Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Nabij
KWARTAALBLAD VOOR OUDERS OVERLEDEN KIND
APRIL 2026 | NUMMER 2
BIJZONDERE GESPREKKEN
“Ik praat nog steeds tegen de jongens,
in mijn hoofd groeien ze mee in de tijd”
Van de redactie
Toevallige ontmoetingen en bijzondere verhalen. Dat
is het thema van deze Nabij. Binnen de redactie was ik
een van degenen die opperden dat dit een goed thema
zou kunnen zijn. Onverwachte pareltjes, onverwachte
herkenning, onverwachte troost op een plek of een
moment dat je het niet verwacht.
We hebben inderdaad prachtige persoonlijk bijdragen
over dit thema van jullie ontvangen. Bijvoorbeeld van
Yolanda Norden over een ontmoeting in Zuid-Afrika, het
geboorteland van haar kind. Yolanda is ook binnen OOK
bekend vanwege haar lezingen voor lotgenoten. Of lees
de bijdrage van Henneke Dijkstra, waarin ze vertelt hoe
zij als ‘levend boek’ bij De Mensenbieb verhalen deelt
met haar ‘lezers’. De Mensenbieb is een organisatie met
als doel allerlei mensen letterlijk met elkaar in gesprek
te brengen en daardoor bij te dragen aan verbinding en
meer wederzijds begrip in onze samenleving. Als we dat
allemaal in het klein doen, dan helpt dat hoop ik ook in
deze onrustige tijden in de wereld. En naast mijn verhaal,
dat van Yolanda en Henneke nog meer waardevolle
verhalen om troost en herkenning in te lezen.
Eveline Brunklaus had een bijzondere ontmoeting
met Roek Lips. Hij is journalist, organisatiecoach,
schrijver en trainer. Tot 2014 was hij netcoördinator
bij de Nederlandse Publieke Omroep. Job, de zoon
van Roek verdronk in 2011. Zijn lichaam werd niet
meer teruggevonden. De zoektocht die daarop volgde
leidde hem op een nieuw pad. Hij voert nu gesprekken
met allerlei mensen over onderwerpen waar hij duiding
voor zoekt en ervaringen die hij in een perspectief wil
plaatsen. Laat je door hem inspireren in deze aflevering
van ‘In gesprek met…’.
En verder zijn er natuurlijk in de rest van de Nabij nog
veel meer verhalen en wijsheden te delen. Wij wensen
dat het lezen hiervan helpt om het verlies te dragen, te
verweven en anders in liefde door te mogen leven.
Cecile Bus
COLOFON
Het blad van de vereniging Ouders van
een Overleden Kind (OOK) verschijnt vier
keer per jaar
Jaargang, nummer
2026, nummer 2
Redactie
Marja Bouwman, Beate Matznetter,
Cecile Bus, Eveline Brunklaus en
Klari Nanning
Carlo Ultee (fotografie)
Foto's omslag en bij interview
Marleen Bouwman-van Echteld
www.klikenzo.nl
Opmaak & Vormgeving
MEO, Alkmaar
Sluitingsdatum kopij volgende Nabij
15 mei 2026
OOK
www.oudersoverledenkind.nl
www.facebook.com/oudersoverledenkind
info@oudersoverledenkind.nl.
Redactieadres
redactie@oudersoverledenkind.nl
Abonnement en adreswijziging
ledenadmin@oudersoverledenkind.nl
MEO 088 - 505 43 36
Copyright © 2026
Niets uit deze uitgave mag worden
overgenomen zonder schriftelijke
toestemming van de redactie en/of
van de betreffende auteur.
De redactie behoudt zich het recht voor
kopij te wijzigen, in te korten of niet tot
plaatsing over te gaan.
De redactie heeft zich ingespannen om
alle rechthebbenden te achterhalen. Voor
vragen en opmerkingen kunt u contact
opnemen met de redactie.
Inhoudsopgave
Nabij 3
In dit nummer
04 OOK op social media
5 Gedicht: Waardevolle ontmoetingen
10 Persoonlijke verhalen
13 Gedicht: Tos
14 Boeken
17 Gedicht: Gestolde tijd
18 Essay: Praten over pijn verbindt
ons met anderen
20 Blijf hun namen noemen
22 In gesprek met Roek Lips
24 Column: Bijzondere gesprekken
in een bijzondere vriendschap
25 Gedicht: Madelief
26 Persoonlijke verhalen
32 Spotlight op OOK
33 Uitnodiging ALV
34 Tien vragen aan een lotgenoot
36 Verbonden Broers en Zussen
38 Gedicht: Troost
39 Oproepen
30 Persoonlijk verhaal
Elle Lepoutre vindt troost en
herkenning in kunst en in
terloopse gesprekken.
06 Interview
In twee jaar tijd verloor Janet
haar zoons Joris en Jasper.
Ze vertelt met trots over haar
jongens en hoe ze er altijd bij
zijn.
35 Vader column
Vader Rudolf deelt een bijzonder
app gesprek met zijn zoon Quin.
4 Nabij Nieuws
OOK op social media
Er wordt veel geplaatst op de socials van OOK en veel mensen reageren, waardoor er steeds meer interactie
ontstaat. Het is bijzonder om te merken dat onze social media goed bekeken worden.
Op Facebook en Instagram vermelden we veel
van onze activiteiten, maar delen we ook mooie
gedichten, artikelen, muziek en hebben we op een
andere manier interactie met de leden. Onlangs
stelden we aan onze volgers een vraag die passend
is bij het thema van deze Nabij:
onderkant van de foto en toen ze bij zijn gezicht kwam, had
ze veel tranen gelaten, vertelde ze. “Hij keek mij echt aan,”
zei ze. Ik vond het zo enorm bijzonder dat zij dit voor ons had
gemaakt.
Irmaassen: Ik kwam een mevrouw uit de buurt een week
nadat onze zoon overleden was tegen. Ze stapte van haar fiets
en zei: “Je kent me niet, maar ik ben ook mijn zoon verloren.
Ik wens je veel kracht.”
Marike Botez- Zonnenberg: Carsten overleed in 2019
plotseling aan een bloedvergiftiging veroorzaakt door de
meningokokkenbacterie. Kort voor kerst dat jaar stond er
een oudere, voor ons onbekende vrouw voor de deur. “Ben
jij de moeder van Carsten?” vroeg ze. Op mijn bevestiging
gaf ze me een prachtige grote stompkaars en verdween.
De vier daaropvolgende kerstperiodes herhaalde zich dit
'ritueel' totdat we verhuisden. Pas na een paar jaar kon ik haar
overtuigen om even binnen te komen en vertelde ze dat ze
in de buurt woonde. Het verhaal van Carsten had ze in de
krant had gelezen en ze wilde haar medeleven tonen. We
hebben mooie gesprekken met haar gehad, maar vooral haar
“Ben jij de moeder van Carsten?” raakte me erg en is me altijd
bijgebleven.
Jolanda Bruggink-Navis: Ik vergeet nooit de vrouw die me
zag in de winkel, net nadat ons dochtertje overleed. Ze heeft
snel bij de corner een bosje roosjes gekocht en gaf me dit. Ze
wist niet wat ze moest zeggen, maar wilde toch een gebaar
maken.
Yvonne van Bokhoven-Nijman: Een collega van mij,
werkzaam op een andere afdeling, appte mij of wij thuis
waren. Zij wilde even na haar werk komen om iets af te
geven. Dit was in de coronatijd met de avondklok. Het was
ongelooflijk: zij had een foto van onze zoon met diamond
painting gemaakt. Zij had onze zoon ook gekend, omdat
haar zoon met hem als jong kind had gevoetbald. Zij vertelde
dat ze dit had gemaakt voor haar eigen 'verwerking' omdat
ze het niet kon loslaten. Ze was bewust begonnen met de
Mike Bing: Het jaar na het overlijden van onze zoon Elon
waarmee ik af en toe gezellig naar de sauna ging, zat ik voor
het eerst weer in de sauna. Tijdens een opgieting vloog het
me even helemaal aan. Ik staarde naar de plek waar hij altijd
zat tot ik een hand op mijn schouder voelde. “Hij zat er weer,
hè?” hoorde ik de opgietster zachtjes zeggen. “Kom maar
even mee, dan gaan we even buiten op het bankje zitten”.
En naast haar, op dat bankje heb ik zitten janken als een klein
kind. Ik zal dit nooit vergeten. Die sauna bestaat niet meer,
maar de steun die ik daar altijd heb gekregen: fantastisch!
Chantal Stopel: Na het overlijden van mijn zoon van 17 kreeg
ik een kaartje waarop stond: Deze kaart had nooit geschreven
mogen worden. Dat vond ik heel bijzonder en zo waar.
Arlette Geers: Mijn vorige buurman heeft een paar weken na
het overlijden van mijn zoon Jurgen een foto op canvas laten
plaatsen van hem. Dat was zijn gebaar om iets van troost te
geven en steun.
Zo bijzonder en ontroerend mooi.
Saskia Baltus: Een nichtje van mijn man heeft allebei mijn
jongens vereeuwigd in een schilderij, Nick (35) en Sean
(voor altijd 26); zo een treffende gelijkenis. Het was een
heel ontroerend en emotioneel moment toen ze het
overhandigde. Dat gaf mij heel veel troost en steun. In plaats
van woorden waren dit daden.
Mieke van Rooijen: Mijn dochter die Roeland nooit gekend
heeft, zei: “Ik had hem zo graag willen leren kennen, mam.”
Jaren later had ze mij getrokken met Sinterklaaslootjes. Ze
gaf me een prachtig gedicht en een mooi sterretje met de
afbeelding van Roeland en de tekst: Nu zijn jullie altijd samen.
Terwijl ik dit schrijf, word ik opnieuw emotioneel.
Gedicht
Nabij 5
Waardevolle ontmoetingen
Toevallige ontmoetingen
samen een stukje op lopen
soms zo waardevol.
Delen van
gedachten, ervaringen
gevoelens
dat wat bindt.
Een gebaar
zomaar geraakt
een gevoelige snaar.
Een woord
door de ander
worden gehoord.
Leed verzacht
onverwacht.
Door herkenning
gevoel van erkenning.
Klari Nanning
6 Nabij Interview
JANET PESTMAN OVER
HAAR OVERLEDEN
ZOONS JASPER EN JORIS
“IK ZAT TWEE MAAL
IN DEZELFDE
SLECHTE FILM”
Trouwe lezers van Nabij zien ieder
kwartaal in de rubriek Blijf hun namen
noemen Jasper of Joris Scherrenburg
verschijnen, steeds om en om.
Nieuwsgierig naar het verhaal achter de
foto’s van deze twee prachtige broers,
ga ik in gesprek met hun moeder Janet
Pestman. In de voortuin van haar huis
valt mijn oog direct op een damesfiets
met een kinderzitje, begroeid met mos.
De fiets heeft een gebroken frame en
rijdt niet meer, maar Janet wilde hem
niet wegdoen, omdat alle twee haar
jongens nog in het zitje hebben gezeten.
In de hal hangen op een kinderkapstokje
jasjes van haar zoons en haar huis is,
zoals ze zelf zegt “een museumpje voor
mijn jongens.” Overal foto’s en collages
en voor ieder een eigen vitrinekast met
waardevolle herinneringen, zoals handen
voetafdrukken.
“Ik was 39 jaar toen ik Jan-Peter ontmoette. Het
hoofdstuk ‘kinderen’ had ik voor mezelf toen al
afgeschreven. We trouwden vrij snel en er kwam toch
een kinderwens. We besloten het een kans te geven en
ik werd snel zwanger. Op 14 maart 2008 werd Jasper
geboren, echt een kadootje. Hij is geboren met een
spoedkeizersnede, maar verder ging alles prima. We
waren dolgelukkig. Jasper was een vrolijk, levendig kind.
We gunden hem graag een broertje of zusje. Hoewel
we wisten dat de kans op een zwangerschap niet groot
meer was, ik was inmiddels bijna 45, werd ons gezin
op 16 december 2010 uitgebreid met Joris. Nog een
wonder! Jasper was meteen gek op hem en was een
echte grote broer, meteen heel beschermend. Dat is
altijd zo gebleven, als hij iets kreeg, zorgde hij er altijd
voor dat ook Joris niet vergeten werd.”
Een genetisch foutje
Joris groeide niet goed en bleek een koemelkallergie te
hebben. Vanwege een hartruisje verwees de kinderarts
door naar de cardioloog. Joris had een verdikte
hartspier, wat op zo’n jonge leeftijd nooit voorkomt.
Na een lange periode van onderzoeken blijkt dat het
gaat om een genetisch chromosoomfoutje dat hcm
Interview
Nabij 7
veroorzaakt; er wordt een verkeerd eiwit aangemaakt
wat voor bindweefselvorming op het hart zorgt. Zijn
ouders zijn zonder dat zij dit wisten allebei drager van
deze genetische mutatie op één chromosoom met
een aangetast gen en hebben allebei het foute gen
doorgegeven. Op dat moment was Joris de enige in
Nederland met deze genetische mutatie. Daarom kon
men niet goed voorspellen wat er zou gebeuren. Er zijn
geen medicijnen voor. Het bleef bij monitoren, eens per
half jaar een onderzoek in het ziekenhuis.
“Wij hadden daar zelf nog helemaal niet bij stilgestaan,
maar de cardioloog vroeg: ‘Heeft Joris eigenlijk
broertjes of zusjes?’ Toen is ook Jasper onderzocht en
hij bleek dezelfde dubbele mutatie te hebben. De kans
dat je de Staatsloterij wint is groter dan dit.”
Er was vooral onzekerheid over de toekomst. De artsen
vertelden de ouders dat de meeste kinderen met
vergelijkbare aandoeningen in de puberteit last kunnen
gaan krijgen van hartritmestoornissen. De jongens
deden het lange tijd goed.
“Ze waren echt twee handen op één buik. Jasper was
serieuzer en Joris meer een clowntje. Ze speelden veel
met elkaar. Het waren echt jongens, stoeien, druk, lekker
keten met elkaar en net als hun vader dol op pretparken,
Star Wars, auto’s en autoraces. We hadden het advies
gekregen om ze niet in een achtbaan te laten gaan om
risico’s te mijden. Maar eenmaal in een pretpark wilden
ze dat natuurlijk heel graag en stonden we twee keer (in
plaats van vaker) toe. We wilden ze plezier laten hebben
en een zo normaal mogelijk leven. Ze gingen gewoon
naar zwemles en Jasper zat op voetbal.”
