03.06.2026 Views

VVP 2-26 eZine

  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

80 JAAR HÉT PLATFORM VOOR DE FINANCIEEL ADVISEUR

VVPRUIM

JAARGANG 83 • NUMMER 2 • JUNI 2026

Hommage

Toon Berendsen

veertig jaar bij VVP

Verrijking in de

financiële sector

“Het was niet

zo bedoeld”

werkt niet

Vrouw en Advies

Sexy beroep voor

jonge mensen

Afscheid

VVP interviewt

Jos Baeten en

Ruud Dekker

Weet wat er leeft!

Financieel advies voor jongeren


VVP

VVP Ondernemersdag

De toekomst

van advies

VVP ONDERNEMERSDAG MET:

• JOB VAN DEN BERG (AI.NL)

• BABETTE PORCELIJN

(THINK BIG ACT NOW)

• FINALE VVP ADVIES AWARDS

DONDERDAG 1 OKTOBER

10.00 – 18.30

AFAS THEATER, LEUSDEN

Een ticket is kosteloos voor de relaties van de

kennispartners, voor VVP-abonnees en voor Adfizleden.

Andere adviseurs betalen een eigen bijdrage

van € 25,- excl. btw, ter tegemoetkoming van de

catering- en registratiekosten. Een ticket voor niet

adviseurs kost € 295,- excl. btw.

De derde editie van de VVP Ondernemersdag

wordt een belangrijke kennis-, inspiratie- en netwerkdag

voor alle adviesondernemers en ondernemende

adviseurs van Nederland.

Laat je inspireren door onder meer Job van den

Berg, de AI-expert van Nederland, en Babette Porcelijn

(Think Big Act Now). Zij laten zien hoe je als

ondernemer innovatie kan omarmen, hoe je AI efficiënt

inzet in je adviespraktijk, welke trends er

zijn in ondernemerschap en wat je kunt leren van

de allerbeste advieskantoren van Nederland.

Dit jaar sluiten we de VVP Ondernemersdag

af met de spectaculaire finale van de VVP Advies

Awards. Kom luisteren naar de twaalf pitches van

de adviesparels van Nederland en hoor welke vier

adviesondernemers zich dit jaar mogen kronen tot

de advieshelden van Nederland.

Informatie en aanmeldingen:

vvp-events.nl/vvpondernemersdag/


XXX

VOORWOORD

T oon

Toon Berendsen was op Koningsdag precies

40 jaar werkzaam bij VVP en ik mocht er

gelukkig 32 van meemaken... En dat is langer

dan mijn twee huwelijken bij elkaar.. Je

weet het nooit in het leven, maar de relatie

met Toon lijkt voor de eeuwigheid...

In 1994 solliciteerde ik bij VVP. Ik was een echte

bladenmaker, maar wist niets van de financiële sector.

Omdat ik graag bij mijn toenmalige werkgever

weg wilde, solliciteerde ik bij VVP en werd nog aangenomen

ook. Ik had nogal wat vooroordelen over de

sector: saai, schimmig, blauw en betekenisloos. En zo

dacht ik ook over verzekeringsjournalisten. Toen ik

voor het eerst aan de redactie werd voorgesteld, was

ik verbaasd. Ik zag een bureau met een stapel papier

tot aan het plafond en de jongeman die achter dat bureau

zat stond op en stelde zich vriendelijk voor. Het

leek me meteen prettig met zo’n innemende persoonlijkheid

te mogen samenwerken.

Ik voelde me al snel thuis bij hem en ging hem met

de dag meer waarderen. Vooral als mens met een groot

en warm hart, maar ook om zijn fenomenale vakkennis

en geheugen. Zelf ben ik opgeruimd en netjes,

bang om iets niet meer terug te kunnen vinden. Toon

wist bijna alles uit zijn hoofd en als dat toch even niet

het geval was, deed hij een ogenschijnlijk willekeurige

greep in die metershoge stapel papier op zijn bureau

en trok er altijd direct het juiste document uit.

Nog voordat Toon bij VVP kwam werken, was hij

al geïnteresseerd in autoraces, vooral de Formule 1 en

hij bezoekt nog altijd een paar (historische) races per

jaar. Als je hem tegenkomt, vraag hem dan eens wie

de Formule 1 race van januari 1974 in Brazilië won.

Zonder blikken of blozen weet hij je dan de top 5 van

die dag te vertellen.

Zo’n fenomenaal geheugen heeft uiteraard een

enorm voordeel in de financiële sector. Lang voor

Google zijn intrede deed, hadden wij Toon.

Zijn professionaliteit is ongekend. Toon is al veertig

jaar onafhankelijk, journalistiek, betrouwbaar,

feitelijk en eerlijk. Dat klinkt misschien logisch, maar

vind nog maar eens vaklui die altijd in alle omstandigheden

trouw blijven aan eigen normen en waarden.

En dan is Toon ook nog iemand die veel dingen

tegelijkertijd kan doen. Een vereiste op een hele kleine

redactie (we zijn maar met zijn tweeën).

Vanaf het begin konden we lezen en schrijven met

elkaar. De één zegt a, de ander b, en voor het weten,

zijn we op weg naar c. Tuurlijk waren er af en toe pittige

discussies, maar die duurden nooit lang en hebben

nooit onze liefde voor ons werk in de weg gezeten.

Hadden we alleen een werkrelatie? Welnee. Toon

is al vele jaren een zeer dierbare vriend van mij en we

hebben lief en leed gedeeld, zoals dat in een goed huwelijk

hoort.

Dank Toon voor alle dierbare jaren, dat er nog

maar vele jaren mogen volgen. n

WILLEM VREESWIJK

HOOFDREDACTEUR / willem@vvponline.nl

NR 2 JUNI 2026 VVP | 3


VVP Advies

Awards 2026

In 2026 organiseert VVP de achtste editie van de zeer

begeerde Advies Awards. Ook dit jaar zijn jury en spotters

op zoek gegaan naar de advieshelden van Nederland

in de categorieën starters, kleine kantoren, middelgrote

kantoren en grote kantoren. De twaalf genomineerden

zijn bekend. Op 1 oktober is de grande finale in het

AFAS Theater te Leusden.

Dit zijn de twaalf genomineerden:

• Starters: Van Bläcker, Sacha Koenen Quality Insurance,

Topzeker Hypotheken

• Kleine kantoren (1-5 medewerkers): Balans OFD, M/V

Works, Vraeg Van Aelst

• Middelgrote kantoren (6-25 medewerkers): Kippers

ter Keurs, toek., Van der Doelen Hypotheken en

Verzekeringen

• Grote kantoren (>25 medewerkers): Van Campen & Dijkstra,

IkbenFrits, Geerts (Oosterhout)

Dit jaar zijn 37 spotters op zoek gegaan naar de parels in de

adviessector. Dat leverde een longlist van 144 kantoren op.

De top 3 per categorie werd bepaald door spotters en jury,

dit jaar bestaande uit Odette Bakker (Dazure), Kenneth

Leenders (Expat Mortgages), Robin van Beem (BrandMR),

Edwin Bosma (BHB Dullemond) en Arjuna Bosch (WeGroup),

aangevuld met de vier winnaars van vorig jaar.

Aan de genomineerden heeft de jury gevraagd een bedrijfsfilm

te maken die aan een aantal strenge voorwaarden

moet voldoen. In de periode tussen 15 juni en 28 augustus

worden deze films live gezet op www.adviesawards.nl en

kunnen relaties, klanten en geïnteresseerden stemmen op

hun favoriete film. De stemmen tellen voor de helft mee in

de uitslag per categorie, de andere helft wordt bepaald door

het juryoordeel.

De finaledag vindt plaats op 1 oktober in het AFAS Theater.

Alle genomineerden zullen deze dag een korte pitch

geven en aan het eind van de dag maakt de jury de vier

winnaars bekend. De finale is dit jaar het sluitstuk van de

derde editie van de VVP Ondernemersdag. Topsprekers, inspiratie

en nieuwe inzichten verzekerd!

De VVP Advies Awards zetten excellent advies stevig op

de kaart, zowel binnen én buiten de branche.

EERDERE WINNAARS:

Robbe Financieel Raadgevers (2019), Assurantiekantoor

Keijzerwaard (2020), Adviesgroep De Vogel (2021), Jähnig

+ Ter Braak Hypotheken (2022), Veldhuis Advies (2023), Du

Gardijn 2024 en Gewoon bij Saskia, PMP Duurzaam Verzekeren,

De Goede Financieel Specialist en Boidin (categoriewinnaars

2025).

Meer informatie: www.adviesawards.nl.

De VVP Advies Awards 2026 worden mede mogelijk gemaakt

door: ARAG, Assistent, Avéro Achmea, Blinqx, Dazure,

Klaverblad, Lloyds Bank, Nationale-Nederlanden, Nedaso,

Nh1816, OAKK, Obvion, SVC Groep, TAF, Tulp Hypotheken,

Turien & Co. Ook partner worden van deze prestigieuze

award? Neem dan contact op met Sara Hattink:

sara@vvp-online.nl, 06-81180656.


COLOFON

VVP, RUIM 80 JAAR HÉT PLATFORM

VOOR DE FINANCIEEL ADVISEUR

Uitgave van VVP Nederland

83e jaargang

I

nhoud

UITGEVER EN HOOFDREDACTEUR

Willem Vreeswijk 06-10630149,

willem@vvponline.nl

(EIND)REDACTEUR

Toon Berendsen 06-12907930,

toon@vvponline.nl

6 16 22 24

PERSBERICHTEN, REACTIES, IDEEËN

vvp@vvponline.nl

REDACTIE-ADRES

Wapendragervlinder 29, 3544 DL Utrecht

TRENDS EN STRATEGIE

6 40 JAAR BIJ VVP Toon Berendsen: ‘Eerlijk duurt het langst?’’

10 VVP ADVIES AWARDS En de twaalf genomineerden zijn...

ACCOUNTMANAGER/TRAFFIC

Sara Hattink, 06-81180656

sara@vvp-online.nl

ABONNEMENTENSERVICE

abonneeservice@vvponline.nl

WEBSITE www.vvponline.nl

ABONNEMENTSPRIJS 2025 (EXCL. BTW)

Binnenland en België 175 euro. Financieel

onafhankelijk adviseurs met een AFMinschrijving

komen in aanmerking voor

het gereduceerde tarief van 63 euro.

Aanvragen voor dit tarief via

abonneeservice@vvponline.nl.

Abonnementen gelden voor één jaar en

worden – zonder tegenbericht – automatisch

verlengd. Opzeggingen dienen uiterlijk

twee maanden voor het aflopen van

de abonnementsperiode te geschieden.

Opzeggen graag per e-mail:

abonneeservice@vvponline.nl.

Advertentieplaatsingen worden uitgevoerd

overeenkomstig ‘De Regelen 2022 Stichting

ROTA’

COPYRIGHT VVP Nederland, 2026

VORMGEVING/PREPRESS

Peter Beemsterboer, Beemsfoto

DRUK

Damen Drukkers, Werkendam. Deze uitgave is

gedrukt op FSC-papier

ISSN: 1388-2724

ONDERNEMEN

14 VISIE Henk Jansen (Brightminds): ‘De leider eet als laatste’

16 MARKT Jos Baeten: ‘AI zal distributie veranderen’

19 KLANTGERICHTHEID Jelle Bartels: ‘Gebruik je kompas’

20 SAMEN BETROKKEN Edwin van Wezel (Adfinum)

WAARDEN

22 VROUW EN ADVIES Shirani Arnken-Horodniceanu (Berkenrode

Assurantiën): ‘Sexy beroep voor jonge mensen’

24 VERRIJKING IN DE FINANCIËLE SECTOR Richardo Cruz Fortes:

‘Waarom “zo bedoelde ik het niet” niet meer werkt’

26 CULTUUR Seada van den Herik: ‘AI zit in mijn systeem’

28 MONEYVIEW Pepijn van Kleef: ‘Wat een wet, die Waterwet!’

30 MARKETING Ruud Dekker: ‘Uit de schatkist van een marketeer’

KATERN JONGEREN EN FINANCIEEL ADVIES

33 Met bijdragen van Petra de Lange (Stichting LEF), Toon Berendsen

(VVP), Centraal Beheer, Nationale-Nederlanden en Nh1816

DIGITALISERING

46 DRIELUIK ADVIESIMPACT (2) Jack Vos: ‘Kies!’

50 MERKBELEVING Linda Vervloet: ‘Meer dan content’

KEN JE VAK!

58 Katern met need-to-know-informatie voor adviseurs, onder meer

met de rubrieken AOV-Advies, Leren van Kifid-uitspraken, Klantgerichtheid,

Letselschade, Wartaal, Inkomen en Duurzaam Adviseren

NR 2 JUNI 2026 VVP | 5


TRENDS EN STRATEGIE

VEERTIG JAAR, HET KLINKT ZO LANG… MAAR TIME FLIES WHEN YOU ARE HAVING

FUN, EN MET PLEZIER HEB IK ALTIJD VOOR VVP GEWERKT EN WERK IK NOG STEEDS.

Eerlijk duurt

het langst

TEKST TOON BERENDSEN

‘Vakpers is relevant

gebleven’

Veertig jaar geleden was het verzekeringslandschap

anders uiteraard. Natuurlijk

waren er al direct writers, maar van multichannel

distributie had nog niemand

gehoord. Je had nog hele massa’s gelegenheidsagenten.

Serviceproviders, voor

zover al bestonden, waren pure postenbanken. Incentives,

bonusprovisies en winstcommissies waren nog

toegestaan (nu is een tweede koekje bij de koffie al bijna

te veel!). De advieskwaliteit werd wel bewaakt, maar

niet zo streng als later door de AFM, als bewaker van

de Wft. Adviseurs stonden aan het begin van de volgende

fase van hun professionalisering. Dat het adviesvak

gedoemd was te verdwijnen, werd toen nog niet zogezegd.

Dat kwam pas later toen internet opkwam. De

doemdenkers kregen overigens geen gelijk; persoonlijk

advies floreert nog altijd volop.

Ook toen waren er al veel grote fusies geweest,

maar dat er zó weinig individuele maatschappijen zouden

overblijven? De consolidatie betreft overigens niet

alleen verzekeraars en adviseurs, maar ook de ondersteunde

bedrijven en vakpers. Ik heb het altijd opmerkelijk

gevonden hoeveel vakbladen speciaal voor verzekeringen

er waren in 1986. Het zegt misschien iets over

hoe winstgevend de sector indertijd nog was. Inmiddels

is er minder variëteit aan vakbladen, maar gelukkig

weet de vakpers zich goed te handhaven. Uiteraard

zijn we meegegaan met de tijd, maar dat geldt voor iedereen

die de afgelopen 40 jaar heeft overleefd.

In veertig jaar interview je uiteraard heel veel adviseurs

en verzekeraars. Deze vraag heb ik dan ook talloze

keren gesteld: hoe ben jij in het verzekeringsbedrijf

beland? Want het is maar zelden dat mensen bewust financieel

adviseur of verzekeraar worden. Terwijl ze het

zonder uitzondering een hartstikke leuke sector vinden

als ze er eenmaal in werken.

Ook voor mij geldt dat ik bij toeval terecht kwam in

de branche. Eind april 1986 begon ik bij De Bruijn’s Bureaux

in Den Haag. Ik werd – vers van de School voor

de Journalistiek – in de eerste plaats aangenomen voor

de Voetballijn. In die tijd kwamen 06-koopnummers op

en ook de gezamenlijke betaald-voetbalclubs sprongen

op deze lucratieve trein. Zij vroegen Jan-Hermen de

Bruijn, voetbalkenner bij uitstek, de uitvoering te verzorgen.

Naast het vergaren van voetbalnieuws, werkten

mijn collega Roeland Gelink en ik ook aan de VVP.

In 1988 ging de VVP, samen met nog wat verzekeringsonderdelen

zoals het Vademecum voor het Verzekeringswezen,

over naar Nijgh Periodieken in Schiedam.

En hoe leuk de voetbalwereld ook was (ik ben

bijvoorbeeld nog eens met Willem van Hanegem mee-

6 | VVP NR 2 JUNI 2026


40 JAAR BIJ VVP

gereden), ik zag toch meer toekomst bij VVP. En ben

meegegaan. Nooit spijt van gehad.

STROPDAS

Medio jaren tachtig was het verzekeringsbedrijf

echt nog wel behoudend. Op mijn eerste perslunch,

dat was bij Levob in Amersfoort, verscheen

ik zonder stropdas. Bij het afscheid

kregen we allemaal een boek over de Keistad

mee en ik speciaal een Levob-stropdas.

Een duidelijke boodschap. Gelukkig

worden stropdassen vandaag de dag zelfs in

de financiële sector veel minder gedragen. Bij de

lunch werd – nu onvoorstelbaar – trouwens nog

alcohol geschonken. Gerookt werd er ook nog veel in

die dagen. En dat roken – zelf pafte ik rustig twee pakjes

Marlboro per dag weg – mocht gewoon nog op kantoor

of in de trein. Kom daar nu eens om.

In mijn begintijd waren veel directieleden zestig

plus. Die moesten wel een beetje wennen aan mijn

verschijning (ik droeg mijn haar best wel lang). Maar

mijn belangstelling is altijd oprecht geweest en dat pikken

mensen - jong en oud – direct op. Dus het ijs was

meestal snel gebroken. Ik denk dat eerlijkheid en oprechtheid

nog steeds belangrijke VVP-pijlers zijn en

daar ben ik trots op.

NAAR OUDEREN LUISTEREN

Nu ik zelf ouder ben (64 inmiddels), vind ik dat ik wel

wat meer oor had mogen hebben voor de wijsheid van

ouderen. Als je jong bent, denk je dat alles nieuw en

uniek is en zo moet het ook zijn. Maar vaak is het wiel

al vele malen uitgevonden. Zo schreef ik enthousiast

over een ‘nieuw’ product van een verzekeraar. Arie

de Bruijn, oprichter van De Bruijn’s Bureaux en oudhoofdredacteur

van VVP, liet me naar zijn flat tegenover

de redactie komen, trok een lade open en haalde

daar een vergelijkbare polis uit die in de jaren twintig

was afgegeven… Innovatie bij verzekeringen is ook een

hele kunst. In die 40 jaar bij VVP heb ik eerlijk gezegd

maar weinig échte vernieuwing van het verzekeringsproduct

als zodanig gezien. De vernieuwing zit vaak

meer in processen en marketing. En sommige innovatie,

denk aan de woekerpolissen, is de bedrijfstak achteraf

duur komen te staan.

Wat mij wel verwondert, is dat beleggingsverzekeringen

na de woekerpolisaffaire totaal van de verzekeraarsradar

verdwenen zijn. Zijn ze zo bang hun vingers

opnieuw te branden? De verwoestende kritiek was

echter niet op het fenomeen beleggingsverzekering

als zodanig, maar op de kostenloading. Daar is wel wat

aan te doen, zou je zeggen, helemaal sinds het provisieverbod

bij dit soort producten. De forse afsluitprovisie

was natuurlijk mede reden waarom de zogeheten

eerste kosten zo hoog waren. Overigens werd ik ooit

benaderd door een actuaris, die vroeg of wij zijn memoires

wilde uitgeven. Deze man bleek de uitvinder

van de provisieformule ‘premie maal duur’. Hij had die

formule niet speciaal bedacht voor beleggingsverzekeringen,

maar zij bleek uiterst giftig toen de markt zich

vol op deze producten wierp en geen grenzen meer

leek te kennen.

Cartoon gemaakt

in 1993.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 7


TRENDS EN STRATEGIE

Willem is bevlogen, zet zich ook met veel energie in

voor een betere financiële wereld. Ik ben meer van de

vakinhoud en structuur. Zo vullen wij elkaar mooi aan.

VIE D’OR

Willem was de opvolger van Bart Mos, die werd aangetrokken

toen ik een burn-out kreeg die zo lang duurde

dat vervanging nodig was. Bart, die was overgestapt

naar Assurantie Magazine en later grote bekendheid

kreeg toen hij als redacteur van De Telegraaf een bron

niet wilde onthullen en werd opgesloten, kon zich helemaal

vastbijten in onderwerpen en verzekeraars tergen

tot het uiterste. Toen in 1994 Vie d’Or met veel geraas

ten onder ging, scoorde Bart de ene na andere onthullende

scoop. VVP had overigens de primeur van de déconfiture,

maar dat was meer toeval dan wijsheid. Bert

Lieuwma, niet zo lang daarvoor aangetreden als directeur

Vie d’Or, bracht de problemen ten overstaan van

de vakpers naar buiten in Hotel Des Indes in Den Haag.

En omdat VVP twee dagen later als eerste verscheen,

hadden wij de primeur. Nu zou zo’n bericht direct online

verschijnen.

Met stropdas!

GESCHIEDENIS HOEDEN

Ik lees graag oude tijdschriften en boeken over het verzekeringsbedrijf.

Daar ben ik een uitzondering in, want

ik geloof niet dat er veel branchegenoten zijn die interesse

hebben in de historie van de sector. Die geschiedenis

zou van mij beter mogen worden gehoed.

Bladerend in oude VVP’s valt mij op dat met name

Arie de Bruijn, met zijn enorme vakkennis, menige

harde noot kraakte. Dat zijn wij blijven doen, ook toen

Roel Veldwijk in 1989 hoofdredacteur werd (hij kwam

over van Het Verzekeringsblad) en hij in 1998 werd opgevolgd

door de huidige hoofdredacteur Willem Vreeswijk.

Met Willem kan ik na 31 jaar lezen en schrijven,

wat overigens niet maakt dat we nooit eens stevig botsen.

Maar het komt altijd weer goed.

‘Geschiedenis

verzekeringsbedrijf

beter hoeden’

IK BEN (ON)SCHULDIG

In dezelfde tijd speelden meer schandalen. Zo waren

de kopers van de de Stichtse Glasverzekering enorm

geschrokken van de snelheid waarmee geld weggelopen

bleek. In dit dossier wist ik contact op te bouwen

met de oud-directeur, die op enig moment in de VVP

letterlijk zei: ik ben onschuldig. Nu had je in die dagen

ook het Wabb-team, rechercheurs die zich speciaal met

overtredingen van de Wet assurantiebemiddeling, de

voorloper van de Wft, bezighielden. Ik kwam daar op

kantoor en zag een kopietje van mijn artikel hangen.

Van de kop hadden de rechercheurs met wat Typex gemaakt

‘Ik ben schuldig’… Overigens is het in deze zaak

nooit tot een veroordeling gekomen.

Enkele jaren later had ik veel contact met een

Utrechtse verzekeringsadviseur. Toen op enig moment

een bomaanslag op zijn woning annex kantoor werd

gepleegd, wilde hij mij wel vertellen hoe hij die aanslag

had beleefd. Wat wil echter het geval? De politie verzocht

ons nadrukkelijk het artikel niet te publiceren.

Dat hebben we ook niet gedaan om de man te beschermen,

maar opmerkelijk was het ingrijpen door de politie

zeker.

MONIQUE VAN DE VEN

Het was vroeger makkelijker om een – zinnige – primeur

te scoren. Je had ook veel makkelijker toegang

tot directeuren van verzekeraars. Tegenwoordig

loopt bijna alle contact via woordvoerders en die doen

vreemd genoeg zelden moeite om er achter te komen

8 | VVP NR 2 JUNI 2026


40 JAAR BIJ VVP

wat jou als verzekeringsjournalist in het bijzonder interesseert.

Laat staan dat ze je proactief benaderen met

een nieuwigheid die jou zou kunnen interesseren. Autoverzekeringen

heb ik altijd wel een leuk gebied gevonden

bijvoorbeeld.

Ik kreeg ook wel eens een tip waarvan ik dacht: is

dit nou echt interessant? Zo miste ik begin 1998 bijna

een primeur die heel Nederland in beweging bracht!

Actrice Monique van de Ven maakte reclame voor

FBTO, waarin ze beweerde een hypotheek van dit concern

te hebben. De zoon van een adviseur uit Rijswijk

keek eens in het Kadaster en toen bleek dat die hypotheek

op naam van haar partner stond en van Aegon

was. Ik werd daar niet gelijk opgewonden van. Na

een week belde de adviseur of ik er nog iets mee ging

doen en toen heb ik toch maar een bericht gemaakt.

Dat werd opgepikt door de landelijke pers, want het

kon toch echt niet zo zijn dat iemand reclame maakte

voor een hypotheek die ze niet had. Dit werd een

enorme principe-discussie. FBTO zag zich genoodzaakt

om Monique vrij te pleiten in een paginagrote advertentie

in de dagbladen. Die las: “Hallo, ik ben Monique

van de Ven en ik wil even iets rechtzetten. Mijn man

en ik hebben ooit een hypotheek gesloten bij een andere

verzekeraar dan FBTO. Maar dat was voordat ik

besloot om reclame voor FBTO te maken. Toen FBTO

en ik besloten om samen te werken, heb ik met ze afgesproken,

dat ik alleen reclame wil maken waar ik achter

sta. Tot nu toe is dat ook steeds zo gegaan. Totdat ze

bij FBTO even niet hebben opgelet en mij zogenaamd

een hypotheek hebben laten aanprijzen in een tekst

op een foldertje. Dat was natuurlijk niet handig, zeker

niet omdat ik dat tekstje ook nooit heb gezien voor het

VVP BIJNA 85 JAAR

De letters VVP staan voor Verenigde Verzekeringspers,

dat was het blad dat medio 1943 ontstond

toen een aantal verzekeringsvakbladen als gevolg

van de papierschaarste samen gingen. Het oudste

van die bladen was ‘Zonneschijn’, voor het eerst

verschenen in 1891.

