 overschreed in Vlaanderen 2,18% van

de gemeten loodconcentraties de norm, wat het

hoogste normoverschrijdingspercentage is van

alle gemeten parameters aan de kraan.

2,18% van alle metingen klinkt misschien als een

klein percentage, maar de gevolgen zijn niet gering.

Lood in drinkwater kan zelfs in kleine hoeveelheden

schade toebrengen aan het lichaam.

Het stapelt zich op en tast organen en het zenuwstelsel

aan. Baby's en jonge kinderen zijn het

meest kwetsbaar, omdat hun zenuwstelsel nog

volop in ontwikkeling is.

Geïntegreerd schoepenwiel

“Onze nieuwe serie is ontwikkeld en geproduceerd

in Europa volgens onze hoge kwaliteits- en

technische precisienormen”, vertelt Peter Raes,

country sales leader Benelux bij Resideo. “Dankzij

onze end-to-end controle van het productieproces

borgen we de kwaliteit in elke fase van de productie.

Op die manier kunnen installateurs erop vertrouwen

dat ze hun klanten met de filters de juiste

oplossing bieden om huishoudelijke waterinstallaties

en apparaten te beschermen en tegelijk te

voldoen aan de wettelijke vereisten.”

De drinkwaterfilters bevatten een geïntegreerd

schoepenwiel dat zorgt voor een gelijkmatige en

gecontroleerde doorstroming door het filtermedium

– de zogeheten Impeller-technologie – en

zorgen voor een efficiënte, consistente reiniging

waarop installateurs en gebruikers kunnen vertrouwen.

Andere belangrijke kenmerken zijn onder

meer een terugspoelbaar filter voor onderhoudsarm

gebruik. Sommige filtertypes hebben ook

een drukreduceerventiel. Ook is er een combinatie

waarbij achteraf optioneel een automatische

terugspoeleenheid kan worden gemonteerd voor

extra gemak.

Daarnaast biedt Resideo de HS10S-LF, een huishoudelijk

waterstation dat verschillende functies

combineert, zoals een terugslagklep met testuitlaat,

een terugspoelbaar fijnfilter, een drukreduceerventiel

en een afsluitklep.

Meer informatie over het nieuwe assortiment

loodvrije waterfilters van Resideo is te vinden op

de website van de fabrikant. Ook in de Resideo

Academy of met de Resideo Academy-app leer je

alles over de nieuwe producten. ❚

De HS10S-LF van Resideo, een huishoudelijk waterstation

dat verschillende functies combineert, zoals een

terugslagklep met testuitlaat, een terugspoelbaar

fijnfilter, een drukreduceerventiel en een afsluitklep.

De nieuwe filters, waaronder deze,

werden vorig jaar voorgesteld op de

vakbeurs ISH in Frankfurt am Main.

‘Installateurs

kunnen erop

vertrouwen dat ze

hun klanten met

de filters de juiste

oplossing bieden

om huishoudelijke

waterinstallaties

en apparaten te

beschermen zoals

wettelijk vereist’

INSTALLATIEENBOUW.BE | 35


GERENOMMEERDE GROOTHANDEL BREIDT

ASSORTIMENT SPLITSYSTEMEN VOOR

RESIDENTIËLE AIRCO UIT MET A-MERK

Rexel Belgium, groothandel in elektrische materialen en energieoplossingen, breidde zijn assortiment splitsystemen voor residentiële airconditioning

onlangs uit met oplossingen van LG. Dat merk bekleedt een prominente positie in de aircowereld en wordt algemeen beschouwd als

een A-merk.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Rexel Belgium

Tot voor kort bestond het Rexel-gamma splitsystemen

voor residentiële airco enkel uit oplossingen

van Kaysun en Midea. Met de LG-oplossingen komen

daar nu dus toestellen van een A-merk bij.

“Almaar warmere zomers en woningen die steeds

beter geïsoleerd zijn, zorgen ervoor dat airco aan

belang wint. Daarom vonden we het opportuun

dat we onze klanten voor residentiële airco ook

splitsystemen van een A-merk konden aanbieden”,

vertelt Steven Leeten, sales manager multi

energy bij Rexel Belgium. “LG staat garant voor

uitstekende prestaties, degelijke kwaliteit, een

mooi design en een hoge energiezuinigheid, onder

meer dankzij AI-gestuurde technologie.”

Bredere evolutie

Opvallend: Rexel benadert airconditioning niet

langer louter als koeloplossing. De uitbreiding

past in een bredere evolutie waarbij lucht-luchtwarmtepompen

steeds vaker deel uitmaken van

het totale energieconcept van een woning. “De

zachtere winters spelen daarin een belangrijke

rol”, aldus Steven Leeten. “Een splitairco is in

essentie een lucht-luchtwarmtepomp. Bij milde

buitentemperaturen kan die perfect instaan voor

verwarming. In de praktijk zien we dat zo’n systeem

steeds vaker volstaat tijdens grote delen van

het jaar.”

De link met zonnepanelen versterkt dat verhaal.

“Waar eigenaars vroeger vooral focusten op injectie

van overtollige stroom, groeit vandaag het

besef dat lokaal verbruik interessanter is. Een

splitairco biedt daar een concreet antwoord op”,

legt de sales manager multi energy uit. “Tijdens

zonnige periodes kan het systeem de opgewekte

elektriciteit rechtstreeks benutten voor koeling,

waardoor de energiekost beperkt blijft en het

rendement van de zonnepanelen stijgt. In de

Bij milde buitentemperaturen kan een splitairco perfect instaan voor verwarming.

36 | INSTALLATIEENBOUW.BE


tussenseizoenen ontstaat een gelijkaardige logica:

de combinatie van zonne-opbrengst en de

splitairco maakt het mogelijk om te verwarmen

zonder de klassieke installatie aan te spreken.

Zeker wanneer die nog op fossiele brandstoffen

draait, vertaalt zich dat rechtstreeks in een

lagere energiefactuur.” In sommige configuraties

gaat de integratie volgens Steven Leeten nog een

stap verder: “De restwarmte van de buitenunit

kan bijvoorbeeld benut worden om een boiler

op te laden, waardoor ook sanitair warm water

gedeeltelijk mee profiteert van het systeem. Het

illustreert hoe de grenzen tussen afzonderlijke

technieken steeds verder vervagen.”

De binnenunit van een splitairco van LG die vanaf

nu bij Rexel Belgium verkrijgbaar is.

Koeltechnische opstart als dienst

Omdat niet elke HVAC-installateur beschikt over

een koeltechnisch certificaat om een splitsysteem

De buitenunit van een split-airco van LG die Rexel Belgium voortaan aanbiedt.

voor airco te mogen opstarten, biedt Rexel Belgium

voor al zijn splitsystemen ook een koeltechnische

opstart aan. “Via ons e-commerceplatform

Netstore kunnen installateurs niet alleen eenvoudig

een volledige installatie samenstellen, maar

ook meteen een aansluiting en opstart aanvragen”,

vertelt Steven Leeten daarover. “Netstore bevat

overigens ook een installatiegids voor airco’s

die alle installatiestappen weergeeft.”

Monoblocsystemen

Uiteraard kan je bij Rexel Belgium ook terecht

voor monoblocsystemen voor airco. “In sommige

situaties is een klassieke splitopstelling niet haalbaar,

bijvoorbeeld wanneer een buitenunit stedenbouwkundig

of praktisch niet geplaatst kan

worden”, aldus Steven Leeten. “Met de monoblocsystemen

van Innova bieden we in dat soort situaties

toch een volwaardig alternatief. Zo zorgen we

ervoor dat installateurs, ongeacht de context, altijd

een passende oplossing kunnen voorstellen.”

Kortom, met die combinatie van klassieke splitoplossingen

van A- en B-merken, monoblocsystemen

en bijkomende ondersteuning voor installatie en

opstart zorgt Rexel ervoor dat installateurs op

het vlak van airco per project de meest geschikte

‘Almaar warmere zomers en woningen die

steeds beter geïsoleerd zijn, zorgen ervoor

dat airco aan belang wint’

keuze kunnen maken, zonder dat praktische of

technische drempels de doorslag geven. “Of het

nu gaat om een standaardtoepassing of een complexere

situatie: we willen dat installateurs altijd

een oplossing kunnen aanbieden die technisch

klopt én praktisch haalbaar is”, vat Steven Leeten

het samen. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 37


EVENT SLIM LADEN

04.06.2026 I 12 - 17u I Technopolis

Slim laden in de praktijk

De evolutie naar een versnelde elektrificatie brengt heel wat

uitdagingen met zich mee, vooral op het vlak van laadinfrastructuur.

Met dit event, georganiseerd door Techlink, willen we de

opportuniteiten, noden en verwachtingen voor installateurs

in kaart brengen. Want slim laden betekent ook de kansen voor de

installateur slim benutten.

Via praktijkcases tonen we concrete voordelen concrete

voordelen voor bedrijven en steden,

IK SCHRIJF ME IN! terwijl we installateurs de nodige

expertise bieden voor de integratie van

slimme laadpalen en laadhubs.

Deelname aan dit event is GRATIS.

Dit event kadert in het COOCK SE- MoRE project en wordt gesubsidieerd door VLAIO.


URINOIR

EN

RVS

Het perfecte eco-duo

HET URINOIR, ONMISBAAR

VOOR DUURZAAM SANITAIR!

Het urinoir is eenvoudig te installeren, verbruikt 7 keer

minder water dan een toilet en neemt slechts de helft

van de ruimte in. Wat ooit uit de mode was, maakt dankzij

zijn duurzaamheid vandaag een comeback.

Met de combinatie van de TEMPOMATIC 4 kraan en het

FINO urinoir in rvs kiest u voor:

Een elegant en tijdloos design

Een uiterst waterbesparende installatie

De stevigheid en recycleerbaarheid van rvs

Ref. 430000 Ref. 135710

delabiebenelux.com

GARANTIE

JAAR

JAAR

HERSTELGARANTIE

Naamloos-3 1 14-04-2026 14:09


VLOERVERWARMING: COMFORT EN RENDEMENT VEREISEN SYSTEEMBEHEERSING

Lage temperatuur stelt hoge

ontwerpeisen

Vloerverwarming is niet langer een aanvullende comfortvoorziening, maar in nieuwbouw en steeds vaker ook in renovatie het primaire afgiftesysteem.

Dat is logisch: lage aanvoertemperaturen sluiten optimaal aan bij warmtepompen en leveren een gelijkmatige warmteverdeling.

Tekst Christobal van Leeuwen | Beeld Pexels en Vecteezy

Maar lagetemperatuurverwarming stelt hoge

eisen. Wie vloerverwarming ontwerpt als standaardproduct,

creëert vroeg of laat comfortklachten

of rendementsverlies. Het verschil wordt gemaakt

in het ontwerp, de hydraulische balans en

de regeling.

Ontwerpen begint bij warmteverlies

Een professioneel ontwerp start met een warmteverliesberekening

per ruimte. Pas daarna volgen

buisafstand, kringlengtes en watertemperaturen.

Niet andersom. De keuze tussen hoofdverwarming,

bijverwarming of gecombineerd verwarmen

en koelen bepaalt de dimensionering. Daarbij

moet worden uitgegaan van een realistische – en

thermisch ongunstige – vloerafwerking. Ontwerpen

op basis van een blijvende tegelvloer is risicovol.

Bij latere toepassing van parket of tapijt stijgt

de benodigde aanvoertemperatuur, met directe

gevolgen voor het rendement van warmtepompen

en condensatieketels. Rendement wordt bepaald

in de ontwerpfase.

‘Wie lage

temperatuur toepast,

moet het totale

systeem beheersen’

Ontwerp op comfortgrenzen, niet op maximale oppervlaktetemperaturen.

Buisafstand en opbouw

zijn bepalend

De buisafstand is geen uitvoeringsdetail maar een

comfortparameter. Te grote hart-op-hartafstanden

veroorzaken zogeheten temperatuurstrepen en

40 | INSTALLATIEENBOUW.BE


onvoldoende afgifte. Te kleine afstanden verhogen

materiaalgebruik en pompvermogen zonder

proportioneel comfortvoordeel. In woon- en kantoorruimten

geldt circa 30 cm als bovengrens, in

badkamers en comfortzones worden de buizen

dichter op elkaar gelegd.

Ook de vloeropbouw beïnvloedt het systeemgedrag.

Natte systemen leveren thermische massa

en stabiliteit, maar reageren traag. Droogbouwen

renovatiesystemen reageren sneller, maar

vereisen nauwkeurige afstemming tussen warmteverdeling,

afwerking en regeling. Inslijpen in

bestaande chape is functioneel, mits de vloeropbouw

geschikt is en voldoende dekking biedt.

Hoe lichter de opbouw, hoe groter de invloed van

regeling en vloerafwerking op het eindresultaat.

Comfort kent grenzen

Vloerverwarming levert stralingscomfort, maar

binnen fysische randvoorwaarden. Volgens EN

1264 wordt voor normaal bezette ruimten doorgaans

een maximale vloeroppervlaktetemperatuur

van 29 °C aangehouden (bij 20 °C ruimtetemperatuur).

Hogere temperaturen vergroten

de kans op discomfort en schade aan vloerafwerkingen.

Ontwerpen op maximale temperatuur is

symptoombestrijding; ontwerpen op comfortgrenzen

is systeemdenken.

De R-waarde stuurt het rendement

De thermische weerstand van de vloerafwerking

is rechtstreeks van invloed op de benodigde watertemperatuur.

In de praktijk wordt voor woningen

vaak een maximale R-waarde van circa 0,15

m²K/W als richtwaarde gehanteerd. Een hogere

R-waarde dwingt tot hogere aanvoertemperaturen

en verlaagt de efficiëntie van warmtepompen.

Bij gecombineerde vloerkoeling beperkt een

hogere weerstand bovendien het koelvermogen.

De keuze van de vloerafwerking is dus een belangrijke

installatieparameter.

