VVP 2-26 eZine
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
80 JAAR HÉT PLATFORM VOOR DE FINANCIEEL ADVISEUR
VVPRUIM
JAARGANG 83 • NUMMER 2 • JUNI 2026
Hommage
Toon Berendsen
veertig jaar bij VVP
Verrijking in de
financiële sector
“Het was niet
zo bedoeld”
werkt niet
Vrouw en Advies
Sexy beroep voor
jonge mensen
Afscheid
VVP interviewt
Jos Baeten en
Ruud Dekker
Weet wat er leeft!
Financieel advies voor jongeren
VVP
VVP Ondernemersdag
De toekomst
van advies
VVP ONDERNEMERSDAG MET:
• JOB VAN DEN BERG (AI.NL)
• BABETTE PORCELIJN
(THINK BIG ACT NOW)
• FINALE VVP ADVIES AWARDS
DONDERDAG 1 OKTOBER
10.00 – 18.30
AFAS THEATER, LEUSDEN
Een ticket is kosteloos voor de relaties van de
kennispartners, voor VVP-abonnees en voor Adfizleden.
Andere adviseurs betalen een eigen bijdrage
van € 25,- excl. btw, ter tegemoetkoming van de
catering- en registratiekosten. Een ticket voor niet
adviseurs kost € 295,- excl. btw.
De derde editie van de VVP Ondernemersdag
wordt een belangrijke kennis-, inspiratie- en netwerkdag
voor alle adviesondernemers en ondernemende
adviseurs van Nederland.
Laat je inspireren door onder meer Job van den
Berg, de AI-expert van Nederland, en Babette Porcelijn
(Think Big Act Now). Zij laten zien hoe je als
ondernemer innovatie kan omarmen, hoe je AI efficiënt
inzet in je adviespraktijk, welke trends er
zijn in ondernemerschap en wat je kunt leren van
de allerbeste advieskantoren van Nederland.
Dit jaar sluiten we de VVP Ondernemersdag
af met de spectaculaire finale van de VVP Advies
Awards. Kom luisteren naar de twaalf pitches van
de adviesparels van Nederland en hoor welke vier
adviesondernemers zich dit jaar mogen kronen tot
de advieshelden van Nederland.
Informatie en aanmeldingen:
vvp-events.nl/vvpondernemersdag/
XXX
VOORWOORD
T oon
Toon Berendsen was op Koningsdag precies
40 jaar werkzaam bij VVP en ik mocht er
gelukkig 32 van meemaken... En dat is langer
dan mijn twee huwelijken bij elkaar.. Je
weet het nooit in het leven, maar de relatie
met Toon lijkt voor de eeuwigheid...
In 1994 solliciteerde ik bij VVP. Ik was een echte
bladenmaker, maar wist niets van de financiële sector.
Omdat ik graag bij mijn toenmalige werkgever
weg wilde, solliciteerde ik bij VVP en werd nog aangenomen
ook. Ik had nogal wat vooroordelen over de
sector: saai, schimmig, blauw en betekenisloos. En zo
dacht ik ook over verzekeringsjournalisten. Toen ik
voor het eerst aan de redactie werd voorgesteld, was
ik verbaasd. Ik zag een bureau met een stapel papier
tot aan het plafond en de jongeman die achter dat bureau
zat stond op en stelde zich vriendelijk voor. Het
leek me meteen prettig met zo’n innemende persoonlijkheid
te mogen samenwerken.
Ik voelde me al snel thuis bij hem en ging hem met
de dag meer waarderen. Vooral als mens met een groot
en warm hart, maar ook om zijn fenomenale vakkennis
en geheugen. Zelf ben ik opgeruimd en netjes,
bang om iets niet meer terug te kunnen vinden. Toon
wist bijna alles uit zijn hoofd en als dat toch even niet
het geval was, deed hij een ogenschijnlijk willekeurige
greep in die metershoge stapel papier op zijn bureau
en trok er altijd direct het juiste document uit.
Nog voordat Toon bij VVP kwam werken, was hij
al geïnteresseerd in autoraces, vooral de Formule 1 en
hij bezoekt nog altijd een paar (historische) races per
jaar. Als je hem tegenkomt, vraag hem dan eens wie
de Formule 1 race van januari 1974 in Brazilië won.
Zonder blikken of blozen weet hij je dan de top 5 van
die dag te vertellen.
Zo’n fenomenaal geheugen heeft uiteraard een
enorm voordeel in de financiële sector. Lang voor
Google zijn intrede deed, hadden wij Toon.
Zijn professionaliteit is ongekend. Toon is al veertig
jaar onafhankelijk, journalistiek, betrouwbaar,
feitelijk en eerlijk. Dat klinkt misschien logisch, maar
vind nog maar eens vaklui die altijd in alle omstandigheden
trouw blijven aan eigen normen en waarden.
En dan is Toon ook nog iemand die veel dingen
tegelijkertijd kan doen. Een vereiste op een hele kleine
redactie (we zijn maar met zijn tweeën).
Vanaf het begin konden we lezen en schrijven met
elkaar. De één zegt a, de ander b, en voor het weten,
zijn we op weg naar c. Tuurlijk waren er af en toe pittige
discussies, maar die duurden nooit lang en hebben
nooit onze liefde voor ons werk in de weg gezeten.
Hadden we alleen een werkrelatie? Welnee. Toon
is al vele jaren een zeer dierbare vriend van mij en we
hebben lief en leed gedeeld, zoals dat in een goed huwelijk
hoort.
Dank Toon voor alle dierbare jaren, dat er nog
maar vele jaren mogen volgen. n
WILLEM VREESWIJK
HOOFDREDACTEUR / willem@vvponline.nl
NR 2 JUNI 2026 VVP | 3
VVP Advies
Awards 2026
In 2026 organiseert VVP de achtste editie van de zeer
begeerde Advies Awards. Ook dit jaar zijn jury en spotters
op zoek gegaan naar de advieshelden van Nederland
in de categorieën starters, kleine kantoren, middelgrote
kantoren en grote kantoren. De twaalf genomineerden
zijn bekend. Op 1 oktober is de grande finale in het
AFAS Theater te Leusden.
Dit zijn de twaalf genomineerden:
• Starters: Van Bläcker, Sacha Koenen Quality Insurance,
Topzeker Hypotheken
• Kleine kantoren (1-5 medewerkers): Balans OFD, M/V
Works, Vraeg Van Aelst
• Middelgrote kantoren (6-25 medewerkers): Kippers
ter Keurs, toek., Van der Doelen Hypotheken en
Verzekeringen
• Grote kantoren (>25 medewerkers): Van Campen & Dijkstra,
IkbenFrits, Geerts (Oosterhout)
Dit jaar zijn 37 spotters op zoek gegaan naar de parels in de
adviessector. Dat leverde een longlist van 144 kantoren op.
De top 3 per categorie werd bepaald door spotters en jury,
dit jaar bestaande uit Odette Bakker (Dazure), Kenneth
Leenders (Expat Mortgages), Robin van Beem (BrandMR),
Edwin Bosma (BHB Dullemond) en Arjuna Bosch (WeGroup),
aangevuld met de vier winnaars van vorig jaar.
Aan de genomineerden heeft de jury gevraagd een bedrijfsfilm
te maken die aan een aantal strenge voorwaarden
moet voldoen. In de periode tussen 15 juni en 28 augustus
worden deze films live gezet op www.adviesawards.nl en
kunnen relaties, klanten en geïnteresseerden stemmen op
hun favoriete film. De stemmen tellen voor de helft mee in
de uitslag per categorie, de andere helft wordt bepaald door
het juryoordeel.
De finaledag vindt plaats op 1 oktober in het AFAS Theater.
Alle genomineerden zullen deze dag een korte pitch
geven en aan het eind van de dag maakt de jury de vier
winnaars bekend. De finale is dit jaar het sluitstuk van de
derde editie van de VVP Ondernemersdag. Topsprekers, inspiratie
en nieuwe inzichten verzekerd!
De VVP Advies Awards zetten excellent advies stevig op
de kaart, zowel binnen én buiten de branche.
EERDERE WINNAARS:
Robbe Financieel Raadgevers (2019), Assurantiekantoor
Keijzerwaard (2020), Adviesgroep De Vogel (2021), Jähnig
+ Ter Braak Hypotheken (2022), Veldhuis Advies (2023), Du
Gardijn 2024 en Gewoon bij Saskia, PMP Duurzaam Verzekeren,
De Goede Financieel Specialist en Boidin (categoriewinnaars
2025).
Meer informatie: www.adviesawards.nl.
De VVP Advies Awards 2026 worden mede mogelijk gemaakt
door: ARAG, Assistent, Avéro Achmea, Blinqx, Dazure,
Klaverblad, Lloyds Bank, Nationale-Nederlanden, Nedaso,
Nh1816, OAKK, Obvion, SVC Groep, TAF, Tulp Hypotheken,
Turien & Co. Ook partner worden van deze prestigieuze
award? Neem dan contact op met Sara Hattink:
sara@vvp-online.nl, 06-81180656.
COLOFON
VVP, RUIM 80 JAAR HÉT PLATFORM
VOOR DE FINANCIEEL ADVISEUR
Uitgave van VVP Nederland
83e jaargang
I
nhoud
UITGEVER EN HOOFDREDACTEUR
Willem Vreeswijk 06-10630149,
willem@vvponline.nl
(EIND)REDACTEUR
Toon Berendsen 06-12907930,
toon@vvponline.nl
6 16 22 24
PERSBERICHTEN, REACTIES, IDEEËN
vvp@vvponline.nl
REDACTIE-ADRES
Wapendragervlinder 29, 3544 DL Utrecht
TRENDS EN STRATEGIE
6 40 JAAR BIJ VVP Toon Berendsen: ‘Eerlijk duurt het langst?’’
10 VVP ADVIES AWARDS En de twaalf genomineerden zijn...
ACCOUNTMANAGER/TRAFFIC
Sara Hattink, 06-81180656
sara@vvp-online.nl
ABONNEMENTENSERVICE
abonneeservice@vvponline.nl
WEBSITE www.vvponline.nl
ABONNEMENTSPRIJS 2025 (EXCL. BTW)
Binnenland en België 175 euro. Financieel
onafhankelijk adviseurs met een AFMinschrijving
komen in aanmerking voor
het gereduceerde tarief van 63 euro.
Aanvragen voor dit tarief via
abonneeservice@vvponline.nl.
Abonnementen gelden voor één jaar en
worden – zonder tegenbericht – automatisch
verlengd. Opzeggingen dienen uiterlijk
twee maanden voor het aflopen van
de abonnementsperiode te geschieden.
Opzeggen graag per e-mail:
abonneeservice@vvponline.nl.
Advertentieplaatsingen worden uitgevoerd
overeenkomstig ‘De Regelen 2022 Stichting
ROTA’
COPYRIGHT VVP Nederland, 2026
VORMGEVING/PREPRESS
Peter Beemsterboer, Beemsfoto
DRUK
Damen Drukkers, Werkendam. Deze uitgave is
gedrukt op FSC-papier
ISSN: 1388-2724
ONDERNEMEN
14 VISIE Henk Jansen (Brightminds): ‘De leider eet als laatste’
16 MARKT Jos Baeten: ‘AI zal distributie veranderen’
19 KLANTGERICHTHEID Jelle Bartels: ‘Gebruik je kompas’
20 SAMEN BETROKKEN Edwin van Wezel (Adfinum)
WAARDEN
22 VROUW EN ADVIES Shirani Arnken-Horodniceanu (Berkenrode
Assurantiën): ‘Sexy beroep voor jonge mensen’
24 VERRIJKING IN DE FINANCIËLE SECTOR Richardo Cruz Fortes:
‘Waarom “zo bedoelde ik het niet” niet meer werkt’
26 CULTUUR Seada van den Herik: ‘AI zit in mijn systeem’
28 MONEYVIEW Pepijn van Kleef: ‘Wat een wet, die Waterwet!’
30 MARKETING Ruud Dekker: ‘Uit de schatkist van een marketeer’
KATERN JONGEREN EN FINANCIEEL ADVIES
33 Met bijdragen van Petra de Lange (Stichting LEF), Toon Berendsen
(VVP), Centraal Beheer, Nationale-Nederlanden en Nh1816
DIGITALISERING
46 DRIELUIK ADVIESIMPACT (2) Jack Vos: ‘Kies!’
50 MERKBELEVING Linda Vervloet: ‘Meer dan content’
KEN JE VAK!
58 Katern met need-to-know-informatie voor adviseurs, onder meer
met de rubrieken AOV-Advies, Leren van Kifid-uitspraken, Klantgerichtheid,
Letselschade, Wartaal, Inkomen en Duurzaam Adviseren
NR 2 JUNI 2026 VVP | 5
TRENDS EN STRATEGIE
VEERTIG JAAR, HET KLINKT ZO LANG… MAAR TIME FLIES WHEN YOU ARE HAVING
FUN, EN MET PLEZIER HEB IK ALTIJD VOOR VVP GEWERKT EN WERK IK NOG STEEDS.
Eerlijk duurt
het langst
TEKST TOON BERENDSEN
‘Vakpers is relevant
gebleven’
Veertig jaar geleden was het verzekeringslandschap
anders uiteraard. Natuurlijk
waren er al direct writers, maar van multichannel
distributie had nog niemand
gehoord. Je had nog hele massa’s gelegenheidsagenten.
Serviceproviders, voor
zover al bestonden, waren pure postenbanken. Incentives,
bonusprovisies en winstcommissies waren nog
toegestaan (nu is een tweede koekje bij de koffie al bijna
te veel!). De advieskwaliteit werd wel bewaakt, maar
niet zo streng als later door de AFM, als bewaker van
de Wft. Adviseurs stonden aan het begin van de volgende
fase van hun professionalisering. Dat het adviesvak
gedoemd was te verdwijnen, werd toen nog niet zogezegd.
Dat kwam pas later toen internet opkwam. De
doemdenkers kregen overigens geen gelijk; persoonlijk
advies floreert nog altijd volop.
Ook toen waren er al veel grote fusies geweest,
maar dat er zó weinig individuele maatschappijen zouden
overblijven? De consolidatie betreft overigens niet
alleen verzekeraars en adviseurs, maar ook de ondersteunde
bedrijven en vakpers. Ik heb het altijd opmerkelijk
gevonden hoeveel vakbladen speciaal voor verzekeringen
er waren in 1986. Het zegt misschien iets over
hoe winstgevend de sector indertijd nog was. Inmiddels
is er minder variëteit aan vakbladen, maar gelukkig
weet de vakpers zich goed te handhaven. Uiteraard
zijn we meegegaan met de tijd, maar dat geldt voor iedereen
die de afgelopen 40 jaar heeft overleefd.
In veertig jaar interview je uiteraard heel veel adviseurs
en verzekeraars. Deze vraag heb ik dan ook talloze
keren gesteld: hoe ben jij in het verzekeringsbedrijf
beland? Want het is maar zelden dat mensen bewust financieel
adviseur of verzekeraar worden. Terwijl ze het
zonder uitzondering een hartstikke leuke sector vinden
als ze er eenmaal in werken.
Ook voor mij geldt dat ik bij toeval terecht kwam in
de branche. Eind april 1986 begon ik bij De Bruijn’s Bureaux
in Den Haag. Ik werd – vers van de School voor
de Journalistiek – in de eerste plaats aangenomen voor
de Voetballijn. In die tijd kwamen 06-koopnummers op
en ook de gezamenlijke betaald-voetbalclubs sprongen
op deze lucratieve trein. Zij vroegen Jan-Hermen de
Bruijn, voetbalkenner bij uitstek, de uitvoering te verzorgen.
Naast het vergaren van voetbalnieuws, werkten
mijn collega Roeland Gelink en ik ook aan de VVP.
In 1988 ging de VVP, samen met nog wat verzekeringsonderdelen
zoals het Vademecum voor het Verzekeringswezen,
over naar Nijgh Periodieken in Schiedam.
En hoe leuk de voetbalwereld ook was (ik ben
bijvoorbeeld nog eens met Willem van Hanegem mee-
6 | VVP NR 2 JUNI 2026
40 JAAR BIJ VVP
gereden), ik zag toch meer toekomst bij VVP. En ben
meegegaan. Nooit spijt van gehad.
STROPDAS
Medio jaren tachtig was het verzekeringsbedrijf
echt nog wel behoudend. Op mijn eerste perslunch,
dat was bij Levob in Amersfoort, verscheen
ik zonder stropdas. Bij het afscheid
kregen we allemaal een boek over de Keistad
mee en ik speciaal een Levob-stropdas.
Een duidelijke boodschap. Gelukkig
worden stropdassen vandaag de dag zelfs in
de financiële sector veel minder gedragen. Bij de
lunch werd – nu onvoorstelbaar – trouwens nog
alcohol geschonken. Gerookt werd er ook nog veel in
die dagen. En dat roken – zelf pafte ik rustig twee pakjes
Marlboro per dag weg – mocht gewoon nog op kantoor
of in de trein. Kom daar nu eens om.
In mijn begintijd waren veel directieleden zestig
plus. Die moesten wel een beetje wennen aan mijn
verschijning (ik droeg mijn haar best wel lang). Maar
mijn belangstelling is altijd oprecht geweest en dat pikken
mensen - jong en oud – direct op. Dus het ijs was
meestal snel gebroken. Ik denk dat eerlijkheid en oprechtheid
nog steeds belangrijke VVP-pijlers zijn en
daar ben ik trots op.
NAAR OUDEREN LUISTEREN
Nu ik zelf ouder ben (64 inmiddels), vind ik dat ik wel
wat meer oor had mogen hebben voor de wijsheid van
ouderen. Als je jong bent, denk je dat alles nieuw en
uniek is en zo moet het ook zijn. Maar vaak is het wiel
al vele malen uitgevonden. Zo schreef ik enthousiast
over een ‘nieuw’ product van een verzekeraar. Arie
de Bruijn, oprichter van De Bruijn’s Bureaux en oudhoofdredacteur
van VVP, liet me naar zijn flat tegenover
de redactie komen, trok een lade open en haalde
daar een vergelijkbare polis uit die in de jaren twintig
was afgegeven… Innovatie bij verzekeringen is ook een
hele kunst. In die 40 jaar bij VVP heb ik eerlijk gezegd
maar weinig échte vernieuwing van het verzekeringsproduct
als zodanig gezien. De vernieuwing zit vaak
meer in processen en marketing. En sommige innovatie,
denk aan de woekerpolissen, is de bedrijfstak achteraf
duur komen te staan.
Wat mij wel verwondert, is dat beleggingsverzekeringen
na de woekerpolisaffaire totaal van de verzekeraarsradar
verdwenen zijn. Zijn ze zo bang hun vingers
opnieuw te branden? De verwoestende kritiek was
echter niet op het fenomeen beleggingsverzekering
als zodanig, maar op de kostenloading. Daar is wel wat
aan te doen, zou je zeggen, helemaal sinds het provisieverbod
bij dit soort producten. De forse afsluitprovisie
was natuurlijk mede reden waarom de zogeheten
eerste kosten zo hoog waren. Overigens werd ik ooit
benaderd door een actuaris, die vroeg of wij zijn memoires
wilde uitgeven. Deze man bleek de uitvinder
van de provisieformule ‘premie maal duur’. Hij had die
formule niet speciaal bedacht voor beleggingsverzekeringen,
maar zij bleek uiterst giftig toen de markt zich
vol op deze producten wierp en geen grenzen meer
leek te kennen.
Cartoon gemaakt
in 1993.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 7
TRENDS EN STRATEGIE
Willem is bevlogen, zet zich ook met veel energie in
voor een betere financiële wereld. Ik ben meer van de
vakinhoud en structuur. Zo vullen wij elkaar mooi aan.
VIE D’OR
Willem was de opvolger van Bart Mos, die werd aangetrokken
toen ik een burn-out kreeg die zo lang duurde
dat vervanging nodig was. Bart, die was overgestapt
naar Assurantie Magazine en later grote bekendheid
kreeg toen hij als redacteur van De Telegraaf een bron
niet wilde onthullen en werd opgesloten, kon zich helemaal
vastbijten in onderwerpen en verzekeraars tergen
tot het uiterste. Toen in 1994 Vie d’Or met veel geraas
ten onder ging, scoorde Bart de ene na andere onthullende
scoop. VVP had overigens de primeur van de déconfiture,
maar dat was meer toeval dan wijsheid. Bert
Lieuwma, niet zo lang daarvoor aangetreden als directeur
Vie d’Or, bracht de problemen ten overstaan van
de vakpers naar buiten in Hotel Des Indes in Den Haag.
En omdat VVP twee dagen later als eerste verscheen,
hadden wij de primeur. Nu zou zo’n bericht direct online
verschijnen.
Met stropdas!
GESCHIEDENIS HOEDEN
Ik lees graag oude tijdschriften en boeken over het verzekeringsbedrijf.
Daar ben ik een uitzondering in, want
ik geloof niet dat er veel branchegenoten zijn die interesse
hebben in de historie van de sector. Die geschiedenis
zou van mij beter mogen worden gehoed.
Bladerend in oude VVP’s valt mij op dat met name
Arie de Bruijn, met zijn enorme vakkennis, menige
harde noot kraakte. Dat zijn wij blijven doen, ook toen
Roel Veldwijk in 1989 hoofdredacteur werd (hij kwam
over van Het Verzekeringsblad) en hij in 1998 werd opgevolgd
door de huidige hoofdredacteur Willem Vreeswijk.
Met Willem kan ik na 31 jaar lezen en schrijven,
wat overigens niet maakt dat we nooit eens stevig botsen.
Maar het komt altijd weer goed.
‘Geschiedenis
verzekeringsbedrijf
beter hoeden’
IK BEN (ON)SCHULDIG
In dezelfde tijd speelden meer schandalen. Zo waren
de kopers van de de Stichtse Glasverzekering enorm
geschrokken van de snelheid waarmee geld weggelopen
bleek. In dit dossier wist ik contact op te bouwen
met de oud-directeur, die op enig moment in de VVP
letterlijk zei: ik ben onschuldig. Nu had je in die dagen
ook het Wabb-team, rechercheurs die zich speciaal met
overtredingen van de Wet assurantiebemiddeling, de
voorloper van de Wft, bezighielden. Ik kwam daar op
kantoor en zag een kopietje van mijn artikel hangen.
Van de kop hadden de rechercheurs met wat Typex gemaakt
‘Ik ben schuldig’… Overigens is het in deze zaak
nooit tot een veroordeling gekomen.
Enkele jaren later had ik veel contact met een
Utrechtse verzekeringsadviseur. Toen op enig moment
een bomaanslag op zijn woning annex kantoor werd
gepleegd, wilde hij mij wel vertellen hoe hij die aanslag
had beleefd. Wat wil echter het geval? De politie verzocht
ons nadrukkelijk het artikel niet te publiceren.
Dat hebben we ook niet gedaan om de man te beschermen,
maar opmerkelijk was het ingrijpen door de politie
zeker.
MONIQUE VAN DE VEN
Het was vroeger makkelijker om een – zinnige – primeur
te scoren. Je had ook veel makkelijker toegang
tot directeuren van verzekeraars. Tegenwoordig
loopt bijna alle contact via woordvoerders en die doen
vreemd genoeg zelden moeite om er achter te komen
8 | VVP NR 2 JUNI 2026
40 JAAR BIJ VVP
wat jou als verzekeringsjournalist in het bijzonder interesseert.
Laat staan dat ze je proactief benaderen met
een nieuwigheid die jou zou kunnen interesseren. Autoverzekeringen
heb ik altijd wel een leuk gebied gevonden
bijvoorbeeld.
Ik kreeg ook wel eens een tip waarvan ik dacht: is
dit nou echt interessant? Zo miste ik begin 1998 bijna
een primeur die heel Nederland in beweging bracht!
Actrice Monique van de Ven maakte reclame voor
FBTO, waarin ze beweerde een hypotheek van dit concern
te hebben. De zoon van een adviseur uit Rijswijk
keek eens in het Kadaster en toen bleek dat die hypotheek
op naam van haar partner stond en van Aegon
was. Ik werd daar niet gelijk opgewonden van. Na
een week belde de adviseur of ik er nog iets mee ging
doen en toen heb ik toch maar een bericht gemaakt.
Dat werd opgepikt door de landelijke pers, want het
kon toch echt niet zo zijn dat iemand reclame maakte
voor een hypotheek die ze niet had. Dit werd een
enorme principe-discussie. FBTO zag zich genoodzaakt
om Monique vrij te pleiten in een paginagrote advertentie
in de dagbladen. Die las: “Hallo, ik ben Monique
van de Ven en ik wil even iets rechtzetten. Mijn man
en ik hebben ooit een hypotheek gesloten bij een andere
verzekeraar dan FBTO. Maar dat was voordat ik
besloot om reclame voor FBTO te maken. Toen FBTO
en ik besloten om samen te werken, heb ik met ze afgesproken,
dat ik alleen reclame wil maken waar ik achter
sta. Tot nu toe is dat ook steeds zo gegaan. Totdat ze
bij FBTO even niet hebben opgelet en mij zogenaamd
een hypotheek hebben laten aanprijzen in een tekst
op een foldertje. Dat was natuurlijk niet handig, zeker
niet omdat ik dat tekstje ook nooit heb gezien voor het
VVP BIJNA 85 JAAR
De letters VVP staan voor Verenigde Verzekeringspers,
dat was het blad dat medio 1943 ontstond
toen een aantal verzekeringsvakbladen als gevolg
van de papierschaarste samen gingen. Het oudste
van die bladen was ‘Zonneschijn’, voor het eerst
verschenen in 1891.
