blad - Nvj

nvj.nl

blad - Nvj

FAQ

blad

Nr 1 | JAARGANG 1 | SEPTEMBER 2009

User Generated Content

Vakkennis

inVesteren

onafhankelijkheid

MUltiMedia

kwaliteit

inspiratie

VerdienModellen

CreatiViteit

need to know

BetroUwBaar

VAKBLADEN OP SPREEKUUR


FAQ

blad

FAQblad is een uitgave van

Fontys Hogeschool Journalistiek

Hoofdredactie

Maud Gerards

Steffie van Gils

redactie

Charlotte Backx

Inge de Bresser

Claudie Hendrikx

Bart Hoffman

Anoek Hofkens

Ruud Maas

Crissy Mulder

Sanne van Neerven

Evi van den Oever

Daniëlle Ponjé

Floris Poort

Frans Raaijmakers

Kyra van de Schans

Ralf Seuntjens

Dagmar Steins

Koen van der Velden

Amando Zwamborn

redactiebegeleiding

Ingrid Cramer

Marina Zwaan

Vo r m g e V i n g & opmaak

Jan van Beek

disclaimer

Niets uit deze uitgave mag

worden verveelvoudigd zonder

overleg met de redactie.

De afbeeldingen in deze uitgave

zijn rechtenvrij of geplaatst in

overleg met de maker. Meent u

desondanks rechthebbende te

zijn, neem dan contact op met de

redactie.

contact

Redactie FAQblad

vakbladenredactie@gmail.com

Fontys Hogeschool Journalistiek,

Tilburg

Foto: de Uitgeeffabriek

in dit nummer…

ZOVEEL MENSEN,

ZOVEEL WENSEN

“Ga je als vakblad nu bezuinigen,

dan kun je wel inpakken zodra de

crisis voorbij is”

(Marcel Henst)

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Misset Horeca, Voedingsindustrie,

Agrio, Theatermaken weten hoe ze met

heel diverse doelgroepen moeten

omgaan.

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

Verschillende manieren om je op het web te profileren.

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

Foto: Mouton Rebelle Creatief met het web

wwWinst.nl

Communicatie-expert

Hille van der Kaa

geeft tips voor een

winstgevende website.

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

“Internet is koning”,

vindt Alex Beishuizen. Het werkveld is kritisch.

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21

HOE VER GA JE VOOR JE ADVERTEERDER?

Drie hoofdredacteuren trekken hun grens.

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

User Generated Content

Gezocht

Eerste hulp bij redactioneel werk

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34

verder ook...

Vakman versus Journalist

Hoe belangrijk is een vlotte pen?

Hoe je de LOF Prijs wint . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

Trend of taboe: de vakglossy . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

Het praktijkvoorbeeld van… Boerderij . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

Wannahaves . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Blad-boost: een evenement. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Quiz: Match de advertentie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28

De restyling van… MedNet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

2 FAQblad FAQblad

Frank Lindner

Peter Vorstenbosch

Pieter Boetzkes

3


Fusie Boomblad en VNBL

Boomblad, het blad over bomen is er nu ook vóór bomen. Het

groene tijdschrift gaat namelijk fuseren en dat scheelt papier.

In 2010 gaat het magazine op in het Vakblad Natuur Bos

Landschap.

RD Persprijs 2009

Op 28 oktober wordt de Rotterdamse RD Persprijs weer uitgereikt.

De prijs is bestemd voor prestaties die journalistiek van aard zijn,

waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende

mediavormen. Betrokkenheid bij en kennis van de Rotterdamse

samenleving is een vereiste. In de jury zit onder anderen oud-burgemeester

van Rotterdam Ivo Opstelten. Aan de RD Persprijs is

een geldbedrag van vijfduizend euro verbonden.

Meer informatie: www.rdpersprijs.nl

Inschrijving LoF Prijs voor

Vakinformatie 2010 geopend

Het is zover, de inschrijving voor de LOF Prijs voor Vakinformatie

is gestart. Tot 15 september 2009 kunnen alle uitgevers en

redacties hun beste werk inzenden. Dat kunnen boeken zijn,

vaktijdschriften, websites, weblogs of een combinatie hiervan.

Vervolgens worden de nominaties eind november 2009 bekendgemaakt.

De prijsuitreiking vindt plaats op 26 januari 2010 tijdens

de Nieuwjaarsbijeenkomst van de groep Uitgevers voor Vak en

Wetenschap.

Meer informatie: www.nuv.nl/web/uwv/activiteiten

Johan Wiering

Beleggers Belangen

“De recessie. In de

branche is er door de

recessie veel werkloosheid

en onzekerheid.

Mensen beleggen

minder en het aantal

abonnees en adverteerders

neemt af. We

moeten ons blad van

goede kwaliteit houden.

Zeker omdat er

structureel meer concurrentie

is en mensen

alles gratis willen.”

4 FAQblad

Leo Hanse

Aardappelwereld

Magazine

“Ik maak me meer

zorgen over de naderende

deadline dan

over de crisis in de

landbouw. Die is er

om de paar jaar. We

moeten wat zuiniger

zijn, maar we hebben

nog een buffer.”

N I E U W S

met de handen in het haar?

Waar liggen deze bladenmakers wakker van?

Barend Luiting

Autokompas

“De copy-pastejournalistiek

en de

ontlezing van de jonge

generaties baren me

zorgen. Dat adverteerders

zich terugtrekken,

lijkt me van

voorbijgaande aard.

Omdat wij schrijven

over de afterbusiness

merken we ook relatief

weinig van de

autoverkoop, die met

een kwart gedaald is.”

Nieuwe hoofdredacteur Sportcult

Veronique van der Waal startte per 1 juli als nieuwe hoofdredacteur

van Sportcult, het blad voor de sportdetailhandel. In de periode

2001-2005 stond ze er ook al aan het roer. Ze leidde destijds

ook de redactie van Bengels, het vakblad voor kindermode. Van

der Waal stuurt naast het blad ook de vernieuwde site www.sportcult.nl

aan. De redactie van de multimediale titel Sportcult zal ook

uitgebreid worden met nog een journalist. Sportcult behoort tot

het Uitgeefcluster Fashion van Mybusinessmedia, dat tevens de

vakbladen Textilia, Schoenvisie en Bengels uitgeeft.

Henny Kormelink

De Voetbaltrainer

“In ieder geval

niet van dalende

inkomsten. De

Voetbaltrainer heeft

vaste en trouwe

abonnees. Voor de

inkomsten zijn we niet

afhankelijk van adverteerders.

Ik heb dus

niets om me zorgen

over te maken.”

André Vonk

De Kermiskrant

“De opkomst van

internet. Een toekomst

met complete online

bladen lijkt me zorgwekkend.

Kun je wel

net zoveel verdienen

via de digitale snelweg?”

RALF SEUNTJENS

Hoofdredactioneel

Prijzen verlagen, de cover aantrekkelijker maken dan die van de

concurrent en MEER entertainment bieden. Zomaar een greep

uit de trucs die publieksbladen uithalen in deze crisistijd. In veel

gevallen zijn die zeker winstgevend, maar vaak geen opties voor

het vakblad. Want afbreuk doen aan de kwaliteit van het blad

is voor de meeste vakbladen een no go. Toch gaat de crisis ook

aan hen niet voorbij. Hoe houd je als vakblad het hoofd boven

water? FAQblad ging op zoek naar antwoorden op deze veelgestelde

vraag.

Of deze oplossingen ook voor u werken, dat is een vraag. Maar

in deze uitgave laten we mensen aan het woord die inspireren.

Redacties die zich onderscheiden door het gebruik van User

Generated Content of een multimediale aanpak. We bekijken op

welke manieren een blad om kan gaan met de ontwikkelingen

binnen de advertentiemarkt. Ook de discussie journalist versus

vakman komt voorbij.

Items maakt doorstart

Items gaat zelfstandig door met publiceren. De eigenaren van

het blad, drukkerij Flevodruk Harderwijk en uitgeverij d’jonge

Hond, gingen failliet. De redactie van het designblad maakt nu

zelf een doorstart.

Nieuw jasje voor De Journalist

De Journalist gaat vanaf september dit jaar door het leven als

Villamedia magazine. Volgens hoofdredacteur Dolf Rogmans

komt in het vernieuwde blad meer opinie aan bod en wordt de

inhoud praktischer en pittiger van toon. Ook krijgen in de toekomst

nieuwe media en ontwikkelingen in de mediawereld meer

aandacht. De ledeninformatie van vakbond NVJ verdwijnt uit het

blad. Deze informatie is voortaan los bij het tijdschrift verkrijgbaar.

Met de naam hoopt het blad beter aan te sluiten op de

gelijknamige nieuwssite villamedia.nl. De website dejournalist.nl

zal uit de lucht gaan.

Kortom; een ontdekkingstocht naar kansen. Wij redden met

FAQblad geen bladen van de afgrond, maar wellicht doet uw

redactie zijn voordeel met onze verhalen. En wie weet is het

dan wat minder moeilijk om het hoofd boven water te houden.

We konden helaas geen oranje zwembandjes meesturen, dit is

natuurlijk geen publieksblad.

De redactie wenst u veel leesplezier,

Maud Gerards en Steffie van Gils

Hoofdredactie

effe geen cent

te makken?

Alle kleine beetjes helpen in tijden van crisis. Een spaarpot

is daarom geen overbodige luxe. Zo heb je altijd iets achter

de hand in geval van nood. FAQblad zocht de leukste

exemplaren voor deze redacties. KyRA VAN DER SCHANS

MOTORKLASSIEK

www.optitune.nl

Prijs: € 9,95

BAKKERSWERELD

www.bakkerijmuseum.nl

Prijs: € 2,75

NATUUR BOS LANDSCHAP

www.apartdesign.nl

Prijs: €23,95

PROOST

www.thegadgetspot.nl

Prijs: € 5

COMPUTABLE

www.bestthings.nl

Prijs: €9,95

BOERDERIJ

www.kadoshop.nu

Prijs: €17,95

FAQblad 5


Foto: Archief Marcel Henst

NU:

IS DE TIJD DAT DE

LEZER ZIJN VAKBLAD

NODIG HEEFT

MOETEN WE

INVESTEREN IN

PLAATS VAN

BEZUINIGEN

KUNNEN

VAKBLADEN ZICH

ONDERSCHEIDEN

DOOR HUN KENNIS

IS DE TIJD VAN

MARCEL HENST

6 FAQblad

De advertentiemarkt is overal ingezakt,

abonnementen lopen terug en redacties

krimpen. Toch zegt Marcel Henst dat de

vakbladen hun kansen nu moeten grijpen.

Het lijkt onlogisch dat juist vakbladen van

de crisis kunnen profiteren. Maar volgens

Henst kan dat wel, zelfs op meerdere

manieren. “Lezer, blad en adverteerder

hebben elkaar harder nodig dan ooit.”

We spreken elkaar via de telefoon. Henst heeft

een erg volle agenda en het is nogal kort dag.

“Weet je wat? Bel me zo meteen terug. Dan zit

ik in de auto en heb ik ruim een uur de tijd om te

praten.” Het is een typische oplossing van Henst.

Praktisch, efficiënt en resoluut. Tijdens zijn rit

vertelt hij over de mogelijkheden die vakbladen

hebben in deze tijd.

De economie zit in een dal ook adverteerders

in de bouw zitten daar in. “Grote bedrijven als

Unilever bereiden zich voor op een diepe recessie”,

zegt Henst. “Als ze al adverteren doen ze

dat heel gericht. Want als ze geld uitgeven aan

reclame, dan willen ze dat op de juiste plek

doen. Adverteerders zijn onmisbaar, dus je moet

er voor zorgen dat jouw merk die plek voor ze

is.”

Je moet dus niet alleen een goed blad hebben,

maar ook een goede website. “Mits goed uitgevoerd,

kan je site een sterke toevoeging zijn aan

je blad.” Wanneer blad en site elkaar aanvullen,

kun je veel meer mensen in je doelgroep bereiken

dan met alleen je blad of site. Dat is weer

aantrekkelijk voor de adverteerder. “Mensen die

geen abonnement hebben op je blad, komen

binnen via Google of andere sites. Bovendien

kun je via internet ook jongeren bereiken”, legt

hij uit. Internet een bedreiging? Nee dus. “Als je

het goed aanpakt, kun je er zelfs geld mee verdienen.”

exclusieve informatie

Maar hoe maak je die site tot een succes? “In

ieder geval niet door te kopiëren wat je in je

blad doet. Toegegeven, daar maak ik mezelf

ook schuldig aan, maar het is gewoon niet goed

genoeg. Op je site moet kort nieuws staan, hij

moet interactief zijn en je moet mensen er de

gelegenheid geven groepen te vormen en in discussie

te gaan zonder dat de redactie zich met

de inhoud daarvan bemoeit.”

