GebruiksaanwijzinG - Ghost

ghost.bikes.com

GebruiksaanwijzinG - Ghost

GebruiksaanwijzinG


2

Gebruiksaanwijzing

voor GHOST fietsen

Versie 12.01


GHOST-bikeS

1. Algemene informatie over uw nieuwe fiets en over deze

gebruiksaanwijzing 7

1.1 Toepassingsgebied 7

1.2 Leveringsomvang 7

1.2.1 Basisuitvoering 7

1.2.2 Optionele accessoires voor de montage door uw fietsspecialist 7

1.3 Andere van toepassing zijnde documenten 7

1.4 Wettelijke voorschriften 8

1.5 Conventies 9

1.5.1 Symbolen en signaalwoorden 9

1.5.2 Afkortingen 9

1.5.3 Vakbegrippen 10

1.5.4 Weergave 11

2. Voor uw veiligheid 11

2.1 Volg de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op 11

2.2 Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist 12

2.3 Gebruik uw fiets voor het doel waarvoor hij is gemaakt 12

2.3.1 Welke werkzaamheden mag u zelf aan uw fiets uitvoeren? 12

2.3.2 Waarop moet u letten bij latere montage van accessoires en bij

aanpassingen? 12

2.3.3 Wie mag er op uw fiets rijden? 13

2.3.4 Waar mag u op uw fiets rijden? 14

3. Technische gegevens 17

3.1 Toelaatbare temperaturen en toelaatbaar totaal gewicht 17

3.2 Aandraaimomenten voor schroefverbindingen 17

4. Opbouw en werking 18

4.1 Typen, categorieën, series 18

4.1.1 Mountainbike (Fully + Hardtail) 19

4.1.1.1 Fully 19

4.1.1.2 Hardtail 21

4.1.2 Crossbike (serie CROSS) 22

4.1.3 Racefiets/fitnessbike (series RACE, SPEEDLINE) 23

4.1.4 Trekking- en Citybike (serie TREKKING, CITYLINE) 24

4.1.5 Kinder- en jeugdfiets (serie POWERKID) 25

4.2 Frame en vork 26

4.3 Remmen 28

4.3.1 Remtoewijzing 28

4.3.2 Remtype 28

4.4 Versnellingen 31

4.4.1 Kettingschakeling 32

4.4.2 Naafschakeling 32

4.4.3 Schakelaars 32

4.5 Klemsystemen voor wielen en zadelpennen 34

3


4

4.6 Materialen 35

4.6.1 Verdeling 35

4.6.2 Informatie en aanwijzingen voor het materiaal carbon 35

4.6.2.1 Informatie m.b.t. de frameconstructie 36

4.6.2.2 Zo gaat u op de juiste manier met uw carbononderdelen om 36

4.7 Banden 37

5. Framesets 38

6. Voor het eerste gebruik 38

7. Voor elke rit 38

7.1 Wielen controleren 39

7.1.1 Vastzitten en positie controleren 40

7.1.2 Velgen controleren 40

7.1.2.1 Velgslijtage controleren (geldt alleen voor fietsen met velgremmen) 40

7.1.2.2 Velgen op slag controleren 41

7.1.2.3 Velgen op verontreinigingen controleren (geldt alleen voor fietsen met

velgremmen) 41

7.1.2.4 Banden controleren 41

7.1.2.5 Ligging van de banden controleren 42

7.1.2.6 Ventielstand controleren (geldt niet bij tubeless band) 42

7.1.2.7 Bandenspanning controleren 42

7.1.3 Overige zaken controleren 43

7.2 Zadel en zadelpen controleren 43

7.3 Stuur, stuurpen controleren 45

7.4 Stuuraanbouwdelen controleren 46

7.5 Balhoofd controleren 47

7.6 Geveerde voorvork controleren 48

7.7 Achterwielvering controlen 48

7.8 Remmen controleren 48

7.8.1 Algemene werking controleren 49

7.8.2 Hydraulische schijfrem controleren 49

7.8.3 Hydraulische velgremmen controleren 50

7.8.4 Velgrem met kabel controleren (MTB-versie) 51

7.8.5 Velgrem met kabel controleren (racefietsversie) 53

7.8.6 Terugtraprem controleren 55

7.9 Aandrijving, ketting controleren 55

7.10 Verlichting controleren 55

7.11 Bagagedrager controleren 56

7.12 Spatschermen (spatborden) controleren 56

7.13 Zijstandaard controleren 57

7.14 Kinderfiets-specifieke onderdelen controleren 58

7.15 Overige zaken controleren 58


GHOST-bikeS

8. Fiets afstellen en bedienen 59

8.1 Zadelhoogte afstellen 59

8.2 Verende voorvork afstellen 59

8.2.1 Geveerde voorvorken met luchtvering 59

8.2.1.1 Bandenspanning instellen 59

8.2.1.2 Vering uit- en inschakelen 60

8.2.2 Geveerde voorvorken zonder luchtvering 60

8.3 Achterwielvering afstellen 61

8.4 Versnellingen bedienen 61

8.4.1 Kettingschakeling 61

8.4.1.1 Naar een groter(e) kettingblad/pignon schakelen 61

8.4.1.2 Naar een kleiner(e) kettingblad/pignon schakelen 64

8.4.2 Naafschakeling 67

8.4.2.1 Naar een lagere versnelling schakelen 67

8.4.2.2 Naar een hogere versnelling schakelen 68

8.5 Remmen bedienen 68

8.6 Klemsystemen voor wielen en zadelpen bedienen 69

8.6.1 Snelspanas op het voorwiel openen en sluiten 69

8.6.1.1 Snelspanas openen 69

8.6.1.2 Snelspanas sluiten 70

8.6.2 Steekas op het voorwiel openen en sluiten 72

8.6.2.1 Steekas openen 72

8.6.2.2 Steekas sluiten 73

8.6.3 Snelspanas op de zadelstrop openen en sluiten 74

8.6.3.1 Snelspanas op de zadelstrop openen 74

8.6.3.2 Snelspanas op de zadelstrop sluiten 75

8.6.4 Bouten-moerklemming op wielen 76

8.6.5 Bouten-moerklemming op zadelpennen openen en sluiten 76

8.6.5.1 Bouten-moerklemming op zadelpen openen 76

8.6.5.2 Bouten-moerklemming op zadelpen sluiten 77

9. Fiets beladen 77

10. Fiets berijden 80

11. Wat doen na een valpartij of ongeval 81

11.1 Algemene informatie 81

11.2 Carbonframe 82

12. Fiets veilig wegzetten 82

12.1 Fietsen met zijstandaard 82

12.2 Fietsen zonder zijstandaard 83

5


6

13. Fiets transporteren 83

13.1 Wielen monteren en demonteren 84

13.1.1 Voorwiel demonteren 85

13.1.2 Voorwiel monteren 86

13.1.3 Achterwiel demonteren 87

13.1.4 Achterwiel monteren 88

13.1.5 Remmen openen en sluiten 89

13.1.5.1 Hydraulische velgrem Magura HS 33 openen 89

13.1.5.2 Hydraulische velgrem Magura HS 33 sluiten 90

13.1.5.3 Velgrem MTB en Trekking (V-Brake) openen 90

13.1.5.4 Velgrem MTB en Trekking (V-Brake) sluiten 91

13.1.5.5 Velgrem racefiets openen 92

13.1.5.6 Velgrem racefiets sluiten 92

13.2 Zadelpen met zadel monteren en demonteren 92

13.2.1 Zadelpen demonteren 92

13.2.2 Zadelpen monteren 93

14. Fiets onderhouden 94

14.1 Uw inspectie- en onderhoudsschema 95

14.2 Zo reinigt en verzorgt u uw fiets 95

14.3 Werkplaatsservice 97

15. Storingen tijdens het rijden 98

15.1 Versnellingen, aandrijvingen 98

15.2 Remmen 99

15.3 Frame, zadelpen en vering 100

15.4 Spatschermen, bagagedrager, verlichting 102

15.5 Wielen en banden 102

15.5.1 Binnenband en buitenband vervangen 103

16. Fiets niet gebruiken gedurende een langere periode 105

17. Fiets afvoeren 105

18. Waarborg, garantie 105

18.1 Algemeen 105

18.2 Houdbaarheidsgarantie op frame vanaf modeljaar 2011 105

19. Overzichtsafbeeldingen met alle fietsonderdelen 107

20. Colofon 112


Geachte klant,

GHOST-bikeS

Graag willen wij u feliciteren met uw keuze voor een fiets uit ons bedrijf en u danken voor het in ons gestelde

vertrouwen.

Met uw fiets hebt u een hoogwaardig, milieuvriendelijk en sportief voortbewegingsmiddel gekocht waaraan u

veel plezier zult beleven en waarmee u tevens uw gezondheid ondersteunt.

1. Algemene informatie over uw nieuwe fiets en over deze

gebruiksaanwijzing

Deze gebruiksaanwijzing vormt een zeer belangrijk document.

Lees hem voor het eerste gebruik aandachtig door en bewaar hem goed.

1.1 Toepassingsgebied

Deze gebruiksaanwijzing geldt alleen voor fietsen van de firma GHOST vanaf modeljaar 2012,

zoals in par. 4.1 tot 4.1.5 genoemd.

Deze gebruiksaanwijzing geldt niet voor GHOST Epac’s en Pedelecs.

1.2 Leveringsomvang

1.2.1 Basisuitvoering

• Complete fiets (diverse modellen zonder pedalen) of frameset

• Bij carbonframes: Montagepasta

• Indien schijfremmen voorhanden: een transportbeveiliging

• Gebruiksaanwijzing in uw eigen taal

1.2.2 Optionele accessoires voor de montage door uw fietsspecialist

Lees in par. 2.3.2. Waarop moet u letten bij latere montage van accessoires en bij aanpassingen?

met welke optionele accessoires u uw fiets kunt laten uitbreiden.

1.3 Andere van toepassing zijnde documenten

• Leveringsdocument

Het bevat karakteristieke en andere gegevens van uw fiets.

• Gebruiksaanwijzingen voor componenten

Hierin vindt u productspecifieke gegevens.

Door de diversiteit kunnen niet alle op uw fiets gemonteerde componenten in deze gebruiksaanwijzing

worden beschreven. Voor u belangrijke gebruikersinformatie is als apart document bijgevoegd en is in het

leveringsdocument genoemd.

De aanwijzingen in dit hoofdstuk en informatie moeten altijd als eerste worden opgevolgd en aangehouden!

7


8

• Nieuwe technische inzichten kunnen leiden tot wijzigingen aan modellen, in de technische gegevens en tot

volledig nieuwe modellen. Als deze wijziging voor de omgang en uw veiligheid relevant is, is de bijbehorende

gebruikersinformatie als apart document bijgevoegd en in het leveringsdocument genoemd.

• Vraag uw fietsspecialist naar de geldigheid van deze technische gegevens.

1.4 Wettelijke voorschriften

Als verkeersdeelnemer moet u de in uw land geldende verkeersregels naleven.

In Duitsland hebt u voor uw fiets geen officiële goedkeuring nodig.

Op openbare wegen mag u met uw fiets alleen maar rijden als u daarvoor de uitrusting aanbrengt die in uw

land wettelijk is voorgeschreven. In Duitsland zijn deze vereisten geregeld in het wegenverkeersreglement

(StVZO).

Dit reglement schrijft de volgende uitrusting voor:

• twee onafhankelijk van elkaar werkende remmen

• een bel

• door middel van een dynamo gevoede verlichting voor (wit licht) en achter (rood licht)

• van de dynamoverplichting ontheven zijn racefietsen die minder wegen dan 11 kg. Ook voor racefietsen

die van de dynamoverplichting ontheven zijn, moet u overdag goedgekeurde batterijverlichting meevoeren.

Voor de duur van deelname aan wedstrijden zijn racefietsen van deze verplichting ontheven.

• witte reflector voor (vaak in de koplamp geïntegreerd) evenals twee rode reflectoren achter (een daarvan

vaak in het achterlicht geïntegreerd)

• zowel op het voor- als achterwiel twee geel stralende reflectoren; als alternatief: buitenband met aan beide

zijden aangebrachte zijdelingse reflectiestrepen

• zowel op het rechter- als linkerpedaal twee geel stralende reflectoren

• alle verlichtings- en reflectordelen moet voor fietsen uitdrukkelijk goedgekeurd zijn. Raadpleeg hiervoor uw

fietsspecialist.

• de volledige tekst van de voorschriften kunt u voor het rijden in Duitsland vinden in de StVZO of informeer

bij uw fietsspecialist.

• de letterlijke wettekst met detailinformatie vindt u onder andere op het internet op het volgende adres:

http//www.gesetze-im-internet.de/stvzo/ (versie: 01/2012)

• bij gebruik buiten Duitsland dient u de in uw land geldende verkeersregels na te leven. Raadpleeg daarvoor

uw fietsspecialist of de verantwoordelijke instantie.

OPMERKING:

De in Duitsland voorgeschreven uitrusting is in de levering van uw fiets bij de volgende series/modellen compleet

aanwezig: TREKKING

Wend u voor de ombouw bij alle overige fietsmodellen alleen tot hun fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.


1.5 Conventies

1.5.1 Symbolen en signaalwoorden

Symbool en signaalwoord Betekenis

1.5.2 Afkortingen

Afkorting Betekenis

° Graden, hoekmaat

Bar Gebruikelijke eenheid voor bandenspanning

°C Graden Celsius, eenheid voor temperatuur

DIN Duits instituut voor normering

EN Europese norm

EPAC

WAARSCHUWING

VOORZICHTIG

OPMERKING

h Uur (uren)

Electric Power Assisted Cycles, ook Pedelec (pedal electric)

Fiets met een elektrische hulpaandrijving die alleen actief wordt als de fietser

de pedalen beweegt

HWK Duitse Kamer van Ambachten en Neringen

IHK Kamer van Koophandel en Industrie (in Duitsland)

km/h Kilometer per uur, eenheid voor snelheid

kg Kilogram, eenheid voor gewicht

MTB Mountainbike

Nm Newtonmeter; eenheid voor aandraaimoment

Pedelec zie EPAC

psi pound per square Inch, Amerikaanse eenheid voor druk (1 psi = 0,06897 bar)

RH Framehoogte

StVO Wegenverkeersreglement (in Duitsland)

SW Sleutelwijdte, gereedschapsmaat

Wijst u op de inachtneming en de uitwerking van

veiligheidsinformaties.

Wijst u op een gevaarlijke situatie die als zij niet

wordt vermeden tot ernstig letsel of tot de dood kan

leiden.

Wijst u op een gevaarlijke situatie die als zij niet

wordt vermeden tot licht tot ernstig letsel kan leiden.

Wijst u op mogelijke schade aan objecten en andere belangrijke

informatie.

GHOST-bikeS

9


10

1.5.3 Vakbegrippen

Vakbegrip Betekenis

Slag (in het wiel) Omgangstaal voor een rondloopafwijking aan de velg

Draaimoment

Specialist/ fietsspecialist

Handkracht

ook aandraaimoment. Geeft aan, hoe vast een schroef/bout moet worden

aangedraaid

Bedrijf dat door de overheid en door de fabrikant geautoriseerd is zich te betitelen

als specialist voor de verkoop en reparatie van conventionele fietsen.

Gemiddelde kracht die een volwassen mens met matige tot gemiddelde

inspanning met één hand opbrengt

Manometer Bandenspanningmeter

Correcte

schroefverbinding

Incorrecte

schroefverbinding

Vaste schroefverbinding waarbij de schroefkoppen over het hele oppervlak

vast tegen het onderdeel liggen.

Te losse schroefverbinding waarbij de schroefkoppen niet over het hele oppervlak

vast tegen het onderdeel liggen. In de regel is dit herkenbaar aan

een spleet tussen schroefkop en onderdeel.


1.5.4 Weergave

GHOST-bikeS

In deze gebruiksaanwijzing maken wij gebruik van de volgende opmaakregels:

• Veiligheidsaanwijzingen zijn met een symbool, een signaalwoord en vetgedrukt weergegeven, zie par.

1.5.1, Symbolen en signaalwoorden.

• Instruerende teksten hebben een nummervolgorde.

• Opmerkingen en verwijzingen worden cursief weergegeven.

• Weergaven op afbeeldingen zijn modelneutraal. Ze gelden voor alle fietsmodellen in deze gebruiksaanwijzing.

• Hier vindt u een afbeelding met alle in de tekst genoemde fietsonderdelen Hfst. 19, Overzichtsafbeeldingen

met alle fietsonderdelen.

• Positieaanduidingen: In deze gebruiksaanwijzing gebruiken wij de volgende aanduidingen voor de positie

van onderdelen in de tekening/afbeelding (positieaanduidingen): Aanduidingen zoals links, rechts, voor en

achter hebben altijd betrekking op de positie in rijrichting.

2. Voor uw veiligheid

2.1 Volg de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op

• Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door alvorens uw fiets voor de eerste keer te gebruiken.

• Controleer of uw fietsspecialist het leveringsdocument voor uw fiets volledig heeft ingevuld en of u

alle documenten hebt ontvangen die in het leveringsdocument genoemd zijn.

• Neem contact op met uw fietsspecialist als iets mocht ontbreken.

• Neem uw fiets pas in gebruik nadat u de volledige documentatie ontvangen en de gebruiksaanwijzing

zorgvuldig gelezen hebt.

• Als u uw fiets ooit verkoopt of aan een ander schenkt, geef dan ook deze gebruiksaanwijzing samen

met uw fiets door aan de nieuwe eigenaar/eigenares.

• Gebruiksaanwijzing voor kinder- en jeugdfietsen:

• Deze gebruiksaanwijzing is gericht aan de ouders/voogden van de kinderen en jongeren die van

deze fiets gebruikmaken.

• Wanneer in deze gebruikaanwijzing bijv. sprake is van '...laat u zich ...' of '... laat uw fiets ...' o.i.d.,

dan wordt elke keer het kind, de jongere en zijn fiets bedoeld.

• Neem deze gebruiksaanwijzing samen door en leg uw kind alle punten uit, vooral de gevareninstructies.

• Als degene die bevoegd is de ouderlijke macht uit te oefenen, bent u verantwoordelijk voor de veiligheid

en het gebruik van de fiets.

11


12

2.2 Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist

OPMERKING:

Ook na het koopadvies en de eindmontage is uw fietsspecialist heel belangrijk voor u. Hij is uw contactpersoon

voor onderhoud, inspecties, aanpassingen en allerlei reparaties. Neem contact op met uw fietsspecialist

als u vragen over ons product mocht hebben.

2.3 Gebruik uw fiets voor het doel waarvoor hij is gemaakt

Als u uw fiets niet volgens de voorschriften gebruikt, kan dat leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen,

ongevallen en schade aan objecten.

Gebruik uw fiets altijd zoals in de gebruiksaanwijzing en in de eventuele extra documentatie beschreven

staat.

2.3.1 Welke werkzaamheden mag u zelf aan uw fiets uitvoeren?

Fouten door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan uw fiets kunnen uw fiets beschadigen en

de bedrijfszekerheid belemmeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

• U mag alleen zelf werkzaamheden aan uw fiets uitvoeren als dat in deze gebruiksaanwijzing beschreven

staat en u over het daarvoor benodigde gereedschap beschikt.