In 1988 werd VVP overgenomen door Nijgh
Periodieken, dat in 2016 failliet ging. De inboedel
inclusief VVP verhuisde naar uitgever Rik Stuivenberg.
In 2019 werd VVP verzelfstandigd aan
de hoofdredacteur Willem Vreeswijk. Sinds begin
2025 is VVP onderdeel van TRIPLE i, uitgever van
onder meer InFinance ook.
VVP richt zich op financieel adviseurs en vaart
een onafhankelijke koers met veel aandacht voor
ondernemerschap, vakkennis en verduurzaming.
Viering 40-jarig jubileum met foto.
werd gedrukt. Dan had ik namelijk nog kunnen ingrijpen.
Nu ja, het is gebeurd. FBTO heeft dit netjes opgelost.
Ze hebben mijn hypotheek overgenomen. En ik
durf het nauwelijks te zeggen, maar ik ben wel een stuk
voordeliger uit.”
Eerlijk duurt het langst, onder dat motto bedrijf ik
al veertig jaar journalistiek bij VVP. En zo zal ik dat blijven
doen tot aan mijn pensioen en misschien zelfs wel
daarna. Want het voelt absoluut niet alsof ik al uitgeschreven
ben. n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 9
TRENDS EN STRATEGIE
Spotters, juryleden en VVP-ers
op de spottersbijeenkomst bij
Nationale-Nederlanden.
En dit zijn de twaalf
genomineerden…
DE JURY VAN DE VVP ADVIES AWARDS 2026 HEEFT DE NAMEN BEKEND GEMAAKT
VAN DE MEEST KLANTGERICHTE ADVIESKANTOREN VAN NEDERLAND IN DE
CATEGORIEËN: KLEINE ADVIESKANTOREN, MIDDELGROTE ADVIESKANTOREN,
GROTE ADVIESKANTOREN EN STARTERS. IN SAMENSPRAAK MET DE SPOTTERS
VAN DIT JAAR IS DE JURY TIJDENS DE SPOTTERSBIJEENKOMST BIJ GASTHEER
NATIONALE-NEDERLANDEN TOT EEN TOP 3 PER CATEGORIE GEKOMEN.
TEKST WILLEM VREESWIJK | BEELD FRED LIBOCHANT
Starters: Van Bläcker, Sacha Koenen Quality Insurance, Topzeker Hypotheken
Kleine kantoren (1-5 medewerkers): Balans, M/V Works, Vraeg Van Aelst
Middelgrote kantoren (6-25 medewerkers): Van der Doelen Hypotheken en Verzekeringen, Kippers ter Keurs, toek.
Grote kantoren (>25 medewerkers): Van Campen & Dijkstra, IkbenFrits, Geerts (Oosterhout)
10 | VVP NR 2 JUNI 2026
VVP ADVIES AWARDS
Elk jaar doet de jury een beroep op een
groep marktexperts die de jury voorziet
van een voorselectie van uitblinkende advieskantoren.
Ook dit jaar vroeg de jury de
spotters op zoek te gaan naar de pareltjes
in de brede markt van financieel advies. In
totaal hebben 37 spotters dit jaar 144 kantoren
aangedragen voor de longlist. “De inbreng van
de spotters was ook dit jaar weer cruciaal, aldus juryvoorzitter
Odette Bakker. “Uiteindelijk heeft de jury
in samenspraak met de spotters in iedere categorie
drie excellente advieskantoren genomineerd. Als adviessector
mogen we trots zijn op deze twaalf genomineerden.”
ACHTSTE EDITIE
In 2026 organiseert VVP de achtste editie van de zeer
begeerde VVP Advies Awards. De jury – dit jaar bestaande
uit voorzitter Odette Bakker (Dazure), Kenneth
Leenders (Expat Mortgages), Robin van Beem
(BrandMR), Edwin Bosma (BHB Dullemond) en Arjuna
Bosch (WeGroup) – roept de support in van de winnaars
van vorig jaar: Saskia Geenen (Gewoon bij Saskia;
categorie Starters), Martin van der Meulen (PMP
Duurzaam Verzekeren; categorie Kleine Kantoren),
Willem de Goede (De Goede Financieel Specialist; categorie
Middelgrote kantoren) en Wesley Mol (Boidin; categorie
Grote kantoren).
Spotters en jury hebben op de spottersbijeenkomst
van 15 april met als gastheer Nationale-Nederlanden
de top 3 per categorie bepaald. Aan deze genomineerden
vraagt de jury een bedrijfsfilm te maken die aan
een aantal strenge voorwaarden van de jury voldoet. In
de periode tussen 15 juni en 28 augustus worden deze
films live gezet en kunnen relaties, klanten en geïnteresseerden
stemmen op hun favoriete film. De stemmen
tellen voor de helft mee in de uitslag per categorie,
de andere helft wordt bepaald door het juryoordeel.
Meer informatie over de VVP Advies Award is te
vinden op de special voor deze award ontwikkelde site:
www.adviesawards.nl.
De finaledag vindt plaats op 1 oktober in de grote
Theaterzaal van het AFAS Theater in Leusden. Alle genomineerden
zullen deze dag een korte pitch geven en
aan het eind van de dag maakt de jury de vier winnaars
bekend. Deze grande finale is dit jaar het sluitstuk van
de derde editie van de VVP Ondernemersdag. Topsprekers,
inspiratie en nieuwe inzichten verzekerd!
De jury (v.l.n.r.): Arjuna Bosch, Edwin Bosma, Odette
Bakker, Robin van Beem en Kenneth Leenders.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 11
TRENDS EN STRATEGIE
IMPACT
De VVP Advies Awards zetten excellent advies stevig
op de kaart, zowel binnen én buiten de branche. Dit
door:
• Trots vergroten. Adviseurs laten voelen hoe waardevol
en impactvol hun vak écht is.
• Leren en versterken. Kantoren inspireren elkaar en
tillen samen het niveau omhoog.
• Samenwerking versnellen. Drempels verlagen en
partnerships makkelijker maken.
• Zichtbaarheid vergroten. De waarde en relevantie
van het adviesvak breder onder de aandacht brengen.
• Toekomst veiligstellen. Meer aantrekkingskracht
voor nieuw talent en jonge professionals. En hoe
kantoren innoveren met technologie en AI om het
vak vooruit te brengen.
De VVP Advies Awards zijn in 2019 in het leven geroepen
om de advieshelden van Nederland een podium
te geven om op die manier te benadrukken hoe groot
de maatschappelijke impact van adviseurs is én om de
trots op het eigen vak te vergroten. Dat is in voorgaande
jaren goed gelukt. De kantoren ervaren hun nominatie
als een erkenning voor al het goede werk van
medewerkers en nominaties leiden tot veel felicitaties,
nieuwe klanten en aandacht in plaatselijke media.
SPOTTERS 2026
Dit jaar zijn 37 spotters op zoek gegaan naar de advieshelden
van 2026. Dit zijn Sonja Cats (Adfiz), Manfred
Stieltjes (Allianz), Carolien Nieuwenhuijs (ARAG),
Danker Struik (a.s.r.), Esther Lagendijk (Assistent),
Mohammed el Meyah (Blinqx), Niek Overduin (BNP
Paribas Cardif), Wesley Mol (Boidin), Robert-Jan Pool
VAN BLÄCKER
M/V WORKS
TOPZEKER HYPOTHEKEN
BALANS
VRAEG VAN AELST
SACHA KOENEN
QUALITY INSURANCE
12 | VVP NR 2 JUNI 2026
VVP ADVIES AWARDS
IKBENFRITS
VAN DER DOELEN HYPOTHEKEN
EN VERZEKERINGEN
TOEK.
VAN CAMPEN & DIJKSTRA
KIPPERS TER KEURS
GEERTS
(Brand New Day), Rob Cleef en Stephanie van Ingen
(DAS), Bianca van Galen en Indra Frishert (Dazure),
Herbert Derks (BDO), Willem de Goede (De Goede Financieel
Specialist), Dustin Steenvoorden (De Goudse),
Julian Schouwenaars (Doelbeleggen), Rowin du
Gardijn (Du Gardijn), Robert van Lambalgen (Florius),
Herbert Golsteijn (Het Team Juridische Zaken), Ewald
Bary (Impact Financiële Opleidingen), Ilse Bosland
(Juffrouw Polis), Miranda van Rijswijk (Lindenhaeghe),
Dusko Radunovic (Lloyds Bank), Dave Lunenburg (Nationale-Nederlanden),
Jerfaas van de Water (Nedasco),
Janwillem Swart (Nh1816), Michiel van Vugt (NNEK),
llse Scharink-Snoek (Obvion), Veronica den Toom (Rabobank),
Paul Robbe (Robbe Financiële Raadgevers),
Remy Salters en Camiel Nikkels, (Scildon), Antoine
Barkel (TAF), Thomas van Uunen (Thomas Verzekert),
Maltie Jharap (Tulp Hypotheken) en Cindy Uijleman
(Voogd). n
De VVP Advies Awards 2026 wordt mede mogelijk
gemaakt door: ARAG, Assistent, Avéro Achmea, Blinqx,
Dazure, Klaverblad, Lloyds Bank, Nationale-Nederlanden,
Nedasco, Nh1816, OAKK, Obvion, SVC Groep, TAF, Tulp
Hypotheken, Turien & Co.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 13
ONDERNEMEN
DE LEIDER EET ALS LAATSTE. IK VIND DAT EEN PRACHTIGE UITSPRAAK. NET
ALS: EEN KAPITEIN VERLAAT ALS LAATSTE HET ZINKENDE SCHIP. HET ZEGT
ALLES OVER HOE IK NAAR LEIDERSCHAP KIJK. NIET BOVENAAN STAAN,
MAAR VERANTWOORDELIJKHEID DRAGEN. NIET ALS EERSTE NEMEN, MAAR
ALS LAATSTE DENKEN AAN JEZELF. WAT VOOR LEIDER BEN JIJ OF WAT
VOOR SOORT LEIDER WIL JIJ ZIJN? EN WAAR HEBBEN JOUW BEDRIJF, JE
MEDEWERKERS, JE KLANTEN EN JE ANDERE STAKEHOLDERS BEHOEFTE AAN?
De leider eet
als laatste
TEKST HENK JANSEN, BRIGHTMINDS
Zelf is het mij altijd gelukt om goede mensen
om mij heen te verzamelen. Het had
dus geen zin om hen te vertellen ‘wat’ ze
moesten doen en al helemaal niet ‘hoe’ ze
het moesten doen. Ik pas dus niet bij een
directieve of autoritaire leiderschapsstijl.
De rol van dienend-, coachend- of transformationeel
leider past mij beter.
VERTROUWEN EN VEILIGHEID
Ik ben groot fan van Simon Sinek. Sinek zegt dat echte
leiders verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid
en het welzijn van hun mensen. In zijn boek ‘Leaders
Eat Last’ legt hij uit dat dat effectief leiderschap draait
‘Als je eerlijke
beslissingen neemt,
kun je jezelf altijd in de
spiegel aankijken’
om het creëren van een omgeving waarin medewerkers
zich veilig, gewaardeerd en gesteund voelen. Hierdoor
ontstaat er een cultuur van vertrouwen en samenwerking,
waardoor teams beter presteren en organisaties
kunnen excelleren.
Juist die woorden ‘samenwerking’ en ‘vertrouwen’
spreken mij heel erg aan.
Ik denk daarnaast dat de nieuwere generaties werknemers,
de Millenials en de Gen-Z’ers, nog meer behoefte
hebben aan vertrouwen en veiligheid. En dat
zij vanuit deze veiligheid en dit vertrouwen tot betere
prestaties komen. Dat is niet alleen goed voor henzelf
maar vooral ook voor het bedrijf.
CEO ONDERAAN
Ik heb jaren mogen rondlopen in de financiële dienstverlening
en ik heb allerlei vormen van leiderschap
mogen aanschouwen. Zowel bij grote corporates als
bij kleinere MKB-bedrijven. Ik heb daar zoveel van geleerd.
Toen wij onze bedrijven, Herenvest, Herenvest
Corporate, ICM en Expat Mortgages verkocht hadden
aan Söderberg & Partners kwam ik in contact met Per-
Olof Söderberg. Niet alleen de founder en naamgever
van het bedrijf maar vooral ook een geweldig mens.
14 | VVP NR 2 JUNI 2026
VISIE
Henk Jansen:
‘Hoeveel mensen
mag jij dragen?’
Per-Olof legde mij uit dat wij in Nederland een hiërarchisch
organogram hebben waarbij de CEO bovenaan
het overzicht staat. Per-Olof tekende voor mij het model
waarin hij geloofde, met een CEO die onderaan het
schema staat. Omdat de sterkste schouders de zwaarste
lasten kunnen dragen. Ik vind dat bijzonder interessant!
In Nederland willen bazen graag bovenaan staan
maar zijn niet bereid om zich als leiders onderaan te
dragen! Dit is een constatering die mij bezighoudt en
die ik meeneem in mijn hedendaagse werkzaamheden.
VOLGENDE FASE
Vandaag de dag kan ik vanuit mijn nieuwe rol als groeimentor
bij Brightminds deze kennis en ervaring delen
met de ondernemers van nu. Daar zitten hele slimme
en enthousiaste startende ondernemers tussen, die ik
soms al ontmoet tijdens mijn gastcolleges bij de Hogeschool
van Amsterdam. Ervaren ondernemers die verder
willen groeien en ondernemers die hun bedrijf (op
termijn) willen overdragen. Ook dan kijk ik samen met
de ondernemer naar de overnemende partij. Wie mag
haar of zijn kindje begeleiden naar de volgende fase?
Maar ook deze ondernemers twijfelen soms. Want
leiderschap betekent ook dat je soms moeilijke beslissingen
moet nemen. En soms kan het best eenzaam of
uitdagend zijn. Maar als je eerlijke beslissingen neemt,
kun jij jezelf later altijd in de spiegel aankijken.
De eigenlijke vraag van deze column is dus niet:
hoeveel mensen werken ‘onder’ jouw verantwoordelijkheid
maar hoeveel mensen mag jij dragen? n
Henk Jansen geeft ook in 2026 in iedere editie van VVP zijn
visie op ondernemerschap. Henk was 35 jaar actief in de financiële
sector, waarvan 25 jaar als ondernemer. Hij was onder
meer mede-oprichter van Herenvest en Expat Mortgages.
In 2025 ging hij als groeimentor van start met zijn nieuwe onderneming
Brightminds: www.wearebrightminds.nl.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 15
ONDERNEMEN
“KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE GAAT OP TERMIJN OOK IMPACT HEBBEN
OP DE DISTRIBUTIE. VOOR ADVISEURS IS HET DAAROM ZAAK DAT
ZIJ ZICH NADRUKKELIJK ONDERSCHEIDEN OP HUN TOEGEVOEGDE
WAARDE. DAN GELOOF IK ABSOLUUT IN HUN TOEKOMST.” ALDUS JOS
BAETEN BIJ ZIJN AFSCHEID ONLANGS ALS CEO VAN A.S.R. NEDERLAND.
AI zal distributie
veranderen
TEKST TOON BERENDSEN
Baeten begon zijn loopbaan in 1980 bij Stad
Rotterdam, een van de voorgangers van
a.s.r. Nederland. Hij vertelt: “Toen ik begon
stond de automatisering bij verzekeraars
nog in de kinderschoenen. Als ik een polis
opmaakte, had ik een scherm met codes.
Achter elke code hoorde dan een gegeven van de klant.
Een fout was zo gemaakt. Gevolg: onzuiverheden in de
administratie.”
Inmiddels zijn we heel wat automatingsslagen verder
in de verzekeringsbranche. De volgende slag is al
volop ingezet: kunstmatige intelligentie. AI heeft alles
in zich, meent Baeten, om de grootste gamechanger
van de afgelopen 50 jaar te worden.
Baeten geeft een voorbeeld uit de praktijk bij a.s.r.:
“a.s.r. heeft een grote letselschadeafdeling. Sommige
letselschadedossiers lopen lang, soms wel meer dan
25 jaar. Als er in zo’n dossier nieuwe informatie komt,
was een medewerker er vaak lang mee bezig het dossier
door te nemen en de informatie te plaatsen. Er is een
AI-agent ontwikkeld die dossiers snel samenvat. Dat
scheelt dagen werk.”
Baeten meent dat dit soort oplossingen gaan helpen
ook om de krapte op de arbeidsmarkt op te vangen.
Baeten: “Een van de grootste uitdagingen is het
vinden van nieuwe medewerkers, we zullen voorlopig
met een krappe arbeidsmarkt te maken blijven hebben.
De beroepsbevolking neemt af en het aantal arbeidsongeschikten
neemt toe. Ook in onze sector gaat de komende
tijd een hele generatie met pensioen. Sommige
taken kunnen echter prima worden gedaan door AItoepassingen.
Zodat we met minder mensen toch het
werk kunnen blijven doen.”
BLOEDGEVAARLIJK
Baeten denkt niet dat de mens door AI minder belangrijk
gaat worden. Baeten: “AI neemt taken over. De rol
van mensen wordt daardoor juist interessanter, maar
het werk zal enorm veranderen. Verder vind ik dat er
altijd mensen moeten blijven meekijken met AI. Kloppen
de uitkomsten eigenlijk wel? Worden geen mensen
uitgesloten? Zonder vakmensen is het gebruik van AI
bloedgevaarlijk.”
Momenteel wordt AI vooral ingezet voor herhaaltaken,
speech to tekst, analyses. Baeten voorziet dat
AI op enig moment ook verzekeringsportefeuilles van
klanten geregeld zal doornemen, op zoek naar betere
en voordeliger oplossingen. “Op welke termijn weet ik
ook niet. Maar dit zal uiteindelijk de distributie van
simple risk producten veranderen. Dit maakt het extra
belangrijk om je als adviseur te onderscheiden op je
meerwaarde. Helemaal nu sprake is van enorme schaalvergroting,
die de afstand tussen adviseur en eindklant
groter maakt. Veel kantoren met 50 medewerkers of
16 | VVP NR 2 JUNI 2026
MARKT
Jos Baeten.
meer zijn inmiddels van private equity of onderdeel geworden
van een grotere groep. Het provinciale intermediair
is veel kleiner geworden.”
TEKENCOMMISSIE
De administratieve problemen indertijd bij verzekeraars
waren mede de rationale achter de uitbreiding
van het volmachtkanaal. Ook onder Nederlandse volmachtgevende
verzekeraars is sprake van consolidatie,
en volmachtnemers maken meer en meer gebruik van
buitenlandse volmachtgevers. Buitenlandse volmachtgevers
zijn inmiddels goed voor een derde van de premieomzet.
Baeten begrijpt dat volmachtkantoren de buitenlandse
capaciteit van harte verwelkomen. Maar hij
geeft wel mee: “Bewaak de discipline. Buitenlandse partijen
zijn bereid meer tekencommissie te betalen. Het
risico is dat wetgever en toezichthouders gaan nadenken
over het provisiestelsel. Ik heb wel geleerd hoe er
in Den Haag soms gedacht wordt over onze industrie.
Dat kan betekenen, als tekencommissies de spuigaten
uitlopen, er ingegrepen gaat worden en de wal het
schip zal keren.”
CONSUMENTENGEDRAG
De grootste verandering die Baeten zegt te hebben gezien,
is het gedrag van de consument. Baeten: “Deze
heeft in de loop van de tijd veel meer informatie en inzicht
gekregen. De consument is ook veeleisender geworden.
Daar moesten wij ons als sector op aanpassen.”
Consumentenbescherming is steeds meer op de
voorgrond komen te staan. Het verklaart mede waarom
er zoveel nieuwe wet- en regelgeving vanuit Nederland
en Europa is gekomen. Baeten: “Van sommige
wetten en regels kun je je afvragen of ze niet doorschieten.
Aan de andere kant: zij maken ook dat alles en iedereen
– dus ook nieuwe technologische ontwikkelingen
als advies door AI-modellen – aan dezelfde eisen
dienen te voldoen als adviseurs en bemiddelaars.”
MENSEN HELPEN
Baeten vertelt dat hij niet bewust de ambitie had het
verzekeringsbedrijf in te gaan. Maar hij wist er al wel
veel van, doordat zijn vader het assurantiekantoor van
zijn vader overnam en Baeten opgroeide met verzeke-
‘Je als adviseur
onderscheiden op
je meerwaarde’
NR 2 JUNI 2026 VVP | 17
ONDERNEMEN
Gemaakt door Jos Baeten op Antartica.
ringen. Baeten: “Mijn vader bemiddelde bijvoorbeeld
veel voor transporteurs. Die moesten zich toen nog
afzonderlijk verzekeren voor iedere rit naar het buitenland.
Als mijn vader er niet was, nam ik als kind de
telefoon aan en noteerde ik de gegevens van zo’n rit
zodat hij de Groene Kaart kon opmaken. Mijn vader
stond klanten op moeilijke momenten ook echt zoveel
mogelijk bij. Als er een aanrijding was geweest, ging hij
er naar toe om te helpen het schadeformulier in te vullen.
Mensen helpen, daar gaat het om in onze sector.
Dat is ook wat mij goed ligt. Dat ik uiteindelijk opklom
tot CEO van a.s.r. Nederland was geen uitgesproken
ambitie die ik had.”
Baeten begon met een rechtenstudie, het stilzitten
in de collegebanken lag hem niet zo. “In 1979 had
ik stage gelopen bij Stad Rotterdam en de directeur
had gezegd dat ik altijd kon bellen als ik werk zocht. Zo
kwam ik te werken in het verzekeringsbedrijf. De rechtenstudie
heb ik in de avonduren afgemaakt.”
‘Discipline bewaken in
volmachtmarkt’
BALANS
De werkdruk als CEO is hoog. Baeten zegt dat hij altijd
wel grip op zijn agenda heeft weten te houden. “Maar
er zijn regelmatig terugkerende overleggen en verplichtingen.
Sinds a.s.r. beursgenoteerd is, was ik na de publicatie
van de cijfers steeds zes tot acht weken op pad
in het kader van investor relations. Het maakte helaas
dat ik minder tijd had om bij financieel adviseurs langs
te gaan.”
Van groot belang is de verhouding tussen privé en
werk op orde te hebben. Baeten: “Dat heb ik moeten leren.
Ik ben opgegroeid in de tijd dat men vond dat werk
en privé volledig gescheiden moesten zijn. Maar als je
werk en privé te veel scheidt, komen ze tegenover elkaar
te staan en worden ze elkaars concurrent. Ze moeten
elkaar overlappen. Dus thuis moet je toch iets over
je werk kwijt kunnen, op je werk moet je privézaken
kunnen delen.”
Baeten noemt het verder belangrijk om actief te
blijven. “Als je niet actief blijft, gaat het verouderingsproces
veel sneller. Dus ik sta zeker open voor nieuwe
uitdagingen, op voorwaarde dat ik mijn eigen agenda
kan bepalen, het klikt met de mensen en ik mijn kennis
en ervaring kan inbrengen. Maar ook anders heb ik genoeg
bezigheden.”
Jos Baeten is bijvoorbeeld een verwoed amateurfotograaf.
Bij gelegenheid van zijn afscheid organiseert
a.s.r. een foto-expositie met 25 werken uit de eigen
kunstcollectie. Als afscheidscadeau mag Baeten 35 van
zijn foto’s exposeren. Baeten: “Het is voor het eerst dat
ik mijn werk laat zien. Best spannend, maar ook eervol.”
In 2010 bezocht Jos Baeten Antartica. Hij maakte
er de foto hierboven. Baeten: “Die reis was voor mij bepalend
voor mijn inzet op het gebied van duurzaamheid.”
n
18 | VVP NR 2 JUNI 2026
ONDERNEMEN
KLANTGERICHTHEID
Gebruik je kompas
EEN GEDETAILLEERDE KAART VAN DE ALPEN
IS PRACHTIG, MAAR HEB JE ER WAT AAN ALS
JE MIDDEN IN EEN SNEEUWSTORM STAAT? IN
ONS VAK MAKEN WE DE MOOISTE KAARTEN:
ADVIESRAPPORTEN VAN ZESTIG PAGINA’S,
FISCALE MEERJARENPLANNINGEN EN COMPLEXE
SCENARIO-ANALYSES. MAAR WE VERGETEN
VAAK ÉÉN DING: DE KAART IS NIET HET TERREIN.
DE KAART IS DE THEORIE, HET TERREIN IS HET
ECHTE LEVEN VAN JE KLANT.
TEKST JELLE BARTELS, THE MAIN THING
Veel adviseurs verdrinken in de
details van de ‘boeking’. We zijn
zo getraind om te kijken naar de technische
route - de laagste rente, de fiscale
optimalisatie, de juridische kaders - dat
we de wandelaar uit het oog verliezen.
Wanneer de klant tijdens de reis geconfronteerd wordt
met een ravijn (ontslag, ziekte) of een nieuwe bergtop
wil beklimmen (eerder stoppen, een droombedrijf),
volstaat een statische kaart niet meer. Op dat moment
heeft de klant geen behoefte aan iemand die nóg
een kaart print. Hij heeft behoefte aan een gids die de
koers bepaalt op basis van een kompas.
EEN BEWEZEN SYSTEMATIEK
Klantgericht adviseren wordt vaak verward met ‘vrijblijvend
praten over dromen’. Niets is minder waar. De
transitie van vakantieplanner naar gids vraagt juist om
een ijzersterke, overdraagbare methode. Een gids loopt
niet zomaar een berg op; hij volgt een beproefde route
en gebruikt een vaste structuur om te filteren wat echt
belangrijk is.