De zogenaamde bouwberichten zijn het stokpaardje

van Cobouw. “Aannemers, architecten,

ingenieurs en andere bouwbedrijven hebben

deze berichten nodig om te weten waar het werk

voor hen te vinden is. De bouwberichten moet je

goed kunnen doorzoeken en moeten dus altijd

beschikbaar zijn. Dit hebben we allemaal gedigitaliseerd

en dat levert ook veel abonnementen

op. Bezoekers komen al snel bij bouwberichten

waarvoor ze moeten betalen. Zo hopen we meer

geld te verdienen en door te groeien. Het gaat

tenslotte om exclusieve informatie die ze alleen

bij ons kunnen halen en die is geld waard.”

Mensen moeten dus weten dat je exclusieve content

biedt. Maar dan moet je ook die reputatie

opbouwen. “Wij hebben er eerst voor gezorgd

dat we goed scoren bij Google. Nu weten mensen

dat wij het laatste nieuws bieden binnen

de bouwsector. Nieuws moet snel op de website

staan, de krant van morgen is daar al te laat

voor. Het moet de magneet van je website zijn.

Mensen horen iets, googelen het en komen uit

bij onze site. Ze denken dan: ‘Verrek, die heb-

ben altijd alles als eerste en ze hebben er nog

verstand van ook!’.” Andere triggers heeft de

website van Cobouw ook niet nodig. Dit levert

al genoeg op. “Ik ben ervan overtuigd dat vakbladen

tegenover algemene pers één groot

voordeel hebben en dat is hun kopij. Die kun

je nergens anders krijgen want je hebt unieke

bronnen, unieke kennis en een unieke manier

van opschrijven.”

Niet bezuinigen dus, zeker nu niet. Investeren

in de redactie is belangrijk. “Je moet met kennis

komen, nieuwe bronnen aanboren die de lezer

helpen met zijn bedrijf. Er heerst een enorme

honger naar kennis; hoe houd ik met mijn bedrijf

het hoofd boven water in de crisis? Voor die vragen

is het vakblad, daar moeten de antwoorden

in te vinden zijn”, stelt hij. “Ga je investeren in

je redactie, dan is het over een jaar, wanneer de

crisis voorbij is, vanzelfsprekend voor je lezer en

adverteerder dat ze bij jouw blad blijven en niet

naar een ander gaan.”

Niet bang zijn

Hoe te investeren, dat verschilt volgens Henst

per blad. Een simpele tip voor redacties die binnen

één bedrijf werken met meerdere bladen en

sites: “Maak alle websites met één model, want

het kost heel veel geld om met meer designs

en content management systemen te werken.

Terwijl je met verschil van kleurstelling, opmaak

en een goede titel nog maar weinig middelen

nodig hebt om een goede website te maken.”

Ook heeft hij een tip die voor alle redacties geldt.

“Redacties moeten niet bang zijn voor veranderingen.

Durf fouten te maken, daar kun je alleen

maar van leren.”

Henst erkent dat niet alle redacties over voldoende

middelen beschikken om fouten te kun-V

TEKST: MAUD GERARDS & STEFFIE VAN GILS

“Als je nu gAAt bezuinigen, kun

je het wel vergeten”

Marcel Henst (45) is uitgever en hoofdredacteur van

Cobouw, krant en website voor de bouwsector.

Tussen 2001 en 2008 stond hij aan het roer van het

weekblad Boerderij, dat hij van blad tot multimediaal

merk maakte. Als hoofdredacteur was hij ook verantwoordelijk

voor de websites van Boerderij. Met

onder andere de Stoere Boeren-meidenkalender en

sms-diensten trok hij mensen van buiten het vak naar

de website.

Vóór Boerderij werkte Henst bij Mikrogids en Studio KRO Magazine, bladen

van de KRO. Hij is een graag geziene gast bij discussies en fora over

de vakbladenwereld.

FAQblad 7


8 FAQblad

nen maken. “Toch moet je ook als klein blad lef

hebben. Kijk naar Bright, dat heel klein begon en

is uitgegroeid tot iets groots. Ook Computable

heeft een slimme methode gevonden om een

website en magazine te maken, door efficiënt

met content om te gaan. Je moet creatief en

inventief zijn, daar heb je niet altijd veel mensen

voor nodig. Wanneer je een goede look and

feel creëert, blijven lezers bij je.” Maar eerlijk is

eerlijk, geld moet je wel hebben. Databases kosten

bijvoorbeeld veel geld. “Dat klopt, maar User

Generated Content daarentegen, dat komt gratis

naar je toe.” Bij onder meer Boerderij maken

ze al uitgebreid gebruik van de kennis van hun

lezers. “Creëer er een platform voor en het komt

vanzelf. Als je dan ook nog het blad en de website

goed op elkaar laat aansluiten, ben je klaar

voor de toekomst.”

Op de valreep, slechts enkele meters van zijn

bestemming verwijderd, klinkt Henst haast

enthousiast, alsof hij de crisis als interessante

uitdaging ziet. “Het is een spannende tijd. Alles

is anders. Je moet op je bek durven gaan. Een

heleboel mislukt ook. Maar wanneer jij de lezer

laat zien dat zijn vakblad er in goede en slechte

tijden voor hem is, dan worden die fouten vergeven

en je durf geprezen.” C

mijn vakblad en ik

Naam: Cees Teunen (56)

Vakblad: BOVAGkrant

Cijfer: 7

Toen Teunen in de autobranche

zat las hij altijd de

BOVAGkrant. Hij keek echt uit

naar het moment dat zijn blad

weer op de deurmat viel. Nu

hij na 25 jaar niet meer werkzaam

is als autodealer, heeft

hij het geluk dat zijn zoon voor

het blad schrijft. Die neemt het

dan ook af en toe voor hem

mee. “Na zo lang in de branche

te hebben gewerkt, kan

ik toch wel zeggen dat ik iets

met auto’s heb. Daarom volg

ik de branche nog steeds en

ben zijdelings nog met auto’s

bezig. Ik lees het blad graag,

omdat ik het écht een vakblad

vind. Het brengt vakberichten

en geeft praktische informatie.

Als je het leest, is het net alsof

je met een collega praat. Je

krijgt bevestiging of vindt herkenning,

dat is prettig. Zonder

die informatie over het vak zou

ik de BOVAGkrant niet meer

Foto: Sanne van Neerven

hoe win ik de LoF Prijs?

LOF Prijsjurylid Wim Raaijen fluisterde FAQblad zijn drie beste tips in om de felbegeerde prijs te winnen.

“Gebruik internet voor de binding

1 met je lezers. Maak bijvoorbeeld

gebruik van een netwerkachtige site als

Hyves. Hiermee creëer je een geweldige

wisselwerking. Jij houdt de lezer op de

hoogte van de laatste nieuwtjes en de

lezer vertelt jou wat hij wil lezen.”

Alfred Levi houdt het niet meer bij

“Nu moeten we met zijn allen op

Twitter. Vorig jaar was het Second Life.

We maken elkaar gek met de hypes die

we creëren.”

Alfred Levi, oprichter en directeur

marketingadviesbureau 3MO

lezen. Omdat het blad al heel

lang op de markt is, voel ik

me ermee verbonden en is het

voor mij vertrouwd. Het enige

nadeel van het blad vind ik het

formaat. Het is zo groot als een

tabloid en wordt gemaakt van

Pieter Bakker blijft optimistisch

dik en glanzend papier. Je kunt

er niet lekker mee op de bank

gaan zitten, omdat het licht op

het papier weerspiegelt. Los

daarvan is het wel prettig leesbaar.

Ik trek er echt de tijd voor

uit om het te lezen en neem het

2

“Zorg voor een heel intense verbinding

met de markt. Ben van alles

op de hoogte en probeer de markt zelfs

voor te zijn. Dit bereik je door het opzetten

van een breed netwerk”.

QUOTES

“We weten één ding van recessies: dat

ze komen en ook weer voorbijgaan.”

Piet Bakker, lector Crossmedia Content

Hogeschool Utrecht

mee op vakantie. Ik vind het

echt erg jammer dat ik zonder

autobedrijf geen abonnement

kan nemen, anders had ik dat

zeker gedaan!”

SANNE VAN NEERVEN

“Leer je doelgroep kennen.

3 Organiseer ten minste eens per jaar

een evenement en zorg dat het gevoel

dat de lezer bij je blad krijgt, centraal

staat op die dag. Nodig bijvoorbeeld

prominente sprekers uit het vak uit.”

CRISSy MULDER

Laurens Verhagen geeft zelf wél

graag zijn mening

“Het mooie van internet is dat je niet

alles hoeft voor te kauwen. Onze lezers

willen het nieuws weten en hebben

geen behoefte aan een mening.”

Laurens Verhagen, hoofdredacteur

Nu.nl

FAQblad 9


10 FAQblad

TEKST: DANIëLLE PONJé & FLORIS POORT

zoveel mensen, zoveel wensen

Groentebakkers, mimezangers, tapchefs en akkermelkers. Ze

bestaan niet, maar anders zouden deze bladen er wel raad mee

weten. De redacties van Misset Horeca, Voedingsindustrie, Agrio en

TheaterMaker bedachten stuk voor stuk verschillende manieren om

hun uiteenlopende doelgroepen aan te spreken.

Misset horeca

Gesprek met adjunct-hoofdredacteur

Martijn Reintjes.

Wat betekenen de extensies, de top 100

ranglijsten, voor Misset Horeca?

“Ranglijsten zijn goed om de kracht van

het merk verder te onderstrepen. Ze vergroten

het gezag dat je als merk uitdraagt.

Uiteindelijk heet het wel de Misset Horeca

Top 100. Een top 100 ranglijst is doorgaans

een mooi kapstokje om over de horecasector

te schrijven, vinden collega’s. Publieksmedia

besteden steeds meer aandacht aan horeca.

Het vak is door al die media-aandacht

en televisieprogramma’s van Herman den

Blijker en Jamie Oliver op een hoger plan

komen te staan. Dertig jaar geleden was je

een loser als je als kok in de keuken werkte.

Nu ben je, als het goed doet, een held.”

Voedingsindustrie

Gesprek met hoofdredacteur

Judith Witte.

Voedingsindustrie maakt gebruik van

een database. Wat betekent dit voor de

content?

“Die database is een simpel schema in

Access waarin we opnemen wanneer wat

voor wie in het blad is gepubliceerd. Daarin

is in een oogopslag te zien aan welke genres

minder aandacht is besteed. We controleren

regelmatig aan welke sectoren meer

aandacht is besteed en proberen de balans

weer gelijk te trekken. Aan het einde van het

jaar maken we een overzicht. Het schema

blijft een handvat. We zijn een vakblad dat

zich richt op de actualiteit, het is daarom

heel dynamisch.”

Hoe wordt de aandacht over de sectoren

verdeeld?

“Niet in ieder nummer wordt aandacht

besteed aan alle primaire doelgroepen. Er

Werkt die media-aandacht in het voordeel

van Misset Horeca?

“We buiten die media-aandacht zeker uit.

Het versterkt onze merknaam wanneer

anderen over ons en de horeca praten. Naar

adverteerders toe is dat ook weer handig.

Misset Horeca is marktleider en draagt dat

ook uit.”

Wat zijn aandachtspunten bij het opzetten

van dergelijke extensies?

“We moeten waken voor overkill.

Ondernemers moeten niet top-100-moe

worden. En een goede uitgever is belangrijk.

Je hebt journalisten nodig die een goed netwerk

hebben, kunnen schrijven en een neus

hebben voor nieuws en trends. Niet alles

lukt en is succesvol. Werkt iets niet, dan kappen

we ermee en bedenken iets nieuws. Je

moet heel veel doen en durven.” C

staan veel achtergrond –, wetenschappelijke

– en hygiënegerichte artikelen in het

blad die voor alle doelgroepen interessant

zijn. Zo hebben we artikelen over hoe je

een merk maakt van bijvoorbeeld groente

en waarom dat belangrijk is. Of een verhaal

over productielijnen en verbeterde logistiek

met als voorbeeld een vleesbedrijf. We houden

de onderwerpen en invalshoeken heel

divers en gaan op zoek naar de raakvlakken

van de verschillende doelgroepen, zodat

iedereen zich er in herkent.”

Waar moet op gelet worden bij het kiezen

van de juiste invalshoeken?

“De daadwerkelijke raakvlakken. Zoek overeenkomsten

tussen de sectoren die er werkelijk

zijn. In de praktijk werkt alles anders

dan in theorie. Leg de focus in het blad

daarom voornamelijk op de praktijk. Een

invalshoek wordt interessanter als je er twee

kiest en deze met elkaar weet te combineren

tot een nieuw inzicht.”

C

Doelgroep

De horeca over de volle breedte.

Redactie

Veertien redactieleden.

Frequentie

Wekelijks, plus vijf keer per jaar

de specials Misset Restaurant

en Misset Café, zes keer per jaar

Misset Hotel. Daarnaast eenmaal

per jaar de ex-tensies Misset

Horeca Trends en de Horeca-,

Terras- en Café Top 100.

Distributie

Via abonnementen.

Oplage

17.417

Doelgroep

Primair: industriële bedrijven

gespecialiseerd in vlees, vis,

brood, groenten, fruit en aardappelen.