“De kans dat je de
Staatsloterij wint is
groter dan dit”
Plotseling overlijden Joris
“Op 3 juni 2015 liep ik met de jongens naar school.
Joris zei ineens: ’Mama, niet zo snel lopen!’ Voor ik
het wist, viel hij zomaar neer. Ik heb hem opgepakt, hij
reageerde niet meer. Snel heb ik Jasper afgeleverd op
school. In hetzelfde gebouw zit ook een huisarts. Die
begon meteen te reanimeren en liet een ambulance
oproepen voor een kinderreanimatie. De grond zakte
onder mijn voeten weg toen duidelijk werd dat Joris
8 Nabij Interview
een hartritmestoornis had gehad. Er kwam ook
een traumahelikopter en politie. We gingen met de
ambulance naar Utrecht. In het ziekenhuis hebben
ze Joris nog een uur lang geprobeerd te reanimeren,
maar uiteindelijk zijn ze gestopt. Het enige dat ik
toen wilde was dat ze alle apparatuur weghaalden
en dat ik hem kon vasthouden. We wilden Joris mee
naar huis nemen en dat mocht in onze eigen auto.
Hij is thuis in zijn eigen bedje opgebaard. Joris is vier
jaar en vijf maanden geworden.”
“Jasper was toen zeven. We hebben hem betrokken
bij de uitvaart en samen met hem hebben we het
grafmonumentje voor Joris uitgezocht. Joris zijn
plotselinge overlijden was een grote schok voor ons
en voor onze omgeving. Daarna was ik helemaal
verdoofd, ik leefde in een overlevingsstand. Ook heb
ik me lang schuldig gevoeld omdat ik me afvroeg of
ik alert genoeg had gehandeld en of ik zijn dood niet
had kunnen voorkomen.”
“Twee jaar lang was de angst
om Jasper te verliezen
voortdurend aanwezig”
Zorgen om Jasper
Janet heeft achteraf het gevoel dat ze haar emoties
over de dood van Joris heeft geblokkeerd om er
zoveel mogelijk voor Jasper te kunnen zijn. Jasper
miste zijn broertje ook en kon of wilde er met zijn
ouders niet altijd over praten. Met een rouwcoach
had hij goed contact.
Zijn ouders kregen het advies uit voorzorg een icd bij
Jasper te laten aanbrengen, een inwendige defibrillator
die het hart een stroomstootje geeft als het hartritme
niet normaal is. “Het is een forse operatie, die niet
zonder risico is. We hebben eerst een second opinion
gevraagd in een ander ziekenhuis en in september 2015
is de icd geplaatst. Gelukkig zijn de operatie en het
verblijf op de ic goed verlopen.“
Sinds de dood van Joris hadden beide ouders de
voortdurende angst om ook Jasper te verliezen. “Ik werd
heel beschermend en voorzichtig met hem. Hij mocht
niet meer alleen van en naar school en als hij met een
vriendje wilde spelen, dan het liefst bij ons thuis. Hij
vond dat natuurlijk niet altijd leuk. Zijn vader wilde hem
wat meer vrijheid geven. In de zomervakantie van 2015
zijn we toch op vakantie gegaan, hoe moeilijk dat ook
was, een visvakantie in Denemarken. Joris was er ook
bij, we hadden een fotocollage en zijn knuffel bij ons.
Jan-Peter had de jongens ooit beloofd dat we een keer
naar Amerika zouden gaan en dat hebben we in 2016
met Jasper gedaan. We hebben veel plekken met hem
bezocht. Zijn vader heeft ook veel stoere dingen met
hem samen gedaan, zoals het bezoeken van autoraces
en het rijden in een cabrio. Pas later hoorde ik van hem
dat hij het makkelijker vond om samen met Jasper
iets te doen dan met zijn drieën, omdat hij het gemis
van Joris dan minder scherp voelde. We gingen voor
de kwaliteit van leven en wilden alles eruit halen voor
Jasper. Soms vond ik dat zelf weleens te veel, maar
achteraf ben ik toch blij dat hij nog zoveel leuke dingen
heeft kunnen meemaken.”
Twee keer dezelfde film
“In 2017 zijn we in de zomer weer op visvakantie in
Denemarken geweest met Jasper. Op 19 augustus
hadden we een familiebarbecue gehad. Het was een
geweldige dag geweest en Jasper had genoten. We
gingen naar huis en liepen naar de auto, toen Jasper
ineens neer viel. De icd ging af, 112 werd gebeld, een
ambulance en de traumahelikopter kwam. Het voelde
of ik voor de tweede keer in dezelfde slechte film zat.
Ook Jasper werd twee uur gereanimeerd. De icd had
gewerkt, maar kreeg het hart niet meer in voldoende
ritme. Toen ik zag dat het hopeloos was, heb ik tegen
Jasper gezegd: ‘Als je naar je broertje wilt gaan, mag
je gaan.’ Weer zat ik met mijn overleden kind in mijn
armen en moesten we familie gaan bellen. Jasper
Interview
Nabij 9
is negen jaar en vijf maanden geworden. Het wilde
gewoon niet tot me doordringen dat Jasper ook
overleden was. Toen we de rouwkaart binnen kregen,
had ik het gevoel: de naam klopt niet, het moet Joris
zijn, want Jasper leeft nog.”
Kort na de dood van Jasper zijn zijn ouders uit elkaar
gegaan. “We waren allebei zo aan het overleven en de
pijn was zo groot als we samen waren, we kwamen
er samen niet meer uit. Mijn ex-man had vrij snel een
nieuwe partner en heeft ook weer een gezin. Eerst vond
ik dat heel confronterend. Nu weet ik dat hij ook zijn
moeilijke momenten heeft en als dit zijn manier is om
verder te gaan, heb ik daar vrede mee. We hebben nog
steeds goed contact en bij de gedenkdagen spreken we
altijd samen af en delen we herinneringen.”
Drastische keuzes
“Toen mijn grootste angst werkelijkheid was geworden,
was die ook meteen verdwenen. Ik ben nu nergens
meer bang voor. Op het moment dat je kinderen weg
zijn, is je toekomst weg. Jan-Peter en ik hadden tegen
elkaar gezegd: uit respect voor onze jongens moeten
we doorgaan, net als Jasper zo dapper is doorgegaan
toen Joris overleed.
Jarenlang heb ik slecht geslapen. Waarom moet ik nog
wakker worden? ’s Avonds niet de moed kunnen vinden
om naar bed te gaan, ’s morgens niet de energie vinden
om op te staan. De decembermaand vind ik de meest
afschuwelijke maand van het jaar, want alles samen met
zijn allen, is er niet meer.
“Ik heb mijzelf opnieuw
moeten uitvinden”
Ik moest mijzelf opnieuw uitvinden en heb drastische
keuzes gemaakt. Ik ben verhuisd omdat ik in de
nabijheid van de begraafplaats wilde wonen. Mijn
werk in de ict boeide mij niet meer en ik heb mij
laten omscholen. Ik werk nu in de ouderenzorg met
dementerenden. Dat is een bewuste keuze, omdat
zij geen vragen stellen en ook geen toekomst meer
hebben, net als ik. Het is ook mooi werk, want ze geven
veel liefde. Je kunt veel betekenen door aandacht te
geven, een glimlach of knuffel doet zoveel.
Heel lang had ik nergens zin in, maar geleidelijk heb ik
toch weer dingen opgepakt. Een keer op vakantie, met
vriendinnen uit eten gaan of naar de bioscoop. Gelukkig
heb ik een paar goede vriendinnen die het begrijpen als
ik geen zin heb om mee te gaan.”
Ze zijn er nog steeds bij
Joris is begraven in een Sterrenhofje voor kinderen tot
en met zes jaar. Jasper was eigenlijk te groot voor die
plek, maar er werd een uitzondering gemaakt. Ze liggen
nu tegenover elkaar met de voeten naar elkaar toe. “Daar
was ik blij mee, want ik kan ze nu tegelijk bezoeken. Ik ga
dan op een vissersstoeltje tussen hen in zitten. Bijzonder
is dat ik op die plek vaak een dier of symbool zie dat ik
verbind met de jongens.
Ik heb veel mooie herinneringen, maar de pijn van het
gemis gaat nooit weg. Het wordt verweven, je leert er mee
leven. Onbewust zijn ze geen moment uit mijn gedachten.
Ik praat nog steeds tegen ze. Ze zijn er nog steeds bij. In
mijn hoofd zie ik de jongens groter worden, ze groeien
gewoon mee in de tijd. Jasper zou nu 18 zijn en Joris 15.
Voorlopig moet ik het hier nog even volhouden, maar ik
weet zeker dat ik ze ooit weer terug zie.
In zekere zin leef ik nu onbezorgd, vrij van angsten en
sterk in het moment. Ik geniet van kleine dingen en
ik probeer er wat van te maken. Dat kost veel tijd en
energie, maar er is altijd wel ergens een sprankeltje waar
je voldoening uit haalt. Dat is ook wat ik tegen andere
ouders zou willen zeggen. Leef vooral in het moment,
maak je niet druk om wat is geweest, want dat kun je niet
terugdraaien, en op de toekomst heb je slechts beperkt
invloed. Geniet van wat je wel hebt en maak je niet druk
om kleine dingen.”
Marja Bouwman
10 Nabij Persoonlijke verhalen
Terug naar Kaapstad
Ben, mijn achtjarige zoon, was nog maar enkele
dagen overleden toen mijn intuïtie mij naar Zuid-
Afrika leidde. In dit land ontmoetten we Ben voor
het eerst, nadat we na een lange adoptieprocedure
waren gematcht met deze prachtige, bijzondere
jongen. Zonder rationele reden, zonder duidelijk
doel, groeide het verlangen om terug te keren naar
Bens geboortegrond. De golven van rouw die me
in de maanden daarna overspoelden, drukten dat
verlangen naar de achtergrond, maar het verdween
niet. Na maanden kwam het weer naar boven, en
durfde ik te accepteren dat mijn intuïtie en mijn hart
iets wisten wat mijn verstand niet kon bevatten. Ik
gunde mezelf nog wat tijd om aan het idee te wennen.
Negen maanden na het overlijden van Ben vertrek
ik naar Kaapstad. Ik huur voor een maand een
kleine studio via AirBnB. De eerste dagen vul ik met
gewone dagelijkse activiteiten: slapen, veel huilen,
schrijven, boodschappen doen, koken, de dagen
stiller dan thuis in Nederland. Geen bekenden in
de buurt. Geen telefoontjes. De stilte drijft me naar
buiten, naar de heuvels waar de stad zich omheen
heeft gevouwen. Buiten, in de bergen, maar ook
langs de kusten en de uitgestrekte lagunes van de
West-Kaap, leert mijn lichaam hoe heilzaam de
natuur is.
Op een dag besluit ik een bezoek te brengen aan
Langa, het honderd jaar oude township vlak buiten
Kaapstad. Don, mijn gids voor de dag, is 37 jaar en
geboren en getogen in Langa. Aan de hand van
zijn levensverhaal vertelt hij over de verschillende
buurten van de township: de winkels, scholen,
gezondheidszorg en de geschiedenis van townships
in Zuid-Afrika. Hij is trots op Langa en om de paar
zinnen groet hij een vriend, een familielid of een
buurman. Overal zie ik mensen op straat. Kinderen
spelen met een plastic fles, een groep meisjes
danst op vrolijke muziek die uit een kleine speaker
klinkt. In Langa behoren de meeste bewoners tot
de Xhosa-bevolking. De gemeenschap is hecht,
vertelt Don; je blijft wonen waar je bent geboren
en waar je clan woont. Ook als je carrière maakt
en het lukt om meer geld te verdienen dan je
ouders voorheen. Trots laat Don zien in welk hostel
hij zelf met zijn vader heeft gewoond en in welk
appartementsgebouw hij tegenwoordig woont. ‘Dit
is wat onze ouders ons hebben geleerd. Als je elke
dag werkt, kan het leven makkelijker worden. We
geloven dat we allemaal in een gemeenschap leven
en voor elkaar moeten zorgen. Iedereen hier is mijn
broer, mijn zus, mijn neef of mijn vriend, zelfs als ze
niet tot mijn clan behoren. We bestaan omdat we
voor elkaar zorgen. Begrijp je dat?’ Ik begrijp het en
ik voel het ook. De mensen groeten elkaar hartelijk,
Persoonlijke verhalen
Nabij 11
slaan elkaar vriendelijk op de schouders, omhelzen
elkaar en maken een praatje. Ze helpen elkaar met
het bereiden van voedsel, geld verdienen, voor
elkaars kinderen zorgen, elkaars woningen bouwen:
de kern van het magische begrip ubuntu.
Dan komt opeens de vraag die al de hele ochtend
boven ons hangt: ‘Waarom ben je hier?’ vraagt Don
als we een korte pauze nemen. ‘Omdat ik moest,’
begin ik mijn antwoord. Ik vertel Don over Ben:
waar hij geboren is, waar hij heeft gewoond en
ook dat hij Xhosa is. En dat ik in Zuid-Afrika ben
omdat mijn gevoel als een kompas mij deze kant op
stuurde. ‘Waar heb je hem begraven? Heb je hem
in Zuid-Afrika begraven?’ ‘Nee, hij is begraven in zijn
gemeenschap, tussen zijn vrienden, in het dorp waar
hij het grootste deel van zijn leven heeft gewoond.’
‘Hm.’ Don fronst eerst en knikt dan bedachtzaam. ‘Je
hoeft je geen zorgen te maken over je zoon. Ook al
kun je hem niet meer aanraken, hij is nog steeds bij
je. Hij zal er zijn zolang jij leeft.’ Zijn woorden raken
me en brengen mijn verdriet naar boven. Een traan
rolt uit mijn oog. Don ziet het niet, of doet alsof hij
het niet ziet, en vervolgt: ‘Op een nacht zul je hem
in je slaap horen. Hij is er altijd.’ Hij drinkt de laatste
slok van zijn espresso en staat op. ‘Kom, we gaan. Ik
moet je het politiebureau laten zien.’
Aan het eind van de ochtend verlaat ik het township.
De ontmoeting met Don zal me altijd bijblijven; zijn
overtuiging en zijn boodschap waren zo oprecht. Hij
probeerde niets op te lossen, niets te ontlopen. Zijn
woorden kwamen uit zijn hart, gaven ruimte voor
mijn pijn en voor Ben; zijn leven en zijn bestaan op
aarde. Een ontmoeting die ik met me meedraag tot
in lengte van dagen.