Door te werken met een vaste systematiek in je gesprekken,
creëer je rust. Niet alleen voor de klant, maar
vooral voor jezelf. Het geeft je de kaders om de regie te
pakken. In plaats van reactief te antwoorden op vragen
over producten, stuur je proactief op de menselijke
koers. Deze methodiek zorgt ervoor dat je de hoofdzaken
van de bijzaken scheidt. Het resultaat? Geen overvolle
agenda meer met ad-hoc verzoeken, maar ruimte
voor de gesprekken die er echt toe doen.
TOPSPORT
Een goede gids vertrouwt op een proces. Door eerst de
werkelijke bestemming van de klant vast te leggen en
pas daarna naar de uitrusting te kijken, voorkom je dat
je verdwaalt in de details van de boeking. Deze methodische
aanpak werkt als een filter: alles wat
niet bijdraagt aan de droomreis van de klant,
krijgt geen plek op de route.
Dit is geen ‘soft’ praten, het is topsport.
Het vraagt om een gids die durft te vertrouwen
op zijn systeem. Als jij de route
bewaakt, kan de klant zich focussen op het
wandelen.
Wanneer je stopt met navigeren op de automatische
piloot en begint te werken vanuit een heldere
structuur, verandert je praktijk. Je verkoopt geen uren
of producten meer; je verkoopt de zekerheid dat de
klant de juiste route volgt, ongeacht de weersomstandigheden.
De markt van morgen vraagt om gidsen die het terrein
begrijpen en een methode hebben om er doorheen
te navigeren. Heb jij je kompas al scherp? n
‘Je verkoopt de
zekerheid dat de klant
de juiste route volgt’
NR 2 JUNI 2026 VVP | 19
ONDERNEMEN
De passie van local hero…
Edwin van Wezel
Een informele stage bij een verzekeringsagent in Veendam,
wakkerde bij Edwin van Wezel van Adfinum het vuur voor het
adviseurschap aan. Meer dan 30 jaar later zijn hij en compagnon
Richard Mol nog altijd overtuigd van écht servicegericht
advies. Dat gaat van preventieve oplossingen voor klanten tot
het vertalen van de kleine lettertjes.
TROTS
TEKST MARTIN NEYT | BEELD MARCO MAGIELSE
Wouw is de plaats waar Richard Mol
en ik geboren zijn, maar het nabijgelegen
Roosendaal was vanaf de
middelbare schooltijd ons…dorp.
Roosendaal heeft geen stadsrechten,
vandaar. Natuurlijk is het een grote plaats met alle kenmerken
van een stad. Ik voel me inmiddels een echte
Tullepetaon, de benaming voor Roosendalers in carnavalstijd.
Tullepetaon is een verbastering van het Franse
poule pintade, ofwel parelhoen, een verwijzing naar de
kleurrijk uitgedoste Roosendalers tijdens carnaval.
In Roosendaal speelt ons sociale leven zich af en
RKVV Roosendaal is onze voetbalclub. Tegen beter weten
in, speelde ik er als vijftiger nog 35+ voetbal. We komen
er graag, want het is een warme vereniging. Onze
kinderen hebben er gevoetbald en we zijn beiden coach
geweest, dat maakt de band nog sterker. We sponsoren
RKVV, alsmede hockeyclub De Pelikaan uit Roosendaal.
OP WELKE SCHADE-AFHANDELING KIJK JE MET TROTS TERUG?
Het is lastig om één specifiek schadevoorbeeld te noemen, omdat
iedere situatie uniek is. Zowel zakelijk als particulier proberen
we er echt voor klanten te zijn op het moment dat het nodig
is. Voor ondernemers kan een schade grote impact hebben op
de continuïteit van hun bedrijf, terwijl particuliere klanten vaak
vooral behoefte hebben aan rust, duidelijkheid en iemand die
het proces begeleidt. Juist dan merk je hoe belangrijk persoonlijk
contact, bereikbaarheid en meedenken is. Dat klanten weten
dat we naast hen staan wanneer het erop aankomt, geeft mij de
meeste voldoening.
Jarenlang hebben we mega spinning event CycleSensation
met Nh1816 gesteund, maar dit jaar dragen we
samen bij aan de Halve Marathon van Roosendaal. Een
ander mooi lokaal initiatief is het steunen van de Voedselbank.
Dat hebben we eens gedaan met Nh1816 en
dat willen we wellicht weer oppakken.
Mijn roots liggen in het Zuiden, maar mijn passie
voor het vak begon in het Noorden. Tijdens een vakantie
in 1993 kwam ik een verzekeringsadviseur uit Veendam
tegen. Zijn enthousiasme voor het beroep werkte
aanstekelijk. Hij zei: kom maar kijken of het wat voor je
is. En het was zeker wat. Ik ben er vijf weken geweest en
heb daarna mijn verzekerings- en pensioendiploma’s behaald.
Vervolgens werkte ik tien jaar als verzekeringsadviseur
Bedrijven bij een bank in Roosendaal. Mijn netwerk
nam ik in 2007 mee naar het bedrijf van Richard,
die gecertificeerd financieel planner is. We wilden ook
een aanstelling voor particuliere verzekeringen en hebben
voor Nh1816 gekozen. Het is een verzekeraar met
korte lijnen en prima premies en voorwaarden. En er
werken mensen met vakkennis, met wie je kunt sparren.
Wij willen sowieso altijd het beste voor de klant eruit
halen. Goed advies begint bij goed luisteren, inventariseren
en oplossingen bieden. Maar het gaat er ook
om wat er buiten het adviesgesprek gebeurt. Als een
alarmcertificaat voor een auto binnen enkele maanden
verloopt, wijzen we daar actief op. Het is een stukje
zorgplicht, maar het levert vooral tevreden klanten op.
We hebben een keer de kleine lettertjes uit de voorwaarden
naar sprekende voorbeelden vertaald in een
nieuwsbrief voor zakelijke en particuliere klanten.
Klanten reageerden er zeer positief op. We proberen
complexe voorwaarden en risico’s zo praktisch mogelijk
te maken. Niet met ingewikkelde vaktaal, maar met
duidelijke voorbeelden waarmee klanten echt iets kunnen.
Daarbij draait het niet alleen om verzekeren, maar
vooral om bewuste keuzes maken. Sommige ondernemers
willen bijvoorbeeld niet ieder risico volledig afdekken.
Dat kan prima, zolang je samen maar goed inzichtelijk
maakt wat de mogelijke gevolgen zijn. n
Edwin van Wezel bij het beeld van de Tullepetaon op
d’Ouwe Mart in Roosendaal (Noord-Brabant)
20 | VVP NR 2 JUNI 2026
SAMEN BETROKKEN
Financieel adviseurs staan midden in de samenleving.
Deze local hero’s zijn een vraagbaak voor verzekeringen,
hypotheken en andere geldzaken, plaatsen hun
klanten op nummer één en zijn maatschappelijk betrokken
in hun omgeving. VVP zet samen met Nh1816
verzekeringen het advieskantoor in de schijnwerpers.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 21
XXX WAARDEN
In de rubriek Vrouw en Advies
laat VVP vrouwelijke financieel
adviseurs aan het woord over
vrouwelijke waarden (en die kunnen
ook mannen hebben) die belangrijk
zijn voor de verdere ontwikkeling
van het adviesvak. Dit
keer Shirani Arnken-Horodniceanu,
vennoot van Berkenrode Assurantiën.
TEKST SHIRANI ARNKEN-HORODNICEANU
Waar werk je en wat doe je?
“Mijn naam is Shirani Arnken-Horodniceanu,
ik ben een van de vennoten
van Berkenrode Assurantiën. Mijn
compagnon is Robbert-Ton Thesselaar
en samen hebben we nu twee vestigingen.
We zitten verdeeld over Haarlem
en Santpoort met ons team.
Ons team bestaat op dit moment
nog uit één man en drie vrouwen. Een
extra man in ons team zou voor de verdeling
heel mooi zijn.
Ik ben een allround schade adviseur.
Onze klanten zijn particulieren,
zzp’ers en mkb’ers. Ik ben op mijn zeventiende
gestart bij een makelaars en
assurantiekantoor in Heemstede. Daar
heb ik kennis gemaakt met dit leuke en
interessante werk. Met een van deze
collega’s van toen heb ik nog steeds
veelvuldig contact.
Sinds 2018 ben ik bij Berkenrode
komen werken en in 2021 kreeg ik de
mogelijkheid om mij in te kopen en als
partner. Dit was een droom die uitkwam!
Ik ben mega trots op mijzelf en
ons team. We groeien lekker door en
gaan nog vele mooie stappen zetten!”
Vrouw&Advies
22 | VVP NR 2 JUNI 2026
VROUW&ADVIES XXX
Sexy beroep
voor jonge mensen
Waarom heb je gekozen voor de
financiële sector?
“Op mijn zeventiende wist ik nog helemaal
niets en ben je nog helemaal
bleu. Ik was toen ook fanatiek aan het
paardrijden en een vriendin vroeg mij
om haar collega te worden op het kantoor
van haar vader. Zij konden hulp
gebruiken en ik kreeg tijd om me te oriënteren
op wat ik wilde in het verdere
leven. Nou dat is gebleken! Ik vind dit
het leukste en interessantste vak wat er
is. Het is geen eenvoudig vak omdat er
heel veel op je af komt. Maar als je afwisseling
leuk vindt en goed tegen hectiek
kan dan is dit echt dé sector waar
je in moet gaan werken. Elke dag en
ook elke klant is anders.”
Voorbeelden van vrouwelijke waarden in
financieel advies?
“Ik denk dat wij als vrouw zijnde heel
goed kunnen luisteren en uitvragen
waar mensen precies naar zoeken dan
wel waar ze bang voor zijn. Wij (vrouwen)
zijn vaak sterk in het opbouwen
van een langdurige relatie. Een verzekering
of hypotheek kan je als man en
vrouw allebei berekenen, adviseren en
afsluiten. Maar de vrouwelijke touch
is bijna niet uit te leggen. Het is zeker
niet zo dat een mannelijke adviseur beter
of slechter is dan een vrouwelijke
adviseur. Een goede mix tussen mannelijke
en vrouwelijke collega’s zorgt voor
het ultieme kantoor, want iedereen kan
van elkaar leren.”
Meer balans nodig tussen mannelijke en
vrouwelijke collega’s?
“Ik denk dat we hier niet moeten kijken
naar de balans tussen mannen en
vrouwen. We moeten zorgen dat de financiële
sector als sexy wordt gezien
door jonge mensen. De tijd van grijze
pakken en mantelpakjes is voorbij! We
hebben jonge mensen nodig omdat de
wereld van verzekeringen en hypotheken
nog altijd als suf wordt gezien, met
kleine lettertjes die leidend zijn. Waar
wij echt in uitblinken, is het klantcontact.
Klanten zien ons niet alleen als
adviseur, maar ook als kennis, vriend
en soms als therapeut! Wij zijn dienstverleners.
Als een klant een vraag
heeft, gaan wij op zoek naar het antwoord
en meer!
Hebben ze schade dan kijken we of
we ze kunnen helpen door het vinden
van een hersteller of het samen invullen
van een formulier. AI is in opkomst
– ook in ons vak –maar mensen worden
Shirani Arnken-Horodniceanu:
‘Alle adviseurs willen dat
de klant op één staat.’
tot nu toe echt veel blijer van persoonlijk
contact bij hen thuis, via teams of
per telefoon dan met een chatbox.”
Hoe kunnen mannen vrouwelijke
waarden omarmen?
“Echte mannelijke adviseurs hebben
ook hun vrouwelijke kanten. Dit beroep
is een mensenberoep. Het gaat
vooral om de klik tussen klant en adviseur.
Stel, een klant wit een huis kopen
en krijgt bij een hypotheekgesprek
de kriebels van de adviseur (man of
vrouw) dan haakt hij of zij na het eerste
gesprek af. Als ik om mij heen kijk
zie ik genoeg diversiteit in sexe. Maar
nog niet in leeftijd.”
Tips voor collega’s, mannen en
vrouwen?
“Ik wil aan alle collega’s als tip meegeven:
doe waar je goed in bent. Gebruik
je collega’s waar nodig. Het wiel hoeft
echt niet opnieuw uitgevonden te worden.
Ook kun je concullega’s best om
hulp vragen of attenderen op een klant
die veel beter bij een concullega past
dan bij jou.
Wij als financiële dienstverleners
hebben allemaal hetzelfde doel voor
ogen. Zorgen dat onze klanten op nummer
1 staan, dat ze gehoord en geholpen
worden als ze het nodig hebben. Of
je nou man of vrouw bent, eigenaar van
een kantoor of in loondienst, het doel
is altijd dat klanten gehoord en geholpen
worden Dat ze veilig in hun huis
kunnen wonen zonder te grote financiële
risico’s, zodat ze kunnen genieten
van een gezonde nachtrust.” n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 23
WAARDEN
IN MIJN VORIGE COLUMNS HAD IK HET OVER CULTURELE VERRIJKING IN
DE FINANCIËLE DIENSTVERLENING. MOOIE WOORDEN, GOED ONTVANGEN,
MAAR ERGENS BLEEF HET NOG AAN DE OPPERVLAKTE. DUS LATEN WE
HET DIT KEER IETS SCHERPER MAKEN.
Waarom “zo bedoelde
ik het niet”
niet meer werkt
TEKST RICHARDO CRUZ FORTES, EXPAT MORTGAGES
Want als we eerlijk zijn: de nieuwe
generatie, kinderen van
niet-westerse arbeidsmigranten,
neemt geen genoegen meer
met vage taal, dubbele boodschappen
of “zo bedoelde ik het
niet”. Sterker nog, die zin is inmiddels een soort rode
lap op een stier.
Waarom? Omdat we hem te vaak hebben gehoord.
En nog belangrijker: omdat we hem te vaak hebben gevoeld
als onzin.
We zijn een generatie die feilloos aanvoelt wanneer
woorden niet matchen met intentie. Wanneer lippen
bewegen, maar de boodschap ergens anders zit. En ja,
dan reageren we fel. Soms scherp. Soms met emotie.
Maar vergis je niet: dat komt niet uit het niets. Dat is
gevormd.
‘Stel jezelf eerst de
vraag: wat wil ik nou
écht zeggen?’
VOELSPRIET
Veel van ons zijn opgegroeid in huishoudens waar onze
ouders keihard werkten, maar de taal niet volledig beheersten.
Waar wij, vaak als oudste kind, ineens de
brug werden tussen twee werelden. Brieven van instanties?
Wij lazen ze. Gesprekken met werkgevers? Wij zaten
erbij. Problemen oplossen? Wij dachten mee. Niet
omdat we dat wilden. Maar omdat het nodig was.
En daarmee kregen we iets mee wat je niet uit een
boek leert: een extreem scherpe voelspriet voor onrechtvaardigheid.
Voor situaties die ‘net niet kloppen’.
Voor momenten waarop iemand iets zegt, maar eigenlijk
iets anders bedoelt. We konden het misschien niet
altijd verwoorden. Maar we voelden het wel. En vaak
hadden we gelijk. Want laten we eerlijk zijn: onze ouders
zijn niet altijd eerlijk behandeld. Soms subtiel.
Soms schaamteloos. En vaak verpakt in nette woorden,
beleefde zinnen en professioneel jargon.
“Zo bedoelde ik het niet” is dan geen excuus. Het is
een patroon.
FAST FORWARD NAAR NU
Die kinderen zijn volwassen geworden. Zitten in jouw
team. In jouw organisatie. In jouw directiekamer. En
die nemen dat verleden mee, niet als last, maar als
kompas. Met één duidelijke instelling: bij mij gebeurt
24 | VVP NR 2 JUNI 2026
VERRIJKING IN DE FINANCIËLE SECTOR
Richardo Cruz Fortes:
‘Zeg wat je bedoelt.
Bedoel wat je zegt.’
dat niet meer. En bij mijn kinderen al helemaal niet!
Dus ja, als wij het gevoel hebben dat iets niet klopt,
dan zeggen we daar wat van. Direct. Zonder omweg.
Soms harder dan je gewend bent. En dat schuurt. Zeker
in een land als Nederland, waar we trots zijn op onze
directheid, maar tegelijkertijd meester zijn in het vermijden
van de kern. Waar we zeggen wat we denken,
maar niet altijd denken over wat we echt bedoelen.
Dat is precies waar het misgaat. Want “zo bedoelde
ik het niet” is vaak geen verduidelijking. Het is een ontsnapping.
De echte vraag zou moeten zijn: wat bedoelde
je dan wél? En nog belangrijker: waarom kwam dat
niet direct zo naar buiten?
UITNODIGING
Dit is geen aanval. Dit is een uitnodiging. Aan leidinggevenden.
Aan collega’s. Aan organisaties. Als je echt
werk wilt maken van diversiteit en inclusie, begin dan
hier: zeg wat je bedoelt, bedoel wat je zegt.
En als je dat lastig vindt, stel jezelf dan eerst die
vraag voordat je spreekt: wat wil ik nou écht zeggen?
Want die passie waar je soms van schrikt? Die felheid?
Dat vuur? Dat is exact dezelfde energie die wij
in ons werk stoppen. In onze klanten. In onze teams.
In onze resultaten. Wij zijn niet alleen kritisch. Wij
zijn ook loyaal. Gedreven. En opgegroeid met een werkethiek
die niet onderhandelbaar is. Dat hebben we,
zoals we zeggen, met de paplepel ingegoten gekregen.
De vraag is dus niet of je met die energie om kunt
gaan. De vraag is: durf je hem te benutten? Want als je
dat doet, krijg je geen ‘lastige medewerker’. Dan krijg je
iemand die voor je door het vuur gaat, zolang het maar
echt is. En misschien is dat wel de kern van deze hele
discussie. Niet cultuur. Niet achtergrond. Niet verschillen.
Maar echtheid.
Want één ding accepteren we niet meer: dat iemand
iets zegt… en wij voelen dat het iets anders is. n
In de VVP-rubriek ‘Verrijking in de financiële sector’ belicht
Richardo Cruz Fortes het onderwerp ‘verrijking’ op een verrassende
en betekenisvolle manier. Richardo is kind van arbeidsmigranten
uit Kaapverdië. Hij is getrouwd met Nihal
met Marokkaanse roots. Ze hebben vier kinderen. Ook heeft
Richardo zijn religieuze weg gevonden en is hij in 2008 bekeerd
tot de Islam. Via verschillende omzwervingen – van
de detailhandel en beveiliging tot detachering bij een grote
Nederlandse bank – kwam hij in 2009 in contact met Expat
Mortgages. Inmiddels is hij daar Head of Sales en Partner.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 25
WAARDEN
MIJN VADER, JAAP VAN DEN HERIK, WAS EEN PIONIER IN KUNSTMATIGE
INTELLIGENTIE EN COMPUTERSCHAAK. IN DE JAREN TACHTIG DEED HIJ
UITSPRAKEN DIE DESTIJDS GEWAAGD KLONKEN: “COMPUTERS ZULLEN
DE WERELDKAMPIOEN SCHAKEN VERSLAAN.” EN: “COMPUTERS KUNNEN
RECHT SPREKEN.” MET EEN TEAM VAN SLIMME STUDENTEN BOUWDE
HIJ HET SCHAAKPROGRAMMA PION EN LEGDE HIJ DE FUNDAMENTEN
VOOR AI-ONDERZOEK IN EUROPA.
AI zit in mijn
systeem
TEKST SEADA VAN DEN HERIK, ALGEMEEN DIRECTEUR ONDERLINGE NEDERLAND
Als kind groeide ik op in die wereld. Wetenschappers,
studenten en schaakgrootmeesters
kwamen bij ons thuis. Ik ging
mee naar schaaktoernooien, maar eerlijk
gezegd: computers waren voor nerds,
niet voor meiden. Toch bleef er iets hangen.
Een intuïtief begrip van wat kunstmatige intelligentie
is en wat het kan. Niet vanuit boeken. Vanuit
het leven zelf.
Tijdens mijn studie programmeerde ik een kennissysteem
en een neuraal netwerk. Voor mij te experimenteel,
ik wilde de business in.
Twee jaar geleden rondde ik de INSEAD-cursus
‘Transforming your business with AI’ af. Dat was het
moment waarop alle zaadjes uit mijn jeugd, volledig tot
bloei kwamen. Het was ook het startpunt van ons AI-traject
bij Onderlinge Nederland. Ik begreep: dit is geen toekomst,
dit is nu. De vraag is niet óf je AI inzet, maar hoe.
We begonnen voorzichtig. Wat is een Large Language
Model (LLM) eigenlijk? Wat zou het kunnen betekenen
voor ons werk? Het eerste jaar stond in het teken
van verkennen. Het tweede jaar van enthousiasmeren
en van een concrete keuze: Microsoft Copilot als
ons standaard LLM. Die keuze was bewust. Niet omdat
Copilot op dat moment het beste was, maar wel omdat
‘wie toegang heeft tot wat’ intact blijft en omdat Microsoft
ons heeft toegezegd dat onze data binnen ons
bedrijf blijft. Dat is geen bijzaak maar een voorwaarde.
Nu zijn we in het derde jaar beland. Nu vragen we
van alle medewerkers dat zij leren omgaan met LLM.
Niet als optie, maar verplicht. Zo hebben we het in het
verleden ook gedaan. Ooit leerden we iedereen hoe
een pc werkte. Daarna kwam internet. Vervolgens de
smartphone. Gevolgd door social media. En nu is het
tijd voor de volgende stap: leren hoe je een LLM-model
inzet om je eigen werk te versterken en te versnellen.
En, minstens zo belangrijk, hoe je de uitkomsten ervan
kritisch beoordeelt en controleert.
ZES AI-AGENTS, MET GRENZEN
Dit jaar bouwen we zes AI-agents voor verschillende
afdelingen. En daarbij maken we heel bewuste keuzes
over wáár we AI wel en niet inzetten.
We bouwen geen AI-agent die de telefoon opneemt
in plaats van onze medewerkers. Wij zijn een onderlinge;
menselijk contact is geen extraatje, het is onze bestaansreden.
Wat we wél bouwen, is een AI-agent die
de mensen aan de telefoon ondersteunt. Die helpt zoeken,
samenvatten, contextualiseren, zodat het gesprek
met de klant rijker wordt.
26 | VVP NR 2 JUNI 2026
CULTUUR
‘Menselijk
contact
is onze
bestaansreden’
We bouwen ook geen AI-agents voor ons primaire proces
van risicobeoordeling en acceptatie van klanten.
Dat valt onder de op een na strengste categorie van
de EU AI Act, en terecht. Bovendien gaan we dat systeem
de komende jaren sowieso vervangen. Dan wil je
niet tegelijkertijd ook nog met AI-projecten knutselen.
Eerst een solide fundament, dan nieuwe lagen.
Maar er blijft meer dan genoeg over. AI-agents voor
het opzoeken en interpreteren van HR-regels. Voor het
maken en testen van communicatie. Voor het uitvoeren
van steekproeven. Voor het opzoeken van besluiten
en wet- en regelgeving, en hoe die intern zijn geïmplementeerd.
Onze hele bedrijfsvoering is opgenomen in
Microsoft Teams, goed gestructureerd en goed doorzoekbaar.
Dat maakt het mogelijk.
Over twee à drie jaar, als ons primaire systeem
klaar is, bouwen we een nieuwe laag. Dan kijken we hoe
we de interactie met onze klanten verder kunnen versterken.
Dan is AI er klaar voor. En hopelijk wij ook.
MENS + AI
Ik geloof niet in de angstverhalen over AI als banenvernietiger.
Maar ik geloof ook niet in de naïeve varianten
waarbij AI alles oplost of volkomen wordt genegeerd.
De werkelijkheid is genuanceerder, en interessanter.
AI verandert wat mensen doen, niet de waarde van
mensen. Taken die repetitief, tijdrovend of informatiegedreven
zijn, kunnen AI-ondersteund worden. Wat overblijft,
en aan belang wint, is precies wat mensen uniek
maakt: intuïtie, context, zingeving, het goede gesprek.
In de financiële dienstverlening is dat geen abstracte
gedachte. De vermogensplanner, de adviseur die een
55-jarige helpt nadenken over de tweede helft van zijn
leven; die waarde zit niet in het doorzoeken van financiële
overzichten of uitrekenen van de jaarruimte. Die
zit in vertrouwen, in luisteren, in het begrijpen van wat
iemand écht wil. Dat is niet te automatiseren. Dat is te
versterken.
STARTEN MET AI
Ik ben opgegroeid tussen schaakstukken en matrixprints.
Ik heb op de achterkant van zoekbomen gedoodeld.
En toch duurde het decennia voordat ik AI
volledig in mijn eigen werk omarmd heb. En nog steeds
heb ik veel te leren, bijvoorbeeld op het gebied van Vibe-coding.
Dat zegt iets.
Starten met AI is geen technische kwestie. Het is
een keuze. De keuze om nieuwsgierig te blijven. Om te
accepteren dat je niet alles hoeft te begrijpen om ermee
te starten. Om de drempel te verlagen, voor jezelf en
voor je mensen.