Secundair: management, toeleveranciers,

kenniscentra, retail- en

bedrijfstakorganisaties, overheidsinstanties

en overige geïnteresseerden.

Redactie

Drie redactieleden en dertien (gespecialiseerde)

freelancers.

Frequentie

Tien keer per jaar.

Distributie

Via abonnementen.

Oplage

5000

Agrio

Gesprek met redacteuren

Stefan Buning en Erik Colenbrander.

De lezer mag zelf een abonnement

samenstellen. Wat betekent dit voor

Agrio?

“Wij bieden onze lezers service. Ze hebben

de mogelijkheid om zelf te bepalen welk

nieuws ze willen lezen. We geven in totaal

negen landbouwvakbladen uit. Vier daarvan

zijn regionaal gericht, de andere vijf sectorgericht.

In ieder blad staat andere informatie

die niet voor iedereen interessant is.

Onze lezers kunnen daarom de ideale combinatie

van de vakbladen samenstellen om

de nodige kennis op te doen.”

Wat betekent die scheiding tussen bladen

voor de lezer?

“In onze sectorbladen staat landelijke informatie

over één bepaalde sector. De regiobladen

zijn daarentegen weer gericht op regionaal

nieuws uit alle sectoren. Veldpost is het

blad voor het noorden, Stal & Akker voor

het zuiden, Vee & Gewas voor het oosten en

Agraaf voor West-Nederland. In de regiobladen

staan de sectoren die in die delen van

theaterMaker

Gesprek met hoofdredacteur

Constant Meijers.

Iedere journalist wordt ingezet op

één sector. Wat betekent dat voor

TheaterMaker?

“In het blad staan artikelen met diepgang,

artikelen waar met deskundigheid is

geschreven. Als een journalist het genre niet

consequent in de gaten houdt, kan hij dat

niet. Hij moet ontwikkelingen kunnen zien

en vergelijken en historische lijnen trekken.

Een gespecialiseerde journalist kan een genre

op een geloofwaardige manier vastleggen.

En zo hoort dat in een vakblad.”

Hoe zien we dit terug in de content?

“We publiceren alles dat opvalt, nieuw of

vernieuwend is of van belang is voor onze

doelgroep. De hoeveelheid content die

we per blad aan de doelgroepen besteden

hangt af van de markt. In het ene blad is er

meer aandacht voor dans, in het volgende

het land veel voorkomen centraal. Op deze

manier proberen we herkenning onder de

doelgroepen op te roepen.”

Waar moet de journalist op letten wanneer

hij voor zo veel bladen tegelijk

schrijft?

“In principe werkt iedere journalist bij ons

voor één blad. Dat zijn in totaal zo’n twee

tot drie journalisten per blad. Maar dat willen

we gaan veranderen van werken aan de

eigen titel naar werken in thema’s. Het doel

is om een redacteur te krijgen met bijvoorbeeld

de specialisatie politiek. Dan kan hij

schrijven over politiek nieuws dat relevant

is voor zowel de sector- en regiobladen.

Daarbij is het belangrijk dat de organisatiestructuur

goed werkt. Wij maken gebruik

van allerlei tussenfuncties zoals chefs voor

alle uitgaven. De communicatie onderling

moet goed zijn. In onze maandagochtendvergadering

wordt besproken welke bladen

gaan sluiten die week. Als je met zo’n tien

tot vijftien deadlines per maand zit, is het

belangrijk dat je daar nog even op wordt

gewezen.”

C

nummer weer meer oog voor theater. Maar

in iedere uitgave staat sowieso informatie

over ieder genre. Als er een onderwerp is

dat overlapt, schrijven er toch twee specialisten

over. Gezamenlijk of in twee aparte

verhalen. Zo schreven laatst twee journalisten

samen een artikel over operatheater.

De één richtte zich op de decors van het

theaterstuk, de ander op de kwaliteit van

de opera. Op deze manier vullen ze elkaars

kennis aan.”

Waar moet op gelet worden als je gespecialiseerde

journalisten wilt inzetten?

“De journalisten moeten diep in hun genre,

sector of onderwerp duiken: de hele

geschiedenis boven water halen. Ze moeten

ontdekken wat is geweest, wat nu gebeurt

en staat te gebeuren. Combineer de kennis

en ervaring van de journalisten en overleg

wie per verhaal op welk onderwerp ingaat.

Dan krijg je de meest volledige artikelen.” C

(Foto’s afkomstig van Flickr, gemaakt door: greggoconnell, thelawleys, dichochecho, cwbuecheler,

sara björk, iwona kellie, erix!, bombardier, striatic, allygirl520, lululemon, athletica, orphanjones,

edenpictures, kelp, jaaron, john poyntz Tyler, untitled blue, a2gemma, jasonrogersfoodoggiraffebee,

oakleyoriginals, guitarfool5931, carl Johan)

Doelgroep

De gehele landbouwbranche.

Redactie

Vijftien redacteuren, twee

fotografen en hetzelfde aantal

freelancers.

Frequentie & Oplage

Regiobladen(vier) tussen de 25

en 36 edities met een oplage

van 15.000 per blad.

DE SECTORBLADEN

Akker Magazine

acht edities 16.500

Pigbusiness

zes edities 4500

Melkvee Magazine

elf edities 15.000

AgraPower

elf edities 30.000

Carriere +

zes edities 20.000

Distributie

Via abonnementen

Doelgroep

Podiumkunsten op het gebied

van dans, theater en muziek.

Redactie

Twee redactieleden, verder

freelancers.

Frequentie

Negen keer per jaar, inclusief

een dubbelnummer.

Distributie

Via abonnementen en losse

verkoop (met name in de steden

waar theaterscholen zijn

gevestigd).

Oplage

3350

FAQblad 11


12 FAQblad

taboe of trend

Vakglossy?

V-style is de vakglossy van het netwerk

Vrouwen in de Marketing en Communicatie

(VMC). Eind september wordt het tweede

nummer gepresenteerd. Het is wederom

een bijna 100-pagina’s tellend blad met

een oplage van 3.000 dat eens per jaar

wordt gedrukt. De betekenis? “Een soort

bewaarboek dat leden met trots op de koffietafel

leggen”, vertelt Madelon Engels,

voorzitter van VMC.

Doelgroep

V-style is gemaakt voor sterke, stoere,

ambitieuze, beetje gekke, sexy/feminiene

hoogopgeleide vrouwen tussen de 25 en

45 jaar. Zo omschrijft VMC haar doelgroep:

de 500 vrouwen die bij haar netwerk zijn

aangesloten. En de overige 2500 glossy’s?

Die worden ingezet ter promotie van het

netwerk en voor ledenwerving: ze worden

naar werkgevers van leden gestuurd en

uitgedeeld op events.

content

Bijna alle artikelen zijn door VMC-vrouwen

geschreven, op de gastcolumns na, en

gaan over vrouwen in de marketing en

communicatie. Een schrijfcoach uit het

netwerk hielp hen daarbij. Aansluitend

op het blad is er op het online communityplatform

de mogelijkheid gecreëerd

om vrouwen verder te laten kletsen over

onderwerpen die ze in het blad lezen.

een vakglossy

Glossy versus vakblad

“Vakbladen zijn soms te saai en glossy’s

soms te glossy”, vindt Engels. Daarom

koos V-style voor een middenweg: een

kruising tussen Adformatie en LINDA. Een

combinatie van inhoud, passie en plezier:

de kernwaarden van VMC. De doelgroep

maakt het volgens Engels mogelijk om

een vakglossy te maken: “Het zijn vrouwen.

Als zij gaan netwerken, willen ze dat

het op een leuke manier gebeurt”.

Balans

Het tijdschrift heeft negen pijlers, waaronder

V-Fashion, V-Business en V-Career.

Op iedere pijler wordt zowel vakinhoudelijk

als amuserend ingegaan. Zo staan

er onder de pijler V-Balance artikelen over

hoe je werk en privé gescheiden houdt,

maar ook ervaringsverhalen van vrouwen

die als enige vrouw in een managementteam

werken. De persoonlijke verhalen

vallen vooral in de smaak. De verhouding

tussen tekst en beeld zit nu op ongeveer

60/40. Maar daar komt verandering in: er

komt meer en groter beeld. Bij de eerste

glossy werd ervoor gekozen om de teksten

helemaal mee te nemen en de foto’s iets

minder groot te publiceren. Wat verklapt

mag worden is dat in het tweede nummer

beeld de boventoon voert.

Actualiteit

Met de actualiteit van de glossyonderwerpen

omgaan terwijl het blad maar eens

per jaar uitkomt. Hoe doen ze dat? De

redactie kiest liever voor diepgang in arti-

kelen. Zo gaat de voorkeur eerder uit naar

een tijdloze boekrecensie door een van de

leden waarom ze het zo’n fantastisch boek

vindt, dan naar een lijstje van de nieuwste

communicatie/marketing boeken.

Reacties

Of er in de doelgroep behoefte was aan

een blad, weet Engels niet. Het blad is wel

erg goed ontvangen. De redactie kreeg

veel positieve reacties: ‘classy’, ‘vol inspiratie’

en ‘de perfecte mix van communicatie,

marketing en vrouwendingen’. Ze kreeg

ook één negatieve reactie: het formaat

van de glossy was te groot (V-style is zo’n

vier centimeter breder en langer dan een

A4’tje). Maar daar komt geen verandering

in; het papier wordt in dit formaat het beste

benut.

Advertenties

Moeite om aan adverteerders te komen

had V-style niet. Hoewel de doelgroep klein

is, zijn er veel adverteerders geïnteresseerd

in haar crossmediale pakket: een combinatie

van advertenties in blad en website.

Geheel kostendekkend was de productie

van V-style niet. Engels geeft toe dat er een

aantal advertenties voor een wat lagere

prijs zijn gepubliceerd: “Je doet het ook

voor het plaatje. Advertenties die er visueel

mooi uit zien, zien we graag terug. Het

oog wil nu eenmaal ook wat.”

DANIëLLE PONJé

De spiegel is de huisstijl van VMC. Die spiegel wordt ook doorgevoerd in de fotografie in

het blad zelf.

Foto: Archief Rochus Kingmans

het praktijkvoorbeeld van...

Boerderij

Wat? Het verdelen van content over blad en site

Wie? Rochus Kingmans, hoofdredacteur van Boerderij

Want? Boerderij kreeg in 2008 de LOF Innovatieprijs voor haar site,

www.boerderij.nl

Rochus Kingsmans (43) is dertien jaar werkzaam

bij Boerderij. Sinds 15 november 2008 is

hij hoofdredacteur van het blad.

NIEUWS

nu, vandaag,

nieuws, interactie,

rss, nieuwsbrief,

multimediaal,

breaking news.

Dringt zich op,

is er gewoon.

Print versus online

online pakt deze twee uitersten

ACTUEEL

overzicht, achtergrond, duiding,

analyse, opinie, afgewogen,

adviserend, doorverwijzend,

erbij horen, merkbeleving,

‘dit hebt u gemist’, ‘dit had u

moeten weten’, urgentie!

Biedt zich aan, vraagt om aandacht.

Cruciaal: plaats op de as.

Boerderij heeft een

oplage van 45.000

stuks. Het vaktijdschrift

verschijnt eenmaal per

week.

De website,

www.boerderij.nl, telt

rond de 175.000

pageviews per maand.

De Prijs

“Boerderij won de LOF Innovatieprijs op basis van een mooie multimediale mix tussen

print en internet. Een voorbeeld van hoe je als medium antwoord kunt geven

op de vraag hoe je internet aan je blad koppelt.”

De Werkwijze

“Boerderij heeft drie heldere werkgebieden: nieuws, duiding en achtergrond. De

twee uitersten nieuws en achtergrond worden online gepubliceerd. Onder nieuws

versta ik bijvoorbeeld ook de marktprijzen, die voor onze doelgroep heel belangrijk

zijn. Aan de andere kant van het spectrum staan tijdloze verhalen en dossiers. In het

blad zijn we vooral bezig met duiden. We verklaren de actualiteit en trends. Dat kan

op verschillende manieren, maar we doen dat vooral door middel van analyses of

interviews.”

eigen rol

“Je ziet dat print en internet ieder een eigen rol spelen. Wel vullen ze elkaar aan.

Een voorbeeld van hoe er een wisselwerking kan ontstaan tussen de twee media,

is het verhaal van Willy van Bakel. Op een internetforum werd gespeculeerd dat

Van Bakel, een grote melkveehouder in Amerika, in de gevangenis zou zitten. We

zijn die geruchten nagegaan en ze bleken niet waar te zijn. Wel was er van alles

aan de hand. Uiteindelijk hebben we het hele verhaal zowel in het blad als op de

website gebracht. Mensen reageerden er online op. Eén van de reacties kwam van

een Amerikaanse zakenman die meer wist over het voorval. Daar maakten we een

nieuw verhaal van voor in het blad, waar we nog meer de diepte in gingen. Intussen

legden we op de site een dossier aan waar alles over de zaak terug te vinden is.”