In 1988 werd VVP overgenomen door Nijgh

Periodieken, dat in 2016 failliet ging. De inboedel

inclusief VVP verhuisde naar uitgever Rik Stuivenberg.

In 2019 werd VVP verzelfstandigd aan

de hoofdredacteur Willem Vreeswijk. Sinds begin

2025 is VVP onderdeel van TRIPLE i, uitgever van

onder meer InFinance ook.

VVP richt zich op financieel adviseurs en vaart

een onafhankelijke koers met veel aandacht voor

ondernemerschap, vakkennis en verduurzaming.

Viering 40-jarig jubileum met foto.

werd gedrukt. Dan had ik namelijk nog kunnen ingrijpen.

Nu ja, het is gebeurd. FBTO heeft dit netjes opgelost.

Ze hebben mijn hypotheek overgenomen. En ik

durf het nauwelijks te zeggen, maar ik ben wel een stuk

voordeliger uit.”

Eerlijk duurt het langst, onder dat motto bedrijf ik

al veertig jaar journalistiek bij VVP. En zo zal ik dat blijven

doen tot aan mijn pensioen en misschien zelfs wel

daarna. Want het voelt absoluut niet alsof ik al uitgeschreven

ben. n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 9


TRENDS EN STRATEGIE

Spotters, juryleden en VVP-ers

op de spottersbijeenkomst bij

Nationale-Nederlanden.

En dit zijn de twaalf

genomineerden…

DE JURY VAN DE VVP ADVIES AWARDS 2026 HEEFT DE NAMEN BEKEND GEMAAKT

VAN DE MEEST KLANTGERICHTE ADVIESKANTOREN VAN NEDERLAND IN DE

CATEGORIEËN: KLEINE ADVIESKANTOREN, MIDDELGROTE ADVIESKANTOREN,

GROTE ADVIESKANTOREN EN STARTERS. IN SAMENSPRAAK MET DE SPOTTERS

VAN DIT JAAR IS DE JURY TIJDENS DE SPOTTERSBIJEENKOMST BIJ GASTHEER

NATIONALE-NEDERLANDEN TOT EEN TOP 3 PER CATEGORIE GEKOMEN.

TEKST WILLEM VREESWIJK | BEELD FRED LIBOCHANT

Starters: Van Bläcker, Sacha Koenen Quality Insurance, Topzeker Hypotheken

Kleine kantoren (1-5 medewerkers): Balans, M/V Works, Vraeg Van Aelst

Middelgrote kantoren (6-25 medewerkers): Van der Doelen Hypotheken en Verzekeringen, Kippers ter Keurs, toek.

Grote kantoren (>25 medewerkers): Van Campen & Dijkstra, IkbenFrits, Geerts (Oosterhout)

10 | VVP NR 2 JUNI 2026


VVP ADVIES AWARDS

Elk jaar doet de jury een beroep op een

groep marktexperts die de jury voorziet

van een voorselectie van uitblinkende advieskantoren.

Ook dit jaar vroeg de jury de

spotters op zoek te gaan naar de pareltjes

in de brede markt van financieel advies. In

totaal hebben 37 spotters dit jaar 144 kantoren

aangedragen voor de longlist. “De inbreng van

de spotters was ook dit jaar weer cruciaal, aldus juryvoorzitter

Odette Bakker. “Uiteindelijk heeft de jury

in samenspraak met de spotters in iedere categorie

drie excellente advieskantoren genomineerd. Als adviessector

mogen we trots zijn op deze twaalf genomineerden.”

ACHTSTE EDITIE

In 2026 organiseert VVP de achtste editie van de zeer

begeerde VVP Advies Awards. De jury – dit jaar bestaande

uit voorzitter Odette Bakker (Dazure), Kenneth

Leenders (Expat Mortgages), Robin van Beem

(BrandMR), Edwin Bosma (BHB Dullemond) en Arjuna

Bosch (WeGroup) – roept de support in van de winnaars

van vorig jaar: Saskia Geenen (Gewoon bij Saskia;

categorie Starters), Martin van der Meulen (PMP

Duurzaam Verzekeren; categorie Kleine Kantoren),

Willem de Goede (De Goede Financieel Specialist; categorie

Middelgrote kantoren) en Wesley Mol (Boidin; categorie

Grote kantoren).

Spotters en jury hebben op de spottersbijeenkomst

van 15 april met als gastheer Nationale-Nederlanden

de top 3 per categorie bepaald. Aan deze genomineerden

vraagt de jury een bedrijfsfilm te maken die aan

een aantal strenge voorwaarden van de jury voldoet. In

de periode tussen 15 juni en 28 augustus worden deze

films live gezet en kunnen relaties, klanten en geïnteresseerden

stemmen op hun favoriete film. De stemmen

tellen voor de helft mee in de uitslag per categorie,

de andere helft wordt bepaald door het juryoordeel.

Meer informatie over de VVP Advies Award is te

vinden op de special voor deze award ontwikkelde site:

www.adviesawards.nl.

De finaledag vindt plaats op 1 oktober in de grote

Theaterzaal van het AFAS Theater in Leusden. Alle genomineerden

zullen deze dag een korte pitch geven en

aan het eind van de dag maakt de jury de vier winnaars

bekend. Deze grande finale is dit jaar het sluitstuk van

de derde editie van de VVP Ondernemersdag. Topsprekers,

inspiratie en nieuwe inzichten verzekerd!

De jury (v.l.n.r.): Arjuna Bosch, Edwin Bosma, Odette

Bakker, Robin van Beem en Kenneth Leenders.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 11


TRENDS EN STRATEGIE

IMPACT

De VVP Advies Awards zetten excellent advies stevig

op de kaart, zowel binnen én buiten de branche. Dit

door:

• Trots vergroten. Adviseurs laten voelen hoe waardevol

en impactvol hun vak écht is.

• Leren en versterken. Kantoren inspireren elkaar en

tillen samen het niveau omhoog.

• Samenwerking versnellen. Drempels verlagen en

partnerships makkelijker maken.

• Zichtbaarheid vergroten. De waarde en relevantie

van het adviesvak breder onder de aandacht brengen.

• Toekomst veiligstellen. Meer aantrekkingskracht

voor nieuw talent en jonge professionals. En hoe

kantoren innoveren met technologie en AI om het

vak vooruit te brengen.

De VVP Advies Awards zijn in 2019 in het leven geroepen

om de advieshelden van Nederland een podium

te geven om op die manier te benadrukken hoe groot

de maatschappelijke impact van adviseurs is én om de

trots op het eigen vak te vergroten. Dat is in voorgaande

jaren goed gelukt. De kantoren ervaren hun nominatie

als een erkenning voor al het goede werk van

medewerkers en nominaties leiden tot veel felicitaties,

nieuwe klanten en aandacht in plaatselijke media.

SPOTTERS 2026

Dit jaar zijn 37 spotters op zoek gegaan naar de advieshelden

van 2026. Dit zijn Sonja Cats (Adfiz), Manfred

Stieltjes (Allianz), Carolien Nieuwenhuijs (ARAG),

Danker Struik (a.s.r.), Esther Lagendijk (Assistent),

Mohammed el Meyah (Blinqx), Niek Overduin (BNP

Paribas Cardif), Wesley Mol (Boidin), Robert-Jan Pool

VAN BLÄCKER

M/V WORKS

TOPZEKER HYPOTHEKEN

BALANS

VRAEG VAN AELST

SACHA KOENEN

QUALITY INSURANCE

12 | VVP NR 2 JUNI 2026


VVP ADVIES AWARDS

IKBENFRITS

VAN DER DOELEN HYPOTHEKEN

EN VERZEKERINGEN

TOEK.

VAN CAMPEN & DIJKSTRA

KIPPERS TER KEURS

GEERTS

(Brand New Day), Rob Cleef en Stephanie van Ingen

(DAS), Bianca van Galen en Indra Frishert (Dazure),

Herbert Derks (BDO), Willem de Goede (De Goede Financieel

Specialist), Dustin Steenvoorden (De Goudse),

Julian Schouwenaars (Doelbeleggen), Rowin du

Gardijn (Du Gardijn), Robert van Lambalgen (Florius),

Herbert Golsteijn (Het Team Juridische Zaken), Ewald

Bary (Impact Financiële Opleidingen), Ilse Bosland

(Juffrouw Polis), Miranda van Rijswijk (Lindenhaeghe),

Dusko Radunovic (Lloyds Bank), Dave Lunenburg (Nationale-Nederlanden),

Jerfaas van de Water (Nedasco),

Janwillem Swart (Nh1816), Michiel van Vugt (NNEK),

llse Scharink-Snoek (Obvion), Veronica den Toom (Rabobank),

Paul Robbe (Robbe Financiële Raadgevers),

Remy Salters en Camiel Nikkels, (Scildon), Antoine

Barkel (TAF), Thomas van Uunen (Thomas Verzekert),

Maltie Jharap (Tulp Hypotheken) en Cindy Uijleman

(Voogd). n

De VVP Advies Awards 2026 wordt mede mogelijk

gemaakt door: ARAG, Assistent, Avéro Achmea, Blinqx,

Dazure, Klaverblad, Lloyds Bank, Nationale-Nederlanden,

Nedasco, Nh1816, OAKK, Obvion, SVC Groep, TAF, Tulp

Hypotheken, Turien & Co.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 13


ONDERNEMEN

DE LEIDER EET ALS LAATSTE. IK VIND DAT EEN PRACHTIGE UITSPRAAK. NET

ALS: EEN KAPITEIN VERLAAT ALS LAATSTE HET ZINKENDE SCHIP. HET ZEGT

ALLES OVER HOE IK NAAR LEIDERSCHAP KIJK. NIET BOVENAAN STAAN,

MAAR VERANTWOORDELIJKHEID DRAGEN. NIET ALS EERSTE NEMEN, MAAR

ALS LAATSTE DENKEN AAN JEZELF. WAT VOOR LEIDER BEN JIJ OF WAT

VOOR SOORT LEIDER WIL JIJ ZIJN? EN WAAR HEBBEN JOUW BEDRIJF, JE

MEDEWERKERS, JE KLANTEN EN JE ANDERE STAKEHOLDERS BEHOEFTE AAN?

De leider eet

als laatste

TEKST HENK JANSEN, BRIGHTMINDS

Zelf is het mij altijd gelukt om goede mensen

om mij heen te verzamelen. Het had

dus geen zin om hen te vertellen ‘wat’ ze

moesten doen en al helemaal niet ‘hoe’ ze

het moesten doen. Ik pas dus niet bij een

directieve of autoritaire leiderschapsstijl.

De rol van dienend-, coachend- of transformationeel

leider past mij beter.

VERTROUWEN EN VEILIGHEID

Ik ben groot fan van Simon Sinek. Sinek zegt dat echte

leiders verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid

en het welzijn van hun mensen. In zijn boek ‘Leaders

Eat Last’ legt hij uit dat dat effectief leiderschap draait

‘Als je eerlijke

beslissingen neemt,

kun je jezelf altijd in de

spiegel aankijken’

om het creëren van een omgeving waarin medewerkers

zich veilig, gewaardeerd en gesteund voelen. Hierdoor

ontstaat er een cultuur van vertrouwen en samenwerking,

waardoor teams beter presteren en organisaties

kunnen excelleren.

Juist die woorden ‘samenwerking’ en ‘vertrouwen’

spreken mij heel erg aan.

Ik denk daarnaast dat de nieuwere generaties werknemers,

de Millenials en de Gen-Z’ers, nog meer behoefte

hebben aan vertrouwen en veiligheid. En dat

zij vanuit deze veiligheid en dit vertrouwen tot betere

prestaties komen. Dat is niet alleen goed voor henzelf

maar vooral ook voor het bedrijf.

CEO ONDERAAN

Ik heb jaren mogen rondlopen in de financiële dienstverlening

en ik heb allerlei vormen van leiderschap

mogen aanschouwen. Zowel bij grote corporates als

bij kleinere MKB-bedrijven. Ik heb daar zoveel van geleerd.

Toen wij onze bedrijven, Herenvest, Herenvest

Corporate, ICM en Expat Mortgages verkocht hadden

aan Söderberg & Partners kwam ik in contact met Per-

Olof Söderberg. Niet alleen de founder en naamgever

van het bedrijf maar vooral ook een geweldig mens.

14 | VVP NR 2 JUNI 2026


VISIE

Henk Jansen:

‘Hoeveel mensen

mag jij dragen?’

Per-Olof legde mij uit dat wij in Nederland een hiërarchisch

organogram hebben waarbij de CEO bovenaan

het overzicht staat. Per-Olof tekende voor mij het model

waarin hij geloofde, met een CEO die onderaan het

schema staat. Omdat de sterkste schouders de zwaarste

lasten kunnen dragen. Ik vind dat bijzonder interessant!

In Nederland willen bazen graag bovenaan staan

maar zijn niet bereid om zich als leiders onderaan te

dragen! Dit is een constatering die mij bezighoudt en

die ik meeneem in mijn hedendaagse werkzaamheden.

VOLGENDE FASE

Vandaag de dag kan ik vanuit mijn nieuwe rol als groeimentor

bij Brightminds deze kennis en ervaring delen

met de ondernemers van nu. Daar zitten hele slimme

en enthousiaste startende ondernemers tussen, die ik

soms al ontmoet tijdens mijn gastcolleges bij de Hogeschool

van Amsterdam. Ervaren ondernemers die verder

willen groeien en ondernemers die hun bedrijf (op

termijn) willen overdragen. Ook dan kijk ik samen met

de ondernemer naar de overnemende partij. Wie mag

haar of zijn kindje begeleiden naar de volgende fase?

Maar ook deze ondernemers twijfelen soms. Want

leiderschap betekent ook dat je soms moeilijke beslissingen

moet nemen. En soms kan het best eenzaam of

uitdagend zijn. Maar als je eerlijke beslissingen neemt,

kun jij jezelf later altijd in de spiegel aankijken.

De eigenlijke vraag van deze column is dus niet:

hoeveel mensen werken ‘onder’ jouw verantwoordelijkheid

maar hoeveel mensen mag jij dragen? n

Henk Jansen geeft ook in 2026 in iedere editie van VVP zijn

visie op ondernemerschap. Henk was 35 jaar actief in de financiële

sector, waarvan 25 jaar als ondernemer. Hij was onder

meer mede-oprichter van Herenvest en Expat Mortgages.

In 2025 ging hij als groeimentor van start met zijn nieuwe onderneming

Brightminds: www.wearebrightminds.nl.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 15


ONDERNEMEN

“KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE GAAT OP TERMIJN OOK IMPACT HEBBEN

OP DE DISTRIBUTIE. VOOR ADVISEURS IS HET DAAROM ZAAK DAT

ZIJ ZICH NADRUKKELIJK ONDERSCHEIDEN OP HUN TOEGEVOEGDE

WAARDE. DAN GELOOF IK ABSOLUUT IN HUN TOEKOMST.” ALDUS JOS

BAETEN BIJ ZIJN AFSCHEID ONLANGS ALS CEO VAN A.S.R. NEDERLAND.

AI zal distributie

veranderen

TEKST TOON BERENDSEN

Baeten begon zijn loopbaan in 1980 bij Stad

Rotterdam, een van de voorgangers van

a.s.r. Nederland. Hij vertelt: “Toen ik begon

stond de automatisering bij verzekeraars

nog in de kinderschoenen. Als ik een polis

opmaakte, had ik een scherm met codes.

Achter elke code hoorde dan een gegeven van de klant.

Een fout was zo gemaakt. Gevolg: onzuiverheden in de

administratie.”

Inmiddels zijn we heel wat automatingsslagen verder

in de verzekeringsbranche. De volgende slag is al

volop ingezet: kunstmatige intelligentie. AI heeft alles

in zich, meent Baeten, om de grootste gamechanger

van de afgelopen 50 jaar te worden.

Baeten geeft een voorbeeld uit de praktijk bij a.s.r.:

“a.s.r. heeft een grote letselschadeafdeling. Sommige

letselschadedossiers lopen lang, soms wel meer dan

25 jaar. Als er in zo’n dossier nieuwe informatie komt,

was een medewerker er vaak lang mee bezig het dossier

door te nemen en de informatie te plaatsen. Er is een

AI-agent ontwikkeld die dossiers snel samenvat. Dat

scheelt dagen werk.”

Baeten meent dat dit soort oplossingen gaan helpen

ook om de krapte op de arbeidsmarkt op te vangen.

Baeten: “Een van de grootste uitdagingen is het

vinden van nieuwe medewerkers, we zullen voorlopig

met een krappe arbeidsmarkt te maken blijven hebben.

De beroepsbevolking neemt af en het aantal arbeidsongeschikten

neemt toe. Ook in onze sector gaat de komende

tijd een hele generatie met pensioen. Sommige

taken kunnen echter prima worden gedaan door AItoepassingen.

Zodat we met minder mensen toch het

werk kunnen blijven doen.”

BLOEDGEVAARLIJK

Baeten denkt niet dat de mens door AI minder belangrijk

gaat worden. Baeten: “AI neemt taken over. De rol

van mensen wordt daardoor juist interessanter, maar

het werk zal enorm veranderen. Verder vind ik dat er

altijd mensen moeten blijven meekijken met AI. Kloppen

de uitkomsten eigenlijk wel? Worden geen mensen

uitgesloten? Zonder vakmensen is het gebruik van AI

bloedgevaarlijk.”

Momenteel wordt AI vooral ingezet voor herhaaltaken,

speech to tekst, analyses. Baeten voorziet dat

AI op enig moment ook verzekeringsportefeuilles van

klanten geregeld zal doornemen, op zoek naar betere

en voordeliger oplossingen. “Op welke termijn weet ik

ook niet. Maar dit zal uiteindelijk de distributie van

simple risk producten veranderen. Dit maakt het extra

belangrijk om je als adviseur te onderscheiden op je

meerwaarde. Helemaal nu sprake is van enorme schaalvergroting,

die de afstand tussen adviseur en eindklant

groter maakt. Veel kantoren met 50 medewerkers of

16 | VVP NR 2 JUNI 2026


MARKT

Jos Baeten.

meer zijn inmiddels van private equity of onderdeel geworden

van een grotere groep. Het provinciale intermediair

is veel kleiner geworden.”

TEKENCOMMISSIE

De administratieve problemen indertijd bij verzekeraars

waren mede de rationale achter de uitbreiding

van het volmachtkanaal. Ook onder Nederlandse volmachtgevende

verzekeraars is sprake van consolidatie,

en volmachtnemers maken meer en meer gebruik van

buitenlandse volmachtgevers. Buitenlandse volmachtgevers

zijn inmiddels goed voor een derde van de premieomzet.

Baeten begrijpt dat volmachtkantoren de buitenlandse

capaciteit van harte verwelkomen. Maar hij

geeft wel mee: “Bewaak de discipline. Buitenlandse partijen

zijn bereid meer tekencommissie te betalen. Het

risico is dat wetgever en toezichthouders gaan nadenken

over het provisiestelsel. Ik heb wel geleerd hoe er

in Den Haag soms gedacht wordt over onze industrie.

Dat kan betekenen, als tekencommissies de spuigaten

uitlopen, er ingegrepen gaat worden en de wal het

schip zal keren.”

CONSUMENTENGEDRAG

De grootste verandering die Baeten zegt te hebben gezien,

is het gedrag van de consument. Baeten: “Deze

heeft in de loop van de tijd veel meer informatie en inzicht

gekregen. De consument is ook veeleisender geworden.

Daar moesten wij ons als sector op aanpassen.”

Consumentenbescherming is steeds meer op de

voorgrond komen te staan. Het verklaart mede waarom

er zoveel nieuwe wet- en regelgeving vanuit Nederland

en Europa is gekomen. Baeten: “Van sommige

wetten en regels kun je je afvragen of ze niet doorschieten.

Aan de andere kant: zij maken ook dat alles en iedereen

– dus ook nieuwe technologische ontwikkelingen

als advies door AI-modellen – aan dezelfde eisen

dienen te voldoen als adviseurs en bemiddelaars.”

MENSEN HELPEN

Baeten vertelt dat hij niet bewust de ambitie had het

verzekeringsbedrijf in te gaan. Maar hij wist er al wel

veel van, doordat zijn vader het assurantiekantoor van

zijn vader overnam en Baeten opgroeide met verzeke-

‘Je als adviseur

onderscheiden op

je meerwaarde’

NR 2 JUNI 2026 VVP | 17


ONDERNEMEN

Gemaakt door Jos Baeten op Antartica.

ringen. Baeten: “Mijn vader bemiddelde bijvoorbeeld

veel voor transporteurs. Die moesten zich toen nog

afzonderlijk verzekeren voor iedere rit naar het buitenland.

Als mijn vader er niet was, nam ik als kind de

telefoon aan en noteerde ik de gegevens van zo’n rit

zodat hij de Groene Kaart kon opmaken. Mijn vader

stond klanten op moeilijke momenten ook echt zoveel

mogelijk bij. Als er een aanrijding was geweest, ging hij

er naar toe om te helpen het schadeformulier in te vullen.

Mensen helpen, daar gaat het om in onze sector.

Dat is ook wat mij goed ligt. Dat ik uiteindelijk opklom

tot CEO van a.s.r. Nederland was geen uitgesproken

ambitie die ik had.”

Baeten begon met een rechtenstudie, het stilzitten

in de collegebanken lag hem niet zo. “In 1979 had

ik stage gelopen bij Stad Rotterdam en de directeur

had gezegd dat ik altijd kon bellen als ik werk zocht. Zo

kwam ik te werken in het verzekeringsbedrijf. De rechtenstudie

heb ik in de avonduren afgemaakt.”

‘Discipline bewaken in

volmachtmarkt’

BALANS

De werkdruk als CEO is hoog. Baeten zegt dat hij altijd

wel grip op zijn agenda heeft weten te houden. “Maar

er zijn regelmatig terugkerende overleggen en verplichtingen.

Sinds a.s.r. beursgenoteerd is, was ik na de publicatie

van de cijfers steeds zes tot acht weken op pad

in het kader van investor relations. Het maakte helaas

dat ik minder tijd had om bij financieel adviseurs langs

te gaan.”

Van groot belang is de verhouding tussen privé en

werk op orde te hebben. Baeten: “Dat heb ik moeten leren.

Ik ben opgegroeid in de tijd dat men vond dat werk

en privé volledig gescheiden moesten zijn. Maar als je

werk en privé te veel scheidt, komen ze tegenover elkaar

te staan en worden ze elkaars concurrent. Ze moeten

elkaar overlappen. Dus thuis moet je toch iets over

je werk kwijt kunnen, op je werk moet je privézaken

kunnen delen.”

Baeten noemt het verder belangrijk om actief te

blijven. “Als je niet actief blijft, gaat het verouderingsproces

veel sneller. Dus ik sta zeker open voor nieuwe

uitdagingen, op voorwaarde dat ik mijn eigen agenda

kan bepalen, het klikt met de mensen en ik mijn kennis

en ervaring kan inbrengen. Maar ook anders heb ik genoeg

bezigheden.”

Jos Baeten is bijvoorbeeld een verwoed amateurfotograaf.

Bij gelegenheid van zijn afscheid organiseert

a.s.r. een foto-expositie met 25 werken uit de eigen

kunstcollectie. Als afscheidscadeau mag Baeten 35 van

zijn foto’s exposeren. Baeten: “Het is voor het eerst dat

ik mijn werk laat zien. Best spannend, maar ook eervol.”

In 2010 bezocht Jos Baeten Antartica. Hij maakte

er de foto hierboven. Baeten: “Die reis was voor mij bepalend

voor mijn inzet op het gebied van duurzaamheid.”

n

18 | VVP NR 2 JUNI 2026


ONDERNEMEN

KLANTGERICHTHEID

Gebruik je kompas

EEN GEDETAILLEERDE KAART VAN DE ALPEN

IS PRACHTIG, MAAR HEB JE ER WAT AAN ALS

JE MIDDEN IN EEN SNEEUWSTORM STAAT? IN

ONS VAK MAKEN WE DE MOOISTE KAARTEN:

ADVIESRAPPORTEN VAN ZESTIG PAGINA’S,

FISCALE MEERJARENPLANNINGEN EN COMPLEXE

SCENARIO-ANALYSES. MAAR WE VERGETEN

VAAK ÉÉN DING: DE KAART IS NIET HET TERREIN.

DE KAART IS DE THEORIE, HET TERREIN IS HET

ECHTE LEVEN VAN JE KLANT.

TEKST JELLE BARTELS, THE MAIN THING

Veel adviseurs verdrinken in de

details van de ‘boeking’. We zijn

zo getraind om te kijken naar de technische

route - de laagste rente, de fiscale

optimalisatie, de juridische kaders - dat

we de wandelaar uit het oog verliezen.

Wanneer de klant tijdens de reis geconfronteerd wordt

met een ravijn (ontslag, ziekte) of een nieuwe bergtop

wil beklimmen (eerder stoppen, een droombedrijf),

volstaat een statische kaart niet meer. Op dat moment

heeft de klant geen behoefte aan iemand die nóg

een kaart print. Hij heeft behoefte aan een gids die de

koers bepaalt op basis van een kompas.

EEN BEWEZEN SYSTEMATIEK

Klantgericht adviseren wordt vaak verward met ‘vrijblijvend

praten over dromen’. Niets is minder waar. De

transitie van vakantieplanner naar gids vraagt juist om

een ijzersterke, overdraagbare methode. Een gids loopt

niet zomaar een berg op; hij volgt een beproefde route

en gebruikt een vaste structuur om te filteren wat echt

belangrijk is.

