ATJEH 1896 - Aceh Books website
ATJEH 1896 - Aceh Books website
ATJEH 1896 - Aceh Books website
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>ATJEH</strong> <strong>1896</strong><br />
Willi ii ilWiMMMIIWMUMIIimillilllHH<br />
jjjj Met 2 kaarten en 4 portretten<br />
^ A. KRUISHEER<br />
Kapilein der lnfanterie Ooit-IndUch Leger<br />
N. V. BOEKHANDEL VISSER & C. - Weltevredfen, Amer.foort
X *ydjtZ ^<br />
. /a<br />
h
GOUVERNEUR-GENERAAL JHR. C. H. A. VAN DER WIJCK.
,?8<br />
<strong>ATJEH</strong> '96.<br />
DOOR<br />
A. KRUISHEER,<br />
Kap'. der Inf. O. I. L.<br />
Z&P<br />
Met 2 kaarten en 4 portretten.<br />
DEEL.<br />
WELTEVREDEN,<br />
N. V. BOEKHANDEL VISSER & Co.<br />
1913.<br />
v\.V v voor<br />
(TAALvU ;]<br />
\' ,<br />
\ .: il /<br />
I/.
Voorwoord.<br />
In de jaargangen 1903, 1905, 1906 en 1908 van het<br />
I. M. T. verschenen van mijn hand opstellen over den Atjeh-<br />
Oorlog in het eerste semester <strong>1896</strong>.<br />
In een hundel en onder toevoeging van een txoeeden, behan-<br />
delende de verrichtingen in het 2 e semester, warden zij den<br />
lezer opnieuw aangeboden.<br />
Ten gerieve van hen, die dezen arbeid zullen benutten voor<br />
speciale studies van die periode, nam ifc verschillende besluiten<br />
enz., die hun daarbij van dienst kunnen zijn, als bijlagen op.<br />
Op verzoek van den uitgever volgt, mede als bijlage in het<br />
2 e deel, een „Overzicht van den huidigen toestand in Atjeh".<br />
Inderdaad toont dit beter dan ellenlange betoogen aan, dat<br />
men in <strong>1896</strong> den rechten weg tot pacificatie insloeg.<br />
Voor de hulp bij de samenstelling van dat ^Overzicht" van<br />
verschillende zijden ondervonden, betuigt ondergeteekende zijn<br />
besten dank.<br />
Magelang, April 1913.<br />
A. KRUISHEER.
faut juger les fails d'apres leur date.<br />
J
I n h o u d'.<br />
1NLEIDING 1.<br />
HOOFDSTUK I. Het tijdvak van 1 Januari tot 20 April. . 11.<br />
De patrouille van kapitein H. F. T. van Blokland op 7<br />
Maart 13.<br />
Plannen tot tuchtiging der Lamkrak-moekims met gebruikmaking<br />
der diensten van T. Djohan's legioen 20.<br />
Insluiting van het blokhuis Aloer-Oe in den nacht van 28 — 29<br />
Maart 22.<br />
Verstrekking van wapens en munitie aan T. Djohan op 26<br />
Maart 23.<br />
Toekoe Djohan Pahalawan blijkt de zijde van het Nederlandsche<br />
Gouvernement verlaten te hebben 24.<br />
De in verband met die omstandigheid te Koeta-Radja genomen<br />
maatregelen 26.<br />
Gevolgen van Oemars afval. Vijandelijkheden in de buitenlinie. 29.<br />
30 Maart. Colonne G. P. M. van der Noordaa naar Senelop —<br />
tot ontzetting van de blokhuizen Montassik, Aloer-Oe en Toei<br />
Selimbing 31.<br />
Ontruiming der blokhuizen 34.<br />
De vijand belet het verkeer met de posten der buitenlinie.<br />
Eerste brief van T. Oemar aan den Gouverneur, gedagteekend<br />
Lampisang 30 Maart <strong>1896</strong> 37.<br />
3 April. Aankomst van suppletietroepen per „Japara". . . 37.<br />
7 „ Komst van den Regeerings-commissaris, Zijne Excellence<br />
den luitenant-generaal Vetter, met staf en van het 9' Bataljon-<br />
Infanterie 37.<br />
Generaal-Majoor C. Deykerhoff eervol ontheven van zijne functies<br />
als civiel- en militair-gouverneur 37.<br />
Tijdelijk belast met het civiele gedeelte de resident K. F. H.<br />
van Langen, met het militairecommando de kolonel der Infanterie<br />
J. W. Stemfoort 38.<br />
Aankomst van het 6 e Bataljon-Infanterie en de l c Bergbatterij. 38.<br />
biz.
VIII<br />
Bouw van tijdelijke kampementen<br />
biz.<br />
38.<br />
Berichten omtrent Oemar 39.<br />
8 April. Ontzetting van de posten Biloel en Lam-Koenjit . 40.<br />
De insluiting van Lam-Koenjit van en met 29 Maart tot en<br />
met 8 April 48.<br />
Idem van Biloel 51.<br />
Eene verkenning naar Biloel op 10 April . . . . . . . 52.<br />
Proclamatie van den Regeerings-commissaris aan de Hoofden<br />
en de bevolking van Atjeh 57.<br />
OphefSng der buitenlinie. Ontruiming van Biloel en Lam-<br />
Koenjit op 12 April 57.<br />
Tweede brief van T. Oemar aan den Gouverneur van Atjeh<br />
gedagteekend 12 April <strong>1896</strong> 62.<br />
Approviandeering van Tjot-Rang en tuchtiging van Lam-Goet,<br />
verblijfplaats van Toekoe Hoesin Lehong Bata 63.<br />
OphefEng van Anak-Galoeng, Lam-Barih, Lam-Soet en Senelop<br />
op 17 April 72.<br />
Opheffing van Kroeng-Gloempang, Tjot-Rang en Toengkoeb<br />
op 20 April 99.<br />
HOOFDSTUK II. Toestand te Kota-Radja en Oleh-leh . . 118.<br />
Aanvraag van nieuwe troepen van Java 118.<br />
3 e Brief van T. Oemar, gedagteekend 23 April, en antwoord<br />
van den Regeerings-commissaris . . . 119.<br />
Batterij bouw te Lamdjamoe . . . . . . . . . . . 119.<br />
26 April. Toekoe Djohan Pahalawan ontslagen als Panglima<br />
Prang Besar van het Gouvernement en als Oeloebalang van<br />
Lepong 120.<br />
Nieuwe proclamatie van den Regeerings-commissaris aan hoofden<br />
en bevolking in Groot-Atjeh 120.<br />
27 April. Bombardement van Lampisang voortgezet tot 23 Mei. 121.<br />
Oemars bondgenooten 121.<br />
Verrassing der versterking Batoe in de XIII Moekims Toengkoeb<br />
in den nacht van 28 op 29 April 122.<br />
Demonstrate in de XIII Moekims Toengkoeb op 30 April . 124.<br />
Met vijf stoomers van de Kon. Paketv.-Maatschappij arriveeren<br />
het 5 e en 7 C Bataljon Infanterie, eene bergbatterij, een peloton<br />
cavalerie en suppletietroepen . . . . . 126.<br />
Diversie naar Montassik op 2 Mei 126.
IX<br />
Nadere berichten aangaande Oemar<br />
Plan tot aanval op Oemars stellingen op 2 Mei opgegeven;<br />
biz.<br />
135.<br />
demonstratie der marine in de Kroeng-Raba-baai 136.<br />
Tweede tocht naar de XIII Moekims Toengkoeb op 4 Mei. 136.<br />
Besluit van den Regeerings-commissaris van 9 Mei omtrent de<br />
verstrekking van oorlogsmaterieel aan hoofden of bevolking. . . 145.<br />
Aanvraag van meerdere repeteergeweren 147.<br />
Mislukte poging om Lam-Tengah te verrassen op 15 Mei. . 148.<br />
Briefwisseling met Toekoe Tjoet Lam-Tengah . . . . . 149.<br />
23 tot en met 25 Mei. Actie tegen T. Oemar en de IV en<br />
VI Moekims, inname van Lam-Pisang 153.<br />
Machtsvertoon in de IX Moekims en de III Moekims Daroe<br />
op 29 Mei. ' 219.<br />
Raseering van Lam-Asan van 30 Mei tot 2 Juni 227.<br />
Toestand in de XXVI Moekims 230.<br />
Tocht in de VI en IV Moekims op 4 en 5 Juni . . . . 232.<br />
Tocht naar Lam-Krak op 9 en 10 Juni 242.<br />
12 Juni de batterijen te Lam-Djamoe ontwapend, de marine<br />
verkent Lepong 266.<br />
Tuchtiging van de V Moekims Montassik op 16 en 17 Juni. 268.<br />
20 Juni. Machtsvertoon door 4 colonnes, respectievelijk in de<br />
IV en VI Moekims tot Kroeng-Raba, Lam Pagar, III Moekims<br />
Daroe en IX Moekims 295.<br />
Opruiming der bentengs Perarrpocan en Batoe 296.<br />
22 Juni. Verkenning naar Kroeng-Raba 297.<br />
Over 's vijands stellingen bij Kroeng-Kali 298.<br />
23 Juni. Tuchtiging der XIII Moekims Toengkoeb door 2<br />
colonnes, waarvan eene door de marine naar Ladoeng werd overgevoerd<br />
298.<br />
Machtsvertoon in de V Moekims Montassik op 26 Juni . . 307.<br />
^•1 Juni. Groote parade op het exercilieterrein nabij Petjoet. 308.<br />
Afscheid van Zijne Excellence den Regeerings-commissaris, den<br />
luitenant-generaal Vetter 308.<br />
Kolonel J. W. Stemfoort voorloopig belast met het Civiel en<br />
Militair Gezag en Resident van Langen eervol ontheven van zijne<br />
functien als Civiel Bestuurder van het gewest 309.<br />
Vertrek van den Leger-commandant per stoomschip „Coen"<br />
naar Batavia op 28 Juni 309.
X<br />
BIJLAGEN: biz.<br />
No. I. (A) Staat aangevende de sterkte der troepen in Atjeh en<br />
hunne legering op den l en Januari <strong>1896</strong> 310.<br />
II. l e Brief van Toekoe Oemar aan den Gouverneur van<br />
Atjeh over de redenen van zijn afval 315.<br />
„ III. Proclamatie van den Regeerings-commissaris aan de<br />
hoofden en de bevolking van Atjeh 317.<br />
„ IV. 2 e Brief van Toekoe Oemar aan den Gouverneur van<br />
Atjeh 319.<br />
„ V. 3 e Brief van Toekoe Oemar als voren 322.<br />
„ VI. Besluit van den wd. Gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden,<br />
waarbij Toekoe Djohan Pahalawan uit<br />
's Gouvernementsdienst wordt ontslagen 324.<br />
„ VII. 2 e Proclamatie van den Regeerings-commissaris aan<br />
hoofden en bevolking van Atjeh 326.<br />
„ VIII. Staat aangevende de sterkte der troepen in Atjeh en<br />
hunne legering op den l en Juni <strong>1896</strong> 328.<br />
PHOTO'S G. G. Jhr. C. H. A. van der Wijck, tegenover het titelblad.<br />
Gen.-Maj. C. Deykerhoff, „ biz. 25.<br />
Luit.-Gen. Vetter, „ „ 119.<br />
Toekoe Oemar, „ „ 195.<br />
KAARTEN Kaart van het westelijk gedeelte van Groot-Atjeh 1 : 20.000.<br />
Schetskaart der voormalige Ooster-Buitenlinie 1 : 25.000.
iz<br />
„ 2<br />
„ 3<br />
„ 12<br />
,. 13<br />
.. 14<br />
,. 27<br />
„ 34<br />
„ 56<br />
„ 58<br />
„ 59<br />
„ 64<br />
„ 65<br />
„ 66<br />
„ 70<br />
„ 70<br />
„ 73<br />
„ 83<br />
„ 91<br />
„ 119<br />
,. 121<br />
„ 121<br />
„ 167<br />
„ 240<br />
„ 244<br />
„ 261<br />
,. 261<br />
„ 262<br />
„ 265<br />
., 290<br />
, 307<br />
„ 307<br />
15=<br />
5=<br />
3-=<br />
5=<br />
7=<br />
7-=<br />
17*<br />
7e<br />
5-=<br />
I1«<br />
6=<br />
10=<br />
9e<br />
8«<br />
6«<br />
15=<br />
> »<br />
» i<br />
» »<br />
, ,<br />
> »i<br />
i *<br />
, „<br />
» *<br />
» »<br />
> »»<br />
Errata.<br />
Noot (1)<br />
6 e Noot (1) 2<br />
regel v<br />
21= „ ,<br />
10= n *<br />
4e<br />
n y<br />
» *<br />
> i<br />
e regel v. o. staat O'Sullwan's lees O'SuIlivan's.<br />
9 e regel van boven: tusschen „toepassing en „brengen" te<br />
voegen „te".<br />
;e I A".<br />
6 e regel van boven staat „militrailleurs" lees „mi-trailleurs".<br />
„ingschoten" lees „ingeschoten".<br />
„zoomene" lees „zoomede".<br />
onder „ „laatsgenoemde" lees „laatstgenoemde"<br />
boven „ „Lambjamoe" lees „Lamdjamoe".<br />
onder „ „overmoeidheid" 1. „oververmoeidheid"<br />
boven lees „Zie bijlage III".<br />
onder staat „den kampongs" lees „de kampongs".<br />
boven „ „plaats A" lees „plaatst".<br />
onder „ „2 colonne" „ „2 e colonne".<br />
„ „geniet-roepen „ „genie-troepen".<br />
boven „ „marec-haussee" lees „mare-chaussee".<br />
„ „ „mgndant" lees „mandant".<br />
onder „ „Lingkar, om in" lees „Lingkar, in".<br />
„ „ „Anak Galoengen" lees „Ana* Ga-<br />
loeng en",<br />
boven „ „vermeesteerde" lees „vermeesterde".<br />
onder „ „Atjehriveir" lees „Atjehrivier".<br />
„ lees: Zie bijlage V.<br />
boven staat „23= n " lees „23".<br />
» »» „ tusschen „Wilhelmina — en" in te lasschen<br />
..Sumatra" en voor „respec" — te plaatsen<br />
„de laatste drie".<br />
12= „ . „ staat „Tamon" lees „Tanon"<br />
8-= » »» onder „ ..hemerkt" lees „bemerkt".<br />
10= » »i boven „ „eu" lees „en".<br />
16= > u onder „ „hen" lees „hun".<br />
14= i »i „ „ ..keerk" lees keerd".<br />
18= , i »» „ „ „vleuge" lees „vleugel".<br />
16= » M „ ..Oostenlijk" lees ,,Oostelijk".<br />
Noot (1)<br />
„Lepong" lees ,,Lejoong".<br />
1 1= regel „<br />
kwam" lees ,,kwamen".<br />
8= , i fl ,, ..Lehong" lees „Lehang".
Groot-Atjeh van 1 Januari tot 20 April <strong>1896</strong>.<br />
Inleiding.<br />
Wanneer men de politieke Atjehverslagen van den laatsten tijd<br />
raadpleegt, dan kan niet ontkend worden, dat de uitkomsten van het<br />
stelsel, sedert den afval van T. Oemar consequent toegepast, n.I. om<br />
het geheele Atjehsche volk door kracht van wapenen tot erkenning van<br />
Neerlandsch souvereiniteit te dwingen, alleszins bevredigend genoemd<br />
mogen worden.<br />
Er zal dan ook wel nimmer meeningsverschil bestaan hebben, dat<br />
dit stelsel, met het oog op het doel, het eenige ware is ; wel over de<br />
vraag, of onze personeele en materieele krachten de toepassing van<br />
zulk een stelsel toelieten.<br />
Twijfel daaromtrent, heeft geleid tot verschil van inzicht bij staatslieden<br />
en militaire bevelhebbers en het kiezen van verschillende stelsels ten<br />
gevolge gehad, om ten slotte tot de thans gevolgde politiek te geraken.<br />
Een dier stelsels was dat, van September 1893 tot April <strong>1896</strong><br />
toegepast, hetwelk beoogde om de rust in Groot-Atjeh te verzekeren<br />
door de hulp van Atjehsche bondgenooten.<br />
Het is ons doel niet dit stelsel aan critiek te onderwerpen, (') maar<br />
alleen, om de krijgsverrichtingen gedurende en na dit tijdperk, voor<br />
zoover die binnen het jaar <strong>1896</strong> vielen, te beschrijven, waaruit voor<br />
ons militairen de les te trekken is, dat alleen van het ter juister tijd<br />
toegepaste offensief heil te verwachten is.<br />
Na de goede diensten, die Toekoe Oemar ons in Augustus 1893<br />
bewezen had door de zuivering der XXV Moekims, werd in zijne onderwerping<br />
aan het Nederlandsch Indisch Gouvernement bewilligd en den<br />
30 s = n September van dat jaar legde hij en 15 zijner panglima's den<br />
(') Hiervoor zij verwezen naar Dr. C. Snouck Hurgronje's belangrijke voorrede in<br />
A. W. S. O'Sullwan's vertaling van het werk ,,de Atjehers" en naar de bijlage in<br />
deel II van dit werk „Overzicht van den huidigen toestand van Atjeh."
eed van trouw af. Hij verkreeg den titel van Toekoe Djohan Pahalawan<br />
en Panglima Prang besar, terwijl hem verlof werd verleend een door<br />
ons bezoldigd vast legioen van 250 man, onder drie zijner bloedverwanten<br />
als aanvoerders en 40 panglima's, op te richten.<br />
De toenmalige Gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden, zeer<br />
ingenomen met de resultaten, die het bestrijden der kwaadwilligen met<br />
benden, uit de Atjehsche bevolking samengesteld en door Atjehsche<br />
hoofden aangevoerd, opgeleverd had, besloot hetzelfde stelsel in de<br />
XXVI Moekims in toepassing brengen.<br />
Een driemanschap, bestaande uit T. Neq van Merassa, Toekoe Nja<br />
Banta, Panglima sagi der XXVI Moekims en Toekoe Tjoet Toengkoeb,<br />
Oeloebalang der XXII Moekims Toengkoeb, vormde zich, om het<br />
terrein aan de oostzijde onzer geconcentreerde linie van moslemin te<br />
zuiveren.<br />
Toen uit alles bleek, dat de bondgenooten in de XXVI Moekims<br />
niet zoo bruikbaar voor het doel waren als T. Djohan, werd den<br />
2|sten October aan dezen Iaatsten ook de leiding der zaken in die<br />
sagi opgedragen — een maatregel, die, zooals lichtelijk te begrijpen is,<br />
geenszins in den smaak viel van de adathoofden in de XXVI Moekims.<br />
Op dezen weg voortgaande besloot het bestuur ook in het aan onze<br />
linie grenzende deel der XXII Moekims eene opruiming te houden;<br />
30 November werd Ana* Galong door het legioen vermeesterd. Toekoe<br />
Moeda Baid, hoofd der VII Moekims, beloofde toen verder voor de<br />
rust in zijn landschap te zullen zorgen.<br />
In het begin van '94 werden ook de V Moekims Montassik onder<br />
handen genomen en o.a. Senelop vermeesterd.<br />
Om nu verder meester te kunnen blijven in het voor ons veroverde<br />
terrein, werden op de voornaamste punten posten opgericht, bezet door<br />
troepen, getrokken uit de veldbataljons en het 2= Garnizoensbataljon.<br />
In de tusschenruimten werden dan vaak nog blokhuizen geplaatst,<br />
meestentijds toevertrouwd aan de goed gezinde bevolking, of aan de<br />
panglima's van T. Djohan.<br />
Tot beter begrip van later te vermelden krijgsverrichtingen volgt hier<br />
eene opsomming van die, door onze troepen bezette, tijdelijke versterkingen<br />
buiten de geconcentreerde linie in het laatst van 1895,waarbij<br />
de bestemming van elk hunner is aangegeven. (')<br />
') Bijlage A. geeft een overzicht van de sterkte en legering van alle troepen op<br />
I Jan. <strong>1896</strong>.
In het algemeen moesten die posten dienen: tot punten Van uitgang<br />
en ondersteuning van onze patrouilles, die natuurlijk veelvuldig hadden<br />
moeten worden uitgezonden, hetgeen, zooals wij later zullen zien, inderdaad<br />
slechts zelden geschiedde.<br />
De artilleriebewapening op alle posten bestond uit een of meer<br />
kanonnen van 7 cM. L. A. en militrailleurs. Alleen Toengkoeb had<br />
geen artilleriebewapening.<br />
In de sagi der XXV Moekims.<br />
Biloel had eene sterkte van 1 kapitein en 2 ljiitenants, 1 officier<br />
van gezondheid en 2 hospitaalbedienden, 102 man infanterie, 1 officier<br />
en een detachement van I 1 man vestingartillerie.<br />
De post was gelegen nabij het gebergte, op de grens van de XXII<br />
Moekims, aan den weg, die van uit deze sagi langs den voet van het<br />
gebergte in Z. O. richting voert, en beveiligde de IX moekims tegen<br />
invallen van kwaadwilligen uit Lamkrak, Kroeng Mak, Loetoe en Lam<br />
Lheue van de VII Moekims Baid, welke steeds eene verblijfplaats van<br />
kwaad volk waren.<br />
Lamkoenjit, gelegen nabij den weg Tjot Goee— Biloel had<br />
eene sterkte van 2 officieren en 52 man infanterie, 10 man artillerie en<br />
1 hospitaalbcdiende. Doel als boven en beveiliging van het verkeer<br />
tusschen beide bovengenoemde plaatsen.<br />
Tjot Goee sterk 2 officieren, 52 man infanterie, 10 man artillerie<br />
en 1 hospitaalbediende; een communicatiepost tusschen Lampeneroet<br />
en Biloel op een ^ 30 M. hoogen heuvel, zeer gunstig gelegen om<br />
in het omliggende lagere gedeelte van de IX Moekims, met name de<br />
Moekims Oleh Soesoe en Lamkoenjit, in verband met onzen post nabij<br />
den grooten passer van laatstgenoemden naam, invloed uit te oefenen.<br />
In de sagi der XXII Moekims.<br />
Ana* Galon g, sterk 1 kapitein, 3 luitenants en 120 bajonetten,<br />
geleverd door het 15= Bataljon infanterie, 1 officier van gezondheid,<br />
1 hospitaalbediende en ambulance en 16 man van de artillerie; diende<br />
hoofdzakelijk om T. Moeda Baid in het goede spoor te houden en tot<br />
steun van diens halfbroeder Toekoe Tjoet Machmoed, van de Moekim<br />
Lam-Tengah.<br />
IJe plaats zelf werd door de Atjehers steeds beschouwd als het hart<br />
van Groot-Atjeh, en had in hun oog groote waarde.
Na de concentratie was de later door ons bezette benteng de hoofdverblijfplaats<br />
van Tengkoe di Tiroe, die daar ook gestorven is.<br />
Lambarih; sterkte: 2 officieren en 50 minderen van de infanterie,<br />
1 van de artillerie en 1 Europeesch hospitaalbediende.<br />
Had alleen waarde als communicatiepost tot beveiliging van den weg<br />
Lambaroe — Ana' Galong. Tusschen deze plaats en Lambarih hadden<br />
we nog een verhoogd wachthuis Blang Tjoet, welks bezetting, 20 man,<br />
dagelijks door Ana' Galoeng verwisseld werd.<br />
L a m s o e t; sterkte: 2 officieren en 50 man, 4 artilleristen en 1<br />
Europeeschen hospitaalbediende; vormde een vast punt in de zich langs<br />
den rechteroever der Atjehrivier uitstrekkende kampongs van de III<br />
Moekims Kerkoen, waar kwaad volk eene gemakkelijke wijkplaats kon<br />
vinden en van waaruit in de jaren 1878— 1885 menige roofaanval plaats had.<br />
Diende tevens om een rivierovergang te hebben tusschen Lambaroe<br />
en Ana* Galong.<br />
Senelop; sterkte: 1 kapitein, 2 luitenants en 75 man, 1 officier<br />
van gezondheid met I hospitaalbediende en 12 artilleristen; diende<br />
met Kroeng Gloempang als barriere tegen de V Moekims Montassik,<br />
waarvan de Moekim Lam Djampoe geheel binnen onze linie van posten lag.<br />
De post moest deze Moekim en de III Moekims Kerkoen behoeden<br />
tegen invallen van kwaadwilligen. Een groot deel der V Moekims<br />
Montassik lag binnen het bereik van het geschut van Senelop en Kroeng<br />
Gloempang, hetgeen hoofden en bevolking er toe bracht om tot eigen<br />
behoud den kwaadwilligen het verblijf in hare kampongs te ontzeggen.<br />
In de sagi der XXVI Moekims.<br />
Toengkoeb; sterkte: 2 officieren en 52 man van de infanterie,<br />
alsmede 1 hospitaalbediende; vormde de verblijfplaats van het hoofd<br />
der XIII Moekims Toengkoeb.<br />
Was na onze concentratie eene der voornaamste verblijfplaatsen van<br />
Tengkoe di Tiroe. Nadat de kwaadwilligen er uit verdreven waren,<br />
werd dit punt door ons bezet, zoowel om bij de bevolking de vrees<br />
weg te nemen, dat die moslemin er zich op nieuw zouden vestigen,<br />
als om invloed en controle uit te oefenen op den Oeloebalang T. Tjoet<br />
Toengkoeb, wiens gezindheid ten onzen opzichte nogal eens te wenschen<br />
overliet.<br />
Tjot Rang; sterkte: 2 officieren en 78 minderen van de infanterie,<br />
9 artilleristen en 1 Europ. hospitaalbediende.
Was in de jaren 1881 — 1885 eene geliefkoosde verblijfplaats der<br />
maraudeursbenden, die er in de door holle wegen doorsneden en op<br />
vele plaatsen moeilijk begaanbare Moekim Boeng Tjala een zeer gunstig<br />
terrein voor de guerilla vonden.<br />
Bovendien was hier een der grootste passers van deze sagi aanwezig.<br />
Kroeng Gloempang; sterkte: 3 officieren, 60 minderen van de<br />
infanterie, 10 artilleristen en 1 Europ. hospitaalbediende; gelegen op de<br />
grens van de XXVI en van de XXII Moekims, diende speciaal om<br />
de III Moekims Ateuh tegen invallen uit Montassik te beschermen.<br />
De bezettingen voor Lambarih, Lamsoet, Senelop, Kroeng Gloempang<br />
werden getrokken uit de posten van de geconcentreerde linie, Biloel<br />
werd bezet door officieren en minderen van het 3= Bataljon, Ana* Ga-<br />
loeng door het 15= Bataljon, Lamkoenjit en Tjot Goee door het 14=,<br />
Tjot Rang en Toengkoeb door het 12= Bataljon infanterie.<br />
Daar de posten slechts eene tijdelijke inrichting hadden, werd het<br />
noodig geacht de troepen om de veertien dagen af te lossen. Vier<br />
compagnieen van de veldbataljons waren dus vastgelegd op die posten.<br />
Door de goedgezinde bevolking of door het legioen van T. Djohan<br />
werden de navolgende blokhuizen bezet gehouden:<br />
In de XXV Moekims: Lehang, GrOt, Lam Tadoek, Maneh, Mon<br />
Mantjang, Blang Kirai en Mon Pandjang.<br />
In de XXII Moekims: Kajoe Leh, Ba c Boeng, Oedjong Boekloet,<br />
Bak Tjerlak, Mata Air, Montassik, Aloer Oe, Toei Selimbing, Baroe,<br />
Tjot Djamboe.<br />
In de XXVI Moekims: Tjot Kapoela, Tjot Sabtoe, Tjot Made,<br />
Tjot Bak Tjoe, Tjot Lampoe* Oe, Tjot Penom, Lamgoet.<br />
Ook na de vermeestering van het bovenomschreven gebied in de 3<br />
sagi's, trad het legioen van T. Djohan vaak in verband met onze troepen<br />
tegen de moslemin op, in dier voege, dat aan die troepen vrijwel het<br />
werk uit de handen werd genomen; o.a. van 9 t/m 13 Mei '95.<br />
Voorbeelden daarvan vinden we in de volgende excursie's.<br />
In den voormiddag van den 9= n Mei '95 kwam het legioen van T.<br />
Djohan, sterk 200 geweerdragenden en 100 dragers en werkers, te<br />
Tjot Goee aan, om een aanvang te maken met het zuiveren van het<br />
terrein tusschen dezen post, Biloel en Lamkoenjit van kwaadgezinden,<br />
die de gemeenschap tusschen onze posten gedurende de voorafgegane<br />
j
dagen hadden bemoeilijkt, en voorts in het heuvelterrein, ten Z. van<br />
Biloel en van de kampongreeks Manee, Lam Tadoek en Grot, de<br />
daar sedert lang bestaande schuilplaatsen en versterkingen des vijands<br />
op te ruimen.<br />
Een colonne sterk 4 officieren, 132 bajonetten, twee sectien bergar-<br />
tillerie, een detachement genietroepen en ambulance onder den majoor<br />
J. F. T. van Bloemen Waanders was dien zelfden morgen te Tjot<br />
Goee vereenigd om zoo noodig het legioen te steunen.<br />
Den 4= n Augustus '95 werd uitgerukt door 1 compagnie van het<br />
14= Bataljon infanterie, sterk: 4 officieien, 1 hoornblazer en 125 bajo<br />
netten ; 1 peloton cavalerie, sterk: 1 offiicier en 24 ruiters; 2 sectien,<br />
bergartillerie, sterk: 3 officieren en 60 minderen, 17 rijpaarden en 17<br />
muildieren, met het doel de troepen van T. Djohan te steunen bij het<br />
hernemen der bentengs Gle Broe en Koeta T. Rajoet, die den 4= n te voren<br />
door onze bondgenooten na hevig vuur der kwaadwilligen waren ontruimd.<br />
T. Djohan had bij deze affaire, onder toezicht van den chef van den<br />
gewestelijken staf, de hoofdleiding en gaf zelf de aanwijzingen voor het<br />
gebruik der artillerie.<br />
Was de aanval naar zijne meening door de artillerie voldoende voorbereid,<br />
dan ging het legioen tot den storm over.<br />
De toestand binnen de geconcentreerde linie werd door die nieuwe<br />
wijze van optreden steeds meer bevredigend. Hoewel het leger daarbij<br />
een ondergeschikte rol vervulde, waren de voordeelen zonder groote<br />
verliezen onzerzijds, en Iouter door het verschaffen van srrijdmiddelen<br />
en geld aan onze bondgenooten, verkregen.<br />
Behalve T. Djohan werden de hoogere en lagere hoofden door trak-<br />
tementen aan ons verbonden en, zooals overste Hooyer in zijn werk<br />
zegt, „buiten de noodzakelijkheid gebracht zich door afpersing van het<br />
„noodige te voorzien, en zoo werd de hoop gekoesterd, dat op deze<br />
„wijze een geest van orde zou geboren worden en de bevolking al meer<br />
„en meer de groote voordeelen zou leeren inzien, die haar ten deel<br />
„zouden vallen."<br />
Den 14= n April '94 was bij commandementsorder eene commissie<br />
benoemd, bestaande uit den commandant der geconcentreerde linie als<br />
president, de assistent-resident van Groot-Atjeh en de overige gewestelijke<br />
autoriteiten als leden, die moest nagaan:<br />
1° welke posten, zoowel in als buiten de geconcentreerde linie, uit
een militair-politiek-hygienisch oogpunt moesten worden behouden, opgeheven,<br />
dan wel gewijzigd;<br />
2° waarin die wijzigingen eventueel zouden moeten bestaan;<br />
3° welke geldelijke consequentien approximatief aan een en ander<br />
zouden verbonden zijn.<br />
De werkzaamheden dier commissie schijnen in het begin van '96 nog<br />
niet geheel afgeloopen te zijn geweest. Het idee was in de XXVI<br />
Moekims aan de postenlinie eene uitbreiding te geven naar de zijde<br />
van de Blang Bintang, de sawahvlakte, die tal van kwaadgezinden herbergde.<br />
Vijandelijke benden uit de V Moekims Montassik, die aan de<br />
bevolking der XXVI Moekims overlast wilden aandoen, namen steeds<br />
hun weg over die sawah. Om die sawah te beheerschen zou 500 M.<br />
oostwaarts van den Z. O. hoek der kampong Tjot Mantjang, dus<br />
nabij de grens der XXII Moekims en op ongeveer 2000 M. afstands<br />
van Kroeng Gloempang, eene tijdelijke versterking opgericht moeten<br />
worden; Toengkoeb zou dan kunnen vervallen.<br />
Door de belangrijke wijziging ten goede in den politieken toestand<br />
der XXV en XXVI Moekims zouden, in verband met de voorgenomen<br />
verbeteringen, van de reeds genoemde tijdelijke versterkingen eenige<br />
der kleinere posten in de geconcentreerde linie opgeheven, van andere<br />
de infanteriebezetting belangrijk verminderd worden. Voor opheffing<br />
kwamen in aanmerking: Blang, Siroen, Boekit Karang, zoomede de<br />
blokhuizen Pagani, Sabang en Kroeng Lingkar.<br />
De posten in de buitenlinie zouden na verbetering eene vaste bezetting<br />
krijgen uit de aanwezige garnizoenstroepen. Verandering in de<br />
formatie voor Atjeh was dus niet noodig. (')<br />
(') Volgens „de Atjeh-Onlusten in <strong>1896</strong>" verschenen bij Nijgh en van Ditmar,<br />
zou de linie als volgt worden samengesteld:<br />
Ten Zuiden van de geconcentreerde linie, zou nabij de plek, waar vroeger Kaloet<br />
lag een post Tjot Bageroet worden opgericht, met 2 officieren van de infanterie, 1 der<br />
artillerie en 50 man als bezetting.<br />
Tjot Goee zou verplaatst worden naar den oostwaarts gelegen heuvel; Lamkoenjit<br />
1200 M. ten noorden van den gelijknamigen tijdelijken post komen en Biloel een<br />
weinig naar het noorwesten verplaatst worden.<br />
Ana' Galoeng zou ten N. O. van de brug en Lambarih meer zuid-oostwaarts verschoven<br />
worden, en wel naar de plaats waar het blokhuis Blang Tjoet lag. Een<br />
nieuwe post Oedjong Boekloet, met 2 officieren en 53 man bezetting, zou opgericht<br />
worden ten noorden van Lambarih.
8<br />
Bij commandementsorder dd° 12 Februari '96, No. 22, werd eene<br />
nieuwe commissie onder presidium van den chef van den gewestelijken<br />
staf benoemd, tot het bepalen der emplacementen van de nieuw op<br />
te richten versterkingen en 12 Maart d.a.v. werd bericht ontvangen, dat<br />
de Regeering op het voorstel, wat de inrichting der nieuwe stelling<br />
betreft, conform had beslist.<br />
Tot de uitvoering van al die plannen is het intusschen niet gekomen;<br />
waardoor, dat zullen we in het eerste hoofdstuk zien.<br />
De toestand van rust in Groot-Atjeh was slechts schijnbaar. In werkelijkheid<br />
was onze positie niet zoo sterk, als men uit het bovenstaande wel<br />
zou opmaken.<br />
Werd door ons hiervoren reeds opgemerkt, dat van het patrouilleeren<br />
door de bezettingen der posten in de buitenlinie weinig werk<br />
werd gemaakt, de toestand was in den aanvang van het jaar <strong>1896</strong>zelfs<br />
van dien aard, dat het moeite kostte om die posten ongedeerd te<br />
bereiken.<br />
De z.g. djahats hadden zich in den omtrek van de meesten zeer<br />
huiselijk ingericht; vooral Biloel, Ana* Galong, Senelop en Kroeng<br />
Gloempang, stonden in die dagen aan hun vuur bloot.<br />
Door de postcommandanten zelf kon in dien toestand geen verbetering<br />
gebracht worden; het initiatief daartoe moest van hoogerhand<br />
uitgaan.<br />
De patrouilles, die door sommigen hunner uitgezonden werden om<br />
de manschappen tenminste iets te doen te geven, kozen uur van afmarsch,<br />
route, enz. steeds zoodanig, dat elke aanraking met den vijand werd<br />
vermeden.<br />
Van Lambarih tot Ana' Galong was men verplicht niet op den dijk,<br />
maar er naast te marcheeren, alleen ten genoege van de enkele schutters,<br />
die zich in den Oostrand der kampongs Ana' Batee en Klieng opgesteld<br />
hadden, en daar ook meesttijds lustig een Atjehsche vlag lieten<br />
wapperen.<br />
Lamsoet zou blijven waar het was, maar Senelop 200 M. meer zuidwaarts van het<br />
blokhuis Toei Selimbrug komen; Kroeng Gloempang naar het noord-oosten verplaatst<br />
worden.<br />
Een nieuwe post Tjot-Made, ten oosten van het blokhuis van dien naam, zou bezet<br />
worden met twee officieren der infanterie, 1 der artillerie en 50 man. Een groote post<br />
op de Blang Bintang—Ketapan Meot ten slotte, moest eene bezetting van 1 Kapitein,<br />
4 luitenants, 75 man infanterie, 1 sectie bergartillerie en een detachement cavalerie<br />
krijgen.
Soms werden bij approviandeering of groote transporten naar onzen<br />
post een viertal brigades marechaussee in Ana* Batee in stelling gelegd,<br />
om die beschietingen te coupeeren; zulks was o.m. het geval, toen<br />
Zijne Excellentie de Commandant van het Leger in November 1895<br />
Ana* Galong bezocht. Ondanks dien maatregel werd het rijtuig van<br />
Zijne Excellentie bij Boekloet beschoten.<br />
Een paar staaltjes van de gevolgen van onze toenmalige tactiek mogen<br />
niet onvermeld blijven.<br />
In December '95 behoorde schrijver dezes tot de bezetting van<br />
Ana' Galong. Een der kamponghoofden uit de onmiddellijke nabijheid<br />
van dien post vroeg en kreeg vergunning eene sawah, op ± 150 M.<br />
van de benting aan de overzijde der Atjehrivier gelegen, te bewerken.<br />
Gedurende eenige dagen zag men er ook tal van Atjehers aan<br />
den arbeid; zij werden, in verband met de gegeven vergunning<br />
onzerzijds, niet bemoeilijkt. Nu kwam er dagelijks een bewoner van<br />
Sibreh in de versterking, die daar zijn vruchten, groenten en kippen aan<br />
den man bracht. Het behoeft wel niet gezegd te worden, de man<br />
erkende het trouwens volmondig, dat hij door beide partijen als spion<br />
gebezigd werd en toen het werk in de z.g. sawah afgeloopen was,<br />
achtte hij het oogenblik gekomen om mede te deelen, dat de djahats<br />
ons een aardige poets gebakken hadden, door op het bewuste punt eene<br />
complete batterij met loopgraven, dekkingen enz. op te werpen. Later<br />
is de post werkelijk vanuit die batterij met lilla's onder vuur genomen.<br />
Door gebrek aan draagkrachten was in het laatst van November '95<br />
een deel van den voorraad rijst te Lambarih achtergelaten. Dagelijks<br />
moesten nu kleine transporten loopen om het tekort aan te vullen.<br />
In den regel marcheerden we in den vroegen morgen af en waren dan<br />
tegen dat de zon opkwam te Lambarih. Onmiddellijk werd dan terug-<br />
gemarcheerd. De vijand, in de veronderstelling, met een troep van<br />
Lambaroe te doen te hebben, liet ons bij dien marsch meestal met rust,<br />
er op rekenende zijn schade bij den terugmarsch van het detachement<br />
dubbel en dwars in te halen. Inziende, dat zijne berekening faalde,<br />
nam hij na een paar uur wachtens, daar de geweren toch geladen<br />
waren, de benteng maar onder vuur.<br />
Vooral de opmarsch van eene aflossing van de door goed gezinde<br />
Atjehers bezette blokhuizen, vormde een vermakelijk schouwspel. In den<br />
regel marcheerden die lieden op den dijk, onder den marsch het<br />
vuur hunner landgenooten beantwoordend. Om toch vooral maar niemand
10<br />
te raken, werd bij het richten de kolf voor den buik geplaatst of<br />
eenvoudig onder den arm gehouden. Gewonden kregen zij nagenoeg<br />
nooit, wel een bewijs, dat onze vijanden het ook maar als „main prang"<br />
beschouwden.<br />
Van de bendehoofden traden destijds op den voorgrond Habib Lhong<br />
en Tengkoe Pante Gelimah, die zich bij elkaar hadden aangesloten om<br />
onrust te verwekken. De eerste vervulde in dat verbond de rol van het<br />
militante, de laatste het opruiende element.<br />
Bruggen bleven zelden Ianger dan een week in orde. De vijand<br />
kon meestal de planken voor andere doeleinden gebruiken of stak er<br />
eenvoudig den brand in.
HOOFDSTUKI.<br />
Het tijdvak van 1 Januari tot 20 April <strong>1896</strong>.<br />
De indeeling der troepen op 1 Januari <strong>1896</strong> kan uit Bijlage I blijken.<br />
Veel bijzonders valt er van de eerste helft dier maand niet te<br />
vermelden.<br />
In den nacht van 16 op 17 Januari trachtten vijandige benden onder<br />
aanvoering van Toekoe Bin en Toekoe Sabel de kampohg Berawai<br />
[Masdjid Raija, rechteroever], in de onmiddellijke nabijheid van ons<br />
kampement Koeta Alam, binnen te dringen.<br />
Zij werden door de bevolking met geweervuur verjaagd. Op haren<br />
terugtocht, stuitte de achterhoede dier benden op eene patrouille onder<br />
den civielen gezaghebber van Pakan Kroeng Tjoet. Een doode bleef<br />
in onze handen, terwijl later uit berichten bleek, dat hun dit uitstapje<br />
op drie gesneuvelden was te staan gekomen.<br />
Habib Lhong had destijds aan den pretendent sultan, die bij zijn<br />
eigen landgenooten in Pedir blijkbaar niet zoo hoog aangeschreven stond,<br />
hulp toegezegd. Aan het hoofd eener bende van ± 500 man toog hij<br />
via Metareum, Andeue en Lala naar Keumala, alle kampongs op zijn<br />
weg verbrandend en herstelde daar den sultan in zijn oude verblijfplaats;<br />
diens gedwongen vlucht van het vorige jaar was hiermede<br />
gewroken.<br />
De afwezigheid van dat bendehoofd was in het Lamkraksche wel te<br />
merken; de kleine beschietingen bleven echter ook in dien tijd aanhouden.<br />
7 Februari werd de 2 e luitenant F. Franssen en 1 1 Februari de Eur.<br />
fus. Bodenstaff, No. 41130, beiden van de bezetting te Ana* Galong,<br />
bij het dekken der houtkappers, door geweerkogels niet levensgevaarlijk<br />
gewond.<br />
De marechaussees legden voortdurend hinderlagen op de toegangswegen<br />
der geconcentreerde lime.<br />
19 Februari geraakten drie brigades marechaussee nabij Ana* Batee<br />
in een vrij hevig vuurgevecht dat eindigde met de verdrijving van<br />
dezen.
12<br />
Ook de chef van den gewestelijken staf met eenige officieren en<br />
eene cavaleriepatrouille, die zich op dien dag op den weg naar<br />
Ana* Galong bevonden, werden ter hoogte van Oedjoeng Boekloet<br />
onder vuur genomen.<br />
In de IV en VI Moekims was de toestand vrij goed. Eene colonne,<br />
bestaande uit 8 compagnieen infanterie, een detachement cavalerie, eene<br />
bergbatterij, eene ambulance en bagagetrein — totaal 41 officieren, 1163<br />
minderen — onder den majoor Mossel, maakte den 20 sten Februari een<br />
oefeningsmarsch van Koeta Radja naar Kroeng Raba en ondervond<br />
geenerlei verzet.<br />
T. Djohan maakte zijne opwachting bij den colonnecommandant.<br />
Onze post te Senelop echter werd den 23 slen Februari tusschen 5'/2<br />
en 6'/2 uur N- M. uit verschillende punten door een 40 a 50 tal ge-<br />
weren flink beschoten; ook 's nachts en den volgenden morgen lieten<br />
zij onze menschen niet met rust.<br />
In den morgen van den 24= n tusschen 8 en 9 3 /4 uur begon het spel<br />
op nieuw. Door het vuur van den post, krachtig gesteund door het<br />
blokhuis Toei Selimbing, werd de vijand verdreven met een verlies van<br />
2 dooden en 2 gewonden.<br />
Bij Ana* Galong had de vijand zich op den ingang van die verster-<br />
king ingschoten, zoodat de passage daar inderdaad gevaarlijk was. Een<br />
aan de N. zijde geplaatst privaat kon om die reden niet gebruikt<br />
worden. De aflossingen van het blokhuis Blang Tjoet vormden steeds<br />
een zeer gewenscht doel voor onze tegenstanders. Ook Biloel kreeg<br />
uit Z. en Z. O. richting nog al eens vuur.<br />
In Kroeng Gloempang werd de inl. fuselier Kalidjo, N°. 42384, bij<br />
zulk eene beschieting verwond.<br />
28 Februari werd een detachement van 1 officier en 25 man naar<br />
Poeloe Weh gezonden, aangezien bij ler Meloh eene vijandelijke bende<br />
zou zijn geland. De uitgezonden troepen troffen haar echter niet meer aan.<br />
Die plagerijen waren een doom in het oog van den, in het begin<br />
van <strong>1896</strong>, opgetreden liniecommandant, den luitenant-kolonel der infan<br />
terie E. W. Bisschoff van Heemkerck.<br />
De toestand te Ana* Galong was, zooals we reeds zagen, gaande-<br />
weg bepaald ongunstig geworden en zou er voortdurend slechter op<br />
geworden zijn, wanneer wij ons stelselmatig onthielden van elke ontmoe-<br />
ting met den vijand, waarbij geschoten kon worden, en ons opsloten<br />
in de versterkingen.
13<br />
De luitenant-kolonel Bisschof gaf daarom aan de postcommandanten te<br />
Ana* Galong bevel, om gedurende den tijd eener detacheering minstens<br />
eenmaal eene patrouille te maken in het oostenlijk gedeelte van Ana* Batee<br />
en Klieng.<br />
7 Maart 's morgens ten 5 3 /4 uur marcheerde uit Ana' Galong eene<br />
patrouille af onder den postcommandant, den kapitein der infanterie<br />
H. F. T. van Blokland, waarbij ingedeeld de l e luit. der infanterie<br />
C. T. J. Stakman, de adjudant ond. off. Kriiger, No. 14477, de off.<br />
van gezondh. 2= klasse C van der Meer, 1 hoornblazer en 72 bajo-<br />
netten, zoomene 2 minderen van den geneeskundigen dienst en 9<br />
dwangarbeiders met 3 tandoes.<br />
De opdracht luidde — het maken eener verkenning langs den kampong-<br />
rand van Ana* Batee, Klieng en zoo verder over de sawah in O.<br />
richting langs Sibreh naar de versterking terug.<br />
In drie sectien werd langs den dijk van Ana* Galong naar Blang<br />
Tjoet gemarcheerd. De Europeanen waren gelijkelijk over de drie<br />
afdeelingen verdeeld; de eerste sectie, die de marsch der colonne<br />
zou beveihgen, kreeg 7 bajonetten meer dan de andere.<br />
Een bekend feit was het, dat er in de randen van Ana* Batee nooit<br />
meer dan een paar man op post stonden, die, als er wat te schieten<br />
viel, onmiddellijk hunne makkers waarschuwden; van daar, dat naar<br />
Lambaroe terugkeerende patrouilles, steeds veel meer van 's vijands vuur<br />
te lijden hadden, dan op hun heenmarsch.<br />
Het was dus duidelijk, dat, nu de patrouille eerst om zoo te zeggen<br />
voor 's vijands stellingen defileerde, de bedoelde schildwachten niet in<br />
gebreke zouden blijven, de geheele bende bij elkaar te roepen.<br />
Zooals we later zullen zien, was 's vijands sterkte in die buurt door<br />
eene toevallige omstandigheid bijzonder groot op dezen dag.<br />
Een 500 M. voorbij het blokhuis Blang Tjoet werd in W. richting<br />
de sawah overgetrokken, om vervolgens langs den rand van Ana* Batee<br />
in drie afdeelingen met tusschenruimten van 100 M in Z. richting den<br />
marsch te vervolgen. De afdeelingen marcheerden met tweeen uit de<br />
flank, de rechterafdeeling onder commando van den l e luitenant Stakman,<br />
met veiligheidsmaatregelen binnen de kampong, de linkersectie onder den<br />
adjudant ond. off. Kriiger in de sawah. 7 uur V.M. was de patrouille zoo<br />
ver gekomen, dat de versterking Ana* Galong in zuiver O. richting<br />
gezien werd.
14<br />
Door het zwaar begroeide terrein, dat de rechtersectie moest door-<br />
trekken, vorderde de marsch slechts langzaam. Nabij den hoek, dien<br />
de van het Z. naar het N. O. loopende rand van Klieng maakt met<br />
den N. rand van Lambaroe en Sibreh, gekomen, ontving de troep uit<br />
Lambaroe op 300 M. afstand een hevig vuur.<br />
Het gevechtsterrein bestond uit natte sawah's, waarin vrij hooge<br />
galangan's, zoo modderig, dat men tot over de enkels er in zakte.<br />
Behoorlijk marcheeren was in dit terrein onmogelijk; in O. richting werd<br />
het terrein afgewisseld door kleine grafheuvels, waarvan de vijand, bij<br />
het verder opdringen, meesterlijk gebruik maakte.<br />
De middenafdeeling onder den patrouillecommandant kwam onmid-<br />
dellijk achter de galangans in stelling, de sectie Stakman kreeg opdracht<br />
zich eveneens achter de galangans en gedeeltelijk nog in den kampongrand<br />
achter een levende pagger op te stellen, terwijl de sectie Kriiger op<br />
ongeveer 25 M. links en 100 M. achterwaarts van die linie positie koos,<br />
de ambulance bij deze afdeeling.<br />
Met groepensalvo's, vizier 350 M., werd 's vijands vuur beantwoord.<br />
Na aldus eenige salvo's te hebben afgegeven, gaf de patrouille<br />
commandant last in O. richting op de versterking Ana* Galong terug<br />
te gaan. Sprongsgewijze en met zeer kleine groepen moest deze<br />
beweging uitgevoerd worden; het steeds toenemend vuur maakte<br />
een anderen marschvorm onmogelijk; de vijand drong zeer sterk op,<br />
gaf niet alleen tirailleurvuur, doch ook salvovuur af, terwijl een hoorn<br />
blazer aan hunne zijde met signalen dat vuur en ook de bewegingen<br />
leidde.<br />
Nauwelijks had . de sectie Stakman den kampongrand verlaten, of de<br />
vijand bezette dien en gaf enfileervuur af. Toen begonncn ook de<br />
verliezen te komen. De Europ. fuselier Monden, No. 31470, werd<br />
zwaar gewond en door den officier van gezondheid van der Meer onder<br />
hevig vuur verbonden.<br />
Dwangarbeiders waren natuurlijk niet te vinden, zij hadden zich met<br />
hunne tandoes verdekt opgesteld.<br />
De Europ. fuselier Laurens, No. 19336, en de inl. sergeant Soko-<br />
drono, No. 16931, werden eveneens getroffen. Na verbonden te zijn,<br />
kon laatsgenoemde zich naar de versterking begeven. De 1= luitenant<br />
Stakman kreeg een schot door den rechterarm, Dr. v. d, Meer een<br />
contourschot aan het hoofd, beiden konden zich, zonder gedragen te<br />
worden, verwijderen.
15<br />
De inmiddels opgejaagde dwangarbeiders brachten de zwaarst gewonden<br />
achteruit. Ook de manschappen moesten als dragers optreden.<br />
Het bleek later, dat vele inlandsche soldaten van deze omstandigheid<br />
gebruik hadden gemaakt, om zich heimelijk van het gevechtsterrein te<br />
verwijderen. Eensklaps drong de vijand met kracht op en ging zelfs<br />
tot den klewangaanval over. De fuseliers Laurens en Monden, die<br />
zich niet meer konden verdedigen, werden afgemaakt en moesten wor<br />
den achtergelaten, daar tal van inlandsche fuseliers op de vlucht gingen,<br />
zoodat de commandant weldra slechts een twaalftal Europeanen en<br />
~T~ tien inlanders tot zijne beschikking had. De adjundant ond. off.<br />
Kriiger was ook gewond en naar de versterking gegaan om zich te laten<br />
verbinden.<br />
Een oogenblik was de kapitein van Blokland zelf handgemeen en<br />
het gelukte hem persoonlijk met de sabel twee tegenstanders neer te<br />
slaan, waarvan een nagenoeg in tweeen gedeeld werd. De klewang<br />
aanval werd afgeslagen; met medeneming van de meeste dooden en<br />
gewonden ging de vijand weer achteruit; hij liet vijf lijken op de plaats<br />
liggen. Het was een hachelijk oogenblik. Van de 6 dwangarbeiders<br />
waren er 2 gesneuveld en I gewond, tandoes waren er niet; eenigen<br />
der eerste gewonden waren daarmede naar de versterking vervoerd;<br />
dooden en gewonden moesten dus door de kameraden zelf teruggebracht<br />
worden.<br />
Werden hierbij vele bewijzen van moed en doodsverachting gegeven,<br />
even talrijk waren, vooral bij de inlanders, de voorbeelden van slechte<br />
tucht. Er is daar veel over gesproken, men schreef het toe aan den<br />
korten diensttijd, de meesten waren nooit in het vuur geweest. Mijns<br />
inziens lag de oorzaak in het in de laatste jaren gevolgde systeem<br />
van dekking en nog eens dekking. Noodzaakt men de menschen om<br />
in een natte sloot te marcheeren, om ze toch vooral aan 's vijands vuur<br />
te onttrekken, instede van dezen dat schieten op een gevoelige wijze<br />
af te leeren, dan kweekt men van zelve een geest van angst, lafheid<br />
en gering zelfvertrouwen en kan men niet verwachten, dat alien, waar<br />
zoovele kameraden vielen, plotseling van een geest van dapperheid<br />
vervuld werden.<br />
De commandant, ziende, dat verder teruggaan onmogelijk was, besloot<br />
nabij het blokhuis Bak Tjerlah eene stelling in te nemen en daar hulp<br />
van Ana* Galong af te wachten. Dooden en gewonden werden achter<br />
aardophoogingen gebracht en de overgebleven manschappen een plaats
16<br />
achter galangans of andere hoogten aangewezen. Zeer verdienstelijk<br />
maakten zich daarbij de Europeesche fuseliers Benno, No. 32293, Visser,<br />
No. 33660, Kamphuis, No. 39710, Veenendaal, No. 10762 en Zweet,<br />
No. 36124, terwijl de Europeesche sergeanten Hoogenboom, No. 37529<br />
en Israels, No. 38845, die respectievelijk 5 en 4 schotwonden bekwamen,<br />
eene hooge mate van plichtsgevoel aan den dag legden door tot het<br />
laatst toe, ondanks hunne wonden, aan het gevecht te blijven deelnemen<br />
en het moreel hunner ondergeschikten hoog te houden.<br />
De 1= luitenant der infanterie J. van Hasselt, die als commandant<br />
van het restant bezetting in Ana* Galong was achtergebleven, kwam<br />
tegen dien tijd (^ 8 uur V. M.) met eenige manschappen ter verster<br />
king aanrukken. Het bevel over de benting had hij overgedragen aan<br />
den adj. ond. off. dd. off. der artillerie Diehl, No. 32486.<br />
Door een goed onderhouden vuur kon de vijand thans op een behoor-<br />
lijken afstand worden gehouden; al drongen enkelen ook een oogenblik<br />
weer op, eenige goed gerichte schoten waren voldoende om hen terug<br />
te drijven of te dooden.<br />
De manschappen raakten echter uitgeput, zoodat de patrouille-com-<br />
mandant, steeds op een galangan staande en het vuur trotseerende, al<br />
zijn geestkracht noodig had, om den moed er in te houden, zijn man<br />
schappen telkens op naderende vijanden attent te maken en opdnngen<br />
te voorkomen.<br />
De 1= luitenant van Hasselt, die zelf een geweer ter hand genomen<br />
had, werd door een kogel aan den linkerarm getroffen en moest naar<br />
de versterking terug om zich te laten verbinden; de Europ. sergeant van<br />
Oosten, No. 36663, die met dien officier was medegekomen, nam nu<br />
het bevel over de groep op zich.<br />
Vermeld dient nog te worden, dat de patrouille in den beginne zelfs<br />
vuur kreeg uit het door onze bondgenooten bezette blokhuis Bak Tjerlah ;<br />
een paar salvo's bracht dat tot zwijgen, terwijl de artillerie van den post<br />
de schutters in den rand van kampong Sibreh onder mitrailleurvuur nam<br />
en tevens granaten in Klieng en Lambaroe wierp. Reeds waren alle<br />
patronen van dooden en gewonden mede verbruikt, toen de Europ.<br />
hoornblazer Schuur, No. 35383, met twee kistjes munitie kwam aan-<br />
dragen, die hij uit Ana* Galong had gehaald. Ook de adjundant<br />
Kriiger verscheen, na verbonden te zijn, weer op het gevechtsveld en<br />
maakte zich verder verdienstelijk met het doen vervoeren der dooden en<br />
gewonden, waartoe tal van militairen, die zich reeds naar de versterking
17<br />
hadden begeven, met veel moeite gedwongen werden. Wegens het<br />
hevige vuur, wilden zij eenvoudig niet meer terug, toen ze eenmaal daar<br />
binnen waren.<br />
Ongeveer 10'/2 uur V.M. was de liniecommandant, die zich dien<br />
morgen bij de commissie, belast met het bepalen der emplacementen<br />
voor de nieuwe versterkingen, had aangesloten en te Senelop vernomen<br />
had, dat Ana' Galong met vuurpijlen om hulp had geseind, ter plaatse<br />
aangekomen. Tegelijk met hem een detachement van 40 bajonetten,<br />
getrokken uit de bezettingen Lamsoet en Lambarih, met 2 officieren,<br />
de luit 8 . K. H. Westendorp, en F. Ketjen. Den kapitein van den<br />
generalen staf Kronouer, die den liniecommandant vergezeld had, droeg<br />
deze het bevel over die vereenigde troep op met opdracht:<br />
De sawah ten W. van den weg Lambarih — Ana* Galong over te<br />
steken en den, in den rand van Klieng opgestelden, vijand in de flank<br />
aan te vallen, teneinde de patrouille van Blokland, die ter hoogte van de<br />
bamboestoelen nabij Bak Tjerlak in stelling lag, gelegenheid te geven,<br />
naar Ana* Galong terug te trekken.<br />
In 4 groepen werd door de patrouille Kronouer opgerukt. Luitenant<br />
Westendorp ging met zijn groep het eerst vooruit, op korten afstand<br />
gevolgd door de anderen. De 4= groep onder bevel van een inlandsch<br />
sergeant volgde op 100 M. afstand als reserve, dekking tandoes en<br />
munitie. Nauwelijks was de troep 150 M. in de sawah, of de luitenant<br />
Westendorp werd zwaar gewond; dwangarbeiders durfden niet vooruit<br />
te komen en zoo droeg de Europ. fuselier Elshout, No. 39756, zijn<br />
commandant over een afstand van 150 M. uit het vuur, naar den<br />
dijk terug.<br />
De van den aanvang af reeds zeer vermoeide troep, kwam maar matig<br />
vooruit, vooral de groep van luitenant Westendorp, was moeilijk tot<br />
opstaan te bewegen, waarom de kapitein Kronouer haar voor het vervolg<br />
van het gevecht, zelf leidde. De groepen van luitenant Ketjen en sergeant<br />
Prins, No. 36077, waren inmiddels in de tirailleurlinie gekomem<br />
en hadden het vuur geopend. De vijand trachtte in N. O. richting het<br />
detachement Kronouer om te trekken, waardoor dit tusschen twee vuren<br />
kwam.<br />
Van op de flank des vijands komen, was toen geen sprake meer,<br />
daarom besloot de commandant in Z. W. richting te marcheeren en de<br />
kampongranden Klieng en Lambaroe zoo dicht mogelijk te naderen, ten<br />
einde de patrouille Blokland lucht te verschaffen. Toen de vijand al<br />
2
18<br />
te dicht op zijn rechterflank kwam, gaf hij den commandant der rechtergroep<br />
last, rechts van directie te veranderen en den vijand in het<br />
noorden goed onder vuur te nemen. Ten koste van nog vier gewonden,<br />
de Europ. sergeant Prins, No. 36077, de Europ. fuseliers de Rooij,<br />
No. 39717, Elshout, No. 39756, en de inl. fuselier Kromodrono, No.<br />
27725, werd het doel ten slotte bereikt; de patrouille van Blokland<br />
kon terugtrekken. In het gevecht onderscheidden zich de inl. fuselier<br />
Kromodrono, No. 2772 \ en de Europ. fuseliers Levens, No. 40871,<br />
en van de Weerdhof, No. 24980.<br />
De luitenant-kolonel Bisschof had intusschen in de benteng meer orde<br />
op de zaken gesteld; ook daardoor was het den adj. ond. off. Kriiger<br />
mogelijk geweest zijn kapitein met dragers te hulp te komen; o.a. de<br />
Europ. kanonnier Gunther, No. 38379, en de Europ. ziekenoppasser<br />
v.d. Leest, maakten zich hierbij zeer verdienstelijk.<br />
De aftocht geschiedde onder een allerhevigst vuur, waarbij nog een<br />
dwangarbeider sneuvelde, die achtergelaten moest worden.<br />
Omstreeks 12 uur 's middags, was de patrouille Blokland in<br />
Ana* Galong terug, en 12 uur 20 N.M. was ook het detachement<br />
Kronouer weer aan de Oostzijde van den Ana* Galong dijk —waarmede de<br />
patrouillegevechten dus een einde namen.<br />
In de versterking had men intusschen ook niet stil gezeten. Met het<br />
kanon van 7 cM. L.A., dat op het W. bastion in batterij stond, werden<br />
niet minder dan 71 granaten, 22 granaatkartetsen en 1 kartets op<br />
verschillende afstanden en doelen verschoten. Het vuur der mitrailleur was<br />
steeds op Sibreh gericht geweest, daar reeds te 8V2 uur V.M. de vijand de<br />
versterking uit dien rand was begonnen te beschieten; ook op de W. face<br />
opgestelde infanterie nam hem daar onder vuur. Nog tot 1 uur N.M.<br />
werd al dat vuur voortgezet; toen bleek het, dat de vijand eindelijk aftrok.<br />
Het doel der patrouille was bereikt, men had de overliggende kampongranden<br />
verkend, maar ten koste van welke verliezen?<br />
Alle officieren en drie onderofficieren gewond, een Europ. korporaal,<br />
vijf Europ. fuseliers, een inl. fuselier en drie dwangarbeiders gesneuveld.<br />
Verder nog 8 Europ. en 9 inl. fuseliers met een dwangarbeider gewond.<br />
Na het gevecht werden behalve de lijken van Laurens, Monden en<br />
de inl. fuselier Djodikromo No. 37465, de sergeant van Oosten, No.<br />
36662, vermist. Later werd het stoffelijk overschot van dien sergeant<br />
met de lijken van bovengenoemde manschappen door volgelingen van<br />
T. Tjoet Lamtengah binnen Ana* Galong gebracht.
19<br />
Verloren gingen zeven geweren, met evenveel stellen ledergoed.<br />
Uit velerlei berichten bleek, dat de hevige aanval, waaraan de<br />
patrouille van Blokland had blootgestaan, geweten moest worden aan de<br />
omstandigheid, dat dien dag tal van bendehoofden met hunne volgelingen<br />
daar waren samengekomen, om te beraadslagen over den bouw van een<br />
benteng in het Ana* Bateesche.<br />
Welke bedenkingen ten slotte tegen de wijze van ageeren der patrouille<br />
mogen worden ingebracht, het eeresaluut moet gebracht worden aan den<br />
dapperen patrouillecommandant, den kapitein van Blokjland, die gedurende<br />
vijf uur tegen een overmachtigen vijand (naar schatting 250 man onder<br />
T. Mad Amin, Habib Lhong en Panglima Hassan, hoofdpanghma van<br />
1 . Moeda Baid) stand hield, totdat een ter hulp gezonden detachement<br />
gelegenheid gaf, nagenoeg zonder verdere verliezen, op Ana* Galong<br />
terug te trekken.<br />
Volgens nader ingewonnen berichten, bedroegen de verliezen des vijands<br />
dien dag 82 man gedood of zwaar gewond, waaronder 7 panglima's;<br />
de hchtgewonden werden niet gemeld. Waar wij sedert langen tijd<br />
niet meer in directe aanraking met den vijand waren geweest, behoeft<br />
het wel niet gezegd te worden, dat de tijding van het gevecht en niet<br />
het minst de uitslag, sensatie in Koeta Radja verwekte.<br />
Naar aanleiding van het gedrag van vele inlandsche en een paar<br />
Europeesche militairen bij deze affaire, werd een onderzoek ingesteld.<br />
Het bleek, dat, door het buiten gevecht raken van de meeste onderaanvoerders,<br />
tal van militairen zich heimelijk van het gevechtsveld<br />
hadden kunnen verwijderen, zonder dat iemand hun zulks had kunnen<br />
beletten. Ook een Europ. sergeant en een Europ. korporaal hadden<br />
onder het motto „gewonden wegbrengen" zich aan den strijd onttrokken,<br />
en verklaarden niet meer te zijn teruggekeerd wegens oververmoeidheid.<br />
Reeds vroeger werd door mij het noodige omtrent den geest der<br />
troepen opgemerkt; ik acht het niet noodig daar verder op terug te<br />
komen. Alleen wachte men zich verkeerde conclusies te maken. Dat<br />
inlandsche soldaten onder behoorlijke aanvoerders ook goede soldaten<br />
kunnen zijn, hebben ons latere periodes geleerd. Tal van Javanen ontvingen<br />
daarvoor de traditioneele bewijzen; en vele inlandsche compagnieen<br />
[kapt. Bruynis '96; luitenant van Bakel '98] hebben getoond,<br />
dat zij, onder goede leiding, aan de grootste verwachtingen konden<br />
voldoen.
20<br />
Intusschen was het gebeurde voor den generaal eene vingerwijzing, om<br />
reeds eerder aan het sedert lang gekoesterd voornemen gevolg te geven<br />
en de Lamkrak Moekims eens flink te zuiveren zoomede de daarin aanwezige<br />
schuilplaatsen en versterkingen der kwaadwilligen op te ruimen.<br />
Het plan van den generaal was, om daarbij gebruik te maken van<br />
de diensten van Toekoe Oemar, die daar aanvankelijk niet veel zin in<br />
had. Hij was, evenals de meesten zijner rasgenooten, nog al bijgeloovig<br />
en nu schijnt hem eenmaal voorspeld te zijn, dat hij in Lamkrak zijn<br />
dood zou vinden. Dat zou ook de reden zijn geweest, dat hij er 30<br />
November '93, na de verovering van Ana* Galong, niet voor te vinden<br />
was, om verder op te rukken, hoewel het toch voor de hand lag, om<br />
voor eene richtige afsluiting van ons gebied, ook het terrein tusschen<br />
Biloel en Ana* Galong in onze macht te hebben. Eene versterking in<br />
de lijn van die beide, had ons vele beschietingen enz. kunnen besparen.<br />
Toen de waarnemend assistent-resident hem over de zaak onderhield,<br />
gaf hij den wensch te kennen, dat onze troepen van uit Biloel zouden<br />
ageeren en hij zelf van uit Ana* Galong; wij zouden daardoor een zeer<br />
vijandelijk terrein in den rug hebben gehad en zijn legioen in front.<br />
15 Maart had op het bureau van den Gouverneur de eerste conferentie<br />
plaats. Tegenwoordig daarbij waren de resident van Langen, de<br />
chef v/d staf, de wn. assistent-resident en T. Oemar. In hoofdzaak<br />
werd toen vastgesteld, dat van twee zijden geageerd zou worden, n.l.<br />
van uit Ana' Galong en van uit Biloel; tevens werd bepaald welk<br />
aandeel Oemar in de bewegingen zou hebben en hoeveel geld, munitie,<br />
geweren enz. hij zou krijgen. T. Oemar zou dan van de zijde van<br />
Biloel met zijn legioen oprukken, dit laatste, voor zooveel noodig aangevuld<br />
door lieden uit de IV en VI Moekims, Lepong en Lehong, onze troepen<br />
van de zijde van Ana* Galong. Eene buitengewone aanvulling van 100<br />
Europeesche militairen, een peloton genietroepen en 100 dwangarbeiders<br />
werd van Batavia verzocht. (')<br />
') Het operatieplan was als volgt opgemaakt:<br />
Te Lambarih wordt eene colonne samengetrokken, die onder het commando van<br />
den luitenant-kolonel van den generalen staf C. P. J. van Vliet, zal bestaan uit:<br />
3 Compagnieen 3e Bataljon onder majoor K. W. Steinmetz;<br />
3 ,, 12e „ ,, overste G. Ilgen.<br />
2 ,, 14e „ „ majoor G. M. P. van der Noordaa, het R. H.<br />
4e escadron cavalerie; 2 sectie bergartillerie onder kapitein A. Bangert, 2 detachementen<br />
genietroepen, onder de luitenants N. Plantenga en A. S. Ruzette, 2 off. der mil.<br />
,'uliii., de trein, bestaande uit 200 dwangarbeiders en mannen van Toekoe Tjoet Mahmoed.
21<br />
De genietroepen moesten ook dienen om al dadelijk bij den aanvang<br />
der operation een begin te maken met den bouw van de nieuwe versterking<br />
Ana* Galong, althans met het plaatsen van de palissadeering en de bastions.<br />
Tijdens de operatien, die, volgens schatting, slechts een paar dagen<br />
zouden duren, zouden de versterkingen te Tjot Goee, Lamkoenjit, Biloel,<br />
Toengkoeb en Tjot Rang, door troepen van de posten der geconcentreerde<br />
linie worden bezet, waardoor de voile beschikking over het<br />
3=, 12= en 14= Bataljon werd verkregen. Met het oog op de poeasa en<br />
de voorbereidingen, die T. Oemar treffen moest, zou men niet voor<br />
28 Maart tot ageeren kunnen overgaan.<br />
Na zijn succes bij Ana* Galong nam intusschen 's vijands overmoed<br />
toe. Bijna dagelijks werden onze posten en transporten in de XXV<br />
en XXII Moekims onder vuur genomen.<br />
Een detachement van Lambaroe, dat den 7 den te Ana' Galong was achtergebleven,<br />
werd den 9 en door militairen van het 15= Bataljon vervangen.<br />
12 Maart nam een bende van 15 man eene patrouille bij Senelop<br />
onder vuur en deed ook een paar schoten op de versterking, waardoor<br />
de Europ. sergeant van de Pauwert, No. 36667, licht gewond raakte;<br />
ook wegwerkers bij Tjot Rang, werden dien dag beschoten.<br />
Te Lambaroe—de reserve onder Overste Bisschoff van Heemskerck en bestaande<br />
uit 4 compagnieen infanterie en 1 sectie bergartillerie.<br />
Toekoe Oemar zou zijn manschappen te Biloel verzamelen.<br />
Te Tjot Rang bevonden zich de troepen van Toekoe Nja Banta en Toekoe Tjoet<br />
Toengkoeb.<br />
De 29e Maart zou T. Oemar zelf naar Toebaloe oprukken en 100 man naar Lam<br />
baroe zenden.<br />
Den 30e Maart moesten die 100 man met eene compagnie onder luitenant K. Vosmaer<br />
van Lambaroe naar Anak Galong gaan en het vuur op Sibreh en Glieng openen.<br />
Toekoe Oemar zou tegelijkertijd afmarcheeren, en door eene omtrekkende beweging<br />
ten Zuiden van Lamkrak over Lambarih en Loetoe, tot de woonplaats van Toekoe Baid,<br />
naar Anak Galong trachten door te dringen.<br />
De colonne van Vliet zou naar Anak Bale en Glieng oprukken.<br />
30 Maart, s morgens 6 uur, zouden Biloel, Lambarih, Ana' Galong, Senelop en<br />
Kroeng Gloempang, het vuur openen op de verschillende doelen, die daartoe door<br />
den liniecommandant zouden worden aangewezen. Bovendien moest op alle Atjehers,<br />
die zich vertoonden, gevuurd worden.<br />
Kapitein Kronouer zou in het hoofdkwartier te Lambaroe, als chefvan den Staf optreden.<br />
De blokhuizen Mata-Air, Montassik, Aloer Oe- en Toei Selimbing, zouden door<br />
marechaussee's worden bezet.<br />
Op den dag der operatie zou een aanvang worden gemaakt, met het bouwen van do<br />
nieuwe benteng Ana*-Galong.
22<br />
13 Maart werd de bezetting van Ana* Galong afgelost; als postcom-<br />
mandant trad toen de kapitein P. H. Bodemeijer op.<br />
14 Maart Lambarih en Senelop, welke laatste post onder commando<br />
van den kapitein J. H. G. Reurts kwam.<br />
16 Maart aflossing van Tjot Rang en Toengkoeb, beide aflossingen<br />
werden beschoten. In Senelop werden dien dag de adj. ond. off. dd<br />
officier der artillerie Mager, No. 16619, en de Europ. sergeant der<br />
artillerie van Straaten, No. 33671, gewond; eerstgenoemde bleef echter<br />
dienst doen.<br />
1 7 Maart werd de bezetting van Biloel verwisseld (commandant werd<br />
de kapitein P. H. van der Wedden), den 18= n die van Lamsoet en<br />
Kroeng Gloempang, en den dag daarop Tjot Goee en Lamkoenjit.<br />
Dien dag—19 Maart — werd het vivrestransport van T. Tjoet Mach-<br />
moed, voor den dagelijkschen opvoer van vleesch en brood naar<br />
Ana* Galong, onder dekking van 10 gewapende Atjehers, op den<br />
terugweg tusschen Boekloet en Blang Tjoet door een bende van j ^ 30<br />
man aangevallen. Van T. Tjoets volk werd 1 man gewond ; bij het opdagen<br />
van militaire hulp, trok de vijand af, met een verlies van twee dooden.<br />
In verband met de voorgenomen excursie naar het Lamkraksche was<br />
besloten, dat de door lieden van Oemar bezette blokhuizen, tijdelijk<br />
bezet zouden worden door garnizoenstroepen en marechaussee; zoo<br />
werden de blokhuizen Toei Selimbing, Aloer-Oe, Montassik en Mata<br />
Air op den 25 cn Maart elk door eene brigade marechaussee bezet.<br />
Den 27 en maakten 6 brigades marechaussee eene patrouille langs die<br />
blokhuizen en voorzagen ze opnieuw van vivres en munitie.<br />
De bezetting van Aloer Oe bestond op den 28= n uit eene brigade<br />
marechaussee, den Europ. sergeant der artillerie Zon, No. 40248, en<br />
drie Europ. kanonniers voor de bediening van de in het blokhuis<br />
opgestelde mitrailleur; het geheel onder den brigadecommandant, den<br />
Europ. sergeant der infanterie Havenga, No. 19908. Al dadelijk na<br />
zijn optreden als commandant had deze een begin doen maken met<br />
het in het beter verdedigbaren toestand brengen van het blokhuis.<br />
Alles, wat slechts brandbaar was, werd opgeruimd, de afsluiting<br />
verbeterd, eene staande ijzerdraadversperring aangebracht, randjoes<br />
geplant, de voorraad water en brandhout aangevuld, de borstwering<br />
met zandzakken opgehoogd, enz.<br />
's Middags werd het blokhuis op 200 M. van uit de bedekte omge-<br />
ving beschoten; het mocht de bezetting niet gelukken het in hevigheid
23<br />
toenemend vuur des vijands tot zwijgen te brengen. De mitrailleur<br />
werd tot tweemaal toe onklaar; dank zij de vaardigheid en kalmte van den<br />
sergeant Zon, echter telkens weer hersteld.<br />
Gedekt achter boomen, naderden de Atjehers het blokhuis tot op<br />
75 M., riepen de bezetting allerlei bedreigingen en scheldwoorden toe<br />
en beloofden vervolgens leven en vrijheid, wanneer zij zich wilde<br />
overgeven. Tegen het vallen der duisternis groeide het getal strijders<br />
aan; enkelen nestelden zich onder een brug, op 120 M. van het blok<br />
huis, waar zij tegen het mitrailleurvuur vollediger dekking vonden.<br />
Van rusten was voor de bezetting geen sprake. 's Nachts te<br />
1 uur 15, hief de vijand in den rand van Lam Raja een vervaarlijk<br />
geschreeuw aan, gelijktijdig viel er een kanonschot. Het projectiel, een<br />
granaat, sloeg een groot gat in het voorvlak van het dak en sprong een<br />
eind verder boven den achterwand.<br />
's Vijands versneld geweervuur maakte het ondoenlijk de aangerichte<br />
schade te herstellen. Vier van de elf granaten, die de vijand de bezet<br />
ting had toegedacht, sprongen dien nacht binnen het emplacement van<br />
het blokhuis, zonder iemand te treffen. De kommandant het alle man<br />
schappen, die niet op post stonden, tegen de voorface van het empla<br />
cement liggen, en door een Amboineesehen korporaal de harmonica<br />
bespelen, waarop de Amboineezen weldra begonnen mede te zingen.<br />
De geest van dat kleine aantal manschappen was dus uitmuntend.<br />
In de vuurpauze blies de vijand verschillende hoornsignalen o.a.<br />
„voor den dokter", vermoedelijk met het doel de bezetting van Senelop<br />
naar buiten te lokken. De blokhuiscommandant deed daarom dat signaal<br />
telkens herhalen, echter gevolgd door een tweede n.l. „afdanken".<br />
In Senelop heeft men de bedoeling hiervan begrepen. 2 uur V.M. nam<br />
die post de djahats met zijn geschut onder vuur; dank zij die hulp,<br />
trokken zij te 4 uur V.M. af, na nog vergeefs gepoogd te hebben, het<br />
blokhuis met vuurpijlen in brand te steken. Gewond werd alleen de<br />
Amb. marechaussee Habel, No. 21676.<br />
De sergeant Havenga had onder dit alles getoond veel beleid te bezit-<br />
ten; door zijne groote opgewektheid en moedig voorbeeld, bleef de<br />
goede geest onder de bezetting tot het eind toe gehandhaafd.<br />
Gaan we thans eens na, wat inmiddels te Koeta Radja voorviel.<br />
Den 26= n Maart werden aan T. Oemar de benoodigdheden voor de<br />
excursie van den 30 en verstrekt, te weten: 380 achterlaad- en 500
24<br />
voorlaadgeweren, 25000 Beaumontpatronen, 500 KG. buskruit, 120,000<br />
slaghoedjes en 5000 KG. lood, bovendien nog opium, geld (18000<br />
dollars) enz. Reeds dien dag kwamen berichten binnen, dat onze hoofd-<br />
panglima plannen koesterde, zijn dienst aan de compagnie op te zeggen.<br />
Den volgenden dag ontving het bestuur opnieuw tijding daaromtrent<br />
van twee hoofden ('), van wie een weinig vertrouwbaar was.<br />
De controleur 2= kl. bij het binnenlandsch bestuur Gisolf, achtte het<br />
zijn plicht den generaal te waarschuwen voor de meer dan verdachte<br />
houding van Oemar, die echter de brutaliteit had, om den 28= n nog<br />
deel te komen nemen aan eene conferentie, die ten bureele van den<br />
Gouverneur gehouden werd. Deze autoriteit, toch al weinig geneigd om<br />
geloof aan de verschillende berichten te slaan, scheen daardoor zoozeer<br />
overtuigd van Oemars goede trouw, dat hij er zelfs niet aan dacht,<br />
het advies van zijne ondergeschikten, om den Panglima Prang besar<br />
toen aan te houden, op te volgen.<br />
Den 29= n Maart omstreeks 1 uur kreeg men, voornamelijk door<br />
berichten van T. Tjoet Lamtengah, zekerheid, dat Toekoe Djohan<br />
Pahalawan de zijde van het Nederlandsch gezag verlaten had.<br />
Aan het voornemen, om met onze bataljons en zijne hulptroepen de<br />
4 Lamkraksche Moekims, n.l. Lamkrak, Kroeng Ma*, Lamlheue en Ateuh<br />
den volgenden dag van kwaadwilligen te zuiveren, kon geen gevolg<br />
worden gegeven.<br />
Dit feit was voor den generaal Deijkerhoff eene bijna ongelooflijke<br />
verrassing; of zulks ook voor de hoofden en bevolking het geval was,<br />
is nog de vraag.<br />
Reeds lang hadden geruchten omtrent dien mogelijken afval de ronde<br />
gedaan. De door Oemar aanvankelijk opgegeven redenen bleken geheel<br />
uit de lucht gegrepen te zijn. [Zie bijl. II].<br />
In zijn schrijven dd. 12 en 23 April komt hij er trouwens op terug<br />
en is wat openhartiger. Hij gewaagt daarin [zie bijl. IV en V] van<br />
zijne teleurstelling over het uitblijven eener verwachte ridderorde.<br />
') Ketjihik Oemar berichtte o.a., dat Toekoe Oemar en zijne vrouw Tjoet Nja<br />
Din drukke vergaderingen hidden, met de hoofden der geestehjkheid.<br />
Deze Ketjihik was sedert jaren op onze hand, had reeds in 1876, Gen. Pel als<br />
gids bij diens tochten in de IV en VI Moekims gediend — droeg de zilveren medaille<br />
voor verdiensten en was dus wel betrouwbaar.<br />
Bovendien behoorde hij tot de onmiddellijke omgeving van Toekoe Oemar en kon<br />
dus van diens bedoelingen afweten.