ACHTERGROND

archief, kaartenbak,

taxonomie, trefwoorden,

zoekmachine, zibbsearch,

instructievideo’s,

multimediaal, wikipedia.

Wordt gevonden.

De hobbels

“Het idee om deze verdeling tussen site en blad te

maken, is bij ons ontstaan rond februari 2007, na

een samenspel van het managementteam en de

hoofdredactie. Rond oktober van dat jaar was de

werkwijze ingeburgerd. Dat ging niet altijd even

gemakkelijk. Sommige redacteuren stelden zich er

niet zo snel voor open. Internet zorgt ervoor dat

Boerderij breder wordt. Het aantal mogelijkheden

groeit: filmpjes, fotoreportages. Dat vergt toch

andere vaardigheden. Echte journalisten houden

van een breder scala; je kunt nog beter je ei kwijt.

Maar niet iedereen kan dat aan. We hebben toen

besloten met internetdoelen te gaan werken. Daar

hebben we ook een limiet aan gekoppeld: tien procent

van zijn tijd moet een redacteur met internet

bezig zijn. De fanatieke journalisten produceren veel

content en compenseren daarmee de lage productie

van anderen. Maar feit is dat iedereen er uiteindelijk

aan zal moeten wennen.

FRANS RAAIJMAKERS

FAQblad 13


Foto: archief Rebecca Rijnders

TEKST: KOEN VAN DER VELDEN

creatief met het web

http://www.emerce.nl

emerce

Rebecca Rijnders

hoofdredacteur

14 FAQblad

TWITTER

De nieuwste ontwikkelingen van

Emerce, een toonaangevend blad

op het gebied van zakelijk internet

en e-business, zijn tegenwoordig

te volgen via sociaal netwerk

Twitter.

Waarom Twitter?

“Om snel nieuws te verspreiden

en te reageren op mensen die iets

over Emerce roepen. Dat gebeurt

nogal eens. Daarnaast moet je

goed weten waar je doelgroep zit. Als die op Twitter zit,

moeten wij daar ook zijn.”

Een Twitteraccount moet regelmatig ververst worden.

Wie houdt het bij?

“We hebben allemaal onze individuele accounts, maar een

collega van me houdt de pagina bij. Als die weg is, doe ik

dat.”

Twitter is een gratis communicatiemiddel. Wat levert

het jullie op?

“We gebruiken het niet zozeer als wervingsmiddel. Ik denk

daarom ook niet dat het ons nieuwe abonnees oplevert.

Wellicht indirect. Het is eerder bedoeld om ons merk wat

meer naamsbekendheid te geven en als service voor onze

lezer.”

Uitgeverij: Gijs Vroom | Oplage: 12.000 | Pageviews per

maand: 600.000 | Verschijningsfrequentie: maandelijks |

www.emerce.nl

Foto: archief Elbert van den Berg

Bloemisterij

De lezer verandert steeds meer in een

surfer. Wie met hem mee wil

transformeren, moet webgericht

denken. Maar wat aan te bieden?

Vijf bladenmakers aan het woord, die

verschillende mogelijkheden van het net

met succes toepassen.

http://www.vakbladvoordebloemisterij.nl

Elbert van den Berg

hoofdredacteur

LEZERSPANEL

Weekblad Bloemisterij peilt de behoeften van haar

doelgroep via een lezerspanel. Met als gevolg: een

uitgebreide website met gaskoersen, foto’s en filmpjes.

Bloemisterij is voor professionele bloemen- en

plantenkwekers; maken zij veel gebruik van

internet?

“Er wordt veel met computers gewerkt, maar met

internet is men nog niet heel erg bezig. We moeten

ons daar ook niet te veel op focussen. Het kan zijn

dat de doelgroep er nog niet klaar voor is, dan moet je uitkijken dat je niet op

de zaken vooruit loopt.”

Hoe weet u wat de doelgroep online wil zien?

“Daar informeren we naar via een lezerspanel. We vragen hen wat er in hun

ogen beter kan aan de website. De reacties zijn overwegend positief, de site

wordt als gemakkelijk ervaren.”

De bezoekers zijn dus tevreden, maar levert de site winst op?

“Nog niet. In onze sector denken adverteerders vaak nog vanuit het adverteren

in print. Om in de toekomst winstgevend te zijn, moeten we wellicht

online need to know informatie aanbieden tegen betaling.”

Uitgeverij: Reed Business | Oplage: 9000 | Pageviews per maand: 80.000 |

Verschijningsfrequentie: wekelijks | www.vakbladvoordebloemisterij.nl

Foto: archief Ruud Vos

Foto: archief Auke Cupédo

http://www.amt.nl

Auto & Motor techniek

Auke Cupédo

hoofdredacteur

GARAGEFORUM

Auto & Motor Techniek merkte onder haar doelgroep een grote vraag naar specifieke vakkennis. Het antwoord van het blad

kwam in de vorm van een zogenaamd garageforum.

Het garageforum is nu anderhalf jaar oud. Is het een succes gebleken?

“Een groot succes. We hebben in anderhalf jaar tijd zes miljoen pageviews gehad.”

Waarvoor kan de automonteur op het forum terecht?

“We leveren een uitwisselingssysteem van kennis. Om als autotechnicus bij te blijven, wil je overleggen met je collega’s. Een

forum is daar een geweldige plek voor.”

Het forum is populair bij de doelgroep, maar valt er ook geld aan te verdienen?

“We hebben maar één reclame-uiting op het garageforum, dat is wat adverteerders betreft onze enige inkomstenbron. Maar

we zijn natuurlijk niet gek. Oplossingen die het forum oplevert, bieden we betaald aan bij autobedrijven. Mede dankzij het

garageforum is de website momenteel winstgevend, al is het nog niet veel.”

Uitgeverij: Reed Business | Oplage: 21.000 | Pageviews per maand: 500.000 | Verschijningsfrequentie: maandelijks | www.amt.nl

http://www.pilootenvliegtuig.nl

Piloot en Vliegtuig

DIGITALE VERSIE / UGC

Piloot en Vliegtuig biedt de bezoeker van

haar website een digitale versie van het

maandblad. Voor drie euro minder dan

wat de geprinte versie kost, verschijnt

het magazine op het beeldscherm in

plaats van de deurmat.

Ruud Vos

hoofdredacteur

Die hebben we bij de online versie niet.”

Waardoor kunt u de online versie

voor een aanzienlijk lagere prijs aanbieden?

“Bij het uitgeven van een blad zit een

derde van de kosten in de distributie.

Slaat het idee aan bij de doelgroep?

“Langzaam. We moeten het vooralsnog voornamelijk hebben van

mensen uit het buitenland; België en de VS, waar de printversie

niet verkrijgbaar is. Momenteel hebben we ongeveer 150 abonnees.”

De website gaat grotendeels uit van User Generated Content.

Bezoekers kunnen foto’s en filmpjes aanleveren. Hoe belangrijk

is deelname van de bezoeker?

“Heel belangrijk. Op de hulp van wat freelancers na, maak ik het

blad vrijwel eigenhandig. Ik heb geen tijd om de website ook nog

zelf bij te houden. Vandaar dat we veel gebruik maken van User

Generated Content.”

Uitgeverij: Reed Business | Oplage: 10.000 | Pageviews per

maand: nog onbekend | Verschijningsfrequentie: maandelijks |

www.pilootenvliegtuig.nl

Foto: archief Harrie Leijten

http://www.bakkerswereld.nl

Bakkerswereld VIDEOREPORTAGES

“Alles draait tegenwoordig om beeld.”

Bakkerswereld, dat dit jaar haar zeventigste verjaardag

vierde, gaat met haar tijd mee en plaatst

videoreportages op haar website.

Harrie Leijten

hoofdredacteur

Waar dienen de videoreportages op de website

voor?

“We laten zien hoe het eraan toegaat in een bakkerij.

Tegenwoordig is alles gefocust op beeld. Als

je niet met je tijd mee gaat, mis je de boot. Zeker

bij de wat jongere bakkers, die meer gebruik

maken van internet.”

In hoeverre heeft Bakkerswereld het maken van een videoreportage

onder de knie?

“We staan nog maar aan het begin. We willen nog meer gaan doen met

beeld. Bijvoorbeeld videoreportages maken over recepten.”

Wie zijn verantwoordelijk voor de videoreportages?

“We maken ze zelf. Reed Business heeft zijn afdeling vakfotografie uitgebreid

en heet nu MultiMediaSupport, met een speciale afdeling voor het

maken van filmpjes. Dat is het voordeel dat je als blad hebt wanneer je bij

zo een grote uitgever zit.”

Uitgeverij: Reed Business | Oplage: 4.000 | Pageviews per maand: 110.000

per maand | Verschijningsfrequentie: tweemaal per maand |

www.bakkerswereld.nl

FAQblad 15


TEKST: CHARLOTTE BACKx

16

FAQblad

Foto: Marcel Bakker | Intermediair

wwWinst.nl

Hille van der Kaa (1979)

werkte eerder voor

Wegener en VNU Media.

Met haar huidige bedrijf

De Uitgeeffabriek adviseert

ze mediabedrijven

over content en marketing.

Ook geeft ze trainingen

in creatief ondernemerschap

en online media.

Hoe bouw ik een goedlopende website?

Hoe kom ik aan adverteerders?

En hoe verdien ik geld met mijn site?

Communicatie-expert Hille van der Kaa geeft

antwoord op zeven prangende internetvragen.

Waarom juist een site

voor je vakblad?

“Vakbladen hebben een specifieke

doelgroep. Je weet wat je lezer

doet. Hij werkt bijvoorbeeld in een

ziekenhuis, de keuken van een restaurant

of op een varkensboerderij.

Adverteerders houden van zo’n

specifieke persoonsomschrijving.

Daardoor kun je meer geld vragen

voor een advertentie. Ik werk

mee aan de website allergieradar.

nl. Laatst werd ik gebeld door

iemand die systemen aanbiedt om

lucht te reinigen in huis. Dat zijn

enorm dure apparaten. Daarom is

de adverteerder op zoek naar een

heel gericht publiek. Op allergieradar

komen veel mensen met hooikoorts

die geïnteresseerd kunnen

zijn in zo’n apparaat. Een adverteerder

als deze is wel bereid één

euro per click te betalen. Ik heb

een paar duizend bezoekers per

dag. Ga er van uit dat twee à drie

procent van de bezoekers door

clickt, en dat is heel reëel, dan kan

die advertentie leuk gaan lopen.”

Hoe werf je adverteerders?

“Je moet de adverteerder duidelijk maken dat je website goed loopt.

Dit kun je bewijzen met het aantal hits dat je per dag haalt. Je moet

de adverteerder meekrijgen met je specifieke doelgroep, maar ook met

het hoge ‘need to know-gehalte’ van je website. De bezoekers van je

site moeten het product nodig hebben. Het gaat niet om een leuk hebbeding

zoals publieksbladen dat kunnen aanbieden. Zo kent Brabant

een blad over netwerken. Dit blad komt vier keer per jaar uit en creëert

een netwerk tussen ondernemers in Midden Brabant. De redactie deed

niet veel met de site, er verschenen af en toe wat foto’s of een verhaaltje,

maar er kon veel meer uitgehaald worden. Toen ze er achter

kwamen dat de site beter werd bezocht dan het blaadje werd gelezen,

zijn ze adverteerders gaan zoeken. Adverteerders zijn vaak heel behoudend.

Je moet ze goede redenen geven om over te stappen. Een blad

als Netwerk kan ze die redenen geven.”

Bespaar je veel geld door alleen

online te verschijnen?

“Het verschilt of je een intern vakblad

of een extern vakblad maakt. Interne

vakbladen hebben vaak intranet waar

je geen adverteerders mee kunt werven.

Externe vakbladen kunnen dat

wel. Voor beide geldt dat internet

enorm in de kosten scheelt. De helft

van de uitgaven van het vakblad

Sprout gaan bijvoorbeeld naar de

druk- en verspreidingskosten van het

blad. Een website in de lucht houden

kost gemiddeld maar vierhonderd

euro per maand. Een aanzienlijk verschil.

Minstens zo belangrijk is ook

het hebben van nieuws. Je moet zeker

iedere dag een verhaal kunnen posten

en het liefst meerdere keren per dag.

Je hebt informatie nodig waarvoor

je lezer dagelijks of wekelijks naar de

website wil.”

Is een winstgevende site haalbaar voor

kleine redacties?

“Kleine redacties of eenmansredacties kunnen zeker een

goede website onderhouden. Wel zou ik als kleine redactie

de verkoop van advertenties uitbesteden aan een gespecialiseerd

bedrijf. Zo heb je bijvoorbeeld het bedrijf adlinkmedia

(adlinkmedia.nl) of webads (webads.nl). Deze bedrijven

maken portfolio’s van verschillende websites en uitgevers.

Ze bieden de adverteerder een pakketje van verschillende

sites met een zelfde doelgroep aan. Zo kan de adverteerder

kiezen om te adverteren op alle sites of alleen op die

van jou, omdat je doelgroep het beste aansluit. Je verdient

natuurlijk iets minder met de advertenties omdat de bedrijven

ook een deel willen, maar het is zeker mogelijk om

winstgevend te zijn.”

