Hoogbegaafdheid_Special_LBRT_Balans_Mama Vita
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
HOOGBEGAAFDHEID
Special
S P E C I A L E U I T G A V E V A N L B R T & M A M A V I T A & B A L A N S
MET ONDER ANDERE:
• DE KRACHT VAN HOOGBEGAAFDHEID
• HOOGBEGAAFDHEID IN HET MBO
• ADHD, DYSLEXIE & AUTISME EN HOOGBEGAAFDHEID
• EDUCATIEF PARTNERSCHAP
NT2 Speel mee!
Spelenderwijs woordenschat uitbreiden
Met de NT2 Speel mee! spellen breiden
kinderen spelenderwijs hun Nederlandse
woordenschat uit. De spellen zijn er voor
nieuwkomers of kinderen waarvan
Nederlands thuis de tweede taal is.
Speel ze met of zonder de Voorlezer en
laat kinderen hun antwoorden zelf
controleren.
Oefen met lezen en luisteren van woorden en
zinnen uit het dagelijks leven bij de thema’s:
• Op school & Dit ben ik
• Wonen & In de stad
• Op school & Vrije tijd!
• Mijn vrienden en familie & In de stad
Meer informatie of bestellen? Kijk op
www.schoolsupport.nl/nt2speelmee
NT2 speel mee ad 2026.indd 1 26-03-2026 15:28
VOORWOORD
SAMENWERKEN VOOR HOOGBEGAAFDHEID
PASSEND AANBOD VANAF DE START
Soms kijken we naar een kind en zien we een raadsel. Een
leerling die complexe vragen stelt, maar vastloopt op een
simpel rijtje dicteewoorden. Een mbo-student die briljant is
in de praktijk, maar thuisblijft omdat de theorie knelt. In de
praktijk van de remedial teacher en vanuit oudervereniging
Balans zien we ze dagelijks: hoogbegaafde leerlingen op de
dunne lijn tussen talent en diepe frustratie.
Hoogbegaafdheid vraagt om meer dan erkenning van een
hoog IQ. Passende uitdaging en begrip zijn noodzakelijk
voor een goede ontwikkeling. Zonder die aansluiting raken
leerlingen hun leerplezier kwijt en raken ernstig ontmoedigd,
met alle risico’s van dien.
EDUCATIEF
PARTNERSCHAP
Het is een misverstand
dat deze leerlingen het
‘wel alleen redden’. Hier
ligt een cruciale taak
voor ons allemaal. Wij
geloven in de educatieve
driehoek om de leerling
heen: de school, de
remedial teaching en de ouders. Ieder is onmisbaar. Ouders
zijn de experts van hun kind; zij zien de eerste barstjes in
motivatie vaak al aan de keukentafel. De remedial teacher is
de verbindende schakel en de expert van het leerproces die
signaleert wanneer perfectionisme omslaat in faalangst.
Soms ontstaat er een situatie waarin de school niet voldoende
kan voorzien in de ondersteuningsbehoefte van de leerling.
De wil is er, maar de specifieke kennis ontbreekt. Juist dan is
de samenwerking tussen remedial teacher, intern begeleider
(kwaliteitscoördinator) en ouders essentieel. De remedial
teacher fungeert als brug door concrete interventies in te
brengen en de ouder is expert op het gebied van het eigen
kind. Het doel? Samen ontdekken wat wél werkt.
Vroege interventie is geen luxe, maar bittere noodzaak.
Ontbreekt de aansluiting structureel, dan is het risico op
uitval groot en thuiszitten is een trauma dat we moeten én
kunnen voorkomen. Door vroeg te signaleren besparen we
niet alleen het kind en de ouders veel leed, maar besparen
we de samenleving ook de enorme kosten van langdurige
jeugdzorg.
SAMEN STERKER
Met de kennis van de ouder over het eigen kind en de
expertise van de remedial teacher over hoogbegaafdheid,
leerproblemen en andere
belangrijke aspecten kan de
“De kracht van sterk onderwijs
aan (hoog) begaafde leerlingen?
Ouders, school en remedial
teacher die samen optrekken”
omgeving van de leerling optimaal
ingericht worden. Samen
versterken we de onderwijsomgeving
en werken we aan echte
verrijking, van basisschool tot
mbo.
Dit digitale tijdschrift staat
geheel in het teken van hoogbegaafde
leerlingen en het
verbeteren van hun kansen.
We bieden deze editie gratis aan vanuit de Landelijke
Beroepsvereniging Remedial Teachers samen met
Oudervereniging Balans. Alleen door de handen ineen te
slaan, geven we deze leerlingen de ruimte die ze nodig
hebben.
Onze oprechte dank aan de redactie voor hun enorme inzet.
Het resultaat is een prachtig, direct toepasbaarblad, thuis, in
je praktijk én op school.
We wensen je veel inspiratie. Laten we samen zorgen dat
ieder talent de aandacht krijgt die het verdient.
Joli Luijckx Bureaumanager/
Directeur Balans
Marion Vliegenthart
Directeur LBRT
INHOUDSOPGAVE
6
Samenwerking rondom (hoog)begaafde
leerlingen met complexe
onderwijsbehoeften
Marjolijn van Weerdenburg en Mare van Hooijdonk
30
Hoogbegaafdheid in het MBO
Alice Lagerwerf
8
De kracht van hoogbegaafdheid
Bertine de Dood - Zaalberg en Marianne Miralles
Blay - Krijnsen
32
Educatief Partnerschap
Eleonoor van Gerven
11
Testen op IQ ja of nee?
Sheila van Horn
34
REMEDIAL TEACHING
LBRT en vragen van ouders
12
Ontwikkelingsvoorsprong; wat HB in de
praktijk kan betekenen
Marieke te Velthuis
39
Hoogbegaafdheid en Dyslexie
Lies Thomas
14
Hoogbegaafdheid en ADHD
Interview met Severine van de Voorde
40
Feiten en fabels
16
Drie jongeren over vastlopen in het
onderwijs en tips
Interview familie
41
Samen voor het kind
Pauline Hurkemans
20
Wat werkt in passend onderwijs voor
hoogbegaafde leerlingen
Marjolijn van Weerdenburg, Anouke Bakx, Jessica
Vergeer
42
Hoogbegaafdheid en AI
Mediawegwijs
23
Schoolgesprekken voeren
Agnes Maassen
45 Boekentips
Recensies
24
Hoogbegaafdheid en autisme
Interview met Mascha Burger
46
Willy
Hoogbegaafdheid en suicide
de Heer
26
Ben jij een wandelend hoofd?
Yvonne Duran
50
Meer tips....
5
SAMENWERKING RONDOM (HOOG)
BEGAAFDE LEERLINGEN MET
COMPLEXE ONDERWIJSBEHOEFTEN
Uitkomsten van een IMAGE-deelstudie
Leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid kunnen
in elke klas zitten. Over het algemeen zijn dit de leerlingen
die drie kenmerken vertonen, namelijk (1) hoge cognitieve
capaciteiten, (2) een groot creatief denkvermogen en (3) een
grote motivatie om nieuwe dingen te leren en een grote taakgerichtheid
bij het leren (Mönks, 1985; Pfeiffer et al., 2018).
Hoe meer ze van deze kenmerken bezitten, hoe hoger hun
ontwikkelingspotentiëel. Dit ontwikkelingspotentiëel komt
echter niet altijd tot optimale ontplooiing. Deze ontwikkeling
is namelijk afhankelijk van de kenmerken van de leerling zelf
en de omgeving van de leerling (Ziegler & Stoeger, 2017).
Tekst: Mare van Hooijdonck en
Marjolijn van Weerdenburg
Er is een groep leerlingen met hoge cognitieve capaciteiten,
die ook een leer-, ontwikkelings- en/of gedragsprobleem
hebben (Burger-Veltmeijer et al., 2018: Wittelings et al.,
2024). Dit zijn leerlingen waarvan hun ontwikkelingspotentieel
ondanks de hoge cognitieve capaciteiten, onvoldoende tot
bloei komt. Een deel van deze leerlingen wordt in de Nederlandse
literatuur dubbel bijzonder genoemd. Hierbij valt te
denken aan leerlingen met hoge cognitieve capaciteiten en
daarnaast kenmerken van dyslexie, een autismespectrumstoornis
(ASS) en/of een aandachtstekortstoornis met of
zonder hyperactiviteit (AD(H)D) (Foley-Nicpon et al., 2011).
Er zijn echter ook (hoog)begaafde leerlingen waarbij hun
ontwikkelingspotentieel om onbekende en veelal complexe
redenen niet tot bloei komt. Binnen het reguliere onderwijs is
het vaak moeilijk om in hun complexe onderwijsbehoefte te
voorzien (Bianco & Leech, 2010; Misset et al., 2016). Hierdoor
lopen deze leerlingen een groter risico op onderpresteren
en schooluitval (Foley Nicpon et al., 2011; Reis et al.,
2014).
Om deze leerlingen optimale kansen te geven, is passend
onderwijs en passende zorg noodzakelijk. Hiervoor is samenwerking
tussen ouders, leraren en specialisten essentieel
(Coleman & Gallagher, 2015; Wang & Neihart, 2015). De
samenwerking verloopt echter lang niet altijd vlekkeloos.
Daarom is een deelstudie uitgevoerd binnen het landelijke
impactonderzoek “Impact of Activities in Gifted Education
(IMAGE)” (www.imageproject.nl). Het doel van deze
deelstudie was om meer inzicht te krijgen in de factoren die
bijdragen aan effectieve samenwerking rondom leerlingen
met complexe onderwijsbehoeften.
Op basis van interviews met 30 ouders, 22 leerlingen, 12
onderwijsprofessionals en 8 zorgverleners is een model
ontwikkeld dat richting kan geven aan de samenwerking
rondom deze leerlingen. Dit model is te zien in Figuur 1.
Figuur 1. Randvoorwaarden voor Effectief Samenwerken voor
Begaafde Leerlingen met Complexe Onderwijsbehoefte
RANDVOORWAARDEN
Allereerst bleek uit de resultaten dat bepaalde randvoorwaarden
belangrijk zijn. Deze staan boven in het model weergegeven.
Het bleek cruciaal dat de betrokkenen als gelijkwaardige
partners samenwerken, met wederzijds vertrouwen
en begrip. Laagdrempelig contact is hierbij essentieel, want
frequente en toegankelijke communicatie versnelt processen
en versterkt relaties. Een gedeelde focus op een realistisch
doel, gericht op de groei van de leerling, is ook van belang.
Alle betrokkenen moeten verantwoordelijk handelen, hun
eigen taken serieus nemen en afspraken nakomen. Vroegtijdige
signalering en het communiceren van grenzen zijn
noodzakelijk; eerlijkheid over wat haalbaar is binnen thuis,
school en zorg voorkomt problemen. Tot slot helpen
gestructureerde gesprekken met duidelijke agenda’s en goede
coördinatie om gesprekken effectief te laten verlopen en de
samenwerking te verbeteren.
LEERLING
De leerling is de belangrijkste persoon in dit model. Het is
belangrijk dat deze leerling voortdurend actief betrokken
wordt en gevraagd wordt om mee te denken als
gelijkwaardige partner. Helaas gebeurt dat nog lang niet in
6
Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
alle gevallen.Uit de resultaten bleek, dat het actief betrekken
van deze leerling cruciaal is voor een effectieve samenwerking
en voor het vinden van oplossingen.
CASEMANAGER
Verder bleek een casemanager vanwege de complexiteit van
deze casussen onmisbaar. Deze casemanager moet voor continuïteit
zorgen, informatie delen en het overzicht bewaken.
Idealiter is deze casemanager een betrokken professional die
ouders/verzorgers zou moeten ontlasten. In veel gevallen
bleek echter dat de (veelal hoogopgeleide) moeder deze taken
op zich nam en in sommige gevallen zelfs hiervoor haar baan
moest opzeggen.
OUDERS/VERZORGERS
Uit de resultaten bleek dat het belangrijk is dat ouders/
verzorgers betrokken kunnen zijn. Zij kunnen dan immers
continu informatie delen met alle betrokkenen. Zij kennen
bovendien de geschiedenis van de leerling en zien diens
ontwikkeling in verschillende omgevingen. Tegelijkertijd is
het belangrijk dat ouders/verzorgers onderwijsaanpassingen
proberen te omarmen, ondanks eventuele spanningen uit het
verleden. Hun actieve en positieve betrokkenheid bij schoolactiviteiten
is bevorderlijk voor een goede relatie tussen thuis
en school. Ten slotte bleek uit de resultaten dat het belangrijk
is, dat ouders/verzorgers open staan voor ondersteuning
van zorgverleners bij het aanpakken van uitdagingen in de
thuissituatie.
ONDERWIJSPROFESSIONAL
De onderwijsprofessional moet vooral bereid zijn om mee te
denken en mee te helpen. Voor een effectieve samenwerking
is het van belang dat deze onderwijsprofessional afstemming
zoekt met collega’s, open staat voor hulp van zorgverleners,
in mogelijkheden denkt en maatwerk probeert te vinden,
bijvoorbeeld door het ontwikkelen van persoonlijke leerplannen.
De voortgang van de leerling dient regelmatig te worden
gedeeld met alle betrokkenen. Aannames moeten daarbij
worden vermeden en er moet goed worden uitgezocht waarom
bepaalde problemen ontstaan. Door ouders/verzorgers
voortdurend actief te betrekken, is de kans groter dat er een
positieve samenwerking tussen school en thuis ontstaat.
ZORGVERLENER
De zorgverlener kan een therapeut of externe ondersteuner
zijn. Het bleek van belang dat deze sensitief is voor de context
waarin de leerling zich bevindt. De belangrijkste taak bleek
het bieden van hulp op basis van het volledige profiel van niet
alleen de zwaktes, maar (vooral) ook de sterktes van de leerling.
Aansluiting bij de hulpvraag is daarbij cruciaal, anders
wordt de ondersteuning niet als nuttig ervaren. De zorgverlener
moet ook kennis delen met onderwijsprofessionals en
ervoor zorgen dat de geboden handvatten toepasbaar zijn
binnen de schoolcontext. In de ondersteuning van ouders/
verzorgers dient bovendien rekening te worden gehouden
met de thuissituatie.
BELEIDSMAKER
Bij een effectieve samenwerking bij complexe ondersteuningsbehoeften
spelen beleidsmakers op het niveau van
zowel het samenwerkingsverband als de school, ook een
belangrijke rol. Het is van belang dat zij zich proactief
opstellen en snel handelen. Vertraging in hulp kan namelijk
schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van deze leerlingen.
Het is belangrijk dat beleidsmakers zorgen voor toegang
tot financiële middelen en een effectieve verdeling daarvan.
Ook is het goed, wanneer zij ervoor zorgen dat er flexibiliteit
ontstaat in het curriculum en de schoolorganisatie. Dit helpt
onderwijsprofessionals namelijk om beter in te spelen op
onderwijsbehoeften. Ten slotte helpt het wanneer beleidsmaker
bijdragen aan het integreren van zorg en onderwijs.
Klik hier voor de literatuurlijst behorende bij dit artikel.
Mare van Hooijdonk
is universitair docent binnen het BSIprogramma
Learning, Education and Development
(LED). Haar onderzoek richt zich op
creativiteit, differentiatie en begaafdheid in
het onderwijs. Daarnaast verzorgt zij onderwijs
binnen de academische lerarenopleidingen
voor het primair onderwijs, onder meer
in de cursussen Inleiding PWPO, Bachelorstage
2 en de Bachelorscriptie ALPO.
Marjolijn van Weerdenburg
is universitair docent bij het BSI en
verbonden aan Radboud Talent in Ontwikkeling
(RATIO). Ze is projectleider van het
IMAGE-onderzoek en doceert binnen de
RITHA-opleiding. Haar onderzoek richt
zich op de effecten van onderwijsinterventies,
leerprocessen (zoals cognitie en taal) en
de impact van versnelling en verrijking op
(hoog)begaafde leerlingen.
7
Tekst: Bertine de Dood- Zaalberg en
Marianne Miralles Blay- Krijnsen
DE KRACHT VAN
HOOGBEGAAFDHEID
Er is al veel geschreven over hoogbegaafdheid. Toch gaat het daarbij opvallend vaak over wat er misgaat:
de knelpunten, de frustraties, de momenten waarop een kind vastloopt en de omgeving moet ingrijpen.
Die probleemgerichte blik maakt dat de prachtige kwaliteiten die óók bij hoogbegaafdheid horen, naar
de achtergrond dreigen te verdwijnen. Wanneer we vooral reageren op wrijving of gedrag dat niet past
binnen de verwachtingen, handelen we reactief. We vergeten daarbij dat veel van deze problemen pas
ontstaan wanneer de omgeving niet aansluit bij wat een hoogbegaafd kind nodig heeft.
Kijken we echter met een positieve, nieuwsgierige blik naar
deze kinderen, dan zien we hun creativiteit, intensiteit,
scherpe waarneming en diepe gevoeligheid. Vanuit begrip
en met waardering voor deze eigenschappen, kunnen we
een omgeving creëren waarin kwaliteiten tot bloei kunnen
komen en gedrag niet wordt gezien als ‘lastig’, maar als een
signaal van wat het kind nodig heeft. In dit artikel beschrijven
we drie bijzonder mooie eigenschappen die we in de
praktijk vaak terugzien bij hoogbegaafde kinderen.
DIEPE NIEUWSGIERIGHEID ALS DRIJVENDE
KRACHT
Hoogbegaafde kinderen zijn op zoek naar een diepgaand
begrip van de onderwerpen die hen interesseren. Ze kunnen
daar met een enorme intensiteit induiken. In de praktijk
herkennen we deze kinderen aan de hoeveelheid vragen die
ze stellen en aan hun, soms bijna obsessieve, focus. Ze stellen
veel vragen, leggen snel verbanden en schakelen moeiteloos
tussen concrete details en abstracte ideeën. In hun hoofd
lopen meerdere denksporen tegelijk, vaak sneller en verder
dan anderen kunnen volgen. Wat soms wordt gezien als ‘te
veel’ of ‘te snel’, is vaak juist een krachtige motor voor leren:
het verlangen om een onderwerp volledig te doorgronden.
Een voorbeeld uit de klas laat dit goed zien.
Tijdens een project over het menselijk lichaam raakt Fleur
gefascineerd door het oog. Terwijl de groep leert dat het netvlies
licht opvangt, vraagt zij hoe verschillende cellen in het
netvlies licht omzetten in elektrische signalen en waarom dat
in het midden van het netvlies anders werkt. De leerkracht
reageert dat ze dit nu nog niet hoeft te weten en dat ze daar
nu niet verder op ingaan. Haar enthousiasme zakt weg, ze
doet minder actief mee en lijkt ongeïnteresseerd, terwijl ze in
eerste instantie juist méér wilde begrijpen.
ANALYTISCHE SCHERPTE DIE CREATIVITEIT
ONTKETENT
Hoogbegaafde kinderen combineren een sterk analytisch
vermogen met een rijke creatieve denkwereld. Ze herkennen
razendsnel patronen, zien structuren die anderen nog
niet opmerken en bedenken vanuit die inzichten originele
oplossingen. Hun strategieën wijken soms af van wat in
boeken staat of wat wij aanbieden, maar zijn vaak verrassend
effectief. Ze zien meerdere oplossingsroutes tegelijk. Voor de
buitenwereld kan dit chaotisch lijken, maar in werkelijkheid
is het een vorm van divergent denken: breed, flexibel en
onderzoekend.
Juist op dit gebied ontstaan regelmatig misverstanden.
Wanneer een kind niet werkt volgens de aangereikte stappen,
wordt dat soms geïnterpreteerd als ‘niet luisteren’ of ‘niet
gestructureerd werken’. Maar hun aanpak kan minstens zo
logisch zijn. Door met het kind mee te kijken ontstaat ruimte
om zowel hun strategie als de aangeboden strategie te vergelijken:
wat werkt, wat werkt niet en waarom kiezen we voor
een bepaalde aanpak?
Het zonder meer afwijzen van een door het kind bedachte
strategie kan hard binnenkomen. Door hun intense
emotionele betrokkenheid kan dit voelen als een persoonlijke
afwijzing. Hierdoor kunnen ze hun creativiteit of oplossingsgerichtheid
gaan inhouden, terwijl juist deze combinatie van
patroonherkenning en creatief denken een enorme kracht is.
Wanneer de omgeving niet aansluit, bijvoorbeeld omdat de
stof te oppervlakkig blijft of het tempo te laag ligt, kan motivatie
afnemen en frustratie ontstaan. Niet omdat het kind
het onderwerp niet aankan, maar omdat het zó graag wil
begrijpen dat het raakt wanneer dat niet lukt.
Door ruimte te bieden voor verdieping, vragen en eigen
denksporen, blijft deze leerhonger niet alleen intact, maar
wordt hij juist gevoed.
8
Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
‘VEEL HOOGBEGAAFDE KINDEREN
VOELEN SFEER, SPANNING EN EMOTIES
FEILLOOS AAN’
EEN INNERLIJK KOMPAS DAT VERBONDENHEID
VERSTERKT EN EERLIJKHEID BEWAAKT
Veel hoogbegaafde kinderen voelen sfeer, spanning en
emoties feilloos aan en reageren sterk op situaties die voor
hen onrechtvaardig of inconsequent aanvoelen. Wat in de
praktijk soms wordt bestempeld als overgevoeligheid, drama
of dwars gedrag, is vaak juist een uiting van diepe empathie
en een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Wanneer een kind iets
als onrecht ervaart, slaat hun innerlijke kompas direct aan.
Ze voelen de spanning niet oppervlakkig, maar intens: in hun
lijf, in hun gedachten, in hun hele zijn. Vanuit die betrokkenheid
willen ze de situatie herstellen, anderen beschermen
of duidelijk maken dat iets niet klopt. Dat kan zich uiten in
tegenspreken, emotionele reacties of felheid, maar onder die
reactie schuilt een kind dat oprecht geeft om eerlijkheid,
veiligheid en harmonie. Deze gevoeligheid is geen zwakte,
maar een kracht die het groepsklimaat kan verrijken.
Kinderen met een sterk moreel bewustzijn zien vaak eerder
dan anderen waar spanning ontstaat, waar iemand buitengesloten
wordt of waar regels niet eerlijk worden toegepast.
Door hun signalen serieus te nemen en hun perspectief te
erkennen, ontstaat ruimte voor een veilige, rechtvaardige en
empathische leeromgeving.
TOT SLOT
Hoogbegaafdheid mag worden gezien voor wat het is: iets
wat mogelijkheden, kansen en rijkdom kan bieden op uiteenlopende
vlakken. Gedreven door nieuwsgierigheid, gevoed
door creativiteit en gedragen door emotionele diepgang
kunnen deze kinderen ons de wereld laten zien door hun
ogen als wij ze de kans daartoe geven, en dat biedt een uniek
perspectief. Hoogbegaafde kinderen kunnen volledig tot hun
recht komen wanneer de omgeving aansluit bij wie zij van
nature zijn.
Het gaat pas knellen wanneer die omgeving niet klopt.
Door hen steeds te benaderen met nadruk op hun sterke
kanten en eigenschappen, begrijpen we beter wat zij nodig
hebben en kunnen we een klimaat creëren waarin zij ruimte
krijgen. Niet reageren op wrijving, maar vooraf bouwen aan
passend onderwijs en een begripvolle houding. Zo kunnen
hoogbegaafde kinderen leren en kunnen wij leren van hen.
Disclaimer:
Hoogbegaafdheid kent vele uitingsvormen. Niet ieder hoogbegaafd
kind herkent zich in alle beschreven eigenschappen. In dit artikel
worden kenmerken beschreven die in de praktijk regelmatig
voorkomen, maar die zich bij ieder kind anders kunnen uiten.
Klik hier voor de literatuurlijst behorende bij dit artikel.
Bertine de Dood-Zaalberg
is co-auteur van het boek ‘Een leven lang
hoogbegaafd’. Ze is moeder van drie kinderen,
waarvan twee uitzonderlijk hoogbegaafd
en één vermoedelijk hoogbegaafd
met TOS. Ze zet zich in voor eerlijke en toegankelijke
verhalen over hoogbegaafdheid,
met als doel hardnekkige misverstanden te
helpen doorbreken en de kracht van hoogbegaafden
zichtbaar te maken.