Door te werken met een vaste systematiek in je gesprekken,

creëer je rust. Niet alleen voor de klant, maar

vooral voor jezelf. Het geeft je de kaders om de regie te

pakken. In plaats van reactief te antwoorden op vragen

over producten, stuur je proactief op de menselijke

koers. Deze methodiek zorgt ervoor dat je de hoofdzaken

van de bijzaken scheidt. Het resultaat? Geen overvolle

agenda meer met ad-hoc verzoeken, maar ruimte

voor de gesprekken die er echt toe doen.

TOPSPORT

Een goede gids vertrouwt op een proces. Door eerst de

werkelijke bestemming van de klant vast te leggen en

pas daarna naar de uitrusting te kijken, voorkom je dat

je verdwaalt in de details van de boeking. Deze methodische

aanpak werkt als een filter: alles wat

niet bijdraagt aan de droomreis van de klant,

krijgt geen plek op de route.

Dit is geen ‘soft’ praten, het is topsport.

Het vraagt om een gids die durft te vertrouwen

op zijn systeem. Als jij de route

bewaakt, kan de klant zich focussen op het

wandelen.

Wanneer je stopt met navigeren op de automatische

piloot en begint te werken vanuit een heldere

structuur, verandert je praktijk. Je verkoopt geen uren

of producten meer; je verkoopt de zekerheid dat de

klant de juiste route volgt, ongeacht de weersomstandigheden.

De markt van morgen vraagt om gidsen die het terrein

begrijpen en een methode hebben om er doorheen

te navigeren. Heb jij je kompas al scherp? n

‘Je verkoopt de

zekerheid dat de klant

de juiste route volgt’

NR 2 JUNI 2026 VVP | 19


ONDERNEMEN

De passie van local hero…

Edwin van Wezel

Een informele stage bij een verzekeringsagent in Veendam,

wakkerde bij Edwin van Wezel van Adfinum het vuur voor het

adviseurschap aan. Meer dan 30 jaar later zijn hij en compagnon

Richard Mol nog altijd overtuigd van écht servicegericht

advies. Dat gaat van preventieve oplossingen voor klanten tot

het vertalen van de kleine lettertjes.

TROTS

TEKST MARTIN NEYT | BEELD MARCO MAGIELSE

Wouw is de plaats waar Richard Mol

en ik geboren zijn, maar het nabijgelegen

Roosendaal was vanaf de

middelbare schooltijd ons…dorp.

Roosendaal heeft geen stadsrechten,

vandaar. Natuurlijk is het een grote plaats met alle kenmerken

van een stad. Ik voel me inmiddels een echte

Tullepetaon, de benaming voor Roosendalers in carnavalstijd.

Tullepetaon is een verbastering van het Franse

poule pintade, ofwel parelhoen, een verwijzing naar de

kleurrijk uitgedoste Roosendalers tijdens carnaval.

In Roosendaal speelt ons sociale leven zich af en

RKVV Roosendaal is onze voetbalclub. Tegen beter weten

in, speelde ik er als vijftiger nog 35+ voetbal. We komen

er graag, want het is een warme vereniging. Onze

kinderen hebben er gevoetbald en we zijn beiden coach

geweest, dat maakt de band nog sterker. We sponsoren

RKVV, alsmede hockeyclub De Pelikaan uit Roosendaal.

OP WELKE SCHADE-AFHANDELING KIJK JE MET TROTS TERUG?

Het is lastig om één specifiek schadevoorbeeld te noemen, omdat

iedere situatie uniek is. Zowel zakelijk als particulier proberen

we er echt voor klanten te zijn op het moment dat het nodig

is. Voor ondernemers kan een schade grote impact hebben op

de continuïteit van hun bedrijf, terwijl particuliere klanten vaak

vooral behoefte hebben aan rust, duidelijkheid en iemand die

het proces begeleidt. Juist dan merk je hoe belangrijk persoonlijk

contact, bereikbaarheid en meedenken is. Dat klanten weten

dat we naast hen staan wanneer het erop aankomt, geeft mij de

meeste voldoening.

Jarenlang hebben we mega spinning event CycleSensation

met Nh1816 gesteund, maar dit jaar dragen we

samen bij aan de Halve Marathon van Roosendaal. Een

ander mooi lokaal initiatief is het steunen van de Voedselbank.

Dat hebben we eens gedaan met Nh1816 en

dat willen we wellicht weer oppakken.

Mijn roots liggen in het Zuiden, maar mijn passie

voor het vak begon in het Noorden. Tijdens een vakantie

in 1993 kwam ik een verzekeringsadviseur uit Veendam

tegen. Zijn enthousiasme voor het beroep werkte

aanstekelijk. Hij zei: kom maar kijken of het wat voor je

is. En het was zeker wat. Ik ben er vijf weken geweest en

heb daarna mijn verzekerings- en pensioendiploma’s behaald.

Vervolgens werkte ik tien jaar als verzekeringsadviseur

Bedrijven bij een bank in Roosendaal. Mijn netwerk

nam ik in 2007 mee naar het bedrijf van Richard,

die gecertificeerd financieel planner is. We wilden ook

een aanstelling voor particuliere verzekeringen en hebben

voor Nh1816 gekozen. Het is een verzekeraar met

korte lijnen en prima premies en voorwaarden. En er

werken mensen met vakkennis, met wie je kunt sparren.

Wij willen sowieso altijd het beste voor de klant eruit

halen. Goed advies begint bij goed luisteren, inventariseren

en oplossingen bieden. Maar het gaat er ook

om wat er buiten het adviesgesprek gebeurt. Als een

alarmcertificaat voor een auto binnen enkele maanden

verloopt, wijzen we daar actief op. Het is een stukje

zorgplicht, maar het levert vooral tevreden klanten op.

We hebben een keer de kleine lettertjes uit de voorwaarden

naar sprekende voorbeelden vertaald in een

nieuwsbrief voor zakelijke en particuliere klanten.

Klanten reageerden er zeer positief op. We proberen

complexe voorwaarden en risico’s zo praktisch mogelijk

te maken. Niet met ingewikkelde vaktaal, maar met

duidelijke voorbeelden waarmee klanten echt iets kunnen.

Daarbij draait het niet alleen om verzekeren, maar

vooral om bewuste keuzes maken. Sommige ondernemers

willen bijvoorbeeld niet ieder risico volledig afdekken.

Dat kan prima, zolang je samen maar goed inzichtelijk

maakt wat de mogelijke gevolgen zijn. n

Edwin van Wezel bij het beeld van de Tullepetaon op

d’Ouwe Mart in Roosendaal (Noord-Brabant)

20 | VVP NR 2 JUNI 2026


SAMEN BETROKKEN

Financieel adviseurs staan midden in de samenleving.

Deze local hero’s zijn een vraagbaak voor verzekeringen,

hypotheken en andere geldzaken, plaatsen hun

klanten op nummer één en zijn maatschappelijk betrokken

in hun omgeving. VVP zet samen met Nh1816

verzekeringen het advieskantoor in de schijnwerpers.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 21


XXX WAARDEN

In de rubriek Vrouw en Advies

laat VVP vrouwelijke financieel

adviseurs aan het woord over

vrouwelijke waarden (en die kunnen

ook mannen hebben) die belangrijk

zijn voor de verdere ontwikkeling

van het adviesvak. Dit

keer Shirani Arnken-Horodniceanu,

vennoot van Berkenrode Assurantiën.

TEKST SHIRANI ARNKEN-HORODNICEANU

Waar werk je en wat doe je?

“Mijn naam is Shirani Arnken-Horodniceanu,

ik ben een van de vennoten

van Berkenrode Assurantiën. Mijn

compagnon is Robbert-Ton Thesselaar

en samen hebben we nu twee vestigingen.

We zitten verdeeld over Haarlem

en Santpoort met ons team.

Ons team bestaat op dit moment

nog uit één man en drie vrouwen. Een

extra man in ons team zou voor de verdeling

heel mooi zijn.

Ik ben een allround schade adviseur.

Onze klanten zijn particulieren,

zzp’ers en mkb’ers. Ik ben op mijn zeventiende

gestart bij een makelaars en

assurantiekantoor in Heemstede. Daar

heb ik kennis gemaakt met dit leuke en

interessante werk. Met een van deze

collega’s van toen heb ik nog steeds

veelvuldig contact.

Sinds 2018 ben ik bij Berkenrode

komen werken en in 2021 kreeg ik de

mogelijkheid om mij in te kopen en als

partner. Dit was een droom die uitkwam!

Ik ben mega trots op mijzelf en

ons team. We groeien lekker door en

gaan nog vele mooie stappen zetten!”

Vrouw&Advies

22 | VVP NR 2 JUNI 2026


VROUW&ADVIES XXX

Sexy beroep

voor jonge mensen

Waarom heb je gekozen voor de

financiële sector?

“Op mijn zeventiende wist ik nog helemaal

niets en ben je nog helemaal

bleu. Ik was toen ook fanatiek aan het

paardrijden en een vriendin vroeg mij

om haar collega te worden op het kantoor

van haar vader. Zij konden hulp

gebruiken en ik kreeg tijd om me te oriënteren

op wat ik wilde in het verdere

leven. Nou dat is gebleken! Ik vind dit

het leukste en interessantste vak wat er

is. Het is geen eenvoudig vak omdat er

heel veel op je af komt. Maar als je afwisseling

leuk vindt en goed tegen hectiek

kan dan is dit echt dé sector waar

je in moet gaan werken. Elke dag en

ook elke klant is anders.”

Voorbeelden van vrouwelijke waarden in

financieel advies?

“Ik denk dat wij als vrouw zijnde heel

goed kunnen luisteren en uitvragen

waar mensen precies naar zoeken dan

wel waar ze bang voor zijn. Wij (vrouwen)

zijn vaak sterk in het opbouwen

van een langdurige relatie. Een verzekering

of hypotheek kan je als man en

vrouw allebei berekenen, adviseren en

afsluiten. Maar de vrouwelijke touch

is bijna niet uit te leggen. Het is zeker

niet zo dat een mannelijke adviseur beter

of slechter is dan een vrouwelijke

adviseur. Een goede mix tussen mannelijke

en vrouwelijke collega’s zorgt voor

het ultieme kantoor, want iedereen kan

van elkaar leren.”

Meer balans nodig tussen mannelijke en

vrouwelijke collega’s?

“Ik denk dat we hier niet moeten kijken

naar de balans tussen mannen en

vrouwen. We moeten zorgen dat de financiële

sector als sexy wordt gezien

door jonge mensen. De tijd van grijze

pakken en mantelpakjes is voorbij! We

hebben jonge mensen nodig omdat de

wereld van verzekeringen en hypotheken

nog altijd als suf wordt gezien, met

kleine lettertjes die leidend zijn. Waar

wij echt in uitblinken, is het klantcontact.

Klanten zien ons niet alleen als

adviseur, maar ook als kennis, vriend

en soms als therapeut! Wij zijn dienstverleners.

Als een klant een vraag

heeft, gaan wij op zoek naar het antwoord

en meer!

Hebben ze schade dan kijken we of

we ze kunnen helpen door het vinden

van een hersteller of het samen invullen

van een formulier. AI is in opkomst

– ook in ons vak –maar mensen worden

Shirani Arnken-Horodniceanu:

‘Alle adviseurs willen dat

de klant op één staat.’

tot nu toe echt veel blijer van persoonlijk

contact bij hen thuis, via teams of

per telefoon dan met een chatbox.”

Hoe kunnen mannen vrouwelijke

waarden omarmen?

“Echte mannelijke adviseurs hebben

ook hun vrouwelijke kanten. Dit beroep

is een mensenberoep. Het gaat

vooral om de klik tussen klant en adviseur.

Stel, een klant wit een huis kopen

en krijgt bij een hypotheekgesprek

de kriebels van de adviseur (man of

vrouw) dan haakt hij of zij na het eerste

gesprek af. Als ik om mij heen kijk

zie ik genoeg diversiteit in sexe. Maar

nog niet in leeftijd.”

Tips voor collega’s, mannen en

vrouwen?

“Ik wil aan alle collega’s als tip meegeven:

doe waar je goed in bent. Gebruik

je collega’s waar nodig. Het wiel hoeft

echt niet opnieuw uitgevonden te worden.

Ook kun je concullega’s best om

hulp vragen of attenderen op een klant

die veel beter bij een concullega past

dan bij jou.

Wij als financiële dienstverleners

hebben allemaal hetzelfde doel voor

ogen. Zorgen dat onze klanten op nummer

1 staan, dat ze gehoord en geholpen

worden als ze het nodig hebben. Of

je nou man of vrouw bent, eigenaar van

een kantoor of in loondienst, het doel

is altijd dat klanten gehoord en geholpen

worden Dat ze veilig in hun huis

kunnen wonen zonder te grote financiële

risico’s, zodat ze kunnen genieten

van een gezonde nachtrust.” n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 23


WAARDEN

IN MIJN VORIGE COLUMNS HAD IK HET OVER CULTURELE VERRIJKING IN

DE FINANCIËLE DIENSTVERLENING. MOOIE WOORDEN, GOED ONTVANGEN,

MAAR ERGENS BLEEF HET NOG AAN DE OPPERVLAKTE. DUS LATEN WE

HET DIT KEER IETS SCHERPER MAKEN.

Waarom “zo bedoelde

ik het niet”

niet meer werkt

TEKST RICHARDO CRUZ FORTES, EXPAT MORTGAGES

Want als we eerlijk zijn: de nieuwe

generatie, kinderen van

niet-westerse arbeidsmigranten,

neemt geen genoegen meer

met vage taal, dubbele boodschappen

of “zo bedoelde ik het

niet”. Sterker nog, die zin is inmiddels een soort rode

lap op een stier.

Waarom? Omdat we hem te vaak hebben gehoord.

En nog belangrijker: omdat we hem te vaak hebben gevoeld

als onzin.

We zijn een generatie die feilloos aanvoelt wanneer

woorden niet matchen met intentie. Wanneer lippen

bewegen, maar de boodschap ergens anders zit. En ja,

dan reageren we fel. Soms scherp. Soms met emotie.

Maar vergis je niet: dat komt niet uit het niets. Dat is

gevormd.

‘Stel jezelf eerst de

vraag: wat wil ik nou

écht zeggen?’

VOELSPRIET

Veel van ons zijn opgegroeid in huishoudens waar onze

ouders keihard werkten, maar de taal niet volledig beheersten.

Waar wij, vaak als oudste kind, ineens de

brug werden tussen twee werelden. Brieven van instanties?

Wij lazen ze. Gesprekken met werkgevers? Wij zaten

erbij. Problemen oplossen? Wij dachten mee. Niet

omdat we dat wilden. Maar omdat het nodig was.

En daarmee kregen we iets mee wat je niet uit een

boek leert: een extreem scherpe voelspriet voor onrechtvaardigheid.

Voor situaties die ‘net niet kloppen’.

Voor momenten waarop iemand iets zegt, maar eigenlijk

iets anders bedoelt. We konden het misschien niet

altijd verwoorden. Maar we voelden het wel. En vaak

hadden we gelijk. Want laten we eerlijk zijn: onze ouders

zijn niet altijd eerlijk behandeld. Soms subtiel.

Soms schaamteloos. En vaak verpakt in nette woorden,

beleefde zinnen en professioneel jargon.

“Zo bedoelde ik het niet” is dan geen excuus. Het is

een patroon.

FAST FORWARD NAAR NU

Die kinderen zijn volwassen geworden. Zitten in jouw

team. In jouw organisatie. In jouw directiekamer. En

die nemen dat verleden mee, niet als last, maar als

kompas. Met één duidelijke instelling: bij mij gebeurt

24 | VVP NR 2 JUNI 2026


VERRIJKING IN DE FINANCIËLE SECTOR

Richardo Cruz Fortes:

‘Zeg wat je bedoelt.

Bedoel wat je zegt.’

dat niet meer. En bij mijn kinderen al helemaal niet!

Dus ja, als wij het gevoel hebben dat iets niet klopt,

dan zeggen we daar wat van. Direct. Zonder omweg.

Soms harder dan je gewend bent. En dat schuurt. Zeker

in een land als Nederland, waar we trots zijn op onze

directheid, maar tegelijkertijd meester zijn in het vermijden

van de kern. Waar we zeggen wat we denken,

maar niet altijd denken over wat we echt bedoelen.

Dat is precies waar het misgaat. Want “zo bedoelde

ik het niet” is vaak geen verduidelijking. Het is een ontsnapping.

De echte vraag zou moeten zijn: wat bedoelde

je dan wél? En nog belangrijker: waarom kwam dat

niet direct zo naar buiten?

UITNODIGING

Dit is geen aanval. Dit is een uitnodiging. Aan leidinggevenden.

Aan collega’s. Aan organisaties. Als je echt

werk wilt maken van diversiteit en inclusie, begin dan

hier: zeg wat je bedoelt, bedoel wat je zegt.

En als je dat lastig vindt, stel jezelf dan eerst die

vraag voordat je spreekt: wat wil ik nou écht zeggen?

Want die passie waar je soms van schrikt? Die felheid?

Dat vuur? Dat is exact dezelfde energie die wij

in ons werk stoppen. In onze klanten. In onze teams.

In onze resultaten. Wij zijn niet alleen kritisch. Wij

zijn ook loyaal. Gedreven. En opgegroeid met een werkethiek

die niet onderhandelbaar is. Dat hebben we,

zoals we zeggen, met de paplepel ingegoten gekregen.

De vraag is dus niet of je met die energie om kunt

gaan. De vraag is: durf je hem te benutten? Want als je

dat doet, krijg je geen ‘lastige medewerker’. Dan krijg je

iemand die voor je door het vuur gaat, zolang het maar

echt is. En misschien is dat wel de kern van deze hele

discussie. Niet cultuur. Niet achtergrond. Niet verschillen.

Maar echtheid.

Want één ding accepteren we niet meer: dat iemand

iets zegt… en wij voelen dat het iets anders is. n

In de VVP-rubriek ‘Verrijking in de financiële sector’ belicht

Richardo Cruz Fortes het onderwerp ‘verrijking’ op een verrassende

en betekenisvolle manier. Richardo is kind van arbeidsmigranten

uit Kaapverdië. Hij is getrouwd met Nihal

met Marokkaanse roots. Ze hebben vier kinderen. Ook heeft

Richardo zijn religieuze weg gevonden en is hij in 2008 bekeerd

tot de Islam. Via verschillende omzwervingen – van

de detailhandel en beveiliging tot detachering bij een grote

Nederlandse bank – kwam hij in 2009 in contact met Expat

Mortgages. Inmiddels is hij daar Head of Sales en Partner.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 25


WAARDEN

MIJN VADER, JAAP VAN DEN HERIK, WAS EEN PIONIER IN KUNSTMATIGE

INTELLIGENTIE EN COMPUTERSCHAAK. IN DE JAREN TACHTIG DEED HIJ

UITSPRAKEN DIE DESTIJDS GEWAAGD KLONKEN: “COMPUTERS ZULLEN

DE WERELDKAMPIOEN SCHAKEN VERSLAAN.” EN: “COMPUTERS KUNNEN

RECHT SPREKEN.” MET EEN TEAM VAN SLIMME STUDENTEN BOUWDE

HIJ HET SCHAAKPROGRAMMA PION EN LEGDE HIJ DE FUNDAMENTEN

VOOR AI-ONDERZOEK IN EUROPA.

AI zit in mijn

systeem

TEKST SEADA VAN DEN HERIK, ALGEMEEN DIRECTEUR ONDERLINGE NEDERLAND

Als kind groeide ik op in die wereld. Wetenschappers,

studenten en schaakgrootmeesters

kwamen bij ons thuis. Ik ging

mee naar schaaktoernooien, maar eerlijk

gezegd: computers waren voor nerds,

niet voor meiden. Toch bleef er iets hangen.

Een intuïtief begrip van wat kunstmatige intelligentie

is en wat het kan. Niet vanuit boeken. Vanuit

het leven zelf.

Tijdens mijn studie programmeerde ik een kennissysteem

en een neuraal netwerk. Voor mij te experimenteel,

ik wilde de business in.

Twee jaar geleden rondde ik de INSEAD-cursus

‘Transforming your business with AI’ af. Dat was het

moment waarop alle zaadjes uit mijn jeugd, volledig tot

bloei kwamen. Het was ook het startpunt van ons AI-traject

bij Onderlinge Nederland. Ik begreep: dit is geen toekomst,

dit is nu. De vraag is niet óf je AI inzet, maar hoe.

We begonnen voorzichtig. Wat is een Large Language

Model (LLM) eigenlijk? Wat zou het kunnen betekenen

voor ons werk? Het eerste jaar stond in het teken

van verkennen. Het tweede jaar van enthousiasmeren

en van een concrete keuze: Microsoft Copilot als

ons standaard LLM. Die keuze was bewust. Niet omdat

Copilot op dat moment het beste was, maar wel omdat

‘wie toegang heeft tot wat’ intact blijft en omdat Microsoft

ons heeft toegezegd dat onze data binnen ons

bedrijf blijft. Dat is geen bijzaak maar een voorwaarde.

Nu zijn we in het derde jaar beland. Nu vragen we

van alle medewerkers dat zij leren omgaan met LLM.

Niet als optie, maar verplicht. Zo hebben we het in het

verleden ook gedaan. Ooit leerden we iedereen hoe

een pc werkte. Daarna kwam internet. Vervolgens de

smartphone. Gevolgd door social media. En nu is het

tijd voor de volgende stap: leren hoe je een LLM-model

inzet om je eigen werk te versterken en te versnellen.

En, minstens zo belangrijk, hoe je de uitkomsten ervan

kritisch beoordeelt en controleert.

ZES AI-AGENTS, MET GRENZEN

Dit jaar bouwen we zes AI-agents voor verschillende

afdelingen. En daarbij maken we heel bewuste keuzes

over wáár we AI wel en niet inzetten.

We bouwen geen AI-agent die de telefoon opneemt

in plaats van onze medewerkers. Wij zijn een onderlinge;

menselijk contact is geen extraatje, het is onze bestaansreden.

Wat we wél bouwen, is een AI-agent die

de mensen aan de telefoon ondersteunt. Die helpt zoeken,

samenvatten, contextualiseren, zodat het gesprek

met de klant rijker wordt.

26 | VVP NR 2 JUNI 2026


CULTUUR

‘Menselijk

contact

is onze

bestaansreden’

We bouwen ook geen AI-agents voor ons primaire proces

van risicobeoordeling en acceptatie van klanten.

Dat valt onder de op een na strengste categorie van

de EU AI Act, en terecht. Bovendien gaan we dat systeem

de komende jaren sowieso vervangen. Dan wil je

niet tegelijkertijd ook nog met AI-projecten knutselen.

Eerst een solide fundament, dan nieuwe lagen.

Maar er blijft meer dan genoeg over. AI-agents voor

het opzoeken en interpreteren van HR-regels. Voor het

maken en testen van communicatie. Voor het uitvoeren

van steekproeven. Voor het opzoeken van besluiten

en wet- en regelgeving, en hoe die intern zijn geïmplementeerd.

Onze hele bedrijfsvoering is opgenomen in

Microsoft Teams, goed gestructureerd en goed doorzoekbaar.

Dat maakt het mogelijk.

Over twee à drie jaar, als ons primaire systeem

klaar is, bouwen we een nieuwe laag. Dan kijken we hoe

we de interactie met onze klanten verder kunnen versterken.

Dan is AI er klaar voor. En hopelijk wij ook.

MENS + AI

Ik geloof niet in de angstverhalen over AI als banenvernietiger.

Maar ik geloof ook niet in de naïeve varianten

waarbij AI alles oplost of volkomen wordt genegeerd.

De werkelijkheid is genuanceerder, en interessanter.

AI verandert wat mensen doen, niet de waarde van

mensen. Taken die repetitief, tijdrovend of informatiegedreven

zijn, kunnen AI-ondersteund worden. Wat overblijft,

en aan belang wint, is precies wat mensen uniek

maakt: intuïtie, context, zingeving, het goede gesprek.

In de financiële dienstverlening is dat geen abstracte

gedachte. De vermogensplanner, de adviseur die een

55-jarige helpt nadenken over de tweede helft van zijn

leven; die waarde zit niet in het doorzoeken van financiële

overzichten of uitrekenen van de jaarruimte. Die

zit in vertrouwen, in luisteren, in het begrijpen van wat

iemand écht wil. Dat is niet te automatiseren. Dat is te

versterken.

STARTEN MET AI

Ik ben opgegroeid tussen schaakstukken en matrixprints.

Ik heb op de achterkant van zoekbomen gedoodeld.

En toch duurde het decennia voordat ik AI

volledig in mijn eigen werk omarmd heb. En nog steeds

heb ik veel te leren, bijvoorbeeld op het gebied van Vibe-coding.

Dat zegt iets.

Starten met AI is geen technische kwestie. Het is

een keuze. De keuze om nieuwsgierig te blijven. Om te

accepteren dat je niet alles hoeft te begrijpen om ermee

te starten. Om de drempel te verlagen, voor jezelf en

voor je mensen.