Waarom zouden adverteerders mee

overstappen naar een website?

Zijn er verschillende

advertentiemogelijkheden?

“Er zijn op het net meerdere manieren van

adverteren mogelijk. Je kunt advertenties

veel specifieker op het doel van de adverteerder

richten dan in een blad. Zo kun je

een lead aanbieden. Met een lead kan je

lezer direct door clicken naar de webwinkel

van de adverteerder en zo dus meteen het

product kopen. Hoe meer je bezoeker past

bij het doelgroepprofiel van je adverteerder,

hoe meer geld je kunt vragen per click.

Beginnend bij bijvoorbeeld één euro. Ook

kun je datamarketing verstrekken. Je geeft

de adverteerder hiermee de emailadressen

van de lezers waarvan jij denkt dat ze

het beste aansluiten bij zijn doelgroep. Je

adverteerder krijgt zo toestemming je lezer

te mailen. Natuurlijk moet hij hiervoor geld

betalen aan jou. Verder kun je een banner

aanbieden. Dit is zoiets als een advertentie

op een printpagina. Voor iedere bezoeker

op je pagina betaalt de adverteerder bijvoorbeeld

vijf cent.”

“Op het net kun je als lezer meteen door clicken naar het bedrijf.

Dit is een service naar je bezoeker. Voor de adverteerder heeft het

als voordeel dat hij betaalt per click, hiermee weet hij zeker dat hij

alleen geld uitgeeft aan iemand die interesse heeft in zijn product.

Maar printadvertenties hebben ook hun voordeel. In advertentieland

zeggen ze dat je met online adverteren een betere conversie

hebt, maar voor het onthouden van merken is adverteren op print

beter. In een tijdschrift onthoud je beter wat je hebt gezien. Een

nieuw merk kan dus beter op print adverteren. Maar een winkel

als bol.com kan beter online adverteren zodat iemand het product

meteen kan kopen.”

Wat zijn de stappen naar een winstgevende site?

“Je moet een goedlopende website rustig kunnen opbouwen.

Je site moet groeien en het zal dus een paar maanden

duren voordat hij winstgevend is. Belangrijk is dat er iedere

dag iets nieuws op je site staat wat belangrijk is voor je lezer.

Je website moet dus net zo centraal staan als je blad en misschien

nog wel centraler. Tot slot moet je de adverteerder

kunnen benaderen met goede beweegredenen voor hem

om te adverteren op je site. ‘Schiet niet langer met hagel

door overal een pagina te kopen, maar koop een lead bij

mij! Ik heb de doelgroep die u zoekt.’”

FAQblad 17


TEKST & BEELD: CLAUDIE HENDRIKx

Internet-TV

Filmpje voegt echt iets toe

Gewapend met een

handycam staat

freelancer Bouke

Poelsma (22) stipt half

elf op het terrein van

boerderijcamping De

Victorie in Meerkerk. Hij

is daar om een filmpje

op te nemen voor de

website van Boerderij.

FAQblad liep een dag

met hem mee.

“Van welke televisiezender bent u?”,

vraagt een nieuwsgierige campinggast.

Poelsma is net gearriveerd bij De Victorie,

de filmlocatie voor deze ochtend. Hij stalt

het statief met de handycam uit. Een oude

tuintafel wordt gebruikt om de camera en

het te kleine statief op de juiste hoogte te

krijgen. Poelsma: “Ik heb niet de luxe van

een extra cameraman die het werk op

zich neemt. Ik moet interviewen en filmen

tegelijk. Het is soms wat ongemakkelijk,

maar na veel oefenen krijg je er wel handigheid

in.”

extra leuke factor

De video gaat over Nederlandse vakantiegangers,

die wegens de financiële crisis

steeds vaker kiezen voor een goedkoper

alternatief in eigen land, zoals een boerderijcamping.

“Het maken van een filmpje

kost ongeveer net zoveel tijd als het

schrijven van een artikel. Daarbij denk ik

dat het een extra leuke factor is voor de

lezers, omdat je met bewegende beelden

soms dingen beter kunt uitleggen”, vertelt

Poelsma. Toen hij filmpjes kon gaan

18 FAQblad

De campinggasten zijn enthousiast als ze de camera voorbij zien komen en verlenen volop medewerking.

maken voor Boerderij, heeft hij een dag

meegelopen met de camjo (journalist met

videocamera) van Boerderij. Poelsma: “Hij

heeft mij een en ander goed uitgelegd en

qua filmen en monteren alles bijgeleerd.

Verder is het gewoon een kwestie van veel

oefenen en leren van je fouten.”

tijdrovend

Na enkele interviews met de eigenaar en

wat campinggasten heeft Poelsma voldoende

beeldmateriaal en kan hij gaan

monteren: “Het meest vervelende aan het

filmen is toch wel echt het lange wachten

bij het monteren. Via het programma

Final cut Express laad ik de verschillende

opgenomen clipjes in. Dit is een tijdrovend

klusje. Daarna ga ik de volgorde van het

filmpje bedenken en zoek ik er de juiste

beelden bij. Soms is het ook nog nodig om

een introtekst in te spreken, maar als ik al

een goede beginvraag heb hoeft dat niet.

Wanneer ik het af heb, upload ik het via

internet en staat het op de site.”

Dat veel andere vakbladen geen filmpjes

op hun website plaatsen, heeft volgens

Poelsma vooral te maken met het feit

dat multimedia nog volop in ontwikkeling

is. “Als vakbladen met filmpjes willen

beginnen, adviseer ik ze om eerst goed

bij andere bladen te kijken die dit al doen.

De apparatuur is vrij prijzig. Een simpele,

kleine camera als deze kost al snel tussen

de zes- en zevenduizend euro.

Het is een flinke investering, maar toch

zou ik het ieder blad aanraden om er mee

te beginnen. Met filmpjes kun je lezers

nieuwsgierig maken en zorgen dat ze

vaker terugkomen op je site. Bij Boerderij.

nl is dit duidelijk zichtbaar in het aantal

pageviews. In twee jaar tijd zijn we van

826.000 naar 2.200.000 pageviews per

maand gegaan.

Daarbij spelen de filmpjes zeker een grote

rol.” Na wat kopjes koffie in de kantine

bij de boerderijcamping met de eigenaar

zit het bezoek erop. De filmochtend van

Boerderij heeft de campinggasten ook

weer wat extra gespreksstof opgeleverd.

Zij wachten alvast in volle spanning het

resultaat af.

C

w annahaves

Machtiger dan het zwaard?

Wel slimmer!

Meeschrijven tijdens interviews is

een stuk makkelijker geworden, met

dank aan een nieuwe, slimme pen:

de Livescribe Pulse. Deze fors uitgevallen

balpen slaat alle woorden op terwijl

je schrijft. Plug de pen in je computer en je

ziet precies wat je opgeschreven hebt. Maar

het handigste zit hem in de voice recorderoptie:

de pen neemt ook audio op terwijl je aan het

schrijven bent. Dus hoef je voortaan alleen nog wat

steekwoorden neer te krabbelen- de pen onthoudt

de rest. En zelfs zonder computer kun je alles terugluisteren:

tik een woord aan op het speciale papier dat

je erbij krijgt en de bijbehorende tekst schalt uit de pen.

En dat is dan ook meteen het minpunt van de pen: hij werkt

alleen met het speciale papier dat al snel drie keer zoveel kost

als normale notitieblokken. FLORIS POORT

Verkrijgbaar: www.junocommerce.nl / Prijs: vanaf €175,00

Flip Camera:

piepklein maar fijn

Omdat het niet erg praktisch is om overal een grote

HD-videocamera mee naartoe te slepen, is er nu de allernieuwste

Flip Mino HD-camera; de kleinste videocamera ter wereld. Hij is

gemakkelijk in gebruik en erg handig om overal mee naartoe te

nemen. Kortom, de perfecte gadget voor iedere journalist. Met

het hoogstaande camerawerk van de Flip Camera krijg je filmpjes

van uitstekende kwaliteit. De

camera is eenvoudig op te laden

via de bijgeleverde USB-stick of

power adapter.

CLAUDIE HENDRIKx

Verkrijgbaar: www.thegadgetcompany.nl

/ Prijs: vanaf €169,00

Nooit meer nul streepjes

Twee vliegen in één klap

Nog zo’n handige uitvinding

om je heel wat werk te besparen:

met de Mynote Premium II verstuur

je notities voortaan in een oogwenk naar

je pc. Mynote is een digitale kladblokhouder die alles

onthoudt wat er wordt geschreven. Het werkt zo: stop

een kladblok in het tableau en maak daarop je aantekeningen

met de bijbehorende balpen. Tijdens het schrijven

zendt de pen alles naar de houder, die de informatie

vervolgens opslaat in het geheugen. Klaar met schrijven?

Dan kunnen de gegevens via een USB-verbinding naar

een computer worden verstuurd. Ideaal dus om bijvoorbeeld

notulen van een redactievergadering mee vast te

leggen. Daarbij komt de ingebouwde herkenningstraining

goed van pas. Hiermee leert de software jouw handschrift

en voorkom je eventuele vergissingen. Ook handig

is het digitale bestand dat direct kan worden aangepast

of verstuurd dankzij de bijgeleverde software. Maar het

apparaat heeft een paar nadelen. De pen heeft weinig

grip en je kan niet meteen zien of de notities goed worden

opgeslagen. Het vergt dus wat behendigheid, maar

als je het eenmaal onder de knie hebt is dit hebbedingetje

zeker de moeite waard! ANOEK HOFKENS

Verkrijgbaar: www.mynote-usb.nl / Prijs: €159,00

‘Zorg dat je mobiel bereikbaar bent!’ Een zin die de journalist vaak hoort wanneer hij voor

zijn redactie op pad gaat. Heeft hij de batterij van zijn telefoon gecontroleerd? Vanaf volgend

jaar is een waarschuwing van collega’s niet meer nodig. Dan verschijnt de universele

oplader op de Europese markt. Vrijwel alle producenten van mobiele telefoons (zo’n 90

procent) werken mee aan de lancering van het nieuwe product. Overige fabrikanten, zoals

HTC, werkten al met de zogenaamde micro-USB-stekker, waarmee de oplader wordt uitgerust.

De nieuwe vinding zal niet toepasbaar zijn bij een klein aantal gedateerde modellen.

Daarbij moet je denken aan modellen die nauwelijks meer te koop zijn. Naast de praktische

voordelen van de oplader, is het energiezuinige product tevens een milieuvriendelijk initiatief.

Hoeveel de oplader gaat kosten, is nog niet bekend.

KOEN VAN DER VELDEN

FAQblad 19


Blad-Boost

truckstar

coiffure

emerce eDay

20 FAQblad

Doe zoals Truckstar en organiseer een jaarlijks terugkerend

evenement. Het Truckstarfestival trekt 65.000

bezoekers en is met 2000 vrachtwagens het grootste

vrachtwagenevenement in heel Europa. Naast showtrucks,

chauffeursbraderie en een kermis is het hoogtepunt

van het weekend nog altijd de verkiezing van

de ‘mooiste truck van Nederland’. Truckstar biedt

de doelgroep een evenement vol saamhorigheid en

sfeer. Het festival richt zich duidelijk niet alleen op

chauffeurs, maar op iedereen die iets met vrachtwagens

heeft. Na uren inparkeren van alle trucks, worden

de biertenders geïnstalleerd. Barbecues vlammen

op en het feest kan beginnen.

Of kies voor een evenement in stijl zoals het gala

van de Coiffure Award. Het vakblad Coiffure sloeg in

1992 de handen ineen met Schwarzkopf Professional

en richtte de jaarlijkse haarmodewedstrijd op. Ruim

2000 inzendingen worden beoordeeld op kapsel,

visagie, styling en fotografie. Elk jaar verzamelen

BN’ers, topkappers en journalisten zich op of langs

de rode loper. Het is allemaal bedoeld om de kappersbranche

tot een hoger niveau te brengen.

Naast vermaak en stijl, kan een vakblad ook kiezen

voor een meer vakgericht evenement zoals de Emerce

eDay. In een dag biedt het blad Emerce een kijkje

in de toekomst van online business en marketing.

Lezers kunnen deelnemen aan sessies van nationale

en internationale sprekers over nieuwe strategieën,

cases, concepten en technologieën. Op die manier

voorziet het vakblad de doelgroep van persoonlijke

uitleg over vernieuwingen in het vakgebied.

Op zoek naar een

extra dimensie voor je

vakblad? Ga voor een

spectaculair en

inspirerend evenement!

EVI VAN DEN OEVER

Foto: archief Alex Beishuizen

Internet als uitgangspunt van alle media. Dat bepleit Alex

Beishuizen in het pas verschenen boek Online of Flatline.

Volgens de hoofdredacteur van Computable moeten

redacties volledig online gaan als ze willen blijven bestaan.

Maar het werkveld is sceptisch over deze visie. FAQblad legt

zeven kritische meningen voor aan Beishuizen.