Hier ontstaat rendementsverlies

Comfortklachten ontstaan zelden door de buis

zelf, maar vrijwel altijd door slechte systeeminstellingen,

denk aan onjuiste debieten per kring, een

verkeerd ingestelde stooklijn of mengregeling of

ontbrekende hydraulische balans.

Bij warmtepompen is stabiel laagtemperatuurbedrijf

essentieel. Piekbedrijf ondermijnt het rendement.

Zoneregeling kan het comfort verhogen,

maar alleen wanneer het hydraulisch ontwerp en

de kringindeling daarop zijn afgestemd. Inregeling

is geen opleverformaliteit, maar onderdeel

van het systeemontwerp.

Koelen vraagt beheersing

van het dauwpunt

Vloerverwarming wordt steeds vaker toegepast

Zoneregeling kan het comfort verhogen, maar vereist voldoende groepen per ruimte

en een regelstrategie die past bij de thermische traagheid van het systeem.

voor zowel verwarmen als koelen. De norm EN

1264 behandelt beide toepassingen.

Bij koeling verschuift het risico van comfort naar

condensatie. Zonder dauwpuntbewaking kan vocht

neerslaan op of in de vloerconstructie. Een adequaat

regel- en beveiligingssysteem is daarom noodzakelijk.

In goed geïsoleerde gebouwen kan vloerkoeling

een zinvolle bijdrage leveren aan het zomercomfort,

maar het blijft comfortkoeling en geen volwaardige

vervanging voor actieve luchtkoeling. In veel situaties

is aanvullende ventilatie of ontvochtiging noodzakelijk

om veilig te kunnen koelen.

Compacte technische

ruimten en legionella

In renovatie en nieuwbouw worden vloerverwarmingscollectoren

vaak geplaatst in compacte technische

ruimten, soms gecombineerd met warmtepomp

en boiler. Onder de juiste voorwaarden leidt

dit niet tot een verhoogd legionellarisico.

Die voorwaarden zijn duidelijk: aanvoertemperaturen

onder 35 °C, voldoende afstand tussen

koud- en warmwaterleidingen en een ventilatie

die de ruimtetemperatuur beperkt houdt. De indeling

van de technische ruimte maakt daarmee

deel uit van het integrale ontwerp.

Niet de buis, maar het systeem

Vloerverwarming is geen standaardcomponent

maar een integraal systeem. Comfort en rendement

worden niet bepaald door de leiding in de

vloer, maar door ontwerpkeuzes, hydraulische balans

en regelstrategie.

Wie lage temperatuur toepast, moet het totale

systeem beheersen. Alleen dan zijn comfort en

rendement daadwerkelijk in balans. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 41


BEKENDE SILICONENKIT ZET AL 50 JAAR

DE TOON

Toen Soudal halverwege de jaren zeventig met silicone op de markt kwam, was dat allesbehalve evident. Het afdichten van voegen gebeurde

toen nog met stopverf, dat was de norm. Toch bleek de zet visionair: de kitten lieten zich gemakkelijker verwerken, boden meer flexibiliteit en

gingen langer mee. Vijftig jaar later is Silirub uitgegroeid tot een vaste waarde op de werf – ook in sanitaire toepassingen.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Soudal

De eerste gebruikers kwamen uit de glaswereld,

maar al snel volgden andere vakgroepen. Het kantelpunt?

Toen ook traditionele producenten van

stopverf het product wilden verdelen, werd duidelijk

dat silicone niet langer een nicheoplossing was.

Silirub evolueerde sindsdien tot een breed inzetbaar

gamma voor voegafdichting, geschikt voor uiteenlopende

toepassingen, van beglazing en gevels

tot sanitair en interieurafwerking. Silirub-siliconen

hechten dan ook op zowat elke ondergrond. En ze

doen dat betrouwbaar: ze vangen bewegingen op,

blijven stabiel bij temperatuurschommelingen en

behouden hun werking in vochtige omgevingen.

Dankzij hun weer- en uv-bestendigheid functioneren

ze bovendien ook buiten.

42 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Constante optimalisatie

De samenstelling van de Silirub-siliconen evolueerde

wel door de jaren heen, vooral om de

verwerkbaarheid nog verder te optimaliseren en

de impact op de gebruiker te verkleinen. Zo zijn

de Silirub-kitten vandaag geurarm en hebben ze

een lagere emissie – zaken die zorgen voor een

betere binnenluchtkwaliteit. Ook op het vlak van

verpakking werd geoptimaliseerd, met deels gerecycleerde

kokers.

Een kit voor elke

sanitaire toepassing

Binnen het brede toepassingsgebied van Silirub

neemt sanitair vandaag een uitgesproken

plaats in. Logisch: voegen in badkamers, keukens

of andere vochtige ruimtes krijgen het

zwaar te verduren. Ze moeten om kunnen met

waterbelasting, luchtvochtigheid en temperatuurwisselingen.

De omstandigheden verschillen

bovendien per ruimte: in een keuken komen

de voegen slechts sporadisch in contact met

water, in een badkamer dagdagelijks. En de

temperatuur in de keuken is vaak constanter

dan die in de badkamer. Voor residentiële toepassingen

biedt het Silirub-gamma kitten die

vlot te verwerken zijn en bescherming bieden

tegen schimmelvorming. Voor professionele

contexten, waar prestaties op lange termijn nog

doorslaggevender zijn, voorziet het assortiment

in nog meer gespecialiseerde oplossingen.

Zo is Silirub 2S een sanitairkit die hecht op uiteenlopende

materialen en frequent wordt toegepast

in badkamers waar zowel technische als esthetische

eisen spelen. Voor situaties waar een sterkere

hechting op aluminium of gelakte oppervlakken

vereist is, biedt Silirub+ S8100 een alternatief met

een iets stevigere consistentie. Silirub+ S8100

is geschikt voor aansluitingen tussen wand en

bad- of douche-elementen, maar ook voor toepassingen

in keukens of vochtige vloerafwerkingen.

Voor projecten met natuursteen, zoals marmer of

arduin, is er dan weer Silirub MA. Die kit voorkomt

verkleuring van de natuursteen en maakt tegelijk

een verzorgde afwerking mogelijk. Silirub MA is

ook geschikt voor niet-sanitaire toepassingen.

Silirub+ S8800 wordt voor gelijkaardige toepassingen

gebruikt als Silirub MA, maar voelt bij het

aanbrengen iets steviger aan. Silirub+ S8800

speelt bovendien in op de vraag naar matte afwerkingen.

Van alternatief tot referentie

Het mag duidelijk zijn: vijftig jaar na zijn introductie

staat Silirub vooral symbool voor een

doorgedreven specialisatie binnen een productcategorie

die lange tijd als vanzelfsprekend werd

beschouwd. Wat begon als een vernieuwend alternatief

voor stopverf, evolueerde tot een technisch

onderbouwd en gedifferentieerd gamma dat

inspeelt op uiteenlopende situaties op de werf.

Die voortdurende verfijning – in samenstelling,

verwerkbaarheid en afstemming op specifieke toepassingen

– maakt dat Silirub vandaag mee bepaalt

hoe voegen op de werf worden afgedicht. ❚

De samenstelling

van de siliconen

evolueerde door de

jaren heen, vooral om

de verwerkbaarheid

verder te

optimaliseren en

de impact op de

gebruiker te verkleinen

Het Soudal-team eind jaren tachtig voor hun toenmalige

vestiging op de Antwerpse Ossenmarkt.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 43


Laat je omringen

door onze kracht

en expertise.

We verdedigen jouw belangen op

Europees, nationaal en regionaal

niveau.

De Frixis vakvereniging voor HVACR professionals staat in

elke situatie met raad en daad tot jouw dienst. Ontdek onze

unieke meerwaarde op frixis.be

Industrielaan 4, B-9320 Aalst

www.frixis.be

Je krijgt exclusieve toegang tot een

uitgebreide databank met info,

modeldocumenten en tools.

Je blijft voorop lopen dankzij onze

ondersteuning, updates en

ledenvoordelen.


EXCLUSIEVE VERDELER

ThermoCooler HP

De unieke oplossing om te koelen en te verwarmen zonder enige ontdooicycli?

De ThermoCooler HP van het Zweedse merk IV Produkt!

De ThermoCooler, een geïntegreerde omkeerbare DX-warmtepomp met een traploze

sturing. Beschikbaar voor het volledige Envistar-assortiment van IV Produkt.

Envistar Top met ThermoCooler HP

De voordelen:

Hogere betrouwbaarheid

Langere levensduur

Geen ontdooicyclus dankzij de unieke positie

van de condensor en verdamper

100% op maat gemaakte units, dus ook 100%

Plug & Play, wat zorgt voor lagere installatiekost

Maximale energie-efficiëntie

Geen koeltechnische handelingen op de werf

Lokale service in België via AirX

Meer informatie?

Contacteer ons en wij informeren u graag!

info@airx.be

www.airx.be


DOSSIER VENTILATIE

VENTILATIE: WAAR HET IN DE PRAKTIJK AL

EENS MISLOOPT

Ventilatie geldt vandaag als evident in de bouwsector. Ze zit vervat in regelgeving, wordt standaard doorgerekend in EPB en het aanbod aan

systemen blijft groeien. Toch betekent dat niet automatisch dat elk ventilatiesysteem ook functioneert zoals bedoeld. Niet structureel, wel vaak

genoeg om alert te blijven. Waar loopt het in de praktijk soms mis?

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Pixabay

Een eerste aandachtspunt ligt bij het ontwerp.

Dat vertrekt idealiter vanuit het gebouw en de

manier waarop het gebruikt wordt. Echter, in de

praktijk ligt de keuze voor een bepaald ventilatiesysteem

soms al vast nog vóór het ventilatieontwerp

echt uitgewerkt wordt. Dat hoeft geen

probleem te zijn, zolang alles correct wordt vertaald

naar de concrete uitwerking. Maar net daar

sluipen soms onnauwkeurigheden in: een traject

dat net iets minder logisch is, een toestel dat niet

afgestemd is op de gevraagde luchtdebieten …

Zelfs als het systeem globaal juist gedimensioneerd

is, blijft een goede verdeling van de lucht

niet vanzelfsprekend. Lucht volgt nu eenmaal de

weg van de minste weerstand: kleine verschillen

in kanaallengte, bochten of plaatsingsfouten

verstoren de luchtverdeling. Een nauwkeurige inregeling

en het gebruik van componenten die de

debieten actief in balans houden, zijn daarom een

tweede aandachtspunt om een goede luchtverdeling

te waarborgen. In de praktijk komt het echter

voor dat een inregeling oppervlakkig gebeurt – er

wordt bijvoorbeeld enkel op de hoofdkanalen gefocust

– of zelfs helemaal niet. En de genoemde

optimaliserende componenten worden ook zeker

niet altijd en overal geplaatst. Partijen zoals AirX

(zie een ander artikel in dit nummer, red.) proberen

daar expliciet iets aan te doen.

Op gebouwniveau vertaalt een foutief gedimensioneerd

of een correct gedimensioneerd maar

slecht ingeregeld ventilatiesysteem zich in structurele

onder- en overventilatie. Opvallend is dat

beide situaties – te weinig en te veel ventileren

– soms in een en hetzelfde gebouw voorkomen.

Globaal lijkt het systeem in dat geval correct te

functioneren, maar lokaal ontstaan verschillen.

In bepaalde ruimtes blijft het benauwd, terwijl

elders continu te veel lucht circuleert.

Onder- of overventilatie

Is er sprake van onderventilatie, waarbij het volledige

gebouw dus structureel te weinig verse lucht

krijgt, ontstaat een binnenklimaat dat op termijn

problematisch wordt. Ten eerste stapelt vocht

zich dan op met schimmelvorming als gevolg. In

woningen blijft dat soms beperkt tot geurhinder,

maar zeker in grotere gebouwen kan het echt leiden

tot reële schade. Ten tweede lopen dan ook

de CO 2

-concentraties op, wat zich vertaalt in een

verminderde luchtkwaliteit en comfortklachten.

Overventilatie is minder zichtbaar, maar daarom

geen kleiner probleem. Wanneer een systeem continu

meer lucht verplaatst dan nodig, stijgt het

energieverbruik zonder dat daar een comfortwinst

tegenover staat. Warmte wordt afgevoerd, ventilatoren

draaien harder dan nodig en het rendement

van het systeem daalt. In tijden waarin energie-

Wanneer een ventilatiesysteem continu meer lucht verplaatst dan nodig, stijgt

het energieverbruik zonder dat daar een comfortwinst tegenover staat.

46 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER VENTILATIE

Zelfs als het systeem globaal juist

gedimensioneerd is, blijft een goede

verdeling van de lucht niet vanzelfsprekend

prestaties steeds scherper worden opgevolgd, is

dat geen detail. Het ondermijnt rechtstreeks de

beoogde efficiëntie van een gebouw.

In beide gevallen – onderventilatie en overventilatie

– is er waarschijnlijk ook sprake van akoestische

klachten. Een ventilatiesysteem dat niet

correct geplaatst of ingeregeld is, laat zich horen:

ventilatoren die brommen, luchtstromen die beginnen

te suizen of roosters die fluiten … Vaak zorgen

die geluiden ervoor dat de gebruikers het debiet

verlagen of het systeem volledig uitschakelen,

wat de problemen natuurlijk alleen maar vergroot.

Aansprakelijkheid:

moeilijke kwestie

Vochtproblemen, schimmelvorming, geluidsoverlast

of een tegenvallende energieprestatie leiden

al snel tot de vraag waar het misgelopen is. Lag

het aan het ontwerp? Aan de uitvoering? Of aan

het gebruik? Er ontstaat met andere woorden

discussie over wie nu juist moet opdraaien voor

het slecht functioneren van het ventilatiesysteem.