Yolanda, moeder van Ben
12 Nabij Persoonlijke verhalen
Tatoe
Wij zijn in mei 2020 onze zoon Swen van 14 jaar jong
verloren.
Hoe wij vaak in gesprek
komen is door onze
passie varen op onze
boot. We kochten de boot
in november 2019. Swen
maakte de proefvaart
mee. Het weekend vóór
we voor het eerst op de
boot zouden gaan slapen
heeft Swen met zijn
spelletjes geholpen de
boot in te richten.
Maar op donderdag 12
maart 2020 werd Swen
getroffen door een
hersenbloeding. Wij hebben 12 weken geknokt
voor het leven van onze zoon. Het mocht niet
baten want 29 mei 2020 is Swen overleden.
Drie jaar geleden hebben wij de boot laten verven
en een nieuwe naam gegeven: Tatoe .
Toen Swen jonger was had hij een spraakgebrek en
als ik tegen hem zei: "Swen, I love you so much"
dan riep Swen uit volle borst: “mama Tatoe ”. In
2018 heeft hij dat op een steen geschreven voor
moederdag. Met deze naam vaart Swen altijd mee.
De as van Swen zit thuis in een groot anker dat in
de huiskamer in de kast staat. Als mensen vragen
wat Tatoe betekent, dan zeg ik dat het liefde
uitstraalt. En dan vertel ik over mijn mannetje dat
nog elke dag zo wordt gemist.
Patricia, moeder van Swen
Voetbal
Ik loop met mijn ijsje naar buiten. Alle tafeltjes
zijn bezet, maar er zijn nog een paar stoelen vrij.
Ik vraag aan een oudere man of ik bij hem mag
zitten.
“Ja hoor, tuurlijk,” zegt hij, “als je maar niet bijt.” Hij
lacht breeduit om zijn grap.
“Nee hoor, vandaag niet,” zeg ik. “U heeft geluk.”
“Je kan beter grapjes maken dan ruzie,” zegt hij. En
dán steekt hij van wal.
Hij houdt van voetbal. Zijn kleinzonen voetballen en
hij – opa Jan – mist geen enkele wedstrijd van hen.
Hij vertelt en ik luister vooral. Tot hij ineens zegt:
“Mijn dochter voetbalde ook, maar ze is er niet
meer.”
Hij buigt zijn hoofd. Ik ben even stil, maar zeg
het dan toch: “Mijn jongste dochter heeft ook
gevoetbald en is er ook niet meer.”
Hij kijkt verrast op en zegt dan: “Wat is het moeilijk,
hè. Ik praat eigenlijk haast niet meer over haar,
maar je kínd… die vergeet je
nooit.”
“Nee,” zeg ik, “nooit.”
Ik vraag naar de naam van
zijn dochter en hoe oud ze is
geworden. “Vijfendertig,” zegt
hij, “en een jaar later ging haar
moeder ook. Dezelfde ziekte.”
Het is even stil, voordat hij de
draad van zijn verhaal weer
vrolijk oppakt. Ondertussen is
mijn ijsje op en zeg ik dat ik weer
verder ga.
“Dag, meissie,” zegt hij.
“Dat was zo ineens een fijne
ontmoeting, hè?” Ik beaam het.
“Dat was het zeker.”
Maria, moeder van Nina
Gedicht
Nabij 13
Tos
Je lijkt tijdelijk op reis
naar onbekende oorden
in het hoge noorden,
land van sneeuw en ijs.
Soms is daar plots je geur
in je verweesde winterjas,
nagebleven sportshirt in je tas,
sta je lachend voor de deur.
Ik verbijt weer mijn verlangen,
het volle besef dat je verborgen ligt
in houten kist, de aarde van het stille bos,
en voeg mij schoorvoetend in de rangen,
voorkomend dat ik alsmaar zwicht
voor de boze uitkomst van deze tos.
Job Stufkens
vader van Tycho (23/12/2005 - 18/8/2022)
14 Nabij Boeken
Elsbeth Kuysters
De glans van snot
Rouw en veerkracht door de seizoenen heen
Uitgeverij Elikser, 2025
Na haar eerste boek,
het indrukwekkende
Moederhart vol rouw
en liefde uit 2020 (de
bespreking uit Nabij
is nog te lezen op de
website van OOK),
is Elsbeth Kuysters,
moeder en psycholoog,
doorgegaan met
schrijven. Schrijven
werkt voor haar helend
en ze raadt haar lezers
van harte aan dat ook
te doen, vooral als je vol zit met emoties of verwarde
gevoelens en gedachten, zoals in rouw. Iedereen kan
het, zie het als een vorm van stoom afblazen, maar
dan op papier.
Dat zij zo goed woorden kan geven aan rouw op een
voor lotgenoten aansprekende wijze, bewijst zij met
deze mooie bundel opnieuw.
In 24 korte fragmenten neemt Elsbeth je mee door
verschillende aspecten van haar eigen rouwproces
vanaf december 2020, niet chronologisch maar
gerangschikt naar de vier seizoenen. Ze schrijft
over herkenbare situaties, zoals de lege agenda met
Moederdag nu zowel haar enig kind als haar moeder
niet meer in leven zijn. Het moeilijke en verdrietige
van oudjaarsavond, een nieuw jaar ingaan zonder
haar kind. Hoe de ziekte en het stervensproces van
haar moeder bij haar herinneringen oproept aan de
lijdensweg van haar dochter Sara. Ze schrijft liefdevol
over Sara, ontroerend over herinneringen en eerlijk
over haar diepe verdriet om de pijn die Sara heeft
gehad, die uiteindelijk geen uitweg meer zag en uit het
leven stapte.
De op het eerste gezicht wat merkwaardige titel slaat
op het wonder van een ontpoppende rups, ‘een hoop
smurrie, snot’, waaruit een vlinder tevoorschijn komt.
Elsbeth ziet hierin de symboliek dat uit een crisis, rouw,
verlies, als een wonder ook waardevolle en mooie
dingen naar voren kunnen komen. Ze doet daarvan op
lichte en overtuigende wijze verslag. De bundel ademt
in alles positiviteit en perspectief, zonder de zwaarte
van rouw en verlies uit de weg te gaan. Ik zie het als
een bemoediging op ons rouwpad, iets waar we als
lotgenoten bij tijd en wijle allemaal behoefte aan
hebben, zeker op mindere dagen.
De korte stukjes nodigen uit om af en toe een
fragment te lezen als je daar behoefte aan hebt of met
je gevoelens worstelt en zoekt naar herkenning. De
mooie opdracht voorin de bundel zegt kort en krachtig
alles over de visie van Elsbeth over de verbondenheid
van rouw en liefde:
‘Ik hoop dat mijn rouw oneindig mag zijn, omdat de
liefde voor mijn overleden dierbaren dat ook is.’
Het is een mooi uitgegeven boek, met een glanzend
omslag. Bij elk seizoen staat een door Sara ingekleurde
mandala in prachtige kleuren en een natuurfoto
gemaakt door Elsbeth met een treffende tekstregel.
Elsbeth Kuysters geeft regelmatig lezingen voor OOK,
door het hele land. Houd daarvoor de maandelijkse
nieuwsbrief en de agenda op de website in de gaten.
Ook haar website www.elsbethkuysters.nl is de moeite
waard.
Marja Bouwman
Boeken
Nabij 15
Maggie O'Farrell
Hamnet
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 2020
Het verhaal van Hamnet
speelt in de zestiende
eeuw en is losjes
gebaseerd op het leven
van William Shakespeare.
Vanaf de eerste bladzijde
voel je dat het noodlot
gaat toeslaan. Zoon
Hamnet zoekt wanhopig
naar hulp als zijn zusje
Judith ziek wordt. Vanaf
dan wordt afwisselend
in flashbacks het verhaal
van William en zijn gezin
verteld.
William groeit op als zoon van een handschoenmaker
die ooit aanzien genoot, maar na onwettige handel in
ongenade is gevallen. In een huis waar spanning en
een veeleisende, snel ontvlammende vader de sfeer
bepalen, kan William zijn plek maar moeilijk vinden. Hij
dwaalt wat rond, geeft hier en daar Latijnse lessen, en
probeert te ontsnappen aan de verwachtingen die op
hem drukken. Die kwetsbaarheid maakt hem tot een
buitenstaander, net als Agnes, een jonge vrouw die
haar toevlucht zoekt tot kruiden, dieren en de natuur
omdat zij zich door haar stiefmoeder ongewenst voelt.
Wanneer deze twee elkaar ontmoeten, ontstaat een
liefde die even teder als eigenzinnig is.
Ze trouwen tegen de wil van hun beide families. Samen
bouwen William en Agnes een gezin met eerst dochter
Susanna en later tweeling Judith en Hamnet. Agnes
moedigt William aan naar Londen te gaan om zijn
talenten in het theater te benutten. Zij wil hem later
volgen, maar dochter Judith is ziekelijk en te kwetsbaar
voor de grote stad. Agnes blijft met de kinderen achter.
En dan wordt Judith dus ziek, doodziek. De pest waart
rond in Europa en heeft Engeland bereikt. Agnes’ kennis
van kruiden en genezing biedt normaal gesproken
hoop, maar deze keer lijkt alles tevergeefs. De
wanhoop van Agnes is heftig en invoelbaar. Maar het
is niet Judith die komt te overlijden. Wat volgt is een
aangrijpende beschrijving van verlies. Niet alleen het
sterven van een kind, maar ook het hartverscheurend
afscheid, de stilte die daarna valt, de leegte in huis en
de manier waarop rouw elk detail van het dagelijks
leven binnendringt.
Schrijfster Maggie O’Farrell laat zien hoe verschillend
ouders met verdriet omgaan. Agnes’ rouw is tastbaar,
lichamelijk bijna — een pijn die haar overal achtervolgt.
William daarentegen lijkt zich af te sluiten en wil terug
naar Londen, waar het theater wacht. Dit wekt bij
Agnes de indruk dat hij hun kind vergeet. Pas later
wordt duidelijk dat ook hij worstelt met dit grote verlies
en zijn gevoel te hebben gefaald als vader. Hij vindt
uiteindelijk zijn eigen vorm om zijn kind bij zich te
houden. Om er woorden aan te geven op de manier
waarop alleen hij dat als toneelschrijver kan. Het
moment dat Agnes zich dat realiseert, als ze intens
boos voor het podium van zijn theater in de buurt
van Londen staat, vond ik enorm indrukwekkend en
ontroerend. In het gedeelde verdriet voel je weer
toenadering tussen de geliefden.
Met een warme, beeldende stijl laat Maggie O’Farrell
zien hoe rouw niet alleen vernietigt, maar ook
verandert en voortleeft in kunst en herinnering.
Hamnet is daardoor meer dan een historische roman:
het is een indringend portret van ouders die proberen
verder te leven na een onvoorstelbaar verlies, en een
boek waarin je als ouder van een overleden kind de
troost van herkenning kan vinden.
Het boek is ook prachtig verfilmd. Tip: Kijk de film niet
kort na het lezen van het boek. Of kijk eerst de film en
lees daarna het boek.
Cecile Bus
16 Nabij Boeken
Lara Taveirne
Wolf
Uitgeverij Prometheus, 2024
Het oog wil ook wat, mijn
aandacht werd meteen
getrokken door de prachtige
vormgeving van dit boek.
Een gebonden boek met
een donkere harde kaft
en een sterrenhemel met
een kompas. Al snel wordt
duidelijk waarom daarvoor
gekozen is.
Wat hieronder volgt is
geen spoiler, omdat op
de achterkant van het boek de kern van het verhaal
ook is weergegeven. De heftige inhoud van deze
waargebeurde geschiedenis weerhield mij even om te
beginnen met lezen, maar toen ik eenmaal begonnen
was, kon ik al snel niet meer stoppen.
Wolf is de jongste broer van Lara en een nakomertje in
het gezin, ze schelen elf jaar en hij is zeven jaar jonger
dan de jongste zus. Er zijn nog twee oudere kinderen.
Als Wolf achttien jaar is en studeert, vertrekt hij voor zijn
familie totaal onverwacht en zonder enig bericht achter
te laten. Zijn ouders, broer, zussen en vrienden blijven
hopen en verkeren lange tijd in onzekerheid over waar
hij is en of hij nog leeft. Vijf maanden later in de lente
wordt zijn lichaam levenloos gevonden in het bos in het
hoge noorden van Lapland. Hij wilde verdwijnen, maar
liet wel goed ingepakt in plastic op zijn lichaam zijn
dagboek achter, het verslag van zijn laatste reis naar het
noorderlicht, dat hij onderweg schreef. Het dagboek is
geschreven in een Moleskine boekje gekocht vlak voor
vertrek, met een kompas naar het noorden door Wolf
erop getekend.
Tien jaar later leest Lara het dagboek van Wolf
opnieuw en start ze met schrijven. Het is een roman
en ze benadrukt dat dit haar persoonlijke beleving en
rouwproces is. Aanvankelijk aarzelt ze om het boek af
te maken en uit te brengen, omdat ze zich de rouw
om Wolf niet wil toe-eigenen en haar familie er niet
ongevraagd mee wil belasten. Voordat het uitgegeven
wordt, laat ze het haar ouders lezen en die steunen haar.
Het boek is de weerslag van de zwerftocht van
rouw van Lara in die tien jaar. Ze is niet op zoek naar
verklaringen of antwoorden, ook het dagboek van
Wolf geeft geen antwoorden op het waarom van zijn
eenzame reis. Lara zoekt naar lichtpuntjes om verder
te gaan en herinneringen aan haar bijzondere broertje
te koesteren. Hij is net als zij behept met een levendige
fantasie en wil schrijver worden.
Ze beschrijft kleurrijke herinneringen aan hun jeugd in
een druk gezin met vijf kinderen, de vakantiereizen waar
in gezamenlijke plakboeken uitgebreid verslag van wordt
gedaan door de kinderen. Grappig en ook ontroerend
is het verhaal dat zij haar broertje meeneemt naar haar
eerste afspraakje met een jongen omdat ze niet alleen
durft.
Door subtiel losse gebeurtenissen en gedachten
te beschrijven, geeft Lara zonder nadruk maar zeer
invoelbaar weer hoe ze de afgelopen jaren heeft
beleefd. De martelende onzekerheid tijdens de
maanden van vermissing, waarvan niemand zich
herinnert hoe ze de dagen doorkwamen. De zwarte
zak waarin zijn lichaam terugkomt en die ze onder
geen beding mogen openen, waardoor het moeilijk te
geloven is dat Wolf echt dood is. De jarenlange dromen
waarin Lara hem zoekt. Haar blijvende schuldgevoel dat
ze niets gemerkt heeft van zijn plannen en niets heeft
kunnen doen om die te verhinderen.