We doen dat stap voor stap. Experimenteren, enthousiasmeren,
verplichten, maar altijd met support
voor de mensen die de verandering moeten dragen. n
CULTUUR
In de VVP-rubriek Cultuur geven Seada van den Herik
(Onderlinge Nederland) en auteur en adviseur Roy van den
Anker afwisselend hun visie op de cultuur(verandering) in
de financiële sector.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 27
WAARDEN
ER IS DE LAATSTE TIJD IN HYPOTHEKENLAND VEEL
TE DOEN OVER DE FUNDERINGSPROBLEMEN DIE
MOGELIJKERWIJS AFKOMEN OP EEN HALF MILJOEN
WONINGEIGENAREN. HALF APRIL BERICHTTE DE
AFM DAT COLLECTIEVE ACTIE NOODZAKELIJK IS,
OMDAT VEEL INDIVIDUELE WONINGEIGENAREN DE
KOSTEN VOOR FUNDERINGSHERSTEL NIET KUNNEN
DRAGEN: “LOS VAN DE FINANCIERINGSOPGAVE IS DE
FUNDERINGSPROBLEMATIEK ZO COMPLEX, DAT HET
NIET REALISTISCH IS DE VERANTWOORDELIJKHEID
VAN FUNDERINGSHERSTEL VOLLEDIG BIJ DE
INDIVIDUELE WONINGEIGENAAR TE LATEN.”
TEKST PEPIJN VAN KLEEF, MONEYVIEW
Briljante conclusie, maar een beetje laat. 25
jaar geleden zag ambtelijk Den Haag namelijk
al aankomen dat er uiterst complexe
problematiek aanstaande was. En als er iets
is dat je als overheid niet moet willen, is dat
onderdeel zijn van een complex probleem.
En dus kwam er een plan.
In januari 2012 kwam het grondwater omhoog en
mijn houten vloer ook. Het had in die week veel geregend
en dat in combinatie met harde noordwestenwind
zorgde dat ons Waterschap er niet in slaagde om
voldoende water af te voeren. Het grondwater kon dus
geen andere kant op dan omhoog. Onze woning in. Het
gevolg: houten vloeren die onherstelbaar beschadigd
waren. Niet gedekt op de verzekering natuurlijk, dus
ben ik verhaal gaan halen bij het Waterschap en heb
ik dat aansprakelijk gesteld voor de door ons geleden
schade. En dat was meteen mijn eerste kennismaking
met de Waterwet van 2009.
Op 22 december 2009 trad die Waterwet (die per
2024 is vervangen door de Omgevingswet) in werking
en dat ging nogal geruisloos. Ik heb Delpher er even op
nageslagen en in geen van de landelijke dagbladen is er
een woord aan gewijd. Of nou ja, er stond één stukje in
het AD in 2004 (op pagina 43!). Daarin riep de Vereniging
Eigen Huis huiseigenaren op om met het oog op
de nieuwe Waterwet melding te doen van wateroverlast
op hun percelen. Dat was het dan. En dat was ook precies
de bedoeling.
28 | VVP NR 2 JUNI 2026
COLUMN MONEYVIEW
Wat een wet, die
Waterwet!
GIGANTISCH RISICO GEMITIGEERD
Onze overheid wordt nog wel eens verweten visieloos
te zijn en alleen gericht op de korte termijn. Die nieuwe
Waterwet was echter juist een prachtig voorbeeld van
het tegendeel. Want in die Waterwet, waaraan een jaar
of zeven is gewerkt, werd juist met ver vooruitziende
blik een gigantisch risico gemitigeerd. In de wet werd
namelijk vastgelegd dat (woning)eigenaren voortaan
verantwoordelijk zijn voor het grondwaterpeil onder
hun eigen perceel. En daarmee was met één pennenstreek
ook de aansprakelijkheid voor de gevolgen van
een te lage of te hoge grondwaterstand verlegd naar
diezelfde huiseigenaren.
En dat betekende dat het Waterschap mij met droge
ogen kon vertellen dat hen niets te verwijten viel.
Dat zij (zoals ze zelf ook toegaven) te weinig bemalingscapaciteit
hadden om bij heftige regenval droge
voeten te houden, mocht dan zo zijn. Maar daaruit
volgde niet dat ik ze aansprakelijk kon stellen. Ik was
immers zelf verantwoordelijk voor het grondwaterpeil
op mijn perceel. Terwijl ik daar (natuurlijk!) op geen
enkele manier invloed op kon uitoefenen.
Nu waren de gevolgen bij mij nog wel te overzien;
met een paar duizend euro aan nieuwe vloerdelen was
mijn leed wel geleden. Maar een te hoog of juist een te
laag grondwaterpeil kan veel ernstiger consequenties
hebben dan een nat vloertje. We hebben het over, jawel,
funderingsproblemen. Je moet er als overheid niet
aan denken om aansprakelijk gesteld te worden voor
schade aan funderingen als gevolg van grondwaterproblemen,
want dat gaat je miljarden kosten.
TWEEDE KAMER ZAT TE SUFFEN
Het moeten spannende tijden geweest zijn, daar in Den
Haag in 2009: zou iemand in de gaten hebben wat er eigenlijk
in die Waterwet staat, namelijk dat burgers verantwoordelijk
gemaakt worden voor iets waar ze zelf
geen enkele invloed op hebben? Op 22 december van
dat jaar kon opgelucht adem worden gehaald: de Tweede
Kamer had zoals gehoopt en verwacht zitten suffen
en de wet werd aangenomen.
Dat de overheid met bewust beleid invloed uitoefent
op het grondwaterpeil en burgers daarmee schade
berokkent doet sindsdien niet meer ter zake. De voorbeelden
zijn legio: in Amsterdam wordt op een aantal
plekken het grondwaterpeil door de gemeente met
opzet kunstmatig laag gehouden om te voorkomen dat
stadsparken te drassig worden. Het gevolg: de funderingen
van de woningen die om die parken heen liggen
komen droog te staan en de paalrot doet zijn werk.
‘Beleidsmakers
hebben hun werk al
lang en breed gedaan’
De gemeente is onder verwijzing naar de wet onverbiddelijk:
de kosten zijn voor de huis- en/of perceeleigenaar.
Je gelooft het niet, maar de uitspraak “Dan had u
maar een tuinslang in de kruipruimte moeten hangen”
is echt gedaan toen een woningbezitter bezwaar aantekende
bij de gemeente. Procederen is zinloos: het staat
immers in de wet.
De overheid is dus geen partij meer in deze. Toch
blijft de AFM hoopvol, tegen beter weten in: “Onderzoek
in hoeverre financieringsmogelijkheden op een verantwoorde
manier beter benut of versterkt kunnen worden.
Deze rol kan nader worden ingevuld door partijen als hypotheekaanbieders,
de Nederlandse Vereniging van Banken
(NVB), Nationale Hypotheek Garantie (NHG) en beleidsmakers.”
Die beleidsmakers hebben hun werk al lang en
breed gedaan, beste AFM. Zullen we ze er verder maar
vooral buiten houden? n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 29
WAARDEN
DE REDACTIE VAN VVP VROEG MIJ OF IK, NAAR AANLEIDING VAN MIJN AFSCHEID
VAN EEN REGULIERE ROL IN DE BRANCHE, STIL WILDE STAAN BIJ MIJN ERVARINGEN
DIE IK DE ‘ACHTERBLIJVERS’ MEE WIL GEVEN. UITERAARD MET DE DAARBIJ
GESLAAGDE VOORBEELDEN DIE IK DE AFGELOPEN 35 JAAR BEN TEGENGEKOMEN.
Uit de schatkist
van een marketeer
TEKST RUUD DEKKER | BEELD GREGOR SERVAIS
Vanzelfsprekend voldoe ik graag aan dit
verzoek, maar wel met de toevoeging dat
35 jaar in deze branche eigenlijk een goed
gevuld boek, dat ik in concept al eens opgeschreven
heb, rechtvaardigt. Ik geef
drie hoofdregels die, als ik terugkijk, voor
mij de basis van succesvol aan ondernemingen werken
zijn geweest. Uiteraard vanuit het perspectief van een
marketeer beschreven. In mijn ogen is de organisatie
van ‘iedereen’, maar pakt een goede marketeer een regierol
in organisaties. Niet als klantvertegenwoordiger
of chef reclame, maar als centrale verbinder. Waarbij de
marketeer dus ook weet aan welke knoppen je verantwoord
met elkaar kan draaien en de organisatie als geheel
begrijpt.
KIES POSITIE
Weet waar je als organisatie echt mee aan de slag wil.
Vaak wordt deze basisvraag onvoldoende helder beantwoord,
maar het startpunt is altijd nadenken wat je wel
wilt doen en dus ook wat je niet wilt doen. En handel
daar ook naar! Het er naar handelen is veel belangrijker
‘Weet waar je als
organisatie echt mee
aan de slag wil’
dan het in mooie volzinnen opschrijven. Te vaak heb ik
gezien dat bij een kans op korte termijn succes de gekozen
positie zonder discussie weer verlaten werd.
Bij het kiezen van de positie kan marktonderzoek
helpen, maar toch ben ik daar in deze fase altijd heel
voorzichtig mee. De kans is groot dat niet gekozen
wordt wat echt bij de organisatie past en dat is wel cruciaal,
want drijfveren vanuit de eigen organisatie zijn
cruciaal om keuzes te laten leven. Nog voorzichtiger
ben ik met externe consultants die de inhoud gaan bepalen.
Prima om het proces te begeleiden en voor kritische
vragen, maar zij zijn weg als de organisatie met de
gekozen positie aan de slag gaat en dan begint het pas.
Mooie voorbeelden uit mijn eigen praktijk zijn de
keuzes bij Equity & Law om vol voor het intermediair
te gaan, maar onze dienstverlening te segmenteren,
waarbij de toprelaties een uitgebreid pakket aan ondersteuning
kregen en de keuzes bij Amev om een generieke
intermediairmaatschappij te zijn, geen direct kanaal
te ontwikkelen, maar het schadebedrijf net zoveel aandacht
te geven als het levenbedrijf.
Heel scherp kozen we bij For All Finance: leverancier
van marketing en communicatieprofessionals in de
financiele dienstverlening.
Mooie voorbeelden van kiezen zag ik bijvoorbeeld
ook bij Nh1816 en Ditzo.
Het positie kiezen gaat bij mij vooral over wat doen
we wel, wat niet en voor wie en niet over de vraag ‘wat is
de reden waarom wij bestaan’. Natuurlijk komt dit punt
bij de drijfveren wel terug, maar ik geloof niet in benadering
waarin deze vraag geïsoleerd benaderd wordt.
30 | VVP NR 2 JUNI 2026
MARKETING
PRAAT MET JE KLANTEN
Als je gekozen hebt wat de positie van jouw organisatie
moet zijn, dan is het wel fijn om te weten wat de klanten
die daar mogelijk bij horen dan verwachten. Ik weet
dat er mensen zijn die vinden dat dit (te) laat is. Je hebt
al een positie gekozen en nog niet echt een beeld wat
klanten willen. Mijn ervaring is dat onderzoek pas zin
heeft als je een eerste beeld in je hoofd hebt en niet een
blanco papier. Maar als je dan gaat onderzoeken, doe
dan ook echt onderzoek. Praat niet over klanten, maar
met klanten. Mogelijke nieuwe klanten, maar vooral
bestaande klanten. Dus de populaire ‘stoel van de klant’
in vergaderingen kan een hulpmiddel zijn, maar kan
nooit het echte gesprek met de klant vervangen.
‘Mijn ervaring is dat
onderzoek pas zin heeft
als je een eerste beeld
in je hoofd hebt en niet
een blanco papier’
NR 2 JUNI 2026 VVP | 31
WAARDEN
Ik heb geleerd dat echt praten met bestaande klanten
heel veel impact heeft op de bevraagde klanten, maar
zeker ook op de ‘ondervragers’. Doe dat dus zoveel mogelijk
met de eigen organisatie en zeker niet alleen door
een marketeer. Zelf met de klant in gesprek heeft veel
meer impact dan de bespreking van een extern uitgevoerd
marktonderzoek.
Wat de impact van echt met klanten in gesprek
gaan is, realiseerde ik mij echt op een incentivereis van
Falcon toen we een middag echt met elkaar in gesprek
gingen over de samenwerking van de toekomst en er
spontaan een vervolgsessie ingepland werd om door
te praten. Bij Amev zetten we de lijn door met de Tafel
van Amev. Allebei nog wel met intermediair als klant.
In mijn interimjaar bij Reaal werd het nog veel
spannender toen er een middag ingepland werd om
met het hele leidinggevende kader eindklantdossiers
na te gaan bellen. Collega’s ver weg van de business
kregen in een middag een heel ander beeld van klanten
en van problemen waar medewerkers mee geconfronteerd
werden.
Bij de Vereende werd ik zelf op een zaterdag met
de neus op de feiten gedrukt. Wij werkten met klanten
met een flink autoschadeverleden aan de verbetering
van de rijstijl via een app, maar ook met een dag rijvaardigheidstraining.
Ik deed een dag mee en kreeg bij
de koffie en de lunch een heel ander beeld van de groep
die wij tot op dat moment ‘brokkenpiloten’ noemden.
Dat heb ik daarna nooit meer gedaan en begreep veel
beter wat voor hen echt belangrijk was.
Praten met klanten deed ik vanaf het begin. Ik had
alleen wel veel eerder door willen hebben dat klanten
van de organisatie zijn en niet van ‘commercie’. Dat
had een hoop frustratie gescheeld en was goed geweest
voor de klanten.
WAARMAKEN WAT BELOOFD IS
De eerste twee beschreven fases zijn cruciaal en ik vind
dat een marketeer daar minimaal een belangrijke bijdrage
aan moet leveren. Ik heb dat ook altijd vol overtuiging
gedaan, maar echt blij werd ik van deze laatste
fase: waarmaken wat beloofd is en dit naar buiten
brengen. Goede, scherpe keuzes maken, klanten serieus
nemen en echt luisteren is prachtig, maar dat moet
wel in dagelijkse praktijk waargemaakt worden. Het
doorvertalen in de organisatie is een absolute must.
‘Durf af en toe
risico te nemen’
Goede interne communicatie, zodat iedereen in de organisatie
weet waarvoor de organisatie staat is cruciaal
en daar is vaak veel eenvoudige winst te boeken.
Een paar heldere spelregels voor iedereen doet vaak al
wonderen. Het allerleukste vond ik het om de gewenste
uitstraling naar buiten toe vorm te geven. Daarbij
koos ik vaak voor het nodige spektakel, soms op
het randje, maar wel met in het achterhoofd dat het
moest passen in de gewenste uitstraling van de organisatie.
Het mag niet puur om effectbejag gaan, maar
als ik mag kiezen voor spraakmakend ga ik daarvoor.
Mijn ervaring is dat het effect dan flink groter wordt:
er wordt meer over gesproken en de trots in de organisatie
neemt fors toe.
Van de geslaagde interne communicatie blijft mij
vooral de interne introductie van Cockpit bij. Het was
belangrijk om dit goed bij alle medewerkers te laten
landen en het trotste gevoel een flinke injectie te geven.
Met een mooie film en een kennismarkt na afloop.
Vaak werkt ook een eenvoudig ezelsbruggetje. Bij Amev
hadden we PGK (persoonlijk, kennis, gemak) en bij For
All Finance deden we het met PIPO (persoonlijk, insider,
pragmatisch, opvallend).
Een voorbeeld waar ik graag naar keek was de interne
doorvertaling van ‘glashelder’ door Interpolis. Qua
externe uitstraling lag de nadruk vaak op de communicatie
naar het samenwerkende intermediair. Nooit als
losse activiteit, maar als totaalconcept: ’t Betere Leven
in Driebruggen bij Equity & Law, Falconet en de
Vrienden van het Gedurfde Denken en Teamspelers bij
Amev. Bij For All Finance gaven we de insiderspositionering
vorm met de (mede)organisatie van de Gouden
Schilden, de Nationale Dag Financiële Marketing van
VVP, de opzet van marketingnetwerken, veel lezingen
op seminars en verschillende columns in de vakbladen.
Voor mij het allerleukste deel van het vak blijft de
doorvertaling in gestructureerde acties, geen losse flodders
en graag opvallend. Daarmee loop je soms risico,
maar wat mij betreft kan dat soms niet anders. Af en
toe een risico nemen in onze risicomijdende branche is
toch niet zo verkeerd?
AANBOD
Dit artikel is wat mij betreft zeker niet bedoeld om mijzelf
zoveel mogelijk in het zonnetje te zetten. Het is
mijn bijdrage om een klein steuntje in de rug te bieden
aan een branche die relevant is en mij zoveel gebracht
heeft. Ik vind het heel leuk om wat meer van een afstandje
bij deze mooie branche betrokken te blijven. Ik
ben dan ook graag beschikbaar voor een vrijblijvende
kop koffie om verder te sparren en organisaties na te laten
denken over positionering en profilering. Zeker ook
intermediairs of betrokkenen bij het intermediair. n
32 | VVP NR 2 JUNI 2026
FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN
KATERN
De jeugd
heeft de
financiële
toekomst
Financieel advies voor jongeren, het is een gebied waar nog
veel te winnen is. Echt op de jongere generaties gericht advies
is niet wijdverbreid. Terwijl juist deze generaties de samenleving
gaan dragen, nu de vergrijzing echt toeslaat.
In dit katern schetst VVP trends en geeft VVP praktijktips.
Ook is er aandacht, in de vorm van een bijdrage van Stichting
LEF, voor financiële educatie. Met financiële bewustwording kun je
immers niet vroeg genoeg beginnen.
De jeugd heeft de financiële toekomst, ja, maar dan wel met het
juiste advies en de juiste oplossingen!
NR 2 JUNI 2026 VVP | 33
FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN
DE JEUGD HEEFT DE FINANCIËLE TOEKOMST! VOOR FINANCIEEL
DIENSTVERLENERS EEN BELANGRIJKE DOELGROEP DUS. BELANGRIJK
IS VOORAL DE TAAL VAN DE JONGERE GENERATIES TE SPREKEN.
Adviesalerts!
Weet wat er leeft
TEKST TOON BERENDSEN
Wat ons is opgevallen bij de voorbereiding
van dit VVP-katern: er
zijn maar weinig financiële producten
laat staan verzekeringen
speciaal voor de jongere generaties,
waar hier dan met name
Gen Z en de Millennials mee zijn bedoeld. Alweer zo’n
twintig jaar weet zorgverzekeraar CZ studenten aan te
spreken met een fors aantal condooms bij de aanvullende
zorgverzekering ‘Jongeren’. Een beetje makkelijk
scoren misschien, maar het maakt het product wel
doel(groep)gericht
Hoewel het aanbod zeker groter zou mogen, lijkt
het vermogen om jongeren aan te spreken uiteindelijk
belangrijker dan specifieke producten. “Door aan te
sluiten bij het digitale gedrag en voorkeuren van Gen
Z, kunnen we jongeren tussen de 25-40 (de zogenaamde
Zillenials) beter helpen om moeilijke onderwerpen
te begrijpen en slimme keuzes te maken.” Aldus Nationale-Nederlanden
eind vorig jaar bij haar mini-documentaire
‘Later begint Nu’, inmiddels helaas niet meer
te zien.
Weet dus wat er leeft bij jonge mensen. Dit is hoe
dan ook van belang als je als advieskantoor jonge medewerkers
wilt vinden en binden.
DREMPELVREES
De jongere generaties zijn opgegroeid met internet, social
media en smartphone. Dit betekent echter niet dat
zij niet open staan voor persoonlijk financieel advies.
Maar er lijkt sprake van drempelvrees.
Zeventig procent van de Generation Z heeft volgens
onderzoek uit 2024 van SNS Bank nooit gesproken met
een financieel adviseur. De bank: “Bijna twee derde van
de Nederlanders tussen de achttien en 24 jaar wil op
zich graag persoonlijk financieel advies. 44 procent van
deze groep ervaart financiële stress. Maar ruim de helft
van hen weet niet hoe ze met een expert van hun bank
in contact kunnen komen.” (Je moet even weten dat
SNS Bank – inmiddels ASN Bank geheten - zichzelf nadrukkelijk
ziet als financieel adviseur, omdat haar aanbod
ook producten van andere aanbieders omvat.)
Jongvolwassenen ervaren meerdere drempels om
in gesprek te gaan met hun bank, bleek uit het onderzoek:
ze weten bijvoorbeeld niet precies wat zo’n gesprek
oplevert, hoe ze in contact kunnen komen met
een expert, of zijn bang om niet begrepen te worden.
Creëer dus vertrouwen. In dit tijdperk van social
media kan dat onder meer door te zorgen voor goede
reviews. Zorg voor een moderne, actuele website. Laat
zien dat je met je tijd meegaat. Vraag jonge klanten om
je ambassadeurs te worden. Dat zullen ze graag doen,
zeker als jij in deze moeilijke woontijden toch die hypotheek
voor elkaar hebt weten te boksen.
EMBEDDED INSURANCE
Er was een tijd waarin men dacht dat klanten hun hypotheek
zelf online zouden gaan regelen. De praktijk heeft
geleerd dat mensen – ook als ze jong zijn - bij grote financiële
beslissingen toch graag persoonlijk advies hebben.
Dat wil echter niet zeggen dat digitalisering geen
impact kan hebben op de omzet van advieskantoren. Zo
34 | VVP NR 2 JUNI 2026
ADVIESPRAKTIJK
‘Vraag jonge klanten
om je ambassadeurs
te worden’
rukt embedded insurance steeds verder op. Het principe
is niet nieuw; op het moment van aankoop van een product
krijg je meteen ook relevante verzekeringsdekking
aangeboden. Maar dat nu met als het ware één druk op
de knop en die knop (smartphone) hebben zeker de jongere
generaties vandaag de dag 24/7 paraat.
De AFM ziet in haar jaarlijkse consumentenonderzoek
“dat per jaar een op de acht consumenten een verzekering
via embedded insurance afsluit, waarvan iets
meer dan de helft van deze groep de verzekering online
had afgesloten”.
In 2023 poneerde de AFM zelfs de stelling: “Embedded
insurance kan een einde maken aan het traditionele
distributieproces van verzekeringen. De klassieke
routes van afsluiten, via een aanbieder, intermediair of
vergelijkingssite, nemen sterk af wanneer producten
direct worden aangeboden bij de aanschaf van een product
of dienst, of gedurende de levensduur daarvan.”
Wij moeten het nog zien gebeuren, ook omdat het
bij embedded insurance meestal niet om complexe, adviesgevoelige
verzekeringen gaat. Juist op dat terrein
blijven financieel adviseurs heer en meester.
JONGE GEZINNEN
Zoek naar kansen die aansluiten bij je kracht als adviseur.
Bijvoorbeeld: veel huishoudens zijn financieel
kwetsbaar als een partner overlijdt. Vooral jonge gezinnen
met een dure huurwoning lopen het risico dat zij
hun woonlasten niet meer kunnen opbrengen en op
zoek moeten naar een goedkopere woning. Maar ook
veel mensen met een eigen woning missen een vangnet.
Dat blijkt uit een onderzoek uit november 2025
van het Verbond van Verzekeraars naar de financiële
weerbaarheid van huurders en woningeigenaren bij het
onverhoopte verlies van een partner.
Van alle Nederlandse gezinnen in de leeftijdsgroep
tot 40 jaar bijvoorbeeld loopt ruim de helft veel risico
als ze geen ORV hebben afgesloten.
Op vragen waarom geen voorziening voor overlijden
is getroffen, wordt door respondenten vaak geantwoord
met “Nog niet over nagedacht’’ of ‘’Ik dacht dat
het bij huur niet nodig was’’. Over de prijs van een ORV
bestaat veel onbekendheid; veel mensen weten niet dat
ze zich voor een tientje per maand al voor een aanzienlijk
bedrag kunnen verzekeren.
89 procent van de gezinnen jonger dan 30 en 82
procent van de gezinnen jonger dan 40 jaar hebben
geen bezwaar tegen het ontvangen van info over ORV.
In de groep achttien tot 30 jaar staat zeventien procent
open voor info door de onafhankelijke financieel adviseur,
in de groep 31-40 is dat 25 procent. Een prachtkans!
En nog maatschappelijk relevant ook. n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 35
PARTNER IN KENNIS
RUIM DRIEKWART VAN DE JONGEREN HEEFT WEL EENS GELDZORGEN.
MEER DAN 19.000 JONGEREN HEBBEN EEN OF MEERDERE GEREGISTREERDE
BETALINGSACHTERSTANDEN. ACHTER DIE CIJFERS GAAN VAAK ALLERLEI
EMOTIES SCHUIL: SCHAAMTE, VERDRIET EN HET GEVOEL VAST TE ZITTEN
IN EEN NEERWAARTSE SPIRAAL. DE AMBITIE ACHTER DE TOOLBOX ‘FIX
JE GELD’ IS OM DEZE TE VERSPREIDEN ONDER DUIZENDEN MKB’ERS EN
ZO DIE SPIRAAL TE DOORBREKEN. WILLEM LOS, SPECIALIST FINANCIËLE
PROBLEMEN EN SCHULDENPROBLEMATIEK BIJ NATIONALE-NEDERLANDEN,
IS EEN VAN DE DRIJVENDE KRACHTEN ACHTER DE TOOLBOX.
Toolbox ‘Fix je geld’:
Laagdrempelige tool
voor jongeren met
financiële problemen
TEKST NATIONALE-NEDERLANDEN
Waarom een toolbox voor mkb’ers?
“We zien dat de doelgroep – jongeren
in de leeftijd van 18 tot 30 jaar – hier
goed is vertegenwoordigd, bijvoorbeeld
door hun werk in de horeca. Via
mkb’ers kunnen we een groot deel van
hen bereiken.”
Hoe is de toolbox tot stand gekomen?