In de praktijk blijkt dat het aanduiden

van een verantwoordelijke vaak moeilijk is. Het

slecht functioneren is immers dikwijls te wijten

aan een samenspel van keuzes en handelingen

verspreid over verschillende partijen. Een ontwerp

dat net niet optimaal is, een uitvoering

die kleine afwijkingen bevat, een inregeling

die onvoldoende diepgaand gebeurt of een

gebruiker die het systeem anders gebruikt dan

voorzien: elk van die elementen op zich lijkt beperkt,

maar samen bepalen ze wel het eindresultaat.

Precies omdat ventilatie zo afhankelijk

is van die keten, ontstaat er in geval van problemen

zelden een eenduidig antwoord. Dat

maakt het onderwerp niet alleen technisch,

maar ook contractueel en juridisch relevanter

dan vaak wordt aangenomen.

Nuancering is op zijn plaats

Laat ons evenwel ook benadrukken: ventilatie

werkt in de meeste gebouwen zonder noemenswaardige

problemen. Die nuancering is zeker

op haar plaats. Alleen mag ons dat dus niet

doen vergeten hoe gevoelig ventilatie is voor

kleine afwijkingen. Wat op papier klopt, vertaalt

zich in de praktijk alleen naar goede prestaties

wanneer ontwerp, plaatsing, inregeling en gebruik

op elkaar afgestemd zijn. Het draait dus

niet enkel om performante technologie, maar

om de mate waarin alle schakels in de keten

effectief op elkaar aansluiten. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 47


48 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER VENTILATIE

Ventilatie in kleine ruimtes?

Drie compacte oplossingen

Vlaamse nieuwbouwwoningen worden compacter en renovaties leiden steeds vaker tot compactere woonvolumes. De technische ruimte

krimpt daardoor, en ontbreekt soms helemaal. DUCO ontwikkelde drie ventilatie-units die daar een antwoorde op bieden: de DucoBox Energy

Comfort (Plus) D250, de DucoBox Reno en de DucoBox Energy Sky.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld DUCO

De DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 en

DucoBox Energy Sky zijn balansventilatie-units

(systeem D) met warmterecuperatie: ventilatoren

regelen zowel luchttoevoer als -afvoer. De Duco-

Box Reno zorgt voor ventilatie van het type C,

waarbij enkel de afvoer mechanisch gebeurt en

verse lucht via roosters binnenkomt. Bij de ontwikkeling

van elk toestel vertrok DUCO vanuit hetzelfde

uitgangspunt: voldoende ventilatiecapaciteit

combineren met een beperkte installatieruimte.

De drie toestellen zijn

vrucht van dezelfde

ontwerpfilosofie:

ventilatie moet zich

aanpassen aan het

gebouw en niet

omgekeerd

Systeem D in nieuwbouw:

volwaardige ventilatie zonder

technische ruimte

De DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 meet

560 x 670 x 491 mm. Dat laat toe de unit te integreren

in een kastenwand, een berging of zelfs boven

een wasmachine. Voor een ventilatiesysteem

met de DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 is

een aparte technische ruimte dan ook niet nodig.

Het ventilatietoestel met warmteterugwinning

levert een debiet van 250 m³/h bij 150 Pa.

Dankzij automatische inregeling en een kopieerfunctie

voeren installateurs de afregeling van de

DucoBox Energy Comfort (Plus) D250 aanzienlijk

De DucoBox Energy Sky vindt altijd een plek,

ook in technische ruimtes die al gevuld zijn met

warmtepompen, boilers en elektrische installaties.

sneller uit, wat de installatietijd sterk reduceert.

Kort samengevat: een volwaardige systeem-Doplossing,

maar dan in een formaat dat perfect

aansluit bij compacte nieuwbouwprojecten.

Ventilatie zonder grote

ingrepen bij renovatie

In renovatieprojecten ligt de beschikbare ruimte

vaak vast en is het aanpassen van schachten en

kanalen meestal slechts beperkt mogelijk. Voor

die situaties ontwikkelde DUCO de DucoBox Reno,

met afmetingen 381 x 366 x 204 mm. Dankzij

die compacte bouw, met een inbouwhoogte van

dus slechts ongeveer 20 cm, vervangt de DucoBox

Reno bestaande ventilatieboxen zonder dat daar

ingrijpende bouwkundige aanpassingen voor nodig

zijn. De unit voor ventilatie van het type C

haalt een afvoerdebiet tot 325 m³/h bij 150 Pa.

Drie montageopties,

één compacte unit

De DucoBox Energy Sky meet 370 x 1.180 x 295

mm en weegt amper 19 kg – licht genoeg voor één

installateur. Dankzij de inbouwhoogte van slechts

30 cm en de flexibele montageopties – aan de

wand, aan het plafond of weggewerkt in een verlaagd

plafond – vindt dit toestel altijd een plek,

ook in technische ruimtes die al gevuld zijn met

warmtepompen, boilers en elektrische installaties.

De DucoBox Energy Sky haalt een ventilatiecapaciteit

van 275 m³/h bij 150 Pa.

De rode draad: ventilatie past

zich aan het gebouw aan

Kortom: hoewel de drie toestellen elk een eigen

toepassing hebben, zijn ze vrucht van dezelfde

ontwerpfilosofie: ventilatie moet zich aanpassen

aan het gebouw en niet omgekeerd. De units garanderen

dankzij hun specifieke vorm een gezond

binnenklimaat daar waar plaats schaars is – een

realiteit waar installateurs almaar meer mee geconfronteerd

worden. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 49


DOSSIER VENTILATIE

Expert in inregelen van ventilatiesystemen

biedt voortaan monitoringscontracten aan

voor eigen luchtgroepen

AirX uit Merelbeke-Melle is niet alleen gespecialiseerd in het inregelen, opstarten en opmeten van residentiële en niet-residentiële ventilatiesystemen,

het bedrijf is ook exclusief verdeler van IV Produkt, een Zweeds merk van modulaire en op maat gemaakte luchtbehandelingsunits

voor de niet-residentiële markt. Voor die luchtgroepen biedt de inregelspecialist sinds dit jaar monitoringcontracten aan. “We bekijken dan

elke zes maanden hoe het met de luchtgroep gesteld is en of er optimalisaties kunnen gebeuren”, vertelt Dirk Merken van AirX.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld AirX

AirX biedt de monitoringscontracten aan voor zijn IV Produkt-luchtgroepen.

50 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER VENTILATIE

AirX installeert zelf geen ventilatiesystemen,

maar zorgt ervoor dat ze correct functioneren. Het

belang daarvan mag niet onderschat worden:

slecht ingeregelde ventilatie-installaties leiden

vaak tot overmatig energieverbruik, geluidsoverlast

en comfortproblemen. AirX corrigeert dat

niet alleen achteraf, maar schuift steeds vaker al

aan in de ontwerpfase. Zo voorkomt het bedrijf

fouten zoals foutieve klepcombinaties of slecht

uitgewerkte leidingsplannen, die later dure ingrepen

vereisen. Naast die inregelactiviteiten

levert AirX ook op maat gemaakte luchtbehandelingskasten

van het Zweedse merk IV Produkt,

waarvan het exclusief verdeler is in België. Die

modulaire units, uitgerust met onder meer warmteterugwinningstechnologie

en energiezuinige

ventilatoren, worden per project samengesteld,

volledig voorgemonteerd geleverd en functioneren

plug-and-play. In combinatie met inregeling

en opmeting biedt AirX zo een totaalpakket voor

de installateur van ventilatiesystemen.

suggereren aan de installateur om het debiet in

het weekend te verlagen, wat energie-efficiënter

is. Dergelijke en andere optimalisaties kunnen wij

overigens vaak ook zelf vanop afstand uitvoeren.

Het grote voordeel is dat het nazicht vanop afstand

de installateur een verplaatsing bespaart.

De duurdere formule houdt ook in dat wij gedurende

de looptijd van het contract de luchtgroep

zelf twee keer fysiek gaan nakijken.”

Maar dat zijn niet de enige voordelen. Dirk Merken:

“Wanneer de periodieke controle uitwijst dat

er een onderdeel vervangen moet worden – filters

zijn een typisch voorbeeld – dan kunnen wij dat

meteen bestellen, wat ook resulteert in tijdswinst

voor de installateur.”

Loading: netwerk van

preferred partners

De monitoringscontracten, die aansluiten bij de

Europese BACS-regelgeving, die inzet op het monitoren

en optimaliseren van technische installaties

in niet-residentiële gebouwen, zijn niet de enige

nieuwigheid die AirX introduceert. Zo maakt het

bedrijf op dit moment ook volop werk van de uitbouw

van een netwerk van zogeheten preferred

partners. “Partners die met andere woorden structureel

met ons samenwerken voor het inregelen

van ventilatiesystemen en/of plaatsen van IV-Produkt-luchtgroepen

– al dan niet met monitoringscontract

– en waarmee we samen fundamenteel

kunnen bijdragen aan de energiezuinigheid van

gebouwen”, besluit Dirk Merken. ❚

De inregelspecialist gaat nu nog een stap verder,

met monitoringscontracten die het bedrijf sinds

begin dit jaar aanbiedt voor de IV Produkt-luchtgroepen.

“Zodat het totaalpakket eigenlijk een

totaalservice wordt”, begint Dirk Merken, medeoprichter

van AirX, te vertellen.

Twee formules

Hij legt uit wat zo’n contract, met een looptijd van

vijf jaar, precies inhoudt. “Wanneer een installateur

zo’n contract tekent, dan gaan wij elke zes

maanden bekijken hoe het met de luchtgroep gesteld

is en of er optimalisaties nodig zijn. Elke IV

Produkt-luchtgroep is uitgerust met een Siemensregeling

met Modbus-gestuurde sensoren en bijbehorend

cloudplatform, die ervoor zorgen dat we

die monitoring vanop afstand kunnen doen. Elke

controle resulteert in een beknopt rapport met

concrete aandachtspunten en voorgestelde optimalisaties,

waarmee de installateur gericht aan

de slag kan. Het is dus een dienst waar de installateur

of een onderhoudsfirma gebruik van kan

maken voor het onderhoud van de luchtgroep.”

De installateur – uitzonderlijk kan trouwens ook

de eindgebruiker contractpartij zijn – heeft keuze

uit twee contractformules – heeft keuze uit twee

contractformules. “De goedkoopste formule houdt

in dat wij elke zes maanden de monitoringsdata

live opvolgen. Een momentopname dus. Wordt

gekozen voor de duurdere formule, dan wordt alle

monitoringsgegevens bijgehouden en opgeslagen

op een server in Zweden en gaan we elke zes

maanden kijken of we bepaalde trends kunnen

vaststellen op basis waarvan optimalisaties zouden

kunnen worden doorgevoerd. Denk aan een

in een kantoorgebouw geplaatste luchtgroep die

elk weekend op volle kracht draait. Dan gaan wij

De monitoring gebeurt vanop afstand.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 51


DOSSIER VENTILATIE

VLOTTE VERVANGING BRENGT VENTILATIE-

SYSTEEM NAAR D+-NIVEAU

Een gezin uit Opwijk liet onlangs zijn vijftien jaar oude ventilatietoestel van het type D vervangen door een nieuwere unit. Het schakelde daarvoor

installatiebedrijf Notuz in, dat het bestaande ventilatiesysteem al jaar en dag onderhoudt. De keuze viel op de Flux Wall van Renson, een

ventilatie-unit van het type D+, met vraagsturing dus. Dat toestel is sinds vorig jaar beschikbaar en liet een vlotte vervanging toe.

Tekst & beeld Renson

De Flux Wall maakt het niet enkel voor de eindgebruiker eenvoudig, het toestel blinkt ook uit in installatiegemak.

52 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER VENTILATIE

Het gezin had geen verbouwplannen op de

agenda staan en gelukkig hoefde het die ook

niet te maken voor de nieuwe D+-ventilatie-unit.

“Het plug-and-playkarakter van de Flux Wall liet

een vlotte installatie toe”, vertelt Evert Luyten,

die met zijn eenmanszaak Notuz een vertrouwde

Renson-partner is. “Het dubbele kanalennet was

prima in orde om nog jarenlang mee te gaan. Op

een kleine aanpassing na kon ik de Flux Wall gewoon

monteren, aansluiten en inregelen.” En of

de bewoners een fikse upgrade kregen. Van een

oud ventilatiesysteem met een standenschakelaar

ging het naar een modern, slim en geconnecteerd

toestel met drukmeting voor en achter de filter,

dat vraaggestuurd werkt. Het centrale ventilatiesysteem

ventileert dus automatisch intensiever of

minder intensief op basis van de gemeten binnenluchtkwaliteit.

Die wordt 24/7 gemonitord door

de CO 2

- en vochtsensoren in de Flux Wall. “En dus

hebben de bewoners naar hun ventilatiesysteem

voortaan geen omkijken meer”, aldus Evert Luyten.

“De bijhorende app geeft hen tegelijk wel op

elk moment een klare kijk op de kwaliteit van de

binnenlucht en de werking van de ventilatie.”

‘Het plug-andplaykarakter

van

de unit liet een

eenvoudige

installatie toe’

Evert, die regelmatig bij het gezin langsgaat, had

enige tijd geleden al opgemerkt dat het ventilatiesysteem

aan vernieuwing toe was. In overleg

met het gezin werd echter besloten om daar nog

even mee te wachten. Evert Luyten: “We wisten

dat de Flux Wall eraan kwam en dat die nieuwe

technologie zou zorgen voor een optimale luchtkwaliteit

en hoog gebruiksgemak.” Zodra het toestel

beschikbaar was, bestelde Notuz een unit met

een debiet van 475 m³/h en gaf het de ventilatie

van de woning de fikse upgrade die ze verdiende.