We doen dat stap voor stap. Experimenteren, enthousiasmeren,

verplichten, maar altijd met support

voor de mensen die de verandering moeten dragen. n

CULTUUR

In de VVP-rubriek Cultuur geven Seada van den Herik

(Onderlinge Nederland) en auteur en adviseur Roy van den

Anker afwisselend hun visie op de cultuur(verandering) in

de financiële sector.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 27


WAARDEN

ER IS DE LAATSTE TIJD IN HYPOTHEKENLAND VEEL

TE DOEN OVER DE FUNDERINGSPROBLEMEN DIE

MOGELIJKERWIJS AFKOMEN OP EEN HALF MILJOEN

WONINGEIGENAREN. HALF APRIL BERICHTTE DE

AFM DAT COLLECTIEVE ACTIE NOODZAKELIJK IS,

OMDAT VEEL INDIVIDUELE WONINGEIGENAREN DE

KOSTEN VOOR FUNDERINGSHERSTEL NIET KUNNEN

DRAGEN: “LOS VAN DE FINANCIERINGSOPGAVE IS DE

FUNDERINGSPROBLEMATIEK ZO COMPLEX, DAT HET

NIET REALISTISCH IS DE VERANTWOORDELIJKHEID

VAN FUNDERINGSHERSTEL VOLLEDIG BIJ DE

INDIVIDUELE WONINGEIGENAAR TE LATEN.”

TEKST PEPIJN VAN KLEEF, MONEYVIEW

Briljante conclusie, maar een beetje laat. 25

jaar geleden zag ambtelijk Den Haag namelijk

al aankomen dat er uiterst complexe

problematiek aanstaande was. En als er iets

is dat je als overheid niet moet willen, is dat

onderdeel zijn van een complex probleem.

En dus kwam er een plan.

In januari 2012 kwam het grondwater omhoog en

mijn houten vloer ook. Het had in die week veel geregend

en dat in combinatie met harde noordwestenwind

zorgde dat ons Waterschap er niet in slaagde om

voldoende water af te voeren. Het grondwater kon dus

geen andere kant op dan omhoog. Onze woning in. Het

gevolg: houten vloeren die onherstelbaar beschadigd

waren. Niet gedekt op de verzekering natuurlijk, dus

ben ik verhaal gaan halen bij het Waterschap en heb

ik dat aansprakelijk gesteld voor de door ons geleden

schade. En dat was meteen mijn eerste kennismaking

met de Waterwet van 2009.

Op 22 december 2009 trad die Waterwet (die per

2024 is vervangen door de Omgevingswet) in werking

en dat ging nogal geruisloos. Ik heb Delpher er even op

nageslagen en in geen van de landelijke dagbladen is er

een woord aan gewijd. Of nou ja, er stond één stukje in

het AD in 2004 (op pagina 43!). Daarin riep de Vereniging

Eigen Huis huiseigenaren op om met het oog op

de nieuwe Waterwet melding te doen van wateroverlast

op hun percelen. Dat was het dan. En dat was ook precies

de bedoeling.

28 | VVP NR 2 JUNI 2026


COLUMN MONEYVIEW

Wat een wet, die

Waterwet!

GIGANTISCH RISICO GEMITIGEERD

Onze overheid wordt nog wel eens verweten visieloos

te zijn en alleen gericht op de korte termijn. Die nieuwe

Waterwet was echter juist een prachtig voorbeeld van

het tegendeel. Want in die Waterwet, waaraan een jaar

of zeven is gewerkt, werd juist met ver vooruitziende

blik een gigantisch risico gemitigeerd. In de wet werd

namelijk vastgelegd dat (woning)eigenaren voortaan

verantwoordelijk zijn voor het grondwaterpeil onder

hun eigen perceel. En daarmee was met één pennenstreek

ook de aansprakelijkheid voor de gevolgen van

een te lage of te hoge grondwaterstand verlegd naar

diezelfde huiseigenaren.

En dat betekende dat het Waterschap mij met droge

ogen kon vertellen dat hen niets te verwijten viel.

Dat zij (zoals ze zelf ook toegaven) te weinig bemalingscapaciteit

hadden om bij heftige regenval droge

voeten te houden, mocht dan zo zijn. Maar daaruit

volgde niet dat ik ze aansprakelijk kon stellen. Ik was

immers zelf verantwoordelijk voor het grondwaterpeil

op mijn perceel. Terwijl ik daar (natuurlijk!) op geen

enkele manier invloed op kon uitoefenen.

Nu waren de gevolgen bij mij nog wel te overzien;

met een paar duizend euro aan nieuwe vloerdelen was

mijn leed wel geleden. Maar een te hoog of juist een te

laag grondwaterpeil kan veel ernstiger consequenties

hebben dan een nat vloertje. We hebben het over, jawel,

funderingsproblemen. Je moet er als overheid niet

aan denken om aansprakelijk gesteld te worden voor

schade aan funderingen als gevolg van grondwaterproblemen,

want dat gaat je miljarden kosten.

TWEEDE KAMER ZAT TE SUFFEN

Het moeten spannende tijden geweest zijn, daar in Den

Haag in 2009: zou iemand in de gaten hebben wat er eigenlijk

in die Waterwet staat, namelijk dat burgers verantwoordelijk

gemaakt worden voor iets waar ze zelf

geen enkele invloed op hebben? Op 22 december van

dat jaar kon opgelucht adem worden gehaald: de Tweede

Kamer had zoals gehoopt en verwacht zitten suffen

en de wet werd aangenomen.

Dat de overheid met bewust beleid invloed uitoefent

op het grondwaterpeil en burgers daarmee schade

berokkent doet sindsdien niet meer ter zake. De voorbeelden

zijn legio: in Amsterdam wordt op een aantal

plekken het grondwaterpeil door de gemeente met

opzet kunstmatig laag gehouden om te voorkomen dat

stadsparken te drassig worden. Het gevolg: de funderingen

van de woningen die om die parken heen liggen

komen droog te staan en de paalrot doet zijn werk.

‘Beleidsmakers

hebben hun werk al

lang en breed gedaan’

De gemeente is onder verwijzing naar de wet onverbiddelijk:

de kosten zijn voor de huis- en/of perceeleigenaar.

Je gelooft het niet, maar de uitspraak “Dan had u

maar een tuinslang in de kruipruimte moeten hangen”

is echt gedaan toen een woningbezitter bezwaar aantekende

bij de gemeente. Procederen is zinloos: het staat

immers in de wet.

De overheid is dus geen partij meer in deze. Toch

blijft de AFM hoopvol, tegen beter weten in: “Onderzoek

in hoeverre financieringsmogelijkheden op een verantwoorde

manier beter benut of versterkt kunnen worden.

Deze rol kan nader worden ingevuld door partijen als hypotheekaanbieders,

de Nederlandse Vereniging van Banken

(NVB), Nationale Hypotheek Garantie (NHG) en beleidsmakers.”

Die beleidsmakers hebben hun werk al lang en

breed gedaan, beste AFM. Zullen we ze er verder maar

vooral buiten houden? n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 29


WAARDEN

DE REDACTIE VAN VVP VROEG MIJ OF IK, NAAR AANLEIDING VAN MIJN AFSCHEID

VAN EEN REGULIERE ROL IN DE BRANCHE, STIL WILDE STAAN BIJ MIJN ERVARINGEN

DIE IK DE ‘ACHTERBLIJVERS’ MEE WIL GEVEN. UITERAARD MET DE DAARBIJ

GESLAAGDE VOORBEELDEN DIE IK DE AFGELOPEN 35 JAAR BEN TEGENGEKOMEN.

Uit de schatkist

van een marketeer

TEKST RUUD DEKKER | BEELD GREGOR SERVAIS

Vanzelfsprekend voldoe ik graag aan dit

verzoek, maar wel met de toevoeging dat

35 jaar in deze branche eigenlijk een goed

gevuld boek, dat ik in concept al eens opgeschreven

heb, rechtvaardigt. Ik geef

drie hoofdregels die, als ik terugkijk, voor

mij de basis van succesvol aan ondernemingen werken

zijn geweest. Uiteraard vanuit het perspectief van een

marketeer beschreven. In mijn ogen is de organisatie

van ‘iedereen’, maar pakt een goede marketeer een regierol

in organisaties. Niet als klantvertegenwoordiger

of chef reclame, maar als centrale verbinder. Waarbij de

marketeer dus ook weet aan welke knoppen je verantwoord

met elkaar kan draaien en de organisatie als geheel

begrijpt.

KIES POSITIE

Weet waar je als organisatie echt mee aan de slag wil.

Vaak wordt deze basisvraag onvoldoende helder beantwoord,

maar het startpunt is altijd nadenken wat je wel

wilt doen en dus ook wat je niet wilt doen. En handel

daar ook naar! Het er naar handelen is veel belangrijker

‘Weet waar je als

organisatie echt mee

aan de slag wil’

dan het in mooie volzinnen opschrijven. Te vaak heb ik

gezien dat bij een kans op korte termijn succes de gekozen

positie zonder discussie weer verlaten werd.

Bij het kiezen van de positie kan marktonderzoek

helpen, maar toch ben ik daar in deze fase altijd heel

voorzichtig mee. De kans is groot dat niet gekozen

wordt wat echt bij de organisatie past en dat is wel cruciaal,

want drijfveren vanuit de eigen organisatie zijn

cruciaal om keuzes te laten leven. Nog voorzichtiger

ben ik met externe consultants die de inhoud gaan bepalen.

Prima om het proces te begeleiden en voor kritische

vragen, maar zij zijn weg als de organisatie met de

gekozen positie aan de slag gaat en dan begint het pas.

Mooie voorbeelden uit mijn eigen praktijk zijn de

keuzes bij Equity & Law om vol voor het intermediair

te gaan, maar onze dienstverlening te segmenteren,

waarbij de toprelaties een uitgebreid pakket aan ondersteuning

kregen en de keuzes bij Amev om een generieke

intermediairmaatschappij te zijn, geen direct kanaal

te ontwikkelen, maar het schadebedrijf net zoveel aandacht

te geven als het levenbedrijf.

Heel scherp kozen we bij For All Finance: leverancier

van marketing en communicatieprofessionals in de

financiele dienstverlening.

Mooie voorbeelden van kiezen zag ik bijvoorbeeld

ook bij Nh1816 en Ditzo.

Het positie kiezen gaat bij mij vooral over wat doen

we wel, wat niet en voor wie en niet over de vraag ‘wat is

de reden waarom wij bestaan’. Natuurlijk komt dit punt

bij de drijfveren wel terug, maar ik geloof niet in benadering

waarin deze vraag geïsoleerd benaderd wordt.

30 | VVP NR 2 JUNI 2026


MARKETING

PRAAT MET JE KLANTEN

Als je gekozen hebt wat de positie van jouw organisatie

moet zijn, dan is het wel fijn om te weten wat de klanten

die daar mogelijk bij horen dan verwachten. Ik weet

dat er mensen zijn die vinden dat dit (te) laat is. Je hebt

al een positie gekozen en nog niet echt een beeld wat

klanten willen. Mijn ervaring is dat onderzoek pas zin

heeft als je een eerste beeld in je hoofd hebt en niet een

blanco papier. Maar als je dan gaat onderzoeken, doe

dan ook echt onderzoek. Praat niet over klanten, maar

met klanten. Mogelijke nieuwe klanten, maar vooral

bestaande klanten. Dus de populaire ‘stoel van de klant’

in vergaderingen kan een hulpmiddel zijn, maar kan

nooit het echte gesprek met de klant vervangen.

‘Mijn ervaring is dat

onderzoek pas zin heeft

als je een eerste beeld

in je hoofd hebt en niet

een blanco papier’

NR 2 JUNI 2026 VVP | 31


WAARDEN

Ik heb geleerd dat echt praten met bestaande klanten

heel veel impact heeft op de bevraagde klanten, maar

zeker ook op de ‘ondervragers’. Doe dat dus zoveel mogelijk

met de eigen organisatie en zeker niet alleen door

een marketeer. Zelf met de klant in gesprek heeft veel

meer impact dan de bespreking van een extern uitgevoerd

marktonderzoek.

Wat de impact van echt met klanten in gesprek

gaan is, realiseerde ik mij echt op een incentivereis van

Falcon toen we een middag echt met elkaar in gesprek

gingen over de samenwerking van de toekomst en er

spontaan een vervolgsessie ingepland werd om door

te praten. Bij Amev zetten we de lijn door met de Tafel

van Amev. Allebei nog wel met intermediair als klant.

In mijn interimjaar bij Reaal werd het nog veel

spannender toen er een middag ingepland werd om

met het hele leidinggevende kader eindklantdossiers

na te gaan bellen. Collega’s ver weg van de business

kregen in een middag een heel ander beeld van klanten

en van problemen waar medewerkers mee geconfronteerd

werden.

Bij de Vereende werd ik zelf op een zaterdag met

de neus op de feiten gedrukt. Wij werkten met klanten

met een flink autoschadeverleden aan de verbetering

van de rijstijl via een app, maar ook met een dag rijvaardigheidstraining.

Ik deed een dag mee en kreeg bij

de koffie en de lunch een heel ander beeld van de groep

die wij tot op dat moment ‘brokkenpiloten’ noemden.

Dat heb ik daarna nooit meer gedaan en begreep veel

beter wat voor hen echt belangrijk was.

Praten met klanten deed ik vanaf het begin. Ik had

alleen wel veel eerder door willen hebben dat klanten

van de organisatie zijn en niet van ‘commercie’. Dat

had een hoop frustratie gescheeld en was goed geweest

voor de klanten.

WAARMAKEN WAT BELOOFD IS

De eerste twee beschreven fases zijn cruciaal en ik vind

dat een marketeer daar minimaal een belangrijke bijdrage

aan moet leveren. Ik heb dat ook altijd vol overtuiging

gedaan, maar echt blij werd ik van deze laatste

fase: waarmaken wat beloofd is en dit naar buiten

brengen. Goede, scherpe keuzes maken, klanten serieus

nemen en echt luisteren is prachtig, maar dat moet

wel in dagelijkse praktijk waargemaakt worden. Het

doorvertalen in de organisatie is een absolute must.

‘Durf af en toe

risico te nemen’

Goede interne communicatie, zodat iedereen in de organisatie

weet waarvoor de organisatie staat is cruciaal

en daar is vaak veel eenvoudige winst te boeken.

Een paar heldere spelregels voor iedereen doet vaak al

wonderen. Het allerleukste vond ik het om de gewenste

uitstraling naar buiten toe vorm te geven. Daarbij

koos ik vaak voor het nodige spektakel, soms op

het randje, maar wel met in het achterhoofd dat het

moest passen in de gewenste uitstraling van de organisatie.

Het mag niet puur om effectbejag gaan, maar

als ik mag kiezen voor spraakmakend ga ik daarvoor.

Mijn ervaring is dat het effect dan flink groter wordt:

er wordt meer over gesproken en de trots in de organisatie

neemt fors toe.

Van de geslaagde interne communicatie blijft mij

vooral de interne introductie van Cockpit bij. Het was

belangrijk om dit goed bij alle medewerkers te laten

landen en het trotste gevoel een flinke injectie te geven.

Met een mooie film en een kennismarkt na afloop.

Vaak werkt ook een eenvoudig ezelsbruggetje. Bij Amev

hadden we PGK (persoonlijk, kennis, gemak) en bij For

All Finance deden we het met PIPO (persoonlijk, insider,

pragmatisch, opvallend).

Een voorbeeld waar ik graag naar keek was de interne

doorvertaling van ‘glashelder’ door Interpolis. Qua

externe uitstraling lag de nadruk vaak op de communicatie

naar het samenwerkende intermediair. Nooit als

losse activiteit, maar als totaalconcept: ’t Betere Leven

in Driebruggen bij Equity & Law, Falconet en de

Vrienden van het Gedurfde Denken en Teamspelers bij

Amev. Bij For All Finance gaven we de insiderspositionering

vorm met de (mede)organisatie van de Gouden

Schilden, de Nationale Dag Financiële Marketing van

VVP, de opzet van marketingnetwerken, veel lezingen

op seminars en verschillende columns in de vakbladen.

Voor mij het allerleukste deel van het vak blijft de

doorvertaling in gestructureerde acties, geen losse flodders

en graag opvallend. Daarmee loop je soms risico,

maar wat mij betreft kan dat soms niet anders. Af en

toe een risico nemen in onze risicomijdende branche is

toch niet zo verkeerd?

AANBOD

Dit artikel is wat mij betreft zeker niet bedoeld om mijzelf

zoveel mogelijk in het zonnetje te zetten. Het is

mijn bijdrage om een klein steuntje in de rug te bieden

aan een branche die relevant is en mij zoveel gebracht

heeft. Ik vind het heel leuk om wat meer van een afstandje

bij deze mooie branche betrokken te blijven. Ik

ben dan ook graag beschikbaar voor een vrijblijvende

kop koffie om verder te sparren en organisaties na te laten

denken over positionering en profilering. Zeker ook

intermediairs of betrokkenen bij het intermediair. n

32 | VVP NR 2 JUNI 2026


FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN

KATERN

De jeugd

heeft de

financiële

toekomst

Financieel advies voor jongeren, het is een gebied waar nog

veel te winnen is. Echt op de jongere generaties gericht advies

is niet wijdverbreid. Terwijl juist deze generaties de samenleving

gaan dragen, nu de vergrijzing echt toeslaat.

In dit katern schetst VVP trends en geeft VVP praktijktips.

Ook is er aandacht, in de vorm van een bijdrage van Stichting

LEF, voor financiële educatie. Met financiële bewustwording kun je

immers niet vroeg genoeg beginnen.

De jeugd heeft de financiële toekomst, ja, maar dan wel met het

juiste advies en de juiste oplossingen!

NR 2 JUNI 2026 VVP | 33


FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN

DE JEUGD HEEFT DE FINANCIËLE TOEKOMST! VOOR FINANCIEEL

DIENSTVERLENERS EEN BELANGRIJKE DOELGROEP DUS. BELANGRIJK

IS VOORAL DE TAAL VAN DE JONGERE GENERATIES TE SPREKEN.

Adviesalerts!

Weet wat er leeft

TEKST TOON BERENDSEN

Wat ons is opgevallen bij de voorbereiding

van dit VVP-katern: er

zijn maar weinig financiële producten

laat staan verzekeringen

speciaal voor de jongere generaties,

waar hier dan met name

Gen Z en de Millennials mee zijn bedoeld. Alweer zo’n

twintig jaar weet zorgverzekeraar CZ studenten aan te

spreken met een fors aantal condooms bij de aanvullende

zorgverzekering ‘Jongeren’. Een beetje makkelijk

scoren misschien, maar het maakt het product wel

doel(groep)gericht

Hoewel het aanbod zeker groter zou mogen, lijkt

het vermogen om jongeren aan te spreken uiteindelijk

belangrijker dan specifieke producten. “Door aan te

sluiten bij het digitale gedrag en voorkeuren van Gen

Z, kunnen we jongeren tussen de 25-40 (de zogenaamde

Zillenials) beter helpen om moeilijke onderwerpen

te begrijpen en slimme keuzes te maken.” Aldus Nationale-Nederlanden

eind vorig jaar bij haar mini-documentaire

‘Later begint Nu’, inmiddels helaas niet meer

te zien.

Weet dus wat er leeft bij jonge mensen. Dit is hoe

dan ook van belang als je als advieskantoor jonge medewerkers

wilt vinden en binden.

DREMPELVREES

De jongere generaties zijn opgegroeid met internet, social

media en smartphone. Dit betekent echter niet dat

zij niet open staan voor persoonlijk financieel advies.

Maar er lijkt sprake van drempelvrees.

Zeventig procent van de Generation Z heeft volgens

onderzoek uit 2024 van SNS Bank nooit gesproken met

een financieel adviseur. De bank: “Bijna twee derde van

de Nederlanders tussen de achttien en 24 jaar wil op

zich graag persoonlijk financieel advies. 44 procent van

deze groep ervaart financiële stress. Maar ruim de helft

van hen weet niet hoe ze met een expert van hun bank

in contact kunnen komen.” (Je moet even weten dat

SNS Bank – inmiddels ASN Bank geheten - zichzelf nadrukkelijk

ziet als financieel adviseur, omdat haar aanbod

ook producten van andere aanbieders omvat.)

Jongvolwassenen ervaren meerdere drempels om

in gesprek te gaan met hun bank, bleek uit het onderzoek:

ze weten bijvoorbeeld niet precies wat zo’n gesprek

oplevert, hoe ze in contact kunnen komen met

een expert, of zijn bang om niet begrepen te worden.

Creëer dus vertrouwen. In dit tijdperk van social

media kan dat onder meer door te zorgen voor goede

reviews. Zorg voor een moderne, actuele website. Laat

zien dat je met je tijd meegaat. Vraag jonge klanten om

je ambassadeurs te worden. Dat zullen ze graag doen,

zeker als jij in deze moeilijke woontijden toch die hypotheek

voor elkaar hebt weten te boksen.

EMBEDDED INSURANCE

Er was een tijd waarin men dacht dat klanten hun hypotheek

zelf online zouden gaan regelen. De praktijk heeft

geleerd dat mensen – ook als ze jong zijn - bij grote financiële

beslissingen toch graag persoonlijk advies hebben.

Dat wil echter niet zeggen dat digitalisering geen

impact kan hebben op de omzet van advieskantoren. Zo

34 | VVP NR 2 JUNI 2026


ADVIESPRAKTIJK

‘Vraag jonge klanten

om je ambassadeurs

te worden’

rukt embedded insurance steeds verder op. Het principe

is niet nieuw; op het moment van aankoop van een product

krijg je meteen ook relevante verzekeringsdekking

aangeboden. Maar dat nu met als het ware één druk op

de knop en die knop (smartphone) hebben zeker de jongere

generaties vandaag de dag 24/7 paraat.

De AFM ziet in haar jaarlijkse consumentenonderzoek

“dat per jaar een op de acht consumenten een verzekering

via embedded insurance afsluit, waarvan iets

meer dan de helft van deze groep de verzekering online

had afgesloten”.

In 2023 poneerde de AFM zelfs de stelling: “Embedded

insurance kan een einde maken aan het traditionele

distributieproces van verzekeringen. De klassieke

routes van afsluiten, via een aanbieder, intermediair of

vergelijkingssite, nemen sterk af wanneer producten

direct worden aangeboden bij de aanschaf van een product

of dienst, of gedurende de levensduur daarvan.”

Wij moeten het nog zien gebeuren, ook omdat het

bij embedded insurance meestal niet om complexe, adviesgevoelige

verzekeringen gaat. Juist op dat terrein

blijven financieel adviseurs heer en meester.

JONGE GEZINNEN

Zoek naar kansen die aansluiten bij je kracht als adviseur.

Bijvoorbeeld: veel huishoudens zijn financieel

kwetsbaar als een partner overlijdt. Vooral jonge gezinnen

met een dure huurwoning lopen het risico dat zij

hun woonlasten niet meer kunnen opbrengen en op

zoek moeten naar een goedkopere woning. Maar ook

veel mensen met een eigen woning missen een vangnet.

Dat blijkt uit een onderzoek uit november 2025

van het Verbond van Verzekeraars naar de financiële

weerbaarheid van huurders en woningeigenaren bij het

onverhoopte verlies van een partner.

Van alle Nederlandse gezinnen in de leeftijdsgroep

tot 40 jaar bijvoorbeeld loopt ruim de helft veel risico

als ze geen ORV hebben afgesloten.

Op vragen waarom geen voorziening voor overlijden

is getroffen, wordt door respondenten vaak geantwoord

met “Nog niet over nagedacht’’ of ‘’Ik dacht dat

het bij huur niet nodig was’’. Over de prijs van een ORV

bestaat veel onbekendheid; veel mensen weten niet dat

ze zich voor een tientje per maand al voor een aanzienlijk

bedrag kunnen verzekeren.

89 procent van de gezinnen jonger dan 30 en 82

procent van de gezinnen jonger dan 40 jaar hebben

geen bezwaar tegen het ontvangen van info over ORV.

In de groep achttien tot 30 jaar staat zeventien procent

open voor info door de onafhankelijke financieel adviseur,

in de groep 31-40 is dat 25 procent. Een prachtkans!

En nog maatschappelijk relevant ook. n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 35


PARTNER IN KENNIS

RUIM DRIEKWART VAN DE JONGEREN HEEFT WEL EENS GELDZORGEN.

MEER DAN 19.000 JONGEREN HEBBEN EEN OF MEERDERE GEREGISTREERDE

BETALINGSACHTERSTANDEN. ACHTER DIE CIJFERS GAAN VAAK ALLERLEI

EMOTIES SCHUIL: SCHAAMTE, VERDRIET EN HET GEVOEL VAST TE ZITTEN

IN EEN NEERWAARTSE SPIRAAL. DE AMBITIE ACHTER DE TOOLBOX ‘FIX

JE GELD’ IS OM DEZE TE VERSPREIDEN ONDER DUIZENDEN MKB’ERS EN

ZO DIE SPIRAAL TE DOORBREKEN. WILLEM LOS, SPECIALIST FINANCIËLE

PROBLEMEN EN SCHULDENPROBLEMATIEK BIJ NATIONALE-NEDERLANDEN,

IS EEN VAN DE DRIJVENDE KRACHTEN ACHTER DE TOOLBOX.

Toolbox ‘Fix je geld’:

Laagdrempelige tool

voor jongeren met

financiële problemen

TEKST NATIONALE-NEDERLANDEN

Waarom een toolbox voor mkb’ers?

“We zien dat de doelgroep – jongeren

in de leeftijd van 18 tot 30 jaar – hier

goed is vertegenwoordigd, bijvoorbeeld

door hun werk in de horeca. Via

mkb’ers kunnen we een groot deel van

hen bereiken.”

Hoe is de toolbox tot stand gekomen?