• Verander nooit iets aan de hoedanigheid van afzonderlijke componenten van uw fiets.

• Alle andere werkzaamheden mogen alleen door een fietsspecialist worden uitgevoerd.

2.3.2 Waarop moet u letten bij latere montage van accessoires en bij aanpassingen?

Latere montage van accessoires en uitgevoerde aanpassingen die voor uw fiets niet zijn goedgekeurd,

kunnen uw fiets beschadigen en de bedrijfszekerheid belemmeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke

rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

• Monteer nooit zelf later iets aan uw fiets en voer nooit zelf aanpassingen uit.

• Kies accessoires en ombouwdelen steeds samen met een fietsspecialist uit. De volgende accessoires

mag u achteraf laten monteren

– Klikpedalen

– Fietscomputer

– Fleshouder (alleen indien bevestigingsmogelijkheid voorhanden)

– Uitrusting voor het rijden op openbare wegen volgens de in uw land van toepassing zijnde voorschriften

(alleen indien bevestigingsmogelijkheden voorhanden)

– Fleshouder (alleen indien bevestigingsmogelijkheid voorhanden)

– Kinderzitje – als u een bagagedrager hebt die is goedgekeurd voor de montage van een kinderzitje.

Vraag uw fietsspecialist om advies. Hij geeft u graag advies.

– Fietstassen – als u een bagagedrager hebt die is goedgekeurd voor de montage van fietstassen. Vraag

uw fietsspecialist om advies. Hij geeft u graag advies.


GHOST-bikeS

• De firma GHOST verbiedt het gebruik van reserveonderdelen, die qua afmetingen ten opzichte van

de originele onderdelen afwijken (bijv. geveerde voorvorken of veerelementen met meer of minder

montagehoogte/montagelengte/veerweg, remsystemen met grotere remschijven, bredere banden

enz.).

• Er mogen ten behoeve van de vervanging c.q. van de ombouw alleen onderdelen worden gebruikt,

die door de firma GHOST voor uw model fiets goedgekeurd zijn. Raadpleeg hiervoor uw erkende

GHOST fietsspecialist.

• Naderhand monteren van elektrische aandrijvingen is op fietsen van de firma GHOST niet toegestaan.

• Verander in geen geval de bestaande fietsonderdelen in hun hoedanigheid.

• Zorg dat u van uw fietsspecialist de documentatie voor het accessoires en de aanpassingscomponenten

ontvangt.

• Let erop dat uw fietsspecialist in het leveringsdocument vermeldt, welke documentatie u van hem

hebt ontvangen.

• Neem uw leveringsdocument altijd mee als u accessoires en ombouwdelen bij uw fietsspecialist

pas later koopt.

• Neem alle veiligheidsinstructies en specificaties in de documentatie van het accessoires en de

ombouwdelen in acht.

2.3.3 Wie mag er op uw fiets rijden?

• De bestuurder moet kunnen fietsen, d.w.z. dat hij basiskennis over het gebruik van een fiets moet

hebben en over het vereiste evenwichtsgevoel moet beschikken om een fiets te kunnen besturen.

• De fietser moet bij het stoppen veilig kunnen op- en afstappen. Dit geldt in het bijzonder bij ergonomisch

afgestelde zadels als de voeten van de bestuurder vanuit zit de grond niet bereiken.

• De fietser moet de juiste lichaamsgrootte voor de fiets hebben en het maximaal toelaatbare totaal

gewicht (zie par. 3.1, Toelaatbare temperaturen en toelaatbaar totaal gewicht) mag niet worden

overschreden:

Juiste framehoogte MTB

uitgezonderd NORTHSHORE, DOWNHILL, 4CROSS, DIRT

Lichaamslengte in cm 135-145 145-155 155-165 165-180 180-190 190-195

Framehoogte in cm 34 40 44 48 52 56

RACE alle

Lichaamslengte in cm 160-165 165-175 175-180 180-185 185-190 190-195

Framehoogte in cm 50 53 56 58 60 62

CROSS, TREKKING, SPEEDLINE

Lichaamslengte in cm 145-155 155-165 165-180 180-190 190-195

Framehoogte in cm 45 49 53 57 61

CROSS LADY, TREKKING LADY

Lichaamslengte in cm 135-145 145-155 155-165 165-180

Framehoogte in cm 40 45 48 52

13


14

OPMERKING:

De hier genoemde waarden dienen alleen ter oriëntatie. Afhankelijk van verschillende factoren kan

ook een kleinere of grotere framehoogte zinvol zijn. Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist.

Hij adviseert u graag.

• Kinderen en jongeren moeten de fiets feilloos kunnen bedienen. Fietstype, grootte en de bedieningselementen

(bijv. remhendels) moeten geschikt zijn voor kinderhanden. Wend u hiervoor tot uw

fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

• Lichamelijk en geestelijk vermogen als de bestuurder op de openbare weg wil rijden: De bestuurder

moet lichamelijk en geestelijk in staat zijn om aan het wegverkeer deel te nemen.

OPMERKING:

In par. 1.4, Wettelijke voorschriften vindt u informatie over de technische goedkeuringsvereisten voor

de deelname aan het wegverkeer.

2.3.4 Waar mag u op uw fiets rijden?

Als u uw fiets te sterk belast door ermee over straten, wegen en pistes te rijden waarvoor uw fiets niet

geschikt is, kunnen delen van uw fiets breken of hun dienst weigeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke

rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

Rij met uw fiets alleen op de voor uw model toegestane straten, wegen en pistes zoals in onderstaande

tabel vermeld staat.

OPMERKING:

Alle fietsen zijn in categorieën ingedeeld

(zie daarvoor de onderstaande indeling en ook par. 4.1, Typen, categorieën, series).

Toelichtingen bij de onderstaande categorisering

Symbool Betekenis

X toegestaan

- niet toegestaan

X*

Op de openbare weg alleen toegestaan met wettelijk voorgeschreven

extra uitrusting, zie par. 1.4, Wettelijke voorschriften.


Aanduiding Definitie

Wegen Geasfalteerde wegen

Verharde wegen

Cross-Country

All Mountain Tour

All Mountain Trail

Enduro

Freeride

Downhill

Wegen met vaste ondergrond zoals zand, steenslag of soortgelijke (bijv.

bosweg, veldweg)

Terrein omvat straten, bos-,

veld, kiezel-, steenslagwegen

meerdere hellingen en afdalingen

Hoge snelheid bergaf in grof

terrein, los gesteente, hoge

wortels, verre sprongen en

sterke slagen definiëren dit

toepassingsgebied

Wegen met losse ondergrond, wortels,

drempels, stenen, hellingen enz.

Met toenemende veerweg wordt het

terrein, waarin de wielen worden

bewogen, ook in toenemende mate

grover. De rij-eigenschappen bergaf in

zwaar terrein staan meer en meer op

de voorgrond. De kwaliteit van de rijeigenschappen

bergop wordt door geavanceerde

rijwerken hoog gehouden,

verliest echter uiterlijk bij de categorie

Freeride aan betekenis. De wielen zijn

overeenkomstig de extremere rij-omstandigheden

constructief aangepast.

Dirt Speciaal voor dit type fiets uitgezette routes (BMX-routes)

Sportpark Voor Freeriding, Downhill, BMX en Dirt aangewezen terrein

Sprongen

OPMERKING:

Het uitvoeren van sprongen is met deze wielen altijd toegestaan, vindt

echter plaats op eigen risico. Bezoek hiervoor speciale vaktechniekseminars

om een gevoel ervoor te ontwikkelen, welke sprongen met de

betreffende fiets mogelijk zijn. Kundigheid en ervaring zijn voorwaarden

voor het gebruik van dit sportartikel!

GHOST-bikeS

15


16

Model Toepassingsgebied/ categorie

Weg

SE, EBS COMP, EBS PRO, MISS,

POWERKID

X* X X - - - - - - - -

RT, MISS RT, HTX, EBS HTX X* X X - - - - - - - -

AMR, MISS AMR, EBS AMR, ASX X* X X X - - - - - - -

AMR PLUS X* X X X X - - - - - -

CAGUA X* X X X X X - - - - -

Verharde wegen

NORTHSHORE X* X X X X X X - - X X

DOWNHILL X* X X X X X X X - X X

4CROSS, DIRT X* X - - - - - - X X X

RACE, EBS RACE, SPEEDLINE X* - - - - - - - - - -

TREKKING X X - - - - - - - - -

CROSS X* X - - - - - - - - -

Cross-Country

OPMERKING:

Ook fietsen van andere categorieën kunnen met racefiets- of racefietsachtige banden uitgerust zijn. Dergelijke

banden herkent men aan een max. breedte van 28 mm, die bijv. door middel van twee getallen zoals

28-622 of 28-559 op de band is aangegeven. Voor deze fietsen gelden de aanwijzingen voor ROAD RACE.

De bandmaat is op de bandflank weergegeven.

Uw veiligheid tijdens het rijden op deze wegen en paden hangt af van uw snelheid.

Hoe hoger uw tempo, des te groter wordt het risico!

• Let erop dat alle wegen en paden beschadigd kunnen zijn en obstakels kunnen bevatten die de veiligheid

tijdens het rijden kunnen belemmeren en uw fiets kunnen beschadigen.

• Rij in dergelijke situaties bijzonder langzaam en voorzichtig. Duw of draag uw fiets desnoods over

dergelijke obstakels heen. Gebruik de fiets alleen als middel om u voort te bewegen.

• Bij sportieve rijstijl, sprongen en hoge snelheid bestaat altijd het gevaar voor valpartijen. Pas het

gebruik van uw fiets aan uw rijvaardigheid aan!

All Mountain Tour

All Mountain Trail

Enduro

Freeride

Downhill

Dirt

Sportpark

Sprongen


3. Technische gegevens

3.1 Toelaatbare temperaturen en toelaatbaar totaal gewicht

Geoorloofde omgevingstemperaturen

Maximaal toelaatbaar totaal

gewicht

-10 tot +50°C

3.2 Aandraaimomenten voor schroefverbindingen

Onderdeel Fabrikant

Zadelstrop

frame

Zadelstrop

frame

Alle

Alle

MTB incl. DOWNHILL, NORTHSHORE, 4X, DIRT 120 kg

CROSS, SPEEDLINE, RACE 120 kg

TREKKING 140 kg

POWERKID 24" 100 kg

POWERKID 20" 80 kg

POWERKID 16"/12" 50 kg

Model/

type

Aluminium

frame

Carbonframe

Verbinding

Klemming

zadelpen

Klemming

zadelpen

Soort verbinding

GHOST-bikeS

Aandraaimoment

(Nm)

Een bout 5 - 8

Een bout 5 - 6

17


18

4. Opbouw en werking

4.1 Typen, categorieën, series

Wij produceren verschillende typen fietsen. Deze typen hebben wij over verschillende categorieën en productseries

verdeeld.

OPMERKING:

De categorisering vindt u in par. 2.3.4, Waar mag u op uw fiets rijden?

Type Productserie

Mountainbike

(MTB)

Fully

Hardtail

• RT

• MISS RT

• AMR

• MISS AMR

• EBS AMR

• ASX

• AMR PLUS

• CAGUA

• NORTHSHORE

• DOWNHILL

• SE

• EBS COMP/PRO

• MISS

• HTX

• EBS HTX

• 4CROSS

• DIRT

Uitrusting volgens

de StVZO

standaard

- -

- -

Crossbike CROSS - -

RACE

- -

Racefiets, Fitnessbike

EBS RACE

SPEEDLINE

Trekking- en Citybike TREKKING X X

• POWERKID 20" - -

Kinder- en

jeugdfiets

Hardtail

Hardtail met

starre voorvork

• POWERKID 24"

• POWERKID 12"

• POWERKID 16"

- -

Naafdynamo

voorwiel


4.1.1 Mountainbike (Fully + Hardtail)

4.1.1.1 Fully

GHOST-bikeS

geen uitrusting volgens de StVZO, kettingschakeling, velg- of schijfremmen, wielen met velgdiameters van

559 mm, 584 mm of 622 en minimaal 52 mm bandbreedte.

• Serie RT, MISS RT:

– Fullies met 100 mm veerweg voor en achter. Op het gewicht afgestemde fietsen voor de sportief georienteerde

fietser.

• Series AMR, MISS AMR, EBS AMR, ASX

– Fullies met 120 mm veerweg voor en achter. Zowel bergop als bergaf even goed berijdbaar.

• Serie AMR PLUS

– Fullies met 150/120 mm veerweg voor en 150 mm veerweg achter. Zowel bergop als bergaf goed berijdbaar.

Er wordt echter meer waarde gehecht aan de eigenschappen bergaf.

19


20

• Serie CAGUA

– Fullies Fullies met 150/120 mm veerweg voor en 150 mm veerweg achter. Zowel bergop als bergaf goed

berijdbaar. Er wordt echter meer waarde gehecht aan de eigenschappen bergaf.

• Serie DOWNHILL, NORTHSHORE:

– Fullies met 200 mm, c.q. 180 mm veerweg voor en achter. Hier staat de geschiktheid downhill en in een

bikepark op de voorgrond.


4.1.1.2 Hardtail

• Series SE, MISS (zonder MISS RT, MISS AMR), EBS (zonder EBS HTX, EBS AMR, EBS RACE)

GHOST-bikeS

– Hardtails met 100 mm veerweg voor. Solide alledaagse fietsen geschikt voor de vrijetijdsrijder die graag

tochten maakt.

• Serie HTX

– Hardtails met 100 mm veerweg voor. Op het gewicht afgestemde fietsen voor de sportief georiënteerde

fietser.

21


22

• Series 4CROSS, DIRT

– Hardtails met 100 mm veerweg voor. Hier staat de geschiktheid in een bikepark en bij het springen op de

voorgrond.

– Uitrusting zoals een mountainbike, echter enkele modellen met slechts één rem, zonder of slechts met

één schakeling voor de achterste tandwielcassette.

4.1.2 Crossbike (serie CROSS)

geen uitrusting volgens de StVZO, kettingschakeling, velg- of schijfremmen, wielen met een bandbreedte van

622 mm/ 42 mm.

• Serie CROSS

– Hardtails met 60 c.q. 63 mm veerweg voor. Alledaagse fietsen om vlot op te kunnen schieten op wegen

en paden.


4.1.3 Racefiets/fitnessbike (series RACE, SPEEDLINE)

GHOST-bikeS

geen uitrusting volgens de StVZO, kettingschakeling, velg- of schijfremmen, wielen met een velgdiameter

van 622 mm.

• Serie RACE

– Racefietsen met een ongeveerd frame, starre voorvork om op wegen snel en sportief te kunnen opschieten

– Racestuur

– Velgremmen

– Bandbreedte 23 mm

• Serie SPEEDLINE

– Fietsen met een ongeveerd frame en starre voorvork om op wegen snel en comfortabel te kunnen opschieten

– Recht of mountainbikegelijkend stuur

– Schakelhendel zoals bij mountainbikes

23


24

– velg- of schijfremmen zoals bij mountainbikes

– Bandbreedte 35mm

4.1.4 Trekkingbike (serie TREKKING)

Uitrusting volgens de StVZO, uitgerust met ketting- of naafschakeling, twee velg- of schijfremmen, bagagedrager,

spatschermen (‘beschermplaten’).

• Serie TREKKING

– ongeveerd of Hardtails met 60 mm veerweg voor

– alledaagse, compleet uitgeruste fietsen om comfortabel op te kunnen schieten op wegen en paden

– recht of mountainbikegelijkend stuur

– schakelhendel zoals bij mountainbikes

– velg- of schijfremmen zoals bij mountainbikes

– naafdynamo


4.1.5 Kinder- en jeugdfiets (serie POWERKID)

GHOST-bikeS

geen uitrusting volgens de StVZO, kettingschakeling of geen schakeling, velg- en/of terugtrapremmen

• POWERKID 12" en 16"

– ongeveerd frame en starre voorvork

– geen schakeling

– velgrem voor

– terugtraprem achter

– steunwielen (optioneel)

– vlaggetje (optioneel)

– wielmaat 12" of 16"

• POWERKID 20"

– lijkt heel veel op een MTB

– hardtail met geveerde voorvork met 35 mm veerweg

– kettingschakeling achter met 7 versnellingen

– velgremmen zoals bij mountainbikes

– wielmaat 20"

25


26

• POWERKID 24"

– komt overeen met een MTB met kleinere wielmaat

– hardtail met geveerde voorvork met 50 mm veerweg

– kettingschakeling met 24 versnellingen

– velgremmen zoals bij mountainbikes

– wielmaat 24"

4.2 Frame en vork

Frames en vorken zijn er in de volgende uitvoeringen


• Hardtail ongeveerd frame en voorvork ongeveerd

• Hardtail geveerd frame ongeveerd, maar geveerde voorvork

• Fully Frame geveerd en geveerde voorvork

GHOST-bikeS

Bij volgeveerde fietsen zijn verschillende veersystemen met verschillende aantallen scharnierpunten.

Het aantal scharnierpunten kunt u gemakkelijk tellen. De steun naar het veerelement telt niet als scharnierpunt.

27


28

4.3 Remmen

4.3.1 Remtoewijzing

• Uw fiets beschikt over twee van elkaar onafhankelijke schijfremmen.

• Bij sommige modellen wordt de achterwielrem door ‘terugtrappen’ bediend (terugtraprem).

• In de regel bedient de linker op de stuur aangebrachte remhendel de voorwielrem en de rechter remhendel

de achterwielrem. Afhankelijk van de specificaties en nationale voorschriften kan de toewijzing echter variëren.

Maak uzelf in elk geval met de toewijzing vertrouwd en wen hieraan.

• Als uw fiets over twee handremhendels van hetzelfde type beschikt, kunt u de toewijzing door de fietsspecialist

laten wijzigen, indien u dit wenst.

4.3.2 Remtype

Op onze fietsen zijn de volgende remmen gemonteerd

• Schijfrem hydraulisch


• Velgrem

– Velgrem hydraulisch (Magura HS11 en HS33)

• Velgrem mechanisch (V-Brakes)

GHOST-bikeS

29


30

• Velgrem (racefiets)

• Terugtraprem (alleen op het achterwiel)


4.4 Versnellingen

Op onze fietsen zijn de volgende typen versnellingen (schakelingen) gemonteerd

• Kettingschakeling

• Naafschakeling

GHOST-bikeS

31


32

• Geen schakeling (Single-Speed)

4.4.1 Kettingschakeling

Een kettingschakeling stelt voor elke snelheid de optimale versnelling ter beschikking en zorgt onder andere

dat hellingen makkelijker kunnen worden bedwongen.

Bij het schakelen wordt de ketting op een ander tandwiel gelegd/geworpen. Aan het crankstel heten de tandwielen

'kettingbladen' en aan de tandkrans 'pignons'.

De versnelling kan alleen tijdens het rijden worden veranderd. De kettingwielgarnituur moet daarbij in

aandrijfrichting draaien.