Solo-installatie

De Flux Wall maakt het niet enkel voor de eindgebruiker

eenvoudig, het toestel blinkt ook uit in

installatiegemak. Het lichte gewicht laat de installateur

toe de unit in zijn eentje vlot te monteren,

terwijl de diverse aansluitingen voor aan- en afvoer

van de lucht ook de rest van de installatie

vergemakkelijken. “Bovendien is tijdens de ontwikkeling

goed rekening gehouden met onderhoud

en reiniging op latere momenten”, voegt Evert

Luyten nog toe. “Dat is goed nieuws voor zowel

de installateurs als de klanten.” ❚

De Flux Wall, die Renson vorig jaar lanceerde, is een ventilatie-unit van het type D+, met vraagsturing dus.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 53


DOSSIER VENTILATIE

De keuze voor textielkanalen is geen toeval. “Het geringe gewicht ervan was doorslaggevend”, aldus Gaëton Vanpoucke van Prihoda.

Textielkanalen garanderen optimale

luchtverdeling in nieuwe tropische

serre Pairi Daiza

Pairi Daiza, het grootschalige dierenpark annex botanische tuin in Brugelette (Henegouwen), opende begin februari Edenya, een volledig

overdekte tropische wereld van zo’n 40.000 m² waarin fauna, flora en beleving samenvloeien. Een absoluut prestigeproject, want het betreft

de grootste tropische serre ter wereld. De indrukwekkende serreconstructie stelt vanzelfsprekend hoge eisen aan temperatuurbeheersing.

De verdeling van de thermisch behandelde lucht gebeurt er via textielkanalen van Prihoda.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Prihoda

Edenya, ontworpen door Pascal De Beck, huisarchitect

van Pairi Daiza, herbergt een zorgvuldig

ontworpen binnenlandschap met naadloos overlappende

klimaatzones. Onder één glazen stolp

krijgen tropische fauna en flora elk hun eigen

microklimaat, met specifieke eisen voor temperatuur

en luchtcirculatie. De realisatie van de grootschalige

glas- en staalstructuur – en alles wat zich

daaronder afspeelt – nam zo’n 3,5 jaar in beslag.

De opening van Edenya haalde uitgebreid de

pers. De technische ruggengraat van het project

bleef daarbij echter grotendeels uit beeld. Die

infrastructuur bepaalt nochtans sterk de beleving

en het welzijn van dieren en planten. Zo staat een

doordachte luchtverdeling centraal om de temperatuur

in de serre op peil te houden.

Voor die luchtverdeling deed Pairi Daiza een beroep

op Prihoda, dat textielkanalen leverde voor

een gecontroleerde en gelijkmatige verspreiding

van luchtstromen. Geen detail: in een omgeving

waar verschillende klimaatzones naast elkaar

bestaan, bepaalt de luchtverdeling het verschil

tussen een stabiel ecosysteem en een moeilijk beheersbare

installatie.

Jarenlange voorbereiding

“Nadat we voor het door Pairi Daiza aangestelde

studiebureau TPF uit Brussel al een beknopte

voorstudie hadden uitgevoerd voor de luchtverdeling,

werden we door Imtech Naninne uit Namen,

dat de aanbesteding voor de installatie van de

technieken had gewonnen, gecontacteerd met de

54 | INSTALLATIEENBOUW.BE


DOSSIER VENTILATIE

De kanalen werden volledig prefab geleverd.

In totaal werd er bijna een kilometer textielkanalen geplaatst.

vraag de textielkanalen te leveren”, vertelt Gaëton

Vanpoucke, salesmanager bij Prihoda. “Imtech Naninne

kwam niet toevallig bij ons uit. We werkten

eerder al samen, onder meer in projecten voor de

KU Leuven en Puratos. Door de omvang van het

project duurde de voorbereiding meerdere jaren.”

De opdracht was duidelijk: de textielkanalen

moesten er mee voor zorgen dat de temperatuur

overal in de serre steeds 20 °C bedroeg. “Dat lijkt

evident, maar is in een serre complex”, benadrukt

Gaëton Vanpoucke. “De U-waarde van de glazen

constructie ligt vrij hoog, wat veel warmteverlies

betekent. Combineer dat met de enorme oppervlakte

en het feit dat we rekening moesten

houden met buitentemperaturen tot -2°C en je

begrijpt de uitdaging.”

Maatwerk

De keuze voor textielkanalen is geen toeval. “Het

geringe gewicht ervan was doorslaggevend”, aldus

Gaëton Vanpoucke. “Onze kanalen wegen

slechts 460 g/m². Bij diameters boven 1.000

mm en een installatiehoogte van 18 meter, wat

het project vereiste, maakt dat een groot verschil.

Daarnaast biedt textiel flexibiliteit in luchtverdeling.

Wij bepalen zelf waar de jets of nozzles

(specifiek ontworpen uitlaatopeningen, red.) komen.

Zo kunnen we gericht zones bedienen of net

vermijden. Bovendien worden de kanalen volledig

prefab geleverd – zonder extra werk op de werf.”

Het studiebureau hield de regie in handen, maar

de technische vertaalslag lag bij Prihoda. Gaëton

Vanpoucke: “Wij hebben continu bijgestuurd op

wat praktisch haalbaar is, in overleg met Imtech

‘Er werden alpinisten ingezet om de

textielkanelen te plaatsen’

Naninne. Een cruciale stap in dat proces was de

Computational Fluid Dynamics-studie. Daarmee

bepaalden we het perforatiepatroon. We kijken

dan naar zaken als de aanwezige druk, delta-T,

debiet en de worp die we willen bereiken, maar

ook naar externe factoren zoals glaspartijen en de

gebouwen en het reliëf in de serre.”

Het resultaat is maatwerk van de bovenste plank.

“We hebben gewerkt met jets van 20 cm, een pak

groter dan onze standaard jets. Dat was nodig

voor de vereiste hoge inductie. De jets kwamen

op gerichte posities en we pasten andere dan de

gebruikelijke tussenafstanden toe, bijvoorbeeld

om constructies te vermijden.”

Enkelvoudige ophanging

De toegepaste textielkanalen van Prihoda onderscheiden

zich volgens Gaëton Vanpoucke

voornamelijk op twee manieren van airsocks van

de concullega’s. “Alle textielkanalen werden bevestigd

met een enkelvoudige ophanging. Voor

textielkanalen met een diameter boven de 1.000

mm is dat echt wel uniek. Daarnaast is de gebruikte

stof gemaakt van glasvezel in plaats van

katoen, waardoor de kanalen hogere temperaturen

aankunnen. Maar het glasvezel verhoogt

ook de duurzaamheid van de kanalen, net als de

dubbele polyurethaancoating waarmee ze werden

afgewerkt.”

De installatie verwerkt aanzienlijke luchtdebieten.

Gaëton Vanpoucke: “In de serre wordt ongeveer

900.000 m³/h verdeeld. Toch blijft de oplossing efficiënt.

Door gerichte dimensionering en de juiste diffusietechnieken

realiseren we immers een besparing

van 30 à 40% ten opzichte van klassieke kanalisatie.”

Alpinisten

De plaatsing van de textielkanalen, samen goed

voor bijna een kilometer, kwam volgens de salesmanager

niet zonder uitdagingen. “Werken op 18

meter hoogte vraagt expertise. Er werden dan ook

alpinisten ingezet. Uiteindelijk hebben we de installatie

binnen drie weken afgerond.” De textielkanalen

vragen periodiek, maar beheersbaar onderhoud.

“In dergelijke toepassingen adviseren we een reiniging

om de twee jaar”, aldus Gaëton Vanpoucke.

“Teamprestatie”

Het zal niet verbazen dat het project voor Prihoda

tot de grotere van vorig jaar – toen werden

de kanalen geplaatst – behoorde. “Qua complexiteit

en schaal zit het project in onze top vijf van

2025”, aldus de salesmanager. Hij benadrukt tot

slot het collectieve karakter van het project. “Dit

was een teamprestatie pur sang. Zowel ons Prihoda-team

hier in België als het productieteam

in Tsjechië investeerden tijd en expertise om van

dit project een referentie te maken tot ver buiten

onze landsgrenzen.” ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 55


Buitenunit: MUZ-RZ25-35,

Binnenunit: MSZ-RZ25-50

VERKOEL IN DE ZOMER,

VERWARM IN DE WINTER

DUURZAAM ÉN DOELTREFFEND

MET PROPAAN (R290)

Het wooncomfort van jouw klanten naar een hoger niveau tillen kan met de Mitsubishi Electric

MSZ-RZ R290. Deze unit combineert krachtige koeling in de zomer met betrouwbare

verwarming in de winter. Zelfs bij zeer lage buitentemperaturen zorgt het voor fluisterstil en

energiezuinig comfort in elke woonruimte. Het natuurlijke koelmiddel met extreem laag GWP

draagt bij aan een lagere milieu-impact, terwijl de geïntegreerde technologie, zoals 3D-sensoren,

luchtzuivering en Wi-Fi-besturing via MELCloud zorgt voor een comfortabel en gezond

binnenklimaat dat klaar is voor de toekomst.

Kies het beste

voor jouw klanten


Precies én geluidsarm koelen, verwarmen

of ventileren met textielkanalen

©26.162

industrie - sport - voeding - scholen - showrooms - tijdelijke constructies

Prihoda is jouw expert. Van studie tot montage.

Contacteer ons:

056 36 30 18

www.prihoda.pro

26.162 Pub Prihoda I en B 2026.indd 1 4/03/2026 12:08:03

M e a s u r e t o C o n t r o l

Betrouwbare metingen beginnen met hoogwaardige instrumenten. CaTeC is exclusief importeur van de EE600 drukopnemers,

HTS401 vocht- en temperatuurtransmitters en de Omniport 40 handmeter — samen dé oplossing voor professionele monitoring.

De EE600 drukopnemers staan bekend om hun nauwkeurigheid, stabiliteit en duurzaamheid, ideaal voor industriële toepassingen

en gebouwbeheer. De HTS401 transmitters leveren betrouwbare metingen van vocht en temperatuur, essentieel voor

klimaatcontrole, procesbewaking en kwaliteitsborging.

De Omniport 40 handmeter biedt maximale flexibiliteit: één instrument met eindeloze meetmogelijkheden. Dankzij verwisselbare

sensoren en gebruiksvriendelijke bediening is hij perfect voor service, inspectie en kalibratie.

Met CaTeC kiest u voor bewezen technologie, deskundig advies en langdurige ondersteuning.

Zo bent u verzekerd van betrouwbare meetdata en optimale controle over uw processen — vandaag én in de toekomst.


Timo De Mets (Buildwise) in onze podcast:

“De TV 300 biedt de langverwachte houvast voor

binnenisolatie van gevels”

Binnenisolatie van gevels: voor veel renovatieprojecten is het dé logische stap, maar tegelijk ook het onderwerp waar de meeste twijfel rond

hangt. Daarom nodigde Installatie & Bouw De Podcast Timo De Mets, R&D-expert bij Buildwise, uit om het erover te hebben. Zijn belangrijkste

boodschap? “Binnenisolatie is perfect mogelijk, op voorwaarde dat je het gestructureerd aanpakt. Onze nieuwe Technische Voorlichting 300,

kortweg TV300, biedt daarvoor de langverwachte houvast.”

Tekst Kris Vandekerckhove | Beeld Leonie Snauwaert

58 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Timo De Mets begon bij het begin: met uit te

leggen waarom isolatie van gevels vandaag zo

belangrijk is. “Als we onze gebouwen energiezuiniger

willen maken en klaarstomen voor de

toekomst, moeten we naar de volledige gebouwschil

kijken.” Hij voegde er wel aan toe: “Dak en

ramen aanpakken is meestal rechtlijnig, maar bij

gevels wordt het complexer: groot oppervlak en

vaak ook beperkingen.”

Voor gevelisolatie van bestaande gebouwen zijn

er in essentie drie technieken, zo legde de R&Dexpert

uit. “Een eerste is spouwmuurisolatie. Dat

houdt in dat de spouw opgevuld wordt met isolatiemateriaal.

Dat is relatief eenvoudig en betaalbaar,

maar de isolatie is in dat geval beperkt

tot de beschikbare spouwbreedte. Bovendien

hebben heel wat oudere woningen geen spouwmuur.

Een tweede is buitenisolatie. In dat geval

wordt de isolatie aan de buitenzijde van de gevel

aangebracht, waarna ze meestal wordt afgewerkt

met pleister of gevelbekleding. Technisch

gezien is dat vaak de meest robuuste oplossing,

maar ze wijzigt het uitzicht van de gevel en is

niet altijd toegelaten of wenselijk. Denk aan beschermde

gebouwen of beperkte perceelruimte.

Tot slot is er ook binnenisolatie, waarbij de isolatie

aan de binnenzijde van de gevel wordt geplaatst.

Het gevelbeeld blijft dan behouden, maar binnenisolatie

van gevels heeft wel meer aandachtspunten,

omdat het drooggedrag van de bestaande

muur verandert.” Precies dat laatste zorgt er

volgens Timo De Mets voor dat in de praktijk veel

aarzeling bestaat rond het binnenisoleren van

gevels. “Wanneer je langs binnen isoleert, wordt

de muur kouder. Daardoor droogt hij trager uit.

Regenvocht, dat in een gevel die niet langs binnen

geïsoleerd is relatief snel kon verdampen, kan

langer in de muur aanwezig blijven. Dat verhoogt

het risico op problemen. Een klassiek voorbeeld

zijn houten balkkoppen. Na binnenisolatie belanden

ze mogelijk in een koudere en vochtigere

zone. Zonder de juiste voorzorgsmaatregelen kan

dat leiden tot aantasting of houtrot.”

“Maar,” benadrukt De Mets, “dat betekent niet

dat binnenisolatie per definitie problemen veroorzaakt.

Het betekent dat je ze doordacht moet

aanpakken.”

Drie stappen

Net daarom bracht Buildwise onlangs de TV300

uit. “Die biedt een duidelijke leidraad voor wie binnenisolatie

van bakstenen en betonnen gevels met

een hoogte tot 25 meter veilig en onderbouwd

wil toepassen. De aanpak die de TV voorstelt, bestaat

uit drie stappen”, aldus Timo De Mets in de

podcast. De eerste is een grondig vooronderzoek.