Het is een prachtig en indrukwekkend boek met zijn
naam prominent op de cover. Wolf heeft nu toch zijn
boek, want Lara schrijft dat hij altijd het kleine broertje
was en nu is zij Wolfs zus. Pas na zijn dood is zij gaan
schrijven om zijn wensen te laten uitkomen en een jaar
later kwam haar eerste roman uit. Ze was trots maar
voelde zich tegelijkertijd schuldig.
Een absolute aanrader!
Marja Bouwman
Boeken
Nabij 17
Uus Knops
Het alfabet voor groot verdriet
Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 2023
Psychiater en
rouwdeskundige Uus
Knops schreef dit boek als
handreiking om kinderen
te helpen bij het omgaan
met rouw na de dood
van een dierbare of het
bespreekbaar maken van
verdriet. Bij elke letter van
het alfabet wordt een
woord (of soms meerdere)
dat met rouw en verdriet te
maken heeft uitgelegd, van afscheid tot zwijgen. Bij elke
letter staat een kleurrijke en gevoelige illustratie gemaakt
door Sassafras De Bruyn.
De taal is heel toegankelijk voor kinderen. Er wordt
eerlijk en duidelijk uitgelegd dat dood betekent dat
iemand echt nooit meer levend wordt, echt nooit
meer. En dat je daar ontzettend aan moet wennen
en om moet huilen. Moeilijke woorden als crematie
worden uitgelegd, maar er is vooral veel aandacht
voor alle gevoelens die bij rouw en verdriet komen
kijken en die er allemaal mogen zijn. Kinderen
worden aangemoedigd om erover te praten als ze
zich eenzaam voelen of zich geen raad weten met
hun verdriet en om aan te geven wat zij zelf voelen
en willen. Je mag ook stil zijn en zwijgen, als je
even geen zin hebt om vragen van volwassenen te
beantwoorden.
Een prachtig en behulpzaam boek om samen met
kinderen te lezen of iets in op te zoeken als ze vragen
hebben. Of kinderen kiezen zelf welke letters ze willen
lezen.
Marja Bouwman
Gestolde tijd
Mijn tijd is gestold.
Hiervoor en hierna
lijken opgelost
in een luchtledig
onvermogen
te bevatten
wat ik voel,
wat er is,
in mij
en om mij heen.
Job Stufkens
18 Nabij Essay
Praten over pijn verbindt
ons met anderen
Een paar jaar geleden zei mijn schoonzoon, de vriend
van mijn oudste dochter, tegen me: ‘Ik word al moe als
ik met drie mensen op een dag praat of moet praten. Jij
daarentegen praat elke dag met zo veel mensen en schijnt
daar blij van te worden. Je rijgt deze ontmoetingen als
parels op je ketting!’
Daar moest ik op deze zondagmorgen aan denken. Ik
was onderweg naar het museum Dr8888 in Drachten om
het werk van een bijzondere kunstenares te leren kennen,
Edith van Leckwyck.
Al in de eerste bus, van Zeist naar Amersfoort, was het
raak. De buschauffeur groette me zo opgewekt, dat ik
gelijk zin kreeg om met hem een praatje te maken. Ik
begon over het heldere weer en de blauwe lucht.
De plaats direct naast de deur waar je instapt is mij de
liefste; daar is veel ruimte en kan ik mijn rugtas naast me
neerzetten en goed op de weg kijken en zien waar ik ben.
Als de vrouw of man achter het stuur me leuk lijkt en
weinig mensen in de bus zitten, ga ik dan soms met de
chauffeur spreken.
Met deze vriendelijke vrolijke man leek me dat passend.
Het was zo vroeg op een zondag erg rustig in de bus. Ik
vroeg hem iets over ‘mijn bus naar Utrecht’ waar de laatste
tijd vaak problemen mee zijn.
De chauffeur was al wat ouder en vertelde dat hij niet altijd
chauffeur was geweest. Pas de laatste jaren. We bleken
beiden in onze jonge jaren als leerkracht voor de klas te
hebben gestaan. Daarna was hij twintig jaar schoolleider
geweest en in zijn vak heel gelukkig. In tegenstelling tot
mij. Ik beschouw me eerder als een ‘mislukte juf’, maar
weet nu, op mijn huidige leeftijd, dat wat niet is gelukt in
het leven óók iets zegt over onze talenten.
Al was het niet mijn eerste keus toen, ik ben toch niet
toevallig juf geworden. Ik deel namelijk graag mijn
kennis met anderen. Dat ik hier in de Nabij schrijf
heeft ermee te maken, dat ik begeleider in de GGZ
ben geweest, twee boeken heb geschreven, trainster
communicatievaardigheden bij OOK ben geweest of nog
steeds lezingen en workshops geef. Als invalster in klassen
met kinderen in de puberteit die niet graag meer naar
school gingen (er waren toen te weinig(!) banen waar ik
als basisschooljuf voor geleerd had) moest ik vooral orde
houden en dat lukte me niet. Dat hoeft niet als mensen
zelf kunnen kiezen of ze iets van me willen horen of leren
zoals in mijn latere werkzame leven.
Ik vroeg de chauffeur wat zíjn vroeger werk hem geleerd
had voor zijn huidig vak als buschauffeur. Toen zei hij dat
hij zelden schrikt van mensen die zich ‘anders gedragen’;
dat hij laatst een heel geagiteerde man met koptelefoon in
de bus had, die hij een beetje in de gaten hield tijdens het
rijden. De man stapte uit bij de psychiatrische instelling op
zijn route en toen dacht de chauffeur: ‘Zie je wel, dat was
het! Hij is angstig en daarom zo onrustig. That’s all!’
Omdat hij mensen altijd open tegemoet kan treden heeft
hij zich in de bus nooit bedreigd of eenzaam gevoeld. En
als de bus leeg is luistert hij tijdens de rit een podcast of
muziek.
Zo kwamen we op mijn huidige werk te spreken; dat ik na
de dood van een van mijn kinderen rouwtherapeute ben
geworden en later lotgenoten had geïnterviewd voor mijn
boek. Dat vond de man heel interessant. Ik voelde hoe de
Essay
Nabij 19
stemming veranderde. ‘Hoe oud is uw kind geworden?’
vroeg hij. ‘Zeven maanden.’ Opeens begon hij over zijn
vrouw. Dat ze een stil geboren kindje had gekregen, dat
ze er jarenlang kapot van was. En dat op een dag iets heel
wonderlijks was gebeurd: in de badkamer voor de spiegel
brak de onzichtbare, alleen door haar zo voelbare band die
ze al die jaren om de buik (of borst) had gedragen. Poeff,
opeens was het harnas stuk en kon ze weer ademen. Ze
kwam het hem gelijk vertellen!
Toen waren we in Amersfoort aangekomen en moest ik de
bus snel verlaten om mijn trein te halen. Hij vroeg nog hoe
mijn boek heette; het was misschien wat voor zijn vrouw.
Pas achteraf ging het in me malen: hij had alleen over de
rouw van zijn vrouw gesproken. Was het dan niet hun
gezamenlijk kind geweest? Of had hij de afstand nodig,
voelde hij zich zelf nog niet helemaal vader omdat hij het
kindje niet levend had meegemaakt? En hoe had eigenlijk
mijn man over ons kind gesproken? In ieder geval wel als
heel verdrietige en onthutste vader. Maar dat wij uitvoerig
onze gevoelens deelden kwam eigenlijk nooit voor. Alleen
af en toe en klein stukje. Nooit waren we op een andere
dan Jorins sterfdag samen met de kinderen bij het graf,
nooit met ons tweeën. Hij ging er het liefst alleen heen.
Dat kindje van de (vrouw van) de buschauffeur had
misschien helemaal geen graf? Maar wordt dan in
Nederland niet elk voldragen kind gecremeerd of
begraven? In Wenen had je dertig jaar terug nog de
mogelijkheid om het kindje in het ziekenhuis weg te laten
brengen; zo deden mijn schoonzus en mijn broer het.
Een verschrikkelijk idee. Het ziekenhuis had dan een plek
om deze kindjes te begraven. Ik heb mijn broer nog nooit
gevraagd of de naam van hun stil geboren zoontje, Jakob,
door het ziekenhuis ergens is vastgelegd.
Ik hoop dat het gesprek voor de buschauffeur prettig of in
ieder geval helpend was. Of dat hij en zijn vrouw dan weer
eens samen praten over zijn zorgen om haar toen en zijn
opluchting toen ze weer haar levensvreugde terug vond?
Waarbij ik vooral hoop dat ze kunnen praten over hoe
zwaar het was voor haar en hoezeer de zorgen om haar op
hem drukten. Want zijn zorg van toen nu delen kan helpen
dat zij zijn liefde kan voelen en daardoor zou kunnen praten
over haar eenzaamheid in de rouw, in de eerste jaren.
Want hij vertelde over het moment dat zijn vrouw weer
verder kon. Over zijn opluchting. Over het zware stuk
praten is veel moeilijker. Maar juist dat is nodig.
’We lijden doordat iedereen altijd en overal dat geslaagde
leven tentoon moet spreiden.’ ‘We moeten inzien dat juist
broosheid onze gemene deler is.’ Jeanne van der Kamp,
zorgethicus en theologe, 68, is zojuist gepromoveerd. Ik las
deze citaten van haar in de Trouw en het houdt me bezig.
Ze onderzocht en laat zien hoe in onze op succes gerichte
samenleving lijden wordt ondergeschoffeld. ‘Verbloemd
lijden’ heet haar proefschrift waarin ze aan de hand van
een ziekenhuis laat zien dat we alles weg proberen te
poetsen dat met lijden te maken heeft. Waardoor er een
boodschap wordt verteld: praat niet over wat erg is, wat je
angst inboezemt of neerdrukt. Een van haar promotoren,
de psychiater Dirk de Wachter, noemt dit steeds
wegdrukken van lijden kenmerkend voor onze ‘borderlinesamenleving’.
Maar het maakt ons vooral eenzaam. Want
juist kwetsbaarheid is wat ons verbindt. Dat was voor mij
het mooie aan dit gesprek in de bus: we kwamen net op
tijd bij wat ons het diepst raakte in ons leven: de dood van
onze kinderen, de zorg van hem om zijn vrouw. Mijn zorg
na de dood van ons kind om mijn niet pratende man en
onze kinderen.
Dat maakte dit ochtendgesprek met de onbekende
buschauffeur onvergetelijk.
Ik ben Beate Matznetter, geboren in 1954. Toen ik 40 was stierf onverwachts
Jorin; hij was bijna zeven maanden oud en de actieve, altijd wakkere eerstgeborene
van mijn tweelingzonen.
In Wenen, waar ik geboren en getogen ben, was ik leerkracht, in Nederland
werd ik psycholoog. Ik heb vier kinderen gekregen. Sinds 2005 werk ik als
rouwtherapeut. In mijn boek ‘Samen verder na verlies van een kind’ (Ten
Have, 2014) heb ik ouderparen na de dood van hun kind beschreven, wat voor
ze in hun relatie extra lastig was en waar ze hoop en kracht uit geput hebben.
De overleden kinderen in het boek waren tussen ‘nul’ en dertig jaar oud.
20 Nabij
Blijf hun namen noemen
Blijf hun namen noemen
Blijf hun namen noemen
al zijn zij ook tot stof vergaan.
Blijf hun namen noemen
zij hebben onder ons bestaan.
’t Liefste dat ik heb bezeten
toekomstbeeld van mijn bestaan
vraag mij niet dat te vergeten
en gewoon weer door te gaan.
Want ik wil wel verder leven
maar ik weet niet hoe dat moet.
‘k Hoor bij hen die achterbleven
overleven vraagt veel moed.
Blijf daarom hun namen noemen
noem hun naam en laat mij weten
dat ook jij niet zult vergeten,
alleen zo kan ik verdergaan.
Bregje Peeters
*20-04-1984 † 14-05-2016
Joery Bergboer
*12-02-2003 † 31-05-2024
Forever 21,
Always in our hearts
Tekst van Gery den Otter, bewerking door A.Moritz
Romano
van Nuland
*01-06-1996 † 25-05-2016
10 jaar geleden alweer,
maar nog als de dag van
gisteren
Ben Dubbeldam
van Norden
*04-07-2014 † 06-01-2023
Sala kukuhle lieve Ben -
tot ziens
Finn
*08-04-2005 † 24-07-2025
You're the greatest thing
we've lost.
Fedor
van Heiningen
*06-04-1992 † 31-12-2009
Wil je je kind genoemd hebben in de komende Nabij derde kwartaal (juli, augustus, september).
Stuur dan een foto, de naam en de geboorte- en sterfdag voor 15 mei naar redactie@oudersoverledenkind.nl
Blijf hun namen noemen
Nabij 21
Natalie Hadders
*19-08-2009 † 12-06-2024
We missen je zo vreselijk!
René Linssen
*17-06-1999 † 25-09-2023
- "Stay wild, adventure's
everywhere" - Voor altijd in
ons hart
Joris
Scherrenburg
*16-12-2010 † 03-06-2015
Willem-Jan
Beunk
*21-04-1975 † 24-05-2004
Brenda
Vroombout
*26-05-1978 † 21-12-1992
Rosemarie Harder
*20-04-2003 † 20-04-2003
Onze kleine koningin
Krystian
van Rijssel
*18-09-1995 † 06-05-2018
Eveline Helsen
*16-06-1994 † 13-11-2002
22 Nabij In gesprek met
In gesprek met Roek Lips
Veel lotgenoten ervaren dat hun leven een andere
wending krijgt na de dood van hun kind. Job, de
zoon van Roek verdronk in 2011. Zijn lichaam werd
niet meer teruggevonden. De zoektocht die daarop
volgde leidde hem naar wat hij nu doet. Roek voert
gesprekken met allerlei mensen over onderwerpen
waar hij duiding voor zoekt en ervaringen die hij in
een perspectief wil plaatsen. Over die gesprekken
en wat het overlijden van Job daar voor rol in heeft
gespeeld, daarover sprak ik Roek.
Je leven ziet er op dit moment heel anders uit dan
op het moment dat Job overleed. Is het alleen zijn
overlijden geweest dat je op een ander pad heeft
gebracht?