De schakelaar aan de linkerzijde van het stuur bedient de derailleur op het crankstel. Hier heeft het schakelen

naar een groter kettingblad een grotere overbrenging tot gevolg (= hogere versnelling). De trapweerstand

wordt groter, maar u kunt ook een hogere snelheid bereiken.

De schakelaar aan de rechterzijde van het stuur bedient het schakelmechanisme. Hier heeft het schakelen

naar een grotere pignon een kleinere overbrenging tot gevolg (= kleinere versnelling). De trapweerstand

wordt geringer en u kunt slechts een lagere snelheid behalen, maar gemakkelijker hellingen oprijden.

Het aantal versnellingen bepaalt u als volgt: Aantal kettingbladen voor, vermenigvuldigd met het aantal tandwielen

achter. Bijv. 2 kettingbladen x 10 tandwielen = 20 versnellingen.

4.4.2 Naafschakeling

Bij een naafschakeling is in de achterwielnaaf een overbrenging gemonteerd. Door bediening van de schakelaar

grijpen daar verschillende tandwielen in elkaar en veranderen zo de overbrengingsverhouding.

Voor wielen met naafschakeling gebruiken wij de Shimano Alfine 8- en 11-versnellingen overbrengingsnaaf

met vrijloop, dus zonder terugtraprem.

4.4.3 Schakelaars

De volgende schakelaars zijn op onze fietsen gemonteerd


• Shimano schakelhendel voor MTB

• Shimano schakelhendel voor MTB

• Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor MTB

• Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor racefiets

GHOST-bikeS

33


34

• Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor elektrische schakeling Di2 voor racefiets

• Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor racefiets

• Shimano draaigreepschakelaar voor MTB

4.5 Klemsystemen voor wielen en zadelpennen

Op onze fietsen gebruiken wij de volgende asklemsystemen voor de wiel- en zadelpenbevestiging

• Snelspanassen


• Snelspanas zadelpen

• Steekassen

• Schroefklemming

4.6 Materialen

4.6.1 Verdeling

GHOST-bikeS

Wij gebruiken voor onze fietsframes aluminiumlegeringen en carbonmaterialen. Fietsen van ons merk met

carbonframe herkent u aan de toevoeging ‘LECTOR’ in de typeaanduiding. Alle overige fietsen worden met

aluminium frame gebouwd.

4.6.2 Informatie en aanwijzingen voor het materiaal carbon

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Carbon is een modern materiaal dat wordt gebruikt voor de constructie van fietsen en voertuigen.

Carbononderdelen reageren echter gevoelig op beschadigingen. Fouten bij de montage of tijdens

het gebruik kunnen leiden tot breuk en dus tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en

schade aan objecten.

35


36

Slag- en stootbelastingen bij niet-bedoeld gebruik of bij valpartijen en ongevallen evenals bij steenslag

kunnen voorkomen, kunnen tot onzichtbare beschadigingen in het carbonweefsel en/of tot delaminaties

(= loskomen van de verlijmde carbonlagen) leiden.

Door zulke voorbeschadigingen samen met de krachten die tijdens het gebruik optreden, kunnen

carbononderdelen plotseling breken en zo leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en

schade aan objecten.

• Neem beslist alle onderstaande aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van onderdelen van

carbon in acht.

• Na valpartijen of andere grote mechanische belastingen die niet tot het normale fietsgebruik behoren,

mag er niet meer met carbonframes en -onderdelen worden gereden.

• Wend u na een val direct tot een door de fabrikant erkende fietsspecialist en laat de betreffende

onderdelen naar de fabrikant sturen ter beoordeling.

• Bij vragen over de omgang met carbononderdelen wendt u zich tot uw fietsspecialist. Hij geeft u

graag advies.

Carbon is in de omgangstaal een benaming voor een koolstofvezelversterkte kunststof. Dit is de aanduiding

voor een vezel-kunststof-composiet waarbij de koolstofvezels in meerdere lagen in een kunststofmatrix worden

ingebed.

Deze matrix bestaat uit duromeren (epoxyhars). Tot de primaire taken van het matrixmateriaal behoren het

overbrengen en verdelen van de optredende krachten en de fixatie van de vezels.

De trekvastheid is net zoals bij alle vezelcomposieten in de richting van de vezels aanzienlijk hoger dan

dwars op de richting van de vezels. Daarom worden de carbonvezels in allerlei richtingen gerangschikt om

alle optredende krachten te kunnen opvangen.

4.6.2.1 Informatie m.b.t. de frameconstructie

Door nauwkeurige analyses en realistische simulaties van de krachten die bij het frame kunnen optreden,

konden de vezeloriëntaties in de verschillende gedeelten, zoals bijv. in het traplager of in de stuurbuis, nog

efficiënter worden vormgegeven.

Deze high-end-producten worden met de hand vervaardigd. Daardoor kunnen zich verschillen in de finish

voordoen, die echter geen reden tot reclamatie vormen.

4.6.2.2 Zo gaat u op de juiste manier met uw carbononderdelen om

1. Monteer in geen geval beugels, schroefverbindingen, klemmingen of andere elementen die mechanische

krachten op de carbonbuis uitoefenen. Uitgezonderd daarvan zijn de expliciet hiervoor bestemde

zones op componenten zoals bijv. sturen en zadelpennen. Hier moet echter op het exact aanhouden

van de aandraaimomenten worden gelet!

2. Spannen in montagestandaards of andere klemmingen:

• Span uw fiets nooit aan een carbonbuis of een carbonzadelpen in de klemklauwen van een montagestandaard.

• Gebruik voor het inspannen in een montagestandaard tijdelijk een zadelpen met dezelfde diameter

van aluminium. De aanwijzingen voor het demonteren en monteren vindt u in par. 13.2, Zadelpen met

zadel monteren en demonteren.

3. Wees voorzichtig bij het gebruik van beugelsloten! Deze kunnen in sommige gevallen uw frame beschadigen.


4.7 Banden

GHOST-bikeS

• Let er bij het gebruik van beugelsloten op dat ze de desbetreffende carbonbuis hoogstens raken,

maar niet door kracht belasten.

4. Zadelklem/zadelpen:

• Het voorgeschreven aandraaimoment voor de zadelklembout bedraagt 5 – 6 Nm.

• De zitbuis mag niet worden uitgeboord of op een andere manier mechanisch worden bewerkt.

• Zadelpen en zitbuis mogen niet worden ingevet. Alleen de bijgeleverde carbonmontagepasta mag

worden gebruikt.

• Zadelpennen mogen alleen met behulp van de bijgeleverde carbonmontagepasta in een carbonframe

worden gemonteerd.

• De zadelklem mag bij een gedemonteerde zadelpen niet worden gesloten omdat anders onherstelbare

schade aan de zitbuis het gevolg kan zijn.

• Neem de zadelpen ongeveer elke twee maanden uit het frame, reinig hem en breng nieuwe carbonmontagepasta

aan. Zie hiervoor par. 13.2, Zadelpen met zadel monteren en demonteren.

5. Bidonhouder:

• De schroefdraadsets zijn bedoeld ter bevestiging van de in de handel gebruikelijke bidonhouders.

Het maximale aandraaimoment van de bouten ter bevestiging van de bidonhouders op het frame

bedraagt 4 Nm.

6. Rollentraining:

• Het gebruik van rollentrainers met een vaste inspanning is niet toegestaan. Door de vaste inspanning

van de uitval- resp. snelspanas treden er belastingen op, die duidelijk afwijken van de belastingen

die zich voordoen bij het toegestane rijgebruik. Daarbij kan het fietsframe beschadigd raken.

• Het gebruik op een losse rol zonder vaste inspanning van het frame is toegestaan.

7. Transport Zie hfst. 13, Fiets transporteren.

GHOST fietsen kunnen standaard voorzien zijn van verschillende banden. Bandenmerk, type, grootte en

bandenspanningvermeldingen vindt u op de bandflanken weergegeven.

Met betrekking tot de ventielsoorten gebruiken wij hoofdzakelijk binnenbanden met Sclaverand-ventiel (SV)

dat in de omgangstaal ook onder de naam ‘Frans ventiel’ bekend is. Bij de modellen uit de serie POWER-

KID kunnen zowel binnenbanden met Sclaverand-ventiel (SV) als met Autoventiel (AV) gemonteerd zijn. De

uitvoering vindt u in de onderstaande afbeelding.

Bij gebruik van reservebinnenbanden moet erop worden gelet dat alleen binnenbanden worden gebruikt,

die hetzelfde ventiel hebben als de originele binnenband omdat de diameters van de ventielen SV en AV

verschillend zijn.

Autoventiel (AV) Snelventiel (DV)

Sclaverand-ventiel (SV)

(Frans)

37


38

5. Framesets

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Fouten bij de montage van uw fiets en het gebruik van ongeschikte aanbouwdelen kunnen tot ernstige

valpartijen leiden!

Sommige GHOST fietsframes kunt u ook apart bestellen en volgens uw persoonlijke wensen laten

opbouwen. De persoon die een fietsframe tot een complete fiets opbouwt, wordt beschouwd als fabrikant;

bij eventuele montagefouten en gebreken is deze persoon aansprakelijk.

• UITSLUITEND DOOR DE FIRMA GHOST ERKENDE SPECIAALZAKEN MOGEN UW FRAME OPBOU-

WEN.

• Deze gebruiksaanwijzing is geen montagehandleiding voor de opbouw van uw framesets tot een

complete fiets.

• Er mogen alleen onderdelen voor opbouw van een frame worden gebruikt, die qua constructiewijze

en afmetingen met de in de betreffende serie gebruikte onderdelen overeenkomen.

• Kies uw componenten alleen samen met uw fietsspecialist uit. Hij weet, welke onderdelen voor uw

frame geschikt zijn.

6. Voor het eerste gebruik

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Uw fiets wordt voorgemonteerd aan de leverancier geleverd. Veiligheidsrelevante onderdelen zijn

deels nog niet naar behoren/volledig gemonteerd en/of afgesteld. Uw fietsspecialist moet de montage

van uw fiets eerst nog voltooien, d.w.z. hem bedrijfszeker maken.

• Let erop dat uw fietsspecialist de 'Inspectie-checklist voor de overdracht' in het leveringsdocument

voor uw fiets volledig heeft ingevuld.

• Rij op uw fiets alleen in de voor u geschikte zitpositie.

• Laat de voor u juiste zadelhoogte en -positie afstellen door uw fietsspecialist.

• Laat u door uw fietsspecialist wegwijs maken in de techniek van uw fiets.

• Bescherm uw fiets met sproeiwas. Zie par. 14.2, Zo reinigt en verzorgt u uw fiets.

7. Voor elke rit

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Rijden op een fiets die niet gereed is voor gebruik, kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen,

ongevallen en schade aan objecten.

• Controleer voor elke rit of uw fiets bedrijfszeker is. Bedenk hierbij ook de mogelijkheid dat uw fiets

in een onbewaakt moment omgevallen kan zijn of dat vreemden eraan gemanipuleerd kunnen hebben.

• Onthoud de juiste toestand van uw fiets zoals deze in nieuwstaat is zodat u afwijkingen hiervan

later gemakkelijker kunt herkennen.


OPMERKING:

Zelfgemaakte foto's kunnen hierbij een waardevol hulpmiddel zijn.

GHOST-bikeS

• Neem direct contact op met uw fietsspecialist als bij de controles gebreken worden vastgesteld.

Kleine gebreken kunt u zelf verhelpen als de maatregelen daarvoor onderstaand beschreven staan.

• Neem direct contact op met uw fietsspecialist als de betreffende maatregelen hier niet beschreven

staan, u deze niet zelf kunt uitvoeren of als de maatregelen geen succes hebben.

• Gebruik uw fiets pas weer als hij weer bedrijfszeker is gemaakt.

1. Controleer visueel of alle bevestigingsbouten goed zijn vastgeschroefd. Zie par. 1.5.3, Vakbegrippen.

2. Controleer uw fiets visueel op inkervingen, weggebroken stukjes, diepe krassen en andere

mechanische beschadigingen.

3. Neem direct contact op met uw fietsspecialist als bij de controles gebreken worden vastgesteld.

OPMERKING:

In de volgende hoofdstukken zijn de controles voor de standaard uitrustingen van alle GHOST fietsen beschreven.

Enkele hoofdstukken gelden alleen als uw fiets de genoemde uitrusting heeft. Deze vindt u in hfst.

Opbouw en werking. Als u niet zeker weet, welke controles voor uw model fiets van toepassing zijn, wend u

dan tot uw fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

Als uw fiets omgebouwd is of met enkele onderdelen achteraf aangepast, kunnen nieuwe of andere controles

noodzakelijk zijn. Lees hiervoor de aanwijzingen in de bijbehorende gebruikersinformatie of wend u tot

de fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

7.1 Wielen controleren

OPMERKING:

Voor- en achterwiel worden ook wel simpelweg ‘wiel’ genoemd.

Een wiel bestaat uit

• Naaf

• Alleen op de achterwielnaaf tandkrans/pignon of tandkranscassette/pignoncasse, vaak kort ook ‘cassette’

genoemd

• Remschijf (alleen bij schijfremsysteem)

• Spaken

• Velg

• Banden (zie onderstaand veld)

Momenteel zijn drie verschillende soorten banden leverbaar:

• Draad- of opvouwbare buitenband:

Dit meest voorkomende type band bestaat uit

– buitenband

– binnenband en

– velglint (alleen bij velgen met spaakboringen)

39


40

In de band bevindt zich een staaldraad of een verstevigde rand die bij het oppompen in de velgkraal wordt

gedrukt.

Toepassingsgebied: Alle categorieën

• Tubelessbanden:

Speciale velgen (zonder of met luchtdicht gesloten spaakboringen) en banden sluiten luchtdicht af en maken

een binnenband overbodig. Bij panne kan een dergelijke band toch worden gemonteerd.

Toepassingsgebied: Mountainbikes, crossbikes, racefiets/weg

• Binnenband:

De binnenband is in de buitenband genaaid. De buitenband inclusief binnenband wordt bij de montage op de

speciaal hiervoor gebouwde velg gelijmd. Hierbij moeten de montagevoorschriften van de banden-, lijm- en

velgenfabrikant worden opgevolgd.

Toepassingsgebied: Mountainbikes, crossbikes, racefiets/weg

Bij vragen betreffende uw type band en uw bandmaat raadpleegt u de fietsspecialist

Bij fietsen met een uitrusting volgens de StVZO kunnen velgreflectoren zijn gemonteerd.

7.1.1 Vastzitten en positie controleren

1. Beweeg beide wielen stevig heen en weer dwars op de rijrichting.

• De wielen mogen niet in de klemming bewegen.

• De snelspanhendel c.q. de steekas moet gesloten zijn Zie par. 8.6, Klemsystemen voor wielen en

zadelpennen bedienen.

2. U mag geen krakende of knarsende geluiden horen.

3. Voer een visuele controle van de wielmontage uit.

• De wielen moeten gecentreerd tussen frame en rem zitten.

• De wielen moeten gecentreerd tussen de bagagedragersteunen zitten, indien een bagagedrager

gemonteerd is.

7.1.2 Velgen controleren

• De banden moeten parallel met spatborden lopen, indien deze gemonteerd zijn.

• Geen werkstuk van het wiel mag frame, spatschermen, bagagedrager of andere delen raken. De

minimale afstand tot alle delen moet bij racefietsen 4mm en bij alle overige fietsen 6mm bedragen.

Uitzondering: Remvoeringen en remrubbers mogen zich zo dicht bij remschijf of velg bevinden dat ze

die net niet raken.

7.1.2.1 Velgslijtage controleren (geldt alleen voor fietsen met velgremmen)

1. Controleer of de slijtage-indicatoren (groef rondom of meerdere kleine boringen in de zijkant van de

velg) zichtbaar zijn.


2. Ga met uw vingernagel dwars over de velgflank. Er mogen geen groeven voelbaar zijn.

7.1.2.2 Velgen op slag controleren

1. Til de fiets omhoog en draai eerst het voorwiel- en vervolgens het achterwiel rond.

GHOST-bikeS

2. Let op de afstand tussen velg en remschoenen, bij schijfremmen tussen velg en framebuis of vorkbeen.

Maximaal toelaatbare afwijking per omwenteling

• 0,5 mm bij velgen met velgrem

• 2,0 mm bij velgen met velgrem

7.1.2.3 Velgen op verontreinigingen controleren (geldt alleen voor fietsen met velgremmen)

1. Controleer uw velgen op vervuilingen, met name op oliën en vetten. Vervuilde velgen moeten direct

worden gereinigd. Zie par. 14.2, Zo reinigt en verzorgt u uw fiets).

7.1.2.4 Banden controleren

1. Controleer de banden op zichtbare beschadigingen, vreemde objecten en slijtage

• Het bandenrubber moet over het gehele oppervlak van het oorspronkelijke profiel voorzien zijn.

• Het bandenweefsel onder de rubberlaag mag niet zichtbaar zijn.

• Er mogen geen bulten of scheuren te zien zijn.

41


42

2. Verwijder eventuele vreemde objecten (dorens, steentjes, glasscherven enz.) voorzichtig met de hand

of met een kleine schroevendraaier. Let erop of daarna lucht ontsnapt.

• Als lucht ontsnapt, moet de binnenband vervangen worden. De binnenband op het wiel mag u zelf

vervangen. Aanwijzingen hiervoor vindt u in par. 15.5.1, Binnenband en buitenband vervangen.

7.1.2.5 Ligging van de banden controleren

1. Til het voorwiel omhoog.

2. Draai het voorwiel met de hand. Het wiel moet rond lopen. Er mag geen hoogte- of zijslag in het wiel

zitten.

3. Controleer het achterwiel op dezelfde wijze.

7.1.2.6 Ventielstand controleren (geldt niet bij tubeless band)

1. Verwijder indien nodig de ventielmoer.

2. Controleer de stand van het ventiel: de ventielen moeten naar het middelpunt van het wiel wijzen.

7.1.2.7 Bandenspanning controleren

Door een lage bandenspanning

• kunnen buiten- en binnenband van de velg loslaten en zo een scheefstand van het ventiel veroorzaken.

Tijdens het rijden kan de ventielvoet afscheuren, waardoor een plotseling drukverlies in de band ontstaat.

• kan de band in de bocht loslaten van de velg

• stijgt het risico op pech.


GHOST-bikeS

OPMERKING:

De voorgeschreven bandenspanning kan afhankelijk van de fabrikant en bandmodel verschillend zijn. Houd

u aan de aanwijzingen van de betreffende fabrikant voor juiste bandenspanning op de bandflank. Bij vragen

wendt u zich tot de fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

Sommige bandenspanningsgegevens worden aangegeven in ‘psi’. Reken de bandenspanning om met behulp

van de volgende tabel.

psi 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130 140

bar 2,1 2,8 3,5 4,1 4,8 5,5 6,2 6,9 7,6 8,3 9,0 9,7

Controleer de bandenspanning met een bandenspanningsmeter. Geschikte apparaten vindt u in de vakhandel.

Het gebruik kunt u vinden in de desbetreffende gebruiksaanwijzing of laat het personeel van de fietsspecialist

een demonstratie geven.