Binnenisolatie van gevels begint niet met isoleren,

maar met analyseren. Zijn er bestaande vochtproblemen?

Wat is de staat van het metselwerk?

Zijn er houten of metalen elementen ingewerkt in

de gevel? Wat is de oriëntatie en hoe groot is de

regenbelasting? Het doel is niet om risico’s te vermijden

door niets te doen, maar om ze correct in

te schatten en beheersbaar te maken. De tweede

stap: kies het juiste systeem in de juiste dimensionering.

Er bestaat geen systeem dat altijd en overal

het meest geschikt is. De juiste keuze hangt af van

de prioriteiten in het project: akoestiek, brandveiligheid,

milieu-impact, verlies aan binnenruimte enzovoort.

De dimensionering is ook belangrijk, omdat

meer isolatie niet automatisch beter is. Een te grote

isolatiedikte kan de uitdroging van de muur verder

vertragen en zo het risico verhogen. Daarom reikt

de TV300 concrete richtlijnen en tabellen aan

om per situatie een veilige maximale isolatiedikte

te bepalen. Ze benadrukt in de tweede stap ook

dat het niet alleen gaat om materiaalkeuze, maar

om het volledige systeem. Naar aspecten als luchtdichtheid

en binnenafwerking moet ook de nodige

aandacht gaan. De derde stap, tot slot: besteed

De aflevering van Installatie & Bouw

De Podcast met Timo De Mets is te

beluisteren via de website van Installatie

& Bouw België, via de gekende

streamingskanalen, waar ze te vinden

is onder het kanaal ‘Installatie &

Bouw’, of door de QR-code op deze

pagina te scannen.

aandacht aan bouwdetails. Zelfs het beste systeem

faalt bij een slechte uitvoering. Aansluitingen aan

vloeren, binnenmuren en raamopeningen zijn cruciaal.

Worden die bouwknopen niet correct aangepakt,

dan kan de energiewinst een fractie zijn van

wat men verwacht. Én in het slechtste geval ontstaan

er schimmelproblemen.”

“Binnenisolatie van gevels vraagt dus precisie.

Niet alleen in het ontwerp, maar ook op de werf”,

vatte Timo De Mets het samen.

Kernboodschap helder

De kernboodschap van de podcast is helder: binnenisolatie

van gevels is geen noodoplossing. Het

is een volwaardig instrument binnen een bredere

renovatiestrategie, mits correcte toepassing. Met

TV300 wil Buildwise professionals vooral vertrouwen

geven. Wie de bouwfysische principes

begrijpt, de juiste voorbereidende analyses uitvoert

en aandacht heeft voor dimensionering en

details, kan binnenisolatie van gevels veilig én

duurzaam toepassen. ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 59


MCE pakte voor haar 44 ste editie uit met een grondig vernieuwd beursconcept.

Meer dan 1.600 exposanten en 120.000 bezoekers

voor Mostra Convegno Expocomfort 2026

In Fiera Milano in Rho, een voorstad van Milaan, vond van 24 tot en met 27 maart de 44ste editie plaats van Mostra Convegno Expocomfort

(MCE). De tweejaarlijkse vakbeurs voor alles wat een gebouw verwarmt, koelt, ventileert en energiezuiniger maakt, klokte af op 1.600 exposanten

en 120.000 bezoekers, cijfers die vergelijkbaar zijn met die van de voorlaatste voorlaatste editie in 2024. De exposanten kwamen uit 49

verschillende landen. Onder de bezoekers waren zo’n 120 landen vertegenwoordigd – 70% van het publiek kwam kwam uit Italië zelf.

Tekst & beeld: Mostra Convegno Expocomfort

MCE pakte voor haar 44 ste editie uit met een

grondig vernieuwd beursconcept, onder meer

met een aangepaste hallenindeling om de zichtbaarheid

van de standen te vergroten en de bezoekerservaring

te verbeteren – daarvoor werd

samengewerkt met het Italiaanse architecten- en

ingenieursbureau Lombardini22 – en nieuwe

thematische trajecten.

“MCE evolueert al 60 jaar”, benadrukt Massimiliano

Pierini, managing director van organisator

RX Italy. “De beurs past zich continu aan een snel

veranderende markt aan en vernieuwt zich om

toekomstige bedrijfsstrategieën te ondersteunen,

oplossingen en technologieën voor de dubbele

transitie – energie en milieu – te tonen, en een

uitgebreid programma van conferenties te bieden

rond de belangrijkste trends in de sector.” Net als

over de totale bezoekcijfers is RX Italy ook tevreden

over de belangstelling voor het uitgebreide

conferentieprogramma. Dat programma had onder

meer aandacht voor belangrijke regelgevende

updates, stimuleringsmaatregelen en vooruitzichten

rond de implementatie van de Europese Energy

Performance of Buildings Directive. Ook de toe-

60 | INSTALLATIEENBOUW.BE


komst van warmtepompen in Italië en wereldwijd

en de synergie tussen HVAC-technologieën en

digitalisering kwamen er uitgebreid in aan bod.

Voorbereidingen 45 ste

editie al gestart

De ontwikkeling van het beursformat voor 2028

is inmiddels gestart. Massimiliano Pierini: “In de

komende twee jaar zal dit concreter vorm krijgen.

We willen zeker opnieuw het woord geven aan

“Internationale vakbeurzen zoals MCE vormen

een essentiële pijler voor de economische en

commerciële ontwikkeling van bedrijven”, besluit

de managing director van organisator RX Italy.

“Ze bieden een wereldwijd podium om oplossingen

en technologieën te presenteren, versterken

de merkpositie en maken het mogelijk om waardevolle

contacten te leggen met klanten, partners

en leveranciers over de hele wereld.”

‘Internationale vakbeurzen zoals MCE

vormen een essentiële pijler voor de

economische en commerciële ontwikkeling

van bedrijven’

brancheorganisaties, onderzoeksinstituten en de

academische wereld en hen een platform bieden

om in dialoog te gaan met overheden, bedrijven

en professionals. Zo kunnen zij visies, oplossingen

en expertise delen die de transitie naar duurzame

en performante modellen versnellen, met focus op

energie-efficiëntie, de dubbele transitie en technologische

innovatie.”

Duurzamer dan ooit

Het overkoepelde thema van MCE 2026 luidde

‘Energy is Evolving’ en dat concept vertaalde zich

niet alleen in de inhoud, maar ook in de organisatie

van de beurs zelf. Zo werd 75.000 m² minder

tapijt gebruikt dan voor de vorige editie en werd

ingezet op recycleerbare standmaterialen en duurzamere

logistieke oplossingen. ❚

Net als over de totale bezoekcijfers is organisator

RX Italy ook tevreden over de belangstelling

voor het uitgebreide conferentieprogramma.

MCE vond als vanouds plaats in Fiera Milano.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 61


DAIKIN ALTHERMA 4 H

Natuurlijk

koelmiddel

R290

Veelzijdige warmtepomp op R290.

De Daikin Altherma 4 H is een krachtige en veelzijdige warmtepomp die geschikt is voor

zowel renovatieprojecten als nieuwbouwwoningen > 200 m²

(modellen voor kleinere oppervlakken onder 200 m² worden in 2026 ontwikkeld).

Ons nieuwste model in het Daikin Altherma-gamma werkt op het natuurlijke koelmiddel

R290 (propaan). Het is nog milieuvriendelijker, een perfecte vervangingsoplossing voor

oude stookolie- of gassystemen en biedt bovendien veel flexibiliteit in de keuze van

afgiftesystemen.

De volledig nieuwe, intuïtieve gebruikersinterface MMI-4 met een 5-inch touchscreen

en de compatibiliteit met de Onecta-app stellen de gebruiker in staat om het Daikin

Altherma-systeem op elk moment en vanop elke locatie te bedienen.

De Daikin Altherma 4 H op R290 is uiteraard met de grootste zorg ontwikkeld om

veiligheid en duurzaamheid te maximaliseren gedurende de hele levenscyclus van het

product.

J

J

J

J

J

Milieuvriendelijk

Extreem flexibiliteit

Intuïtieve interface

Modern design

Zeer stille werking

www.daikin.be • 0800/840.22


CONTAINS BIOBASED RAW MATERIALS

CONTAINS RECYCLED PLASTIC

SCAN VOOR

MEER INFO

BIOBASED

Betere hechting

op de meeste

ondergronden.

• Alle afdichtings- en

kleeftoepassingen in bouwindustrie

• Verlijmingen in vibrerende constructies

• Afdichten van vloervoegen

• Aansluit- en uitzetvoegen tussen

raamkozijnen en muren die geschilderd zijn

Betere

verwerkbaarheid;

minder draden.

Verbeterde

krachtopbouw;

sneller.

BIOBASED

GECERTIFICEERDE

FORMULE

IML-KOKER UIT

80% GERECYCLEERDE

PLASTIC

SOUDAL NV • EVERDONGENLAAN 18-20 • B-2300 TURNHOUT • BELGIË • TEL.: +32-(0)14 42 42 31 • WWW.SOUDAL.COM

000778-ADVERT


Profiteer nu van

onze lenteacties!

Ontdek de nieuwe slimme

HVAC/R wereld van Testo.

meer

info

Kleine opvoerinstallaties

Minilift

Zes opvoerinstallaties, één principe:

alles werkt. Of het nu gaat om nieuwbouw,

een badkamer in de kelder

of een gastentoilet, de Miniliftfamilie

is geschikt voor elke situatie,

eenvoudig te installeren en onderhoudsvriendelijk.

En met levenslange

beschikbaarheid van reserveonderdelen

blijft alles ontspannen.

Zoals met de twee pompen van de

Minilift L WC Duo. Dubbel zo veilig,

dubbel zo ontspannen!

Ontdek nu de

Minilift­familie.

kessel­belgie.be/minilift

mastering water


Elektr tech

VAKKATERN VOOR DE PROFESSIONAL IN ELEKTROTECHNIEK

Voorbeschouwing Cebeo

Technologie

Brandveilige aftakdozen als

cruciale schakel in elektrische

installaties

Verslag Light + Building

Nauwkeurige sensors als

fundament van performante

HVAC-systemen


Je vak beheersen

tot in de kleinste details,

daar mag je trots op zijn.

Reken op de Volkswagen Crafter, trotse partner van het échte werk.

Ontdek hem nu bij je Volkswagen Van Center

en op volkswagen-bedrijfsvoertuigen.be.

Milieu-informatie (KB 19/03/2004): volkswagen-bedrijfsvoertuigen.be.

V.U.: D‘Ieteren Automotive SA/NV, Volkswagen Commercial Vehicles Import,

Thomas Vandebotermet, Leuvensesteenweg 639, 3071 Kortenberg.


INHOUD

Technologische evoluties in de installatiesector op Cebeo Technologie 2026 68

Brandveilige aftakdozen als curciale schakel in elektrische installaties 70

Spatwaterdicht schakelmateriaal voor buiteninstallaties ontwikkeld voor uitdagende omstandigheden 72

Event rond slim laden zet installateur centraal 76

Light + Building 2026 bevestigt: gebouwen worden systemen, geen optelsom van technologieën 79

Bouwstenen voor gebouwautomatisering van morgen 82

Nauwkeurige sensortechniek als fundament voor performante HVAC-systemen 84

68

72

80 82

INSTALLATIEENBOUW.BE | 67


ELEKTROTECH

Op de centrale stand zullen de Cebeo-specialisten terug te vinden zijn. (archiefbeeld eerdere editie)

Technologische evoluties in de installatiesector

op Cebeo Technologie 2026

Benieuwd wat de technologische evoluties in de installatiesector zijn? Kruis dan zeker 2 tot 4 juni aan in jouw agenda. Dan vindt in Brussel Expo

de veertiende editie plaats van Cebeo Technologie, de driedaagse huisbeurs van groothandel in elektrotechnisch materiaal Cebeo die gratis te

bezoeken is. De energietransitie vormt opnieuw een van de centrale thema’s. “Vroeger gebruikte je gas om te verwarmen en brandstof om te

rijden. Nu wordt alles elektrisch. De elektrotechnieker heeft met andere woorden een belangrijke rol te spelen. We tonen op Cebeo Technologie

wat de belangrijkste innovaties zijn”, vertelt Hilde Vandenberghe, category manager Renewable Energy, HVAC en Consumer Electro.

Tekst Valérie Couplez | Beeld Cebeo

Het concept van Cebeo Technologie is inmiddels

goed bekend. Elke twee jaar brengt het event ongeveer

9.000 professionals in elektrotechniek en

HVAC op de been. Ze treffen in hal 5 van Brussels

Expo ongeveer 150 topfabrikanten die toelichten

wat nieuw is in hun gamma. Centraal op de beursvloer

staat de eigen Cebeo-stand. “In onze Green

& Smart-zone komt alles samen rond hernieuwbare

energie, energiemanagement en HVAC”, legt Hilde

Vandenberghe uit. “Als alles elektrisch wordt, dreigt

de elektriciteitsfactuur zonder eigen hernieuwbare

energie moeilijk betaalbaar te worden. Daarom verzamelen

we alles wat vandaag beschikbaar is om

de energiestromen in een woning onder controle te

houden. Dan hebben we het over verbruikers zoals

laadpalen, batterijen en huishoudtoestellen, maar

ook de zonnepanelen om de energie op te wekken

en energiemanagementsystemen (EMS) om alles

te koppelen en slim aan te sturen. We maken het

visueel. Je zal de energiestromen met ledverlichting

kunnen volgen.”

68 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

Totaaloplossing

Niet de individuele producten spelen de hoofdrol

in dit verhaal, maar de totaaloplossing die Cebeo

kan bieden. Hilde Vandenberghe: “Dus niet alleen

de zonnepanelen, omvormers en batterijen, zoals

je die in de PV-groothandel vindt, maar evengoed

de kabels om alle verbindingen te maken, stopcontacten

om alles aan te sluiten en de kasten

om de schakeltechniek in samen te brengen.” Voor

de residentiële sector, maar ook voor de tertiaire.