Als ik er in retroperspectief op terugkijk, kan ik
het een beetje plaatsen op dat moment. Als je er
middenin zit, kan je niet het altijd plaatsen. Dat is
het leven wat voorwaarts geleefd en achterwaarts
begrepen wordt. Ik heb wel geprobeerd om mijn
oude werk weer op te pakken, maar er was in mij
zoveel veranderd door wat ik had meegemaakt dat
mijn belangstelling veranderde. Ik zag er aan de
buitenkant hetzelfde uit maar aan de binnenkant was
ik iemand anders geworden. Er wordt soms gezegd
dat je meer gaat relativeren of zoiets vaags, maar als
mens met zo’n existentiële levenservaring verander je
fundamenteel. Je gaat anders naar de wereld kijken,
dus je paradigma waarmee je naar de wereld kijkt,
verandert. En ik merkte wel dat dat minder goed
aansloot bij de wereld waar ik lange tijd met veel
toewijding had gewerkt.
Nu kan ik daar zo naar kijken, maar op het moment
zelf sta je toch met een soort verwondering te kijken
naar hoe de wereld reageert op zoiets. Achteraf kan
je dat begrijpen maar op dat moment niet, want ik
merkte dat ik de vraag: ‘Hoe gaat het echt met je?’
belangrijker was gaan vinden. Met mij ging het steeds
meer schuren, en dat uitte zich ook fysiek. Ik heb
toen aangegeven dat ik wilde stoppen met mijn baan
bij het bestuur van de publieke omroep. Dat was
moeilijk want het was een belangrijk deel van mijn
leven en ik had mijn werk altijd met verve gedaan.
Ik dacht, over een maand of zo heb ik wel weer een
ander perspectief en dan ga ik gewoon eens ergens
anders een nieuwe start maken. Maar dat werd toen
al gauw een paar maanden en uiteindelijk een jaar.
Hoe heb je toen toch iets anders gevonden?
Er kwam een jonge ondernemer op mijn pad die om
hulp vroeg Hij was met mooie dingen bezig, maar
het liep hem een beetje over de schoenen. Hij vroeg
aan mij of ik hem wilde helpen en zijn mentor wilde
worden. Ik vond het wel een mooie vraag, mentor,
dus toen ben ik met hem mee gaan denken. Al snel
zong zich dat rond en kwamen er vragen van andere
startups, maar al snel werden dat ook besturen van
grote organisaties zoals onderwijs, zorg, ministeries,
betaald voetbal, goede doelen en beursgenoteerde
ondernemingen. Op een gegeven moment bekroop
me een ongemakkelijk gevoel. Ik had het idee dat
de cockpit leeg was als het over de echt belangrijke
vragen gaat.
Wat bedoel je daarmee?
Dingen komen op ons af en daar reageren we op
maar dat is iets heel anders dan bepalen welke
kant je op moet. Toen dacht ik, ik zou weleens met
iemand met veel levenservaring een gesprek willen
voeren. Iemand die snapt hoe dit soort dingen
werken en die met mij in gesprek kan gaan over dat
gevoel van onbehagen dat ik had.
Zo kwam ik terecht bij Paul de Blot, op dat
moment 95 jaar en actief als hoogleraar bij
Nyenrode University. Een man met gigantisch
veel levenservaring. Hij had in verschillende
concentratiekampen gezeten en veel verlies in zijn
leven meegemaakt. In de eerste ontmoeting die
ik met hem had zei hij: “Ondanks alles ben ik een
gelukkig mens”. Ik heb aan hem gevraagd of het
goed was dat ik dat gesprek zou opnemen. Later
zag iemand daar een stukje van en die zei dat ik daar
iets mee moest doen. Ik ben teruggegaan naar Paul
en die vond het interessant dat ik op die manier met
hem in gesprek wilde gaan. We gingen in gesprek
over de essentiële vragen van het leven: ‘Waarom
ben ik hier en wat is het doel van het leven? Wat is
nou werkelijk van waarde?’
In gesprek met
Nabij 23
En toen ben ik daar over gaan schrijven en dacht
ik, wat zou het fijn zijn om hier gewoon eens echt
wat langer over na te kunnen denken en met meer
mensen zo in gesprek te kunnen gaan en zo is van
het één het ander gekomen. En inmiddels is dat dus
mijn hele bestaan.
Kan je aangeven wat het meest indruk heeft
gemaakt toen je die eerste keer met Paul de Blot
sprak?
Niet zozeer dát hij zei dat hij gelukkig was, maar meer
de manier waarop. Het was zo’n doorleefde uitspraak
dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg. Wat bedoel je
dan met geluk? Toen kwam er allerlei vragen boven.
In het eerste gesprek raakte het mij meteen dat hij
zei: “Op de dieptepunten van mijn leven heb ik het
geleerd”. Het was zo doorleefd en elk woord in dat
zinnetje klopte. Dat raakte me. Het was een gesprek
dat niet alleen ging over leiderschap, maar ook over
hoe ik antwoord kon geven op het feit dat ik door het
leven moet met de wetenschap dat Job op er nooit
meer zal zijn en dat met hem een enorme belofte
verdwenen is. Het was een veelbelovende jongen
en het feit dat hij zijn belofte niet waar heeft kunnen
maken vond ik een van de moeilijkste dingen.
Je bent ook ziek geworden, gelukkig in volledige
remissie. Welke invloed heeft dat op je gehad?
Het is niet alleen de ziekte, maar het is ook dat je
langdurig geïsoleerd bent van de wereld. Een half
jaar ziekenhuis en daarna nog eens een half jaar
thuis in isolatie. Dus dan ben je grotendeels van
de wereld afgesloten. Echt menselijke contacten
ben ik daardoor nog belangrijker gaan vinden Hoe
vinden we houvast in een wereld waarin niets meer
vanzelfsprekend is? Dat is de vraag die ik me na de
dood van Job ben gaan stellen. In mijn isolatie heb ik
die vraag aangescherpt in: Wat geeft ons richting?
voorstellingen, die allemaal zijn opgebouwd uit mijn
eigen verhalen en de prachtige ontmoetingen met
uiteenlopende mensen. Mijn werk omschrijf ik als in
gesprek gaan met mensen en daarover in gesprek
gaan met mensen.
Wat is de plaats van Job in jouw leven nu?
Hij is altijd voor mij aanwezig bij de dingen die ik doe.
En ik stel mezelf ook heel vaak de vraag, ‘Hoe zou
hij dit vinden’? Het is niet dat ik het alleen maar voor
hem doe, maar hij is er wel bij. De andere kinderen
ook, hè? Je moet bij een overleden kind soms
oppassen dat die niet groter wordt dan de andere
kinderen. Dus ik doe het voor ze allemaal maar Job
is zeker nadrukkelijk aanwezig. En ja, ik denk dat ik
anders misschien ook wel deze kant was opgegaan,
maar het is door de dood van Job in een soort
stroomversnelling terecht gekomen.
Eveline Brunklaus
Hoe ziet je professionele leven er nu uit?
Ik heb een jukebox waar inmiddels meer dan 480
portretten in zitten en daar omheen vertel ik verhalen.
Ik heb bijvoorbeeld een voorstelling ontwikkeld en die
heet rouw leven en liefde. Maar ook rond leiderschap,
het Kerstverhaal of Valentijn. Ik maak verschillende
24 Nabij Column
Bijzondere gesprekken
in een bijzondere vriendschap
Onze wegen zouden elkaar waarschijnlijk nooit
hebben gekruist als het leven ons had gegeven waar
we op hadden gehoopt. Wat ons samenbracht was
echter niet het leven zoals we het wensten, maar
het leven zoals het zich voltrok, namelijk door het
verlies van een kind. Tussen allemaal andere mensen
die hetzelfde onvoorstelbare hadden meegemaakt,
voelden we meteen een enorme klik. Wat begon
als lotgenotencontact, groeide uit tot een diepe
vriendschap; zo vanzelfsprekend en vertrouwd,
dat we ook in een leven zonder verlies vriendinnen
hadden kunnen zijn.
Jolanda verloor haar kleine meisje van twee in het
zwembad, in een moment van onoplettendheid dat
alles veranderde. Sindsdien draagt ze niet alleen het
gemis, maar ook de schuldgevoelens die nooit meer
verdwijnen.
Ik verloor mijn zoon van achttien jaar. Net volwassen,
zin in de toekomst. Een jongen die de wereld in keek
met een grote glimlach waar we nog zoveel jaren
langer van hadden willen genieten. Tot een bacterie
hem binnen enkele uren van ons wegnam. Ook ik voel
nog steeds schuld: had ik maar eerder gezien hoe ziek
hij was, had ik maar sneller gehandeld. Regelmatig
moet ik mijzelf eraan herinneren: schuldig voelen is
niet hetzelfde als schuldig zijn.
Diepe verbinding
Jolanda en ik zoeken elkaar regelmatig op. Bijvoorbeeld
bij de thermaalbaden in Nijmegen, waar de warmte
van het water even de ontspanning geeft die ons door
verdriet verkrampte lichaam zo nodig heeft. Daar, tijdens
het drijven in het zoutwaterbad of het bubbelen in de
jacuzzi, hebben we de meest bijzondere gesprekken.
Over ons verdriet, maar ook over de vele mooie
herinneringen die we aan onze kinderen hebben. Soms
in tranen, maar even vaak hardop lachend om kleine
anekdotes en momenten die ons herinneren aan hun
levendige aanwezigheid. Het geklater van de fonteinen
vormt de achtergrondmuziek van gesprekken waarvan
de andere badgasten geen enkele weet hebben, maar
die voor ons zo dierbaar en helend zijn.
Grote schok
We zijn ook samen op vakantie geweest naar Mallorca.
We hadden speciaal een adult-only hotel geboekt,
zodat er geen kinderen in het zwembad zouden zijn
die het gevaar van verdrinking met zich mee konden
brengen. Toch gebeurde er tijdens die vakantie iets
wat we juist niet wilden meemaken: een man kreeg
een hartinfarct in het zwembad en moest door andere
gasten uit het water gehaald worden. Het was een
grote schok die ons beiden diep raakte. Jolanda werd
opnieuw geconfronteerd met de pijn rondom de
verdrinking van haar dochter, terwijl ik, bij het horen van
Ik ben Marianne Webster, geboren in 1970. In maart 2018 overleed mijn enig
kind Mike, een kerngezonde, lieve en ambitieuze jongeman van 18 jaar. Hij
overleed binnen een etmaal aan de meningokokbacterie. Sinds 2004 ben
ik mantelzorger van mijn man Jerry (chronische leukemie). Daarnaast werk
ik als docent doktersassistent en als docent NT2. Verder ben ik fotograaf bij
de lokale omroep en doe ik vrijwilligerswerk voor de OOK. Reageren kan via
mailadres marianne.webster@oudersoverledenkind.nl
Column
Nabij 25
de sirenes en het zien van het ambulancepersoneel,
in gedachten meteen weer teruggeslingerd werd naar
de ambulancerit waarin mijn stervende zoon naar het
ziekenhuis gebracht werd.
Het was een intens moment, waarin oude pijn werd
aangeraakt en we door onze emoties overspoeld
werden. En toch voelde het tegelijkertijd als een heel
bijzonder en bepalend moment in onze vriendschap.
Daar, aan de rand van het zwembad, voelden we een
speciale connectie in ons gezamenlijk verdriet. We
boden elkaar troost en steun, precies zoals het nodig
was. Het verbond ons dieper dan woorden konden
zeggen.
Ik denk weleens: ‘Zouden onze kinderen geholpen
hebben met het bouwen van deze bijzondere brug
tussen hun moeders?’ Want hoe kan het anders dat er
uit zoiets verdrietigs als het verlies van een kind zo’n
mooie en dierbare vriendschap kan ontstaan?
Madelief
Madelief, je was een puzzel die niet klopte,
onbestaanbaar DNA. Links en rechts ontbrak
de adem, ruggengraat verkeerd bezorgd.
Er viel geen leven van te maken.
Toch werd je geboren met je eigen naam,
je lief gezicht, een hoofd, een hart.
Je bent gaan slapen bij het eerste licht.
Dat mocht. Het was tenslotte je verjaardag
en je kreeg twee ouders die je nooit vergaten.
Slaap, we dromen net als jij, we varen
naar elkaar over een grote, blauwe oceaan.
We komen elke nacht iets dichterbij.
Ingmar Heytze
Uit: Ademhalen onder de maan (2012)
26 Nabij Persoonlijke verhalen
Het goede gesprek
Als geestelijk verzorger wordt me regelmatig
gevraagd of ik in gesprekken met cliënten wel eens
vertel over het overlijden van onze dochter. Vrienden,
familie en collega’s zijn daar benieuwd naar. Ik vertel
dan dat ik het nauwelijks deel, maar dat het overlijden
van Mirthe er nooit niet is. Ik draag het altijd met me
mee. Het straalt en klinkt door in alles wat ik doe.
Soms wiegt het verlies zachtjes op de achtergrond in
mijn binnenste. Soms toont het zich op de voorgrond
als ik geraakt word door het verhaal van de ander.
Vaak vraag ik me af: Hoe ontmoet ik een ander mens
met een open hart als ik zelf zo’n diepe ervaring van
verlies met me meedraag?
Drie dagen per week ga ik in gesprek met
verpleeghuisbewoners, revalidanten en mensen in het
hospice. Zij vertellen over verlies en veerkracht. Over
partners of broers en zussen die zijn weggevallen en
meer dan eens vertelt iemand over het overlijden van
zijn (klein)kind(eren). In mijn opleiding leerde ik dat je
als geestelijk verzorger altijd je eigen instrument bent.
Ik neem mezelf mee in ieder contact. Hoe geef ik
dat contact vorm? Zal ik in woorden delen over mijn
ervaring of laat ik het in mij resoneren en vertrouw ik
erop dat het meeklinkt in mijn aanwezigheid? In de
vragen die ik stel of juist in de stilte die ik laat vallen?
Vertrouw ik erop dat het doorstraalt in het uitwisselen
van een blik van diepe verstandhouding?
Inmiddels heb ik ervaren dat ik het vaker niet deel dan
wel en dat is oké. Ik ben er in eerste instantie voor de
ander als professional en niet als de moeder van Mirthe.
Ook ben ik veel meer dan dat, ik heb nog zoveel meer te
delen. Zolang ik maar wel goed voor mezelf blijf zorgen.
Dat is belangrijk, want regelmatig word ik echt geraakt.
Zo wilde een ouder echtpaar samen met mij het
herinneringsboek van hun kleinzoon bekijken. Ik kreeg
het te kwaad en gaf aan wat er gebeurde. Dat gaf
mijn gevoelens de ruimte en er ontvouwde zich een
betekenisvol gesprek waarin ik er ook voor hen kon zijn.