Marianne Miralles Blay-Krijnsen
is oprichter van Stichting BoostUp! en
co‐auteur van het boek ‘Een leven lang
hoogbegaafd’. Ze is moeder van twee uitzonderlijk
hoogbegaafde kinderen, waarvan één
met niet-aangeboren hersenletsel (NAH).
Vanuit haar persoonlijke ervaring en haar
werk met (uitzonderlijk) hoogbegaafde
kinderen zet zij zich in voor meer begrip en
passende ondersteuning voor deze doelgroep.
9
Investeer
in de groei van
leerlingen;
iedere school
verdient een
remedial
teacher !
terug
Meer info? www.lbrt.nl - tel: 030 - 65710 20 - e-mail: bureau@lbrt.nl
PO-raad_2.indd 1 11-03-2025 21:08
Tekst: Sheila van Horn
GASTCOLUMN
TESTEN OP IQ JA OF NEE?
Wat maakt dat je je kind laat testen op zijn of haar intelligentie? Wat gaat het je zoon of dochter brengen?
Wat zijn de gevolgen als het IQ van je kind bekend is? Een test heeft altijd consequenties.
Wat zijn de verwachtingen voor de test? Wat voor druk legt het op je kind? Wat wil je bereiken met de
uitslag?
Wanneer kies je voor een test?
GEDRAGSPROBLEMEN OP SCHOOL
Begaafde kinderen met gedragsproblemen op school hebben
vaak last van woedeaanvallen, snel boos worden of niet goed
met de andere kinderen in de klas kunnen samenspelen of
samenwerken. Thuis kan je kind echter wél met kinderen in
de buurt spelen. Dit zijn vaak oudere kinderen, of juist veel
jongere kinderen. Ook vertoont je kind thuis helemaal niet
dat drukke ongeconcentreerde gedrag en kan het bijvoorbeeld
uren met de lego bezig zijn.
ANDER GEDRAG LATEN ZIEN OP SCHOOL
Begaafde kinderen kunnen zich heel snel aanpassen op
school. Zij kijken en zien wat de andere kinderen om hen
heen doen en kopiëren dit. Dat is ontzettend vermoeiend
voor ze. Ze raken gefrustreerd. Al deze frustratie en opgekropte
energie komt er thuis uit in boze buien ‘om niets’ of
zelfs ontploffingen in woede. School ziet het problematische
gedrag niet. Het is belangrijk om de thuissituatie mee te
nemen in het besluit om al dan niet te laten testen.
SCHOOL SAAI VINDEN
Een kind dat wekelijks met tegenzin naar school gaat, geeft
een signaal af. Als school het signaal serieus neemt (en
meestal doen ze dit), kan je samen gaan kijken naar wat
school minder ‘saai’ kan maken. Meestal gaat het om te veel
en te makkelijk werk.
Bijna alle scholen hebben een compactlijn of extra verrijkingswerk
in de groep. Superfijn! Toch kan het zijn dat dit bij
een (hoog)begaafd kind niet aanslaat. Dat kan komen doordat
er weinig tot geen instructie gegeven wordt, of omdat het
werk facultatief is.
Daarnaast is dit werk soms nog niet moeilijk genoeg, of doet
het te weinig een beroep op het anders, creatiever denkende
brein. Het kan ook zijn dat het werk voor het eerst écht
moeilijk is voor het kind. Ineens moeten ze de juf of meester
om hulp gaan vragen! “Dat ga ik echt niet doen!”
Sommige scholen durven dan niet verder met deze leerling.
Om zekerheid te krijgen over het leervermogen en vooral de
leerbehoefte van het kind, is het afnemen van een IQ-test een
goede volgende stap.
HOGE CITO-SCORES, MAAR NIET HAPPY
Je kind haalt goede resultaten op school, komt voor je gevoel
lekker mee in de groep, maar heeft toch regelmatig onverklaarbare
hoofdpijn of buikpijn. Het lijkt soms wat teruggetrokken
en droevig. Hoewel er meerdere oorzaken aan ten
grondslag kunnen liggen, kan het zeker ook zijn dat je kind
zich nog onvoldoende uitgedaagd voelt, niet aan zijn of haar
leerpotentie zit. Om dit aan te tonen of juist uit te sluiten, is
een IQ-test zinvol.
Is er een vermoeden van (hoog) begaafdheid? Dan is testen
niet altijd direct nodig. School kan kijken naar de onderwijsbehoeften
van je kind door bijvoorbeeld door te toetsen
(toetsen afnemen van een hoger leerjaar, net zo lang tot de
leerling vastloopt) of vooruit te toetsen (aan het begin van
een nieuw lesblok alvast de schaduwtoets afnemen).
Een onderzoek is zinvol als school niet helemaal kan inschatten
wat jouw zoon of dochter nodig heeft, of als er bijvoorbeeld
wisselende prestaties zijn die moeilijk te verklaren zijn.
Voor toelating in een plusklas of voltijds hoogbegaafdenonderwijs
is vaak een testresultaat met een TIQ >130 nodig.
Hoogbegaafdheid is echter zoveel meer dan het cijfertje. Er
zijn meerdere zijnskenmerken van hoogbegaafde kinderen
waardoor zij (h)erkend kunnen worden.
Een breder onderzoek dat bestaat uit de afname van een IQtest
én waarin de vroegkinderlijke ontwikkeling, prikkelgevoeligheden,
gedrag en emotie meegenomen wordt, zal altijd
nieuwe inzichten geven en een helder beeld schetsen van
wat een kind nodig heeft om met meer plezier naar school te
gaan.
Sheila van Horn
is orthopedagoog met een achtergrond in het
basisonderwijs. Vanuit zowel professioneel
als persoonlijk perspectief verdiept zij zich in
hoogbegaafdheid. Haar eigen ontdekking van
hoogbegaafdheid rond haar dertigste en haar
ervaringen als ouder vormen een belangrijke
basis voor haar werk en visie.
11
Tekst : Marieke te Velthuis
ONTWIKKELINGSVOORSPRONG
Wat hoogbegaafdheid in de praktijk kan betekenen
Wanneer er over hoogbegaafdheid wordt gesproken, gaat het gesprek vaak al snel over uitdagingen:
verveling op school, moeite met aansluiting of een gevoelig karakter. Die aandacht is begrijpelijk, want
veel gezinnen herkennen deze situaties. Toch verdient ook een andere kant aandacht. Een ontwikkelingsvoorsprong
of hoogbegaafdheid brengt namelijk ook sterke, positieve eigenschappen met zich mee die je
in het dagelijks leven van kinderen duidelijk kunt zien. Als ouder kan het helpend zijn om deze
kwaliteiten te herkennen. Niet alleen omdat het inzicht geeft in je kind, maar ook omdat het handvatten
biedt om de ontwikkeling op een passende manier te begeleiden.
NIEUWSGIERIGHEID ALS MOTOR
Eén van de meest opvallende kenmerken van kinderen met
een ontwikkelingsvoorsprong is hun sterke nieuwsgierigheid.
Veel ouders herkennen het eindeloze stellen van vragen.
De ene dag gaat het over dieren: Hoe weten vogels waar ze
hun nest moeten bouwen? Even later volgt een vraag over
geschiedenis: Hoe kwamen mensen er eigenlijk achter dat de
aarde rond is? En soms gaat het ineens over het leven zelf:
Waarom vinden mensen sommige dingen eerlijk en andere
niet?
Voor jou als ouder kan het soms voelen alsof de vragen nooit
ophouden. Waar sommige kinderen tevreden zijn met een
kort antwoord, willen deze kinderen vaak verder denken.
Ze stellen vervolgvragen, zoeken verbanden en proberen te
begrijpen hoe dingen met elkaar samenhangen.
In de praktijk betekent dit dat leren voor hen vaak een natuurlijk
proces is. Ze leren niet alleen op school, maar voortdurend.
Tijdens een wandeling kan je kind vragen stellen
over planten, in de auto over verkeersregels of thuis over hoe
een computer werkt.
Je hoeft niet altijd een uitgebreid antwoord te geven. Soms
is samen iets opzoeken, een boek erbij pakken of gewoon
samen nadenken al genoeg. Door nieuwsgierigheid ruimte te
geven, help je je kind om die natuurlijke leerdrang te blijven
volgen.
CREATIEF EN ASSOCIATIEF DENKEN
Een ander positief kenmerk van deze kinderen is hun manier
van denken. Ze leggen vaak verbanden die anderen niet direct
zien. Eén idee kan meteen weer leiden tot nieuwe ideeën.
In het dagelijks leven merk je dat bijvoorbeeld wanneer je
kind een onverwachte oplossing bedenkt voor een probleem.
Misschien verzint het een nieuwe manier om een spel te
spelen, bouwt het een ingewikkelde constructie van LEGO of
komt het met een verrassend verhaal tijdens het spelen.
Soms kan dat associatieve denken ook leiden tot onverwachte
gesprekken. Een opmerking tijdens het avondeten kan je
kind ineens laten nadenken over iets heel anders. Voor je het
weet, gaat het gesprek over het bestaan van leven op andere
planeten of over hoe het heelal is ontstaan.
12
Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
Voor jou als ouder kan dit soms overweldigend zijn, maar
het laat vooral zien hoe actief en flexibel het denken van je
kind is. Door ruimte te geven aan experimenteren, fantasie
en eigen ideeën, kan je kind deze creatieve kracht verder
ontwikkelen.
EEN STERK RECHTVAARDIGHEIDSGEVOEL
Veel kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong hebben een
sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Ze merken snel wanneer
iets oneerlijk voelt en kunnen daar ook emotioneel op
reageren.
Dat kan soms lastig zijn. Misschien raakt je kind gefrustreerd
door regels die niet logisch lijken, of wordt het boos wanneer
iets volgens hem of haar niet eerlijk verloopt. Tegelijkertijd
schuilt hier ook een mooie kwaliteit achter.
Kinderen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel denken vaak
bewust na over wat eerlijk is en wat niet. Ze komen op voor
anderen, stellen vragen over regels en willen begrijpen waarom
dingen op een bepaalde manier georganiseerd zijn.
In het dagelijks leven zie je dit bijvoorbeeld wanneer je kind
opkomt voor een klasgenoot, zich zorgen maakt over dieren
of vragen stelt over maatschappelijke onderwerpen. Door
hierover met je kind in gesprek te gaan, help je het om zijn of
haar gedachten en gevoelens beter te begrijpen.
INTENS BELEVEN
Deze kinderen beleven de wereld vaak intens. Verwondering
kan groot zijn, interesses kunnen diep gaan en enthousiasme
kan aanstekelijk zijn.
Wanneer een onderwerp je kind raakt, kan het zich er volledig
in verdiepen. Misschien wil je kind alles weten over dinosaurussen,
sterrenkunde, programmeren of geschiedenis.
Sommige kinderen lezen er boeken over, maken tekeningen,
bouwen modellen of zoeken voortdurend nieuwe informatie.
Voor jou als ouder kan het soms verrassend zijn hoeveel tijd
en energie je kind in één onderwerp kan steken. Tegelijkertijd
is die intensiteit vaak een sterke motor voor motivatie.
Wanneer kinderen de ruimte krijgen om hun interesses te
volgen, ontwikkelen ze doorzettingsvermogen en passie.
ZELFSTANDIG LEREN
Veel kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong ontdekken
al vroeg dat ze zelfstandig dingen kunnen leren. Misschien
leest je kind al moeilijke boeken, zoekt het zelf informatie op
internet of leert het nieuwe vaardigheden via video’s.
Je merkt bijvoorbeeld dat je kind een ingewikkeld spel
zelfstandig onder de knie krijgt, een computerprogramma
probeert te begrijpen of zich verdiept in een onderwerp dat
op school nog niet aan bod is gekomen.
Dat betekent niet dat begeleiding overbodig is. Juist jouw
interesse blijft belangrijk. Door vragen te stellen, samen
te praten over wat je kind ontdekt en nieuwsgierig mee te
denken, help je deze zelfstandigheid op een positieve manier
te ondersteunen.
WAT JE ALS OUDER KUNT MEENEMEN
Het herkennen van deze positieve kenmerken kan helpen
om anders naar gedrag te kijken. Waar veel vragen soms
vermoeiend kunnen zijn, kan het ook een teken zijn van een
sterke leerdrang.
HET HERKENNEN VAN POSITIEVE
KENMERKEN KAN HELPEN OM ANDERS
NAAR GEDRAG TE KIJKEN
Waar discussies over regels lastig lijken, kan er een diep
gevoel voor rechtvaardigheid achter schuilgaan.
Als ouder kun je deze kwaliteiten ondersteunen door kleine
dingen in het dagelijks leven.
Bijvoorbeeld door:
• ruimte te geven voor vragen en nieuwsgierigheid
• creatieve ideeën en eigen oplossingen te stimuleren
• met je kind in gesprek te gaan over rechtvaardigheid en
maatschappelijke onderwerpen
• mogelijkheden te bieden om interesses verder te verdiepen
• je kind soms zelf te laten ontdekken hoe iets werkt
EEN ANDERE MANIER VAN KIJKEN
Hoogbegaafdheid of een ontwikkelingsvoorsprong betekent
niet dat alles vanzelf gaat. Ook deze kinderen hebben begeleiding,
begrip en passende uitdagingen nodig.
Maar wanneer je ook de sterke kanten ziet, ontstaat er een
completer beeld. De nieuwsgierigheid, creativiteit, intensiteit
en zelfstandigheid van deze kinderen kunnen uitgroeien tot
prachtige kwaliteiten.
Voor jou als ouder kan het helpen om deze eigenschappen
niet alleen te begeleiden, maar er ook van te genieten. Want
achter de vele vragen, ideeën en discussies schuilt vaak iets
moois: een kind dat de wereld met grote aandacht en verwondering
probeert te begrijpen.
Marieke te Velthuis
werkt met veel plezier bij de Expertgroep
Ontwikkelingsvoorsprong. Vanuit haar
expertise in hoogbegaafdheid verzorgt zij
samen met haar collega’s Marieke Groenewold
en Mirjam Veldhoven opleidingen en
trainingen voor professionals in de zorg,
kinderopvang en het onderwijs. Met haar
achtergrond als Specialist Begaafdheid en
RITHA Specialist in Gifted Education en
haar ervaring in het onderwijs, weet zij
wetenschappelijke inzichten op een
toegankelijke manier te vertalen naar wat
écht werkt in de praktijk.
13
Tekst: Melanie Modderman
HOOGBEGAAFDHEID & ADHD
Schijnbare gelijkenis, essentieel verschil
ADHD en hoogbegaafdheid worden in de praktijk nog vaak met elkaar verward. In dit interview met
Séverine van de Voorde verkennen we de overeenkomsten, de cruciale verschillen en wat dat betekent
voor signalering en begeleiding.
Hoe verhouden ADHD en hoogbegaafdheid zich tot elkaar?
In hoeverre overlappen kenmerken, en waar ligt het
wezenlijke verschil in onderliggende problematiek?
“ADHD en hoogbegaafdheid kunnen aan de buitenkant sterk
op elkaar lijken. In beide gevallen zie je bijvoorbeeld onrust,
snel denken, impulsiviteit, gevoeligheid voor prikkels en
moeite met routine of weinig uitdagende taken. Dat maakt
verwarring begrijpelijk. Het verschil zit echter in de oorsprong
van het gedrag.
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis waarbij
problemen met aandacht, impulscontrole en executieve
functies breed aanwezig zijn en het functioneren in verschillende
situaties beïnvloeden. Bij hoogbegaafdheid gaat het om
een ontwikkelingsprofiel waarin snel en complex denken en
een sterke behoefte aan uitdaging centraal staan; gedrag ontspoort
vooral wanneer de omgeving onvoldoende aansluit.
Een hoogbegaafd kind kan druk of afgeleid lijken door
onderprikkeling of frustratie. Een kind met ADHD kan
eveneens slim zijn, maar ervaart blijvende problemen in
zelfsturing die niet verdwijnen als de omgeving interessanter
wordt.”
Wordt ADHD bij hoogbegaafde kinderen vaker verkeerd
gediagnosticeerd – of juist gemist? Welke rol speelt de
context van school en verwachtingen daarin?
“Hoogbegaafdheid kan er inderdaad voor zorgen dat ADHD
wordt gemist, omdat het kind kan compenseren door sterke
intelligentie en geheugen. Aan de andere kant kunnen de
kenmerken van ADHD zodanig op de voorgrond staan dat er
niet aan hoogbegaafdheid wordt gedacht.
Tot slot kan hoogbegaafdheid ook onterecht als ADHD
worden gezien door de overlappende eigenschappen.
Bijvoorbeeld hyperactief vanuit enthousiasme, concentratieproblemen
door onderprikkeling. De schoolcontext speelt
daarin een enorme rol. In een omgeving met veel herhaling,
laag tempo en weinig autonomie kan een hoogbegaafd kind
onrustig, oppositioneel of afwezig worden, terwijl het probleem
in feite een mismatch met het onderwijsaanbod is.
Gedrag dat niet past binnen het systeem wordt sneller als
probleem gezien dan als een signaal van een mismatch. Dat
kan de richting van het diagnostisch onderzoek sterk
beïnvloeden.”
Hoe beïnvloedt hoogbegaafdheid de uitingsvorm van
ADHD? Zien we bijvoorbeeld andere patronen in aandacht,
motivatie of gedrag?
“Hoogbegaafdheid kan de uitingsvorm van ADHD minder
klassiek maken. Een hoogbegaafde leerling met ADHD kan
bijvoorbeeld heel lang geconcentreerd zijn op complexe of
intrinsiek interessante onderwerpen, maar volledig instorten
bij routinetaken, herhaling, plannen, afmaken en volhouden
bij lage beloning. Dan lijkt het alsof het kind “wel kan als het
wil”, terwijl het probleem juist zit in inconsistente aandachtregulatie
en executieve sturing.
In gedrag zie je daardoor vaak een grilliger profiel:
sterk verbaal of inhoudelijk niveau, gecombineerd met
chaotische taakaanpak, slordigheid, uitstelgedrag,
emotionele frustratie of plots afhaken. Motivatie is dan
ook een sleutelwoord. Begaafdheidsonderzoek laat zien dat
onderprikkeling, verveling en gebrek aan uitdaging sterk
kunnen bijdragen aan onderpresteren. Daardoor kan de
buitenkant misleidend zijn: niet elk ongemotiveerd of opstandig
hoogbegaafd kind heeft ADHD, maar bij een kind
met zowel hoogbegaafdheid als ADHD kan juist die onderprikkeling
de ADHD-klachten extra zichtbaar maken.”
“EEN DUBBELE DIAGNOSE VRAAGT
BIJNA ALTIJD OM EEN DUBBEL
PERSPECTIEF”
Wat betekent een dubbele diagnose (ADHD én hoogbegaafdheid)
voor begeleiding en onderwijs? Waar liggen de
grootste uitdagingen én kansen in de praktijk?
“Een dubbele diagnose vraagt bijna altijd om een dubbel
perspectief: compenseren én uitdagen. In de praktijk gaat
het mis zodra men maar één kant ziet. Wie alleen naar
ADHD kijkt, laat de leerhonger en cognitieve kracht onderbenut.
Wie alleen naar hoogbegaafdheid kijkt, onderschat de
echte problemen met planning, werkgeheugen, impulscontrole,
emotieregulatie en volgehouden inspanning. Juist die
combinatie maakt deze groep “twice exceptional”: sterk én
kwetsbaar tegelijk.
De grootste kans ligt in strength-based begeleiding:
verrijking, versnelling of compacten waar dat kan,
gecombineerd met expliciete ondersteuning in executieve
functies, emotieregulatie, studievaardigheden en zelfinzicht.
14
Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
INTERVIEW
Wanneer een leerling zowel intellectueel gevoed als praktisch
ondersteund wordt, zie je vaak minder probleemgedrag en
een realistischer positief zelfbeeld.
In hoeverre sluit het huidige onderwijssysteem aan bij
deze groep leerlingen? En waar ontstaat juist frictie die
gedrag kan versterken of vertekenen?
“Voor deze groep sluit het reguliere onderwijssysteem vaak
maar gedeeltelijk aan. Het systeem is in de kern ingericht op
gemiddelde leerlijnen, standaardtempo en groepsgemiddelden.
Juist daar wringt het voor hoogbegaafde leerlingen met
ADHD: zij hebben vaak zowel meer cognitieve uitdaging als
meer maatwerk in ondersteuning nodig.
Frictie ontstaat vooral wanneer gedrag letterlijker wordt genomen
dan het eigenlijk is. Een kind dat wegdroomt, stoort,
niet werkt of clownesk gedrag vertoont, kan een leerling zijn
die overprikkeld is, onderprikkeld is, executief vastloopt,
perfectionistisch blokkeert of al lang is afgehaakt.
Onderzoek naar verveling bij begaafde leerlingen laat zien
dat gebrek aan uitdaging en herhaling niet alleen tot demotivatie
leiden, maar ook tot vermijdingsgedrag en onderpresteren.
Dan versterkt het systeem precies het gedrag dat het
vervolgens als probleem signaleert.”
Welke signalen zouden professionals en ouders serieuzer
moeten nemen? Met andere woorden: wanneer kijk je
verder dan ‘druk gedrag’ of ‘onderpresteren’?
“Ik zou vooral alert zijn op grote discrepanties. Bijvoorbeeld:
een kind dat mondeling veel verder is dan schriftelijk werk
laat zien; een leerling die complexe verbanden razendsnel ziet
maar simpele taken niet afkrijgt; sterke interesse en hyperfocus
in één domein naast totale blokkade in een ander; of
prestaties die “gemiddeld” lijken, terwijl gesprekken,
redeneringen en creativiteit een veel hoger potentieel verraden.
Dat soort asymmetrie is een belangrijk signaal om
verder te kijken.
Andere alarmsignalen zijn chronische verveling, frustratie
bij herhaling, sterke gevoeligheid voor onrecht of inefficiëntie,
perfectionisme, plotselinge schoolweerstand, sociaal
terugtrekken, onverklaarbare vermoeidheid na school, en
onderpresteren dat niet past bij het denkniveau. Ook is het
relevant om na te gaan of de problemen contextgebonden
zijn of echt breed optreden. Bij een vermoeden van ADHD
moet je altijd breed kijken: thuis, school en andere situaties,
én naar de vraag of er daadwerkelijk functionele beperkingen
zijn. Alleen zichtbaar druk gedrag of lage cijfers zijn daarvoor
onvoldoende.”
Séverine van de Voorde
Séverine van de Voorde is doctor in de
psychologie en gespecialiseerd in o.a.
hoogsensitiviteit, ADHD en stress. Met
meer dan tien jaar ervaring als academica
(UGent en Howest) & een sterke basis
in de neuropsychologie, publiceerde zij
in wetenschappelijke tijdschriften en
schreef meerdere boeken over ontwikkelingsstoornissen
en ADHD. Ze is
bestsellend auteur en oprichter van het
online kennisplatform:
www.vanstressnaarveerkracht.be
15
HOOGBEGAAFDHEID, VASTLOPEN &TIPS
WAAR SCHOLEN OP KUNNEN LETTEN
In gesprek met drie jongeren
Tekst: Melanie Modderman
Voor deze hoogbegaafdheid special sprak ik met drie jongeren uit één gezin: Lara, Sophie en Gijs
Hädicke. Ze zijn alle drie slim, gevoelig en uitgesproken over wat wel en niet werkt in onderwijs en
begeleiding. Hun verhalen laten zien hoe verschillend hoogbegaafdheid zich kan uiten en hoe groot het
verschil is tussen inclusief onderwijs op papier en in de praktijk.
Kunnen jullie jezelf kort voorstellen?
Sophie (18): “Ik ben Sophie, de middelste van ons drieën. Ik
ben net 18 geworden. Ik heb geen diagnose hoogbegaafdheid,
maar wel een hoge intelligentie. Daarnaast heb ik autisme,
long covid en Tourette. Tourette betekent dat je bewegingen
of geluiden maakt zonder dat je dat wilt. Daar heb ik nu
medicatie voor, dus ik heb er minder last van.”