“De toolbox vindt zijn oorsprong in de
Stichting Financieel Gezond Nederland
(SFGN). Dit is een publiek-private samenwerking
van bedrijven, overheid
en maatschappelijke organisaties. De
stichting bundelt kennis en initiatieven
om financiële problemen eerder te signaleren
en aan te pakken. SFGN wordt
ondersteund door erevoorzitter Koningin
Máxima, die zich al jarenlang inzet
voor financiële gezondheid. Vanuit deze
stichting zijn diverse werkgroepen opgezet
om hieraan te werken.
De werkgroep MKB is daar één van.
Hierin nemen naast Nationale-Nederlanden
onder meer de Rabobank, VNO-
NCW/MKB-Nederland, SZW, Behavior
Change Group en Geldfit deel. Het doel
van de werkgroep is om mkb’ers te helpen
de financiële gezondheid van hun
medewerkers te vergroten en het bewustzijn
rondom financiële stress te
versterken.”
Hebben jullie de doelgroep actief
betrokken?
“We zijn met zowel jongeren als
mkb’ers in gesprek gegaan. Zelf dachten
we aan een digitaal platform, maar in
de gesprekken bleek al snel dat de doelgroep
daar juist niet op zat te wachten.
Vooral omdat er al zoveel online tools
en oplossingen zijn. De brede boodschap
was om met iets fysieks te komen,
iets tastbaars dat kan worden uitgereikt
of worden gehangen. Daar hebben
we goed naar geluisterd. De toolbox
is uiteindelijk een draagbare koffer
geworden met nuttige hulpmiddelen.”
Wat zit er zoal in de toolbox?
“Voor mkb’ers is er onder meer een
waaier waarin wordt uitgelegd wat de
signalen zijn dat een medewerker financiële
problemen heeft, hoe je deze bespreekbaar
maakt en welk handelingsperspectief
je vervolgens kunt bieden.
Het materiaal voor medewerkers bestaat
onder meer uit posters, bierviltjes,
stickers en scheurkalenders met
strips die zij kunnen afscheuren. Veel
36 | VVP NR 2 JUNI 2026
NATIONALE-NEDERLANDEN
hiervan is voorzien van een QR-code zodat
je online verder kunt lezen, bijvoorbeeld
over een club als Socialdebt die je
schuld kan overnemen. Of over telefonisch
contact dat je kunt hebben met
mensen van Geldfit, die je kunnen coachen
en die je om advies kunt vragen in
diverse talen. Soms zien bellers geen
uitweg meer. De mensen aan de telefoon
zijn hierop getraind en weten dan
de juiste kanalen te activeren.”
Hebben jullie de toolbox getest?
“We hebben een pilot gedaan bij vijftig
mkb’ers. Daarvan zijn er twintig actief
met de toolbox aan de slag gegaan. De
andere dertig belandden in de kast, omdat
de directies niet goed wisten hoe
ze de toolbox moesten gebruiken. Ook
daar hebben we van geleerd en daarom
is er een e-learning ontwikkeld over het
gebruik van de toolbox.”
Eén van de mkb’ers die aan de pilot
deelnam, was het Zwolse bedrijf BON-
FIX, een fabrikant in fittingen voor water
en gas. Yoeri Plas, die door BONFIX
wordt ingehuurd als HR-adviseur, is positief
over de ervaring met de toolbox.
Yoeri, konden jullie meteen met de toolbox
overweg?
“Voor ons was meteen duidelijk hoe
het werkte. Waar uiteindelijk misschien
nog wel de meeste tijd in ging zitten,
was het bedenken van goede plekken in
ons pand voor de verschillende onderdelen.
Uiteindelijk hebben we de waaier
in de kantine gelegd – dat is toch de
plek waar gesprekken worden gevoerd
– en hebben we de scheurkalender met
strips bij de toiletten opgehangen.”
Waarom bij de toiletten?
“Omdat dit sowieso een plek is waar
iedereen elke dag wel een keer komt.
Aandacht verzekerd dus. Maar belangrijker:
er hangt vaak schaamte rond dit
onderwerp en op het toilet kun je in alle
privacy, zonder dat er iemand meekijkt,
een strip afscheuren.”
Wat vind je goed aan de toolbox?
“Het is fijn dat het zo laagdrempelig in
het gebruik is. Het afscheuren van een
strip is veel makkelijker dan bij mij of iemand
anders in het bedrijf te moeten
aankloppen. Medewerkers kunnen zo
eenvoudig – en desgewenst zonder ons
medeweten – hulp vragen. Voor ons is
het daarbij handig dat we zelf geen externe
partijen hoeven in te schakelen.
Maar het mooist is dat we een soort
vangnet voor onze medewerkers hebben
gecreëerd. Iets waar ze gebruik van
kunnen maken wanneer dat nodig zou
zijn. Dat vind ik heel waardevol.”
Wat is jullie uiteindelijke streven, Willem?
“Dit jaar willen we 2.500 exemplaren
van de toolbox verspreiden en volgend
jaar nog eens 2.500. De sociale werkplaats
in Den Haag (die de toolboxen
maakt, red.) krijgt het nog druk! Uiteindelijk
denken we ruim 200.000 mensen
te bereiken. Van die grote groep mensen
verwachten we meer dan tienduizend
mensen te helpen die anders waarschijnlijk
langer in de problemen zouden
zitten. Vanuit mijn ervaring weet
ik hoe waardevol het is om iemand te
Willem Los.
kunnen helpen. Dan zijn dit soort aantallen
natuurlijk fantastisch!”
En heb jij vanuit jouw gebruikservaring nog
tips, Yoeri?
“Een praktisch punt: denk na over hoe
je de toolbox binnen je eigen organisatie
inzet. Wij hebben een vrij groot bedrijf
(qua oppervlakte, red.) en zouden
op meerdere plekken zo’n scheurkalender
met strips willen ophangen.” n
De toolbox ‘Fix je geld’ is ontwikkeld
voor jongeren in de leeftijd van
18 tot 30 jaar, maar is ook bruikbaar
voor andere leeftijdsgroepen. Een
exemplaar kost 250 euro. Met de
opbrengst van de verkochte toolboxen
wordt de productie van nieuwe
exemplaren
gefinancierd.
Meer weten of
een toolbox bestellen?
Scan
dan de QR-code.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 37
FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN
“WIE GEN Z WIL BEREIKEN, MOET ZICHTBAAR ZIJN OP INSTAGRAM,
TIKTOK EN YOUTUBE, VIA STEMMEN EN FORMATS DIE JONGEREN
VERTROUWEN.” ALDUS EERDER DIT JAAR BECKY.WORKS. MAAR HET IS
NOG NIET ZO MAKKELIJK OM JE ALS FINANCIEEL DIENSTVERLENER OP
DEZE SOCIAL MEDIA IN THE PICTURE TE SPELEN. VVP GEEFT TIPS.
Beweeg mee
met de trend
TEKST TOON BERENDSEN
Ooit waren Facebook en LinkedIn hot,
nu trekken zeker jongere generaties
meer naar Instagram en TikTok. En
misschien is er morgen wel weer een
ander platform waar iedereen zich op
werpt. Dat is meteen dan ook een tip:
blijf niet hangen op oude platforms maar beweeg mee.
Het werkt beter om je te focussen op die kanalen
die bij jouw doelgroep(en) passen en die voor jou goed
voelen dan de aandacht te verdelen over alles wat er
mogelijk is. Natuurlijk kun je de inhoud je voor het ene
platform bedenkt vaak ook voor andere platforms gebruiken.
Maar beter een of twee platforms goed opgepakt
dan tien half.
Wie succesvol wil zijn met social media moet er
voortdurend mee bezig zijn. Daar moet je bewust voor
kiezen. We komen ze nog steeds tegen: websites van
financieel adviseurs met het laatste nieuws uit 2023…
Dan keert het zich eerder tegen je dan dat het je kantoor
de gewenste moderne uitstraling geeft.
Aan de andere kant: het is ook niet nodig om elke
seconde iets nieuws te plaatsen, dat kan natuurlijk ook
niet. Al helemaal niet bij zoiets saais als verzekeringen.
Als uw spijkerbroeken met gaten zou verkopen, is dat
misschien anders. Hoe enthousiast u ook bent over Instagram
of TikTok, onthoud dat financiële diensten en
producten de meeste mensen – en jongeren al helemaal
niet - totaal niet bezighouden of ze moeten ze net nodig
hebben. Maak het dus ook allemaal niet te groot.
Maar zorg in ieder geval voor een structuur zodat u regelmatig
iets nieuws plaatst.
Durf u te laten zien. Erik Langermans van Hypotheekdesk
Lochem bijvoorbeeld laat zichzelf op TikTok
zien in de filmpjes waarin hij onderwerpen als hypotheek
bespreekt. Met aanstekelijk enthousiasme.
Spreek de taal van uw doelgroep. “Jargon vermijden
is bij jonge beleggers key”, aldus Milou Brand, maker
van de podcast Jong Beleggen en columnist van
Het Financieele Dagblad, in een sessie voor adviseurs
van Brand New Day. “Dus geen ‘koersval’, maar ‘uitverkoop’.
Geen ‘pensioen’, maar ‘vrijheid’. Geen ‘jaarruimte’,
maar ‘minder belasting’. Kleine aanpassingen
maken een groot verschil in hoe u overkomt. Geen ‘Inflatie’
maar ‘spaargeldvreter’. Geen ‘vermogensbeheer’
maar ‘money glow-up’.”
BELEVING
Ook verzekeraars zitten op Instagram en TikTok. Kun
je daar als adviseur iets van leren? Ja, al is het maar dat
ook verzekeraars – met hun megabudgetten en social
media-afdelingen – worstelen om zinnige content te
bieden. Als je kunt werken vanuit een bepaald thema –
zoals a.s.r. Vitality met gezondheid en bewegen – is dat
nog wel te doen (ook al valt het aantal volgers tegen).
Maar sec de inboedelverzekering?
Wat belangrijk is: mensen komen niet voor een hypotheek,
ze willen een huis kopen. Mensen gaan een
mooie reis maken, die reisverzekering moet dan even.
38 | VVP NR 2 JUNI 2026
SOCIAL MEDIA
Mensen kopen een mooie auto, dat die verzekerd moet
worden is nu eenmaal zo maar boeien? Probeer dus in
te zetten op beleving in plaats van product.
REURING
Zorg voor reuring. Allianz Direct deed dat onlangs perfect.
De verzekeraar ensceneerde een parkeeraanrijding
voor de deur van Theater Amsterdam, waar The Best
Social Awards werden uitgereikt. We lezen: “Influencer
Stuntje liet een vriend zijn auto inparkeren vanwege
zijn gebroken been en de bestuurder botste zichtbaar
tegen een andere auto. De beelden van het incident
gingen rond op social media, maar wat niemand wist:
het was een zorgvuldig geregisseerde stunt, bedoeld
om het belang van een goede verzekering onder jongeren
aan te kaarten. De auto’s werden op kosten van
Allianz Direct gerepareerd. Geen verzekeringswerk dit
keer, maar een bewijs dat áls er iets misgaat, klanten
alles direct online kunnen regelen.”
Met deze actie “laat Allianz Direct zien dat verzekeren
niet stoffig of saai hoeft te zijn. De campagne sluit
aan bij de leefwereld van Gen Z en Millennials en wordt
versterkt met een gerichte paid social campagne, bestaande
uit korte video’s en animaties die inzetten op
top-of-mind awareness en merkvoorkeur”.
‘Zet in op beleving in
plaats van product’
Een andere opvallende campagne is die van Interpolis
op TikTok rond een dealer. Het lijkt alsof deze zich
met duistere zaakjes bezighoudt, maar in werkelijkheid
dealt hij in fietslichtjes. Interpolis wil zo wijzen op het
belang van goede fietsverlichting.
De aanpak, aldus de makers, “weerspiegelt de organische
manier waarop verhalen op TikTok loskomen.
Eerst het mysterie, dan de onthulling, gevolgd door verdieping
in het personage en de achterliggende missie”.
De vraag is of je als individuele adviseur het geld
hebt om dergelijke campagnes op te zetten. Misschien
is samenwerken met collega-adviseurs daarom een
goed idee. Belangrijk is dat iedereen in de samenwerking
ook echt overtuigd is van het nut van social media.
Een paar creatieve geesten moeten er ook wel bij
zitten. We doen maar even een voorzet: de adviseur die
dealt in financieel advies. n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 39
PARTNER IN KENNIS
VEEL JONGE MENSEN ZIEN DAG- EN WEEKENDTRIPS NIET ALS
REIZEN. DAARDOOR ZIJN ZE VAAK NIET VERZEKERD. NIET OMDAT ZE
HET NIET BELANGRIJK VINDEN, MAAR OMDAT HET GEEN ONDERDEEL
IS VAN HOE ZE PLANNEN MAKEN. EN DAT MAAKT HET EIGENLIJK
HEEL BEGRIJPELIJK. WIL JIJ JONGE MENSEN ZOALS DAAN HELPEN?
DAT BEGINT MET EEN BEELD KRIJGEN VAN HOE HUN DAGELIJKS
LEVEN ERUITZIET.
Sluit als adviseur
aan bij het leven
van je klant
TEKST NIKI JONGEN, NH1816
Daan is 24, werkt, spreekt veel af
en probeert er zo vaak mogelijk
op uit te gaan. Even weg met
vrienden, nieuwe plekken zien.
Niet wachten tot de zomer, maar ook
tussendoor. Een weekend Antwerpen,
een festival met overnachting of een
paar dagen weg als het uitkomt. Reizen
is geen uitzondering, maar onderdeel
van het leven.
Tot een paar jaar geleden woonde
Daan nog thuis. En eerlijk? Ook
toen werd er nauwelijks over verzekeringen
nagedacht. Alles liep mee op
de polis van de ouders. Vakanties, uitjes
en weekendjes weg. Geen vragen,
geen keuzes, geen reden om erbij stil
te staan.
ZO REGELT DAAN HET ZELF
Daan woont inmiddels op zichzelf. En
regelt dus ook veel zelf. Zoals de huur,
de boodschappen en het plannen van
reizen. Bij het boeken van een citytrip of
verre reis, komt er soms een reisverzekering
voorbij. Dan is het eenvoudig om
die aangevinkt te laten staan. Klaar. Dat
voelt logisch.
‘Je bent te laat als je klant
expliciet vraagt naar een
reisverzekering’
Maar veel momenten waarop jonge
mensen op pad gaan, zitten niet in
een boekingsproces. Het zijn weekenden
met vrienden, festivals en spontane
trips. Dingen die zelf worden geregeld
en niet als ‘reizen’ voelen, maar
als spontaan gaan. En precies daar ontbreekt
het moment waarop iets wordt
geregeld.
Voor veel jonge mensen is reizen geen
uitzondering meer, maar onderdeel van
hun leefstijl. Niet alleen in de zomer,
maar het hele jaar door. Ze gaan vaker,
korter en spontaner weg. Met vrienden,
een partner of als er ineens een kans
voorbijkomt. Die manier van plannen
past bij hun leven, maar maakt ook dat
niet elk reismoment als zodanig voelt.
En wat niet voelt als een reis, voelt vaak
ook niet als een moment waarvoor iets,
zoals een verzekering, geregeld moet
worden.
40 | VVP NR 2 JUNI 2026
Nh1816
EN DAN LOOPT HET ANDERS
Soms gebeurt iets onverwachts: een
val tijdens een weekend weg, een ziekenhuisbezoek
net over de grens, spullen
die kwijtraken of een reis die anders
loopt dan gepland. Dan wordt zichtbaar
wat eerder geen rol speelde. Daan nam
nergens bewust een risico, maar stond
er niet bij stil dat een verzekering hier
het verschil had kunnen maken.
En precies daar kun jij iets betekenen.
Niet door Daan bewust te maken
van risico’s, maar door mee te bewegen.
Door net één stap eerder aan te sluiten.
VAN LOSSE MOMENTEN NAAR RUST
Wat veel jonge mensen zoeken, is namelijk
helemaal niet ingewikkeld. Geen
gedoe, geen verrassingen en geen dingen
die steeds opnieuw geregeld moeten
worden. Of er nu een verre reis
wordt geboekt of morgen spontaan
wordt vertrokken. Gewoon weten: het
is goed geregeld.
Tegelijkertijd willen jongvolwassenen
hun keuzes zelf maken. Ze staan
aan het begin van een fase waarin ze
regie nemen over hun eigen leven. Dat
vraagt om een andere rol van de adviseur.
Niet invullen of overtuigen, maar
helpen om overzicht te creëren. Zodat
iemand zelf kan kiezen wat past en zich
daar ook goed bij voelt.
DE SLEUTEL TOT HET GESPREK
Begin niet bij wat je aanbiedt.
Begin bij wat zíj doen.
Stel één vraag: “Waar ga je de komende
tijd allemaal naartoe?”
Laat ze vertellen. Weekenden. Festivals.
Trips tussendoor.
Daar zit het haakje.
Niet in uitleg.
Maar in herkenning.
PRAKTIJK
Voor de adviseur ligt de kans vaak niet in
het moment waarop een klant expliciet
vraagt naar een reisverzekering. Dan
ben je eigenlijk al te laat. De echte opening
zit eerder: in het gesprek over leven,
plannen en gewoonten. Jonge mensen
denken niet in verzekeringsmomenten,
maar in wat ze willen doen. Even
weg met vrienden, een festival, een
spontane stedentrip of een paar dagen
ertussenuit. Wie alleen wacht op een
concrete verzekeringsvraag, mist dus
een groot deel van hun werkelijkheid.
Juist daarom helpt het om niet te
beginnen bij het product, maar bij hun
leven. Waar gaan ze naartoe? Hoe vaak
zijn ze onderweg? Wat regelen ze zelf
en wat loopt er nog mee uit een eerdere
fase? Door dat gesprek goed te voeren,
ontstaat ruimte voor advies dat
past bij hoe zij leven: eenvoudig, relevant
en zonder onnodige complexiteit.
Niet door risico’s uit te vergroten, maar
door rust en overzicht te bieden op een
moment waarop zij daar zelf nog niet
bij stilstaan.
Door mee te kijken en overzicht te
bieden, help je hen om die keuze bewust
te maken zonder het over te nemen.
ALTIJD KLAAR OM TE GAAN
De kern is simpel: jonge mensen maken
hun keuzes niet vanuit verzekeringen,
maar vanuit hun leven. Wie daar als adviseur
op aansluit, maakt advies relevanter
en vanzelfsprekender. Niet door
te wachten op de vraag, maar door eerder
het gesprek te voeren. Want juist in
die ogenschijnlijk losse momenten zit
de kans om echt van betekenis te zijn.
Zodat iemand als Daan zorgeloos kan
blijven gaan. n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 41
FINANCIEEL ADVIES VOOR JONGEREN
Een adviseur die
verder kijkt dan
cijfers
TEKST PETRA DE LANGE, STICHTING LEF | BEELD DAMION THAKOER
BORIS BOON (COURNOT ADVISEURS) WERKT AL JAREN
ALS HYPOTHEEKADVISEUR BIJ EEN INTERMEDIAIR.
NAAST ZIJN ADVIESPRAKTIJK ZET HIJ ZICH AL
GERUIME TIJD IN ALS GASTDOCENT BIJ STICHTING
LEF, WAAR HIJ LESGEEFT OP MBO-SCHOLEN. DIE
COMBINATIE IS VOOR HEM GEEN TOEVAL. INTEGENDEEL:
ZIJN WERKERVARING EN HET GASTDOCENTSCHAP
VERSTERKEN ELKAAR VOORTDUREND.
Als hypotheekadviseur bevindt Boris zich
dagelijks op het snijvlak van cijfers, regelgeving
en persoonlijke keuzes. “Informatie
is tegenwoordig overal beschikbaar,” vertelt
hij. “Starters komen vaak goed voorbereid
het gesprek binnen. Ze hebben al zelf
berekeningen gemaakt, weten wat ze ongeveer kunnen
lenen en kennen de kosten bij het kopen van een huis.”
Juist daardoor is zijn rol de afgelopen jaren veranderd.
Waar het gesprek vroeger vooral ging over voorwaarden
en producten, ligt de focus nu meer op duiding
en vertrouwen. Het gaat minder om wát er kan en
42 | VVP NR 2 JUNI 2026
EDUCATIE
meer om wat bij iemand past. Twijfels over risico’s, toekomstplannen
of financiële rust spelen daarin een grote
rol. Boris helpt mensen niet door één ‘juiste’ keuze
voor te schrijven, maar door samen inzicht te krijgen in
de consequenties van verschillende opties.
ONVERWACHT
De aanleiding om gastdocent te worden, kwam voor
Boris onverwacht. Tijdens een PE-bijeenkomst stond
na de pauze iemand op die vertelde over zijn werk als
gastdocent bij Stichting LEF. Hij deelde waarom hij dat
deed en nodigde collega’s uit om erover na te denken.
“Bij mij viel het kwartje meteen,” zegt Boris. “Ik
dacht: dit is echt iets voor mij.” Niet omdat het moest
of omdat het goed stond op een cv, maar omdat het
raakte aan zijn intrinsieke motivatie.
Financiële keuzes hebben impact, zeker voor jongeren.
En juist die groep is volgens Boris vaak niet opgewassen
tegen de kracht van grote commerciële partijen,
slimme online verleidingen en ‘snel geld’-beloftes.
JONGEREN WEERBAARDER MAKEN
In zijn lessen bij Stichting LEF ziet Boris duidelijke verschillen
tussen mbo-studenten en de starters die hij later
in zijn adviespraktijk ontmoet. “Mbo-studenten zijn
vaak nog vijf tot tien jaar jonger. Ze zijn helemaal nog
niet bezig met het kopen van een huis. Maar ze hebben
wél te maken met abonnementen, koop-nu-betaal-later
constructies en de illusie dat je snel rijk kunt worden.”
Juist daar ligt de waarde van financiële educatie.
Niet door regels op te leggen of te vertellen wat goed
of fout is, maar door bewustwording te creëren. “Veel
financiële problemen ontstaan niet doordat jongeren
dom zijn, maar doordat ze keuzes maken zonder de
consequenties te overzien.”
De lessen bij LEF sluiten daarop aan. Door praktijkvoorbeelden,
gesprekken en herkenbare situaties worden
studenten aangezet tot nadenken over hun eigen
gedrag en voorkeuren. En dat werkt.
DE KRACHT VAN DE GROEP
Wat Boris het meest heeft verrast aan het gastdocentschap,
is de kracht van de groep. “Als je met elkaar het
gesprek voert, blijkt hoeveel kennis er al is. Iedereen
heeft wel een stukje van de puzzel. Samen weten ze
vaak veel meer dan je vooraf zou denken.”
Daarnaast ervaart hij het lesgeven als leerzaam
voor zichzelf. “Sommige dingen zijn voor mij zo vanzelfsprekend,
dat ik vergeet dat ze dat voor jongeren
helemaal niet zijn. En andersom komen zij soms met
inzichten die je zelf niet meer ziet, omdat je al zo lang
in je eigen bubbel zit.”
‘Studenten aanzetten
tot nadenken over
hun eigen gedrag
en voorkeuren’
Het contact met studenten helpt hem ook om zijn eigen
referentiekader te blijven verbreden. “Je vergeet
hoe het is om jong te zijn. Je voelt je volwassen, maar
maakt soms nog onhandige keuzes. Door voor de klas
te staan, zie ik dat weer terug – en dat helpt mij ook in
mijn werk én privé.”
WISSELWERKING MET ADVIESPRAKTIJK
Hoewel Boris daar niet direct bij had stilgestaan, merkt
hij dat zijn ervaringen als gastdocent hem ook een betere
hypotheekadviseur maken. “Ik sluit makkelijker
aan bij de leefwereld van jonge klanten. Ik begrijp beter
hoe ze denken, waar hun twijfels zitten en waarom bepaalde
keuzes spannend zijn.”
Ook durft hij in gesprekken vaker het perspectief
te verbreden. Door voorbeelden vanuit de klas kan hij
laten zien dat wat voor de één vanzelfsprekend is, dat
voor een ander helemaal niet hoeft te zijn. Dat helpt
klanten om met meer vertrouwen een beslissing te nemen.
Aan collega-adviseurs die twijfelen over het gastdocentschap,
heeft Boris een helder antwoord. Hij noemt
drie redenen om het te doen. “Ten eerste: het is gewoon
ontzettend leuk. Je komt vaak met meer energie
naar buiten dan dat je erin ging. Ten tweede: je kunt
écht iets bijdragen. En ten derde: je leert er zelf ook
van, in je werk en als persoon.”
Voor Boris hoeft het niet groots of meeslepend te
zijn. “Als je één keer voor de klas staat en het gevoel
hebt dat je misschien maar één student bewuster hebt
gemaakt, dan is het al de moeite waard geweest.” Juist
in een snelle, vluchtige maatschappij, waarin alles tussendoor
gebeurt, zijn dit de momenten waarop je echte
impact kunt maken.
“Doe het gewoon een keer,” zegt hij. “Kijk wat het
met die ene student doet. En kijk vooral wat het met jezelf
doet.” n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 43
PARTNER IN KENNIS
“JONGEREN DIE EEN HUIS WILLEN KOPEN, HEBBEN NOG WEINIG
HISTORIE IN DE HUIZENMARKT. DAT MAAKT DE ADVIESVRAAG EXTRA
INTERESSANT. HET GAAT NIET ALLEEN OVER DE LENING, MAAR OVER
HET HELE KOOPPROCES WAAR JE ALS ADVISEUR EEN BELANGRIJKE
BIJDRAGE AAN KUNT LEVEREN”, ALDUS PAUL BÄNZIGER, SENIOR
MANAGER COMMERCIE BIJ CENTRAAL BEHEER.