“De toolbox vindt zijn oorsprong in de

Stichting Financieel Gezond Nederland

(SFGN). Dit is een publiek-private samenwerking

van bedrijven, overheid

en maatschappelijke organisaties. De

stichting bundelt kennis en initiatieven

om financiële problemen eerder te signaleren

en aan te pakken. SFGN wordt

ondersteund door erevoorzitter Koningin

Máxima, die zich al jarenlang inzet

voor financiële gezondheid. Vanuit deze

stichting zijn diverse werkgroepen opgezet

om hieraan te werken.

De werkgroep MKB is daar één van.

Hierin nemen naast Nationale-Nederlanden

onder meer de Rabobank, VNO-

NCW/MKB-Nederland, SZW, Behavior

Change Group en Geldfit deel. Het doel

van de werkgroep is om mkb’ers te helpen

de financiële gezondheid van hun

medewerkers te vergroten en het bewustzijn

rondom financiële stress te

versterken.”

Hebben jullie de doelgroep actief

betrokken?

“We zijn met zowel jongeren als

mkb’ers in gesprek gegaan. Zelf dachten

we aan een digitaal platform, maar in

de gesprekken bleek al snel dat de doelgroep

daar juist niet op zat te wachten.

Vooral omdat er al zoveel online tools

en oplossingen zijn. De brede boodschap

was om met iets fysieks te komen,

iets tastbaars dat kan worden uitgereikt

of worden gehangen. Daar hebben

we goed naar geluisterd. De toolbox

is uiteindelijk een draagbare koffer

geworden met nuttige hulpmiddelen.”

Wat zit er zoal in de toolbox?

“Voor mkb’ers is er onder meer een

waaier waarin wordt uitgelegd wat de

signalen zijn dat een medewerker financiële

problemen heeft, hoe je deze bespreekbaar

maakt en welk handelingsperspectief

je vervolgens kunt bieden.

Het materiaal voor medewerkers bestaat

onder meer uit posters, bierviltjes,

stickers en scheurkalenders met

strips die zij kunnen afscheuren. Veel

36 | VVP NR 2 JUNI 2026


NATIONALE-NEDERLANDEN

hiervan is voorzien van een QR-code zodat

je online verder kunt lezen, bijvoorbeeld

over een club als Socialdebt die je

schuld kan overnemen. Of over telefonisch

contact dat je kunt hebben met

mensen van Geldfit, die je kunnen coachen

en die je om advies kunt vragen in

diverse talen. Soms zien bellers geen

uitweg meer. De mensen aan de telefoon

zijn hierop getraind en weten dan

de juiste kanalen te activeren.”

Hebben jullie de toolbox getest?

“We hebben een pilot gedaan bij vijftig

mkb’ers. Daarvan zijn er twintig actief

met de toolbox aan de slag gegaan. De

andere dertig belandden in de kast, omdat

de directies niet goed wisten hoe

ze de toolbox moesten gebruiken. Ook

daar hebben we van geleerd en daarom

is er een e-learning ontwikkeld over het

gebruik van de toolbox.”

Eén van de mkb’ers die aan de pilot

deelnam, was het Zwolse bedrijf BON-

FIX, een fabrikant in fittingen voor water

en gas. Yoeri Plas, die door BONFIX

wordt ingehuurd als HR-adviseur, is positief

over de ervaring met de toolbox.

Yoeri, konden jullie meteen met de toolbox

overweg?

“Voor ons was meteen duidelijk hoe

het werkte. Waar uiteindelijk misschien

nog wel de meeste tijd in ging zitten,

was het bedenken van goede plekken in

ons pand voor de verschillende onderdelen.

Uiteindelijk hebben we de waaier

in de kantine gelegd – dat is toch de

plek waar gesprekken worden gevoerd

– en hebben we de scheurkalender met

strips bij de toiletten opgehangen.”

Waarom bij de toiletten?

“Omdat dit sowieso een plek is waar

iedereen elke dag wel een keer komt.

Aandacht verzekerd dus. Maar belangrijker:

er hangt vaak schaamte rond dit

onderwerp en op het toilet kun je in alle

privacy, zonder dat er iemand meekijkt,

een strip afscheuren.”

Wat vind je goed aan de toolbox?

“Het is fijn dat het zo laagdrempelig in

het gebruik is. Het afscheuren van een

strip is veel makkelijker dan bij mij of iemand

anders in het bedrijf te moeten

aankloppen. Medewerkers kunnen zo

eenvoudig – en desgewenst zonder ons

medeweten – hulp vragen. Voor ons is

het daarbij handig dat we zelf geen externe

partijen hoeven in te schakelen.

Maar het mooist is dat we een soort

vangnet voor onze medewerkers hebben

gecreëerd. Iets waar ze gebruik van

kunnen maken wanneer dat nodig zou

zijn. Dat vind ik heel waardevol.”

Wat is jullie uiteindelijke streven, Willem?

“Dit jaar willen we 2.500 exemplaren

van de toolbox verspreiden en volgend

jaar nog eens 2.500. De sociale werkplaats

in Den Haag (die de toolboxen

maakt, red.) krijgt het nog druk! Uiteindelijk

denken we ruim 200.000 mensen

te bereiken. Van die grote groep mensen

verwachten we meer dan tienduizend

mensen te helpen die anders waarschijnlijk

langer in de problemen zouden

zitten. Vanuit mijn ervaring weet

ik hoe waardevol het is om iemand te

Willem Los.

kunnen helpen. Dan zijn dit soort aantallen

natuurlijk fantastisch!”

En heb jij vanuit jouw gebruikservaring nog

tips, Yoeri?

“Een praktisch punt: denk na over hoe

je de toolbox binnen je eigen organisatie

inzet. Wij hebben een vrij groot bedrijf

(qua oppervlakte, red.) en zouden

op meerdere plekken zo’n scheurkalender

met strips willen ophangen.” n

De toolbox ‘Fix je geld’ is ontwikkeld

voor jongeren in de leeftijd van

18 tot 30 jaar, maar is ook bruikbaar

voor andere leeftijdsgroepen. Een

exemplaar kost 250 euro. Met de

opbrengst van de verkochte toolboxen

wordt de productie van nieuwe

exemplaren

gefinancierd.

Meer weten of

een toolbox bestellen?

Scan

dan de QR-code.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 37


FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN

“WIE GEN Z WIL BEREIKEN, MOET ZICHTBAAR ZIJN OP INSTAGRAM,

TIKTOK EN YOUTUBE, VIA STEMMEN EN FORMATS DIE JONGEREN

VERTROUWEN.” ALDUS EERDER DIT JAAR BECKY.WORKS. MAAR HET IS

NOG NIET ZO MAKKELIJK OM JE ALS FINANCIEEL DIENSTVERLENER OP

DEZE SOCIAL MEDIA IN THE PICTURE TE SPELEN. VVP GEEFT TIPS.

Beweeg mee

met de trend

TEKST TOON BERENDSEN

Ooit waren Facebook en LinkedIn hot,

nu trekken zeker jongere generaties

meer naar Instagram en TikTok. En

misschien is er morgen wel weer een

ander platform waar iedereen zich op

werpt. Dat is meteen dan ook een tip:

blijf niet hangen op oude platforms maar beweeg mee.

Het werkt beter om je te focussen op die kanalen

die bij jouw doelgroep(en) passen en die voor jou goed

voelen dan de aandacht te verdelen over alles wat er

mogelijk is. Natuurlijk kun je de inhoud je voor het ene

platform bedenkt vaak ook voor andere platforms gebruiken.

Maar beter een of twee platforms goed opgepakt

dan tien half.

Wie succesvol wil zijn met social media moet er

voortdurend mee bezig zijn. Daar moet je bewust voor

kiezen. We komen ze nog steeds tegen: websites van

financieel adviseurs met het laatste nieuws uit 2023…

Dan keert het zich eerder tegen je dan dat het je kantoor

de gewenste moderne uitstraling geeft.

Aan de andere kant: het is ook niet nodig om elke

seconde iets nieuws te plaatsen, dat kan natuurlijk ook

niet. Al helemaal niet bij zoiets saais als verzekeringen.

Als uw spijkerbroeken met gaten zou verkopen, is dat

misschien anders. Hoe enthousiast u ook bent over Instagram

of TikTok, onthoud dat financiële diensten en

producten de meeste mensen – en jongeren al helemaal

niet - totaal niet bezighouden of ze moeten ze net nodig

hebben. Maak het dus ook allemaal niet te groot.

Maar zorg in ieder geval voor een structuur zodat u regelmatig

iets nieuws plaatst.

Durf u te laten zien. Erik Langermans van Hypotheekdesk

Lochem bijvoorbeeld laat zichzelf op TikTok

zien in de filmpjes waarin hij onderwerpen als hypotheek

bespreekt. Met aanstekelijk enthousiasme.

Spreek de taal van uw doelgroep. “Jargon vermijden

is bij jonge beleggers key”, aldus Milou Brand, maker

van de podcast Jong Beleggen en columnist van

Het Financieele Dagblad, in een sessie voor adviseurs

van Brand New Day. “Dus geen ‘koersval’, maar ‘uitverkoop’.

Geen ‘pensioen’, maar ‘vrijheid’. Geen ‘jaarruimte’,

maar ‘minder belasting’. Kleine aanpassingen

maken een groot verschil in hoe u overkomt. Geen ‘Inflatie’

maar ‘spaargeldvreter’. Geen ‘vermogensbeheer’

maar ‘money glow-up’.”

BELEVING

Ook verzekeraars zitten op Instagram en TikTok. Kun

je daar als adviseur iets van leren? Ja, al is het maar dat

ook verzekeraars – met hun megabudgetten en social

media-afdelingen – worstelen om zinnige content te

bieden. Als je kunt werken vanuit een bepaald thema –

zoals a.s.r. Vitality met gezondheid en bewegen – is dat

nog wel te doen (ook al valt het aantal volgers tegen).

Maar sec de inboedelverzekering?

Wat belangrijk is: mensen komen niet voor een hypotheek,

ze willen een huis kopen. Mensen gaan een

mooie reis maken, die reisverzekering moet dan even.

38 | VVP NR 2 JUNI 2026


SOCIAL MEDIA

Mensen kopen een mooie auto, dat die verzekerd moet

worden is nu eenmaal zo maar boeien? Probeer dus in

te zetten op beleving in plaats van product.

REURING

Zorg voor reuring. Allianz Direct deed dat onlangs perfect.

De verzekeraar ensceneerde een parkeeraanrijding

voor de deur van Theater Amsterdam, waar The Best

Social Awards werden uitgereikt. We lezen: “Influencer

Stuntje liet een vriend zijn auto inparkeren vanwege

zijn gebroken been en de bestuurder botste zichtbaar

tegen een andere auto. De beelden van het incident

gingen rond op social media, maar wat niemand wist:

het was een zorgvuldig geregisseerde stunt, bedoeld

om het belang van een goede verzekering onder jongeren

aan te kaarten. De auto’s werden op kosten van

Allianz Direct gerepareerd. Geen verzekeringswerk dit

keer, maar een bewijs dat áls er iets misgaat, klanten

alles direct online kunnen regelen.”

Met deze actie “laat Allianz Direct zien dat verzekeren

niet stoffig of saai hoeft te zijn. De campagne sluit

aan bij de leefwereld van Gen Z en Millennials en wordt

versterkt met een gerichte paid social campagne, bestaande

uit korte video’s en animaties die inzetten op

top-of-mind awareness en merkvoorkeur”.

‘Zet in op beleving in

plaats van product’

Een andere opvallende campagne is die van Interpolis

op TikTok rond een dealer. Het lijkt alsof deze zich

met duistere zaakjes bezighoudt, maar in werkelijkheid

dealt hij in fietslichtjes. Interpolis wil zo wijzen op het

belang van goede fietsverlichting.

De aanpak, aldus de makers, “weerspiegelt de organische

manier waarop verhalen op TikTok loskomen.

Eerst het mysterie, dan de onthulling, gevolgd door verdieping

in het personage en de achterliggende missie”.

De vraag is of je als individuele adviseur het geld

hebt om dergelijke campagnes op te zetten. Misschien

is samenwerken met collega-adviseurs daarom een

goed idee. Belangrijk is dat iedereen in de samenwerking

ook echt overtuigd is van het nut van social media.

Een paar creatieve geesten moeten er ook wel bij

zitten. We doen maar even een voorzet: de adviseur die

dealt in financieel advies. n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 39


PARTNER IN KENNIS

VEEL JONGE MENSEN ZIEN DAG- EN WEEKENDTRIPS NIET ALS

REIZEN. DAARDOOR ZIJN ZE VAAK NIET VERZEKERD. NIET OMDAT ZE

HET NIET BELANGRIJK VINDEN, MAAR OMDAT HET GEEN ONDERDEEL

IS VAN HOE ZE PLANNEN MAKEN. EN DAT MAAKT HET EIGENLIJK

HEEL BEGRIJPELIJK. WIL JIJ JONGE MENSEN ZOALS DAAN HELPEN?

DAT BEGINT MET EEN BEELD KRIJGEN VAN HOE HUN DAGELIJKS

LEVEN ERUITZIET.

Sluit als adviseur

aan bij het leven

van je klant

TEKST NIKI JONGEN, NH1816

Daan is 24, werkt, spreekt veel af

en probeert er zo vaak mogelijk

op uit te gaan. Even weg met

vrienden, nieuwe plekken zien.

Niet wachten tot de zomer, maar ook

tussendoor. Een weekend Antwerpen,

een festival met overnachting of een

paar dagen weg als het uitkomt. Reizen

is geen uitzondering, maar onderdeel

van het leven.

Tot een paar jaar geleden woonde

Daan nog thuis. En eerlijk? Ook

toen werd er nauwelijks over verzekeringen

nagedacht. Alles liep mee op

de polis van de ouders. Vakanties, uitjes

en weekendjes weg. Geen vragen,

geen keuzes, geen reden om erbij stil

te staan.

ZO REGELT DAAN HET ZELF

Daan woont inmiddels op zichzelf. En

regelt dus ook veel zelf. Zoals de huur,

de boodschappen en het plannen van

reizen. Bij het boeken van een citytrip of

verre reis, komt er soms een reisverzekering

voorbij. Dan is het eenvoudig om

die aangevinkt te laten staan. Klaar. Dat

voelt logisch.

‘Je bent te laat als je klant

expliciet vraagt naar een

reisverzekering’

Maar veel momenten waarop jonge

mensen op pad gaan, zitten niet in

een boekingsproces. Het zijn weekenden

met vrienden, festivals en spontane

trips. Dingen die zelf worden geregeld

en niet als ‘reizen’ voelen, maar

als spontaan gaan. En precies daar ontbreekt

het moment waarop iets wordt

geregeld.

Voor veel jonge mensen is reizen geen

uitzondering meer, maar onderdeel van

hun leefstijl. Niet alleen in de zomer,

maar het hele jaar door. Ze gaan vaker,

korter en spontaner weg. Met vrienden,

een partner of als er ineens een kans

voorbijkomt. Die manier van plannen

past bij hun leven, maar maakt ook dat

niet elk reismoment als zodanig voelt.

En wat niet voelt als een reis, voelt vaak

ook niet als een moment waarvoor iets,

zoals een verzekering, geregeld moet

worden.

40 | VVP NR 2 JUNI 2026


Nh1816

EN DAN LOOPT HET ANDERS

Soms gebeurt iets onverwachts: een

val tijdens een weekend weg, een ziekenhuisbezoek

net over de grens, spullen

die kwijtraken of een reis die anders

loopt dan gepland. Dan wordt zichtbaar

wat eerder geen rol speelde. Daan nam

nergens bewust een risico, maar stond

er niet bij stil dat een verzekering hier

het verschil had kunnen maken.

En precies daar kun jij iets betekenen.

Niet door Daan bewust te maken

van risico’s, maar door mee te bewegen.

Door net één stap eerder aan te sluiten.

VAN LOSSE MOMENTEN NAAR RUST

Wat veel jonge mensen zoeken, is namelijk

helemaal niet ingewikkeld. Geen

gedoe, geen verrassingen en geen dingen

die steeds opnieuw geregeld moeten

worden. Of er nu een verre reis

wordt geboekt of morgen spontaan

wordt vertrokken. Gewoon weten: het

is goed geregeld.

Tegelijkertijd willen jongvolwassenen

hun keuzes zelf maken. Ze staan

aan het begin van een fase waarin ze

regie nemen over hun eigen leven. Dat

vraagt om een andere rol van de adviseur.

Niet invullen of overtuigen, maar

helpen om overzicht te creëren. Zodat

iemand zelf kan kiezen wat past en zich

daar ook goed bij voelt.

DE SLEUTEL TOT HET GESPREK

Begin niet bij wat je aanbiedt.

Begin bij wat zíj doen.

Stel één vraag: “Waar ga je de komende

tijd allemaal naartoe?”

Laat ze vertellen. Weekenden. Festivals.

Trips tussendoor.

Daar zit het haakje.

Niet in uitleg.

Maar in herkenning.

PRAKTIJK

Voor de adviseur ligt de kans vaak niet in

het moment waarop een klant expliciet

vraagt naar een reisverzekering. Dan

ben je eigenlijk al te laat. De echte opening

zit eerder: in het gesprek over leven,

plannen en gewoonten. Jonge mensen

denken niet in verzekeringsmomenten,

maar in wat ze willen doen. Even

weg met vrienden, een festival, een

spontane stedentrip of een paar dagen

ertussenuit. Wie alleen wacht op een

concrete verzekeringsvraag, mist dus

een groot deel van hun werkelijkheid.

Juist daarom helpt het om niet te

beginnen bij het product, maar bij hun

leven. Waar gaan ze naartoe? Hoe vaak

zijn ze onderweg? Wat regelen ze zelf

en wat loopt er nog mee uit een eerdere

fase? Door dat gesprek goed te voeren,

ontstaat ruimte voor advies dat

past bij hoe zij leven: eenvoudig, relevant

en zonder onnodige complexiteit.

Niet door risico’s uit te vergroten, maar

door rust en overzicht te bieden op een

moment waarop zij daar zelf nog niet

bij stilstaan.

Door mee te kijken en overzicht te

bieden, help je hen om die keuze bewust

te maken zonder het over te nemen.

ALTIJD KLAAR OM TE GAAN

De kern is simpel: jonge mensen maken

hun keuzes niet vanuit verzekeringen,

maar vanuit hun leven. Wie daar als adviseur

op aansluit, maakt advies relevanter

en vanzelfsprekender. Niet door

te wachten op de vraag, maar door eerder

het gesprek te voeren. Want juist in

die ogenschijnlijk losse momenten zit

de kans om echt van betekenis te zijn.

Zodat iemand als Daan zorgeloos kan

blijven gaan. n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 41


FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN

Een adviseur die

verder kijkt dan

cijfers

TEKST PETRA DE LANGE, STICHTING LEF | BEELD DAMION THAKOER

BORIS BOON (COURNOT ADVISEURS) WERKT AL JAREN

ALS HYPOTHEEKADVISEUR BIJ EEN INTERMEDIAIR.

NAAST ZIJN ADVIESPRAKTIJK ZET HIJ ZICH AL

GERUIME TIJD IN ALS GASTDOCENT BIJ STICHTING

LEF, WAAR HIJ LESGEEFT OP MBO-SCHOLEN. DIE

COMBINATIE IS VOOR HEM GEEN TOEVAL. INTEGENDEEL:

ZIJN WERKERVARING EN HET GASTDOCENTSCHAP

VERSTERKEN ELKAAR VOORTDUREND.

Als hypotheekadviseur bevindt Boris zich

dagelijks op het snijvlak van cijfers, regelgeving

en persoonlijke keuzes. “Informatie

is tegenwoordig overal beschikbaar,” vertelt

hij. “Starters komen vaak goed voorbereid

het gesprek binnen. Ze hebben al zelf

berekeningen gemaakt, weten wat ze ongeveer kunnen

lenen en kennen de kosten bij het kopen van een huis.”

Juist daardoor is zijn rol de afgelopen jaren veranderd.

Waar het gesprek vroeger vooral ging over voorwaarden

en producten, ligt de focus nu meer op duiding

en vertrouwen. Het gaat minder om wát er kan en

42 | VVP NR 2 JUNI 2026


EDUCATIE

meer om wat bij iemand past. Twijfels over risico’s, toekomstplannen

of financiële rust spelen daarin een grote

rol. Boris helpt mensen niet door één ‘juiste’ keuze

voor te schrijven, maar door samen inzicht te krijgen in

de consequenties van verschillende opties.

ONVERWACHT

De aanleiding om gastdocent te worden, kwam voor

Boris onverwacht. Tijdens een PE-bijeenkomst stond

na de pauze iemand op die vertelde over zijn werk als

gastdocent bij Stichting LEF. Hij deelde waarom hij dat

deed en nodigde collega’s uit om erover na te denken.

“Bij mij viel het kwartje meteen,” zegt Boris. “Ik

dacht: dit is echt iets voor mij.” Niet omdat het moest

of omdat het goed stond op een cv, maar omdat het

raakte aan zijn intrinsieke motivatie.

Financiële keuzes hebben impact, zeker voor jongeren.

En juist die groep is volgens Boris vaak niet opgewassen

tegen de kracht van grote commerciële partijen,

slimme online verleidingen en ‘snel geld’-beloftes.

JONGEREN WEERBAARDER MAKEN

In zijn lessen bij Stichting LEF ziet Boris duidelijke verschillen

tussen mbo-studenten en de starters die hij later

in zijn adviespraktijk ontmoet. “Mbo-studenten zijn

vaak nog vijf tot tien jaar jonger. Ze zijn helemaal nog

niet bezig met het kopen van een huis. Maar ze hebben

wél te maken met abonnementen, koop-nu-betaal-later

constructies en de illusie dat je snel rijk kunt worden.”

Juist daar ligt de waarde van financiële educatie.

Niet door regels op te leggen of te vertellen wat goed

of fout is, maar door bewustwording te creëren. “Veel

financiële problemen ontstaan niet doordat jongeren

dom zijn, maar doordat ze keuzes maken zonder de

consequenties te overzien.”

De lessen bij LEF sluiten daarop aan. Door praktijkvoorbeelden,

gesprekken en herkenbare situaties worden

studenten aangezet tot nadenken over hun eigen

gedrag en voorkeuren. En dat werkt.

DE KRACHT VAN DE GROEP

Wat Boris het meest heeft verrast aan het gastdocentschap,

is de kracht van de groep. “Als je met elkaar het

gesprek voert, blijkt hoeveel kennis er al is. Iedereen

heeft wel een stukje van de puzzel. Samen weten ze

vaak veel meer dan je vooraf zou denken.”

Daarnaast ervaart hij het lesgeven als leerzaam

voor zichzelf. “Sommige dingen zijn voor mij zo vanzelfsprekend,

dat ik vergeet dat ze dat voor jongeren

helemaal niet zijn. En andersom komen zij soms met

inzichten die je zelf niet meer ziet, omdat je al zo lang

in je eigen bubbel zit.”

‘Studenten aanzetten

tot nadenken over

hun eigen gedrag

en voorkeuren’

Het contact met studenten helpt hem ook om zijn eigen

referentiekader te blijven verbreden. “Je vergeet

hoe het is om jong te zijn. Je voelt je volwassen, maar

maakt soms nog onhandige keuzes. Door voor de klas

te staan, zie ik dat weer terug – en dat helpt mij ook in

mijn werk én privé.”

WISSELWERKING MET ADVIESPRAKTIJK

Hoewel Boris daar niet direct bij had stilgestaan, merkt

hij dat zijn ervaringen als gastdocent hem ook een betere

hypotheekadviseur maken. “Ik sluit makkelijker

aan bij de leefwereld van jonge klanten. Ik begrijp beter

hoe ze denken, waar hun twijfels zitten en waarom bepaalde

keuzes spannend zijn.”

Ook durft hij in gesprekken vaker het perspectief

te verbreden. Door voorbeelden vanuit de klas kan hij

laten zien dat wat voor de één vanzelfsprekend is, dat

voor een ander helemaal niet hoeft te zijn. Dat helpt

klanten om met meer vertrouwen een beslissing te nemen.

Aan collega-adviseurs die twijfelen over het gastdocentschap,

heeft Boris een helder antwoord. Hij noemt

drie redenen om het te doen. “Ten eerste: het is gewoon

ontzettend leuk. Je komt vaak met meer energie

naar buiten dan dat je erin ging. Ten tweede: je kunt

écht iets bijdragen. En ten derde: je leert er zelf ook

van, in je werk en als persoon.”

Voor Boris hoeft het niet groots of meeslepend te

zijn. “Als je één keer voor de klas staat en het gevoel

hebt dat je misschien maar één student bewuster hebt

gemaakt, dan is het al de moeite waard geweest.” Juist

in een snelle, vluchtige maatschappij, waarin alles tussendoor

gebeurt, zijn dit de momenten waarop je echte

impact kunt maken.

“Doe het gewoon een keer,” zegt hij. “Kijk wat het

met die ene student doet. En kijk vooral wat het met jezelf

doet.” n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 43


PARTNER IN KENNIS

“JONGEREN DIE EEN HUIS WILLEN KOPEN, HEBBEN NOG WEINIG

HISTORIE IN DE HUIZENMARKT. DAT MAAKT DE ADVIESVRAAG EXTRA

INTERESSANT. HET GAAT NIET ALLEEN OVER DE LENING, MAAR OVER

HET HELE KOOPPROCES WAAR JE ALS ADVISEUR EEN BELANGRIJKE

BIJDRAGE AAN KUNT LEVEREN”, ALDUS PAUL BÄNZIGER, SENIOR

MANAGER COMMERCIE BIJ CENTRAAL BEHEER.