Dat het betekenisvolle gesprek ook anders kan ontstaan,
heb ik een tijdje terug ervaren. Een revalidant met een
CVA (beroerte) vroeg me heel direct of ik kinderen had.
“Ik heb een dochter van 16”, zei ik. Vervolgens reageerde
hij nogal bot: “Oh, heb je het maar bij één gelaten?” In
een split-second maakte ik een persoonlijke afweging:
als je het zo bot stelt, dan kan je het krijgen ook! “Nu u
het zo op de man af vraagt: ik ben moeder van twee
dochters, maar helaas is mijn oudste dochter overleden.”
Direct kantelde het gesprek en dat verbaasde me niks.
Want er speelde ook een professionele afweging mee.
Achter dit soort opmerkingen liggen nagenoeg altijd
persoonlijke verhalen. Ik weet ook dat ik voldoende
in huis heb om dan een gesprek te voeren waarin ik
mezelf niet verlies.
Deze man bood zijn excuses aan, zei dat zijn vraag
ongepast was én vertelde over zijn huwelijk, meerdere
miskramen en een doodgeboren baby. Maar ook hoe
hij als arts in zijn praktijk met de dood van kinderen in
aanraking was gekomen. Hij vroeg mij ook: “Hoe kan je
dit werk doen met zo’n grote verlieservaring? Waarom
zou je dan nog luisteren naar de ellende van de ander?”
Ik vertelde hem dat het verlies een kwetsbaarheid met
zich meebrengt én een enorme kracht. Hij vroeg me of
ik dat uit kon leggen, want hij had als arts geworsteld
met zijn persoonlijke kwetsbaarheid.
Foto: Klari Nanning
Ik vertelde hem dat ik me wil blijven laten raken. Ik wil
er niet mee bezig zijn of ik wel of niet word overvallen
door mijn verdriet. Dan kunnen de vele gesprekken
die ik voer namelijk spannend worden. Dan kan ik
gaan denken: “Als maar niet dit… of als maar niet dat.”
Persoonlijke verhalen
Nabij 27
Dan word ik kwetsbaar. Door open een gesprek in te
gaan kan ik wel eens emotioneel worden of een botte
opmerking krijgen! Maar ik kan ook ontroerd raken of
geïnspireerd. Als ik als bamboe meebeweeg, kan het
contact blijven stromen. Indien nodig kan ik altijd nog
grenzen aangeven. Vanuit deze houding kan ik met
een open hart aanwezig zijn in het gesprek én kan ik
de verhalen echt bij de ander laten. Zo neem ik de
veelheid van de ontmoetingen nooit mee naar huis en
blijft er ruimte voor de zorg voor mijn eigen ziel.
Marije Noorbergen, algemeen geestelijk verzorger in
de ouderenzorg en de eerste lijn. Moeder van Mirthe
van Leeuwen, 07-10-2006 - 17-09-2017
Harold en het dorp
Mijn oudste kind werd geboren op 19 oktober
1972. Op 17 oktober 1989, twee dagen voor zijn
zeventiende verjaardag, verongelukte hij met zijn
brommer. De zwartste dag uit mijn leven.
Mijn hobby is handwerken en ik kwam al jaren in een
leuke handwerkwinkel die door een sympathieke vrouw
werd gedreven. Net na de coronatijd vertelde ik haar
dat ik in ons dorpshuis een crea-ochtend had gestart.
“Dat zou wat zijn voor mijn schoonmoeder, die heeft
altijd in het dorp gewoond maar sinds een paar jaar is
ze verhuisd naar een ander dorp. Misschien ken je haar
wel?” Ze noemde de achternaam en het adres. Ik zei
dat ik dacht dat één van mijn kinderen bij haar kinderen
in de klas heeft gezeten. Ze vroeg me naar zijn naam.
Toen ik de naam van Harold noemde zei ze: “ Oh, maar
dat is een heel droevig verhaal.” Ik was verbaasd en zo
geroerd, dat ze het verhaal van Harold kende. Zij bleek
getrouwd te zijn met een klasgenoot van Harold. Haar
man had het haar verteld en ook aan hun kind die toen
16 was. We stonden allebei met natte ogen. Het was zo
bijzonder mooi om te horen dat na dertig jaar zijn naam
nog genoemd wordt.
Een ander gesprek vond plaats in december 2025.
Vanwege fysieke problemen heb ik al jaren een
huishoudelijke hulp via de WMO. In december heeft
mijn vaste hulp altijd 2 weken vrij en krijg ik vervangende
hulp. Meestal een student die wat wil bijverdienen. Nu
kwam er een heel vriendelijk meisje van 18 jaar. Ze
vertelde dat ze in een naburig dorp woont bij haar
ouders. Maar haar oma woonde wel hier in het dorp.
Ze zei haar naam en ik dacht, is het echt? Haar vader
was een vriend was van Harold. Ik vertelde haar kort
wat er gebeurd was. Ik zei dat ik haar later een foto zou
laten zien, die in mijn achtertuin gemaakt is. “Daar zit
Harold te sleutelen aan een brommer met vijf vrienden
eromheen. En één ervan is jouw vader. Die foto is twee
dagen vóór hij verongelukte, gemaakt.” Hoewel dit erg
hard binnenkwam, vond ik het ook heel waardevol te
horen over het leven van één van zijn vrienden. De
week erop kwam ik haar oma tegen en hebben we
beiden staan snotteren. Als ouders van een overleden
kind weten we meestal niet hoeveel impact zo'n heftige
gebeurtenis heeft op de vrienden en hun gezin.
Ria Vermeulen,
moeder van Harold
28 Nabij Persoonlijke verhalen
Mensenbieb
Sinds 2019 ben ik als vrijwilligster ‘levend boek’ van de
Mensenbieb, onder andere over het onderwerp ‘verlies
van een kind’. Helaas ben ik ervaringsdeskundige
sinds het overlijden van onze lieve 14-jarige zoon
Edwin op 7 juli 1999 na een verkeersongeval in St.-Vith
(België) tijdens scouting zomerkamp. De Mensenbieb,
gevestigd in Amsterdam, organiseert door het gehele
land Mensenbieb evenementen in bijvoorbeeld
bibliotheken, scholen, bedrijven en gemeenten. Zoals
je in een gewone bibliotheek een boek leent, zo ‘leen’
je in de Mensenbieb een ander mens.
Het gesprek kan een één-op-één of een groepsgesprek
met zo’n zes personen zijn. Iedereen mag alles vragen
over het onderwerp. Het ‘levende boek’ bepaalt
zelf of deze de vraag wel of niet beantwoord wordt.
Bijzonder vind ik om zo kennis te maken met de meest
uiteenlopende mensen. Van jong tot oud, laag- tot
hoogopgeleid, schoolgaand/studerend/werkzaam
en elke gender. Als ‘levend boek’ vertel ik over de
aanwezigheid van Edwin in ons gezin, zijn veel te korte
leven, het vreselijke ongeval in België en de gevolgen
hiervan in ons gezin. Ik vertel ook over het boek ‘Geraakt
door hem’ dat ik als monument voor hem geschreven
heb en de andere keuzes die ik in mijn leven gemaakt
heb. Mijn bijna-doodervaring in mijn jeugd speelt daarbij
een belangrijke rol.
Mensen worden geraakt door mijn verhaal. Ze zijn open
en geïnteresseerd en stellen goede vragen. Hoewel
een ‘lezer’ en een ‘levend boek’ van tevoren niet weten
welk persoon zij te spreken krijgen, worden er vaak vele
belangrijke zaken gedeeld. Als je elkaar ‘onbekend’ bent,
is het misschien makkelijker je verhaal te vertellen en
vragen te stellen. Ik weet het niet. Je komt elkaar in de
rest van elkaars leven waarschijnlijk niet meer tegen. Ik
ervaar dat deze gesprekken vaak magisch werken. Graag
deel ik dat ‘dit er ook is’. Liefde blijft altijd.
De dynamiek bij een groep is soms anders, wanneer
ik mijn verhaal over ‘verlies van een kind’ vertel. Het
maakt uit of ik spreek bij scholieren of academici. Bij
adolescente scholieren heb ik soms te maken met
‘vreemde’ emoties, zoals bijvoorbeeld lachen. Ik bespreek
dat dan na met de mentor van zo’n groep. In wat oudere
groepen, met dertigers, vraag ik altijd of iemand al
eerder een verlies van een naaste heeft meegemaakt
en of men hierover wil vertellen. Elke reactie hierop is
goed. Ik ben altijd weer geraakt door de openhartigheid
wat men deelt en hoe vaak iemand al een naaste of
vriend of vriendin heeft verloren. Regelmatig is dit door
zelfdoding. Tenslotte vertel ik altijd over het bestaan van
de vereniging Ouders Overleden Kind en de Community
Verbonden Broers en Zussen. Ter illustratie overhandig
ik voor belangstellenden het kwartaalblad ‘Nabij’ en/of
beschikbare brochures van Ouders Overleden Kind.
Via de Mensenbieb maak ik mooie momenten in
gesprekken mee met mensen die ik wellicht anders nooit
ontmoet zou hebben. Het kunnen vertellen over het
leven van onze zoon Edwin geeft mij kracht en moed. Ik
hoop dat ik dit en misschien nieuwe inzichten doorgeef
aan anderen, die ook een naaste hebben verloren. Ook
al is je leven nog zo moeilijk na een overlijden van jouw
kind, er zijn altijd nieuwe deuren die opengaan, waarvan
je het bestaan niet wist. Zelf heb ik altijd veel gehad aan
de gesprekken met anderen hierover en ik hoop dit
weer door te geven aan de - onbekende - mensen die ik
ontmoet in mijn verdere leven.
Er is altijd hoop.
Henneke Dijkstra (moeder van twee zoons:
één op aarde en één in de hemel)
www.mensenbieb.nl
Tania Hens, 2008
Persoonlijke verhalen
Nabij 29
Vanaf nu noem ik haar altijd
Een jaar of acht geleden was ik een weekje alleen
op vakantie en had mijn tentje opgezet op een
zonnige camping in Frankrijk. Twee keer per
week stonden daar op de binnenplaats van de
herberg lange tafels klaar en kon iedereen die
wilde aanschuiven voor een avondmaaltijd. Een
ontspannen manier om contact te leggen voor mij
op dat moment en ik had er zin in. Ik kwam te zitten
tegenover een echtpaar en raakte met de man aan
de praat. Het gaat in dat soort gesprekken vaak wat
over ditjes en datjes: ben je hier vaker geweest, wat
heb je vandaag gedaan en dergelijke. Maar altijd
komt daar dan ook die vraag, dé vraag die nooit
meer ‘gewoon’ is…heb je kinderen? Vaak gevolgd
door hoeveel?
lotgenoot, het is juist fijn om weer te mogen vertellen
over je kind en alles wat daarbij hoort. Foto’s te laten
zien en te horen wie hij/zij was. Daar op dat zonnige
terras in Frankrijk had ik een heel bijzonder gesprek,
dat ik niet had gehad als hij ook over zijn kind had
gezwegen om het ongemak te vermijden.
Sinds die tijd noem ik mijn overleden dochter altijd
als gevraagd wordt naar mijn kinderen. Want hoe
ontzettend fijn en waardevol is het om zo onverwacht
contact te mogen hebben met een lotgenoot.
Cecile Bus, moeder van Alexandra*, Koen en Linde
Jullie zullen als lotgenoten als geen ander weten
dat het noemen van een overleden kind altijd iets
van ongemak veroorzaakt aan de andere kant. Een
ongemak dat ik vaak wil wegnemen. En wat ik dan
ook zeg, het doet nooit recht aan de complexiteit
van de situatie en mijn gevoelens. Dat ik dankbaar
ben voor het leven en dit ten volle leef, maar dat het
intense verdriet om de dood van mijn dochter daar
tegelijkertijd nog volledig deel van uitmaakt. Dat in
dat verdriet zo verschrikkelijk veel liefde zit. Hoe deel
je dat met iemand die dat niet heeft meegemaakt?
Daarom koos ik er toen, daar in Frankrijk voor om op
die vraag mijn overleden dochter niet te noemen,
alleen mijn twee andere kinderen. En wat er toen
gebeurde veranderde mijn kijk voorgoed. Ik stelde
mijn gesprekspartner aan tafel dezelfde vraag en
verwachtte het gebruikelijke simpele antwoord. Hij
noemde echter al zijn kinderen én ook het feit dat hij
een overleden zoon had. De jongen was een jaar of
twee daarvoor overleden.
En daar aan die lange tafel met het geroezemoes
van al die mensen om ons heen, zaten we opeens in
onze eigen bubbel. Een prachtig en intensief gesprek
over onze kinderen volgde. Een gesprek waarin je aan
een half woord genoeg hebt, omdat je wél allebei
weet hoe complex en intens het verdriet is. Het is
niet eng om het over de dood te hebben met een
30 Nabij Persoonlijke verhalen
Missen als een zwerm vogels
Over betekenisvolle gesprekken
Op een zonnige zaterdagmiddag spraken we af op het
station van Schiedam. De redactieleden van Nabij en
ik, oud-redactielid. We gingen naar de tentoonstelling
Missen als een ronde vorm in het Stedelijk Museum
Schiedam. In ons kielzog onze overleden kinderen,
Jorin, Alexandra, Maarten, Rosemarie, Roos en
Kira. Ze kwamen voorbij in onze gesprekken, soms
terloops tussen twee zinnen in, soms meer expliciet.
Ik weet nu al niet meer wat ik precies over Kira zei,
maar ik weet dat ik haar naam noemde en dat gebeurt
niet meer zo vaak. Het leven gaat verder. Dat was ook
een van de thema's van de tentoonstelling: verlies en
doorleven. Maar ook: hoe ga je om met het missen en
hoe houd je je dierbaren dicht bij je?
Het werk dat ons allemaal raakte was een video van Teresa
Margolles van een groep bordurende mensen. Ze maakten
een eerbetoon aan hun vermoorde vriendin Priscilla, een
transvrouw. Tijdens het borduren spraken ze over haar
en over zichzelf. Natuurlijk is er de gruwel van de moord
en de gevaren die transmensen lopen in een vijandige
omgeving. Maar wat misschien nog wel sterker voelde was
de verbondenheid die uit deze groep mensen straalde. De
liefde voor elkaar. Het delen van het verdriet.