Bij banden met autoventielen kunt u de bandenspanning ook op tankstations controleren en corrigeren.

• Bij te lage bandenspanning: Verhoog de bandenspanning met behulp van een geschikte pomp.

• Bij te hoge bandenspanning: Laat via het ventiel wat lucht ontsnappen en controleer de bandenspanning

daarna opnieuw.

OPMERKING:

Met een fietspomp met manometer kunt u de bandenspanning al tijdens het oppompen controleren. Laat

eerst wat lucht uit de band ontsnappen en verhoog de bandenspanning vervolgens tot de gewenste waarde.

Er zijn verschillende ventieltypes. (zie par. 4.7, Banden). Alle ventielen kunnen van een stofdopje voorzien

zijn. Nadat u dit verwijderd heeft, kunt u de pompkop direct op het zogenaamde autoventiel, maar ook op

het zogenaamde blitzventiel (Dunlop) plaatsen. Bij het Sclaverand (Frans) ventiel moet u daarvoor het kleine

borgmoertje tot aan de aanslag van het ventiel afschroeven en na het vullen weer helemaal op het ventiel

vastschroeven. Laat het personeel van uw fietsspecialist demonstreren hoe de ventielen moeten worden

bediend.

7.1.3 Overige zaken controleren

1. Controleer of zich losse objecten, bijv. takjes, stofresten enz. in de wielen bevinden.

2. Verwijder dergelijke objecten voorzichtig.

3. Controleer de eventueel bevestigde spaakreflectoren op goede montage.

4. Verwijder ze helemaal als ze los zitten.

5.

6. Controleer of uw wielen door deze losse delen beschadigd werden.

7.2 Zadel en zadelpen controleren

WAARSCHUWING Gevaar door ernstige valpartijen

Als de insteekdiepte van de zadelpen te gering is, kan de zadelpen tijdens het rijden uit het frame

43


44

losraken en tot gevaarlijke situaties, valpartijen en ongevallen leiden. Daarnaast kan een te geringe

insteekdiepte onherstelbare schade aan zadelpen en frame tot gevolg hebben.

• Let op de juiste insteekdiepte van de zadelpen.

1. Voer een visuele controle van de zadelpen uit. Het ‘STOP’- of ‘MAX’-merkteken mag niet te zien zijn.

2. Probeer het zadel met zadelpen door middel van handkracht in het frame te verdraaien.

Het zadel plus de zadelpen mogen daarbij niet verdraaien.

3. Probeer het zadel door tegengestelde op- en neergaande bewegingen d.m.v. handkracht in zijn klemming

te bewegen.

Het zadel mag niet bewegen.

4. Als zadel en/of zadelpen toch kunnen worden bewogen, zet ze dan vast (zie par. 8.6.3, Snelspanas op

de zadelstrop openen en sluiten en par. 8.1, Zadelhoogte afstellen).


7.3 Stuur, stuurpen controleren

GHOST-bikeS

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Een niet op de juiste manier gemonteerd/e of beschadigd/e stuur/stuurpen kan tot gevaarlijke situaties,

valpartijen en ongevallen leiden.

• Wanneer u aan deze onderdelen gebreken vaststelt of er twijfels over heeft, mag u uw fiets in geen

geval verder gebruiken.

• Neem direct contact op met een gespecialiseerde werkplaats.

1. Controleer stuurpen en stuur visueel.

• De stuurpen moet parallel ten opzichte van de voorwielvelg verlopen.

• Het stuur moet in een rechte hoek ten opzichte daarvan zijn afgesteld.

2. Klem het voorwiel tussen uw benen.

3. Pak het stuur aan beide uiteinden vast.

4. Probeer het stuur door middel van handkracht in beide richtingen te verdraaien.

45


46

5. Probeer het stuur in de stuurpen door middel van handkracht te verdraaien.

• Geen van de delen mag gedraaid of verschoven kunnen worden.

• Er mogen geen krakende of knarsende geluiden hoorbaar zijn.

Op de volgende modellen is een schachtvoorbouw gemonteerd

• POWERKID 12"

• POWERKID 16"

6. Voer een visuele controle van de voorbouwschacht uit. Het ‘STOP’- of ‘MAX’-merkteken mag niet te

zien zijn.

7.4 Stuuraanbouwdelen controleren

Zo controleert u de bevestiging van schakelhendel, remhendel en handvaten:

1. Klem het voorwiel vast tussen uw benen of houd met één hand het stuur vast.

2. Probeer met uw andere hand de remhendels te verdraaien.


3. Probeer met uw andere hand de schakelhendels te verdraaien.

4. Probeer met uw andere hand de handvaten en de bar ends van het stuur af te trekken.

GHOST-bikeS

5. Als op uw fiets later een bel is aangebracht, moet u deze met een weinig handkracht proberen te verdraaien.

• Geen van de delen mag gedraaid of verschoven kunnen worden.

• Er mogen geen krakende of knarsende geluiden hoorbaar zijn.

7.5 Balhoofd controleren

Het balhoofd is het lager van de vorkschacht in de stuurbuis. Via dit lager worden de stuurbewegingen overgebracht

op de voorvork.

1. Controleer het balhoofd. Het voorwiel moet licht en zonder speling in beide richtingen kunnen draaien:

2. Ga naast uw fiets staan en houd hem met beide handen vast aan de stuurhandvaten.

3. Knijp de voorwielrem in en houd hem ingeknepen.

4. Schuif uw fiets met aangetrokken rem met korte, schoksgewijze bewegingen naar voren en terug.

• Het balhoofd mag geen speling vertonen.

• Er mag geen kraken hoorbaar of voelbaar zijn.

• Er mag geen knarsend geluid hoorbaar zijn.

5. Draai het stuur met voorwiel meerdere malen naar links en rechts.

• Het voorwiel moet licht en zonder speling in beide richtingen kunnen draaien

• Het voorwiel mag in geen enkele stand vastklikken.

• Als bij de controle gebreken worden vastgesteld: Neem contact op met uw fietsspecialist.

47


48

7.6 Geveerde voorvork controleren

1. Knijp de voorwielrem in en houd hem ingeknepen.

2. Druk met uw lichaamsgewicht op het stuur zodat de geveerde voorvork inveert en ontlast het stuur

direct weer.

3. De vork moet gelijkmatig in- en uitveren.

4. Er mogen geen krakende of knarsende geluiden hoorbaar zijn.

5. Klem het voorwiel tussen uw benen vast en probeer de fiets aan het stuur op te tillen. De staande buizen

mogen niet uit de insteekbuizen of uit de vorkbrug loskomen.

6. Zie hiervoor ook de aanwijzingen in de aparte gebruiksaanwijzing voor uw geveerde voorvork.

7.7 Achterwielvering controlen

1. Ga op uw fiets zitten en veer de fiets terwijl u stilstaat in en uit d.m.v. krachtige- op- en neergaande

bewegingen.

2. De achterkant van de fiets moet gemakkelijk in- en uitveren.

3. Er mogen geen krakende of knarsende geluiden hoorbaar zijn.

4. Zie hiervoor ook de aanwijzingen in de aparte gebruiksaanwijzing voor uw veerelement.

7.8 Remmen controleren

GEVAAR Gevaar door ernstige valpartijen

Falende remmen leiden altijd tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen. Een slechte werking

van de remmen is levensgevaarlijk.

• Controleer het remsysteem zeer zorgvuldig.

• Blijf uw fiets in geval van gebreken in geen geval gebruiken en neem direct contact op met uw fietsspecialist

als u gebreken vaststelt.

OPMERKING:

Tijdens meerdaagse tochten kunnen remschijf, remblokjes en remvoeringen sterk slijten.

• Plan meerdaagse tochten zo dat u onderweg eventueel noodzakelijke servicewerkzaamheden kunt laten

uitvoeren door fietsspecialisten.


GHOST-bikeS

• Neem uit voorzorg remblokjes voor uw rem mee. Zo voorkomt u een onderbreking van de tocht mocht de

gespecialiseerde werkplaats uw type remblokjes niet op voorraad hebben.

7.8.1 Algemene werking controleren

Zo controleert u de werking van uw remsysteem

1. Knijp beide remhendels tot aan de aanslag in, terwijl u stilstaat. De kleinste afstand tussen remhendel

en stuurhandvat moet minstens 10 mm bedragen.

2. Probeer uw fiets zo met ingeknepen remmen vooruit te duwen. Beide wielen moeten geblokkeerd

blijven.

7.8.2 Hydraulische schijfrem controleren

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Olie en vet op de remschijven kunnen de remwerking verminderen en daardoor tot gevaarlijke rijsituaties,

valpartijen en ongevallen leiden.

• Vervuilde remschijven moeten direct worden gereinigd, zie par. 14.2, Zo reinigt en verzorgt u uw

fiets.

1. Voer een visuele controle van de schroefverbindingen van het complete remsysteem uit. Alle bouten

moeten vastzitten.

2. Trek het remzadel door middel van handkracht afwisselend in alle richtingen. Het remzadel mag niet

bewegen.

49


50

3. Knijp de desbetreffende remhendel in terwijl u stilstaat en houd de remhendel in deze stand vast. Voer

een visuele controle van het remsysteem van de remhendel via de leidingen tot aan de remmen uit. Er

mag op geen enkele plaats hydraulische vloeistof weglekken. Daarnaast mag de weerstand/druk op de

hendel niet afnemen.

4. Controleer de remschijf op beschadigingen. Er mogen zich geen kerven, breukplekken, diepe krassen

en overige mechanische beschadigingen in bevinden.

5. Til telkens het voorwiel en het achterwiel omhoog en draai het met de hand rond. De remschijf moet

vlak lopen.

6. Controleer uw remschijven op vervuiling, met name op oliën en vetten. Reinig verontreinigde remschijven

direct. Zie par. 14.2, Zo reinigt en verzorgt u uw fiets.

7.8.3 Hydraulische velgremmen controleren

1. Voer een visuele controle van de schroefverbindingen van het complete remsysteem uit. Alle bouten

moeten vastzitten.

2. Probeer de remmen door middel van handkracht uit de sokkels te trekken. De remmen mogen niet door

middel van handkracht uit de sokkels losgaan.

3. Bedien de betreffende remhendel bij stilstand en houd de remhendel in deze stand vast. Voer een

visuele controle van het remsysteem vanaf de remhendel via de leidingen tot aan de remmen uit. Er

mag op geen enkele plaats hydraulische vloeistof weglekken. Daarnaast mag de weerstand/druk op de

hendel niet afnemen.

4. Bedien beide remhendels.

• De remschoenen moeten bij ingeknepen rem met bijna hun gehele oppervlak de zijkant van de velg

raken.

• De remsschoenen mogen de band nooit raken – dus ook niet als de rem niet wordt gebruikt.


GHOST-bikeS

5. Voer een visuele controle van de remrubbers uit. De remblokjes mogen niet verder dan de slijtageindicator

afgesleten zijn.

6. Voer een visuele controle van de rempositie uit. De remschoenen moeten aan beide zijden dezelfde

afstand tot de velg hebben.

7.8.4 Velgrem met kabel controleren (MTB-versie)

1. Voer een visuele controle van de remkabels en van hun klemming uit.

• De remkabels mogen niet beschadigd of gecorrodeerd zijn.

• De remkabels van kabelremmen moeten over hun gehele breedte worden geklemd.

51


52

2. Voer een visuele controle van de schroefverbindingen van het complete remsysteem uit. Alle bouten

moeten vastzitten.

3. Probeer de remmen door middel van handkracht uit de sokkels te trekken. De remmen mogen niet door

middel van handkracht uit de sokkels loskomen. Een kleine speling is normaal.

4. Bedien beide remhendels.

• De remschoenen moeten bij ingeknepen rem met bijna hun gehele oppervlak de zijkant van de velg

raken.

• De remsschoenen mogen de band nooit raken – dus ook niet als de rem niet wordt gebruikt.

5. Controleer de slijtage van de remblokjes.

• Maak hiervoor de rem los zie par. 13.1.5, Remmen openen en sluiten)

• De remblokjes mogen niet verder dan de slijtage-indicator afgesleten zijn.


GHOST-bikeS

6. Voer een visuele controle van de rempositie uit. De remschoenen moeten aan beide zijden dezelfde

afstand tot de velg hebben.

7.8.5 Velgrem met kabel controleren (racefietsversie)

1. Voer een visuele controle van de remkabels en van hun klemming uit.

• De remkabels mogen niet beschadigd of gecorrodeerd zijn.

• De remkabels van kabelremmen moeten over hun gehele breedte worden geklemd.

2. Voer een visuele controle van de schroefverbindingen van het complete remsysteem uit. Alle bouten

moeten vastzitten.

3. Probeer de remmen door middel van handkracht uit de sokkels te trekken. De remmen mogen niet

door middel van handkracht uit de sokkels losgaan.

53


54

4. Bedien beide remhendels.

• De remschoenen moeten bij ingeknepen rem met bijna hun gehele oppervlak de zijkant van de velg

raken.

• De remsschoenen mogen de band nooit raken – dus ook niet als de rem niet wordt gebruikt.

5. Voer een visuele controle van de remrubbers uit. De remblokjes mogen niet verder dan de slijtageindicator

afgesleten zijn.

6. Voer een visuele controle van de rempositie uit. De remschoenen moeten aan beide zijden dezelfde

afstand tot de velg hebben.


7.8.6 Terugtraprem controleren

1. Fiets in een langzaam tempo.

2. Trap ‘achteruit’, tegen de aandrijfrichting in.

3. Het achterwiel moet op deze wijze sterk worden afgeremd.

7.9 Aandrijving, ketting controleren

GHOST-bikeS

1. Draai de rechtercrank tegen de wijzers van de klok in en bekijk daarbij van bovenaf de kettingbladen

en de pignons. Bij wielen met terugtraprem laat u een assistent de achterkant van de fiets optillen en

draai de rechter trapper in aandrijfrichting.

• De kettingbladen en pignons mogen geen zijslag hebben.

• Er mogen zich geen vreemde objecten in bevinden. Verwijder deze, voor zover dat gemakkelijk gaat.

2. Druk de linkercrank in de afgebeelde stand naar de liggende achtervork.

• U mag geen lagerspeling voelen.

• Er mogen geen krakende of knarsende geluiden hoorbaar zijn.

3. Controleer de ketting op beschadigingen. De ketting mag op geen enkele plaats door bijv. verbogen

schalmplaten, uitstekende geklonken boutjes enz. beschadigd zijn of vaste, onbeweegbare kettingschakels

hebben.

4. Draai, terwijl u stilstaat, de rechtercrank tegen de aandrijfrichting in en bekijk de kettingloop over de

rolletjes van het schakelmechanisme. De ketting moet soepel over de schakelrolletjes lopen en mag

niet springen. (Controlepunt niet van toepassing bij wielen met terugtrapremmen)

7.10 Verlichting controleren

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Het uitvallen van koplamp en achterlicht kan in het donker en/of bij slecht zicht leiden tot gevaarlijke

situaties. U kunt obstakels over het hoofd zien of zelf door andere verkeersdeelnemers over het

hoofd worden gezien.

• Gebruik uw fiets in dergelijke lichtsituaties alleen met ingeschakelde en werkende verlichting.

1. Schakel de verlichting uit. Zie gebruikersinformatie voor uw verlichting c.q. vraag uw fietsspecialist.

2. Til het voorwiel omhoog als u een door een dynamo gevoede verlichting hebt.

55


56

3. Draai het voorwiel krachtig met de hand rond.

• De koplamp en het achterlicht moeten branden.

• Als uw fiets een verlichting met standlichtfunctie heeft, moeten koplamp en achterlicht ook branden

als het voorwiel niet meer draait.

4. Als u een batterij- of accugevoede verlichting als toevoeging of op uw racefiets hebt, controleer dan na

inschakeling of deze brandt.

7.11 Bagagedrager controleren

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Loszittende bagagedrageronderdelen kunnen het wiel blokkeren en leiden tot ernstige valpartijen.

Gebruik uw fiets pas weer, wanneer de bagagedrager door een gespecialiseerde werkplaats werd

bevestigd.

1. Beweeg de bagagedrager met handkracht dwars op de rijrichting heen en weer.

• De bagagedragerbevestigingen mogen niet los gaan zitten.

• De bagagedrager of delen daarvan mogen de band niet raken.

7.12 Spatschermen (spatborden) controleren

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Loszittende spatschermonderdelen kunnen de wielen blokkeren en leiden tot ernstige valpartijen.

1. Voer een visuele controle van de spatborden uit. Het spatbord en de bevestigingsstangen mogen niet

verbogen of beschadigd zijn.

2. Beweeg het voorwiel, terwijl u stilstaat, krachtig heen en weer door middel van stuurbewegingen.

3. Kantel de complete fiets enkele keren dwars op de rijrichting heen en weer.

• Geen enkel deel van de spatschermen of van hun bevestigingselementen mag loskomen.

• Geen enkel deel van de spatborden mag de wielen raken.


7.13 Zijstandaard controleren

GHOST-bikeS

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Een tijdens het rijden uitgeklapte zijstandaard kan leiden tot ernstige valpartijen. Dat geldt ook voor een

zijstandaard die tijdens het rijden vanzelf uitklapt.

Een verbogen, een te korte of te lange zijstandaard waarborgt geen stabiele stand van uw fiets. Hij kan

omvallen, uzelf of andere personen daarbij verwonden evenals andere in de buurt voorhanden objecten

zoals bijv. andere fietsen, auto's enz. beschadigen.

• Klap de zijstandaard voor elke rit in.

• Laat een verbogen zijstandaard in een gespecialiseerde werkplaats repareren of vervangen.

• Bij in lengte verstelbare zijstandaards: Laat de juiste lengte in een gespecialiseerde werkplaats afstellen

als uw fiets niet stabiel staat.

1. Voer een visuele controle van de standaard en van zijn schroefverbindingen uit.

• Alle bouten moeten vastzitten.

• De standaard mag niet verbogen zijn.

2. Klap de standaard voor elke rit naar boven. De standaard mag niet vanzelf naar beneden klappen.

3. Druk de arm van de zijstandaard licht naar onderen aan. De arm van de zijstandaard mag daarbij niet naar

onderen klappen.

4. Bij in lengte verstelbare standaards: Controleer door middel van handkracht of alle onderdelen vastzitten.

Er mag niets verschuiven.

57


58

7.14 Kinderfiets-specifieke onderdelen controleren

Op de volgende modellen zijn veiligheidsafdekkingen op stuur, stuurpen en liggende achtervork gemonteerd

• POWERKID 12"

• POWERKID 16"

1. Controleer de aanwezigheid van deze afdekkingen.

2. Controleer of deze afdekkingen vastzitten en zich alleen met grote handkracht verschuiven of verwijderen

laten.

Op de volgende modellen kunnen steunwielen gemonteerd zijn

• POWERKID 12"

• POWERKID 16"

1. Controleer hun bevestiging.

2. Probeer door middel van middelgrote handkracht, de steunwielen te verschuiven. Ze mogen niet verschuiven.

7.15 Overige zaken controleren

1. Voer een algemene visuele controle van uw fiets uit. Er mogen geen onderdelen met scherpe kanten of

spitse onderdelen uitsteken.