Hypotheekadviseur

biedt jonge

huizenkopers houvast

TEKST MARCEL VAN DOMMELEN

Bänziger: “Je ziet dat jongeren die

op weg zijn naar een koopwoning,

soms met vragen komen

die een doorgewinterde adviseur

als basaal bestempelt: hoe koop ik eigenlijk

een huis? Heb ik wel een opstalverzekering

nodig?”

Terechte vragen die tegenwoordig,

zeker door deze doelgroep, vaak aan AI

gesteld worden. Paul ziet daarbij een

risico. “Het gevaar is dat de vraag vaak

net niet goed geformuleerd wordt.

Dan krijg je een antwoord dat plausibel

klinkt, maar er toch ook flink naast kan

zitten. Een echt gesprek met een adviseur

is daarom zo waardevol.”

ADVISEUR HELPT MET OVERZICHT

Want naast AI draait ook de informele

adviesmarkt overuren: vrienden, ouders

en collega’s hebben allemaal een mening,

zeker over wonen. “Voor een jonge

starter is het lastig om al die signalen te

wegen. Je helpt jongeren het beste met

onafhankelijk advies om vandaag een

huis te kopen én morgen niet verrast te

worden. En dat is precies waar een adviseur

waarde toevoegt: structuur aanbrengen,

keuzes duiden en prioriteren.”

JONGEREN ZOEKEN BEGELEIDING

Wie jongeren adviseert, merkt dat het

gesprek bij de hypotheek begint en al

snel over het hele koopproces gaat.

Niet alleen: welke rentevastperiode en

aflossingsvorm passen, maar ook: hoe

werkt bieden, wat doet een notaris,

en welke keuzes zijn verstandig als de

spanning oploopt? Daar komt tegenwoordig

regelmatig verduurzaming bij:

jongeren zijn alert op klimaat- en energiemaatregelen

en vragen zich af wat

wel en niet kan in relatie tot een woning

en financiering. “Jongeren hebben

behoefte aan een routekaart: wat is

minimaal nodig, wat is verstandig voor

later? Ook als je klant er niet direct over

Jongeren beginnen later aan een eigen huis

Uit cijfers van het CBS blijkt dat 25-35-jarigen vaker thuis blijven wonen. Ook in

de groep tot 25 jaar zijn er in 2024 minder koopstarters op de woningmarkt gekomen.

Tegelijkertijd blijkt dat het percentage koopwoningen van starters stijgt

van 18 procent in 2022 naar ongeveer 24 procent in 2024.

Jongeren kopen dus later, maar de groep kopers neemt, ook in absolute

aantallen, toe: van bijna 31 duizend in 2022 naar ruim 37 duizend in 2024.

Daarmee blijft dit een substantiële doelgroep voor hypotheekadviseurs. Het

vraagt bovendien wat meer van het advies. Want ondanks een stijging van de

leeftijd waarop jongeren hun eerste huis kopen, zijn ze nog vaak onervaren in

de hypotheekmarkt.

44 | VVP NR 2 JUNI 2026


CENTRAAL BEHEER

Paul Bänziger: ‘Ik hoorde laatst van

iemand die 70.000 euro overbood.’

begint, kan het nuttig zijn om deze

onderwerpen in het gesprek te betrekken”,

aldus Paul.

ADVISEUR ALS REM OP DE EMOTIE

Een belangrijke rol die je als adviseur

hebt, is die van rationele tegenkracht.

Jongeren met minder buffers en minder

vergelijkingsmateriaal zijn volgens Paul

mogelijk kwetsbaar en gevoelig voor de

druk in de markt. “Starters horen overal

dat er geen woningen zijn en dat je

moet toeslaan zodra er iets langskomt.

Die druk kan leiden tot extreme keuzes.

Ik hoorde laatst van iemand die 70.000

euro overbood vanuit het gevoel anders

nooit aan bod te komen. Een starter

moet ook behoed worden voor de waan

van de dag.”

‘Jongeren hebben behoefte

aan een routekaart’

LIFE EVENTS BESPREKEN EN VASTLEGGEN

“Jongeren die een eerste woning kopen,

hebben wellicht de neiging vooral naar

het heden te kijken. Ze willen nu de

financiering voor een huis. Maar goed

advies brengt ook toekomstige scenario’s

in beeld. In een gesprek met (toekomstig)

jonge gezinnen is het logisch

om een overlijdensrisicoverzekering te

bespreken. Zeker omdat uit de cijfers

van het CBS (zie kader, red.) blijkt dat

de gemiddelde leeftijd voor startende

jongeren oploopt en dat ze dus al meer

zicht op hun leven hebben. Het is de

plicht van een adviseur om life-events

in kaart te brengen én vast te leggen.

De toezichthouder kijkt daar steeds

scherper naar. Maar het allerbelangrijkste

is natuurlijk dat je daarmee je klant

het beste helpt. Door hem een venster

te geven op wat hij ook in de toekomst

nodig kan hebben.”

GEEN APARTE PROPOSITIE VOOR JONGEREN

“Alle soorten klanten kunnen rekenen

op dezelfde vertrouwde service. Voor

adviseurs betekent dat een goed proces,

met korte lijnen. Heb je nu eens geen

doorsnee klant voor je? Dan kun je altijd

even rechtstreeks overleggen met een

acceptant. Of het nu om een oudere of

jongere klant gaat.” n

Bij Attens kunnen ouders meetekenen

voor de hypotheek

Bij Attens, een van de andere hypotheekmerken

van Achmea, bestaat

de mogelijkheid dat ouders meetekenen

voor de hypotheek. Voor

jongeren kan dat soms net het verschil

maken. Attens richt zich op

hypotheken voor professionals in de

zorg. Bij de inkomensbepaling kunnen

ook tijdelijke dienstverbanden

en toeslagen meegenomen worden.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 45


DIGITALISERING

Drieluik Adviesimpact (2):

adviesimpact in de praktijk –

kiezen waar het ertoe doet

Goed adviseren

begint met kiezen

DE MEESTE ADVISEURS KIEZEN DIT VAK NIET OM PROCESSEN AF TE

HANDELEN, MAAR OM KLANTEN TE HELPEN. OM SITUATIES TE BEGRIJPEN,

RISICO’S TE DUIDEN EN ADVIES TE GEVEN DAT ERTOE DOET. TOCH VOELT DE

PRAKTIJK VAAK ANDERS. ALLES VRAAGT AANDACHT, ALLES LIJKT URGENT.

EN VOOR JE HET WEET IS DE DAG VOORBIJ, ZONDER DAT JE TOEKOMT AAN

DIE PAAR KLANTEN WAARVAN JE EIGENLIJK WEET: DAAR HAD IK VANDAAG

MOETEN ZITTEN. DAAR ZIT DE ECHTE UITDAGING VAN VANDAAG. NIET EEN

GEBREK AAN INZET, MAAR EEN GEBREK AAN RICHTING.

TEKST JACK VOS, ONESURANCE.AI

DRIELUIK ADVIESIMPACT

In het eerste deel van dit

drieluik beschreven we

hoe het vak verschuift

van werkdruk naar keuzedruk.

In diteweede deel:

hoe bepaal je als adviseur

waar jouw aandacht vandaag

het meeste verschil

maakt. In deel 3 volgt inzicht

in het advieskantoor

van morgen.

46 | VVP NR 2 JUNI 2026


ADVIESIMPACT

Stel je een adviseur voor die zijn dag begint

zoals zovelen dat doen: mailbox open, takenlijst

erbij, even snel door de portefeuille

heen. De meeste acties ontstaan reactief.

Iemand mailt, dus je reageert. Iemand belt,

dus je helpt. Dat voelt logisch. Maar het

heeft een keerzijde.

De klanten die het meeste contact zoeken, zijn niet

altijd de klanten waar jouw advies de meeste impact

heeft. Ze vragen tijd, maar bepalen ook ongemerkt je

dag. Ondertussen zijn er klanten die nauwelijks van

zich laten horen. Geen schade, geen vragen. Alles lijkt

rustig. Juist daar zit vaak de waarde. Loyale klanten,

goede risico’s, maar ook: klanten die langzaam uit

beeld verdwijnen. Niet omdat ze ontevreden zijn, maar

omdat ze geen aandacht krijgen.

INBOUND VERSUS OUTBOUND

Inbound en outbound zijn twee verschillende soorten

werkzaamheden:

• Inbound is wat binnenkomt. Mails, vragen, schademeldingen.

Voor zakelijk is dit gemiddeld acht tot

twaalf keer per jaar per klant, voor particulier gemiddeld

één of twee keer. Dit werk is belangrijk,

het verdient snel en goed antwoord.

• Outbound is waar je zelf bepaalt wat je aandacht

krijgt. Welke klanten krijgen vandaag een moment

van jou? Welke risico’s heb je laten liggen? Waar zit

potentieel dat je nog niet hebt opgemerkt? Dit werk

bepaalt hoe proactief je bent.

Het probleem is dat inbound-werk (wat binnenkomt)

alle uren eet, zodat outbound-werk (wat ertoe doet) er

niet van komt. De oplossing is niet meer inzet. De oplossing

is allereerst slimmere inbound-verwerking, zodat

je tijd hebt voor gericht outbound-werk.

Moderne AI-technologie biedt een inbound-systeem

speciaal voor de adviseur met integratie van je

CRM (Anva, CCS, DIAS, enzovoort) dat elke binnenkomende

mail in twee seconden contextualiseert. Wie

is deze klant? Wat is hun risicoprofiel? Wat is de beste

respons (next best action)? Zoals: ‘deze klant heeft

hoog vertrekrisico, bellen, niet mailen’. Daarmee bespaar

je tot vijftien minuten per mail. Bij gemiddeld

tien tot vijftien mails per adviseur per dag heb je het

over ruim twee uur per dag. Hierdoor krijg je ruimte

om meer aan outbound te gaan doen.

DRIE LENZEN

Wanneer je tijd hebt om te kiezen, waar richt je je dan

op? Drie lenzen structureren dat:

• Eerste: royement. Welke klanten lopen risico op vertrek?

Dit is niet voelen, dit is voorspellen. Dit is

mogelijk met complexe AI-modellen met een nauwkeurigheid

rond 50 procent voor twaalf maanden

vooruit. Gericht ingrijpen leidt tot 80 procent retentie-verbetering.

Een klant met hoog risico om te

vertrekken, verdient jouw aandacht vandaag. Want

het is nu eenmaal vijf keer makkelijker een klant te

behouden dan een nieuwe klant te vinden.

• Tweede: potentieel. Welke pakketten zijn onvolledig?

Een bedrijf dat digitaliseert en geen cyber heeft.

Een huis gekocht zonder opstaldekking. Een zelfstandige

zonder AOV. Het systeem ziet deze gaten

door vergelijking: wie in dezelfde sector, dezelfde

grootte, dezelfde situatie hebben wel deze dekking?

Dat zijn concrete gesprekken.

• Derde: zorgplicht. Welke dossiers hebben echt aandacht

nodig? Complexe pakketten die twee jaar niet

gereviewd zijn. Overgenomen klanten zonder controle.

Grote risico’s waar onderverzekering op de

loer ligt. Dit is adviesplicht, niet administratie.

Deze drie lenzen werken samen. Een klant met hoog

vertrekrisico én onbenut potentieel én zorgplichtbehoefte?

Dat is vandaag jouw werk.

VOORBEREIDING MAAKT HET VERSCHIL

Nu je weet welke klanten aandacht verdienen, begint

het echte voordeel.

Voordat je belt, zijn de feiten al samengesteld op

basis van de beschikbare data in jouw systemen en aangevuld

met externe data. Daarnaast, wanneer heb je

deze klant het laatst gesproken? Wat is er veranderd in

hun situatie? Waar zit het risico, welke essentiële dekking

ontbreekt? Welk advies ligt voor de hand?

Dit werk doen AI-ondersteuning en agents vooraf.

De ene bereidt je voor op het gesprek. Een ander stelt

draft-communicatie op, zoals een gespreksleidraad of

alvast een concept adviesrapport. De ondersteunende

taken, het arbeidsintensieve werk, zijn al klaar. Jij begint

waar het ertoe doet: het gesprek zelf.

Voor zakelijk betekent dit dat je meer klanten gericht

kunt benaderen met dezelfde tijd. Voor particulier betekent

het dat je op schaal persoonlijk kunt werken. Allebei

zonder dat reactief inbound-werk je in de weg staat.

‘Reactief werken biedt

geen uitweg: je reageert

op wie schreeuwt, niet op

wie je echt kunt helpen’

NR 2 JUNI 2026 VVP | 47


DIGITALISERING

DE TECHNOLOGIE ONDER HET WERK

Dit klinkt simpel, maar werkt alleen met de juiste inzichten

achter de schermen.

• Data science verbindt en verrijkt je klantgegevens

met externe informatie. Zo wordt meestal CBSdata

op buurtniveau ingezet, met meer dan honderd

kenmerken van een buurt. KvK-groei, demografische

verandering, alles geeft context die je zelf

nooit zou kunnen opbouwen.

• Machine learning leert wat voorspellend is. Welke

combinaties leiden tot vertrek? Welke signaleren

potentieel? Welke wijzen op zorgplicht? Dit wordt

niet bedacht, het wordt herkend in duizenden

klanttrajecten.

• Large Language Models (LLM’s) vertalen technische

inzichten naar adviestermen die helpen. En autonome

AI-agents voeren het zware werk uit: mail op

het juiste moment, voorbereiding klaar, gespreksnotities

verzameld.

McKinsey noemde dit in 2025 een ‘strategisch kantelpunt’.

Organisaties die dit integreren bouwen een voorsprong

op. Dit hoeft niet zelf gebouwd te worden. Serviceproviders

bieden het meer en meer aan. Softwarepartners

regelen het. Je kiest voor een tool of service

die dit standaard doet, je stelt je werkwijze erop af, en

je werkt anders. Dat is alles.

DE KERN VAN GOED ADVISEREN

De juiste klant, op het juiste moment, de juiste aandacht.

Dat is het. Niet meer, niet minder. Dat is adviesimpact.

Met een portefeuille van duizenden klanten is dat

een uitdaging. Reactief werken biedt geen uitweg: je reageert

op wie schreeuwt, niet op wie je echt kunt helpen.

Dat kan beter.

De werkwijze die we in dit artikel hebben beschreven

- inbound-triaging zodat je outbound-focus krijgt,

drie lenzen om gericht te kiezen, voorbereiding die je

tijd teruggeeft, is precies ontworpen voor deze uitdaging.

Het maakt het haalbaar.

‘Je kiest voor een tool of

service, je stelt je werkwijze

erop af en je werkt

anders; dat is alles’

Jack Vos:

‘Meer rust omdat je

weet waarop je je richt.’

Jack Vos is de oprichter van Onesurance.ai. Een

insurtech bedrijf dat zich specifiek richt op ondersteuning

van adviseurs in Nederland en omringende

landen. Aangesloten bij insurtech hubs in Amsterdam,

München, London en Zurich.

Bronnen:

• McKinsey & Company – The Future of AI for the

Insurance Industry (2025)

• Deloitte – State of AI in the Enterprise 2026

• Bain & Company – Customer Behavior and Loyalty

in Insurance (2023)

• Gartner – Predicts 2026: AI Potential and Risks in

Software Engineering

Het resultaat is helder: klanten die beter geadviseerd

worden op het moment dat het ertoe doet. Groeiend

vertrouwen in jouw bedrijf, omdat advisering voelbaar

wordt. Hogere loyaliteit, omdat je daar aanwezig bent

waar het verschil maakt. De klant denkt: ”Deze adviseur

is echt goed, hij weet wat er speelt, voordat ik aan

de bel hoef te trekken”.

En voor jezelf: meer rust in je dag, scherpere keuzes,

beter werk. Niet omdat je harder werkt. Maar omdat

je weet waarop je je richt.

In het derde en laatste deel van dit drieluik kijken

we naar de gevolgen: hoe dit omslaat in groei, waardering

en toekomst van je kantoor. Want dit gaat verder

dan je eigen dag. Het bepaalt wat je kantoor waard is. n

48 | VVP NR 2 JUNI 2026



DIGITALISERING

COMMUNICATIE VAN ADVIESKANTOREN VERANDERT SNEL.

NIEUWE KANALEN, KORTE VIDEO’S EN SOCIAL MEDIA LIJKEN

STEEDS BELANGRIJKER TE WORDEN. MAAR BETEKENT DAT OOK

DAT LANGERE ARTIKELEN EN NIEUWSBRIEVEN HUN WAARDE

VERLIEZEN? IN DE PRAKTIJK VULLEN JUIST KORTE EN LANGE

CONTENT ELKAAR AAN BIJ HET OPBOUWEN VAN VERTROUWEN.

Wanneer korte

content niet

genoeg is

TEKST LINDA VERVLOET, MERKPODIUM

De manier waarop advieskantoren communiceren

verandert snel. Nieuwe kanalen,

nieuwe formats en steeds meer tools

maken het makkelijker om zichtbaar te

zijn. In gesprekken met kantoren hoor ik

daarom regelmatig dezelfde vraag. Moeten

we eigenlijk nog wel langere artikelen schrijven?

Of gaat alles tegenwoordig via korte berichten en video’s?

TikTok wordt vaak genoemd als hét kanaal voor

jongeren. En nieuwsbrieven zouden nauwelijks nog gelezen

worden.

‘Moeten we eigenlijk

nog wel langere

artikelen schrijven?’

Dat soort uitspraken klinken logisch in een tijd waarin

informatie steeds sneller lijkt te gaan. Toch laten ze

maar een deel van het verhaal zien.

Veel nieuwsbrieven worden inderdaad weinig gelezen.

Maar wanneer je beter kijkt naar de inhoud, zie je

vaak iets anders. De artikelen zijn algemeen, uitwisselbaar

en hadden net zo goed op een willekeurige website

kunnen staan. Het zijn stukken die uitleg geven over

een product of een ontwikkeling in de markt, maar

waarin het kantoor zelf nauwelijks zichtbaar is.

Voor een klant is er dan weinig reden om juist die

nieuwsbrief te openen. Juist daar zit vaak de gemiste

kans.

ZICHTBAARHEID EN VERTROUWEN

Korte content heeft een duidelijke functie. Het helpt

om zichtbaar te worden en om regelmatig onder de

aandacht te blijven. In een omgeving waar mensen veel

informatie voorbij zien komen, kan een kort bericht of

een korte video helpen om even op te vallen.

50 | VVP NR 2 JUNI 2026


MERKBELEVING

Maar zichtbaarheid en vertrouwen zijn niet hetzelfde.

Wanneer klanten belangrijke financiële keuzes moeten

maken, zoeken ze meestal meer dan alleen een snelle

indruk. Ze willen begrijpen met wie ze te maken hebben.

Hoe een adviseur naar zijn vak kijkt. Welke situaties

hij bij klanten tegenkomt en hoe hij daarin meedenkt.

Dat soort inzicht ontstaat niet in een paar seconden.

Het groeit wanneer iemand langer met een verhaal

bezig is.

VERTROUWEN GROEIT IN FASES

Als je kijkt naar hoe mensen beslissingen nemen, zie

je vaak hetzelfde patroon. Het gaat bijna altijd in stappen.

• Aandacht

• Interesse

• Vertrouwen

• Actie

Eerst moet iemand je opmerken. Daarna ontstaat er

interesse. Pas wanneer mensen je beter leren kennen,

groeit het vertrouwen dat nodig is om een stap te zetten.

Daar zit ook het verschil tussen korte en langere

content.

Korte berichten helpen vooral bij de eerste twee

stappen. Ze zorgen dat mensen je tegenkomen en

nieuwsgierig worden. Maar vertrouwen ontstaat

meestal pas wanneer iemand langer met jouw verhaal

bezig is. Wanneer iemand leest hoe je naar je vak kijkt,

welke situaties je tegenkomt en hoe je klanten helpt.

Of eenvoudiger gezegd: korte content trekt mensen

naar binnen, langere content zorgt dat ze blijven.

HET VERHAAL VAN HET KANTOOR

Voor advieskantoren ligt daar een belangrijke kans.

Veel communicatie bestaat nog uit algemene informatie,

terwijl juist de praktijkverhalen van het kantoor

interessant zijn. Welke vragen komen vaak terug in

gesprekken met klanten? Welke situaties kom je in de

praktijk tegen? En wat vraagt dat van een adviseur?

Wanneer adviseurs dat soort ervaringen delen,

krijgt communicatie een andere betekenis. Het wordt

geen marketingactiviteit, maar een verlengstuk van het

vak. Klanten krijgen daarmee niet alleen informatie,

maar ook inzicht in hoe hun adviseur denkt en werkt.

Een voorbeeld uit de praktijk is hoe Nh1816 het

Zest-magazine inzet. Dit ledenmagazine verschijnt in

verschillende edities die adviseurs kunnen personaliseren,

bijvoorbeeld met een eigen cover, voorwoord en

verhalen uit hun eigen praktijk. Daardoor wordt een

algemeen magazine ineens veel dichter bij het kantoor

zelf gebracht.

Linda Vervloet: ‘Korte content

trekt mensen naar binnen, langere

content zorgt dat ze blijven’

Linda Vervloet heeft ruim twintig jaar ervaring in branding

en marketing binnen de financiële sector. Vanuit MERKPODI-

UM helpt zij advieskantoren om hun merk scherper te positioneren,

klantrelaties bewuster te organiseren en communicatie

te vertalen naar een consistente aanpak. Technologie en AI

worden daarbij ingezet als versneller van wat er al is. In VVP

schrijft zij over zichtbaarheid, identiteit en de rol van technologie

in communicatie.

Juist dat soort combinaties laten zien dat inhoud en

persoonlijkheid goed samen kunnen gaan.

GEEN KEUZE TUSSEN KORT EN LANG

De discussie over content wordt soms gevoerd alsof er

een keuze gemaakt moet worden. Kort of lang. Social

media of nieuwsbrief. In de praktijk vullen die vormen

elkaar juist aan. Korte berichten zorgen ervoor dat

klanten een kantoor regelmatig tegenkomen. Langere

artikelen bieden ruimte voor context en verdieping.

Samen laten ze zien waar een kantoor voor staat

en hoe het naar zijn rol als adviseur kijkt. En juist daar

begint iets dat uiteindelijk belangrijker is dan bereik of

zichtbaarheid: een echte klantrelatie. n

NR 2 JUNI 2026 VVP | 51


VVP

KENNISEVENT

Op koers

met inkomen!

– EÉN MIDDAG, HELEMAAL BIJ! –

MARKTUPDATE MET:

JANTHONY WIELINK (ENKWEST)

ANNEMIEKE POSTEMA (AOVDOKTER/RADI AOV)

JOS BESSELINK (WIJZIJNLOEK)

WOENSDAGMIDDAG

1 JULI 2026

12.00 – 19.00 (MET LICHTE LUNCH VOORAF

EN AANGEKLEDE BORREL NA AFLOOP)

AFAS THEATER, LEUSDEN

Een ticket is kosteloos voor de

relaties van de kennispartners, voor

VVP-abonnees en Adfiz-leden. Overige

adviseurs betalen een eigen bijdrage van

€ 25,- excl. btw. ter tegemoetkoming

van de catering- en registratiekosten.

Een ticket voor niet-adviseurs

kost € 295,- excl. btw.

Op woensdagmiddag 1 juli 2026 organiseert VVP voor de zevende keer haar

kennisevent Inkomen. Drie specialisten schetsen actuele ontwikkelingen bij

Inkomen Collectief en AOV. Verdieping vindt plaats in de sessies die de

kennispartners van het event verzorgen.

Janthony Wielink (Enkwest) laat zien waar de advieskansen liggen in een

boeiende markt die helaas wordt overschaduwd door de aanhoudende achterstanden

bij UWV. Hoe bied je als adviseur dat extra’s waardoor werkgevers al

aan de voorkant effectief aan verzuimbeheersing kunnen doen? Uiteraard zal

Janthony ingaan op de visie van het nieuwe kabinet op de sociale zekerheid.

Annemieke Postema (AOVdokter en RADI AOV) heeft zich ontwikkeld

tot BAZ-expert bij uitstek. Zij praat de deelnemers bij over de laatste

ontwikkelingen.

AOV-advies is maar voor weinig kantoren echt een specialisme.

Jos Besselink (WijZijnLoek) laat met zijn persoonlijke verhaal zien

waarom het wél je verantwoordelijkheid is.

U bent na deze middag weer helemaal op de hoogte van het boeiende

maar complexe Inkomensvak!

Dit event wordt mede mogelijk gemaakt door a.s.r., De Goudse, Klaverblad,

TAF en Yinco Health. Ook partner worden van dit event? Neem dan contact

op met Sara Hattink: sara@vvp-online.nl, 06-8118056.

Informatie en aanmeldingen: www.events.nl


Het praktijkgerichte katern Ken je vak! vormt het hart van iedere VVP-editie

en biedt need to know-informatie voor iedere adviseur. Met onder meer

de vertaling van belangrijke Kifid-uitspraken op het gebied van leven, schade

en hypotheken naar de dagelijkse adviespraktijk, de rubriek Permanent

Actueel en informatie en tips met betrekking tot Innovatie, Compliance,

Marketing & Sales, Inkomen, Purpose en Duurzaamheid.