Eentje zegt: 'Terwijl zij ons bang maken en willen doden,
zijn wij niet met hen bezig. Wij houden van performances,
wij borduren en maken muziek.'
Ze doen rouwarbeid, kun je zeggen. Trauerarbeit. Een term
die kunstenaar Marike Hoekstra gebruikt in haar werk. Dat
is een betere term dan 'rouwverwerking', vindt ze, omdat
die uitdrukt dat je er actief mee bezig bent, en dat het niet
per se leidt naar een afronding. In 2004 overleed haar
vierjarige zoon Noah. Mijn kind, ook vier, stierf in 2008. In
de jaarlijks terugkerende periode van zestien dagen tussen
de geboortedatum en de sterfdatum, zoekt Hoekstra naar
manieren om de rouw te verbeelden.
In de tentoonstelling hangt een linosnede van een
geabstraheerd figuur in bed – is het haar overleden kind?
Eronder staan de woorden 'Hoe licht en stil en schoon is
met de dood'. De golvende lijnen van het bed, de gesloten
ogen van de liggende figuur en de woorden geven het
werk iets teders mee. Koestering. Stilte. Het deed me
denken aan de intense portretten die Käthe Kollwitz
tekende. De combinatie van het rauwe van de dood met
een intense liefde en schoonheid.
Een lus in de tijd
Soms denk ik dat ik er niet goed in slaag Kira bij me te
houden. Ze voelt ver weg en ik praat dus weinig over haar.
Ik kan ook niet goed bij het verdriet komen, lijkt het. Al zijn
er uitzonderingen. Een paar maanden geleden brak ik op
mijn werk in tranen uit. Het was een vrijdagmiddag. De
leerlingen waren al naar huis en ik zat achter mijn laptop
in het kunstlokaal, naast een rij totempalen van klei. Er
kwam een bericht binnen in de groepsapp. Een zwangere
collega vertelde dat ze de 20 weken echo hadden gehad.
Ernstige hartafwijking. Operaties na de geboorte. Beslissen
over de zwangerschap afbreken. Ik viel stil. Dit was precies
mijn verhaal. De tijd voelde niet langer als een rechte weg.
Het was een kronkelend pad. Ik belandde in oktober 2003.
Als de 'snelle route naar' die ze bij IKEA hebben.
Het inktzwarte scenario van een kindje in je buik hebben,
het voelen trappen, en moeten beslissen of je doorgaat. Ik
kon niet stoppen, wilde haar de kans geven om te leven.
We hebben nooit spijt gehad van deze beslissing, maar
ik zie tegelijkertijd de andere kant. Mijn rouw zou minder
intens zijn geweest vermoed ik. Zij zou de operaties niet
hebben hoeven doorstaan. Er is geen goed of fout.
Persoonlijke verhalen
Nabij 31
Marike Hoekstra – “Kind”– 2013 – 12 linodrukken op papier 30 x 20 cm
De tekst Kind komt van het gelijknamige gedicht van Vasalis uit de bundel De vogel Phoenix,
gepubliceerd bij uitgeverij Van Oorschot. Meer over het werk van Marike Hoekstra en haar
project Trauerarbeit op www.marikehoekstra.nl/trauerarbeit
We hebben haar leren kennen. Ze was een stralend meisje.
Tijdens het opruimen van mijn laptop stuit ik op een
korrelig filmpje uit 2006. Kira zit in het Amsterdamse café
De Jaren. Blond haar, blauwe ogen, een fuchsiaroze shirt
met oranje lintjes. Een groot glas appelsap met een rietje
voor haar neus. Ze blies erin en vond het bubbelende
geluid leuk. Twinkelogen.
Ander filmpje. Ze ligt in een ziekenhuisbed en doet alsof ze
voorleest uit een boek. 'Tussen hemel en aarde wonen de
heksen,' zegt ze met heldere stem. Het komt uit Platvoetje,
een van haar favorieten.
Ze was er. Dat is wat telt. Dit is hoe ons leven gelopen is.
Betekenisvolle gesprekken
Na de tentoonstelling hebben we het over de bordurende
mensen, over de periode rond de sterfdag en de
geboortedag, dat je soms niet eens doorhebt waarom
je je niet goed voelt en je dan ineens beseft dat het bijna
weer zo ver is. Terwijl ik dit schrijf, hoor ik de vogels buiten
kwetteren. Al dagen zijn ze actiever. Ik zie een zwerm
spreeuwen als ik naar de bakker loop. Dit is voor mij het
moment van het jaar waarop ik aan haar geboorte denk.
Het voor het eerst moeder worden. Het wonder van
dat kleine mensje in mijn armen. Ik had het gevoel dat
ze er altijd al geweest was. Ik kan het niet verklaren. Net
zoals ze er nu ook nog steeds is. Hoeveel afslagen heb
ik niet genomen in mijn leven dankzij haar? Ik schreef
kinderboeken, interviewde lotgenoten voor de Nabij, werd
docent. Het is allemaal ingegeven door haar, of doordat
zij er was. Mijn contact met de groep vrouwen met wie
ik door het museum loop is er ook dankzij haar. Ik denk
dat ik de terloopse gesprekken het meest waardeer. Het
samenzijn. Soms hoeft een bijzonder gesprek niet meer
dan een paar woorden te bevatten.
Elle Lepoutre
32 Nabij Spotlight op OOK
Het bestuur van OOK
Wat doen wij?
OOK is een vereniging die draait op vrijwilligers:
lotgenoten die zich inzetten op allerlei manieren.
Onze voornaamste taak is het ondersteunen van deze
vrijwilligers en hun werk makkelijk te maken. Hiervoor
hebben we veel contact met de werkgroepen, de
regiocoördinatoren en de vrijwilligerscoördinator. En
stimuleren we vooral de onderlinge contacten tussen
vrijwilligers door middel van digitale bijeenkomsten en
de vrijwilligersdag.
Daarnaast zijn wij verantwoordelijk voor onder
andere de financiën, voor de website, contracten met
externen, de vrijwilligersvergoedingen en de interne
processen met heldere handleidingen voor iedereen.
Verder ontwikkelen we nu een ledensite waar alle
artikelen van de Nabij digitaal te lezen zijn. Maar we
zijn nu ook bezig met de vernieuwing van de statuten
die op de ALV op 6 mei worden voorgelegd ter
goedkeuring.
Als er vragen zijn: bestuur@oudersoverledenkind.nl
Lilly Buurke: (voorzitter)
Ik ben 66 jaar en ik woon
in Amstelveen, moeder van
twee zonen Niels (28) en
Jesper. Jesper is in 2012 in
april overleden door een
verkeersongeval. Hij was
toen 12 jaar oud.
Bestuurslid zijn vind ik leuk,
omdat het mij voldoening
geeft de vereniging zo te organiseren dat leden
tevreden zijn met de activiteiten en dat vrijwilligers
het leuk vinden om zich in te zetten. Vooral het
contact met vrijwilligers en met lotgenoten geeft
mij energie.
Wat is mijn uitdaging: Om leren gaan met de
hoge verwachtingen van sommige leden en
vrijwilligers dat alles perfect georganiseerd moet
zijn en dat het bestuur hiervoor moet zorgen.
Dit is een onmogelijke eis, aangezien OOK een
vrijwilligersorganisatie is.
Baps de Vries:
(aandachtsgebied
vrijwilligers)
Ik ben Baps, 67 jaar,
getrouwd met Hans Elout
en moeder van Ciska, Thijs
en Ruud. Ciska is overleden
in 1988 6 maanden oud en
Ruud is overleden 2021 27
jaar oud, beiden aan een erfelijke aandoening
ADA2 deficiëntie.
Bestuurslid zijn vind ik leuk omdat het mij als
lotgenoot voldoening en steun geeft en wij met
een klein bestuur, heel veel betekenen voor
elkaar en voor al onze lotgenoten en vrijwilligers.
Er worden hele mooie activiteiten georganiseerd
en er wordt een heel waardevol blad “Nabij”
gemaakt.
Wat is mijn uitdaging: Dat ik het zelf heel graag
goed wil doen maar dan soms mezelf vergeet,
maar gelukkig altijd steun vindt binnen het
bestuur.
Iedereen die vrijwilliger is bij OOK is van
onschatbare waarde en geeft kracht aan onze
vereniging!
Robert Appelman:
(voorgedragen
penningmeester)
Ik ben Robert, 66 jaar oud.
Ik ben vorig jaar vervroegd
met pensioen gegaan.
Mijn leven stond stil in juni
2025 toen de politie kwam
vertellen dat mijn dochter
van 26 dood gevonden was in bed. Helaas is
er geen officiële doodsoorzaak gevonden. Via
de Stichting Nabestaanden kwam ik terecht
bij OOK. Omdat ik vrij veel ervaring heb als
penningmeester, vond ik dat ik moest reageren
op de oproep. Ik ben dus erg benieuwd waar ik
mij voor opgegeven heb.
Spotlight op OOK
Nabij 33
Odile Gralike:
(voorgedragen bestuurslid,
ledenadministratie)
Ik ben Odile, moeder van
4 kinderen. Mijn oudste
zoon is 10 jaar geleden
plotseling overleden.
Inmiddels ben ik
oma geworden van
3 kleinkinderen waarvoor
ik met enige regelmaat mag zorgen. Verder ben
ik 3 dagen per week aan het werk als WMOconsulent.
Het leven is doorgegaan, maar dat is
erg moeilijk geweest en soms nog. De mensen
die ik bij OOK ontmoet helpen mij bij deze
momenten.
Het spreekt me aan dat de vereniging veel
verschillende vormen van ondersteuning biedt in
geheel Nederland.
Ik ben nu een jaar lid en wil me graag inzetten als
bestuurslid. Omdat ik eerder bestuurswerk heb
gedaan denk ik dat ik me nuttig kan maken en
een bijdrage kan leveren.
Nicole Hiraki:
(aandachtsgebied
nieuwsbrief en
communicatie)
Ik ben Nicole, 44 jaar oud
en ik woon in Noord-
Brabant met mijn man
Marco en onze kinderen
Emi (20) en Kai (bijna 17).
Ons jongste zoontje Sen
is in 2022 op 4-jarige leeftijd overleden aan
de gevolgen van bloedvergiftiging tijdens de
behandeling voor acute leukemie.
Bestuurslid zijn vind ik leuk omdat ik het gevoel
heb dat ik een waardevolle bijdrage kan leveren
aan onze vereniging. Lotgenoten contact is
ontzettend belangrijk en dat maken wij mede
mogelijk.
Wat is mijn uitdaging: Ook wij zijn lotgenoten
en dat betekent dat je niet altijd de energie kunt
geven die je zou willen. Het kost soms veel tijd en
je voelt je verantwoordelijk. Gelukkig hebben we
een fijne samenwerking onderling en kunnen we
de taken goed verdelen.
UITNODIGING ALV
Aan alle leden van OOK
Het bestuur nodigt je uit voor de jaarlijkse Algemene
Leden Vergadering (ALV) op woensdag 6 mei om 20.00
uur, via een digitaal overleg.
Op de agenda staan de jaarrekening en het jaarverslag
van 2025 en een aanpassing van de huidige statuten. Dit
laatste is onder andere nodig vanwege de Wet Bestuur
en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) en vanwege de
huidige digitale overleggen en besluitvorming.
Mochten er niet voldoende leden deelnemen (2/3 van totaal
aantal leden) om de statuten goed te keuren, dan is er een
tweede ALV gepland op dinsdag 12 mei om 20.00 uur.
Je kunt je aanmelden voor de ALV door een mail te sturen
naar: bestuur@oudersoverledenkind.nl
Je krijgt één week van tevoren de link om deel te nemen
en de concept statuten toegestuurd.
34 Nabij Tien vragen
Tien vragen aan een lotgenoot
Corrine en Bennie Kosse zijn samen
de ouders van Maartje (40), Remco
(39), Niels (29) en Debora. Debora
overleed in 2011 op 13-jarige leeftijd
aan de gevolgen van kanker. Corrine
beantwoordt tien vragen over Debora.
1. Wat waren vijf typerende eigenschappen
van Debora?
Zorgzaam en lief, een dametje met een pittig
karakter.
2. Wat is je dierbaarste herinnering aan Debora?
Hoe ze praatte met haar Playmobilpoppetjes. Ze
hield hele verhalen in bed tegen de poppetjes. Mijn
man en ik stonden dan samen te luisteren. De tijd in
het UMCG - zo sterk en kwetsbaar- koester ik.
3. Welke grappige opmerking maakte Debora?
Ze noemde het Staphorster bos ‘stamppot in bos’ en
dat ze altijd zo vrolijk ‘Doeidoeidoeiii’ riep.
4. Wat waren de lievelingsactiviteiten van Debora?
Kletsen met vriendinnen, zingen, dansen en
buiten spelen.
5. Waar heb je hartelijk om gelachen?
Om de filmpjes van Debora in het UMCG: ze leek
wel een diva, geweldig! Die filmpjes zijn ons heel
dierbaar. Sowieso was de tijd in het UMCG heel
waardevol, een lach en een traan. Daardoor konden
we het samen aan.
6. Waar heb je veel steun aan (gehad)?
Dat mensen in het dorp me spontaan een knuffel
gaven en er soms zomaar een tekening of bloemen
op ‘haar plekje’ lag. Ik mocht en mag altijd bij mijn
vriendin huilen en we kunnen daarnaast gelukkig
ook lachen met elkaar.
7. Hoe vul je de geboortedag van Debora in?
We zetten roze bloemen bij haar graf en eten
appeltaart met slagroom.
8. Hoe vul je jaarlijks de sterfdag van Debora in?
We gaan naar het strand en we schrijven Debora’s
naam in het zand.
9. Hoe reageer je op de vraag hoeveel kinderen
je hebt?
Ik zeg altijd vier kinderen: drie op aarde en één in de
hemel. Soms alleen: vier kinderen.
10. Wat is de boodschap die je ouders wil
meegeven, die pas hun kind zijn verloren?
Dit verdriet is zo overweldigend, laat je tranen en
boosheid eruit komen. Alles is normaal op dat
moment. Je rouwt om je kind, Blijf vooral haar of
zijn naam noemen. Weet dat het ooit beter gaat (en
nu nog even niet). Praat over je kind, als anderen
zwijgen...
Column
Nabij 35
Een Appje aan Quin
Rudolf: Hé Quin, vandaag is het twee jaar geleden
dat je hoofdpijn kreeg en dat je voor het laatst bij
ons thuis was, dus ik had zin om je te appen. Ben
je daar?
Quin: (Stilte).......... Hé papa, ik ben hier.