GENERAAL-MAJOOR C. DtYKERHOFF.<br />
•- ; -A
25<br />
Generaal Deijkerhoff moet die illusie gewekt hebben, doch de Leger-<br />
commandant zou hem tijdens zijn bezoek aan Atjeh, in November 1895,<br />
te verstaan gegeven hebben, dat het Opperbestuur daar in geen geval<br />
in zou treden.<br />
Tal van gissingen zijn gemaakt tot verklaring van het verraad.<br />
Overste van Kooten zegt in zijne in „Krijgswetenschappen" gehouden<br />
voordracht III Verslag jg. '96 — '97 „in aanmerking genomen, dat door<br />
„hen, die zich op de studie van het volkskarakter hebben toegelegd,<br />
„trouweloosheid een der meest kenmerkende eigenschappen van den<br />
„Atjeher wordt genoemd, en wanneer men daarbij uit Oemars levens-<br />
„loop waarneemt, dat hij die eigenschap in het bijzonder bezat, en<br />
„met uiterst gemak van de eene partij tot de andere overging, men<br />
„bij hem reeds eene zekere voorbeschiktheid in die richting moet aan-<br />
„nemen. Bij lemand met zoodanigen erfelijken aanleg, kan een geringe<br />
„oorzaak voldoende zijn het sluimerende verradersinstinct te wekken en<br />
„tot daden te doen overgaan.<br />
,,Een lang te voren bedacht en wel overlegd plan behoeft daaraan<br />
„volstrekt niet vooraf te gaan."<br />
Een der oorzaken was zeker zijn afkeer van het optreden in het<br />
Lamkraksche (Zie bl. 20).<br />
Een andere reden vindt men in den dood van Teungkoe Koeta<br />
Karang, een voorname oelama in de XXII Moekims.<br />
Dit geestelijke hoofd — door Oemar omgekocht — had in de laatste<br />
jaren de leer verkondigd, dat een dood in den strijd met Oemars<br />
legioen volstrekt geen zekerheid gaf, omtrent het ,,toelaten in den<br />
Mahomedaanschen hemel". Stierf men in den strijd tegenover de<br />
Hollanders, dan was men vrij zeker, daar een plaats te bekomen. Dat<br />
was dan ook de reden, dat Oemar steeds weinig weerstand ondervond<br />
en dat het gevecht tusschen de manschappen van zijn legioen en de<br />
moslemin, al vielen er ook een enkele maal gewonden, het ,,main prang"<br />
in optima forma was. De opvolger van T. Koeta Karang, T. Tanah<br />
Abee, was een geheel andere leer toegedaan. Hij zond, omstreeks dien<br />
tijd, in verschillende richtingen brieven, waarin Oemar en zijn benden<br />
evengoed als kafirs werden aangeduid. De moord op Oemar zelf noemde<br />
hij een Gode welgevallig werk. Dergelijke voorstellingen van zaken,<br />
waren nu juist niet in het belang van de toenmalige politiek.<br />
Een van onze grootste tegenstanders is steeds geweest Tjoet Nja Din,<br />
een zijner vrouwen, dochter van Toekoe Nanta Toeha van de VI Moekims.
26<br />
Steeds spoorde zij Oemar tot verzet tegen het gouvernement aan,<br />
evenals zij zelve dat later nog lang volhield. Zij verkeerde toenmaals<br />
in een toestand, die aan zwangerschap deed denken; doch later bleek<br />
dat niet zoo te zijn. Haar raadgevers voorspelden, dat haar een zoon<br />
geboren zou worden, die eenmaal eene hooge positie in het Atjehsche<br />
rijk zou innemen, mits haar heer gemaal zoodra mogelijk de banden<br />
met het Nederlandsch-Indische gouvernement brak. Haar optreden in<br />
dezen vindt hierin genoegzame verklaring.<br />
Men ziet het: alles werkte op dat oogenblik samen om Oemar<br />
afvallig te maken.<br />
Door zijn geld, zijn wapens en munitie, was hij zeker de machtigste<br />
van alle partijhoofden geworden. Zijn troep was min of meer gedisci-<br />
plineerd, veel had hij van ons geleerd, dat hem in gevechten te stade<br />
kon komen. Een beter oogenblik om de bakens te verzetten kon hij<br />
niet kiezen — en hij koos dus, naar zijne meening, het beste deel.<br />
In den kraton beschikte men over een vrij aanzienlijke troepenmacht.<br />
Drie complete veldbataljons, een batterij bergartillerie, drie pelotons<br />
cavalene waren gereed om uit te rukken.<br />
Zeer te bejammeren was het dan ook, dat den dag van den afval<br />
zelve, niet onmiddellijk werd opgerukt naar Pakan Badak en Lampisang,<br />
om Oemar voor zijn verraad te straffen en de gevolgen zooveel mogelijk<br />
te neutraliseeren.<br />
Men bepaalde zich tot het nemen van de navolgende maatregelen, die<br />
alien van den geringen offensieven geest dier dagen kunnen getuigen:<br />
1°. Alle plaatselijke militaire commandanten in het commandement,<br />
werden zoo spoedig mogelijk met het gebeurde in kennis gesteld en<br />
hun werd aanbevolen de uiterste voorzichtigheid te betrachten.<br />
2°. 3 compagnieen van het 3= Bataljon infanterie werden om 2 uur<br />
15 min. N.M. per stoomtram op Lamdjamoe gedirigeerd, met opdracht,<br />
den vijand te beletten, van die zijde de linie binnen te dringen.<br />
Deze compagnieen werden om 5 uur versterkt met 2 sectien van<br />
de 4= bergbatterij, die den afstand marcheerend aflegden.<br />
2 uur 30 N.M. vertrok een detachement van 2 officieren en 120<br />
man van Lambaroe naar de Z. W. linie om de bezettingen van de<br />
aldaar gelegen posten te versterken.
27<br />
Te 3 uur N. M. werden 3 compagnieen van het 12= Bataljon per<br />
stoomlram naar Lampeneroet gezonden, met last, naar Tjot Goee te<br />
marcheeren en aldaar orders af te wachten. 2 dezer compagnieen<br />
keerden 's avonds 9 uur naar Koeta Radja terug. Bij den opmarsch<br />
waren de Europ. fuseliers van Gelder, No. 39084, en de Vries,<br />
No. 39291, door vuur uit Lam Tehen en Koeta Karang, zwaar<br />
gewond.<br />
Eene compagnie werd te 4 uur 15 min. N. M. te voet naar Ketapan<br />
Doewa gezonden, met last, aldaar zoo noodig hulp te bieden.<br />
3°. De chef van den staf, geescorteerd door een peloton cavalerie<br />
bezocht in den namiddag de posten Lamdjamoe, Belang, Ketapan<br />
Doewa, en Lampeneroet, om den toestand op de posten op te nemen<br />
en de noodige bevelen en aanwijzingen voor den nacht te geven.<br />
4°. Te 9 uur N. M. werden drie brigades marechaussee in hinder-<br />
laag gelegd tusschen Lambjamoe en Lampeneroet.<br />
5°. Tusschen 9 uur en 1 1 uur N. M. werden de wachten Nesoeh<br />
Z.O., Nesoeh Z. W., Laboratorium, op den weg naar Ketapan Doewa,<br />
.op den weg naar Oleh-leh en aan het hek bij de spoorbaan naar<br />
Oleh-leh, ieder met eene sectie infanterie versterkt.<br />
Bovendien werden tot versterking van de 4 eerstgenoemde wachten<br />
1 compagnie van het 14= op Nesoeh en ter versterking van de 2 laatst-<br />
genoemde een peloton van het 3 e Bataljon bij de Misdjid Raja gereed<br />
gehouden.<br />
Ter beveiliging van Oleh-leh werd het volgende gedaan:<br />
1°. Een snelvuurkanon van 3,7 M. met bediening van de marine,<br />
werd opgesteld op de landtong in het Z.W. bastion.<br />
2°. 2 officieren en 52 man landingsdivisie versterkten het garni-<br />
zoen, waarvan een groot aantal manschappen zich in de buitenlinie<br />
bevond.<br />
3°. De omgeving weid zooveel mogelijk schoon gekapt en alle<br />
maatregelen genomen om de verdedigbaarheid te verhoogen.<br />
4°. H. M. marineschepen Sumbawa en Tromp flankeerden met<br />
hun geschut Oleh-leh aan de westzijde, de Flores met het zijne de<br />
ooslzijde, terwijl 3 gewapende stoomsloepen 's nachts op brandwacht<br />
lagen.<br />
Een door een, ten Z. van de passer in hinderlaag liggende, brigade<br />
afgegeven salvo, veroorzaakte 's avonds 7'/2 uur nog al consternatie
28<br />
daar ter plaatse, zoodat een paar families hunne dames aan boord van<br />
ter reede liggende schepen brachten.<br />
Bij onderzoek bleek, dat eene in de lagune drijvende, omgekeerde,<br />
prauw voor vijand was aangezien.<br />
Gelijktijdig met Oemar verliet Toekoe Hoesin Lhongbatta onze zijde<br />
en met hem de twijfelachtig gezinde landstreken der 3 Moekims<br />
Lamrebo, der 4 Moekims Ateuh van de sagi der XXVI Moekims,<br />
benevens de Moekims Hoho en Lam Djampoe der V Moekims Mon<br />
tassik van de sagi der XXII Moekims en dwong T. Oemar den<br />
waarnemend Oeleebalang der IX Moekims, Nja Mohamad, zich naar<br />
hem te schikken, door zijn vrouw op te lichten en te Lampisang aan<br />
te houden.<br />
In den nacht van 30 op 31 Maart liep ook Toekoe Tjoet Machmoed<br />
met de bevolking der Moekim Lamtengah over; den 1 c " April nog<br />
gevolgd door T. Tjoet Toengkoeb; beiden bleven evenwel aanvankelijk<br />
voeling met het bestuur houden.<br />
Met den afval van bovenvermelde hoofden en landstreken was een<br />
groot deel van het in '93 en '94 veroverde gebied buiten de geconcen<br />
treerde linie weer voor ons verloren, en had de politiek echec geleden,<br />
waarbij de onderwerping en de vestiging van eene geregelde orde van<br />
zaken in Groot-Atjeh, verwacht werd van de samenwerking met Atjehsche<br />
bondgenooten, zonder dat het door de geestelijke partij verkregen politiek<br />
gezag afdoende gebroken was.<br />
Het geheele systeem berustte van den beginne af op de goede trouw<br />
van een persoon — niet eens een adathoofd van groot gezag onder het<br />
Atjehsche volk — van den avonturier Toekoe Melaboeh, zooals hij door<br />
de Atjehers zelven meestal werd genoemd; voorwaar een zwakke basis.<br />
In de eerstvolgende dagen na den afval, hadden ten huize van gene<br />
raal Deijkerhoff conferenties plaats, waaraan door den resident van<br />
Langen, den waarnemend assistent-resident, den chef van den staf en den<br />
liniecommandant werd deelgenomen. Het schijnt, dat de generaal toen<br />
plannen koesterde, overeenkomstig de later door den Regeeringscom-<br />
missaris, den luitenant-generaal Vetter, verwezenlijkte, n.l. de ophef-<br />
fing van de buitenposten in de IX Moekims.<br />
Als resultaat van die conferenties mogen we aannemen, de aanvraag<br />
van 2 bataljons infanterie en eene batterij bergartillerie, welke macht het
29<br />
bestuur noodig achtte, om den toestand in Groot-Atjeh weder te kunnen<br />
beheerschen; de reeds aanwezige troepenmacht toch achtte men maar<br />
juist voldoende voor de handhaving der veiligheid en de observatie van<br />
T. Oemars verrichtingen. Van diens zijde scheen men een aanval op<br />
Koeta Radja of Oleh-leh te verwachten en volgens latere berichten heeft<br />
Oemar ook wel plannen daartoe gehad, althans wat Oleh-leh betreft.<br />
Over de stemming in die dagen is nog al eens gesproken en<br />
geschreven.<br />
De veranderde gezindheid van T. Oemar, had eene uitbarsting van<br />
vijandelijkheden in den omtrek van bijna alle posten der buitenlinie<br />
tengevolge, voornamelijk echter in de IX Moekims.<br />
Te Lampeneroet was reeds te 10 uur V.M. bericht ontvangen, dat<br />
de blokhuizen, bezet door de troepen van Oemar, met uitzondering van<br />
Mon Pandjang, alle verlaten waren.<br />
De telephonische gemeenschap met Tjot Goee was aldra verbroken.<br />
Een Atjehsche politieoppasser, die om 9 uur V.M. met een brief<br />
naar Lamkoenjit moest, beweerde toen reeds, dat deze plaats niet te<br />
bereiken was, vermits het terrein tusschen Tjot Goee en Lamkoenjit<br />
vol kwaadwilligen zat.<br />
Om 10'/2 uur bracht die zelfde oppasser te Tjot Goee bericht, dat,<br />
van de door lieden van Toekoe Nja Mohamad bezette blokhuizen, alleen<br />
Lehong nog bezet was.<br />
Te 1'/2 uur N.M. kreeg men van Toekoe Nja Itam kennis van<br />
Oemar's overloopen.<br />
Van Lamkoenjit uit werd te 12 uur 's middags eene patrouille van<br />
1 officier en 20 man op verkenning gezonden; deze vond de kampong<br />
Lamkoenjit verlaten en ontdekte veel gewapend volk in Nesoeh en<br />
Toebaloe.<br />
Zoowel Biloel als Lamkoenjit werden 's middags licht beschoten.<br />
Toen omstreeks 4'/2 uur N.M. het dagelijksch vivrestransport niet te<br />
Biloel was aangekomen, werden van daar 2 officieren en 60 man<br />
uitgezonden in de richting van Tjot Goee. Op 800 M. van de versterking<br />
werd deze patrouille hevig beschoten, eerst uit Ateuh Raja en Ateuh<br />
Tjoet, later ook uit Toebaloe en Toeram. Ondersteund door geschut-<br />
vuur uit onze beide posten en door een detachement van de bezet<br />
ting, dat zich nabij kampong Biloel had opgesteld, kon de patrouille op<br />
de versterking terug trekken ; daarbij werden de volgende verliezen geleden;
30<br />
Zwaar gewond: de 1= luitenant E. van Zijdveld en de Europ. fus.<br />
Stoppelenburg, No. 38826; licht gewond: de inl. fuselier Kariosemito,<br />
No. 40379, en een dwangarbeider.<br />
Te 10 3 /4 uur N.M. kwamen te Lamkoenjit drie dwangarbeiders met<br />
brieven aan, twee voor dien post en een voor Biloel, met bericht van<br />
het verraad van Oemar. Die voor Biloel bestemd, ging om 1 uur<br />
's nachts door en was een uur later terug, na aan zijn opdracht te hebben<br />
voldaan.<br />
Een andere dwangarbeider, die te 1 uur V.M. naar Tjot Goee werd<br />
gezonden, keerde niet meer terug.<br />
Ana* Galong had de blokhuizen Blang Tjoet, Mata Air en de brugwacht<br />
voor geval van nood, van vivres voorzien.<br />
Senelop werd 's nachts en den volgenden morgen, onder vuur geno-<br />
men, waardoor de Europ. kanonnier Schmidt, No. 19949, zwaar gewond<br />
werd.<br />
Kroeng Gloempang werd 's avonds een weinig beschoten en Tjot<br />
Rang eveneens.<br />
Te 7'/2 uur N.M. bracht de 1 e luitenant Neelmeijer met T. Nja<br />
Banta en eene bevolkingspatrouille, aldaar bericht van T. Djohan's<br />
overloopen.<br />
Den 30 en Maart werd te Koeta Radja krachtig gewerkt ter verbetering<br />
van de chicanemiddelen ; o a.- werd om Nesoeh eene staande versperring<br />
van gewapend ijzerdraad aangebracht en aan de Zuidzijde van het<br />
kampement twee geschutstanden, alsmede een veertiental gedekte opstel-<br />
lingen voor infanterie gemaakt; daartoe werd tot 's nachts 1 uur doorgewerkt.<br />
Ook langs het hek, loopende van het laboratorium achter langs de<br />
huizen van de Deijkerhofflaan naar de enceinte van kampong Baroe,<br />
werden 17 van die standplaatsen gebouwd. De enceinte van kampong<br />
Baroe en kampong Gedah, waar deze uit eene enkele rij verticaal<br />
geplaatste giamplanken bestond, werd van banketten, en waar zij door<br />
een ijzeren hek gevormd werd, ook van gedekte standplaatsen voor<br />
infanterie voorzien. Langs deze geheele enceinte moest voorts eene<br />
liggende versperring van 5 M. breedte worden aangebracht. Voor de<br />
banketten werden de reeds voor de nieuwe buitenposlen klaar gemaakte<br />
jukken gebezigd. De verhoogde schilderhuizen werden overal beter stormvrij<br />
gemaakt, op verschillende banketten pantserplaten van 3 cM. dikte geplaatst,<br />
de afsluiting nabij Pendeti be*er verzekerd en zelfs eene palissadeering
31<br />
geplaatst achter het hek, tusschen het laboratorium en de wacht op den weg<br />
naar Oleh-leh, waartoe de reeds naar Lambaroe opgevoerde palissaden,<br />
voor de nieuwe versterking Anat Galong, moesten worden teruggehaald.<br />
Deze palissadeering is kort daarna weer opgeruimd, daarentegen zijn<br />
later nog twee verhoogde schilderhuizen in de enceinte kampong Baroe-<br />
Gedah gebouwd, en 4 verhoogde wachthuizen, ieder voor 1 5 man en<br />
omgeven door een 10 M. breede ijzerdraadversperring, opgericht, t. w.:<br />
een aan den weg van Oleh-leh bij de brug over de Kroeng Doi; een achter<br />
den oostelijken kogelvanger te Petjoet, een nabij den weg naar Ketapan<br />
Doewa op f 100 M afstand van de veekraal der Atjeh-Associatie<br />
en een aan den Ooster Ringdijk.<br />
Verschillende minder stevige afsluitingen werden door betere vervangen<br />
en voor de uitgangen friesche ruiters in de verspernngen aangebracht.<br />
Gelijktijdig met de bovenomschreven werkzaamheden moest een begin<br />
worden gemaakt met het bouwen van logies voor de van Java verwacht<br />
wordende versterkingen. De genie had dus de handen vol.<br />
Van Senelop was te 6 /2 uur V.M. eene patrouille ter sterkte van<br />
1 officier en 30 man vertrokken om den gewonden Europ. kanonnier<br />
Schmidt, No. 19949, naar Lambaroe te brengen. In de richting, waar<br />
de patrouille zich bewoog, werd te 7 uur een hevig vuur gehoord, dat<br />
uit de Kroeng Lingkar scheen te komen. Dadelijk werd de vijandelijke<br />
stelling met geschut onder vuur genomen en met eene andere patrouille<br />
ter ondersteuning uitgerukt; na eenige salvo's kon de eerste patrouille<br />
doormarcheeren en keerde de laatste naar den post terug. Bij haar<br />
terugkeer kreeg de patrouille het weer te kwaad. Te 11 uur 15 min.<br />
V.M. rukte daarom van Lambaroe een detachement uit om in vereenigmg<br />
met troepen van Lambaroe en Lamsoet haar te ondersteunen.<br />
* er hoogte van de missigit Lamdjampoe onder vuur genomen, had zij<br />
ne t verlies van den inl. fuselier Nodikromo, No. 44482, die sneuvelde,<br />
etl van den inl. fuselier Kartomanawie, No. 27373, die gewond raakte,<br />
te betreuren.<br />
Omstreeks 3'/2 uur N.M. vertrokken uit Koeta Radja per spoor<br />
naar Lambaroe 2 compagnieen van het 14= Bataljon en 8 brigades<br />
marechaussee, met opdracht naar Senelop te marcheeren, de bezettingen<br />
van de blokhuizen Montassik, Aloer Oe en Toei Selimbing te ontzetten,<br />
en met wapens en munitie naar Koeta Radja terug te brengen.
32<br />
De colonne, die onder bevel van den majoor G. P. M. van der<br />
Noordaa stond, was samengesteld als volgt:<br />
1 majoor,<br />
1 luitenant-adjudant,<br />
2 kapiteins, 6 luitenants, 227 Europ. en inl. onderofficieren en minderen<br />
van het 14= Bataljon,<br />
1 kapitein, 3 luitenants, 8 Europeesche onderoff., 152 Amb. en inl.<br />
marechaussees.<br />
1 officier van gezondheid, 5 man hospitaalpersoneel, 60 dwangarbeiders<br />
met 20 tandoes.<br />
Zij marcheerde, in de hieronder aangegeven volgorde, te 4 uur 1 5 min.<br />
N. M. af (via Siroen).<br />
Voorhoede: 4 brigades marechaussee; commandant 1= luitenant<br />
W. K. J. Stoop.<br />
Hoofdmacht: 4 brigades idem onder de 1= luitenants J. W. C. Vuijck<br />
en H. M. Vis.<br />
1 compagnie infanterie kapt. Bruynis.<br />
1 peloton id kapt. Labotz.<br />
Achterhoede: 1 peloton infanterie met ambulance.<br />
Ter hoogte van Lamdam op het open terrein komend, werd zij vrij<br />
hevig beschoten uit de Kroeng Lingkar en de ten N. daarvan gelegen<br />
kampongs. Zonder dit vuur te beantwoorden, werd met vluggen pas<br />
naar Lamsoet gemarcheerd en dat te 5 uur 15 min. N M. bereikt.<br />
Volgens ingekomen berichten was missigit Lamdjampoe zwaar versterkt<br />
en bezet. Ook de kampongs Belang, Bralon en Lambada, zoomede<br />
Lam Paleue eri het terrein ten N. van Blang Tjoet, zaten vol vijanden,<br />
terwijl zij zich mede zouden ophouden in de kampongs Adje, Adje Boeng<br />
Mira, Lam Ateuh, Tjot Goet, Lam Kiwan, Lam Koelat, Lam Tjot,<br />
Lam Sinjing en Lam Siti met de bijgelegen hoogten.<br />
In verband met die berichten werd de marschvorm te Lamsoet gewijzigd.<br />
Voorhoede: comdt. kapitein Jhr. Graafland.<br />
3 brigades marechaussee luitenant Stoop.<br />
3 „ „ luitenant Vuijck.<br />
1 sectie infanterie (sergeant Lutje).<br />
Hoofdcolonne: 3 secties van de comp ,e Labotz met ambulance en<br />
dragers,<br />
compagnie Bruynis,<br />
2 brigades marechaussee [luitenant Vis].
33<br />
Kapitein Bruynis ontving den last om met zijne compagnie en de<br />
brigades Vis stelling te nemen in den N. O. rand van Lam Oe om<br />
van daaruit den aanval op Lamdjampoe met vuur te ondersteunen.<br />
Onder hevig vuur, van de achter de Kr. Lingkar opgestelde schutters,<br />
werd, ten koste van eenige verliezen, met voortvarendheid aan deze<br />
opdracht voldaan. Onder dekking van deze colonne en van eene sectie<br />
infanterie rukten nu de overige marechaussees onder kapitein Graafland<br />
voorwaarts.<br />
De compagnie Labotz marcheerde, buiten Lam Oe, onmiddellijk op<br />
en zonder te vuren bestormden de brigades Stoop de Masdjid Lamdjampoe,<br />
die door de moslemin in allerijl verlaten werd.<br />
Met evenveel elan attaqueerden de brigades Vuijck de hoogten voor<br />
en in den rand van kampong Belang.<br />
De masdjid werd nu voorloopig door de sectie Lutje bezet, en de<br />
brigades Stoop richtten zich op last van kapt. Graafland naar Bralon<br />
en Lambada, terwijl de afdeeling Vuijck den vijand uit Lam Sinjing<br />
joeg. Deze vluchtte voor een deel naar Lam Siti, doch werd daar door<br />
Senelop onder geschutvuur genomen.<br />
De infanterie volgde slechts langzaam, daar de compagnie Bruynis niet<br />
genoeg tandoes had, om de gewonden te vervoeren<br />
De vijand hield de colonne steeds onder vuur en stak zelfs bij Lam<br />
Siti de Kroeng Lingkar over. Eigener initiatief besloot luitenant Vuijck<br />
daarom die kampong te vermeesteren De ten W. daarvan gelegen<br />
hoogte werd stormenderhand genomen ; de vijand week echter niet geheel<br />
terug. Zich toen vooruit wagend — het begon reeds donker te worden —<br />
zag deze officier eene met helmhoeden getooide afdeeling voor zich,<br />
waarop hij zijn marechaussees den last gaf het vuur te staken, meenende<br />
met eigen troepen te doen te hebben. Deze vergissing werd hem<br />
noodlottig. De vijand maakte toch van die vuurpauze gebruik om<br />
naderbij te komen en gaf toen eenige salvo's af, waardoor dadelijk een<br />
Amb. sergt. en twee marechaussees werden gewond. Zijn fout inziende<br />
gelastte luitenant Vuijck nogmaals „attaqueeren", doch viel op hetzelfde<br />
oogenblik doodelijk getroffen neer. Een deel der 9= brigade trok daarop<br />
in de richting van Senelop af om tandoes te zoeken en liet slechts een<br />
paar man bij den gesneuvelden offcier en de gewonden achter.<br />
Daar de vijand nu weer begon op te dringen, vermoedelijk met het<br />
doel zich van het lijk meester te maken, liet de Eur. sergeant Pottinga,<br />
No. 30298, opnieuw attaqueeren. Toen hij den vijand met zijne<br />
3
34<br />
manschappen tot op 15 pas genaderd was, nam deze eerst de'vlucht,<br />
7 dooden, waaronder een panglima, achterlatende.<br />
De Amb. sergeant Lelengbato, No. 20701, de Amb. korporaal<br />
Moningka, 17= 9228, en de Amb. marechaussees Kaijadu, No. 16066,<br />
en Lontoh, No. 33874 (nog wel gewond), onderscheidden zich bij dezen<br />
aanval in het bijzonder.<br />
De sergeant Pottinga bezette nu met zijne manschappen den N. rand<br />
van Lam Siti en hield daar onder het hevige vuur des vijands zoolang<br />
stand, tot alle dooden en gewonden naar de reserve waren gebracht.<br />
Zijn collega Panman, No. 21620, die met zijn 7= brigade ter ondersteuning<br />
was gezonden, maakte zich daarbij zeer verdienstelijk en droeg<br />
persoonlijk den gesneuvelden luitenant achterwaarts, terwijl hij bijzondere<br />
zorg aan de gewonden wijdde.<br />
Toen alien in veiligheid waren, deed de luitenant Stoop ook sergeant<br />
Pottinga zijne stelling ontruimen. De twee brigades van luitenant Vis<br />
namen met eene patrouille uit Senelop stelling op de hoogten, die ten<br />
N. den hollen toegangsweg naar dezen post beheerschten.<br />
De compagnie Bruynis had inmiddels last gekregen, om naar Masdjid<br />
Lamdjampoe op te rukken en daar met een deel der gewonden te blijven,<br />
en toen de compagnie Labotz Lambada bereikt had, gaf de voorhoedecommandant<br />
aan zijne brigades last Senelop binnen te rukken, waar te<br />
7'/2 uur N.M. de geheele colonne, behalve de compagnie Bruynis,<br />
verzameld was.<br />
Ontruiming der blokhuizen.<br />
Luitenant Stoop had te 6 uur 15' reeds gelegenheid gevonden een<br />
dwangarbeider naar Toei Selimbing te zenden, met den last aan den<br />
commandant om het blokhuis te ontruimen.<br />
Hoewel zijn brigades zeer uitgeput waren, besloot deze officier te<br />
6 uur 45 min. met een brigade den blokhuiscommandant een eindweegs<br />
tegemoet te gaan. Weldra naderde deze met zijne marechaussees, die<br />
zelf de reservemunitie op de schouders droegen, op de hielen gevolgd<br />
door den vijand, die het troepje nog onder vuur nam, echter terugtrok,<br />
toen ook de brigade van luitenant Stoop ontmoet werd. Deze officier viel<br />
bij terugkeer door overmoeidheid en overspanning buiten kennis en was<br />
voor het verdere deel der excursie niet meer in staat daaraan deel te nemen.<br />
Te 8 uur N.M. werd dezelfde dwangarbeider, die het briefje naar<br />
Toei Selimbing gebracht had, onder belofte van kwijtschelding van straf,<br />
met 2 berichten naar Montassik en Aloer Oe gezonden.
35<br />
Eene brigade kreeg later opdracht om met 20 dwangarbeiders bij het<br />
ontruimen de behulpzame hand aan de blokhuiscommandanten te bieden.<br />
De luitenant Vis nam halverwege Aloer Oe met 2 andere brigades<br />
eene opnamestelling in. Hoewel er geen schot viel, maakten de meeste<br />
dwangarbeiders zich onderweg uit de voeten en slopen weer naar Senelop.<br />
Te 10 uur keerden alle brigades in Senelop terug met de bezettingen<br />
van de beide blokhuizen. Onder leiding van den serg'. der artillerie<br />
Zon werden zoowel mitrailleur (op borstweringaffuit) als reservemunitie —<br />
20800 patronen — veilig binnen gebracht.<br />
Onmiddellijk na de ontruiming waren de blokhuizjen door den vijand<br />
bezet.<br />
De marechaussees waren bijna zonder uitzondering zeer vermoeid,<br />
daarom werd tot 12 uur 's nachts gerust en toen, zonder verder door<br />
den vijand bemoeilijkt te worden, terug gemarcheerd. Te 1 uur 30 min.<br />
V.M. was de masdjid Lamdjampoe bereikt, de daar achtergelaten compagnie<br />
sloot zich bij de colonne aan en zoo kwam men te 2 uur V.M.<br />
te Lamsoet, waar de gewonden opnieuw verbonden werden. Te 2<br />
uur 45 min. V.M. werd de marsch voortgezet langs denzelfden weg,<br />
dien men 's morgens gevolgd had en om 5 uur stapte de geheele troep<br />
te Lambaroe in den trein naar Koeta Radja.<br />
Behalve de luitenant Vuijck was nog gesneuveld de Amb. marechaussee<br />
Sapahaluh, No. 37620, die bij den stormloop op Bralon het<br />
leven liet. Men had het lijk daar achtergelaten met het voornemen het<br />
in het teruggaan op te halen; toen werd echter niets meer gevonden.<br />
Gewond werden nog de Eur. sergeant Gehne, No. 24835, de Amb.<br />
sergeant Tumbuan, 2 Amb. en 3 Javaansche marechaussees; voorts de<br />
Eur. sergeant Lutje, No. 27226 en 5 Eur. fuseliers van het 14= Bataljon.<br />
Van de patrouille van den post, die met luitenant Vis den toegangsweg<br />
bezette, werd de Eur. fuselier ten Brink, No. 36527, gewond.<br />
Ook te Ana* Galong was door middel van 2 dwangarbeiders te 5^/2<br />
uur N.M de last ontvangen, de blokhuizen Blang Tjoet en Mata Air<br />
te ontruimen, hetgeen onmiddellijk onder flink vuur van den vijand<br />
geschiedde. In de kampongs Ana* Batee en Sibreh nam men groote<br />
benden kwaadwilligen waar. De blokhuizen in de O. linie werden<br />
mede ontruimd. De bezetting, volk van Nja Bantah, nam stelling op<br />
de Tjot Poekloet. Natuurlijk werden verschillende posten dien dag<br />
onder vuur genomen.
36<br />
Een der compagnieen van het 3= Bataljon was intusschen van Lamdjamoe<br />
terug gehaald, de versterking van andere posten weer afgelost,<br />
terwijl de vuurmonden van Ketapan Doewa, Lampeneroet, Lamreng en<br />
Roempit benden, die zich in het voorterrein vertoonden, onder vuur<br />
namen.<br />
Den volgenden dag, 31 Maart, bracht de marine te Oleh-leh nog<br />
een 7 c.M. A. nabij de lagune achter het plaatsbureau in batterij.<br />
Van Lamtih werd eene patrouille de kampong van dien naam binnen<br />
gezonden, die met 5 voorlaadgeweren, 2 donderbussen en eenige blanke<br />
wapens terug kwam en de kampong geheel verlaten had bevonden.<br />
Nabij Lampermei werd niet alleen het blokhuis aan de Kroeng Lingkar,<br />
doch ook de tram beschoten. Natuurlijk had de vijand het vooral op<br />
de posten der buitenlinie gemunt.<br />
Zoo was men in Tjot Rang genoodzaakt de vloer van het officiers-<br />
logies en een deel der britsen op te breken, om die planken te kunnen<br />
gebruiken voor het maken van horizontale dekkingen.<br />
Tusschen 5 en 10 uur N.M. werd Senelop door 's vijands granaat-<br />
vuur bestookt, dat op 500 M. afstand uit Z. richting werd afgegeven.<br />
Van de 15 granaten, die alle afkomstig bleken van onze getrokken<br />
bronzen kanonnen van 8 c.M. veld, sprongen er 7, waarvan 2 binnen<br />
de versterking, n. 1. een in het officierslogies en een in dat der onder-<br />
officieren, zonder andere dan materieele schade aan te richten. De vijand<br />
beschikte hier over twee kanonnen.<br />
Ana* Galong werd te 12 3 /4 uur V.M. door granaat- en geweervuur<br />
uit Sibreh bestookt.<br />
Ter beveiliging van Koeta Radja werden in den nacht van 31 Maart<br />
op 1 April verscheidene hinderlagen gelegd. O. a.: Drie brigades<br />
marechaussee aan de Westzijde van Petjoet, van de brug over de Kroeng<br />
Doi tot aan kampong Merdoewati;<br />
eene Europeesche compagnie van het 12 C Bataljon bij het snijpunt<br />
van wegen Koeta Radja —Lampeneroet en Koeta Radja —Ketapan Doewa<br />
met eene sectie voorwaarts bij de brug over de Kroeng Daroe en eene<br />
bij kampong Lohong;<br />
eene compagnie van het 3 e Bataljon bij het snijpunt van de spoor-<br />
baan Koeta Radja —Ketapan Doewa en den weg naar onzen post Belang<br />
met eene sectie vooruit naar de brug over de Kroeng Ning.<br />
Het zou ons te ver voeren de uitgebreide veiligheidsmaatregelen op
37<br />
te sommen, die verder aan de orde van den dag waren. Hinderlagen,<br />
hefst nog wel van voltallige compagnieen, moesten nacht op nacht<br />
tegen een binnendringen der vijandelijke benden van Koeta Radja<br />
waken.<br />
Intusschen was de algemeene toestand door het uitsluitend defensief<br />
optreden der veldtroepen er niet beter op geworden. Van de meeste<br />
posten kwamen geen journalen meer binnen om de eenvoudige reden,<br />
dat er voor de overbrenging van brieven, berichten enz. geen liefhebbers<br />
meer te vinden waren.<br />
Den vindingrijken postcommandant van Ana* Galong gelukte het een<br />
enkele maal van den goeden toestand van zijn post kennis te geven<br />
door jeneverflesschen met berichten de Atjeh-rivier af te doen drijven,<br />
die dan te Lambaroe opgevischt werden.<br />
Vivres waren er bijna overal voldoende aanwezig; met het oog op<br />
den voorgenomen tocht in het Lamkraksche, waren vooral binnen Ana*<br />
Galong en Biloel groote voorraden opgelegd.<br />
Senelop werd door den vijand vrijwel met loopgraven omringd. Door<br />
het vuur op onze posten leden wij slechts weinig verliezen, alleen sneuvelde<br />
te Tjot Rang op den 3= n April de inl. fuselier Wirodrono,<br />
No. 32563.<br />
Te Kroeng Gloempang ontving men dien dag een brief van den<br />
gedeserteerden Europeeschen sergeant Carli, waarin hij namens Toekoe<br />
Brahim der V Moekims Montassik verzocht den post over te geven<br />
tegen vrijen aftocht en behoud der wapens. Senelop had den volgenden<br />
dag een hevig geweer- en geschutvuur te doorstaan, dat tot middernacht<br />
aanhield. De Hollandsche commando's van den vijand, aan — vuur,<br />
konden daarbij duidelijk worden verstaan.<br />
Den 5= n April werd de sectie bergartillerie, die al dien tijd te Lamdjamoe<br />
verbleven was, terug genomen en keerde ook een deel der aldaar<br />
gelegerde compagnie van het 3= Bataljon naar Koeta Radja terug.<br />
Reeds den 3 en April waren met de „Japara" belangrijke aanvullingen<br />
gekomen (14 officieren, 314 mindere militairen en dwangarbeiders.)<br />
Op den 7= n April kwamen de stoomers Carpentier en Bantam met<br />
de gevraagde troepenversterking —althans gedeeltelijk, nl. het 9= Bataljon.<br />
Aan boord bevonden zich tevens Z.E de Luitenant-Generaal, Commandant<br />
van het Leger, J. A. Vetter, de kolonel der infanterie J. W.<br />
Stemfoort en de majoor van den generalen staf J. F. Breijer, die tevens<br />
het bericht medebrachten, dat generaal-majoor Deijkerhoff eervol werd
38<br />
ontheven van zijne functien als Civiel en Militair Gouverneur. Omtrent<br />
het ontslag, schreef de minister in het Koloniaal verslag:<br />
„Waar de afval van Toekoe Djohan, aanstonds tot zoo ver strekkende<br />
„gevolgen aanleiding gaf, dat al het sedert 1893 verkregene, als het<br />
„ware op losse schroeven werd gezet, moest wel ernstige twijfel rijzen,<br />
„of de Civiele en Militaire Gouverneur den toestand te voren wel inder-<br />
„daad juist beoordeeld had en onder die omstandigheden, meende de<br />
„Indische Regeering, bekend als zij was, met de optimistische opvat-<br />
„tingen, die bij deneraal Deijkerhoff in het bijzonder ten aanzien van<br />
„T. Djohan voorzaten, de verantwoordelijkheid niet te mogen aanvaar-<br />
„den, om den generaal op zijn plaats te handhaven.<br />
Met de civiele aangelegenheden werd tijdelijk belast de resident voor<br />
Atjehsche zaken en de scheepvaartregeling K. F. H. van Langen en met<br />
het militair commando de kolonel J. W. Stemfoort, beiden onder de bevelen<br />
van Z. E. den Legercommandant, die als Regeeringscommissaris optrad.<br />
Den volgenden dag kwamen met de ,,Reael" 3 compagnieen van<br />
het 6= Bataljon en met de ,.Generaal Pel" de 4= compagnie van dat<br />
korps, alsmede de 1= bergbatterij.<br />
Voor de reeds aangekomen en nog te verwachten troepen werden<br />
op verschillende plaatsen gebouwen van kasso's, planken en gegalvaniseerd<br />
ijzer of asphaltvilt opgericht.<br />
Men gebruikte deze duurzame materialen met het oog op den naderenden<br />
westmoeson, het ontbreken van meer tijdelijke materialen als:<br />
bamboe en atap, en de omstandigheid, dat het logies vermoedelijk geruimen<br />
tijd moest worden gebruikt.<br />
Zoo verrezen tal van kampementen o.a. voor het 9e Bataljon op het<br />
Noord Westergedeelte van het grasveld, dat omsloten is door de officierswoningen<br />
te Nesoeh; ten Z. daarvan werd later ook dat voor het 7=<br />
Bataljon opgericht.<br />
Voor de bergbatterij in en om de manege te Nesoeh; voor het 6= Bataljon<br />
op het hoogste gedeelte van het excercitieterrein te Petjoet.<br />
Het 5= Bataljon werd later in verschillende wijken van Koeta Radja<br />
ondergebracht, 1 compagnie beoosten het bestaande infanteriekampement<br />
te Nesoeh.<br />
De drie overige compagnieen in de kazernes te Koeta Alam, onder<br />
de verhoogde kazernes in de Soerabaijawijk en Pendetie, later in de<br />
daartoe ontruimde Europeesche scholen en ten slotte in een daartoe<br />
opgericht logies in het Z. W. van de kampong Baroe.
39<br />
Een tweede bergbatterij kwam op het hooge gedeelte van het terrein,<br />
ingesloten door het hek, loopende van het laboratorium naar de Deijkerhofflaan,<br />
den weg naar Oleh-leh en den spoorweg naar Ketapan Doewa.<br />
De cavalerie en genie kwamen binnen de reeds bestaande kampementen.<br />
Ook bij het dwangarbeiderskwartier werden loodsen opgericht, terwijl<br />
later een 600 man logies vonden onder de met katjang afgesloten ruimte<br />
onder de kazerne te Pendetie.<br />
Den officieren werd in verschillende woningen, bureaux enz. onderkomen<br />
verschaft.<br />
Een ieder, die destijds te Atjeh was, zal zich de vroolijke huishoudens,<br />
die te Nesoeh en elders ontstonden, herinneren.<br />
Natuurlijk, dat er in die dagen ook wel berichten uit het vijandelijke<br />
kamp tot ons kwamen.<br />
T. Oemar onthield zich van elke rechtstreeksche vijandelijke handeling<br />
jegens ons gezag, ten minste als men onder de zoodanige niet rangschikt<br />
het in bezit houden van de hem verstrekte vuurwapens en munitie.<br />
De eerste berichten luidden, dat hij in het geheel geen samenwerking<br />
wenschte met de XXVI Moekims; naar men zeide, was hij nog verstoord<br />
over den inval, ten vorigen jare door lieden uit die Moekims in<br />
het Lepongsche gedaan. Zijn meeste goederen van waarde werden<br />
naar Lepong, Naga Oembang en andere schuilplaatsen vervoerd. Te<br />
Pasar Oleh-Gli, nabij Pakan Badak, tusschen Lam Asan en Adjoen<br />
Tebal en in de richting Lam Bada-Lam Tengah, werden wel kleine<br />
versterkingen opgericht, loopgraven en coupures gegraven, daarentegen<br />
verstrekte hij o.a. aan een twintigtal Chineezen, die te Lampisang gewerkt<br />
hadden, een vrijgeleide tot voorbij Pakan Badak, waardoor deze<br />
lieden ongedeerd binnen de geconcentreerde linie kwamen.<br />
Aan meerdere hoofden zond hij eene oproeping om te Lampisang<br />
te komen, o.a. aan T. Nja Mohamad (9 Moekims), die weigerde er<br />
aan gevolg te geven, en zich met zijne geweren en munitie terug trok<br />
in zijn versterkte woning te Toebaloe. Aan die oproeping voldeed o.a.<br />
wel T. Tjoet Toengkoeb. Zekere Tengkoe Sjech Tjot Poetoe ontving<br />
een brief van Panglima Polim, om hem over te halen mede over te<br />
loopen, tevens berichtend, dat hij (Polim) op weg was naar Lampisang.<br />
Een aanverwant van Nja Mohamad, Nja Gedong, een van Oemar's<br />
meest beduidende aanvoerders, bouwde eene benteng in kampong Lamtehen.<br />
Tal van lieden uit de IV Moekims voornamelijk uit Lampoe* Oe<br />
sloten zich dagelijks bij Oemar aan.
40<br />
In zijne poging om ook lieden van binnen de linie te werven leed hij<br />
vrij wel schipbreuk; de stemming in de V meunatha's Lampoedaja (alle<br />
kampongs behoorende tot de VI Moekims) was nog sterk tegen den afval.<br />
's Nachts legde hij hinderlagen, versterkte de bezetting zijner bentengs,<br />
deed in het kort juist als wij. Zoo stonden de zaken, toen op den<br />
8= n April werd overgegaan tot het ontzetten van Lamkoenjit en Biloel<br />
door een troepenmacht van 2'/2 bataljon en hulpwapens.<br />
Aan den bevelhebber was bij geheim schrijven door den Regeeringscommissaris<br />
medegedeeld:<br />
1° Dat er bij deze eerste operatie vooral moest worden gestreefd<br />
naar het toebrengen van verliezen aan den vijand.<br />
2° Dat het verbranden van kampongs met strengheid moest worden<br />
te keer gegaan; een voorschrift, waarop ook bij volgende operation moest<br />
worden gelet.<br />
3° Mocht de toestand b.v. door vijandelijk optreden van T. Djohan<br />
als anderszins, het raadzaam maken Biloel en Lamkoenjit niet bezet te<br />
houden, dan was hij gemachtigd de bezetting in te trekken met medevoering<br />
van geschut en munitie, terwijl aan het verdedigingsvermogen der<br />
versterking, voor zoover de omstandigheden dit zouden gedoogen, alsdan<br />
afbreuk moest worden gedaan.<br />
De samenstelling der colonne was als volgt:<br />
Bevelhebber: kolonel der inf'=. J. W. Stemfoort.<br />
Chef van den staf: luit.-kol. van den gen. staf C. P. J. van Vliet.<br />
Toegevoegd: ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoij.<br />
Kapitein-adjudant J. C. Smits.<br />
1= Luitenant-adjudant F. J. Kroesen.<br />
Infanterie:<br />
3= Bataljon, commandant majoor K. W. Steinmetz.<br />
Sterkte: 18 officieren, 336 Eur. en 220 Amb. minderen.<br />
14 e Bataljon, commandant majoor G. P. M. van der Noordaa.<br />
Sterkte: 17 Officieren, 155 Eur. en 277 inl. minderen.<br />
9= Bataljon (2 compagnieen), commandant luitenant-kolonel H Bendien.<br />
Sterkte: 10 officieren, 170 Eur. en 135 inl. minderen.<br />
Cavalerie: (1 peloton) commandant 1= luitenant C. W. van Haaff.<br />
Sterkte: 1 officier en 29 minderen.<br />
Bergartillerie: (2 Sectien) commandant kapitein A. Bangert.<br />
Sterkte: 3 officieren, 34 Eur. en 26 inl. minderen benevens 32 rij-en<br />
trekpaarden en draagdieren.
41<br />
Genietroepen: commandant 1= luitenant A. S. Ruzette.<br />
Sterkte: 1 officier, 40 Eur. en inl. minderen.<br />
Geneeskundige dienst: 2 ambulances met personeel, materieel en<br />
transportmiddelen:<br />
een onder den off. van gezondh. 2= kl. L. A. Demmers, sterk 14<br />
man bij het 3= Bataljon.<br />
een onder den off. van gezondh. 2 e kl. J. L. W. F. van Leent, sterk<br />
15 man bij het 14= Bataljon.<br />
Trein: 222 dwangarbeiders voor het dragen van reservemunitie,<br />
tandoes enz.<br />
Alle troepen moesten te 6 uur V.M. te Lampeneroet zijn, behalve<br />
de beide compagnieen van het 9= Bataljon, die een half uur later zouden<br />
afmarcheeren. Daar werden 2 colonnes, 1 reserve colonne en 1 algemeene<br />
reserve gevormd. De 1= colonne, bestaande uit 3 compagnieen<br />
14= Bataljon, was bestemd om door de kampongs Lam Tehen, Koeta<br />
Karang, Oleh-Soesoe, Lampene-eng, Lege, Lehang en Lam Batoe, dus<br />
aan de Westzijde van den weg Tjot Goee — Biloel op te treden, ten<br />
einde de gemeenschap met Lamkoenjit te herstellen. Eene compagnie<br />
zou daartoe zoo spoedig mogelijk den W. rand van Lam Tehen bezetten,<br />
waardoor het de rest der colonne mogelijk zou zijn den aangegeven<br />
weg te volgen (toegevoegd werden 7 bereden ordonnansen).<br />
De 2= colonne, bestaande uit 3 compagnieen 3= Bataljon, zou met<br />
hetzelfde doel aan de Oostzijde van genoemden weg optreden door<br />
de kampongs Lam Lagang, Lam Kawi, Lam Siti, Tjot Tjigari, Lam<br />
Lilip, Tjot Boei en Nesoeh.<br />
Van de aankomst in Tjot Boei moest onverwijld bericht aan den<br />
bevelhebber te Tjot Goee worden gezonden, opdat deze het artillerievuur<br />
van onzen post Lambaroe zou kunnen doen staken.<br />
De reservecolonne van 1 compagnie 14= Bataljon, 1 compagnie 3=<br />
Bataljon, 2 sectien artillerie en genietroepen, moest den grooten weg<br />
Tjot Goee —Biloel volgen, naarmate de 1 e en 2= colonne voorwaarts<br />
drongen.<br />
De algemeene reserve bleef voorloopig te Lampeneroet.<br />
De opmarsch van Lampeneroet naar Tjot Goee zou worden voorbereid<br />
door geschutvuur uit Lampeneroet op Lam Tehen en uit<br />
Lamreng op Lam Lagang en Lam Lehe. Voor de leiding van dat vuur<br />
waren artillerieofficieren aangewezen, die telefonisch orders kregen van<br />
den bevelhebber te Tjot Goee. Bovendien werden de l e en 2= colonne
42<br />
bij hunnen opmarsch gesteund door geschutvuur uit de 8 cM. te Tjot<br />
Goee, van de daar vereenigde sectien bergartillerie en van Lambaroe,<br />
dat zijn stukken op Toebaloe en Blang Kirai zou richten.<br />
Ketapan Doewa kreeg nog last op eventueel uit W. richting toestroomend<br />
vijandelijk volk te letten, en eene te Tjot Goee aanwezige<br />
compagnie van het 12= Bataljon om Z. O. van dien post stelling te<br />
nemen en Lam Kawi onder vuur te houden.<br />
Te 6 uur 30 min. V.M. marcheerden het 14= Bataljon, de bergartillerie,<br />
het 3 e Bataljon, de reserve colonne en genietroepen van<br />
Lampeneroet af. Nabij den post Tjot Goee sloegen de 1= en 2= colonne<br />
hunne aangegeven marschrichtingen O. en W. waarts van den hoofdweg<br />
in.<br />
Het 14= Bataljon kreeg het eerst vuur, toen de spits aan den W.<br />
voet van den heuvelrug, waarover het pad naar Lam Tehen West loopt,<br />
gekomen was en wel uit de kampong Lam Tehen Oost.<br />
Onder dekking van 1 sectie infanterie, kwam de sectie luitenant<br />
Deibert van de bergartillerie, westwaarts van den weg bij het begin<br />
van voornoemd pad in stelling, en opende tegelijk met de infanterie<br />
het vuur. De door het 14 e Bal on . gegeven artilleriedekking werd later<br />
door een peloton van het 3= Bat on . vervangen.<br />
De 2 e sectie berg, luitenant Steenkamp, nam bij het hoogtecijfer 25<br />
stelling ten einde den opmarsch van de 2= colonne te steunen. Zij<br />
opende daartoe te 7 uur 15 min. V.M. haar vuur op den, in kampong<br />
Tjot Tjigari opgestelden, vijand en nam, naarmate deze colonne voorwaarts<br />
rukte, telkens de meer Z. gelegen kampongs onder vuur.<br />
De reservecolonne kwam te 7 uur 45 min. te Tjot Goee aan; de<br />
compagnieen van het 14 e en 3= Bataljon dezer colonne waren bestemd<br />
om de bezettingen van Lamkoenjit en Biloel af te lossen.<br />
Een peloton van het 14 e van deze colonne verving te 7 uur 30' de<br />
sectie Deibert, die toen aan de W. zijde van Tjot Goee stelling nam<br />
om haar vuur op Lampene-eng en Lege te kunnen brengen. 7 uur 35'<br />
kregen Lamreng en Lampeneroet last het geschutvuur te staken.<br />
De genietroepen ontvingen al spoedig bevel de eerste twee bruggen<br />
ten Z. O. van Tjot Goee te herstellen.<br />
Nadat de spits het vuur uit Lam Tehen Oost had beantwoord, kreeg<br />
de 1= compagnie 14= Bataljon [comdt. kapt. Bruynis] last den Westrand<br />
van Lam Tehen West te bezetten.<br />
De toegangen tot de kampongs bleken overal zwaar versperd, de
43<br />
sawah's drassig. De bereden ordonnansen waren daardoor niet te gebruiken<br />
en volgden te voet de colonne.<br />
De vijand bleek aanvankelijk stelling genomen te hebben achter de<br />
heuveltjes bij Lam Tehen Oost. De artillerie [zie hiervoor] en eene<br />
sectie der compagnie Labotz namen hem daar flink onder vuur, terwijl<br />
de rest van de colonne N. W. van het voetpad, aan den voet der<br />
heuvels, werd opgesteld.<br />
De compagnie Bruynis en later de beide andere compagnieen kregen<br />
al dadelijk hevig vuur, toen zij — de eerste naar Lam Tehen West,<br />
de tweede naar Lam Tehen Oost — oprukten, van de achter galangans<br />
in de sawah's genestelde vijandelijke schutters en kregen daarbij de<br />
eerste gewonden. Bij het verder voorwaarts gaan, bleek het in het<br />
belang van de compagnie Bruynis te zijn, dat de Westrand van Lam<br />
1 ehen Oost door een peloton bezet werd, om door vuur die compagnie<br />
te steunen.<br />
Het andere peloton der compagnie Labotz bezette den Zuidrand.<br />
Nadat 's vijands vuur een weinig tot bedaren was gekomen, rukte de<br />
compagnie Bruynis in Z. richting over de sawah voort en kreeg een<br />
zeer hevig vuur uit Masdjid Oleh Soesoeh en uit stellingen langs de<br />
Loeng Lemo. De 3= compagnie [kapt. Geluk] kwam haar te hulp en<br />
gezamenlijk werden 's vijands posities toen veroverd, terwijl de compagnie<br />
Labotz haren marsch door de kampong vervolgde. Van Masdjid Oleh<br />
Soesoeh stak men in O. richting de sawah over naar Koeta Karang.<br />
Bij Lampene-eng gekomen, werd hevig vuur ontvangen uit Dinoeng,<br />
waarop de compagnie Bruynis last kreeg in W. richting eene omtrekkende<br />
beweging te maken, om den vijand te nopen zijne stellingen in<br />
die kampong en Lehang te verlaten, teneinde naar Lamkoenjit te kunnen<br />
opmarcheeren. Bij de uitvoering van die opdracht had de kapitein<br />
Bruynis met vele moeilijkheden te kampen, drassig terrein en bamboedoeri<br />
versperringen belemmerden de bewegingen ten zeerste.<br />
Ook de andere compagnieen hadden het zwaar te verantwoorden.<br />
De commandant der 3= compagnie kapitein F. P. A. Geluk sneuvelde,<br />
de dwangarbeiders met de dooden en gewonden waren nauwlijks vooruit<br />
te krijgen; zelfs zag de luitenant Dudok van Heel zich verplicht, om,<br />
geholpen door een dwangarbeider, het lijk van zijn compagniescommandant<br />
verder te dragen, intusschen men kwam er; den vijand steeds<br />
vooruit drijvend, bereikte men te 10 uur 15 min. V.M. Lamkoenjit.<br />
Omstreeks dienzelfden tijd werd op de linkerflank verbinding gekregen
44<br />
met de 4 e compagnie 14= Bataljon (kapt Baron Collot d'Escury); deze<br />
afdeeling, waarvan 2 off. en 75 bajonetten bestemd waren om de bezetting<br />
van Lamkoenjit af te lossen, had 9 uur 20 min. V.M. van den<br />
chef van den staf last ontvangen om van Tjot Goee in Z. richting<br />
naar kampong Lege te marcheeren en verbinding met de 1= colonne te<br />
zoeken.<br />
Reeds te 8 uur 20 min. V.M. was uit Tjot Goee eene cavaleriepatrouille,<br />
gevolgd door eene sectie infanterie, gezonden met hetzelfde<br />
doel. Een kwartier later keerde die patrouille alweer bij den bevelhebber<br />
terug met de mededeeling, dat het vijandelijk vuur verder doordringen<br />
naar het W. had belet en zij dus niet aan de opdracht had kunnen<br />
voldoen.<br />
De compagnie Collot had reeds te 9 uur 30' bericht kunnen zenden,<br />
dat de 1= colonne in het zicht was en wel bij den weg dwars door<br />
Lampene-eng naar Dinoeng.<br />
Het 14= Bataljon nam in zijn geheel stelling om en bij Lamkoenjit,<br />
eenige pelotons werden vooruit geschoven om den vijand, die steeds<br />
door bleef vuren, in bedwang te houden. De noodige voorzieningen voor<br />
de aflossing van de bezetting werden getroffen. De commandant van<br />
dat bataljon zond bericht van zijn aankomst te Lamkoenjit en deelde<br />
mede, dat, behalve de gesneuvelden: kapitein Geluk en 5 minderen, 9<br />
minderen en 6 dwangarbeiders gewond waren. Hij gaf tevens in overweging<br />
den post geheel te verlaten, waarin echter niet bewilligd werd.<br />
Zooals we boven reeds zagen, was het 1= peloton 1= compagnie<br />
3= Bataljon aangewezen om de artillerie, die op den N. W. heuvel<br />
van Tjot Goee in batterij was gekomen, te steunen. Ook het 2= peloton<br />
dier compagnie (die geheel met repeteergeweren was bewapend)<br />
steunde aanvankelijk het 14= Bataljon met haar vuur.<br />
De marschvorm der 2= colonne was: de 1= comp'= (kapt. van Aken)<br />
als voorhoede vooruit, gevolgd door de 3= compagnie (kapt. G. D. van<br />
Epen) en 3 sectien van de 4= compagnie (kapt. J. M. van Gogh).<br />
Hierna kwam de ambulance. De gevechtstrein — 6 kistjes reservemunitie<br />
en 16 tandoes per compagnie — bleef bij de compagnieen. De achterhoede<br />
werd door de 4= sectie der 4= compagnie gevormd.<br />
Door het aanhouden der 1= compagnie bij de artilleriestelling, werd,<br />
toen men te 7 uur 22' het voetpad naar Lam Lagang insloeg, de<br />
3 d = compagnie voorhoede.<br />
Deze kampong bleek door ons artillerievuur uit Lamreng geheel van
45<br />
vijanden gezuiverd te zijn; de colonne trok haar dan ook in Z. richting<br />
voorbij. Tegenover Lam Kawi werd door de 3= compagnie de gevechtsformatie<br />
aangenomen. De inmiddels vrijgekomen 1 e compagnie<br />
marcheerde op 75 M. oostelijk van de 3= in voorloopige gevechtsformatie<br />
op, aangezien de kampongs in breed front moesten worden gepasseerd.<br />
Alvorens een kampong binnen te gaan, werden er eenige salvo's<br />
doorgejaagd. Lam Kawi en Lam Lehe werden doorgegaan, zonder dat<br />
men iets van den vijand bemerkte. Eerst toen men tegenover den<br />
Noordrand van Tjot Tjigari kwam, opende deze het vuur uit een<br />
daargelegen benteng. Een paar salvo's waren voldoende om hem met<br />
achterlating van een doode zijn stelling te doen ontruimen, waarop Lam<br />
Siti en Tjot Tjigari ongestoord door werden getrokken, evenals Lam<br />
Lilip. Van uit een klapperbosch tusschen Tjot Boei en Nesoeh kreeg<br />
men geweervuur; met eene frontverandering in Z. O. richting en een<br />
paar salvo's kon men ook hier volstaan, om den vijand te verjagen. In<br />
Nesoeh werd nog een Atjeher neergelegd, doch zonder veel moeilijkheden<br />
te ondervinden kon de volgende stelling worden ingenomen:<br />
De 1= compagnie in den rand van het klapperbosch ten Z. O. van<br />
Tji Boei; de 3= compagnie idem aan de Z. zijde van Nesoeh, terwijl<br />
de 4 e compagnie met de ambulance achter den linkervleugel van de<br />
gevechtslinie, in den N. W. rand van Tji Boei een plaats vond.<br />
De colonnecommandant zond toen bericht aan den bevelhebber [9<br />
uur 5 min. V. M.]. Aan de bereden ordonnansen had men in dit<br />
terrein nagenoeg even weinig als bij de 1= colonne, echter slaagden<br />
een paar cavaleristen er in den bevelhebber te bereiken.<br />
Nauwelijks had de colonne de bovenaangegeven stelling ingenomen,<br />
of de vijand opende een hevig vuur uit het blokhuis Blang Kirai, den<br />
Oostrand van kampong Toebaloe en de randen van Blang Kirai en<br />
Lamboekoeng. Onmiddellijk werd dat vuur beantwoord, doch eerst<br />
na een uur was er van vermindering sprake. 9 uur 20' zond de<br />
bevelhebber order om Nesoeh en Toebaloe te bezetten. De reserve<br />
stelde zich in den Zuidrand van eerstgenoemde kampong op. Na de<br />
dekking van ambulance enz. aan I peloton van de 3= compagnie te<br />
hebben toevertrouwd, kreeg zij last onder dekking van het vuur van de<br />
1= compagnie en het l e peloton van de 3= compagnie uit den Z. O.<br />
rand van Nesoeh te deboucheeren en Toebaloe binnen te dringen.<br />
Ook hieraan werd voldaan en te 1C/2 uur aan den bevelhebber bericht<br />
gezonden, dat men tegenover Lamboekoeng en Ateuh stelling had
46<br />
genomen, en dat er gebrek aan munitie begon te komen. Toen het<br />
vuur van den vijand allengs minder werd, sloot zich het 1= peloton van<br />
de 3= compagnie weder bij het 2= aan, en nam deze compagnie in<br />
haar geheel de dekking der ambulance op zich. Te 12 uur 10 min.<br />
N.M. kwam van den bevelhebber de order:<br />
..Lamboekoeng bezet houden tot dekking flank hoofdcolonne bij<br />
terugkeer".<br />
Tien minuten later kwam er munitie.<br />
Reeds was aan de 4= compagnie bevel gegeven om Lamboekoeng<br />
binnen te dringen, toen te 1 uur N.M. de last ontvangen werd, langs<br />
den kortsten weg naar Tjot Goee terug te gaan.<br />
Sprongsgewijze werd deze terugtocht ten uitvoer gebracht. In Tjot<br />
Tjigari kreeg de 3= compagnie nog eens bevel in den Z. rand in<br />
stelling te komen, daar uit het W. plotseling een hevig vuur op de<br />
op den hoofdweg marcheerende troepen werd afgegeven. 2 uur 30' was<br />
deze colonne weder te Tjot Goee.<br />
Gaan we nu na wat intusschen bij de overige colonnes plaats had.<br />
Toen de bevelhebber het bericht ontving, dat de 2 e colonne in<br />
Nesoeh was, werd aan Lambaroe per telefoon order gegeven het<br />
geschutvuur van Blang Kirai op Ateuh over te brengen. Aan den<br />
commandant der algemeene reserve te Lampeneroet werd te 9 uur<br />
55 min. V.M. opgedragen, om de voor Biloel en Lamkoenjit bestemde<br />
transporten vivres, munitie, goederen van offipieren en minderen enz.<br />
onmiddellijk onder dekking van eene compagnie te doen opmarcheeren.<br />
De compagnie, die bestemd was om Biloel af te lossen, kreeg te<br />
10 uur V.M. order van Tjot Goee te gaan en voorloopig in den Z.<br />
rand van Nesoeh halt te houden. De genietroepen en de beide sectien<br />
bergartillerie vergezelden deze compagnie De eerste om overal de<br />
bruggen voor het transport geschikt te maken, de sectie Steenkamp, om<br />
uit eene stelling bij het begin van den zijweg Nesoeh-Lamkoenjit de<br />
kampongs Lam Tadoek en Maneh onder vuur te nemen, de sectie<br />
Deibert om uit eene opstelling in den Z. rand van Nesoeh den<br />
opmarsch der 2 e colonne te steunen.<br />
Eene, ten 10 uur 30', door den chef van den staf uitgezonden<br />
caveleriepatrouille, bracht aan deze autoriteit het bericht, dat het 14=<br />
Bataljon reeds te Lamkoenjit was. De patrouille had op haren weg<br />
van uit Lambatoe een vijftal schoten gekregen. Onmiddellijk begaf
47<br />
zich de overste van Vliet, vergezeld van den ritmeester Jhr. de Lannoij<br />
en een cavalerist, naar onzen post, om daar de noodige maatregelen<br />
voor het geregeld aflossen der bezetting en de aanvulling der voorraden<br />
te treffen. Op zijn weg werd de overste op 60 M. afstand flink onder<br />
vuur genomen.<br />
Te 1 1 uur 7 min. bracht de luitenant van Haaff van Tjot Goee<br />
een daar ontvangen telefonisch bericht van den Regeerings-commissaris,<br />
dat vijandelijke benden gesignaleerd waren, als in grooten getale van de<br />
VI Moekims in Z. O. richting oprukkend. Daar de troepen zeer<br />
verspreid waren, en de bevelhebber hen bij deze eerste ontmoeting met<br />
den vijand niet aan zware verliezen wilde blootstellen, werd toen met<br />
spoed aan het transport order gezonden om op te rukken.<br />
De bruggen in het laatste gedeelte van den weg voor Lamkoenjit<br />
afgebroken zijnde, moesten de goederen over dat gedeelte naar den<br />
post worden gedragen, waartoe een sectie inlanders hulp verleende.<br />
De aflossing voor Biloel rukte te 1 1 uur 30' derwaarts op.<br />
De laatste compagnie der algemeene reserve kreeg last naar Tjot<br />
Goee te komen, en van daar werden naar Koeta Radja orders gezonden<br />
om de beide, daar achtergebleven, compagnieen van het 9= en een<br />
peloton cavalerie eveneens naar Tjot Goee te zenden, teneinde zoo<br />
noodig bij den terugtocht over die troepen te beschikken.<br />
De chef van den staf begaf zich eveneens naar Biloel en kwam<br />
tot het besluit, dat het, om dien post geregeld te kunnen aflossen,<br />
noodig zou zijn, den vijand uit zijne sterke stellingen in Blang Kirai,<br />
Lamboekoeng, Ateuh-Tjoet en Maneh te verdrijven. Daarvoor zou ook<br />
geruimen tijd noodig zijn, en de uit de VI Moekims oprukkende benden<br />
zouden dan onzen terugtochtsweg ernstig kunnen bedreigen. Overste<br />
van Vliet gaf daarom last de aflossing van Biloel niet door te zetten;<br />
de oude bezetting werd door de compagnie van het 3= versterkt, en de<br />
genietroepen, die inmiddels te Biloel waren aangekomen, teruggezonden.<br />
12.45 werd aan de beide colonnecommandanten schriftelijk order<br />
gezonden, om, in verband met de algemeene reserve, die langs den<br />
grooten weg marcheerde, op Tjot Goee terug te trekken. Afdeelingsgewijze<br />
had die terugtocht plaats, zoodat de onderdeelen elkaar om<br />
beurt door vuur beschermden. De vijand volgde op den voet, tot nabij<br />
Tjot Goee. Vandaar naar Lampeneroet kon nagenoeg ongestoord<br />
gemarcheerd worden.<br />
Het doel der excursie was niet ten voile bereikt. Biloel werd
48<br />
versterkt, niet afgelost. Uit een verplegingsoogpunt was dit geen bezwaar.<br />
Te Biloel waren vivres en munitie genoeg (Zie boven).<br />
Gedeeltelijk per spoor, gedeeltelijk marcheerende, keerden de troepen<br />
naar Koeta Radja terug.<br />
Onze verliezen waren niet gering. Gesneuveld waren: 1 officier,<br />
3 Europeesche en 4 inl. minderen. Gewond: 2 officieren, 13 Eur.,<br />
1 Afrikaansche, 2 Amb. en 7 inl. minderen.<br />
Door de colonnes alleen waren 22 granaten, 73 granaatkartetsen,<br />
37960 Beaumont- en 7000 repeteerpatronen verschoten.<br />
De verliezen van den vijand bleven onbekend.<br />
De insluiting Van den tijdelijken post Lamkoenjit v/m. 29 Maart<br />
t\m. 8 April.<br />
De laatste berichten van dezen post bij de komst van den Regeeringscommissaris<br />
dateerden van 29 Maart. Sinds was de verbinding,<br />
dus ook die met Biloel, verbroken geweest. Zooals vroeger reeds<br />
gemeld werd, bestond de bezetting uit 50 man infanterie, 10 artilleristen<br />
en 1 ziekenoppasser, onder commando van den 1= luitenant der infanterie<br />
K. H. J. Creutz Lechleitner.<br />
De versterking verkeerde in vrij slechten toestand, daar de sedert<br />
lang noodige reparation niet hadden plaats gehad, met het oog op de<br />
voorgenomen oprichting van een meer permanenten post. Op enkele<br />
plaatsen naderden de kampongranden de borstwering tot op 60 a 200<br />
Meter.<br />
Binnen de versterking was een voorraad munitie, levensmiddelen en<br />
conserven opgelegd, die nu juist niet op eene langdurige afsluiting van<br />
de communicatie met Koeta Radja berekend was, althans wat sommige<br />
vivres betrof; vleesch, brood en kleine vivres werden steeds dagelijks<br />
aangevoerd. Een kleine Chineesche toko leverde versnaperingen, schrijfbehoeften<br />
enz. aan de bezetting. Het benoodigde drink- en kookwater<br />
moest dagelijks van Tjot Goee gehaald worden. Een in de nabijheid<br />
van den post aanwezige put leverde water van minder goede hoedanigheid<br />
op.<br />
Hiervoren zagen wij, hoe de bezetting den 29= n 's avonds kennis<br />
kreeg van Oemar's afval. De postcommandant nam al dadelijk zijn<br />
maatregelen. De beide vuurmonden werden met kartetsen geladen en<br />
het aantal posten vermeerderd. Toen, in den loop van den volgenden
49<br />
dag, veel gewapend volk in den omtrek van den post werd waargenomen,<br />
dreven eenige granaatkartetsen hen spoedig uiteen. Met kracht werd<br />
aan de verbetering der chicanemiddelen gewerkt en de noodige maatre-<br />
gelen tegen brandgevaar genomen.<br />
Den 31= n Maart verontrustte de vijand de bezetting een weinig; in<br />
den loop van den l en April beschoten zij de versterking echter voort-<br />
durend. Vooral hadden zij het op den lampenist gemunt. Gedurende<br />
de insluiting werden trouwens de meeste lantaarns voor de buitenver-<br />
lichting stuk geschoten, hetgeen zeer onaangenaam was, daar er geen<br />
reserve voorhanden waren.<br />
's Avonds kwamen er twee bevriende Atjehers op den post om het<br />
journaal te halen. Zij waren daartoe door den assistent-resident uitge-<br />
zonden. Een hunner ging vergezeld van een dwangarbeider met hetzelfde<br />
doel door naar Biloel en keerde tegen 3 3 /4 uur. V.M. terug.<br />
Een kwartier later begaven onze Atjehsche vrienden zich weer op<br />
weg naar Tjot Goee. Zij zouden dien post echter niet bereiken, want<br />
weldra keerde een hunner gewond terug, mededeelende, dat zijn<br />
metgezel vermoord, de brief in handen van den vijand en hij zelf<br />
ternauwernood aan den dood ontsnapt was. De aanvallers hadden<br />
hem o. a. verteld, dat zij hen ook wel bij den heenmarsch opgemerkt<br />
hadden, maar opzettelijk met hunne aanranding hadden gewacht, om<br />
eventueele brieven in handen te krijgen.<br />
2 April ging rustig voorbij. Den daaropvolgenden dag gaf de vijand,<br />
door een aanhoudend vuur, blijk van zijne aanwezigheid en 's nachts<br />
trachtte hij zelfs, door het werpen van fakkels, brand in de versterking<br />
te stichten, terwijl terzelfder tijd, uit een 100 tal geweren, een hevig<br />
vuur werd afgegeven. Door de in de alarmstelling gekomen bezetting,<br />
die aanvankelijk nog al zenuwachtig was, doch door de voorbeeldige<br />
kalmte van den postcommandant spoedig tot besef van haren plicht kwam,<br />
werd de vijand met geschut- en geweervuur verjaagd.<br />
Het van Tjot Goee gehaalde drinkwater was intusschen verbruikt, en<br />
men moest zich met het slechte water uit de put bij de versterking<br />
behelpen. De manschappen mochten dan ook alleen thee drinken. Bij<br />
gebrek aan de noodige bijspijzen was de voeding almede zeer eentonig<br />
en onsmakelijk; de wachtdienst was zwaar.<br />
Ondanks dit alles bleef, dank zij het voorbeeld van den comman<br />
dant, de goede geest bij de bezetting bewaard; zelfs wilden de zieken<br />
niet van hunne diensten worden vrijgesteld.<br />
4
__^^^__<br />
50<br />
Den 4
51<br />
aanvullen en een oorlam uitgeven; alles bleef in de alarmstelling. Er<br />
kwam echter geen vijand meer opdagen.<br />
De bezetting had een doode en twee gewonden gekregen. De Europ.<br />
fuselier Raaijmakers, No. 36875, die, in het verhoogde wachthuis op<br />
post staande, reeds in het begin van den aanval ernstig was gewond,<br />
meldde zich eerst, nadat alles afgeloopen was, om verbonden te worden.<br />
De gesneuvelde fuselier werd den volgenden morgen in het voorwerk<br />
begraven, en verder alles in het werk gesteld om de verdedigbaarheid<br />
van den post te verhoogen.<br />
De vijand had er echter blijkbaar voorloopig genoeg van; alleen trachtte<br />
hij in den nacht van 6 op 7 April nog brand te stichten, wat niet<br />
gelukte.<br />
Zooals we gezien hebben, werd de bezetting den 8= n uit hare netelige<br />
positie verlost en vervangen door een detachement infanterie onder den<br />
kapitein der infanterie Baron Collot d'Escury. Hoewel er vuurpijlen<br />
aanwezig waren, verklaarde de luitenant Creutz Lechleitner geen hulp<br />
van Koeta Radja te hebben willen vragen, omdat hij wel wist, dat men<br />
de troepen daar ook hard noodig had. Dat de artilleriemunitie nu juist<br />
niet zoo puik was, bleek uit eene opmerking van den postcommandant,<br />
dat ruim 60 wrijvingpijpjes doorsloegen, zonder de lading te ontsteken.<br />
Biloel.<br />
Zooals reeds werd opgemerkt, was op 27 Maart de kapitein P. H.<br />
v. d. Wedden als postcommandant opgetreden.<br />
Deze post verkeerde al in een even slechten toestand als Lamkoenjit.<br />
Na den 29 en Maart op de reeds omschreven wijze kennis te hebben<br />
bekomen van het overloopen van Oemar en c.s., achtte de commandant<br />
het den volgenden dag noodig met een enkel woord aan de bezetting<br />
den toestand bloot te leggen en ieder tot ernstige, nauwgezette plichts-<br />
betrachting aan te sporen. Geen middel werd onbeproefd gelaten om<br />
het verdedigingsvermogen van den post op te voeren. De voeding was,<br />
evenals te Lamkoenjit, uiterst eenvoudig en weinig smakelijk; men was<br />
toch aangewezen op de, 'voor den tocht naar Lamkrak opgelegde, vivres.<br />
De vijand vond de bezetting blijkbaar te sterk; toch werd de post<br />
druk beschoten, maar eene activiteit als voor Lamkoenjit werd hier door<br />
hem niet ontwikkeld.<br />
De geest onder de bezetting bleef uitmuntend.
52<br />
8 April, dus na tien dagen afgesloten te zijn geweest, verscheen<br />
eene colonne van Koeta Radja en werd de bezetting met 5 officieren<br />
en 136 man van het 3= Bataljon versterkt. Tot den 10 dcn bleef de<br />
kapitein v.d. Wedden nog op den 'post, toen eene nieuwe colonne<br />
van Koeta Radja de oorspronkelijke bezetting met zieken en gewonden<br />
mede nam, de twee dagen te voren aangekomen 3 e comp. 3= Bataljon<br />
achterlatend.<br />
Blijkens de berichten, die de door T. Oemar losgelaten Chineezen<br />
(zie pag. 39) medebrachten, maakte onze gewezen hoofdpanglima zich<br />
geenszins ongerust over den inval van onze troepen in de VI Moe<br />
kims; meer vreesde hij een bombardement der marine op Lepong.<br />
Naar gissing beschikte hij omstreeks 10 April over 1000 man, meestal<br />
volk uit Lampoe' Oe en Lepong. Omtrent de verschillende in aanbouw<br />
zijnde versterkingen, loopgraven enz. werden vele berichten medege-<br />
bracht, die met de reeds vroeger ontvangene overeenstemden en ze<br />
aanvulden; zoo zou ook de oude versterking te Boekit Seboen weder in<br />
orde zijn gebracht, en waren te Kroeng Raba loopgraven aan het<br />
strand aangelegd.<br />
Door Oemar was voorts bepaald, dat Lam-Goe N., Lam-Loempoer,<br />
Lam Asan, Beradin en Lampisang eventueel met achterladers zouden<br />
worden verdedigd. De komst van den Regeerings-commissaris was door<br />
hem nu juist niet met veel vreugde vernomen. Ook de bevolking begon<br />
het benauwd te krijgen, zij vreesde voor het verbranden van kampongs,<br />
vernieling van eigendommen enz. Volgens den Iman van Daroe (3<br />
moekims Daroe), die 's nachts de linie binnenkwam, ingevolge eene<br />
oproeping van den assistent-resident, waren Pa Bintang, de hoofden en<br />
de bevolking der 3 moekims Daroe, bepaald tegen Oemar. In de IX<br />
moekims, waren alleen de kampongs Lam Tehen en Koeta-Karang,<br />
medegesleept door hoofden als Nja Gedong en Nja Gih, bepaald<br />
vijandig; de rest van de bevolking vocht slechts mede, wanneer zij door<br />
overmacht gedwongen werd.<br />
Verkenning naar Biloel.<br />
Den 10= n April rukte van Koeta Radja eene colonne uit, met opdracht<br />
eene verkenning naar Lamkoenjit en Biloel te maken en tot het afhalen<br />
van de oude bezetting van Biloel met de daar aanwezige zieken en<br />
gewonden, alsmede van een deel der bezetting van Lamkoenjit.<br />
De samenstelling der colonne is hieronder aangegeven.<br />
Commandant: luitenant-kolonel H. Bendien.
tevens<br />
53<br />
commandant van het 9= Bataljon infanterie, ter sterkte van: 18 officieren,<br />
310 Europeesche en 278 inlandsche minderen.<br />
3 brigades marechaussee, commandant 1 c luitenant H. M. Vis, sterkte:<br />
1 officier en 54 Eur. Amb. en inl. minderen.<br />
Een detachement cavalerie, commandant 1= luitenant J. W. F. Herf kens,<br />
sterkte: 1 officier, 30 Eur. minderen en 31 paarden.<br />
2 sectien bergartillerie, commandant: kapitein A. Bangert, sterk: 3<br />
officieren, 33 Eur. en 26 inl. minderen, 8 paarden, 24 trek- en draagdieren.<br />
Een detachement genietroepen, commandant 1= luitenant A. S. Ruzette,<br />
sterkte: 1 officier, 1 1 Eur. en 39 inl. minderen.<br />
Twee ambulances, waarbij de officieren van gezondheid 2 e klasse<br />
F. E. Coster en L. A. Demmers, met het noodige personeel en materieel.<br />
Trein: 8 mandoers en 200 koelies.<br />
De troepen te voet kwamen te 6 uur te Lampeneroet aan. De<br />
cavalerie was daar reeds; te 6 uur 45 V.M. volgde ook de artillerie.<br />
7 uur V.M. werd in de richting van Tjot Goee afgemarcheerd met<br />
de cavalerie (behalve 12 ruiters, die als ordonnansen bij de colonne<br />
waren ingedeeld) vooruit. De 4 e compagnie 9= Bataljon (kapitein v. d.<br />
Meer Mohr) vormde met eene brigade marechausee de voorhoede.<br />
Achter de dekking marcheerden, aan het hoofd der hoofdcolonne, de<br />
beide sectien artillerie en bij de voorste compagnie der hoofdcolonne<br />
de twee overige brigades marechaussee. Voor de achterste compagnie,<br />
die een sectie als achterhoede afzonderde, de genietroepen, de ambu<br />
lance en de trein. Nabij het hoogtepunt 20,2, 700 M. N. van<br />
Tjot Goee, sloeg de compagnie van der Meer Mohr met de brigade<br />
het voetpad naar Lam Tehen in, met opdracht de marechaussee Lam<br />
Tehen West in te zenden en na afloop der verkenning, met die brigade<br />
als rechterflankdekking, door de kampongs ten W. van den grooten weg<br />
naar Lamkoenjit te marcheeren. De officier van gezondheid Coster met<br />
ambulancepersoneel, zoomede 4 bereden ordonnansen, werden aan deze<br />
colonne toegevoegd.<br />
De hoofdtroep ging door naar Tjot Goee. Daar kreeg de 2 e com<br />
pagnie (kapitein Koedijk) een gelijke opdracht, wat de kampongs ten<br />
O. van den weg betrof. Aan haar werden de officier van gezondheid<br />
2= kl. Demmers met personeel en de noodige bereden ordonnansen<br />
toegewezen.