8. Fiets afstellen en bedienen

GHOST-bikeS

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan uw fiets kunnen leiden tot gevaarlijke rijsituaties,

valpartijen, ongevallen en schade aan objecten.

• Voer alleen de beschreven afstelwerkzaamheden uit.

• Voer deze werkzaamheden alleen uit als u beschikt over de desbetreffende technische basiskennis,

ervaring en het geschikte gereedschap daarvoor.

• Voer in geen geval andere afstelwerkzaamheden uit.

OPMERKING:

In de volgende hoofdstukken zijn de controles voor de standaard uitrustingen van alle GHOST fietsen

beschreven. Enkele hoofdstukken gelden alleen als uw fiets de genoemde uitrusting heeft. Deze vindt u in

hoofdstuk 4, Opbouw en werking. Bij vragen wendt u zich tot de fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

8.1 Zadelhoogte afstellen

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Bij kinderen, vooral bij degenen die nog niet goed kunnen fietsen, kan een zadel dat te hoog is afgesteld

leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en schade aan objecten.

• Stel de zadelhoogte zo af dat het kind als het zit, met beide voeten de grond kan raken.

OPMERKING:

De bediening van uw zadelstrop vindt u in par. 8.6.3, Snelspanas op de zadelstrop openen en sluiten en

8.6.5, Bouten-moerklemming op zadelpennen openen en sluiten.

1. Draai de klemming van de zadelpen los.

2. Schuif het zadel met de zadelpen naar de gewenste hoogte.

3. Klem de zadelpen weer vast.

8.2 Verende voorvork afstellen

8.2.1 Geveerde voorvorken met luchtvering

8.2.1.1 Bandenspanning instellen

OPMERKING:

Uw verende voorvork is uitgerust met een luchtvering. Via de bandenspanning kunt u het veergedrag afstellen.

Voor de afstelling hebt u een speciaal daarvoor geschikte vorkpomp nodig. Door het gebruik van andere

pompen kan de verende voorvork worden beschadigd.

• Een voor uw fiets geschikte vorkpomp is verkrijgbaar bij uw fietsspecialist. Als u geen soortgelijke pomp

hebt, laat uw vering bij de dealer afstellen.

1. De voor uw totaal gewicht juiste bandenspanning vindt u in hetzij de opdruk op van uw geveerde voorvork,

de bijgeleverde gebruikersinformatie of u wendt u zich tot uw fietsspecialist.

59


60

2. Schroef de pompkop van de vorkpomp op de aansluiting van uw verende voorvork. Positie van de aansluiting

zie gebruikersinformatie van de fabrikant van de verende voorvork.

3. Pomp tot u de vereiste bandenspanning hebt bereikt.

4. Schroef de pompkop eraf.

OPMERKING:

Schroef de pompkop snel eraf om het kortstondige ontwijken van de lucht (hoorbaar sissen) zo gering

mogelijk te houden.

8.2.1.2 Vering uit- en inschakelen

OPMERKING:

Verschillende fietsen beschikken over de mogelijkheid, de vering van de vork door middel van een hendel op

het stuur bijna volledig te blokkeren. De vork kan dan alleen nog enigszins in- en uitveren.

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Bij hoge snelheden, vooral bij afdalingen op onverharde ondergrond, is het rijgedrag met uitgeschakelde

vering zeer slecht. Het voorwiel kan het contact met de rijbaan verliezen.

Schakel de vering voor snelle ritten en afdalingen weer in.

1. Vering uitschakelen: Druk op hendel A tot hij arrêteert.

2. Vering inschakelen: Druk op hendel B tot hendel A in de uitgangsstand terugspringt.

OPMERKING:

Afhankelijk van fabrikant van de geveerde voorvork kan de bediening van de hendel voor uitschakeling van

de hendel van de bovenstaande beschrijving afwijken.

Als uw geveerde voorvork een andere stuurhendel of een hendel direct op de vork zelf voor het blokkeren

van de vering heeft, vindt u in de bijgeleverde gebruikersinformatie de bediening ervan of vraag uw fietsspecialist.

Hij adviseert u graag.

8.2.2 Geveerde voorvorken zonder luchtvering

1. Zie voor de bediening van uw geveerde voorvork de bijgeleverde gebruikersinformatie. Bij vragen

wendt u zich tot de fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.


8.3 Achterwielvering afstellen

GHOST-bikeS

1. Zie voor de bediening van uw veer-/demperelement voor uw achterwielvering de bijgeleverde gebruikersinformatie.

Bij vragen wendt u zich tot de fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

2. Stel uw veer-/demperelement zo af dat zowel het voor- als het achterwiel van de fiets bij belasting door

het gewicht van de fietser even ver naar beneden zakt.

8.4 Versnellingen bedienen

8.4.1 Kettingschakeling

OPMERKING:

Rijden met ongunstige kettingliggingen heeft extra slijtage en een verhoogde geluidsproductie tot gevolg.

• Voorkom kettingloop volgens de onderstaande afbeelding.

Vermijd de volgende kettingstanden

• grootste kettingblad + grootste drie pignons

• middelgroot kettingblad + grootste pignon

• middelgroot kettingblad + kleinste pignon

• kleinste kettingblad + de kleinste drie pignons

OPMERKING:

Door een verkeerde bediening van de schakelhendel kunnen de aandrijvingscomponenten worden beschadigd.

• Bedien nooit beide schakelhendels of beide schakelaars tegelijkertijd!

• Bedien de schakelaars niet, terwijl u met grote kracht op de pedaal gaat staan. Verklein uw trapkracht

gedurende het schakelproces.

8.4.1.1 Naar een groter(e) kettingblad/pignon schakelen

De schakelaar van uw fiets vindt u in de tabel in par. 4.4.3, Schakelaars.

61


62

8.4.1.1.1 Shimano schakelhendel voor MTB

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk de schakelhendel A over de eerste stand tot u een duidelijk klikken waarneemt en laat hem vervolgens

weer los.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen drukt u de hendel verder door. Het aantal klikken komt

overeen met het aantal verder geschakelde versnellingen.

8.4.1.1.2 Sram schakelhendel voor MTB

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk de schakelhendel A over de eerste stand tot u een duidelijk klikken waarneemt en laat hem vervolgens

weer los.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen drukt u de hendel verder door. Het aantal klikken komt

overeen met het aantal verder geschakelde versnellingen.

8.4.1.1.3 Shimano rem-/schakelhendelcombinatie voor MTB

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk de schakelhendel A over de eerste stand tot u een duidelijk klikken waarneemt en laat hem vervolgens

weer los.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen drukt u de hendel verder door. Het aantal klikken komt

overeen met het aantal verder geschakelde versnellingen.


8.4.1.1.4 Shimano rem-/schakelhendelcombinatie voor racefiets

1. Trap in aandrijfrichting.

GHOST-bikeS

2. Druk de schakelhendel A over de eerste stand tot u een duidelijk klikken waarneemt en laat hem vervolgens

weer los.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen drukt u de hendel verder door. Het aantal klikken komt

overeen met het aantal verder geschakelde versnellingen.

8.4.1.1.5 Shimano rem-/schakelhendelcombinatie voor elektrische schakeling Di2 voor racefiets

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Bedien de knop A eenmalig. De volgende versnelling wordt ingeschakeld.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen bedient u de schakelaar A dienovereenkomstig vaak.

63


64

8.4.1.1.6 Sram rem-/schakelhendelcombinatie voor racefiets

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk de schakelhendel A over de eerste stand tot u een duidelijk klikken waarneemt en laat hem vervolgens

weer los.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen drukt u de hendel verder door. Het aantal klikken komt

overeen met het aantal verder geschakelde versnellingen.

8.4.1.1.7 Shimano draaigreepschakelaar voor MTB

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Draai de schakelgreep vanuit de rechterzijde gezien tegen de klok in tot u een duidelijk klikken waarneemt.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen draait u de schakelgreep dienovereenkomstig verder.

8.4.1.2 Naar een kleiner(e) kettingblad/pignon schakelen

8.4.1.2.1 Shimano schakelhendel voor MTB

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk hendel B in tot u een klik waarneemt en laat hem vervolgens direct weer los.


8.4.1.2.2 Sram schakelhendel voor MTB

• Trap in aandrijfrichting.

• Druk hendel B in tot u een klik waarneemt en laat hem vervolgens direct weer los.

8.4.1.2.3 Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor MTB

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk hendel B in tot u een klik waarneemt en laat hem vervolgens direct weer los.

8.4.1.2.4 Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor racefiets

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk hendel B in tot u een klik waarneemt en laat hem vervolgens direct weer los.

GHOST-bikeS

65


66

8.4.1.2.5 Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor elektrische schakeling Di2 voor racefiets

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk op de knop B laten hem vervolgens weer direct los.

8.4.1.2.6 Shimano rem-/schakelhendel-combinatie voor racefiets

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Druk hendel B in tot u een klik waarneemt en laat hem vervolgens direct weer los.

8.4.1.2.7 Shimano draaigreepschakelaar voor MTB

1. Trap in aandrijfrichting.

2. Draai de schakelgreep vanuit de rechterzijde gezien tegen de klok in tot u een duidelijk klikken waarneemt.


GHOST-bikeS

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen draait u de schakelgreep dienovereenkomstig verder.

8.4.2 Naafschakeling

Onze fietsen met naafschakeling zijn er met 8 en 11 versnellingen. De bediening is bij beide versies gelijk.

8.4.2.1 Naar een lagere versnelling schakelen

OPMERKING:

Hier betekent een lagere versnelling een geringere overbrengingsverhouding. Hiermee kunt u hellingen

gemakkelijker nemen.

8.4.2.1.1 Shimano Alfine

1. Gedurende de rit: Verklein uw trapkracht.

2. Druk de schakelhendel A over de eerste stand tot u een duidelijk klikken waarneemt en laat hem vervolgens

weer los.

3. Voor het overslaan van meerdere versnellingen drukt u de hendel verder door. Het aantal klikken komt

overeen met het aantal verder geschakelde versnellingen.

4. U kunt de schakeling ook bij stilstand bedienen.

67


68

8.4.2.2 Naar een hogere versnelling schakelen

OPMERKING:

Hier betekent een lagere versnelling een geringere overbrengingsverhouding. Hiermee kunt u sneller vooruit

komen, u hebt echter meer trapkracht nodig.

8.4.2.2.1 Shimano Alfine

1. Gedurende de rit: Verminder uw trapkracht.

2. Druk hendel B in tot u een klik waarneemt en laat hem vervolgens direct weer los.

3. U kunt de schakeling ook bij stilstand bedienen.

8.5 Remmen bedienen

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Een te harde bediening van de rem kan leiden tot blokkeren van de wielen waardoor u kunt wegglijden

of over de kop kunt slaan.

• Maak uzelf vertrouwd met de bediening van uw remmen. Begin daarvoor met langzame ritten en een matige

bediening van de remhendels.

• Voer deze remoefeningen uit op een vlak parcours zonder wegverkeer.

• Rem gedoseerd en bedien beide remhendels tegelijkertijd.

• De remmen van uw fiets zijn zeer krachtig. Bij een te harde bediening van de remhendels kunnen de wielen

blokkeren.

• Door een blokkerend voorwiel kan de fiets over de kop slaan.

• Een blokkerend achterwiel kan uw fiets onbestuurbaar maken.

• Schijfremmen ontwikkelen hun remvermogen pas na verloop van een bepaalde 'inremfase'.

• Rij uiterst defensief zolang uw remsysteem nog niet is ingeremd.

• Rij uw schijfrem in. Als vuistregel geldt: Als vuistregel geldt ca. 30 korte remmanoeuvres vanuit middelgrote

snelheid (ca. 25 km/h) tot stilstand. Zodra de afremming bij dezelfde bedieningskracht niet meer toeneemt,

is het inremproces afgesloten.

• Vermijd langere afdalingen zolang uw remsysteem nog niet is ingeremd.

OPMERKING:

Houd met de bovenstaande aanwijzingen voor het inremmen van schijfremmen ook rekening na vervanging


van remschijven en/of remvoeringen door uw fietsspecialist.

OPMERKING:

Ongeveer 65 % van het hele remvermogen wordt behaald via de voorwielrem.

Een maximaal remvermogen bereikt u als u beide remhendels tegelijkertijd bedient.

1. Om de rem te bedienen, knijpt u de hendel in de richting van het stuur in.

8.6 Klemsystemen voor wielen en zadelpen bedienen

GHOST-bikeS

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

In geval van een verkeerde montage van de wielen en de zadelpen kunnen deze onderdelen losraken

en zo tot gevaarlijke rijsituaties, vallen en ongevallen leiden.

• Neem de onderstaande beschrijving in acht.

• Oefen de bediening van de snelspanas en/of de insteekas meerdere keren en regelmatig.

• Het openen en sluiten van bouten-moerklemmingen op wielen mag alleen door een gespecialiseerde

werkplaats worden uitgevoerd.

• Als u na het monteren niet zeker bent over de juiste montage van uw voorwiel en/of de zadelpen,

dient u uw fiets niet te gebruiken, maar contact op te nemen met een fietsspecialist.

8.6.1 Snelspanas op het voorwiel openen en sluiten

1 As

2 Schroefmoer

3 Hendel

4 Veer

8.6.1.1 Snelspanas openen

1. Druk de hendel van de naaf weg.

2. Draai de schroefmoer tegen de klok in tot het wiel zonder grote krachtsinspanning uit het frame resp.

uit de vork van het voorwiel kan worden genomen.

69


70

8.6.1.2 Snelspanas sluiten

OPMERKING:

Let op dat u de veren niet verliest.

1. Als de snelspanas helemaal van de naaf verwijderd was, dan schuift u de snelspanas met opgestoken

naaf vanaf de linkerkant (in rijrichting) door de naaf.

2. Plaats de veer en de schroefmoer op de snelspanas.

3. Draai de schroefmoer met de klok mee op het rechter uiteinde van de snelspanas dat uit de naaf steekt.

4. Kantel de excentrisch gelagerde hendel zodat hij ongeveer de verlenging van de naafas vormt. Houd

de hendel in deze stand vast.

5. Draai de schroefmoer vast tot de excentrisch gelagerde hendel bij een omwenteling om zijn as vanaf

90° alleen nog maar tegen een weerstand kan worden bewogen (hij vormt zo bij benadering een rechtlijnige

verlenging van de naafas).

6. Druk de hendel nu nog eens 90° tot aan zijn eindaanslag.


7. Controleer de afstellingen van de snelspanhendel:

• Als de snelspanhendel niet vast genoeg sluit

GHOST-bikeS

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Als de hendel door te grote voorspanning niet naar de eindstand (90˚ naar naafas) kan bewegen,

kan de hendel tijdens het rijden vanzelf loskomen en daardoor ook het voorwiel loskomen.

Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

– Open de snelspanhendel.

– Draai de schroefmoer met de klok mee iets vast.

– Sluit de snelspanhendel.

• Als de snelspanhendel te vast sluit

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen Als de hendel door te grote

voorspanning niet naar de eindstand (90˚ naar naafas) kan bewegen, kan de hendel tijdens het

rijden vanzelf loskomen en daardoor ook het voorwiel loskomen. Dit kan leiden tot gevaarlijke

rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

71


72

– Open de snelspanhendel.

– Draai de schroefmoer iets los (tegen de klok in).

– Sluit de snelspanhendel.

8. Controleer het vastzitten van de wielen zoals in par 7.1.1, Vastzitten en positie controleren beschreven.

8.6.2 Steekas op het voorwiel openen en sluiten

1. As

2. Schroefdraad

3. Hendel

8.6.2.1 Steekas openen

1. Druk de hendel van de naaf weg. De hendel met as is nu te draaien.

2. Draai hendel met as zo ver tegen de klok in tot de as compleet van de tegenoverliggende schroefdraad

in het uitvaleinde loskomt.

3. Trek de as uit de naaf. Het wiel is nu vrij.


8.6.2.2 Steekas sluiten

1. Schuif de steekas van de linkerzijde door het uitvaleinde en de naaf.

GHOST-bikeS

2. Draai de as met geopende hendel met de klok mee in het tegenoverliggende schroefdraad van het

uitvaleinde.

3. Als de as niet meer verder kan worden gedraaid, draait u hem ongeveer een omwenteling terug, en

sluit u de hendel tot in de eindstand.

4. Controleer de afstelling van de hendel

• Als de hendel niet vast genoeg sluit

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Als de hendel te los kan worden gesloten, kan het voorwiel loskomen en verschuiven.

Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

– Open de hendel.

– Draai de complete as met hendel een stuk verder met de klok mee.

– Sluit de hendel opnieuw.

• Als de hendel niet vast genoeg sluit

WAARSCHUWING Gevaar door ernstige valpartijen en ongevallen

Als de hendel door te grote voorspanning niet naar de eindstand (90˚ naar

naafas) kan bewegen, kan de hendel tijdens het rijden vanzelf loskomen en daardoor ook het

voorwiel loskomen. Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

– Open de hendel.

– Draai de complete as met hendel een klein stukje tegen de klok in.

– Sluit de snelspanhendel opnieuw.

5. Controleer het vastzitten van de wielen zoals in par 7.1.1, Vastzitten en positie controleren beschreven.

73


74

8.6.3 Snelspanas op de zadelstrop openen en sluiten

1. As

2. Kartelmoer

3. Hendel

8.6.3.1 Snelspanas op de zadelstrop openen

1. Open de hendel.


GHOST-bikeS

2. Als de zadelpen in deze stand niet kan worden verschoven, draait u de kartelmoer enigszins tegen de

klok in (vanaf de linkerzijde gezien).

8.6.3.2 Snelspanas op de zadelstrop sluiten

OPMERKING:

Sluit de zadelstrop alleen als zich de zadelpen in de zitbuis bevindt. Het sluiten zonder ingebouwde zadelpen

kan het frame onherstelbaar beschadigen.

1. Controleer de zitting van de klembeugel. De klem moet uitgelijnd op de zitbuis zitten.

2. Sluit de snelspanhendel.

3. Voer een controle de zadelstrop volgens par. 7.2, Zadel en zadelpen controleren uit.

75


76

Als de hendel niet vast genoeg sluit

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Als de hendel te los kan worden gesloten, kan de zadelpen tijdens het rijden plotseling ver naar onderen

schuiven. Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

– Open de hendel.

– Draai de kartelmoer een stuk verder met de klok mee (vanaf de linkerzijde gezien).

– Sluit de hendel opnieuw.

Als de hendel niet vast genoeg sluit

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Als de hendel door te grote voorspanning niet in de eindstand (zie afb.) kan worden gedrukt, kan de

hendel tijdens het rijden vanzelf loskomen en de zadelpen plotseling ver naar onderen schuiven. Dit

kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

– Open de hendel.

– Draai de kartelmoer een stuk terug tegen de klok in (vanaf de linkerzijde gezien).

– Sluit de snelspanhendel. opnieuw.

8.6.4 Bouten-moerklemming op wielen

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Een verkeerde montage van de wielen m.b.v. de snelspanas kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties,

valpartijen, ongevallen en schade aan objecten.