“Daarom tonen we op Cebeo Technologie naast

een woning een visualisatie van een commercieel

gebouw dat een magazijn en kantoren bevat.

Met bijvoorbeeld onze netontkoppelingskasten of

grote commerciële batterijen kunnen we voor zo’n

gebouw evengoed de geknipte partner zijn.”

‘Nog meer dan met

een aanbod in de

breedte, willen we

ons onderscheiden

met hoe we

installateurs bijstaan

in elke stap van de

energietransitie’

Hilde Vandenberghe, category manager Renewable Energy, HVAC en Consumer Electro: “Onze

klanten zijn nog echte techniekers. Ze willen nieuwe technologie zelf zien en voelen en in

dialoog gaan met leveranciers over wat die voor hen en hun klanten kan betekenen.”

Ondersteuning in transformatie

Op die centrale stand zullen de Cebeo-specialisten

terug te vinden zijn. “Nog meer dan met een aanbod

in de breedte, willen we ons onderscheiden

met hoe we installateurs bijstaan in elke stap van

deze transformatie. We hebben alle kennis in huis

om hen tot die gewenste oplossing te helpen komen

waarin technieken naadloos samenwerken”,

legt Hilde Vandenberghe uit.

De klassieke installateur van gisteren zal volgens

haar immers niet die van morgen zijn. Hilde Vandenberghe:

“Technologie wordt complexer. We

zien meer specialisatie en samenwerking komen.

Een EMS vraagt al om wat kennis van programmeren.

Warmtepompen mogen dan het label

elektrische verwarming hebben, je moet ook iets

kennen van debieten om ze goed te dimensioneren

en aan te sluiten. We helpen onze installateurs

daarom om hun kennis bij te spijkeren. Met heel

bevattelijke, instapklare modules brengen we de

basis bij. Dat doen we in samenwerking met erkende

opleidingsinstanties, maar wel altijd met

De centrale Cebeo-stand tijdens een eerdere editie van Cebeo Technologie.

onze eigen Cebeo-toets, heel pragmatisch dus.

Andere modules zorgen dan voor verdere verdieping.

Maar we ondersteunen installateurs evengoed

bij de berekening van de gewenste debieten

of warmteverliezen.”

Techniek voorop

Op die manier wil Cebeo samen met zijn klanten

een koolstofvrije toekomst vormgeven. “Daar blijft

deze beurs het ideale decor voor. Onze klanten

zijn nog echte techniekers. Ze willen nieuwe technologie

zelf zien en voelen en in dialoog gaan

met leveranciers over wat die voor hen en hun

klanten kan betekenen. Ze krijgen daar op Cebeo

Technologie alle gelegenheid voor”, belooft

Hilde Vandenberghe. ❚

PRAKTISCH

Waar? Hal 5, Brussels Expo

Wanneer?

Dinsdag 2 juni: 14 - 20 uur

Woensdag 3 juni: 10 - 22 uur

(afterwork vanaf 18 uur)

Donderdag 4 juni: 10 - 20 uur

Inschrijven kan gratis via

onderstaande QR-code:

INSTALLATIEENBOUW.BE | 69


ELEKTROTECH

BRANDVEILIGE AFTAKDOZEN ALS CRUCIALE SCHAKEL

IN ELEKTRISCHE INSTALLATIES

Brandcompartimentering staat of valt met de zwakste schakel. Niet zelden zit die in de elektrische installatie. Elektrische kabels doorkruisen

brandcompartimenten en worden er vaak in afgetakt en precies op die punten gaat het vaak mis. De brandveilige aftakdozen van Spelsberg

houden dat risico onder controle. Ze zorgen ervoor dat de elektrische installatie ook bij brand operationeel blijft.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Spelsberg

De WKE-reeks omvat klassieke

aftakdozen, waarbij de kabel

dus wordt onderbroken en

opnieuw verbonden.

70 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

De brandveilige aftakdozen van Spelsberg vertrekken

niet vanuit brandweerstand op zich, maar

vanuit functiebehoud. Elektrische installaties

moeten immers blijven werken tijdens een brand,

toch minstens enige tijd, voor bijvoorbeeld noodverlichting,

rookafvoer of branddetectie. Spelsbergs

brandveilige aftakdozen zijn ontworpen om

gedurende 30, 60 of 90 minuten operationeel te

blijven bij brand. Lees: de behuizing houdt gedurende

die tijdspanne stand en de elektrische contactpunten

binnenin blijven operationeel.

Twee reeksen

Spelsberg verdeelt zijn brandveilige aftakdozen

onder in twee reeksen: de WKE-serie en de Rapid-

Box-reeks. Elke reeks heeft zijn eigen logica. Zo

omvat de WKE-reeks klassieke aftakdozen, waarbij

de kabel dus wordt onderbroken en opnieuw

verbonden. De aftakdozen in de Rapid-Box-reeks

zijn gemaakt om een aftakking te realiseren

zonder de hoofdkabel te onderbreken. Dat zorgt

voor een kortere installatietijd, verkleint de kans

op uitvoeringsfouten en houdt de installatie overzichtelijker,

zaken die zeker in toepassingen zoals

tunnels of grote logistieke sites, waar kabelafstanden

snel oplopen, een wezenlijk verschil maken.

Bovendien vermijd je met een doorlopende kabel

extra overgangsweerstanden en kan er geen sprake

zijn van neerwaartse krachten op kabeleinden

bij brand, wat de betrouwbaarheid van de installatie

op lange termijn ten goede komt.

Zowel de WKE- als de Rapid-Box-reeks bieden

de mogelijkheid om aftakkingen te beveiligen

met zekeringen, die een defecte aftakking automatisch

kunnen loskoppelen bij brand, zodat de

stroomvoorziening naar kritische systemen zoals

noodverlichting en rookafvoer behouden blijft.

Robuuste materialen

De nadruk ligt in beide reeksen

op thermisch stabiele materialen

en een robuuste constructie.

Zo bestaan de klemmen uit

hittebestendig keramiek. In het

De aftakdozen in de Rapid-Box-reeks zijn gemaakt om een aftakking

te realiseren zonder de hoofdkabel te onderbreken.

geval van de Rapid-Box-reeks komt daar nog een

behuizing uit halogeenvrij thermoplast bij – de behuizingen

in de WKE-reeks bestaan uit polycarbonaat.

Dat laatste beperkt niet alleen rookontwikkeling

bij brand, maar voorkomt ook de vrijgave

van corrosieve gassen die andere installatiedelen

kunnen aantasten.

Daarnaast zorgen hoge beschermingsklassen (zoals

IP66/IP67) ervoor dat de aftakdozen uit beide

series bestand zijn tegen stof, water en mechanische

belasting.

Maatwerk

Hoewel de brandveilige aftakdozen van Spelsberg

als gestandaardiseerde producten worden aangeboden,

gebeurt hun toepassing zelden volgens

een vast stramien. Op basis van het lastenboek

wordt per project bekeken waar functiebehoud

bij brand vereist is. Vervolgens werken het studiebureau

en de installateur met ondersteuning van

Spelsberg de oplossing technisch uit, afgestemd

op kabelsecties, belastingen en omgevingsomstandigheden.

Spelsberg benadrukt wel dat de

uitvoering op de werf ook doorslaggevend blijft.

“Zelfs de best ontworpen aftakdoos verliest haar

functie wanneer ze fout wordt toegepast of gecombineerd

met niet-brandveilige componenten.

Dat weten we bij Spelsberg maar al te goed, en

daarom zijn al onze aftakdozen ontworpen met

oog voor montagegemak. Denk aan duidelijke

markeringen, flexibele kabelinvoeren, externe bevestigingspunten

en heldere montagevoorschriften”,

besluit de fabrikant. ❚

Spelsberg verdeelt zijn brandveilige aftakdozen onder in twee reeksen: de WKE-serie en de Rapid-Box-reeks.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 71


ELEKTROTECH

SPATWATERDICHT SCHAKELMATERIAAL VOOR

BUITENINSTALLATIES ONTWIKKELD VOOR

UITDAGENDE OMSTANDIGHEDEN

Terrassen met verlichting en stopcontacten, en slimme automatisatie in de tuin: buitenruimtes worden steeds meer volwaardige leefomgevingen.

Een gevolg daarvan is dat aan het elektrisch installatiemateriaal voor buitengebruik steeds hogere verwachtingen worden gesteld. Niko

heeft daarom een reeks schakelmateriaal in zijn gamma dat spatwaterdicht en stofbestendig is en geschikt is voor intensief gebruik: Hydro.

Tekst Wouter Polspoel | Beeld Niko

Hydro is beschikbaar in het zwart (foto), wit en grijs.

“Hydro bestaat al decennialang, maar bleef niet

stilstaan”, vertelt Evy Gorremans, productmanager

bij Niko, dat schakelmateriaal en oplossingen

voor gebouwautomatisering ontwikkelt. “Wat ooit

begon als een robuuste oplossing voor buitentoe-

passingen, dekt vandaag een brede set toepassingen,

zowel residentieel als professioneel, waar

standaard schakelmateriaal tekortschiet: Hydro is

met een IP55-waarde waterdicht, stofbestendig

en geschikt voor intensief gebruik.”

Belangrijk daarbij: Niko maakte er een erezaak

van Hydro op veel meer zaken te testen dan de

norm voorschrijft. “Zo stelden we het schakelmateriaal

langdurig bloot aan vuil en vocht. Hydro

mag immers geen oplossing zijn die enkel op

72 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

papier en bij oplevering werkt, maar ook jaren

later”, is Evy Gorremans duidelijk. “We gebruiken

voor Hydro dan ook uv-bestendige en slagvaste

materialen – met een IK07-waarde.”

Vlot te installeren

Maar daar stoppen de troeven van Hydro volgens

haar niet. “Het schakelmateriaal blinkt ook uit

in installatiegemak en is daardoor snel te plaatsen.

Het biedt zo een antwoord op heel concrete

frustraties van installateurs die onze producten

nog niet gebruiken: waterinfiltratie door slecht

sluitende systemen, complexe montage terwijl ze

elke minuut kunnen gebruiken, onbetrouwbare

kabelinvoer, materialen die snel verouderen …

Het hoge installatiegemak vertaalt zich in onder

meer kliksystemen, componenten die binnen het

gamma onderling compatibel zijn, dichtingen die

maar op één manier en dus nooit fout kunnen

worden geplaatst en een ontwerp dat tolerant is

voor kleine installatiefouten zonder dat de waterdichtheid

in het gedrang komt. Kortom, in details

die écht het verschil maken.”

Focus op esthetiek

De productmanager benadrukt dat aandacht op

betrouwbaarheid hand in hand gaat met een

focus op esthetiek. “Spatwaterdicht schakelmateriaal

was vroeger puur functioneel. Vandaag moet

het ook visueel passen in de omgeving. Hydro is

daarom beschikbaar in drie kleuren: wit, zwart en

grijs”, vertelt ze. “Ook de meest recente ontwikkeling

binnen het Hydro-gamma, de tuinpaal Essential,

illustreert mooi dat we niet alleen bezig zijn

met functionaliteit. De tuinpaal, met twee voorbedrade

stopcontacten, heeft een minimalistisch

design en is ook verkrijgbaar in cortenstaal, een

afwerking die de paal mooi doet opgaan in de

tuin en dankzij de natuurlijke oxidatielaag tegelijk

extra duurzaam is.”

“Referentie voor buiteninstallaties”

“Van tuinen en terrassen over vochtige binnenruimtes

zoals kelders of wasplaatsen tot industriële

of agrarische omgevingen: Hydro komt tot zijn

recht in elke context waar klassiek schakelmateriaal

het laat afweten”, vat Evy Gorremans een en

ander samen. “En vergeet ook de publieke infrastructuur

niet: ook in scholen en parkings, waar

installaties dagelijks intensief worden gebruikt,

bewijst Hydro absoluut zijn meerwaarde.”

‘Het schakelmateriaal

biedt ook een

antwoord op heel

concrete frustraties

van installateurs die

onze producten

nog niet gebruiken:

waterinfiltratie door

slecht sluitende

systemen, complexe

montage, materialen

die snel verouderen …’

“’Hydro werkt gewoon altijd’”, lieten verschillende

installateurs ons al weten. “Eigenlijk is dat

de kortste manier om het samen te vatten”, lacht

de productmanager. “Hydro is voor veel installateurs

dan ook de referentie voor buiteninstallaties.

Die installateurs werken bijna altijd ook

binnen met producten van Niko, zodat Hydro

hen continuïteit en daardoor extra efficiëntie en

gemoedsrust biedt.” ❚

Terrassen met verlichting en stopcontacten en slimme automatisatie in de

tuin: buitenruimtes worden steeds meer volwaardige leefomgevingen.

De tuinpaal genaamd Essential is

ook verkrijgbaar in cortenstaal.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 73


HVAC wordt meer en

meer elektrisch.

Rexel is er klaar voor.

Jij ook?

De HVAC-wereld evolueert snel. Elektrificatie, energiemanagement en

strengere normen stellen installateurs voor nieuwe uitdagingen.

Jij hebt een partner nodig die niet alleen levert, maar ook meedenkt.

Rexel combineert een uitgebreid HVAC-gamma met technische expertise,

opleidingen en persoonlijke ondersteuning.

En dat allemaal in meer dan

50 filialen verspreid over België.

Ontdek wat Rexel voor jouw HVAC-projecten

kan betekenen op rexel.be.


| EK17BE |

Schaalbaar, efficiënt,

eenvoudig te gebruiken

EtherCAT Terminals voor energiebeheer

Beheer Meting Bewaking

De EtherCAT Terminals voor energiemeting:

EtherCAT Terminals voor geoptimaliseerde procesbesturing

en kosteneffectievere energiemeting

breed scala aan toepassingen: van netbewaking

en procesregeling tot high-end vermogensbewaking

De nieuwe SCT stroomtransformatoren voltooiden de vermogensmeetketen

van de sensor tot het PC-gebaseerde besturingsplatform.