54<br />
De cavalerie ging inmiddels vooruit ter verkenning van Tjot Tjigari,<br />
Lam Lilip, Lehe, Nesoeh en Toebaloe, om verder ook den dwarsweg<br />
naar Lamkoenjit en de noordelijke randen van Toeram en Maneh waar<br />
te nemen.<br />
Eene compagnie van den hoofdtroep rukte later langs den nieuwen<br />
weg naar Dinoeng ter versterking van de compagnie van der Meer Mohr<br />
op en kreeg daarmede te 8 uur 5 v.m., ter hoogte van Masdjid Oleh-<br />
Soesoe, verband. ,<br />
De sectie Zon van de bergatillerie nam stelling op den Z.O. uitloo-<br />
per van den Tjot iGoee.<br />
De cavalerie zond te 8 uur 15' bericht, dat de door haar verkende<br />
kampongranden niet bezet waren, waarop de overgebleven compagnie<br />
met de genietroepen en de beide sectien artillerie langs den grooten<br />
weg oprukten naar den Z.W. hoek van kampong Nesoeh, waar zij te<br />
8 uur 35' V.M. aankwamen. Eene sectie artillerie, comd'. 1= luitenant<br />
Deibert, werd op de sawah ten Z.W. van Toebaloe opgesteld, dicht<br />
bij de Kroeng Reloh, vanwaar de beide kampongs Ateuh onder vuur<br />
waren te nemen, terwijl de sectie Zon op den dwarsweg van Lamkoenjit,<br />
-|- 25 M. van den grooten weg af, in stelling kwam. Ongeveer 8<br />
uur 5' kreeg de compagnie van der Meer Mohr voor het eerst vuur<br />
uit de met hooge biezen begroeide oevers van de Kroeng Lemoh. Met<br />
de ter hulp gezonden compagnie doormarcheerend, werd zij in den<br />
Westrand van Lege uit Dinoeng beschoten; dat vuur was beter gericht,<br />
althans een inl. korporaal sneuvelde hier, en de officier van gezondheid<br />
Coster en eenige minderen werden gewond. Na verbonden te zijn,<br />
bleef de dokter zijn dienst doen. De vijandelijke schutters werden uit<br />
Dinoeng verdreven en te 9 uur V.M. Lamkoenjit bereikt.<br />
De compagnie Koedijk ondervond in het geheel geen tegenstand en<br />
was te 8 uur 53' in den Zuidrand van Nesoeh, waar twee brigades<br />
marechaussee stelling namen, terwijl de compagnie last kreeg naar Toe<br />
baloe door te gaan en die kampong te bezetten.<br />
De genietroepen herstelden inmiddels de defecte bruggen in den weg,<br />
en te 8 uur 45' kon men door eene cavaleriepatrouille aan de oude<br />
bezetting te Biloel order zenden zich voor den afmarsch gereed te hou<br />
den. Deze patrouille werd onderweg niet beschoten, en te 9 uur begaf<br />
zich de kolonel Stemfoort, die met den chef van den staf de colonne<br />
vergezelde, met eene sectie infanterie en een officier van gezondheid<br />
naar Biloel, om daar poolshoogte te nemen.
55<br />
9 uur 45' v.m. marcheerde de oude bezetting met zieken en gewon<br />
den af. Slechts enkele schoten vielen uit Ateuh.<br />
Toen deze troep op den grooten weg nabij Nesoeh gekomen was,<br />
kreeg de sectie Deibert al dadelijk last op te leggen en mede terug te<br />
marcheeren, terwijl de compagnieen van der Meer Mohr en Koedijk<br />
weer door de kampongs naar Tjot Goee zouden terugkeeren. De<br />
sectie Zon bleef voorloopig in stelling. De compagnie Koedijk ontving<br />
ook op den terugweg slechts een paar schoten uit het blokhuis Blang<br />
Kirai en was te 10 uur 35' te Tjot Goee.<br />
De colonne van der Meer Mohr, met een deel der bezetting van<br />
Lamkoenjit, was bij dien post in stelling liggende, reeds van drie zijden<br />
beschoten. Ook gedurende den terugtocht volgde de vijand, die nog<br />
kans zag om uit den O. rand van Lege den troep op den grooten<br />
weg een paar gewonden te bezorgen. De sectie Zon kwam inmiddels<br />
ook achteruit en in stelling naast de andere sectie op den Z. O.<br />
uitlooper van den Tjot Goee. Beide sectien namen nu den vijand in<br />
Lege en Lampene-eng onder handen, die daardoor en door salvo's der<br />
terugtrekkende troepen verdreven werd. 10 uur 45' waren zoowel de<br />
compagnie van der Meer Mohr als de middencolonne te Tjot Goee.<br />
Eerstgenoemde kreeg, dicht bij dien post, nog eenige schoten uit een<br />
suikerriettuin O. van Koeta-Karang, doch daarmede was het ook uit.<br />
De tegenstand was vermoedelijk dezen dag zoo gering, omdat men een<br />
zoo spoedige terugkomst onzer troepen in deze streek niet verwacht<br />
had. Niet meer dan een 25 man bestookte aanvankelijk de compagnie<br />
van der Meer Mohr, later stroomde natuurlijk meer volk toe.<br />
De infanterie, genie enz. keerden per trein naar den kraton terug,<br />
waar die troepen te 12 uur 15 aankwamen.<br />
De bereden wapens kwamen te 1 uur binnen.<br />
Behalve den reeds genoemden gesneuvelde korporaal Sarijo, No. 22228,<br />
en den gewonden officier van gezondheid 2= klasse P. E. Coster<br />
hadden wij de volgende verliezen.<br />
Gewond: 1 Eur. korporaal, 6 Eur. en 2 inl. fuseliers; alsmede<br />
1 Eur. kanonnier.—<br />
Van verschillende posten als Lambaroe, Lamsoet, Kroeng Gloempang,<br />
Ana' Galong, Senelop en Tjot Rang werden in deze dagen weer<br />
journalen ontvangen; bijna alle behelsden mededeelingen over dagelijksche<br />
beschietingen.<br />
1
56<br />
In Kroeng Gloempang werd daardoor een inl. fuselier verwond.<br />
Lampermei werd 10 April uit O. richting vrij hevig bestookt.<br />
De postcommandant te Ana* Galong had eene, voor dien tijd bijzondere,<br />
opvatting van de verdediging van den hem toevertrouwden post. Dagelijks<br />
maakte hij, op onverwachte tijdstippen, kleine patrouilles. Zoo ging<br />
hij er den 7= n April op uit om het blokhuis Bak Tjerlak te verbranden;<br />
den 9 en maakten 2 officieren en 50 man een uitstapje door de kampongs<br />
Ana* Galong naar Blang Tjoet, den 10=" 3 officieren en 60 man naar<br />
kampong Mata Air. Na terugkeer van deze patrouille werd de versterking<br />
aanhoudend beschoten uit loopgraven Jl 100 M. van de Z. face<br />
gelegen.<br />
De postcommandant besloot daar een eind aan te maken en trok er<br />
met 22 bajonetten te 5 uur N.M. heen. Met den Eur. sergt. Spei^<br />
No. 40632, sprong de kapitein Bodemeijer het eerst in de loopgraaf.<br />
Na een kort handgemeen vluchtte de vijand met achterlating van 4<br />
dooden en een Beaumontgeweer, aan onze zijde werden 4 Eur. fuseliers<br />
gewond, van wie de Eur. fuselier Bonthuis, No. 27550, 's nachts<br />
overleed. De vijand waagde zich intusschen niet meer in de onmiddellijke<br />
nabijheid der versterking.<br />
Tegen Senelop opende hij den 5= n April omstreeks middernacht een<br />
hevig geschut- en geweervuur, dat de bezetting evenwel geene verliezen<br />
toebracht. Na dien post een paar dagen met rust te hebben gelaten,<br />
herhaalde de vijand van 8 tot 10 April met tusschenpoozen hetzelfde<br />
spelletje. Evenals te Ana* Galong kwamen hier gevallen van beri 2<br />
en koorts voor, de geest onder de troepen bleef echter overal goed.
Opheffing van de buitenlinie.<br />
De Regeerings-commissaris maakte het doel zijner komst aan de<br />
Groot-Atjehsche hoofden en bevolking bekend door verspreiding eener<br />
proclamatie. Zie bijlage /V.) "ftjl<br />
12 April gelastte Zijne Excellentie de ontruiming van de posten<br />
Biloel en Lam Koenjit.<br />
De verontrustingen van die beide posten, reeds v66r den afval van<br />
Toekoe Oemar, het sedert dien afval insluiten van Lam Koenjit, alsmede<br />
de tegenstand door onze troepen op 8 en 10 April bij het ontzetten<br />
der posten en de daaraan verbonden verkenningen ondervonden, brach-<br />
ten volgens Zijne Excellentie helder aan het licht, dat het doel, waar-<br />
voor zij indertijd waren opgericht, te weten:<br />
1= beveiliging der IX en VI moekims tegen invalllen van kwaadwil<br />
ligen uit de 4 Lam Krak-moekims,<br />
2= de kwaadwilligen te beletten zich te nestelen in de langs den<br />
ouden weg van Biloel naar Boekit Daroe gelegen kampongs, zoomede<br />
in de kampongs Lam Tehen en Lam Koenjit,<br />
onder de huidige omstandigheden, alle reden van bestaan verloren<br />
had. De IX moekims toch waren bij de laatste actien ons gezag al<br />
even ongustig gezind gebleken, als de met Toekoe Oemar afgevallen<br />
VI moekims.<br />
Daarom rukte op 12 April eene troepenmacht uit, samengesteld, als<br />
hieronder is aangegeven.<br />
Commandant: Kolonel J. W. Stemfoort.<br />
Chef van den Staf: Luit-Kolonel C. P. J. van Vliet.<br />
Adjudanten: Kap'.-Adj. J. C. Smits.<br />
1= Luit.-Adj. F. J. Kroesen.<br />
3= Bataljon Inf., Commandant: Majoor K. W. Steinmetz,<br />
sterk: 12 officieren, 298 Eur. en 89 Amb. minderen.<br />
9 e Bataljon Inf., Commandant: Luit.-Kolonel H. Bendien,<br />
sterk: 14 officieren, 218 Eur. en 118 inl. minderen.<br />
14e Bataljon Inf., Commandant: Majoor G. P. M. v. d. Noordaa,<br />
sterk: 10 officieren, 165 Eur. en 250 inl. minderen.
— «——<br />
58<br />
I brigade marechaussee, sterk: 20 man.<br />
Cavalerie: Commandant: Ritm. Jhr. L. D. C. de Lannoij.<br />
2 pelotons, sterk: 3 officieren en 52 Eur. minderen.<br />
4 e Bergbatterij, Commandant: Kapitein A. Bangert,<br />
sterk: 4 officieren, 47 Eur. en 31 inl. mind., 3 officiersrijpaar-<br />
den en 38 troepenpaarden, en draagdieren.<br />
1= Bergbatterij, Commandant: Kapitein G. J. E. Nauta,<br />
sterk: 4 officieren, 33 Eur. en 16 inl. minderen, 3 officiersrij-<br />
paarden en 45 troepenpaarden, trek- en draagdieren.<br />
Genietroepen: 1 e detach. Commandant: 1= Luit. A. S. Ruzette,<br />
sterk: 1 officier, 14 Eur. en 11 inl. minderen;<br />
2= detach. Commandant: 1= Luit. N. Plantenga,<br />
sterk: 1 officier, 15 Eur. en 20 inl. minderen.<br />
Geneeskundige dienst: 2 ambulances, t. w. een, onder den officier van<br />
gezondheid 2= kl. O. Lorey, sterk: 18 man hospitaalpersoneel<br />
(b/h. 3= Bat. Inf'=.); de ander, onder den officier van gezond<br />
heid E. Razoux Kiihr, sterk: 17 man hospitaalpersoneel (b/h.<br />
14= Bat. Inf'=.) met het noodige materieel.<br />
Gevormd werden drie colonnes.<br />
De rechter — of eerste colonne, bestaande uit het 14= Bataljon, 1<br />
compagnie van het 9= Bataljon, 1 sectie bergartillerie (luit. Deibert), 1<br />
brigade marechaussee, ambulance enz. kreeg wederom het terrein ten<br />
W. van den grooten weg Tjot Goee — Biloel voor haar rekening; de<br />
linker — of tweede colonne, bestaande uit het 3= Bataljon, dat ten O.<br />
van dien weg; en de reserve of midden-colonne, gevormd door 3<br />
compagnieen van het 9= Bataljon, 2 sectien artillerie, genietroepen,<br />
transportmiddelen, was bestemd om de ontruiming onmiddellijk tebeveiligen.<br />
De cavalerie, die dezen dag sterker uitrukte dan gewoonlijk, kwam<br />
ook meer tot haar recht.<br />
Nog voor de rechtercolonne, die te 6 uur 35' haar marsch begon,<br />
werd zij als zelfstandige cavalerie naar Tjot Goee gezonden. Daar<br />
wachtte zij de infanterie in, om vervolgens in draf den weg naar Biloel<br />
met omgeving te verkennen. Om 8 uur 5' ontving de bevelhebber<br />
reeds bericht, dat de naar den weg toegekeerde randen van den kam<br />
pongs onbezet, en alle bruggen intact bevonden waren.<br />
De l e luitenant Herfkens had met 6 cavalerie Biloel, de 1 e luitenant<br />
van Haaff met 4 ruiters Lam Koenjit bereikt en den last tot ontruiming<br />
overgebracht, zonder vuur te krijgen.
59<br />
Verkenningspatrouilles waren ook hier en daar zijwaarts in de kam<br />
pongs gezonden en hadden zich ten slotte in den Z. O. en O. rand<br />
van Nesoeh, op een heuvel ten N. van kampong Toeram en in den<br />
rand van Lam Koenjit ter waarneming van het voorgelegen terrein op-<br />
gesteld. Zij bleven daar tot de middencolonne bij Nesoeh gekomen<br />
was, werden toen verzameld en als reserve nabij kampong Behe ge-<br />
plaats A., met uitzondering van de patrouille in den O. rand van Nesoeh,<br />
die op haar plaats bleef, om de artillerie omtrent de bewegingen van<br />
de linkercolonne in te lichten.<br />
Nabij de hoogtepunten 20,2 en 19,2 werden door de rechter-en linker<br />
colonne successievelijk de bekende voetpaden ingeslagen. Het terrein<br />
was nog even drassig als op de vorige dagen.<br />
Daar de opdracht der colonnes uitsluitend was de ontruiming te dek-<br />
ken, namen de onderafdeelingen bij de rechtercolonne de navolgende<br />
stellingen in:<br />
1= eene compagnie van het 14 e Bataljon met een sectie artillerie in<br />
Lam Tehen-West;<br />
2= eene compagnie van het 9= Bataljon tn de W. randen van Lam<br />
Tehen-Oost, Koeta Karang en Oleh Soesoeh;<br />
3= eene compagnie van het 14= Bataljon in de W. randen van Oleh<br />
Soesoeh, Lam Pene-eng en Lege;<br />
4= eene compagnie van het 14 e Bataljon, in aansluiting met de overi-<br />
ge, in den W. rand van Lam Batoe.<br />
Bij de linker colonne:<br />
1= 1 '/2 compagnie van het 3= Bataljon in den O. en Z. O. rand<br />
van Nesoeh.<br />
2= 1 compagnie in- den Z. O. rand van Tji Boei ;<br />
3= '/2 compagnie in den O. rand van Lam Siti.<br />
Deze colonne kreeg ter hoogte van Tjot Tjigari vuur uit de op 600<br />
a 700 M. afstands in de sawah gelegen kreupelboschjes.<br />
De middencolonne was te 7 uur 15' v. m. afgemarcheerd en plaatste:<br />
1 e 1 peloton infanterie ten N. van Tjot Goee bij het hoogtecijfer 1 9,2;<br />
2= 1 sectie infanterie in den suikerriettuin ten W. van Tjot Goee;<br />
3= 1 sectie artillerie (Commandant: luitenant Zon) op den Z.O.<br />
heuvel bij het cijfer 25;<br />
4= 3 sectien infanterie in den Z. O. en Z. W. rand van Nesoeh;<br />
5= 1 sectie artillerie (luitenant Steenkamp), met 1 sectie infanterie<br />
als dekking, bij een heuveltje -^ 25 M. ten Z. van Nesoeh;
60<br />
6= 1 peloton infanterie achter eene hoogte, halverwege Nesoeh en<br />
Toeram.<br />
Ten slotte dekte eene sectie infanterie de transportmiddelen bij hun-<br />
nen opmarsch naar Lam Koenjit, en een peloton infanterie dien naar Biloel.<br />
Al deze positien bleven behouden tot de beide posten ontruimd waren.<br />
De vijand liet wel van zich hooren, doch bezorgde ons aanvankelijk<br />
geene verliezen; 10 uur v.m. was er nog geen enkele gewonde.<br />
De compagnie in Lam Tehen-West kreeg te 8 uur 45' het eerste<br />
vuur, natuurlijk uit de Loeeng-Lemo.<br />
De bij de rechtercolonne sub. 3 vermelde compagnie stuitte bij haar<br />
opmarsch op een zwak bezette loopgraaf; een paar salvo's waren vol-<br />
doende om den daar genestelden vijand te verjagen. Evenals de beide<br />
andere compagnieen behoefde deze overigens gedurende den tijd, dat<br />
zij in stelling lag, slechts nu en dan een salvo op zich vertoonende<br />
vijanden af te geven.<br />
De sub 4 vermelde compagnie stuitte in kampong Lam Batoe even<br />
eens op een door den vijand bezette loopgraaf. De 2= luitenant Dudok<br />
van Heel ging onmiddellijk tot den stormaanval daarop over; de<br />
Atjehers zochten in een nabij gelegen nipahbosch een goed heenkomen.<br />
9 uur 15' was deze uiterste compagnie in hare stelling.<br />
Het vuuur, dat de linkercolonne bij Tjot Tjigari bekwam, werd door<br />
de 1= compagnie (repeteergeweren) dadelijk beantwoord. De beide<br />
andere compagnieen marcheerden inmiddels door en bezetten de reeds<br />
aangegeven stellingen. Ook de 1= compagnie kwam later in de gevechts-<br />
linie (9 uur 15' v. m.), terwijl een peloton van de derde compagnie<br />
in den O. rand van Lam Siti, tegenover eventueel uit het Lam Krak-<br />
sche opkomend volk, stelling koos (9 uur 45' v.m.).<br />
Te voren had de cavalerie daar reeds waargenomen.<br />
De vijand had zich weer in Blang Kirai en Lam Boekoeng genesteld.<br />
Hoewel zijn vuur voortdurend beantwoord werd, bleef het den ganschen<br />
morgen aanhouden.<br />
De 1= bergbatterij had te Lam Peneroet al haar materieel achtergela<br />
ten; paarden en muildieren waren in twee afdeelingen verdeeld, de<br />
eerste om geschut en munitie van Lam Koenjit, de tweede om dat van<br />
Biloel af te halen. Beide marcheerden bij de reserve. Toen deze<br />
laatste nabij den driesprong gekomen was, werd van de cavalerie bericht<br />
ontvangen, dat enkele vijandelijke schutters zich in den N. W. rand<br />
van Toeram hadden genesteld. Boven zagen wij reeds, dat een peloton
61<br />
tegenover dien rand in stelling kwam en bovendien 3 sectien van de<br />
reserve in de Z. O. en Z. W. randen van Nesoeh. Ook de sectie<br />
Steenkamp hielp mede den weg verder te beveiligen. 8 uur 30' marcheerden<br />
de transportmiddelen voor Biloel en Lam Koenjit af.<br />
Voor elken post was een luitenant-kwartiermeester met het toezicht<br />
op het laden enz. belast.<br />
Half tien verlieten de artillerie met de vuurmonden van 7 c.M. A.<br />
Veld en de dwangarbeiders met vivres, munitie enz. Lam Koenjit. Het<br />
materieel werd bij den driesprong op de karren geladen. De bezetting<br />
van den post kreeg order om voorloopig daar te blijven. De bespanningen<br />
met de vuurmonden gingen dadelijk door naar Tjot Goee, waar<br />
deze stukken, in de plaats van die van 8 c.M. Brons, in batterij zouden<br />
komen.<br />
De commandant der reserve kreeg order om, zoodra het transport-<br />
Biloel den driesprong voorbij was, Toebaloe door infanterie en artillerie<br />
sterk onder vuur te doen nemen, vermits daar tal van vijanden schenen<br />
te zitten. Ook den postcommandant van Tjot Goee werd gelast om<br />
de 7 c.M. A. Veld gereed te houden om op het eerste bericht Maneh<br />
en Toeram te beschieten. Het transport van Lam Koenjit kon te<br />
10 uur 30' v.m. afmarcheeren; dat van Biloel ging te 11 uur 5'voorbij<br />
den driesprong bij Behe. Zooals verwacht was, had het onderweg<br />
veel vuur uit Toebaloe gekregen, niettegenstaande onze troepen die<br />
kampong flink onder schot hidden. Verliezen bezorgde dat vuur ons<br />
intusschen niet.<br />
11 uur 10' werd naar Biloel en II uur 12' naar Lam Koenjit bevel<br />
gezonden de vlag te strijken, den post in brand te steken (waartoe de<br />
genietroepen medewerkten) en op de overige troepen terug te trekken.<br />
Een kwartier later zag men uit beide posten de vlammen opstijgen.<br />
De commandant der rechtercolonne had intusschen order ontvangen,<br />
om, zoodra Lam Koenjit brandde, langzaam door de kampongs terug<br />
te gaan, daarbij de sectie artillerie in Lam Tehen, zoolang mogelijk,<br />
in batterij latende.<br />
Men wenschte de middencolonne voor de beide andere te doen<br />
teruggaan, om te voorkomen, dat zij op hare flanken zou worden bestookt.<br />
De commandant der linkercolonne ontving daarom eerst te 1 1 uur 35'<br />
last, om de beweging te volgen.<br />
Langer dan verwacht was, bleef de bezetting van Biloel uit; eerst<br />
te II uur 50' v.m. trok zij den driesprong voorbij; daarom kreeg de
62<br />
bezetting van Lam Koenjit pas te 1 1 uur 45' vergunning terug te gaan.<br />
De achterhoede werd dus gevormd door de compagnie van Biloel;<br />
de vijand achtervolgde haar met zijn vuur tot nabij Tjot Goee. Sectiesgewijze<br />
trok deze compagnie daarom terug; nabij Nesoeh kreeg de<br />
achterste sectie nog eenige gewonden.<br />
Op de linkercolonne werden omstreeks 12 uur 15' n.m. de laatste<br />
schoten uit Lam Lilip en Tji Boei gelost. Te 12 uur 45' was deze<br />
colonne weer bij het hoogtecijfer 19,2.<br />
De laatste afdeelingen der rechtercolonne kwamen omstreeks I uur<br />
bij het hoogtecijfer 20,2 aan.<br />
Naarmate de troepen op den grooten weg verschenen, werden zij<br />
naar Lam Peneroet gezonden en, voor zoover ze niet bereden waren,<br />
van daar per extratrein naar Koeta Radja vervoerd.<br />
De verliezen bedroegen op dezen dag 10 man aan gewonden<br />
In den toestand der andere posten was weinig verandering te bespeuren.<br />
Senelop werd den 12= n April vrij hevig uit Lam Bada beschoten.<br />
Dien dag zond T. Oemar zijn tweeden brief aan het bestuur, waarin<br />
hij niet alleen met zijn eischen, maar tevens met een heel programma<br />
van actie, dat hij voor zichzelf opgemaakt had, voor den dag kwam.<br />
Van onze zijde werd den 14= n d. a. v. Toekoe Gih van Daroe naar<br />
de VI Moekims gezonden, om de proclamatie van den Regeerings-<br />
commissaris daar te verspreiden.<br />
Den dag te voren was het verhoogde schilderhuis aan de lagune<br />
van onzen post te Lam Tih uit Senangri beschoten. Dat waren de<br />
eerste bepaalde vijandelijkheden, die daar plaats vonden.<br />
Volgens ingewonnen berichten liet onze Panglima Prang besar zich tegen<br />
over zijne omgeving uit in een geest, alsof hij ons volstrekt niet vijandig<br />
was; daartegenover stond de tijding, dat de meeste tegenover onze troepen<br />
gewond geraakte Atjehers naar Lam Pisang werden gebracht, om daar ver-<br />
pleegd te worden; zelfs werd het praatje rondgestrooid, dat hij (Oemar)<br />
/ 2000 voor medicijnen enz. beschikbaar had gesteld. Andere spionnen<br />
brachten de tijding, dat het thans Oemar was, die samenwerking met<br />
Panglima Polim zocht. Deze zou, als voorwaarde tot samenwerking, den<br />
eisch gesteld hebben, dat elke schade aan materieel en menschenlevens<br />
door Oemar, tijdens hij den „kafir" diende, aan de bevolking der XXII<br />
Moekims toegebracht, zou worden vergoed. Eendracht schijnt in ieder<br />
geval bij onze Atjehsche vijanden nog ver te zoeken te zijn geweest.
63<br />
Onze post Kroeng Gloempang werd den 13 cn ook nogal onder vuur<br />
genomen. Een Eur. sergeant raakte daarbij gewond; 's avonds trachtten de<br />
moslemin bovendien die versterking middels vuurpijlen in brand te steken.<br />
De Regeerings-commissaris scheen het met zichzelf nog niet geheel<br />
eens te zijn, welke gedragslijn ten opzichte van de overige buitenposten<br />
gevolgd moest worden. Alvorens eene beslissing te nemen omtrent het<br />
al of niet behouden daarvan, wenschte Zijne Excellentie een proef te<br />
nemen met het doen approviandeeren van Tjot Rang, om dan tevens<br />
de bezetting van dien post te doen vervangen. Deze gelegenheid zou<br />
mede worden benut om Lam Goet, de verblijfplaats van het bendehoofd<br />
Toekoe Hoesin Lehong Bata, te tuchtigen.<br />
Tot dit doel rukten op den 14=" April twee colonnes uit, tot<br />
eene gezamenlijke sterkte van drie bataljons infanterie, acht brigades<br />
marechaussee, twee bergbatterijen en hulpwapens en- diensten. De<br />
samenstelling dier colonnes was als volgt:<br />
Algemeene Staf:<br />
Bevelhebber: Kolonel J. W. Stemfoort.<br />
Adjudant van den bevelhebber: 1= Luit.-Adj 1 . F. Kilian.<br />
4 bereden ordonnansen.<br />
l e Colonne:<br />
Commandant: Luit.-Kolonel der Inf. E. W. Bischoff van Heemskerk.<br />
Toegevoegd aan den colonnecomd'.: Kap'. b/d. Gen. Staf<br />
H. C. Kronouer.<br />
Adjudanten: 1= Luit. der Inf. E. A. van Kappen,<br />
4 bereden ordonnansen.<br />
1= Luit. der Art. F. H. de Bruine.<br />
6= Bataljon Inf'=. (Comd 1 .: Majoor D. A. Okhuyzen),<br />
sterk: 17 officieren en 342 minderen en 4 bereden ordon<br />
nansen.<br />
12 e Bataljon Inf ie . (Comd.: Majoor G. F. Soeters),<br />
sterk; 16 officieren en 457 minderen en 4 bereden ordon<br />
nansen.<br />
Marechaussee. (Comd 1 .: I e Luit. H. M. Vis),<br />
sterk: I officier en 72 minderen.<br />
4= Bergbatterij (Comd*.: Kapitein A. Bangert),<br />
sterk: 4 officieren en 48 minderen, 5 rijpaarden, 36 draag- en<br />
trekdieren, 6 vuurmonden.<br />
I
64<br />
R. H. 4 e escadron Cav. (Comd 1 .: Ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoy),<br />
sterk: 3 officieren en 57 minderen.<br />
Genietroepen (Comd'.: 1 e Luitenant A. S. Ruzette),<br />
sterk: I officier en 30 minderen.<br />
Geneeskundige dienst: 2 ambulances, resp: onder de Officieren van<br />
Gezondheid 2 e kl. E. Razoux-Kiihr en J. L. W. F. van Leent;<br />
resp. sterkte 14 en 17 minderen.<br />
2= Colonne:<br />
Commandant: Luit.-Kolonel der Inf. H. Bendien (tevens comd'. van<br />
het 9= Bataljon).<br />
Adjudanten: l e Luit. Adj'. F. J. Kroesen,<br />
1= „ „ J. J. Romswinckel.<br />
9 bereden ordonnansen.<br />
9= Bat. Inf'=., sterk: 18 officieren, 294 Eur. en 261 inl. minderen.<br />
1 = Bergbatterij (Comd 1 .: Kap. G. J. E. Nauta),<br />
sterk: 4 officieren en 86 minderen, 6 rijpaarden, 36 trek en<br />
draagdieren, 6 vuurmonden.<br />
Genietroepen (Comd'.: 1= Luit. Plantenga),<br />
sterk: 1 officier en 50 minderen.<br />
Geneeskundige dienst: een ambulance, onder den Officier van Gezondh.<br />
I e kl. L. J. Juda, sterk 18 minderen.<br />
De opdracht der l c colonne luidde:<br />
Om 7 uur v.m. afmarcheeren van Roempit over Lam Batoe naar<br />
Lam Goet; laatstgenoemde kampong tuchtigen en daarna Z. waarts<br />
marcheeren naar den weg Tjot Iri — Tjot Rang, om vervolgens, door<br />
eene beweging W. waarts, in vereeniging met de 2= colonne den weg<br />
Tjot Iri — Tjot Rang met omliggend terrein vrij te maken en te houden,<br />
teneinde de fourageering en aflossing van Tjot Rang ongehinderd te<br />
doen plaats hebben.<br />
Voor verdere handelingen zouden nadere orders worden gegeven.<br />
De opdracht voor de 2 colonne luidde:<br />
Om 7 uur v.m. van Tjot Iri in de richting Tjot Rang oprukken,<br />
den vijand in zijne stellingen Baba Djoeroeng —Oleh Tjoet —Tjap<br />
Tanah door een slepend vuurgevecht bezig houden tot nadere orders<br />
worden ontvangen, of totdat bespeurd wordt, dat de omtrekkende<br />
beweging der 1= colonne begint te werken; daarna in de richting Tjot<br />
Rang oprukken, in vereeniging met de l e colonne den weg en het
65<br />
omliggend terrein vrijmakend en vrijhoudend teneinde de fourageering<br />
en aflossing van Tjot Rang te dekken.<br />
Met extratreinen werden de troepen te voet van Koeta Radja vervoerd,<br />
die van de l e colonne naar Roempit, die van de 2 e colonne naar<br />
Tjot Iri.<br />
7 uur 18' v.m. rukte de colonne van Roempit in de bevolen richting<br />
op. De cavalerie ging zelfstandig vooruit, zoo snel mogelijk door<br />
marechaussee en genietroepen gevolgd; daarna kwam het 6= Bataljon<br />
met eene sectie artillerie (luit. Steenkamp) en vervolgens het 12 e Bataljon<br />
met de twee andere sectien. Elke compagnie had tandoes en reservemunitie<br />
bij zich.<br />
Weldra bleek het, dat de vijand de dekplanten van alle bruggen<br />
weggenomen en door een of twee boomstammen vervangen had. Het<br />
zijterrein, bij de spoorbaan begaanbaar, werd naar het Oosten toe<br />
steeds drassiger en was voor Lam Baloi zelfs geheel onbegaanbaar.<br />
De kampongs daarin iagen op terreinverhoogingen en waren dus<br />
moeilijk te naderen.<br />
De cavalerie kwam intusschen, zij het dan ook met moeite, nog<br />
vooruit; ook de infanterie kon doormarcheeren, de artillerie diende<br />
echter te wachten tot de coupures in den weg begaanbaar gemaakt, of<br />
de bruggen hersteld waren. De medegevoerde planken waren evenwel<br />
niet voldoende, daarom werd order gegeven aan een deel der genietroepen,<br />
om, zoodra alle troepen voorbij waren, telkens de planken weer<br />
op te nemen en naar voren te dragen.<br />
Er werd dus veel oponthoud ondervonden; dat bemerkte de vijand<br />
ook. Uit de randen der kampongs Lam Baloi en Raboee, aanvankelijk<br />
onbezet, namen weldra eenige vijanden de troepen onder vuur. De<br />
cavalerie maakte daarom het front der marechaussee vrij, die te 8 uur<br />
1 5' de eerste schoten losten.<br />
De commandant van het 12= Bataljon had order gekregen om met<br />
2 compagnieen en 1 sectie artillerie het voetpad, dat op 1300 M.<br />
Oostelijk en evenwijdig aan de spoorbaan in Z. richting gaat, in te<br />
slaan en stelling te nemen tegenover de kampongs Tjap Tanah en<br />
Baba Djoeroeng, die volgens berichten zwaar bezet waren.<br />
Het doel was de 2= colonne, die den aanval op deze kampongs<br />
moest doen, daarin te steunen.<br />
Om tijdverlies te voorkomen, gingen deze compagnieen 600 M. O.<br />
van Roempit het terrein, dat daar vrij goed begaanbaar was, in — zij<br />
5
66<br />
vermeden daardoor een brug — en marcheerden rechtstreeks naar de<br />
aangewezen stelling. De beide andere compagnieen van dat bataljon,<br />
onder den kapitein Steup, en eene sectie artillerie bleven de hoofdcolonne<br />
volgen.<br />
Daar een vuurgevecht tegenover de kampongranden weinig resultaat<br />
opleverde, zond de colonnecommandant aan den majoor Okhuyzen bevel,<br />
om zoo snel mogelijk voorwaarts te rukken. 8 uur 55' hadden marechaussee<br />
en de 3= compagnie van het 6 e Bataljon het bedekte, doch<br />
droge, terrein van Raboee bereikt. Ook de cavalerie kon nu weer<br />
vooruit. Om den in den Z. rand van Lagan genestelden vijand in<br />
bedwang te houden, nam de 1= comp ie . 6= Bataljon stelling in den<br />
N rand van het bedekte terrein bij Raboee. De 4= compagnie van<br />
dat bataljon dekte artillerie, genie en ambulance.<br />
Zooals reeds gezegd, kon de cavalerie hare verkenning voortzetten;<br />
marechaussee en de overige compagnieen volgden zoo snel mogelijk,<br />
behalve de beide compagnieen van het 12=, die, gebonden aan de<br />
daarbij ingedeelde sectie artillerie — welke veel moeite had om eene<br />
coupure te passeeren — weldra achterbleven, Overste Bischoff zond<br />
daarom den commandant dezer compagnieen last een peloton als dekking<br />
bij de artillerie achter te laten en zelf met de rest zijner macht<br />
het voetpad te volgen, dat door Raboee, langs den Zuidrand van<br />
Brangoen, naar den weg Tjot Rang — Toengkoeb voert, om, daar<br />
aangekomen, met het front naar Tjot Bate en Na Reloh, verdere bevelen<br />
af te wachten. De achtergelaten artillerie, met hare dekking, had de<br />
hoofdcolonne te volgen.<br />
De cavalerie stiet ongeveer te 9 uur 30' op een aarden versterking,<br />
waarin een houten blokhuis, gelegen in den N. W. hoek van Lam<br />
Goet. Het gros der cavalerie werd nu achter den O. rand van Brangoen<br />
opgesteld, de l e comp lc . v/h. 6= Bataljon (kapitein A. B. B.<br />
Jansen) met de sectie Steenkamp kreeg order tegenover de Westzijde<br />
van de versterking stelling te nemen, met opdracht daar te blijven,<br />
totdat de geheele colonne zou zijn opgemarcheerd. De colonnecommandant<br />
toch wilde deze versterking door het bedekte, goed begaanbare<br />
terrein aan de Z. zijde aanvallen.<br />
Onder flink vijandelijk vuur, waarbij een der stukscommandanten<br />
ernstig gewond werd, bracht de Eur. Sergt. Kloet, No. 27880, zijn<br />
stuk in stelling, en nadat enke'e schoten op 250 M. waren afgegeven,<br />
verminderde het vuur uit de versterking dermate, dat de kapitein Jansen
67<br />
zich te 10 uur 5' gerechtigd achtte, om, ook tegen het ontvangen bevel<br />
in, tot den stormaanval over te gaan. De nog 8 man sterke vijand<br />
wachtte dien aanval niet af, doch vluchtte naar Lam Trieng. De<br />
voortvarende compagniescommandant was de eerste, die de vijandelijke<br />
positie binnendrong. De compagnie Jansen bezette nu ook den Oostrand<br />
van Lam Goet. Versterking en gebouwen werden door de genietroepen<br />
zooveel mogelijk geslecht, een ijzeren kanon van 9 c.M. werd middels<br />
dynamiet stuk geslagen, terwijl ook huizen ep vruchtboomen in<br />
de kampong werden vernield. De tuchtiging van; Lam Goet was<br />
hiermede afgeloopen. De colonne was te 10 uur 37' op den grooten<br />
weg bij Lam Goet vereenigd. In verbinding met de 1= comp'=. 6= Bataljon,<br />
waakten de 4 brigades marechaussee tegen een opdringen van<br />
den vijand aan de Z. zijde.<br />
De 1 '/2 compagnie 12= Bataljon werden te 11 uur v.m. met de beide<br />
sectien artillerie opgesteld op den heuvel ten Z. W. van Lam Tjeu<br />
met opdracht eventueel uit het Oosten en Noorden opdringende benden<br />
tegen te houden en 's vijands stellingen bij Tjot Penom en Tjot Semeroeng<br />
krachtig onder vuur te houden.<br />
Eene cavaleriepatrouille, bestaande uit den wachtmeester Jonker, No.<br />
31845, en den Eur. cav. van Lent, die order had aan den postcommandant<br />
te Tjot Rang het bericht, behelzende het doel der excursie,<br />
te brengen, moest teruggaan, doordat de brug op 150 M. afstand van<br />
Tjot Rang opgebroken was, en de vijand op korten afstand hevig vuur gaf.<br />
De bij de brug voor den driesprong gelegen aarden versterking werd<br />
echter door dien vijand ontruimd, en toen diezelfde patrouille tien minuten<br />
later zulks wederom beproefde, gelukte het haar Tjot Rang te 10<br />
uur 50' te bereiken.<br />
Eene officierspatrouille, gevolgd door marechaussee, vond de kampong<br />
Lam Hasan verlaten.<br />
Toen te 10 uur 40' de troepen uitgerust waren, ging men weer<br />
voorwaarts, de afgebroken bruggen werden hersteld, en weldra kreeg de<br />
cavalerie op den grooten weg, ten Z. van Lam Hasan, verbinding met<br />
de 2= colonne. Aan den bevelhebber, die te Tjot Iri gebleven was,<br />
werd hiervan schriftelijk bericht gezonden.<br />
2 compagnieen van het 6 e Bataljon en de marechaussee werden in<br />
stelling gelegd aan de Z.O. zijde van den grooten weg, om door hun<br />
vuur de in de kampongs Lam Poe Oe en Tjot Semeroeng opgestelde<br />
vijanden in bedwang te houden.
68<br />
Te 12 uur 30' meldde luit.-kolonel Bischoff zich bij den commandant<br />
der 2= colonne.<br />
Deze colonne was reeds te 6 uur 20' v.m. te Tjot In vereenigd geweest.<br />
De colonnecommandant had daar twee sectien artillerie in batterij<br />
doen komen aan de Westzijde van den spoorwegdijk, ter hoogte van<br />
de Kroeeng Lingkar, met opdracht te 7 uur v.m. het vuur op Baba<br />
Djoeroeng en Tjap Tanah te openen. Eerst te 7 uur 40' v.m. marcheerde<br />
de 1= compagnie van het 9= Bataljon in de richting van Tjot<br />
Rang af. Ook in dezen weg waren de bruggen beschadigd; die op<br />
350 M. O. van den spoordijk gelegen, werd door de genietroepen hersteld,<br />
voor de tweede — een 350 M. verder — scheen eene verticale<br />
versperring te zijn aangebracht.<br />
Geheel overeenkomstig de ontvangen bevelen, deed de colonnecommandant<br />
de 1 = compagnie van zijn bataljon bij de pas herstelde brug<br />
in stelling komen en salvovuur tegen den kampongrand afgeven. Dit<br />
vuur werd niet beantwoord, het had dus voor de hand gelegen om van<br />
de opdracht af te wijken en dien rand, die zwaar bezet heette te zijn,<br />
doch zulks inderdaad niet was, zoo snel mogelijk te naderen. Toen<br />
zulks niet gebeurde, kwamen er te 8 uur langzamerhand wat vijanden<br />
opzetten, die het vuur beantwoordden.<br />
Het terrein, terzijde van den weg, was tot aan die kampongranden<br />
voor alle wapens begaanbaar. Meer Oostelijk en tusschen de kampongs<br />
in, treft men vaak diepe, met nipah begroeide rawah's of zeer drassige<br />
sawah's aan. De kampongs waren dicht begroeid, randen en ingangen<br />
goed versperd, de huizen door dikke bamboedoeripaggers omgeven.<br />
Zoowel in de kampongs als op de heuveltjes daarbuiten, vond men<br />
verscheidene inlandsche versterkingen.<br />
De colonne van majoor Soeters, die te 8 uur 45' v.m. in hare<br />
stelling voor Tjap Tanah was aangekomen, had het vandaar op haar<br />
afgegeven vuur aanvankelijk beantwoord, maar ziende, dat de vijand geen<br />
stand hield, waren 1 V2 compagnie tegen dien kampongrand opgerukt<br />
en hadden, deze, zonder weerstand te ondervinden, bezet.<br />
De sectie artillerie, met een peloton dekking, bleef voorloopig in de<br />
eerste stelling.<br />
Verder voorwaarts gaan kon deze colonne niet, daar zij dan in het<br />
vuur van het nog steeds in stelling liggende 9= Bataljon zou komen,<br />
daarom zond majoor Soeters bericht van een en ander aan den commandant<br />
van dien troep.
69<br />
Van uit Tjot Iri was intusschen gezien, dat een paar granaten, van<br />
de nabij het blokhuis aan de Kroeeng Lingkar opgestelde sectien artillerie,<br />
dicht bij het 12= Bataljon terecht kwamen, waarom kolonel Stemfoort<br />
deze sectien van stelling deed verwisselen en ze een plaats, op onge<br />
veer 100 M. ten N. van Tjot In achter den spoordijk, naast de 3=<br />
sectie aanwees.<br />
Intusschen stroomden de vijandelijke benden, ziende, dat de colonne<br />
maar steeds niet vooruit kwam, toe, waarop de colonnecommandant den<br />
rechtervleugel der gevechtslinie door de marechaussee deed verlengen.<br />
Eindelijk zond de bevelhebber te 9 uur 15' last om voorwaarts te<br />
gaan, waarop de gevechtslinie in beweging kwam, terwijl haar eene<br />
tweede compagnie als reserve nagezonden werd. 10 uur 15' was de<br />
vijandelijke stelling door de 4 brigades marechaussee onder den 1="luit.<br />
G. K. Dijkstra en een sectie infanterie bestormd en genomen; de vijand<br />
sloeg op de vlucht.<br />
Langzaam rukte de colonne nu voorwaarts tot masdjid Ateuh — Lam<br />
Lo-West, in Baba Djoeroeng en Oleh Tjoet eene kleine bezetting<br />
achterlatende, en bij Boeng Mangen, masdjid Ateuh en Lam Lo eene<br />
sectie opstellend, tot dekking van de Zuidflank der colonne.<br />
Aan majoor Soeters werd van dat voorwaarts gaan bericht gezonden,<br />
met verzoek met zijne colonne naar Lam Hasan op te rukken. Deze<br />
berichten werden door dien hoofdofficier ongeveer te half elf ontvangen.<br />
Door de verschillende kampongs trekkend, kwamen zijne beide compag<br />
nieen te 12 uur 's middags in Lam Hasan aan.<br />
Zooals we gezien hebben, was Lam Hasan reeds door marechaussee<br />
van de colonne bezet, wat niet belette, dat een tiental Atjehers de<br />
cavaleriepatrouille, die het bericht van de aankomst van den troep in<br />
Na Hatan aan den commandant der 1= colonne moest brengen, verhin-<br />
derde verder te gaan.<br />
Majoor Soeters deed daarop den N. en O. rand van Lam Hasan<br />
bezetten en kreeg, in den Z. O. hoek daarvan, verbinding met de 1 =<br />
colonne. (I uur n.m.)<br />
Overste Bendien kon te 12 uur 's middags aan den bevelhebber de<br />
tijding zenden, dat de weg tot Lam Gloempang vrij was. De genie<br />
troepen hadden de bruggen hersteld en de verschillende versperringen<br />
opgeruimd. Kolonel Stemfoort gaf daarop onmiddellijk aan den transport-<br />
trein en de voor aflossing bestemde 5= compagnie 12e Bataljon, onder<br />
kapitein S. A. Drijber, last om af te marcheeren.
70<br />
Bij Lam Lo-Oost was de rechterflankdekking opgesteld. Uit Tjot<br />
Semeroeng gaf de vijand voortdurend een flink vuur op dezen troep af,<br />
waardoor, onder meer, de 1 e luit. Maarschalk sneuvelde. Behalve<br />
dat de marechaussee deze flankdekking versterkte, deed de colonnecom-<br />
mgndant eene sectie artillerie dicht aan den weg, ten N. O. van Lam<br />
Lo, in batterij komen, teneinde het vijandelijk vuur, dat ook de bewe<br />
ging op den weg aanmerkelijk belemmerde, tot zwijgen te brengen.<br />
Het transport kwam inmiddels aan, de oude bezetting onder den 1 =<br />
luitenant C. J. Boon stelde zich op den weg, Westwaarts van den<br />
driesprong, op, w4ar zij door het O. gelegen hooge terrein gedekt was.<br />
Hoewel het vijandelijk vuur sterk verminderde, slaagden onze troepen<br />
er toch niet in het geheel tot zwijgen te brengen.<br />
Tegen 2 uur werd den bevelhebber het bericht gezonden, dat aan<br />
de opdracht voldaan was. Deze zond daarop de schriftelijke order om<br />
zoodra mogelijk den terugtocht te beginnen; overste Bendien zou de<br />
leiding daarvan op zich nemen. Tusschen beide colonnecommandanten<br />
werd nu overeengekomen, dat het 9= Bataljon, de marechaussee en de<br />
beide compagnieen van het 12= onder majoor Soeters den terugtocht<br />
zouden dekken. De sectie artillerie, bij deze laatste compagnieen inge-<br />
deeld, kreeg order zich op den grooten weg bij de andere troepen aan<br />
te sluiten en in N. richting af te marcheeren, te gelijk met de achter-<br />
hoede der hoofdcolonne.<br />
Te 2 uur 25' n.m. begon de terugtocht: eerst het transport en de<br />
afgeloste bezetting van Tjot Rang, daarna de beide compagnieen I 2= Bat.<br />
onder kapitein Steup, de artillerie, de cavalerie en de genietroepen en<br />
ten slotte het 6= Bataljon.<br />
Aan den bevelhebber werd verzocht, om, door een sectie artillerie<br />
weer stelling te doen nemen bij de Kroeeng Lingkar, om in verband met<br />
het geschut van Tjot Iri, de achterhoede te steunen bij het deboucheeren<br />
op het open terrein; 3 uur 15' was deze sectie in stelling.<br />
Nauwelijks hadden de eerste troepen de stellingen bij Lam Tjeu ver<br />
laten, of de vijand kwam opzetten. Toen het 6 e Bataljon een voldoen-<br />
den voorsprong gekregen had, gaf de colonnecommandant het sein om<br />
den terugtocht te beginnen (2 uur 50' n.m.). De bij Lam Lo in stel<br />
ling staande artillerie, werd vooruitgezonden. Gedurende den marsch<br />
door het bedekte terrein, drong de vijand soms zeer dicht op. De<br />
brigades van luit. Dijkstra dekten de linker-, die van den luit. Vis<br />
de rechterflank der colonne.
71<br />
Het gedeelte onder majoor Soeters marcheerde aanvankelijk langs den<br />
Z. rand van Lam Hasan en zette overigens den marsch op ^ 100 M.<br />
zijwaarts van den weg voort, tot nabij Oleh Tjoet, waarna de weg tot<br />
Tjot Iri gevolgd werd. Te 3 uur 20' te Tjot Iri aangekomen, ontving<br />
de majoor last, om eene compagnie ^ 300 M. ten N. O. en de andere<br />
op + 300 M. ten Z. O. van Tjot Iri op te stellen, teneinde den<br />
terugmarsch van het 9= Bat 0 ", te dekken.<br />
Toen de afdeeling Dijkstra Ateuh bereikt had, nam zij daar stelling,<br />
om den vroeger achtergelaten troep te doen afmarcheeren. Bij de brug<br />
van masdjid Ateuh gekomen, naderde de vijand tot op 75 M. en opende<br />
een levendig vuur, waardoor een inl. marechaussee sneuvelde, en een<br />
korporaal, alsmede een dwangarbeider gewond raakte. Toen de doode<br />
en de gewonden in veiligheid waren, trok men in het bedekte terrein<br />
sprongsgewijze terug, tot men te 3 uur 30' aankwam te Oleh Tjoet,<br />
dat door 2 brigades van luitenant Vis bezet was.<br />
Ongeveer 100 M. W. waarts van Oleh Tjoet kregen die brigades<br />
uit Z. en Z. O. richting zwaar vuur, dat wel beantwoord werd, maar<br />
waardoor de brigades Dijkstra weer 7 gewonden bekwamen. Daar<br />
reeds enkele dwangarbeiders gesneuveld, en anderen, of met gewonden,<br />
of alleen naar Tjot Iri teruggegaan waren, ontstond er in de gevechtslinie<br />
spoedig gebrek aan tandoes, waardoor, wilde men de gewonden niet<br />
in handen van den vijand achterlaten, stand gehouden moest worden —<br />
en nieuwe verliezen werden geleden. Eene sectie van den 2= n luitenant<br />
W. A. Engelbrecht van het 9= Bataljon, die W. waarts van de mare<br />
chaussee stelling had genomen, verleende daarbij veel steun.<br />
Toen de in batterij staande artillerie, zonder gevaar voor de gevechts<br />
linie, haar vuur op de kampongranden kon openen, verdwenen de<br />
vijandelijke schutters weldra; omstreeks 4 uur 15' keerde de laatste<br />
afdeeling binnen Tjot Iri terug. Vooral de Eur. korp 1 . Heijnen,<br />
No. 31519, en de Eur. fus. Callot, No. 42395, onderscheidden zich<br />
ten zeerste bij het terugbrengen der gewonden.<br />
De artillerie, die dezen terugtocht moest beschermen, had door minder<br />
juist gekozen stellingen, niet aan de verwachting voldaan.<br />
Onze verliezen bij het doortrekken van de zoogenaamde 1000 M.<br />
vrije strook waren zeer aanzienlijk, en zeker zou die terugtocht nog<br />
meerdere offers hebben gekost, indien niet de luitenants H. M. Vis en<br />
G. K. Dijkstra met hunne onderofficierenbrigadecommandanten, door<br />
oordeelkundig en kalm samenwerken, steeds de orde in hunne afdee-
72<br />
lingen hadden weten te bewaren. De brigadecommandanten Kuijlenburg<br />
en Kok werden beiden zwaar gewond.<br />
Ook de afdeelingen van de luitenants E. C. G Gijsberti Hodenpijl<br />
en W. A. Engelbrecht bleven, hoewel zij zelf aanzienlijke verliezen<br />
leden, toch steeds in verband handelen en wisten den vijand op afstand<br />
te houden.<br />
Dien dag werden niet minder dan 75 granaten, 207 granaatkartetsen en<br />
26390 scherpe patronen tot achterlaad geweren klein kaliber verschoten.<br />
Onze verliezen bedroegen: 1 officier en 3 minderen gesneuveld, en<br />
47 minderen gewond. Voorts sneuvelden: 7 dwangarbeiders.<br />
Van de 4= bergbatterij rukten zich twee draagpaarden los, een er<br />
van werd bij Lam Joeng opgevat, het andere, dat met 2 munitiekistjes,<br />
waarin 7 projectielen, beladen was, viel in handen van den vijand;<br />
bovendien werden 2 cavaleriepaarden gewond.<br />
De proef van approviandeering, op bovenomschreven wijze genomen,<br />
kon zeker niet als geslaagd beschouwd worden.<br />
Met minder bezwaren ging het aanvullen van den voorraad van<br />
Toengkoeb gepaard; zulks geschiedde den 16 en April, door tusschen-<br />
komst van den w d . controleur der XXVI Moekims, den l en luitenant<br />
der infanterie M. Neelmeyer.<br />
De Regeerings commissans besloot echter de z. g. buitenposten alle<br />
op te heffen, om te beginnen: Anak Galoeng, Lam Barih, Lam Soet<br />
en Senelop, ook omdat zij niet aan hunne oorspronkelijke bestemming<br />
voldeden.<br />
Volgens Zijne Excellentie had de eerste, die moest dienen om T.<br />
Baid in het rechte spoor te houden, aan dat doel nimmer beantwoord<br />
en was steeds bestookt geworden; de tweede verloor door de opheffing<br />
van Anak Galoeng vanzelf de beteekenis van communicatiepost ter<br />
beveiliging van den weg van Lam Baroe derwaarts; de derde, opgericht<br />
om den rivierovergang aan den rechteroever der Atjehrivier, tusschen<br />
Lam Baroe en Anak Galoeng. te beschermen, verloor zijn waarde door<br />
de opheffing van laatstgenoemden post en van Senelop. Deze post ten<br />
slotte, die als barriere tegenover de V moekims Mon Tassik dienst moest<br />
doen, bezat, volgens Zijne Excellentie, als zoodanig weinig waarde, daar<br />
hij niet kon beletten, dat vijandiggezinden, uit de daarom liggende streek,<br />
binnen onze z.g. buitenlinie drongen, terwijl hij bovendien steeds be<br />
schoten werd.
73<br />
De bevolking van Lam Djampoe en Lam Tengah moest beschermd<br />
worden, maar de eerste was vijand en de tweede naar de tegenpartij<br />
uitgeweken. Nadat Toekoe Nja Banta XXVI Moekims verklaard had,<br />
zelfs bij langer bestaan der militaire posten te Toengkoeb, Tjot Rang<br />
en Kroeng Gloempang, niet te kunnen instaan voor de rust en veilig-<br />
heid van het gebied der moekims buiten de geconcentreerde linie, en<br />
beide laatste posten bovendien aanhoudend beschoten werden door<br />
vijandiggezinden, terwijl zij overigens ook niet beantwoordden aan het<br />
doel hunner eerste oprichting (Tjot Rang met, omdat het de kwaadwil<br />
ligen in de moekims Boeng Tjala niet kon afhouden van het plegen<br />
van vijandelijkheden, en Kroeng Gloempang niet, omdat het de IV<br />
moekims Ateuh, wier gezindheid jegens ons gezag zelf twijfelachtig<br />
was, niet in bedwang kon houden en deze daarom ook niet beschermd<br />
behoefden te worden tegen invallen uit Mon Tassik), kwamen ook deze<br />
drie posten aan de beurt om ingetrokken te worden.<br />
Ter uitvoering van de opdracht, om den 17=" April de vier eerst-<br />
genoemde posten op te heffen, werden de navolgende troepen aangewezen :<br />
het peloton, met repeteergeweren bewapend, van het 3 e Bataljon;<br />
het 6 e , 9 e , I2 e , en I4 e Bataljon; 8 brigades marechaussee, 2 batterijen<br />
bergartillerie, 2 pelotons cavalerie, 2 detachementen genietroepen, vier am<br />
bulances, waarvan 2 elk voor 4 compagnieen en 2 elk voor 6 com<br />
pagnieen, benevens de noodige vervoermiddelen tot het afhalen van<br />
geschut, artillerie- en infanterie-munitie, vivres en kazerneering van de<br />
op te heffen posten.<br />
Deze troepenmacht werd gesplitst in 2 colonnes.<br />
De eerste kwam onder bevel van den luitenant-kolonel der infanterie<br />
J. B. van Heutsz, die den 16=" April van Sumatra's Ooskust te Oleh-<br />
leh was aangekomen, en had Senelop en Lam Soet voor hare rekening.<br />
De tweede, onder den militairen commandant, kolonel }. W. Stemfooort,<br />
zelf, moest het inrukken van de beide andere posten dekken.<br />
Bepaald was nog, dat de infanterie- en artillerie-munitie van Senelop<br />
en Lam Soet door dwangarbeiders zou worden vervoerd, terwijl die<br />
van Anak Galoengen Lam Barih hoofdzakelijk met karren naar Lam<br />
Baroe zou worden gebracht. De colonne van Heutsz moest te 6 uur<br />
v.m. den opmarsch naar Lam Soet en Senelop aanvangen, die van<br />
kolonel Stemfoort te 6 3 /4 uur van Lam Baroe afmarcheeren. Ter hoogte<br />
van Oedjoeng Boekloet en Lam Soet moest, voor den verderen door-<br />
marsch, voeling tusschen beide colonnes verkregen zijn.
74<br />
De eerste taak der beide colonnes was, om zoo spoedig mogelijk de<br />
communicatie Lam Soet — Senelop en Lam Barih — Anak Galoeng te<br />
openen en de verbindingswegen — voor den terugvoer van geschut, munitie,<br />
vivres enz. — bruikbaar en veilig te maken en te houden. De<br />
afvoer moest zoodanig worden geregeld, dat het geschut, te Senelop<br />
en Anak Galoeng in stelling, nog zoo lang mogelijk kon worden gebruikt.<br />
De infanteriebezetting der posten zou het allerlaatst vertrekken, tot zoo<br />
lang in de alarmstelling blijven, en bij het verlaten van de posten deze<br />
in brand steken. Zooveel doenlijk moest getracht worden dat verbranden<br />
en teruglrekken uit Senelop en Anak G a loeng nagenoeg gelijktijdig te<br />
doen plaats hebben.<br />
Een derde colonne, het 9= Bataljon Infanterie (comd 1 . luit. kolonel Ben-<br />
dien), diende tot algemeene reserve en moest zich te Lam Barih opstellen.<br />
Daar de beide hoofdcolonnes geheel op zichzelf zijn opgetreden,<br />
zullen wij ze elk afzonderlijk behandelen.<br />
In eene op den 16= n ten bureele van den militairen commandant<br />
gehouden bespreking was nog vastgesteld, dat de colonne van Heutsz<br />
met den van Siroen naar Lam Soet en Senelop voerenden hoofdweg<br />
zou volgen, maar zich door het bedekte terrein een weg zou kappen,<br />
en tevens, dat die colonne, te Lam Soet aangekomen, de andere niet<br />
behoefde in te wachten.<br />
De samenstelling der colonne van kolonel Stemfoort was als volgt:<br />
Bevelhebber: Kolonel der Inf. J. W. Stemfoort.<br />
Chef van den staf: Luit.-Kol. b/d Gen. Staf C. P. J. van Vliet.<br />
toegevoegd: Ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoy,<br />
Infanterie:<br />
kap 1 . Atj'. J. C. Smits,<br />
1= luit. Adj cl . F. J. Kroesen.<br />
6= Bataljon (Comd 1 .: Majoor D. A. Okhuyzen),<br />
sterk: 17 Officieren, 1 Onderluitenant, 285 Eur. en 219 Am-<br />
boineesche minderen.<br />
12= Bataljon (Comd'.: Majoor G. F. Soeters),<br />
sterk: 14 Officieren, 2 Adjud. Ond. Off., 181 Eur. en 272<br />
inlandsche minderen.<br />
Cavalerie:<br />
een peloton (L. H. 4= eskadron, Comd 1 .: 1= Luit. C. W. van Haaff),<br />
sterk: 1 officier en 24 Eur. minderen.
75<br />
Artillerie:<br />
2 sectien van de 1= Bergbatterij (Comd'.: Kap'. G. J. E. Nauta),<br />
sterk: 3 officieren, 33 Eur. en 20 inl. minderen, 4 vuurmonden,<br />
4 rijpaarden, 20 trek- en draagdieren.<br />
Genietroepen:<br />
(Comd'.: 1= Luit. A. S. Ruzette),<br />
sterk: 1 officier, 17 Eur. en 12 inl. minderen.<br />
Geneeskundige dienst:<br />
2 ambulances met personeel, materieel en vervoermiddelen:<br />
de eerste, ingedeeld b/h. 6= Bataljon, onder den Officier van Gezondheid<br />
2= klasse E. A. Loreij, sterk 19 minderen;<br />
de tweede, ingedeeld bij het 12= Bataljon, onder den Officier van<br />
Gezondheid 2= kl. F. A. Karthaus, sterk 15 minderen.<br />
Trein:<br />
1 luitenant-kwartiermeester, 9 mandoers en 210 dwangarbeiders, 6<br />
ossenkarren voor het vervoeren van reservemunitie, tandoes en geniematerialen;<br />
voorts vervoermiddelen — karren en dwangarbeiders — voor<br />
de van de posten komende munitie, vivres, kazerneering enz.; 2 voorwagens<br />
van 8 cM. Veld, elk met 6 paarden bespannen, voor het afhalen<br />
der te Anak-Galoeng in batterij staande kanonnen van 7 cM. Veld.<br />
Reserve-Colonne:<br />
Comd': Luit-Kolonel H. Bendien,<br />
sterk: 17 officieren en 604 Eur. en inl. minderen.<br />
De troepen te voet waren per spoor naar Lam Baroe vervoerd, die<br />
te paard kwamen te 6 uur 30' v.m. aldaar.<br />
In verband met den korten afstand tot het gevechtsterrein, werd het<br />
niet noodig geacht de colonne eerst nog in haar geheel in marschvorm<br />
op te stellen, maar werden al dadelijk van Lam Baroe uit de verschil<br />
lende korpsen naar de aangewezen stellingen gezonden.<br />
Daar volgens ingekomen berichten de brug, op ^h H 00 M. Z. O.<br />
van Lam Baroe gelegen, was afgebroken, marcheerden te 7 uur v.m.<br />
de genietroepen, onder dekking van een peloton 3= compagnie 6= Ba<br />
taljon, derwaarts, om haar te herstellen.<br />
Een half uur later kon het 6= Bataljon, voorafgegaan door de cava<br />
lerie, van Lam Baroe afmarcheeren. De opdracht der cavalerie luidde:<br />
het aan beide zijden van den Anak Galoeng-dijk gelegen terrein ver-<br />
kennen en nagaan of de bruggen in den weg geschikt voor karren zijn.
y<br />
76<br />
Het tweede peloton van de 3= compagnie 6 e Bataljon was als dek<br />
king toegewezen aan de sectie bergartillerie van luitenant Hoolboom,<br />
die bij genoemd bataljon was ingedeeld. Mede werd aan dit bataljon<br />
een stuk van 7 cM. A. Veld toegevoegd, dat bij Lam Barih moest<br />
worden opgesteld, om den opmarsch der troepen te steunen.<br />
Reeds te 7 uur 53' v.m. kon de cavalerie melden, dat tot Lam<br />
Barih alle bruggen in orde waren.<br />
Toen het 6= Bataljon te 8 uur 5 v.m. bij laatstgenoemde plaats aankwam,<br />
werd de 7 c.M. in batterij gebracht, en vervolgdede cavalerie hare verkenning.<br />
De sectie van luit. Hoolboom kwam ten Z. van Lam Barih in<br />
batterij, om door haar vuur den verderen marsch te beschermen van<br />
het 6= Bataljon, dat stelling moest nemen in den W. en Z. rand van<br />
Anak Bate, in dier voege, dat het uit het Z. of W. opdringende benden<br />
kon tegenhouden en beletten den dijk onder vuur te nemen. De 2=<br />
sectie der batterij rukte intusschen ook op, evenals het 12= Bataljon, dat<br />
te 7 uur 40' v.m. Lam Baroe verliet.<br />
8 uur 15' kwam het 6= Bataljon in den Noordpunt van Anak Bate<br />
aan en begon de stellingen in te nemen. Uit diezelfde kampong opende<br />
de vijand twintig minuten later zijn vuur op de colonne, waarop het<br />
geschut van Lam Barih zich deed hooren.<br />
De luitenant van Haaff had te 8 uur 26' v.m. bericht gezonden, dat<br />
ons oud blokhuis bij Oedjoeng Boekloet was vernield, doch alle bruggen<br />
in den weg tot aan dit punt in ongeschonden toestand verkeerden.<br />
Hetzelfde bericht werd een kwartier later omtrent het blokhuis Blang<br />
Tjoet ontvangen; de brug aldaar was echter afgebroken, en het terrein<br />
ten W. en Z. W. daarvan door den vijand, die daar het vuur op de<br />
cavalerie opende, bezet.<br />
De beide sectien bergartillerie waren inmiddels te Oedjoeng Boekloet<br />
in stelling gekomen en hadden haar vuur op de vijandelijke schutters<br />
in Anak Bate geopend. In deze kampong waren in vroeger tijd de<br />
huizen verbrand, bewoond was zij dan ook niet, wel dicht begroeid<br />
en door zware paggers doorsneden. Aan de Zuidzijde is zij van Glieng<br />
gescheiden door een 500 M. diepe, met kreupelhout en enkele boomen<br />
begroeide, strook hoog terrein, terwijl de braak liggende sawah's, die<br />
haar van den Anak Galoeng-dijk scheidden, zooals we reeds vroeger<br />
opmerkten, met alang 2 en kreupelhout begroeid waren en talrijke galan"<br />
gans, slootjes en drassige plekken daar de beweging bemoeilijkten. De<br />
Anak Galoeng-dijk zelf ligt l /2 tot 3 M. boven het neventerrein.
77<br />
Naarmate het 6= Bataljon voorwaarts ging, verlegde de batterij natuurlijk<br />
haar vuur Zuidwaarts.<br />
Het 12 e Bataljon rukte te 8 uur 40' in de richting van Anak Galoeng<br />
op; de colonnecommandant wees eene compagnie van dit bataljon aan<br />
om het peloton van het 6 e Bataljon als dekking artillerie te vervangen,<br />
waarop dit laatste gedeelte zich weer bij zijn korps voegde; bovendien<br />
kreeg eene sectie van het 12 e Bataljon last bij Blang Tjoet te blijven<br />
en de waadbare plaats waar te nemen.<br />
Eene cavaleriepatrouille bracht te 9 uur 15' naar Anak Galoeng den<br />
last over, om alles voor het ontruimen der versterking in gereedheid<br />
te brengen.<br />
De sectie Hoolboom kreeg eenige oogenblikken later bevel, om met<br />
een peloton der dekking naar Blang Tjoet te marcheeren en bij de<br />
bocht in den weg, ^ 500 M. Zuidwaarts van dat blokhuis, stelling<br />
te kiezen, om van daaruit zoo noodig de kampongs Glieng en Lam<br />
Baroe onder vuur te nemen, terwijl, op verzoek van den commandant<br />
van het 6= Bataljon, nog drie sectien van de 1= compagnie 12= Bataljon<br />
werden aangewezen om den rechtervleugel van eerstgenoemd bataljon<br />
in Anak Bate te verlengen.<br />
De colonnecommandant was inmiddels ook te Blang Tjoet aangekomen,<br />
terwijl de chef van den staf zich te half tien naar Lam Soet begaf,<br />
om daar berichten omtrent de 1= colonne in te winnen.<br />
De genietroepen herstelden de brug bij Blang Tjoet en te 9 uur 50'<br />
v.m. werd aan den transporttrein, die te Lam Baroe was achtergebleven,<br />
den last gezonden zoo snel mogelijk op te rukken.<br />
De vijand, die niet bijzonder talrijk was, had zich langzamerhand in<br />
Glieng en Lam Baroe teruggetrokken en bleef uit de randen dier kampongs<br />
de colonne bestoken. Om daar nog meer vuur tegenover te<br />
hebben, kregen drie sectien van het 12= Bataljon omstreeks 10 uur<br />
order, op 800 M. ten N. van den post in stelling te komen en, in<br />
verband met de sectie Hoolboom, een slepend vuurgevecht met den<br />
vijand te onderhouden. De sectie Hoolboom, die bij den opmarsch<br />
eenig vuur uit Anak Bate had gekregen, doch reeds om half elf in<br />
hare stelling stond, achtte het te 1 1 uur 25', dus ongeveer een uur<br />
later, noodig een paar granaten in de kampong te werpen, die noodlottigerwijze<br />
juist te midden van eene sectie Europeanen, die daar in<br />
eenige oude Atjehsche veldwerken in stelling lag, terecht kwamen.<br />
Het gevolg was, dat de Eur. fuseliers van der Wal N° 29809, Paenen
78<br />
N». 23755, Stoelinga N». 40315, Alfink N°. 14241, de Jong N°. 28235<br />
en Uilkema N°. 35579 sneuvelden en de Eur. fuseliers Witte N°. 392 14,<br />
Martin N°. 23093, van Hengel N°. 37430, Schumacher N°. 34396 en<br />
Rooijman N°. 39580 gewond raakten. Dit vooral liet niet na het ver-<br />
trouwen van deze compagnie in hare stelling zeer te schokken. Op<br />
eigen verantwoordelijkheid verliet de commandant, de l e luitenant<br />
Baron van Utenhove, dan ook zijne stelling; later werd die troep, om<br />
hem tijd te geven het zelfvertrouwen te herwinnen, bij de reserve ingedeeld.<br />
De commandant van het 12= Bataljon had onmiddellijk na het vallen<br />
der schoten zijn adjudant naar den luitenant Hoolboom gezonden,<br />
om hem te waarschuwen, dat onze troepen zich in Anak Bate bevon-<br />
den, waarop terstond een ander doel werd genomen.<br />
De genietroepen waren om 9 45', na het herstellen der brug,<br />
doorgemarcheerd naar den post; ook de transporttrein marcheerde<br />
derwaarts.<br />
Nadat het nabij Anak Galoeng aan de Zuidzijde der rivier gelegen<br />
wachthuis door de bezetting verlaten en in brand gestoken was, deed<br />
de genie, middels 14 dynamietladingen (aan elk uiteinde der 7 brug-<br />
liggers van het 1= vak eene), het aan den linkeroever der rivier aan-<br />
gebouwde deel der brug springen. Alvorens die ladingen te kunnen<br />
aanbrengen, moest een ploeg geniesoldaten van 1 korporaal en 6 man<br />
de dekplanken boven de einden der liggers opbreken. Deze manschappen<br />
werden uit Mata Air en uit den Oostrand van Lam Baroe door den<br />
vijand onder vuur genomen. Te 12 uur 45' n.m. konden de dubbele<br />
ladingen ontstoken worden; de uitwerking was volkomen; het 1= vak, ter<br />
lengte van 10 M., viel in de rivier, terwijl van het 1= juk, dat op 3 a 4 M.<br />
van den oever stond, de deksloof werd weggeslagen, en een houten nood-<br />
brugje vernield werd, zoodat eene opening van 13 a 14 M. was ontstaan.<br />
Omstreeks 1 uur 20' n.m. werd de post door de bezetting verlaten<br />
erT"staken He genietroepen de gebouwen in brand, waarna ook zij naar<br />
Lam Barih terugkeerden, hier zes man bij het veldstuk, en drie op den<br />
post achterlieten, om behulpzaam te zijn en voor het overige naar Lam<br />
Baroe doorgingen.<br />
Om het transport gelegenheid te geven die plaats ongehinderd te<br />
bereiken, bleven de troepen voorloopig in stelling; de in deze streken<br />
aanwezige vijandelijke benden werden daardoor tevens vastgehouden en<br />
zoodoende voorkomen, dat ook zij de werkzaamheden der 1= colonne<br />
gingen storen.
79<br />
Van de 1= colonne had men den ganschen dag geen berichten ontvangen,<br />
hoewel eene cavaleriepatrouille, tot het opvangen van tijding,<br />
bij Lam Soet was opgesteld geworden. Toen men nu te 2 uur 45'<br />
uit Senelop den rook zag opstijgen, werd bij de 2= colonne last tot den<br />
terugtocht gegeven.<br />
Tegen 3 uur begon het 6= Bataljon, geleidelijk vanaf den linkervleugel,<br />
in N. richting op den grooten weg terug te trekken; het 12= Bataljon<br />
marcheerde langzaam naar Blang Tjoet, waar het bedekte terrein den<br />
dijk nadert.<br />
De 3= compagnie en 3 sectien van de 1 e comp" bleven daar in<br />
stelling, om het 6 e Bataljon gelegenheid te geven Anak Bate te verlaten;<br />
de overige compagnieen van het 12 e gingen al dadelijk door naar<br />
Lam Baroe, te 3 uur 45' n.m. gevolgd door 3 compagnieen van het 6e<br />
en de achtergebleven compagnie van het 12= Bataljon. De 4 e compagnie<br />
van het 6 e Bataljon bleef in stelling tot alles voorbij was en volgde<br />
toen als achterhoede.<br />
De bij Blang Tjoet opgestelde sectie Hoolboom was gelijk met het<br />
12= Bataljon teruggegaan en was te 3 uur naast de andere sectie bij<br />
Oedjoeng Boekloet in batterij gekomen; een compagnie van het 9= Bataljon<br />
had de dekking overgenomen.<br />
De batterij Nauta verliet te 3 uur 55' hare stelling.<br />
Lam Barih was inmiddels geheel ontruimd, en toen, tegen half vijf,<br />
de compagnie van het 9 e Bataljon voorbij was, stak de bezetting de<br />
brand in de gebouwen en sloot zich bij die compagnie aan. Enkele<br />
vijandelijke schutters volgden de terugtrekkenden en hidden hen nog tot<br />
ter hoogte van Lam Tengah onder vuur. Omstreeks vijf uur waren alien<br />
binnen Lam Baroe. De troepen te voet keerden weer met extratreinen<br />
naar Koeta Radja terug, de overige marcheerden.<br />
Behalve de reeds genoemde in Anak Bate, leden de troepen de<br />
volgende verliezen:<br />
het 6= Bataljon, de Majoor D. A. Okhuyzen en 5 Amboineezen<br />
gekwetst; het 9= Bataljon, 1 Eur. korporaal, en de bezetting van Lam<br />
Barih 1 Eur. en 2 inl. fuseliers gewond.<br />
Te 5 uur 15' n.m. werd door den kolonel Stemfoort te Lam Baroe<br />
een bericht ontvangen van den chef van den staf van de colonne van<br />
Heutsz —uit Lam Soet verzonden —, waarin deze mededeelde, dat zijne<br />
colonne dringend hulp noodig had. Onmiddellijk werd eene cavalerie-
80<br />
patrouille, sterk 1 officier en 1 1 ruiters, op verkenning naar Lam Soet<br />
gezonden. Eene sectie van de batterij Nauta werd, onder dekking van<br />
een detachement van Lam Baroe, bij de brug over de Kroeeng Lingkar,<br />
in den weg naar Gani, opgesteld, met het doel dat riviertje te enfileeren<br />
en aldus te beletten, dat benden uit het N. de 1= colonne daar kwamen<br />
bestoken.<br />
2 compagnieen van het 9= Bataljon werden naar Lam Soet gezonden<br />
om zoo noodig steun te verleenen.<br />
6 uur 40' n.m. keerde de sectie artillerie, 7 uur de cavalerie en 8<br />
uur n.m. de beide compagnieen infanterie terug, zonder de colonne van<br />
Heutsz van nut te zijn geweest. De infanterie van deze colonne had<br />
de toegedachte versterking best kunnen gebruiken, en het was dan ook<br />
aan een misverstand te wijten, dat de gewenschte steun niet verleend<br />
werd. Gaan we daartoe na, wat de colonne van Heutsz wedervaren was.<br />
De samenstelling dier colonne was als volgt:<br />
Staf:<br />
Colonnecommandant: Luit.-Kolonel der Inf'=. J. B. van Heutsz.<br />
Chef van den Staf: Kapitein b/d Gen. Staf H. C. Kronouer.<br />
Adjudant: 1 e Luitenant der Cavalerie J. P. Gentil.<br />
Toegevoegd aan den colonnecommandant: de l e Luitenant der Inf'=.<br />
K. A. Vosmaer, wd. Controleur.<br />
Vier ordonnansen en 2 Atjehsche gidsen.<br />
Infanterie:<br />
a. 8 brigades marechaussee (Comd'.: Kap'. Jhr. G. J. W. C. H.<br />
Graafland),<br />
sterk: 3 luitenants en 160 Eur. en inl. minderen;<br />
b. I peloton van de 1= compagnie van het 3= Bataljon Inf'=. (ge-<br />
weren 6.5 mM.), comd'.: Kapitein L. G. van Aken,<br />
sterk: 2 luitenants en 78 man;<br />
c. 14= Bataljon Infanterie (Comd'.: Majoor G. P. M. van der Noordaa),<br />
sterk: 15 officieren, 147 Eur. en 308 inl. minderen;<br />
Artillerie:<br />
4= bergbatterij (2 sectien) (Comd'.: Kap'. A. Bangert),<br />
sterk: 2 officieren, 38 Eur. en 22 inl. minderen, 20 trek- en<br />
draagdieren, 4 vuurmonden met uitrusting.<br />
Cavalerie:<br />
1 peloton (Comd'.: 1 e Luitenant J. W. F. Herfkens),<br />
sterk: I officier en 31 ruiters.