Lara (21): “Ik ben Lara, de oudste. Ik ben 21. Ik heb hoogbegaafdheid,
autisme, ADHD en dyscalculie. Op dit moment
doe ik staatsexamens voor vwo-wiskunde B en natuurkunde.”
Gijs: “Ik ben de jongste van ons drieën. Ik heb hoogbegaafdheid,
ADHD, autisme, dyslexie en dyscalculie.”
Wanneer merkten jullie dat jullie anders leerden of anders
in elkaar zaten dan anderen?
Lara:“Bij mij kwam dat eigenlijk best laat. Op de basisschool
zat ik in een klas met veel slimme kinderen, dus ik dacht heel
lang dat mijn manier van denken normaal was. Pas toen ik
naar het gymnasium ging, merkte ik dat het anders lag dan
ik had verwacht. In het eerste jaar hield ik het nog vol, maar
daarna ging het steeds slechter. Uiteindelijk lukte eigenlijk
niets meer: niet naar school gaan, niet leren, niet eens gewoon
aanwezig zijn in de lessen.”
Sophie:“Bij mij begon het rond groep 7 of 8. Daarvoor ging
het eigenlijk best goed. Op de basisschool kreeg ik ook goede
hulp, dus dat hielp. In 2020 begon ik in de eerste klas van
het voortgezet onderwijs. In het begin ging dat goed: ik had
vriendinnen, volgde lessen, alles liep. Ik had wel veel last van
druk en stress, maar het was nog te doen.
16
Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
INTERVIEW
Toen kwam de tweede coronaperiode en moest alles online.
Vanaf dat moment liep ik helemaal vast. Ik kwam achter met
school, het lukte niet meer om lessen te volgen en daarna
is het ook niet meer gelukt om terug te keren. We hebben
echt van alles geprobeerd: speciale klassen, thuiszittersonderwijs,
speciaal onderwijs, therapie, zorgboerderijen. Maar
niets paste echt. Overal zat de druk op: wanneer ga je weer
terug naar school? Nu doe ik op dit moment niets meer op
schoolgebied.”
Sophie, Gijs en Lara Hädicke
Gijs: “Ik zit nog wel op school. Op de basisschool en in de
eerste klas had ik last van pesters, maar op deze school het
Veluws College Mheenpark gaat dat nu gelukkig erg goed.”
Wat vinden jullie juist mooi of sterk aan hoe jullie brein
werkt?
Lara: “Aan hoogbegaafdheid vind ik positief dat je veel
dingen snel kunt begrijpen en beleven. Dingen kosten vaak
minder tijd, omdat je ze snel doorhebt.”
Sophie: “Wat ik sterk vind, is dat ik mezelf heel goed ken. In
sociale situaties merk ik vaak dat ik mentaal en emotioneel
verder ben dan veel anderen, ook volwassenen. Ik weet heel
goed waar mijn grenzen liggen en wat er in mij omgaat. Dat
kunnen niet veel mensen zeggen.”
Gijs: “Ik ben er trots op dat ik gewoon dingen kan aanvragen
als ik iets nodig heb. Ik denk dan niet zo snel: wat zullen
anderen daarvan vinden? Als ik iets nodig heb, dan regel ik
dat. Dat vind ik wel fijn aan mezelf.”
Hoe zagen jullie schoolervaringen eruit?
Lara:“Ik heb eerst anderhalf jaar gymnasium gedaan, daarna
een tijd niets en daarna speciaal onderwijs. Ik heb twee
vormen van speciaal onderwijs gehad. Bij de eerste voelden
ze totaal niet aan wat ik nodig had. Bij de tweede ging dat iets
beter.”
‘IK WAS NIET LUI OF HAD GEEN ZIN,
MAAR DE SPANNING WERD TE GROOT’
Wat maakte school zo zwaar?
Lara:“Voor mij zat veel stress in de druk die je voelt.
Bijvoorbeeld dat je móét komen. Als je niet gaat, volgen er
weer consequenties. Die druk begint soms al de avond van
tevoren. Dan weet je: morgen begint het weer. Dat maakt
het heel zwaar. Niet omdat ik lui was of geen zin had, maar
omdat die spanning te groot werd.
En als je er eenmaal bent, kun je vaak ook niet zomaar weg.
Dan moet je langs allerlei mensen, uitleg geven, verantwoorden
waarom je naar huis wilt. Juist dat hele proces maakt het
nog moeilijker.”
Sophie: “Dat herken ik heel erg. Bij mij gebeurde alles van
binnen. Van buiten leek ik vaak nog gewoon oké, maar van
binnen zat ik helemaal vol. Ik vond het heel moeilijk om aan
te geven dat het niet ging. En als ik het wel aangaf, werd er
vaak niet echt naar geluisterd. Dan moest ik toch doorgaan.
Ik heb ook een time-outpas gehad, maar die hielp voor mij
niet. Als ik die wilde gebruiken, kwam er vaak toch weer een
vraag of uitstel: ‘Wacht nog even, we zijn net bezig’, of: ‘Kun
je nog even blijven?’ Dan durfde ik het de volgende keer niet
meer aan te geven.”
Gijs, bij jou lijkt het nu beter te gaan. Wat maakt het verschil?
Gijs: “Ik heb bewust gekozen voor het Veluws College
Mheenpark omdat deze school bekendstaat om goede
begeleiding. Mijn moeder en zussen hadden al meegemaakt
dat scholen lang niet altijd goed aansluiten, dus voor mij
is echt gezocht naar een plek die beter past. Ook heb ik nu
een time-outpas. Dat betekent dat ik naar de docent kan
lopen, de pas laat zien en dan even naar een aparte ruimte
mag. Daar kan ik twintig minuten zitten, aan werk werken
of gewoon even rustig worden. Daarna kan ik terug naar de
les. Het fijne is: het is een keuze. Als het goed gaat, blijf ik
gewoon.”
Praat je makkelijk over wat je voelt?
Gijs: “Als ik eenmaal begin met praten, lukt het meestal wel.
Maar beginnen is lastig, zeker als ik me echt slecht voel.”
Sophie:“Voor mij is dat moeilijk. Juist omdat ik vaak heb
ervaren dat wat ik zei niet echt serieus werd genomen.”
Lara: “Eén op één praten gaat nog wel. Maar zo’n driehoeksgesprek
met bijvoorbeeld een docent en mentor voelt vaak als
twee tegen één. Zeker als jij als leerling slim genoeg bent om
te zien dat die volwassenen elkaar al jaren kennen en samenwerken.
Dan voelt het niet neutraal.”
Wat zouden scholen beter kunnen doen voor leerlingen
zoals jullie?
Lara: “Laat leerlingen weg kunnen zonder dat ze eerst
moeten liegen of zich uitgebreid moeten verantwoorden.
17
INTERVIEW
Als iemand aangeeft dat het niet gaat, neem dat dan serieus.
En als een leerling iets aankaart, handel dan ook snel. Niet
pas drie weken later. Dan kan het al te laat zijn.”
Sophie: “Luister echt naar degene die vastloopt. We stellen
ons niet aan. Als iemand zegt dat het niet meer gaat, dan
is dat ook zo. Wat voor mij heel pijnlijk was, is dat begeleiders
vaak alleen dachten in: hoe krijgen we jou terug naar
school? Terwijl ik eigenlijk al wist: dit gaat niet meer. Ik ben
toch weer teruggeduwd en dat heeft het alleen maar erger
gemaakt.
Wat ik ook in de zorg en begeleiding zie, is dat je vaak pas
hulp krijgt als je helemaal bent ingestort. Alsof je eerst moet
bewijzen dat je ziek genoeg bent. Terwijl je juist eerder moet
luisteren, voordat iemand helemaal omvalt.”
JONGENS ZIJN WAT MINDER
SOCIAAL GEVOELIG
Waar zijn jullie trots op?
Gijs:“Dat ik vrij ben in wat ik doe en dat ik niet zo bezig ben
met wat anderen daarvan vinden.”
Sophie over Lara: “Ik ben wel trots op Lara. Ze woont op
zichzelf, regelt alles zelf en is nu bezig haar vwo-diploma te
halen. Dat is echt een grote stap.”
Hoe zien jullie de toekomst?
Lara: “Als ik straks mijn volledige vwo-diploma heb, wil
ik graag naar de universiteit. Ik denk aan sterrenkunde in
Leiden of plantenwetenschappen in Wageningen. Ik ben goed
in leren uit boeken en ik heb baat bij vrijheid. Verplichte
aanwezigheid is voor mij wel echt een aandachtspunt.”
Sophie: “Ik ben nu vooral bezig met mijn eigen kleine
bedrijfje (Instagram:@plushi.by.sophie). Ik haak knuffels
en verkoop die op marktjes en online. Dat werkt voor mij,
omdat ik niet genoeg energie heb voor een gewone baan.
Misschien ga ik na de zomervakantie weer iets doen op de
vavo, heel rustig opgebouwd. Bijvoorbeeld één vak op school
en een paar vakken thuis via staatsexamens. Voor mij is alles
rondom school al veel: heen gaan, omkleden, een trap op, in
een klaslokaal zitten. Dus als ik weer begin, dan heel rustig.”
Wat deze drie jongeren scholen willen meegeven
Wie deze drie verhalen naast elkaar legt, ziet geen simpel
succesverhaal of pasklare oplossing. Wel een duidelijke boodschap:
inclusief onderwijs begint met serieus luisteren. Niet
pas wanneer een leerling volledig is uitgevallen, maar juist op
het moment dat de eerste signalen zichtbaar worden. Minder
nadruk op controle en verantwoording, meer ruimte voor
vertrouwen, autonomie en snelle actie. Want zo geven de drie
aan: “dat maakt het verschil tussen verder afglijden en weer
perspectief krijgen.”
Gijs: “Sommige mensen denken te snel: het is een fase, of iemand
spijbelt gewoon. Maar dat is niet altijd zo. Als je merkt
dat er iets is en je kunt er iets aan doen, doe dat dan ook.
Wacht niet te lang. En push mensen niet over hun grenzen
heen. Als het echt niet gaat, dan gaat het niet.”
Lara: “En als je gesprekken voert, zorg dan dat het kind zich
niet alleen voelt tegenover twee volwassenen. Laat bijvoorbeeld
een ouder aansluiten, zodat het niet voelt als twee tegen
één.”
Is er verschil tussen jongens en meisjes in hoe hiermee
wordt omgegaan?
Sophie: “Bij Gijs zie je wel dat hij minder moeite heeft om
bijvoorbeeld zijn time-outpas ook echt te gebruiken. Lara en
ik vinden dat lastiger. Daar zit wel verschil in.”
Lara: “Ja, jongens zijn wat minder sociaal gevoelig.”
19
Tekst: Marjolijn van Weerdenburg
Anouke Bakx, Jessica Vergeer
WAT WERKT IN PASSEND
ONDERWIJS VOOR BEGAAFDE
LEERLINGEN?
Een compilatie van uitkomsten van het landelijke impactonderzoek IMAGE
Leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid kunnen in elke klas zitten. Het is echter niet altijd
gemakkelijk deze leerlingen te herkennen en een passend onderwijsaanbod te bieden. Zo halen ze bijvoorbeeld
lang niet altijd hoge schoolcijfers (Bluemink et al., 2022). Ze hebben echter net als alle leerlingen
recht op een leeromgeving waarin ze elke dag nieuwe dingen leren. Dit vraagt om een uitdagende
leeromgeving die deze leerlingen stimuleert na te denken over complexe taken passend bij hun niveau
(Lavrijsen et al., 2021).
LEERLINGENONDERZOEK
De IMAGE-deelstudie ‘Leerlingenonderzoek’ ondervroeg
leerlingen en leraren in primair en voortgezet onderwijs
om meer te weten te komen over ‘wat werkt’ en ‘waardoor’
binnen passend onderwijs voor begaafden leerlingen. Hieruit
bleek dat een ruime meerderheid van de deelnemende
scholen specifieke onderwijsaanpassingen boden voor
begaafde leerlingen en dan voornamelijk plusklassen. Dit
betrof echter slechts tussen 1 en 2 uur per week bij schoolgebonden
plusklassen en rond de 3 uur per week bij bovenschoolse
plusklassen. Bij selectie voor de plusklas speelde
volgens de scholen behoefte aan cognitieve uitdaging en
contact met gelijkgestemden een bepalende rol. Uit de resultaten
kwam echter ook naar voren dat juist de leerlingen
die betere schoolprestaties behaalden en aangaven te weinig
uitdaging te ervaren, vaker werden geselecteerd voor plusklassen.
Jongens gaven vaker aan behoefte aan uitdaging te
hebben, waardoor meisjes met eenzelfde begaafdheidspotentieel
eerder over het hoofd gezien kunnen worden bij selectie
voor plusklassen. Ook begaafde leerlingen die onderpresteren
lopen dit risico wanneer er alleen naar schoolprestaties
gekeken wordt.
Leerlingen en leerkrachten gaven aan een positieve impact
te ervaren van de plusklas. Verschil in ontwikkeling tussen
leerlingen die deelnamen aan de plusklas en vergelijkbare
leerlingen die niet deelnamen, was echter maar op enkele
gebieden zichtbaar: plusklasdeelname bleek een positief effect
te hebben op de intrinsieke motivatie en competentiebeleving,
maar niet op zelfregulerend leren of schoolprestaties.
De aanbevelingen betreffen de borging van expertise (die
niet mag afhangen van een individuele leerkracht die hier
toevallig in geïnteresseerd is), een eenduidige aanpak, regelmatige
screening van onderwijsbehoeften en het volgen
van de landelijke norm voor basisondersteuning (Aob &
Ouders en Onderwijs, 2024). Om meer impact te bereiken
met de onderwijsaanpassingen, is het belangrijk dat er een
duidelijk omschreven doelgroep is, dat scholen daar gericht
op selecteren en het aanbod daarop afstemmen. Niet alleen
schoolprestaties, maar ook de leerling zelf, de leerkracht(en)
en de ouders moeten benut worden om de onderwijsbehoefte
van de leerlingen in beeld te krijgen.
PROFESSIONELE ONTWIKKELING RONDOM
(HOOG)BEGAAFDHEID
Een andere IMAGE-deelstudie onderzocht de impact van
professionalisering rondom (hoog)begaafdheid. Hierbij waren
vragenlijsten en interviews afgenomen op twee meetmomenten.
Bijna alle onderwijsprofessionals die de vragenlijst
invulden, namen deel aan één of meerdere professionaliseringsactiviteiten
op het gebied van (hoog)begaafdheid. De
gerapporteerde activiteiten waren zeer divers en varieerden
van een studiedag over (hoog)begaafdheid tot een opleiding,
training of cursus langer dan 6 maanden. Onderwijsprofessionals
uit het primair onderwijs bleken vaker te hebben
deelgenomen aan professionaliseringsactiviteiten op het
gebied van (hoog)begaafdheid dan onderwijsprofessionals uit
het voortgezet onderwijs.
Onderwijsprofessionals waren over het algemeen positief
over de ervaren impact van de professionaliseringsactiviteiten
rondom begaafdheid. Ze hadden er veel van geleerd en
het had impact op hun dagelijkse werkzaamheden met de
leerlingen.
Er waren echter geen verschillen tussen onderwijsprofessionals
die wel hadden deelgenomen aan professionalisering
over begaafdheid en onderwijsprofessionals die daar niet aan
hadden deelgenomen op:
20 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ONDERZOEK
• hun ervaren competentie in het herkennen en begeleiden
van begaafde leerlingen
• hun houding ten aanzien van begaafde leerlingen
• de mate van differentiatie in de klas
Verder bleek dat onderwijsprofessionals die hadden deelgenomen
aan professionalisering over begaafdheid meer impact
daarvan ervoeren en naarmate de activiteit:
• een helder doel had en inhoudelijk gedegen was
• een actieve houding vroeg en samenwerking en interactie
stimuleerde
• beter aansloot bij speerpunten in het schoolbeleid
• langer duurde
Het succesvol vormgeven van onderwijs aan begaafde leerlingen
blijkt te vragen om een gezamenlijke inspanning van
het hele team. Een professionele schoolcultuur, waarin samen
wordt geleerd en er een gezamenlijke focus is op begaafdheid
zijn belangrijk, waarbij (1) prioriteit wordt gegeven aan het
thema begaafdheid, (2) er een gedeelde visie is op begaafdheid
en (3) het team de overtuiging heeft passend onderwijs
aan deze leerlingen te kunnen bieden.
Stabiliteit binnen de school (ten aanzien van tijd, geld,
teamsamenstelling en management) bleek cruciaal voor
ervaren impact. De katalysator hierbij was de structurele
aanwezigheid van hoogbegaafdheidsexperts in de school en
het leren van andere scholen. Expertise in de school leidde tot
meer signalering, waardoor andere leraren meer behoefte aan
expertise gaan ervaren.
De aanbevelingen waren: (1) zorg voor continue versterking
van expertise, (2) ondersteun positieve en stabiele schoolcondities
zoals een gedeelde visie en een open en professionele
leercultuur, (3) bevorder deelname en impact van professionalisering,
(4) zorg voor een structurele verankering en (5)
zorg voor een structurele bekostiging.
INTERACTIEONDERZOEK
Leraren, schoolleiders en ouders spelen een cruciale rol in de
ontwikkeling van begaafde leerlingen. De IMAGE-deelstudie
‘Interactieonderzoek’ gebruikte vragenlijsten en interviews
om hun ervaren betrokkenheid en communicatie in kaart te
brengen.
BETROKKENHEID EN COMMUNICATIE
Als het gaat om betrokkenheid en communicatie binnen het
onderwijs voor begaafde leerlingen, dan ervaren leraren de
meeste betrokkenheid van en communicatie met hun collega-leraren.
Op de tweede plek kwamen de ouders en op de
derde de schoolleiders. Schoolleiders ervoeren de meeste
betrokkenheid van en communicatie met leraren,
gevolgd door ouders en daarna andere schoolleiders. Ouders
ervoeren dat de leraar of mentor van hun kind het meest
betrokken was en dat zij het meest met hen communiceerden,
gevolgd door andere leraren, daarna schoolleiders en
ten slotte andere ouders. Voor alle groepen gold: hoe meer
betrokkenheid of communicatie er werd ervaren, hoe groter
de tevredenheid hierover was.
EXPERTISE IN DE SCHOOL LEIDDE TOT
MEER SIGNALERING, WAARDOOR
ANDERE LERAREN MEER BEHOEFTE AAN
EXPERTISE GAAN ERVAREN
21
AANBEVELINGEN
UIT HET INTERACTIEONDERZOEK:
1. Vergroot de toegankelijkheid en zichtbaarheid van
schoolleiders
2. Ontwikkel een heldere visie en eenduidig beleid met
betrekking tot begaafdheid
3. Streef naar een regionale aanpak om de ondersteuning
voor begaafde leerlingen te versterken, communiceer
helder en open over deze aanpak, faciliteer maatwerktrajecten
en monitor continu het beleid.
4. Streef naar een sterke samenwerking tussen leraren,
schoolleiders, ouders en bestuurders bij de ondersteuning
van begaafde leerlingen.
LERAREN ERVAREN DE MEESTE
BETROKKENHEID VAN &
COMMUNICATIE MET HUN
COLLEGA-LERAREN
Tabel 1: Betrokkenheid van en Communicatie met Leraren:
Faciliterende en Belemmerende Factoren
Klik hier voor de literatuurlijst behorende bij dit artikel.
Marjolijn van Weerdenburg
is als leerkracht begonnen en daarna
docent geworden bij de opleiding
Pedagogische Wetenschappen en onderzoeker
bij het Behavioural Science
Institute van de Radboud Universiteit.
Ze is onder meer voorzitter van het
expertisecentrum Radboud Talent in
Ontwikkeling (RATiO).
Tabel 2: Betrokkenheid van en Communicatie met Schoolleiders:
Faciliterende en Belemmerende Factoren
Jessica Vergeer
is universitair docent aan de Faculteit der
Sociale Wetenschappen en gespecialiseerd
in onderwijs aan leerlingen met diverse
onderwijsbehoeften, waaronder (hoog)
begaafdheid. Met ervaring in het basisonderwijs
richt zij zich op inclusieve en
motiverende leeromgevingen.
Tabel 3: Betrokkenheid van en Communicatie met Ouders:
Faciliterende en Belemmerende Factoren
Anouke Bakx
is lector Goed leraarschap, goed leiderschap
bij Fontys Hogeschool Kind en
Educatie (FHKE) en tevens academic
director van de Academische pabo
Tilburg. Daarnaast is zij bijzonder
hoogleraar Begaafdheid aan de Radboud
Universiteit. Ze is initiatiefnemer van de
POINT-werkplaatsen [Passend Onderwijs
Ieder Nieuw Talent] en medeoprichter
van het Wetenschappelijk
Expertisecentrum.
22 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
Tekst: Agnes Maassen
GASTCOLUMN
SCHOOLGESPREKKEN
OVER HOOGBEGAAFDHEID
Juist wanneer het onderwijs niet automatisch past, zit je als onderwijsprofessional en
ouder vaker met elkaar aan tafel dan twee keer per jaar in een tienminutengesprek.
Met de leerkracht, de intern begeleider, een consulent van het
samenwerkingsverband, een begaafdheidsspecialist, of soms
met iemand van jeugdzorg of leerplicht. In die gesprekken
wordt wel eens langs elkaar heen gepraat, ondanks alle goede
bedoelingen van iedereen aan tafel.
Hieronder een paar veelvoorkomende spraakverwarringen.
1. IS HET ONDERWIJS OP NIVEAU?
In het gesprek komt bijna altijd de vraag voorbij of het onderwijs
op niveau is. Vaak is het antwoord van iemand aan
tafel dan: ‘Ja, want hij krijgt de pluslijn uit de methode’. Of:
‘Ja, want we compacten de basisstof, dus zij hoeft minder te
maken’. Dat zijn antwoorden die een antwoord op de vraag
lijken, maar het eigenlijk niet zijn. Het werk van de leerling
is bijvoorbeeld extra, of het is moeilijker dan de basisstof en/
of het is minder herhaling. Dat zijn op zich goede stappen,
maar het is geen antwoord op de vraag of het onderwijs nu
op niveau is. Stel, dat jij als volwassene op groep 3 niveau
een rekenles maakt. Als je dan de helft mag overslaan, of de
moeilijkste groep 3 sommen krijgt, of misschien zelfs wat
sommen van begin groep 4 mag maken, is de les dan op jouw
huidige niveau?
2. “MAAR JA, SOCIAAL-EMOTIONEEL, HÈ?”
Bij deze uitspraak wordt gedrag vaak te negatief
geïnterpreteerd. Een leerling die vaak huilt, zou dan nog jong
zijn, sociaal-emotioneel gezien. Maar achter de tranen kan
van alles schuilgaan. Overprikkeling, eenzaamheid, een volle
emmer, stress. Soms wordt benoemd dat aansluiting met leeftijdsgenoten
moeizaam gaat. Dat lijkt dan een probleem van
de leerling, maar het kan ook een belangrijk signaal zijn.
Als de leerling geen ontwikkelingsgelijken heeft, is dat de
oorzaak dat het met klasgenoten niet altijd lekker loopt.
Leerlingen kunnen ook juist hogere verwachtingen van
vriendschap hebben, omdat zij sociaal-emotioneel verder
zijn.
Het gedrag dat je waarneemt, is een signaal dat de omgeving
niet passend is en dat daar de sleutel ligt. Dan hoeft de
leerling dus niet naar weerbaarheids- of sociale vaardighedentraining.
3. EERLIJK VERGELIJKEN
Vaak moet er een keuze worden gemaakt. Wel/niet plusklas,
wel/niet versnellen, wel/niet een schoolwissel. Wat opvalt,
is dat daarin altijd de nadelen van de verandering worden
benoemd, maar niet de nadelen van nietsdoen. Voor een
eerlijke vergelijking, is het belangrijk om beide opties naast
elkaar te zetten. Niet-versnellen heeft immers net zo goed
nadelen als wel versnellen. Dan moet bijvoorbeeld meer
maatwerk worden geleverd, omdat het gat tussen het niveau
van de leerling en dat van het leerjaar groot blijft. Pas als die
allemaal in beeld zijn, kun je bekijken wat het zwaarst weegt
en hoe je de nadelen van die keuze kunt aanpakken.