FOTO PETER BEEMSTERBOER

NR 2 JUNI 2026 VVP | 53


LEREN VAN KIFID-UITSPRAKEN

Fraude met werkgeversverklaring

ZORGPLICHT – De consument vervalst de werkgeversverklaring om in

aanmerking te komen voor een hypothecair krediet. Dit wordt door de

aanbieder ontdekt. De aanvraag voor het hypothecair krediet wordt afgewezen.

De werkgever ontslaat de medewerker op staande voet. Tja, wat

doe je dan? Je stelt de hypotheekadviseur aansprakelijk. Die had de vervalste

werkgeversverklaring maar beter moeten controleren.

De Geschillencommissie volgt deze redenering (gelukkig) niet en overweegt:

“Als uitgangspunt geldt dat een hypotheekadviseur mag uitgaan

van de juistheid van de door de opdrachtgever (in dit geval de consument)

verstrekte informatie, tenzij er aanwijzingen zijn die tot een nader onderzoek

door de hypotheekadviseur nopen.” – Uitspraak GC 2026 – 0273

Moet de bank waarschuwen bij

stijgende rente?

NAZORG – In 2019 sluit de consument een hypothecaire geldlening met

een rentevastperiode tot november 2025. In 2024 verwijt de consument

de bank dat deze de consument in 2022 niet heeft gewezen op de op dat

moment stijgende marktrente. De consument stelt dat een stijgende rente

bij de volgende rentevastperiode ertoe zou kunnen leiden dat de hypothecaire

lening voor hem onbetaalbaar wordt.

De Geschillencommissie verklaart deze klacht ongegrond en motiveert

dit onder meer als volgt: “De consument stelt terecht dat op de

bank een zorgplicht rust. Die zorgplicht strekt echter niet zo ver dat de

bank verplicht is de consument tijdens de looptijd van een rentevastperiode

te wijzen op een stijgende marktrente, met het oog op de mogelijkheid

het rentecontract open te breken. Dit kan ook niet van de bank worden

verwacht, omdat onzeker is hoe de rente zich verder zal ontwikkelen.”

En: “De verplichting tot nazorg is vastgelegd in artikel 4:20 lid 3 Wft.

Daar staat dat een financiële dienstverlener een klant gedurende de looptijd

van een overeenkomst inzake een financieel product informatie verstrekt

over wezenlijke wijzigingen in de informatie over het product voor

zover deze wijzigingen redelijkerwijs relevant zijn voor de klant. Renteontwikkelingen

vallen hier niet onder. Dat is immers geen wezenlijke wijziging

in de informatie over het product. Partijen kunnen met elkaar overeenkomen

dat deze ‘aanvullende nazorg’ wordt verleend. Dat de consument

een afspraak met die strekking heeft gemaakt met de bank is niet

gebleken.” – Uitspraak GC 2026-0369

Geen OTD. Toch

zorgplicht?

ZORGPLICHT – Wanneer er tussen een financieel

dienstverlener en een consument een overeenkomst

tot dienstverlening wordt overeengekomen,

ontstaan er voor beide partijen rechten

en verplichtingen. De vraag is of ook vóór dit

moment van het overeenkomen van een OTD

al verplichtingen voor de adviseur kunnen ontstaan.

De Geschillencommissie komt tot de volgende

algemene uitspraak, waarbij zij zowel

verwijst naar een arrest van de Hoge Raad als

naar de artikelen 4:19 en 4:20 van de Wft: “Als

er geen sprake is van een overeenkomst van opdracht

rust op de adviseur een precontractuele

zorgplicht welke met zich meebrengt dat de

adviseur zijn gedrag mede moet laten bepalen

door de gerechtvaardigde belangen van zijn wederpartij,

in dit geval de consumenten.”

De zorgplicht van de adviseur na het aangaan

van de OTD is zwaarder en uitgebreider.

Maar ook voor het afsluiten van de OTD moet

de adviseur rekening houden met de gerechtvaardigde

belangen van de consument. Simpel

vertaald: ook in de precontractuele fase moet

de adviseur zich fatsoenlijk gedragen. Niets bijzonders

dus. – Uitspraak GC 2026 -0337

Leren van Kifid-uitspraken – De uitspraken van Kifid bevatten

regelmatig leermomenten voor financieel adviseurs en verzekeraars.

In elk nummer vat VVP een aantal relevante uitspraken samen.

De samenvatting Hypotheken

wordt u aangeboden door de

54 | VVP NR 2 JUNI 2026


ADFIZ

Een klacht ontvangen? Als financieel

dienstverlener ben je verplicht te zorgen

voor een adequate behandeling van

klachten over je dienstverlening (Wft

artikel 4:17; Bgfo artikel 40 tot en met

44 en artikel 57). Een goede afhandeling

en administratie helpt je bovendien

inzicht te krijgen in de kwaliteit van

dienstverlening en kan helpen om deze

op punten te verbeteren.

TEKST ADFIZ

Is jouw klachtenbeleid up-to-date?

Als ondernemer, adviseur en werkgever

wil je dat de reputatie van je onderneming

- en breder: de reputatie van de

sector - en het vertrouwen dat klanten

daarin stellen buiten kijf staan. Daarom is het

belangrijk om op een goede en voorspelbare

manier om te gaan met klachten en incidenten

die bij je worden gemeld of die je waarneemt.

De regels die gelden rondom de omgang

met incidenten behandelden we in VVP 1 van dit

jaar. In deze editie gaan we in op de regels rondom

klachten.

WAARAAN MOET JE VOLDOEN?

Als financieel dienstverlener ben je verplicht om

– vóórdat een klant een financieel product via

jou afsluit – hem te informeren dat je een procedure

voor klachten hebt en wat deze inhoudt.

Ook moet je meedelen dat je aangesloten bent

bij een erkende geschilleninstantie (Kifid).

In geval van een klacht over je dienstverlening

ben je verplicht te zorgen voor een adequate

behandeling ervan. Zo moet je beschikken

over een interne klachtenprocedure. Deze moet

erop gericht zijn dat je een klacht binnen een redelijke

termijn maar tegelijk ook zorgvuldig afhandelt.

In een vroeg stadium zul je een termijn

voor behandeling van de klacht moeten bepalen.

Je moet je klant over deze termijn informeren.

Aan alle medewerkers binnen je bedrijf die betrokken zijn bij de afhandeling

van een klacht moet je de interne klachtenprocedure beschikbaar

stellen. De procedure stelt je in staat de klacht binnen een redelijke

termijn zorgvuldig te behandelen, rekening houdend met termijnen voor

het informeren van de klant die een klacht heeft ingediend.

KLACHTENREGISTER

Je bent ook verplicht een behoorlijke administratie bij te houden van

klachten over je dienstverlening. Wettelijk is voorgeschreven welke zaken

je moet vastleggen: naam, adres en woonplaats klager, de klacht en datum

van ontvangst, een omschrijving van de klacht, een beschrijving van

de wijze waarop de klacht is afgehandeld.

Het klachtenregister houd je actueel, waarbij je rekening houdt met

de gestelde bewaartermijn na datum van afhandeling van de klacht. Van

belang is ook dat het klachtenregister een functie heeft bij het aanbrengen

van verbeterpunten in de dienstverlening. Dit kan als het klachtenregister

op regelmatige basis wordt besproken binnen/met het management

van de organisatie.

Om adviseurs te ondersteunen bij het opstellen van een klachtenbeleid

stelt Adfiz voor haar leden tools en modellen beschikbaar via

de website. Op adfiz.nl/modellen zijn te vinden: een voorbeeld van een

klachtenregeling ten behoeve van klanten, te publiceren op je website,

een voorbeeld van een interne klachtenprocedure, een model voor een

klachtenregister. n

‘Op een goede en voorspelbare manier omgaan

met klachten’

NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 55


Als je een vaste column schrijft is het heel gevaarlijk om daarin uitspraken te

doen over de toekomst. Tussen het inleveren van je kopij en de uiteindelijke

plaatsing zit een paar weken en wanneer bijvoorbeeld het politieke landschap in

de tussentijd verandert, kun je er lelijk naast zitten. Jarenlang was AOV absoluut

niet zo’n snel veranderend onderwerp. Het verhaal bleef telkens hetzelfde. “Ondernemers

zien veel vooroordelen en sluiten vrijwel geen polis af en de meeste

adviseurs laten het onderwerp ook links liggen”. Maar tijden veranderen.

De stilte na de storm

TEKST JOS BESSELINK, WIJZIJNLOEK

Op dit moment is AOV ineens een snel

veranderend onderwerp en is het gevaarlijk

om te voorspellen hoe de ontwikkelingen

zich gaan opvolgen. Het

is dus elke keer weer puzzelen bij het inleveren

van een nieuwe column, want voor je het weet,

is wat je schrijft bij publicatie al achterhaald.

Deze column ga ik het daarom eens anders

aanpakken. Ik probeer zelfs wat verder vooruit

te kijken. Hoe ziet de wereld eruit ná de behandeling

van de BAZ?

De tijdlijn van de invoering van de verplichte

AOV wordt steeds duidelijker. Na een technische

briefing volgt behandeling in de Tweede

Kamer. Tegelijkertijd blijft er veel onduidelijk.

Wanneer wordt de peildatum bekendgemaakt?

Wat wordt die peildatum? En voor de markt

niet onbelangrijk: kunnen er in de tussentijd

nog aanvragen worden gedaan? We weten veel

en kunnen bestuurlijk de juiste keuzes maken,

maar de exacte invulling blijft onzeker.

Aan deze voorspellingen ga ik me ook niet

aan wagen. Veel interessanter vind ik wat er

daarna gebeurt. Want juist na alle hectiek ontstaat

een situatie waar we nu nog te weinig bij

stilstaan. Zeg maar: de stilte na de storm.

VOORSPRONG

Want we lijken met z’n allen te vergeten dat na

de behandeling van de BAZ de meeste ondernemers

(en veel van hun adviseurs) zullen denken:

“Ik heb nog tot eind 2029 om alles te regelen”.

Daarmee wordt het uitstellen van een goed gesprek over arbeidsongeschiktheid

makkelijker dan ooit. In plaats van “Hier moet ik wel een keer

wat mee” wordt het al vrij snel “Ik heb nog jaren de tijd”.

Ik pak nog een keer m’n glazen bol erbij en voorspel dat er echt iets

nodig is van iedereen in deze branche. Niet alleen van de kantoren die

AOV-advies al volledig oppakken of hebben uitbesteed, maar ook van alle

andere schade-, hypotheek- en financieel adviseurs.

Want wie denkt dat dit een onderwerp is dat je ‘later wel oppakt’,

komt bedrogen uit. De kantoren die nu beginnen met het opbouwen of

inkopen van kennis, processen en capaciteit, hebben straks een enorme

voorsprong. En die voorsprong haal je niet meer zomaar in. Wie nu niet

begint, is straks te laat om nog echt mee te doen.’

ESSENTIEEL

Een AOV lijkt maar ‘een polis, maar het bespreken ervan is echt essentieel

als je je klant goed wil helpen. Jij zult hem moeten vertellen dat hij nu

echt aan de bak moet. Anders is hij straks nog jaren onverzekerd. En belangrijker

nog: het is een onderwerp dat je als organisatie moet leren beheersen.

Daar begin je niet in 2029 mee.

Hele gezinnen storten in omdat een van de kostwinnaars arbeidsongeschikt

raakt en veel ondernemers verliezen in dat geval niet alleen hun

inkomen maar vaak ook een (groot) deel van hun identiteit. Ik sta hier

uitgebreid bij stil tijdens het VVP-Kennisevent Inkomen van 1 juli a.s. (https://vvp-events.nl/).

‘Adviseurs en adviesorganisaties die de

komende jaren volop investeren in AOV-advies

gaan als winnaar uit de bus komen’

56 | VVP NR 2 JUNI 2026


AOV-ADVIES

Jos Besselink: ‘AOV-advies

is verantwoordelijkheid

van alle adviseurs.’

NA DE HECTIEK BEGINT HET PAS

De komende periode staat in het teken van

de verplichte AOV. Er verandert veel en de

aandacht ligt volledig op deadlines, peildatum

en voorwaarden.

Maar als we eerlijk zijn, weten we ook

wat er daarna gebeurt.

De druk valt weg. De urgentie neemt af.

En het gesprek over arbeidsongeschiktheid

schuift opnieuw naar de achtergrond.

Maar er ligt ook een enorme kans voor

organisaties die nu inzetten op AOV-advies.

Wie nu vooruitkijkt, helpt niet alleen zijn

klanten om tijdig de juiste keuzes te maken,

maar legt ook de basis voor een duurzame

en goed renderende AOV-propositie. Een

voorsprong die anderen niet zomaar meer

zullen inhalen.

POSITIEF

Maar er is ook een positieve kant. Als je de komende

tijd je ondernemende klanten helpt om

hun verantwoordelijkheid te nemen, zorg je niet

alleen dat hij tijdig zijn eigen keuzes maakt over

AOV; je bindt hem ook langdurig aan je als vertrouwde

adviseur. Of je het advies nu zelf geeft

of uitbesteedt, jij kunt hem als geen ander hiermee

helpen.

Adviseurs en adviesorganisaties die de komende

jaren volop investeren in AOV-advies

gaan daarmee absoluut als winnaar uit de bus

komen. Die voorspelling durf ik wel aan.

Want AOV-advies is misschien niet je specialisme;

het is wél je verantwoordelijkheid. n

Jos Besselink is AOV-specialist, spreker, dagvoorzitter

en oprichter van WijZijnLoek . Met

zijn team is hij op een missie om te zorgen dat

AOV-advies voor iedere ondernemer in Nederland

bereikbaar is, zodat geen ondernemer nog

onbewust onverzekerd hoeft te zijn.

Zie ook: www.wijzijnloek.nl/meer-informatie

NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 57


De AFM publiceerde op 9 april 2026 de geactualiseerde leidraad

Hypotheekadvisering. Deze leidraad vervangt de oude

leidraad uit 2011 en beschrijft hoe een hypotheekadviseur

volgens de AFM invulling kan geven aan de wettelijke

adviesnorm van artikel 4:23 Wft. Wat zijn de belangrijkste

veranderingen waarover vragen leven in de praktijk?

De geactualiseerde AFM-leidraad

Hypotheekadvisering

TEKST LINDENHAEGHE

De rode draad door de geactualiseerde

leidraad is de zelfstandige adviesrol. De

AFM benadrukt dat je als adviseur niet

alleen kijkt naar wat de klant wil of wat

de geldverstrekker mogelijk maakt, maar een

passend advies geeft over wat past bij de specifieke

situatie van de klant. Hypotheekadvies

is méér dan een financieringsoplossing regelen:

het is adviseren over keuzes die voor een lange

periode impact hebben op het dagelijks leven

van de klant.

De leidraad verwacht dat je duidelijk maakt

dat jouw advies kan afwijken van de klantwens.

Als je dit vroeg bespreekt, voorkom je verrassingen

verderop in het traject. Wil de klant

toch afwijken van je advies? Leg dan in het dossier

en in het adviesrapport vast op welk onderdeel

de klant afwijkt, welke motieven de klant

daarvoor heeft en welke financiële consequenties

je hebt toegelicht. Leg ook vast waarom je

wel of niet meewerkt aan de uitvoering van die

klantwens.

Kun je je als adviseur echt niet verenigen

met de keuze van de klant, omdat die niet in

diens belang is? Dan moet je je afvragen in hoeverre

je kunt meewerken aan de uitvoering van

die wens. De Wft kent hiervoor geen specifieke

regel, maar de adviseur moet wel steeds handelen

in het belang van de klant. Je weegt daarbij

ook je beroepseer, je geweten en je civielrechtelijke

zorgplicht mee.

VAN HYPOTHEEK- NAAR WOONLASTEN

Een opvallende verschuiving in de leidraad is de bredere definitie van

woonlasten. Waar de focus voorheen primair lag op rente en aflossing,

weegt de AFM nu een breder pakket mee: energielasten, gemeentelijke

belastingen, onderhoud, opstalverzekering en eventueel erfpacht. Als

adviseur beoordeel je dus niet alleen of de hypotheeklasten betaalbaar

zijn, maar of de totale woonlasten passen bij de financiële situatie van de

klant. Afhankelijk van de klantsituatie kan het nodig zijn om ook het uitgavenpatroon,

spaargedrag en netto besteedbaar inkomen mee te nemen.

Daarbij maakt de leidraad een helder onderscheid tussen haalbaarheid

en betaalbaarheid. Haalbaarheid ziet op de vraag of de lening binnen

de Trhk-norm past en door de geldverstrekker kan worden geaccepteerd.

Betaalbaarheid is het professionele oordeel van de adviseur of de woonlasten

passen bij de financiële situatie, doelstellingen en risicobereidheid

van de klant, nu én in de toekomst. Dat een lening binnen de Trhk-norm

valt, is dus niet automatisch voldoende om deze als passend te adviseren.

NIEUWE THEMA’S

De leidraad bevat twee volledig nieuwe thema’s. Het eerste is verduurzaming.

De AFM verwacht dat je dit onderwerp bespreekt in het adviestraject,

vooral bij woningen met energielabel E, F of G. Je hoeft geen energieexpert

te zijn, maar je bespreekt wel het energielabel, de invloed op de

maximale leenruimte, mogelijke productvoorwaarden zoals duurzaamheidskorting

en de financieringsmogelijkheden voor energiebesparende

voorzieningen. Naast verduurzaming verwacht de leidraad ook dat je funderingsrisico’s

signaleert in regio’s waarin je actief bent.

Het tweede nieuwe thema is relatiebeëindiging. De leidraad verwacht

dat je de financiële scenario’s bij relatiebeëindiging bespreekt in je advies,

‘Een opvallende verschuiving is de bredere

definitie van woonlasten’

58 | VVP NR 2 JUNI 2026


JOUW VAKBEKWAAMHEID

in ieder geval in algemene zin, en waar relevant

klantspecifiek. Let daarbij extra op de partner

met het laagste inkomen: begrijpt die werkelijk

wat de persoonlijke financiële gevolgen zijn bij

relatiebeëindiging?

BEGRIJPELIJK EN TIJDIG

De leidraad besteedt meer aandacht aan de

vormgeving van het adviesrapport. De aanbeveling

is een gelaagde opbouw: begin met een

korte samenvatting van het advies en de belangrijkste

overwegingen, werk vervolgens per

onderdeel de analyse uit, en voeg achtergrondinformatie

toe voor wie meer wil weten. Het

doel is geen dik rapport, maar een begrijpelijk

en onderbouwd document waaruit blijkt hoe je

tot je advies bent gekomen.

Het advies moet tijdig worden gedeeld.

Dat betekent dat de klant: het advies ontvangt

vóórdat definitieve keuzes worden gemaakt;

de gelegenheid krijgt om het te bestuderen om

daarna pas het bemiddelingstraject te starten.

RENTEVASTPERIODE: SCENARIOANALYSES

Bij de rentevastperiode legt de leidraad meer

nadruk op scenarioanalyses. In een voorbeeld in

de leidraad is het volgende uitgewerkt: bij een

korte rentevastperiode rekent de adviseur scenario’s

door waarin de rente met twee en drie

procentpunt stijgt, zodat duidelijk wordt of de

klant een rentestijging bij herziening kan dragen.

EEN NIEUW ADVIESMOMENT

De geactualiseerde leidraad behandelt oversluiten nadrukkelijk als een

nieuw adviesmoment, maar het adviestraject hoeft niet altijd helemaal

opnieuw te worden doorlopen:

Is de hypotheek minder dan vijf jaar geleden afgesloten? Dan stel je

altijd de checkvraag of er relevante wijzigingen zijn in de klantsituatie.

Is de hypotheek meer dan vijf jaar geleden afgesloten? Dan kun je er

niet van uitgaan dat eerdere informatie nog bruikbaar is.

Bij oversluiten gaat het verder om meer dan alleen het financiële voordeel.

Er kunnen ook andere redenen spelen om oversluiten te overwegen,

bijvoorbeeld een wijziging in het inkomen van de klant, een veranderde risicobereidheid

of andere persoonlijke omstandigheden.

DOSSIERCONTROLE AFM

De centrale toetsvraag van de AFM blijft per dossier: heeft de adviseur

het klantbeeld voldoende in beeld gehad om tot een passend advies te

komen bij deze specifieke klant? Als je die vraag met ja kunt beantwoorden,

en dat kunt aantonen in het dossier, dan vergroot je de kans op een

positief oordeel. n

VAKBEKWAAMHEID IN VERTROUWDE HANDEN

Als financieel adviseur is het belangrijk continu op de hoogte te zijn

van de relevante ontwikkelingen binnen je vakgebied. Met de rubriek

‘Jouw vakbekwaamheid’ in VVP informeren wij

jou over verschillende actualiteiten die jouw beroepspraktijk

direct raken. Aan bod komen wetswijzigingen,

nieuwe regelingen en nog veel meer!

NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 59


WARTAAL

Ik schrijf vaak over lastige taal makkelijk

maken. Maar waarom willen we met

z’n allen eigenlijk het liefst ingewikkeld

schrijven?

Doe niet zo moeilijk

TEKST MIEKE DADEMA, SOEPEL.NU

Een collega van mij mailde deze zin vorige

week aan ons: “In navolging van onderstaand

schrijven […] Voornoemde brengt

met zich mee […]”. Hij praat normaal altijd

heel normaal, dus waarom hij dan ineens zo

gek gaat schrijven? Als hij praat zou hij gewoon

zeggen: ik zou nog even terugkomen op […] en

dat betekent dat […] (of iets in die trant).

Gek toch? Doe jij dit ook wel eens? Vast wel!

Ik doe het zelf ook, iedereen doet het. Maar

waarom eigenlijk?

ONDERZOEK

Ik heb er eens een mini onderzoekje naar gedaan.

Gebaseerd op wat gegoogle en AI, dus pin

mij niet vast op de wetenschappelijke onderbouwing.

Wat blijkt nou?

• Door dure woorden en jargon te gebruiken,

denken we dat we deskundig over komen.

Dat we indruk maken op de ander en professioneel

lijken.

• Ook doen we het om ons een groep te voelen.

Dus als we lastige verzekeringswoorden

gebruiken, die wij wel snappen en de ander

niet, horen wij bij elkaar en die ander, die

hoort er niet bij (lekker kinderachtig, maar zo

werkt groepsvorming helaas).

• Soms heb je lastigere woorden nodig om je

beter en genuanceerder te kunnen uitdrukken,

dus dan kan het nodig zijn. Maar vaker

wordt een tekst alleen maar vager en onduidelijker.

• En sommigen (zoals ikzelf al eerder in een

column heb toegegeven) vinden het fijn om

te puzzelen met woorden, kunnen lastige

zinnen en woorden een uitdaging zijn voor

onze hersenen om op te lossen.

• Als je duidelijk gaat schrijven, moet ook duidelijk zijn wat je wil zeggen!

Dat is niet altijd makkelijk, het betekent keuzes maken.

INDRUK

En als je natuurlijk wel graag wil dat anderen van je onder de indruk zijn, je

bij een duidelijk afgebakend groep wil horen, lekker vaag wil communiceren

omdat je zelf niet precies weet wat je wil zeggen en van taal een ingewikkelde

puzzel wil maken?

Moet je vooral doen. Daar is niks mis mee, maar denk wel altijd voor

wie schrijf ik dit nou? Voor mijzelf of voor iemand anders? En die ander?

Wat wil die lezen, wil die nuttige informatie krijgen, waar hij wat mee

kan? Wil hij snappen wat je wil zeggen? Ik denk het wel eigenlijk. Dus vanaf

nu, denk aan degene aan wie je iets schrijft.

Dus ik doe het al die tijd al hartstikke verkeerd! Mijn volgende column

moet er eentje worden voor verzekeringsmensen, die op een hoog abstractieniveau

ingewikkelde verzekeringstaal snappen en die ook zeker

deskundig en professioneel zijn. Toch, lezers van de VVP?

Dus maak jullie borst maar nat! Ik ga proberen een column te schrijven

op het hoogste taalniveau (C2 – lezen). Dat betekent dat ik van jullie

verwacht dat je kunt lezen op dit niveau: Ik kan praktisch alle vormen

van geschreven taal begrijpen en interpreteren, met inbegrip van abstracte,

structureel complexe of zeer spreektalige literaire en niet-literaire geschriften

(CEFR framework definitie lezen).

Nu nog even een onderwerp bedenken. Misschien moet die column

wel de titel ‘Doe niet zo makkelijk’ krijgen. n

‘Denk aan degene aan wie je iets schrijft’

60 | VVP NR 2 JUNI 2026


KLANTGERICHTHEID

“Wacht tot u een plaats wordt toegewezen.” Met die boodschap

begon laatst een avondje uit. Terwijl de wind om ons

heen joeg en de rij langzaam opschoof, viel mij opnieuw op

hoe vaak bedrijven invullen wat klanten willen, zonder het

simpelweg te vragen. In onze branche doen we vaak precies

hetzelfde. Terwijl juist één simpele vraag hét verschil

kan maken tussen een correcte service en een memorabele

klantbeleving.

Je mag het gewoon vragen

TEKST SONJA STALFOORT, ALPINA GROUP

Als er één branche bekendstaat om gastvrijheid, dan is het wel de

horeca. Zeker met het mooie weer ben ik regelmatig op een terras

te vinden. En noem het beroepsdeformatie, maar ik let dan

automatisch op de totale klantervaring. Niet alleen op het eten

of de snelheid, maar juist op de kleine interacties die bepalen of je je echt

welkom voelt. Voor de ingang van de strandtent stond een rij wachtenden

bij een bord met de tekst: “Wacht tot u een plaats wordt toegewezen.”