81<br />
Genietroepen:<br />
een detachement (Comd'. 1= Luitenant N. Plantenga),<br />
sterk: 1 Officier, 1 I Eur. en 19 inl. minderen.<br />
Gevechtstrein:<br />
2 ambulances, onder de Officieren van Gezondheid J. F. Langenberg<br />
en E. Razoux-Kiihr;<br />
de reserve-munitie van de verschillende afdeelingen.<br />
Bagagetrein :<br />
(Comd 1 .: Kapitein der Art ie . H. W. J. Stroband),<br />
sterk: 1 luit. der art'=., 24 Eur. minderen, 5 trekdieren, voor<br />
zien van lamoenen, een luitenant kwartiermeester met 10 man-<br />
doers en 240 dwangarbeiders.<br />
In het door den colonnecommandant uitgegeven marschbevel was<br />
vermeld, dat de kapitein Jhr. Graafland zou optreden als commandant<br />
der voorhoede, bestaande uit: de marechaussee, 20 man genietroepen<br />
en het peloton van het 3 e Bataljon.<br />
De hoofdmacht was ingedeeld als volgt:<br />
l e compagnie 14= Bataljon.<br />
1 0 man genietroepen.<br />
2 sectien bergartillerie.<br />
2= en 3 e compagnie 14= Bataljon.<br />
ambulance, trein.<br />
1 peloton 4= compagnie 14= Bataljon.<br />
Achterhoede (Comd'.: Kap'. G. J. H. Bruynis):<br />
I peloton 4= compagnie 14= Bataljon.<br />
De cavalerie was ingedeeld als voorhoede-cavalerie, doch niet aan een<br />
bepaalden afstand gebonden.<br />
6 uur v.m. stond de colonne in den voorgeschreven marschvorm<br />
gereed en marcheerde via Siroen naar Lam Soet af.<br />
De cavalerie verkende achtereenvolgens de kampongs Lam Dam,<br />
Gapoe en Loeboek, de marechaussees deden hetzelfde, wat huizen en<br />
erven ter weerszijden van het pad aanging, en de genietroepen kapten<br />
den weg op sommige plaatsen meer open. Lam Soet werd te 8 uur v.m.<br />
bereikt, zonder dat men iets van den vijand bemerkt had. De cavalerie<br />
ging na een korte rust weer vooruit en zond te 8 uur 15' v.m. bericht,<br />
6
82<br />
dat de brug ten Z. O. van onzen post was afgebroken. Onder dekking<br />
van 3 brigades marechaussee (commandant: 1 e luit. Dijkstra) werd deze<br />
hersteld.<br />
De heuvel ten N. van Lam Oe bleek door den vijand bezet, evenals<br />
de kampong Tjot Goet en de geheele rechteroever van de Kroeeng<br />
Lingkar. De colonnecommandant, die de artillerie op genoemden heuvel<br />
eene stelling had willen doen innemen, zag daarvan af, omdat hij geen<br />
troepen genoeg had om eene colonne op den rechteroever van de<br />
Kroeeng Lingkar te doen optreden, wat dan onvermijdelijk. noodig was.<br />
De cavalerie vervolgde intusschen hare verkenning in Zuidelijke rich<br />
ting en stuitte, op circa 350 M. ten Z. van de pas herstelde brug, op<br />
een zwaren pagger, waarachter zich eene talrijke bende had opgesteld.<br />
Onmiddellijk werd een paard gewond, waarop de cavalerie den weg<br />
vrijmaakte voor marechaussee en genietroepen.<br />
Na verkenning werd den colonnecommandant bericht, dat de voor<br />
hoede gestooten was op eene vijandelijke versterking, die zich tot aan<br />
de Atjehrivier uitstrekte, en tevens om artillerie gevraagd.<br />
Het terrein in de ten Z. van den weg Lam Soet — Senelop gelegen<br />
kampongs was zeer bedekt; de sawah's om kampong Belang en ten N.<br />
van Bralon en Lam Bada waren hier en daar drassig en bezaaid met<br />
kleine hoogten (tjots), waarop tal van vijandelijke bentengs, front makende<br />
naar het Noorden, waren aangelegd.<br />
Te 8 uur 50' werd door den colonnecommandant opnieuw een bericht<br />
ontvangen, de mededeeling bevattende, dat de hooger bedoelde verster<br />
king niet te omtrekken was,<br />
Kapitein Graafland had zijne troepen intusschen als volgt opgesteld:<br />
Het peloton van het 3= Bataljon in den suikerriettuin ten N. der<br />
versterking, rechts daarvan, meer achterwaarts in een terreininsnijding,<br />
de marechaussee met 2 brigades in reserve. De versterking bleek aarden<br />
wallen te hebben met eene dubbele staande bamboeversperring daarvoor;<br />
vlak tegen de borstwering was bamboedoeri aangebracht.<br />
In afwachting van de artillerie, openden de repeteergeweren het vuur<br />
op 100 M.; onzerzijds werd de amb. marech. Savie, No. 31497, dadelijk<br />
zwaar en een ander licht gewond. Toen 's vijands vuur merkbaar begon<br />
te verminderen, besloot de voorhoedecommandant de komst der artillerie<br />
niet af te wachten, maar tot den stormaanval over te gaan.<br />
Het peloton repeteergeweren, waarvan een deel in reserve werd<br />
achtergehouden, deed den aanval in front, de marechaussee op de
83<br />
Westersaillant der versterking. Het eerst waren de l e luitenant K. J. C. 9/w^<br />
Rijnen en de amb. marechaussee Walewangko, No. 9487, daar binnen. •<br />
De vijand vluchtte langs de rivierzijde en werd door luitenant Vis met ^ L-'<br />
zijne brigades achtervolgd. Deze stuitten daarbij op eene kleine ver- (J '<br />
schansing, die in het voorbijgaan ook genomen werd. jl<br />
Te 9 uur 15' v.m. verzamelde de voorhoedecommandant zijne man<br />
schappen weer, deed de genomen versterking door de reservebrigades<br />
onder luit. Stoop bezetten en trok met de rest verjder in Z. richting<br />
langs de rivier; de compagnie van kapitein van Akeri beveiligde daarbij<br />
de linkerflank en vermeesteerde nog een drietal bentengs, die zij daarop<br />
tijdelijk bezette.<br />
De colonnecommandant had intusschen alle overige troepen in den Z.<br />
rand van Lam Oe verzameld en de artillerie naar voren gezonden, die<br />
daar juist aankwam, toen de voorhoede aan het stormen was. Hiervan<br />
kennis krijgend, gaf overste van Heutsz last, dat alles in gevechtsfor-<br />
matie voorwaarts zou gaan om den aanval op masdjid Lam Djampoe<br />
en Belang verder te steunen.<br />
De artillerie was in stelling gekomen op eene terrasvormige sawah,<br />
ten N. N. O. van de door de voorhoede genomen versterkingen en<br />
vuurde met eene sectie op Belang en met de andere in N. W. richting<br />
op vijanden achter de Kroeeng Lingkar.<br />
De 2 e compagnie 14= Bataljon (kap'. Labotz) werd haar als dekking<br />
toegewezen, terwijl der 1= en 3= compagnie van dat bataljon werd<br />
°Pgedragen, de door kapitein van Aken genomen versterkingen te bezetten.<br />
De vijand ontruimde ook de masdjid Lam Djampoe, die dadelijk door<br />
het 14= Bataljon werd bezet.<br />
Daar trein en ambulances met de dekkingen weer achterbleven, was<br />
de colonnecommandant verplicht aan de marechaussee last te geven<br />
voorloopig halt te houden. De commandant der batterij kreeg order<br />
op te rukken naar masdjid Lam Djampoe, daar in sidling te komen en<br />
de, in de richting Senelop, over Bralon, voortrukkende troepen door<br />
vuur te flankeeren. Hiervoor werd door den batterijcommandant de sectie<br />
oteenkamp bestemd, met een peloton infanterie onder luitenant Gooszen;<br />
deze liet op een heuveltje in de sawah, ^ 100 M. ten Z. van den<br />
We g, een groep achter en bezette met de overige manschappen de<br />
masdjid.<br />
De commandant van het 14= Bataljon en de kapitein Graafland ontv<br />
mgen te 9 uur 45', toen de gevechtstrein achter de marechaussee
v<br />
84<br />
opgesloten was, order om weer voorwaarts te gaan. Daar eerstgenoemde<br />
de voorhoede niet zien kon, besloot hij rechtstreeks naar Bralon, wer-<br />
waarts de beweging gericht was, op te rukken. Wegens de talrijke<br />
terreinhindernissen kwamen de marechaussee niet in Bralon, maar in<br />
Belang terecht. Hoewel de cavalerie gemeld had, dat deze kampong<br />
niet bezet was, trof men er vijanden aan, evenals op de meer Z. O.<br />
gelegen heuveltjes. Onmiddellijk werd last gegeven om te stormen:<br />
aan de afdeeling Vis op de kampong, aan die van luit. Dijkstra op de<br />
heuveltjes. De vijand trok overal terug en liet in de kampong 2 dooden<br />
achter. Toen luit. Vis de heuveltjes bezet had, bemerkte hij, dat eene<br />
talrijke bende Atjehers tusschen Lam Sinjing en Bralon onze colonne<br />
beschoot, en dat ten N. O. van Bralon eenige bentengs lagen, terwijl<br />
de woning van den Imam van Lam Djampoe in laatstvermelde kampong<br />
eveneens zwaar versterkt was. De reservebrigades in Belang achterlatend,<br />
ging kapt. Graafland dadelijk weer tot den storm over. 1 1 uur 20' v.m.<br />
waren alle versterkingen in onze handen. De luitenants Vis en Dijkstra<br />
waren aan twee verschillende zijden het eerst binnen de versterkingen<br />
geweest, op den voet gevolgd door de marechaussee's: Woworuntu,<br />
Dorian, Tahir en den Eur. serg'. Panman. De vijand liet weer twee<br />
dooden met wapens achter, terwijl de sergeanten Vogel en Zeig met<br />
een drietal marechaussee's de in de richting van Lam Sinjing, ten getale<br />
van minstens 40 man, vluchtende vijanden achterna joegen en er ook<br />
nog meerderen neerlegden. De onmiddellijk ter vervolging oprukkende<br />
cavalerie bleef in de sawah steken. Ook uit Lam Bada trokken nu<br />
1 talrijke groepen in wilde vlucht naar Lam Siti.<br />
Gelijktijdig met den aanval van de voorhoede, drongen de beide<br />
compagnieen van het 14=, die de marechaussee zagen oprukken, aan<br />
den Zuidrand Bralon binnen en stuitten daar op een ^2 60 man sterke<br />
bende, die na een krachtig vuur, dat ons eenige gewonden bezorgde,<br />
met de klewang wilde aanvallen, doch teruggeslagen werd. De 2= lui<br />
tenant Dudok van Heel onderscheidde zich daarbij door, toen hij waarnam,<br />
dat in zijne sectie weifeling ontstond, naar voren te springen, den<br />
voorsten Atjeher neer te schieten en tot den tegenaanval over te gaan.<br />
De voorhoede rukte nu Lam Bada aan de Westzijde binnen, terwijl<br />
de compagnieen van het 14= den Z. rand dier kampong bezetten.<br />
In Bralon en in de genomen versterkingen waren 4 brigades onder<br />
luit. Stoop achtergebleven, die daar ook het huis van den Imam ver-<br />
brandden.
85<br />
In Lam Bada werd een brigade op verkenning in de kampong ge<br />
zonden, terwijl de overige troepen in N. O. rand rust kregen, behalve<br />
de cavalerie, die naar den Zuidrand gezonden werd. De commandant<br />
der bovenbedoelde brigade, de Eur. serg'. Kok, trof een Atjeh'sche<br />
panglima aan, die zich met twee kornuiten in een kuil verborgen had.<br />
Zij werden dadelijk neergelegd en hunne wapens, w. o. een Peabody-<br />
geweer, medegenomen.<br />
De commandant van het 14 e , die zelf zeer onwel geworden was,<br />
rukte, zonder bevel daarvoor ontvangen te hebben, door naar Senelop,<br />
ook om zijn troep wat te doen uitrusten.<br />
Het was inmiddels 12 uur geworden. Aan den postcommandant<br />
van Senelop werd het volgende bericht gezonden: „Onmiddellijk alles<br />
„gereed maken om den post te verlaten, geschut, munitie, vivres, kook-<br />
„gereedschappen en kazerneering medenemen. Ik zend trein voor transport.<br />
„De colonne is in stelling in Lam Bada. Zendt:<br />
„!= infanterie reserve-munitie,<br />
„2= kookketels en balies met thee of water,<br />
„3= geschut en munitie, waarvoor trek- en draagdieren,<br />
„4 e vivres.<br />
„Het Iaatst blijft de infanterie der bezetting in stelling; gebruik aan-<br />
,,wezige petroleum tot in brand steken van gebouwen en alles wat achter-<br />
,,blijft. Zoodra alles weg is, en infanterie tot vertrek gereed staat, geeft<br />
,,U mij kennis en trekt met bezetting op Noordrand van Lam Bada terug."<br />
Aan den treincommandant (kapt 1 . Stroband) werd daarop te 12 uur<br />
20' n.m. gelast, om met alle aanwezige treinkoelies, trek- en draagdieren<br />
naar den post te gaan, om die te helpen ontruimen.<br />
De comd'. van het 14= Bataljon had inmiddels laten vragen om met<br />
zijne twee compagnieen in de versterking te mogen uitrusten, wijl de<br />
troep zeer afgemat was.<br />
Te 1 uur 30' werd de 1= comp. van dit korps aangewezen het<br />
peloton v/h. 3= Bataljon in zijne stelling in den N. rand van Lam Bada<br />
af te lossen, en een half uur later ontving majoor van der Noordaa last,<br />
om met de rest van zijn macht eveneens naar Lam Bada te komen.<br />
Voor den terugtocht werd het volgend bevel uitgevaardigd:<br />
„De batterij, gedekt door eene compagnie van het 14= Bataljon, blijft<br />
„in stelling bij masdjid Lam Djampoe en dekt den terugmarsch door<br />
„vuur op vijandelijke stellingen bij Kr. Lingkar, Lam Siti en Lam Sinjing.<br />
„Marschvorm der colonne:
( trein<br />
<<br />
86<br />
„Voorhoede: cavalerie en marechaussee.<br />
..Hoofdcolonne: een comp. 14= Bataljon (Kap 1 . Bruynis); trein en<br />
„een ambulance; een comp. 14= Bataljon.<br />
„Achterhoede (comd'.: Majoor v/d. Noordaa):<br />
„de bezetting van Senelop; de 2 stukken van 7 cM. Veld, waarbij<br />
„de genietroepen, en hierachter een comp. 14= Bataljon met het peloton<br />
„v/h. 3= Bat. (repeteergeweren).<br />
„Als colonne masdjid Lam Djampoe voorbij trekt, sluit batterij met<br />
„dekking zich bij de achterhoede aan en neemt plaats voor het peloton<br />
„v/h. 3= Bataljon; De colonnecommandant bevindt zich bij de artillerie<br />
„van de achterhoede."<br />
Beschermd door vuur van de troepen van de bezetting van Senelop,<br />
van de in Lam Bada opgestelde troepen en van de batterij bij Lam<br />
Djampoe, die de positie Lam Bada — Senelop enfileerde, kwam de<br />
langzamerhand in de aangegeven orde in Lam Bada aan.<br />
Over den terugtochtsweg wordt in het bevel niet gerept; het sprak<br />
dus vanzelf, dat dezelfde weg als bij den opmarsch gevolgd zou worden.<br />
Door den grooten tegenstand, dien men daarbij ondervonden had, was,<br />
tijdens dien opmarsch, aan het openkappen van den weg niet de noodige<br />
aandacht gewijd. De genietroepen hadden de marechaussee bij<br />
het forceeren der vijandelijke stellingen geholpen, en de treincommandant,<br />
die toch over een 250 dwangarbeiders met kapmessen beschikte, had<br />
er blijkbaar niet aan gedacht.<br />
Die treincommandant, door de indeeling van de kanonnen bij de<br />
achterhoede in de meening gebracht, dat die stukken langs den grooten<br />
weg zouden marcheeren, vroeg en kreeg vergunning van den colonnecommandant,<br />
om een mitrailleur op veldaffuit eveneens bij die achterhoede<br />
in te deelen. De munitie was in kistjes verpakt en over de draagdieren<br />
verdeeld; een mitrailleur was op een muildier geladen, de 2= werd door<br />
dwangarbeiders gedragen, de 3 e op veldaffuit vervoerd en de beide 7<br />
cM. A. Veld werden ieder met een muildier bespannen. Bij elk der<br />
stukken waren een sergeant-stukscommandant en 6 kanonniers ingedeeld.<br />
Te 2 uur 15' n.m. verliet deze artillerie Senelop en ondervond al<br />
dadelijk moeilijkheid bij den hollen weg ten N. van dien post. Het<br />
voorste stuk, commandant serg'. Klaassen, werd daarom met veel moeite<br />
weder uit dien weg gehaald, waarbij ook een inl. serg'. en acht geniesoldaten<br />
hielpen. Luitenant Deibert, comd'. van de artillerie der achterhoede,<br />
ging daarop een geschikten weg naar de kampong Lam Bada
87<br />
zoeken en had er juist een gevonden, toen een fuselier van Senelop<br />
kwam vragen of men nog niet klaar was. Hierop werd natuurlijk een<br />
ontkennend antwoord gegeven, niettemin stak men kort daarna de U**gebouwen<br />
in brand. Ten koste van veel inspanning werden het eerste<br />
stuk en de mitrailleur op veldaffuit verder de kampong in gebracht,<br />
waarbij een der kanonniers zwaar gekwetst werd. Toen luitenant<br />
Deibert daarop terugkeerde om het 2 e stuk te halen, ontmoette hij<br />
luitenant Plantenga, die hem mededeelde, dat er reeds Atjehers in de<br />
kampong waren.<br />
Het achterste veldstuk was intusschen met behulp van eene sectie<br />
van het 3= Bataljon over de sawah naar de hoofdcolonne gebracht.<br />
Luitenant Deibert haastte zich toen weer naar het 1 e stuk en de<br />
mitrailleur en men was nog hard bezig te kappen enz., toen op eens<br />
een inlander riep: „Orang Atjeh datang", waarop eene kleine paniek<br />
ontstond en de meesten wegliepen. Werkelijk zag luitenant Deibert<br />
een vijftal vijanden te voorschijn komen. Infanteriedekking was niet<br />
aanwezig; zoo bleef dien officier, die er reeds om gevraagd, maar<br />
ze niet gekregen had, niets anders over, dan ook terug te gaan. De<br />
Atjehers volgden hem niet, doch hidden zich met de stukken bezig. •<br />
Majoor van der Noordaa, die er eerst zijn adjudant op uitgezonden<br />
had om troepen te halen, zag eenige oogenblikken later zelf het detachement<br />
Reurts, dat hij opdroeg, den artillerie-officier te helpen en de<br />
stukken op te halen Met een sectie, onder luit. Ruysch van Dugteren,<br />
ging luit. Deibert nu terug. De Atjehers weken nu onmiddellijk;<br />
zij hadden intusschen het muildier van de 7 c.M. aan een boom vastgebonden<br />
en dat van den mitrailleur medegenomen. Luitenant Plantenga<br />
bood aan een ander trekdier te gaan halen, maar bracht weldra de tijding,<br />
dat er geen beschikbaar was. De colonnecommandant zond echter de<br />
i ~~ 2il/- com pagnie Bruynis te hulp; deze nam van kapitein Reurts de zorg<br />
voor de beide stukken over en bracht die, met behulp zijner manschappen,<br />
bij de hoofdmacht. De stukscommandant van het 2= stuk, serg'. Klaassen,<br />
had door oververmoeidheid een beroerte gekregen.<br />
Wat was er in dien tijd bij de colonne zelf voorgevallen ?<br />
In Lam Bada aangekomen, had majoor van der Noordaa den colonne<br />
commandant medegedeeld, dat hij hersteld was en de hem opgedragen<br />
taak van commandant der achterhoede kon aanvaarden. De colonne<br />
commandant verzocht hem zijn achterhoede in stelling te leggen, tot
88<br />
dekking van den terugtocht van het laatste deel der bezetting. Aan<br />
den commandant der voorhoede en de compagnieen, waartusschen de<br />
trein geplaatst was, werd last gegeven, den terugmarsch te beginnen:<br />
de voorhoede aanvankelijk tot in den suikerriettuin ten Z. van Bralon,<br />
de hoofdcolonne met den trein tot in den Westrand van Lam Bada.<br />
Hier moest nader bevel afgewacht worden. Die terugmarsch zou n.l.<br />
door het bedekte terrein tusschen de Atjehrivier en de sawah, Zuid<br />
van kampong Belang, naar Lam Soet plaats hebben en daar de weg<br />
vrij wel ongebaand was, vreesde de colonnecommandant in Lam Bada<br />
eene opstopping te krijgen, als den langen trein geen kleinen voorsprong<br />
gegeven werd.<br />
De voorhoede begon den marsch te 2 uur 15' n.m. Tien minuten<br />
later ontving de colonnecommandant van den postcommandant het bericht<br />
„alles is gereed, marcheeren thans af."<br />
Overste van Heutsz begaf zich toen naar den W. uitgang van Lam<br />
Bada, om te zien of zijne bevelen door de hoofdcolonne goed waren<br />
begrepen.<br />
Bij voornoemden uitgang gekomen, bleek den col. comd'. dat een<br />
groot deel van den trein en een ambulance, waarbij de 3= comp. 14°<br />
Bat. — die achter den trein thuis behoorde — gezeten was in het open<br />
terrein ten N. van Bralon. De compagnie van kapitein Bruynis, die */- ,&2 r "<br />
voor den trein moest marcheeren, had in haar geheel de vijandelijke<br />
bentengs en enkele hoogten in de sawah West van Lam Bada bezet,<br />
front makend naar het Noorden. Om geene onnoodige verliezen te<br />
krijgen, werd aan den commandant der 3= compagnie last gegeven, om<br />
met den trein naar de stelling van de voorhoede te marcheeren. Ten<br />
einde nu het geheel beter te kunnen overzien, plaatste de colonnecommandant<br />
zich op een heuveltje + 100 M. Westelijk van den N. rand<br />
van Bralon. De officier van gezondheid Razoux-Kiihr bracht daar<br />
eenige gewonden van de achterhoede aan, die nog met den trein konden<br />
worden medegegeven, waarop hij met de leege tandoes naar zijn<br />
post terugkeerde.<br />
Al spoedig ontwaarde de colonnecommandant, dat de achterhoede,<br />
in plaats van door Lam Bada op Bralon — naar de plek, waar voorhoede<br />
en trein zich bevonden — terug te trekken, haren weg door den N. rand<br />
van Lam Bada en vervolgens in W. richting nam. Om dien Noordrand<br />
kwam eerst een kanon van 7 cM. A. Veld, zonder munitie en<br />
gedekt door de sectie van luitenant Rijnen, aanzetten; dat stuk werd<br />
^M
89<br />
een plaats bij den trein aangewezen. Vervolgens verscheen een bereden<br />
ordonnans van majoor van der Noordaa, die hulp vroeg, aangezien<br />
de vijand van verschillende zijden sterk opdrong en reeds in Lam Bada<br />
was. Deze ordonnans werd dadelijk naar kapitein Bruynis gezonden,<br />
met last voor dezen, aan het verzoek te voldoen. Boven zagen wij<br />
reeds op welke wijze zulks geschiedde. Ook de rest van het peloton<br />
repeteergeweren, dat geheel achteraan had moeten marcheeren, kwam<br />
op de sawah ten W. van Lam Bada en bleef daar in stelling liggen.<br />
Toen nu de colonnecommandant zich naar den trein begaf om zoo<br />
noodig nog meerdere troepen naar de achterhoede te zenden, zag hij<br />
tot zijn verbazing de l e compagnie, die tot de achterhoede behoorde,<br />
langs den Westrand van Bralon aankomen en dat, terwijl de rest der<br />
achterhoede zich nog binnen Lam Bada en Noord Bralon bevond.<br />
De colonnecommandant beval, dat deze compagnie weder zou terugkeeren,<br />
maar de commandant verklaarde zich en zijne compagnie te<br />
vermoeid om aan dien last te kunnen voldoen. Daarop kreeg een<br />
peloton van de 3= compagnie bevel om in de richting van Bralon<br />
voorwaarts te rukken, ten einde aan den terugtocht der achterhoede<br />
deel te nemen.<br />
Om deze achterhoede eventueel te kunnen opnemen, werd aan den<br />
voorhoedecommandant met zijne marechaussee den last verstrekt, zoo<br />
gedekt en snel mogelijk op den Z. O. rand van Belang aan te marcheeren,<br />
daar stelling te nemen met het front naar het Noorden en den trein,<br />
onder dekking van de daarbij aanwezige infanterie, onmiddellijk naar<br />
Lam Soet door te zenden, met de cavalerie als linkerflankdekking.<br />
Zoo geschiedde. De colonnecommandant bleef op een heuveltje nabij<br />
den W. rand Zuid-Bralon waarnemen en ontving daar van een artillerist<br />
de tijding, dat een stuk geschut en een mitrailleur in 's vijands<br />
handen waren. Een oogenblik later meldde een onderofficier, dat<br />
de infanterie den vijand reeds verdreven had, en dat luitenant Deibert<br />
om een trekdier liet vragen. Die waren intusschen reeds doorgezonden,<br />
waarom te 3 uur 40' aan de achterhoede het bericht werd gezonden:<br />
„Als het stuk niet mede kan, dan laten springen met dynamiet." Wij<br />
zagen reeds, dat zulks niet gechiedde.<br />
Toen de colonnecommandant den majoor van der Noordaa West<br />
van Lam Bada zag, verplaatste hij zich naar de heuvels O. van Belang<br />
en zag daar achtereenvolgens de beide stukken geschut uit Lam Bada<br />
in Westelijke richting over de sawah terugvoeren, de beide 7 cM. elk
90<br />
getrokken door een muildier en enkele artilleristen, de mitrailleur op<br />
veldaffuit getrokken door eene sectie infanterie van de compagnie<br />
Bruynis.<br />
Het hooger bedoelde peloton van de 3= compagnie trok, Z. van de<br />
sawah om, op den standplaats van den colonnecommandant terug en<br />
werd, bij aankomst te Belang, opgesteld op de heuvels in de sawah<br />
Z. O. van die kampong, met het front naar het O. en Z. O., uit<br />
welke laatstgenoemde richting de vijand toen ook reeds schoot.<br />
Om zeker te zijn, dat de trein behoorlijk naar Lam Soet zou doormarcheeren<br />
en, daar aangekomen, doelmatig zou worden geplaatst, zond<br />
de colonnecommandant den chef van den staf dien trein achterna (3<br />
uur 50' n.m.).<br />
Toen de beide stukken nabij Belang gekomen waren, gaf de infanterie<br />
ze aan een paar brigades marechaussee over, en kreeg kapitein Graafland<br />
last den terugmarsch te vervolgen.<br />
Vrij geregeld trok nu ook de achterhoede terug, gedeeltelijk langs de<br />
bentengs op de sawah tusschen Belang en Lam Bada (het peloton<br />
repeteergeweren), en gedeeltelijk langs den rand van het bedekte terrein<br />
ten Z. van die sawah (14 e Bataljon en bezetting Senelop).<br />
De colonnecommandant vernam nu ook nadere bijzonderheden omtrent<br />
het gevecht der achterhoede. De commandant van Senelop was te<br />
vlug geweest met het in brand steken der benteng. De bezettj^g was,<br />
voorafgegaan door de geniesoldaten onder luitenant Plantenga, op Lam<br />
Bada teruggetrokken, toen van alle kanten, onder woest geschreeuw,<br />
drommen vijanden waren komen opzetten. Door het vuur der repeteergeweren<br />
en van de 1 compagnie 14=, met het detachement Reurts<br />
werden zij teruggeslagen. Laatstgenoemd detachement kreeg daarbij een<br />
doode en een gewonde, die een oogenblik voor den troep bleven liggen,<br />
doch toen door den officier van gezondheid Razoux-Kiihr, onder hevig<br />
vijandelijk vuur en met behulp van een paar dwangarbeiders, werden<br />
weggehaald. Een paar met klewang bewapende Atjehers drongen zelfs<br />
zoo dicht op, dat de dokter van zijn revolver moest gebruik maken.<br />
Een sectie infanterie joeg dien vijand terug.<br />
Het tweede veldstuk was daarna, met behulp van de sectie Rijnen<br />
over het vrij open terrein in W. richting vervoerd.<br />
In stede van voorloopig op hare plaatsen te blijven, waren de 2= sectie<br />
repeteergeweren en de 1= compagnie van het 14= Batajon achter de<br />
sectie Rijnen, en het detachement Reurts langs den Zuidrand van Lam
91<br />
Bada op Bralon teruggetrokken, zonder er op te letten, wat nog in<br />
Lam Bada was achtergebleven.<br />
Daardoor kwam luitenant Deibert tegenover een bende te staan die,<br />
komende uit Mon Tassik, Lam Bada in den Z. O. hoek was binnengedrongen.<br />
Door het te snel, in niet gewenschte richtingen, terugtrekken<br />
van de achterhoede was majoor van der Noordaa dus aanvankelijk niet<br />
bij machte geweest luit. Deibert hulp te zenden.<br />
De bergartillerie in Lam Djampoe had intusschen de naar het Noorden<br />
gekeerde flank der teruggaande colonne beschermd.<br />
Toen nu de geheele achterhoede in Belang was aangekomen, met<br />
tal van gewonden, die door Dr. Kiihr uitstekend verzorgd waren, begaf<br />
zich de colonnecommandant naar de versterking Z. van masdjid Lam<br />
Djampoe en West van Belang, en het die, in afwachting van de komst<br />
van het peloton repeteergeweren, dat den terugtocht der artillerie zoude<br />
dekken, door eene sectie van het peloton der 3= comp. 14= Bataljon,<br />
onder luit. Berenschot, bezetten. De artillerie was echter uit zichzelf<br />
al teruggegaan, tot nabij den O. rand van Lam Oe, waar de sectie<br />
artillerie van luit. Zon den ganschen dag opgesteld was geweest; de<br />
sectie Berenschot werd daarom opgesteld in de 's morgens het eerst<br />
genomen versterking, waar zij weldra door het peloton van luitenant<br />
Rijnen werd vervangen.<br />
Uit hare beide stellingen had de artillerie den vijand aan de overzijde<br />
van de Kroeeng Lingkar onder vuur genomen. Een enkel projectiel<br />
had daar o.a. een twintigtal moslemin buiten gevecht gesteld. Ook de<br />
infanteriedekking had krachtig medegevuurd, zoodat tegen half vier,<br />
zoowel van de infanterie als van de artillerie, de munitie zoo goed als<br />
verbruikt was.<br />
De commandant der infanteriedekking, in de meening verkeerende,<br />
dat de colonne langs de Atjehriveir was teruggetrokken, achtte het<br />
geraden, toen 's vijands vuur uit Lam Sinjing begon toe te nemen en<br />
hij verwachtte, dat de vijand ook spoedig in den N. W. hoek van<br />
kampong Belang zou verschijnen, de artillerie al vast uit de masdjid<br />
terug te doen gaan, opdat zulks later niet ten koste van groote verliezen<br />
zou moeten geschieden. Hij gaf den last om met de sectie eene meer<br />
Noordelijk gelegen stelling, achter een heuvel in de sawah, in te nemen.<br />
Dit had zonder verliezen plaats. Toen te 4 uur n.m. de chef van den<br />
staf, kap'. Kronouer, bij de batterij kwam. werd hem van het munitie-
92<br />
gebrek kennis gegeven, waarop die kapitein naar Lam Soet reed en<br />
van daar aanvulhng zond.<br />
Te 4 uur 30' begon de vijand van den hnkeroever der Atjehrivier<br />
de kanonniers, die aan die zijde ongedekt waren, te beschieten, waarop<br />
andermaal van stelling werd verwisseld naar een punt in den hoek,<br />
dicht bij den rand van het bedekte terrein ten Z. van Lam Oe. Een /<br />
half uur later trok de sectie artillerie van luit. Zon, die, op de sawah /<br />
nabij den N. weg naar Senelop, bij dienzelfden rand, met het front j<br />
naar het Oosten, gestaan had, in de kampong terug. Bij het weder in<br />
batterij komen werd die officier gewond. In deze laatste opstelling<br />
werd door de artillerie doorgevuurd, tot alle munitie, ook die van de<br />
terugtrekkende colonne ontvangen, behalve de kartetsen, verschoten was.<br />
Toen te 6 /2 uur n.m. het detachement Reurts voorbij ging en mede<br />
deelde, dat er geen meerdere troepen volgden, verliet de batterij hare<br />
stellingen en marcheerde een kwartier later af.<br />
Uit het gezegde van den achterhoedecommandant „doormarcheeren",<br />
dat in antwoord op de vraag „waarheen" van den batterijcommandant<br />
bij den afmarsch gegeven werd, maakte deze op, dat te Lam Soet niet<br />
halt behoefde te worden gehouden, en zoo sloeg deze artillerie met<br />
hare dekking het 's morgens gevolgde pad naar Siroen in. Ongelukki-<br />
gerwijze sloten de geleiders van een der veldvuurmonden en tal van<br />
draagpaarden met de munitie zich achter die artillerie aan, zonder dat<br />
de treincommandant hiervan kennis droeg. Nu was het pad breed ge-<br />
noeg voor het berggeschut, maar de veldaffuit, die een halven meter<br />
meer spoorwijdte had, was in de duisternis bijna niet door de kampong<br />
te krijgen. Ook tal van koelies, beladen met goederen van Senelop,<br />
die maar medegeloopen waren, droegen er het hunne toe bij, dat telkens<br />
het verband verloren ging. In den suikerriettuin ten Z. van .Lam Dam-<br />
Noord werd het verband weer hersteld, en kreeg men verbinding met<br />
eene sectie van het ter hulp gezonden 9= Bataljon, die daar bezig was<br />
vuur, uit Lam Tengah (linkeroever Atjehrivier) afgegeven, te beantwoor-<br />
den. Bij het weder voorwaarts gaan werden de bezwaren met den<br />
veldvuurmond zoo groot, dat de kapitein Labotz, in overleg met den<br />
batterijcommandant, besloot het stuk op een goed herkenbare plaats achter<br />
te laten, om het den anderen morgen weder op te halen. Het sluitstuk,<br />
de opzet en de asspieen werden uitgenomen, waarna de marsch vervolgd<br />
en te 9'/4 uur n.m. Lam Baroe bereikt werd. De daar aanwezige<br />
kolonel Stemfoort bepaalde, dat kapitein Labotz den volgenden morgen<br />
I
93<br />
met het 3 e Bataljon het kanon zou ophalen. Toen men echter ter<br />
plaatse kwam, vond men alleen nog de affuit, de vuurmond zelf was<br />
door de Atjehers ontdekt en medegenomen.<br />
De colonnecommandant was te ruim 5 uur n.m. bij den driesprong<br />
Oost van kampong Lam Oe aangekomen en zond van daar een bericht<br />
aan den batterijcommandant, met last terug te trekken. De kort daarna<br />
terzelfder hoogte aangekomen commandant der achterhoede kreeg bevel<br />
den Zuidrand van Lam Oe te bezetten, gedeeltelijk met front naar het<br />
Noorden, omdat uit die richting de meeste schoten vielen, en men den<br />
vijand daar ook hoorde gillen en schreeuwen. Zoodra de artillerie voorbij<br />
zou zijn, moest op Lam Soet worden teruggetrokken, waar de colonne<br />
commandant intusschen door de daar aanwezige troepen eene opname-<br />
stelling zou doen innemen.<br />
Op dit oogenblik keerde de chef van den staf, kapitein Kronouer,<br />
bij den colonnecommandant terug en deelde dezen mede, dat de geheele<br />
trein in Lam Soet aangekomen en daar binnengebracht was, dat hij uit<br />
Lam Soet voor munitieaanvulling der batterij gezorgd had, en dat hij,<br />
in de meening verkeerende, dat de geheele colonne was ingesloten —<br />
omdat zij op een gegeven oogenblik van alle zijden door den vijand<br />
onder vuur werd genomen en zoo langzaam met den terugtocht vorderde —<br />
uit Lam Soet om 4 uur 25' aan den liniecommandant te Lam Baroe<br />
het bericht had gezonden:<br />
..Onmiddellijk hulp colonne Senelop dringend noodig.<br />
,,Ik ben van colonne gescheiden en zit hier."<br />
De cavalerie nl., die hij, even voor het afzenden van dit bericht uit<br />
Lam Soet, had uitgestuurd om de colonne op te zoeken, was onmiddellijk<br />
teruggekeerd met het bericht, dat zij voor het vijandelijk vuur had moeten<br />
wijken. Met den chef van den staf begaf de colonnecommandant zich nu<br />
naar Lam Soet. De vijand vuurde op dat oogenblik nog uit het N., O. en<br />
Z. en trachtte zelfs uit het Noorden, door Lam Oe, onder geschreeuw op<br />
te dringen, doch eenige salvo's van de compagnie Bruynis dreven hem terug.<br />
De terugtocht werd daarop kalm voortgezet, met het peloton repeteer<br />
geweren, onder luitenant Rijnen, in de achterhoede.<br />
Te half zes te Lam Soet aankomende, zag de overste van Heutsz<br />
de marechaussee daar in alarmstelling en de gewonden en zieken, voor<br />
hunne veiligheid, tegen de N. face aangelegd, waar de officieren van<br />
gezondheid ijverig bezig waren hen te verbinden.
94<br />
De beide stukscommandanten der veldstukken, de Eur. sergeanten<br />
Putman No. 25271 en Klaassen No. 30749, lagen daar met den dood<br />
te worstelen.<br />
De eerste had een zonnesteek gekregen, de andere, zooals we reeds<br />
mededeelden, een beroerte. Beiden bezweken tengevolge van de overmatige<br />
inspanning, die van hen geeischt was.<br />
Luitenant Deibert had, te Lam Soet aangekomen, order gekregen, de<br />
7 c.M. A. Veld en den mitrailleur op veldaffuit ten Z. van de benteng,<br />
aan den kant van de rivier, in batterij te brengen en plaatste daarom<br />
de sloten, die hij voortdurend bij zich gehouden had, weer in den<br />
mitrailleur. Later werd hem gelast een mitrailleur bij het N. W. bastion,<br />
in het daar aanwezige verhoogde schilderhuis, op te stellen en daar er<br />
geen andere te vinden was (een 7 c.M. A. met 2 mitrailleurs en bijna<br />
alle treinpaarden waren blijkens door hem gewonnen inlichtingen met<br />
de bergbatterij doorgemarcheerd) nam hij dien van de veldaffuit en<br />
plaatste hem op de borstweringaffuit. Toen 's nachts de marsch voortgezet<br />
werd zorgde luit. Deibert voor het medevoeren van de beide stukken.<br />
Om 6'/4 uur n.m. besloot de colonnecommandant den marsch naar<br />
Lam Baroe voort te zetten.<br />
Volgens mededeeling van de officieren van gezondheid had men toen<br />
meer dan 50 dooden, gewonden en zieken.<br />
Op dat oogenblik meldde zich bij de colonne eene cavaleriepatrouille,<br />
onder den l= n luitenant van Haaff, mededeelende, dat de weg Lam Soet —<br />
Siroen, langs den R. oever der Atjehrivier, geheel vrij was en dat,<br />
naar aanleiding van het te Lam Baroe ontvangen verzoek om hulp, het<br />
9= Bataljon op marsch naar Lam Soet was. Haar werd geantwoord,<br />
dat de colonne volkomen meester van den toestand en de vijand geheel<br />
teruggeslagen was — er viel slechts nu en dan nog een schot — dat hulp<br />
derhalve niet noodig was, maar het daarom toch nuttig kon zijn, dat<br />
het 9= Bataljon, nu het toch uitgerukt was, in stelling bleef waar het<br />
was, totdat de lange colonne, met haar vele gewonden en grooten trein,<br />
zou zijn voorbijgetrokken. Luitenant van Haaff met zijne patrouille,<br />
zoomede de cavalerie van de colonne, reed nu naar Lam Baroe terug<br />
en deelde onderweg aan den commandant van het 9= Bataljon mede<br />
wat de overste van Heutsz hem gezegd had.<br />
Overste Bendien maakte er uit op, dat hulp geheel en al overbodig<br />
was en keerde insgelijks naar Lam Baroe terug.
95<br />
Nadat middelerwijl daartoe appel geblazen was, verschenen alle com-<br />
mandanten met uitzondering van den batterijcommandant. Toen bleek<br />
het den colonnecommandant eerst, dat de artillerie zonder bevel naar<br />
Siroen was doorgemarcheerd. Majoor van der Noordaa deelde mede,<br />
wat hij den artilleriecommandant gezegd had. Deze had blijkbaar zijn<br />
woorden verkeerd begrepen. Volgens mededeeling van den treincom<br />
mandant waren te Lam Soet nog aanwezig: een mitrailleur op veldaffuit,<br />
een kanon van 7 c.M. A. Veld, een mitrailleurkast met loopen, aan<br />
een stok gebonden, een pivotaffuit tot mitrailleur, een borstweringaffuit<br />
tot idem en een mortier van 12 cM.<br />
Er werd nu bevolen de marschcolonne als volgt te vormen:<br />
Voorhoede:<br />
Mare^chaussee.<br />
Hoofdcolonne:<br />
1 comp. v/h. 14= Bataljon (kapitein Bruynis),<br />
de ambulance,<br />
1 comp. v/h. 14= Bataljon (kapitein Collot d'Escury),<br />
de artillerietrein,<br />
de administratietrein,<br />
1 comp. v/h. 14= Bataljon (kapitein Angenent).<br />
Achterhoede:<br />
de detachementen van Senelop en Lam Soet en het peloton repe<br />
teergeweren.<br />
Half zeven stond de colonne weer in marschorde, met de marechaussee<br />
tot nabij kampong Gapoe, en werd het signaal „voorwaarts" geblazen.<br />
De voorhoede was nauwelijks op marsch, toen een marechaussee<br />
kapitein Graafland het bericht bracht, dat tal van Atjehers zich voor<br />
de spits bevonden. Kapitein Graafland zond dat bericht, dat niet van<br />
den commandant van den voortroep was gekomen, maar dat later bleek<br />
een praatje van de marechaussee onder elkaar geweest te zijn, door<br />
naar den colonnecommandant. De overbrenger van dit mondeling bericht,<br />
een Eur. hoornblazer, die de zaak ook nog wat vergrootte, meldde:<br />
„Voor de marechaussee uit is de kampong zwart van vijanden, door-<br />
„gaan is voor de colonne niet mogelijk."<br />
Op dit bericht werd de hoofdcolonne in alle stilte terug ontboden<br />
en werden dooden en gewonden weer zorgvuldig binnen Lam Soet in<br />
veiligheid gebracht, evenals de artillerie en de trein, terwijl de infanterie<br />
zoowel in als ten Oosten en ten Westen van de versterking stelling nam.<br />
Q
96<br />
De marechaussee waren intusschen zeer behoedzaam doorgemarcheerd;<br />
de kampongs bleken bewoond, zelfs vrouwen en kinderen waren aanwezig.<br />
Alleen op den linkeroever der Atjehrivier scheen de vijand<br />
den troep te volgen, want ten Z. van Gapoe en iets stroomafwaarts<br />
van een eilandje in de rivier schoot hij op de marechaussee. Ten<br />
getale van 10 a 12 man bleef hij hen tot Kota Karang begeleiden;<br />
zijn vuur werd evenwel niet beantwoord. In Lam Dam trof men, dicht<br />
bij den weg, den veldvuurmond met losse raden; de lunzen waren uitgenomen.<br />
Dadelijk werd halt gehouden en een bericht naar achter<br />
gezonden om van de vondst kennis te geven. Plotseling vielen een paar<br />
salvo's van den vijand vlak bij den troep, wat kapitein Graafland aanleiding<br />
gaf door te marcheeren.<br />
De met bericht uitgezonden korporaal had intusschen de tijding gebracht,<br />
dat achter de compagnie Bruynis nog wat dwangarbeiders, maar<br />
overigens niets volgde. Niettemin werd de marsch voortgezet en te 9 3 /4<br />
uur n.m. Siroen bereikt.<br />
De militaire commandant van Atjeh en Onderhoorigheden deed den<br />
troep per trein naar Koeta Radja terugkeeren.<br />
Overste van Heutsz had, toen ontdekt werd dat een deel der colonne<br />
was doorgemarcheerd, luitenant Vosmaer met een dekking naar kam<br />
pong Gapoe gezonden. Vosmaer had daar niets meer van den troep<br />
bespeurd. Ook op het signaal „het geheel" en „marechaussee verza-<br />
melen" werd geen antwoord bekomen.<br />
Ook in het belang van de gewonden, werd besloten den marsch<br />
voorloopig te staken en door een der Atjehsche gidsen naar Lam Baroe<br />
bericht te doen brengen van het gebeurde, met mededeeling, dat den<br />
volgenden morgen getracht zou worden Lam Baroe te bereiken. Een<br />
half uur na middernacht gelastte de colonnecommandant aan de com-<br />
mandanten van Senelop en Lam Soet om elk met 25 man eene ver<br />
kenning naar de Kroeeng Lingkar te maken. Deze patrouilles kwamen<br />
spoedig terug met het bericht, dat van een vijand niets te bespeuren<br />
was. De colonne werd toen opnieuw in marschorde geschaard en wel in een<br />
langwerpig carre en marcheerde te 2 uur v.m. van Lam Soet, over het open<br />
terrein langs de Kr. Lingkar, naar Siroen af, welke plaats te 4 uur 30'bereikt<br />
werd, zonder dat men verder van vijandelijkheden last had ondervonden.<br />
De infanterie had dien dag 50.000 patronen verschoten, de artillerie<br />
72 granaten, 105 granaatkartetsen en 5 kartetsen.
Onze verliezen waren als volgt:<br />
97<br />
^-^—<br />
van de marechaussee: 1 gesneuveld en 3 gewond, waarvan 2 met<br />
schampschoten;<br />
van het 3= Bataljon: 1 Eur. fus. gesneuveld en 6 gewond (een<br />
schampschot);<br />
van het 14 e Bataljon: 1 Eur. korpl. gesneuveld, 7 onderofficieren en<br />
20 korporaals en manschappen gewond;<br />
van het detachement van Senelop: 1 gesneuveld en 2 gewond;<br />
van de bergbatterij: 1 luitenant en 3 minderen gewond;<br />
van de vestingartillerie: 1 kanonnier gewond, 2 sergeanten overleden.<br />
van de genietroepen: 1 geniesoldaat gewond;<br />
van den geneeskundigen dienst: 1 ziekenoppasser gewond, 2 dwangarbeiders<br />
gesneuveld en 6 idem gewond.<br />
Voorts werd van de cavalerie een paard en van de bergbatterij een<br />
muildier wegens zware verwonding afgemaakt, en bleef een muildier in<br />
s vijands handen.<br />
Wat het materieel betreft, gingen, behalve het kanon van 7 c.M.<br />
zonder sluitstuk en zonder richtmiddelen, een mortier van 12 c.M. en<br />
een mitrailleurkast met loopen verloren. Deze stukken waren door de<br />
dragers in het gras geworpen en 's nachts, toen men van Lam Soet<br />
afmarcheerde, niet meer te vinden. De artillerietreincommandant had<br />
verzuimd hiervan den colonnecommandant kennis te geven, zoodat deze<br />
bij den afmarsch in de meening verkeerde, dat alles aanwezig was.<br />
Blijkens de bij den wd. controleur der XXII Moekims ingekomen<br />
berichten, waren de verliezen des vijands aanzienlijk.<br />
Habib Lhong, Panglima Nja Bintang en 75 man waren gesneuveld,<br />
88 man zwaar en J^ 80 licht gewond w.o. Toekoe Mau, een neef<br />
van Toekoe Moesa Anak Bate.<br />
Aldus eindigde een der zwaarste dagen, die onze troepen in <strong>1896</strong><br />
doormaakten.<br />
Men heeft den commandant van de 1= colonne verweten, dat, bij<br />
den opmarsch naar Senelop, de gemeenschap met Lamsoet niet zoo goed<br />
verzekerd is geworden, als met het oog op het in veiligheid brengen<br />
van het geschut enz. van den post Senelop wenschelijk was, en dat<br />
net onverantwoordelijk was, dat geschut bij de achterhoede intedeelen.<br />
7
98<br />
Die commandant had voor het eerste evenwel bevelen gegeven, doch<br />
moest, toen de troep tusschen Lamsoet en Senelop al dadelijk in een<br />
ernstig gevecht gewikkeld werd, het toezicht op de uitvoering daarvan,<br />
wel geheel aan zijne ondergeschikten over laten.<br />
Voornamelijk de artillerie-treincommandant, die over zooveel dwangarbeiders<br />
met parangs beschikte, had daar veel aan kunnen doen.<br />
Het laatste was zeker een fout, maar die had nooit zulke gevolgen<br />
na zich gesleept, als er van den beginne af, wat meer samenwerking<br />
had bestaan tusschen de colonnes op de beide oevers van de Atjehrivier.<br />
Voor de colonne Stemfoort, die zooals we zagen weinig of geen<br />
tegenstand ondervond, ware het eene kleine moeite geweest, om, gebruikmakend<br />
van de waadbare plaats bij Blang Tjoet, eene patrouille op den<br />
anderen oever te zenden, om daar eens poolshoogte te nemen.<br />
Ana* Galong werd tegen de afspraak in, veel te vroeg in brand gestoken,<br />
en toen de colonne Stemfoort terugging, terwijl die op den linkeroever<br />
maar juist den terugtocht begonnen was, trokken alle benden, die eerst<br />
bij Ana* Galong hadden gestaan, via Montassik naar de zwaar beproefde<br />
achterhoede in Lambada.<br />
Door dat snelle terugtrekken, werd het ook mogelijk, dat de colonne<br />
van Heutsz ten slotte zooveel vuur van den linkeroever der Atjehrivier<br />
kreeg.<br />
Onverantwoordelijk was het tevens, om het 9= Bataljon, dat de<br />
algemeene reserve uitmaakte, toen die op den linkeroever van geen nut<br />
meer was, maar kalm op Lambaroe terug te laten gaan, alvorens te<br />
informeeren of zij der colonne van Heutsz wellicht nog van dienst<br />
kon zijn.
De opheffing der buitenlinie voltooid.<br />
De dagen, die aan de opheffing van Senelop voorafgingen, waren<br />
voor dien post niet zonder stoornis voorbijgegaan. Voornamelijk uit<br />
Lam Bada was de post beschoten; zoo werd den 15= n April door dat<br />
vuur een Eur. fuselier gewond.<br />
Ook Kroeng Gloempang en Tjot Rang dienden nog al eens tot doelwit<br />
van 's vijands vuur<br />
20 April was de dag, aangewezen om het programma van opheffing<br />
der buitenlinie te voleindigen.<br />
De posten Kroeng Gloempang, Tjot Rang en Toengkoeb waren nu<br />
aan de beurt.<br />
Ten behoeve van het inrukken der eerste twee dienden de communi-<br />
catiewegen Tjot Iri — Tjot Rang en Lam Permai — Kroeng Gloempang<br />
te worden vrijgemaakt en gehouden.<br />
Daartoe werden drie zelfstandige colonnes gevormd, wier samenstel-<br />
ling hieronder is aangegeven.<br />
Algemeene Staf:<br />
Bevelhebber: Kolonel der Inf. J. W. Stemfoort.<br />
Chef van den Staf: Luit. Kolonel b/d. gen. staf C. P. J. van Vliet.<br />
Adjudant van den Bevelhebber: 1= Luit. Adj. F. J. Kroesen.<br />
Noordercolonne:<br />
Commandant: Majoor G. F. Soeters.<br />
Adjudant: 1= Luit. Adj. P. H. Mathijsen.<br />
12= Bat. Inf., sterk: 13 officieren, 205 Eur. en 275 inl. minderen,<br />
6 bereden ordonnansen.<br />
Marechaussee: 2 brigades, totaal 37 minderen.<br />
Genietroepen: 7 minderen,<br />
Geneeskundige dienst: een ambulance, onder den officier van gezondheid<br />
2 e kl. E. M. G. Ahn, sterk 17 minderen.<br />
I rein: 6 mandoers en 118 dwangarbeiders.<br />
Middencolonne:<br />
Commandant: Luit Kolonel der Inf. J. B. van Heutsz.
100<br />
Adjudanten: Kap. Adjunct J. C. Smits,<br />
l e Luit. Adj. E. A. van Kappen,<br />
Toegevoegd: vijf bereden ordonnansen.<br />
3= Bat. Inf., cdt.: Majoor K. W. Steinmetz,<br />
sterk: 16 officieren en 594 Eur. en Amb. minderen.<br />
Marechaussee (4 brigades), cdt.: 1= Luit. G. K. Dijkstra,<br />
sterk: 1 officier en 75 minderen.<br />
4= Bergbatterij (2 sectien), cdt.: Kapt. A. Bangert,<br />
sterk: 3 officieren, 37 Eur. en 28 inl. minderen,<br />
4 vuurmonden, 8 rijpaarden en 28 trek- en draagdieren<br />
Genietroepen: 7 minderen.<br />
Geneeskundige dienst: een ambulance, onder den officier van gezondheid<br />
2= kl. E. Razoux Kiihr, sterk 16 minderen.<br />
Trein: 7 mandoers en 148 dwangarbeiders.<br />
Zuidercolonne.<br />
Commandant: Luit. Kolonel der Inf. H. Bendien.<br />
Adjudant: l e Luit. Adj. F. Kilian.<br />
Toegevoegd: Kap. b/d. gen. staf G. C. E. van Daalen en 7 bereden<br />
ordonnansen.<br />
9= Bat. Inf., cdt.: Luit. Kolonel Bendien,<br />
sterk: 17 officieren, 285 Eur. en 286 inl. minderen.<br />
Marechaussee (4 brigades), cdt.: Kap. Jhr. G. J. W. C. H. Graafland,<br />
sterk: 2 officieren en 70 minderen.<br />
1= Bergbatterij (2 sectien), cdt.: Kap. G. J. E. Nauta,<br />
sterk: 3 officieren, 34 Eur. en 28 inl. minderen,<br />
4 vuurmonden, 9 rijpaarden, 28 trek- en draagdieren.<br />
Genietroepen: 7 minderen.<br />
Geneeskundige dienst: een ambulance, onder den officier van gezondheid<br />
2= kl. J. L. W. F. van Leent, sterk 15 minderen.<br />
Trein: 7 mandoers en 156 dwangarbeiders.<br />
Reserve.<br />
6= Bat. Inf., cdt.: Kap. J. J. Verlinden,<br />
sterk: 17 officieren, 259 Eur. en 189 Amb. minderen.<br />
R. H. 4 e escadron, cdt.: Ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoy,<br />
sterk: 3 officieren en 71 minderen (met inbegrip van 18<br />
ordonnansen bij de colonnes).<br />
4= Bergbatterij (een sectie), cdt.: 1= Luit. J. F. C. Deibert,<br />
sterk: 1 officier, 16 Eur. en 12 inl. minderen.
101<br />
Genietroepen, cdt.: 1= Luit. Plantenga,<br />
sterk: 1 officier, 11 Eur. en 19 inl. minderen.<br />
Geneeskundige dienst: een ambulance, onder den officier van gezondheid<br />
2 e kl. H. Pruis, sterk 16 minderen.<br />
Trein: 8 mandoers en 166 dwangarbeiders.<br />
Bovendien werden te Boekit Karang 2 mandoers en 50 dwangarbeiders<br />
gereed gehouden als algemeene reserve voor den trein, terwijl voor het<br />
vervoeren van de op de posten aanwezige goederen beschikbaar waren<br />
gesteld:<br />
a. voor Tjot Rang :<br />
29 ossenkarren met 2 mandoers en 50 dwangarbeiders;<br />
een met paarden bespannen voorwagen van 8 c.M. Veld, met<br />
stukrijders en geleiders;<br />
3 muildieren;<br />
h. voor Kroeng Gloempang :<br />
18 ossenkarren met 2 mandoers en 50 dwangarbeiders;<br />
2 met 6 paarden bespannen voorwagens van 8 c.M. Veld, met<br />
stukrijders en geleiders.<br />
De Noordercolonne onder majoor Soeters moest zich te 4'/2 uur<br />
v.m. van Tjot Iri op marsch begeven, zich aanvankelijk Noordwaarts<br />
bewegen en het voetpad, dat recht Oostwaarts naar de oude Atjehsche<br />
versterking Tjot Paklat voert, inslaan, van daar Zuidwaarts gaan en<br />
Lam Gloempang, Tjap Tanah en Lam Hasan bezetten.<br />
De middencolonne zou op hetzelfde uur van Lam Permai naar Tjot<br />
Rang marcheeren, langs den grooten weg tot Gani en dan het voetpad<br />
volgen, dat Noordelijk en Noordoostelijk voert naar Ateuh, Tjot Si<br />
Boeloeh, Lam Baid en Melajoe. De bij deze colonne ingedeelde artil<br />
lerie moest stelling nemen in Lam Baid en van daar Tjot Semeroeng<br />
en Lam Tjeu onder vuur nemen.<br />
De Zuidercolonne zou te 4'/2 uur v.m. van Siroen afmarcheeren,<br />
over de Kroeeng Lingkar en daarna in Z. O. richting naar Adje Boeng<br />
Mira trekken, Gani daarbij zoo ver mogelijk links latende liggen. Zij<br />
moest, behalve eerstgenoemde kampong, Boeneleh en Tjot Doe bezetten.<br />
Haar artillerie zou te Boeneleh stelling kiezen.<br />
De reserve was ter beschikking van den bevelhebber. Van het 6= Bat.
102<br />
waren 2 compagnieen naar Lam Permai, de beide andere naar Tjot Iri<br />
gezonden.<br />
De Noordercolonne marcheerde om 2 uur v.m. van Koeta Radja af,<br />
in onderstaande marschorde:<br />
Voorhoede: marechaussee, genietroepen.<br />
Hoofdcolonne: staf, 2=, l e en 3 e comp. 12= Bat.<br />
Achterhoede: ambulance, 4= comp. 12= Bat.<br />
Op den bepaalden tijd werd het pad, dat 200 M. ten N. van<br />
Tjot Iri begint, ingeslagen en te ongeveer 5'/2 uur v.m. Tjot Paklat<br />
bereikt.<br />
De middencolonne werd per spoor naar Lam Permai vervoerd en<br />
marcheerde van daar te 4'/2 uur v.m. af, in onderstaande volgorde:<br />
Voorhoede: marechaussee, 1= peloton 1= comp. 3= Bat.<br />
Hoofdcolonne: staf, 2= comp. 3= Bat., artillerie en genietroepen, 2<br />
compagnieen 3= Bat , ambulance, gevechtstrein.<br />
Achterhoede: 2= peloton 1= comp. 3= Bat.<br />
De Zuidercolonne, die eveneens per spoor van Koeta Radja naar<br />
Lam Baroe vervoerd was, kon eerst te 5 uur 5' van Siroen afmarcheeren<br />
in onderstaande volgorde:<br />
Voorhoede: marechaussee, 1 peloton 4 e comp. 9 e Bat.<br />
Hoofdcolonne: 1 peloton 4 e comp. 9= Bat., genietroepen, artillerie,<br />
3= en 2= comp. 9= Bat., trein.<br />
Achterhoede: 1= comp. 9= Bat.<br />
Hoewel zulks niet in de bevelen was opgenomen, lag het toch in de<br />
bedoeling van den militairen commandant van Atjeh en Onderhoorigheden<br />
om den tijdelijken post Toengkoeb mede te ontruimen. Daarbij<br />
kon de omstandigheid, dat de in de XXVI Moekims rondzwervende<br />
moslemin zich tegen onze troepen bij Tjot Rang en Kroeng Gloempang<br />
zouden vereenigen, zeer te stade komen.<br />
De bevolking der XIII moekims Toengkoeb toch was nog niet tot<br />
openlijk verzet overgegaan, en de inlichtingen, die de waarnemend controleur<br />
Neelmeijer gekregen had, wezen er niet op, dat van die zijde<br />
eenige tegenstand zou worden ondervonden.<br />
Te 9 uur v.m. marcheerde onder commando van den 1 = n luitenant<br />
M. Neelmeijer een detachement af, sterk: 2 officieren en 60 bajonetten,<br />
getrokken uit de bezettingen van Koeta Pohama, Pakan Kroeng Tjoet en<br />
Lam Joeng. Te Boekit Karang was een detachement van 4 officieren
103<br />
en 130 bajonetten onder den 1 en luitenant K. A. Vosmaer samengetrokken,<br />
om zoo noodig het detachement Neelmeijer te steunen.<br />
Zonder eenigen tegenstand echter bereikte dit Toengkoeb; munitie,<br />
vivres, kazerneering enz. werden opgeladen, de post zelf aan Toekoe<br />
Nja Banta, Sagihoofd der XXVI Moekims, overgegeven, en te 11 uur<br />
v.m. keerde het detachement, de bezetting en het transport naar Boekit<br />
Karang terug, dat weer zonder stoornis bereikt werd. Alle detachementen<br />
konden te 12 3 /4 uur n.m. naar hunne garnizoenen terugkeeren.<br />
De Noordercolonne was van Tjot Paklat naar Lam Gloempang gemarcheerd,<br />
waar voorloopig de l e comp. den N. rand dier kampong<br />
en de 2= comp. den N. en W. rand van Tjap Tanah bezette. De<br />
3= en 4= comp. waren in Na Hatan achtergebleven.<br />
Toen de colonnecommandant te half acht bij deze compagnie aankwam,<br />
ontving hij het bericht van den bevelhebber, dat 3 compagnieen<br />
van het 6 e Bat. met eene sectie artillerie te 6 ] /2 uur v.m. van Tjot Iri<br />
naar Tjot Rang waren gemarcheerd, en het de bedoeling was eerst Tjot<br />
Rang vrij te maken.<br />
De majoor Soeters kreeg tevens opdracht den linkervleugel dezer<br />
compagnieen zooveel mogelijk te steunen.<br />
De bevelhebber had dit besluit genomen, omdat in den afgeloopen<br />
nacht bij het civiel bestuur berichten waren binnengekomen, die op<br />
heftigen tegenstand van de zijde der moslemin wezen, zoodat vooral<br />
het opheffen van den post Kroeng Gloempang met de daarvoor aangewezen<br />
betrekkelijk geringe troepenmacht niet zou kunnen geschieden.<br />
De 1= comp. kreeg nu order om ook Na Hatan te bezetten, de 4= comp.<br />
en ambulance bleven voorloopig daar in reserve, en met de brigades<br />
marechaussee en de 3= comp. rukte de colonnecommandant naar Lam<br />
Hasan op.<br />
De 1 = luitenant der cavalerie van Haaff, die met een patrouille<br />
bovenbedoeld bericht gebracht had, sloot zich bij deze compagnie aan,<br />
omdat hij nog een bericht voor Tjot Rang had en langs Lam Hasan<br />
zijn doel het best meende te kunnen bereiken.<br />
Uit den Oostrand van Na Hatan deboucheerend en bij het oversteken<br />
van de sawah naar Lam Hasan, werd de colonne te 7 3 /4 uur v.m. door<br />
vuur uit Tjot Bate bestookt, waardoor een fuselier gewond werd.<br />
Lam Hasan zelf werd zonder hindernis doorgetrokken, maar in den<br />
Oostrand gekomen, werd vuur ontvangen uit Tjot Bate en Na Reloh<br />
en daardoor de commandant der beide brigades marechaussee, de Eur.
104<br />
sergt. de Fouw, No. 24755, die door zijn groote terreinkennis en beleidvol<br />
voorgaan de colonne dien morgen van veel dienst was geweest, ernstig<br />
verwond.<br />
Nadat de 3= comp., onder kapitein Steup, eene goede stelling in het<br />
terrein voor den N. O. hoek van Lam Hasan had ingenomen, zond<br />
de colonnecommandant te 9 uur 30' v.m. bericht van de opstelling der<br />
troepen, tevens meldende, dat verbinding met Tjot Rang verkregen was.<br />
De luitenant van Haaff was van Lam Hasan doorgereden naar den<br />
driesprong, 400 M. ten N. W. van Tjot Rang, en daarbij hevig onder<br />
vuur genomen uit den zuidrand van Na Reloh en kampong Lam Tjeu,<br />
waarbij een paard zwaar gewond en daarom afgemaakt werd.<br />
Na uit het bedekte terrein bij den driesprong even de omgeving te<br />
hebben waargenomen en den ruiter met harnachement onder dekking<br />
van een cavalerist te hebben teruggezonden naar Lam Hasan, werd<br />
doorgereden naar Tjot Rang, waarbij aanvankelijk weer enkele schoten<br />
uit den W. rand van Tjot Penom vielen en later zwaar vuur uit het<br />
geheele begroeide terrein ten O. van den weg werd ontvangen; opnieuw<br />
werd nu een paard zwaar gewond, het viel tegen den grond, doch stond<br />
weer op en liep nog tot aan den post door.<br />
Hier werd te 8 uur 55' het bericht afgegeven. Volgens een oogge-<br />
tuige hield dat bericht o.m. in: „het oprukken der colonnes, door vuur<br />
„in N. O. en Z. richting steunen, geen munitie sparen".<br />
Aan dat laatste schijnt men zich al bijzonder stipt te hebben gehouden:<br />
„Ik heb nog nooit" (aldus mijn zegsman) zooveel munitie zien ver-<br />
,,knoeien, als toen door ons detachement.<br />
,,De geweren moesten wegens de hitte, met lappen worden omwonden.<br />
,,Van tijd tot tijd wierp men een flesch klapperolie door de loopen.<br />
,,Werden deze te gloeiend, dan plaatste men ze ter afkoeling in de<br />
,,tonnen met thee.<br />
„Hoeveel duizenden patronen, toen, zonder eenige kans op uitwerking,<br />
,,door het detachement van Tjot Rang zijn verschoten, is moeilijk te<br />
,,bepalen."<br />
Met achterlating van het stervende paard en onder dekking van het<br />
vuur uit de versterking, keerde de patrouille naar Lam Hasan terug<br />
zonder nieuwe verliezen te lijden. Eenigen tijd later, op den grooten<br />
weg naar Tjot Iri, werd het paard van den luitenant van Haaff zwaar<br />
gewond.<br />
De middencolonne had al dadelijk bij haren afmarsch de brug over
105<br />
de Kroeeng Lingkar afgebroken gevonden, zoodat de oevers moesten<br />
worden afgegraven om de batterij te kunnen doen overgaan, waartoe<br />
zij hier voorloopig met hare dekking achterbleef, terwijl de overige troepen<br />
doormarcheerden.<br />
De voorhoede kwam omstreeks half zes, tegelijk met eene bende<br />
Atjehers, Ateuh binnen Een paar salvo's waren voldoende om den<br />
vijand te verjagen. Hij werd nog vervolgd tot in Tjot Si Boeloeh, dat<br />
te 5 uur 40' v.m. bezet werd.<br />
De colonnecommandant had inmiddels Ateuh-Zuid en de ten Westen<br />
daarvan gelegen heuvels mede door eene compagnie doen bezetten, om<br />
de artillerie bij haren opmarsch te beschermen tegen wellicht in Gani<br />
opgestelde vijanden.<br />
7 uur 25' was de geheele colonne ter hoogte van Tjot Si Boeloeh<br />
verzameld. Zonder tegenstand werd nu ook Lam Baid bereikt.<br />
Het terrein, dat de colonne doortrok, was zeer geaccidenteerd, soms<br />
zwaar begroeid, met hier en daar zeer drassige sawah's; het leverde aan<br />
de bergbatterij nog al moeilijkheden op.<br />
De batterij nam in den Noordrand stelling, front naar Tjot Semeroeng,<br />
twee compagnieen van het 3= Bat. in alle randen van de kampong, de<br />
ambulance gedekt daarbinnen. Tijdens het innemen van die stelling<br />
schoot de vijand uit eene vrij groote versterking in den W. rand van<br />
Tjot Semeroeng, alsmede uit het heuvelterrein ten N. van Goea. Enkele<br />
salvo's der infanterie en schoten van de batterij verdreven hem hier<br />
voorgoed.<br />
De commandant der middencolonne deed nu de 2 andere compagnieen<br />
van het 3 e Bat. en de marechaussee onder bevel van den commandant<br />
van het 3= Bat., den majoor Steinmetz, oprukken naar Melajoe, met<br />
last dat punt te bezetten en de Zuidercolonne in het vrijmaken van den<br />
weg naar Kroeng Gloempang te steunen. Na nog, echter zonder succes,<br />
uitgezien te hebben of er wellicht in het terrein eene stelling te vinden<br />
was, die toeliet beteren steun te verleenen aan de N. colonne bij het<br />
vrijmaken van den weg naar Tjot Rang, gaf de overste van Heutsz te<br />
8 uur 40' v.m. aan den algemeenen bevelhebber kennis van het door<br />
zijne colonne verrichte, tevens meldende, dat het bedekte terrein alle<br />
uitzicht, en naar de tegen Tjot Rang optredende troepen en naar de<br />
zijde van kampoeng Melajoe, belette.<br />
Toen eenige oogenblikken later de chef van den staf, de luitenant<br />
kolonel van Vliet, verscheen, nam deze den toestand op en deed een
106<br />
peloton in Boeng Mangen plaatsen, om daar mede te werken tot verzekering<br />
van een veiligen terugtocht van Tjot Rang.<br />
Te 10 uur 50' v.m. werd de volgende last van den algemeenen<br />
bevelhebber ontvangen: ,,Doe eene sectie artillerie zoo spoedig mogelijk<br />
,,stelling nemen in hoog terrein kampong zonder naam, juist W. van<br />
,,Tjot Rang, om aftocht te dekken, steun dringend noodig".<br />
Met het oog op het zeer moeilijke terrein voor de artillerie: dicht<br />
begroeide kampongs, smalle voetpaden en daarbij drassige sawah's, achtte<br />
de overste van Heutsz de uitvoering van die opdracht te gevaarlijk en<br />
besloot daarom met de geheele nog. in Lam Baid voorhanden macht<br />
daaraan te voldoen. Aan den bevelhebber werd hiervan kennis gegeven,<br />
evenals aan den majoor Steinmetz in Melajoe.<br />
Door Tjot Merani en verder door bedekt terrein recht N. van die<br />
kampong, werd nu zeer langzaam voortgerukt. Van de artillerie werd<br />
groote krachtsinspanning geeischt, vooral op de sawah ten N. van Merani.<br />
In bovengenoemd bedekt terrein aangekomen, zag de commandant der<br />
middencolonne Tjot Rang in vlammen opgaan, en hoorde hij aan de<br />
salvo's onzer troepen, dat deze in W. richting teruggingen.<br />
Alvorens verder na te gaan, hoe de opheffing van dien post in haar<br />
werk gegaan was, zullen we in het kort aangeven wat door de Zuidercolonne<br />
was verricht.<br />
Te 4'/2 uur v.m. waren uit Siroen twee kanonnen van 7 c.M. A.<br />
Veld, met eene dekking van 20 bajonetten, in batterij gebracht aan de<br />
W.. zijde van de Kroeeng Lingkar en wel bij de brug in den weg naar<br />
Gani. De opstelling dezer vuurmonden had ten doel de Kroeeng Lingkar<br />
in Z. O. richting in het verlengde te nemen en zoodoende het heen<br />
en weer trekken van vijandelijke benden van den eenen oever naar den<br />
anderen te belemmeren. Zij onderhielden den geheelen dag, soms met<br />
vrij groote tusschenpoozen het vuur.<br />
De brug was afgebroken en kon met de door de colonne medegevoerde<br />
materialen niet worden hersteld, zoodat de niet meer dan een<br />
halve meter diepe rivier doorwaad moest worden. Te half zes was<br />
de voorhoede der Z. colonne met den staf op den rechteroever. De<br />
vijand loste alleen op grooten afstand een paar schoten.<br />
Daar de sawah's zeer drassig waren en de colonnecommandant<br />
vreesde, zoodra het goed licht werd, zoowel van den linkeroever der<br />
Kroeeng Lingkar als uit de kampongs beschoten te zullen worden,<br />
besloot hij van de bevolen marschrichting af te wijken en gaf te 5 uur
107<br />
45' v.m. aan de beide reeds op den rechteroever zijnde compagnieen<br />
last zich van Gani meester te maken.<br />
Tien minuten later was die kampong bezet, zonder verliezen onzerzijds.<br />
6 uur 15' v.m. kon met de geheele colonne langs den weg worden<br />
doorgemarcheerd, 6 uur 25' was de Oostrand van Gani bereikt, en<br />
kwam daar de artillerie in stelling om het vijandelijk vuur in Adje tot<br />
zwijgen te brengen. Dit gelukte, de batterij staakte daarop haar vuur<br />
en de 1= comp. bezette Adje en een heuveltje aan den Zuidwestpunt<br />
van Tjot Soeroei. Steeds langs den weg doormarcheerend, bezette de<br />
2= comp. 7 uur 50' v.m., op last van den colonnecommandant, eene<br />
stelling, N. waarts van Boeneleh, aan dien weg. Met de beide overige<br />
compagnieen en de artillerie werd nu opgerukt naar Boeneleh, dat niet<br />
bezet bleek.<br />
De batterij kwam in den Oostrand dezer kampong in stelling en bleef<br />
hier achter met eene compagnie infanterie. De voorhoede en de 4= comp.<br />
marcheerden langs den weg door en rukten zonder tegenstand te ondervinden<br />
Tjot Doe binnen, terwijl de marechaussee daarop doorgingen<br />
naar Kroeng Gloempang en dezen post, zonder verliezen te hebben<br />
geleden, bereikten. Half tien v.m. werd van een en ander bericht<br />
gezonden aan den bevelhebber.<br />
Langzamerhand begonnen zich kleine, benden te vertoonen, die uit<br />
de Z. en O. gelegen kampongs en van kleine heuveltjes het vuur op<br />
onze troepen en op den post Kroeng Gloempang openden. De artillerie<br />
nam daarop, even voor tien uur, eenige dier benden in Tjot Maraja<br />
onder vuur en bleef verder den geheelen dag doorvuren, hoewel met<br />
groote tusschenpoozen en nu eens in deze, dan weer in gene richting,<br />
waar zich maar vijanden vertoonden.<br />
Zoo bleef ook de geheele Zuidercolonne in de bovenbeschreven<br />
stellingen, in afwachting van de ontruiming van den post.<br />
Behalve de 2= en 4= comp. 6= Bat., die rechtstreeks uit Koeta Radja<br />
naar Tjot Iri waren gebracht, werd de 3= comp , die naar Lam Permai<br />
gezonden was, eveneens derwaarts vervoerd. De 1= comp. werd van<br />
Lam Permai den weg van Kroeng Gloempang opgezonden, om dien<br />
weg door de genietroepen in orde te doen brengen, daar nagenoeg alle<br />
bruggen defect waren. Van de 3= comp. werd eene sectie bestemd<br />
om den luitenant Deibert, die met zijne sectie artillerie op een heuvel<br />
•JZ 500 Oostwaarts van het blokhuis aan de Kroeeng Lingkar was<br />
opgesteld, te dekken. Het overblijvende deel dier compagnie, de 2= en
108<br />
4= comp., de ambulance en de genietroepen van de reserve vormden<br />
eene colonne, die onder den kapitein Verlinden te 6 uur 20' v.m. naar<br />
Tjot Rang oprukte.<br />
Een peloton cavalerie, onder den l= n luitenant Gentil, was reeds ter<br />
verkenning vooruit gezonden en berichtte den kapitein Verlinden achter-<br />
eenvolgens, dat de bruggen geheel of gedeeltelijk vernield of versperd<br />
en de kampongs onbezet waren. 7 uur v.m. werden uit Lam Lo, en<br />
een kwartier later uit Lam Hasan, eenige schoten op de ruiters afgegeven.<br />
De brug ten Z. van laatstgenoemde plaats was afgebroken, het zijterrein<br />
onbegaanbaar; de cavalerie was dus wel genoodzaakt halt te houden<br />
en stelde zich zooveel mogelijk gedekt op.<br />
Omstreeks dien tijd werden de troepen der Noordercolonne in Tjot<br />
Raja waargenomen en hiervan aan den bevelhebber bericht gezonden.<br />
Op last van dezen werden nu door den commandant van het 6= Bat.<br />
te 7 uur 15' v.m. Baba Djoeroeng en te 7 uur 45' v.m. mesigit Ateuh<br />
met een peloton bezet, terwijl de genietroepen, onder dekking van eene<br />
sectie, achterbleven om ook de bruggen in dezen weg te herstellen en<br />
voor het karrentransport geschikt te maken.<br />
Met de overblijvende \ i /2 compagnie te 8 uur 20' v.m. op den weg<br />
ter hoogte van Lam Lo gekomen, werd vuur uit Lam Hasan ontvangen.<br />
Toen dat steeds heviger werd, zond kapitein Verlinden een peloton<br />
in N. W. richting om het tot zwijgen te brengen. Vermoedelijk ook<br />
omdat de Noordercolonne in die kampong kwam, hield dat vuur weldra<br />
op en verplaatste de vijand zich naar Na Reloh en Lam Tjeu. Vier<br />
sectien, onder bevel van den kapitein M. W. Thijssen, rukten nu op<br />
om den Zuidrand van Lam Tjeu, met de daarin gelegen aarden ver<br />
sterking, te nemen en te bezetten (10 uur 15' v.m.).<br />
De in Lam Hasan in stelling liggende troepen der Noordercolonne<br />
ondersteunden dien aanval met hun vuur. Bijtijds verliet de vijand<br />
zijne loopgraven en verdween in N. en O. richting.<br />
De sectien werden vervolgens zoodanig opgesteld, dat zooveel mogelijk<br />
vuur op Tjot Penom kon worden gebracht; aan een groep werd de<br />
bewaking van den grooten weg en het waarnemen der kampong Na<br />
Reloh toevertrouwd.<br />
Omstreeks half elf hadden de genietroepen de bruggen hersteld, en<br />
rukten zij de versterking Tjot Rang binnen, om de noodige voorberei-<br />
dingen tot het ontruimen en verbranden dezer versterking te treffen.<br />
De sectie, die als dekking gediend had, werd op -^~ 200 M. Oost-<br />
-ST*
109<br />
waarts van het punt, waar de weg van Tjot Iri met dien van Lam Goet<br />
naar Tjot Rang samenkomt, opgesteld. Ook deze sectie nam Tjot<br />
Penom onder vuur. Langzamerhand verminderde 's vijands vuur en kon<br />
met de ontruiming een begin worden gemaakt.<br />
Te 11 uur 25' berichtte de postcommandant, de kapitein S. A.<br />
Drijber, aan den bevelhebber, die zich in de nabijheid op den weg<br />
bevond, dat alles gereed was om den post te verlaten, waarop te half<br />
twaalf de gebouwen in vlammen opgingen, en de genietroepen met de<br />
bezetting, de 5= comp. (koloniale reserve) van het 12= Bat., in N. W.<br />
richting naar den weg terugtrokken.<br />
De in Lam Tjeu opgestelde troepen gingen nu terug onder dekking<br />
van de bezetting van Tjot Rang, waarvan een peloton zich ten Z. van<br />
den weg naar Lam Goet met het front naar Tjot Penom had opgesteld,<br />
het andere Z. van den weg naar Tjot Iri bij de kampong zonder naam,<br />
250 M. van den driesprong af. Op haar beurt namen de sectien van<br />
de compagnie Thijssen daarop de terugtrekkende koloniale reserve weer op.<br />
Nauwelijks zag de vijand, dat onze troepen afmarcheerden, of hij<br />
opende van alle kanten een hevig vuur en drong, zooals altijd, behendig<br />
van het terrein gebruik makend, soms zeer dicht op.<br />
De compagnie Drijber bleef voorloopig achterhoede, waarbij een<br />
peloton de linkerflank dekte en het andere sectiesgewijze langs den weg<br />
terugtrok.<br />
Het 6= Bat. werd weer opgenomen door de middencolonne (12 uur<br />
30' n.m.).<br />
Deze was, zooals wij zagen, van Tjot Merani Noordwaarts getrokken<br />
en daarbij in een vuurgevecht gewikkeld met uit Tjot Semeroeng opdringende<br />
vijanden, waardoor zij slechts langzaam vooruit kwam.<br />
Toen te 12 uur 's middags het hoofd dier colonne ten O. van Lam<br />
Lo nabij den grooten weg kwam, bleek het den commandant, dat de<br />
overige troepen de kampong zonder naam nagenoeg alle voorbij waren.<br />
Hij stelde nu de artillerie W. waarts van Lam Lo op en deed de 1 e<br />
compagnie 3= Bat. in stelling komen, dwars over den weg, front makende<br />
naar Tjot Rang en naar het Zuiden.<br />
De algemeene bevelhebber droeg thans den overste van Heutsz de<br />
verdere leiding van den terugtocht op.<br />
Het 12= Bat., ten N. van den grooten weg, bevond zich toen, naar<br />
het vuur te oordeelen, op gelijke hoogte met de compagnie van het<br />
3= Bat. Aan de teruggaande troepen van het 6 e Bat., de compagnie
110<br />
Drijber en den commandant der 4= bergbatterij werd last gegeven onverwijld<br />
naar Tjot Iri door te marcheeren en zich daar ter beschikking<br />
van den algemeenen bevelhebber te stellen.<br />
In verband met het 12= Bat. ging men nu Iangzaam, den vervo'genden<br />
vijand zoo min mogelijk doe! biedend, terug. Ter hoogte van Boeng<br />
Mangen (zie bl. 107) sloot zich het daar opgestelde peloton weer bij<br />
zijne compagnie aan.<br />
Te 1 uur 15' n.m. werd de kampong Baba Djoeroeng, aan den O.<br />
rand van de 1000 M. vrije strook, bereikt. Het 3= Bat. had toen nog<br />
slechts twee licht gewonden bekomen.<br />
De commandant der Noordercolonne was, na het stellingnemen der<br />
3= comp. in Lam Hasan, naar de reserve teruggegaan, onder dekking<br />
der twee brigades marechaussee, en had van daar de munitie der 3° comp.<br />
doen aanvullen en den kapitein Steup tevens den last doen toekomen<br />
zijne stelling niet dan op bevel van den colonnecommandant te verlaten.<br />
Mocht die kapitein van den algemeenen bevelhebber bevel krijgen om<br />
terug te gaan, dan moest hij daarvan kennis geven. Bij het teruggaan<br />
moest dit door alle compagnieen aanvankelijk in Z. richting geschieden,<br />
elkaar daarbij steunend.<br />
De brigades marechaussee werden te 1 1 uur ontboden, om het transport<br />
naar Tjot Iri te begeleiden.<br />
Te 12 uur 30' bracht eene cavaleriepatrouille onder den luitenant<br />
van Haaff aan den majoor Soeters, die zich op dat oogenblik bij de<br />
reserve in Na Hatan bevond, het bericht, dat de verbinding met den<br />
grooten weg verbroken was. Van Haaff had de order tot teruggaan<br />
aan die Noordercolonne gebracht en was reeds weer op den terugweg.<br />
Hij stuitte daarbij op eene vijandelijke bende, sterk ^ 50 man, alien<br />
met geweren bewapend en uniform gekleed (roode fez en zwarte badjoes);<br />
de geringe sterkte der patrouille liet niet toe te chargeeren; zonder<br />
opgemerkt te zijn, reed hij daarom naar Na Hatan terug.<br />
Zoo spoedig mogelijk deed majoor Soeters opbreken om dien vijand<br />
in den rug te doen aangrijpen. De ordonnansen, die naar de 3= comp.<br />
waren gezonden, hadden haar niet meer in Lam Hasan aangetroffen en<br />
daar Atjehers gezien. Wat was daar voorgevallen?<br />
Toen het 6 e Bat. zijne stelling in Lam Tjeu verliet, kwamen de<br />
Atjehers onmiddellijk opzetten. De compagnie Steup kreeg het nu wel<br />
wat warm, zoodat de commandant—toen ook het vuur onzer eigen
HI<br />
troepen, die waarschijnlijk het voorterrein verlaten waanden, de ingenomen<br />
stelling bedreigde — besloot eigener initiatief in Z. richting op den weg<br />
terug te trekken. Dit terugtrekken zou sectiesgewijze plaats hebben;<br />
toen de vijand echter gillend en schreeuwend opdrong, had men moeite<br />
de inlandsche fuseliers bedaard stelling te doen nemen en eenigszins<br />
gerichte salvo's te doen afgeven, vooral toen de eenig overgebleven<br />
Europeesche sergeant (de andere der compagnie had reeds in Lam Hasan<br />
een schot gekregen) gewond werd. Aan het flink en bedaard optreden<br />
van den kapitein Steup, den l= n luitenant Brouwers en den adjudantonderofficier<br />
Scheepens, No. 41893, was het te danken, dat de troep<br />
bij elkaar bleef, en de terugtocht naar behooren uitgevoerd werd. Eenmaal<br />
op den grooten weg gekomen, kon de compagnie doormarcheeren en<br />
bereikte even na 1 uur n.m. Tjot Iri.<br />
Doordien het bevel tot inrukken den commandant van het 12= Bat.<br />
te laat bereikte, was de kapitein Steup dus gedwongen geworden zijne<br />
stellingen te verlaten, zonder zijnen chef daarvan kennis te geven en<br />
werden diens overige troepen daardoor in den rug bedreigd door benden,<br />
die tusschen de kampongs Lam Gloempang en Tjap Tanah op den<br />
weg waren doorgedrongen.<br />
Met de 1= en 4= comp. marcheerde majoor Soeters in de richting<br />
van den grooten weg, doch, aan den Zuidrand van Lam Gloempang<br />
gekomen, kregen deze colonnes plotseling een hevig vuur van eene, in<br />
het Zuidwaarts gelegen terrein, tusschen het struikgewas verborgen bende,<br />
dat door salvo's beantwoord werd. Op de sawah tusschen Lam Gloempang<br />
en Tjap Tanah komend, werd dit vuur zoo hevig, dat het niet<br />
meer voldoende was het met een paar salvo's te beantwoorden, maar<br />
moesten de beide compagnieen in haar geheel in stelling komen. Sectiesgewijze<br />
werd nu op Tjap Tanah teruggetrokken; de vijand opende<br />
zijn vuur intusschen ook uit de Noordelijk gelegen sawahranden.<br />
Op het open terrein komend, werden bij de bocht in den weg ten<br />
N. van Baba Djoeroeng troepen van het 3= Bataljon waargenomen, die<br />
denzelfden vijand onder vuur hidden en daardoor den terugtocht van<br />
het 12= Bataljon krachtig steunden. In Tjap Tanah aankomende werd<br />
de daar in stelling liggende 2= compagnie 12= Bataljon bij de overige<br />
compagnieen van het korps aangetrokken.<br />
De overste van Heutsz zond te 1 uur 15' v.m. bericht van de<br />
opstelling der troepen, waarop een kwartier later antwoord kwam dat<br />
de bevelhebber te half drie met de transportcolonne naar Kroeng Gloem-
112<br />
pang zou oprukken, dat de beide andere compagnieen 3= Bat. (Majoor<br />
Steinmetz) in stelling moesten blijven, aangezien voor het opmarcheeren<br />
naar den post slechts drie vermoeide compagnieen beschikbaar waren,<br />
en dat er te Lam Permai troepen noodig waren om den terugtocht te<br />
dekken, waarom aan overste van Heutsz verzocht werd, bij aankomst<br />
te Tjot Iri, daarvoor maatregelen te treffen.<br />
Een kwartier later trok het 12= Bataljon over de open sawahstrook<br />
terug, en volgde ook een der compagnieen van het 3= Bataljon, die<br />
halverwege Baba Djoeroeng — Tjot Iri, achter een daar aanwezigen hoogterug,<br />
post vatte.<br />
Het peloton repeteergeweren van het 3= Bataljon gaf sectiesgewijze<br />
nog eenige salvo's af op de nog immer vurende, in het bedekte terrein<br />
opgestelde vijanden en trok daarop kalm terug tot achter den evengenoemden<br />
hoogterug.<br />
Veel steun bij dezen terugtocht verleende de bij de Kroeeng Lingkar<br />
opgestelde sectie bergartillerie onder den l en luit. Deibert.<br />
Om beurten gingen nu verder de achterste compagnie 12= Bataljon<br />
en de laatste compagnie 3= Bataljon achterwaarts en om 2 uur 20' n.m.<br />
waren alien te Tjot Iri verzameld.<br />
Het 3= Bataljon had ook in de open strook geene verliezen geleden.<br />
Te Tjot Iri meldde de kapitein Steup zich weer bij zijn colonnecommandant,<br />
die het afwijken van de orders volkomen billijkte.<br />
De genietroepen en alles wat tot de bezetting van Tjot Rang had<br />
behoord, met uitzondering van de infanterie, zoomede dooden en gewonden,<br />
werden per extratrein naar Koeta Radja vervoerd.<br />
De overige troepen werden met den stroomtram geleidelijk naar Lam<br />
Permai overgebracht, waar alien ongeveer 4 uur n.m. gearriveerd waren.<br />
Gaan we nu eens na wat er, behalve door de Zuidercolonne, nog<br />
in' de richting van Kroeng Gloempang gedaan was.<br />
Te 7'/4 uur v.m. was door den bevelhebber eene cavaleriepatrouille<br />
onder den ritmeester Jhr. de Lannoy, sterk tien ruiters, naar dien post<br />
gezonden om den weg te verkennen. Op deze patrouille waren onmiddellijk<br />
de 1= compagnie 6= Bataljon en de genietroepen, ter sterkte van<br />
1 officier en 30 man, gevolgd om den weg voor het karrentransport<br />
geschikt te maken en verder bij de ontruiming van den post de behulpzame<br />
hand te bieden. Achtereenvolgens kreeg de cavalerie verbinding<br />
met de middencolonne (compagnieen Steinmetz) en met de Zuidercolonne.