Spraakverwarring volledig uitroeien is natuurlijk een illusie.
Je bewust zijn van deze veelvoorkomende miscommunicatie
is een goede eerste stap. Los daarvan wordt met open
luisteren, doorvragen, je aannames checken en denken in
mogelijkheden eigenlijk elk gesprek beter, dus ook die over
begaafde leerlingen op school. In de praktijk blijkt dat juist
gelijkwaardigheid aan tafel bepalend is. Wanneer die onder
druk komt te staan, stokt het gesprek. Vanuit stichting
iQ+ worden regelmatig trajecten ondersteund waarin kind,
ouders en school weer met elkaar in gesprek komen als het
vastloopt. De ervaring leert dat juist in die gesprekken, met
ruimte voor ieders perspectief, weer beweging kan ontstaan.
NIET-VERSNELLEN HEEFT IMMERS NET
ZO GOED NADELEN ALS WEL
VERSNELLEN
Agnes Maassen
is hoogbegaafheidsspecialist en werkt o.a.
als trainer, leerlingbegeleider, Peers4Parents-facilitator
en interimmanager.
Vanuit Stichting iQ+ vraagt zij aandacht
bij de politiek voor passend onderwijs,
adequate financiering en beleid dat aan
sluit bij de praktijk.
23
Tekst: Melanie Modderman
HOOGBEGAAFDHEID EN AUTISME
In het onderwijs
“We denken vaak dat we duidelijk zijn, maar voor deze leerlingen is dat lang niet altijd zo”
Mascha Burger over hoogbegaafdheid en autisme in het onderwijs.
Hoogbegaafde leerlingen met autisme lopen vaker vast in
het onderwijs dan we soms beseffen.Tegelijkertijd is het een
combinatie die in de onderwijspraktijk nog te vaak verkeerd
wordt geïnterpreteerd. Met alle gevolgen van dien:
onderpresteren, stress en in sommige gevallen zelfs uitval.
In gesprek met psycholoog en hoogbegaafdencoach Mascha
Burger wordt duidelijk waar het misgaat en vooral: wat er
nodig is om het wél goed te doen.
“Het begint al bij de vraag: wie ziet wat?”
“De vraag naar signalen is meteen een ingewikkelde,” begint
Burger. “Want het hangt er sterk vanaf wie er kijkt en wat
diegene herkent.” In de praktijk ziet zij twee patronen. Enerzijds
zijn er leerlingen bij wie het autisme zo op de voorgrond
staat dat hun hoogbegaafdheid over het hoofd wordt gezien.
Anderzijds zijn er juist leerlingen die hun moeilijkheden zo
goed camoufleren dat ze onder de radar blijven.
“Hoogbegaafde leerlingen kunnen zich vaak intens verdiepen
in een onderwerp. Maar bij leerlingen met autisme zie je dat
die focus nog verder de diepte ingaat, vaak op detailniveau.
Tegelijkertijd staat dat haaks op wat we van hoogbegaafdheid
verwachten: het vermogen om top-down te denken, verbanden
te leggen en te analyseren. Juist die combinatie maakt het
complex.”
Een hardnekkig misverstand wil ze meteen uit de wereld
helpen: “De gedachte dat hoogbegaafde kinderen vaker autistisch
zijn, klopt simpelweg niet. Dat idee leidt tot misinterpretaties
en doet kinderen tekort.”
ONZICHTBARE STRESS ACHTER OGEN-
SCHIJNLIJK ‘GOED GEDRAG’
Wat in de klas zichtbaar is, vertelt zelden het hele verhaal. “Er
zijn kinderen die jarenlang niet zijn aangesproken op hun
cognitieve potentieel. Pas op de middelbare school komt er
aandacht voor en wordt het belangrijk,” aldus Burger. Tegelijkertijd
zijn er leerlingen die zich ogenschijnlijk probleemloos
aanpassen. “Ze weten precies wat ze moeten zeggen of doen.
Of ze trekken zich volledig terug en worden onzichtbaar.”
Op school lijkt het goed te gaan, terwijl thuis de spanning
zich juist ontlaadt. “Als het gedrag thuis en op school sterk
verschilt, moet je alert zijn. Dan klopt er iets niet in de
afstemming.” Juist die discrepantie vormt volgens Burger een
cruciaal signaal voor professionals.
MAATWERK IS GEEN LUXE, MAAR NOODZAAK
Voor deze groep leerlingen is maatwerk geen extra, maar een
voorwaarde. “Je wilt dat kinderen hun potentieel ontwikkelen.
Dat geeft energie en zelfvertrouwen.
Maar tegelijkertijd is het risico op overbelasting groot door
prikkels, door tempo, door verwachtingen.” De sleutel ligt
volgens haar in continue afstemming. “Blijf kijken: hoe gaat
het met dit kind? Stress is een belangrijke graadmeter. Als die
oploopt, moet je ingrijpen.”
Daarbij is een stevige samenwerking tussen school en ouders
essentieel. “Ouders zien vaak wat er thuis gebeurt. Die informatie
heb je nodig om het hele plaatje te begrijpen.”
WIE PAKT DE REGIE BINNEN SCHOOL?
Een terugkerende vraag in de praktijk: wie bewaakt die
doorgaande lijn? “In het basisonderwijs ligt die rol vaak bij
de remedial teacher of kwaliteitscoördinator. Het belangrijkste
is dat er iemand is die over de jaren heen meeloopt en
het overzicht houdt. In het voortgezet onderwijs ziet ze die
rol vaker bij zorgcoördinatoren of trajectbegeleiders. Je hebt
iemand nodig die zowel het kind ondersteunt als de docenten
helpt om passend onderwijs te bieden.”
WIE BEWAAKT DE DOORGAANDE LIJN?
IN HET BASISONDERWIJS LIGT DIE
ROL VAAK BIJ DE REMEDIAL TEACHER
DE PARADOX: UITDAGING ÉN STRUCTUUR
Eén van de grootste spanningsvelden ligt in de combinatie
van cognitieve uitdaging en behoefte aan structuur. “Hoogbegaafde
leerlingen hebben uitdaging nodig, maar leerlingen
met autisme juist voorspelbaarheid. Dat lijkt tegenstrijdig,
maar het is wel degelijk te combineren.” Ze geeft een concreet
voorbeeld uit de praktijk: “In plusklassen wordt vaak
thematisch en vrij gewerkt. Dat kan voor deze leerlingen juist
te open zijn. Als je zegt: ‘Ga iets doen met klimaat’, gebeurt
er weinig. Maar als je helpt structureren; kies een onderwerp,
formuleer bijvoorbeeld drie vragen, dan zie je prachtige
resultaten.” De boodschap is helder: “Durf het aan. Laat
leerlingen meedoen, maar blijf bijsturen. Geef niet op als het
niet meteen werkt.”
VROEG SIGNALEREN BEGINT VÓÓR DE SCHOOL-
DEUR
Volgens Burger ligt een belangrijk deel van de oplossing in
vroegsignalering. “Eigenlijk wil je al vóór de basisschool zicht
hebben op deze kinderen. We weten dat deze groep relatief
vaak uitvalt. Dan moet je eerder beginnen.” De kleuterklas
noemt ze een risicovolle omgeving. “Veel prikkels, weinig
structuur. Dat is voor veel van deze kinderen overweldigend.”
Toch pleit ze niet voor snelle labels of vroege diagnostiek.
24
Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
“Intelligentieonderzoek op jonge leeftijd is niet altijd betrouwbaar.
Maar je kunt wel observeren: wat gebeurt er als je
een kind uitdaagt? Hoe gaat het om met frustratie? Dáár ligt
waardevolle informatie.”
ONDUIDELIJKHEID IS VAAK HET
ECHTE PROBLEEM
Een van de meest treffende observaties uit het gesprek raakt
aan de kern van veel misverstanden in het onderwijs. “We
denken als volwassenen vaak dat we duidelijk zijn. Maar dat
is lang niet altijd zo.” Ze vertelt over een leerling die vastliep
op een ogenschijnlijk simpele opdracht.
“Hij moest ‘een opdracht voorbereiden’. Maar niemand had
ooit uitgelegd wat ‘voorbereiden’ betekent. Voor hem was
dat een onoplosbaar probleem.” Deze les is fundamenteel:
“Als een kind iets niet doet, ligt dat vaak aan onduidelijkheid.
Niet aan onwil.”
DE ROL VAN OUDERS
Voor ouders is erkenning cruciaal. “Als ouders zeggen dat
hun kind veel stress ervaart, moet je dat serieus nemen, ook
als je het op school niet ziet.” Daarnaast pleit Burger voor
continuïteit. “Te veel kinderen moeten telkens opnieuw
beginnen bij een nieuwe school. Terwijl er al zoveel bekend
is. Gebruik die informatie.” Ze waarschuwt voor de gevolgen
van langdurige stress. “Er is een grote groep kinderen die
negatieve schoolervaringen heeft opgebouwd. Dat mag je
nooit bagatelliseren.”
HARDNEKKIGE MISVERSTANDEN
Tot slot benoemt Burger de hardnekkige vooroordelen die
blijven bestaan. “Namelijk, het idee dat hoogbegaafdheid en
autisme automatisch samengaan is er één van. Maar ook de
gedachte dat een kind door autisme minder zou kunnen leren.”
Die aannames zijn schadelijk, benadrukt ze. “Ze beperken
de verwachtingen en daarmee de kansen van het kind.”
Tegelijkertijd ziet ze ook een positieve ontwikkeling. “De
visie op autisme verandert. We zien steeds meer dat ontwikkeling
mogelijk is, dat vaardigheden te leren zijn. Juist bij
deze groep is dat zichtbaar.”
BLIJVEN KIJKEN, BLIJVEN LUISTEREN
Wat uiteindelijk het verschil maakt, is geen methode of protocol,
maar houding. “Blijf nieuwsgierig. Blijf in gesprek, met
ouders én met het kind zelf. Kinderen kunnen vaak heel goed
aangeven wat ze nodig hebben, als je ze de ruimte geeft.” Het
is die open houding die volgens Burger het fundament vormt
voor passend onderwijs. “Je hoeft het niet meteen allemaal te
weten. Maar als je samen blijft zoeken, kom je verder.”
LBRT ACADEMIE TIP: WEBINAR
Mascha Burger verzorgt op 22 juni
om 19:30 - 20:30 uur een webinar over
Hoogbegaafdheid en autisme in het
onderwijs. Klik hier voor info.
Mascha Burger
Mascha Burger is psycholoog, hoogbegaafdencoach
en eigenaar van Het Talentpunt
in Alkmaar. Met ruim 15 jaar ervaring op
het snijvlak van onderwijs en zorg begeleidt
zij hoogbegaafde kinderen en hun ouders.
Haar werk wordt gevoed door zowel
professionele expertise als persoonlijke
ervaring met hoogbegaafdheid.
25
Tekst: Yvonne Duran
BEN JIJ EEN WANDELEND HOOFD?
Hoogbegaafdheid lijkt van buitenaf een zegen, maar achter de scherpe geest gaat regelmatig een diepe
innerlijke strijd schuil, met trauma als gevolg. In het boek ‘Wandelende Hoofden’ legt Yvonne Duran uit
hoe trauma en hoogbegaafdheid elkaar beïnvloeden en waarom we moeten leren luisteren naar wat er
met het lijf door een traumarespons niet meer wordt gevoeld.
Toen Sophie op de kleuterschool zat, vroeg ze haar juf waarom
mensen doodgaan. Niet omdat iemand in haar omgeving
gestorven was, maar omdat ze ‘s nachts lag te piekeren over
het idee van oneindigheid. Ze vroeg zich af of dieren ook
dromen en voelde zich schuldig als een klasgenootje werd uitgelachen.
“Ze is zo gevoelig én zo slim,” zei haar moeder vaak.
Maar wat haar ouders en leraren toen nog niet wisten, was
dat deze combinatie haar kwetsbaar maakte op een manier
die niemand zag aankomen.
Sophie is nu 34 en zit in therapie voor burn-outklachten. Pas
sinds kort heeft ze geleerd dat wat ze ervoer als kind – de
intense emoties, de diepe existentiële vragen en het
voortdurende gevoel van anders-zijn – niet alleen tekenen
waren van hoogbegaafdheid, maar ook sporen van trauma
zijn.
WAT IS TRAUMA EIGENLIJK?
Wanneer we denken aan trauma, denken we vaak aan grote
gebeurtenissen: mishandeling, oorlog, overlijden. Maar
trauma kan ook ontstaan uit herhaalde, subtiele ervaringen
van niet-gezien of niet-begrepen worden. Gabor Maté, arts en
trauma-expert, omschrijft trauma niet als wat er met je gebeurt,
maar als wat er in je gebeurt als gevolg van wat er met
je gebeurt. Met andere woorden: het is de innerlijke wond
die achterblijft als we ons niet veilig, verbonden of begrepen
voelen. Voor hoogbegaafde kinderen en volwassenen ligt hier
een valkuil. Door hun hoge begaafdheid zijn ze vaak verbaal
sterk, cognitief snel en kunnen ze de indruk wekken dat ze
alles aankunnen. Maar die uiterlijke competentie maskeert
vaak een interne kwetsbaarheid die niet wordt opgemerkt,
laat staan erkend.
Wanneer je niet alleen met hoogfunctionerende kinderen
maar ook met tieners en (jong)volwassenen werkt, dan is verdrietig
genoeg zichtbaar welke langetermijneffecten trauma
op de emotionele en sociale ontwikkeling kan hebben.
Ongekende hoogbegaafdheid geeft een hoogbegaafde niet de
kans om zichzelf écht en zonder traumagedrag te leren
kennen. Er is onvoldoende aandacht voor de emotie-regulatie
en de ontwikkeling van gezonde sociale relaties kan
onvoldoende geoefend worden.
De gevolgen kunnen helaas groot zijn:
• Het aanpassen aan de omgeving en daardoor jezelf
kwijtraken.
• Externaliserend en opstandig gedrag laten zien.
• Afzakken van onderwijsniveau of een zeer moeizame
relatie met onderwijs hebben.
• Een depressie ontwikkelen door het uitschakelen van de
heftige emoties.
• Onderdrukken van emoties door alternatief gedrag als
verslaving, eetstoornissen of automutilatie.
• Contact vermijden en geen (kwetsbare) relaties op
kunnen bouwen.
• Overmatig piekeren, angststoornissen of
paniekaanvallen.
• Vanuit het hoofd leven en de fysieke signalen van het
zenuwstelsel niet meer voelen.
26 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
Deze effecten van trauma zijn helaas niet algemeen bekend
en worden daardoor onderschat binnen de algemene psychologie.
Om deze psychische en gedragsmatige problematiek
effectief aan te kunnen pakken, is eerst diepgaande kennis
van de begaafdheidstrauma’s nodig.
DE BEGAAFDHEIDSTRAUMA’S
Wanneer we specifiek naar trauma door hoogbegaafdheid
kijken, dan zien we vier belangrijke trauma’s herhaaldelijk
naar voren komen.
1. HET COGNITIEF TRAUMA
Aangeboren nieuwsgierigheid is een belangrijke oorzaak van
dit trauma. Hoogbegaafden hebben van nature de behoefte
om alles te onderzoeken en te bevragen. Deze sterke behoefte
aan nieuwe informatie om de omgeving beter te begrijpen
heeft echter geen begrenzing en kan tot in het oneindige
doorgaan. Dat maakt dat het onderwijs er nooit volledig op
aan kan sluiten.
Het grootste probleem zit er namelijk in dat de
nieuwsgierigheid breed is en dat bijvoorbeeld enkel een
stapje sneller werken binnen het rekenonderwijs onvoldoende
bevredigend kan zijn als er geen aandacht is voor
de breedte van de onderwerpen waar de hoogbegaafde iets
over wil weten. De hoogbegaafde wil graag nog veel meer
leren, maar het onderwijs is er simpelweg niet op ingesteld.
Hiermee wordt de nieuwsgierigheid onbewust en ongewild
alsnog onderdrukt.
WAAR NIEUWSGIERIGHEID GEEN
RUIMTE KRIJGT, VERANDERT EEN
AANGEBOREN KRACHT LANGZAAM
IN EEN STILLE BRON VAN
FRUSTRATIE
2. HET SOCIAAL TRAUMA
Als hoogbegaafde behoor je tot een groep mensen die minder
vaak voorkomt, wat betekent dat je altijd een minderheidsgroep
in een meerderheidsomgeving bent. Het grootste deel
van de mensen die je tegenkomt zal jou op het gebied van
snelheid van denken niet bijhouden. Dit gegeven maakt het
lastig om een gezond zelfbeeld te ontwikkelen. Je ontwikkelt
je zelfbeeld namelijk in je vroege kindertijd, waarbij je naar
andere kinderen in je omgeving kijkt. Zij vormen samen de
afspiegeling van hoe je ongeveer zou moeten zijn en aan deze
gemiddelde afspiegeling kan je jezelf meten.
Wanneer je concludeert dat je net als de anderen bent, dan
ontwikkel je een positief zelfbeeld. Wanneer je ervaart dat
je je anders gedraagt, anders denkt of er anders uit ziet, dan
wordt het meteen een stuk lastiger om een positief zelfbeeld
te ontwikkelen. Naast dit proces loopt tevens een ander
proces wat een rol speelt in het vinden van de sociale
aansluiting; de asynchrone ontwikkeling. Waar de cognitieve,
emotionele, sociale en fysieke ontwikkeling bij de meeste
kinderen vrij synchroon verloopt, wordt gezien dat deze bij
hoogbegaafden verder uit elkaar kan liggen. Als deze
ontwikkelingsgebieden ver uit elkaar liggen, dan is het erg
lastig om passende sociale contacten te vinden.
3. HET EXISTENTIEEL TRAUMA
Hoe hoger het IQ, hoe meer behoefte een hoogbegaafde aan
het verklaren van het universum kan hebben. Vragen als
‘wie ben ik’, ‘waarom ben ik hier’ en ‘wat is mijn doel in mijn
leven’ worden veelvuldig in zichzelf gesteld. Er is tevens een
grote zoektocht naar verklaringen rond de thema’s ‘leven en
dood’ en deze kan al op heel jonge leeftijd plaatsvinden. Deze
kinderen zien op deze leeftijd al erg veel uitdagingen in de
maatschappij en het universum, waardoor ze zich hopeloos
kunnen gaan voelen omdat ze al deze problemen niet op
kunnen lossen. Als volwassen hoogbegaafde ontwikkelt deze
behoefte aan spirituele ontwikkeling tot een verlangen naar
een duidelijk doel in het leven. Aan de andere kant kan een
hoogbegaafde zich totaal niet bewust zijn van het feit dat
anderen deze diepe denkwijze niet ervaren en zich veel meer
bezighouden met de praktische zaken in het leven of met het
vervullen van de basisbehoeften, zoals een (groter) huis of
(lekker) eten. Existentiële zorgen kunnen daarmee bewust of
onbewust niet gedeeld worden.
4. HET PRENATAAL (OF INTERGENERATIONEEL)
TRAUMA
Er wordt aangenomen dat een hoge intelligentie in de vorm
van een IQ-getal onderhevig is aan erfelijke eigenschappen.
Dat betekent dat een zeer intelligente ouder de kans op een
hoge intelligentie aan het kind doorgeeft. Andersom gedacht;
een hoogintelligent kind heeft meestal een hoogintelligente
vader óf moeder (en soms beide). Aangezien deze ouders in
een tijd opgroeiden dat hoogbegaafdheid minder bekend was
en het onderwijs absoluut niet aangepast werd op de
individuele behoefte, is de kans op bovenstaande trauma’s bij
de hoogbegaafde ouder ook groot. De daaropvolgende
traumareactie zorgt bij de ouder voor een overactief zenuwstelsel
en daarmee voor een grotere prikkelgevoeligheid.
Omdat trauma effect heeft op het brein én het lichaam, zijn
de effecten ook op celniveau aanwezig. Stress en het
stresshormoon cortisol beïnvloeden daarmee tevens de
functionele ontwikkeling van het zenuwstelsel van een
ongeboren kind, waardoor het kind in het eigen leven sneller
reageert op stress en trauma. Naast het effect op het zenuwstelsel
en de vroege ontwikkeling van de prikkelgevoeligheid,
wordt trauma ook op een gedragsmatige manier door de
hoogbegaafde ouder doorgegeven.
We zien dat een hoogbegaafde ouder graag wil voorkomen
dat de eigen kinderen dezelfde trauma’s doormaken als hij
zelf binnen het onderwijs en binnen sociale contacten heeft
moeten ervaren.
Als een ouder de eigen onvervulde behoeftes en dus het
begaafdheidstrauma nog niet kan waarnemen, is er ook een
blinde vlek voor de behoefte van het kind. Het is belangrijk
om ouders hierin te onschuldigen; zij doen dit onbewust en
uit liefde voor hun kind.
27
Kennis en steun
voor ouders én professionals
Voor moeders die willen
groeien, in verbinding met zichzelf
en anderen
Oudervereniging Balans is dé kennis- en
ontmoetingsplek voor ouders van kinderen die iets
anders of extra nodig hebben om mee te kunnen
doen. En professionals die met deze kinderen
werken.
Mama Vita is er voor moeders die willen groeien,
inspiratie opdoen en verbinding zoeken met zichzelf
en anderen.
Onze kernwaarden
Ervaringen delen
We bieden steun en een luisterend
oor.
Onze kernwaarden
Verbinding
We creëren een veilige plek waar je
je gezien en gehoord voelt.
Kennis delen
Betrouwbare informatie voor ouders
en professionals.
Groei
We inspireren je om te ontdekken, te
leren en te ontwikkelen.
Onderzoek
Werken vanuit ervaringskennis mee
aan onderzoek, richtlijnen en beleid.
Positiviteit
We kijken naar mogelijkheden en
vieren kleine stappen vooruit.
Invloed
Komen op voor ouders en kinderen in
politiek Den Haag.
Samenkracht
We geloven in de kracht van vrouwen
die elkaar steunen.
Steun ons en maak het verschil
Steun ons en maak het verschil
Word lid, steunlid of doneer
Wij kunnen ons werk niet doen zonder
jouw steun
balansdigitaal.nl/donatie
Word lid, steunlid of doneer
Wij kunnen ons werk niet doen zonder
jouw steun
mamavita.nl/word-donateur
Wil je op de hoogte blijven van het
laatste nieuws en ontwikkelingen?
Volg ons
Wil je op de hoogte blijven van het
laatste nieuws en ontwikkelingen?
Volg ons
balansdigitaal.nl oudervereniging-balans balans_oudervereniging
Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
28
mamavita.nl
/StichtingMamaVita
ACHTERGROND
DE GEVOLGEN: HET WANDELEND HOOFD
Een kind dat begaafdheidstrauma’s ervaart, kan door de
jonge leeftijd vaak geen woorden voor het traumagevoel
vinden en begrijpt niet goed wat er werkelijk gebeurt. Deze
ervaringen zorgen voor posttraumatische effecten op het
brein en het fysieke lichaam. Het trauma kan zich dan
bijvoorbeeld in het lichaam uiten door het ervaren van
somatische klachten. Omdat kinderen niet weten waar deze
klachten of de onderliggende emoties vandaan komen,
ervaren ze geen controle over hun lijf vol emoties en
verliezen ze het contact ermee. Hun gevoel van veiligheid
is op een heel basaal lichamelijk niveau aangetast. Er wordt
door de omgeving gespiegeld dat ze niet aan de verwachtingen
of het gemiddelde voldoen en dat het niet goed is wie
ze werkelijk zijn in al hun eigenschappen. In het volwassen
leven worden delen van de begaafdheidstrauma’s op verschillende
alledaagse momenten aangeraakt, waardoor het trauma
automatisch en zonder bewustzijn naar boven komt.
Traumareacties worden aangestuurd door onbewuste en
automatische reacties en zijn onafhankelijk van het redeneervermogen.
Dat vinden hoogbegaafden vaak lastig en ze doen
er daarom alles aan om toch rationeel te kunnen handelen.