Scan en leer

meer over de

mogelijkheden

van energiemetingsterminals


ELEKTROTECH

EVENT ROND SLIM LADEN ZET

INSTALLATEUR CENTRAAL

De elektrificatie van mobiliteit neemt in sneltempo toe en dat zet de klassieke laadinfrastructuur onder druk. Tegen 2029 moeten alle nieuwe

wagens en bestelwagens in Vlaanderen emissievrij zijn. Tegelijk schakelen ook het openbaar vervoer en het vrachtvervoer steeds vaker over

op elektriciteit. Die evolutie roept een fundamentele vraag op: hoe stem je die groeiende laadbehoefte af op een energienet dat daar niet op

voorzien is? Op 4 juni organiseert Techlink samen met Volta in Technoopolis in Mechelen een gratis studiedag die precies dat spanningsveld

centraal stelt. De insteek daarbij is duidelijk praktijkgericht: niet de technologie op zich staat centraal, wel de concrete implicaties voor installateurs

die vandaag met laadoplossingen aan de slag gaan.

Tekst Techlink | Beeld Techlink en Pixabay

De studiedag kadert binnen het

COOCK-project SE-MoRE.

De studiedag kadert binnen het COOCK-project

SE-MoRE, dat onderzoekt hoe slim laden in uiteenlopende

situaties toegepast kan worden. Daarbij

gaat het niet alleen over personenwagens, maar

ook over bestelwagens, trucks en bussen. En evenmin

uitsluitend over individuele laadpunten; ook

laadpleinen, energiecontracten en netomstandigheden

maken deel uit van de analyse.

Wat daarbij opvalt: slim laden evolueert van een

interessante optie naar een noodzakelijke schakel

in het energiesysteem. Zonder intelligente

sturing zullen de piekbelastingen op het elektriciteitsnet

verder toenemen, waardoor netcongestie

alleen maar groter wordt. Tegelijk dreigt ook

de consument daarvan de rekening te betalen:

wanneer energie niet slim wordt gemanaged,

leidt dat onvermijdelijk tot hogere kosten en een

minder efficiënt gebruik van beschikbare hernieuwbare

energie.

Uitgebreid programma

Tijdens het event in Technopolis wordt toegelicht

hoe die slimme sturing werkt en meer diepgaand

uitgelegd waarom ze essentieel wordt om elektrische

mobiliteit verder uit te rollen zonder het net

te destabiliseren.

Dirk De Wolf van Techlink. Hij licht op het event de resultaten toe van een recente bevraging bij installateurs

die inzicht geeft in de verwachtingen en noden rond slim laden binnen de sector. (beeld: Techlink)

Daarnaast krijgt ook de marktdynamiek aandacht

tijdens het event. Frank Van Gool van FEBIAC zal

er schetsen hoe snel de Belgische automarkt evolueert

richting elektrificatie en welke strategieën

voertuigconstructeurs volgen. Dat kader maakt

duidelijk dat de vraag naar laadinfrastructuur de

komende jaren alleen maar zal toenemen, en dus

ook de druk op installateurs. ❯

76 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

De vertaalslag naar de praktijk komt expliciet aan

bod in verschillende sessies. Zo gaan Dominique

Ectors (VITO) en Tim Goossens (Volta) in op de

vraag hoe je een laadpaal nu precies slim maakt

en welke rol energiecontracten en netomstandigheden

daarin spelen. Daarnaast licht Dirk De

Wolf (Techlink) de resultaten toe van een recente

bevraging bij installateurs, die inzicht geeft in de

verwachtingen en noden binnen de sector.

energietransitie”, zegt Dirk De Wolf van Techlink.

“Het biedt Belgische installateurs, groothandels

en fabrikanten concrete inzichten en praktische

handvatten om actief bij te dragen aan de uitrol

van duurzame en toekomstgerichte laadinfrastructuur.

Daarnaast vormt het event een waardevol

platform om kennis te delen en te netwerken met

andere stakeholders uit de sector.”

De vertaalslag naar

de praktijk komt

expliciet aan bod in

verschillende sessies

De studiedag kijkt ook verder dan klassieke regelstrategieën.

Wout Lagae (pleevi.ai) toont hoe artificiële

intelligentie ingezet kan worden om laadparken,

batterijen en energieproductie op elkaar

af te stemmen, met als doel kosten te verlagen,

pieken af te vlakken en lokale energie optimaal

te benutten.

V2G-laadplein in Bonheiden

onder de loep

Met het V2G-laadplein in Bonheiden komt ook

een concreet praktijkvoorbeeld aan bod. Tim

Briers (Watt’s Next) en Thomas Pluymers (gemeente

Bonheiden) lichten toe hoe elektrische

voertuigen daar niet alleen laden, maar ook energie

terugleveren, en hoe zo’n project past binnen

een bredere lokale energieaanpak. Bonheiden zet

daarbij in op bidirectionele deelwagens voor zowel

de gemeente als bewoners, die via een slim

energiemanagementsysteem energie uitwisselen

met gemeentelijke gebouwen en zonnepanelen.

Het programma besteedt ook aandacht aan enkele

randvoorwaarden die in de praktijk bepalend

zijn. Jan Lein (Claeys & Engels) gaat in op de fiscaliteit

rond elektrische voertuigen en thuisladen,

terwijl Carlo Mol (EnergyVille/VITO) de specifieke

uitdagingen rond brandveiligheid van batterijen

en parkings belicht.

Het inhoudelijke programma wordt afgerond met

een panelgesprek waarin verschillende marktspelers

met elkaar in dialoog gaan. Vertegenwoordigers

van onder meer Alfen, ABB, Cebeo,

Rexel, EnergyKing en Go Watts wisselen in het

gesprek van gedachten over de uitdagingen en

opportuniteiten rond slimme laadinfrastructuur.

In het panelgesprek worden de inzichten uit de

voorgaande sessies ook getoetst aan de realiteit

van de markt.

De studiedag gaat door van 12.50 tot

16.30 uur. De deelnemers zijn al om 12 uur

welkom voor een broodjeslunch. Na afloop,

vanaf 16.30 uur dus, volgt nog een receptie

en netwerkmoment.

Deelname is gratis, maar

registreren is wel verplicht.

Dat kan door de QR-code

hiernaast te scannen. ❚

Gratis

De rode draad doorheen het event is helder. In

verschillende sessies wordt duidelijk dat de rol

van de installateur verschuift van het plaatsen

van hardware naar integratie, sturing en optimalisatie

van laadinfrastructuur. “Dit event is belangrijk

voor Techlink omdat het rechtstreeks aansluit

bij drie kernopdrachten van onze beroepsfederatie:

belangenbehartiging, kennisdeling en het

versterken van de installatiesector binnen de

Slim laden evolueert van een interessante optie naar een noodzakelijke

schakel in het energiesysteem. (beeld: Pixabay)

INSTALLATIEENBOUW.BE | 77


USB-C met load balancing:

slim vermogen, automatisch verdeeld

Met de Niko dubbele smart USB-C lader met power delivery, 65 W (piek) laad je twee toestellen rechtstreeks op via USB-C,

zonder losse adapters. Dankzij slimme load balancing wordt het laadvermogen automatisch afgestemd op de aangesloten

apparaten, zodat smartphones, tablets en laptops efficiënt worden opgeladen.

USB-C is de Europese norm

USB-C is verplicht voor mobiele elektronica sinds 2024, en vanaf 2026 ook voor laptops. Met Niko kies je dus voor een

toekomstgerichte oplossing die meegroeit met nieuwe regelgeving.

• twee apparaten tegelijk opladen via USB-C

• load balancing: slimme vermogensverdeling over 2 poorten

• past in standaard inbouwdozen

• compatibel met alle Niko afwerkingen

• CE-conform

• Belgisch vakmanschap met 4 jaar garantie

Ontdek de dubbele smart

USB-C lader van Niko.

niko.eu/usb-c

PA-1310-01


ELEKTROTECH

Light + Building 2026 bevestigt:

gebouwen worden systemen,

geen optelsom van technologieën

Met bijna 2.000 exposanten en ruim 140.000 bezoekers heeft Light + Building 2026 in Frankfurt am Main haar positie als wereldwijd referentieplatform

voor licht- en gebouwtechnologie opnieuw bevestigd. De vakbeurs, die plaatsvond van 8 tot 13 maart, toonde een sector in volle

transitie, waarin energie, digitalisering en ontwerp steeds nauwer op elkaar inspelen. Gebouwen worden zo systemen en zijn niet langer een

optelsom van technologieën.

Tekst Kris Vandekerckhove | Beeld Light + Building

In totaal namen 1.927 exposanten uit 49 landen

deel aan Light + Building 2026. Zij heetten samen

144.767 bezoekers uit 143 landen welkom. Ondanks

geopolitieke spanningen en verstoringen in het internationale

luchtverkeer bevestigde de beurs zo ook

dit jaar haar internationale uitstraling en relevantie.

95% van de bezoekers gaf bovendien aan tevreden

te zijn en hun doelstellingen te hebben bereikt.

Gebouwen als actieve schakels

in het energiesysteem

Een waarneembare tendens op de beurs was

de verschuiving van gebouwen als passieve

energieverbruikers naar actieve componenten

binnen een intelligent energiesysteem. Slimme

energiedistributie, geïntegreerd load- en laadbeheer

en bidirectioneel laden zorgen ervoor dat

gebouwen steeds nauwer verbonden zijn met

het elektriciteitsnet en e-mobiliteit. Dat opent

nieuwe perspectieven voor energie-efficiëntie

en netstabiliteit. Daarnaast viel op dat de aandacht

nadrukkelijk verschuift naar het bestaande

gebouwenbestand. Modulaire en schaalbare oplossingen

maken energie-upgrades en renovaties

efficiënter en economisch haalbaarder. ❯

Bezoekers konden virtueel de toekomst van

gebouwautomatisering en verlichting ontdekken.

95% van de bezoekers gaf aan tevreden te zijn en

hun doelstellingen te hebben bereikt.

INSTALLATIEENBOUW.BE | 79


ELEKTROTECH

In de Design Plaza werden actuele ontwikkelingen in lichtontwerp en architecturale toepassingen gepresenteerd.

Digitale plannings- en beheertools, gecombineerd

met multifunctionele interfaces, vereenvoudigen

zowel installatie als gebruik en dragen bij aan

flexibele, toekomstbestendige gebouwen.

Focus op design en kennisdeling

De sector wordt vandaag in sterke mate gedreven

door elektrificatie en digitalisering, met artificiële

intelligentie als versneller. AI-toepassingen maken

het mogelijk om gebouwen slimmer te beheren,

energieverbruik te optimaliseren en nieuwe businessmodellen

te ontwikkelen. Op de beurs werd

dit onder meer tastbaar in toepassingen rond

technologie voor zogeheten connected buildings,

slimme interfaces en geavanceerde energiesystemen.

Light + Building 2026 toonde ook dat de

focus verschuift van afzonderlijke systemen naar

geïntegreerde oplossingen waarin data, energie

en gebruik centraal staan.

Intelligente en belevingsgerichte

verlichting

Ook binnen de verlichtingssector is een duidelijke

evolutie zichtbaar, werd duidelijk op Light

+ Building 2026. Verlichting ontwikkelt zich van

een statisch element naar een adaptief, datagedreven

systeem. Sensoren, connected armaturen

en AI-gestuurde besturingssystemen maken een

nauwkeurige, vraaggestuurde lichtverdeling mogelijk,

afgestemd op aanwezigheid, daglicht en

gebruiksscenario’s. Die flexibiliteit is relevant

voor uiteenlopende toepassingen, van residenti-

ële projecten tot retail, hospitality en stedelijke

infrastructuur. Tegelijk blijft licht een essentieel

ontwerpelement binnen architectuur en interieur,

benadrukten veel verlichtingsfabrikanten op de

beurs. Nieuwe armaturen, materiaalgebruik en

lichtkleuren versterken de ruimtelijke beleving,

ondersteunen oriëntatie en verhogen het comfort.

De focus op duurzame materialen en circulair ontwerp

onderstreept bovendien de langetermijnvisie

van de sector, zo werd ook duidelijk.

Gebouwen worden slimmer, flexibeler en

interactiever, terwijl verlichting transformeert tot

een intelligent en emotioneel sturend onderdeel

van architectuur, zo toonde de beurs

Design en kennisdeling versterken

architecturale relevantie

In de Design Plaza werden actuele ontwikkelingen

in lichtontwerp en architecturale toepassingen

gepresenteerd, terwijl initiatieven zoals The

Living Light de impact van verlichting op wonen,

werken en welzijn benadrukten. Ook artificiële intelligentie

kreeg een centrale plaats, onder meer

in de AI Lounge, waar praktijkcases aantoonden

hoe digitale tools het ontwerp- en beheerproces

van gebouwen transformeren. Met aandacht voor

jong talent, onder meer via het Young Design-programma,

bevestigde Light + Building bovendien

haar rol als incubator voor nieuwe ideeën en innovatieve

ontwerpbenaderingen.

Op weg naar geïntegreerde

gebouwen

De rode draad doorheen Light + Building 2026 mag

duidelijk zijn: de gebouwde omgeving evolueert

naar een geïntegreerd systeem waarin energie,

technologie en ontwerp onlosmakelijk met elkaar

verbonden zijn. Gebouwen worden slimmer,

flexibeler en interactiever, terwijl verlichting transformeert

tot een intelligent en sfeersturend onderdeel

van architectuur. De uitdaging voor architecten

en ontwerpers ligt daarbij niet langer in het

toepassen van afzonderlijke technologieën, maar

in het integreren ervan tot coherente, duurzame

en toekomstbestendige oplossingen. ❚

80 | INSTALLATIEENBOUW.BE


Abox

Indoor and protected outdoor areas.