• Laat wielen met bouten-moerklemming alleen in een gespecialiseerde werkplaats openen en sluiten.

8.6.5 Bouten-moerklemming op zadelpennen openen en sluiten

U hebt een inbussleutel en een momentsleutel met inbusbit nodig in de maat 4 c.q. 5 mm.

8.6.5.1 Bouten-moerklemming op zadelpen openen

1. Draai de klembouten enkele slagen los tot de zadelpen soepel kan worden verschoven.


8.6.5.2 Bouten-moerklemming op zadelpen sluiten

OPMERKING:

Sluit de zadelstrop alleen als zich de zadelpen in de zitbuis bevindt.

Het sluiten zonder ingebouwde zadelpen kan het frame onherstelbaar beschadigen.

1. Controleer de zitting van de klembeugel. De klem moet uitgelijnd op de zitbuis zitten

GHOST-bikeS

2. Draai de klembout/en met een momentsleutel weer vast. Voorgeschreven aandraaimoment: 5-8 Nm bij

aluminium frame c.q. 5-6 Nm bij carbonframes

9. Fiets beladen

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Door een te groot aandraaimoment kunt u de zadelpen beschadigen. Hij kan dan tijdens het

rijden breken en ernstige ongevallen tot gevolg hebben.

• Gebruik voor het aandraaien de klembout/en beslist een momentsleutel en houd het voorgeschreven

aandraaimoment aan.

• Bij zadelpenstroppen met kartelmoer en snelspanhendel laat u zich door uw fietsspecialist

tonen, hoe vast u hem mag aandraaien.

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Door extra lading wordt het rijgedrag van uw fiets slechter en er wordt de remweg langer. Als u uw

fiets te zwaar belaadt, kunnen onderdelen van uw fiets zelfs breken of falen. Dit alles kan leiden tot

gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

77


78

• Belaad uw fiets zodat u altijd voldoende bewegingsvrijheid hebt en uw fiets in beladen toestand altijd

veilig kunt bedienen.

• Pas uw rijstijl aan het slechtere rijgedrag aan.

• Gebruik uw fiets niet als transportmiddel, maar als puur sportapparaat en voortbewegingsmiddel

• Gebruik uw fiets nooit met een fietskar.

• Transporteer geen grote bagage en geen volwassen personen op de bagagedrager (optioneel verkrijgbaar).

• Transporteer kinderen alleen in een kinderzitje. Monteer het kinderzitje alleen op een hiervoor geschikte

bagagedrager.

• Neem voor de keuze en de montage van een kinderzitje contact op met uw fietsspecialist. Hij geeft u

graag advies. Zie hiervoor de onderstaande aanwijzing.

• Transporteer uw bagage alleen met een draagsysteem.

• Gebruik alleen draagsystemen die voor uw fiets toegestaan zijn, zie par. 2.3.2, Waarop moet u letten

bij latere montage van accessoires en bij aanpassingen?

Neem voor de latere uitrusting van een draagsysteem contact op met uw fietsspecialist. Hij geeft u

graag advies.

• Overschrijd nooit het maximaal toegestane laadgewicht voor uw laadsysteem. Het maximaal toegestane

laadgewicht voor uw beladingssysteem vindt u in de documentatie van uw laadsysteem.

• Het maximaal toelaatbare beladingsgewicht voor standaard gemonteerde bagagedragers op GHOST

fietsen is op de bagagedrager zelf weergegeven.

• Overschrijd het maximaal toelaatbare totaal gewicht voor uw fiets niet (fiets, fietser inclusief kinderen

en bagage).

• Belaad uw fiets zo dat bagage en draagsysteem nooit wielen, aandrijving, ketting of remmen raken.

• Belaad uw fiets zo dat de bagage en het draagsysteem nooit de verlichting en de reflectoren van uw

fiets bedekken.

OPMERKING:

Op de volgende modellen mag u een bagagedrager laten monteren:

• SE

• MISS (uitgezonderd MISS RT en MISS AMR)

• EBS COMP, EBS PRO

• POWERKID 24"

• CROSS

• TREKKING

• SPEEDLINE

De bagagedrager mag alleen op de voorbereide bevestigingselementen op het frame worden gemonteerd.


Zo bepaalt u uw toelaatbaar totaal gewicht:

GHOST-bikeS

1. Als u een kind op uw fiets wilt meenemen: Weeg het kind op een geijkte personenweegschaal.

2. Weeg uzelf, compleet met fietskleding en helm op een geijkte personenweegschaal. Als u een rugzak

wilt meenemen, gaat u samen met de beladen rugzak op de weegschaal staan.

3. Weeg de bagage die u op uw bagagedrager wilt transporteren op een geijkte weegschaal.

4. Tel alle gewichten bij elkaar op. De som mag niet meer dan het maximaal toelaatbare totaal gewicht

volgens tabel in par. 3.1, Toelaatbare temperaturen en toelaatbaar totaal gewicht bedragen.

5. Verminder uw bagage dienovereenkomstig als de vastgestelde som meer dan het maximaal toelaatbare

totaal gewicht volgens tabel in par. 3.1, Toelaatbare temperaturen en toelaatbaar totaal gewicht

bedraagt.

6. Kind beveiligen: Beveilig uw kind volgens de documentatie voor hun kinderzitje. Wend u bij vragen tot

uw fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

Bagagedrager (optioneel) beladen:

7. Leg uw bagage in het midden van uw bagagedrager.

8. Als u fietstassen gebruikt, monteert en belaadt u deze volgens de documentatie voor uw fietstassen.

Neem in geval van vragen contact op met uw fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

9. Bevestig uw bagage met geschikte en stabiele houdersystemen (spanklep, kliksysteem, spanriem,

elastische riembanden, e.d.).

10. Schud na belading stevig met uw fiets. Bagage en draagsysteem moeten vastzitten en mogen niet loskomen.

Als bagage of draagsysteem niet vastzitten of loskomen: Fixeer uw bagage of draagsysteem

tot het vastzit.

79


80

10. Fiets berijden

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Uw veiligheid tijdens het rijden hangt af van uw snelheid. Hoe hoger uw tempo, des te groter wordt

het risico!

• Gebruik deze fiets alleen als u het rijden in en het afremmen ook vanuit hoge snelheden veilig beheerst.

• Pas de snelheid steeds aan uw rijvaardigheid en de rijomstandigheden aan.

• Draag een helm tijdens het rijden.

• Rij vooruitziend en defensief.

• Wees tijdens het rijden steeds gereed om te remmen.

• Rij nooit onder invloed.

• Rij zo dat u uw fiets te allen tijde onder controle heeft en bij plotselinge gevaarlijke situaties niet in

het nauw raakt.

• Bij natheid kan de werking van de remmen afnemen. De remweg wordt langer.

• Draag tijdens het rijden alleen geschikte kleding die de bediening van de fiets en uw zicht niet belemmert.

• Rij alleen met nauwsluitende beenbekleding. Wijde kledingstukken kunnen in de fiets vastraken en

dat kan leiden tot ernstige valpartijen.

• Draag bij donkerheid en slecht zicht kleding met reflecterende strepen en rij met verlichting.

• Let op dat sommige kledingstukken en/of het gebruik van een rugzak de beweeglijkheid kunnen

belemmeren.

• Draag bij de sportieve toepassing (bijv. in het sportpark, bij de downhill) hiervoor bestemde persoonlijke

beschermingsmiddelen.

U mag uw fiets alleen op de gebruikelijke manier gebruiken:

1. Ga op het zadel zitten.

2. Houd met de linkerhand het linkerhandvat van het stuur vast en met de rechterhand het rechterhandvat.

3. Plaats uw linkervoet op het linkerpedaal en uw rechtervoet op het rechterpedaal om te fietsen.

4. Bij het versnellen of bergop mag u op de trappers gaan staan.

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Als u op de trappers staat, kan uw voet van de pedaal glijden waardoor u ten val kunt komen.

Rij in deze techniek alleen,

• als u hem beheerst,

• als u een schoen-pedaalcombinatie gebruikt, waarbij u met de juiste traptechniek niet van het

pedaal kunnen wegschuiven. Wend u hiervoor tot uw fietsspecialist. Hij geeft u graag advies.

WAARSCHUWING Gevaar door intrekking en schaarwerking

Draaiende wielen kunnen letsel aan uw handen en andere lichaamsdelen veroorzaken.


• Houd uw handen en andere lichaamsdelen uit de buurt van draaiende wielen.

GHOST-bikeS

• Zorg ervoor dat handen en andere lichaamsdelen van uw kind niet in contact kunnen komen met

draaiende wielen.

VOORZICHTIG Gevaar door verbranding

Bij het rijden – in het bijzonder bij langere afdalingen en bij veelvuldig remmen – kunnen velgen en

remschijven zo heet worden dat uw brandwonden op uw huid kunt oplopen.

• Pak velgen en remschijven direct na het rijden niet vast.

• Laat velgen en remschijven minimaal 10 minuten afkoelen voordat u ze vastpakt.

• Voor controle van de temperatuur drukt u met een blote vinger heel kort op het remoppervlak van

de velg c.q. remschijf. Als ze heet aanvoelen, wacht u enkele minuten en herhaalt u deze test net zo

vaak tot de remoppervlakken volledig afgekoeld zijn.

OPMERKING:

Er bestaan tal van trainingsaanbiedingen voor het rijden met een fiets.

Een dergelijke rijtraining kan u helpen om de rijveiligheid te verhogen en uw rijtechniek te verbeteren. Vraag

uw fietsspecialist naar aanbiedingen bij u in de buurt.

11. Wat doen na een valpartij of ongeval

11.1 Algemene informatie

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Door vallen, ongeval of extreme krachten kunnen veiligheidsrelevante fietsonderdelen beschadigd

zijn. Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en schade aan objecten.

• Gebruik uw fiets na een valpartij, ongeval of inwerking van extreme krachten niet meer.

• Neem na een valpartij of ongeval direct contact op met uw fietsspecialist.

• Rij pas weer met uw fiets als deze door de fietsspecialist volgens de voorschriften gerepareerd is.

De volgende fietsonderdelen moet u altijd na een valpartij op harde ondergrond laten vernieuwen:

• Stuur

• Stuurpen

• Crank

• Carbonzadelpen

• Zadel met carbononderstel

Alle andere onderdelen moeten door de fietsspecialist worden gecontroleerd en indien nodig worden vervangen.

OPMERKING:

Bij vragen na valpartijen en ongevallen kunt u ook contact opnemen met een fietsdeskundige. In Duitsland

zijn dienovereenkomstige contactadressen verkrijgbaar bij de 'Industrie- und Handelskammer (IHK)' (Kamer

van Koophandel en Fabrieken).

81


82

11.2 Carbonframe

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Door vallen, ongeval of extreme krachten kunnen frames van carbon onzichtbaar beschadigd zijn. Dit

kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en schade aan objecten.

• Laat uw frame door uw door GHOST erkende fietsspecialist controleren.

• Bij onzekerheden of onduidelijkheden laat u uw frame ter controle naar de firma GHOST zenden.

OPMERKING:

Bij vragen na valpartijen en ongevallen kunt u ook contact opnemen met een fietsdeskundige. In Duitsland

zijn dienovereenkomstige contactadressen verkrijgbaar bij de 'Industrie- und

Handelskammer (IHK)' (Kamer van Koophandel en Fabrieken).

12. Fiets veilig wegzetten

WAARSCHUWING Gevaar voor persoonlijk letsel door omkiepen van uw fiets

Een fiets die op zijn standaard of bijv. tegen een huismuur of tuinhek geparkeerd staat, kan al bij

geringe krachtinwerking kiepen. Daardoor kunnen personen en dieren gewond raken en objecten

beschadigd worden.

• Parkeer uw fiets alleen op plaatsen waar hij niemand belemmert of stoort of objecten beschadigt.

• Houd kinderen en dieren uit de buurt van uw geparkeerde fiets.

• Parkeer uw fiets niet naast objecten die gemakkelijk kunnen worden beschadigd zoals auto's en

dergelijke.

12.1 Fietsen met zijstandaard

De volgende GHOST fietsen zijn standaard voorzien van een zijstandaard:

• TREKKING

Zo parkeert u uw fiets veilig

1. Breng uw fiets tot stilstand op een vlakke, vaste ondergrond.

2. Klap bij stilstand de zijstandaard met uw rechtervoet omlaag tot hij duidelijk vastklikt.

3. Draai het stuur zo dat het iets naar links wijst.

4. Leun uw fiets voorzichtig naar de linkerzijde tot hij veilig staat.

5. Controleer de stabiele stand van uw fiets

• Houd de fiets met één hand losjes vast aan het stuur of het zadel.


GHOST-bikeS

• Stoot de fiets met de andere hand vanuit alle richtingen tegen het zadel. Als de fiets om zou kunnen

vallen, moet u een andere parkeerplaats zoeken.

12.2 Fietsen zonder zijstandaard

1. Breng uw fiets tot stilstand op een vlakke, vaste ondergrond.

2. Stap naar links af.

3. Leun uw fiets met het achterwiel of met het zadel tegen een vast object.

4. Draai het stuur in de richting waarin u de fiets hebt gekanteld.

OPMERKING:

Als u geen geschikt object vindt om uw fiets tegenaan te leunen, mag u hem ook voorzichtig op de grond

leggen. U moet voorkomen dat u de fiets met de rechterzijde op de grond legt om onderdelen van de schakeling

niet te beschadigen of te verstellen.

13. Fiets transporteren

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Door het gebruik van een fietsendrager kunnen veiligheidstechnisch relevante onderdelen van uw

fiets beschadigd raken. Als deze onderdelen hun dienst weigeren, kunnen gevaarlijke rijsituaties,

valpartijen, ongevallen en schade aan objecten het gevolg zijn.

• Vervoer deze fiets alleen binnenin uw auto. Beveilig de fiets tegen verschuiven bijv. door spanriemen.

• Parkeer uw fiets niet naast objecten die gemakkelijk kunnen worden beschadigd zoals auto's en

dergelijke.

83


84

• Op deze fiets mogen tijdens het transport geen andere voorwerpen worden gelegd.

• De fiets mag niet in auto-draagsystemen (dakdrager, achter- of interieurdrager e.d.) worden gespannen.

• Voor het transport mag u het voor- en achterwiel evenals de zadelpen met het zadel verwijderen,

voor zover deze met snelspanassen zijn uitgerust. Voer deze demontage alleen uit als u zeker weet

dat u deze onderdelen weer vakkundig kunt monteren. Zie hiervoor par. 8.6, Klemsystemen voor

wielen en zadelpen bedienen.

Voor het transport binnenin de auto kunt u de wielen van uw fiets demonteren als ze met een snelspan- of

steekas gemonteerd zijn, evenals de zadelpen.

OPMERKING:

Wanneer uw fiets zich binnenin een voertuig bevindt, kunnen de banden klappen door zoninstraling of van de

velg losraken.

Laat de lucht uit de banden lopen alvorens de fiets te transporteren en vul deze weer na het transport

(zie daarvoor par 15.5.1, Binnenband en buitenband vervangen).

13.1 Wielen monteren en demonteren

Voor het transport binnenin de auto kunt u de wielen van uw fiets demonteren als ze met een snelspan- of

steekas gemonteerd zijn.

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Verkeerd gemonteerde wielen kunnen leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en

schade aan objecten. Controleer de juiste montage voordat u uw fiets weer gebruikt.

• Controleer of het voorwiel zich in het midden van de voorvork bevindt.

• Beweeg beide wielen stevig heen en weer dwars op de rijrichting.

– De wielen mogen niet in de klemming bewegen.

– U mag geen krakende of knarsende geluiden horen.

• Controleer of de snelspanhendel c.q. de steekas op de juiste manier gesloten is,

zie par. 8.6, Klemsystemen voor wielen en zadelsteunen bedienen.

• Voer na montage een controle volgens par. 7.8, Remmen controleren uit.

WAARSCHUWING Gevaar voor brandletsel

Na langere afdalingen kunnen fietsvelgen en remschijven zeer heet zijn.

• Raak direct na een afdaling nooit de velgen of remschijven aan.

• Laat velgen en remschijven minimaal 10 minuten afkoelen voordat u ze vastpakt.

• Voor controle van de temperatuur drukt u met een blote vinger heel kort op het remoppervlak van

de velg c.q. remschijf. Als ze heet aanvoelen, wacht u enkele minuten en herhaalt u deze test net zo

vaak tot de remoppervlakken volledig afgekoeld zijn.

WAARSCHUWING Gevaar door intrekking en schaarwerking

Draaiende wielen kunnen letsel aan uw handen en andere lichaamsdelen veroorzaken.


GHOST-bikeS

• Bedien de betreffende rem, voordat u werkzaamheden aan het wiel uitvoert. Het wiel mag dan niet

meer draaien.

WAARSCHUWING Gevaar voor falen van de rem bij velgremmen

Bij montage en demontage kunnen de remblokjes door de band worden verdraaid.

• Let na montage van de wielen op de juiste positie van de remblokjes (zie daarvoor par. 7.8.4, Velgrem

met kabel controleren (MTB-versie) c.q. 7.8.5 Velgrem met kabel controleren (racefietsversie)).

• Als ze niet in de juiste stand staan, wend u dan direct tot een gespecialiseerde werkplaats.

OPMERKING:

Als uw fiets een schijfrem heeft, gebruik dan voor het transport na demontage van het wiel de hiervoor

bijgevoegde en voorgeschreven transportbeveiligingen. Verwijder deze voor de hernieuwde montage van de

wielen.

• Bedien hydraulisch bediende remmen in geen geval als de wielen gedemonteerd zijn. De remzuigers kunnen

te ver eruit worden geperst.

Ga in de onderstaande volgorde te werk:

1. Voorwiel demonteren

2. Achterwiel demonteren

3. Achterwiel monteren

4. Voorwiel monteren

5. Controleer het vastzitten van de wielen volgens par. 7.1.1, Vastzitten en positie controleren.

6. Controleer de werking en de montage van de remmen volgens par. 7.8, Remmen controleren.

In veel gevallen is het toereikend alleen het voorwiel voor het transport te verwijderen. In dit geval hoeft u de

aanwijzingen voor demontage en montage van het achterwiel niet op te volgen.

13.1.1 Voorwiel demonteren

1. Als uw fiets een naafdynamo heeft (zie tab. in par. 4.1 Typen, categorieën, series) of naderhand met

een naafdynamo uitgerust is: Maak de stekkerverbinding tussen dynamo en bekabeling los.

2. Open uw velgrem volgens par. 13.1.5, Remmen openen en sluiten.

3. Open de hendel van uw snelspan- of steekas volgens par. 8.6.1.1, Snelspanas openen c.q. 8.6.2.1,

Steekas openen.

4. Til uw fiets aan het stuur omhoog en trek het voorwiel uit de uitvaleinden van de voorvork.

5. Als uw fiets een schijfrem heeft, steekt u de bijgeleverde transportbeveiliging voor uw schijfrem tussen

de remzuigers.