Deze volwassenen maken daarmee een duidelijke
beweging naar een mentale levenshouding en de hoogbegaafde
trekt zich met alle energie terug in het hoofd om de ervaren
gevoelens te vermijden. De hoogbegaafde dissocieert van
het lichaam en er sprake is van overmentalisatie. Dit is een
verdedigingsmechanisme vanuit het brein, dat cognitie
voorrang geeft boven sensatie. Als er sprake is van
overmentalisatie, is de kans groot dat de hoogbegaafde zich
met de mentale ideeën en beelden identificeert, zelfs als deze
niet in overeenstemming zijn met de sensaties en percepties
van het lichaam.
Emotionele veiligheid is voor elke therapeutische relatie van
belang, maar bij hoogbegaafde volwassenen is het lastiger om
de veiligheid op te zoeken.
Zo kan een gelijke snelheid van denken een belangrijke eerste
stap voor de hoogbegaafde volwassene zijn om veiligheid bij
de therapeut te kunnen ervaren.
Wanneer je als therapeut de diepte en complexiteit van hoogbegaafdheid
daarbij écht begrijpt en dit oprecht in de cliënt
kan erkennen, zal de veiligheid verder vergroten.
Vanuit deze basisveiligheid plus heel veel verzachting en
vertraging in de therapeutische aanpak kan de hoogbegaafde
volwassene de eigen trauma’s herschrijven en weer bij het
lichaam uitkomen. Traumatherapieën die hierbij effectief
kunnen zijn, zijn onder andere lichaamsgerichte therapie,
energetische therapie en hypnotherapie. Niet omdat ze “voor
hoogbegaafden zijn”, maar omdat ze voorbij het hoofd gaan –
en naar het lijf, het hart en het innerlijke kind.
HOOGBEGAAFDE MENSEN ZIJN VAAK
ANALYTISCH STERK EN KUNNEN
DAARDOOR AFSTAND NEMEN VAN HUN
GEVOELENS
Bovenstaande laat zien hoe het komt dat hoogbegaafden
vanuit het hoofd gaan leven en het contact met het lichaam
verliezen. Veel hoogbegaafden zijn eigenlijk Wandelende
Hoofden geworden: zij leiden het leven vanuit het hoofd,
zonder contact met het lichaam en dus de emoties.
THERAPIE? JAZEKER, MAAR PAS ALS HET VEILIG
VOELT
Hoogbegaafde mensen zijn vaak analytisch sterk en kunnen
daardoor afstand nemen van hun gevoelens. Dat maakt traditionele
therapievormen regelmatig ineffectief. Hoogbegaafde
volwassenen praten wel over hun emoties, maar ze voelen
het niet écht. Of ze mentaliseren hun emotionele pijn en
blokkeren daarmee de verwerking. Therapeuten die werken
met hoogbegaafden moeten daarom rekening houden met de
effecten van de begaafdheidstrauma’s in combinatie met de
eigenschappen van hoogbegaafdheid.
Yvonne Duran
Yvonne Duran is psycholoog en
lichaamsgericht-energetisch therapeut.
Als bevlogen directeur van
Praktijk Hoogbegaafd zet zij zich
sinds 2011 in voor hoogbegaafde of
hoogintelligente kinderen en
volwassenen. Deze jarenlange ervaring
en haar brede opleidingsachtergrond
maken haar een autoriteit op
het gebied van trauma bij hoogbegaafdheid
en een hoge intelligentie.
29
Tekst: Alice Lagerwerf
HOOGBEGAAFDHEID IN HET MBO
Geen motivatieprobleem, een afstemmingsprobleem
Over studenten met hoog ontwikkelpotentieel in het mbo en waarom we ze keer op keer missen.
Hij zit tegenover me. Laptop open, scherm leeg. “Ja, ik heb er
wel naar gekeken,” zegt hij. Ik: “naar het scherm of naar de
opdracht?” We lachen. Er is ontspanning. Nu kan ik verder.
Drie weken eerder hoorde ik in de studentbespreking:
“onvoldoende inzet, slechte planning, weinig motivatie,
negatief gedrag. Dit wordt een negatief advies.”
In de drukte van het onderwijs kijken we vooral naar wat
zichtbaar is. Als hoog ontwikkelpotentieel niet wordt verwacht,
zien we vooral de reactie op wat niet passend is, in
plaats van wat eronder ligt. We zijn goed geworden in het
benoemen van gedrag. Het klopt wat we zien, behalve de
interpretatie. Wat als gedrag geen eindpunt is, maar een
signaal? Wat als “niet beginnen” een gebrek aan cognitieve
diepgang is? Wat als “niet afmaken” een gebrek aan eigenaarschap
is? Wat als “niet aanwezig” een gebrek aan autonomie
is? Dit is geen motivatieprobleem. Dit is een afstemmingsprobleem.
In mijn onderwijspraktijk van het mbo zie ik een
terugkerend patroon bij studenten met hoog
ontwikkelpotentieel. Signaalgedrag in plaats van potentieel.
Faalangst in plaats van leervertrouwen. Het begint bij mij als
professional: pedagogische sensitiviteit, gedrag zien in relatie
tot context.
Wanneer verschijnt het? Wanneer niet? Wat verandert er
als tempo, taak of vorm verschuift? Dat vraagt vertraging.
Niet direct oplossen, maar eerst waarnemen: wat zie ik echt,
en wat vul ik in? Maar daar stopt het niet. Als de student
opengaat, ontstaat er tussen ons iets anders: pedagogische
resonantie. Dit ontstaat tússen ons, op het moment dat een
student zich gezien voelt, zonder dat hij zich hoeft aan te
passen. Niet als techniek, maar als afstemming die voelbaar
is. Je ziet het niet in woorden, maar in wat er gebeurt. De blik
verandert, de spanning zakt, er komt ruimte en eigen initiatief.
Ik noem dat de spark.
Dat is het moment waarop een student niet meer tegenover
het systeem zit, maar weer in relatie komt tot leren. Dáár
ontstaat beweging. Bij student A (vastgesteld hb) was het
verschil pijnlijk zichtbaar. In het reguliere programma:
afwezig, uitstelgedrag, minimale inzet, sloffend door de
gangen’. Zodra hij ruimte kreeg voor een eigen vraagstuk,
gebeurde er iets anders. Hij werkte, lang en gefocust.
Zijn ouders: “Hij staat eindelijk aan.” Zijn broertje: “Wat doe
jij nou?” Hij: “Ik werk voor school.” Zijn broertje: “Dat heb
ik jou nog nooit zien doen.” Het systeem veranderde niet. De
opdracht wel.
Bij student B liep het vast. Thuis. Bore-out. Slecht slapen.
Slecht eten. Afhaken. In de studentbespreking: zo kan het
niet langer. Door naar het mbo. In het mbo: motivatiegebrek.
In gesprek met mij zag ik iets anders. Een associatief en
gelaagd denkpatroon. Scherpe humor. Honger naar complexe
inhoud. Hij verdiepte zich in epigenetica, traumasensitief
onderwijs en ACE’s.
30 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
Dat is geen student zonder motivatie. Dat is een student
zonder ruimte. Een adelaar in een kooi. Toen hij zei: “Mijn
moeder heeft dus ook trauma’s,” verschoof er iets. De spanning
thuis nam af. Hij werd milder, opende zich, leren werd
ontdekken. Zijn project koppelde hij los van de schoolse
opdracht. Juist die cognitieve uitdaging bracht rust in alles
wat moet voor het diploma. Het leverde hem niet alleen
kennis op, maar een andere blik op zijn eigen leven. Als ik
een student met kenmerken van begaafdheid ontmoet, begin
ik met één vraag: “Stel, alles mag, wat zou je dan doen?” Het
antwoord volgt snel en dan: twijfel. “Ja maar dat kan toch
niet.”
Precies daar zit de frictie. Niet omdat ze niets willen, maar
omdat ze het verleerd zijn om het te mogen. Dan komt
het. Een stroom aan ideeën, een rivier. De vraag is niet het
antwoord, de vraag is wat je ermee doet. Die rivier legt iets
bloot. Niet in de student. Niet in het systeem op papier. Maar
in ons. Durven we ruimte te maken? De ruimte is er vaak al;
in tempo, leerroute en bewijsvormen. Daarbij gebruik ik een
afwegingskader: Wat zie ik in gedrag, wat betekent dit voor
deze student, welke ruimte biedt het systeem en welke
professionele keuze maak ik? Dat maakt mijn handelen
uitlegbaar. Voor mezelf en voor collega’s. Het onderwijs- en
examenreglement biedt ruimte. Het kwalificatiedossier nog
meer.
We benutten het alleen nog niet. Mijn werkwijze is
concreet: projectmatig werken. Studenten formuleren hun
eigen vraagstuk, kiezen tempo en bewijsvorm. Ik bewaak de
opleidingseisen, de communicatie met collega’s en de route.
Bij student C gebeurde hetzelfde. Alles zat in zijn hoofd, niets
op papier. Ik stelde hem die ene vraag. Daar ontstond beweging,
de spark. Binnen twee weken werkte hij zelfstandig.
Hij was te vroeg voor de wekelijkse afspraak, werkte thuis en
in de bibliotheek, zocht verdieping, vroeg feedback en…hij
slofte niet meer. Ook ging hij op zoek naar wie hij zelf is. Hij
kreeg ruimte voor autonomie en vertrouwen. Motivatie volgde
vanzelf. En dan zie je iets verschuiven. Studenten nemen
eigenaarschap. Gedrag stabiliseert omdat het niet meer hoeft
te compenseren. Docenten schuiven mee, van controleren
naar begeleiden, van uitvoeren naar legitimeren.
‘HET ZIT IN DE MISMATCH TUSSEN
STUDENT EN LEEROMGEVING
Het gesprek verandert. Van: “Hij moet eerst laten zien dat
hij wil,” naar: “Wat heeft hij nodig om te kunnen?” Dat
vraagt iets van ons. Niet sneller handelen, maar beter kijken.
Niet meer sturen, maar preciezer afstemmen. Het kader in
het mbo is normerend, tempo, route en bewijs liggen vaak
vast. Wie daar niet in past, wijkt af. Maar het probleem zit
zelden in de student. Het zit in de mismatch tussen student
en leeromgeving. Als we gedrag anders leren lezen, ontstaat
er ruimte. De vraag verandert dan ook. Niet: hoe krijgen
we deze student gemotiveerd? Maar: Wat als we het anders
invullen? Wie bepaalt eigenlijk het kader? Kan het ruimer?
Wat mogen we loslaten? En misschien nog belangrijker: wat
vraagt dit van mij als professional? Of eenvoudiger: Stel, als
alles mag… wat zou je doen?
Alice Lagerwerf
Docent mbo, 24 jaar ervaring. Waarvan
10 jaar met studenten met kenmerken
van hoogbegaafdheid.
Ontvanger Mensa Uitblinker Award
2024 voor haar werk met deze groep.
31
Tekst: Eleonoor van Gerven
EDUCATIEF PARTNERSCHAP
Samen optrekken in belang van de leerling
Om in te spelen op de educatieve behoeften van leerlingen met kenmerken van begaafdheid wijkt de
school soms van reguliere paden af door het onderwijsaanbod en de begeleiding sterk aan te passen. Dat
vraagt van alle partijen dan meer overleg en een zorgvuldige communicatie. Het vergt wederkerigheid in
de interactie tussen de verschillende betrokkenen (Ilias et al., 2020; Van Hooijdonk et al., 2025). Je trekt
samen op in belang van de leerling. Dat proces noemen we educatief partnerschap.
Educatief partnerschap komt voort uit het zogenoemde
systemisch denken (Bronfenbrenner, 1979). Leerlingen,
hun ouders en leraren maken samen deel uit van een breder
systeem (Van Meersbergen & Jeninga, 2012). Het systeem
is (in)direct van invloed op het onderwijs dat de leerling
volgt. Het systeem kan heel lokaal en als direct beïnvloedbaar
geïnterpreteerd worden (Van Gerven, 2015), maar kan ook
veel breder gezien worden als een complexe maatschappelijke
context waar niet op alle factoren directe invloed uitgeoefend
kan worden (Van Meersbergen & Jeninga, 2012).
JE HEBT GEEN LABELS NODIG
Een formele identificatie van de leerling als ‘een begaafde
leerling’ is niet nodig om een goed partnerschap te vormen
(Guilbault et al., 2024). Je kunt samen kiezen hoe je
wilt reageren als er bijvoorbeeld maar enkele kenmerken
van begaafdheid zichtbaar worden. Verschillende partijen
kunnen onder verschillende omstandigheden andere dingen
waarnemen, dat is niet lastig maar juiste waardevol want het
betekent dat de omgeving een factor is die ertoe doet en waar
je rekening mee kunt houden in je aanpak. Op school
kunnen leraren gedrag waarnemen dat thuis niet zichtbaar
wordt of dat wellicht wel zichtbaar is maar waar ouders een
andere waarde aan toekennen. Dat kan bijvoorbeeld als in
een gezin andere sociale en/of culturele waarden een rol
spelen dan de waarden die in de cultuur op school of in de
visie van een leraar belangrijk zijn (Behrens, 2023).
WIE ZIJN JE PARTNERS
De primaire educatieve partners van leraren zijn de
leerlingen en hun ouders (Broersen & Spreij, 2009). Geef het
partnerschap zo vorm dat de verantwoordelijkheid van
leerlingen past bij wat in de situatie van een kind verwacht
mag worden (Den Otter, 2023). Jonge leerlingen kunnen
bijvoorbeeld al wel goed kijken naar gevolgen voor ‘vandaag
of morgen’, maar het is voor hen nog erg lastig om
consequenties op langere termijn te overzien (Jolles, 2011).
Leerlingen met kenmerken van begaafdheid vormen daar
geen uitzondering op. Die kenmerken maken niet dat zij
zomaar langetermijnconsequenties kunnen inschatten.
Neemt een leerling deel aan peergrouponderwijs, dan bestaat
er ook partnerschap tussen de groepsleerkracht en de
peergroupleerkracht (Van Gerven, 2024a). Samen stel je de
leerdoelen voor het onderwijs buiten de thuisgroep vast.
Samen bepaal je ook hoe leerdoelen uit het peergrouponderwijs
in de dagelijkse onderwijssituatie ondersteund en
bekrachtigd kunnen worden.
Als de ontwikkeling van de leerling niet helemaal verloopt
zoals verwacht en zich drempels voordoen, dan breidt de
kring van educatieve partners uit. Denk aan een begeleider
die de school en ouders adviseert of die met de leerling werkt
aan doelen die voor opvoeding en onderwijs ook van belang
zijn.
INZICHT IN BEHOEFTEN
Leraren willen graag inspelen op de educatieve behoeften
van hun leerlingen. Voor leerlingen met kenmerken van
begaafdheid, hebben scholen veelal een adaptief onderwijsaanbod,
en de selectie van leerlingen om met dat aanbod te
mogen werken hangt af van het antwoord op de vraag ‘Is de
leerling wel begaafd?’ (Mondelinge overdracht. Expertmeetings
KCHB 2024-2025). Het idee is dat wanneer dat aanbod
ingezet kan worden, daarmee dus ook aan de behoeften van
de leerling is voldaan. In de praktijk is echter niets minder
waar. Dat komt omdat de bovengenoemde aanname uitgaat
van een stereotiepe gedachte: begaafde leerlingen hebben
als deelverzameling allemaal dezelfde behoeften (Sambuis &
Bourdin, 2025).
Maar net als alle andere leerlingen is iedere leerling met
kenmerken van begaafdheid een uniek individu in die deelverzameling
(Subotnik et al., 2011). De ene leerling kan meer
behoefte hebben aan cognitieve uitdaging terwijl de andere
leerling meer behoefte kan hebben aan sociale uitdaging. Wat
de ingrediënten voor uitdaging zijn, verschilt ook weer per
leerling (Winstanley, 2010). Het basisingrediënt heeft altijd te
maken met wat zich in de zone van naaste ontwikkeling van
de leerling bevindt.
DE INVULLING VAN DE WEDERZIJDSE
VERANTWOORDELIJKHEID IS NIET
ALLEEN LEEFTIJD- MAAR ZEER ZEKER
OOK CONTEXTGEBONDEN
32 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
VERGROOT JE KANS OP SUCCES
De kans op succesvolle begeleiding neemt toe als ouders,
leerling en school effectief samenwerken (Van Hooijdonk et
al., 2025). Iedereen heeft dan een eigen taak in het begeleidingsproces.
Die taak kunnen de partners alleen goed
uitvoeren als zij er ook echt ‘in geloven’. Iets doen waar zij
niet achter staan, draagt niet bij aan hun gevoel dat het ook
echt belangrijk is om te doen.
Een goede verkenning van wat een gedeelde veranderingsbehoefte
is, wordt vaak overgeslagen (Van Gerven, 2024b).
De haast om tot handelen over te gaan is vaak groter dan het
geduld dat nodig is om samen die goede start te maken. Die
haast is begrijpelijk, want zeker als het niet goed gaat met
een leerling wil je het probleem zo snel mogelijk aanpakken,
maar het draagt niet bij aan een grotere kans van slagen.
Eerst moeten de partners dus met elkaar afspraken maken
over wat zij samen als een noodzaak tot veranderen zien.
HOUD SAMEN IN HET OOG HOE JULLIE
DE BALANS BEWAREN TUSSEN DAT
WAT MAXIMAAL WENSELIJK IS EN DAT
WAT MAXIMAAL HAALBAAR IS
Daarna moeten ze onderling afstemmen wat ieder vanuit zijn
eigen rol kan bijdragen om de gewenste verandering te bereiken.
Als er grote zorgen zijn, worden er veelal grote plannen
gemaakt. De kans om grote doelen te behalen binnen de relatief
korte termijn die de partners zichzelf opleggen of die het
systeem hen oplegt, is miniem. Houd samen in het oog hoe
jullie de balans bewaren tussen dat wat maximaal wenselijk is
en dat wat maximaal haalbaar is. Ga uit van de kleinste stap
die partners samen kunt zetten. Die stap is overzichtelijk,
waardoor er een gevoel kan ontstaan van ‘samen succesvol
kunnen worden’ (Van Gerven, 2024b). Succes geeft moed en
leert de partners te vertrouwen op elkaar en precies dáárin
zit de kracht van educatief partnerschap.
Educatief partnerschap helpt om inzicht in die behoeften
krijgen. Inspelen op educatieve behoeften betekent niet
dat leerlingen met kenmerken van begaafdheid de hele dag
vooral in hun eigen domein van interesses moeten kunnen
werken. Het gaat erom dat er een gezond pedagogischdidactisch
dieet wordt geboden waarbij de leraar en de leerling
tot een afstemming komen wat in dat aanbod de balans
is tussen de rol van de leraar en de rol van de leerling (Bakx
et al., 2021). Dit is in het basisonderwijs net zo noodzakelijk
als in het voortgezet onderwijs. De invulling van de wederzijdse
verantwoordelijkheid is niet alleen leeftijd- maar zeer
zeker ook contextgebonden.
NOTE: Dit artikel is een bewerkte samenvatting van het hoofdstuk
Educatief partnerschap uit het Basisboek Hoogbegaafdheid voor
PO en VO. Kansrijk onderwijs vanuit een inclusieve gedachte voor
leerlingen met kenmerken van begaafdheid. Van Gerven, E., Zonneveld,
R., Oosterveen, N., Dekkers, A., den Boer, Y. (red.). (2025).
Kenniscentrum Hoogbegaafdheid.
Klik hier voor de literatuurlijst behorende bij dit artikel.
Eleonoor van Gerven
Eleonoor van Gerven is pedagoog en
onderwijskundige en specialist in
begaafdheidsonderwijs. Ze ontwikkelt
opleidingen, doet onderzoek en publiceert
internationaal over passend en inclusief
onderwijs voor begaafde leerlingen.
33
LBRT REMEDIAL TEACHERS
zorgen dat expertise, onderwijs en begeleiding samenkomen
REMEDIAL TEACHING BIJ HOOGBEGAAFDHEID
Hoogbegaafdheid is geen garantie voor succes; juist deze
leerlingen lopen vaak vast. Wanneer de lesstof niet aansluit of
hun manier van denken niet wordt herkend, ontstaan
frustratie, onderpresteren en motivatieproblemen. Een
remedial teacher (rt’er) biedt dan de expertise die nodig is.
Als erkende onderwijsprofessional kijkt de rt’er verder dan de
resultaten. Een rt’er onderzoekt samen met ouders, school en
leerling waar de onderwijsbehoeften liggen. Op basis daarvan
wordt een plan opgesteld met gerichte begeleiding en
passende doelen. Daarbij is niet alleen aandacht voor leren
en presteren, maar ook voor welbevinden en motivatie,
waardoor een hoogbegaafde leerling écht tot leren komt.
De rt’er ondersteunt niet alleen het kind, maar denkt ook
mee met leerkrachten en ouders over passende begeleiding,
afstemming en praktische handvatten in de dagelijkse
onderwijspraktijk.
VOOR SCHOOLTEAMS
Versterk de aanpak en expertise in de klas
Passend onderwijs vraagt veel van een team. Hoogbegaafde
leerlingen hebben vaak een specifieke benadering nodig die
in een volle klas lastig te bieden is. Een remedial teacher is
hierin de ideale partner voor de school.
Er wordt niet alleen individuele begeleiding geboden, maar
een rt’er denkt ook mee met de leerkracht en de intern
begeleider. Hoe kun je de leerstof het beste aanbieden?
Welke verrijking werkt echt? Door een rt’er in te schakelen,
haalt u specialistische kennis in huis die de
onderwijskwaliteit versterkt en de leerkracht direct ontlast.
TIP! Professionaliseer je team
Kijk op www. LBRT- academie.nl
De LBRT Academie organiseert veel cursussen voor
begeleiding en ondersteuning van de leerling met leerproblemen.
Zowel voor onderwijsprofessionals, leerkrachten,
intern begeleiders en onderwijsassistenten. De cursussen
hebben betrekking op rekenproblemen, dyscalculie, lezen en
spelling en dyslexie, hoogbegaafdheid, faalangst en rekenen,
coaching en co-teaching, psycho-educatie en nog veel meer.
Het programma van de LBRT Academie vind je hier
VOOR OUDERS
Als ouder zie je je kind thuis soms worstelen, terwijl op
school de signalen niet altijd direct worden herkend. “Hij
is toch slim genoeg?” is een veelgehoorde opmerking, maar
juist deze kinderen hebben professionele begeleiding nodig
om te leren leren.
Een LBRT geregistreerde remedial teacher onderscheidt zich
van een standaard bijlesgever. Waar bijles zich richt op het
herhalen van de sommen, richt de rt’er zich op de onderliggende
oorzaak van het vastlopen. Met diepgaand inzicht in
leerprocessen en sociaal-emotionele behoeften ziet de rt’er
wat uw kind écht nodig heeft om weer tot bloei te komen.
Goede begeleiding helpt niet alleen uw kind vooruit, maar
versterkt ook de samenwerking tussen u, de school en de
leerkracht.
DE KRACHT VAN DE LBRT
De Landelijke Beroepsvereniging Remedial Teachers (LBRT)
zet zich in voor onderwijs dat naadloos aansluit bij de
capaciteiten, interesses en ontwikkeling van elk kind. Wij
geloven dat iedere leerling de kans moet krijgen om zich
volledig te ontplooien. Als beroepsvereniging bewaken wij de
kwaliteit van het vak. Bij een LBRT-remedial teacher staat het
belang en de groei van de leerling altijd centraal.
Waarom kiezen voor een remedial teacher met een LBRT
Registratie? De titel ‘remedial teacher’ is niet beschermd,
maar de kwaliteit van onze zorg is dat wel. De Landelijke
Beroepsvereniging Remedial Teachers (LBRT) hanteert een
streng kwaliteitsregister.
• Geregistreerde leden voldoen aan hoge opleidingseisen
en werken volgens de nieuwste wetenschappelijke
inzichten (evidence-based).
• Betrouwbaarheid: Je kiest voor een professional die onafhankelijk
geaccrediteerd is en zich continu bijschoolt.
• Resultaatgericht: De focus ligt altijd op de specifieke
onderwijsbehoeften van de leerling.