Hypotheekadviseur
biedt jonge
huizenkopers houvast
TEKST MARCEL VAN DOMMELEN
Bänziger: “Je ziet dat jongeren die
op weg zijn naar een koopwoning,
soms met vragen komen
die een doorgewinterde adviseur
als basaal bestempelt: hoe koop ik eigenlijk
een huis? Heb ik wel een opstalverzekering
nodig?”
Terechte vragen die tegenwoordig,
zeker door deze doelgroep, vaak aan AI
gesteld worden. Paul ziet daarbij een
risico. “Het gevaar is dat de vraag vaak
net niet goed geformuleerd wordt.
Dan krijg je een antwoord dat plausibel
klinkt, maar er toch ook flink naast kan
zitten. Een echt gesprek met een adviseur
is daarom zo waardevol.”
ADVISEUR HELPT MET OVERZICHT
Want naast AI draait ook de informele
adviesmarkt overuren: vrienden, ouders
en collega’s hebben allemaal een mening,
zeker over wonen. “Voor een jonge
starter is het lastig om al die signalen te
wegen. Je helpt jongeren het beste met
onafhankelijk advies om vandaag een
huis te kopen én morgen niet verrast te
worden. En dat is precies waar een adviseur
waarde toevoegt: structuur aanbrengen,
keuzes duiden en prioriteren.”
JONGEREN ZOEKEN BEGELEIDING
Wie jongeren adviseert, merkt dat het
gesprek bij de hypotheek begint en al
snel over het hele koopproces gaat.
Niet alleen: welke rentevastperiode en
aflossingsvorm passen, maar ook: hoe
werkt bieden, wat doet een notaris,
en welke keuzes zijn verstandig als de
spanning oploopt? Daar komt tegenwoordig
regelmatig verduurzaming bij:
jongeren zijn alert op klimaat- en energiemaatregelen
en vragen zich af wat
wel en niet kan in relatie tot een woning
en financiering. “Jongeren hebben
behoefte aan een routekaart: wat is
minimaal nodig, wat is verstandig voor
later? Ook als je klant er niet direct over
Jongeren beginnen later aan een eigen huis
Uit cijfers van het CBS blijkt dat 25-35-jarigen vaker thuis blijven wonen. Ook in
de groep tot 25 jaar zijn er in 2024 minder koopstarters op de woningmarkt gekomen.
Tegelijkertijd blijkt dat het percentage koopwoningen van starters stijgt
van 18 procent in 2022 naar ongeveer 24 procent in 2024.
Jongeren kopen dus later, maar de groep kopers neemt, ook in absolute
aantallen, toe: van bijna 31 duizend in 2022 naar ruim 37 duizend in 2024.
Daarmee blijft dit een substantiële doelgroep voor hypotheekadviseurs. Het
vraagt bovendien wat meer van het advies. Want ondanks een stijging van de
leeftijd waarop jongeren hun eerste huis kopen, zijn ze nog vaak onervaren in
de hypotheekmarkt.
44 | VVP NR 2 JUNI 2026
CENTRAAL BEHEER
Paul Bänziger: ‘Ik hoorde laatst van
iemand die 70.000 euro overbood.’
begint, kan het nuttig zijn om deze
onderwerpen in het gesprek te betrekken”,
aldus Paul.
ADVISEUR ALS REM OP DE EMOTIE
Een belangrijke rol die je als adviseur
hebt, is die van rationele tegenkracht.
Jongeren met minder buffers en minder
vergelijkingsmateriaal zijn volgens Paul
mogelijk kwetsbaar en gevoelig voor de
druk in de markt. “Starters horen overal
dat er geen woningen zijn en dat je
moet toeslaan zodra er iets langskomt.
Die druk kan leiden tot extreme keuzes.
Ik hoorde laatst van iemand die 70.000
euro overbood vanuit het gevoel anders
nooit aan bod te komen. Een starter
moet ook behoed worden voor de waan
van de dag.”
‘Jongeren hebben behoefte
aan een routekaart’
LIFE EVENTS BESPREKEN EN VASTLEGGEN
“Jongeren die een eerste woning kopen,
hebben wellicht de neiging vooral naar
het heden te kijken. Ze willen nu de
financiering voor een huis. Maar goed
advies brengt ook toekomstige scenario’s
in beeld. In een gesprek met (toekomstig)
jonge gezinnen is het logisch
om een overlijdensrisicoverzekering te
bespreken. Zeker omdat uit de cijfers
van het CBS (zie kader, red.) blijkt dat
de gemiddelde leeftijd voor startende
jongeren oploopt en dat ze dus al meer
zicht op hun leven hebben. Het is de
plicht van een adviseur om life-events
in kaart te brengen én vast te leggen.
De toezichthouder kijkt daar steeds
scherper naar. Maar het allerbelangrijkste
is natuurlijk dat je daarmee je klant
het beste helpt. Door hem een venster
te geven op wat hij ook in de toekomst
nodig kan hebben.”
GEEN APARTE PROPOSITIE VOOR JONGEREN
“Alle soorten klanten kunnen rekenen
op dezelfde vertrouwde service. Voor
adviseurs betekent dat een goed proces,
met korte lijnen. Heb je nu eens geen
doorsnee klant voor je? Dan kun je altijd
even rechtstreeks overleggen met een
acceptant. Of het nu om een oudere of
jongere klant gaat.” n
Bij Attens kunnen ouders meetekenen
voor de hypotheek
Bij Attens, een van de andere hypotheekmerken
van Achmea, bestaat
de mogelijkheid dat ouders meetekenen
voor de hypotheek. Voor
jongeren kan dat soms net het verschil
maken. Attens richt zich op
hypotheken voor professionals in de
zorg. Bij de inkomensbepaling kunnen
ook tijdelijke dienstverbanden
en toeslagen meegenomen worden.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 45
DIGITALISERING
Drieluik Adviesimpact (2):
adviesimpact in de praktijk –
kiezen waar het ertoe doet
Goed adviseren
begint met kiezen
DE MEESTE ADVISEURS KIEZEN DIT VAK NIET OM PROCESSEN AF TE
HANDELEN, MAAR OM KLANTEN TE HELPEN. OM SITUATIES TE BEGRIJPEN,
RISICO’S TE DUIDEN EN ADVIES TE GEVEN DAT ERTOE DOET. TOCH VOELT DE
PRAKTIJK VAAK ANDERS. ALLES VRAAGT AANDACHT, ALLES LIJKT URGENT.
EN VOOR JE HET WEET IS DE DAG VOORBIJ, ZONDER DAT JE TOEKOMT AAN
DIE PAAR KLANTEN WAARVAN JE EIGENLIJK WEET: DAAR HAD IK VANDAAG
MOETEN ZITTEN. DAAR ZIT DE ECHTE UITDAGING VAN VANDAAG. NIET EEN
GEBREK AAN INZET, MAAR EEN GEBREK AAN RICHTING.
TEKST JACK VOS, ONESURANCE.AI
DRIELUIK ADVIESIMPACT
In het eerste deel van dit
drieluik beschreven we
hoe het vak verschuift
van werkdruk naar keuzedruk.
In diteweede deel:
hoe bepaal je als adviseur
waar jouw aandacht vandaag
het meeste verschil
maakt. In deel 3 volgt inzicht
in het advieskantoor
van morgen.
46 | VVP NR 2 JUNI 2026
ADVIESIMPACT
Stel je een adviseur voor die zijn dag begint
zoals zovelen dat doen: mailbox open, takenlijst
erbij, even snel door de portefeuille
heen. De meeste acties ontstaan reactief.
Iemand mailt, dus je reageert. Iemand belt,
dus je helpt. Dat voelt logisch. Maar het
heeft een keerzijde.
De klanten die het meeste contact zoeken, zijn niet
altijd de klanten waar jouw advies de meeste impact
heeft. Ze vragen tijd, maar bepalen ook ongemerkt je
dag. Ondertussen zijn er klanten die nauwelijks van
zich laten horen. Geen schade, geen vragen. Alles lijkt
rustig. Juist daar zit vaak de waarde. Loyale klanten,
goede risico’s, maar ook: klanten die langzaam uit
beeld verdwijnen. Niet omdat ze ontevreden zijn, maar
omdat ze geen aandacht krijgen.
INBOUND VERSUS OUTBOUND
Inbound en outbound zijn twee verschillende soorten
werkzaamheden:
• Inbound is wat binnenkomt. Mails, vragen, schademeldingen.
Voor zakelijk is dit gemiddeld acht tot
twaalf keer per jaar per klant, voor particulier gemiddeld
één of twee keer. Dit werk is belangrijk,
het verdient snel en goed antwoord.
• Outbound is waar je zelf bepaalt wat je aandacht
krijgt. Welke klanten krijgen vandaag een moment
van jou? Welke risico’s heb je laten liggen? Waar zit
potentieel dat je nog niet hebt opgemerkt? Dit werk
bepaalt hoe proactief je bent.
Het probleem is dat inbound-werk (wat binnenkomt)
alle uren eet, zodat outbound-werk (wat ertoe doet) er
niet van komt. De oplossing is niet meer inzet. De oplossing
is allereerst slimmere inbound-verwerking, zodat
je tijd hebt voor gericht outbound-werk.
Moderne AI-technologie biedt een inbound-systeem
speciaal voor de adviseur met integratie van je
CRM (Anva, CCS, DIAS, enzovoort) dat elke binnenkomende
mail in twee seconden contextualiseert. Wie
is deze klant? Wat is hun risicoprofiel? Wat is de beste
respons (next best action)? Zoals: ‘deze klant heeft
hoog vertrekrisico, bellen, niet mailen’. Daarmee bespaar
je tot vijftien minuten per mail. Bij gemiddeld
tien tot vijftien mails per adviseur per dag heb je het
over ruim twee uur per dag. Hierdoor krijg je ruimte
om meer aan outbound te gaan doen.
DRIE LENZEN
Wanneer je tijd hebt om te kiezen, waar richt je je dan
op? Drie lenzen structureren dat:
• Eerste: royement. Welke klanten lopen risico op vertrek?
Dit is niet voelen, dit is voorspellen. Dit is
mogelijk met complexe AI-modellen met een nauwkeurigheid
rond 50 procent voor twaalf maanden
vooruit. Gericht ingrijpen leidt tot 80 procent retentie-verbetering.
Een klant met hoog risico om te
vertrekken, verdient jouw aandacht vandaag. Want
het is nu eenmaal vijf keer makkelijker een klant te
behouden dan een nieuwe klant te vinden.
• Tweede: potentieel. Welke pakketten zijn onvolledig?
Een bedrijf dat digitaliseert en geen cyber heeft.
Een huis gekocht zonder opstaldekking. Een zelfstandige
zonder AOV. Het systeem ziet deze gaten
door vergelijking: wie in dezelfde sector, dezelfde
grootte, dezelfde situatie hebben wel deze dekking?
Dat zijn concrete gesprekken.
• Derde: zorgplicht. Welke dossiers hebben echt aandacht
nodig? Complexe pakketten die twee jaar niet
gereviewd zijn. Overgenomen klanten zonder controle.
Grote risico’s waar onderverzekering op de
loer ligt. Dit is adviesplicht, niet administratie.
Deze drie lenzen werken samen. Een klant met hoog
vertrekrisico én onbenut potentieel én zorgplichtbehoefte?
Dat is vandaag jouw werk.
VOORBEREIDING MAAKT HET VERSCHIL
Nu je weet welke klanten aandacht verdienen, begint
het echte voordeel.
Voordat je belt, zijn de feiten al samengesteld op
basis van de beschikbare data in jouw systemen en aangevuld
met externe data. Daarnaast, wanneer heb je
deze klant het laatst gesproken? Wat is er veranderd in
hun situatie? Waar zit het risico, welke essentiële dekking
ontbreekt? Welk advies ligt voor de hand?
Dit werk doen AI-ondersteuning en agents vooraf.
De ene bereidt je voor op het gesprek. Een ander stelt
draft-communicatie op, zoals een gespreksleidraad of
alvast een concept adviesrapport. De ondersteunende
taken, het arbeidsintensieve werk, zijn al klaar. Jij begint
waar het ertoe doet: het gesprek zelf.
Voor zakelijk betekent dit dat je meer klanten gericht
kunt benaderen met dezelfde tijd. Voor particulier betekent
het dat je op schaal persoonlijk kunt werken. Allebei
zonder dat reactief inbound-werk je in de weg staat.
‘Reactief werken biedt
geen uitweg: je reageert
op wie schreeuwt, niet op
wie je echt kunt helpen’
NR 2 JUNI 2026 VVP | 47
DIGITALISERING
DE TECHNOLOGIE ONDER HET WERK
Dit klinkt simpel, maar werkt alleen met de juiste inzichten
achter de schermen.
• Data science verbindt en verrijkt je klantgegevens
met externe informatie. Zo wordt meestal CBSdata
op buurtniveau ingezet, met meer dan honderd
kenmerken van een buurt. KvK-groei, demografische
verandering, alles geeft context die je zelf
nooit zou kunnen opbouwen.
• Machine learning leert wat voorspellend is. Welke
combinaties leiden tot vertrek? Welke signaleren
potentieel? Welke wijzen op zorgplicht? Dit wordt
niet bedacht, het wordt herkend in duizenden
klanttrajecten.
• Large Language Models (LLM’s) vertalen technische
inzichten naar adviestermen die helpen. En autonome
AI-agents voeren het zware werk uit: mail op
het juiste moment, voorbereiding klaar, gespreksnotities
verzameld.
McKinsey noemde dit in 2025 een ‘strategisch kantelpunt’.
Organisaties die dit integreren bouwen een voorsprong
op. Dit hoeft niet zelf gebouwd te worden. Serviceproviders
bieden het meer en meer aan. Softwarepartners
regelen het. Je kiest voor een tool of service
die dit standaard doet, je stelt je werkwijze erop af, en
je werkt anders. Dat is alles.
DE KERN VAN GOED ADVISEREN
De juiste klant, op het juiste moment, de juiste aandacht.
Dat is het. Niet meer, niet minder. Dat is adviesimpact.
Met een portefeuille van duizenden klanten is dat
een uitdaging. Reactief werken biedt geen uitweg: je reageert
op wie schreeuwt, niet op wie je echt kunt helpen.
Dat kan beter.
De werkwijze die we in dit artikel hebben beschreven
- inbound-triaging zodat je outbound-focus krijgt,
drie lenzen om gericht te kiezen, voorbereiding die je
tijd teruggeeft, is precies ontworpen voor deze uitdaging.
Het maakt het haalbaar.
‘Je kiest voor een tool of
service, je stelt je werkwijze
erop af en je werkt
anders; dat is alles’
Jack Vos:
‘Meer rust omdat je
weet waarop je je richt.’
Jack Vos is de oprichter van Onesurance.ai. Een
insurtech bedrijf dat zich specifiek richt op ondersteuning
van adviseurs in Nederland en omringende
landen. Aangesloten bij insurtech hubs in Amsterdam,
München, London en Zurich.
Bronnen:
• McKinsey & Company – The Future of AI for the
Insurance Industry (2025)
• Deloitte – State of AI in the Enterprise 2026
• Bain & Company – Customer Behavior and Loyalty
in Insurance (2023)
• Gartner – Predicts 2026: AI Potential and Risks in
Software Engineering
Het resultaat is helder: klanten die beter geadviseerd
worden op het moment dat het ertoe doet. Groeiend
vertrouwen in jouw bedrijf, omdat advisering voelbaar
wordt. Hogere loyaliteit, omdat je daar aanwezig bent
waar het verschil maakt. De klant denkt: ”Deze adviseur
is echt goed, hij weet wat er speelt, voordat ik aan
de bel hoef te trekken”.
En voor jezelf: meer rust in je dag, scherpere keuzes,
beter werk. Niet omdat je harder werkt. Maar omdat
je weet waarop je je richt.
In het derde en laatste deel van dit drieluik kijken
we naar de gevolgen: hoe dit omslaat in groei, waardering
en toekomst van je kantoor. Want dit gaat verder
dan je eigen dag. Het bepaalt wat je kantoor waard is. n
48 | VVP NR 2 JUNI 2026
DIGITALISERING
COMMUNICATIE VAN ADVIESKANTOREN VERANDERT SNEL.
NIEUWE KANALEN, KORTE VIDEO’S EN SOCIAL MEDIA LIJKEN
STEEDS BELANGRIJKER TE WORDEN. MAAR BETEKENT DAT OOK
DAT LANGERE ARTIKELEN EN NIEUWSBRIEVEN HUN WAARDE
VERLIEZEN? IN DE PRAKTIJK VULLEN JUIST KORTE EN LANGE
CONTENT ELKAAR AAN BIJ HET OPBOUWEN VAN VERTROUWEN.
Wanneer korte
content niet
genoeg is
TEKST LINDA VERVLOET, MERKPODIUM
De manier waarop advieskantoren communiceren
verandert snel. Nieuwe kanalen,
nieuwe formats en steeds meer tools
maken het makkelijker om zichtbaar te
zijn. In gesprekken met kantoren hoor ik
daarom regelmatig dezelfde vraag. Moeten
we eigenlijk nog wel langere artikelen schrijven?
Of gaat alles tegenwoordig via korte berichten en video’s?
TikTok wordt vaak genoemd als hét kanaal voor
jongeren. En nieuwsbrieven zouden nauwelijks nog gelezen
worden.
‘Moeten we eigenlijk
nog wel langere
artikelen schrijven?’
Dat soort uitspraken klinken logisch in een tijd waarin
informatie steeds sneller lijkt te gaan. Toch laten ze
maar een deel van het verhaal zien.
Veel nieuwsbrieven worden inderdaad weinig gelezen.
Maar wanneer je beter kijkt naar de inhoud, zie je
vaak iets anders. De artikelen zijn algemeen, uitwisselbaar
en hadden net zo goed op een willekeurige website
kunnen staan. Het zijn stukken die uitleg geven over
een product of een ontwikkeling in de markt, maar
waarin het kantoor zelf nauwelijks zichtbaar is.
Voor een klant is er dan weinig reden om juist die
nieuwsbrief te openen. Juist daar zit vaak de gemiste
kans.
ZICHTBAARHEID EN VERTROUWEN
Korte content heeft een duidelijke functie. Het helpt
om zichtbaar te worden en om regelmatig onder de
aandacht te blijven. In een omgeving waar mensen veel
informatie voorbij zien komen, kan een kort bericht of
een korte video helpen om even op te vallen.
50 | VVP NR 2 JUNI 2026
MERKBELEVING
Maar zichtbaarheid en vertrouwen zijn niet hetzelfde.
Wanneer klanten belangrijke financiële keuzes moeten
maken, zoeken ze meestal meer dan alleen een snelle
indruk. Ze willen begrijpen met wie ze te maken hebben.
Hoe een adviseur naar zijn vak kijkt. Welke situaties
hij bij klanten tegenkomt en hoe hij daarin meedenkt.
Dat soort inzicht ontstaat niet in een paar seconden.
Het groeit wanneer iemand langer met een verhaal
bezig is.
VERTROUWEN GROEIT IN FASES
Als je kijkt naar hoe mensen beslissingen nemen, zie
je vaak hetzelfde patroon. Het gaat bijna altijd in stappen.
• Aandacht
• Interesse
• Vertrouwen
• Actie
Eerst moet iemand je opmerken. Daarna ontstaat er
interesse. Pas wanneer mensen je beter leren kennen,
groeit het vertrouwen dat nodig is om een stap te zetten.
Daar zit ook het verschil tussen korte en langere
content.
Korte berichten helpen vooral bij de eerste twee
stappen. Ze zorgen dat mensen je tegenkomen en
nieuwsgierig worden. Maar vertrouwen ontstaat
meestal pas wanneer iemand langer met jouw verhaal
bezig is. Wanneer iemand leest hoe je naar je vak kijkt,
welke situaties je tegenkomt en hoe je klanten helpt.
Of eenvoudiger gezegd: korte content trekt mensen
naar binnen, langere content zorgt dat ze blijven.
HET VERHAAL VAN HET KANTOOR
Voor advieskantoren ligt daar een belangrijke kans.
Veel communicatie bestaat nog uit algemene informatie,
terwijl juist de praktijkverhalen van het kantoor
interessant zijn. Welke vragen komen vaak terug in
gesprekken met klanten? Welke situaties kom je in de
praktijk tegen? En wat vraagt dat van een adviseur?
Wanneer adviseurs dat soort ervaringen delen,
krijgt communicatie een andere betekenis. Het wordt
geen marketingactiviteit, maar een verlengstuk van het
vak. Klanten krijgen daarmee niet alleen informatie,
maar ook inzicht in hoe hun adviseur denkt en werkt.
Een voorbeeld uit de praktijk is hoe Nh1816 het
Zest-magazine inzet. Dit ledenmagazine verschijnt in
verschillende edities die adviseurs kunnen personaliseren,
bijvoorbeeld met een eigen cover, voorwoord en
verhalen uit hun eigen praktijk. Daardoor wordt een
algemeen magazine ineens veel dichter bij het kantoor
zelf gebracht.
Linda Vervloet: ‘Korte content
trekt mensen naar binnen, langere
content zorgt dat ze blijven’
Linda Vervloet heeft ruim twintig jaar ervaring in branding
en marketing binnen de financiële sector. Vanuit MERKPODI-
UM helpt zij advieskantoren om hun merk scherper te positioneren,
klantrelaties bewuster te organiseren en communicatie
te vertalen naar een consistente aanpak. Technologie en AI
worden daarbij ingezet als versneller van wat er al is. In VVP
schrijft zij over zichtbaarheid, identiteit en de rol van technologie
in communicatie.
Juist dat soort combinaties laten zien dat inhoud en
persoonlijkheid goed samen kunnen gaan.
GEEN KEUZE TUSSEN KORT EN LANG
De discussie over content wordt soms gevoerd alsof er
een keuze gemaakt moet worden. Kort of lang. Social
media of nieuwsbrief. In de praktijk vullen die vormen
elkaar juist aan. Korte berichten zorgen ervoor dat
klanten een kantoor regelmatig tegenkomen. Langere
artikelen bieden ruimte voor context en verdieping.
Samen laten ze zien waar een kantoor voor staat
en hoe het naar zijn rol als adviseur kijkt. En juist daar
begint iets dat uiteindelijk belangrijker is dan bereik of
zichtbaarheid: een echte klantrelatie. n
NR 2 JUNI 2026 VVP | 51
VVP
KENNISEVENT
Op koers
met inkomen!
– EÉN MIDDAG, HELEMAAL BIJ! –
MARKTUPDATE MET:
JANTHONY WIELINK (ENKWEST)
ANNEMIEKE POSTEMA (AOVDOKTER/RADI AOV)
JOS BESSELINK (WIJZIJNLOEK)
WOENSDAGMIDDAG
1 JULI 2026
12.00 – 19.00 (MET LICHTE LUNCH VOORAF
EN AANGEKLEDE BORREL NA AFLOOP)
AFAS THEATER, LEUSDEN
Een ticket is kosteloos voor de
relaties van de kennispartners, voor
VVP-abonnees en Adfiz-leden. Overige
adviseurs betalen een eigen bijdrage van
€ 25,- excl. btw. ter tegemoetkoming
van de catering- en registratiekosten.
Een ticket voor niet-adviseurs
kost € 295,- excl. btw.
Op woensdagmiddag 1 juli 2026 organiseert VVP voor de zevende keer haar
kennisevent Inkomen. Drie specialisten schetsen actuele ontwikkelingen bij
Inkomen Collectief en AOV. Verdieping vindt plaats in de sessies die de
kennispartners van het event verzorgen.
Janthony Wielink (Enkwest) laat zien waar de advieskansen liggen in een
boeiende markt die helaas wordt overschaduwd door de aanhoudende achterstanden
bij UWV. Hoe bied je als adviseur dat extra’s waardoor werkgevers al
aan de voorkant effectief aan verzuimbeheersing kunnen doen? Uiteraard zal
Janthony ingaan op de visie van het nieuwe kabinet op de sociale zekerheid.
Annemieke Postema (AOVdokter en RADI AOV) heeft zich ontwikkeld
tot BAZ-expert bij uitstek. Zij praat de deelnemers bij over de laatste
ontwikkelingen.
AOV-advies is maar voor weinig kantoren echt een specialisme.
Jos Besselink (WijZijnLoek) laat met zijn persoonlijke verhaal zien
waarom het wél je verantwoordelijkheid is.
U bent na deze middag weer helemaal op de hoogte van het boeiende
maar complexe Inkomensvak!
Dit event wordt mede mogelijk gemaakt door a.s.r., De Goudse, Klaverblad,
TAF en Yinco Health. Ook partner worden van dit event? Neem dan contact
op met Sara Hattink: sara@vvp-online.nl, 06-8118056.
Informatie en aanmeldingen: www.events.nl
Het praktijkgerichte katern Ken je vak! vormt het hart van iedere VVP-editie
en biedt need to know-informatie voor iedere adviseur. Met onder meer
de vertaling van belangrijke Kifid-uitspraken op het gebied van leven, schade
en hypotheken naar de dagelijkse adviespraktijk, de rubriek Permanent
Actueel en informatie en tips met betrekking tot Innovatie, Compliance,
Marketing & Sales, Inkomen, Purpose en Duurzaamheid.