TEKST: ANOEK HOFKENS

Internet is koning

Op dit moment is de redactie van Computable

nog de enige die de website centraal stelt en

het tijdschrift ziet als een bijproduct. Een van

de grootste veranderingen in het redactieproces

is dat alle producten direct online beschikbaar

zijn voor de lezer. Er wordt voortaan vanuit

het oogpunt van de website gewerkt en

volgens Beishuizen is deze nieuwe werkwijze

toepasbaar voor alle vakbladen. Het heeft ook

een paar grote voordelen. Je kunt bijvoorbeeld

aan het aantal clicks per artikel aflezen in welk

nieuws de lezers het meest geïnteresseerd zijn.

Het selecteren van de artikelen voor in het blad

wordt hierdoor makkelijker en vooral beter.

Daarbij kunnen de lezersreacties op de website

goed gebruikt worden als toegevoegde waarde

van artikelen in het magazine.

Een andere grote verandering is de follow-up

regel. Redacteuren van Computable moeten

voordat ze een berichtje tikken minimaal drie

follow-ups bedenken. Als dit niet lukt, is het niet

interessant genoeg om er over te schrijven en

gaat het item de prullenbak in. Op deze manier

serveer je de lezers alleen wat echt belangrijk is.

Dat maakt je blad en je website beter. V

FAQblad 21


Lezers zullen niet betalen voor een vakblad als de artikelen

die daarin staan op de website gratis worden aangeboden.

En zonder de abonnees halen we de omzet niet.

Arjen van Vliet, hoofdredacteur Truckstar.

Beishuizen: “Deze beredenering is totaal onjuist. Het is niet zo

dat mensen niet willen betalen voor een blad omdat de content

óók op internet te vinden is. In de VS worden al sinds de millenniumwisseling

kranten ’s nachts, uren voor de verkoop, online

geplaatst en ze worden toch nog steeds verkocht. Dit komt doordat

de nieuwsconsumptie per medium totaal anders is. Het lezen

van online nieuws is vraaggestuurd: de lezer zoekt, kijkt en selecteert

zelf wat hij wil lezen. Het lezen op papier is aanbodgestuurd:

er is al voor de lezer bepaald wat hij kan lezen. Het één hoeft het

ander dus niet uit te sluiten.

Maar stel nou dat de abonnees om deze reden toch je vakblad

opzeggen. Dan kan je toch op een andere manier aan je omzet

komen. Als je nu nog geen goed verdienmodel hebt, verzin je er

toch één! Wees creatief! Je kunt je digitale lezers bijvoorbeeld

laten betalen voor een link naar een rapport over het onderwerp

waar ze geïnteresseerd in zijn. Of laat ze betalen door hun gegevens

in te voeren en toestemming te geven aan drie bedrijven om

hen te mogen bellen als zij een speciale aanbieding hebben. Het

ontbreken van een verdienmodel mag geen reden zijn om niet

online te gaan.”

Niet alle vaktijdschriften krijgen genoeg reacties van hun

lezers om daarmee een

toegevoegde waarde te leveren aan het blad.

Constant Stroecken, hoofdredacteur OV Magazine.

Beishuizen: “Dat ligt waarschijnlijk aan de eigen website doordat

die misschien niet spraakmakend, actueel of relevant genoeg is.

Want als je doelgroep ergens iets van vindt, laat zij zich echt wel

horen. Reageren op een website is namelijk niet te vergelijken met

22 FAQblad

de ingezonden brieven van vroeger, een berichtje is zo geplaatst.

En als je die reacties terug laat komen in je blad, worden het er

vanzelf meer doordat je laat zien dat je de interactie met lezers

belangrijk vind.”

Door de verregaande taakverdeling, zoals de follow-up regel,

loop je het gevaar dat redactieleden zich minder journalist en

meer productiemedewerker in de informatie-industrie gaan

voelen.

Dolf Rogmans, hoofdredacteur De Journalist.

Beishuizen: “Wat een onzin! De basis blijft de journalistieke werkwijze.

Redactieleden van Computable moeten van mij altijd hoor

en wederhoor toepassen en ook fact-checken. We nemen nooit

zomaar informatie over uit andere blaadjes. De follow-up regel

lijkt misschien erg zakelijk, maar is er om het papegaaien te voorkomen

en de journalistieke werkwijze te bevorderen. Mijn redacteuren

worden erdoor gedwongen over alles wat zij doen goed

na te denken, wat uiteindelijk leidt tot kwalitatief veel betere

stukken. Iedereen op mijn redactie voelt zich in de eerste plaats

journalist.”

User Generated Content zorgt niet voor een toegevoegde

waarde in ieder vakblad; dat ligt aan de deskundigheid van

de lezers.

Arjen van Vliet, hoofdredacteur Truckstar.

Beishuizen: “Ik vind het schokkend, bijna minachtend, dat een

vakbladredactie meer denkt te weten dan haar lezers. De lezers

weten bij elkaar altijd meer dan een redactie. Het is namelijk hun

vak, en niet dat van de redacteuren. Misschien kunnen chauffeurs

niet zo goed schrijven als ICT-professionals, maar dat is zo op te

lossen met wat redigeerwerk. Het blijft lastig om reacties van

internet geschikt te maken voor print, maar je bent het verplicht

aan je lezers ze serieus te nemen.”

Deze manier van werken lijkt op een militair geleide operatie

waarin geen ruimte is voor chaos. Journalisten hebben chaos

nodig om creatief te kunnen zijn en onverwachts op een verhaal

te stuiten.

Dolf Rogmans, hoofdredacteur De Journalist.

Beishuizen: “Pleiten voor chaos in de journalistiek is echt het

stomste dat je kunt doen. Ik geloof zeker in creativiteit en in het

onverwachts stuiten op een verhaal. Maar ik geloof ook dat chaos

de grootste vijand van een journalist is. Journalistiek is een beroep

waarbij een strakke planning onmisbaar is. Waarom hebben we

anders deadlines en werkplanningen in het leven geroepen? Je

kunt het je niet permitteren om chaos toe te laten in het bedrijf.

Dat is gewoon onprofessioneel.

Daarbij is de journalistiek een ambacht, het is een vak, net als

banketbakken. Het is hard werken, en een planning is onmisbaar,

maar er blijft altijd ruimte voor creativiteit. Dat heeft te maken

met de passie voor het vak. Het ligt er aan hoe graag de banketbakker

het allerlekkerste gebakje wil maken, en hoe graag de

journalist het grote verhaal wil hebben. Als er een wil is, is er een

weg.”

Vakbladen hebben nog amper last van de recessie. Waarom

zou je nu reorganiseren?

Waldo te Kloeze, uitgever De Fotograaf.

Beishuizen: “Je moet de recessie juist voor zijn! Nu hebben we

de tijd en het geld om nieuwe dingen te bedenken en te ontwikkelen,

dus maak daar dan ook gebruik van! Ieder product gaat

vier fases door: de introductie, de groeiperiode, het verzadigingsmoment

en het afsterven. Vakbladen zitten nu nog in de groeiperiode,

maar het zal niet lang meer duren voordat het verzadigingsmoment

is bereikt en de vraag zal afnemen. De nieuwe

generatie komt er namelijk aan! En die generatie zal veel meer

internetgericht zijn. Het doel van de reorganisatie is dus niet om

recessiebestendig te zijn, maar om op dezelfde plek te zitten als

je doelgroep. De grote winst is nu nog niet te halen, maar als je je

werkwijze niet aanpast sterft je product met het overlijden van de

huidige doelgroep.”

Je mag er niet van uit gaan dat iedereen altijd internet tot

zijn beschikking heeft. De lezers van De Kermisgids, kermisexploitanten,

zijn veel onderweg en nemen zelden een computer

of laptop mee.

André Vonk, directeur De Kermisgids.

Beishuizen: “Het omgekeerde is waar. Internet staat niet synoniem

aan een apparaat, internet is overal! Al een paar jaar is het

te ontvangen op mobiele telefoons en dus uitermate geschikt

voor nomaden zoals kermisexploitanten. Ik weet met zekerheid

te zeggen dat hun kinderen daar nu al gebruik van maken, het is

voor hen namelijk dé manier om te communiceren. En ze zullen

misschien nog niet De Kermisgids op hun gsm lezen, maar over

een paar jaar behoren zij wel tot de doelgroep en zijn ze nog net

zo gericht op internet als nu. Uiteindelijk gaan we allemaal online.

Het gaat sowieso gebeuren, dus pas je nou maar aan. Je bent al

aan de late kant!”

C

Beishuizen schreef Online of Flatline samen met Johannes

van Bentum, adjunct-hoofdredacteur van Computable. In

het boek geven zij traditionele media redenen en tips om

de overstap naar internet te maken.

De uitgave is alleen online te koop op

www.onlineofflatline.nl voor €14,95.

FAQblad 23


TEKST: DAGMAR STEINS

De strijd om de adverteerder lijkt groter dan ooit.

Advertenties worden ingewisseld voor advertorials omdat die

beter worden gelezen. Terwijl een aantal bladen de

advertorial boycot, staan anderen er helemaal voor open.

FAQblad sprak drie hoofdredacteuren over de veranderingen en

vroeg hen: Waar ligt voor jou de grens?

Foto: Myrtille Vromans

24 FAQblad

Frank Lindner

Hoofdredacteur van o.a. Lunchroom,

De RestaurantKrant en Hotel & Design,

Bilthoven.

Foto: Job van der Mark

Peter Vorstenbosch

Algemeen hoofdredacteur van BDU

Vak- en Publieksmedia en hoofdredacteur

van Tegeltotaal en Timmerfabrikant,

Barneveld

Foto:Ton van den Born

Pieter Boetzkes

Hoofdredacteur van Groen Onderwijs,

Helmond

Frank Lindner is van huis uit geen journalist. Hij studeerde economie. Misschien een verklaring

waarom Lindner de advertorial met open armen ontvangt. In Lunchroom, maar

ook in Hotel & Design worden zowel advertenties als advertorials geplaatst.

“Advertorials hebben bij ons dezelfde opmaak als de rest van het blad. Soms krijgen we

alleen de beelden aangeleverd en schrijven we zelf de tekst, andere keren krijgen we

alles aangeleverd. Als econoom zou ik een advertorial bijna nooit afwijzen. Ik vind het

zelfs leuk om ze te maken. Zo’n redactionele reclame valt naar mijn mening ook minder

op dan een advertentie. Mensen gaan het onbewust al lezen. Een advertentie wordt

op een gegeven moment zelfs saai. We denken graag met de adverteerder mee. Wel

proberen we advertorials te plaatsen die voor de doelgroep interessant zijn. Waar ligt bij

ons de grens? We vergelijken producten niet met elkaar. Verder? Er mogen geen seks,

drugs of andere extremiteiten in een advertorial aan bod komen.“

Bij uitgeverij BDU in Barneveld is het onderwerp advertorials pas nog ter sprake gekomen.

Waar trekken ze straks de grens als in deze lastige tijden de vraag naar advertorials

toeneemt? De uitgeverij heeft een aantal vakbladen, zoals Timmerfabrikant,

Natuursteen, Land + Water en Tegeltotaal.

“Wij hebben incidenteel een advertorial. Maar aangezien we het geld wel nodig hebben,

hebben we goede afspraken gemaakt. We willen geen andere producten afkraken

en in de reclame een duidelijk afwijkende stijl van onze redactionele stukken doorvoeren.

Anders overschrijden we onze grenzen als onafhankelijke redactie. In een gezonde

markteconomie was de prijs van advertorials hoger dan nu. Het is een gevaarlijke markt.

Natuurlijk is het soms een kwestie van overleven. De harde klappen zullen bij ons pas

vallen na de bouwvak. Mijn tip aan andere vakbladen is dat ze hun grenzen moeten

stellen en deze niet overschrijden. Ook al weet ik hoe lastig het is om als klein blad te

overleven. Maar ook in een moeilijke periode moet je onafhankelijk kunnen blijven.”

Voor het blad Groen Onderwijs is vooral het onderhouden van lezersvertrouwen belangrijk.

Adverteerders moeten bij de ijkpersoon en doelgroep passen. Bovendien vindt

Boetzkes de verhouding tussen advertenties en redactionele stukken erg belangrijk.

“Bij ons blad mag de verhouding nooit meer zijn dan 25 procent advertenties. Onderwijs

is helaas een moeilijke sector. We krijgen weinig adverteerders, en komen dus nooit aan

dit aantal. In deze moeilijke tijden is het heel belangrijk dat de redacties hun rug recht

houden. Je moet geen andere overwegingen gaan maken omdat je in geldnood zit.

Voor ons blad hebben we een aantal criteria. De advertorial mag qua lay-out niet lijken

op de redactionele stukken en er moet duidelijk kenbaar worden gemaakt dat het om

een advertorial gaat. Verder heb ik geen probleem met advertenties en advertorials. Ze

maken je blad interessant. Als ik bijvoorbeeld een advertorial heb met boeiende vacatures,

dan maakt dat mijn blad ook interessant voor een lezer. Wie slechte advertorials

plaatst, verliest het uiteindelijk bij de abonnee.”