Direct een professional vinden? Zoek een geregistreerde
remedial teacher bij u in de buurt of bekijk het aanbod van
de LBRT Academie op www.lbrt.nl-academie.nl.
FOLDERS SPECIAAL VOOR OUDERS EN SCHOLEN
Meer inzicht, betere ondersteuning.
Als ouder wil je begrijpen wat je
kind nodig heeft en hoe je daar
samen met school vorm aan geeft.
De LBRT-ouder- en scholenfolder
biedt heldere informatie over de
rol van de remedial teacher en
laat zien wat passende begeleiding
kan betekenen.
Praktisch, toegankelijk
en direct bruikbaar in het
gesprek met school.
Klik hier voor meer info.
34 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
VRAGEN VAN OUDERS
aan de remedial teacher
Wat is het verschil tussen remedial teaching
en bijles?
Huiswerkbegeleiding, bijles en remedial teaching worden
vaak door elkaar gehaald, terwijl er duidelijke verschillen
zijn. Remedial teaching is een gespecialiseerde vorm van
begeleiding voor leerlingen die vastlopen in het leerproces.
Een remedial teacher is een bevoegde onderwijsprofessional
(po, vo of mbo) met aanvullende expertise op het gebied van
special educational needs. De rt’er onderzoekt eerst waar de
problemen ontstaan en wat een leerling nodig heeft om weer
tot ontwikkeling te komen. Op basis daarvan wordt een handelingsplan
opgesteld en begeleiding op maat geboden.
Bij bijles staat meestal de herhaling van de lesstof centraal.
Een remedial teacher kijkt juist breder: hoe leert een kind,
waar liggen de onderwijsbehoeften en welke aanpak sluit
daarbij aan? De begeleiding wordt daarop afgestemd.
Wordt remedial teaching vergoed door de
zorgverzekering?
Mijn kind is hoogbegaafd en scoort
geen 3 keer een V- of E score, maar er is toch een
vermoeden van dyslexie. Wat kan je als remedial
teacher doen?
Dyslexie staat los van intelligentie, dus ook bij hoogbegaafde
leerlingen kan er sprake zijn van dyslexie. Vaak kunnen ze
hun leesproblemen compenseren. Het kan voor hoogbegaafde
leerlingen frustrerend zijn dat ze grote intellectuele
mogelijkheden hebben, maar vastlopen bij het lezen en/of
spellen. Het is hierbij belangrijk om hen toch te laten onderzoeken
wanneer je dyslexie vermoedt. Een remedial teacher
kan dit signaleren en begeleiden. Er een speciale richtlijn
opgesteld voor deze kinderen. Op de website van Dyslexie
Centraal kun je hier meer over lezen.
Welke mogelijkheden hebben ouders om mee
te beslissen over passende begeleiding,
bijvoorbeeld wanneer specifieke expertise in
hoogbegaafdheid gewenst is?
Op dit moment wordt alleen bij zorgver-zekeraar Zorg &
Zekerheid (aanvullende verzekering AV-GeZZin, AV-Totaal
en AV-Cum Laude) vergoeding aan ouders geboden bij inzet
van een LBRT geregistreerd remedial teacher. Bij sommige
gemeentes wordt remedial teaching vergoed vanuit de Jeugdzorg.
Dat hangt af van de gemeente en de afspraken die daar
met remedial teachers zijn. Je kunt daarvoor contact
opnemen met de betreffende gemeente en/of de remedial
teacher. Op veel scholen wordt remedial teaching
aangeboden. De school heeft hier zelf ruimte voor in hun
budget, ouders hoeven daar geen speciale bijdrage aan te
leveren. Een school mag echter zelf prioriteiten stellen en is
niet verplicht rt aan te bieden.
Wanneer is het verstandig om een kind op
hoogbegaafdheid te laten onderzoeken?
Wanneer een kind vastloopt in het onderwijs, onderpresteert
of kenmerken van hoogbegaafdheid laat zien, kan onderzoek
helpen om de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften beter
in beeld te brengen. Een remedial teacher kan hierin meedenken
en signaleren wat een leerling nodig heeft. Belangrijk
is dat onderzoek wordt uitgevoerd door een professional
met expertise in hoogbegaafdheid, waarbij niet alleen naar
IQ-scores wordt gekeken, maar ook naar het functioneren,
welzijn en de leerbehoeften van het kind.
Als ouder heb je altijd het recht om het gesprek met de
leerkracht, de intern begeleider of de zorgcoördinator aan
te gaan. Daarbij heb je als ouder goede kennis over je eigen
kind en wat je kind zou kunnen helpen. De school is echter
niet verplicht je advies op te volgen en kan met redenen
afwijken van je advies. In alle gevallen is het essentieel dat de
samenwerking en evaluatie goed verloopt. Het kind profiteert
het meeste van extra begeleiding of remedial teaching als er
een goede samenwerking met onderwijs en ouders ontstaat.
Mijn kind haalt goede cijfers, maar loopt thuis
volledig leeg. Kan er toch sprake zijn van
onvoldoende aansluiting?
Ja. Hoogbegaafde leerlingen kunnen op school goed
presteren, terwijl zij ondertussen structureel onderprikkeld,
overbelast of sociaal-emotioneel vastlopen. Kijk daarom
niet alleen naar cijfers, maar ook naar motivatie, energie en
welbevinden.
35
Advertorial
Hoogbegaafd
En als niets anders meer past!
Het schoolsysteem is ingericht op het gemiddelde. Maar wat als je kind daar
mijlenver buiten valt? Voor sommige hoogbegaafde jongeren is de weg naar
volwassenheid geen rechte lijn, maar een doolhof waarin ze vastlopen.
Hoogbegaafdheid wordt vaak gezien als
een luxeprobleem. De realiteit is weerbarstiger.
Voor een grote groep jongeren
sluit het reguliere onderwijs niet aan bij
hun intensiteit, complexiteit en behoefte
aan autonomie. Ze raken depressief, gedemotiveerd
en vallen volledig uit het systeem.
Dit is het moment waarop de gezondheid
en het welzijn van de jongeren
belangrijker worden dan school!
Een plek die WEL past
Bij Spirare Talent Valley bieden we geen
traditioneel klaslokaal, maar een veilige
haven. Hier draait het niet om cijfers, maar
om het reactiveren van de jongeren zodat
ze weer volwaardig kunnen deelnemen
aan de maatschappij!
Waarom Spirare?
Welzijn: Spirare is een
zorgorganisatie; de
gezondheid staat centraal.
Autonomie: De jongere
heeft zelf de regie over het
ontwikkeltraject.
Talent: Focus op wat wél
kan, van IT en techniek tot
kunst, muziek en filosofie.
Expertise: Begeleiders die
het HB-zijn begrijpen.
Landelijk: Jongeren (7-23)
uit alle provincies volgen
hier een ontwikkeltraject.
"Ik kwam hier binnen als een schim van mezelf, volledig opgebrand
door het systeem. Bij Spirare heb ik niet alleen mijn passie teruggevonden,
maar vooral de regie over mijn eigen leven."
Is Spirare de oplossing?
Wanneer de muren op talenten afkomen,
opent Spirare deuren.
Spirare Talent Valley
Aan de Heibloem 5, Heibloem
www.spirare.org
secretariaat@spirare.org
MATERIAAL
WAT HEEFT EEN HOOGBEGAAFD
KIND ÉCHT NODIG?
Kaatje (4 jaar) is begonnen met een puzzel, maar na vijf
minuten gooit ze de puzzelstukjes door de klas heen. Niet
genoeg doorzettingsvermogen? Misschien. Maar het zou ook
goed kunnen dat Kaatje de puzzel simpelweg niet boeiend
vond en er toch aan begon, omdat het verwacht werd van de
juf. En nu is ze er klaar mee.
De echte reden dat Kaatje met de puzzel stopte, wordt hier
niet gezien door de juf. Dat is op zich niet erg, maar wel als
zulke situaties vaak gebeuren. En dat is nogal eens het geval
bij hoogbegaafde kinderen op school, ondanks alle goede
bedoelingen van de leerkracht. Dat kan vervelende gevolgen
hebben, zoals ongewenst gedrag in de klas, vastlopen en
thuiszitten.
THUISZITTERS
Uit onderzoek van oudervereniging Balans blijkt dat er
minimaal 70.000 thuiszitters zijn en daarvan is 25–40%
(vermoedelijk) hoogbegaafd. Als de juf net wat meer goede
kennis heeft over hoogbegaafdheid en praktische handvatten
die ze meteen kan toepassen, maakt dat al veel verschil.
Sam, een hoogbegaafde leerling op de middelbare school,
heeft zijn huiswerk niet gemaakt. Hij wil de leraar uitleggen
waarom, maar die stuurt Sam na twee zinnen de klas uit.
De leraar denkt dat Sam als woordkunstenaar onder het
huiswerk uit probeert te komen. Maar Sam praat altijd zo en
wilde gewoon zijn goede redenen genuanceerd delen met de
leraar.
In het gratis e-book ‘Hoogbegaafd Begrijpen’ vind je
duidelijke en goede informatie over hoogbegaafdheid en veel
praktische tips. Speciaal voor scholen, begeleiders en iedereen
met interesse in hoogbegaafdheid. Voel je als ouder vrij
om het e-book met de school van je kinderen te delen.
Het gratis e-book ‘Hoogbegaafd Begrijpen’ vind je hier:
Deel het met je netwerk om
ervoor te zorgen dat iedereen
goede informatie heeft over
hoogbegaafdheid op school.
Kijk voor meer informatie op www.annagarssen.nl
VIJF TIPS VOOR SCHOLEN:
TIP 1 Zorg dat je kennis hebt over hoogbegaafdheid
Het is logisch dat je niet alles weet over hoogbegaafdheid,
dat hoeft ook niet. Zorg wel dat je een helder, goed beeld
hebt over het onderwerp.
TIP 2 Versnel, verrijk en compact waar nodig
Voor vrijwel alle hoogbegaafde leerlingen moet je versnellen,
verrijken & compacten. Besef dat je het maatwerk altijd
moet finetunen, in samenwerking met de leerling.
TIP 3 Investeer in de relatie
Als je wilt zorgen voor passend onderwijs, moet je eerst
zorgen voor een goede verbinding met de hoogbegaafde
leerling.
TIP 4 Vorm een brug met de ouders
Ouders spelen een belangrijke rol in het signaleren van wat
goed werkt, en wat beter kan. Zorg ook met hen voor een
goede verbinding.
TIP 5 Heb vertrouwen in hun aanpak
Geef ruimte voor eigen ideeën en perspectieven van de
hoogbegaafde leerling.
37
Tekst: Lies Thomas
ONDERZOEK
HOOGBEGAAFDHEID EN DYSLEXIE:
De onzichtbare tweestrijd
Op het eerste gezicht lijken hoogbegaafdheid en dyslexie moeilijk te verenigen. Toch komt deze
combinatie vaker voor dan lang werd aangenomen. Internationaal wordt gesproken van
twice-exceptional leerlingen: kinderen die beschikken over bovengemiddelde cognitieve capaciteiten én
een specifieke leerstoornis. Juist deze combinatie maakt hen kwetsbaar en lastig te herkennen.
Dat heeft alles te maken met wat onderzoekers ‘maskerende
effecten’ noemen. Hoogbegaafde leerlingen met dyslexie ontwikkelen
strategieën om hun moeilijkheden te omzeilen: ze
leunen op hun geheugen, redeneren razendsnel vanuit context
en vermijden situaties waarin lezen of schrijven centraal
staat. Daardoor lijkt het alsof ze ‘prima meekomen’, terwijl de
inspanning die daarvoor nodig is groot is. Juist daar ligt een
eerste belangrijke opdracht voor professionals: niet alleen
kijken naar prestaties, maar naar de weg ernaartoe. Hoeveel
moeite kost het een leerling om op dat niveau te functioneren?
En hoe groot is het verschil tussen wat een kind
mondeling kan verwoorden en wat het op papier laat zien?
DENK IN STERKTE
In onderzoek van Sietske van Viersen (2020) wordt deze
spanning treffend beschreven: een hoog leespotentieel kan
samengaan met hardnekkige leesproblemen, waardoor
leerlingen structureel onder hun niveau presteren. Wanneer
die discrepantie niet wordt herkend, ontstaat het risico dat
gedrag verkeerd wordt geïnterpreteerd als ongemotiveerd,
slordig of zelfs lui (Schultz, 2021). In de praktijk vraagt dit
om een andere manier van kijken: niet denken in afzonderlijke
labels, maar in combinaties van sterktes en kwetsbaarheden.
Die bredere blik is ook essentieel in diagnostiek. Te vaak
wordt nog óf gekeken naar intelligentie, óf naar leerproblemen,
terwijl juist de samenhang tussen beide bepalend is
voor een passend beeld. Een leerling die mondeling excelleert
maar schriftelijk vastloopt, vraagt om verdiepend onderzoek
waarin cognitieve capaciteiten én leerprocessen gezamenlijk
worden geanalyseerd (van Viersen et al., 2020). Dat betekent
ook dat signalen van thuis en school actief naast elkaar moeten
worden gelegd. Wanneer gedrag in die contexten sterk
verschilt, bijvoorbeeld een kind dat op school ogenschijnlijk
goed functioneert maar thuis volledig uitgeput is, dan is dat
geen bijzaak, maar cruciale informatie.
In de begeleiding vertaalt deze integrale benadering zich
naar maatwerk. Effectieve ondersteuning bestaat niet uit het
‘repareren’ van dyslexie alleen, maar uit het combineren van
gerichte hulp met voldoende cognitieve uitdaging. Digitale
hulpmiddelen spelen daarin een steeds grotere rol. Tekstnaar-spraak
of spraak-naar-tekst kan de toegang tot
complexe leerstof aanzienlijk vergroten en de cognitieve
belasting verlagen, zo blijkt uit recent onderzoek van Pol
Ghesquière en Wim Ruijssenaars (2022). Tegelijkertijd vraagt
de inzet van deze middelen om zorgvuldigheid.
tools te normaliseren binnen de klas, bijvoorbeeld door ze
breder beschikbaar te maken, neemt de acceptatie toe en
ontstaat er meer ruimte om ze daadwerkelijk in te zetten.
Naast didactische aanpassingen is er een minstens zo belangrijke
sociaal-emotionele dimensie. Leerlingen die langdurig
het gevoel hebben dat ze niet kunnen laten zien wat ze in
huis hebben, lopen een verhoogd risico op onzekerheid en
een negatief zelfbeeld (Foley-Nicpon et al., 2020). Het vraagt
van professionals en ouders om bewust ruimte te maken voor
succeservaringen en expliciet te benoemen wat wél goed gaat.
Dat lijkt eenvoudig, maar is cruciaal. Zeker bij deze groep,
die zichzelf vaak beoordeelt op wat niet lukt.
KIJK VERDER
Onderzoek van Maureen Neihart (2021) benadrukt bovendien
dat een sterktegerichte benadering essentieel is voor
duurzaam welbevinden en ontwikkeling. Dat betekent niet
dat moeilijkheden worden genegeerd, maar dat ze worden
geplaatst binnen een breder perspectief waarin talent evenzeer
zichtbaar en betekenisvol is. Pas wanneer een leerling
zich gezien voelt in zijn volledige profiel, sterk én kwetsbaar,
ontstaat er ruimte om te groeien.
De combinatie van hoogbegaafdheid en dyslexie maakt
duidelijk hoe beperkt een eendimensionale kijk op leren is.
Deze leerlingen vragen om professionals die verder kijken
dan wat direct zichtbaar is, die alert zijn op subtiele signalen
en die bereid zijn om onderwijs af te stemmen op complexiteit
in plaats van die te reduceren. Wie die stap zet, ontdekt
dat achter de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid geen probleem
schuilt, maar potentieel.
Kijk ook op Dyslexie Centraal voor meer informatie over dit
onderwerp.
Lies Thomas
Lies Thomas is hoogbegaafdheidsdeskundige
en zet zich in de praktijk in voor het
begeleiden en coachen van kinderen en
jongeren. Voor psychodiagnostiek richt zij
zich zowel op kinderen, jongeren alsook
op volwassenen. Bij Samen Slimmer
Groeien is ze in Belgie vooral actief op de
locaties in Hasselt en Turnhout.
Veel leerlingen willen niet afwijken van de norm en zijn
terughoudend in het gebruik van ‘hulpmiddelen’. Door deze
39
FEITEN OF FABELS?
De boodschap is helder: hoogbegaafdheid laat zich niet vangen in eenvoudige labels of cijfers.
Voor professionals en ouders betekent dit dat zij kritisch moeten blijven kijken naar hun aannames en
verschillende perspectieven - wetenschappelijk, praktisch en ervaringsgericht - met elkaar moeten
verbinden. Want iedereen heeft tegenwoordig wat te vertellen over hoogbegaafdheid,
maar hoe onderscheid je de feiten van de fabels?
Fabel: slechts 2-3 % van de mensen is hoogbegaafd.
Feit: vaak wordt dit cijfer genoemd, maar het is sterk
afhankelijk van de gebruikte definitie en criteria hoe
je hoogbegaafdheid omschrijft. Het werkelijke cijfer
varieert. (o.a. Radboud Univ.)
Fabel: punten op school zijn goed, zouden de ouders
teveel druk zetten?
Feit: ga verkennen of het kind wel echt aan het leren
is? Mogelijk is de lesstof te gemakkelijk en klaagt het
kind thuis. Ouders zien hun kind geen inspanning
doen voor school en maken zich terecht zorgen om
onderpresteren. (Gevaert & Thomas, 2025)
Fabel: 1 IQ test is voldoende om hoogbegaafdheid vast
te stellen.
Feit: een enkele IQ-score geeft niet het volledige beeld.
Hoogbegaafdheid omvat meerdere dimensies – denk
aan creativiteit, motivatie en specifieke talenten – die
niet door 1 testscore gevangen worden.
(Radboud Univ.)
Fabel: hoogbegaafden hebben moeite met aandacht en
concentratie, automatiseren, …
Feit: het gaat vaak om ongeoefend zijn in de
taakspanning omdat het hoogbegaafde kind onvoldoende
leeruitdagingen krijgt aangeboden. Maar we zien
in de praktijk wel regelmatig kinderen en volwassenen die
dubbel bijzonder zijn. (Gevaert & Thomas, 2025)
Bestel nu voor € 49,90 – inclusief
1 jaar toegang tot de uitgebreide
online omgeving. Liever een fysiek
boek? Bestel via
info@feitenenfabels.com
Elk onderwerp wordt helder uitgelegd
en aangevuld met concrete
voorbeelden die herkenning bieden
én daarbij uitnodigen tot reflectie.
Bij de LBRT werken geregistreerd remedial teachers
dagelijks aan de begeleiding van (hoog)
begaafde leerlingen en hun onderwijsbehoeften.
Zij zorgen voor het zorgvuldig
afstemmen van het traject tussen ouders en
school. Kijk hier voor meer informatie
40 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
Tekst: Pauline Hurkmans
GASTCOLUMN
SAMEN VOOR HET KIND
Durven we buiten de lijnen te kleuren?
Wanneer kinderen vastlopen in onderwijs en zorg, verdwijnen ze vaak uit beeld. Tegelijkertijd probeert
een hele keten van professionals te helpen: leerkrachten, gedragsdeskundigen, jeugdprofessionals,
samenwerkingsverbanden. Allen met goede bedoelingen. Toch ontstaat er vaak een kloof: ouders en
professionals staan tegenover elkaar. Ouders zijn bang om als probleem gezien te worden of dat extra
ondersteuning stopt. Professionals werken binnen strikte regels en budgetten. Het gevolg? Een kind dat
niet wordt gehoord, trajecten die weinig opleveren, frustratie aan beide kanten.
PROFESSIONALS BINNEN STRIKTE KADERS
Onderwijs- en jeugdzorgprofessionals moeten beslissingen
nemen binnen duidelijke regels en beperkte budgetten.
Scholen maken keuzes over passend onderwijs, dat drie keer
duurder kan zijn dan regulier onderwijs (Ministerie van
OCW, 2021). Jeugdprofessionals werken met gemeentelijke
budgetten van miljarden euro’s (Rijksoverheid, 2022).
Het resultaat: volle klassen, te weinig tijd, beperkte ruimte
om écht maatwerk te bieden. Professionals doen hun best,
maar voelen zich gebonden aan systemen die keuzes
beperken.
OUDERS DIE AL JAREN VECHTEN
Aan de andere kant staan ouders die al talloze gesprekken,
onderzoeken en trajecten hebben doorlopen, vaak met het
gevoel dat eerdere hulp meer kapot heeft gemaakt dan opgelost
(Balans, 2020; Van der Pol et al., 2019).
Het kost tijd, energie en geld. Gezinnen besteden soms duizenden
euro’s per jaar aan extra ondersteuning die niet wordt
vergoed. Angst speelt een grote rol: angst voor meldingen,
voor stoppen van ondersteuning, voor als probleem gezien
worden. En boven alles: ouders zien hoe het vertrouwen en
de nieuwsgierigheid van hun kind afnemen.
DE STEM DIE VERDWIJNT
Tussen regels, budgetten en procedures raakt de stem van het
kind vaak ondergesneeuwd. Kinderen willen leren, vrienden
maken en ergens bij horen. Hun perspectief verdient serieuze
aandacht, ook als het niet direct uitvoerbaar lijkt.
BUITEN DE KADERS DURVEN KLEUREN
Er zijn succesvolle voorbeelden van flexibel leren. Jongeren
in praktijkonderwijs leren stap voor stap, met meer betrokkenheid
en betere prestaties (Inspectie van het Onderwijs,
2021).
Wat als we dit principe breder toepassen? Kansen geven
omdat eerdere trajecten niet werkten. Ruimte maken voor
ontwikkeling in plaats van regels. Dit kan een kind vooruithelpen,
vertrouwen herstellen en geld besparen – voor ouders
én overheid. Steeds meer regio’s ontwikkelen onderwijs-zorgarrangementen
waarin scholen, gemeenten en zorgorganisaties
samenwerken. Flexibel, op maat, gericht op ontwikkeling
in plaats van bureaucratie.
TERUG NAAR DEZELFDE KANT VAN DE TAFEL
Thuiszitten of vastlopen ontstaat zelden door één fout of één
partij. Het is een systeemprobleem waarin onderwijs, zorg en
beleid elkaar niet vanzelf vinden.
De oplossing begint met luisteren: naar ouders, naar
professionals en vooral naar het kind. Wanneer dat lukt,
verdwijnen kampen. Dan blijkt wat er altijd al was:
volwassenen die hetzelfde willen – dat een kind zich kan
ontwikkelen en ergens bij hoort.
TUSSEN REGELS, BUDGETTEN EN
PROCEDURES RAAKT DE STEM
VAN HET KIND VAAK
ONDERGESNEEUWD
Pauline Hurkmans
Trainer en begeleider binnen onderwijs
en jeugdzorg Focus: lichaamsgericht
werken, groepsdynamiek
en gedrag in onderwijscontexten.
Ervaringsdeskundig ouder in passend
onderwijs en thuiszitproblematiek.
41
Tekst: Mediawegwijs
HOOGBEGAAFD EN AI:
Een andere manier van leren
Hoogbegaafde leerlingen werken razendsnel. Ze vinden antwoorden vaak sneller dan de rest van de klas.
Maar AI verandert dat. Want als een tool het antwoord al geeft, wat blijft er dan nog over om te leren?
In de klas zie je wat er gebeurt. Een leerling stelt een vraag aan een AI-tool en krijgt direct een antwoord
terug. Maar klopt het en begrijpt hij het ook? Daar zit de noodzaak van digitale en AI-geletterdheid. Niet
het antwoord, maar het denken erachter wordt belangrijk.