R: Hi Schat, fijn! Waar ben je dan precies?
Q: ik ben gewoon hier als je aan me denkt.
R: Hum, ok. Hebben jullie dan wifi daar? En telefoons?
Q: Jazeker, en tablets ook. Het werkt via 11G ofzo. Hoe
gaat het?
R: Poeh Quin, goede vraag…en een moeilijke ook.
Eerlijk, ik vind het leven best zwaar zonder jou. Ik mis je
in alles wat ik doe en in alles wat ik ben. Ik mis samen
fietsen, voetballen, naar de bios gaan, muziek luisteren,
dansen in de woonkamer, je knuffels, je lach, je geur
(gek hè?), je natte kusjes op de mond voor het naar
bed gaan, maar vooral ook je stem en je bijzondere
vragen. Het feit dat jij hier niet meer bent voelt als een
hele grote wond. 1,5 jaar lang is die wond altijd open
geweest, het deed constant pijn en was ontstoken,
en sinds een aantal maanden lijkt deze heel langzaam
dicht te groeien maar scheurt iedere dag nog een
aantal keren open. Ik weet niet of het ooit nog een
litteken wordt. Er zijn zoveel momenten dat ik je (in
mijn hoofd) meeneem, vaak op de fiets, en heel soms
lukt het om met een grote glimlach terug te denken
aan alle bijzondere momenten die we hebben gehad
in bijna 14 jaar tijd. Dan voel ik warmte in mijn hart en
ben ik een trotse vader. Ik ga proberen dat vaker te
doen, Quin, en minder te huilen.
Q: Lang verhaal pap, ik vroeg gewoon hoe het ging.
Hoe is het met mama en Zora?
R: Je zusje gaat best goed eigenlijk, we kijken iedere
dag samen naar ochtendvideo’s en zien jou dan
langskomen (en moeten vaak lachen), en ze heeft Lars
K., Jim en Hugo aangewezen als haar pleegbroers (Al
blijf jij voor altijd haar allerliefste grote broer van de
hele wereld, zegt ze). Ze is gegroeid, het gaat goed op
school, ze zit nu op volley, net als jij toen je acht was.
Ze speelt veel met haar besties Mia en Amber. Mama
probeert op haar eigen manier een weg te vinden in
het leven zonder jou (stuur haar maar een appje, vindt
ze fijn). Wij proberen samen meer aandacht te hebben
voor elkaar, maar het is best lastig.
Q: Hebben jullie ruzies of discussies?
R: Een beetje van beide Quin, net als thuis vroeger. We
willen graag weer groeien naar elkaar, maar dat is hard
werken, net als elke relatie.
Q: Papa, goed luisteren naar mama, ze heeft vaker
gelijk dan jij!
R: (lachje) Er is veel veranderd in de afgelopen twee
jaar, Quin. De trampoline is weg, ik heb een andere
baan, mama ook, ik heb een nieuwe fiets, Rutte is
geen premier meer, Trump wordt alweer president,
de oorlog in Oekraïne is er wel nog steeds, en we
hebben een nieuwe auto (beetje oud, maar je zou
hem wel vet vinden). En Max wordt hopelijk ook weer
wereldkampioen dit jaar!
Q: Weet ik pap, ik zei toch dat we hier tablets hebben
en ik volg het allemaal.
R: We gaan vandaag trouwens karten met vrienden,
dan denken we allemaal aan jou Quin.
Q: Wordt een beetje te druk, ik blijf hier en ga ook
even racen, vette baan hier. (Stilte)…Papa?
R: Ja schat?
Q: Hou van jou.
R: Ik ook van jou lieverd,
en je weet dat je goed
bent zoals je bent, en dat
ik ontzettend trots op je
ben.
Q: Jaaaha, dat heb je altijd
al gezegd... en dat doe je
nog steeds.
R: Veel plezier vandaag,
en spreek je snel.
Q: Ja hoor, altijd als je aan
me denkt, doei doei!
Rudolf Voorhoeve is getrouwd met Inge en vader
van Quin (2009-2023) en Zora (2016).
Op 17 november 2022 kreeg onze lieve Quin
geheel onverwachts een zware hersenaneurysma.
Hij overleed tien maanden later aan de gevolgen
op 1 september 2023. Precies twee jaar na de
avond van zijn hersenbloeding, had ik dit bijzondere
onverwachte gesprek met hem.
36 Nabij Verbonden Broers en Zussen
Verbonden Broers en Zussen
Wij zijn Ebrineke, Sepp en Tirza van Verbonden Broers
en Zussen. Wij zijn er voor hen die net als wij een
broer of zus zijn verloren. We vinden het belangrijk
dat er een plek is waar je met je vragen, emoties, rouw
en verhalen terechtkunt.
Je vindt het door op Facebook te zoeken naar
‘Community Verbonden Broers en Zussen’
We hopen je snel te mogen ontmoeten. Online of bij
een activiteit. ♥
We zijn online te vinden via Facebook en Instagram. Daar
kun je onder meer verhalen van lotgenoten vinden en daar
melden we het ook als we een activiteit organiseren.
Speciaal voor iedereen die het fijn vindt om in contact
te komen met andere broers of zussen is er ook een
besloten community op Facebook. Een afgesloten plek
met lotgenoten waar je kunt delen, lezen of contact kunt
zoeken met anderen.
Vind ons op:
Facebook.com/verbondenbroersenzussen
Instagram.com/verbondenbroersenzussen
Verbondenbroersenzussen@oudersoverledenkind.nl
Bijzonder, onverwacht,
dankbaar
Herkenning
Zo af en toe gebeurt het eens. Zo’n gesprek wat je
verrast. Iemand die je toevallig spreekt en die je snapt.
Waar je aan een half woord genoeg hebt voor een
heel gesprek.
Als je even niets uit hoeft te leggen en gewoon kan
zijn. Hoe heerlijk is dat dan.
Maar wat als die gesprekken nou niet komen op de
momenten dat je ze denkt nodig te hebben?
Gelukkig zijn er dan andere mogelijkheden. Soms
komen ze niet in gesprekvorm, maar in de vorm van
een boek, artikel, tv-programma of blog.
Ook dat kan fijn en helpend zijn. Dat je even stil mag
Verbonden Broers en Zussen
Nabij 37
staan bij wat er gebeurd is, bij wat je voelt en wat je
denkt. En hoeveel je die ander mist. De dingen die je
niet meer samen kan doen. Dat wat je herinnert aan
de ander. En vooral een stuk herkenning en erkenning.
Mag het echt?
Zo werd ik laatst ook geïnspireerd. Ik luisterde naar
een blog en dit bracht me weer even terug bij het
gevoel van gewoon mogen zijn. En dat het allemaal
oké is. Dat je het niet allemaal op een rijtje hoeft te
hebben en dat je soms gewoon mag voelen wat je
voelt. Maar bovenal dat je ondanks alles nog steeds
dankbaar mag en kan zijn. Dat je dan echt niet de
ander, je broer of zus die je verloren bent, tekort doet.
Misschien ken je dat wel, dat je het gevoel krijgt dat je
niet mag genieten van wat jij nog hebt. Of dat je niet
dankbaar mag zijn, omdat die ander dat niet meer kan
ervaren.
Dat je daarin de ander zou vergeten of onbewust zegt
dat alles omtrent het verlies niet belangrijk is. Dat jij
nog verder leeft en je broer of zus niet meer. Dat de
kaarten niet eerlijk gedeeld waren. Nee, dankbaar zijn
kan ook ondanks dat alles. En in dat alles.
En dan is het mooi om een herinnering te krijgen
waarom dankbaar zijn juist zo belangrijk is. Juist na
een verlies. Juist in pijn en moeite. Een dankbaarheid
die dieper gaat. Juist omdat je door verlies
dankbaarheid ook anders gaat zien. Het maakt dat je
de wereld anders gaat zien. De manier die hoe je alles
verwerkt daardoor verandert. Die dankbaarheid geeft
je de ruimte het verlies en het leven anders te zien. En
de moed te vinden om verder te gaan.
Hersenen
Onze hersenen zitten prachtig in elkaar. Ze zijn
enorm veerkrachtig. Onze hersenen kunnen ervoor
zorgen dat wij kunnen kiezen waar we in blijven
hangen, in blijven sudderen. We kunnen ons angstig
of gefrustreerd voelen, zelfmedelijden hebben of
verdrietig zijn. En ondanks dat deze gevoelens oké
zijn, want soms in het gewoonweg te zwaar allemaal,
hebben we ook de mogelijkheid om onze ogen op
de goede dingen richten. Wij kunnen dan een keuze
maken en onze hersenen trainen op een andere
manier met onze gevoelens om te gaan. En met
alles wat we hebben in het leven. Niet dat daarmee
ons verdriet, het gemis en de pijn weggeveegd of
gebagatelliseerd worden. Nee, zeker niet. Dat is er
zeker nog. Ik ga niet doen alsof dat verdwijnt als we de
keuze maken dankbaar te zijn ondanks alles. Maar het
kan ons wel helpen niet te verdrinken in ons verdriet,
de rouw, de pijn, de angst.
Het is heel belangrijk dat we tijd nemen om in ons
rouwproces te zijn. Om het te voelen, te doorleven.
We moeten gek genoeg bekend worden met rouw,
verdriet en verlies om genezing te kunnen ervaren
en ontvangen. Dat is wat dankbaarheid voor ons kan
doen. En daar mogen we dan ook weer dankbaar
voor zijn.
Ronde cirkel
Hoe mooi is het dat onze hersenen gemaakt zijn met
de mogelijkheid om uit het verdriet, de rouw en de
pijn te stappen, al is het maar voor heel even, voor
één moment. Om vervolgens weer in de rouw en
pijn verder te kunnen en het proces te doorlopen, om
het te verweven in ons leven. Zo verweven rouw en
dankbaarheid zich uiteindelijk samen tot één geheel in
ons leven. Dan komt er op een dag een moment dat
die twee hand in hand gaan.
Dat we dankbaar kunnen zijn in ons verdriet én in
onze pijn.
En misschien krijgen wij dan de mogelijkheid om
in een onverwacht gesprek deze bijzondere les en
ervaring te delen met iemand die het misschien wel
heel hard nodig heeft.
En dan is het cirkeltje weer rond.
Geschreven door Tirza van Breda
38 Nabij Gedicht
Troost
Jij hebt naar mij geluisterd
Jij hebt mij in mijn eigen waarde gelaten
Bij jou was ik veilig
Ik hoefde me geen zeur te vinden
Jij nam mijn gevoelens serieus
hoe verward ik soms ook was
Jij gaf mij de kans mezelf te zien;
en de kans mijn weg te zoeken.
Soms denk ik:
Jij moet wel eens gedacht hebben:
‘stelt ze zich niet aan’
‘is het nu nog niet over’
‘begint ze weer met hetzelfde verhaal’
Ik durfde soms haast niet meer,
wilde vrolijker zijn dan ik was
Flinker, sterker
maar in mezelf bloedde ik nog.
Nooit heb ik je horen zeggen:
‘nog steeds’
‘alweer’
‘kijk eens naar anderen’
Jij liet mij maar praten,
huilen soms
Ik zag en voelde dat je het
er ook moeilijk mee had.
Je wilde me troosten;
door niet te troosten, troostte jij me
Je moet wel eens getwijfeld hebben aan je hulp;
door niet te helpen hielp je mij
langzaam weer omhoog te kruipen
mezelf te hervinden
mijn weg verder te zoeken
mijn eigen kracht te ontdekken.
Niet troostend troostte je mij.
Marinus van den Berg
Oproepen
Nabij 39
OPROEP
THEMA NABIJ 2026-3
‘Vrije verhalen’
Elke Nabij staat steeds een thema centraal.
Het ene thema spreekt je meer aan dan een
andere, of is minder relevant voor jou en
jouw verlies. En dan blijven er misschien wel
persoonlijke verhalen liggen, omdat ze niet in
het thema passen en dat is jammer.
Daarom willen we het voor dit ene nummer
eens anders doen. Geen thema, maar ruimte
voor verhalen die wachten om verteld te
worden. Wat zou jij met de lezers van de
Nabij willen delen en waarom?
Schrijf je verhaal op in maximaal 800
woorden en stuur het uiterlijk 15 mei a.s.
op naar redactie@oudersoverledenkind.nl.
OPROEP
THEMA NABIJ 2026-4
‘Relatie’
De focus voor de Nabij die in oktober verschijnt, ligt op
de relatie. Hoe jullie als ouders na het overlijden van
jullie kind verder zijn gegaan met elkaar, hoe jullie met
elkaar hebben geprobeerd te overleven. Wat jullie hielp
en wat echt heel erg moeilijk was in de eerste jaren en
later. En hoe jullie daarmee zijn omgegaan en het toch
weer gered hebben of een punt hebben moeten zetten
achter de relatie.
Het kan ook zijn dat jullie al uit elkaar waren en dat je
wilt vertellen hoe jullie als gescheiden ouders, wellicht
co- ouders, met elkaar hebben geprobeerd een band te
houden, ook voor eventuele andere kinderen.
Of de rol van jou als ouder die een relatie had met de
stiefouder van je overleden kind. En de uitdagingen die
er dan lagen. Of hoe je nu een relatie vormgeeft met
een partner die niet de ouder van je overleden kind is.
Jouw verhaal kan anderen helpen en inspireren.
Schrijf je verhaal op in maximaal 800 woorden
in een Word bestand en stuur het uiterlijk
15 augustus 2026 op naar
redactie@oudersoverledenkind.nl.
Disclaimer: De artikelen, persoonlijke verhalen of andere delen van de Nabij plaatsen we ook regelmatig op
de OOK website. Met het insturen van een persoonlijk verhaal geef je toestemming voor publicatie in Nabij,
op papier en op de website.
CONTACTGEGEVENS OOK
• Financiën:
penningmeester@oudersoverledenkind.nl
• Ledenadministratie en abonnement:
ledenadmin@oudersoverledenkind.nl
• Bestuurszaken:
bestuur@oudersoverledenkind.nl
• Lotgenotencontact:
directhulplijn@oudersoverledenkind.nl
• Landelijke Dag:
landelijkedag@oudersoverledenkind.nl
• Redactie:
redactie@oudersoverledenkind.nl
• Ouderweekend:
ouderweekend@oudersoverledenkind.nl
• Overige vragen:
info@oudersoverledenkind.nl
40 Nabij
Vereniging Ouders Overleden Kind
info@oudersoverledenkind.nl
www.oudersoverledenkind.nl