And the winner is:

De advertorial

FAQblad 25


Frank Lindner

Peter Vorstenbosch

Pieter Boetzkes

26 FAQblad

Viva

Dit is wel een mooie. Ik vind het hier

heel duidelijk dat het om reclame gaat.

Dit zou ik zo plaatsen.

Dit vind ik een gevaarlijke, omdat de

tekst heel veel lijkt op de redactionele

stukken. Vooral het lettertype.

Gelukkig staan er veel afbeeldingen

van de producten bij. Hierdoor is het

voor de lezer duidelijk dat het een

reclame is. Het verschil tussen advertorials

in publieksbladen en vakbladen

is de vormgeving. In publieksbladen

staan veel verschillende rubrieken met

verschillende lay-outs. In onze vakbladen

is alles dezelfde stijl. Hierdoor herkent

de lezer sneller een advertorial.

Dit is oké, als het maar afwijkt qua

lay-out.

Flair

In een andere vorm zou ik dit zo in

Lunchroom plaatsen. Wel zou ik de

mededeling: tip van Flair weglaten.

Nu lijkt het alsof deze salade het beste

product is op de markt. Dat het hier

om een advertorial gaat vind ik overduidelijk.

De lezer heeft dit zeker door.

Deze advertorial is zonder meer een:

nee! Stel een machinefabrikant komt

bij ons adverteren. Wij schrijven dan ‘

tip van de redactie’ . Binnen no time

hebben we dan drie andere machinefabrikanten

aan de lijn hangen.

Waarom wordt deze wel genoemd als

tip en wij niet? Weg adverteerders. We

zeggen nooit welk product beter is

dan…of mooier dan…

Die tekst van Flair zou ik nooit accepteren.

Ik maak geen deals met de adverteerder.

Ik ben niet in de positie om

iets aan te prijzen.

Glamour

Dit doet me denken aan NRC Handelsblad. Bij advertenties

zetten ze soms: ingezonden mededeling. Misschien

zijn ze vies van het woord advertorial. Glamour

Promotion. Het is niet heel duidelijk dat dit reclame is.

Dat dit een advertorial is, is voor mij niet duidelijk.

Mensen denken dat het hier om een rubriek gaat. Dit

soort dingen komt uit de televisiewereld. Bij Life and

Cooking werden producten geshowd waarbij de kijker

dacht dat Irene en Carlo ze hadden uitgezocht. Terwijl

meestal de PR hiervoor betalen.

De lezer ziet dit wel, maar het is verwarrend. De intro

is nog heel globaal maar rechtsonder beginnen ze toch

met het product aan te prijzen. Duidelijk laten weten

dat dit een advertorial is.

101 Woonideeën

Bovenaan staat twee keer het woord advertorial. Dit

plaatsen wij er ook altijd boven. Het staat in het wit en

ik denk dat de lezer dit meteen ziet.

Dit heeft naar mijn mening wel een hoog advertorialgehalte.

De eerste pagina is alleen wel erg tricky.

Links onderaan staat de tekst: Styling, fotografie enz.

Dit wekt de illusie dat de redactie dit hele stuk heeft

gemaakt. Gelukkig staan er op de tweede pagina alleen

foto’s. Als er tekst bij had gestaan was het moeilijker

een onderscheid te maken tussen redactie en advertorial.

Met een paar kleine wijzigingen zou ik dit wel durven

te plaatsen.

Het is hier duidelijk dat het een advertorial is. Dit is in

orde.

FAQblad 27


28 FAQblad

matchmaker

Raad het plaatje: Welk blad hoort bij welke advertentie?

A

c D

e F

G h 7 8

OPLOSSING:

A, 2 / B,4 / C, 5 / D, 1 / E, 7 / F, 8 / G, 3 / H, 6

B

1

3

5

2

4

6

CHARLOTTE BACKx

Foto: archief Marco Pauw

TEKST: EVI VAN DEN OEVER EN SANNE VAN NEERVEN

Gezocht:

Deskundige lezers

Hoe zorg je ervoor dat de inhoudelijke kennis van je blad op niveau is

en de lezer zich aan je blijft binden? Computable, dax en Bouwen Met

Staal denken het antwoord te hebben gevonden: User Generated

Content. Adformatie is daar echter nog niet helemaal van overtuigd.

het idee

Bijna drie jaar geleden werd Bouwen Met Staal helemaal gerestyled.

Andere formule, nieuwe rubrieken en invalshoeken. “Ik

vond dat we de lezer meer moesten betrekken in ons blad.” Het

vakblad koos voor een uitgebreide rubriek met lezersbrieven

waarin mensen konden reageren op allerlei belangrijke gebeurtenissen

in de bouw. “Het beeld bij de rubriek moet leidend zijn en

aanzetten tot het lezen van de analyse”, vertelt Pauw.

De uitvoering

Sinds de vernieuwing van Bouwen met staal werd de een-na-laatste

pagina gereserveerd voor ‘opbouwende kritiek’. “Gedurende

de eerste zes edities met de nieuwe rubriek, hebben we specifiek

mensen uit de beroepsgroep laten reageren op een bepaalde

gebeurtenis. Het was eigenlijk allemaal grappig en luchtig

bedoeld, maar het werd steeds belangrijker.” Alle ingezonden

artikelen worden door Pauw of door redacteur Henk Orsel verzameld

en gelezen. In elke blad is maar plaats voor één artikel.

“Het artikel dat het beste aansluit op de actualiteit wordt uiteindelijk

geplaatst. Het kan ook voorkomen dat er een artikel komt te

staan dat is geschreven door iemand van de redactie.”

Marco Pauw is de drijvende kracht achter de nieuwe rubriek.

het resultaat

Na de eerste maanden gewerkt te hebben met specifieke benadering

van mensen uit de beroepsgroep, kwamen de reacties later

vanzelf terecht op de redactie. “We kregen te horen dat sommige

lezers de nieuwe rubriek niet herkenden als een redactioneel artikel.

Zij dachten dat het ging om een reclamepagina. We hebben

ook veel positieve reacties gekregen van lezers en uit het grote

aantal toegezonden artikelen blijkt ook dat de lezers meer betrokken

zijn met het blad.” De vorm was dus voor lezers even wennen,

maar het is inmiddels wel uitgegroeid tot een van de best

Gezocht

gelezen pagina’s uit het vakblad. “De rubriek heeft gezorgd voor

De lezer als

een persoonlijke noot.”

De toekomst

criticus

Dat de lezer de rubriek goed ontvangt, is zo goed als zeker. Maar

een officiële enquête onder de lezers heeft de redactie nog niet

gedaan. “Dit willen we nog wel gaan doen om beter zicht te krijgen

op hoe de vernieuwing van het blad bij onze lezers is aangekomen.”

Voorlopig zijn er geen concrete plannen om het concept

Op het moment dat de redactie van Bouwen Met Staal aan de uit te breiden, maar dat de rubriek blijft, is voor Bouwen met staal

slag ging met het vernieuwen van de bladformule, was hoofdredacteur

Marco Pauw ervan overtuigd dat de lezer meer betrokken

moest worden in het vakblad. De nieuwe rubriek ‘opbouwende

kritiek’ moest uitkomst bieden. Nu, een aantal jaar later, is er aan

reacties van de lezers zeker geen gebrek.

niet meer dan logisch.

V

FAQblad 29


Gezocht

De lezer als

hoofdredacteur

Het architectuurvakblad dax magazine

heeft elke editie een ander thema en een

andere gasthoofdredacteur uit hun doelgroep.

Volgens uitgever en vaste hoofdredacteur

Caroline Kruit is dit de manier om

zowel een informatief als een leuk vakblad

te maken. Het resultaat: het blad wordt

écht gelezen.

het idee

Toen Kruit bij het opstarten van dax in

2005 als zowel hoofdredacteur en uitgever

werd aangewezen ontstond bij haar

het idee voor een gasthoofdredacteur. “Ik

vind dat een uitgever niet tegelijkertijd

hoofdredacteur kan zijn. De meest interessante

hoofdredacteur vonden wij die uit

het vak. Maar een vaste hoofdredacteur uit

het vak was nagenoeg onmogelijk omdat

het maken van een blad erg tijdrovend is.

Daarom kwamen we op het idee om elke

editie een andere hoofdredacteur te kiezen.”

Het voornaamste doel van dax is het

verkrijgen van de beste informatie voor in

het blad. “Het is voor de lezer interessant

om informatie uit het vak te krijgen en een

collega ‘aan het werk’ te zien. Dat werkt

inspirerend. Het risico van ons concept is wel dat er altijd een van

de zes edities zal zijn die de lezer niet zal aanspreken. Dat is voor

de binding niet altijd positief.”

De uitvoering

In de beginperiode koos de redactie de hoofdredacteuren altijd

zelf. Op verzoek van de doelgroep heeft dax nu echter een pitch.

“Bedrijven en architecten kunnen zich aanmelden en mogen dan

letterlijk op een kistje gaan staan om te vertellen waarom juist

zij hoofdredacteur moeten worden. Samen met een jury en onze

lezers kiezen we dan wie

het uiteindelijk wordt”,

licht Kruit toe. Naast de

pitch wil dax af en toe

zelf de ruimte hebben om

te kiezen. “In een van de

komende nummers is bijvoorbeeld

een bureau aan

de beurt dat zich niet had

aangemeld, maar waarvan

wij zeiden: ‘Dat gaat groot worden’.”

Elke gasthoofdredacteur krijgt in het blad een interview en acht

pagina’s over zichzelf en zijn werk. Verder moet hij andere projecten

te kiezen. “Ons blad is geen boek over een bureau, maar

een tijdschrift met vaste rubrieken.” Om de kwaliteit te behouden

schrijft de gasthoofdredacteur niet zelf. Volgens Kruit zijn de

gasthoofdredacteuren erg verschillend. “De een wil alles tot in

de puntjes regelen, de ander vindt het al snel goed. Alle ideeën

30 FAQblad

Kruit werkt liever voor een kleine uitgever omdat dat meer mogelijkheden biedt.

van de gasthoofdredacteuren zijn bespreekbaar, maar wij moeten

ervoor zorgen dat het inhoudelijk goed blijft.” Elke editie is

anders en dat maakt het volgens Kruit zo leuk.

het resultaat

Na het nulnummer had dax al honderd abonnees, nu zijn dat er

bijna drieduizend. Dat aantal blijft groeien, ook al gaat het nu

slecht in de branche. “De binding met het vak is toch erg belangrijk”,

meent Kruit. Uit reacties en lezersonderzoek merkt dax op

dat het blad écht gelezen wordt. “En dat terwijl onze doelgroep

lastig is, architecten lezen

liever niet.” Maar de lezers

“Door onze werkwijze

behoren we echt tot De

Doelgroep”

weten dax te vinden door

het intensieve proces dat

de redactie met hen heeft,

denkt Kruit. “Door onze

werkwijze behoren we

echt tot de doelgroep.”

De toekomst

Een groeiend aantal buitenlandse abonnees resulteerde in een

van de recente edities bij dax in een uitgave in het Engels. Kruit:

“Dit willen we eigenlijk permanent gaan doen om ons concept

over de grens te krijgen.” Door de crisis is dit plan vertraagd. “Het

bladenmakersklimaat maakt het moeilijk en de advertentiewereld

werkt ook niet mee”, zegt Kruit. “Daarom staat dit plan nu even

op een laag pitje.”

V

Foto: archief dax

Gezocht

De lezer als

expert

Lezers inzetten als experts op verschillende

gebieden. Dát is wat Alex Beishuizen, hoofdredacteur

van het vakblad Computable, een aantal

jaar geleden voor ogen had om inhoudelijk

een beter blad te produceren. Nu zijn ruim

negenhonderd automatiseringexperts aan het

blad gebonden, die actief bloggen, schrijven

en reageren.

“ik besefte DAt

er veel kennis

is bij onze

lezersgroep en

het is zonDe

om Die niet te

gebruiken”

het idee

Voordat Beishuizen hoofdredacteur werd van

Computable, had hij al ervaring met het generen van content uit

de lezer. Zo gebruikte hij het met succes als chef bij het Algemeen

Dagblad in 2004. “Prinses Juliana overleed op een zaterdag en

veel kranten, waaronder het AD, besloten op zondag een extra

uitgave te maken. Het resulteerde in bijna identieke kranten met

hetzelfde nieuws en dezelfde necro’s. Alleen die éne pagina in het

AD, waarin we het lezerspanel vroegen naar persoonlijke herinneringen

aan prinses Juliana, sprong eruit”, legt Beishuizen uit. Met

dit in zijn achterhoofd, ging hij aan de slag bij Computable. “Ik

besefte dat er veel kennis is bij onze lezersgroep en het is zonde

om die niet te gebruiken.”

De uitvoering

Zo gezegd, zo gedaan. De redactie plaatste oproepjes op internet

en in het vakblad om experts op allerlei gebieden te verzamelen.