VEEL MEER DAN ALLEEN ‘SNELLER EN MEER’
Waar reguliere lesstof voor hoogbegaafde leerlingen vaak
inzet op sneller en meer, ontstaat bij digitale en AI-geletterdheid
iets anders. Leerlingen krijgen ruimte om te onderzoeken,
te creëren en complexe vraagstukken vanuit verschillende
invalshoeken te benaderen. Maar ook om te leren dat
je het niet altijd alleen oplost. In het werken met technologie
wordt samenwerken noodzakelijk. En dat is misschien wel
de grootste winst. Digitale en AI-geletterdheid gaat niet over
rijtjes leren of het juiste antwoord geven, maar om snappen
hoe dingen werken, patronen zien en vragen stellen. Waarom
zie ik dit wel en iets anders niet? Hoe bepaalt een algoritme
wat je te zien krijgt en wat is eigenlijk echt en wat is nep en
dus gemaakt door AI? Dat zijn vragen waar hoogbegaafde
leerlingen op aangaan.
“Ik zie leerlingen die normaal het antwoord al hebben, nu
echt moeten nadenken. Niet omdat het moeilijker is, maar
omdat ze willen begrijpen wat er gebeurt.” Leerkracht groep
4/5 Arjan Kock, De Bonkelaar.
zich hardmaakt om digitale en AI-geletterdheid permanent
te borgen binnen het onderwijs (ook binnen unIQ groepen),
wordt gewerkt vanuit een duidelijke structuur. Een korte
uitleg om daarna zelf praktisch aan de slag te gaan. Door zelf
te doen en te ervaren krijgen leerlingen inzicht. Het gaat niet
om het volgen van stappen, maar om het begrijpen van wat
ze doen. Dat vraagt logisch denken, maar ook doorzettingsvermogen.
Voor hoogbegaafde leerlingen zit daar de uitdaging.
ECHT LEREN SAMENWERKEN
Een belangrijk onderdeel van deze manier van werken is
samenwerken. Leerlingen werken in kleine groepen aan één
opdracht. Bijvoorbeeld het bouwen van een zelfrijdende auto,
code schrijven of het ontwikkelen van een digitale toepassing.
In het begin zie je soms hetzelfde patroon: één leerling neemt
het voortouw en wil het liefst alles zelf doen. Omdat het sneller
gaat of omdat het gevoel er is dat anderen het niet goed
doen. Maar dat werkt hier niet. Ze hebben elkaar nodig om
verder te komen. En omdat het hier niet alleen gaat om goed
zijn in leren, kunnen kinderen van alle niveaus met elkaar
samenwerken. Wat bijvoorbeeld door het niveauverschil
lastiger is tijdens een les rekenen.
LEERLINGEN LEREN DAT INFORMATIE
NIET VANZELFSPREKEND KLOPT EN DAT
JE MOET NADENKEN OVER DE BRON
DENKEN, MAKEN EN BEGRIJPEN
In de praktijk krijgt dat vorm door te doen. Leerlingen bouwen
een robot, leren programmeren of maken een digitaal
ontwerp zoals bijvoorbeeld hun droomhuis. Geef ze de opdracht
om bijvoorbeeld een robot te ontwerpen en bouwen,
die daarna een bepaalde route moet volgen. Op papier lijkt
dat eenvoudig. In de praktijk blijkt dat elke stap invloed heeft
op de volgende.
Wat doe je als de robot niet beweegt? Leerlingen moeten zelf
ontdekken waar het misgaat en hoe ze dat oplossen. Ze testen
en proberen tot het lukt en hun eigen robot die route volgt.
In deze praktische lessen van Mediawegwijs, organisatie die
NIET STOPPEN BIJ HET ANTWOORD
Naast maken en samenwerken ontstaat er nog meer ruimte
voor kritisch denken. In een les over nepnieuws en AI krijgen
leerlingen verschillende berichten te zien. Sommige zijn
‘echt’, andere gegenereerd en dus ‘nep’. Het verschil is niet
altijd zichtbaar. Leerlingen leren dat informatie niet vanzelfsprekend
klopt en dat je moet nadenken over de bron, de
bedoeling en de context. Wie bepaalt wat je ziet en waarom?
PRAKTIJKERVARING: WAT ZIE JE IN DE KLAS
In de klas zie je dat deze manier van werken iets in beweging
zet. Leerlingen verdiepen zich in de inhoud, stellen vragen
en nemen initiatief. Ze willen begrijpen hoe iets werkt en
zoeken zelf naar oplossingen. Maar je ziet ook iets anders.
Leerlingen die normaal het tempo bepalen, leren rekening te
42 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
DIGITALISERING
houden met anderen. Leerlingen die zich eerder terugtrekken,
krijgen een rol binnen een groep. Daarnaast verandert
de motivatie. Leerlingen voelen zich serieuzer genomen wanneer
ze worden uitgedaagd op hun niveau. Niet door meer
werk, maar door ander werk. Door deze manier van werken
ontwikkelen leerlingen niet alleen vaardigheden, maar ook
inzicht in hoe technologie werkt en wat dat betekent voor
hun eigen handelen.
EEN STRUCTURELE AANPAK
Deze vorm van leren, anders leren, vraagt om een andere
aanpak. Vaak ontbreekt het aan de juiste skills bij de eigen
leerkrachten om leerlingen niet alleen geletterd, maar vooral
ook digitaal- en AI geletterd van school te laten gaan.
Zij staan voor de klas, terwijl de eigen leerkrachten meedoen
en meekijken. Dankzij dit train-de-trainerconcept zien zij
hoe technologie wordt ingezet en hoe leerlingen ermee
werken. Op die manier ontstaat kennisoverdracht in de
praktijk en een vaste borging binnen de lesstof. Na het
vertrek van de vakdocenten blijft het lesmateriaal beschikbaar
en kan worden gegeven aan alle groepen, dus ook
binnen plus- en unIQ-groepen.
Onderwerpen uit de complete leerlijn lopen uiteen van
programmeren en robotica tot AI, nepnieuws, cyberpesten,
gameverslaving en online gedrag. Als afsluiting krijgen de
leerlingen een Mediawegwijs diploma digitale en AI-geletterdheid.
DIGITALE EN AI-GELETTERDHEID ALS KANS
Digitale en AI-geletterdheid is geen extra vak, maar een
andere manier van leren. Het gaat niet om sneller of meer,
maar om begrijpen, onderzoeken en creëren. In een wereld
waarin technologie steeds meer invloed heeft op wat leerlingen
zien en hoe ze denken, is dat geen aanvulling, maar een
essentiële basis.
ZELF DE TRAINING VOLGEN?
Hoe pak je dit aan als school? Mediawegwijs ontwikkelde
een leerlijn digitale en AI-geletterdheid van 53 lessen. Deze
lessen voor groep 1-8 worden gegeven door vakdocenten,
professionals uit het onderwijs.
Ga naar (www.mediawegwijs.nl) of neem contact
op met Ilse Godtschalk, pedagoog en
directeur van Mediawegwijs.
Zij verzorgt op 3 juni van
14:00 - 16:00 uur voor de
LBRT Academie de training AI
en digitale geletterdheid.
43
Advertorial
“JE GAAT KINDEREN
OP DE RADAR KRIJGEN
DIE JE EERST NIET ZAG”
Matties Eversdijk, hb-expert PO Zonova
NIET ELK
SLIM KIND
VALT OP
Op de foto staat Anne (6), met een bordje om haar nek: ‘Kunt u aan mij zien of ik slim ben?’
Het is een vraag die blijft hangen. Want niet ieder slim kind laat zich gemakkelijk herkennen.
Sommige kinderen vallen direct op. Ze leren snel, stellen scherpe vragen en presteren goed.
Andere kinderen passen zich juist aan, dromen weg, laten weinig zien of raken ongelukkig van
onderwijs dat niet past. Dan blijft talent gemakkelijk buiten beeld. Anne weet hoe dat voelt. Op
haar vorige school was het voor haar vooral te gemakkelijk. “Ik hou van werkjes die ik niet meteen
kan,” zegt ze. En toen die uitdaging ontbrak: “Ik voelde me niet fijn en als ik thuiskwam, was ik
boos en verdrietig.” Pas toen er beter werd gekeken, kwam er zicht op wat zij nodig had. “Daar
kwam uit dat ik een raketbrein heb; daarom word ik blij van nieuwe dingen leren.”
Juist daarom is goede signalering zo belangrijk. Niet
om kinderen in een hokje te plaatsen, maar om beter
te begrijpen welk onderwijs en welke begeleiding
echt passen. De professionele blik van een leerkracht
is daarbij van grote waarde. Tegelijk laat de praktijk
zien dat observatie alleen niet altijd genoeg is.
Cognitieve sterkte uit zich nu eenmaal niet bij ieder
kind op dezelfde manier. Prestaties, gedrag, taal,
achtergrond en verwachtingen kleuren mee in wat
opvalt en wat onopgemerkt blijft.
Dat beeld wordt bevestigd in het onderzoek
(On)gezien, uitgevoerd met 5.371 leerlingen. Daaruit
bleek dat leerkrachten minder dan de helft van hun
hoogbegaafde leerlingen in beeld hadden. Die
uitkomsten zijn geen kritiek op leraren, maar wel een
belangrijke reality check. Goed kijken blijft
essentieel, maar goed kijken is niet hetzelfde als alles
kunnen zien. Juist daarom kan een objectief
instrument helpen: niet als vervanging van
professioneel oordeel, maar als aanvulling daarop.
Matties Eversdijk, plusklasleerkracht en HB-expert
binnen Zonova in Amsterdam-Zuidoost, ziet dat in de
praktijk gebeuren.
44 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
Zijn boodschap aan schoolteams die met ZOOV+
starten is helder: “Wees je ervan bewust dat je straks
kinderen op de radar gaat krijgen die je eerst niet
zag.” En precies daarin zit voor hem de waarde.
“Natuurlijk zitten de kinderen ertussen die je al
verwachtte. Maar het wordt pas echt interessant bij
de kinderen die je juist níét had zien aankomen.”
Tegelijk is signalering nooit het eindpunt. Een uitkomst
krijgt pas betekenis als die leidt tot een beter gesprek
over wat een leerling nodig heeft. Meer uitdaging,
een ander aanbod, compacten, verrijken, verdiepend
onderzoek — het begint allemaal met beter zicht.
Zoals Matties ook benadrukt: ZOOV+ staat niet op
zichzelf, maar krijgt meer waarde in combinatie met
observaties van de leerkracht, gegevens uit het
leerlingvolgsysteem en input van ouders.
De vraag op Annes bordje geldt voor veel meer
kinderen. Want talent is niet altijd zichtbaar voor wie
goed kijkt — laat staan in één oogopslag. Daarom
zijn professionele scherpte én objectieve informatie
allebei nodig. Zodat minder afhangt van toeval, en
meer kinderen krijgen wat bij hen past.
Meer weten over ZOOV+? www.scaliq.com/zoov
MATERIALEN
BOEKENTIPS
In deze special over hoogbegaafdheid mag een zorgvuldige selectie van literatuur niet ontbreken. Boeken
bieden verdieping, herkenning en nieuwe perspectieven voor zowel professionals als ouders. De volgende
titels zijn gekozen op basis van actuele inzichten en praktijkervaringen en helpen om hoogbegaafdheid
beter te begrijpen én te begeleiden.
Het boek Hoogbegaafden in conflict van Ido van der Waal en Noks Nauta (verschenen
begin 2025) is een zeer actueel en relevant werk dat diep ingaat op de dynamiek achter de
conflicten waarin hoogbegaafde (HB) volwassenen en kinderen vaak verzeild raken. Van der
Waal en Nauta laten zien dat deze conflicten zelden op zichzelf staan, maar vaak voortkomen
uit een combinatie van persoonlijkheidskenmerken en een mismatch met de omgeving.
Het boek kost 24,95 euro en is hier te bestellen.
Hoogbegaafdheid in beeld: een veelzijdig handboek biedt een
vernieuwende, integrale kijk op hoogbegaafdheid, waarin denken,
voelen en moreel handelen samen worden begrepen. Op
basis van recente wetenschappelijke inzichten verbindt het boek
theorie met praktijk en doorbreekt het bestaande misvattingen.
Het resultaat is een verdiepend én toepasbaar perspectief voor
iedereen die hoogbegaafdheid beter wil begrijpen en begeleiden.
Het boek kost 37,00 euro en is hier te bestellen.
Dit boek hoogbegaafd zijn doorbreekt hardnekkige mythes, onderzoekt de uitdagingen en
viert de unieke mogelijkheden die hoogbegaafdheid met zich meebrengt. Lore Dewulf neemt
je mee in wetenschappelijke inzichten, levendige getuigenissen en persoonlijke ervaringen
uit haar praktijk. Het boek kost 24,50 euro en is hier te bestellen.
De LBBO ontwikkelde in 2026 De beroepsstandaard voor de specialist begaafdheid.
Deze biedt richting en houvast bij de invulling van het vak én ondersteunt verdere professionalisering.
De uitgave beschrijft rollen, competenties en taken (met praktijkvoorbeelden), bevat
een ethische code en geeft achtergrondinformatie over (hoog)begaafdheid en de positie van de
specialist. Daarmee is het een waardevol naslagwerk voor zowel professionals als opleiders.
De beroepsstandaard kost 15,95 euro. Klik hier voor meer informatie.
Tien hoogbegaafde vrouwen delen hun levensverhalen over intensiteit, aanpassing en zelfontdekking
in dit boek Diep gedacht en intens gevoeld. Aangevuld met inzichten van experts
biedt het boek herkenning en duiding en laat het zien hoe de ontdekking van hoogbegaafdheid
kan leiden van overleven naar voluit leven. Het is een unieke gids voor hoogbegaafde vrouwen,
ouders van hoogbegaafde kinderen en iedereen die professioneel met hoogbegaafde meisjes en
vrouwen te maken heeft. Het boek kost 28,50 euro. Klik hier voor meer informatie.
45
Tekst: Willy de Heer
HOOGBEGAAFDEN
RISICOGROEP VOOR SUÏCIDE
Schrikbarend: suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak onder tieners en twintigers. Waar het totale
aantal zelfdodingen in Nederland sinds 2013 min of meer stabiel is gebleven, is dit onder jongeren tot 30
jaar sindsdien met tenminste 33%(!) gestegen. En dan te bedenken dat het aantal ondernomen suïcidepogingen
nog zo’n 20 keer hoger is dan het aantal fatale suïcides.
Waarom plegen zoveel jongeren zelfmoord? 113 Zelfmoordpreventie
- hierna 113 genoemd - heeft onderzoek laten doen
naar de factoren die hierbij een rol spelen. Hieruit blijkt dat
vele door suïcide overleden jongeren kenmerken vertonen
van hoogbegaafdheid. In suïcideonderzoeken wordt echter
aan dit verband geen aandacht besteed, hoewel uit onderzoek
is gebleken dat hoogbegaafden kwetsbaar zijn voor suïcide en
dat zij al op zeer jonge (basisschool)leeftijd kunnen worstelen
met deze gedachten. Neem bijvoorbeeld Katja die onder
meer vanwege suïcidale gedachten op 9-jarige leeftijd uitviel
uit school. Hyatt & Cross (2009) hebben onderzocht waarom
in suïcideonderzoeken geen relatie wordt gelegd met hoogbegaafdheid.
De belangrijkste twee redenen zijn, dat er geen
eenduidige definitie of criteria voor hoogbegaafdheid worden
gehanteerd in suïcideonderzoek en dat op overlijdensakten
geen informatie over het intelligentieniveau van de betrokkenen
wordt vermeld.
Niet-helpend is ook, dat men er in het algemeen vanuit gaat
dat kinderen en jongeren met hoogbegaafdheid moeiteloos
fluitend door school en door het leven gaan. Zij zijn immers
bevoordeeld en hoeven weinig moeite te doen om succes te
hebben in het leven? Niets is minder het geval. Het is daarom
van groot belang dat er in aandacht komt voor het verband
tussen hoogbegaafdheid en suïcide.
46 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
KWETSBAARHEID HOOGBEGAAFDEN
Hoogbegaafden kampen vaak al vanaf zeer jonge leeftijd met
sombere gedachten, depressies en suïcidale gedachten. De
belangrijkste oorzaak hiervan is incongruentie, omdat hun
cognitieve, sociale, emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling
heel anders verloopt dan die van hun leeftijdsgenoten.
De mogelijkheden en verwachtingen van de omgeving en de
hoogbegaafde komen hierdoor niet overeen. De omgeving
onderschat die van de leerling en de hoogbegaafde overschat
die van zijn medeleerlingen en anderen in de omgeving.
Een vierjarige die de namen van de kleuren kent, verwacht
uiteraard dat zijn klasgenootjes die ook kennen. Als zij hem
dan niet begrijpen, kan hij denken dat ze hem pesten of
buitensluiten. Als een zevenjarige vragen stelt aan de leraar
die normaal gesproken een negen- of tienjarige stelt, kan
de leraar denken dat deze leerling aandacht vraagt of een
opschepper is.
Door hun ‘anders’ zijn hebben deze kinderen en jongeren
weinig aansluiting met leeftijdsgenoten, zijn zij eenzaam en
worden zij nogal eens gepest. Zij ervaren dagelijks veel stress,
omdat zij zich voortdurend aanpassen aan het ontwikkelingsniveau,
de humor en het tempo van de anderen. Door
continue stress ontwikkelen zij leer- en gedragsproblemen,
waaronder internaliserend of juist externaliserend gedrag.
Voorbeelden van internaliserend gedrag zijn angstig, teruggetrokken
en depressief gedrag. Kenmerkend voor externaliserend
gedrag is impulsief, storend, (verbaal) agressief of
clownesk gedrag. Dit gedrag kan op enig moment ook de
hoogbegaafdheid camoufleren. Hierdoor krijgen zij nogal
eens de diagnose autismespectrumstoornis (ass) of adhd,
terwijl hoogbegaafdheid de oorzaak van dit gedrag is.
Chronische stress blijft niet zonder gevolgen. Het brengt
schade toe aan hersendelen die onder meer van belang zijn
om aandacht vast te houden en emoties in goede banen te leiden.
Daarnaast is het een belangrijke oorzaak voor slaapproblemen.
Zowel stress als slaapproblemen schaden de fysieke,
cognitieve, sociale, emotionele en mentale ontwikkeling.
Hierdoor verzwakt het immuunsysteem en zijn zij vaak ziek,
wordt leren bemoeilijkt en het emotioneel en psychisch evenwicht
verstoord. Uit onderzoek onder jongeren is gebleken,
dat slaaptekort leidt tot onder meer adhd-gedrag, verslavingen
en suïcidale gedachten en suïcidepogingen.
Bij hoogbegaafden is incongruentie een belangrijke oorzaak
van chronische stress en slaapproblemen, waarop leerproblemen
en internaliserende en externaliserend gedragsproblemen
kunnen ontstaan (met misdiagnoses tot gevolg).
Gebleken is dat chronisch slaaptekort kan uitmonden in
verslavingen, suïcidale gedachten en suïcidepogingen.
IMPACT ONDERWIJS
Net als iedere leerling en student hebben ook hoogbegaafden
behoefte aan onderwijs dat is afgestemd op hun ontwikkeling.
Dit is vaak het probleem in alle onderwijsniveaus, zo
blijkt uit onderzoek.
Leerlingen met hoogbegaafdheid vallen in het primair onderwijs
(po) uit het onderwijs, “omdat het schoolse aanbod
geheel niet of onvoldoende voorziet in hun behoeften aan
cognitieve, sociale, emotionele en persoonlijke ondersteuning
en begeleiding. Uit onderzoek in een samenwerkingsverband
po is gebleken, dat 9 op de 10 kinderen sinds zij naar
school gaan heel erg of vaak last hebben van stress en 2 op de
3 kinderen heel erg of vaak last hebben van slaapproblemen.”
[…] “8 op de 10 kinderen [kampt] met problemen als onderpresteren
en faalangst, 7 op de 10 met verveling en ernstige
vermoeidheid en bijna 6 op de 10 is depressief. Ruim 5 op de
10 twijfelt zelfs aan de zin van het leven.”
Een zorgprofessional merkt op:
“Meisjes passen zich beter aan de omgeving aan, maar dat
wil niet zeggen dat het goed is. Zij cijferen zich weg en passen
zich op sociaal en cognitief gebied aan. Zij krijgen soms op
latere leeftijd last van depressies en sociale angsten.” (De
Heer, 2022b)
Hoogbegaafdheid wordt lang niet altijd op jonge leeftijd ontdekt.
In een screeningsonderzoek in het voortgezet onderwijs
(vo) met het doel om (vermoedelijk) hoogbegaafde leerlingen
te signaleren, is een flink aantal van deze leerlingen naar
voren gekomen met inmiddels ernstige problemen. Deze
problemen uiten zich op fysiek, cognitief, sociaal, emotioneel
en motivationeel gebied, maar vooral op het gebied van welbevinden.
Bijna 1 op de 2 van deze vermoedelijk) hoogbegaafde
leerlingen geeft aan (ernstige) problemen te ervaren,
waaronder grote vermoeidheid, faalangst, stress en gevoelens
van eenzaamheid. Van deze groep geeft meer dan 1 op de
4 melding van depressieve problemen en twijfel aan de zin
van het leven. Hiervan geeft 1 op de 8 (!) zelfs aan dermate
depressieve gevoelens te koesteren dat zij ernstig twijfelen
aan de zin van het leven.
Studenten met hoogbegaafdheid die na het doorlopen van
het vo starten op de universiteit of het hbo, kunnen ook daar
tegen problemen aanlopen. Bijvoorbeeld omdat zij studievaardigheden
missen, faalangst hebben of omdat het studieniveau
hen tegenvalt en uitdaging missen Verschillende van
hen belanden dan op het mbo – al dan niet na een periode te
hebben thuis gezeten. Juist deze studenten hebben het moeilijk
in het mbo en dreigen uit te vallen. Maar ook hoogbegaafde
studenten die bewust hebben gekozen voor het mbo,
kunnen door incongruentie in de problemen komen.
47
Leerplicht /Doorstroompunt Midden-Brabant heeft na
caseload onderzoek vastgesteld dat van de thuiszittende
leerlingen en mbo-studenten meer dan 1 op de 3 getest
hoogbegaafd is (en lang niet iedereen is getest). Daarom heeft
Midden-Brabant geïnvesteerd in een virtual reality game om
vo- en mbo-professionals te helpen jongeren met hoogbegaafdheid
te signaleren en te begeleiden waardoor verzuim,
uitval en erger mogelijk kan worden voorkomen. Dat aandacht
voor hoogbegaafde mbo-studenten heel belangrijk is,
blijkt wel uit het feit dat juist onder jongeren tot 30 jaar die
suïcide plegen zich relatief veel mbo-schoolverlaters
bevinden.
Uit praktijkonderzoeken in po, vo en mbo blijkt, dat hoogbegaafden
door incongruentie kwetsbaar zijn voor suïcidale
gedachten.
FACTOREN SUÏCIDALITEIT
Maar welke factoren hebben een rol gespeeld bij de door
jongeren gepleegde suïcides? Van Bergen, Popma et al. (2019)
hebben op basis van onderzoek in 2017 naar de suïcides van
de 10- tot 20-jarige jongeren drie profielschetsen opgesteld.
Deze profielen zijn gebaseerd op kenmerken of gebeurtenissen
die in verband worden gebracht met de suïcides. Dit zijn
de volgende:
1. Meisjes met sensitieve, perfectionistische kenmerken en
een knik in hun levensloop rond overgang naar de middelbare
school:
• Meisjes met ogenschijnlijk weinig problemen op basisschool;
• Intelligent, perfectionistisch, sociaal, havo/vwo;
• Hoge eigen verwachtingen in combinatie met
gevoeligheid en perfectionisme leidend tot sterk verlaagd
zelfbeeld en negatief patroon;
• Internaliserend probleemgedrag, depressieve gevoelens,
een gedragsstoornis, eetproblemen, angstklachten en
automutileren;
• In de onderbouw van het voortgezet onderwijs voor het
eerst in aanraking met zorg.
Door problemen en stressklachten lessen missen: “Jongere
kreeg kortsluiting in het hoofd van al het schoolwerk dat jongere
nog moest inhalen na opnames en ziek geweest te zijn”
(Van Bergen, Popma et al., 2019)
2. Jongeren die op het speciaal onderwijs zijn terechtkomen
vanwege leer- en gedragsproblemen of psychische
problematiek zoals ass, adhd en dyslexie;
• Gevoel anders te zijn dan hun leeftijdsgenoten;
• Weinig aansluiting met leeftijdsgenoten en docenten;
• Nieuwe en spannende omgeving met kinderen met wie
zij zich soms moeilijk of helemaal niet konden associëren
of identificeren;
• Externaliserend probleemgedrag, waaronder boosheid,
gefrustreerd en impulsief gedrag, fysieke of verbale agressie;
• Verslavingen aan alcohol, soft- en harddrugs.