6. Zet uw fiets voorzichtig met de uiteinden van de vork op de grond.

85


86

13.1.2 Voorwiel monteren

1. Als uw fiets een schijfrem heeft, verwijdert u de transportbeveiliging uit de remzuigers.

2. Til de fiets aan het stuur omhoog.

3. Plaats de naaf van het voorwiel onder de uitvaleinden van de voorvork.

4. Bij schijfrem: Monteer het wiel zo dat de remschijf soepel tussen de remblokjes schuift.

5. Laat de voorvork voorzichtig zakken tot de as zich links en rechts vlak aansluitend tegen de aanslag

van de uitvaleinden bevindt.

6. Sluit uw snelspan- of steekas volgens par. 8.6.1.2, Snelspanas sluiten c.q. 8.6.2.2, Steekas sluiten.

7. Als uw voorwiel een naafdynamo heeft, breng het steekcontact tussen naafdynamo en bedrading aan.

8. Bedien bij stilstand meermaals de voorwielrem.

9. Til de fiets aan het stuur omhoog en draai het voorwiel met de hand. Als een remblokje daarbij de

remschijf of de velg raakt, kan dat wijzen op een verkeerde zitting van de naaf in de uitvaleinden. In dit

geval remt u het voorwiel af, opent u de snelspan- of steekas en beweegt u het voorwiel licht heen en

weer (dwars op de rijrichting). Herhaal de montage vanaf punt 6. Als daarna geen verbetering optreedt,

dient u direct contact op te nemen met uw fietsspecialist.

10. Als uw fiets een naafdynamo heeft, controleert u de werking van de verlichting.

(Zie par. 7.10, Verlichting controleren.)


13.1.3 Achterwiel demonteren

1. Schakel op het achterwiel naar de kleinste pignon van het tandwielpakket

(zie par. 8.4.1.2, Naar een kleiner(e) kettingblad/pignon schakelen).

2. Bedien de achterwielrem en rem het wiel tot volledige stilstand af.

GHOST-bikeS

3. Open de hendel van uw snelspan- of steekas volgens par. 8.6.1.1, Snelspanas openen c.q. 8.6.2.1,

Steekas openen.

4. Open uw velgrem volgens par. 13.1.5, Remmen openen en sluiten.

5. Til de fiets aan de achterkant iets omhoog en druk het schakelmechanisme naar achteren. In deze

toestand schuift u het achterwiel met lichte druk in de richting van de opening van de uitvaleinden.

87


88

6. Als uw fiets een schijfrem heeft, steekt u de bijgeleverde transportbeveiliging voor uw schijfrem tussen

de remzuigers.

7. Leg de fiets na demontage van de wielen voorzichtig op de linkerkant.

13.1.4 Achterwiel monteren

1. Als uw fiets een schijfrem heeft, verwijdert u de transportbeveiliging uit de remzuigers.

2. Til de achterkant van de fiets omhoog.

3. Plaats het achterwiel er zo onder dat de ketting zich boven de kleinste pignon bevindt.

4. Laat de achterkant voorzichtig zakken tot de as zich links en rechts tegen de aanslag van de uitvaleinden

bevindt.

5. Bij schijfrem: Monteer het wiel zo dat de remschijf soepel tussen de remblokjes schuift

6. Sluit uw snelspan- of steekas volgens par. 8.6.1.2, Snelspanas sluiten c.q. 8.6.2.2, Steekas sluiten.

7. Bedien bij stilstand meermaals de achterwielrem.

8. Til de achterkant van de fiets omhoog en draai het voorwiel met de hand. Als een remblokje daarbij

de remschijf of de velg raakt, kan dat wijzen op een verkeerde zitting van de naaf in de uitvaleinden.

In dit geval remt u het achterwiel af, opent u de snelspan- of steekas en beweegt u het achterwiel licht

heen en weer (dwars op de rijrichting). Herhaal de montage vanaf punt 6. Als daarna geen verbetering

optreedt, dient u direct contact op te nemen met uw fietsspecialist.


13.1.5 Remmen openen en sluiten

GHOST-bikeS

GEVAAR Gevaar door falen van de rem

Voor het demonteren en monteren van uw wielen moet u velgremmen openen en na montage weer

sluiten. Als u na montage de velgrem niet opnieuw sluit, heeft uw rem geen functie. Daardoor zijn

ernstige valpartijen en ongevallen zeer waarschijnlijk.

• Sluit de rem na de wielmontage.

Het remtype van uw fiets vindt u in par. 4.3.2, Remtype.

OPMERKING:

Schijfremmen kunnen niet worden geopend.

13.1.5.1 Hydraulische velgrem Magura HS 33 openen

1. Klap de bevestigingshendel om en trek de rem van de remsokkel.

2. Let er daarbij op dat u de eventueel losse afstandsschijfjes niet kwijtraakt.

89


90

13.1.5.2 Hydraulische velgrem Magura HS 33 sluiten

1. Zet de eventueel voorhanden afstandsschijven met de pijlen naar boven wijzend op de remsokkel.

2. Zet de rem op de remsokkel.

3. Sluit de klemhendel.

13.1.5.3 Velgrem MTB en Trekking (V-Brake) openen

1. Druk de remklauwen met de ene hand in en verwijder de kabelgeleider met de andere hand uit de

beugel.


13.1.5.4 Velgrem MTB en Trekking (V-Brake) sluiten

1. Druk met een hand de remklauwen in.

2. Hang de kabelgeleider met de andere hand in de beugel.

GHOST-bikeS

91


92

13.1.5.5 Velgrem racefiets openen

1. Draai de hendel tot aan de aanslag naar boven.

13.1.5.6 Velgrem racefiets sluiten

1. Draai de hendel tot aan de aanslag naar onderen.

13.2 Zadelpen met zadel monteren en demonteren

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Een verkeerd gemonteerde zadelpen kan plotseling ver naar onderen of uit de zitbuis glijden. Dit kan

leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

• Voer deze werkzaamheden alleen dan uit als u over het benodigde gereedschap en de noodzakelijke

technische kennis beschikt.

13.2.1 Zadelpen demonteren

1. Open de zadelstrop volgens par. 8.6.3.1, Snelspanas op de zadelstrop openen c.q. 8.6.5.1, Boutenmoerklemming

op zadelpen openen.

2. Trek het zadel met de zadelpen uit de zitbuis.


OPMERKING:

Bedien in uitgebouwde staat niet de zadelstrop. Het frame kan anders beschadigd raken.

GHOST-bikeS

Op de zadelpen bevindt zich afhankelijk van het materiaal van het frame of van de zadelpen vet of carbonmontagepasta,

die het interieur van uw wagen of andere voorwerpen kan verontreinigen. Voorkom contact,

doordat u de zadelpen bijv. in een doek of een plastic zak wikkelt.

13.2.2 Zadelpen monteren

1. Lees in de tabel in par. 4.6.1, Verdeling, uit welk materiaal uw frame gebouwd is.

2. Als zadelpen en frame van aluminium zijn, vet u het insteekgedeelte van de zadelpen in.

OPMERKING:

Meestal is in de fabriek na demontage nog zo veel vet voorhanden dat nogmaals invetten niet noodzakelijk

is.

3. Als zadelpen en/of frame van carbon zijn, smeert u het insteekgedeelte met de bijgeleverde montagepasta

voor carbononderdelen in.

OPMERKING:

Meestal is van de montage in de fabriek na demontage nog zo veel montagepasta voorhanden dat

opnieuw insmeren niet nodig is.

Gebruik in geen geval vet!

4. Breng zadel met zadelpen weer in de gewenste stand met de juiste insteekdiepte: De ‘STOP’- of

‘MAX’-markering moet zich in het niet zichtbare deel van de zadelbuis bevinden.

5. Sluit uw zadelstrop volgens par. 8.6.3.2, Snelspanas op de zadelstrop sluiten c.q. 8.6.5.2, Boutenmoerklemming

op zadelpen sluiten.

93


94

OPMERKING:

Markeer de voor u juiste positie van uw zadelpen met een plakbandje. Zo vindt u snel weer uw zitpositie.

14. Fiets onderhouden

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Gebrekkige verzorging en ontbrekend onderhoud kan de bedrijfszekerheid van uw fiets in gevaar

brengen en zo tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen leiden.

• Verzorg uw fiets.

• Houd het voorgeschreven onderhoudsschema aan.


14.1 Uw inspectie- en onderhoudsschema

Werkzaamheden Interval

Fiets reinigen

Zie par. 14.2, Zo reinigt en verzorgt u

uw fiets

Bandenspanning van de verende voorvork

afstellen

Zie par. 8.2.1.1, Bandenspanning instellen

Reinigen en smeren van de ketting

Zie par. 14.2, Zo reinigt en verzorgt u

uw fiets, punt 6

14.2 Zo reinigt en verzorgt u uw fiets

na ieder gebruik op een modderige of smerige ondergrond

• uiterlijk elke 200 km

elke 500 km of 3 maanden

na elke wijziging van het totaal gewicht met meer dan

10 kg

• na elke rit bij regen,

• na elke douche met water

• na elke langere tocht op een zandige ondergrond,

• uiterlijk elke 200 km.

GHOST-bikeS

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Corrosie – die ook roestvaste onderdelen betreft – kan veiligheidsrelevante onderdelen van uw fiets

zo ernstig beschadigen dat ze tijdens het rijden breken. Dit kan leiden tot ernstige valpartijen.

Corrosie ontstaat o.a. door zout, bijv. door zouthoudende lucht in kustgebieden of door strooizout in

de winter door corrosieve atmosfeer, bijv. op industrieterreinen of ook door zweet.

• Bescherm uw fiets tegen ieder contact met corrosieve stoffen met behulp van sproeiwas of een

vergelijkbaar conserveringsmiddel.

• Reinig uw fiets na ieder contact met corrosieve stoffen en bescherm hem weer overeenkomstig de

volgende beschrijving.

• Gebruik geen stoomstraler/hogedrukreiniger voor de natte reiniging. De harde waterstraal kan uw

fiets beschadigen.

OPMERKING:

Een goede verzorging verlengt de levensduur van uw fiets en van de onderdelen ervan.

Reinig en onderhoud uw fiets regelmatig

• Gebruik voor de natte reiniging een zachte waterstraal of een emmer water en een spons.

• Gebruik alleen schoon leiding- of gedemineraliseerd water. Gebruik nooit zout water (bijv. zeewater).

OPMERKING:

Bij vele reinigingsmiddelen en lichte verontreinigingen volstaat opsproeien en afspoelen na de voorgeschreven

inwerktijd.

Hardnekkig vuil kunt u na de inwerktijd bijv. met een radiatorborstel of een spons voor het afspoelen losmaken.

95


96

OPMERKING:

Reinigings-, smeer- en conserveringsmiddelen zijn chemische producten. Sommige middelen kunnen uw

fiets aantasten.

• Gebruik alleen producten die uitdrukkelijk voor fietsen geschikt zijn.

• Overtuig uzelf ervan dat dit middel noch lak, noch rubberen, kunststof, metalen delen enzovoort aantast.

Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist.

• Neem de desbetreffende fabrieksaanwijzingen in acht.

1. Verwijder grove verontreinigingen zoals grond, stenen, zand, enz. met een zachte waterstraal

2. Laat de fiets drogen.

3. Besproei uw complete fiets met een geschikt reinigingsmiddel.

4. Spoel de complete fiets af met een zachte waterstraal. U kunt de natte reiniging ondersteunen door

middel van een spons of een doek.

5. Laat de fiets drogen.

6. Zo reinigt en smeert u de ketting:

• Draai de crank langzaam tegen de aandrijfrichting in. Het achterwiel zelf mag niet draaien.

• Als uw fiets een terugtraprem heeft, laat u de achterkant van de fiets door een tweede persoon optillen

en draait u de crank in aandrijfrichting.

• Giet wat van een geschikt kettingreinigingsmiddel op een schone, niet-pluizende, katoenen lap en

veeg daarmee de ketting af.

• Herhaal deze behandeling steeds weer met een schoon stuk van de katoenen poetsdoek tot de ketting

schoon is.

• Laat het reinigingsmiddel ongeveer 1 uur verdampen.

OPMERKING:

Als zich nog reinigingsmiddel tussen de kettingschakels bevindt, wordt het nieuwe smeermiddel direct

aangetast en gaat het effect verloren.

• Breng een voor fietskettingen geschikt smeermiddel zuinig aan op de kettingschakels.

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Bij gebruik van te veel of van een ongeschikt smeermiddel kan dit op de remschijf of op de velg

druppelen en deze volsmeren. Daardoor kan de remwerking aanzienlijk verminderen.

• Verwijder overtollig smeermiddel op de ketting met een schone, droge en niet-pluizende, katoenen

poetsdoek.

• Reinig velg en remschijf met een geschikt ontvettingsmiddel. Vraag uw fietsspecialist om

advies.

OPMERKING:

Smeermiddel voor motorfietskettingen blijft plakken aan de fietsketting en de onderdelen van de aandrijving.

Gebruik alleen smeermiddelen die uitdrukkelijk voor fietskettingen geschikt zijn.

7. Reinig de overige sterk vervuilde plaatsen met de hand met een schone, niet-pluizende, katoenen

poetsdoek en gebruik daarvoor een geschikt reinigingsmiddel.


GHOST-bikeS

8. Sproei de complete fiets in met een geschikte sproeiwas of een soortgelijk conserveringsmiddel.

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Door sproeiwas of andere conserveringsmiddelen op de remschijven of velgen kan de remwerking

aanzienlijk afnemen. Andere delen kunnen glibberig worden en tot gevaarlijke rijsituaties,

valpartijen en ongevallen leiden.

Deze onderdelen mogen niet met conserveringsmiddelen worden behandeld,

– Remblokjes

– Remschijven

– Handvaten, rem- en schakelhendels

– Zadel

– Buitenbanden

• Reinig de remschijven en velgen met een geschikt ontvettingsmiddel als deze desondanks

met sproeiwas of een andere conserveringsmiddel in contact gekomen zijn.

9. Wrijf uw fiets na de voorgeschreven inwerktijd op met een schone, niet-pluizende, katoenen poetsdoek.

10. Reinig de remschijven met de hand met een schone, droge, niet-pluizende, katoenen poetsdoek en

gebruik hiervoor een geschikt ontvettingsmiddel.

14.3 Werkplaatsservice

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Een niet of niet op de juiste manier uitgevoerde inspectie en niet-gerepareerde val- of ongevalschade

kan tot gevaarlijke situaties, valpartijen en ongevallen leiden.

• Breng uw fiets voor de voorgeschreven onderhoudsbeurten naar een gespecialiseerde werkplaats

voor GHOST fietsen. Alleen zo kunnen versleten onderdelen en eventuele schade worden ontdekt

en gerepareerd.

Werkzaamheden Interval

Eerste inspectie uiterlijk na 500 km of 6 maanden

Inspectie remblokjes, remschijven, ketting

elke 500 km

Regelmatige inspecties elke 1000 km of 1x per jaar

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Sommige fietsonderdelen, in de eerste plaats lichte componenten, kunnen een beperkte levensduur

hebben.

Als deze onderdelen hun dienst weigeren, kunnen gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen

het gevolg zijn. Vraag uw fietsspecialist om advies. Hij adviseert u graag.

97


98

15. Storingen tijdens het rijden

WAARSCHUWING

Gevaar door valpartijen en ongevallen

Storingen die niet vakkundig worden verholpen, kunnen leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen

en ongevallen.

• Voer aan uw fiets alleen werkzaamheden uit, die in de onderstaande tabel toegestaan zijn. Neem

contact op met een gespecialiseerde werkplaats voor fietsen als uw maatregelen niet het gewenste

succes opleveren.

• Laat alle andere werkzaamheden uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats voor fietsen.

• Neem direct contact op met uw fietsspecialist als u het rijgedrag van uw fiets opvallend vindt, als u

ongewone geluiden hoort of als u storingen vaststelt die niet vermeld staan in de navolgende tabel.

15.1 Versnellingen, aandrijvingen

Storing Mogelijke oorzaken Oplossing

Versnelling wisselt niet

of niet goed

Aandrijving geblokkeerd

na het schakelen

of tijdens het

schakelen

Buitengewone geluiden

zoals kraken, luid

slepen en/of klapperen

Onregelmatige weerstand

tijdens de trapbeweging

Schakelhendel niet op

de juiste manier bediend

Schakeling verkeerd

afgesteld

• Te grote druk op het

pedaal bij een steile

helling

• en/of te langzame

trapbewegingen

Bedien opnieuw

Neem contact op met een gespecialiseerde

werkplaats.

Herhaal het schakelen op vlak terrein.

In de stand schakelen:

• achterwiel optillen.

• de crank in aandrijfrichting draaien tot de

gewenste versnelling ingeschakeld is.

Ketting blijft vastzitten Staan blijven.

Schakelhendel in tegengestelde richting

bewegen.

Achterwiel optillen, indien soepel mogelijk:

crank tegen de aandrijfrichting draaien.

Aandrijf-/schakelonderdelen

beschadigd

Aandrijf-/schakelonderdelen

beschadigd

OPMERKING:

Gebruik in géén geval geweld als de crank

niet soepel kan worden gedraaid.

Neem direct contact op met een gespecialiseerde

werkplaats voor fietsen.

Neem direct contact op met een gespecialiseerde

werkplaats.


15.2 Remmen

Storing Mogelijke oorzaken Oplossing

Ketting eraf gesprongen

Ketting is er na of

tijdens het schakelen

afgesprongen

Ketting springt er herhaaldelijk

af

• Schakeling verkeerd

bediend

• Schakeling verkeerd

afgesteld of beschadigd

• Schakeling verkeerd

bediend

• Schakeling verkeerd

afgesteld of beschadigd

• Schakeling herhaaldelijk

verkeerd bediend

• Schakeling verkeerd

afgesteld of beschadigd

• Staan blijven.

• Plaats de ketting met de hand op het volgende

tandwiel.

• Achterwiel optillen,

• Indien soepel mogelijk:

• Crank in aandrijfrichting draaien.

OPMERKING:

Gebruik in géén geval geweld als de crank

niet soepel kan worden gedraaid of als u niet

over de kracht beschikt om het achterwiel op

te tillen.

Neem direct contact op met een gespecialiseerde

werkplaats.

• Staan blijven.

• Schakelhendel in tegengestelde richting

bewegen.

• Plaats de ketting met de hand op het volgende

tandwiel.

• Achterwiel optillen,

• Indien soepel mogelijk:

• Crank in aandrijfrichting draaien.

OPMERKING:

Gebruik in géén geval geweld als de crank

niet soepel kan worden gedraaid.

Neem direct contact op met een gespecialiseerde

werkplaats.

Bedien de schakeling op de juiste manier, zie

par. 8.4, Versnellingen bedienen.

Neem direct contact op met een gespecialiseerde

werkplaats als de fout ook optreedt

als u op de juiste manier schakelt.

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

De remmen op uw fiets behoren tot de belangrijkste onderdelen voor uw rijveiligheid.

Falende remmen leiden altijd tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.

Falen van de remmen is levensgevaarlijk.

GHOST-bikeS

• Neem bij de geringste storing en bij een verminderde remwerking direct contact op met uw fietsspecialist.