“Gelukkig zijn onze lezers trots op hun kennis, en terecht. Ze vinden

het een hele eer om in het blad en op internet te verschijnen

met hun artikel en een foto”, vertelt Beishuizen. Computable

stuurt het expertpanel regelmatig stellingen en oproepjes toe,

maar de leden zijn niet verplicht daarop te reageren. Wél is het de

bedoeling dat ze eens in de zoveel tijd bloggen. “We hebben één

redacteur die voor honderd procent, een volle werkweek dus, op

het panel zit. We doen in principe geen eindredactie op de stukken

van onze experts, maar we veranderen grove fouten natuurlijk

wel. Voor onze lezers hebben kleine taalfoutjes geen prioriteit,

maar de diepgang van de inhoud wel.”

Alex Beishuizen is ook hoofdredacteur van Computer Reseller News.

het resultaat

“Door de grootte van het panel is er een soort zelfreinigend

vermogen ontstaan. Panelleden spreken elkaar aan op slechte

inhoud, achteruitgang in de activiteit en het maken van reclame.”

Ongeveer 25 procent van alle inhoud in het blad en op internet

is afkomstig van lezers. Daarnaast zetten de redacteuren van

Computable het expertpanel ook in om te laten reageren op hun

artikelen. “Deze reacties worden dan weer meegenomen in het

volgende artikel.”

De toekomst

In de toekomst zou Computable wel tegen de duizend experts

willen hebben. “We moeten die groep niet té groot maken

anders lijkt het wel of iedereen een expert is of kan worden. Dan

is het ook geen echte titel meer waar de panelleden trots op kunnen

zijn.” Maar plannen om het concept verder uit te breiden

zijn er zeker. Zo zou het panel voor een groter percentage van de

inhoud kunnen gaan zorgen. Volgens Beishuizen heeft het ook te

maken met het internet. “Mensen zijn steeds beter in staat iets

te publiceren. Er is zoiets ontstaan als ‘mediabewustzijn’. Dit in

combinatie met alle inhoudelijke kennis van onze lezers resulteert

in een goede inhoud waardoor ons blad ook echt gewaardeerd

wordt.”

V

FAQblad

31

Foto: archief Alex Beishuizen


Foto: archief Leon Bouwman

De

Gezocht

lezer als

blogger

Leon Bouwman

Adformatie startte ongeveer vier jaar geleden ‘Adfoblog’, een

blog door mensen uit de doelgroep. Weblogs waren in opkomst

en het vakblad voor reclame, marketing en media wilde niet achterblijven.

Toch pakte het niet uit zoals verwacht. Hoofdredacteur

Leon Bouwman en redacteur Rob Beemster waren betrokken bij

de opzet.

het idee

“Weblogs waren een aantal jaar geleden in opkomst, voornamelijk

in de marketingwereld. Denk bijvoorbeeld aan Marketingfacts,

DutchCowboys en Molblog”, vertelt Beemster. “Die waren toen

al behoorlijk populair.” De redactie van Adformatie merkte dat

er meer behoefte was vanuit de

doelgroep om op de site te participeren.

“Marketeers en reclamemakers

wilden hun eigen nieuws

en ideeën uiten.” Daarom ontstond

het idee voor de blog. “De

redactie zou zelf gaan bloggen in

de hoop dat er reacties zouden

komen vanuit het vak.”

De uitvoering

Naast de redactieleden werden een aantal gastbloggers uitgenodigd.

“We hadden een poule met mensen uit het vak die volgens

ons aanzien hadden en schrijvend vaardig waren”, legt Beemster

uit. Bouwman voegt toe: “Elke redacteur heeft bij ons een eigen

specialisme. In zijn netwerk ging hij op zoek naar contacten die

kennis van zaken hadden.” Met de blog verwachtte de redactie

dat er een discussie zou losbarsten. Beemster: “Daaruit zouden

mensen en informatie komen bovendrijven waar wij dan weer iets

aan hadden.”

het resultaat

Die discussie bleef helaas uit. “Gaandeweg zakte het animo bij die

bloggers in. Het werd te veel een ding van de redactie.” Volgens

32 FAQblad

Foto: Patrick Acken

Rob Beemster

“misschien DeDen we

het met ADfoblog

zelf niet goeD”

Beemster deed de blog afbreuk aan wat een blog eigenlijk zou

moeten zijn. “Het werd een soort plek voor second rate nieuws.

En dat is voor niemand goed”, vindt Beemster. Dat kwam volgens

Bouwman deels door de vrijblijvendheid. “De bloggers hadden

geen verplichtingen en werden niet betaald.”

Adfoblog bestaat tegenwoordig niet meer. “We hadden het

gevoel dat de blog een inbreuk deed aan onze journalistieke kwaliteit”,

legt Bouwman uit. Toch is de blog nog steeds vindbaar via

Google. “En we hebben elementen ervan behouden op de nieuwe

site”, vertelt Beemster. Die site is sinds anderhalf jaar een bron

van primair nieuws en interactie met de lezer. Bouwman: “Onze

redacteuren brengen de feiten en geven daarnaast direct een

aftrap voor een online discussie.”

De toekomst

Volgens Beemster gebruikt

Adformatie de lezer nu meer dan

in het verleden. “De discussie die

ontstaat plaatsen we bijvoorbeeld

in het blad.” Het is volgens hem

erg makkelijk om online iets op te

tuigen. “Bij succes ga je daarmee

door, anders moet je ermee stoppen.

Misschien deden we het met Adfoblog zelf niet goed, maar

daar hebben we geen diepgaande analyse van gemaakt.” Of

Adformatie in de toekomst nog iets met user generated content

gaat doen weet Bouwman niet. “Voor bladen die willen inspireren

is het denk ik een succesvol concept. Voor een blad als het onze,

met als doel het brengen van gecheckte feiten, is het misschien

niet altijd interessant.”

C

de restyling van...

‘Betrokken partner van artsen’ prijkt er op de advertentie van

het blad met vernieuwd imago. Marselis: “We willen een warme,

betrokken partner zijn. In het blad komt de slogan ‘100% arts,

200% Marcel’ naar voren. Daarmee willen we zeggen dat het

beroep belangrijk is, maar de persoon erachter minstens net zo.”

En die persoon, de lezer, daar gaat het om. Het interview over een

arts die patiënt werd door een ziekte, een rubriek waarin een arts

aan het woord is over een ingrijpende gebeurtenis uit de praktijk

en een verhaal over hoe het beroep te combineren is met een

gezin.

De toename van het aantal vrouwen in de medische wereld ontging

de redactie niet. Met het nieuwe MedNet denken zij ook die

vrouwen te bedienen. “Er verandert voor artsen veel. Naast het

beroep wordt voor hen een gezin steeds belangrijker. Ze willen

het ouderschap met het beroep combineren. Dat moet kunnen

en daar spelen wij op in.” Naast een veranderende doelgroep,

krijgt het blad ook te maken met veranderingen binnen het vak.

“Marktwerking, de burger die mondiger is geworden, een patiënt

100% arts, 200% Marcel

Medisch vakblad MedNet ging van een ‘krant in magazinevorm’ naar een

tijdschrift met een persoonlijke sfeer. MedNet bracht al drie nummers uit in de

nieuwe stijl en sinds december 2008 is de vernieuwde website online. Daan

Marselis, verslaggever bij MedNet, vertelt over de restyling van zijn blad.

Voor de restyling Na de restyling

die zelf al de diagnose gesteld heeft. Het zijn allemaal dingen

waar we mee te maken krijgen.”

De verandering

Marselis: “Ons blad was voorheen eigenlijk een krant in magazinevorm.

Vooral veel korte nieuwsberichten en verhalen. In het blad

was weinig ruimte voor interviews. We besloten dat we een krant

moesten zijn, óf een tijdschrift. De lezer moet zich in het blad

kunnen verplaatsen, zichzelf herkennen. Hij wil meer dan alleen

de nieuwsfeiten. Daarom geeft MedNet een achtergrondverhaal

bij het nieuws, gereduceerd tot één pagina voorin het blad.”

Marselis zegt nu al verschil te merken in het contact met de lezer.

“We krijgen veel positieve reacties op de verhalen. Doordat we

onszelf nu ook duidelijker naar buiten brengen, merken we al verandering

in bekendheid. Dat zal alleen nog maar toenemen naarmate

we langer bezig zijn.”

INGE DE BRESSER

FAQblad 33


TEKST: CRISSy MULDER

Kennis of voorgevoel, met de neus in de

boeken of met de blocnote in de hand?

Vakman of journalist? Op de vakbladredactie

komen de talenten van deze twee redacteuren

vaak samen. Maar wat gebeurt er op een

redactie waar enkel redacteuren uit het vak of

uit de journalistiek werken? Hoe denken

vakman en journalist over elkaars kwaliteiten

en belangrijker nog, hoeveel waarde hechten zij

eigenlijk aan hun vooropleiding?

De voor- en tegenargumenten volgens twee

experts met slechts journalistieke kwaliteiten of

vakkennis voor een baan in de vakbladenwereld

op een rij.

De Vakman

Jan van den Broek, hoofdredacteur van vakblad Elektropraktijk,

werkt uitsluitend met redacteuren met een technische achtergrond.

De taakopvatting van de redactie

“Wij hoeven onze lezer niets meer te leren over zijn vak, niets meer uit te leggen of in een

mooi achtergrondverhaal in beeld te brengen. Niet de redacteur, maar onze doelgroep is

namelijk de specialist. Ons blad is er slechts om de deskundigheid van de lezer op peil te

houden.”

Volgens Van den Broek is het dan ook niet de taak van de redacteur om in een goedlopend

journalistiek artikel iets leuks te vertellen over het beroep, maar om de lezer simpelweg

informatie aan te reiken zodat hij zijn professie beter uit kan voeren.

.

De redactionele werkwijze

“Bij Elektropraktijk zijn wij allemaal vanuit ons vakmanschap bij het blad komen

werken en we hebben onze journalistieke vaardigheden later aan moeten leren.

Ik vind dat vakmanschap in ieder geval aanwezig moet zijn om verhalen voor ons

vakblad te kunnen schrijven. Natuurlijk moet je wel gevoel hebben voor de manier

waarop je tekst aan papier toevertrouwt, maar dat kun je later bijslijpen”, zegt

Van den Broek.

De lezerswaardering

Volgens de hoofdredacteur is kennis van het vak dan ook onmisbaar. “Lezers

waarderen inhoudelijke kennis nu eenmaal meer dan journalistiek vakmanschap.

“Dan reageert een lezer bijvoorbeeld met ‘goed stuk’, terwijl de schrijver alleen

zijn mening geeft over het product van het bedrijf waar hij werkt.”

Van den Broek kan zich moeilijk voorstellen hoe een ‘groentje’ een goed stuk

kan schrijven over de elektronische wereld. “Net zoals ik een groenteboer

niet kan vertellen hoe hij het best zijn tomaten kan kweken, lijkt het me

voor een journalist ook knap lastig om een elektrodeskundige tips te

geven over het uitvoeren van zijn vak.”

34 FAQblad

Vakman versus Journalist

De Journalist

Jan Maurist Schouten, hoofdredacteur van Schildersvakkrant,

werkt uitsluitend met redacteuren met een journalistieke achtergrond.

Fotomontage: Jan van Beek (FHJ)

De taakopvatting van de redactie

“Redacteuren zonder vakopleiding zijn alleen goed voor nice to know-verhaaltjes. Ze kunnen

de lezer niets nieuws vertellen en hebben al helemaal geen benul van wat zich in

de vakwereld afspeelt. Toch zetten wij, een redactie van slechts journalisten, al jaren een

goed gelezen en inhoudelijk vernieuwend vakblad neer. Dit komt omdat je als journalist

niet alles al hoeft te weten. Het is juist leuk om te spitten naar nieuwe informatie voor

zowel jezelf als voor de lezer en omdat je er tegenwoordig met de enorme stroom van

informatie niet alleen meer voor staat.”

De redactionele werkwijze

Volgens Schouten zijn er tegenwoordig zo veel bronnen die je kunt raadplegen voor

de laatste ontwikkelingen op vakgebied dat je jezelf als ‘groentje’ prima kunt redden

tussen de ervaren vakmannen. “Kijk bijvoorbeeld eens naar publicaties van deskundigen

in andere media, dat brengt ons al jaren op weer heel vernieuwende ideeën voor

interviews of achtergrondartikelen. Dit is een vorm van journalistiek beoefenen waar

de vakmannen weer geen snars van snappen.”

De lezerswaardering

De hoofdredacteur vindt het wellicht meer voor de hand liggend om een redacteur

met vakkennis aan te nemen, maar dat is niet per se beter. “Iemand met veel kennis

van zaken, hoeft nog geen goede schrijver te zijn. En zeg nu zelf, welk blad haal

jij eerder uit de folie? Een tijdschrift vol opgesomde feitjes of een lekker leesbaar

blad met de laatste nieuwtjes waar de journalistieke vaardigheden vanaf flitsen?” C

FAQblad 35

More magazines by this user
Similar magazines