Quick and easy to install.

The new Abox. Now with at least three

soft insertion membranes on one side.

www.spelsberg.be

safe.inspiring.green.


ELEKTROTECH

Beckhoff stelde op Light + Building ook zijn ED-terminals voor.

Bouwstenen voor gebouwautomatisering

van morgen

Qua gebouwautomatisering nam men in het verleden genoegen met de verlichting die aanging als er iemand de kamer betrad. Vandaag dwingt

de wetgever installateurs om verder te gaan. Voor meer energie-efficiëntie enerzijds, maar ook om het comfort van de gebruikers van het

gebouw te verhogen. Data vormen de sleutel tot succes in die trend. Hoe meer het gebouw weet, hoe beter het zich kan gedragen. We evolueren

met andere woorden van gebouwautomatisering naar gebouwbeheersystemen die de fysieke wereld en de wereld van data verbinden.

Op de recente vakbeurs Light + Building, van 8 tot en met 13 maart in het Duitse Frankfurt am Main, toonde Beckhoff heel wat nieuwigheden

die precies op die evolutie inspelen.

Tekst Valérie Couplez | Beeld Beckhoff

De meest indrukwekkende showcase was misschien

wel die van de TwinCAT Co-Agent. Zoals

je eigen AI-assistent je door de dag loodst, gidst

deze je door de codegeneratie die nodig is om

een gebouw te programmeren. “Hij doet dat niet

door het internet te doorspitten, met alle risico’s

op verkeerde informatie of onbetrouwbare antwoorden,

maar door te putten uit een Model

Context Protocol-server, een open standaard die

AI-systemen toelaat om externe databronnen

aan te spreken”, vertelt Alexey Orlov, international

business development manager bij Beckhoff.

“Beckhoff koppelt zo zijn eigen kennisdatabase

aan die AI-toepassingen.”

Drempel verlagen

Maar wat levert dat nu op? “Je kan aan je TwinCAT

Co-Agent in natuurlijke taal vragen om een Twin-

CAT-project te creëren voor de automatisering van

bijvoorbeeld de luchtbehandeling in je gebouw”,

legt Beckhoff support engineer Philip Neyens uit.

“In eerste instantie verwijst hij je naar de templates

die daarvoor relevant zijn. In een oogwenk

weet je welke er allemaal beschikbaar zijn en kan

je beslissen welke de meest relevante is voor jouw

concrete toepassing. Een enorme tijdsbesparing

en een kleinere kans op fouten.”

82 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

“In de toekomst zal je zelfs een volledig automatiseringsproject

kunnen bouwen. Dan verlagen we

pas echt de drempel om gebouwen slimmer te

maken. Hoe ver dat nog van ons af is? Ik zou zeggen

enkele jaren, maar de evoluties gaan echt razendsnel,

dus het zou evengoed binnen een paar

maanden kunnen zijn”, lacht Alexey Orlov.

Nieuwe terminals

Maar vooraleer je AI kan loslaten op data, heb je

ook hardware nodig om die te verzamelen. Niet

evident, omdat je de gegevens van verschillende

technieken met elkaar moet laten praten. Maar

wel een kolfje naar de hand van Beckhoff. Openheid

is van bij de start de basis geweest van zijn

automatiseringstechnologie. “Sinds de introductie

in 2004 is het EtherCAT-protocol uitgegroeid tot

wereldwijde marktleider. Dat heeft het te danken

aan zijn snelheid, de precisie en de flexibele topologie.

En je kan er verschillende technieken in

integreren. Zo kunnen we bijvoorbeeld al jaren

DALI migreren naar EtherCAT, zodat je alles in

dezelfde omgeving kan programmeren. Op Light

+ Building kondigden we een volgende stap aan

in dat verhaal, met de migratie van de M-Bus. In

de toekomst zullen er nog volgen.”

Je kan aan TwinCAT Co-Agent in natuurlijke taal vragen om een TwinCAT-project te creëren

voor de automatisering van bijvoorbeeld de luchtbehandeling in je gebouw.

Dat is niet de enige nieuwigheid op het vlak

van klemmen. Beckhoff stelde op de vakbeurs

tevens zijn ED-terminals voor. Die zijn perfect

compatibel met de EL-serie, makkelijker aan

te sluiten door de push-inverbinding en met

meer diagnosemogelijkheden.

Distributed Power Management

Voor een ander voordeel van EtherCAT moeten

we wat dieper in de techniek duiken. Die bevat

namelijk de distributed clocks-functie. Die maakt

het mogelijk om alle nodes in het netwerk, hoe

groot het netwerk ook is, perfect te synchroniseren.

“De terminals beschikken dus altijd over de

juiste timing. Een functionaliteit die ook voor

energiemetingen interessant is. Distributed Power

Management bouwt immers voort op die precieze

synchronisatie om het voltage maar één keer te

moeten meten, terwijl je de stroom bij alle verbruikers

meet. Daar heb je dus maar één terminal voor

nodig. Interessant om te weten wie wat precies

verbruikt, maar het kan ook iets vertellen over de

kwaliteit van het vermogen, wat dan weer voor

datacentra relevante informatie is”, verduidelijkt

Alexey Orlov.

Nieuwe controllers

Een laatste nieuwigheid zijn de nieuwe controllers

CX8200 en CX9240, die er komen op algemeen

verzoek. Deze embedded pc’s werken

immers op basis van Linux. Philip Neyens: “In

gebouwautomatisering komen IT en operational

technology of OT steeds dichter naar elkaar.

Distributed Power Management bouwt voort op de precieze synchronisatie van EtherCAT om

het voltage maar één keer te moeten meten, terwijl je de stroom bij alle verbruikers meet.

Veel IT’ers geven echter de voorkeur aan werken

met Linux: krachtig, veel ruimte voor automatiseringstaken,

makkelijkere upgrades en de mogelijkheid

om bijvoorbeeld een MQTT-message

broker rechtstreeks te integreren … Ze zorgen

met andere woorden voor meer gebruiksgemak

en openen nieuwe perspectieven in gebouwautomatisering

door een diepere integratie van IT

en OT.” Nog een opvallende nieuwkomer is de

BACnet-controller CX7291. “Klein en een kostenefficiënte

manier om alle I/O-signalen in BACnet

of een andere app te visualiseren. Ook op het

gebied van cybersecurity is deze controller interessant,

de implementatie van BACnet Secure

Connect loopt immers volop.” ❚

‘We evolueren

van gebouwautomatisering

naar

gebouwbeheersystemen

die de

fysieke wereld en

de wereld van data

verbinden’

INSTALLATIEENBOUW.BE | 83


ELEKTROTECH

Nauwkeurige sensortechniek als fundament

voor performante HVAC-systemen

Een stabiel en gezond binnenklimaat start bij één fundamentele stap: correct meten. Zonder betrouwbare data blijft elke regeling nattevingerwerk.

CaTeC, gevestigd in het Nederlandse Wateringen, positioneert zich precies op dat fundament. “Wij leveren de ogen en oren van elk

HVAC-systeem”, klinkt het..

Tekst Wouter Polspoel | Beeld CaTeC

Onder meer in verschillende musea zijn sensoren van CaTeC terug te vinden.

84 | INSTALLATIEENBOUW.BE


ELEKTROTECH

Als specialist in instrumentale meetoplossingen

voor klimaatanalyse richt CaTeC zich op een brede

waaier aan toepassingen. “Kantoren, ziekenhuizen

en musea, maar evengoed fabrieken in de voedingsindustrie

of glastuinbouw: in al die omgevingen

kunnen onze oplossingen parameters zoals temperatuur,

relatieve vochtigheid, CO 2

, luchtsnelheid en

druk meten”, vertelt Francis van Dooren, area sales

manager BeLux bij CaTeC. “Die meetgegevens vormen

de basis voor een binnenklimaat dat niet te

warm, te koud of te vochtig aanvoelt en – vooral –

voorspelbaar en beheersbaar blijft.” CaTeC zag de

rol van sensoren de laatste jaren verschuiven in de

HVAC-sector. “Vroeger bewezen ze vooral hun nut

bij temperatuurregeling, maar de laatste jaren ook

Enkele van CaTeC’s sensoren voor klimaatmeting.

nadrukkelijk bij ventilatie”, legt Francis van Dooren

uit. “Sensoren kunnen ventilatiesystemen dan ook

energie-efficiënter laten werken. We zien overigens

dat vooral ventilatie van het type D aan populariteit

wint. Logisch ook, want daarbij is altijd sprake

van warmterecuperatie uit de afgevoerde lucht, wat

uiteraard energiebesparend werkt.”

Samenwerking als hefboom

CaTeC werkt nauw samen met installateurs. “Geen

catalogusverkoop, wel projectmatige ondersteuning,

waarbij we met de installateur bekijken

welke sensor het meest geschikt is voor een specifieke

toepassing”, aldus Francis van Dooren. “Elk

project vraagt immers een andere aanpak; een

kantoorruimte met printers en ozonuitstoot stelt

andere eisen dan een cleanroom of een industriële

ATEX-zone. Vaak gaat dat gepaard met een

bezoek aan de locatie. De context fysiek bekijken,

kan ons advies – rond type sensor, positionering

en meetstrategie – immers nog aanscherpen.”

CaTeC biedt ook een uitgebreide aftersalesdienst.

“In ons eigen labo of ter plaatse verzorgen wij kalibraties

en we kunnen certificaten afgeven namens

de installateur”, verduidelijkt Francis van Dooren.

“Voor installateurs betekent dat minder administratieve

en technische last.”

Van bedraad naar datagedreven

Bedrade systemen maken ook in de wereld van

sensortechniek plaats voor draadloze netwerken

en cloudplatformen, zo legt Francis van Dooren

uit. “Gebouwen reageren daardoor steeds vaker

op gebruik en externe factoren: minder koeling in

leegstaande zones, ventilatie afgestemd op bezetting

… Bij CaTeC kunnen we die evolutie alleen

maar omarmen. Daarom werken we niet alleen

nauw samen met installateurs, maar ook met andere

fabrikanten. Zo kunnen we tot oplossingen

op maat komen die perfect passen bij de wensen

van onze klanten.”

Van woning tot museum

en ziekenhuis

De sensoren van CaTeC, die volledig in Europa

worden geproduceerd, zijn met andere woorden

lang niet altijd generieke massaproducten. “In

woningen worden vaak goedkopere sensoren gebruikt,

omdat daar minder nauwkeurigheid vereist

is – het maakt niet zoveel uit of het nu 21 of 21,5

°C is. In ziekenhuizen, musea of de voedingsindustrie

echter, kan een afwijking van een tiende

graad grote gevolgen hebben. Dat laatste hadden

ze bijvoorbeeld goed begrepen in het Gents Universiteitsmuseum

(GUM) en Mu.Zee in Oostende.

Sensoren van CaTeC worden er ingezet om kunstobjecten

te beschermen tegen schommelingen in

temperatuur en luchtvochtigheid. “Samen met de

installateur bepaalden we in beide projecten heel

precies het aantal meetpunten, de plaatsing en

de manier van dataverwerking”, aldus Francis van

Dooren. “In apotheken moeten medicijnen onder

strikt gecontroleerde omstandigheden worden bereid

en verpakt. Dat vraagt niet alleen controle

over temperatuur en vocht, maar ook over drukregimes

om fijnstof en virussen buiten te houden”,

legt hij uit hoe de sensoren van CaTeC in de farmaceutische

sector het verschil maken. “En ook in

de industrie wegen de kleinste afwijkingen zwaar

door. Bij de productie van melkpoeder kan een

verkeerd vochtgehalte leiden tot klontering of, in

extreme gevallen, tot stofexplosies. Die risico’s willen

wij met onze sensoren helpen te beheersen.”

Francis van Dooren besluit: “Nauwkeurige sensortechniek

is geen detail in de marge, maar een

structurele hefboom voor performantie, energie-efficiëntie

en risicobeheersing. CaTeC positioneert zich

daarbij niet als leverancier van componenten, maar

als inhoudelijke partner die meedenkt over context,

toepassing en betrouwbaarheid op lange termijn.

Zo proberen wij het verschil te maken met meer

dan alleen onze goed presterende oplossingen.” ❚

INSTALLATIEENBOUW.BE | 85


Word nu ook partner!

Zij gingen u voor.

Scan de QR-code voor de

volledige bedrijvenindex

Benelux-brede communicatie via onze mediakanalen

Kapellestraat 132/1

Gebouw G

8020 Oostkamp

T +32 50 36 81 70

E info@louwersmediagroep.be

w www.louwersmediagroep.com

PROJECTMANAGER

Mathieu Noppe, Pieter-Jan Vansteelandt

T +32 50 36 81 70,+32 499 22 11 03

E m.noppe@louwersmediagroep.be

p.vansteelandt@louwersmediagroep.be


FD1 gamma voor

demineralisatie

Vertrouwde waterbehandeling breidt uit

Draagbaar en gebruiksvriendelijk

Realtime monitoring met de FD1 Combined Meter

Volgens de garantievoorwaarden voor warmtepompen

Combinatie met Fernox Protector F1 om de pH te bufferen

Meer info

fernox-nl.be


REGISTREER

JE NU

PROFESSIONELE BEURS

VOOR DE ELEKTRO-INSTALLATEUR EN DE INDUSTRIE

De wereld verandert voortdurend en onze sector staat voor heel wat uitdagingen.

Van dinsdag 2 tot en met donderdag 4 juni laten we je kennismaken met de nieuwste

producten, oplossingen en mogelijkheden voor de residentiële, tertiaire en industriële

markt. Samen met zo’n 150 topfabrikanten dompelen we je onder in alle innovaties op

vlak van elektrotechniek en HVAC. Na je bezoek aan Cebeo Technologie ben je klaar

voor de toekomst!

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!