• Rij pas weer met uw fiets als deze door de fietsspecialist volgens de voorschriften gerepareerd is.

99


100

Storing Mogelijke oorzaken Oplossing

Remmen functioneren niet Rem niet op de juiste manier

gemonteerd

Verminderde remwerking,

remhendels kunnen te ver

worden ingeknepen

Neem direct contact op met een

gespecialiseerde werkplaats.

Rem beschadigd Neem direct contact op met een

gespecialiseerde werkplaats.

Remblokjes resp. remvoeringen

versleten

Bij hydraulische remmen:

Remsysteem lek

Rem schaaft Remschijf of velg beschadigd

15.3 Frame, zadelpen en vering

Laat de remblokjes resp. remvoeringen

direct in een gespecialiseerde

werkplaats vernieuwen.

Neem direct contact op met een

gespecialiseerde werkplaats.

Neem direct contact op met een

gespecialiseerde werkplaats.

Rem verkeerd afgesteld

Scheefstand van het wiel Voorwiel: Monteer het voorwiel

op de juiste manier (zie par. 13.1,

Wielen monteren en demonteren)

Achterwiel: Monteer het achterwiel

op de juiste manier (zie par.

13.1 Wielen monteren en demonteren)

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Fouten in het frame en de vering kunnen leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en

schade aan objecten.

• Neem bij de geringste storing direct contact op met uw fietsspecialist.

• Rij pas weer met uw fiets als deze door de fietsspecialist volgens de voorschriften gerepareerd is.

Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing

Geluiden: Kraken, klapperen,

slepen of iets dergelijks.

Frame, zadelpen en/of vering

beschadigd

Ga direct naar een gespecialiseerde

werkplaats.


Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing

Zadelpen schuift in het frame of

verdraait

Aandraaimoment te klein Controle en verhoging van de

klemkracht. Zie par. 8.6.3.2,

Snelspanas op de zadelstrop

sluiten c.q. 8.6.5.2, Boutenmoerklemming

op zadelpen

sluiten.

Bij een frame en/of zadelpen

van carbon:

Montage met vet of

montagepasta voor carbononderdelen

Zadelpen heeft een te kleine

diameter

Gebrekkig veergedrag Vering niet op de juiste manier

afgesteld

Gebrekkig veergedrag ondanks

juiste afstelling

Verende voorvork laat zich niet

blokkeren

• Reinigen van zadelpen en

zitbuis met een geschikt

reinigingsmiddel. Zie par.

14.2, Zo reinigt en verzorgt

u uw fiets.

• Zadelpen en zitbuis moeten

vetvrij zijn.

• Demontage en juiste montage

van de zadelpen vindt

u par. 13.2, Zadelpen met

zadel monteren en demonteren.

Vervanging van de zadelpen in

een gespecialiseerde werkplaats.

Instelling en afstemming

volgens bijgaande onderdelengebruiksaanwijzing.

Vering blokkeert Opheffen van de blokkade

(zie par. 8.2.1.2, Vering uit- en

inschakelen).

Vering beschadigd Ga direct naar een gespecialiseerde

werkplaats.

Bedieningsmechanisme

defect

Neem contact op met een gespecialiseerde

werkplaats.

GHOST-bikeS

101


15.4 Spatschermen, bagagedrager, verlichting

102

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Gebreken aan bagagedrager en verlichting kunnen leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen

en schade aan objecten.

• Neem bij de geringste storing direct contact op met uw fietsspecialist.

• Rij pas weer met uw fiets als deze door de fietsspecialist volgens de voorschriften gerepareerd is.

Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing

Geluiden: Kraken, klapperen,

slepen of iets dergelijks.

Verlichting werkt gedeeltelijk

of helemaal niet

15.5 Wielen en banden

Spatscherm- of bagagedrageronderdelen

zitten los

Verlichtingscomponenten (gloeilampen,

leds) defect

Leidingen beschadigd

Dynamo defect

Ga direct naar een gespecialiseerde

werkplaats.

Vervang de lichtbronnen.

Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist.

Ga direct naar een gespecialiseerde

werkplaats.

WAARSCHUWING

Gevaar door valpartijen en ongevallen

Gebreken en schade aan wielen en banden kunnen leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen

en schade aan objecten.

• Neem bij de geringste storing direct contact op met uw fietsspecialist.

• Rij pas weer met uw fiets als deze door de fietsspecialist volgens de voorschriften gerepareerd is.

Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing

Wielen ‘hobbelen’ • Schade aan de band

• Spaken gebroken

Onbestemd rijgedrag Te lage bandenspanning

• Toenemend onbestemd

rijgedrag

• Zeer ongewoon rijgedrag

(u voelt elk steentje)

Ga direct naar een gespecialiseerde

werkplaats.

Schade aan het wiel Ga direct naar een gespecialiseerde

werkplaats.

Verhoging van de bandenspanning

(zie par. 7.1.2.7, Bandenspanning

controleren).

Als hetzelfde rijgedrag zich daarna

direct weer voordoet, is er sprake

van een langzaam leeglopende

band (zie volgende regel).

Lekke band Lekke band: Vervanging van binnenband,

indien nodig van buitenband

en velglint, zie par. 15.5.1, Binnenband

en buitenband vervangen.


15.5.1 Binnenband en buitenband vervangen

GHOST-bikeS

WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallen

Fouten bij de reparatie aan de wielen kunnen tot gevaarlijke rijsituaties leiden.

Voer deze werkzaamheden alleen uit als u beschikt over de desbetreffende technische basiskennis,

ervaring en het

geschikte gereedschap daarvoor.

Voor de reparatie van een lekke band hebt u het volgende gereedschap nodig:

• 2 bandenlichters

• Passende binnenband (nieuw) voor uw wielmaat.

Uw bandmaat en uw type ventiel vindt u in par. 4.7, Banden.

• Nieuwe buitenband (nieuw) in uw wielmaat, indien nodig. Uw bandmaat vindt u in par. 4.7, Banden.

• Fietspomp met een voor het ventiel passende pompkop

1. Demonteer het wiel.Zie par. 13.1.1, Voorwiel demonteren c.q. 13.1.3, Achterwiel demonteren.

2. Draai de ventielmoer tot aan de aanslag erop.

3. Druk met een vinger het ventiel in tot alle lucht ontsnapt is.

4. Verwijder de moer op de ventielvoet.

5. Licht de band met de bandenlichters van de velg. Begin hiermee bij het tegenover het ventiel liggende

punt.

6. Trek de binnenband uit de buitenband. Onthoud de oriëntatie van de binnenband in de buitenband.

7. Zoek de oorzaak voor de lekkage:

• Pomp de defecte binnenband op.

• Zoek het punt waar de lucht ontsnapt.

• Als u het lek gevonden hebt: Draai de binnenband zo om de eigen as dat het ventiel naar binnen

wijst.

8. Als het lek binnen ligt:

• Controleer of het velglint goed zit: Alle spaakboringen moeten afgedekt zijn. Neem als dat niet het

geval is, contact op met uw fietsspecialist.

• Controleer de velg op beschadigingen (scherpe kanten, bramen enz.). Neem als u een dergelijke

beschadiging vaststelt, contact op met uw fietsspecialist.

• Controleer of een of twee kleine gaatjes naast elkaar liggen.

OPMERKING:

Twee kleine gaatjes zijn een aanwijzing voor een doorslag (snake bite). Dit komt vaker voor bij het

met een te lage bandenspanning rijden over hoekige hindernissen.

Als de velg niet beschadigd is: nieuwe binnenband monteren.

103


104

9. Als het lek buiten ligt:

• Houd de binnenband zo naast de velg met buitenband als hij gemonteerd was. Onderzoek de buitenband

op het punt waar het gat in de binnenband zich bevindt. Vaak steekt nog een doorn, een steentje

of een glassplinter in de buitenband.

VOORZICHTIG Gevaar voor snijletsel

Als u de binnenzijde van de band aftast met uw duim of vinger, kunt u letsel oplopen door

scherpkantige voorwerpen die zich eventueel nog in de band bevinden.

• Vermijd te snel aftasten van de bandbinnenzijde met duim en vingers.

• Tast de bandwanden heel voorzichtig af.

10. Verwijder het veroorzakende voorwerp voorzichtig met de vingernagel of een zakmes of iets dergelijks.

Als een groot gedeelte van de buitenband beschadigd is, moet deze eveneens worden vervangen.

Als een buitenbandwissel nodig is:

OPMERKING:

Een nieuwe band is noodzakelijk als een duidelijk zichtbare beschadiging aan de band opgetreden is, die

eenduidig groter is dan een kleine insteking.

11. Verwijder de oude band helemaal van de velg.

12. Monteer de nieuwe buitenband met een flank op de velg. Let daarbij op dat de pijl voor de looprichting

op de buitenband (indien voorhanden) overeenstemt met de draairichting tijdens het rijden.

Als geen buitenbandwissel nodig is:

13. Pomp de nieuwe binnenband zo op dat hij een beetje vorm krijgt.

14. Steek het ventiel door het ventielgat in de velg. Het ventiel moet naar het middelpunt van het wiel wijzen.

15. Druk nu de buitenbandflank die nog buiten de velg zit ter hoogte van het ventiel in het velgbed.

16. Druk de buitenflank van de band gelijktijdig omlopend in het velgbed. Begin daarmee bij het ventiel.

17. Tegenover het ventiel kan iets meer kracht nodig zijn om de band in het velgbed te drukken. Gebruik

daarvoor de bandenlichters. Let op dat u daarbij niet de binnenband beschadigt.

18. Pomp de binnenband iets op.

19. Rol de binnenband rondom haaks op de looprichting heen en weer. Let daarbij op dat de band gelijkmatig

op de velg zit en de binnenband nergens te zien is.

20. Pomp de band op tot de voorgeschreven bandenspanning. Een vermelding van de toelaatbare bandenspanning

is op de zijwand van elke buitenband gedrukt.

21. Monteer het wiel volgens par. 13.1.2, Voorwiel monteren c.q. 13.1.4, Achterwiel monteren.

22. Controleer de banden nogmaals. Zie par. 7.1.2.4, Banden controleren.


16. Fiets niet gebruiken gedurende een langere periode

GHOST-bikeS

OPMERKING:

Het verkeerd opslaan van uw fiets kan lagers en banden beschadigen alsmede corrosie in de hand werken.

Sla uw fiets op volgens de onderstaande aanwijzingen als u verwacht, uw fiets langer dan 2 maanden

niet te gebruiken.

1. Reinig en onderhoud uw fiets zoals in par. 14.2, Zo reinigt en verzorgt u uw fiets beschreven.

2. Zet uw fiets alleen in droge en stofarme ruimtes.

3. Gebruik geschikte fietsstandaards (bijv. 3-pootstandaard). Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist.

4. Als uw fiets met één of met beide wielen op de grond staat

• Til uw fiets dan elke 2-3 weken op en draai de wielen met de hand een paar slagen rond.

• Beweeg het stuur een paar keer heen en weer.

• Draai de cranks een paar slagen met de hand rond tegen de aandrijfrichting in.

5. Alvorens de fiets weer in gebruik te nemen, voert u een controle volgens hfst. 7, Voor elke rit uit.

17. Fiets afvoeren

Net als alle elektrische en elektronische apparaten bevat uw fiets stoffen die schadelijk zijn voor mens en

milieu en stoffen die gerecycled kunnen worden.

Lever uw fiets af bij het gemeentelijke milieupark. Uitvoerige informatie over de juiste afvoer van uw fiets

kunt u aanvragen bij uw gemeente of bij uw fietsspecialist.

Voer binnen- en bandbanden met het huisvuil af.

18. Waarborg, garantie

18.1 Algemeen

Voor GHOST fietsen gelden in principe de wettelijke regelingen met betrekking tot garantie resp. eventuele

overeenkomsten die met de desbetreffende dealer werden gesloten. Contactpersoon voor garantieclaims

is de fietsspecialist bij wie de GHOST fiets werd gekocht. Als zich binnen de garantietermijn een gebrek of

schade aan een GHOST fiets voordoet die onder de garantie valt, wend u dan alstublieft tot de desbetreffende

dealer, die een en ander vervolgens voor u zal afhandelen.

18.2 Houdbaarheidsgarantie op frame vanaf modeljaar 2011

Als aanvulling op de wettelijke garantie geeft de firma GHOST afhankelijk van het frametype een houdbaarheidsgarantie

van in totaal 3 resp. 5 jaar, voor zover u als eindklant de bij de fiets bijgevoegde garantiekaart

die zich in de gebruiksaanwijzing bevindt, ingevuld naar de firma GHOST opstuurt. Alternatief is ook een

online-registratie via de internetpagina van GHOST mogelijk. De garantietermijn begint met de aankoop van

de nieuwe fiets door u als eindklant bij de fietsspecialist. Als de bij de fiets bijgevoegde garantiekaart niet

naar de firma GHOST wordt opgestuurd of als de fiets niet online wordt geregistreerd, wordt de garantie niet

verleend. De garantieclaims blijven onverminderd van kracht.

105


106

Voor de garantie gelden de volgende periodes:

1. De garantie van 3 jaar is mogelijk bij Enduro-, Northshore-, Downhill-, 4CROSS en Dirt-frames.

2. Garantie van 5 jaar is mogelijk bij alle frames die niet tot de bovengenoemde categorieën behoren.

De garantie heeft alleen betrekking op de frameconstructie en niet op het lakwerk en het decor.

Aanspraak op garantie bestaat niet:

• Bij gebreken en schade die te wijten zijn aan het feit dat richtlijnen en aanwijzingen in de gebruiksaanwijzingen

niet werden nageleefd.

• Bij gebreken en schade die te wijten zijn aan overmacht, een ongeval, ondeskundig gebruik, onvakkundig

uitgevoerde reparaties, gebrekkig onderhoud of slijtage.

• Bij gebreken en schade die te wijten zijn aan het feit dat bij het vervangen van onderdelen ongeoorloofde

onderdelen gebruikt zijn.

• Bij aanpassingen aan het product zonder voorafgaande toestemming van de firma GHOST-Bikes indien

gebreken en schade daarop kunnen worden teruggevoerd.

Bij een reclamatie binnen de genoemde extra garantieperiode, echter buiten de garantietermijn, wordt alleen

het defecte frame gerepareerd of vervangen. Kosten voor een eventueel vereiste ombouw van componenten

resp. voor de verzending van een frame binnen de genoemde periode worden niet aanvaard resp. vergoed.

De betreffende frames moeten dus binnen deze periode in gedemonteerde toestand franco naar de firma

GHOST-Bikes worden gezonden. Bij een vervanging van het frame binnen de garantieperiode begint deze

voor het nieuwe frame vanaf het tijdstip van de vervanging opnieuw.

Als voor een actuele vervanging van een frame, hetzelfde type frame niet meer ter beschikking staat, behoudt

de firma GHOST zich het recht voor, een vervangend frame te leveren dat qua vorm en kleur kan

verschillen van het originele frame, echter gelijkwaardig of hoogwaardiger is.

Aanspraken op schadevergoeding blijven naast deze garantie onverminderd bestaan.


19. Overzichtsafbeeldingen met alle fietsonderdelen

Frame

Zadel

Zadelpen

Zadelstrop /

klembeugel

Zitbuis

Achterwielvering

Veerschommel

Scharnierpunt

Staande achtervork/zitbuis

Derailleur

Tandwielpakket/

tandwielcassette/

pignons (bestaat uit

afzonderlijke pignons/

tandwielen)

Versnellingskabel

Versnellingsmechanisme

Liggende achtervork

Achterwiel

Rolletjes van het schakelmechanisme

Kettingblad

Ketting

Bagagedrager

Achterlicht

Reflector (achter)

Fietsstandaard/

standaard/

zijstandaard

Crankbout

Pedaal

Reflector (pedaal)

FRAMEBESCHRIJVING

(begrippen)

FRAMEBESCHRIJVING

(begrippen)

GHOST-bikeS

Handvat/stuurhandvat

Stuur

Stuurpen

Stuurbuis

Bovenbuis

Remleiding

Vork/geveerde voorvork

Veer-/demperelement/

demper

Onderbuis

Voorwiel

Banden

Velg

Rem/schijfrem

Remschijf

Spaak

Ventiel

Crankstel

Crank

Koplamp

(met geïntegreerde

reflector)

Remkabel

Bedrading/kabel

Rem/velgrem

Vork

Spatbord, spatscherm

Spatbordstang

Uitvaleinde

Naaf, voor

Kettingbladbout

Kettingblad/

kettingbladen

Velg

Reflectiestreep (band)

107


108

Remkabel c.q.

remleiding (Magura)

Velgrem (racefiets)/

velgrem (Magura)/

velgrem (MTB)

Remleiding

Velgrem (Magura)

Remzadel/

remsokkel/

remklauw/

remvoering/

remblokje/

remschoen/

remblokje

Bevestigingshendel (Magura)

DETAILAANZICHT

(velgrem racefiets)

DETAILAANZICHT

(velgrem Magura)

Remzadel/

remsokkel/

remklauw/

remvoering/

remblokje/

remschoen/

remblokje

Vork

Insteekbuis

Brakebooster

Vorkbrug

Staande buis


Kettingschakel/

schalmplaat

Ventieldopje/stofkapje

Ventiel

Ventielmoer

Versnellingshendel

Handvat/stuurhandvat

Bar end (hoorntje)

DETAILAANZICHT

(wiel)

DETAILAANZICHT

(stuur)

GHOST-bikeS

Kettingbout

Banden

Velg

Zijkant van de velg

Slijtage-indicator

Stuurpen

Remhendel

109


110

Naaf, achter

Tandwielpakket/

tandwielcassette/

pignons (bestaat uit

afzonderlijke pignons/

tandwielen)

Schakelmechanisme

Vork

Steekverbinding

Uitvaleinde

DETAILAANZICHT

(naaf, achter)

DETAILAANZICHT

(naaf, voor)

Remschijf

Schijfrem

Snelspanas/

snelspanhendel/

snelspanner

Dynamo/naafdynamo


Koplamp

Vorkschacht

(niet zichtbaar,

in de stuurbuis)

Zadelklembout

Zadelpen

Zadelpenklembout

DETAILAANZICHT

(stuurbuis)

DETAILAANZICHT

(zadel)

GHOST-bikeS

Stuurbuis

Balhoofd

Zadel

Zadelstrop

111


20. Colofon

112

Fabrikant: GHOST Bikes GmbH

An der Tongrube 3

95652 Waldsassen

Duitsland

Tel.: +49 9632 92550

Fax: +49 9632 925516

www.GHOST-bikes.com

info@GHOST-bikes.de

Consulting: Andreas Zauhar, Dipl.-Ing. FH

door de KvK voor München en Oberbayern van overheidswege aangesteld

en beëdigde deskundige voor rijwielschade en -beoordelingen

Horner Straße 12d

83329 Waging – Tettenhausen

Duitsland

Tel.: + 49 8681 4779284

Fax: + 49 8681 4779285

www.andreas-zauhar.de

kontakt@andreas-zauhar.de

More magazines by this user
Similar magazines