113<br />
Slechts een paar schoten waren uit eene aarden borstwering, ter<br />
hoogte van Tjot Doe, op de patrouille gelost.<br />
De compagnieen Steinmetz hadden om 10 uur 30' v.m. verbinding<br />
met de 1= compagnie 6 e Bataljon en een half uur later met de Zuidercolonne.<br />
1 1 uur 15 gaf die majoor den bevelhebber daarvan kennis.<br />
Daar alle bruggen in den weg zwaar versperd of vernield waren,<br />
terwijl op twee plaatsen (^ 100 M. Oostwaarts van kampong Gani)<br />
eene boomversperring met eene bamboedoeriversperring over eene lengte<br />
van 50 pas werden aangetroffen, vorderde de genie zeer langzaam.<br />
Eerst te 1 1 uur 45' kon aan den bevelhebber het bericht door eene<br />
patrouille van 4 cavaleristen worden gebracht, dat de laatste brug in<br />
den weg, N. O. waarts van Tjot Doe, hersteld was.<br />
De 1= compagnie 6= Bataljon nam daarop, in afwachting van nadere<br />
bevelen, stelling in het hooge terrein ten N. O. van laatstgenoemde<br />
kampong, met het front naar het N. O. en Z., waarbij de cavalerie<br />
zich gedekt opstelde.<br />
Te 2 uur n.m. marcheerde een detachement, sterk 2 officieren en 65<br />
man, van Lam Baroe via Siroen naar Gani en bezette dit punt om later<br />
den terugtocht der troepen te steunen.<br />
Na daar ongeveer een uur gelegen te hebben, kreeg deze afdeeling<br />
last van den bevelhebber om naar Kroeng Gloempang op te rukken.<br />
Zij nam op ongeveer 500 M. van dien post stelling op het hooge terrein<br />
ten N. en O., naast de 1= compagnie 6 e Bataljon, welker bewegingen<br />
zij verder dien dag volgde.<br />
In de stelling bij Gani kwam een door Lam Permai uitgezonden<br />
detachement van 1 officier en 50 man.<br />
Het peloton cavalerie onder den l en luitenant Gentil rukte te 2 uur 1 5'<br />
eveneens in de richting van Kroeng Gloempang op, om te verkennen<br />
en voorts den veiligheidsdienst in het zijterrein te verrichten. Na gerapporteerd<br />
te hebben, dat de weg in orde bevonden was, stelde dit peloton<br />
zich ongeveer 600 M. ten W. van Kroeng Gloempang gedekt op.<br />
De 5= compagnie v/h 12= Bataljon was te 2 uur 40' n.m. in dezelfde<br />
richting afgemarcheerd, voor de transportmiddelen uit, en kreeg 200 M.<br />
voorbij Tjot Doe uit Z. W. richting vuur, waarop die compagnie, op<br />
het hooge terrein ten Z. van dien weg in stelling kwam, en het aanvankelijk<br />
zeer krachtige vuur des vijands in zooverre tot zwijgen wist te<br />
brengen, dat na 4 uur 45' n.m. slechts nu en dan een schot viel.<br />
De 2 sectien bergartillerie onder kapitein Bangert, die oorspronkelijk<br />
8
114<br />
tot de middencolonne behoorden, werden op ^ 300 M. ten N. O.<br />
van Lam Permai in batterij gebracht om het opdringen van vijandelijke<br />
benden uit het Noorden tegen te gaan en eveneens den terugtocht der<br />
van Kroeng Gloempang komende afdeelingen te steunen. Later sloot zich<br />
ook de sectie Deibert hierbij aan en plaatste zich naast de beide andere.<br />
De transportmiddelen, waarbij 2 3 /4 compagnieen van het 6= Bataljon<br />
als dekking, konden tot op 500 M. van den post doormarcheeren en<br />
werden te 4 uur n.m. daar gedekt opgesteld.<br />
Aan den commandant van de 1= compagnie van dat korps was te<br />
3 uur 35' n.m. last gegeven, met een peloton stelling te nemen op het<br />
hooge terrein ten N. van den weg tegenover kampong Paja Oe. Het<br />
2= peloton, daarvoor aangewezen, kwam door een misverstand niet ten<br />
Noorden, maar ten Zuiden van den weg in stelling, nl. Oostelijk van<br />
Tjot Doe en leed daar eenige verliezen. Onder persoonlijke leiding<br />
van den compagniescommandant, luit. Walpot, werd later door het 1 =<br />
peloton aan de opdracht voldaan.<br />
De overige compagnieen van het 6= Bataljon kwamen op het hooge<br />
terrein ten Z. van den weg in stelling. Zij werkten mede om 's vijands<br />
vuur te doen ophouden, waarop te half vijf de karren naar Kroeng<br />
Gloempang opmarcheerden. Nauwelijks vertoonden zij zich op het open<br />
gedeelte van den weg, of de vijand opende van alle kanten weder een<br />
hevig vuur.<br />
Daar de ingang van de benteng niet voldoende verbreed was, bleven<br />
de voorwagens daarvoor steken. Hoewel onmiddellijk werd afgespannen,<br />
verwondde de vijand, die blijkbaar goed op dien ingang was ingeschoten,<br />
nog twee paarden, een kanonnier en een stukrijder.<br />
Een der stukken van 7 c.M. A. Veld werd door eene bespanning<br />
van 4 paarden naar buiten gebracht, zoo spoedig mogelijk door het<br />
2= met 6 paarden gevolgd. Tot het laatste toe was de vijand met<br />
dezen vuurmond onder vuur genomen.<br />
Eenmaal in den hollen weg bij het hooge terrein gekomen, waren<br />
die stukken in veiligheid.<br />
De beide compagnieen van het 3= Bataljon, die aan de ontruiming<br />
van Tjot Rang hadden medegeholpen, waren 's middags half vier met<br />
den luit. kolonel van Heutsz van Lam Permai afgemarcheerd en kregen<br />
ter hoogte van Gendroet verbinding met de andere compagnieen van<br />
dat korps onder majoor Steinmetz, aan wien de overste nu het bevel<br />
overdroeg.
115<br />
Het 12= Bataljon, dat te 4 uur in Lam Permai verzameld was (met<br />
uitzondering van de 5= compagnie) bleef daar op last van overste van<br />
Heutsz voorloopig wachten, om later zoo noodig eene opnamestelling<br />
in te nemen.<br />
Nadat de post Kroeng Gloempang geheel was ontruimd en aan het<br />
transport een flinke voorsprong was gegeven, werden te 6'/4 uur n.m.<br />
de gebouwen in brand gestoken, en trok de bezetting met de genietroepen<br />
en de marechaussee der Z. colonne, door de in stelling liggende troepen<br />
been, terug en marcheerde naar Lam Permai.<br />
Achtereenvolgens verlieten nu de verschillende afdeelingen hare stellingen,<br />
te beginnen aan de Oostzijde, eerst de 5= compagnie v/h. 12= Bataljon,<br />
daarna het detachement Lam Baroe met het 6= Bataljon. De vijand<br />
drong hevig vurende op.<br />
Daar het reeds donker begon te worden en dus marcheeren door<br />
het terrein zeer veel moeite zou kosten, trokken alien op den weg terug<br />
en marcheerden op hun beurt door de in stelling liggende compagnieen<br />
van het 3= Bataljon heen naar Lam Permai.<br />
De Zuidercolonne (het 9= Bataljon) had te 6 uur n.m. hare artillerie<br />
reeds derwaarts gezonden, wijl van dit wapen in de duisternis vermoedelijk<br />
meer last dan nut zou worden ondervonden.<br />
Zelf nam die colonne te 6 uur 40' n.m. den terugmarsch aan met<br />
drie compagnieen langs den grooten weg. De 1= compagnie, die in den<br />
Oostrand van Adje had gelegen, trok langs de Zuidelijke randen der<br />
kampongs en door sawahs ten Z. W. van dien weg naar Gani; zij was<br />
omstreeks 8 uur n.m. te Lam Permai. Slechts nu en dan werd op<br />
grooten afstand uit de richting van de Lingkar een enkel schot op deze<br />
colonne afgegeven.<br />
7 uur 10' n.m. begon de terugtocht voor het 3= Bataljon. De 3 e compagnie<br />
maakte de voor-, de 1= compagnie — waarbij de repeteergeweren —<br />
de achterhoede uit. Onmiddellijk heropende de vijand, die zich de<br />
laatste oogenblikken vrij wel stil gehouden had, het vuur, dat — het was<br />
heldere maan —door de 2 e , 4 e en 1= compagnie beantwoord werd.<br />
1 oen het daardoor wat kalmer werd, kwamen de 2= en 4 e compagnie<br />
°P den weg; de 1= compagnie vormde van het peloton repeteergeweren<br />
een naar de Westzijde open carre, waarna ook die compagnie den terugmarsch<br />
aanving, alweer onder een vrij hevig vuur van den vijand, die<br />
onze troepen volgde en gedeeltelijk ook in de Kroeeng Lingkar stelling<br />
nam op onze linkerflank.
116<br />
Om 7 uur 45' n.m. aan den Westrand van kampong Gani gekomen,<br />
werd daar het detachement van Lam Permai in stelling aangetroffen, dat<br />
nu verder de taak der achterhoede overnam.<br />
Zonder verliezen te hebben geleden kwam het 3= Bataljon te 8 uur<br />
15' n.m. te Lam Permai aan, een half uur later gevolgd door het detachement<br />
van dien post, dat aan bedoeld bataljon eenen flinken voorsprong<br />
had gelaten en bij het verlaten van zijne stelling den vijand, wiens vuur<br />
allengskens ophield, nog wat schoten nazond.<br />
Aan de Kroeeng Lingkar had zich de 4= compagnie van het 12= Bataljon,<br />
die daar eene opnamestelling had ingenomen, bij het teruggaande<br />
detachement aangesloten.<br />
Aanvankelijk waren door den commandant van het 12= Bataljon twee<br />
compagnieen achter de Kroeeng Lingkar en de beide andere meer achterwaarts<br />
als reserve opgesteld. De algemeene bevelhebber had te 8 uur<br />
last gegeven 3 compagnieen te doen inrukken.<br />
De 4= bergbatterij had reeds bij het invallen der duisternis hare stelling<br />
verlaten; ook de beide veldvuurmonden, die bij de brug in den weg<br />
Siroen — Gani waren opgesteld geweest, waren toen met hare dekking<br />
huiswaarts gegaan.<br />
Aan de opdracht was voldaan.<br />
De verbruikte munitie bedroeg 158 granaten, 148 granaatkartetsen,<br />
17.000 repeteer- en ^L" 40.000 Beaumontpatronen.<br />
De geleden verliezen aan onze zijde bedroegen 1 officier en 3 man<br />
gesneuveld en 27 minderen gewond.<br />
Bovendien sneuvelden vier rijkspaarden en werden 1 officierspaard<br />
en 1 muildier gewond.<br />
Volgens berichten, bij den wd. controleur K. A. Vosmaer binnen-<br />
gekomen, werd aan 's vijands zijde Toekoe Hoesin Lhong Bata ernstig<br />
in den hals gewond; verder werden dien dag 27 Atjehers gedood en<br />
40 gewond.<br />
De militaire commandant, kolonel Stemfoort ontving van den Regeering-<br />
commissaris het volgende per commandementsorder bekend gemaakte<br />
schrijven:<br />
„ . . . Sedert veertien dagen is door u en door de troepen onder<br />
„uw bevelen een aanvang gemaakt met de vervulling eener moeilijke<br />
„taak en in dit tijdvak, kort als het is, is veel van alien gevorderd.<br />
„Opnieuw is moed getoond in de talrijke gevechten tegen een verra-
117<br />
„derlijken en somtijds stoutmoedig optredenden vijand, volharding en<br />
„trouwe plichtsbetrachting bij het doorstaan van groote vermoeienissen.<br />
„Voor hetgeen thans reeds verricht is, betuig ik mijn dank aan u,<br />
,,Kolonel en aan alien, die daaraan deelnamen.<br />
,,Ik heb de overtuiging, dat, waar wellicht nog een zware taak te vol-<br />
,.brengen zal zijn, deze door u en uw troepen op een schitterende wijze<br />
,,ten einde gebracht zal worden."<br />
..Overtuigd dat dit hooge blijk van waardeering zal strekken tot een<br />
,,krachtigen prikkel tot nieuwe plichtsbetrachting en als opwekking tot<br />
,,vernieuwde krachtsinspanning, kwijt ik mij bij dezen van de vereerende<br />
,,en bijzonder aangename taak, bovenstaand schrijven ter kennis te brengen<br />
,,van hoofd- en subalterne officieren, onderofficieren en minderen in dit<br />
,,commandement."<br />
De Mil. Comd'. Van A. en O.<br />
(w.g.) STEMFOORT.
HOOFDSTUK II.<br />
Het tijdvak van 21 April tot 28 Juni <strong>1896</strong>.<br />
Na de opheffing der buitenposten werd, zooals van zelf spreekt, meer<br />
aandacht aan de handelingen van Toekoe Oemar gewijd.<br />
Van verschillende zijden kreeg men berichten; vooral van een Maleier<br />
Soetan Ali, gewezen krani van Oemar, werden zeer juiste inlichtingen<br />
ontvangen, omtrent de aangelegde versterkingen, de plaatsen waar geweren,<br />
kruit, kostbaarheden en geld werden opbewaard, en ten slotte omtrent<br />
de getalsterkte der verschillende deelen, waarin Oemar's strijdmacht<br />
gesplitst was, de bewapening, de namen der panglima's, enz.<br />
Later, wanneer we het oprukken van onze troepen tegen de IV en<br />
VI Moekims behandelen, zal een en ander nader worden aangegeven.<br />
Om op alle eventualiteiten voorbereid te zijn, was reeds den 15= n<br />
April telegrafisch aan de Regeering het verzoek gedaan twee bataljons<br />
infanterie, een peloton Europeesche cavalerie, een bergbatterij en een<br />
peloton genietroepen, met gevechtstrein, kookgereedschappen, een ration<br />
vivres bij den man, twee dagen vivres verpakt in koelievrachten en de<br />
noodige dwangarbeiders voor de gevechtstreinen en vivresopvoer gereed<br />
te houden, om op eerste oproeping naar Atjeh te kunnen worden<br />
gedirigeerd.<br />
Ook werden de nog te Batavia aanwezige geweren van 6.5 m.M.<br />
opgevraagd, waarop vandaar de mededeeling kwam, dat 35 repeteer<br />
geweren en 37 idem-karabijnen per eerste gelegenheid zouden worden<br />
toegezonden.<br />
Reeds den 22= n d.a.v. werd de last gegeven de bovengenoemde<br />
troepen onafhankelijk van elkaar naar Oleh-leh te doen vertrekken.<br />
Ten einde de door Oemar aangelegde versterkingen in den rug te<br />
komen, was eene landing in de Kroeng-Rababaai overwogen, doch op<br />
het advies van den commandant der zeemacht daarvan weer afgezien.<br />
Het door ons op den 1 7=" verloren geschut zou door Panglima Polim<br />
gebracht zijn binnen Senelop, welken post hij voor zich ingericht had.<br />
Volgens Soetan Ali had Oemar-Wakil Amin met 100 man daarheen
LUITENANT-GENERAAL J. A. VETTER.
119<br />
gezonden om het kanon van 7 c.M. A. Veld op te koopen, volgens<br />
andere berichtgevers waren die lieden derwaarts gegaan, om tegen ons<br />
te vechten.<br />
Panglima Bintang van de III Moekims Daroe deed weten, dat hij zich<br />
eventueel bij de sterkste zou aansluiten.<br />
Den 20 8ten April werd uit Lamtih gemeld, dat de bevolking van<br />
Lam-Awi, Lam-Toetoe, Lam-Manjang en Lam-Isi op ongeregelde tijdstippen<br />
bezig was met het versterken der kampongsranden, het in orde<br />
brengen van oude en het opwerpen van nieuwe versterkingen.<br />
Onzerzijds werd te Lamdjamoe een begin gemaakt met den bouw<br />
van een batterij voor mortieren van 20 c.M., aanleunende aan de Oosterface,<br />
eene 12 c.M. A. en een 7 c.M. A. veldbatterij, aanleunende<br />
aan de Westerface der versterking.<br />
Het doel dezer batterijen was het beschieten der in het voorterrein<br />
gelegen stelling van Toekoe Oemar.<br />
Den 25= n d.a.v. werden zij bewapend met 8 mortieren Brons van<br />
20 c.M., 6 kanonnen Brons Getr. van 12 c.M. A. en 6 kanonnen St.<br />
Getr. van 7 c.M. A. Veld. Ter bewaking dezer batterijen richtte men<br />
aan de uiteinden blokhuizen voor twintig man op.<br />
Met het oog op eventueele operation tegen de VI en IV Moekims,<br />
kwam er aan de Noordzijde der versterking een vivresmagazijn.<br />
Ook Lamtih kreeg een kanon van 7 c.M. A. Veld en wel in het<br />
N. W. bastion, bovendien werd binnen de versterking eene observatiestelling<br />
ingericht, waarop later een mitrailleur werd geplaatst.<br />
Uit Kota Radja werden 's nachts verschillende hinderlagen in het<br />
terrein tusschen de posten gelegd. Bij eene daarvan, in den nacht<br />
v/d 25= n , nabij het blokhuis Lamara, werd een vijandelijke Atjeher<br />
neergelegd, die den Eur. sergeant de Kok, No. 19807, licht verwondde.<br />
Den 24= n April was bij het bestuur een brief van Oemar, van gelijken<br />
inhoud als vroegere brieven, ontvangen (Zie bijlage IV).<br />
Zijne Excellentie de Regeerings-Commissaris deed hem den 25 st = n d.a.v.<br />
ook bij brief te kennen geven:<br />
1° dat zijne betuiging van onveranderde gezindheid jegens het Gou<br />
vernement onwaar was, omdat hij anders niet in gebreke zou zijn gebleven,<br />
al het oorlogsmaterieel terug te geven, dat hem geleend was geworden<br />
voor een krijgstocht in het Lamkraksche.<br />
2° dat zijne betuiging van het Gouvernement niet te willen bestrijden
120<br />
even onwaar was, want dat hij er anders niet toe zoude zijn overgegaan<br />
versterkingen in de VI Moekims te doen aanleggen.<br />
3° dat hij om in genade door het Gouvernement te worden aange-<br />
nomen, den 26= n April had in te leveren al het hem geleende oorlogsma-<br />
terieel, te slechten de opgeworpen versterkingen in de VI Moekims en<br />
zich op nieuw te onderwerpen.<br />
Hierop werd in den vroegen morgen van den 26=" April een ant-<br />
woord ontvangen, waarin hij een uitstel van drie dagen verzocht, zonder<br />
dat daarin eene bepaalde belofte werd afgelegd, om het geleende oorlogs-<br />
tuig in te leveren en de bewuste versterkingen te slechten.<br />
Zijne Excellentie de Regeerings-Commissaris gaf hem daarop bij<br />
schrijven van dienzelfden dag te kennen, dat het gevraagde uitstel niet<br />
kon worden verleend, doch dat hij voor zonsondergang een begin van<br />
uitvoering had te geven aan het inleveren van het geleende oorlogsma-<br />
terieel onder berusting van hem zelven, zijne metgezellen en de bevolking<br />
van de VI Moekims, benevens met het slechten der opgeworpen ver<br />
sterkingen in laatstgenoemde landstreek.<br />
Aan deze eischen niet voldaan zijnde, werd hij nog in den avond<br />
van den 26= n April bij besluit van den wd. Gouverneur No 159 (zie<br />
bijlage VI) ontslagen als Panglima Prang Besar van het Gouvernement en<br />
als Oeleebalang van Lepong, met bepaling dat hij voortaan in alle officieele<br />
bescheiden zou worden aangeduid met den naam van Toekoe Oemar.<br />
Tevens werd lastgegeven om den volgenden morgen tegen zonsopgang<br />
uit de batterijen te Lamdjamoe, uit de posten Blang en Lamtih en van<br />
de ter reede van Oleh-leh liggende oorlogsschepen, het vuur te openen<br />
tegen de versterkingen en woningen in de VI Moekims.<br />
De Regeerings-Commissaris vaardigde eene nieuwe proclamatie uit<br />
aan hoofden en bevolking in Groot-Atjeh, waarin te kennen werd gegeven<br />
om welke redenen Zijne Excellentie zich gedwongen zag de vijandelijk-<br />
heden tegen Oemar aan te vangen (Zie bijlage VII). Eene kennisgave<br />
van het besluit, waarin hij uit al zijn waardigheden werd ontzet, was<br />
er bijgevoegd (bijl. VI).<br />
De bezetting van Lamdjamoe werd in den vroegen morgen van den<br />
27 en versterkt met 5 officieren en 105 minderen der vestingartillerie;<br />
den 25= n was daar reeds eene compagnie infanterie gearriveerd ter voor-<br />
ziening in den wachtdienst.
121<br />
De vddbataljons wezen daar om beurten eene compagnie voor aan,<br />
die er dan twee dagen bleef.<br />
Ten 5 u. 45' v.m. van den 27= n begon het zoogenaamde „bombardement<br />
van Lampisang".<br />
Het vuur tegen de stellingen van Oemar werd van dien dag tot aan<br />
23= n Mei, zoolang het licht was, voortgezet, zelfs nu en dan werden<br />
's nachts salvo's of enkele schoten gedaan.<br />
In dien tijd werden niet minder dan 2105 granaten voor Mortieren<br />
van 20 c.M., 1573 id. voor kanonnen van 12 c.M. Br. A., 1347 voor<br />
kanonnen van 7 c.M. A. Veld, 1582 granaatkartetsen voor 12 c.M.<br />
Br. A., 1332 id. voor 7 c.M. A. Veld en 57 Brandkogels voor Mortieren<br />
van 20 c.M., dus totaal 7996 projectielen door de batterijen van<br />
Lamdjamoe verschoten. H. M. Sumatra en Wilhelmina voegden met het<br />
zware scheepsgeschut daar het hunne aan toe. De groote schepen ter<br />
reede waren n.l. de Tromp, Koningin Wilhelmina en Sumbawa, respectievelijk<br />
met 32, 22 en 6 stukken w.o. verscheidene van een Kaliber<br />
van 28, 21 en 17 c.M. De resultaten van dat vuur zijn, zooals wij<br />
zullen zien, zeer gering geweest.<br />
De vijand beantwoordde het den eersten dag nagenoeg niet. Een<br />
viertal schoten werden op den post gelost, waarvan er een den Eur.<br />
korporaal der cavalerie van Vliet, No. 32260, verwondde.<br />
Intusschen hadden zich verscheidene hoofden uit de XXVI en ook<br />
uit de XXII Moekims aan Oemar's zijde geschaard.<br />
Om te beginnen Toekoe Nja Makam van Lamnga met ^ 60 volgelingen,<br />
Toekoe Tjoet Toengkoeb, Toekoe Imam Siem en Toekoe Gading<br />
Silang met ^ 100 volgehngen, alsmede Toekoe Djohan Lampasei, het<br />
2 nimmer in onderwerping gekomen sagihoofd der XXVI Moekims,<br />
voorts Toekoe Rajoet (T. Tjihiq van de V Moekims Montassik), Toekoe<br />
Brahim van Montassik, Toekoe Ali Pager Ajer, en ten slotte Pang<br />
Mat Ier Alang, een panglima van Polim met onderaanvoerders en volk<br />
van T. Hoesin Longbatta.<br />
Het volk van Toekoe Moeda Baid, Toekoe Tjoet Lamtengah, Toekoe<br />
Moesa Anaq Bate, Toekoe Kerkoen, Teungkoe Soepi, Teungkoe Lam-<br />
Oee en Habib Samalanga hield zich voorloopig onzijdig.<br />
Van Adjoen (Z. W. van Belang) in N. richting tot aan het strand<br />
en in de kloof waren alle kampongs verlaten, de bevolking zette zich op<br />
de hellingen der heuvels neer, zoodat ons kanonvuur tijdens het bombardement<br />
niet meer dan een drietal dooden en eenige gewonden maakte.
122<br />
Volk uit de XXII Moekims, drong ten getale van 4 a 500 man in<br />
de Moekims Daroe; alle verkeer met het volk binnen onze linie werd<br />
belet.<br />
Verrassing der versterking Batoe in de XIII Moekims Toengkoeb.<br />
Ten einde Toekoe Tjoet Toengkoeb al dadelijk voor zijn afval te<br />
straffen, kreeg de wd. controleur der XXVI Moekims opdracht, om in<br />
den nacht van 28 op 29 April van Boekit Karang uit naar de benting<br />
Batoe, nabij Toengkoeb, ^b 400 M. westelijk van het kruispunt te<br />
marcheeren, die versterking bij verrassing te nemen, de daarin aanwezige<br />
huizen te verbranden en overigens den eigenaar zooveel mogelijk schade<br />
te berokkenen.<br />
Commandant: 1= luitenant M. Neelmeijer.<br />
Voorhoede: 3 brigades marechaussee.<br />
Hoofdcolonne: 3 brigades marechaussee.<br />
ambulance,<br />
het detachement van Pakan Kroeng Tjoet.<br />
Daartoe waren dus 2 officieren en 6 brigades marechaussee, totaal<br />
103 minderen met 24 dwangarbeiders en 6 tandoes, beschikbaar gesteld ;<br />
door den commandant werden bovendien een kannonnier met lichtfakkels<br />
en een detachement van Pakan Kroeng Tjoet medegenomen.<br />
Te I 1 uur n.m. werd afgemarcheerd, drie kwartier later bereikte de<br />
voorhoede reeds de Z. W. face van het voorwerk der benting, zonder<br />
opgemerkt te zijn.<br />
De gesloten toegang werd geforceerd; een zich binnen dat voorwerk<br />
bevindend huis was verlaten.<br />
Om binnen de eigenlijke versterking te komen moesten nog twee<br />
poorten worden gepasseerd. De eerste werd door den Eur. sergeant<br />
Panman, No. 21620, de tweede door sergeant Vogel, No. 22210,<br />
aan de binnenzijde geopend, vooral het overklimmen der laatste had<br />
dien onderofficier veel moeite gekost. Twee brigades gingen onmid<br />
dellijk binnen en onderzochten de daarin aangetroffen huizen, die bezet<br />
bleken te zijn.<br />
De vertrouwde van Tjoet Toengkoeb, Leh-Oe, wilde zich een door-<br />
tocht banen, maar werd door sergeant Vogel neergelegd. De overige<br />
Atjehers uit dat huis gaven zich toen gevangen.<br />
Die in het huis van Tjoet Toengkoeb zelf weigerden er uit te komen.<br />
Men besloot toen het huis in brand te steken. Dit ziende, trachtten
123<br />
zij zich er door te slaan, maar werden alien, n.m. zeven, neergelegd.<br />
Nadat alles aan de vlammen was prijsgegeven, werd met twee licht<br />
gewonden onzerzijds de terugtocht aanvaard, als buit een repeteerkarabijn,<br />
een voorlaadgeweer en blanke wapens medevoerend.<br />
Door den Regeerings-Commissaris was het plan opgevat om Oemar's<br />
stellingen in en voor de Kloof van Beradin in den vroegen morgen<br />
van den 2= n Mei aan te vallen.<br />
Aan den commandant der scheepsmacht in de Wateren van Atjeh<br />
werd den 29= n t.v, het verzoek gericht om in den namiddag van den<br />
l= n Mei door vier oorlogsschepen eene demonstratie in de Kroeng<br />
Rababaai te doen houden, teneinde, door het voor anker komen dier schepen<br />
aldaar, de vijanden uit de stellingen in de VI Moekims in die richting<br />
te lokken.<br />
Met het geschut moest daarbij op de kampongs Seboen, Lamlon en<br />
Lambaroe worden gevuurd, aangezien vermoed werd, dat zich daar het<br />
grootste deel van Oemar's aanhang ophield, en ook zijne voorraden<br />
waren opgeborgen.<br />
Dat vuur moest eventueel tot den 2= n , 7 ] /2 u.v.m. worden voortgezet.<br />
Mochten de van Java verwachte bataljons eerst in den namiddag<br />
van den l en arriveeren, dan zou de aanval in den morgen van den<br />
3= n geschieden. De marine zou dan bijtijds van nadere bevelen worden<br />
voorzien.<br />
De schijnvertooning, 's avonds te voren te houden, moest wijzen op<br />
eene landing op den volgenden morgen.<br />
In den daarop volgenden nacht, zou de vloot uit de Kroeng Rababaai<br />
kunnen verstoomen, om met het aanbreken van den dag — hetzij den<br />
3 cn , hetzij den 4= n Mei — voor Lepong te ankeren en op een zoo<br />
vroeg mogelijk uur met de tuchtiging van dat landschap te beginnen.<br />
Werd uit de IV Moekims niet terug gevuurd, dan behoorde op de<br />
kuststrook van dit 'andschap niet te worden geschoten.<br />
Uit Buitenzorg werd er nog de aandacht op gevestigd, dat voor het,<br />
hoewel zeer onwaarschijnlijke geval, dat Oemar zich, nadat de actie<br />
tegen hem begonnen was, nog mocht wenschen te onderwerpen, die<br />
onderwerping op genade of ongenade moest worden aangenomen.<br />
In afwachting der Regeeringsbeslissing diende hij in dat geval te<br />
worden aangehouden.
124<br />
Demonstratie in de XIII Moekims Toengkoeb.<br />
Den 30= n April werd in het Toengkoebsche eene vertooning gemaakt<br />
tot afleiding van den vijand.<br />
Daartoe was aangewezen eene troepenmacht, bestaande uit:<br />
Commandant: Iuitenant-kolonel der infanterie H. Bendien (tevens com<br />
mandant 9= Bataljon).<br />
Staf: 1= luitenant adjudant J. J. Romswinckel.<br />
1= luitenant M. Neelmeijer, wd. controleur der XXV<br />
Moekims.<br />
Met Toekoe Daoed en twee gidsen.<br />
6 bereden ordonnansen.<br />
Colonne: het 9= Bataljon sterk: 17 officieren en 544 Eur. en<br />
Inl. minderen,<br />
twee sectien bergartillerie (commandant kapitein G. J. E.<br />
Nauta),<br />
sterk: 2 officieren, 57 minderen, 14 paarden, 18 muil-<br />
dieren en 4 vuurmonden,<br />
een detachement genietroepen, sterk 1 Eur. sergeant<br />
en 8 minderen.<br />
din peloton cavalerie, commandant 1 = luitenant C. W.<br />
van Haaff, sterk 32 sabels,<br />
ambulance onder den officier van gezondheid 2 e klasse<br />
J. L. W. F. van Leent, bestaande uit 15 minderen.<br />
De opdracht luidde ongeveer:<br />
trein: 142 dwangarbeiders.<br />
Van Boekit-Karang te 6 u. v.m. afmarcheeren over Toengkoeb in de<br />
richting van Kroeng-Kali, met het doel, eene demonstratie te houden<br />
in de XIII Moekims Toengkoeb en de eigendommen en bezittingen<br />
van den hoeloebalang Toekoe Tjoet Toengkoeb en van den Imam van<br />
Siem, die zich met hunne volgelingen bij Toekoe Oemar te Lampisang<br />
hadden aangesloten, te vernielen.<br />
Het aanbinden daarna van een ernstig gevecht moest worden vermeden<br />
en getracht, het doel zonder belangrijke verliezen te bereiken.<br />
Kon zonder bezwaar tot Kroeng Kali worden doorgerukt, zoo diende<br />
van daaruit de benting Gle Broee onder vuur te worden genomen,<br />
indien die nl. bezet was.<br />
Het eventueel afbreken van het gevecht en het tijdig aannemen van<br />
den terugmarsch werd aan het beleid van den aanvoerder overgelaten.
125<br />
Het was ten strengste verboden andere dan de speciaal aangewezen<br />
eigendommen en bezittingen te vernielen of te verbranden.<br />
Even na 6 uur werd van Boekit-Karang afgemarcheerd langs den weg<br />
van die plaats naar Toengkoeb.<br />
Het peloton cavalerie ging zelfstandig vooruit met opdracht berichten<br />
in te winnen en den toestand van den weg Toengkoeb — Lam-Njong<br />
te doen verkennen.<br />
De indeeling der colonne was overigens:<br />
Voorhoede: commandant kapitein H. T. de Moulin, I = compagnie<br />
9= Bataljon.<br />
Hoofdcolonne: 1 peloton 2 e compagnie id.,<br />
2 sectien artillerie met hare dekking,<br />
het 2= peloton der 2= compagnie id.,<br />
3= compagnie id.,<br />
genietroepen en ambulance.<br />
Achterhoede: 4= compagnie id.<br />
Uit Lam-Poedja-Noord kreeg de voorhoede ten 6 u. 20' v.m. een<br />
veertigtal schoten, die haar een gewonde bezorgden.<br />
Ook uit de kampongs Lam-Poe-Oe en Lamdoero-Zuid vielen een<br />
paar schoten.<br />
De cavalerie, spoedig gevolgd door de 1= compagnie, ging intusschen<br />
door naar Batoe, dat ten 6 u. 30 v.m. door onze manschappen bezet was.<br />
De gidsen deelden den colonnecommandant nu mede, dat de kam<br />
pong Siem, waarin het huis van den Imam en de kampong Kroeng<br />
Kali, waarin dat van den Hoeloebalang, zwaar bezet en versterkt waren<br />
en dat opmarsch derwaarts door den vijand zeker ernstig zou worden<br />
bemoeielijkt.<br />
Overste Bendien vond daarin aanleiding den gewestelijk militairen<br />
commandant, met het oog op het in de opdracht vermelde, telefonisch<br />
om nadere bevelen te vragen. Het antwoord luidde, dat de uitvoering<br />
geheel aan het beleid van den colonnecommandant werd overgelaten.<br />
De commandant der cavalerie had inmiddels den weg naar Lam Njong<br />
doen verkennen, die vrij wel in orde bleek, en kreeg te 7 u. v.m. het<br />
bevel „voorwaarts gaan in de richting van Kroeng-Kali, ontvangt gij<br />
„veel vuur dan terugkeeren."<br />
Na een 400 M. gemarcheerd te hebben, kreeg de cavalerie vrij veel<br />
vuur uit den N.W. rand van Praboee.
126<br />
De commandant stelde zijn patrouille verdekt op en ging persoonlijk<br />
naar den colonnecommandant om de stelling des vijands nader aan<br />
te duiden.<br />
De tusschen Batoe en Toengkoeb in batterij gekomen artillerie verdreef<br />
de schutters met een paar schoten. De cavalerie ging daarop door,<br />
doch kreeg ter hoogte van missigit Toengkoeb, die onbezet bleek, weer<br />
vrij zwaar vuur uit het bedekte terrein ten Z. van Landoero.<br />
Ook de zijpatrouilles der cavalerie werden uit de flanken beschoten.<br />
Toen nu de spitscommandant rapporteerde, dat eene bende van 25<br />
man den vijand in bovengenoemd bedekt terrein was komen versterken,<br />
en werd waargenomen, dat een dertigtal gewapende Atjehers langs den<br />
weg van Tjot-Rang in N.O. richting oprukten, terwijl een honderdtal<br />
uit het Noorden zich in Z richting naar den weg Toengkoeb-Kroeng-<br />
Kali bewogen, besloot de colonnecommandant geen ernstig gevecht aan<br />
te gaan en gaf order op Boekit Karang terug te trekken.<br />
Zonder verdere verliezen werd die post te 9 u. v.m. bereikt, zonder<br />
dat aan de opdracht voldaan was.<br />
Den I= n Mei werd het geschutvuur te Lamdjamoe voor 24 uur<br />
gestaakt.<br />
De vijand, die den vorigen dag uit Lam Loempoe eenige salvo's<br />
op de versterking had afgegeven, liet zich ook dezen dag niet onbetuigd.<br />
's Avonds te 8 ure vielen uit een tiental geweren 5 salvo's op onzen<br />
post, waardoor een Eur fuselier licht gewond werd.<br />
Behalve de reeds vroeger genoemde gebouwen werd, met het oog<br />
op het optreden tegen Oemar, hier ook een hospitaal opgericht, dat<br />
geheel gereed kwam. Met een vijftal stoomers van de Koninklijke<br />
Paketvaart Maatschappij arriveerden op dezen en den volgenden dag de<br />
van Java gevraagde troepen, te weten:<br />
het 5= en 7= Bataljon infanterie, eene bergbatterij, een peloton cavalerie<br />
en behalve de Iuitenant-kolonel der artillerie W. Boetje en de majoor<br />
der infanterie G. A. Hansen nog een vijftiental officieren en minderen<br />
en 56 dwangarbeiders ter aanvulling.<br />
Diversie naar Montassik.<br />
Van verschillende zijden kwamen intusschen berichten in, dat vijandig<br />
volk uit de XXII Moekims onder Toekoe Tjihik Kampong Bahroe, T.<br />
Brahim Montassik, den ouden Imam van Longbata, Potjoet Mat Tahir,
127<br />
T. Ali Pager Ajer en Teungkoe Pante Glimah zich aan den voet der<br />
heuvels tusschen Empeh Bling en den Gle Taroem-pas bewogen, doch<br />
de grenzen der 3 Moekims Daroe niet overschreden.<br />
Om dit volk tot den aftocht te dwingen en te voorkomen, dat het<br />
T. Oemar onverhoopt ter hulp zou Snellen, werd den 2= n Mei eene<br />
diversie naar Senelop en Montassik gelast.<br />
Daarvoor werden de volgende troepen aangewezen:<br />
Commando: Commandant luitenant-kolonel der infanterie J. B. van<br />
Heutsz.<br />
Chef v/d Staf: Kapitein Gen. Staf G C. E. van Daalen.<br />
Adjudant: 1= luitenant adjudant E. A. van Kappen.<br />
Wd. controleur der XXII Moekims: K. A. Vosmaer.<br />
twaalf bereden ordonnansen.<br />
Infanterie: 6 brigades marechaussee, sterk: 2 luitenants en 1 1 7<br />
karabijnen, commandant kapitein infanterie Jhr. G.<br />
J. W. C. H. Graafland.<br />
3= Bataljon infanterie, sterk: 14 officieren en 576<br />
minderen, commandant majoor der infanterie J. W.<br />
van den Broek.<br />
6= Bataljon infanterie, sterk: 17 officieren en 440<br />
onderofficieren en minderen, commandant majoor der<br />
infanterie G. A. Hansen.<br />
12 e Bataljon infanterie, sterk: 15 officieren.<br />
2 adjudant onderofficieren en 551 onderofficieren en minderen,<br />
commandant majoor der infanterie G. F. Soeters.<br />
Cavalerie: '/2 escadron, sterk: 2 luitenants en 63 minderen<br />
met 65 paarden, commandant ritmeester Jhr. L. D.<br />
C. de Lannoij.<br />
Artillerie: 4= Bergbatterij (2 sectien), sterk: 2 luitenants, 70<br />
minderen, 39 rij-, trek- en draagdieren met 4 vuurmonden,<br />
1 reserveaffuit, 144 granaten, 144 granaatkartetsen<br />
en 48 kartetsen, commandant kapitein Bangert.<br />
Genietroepen: een detachement, sterk: 30 onderofficieren en minderen,<br />
commandant 1 e luitenant der genie A. S. Ruzette.<br />
Ambulance en Trein: 3 ambulances onder de officieren van gezondheid<br />
2= kl. P. J. Diephuis, Dr. G. Grijns en E. Razoux Kiihr.<br />
Gevechtstrein (voor de verschillende infanterie-korpsen,<br />
reserve munitie en koelies voor de genie).
128<br />
Behalve voor het bovenomschreven doel, diende de colonne aan de<br />
vijandelijke benden in het N.W. deel van Montassik zooveel mogelijk<br />
nadeel toe te brengen.<br />
Voornamelijk moest geageerd worden nabij onze gewezen posten<br />
Lamsoet en Senelop en het daartusschen gelegen terrein.<br />
Volgens spionnenberichten had gewapend volk van Polim Senelop<br />
bezet.<br />
Naar luid van het gevechtsbevel was de colonnecommandant voornemens<br />
met de marechaussee zich zoo snel mogelijk in Gani vast te<br />
zetten, waartoe dat korps voor het aanbreken van den dag van Siroen<br />
derwaarts zou oprukken.<br />
Het 12= Bataljon, met zijn gevechtstrein en de cavalerie, zou als<br />
rechtercolonne langs den Oostrand van het bedekte terrein Oostwaarts<br />
van den weg Siroen-Lamsoet naar laatstgenoemde plaats marcheeren en,<br />
na voorbereiding door artillerievuur, die benting aanvallen.<br />
De 2 e colonne bestond uit twee compagnieen van het 6= Bataljon<br />
onder den korpscommandant. Deze zou Oostwaarts van Gani door de<br />
kampongs Adje, Boeneleh en Tjot Bada in gevechtsformatie naar Tjot<br />
Goet gaan.<br />
De derde colonne eindelijk — het 3= Bataljon — moest via Gani naar<br />
Gendroet marcheeren en van hieruit in gevechtsformatie door het hooge<br />
bedekte terrein oprukken naar de lijn Lam-Pre — Lam Tjot, eventueel<br />
den vijand voor zich uit drijven en c.q. ook van het meer Zuidelijk<br />
gelegen Lam-Siti de benting Senelop onder vuur nemen (vooral door<br />
de 6.5 m.M. geweren).<br />
De marechaussee's hadden ter hoogte van de gevechtslinie van de beide<br />
compagnieen v/h. 6° en van het 3= Bataljon en tusschen deze in te<br />
marcheeren en aldus het verband te onderhouden.<br />
De beide resteerende compagnieen van het 6= Bataljon vormden de<br />
algemeene reserve en zouden met de batterij artillerie, waarbij de genietroepen,<br />
van Siroen over den weg langs den linkeroever van de Kroeng<br />
Lingkar tot ten N. van Lamsoet marcheeren en daar nadere bevelen<br />
afwachten.<br />
Zoodra de cavalerie door 's vijands weerstand verplicht werd het<br />
front vrij te maken, had zij zich bij den colonnecommandant te melden.<br />
Het oprukken der troepen beoosten de Kroeng-Lingkar moest gelijktijdig<br />
en in onderling verband geschieden.
129<br />
De aanval zou door den troepencommandant bevolen worden in ver<br />
band met den uitslag der voorbereiding.<br />
Was 's vijands vuur en weerstand gering, dan was de commandant<br />
van het 3= Bataljon gerechtigd, ook zonder nader bevel, tot de attaque<br />
over te gaan, mits hij tevens zorg droeg, voor het vasthouden van Lam<br />
Tjot. De commandant van het geheel zou zich aanvankelijk bij de<br />
artillerie en de algemeene reserve bevinden.<br />
Te 4'/2 u. v.m. begaven zich 3 brigades marechaussee met het<br />
detachement genietroepen van Siroen naar de afgebroken brug over de<br />
Kroeng Lingkar, om deze te herstellen.<br />
De overige troepen, die met extratreinen van Koeta Radja naar Lam-<br />
Permai en Lambaroe waren overgebracht, sloegen een kwartier later de<br />
hun aangewezen wegen in.<br />
Maanlicht begunstigde dezen vroegtijdigen afmarsch. De cavalerie<br />
bij de rechtercolonne kon daardoor zelfs als voorhoedecavalerie optreden<br />
om bij het aanbreken van den dag meer zelfstandig vooruit te gaan.<br />
De algemeene reserve volgde te 4 u. 55' v.m. de beweging, de<br />
batterij in colonne met stukken tusschen de beide compagnieen infanterie<br />
in. De commandant van het detachement genietroepen, die bevel<br />
had gekregen om na herstel van de brug over de Kroeng Lingkar<br />
bij de artillerie en de algemeene reserve aan te sluiten, waartoe hij den<br />
linkeroever der Kroeng volgen kon, achtte dit, toen zijn taak afgeloopen<br />
en de colonne reeds ver verwijderd was, te gevaarlijk en keerde naar<br />
Siroen terug, om daar de terugkomst dier colonne af te wachten.<br />
De cavalerie, die den Oostrand van het terrein bij Lam-Garoet en<br />
Lam-Dam enz. verkende en tevens eene patrouille den L. oever der<br />
Kroeng Lingkar deed volgen, kreeg ten 5 u. v.m. uit eerstgenoemde<br />
kampong een paar schoten. De schutters kozen echter onmiddellijk<br />
daarop het hazenpad.<br />
Een half uur later werd de spits door een paar vijanden van achter<br />
een hoogte ten N. van Loeboek onder vuur genomen. Ook deze<br />
vluchtten weldra in Z. richting, waarop de cavalerie een heuvel op 500<br />
M. ten N. van onze gewezen versterking Lam-Soet, in de sawah gelegen,<br />
bezette. Van Lam-Soet vielen een veertigtal schoten.<br />
De artillerie kwam nu snel vooruit en nam te ongeveer 6 uur eene<br />
stelling in op 1000 M. van Lam-Soet.<br />
9
130<br />
Daar de cavalerie en later de infanterie zich in het front bewogen,<br />
kon zij haar vuur op die benting niet openen.<br />
De overste van Heutsz, die te 5 u. 45' een bericht naar de cavalerie<br />
gezonden had met order het front vrij te maken, kreeg te 6 u. o'<br />
antwoord, dat aan dien last voldaan was, dat zich echter eene compagnie<br />
infanterie op den eersten heuvel ten N. van Lam-Soet bevond, en tien<br />
minuten later reeds de tijding, dat de benting zonder tegenstand genomen<br />
was, en dat de infanterie voorwaarts rukte om den voorgelegen kampong<br />
Lam-Oe le bezetten en daar nadere bevelen af te wachten.<br />
De bevelhebber, die een en ander had waargenomen, zond te 6 u.<br />
v.m. aan het 12= Bataljon en de cavalerie den last: „Cavalerie bij den<br />
„colonnecommandant komen, 12= Bataljon in stelling blijven tot dat<br />
„positien Oost en Noord van Lingkar door andere bataljons zijn<br />
„ingenomen."<br />
Dit was noodig om het 12= Bataljon niet aan het vuur der andere<br />
colonnes bloot te stellen.<br />
In Lam-Soet gekomen, gaf de bevelhebber aan den commandant van<br />
het 12= last om positie te nemen in Lam-Oe met het front naar het<br />
oosten en ook den heuvel tusschen deze kampong en Tjot-Goet bezet<br />
te houden.<br />
Een peloton van het 12 e Bataljon bezette Lam-Soet en de artillerie<br />
met de algemeene reserve werd, evenals de afgezeten cavalerie, ten N.<br />
van die versterking gedekt opgesteld; vervolgens werd een cavalerieofficierspatrouille<br />
met het volgende bericht aan den commandant van het 6=<br />
Bataljon infanterie gezonden:<br />
,,Lam-Soet, 6 u. 27' v.m. No. 3.<br />
,,Lam-Soet en Lam-Oe reeds bezet door 12= Bataljon. Zend met<br />
,,brenger dezes bericht als Tjot-Goet door U bezet is. Ook heuvel<br />
,,N. van Lam-Oe is door ons bezet."<br />
Behalve een paar schoten, die te 6 u. 40' van den O. oever der<br />
Kroeng Lingkar en van de overzijde van de Atjeh-rivier op het 12 e<br />
Bataljon vielen, gebeurde er tot het moment van voorwaarts gaan hier<br />
niets bijzonders.<br />
Bij de troepen ten N. van de Kroeng Lingkar hadden de marechaussee's<br />
zonder eenigen tegenstand Gani en te 5 u. 33' v.m. den kampongrand<br />
ten O. van Masdjid Gani in breed front bezet en hier de komst van<br />
het 3= Bataljon, dat uit Lampermai oprukte, afgewacht.
131<br />
Het 6= Bataljon (2 compagnieen), dat even na de marechaussee's<br />
Gani was binnengetrokken, stelde zich daarachter in voorloopige gevechtsformatie<br />
op.<br />
Omstreeks 5 3 /4 u. v.m. passeerde hen het 3= Bataljon, dat tijdens<br />
den opmarsch naar Gendroet, de aan weerszijden van den weg gelegen<br />
kampongs vluchtig doorzocht en omstreeks 6 u. 50' v.m. de bevolen<br />
beweging in Z. richting aanving.<br />
In onderling verband en in een zeer breed front bewogen de drie<br />
korpsen zich nu zuidwaarts naar de Kroeng Lingkar. Bereden ordonnansen<br />
zorgden voortdurend voor de verbinding.<br />
Een drietal ongewapende Atjehers, die in een kampong waren aangetroffen,<br />
dienden het 3= Bataljon als gidsen. De linkervleugel van dat<br />
bataljon werd bij de beweging in Z. richting door eenige vijanden, die<br />
zich ter hoogte van den grooten weg Kroeng-GIoempang — Senelop<br />
bevonden, bestookt.<br />
Nu en dan beantwoordden de repeteergeweren hun vuur. Het 6= Bataljon<br />
kreeg een paar schoten uit Adje Boeng Mira.<br />
Te 7 u. 30' ontving de korpscommandant het bovenbedoelde bericht<br />
No. 3. Hij bevond zich toen in Boeneleh en antwoordde te 7 u.<br />
36 v.m:<br />
„Ik wacht tot marechaussee en 3= Bataljon zuidelijk omgezwonken<br />
,,zijn." Ongeveer 8 u. bereikte dit antwoord den colonnecommandant<br />
die toen nog te Lamsoet stond, en daar hij even te voren troepen van<br />
het 6= Bataljon in de richting van Tjot-Goet had zien oprukken, gelastte<br />
hij de beweging voort te zetten.<br />
Den commandant der cavalerie werd order gegeven met een peloton<br />
als zelfstandig verkennende cavalerie vooruit te gaan in de richting M.<br />
Lamdjampoe — Senelop en het andere peloton als aan de voorhoede<br />
gebonden cavalerie toe te voegen aan den commandant van het 1 2= Bataljon,<br />
die met zijn korps door het bedekte terrein via Belang-West en Bralon<br />
ook naar Senelop zou oprukken.<br />
De order tot dit oprukken werd door den pelotonscommandant aan<br />
den majoor Soeters overgebracht; zij behelsde tevens de mededeeling,<br />
dat de reverve en de artillerie eveneens via Lamdjampoe zouden marcheeren,<br />
en dat de stelling ten N. van de Kroeng Lingkar door onze<br />
troepen was ingenomen.<br />
Van tijd tot tijd moest het 12= Bataljon door signalen doen blijken,<br />
op welke hoogte het zich bevond.
132<br />
Te 8 u. 5' v.m. begon de beweging. Alle kampongs tusschen Lamsoet<br />
en Senelop waren blijkbaar in der haast door de bevolking verlaten.<br />
Van de tusschengelegen sawah's waren de meeste vrij droog.<br />
Het 6= Bataljon (2 compagnieen) had intusschen in en ten O. van<br />
Tjot Goet stelling genomen, de marechaussee in aansluiting met dit<br />
korps in verschillende Atjehsche loopgraven aan de Kroeng Lingkar tot<br />
en met Lam Koelat, en het 3= Bataljon in verband daarmede van Lam Pre<br />
over Lam Tjot tot en met het heuvelterrein ten Oosten hiervan aan de<br />
Kroeng Lingkar.<br />
De opmarsch geschiedde verder geheel ongestoord. Eene compagnie<br />
van het 12= Bataljon, die op een verkeerd begrepen order was doorgemarcheerd,<br />
had in den W. rand van Bralon reeds stelling genomen.<br />
De zelfstandige cavalerie zond aan den colonnecommandant, die<br />
zich te 8 u. 57' bij den Noordrand van kampong Belang bevond, het<br />
bericht, dat de spits een zestal schoten uit Senelop had gekregen,<br />
waarop haar te 9 u. v.m. het volgende geantwoord werd:<br />
..Commandant Cavalerie. Zijn er nog troepen van ons tusschen U<br />
„en Senelop? Zoo niet, maak dadelijk front vrij."<br />
De artillerie, die inmiddels op een heuvel tusschen Lam Bada en<br />
Lam Sinjing in stelling was gekomen, mocht natuurlijk het vuur niet<br />
openen voor dat er zekerheid omtrent die al of niet aanwezigheid van<br />
troepen in front bestond.<br />
Nog voor dat er antwoord op dat bericht kwam, zag de colonne<br />
commandant reeds infanterie van het 3= Bataljon en marechaussee met<br />
groote snelheid tegen Senelop oprukken. Voorbereiding door artillerie<br />
was onnoodig gebleken.<br />
De kapitein Graafland had, toen hij zag dat de Atjehers reeds aanstalten<br />
maakten de versterking te verlaten, het sein tot den aanval<br />
gegeven.<br />
De commandant der 2= compagnie 3= Bataljon deed zijne compagnie<br />
de beweging onmiddellijk volgen.<br />
Tijdens dien aanval werd de compagnie uit verschillende punten<br />
beschoten.<br />
De vijand, die in de zuiderface van de versterking coupures had<br />
gemaakt, wist hierdoor te ontvluchten, zoodat de inl. marechaussee<br />
Simin, No. 8502, die het eerst daar binnen kwam, de vogels gevlogen<br />
vond (9 u. 10' v.m.).<br />
De versterking werd nu door de 1= en 2= compagnie 3= Bataljon
133<br />
bezet, de marechaussee kreeg order in Lam Sinjing voorloopig rust te<br />
nemen, terwijl aan den commandant van het 12= Bataljon bevel werd<br />
gezonden naar Noord Bralon en West Lambada op te rukken.<br />
De artillerie wilde daarop uit eene heuvelstelling ten N. van Lambada<br />
s vijands vuur uit de O. en Z. O. van Senelop gelegen kampongranden en<br />
hoogten tot zwijgen brengen; voor dat zij echter tot vuren gereed was, hadden<br />
de repeteergeweren van het 3= Bataljon daaraan reeds een einde gemaakt.<br />
Daar zich nu vele uit de moekims Hoho komende Atjehers noordwaarts<br />
van Lam Tjot bewogen, en de troep uit het Zuiden en Zuidoosten<br />
in het geheel niet meer beschoten werd, dacht de colonnecommandant<br />
er aan den terugtocht over Kroeng Gloempang te nemen.<br />
Toen echter bleek, dat de brug bij Toei Selimbing afgebroken was,<br />
werd ter wille van de artillerie van deze route afgezien en besloten<br />
langs de opmarschlijn terug te keeren.<br />
Intusschen was door verschillende troepenafdeelingen en ook door<br />
den wd. controleur luitenant Vosmaer naar het op 17 t. v. zoekgeraakte<br />
geschut, kanon van 7 c.M. A. Veld en mitrailleur, gezocht; doch, ofschoon<br />
volgens berichten deze stukken zich te dier plaatse moesten bevinden,<br />
werd er niets aangetroffen.<br />
Uit den toestand, waarin onze oude benting verkeerde bleek ook volstrekt<br />
niet, dat zij b.v. Polim en trawanten sinds gehuisvest zou hebben.<br />
Voor den terugmarsch werden de volgende orders gegeven:<br />
Het 3= Bataljon moest over Lam Koelat en Lam Kiwan en, zoodra<br />
gezien werd dat Lamsoet in brand stond, in verband met het halve<br />
6= Bataljon naar Tjot Goet en via Adje op Gani terug gaan, om<br />
van daar, zoodra de overgang bij de Lingkar door onze troepen bezet<br />
was, door te marcheeren naar Siroen.<br />
Het 6= Bataljon (de 2 compagnieen te Tjot Goet) kon den terugtocht<br />
beginnen, zoodra de batterij te Lamdjampoe stelling zou hebben genomen.<br />
De marechaussee's zouden vam Lam Sinjing uit in recht westdijke<br />
richting teruggaan naar den Oostrand van Lam Oe, terwijl het 1 2= Bataljon<br />
zijne opmarschrichting weer zou volgen tot Lamdjampoe en den terugtocht<br />
naar Lamsoet eerst mocht aanvaarden, als de artillerie en de algemeene<br />
reserve Lam Oe weer binnengetrokken waren.<br />
Een peloton cavalerie werd ter beschikking van den commandant<br />
van het 12= Bataljon gesteld om desnoods in verband met de achterhoede<br />
op te treden, het andere als voorhoede-cavalerie ingedeeld.<br />
1
134<br />
Toen de batterij haar positie te Lamdjampoe had ingenomen, begon<br />
om 10 u. v.m. de terugtocht in de aangegeven volgorde.<br />
De vijand liet niets van zich merken; daarom kon een halfuur later<br />
ook de artillerie teruggaan.<br />
Alleen het 3= Bataljon kreeg eenig vuur uit oostelijke richting, welk<br />
vuur nu en dan beantwoord werd.<br />
Bij het doortrekken van Lam Oe deden een paar Atjehers schoten<br />
op de troepen, waardoor een Amb. fus. van het 6 e Bataljon in den<br />
voet gewond werd. Dit was dien dag de eenige gewonde bij de<br />
troepen, die tusschen de Atjehrivier en de Kroeng Lingkar ageerden.<br />
Lamsoet werd verbrand, en verder ging men langzaam terug.<br />
Ter hoogte van Lam Garoet werd den batterijcommandant bevolen<br />
met de beide compagnieen van de reserve naar de brug over de Kroeng<br />
Lingkar te marcheeren, daar, met vrijlating van den weg, in batterij te<br />
komen en zoo noodjg den terugtocht van het 3= en 6= Belaljon over de<br />
open strook met vuur te steunen, Het 12= Bataljon moest zich in het<br />
bedekte terrein ten N. van Lam Garoet opstellen om ook bij de hand<br />
te zijn.<br />
Wel werden eenige met geweren bewapende Atjehers waargenomen,<br />
die in de richting Lam Ateuh-Pasar Iboe trokken en de troepen onder<br />
vuur schenen te nemen, maar zoolang niet met zekerheid bekend was,<br />
waar zich onze troepen bevonden, kon de artillerie daarop niet schieten.<br />
De Genietroepen, die zooals wij zagen te Siroen waren achtergebleven,<br />
kregen nu opdracht de brug over de Lingkar, die nog slechts een plank<br />
breedte had, te verbeteren, en toen die nagenoeg gereed was, kwam<br />
juist het 3= Bataljon uit Gani aanmarcheeren.<br />
De batterij bracht nu haar vuur op Pasar Iboe, Tjot Goet en ten<br />
slotte op Adje, waaruit de troepen beschoten werden, waardoor dat<br />
vijandelijk vuur tot zwijgen werd gebracht.<br />
Te 1 u. 50' n.m., toen bijna alien gepasseerd waren, werd aan de<br />
batterij last gegeven op te leggen, terwijl de reserve verder als achterhoede<br />
moest optreden.<br />
Half drie kwamen de laatste troepen Siroen binnen.<br />
De vijanden hadden slechts een flauwen tegenstand geboden. Volgens<br />
berichten, die bij den wd. controleur Vosmaer binnenkwamen, beliepen<br />
de verliezen hunnerzijds slechts 5 gesneuvelden en 12 gewonden, alien<br />
behoorende tot de benden van T. Brahim Montassik, T. Bintang en<br />
Habib Sarih.<br />
_ .
135<br />
Onzerzijds was een Amboineesche sergeant van het 3= Bataljon gesneu<br />
veld, en waren tien minderen gewond.<br />
Verschoten waren: 1 Granaat, 60 G.K.T., 28944 Beaumont —<br />
en 4000 patronen voor geweren van 6.5 m.M.<br />
's Middags te 3 ure werd uit Siroen waargenomen, dat een vijftiental<br />
Atjehers de pas herstelde brug over de Kr. Lingkar bezig waren<br />
weer af te breken. Drie G.K.T. schoten waren voldoende om hen te<br />
verdrijven.<br />
Van Lamdjamoe ging te 8. u. v.m. een patrouille het voorterrein<br />
verkennen, natuurlijk slechts op korten afstand voor den post; de vijand<br />
liet haar rustig begaan. 's Avonds blijkbaar minder goed gezind, nam<br />
hij den post uit Lam Asan een weinig onder vuur.<br />
Een sectie infanterie, gezonden met het doel die schutters zoo mogelijk<br />
te verrassen, keerde terug zonder iets gezien te hebben.<br />
Door eene ontijdig gesprongen granaat van de 20 c.M. mortier, werd<br />
in de batterij alleen materieele schade aangericht.<br />
Een der talrijke 's nachts uitgezonden hinderlagen, n.l. tusschen de<br />
posten Lam Reng en Lam Peneroet, ontwaarde te 1 1 '/2 u. n.m. op<br />
10 passen eene bende van 15 man. Een salvo daarop afgegeven had<br />
blijkbaar weinig uitwerking. De vijand verdween onmiddellijk, na zelf<br />
een vijftal schoten te hebben gelost.<br />
De doorzoeking van het terrein leverde niets op.<br />
Aan boord van H. M. Nias hadden zich in den morgen van den<br />
2= n een tweetal volgelingen van Oemar gemeld, ieder een achterlaadgeweer,<br />
patroonzak en patronen medebrengend.<br />
Zij verklaarden, dat hun het leven in de VI Moekims ondraaglijk<br />
werd gemaakt, en zij toch niet van plan waren tegen de compagnie te<br />
strijden.<br />
Allerlei inlichtingen werden door hen gegeven omtrent de op Oemar's<br />
last gebouwde en bezette versterkingen, loopgraven enz., zoo deelden<br />
zij o.a. mede, dat een benting in Lam Manjang op den weg naar Lamtih<br />
door een veertigtal Pedireezen onder Teungkoe Klibeuh (jongere broeder<br />
van Teungkoe Mat Amin) bezet was. Daar T. Oemar hen nog niet<br />
al te best vertrouwde, had hij hen met voorladers bewapend.<br />
Een tweetal bentings in Lam Isi liet hij door volk uit Daja bewaken,<br />
die voor een deel althans Beaumontgeweren hadden.
136<br />
Volgens hen waren Panglima Poelau en Ketjiq Bintang Lam Loempoer<br />
Oemars beste aanvoerders; deze bezetten dan ook geen versterkingen,<br />
maar hadden eene mobiele macht van 300 man, gewapend met Beaumontgeweren<br />
en in uniform zwart tenue gekleed, onder zich.<br />
Instede van helmhoeden, droegen die lieden hoofddoeken, anders<br />
waren zij best met onze soldaten te verwarren. Hunne bestemming<br />
was overal hulp te verleenen waar dat noodig was.<br />
T. Oemar zelf hield zich nog steeds in of bij zijne woning te Lam-<br />
Pisang op. Aan alle geweerdragenden had hij 50 patronen verstrekt,<br />
doch verboden te schieten, voordat de kompenie zeer nabij was.<br />
Over royaliteit van Oemar's zijde waren zij niet erg te spreken.<br />
Volgens hen betaalde hij niemand en gaf ook geen eten. De Pedireezen<br />
leefden op kosten van de kampongbewoners.<br />
Totaal zouden 5000 strijdbare mannen te zijner beschikking gestaan<br />
hebben, waarvan hij slechts aan een 500-tal geweren zou hebben verstrekt.<br />
Onze beide vrienden beweerden nog, dat de arme lieden, die in deze<br />
benarde tijden moeilijk aan eten kwamen, niets liever wenschten dan<br />
zoodra mogelijk weer in vrede met de kompenie te leven.<br />
Van den beraamden aanval op Oemar's stellingen was intusschen<br />
niets gekomen.<br />
De marine hield echter hare demonstratie in de Kroeng Rababaai.<br />
Vier oorlogsschepen namen schuilplaatsen van volk en bergplaatsen van<br />
Oemar's voorraden in de IV Moekims onder vuur.<br />
De beide volgende dagen werd het landschap Lepong door haar getuchtigd.<br />
Tweede tocht naar de XIII Moekims Toengkoeb op 4 Mei.<br />
Na den weinig succesvollen tocht naar de XIII Moekims Toengkoeb<br />
op den 30=" April t. v., was het wenschelijk die landstreek op nieuw<br />
door onze troepen te doen bezoeken.<br />
Onder bevel van den luitenant-kolonel H. Bendien rukle daartoe de<br />
hierbij aangegeven colonne uit.<br />
Commando.<br />
Colonnecommandant: luitenant kolonel H. Bendien.<br />
Staf officier: kapitein v/d. Gen. Staf H. C. Kronouer.<br />
Adjudant: 1= luitenant der infanterie C. J. Asselbergs.<br />
Infanterie.<br />
5= Bataljon, commandant luitenant kolonel C. J. Laceulle, sterk 16<br />
off. en 525 minderen.
137<br />
7 e Bataljon, commandant majoor J. R. Jacobs, sterk 18 off. en 500<br />
minderen.<br />
9= Bataljon, commandant kapitein der Infanterie H. F. de Moulin,<br />
sterk 14 off. en 565 minderen.<br />
Zes brigades marechaussee, commandant 1= luitenant H. M. Vis, sterk<br />
94 karabijnen.<br />
Cavalerie.<br />
Een half Escadron, commandant ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoij, sterk<br />
3 officieren en 64 sabels en bij elke colonne 5 ordonnansen.<br />
Artillerie.<br />
2 sectien der 1= Bergbatterij, commandant kapitein G. J. E- Nauta,<br />
sterk 3 officieren, 53 minderen, 4 rijpaarden, 20 treken<br />
draagdieren en 4 vuurmonden, waarbij 96 Gr., 96<br />
G. K. T. en 32 K. schoten<br />
Genietroepen.<br />
Commandant 1= luitenant E. J. de Rochemont, 31 minderen met 1 mandoer<br />
en 16 dwangarbeiders voor de materialen.<br />
Geneeskundige Dienst.<br />
Bij elk bataljon een ambulance ter sterkte van: 1 off. v. gez., 12<br />
minderen, benevens 1 mandoer en 10 dwangarbeiders.<br />
Trein.<br />
Bij elk bataljon een trein van 4 mandoers en 104 dwangarbeiders,<br />
1 mandoer en 18 dwangarbeiders bij de marechaussee<br />
en 1 mandoer en 18 dwangarbeiders bij de artillerie.<br />
De wd. controleur der XXVI Moekims M. Neelmeijer en een paar<br />
gidsen maakten den tocht mede.<br />
Blijkens de opdracht was het doel der excursie om de in de XIII<br />
Moekims Toengkoeb gemaakte versterkingen te slechten en te verbranden,<br />
de eigendommen van Toekoe Tjoet Toengkoeb, Toengkoe Sjech van<br />
Kroeng Kali en den Imam van Siem te vernielen.<br />
Volgens mededeelingen van den wd. controleur waren er de volgende<br />
versterkingen (zie kaart):<br />
1. Bij de b. van Masdjid Toengkoeb eene, bezet door Teungkoe<br />
Sjech van Kroeng Kali.<br />
2. In kampong Lambitra (het middelste Landoero) eene, door Imam<br />
Siem bezet.<br />
3. In Kebo (waar de M. van kampong Masdjid Siem staat) eene,<br />
door kampongvolk bezet.
138<br />
Voorts Waren vermoedelijk de oude bentings bij Batoe, Toengkoeb,<br />
Kroeng Kali en Lam-Oedjoeng Zuid, ook door kampong-volk bezet.<br />
Het was ten strengste verboden om iets hoegenaamd, uitgezonderd<br />
vijandelijke versterkingen, te vernielen of te verbranden, tenzij daartoe de<br />
last gegeven werd.<br />
In de opdracht was nog vermeld, dat het 7= Bataljon met 3 brigades<br />
marechaussee de strook benoorden den hoofdweg Toengkoeb—de kampongs<br />
Landoero — tot Lambaroe zou zuiveren, en dat:<br />
het 9= Bataljon met 3 brigades marechaussee de strook bezuiden den<br />
hoofdweg door Lam-Poedjo, Lam-Poe-Oe, Lam Oedjoeng, Lam Hasan,<br />
Masdjid Siem, Kroeng Kali voor zijne rekening zou nemen.<br />
De algemeene reserve (het 5= Bataljon met de Artillerie enz.) kon<br />
langs den hoofdweg marcheeren.<br />
Het 7= en 9= Bataljon moesten op de buitenflanken twee of meer<br />
punten bezetten, om het opdringen van benden uit N.O. en Z. tegen<br />
te gaan.<br />
Door den colonnecommandant werd aan de cavalerie de volgende<br />
opdracht gegeven:<br />
„De cavalerie is voorhoede cavalerie en heeft tot taak het verkennen<br />
„van de door het 7= en 9= Bataljon te doorloopen terreinen tot de lijn<br />
Lambaroe, Lamdoero-N. en N.O. rand Kroeng Kali.<br />
„Eene officierspatrouille onder commando van den 1= n luitenant Happe<br />
„met 1 trompetter en 1 6 ruiters zal de terreinstrook Perampoean-Toengkoeb,<br />
„Landoero-Zuid-en West verkennen en verder als zelfstandige verkennings-<br />
„patroui!le voor het 7= Bataljon uitgaan." Berichten moesten door tusschenkomst<br />
van den commandant van dat bataljon rechtstreeks aan den<br />
colonnecommandant worden gezonden.<br />
Het peloton van den luitenant Lisnet zou aanvankelijk de patrouille<br />
Happe tot Batoe en Toengkoeb steunen en dan het 2= deel der taak<br />
v/d cavalerie (voor het 9= Baltaljon uit) op zich nemen. Eene zelfstandige<br />
onderofficierspatrouille van dit peloton, ter sterkte van I wachtmeester<br />
en 8 ruiters, moest de kampongs Praboee, Lam Ganoi, Lam Klat verkennen<br />
en zich bij Masdjid Siem weer aansluiten bij het peloton Lisnet.<br />
Per extra treinen werden de troepen te voet naar Boekit Karang<br />
gebracht, en om 5 '/2 u. n.m. van daar door de cavalerie de afmarsch<br />
begonnen. In draf werd door de patrouille Happe, gevolgd door het<br />
peloton Lisnet, opgerukt naar Perampoean, Batoe en Toengkoeb.
139<br />
lets ten Z. van Perampoean werd bedoelde patrouille vrij hevig in de<br />
flanken onder vuur genomen uit de graven, gelegen in den N. W. rand<br />
van Lam-Poedjo Zuid.<br />
Een tiental afgezeten ruiters van het peloton Lisnet beantwoordde<br />
dit vuur om de patrouille gelegenheid te schenken naar Batoe door te<br />
gaan. Een rijkspaard werd hier gewond.<br />
Ook uit Perampoean vielen aanvankelijk eenige schoten. De daar<br />
aanwezige Atjehers trokken echter op Toengkoeb terug.<br />
Te 6 u. 17' ontving de colonnecommandant het bericht: ,,5.57 v.m.<br />
„Enkele gewapenden geven vuur uit versterking Batoe; Masdjid Toeng-<br />
„koeb door + 10 man bezet. Zet verkenning voort onder dekking<br />
„van 10 man afgezeten cavalerie, die N. punt van Lam Poedjoe onder<br />
„vuur houden."<br />
Te 6 u. 35' v.m. rapporteerde zij den viersprong te hebben bereikt,<br />
doch door het vrij hevige vuur, ook uit Lampoe-oe, de versterking<br />
Toengkoeb en de masdjid van dien naam, niet verder te kunnen, tenzij<br />
met veel kans op verliezen.<br />
Inmiddels was te 6 u. v.m. ook de infanterie voorwaarts gegaan, het<br />
5= Bataljon met de artillerie, waarbij de colonnecommandant met zijnen<br />
staf, langs het voetpad dat op 300 M. ten Z. van Boekit Karang aan<br />
den spoorbaan sluit en verder via Perampoean naar den viersprong,<br />
het 7= en 9= Bataljon in compagniescolonnes rechts en links van dat<br />
voedpad. Beide bataljons hadden 3 brigades marechaussee en een<br />
compagnie in de voorhoede.<br />
Het door het 9 e Bataljon te passeeren terrein was van den spoordijk<br />
tot + 800 M. W. van de kampongs Lam Poedjo moeilijk begaanbaar;<br />
dan begon een strook natte sawah, waarop de colonne al zeer langzaam<br />
vooruit kwam, en van af Lam Poedjo voerde de weg door verlaten<br />
kampongs.<br />
Het 7= Bataljon trof het beter. Eerst werd een bestaand pad gevolgd,<br />
daarna alang-alangvelden of klapperbosch doorgelrokken; het terrein was<br />
althans niet zoo dicht begroeid of bebouwd, dat de leiding verloren<br />
behoefde te gaan.<br />
Te 6 u. 15' v.m. ontving de colonnecommandant bericht, dat een<br />
van den post Lam-Njong afgeschoten granaat zeer dicht bij onze cavalerie<br />
terecht was gekomen. Aan den postcommandant van Boekit Karang<br />
werd opgedragen per telefoon staking van dat vuur te gelasten.<br />
Te 6 u. 20' was de infanterievoorhoede ter hoogte van Perampoean<br />
~H
140<br />
gekomen, en werd het vuur op den vijand, die de cavalerie in hare<br />
beweging belemmerde, geopend.<br />
Eenige salvo's waren voldoende hem te verdrijven, waarop de cavalerie<br />
hare verkenning kon voortzetten.<br />
De bentings Toengkoeb en Batoe werden elk door eene sectie van<br />
het 5= Bataljon bezet en laatstgenoemde door den colonnecommandant<br />
voor hoofdverbandplaats aangewezen.<br />
Ook eenige geniesoldaten werden daar achtergelaten om de Westerfacen<br />
dier bentings af te graven.<br />
De batterij, die op last van dien chef reeds op den viersprong was<br />
opgesteld, behoefde niet te vuren en kon weer opleggen.<br />
Hoewel de tegenstand van den vijand weinig ernstig was, en hij zich<br />
tot het beschieten onzer troepen op groote afstanden bepaalde, moesten<br />
deze hem toch voortdurend in een breed front voor zich uit jagen.<br />
Het 9= Bataljon liet detachementen achter in den Z. O. rand van<br />
Lam-Poedjo — Z., van Lam Oedjong en Lam Gawai. Achtereenvolgens<br />
werden Lam Poe-Oe, Praboee, Lam Genoi en Lam Klat doorzocht, en<br />
toen ook de Z. O. rand van Lam Hasan en Lam Reh door eene<br />
compagnie bezet.<br />
Met 2 compagnieen doorgaand waren weldra kampong Masdjid Siem<br />
en Kroeng Kali van vijanden gezuiverd.<br />
De cavalerie trad bij hare verkenning onder den ritmeester Jhr. de<br />
Lannoy zeer voortvarend op. Vrij zwaar vuur ontving zij uit de zuidelijke<br />
kampongs Sabang, Tjot Aloer Raja en de daarbij gelegen heuvels, en<br />
bij het deboucheeren der eclaireerende linie uit de strook Lam Reh werd<br />
zij door een tiental vijanden, die zich iets Z. W. van Masdjid Siem<br />
hadden opgesteld, beschoten.<br />
De masdjid zelf bleek door een twintigtal bezet te zijn; toen te 7<br />
u. 40' v.m. de marechaussee dien verkende, waren de lieden echter<br />
gevlogen.<br />
Te 8 u. kon de kapitein Dumoulin rapporteeren, dat hij aan zijne<br />
opdracht voldaan had.<br />
Het 7= Bataljon ondervond het minst tegenstand.<br />
Te 7 u. in het terrein tusschen Lamdoero W. en Z.O. aangekomen,<br />
werden in den N. rand twee pelotons met een 500 M. tusschenruimte<br />
opgesteld. Reeds te 7 u. 45' v.m. kon aan den colonnecommandant<br />
bericht worden, dat Lamdoero N. O. bereikt was. De l e compagnie<br />
van het korps leunde met haar rechtervleugel aan de sawah Z. W. van
.141<br />
Lam Beheu, de 2= compagnie stond N. W. daarvan, en op den linkervleugel<br />
waren de marechaussees geplaatst.<br />
Daar de karabijnen van dat korps slechts een vizier tot 600 pas<br />
hadden, en zich veel vijanden op grooteren afstand vertoonden, werd<br />
een sectie infanterie aangewezen om de marechaussee te steunen.<br />
Het 5= Bataljon met de artillerie was intusschen doorgemarcheerd en<br />
ongeveer halfacht bij den bocht in den grooten weg naar Kroeng Kali,<br />
op 1 K.M. afstand van den viersprong, gekomen.<br />
Daar kreeg de colonnecommandant bericht, dat zich een veertigtal<br />
gewapende Atjehers ten Z. van Klat bewogen.<br />
Eene gemengde compagnie onder de orders van den kapitein J. P.<br />
Linck, onmiddellijk derwaarts gezonden, trof geen vijand meer aan.<br />
Een sectie van het 5= Bataljon werd in eene verlaten benting op<br />
300 M. Z.W. van Masdjid Toengkoeb geplaatst, en daaraan genietroepen<br />
toegevoegd om die sterkte zooveel mogelijk te slechten.<br />
Te 8 u. 30' was de algemeene reserve met de Artillerie bij Masdjid<br />
Siem aangekomen, en werd ook deze masdjid door eene sectie bezet,<br />
met opdracht daar te blijven tot de colonne bij den terugmarsch gepasseerd<br />
zou zijn, en alvorens dan terug te gaan, dit bedehuis in brand te steken.<br />
In kampong Masdjid Siem en Kroeng Kali werden de huizen der<br />
hoofden door de genie in de asch gelegd.<br />
De cavaleriecommandant bij de colonne Dumoulin had inmiddels per-<br />
soonlijk den toestand der sawah's verkend, en toen hij deze bruikbaar<br />
in alle gangen en formatien vond, het peloton Lisnet, dat in Kroeng<br />
Kali van geen nut meer was, last gezonden zich in den N.O. rand<br />
van die kampong onder de orders van den escadronscommandant te<br />
stellen om eventued op over de sawah vluchtende vijanden te chargeeren.<br />
Werkelijk vertoonde zich eene kleine bende, die echter, door ontijdig<br />
geroep van een der patrouillecommandanten, op de cavalerie attent<br />
werd gemaakt en haar toen van een heuveltje ten N. van Kroeng Kali<br />
onder vuur nam.<br />
In gestrekten galop ging de cavalerie er toen op los, maar de vijand<br />
verdween bijtijds over de Kroeng Kali.<br />
De Eur. cavalerist Zomerdijk, No. 41 298, werd daarbij ernstig gewond.<br />
Tot 10 u. v.m. bleef de cavalerie verder de Kroeng Kali en het<br />
aan de overzijde der sawah gelegen terrein observeeren.<br />
•^1
142<br />
Ook met de patrouille Happe werd verband gekregen; in het algemeen<br />
was het terrein voor het ruiterwapen zeer bruikbaar gebleken.<br />
De artilleriecommandant had met zijn twee sectien berg in den N. rand<br />
van kampong Kroeng Kali eene stelling ingenomen, terwijl de compagnie<br />
Linck de versterking in die kampong bezette en zooveel mogelijk slechtte.<br />
Op verzoek van den wd. controleur en van het sagihoofd der XXVI<br />
Moekims T. Nja Banta en met toestemming van den Gewestelijk Militairen<br />
commandant, die de colonne gevolgd had, werden de bezittingen van<br />
Teungkoe Sjech van Kroeng Kali, die ons in werkelijkheid niet zoo<br />
kwaad gezind was, gespaard.<br />
Voor den terugtocht werden nu de noodige bevelen gegeven.<br />
De artillerie moest met hare dekking onmiddellijk terug marcheeren<br />
en met het front naar het Z. O. op + 300 M. Z. W. van Perampoean<br />
eene opnamestelling innemen.<br />
Het 9= Bataljon kon in omgekeerde volgorde als bij den opmarsch<br />
teruggaan en door Lam Poedjo naar den viersprong marcheeren.<br />
Ook het 7= Bataljon zou te lOu. v.m. door hetzelfde terrein, dat het<br />
's morgens gepasseerd had, terugtrekken.<br />
De compagnie Linck van het 5= Bataljon had weer den weg door<br />
Lam Klat, Lam Genoi en Lam Poe-oe te nemen, de beide andere compagnieen<br />
echter den grooten weg via Toengkoeb.<br />
De cavalerie marcheerde lOu. v.m. af voor de compagnie Linck uit.<br />
De patrouille van luitenant Happe bleef voor de achterste compagnie<br />
van het 7 e Bataljon, teneinde op een mogelijk opdringende vijand te<br />
chargeeren.<br />
Toen de vijand bij dien terugmarsch nogal op kwam zetten, werd<br />
te 10 u. 55' v.m. een peloton infanterie van het 5= Bataljon in Masdjid<br />
Toengkoeb geposteerd en aan de compagnie Linck te 11 u. 5' v.m.<br />
opgedragen in een loopgraaf N. van den grooten weg en op 700 M.<br />
W. van den viersprong stelling te nemen om den teruggang van het 7 e<br />
en 5° Bataljon, dat achtereenvolgens de Masdjid Toengkoeb en de<br />
bentings Toengkoeb en Batoe moest verlaten, te beschermen<br />
Naarmate onze troepen in de richting Boekit Karang verdwenen,<br />
bezette de vijand de Westelijke randen van Lam Poedjo Zuid en<br />
Noord en vuurde van hier en ook uit de N. W. van den weg Toengkoeb—<br />
Kroeng Kali gelegen kampongs vrij hevig op de achterhoede.