“SCHOOL WIL VAN MIJ AF. ZE WILLEN
GEWOON VAN ME AF”
(Van Bergen, Popma et al., 2019)
3. Out-of-the-blue suïcides (zonder dat bij leven aanwijzingen
werden bemerkt):
• Makkelijke en rustige jongeren, vaak ook stil of teruggetrokken;
• Stonden bekend als luisteraar voor leeftijdsgenoten met
problemen;
• Spreekt moeilijk over eigen gevoel;
• Geen langdurige problemen in de levensloop;
• Tegenslag op school, bijv. moesten van school of gezakt
voor het examen of konden niet de gewenste vervolgopleiding
doen;
• Werden uiteindelijk stiller, meer teruggetrokken,
vermoeider, huilerig, buik- en hoofdpijn.
“De negativiteit van leraren heeft jongere genekt… hun
correctie had veel impact … jongere internaliseerde hun
negativisme“ (Van Bergen, Popma et al., 2019)
Van Bergen, Popma et al. (2019) vestigen in het rapport
tevens de aandacht op de sociale problemen van de overleden
jongeren. De jongeren hadden moeite met aansluiting vinden
met anderen of durfden er niet op te vertrouwen dat zij echte
vrienden hadden en geliefd waren. Zij leken onzeker over
hun vriendschappen, terwijl leeftijdsgenoten hen juist enorm
sociaal vonden en hen zagen als gangmakers. Mentoren
bevestigden de populariteit van deze jongeren.
48 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
ACHTERGROND
“Jongere dacht veel na. Jongere dacht van ja waarom doet
mijn vriend zo, waarom is dit, jongere betrok het heel veel op
zichzelf.” “(Van Bergen, Popma et al., 2019)
Daarnaast komt naar voren dat bijna de helft van de overleden
jongeren fysiek en/of online op school was gepest. Het
pesten, buitensluiten, lastiggevallen en afgeperst worden,
startte vaak al in het po en liep door in het vo. Dit had een
grote negatieve invloed op hun zelfbeeld en leidde tot angst,
somberheid, eenzaamheid en isolatie.
In de laatste maanden van hun leven ontwikkelden of
verergerden de slaapproblemen van de jongeren, waren zij
regelmatig vermoeid of trokken zich vaker terug.
De hiervoor genoemde profielen en kenmerken komen in
grote mate overeen met die van hoogbegaafde leerlingen en
studenten.
Uit het suïcideonderzoek blijkt tevens, dat de ouders van de
overleden jongeren in meer dan 6 op de 10 jongere hebben
aangegeven dat schoolproblemen een belangrijke rol hebben
gespeeld in het leven van de jongeren en in de aanloop
naar de suïcide. Voorbeelden van deze schoolproblemen zijn
faalangst, spijbelen, doubleren, zware terugval in cijfers, veel
stress en problemen met docenten. De onderzoekers hebben
drie patronen waargenomen:
1. Erg goed presteren in het po, maar in het vo of hoger
onderwijs gehinderd worden door perfectionisme;
• Bij 1 op de 5 jongeren;
• Vaker meisjes dan jongens;
• Uitsluitend op havo-, vwo-leerlingen en hbo-studenten.
2. Discrepantie tussen enerzijds eisen school en docenten en
anderzijds de persoonskenmerken van de jongeren;
• Bij 1 op de 5 jongeren;
• Vaker jongens dan meisjes;
• Intelligent, maar pasten niet goed in het regulier schoolsysteem
waardoor afgestroomd;
• Vaak diagnoses als ass, adhd of dyslexie.
3. Spijbelen, afstromen en thuiszitten na gedragsproblemen,
problemen thuissituatie, drugsgebruik en delinquentie.
• Bij 1 op de 7 jongeren;
• Overwegend jongens;
• Ouders zagen deze problematische schoolsituatie zelden
als doorslaggevend in de aanloop naar suïcide.
Uiteraard hebben onderwijsinstellingen en leraren niet de
intentie gehad om de jongeren te beschadigen, maar desondanks
hebben schoolproblemen bij veel van de overleden
jongeren een probleem gespeeld.
ROL SCHOLEN
Het onderwijs heeft de wettelijke taak om onderwijs te
verzorgen dat is afgestemd op de algehele ontwikkeling van
de leerlingen (WPO, WOV, IVRK). Met de invoering van de
Wet integrale suïcidepreventie van 1 januari 2026 hebben zij
tevens de opdracht suïcidaliteit te signaleren en zoveel mogelijk
te voorkomen.
Wat kunnen scholen onder meer doen?
• Onderwijs, ondersteuning en begeleiding bieden die
past bij de ontwikkelingsbehoeften van de leerlingen/
studenten;
• Gedegen kennis over hoogbegaafdheid verankeren binnen
de organisatie;
• De achterliggende redenen achterhalen bij een afwijkend
verloop van de schoolcarrière, spijbelen, (veelvuldige)
ziekmeldingen en (dreigende) uitval, en hierbij ook te
denken aan mogelijke hoogbegaafdheid;
• Bij problemen met de leerlingen en met ouders en
• leerlingen samen in gesprek gaan;
• Leerlingen en studenten screenen op hun welbevinden
en waar nodig helpen om de weg naar hulp te vinden;
• Suïcidepreventie beleid opstellen;
• Raadpleeg bij hoogbegaafdheid het Informatie en
stappenplan Suïcidaliteit onder zeer makkelijk lerenden /
hoogbegaafden (De Heer, 2019);
• Gatekeepers binnen de onderwijsorganisaties aanstellen.
CONCLUSIE EN OPROEP
Uit onderzoek blijkt, dat hoogbegaafden door incongruentie
kwetsbaar zijn voor suïcidale gedachten. Tevens kan geconcludeerd
worden dat vele van de overleden jongeren uit het
suïcideonderzoek kenmerken van hoogbegaafdheid vertoonden.
Hun ouders geven aan dat bij meer dan 6 op de 10 jongere
schoolproblemen een belangrijke rol hebben gespeeld in
het leven van de jongeren en in de aanloop naar de suïcide.
Het is daarom van groot belang dat scholen beschikken over
kennis en vaardigheden om kinderen en jongeren met hoogbegaafdheid
te kunnen signaleren, begeleiden en ondersteunen.
Met de invoering van de Wet Suïcidepreventie is dit nu
ook een taak van het onderwijs geworden.
SUÏCIDEPREVENTIE =
HET ONDERWIJS AFSTEMMEN OP DE
ALGEHELE ONTWIKKELING VAN DE
LEERLINGEN, ZODANIG DAT ZIJ EEN
ONONDERBROKEN
ONTWIKKELINGSPROCES KUNNEN
DOORLOPEN
(WPO, WVO, IVRK).
Klik hier voor de literatuurlijst behorende bij dit artikel.
Willy de Heer
Willy de Heer promoveerde op onderwijs
aan hoogbegaafde leerlingen en richtte het
Kenniscentrum voor Makkelijk Lerenden
op. Ze verspreidt wetenschappelijke kennis
via publicaties, onderzoek, lezingen en
innovatieve leermiddelen, met een brede
achtergrond in onderwijs en zorg.
49
MEER TIPS....
GRATIS BROCHURES
De afgelopen tijd is er niet één, maar zijn er zelfs
twee brochures gepubliceerd door het kenniscentrum
hoogbegaafdheid. De eerste gaat over creativiteit
in de onderwijspraktijk. De tweede richt zich
op hoogbegaafdheid in het voortgezet onderwijs.
Neem ook vooral een kijkje bij alle andere mooie
en informatieve brochures!
kenniscentrumhb.nl & NTCN.nl
PODCASTS
JENAPLAN NEDERLAND
heeft een podcastaflevering
gemaakt waarin ze ingaan op
hoogbegaafdheid binnen het
Jenaplanonderwijs (nr 15) Sjoerd
Hagen en Riana van Vliet zijn hierin
te gast en vertellen over hun inzichten en
ervaringen uit hun onderwijspraktijk.
Klik hier om de podcast te beluisteren!
Om te toetsen of het aanbod op jouw school
toereikend is, heeft ProfiPendi een praktische
checklist ontwikkeld. Deze is hier te vinden.
E-BOOKS SAMEN SLIMMER GROEIEN
Op zoek naar praktische en onderbouwde inzichten
voor onderwijs en begeleiding? De gratis
e-books van Samen Slimmer Groeien bieden direct
toepasbare kennis. Downloaden is eenvoudig: na
registratie ontvang je meteen een link per e-mail.
Je kunt je ook aanmelden voor de nieuwsbrief met
nieuwe inzichten en materialen.
BRILJANT ONDERWIJS
biedt gratis verrijkingsopdrachten
aan. Als je je aanmeldt voor de
nieuwsbrief, ontvang je elke schoolweek
een gratis verrijkingsopdracht
voor het basisonderwijs in je mailbox. Het aanbod
is lekker afwisselend. Interesse? Klik hier!
Ieder jaar is er de Week van de Hoogbegaafdheid
Wil je niets missen in de aanloop naar de volgende
editie van de Week van de Hoogbegaafdheid in de
week van 6-14 maart 2027? Schrijf je dan in voor
de nieuwsbrief! Klik hier
Zo ben je als eerste op de hoogte van alles wat er
speelt in de aanloop naar de volgende editie.
HOOGBEGAAFD DE PODCAST
gaat Kristel van Eijk in gesprek met
onderwijsprofessionals, ouders
van hoogbegaafde kinderen, en
hoogbegaafde tieners en volwassenen.
Ze gaat in op vraagstukken als: hoe is het om
hoogbegaafd te zijn of om een hoogbegaafd kind
te hebben? Hoe kunnen het onderwijs en de zorg
(nog) beter aansluiten bij de behoeftes van hoogbegaafden?
Geïnteresseerd in mooie gesprekken over
het thema hoogbegaafdheid? Dan is het zeker de
moeite om deze podcast hier te luisteren!
TIJD OM ANDERS TE KIJKEN.
Hoogbegaafdheid wordt vaak gezien
als een probleem. Maar wat als het
probleem niet bij het kind ligt, maar
bij hoe wij kijken en begeleiden?
In deze podcast ontdek je een ander perspectief:
hoogbegaafdheid als kracht, als talent, als cadeau.
Voor jezelf én voor je kind. Klik hier voor meer
informatie.
PODCAST #29 VAN HET
KENNISCENTRUM HOOG-
BEGAAFDHEID GAAT OVER
ZELFSTURING
Monique Jonkers (Bureau Flore)
begeleidt en diagnosticeert onder meer hoogbegaafde
kinderen en jongeren. Vanuit haar praktijk
schreef zij Lekker zelluf doen. In deze podcast
vertelt ze hoe positieve taal kinderen stimuleert
om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen
leren en functioneren, passend bij hun leeftijd. ]
Klik hier om te luisteren!
50 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
TIPS
TIPS
WEBINAR DYNAMISCH TESTEN
Dynamisch testen helpt om het leerpotentieel en
de instructiebehoefte van (hoog)begaafde leerlingen
inzichtelijk te maken. (Hoog)begaafdheid
wordt traditioneel bepaald aan de hand van een
IQ-score. Bart Vogelaar legt uit dat een dynamische
visie juist de nadruk legt op
leerpotentieel en sluit aan bij
Vygotsky’s zone van naaste ontwikkeling.
On demand
naluisteren? Scan de Qr-code
BALANS DOSSIER
Balans houdt op haar website een uitgebreid
dossier over hoogbegaafdheid
bij met
informatie, artikelen,
ervaringen en praktische
handvatten voor
ouders en professionals.
TIJDSCHRIFT VOOR
INCLUSIEF ONDERWIJS &
REMEDIAL TEACHING
is dé bron voor iedereen die
werkt aan professionele onderwijsondersteuning.
Elk nummer staat boordevol
actuele, praktische en verdiepende
artikelen over thema’s
die ertoe doen. Meer info over het tijdschrift en
abonnement? Klik hier.
WEBINAR:
HOOGBEGAAFD-
HEID & AUTISME
IN HET ONDERWIJS
Hoe ondersteun je
‘dubbel bijzondere’
leerlingen optimaal?
Op 22 juni - 19:30 - 20:30 uur
ontdek je tijdens dit webinar hoe de combinatie
van hoogbegaafdheid en autisme werkt in de klas.
Leer signalen herkennen en krijg praktische handvatten
om deze leerlingen écht verder te helpen.
Voor wie? Ouders, leerkrachten en professionals.
Wat leer je? Inzichten in het unieke profiel en
concrete tips voor begeleiding op school.
Schrijf je hier in! Kosten 7,50 euro.
MAMA VITA AANBOD
Mama Vita organiseert door heel Nederland
maandelijkse bijeenkomsten voor moeders van
kinderen met autisme. Tijdens deze ontmoetingen
is er ruimte voor herkenning, steun, het delen van
ervaringen en praktische uitwisseling met andere
moeders die in een vergelijkbare situatie zitten.
De bijeenkomsten vinden plaats op diverse
locaties in Nederland. Meer informatie en de
actuele agenda vind je via: Agenda Mama Vita
BALANS ADVIESLIJN
Heb je vragen over hoogbegaafdheid,
passend onderwijs,
ontwikkeling of opvoeding? Of wil
je sparren met een ervaringsdeskundige
ouder? Neem dan contact
op met de advieslijn van Balans.
De advieslijn wordt bemand door getrainde
ervaringsdeskundige ouders en professionals die
met je meedenken. Meer informatie en openingstijden:
Balans Advieslijn
51
Colofon Hoogbegaafdheid Special
Deze Hoogbegaafdheid Special is een uitgave van de
Landelijke Beroepsvereniging Remedial Teachers (LBRT), in
samenwerking met Oudervereniging Balans en Mama Vita.
Doelgroep en verspreiding: Deze special is bedoeld voor
leden van de verenigingen, ouders, onderwijsprofessionals,
remedial teachers, begeleiders en andere betrokkenen
rondom kinderen en jongeren met kenmerken van
hoogbegaafdheid en/of neurodivergentie.
Disclaimer: De inhoud is met zorg samengesteld op basis
van actuele kennis en praktijkervaring. De inhoud is informatief
van aard en vervangt geen individueel advies of
diagnostiek. Aan de inhoud van dit Tijdschrift kunnen op
geen enkele wijze rechten worden ontleend. LBRT, Balans en
Mama Vita aanvaarden geen aansprakelijkheid voor
eventuele onjuistheden of onvolledigheden. De auteurs
blijven verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen.
Kosteloos verspreiden: De uitgave wordt digitaal verspreid
via de kanalen van LBRT, Balans en Mama Vita en mag kosteloos
worden gedeeld, ook via sociale media, mits de inhoud
ongewijzigd blijft en de onderstaande bron duidelijk wordt
vermeld.
Bron: Hoogbegaafdheid Special is onderdeel van Tijdschrift
voor Inclusief Onderwijs & Remedial Teaching (LBRT), in
samenwerking met Oudervereniging Balans en Mama Vita,
2026.
Redactie:
Hoofdredactie: Melanie Modderman
Redactie: Manuel Colsen, Marion Visser, Anna Wagemans
(redactieleden Tijdschrift voor Inclusief Onderwijs en
Remedial Teaching)
Fotografie: Shutterstock, unsplash
Contact: m.modderman@lbrt.nl
Aan de inhoud van dit digitale Tijdschrift kunnen op geen
enkele wijze rechten worden ontleend. LBRT, Balans en
Mama Vita aanvaarden geen aansprakelijkheid voor
eventuele onjuistheden of onvolledigheden. De auteurs
blijven verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen.
Lidmaatschap en abonnementen:
• Meer informatie over lidmaatschap van de LBRT of een
abonnement op het Tijdschrift voor Inclusief Onderwijs
& Remedial Teaching vind je via: LBRT bureau@lbrt.nl
• Meer informatie over lid worden van Oudervereniging
Balans: Balans
• Meer informatie over Mama Vita: Mama Vita
Diagnostiek van rekenproblemen met RD4
• Toetst begrijpen, uitvoeren en beheersen
• Brengt de rekenontwikkeling in beeld in
een helder leerlingprofiel
• Toont de sterke en zwakke kanten van de leerling
• Biedt concrete aanknopingspunten
voor begeleiding
• Laagdrempelig in gebruik
RD4 sluit aan op het protocol ERWD
Afstemming van het rekenonderwijs op de ontwikkeling
van kinderen met ernstige rekenproblemen begint met
goede diagnostiek.
RD4 is een geavanceerd
instrument waarmee je
de rekenontwikkeling van
kinderen heel gedetailleerd in
beeld brengt. Vervolgens kan
het rekenonderwijs zorgvuldig
op die ontwikkeling worden
afgestemd.
10 procent korting op cursus RD4!
In september 2026 starten weer nieuwe cursussen om
verantwoord te leren werken met RD4.
De opdrachten worden in de eigen praktijk uitgevoerd.
Bij voldoende beoordeling van de opdrachten ontvang
je een certificaat.
De cursus is geaccrediteerd door de LBRT voor
herregistratie. Leden van de LBRT krijgen 10 procent
korting op de cursus die in september 2026 begint.
Vermeld hiervoor het nummer van je lidmaatschap
bij je naam op het inschrijfformulier.
Voor informatie en inschrijven zie www.rd4rekenen.nl of mail naar info@rd4rekenen.nl
Blijven
rekenproblemen
terugkomen in
je klas?
Leerlingen oefenen, maar blijven
fouten maken op dezelfde
onderdelen. Tafels die niet blijven
hangen, sommen die traag gaan
of steeds opnieuw verkeerd
worden gemaakt. Zonder scherp
zicht op waar het precies misgaat,
blijf je herhalen wat ze al deden.
Met als gevolg: hiaten die blijven,
frustratie bij leerlingen en extra
druk op jouw tijd.
De oplossing begint bij begrijpen.
Met Bareka zie je direct op welke rekenonderdelen een leerling
vastloopt. Per onderdeel wordt zichtbaar of een leerling het begrijpt
én of het voldoende geautomatiseerd is. Zo zie je in één oogopslag
waar instructie nodig is en waar juist geoefend moet worden.
Met Rekensprint vertaal je dat direct naar oefenen. Leerlingen werken
precies aan die onderdelen die nog niet beheerst of geautomatiseerd
zijn en bouwen stap voor stap snelheid en zekerheid op.
Eerst inzicht, daarna doelgericht oefenen.
Zo versterken diagnostiek en oefenen elkaar en werken leerlingen
gericht aan wat nog niet beheerst en geautomatiseerd is.
Laag
5
Laag
4
Rekenmuur
Lengte en omtrek Oppervlakte Inhoud
Gewicht
Geld
Tijd
Verhoudingen
Breuken
Procenten
Kommagetallen
Optellen boven 1.000 Vermenigvuldigen
Delen
Aftrekken boven 1.000
Getalbegrip tot 10.000
Getalbegrip tot 100.000 Getalbegrip tot 1.000.000
Wil je Bareka een maand
gratis uitproberen?
Maak dan gebruik van de
proeflicentie via:
Laag
3
Optellen
tot 1.000
56 + 28
7 x 80 7 x 8 56 : 8
Getalbegrip tot 1000
Delen
met rest
76 - 28
Aftrekken
tot 1.000
Laag
2
65 + 22 56 + 20
76 + 8
3 x 4
56 - 8
76 - 20 67 - 22
33 + 5 50 + 20 80 + 4 76 + … = 80 56 - … = 50 50 - 2 70 - 20 57 - 2
Getalbegrip tot 100
Wil je Rekensprint gratis
uitproberen?
Maak dan gebruik van de
proeflicentie via:
15+ 2
6+ 8
16 - 8
17- 2
Laag
1
5 + 2
10+ 4 6 + … = 10
Getalbegrip tot 10
Splitsen tot 10
16 - … = 10 10 - 2 7 - 2
Getalbegrip tot 20
www.lexima.nl
53
Kant-en-klare lesschema’s
In groep 2 is het zinvol om kinderen
gevoelig te maken voor de klanken
in woorden. Anders gezegd: het is
belangrijk het fonemisch bewustzijn
te stimuleren. Met dit praktijkboek
bereid je kinderen effectief
voor op het succesvol leren lezen
en spellen in groep 3: het bevat
36 direct toepasbare weeklesschema’s,
die geheel aansluiten bij de
methodiek van Zo leer je kinderen
lezen en spellen.
Leskwaliteit meten en verbeteren
Door zicht te hebben op de les weet
je wat een leraar goed doet en waar
nog ruimte is voor verbetering. Dit
is echter gemakkelijker gezegd dan
gedaan. Want wat is een goede les?
En hoe meet je de kwaliteit daarvan?
Hoeveel lessen moet je observeren
om een betrouwbaar beeld te
krijgen? Welk instrument gebruik
je en hoe interpreteer je de data?
Deze en nog veel meer vragen komen
in dit boek aan de orde.
José Schraven en Peta Bregman | paperback
128 pagina’s | ISBN 9789493336483 | € 27,95
Hannah Bijlsma | paperback
264 pagina’s | ISBN 9789493336186 | € 29,95
Elke dag zingen met je klas
In dit boek – bedoeld voor leerkrachten
in basis- en speciaal (basis)onderwijs
– krijg je waardevolle
kennis over het nut van zingen met
leerlingen, zowel met als zonder
TOS. Ook lees je over hoe jij als
leerkracht vol vertrouwen zingt
voor de klas. Het boek geeft bovendien
toegang tot een groot aantal
video- en audiobestanden. Er is dus
geen excuus meer om niet iedere
dag met jouw klas te zingen!
Prikkelverwerking bij kinderen
‘Stilzitten lukt haar nauwelijks.’
‘Soms staat er iets recht voor zijn
neus, maar ziet hij het niet.’
Soms kun je je het hoofd breken
over het gedrag van kinderen. Wat
nu als hun onbegrepen of storende
gedrag als oorzaak heeft dat ze te
weinig of te veel prikkels ervaren?
In Hoe prikkels (ver)werken leer je
anders te kijken naar kinderen: ze zijn niet ‘druk’, ‘lui’ of ‘ongeconcentreerd’,
maar werken keihard om grip te krijgen op wat er in lijf
en hoofd gebeurt.
Constance Vissers, Floor-Anne van Vliet, Annette Scheper, Daan Hermans
Paperback | 112 pagina’s | ISBN 9789493336476 | € 25,95
Monique Thoonsen | paperback
128 pagina’s | ISBN 9789493336568 | € 17,50
Kennisrijk leesonderwijs
In Effectief leesonderwijs in de praktijk
neemt Heleen Buhrs je mee
in hoe je goede lessen begrijpend
lezen kunt neerzetten. Deze lessen
staan niet op zichzelf, maar worden
geïntegreerd met het zaakvakonderwijs,
waarin kennisopbouw
centraal staat.
Het boek beschrijft stap voor stap
hoe een goede les wordt ontworpen,
met veel aandacht voor de
praktische uitwerking.
Selectief mutisme
n elke klas zitten kinderen die weinig
of niets durven zeggen. Soms
zijn ze extreem verlegen, soms ook
is er sprake van selectief mutisme.
Hoe kun je hen goed begeleiden,
zodat ze uiteindelijk meer van
zichzelf laten horen? In dit boek
beschrijft Eustache Sollman op een
toegankelijke manier wat selectief
mutisme inhoudt, hoe het zich verhoudt
tot extreme verlegenheid en
hoe je er het beste mee omgaat.
Heleen Buhrs | paperback
152 pagina’s | ISBN 9789493336025 | € 19,95
Eustache Sollman | paperback
152 pagina’s | ISBN 9789492525345 | € 25,95
54 Special Hoogbegaafdheid # Balans - Mama Vita - LBRT
Voor meer info of bestellen:
www.uitgeverijpica.nl
Gratis verzending vanaf 20 euro!
(Alleen binnen Nederland)