Vol in de wind. Niet bepaald comfortabel.

Toen wij eindelijk aan de beurt waren, vertelde de ober vriendelijk dat

hij eerst de tafel zou laten schoonmaken voordat we mochten gaan zitten.

Vanuit zijn perspectief waarschijnlijk uitstekende service. Een schone

tafel hoort tenslotte bij gastvrijheid. Alleen: wij wilden vooral uit de wind.

Desnoods aan een tafel waar nog even een glas op stond. Maar dat heeft

hij nooit gevraagd. Toen we uiteindelijk zaten, gaf hij aan dat hij “zo met

de drankkaart zou komen.” Opnieuw vriendelijk bedoeld. Alleen wisten

wij allang wat we wilden drinken. Ook dat werd niet gevraagd. En zo ging

het verder.

Het zette me aan het denken. Hoe vaak

doen wij dit zelf in ons werk? Hoe vaak denken

wij vanuit goede intenties, terwijl we vooral

aannames doen? We denken te weten wat klanten

belangrijk vinden. We vullen in. Ondertussen

vergeten we het te vragen.

‘Echte klantgerichtheid

begint met

nieuwsgierigheid’

OPRECHTE NIEUWSGIERIGHEID

Een vraag betekent eigenlijk: “Ik vind het belangrijk

wat jij wilt.” Toch zien veel professionals

vragen stellen nog onbewust als een teken van

onzekerheid. Alsof je de klantbehoefte al zou

moeten kennen. Maar het tegenovergestelde

is waar. Elke klant is anders. Elke situatie is anders.

En door te vragen laat je zien dat je oprechte

aandacht hebt. Hoe eenvoudig was het

geweest als de ober had gevraagd: “Willen jullie

alvast zitten of wachten op een schone tafel?”

Dan was het wachten ineens geen frustratie geweest,

maar onze eigen keuze. En dat maakt de

ervaring fundamenteel anders.

In de verzekeringsbranche ligt hier misschien

een nog grotere kans. Wij zijn gewend

oplossingen aan te dragen, risico’s te overzien

en advies te geven. Maar echte klantgerichtheid

begint bij nieuwsgierigheid. Bij durven vragen.

Wat vindt u belangrijk? Waar maakt u zich zorgen

over? Hoe wilt u geholpen worden? Vragen

kosten weinig tijd. Maar ze leveren enorm veel

op: begrip, vertrouwen, betrokkenheid. En uiteindelijk:

een veel betere klantervaring. De belangrijkste

les is verrassend simpel. Je mag het

gewoon vragen. n

Sonja Stalfoort is directeur Marketing & Communicatie

bij Alpina Group. Een expert in klantbeleving

en auteur van het boek ‘De klant-energieke

organisatie’.

NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 61


BEDRIJFSADVIES

Stel: een bekende van je gaat zich inkopen in het bedrijf waar

hij werkt. Hij begint met een belang van tien procent. De prijs

staat vast en de voorwaarden zijn duidelijk. Maar dan komt de

boekhouder met een scherpe vraag. “Hoe zit het met de Wet

DBA; loopt de onderneming hier geen risico?” De Wet DBA en

de handhaving op schijnzelfstandigheid zijn in 2026 een hot

topic. Voor een DGA met een minderheidsbelang kan de huidige

regelgeving tot juridische en fiscale problemen leiden.

Schijnzelfstandig

TEKST RUTGER WESTENBURG, WESTENBURG BEDRIJFSADVIES

De Wet DBA draait om de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Hiervoor wordt gekeken naar drie criteria: arbeid, loon en

gezag.

Bij een DGA met slechts tien procent van de aandelen ontstaat

er direct een probleem bij het criterium gezag. Omdat de overige

aandeelhouders (die 90 procent bezitten) de DGA kunnen ontslaan of instructies

kunnen geven, neemt de Belastingdienst snel aan dat er sprake

is van een gezagsverhouding. Als er sprake is van een gezagsverhouding,

wordt de managementovereenkomst door de fiscus gezien als een fictieve

dienstbetrekking. De managementfee wordt dan simpelweg als loon

beschouwd.

FEITELIJKE WERKSITUATIE

De Wet DBA is van toepassing op de relatie tussen de holding van de DGA

en de werkmaatschappij (de opdrachtgever). De Belastingdienst kijkt

“door de holding heen” naar de feitelijke werksituatie van de persoon.

Om te voorkomen dat deze tien procent-DGA als werknemer van de

werkmaatschappij wordt aangemerkt, moet je de focus verleggen van

“werknemer met aandelen” naar “extern adviseur/bestuurder”. Enkele

dringende adviezen (die helaas geen garantie voor de toekomst zijn):

• Gebruik een goedgekeurde Modelovereenkomst:

gebruik een actuele modelovereenkomst

“geen gezag” van de Belastingdienst

als basis voor de managementovereenkomst.

Wijk hier in de praktijk niet van af.

• Geen loon doorbetalen bij ziekte: zorg dat

de managementfee stopt zodra de DGA niet

kan werken. De DGA moet zelf voor een AOV

zorgen.

• Vervangbaarheid: regel in de overeenkomst

(indien mogelijk) dat de holding een andere

‘Het echte

goud zit in het

gesprek’

gekwalificeerde persoon kan sturen. Hoewel

dit bij management vaak lastig is, helpt het

bij de bewijslast tegen een dienstbetrekking.

Daarnaast is een juiste operationele inrichting

essentieel. De DGA moet niet op de personeelslijst

staan, geen beoordelingsgesprekken voeren

met het bestuur (als ‘ondergeschikte’) en geen

gebruik maken van secundaire arbeidsvoorwaarden.

Het sterkste argument tegen schijnzelfstandigheid

is wanneer de holding ook voor

andere partijen opdrachten uitvoert maar dat

zal in de praktijk vaak lastig zijn.

Tenslotte is de gezagsverhouding ook van

belang voor de sociale verzekeringen. Volgens

de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder

ben je doorgaans pas sociaal verzekeringsplichtig-vrij

(en dus echt zelfstandig

ten opzichte van de werkmaatschappij) als je

niet tegen je wil ontslagen kunt worden. Met

tien procent van de stemmen heb je die macht

meestal niet. Gezien het tien procent-belang is

de kans dus groot dat de DGA voor de sociale

verzekeringswetten (WW, WIA) als werknemer

wordt gezien.

Kortom, de materie is zeer complex en de

gevolgen zijn groot als het niet goed geregeld

is. Het belangrijkste advies is daarom: laat je

hierover goed adviseren door een jurist en fiscalist.

n

62 | VVP NR 2 JUNI 2026


LETSELSCHADE

Het is vrijdagochtend, half negen. Mijn

telefoon gaat: onze bekende assurantieadviseur

Rob is aan de lijn, hoorbaar

onrustig. “Kun je me alsjeblieft helpen?

Ik kom er niet meer uit met dit letselschadedossier.

Ik dacht dat ik het geregeld

had, maar nu meldt mijn klant

nieuwe klachten én extra kosten. Er is

nog geen vaststellingsovereenkomst,

dus misschien kun jij het nog rechttrekken?”

Een herkenbare situatie voor veel

collega’s in ons vak.

De valkuil van zelf behandelen

TEKST LISA SJAARDEMA, BRANDMR

‘Letselschades

verhalen?

Niet zo

makkelijk als

het lijkt’

Helaas zien we af en toe nog steeds dat verzekeringsadviseurs proberen

letselschades zelf af te handelen. Op het eerste gezicht

lijkt dit efficiënt en klantvriendelijk. Maar de praktijk leert dat het

afhandelen van letselschade veel complexer is dan het verhalen

van materiële schade. Letselzaken zijn vaak ingewikkelder dan gedacht: er

zijn niet altijd direct zichtbare kosten waar rekening mee moet worden gehouden

en de toekomst is op dit moment nog niet te voorspellen.

Een letselschadedossier goed behandelen begint al bij de start: bij

de aanmelding. Juist in die eerste fase draait het om het geruststellen

van het slachtoffer, maar ook om goed verwachtingsmanagement: helder

uitleggen wat het slachtoffer van ons mag verwachten én wat wij van

hem of haar nodig hebben. Denk aan het zorgvuldig vastleggen van de

klachten, het direct compleet maken van het

dossier met de juiste stukken en het goed documenteren

van afspraken en contactmomenten.

Wat u aan de voorkant mist of verkeerd

vastlegt, kan later tot discussie leiden - met

soms een jarenlange nasleep. In het ergste geval

kan later niet meer worden aangetoond dat

het slachtoffer recht heeft op een vergoeding,

simpelweg omdat het dossier niet sluitend is.

Dat is natuurlijk niet de service die u uw klant

wilt bieden.

Een letselschadespecialist weet waar de valkuilen

liggen en kan tijdig bijsturen. Door vanaf

het begin te zorgen voor een volledig en overzichtelijk

dossier, voorkomt u dat belangrijke informatie

ontbreekt of dat termijnen verlopen.

Bovendien is een specialist bekend met passende

onderhandelingsstrategieën en op de hoogte

van de actuele jurisprudentie, waardoor de kans

op een snelle en eerlijke afwikkeling aanzienlijk

groter wordt.

WANNEER DOORVERWIJZEN?

Twijfelt u over de aard of de ernst van het letsel?

Verwijs dan direct door naar een letselschadespecialist.

Mocht u toch de letselschade behandelen?

Sluit het dossier dan nooit met een vaststellingsovereenkomst

zonder dat een medisch- en

letselschadespecialist hiernaar hebben gekeken.

Wees eerlijk naar uw klant over uw eigen expertise

en de complexiteit van letselschade.

Documenteer elk contactmoment en alle

relevante informatie zorgvuldig, ook als u doorverwijst.

In dit geval hebben wij Rob gerust kunnen

stellen en het dossier kunnen heropenen. Doordat

er gaten in het dossier zaten en het te snel

was gesloten, heeft dit echter extra veel tijd

gekost en heeft zijn klant een stuk langer dan

nodig op zijn compensatie moeten wachten.

De volgende keer zal Rob zich in ieder geval niet

meer aan een letselschade branden. n

NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 63


DUURZAAMHEID

Zowel YouTube als de landelijke media

stonden de afgelopen weken vol met

video’s over de “zelfrijdende” Tesla in

Nederland. En ja ik kon het niet laten

om het zelf ook even te proberen. Best

knap! En in ieder geval een stuk indrukwekkender

dan onze robotstofzuiger

thuis die minstens vier keer botst met

iedere tafelpoot.

Zelfrijdende auto’s en

brandende thuisbatterijen

TEKST BJÖRN JALVING, TURIEN & CO.

Waar Tesla ooit één van de aanjagers

was van de elektrificatie, lijkt het

merk nu opnieuw grensverleggend

bezig, dit keer op het gebied van

autonoom rijden. Toch is dat zelfrijden beperkt.

Tesla noemt het systeem Full Self-Driving Supervised.

Die supervisor bent u of ik. De RDW

heeft Tesla’s FSD Supervised in april 2026 goedgekeurd

voor Nederland, maar benadrukt dat

het gaat om een rijhulpsysteem onder toezicht:

de bestuurder blijft verantwoordelijk. Waarmee

de auto vooral een geavanceerde assistent is.

In dezelfde periode meldde de brandweer

zich in de media met zorgen over de opmars

van thuisbatterijen met een stekker. Dit zal ongetwijfeld

te maken hebben met het afschaffen

van de salderingsregeling. Omdat er bij deze

plug-and-play-batterijen vaak geen installateur

betrokken is, bestaat het risico dat gebruikers

minder goed nadenken over brandveiligheid.

Denk aan onvoldoende ventilatie, plaatsing

in een vluchtroute, brandbaar materiaal in de

buurt of het aansluiten van te veel apparaten

op één groep. De brandweer adviseert onder

meer om zo’n batterij op een droge, goed geventileerde

plek te zetten en nooit in of bij een

vluchtroute, zoals de gang of onder de trap.

ONZE ROL PAKKEN

Plug-in-thuisbatterijen zullen in veel gevallen gewoon verzekerd zijn.

Maar daarmee zijn de risico’s nog niet vanzelf goed beheerst. Welke verzekeraar

en adviseur wijzen klanten actief op de risico’s en preventiemaatregelen?

Door nu onze rol te pakken, voorkomen we dat we later

achter de feiten aanlopen en halsoverkop naar beperkingen of uitsluitingen

moeten grijpen.

Op het eerste gezicht lijken een zelfrijdende Tesla en een thuisbatterij

met stekker misschien weinig met elkaar te maken te hebben. Toch laten

ze dezelfde ontwikkeling zien: technologie wordt slimmer, toegankelijker

en gebruiksvriendelijker, maar het risico verdwijnt niet. Het verschuift.

Of het nu gaat om technologische innovatie of verduurzaming: steeds

opnieuw raken deze ontwikkelingen onze verzekeringsproducten, onze

adviezen en de risico’s waarover wij klanten begeleiden. Veel innovaties

worden verkocht als gemak, besparing of verduurzaming, maar hebben

ook gevolgen voor brandveiligheid, aansprakelijkheid, preventie-eisen,

verzekerde sommen en de schadeafhandeling.

Hoe slimmer de techniek, hoe belangrijker het wordt dat klant, adviseur

en verzekeraar scherp blijven op de risico’s erachter. Meldt een adviseur

zich bij ons met zo’n nieuwe ontwikkeling, dan worden wij daar altijd

enthousiast van. Dit houdt ons vak leuk en dynamisch! n

‘Het risico

verdwijnt

niet, het

verschuift’

KANSEN BIJ VERDUURZAMING

In de rubriek ‘Duurzaamheid’ onderzoeken

Björn Jalving en Paul Burger van Turien &

Co./AnsvarIdéa kansen voor financieel adviseurs

bij verduurzaming. Reacties zijn welkom

op bjalving@turien.nl.

64 | VVP NR 2 JUNI 2026


INKOMEN

‘Ken je vak’ betekent ook ‘ken je (nieuwe) klant’. Iedere twee

jaar voeren TNO en het CBS een Zelfstandigen Enquête Arbeid

(ZEA) uit, in samenwerking met het ministerie van SZW. De rapporten

bevatten relevante informatie, die adviseurs kan helpen

bij het bepalen van hun doelgroep en hun communicatie.

Ken je klant

TEKST ANNEMIEKE POSTEMA, AOVDOKTER.NL

Een belangrijke waarneming is dat het aantal ondernemers met een

arbeidsongeschiktheidsvoorziening stijgt. Maar nog altijd ruim een

kwart heeft niets geregeld. In 2019 was dit 40 procent. Zmp’ers

(zelfstandigen met personeel) hebben vaker een voorziening dan

zzp’ers, mannen vaker dan vrouwen, jongeren vaker dan ouderen (55-plus).

Ook bestaan er verschillen tussen sectoren: de zorg en de landbouw kennen

een hoge penetratiegraad, handel en recreatie scoren veel lager.

CONCURRENTIE

Slechts 27 procent van de zelfstandigen heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering

afgesloten, waarbij het verschil tussen zmp’ers (43 procent)

en zzp’ers (24 procent) opvallend is. Ondernemers met personeel

hebben waarschijnlijk een grotere risicobewustheid. Zzp’ers kiezen gemiddeld

minder vaak voor een traditionele AOV. Zelfstandigen kiezen steeds

vaker een alternatieve (deel)oplossing.

Vermogen (spaargeld en/of beleggingen) wordt het meest genoemd

als voorziening: 40 procent. Maar ook schenkkringen, de waarde van de

eigen woning of het bedrijf worden als voorziening beschouwd. 21 procent

van de zmp’ers ziet de bedrijfswaarde als buffer tegen slechts zes procent

van de zzp’ers. Daarnaast zijn er zelfstandigen met een verzekering via

UWV of via hun werkgever.

De AOV-sector moet dus concurreren met (vermeende) zelfredzaamheid,

informele solidariteitsmodellen en vermogensopbouw. Een

integrale advisering, waarbij de bedrijfscontinuïteit, pensioenopbouw en

combinatie-oplossingen worden betrokken, kan een adequaat antwoord

hierop zijn.

Het rapport geeft ook inzicht in de financiële

weerbaarheid van ondernemers. Als het inkomen

wegvalt kan 30 procent minder dan zes

maanden rondkomen. Tot 45 jaar is dat zelfs 40

procent. Eveneens zorgwekkend is dat vijftien

procent het niet eens weet! Zzp’ers kunnen het

gemiddeld langer uitzingen dan zmp’ers. Oudere

ondernemers kunnen het langer volhouden

dan jongeren. De bouwsector staat er het

slechtst voor.

‘Integrale

advisering het

antwoord’

GEZONDHEIDSRISICO’S

Het ziekteverzuim onder zelfstandigen bedroeg

3,7 procent van de beschikbare werkdagen. 40

procent van de zelfstandigen heeft het afgelopen

jaar weleens niet of minder gewerkt vanwege

ziekte of gezondheidsredenen. Dat de daadwerkelijke

uitval per type ondernemer verschilt

mag geen verrassing zijn. Griep en verkoudheid

werden overal veruit het meest gerapporteerd.

In de bouw komen verder vaak rugklachten

voor, gevolgd door klachten aan benen (inclusief

heupen, knieën en voeten). In de landbouw

scoorden nek, schouders, armen, polsen en

handen juist hoog.

Beroepsziektes vormen al jarenlang een stabiel

aandeel: zo’n tien procent.

Gemiddeld negentien procent denkt dat de

klachten (deels) door het werk werden veroorzaakt.

In de bouw en de zorg wordt dit verband

vaker gelegd dan in de zakelijke dienstverlening.

Burn-outklachten komen al enkele jaren

bij twaalf procent van de ondernemers voor, dat

is meer dan enkele jaren geleden. In de zorg is

dat achttien procent, in de landbouw nog geen

acht procent.

Gelukkig is zo’n 90 procent van de zelfstandigen

tevreden met het ondernemerschap en

denken ze tot (vlak voor) hun AOW-datum door

te kunnen werken. n

NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 65


De discussie over de toekomst van de sociale zekerheid staat

op scherp. Hoe blijft het stelsel betaalbaar zonder het fundament

van inkomenszekerheid en solidariteit aan te tasten?

Ingrijpende herziening WIA

onvermijdelijk

TEKST MARJOL NIKKELS-AGEMA

Met het rapport ‘Werk aan de WIA - naar een stelsel dat weer

werkt’ heeft het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO)

eind 2025 een duidelijke waarschuwing afgegeven. Het arbeidsongeschiktheidsstelsel

staat op een breekpunt. Het commissiedebat

van 8 april 2026 laat echter zien dat de vertaalslag van analyse

naar politieke keuzes moeizaam verloopt. Waar het IBO oproept tot fundamentele

keuzes, bleef het debat grotendeels hangen in de spanning

tussen kostenbeheersing, bescherming van bestaande rechten en uitvoerbaarheid.

DRIE RICHTINGEN

Het IBO wijst op drie samenhangende ontwikkelingen. De instroom in de

WIA stijgt fors, de uitvoering bij het UWV loopt vast en het tekort aan

verzekeringsartsen belemmert tijdige en zorgvuldige beoordelingen.

Het IBO schetst drie richtingen. Het eerste scenario richt zich op stabilisatie.

Daarbij worden WGA en IVA samengevoegd tot één regeling,

herbeoordelingen beperkt en sociaal-medische taken breder belegd. Ook

vervallen de complexe duurzaamheidsbeoordelingen. Dit scenario verbetert

de uitvoerbaarheid, maar lost de kernproblemen niet op.

Het tweede scenario gaat verder en zet in op activering. De IVA verdwijnt

voor nieuwe instroom en maakt plaats voor een tijdelijke re-integratie-uitkering

van maximaal drie jaar, met werkplicht. Wie daarna niet

kan werken, valt terug op een voorziening buiten de WIA. Daarmee verschuift

het stelsel van inkomensbescherming naar participatie.

Het derde scenario betekent een fundamentele stelselwijziging. De

loongerelateerde uitkering verdwijnt en wordt vervangen door een basisvoorziening

op of rond het wettelijk minimumloon. Voor midden- en

‘Wie een minimummodel wil voorkomen,

moet nu investeren in stabilisatie,

preventie en activering’

hogere inkomens betekent dit een forse inkomensval.

Het belang van private aanvullende

verzekeringen neemt daarmee sterk toe.

De impliciete boodschap van het IBO is duidelijk:

wie een minimummodel wil voorkomen,

moet nu investeren in stabilisatie, preventie en

activering.

De uitvoeringspraktijk verandert ondertussen

al zichtbaar. Herbeoordelingen verschuiven

van routinematig instrument naar selectieve

interventie. De consequentie is dat de WIA

minder corrigerend wordt en meer definitief.

Dat vergroot het belang van een juiste beoordeling

bij instroom en van tijdige interventies in de

eerste twee ziektejaren.

ANALYSE ZONDER BESLUIT

Het debat van 8 april liet zien dat de urgentie

uit het IBO nog niet volledig is geland. De discussie

ging alle kanten op: over kosten, uitkeringshoogte,

uitvoering en preventie. De fundamentele

vraag welk stelsel Nederland wil, bleef

grotendeels liggen.

Een belangrijk discussiepunt was het Arbeidsongeschiktheidsfonds

(Aof). Kamerleden

stelden kritische vragen over de stijgende premie

terwijl het fonds over reserves beschikt. De

premie werd zelfs aangeduid als ‘spookbelasting’.

Opvallend was dat de minister erkende

dat de premie feitelijk werkt als een belasting

op arbeid, terwijl deze juridisch een verzekeringspremie

blijft.

Ook de discussie over een extra tekort van

circa één miljard euro door hogere instroom

laat dit spanningsveld zien. Kamerleden betwijfelen

het beeld, terwijl het kabinet wijst op de

structureel stijgende kosten in de sociale zekerheid.

Vergeleken met het voorgaande jaar zijn

66 | VVP NR 2 JUNI 2026


INKOMEN

snel beschikbaar zijn en zet in op taakherschikking

en inzet van andere professionals. Daarmee

verschuift de vraag naar wat echt medisch

beoordeeld moet worden en wat anders kan

worden georganiseerd.

de kosten in 2026 ruim elf miljard euro hoger! De kernvraag blijft: is

bezuinigen op uitkeringen een passend antwoord op een instroomprobleem?

POLITIEKE LIJNEN

Het debat maakt duidelijke verschillen zichtbaar. Enerzijds is er een

activeringsgerichte benadering, waarin sociale zekerheid sterker

moet prikkelen tot werkhervatting en ruimte wordt gezien voor private

verzekeraars. Anderzijds is er een beschermingsgerichte lijn, waarin

verslechtering van bestaande rechten wordt afgewezen.

Daarnaast is er een systeemkritische benadering, waarin de nadruk

ligt op uitvoering, instroom en preventie. Waarom loopt het systeem

vast? Waarom neemt de instroom toe? En waarom werkt preventie

onvoldoende?

Opvallend is dat er brede consensus bestaat over de voorkant van

het stelsel. Meer preventie, betere arbeidsomstandigheden en sterkere

re-integratie worden door vrijwel alle partijen als noodzakelijk

gezien. De oplossing ligt daarmee niet alleen in de WIA, maar vooral

vóór de instroom.

Over één punt is iedereen het eens: de uitvoering vormt de grootste

beperking. De minister erkent dat extra verzekeringsartsen niet

‘De grootste winst ligt vóór de WIA-instroom’

NOG INTACT

De discussie over het hybride stelsel zorgde

voor politieke spanning. De minister gaf aan dat

dit stelsel “niet heilig” is, maar nuanceerde later

dat er geen directe systeemwijziging komt.

Wel wordt het gesprek aangegaan met verzekeraars

en sociale partners. Voor de praktijk

betekent dit dat private partijen onderdeel blijven

van het stelsel, maar dat hun rol opnieuw

ter discussie staat.

Voor adviseurs is duidelijk dat de publieke

inkomensbescherming onder druk staat. Het

stelsel wordt waarschijnlijk soberder, minder

voorspelbaar en sterker gericht op activering.

Dat vergroot de behoefte aan aanvullende oplossingen

en goed advies.

Preventie wordt daarbij steeds belangrijker.

Inkomensadvies kan niet los worden gezien van

verzuimbeleid, duurzame inzetbaarheid en reintegratie.

De grootste winst ligt vóór de WIAinstroom.

Werkgevers krijgen te maken met hogere

premiedruk en meer onzekerheid. Werknemers

ervaren dat inkomenszekerheid minder vanzelfsprekend

wordt. Juist in die context kan de adviseur

waarde toevoegen door overzicht, duiding

en concrete oplossingen te bieden.

VOORUITDENKEN IS NOODZAKELIJK

Het IBO-rapport laat weinig ruimte voor twijfel:

het huidige WIA-stelsel is niet houdbaar zonder

ingrijpende keuzes. Het politieke debat laat

echter zien dat die keuzes nog niet worden gemaakt.

Daarmee ontstaat een tussenfase waarin

de uitvoering onder druk blijft, maatregelen

stap voor stap worden ingevoerd en de fundamentele

stelselvraag wordt uitgesteld.

Voor de adviespraktijk betekent dit dat vooruitdenken

essentieel wordt. Welke richting het

ook op gaat, duidelijk is dat private aanvullende

oplossingen aan belang winnen en dat de

rol van de inkomensadviseur belangrijker wordt

dan ooit. n

Marjol Nikkels-Agema is directeur van Sensio

Opleidingen en Return Arbo.

NR 2 JUNI 2026 VVP | 67


Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!