143<br />
Voordat Batoe verlaten was, plaatste de colonnecommandant nog een<br />
peloton in Perampoe'an met last die benting vast te houden totdat alles<br />
gepasseerd zou zijn, en dan de zich daarin bevindende gebouwen aan<br />
de vlammen prijs te geven.<br />
Het 5= Bataljon ondervond door dat telkens bezetten van punten nog<br />
al oponthoud en kreeg, voor het den viersprong bereikt had, een vrij<br />
beduidend vuur dat ons vijf gewonden kostte, wo. de 1= luitenant-adjudant<br />
Krohne, die eenige uren later overleed.<br />
Hoewel het terrein rechts en links van den grooten weg volkomen<br />
begaanbaar was voor infanterie, werd in het algemeen wel al te veel<br />
aan den weg vastgehouden, waardoor groote doelen geboden werden.<br />
De artillerie kon ten slotte haar vuur op Lam Poedjo, Lam Poe-oe<br />
en den viersprong biengen, waardoor te 11 u. 50' het vijandelijk vuur<br />
geheel tot zwijgen werd gebracht, en de troepen verder ongemoeid Boekit<br />
Karang of Lam Njong konden bereiken, vanwaar zij per stoomtram,<br />
beginnende te 12 u. 40' n.m., naar Koeta Radja terug werden gevoerd.<br />
Het doel van den tocht was ditmaal bereikt ten koste van 14 gewonden<br />
onzerzijds, benevens een rijkspaard.<br />
Aan munitie waren 10 Granaten, 19 G.K.T. en 15212 patronen<br />
scherpe tot Achterl. Gew. kl. Kaliber verbruikt.<br />
De beide laatste tochten hadden den terugkeer in hun gebied van T.<br />
Tjoet Toengkoeb en de hoofden van Montassik met hun volk tengevolge.<br />
Van optreden tegen Oemar kon geen sprake zijn.<br />
Het regenachtige en onstuimige weer, in verband daarmede de onbegaanbaarheid<br />
van het terrein in de VI Moekims, belette elke operatic<br />
Het inwinnen van berichten werd, dank zij de zorgvuldige afsluiting<br />
van de IV en VI Moekims, voor lieden uit de geconcentreerde linie met den<br />
dag moeilijker. Eene gelijke afsluiting handhaafden de in de III Moekims<br />
Daroe en de IX Moekims gelegen bendehoofden uit de XXII Moekims.<br />
Oemar zond intusschen a?in verschillende hoofden ter Westkust brieven,<br />
waarin hij mededeelde de zijde van het Gouvernement te hebben verlaten<br />
en hen uitnoodigde zich bij hem aan te sluiten of hem met geld<br />
en strijders te ondersteunen.<br />
Eendracht heerschte er in het vijandelijke kamp niet.<br />
Een der beste onderaanvoerders, Ketjiq Bintang van Lam Loempoer,<br />
dreigde naar de Westkust te zullen aftrekken, wanneerToenongers (lieden uit<br />
de XXII Moekims) of Pedireezen in de IV en VI Moekims werden geduld.
144<br />
Deze lieden verdwenen dan ook allengskens geheel. Benden van<br />
de Westkust kwamen hunne plaatsen innemen onder Mohamad Arsjad<br />
Lageun, Toekoe Aroen en Habib Abdoellah Paroembe.<br />
Alleen T. Pante Glima bleef met een dertigta! Pedireezen te Mata<br />
Air (Daroe) achter, en deed zelf aan het z.g. kaloet (Maleisch: bertapa)<br />
in de grot van Daroe, misschien wel in navolging van T. Koeta Karang,<br />
die daarmede destijds nog al invloed verworven had.<br />
Den 6= n Mei zond Toekoe Neq, Imam der IX Moekims, zoon van<br />
den eigenlijken Oeleebalang van die landstreek, Toekoe Nanggroi, die<br />
zich steeds te Troemon, waar hij vrouw en kinderen had, ophield, een<br />
brief aan het bestuur met betuigingen van goedgezindheid.<br />
Hem werd geantwoord, dat hij die kon toonen door zijne opwachting<br />
te maken, waaraan hij zes dagen later voldeed. Hij bevestigde<br />
het van andere zijden vernomen bericht, dat Oemar huurlingen in de<br />
IX Moekims liet aanwerven, tegen een loon van 15 dollars 's maands<br />
-\- voeding, om die als vaste bezetting in zijn talrijke kota's te leggen,<br />
iets waartoe hij het kampongvolk in de VI Moekims niet wilde dwingen,<br />
uit vrees hen te ontstemmen.<br />
Veel scheen de werving intusschen niet op te leveren.<br />
Toekoe Nja Mohamad, de wd. Oeleebalang der IX Moekims, hield<br />
steeds verblijf in zijne versterkte kampong Toebaloe.<br />
Hoewel hij op onze hand was, bezat hij geen macht genoeg, om de<br />
vijandige stemming in zijn gebied tegen te gaan.<br />
Nu er van een actief optreden niets kon komen, zon de militaire<br />
commandant op andere middelen om den vijand schade te be-<br />
rokkenen.<br />
Zoo werd tegen het aanbreken van den dag op 6 Mei eene alarmeering<br />
gelast om de lieden in de VI Moekims er toe te brengen hunne voorste<br />
linie van versterkingen krachtig te bezetten en hen daarna door geschut<br />
vuur verliezen toe te brengen.<br />
Onze troepen zouden daartoe te 4'/4 u. v.m. met extratreinen te<br />
Lamdjamoe arriveeren, echter de lijn der posten niet overschrijden.<br />
Een half uur later zouden de kanonnen dan de verschalkte Atjehers<br />
onder vuur nemen.<br />
De medewerking der marine werd ingeroepen, zoowel om met de<br />
zoeklichtcn de te beschieten versterkingen in het voorterrein te beschijnen,<br />
als voor deelneming aan dat bombardement door het scheepsgeschut;
145<br />
middels seinen van Lamtih zou de marine het moment van ingrijpen<br />
worden aangegeven.<br />
De vijand liet zich blijkbaar niet verleiden. De in de versterkingen<br />
aanwezige Atjehers achtten het zelfs niet noodig ons vuur te beant-<br />
woorden en verliezen heeft dat hen, blijkens nader ingekomen berichten,<br />
ook al niet toegebracht. Wel deelden Atjehers, die zich verdienstelijk<br />
wilden maken, mede, dat er door geschutvuur reeds een dertigtal dooden<br />
en gewonden bij onze tegenstanders waren, maar die berichten zijn niet<br />
bevestigd.<br />
Onze oude vriend T. Tjoet Lamtengah, die, zooals wij vroeger op-<br />
merkten, de voeling met het bestuur bleef onderhouden, vond daarin<br />
geen beletsel, om, evenals zijn broeder T. Imam Moeda Baid, met Oemar<br />
te komen confereeren; het bestuur ontving althans van die samenkomsten<br />
kennis.<br />
Eene patrouille, die den 10= n Mei n.m. te 5 ] /2 u. van uit Lambaroe<br />
naar de 2= brug in den weg van Lambarih marcheerde, kreeg in zijn<br />
gebied vuur en wel uit de benting Belang, ^\l 600 M. Z. W. van die<br />
brug gelegen, en de O. van die brug gelegen kampong Bada. Uit<br />
Siroen werden de vijandelijke schutters toen op een paar granaatkar-<br />
tetsen onthaald.<br />
Naar aanleiding van bij den assistent-resident te Telok Semawe inge<br />
komen berichten, dat kwaadwilligen van plan waren handelsstoomers<br />
langs de kust af te loopen, kregen die vaartuigen voorloopig eene dek<br />
king mede.<br />
Bij het kolenetablissement in de Sabang-baai (Poeloe Weh) werden<br />
een paar verhoogde wachthuizen opgericht.<br />
De commandant der scheepsmacht had daardoor weer de vrije be-<br />
schikking over het te Sabang gestationeerde oorlogsschip; ook de stoomer,<br />
die voor de bescherming van Oleh-leh Oost was aangewezen, oordeelde<br />
men daar niet langer noodig.<br />
9 Mei sloeg de Regeerings-Commissaris een besluit, dat we hier in<br />
extenso laten volgen en dat luidde:<br />
I. Dat voortaan de verstrekking van oorlogsmaterieel of het verleenen<br />
van vergunning tot den invoer daarvan door of van wege het bestuur<br />
aan de hoofden of bevolking van het Gouvernement van Atjeh en<br />
Onderhoorigheden stellig verboden was.<br />
10
146<br />
II. Dat den besturenden ambtenaren in het gewest werd opgedragen,<br />
met alle hun ten dienste staande gepaste middelen, te streven naar de<br />
inlevering van de geweren en munitie, welke onder voorwaarde van<br />
latere inlevering in den loop van tijd aan hoofden en bevolking waren<br />
verstrekt geworden.<br />
In de toelichtingen van dat besluit werd overwogen:<br />
dat door den Gouverneur-Generaal meermalen voorschriften waren<br />
gegeven met het doel, de verstrekking van wapens en munitie en het<br />
verleenen van vergunning tot den invoer daarvan aan hoofden en bevol<br />
king van Atjeh en Onderhoongheden te beperken;<br />
dat echter door de opvolgende Gouverneurs van het gewest en de onder<br />
hen gestelde besturende ambtenaren niet altijd was gehandeld geheel<br />
in overeenstemming met de inzichten der Regeering ter zake;<br />
dat dan ook in den loop van tijd groote hoeveelheden oorlogsmate-<br />
riaal, zoowel in Groot-Atjeh als in de kustlandschappen, door het bestuur<br />
zijn verstrekt of met vergunning van het bestuur zijn ingevoerd;<br />
dat in het bijzonder in het tijdvak van medio 1893 tot het einde<br />
van Maart <strong>1896</strong> op die wijze o.a. een groot aantal Beaumontgeweren<br />
met munitie in handen der Atjehsche bevolking was gegeven;<br />
dat dit alles geleid had tot het resultaat, dat wij een talrijken aaneen-<br />
gesloten vijand tegenover ons hadden, grootendeels even goed bewapend<br />
als onze eigen infanterie en veel beter bewapend dan ooit te voren;<br />
dat bovendien, in het algemeen bij het in onderwerping brengen van<br />
minder beschaafde volksstammen, het streven moet gericht zijn op ontwa-<br />
pening, niet alleen tot verzekering van het overwicht van den overheerscher,<br />
maar evenzoo tot het bevorderen van rust, orde en veiligheid van per-<br />
sonen en goederen, welke belangen voortdurend in gevaar gebracht<br />
worden, zoolang de geheele bevolking gewend blijft aan het dragen,<br />
gebruiken en misbruiken van wapens;<br />
dat dit laatste in het bijzonder goed was voor het aan tucht niet<br />
gewende en zeer moeielijk te gewennen volk van Atjeh, zoodat dit<br />
dan ook in de door het bestuur verstrekte en de, hetzij met vergunning,<br />
hetzij op clandestiene wijze ingevoerde oorlogsbehoeften, voortdurend<br />
een krachtig middel heeft gevonden tot het in stand houden van het<br />
vuistrecht;<br />
dat derhalve, zoowel ons eigen belang als overheerscher, alsook<br />
onze plicht als beschaafde natie gebiedend eischte, dat voor goed gebroken<br />
werd met het tot eind Van Maart <strong>1896</strong> afwisselend gevolgde en door
147<br />
de feiten als hoogst schadelijk gekenmerkte stelsel, om aan zoogenaamd<br />
goedgezinde hoofden of bondgenooten wapens en munitie te verstrekken<br />
of vergunning tot den invoer te geven;<br />
dat de geschiedenis echter overtuigend had aangetoond, dat ten deze<br />
niet kon worden volstaan met beperkende voorschriften, en dat derhalve<br />
alleen een stellig verbod tot dat doel kon leiden.<br />
Na lezing van het bovenstaande zal het ook niemand verbazen, dat<br />
de Regeerings-Commissaris pogingen in het werk stelde het overwicht<br />
op den gelijkgewapenden vijand weer te herwinnen door meerdere<br />
repeteergeweren aan te vragen, waarvan er in Holland te dier tijde vele<br />
voorhanden waren of spoedig konden worden verkregen.<br />
Op het telegrafisch daartoe gedaan verzoek seinde de minister terug,<br />
dat tegen medio Juli rechtstreeks een duizendtal kon worden toegezonden,<br />
dat echter voorzien was van het Nederlandsche vizier.<br />
Zijne Excellentie achtte het laatste een zoo groot bezwaar, dat hij<br />
verzocht de zending achterwege te laten.<br />
Dat de bestuursambtenaren nog maar zoo dadelijk niet van de boven<br />
ontvouwde beginselen doordrongen waren, toont ons het Atjeh-Verslag<br />
van 17 — 23 Mei, waarin o.m. werd medegedeeld, dat aan Radja Pakeh<br />
van Pedir vergunning werd verleend zijn ouden bondgenoot Toekoe<br />
Bentara Tjoemboeq met 150 man te ondersteunen in zijn strijd tegen<br />
Toekoe di Rabo, zoon van wijlen Toekoe Dido Kemangan, Toekoe<br />
Mantroi Garoet en Toekoe Lampoeoe, welke vergunning het bestuur<br />
meende te moeten verleenen om de positie der federatie III niet al te<br />
overheerschend te maken.<br />
Of daarmede rust en veiligheid in die streken werd gebracht is nog<br />
de vraag, de ambitie in aanmerking genomen, die Atjehers nu eenmaal<br />
voor de „prang" hebben.<br />
We zouden nu een sprong kunnen nemen tot 21 Mei, aangezien er<br />
in dien tusschen gelegen tijd weinig belangrijks voorviel.<br />
Voor de volledigheid zij echter nog het volgende vermeld:<br />
De commandant der scheepsmacht werd uitgenoodigd om op door hem<br />
'e bepalen tijdstippen van uit de Kroeng Raba-baai nogmaals de kampongs<br />
Seboen, Lamlon, Lambaroe en Naga Oembang, die buiten het bereik<br />
onzer kanonnen in de geconcentreerde linie lagen, onder vuur te nemen.
148<br />
Tot betere controle op den invoer van contrabande werden militairen<br />
aangewezen om de goederen, die ter reede van Olehleh werden aange<br />
bracht, nauwkeurig te onderzoeken.<br />
12 Mei te 10'/4 u. n.m. ging van Lamdjamoe eene patrouille uit om<br />
na te gaan, of de brug over de Tjoet Manjang in den weg naar Pakan<br />
Badak nog bruikbaar was.<br />
Het bleek dat zij op een juk na geheel afgebroken, en het stroompje<br />
ter plaatse ondoorwaadbaar was.<br />
De sawah's in het voorterrein stonden overigens zoo diep onder<br />
water, dat eene daardoor loopende afdeeling zich door haar geplas terstond<br />
moest verraden.<br />
Ook van Lamtih uit werd eene verkenning gemaakt om zich van den<br />
toestand van het terrein te vergewissen. Daar bleek het, dat er op<br />
verschillende plaatsen 0.3 a 0.5 M. water stond, doch dat de ondergrond<br />
hard was.<br />
De compagnie, die de bezetting van Lamdjamoe versterkte, werd den<br />
14= n Vervangen door een peloton. Die sterkte werd voorloopig behouden;<br />
dagelijks zouden de menschen verwisseld worden.<br />
Den volgenden dag gingen te 11 u. n.m. van Lambaroe zes brigades<br />
marechaussee uit met het doel Lamtengah bij verrassing binnen te dnngen<br />
en vervolgens gesteund door eene colonne van 5 compagnieen infanterie,<br />
2 sectien bergartillerie, 1 peloton cavalerie en 1 sectie genietroepen die<br />
streek te tuchtigen en de eigendommen van T. Tjoet Lamtengah te<br />
vernielen.<br />
Nog voor zij haar doel bereikte, werd de marechaussee ontdekt, en<br />
zoo keerde de colonne onverrichter zake huiswaarts.<br />
Blijkbaar getroffen door deze waarschuwing zond T. Tjoet den<br />
volgenden dag een brief, waarin hij nogmaals te kennen gaf goedgezind<br />
jegens de compagnie te zijn, waarop hem natuurlijk geantwoord werd,<br />
dat hij die gezindheid dan maar moest toonen door inlevering der hem<br />
in bruikleen verstrekte geweren en ammunitie en door met op onze<br />
troepenmacht te doen vuren, indien zij zijn gebied bezocht.<br />
Zijn wederantwoord luidde, dat hij het gevraagde zou terugbrengen<br />
en er in zijn gebied geen vijandelijkheden tegen de compagnie zouden<br />
worden ondernomen.<br />
Het onware van deze verzekering zou op den 21= n d.a.v. blijken.<br />
Sinds 7 Mei waren door het geschut van Belang, Ketapan Doea en<br />
Lampeneroet dagelijks op ongelegen tijdstippen eenige schoten in het
149<br />
voorterrein gezonden; van laatstgenoemde posten voornamelijk tegen<br />
Oleh-Loeng, Poenir en de ten Westen daarvan gelegen vijandelijke<br />
kampongs.<br />
Den Imam van Djempit beviel dat blijkbaar in het geheel niet, en hij<br />
liet dan ook het verzoek doen het op zijn Moekim gerichte vuur te staken.<br />
Om zijne gezindheid op proef te stellen, ging den 18 en van Ketapan<br />
Doea een patrouille derwaarts.<br />
Op 150 M. van de kampong gekomen werd echter en daaruit en<br />
uit Boekit Kasoemba en Pantai Abee al tamelijk veel vuur ontvangen,<br />
waarop keert gemaakt werd.<br />
's Nachts verkende eene brigade marechaussee nogmaals het terrein<br />
in de richting Adjoen Goetji Ajer; er stond nog altijd een 1.5 a 2.5<br />
d.M. water, terwijl een den 20= n Mei 's morgens te 7 ure van Lamtih<br />
uitgerukte patrouille tot de conclusie kwam, dat het voorterrein goed<br />
bewaakt en sterk bezet was.<br />
Vooral uit Lam Awi, Lam Tengah en Lam Manjang werd veel vuur<br />
ontvangen.<br />
21 Mei was bestemd om Toekoe Tjoet Machmoed Lamtengah eens<br />
aan zijne belofte te herinneren en na te gaan, wat zijne vriendschaps-<br />
betuigingen wel waard waren.<br />
Excursie naar de Moekim Lamtengah.<br />
Voor de excursie waren de ondervermelde troepen aangewezen:<br />
Commando: Luitenant kolonel Bisschoff van Heemskerk.<br />
Chef v/d Staf. kapitein v/d. Gen. Staf H. C. Kronouer.<br />
Adjudant 1= luitenant adjudant E. A. van Kappen.<br />
7 C Bataljon Infanterie, sterk: 16 officieren en 474 minderen, commandant<br />
majoor J. R. Jacobs.<br />
het half 5= Bataljon Infanterie, sterk: 8 officieren en 249 minderen,<br />
commandant luitenant kolonel C. J. Laceulle.<br />
de 4 C Bergbatterij, sterk: 3 officieren en 89 minderen, 12 rij- en 36<br />
trekpaarden of draagdieren, 6 vuurmonden met voile muni-<br />
tieuitrusting, commandant kapitein A. Bangert.<br />
e'en peloton cavalerie, sterk: 32 sabels, commandant 1= luitenant C. W.<br />
van Haaff.<br />
een detachement genietroepen, sterk: 1 officier en 32 minderen, comman<br />
dant 1= luitenant E. J. de Rochemont.
150<br />
din ambulance onder den officier van gezondheid 2= klasse F. S.<br />
van Hettinga Tromp, en 20 minderen met dwangar<br />
beiders.<br />
Ten slotte een detachement van de verschillende posten ter sterkte<br />
van 2 officieren en 75 man.<br />
Voor het geval de bevolking gewapend verzet pleegde, moesten alle<br />
versterkingen genomen en geslecht, de daarin aanwezige woningen ver-<br />
brand, en alle bezittingen van het moekimhoofd verwoest worden.<br />
Overigens mocht, zonder bijzonderen last, niets vernield of verbrand<br />
worden.<br />
Bekend was, dat, behalve de oude benteng Belang aan de W. zijde<br />
van den weg naar Anak Galong, ^ 200 M. ten Z. van de L. van<br />
Lamtengah, nog de missigit Lamtengah, + 40 M. W. v/d kampong<br />
van dien naam gelegen, en het huis van T. Machmoed, in het midden<br />
dier kampong, versterkt waren, en dat zich 100 M. ten W. van den W.<br />
rand van kampoeng Lamtengah eene aarden versterking bevond.<br />
Eene sectie artillerie zou met het detachement van 75 man der posten<br />
gestationneerd worden bij de brug over de Kroeng Lingkar.<br />
De cavalerie werd, na aftrek van eene patrouille ter sterkte van 1 gegra-<br />
dueerde en 8 man, die de colonnecommandant ter zijner beschikking<br />
hield en een paar ordonnansen bij elk der bataljonscommandanten, even<br />
eens bij de brug over de Kroeng Lingkar opgesteld op den weg Siroen —<br />
Gani om de vijandige Atjehers te beletten naar de Atjeh-rivier op te<br />
dringen, in Z. O. richting langs de Kroeng Lingkar te verkennen en<br />
overigens aan den linkeroever dier rivier te blijven.<br />
De genietroepen moesten de eventueel te nemen versterkingen opruimen<br />
en nader aan te wijzen huizen verbranden.<br />
De wd. controleur, de 1= luitenant Vosmaer, zou de colonne ver-<br />
gezellen.<br />
Tusschen 3 ] /2 en 4 u. n.m. kwamen de verschillende afdeelingen<br />
per extratrein of te paard te Lambaroe aan. Te 4 u 10' werd het<br />
bevel tot den afmarsch gegeven.<br />
De beide sectien artillerie met hare dekking (50 bajonnetten) gingen<br />
voorop om eene stelling op of nabij den weg Lambaroe-Ana* Galoeng,<br />
ter hoogte van de afgebroken brug ^t 1 100 M. van eerstgenoemde<br />
plaats, met het front naar de kampong Lamtengah en de versterking<br />
Belang, in te nemen.<br />
Dg hierop volgende cavaleriepatrouille van den wachtmeester en 8<br />
—-,
151<br />
ruiters had bevel -^ 500 M. Z. van Lambaroe den weg te verlaten<br />
en het terrein in de richting van de bovengenoemde missigit te verkennen.<br />
Het 5= Bataljon verliet eveneens en op hetzelfde punt den weg en<br />
vervolgde in voorloopige gevechtsformatie den marsch door de O. van den<br />
dijk gelegen sawah's.<br />
Een deel der genie was bij dit bataljon ingedeeld.<br />
De overige geniesoldaten waren aan het 7= Bataljon toegevoegd, dat<br />
aanvankelijk het 5= Bataljon volgde, doch in de sawah de 1= compagnie<br />
met sectien uit de flank in aansluiting met het 5= Bataljon deed mar<br />
cheeren.<br />
De troepen voor de Kroeng Lingkar bestemd, namen eenvoudig de<br />
hun aangewezen plaatsen in. De cavalerie, die eene verkenning tot<br />
Lam Dam-Zuid maakte, omdat zij veel volk in de nabijheid van Passar<br />
Tjot Iboe meende te zien, keerde terug met de mededeeling, dat het<br />
passergangers met vrouwen en kinderen waren.<br />
Vijanden werden tot het uur van terugkeer naar Lambaroe 8 u. n.m.<br />
aan die zijde niet waargenomen.<br />
De cavalerie kreeg te 4 u. 40' het eerste vuur — een paar schoten —<br />
uit de missigit Lamtengah, verkende nog verder tot op ^\l 200 M.<br />
van Belang en maakte toen, op last van den colonnecommandant, het<br />
front voor de infanterie vrij.<br />
De 1= compagnie 7= Bataljon marcheerde nu ook in gevechtsformatie op.<br />
De compagnieen van het 5= Bataljon, die zich ter hoogte van de<br />
bekende afgebroken brug bevonden, werden ter zelfder tijd uit de ver<br />
sterking Belang beschoten, welk vuur toenam, toen de troepen in de<br />
^\z 300 M. breede strook kwamen, waar de dijk de Atjehrivier nadert.<br />
De linkervleugel werd toen met eene sectie versterkt, doch overigens,<br />
zonder te schieten, doorgemarcheerd tot even voorbij de benting Belang.<br />
Deze versterking was J^ 18 M. lang en breed, had wallen 2 M.<br />
hoog en 1.5 M. dik en was omgeven door twee zware bamboedoen-<br />
paggers.<br />
De bezetting bleek uit niet meer dan ^ 12 man te bestaan, die<br />
zich gereed hidden het vuur te openen, zoodra onze manschappen zich<br />
op den dijk zouden vertoonen.<br />
De commandant der 4= compagnie, de kapitein Linck, gaf bijna<br />
onmiddellijk daarop bevel tot den stormaanval. De tegenstanders wachten<br />
dien evenwel niet af, doch verdwenen in het bedekte terrein in de richting
152<br />
van Kajoe Leh. Door hun vuur hadden zij de onzen nog 4 gewonden<br />
bezorgd, waarvan een kort daarna overleed.<br />
Een peloton werd in de versterking achtergelaten, terwijl eene com<br />
pagnie bezuiden de brug, ten Z. O. van Belang, a cheval van den weg<br />
met het front naar het Z. en Z. O. in stelling kwam.<br />
Een tweede peloton werd O. van de Ana* Galoengdijk in reserve<br />
gehouden.<br />
Het 7= Bataljon ondervond in het geheel geen tegenstand, zoowel<br />
de aarden versterking, als de missigit en de Koeta van het moekimhoofd,<br />
werden onbezet bevonden; daarentegen leverde het terrein voor de<br />
ongeschoeide Madureezen nogal moeielijkheden op.<br />
5 u. 35' n.m. werden de door den wd. controleur aangewezen ge-<br />
bouwen aan de vlammen prijs gegeven, en door de 2= en 3 e compagnie<br />
7= Bataljon, die de werkzaamheden gedekt hadden, teruggemarcheerd<br />
naar de positie van de 1= compagnie, die voor de kampong in sidling<br />
was gebleven en met eene sectie van de 4= compagnie de reserve had<br />
gevormd.<br />
De drie overige sectien dier compagnie waren als dekking ambulance<br />
en voor de bezetting der aarden benting Lampoe Wakeue en de missigit<br />
achtergebleven.<br />
Kort na het verlaten der kampong opende de vijand, die zich al dien<br />
tijd stil gehouden had, het vuur weer uit de richting Ba* Boeng en<br />
Kajoe Leh, dat uit laatst bedoelde richting werd beantwoord door eene<br />
sectie der bergbatterij bij de brug en het geschut van den post Lambaroe.<br />
5 u. 48' n.m. werden de bevelen voor den terugtocht gegeven.<br />
Van elk der bataljons zou eene compagnie voorloopig in stelling<br />
blijven, nadat Belang, Missigit Lamtengah en Lampoe Wakeue in<br />
brand zouden zijn gestoken.<br />
Daar er uit de richting van Lambarih nogal volk kwam opzetten,<br />
oordeelde de colonnecommandant het wensche'ijk met het teruggaan te<br />
wachten tot de duisternis zou zijn ingevallen. Om misverstand te voor-<br />
komen, gelastte hij zijn adjudant zich bij de voorste linie op te houden<br />
en zoodra het s'gnaal „retireeren" gegeven werd, den last daartoe aan<br />
de beide bataljonscommandanten over te brengen.<br />
Te 6 u. 40' kon daartoe worden overgegaan; nog voordat de<br />
afgebroken brug in den dijk bereikt was, had het vuur uit Lamtengah<br />
geheel opgehouden, terwijl nog enkele schoten uit de richting Kajoe Leh<br />
vielen.
153<br />
De voorste linie had er intusschen nog vier gewonden bij gekregen.<br />
Te 8'/4 u. waren alle troepen weer te Lambaroe vereenigd en werden<br />
de troepen successievelijk naar Koeta Radja teruggevoerd.<br />
Aan de opdracht was ten koste van een doode en zeven gewonden<br />
voldaan.<br />
Actie tegen Toekoe Oemar.<br />
De 23= Mei was aangewezen om het reeds lang beraamde plan — T.<br />
Oemar uit zijne stelling in de IV en VI Moekims te verdrijven — ten<br />
uitvoer te brengen.<br />
Wij kunnen, om een duidelijk beeld te geven van de voorgenomen<br />
operation, niet beter doen dan de dispositie in haar geheel weer te geven.<br />
Dispositie voor de operation tegen de VI Moekims.<br />
De aanvallende beweging zal een aanvang nemen in den vroegen<br />
morgen van den 23= n Mei te 4 u. v.m.<br />
De hoofdaanval zal plaats hebben uit de lijn Ketapan Doea — Blang<br />
op den rechtervleugel der vijandelijke positie. terwijl gelijktijdig een<br />
nevenaanval gedaan wordt uit Lamtih op den linkervleugel dier stelling<br />
en het centrum op zeer krachtige wijze door de belegenngsbatterij te<br />
Lamdjamoe onder vuur wordt genomen.<br />
Het doel van den aanval op den rechtervleugel is in de eerste plaats<br />
ons vast te zetten op den kam van den gemiddeld 200 M. hoogen<br />
heuvelrug, die de vallei van Beradin aan de Oostzijde begrenst en het<br />
centrum der vijandelijke positie, zoowel als de in de vallei aangelegde<br />
versterkingen, grootendeels beheerscht; en voorts het nemen en vasthouden<br />
van de vijandelijke versterkingen en kampongs, die den toegang tot de<br />
vallei aan de Zuid-Oostzijde afsluiten.<br />
De aanval op den linkervleugel der stelling geschiedt om gedurende<br />
den hoofdaanval een gedeelte der vijandelijke strijdkrachten aan die<br />
zijde vast te houden en daarna in verband met dien aanval het centrum<br />
aan twee zijden aan te grijpen.<br />
Alles wat van den vijand en diens positie bekend is, is vermeld<br />
in de aan deze dispositie toegevoegde bijlage.<br />
Voor de uitvoering van den hoofdaanval worden aangewezen;<br />
8 brigades marechaussee.<br />
het 3=, 6= 7 e en 9 e Bataljon infanterie.<br />
2 pelotons cavalerie.
4 sectien bergartillerie.<br />
2 detachementen genietroepen.<br />
154<br />
De acht brigades marechaussee en het 3 e Bataljon, waarbij een detache<br />
ment genietroepen, (de z.g. bergcolonne) worden onder de bevelen<br />
gesteld van den luitenant-kolonel van Heutsz, aan wien worden toege<br />
voegd, de kapitein van den generalen staf van Daalen en de 1= luit.<br />
adj. E. A. van Kappen. Zij hebben tot taak het beklimmen en stelling<br />
nemen op den kam van den bergrug.<br />
Het 6= Bataljon infanterie, waarbij eene sectie bergartillerie, (colonne<br />
XXII Moekims) neemt stelling in een lijn: heuvel, 800 M. Z. W.<br />
van Ketapan Doea, Pantai Abee, Tjot Goee Tjoet, front makende<br />
naar het Zuiden en Zuidoosten om een opdnngen van vijandelijke benden<br />
door de III Moekims Daroe te beletten.<br />
Het 9= Bataljon, waarbij eene sectie bergartillerie, (colonne Djero<br />
Loeng) neemt met een detachement genietroepen aanvankelijk stelling<br />
in een lijn gaande over Djero Loeng en de versterking Lam Pasei naar<br />
de kampong van dien naam.<br />
Beide laatstgenoemde bataljons moeten de colonne van Heutsz aan<br />
beide zijden als 't ware dekken en de taak dier colonne vergemakkelijken,<br />
door zorg te dragen, dat zij zonder belangrijke gevechten tot aan den<br />
voet van het gebergte kan doordringen en de hellingen bestijgen.<br />
Het 7= Bataljon met de cavalerie en twee sectien bergartillerie vormen<br />
de reserve en blijven aanvankelijk opgesteld achter den kogelvanger bij<br />
Ketapan Doea en ter mijner beschikking.<br />
Aan elk der colonnecommandanten worden de noodige cavalerie-<br />
ordonnansen toegevoegd, voor het overbrengen van bevelen en berichten.<br />
Voor den aanval op den linkervleugel worden aangewezen het 12=<br />
Bataljon infanterie, het 14= Bataljon infanterie, een peloton cavalerie,<br />
twee sectien bergartillerie en een detachement genietroepen.<br />
De aanval geschiedt door het 12= Bataljon op de positie in Lam<br />
Tengah-Oost en Lam Manjang, terwijl het 1 4= Bataljon de reserve vormt.<br />
Als algemeene reserve blijft te Koeta Radja achter het 5= Bataljon,<br />
een sectie bergartillerie en een peloton' cavalerie.<br />
Aan elk der bataljons en aan de brigades marechaussee worden<br />
dwangarbeiders toegevoegd voor het dragen van reservemunitie en van<br />
tandoes, deze laatsten ook bij de sectien artillerie. Bij elk bataljon is<br />
een officier van gezondheid met het noodige ambulancepersoneel en<br />
materieel.
155<br />
Tot den staf van den bevelhebber behooren:<br />
de chef van den staf, luit. kol. van Vliet.<br />
de commandant der bereden Artillerie, luit. kol. Boetje.<br />
1= luitenant-adjudant der Artillerie J. B. Doijer.<br />
de gewestelijke artilleriecommandant majoor Gaade.<br />
de eerstaanwezend officier van gezondheid luit. kol. Bleekrode.<br />
de gewestelijk intendant majoor Boers.<br />
de kapitein van den generalen staf Kronouer.<br />
de commandant der cavalerie ritmeester Jhr. de Lannoij.<br />
de kapitein adjudant Smits.<br />
de 1° luitenant adjudant Kroesen.<br />
de 1= luitenant adjudant Kilian.<br />
de 1= luitenant Asselbergs.<br />
De colonnes moeten te 4 u. v.m. tot den afmarsch gereed staan:<br />
het 6= Bataljon te Ketapan Doea, de colonne van Heutsz idem,<br />
het 9= Bataljon bij den kogelvanger te Blang, achter den spoordijk,<br />
het 12= Bataljon te Lamtih, het 14= idem.<br />
De bevelhebber bevindt zich bij de reserve, kogelvanger Ketapan Doea.<br />
Aan de commandanten der bataljons kunnen uit den aard der omstan-<br />
digheden geene bepaalde bevelen voor de uitvoering hunner opdrachten<br />
worden gegeven.<br />
Voor het gereede bereiken van het doel is van het meeste belang,<br />
dat door de verschillende colonnes op hetzelfde oogenblik en dus gelijk-<br />
tijdig worde opgerukt, dat zoo snel mogelijk het open voorterrein worde<br />
doorgetrokken en zoo spoedig mogelijk vasten voet worde verkregen in<br />
het bedekte terrein.<br />
De colonnecommandanten moeten den bevelhebber van het innemen<br />
van gewijzigde posities, zooveel als mogelijk is, mededeeling doen, tot<br />
regeling van het vuur uit de belegeringsbatterij te Lamdjamoe.<br />
Bij alle berichten en meldingen moet, waar mogelijk, gebruik worden<br />
gemaakt van de telefonische gemeenschap Ketapan Doea, Blang, Lam<br />
djamoe, Lamtih.<br />
De troepen nuttigen voor het verlaten van het kwartier een warm<br />
maal en nemen een extra ontbijt mede.<br />
Gedurende het ageeren worden officieren en manschappen gevoed<br />
volgens tarief 20 en zooveel doenlijk als op de schaftorder is aangegeven.<br />
De korpskwartiermeesters zorgen gedurende het uitrukken voor ont-<br />
vangst en doen gereedmaken van het eten, waarvoor door de korpschefs
156<br />
de fouriers, koks en bijkoks met het noodige keukengereedschap onder<br />
de bevelen van de kwartiermeesters worden gesteld.<br />
De plaats, waar gekookt zal worden, wordt door het hoofdkwartier<br />
aangegeven.<br />
Koeta Radja, 22 Mei <strong>1896</strong>.<br />
(w.g.) STEMFOORT.<br />
Berichten en waarnemingen aangaande den linkervleugel der vijande<br />
lijke stelling.<br />
De linkervleugel van 's vijands stelling strekt zich uit van het zeestrand,<br />
-j~ 500 M. West van de plaats, waar vroeger het blokhuis Pagani stond<br />
tot aan de versterking bij binasa Lam Me, Z. O. van de pisangtuin.<br />
Daartusschen liggen in voorste linie de Koeta Sagoi en oogenschijnlijk<br />
twee wachthuizen Oost van deze versterking aan den Zuidelijken rand<br />
der lagune Noord of Noordwest van Lam Awi;<br />
drie versterkingen in en bij Lam Awi: t.w. een in den Oostrand en<br />
een bij het heuveltje Z. O. van dien rand; eene versterking in den<br />
N. O. hoek van het verlaten gedeelte van Lam Tengah-Oost (lees<br />
Lam Tangah);<br />
twee door een loopgraaf verbonden versterkingen in den Oostrand van<br />
het verlaten gedeelte van Lam Manjang Z. W. van het punt, waar de<br />
weg Lamtih—Blang Kala in twee voetpaden overgaat.<br />
De loopgraaf schijnt verder door te loopen naar den meest Z. O. hoek<br />
van kampong Lam Manjang en verder langs den Oostrand van den<br />
smallen strook klappertuin tot aan Lam-Isi; een dezer versterkingen is<br />
met een lilla bewapend; eene versterking bij den verkoolden dooden<br />
boom in den N. O. hoek van het verlaten gedeelte van Lam Isi; waar-<br />
schijnlijk eene versterking ;4j 100 M. bezuiden de laatstgenoemde,<br />
eveneens in de kampongrand.<br />
Achter de linie liggen:<br />
aan het strand tusschen het aangegeven punt en Lam Pagar een<br />
zestal loopgraven, Zuid van de duinen;<br />
loopgraven op de grafheuvels Oost van Lam Toetoe;<br />
waarschijnlijk eene versterking bij masdjid Lam Tengah, versterkingen<br />
bij Masdjid Relok en Gedoeng Tapoe (ligging onbekend);<br />
waarschijnlijk eene versterking Zuid van den weg bij Lam Tengah<br />
(Lam Tangah) met aloeeversperring (dat kan Masdjid Relok zijn);
157<br />
waarschijnlijk eene versterking aan het zeestrand bij K. Masdjid Pantjoer;<br />
eene versterking bij Balei Lam Baroe, in den Noordrand van die<br />
kampoeng;<br />
de oude versterking even Oost van Lam Baroe, Koeta Parih genaamd;<br />
eene versterking in den Noordrand van Lam Pagar tegenover den<br />
steenen dam met twee kanonnen;<br />
waarschijnlijk eene versterking bij masdjid Indra-Perwa (door sommigen<br />
masdjid Lam Pahien genaamd) en loopgraven op Gle Goerah, d. i. de<br />
uitlooper van het gebergte even West van M. Lapan Sagi;<br />
verder moeten nog versterkingen gelegen zijn bij Mon Mengtoeri<br />
(ligging onbekend) en bij Lam Girih bij den Zuidelijken uitgang van<br />
den Belang Kala-pas.<br />
Bijzonderheden: Het volk uit het Lam Pagarsche staat als bijzonder<br />
krijgshaftig bekend.<br />
Panglima Gimba* van Lam Gemoek heeft pepertuinen bij Monbroeh<br />
in den Belang Kala-pas.<br />
Daarheen is een gedeelte van de vrouwelijke bevolking der VI Moekims<br />
gevlucht. Een ander gedeelte houdt zich schuil op Gle Goerah, Gle<br />
Datar en Gle Tempe.<br />
Berichten en waarnemingen aangaande het centrum der vijandelijke stelling.<br />
Het centrum der stelling strekt zich uit van de versterking bij binasa<br />
Lam Me, Z. O. van den pisangtuin bij die kampong tot aan de ver<br />
sterking bij Balei Ba* Me, Oost van de ,,n" van Lam Asan.<br />
Daartusschen liggen in voorste linie:<br />
de versterking Lam Loempoer Tjot (door sommigen Tjot Manjang<br />
genoemd) Zuid van kampong Lam Loempoer; de versterking bij het<br />
huis te Pakan Badak, ook wel Baringin genoemd (150 M. zuid van de<br />
voorgaande;<br />
de loopgraaf Zuid van den grafheuvel Oost van den grooten boom<br />
van Pakan Badak en daarachter eene verbindingsloopgraaf naar Pajating<br />
(lees Paja Trieng) en<br />
de versterking Binasa Belang in den N. rand van het verlaten gedeelte<br />
van Lam Asan, Z.O. van de ,,g" van Pajating.<br />
Achter deze voorste linie liggen tal van versterkingen en loopgraven,<br />
waarvan de voornaamste zijn:<br />
de versterking in den N.O. hoek van kampong Lam Roekan bij de binasa;
158<br />
de loopgraven in den N. rand van Lam Goe-oe;<br />
de versterkingen in het begroeide terrein. West van Lam Asan (lees<br />
Paja Trieng Z. W.);<br />
de versterking Binasa Ketapang aan den Oostrand van het Z.O.<br />
verlaten gedeelte van Lam Asan;<br />
waarschijnlijk eene versterking Z.W. van Lam Goe-oe aan den<br />
ouden weg ;<br />
de versterking in den N. rand van Lam Doerian;<br />
op den Gle Poetih (lees Gle Genting) een loopgraaf en aan den<br />
voet, noord de versterking Lam Reh, en oost: Mon Boeing;<br />
de versterking bij Oelee Nehen (door een ander Ba* Mon Tjan<br />
genoemd), waarin de verloren mitrailleur moet zijn opgesteld, aan de<br />
voet der heuvels N. van Lampoih Eumpee;<br />
de versterking Pantjoeran, ook aan den ouden weg West van Gemi Roi;<br />
loopgraven bij Lam Belang a/d. grooten weg en Lam Pasei West;<br />
de versterking Binasa Belang Poetih even West van Pasar OlehGli;<br />
loopgraven ter weerszijden van den ingang, achter den pagar, en Zuid<br />
aan den ingang van Pasar Oleh Gli:<br />
de versterking Binasa Trieng of Binasa Rima, in den Westrand van<br />
Rima-Zuid;<br />
waarschijnlijk enkele loopgraven bij Lam Pisang;<br />
een loopgraaf bij den boenotboom van het heilige graf Toean di Boh<br />
(Toean Sala nama) aan den voet van het gebergte, West vanKenoi;<br />
eene versterking bij Mata Air Ba* Pana* aan den voet der heuvels<br />
bij het moerasje, Oost van Lam Oekoe, een op de Bt. Seboen (d.i.<br />
de alleenstaande heuvel Z. W. van Beradin);<br />
een te Lam Poelau (d.i. de plaats, waar vroeger onze versterking<br />
Bt. Seboen heeft gestaan), en een op de Bt. Lam Tjroeng, Zuid van<br />
Lam Poelau;<br />
loopgraven N. en Z. van Lam Poelau.<br />
Het terrein:<br />
De brug in den weg, Zuidwest van Lam Djamoe is afgebroken;<br />
alleen het middenjuk staat nog. De breedte van de Tjoet Manjang is<br />
daar ^ 8 Meter.<br />
In den weg bij de versterking Pakan Bada' is een groot diep gat<br />
gegraven, dat overdekt is. Het doel is ons geschut daarin te doen<br />
vallen.
159<br />
Overigens moet de weg naar Lam Pisang zeer door onze projectielen<br />
zijn omgewoeld.<br />
De sawah's tusschen Adjoen Tebal Poelau (op de kaart staat Adjoen<br />
Tebal) Enking, Gle Genting, Rima-Zuid en Pasar Oleh-Gli zijn vrij<br />
goed begaanbaar; tusschen Rima-Zuid en Lam Pisang heeft men een<br />
vrij diep moeras. Langs den voet van het gebergte is het terrein over<br />
een smalle strook goed begaanbaar.<br />
Lam Poelau is omgeven door moerassige sawah's.<br />
Bijzonderheden.<br />
Balei Ba* Me (Lam Asan) moet bezet zijn door P a Karim Lampagar,<br />
die herkenbaar is aan een grooten baard.<br />
In Binee Kroeng moet lood in de putten verborgen zijn.<br />
Lam Loempoe, Lam Goe-oe, Lam Asan, Lam Pisang en Beradin<br />
zouden v.n. met achterlaadgeweren worden verdedigd.<br />
T. Oemar houdt zich tegen ons geschutvuur schuil, Zuid van den<br />
heuvelrug, Noord van Mata Air Ba* Pana.<br />
De bevolking der IV Moekims heeft hare goederen, padi en huis-<br />
dieren geborgen in Lam Lehoem (op de kaart staat Lam-Ion), Lam<br />
Baroe en Seboen.<br />
In het ravijn West van Pantjoeran moeten zich vele vrouwen en kin-<br />
deren schuilhouden.<br />
Berichten en waarnemingen aangaande den rechtervleugel der vijan<br />
delijke stelling.<br />
De rechtervleugel van 's vijands stelling strekt zich uit van de ver<br />
sterking bij Binasa Ketapang in het Z. O. verlaten gedeelte van Lam<br />
Asan tot aan de versterking tegen de zuidelijke helling van Boekit<br />
Kesoemba.<br />
Daar tusschen liggen:<br />
a. in de voorste linie:<br />
de versterking bij Binasa Tebal Poelau (op de kaart staat Adjoen<br />
Tebal). Volgens een der spionnen ligt zij aan het moeras, Zuid van<br />
„oen" van Adjoen, volgens een anderen berichtgever zou zij juist aan<br />
den tegenovergestelden kant tegen Lam Asan gelegen zijn.<br />
zij moet sterk bezet zijn, bewapening voornamelijk achterladers;<br />
de kleine versterking in den Z. O. rand van Adjoen Paja (dat is<br />
het oostelijk stuk van het verlaten gedeelte van Adjoen Tebal);
160<br />
de kleine versterking en een loopgraaf in den N. rand van Adjoen<br />
Goetji Ajer;<br />
de versterking bij Djero Loeng, d.i. het acces tusschen Adjoen Goetji<br />
Ajer en Djempit, dat naar Lam Pasei-West voert;<br />
de kleine versterking in den Noordrand van Djempit bij de binasa,<br />
zwak bezet;<br />
een paar loopgraven bij den ingang bij de balei van Pantai Abee;<br />
zwak bezet (de balei is van Ketapan Doea uit te zien).<br />
De versterking bij Bt. Kesoemba, is sterk bezet door Pedireezen.<br />
b. in de tweede linie:<br />
de versterking in den Oostrand van Enking, zwak bezet;<br />
de versterking in den Oostrand van het verlaten gedeelte van Lam<br />
Pasei West, tamelijk sterk bezet;<br />
loopgraven op Tjot Goee Tjoet (dit is de heuvel in de sawah Z. W.<br />
van Pantai Abee) en in Djempa en Gendrian; niet of zwak bezet;<br />
c. in de derde linie:<br />
de versterking Lam Reh en Mon Boeing aan den voet, en een loop<br />
graaf op den top van de Gle Genting, tamelijk sterk bezet;<br />
de wachtposten, 1 5 a 20 man sterk, op den heuvelreeks Gle Genting-<br />
Gletaroenpas, een ervan is o.a. zichtbaar ongeveer Z.W. van Pantai Abee<br />
op een der kale ruggen, onder een alleenstaanden boom.<br />
Het terrein:<br />
De sawah's staan onder water. Zij hebben echter harden ondergrond.<br />
De beste toegangsweg is het voetpad, beginnende West van Ketapan Doea<br />
naar Pantai Abee, van hier over de Tjot Goee Tjoet naar het gebergte.<br />
De hoogste top in den heuvelreeks voornoemd heet Toean Tjot Tjako<br />
(een heilig graf), Noord van dezen loopt alleen een voetpad over het<br />
zadel van Gle Genting (zie kaart).<br />
De oostelijke hellingen zijn in dat gedeelte zeer steenachtig en minder<br />
begaanbaar.<br />
Zuid van dien top moeten drie patrouillepaden loopen van de III<br />
naar de VI en IV Moekims.<br />
Het Noordelijkste loopt van Goee Tjoet (kale heuveltop, evenals Bt.<br />
Trieng, Z.W. van Betoeng en waar te nemen van Belang) over het<br />
zadel Zuid van Toean Tjot Tjako.
161<br />
Het volgende zou van den voet der heuvels N. van het moerasje,<br />
Zuid van Tjot Goee Tjoet loopen naar de loopgraven bij den alleen-<br />
staanden boom (zie boven), en een derde pad zou nog zuidelijker langs<br />
den Goee Ba* Tjroeng over het gebergte voeren.<br />
Bijzonderheden.<br />
De bevolking van de III Moekims Daroe zal zich niet tegen onze<br />
troepen verzetten. Het grootste gedeelte is gevlucht in een dalketel<br />
achter Goee Tjoet, waar een bivak van een 50 a 60 huisjes moet zijn<br />
opgeslagen, onder Imam Djempit en bij Balee Mesoebang. Een groot<br />
getal Pedireezen zou zich in Lam Pasei (lees Pasoee) ophouden onder<br />
T. Mat Amin (Deze oelama is vrij blank en lang van gestalte).<br />
Teungkoe Pantai Glima met zijne volgelingen bevindt zich in en bij<br />
de grot van Daroe.<br />
Volk uit de XXII Moekims is met meer in de III Moekims Daroe<br />
aanwezig.<br />
De stemming in de IX Moekims is over het algemeen niet ongunstig.<br />
Aan den westelijken voet der heuvels ligt eene versterking bij Mata Air<br />
Ba* Pana, waarschijnlijk bij het moerasje en de drie kenbare boomen. Daar<br />
heeft T. Oemar ook een schuilplaats, waar hij zich tegen geschutvuur dekt.<br />
Wijders loopgraven bij het heilige graf Toean di Boh of Toean sala<br />
nama, bij Boenot, en eene versterking op de Bt. Lam Tjroeng.<br />
In de dispositie is de taak en indeeling der verschillende colonnes<br />
reeds aangegeven.<br />
Omtrent de sterkte nog het volgende.<br />
De luitenant kolonel van Vliet, aan wien de kapitein adjudant Smits<br />
werd toegevoegd, kreeg het bevel over de colonne Lamtih, bestaande uit:<br />
het 1 2= Bataljon infanterie (commandant luitenant kolonel G. F. Soeters),<br />
sterk: 18 officieren, 240 Eur. en 205 inl. minderen;<br />
het 14= Bataljon infanterie (commandant majoor G. P. M. van der<br />
Noordaa), sterk: 16 officieren, 142 Eur. en 312 inl. minderen.<br />
Cavalerie: 1= peloton (commandant 1= luitenant P. H. Lisnet), sterk:<br />
32 Eur. minderen;<br />
Ber-gartillerie: (2 sectien onder den kapitein G. J. E. Nauta), sterk:<br />
2 officieren, 35 Eur. en 20 inl. minderen en 4 vuurmonden;<br />
Genietroepen; (commandant kapitein W. A. }. F. Zelle), sterk: 15 Eur.<br />
en 15 inl. minderen.<br />
11
162<br />
Ambulance: een onder den officier v. gez. J. F. Langenberg met 12<br />
minderen bij het 12= Bataljon infanterie, en een onder den<br />
officier van gezondheid F. J. Hagen, van gelijke sterkte, bij het<br />
14= Bataljon infanterie.<br />
Bij alle afdeelingen voorts de noodige dwangarbeiders.<br />
De samenstelling der bergcolonne was:<br />
Commandant: luitenant kolonel der infanterie J. B. van Heutsz.<br />
Chef van den Staf: kapitein v/d. Gen. Staf G. C. E. van Daalen.<br />
Adjudant: 1= luitenant adj. der infanterie E. A. van Kappen.<br />
Infanterie: 10 brigades marechaussee (commandant kapitein Jhr. G.<br />
J. W. C. H. Graafland), sterk: 4 officieren en 189 minderen.<br />
3= Bataljon infanterie: (commandant majoor G. A. Hansen), sterk:<br />
15 officieren en 403 minderen.<br />
Genietroepen: een detachement (commandant 1= luitenant A. S. Ruzette),<br />
sterk: 30 onderofficieren en minderen.<br />
Trein, en een ambulance met het noodige personeel en tandoes<br />
onder den officier van gez. 2= klasse E. Razoux Kiihr.<br />
Reservemunitie.<br />
Na het vermeesteren der vijandelijke bergstelling Toean Tjot Tjako<br />
nog eene sectie bergartillerie (commandant kapitein M. G. J. Kempers),<br />
sterk 1 officier, 40 onderofficieren en minderen, 18 rij, trek- en draagdieren,<br />
2 vuurmonden en bijbehoorende munitie.<br />
De colonne ,,Djeroe Loeng" onder majoor der infanterie J. F. T.<br />
Veeren; luitenant adjudant J. J. Romswinckel.<br />
Majoor Veeren was tevens commandant van het 9= Bataljon, sterk:<br />
14 officieren en 500 minderen.<br />
een detachement genietroepen (commandant 1 e luitenant adjudant E.J. de<br />
Rochemont), sterk: 30 minderen.<br />
een sectie bergartillerie (commandant 1= luitenant J. F. C. Deibert),<br />
sterk: 18 minderen, 15 rij- en trekpaarden of draagdieren, 2<br />
vuurmonden met munitieuitrusting.<br />
een peloton cavalerie (commandant 1= luitenant C. W. F. Happe),<br />
sterk: 32 sabels.<br />
een ambulance onder den officier van gezondheid 2= klasse P. J.<br />
Diephuis.<br />
trein: 106 dwangarbeiders.
163<br />
De colonne tegen de XXII Moekims.<br />
Commandant (tevens commandant van het 6= Bat. inf.): majoor<br />
D. A. Okhuizen.<br />
1= luitenant adjudant C. A. Meulemans.<br />
Infanterie: 14 officieren en 467 minderen (w.o. 243 Europeanen).<br />
Een sectie bergartillerie (commandant 1= luitenant Steenkamp),<br />
sterk: 1 officier, 17 Eur. en 14 Inl. minderen, 4 rijpaarden, 12<br />
trek- en draagdieren, 1 mandoer en 6 dwangarbeiders en munitie.<br />
Ambulance onder den officier van gezondheid 2,= klasse van Leent<br />
met 6 minderen.<br />
Trein: 4 mandoers en 96 dwangarbeiders.<br />
De Reserve colonne.<br />
Commandant: majoor J. R. Jacobs.<br />
1= luitenant adjudant E. C. van der Heijden.<br />
Sterkte: 12 officieren, 253 Eur. en 176 inl. minderen.<br />
De beide sectien bergartillerie onder den kapitein Kempers, die<br />
bestemd waren om aan de colonne van Heutsz te worden toe<br />
gevoegd, (waarvan er slechts een op den berg kwam) sterkte:<br />
3 officieren, 53 Eur. en 28 inl. minderen, I I rijpaarden, 29<br />
trek- en draagdieren, 4 vuurmonden en munitie.<br />
Een peloton cavalerie.<br />
Te Koeta Radja waren als algemeene reserve achtergebleven:<br />
Het 5= Bataljon infanterie.<br />
Een sectie bergartillerie.<br />
Een peloton cavalerie.<br />
Hoewel het de laatste dagen droog was geweest, waren over het<br />
algemeen voor de geheele vijandelijke stelling de sawah's drassig en in<br />
sommige deelen moerassig, niettemin bijna overal voor de troepen goed<br />
begaanbaar, voor de cavalerie echter alleen in stap.<br />
De kampongs, dicht begroeid, waren omgeven en doorsneden van<br />
zware, meestal levende pagars.<br />
Hier en daar werden goede voetpaden aangetroffen.<br />
Daar de colonnes elk een afzonderlijke taak hadden, die voor de<br />
colonne Veeren en Okhuizen aanvankelijk wel is waar bestond in het
164<br />
beveiligen der flanken van de colonne van Heutsz, kan er echter geen<br />
bezwaar zijn de verrichtingen dier colonnes achtereenvolgens te behandelen,<br />
waarnoodig kan dan op het verband worden gewezen.<br />
In afwijking van het daaromtrent in de dispositie bepaalde, was aan<br />
de colonne van Heutsz vergunning verleend, reeds te 3^/2 u. v.m. van<br />
Ketapan Doea af te marcheeren, en zulks in het belang van de verrassing<br />
der vijandelijke heuvelstelhng op de Toean Tjot Tjako.<br />
Men vreesde toch, dat, wanneer alle colonnes gelijktijdig afmarcheerden,<br />
de beweging der colonne van Heutsz al zeer spoedig door den vijand<br />
zou worden opgemerkt, natuurlijk zeer ten nadeele van eene vlotte uitvoering<br />
der opdracht.<br />
De marschindeeling der colonne was:<br />
Voorhoede: (commandant kapitein der infanterie Jhr. Graafland).<br />
10 brigades marechaussee.<br />
1 peloton 3= Bataljon infanterie (6.5 m.M. geweren), het detachement<br />
genietroepen.<br />
Hoofdcolonne:<br />
2 compagnieen 3= Bataljon infanterie.<br />
Ambulance.<br />
1 compagnie 3= Bataljon infanterie.<br />
Achterhoede: •<br />
1 peloton 3= Bataljon infanterie (6.5 m.M. geweren).<br />
De voorhoede had in opdracht te 3'/2 u. v.m. langs het voetpad,<br />
dat op 600 M. ten N. W. van Ketapan Doea aan de spoorbaan begint,<br />
naar Pantai-Abee te marcheeren, te trachten ongehinderd tusschen de<br />
vijandelijke posities Kesoemba, Pantai-Abee en Tjot Goee Tjoet en de<br />
versterkingen, die verondersteld werden aan den voet van het gebergte<br />
te zijn gelegen, door te dringen, vervolgens zoo vlug mogelijk de Toean<br />
Tjot Tjako te bestijgen, de zich daarop bevindende versterkingen te<br />
bereiken zonder een schot te lossen, om den vijand niet opmerkzaam<br />
te maken, en elken tegenstand zijnerzijds met den klewang te over-<br />
winnen.<br />
Aan de beide voorste brigades, onder den l e luitenant der infanterie<br />
H. M. Vis, was een gids toegewezen n.l. panglima Ali uit Pantai-Abee,<br />
de vertrouwde van den hoeloebalang der III Moekims Daroe, panglima<br />
Bintang, welk hoofd op onze hand was.<br />
Bepaald was nog, dat de marsch in marschcolonne zou plaatshebben.
165<br />
Voor het beklimmen van het gebergte moest de voorhoede zich in een<br />
breed front ontwikkelen.<br />
Ditzelfde gold voor het 3= Bataljon, dat die beklimming in sectie-<br />
of pelotonscolonne moest trachten te verrichten.<br />
Op het aangegeven uur van Ketapan Doea afgemarcheerd, vorderde<br />
de colonne aanvankelijk slechts Iangzaam.<br />
Toen de voorhoede ten Z. O. van Pantai-Abee gekomen was, werd<br />
er in de vijandelijke benteng Kesoemba een Iicht geheschen, terwijl ook<br />
reeds een dergelijk licht bij den ingang van de kloof Gle Taroen was<br />
waargenomen.<br />
In de kampong zelf werd beweging waargenomen.<br />
Zonder zich nu verder om den afstand tot de hoofdcolonne te be-<br />
kommeren, marcheerde de marechaussee zoo snel mogelijk door en bereikte<br />
om ^tl 5 uu r Tjot Goee Tjoet.<br />
Deze terreinverhooging was nog niet gepasseerd, of de voorhoede werd<br />
opgemerkt door Atjehers, die onmiddellijk een ontzettend geschreeuw<br />
en gezang aanhieven, om aldus de op den kam geplaatste wachtposten<br />
te waarschuwen.<br />
Te 5 u. 20' v.m. begon de beklimming van den Toean Tjot Tjako<br />
in twee gedeelten met fronten zoo breed, als de hellingen dit toelieten,<br />
de luits. Vis en Wagener met hunne afdeelingen aan de O. helling,<br />
de afdeelingen der luitenants Stoop en Dijkstra aan de N. O. zijde.<br />
Het peloton van luitenant Rijnen zou de afdeeling Wagener volgen.<br />
Tien minuten later—5 u. 30' v.m. — begon ook de hoofdcolonne de<br />
bestijging, nl. de colonnecommandant met 2 compagnieen en de am<br />
bulance, achter het peloton Rijnen aan, eene compagnje aan de N. O.<br />
helling.<br />
Aanvankelijk werd de colonne onder vuur genomen door de Atjehers,<br />
die de onzen het eerst hadden opgemerkt, later ook door vijanden op<br />
den Tjot Tjako; van boven werden zelfs rolsteenen naar beneden ge<br />
worpen. Ook uit de kampongs in de vlakte werd te 5'/2 u - v,m> het<br />
vuur geopend, vooral uit Lam Pasai en Enking.<br />
De troepen, die de N. O. helling te bestijgen hadden, merkten van<br />
dit vuur het meest; daarom deed de korpscommandant een met repeteer<br />
geweren bewapend peloton aan den voet van het gebergte stand houden,<br />
totdat de geheele hoofdcolonne een voorsprong op de helling had.<br />
Een drietal vijanden werden neergelegd w.o. een, die zich in een
166<br />
boom had opgesteld, terwijl onzerzijds een amboineesch marechaussee<br />
gewond werd.<br />
Te 5 u 43 waren de luitenants Wagener en Vis, vergezeld van de<br />
marechaussee's Wongsodikromo, No. 33780, en Todikromo, No. 28097,<br />
zoomede de luitenant Rijnen en eenige Europeesche fuseliers bijna<br />
gelijktijdig op den top aangekomen.<br />
Zij moesten nog wel tien minuten wachten, eer de brigades en het<br />
peloton Rijnen opgesloten waren.<br />
Nauwelijks waren zij echter verzameld, of luitenant Vis ging weer<br />
vooruit over den hoogsten top naar het struikgewas aan de N. O helling<br />
en joeg de Atjehers daar uit hunne schietstellingen; deze, een dertig<br />
man met geweren bewapend, zochten een goed heenkomen naar den<br />
heuvelrug Westelijk van den Tjot Tjako.<br />
De berghellingen waren intusschen niet medegevallen.<br />
Aan den voet van het gebergte liep een vrij breed pad, dat door<br />
het gedeelte der colonne, dat de N. O. helling beklom, gevolgd werd<br />
tot ongeveer ten W. van Lam Pasei.<br />
Zoowel de O. als de N. helling was zeer steil, J^ 30° en bezaaid<br />
met groote rotsblokken en rolsteenen.<br />
Die, waarlangs de colonnecommandant naar boven ging, was tot aan<br />
den top steenachtig, maar zonder bosch. Aan de N. O. zijde strekte<br />
zich van halfweg tot aan den top een licht bosch uit, waar doorheen<br />
de troep zich een weg had te banen. Het behoeft wel niet gezegd<br />
te worden, dat van eene beklimming in goede orde geen sprake was.<br />
leder zocht den besten weg naar boven, en daar werd weer verzameld.<br />
Het was trouwens zaak zoo gauw mogelijk op den top een flinke<br />
macht te hebben.<br />
Ook de W. naar de Kloof van Beradin gerichte berghelling was op<br />
den top over eene breedte van minstens 50 M. met licht bosch en<br />
verder met gras begroeid. Tusschen Tjot Tjako en de vlakte van<br />
Beradin lag nog een zich van N. naar Z. uitstrekkende hoogterug van<br />
-f- 150 M. hoogte. Het aldus gevormde dal was een 100 M. lager<br />
dan den top van den Tjako gelegen.<br />
Ook hier waren de bovendeelen der helling steenachtig.<br />
Over den kam van de hoogte liep door het bosch van Z. naar N.<br />
een vrij goed pad langs het eenvoudige steenen graf van den Toean<br />
Tjot Tjako.<br />
De Gle Genting (Poetih) bleek niet rechtstreeks met den noordelijken
167<br />
uitlooper van den Tjot Tjako, maar met de Westelijke hoogte in ver<br />
binding te staan.<br />
Op den hoogsten top van den berg bevond zich een met groote<br />
steenen bezaaid, geheel open plateau, dat naar het Z. en Z.O. front<br />
maakte, en dus door een vijand op den naastaangrenzenden Zuidelijken<br />
bergtop geheel onder vuur kon genomen worden.<br />
Op dit plateau had de vijand een wachthuisje met levensmiddelen<br />
en water in een kleine redoute van groote steenen gemaakt.<br />
6 u. 40' v m. was de geheele colonne boven. Van den Tjot Tjako<br />
was de vijand verdreven.<br />
Eene tusschenliggende hoogte onttrok onzen troep aan het oog der<br />
vijanden op den Goh-Batee Tamon, die de onzen, bij hunnen opmarsch,<br />
van uit eene versterking onder den alleenstaanden boom (zie kaart) nog<br />
al beschoten hadden; eenmaal boven, vielen er nog enkele schoten uit<br />
het Westen van de daar gelegen 150 M. hooge heuvelreeks, waarop<br />
de van Tjot Tjako gevluchte verdedigers hadden stelling genomen.<br />
De luitenant Rijnen had, na het verzamelen van zijn peloton, repe-<br />
teervuur op Lam Pisang doen afgeven, waar Oemar's huis een goed<br />
doel vormde.<br />
Reeds tijdens den opmarsch waren drommen vijanden waargenomen,<br />
die in de vlakte ten N. en O. van den berg heen en weer liepen en<br />
gedeeltelijk ook op de vlucht gingen, o.a. uit Lam Asan; nauwelijks<br />
had luitenant Rijnen bovenvermeld vuur geopend, of uit Lam Pisang<br />
vluchtten een 50tal personen ijlings naar het Zuiden.<br />
Door middel van een dwangarbeider werd te 6 u. 40' v.m. het eerste<br />
bericht naar den bevelhebber te Ketapan Doea gezonden, waarin na<br />
een korte melding van het gebeurde ook gezegd werd: „Toean Tjot<br />
„Tjako niet beklimbaar voor artillerie, moet zadel Zuid van dien berg<br />
„beklimmen onder dekking. Verzoek drinkwater."<br />
Dat bericht is eerst te 8 u. 30' v.m. door den bevelhebber ontvangen,<br />
Onder dekking van een paar brigades marechaussee, maakte de colonne<br />
commandant en zijn chef van den staf eene verkenning in N. richting<br />
langs het pad, dat aanvankelijk over den kam der hoogte loopt en daarna<br />
steil langs de W. en N. W. helling van den berg daalt.<br />
Op deze helling hield het bosch spoedig op, en werden verschillende<br />
vijandelijke bentengs en positien in de vlakte zichtbaar, terwijl ook een<br />
groot deel van de Kloof van Beradin met Lam Pisang open en bloot<br />
en binnen het bereik van het werkdadig vuur uit de repeteergeweren lag.
168<br />
De opmarsch der troepen in de vlakte kon van hier uit goed door<br />
vuur gesteund worden.<br />
De vijand beschoot de verkenners uit de positien op den Gle Genting<br />
en op de Westelijke heuvels.<br />
Nauwelijks was de colonne-commandant terug op het plateau, waar<br />
de colonne voorloopig in stelling lag of er werd een goed gericht vuur<br />
ontvangen uit achterlaadgeweren van den aangrenzenden ^\z 500 M.<br />
verwijderden zuidelijken bergtop, werwaarts zich de schutters uit de ver<br />
sterking onder den alleen staanden boom hadden begeven.<br />
In een paar minuten bracht ons dit vuur een 6 tal gewonden toe —<br />
(7'/2 u. v.m.) — zoodat, daar de beklimming ons 1 doode en 2 gewonden<br />
had gekost, er op dat oogenblik een doode en 8 gewonden waren.<br />
Onmiddellijk werd het door een sectie repeteergeweren beantwoord,<br />
terwijl de 2= compagnie van het 3 e Bataljon order kreeg, den vijand uit<br />
zijne stelling te verdrijven.<br />
Het peloton van den luitenant Rijnen en twee brigades marechaussee<br />
met repeteerkarabijnen werden over het aanwezige voetpad naar de N. W.<br />
helling van den berg gezonden, met opdracht daar stelling te nemen,<br />
zoo mogelijk door vuur den vijand uit alle bezette positien te verdrijven<br />
en verder de c.q. in de vlakte oprukkende troepen met vuur te steunen.<br />
De genietroepen gingen mede om het terrein zooveel mogelijk en noodig<br />
open te kappen.<br />
Daar nog geen antwoord op het eerste bericht gekomen was, besloot<br />
de colonnecommandant een tweede bericht te zenden — 8 u. 17' v.m.—<br />
waarin tevens medegedeeld werd, dat de granaten in Lam Pisang vielen,<br />
en dat het noodig was reserve munitie, drinkwater en ijs te zenden.<br />
Even voor de verzending meldde zich de Eur. cav. van Beers met<br />
een briefje van den bevelhebber, dat te 6 u. 8' v.m. van Ketapan<br />
Doea verzonden was en luidde: „Officiers-patrouille 1= luitenant van<br />
„Haaff in opdracht verband met U te zoeken. Verzoeke nieuws van<br />
„Uwe colonne namens algemeene bevelhebber." Behalve, dat aan van<br />
Beers bericht No. 2 werd medegegeven, volgde hem ook een kleine<br />
dekking met den doode en de gewonden, om die naar de stelling van<br />
het 6= in de vlakte te brengen. Den commandant dezer dekking werd<br />
het bericht No. 3 medegegeven aan den commandant van het 6 e Bat.<br />
en dien der 2 e bergbatterij, dat luidde: ..Commandant 6=, verzoeke<br />
..dekking aan den voet van het gebergte voor transport gewonden naar<br />
..Ketapan Doea."
169<br />
,.Commandant 2 e bergbatterij, kapitein Kempers. Niet meer dan eene<br />
,,sectie naar boven sturen. Geen plaats. Tracht den hoofdrug te volgen<br />
,,naar hoogsten top."<br />
Deze batterij was n.l. in de vlakte waargenomen.<br />
's Vijands vuur was intusschen, dank zij ons repeteervuur, tot zwijgen<br />
gebracht. Ook doordien de schutters echarpeervuur kregen van de 2=<br />
compagnie en eene sectie repeteergeweren, uit eene stelling Z.W. van<br />
den Tjot Tjako.<br />
Bij den opmarsch derwaarts kwam die compagnie in het gezicht en<br />
het vuur van den vijand van den 300 M. W. van onze positie gelegen<br />
heuvelrug, waardoor twee minderen licht gewond werden. Ook op het<br />
plateau kreeg men nog een gewonde.<br />
De colonnecommandant, die zich nu naar de stelling van het peloton<br />
.Rijnen begaf, bevond, dat deze, behalve de beide brigades marechaussee,<br />
slechts eene sectie in de vuurlinie had kunnen brengen; voor de andere<br />
was geen ruimte.<br />
Behalve, dat door hem het vuur van den W. heuvelrug tot zwijgen<br />
was gebracht, had hij de bezettingen op den Gle Genting en in de<br />
zichtbare benteng van Lam Asan genoopt hunne positien te verlaten.<br />
Van de stelling van het 9= Bataljon was niets te zien.<br />
Men hoorde alleen vuren en zag in de vallei van Beradin voortdurend<br />
groote en kleine troepen Atjehers in Zuidelijke richting vluchten.<br />
Alle kampongs liepen leeg, toen ons repeteervuur daar successievelijk<br />
op werd afgegeven.<br />
Op een lager gedeelte van de Noordelijke helling verscheen een<br />
detachement van het 7= Bataljon onder den kapitein Broekhoff, die<br />
mededeelde, dat hij de artillerie dekte (2 sectien), die bezig waren de<br />
moeilijkste N.O. helling van den Tjot te beklimmen.<br />
Onmiddellijk werden haar de genietroepen en een paar brigades<br />
marechaussee ter hulp gezonden.<br />
In de stelling van de 2 e compagnie gekomen, rapporteerde men den<br />
colonnecommandant, dat de Eur. sergt. Grebner, No. 27589, eigener<br />
initiatief den vijand op den hoogtekam in het W. had aangevallen, met<br />
achterlating van een doode had verdreven en nu den meest zuidelijken<br />
top van dien hoogterug bezet hield. Daar van uit die positie de groote<br />
Weg door de vallei van Beradin ook door de Beaumontgeweren werk-<br />
zaam onder vuur genomen kon worden, en de bezetting van den top,
170<br />
door Grebner, dan ook het verlaten van Lam Pisang en Bineh Kroeng<br />
door den vijand ten gevolge had gehad, deed de colonnecommandant<br />
de geheele 2= compagnie bij de 2= sectie aansluiten, opdat deze com<br />
pagnie bij eventueel oprukken haar steun kon verleenen.<br />
9 u. 15' werd den bevelhebber bericht No. 4 gezonden: ,,Lam<br />
,,Pisang verlaten. Wij hebben heuveltop ten O. van Oemar's huis<br />
,,bezet. Bineh Kroeng ook verlaten. Vele Atjehers loopen weg in<br />
,,Z. richting. Troepen kunnen doorrukken Verzoeke toezending bereden<br />
,,ordonnansen."<br />
Te bcjammeren was het, dat geen signaal was afgesproken, om mede<br />
te deelen, of de troepen al dan niet vooruit konden. De van de Tjot<br />
Tjako gegeven teekens werden in de vlakte niet opgemerkt. Thans<br />
kwam die tijding den bevelhebber eerst te II u. 15' v.m. in handen.<br />
De bereden ordonnansen waren reeds op weg naar de colonne<br />
geweest, maar teruggekeerd, omdat zij geen kans zagen den berg te<br />
beklimmen.<br />
Tegelijk met het bericht No. 4 werden weer een paar gewonden<br />
naar de stelling van het 6= gezonden.<br />
De luitenant Rijnen rapporteerde te 10 u. v.m., dat groepen van<br />
-f- 10 man, (waarschijnlijk ook verwonderd, dat onze troepen maar niet<br />
kwamen opdagen) weer langs de W. zijde van de Kloof in N. richting<br />
naar hunne versterkingen trokken, o.a ten W. van Gemie Roi en Pasar<br />
Oleh-Gli. De benteng Lam Asan was op dat moment nog verlaten,<br />
evenals de positie op den Gle Genting.<br />
De bergbatterij kwam intusschen niet hard vooruit. Te half elf had<br />
men met groote krachtsinspanning een stuk tot op 2/3 van de hoogte<br />
gebracht. Daarom werd aan den commandant der batterij, die het<br />
1= bericht blijkbaar niet ontvangen had, den last gezonden:<br />
,,Het terrein is te moeiehjk voor uwen opmarsch. Bovendien is er<br />
,,niet voldoende plaats voor uw bivak. Laat 1 sectie teruggaan en stel<br />
,,die ter beschikking van den algemeenen bevelhebber."<br />
Met de dekkingscompagnie van het 7 e Bataljon ging toen eene sectie<br />
mede. De andere kwam, onder dekking van twee brigades en geholpen<br />
door de genietroepen, langzaam vooruit.<br />
De troepen leden intusschen veel dorst, daar er nog steeds geen<br />
water gevonden was.<br />
In de vlakte kwam de infanterie maar niet vooruit. Wel werd er<br />
veel geschoten, vooral door de batterijen van Lamdjamoe.