FOTO PETER BEEMSTERBOER
NR 2 JUNI 2026 VVP | 53
LEREN VAN KIFID-UITSPRAKEN
Fraude met werkgeversverklaring
ZORGPLICHT – De consument vervalst de werkgeversverklaring om in
aanmerking te komen voor een hypothecair krediet. Dit wordt door de
aanbieder ontdekt. De aanvraag voor het hypothecair krediet wordt afgewezen.
De werkgever ontslaat de medewerker op staande voet. Tja, wat
doe je dan? Je stelt de hypotheekadviseur aansprakelijk. Die had de vervalste
werkgeversverklaring maar beter moeten controleren.
De Geschillencommissie volgt deze redenering (gelukkig) niet en overweegt:
“Als uitgangspunt geldt dat een hypotheekadviseur mag uitgaan
van de juistheid van de door de opdrachtgever (in dit geval de consument)
verstrekte informatie, tenzij er aanwijzingen zijn die tot een nader onderzoek
door de hypotheekadviseur nopen.” – Uitspraak GC 2026 – 0273
Moet de bank waarschuwen bij
stijgende rente?
NAZORG – In 2019 sluit de consument een hypothecaire geldlening met
een rentevastperiode tot november 2025. In 2024 verwijt de consument
de bank dat deze de consument in 2022 niet heeft gewezen op de op dat
moment stijgende marktrente. De consument stelt dat een stijgende rente
bij de volgende rentevastperiode ertoe zou kunnen leiden dat de hypothecaire
lening voor hem onbetaalbaar wordt.
De Geschillencommissie verklaart deze klacht ongegrond en motiveert
dit onder meer als volgt: “De consument stelt terecht dat op de
bank een zorgplicht rust. Die zorgplicht strekt echter niet zo ver dat de
bank verplicht is de consument tijdens de looptijd van een rentevastperiode
te wijzen op een stijgende marktrente, met het oog op de mogelijkheid
het rentecontract open te breken. Dit kan ook niet van de bank worden
verwacht, omdat onzeker is hoe de rente zich verder zal ontwikkelen.”
En: “De verplichting tot nazorg is vastgelegd in artikel 4:20 lid 3 Wft.
Daar staat dat een financiële dienstverlener een klant gedurende de looptijd
van een overeenkomst inzake een financieel product informatie verstrekt
over wezenlijke wijzigingen in de informatie over het product voor
zover deze wijzigingen redelijkerwijs relevant zijn voor de klant. Renteontwikkelingen
vallen hier niet onder. Dat is immers geen wezenlijke wijziging
in de informatie over het product. Partijen kunnen met elkaar overeenkomen
dat deze ‘aanvullende nazorg’ wordt verleend. Dat de consument
een afspraak met die strekking heeft gemaakt met de bank is niet
gebleken.” – Uitspraak GC 2026-0369
Geen OTD. Toch
zorgplicht?
ZORGPLICHT – Wanneer er tussen een financieel
dienstverlener en een consument een overeenkomst
tot dienstverlening wordt overeengekomen,
ontstaan er voor beide partijen rechten
en verplichtingen. De vraag is of ook vóór dit
moment van het overeenkomen van een OTD
al verplichtingen voor de adviseur kunnen ontstaan.
De Geschillencommissie komt tot de volgende
algemene uitspraak, waarbij zij zowel
verwijst naar een arrest van de Hoge Raad als
naar de artikelen 4:19 en 4:20 van de Wft: “Als
er geen sprake is van een overeenkomst van opdracht
rust op de adviseur een precontractuele
zorgplicht welke met zich meebrengt dat de
adviseur zijn gedrag mede moet laten bepalen
door de gerechtvaardigde belangen van zijn wederpartij,
in dit geval de consumenten.”
De zorgplicht van de adviseur na het aangaan
van de OTD is zwaarder en uitgebreider.
Maar ook voor het afsluiten van de OTD moet
de adviseur rekening houden met de gerechtvaardigde
belangen van de consument. Simpel
vertaald: ook in de precontractuele fase moet
de adviseur zich fatsoenlijk gedragen. Niets bijzonders
dus. – Uitspraak GC 2026 -0337
Leren van Kifid-uitspraken – De uitspraken van Kifid bevatten
regelmatig leermomenten voor financieel adviseurs en verzekeraars.
In elk nummer vat VVP een aantal relevante uitspraken samen.
De samenvatting Hypotheken
wordt u aangeboden door de
54 | VVP NR 2 JUNI 2026
ADFIZ
Een klacht ontvangen? Als financieel
dienstverlener ben je verplicht te zorgen
voor een adequate behandeling van
klachten over je dienstverlening (Wft
artikel 4:17; Bgfo artikel 40 tot en met
44 en artikel 57). Een goede afhandeling
en administratie helpt je bovendien
inzicht te krijgen in de kwaliteit van
dienstverlening en kan helpen om deze
op punten te verbeteren.
TEKST ADFIZ
Is jouw klachtenbeleid up-to-date?
Als ondernemer, adviseur en werkgever
wil je dat de reputatie van je onderneming
- en breder: de reputatie van de
sector - en het vertrouwen dat klanten
daarin stellen buiten kijf staan. Daarom is het
belangrijk om op een goede en voorspelbare
manier om te gaan met klachten en incidenten
die bij je worden gemeld of die je waarneemt.
De regels die gelden rondom de omgang
met incidenten behandelden we in VVP 1 van dit
jaar. In deze editie gaan we in op de regels rondom
klachten.
WAARAAN MOET JE VOLDOEN?
Als financieel dienstverlener ben je verplicht om
– vóórdat een klant een financieel product via
jou afsluit – hem te informeren dat je een procedure
voor klachten hebt en wat deze inhoudt.
Ook moet je meedelen dat je aangesloten bent
bij een erkende geschilleninstantie (Kifid).
In geval van een klacht over je dienstverlening
ben je verplicht te zorgen voor een adequate
behandeling ervan. Zo moet je beschikken
over een interne klachtenprocedure. Deze moet
erop gericht zijn dat je een klacht binnen een redelijke
termijn maar tegelijk ook zorgvuldig afhandelt.
In een vroeg stadium zul je een termijn
voor behandeling van de klacht moeten bepalen.
Je moet je klant over deze termijn informeren.
Aan alle medewerkers binnen je bedrijf die betrokken zijn bij de afhandeling
van een klacht moet je de interne klachtenprocedure beschikbaar
stellen. De procedure stelt je in staat de klacht binnen een redelijke
termijn zorgvuldig te behandelen, rekening houdend met termijnen voor
het informeren van de klant die een klacht heeft ingediend.
KLACHTENREGISTER
Je bent ook verplicht een behoorlijke administratie bij te houden van
klachten over je dienstverlening. Wettelijk is voorgeschreven welke zaken
je moet vastleggen: naam, adres en woonplaats klager, de klacht en datum
van ontvangst, een omschrijving van de klacht, een beschrijving van
de wijze waarop de klacht is afgehandeld.
Het klachtenregister houd je actueel, waarbij je rekening houdt met
de gestelde bewaartermijn na datum van afhandeling van de klacht. Van
belang is ook dat het klachtenregister een functie heeft bij het aanbrengen
van verbeterpunten in de dienstverlening. Dit kan als het klachtenregister
op regelmatige basis wordt besproken binnen/met het management
van de organisatie.
Om adviseurs te ondersteunen bij het opstellen van een klachtenbeleid
stelt Adfiz voor haar leden tools en modellen beschikbaar via
de website. Op adfiz.nl/modellen zijn te vinden: een voorbeeld van een
klachtenregeling ten behoeve van klanten, te publiceren op je website,
een voorbeeld van een interne klachtenprocedure, een model voor een
klachtenregister. n
‘Op een goede en voorspelbare manier omgaan
met klachten’
NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 55
Als je een vaste column schrijft is het heel gevaarlijk om daarin uitspraken te
doen over de toekomst. Tussen het inleveren van je kopij en de uiteindelijke
plaatsing zit een paar weken en wanneer bijvoorbeeld het politieke landschap in
de tussentijd verandert, kun je er lelijk naast zitten. Jarenlang was AOV absoluut
niet zo’n snel veranderend onderwerp. Het verhaal bleef telkens hetzelfde. “Ondernemers
zien veel vooroordelen en sluiten vrijwel geen polis af en de meeste
adviseurs laten het onderwerp ook links liggen”. Maar tijden veranderen.
De stilte na de storm
TEKST JOS BESSELINK, WIJZIJNLOEK
Op dit moment is AOV ineens een snel
veranderend onderwerp en is het gevaarlijk
om te voorspellen hoe de ontwikkelingen
zich gaan opvolgen. Het
is dus elke keer weer puzzelen bij het inleveren
van een nieuwe column, want voor je het weet,
is wat je schrijft bij publicatie al achterhaald.
Deze column ga ik het daarom eens anders
aanpakken. Ik probeer zelfs wat verder vooruit
te kijken. Hoe ziet de wereld eruit ná de behandeling
van de BAZ?
De tijdlijn van de invoering van de verplichte
AOV wordt steeds duidelijker. Na een technische
briefing volgt behandeling in de Tweede
Kamer. Tegelijkertijd blijft er veel onduidelijk.
Wanneer wordt de peildatum bekendgemaakt?
Wat wordt die peildatum? En voor de markt
niet onbelangrijk: kunnen er in de tussentijd
nog aanvragen worden gedaan? We weten veel
en kunnen bestuurlijk de juiste keuzes maken,
maar de exacte invulling blijft onzeker.
Aan deze voorspellingen ga ik me ook niet
aan wagen. Veel interessanter vind ik wat er
daarna gebeurt. Want juist na alle hectiek ontstaat
een situatie waar we nu nog te weinig bij
stilstaan. Zeg maar: de stilte na de storm.
VOORSPRONG
Want we lijken met z’n allen te vergeten dat na
de behandeling van de BAZ de meeste ondernemers
(en veel van hun adviseurs) zullen denken:
“Ik heb nog tot eind 2029 om alles te regelen”.
Daarmee wordt het uitstellen van een goed gesprek over arbeidsongeschiktheid
makkelijker dan ooit. In plaats van “Hier moet ik wel een keer
wat mee” wordt het al vrij snel “Ik heb nog jaren de tijd”.
Ik pak nog een keer m’n glazen bol erbij en voorspel dat er echt iets
nodig is van iedereen in deze branche. Niet alleen van de kantoren die
AOV-advies al volledig oppakken of hebben uitbesteed, maar ook van alle
andere schade-, hypotheek- en financieel adviseurs.
Want wie denkt dat dit een onderwerp is dat je ‘later wel oppakt’,
komt bedrogen uit. De kantoren die nu beginnen met het opbouwen of
inkopen van kennis, processen en capaciteit, hebben straks een enorme
voorsprong. En die voorsprong haal je niet meer zomaar in. Wie nu niet
begint, is straks te laat om nog echt mee te doen.’
ESSENTIEEL
Een AOV lijkt maar ‘een polis, maar het bespreken ervan is echt essentieel
als je je klant goed wil helpen. Jij zult hem moeten vertellen dat hij nu
echt aan de bak moet. Anders is hij straks nog jaren onverzekerd. En belangrijker
nog: het is een onderwerp dat je als organisatie moet leren beheersen.
Daar begin je niet in 2029 mee.
Hele gezinnen storten in omdat een van de kostwinnaars arbeidsongeschikt
raakt en veel ondernemers verliezen in dat geval niet alleen hun
inkomen maar vaak ook een (groot) deel van hun identiteit. Ik sta hier
uitgebreid bij stil tijdens het VVP-Kennisevent Inkomen van 1 juli a.s. (https://vvp-events.nl/).
‘Adviseurs en adviesorganisaties die de
komende jaren volop investeren in AOV-advies
gaan als winnaar uit de bus komen’
56 | VVP NR 2 JUNI 2026
AOV-ADVIES
Jos Besselink: ‘AOV-advies
is verantwoordelijkheid
van alle adviseurs.’
NA DE HECTIEK BEGINT HET PAS
De komende periode staat in het teken van
de verplichte AOV. Er verandert veel en de
aandacht ligt volledig op deadlines, peildatum
en voorwaarden.
Maar als we eerlijk zijn, weten we ook
wat er daarna gebeurt.
De druk valt weg. De urgentie neemt af.
En het gesprek over arbeidsongeschiktheid
schuift opnieuw naar de achtergrond.
Maar er ligt ook een enorme kans voor
organisaties die nu inzetten op AOV-advies.
Wie nu vooruitkijkt, helpt niet alleen zijn
klanten om tijdig de juiste keuzes te maken,
maar legt ook de basis voor een duurzame
en goed renderende AOV-propositie. Een
voorsprong die anderen niet zomaar meer
zullen inhalen.
POSITIEF
Maar er is ook een positieve kant. Als je de komende
tijd je ondernemende klanten helpt om
hun verantwoordelijkheid te nemen, zorg je niet
alleen dat hij tijdig zijn eigen keuzes maakt over
AOV; je bindt hem ook langdurig aan je als vertrouwde
adviseur. Of je het advies nu zelf geeft
of uitbesteedt, jij kunt hem als geen ander hiermee
helpen.
Adviseurs en adviesorganisaties die de komende
jaren volop investeren in AOV-advies
gaan daarmee absoluut als winnaar uit de bus
komen. Die voorspelling durf ik wel aan.
Want AOV-advies is misschien niet je specialisme;
het is wél je verantwoordelijkheid. n
Jos Besselink is AOV-specialist, spreker, dagvoorzitter
en oprichter van WijZijnLoek . Met
zijn team is hij op een missie om te zorgen dat
AOV-advies voor iedere ondernemer in Nederland
bereikbaar is, zodat geen ondernemer nog
onbewust onverzekerd hoeft te zijn.
Zie ook: www.wijzijnloek.nl/meer-informatie
NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 57
De AFM publiceerde op 9 april 2026 de geactualiseerde leidraad
Hypotheekadvisering. Deze leidraad vervangt de oude
leidraad uit 2011 en beschrijft hoe een hypotheekadviseur
volgens de AFM invulling kan geven aan de wettelijke
adviesnorm van artikel 4:23 Wft. Wat zijn de belangrijkste
veranderingen waarover vragen leven in de praktijk?
De geactualiseerde AFM-leidraad
Hypotheekadvisering
TEKST LINDENHAEGHE
De rode draad door de geactualiseerde
leidraad is de zelfstandige adviesrol. De
AFM benadrukt dat je als adviseur niet
alleen kijkt naar wat de klant wil of wat
de geldverstrekker mogelijk maakt, maar een
passend advies geeft over wat past bij de specifieke
situatie van de klant. Hypotheekadvies
is méér dan een financieringsoplossing regelen:
het is adviseren over keuzes die voor een lange
periode impact hebben op het dagelijks leven
van de klant.
De leidraad verwacht dat je duidelijk maakt
dat jouw advies kan afwijken van de klantwens.
Als je dit vroeg bespreekt, voorkom je verrassingen
verderop in het traject. Wil de klant
toch afwijken van je advies? Leg dan in het dossier
en in het adviesrapport vast op welk onderdeel
de klant afwijkt, welke motieven de klant
daarvoor heeft en welke financiële consequenties
je hebt toegelicht. Leg ook vast waarom je
wel of niet meewerkt aan de uitvoering van die
klantwens.
Kun je je als adviseur echt niet verenigen
met de keuze van de klant, omdat die niet in
diens belang is? Dan moet je je afvragen in hoeverre
je kunt meewerken aan de uitvoering van
die wens. De Wft kent hiervoor geen specifieke
regel, maar de adviseur moet wel steeds handelen
in het belang van de klant. Je weegt daarbij
ook je beroepseer, je geweten en je civielrechtelijke
zorgplicht mee.
VAN HYPOTHEEK- NAAR WOONLASTEN
Een opvallende verschuiving in de leidraad is de bredere definitie van
woonlasten. Waar de focus voorheen primair lag op rente en aflossing,
weegt de AFM nu een breder pakket mee: energielasten, gemeentelijke
belastingen, onderhoud, opstalverzekering en eventueel erfpacht. Als
adviseur beoordeel je dus niet alleen of de hypotheeklasten betaalbaar
zijn, maar of de totale woonlasten passen bij de financiële situatie van de
klant. Afhankelijk van de klantsituatie kan het nodig zijn om ook het uitgavenpatroon,
spaargedrag en netto besteedbaar inkomen mee te nemen.
Daarbij maakt de leidraad een helder onderscheid tussen haalbaarheid
en betaalbaarheid. Haalbaarheid ziet op de vraag of de lening binnen
de Trhk-norm past en door de geldverstrekker kan worden geaccepteerd.
Betaalbaarheid is het professionele oordeel van de adviseur of de woonlasten
passen bij de financiële situatie, doelstellingen en risicobereidheid
van de klant, nu én in de toekomst. Dat een lening binnen de Trhk-norm
valt, is dus niet automatisch voldoende om deze als passend te adviseren.
NIEUWE THEMA’S
De leidraad bevat twee volledig nieuwe thema’s. Het eerste is verduurzaming.
De AFM verwacht dat je dit onderwerp bespreekt in het adviestraject,
vooral bij woningen met energielabel E, F of G. Je hoeft geen energieexpert
te zijn, maar je bespreekt wel het energielabel, de invloed op de
maximale leenruimte, mogelijke productvoorwaarden zoals duurzaamheidskorting
en de financieringsmogelijkheden voor energiebesparende
voorzieningen. Naast verduurzaming verwacht de leidraad ook dat je funderingsrisico’s
signaleert in regio’s waarin je actief bent.
Het tweede nieuwe thema is relatiebeëindiging. De leidraad verwacht
dat je de financiële scenario’s bij relatiebeëindiging bespreekt in je advies,
‘Een opvallende verschuiving is de bredere
definitie van woonlasten’
58 | VVP NR 2 JUNI 2026
JOUW VAKBEKWAAMHEID
in ieder geval in algemene zin, en waar relevant
klantspecifiek. Let daarbij extra op de partner
met het laagste inkomen: begrijpt die werkelijk
wat de persoonlijke financiële gevolgen zijn bij
relatiebeëindiging?
BEGRIJPELIJK EN TIJDIG
De leidraad besteedt meer aandacht aan de
vormgeving van het adviesrapport. De aanbeveling
is een gelaagde opbouw: begin met een
korte samenvatting van het advies en de belangrijkste
overwegingen, werk vervolgens per
onderdeel de analyse uit, en voeg achtergrondinformatie
toe voor wie meer wil weten. Het
doel is geen dik rapport, maar een begrijpelijk
en onderbouwd document waaruit blijkt hoe je
tot je advies bent gekomen.
Het advies moet tijdig worden gedeeld.
Dat betekent dat de klant: het advies ontvangt
vóórdat definitieve keuzes worden gemaakt;
de gelegenheid krijgt om het te bestuderen om
daarna pas het bemiddelingstraject te starten.
RENTEVASTPERIODE: SCENARIOANALYSES
Bij de rentevastperiode legt de leidraad meer
nadruk op scenarioanalyses. In een voorbeeld in
de leidraad is het volgende uitgewerkt: bij een
korte rentevastperiode rekent de adviseur scenario’s
door waarin de rente met twee en drie
procentpunt stijgt, zodat duidelijk wordt of de
klant een rentestijging bij herziening kan dragen.
EEN NIEUW ADVIESMOMENT
De geactualiseerde leidraad behandelt oversluiten nadrukkelijk als een
nieuw adviesmoment, maar het adviestraject hoeft niet altijd helemaal
opnieuw te worden doorlopen:
Is de hypotheek minder dan vijf jaar geleden afgesloten? Dan stel je
altijd de checkvraag of er relevante wijzigingen zijn in de klantsituatie.
Is de hypotheek meer dan vijf jaar geleden afgesloten? Dan kun je er
niet van uitgaan dat eerdere informatie nog bruikbaar is.
Bij oversluiten gaat het verder om meer dan alleen het financiële voordeel.
Er kunnen ook andere redenen spelen om oversluiten te overwegen,
bijvoorbeeld een wijziging in het inkomen van de klant, een veranderde risicobereidheid
of andere persoonlijke omstandigheden.
DOSSIERCONTROLE AFM
De centrale toetsvraag van de AFM blijft per dossier: heeft de adviseur
het klantbeeld voldoende in beeld gehad om tot een passend advies te
komen bij deze specifieke klant? Als je die vraag met ja kunt beantwoorden,
en dat kunt aantonen in het dossier, dan vergroot je de kans op een
positief oordeel. n
VAKBEKWAAMHEID IN VERTROUWDE HANDEN
Als financieel adviseur is het belangrijk continu op de hoogte te zijn
van de relevante ontwikkelingen binnen je vakgebied. Met de rubriek
‘Jouw vakbekwaamheid’ in VVP informeren wij
jou over verschillende actualiteiten die jouw beroepspraktijk
direct raken. Aan bod komen wetswijzigingen,
nieuwe regelingen en nog veel meer!
NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 59
WARTAAL
Ik schrijf vaak over lastige taal makkelijk
maken. Maar waarom willen we met
z’n allen eigenlijk het liefst ingewikkeld
schrijven?
Doe niet zo moeilijk
TEKST MIEKE DADEMA, SOEPEL.NU
Een collega van mij mailde deze zin vorige
week aan ons: “In navolging van onderstaand
schrijven […] Voornoemde brengt
met zich mee […]”. Hij praat normaal altijd
heel normaal, dus waarom hij dan ineens zo
gek gaat schrijven? Als hij praat zou hij gewoon
zeggen: ik zou nog even terugkomen op […] en
dat betekent dat […] (of iets in die trant).
Gek toch? Doe jij dit ook wel eens? Vast wel!
Ik doe het zelf ook, iedereen doet het. Maar
waarom eigenlijk?
ONDERZOEK
Ik heb er eens een mini onderzoekje naar gedaan.
Gebaseerd op wat gegoogle en AI, dus pin
mij niet vast op de wetenschappelijke onderbouwing.
Wat blijkt nou?
• Door dure woorden en jargon te gebruiken,
denken we dat we deskundig over komen.
Dat we indruk maken op de ander en professioneel
lijken.
• Ook doen we het om ons een groep te voelen.
Dus als we lastige verzekeringswoorden
gebruiken, die wij wel snappen en de ander
niet, horen wij bij elkaar en die ander, die
hoort er niet bij (lekker kinderachtig, maar zo
werkt groepsvorming helaas).
• Soms heb je lastigere woorden nodig om je
beter en genuanceerder te kunnen uitdrukken,
dus dan kan het nodig zijn. Maar vaker
wordt een tekst alleen maar vager en onduidelijker.
• En sommigen (zoals ikzelf al eerder in een
column heb toegegeven) vinden het fijn om
te puzzelen met woorden, kunnen lastige
zinnen en woorden een uitdaging zijn voor
onze hersenen om op te lossen.
• Als je duidelijk gaat schrijven, moet ook duidelijk zijn wat je wil zeggen!
Dat is niet altijd makkelijk, het betekent keuzes maken.
INDRUK
En als je natuurlijk wel graag wil dat anderen van je onder de indruk zijn, je
bij een duidelijk afgebakend groep wil horen, lekker vaag wil communiceren
omdat je zelf niet precies weet wat je wil zeggen en van taal een ingewikkelde
puzzel wil maken?
Moet je vooral doen. Daar is niks mis mee, maar denk wel altijd voor
wie schrijf ik dit nou? Voor mijzelf of voor iemand anders? En die ander?
Wat wil die lezen, wil die nuttige informatie krijgen, waar hij wat mee
kan? Wil hij snappen wat je wil zeggen? Ik denk het wel eigenlijk. Dus vanaf
nu, denk aan degene aan wie je iets schrijft.
Dus ik doe het al die tijd al hartstikke verkeerd! Mijn volgende column
moet er eentje worden voor verzekeringsmensen, die op een hoog abstractieniveau
ingewikkelde verzekeringstaal snappen en die ook zeker
deskundig en professioneel zijn. Toch, lezers van de VVP?
Dus maak jullie borst maar nat! Ik ga proberen een column te schrijven
op het hoogste taalniveau (C2 – lezen). Dat betekent dat ik van jullie
verwacht dat je kunt lezen op dit niveau: Ik kan praktisch alle vormen
van geschreven taal begrijpen en interpreteren, met inbegrip van abstracte,
structureel complexe of zeer spreektalige literaire en niet-literaire geschriften
(CEFR framework definitie lezen).
Nu nog even een onderwerp bedenken. Misschien moet die column
wel de titel ‘Doe niet zo makkelijk’ krijgen. n
‘Denk aan degene aan wie je iets schrijft’
60 | VVP NR 2 JUNI 2026
KLANTGERICHTHEID
“Wacht tot u een plaats wordt toegewezen.” Met die boodschap
begon laatst een avondje uit. Terwijl de wind om ons
heen joeg en de rij langzaam opschoof, viel mij opnieuw op
hoe vaak bedrijven invullen wat klanten willen, zonder het
simpelweg te vragen. In onze branche doen we vaak precies
hetzelfde. Terwijl juist één simpele vraag hét verschil
kan maken tussen een correcte service en een memorabele
klantbeleving.
Je mag het gewoon vragen
TEKST SONJA STALFOORT, ALPINA GROUP
Als er één branche bekendstaat om gastvrijheid, dan is het wel de
horeca. Zeker met het mooie weer ben ik regelmatig op een terras
te vinden. En noem het beroepsdeformatie, maar ik let dan
automatisch op de totale klantervaring. Niet alleen op het eten
of de snelheid, maar juist op de kleine interacties die bepalen of je je echt
welkom voelt. Voor de ingang van de strandtent stond een rij wachtenden
bij een bord met de tekst: “Wacht tot u een plaats wordt toegewezen.”