171<br />
Eindelijk, te 12 u. 15' n.m., werd waargenomen, dat de troepen<br />
uit de lijn Enking — Adjoen Tebal over de sawah's ten aanval vooruit<br />
gingen tegen 's vijands stellingen in Lam Asan.<br />
Luitenant Rijnen ondersteunde dien aanval met vuur op de zich<br />
blootgevende vijanden in de kampong. Deze gingen daarop in de<br />
richting Lam Pisang op de vlucht, werden echter door onze troepen<br />
niet vervolgd. Die van Lam Goe Oe, Lam Doerian en Lam Blang<br />
vluchtten naar het W. gebergte en van daar in de richting van Seboen.<br />
Evenals 's morgens werden tal van gewonden of gesneuvelden door<br />
hen weggevoerd. Hunne verliezen bleken beduidend te zijn.<br />
Na het nemen van Lam Asan werden onze troepen ook in den<br />
omtrek van de platgeschoten woning van T. Oemar te Pakan Badak<br />
gezien. Vuur, en wel vrij zwaar vuur, werd in de vlakte alleen nog in<br />
het N. N. W. gehoord.<br />
1 u. 5' werd het volgende bericht van den algemeenen bevelhebber<br />
ontvangen, dat 1 I u. 40' verzonden was:<br />
,,Algemeen overzicht van den toestand in de vlakte.<br />
,,12= Bataljon met artillerie staat in stelling te Lam Manjang, wordt<br />
,,door den vijand vast gehouden;<br />
,,Lam Isi — Lam Me sterk bezet, 9= Bataljon heeft 1 compagnie in<br />
,,Enking, 3= compagnie in den W. rand Adjoen Tebal en ontvangt<br />
,,veel vuur uit Lam Asan.<br />
,,6= Bataljon bezet Pantai-Abee — Tjot Goee Tjoet, weinig onder vuur<br />
,,genomen.<br />
,,Na de beschieting zal de stormaanval op Lam Asan door 9= en 7= Ba-<br />
,,taljon (als reserve) worden doorgezet. Tref maatregelen mij daarin<br />
,,zoo mogelijk krachtig te steunen. Toezendingen naar U eischen vele<br />
,,krachten en tijd, doch worden geregeld voortgezet.<br />
,,Zendt aan draagkrachten, wat U missen kunt naar beneden.<br />
,,Gelukt de aanval op Lam Asan, dan wordt daar in stelling gekomen."<br />
Een en ander had, zooals we reeds zagen, plaats gehad, zoodat de<br />
taak voor dien dag voor de colonne als afgeloopen kon worden beschouwd.<br />
Om eventueel steun te verleenen bij den aanval op Lam Isi, werd<br />
eene sectie repeteergeweren in stelling gelaten.<br />
Deze durfde echter later niet te vuren, omdat niet juist bekend was,<br />
waar zich onze troepen alzoo bevonden.<br />
Te half drie n.m. kwam eindelijk de sectie bergartillerie boven en<br />
werd opsleld op het bergplateau, in dier voege, dat zoowel een paar
172<br />
heuveltoppen in het Z. en Z. O., als op de vijandelijke versterking<br />
Boekit Kesoemba, vuur kon worden gebracht.<br />
Even voordat het eerste stuk in batterij stond, kreeg men weer vuur<br />
van een Z.Z.O. gelegen bergtop, dat ons een gewonde bezorgde, doch<br />
door de repeteergeweren spoedig tot zwijgen was gebracht.<br />
Een kannonnier der batterij was bij den opmarsch door vuur uit<br />
Kesoemba gesneuveld, op welke versterking te 3 u. 25' n.m. door het<br />
geschut een drietal granaten en een granaatkartets werden afgezonden.<br />
Aan de troepen werd nu de bivakruimte aangewezen, en om 5 u. n.m.<br />
was door alien het bivak betrokken.<br />
Was reeds vroeger wat drinkwater aangevoerd, tegen dezen tijd kwam<br />
er een nieuw transport, dat ook conserven voor den troep medebracht,<br />
zoodat toen voor alien eten en drinken aanwezig was.<br />
Gelegenheid tot koken was er niet, daarvoor moest men met het<br />
water te zuinig zijn. Ieder man kreeg een veldflesch vol, en de resteerende<br />
twee kookketels vol werden zorgvuldig tot den volgenden morgen<br />
opbewaard.<br />
De nacht ging rustig voorbij.<br />
Alvorens nu den eigenlijken aanval op het centrum ^te behandelen<br />
zullen we eerst eens nagaan, hoe het de colonne tegen de XXII Moekims<br />
gegaan was.<br />
Te 2/4 u. v.m. van Koeta Radja naar Ketapan Doea afgemarcheerd,<br />
werd te 4 u. de marsch voortgezet, anderhalf uur later de in de opdracht<br />
aangegeven positie bezet, met dien verstande, dat instede van Tjot<br />
Goee Tjoet, Lam Pasei geoccupeerd werd, wijl dat voor eene stelling<br />
meer voordeelen opleverde.<br />
Bij den opmarsch kreeg men alleen uit Lam Pasei een paar schoten.<br />
Overigens werden de patrouilles en transporten naar het 3= Bataljon<br />
uit Kesoemba nogal beschoten.<br />
Een compagnie (Kapt. M. W. Thijssen) betrok een bivak in de<br />
kampong Lam Pasei-Zuid met opdracht de bovenvermelde transporten<br />
te beschermen en te voorkomen, dat vijandelijke benden langs den voet<br />
van het gebergte naar het N. W. zouden trekken.<br />
De kampong Lam Pasei Z. is door een pagar in twee deelen gesplitst.<br />
In het eene gedeelte, dat dicht begroeid was, en waar zich geen<br />
woningen bevonden, werd eene sectie artillerie, onder den 1= luitenant
173<br />
J. C. Steenkamp, gelegerd met hare dekking, eene sectie van de 4= compagnie.<br />
In het andere stonden drie huizen. Hier versterkte zich de<br />
2 e compagnie door eene palissadeering van klapperstammen en bamboe<br />
zoo goed mogelijk en verbeterde het uitzicht.<br />
De artillerie zond nu en dan een paar granaten op Kesoemba af, die<br />
het vuur uit die benteng dan telkens voor eenigen tijd deden zwijgen.<br />
Erg ruim hadden onze lieden het daar niet. Eerst in den middag van<br />
den 24= n werd hun het eerste eten gebracht, wat, de nabijheid van<br />
Ketapan Doea in aanmerking genomen, vrijwel onverklaarbaar was.<br />
Te Pantai Abee werden twee compagnieen en de ambulance en op<br />
de hoogte tusschen Pantai Abee en Ketapan Doea nog eene compagnie<br />
gelegerd.<br />
7 u. v.m. had de bevelhebber aan den commandant van het 6= Bataljon<br />
last gezonden, Pantai Abee en Tjot Goee Tjoet elk met eene compagnie<br />
te bezetten, en met de beide overige compagnieen van zijn korps naar<br />
Ketapan Doea terugtekeeren.<br />
De colonnecommandant wenschte hieromtrent eerst nog te spreken,<br />
daarom werd de kapitein Kronouer derwaarts gezonden.<br />
Het gevolg der bespreking was, dat de last teruggenomen, en de<br />
bezetting van Lam Pasei instede van Tjot Goee Tjoet goedgekeurd<br />
werd.<br />
De colonnecommandant kreeg bevel desgevraagd dekking voor vivres<br />
of munitietransporten bestemd voor den Tjot Tjako te leveren, daar de<br />
bezetting van Ketapan Doea daarvoor met toereikend werd geacht.<br />
Door patrouilles werd nacht en dag verband onderhouden.<br />
Ook deze stellingen werden tot bivaks ingericht en versterkt.<br />
Hoewel er door deze colonne geen eigenlijk gevecht geleverd is, telde<br />
zij aan gewonden een onderluitenant en zeven minderen.<br />
Om 4 uur was, eveneens van de spoorbaan tusschen Ketapan Doea<br />
en Blang, het 9= Bataljon afgemarcheerd.<br />
Evenals die van het 6= Bataljon, was de artillerie van de colonne<br />
Veeren onder eene sectie dekking voorloopig achtergelaten, daar zij bij<br />
den marsch door het moerassige terrein weinig nut, daarentegen veel<br />
oponthoud kon veroorzaken.<br />
Om 5 uur werden zij de bataljons achterna gezonden, de sectie<br />
Steenkamp kreeg last al dadelijk achter een ten Z. van Ketapan Doea
174<br />
in de sawah gelegen heuveltje in stelling te komen, om den opmarsch<br />
van het 6=, dat uit Kesoemba vuur kreeg, te steunen.<br />
Toen de bevelhebber, die zich te 5 u. 25' v.m. op de spoorbaan<br />
ten W. van Ketapan Doea bevond, zag, dat de vijand het vuur tegen<br />
de colonne van Heutsz opende, werd aan de vestingartillene te Lamdjamoe<br />
last gegeven om de voorgelegen vijandelijke positie in de Kloof van<br />
Beradin krachtig onder vuur te nemen, ten einde den opmarsch onzer<br />
troepen daardoor te vergemakkelijken en verplaatsing van vijandelijke<br />
benden in het terrein te bemoeielijken, door dat onveilig te maken.<br />
Ook de beide sectien artillerie onder den kapitein Kempers kregen toen<br />
last met hare dekking — de compagnie Broekhoff van het 7 e —naar de<br />
colonne van Heutsz te gaan.<br />
Een afgedwaalde sectie van de 4= compagnie 3= Bataljon moet zich<br />
hierbij aansluiten.<br />
Die artillerie kwam in het drassige terrein slechts matig vooruit en<br />
werd uit Kesoemba, zooals we reeds zagen, nogal beschoten. 7 u. 15'<br />
bereikte zij den voet van het gebergte.<br />
De bevelhebber, vreezende, dat zij een verkeerden weg zou inslaan,<br />
zond haar een patrouille onder den l cn luitenant Doijer achterna.<br />
Deze trof haar in Djempit, zoekende naar den door de colonne van<br />
Heutsz ingeslagen weg.<br />
Op het goede pad teruggebracht, zette zij haren marsch voort met<br />
het boven reeds aangegeven resultaat.<br />
Ook was eene officierspatrouille onder luitenant van Haaff naar de<br />
colonne van Heutsz gezonden. De patrouillecommandant had, daar de<br />
hellingen voor de ruiters te steil bleken, met een cavalenst den berg<br />
beklommen en ten slotte, zooals we reeds vermeldden, den cavalerist van<br />
Beers het bericht naar den Overste van Heutsz doen brengen.<br />
Het 9= Bataljon was te 2 u. 15' v.m. in gewonen marschvorm naar<br />
Blang gemarcheerd.<br />
De opdracht voor de colonne Veeren was, zooals we reeds zagen:<br />
stelling nemen in een lijn, gaande over Djeroe Loeng en versterking<br />
Lam Pasei naar de kampong van dien naam, ten einde de colonne van<br />
Heutsz op haar rechterflank te dekken en de taak dier colonne te vergemakkelijken,<br />
door zorg te dragen, dat deze zonder belangrijke gevechten<br />
aan den voet van het gebergte kon doordringen en de hellingen bestijgen.<br />
Bij den kogelvanger van Blang werd het bataljon op de spoorbaan<br />
in bataille opgesteld, met den rechtervleugel ter hoogte van den vanger.
175<br />
De ambulance kreeg order daar voorloopig achter te blijven, onder<br />
dekking van een peloton infanterie, waarvan dan eene sectie de dekking<br />
van de sectie bergartillerie zou vormen, die eerst later zou volgen.<br />
Met ongeladen geweren en de meest mogelijke stilte werd met 3'/2<br />
compagnie de voorwaartsche beweging over de duizend meterstrook<br />
begonnen, de 2 e en 3= compagnie in de voorste linie — gedeployeerd—<br />
daarachter op 50 M. buitenwaarts van den linkervleugel de 1= compagnie,<br />
op dezelfde manier op 50 M. achter- en buitenwaarts van den rechtervleugel<br />
een peloton van de 4= compagnie.<br />
De genietroepen bleven in de duisternis achter en sloten zich om<br />
5 u. v.m. weer bij de colonne aan.<br />
De colonnecommandant, die zich bij de rechtercompagnie bevond,<br />
gaf de richting aan op een den voorafgaanden dag waargenomen punt<br />
in den kam van het gebergte.<br />
In de natte sawah kwam men slechts langzaam vooruit, zoodat eerst<br />
na een half uur den N. rand van Adjoen Goetji Ajer bereikt werd.<br />
Hier werden de compagnieen verzameld, en door de rechter- en linker<br />
compagnie buitenwaarts front gemaakt en aldus het aanbreken van den<br />
dag afgewacht. Om 5 u. werd doorgemarcheerd, de 2= en 3= compagnie<br />
'n de gevechtslinie, een peloton van de 4= compagnie als reserve, terwijl<br />
de l e compagnie Adjoen Goetji Ajer bleef vasthouden, om eventueel<br />
opdringen uit W. richting tegen te gaan.<br />
Uit twee ompaggerde gedeelten, Z. W. van de kampong, werden bij<br />
het deboucheeren op de sawah eenige schoten ontvangen, de 2= compagnie<br />
hield ze daarom korten tijd bezet. Hevig vuur kreeg men uit<br />
eene versterking in den Z.O. rand van Adjoen Tebal, dat het bataljon<br />
de eerste gewonde bezorgde<br />
Overigens werd zonder moeite de benteng Lam Pasei door de 2 C<br />
compagnie bezet, terwijl de 3= compagnie eene verkenning in de kampong<br />
van dien naam maakte.<br />
De reserve nam intusschen de plaats van de 2= compagnie in de<br />
ompaggerde terreingedeelten in.<br />
Hiermede was te 5 /4 u. v.m. aan de opdracht, de bezetting van de<br />
lijn Djeroe Loeng —Lam Pasei, voldaan. Van een en ander werd den<br />
bevelhebber bericht gezonden.<br />
6 u. v.m. kwam tijding van die autoriteit, dat het peloton cavalerie<br />
onder luitenant Happe voorloopig ter beschikking van den colonnecommandant<br />
werd gesteld, tot dekking van de vleugels der stelling
176<br />
en om bij eventuee! avanceeren als voorhoede cavalerie op te treden.<br />
Het peloton ontving dadelijk last de versterking in den Oostrand van<br />
Adjoen Tebal te verkennen.<br />
Aanvankelijk kregen de verkenners nog al vuur van de heuveltoppen,<br />
W. van Lam Pasei.<br />
De commandant, die naar den toegang in de W. face der versterking<br />
wilde uitzien, was door hevig vuur uit Enking gedwongen, zijn<br />
peloton voorloopig gedekt op te stellen. Hij zond nu de wachtmeesters<br />
Jonker, No. 31845, en Hammers, No. 33148, elk met een mindere uit,<br />
om de verkenning van de W. face voorttezetten. Zij brachten weldra<br />
het bericht, dat de ingang gevonden, en de benteng onbezet was.<br />
Van deze bevinding en ook van het vele vuur uit Enking werd den<br />
colonnecommandant mondeling bericht gezonden.<br />
Deze zond nu bevel den rechtervleugel van het bataljon ter hoogte<br />
van kampong Adjoen Goetji Ajer te dekken, waardoor de 1= compagnie<br />
als reserve beschikbaar werd.<br />
De ambulance en de sectie artillerie kregen order, zich bij de reserve<br />
aan te sluiten.<br />
De artillerie kwam te 7 u. 15' v.m. in den N. W. rand van laatstgenoemde<br />
kampong in stelling, om de versterking Enking onder vuur te<br />
nemen. Van 7 u. 20' tot 7 u. 35' v.m. werd op 425 M. met Gr.<br />
en G. K. T. gevuurd.<br />
Het peloton van de 4 e compagnie, dat in de ompaggerde terreingedeelten<br />
door de 1 e compagnie was vervangen, was als reserve Oostwaarts<br />
van de 2= compagnie in Lam Pasei opgesteld, hierbij ook de genietroepen.<br />
7. u. 20' v.m. werd het bevel ontvangen de lijn Enking — Adjoen<br />
Tebal te bezetten.<br />
Gelast werd nu, dat de 1= compagnie in breed front tegen den Oostrand<br />
van Adjoen Tebal zou oprukken, de 2= compagnie moest zich<br />
van Enking meester maken, de halve 4= volgde als reserve met genietroepen<br />
en ambulance.<br />
De 3= compagnie moest in N. W. richting ^\l 300 M. voorwaarts<br />
gaan.<br />
De 1= compagnie kwam zonder tegenstand in den W. rand van<br />
Adjoen Tebal, de 3= compagnie stelde zich daar links van op, ook in<br />
dien rand. De 2= compagnie kreeg aanvankelijk vuur uit Enking, maar<br />
ook die kampong werd gemakkelijk bezet.<br />
Bij het oversteken van de smalle strook sawah ten N. daarvan, werd
177<br />
uit een ten N. W. gelegen versterking vuur ontvangen, dat de compagnie<br />
een drietal gewonden bezorgde.<br />
De 4= compagnie met ambulance en artillerie bezette nu de benteng<br />
Enking. De 2= compagnie kwam rechts van de 1= in Adjoen Tebal.<br />
Later kreeg de sectie artillerie weer last om ook in de W. rand van<br />
die kampong in stelling te komen, wat jammer was, daar de luitenant<br />
Deibert juist een geschikte opstelling voor zijne sectie in den N. rand<br />
van Enking had gevonden op 400 M. van een der bentengs in den<br />
Z. O. rand van Lam Asan, welker bezetting zich nog al bloot gaf.<br />
De marsch over de sawah bezorgde de artillerie een gewonde.<br />
Om 9 u begon zij zich in haar nieuwe stelling op de verschillende<br />
zichtbare bentengs in te schieten en zette het vuur tot 12 u. 45' n.m.<br />
voort.<br />
Om 9 u. was door den majoor Veeren ook van de opstelling zijner<br />
troepen bericht gezonden.<br />
Zooals we zagen, was het 7= Bataljon bij Ketapan Doea in reserve<br />
gebleven en kreeg zelfs daar nog een gewonde door een verdwaalden<br />
kogel.<br />
Daar in de nabijheid meerdere projectielen insloegen, werd de reserve<br />
achter den nabij gelegen kogelvanger van Blang geplaatst.<br />
Aangezien de commandant van het 9 e sedert 6 u. 30' v.m. geen<br />
berichten had gezonden, werd den luitenant Happe opgedragen, van tijd<br />
tot tijd over de stelling der eigen troepen en die des vijands te rapporteeren.<br />
Omstreeks dien tijd, 8 u. 30' v.m., bracht een dwangarbeider bericht<br />
No. 1 der colonne van Heutsz.<br />
De last voor de artillerie om terug te keeren, kon niet meer gegeven<br />
worden. Den gewestelijken intendant werd opgedragen voor den opvoer<br />
van drinkwater het noodige te verrichten. Daartoe werden chineesche<br />
koelies ingehuurd.<br />
9 u. 30' werd het bericht van majoor Veeren ontvangen.<br />
Deze vroeg ook munitieaanvulling. Daar in de richting van zijn korps<br />
veel vuur werd gehoord, en een transport met gewonden in aantocht<br />
bleek te zijn, werd de ambulance van het 7= Bataljon naar Blang gediri-<br />
geerd, om daar die gewonden te verzorgen en naar Koeta Radja door<br />
te zenden.<br />
12
178<br />
De reservemunitie van het 7 e werd nu dadelijk naar Adjoen Tebal<br />
gezonden, terwijl Ketapan Doea voor de aanvulling van munitie voor<br />
laatstgenoemd bataljon zorgde.<br />
Ongeveer half tien gaf de Regeerings-commissaris, die te Lamdjamoe<br />
het gevecht volgde, aan den bevelhebber per telefoon in overweging de<br />
operation voor dien dag te staken, en maatregelen te doen nemen om<br />
de bivaks te betrekken en zulks, omdat, naar de meening van Zijne<br />
Excellentie, de manschappen, die voor het meerendeel om 2 u. v.m.<br />
van Koeta Radja waren vertrokken, ook door den marsch door het<br />
moerassig terrein, zeer vermoeid moesten zijn.<br />
De bevelhebber ging aanvankelijk op dit advies in, er blijkbaar niet<br />
aan denkend, wat daarmede werd prijs gegeven.<br />
Reeds was toch voldoende bekend, in hoeverre de colonne van Heutsz<br />
succes had gehad.<br />
De colonne Veeren had nog bijna geen tegenstand ondervonden,<br />
terwijl de colonne Lamtih nog steeds in een scheip vuurgevecht was<br />
met een talrijken vijand, dien zij natuurlijk vasthield.<br />
Vermoeid waren de manschappen evenmin. De afgelegde afstanden<br />
waren betrekkelijk gering, en vooral van de colonne Veeren was moreel<br />
zeer weinig gevorderd.<br />
10 u. 15' v.m. werd bij de colonne Veeren het volgende bericht<br />
ontvangen:<br />
„Blijf tot nader order in stelling. Reservemunitie, 18 kistjes, hierbij<br />
,,toegezonden. Na den troep eenige rust te hebben gegund, noodige<br />
,,maatregelen treffen voor eventueel overnachten.<br />
,,Welke materialen daarvoor noodig?<br />
,,Blijf geregeld berichten zenden. Is er drinkwater voorhanden?"<br />
De colonnecommandant kon daarop antwoorden, dat er geen mate<br />
rialen noodig waren.<br />
Tevens verzocht die commandant om de kampong Lam Asan van<br />
uit Blang en Lamdjamoe flink onder artillerievuur te doen nemen.<br />
Boven merkten we reeds op, dat de luitenant Rijnen omstreeks dien<br />
tijd tal van strijders, door het niet vooruitrukken der troepen aange<br />
moedigd, weer naar hunne versterkingen zag terugkeeren.<br />
10 u. 30' v.m. werd bij de colonne Veeren aanvulling voor artillerie-<br />
munitie ontvangen.
179<br />
Gelukkig kwam te 11 u. 15' het bericht No. 4 van de colonne van<br />
Heutsz den bevelhebber in handen.<br />
Het daarin vermelde: ,,de troepen kunnen doorrukken" was eene<br />
aansporing, om van het reeds verkregen succes gebruik te maken en ook<br />
ten behoeve van de operation van den volgenden dag, zich althans aan<br />
deze zijde in het bezit te stellen van den toegang tot de Kloof van<br />
Beradin.<br />
1 1 u. 45' v.m. marcheerde het 7= Bataljon daartoe naar Adjoen<br />
Tebal.<br />
Aan de artillerie te Lamdjamoe en Blang werd opgedragen den aanval<br />
krachtig voor te bereiden.<br />
Aan den commandant der bergcolonne werd te II u. 40' v.m. de<br />
last gezonden, den aanval zoo mogelijk te steunen, en tevens de mededeeling,<br />
dat na het gelukken daarvan, in stelling zou worden gekomen.<br />
De Majoor Jacobs kwam te 12 u. 15' met het volgende bericht bij<br />
den commandant van het 9= Bataljon:<br />
,,Na voldoende voorbereiding aanval op Lam Asan doorzetten."<br />
,,Majoor Jacobs met 3 compagnieen ter uwer versterking. Tot oogen-<br />
,,blik van aanval zal artillerievuur worden doorgezet. Om 12/2u. n.m.<br />
,,zal batterijvuur Lamdjamoe worden gestaakt."<br />
De majoor Veeren, die reeds een bivak had aangewezen, hetwelk<br />
de 2= compagnie en genietroepen al bezig waren in te richten, gaf nu<br />
de volgende orders:<br />
,,De 1= en 2= compagnie 9= bataljon doen den aanval op den N.O.<br />
,,rand van Lam Asan en daargelegen benteng, het 7= Bataljon op den<br />
,,Z.O. rand en daargelegen versterking; het zal zich daartoe voor of<br />
,,achter den kampongrand opstellen, links van en naast het 9= Bataljon.<br />
,,De 3= compagnie van het 9= Bataljon volgt als reserve.<br />
,,Kapitein de Moulin treedt gedurende den aanval op als commandant<br />
,,der gevechtslinie van het 9= Bataljon.<br />
,,De cavalerie volgt buitenwaarts van den rechtervleugel. De artillerie<br />
,,blijft met hare dekking in hare stelling en wacht nadere orders.<br />
,,De aanval zal met zoo breed mogelijk front en zoo mogelijk zonder<br />
,,vuren geschieden. Tot het gelijktijdig voorwaarts gaan zal het signaal<br />
,.voorwaarts" worden gegeven.<br />
,,Na het nemen van den Oostrand der kampongs zal naar den West-<br />
,,rand worden voortgerukt,"
180<br />
Toen het 7= Bataljon zich naar de aangewezen plaats in den W. rand<br />
van Adjoen Tebal begaf langs een smal voetpad, werd dit door den<br />
vijand in den Z. O. rand van Lam Asan opgemerkt.<br />
Het daarop door hem afgegeven hevige vuur verwondde op dat voetpad<br />
den 2 cn luitenant P. G. Ramaer en eenige manschappen en van de<br />
reeds in stelling zijnde lieden een vijftal. Ook het dienstrijpaard van<br />
den majoor Jacobs werd gewond.<br />
Toen het vijandelijk vuur in hevigheid toenam, deed deze hoofdofficier,<br />
zonder het signaal ..voorwaarts" (dat wel gegeven was) gehoord te<br />
hebben, voor de l c compagnie van zijn korps (kapitein van Gemmingen)<br />
„attaqueeren" blazen.<br />
In goede orde en met elan ging die compagnie vooruit, terwijl de 3= compagnie<br />
(commandant kapitein G. M. P. Scheuer) haar linkerflank dekte.<br />
Het was vooral het loffelijk voorgaan van den voorsten sectiecommandant,<br />
den l= n luitenant G. H. Verstege, dat de compagnie op de<br />
200 M. breede modderige sawah zoo snel deed vooruitrukken.<br />
De korpscommandant, die zich tijdens den aanval bij de compagnie<br />
v. Gemmingen ophield, hief op 100 M. van de versterking het „hoera"<br />
aan. De vijand bleef doorvuren totdat de compagnie vlak bij de versterking<br />
was, waar de kapitein v. Gemmingen, de Eur. korporaal Egeter,<br />
No. 30099, en de Eur hoornblazer Bollegraaf, No. 41556, het eerst<br />
aankwamen.<br />
De 1= luitenant Verstege liep onmiddellijk naar den achteruitgang, maar<br />
kwam alleen bijtijds, om den laatsten Atjeher in de kampong te zien<br />
verdwijnen.<br />
De reserve-compagnie (luitenant Roijen) sloot nu aan, de kampong<br />
werd doorgerukt en in de Westzijde stelling genomen, eene sectie in<br />
de versterking achterlatend.<br />
Ook de colonnecommandant had op het toenemen van 's vijands vuur<br />
besloten den aanval door de 1= compagnie te doen aanvangen — hoewel<br />
de 2= compagnie nog niet was opgemarcheerd — en het signaal ,,voorwaarts"<br />
laten blazen. De oorspronkelijk als reserve aangewezen 3= compagnie<br />
liet eene sectie achter bij de gewonden en volgde de 1=.<br />
Hier was de vijand bij het binnendringen in den N.O. rand eveneens<br />
verdwenen.<br />
Een peloton bezette de daar aangetroffen sterke benteng, terwijl het<br />
grootste deel der overige troepen, onder kapitein de Moulin, naar den<br />
Westrand van Lam Asan voortrukte.
181<br />
Daar aangekomen, ontwaarde de commandant, dat ook de versterking<br />
Pakan Badak onbezet was; hij begaf zich derhalve met vijf sectien<br />
derwaarts, doch ontving toen een vrij sterk vuur uit eene ^\l 300 M.<br />
zuidwaarts gelegen versterking. Dat vuur hield verder tot aan het vallen<br />
van de duisternis aan.<br />
De artillerie en de genietroepen kwamen nu ook vooruit evenals de<br />
cavalerie, die last kreeg zich ter beschikking van den algemeenen bevelhebber<br />
te stellen.<br />
De kolonel Stemfoort kwam peisoonlijk met zijnen staf de genomen<br />
positie in oogenschouw nemen.<br />
Toen zij in den W. rand kwamen, viel plotseling uit Lam Doerian<br />
een hevig vuur dat evenwel geene verliezen veroorzaakte.<br />
De volgende beschikkingen werden genomen:<br />
Het 9= Bataljon en 3 compagnieen van het 7=, de sectie artillerie,<br />
het detachement genietroepen en de ambulance zouden in Lam Asan<br />
bivakkeeren, terwijl het peloton cavalerie met den bevelhebber via Lamdjamoe<br />
naar Koeta Radja zou terugkeeren.<br />
Het bivak werd op de volgende wijze betrokken:<br />
5 sectien van het 9= Bataljon in de Atjehsche versterking Pakan<br />
Badak.<br />
6 sectien van dat bataljon met de ambulance in de veroverde benteng<br />
in Lam Asan N.O.<br />
4 sectien van idem in eene ^jc 200 M. meer Zuidwaarts gelegen<br />
versterking, en de overige troepen te weten, 3 compagnieen v/h. 7 e Bataljon,<br />
eene sectie artillerie, de genietroepen en de ambulance in de<br />
Z. W. hoek van Lam Asan.<br />
Te Lamdjamoe gaf de bevelhebber de noodige bevelen voor de verpleging<br />
der bivakkeerende troepen.<br />
Daar kreeg men tevens het telefonisch bericht, dat de compagnie<br />
Broekhoff met eene sectie artillerie te Ketapan Doea waren teruggekeerd.<br />
Zij kregen order naar Koeta Radja door te gaan.<br />
Ons rest nog de wederwaardigheden van de colonne van Vliet te<br />
Lamtih te beschrijven.<br />
Iri het kort had deze colonne tot opdracht het aanvallen en veroveren<br />
van de versterkingen, die den linkervleugel van Oemar's stelling vormden,<br />
met het doel die strijdkrachten aan die zijde te binden en later het<br />
centrum van de vijandelijke positie van twee zijden te kunnen aantasten.
182<br />
De afdeelingen waren op een zoodanig tijdstip van Koeta Radja<br />
afgemarcheerd, dat de infanterie om 4 u. v.m. en de bereden troepen<br />
om 5 u. v.m. te Lamtih aankwamen.<br />
Het 14= Bataljon bleef daar voorloopig in reserve. Het 12 e was op<br />
het uur van afmarsch, ten W. van den kogelvanger van den post, opgesteld<br />
als volgt:<br />
de l e compagnie op den weg Lamtih-Lam Manjang uit de flank met<br />
eene sectie op ^kl 50 M. vooruit, de 3= en 4= compagnie Noord- en<br />
Zuidwaarts van den weg op gelijke hoogte en evenwijdig aan het gros<br />
der 1 = compagnie.<br />
De 5= compagnie, waarbij de ambulance, als resetve daarachter.<br />
Te 4 u. 45' v.m. werd in de richting Lam Manjang afgemarcheerd.<br />
Nauwelijks onderweg, viel de commandant der 3= compagnie, de<br />
kapitein F. W. G. C. L. Steup, in een kuil in het terrein en bezeerde<br />
zich zoodanig, dat hij het commando over zijne compagnie op den 1= n<br />
luitenant Ferguson moest overdragen en zelf naar Lamtih terugkeeren.<br />
Ter hoogte van het steenen graf van Teungkoe Mesir gekomen, werd<br />
in N.W. richting afgebogen, ten einde Lam Manjang van uit het<br />
N. aan te vallen, dus in den rug van de in den Oostrand gelegen<br />
versterking.<br />
Kampong noch bentengs waren bezet, zoodat zij 5 u. 15' v.m. in<br />
ons bezit waren, zonder dat er een schot gelost was.<br />
De vijand scheen echter wel van onze komst verwittigd. Aanhoudend<br />
weerklonken de signalen op buffelhoorns in de richting van Lam-Isi.<br />
De versterkingen en loopgraven in Lam Manjang bleken van weinig<br />
beteekenis te zijn. In den N.O. hoek van Lam Tengah lag eene versterking<br />
met een lilla bewapend, in de Z O. hoek van Lam Awi en<br />
in Lam Isi waren ook een paar bentengs te zien.<br />
De sawahs ten N.W. en Z. van Lam Manjang waren zeer drassig.<br />
In N.W. richting lagen in die sawahs eenige tjots, die 'a vijands opstelling<br />
begunstigden.<br />
Het O. deel der kampong werd aan de 1=, het Z. aan de 3= en<br />
het W. deel aan de 4= compagnie ter bezetting aangewezen. De reserve<br />
bleef midden in de kampong.<br />
Later werd de ambulance naar het O. deel verplaatst, en hare dekking<br />
aan eene sectie van de 1= compagnie opgedragen.<br />
Te half zes trachtte de korpscommandant met de 3= compagnie in Z.<br />
richting naar Lam Isi door te gaan. In de sawah gekomen kreeg die
183<br />
troep uit het Z., W. en N.W. zulk een overstelpend vuur, dat er dadelijk<br />
dooden en gewonden vielen.<br />
Daar Overste Soeters geen kans zag om zonder aanmerkelijke verliezen<br />
den aanval door te zetten, besloot hij op Lam Manjang terug te trekken.<br />
Nu eenmaal het vuur geopend was, bleef de vijand de kampong van<br />
alle zijden onder vuur houden, zoodat wij ook daarbinnen dooden en<br />
gewonden kregen, en men feitelijk nergens veilig was.<br />
Alleen het vuur uit den O. rand van Lam Tengah werd tot zwijgen<br />
gebracht, maar overigens had het onze geen merkbare uitwerking.<br />
Alle troepen werden dan ook uit de kampongranden teruggetrokken,<br />
terwijl daar alleen enkele goedgedekte observatieposten werden achtergelaten.<br />
De colonnecommandant, die van Lamtih het geleverde gevecht had<br />
gezien, deed om half zes de beide sectien artillerie in de nabijheid van<br />
den post op het Z.O waarts gelegen hooge terrein in stelling komen<br />
en het vuur op Lam Isi openen.<br />
Eene 4 man sterke cavaleriepatrouille, die 5 u. 16' v.m. uitgezonden<br />
was om zich bij den overste Soeters te vervoegen, keerde onverrichter<br />
zake terug; zij waren voor het hevig vuur des vijands geweken.<br />
Daarop kreeg het geheele peloton Lisnet dezelfde opdracht, en om<br />
6 u. 25' v.m. werd het doel bereikt ten koste van een gesneuveld paard.<br />
De cavalerie was onderweg hevig beschoten. Haar commandant<br />
stelde de ruiters zoo gedekt mogelijk op in den Oostelijken rand en<br />
ging zelf met een paar ruiters den commandant van het 12= zoeken.<br />
Deze zond aan den colonnecommandant het volgende bericht:<br />
,,Bericht ontvangen 6 u 25' v.m. Verzoek artillerie onmiddellijk in<br />
,,mijn stelling komen. Ik zit in Lam Tangah en kan deze kampong<br />
,,niet verlaten, zonder dat de vijand opdringt. Verzoek 14= Bataljon<br />
,,mij aflossen, dan ga ik Oostwaarts — (Verzonden 6 u. 30')."<br />
Op ontvangst van dit bericht werd iets voor 7 uur de artillerie onder<br />
dekking van de 2 e compagnie I 4= Bataljon (kapitein Baron Collot d'Escury)<br />
naar Lam Manjang gezonden. Ook de kapitein-adjunct Smits sloot zich<br />
hierbij aan.<br />
Ter hoogte van het bovengenoemde steenen graf gekomen, werden<br />
zij krachtig beschoten uit Lam Awi en Lam Isi, waardoor bij de infanterie<br />
niet minder dan 1 officier en 10 minderen gewond raakten, terwijl de<br />
batterij een verlies van 6 kanonniers, 1 stukrijder, 2 paarden en 3<br />
muildieren leed.
-^—^—^ _— "<br />
184<br />
De batterijcommandant, de kapitein Nauta, wist de orde echter te<br />
handhaven en zijn doel omstreeks half acht te bereiken.<br />
De kapitein Smits bracht den mondelingen last van den colonnecommandant<br />
aan den overste Soeters over om in stelling te blijven tot<br />
nader order.<br />
Reeds vroeger had deze door den cavaleriecommandant om tandoes<br />
doen vragen; van deze gelegenheid werd ook gebruik gemaakt om aanvulling<br />
van munitie te verzoeken.<br />
De artillerie kwam in batterij en wel een sectie tegen Lam-Isi, 1 stuk<br />
tegen Blang Gaboes (in het W.) en 1 stuk tegen Lam Awi.<br />
Alleen het laatste vuur had uitwerking, men zag de vijand de versterkingen<br />
verlaten, en zijn schieten daar hield grootendeels op; dat uit<br />
de andere versterkingen werd er niets minder op, integendeel concentreerde<br />
het zich voornamelijk op de artillerie, zoodat het voor deze<br />
raadzaam werd geacht het vuur te staken en de stukken achterwaarts<br />
terug te trekken.<br />
Omstreeks 10 uur bracht een peloton onder den l= n luitenant Tetenburg<br />
van het 14= Bataljon de munitieaanvulling.<br />
De colonnecommandant had inmiddels een ander peloton van het<br />
14= Bataljon in stelling doen komen op + 450 M. van Lamtih achter<br />
de ten Z. van den weg gelegen heuvels, met opdracht, te trachten<br />
's vijands vuur in Lam Isi tot zwijgen te brengen.<br />
Eerst om 1 1 uur kwam het peloton Tetenburg terug. Het was op<br />
den heenmarsch flink beschoten, zoodat het bijna 2 uur noodig had<br />
gehad om Lam Manjang le bereiken De overste Soeters had hem de<br />
boodschap medegegeven, dat hij de gewonden en dooden, wier aantal<br />
reeds belangrijk was, voorloopig zou aanhouden.<br />
Omstreeks 1 1 u. v.m. ontdekte de kapitein der artillerie Nauta in<br />
Lam Tangah, op ^\z 100 M. van den geschutsstand ttgen Lam Awi,<br />
eene groote verzameling Atjehers, die blijkbaar een aanval op de N.W.<br />
zijde van Lam Manjang wilden wagen; onmiddellijk deed hij de naastbijzijnde<br />
infanterie waarschuwen.<br />
Kapitein Drijber van de 5= compagnie vroeg en kreeg vergunning<br />
hen te verdrijven.<br />
De kapitein Kramer, die zich met eene sectie der 4= compagnie<br />
eveneens naar het bedreigde punt begaf, kreeg onderweg een doodelijk<br />
schot.
185<br />
De korpscommandant, zich in de richting bewegende, werwaarts de<br />
5 e compagnie opgerukt was, ontving onder weg reeds mededeeling, dat<br />
kapitein Drijber den vijand teruggeworpen had en hem een verlies van<br />
30 dooden had bezorgd. Een groot aantal vuurwapens, klewangs,<br />
rentjongs enz. waren buitgemaakt.<br />
Ontwarende, dat de Atjehers eene benteng hadden bezet, was de<br />
compagnie, na een paar salvo's te hebben afgegeven, onmiddellijk tot den<br />
aanval overgegaan.<br />
De Europeesche hoornblazer Karel, No. 39346/706, hielp eerst zijn<br />
pelotonscommandant den 1 en luitenant j6. W. J K. Thomson door de<br />
versperring en volgde hem op den voet in de benteng. Na hem kwamen<br />
de sergeant-majoor Fijt, No. 37066/400, en zijne sectie, die na een<br />
kort handgerneen den vijand op de vlucht dreven.<br />
Onder degenen, die zich bijzonder onderscheidden, behoorde o.a. de<br />
Eur. fus. Pierot, No. 39066/817, die, hoewel reeds bij den opmarsch<br />
door een kogel gewond, medestormde en den vijand met de bajonet<br />
te lijf ging.<br />
Dadelijk deed kapitein Drijber tot de vervolging overgaan, waarbij de<br />
secties Thomson en van Leer nog menig Atjeher deden sneven.<br />
De pas veroverde stelling werd intusschen door onze troepen bezet,<br />
evenzoo het Zuidwaarts gelegen terrein tot aan den weg naar Blang<br />
Kala.<br />
Te I u. 20' n.m. ontving de luitenant-kolonel Soeters het volgende<br />
bericht van den colonnecommandant:<br />
„Lamtih 23-8-96. 1,10 n.m.<br />
„Kampong Lam Asan bezet door 7= en 9 e Bataljon. Acht gij aanval<br />
„op Lam Isi mogelijk met 3 compagnieen, wanneer gij er twee in Lam<br />
„Tangah en Lam Manjang achterlaat, dan zal ik U steunen met 3 com-<br />
„pagnieen 14= Bataljon; zoo ja, bereid dan voor met artillerie, ik open<br />
„dan ook vuur uit versterking en staak dit, als gij het vuur staakt."<br />
Genoemd hoofdofficier antwoordde daarop, dat hij den aanval zou<br />
doen met 2 compagnieen en 3 in Lam Manjang zou achterlaten.<br />
De beide sectien bergartillerie namen daarop Lam Isi onder vuur.<br />
Voor den aanval werden de 1= en 4= compagnie aangewezen, terwijl<br />
de kapitein Drijber het commando in de stelling Lam Tangah en Lam<br />
Manjang op zich zou nemen.<br />
Nadat de artillerie ongeveer 20 minuten gevuurd had, besloot de<br />
commandant van het 12 e te 2 u. 25' tot den aanval over te gaan.
186<br />
Het vuur in Lam Isi was vrij wel tot zwijgen gebracht, echter niet<br />
dat van de schutters in de sawah en op de heuvels, die evenwel te<br />
zeer verspreid waren om hen met hoop op succes te kunnen beschieten.<br />
De aanvalscompagnieen vormden linien met gesloten groepen, waarachter<br />
soutiens en reserven.<br />
Op de sawah gekomen, vielen er alweer dadelijk gewonden; zoo<br />
spoedig mogelijk werd doorgerukt en te 2 u. 40' n.m. de Noordrand<br />
van de kampong en de zich daar bevindende versterking bereikt; slechts<br />
een paar Atjehers werden neergeschoten<br />
2 u. 15' waren op de vlakte ten Z. van Lamtih op ^h. 500 M. van<br />
de vijandelijke stelling 2 compagnieen van het 14= Bataljon in gevechtsformatie<br />
opgesteld, met een peloton als reserve daarachter.<br />
Nog voor den aanval begon werd het peloton, dat sedert 7 u. v.m.<br />
aan den weg naar Lam-Manjang in stelling had gelegen, vervangen door<br />
eene sectie van de bezetting van Lamtih, en aangewezen om den linkervleugel<br />
der gevechtslinie te verlengen, terwijl eene sectie van de bezetting<br />
van Lamdjamoe, die tandoes had gebracht, aan de reserve werd toegevoegd.<br />
Toen het 12= Bataljon uit den rand van Lam-Manjang deboucheerde,<br />
ging ook het 14= Bataljon tot den aanval over.<br />
De vijand verliet hare posities in den N.O. rand op het moment, dat<br />
onze voorste linie daar nog 200 M. van af was.<br />
De genomen versterking werd voorloopig door eene sectie bezet, en<br />
de troepen in den N.O. rand van Lam Isi opgesteld. Een peloton<br />
doorzocht het O. deel der kampong en kreeg ook verbinding met het<br />
I2 e Bataljon.<br />
Behalve een viertal donderbussen en blanke wapenen vielen een<br />
duizendtal Beaumont patronen in handen van het 14= Bataljon, die<br />
gebruikt werden om den munitievoorraad van de troepen aan te vullen.<br />
Na den aanval doorzocht de cavalerie de kampongs Lam Isi, M. Lapan<br />
Sagi, Goerah en Lam Toedoeng (Noord) en vond deze geheel verlaten.<br />
Te 3 u. 15' n.m. was ook de colonnecommandant in Lam Isi aangekomen<br />
en gaf last de veroverde stelling door 1 compagnie van het<br />
14 e bataljon en 1 van het 12= Bataljon met eene sectie artillerie te<br />
bezetten.<br />
De overige troepen konden naar Koeta-Radja terugkeeren.<br />
Aan kapitein Drijber werd daarop last gezonden de compagnie Collot<br />
d'Escurij van het 14= Bataljon met de artillerie naar Lam Isi te dirigeeren
187<br />
en zelf met de beide overige compagnieen van het 12= Bataljon en de<br />
ambulance naar Lamdjamoe te gaan.<br />
Toen om 4 u. 20' n.m. de artillerie aankwam, werd de versterking<br />
in den N.O. hoek van de kampong door de 4= compagnie 14= (kapt.<br />
Labotz) bezet, terwijl de 1 c compagnie 12= (kapt. Weustmann), waarbij<br />
de sectie artillerie onder den luitenant Stuffken, zich binnen een omheimd<br />
terrein, J: 75 M. meer westwaarts, legerde.<br />
De overste Soeters ging te 4 u. 35' n.m. met alle overige troepen<br />
naar Lamdjamoe terug, vanwaar zij grootendeels per extra-trein naar<br />
Koeta-Radja werden vervoerd.<br />
Het resultaat van dit gevecht was dus, dat een deel van den linkervleugel<br />
van de vijandelijke stelling was vermeesterd, de vijand was<br />
daar verder vastgehouden en aldus de aanval op het centrum vergemakkelijkt.<br />
Verbruikt waren daarvoor ^{l 20,000 Beaumont patronen, 94 granaten<br />
en 92 granaatkartetsen.<br />
Onze verliezen waren groot.<br />
Behalve de kapitein H. O. W. L. Kramer sneuvelden bij het 12<br />
Bataljon 4 Eur. en 3 inl. minderen, en werden 2 officieren (de luits.<br />
J. van Hasselt en J. Brunsting), 27 Eur. en 19 inl. minderen gewond.<br />
Van het 14= Bataljon waren 2 Eur. en 2 inl. minderen gesneuveld<br />
en 2 officieren (kapitein J. Adema van Scheltema en de 1= luitenant<br />
W. B. J. A. Scheepens), 5 Eur. en 1 inl. minderen gewond.<br />
Van de 1= Bergbatterij 7 Eur. en 1 inl. minderen gewond, 1 muildier<br />
gesneuveld en 2 paarden en 4 muildieren gewond, terwijl ten slotte<br />
van de cavalerie een paard sneuvelde, en een ander gewond werd.<br />
In het bivak gebeurde verder niets bijzonders. Eene bende, -^ti 30<br />
man sterk, die 's avonds om 6 uur trachtte te naderen, werd met een<br />
salvo verdreven. Minder gelukkig was het bivak van het 7= Bataljon,<br />
dat van 4 u. 30' tot 5 u. 30' n.m. uit Lam Doerian hevig beschoten<br />
werd. Een granaatkartets, die in de naar het bivak gekeerde face der<br />
vijandelijke versterking sloeg, maakte aan het vuur een einde.<br />
Het resultaat dezer beschieting was 7 gewonde minderen en 2 gekwetste<br />
paarden aan onze zijde.<br />
Ook 's nachts werden zoowel het bivak van het 7 e Bataljon als Pakan<br />
Badak van tijd tot tijd beschoten.<br />
De totale verliezen der colonne Veeren beliepen:
188<br />
bij het 9= Bataljon 2 Eur. en 1 inl. minderen gesneuveld, de 2= luitenant<br />
J. C. A. Fischer, 15 Eur. en 5 inl. minderen gewond;<br />
bij het 7= Bataljon 2 Eur. minderen gesneuveld, 2 officieren (de 1 =<br />
luitenant G. H. de Wilde en de 2= luitenant P. G. Ramaer), 1 1 Eur.<br />
en 17 inl. minderen gewond;<br />
bij de cavalerie 3 Eur. minderen gewond en 2 rijkspaarden id.; bij<br />
de artillerie 2 inl. minderen en 2 paarden gewond.<br />
Het doel, dat de bevelhebber zich voor dezen dag gesteld had, vermeestering<br />
van den toegang tot de vallei van Lampisang, was bereikt.<br />
Vervolg der krijgsverrichtingen.<br />
24 Mei. 4 u. 30' v.m. deed de colonnecommandant v/d. Bergcolonne<br />
het korps marechaussee wekken, aan elk man een halve veldflesch<br />
dnnkwater en een beschuit verstrekken, en droeg hij den commandant<br />
van dat korps op, zoo spoedig mogelijk den Zuidelijken top, vanwaar<br />
daags te voren zooveel vuur ontvangen was, met 8 brigades te bezetten.<br />
In het valleitje aan de Z. O. zijde van den Tjot Tjako afdalend,<br />
werden daar, behalve een put met bruikbaar water, tal van hutjes, een<br />
paar lijken van neergeschoten Atjehers en vele runderen ontdekt.<br />
Van de aanwezigheid van den put werd den colonnecommandant<br />
bericht gezonden en vervolgens den bergtop beklommen, gelegen ten N.<br />
van het zadel met den alleenstaanden boom.<br />
Een in dat zadel gelegen versterking werd bezet.<br />
De ingenomen positie lag recht ten O. van het Zuidelijk deel van<br />
Lam-Oekoe en veroorloofde een ruimen blik te werpen in de vallei.<br />
De marechaussee's konden dan ook het later in den morgen gehouden<br />
gevecht — voor zoover het de Atjehers betrof — uitstekend volgen.<br />
De commandant van dat korps beschreef zijn waarnemingen als volgt.<br />
,,Alle kampongs schenen verlaten, doch naarmate de troepen in den<br />
,,noordingang der vallei vorderden, zagen zij tal van benden op de<br />
„heuvels ten Z.W. van Lam-Oekoe, in de versterking ten N. van Beradin<br />
,,en op de heuvels B. Seboen en Lam Poelau te voorschijn komen.<br />
,.Troepen Atjehers trokken onophoudelijk langs den voet van het W.<br />
,.gebergte heen en weer met gewonden en geweren.<br />
,,Zij verdwenen meestal in de heuvels ten Westen van Beradin.<br />
,,Aanvankelijk bleven de op die heuvels geposteerde benden werkeloos,<br />
,,voor een deel waren zij in het rood, voor een ander deel waren zij
189<br />
,,in het zwart gekleed, elke afdeeling aangevoerd door 2 man, een in<br />
,,het wit en een in het rood, alles ging daar zeer geregeld toe.<br />
,,Er kwamen aflossingen aan, en de afgelosten keerden in goede orde<br />
,,naar de vallei terug.<br />
,,De munitieaanvoer was ook geregeld en later in het gevecht, dat<br />
,,bij de retraite als het ware echelons gewijze gevoerd werd, ging alles<br />
,,op commando en zonder wanorde."<br />
De opdracht voor de marechaussee's luidde: zoo mogelijk door vuur<br />
uit repeteerkarabijnen het eventueel oprukken onzer troepen in de vlakten<br />
van Beradin steunen en den vijand nadeel toebrengen.<br />
Een gelijke opdracht kreeg de 3= compagnie 3= Bataljon, die daartoe<br />
het Z. deel van den hoogtekam W. van Tjot Tjako moest bezetten<br />
(afstand tot den grooten weg naar Lam-Pisang 800 M.).<br />
De sectie artillerie werd eene stelling aangewezen op een smal zadeltje,<br />
dicht bij het bergplateau ten Z. O. van bedoelden hoogtekam, van waar<br />
zij een volkomen vrij schootsveld had over de geheele vlakte van Beradin<br />
en ook de vijandelijke stellingen op den bergrug ten W. van de vallei,<br />
van af die op den noordelijken top bij kg. Lam-Oedjoeng tot en met<br />
die van Boekit Seboen, werkzaam onder vuur kon nemen. Ten slotte<br />
werd de 1= compagnie van het 3= Bataljon (repeteergeweren) in stelling<br />
gelegd op denzelfden hoogterug, O. Z. O. van kampong Gemi Roi,<br />
zuidelijk van den Gle Genting.<br />
Ook het 3= Bataljon had bij het innemen zijner posities putten ontdekt.<br />
Natuurlijk werd daaruit onmiddellijk de geheele colonne van water<br />
voorzien, alhoewel reeds 's nachts daarvoor maatregelen waren getroffen;<br />
om 12 uur was nl. de intendant der colonne met de te verzamelen<br />
transportkoelies en alle voorhanden watervaatjes naar Ketapan Doewa<br />
gezonden, terwijl 's morgens na het ontbijt de luitenant kwartiermeester<br />
met de overige koelies derwaarts toog om voor dien dag verder het<br />
noodige te fourageeren.<br />
Paarden en muildieren werden eveneens naar beneden gebrach': om<br />
gedrenkt en gevoederd te worden.<br />
Uit de verschillende stellingen werd door geweer- en geschutvuur<br />
den vijand geleidelijk uit bijna alle kampongs en versterkingen, die zij<br />
's nachts weer bezet hadden, verdreven. In drommen van 40 a 50 man<br />
zag men ze vluchten.<br />
Op elk maar eenigszins trefbaar doel werd het vuur geopend. De<br />
1= compagnie nam o.m. eene dwars over den grooten weg gelegen
190<br />
stelling bij Lam-Belang en Lam Pasei waar. Hals over kop moest de<br />
vijand daar de wijk nemen. Aldus werd voor de andere troepen de<br />
weg gebaand. Zonder versterkingen in de vlakte te behoeven te nemen,<br />
konden zij voortrukkjn; alleen moesten zij daarbij rekening houden met<br />
het vuur uit 's vijands loopgraven op de W. heuvels, die buiten het bereik<br />
der geweren van de Bergcolonne lagen. De sectie artillerie beschoot<br />
achtereenvolgens: het huis van T. Oemar, de benting Pantjoeran en de<br />
heuveltoppen W. van Lam-Oedjoeng. Later op den dag, toen de<br />
cavalerie bij Lam Pisang door eenige daar achtergebleven schutters werd<br />
beschoten, brachten een paar salvo's uit de repeteergeweren dat vuur<br />
spoedig tot zwijgen.<br />
Soms werden vizieren van 1800, 2000 en 2100 M. gebezigd.<br />
Toen eene vijandelijke bende nog eenmaal beproefde om van Bt.<br />
Seboen over den weg noordwaarls te gaan, dreven de repeteerkarabijnen<br />
der marechaussee hen weldra terug.<br />
Zorgde de commandant der Bergcolonne, dat alle troepen voor het<br />
aanbreken van den dag hunne stellingen hadden ingenomen, in de vlakte<br />
was men met de voorbereidende werkzaamheden minder voortvarend<br />
geweest. Behalve de troepen, die in het terrein waren achtergebleven,<br />
zouden dezen dag nog aan de excursie deelnemen:<br />
Het 5 e Bat. 3 compagnieen onder den luitenant-kolonel C. J. Laceulle,<br />
sterk: 12 officieren en 364 minderen.<br />
3 compagnieen van het 14 e Bataljon onder Majoor van der Noordaa,<br />
aan wien de kapitein van den Generalen Staf H. C. Kronouer was<br />
toegevoegd, en waarvan de sterkte 1 1 officieren en 324 minderen bedroeg.<br />
De compagnieen, die in Lam-Isi hadden overnacht, zouden bij deze<br />
colonne worden aangetrokken, alsook 2 pelotons cavalerie, commandant<br />
ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoij, sterk: 3 officieren en 64 ruiters.<br />
2 sectien bergartillerie respectievelijk onder de 1= luitenant G. H.<br />
Vrijdag, sterk: 1 officier, 33 minderen, 3 rijpaarden en 14 trek- en<br />
draagdieren en den 1= luitenant P. van der Waarden, sterk: 1 officier<br />
en 33 minderen, 4 rijpaarden en 14 trek- en draagdieren.<br />
De sectie Vrijdag had boven de gewone munitieuitrusting van 48<br />
Gr., 48 G. K. T. en 8 K. nog 24 Gr., 24 G. K. T. en 8 K. in<br />
reserve te Lamdjamoe. Ten slotte een detachement genietroepen,<br />
commandant kapitein W. A. J. F. Zelle, met 43 minderen, ambulance<br />
en trein.
191<br />
Het doel was eenvoudig het voortzetten van de operation van den<br />
vorigen dag. Uit de ingekomen berichten was gebleken, dat de vijand<br />
den 23=" op het zien van de colonne van Heutsz zijne stellingen in de<br />
vallei verlaten had, waarschijnlijk omdat hij vreesde, dat deze colonne<br />
naar de vlakte zou doorrukken en hem dan van zijnen terugtochtsweg<br />
naar Lepong zou afsnijden, en hij tevens tusschen twee vuren zou komen.<br />
Toen hij later bemerkte, dat die colonne in het gebergte bleef, en de<br />
troepen in de vlakte niet vooruitkwamen, was hij, zooals we reeds zagen, het<br />
vuur van het gebergte zooveel mogelijk vermijdend, in die posities teruggekeerd.<br />
In hoofdzaak werden de voor het vuur van den Tjot Tjako onbereikbare<br />
stellingen in of bij het Gle-Raja gebergte bezet.<br />
Het plan van den bevelhebber was nu om met het 5= Bataljon en<br />
eene sectie artillerie den weg Lamdjamoe-Kroeng-Raba Zuidwaarts op te<br />
rukken, teneinde T. Oemars verblijf in Lam Pisang en als het kon de<br />
stelling van B. Seboen te vermeesteren, om dan den volgenden dag<br />
zoonoodig verder in de richting Kroeng-Raba voort te rukken.<br />
Eene 2= colonne, 5 compagnieen en I sectie art. onder Majoor van<br />
der Noordaa, zou Lam-Roekam en de noordwaarts gelegen kampongs<br />
bezetten, teneinde te voorkomen, dat uit het N. W. oprukkende vijandelijke<br />
benden de communicatie met Lamdjamoe konden verbreken of de tegen<br />
Lam-Pisang ageerende colonne in den rug vallen. De bevelhebber achtte<br />
het niet noodig ook nog eene colonne over, of N. van den Gle-Raja te<br />
zenden, eensdeels om de beschikbare troepen niet meer dan noodig te<br />
versnipperen, anderdeels, omdat deze 3= colonne, buiten verbinding met<br />
de beide andere opereerend, slechts zeer moeilijk of in 't geheel niet zou<br />
kunnen worden ondersteund en ten slotte, omdat verondersteld werd,<br />
dat de vijand in den Gle-Raja geen stand zou durven houden, wanneer<br />
hij zag, dat de troepen naar Kroeng-Raba opmarcheerden.<br />
6 u. v.m. waren de troepen, die van Koeta Radja kwamen, te Lam<br />
djamoe verzameld.<br />
De gevechtstreinen moesten hier nog worden ingedeeld, en daar den<br />
vorigen avond de meeste tandoes en dwangarbeiders gebezigd waren<br />
om het ontbijt der troepen naar Lam-Asan te brengen, duurde het ge-<br />
ruimen tijd voor alles geformeerd was.<br />
Daarbij kwam dan nog, dat de brug iri den weg naar Pakan-Badak,<br />
die door den vijand afgebroken was, hersteld moest worden, alvorens<br />
de artillerie het 5= Bataljon kon volgen.
— — " — • — — ~ " " ^ ^ i<br />
192<br />
1V2 uur hadden de genietroepen noodig om die brug zoover te<br />
krijgen, dat zij gepasseerd kon worden; een half uur later was ze<br />
geheel voltooid.<br />
In het begin werden de werkers en de dekking uit eene westwaarts<br />
gelegen versterking onder vuur genomen, waardoor de dekking 1 gesneuvelde<br />
en 1 gewonde kreeg.<br />
Meer zuidwaarts wierp de genie nog een paar coupures in den<br />
weg dicht.<br />
Ten einde de bezetting van Lamdjamoe te steunen, in den uitgebreiden<br />
transportdienst, werd op dien post eene compagnie van het<br />
5= Bataljon achtergelaten, terwijl daarentegen aan den commandant van<br />
het 6 de Bataljon order werd gezonden om de tegen Lam-Pisang ageerende<br />
troepenmacht met 3 compagnieen te komen versterken.<br />
Het werd niet noodig geacht de lijn Pantai-Abee-Lampasei zoo sterk<br />
bezet te houden, daar de bevolking der XXII en IX Moekims niets<br />
geen aanstalten maakte, om Oemar te hulp te komen.<br />
Ook de compagnie Broekhoff van het 7= Bataljon en de sectie<br />
artillerie, die den vorigen dag door den commandant der Bergcolonne<br />
teruggezonden was, werden ter beschikking van den Overste Laceulle<br />
gesteld.<br />
Half acht marcheerden de 3 compagnieen van het 14= Bataljon<br />
eindelijk af naar Lam-Isi, met opdracht, om, na de daar gelegerde<br />
compagnieen met artillerie en ambulance aan zich te hebben getrokken,<br />
met het geheel in Z. richting op te rukken, den Zuid Westrand van<br />
Lam-Gemoek en de O. W. en Z. randen van Lam-Roekam te bezetten.<br />
Na de brug over de Tjoet Manjang te zijn gepasseerd, werd het<br />
hooge terrein naar Lam-Isi gevolgd en die kampong te 8 u. 20' v.m<br />
bereikt, zonder door den vijand te zijn lastig gevallen.<br />
8 u. 40' v.m. marcheerde het geheel van Lam-Isi af. Eene compagnie<br />
zou den Z. W. rand van Lam-Gemoek en den W. rand van<br />
Lam-Roekam bezetten, eene tweede de Z. en Z. W. rand van die<br />
kampong, een derde haar Oostrand.<br />
De compagnie Weustmann werd vaste dekking voor de artillerie, terwijl<br />
eene compagnie van het 14= Bataljon de algemeene reserve vormde.<br />
Bij het deboucheeren uit Lam-Isi kregen de troepen eenige schoten<br />
uit Lam-Gemoek, terwijl de compagnie, die den W. rand van Lam-<br />
Roekam occupeerde, vrij hevig uit de heuvels ten W. van Lam-Oedjoeng<br />
beschoten werd.
193<br />
9 u 30' waren de verschillende stellingen ingenomen. De reserve<br />
stelde zich in het Oostelijk deel van Lam-Gemoek op en de sectie<br />
artillerie met hare dekking op de sawah ten Z. daarvan.<br />
Intusschen had de bevelhebber om 7 u. 45' v.m. de cavalerie zelfstandig<br />
verkennend in de richting van Lam-Pisang gezonden.<br />
De opdracht was, het terrein aan beide zijden van den weg Lamdjamoe-Boekit-Seboen<br />
tot aan den voet van de zijwaarts gelegen heuvelruggen<br />
te doorzoeken en van de resultaten den algemeenen bevelhebber,<br />
door tusschenkomst van den commandant van het 5= Bataljon te berichten,<br />
De cavalerie rukte in draf op naar Pakan-Badak, gevolgd door<br />
3 compagnieen van laatstgemeld bataljon met eene sectie Bergartillerie.<br />
De colonne Laceulle had order, stelling te nemen in den Z. rand<br />
van Lam-Goe-Oe en daar nadere bevelen af te wachten. Het ageeren<br />
moest zooveel mogelijk in verband met de colonne v.d. Noordaa geschieden.<br />
Zonder vuur te ontvangen, was men tot op 500 M. van den Noordrand<br />
van Lam-Goe-Oe genaderd, toen te 8 u. 30' v.m. uit de Z.W.<br />
kampongs de eerste schoten vielen.<br />
De sectie, die de genietroepen tot dekking gediend had, was intusschen<br />
weer bij hare compagnie aangetrokken.<br />
De overste Laceulle achtte het oogenblik daar, om uit de marschcolonne<br />
in de voorloopige gevechtsformatie over te gaan.<br />
Eene compagnie marcheerde verder Oostelijk, een andere Westelijk<br />
van den weg, de derde volgde als reserve, de artillerie bleef er op.<br />
Zonder verliezen werd de N. rand van Lam-Goe-Oe bereikt en<br />
daarin verbleven, tot verband gekregen werd met het 14= Bataljon, dat<br />
bewesten, kampong Lam-Roekam langzaam vooruit ging in de richting<br />
Lam-Toedoeng-Zuid en Lam-Oedjoeng.<br />
De cavalerie had te 8 u. 20' aan den bevelhebber bericht, dat een<br />
twintigtal vijanden in de richting van Lam-Oedjoeng oprukten, en 5<br />
minuten daarna, dat de versterking in den Noordrand van Lam-Pasai<br />
bezet, en de spits der cavalerie daaruit beschoten was.<br />
Daar het bekend was, dat de vijand in de lijn Lampo'ih-Eumpei (nabij<br />
Oelee-Nehen) Lam-Belang en Lam-Pasai eene stelling had ingericht,<br />
achtte de Bevelhebber het, in verband met de bovenstaande berichten,<br />
waarschijnlijk, dat onze troepen bij den aanval daarop uit het W. hevig<br />
13
194<br />
zouden worden beschoten, en was het dus wenschelijk met dien aanval<br />
te wachten tot de colonne v. d. Noordaa in Lam-Roekam zou zijn aangekomen<br />
en in verband met het 5= Bataljon tegen Lam-Oedjoeng kon<br />
oprukken.<br />
Op grond daarvan was te half negen den escadronscommandant bevolen,<br />
voorloopig met de cavalerie halt te houden en den overste Laceulle<br />
den last gezonden, Lam-Goe-Oe-Noord, Lam-Doerian en Rimah N. te<br />
bezetten.<br />
Bij eene nadere verkenning van kampong Lam-Pasai, waarbij de rechter<br />
verkenningspatrouille oprukte naar den Noordrand van kampong Lampoih-Eumpei,<br />
werd zij hevig onder vuur genomen uit Z. en Z. W.<br />
richting.<br />
De commandant dezer patrouille, de Eur. wachtmeester Jonker, alg.<br />
stb. No. 31845, die de kampong tot op 150 M. over de open sawah<br />
naderde, constateerde, dat in bedoelde rand een zwaar bezette versterking<br />
lag.<br />
De spits der cavalerie had inmiddels in de richting van passer Oleh-<br />
Gli (W. van Rimah) verder verkend en veel vuur uit eene aarden versterking<br />
a cheval van den weg tusschen Lam-Belang en Lam-Pasai<br />
gekregen.<br />
Zoowel spits als rechter doorzoekingspatrouille werden voorloopig<br />
gedekt opgesteld en aan den luitenant Lisnet opgedragen om met een<br />
viertal cavalensten eene verkenning te maken langs den voet van den<br />
oostelijk gelegen heuvelrug, ten einde uit de flank de kampongs Rimah,<br />
Lam-Pisang en Bine-Kroeng waar te nemen.<br />
De patrouille vond de kampongs Rimah N. en Z. onbezet. Eene<br />
zware rawah belette haar het oprukken naar Lam-Pisang.<br />
Van een en ander werd den bevelhebber kennis gegeven.<br />
Het 5 e bataljon had in Lam-Goe-Oe zeer beduidend vuur gekregen<br />
uit eene in den Z. W. rand van die kampong gelegen versterking, die<br />
door de cavalerie te voren niet opgemerkt was, en uit het heuvelterrein<br />
bewesten van Lam-Oedjoeng, de voorste sectie 1= Compagnie kreeg<br />
hier twee dooden.<br />
Eene kleine bende was zelfs zoo overmoedig, dat zij zich tot op<br />
-|- 100 passen voor onze in den noordrand in stelling liggende troepen<br />
waagde, om het vuur daarop te openen.<br />
Een paar op last van den kapitein Linck afgegeven salvo's waren<br />
voldoende hen te doen wijken.
TOEKOE OEMAR.
B _ _ _
195<br />
De sectie bergartillerie, die met eene compagnie in stelling gekomen<br />
was in den hoogen aarden Z. rand van Lam-Asan, had de vijandelijke<br />
stellingen, vooral die in het W. heuvelterrein, onder vuur genomen.<br />
Dit vuur en dat van het oprukkende 14= Bataljon deden den vijand<br />
zijne posities daar ontruimen en in Zuidelijke richting wijken.<br />
Intusschen hadden zich achtereenvolgens bij overste Laceulle gemeld:<br />
1 sectie bergartillerie, 3 sectien Europeanen van het 6= Bataljon onder<br />
den kapitein Jochems, en 10 minuten later de 1= compagnie van dat<br />
korps, die, zooals we boven zagen, door den bevelhebber waren nagezonden.<br />
Op dat moment, 9 u. 30' v.m., was den majoor van der Noordaa<br />
last gezonden, Lam-Oedjoeng te bezetten, en ook werden dien hoofdofficier<br />
de noodige gegevens verstrekt omtrent de door het 5= Bataljon,<br />
(waarmede hij te 9 u. 18' voor het eerst in verbinding kwam) bezette<br />
stellingen.<br />
De cavalerie, die aanvankelijk het front voor de beide infanteriekorpsen<br />
had vrijgemaakt, zond te half tien de rechter verkenningspatrouille nogmaals<br />
naar de versterking bij Lampoih-Eumpei, die thans verlaten werd<br />
bevonden.<br />
Op het bericht hiervan, besloot de overste Laceulle met zijne thans<br />
versterkte troepenmacht vooruit te gaan.<br />
Het 5 de Bataljon in gevechtsformatie rechts en links van den weg,<br />
daarachter twee sectien artillerie en de compagnieen van het 6 d = Bataljon<br />
met de ambulance als reserve, rukten achtereenvolgens door de verschil<br />
lende versterkingen, a cheval van den weg gelegen, zoomede de kampongs<br />
Lam-Belang en Lam-Pasai naar Passer Oleh-Gli, die alien onbezet<br />
bleken.<br />
Toen de bevelhebber te 10 u. 20' v.m. aan de colonne Laceulle<br />
het bevel zond, de beweging tot aan den zuidhoek van Gemi-Roi door<br />
te zetten, was dit punt reeds bereikt.<br />
De cavalerie, die de verkenning had vervolgd, meldde te 9 u. 46' v.m.,<br />
dat het gebergte ten W. van Gemi-Roi door den vijand sterk bezet<br />
was; te 9 u. 56', dat hij in grooten getale afzakte naar Lampoih-Eumpei<br />
en de stellingen in de vlakte; om 10 u. 6' v.m., dat Pasar Oleh-Gli,<br />
de Rimah's en Gemi-Roi door den vijand ontruimd en 10 u. 13', dat<br />
Lam-Pisang en het huis van T. Oemar onbezet waren, doch dat uit<br />
het W. nog steeds zwaar gevuurd werd.
196<br />
De bevelhebber deed nu van Lamdjamoe de punten in den Gle-Raja,<br />
waar de Atjehers zich vertoonden, met geschut onder vuur nemen.<br />
Kwartier over tienen verschenen weer vijanden in den N. W. rand<br />
van Lam-Pisang, doch, zooals we vroeger reeds mededeelden, maakten<br />
die lieden zich voor het repeteervuur van de oostelijke heuvels spoedig<br />
uit de voeten.<br />
De overste Laceulle meende met het oprukken toen niet langer te<br />
mogen dralen, vreezende, dat zich anders weer meer vijanden in den<br />
rand zouden nestelen, waardoor de verovering, vermits de kampong slechts<br />
over een betrekkelijk smallen dijk door het moeras te bereiken was, te<br />
veel offers zou kunnen eischen.<br />
De 1= compagnie van het 5= Bataljon (de kapitein Boer) kreeg last<br />
in gevechtsformatie vooruit te rukken, doch nauwelijks was de 1= sectie<br />
onder den 1= luitenant M. D. J. de Jongh buiten Pasar Oleh-Gli gekomen,<br />
of dadelijk opende de vijand uit W. en Z. W. richting een<br />
hevig vuur, dat ons twee gewonden bezorgde.<br />
De commandant der compagnie liet deze den dijk verlaten en langs<br />
den oostelijken berm door de rawah marcheeren.<br />
De colonnecommandant meende echter, dat het zaak was den troep<br />
sneller vooruit te brengen, en gelastte daarom de 4= en 2= compagnie,<br />
om bij gedeelten, in den vlugsten gang, den dijk over te trekken, en<br />
aan de reserve om die beweging te volgen, terwijl de artillerie op dien<br />
dijk in batterij kwam en 's vijands vuur krachtig beantwoordde.<br />
Voor onze tegenstanders in de heuvels waren die troepenmassa's op<br />
den weg een zeer gewenscht doel, en de betrekkelijk vele gewonden,<br />
die zij ons in die passage bezorgden, leverden het bewijs, dat zij er<br />
van wisten te profiteeren.<br />
De voorste sectie der l e compagnie was intusschen — op aansporing<br />
van den overste Laceulle — in den looppas over den dijk de afgestegen<br />
cavalerie, die zich bij de eerste brug aan gene zijde van Pasar-Oleh-Gli<br />
bevond, en de 4= compagnie voorbij gestreefd en haar commandant<br />
luitenant de Jongh, slechts vergezeld van een drietal minderen — de rest<br />
van de sectie was in de rawah achtergebleven of gewond geraakt,—bereikte<br />
te 10 u. 35' v.m. het eerst Oemar's verblijf, onmiddellijk gevolgd<br />
door eene sectie der 4= compagnie onder kapitein Linck.<br />
Deze werd weer op den voet gevolgd door eene kleine cavalerieafdeeling.<br />
Door een hoornblazer van het 3 e Bataljon op de oostelijk<br />
gelegen heuvels werd op dat moment het ..Wilhelmus" geblazen — om
197<br />
de overige troepert van de bezetting van Lampisang, kond te doen.<br />
De patrouille, onder luitenant Happe, reed de kampong door naar<br />
den Zuidrand en haalde daar eene Atjehsche vlag van eene verlaten<br />
positie neer.<br />
Hoewel er door Atjehers, die zich op den Z. W. berghelling bevonden,<br />
op hen gevuurd werd, had dit feit niet die beteekenis, die sommigen<br />
er later aan wilden toekennen.<br />
Spoedig deed nl. het verhaal de ronde, dat de cavalerie het eerst<br />
Lam-Pisang binnendrong, en de wachtmeester Jonker met de revolver in<br />
de vuist over het ijzeren hek klom en binnen Oemar's huis kwam, terwijl<br />
hij later met een ander cavalerist, onder zwaar vuur, de Atjehsche vlag,<br />
die van een blokhuis nabij het ijzeren hek wapperde, neerhaalde.<br />
Behalve tal van personen bij de colonne Laceulle, konden de troepen<br />
op den Tjot Tjako echter verklaren, dat deze lezing der zaak minder<br />
juist was, en dat de eer wel degelijk aan den luitenant de Jongh<br />
toekwam.<br />
Onverwijld werden de huizen doorzocht, en de randen der kampong<br />
bezet.<br />
Het vuur van den Tjot Tjako scheen de schutters in de heuvels<br />
weinig te deren, daar zij onze troepen in de vlakte, waar die zich ook<br />
vertoonden, beschoten.<br />
Het 14= Bataljon had bij het oprukken naar Lam-Oedjoeng nogal<br />
met moeilijkheden te kampen; zoo ook leverden het terrein en's vijands<br />
vuur, met betrekking tot het zenden van berichten, veel bezwaren op.<br />
1 1 u. v.m. kwam te Pakan Badak de mededeeling van den majoor van<br />
der Noordaa, dat eene compagnie den W. en Z. rand van Lam-Oedjoeng,<br />
en twee andere de W. en Z. randen van Lam-Toedoeng-Zuid bezet<br />
hadden, terwijl eene compagnie als reserve, met de ambulance, gedekt<br />
tegen 's vijands vuur, in den Zuidrand van Lam-Roekam stelling hadden<br />
genomen.<br />
De sectie artillerie, onder luitenant Stufken, had met hare dekkingscompagnie<br />
opdracht gekregen, eene stelling in den Zuidrand van Lam<br />
Goe-Oe in te nemen en van daaruit het vuur tegen Lampoih-Eumpei<br />
te openen, teneinde den opmarsch der colonne Laceulle te steunen.<br />
Instede van het langs den Noordrand van Lam-Roekam loopende pad<br />
te volgen, stak die troep de ten O. van die kampong gelegen sawah<br />
over, waardoor veel oponthoud werd ondervonden.
• • ^ ^ ^ ^<br />
198<br />
Terwijl men bezig was de draagdieren van hunne vrachten te ontdoen,<br />
opende de vijand in de heuvels weer een levendig vuur op de artillerie<br />
en de infanterie, die haar hielp de stukken naar droog terrein te brengen,<br />
waardoor een kanonnier gewond werd.<br />
Toen men er eenmaal door was, brachten infanterie en artillerie<br />
gezamenlijk het vuur tot zwijgen.<br />
10 u. 50' v.m. zond de Bevelhebber aan de colonne van der Noordaa<br />
den last om in Z. richting langs den voet van het gebergte naar Lampoih-Eumpee<br />
op te rukken, aangezien van die zijde onze troepen in<br />
Lam-Pisang nog steeds door vuur werden geplaagd.<br />
Daar echter het I4 e Bataljon de ingenomen stelling met kon loslaten,<br />
zonder de veiligheid van den transportweg Lamdjamoe-Lam-Pisang in<br />
gevaar te brengen, deed de kolonel Stemfoort 2 compagnieen van het<br />
9= Bataljon uit Lam-Asan naar Pakan-Badak komen en droeg den commandant<br />
op Lam-Toedoeng-Zuid en Lam-Roekam vast te houden.<br />
Eene compagnie van het 7= bezette op haar beurt de door het 9=<br />
verlaten positie's in den N. O. rand van Lam-Asan.<br />
Nadat al deze bewegingen waren uitgevoerd, werd te 11 u. 18' v.m.<br />
aan den commandant van het 14= Bataljon order verstrekt om de bevolen<br />
beweging met kracht door te zetten.<br />
De colonnecommandant gaf voorts de volgende bevelen uit, aan<br />
a. den kapitein Weustmann met de artillerie, om stelling te zoeken<br />
bij de versterking in Lampoih-Eumpei met het front naar het Zuidwesten ;<br />
b. den kapitein Bruinis, om met 2 compagnieen door Lam-Oedjoeng<br />
langs den voet van het gebergte eveneens naar Lampoih-Eumpei te gaan,<br />
en in den Z. en W. rand van die kampong stelling te nemen;<br />
c. aan de reserve (compagnie Hahman), zich naar Lam-Belang te<br />
begeven;<br />
d. aan de compagnie Collot d'Escury, om langs den grooten weg<br />
naar Pasar-Oleh-Gli te gaan.<br />
De uitgezonden ordonnansen konden de colonne Bruinis intusschen niet<br />
vinden, terwijl de artillerie, zooals we zagen in de modderige sawah vast zat.<br />
De compagnie Hahman liet in Lam-Belang eene sectie achter, ten<br />
einde de dwars over den weg liggende versterking op te ruimen en<br />
marcheerde door naar Pasar-Oleh-Gli.<br />
Daar ontwaarde de korpscommandant om 12 uur, dat de compagnie<br />
Weustmann met de artillerie zich niet in de aangewezen stelling bevond<br />
maar langs den weg was doorgerukt tot den Z. rand van Gemi-Roi.
199<br />
De sectie artillerie was daar opgesteld 60 M. zuidwaarts van de 1 =<br />
brug, met het front naar het Westen en van de dekking bevonden zich<br />
2 sectien Zuid- en Noordwaarts van de volgende brug aan de Oostzijde<br />
van den weg, terwijl de beide andere sectien, de ambulance,<br />
tandoes enz. eene geschikte plaats hadden bij de 1 = brug.<br />
Daar het terrein te veel bezwaren opleverde, de artillerie zeer vermoeid<br />
was, en Lampoih-Eumpei toch reeds verlaten bleek, had kapitein Weustmann<br />
gemeend van de opdracht, om naar die kampong te gaan, te<br />
moeten afwijken en liever te voldoen aan het verzoek van de artillerie<br />
van de colonne Laceulle, om de sectie Vrijdag in bovenomschreven<br />
positie te vervangen, opdat deze door zou kunnen rukken naar Lam-<br />
Pisang.<br />
De compagnie Collot d'Escury, die te 12 u. 10' n.m. te Pasar<br />
Oleh-Gli kwam, kreeg opdracht naar Lam-Belang terug te gaan, om<br />
behulpzaam te zijn bij het opruimen der versterking, terwijl die van den<br />
luit. Hahman de compagnieen Bruinis en Labotz moest opsporen om<br />
met de eerste Z. waarts naar den W. rand van Gemi-Roi te marcheeren,<br />
en dezen te bezetten, terwijl de compagnie Labotz op Passer Oleh-Gli<br />
moest terug gaan.<br />
Inmiddels waren te 12 '/4 u. n.m. de 3 compagnieen van het 6= Bat.<br />
en eene compagnie van het 7= te Lam-Pisang aangekomen, en was ook<br />
Bineh-Kroeng op last van den bevelhebber bezet.<br />
Het vijandelijk vuur uit de heuvels hield nagenoeg geheel op, en<br />
Oemar's lieden verplaatsten zich naar Boekit Seboen.<br />
Met het oog op de vermoeidheid van den troep en de bezwaren<br />
aan de verpleging verbonden, werd omstreeks 2 uur n.m. door den<br />
Bevelhebber besloten het er voor dien dag bij te laten.<br />
De compagnie Collot d'Escury bezette te 1 u. 30' n.m. de kampong<br />
Rimah-Zuid. Een half uur later verscheen de compagnie Labotz op<br />
Passer Oleh-Gli, terwijl kwart na twee ook de West rand van Gemi-Roi<br />
door de beide andere compagnieen bezet was.<br />
Om 3 u. 10' n.m. kregen alien last op Oleh-Gli terug te trekken;<br />
daar betrokken de compagnieen Hahman en Bruynis met eene sectie<br />
artillerie het bivak, eene ambulance der colonne werd in Lam-Pisang<br />
achtergelaten, en met de overige troepen zijner colonne keerde de majoor<br />
van der Noordaa naar Lam-djamoe terug.<br />
De stelling der troepen na het gevecht was dus:<br />
a. in Lam-Pisang en Bineh-Kroeng:
200<br />
3 compagnieen van het 5 de Bataljon.<br />
2 3 /4 idem idem 6= idem.<br />
1 idem idem 7= idem.<br />
2 sectien bergartillerie.<br />
b. te Pasar Oleh-Gli:<br />
2 compagnieen van het 14 d = Bataljon.<br />
1 sectie artillerie.<br />
c. te Pakan-Badak:<br />
I compagnie van het 9= Bataljon.<br />
d. te Lam-Asam:<br />
1 compagnie van het 9= Bataljon.<br />
1'/2 idem „ „ 7=<br />
e. te Lam-Pasai (Pantai-Abee):<br />
5 sectien van het 6= Bataljon.<br />
1 sectie artillerie.<br />
/. in het bivak op den Toean Tjot Tjako:<br />
2 compagnieen van het 3= Bataljon en<br />
1 sectie artillerie.<br />
g. 1 compagnie van het 5= Bataljon te Lamdjamoe, voor transportdienst.<br />
1 u. n.m. was de overste van Heutsz met zijnen Chef v/d Staf,<br />
onder dekking van 1 sectie infanterie, naar Lam-Pisang afgedaald, en nu<br />
keerde hij na eene bespreking van den stand van zaken naar Koeta Radja<br />
terug, na order gezonden te hebben aan den overste Hansen, om ook<br />
2 compagnieen van het 3=, de genietroepon en de marechaussee van<br />
den Tjot Tjako huiswaarts te zenden.<br />
Ook de niet genoemde troepen van het 7 e en 9= Bataljon werden<br />
per extra trein van Lam-Djamoe naar den Kraton vervoerd, wat zeer<br />
in het belang was van de verpleging, die in sommige opzichten nogal<br />
te wenschen overliet.<br />
Eene compagnie van het 9= Bataljon had 's morgens geen brood en<br />
rijst ontvangen, de zendingen koffie en thee waren ontoeteikend geweest,<br />
en de bereden ordonnansen waren wegens afwezigheid van voeder voor<br />
hunne paarden naar Lamdjamoe teruggekeerd.<br />
Aan den commandant der in Lam-Pisang bivakkeerende troepen,<br />
den overste Laceulle, werd nog de last verstrekt, om in den vroegen<br />
morgen van den 25=" te trachten, de vijandelijke stelling Lam Tjroeng-<br />
Boekit Seboen bij verrassing te nemen.