Vol in de wind. Niet bepaald comfortabel.
Toen wij eindelijk aan de beurt waren, vertelde de ober vriendelijk dat
hij eerst de tafel zou laten schoonmaken voordat we mochten gaan zitten.
Vanuit zijn perspectief waarschijnlijk uitstekende service. Een schone
tafel hoort tenslotte bij gastvrijheid. Alleen: wij wilden vooral uit de wind.
Desnoods aan een tafel waar nog even een glas op stond. Maar dat heeft
hij nooit gevraagd. Toen we uiteindelijk zaten, gaf hij aan dat hij “zo met
de drankkaart zou komen.” Opnieuw vriendelijk bedoeld. Alleen wisten
wij allang wat we wilden drinken. Ook dat werd niet gevraagd. En zo ging
het verder.
Het zette me aan het denken. Hoe vaak
doen wij dit zelf in ons werk? Hoe vaak denken
wij vanuit goede intenties, terwijl we vooral
aannames doen? We denken te weten wat klanten
belangrijk vinden. We vullen in. Ondertussen
vergeten we het te vragen.
‘Echte klantgerichtheid
begint met
nieuwsgierigheid’
OPRECHTE NIEUWSGIERIGHEID
Een vraag betekent eigenlijk: “Ik vind het belangrijk
wat jij wilt.” Toch zien veel professionals
vragen stellen nog onbewust als een teken van
onzekerheid. Alsof je de klantbehoefte al zou
moeten kennen. Maar het tegenovergestelde
is waar. Elke klant is anders. Elke situatie is anders.
En door te vragen laat je zien dat je oprechte
aandacht hebt. Hoe eenvoudig was het
geweest als de ober had gevraagd: “Willen jullie
alvast zitten of wachten op een schone tafel?”
Dan was het wachten ineens geen frustratie geweest,
maar onze eigen keuze. En dat maakt de
ervaring fundamenteel anders.
In de verzekeringsbranche ligt hier misschien
een nog grotere kans. Wij zijn gewend
oplossingen aan te dragen, risico’s te overzien
en advies te geven. Maar echte klantgerichtheid
begint bij nieuwsgierigheid. Bij durven vragen.
Wat vindt u belangrijk? Waar maakt u zich zorgen
over? Hoe wilt u geholpen worden? Vragen
kosten weinig tijd. Maar ze leveren enorm veel
op: begrip, vertrouwen, betrokkenheid. En uiteindelijk:
een veel betere klantervaring. De belangrijkste
les is verrassend simpel. Je mag het
gewoon vragen. n
Sonja Stalfoort is directeur Marketing & Communicatie
bij Alpina Group. Een expert in klantbeleving
en auteur van het boek ‘De klant-energieke
organisatie’.
NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 61
BEDRIJFSADVIES
Stel: een bekende van je gaat zich inkopen in het bedrijf waar
hij werkt. Hij begint met een belang van tien procent. De prijs
staat vast en de voorwaarden zijn duidelijk. Maar dan komt de
boekhouder met een scherpe vraag. “Hoe zit het met de Wet
DBA; loopt de onderneming hier geen risico?” De Wet DBA en
de handhaving op schijnzelfstandigheid zijn in 2026 een hot
topic. Voor een DGA met een minderheidsbelang kan de huidige
regelgeving tot juridische en fiscale problemen leiden.
Schijnzelfstandig
TEKST RUTGER WESTENBURG, WESTENBURG BEDRIJFSADVIES
De Wet DBA draait om de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.
Hiervoor wordt gekeken naar drie criteria: arbeid, loon en
gezag.
Bij een DGA met slechts tien procent van de aandelen ontstaat
er direct een probleem bij het criterium gezag. Omdat de overige
aandeelhouders (die 90 procent bezitten) de DGA kunnen ontslaan of instructies
kunnen geven, neemt de Belastingdienst snel aan dat er sprake
is van een gezagsverhouding. Als er sprake is van een gezagsverhouding,
wordt de managementovereenkomst door de fiscus gezien als een fictieve
dienstbetrekking. De managementfee wordt dan simpelweg als loon
beschouwd.
FEITELIJKE WERKSITUATIE
De Wet DBA is van toepassing op de relatie tussen de holding van de DGA
en de werkmaatschappij (de opdrachtgever). De Belastingdienst kijkt
“door de holding heen” naar de feitelijke werksituatie van de persoon.
Om te voorkomen dat deze tien procent-DGA als werknemer van de
werkmaatschappij wordt aangemerkt, moet je de focus verleggen van
“werknemer met aandelen” naar “extern adviseur/bestuurder”. Enkele
dringende adviezen (die helaas geen garantie voor de toekomst zijn):
• Gebruik een goedgekeurde Modelovereenkomst:
gebruik een actuele modelovereenkomst
“geen gezag” van de Belastingdienst
als basis voor de managementovereenkomst.
Wijk hier in de praktijk niet van af.
• Geen loon doorbetalen bij ziekte: zorg dat
de managementfee stopt zodra de DGA niet
kan werken. De DGA moet zelf voor een AOV
zorgen.
• Vervangbaarheid: regel in de overeenkomst
(indien mogelijk) dat de holding een andere
‘Het echte
goud zit in het
gesprek’
gekwalificeerde persoon kan sturen. Hoewel
dit bij management vaak lastig is, helpt het
bij de bewijslast tegen een dienstbetrekking.
Daarnaast is een juiste operationele inrichting
essentieel. De DGA moet niet op de personeelslijst
staan, geen beoordelingsgesprekken voeren
met het bestuur (als ‘ondergeschikte’) en geen
gebruik maken van secundaire arbeidsvoorwaarden.
Het sterkste argument tegen schijnzelfstandigheid
is wanneer de holding ook voor
andere partijen opdrachten uitvoert maar dat
zal in de praktijk vaak lastig zijn.
Tenslotte is de gezagsverhouding ook van
belang voor de sociale verzekeringen. Volgens
de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder
ben je doorgaans pas sociaal verzekeringsplichtig-vrij
(en dus echt zelfstandig
ten opzichte van de werkmaatschappij) als je
niet tegen je wil ontslagen kunt worden. Met
tien procent van de stemmen heb je die macht
meestal niet. Gezien het tien procent-belang is
de kans dus groot dat de DGA voor de sociale
verzekeringswetten (WW, WIA) als werknemer
wordt gezien.
Kortom, de materie is zeer complex en de
gevolgen zijn groot als het niet goed geregeld
is. Het belangrijkste advies is daarom: laat je
hierover goed adviseren door een jurist en fiscalist.
n
62 | VVP NR 2 JUNI 2026
LETSELSCHADE
Het is vrijdagochtend, half negen. Mijn
telefoon gaat: onze bekende assurantieadviseur
Rob is aan de lijn, hoorbaar
onrustig. “Kun je me alsjeblieft helpen?
Ik kom er niet meer uit met dit letselschadedossier.
Ik dacht dat ik het geregeld
had, maar nu meldt mijn klant
nieuwe klachten én extra kosten. Er is
nog geen vaststellingsovereenkomst,
dus misschien kun jij het nog rechttrekken?”
Een herkenbare situatie voor veel
collega’s in ons vak.
De valkuil van zelf behandelen
TEKST LISA SJAARDEMA, BRANDMR
‘Letselschades
verhalen?
Niet zo
makkelijk als
het lijkt’
Helaas zien we af en toe nog steeds dat verzekeringsadviseurs proberen
letselschades zelf af te handelen. Op het eerste gezicht
lijkt dit efficiënt en klantvriendelijk. Maar de praktijk leert dat het
afhandelen van letselschade veel complexer is dan het verhalen
van materiële schade. Letselzaken zijn vaak ingewikkelder dan gedacht: er
zijn niet altijd direct zichtbare kosten waar rekening mee moet worden gehouden
en de toekomst is op dit moment nog niet te voorspellen.
Een letselschadedossier goed behandelen begint al bij de start: bij
de aanmelding. Juist in die eerste fase draait het om het geruststellen
van het slachtoffer, maar ook om goed verwachtingsmanagement: helder
uitleggen wat het slachtoffer van ons mag verwachten én wat wij van
hem of haar nodig hebben. Denk aan het zorgvuldig vastleggen van de
klachten, het direct compleet maken van het
dossier met de juiste stukken en het goed documenteren
van afspraken en contactmomenten.
Wat u aan de voorkant mist of verkeerd
vastlegt, kan later tot discussie leiden - met
soms een jarenlange nasleep. In het ergste geval
kan later niet meer worden aangetoond dat
het slachtoffer recht heeft op een vergoeding,
simpelweg omdat het dossier niet sluitend is.
Dat is natuurlijk niet de service die u uw klant
wilt bieden.
Een letselschadespecialist weet waar de valkuilen
liggen en kan tijdig bijsturen. Door vanaf
het begin te zorgen voor een volledig en overzichtelijk
dossier, voorkomt u dat belangrijke informatie
ontbreekt of dat termijnen verlopen.
Bovendien is een specialist bekend met passende
onderhandelingsstrategieën en op de hoogte
van de actuele jurisprudentie, waardoor de kans
op een snelle en eerlijke afwikkeling aanzienlijk
groter wordt.
WANNEER DOORVERWIJZEN?
Twijfelt u over de aard of de ernst van het letsel?
Verwijs dan direct door naar een letselschadespecialist.
Mocht u toch de letselschade behandelen?
Sluit het dossier dan nooit met een vaststellingsovereenkomst
zonder dat een medisch- en
letselschadespecialist hiernaar hebben gekeken.
Wees eerlijk naar uw klant over uw eigen expertise
en de complexiteit van letselschade.
Documenteer elk contactmoment en alle
relevante informatie zorgvuldig, ook als u doorverwijst.
In dit geval hebben wij Rob gerust kunnen
stellen en het dossier kunnen heropenen. Doordat
er gaten in het dossier zaten en het te snel
was gesloten, heeft dit echter extra veel tijd
gekost en heeft zijn klant een stuk langer dan
nodig op zijn compensatie moeten wachten.
De volgende keer zal Rob zich in ieder geval niet
meer aan een letselschade branden. n
NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 63
DUURZAAMHEID
Zowel YouTube als de landelijke media
stonden de afgelopen weken vol met
video’s over de “zelfrijdende” Tesla in
Nederland. En ja ik kon het niet laten
om het zelf ook even te proberen. Best
knap! En in ieder geval een stuk indrukwekkender
dan onze robotstofzuiger
thuis die minstens vier keer botst met
iedere tafelpoot.
Zelfrijdende auto’s en
brandende thuisbatterijen
TEKST BJÖRN JALVING, TURIEN & CO.
Waar Tesla ooit één van de aanjagers
was van de elektrificatie, lijkt het
merk nu opnieuw grensverleggend
bezig, dit keer op het gebied van
autonoom rijden. Toch is dat zelfrijden beperkt.
Tesla noemt het systeem Full Self-Driving Supervised.
Die supervisor bent u of ik. De RDW
heeft Tesla’s FSD Supervised in april 2026 goedgekeurd
voor Nederland, maar benadrukt dat
het gaat om een rijhulpsysteem onder toezicht:
de bestuurder blijft verantwoordelijk. Waarmee
de auto vooral een geavanceerde assistent is.
In dezelfde periode meldde de brandweer
zich in de media met zorgen over de opmars
van thuisbatterijen met een stekker. Dit zal ongetwijfeld
te maken hebben met het afschaffen
van de salderingsregeling. Omdat er bij deze
plug-and-play-batterijen vaak geen installateur
betrokken is, bestaat het risico dat gebruikers
minder goed nadenken over brandveiligheid.
Denk aan onvoldoende ventilatie, plaatsing
in een vluchtroute, brandbaar materiaal in de
buurt of het aansluiten van te veel apparaten
op één groep. De brandweer adviseert onder
meer om zo’n batterij op een droge, goed geventileerde
plek te zetten en nooit in of bij een
vluchtroute, zoals de gang of onder de trap.
ONZE ROL PAKKEN
Plug-in-thuisbatterijen zullen in veel gevallen gewoon verzekerd zijn.
Maar daarmee zijn de risico’s nog niet vanzelf goed beheerst. Welke verzekeraar
en adviseur wijzen klanten actief op de risico’s en preventiemaatregelen?
Door nu onze rol te pakken, voorkomen we dat we later
achter de feiten aanlopen en halsoverkop naar beperkingen of uitsluitingen
moeten grijpen.
Op het eerste gezicht lijken een zelfrijdende Tesla en een thuisbatterij
met stekker misschien weinig met elkaar te maken te hebben. Toch laten
ze dezelfde ontwikkeling zien: technologie wordt slimmer, toegankelijker
en gebruiksvriendelijker, maar het risico verdwijnt niet. Het verschuift.
Of het nu gaat om technologische innovatie of verduurzaming: steeds
opnieuw raken deze ontwikkelingen onze verzekeringsproducten, onze
adviezen en de risico’s waarover wij klanten begeleiden. Veel innovaties
worden verkocht als gemak, besparing of verduurzaming, maar hebben
ook gevolgen voor brandveiligheid, aansprakelijkheid, preventie-eisen,
verzekerde sommen en de schadeafhandeling.
Hoe slimmer de techniek, hoe belangrijker het wordt dat klant, adviseur
en verzekeraar scherp blijven op de risico’s erachter. Meldt een adviseur
zich bij ons met zo’n nieuwe ontwikkeling, dan worden wij daar altijd
enthousiast van. Dit houdt ons vak leuk en dynamisch! n
‘Het risico
verdwijnt
niet, het
verschuift’
KANSEN BIJ VERDUURZAMING
In de rubriek ‘Duurzaamheid’ onderzoeken
Björn Jalving en Paul Burger van Turien &
Co./AnsvarIdéa kansen voor financieel adviseurs
bij verduurzaming. Reacties zijn welkom
op bjalving@turien.nl.
64 | VVP NR 2 JUNI 2026
INKOMEN
‘Ken je vak’ betekent ook ‘ken je (nieuwe) klant’. Iedere twee
jaar voeren TNO en het CBS een Zelfstandigen Enquête Arbeid
(ZEA) uit, in samenwerking met het ministerie van SZW. De rapporten
bevatten relevante informatie, die adviseurs kan helpen
bij het bepalen van hun doelgroep en hun communicatie.
Ken je klant
TEKST ANNEMIEKE POSTEMA, AOVDOKTER.NL
Een belangrijke waarneming is dat het aantal ondernemers met een
arbeidsongeschiktheidsvoorziening stijgt. Maar nog altijd ruim een
kwart heeft niets geregeld. In 2019 was dit 40 procent. Zmp’ers
(zelfstandigen met personeel) hebben vaker een voorziening dan
zzp’ers, mannen vaker dan vrouwen, jongeren vaker dan ouderen (55-plus).
Ook bestaan er verschillen tussen sectoren: de zorg en de landbouw kennen
een hoge penetratiegraad, handel en recreatie scoren veel lager.
CONCURRENTIE
Slechts 27 procent van de zelfstandigen heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering
afgesloten, waarbij het verschil tussen zmp’ers (43 procent)
en zzp’ers (24 procent) opvallend is. Ondernemers met personeel
hebben waarschijnlijk een grotere risicobewustheid. Zzp’ers kiezen gemiddeld
minder vaak voor een traditionele AOV. Zelfstandigen kiezen steeds
vaker een alternatieve (deel)oplossing.
Vermogen (spaargeld en/of beleggingen) wordt het meest genoemd
als voorziening: 40 procent. Maar ook schenkkringen, de waarde van de
eigen woning of het bedrijf worden als voorziening beschouwd. 21 procent
van de zmp’ers ziet de bedrijfswaarde als buffer tegen slechts zes procent
van de zzp’ers. Daarnaast zijn er zelfstandigen met een verzekering via
UWV of via hun werkgever.
De AOV-sector moet dus concurreren met (vermeende) zelfredzaamheid,
informele solidariteitsmodellen en vermogensopbouw. Een
integrale advisering, waarbij de bedrijfscontinuïteit, pensioenopbouw en
combinatie-oplossingen worden betrokken, kan een adequaat antwoord
hierop zijn.
Het rapport geeft ook inzicht in de financiële
weerbaarheid van ondernemers. Als het inkomen
wegvalt kan 30 procent minder dan zes
maanden rondkomen. Tot 45 jaar is dat zelfs 40
procent. Eveneens zorgwekkend is dat vijftien
procent het niet eens weet! Zzp’ers kunnen het
gemiddeld langer uitzingen dan zmp’ers. Oudere
ondernemers kunnen het langer volhouden
dan jongeren. De bouwsector staat er het
slechtst voor.
‘Integrale
advisering het
antwoord’
GEZONDHEIDSRISICO’S
Het ziekteverzuim onder zelfstandigen bedroeg
3,7 procent van de beschikbare werkdagen. 40
procent van de zelfstandigen heeft het afgelopen
jaar weleens niet of minder gewerkt vanwege
ziekte of gezondheidsredenen. Dat de daadwerkelijke
uitval per type ondernemer verschilt
mag geen verrassing zijn. Griep en verkoudheid
werden overal veruit het meest gerapporteerd.
In de bouw komen verder vaak rugklachten
voor, gevolgd door klachten aan benen (inclusief
heupen, knieën en voeten). In de landbouw
scoorden nek, schouders, armen, polsen en
handen juist hoog.
Beroepsziektes vormen al jarenlang een stabiel
aandeel: zo’n tien procent.
Gemiddeld negentien procent denkt dat de
klachten (deels) door het werk werden veroorzaakt.
In de bouw en de zorg wordt dit verband
vaker gelegd dan in de zakelijke dienstverlening.
Burn-outklachten komen al enkele jaren
bij twaalf procent van de ondernemers voor, dat
is meer dan enkele jaren geleden. In de zorg is
dat achttien procent, in de landbouw nog geen
acht procent.
Gelukkig is zo’n 90 procent van de zelfstandigen
tevreden met het ondernemerschap en
denken ze tot (vlak voor) hun AOW-datum door
te kunnen werken. n
NR 1 FEBRUARI NR 2 JUNI 2019 2026 VVP | 65
De discussie over de toekomst van de sociale zekerheid staat
op scherp. Hoe blijft het stelsel betaalbaar zonder het fundament
van inkomenszekerheid en solidariteit aan te tasten?
Ingrijpende herziening WIA
onvermijdelijk
TEKST MARJOL NIKKELS-AGEMA
Met het rapport ‘Werk aan de WIA - naar een stelsel dat weer
werkt’ heeft het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO)
eind 2025 een duidelijke waarschuwing afgegeven. Het arbeidsongeschiktheidsstelsel
staat op een breekpunt. Het commissiedebat
van 8 april 2026 laat echter zien dat de vertaalslag van analyse
naar politieke keuzes moeizaam verloopt. Waar het IBO oproept tot fundamentele
keuzes, bleef het debat grotendeels hangen in de spanning
tussen kostenbeheersing, bescherming van bestaande rechten en uitvoerbaarheid.
DRIE RICHTINGEN
Het IBO wijst op drie samenhangende ontwikkelingen. De instroom in de
WIA stijgt fors, de uitvoering bij het UWV loopt vast en het tekort aan
verzekeringsartsen belemmert tijdige en zorgvuldige beoordelingen.
Het IBO schetst drie richtingen. Het eerste scenario richt zich op stabilisatie.
Daarbij worden WGA en IVA samengevoegd tot één regeling,
herbeoordelingen beperkt en sociaal-medische taken breder belegd. Ook
vervallen de complexe duurzaamheidsbeoordelingen. Dit scenario verbetert
de uitvoerbaarheid, maar lost de kernproblemen niet op.
Het tweede scenario gaat verder en zet in op activering. De IVA verdwijnt
voor nieuwe instroom en maakt plaats voor een tijdelijke re-integratie-uitkering
van maximaal drie jaar, met werkplicht. Wie daarna niet
kan werken, valt terug op een voorziening buiten de WIA. Daarmee verschuift
het stelsel van inkomensbescherming naar participatie.
Het derde scenario betekent een fundamentele stelselwijziging. De
loongerelateerde uitkering verdwijnt en wordt vervangen door een basisvoorziening
op of rond het wettelijk minimumloon. Voor midden- en
‘Wie een minimummodel wil voorkomen,
moet nu investeren in stabilisatie,
preventie en activering’
hogere inkomens betekent dit een forse inkomensval.
Het belang van private aanvullende
verzekeringen neemt daarmee sterk toe.
De impliciete boodschap van het IBO is duidelijk:
wie een minimummodel wil voorkomen,
moet nu investeren in stabilisatie, preventie en
activering.
De uitvoeringspraktijk verandert ondertussen
al zichtbaar. Herbeoordelingen verschuiven
van routinematig instrument naar selectieve
interventie. De consequentie is dat de WIA
minder corrigerend wordt en meer definitief.
Dat vergroot het belang van een juiste beoordeling
bij instroom en van tijdige interventies in de
eerste twee ziektejaren.
ANALYSE ZONDER BESLUIT
Het debat van 8 april liet zien dat de urgentie
uit het IBO nog niet volledig is geland. De discussie
ging alle kanten op: over kosten, uitkeringshoogte,
uitvoering en preventie. De fundamentele
vraag welk stelsel Nederland wil, bleef
grotendeels liggen.
Een belangrijk discussiepunt was het Arbeidsongeschiktheidsfonds
(Aof). Kamerleden
stelden kritische vragen over de stijgende premie
terwijl het fonds over reserves beschikt. De
premie werd zelfs aangeduid als ‘spookbelasting’.
Opvallend was dat de minister erkende
dat de premie feitelijk werkt als een belasting
op arbeid, terwijl deze juridisch een verzekeringspremie
blijft.
Ook de discussie over een extra tekort van
circa één miljard euro door hogere instroom
laat dit spanningsveld zien. Kamerleden betwijfelen
het beeld, terwijl het kabinet wijst op de
structureel stijgende kosten in de sociale zekerheid.
Vergeleken met het voorgaande jaar zijn
66 | VVP NR 2 JUNI 2026
INKOMEN
snel beschikbaar zijn en zet in op taakherschikking
en inzet van andere professionals. Daarmee
verschuift de vraag naar wat echt medisch
beoordeeld moet worden en wat anders kan
worden georganiseerd.
de kosten in 2026 ruim elf miljard euro hoger! De kernvraag blijft: is
bezuinigen op uitkeringen een passend antwoord op een instroomprobleem?
POLITIEKE LIJNEN
Het debat maakt duidelijke verschillen zichtbaar. Enerzijds is er een
activeringsgerichte benadering, waarin sociale zekerheid sterker
moet prikkelen tot werkhervatting en ruimte wordt gezien voor private
verzekeraars. Anderzijds is er een beschermingsgerichte lijn, waarin
verslechtering van bestaande rechten wordt afgewezen.
Daarnaast is er een systeemkritische benadering, waarin de nadruk
ligt op uitvoering, instroom en preventie. Waarom loopt het systeem
vast? Waarom neemt de instroom toe? En waarom werkt preventie
onvoldoende?
Opvallend is dat er brede consensus bestaat over de voorkant van
het stelsel. Meer preventie, betere arbeidsomstandigheden en sterkere
re-integratie worden door vrijwel alle partijen als noodzakelijk
gezien. De oplossing ligt daarmee niet alleen in de WIA, maar vooral
vóór de instroom.
Over één punt is iedereen het eens: de uitvoering vormt de grootste
beperking. De minister erkent dat extra verzekeringsartsen niet
‘De grootste winst ligt vóór de WIA-instroom’
NOG INTACT
De discussie over het hybride stelsel zorgde
voor politieke spanning. De minister gaf aan dat
dit stelsel “niet heilig” is, maar nuanceerde later
dat er geen directe systeemwijziging komt.
Wel wordt het gesprek aangegaan met verzekeraars
en sociale partners. Voor de praktijk
betekent dit dat private partijen onderdeel blijven
van het stelsel, maar dat hun rol opnieuw
ter discussie staat.
Voor adviseurs is duidelijk dat de publieke
inkomensbescherming onder druk staat. Het
stelsel wordt waarschijnlijk soberder, minder
voorspelbaar en sterker gericht op activering.
Dat vergroot de behoefte aan aanvullende oplossingen
en goed advies.
Preventie wordt daarbij steeds belangrijker.
Inkomensadvies kan niet los worden gezien van
verzuimbeleid, duurzame inzetbaarheid en reintegratie.
De grootste winst ligt vóór de WIAinstroom.
Werkgevers krijgen te maken met hogere
premiedruk en meer onzekerheid. Werknemers
ervaren dat inkomenszekerheid minder vanzelfsprekend
wordt. Juist in die context kan de adviseur
waarde toevoegen door overzicht, duiding
en concrete oplossingen te bieden.
VOORUITDENKEN IS NOODZAKELIJK
Het IBO-rapport laat weinig ruimte voor twijfel:
het huidige WIA-stelsel is niet houdbaar zonder
ingrijpende keuzes. Het politieke debat laat
echter zien dat die keuzes nog niet worden gemaakt.
Daarmee ontstaat een tussenfase waarin
de uitvoering onder druk blijft, maatregelen
stap voor stap worden ingevoerd en de fundamentele
stelselvraag wordt uitgesteld.
Voor de adviespraktijk betekent dit dat vooruitdenken
essentieel wordt. Welke richting het
ook op gaat, duidelijk is dat private aanvullende
oplossingen aan belang winnen en dat de
rol van de inkomensadviseur belangrijker wordt
dan ooit. n
Marjol Nikkels-Agema is directeur van Sensio
Opleidingen en Return Arbo.
NR 2 JUNI 2026 VVP | 67