201<br />
Daartoe rukte 's nachts te 3'/2 u - v>rn - 2 compagnieen van het 6= en<br />
1 compagnie van het 5= Bataljon uit.<br />
Toen zij ter hoogte van Beradin werden aangeroepen en dus ontdekt<br />
waren, werd naar het bivak teruggekeerd.<br />
De verliezen onzerzijds bedroegen den 24= n :<br />
bij het 5= Bataljon:<br />
1 Eur. en 1 inl. fus. gesneuveld, de kapitein Boer, 10 Europeanen<br />
en 2 inlanders gewond;<br />
bij het 6 e Bataljon:<br />
1 Eur. fuselier gewond;<br />
bij de cavalerie:<br />
gewond de 1= luitenant P. H. Lisnet; I officiers- en I troepenpaard,<br />
2 gewonde rijkspaarden moesten worden afgemaakt, en 1 liep naar den<br />
vijand over.<br />
Van de artillerie:<br />
bij de colonne van der Noordaa, 1 Eur. kan. gewond;<br />
bij de colonne Laceulle, 1 Eur. korp. en 4 kanonniers idem, waarvan<br />
2 door het ontijdig springen van een granaat.<br />
In het huis van Oemar werden een paar kleine kanonnen, meubilair<br />
enz. aangetroffen, welke zaken, evenals eenige correspondentie van Oemar<br />
later werden medegevoerd, terwijl in verschillende huizen een groote<br />
voorraad padi aan de vlammen werd prijsgegeven.<br />
In het bivak op den Tjot Tjako viel niets bijzonders voor.<br />
25 Mei.<br />
Van het niet gelukken der verrassingen van Lam Tjroeng en Boekit<br />
Seboen werd te 6'/4 u. v.m. door den bevelhebber te Lamdjamoe be<br />
richt ontvangen.<br />
De kolonel Stemfoort nam zich voor den vijand zoo mogelijk dezen<br />
dag uit de heuvelstelling B. Seboen, Lam Poelau-Lam Tjroeng-Daman<br />
te verdrijven.<br />
Drie bataljons met de noodige hulpwapens zouden aan de actie<br />
deelnemen.<br />
De vijandelijke stelling moest, behalve door artillerievuur in front en<br />
op de linkerflank, ook door schijnaanvallen worden bedreigd.<br />
De hoofdaanval zou door een omtrekkend bataljon op de rechterflank<br />
plaats hebben.
202<br />
Aan de reeds in stelling zijnde troepen werden nog toegevoegd:<br />
het 12= Bataljon infanterie.<br />
1'/2 compagnie van het 7= Bataljon.<br />
2 compagnieen „ „ 9= „<br />
het korps marechaussee<br />
twee pelotons cavalerie.<br />
een peloton genietroepen<br />
twee sectien bergartillerie<br />
drie ambulances en de noodige transportmiddelen.<br />
6 u. 30 v.m. marcheerde de cavalerie onder ritmeester Jhr. de Lannoy<br />
van Lamdjamoe af, teneinde zelfstandig verkennend naar B. Seboen op<br />
te rukken.<br />
De infanteriekorpsen, die op den post eerst nog van de noodige tandoes,<br />
reservemunitie en dragers moesten worden voorzien, zouden onafhankelijk<br />
van elkaar naar Lam-Pisang marcheeren en daar van orders worden<br />
voorzien.<br />
De commandant van het 9= Bataljon, die zich te 7 u. 20' v.m. ter<br />
hoogte van den driesprong bij Lam-Goe-Oe bevond, ontving daar den<br />
last van den bevelhebber, om met zijn beide compagnieen den weg,<br />
die naar de W. heuvels leidt, te volgen en langs den voet van het<br />
gebergte tot ter hoogte van Lam-Pisang te marcheeren, stelling te nemen<br />
en eventueel daar gevestigde vijanden te verdrijven, om aldus te voorkomen,<br />
dat latere transporten op den grooten weg zouden worden<br />
beschoten, en verder om als flankdekking voor de tegen de heuvelstelhng<br />
oprukkende troepen te dienen.<br />
7 u. 55' v.m. was het aangewezen punt bereikt.<br />
Toen een half uur later schoten van den + 70 M. hoogen en Zuidwaarts<br />
gelegen top vielen, deed de commandant dien bezetten. Eenige<br />
oogenblikken daarna kwam de order, in het algemeen ook de nog meer<br />
Zuidwaarts gelegen heuvels te bezetten.<br />
Eene sectie werd op den vermelden top gelaten, om mogelijk opdringen<br />
in het gebergte uit het Noorden tegen te gaan.<br />
Vijf sectien kwamen in stelling op de heuvels, terwijl een peloton<br />
en de ambulance aan den voet daarvan bleven.<br />
Wel is daarna nog voortdurend gevuurd uit de heuvelversterking<br />
Boekit Seboen, maar verliezen werden daardoor nagenoeg niet geleden.<br />
9'/2 u. v.m. was de stelling ingenomen, toen 5 minuten later 2'j2<br />
comj^agnie van het 7 e Bataljon onder den majoor Jacobs zich ter be-
203<br />
beschikking van den majoor Veeren stelden, om bij mogelijk voorwaarts<br />
rukken tot ondersteuning te kunnen dienen.<br />
In gevechtsformatie werd dit detachement mede aan den voet der<br />
reeds bezette heuvels opgesteld.<br />
Ten einde ook Boekit Seboen van die heuvels te kunnen beschieten,<br />
verzocht de colonnecommandant te 9 u. 45' eene sectie artillerie, en<br />
tevens inlichtingen aangaande de opstelling der verschillende troepengedeelten;<br />
ongeveer een uur later werd antwoord bekomen; artillerie<br />
kon niet gezonden worden.<br />
Op de O. heuvels deed de bivakcommandant van den Tjot Tjako<br />
de daags te voren door de marechaussee bezette positie door eene<br />
sectie onder den luitenant W. de Boer innemen; voor de artillerie werd<br />
in het Z. W. deel van het bivak eene stelling gemaakt. 7 u. 20'<br />
opende zij van daaruit het vuur op Atjehers, die zich van Tandjong<br />
naar Bt. Seboen bewogen, en eenige oogenblikken later schoot zij zich<br />
op de versterking van dien naam in.<br />
De sectie de Boer kreeg opdracht een sein te geven als het, in<br />
verband met de troepenbewegingen, noodig was het artillerievuur te<br />
staken.<br />
10 u. 45' v.m. was het bivak met den post Ketapan Doewa in<br />
optische seingemeenschap. Hiervan werd verder den geheelen dag<br />
gebruik gemaakt om berichten te zenden.<br />
De cavalerie was intusschen te 7 u. 20' v.m. uit den Zuidrand van<br />
Lam Pisang gedeboucheerd en had de kampong Lam Goe Oe-Zuid<br />
(lees Lam Oekoe) onbezet gevonden.<br />
De spits verkende voorts de kampong Beradin en vond alleen den<br />
Noordrand van dien kampong zwak bezet, terwijl een zestal vijanden<br />
een aan den Zuidrand gelegen versterking verlieten en naar Lam-Poelau<br />
vluchtten.<br />
Westwaarts echter van de kampong op den heuvel Bt. Seboen<br />
loste eene 25 a 30 man sterke bende, op grooten afstand, eenige<br />
schoten op de patrouille van luitenant Happe en gaf door uitdagend<br />
geschreeuw van hare tegenwoordigheid blijk.<br />
Op het bericht, dat hiervan aan den bevelhebber te Lam-Pisang gezonden<br />
werd, gelastte deze, dat Beradin door eene compagnie van het<br />
inmiddels aangekomen 12 d = Bat. zou worden bezet.<br />
De korpscommandant wees daarvoor de 5 dc compagnie (koloniale<br />
reserve ondsr kapitein Drijber) aan.
204<br />
Het bericht van de cavalerie bleek alras niet geheel juist. Onder<br />
een goed onderhouden kruisvuur, niet alleen uit kampong en versterking,<br />
maar ook uit de W. heuvels, moest de kapitein Drijber zijne<br />
compagnie voorwaarts brengen.<br />
Voorgegaan door hunnen pelotonscommandant, den l= n luitenant<br />
Thomson, namen een tiental manschappen stormenderhand de versterking<br />
en drongen alien verder de kampong binnen. Vooral onderscheidden<br />
zich daarbij de bekende hoornblazer Karel, No. 39346/7061<br />
en de fuseliers Beekman, No. 38963/602 en van den Wollenberg,<br />
No. 35276/224.<br />
De veroverde stelling werd bezet en het vijandelijk vuur krachtig<br />
beantwoord.<br />
De aanval had ons een officier (den kapitein Drijber) en 12 minderen<br />
aan gewonden gekost.<br />
Tot driemaal toe bracht de reeds genoemde van Wollenberg onder<br />
het flinke vuur des vijands berichten van den compagniescommandant<br />
naar den bevelhebber.<br />
Door het bezetten van de kampong was het voordeel verkregen,<br />
dat nu de handelingen des vijands van nabij uit eene gedekte<br />
stelling konden worden waargenomen, terwijl de in Lam-Pisang aanwezige<br />
artillerie en reserve geen plotselinge beschieting uit die voorgelegen<br />
positie behoefde te vreezen.<br />
Daar de vijand intusschen door zijn vuur het beloop zijner stelling<br />
kenbaar had gemaakt, kon de bevelhebber thans de noodige bevelen voor<br />
den aanval geven.<br />
Naast de sectie artillerie van den luitenant Vrijdag, die sedert<br />
6 u. v.m. bij den Z. rand van Lam-Pisang in batterij stond, werd<br />
eene tweede onder luitenant Deibert opgesteld; de sectie onder luitenant<br />
Stuffken, die des nachts op den pasar Oleh-Gli had gebivakkeerd,<br />
kwam ten Z. van dien passer, op den weg, in batterij tegen<br />
dezelfde doelen, n 1. de vijanden in de Westelijke heuvels.<br />
Eene vierde sectie artillerie, commandant luitenant Holle, ook in den<br />
Z. rand van Lam-Pisang, had speciaal de opdracht de vijandelijke versterkingen<br />
Daman, Lam-Tjroeng en Lam-Poelau onder vuur te nemen;<br />
toen dit later nog onvoldoende bleek, werd een vijfde onder luitenant<br />
van der Waarden daaraan toegevoegd (10 u. 45' v.m.).<br />
De majoor Okhuizen van het 6= Bataljon kreeg bevel om met de<br />
2 3 /4 compagnie van zijn korps, die in Lam-Pisang hadden gebivakkeerd,
205<br />
langs den voet der O. heuvels de vijandelijke positie's bij Daman en<br />
Lam-Tjroeng om te trekken en aan te vallen.<br />
8 u. 15' v.m. begaf zich dit bataljon op marsch, nu juist niet in de<br />
beste conditie, het ontbijt was er dien morgen bij ingeschoten.<br />
7 u. 55' v.m. had de bevelhebber van den cavaleriecommandant<br />
bericht ontvangen, dat een veertigtal Atjehers van Lam-Poelau naar<br />
Boenot overstaken, en tien minuten later, dat de linker verkenningspatrouille<br />
onder luit. v. Haaff beschoten was uit Mata-Air Ba Panas,<br />
Tjot en Boenot.<br />
Het bedekte terrein liet den verkenners niet toe, de sterkte van den<br />
vijand te beoordeelen.<br />
De omtrekking van het 6= vorderde langzaam. lets ten Z. van<br />
Bineh-Kroeng werden, om een beter overzicht over het terrein te ver-<br />
krijgen, de heuvels beklommen.<br />
Een paar cavaleristen brachten den majoor Okhuizen daar gelijkluidcnde<br />
berichten als reeds door den bevelhebber ontvangen waren.<br />
De troep ging toen nog hooger tegen de heuvels op, tot men naar<br />
gissing ter hoogte van-Tjot-Boenot gekomen was.<br />
Te 9'/2 u. v.m. nam de colonnecommandant daarop de volgende<br />
beschikking:<br />
De 3= compagnie (de kapitein A. B. B. Jansen) zou over de heuvels<br />
zoo bedekt mogelijk Lam-Tjroeng naderen en dat in de flank aanvallen.<br />
De 1= compagnie moest langs den voet van het gebergte op Lam-<br />
Tjroeng aanmarcheeren en het in front onder vuur nemen, terwijl de<br />
4 d = met de ambulance voorloopig in Tjot-Boenot zou blijven.<br />
Voor het vervoer van dooden en gewonden werden door tusschenkomst<br />
van den assistent-resident de noodige jeriksha's gerequireerd,<br />
terwijl ook de gewestelijk eerstaanwezend genieofficier een deel van<br />
zijne chineesche koelies afstond, om tandoes te dragen.<br />
Kwart voor negen zond de luitenant Thomson, die nog in Beradin<br />
zat, het bericht, dat alle granaten ^\l 200 M. te kort sprongen, en dat<br />
eene vrij sterke bende, langs den voet van het gebergte ten W. van<br />
de kampong, in N. richting trok.<br />
Daar die bende in de heuvels lastige vijanden voor onze zuidwaarts<br />
oprukkende troepen dreigden te worden, gaf de bevelhebber last om<br />
de kampongs Kenoi en Lam-Oekoe door eene compagnie van het 12 d =
206<br />
te bezetten, ten einde hen zoo mogelijk tusschen twee vuren te brengen.<br />
Hoewel zij, door van uit den Zuidrand van Lam-Pisang naar Kenoi<br />
over te steken, direct in bedekt terrein had kunnnn komen, waagde<br />
de compagniescommandant zich te ver op de sawah en kwam onder<br />
het vuur van den Toean di Boh, waardoor de kampong ten koste van<br />
7 gewonden bereikt werd.<br />
De bezetting van Beradin, die nogal verliezen geleden had, was<br />
inmiddels door eene sectie van de 4= compagnie 12= Bataljon versterkt.<br />
9 u. 13' rapporteerde de ritmeester de Lannoij, die met zijne cavalerie<br />
nog steeds ten O. van Beradin observeerde, dat Lam-Poelau door<br />
-f- 100 vijanden bezet was.<br />
De linker verkenningspatrouille van den luitenant van Haaff moest,<br />
om tegen het vele vijandelijke vuur gedekt te zijn, zich in de O. heuvels<br />
opstellen en maakte zich daar verdienstelijk door den majoor Okhuizen<br />
op de hoogte van den toestand bij den vijand te houden.<br />
Ongeveer 10 u. v.m. kwamen 12 brigades marechaussee van Koeta-<br />
Radja te Lam-Pisang aan.<br />
De kapitein Graafland kreeg last zich bij den commandant van het<br />
6= Bataljon te vervoegen, om als voorhoede van dat korps de stelling<br />
bij Lam Tjroeng — Lam Poelau te forceeren en vervolgens door te rukken<br />
naar Anak-Paja en die kampong te verbranden.<br />
De commandant van het 6= Bataljon werd met deze opdracht in<br />
kennis gesteld.<br />
Ruim half elf marcheerden de marechaussee, die te Lam-Pisang gerust<br />
hadden, af.<br />
Even te voren, 10 u. 27', had luitenant van Haaff bericht, dat de<br />
vijandelijke bezetting van Boenot op Lam-Poelau terugtrok, en dat eene<br />
-\- 50 man sterke bende zich bij Tandjoeng ophield; het 6= Bataljon<br />
vertoonde zich reeds nabij de hoogte 13.7 ten Z. van Tjot, en werd<br />
uit Lam-Poelau en de Zuidelijke heuvels flink beschoten.<br />
De omtrekking zou dus weldra voltooid zijn, en waarschijnlijk zouden<br />
de nog in Lam-Pisang aanwezige troepen ook spoedig op moeten rukken,<br />
daarom deed de bevelhebber een der compagnieen, die 's nachts te Oleh-<br />
Gli hadden gebivakkeerd, naar Lam-Pisang opkomen.<br />
De kapitein Bruynis bleef met zijne manschappen echter den passer<br />
vasthouden, ook alweer om den transportdienst langs den grooten weg<br />
te beschermen.
207<br />
De spits der cavalerie had, gebruik makend van eene vuurpauze, getracht<br />
Lam-Poelau nader te verkennen, maar was zoo warm ontvangen,<br />
dat dadelijk een paard sneuvelde en zij zich terug moest trekken (10<br />
u. 40' v.m.).<br />
Om 1 1 uur zag dezelfde spits op den eersten heuveltop oostelijk van<br />
Lam-Poelau een 60-tal vijanden verschijnen.<br />
De luitenant Happe, die het bericht zond, gaf daarbij in overweging<br />
het tot nu toe steeds op Lam-Poelau gerichte vuur derwaarts te verleggen,<br />
waarop de cavaleriecommandant persoonlijk den algemeenen<br />
bevelhebber de noodige inlichtingen ging geven.<br />
Hij keerde echter spoedig naar de spits terug en rapporteerde te<br />
I I u. 25' v.m. van daar, dat het 6 dc Bataljon den heuvel 13.7 bezet<br />
had en hevig uit Lam-Tjroeng beschoten werd, terwijl een moment later<br />
de vijand van daar in grooten getale zuidwaarts terugtrok.<br />
Ook de bezetting van Beradin bevestigde dit bericht.<br />
Van uit die kampong werd waargenomen, dat de vijand in kleine<br />
troepjes van Lam-Poelau in W. richting terugging.<br />
1 1 u. 40' zag de cavalerie, dat het 6 de Bataljon tot de bestorming<br />
overging, en 5 minuten daarna deelde de luitenant Thomson weer mede,<br />
dat een 300 vijanden Boekit Seboen verlieten en in W. richting aftrokken.<br />
Op het oogenblik, dat de kapitein Graafland zich bij den majoor<br />
Okhuizen meldde, waren de compagnieen van diens korps reeds geruimen<br />
tijd in voorwaartsche beweging.<br />
De 1= compagnie, toen juist in een hevig vuurgevecht met Lam-Poelau<br />
gewikkeld, ontving bevel zich onder de orders van kapitein Graafland<br />
te stellen, die zich met zijn marechaussee's onmiddellijk naar Lam-Poelau<br />
richtte.<br />
De sawah's daarvoor waren echter nog al drassig, en zoo kwamen<br />
zij langzaam vooruit.<br />
Toen van luitenant van Haaff de tijding kwam, dat de compagnie<br />
Janssen Lam-Tjroeng op korten afstand onder vuur had, kreeg de aanvalscolonne<br />
nog eene aansporing om voort te maken.<br />
Bij nadering bleek Lam-Poelau echter reeds verlaten, doordat de<br />
3= compagnie Lam-Tjroeng, dat bedoelde benteng beheerschte, vermeesterd<br />
had.<br />
Ter voldoening aan zijn opdracht, was de kapitein Janssen, hoewel<br />
zijn menschen zeer vermoeid waren en smachtten van dorst, tusschen
208<br />
de verzengende alang-alang verder gemarcheerd, tot hij plotseling op<br />
eene kleine versterking bij Daman stuitte.<br />
Na een paar salvo's ging het 1= peloton met zijn commandant, den<br />
l e luitenant J. Keetell aan het hoofd, tot den storm over.<br />
De bezetting, 12 man in getal, zochten bijtijds een goed heenkomen<br />
in de richting Lam-Tjroeng.<br />
Deze heuvelbenting was zichtbaar van uit de positie bij Daman.<br />
Hare bezetting bestond uit een veertigtal Atjehers, die zich, wat hun<br />
vuur betrof, nogal lieten gelden.<br />
Natuurlijk deed de kapitein het beantwoorden. Daarmede bezig zijnde,<br />
ontwaarde hij, dat de vijand den rechtervleugel zijner stelling begon te<br />
ontruimen, waarop de aanval direct werd doorgezet.<br />
Het peloton van den 2= luitenant J. C. Lamster zou ditmaal aan de<br />
spits zijn, terwijl dat van den luitenant Keetell zoolang mogelijk doorvuurde.<br />
Op 100 M. van de stelling begon het peloton de attaque. De luitenant<br />
Lamster was het eerst binnen de versterking. Ook hier wachtten de<br />
Atjehers onze soldaten echter niet af, maar verdwenen tijdig in het<br />
bedekte terrein.<br />
In een oogenblik had kapitein Janssen de orde in zijne compagnie<br />
hersteld, en opende hij, zooals we reeds zagen, van uit zijne domineerende<br />
stelling het vuur op Lam-Poelau met het bekende gevolg.<br />
1 1 u. 45' v.m. was alzoo de geheele stelling Daman-Lam Tjroeng-<br />
Lam Poelau, door den vijand ontruimd.<br />
Zoodra de bevelhebber hiervan bericht kreeg, deed hij de cavalerie<br />
weer vooruitgaan en gaf terzelfder tijd—12 u. 's middags— aan den<br />
commandant van het 12= Bataljon last met 1'/2 compagnie van zijn<br />
eigen korps, eene compagnie van het 5 e en eene compagnie van het<br />
14= Bataljon, die alien in Lam-Pisang, dus bij de hand waren, naar<br />
Beradin op te rukken en ook de compagnie, die Lam-Oekoe bezette,<br />
tot zich te trekken.<br />
De cavalerie meldde te l2'/4 u. n.m., dat de bruggen ten Z. van<br />
Lam-Poelau intact waren, en dat de vijand in grooten getale vluchtte<br />
in de richting van Lampoe-Oek, en vijf minuten later, dat kampong<br />
Tandjoeng verlaten was, doch uit O.-richting enkele schoten vielen.<br />
Eene sectie artillerie was te 12 u 5' n.m. van Lam-Pisang afgemarcheerd<br />
met bestemming Lam-Poelau, waar zij 12 u. 40' n.m. in<br />
stelling kwam.
209<br />
De cavalerie, die nog had doen weten, dat ook de kampongs Lam-<br />
Tjoe, Tjili en Koes verlaten waren, kreeg te half een bevel hare verkenning<br />
naar Lam-Paja, (1) Lam-Gaboes en Anak-Paja voort te zetten en, zoo<br />
die kampongs niet bezet werden bevonden, er den brand in te steken.<br />
Kolonel Stemfoort deed ook Bt. Seboen door een peloton van het<br />
12 d = Bataljon bezetten en gaf overigens den commandant van het 12 d =<br />
last de onder hem gestelde compagnie van het 5= en die van het 14 de bataljon<br />
te Lam-Poelau achter te laten en met de overige troepen van<br />
zijn korps — ook de oorspronkelijke bezetting van Beradin —dus 4'/2<br />
compagnie, naar Djirat (2) op te rukken en op den terugmarsch alle<br />
kampongs te verbranden.<br />
Te 1 u. n.m. werd nog eene sectie bergartillerie onder Luitenant<br />
Deibert nagezonden, ten einde vluchtende vijanden ook met geschut<br />
onder vuur te nemen of de bevolking anderszins afbreuk te doen.<br />
Naast de sectie Vrijdag te Lam-Poelau was vroeger reeds eene<br />
tweede opgesteld.<br />
De sectie Deibert kwam in den Westrand van kampong Tandjong<br />
in batterij. Van uit deze stelling werden alleen eenige schoten op<br />
Atjehers en karbouwen gedaan, die zich aan gene zijde van de voorgelegen<br />
sawah bewogen.<br />
Bij den terugtocht behoefde zij niet te vuren.<br />
De sectien in Lam-Poelau hadden een ruim schootsveld en richtten<br />
haar vuur op Atjehers, die in de richting van Meunatha-Mantjang (3) gingen.<br />
Toen de troepen later terugtrokken, beschoten zij ook kampong Koeh.<br />
De marechaussee's waren na de inname van Lam-Poelau dadelijk<br />
naar Tandjong doorgerukt en vervolgens naar de Keude-Bieng, die door<br />
de cavalerie verlaten was bevonden.<br />
Met voorkennis van den bevelhebber wachtte de marechaussee hier<br />
het 12 e Bataljon in, daar de commandant meende, zich met zijn korps<br />
alleen niet verder te mogen wagen.<br />
Dat Bataljon kwam 1 u. 40' n.m. daar aan, waarop kapitein Graafland<br />
Anak-Paja binnentrok, om daar de huizen in de asch te leggen;<br />
het bataljon zette den marsch naar Djirat voort.<br />
De ritmeester Jhr. de Lannoij, de infanterie ziende naderen, vervolgde<br />
(1) Deze kampong ligt West van Lambaroe en Anak-Paja.<br />
(2) Deze kampong komt op de nieuwe kaarten van Atjeh niet voor. Op die van<br />
1:50,000 (uitgave Juli 1883) is zij N. van M. Lok-Nga geteekend.<br />
(3) Ten N. van Lamlon.<br />
14
210<br />
zijne verkenning in Z. richting, het branden aan genoemd wapen overlatend.<br />
Ook kampong Djirat werd onbezet bevonden, evenals alle andere<br />
aan den weg gelegene.<br />
Toen het 12= Bataljon eenmaal in die kampong was aangekomen,<br />
meende de ritmeester, met instemming van Overste Soeters, ook Lam-<br />
Kroet en Lho-Nga aan een nader onderzoek te moeten onderwerpen.<br />
Een tiental vijanden, die zich op den rechteroever van de Kroeng-<br />
Raja achter terreinverhoogingen, voor de brug over die rivier, hadden<br />
opgesteld, belette door hun vuur de nadere verkenning van die brug.<br />
3 u.' n.m. werd van een en ander den bevelhebber bericht gezonden.<br />
Eenige oogenblikken later ontving de cavaleriecommandant van den<br />
commandant van het 12= de order:<br />
,,Keer terug, en steek zoo mogelijk Lho-Nga in brand".<br />
Na een tiental woningen aldus in vlammen te hebben laten opgaan,<br />
vond de ritmeester het, met het oog op de slagvaardigheid van zijn troep<br />
beter, het branden te staken en naar Boekit Seboen in stap terug te gaan.<br />
Ter hoogte van den bocht van den weg Oost van Djirat vielen op<br />
den troep uit eene kleine versterking, gelegen aan de westelijke helling<br />
van een tegenover liggend heuveltje, eenige schoten, die echter geene<br />
verliezen veroorzaakten.<br />
De cavalerie rustte tot half zes 's avonds bij het huis van Oemar en ging<br />
toen naar Koeta-Radja terug. Zij was 8 u. n.m. weer in het kwartier.<br />
Nadat de 5 e compagnie van het 12= Lam-Gaboes, en de 2 e com<br />
pagnie van dat korps Lam-Paja doorzocht en zoo goed mogelijk ver-<br />
brand hadden, aanvaardde ook de infanterie te 4 u. n.m. den terugmarsch.<br />
Op dien terugtocht werd de colonne aanvankelijk gevolgd door enkele<br />
vijanden, die nu en dan een schot losten; in kampong Tandjong was<br />
het vuur echter reeds van dien aard, dat de compagnie Weustmann,<br />
die de achterhoede vormde, zich genoodzaakt zag sectiesgewijze naar<br />
Lam-Poelau te retireeren.<br />
5 u. n.m. waren alien op dat punt terug.<br />
Alleen het peloton van den 1= luitenant Jhr. J. Sandberg hield des<br />
nachts de Boekit Seboen bezet. Overigens marcheerde het 1 2 d = Bataljon<br />
door naar Lam-Pisang, waar gerust werd, en vervolgens naar Lam-Djamoe<br />
om per extra trein kratonwaarts te worden gebracht. Ook dat korps<br />
was te 8 u. n.m. weer in de kampementen.<br />
Om de tuchtiging zoo volkomen mogelijk te maken, had de bevel<br />
hebber te 1 uur 's middags de compagnie van het 5 d = Bataljon van
211<br />
Lam-Poelau naar Mantjang, Lam-Baroe en Lamlon en te 1 u. 50 n.m.<br />
een peleton van het 6 de Bataljon naar Noesa gezonden, om ook die<br />
kampongs te verwoesten.<br />
Den commandant van het 9 de Bataljon was order gegeven om met<br />
zijn troepen den teruggang der troepen door de vallei van Beradin uit<br />
zijne stellingen te dekken, en dus voorloopig daar te blijven.<br />
Toen het den kolonel Stemfoort echter bleek, dat het te laat zou<br />
worden voor den terugtocht van alle troepen op Lam-Djamoe, en deze<br />
waarschijnlijk te vermoeid zouden zijn om nog 6rnstige achterhoedegevechten<br />
te leveren, besloot hij de ingenomen pjosities voorloopig te<br />
behouden en eerst, na het invallen der duisternis uit Lam-Poelau en<br />
nevenliggende heuvels, terug te gaan op Lam-Pisang en daar verder<br />
tot den volgenden morgen te blijven.<br />
Van dit besluit werd den bivakcommandant op den Tjot-Tjako<br />
middels seinen van Lam-Djamoe mededeehng gedaan.<br />
De intendance, die zich op dien post bevond, kreeg last de bivaks<br />
van het noodige te voorzien. De commandant van het 9= Bataljon<br />
moest te half zes namiddags met alle onder zijne bevelen staande<br />
troepen op Lam-Pisang terugtrekken en daar ook overnachten.<br />
Het 6= Bataljon met een compagnie van het 14= en de sectie artillerie<br />
van den luitenant Vrijdag, bleven voorloopig in de 's morgens veroverde<br />
stelling en mochten eerst in den loop van den nacht op een geschikt<br />
moment onbemerkt op Lam-Pisang teruggaan.<br />
Het peloton van den luitenant Sandberg zou zulks reeds om 9 u.<br />
n.m. doen.<br />
De compagnie van het 5= Bataljon, die de kampongs ten W. van Bt.<br />
Seboen had vernield, keerde te 6 u. n.m. — na aan de opdracht voldaan<br />
te hebben — en zonder een vijand te hebben ontmoet in het bivak terug.<br />
De genietroepen hadden zich dien dag o.m. geoccupeerd met het in<br />
orde brengen van het bivak Lam-Pisang.<br />
's Avonds ging eene sectie naar Koeta-Radja, terwijl de tweede te<br />
Lam-Pisang bleef om de vernieling van de kampong en Oemar's huis<br />
voor te bereiden.<br />
De taak, die de bevelhebber zich dien dag gesteld had: het verder<br />
verdrijven van den vijand uit de vallei van Beradin, was volbracht;<br />
althans het gros van Oemar's krijgers had zich achter de Kroeng-Raba<br />
teruggetrokken, en de kampongs waren getuchtigd.
212<br />
Het 6= Bataljon had een gesneuvelde en twee gewonden, het 9= twee<br />
gewonden, en het 12= Bataljon een officier, 13 Eur. en 6 inl. minderen<br />
gewond.<br />
Bij de cavalerie was een paard gesneuveld, en een tweede gewond.<br />
De voorgenomen terugtocht der in- en om Lam-Poelau achtergebleven<br />
troepen op Lam-Pisang, had verder zonder stoornis plaats.<br />
De luitenant Sandberg verliet op den bepaalden tijd de Bt. Seboen,<br />
en op hetzelfde uur zond de majoor Okhuizen de artillerie van Lam-<br />
Poelau terug.<br />
Een der stukken met de dekking kreeg echter bevel bij den Z. O.<br />
hoek van Beradin eene opnamestelling in te nemen, totdat de laatste<br />
infanterieafdeeling zonder stoornis den terugtocht zou hebben aanvaard.<br />
Half tien begon de bezetting van Daman daarmede, daarna volgde<br />
die van Lam-Tjroeng en ten slotte die van Lam-Poelau.<br />
1 1 '/2 u - n -m. was de laatste afdeeling binnen Lam-Pisang.<br />
Er was geen schot meer gelost.<br />
Het bivak op den Toean Tjot-Tjako bleef ook dezen nacht behouden,<br />
evenals dat van de compagnie Thijssen in Lam-Pasei.<br />
Voorts bleven:<br />
In Lam-Asan, eene compagnie van het 9= Bataljon, en eene compagnie<br />
van het 7= Bataljon met ambulance.<br />
In Pakan-Badak eene compagnie van het 9= Bataljon.<br />
Op Pasar Oleh-Gli eene compagnie van het 14= en binnen Lam-Pisang:<br />
3 compagnieen van het 5= Bataljon, 2 3 /4 id. van het 6=, 2'/2 id-<br />
van het 7=, 2 id. van het 9 e , 1 peloton van het 12=, en 1 compagnie<br />
van het 14= Bataljon; voorts 3 sectien bergartillerie, eene sectie genie<br />
troepen en drie ambulances.<br />
Aan munitie was verbruikt 6921 Beaumont — 94 patronen voor rep.<br />
geweren, 104 G. en 196. G. K. T.<br />
De nacht ging ongestoord voorbij. Den volgenden morgen werden het<br />
1 2 de Bataljon, een detachement cavalerie, ambulance en trein aangewezen<br />
om van Lam-Djamoe langs den grooten weg van Lam-Goe-Oe te mar<br />
cheeren en van daar langs het paardenpad naar Pantjoeran, om dan<br />
teruggaande alle kampongs, gelegen in het terrein, begrensd ten W.<br />
door het gebergte en ten O. door den gevolgden weg, in de asch te<br />
leggen, ook die Noordwaarts tot en met Lam-Isi.<br />
Commandant van de colonne was de luitenant-kolonel G. F. Soeters,
213<br />
aan wien de kapitein van den generalen staf G. C. E. van Daalen<br />
was toegevoegd.<br />
Door de overige troepen zou binnen de geconcentreerde linie worden<br />
teruggetrokken, na de tuchtiging van de IV en VI moekims te hebben<br />
voltooid.<br />
Behalve de bovengenoemde cavalerie, was een tweede detachement<br />
onder ritmeester Jhr. de Lannoij aangewezen, om met de compagnie<br />
repeteergeweren van het 3 d = Bataljon de retraite onzer bataljons te ver-<br />
gemakkelijken, terwijl een peloton genietroepen het etablissement van<br />
Oemar en de kampong Lam-Pisang zou verwoesten.<br />
6'/2 u. v.m. marcheerden de laatstvermelde troepen van Lam-Djamoe af.<br />
De genietroepen begonnen in Lam-Pisang en Bineh-Kroeng alles<br />
voor de vernieling gereed te maken.<br />
Een deel van de zware houten stijlen van 4 woningen van Oemar<br />
en een lOtal hekstijlen werden met dynamiet stuk gestagen, de overigen<br />
half doorgekapt, het houtwerk hier en daar met teer besmeerd, en alle<br />
huizen met petroleum besprenkeld.<br />
De cavalerie onder den ritmeester ging te 7 u. 15 v.m. van Lam-<br />
Djamoe naar Lam-Pisang. Van laatstgenoemde plaats moest eene ver<br />
kenning naar de stellingen van de Bt. Seboen en Lam-Poelau worden<br />
gemaakt, en overigens tot nader order het voorgelegen terrein worden<br />
geobserveerd.<br />
Eene sectie genietroepen onder den luitenant Ruzette was in den vroegen<br />
morgen van Koeta-Radja naar het bivak op den Toean Tjot Tjako ge<br />
zonden, om de artillerie behulpzaam te zijn bij het afdalen in de vlakte.<br />
De luitenant Ruzette had de mondelinge order tot ontruiming der bivaks<br />
in Lam-Pasei in den Tjot Tjako over te brengen.<br />
Zonder zijn eigen terugtocht in gevaar te brengen moest de commandant<br />
van het heuvelbivak den terugtocht der troepen in de vallei zoo lang<br />
mogelijk steunen met artillerie en infanterievuur. De bivakcommandant<br />
in Lam-Pasai moest op zijn beurt in stelling blijven tot de troepen van<br />
den Tjot-Tjako geheel gepasseerd waren.<br />
De cavalerie vond de kampongs Kenoi, Lam-Oekoe en Beradin on<br />
bezet en bereikte te half negen Lam-Poelau.<br />
Van een vijand werd in den geheelen omtrek niets ontwaard.<br />
Eerst te 9 u. 18' hoorde men aan 's vijands zijde signalen op een<br />
buffelhoorn, en vielen er een drietal schoten.<br />
A
214<br />
Nu kwamen er langzamerhand meerdere lieden opzetten. Zij bleven<br />
steeds op eenen eerbiedigen afstand en gaven wat onschadelijk vuur af.<br />
De bevelhebber, die zich te Lam-Pisang bevond, gaf daar inmiddels<br />
de noodige bevelen voor den terugmarsch.<br />
Deze zou geschieden onder de bevelen van den commandant van<br />
het 9= Bataljon, die tot dekking ervan kon beschikken over de beide<br />
compagnieen van zijn eigen korps, de 2 /2 compagnie van het 7= Bataljon<br />
en twee van de sectien bergartillerie, die in Lam-Pisang gebivakkeerd<br />
hadden, alsmede over de reeds vermelde compagnie repeteergeweren.<br />
Te beginnen met het 6= Bataljon marcheerden om 10 u. v.m. de<br />
overige troepen achtereenvolgens naar Lam-Djamoe af om vervolgens<br />
per extratrein of te voet Koeta-Radja te bereiken.<br />
Ook alle nog aanwezige goederen, munitie enz. werden teruggezonden.<br />
De commandant der achterhoede liet de cavalerie voorloopig in het voor<br />
terrein, teneinde den vijand het denkbeeld van een teruggaan te ontnemen.<br />
Hij wees verder de volgende opnamestellingen aan.<br />
Eene sectie artillerie, gedekt door eene sectie infanterie, aan de Zuid-<br />
poort van Lam-Pisang-West tot opname van de cavalerie, indien deze<br />
uit het gebergte beschoten mocht worden; een peloton repeteergeweren<br />
in den Zuidrand van Bineh-Kroeng en Lam-Pisang-West, dat 3 minuten<br />
na een afgesproken signaal tot branden, moest teruggaan, het andere<br />
peloton repeteergeweren ten N. W. van Lam-Pisang.<br />
Zoodra de geheele compagnie repeteergeweren vereenigd was, moest<br />
zij met de genietroepen op Pakan-Badak terugtrekken.<br />
De 2= sectie artillerie, ook met eene sectie infanterie als dekking,<br />
kwam op den weg bij Gemi-Roi in batterij; eene compagnie van het<br />
7= Bataljon bezuiden Pasar Oleh-Gli moest voor het teruggaan dezen<br />
pasar in brand steken. Een andere compagnie van dat bataljon lag in<br />
eene verlaten vijandelijke versterking op den weg ter hoogte van Lam-<br />
Belang in stelling.<br />
Twee compagnieen van het 9e bleven in Lam-Pisang en zouden op<br />
het signaal voor het „Branden" retireeren en bij Lam-Goe-Oe stelling<br />
nemen, waar ook de sectie artillerie, die aanvankelijk ten Z. van Lam-<br />
Pisang was opgesteld, opnieuw in batterij moest komen, terwijl de sectie<br />
artillerie met de compagnie van Pasar Oleh-Gli bij Lam-Roekam eene<br />
tweede stelling zou innemen.<br />
De ambulance onder den officier van gezondheid Diephuis moest zich<br />
steeds in de voorlaatste stelling ophouden.
215<br />
Omstreeks 11 3 /4 u. v.m. rapporteerde de commandant der genietroepen,<br />
dat alle voorbereidende werkzaamheden waren afgeloopen.<br />
De cavalerie kreeg daarop order naar Lam-Djamoe terug te keeren.<br />
Nadat zij en de sectie artillerie gepasseerd waren, werden te 12 uur<br />
Lam-Pisang en Bineh-Kroeng aan de vlammen prijsgegeven, en begonnen<br />
ook de overige troepen den terugtocht.<br />
Slechts een paar schoten werden door den vijand gelost.<br />
Een uur later bereikte de laatste afdeeling Pakan-Badak.<br />
Reeds van 's morgens vroeg was men daar bezig de versterking te<br />
slechten.<br />
Daar ook de colonne van den overste Soeters zich nog in het terrein<br />
bevond, bleven hier voorloopig 2'/2 compagnie 7= Bataljon en eene<br />
sectie artillerie achter; de overige troepen gingen door.<br />
Ook de versterkingen in Lam-Asan, die, zooals we zagen, sedert den<br />
24= n door 2'/2 compagnie bezet waren gebleven, werden nog niet ont-<br />
ruimd.<br />
De commandant van het 7= kreeg het bevel over deze troepen, die<br />
van den vijand niets meer te hooren kregen dan een paar schoten van<br />
den Gle-Goerah. Eenige granaatkartetsen van Lam-Djamoe waren vol-<br />
doende, die schutters het zwijgen op te leggen.<br />
Omstreeks half drie 's middags keerden alien naar Lam-Djamoe terug<br />
en van daar verder naar Koeta-Radja, behalve de compagnie van het<br />
5= Bataljon, die sinds eenige dagen te Lam-Djamoe gelegerd was voor<br />
den transportdienst; deze bleef daar voorloopig.<br />
De colonne Soeters was, voorafgegaan door het peloton cavalerie,<br />
te 7 u. 45' v.m. van Lam-Djamoe afgemarcheerd.<br />
De cavalerie had, behalve de verkenning, ook in opdracht de partieele<br />
kleine brandstichtingen zoo mogelijk voor hare rekening te nemen.<br />
Vijanden werden niet aangetroffen. Huizen en voorraadschuren in het<br />
ravijn ten W. van Pantjoeran waren spoedig vernield.<br />
De ruiters volgden verder N. en Westwaarts den voet van het gebergte<br />
tot W. van kampong M. Lapan Sagi, bij M. Goerah ook nog vele<br />
hutten met groote voorraden gaba aan de vlammen prijs gevend.<br />
De overste Soeters gelastte aan 3 compagnieen van zijn korps, de<br />
2=, 4= en 5 C , om, van het W. naar het O. trekkend, alle in het terrein<br />
gelegen kampongs te verwoesten.
216<br />
Alleen bij het oprukken naar den voet der Gle-Goerah vielen van de<br />
hellingen eenige schoten, die door de infanterie nu en dan beantwoord<br />
werden.<br />
Aan de opdracht werd nagenoeg geheel voldaan, de kampongs Lam-<br />
Me en Lam-Loempoer N. en Z. liepen van de tuchtiging vrij.<br />
Half twee was de colonne te Lam-Djamoe en ging van daar naar<br />
Koeta-Radja.<br />
De Bivakcommandant op den Toean Tjot Tjako had weder, evenals<br />
den dag te voren, een hoogen top door eene sectie doen bezetten en<br />
overigens door seinen getracht te weten te komen, of hij op de eene<br />
of andere wijze van dienst kon zijn. 9 u. v.m. gewerd hem het bericht,<br />
zoo noodig het teruggaan uit de vlakte met artillerievuur te steunen en<br />
overigens zelf zijne stelling op zoodanig moment te verlaten, dat de<br />
eigen terugtocht geen gevaar liep.<br />
De vivres werden al dadelijk zooveel mogelijk naar omlaag gebracht.<br />
waar een detachement van Ketapen-Doewa ze in ontvangst nam. Ook<br />
werd alvast een sectie in de vlakte zoodanig opgesteld, dat zij uit het<br />
Zuiden, tijdens de afdaling, opdringende vijanden onder vuur kon nemen.<br />
Van den top zag men nog, dat de Atjehers, na het zich verwijderen<br />
der cavalerie, dadelijk weer van Tandjong naar Lam-Poelau overstaken.<br />
12 u. 10' werd de sectie artillerie met behulp van een deel der genie<br />
troepen naar omlaag gebracht.<br />
De gedetacheerde sectie, die inmiddels was teruggeroepen, en nog<br />
een peloton, naast de sectie in de vlakte geplaatst, beveiligden deze<br />
werkzaamheden.<br />
Met een stuk werd zoolang mogelijk doorgevuurd; toen de voorsprong<br />
aan de colonne Veeren groot genoeg was, ging ook dit omlaag.<br />
Nauwelijks hield het vuur op, of de Atjehers kwamen bij honderd-<br />
tallen opzetten en bewogen zich naar Beradin, Lam-Oekoe, Kenoi, Bineh-<br />
Kroeng en Lam-Pisang.<br />
Eindelijk te 1 u. 10' n.m. verliet de laatste compagnie den top, na<br />
nog de hutjes en de niet mede te voeren vivres verbrand te hehben,<br />
Te 2 ure was alles aan den voet verzameld, en werd naar het bivak<br />
Lam-Pasai gemarcheerd.<br />
Alleen een paar vijandelijke schutters gaven blijken van hunne tegen-<br />
woordigheid bij den afmarsch.<br />
3 u. 15' werd deze, met de bezetting van Lam-Pasai in de achter<br />
hoede, voortgezet en 4 u. 's middags Ketapan-Doewa bereikt.
217<br />
De bivakcommandant te Lam-Pasai had door vele patrouilleeringen<br />
den transportweg der Bergcolonne van den 23 8len tot en met den 26 en<br />
opengehouden.<br />
De sectie artillerie, die den eersten dag het vuur uit de vijandelijke<br />
positie op de Boekit Kesoemba tot zwijgen had weten te brengen, moest<br />
tijdens het afdalen der troepen nog eens haar vuur richten op een dertigtal<br />
Atjehers, die op de hellingen blijkbaar met geen goede bcdoelingen<br />
verschenen.<br />
Met eene sectie van zijne compagnie en vergezeld van den luitenant<br />
Steenkamp en een paar trompetters, toog de kapitein Thijssen derwaarts. ')<br />
De benteng werd verlaten bevonden en bezet, en aan den bevelhebber,<br />
die zich te Ketapan-Doewa bevond, hiervan mededeeling gedaan.<br />
Deze zond eenige dwangarbeiders met gereedschappen om de benteng<br />
te slechten.<br />
Een paar schoten, die van de overzijde der Kroeng Daroe op de<br />
patrouille werden afgegeven, brachten geen verliezen te weeg.<br />
Uit het bivak trok overigens eerst de artillerie op Ketapan Doewa<br />
terug, daarop volgde de infanteriebezetting, telkens sectiesgewijze het<br />
vuur van naderende Atjehers beantwoordend.<br />
4'/2 u. n.m. waren alien binnen Ketapan Doewa.<br />
Hiermede waren de operation tegen Toekoe Oemar geeindigd.<br />
De gewezen panglima Prang besar had zijn heil in de vlucht gezocht<br />
en zich met een deel van zijn aanhang in Lepong in veiligheid gesteld.<br />
Op verzoek van den Regeeringscommissaris had de marine den 25= n<br />
Mei dit landschap flink onder vuur genomen, ook alweer met het doel<br />
onzen vriend het verblijf aldaar ondoenlijk te maken.<br />
Generaal Vetter seinde den 26= n reeds aan de Regeering, dat volgens<br />
ingekomen berichten het snel en beslissend optreden onzerzijds een grooten<br />
indruk op de Atjehsche bevolking gemaakt had.<br />
Zijne Excellentie achtte het in die dagen behaalde succes op Toekoe<br />
Oemar's sterke, geoefende, goed versterkte en goed bewapende bende,<br />
zeer bevredigend en deed van zijne tevredenheid in een dagorder blijken.<br />
Den volgenden dag, 28 Mei, werd eveneens bij dagorder ter kennis<br />
van Land- en Zeemacht in Atjeh gebracht, dat het Hare Majesteit de<br />
') De kapitein Thijssen achtte het in het belang der terugtrekkende troepen noodig<br />
een poging te doen om de versterking Kasoemba te nemen.
218<br />
Koningin en de Koningin Regentes behaagd had bij telegram Hoogstderzelver<br />
gelukwenschen met het behaalde succes, deelneming met het<br />
verhes van hen die sneuvelden, en beste wenschen voor het herstel der<br />
gewonden, te betuigen.<br />
Omtrent de door de Atjehers geleden verliezen waren de opgaven<br />
onzeker,<br />
Bij Lamtangah en Lam Isi waren den 23= n nog al wat dooden in<br />
onze handen gebleven.<br />
Dien dag zou er alleen bewesten den weg Lamdjamoe — Pakan Ba<br />
dak een 78 tal gesneuveld zijn.<br />
Den 28= n Mei werd der Regeering getelegrafeerd, dat, volgens be<br />
richten van verschillende zijden, Oemar's broeder Toekoe-Mancoer en vele<br />
zijner onderaanvoerders, alsmede Ketjik Bintang, vroeger de aangewezen<br />
opvolger als commandant van het legioen, gesneuveld waren.<br />
Geruchten spraken van 270 dooden en 130 zwaar gewonden alleen<br />
bij Oemar's eigen volk.<br />
In hoeverre die berichten vertrouwbaar waren, kon moeilijk beoordeeld<br />
worden; vermoedelijk zijn ze sterk overdreven geweest. Nog jaren daarna<br />
hadden we jacht te maken op gewezen panglima's van Oemar.<br />
Materieel was aan de bevolking der IV en VI Moekims veel schade<br />
toegebracht.<br />
Gematigdheid had ons optreden zeker niet gekenmerkt.<br />
De tuchtiging der VI Moekims was met het vorenstaande nog niet<br />
afgeloopen.<br />
De bedoeling van den Regeeringscommissaris was toch om met het<br />
slechten der in Lam-Asan gelegen versterkingen gelijktijdig de geheele<br />
kampong te doen raseeren.<br />
Met dat werk zou een paar dagen later een begin gemaakt worden,<br />
de troepen hadden vooreerst wat rust noodig.<br />
De bezettingen van Lampermai en Siroen togen er den 26= n 's middags te<br />
half vijf gezamenlijk op uit, om eene ten N. van Adje gelegen versterking<br />
te verbranden; alleen op den terugmarsch kregen ze een vijftiental schoten.<br />
Overigens werden in de intervallen van de geconcentreerde linie 's nachts<br />
eenige hinderlagen gelegd, zoowel van de bezettingen der posten als van<br />
de marechaussee's.<br />
Reeds waren uit Pedir berichten ontvangen dat Toeankoe Machmoed,
219<br />
jongere broeder, en Toeankoe Brahim, zoon van Toeankoe Hasjim, de<br />
gewezen voogd van den pretendent Sultan, zich met tal van volgehngen<br />
over de VII Moekims naar Groot Atjeh hadden begeven.<br />
Toekoe Baid gaf aan het bestuur schriftelijk kennis, dat zij zich te<br />
Ana'-Galong gevestigd hadden, en zoo zou ook de pretendent Sultan<br />
inmiddels aangekomen zijn en zich naar Polem begeven hebben.<br />
Machtsvertoon in de IX en de III Moekims Daroe.<br />
Den 29= n Mei rukten twee colonnes uit.<br />
De eerste onder de bevelen van den luitenant-kolonel der infanterie<br />
J. B. van Heutsz tot machtsvertoon in de IX Moekims, en een tweede<br />
onder den luitenant-kolonel C. }. Laceulle in de III Moekims Daroe met<br />
een gelijke opdracht.<br />
De samenstelling der 1= colonne was.<br />
Staf:<br />
Commandant: luitenant-kolonel J. B. van Heutsz.<br />
Chef, van den staf; kapitein van den generalen staf H. C. Kronouer.<br />
Adjudant: l e luitenant-adjudant F. Kilian.<br />
3= Bataljon Infanterie.<br />
Commandant: de majoor der infanterie G. A. Hansen.<br />
Sterkte: 15 officieren, 2 adjudant o. o. en 440 minderen.<br />
14= Bataljon Infanterie.<br />
Commandant: de majoor der infanterie G. P. M. van der Noordaa.<br />
Sterkte: 16 officieren en 414 minderen.<br />
Half 9= Bataljon.<br />
Commandant: kapitein der infanterie H. Ph. de Moulin.<br />
Sterkte: 6 officieren en 249 minderen.<br />
Een peloton cavalerie, commandant 1= luitenant C. W. F. Happe.<br />
Sterkte: 30 ruiters.<br />
4= Bergbatterij.<br />
Commandant: kapitein A. Bangert.<br />
Sterkte: 3 officieren en 101 minderen, 57 rijpaarden, trek- en draag<br />
dieren— 6 vuurmonden met voile munitieuitrusting.<br />
Een detachement genietroepen.<br />
Commandant: 1= luitenant R. S. Ruzette.<br />
Sterkte: 30 minderen.<br />
Trein en 2 ambulances, reservemunitie en brugmaterieel.
• ^ ^ — ^ <br />
220<br />
Bekend was, dat in de kampong Lam-Tehen-West de versterkte woningen<br />
van Toekoe Gih en T. Nja Gedong waren gelegen.<br />
Op den meest zuidelijken uitlooper van den heuvel Tjot Goee lag<br />
aan de Zuidoostzijde de vermoedelijk met bezette benteng Paja Krah<br />
van den Imam van Lam-Koenjit.<br />
De masdjid Behe was versterkt.<br />
In den Z. O. hoek van kampong Lam-Siti-Zuid lag de versterking<br />
Lam-Ble, terwijl in de N. O. punt van kampong Tji-Boei de pasar<br />
Lam-Poe-Oe versterkt was.<br />
Laatst bedoelde punten waren elk door een 15 a 20 man bezet.<br />
Zekere Hadji Ismael was hunne algemeene aanvoerder.<br />
De tocht zou ook dienen, om al die versterkingen te slechten en te<br />
verbranden en om de bezittingen van Toekoe Gih en Toekoe Nja<br />
Gedong te vernielen.<br />
3 u. v.m. werd langs den grooten weg naar Lampeneroet afgemarcheerd.<br />
De gevechtstreinen (reservemunitie, ambulances en benoodigdheden<br />
voor de genietroepen) waren bij de respectieve korpsen, compagnieen<br />
en detachementen ingedeeld.<br />
Alleen het voorste bataljon nam de gewone veiligheidsmaatregelen.<br />
Evenals op den 12=" April kreeg het 14= Bataljon het terrein west-<br />
waarts van den weg Tjot-Goee— Biloel voor zijn rekening, het 3= Ba<br />
taljon, dat ten Oosten daarvan; bij het cotepunt 202 sloeg het eerste<br />
den weg naar Lam-Tehen in, terwijl het laatste den oostelijken weg<br />
volgde tot heuvel 19.2 en daar afdaalde naar Lam-Lagang en Lam-<br />
Lehe.<br />
De cavalerie ging door naar onzen post te Tjot-Goee om nadere<br />
orders af te wachten.<br />
De beide compagnieen van het 9= Bataljon vormden de algemeene<br />
reserve en marcheerden met de artillerie en het overblijvende deel der<br />
genietroepen (een deel was bij het 14= ingedeeld) eveneens naar Tjot-<br />
Goee.<br />
De bataljons ter zijde van den weg moesten in gevechtsformatie, in<br />
breed front, door de kampongs en het bedekte terrein, in zuidelijke rich<br />
ting marcheeren, de verschillende posities op hunnen weg overvallen en<br />
veroveren en den daar genestelden vijand onder het toebrengen van zoo<br />
groot mogelijke verliezen terugdrijven; bovendien moesten de korpsen<br />
zich in hunne bewegingen naar elkaar regelen.
221<br />
Een slepend vuurgevecht met den vijand moest worden vermeden, na<br />
een of twee salvo's diende tot den aanval te worden overgegaan.<br />
Voor het overbrengen van berichten aan den colonnecommandant, die<br />
den grooten weg zou volgen bij de reserve, kon elke korpscommandant<br />
over 4 bereden ordonnansen beschikken.<br />
Behalve de vorenvermelde woningen en versterkingen mocht er niets<br />
vernield worden.<br />
De geheele excursie had een zeer kalm verloop.<br />
De commandant van het 14= Bataljon begon den kapitein Bruynis met<br />
de l e en 2= compagnie van zijn korps naar Lam-Tehen-West te zenden<br />
en liet intusschen door de 3= compagnie den Z. O. en door de 4=<br />
compagnie den Z. W. rand van Lam-Tehen-Oost bezetten.<br />
Kapitein Bruynis deed zich door een paar Atjehers, die in een der<br />
woningen slapende werden bevonden, de huizen van T. Gih en T. Nja<br />
Gedong wijzen en ze met een paar belendende blokhuizen door de<br />
genietroepen verbranden, waarop hij met zijne troepen overstak naar Lam-<br />
Tehen-Oost.<br />
6 u. 10 v.m. ging het geheel in zuidelijke richting voorwaarts. De<br />
3 e en 4= compagnie in gevechtsformatie, daar achter de 1= met de genietroepen,<br />
en als reserve de 2= compagnie met de ambulance.<br />
Om de kampongs vlugger te kunnen doorzoeken, kwam later ook de<br />
1= compagnie in de voorste linie.<br />
6 u. 45 v.m. werd voor het eerst vuur ontvangen van enkele vijanden,<br />
die zich westwaarts in de sawah's en in den N. W. rand van Dinoeng<br />
bevonden.<br />
Het terrein leverde voor dien dag voor den marsch geene moeilijkheden<br />
op, al waren de sawah's drassig, en de kampongs dicht begroeid.<br />
Half acht werd Lam-Koenjit bereikt.<br />
Het bataljon stelde zich in de lijn Lam-Koenjit-Lehong op, met de<br />
reserve in een klapperbosch oostwaarts van Lam-Batoe.<br />
Uit Pasar Lam-Koenjit en Grot vielen eenige schoten, terwijl zich<br />
ook een paar vijanden in het klapperbosch ten Z. van Lam-Pene-eng<br />
vertoonden.<br />
Nog voordat een paar sectien er in geslaagd waren deze in te sluiten,<br />
namen zij in westelijke richting de vlucht.<br />
Eenige salvo's werden hun nagezonden.<br />
9 u. v.m. werd de terugtocht aanvaard, de 2 de en 3 d = compagnie
222<br />
langs den Oostrand van het bedekte terrein, de beide andere, onder<br />
kapitein Bruynis, door de kampongs.<br />
Dadelijk drongen weer een paar Atjehers op, die echter weinig kwaad<br />
deden.<br />
Na elkaar op den heuvel bij Tjot Goee te hebben ingewacht, marcheerden<br />
de compagnieen van dat korps twee aan twee naar Lampeneroet<br />
terug, vanwaar ze te 11 u. 30 v.m. naar Koeta-Radja werden overgebracht.<br />
Het 3 d = Bataljon had 2 compagnieen in gevechtsformatie in voorste linie,<br />
de beide andere eveneens in eene linie daarachter geplaatst.<br />
Gedurende den marsch door de kampongs Lam-Lagang, Lam-Lehe,<br />
Lam-Kawi, Lam-Siti en Tjot-Tjigari werd de colonne een weinig beschoten<br />
uit Pasar Lam-Poe-oe.<br />
Het dicht begroeide, van slooten doorsneden terrein vertraagde den<br />
marsch aanmerkelijk. De bentengs Lam-Ble, Masdjid Behe en die op<br />
genoemden pasar werden intusschen onbezet bevonden en geslecht. Het<br />
bataljon nam stelling in de lijn Nesoeh, Tji-Boei, Lam-Ble (in den Z.O.<br />
punt van Lam-Siti), de cavalerie in kampong Toebaloe.<br />
Van de algemeene reserve, die nogal langzaam gemarcheerd had, daar<br />
alle bruggen in den grooten weg defect waren, werd eene compagnie<br />
aangewezen als dekking van 2 sectien artillerie, waarvan de eene op een<br />
heuveltje in de sawah ten Z.W. van Nesoeh, de andere op een ver-<br />
hoogd terreingedeelte W., aan den weg Tjot Goee-Biloel, ^b 200 M. Z.<br />
van den dwarsweg Lam-Koenjit was opgesteld. De derde sectie had<br />
stelling op den Z. O. uitlooper van den heuvel Tjot Goee.<br />
De tweede compagnie van de algemeene reserve bleef op den weg<br />
ten W. van Nesoeh.<br />
Nergens hield de vijand stand. Wel maakten zij in hun vlucht nu<br />
en dan front naar den troep om hunne geweren af te schieten, maar<br />
bepaalde weerstand werd niet geboden.<br />
Ten slotte waren alleen nog vijanden te zien op den kam van de<br />
hoogten tusschen Tjot Soeri en Gle Broe; geschutvuur verdreef hen<br />
ook daar.<br />
In Lam-Lagang werd door het 3= Bataljon een viertal Atjehers ge-<br />
vangen genomen, dat uit een huis wilde vluchten. In hunne woningen<br />
vond men twee Beaumont- en twee voorlaadgeweren, alsmede een paar<br />
patroonzakken.
223<br />
9 u. v.m. nam ook dit Bataljon den terugtocht aan door het bedekte<br />
terrein der opmarschrichting; eene compagnie den weg langs den W. rand<br />
der kampongs Nesoeh Behe en Lam-Lilip.<br />
Ook hier volgde de vijand en bezorgde ons een gewond fuselier en<br />
een dito dwangarbeider.<br />
11 uur marcheerden de laatste compagnieen van cote punt 19.2 naar<br />
Lampeneroet af, ook de reserve arriveerde tegen dien tijd, en om 12 uur<br />
werd met de colonne naar den kraton teruggemarcheerd.<br />
Aan de opdracht was voldaan.<br />
Er waren slechts 17 Gr. en G. K. T., 1697 repeteer- en 6046<br />
Beaumont-patronen verschoten.<br />
Even weinig aanraking met den vijand als in de IX Moekims, vond<br />
de colonne Laceulle in de III Moekims Daroe.<br />
Het hoofd daarvan, Panglima Bintang, had trouwens reeds in stilte<br />
blijken gegeven op onze hand te zijn.<br />
De colonne bestond uit:<br />
Commando.<br />
Commandant: luitenant-kolonel C. J. Laceulle.<br />
Staf: kapitein v/d. generalen staf G. C. H. v. Daalen.<br />
Adjudant: 1= luitenant adjudant Bekker.<br />
Infanterie.<br />
6 e Bataljon (commandant majoor Okhuizen).<br />
Sterkte: 14 officieren, 393 minderen en<br />
1 officier van gezondheid met ambulance.<br />
7 de Bataljon (commandant majoor Jacobs).<br />
Sterkte: 15 officieren, 397 minderen en<br />
1 officier van gezondheid met ambulance.<br />
Cavalerie.<br />
1 peloton (commandant luitenant J. P. Gentil).<br />
Sterkte: 30 minderen (met inbegrip der ordonnansen).<br />
Artillerie.<br />
twee sectien bergartillerie (commandant kapitein Kempers).<br />
Sterkte: 1 officier en 1 adjudant o. o. d.d. officier,<br />
61 minderen, 9 rijpaarden,<br />
24 trek- en draagdieren, 1 mandoer en 12 dwangarbeiders met brug-<br />
materieel, tandoes enz.<br />
4 vuurmonden (96 Gr. 96 G. K. T. en 32 K.).<br />
-
224<br />
Genietroepen.<br />
Een detachement (commandant luitenant adjudant E. J. de Rochemont).<br />
Sterkte: 33 minderen.<br />
Hare opdracht was de kampongs Kandang, Oleh-Loeng-Poenir, Le-Oe,<br />
Goee-Gadjah en Tjabang te doorzoeken.<br />
De Daroe mocht niet worden overschreden, terwijl de colonne zich<br />
evenmin op de sawah voor Empeh-Bling mocht begeven.<br />
Vijandelijke versterkingen moesten worden genomen en geslecht, het<br />
huis van T. Rayoet Empeh-Bling in Poenir, worden verbrand.<br />
B. Kesoemba, Djempa en Gendrian zouden zoo noodig van Ketapan-<br />
Doea onder geschutvuur worden genomen.<br />
De colonne mocht voorts niet terugtrekken, alvorens het bericht was<br />
ontvangen, dat de colonne van Heutsz op den terugmarsch was.<br />
3 3 /4 u. v.m. waren de troepen bij het blokhuis Lam-Ara vereenigd.<br />
Twee compagnieen van het 6 d = Bataljon onder majoor Okhuizen<br />
gingen in gevechtsformatie vooruit.<br />
Beide compagnieen met 2 sectien in front, en de 2 andere als soutien.<br />
Richting werd genomen op Kandang.<br />
De cavalerie kwam voorloopig in de hoofdcolonne, de artillerie ach-<br />
teraan.<br />
De voorhoede had last gekregen, de versterking Kandang c. q. bij<br />
verrassing te nemen.<br />
Het terrein was zeer drassig. Op de sawah's stond 4 a 5 d.M.<br />
water.<br />
Tal van moerassen tusschen de kampongs bemoeilijkten het houden<br />
van verband. Eerst om 5 uur was Kandang bereikt en onbezet be<br />
vonden.<br />
Hier wachtte men het aanbreken van den dag af. De geheele colonne<br />
marcheerde op het droge terrein op.<br />
De genietroepen werden in drie gedeelten verdeeld, eene afdeeling<br />
bij het 6= Bataljon, eene bij de compagnieen van het 7= onder majoor<br />
Jacobs en eene bij de algemeene reserve en aan alle ondergeschikten<br />
bekend gemaakt, dat het verboden was op ongewapenden te vuren, en<br />
dat zonder specialen last geen huizen enz. verbrand mochten worden.<br />
Het 6= Bataljon kreeg opdracht zooveel mogelijk in bedekt terrein,<br />
in gevechtsformatie naar Poenir-Oost te marcheeren, die kampong te
225<br />
doorzoeken, aan de westzijde stelling te nemen tot nadere orders werden<br />
gegeven — het moest daarbij verband houden met het 7= Bataljon, waarvan<br />
2 compagnieen Oleh-Loeng hadden te doorzoeken, en de beide<br />
andere de algemeene reserve zouden vormen, die voorloopig bij den<br />
noordrand van Oleh-Loeng kon verblijven.<br />
Hierbij werd ook de artillerie ingedeeld.<br />
De commandant der cavalerie ontving last om als zelfstandige cavalerie<br />
vooruit te gaan en de kampongs Poenir-Oost, Oleh-Loeng, Poenir-West,<br />
Le-Oe, Goee-Gadjah, Tjabang en Boekit-Kasoemba te verkennen.<br />
Ten einde die taak in de kampongs Poenir-West, Le-Oe en Tjabang<br />
te vervullen, zond de pelotonscommandant een wachtmeester en 8 ruiters<br />
uit, om den Zuidelijken rand van Poenir-West om te rijden. Wegens<br />
het zeer drassige terrein, moest deze afdeeling zich echter weer bij het<br />
peloton voegen. Met dezelfde opdracht verliet zij nu het N. der kampong<br />
Oleh-Loeng en werd toen tegen 6 u. v.m. uit den Oostrand van<br />
Poenir-West door een 10 tal Atjehers beschoten.<br />
Eene patrouille van 4 ruiters, uitgezonden om de versterking ^\z 500<br />
M. ten N. van Poenir-West, te verkennen, kreeg daarbij ook vuur van<br />
een paar Atjehers.<br />
Bij het naderen der patrouille gingen zij echter op de vlucht.<br />
In Kandang was inmiddels het wachthuis in de versterking verbrand.<br />
De algemeene reserve verplaatste zich 5 u. 50 v.m. naar den Noordrand<br />
van Oleh-Loeng. Vijf minuten later ontving de colonnecommandant<br />
de eerste berichten van de cavalerie, en tegen half zeven van den majoor<br />
Jacobs de mededeeling, dat Oleh-Loeng doorzocht was, en de weinige<br />
bewoners, uit vrees voor den troep, ongewapend de kampong verlieten.<br />
De troep had westwaarts van Oleh-Loeng stelling genomen en de<br />
door de cavalerie ontdekte Atjehsche versterking mede bezet, terwijl<br />
ook de genietroepen derwaarts gezonden waren, om die benteng op<br />
te ruimen.<br />
Toen de cavalerie berichtte, dat zich in de sawah van Poenir-West<br />
tal van vijanden vertoonden, deed de colonnecommandant de artillerie<br />
nabij de door ons bezette versterking in batterij komen.<br />
7 u. v.m. gaf de luitenant Gentil kennis, dat de benteng ten N. van<br />
Le-Oe bezet was, en dat hij niet vooruit kon.<br />
Hem werd toen gelast in de richting Goee-Gadjah te verkennen,<br />
doch niet voor het front der artillerie te komen; deze zond een paar<br />
schoten naar Poenir-West, waardoor te half acht het vuur daaruit ophield.<br />
15
226<br />
Van het 6 d = Bataljon had men intusschen taal noch teeken vernomen.<br />
Signalen werden niet beantwoord, ordonnansen kwamen terug met de<br />
tijding, dat het Bataljon niet te vinden was. Eindelijk ten 7 u. 30 v.m.<br />
werd het signaal „6 d = Bataljon, waar is de chef" beantwoord.<br />
Een kwartier later kwam het Bataljon te voorschijn in den rug van<br />
het 7 d = Bataljon, dus uit Oleh-Loeng.<br />
In Poenir-Oost was het op kolossale terreinmoeilijkheden gestuit, en<br />
door de omringende moerassen had het die kampong nergens kunnen<br />
verlaten.<br />
Het huis van T. Rajoet Empeh-Bling werd door de genietroepen<br />
intusschen omvergehaald en geslecht.<br />
Het was half negen toen het 6 d = Bataljon ter hoogte van de stelling<br />
van het 7= gekomen was. De majoor Okhuizen kreeg bevel onmiddellijk<br />
in Z. W. richting te marcheeren, Poenir-Tengah, Poenir-West, Le-Oe<br />
en Tjabang te doorzoeken en ter hoogte van laatstgenoemde kampong<br />
met het front naar de Kroeeng Daroe stelling te nemen.<br />
Het 7= Bataljon rukte op naar Goee-Gadjah, dat inmiddels door den<br />
vijand ontruimd was, en doorzocht verder het terrein in de richting van<br />
Bt. Kasoemba.<br />
Eene versterking, die tegenover die heuvelstelling op den rechteroever<br />
der Kr. Daroe moest liggen, werd niet aangetroffen.<br />
Half tien meldde ook het 6= Bataljon, dat de stelling was ingenomen.<br />
Toen tegen 10 uur het eerste bericht ontvangen werd, dat de colonne<br />
van Heutsz op Tjot Goee terugtrok, en er geen schot meer viel, zond<br />
de colonnecommandant de genietroepen naar Ketapan Doea terug en<br />
gelastte de artillerie op de spoorbaan in stelling te komen om den<br />
terugtocht der colonne te dekken.<br />
Om half elf werd langs den weg Boekit Daroe naar Ketapan Doea<br />
gemarcheerd.<br />
Twee compagnieen van het 7 e Bataljon namen bij Goee-Gadjah eene<br />
achterhoedestelling in en hadden hier en daar nog wat vuur te beantwoorden,<br />
dat de colonne uit de doorzochte kampongs werd nagezonden.<br />
11 u. 45 waren alle troepen te Ketapan Doea verzameld. Verliezen<br />
waren er niet geleden. De verbruikte munitie bleef bepaald tot 1 1 Gr.,<br />
42 G. K. T. en 1393 Beaumont-patronen.<br />
Met de muildieren der bergbatterij had men verbazend veel last gehad;<br />
tal van hen gingen in de sawah eenvoudig liggen en konden slechts met<br />
inspanning weer op de been worden gebracht. Men schreef het toe
227<br />
aan de weinige oefeningen, die de van Salatiga afkomstige batterij in<br />
dergelijke terreinen had gehouden; doch ook de batterijen, die wel<br />
gelegenheid hadden zich te oefenen, gingen aan dat euvel mank.<br />
Lichter materieel is het eenige, wat hierin eene afdoende verbetering<br />
kan brengen.<br />
Raseering van Lam-Asan.<br />
Den 30= n Mei zou een begin gemaakt worden met het raseeren van<br />
de kampong Lam-Asan en het slechten der daarin Jgelegen vijandelijke<br />
versterkingen.<br />
Daartoe werden ter beschikking van den gewestelijk eerstaanwezend<br />
genieofficier gesteld: 2 sectien genietroepen, 800 dwangarbeiders en 400<br />
Chineesche koelies.<br />
De werkzaamheden zouden dagelijks te 7 u. v.m. een aanvang nemen.<br />
De commandanten der dekkingstroepen moesten dus voor dien tijd<br />
met hunne maatregelen ter beveiliging van het werk gereed zijn.<br />
Het eten voor de troepen en werkers werd in de kwartieren bereid<br />
en 's morgens 10 uur met een extratrein naar Lamdjamoe gebracht.<br />
Daar waren een dertigtal karren gereed om het verder te vervoeren.<br />
De ledige blikken werden op dezelfde wijze teruggebracht.<br />
Voor den eersten dag werd als commandant der beveiligingstroepen<br />
aangewezen, de luitenant-kolonel G. F. Soeters, die de beschikking<br />
kreeg over de onder vermelde troepen.<br />
4 compagnieen 12 d = Bataljon, ter sterkte van 15 officieren en 436<br />
minderen.<br />
3 compagnieen van het 15 d = Bataljon onder den kapitein J. P. Linck,<br />
ter sterkte van 9 officieren en 321 minderen.<br />
1 compagnie van het 1 5 d = Bataljon onder den kapitein P. H. Bodemeijer,<br />
ter sterkte van 2 luitenants en 117 minderen.<br />
2 sectien 1= Bergbatterij, onder kapitein G. J. E. Nauta, ter sterkte<br />
van 3 officieren, 59 minderen, 8 paarden, 24 muildieren en 4 vuurmonden.<br />
1 peloton cavalerie, commandant 1= luitenant C. W. F. Happe, ter<br />
sterkte van 32 ruiters.<br />
2 ambulances, onder de officieren van gezondheid 2 d = klasse L. A.<br />
Demmers en F. J. Hagen, elk ter sterkte van 15 minderen.<br />
Half zes v.m. was die colonne te Lam-Djamoe verzameld.<br />
De commandant der cavalerie kreeg last het terrein te verkennen W.
228<br />
tot in de kampongs Lam-Gemoek en Lam-Roekam, ten Z. tot in Lam-<br />
Pisang, 5 u. 40' marcheerde zij af.<br />
Het 5 d = Bataljon ging 5 minuten daarna naar Adjoen Tebal.<br />
De 1= compagnie 15 d = Bataljon bezette Pasar Oleh-Gli, terwijl het<br />
12 Bataljon in Lam-Gemoek en Lam-Roekam stelling zou nemen. De<br />
cavalerie ontmoette nergens vijanden.<br />
6 u. 40 v.m. werd den gewestelijk eerstaanwezend genieofficier te<br />
Lam-Djamoe bericht gezonden, dat het terrein vrij was en de werkers<br />
konden beginnen.<br />
De stelling der troepen was als volgt.<br />
1 compagnie 5 e Bataljon in Adjoen Tebal en Enking, 1 peloton 2 =<br />
compagnie van dat korps op den Gle-Genting, het andere ten N. daarvan<br />
in reserve met de ambulance, de 4 d = compagnie in Rima-Zuid.<br />
De 1= compagnie van het 1 5= Bataljon in Pasar Oleh-Gli en Gemi-Roi.<br />
De 5= compagnie 12= Bataljon in Lam-Oedjoeng, de 3= in Lam-<br />
Roekam, 1 sectie der 2= compagnie in Lam-Loempoe-Tjot, 1 idem als<br />
dekking ambulance in Lam-Goe-Oe, in welke kampong ook de artillerie<br />
met haar infanteriedekking en de 1= compagnie als algemeene reserve<br />
werden opgesteld.<br />
Het terrein voor de stelling werd door posten geobserveerd.<br />
Vijanden werden bij den opmarsch niet gezien; van een paar Atjehers,<br />
die uit Lam-Oedjoeng vluchtten, werd er een neergeschoten.<br />
Van den kam van het Westergebergte opende er eenigen ten 7 u.<br />
v.m. het vuur op onze troepen in Lam-Oedjoeng en Lam-Goe-Oe en<br />
op de voorbijgangers, die zich langs den grooten weg bewogen.<br />
De dekkingstroepen beantwoordden dat, hoewel het den ganschen<br />
dag aanhield, niet, alleen de artillerie van Lam-Djamoe bracht het nu<br />
en dan voor korten tijd tot zwijgen. De vallei van Beradin was overigens<br />
geheel verlaten.<br />
's Namiddags half vier werden de werkers verzameld en te 4'/2 de<br />
stellingen ontruimd. Het 5= Bataljon trok op Belang, de rest op Lam-<br />
Djamoe terug. Alle werkzaamheden hadden ongestoord voort kunnen<br />
gaan; er was maar een patroon verschoten en slechts een fuselier kreeg<br />
een schampschot.<br />
Kleine patrouilles, die uit Boekit-Karang naar Batoe en Perampoean<br />
en uit Roempit in de richting van Lam-Goet werden gezonden, ontvingen<br />
alleen hier en daar uit de kampongranden een paar schoten.<br />
Den 31= n Mei werd het kappen voortgezet.
229<br />
De dekkingstroepen hadden eene zelfde sterkte als den dag te voren,<br />
stonden onder het bevel van den luitenant-kolonel A. G. Hansen, die,<br />
behalve over zijn eigen korps, te beschikken had over:<br />
het 6= Bataljon (maj. D. A. Okhuizen), 2= sectien bergartillerie comdt.)<br />
l e luit. Schrasser Bert), 1 peloton cavalerie (comdt. 1= luitenant Gentil),<br />
2 ambulances onder de officieren van gezondheid Dr. Grijns en Langenberg<br />
en gevechtstreinen.<br />
Dezen dag werd aan het 6= Bataljon de strook van Lam-Gemoek tot<br />
Gemi-Roi aangewezen en het 3= Bataljon die van Rima tot Adjoen-Tebal.<br />
Elk bataljon bestemde 3 compagnieen voor voorpostendetachementen<br />
en veldwachten, de 4 d = compagnie voor gros der voorposten, tevens<br />
algemeene reserve.<br />
Een der ambulances verbleef bij het voorpostendetachement te Enking,<br />
de andere met de artillerie bij de algemeene reserve in Lam-Goe-Oe.<br />
Bij een opdringen des vijands moesten de veldwachten in de lijn der<br />
posten stand houden, totdat Lam-Asan door de werkers zou zijn verlaten.<br />
Voor den linkervleugel liep de terugtochtsweg over Belang, voor den<br />
rechter over Lam-Djamoe.<br />
De vijand deed bij het bezetten der stellingen van de berghellingen<br />
eenige schoten en herhaalde dat dien dag nog een paar malen. Dat<br />
vuur werd dan door groepen beantwoord.<br />
De cavalerie keerde reeds 8 u. 15 v.m. huiswaarts, de overige troepen<br />
's namiddags vier uur.<br />
De commandant van het 9 d = Bataljon, de luitenant-kolonel J. T. Th.<br />
Veeren maakte te 6 u. v.m. met zijn korps, ter sterkte van 16 officieren<br />
en 476 minderen, waaraan toegevoegd waren 1 sectie bergart. onder<br />
den l en luit. G. L. van der Waarden, een peloton cavalerie onder den<br />
l en luitenant van Haaff, eene ambulance onder den officier van gezond<br />
heid 2= kl. P. J. Diephuis en een trein van 1 12 dwangarbeiders, van<br />
Ketapan Doea een marsch langs den voet van het gebergte via Boekit<br />
Kasoemba, Lam-Pasai, Djempit en in een breed front door Lam-Asan,<br />
Lam-Gemoek, Lam-Isi, Lam-Manjang, Lam-Tengah naar Lamtih.<br />
De troepen ondervonden vele terreinmoeilijkheden; daarom werd ook<br />
de sectie artillerie van Pakan-Badak via Lam-Djamoe naar Lamtih ge<br />
zonden, om ten W. van dien post eene goede opnamestelhng in te<br />
nemen.
230<br />
De cavalerie doorzocht nog Lam-Awi, dat onbezet was, en te 10 u.<br />
v.m. kon de terugmarsch via Lamtih aanvaard worden.<br />
Een Eur. fus. werd bij dezen marsch zwaar gewond.<br />
Het kappen werd op dezelfde wijze op 1 en 2 Juni voortgezet en<br />
liep op den laatsten dag te 2 u. n.m. af.<br />
De vijand loste geen schot.<br />
Ook werd een begin gemaakt met het afgraven der op 225 M. wes-<br />
telijk van Lam-Djamoe gelegen grafheuvels, waarachter onze tegenstanders<br />
zich vroeger steeds nestelden indien zij den post beschoten.<br />
Van de posten gingen weer verscheidene kleine patrouilles uit.<br />
Een er van vond op 31 Mei Tjot Paklat, eene oude Atjehsche<br />
versterking O. van Tjot Iri, bezet; de patrouille werd niet onder vuur<br />
genomen en, vreemd genoeg, de vijand ook niet verdreven; eene andere<br />
ging langs het zeestrand naar Koewala Gigieng en vond niets bijzonders.<br />
Een gunstig gevolg van ons optreden in de laatste dagen was, dat<br />
een groot deel van het van de Noordkust overgekomen volk, dat ook<br />
aan den strijd tegen ons in Groot-Atjeh had deelgenomen, volgens den<br />
controleur van Sigli weer huiswaarts keerde, zeer teleurgesteld door de<br />
tuchtiging, toegediend aan Oemar, op wien zij al hunne hoop gevestigd<br />
hadden.<br />
Toestand in de XXVI Moekims.<br />
Na het aanvankelijk door onze troepen behaald succes, was het nood-<br />
zakelijk, dat zij zich voortdurend in de IV en VI Moekims vertoonden<br />
om elk nieuw opdringen van Oemar's benden te keeren; maar ook aan<br />
de oostzijde der vallei hadden eenige onzer tegenstanders een straf voor<br />
hun hulp aan Oemar te goed, daaronder in de eerste plaats Nja Makam,<br />
onze oude vriend van Tamiang, die zich in de kampong Lamnga<br />
ophield.<br />
De marine belastte zich voorloopig met de afdoening van de zaak<br />
en tuchtigde die kampong door geschutvuur.<br />
Den 4= n en 5= n Juni werd haar dezelfde taak ten opzichte van Lepong<br />
weder opgedragen.<br />
De controleur Neelmeijer vernam dat T. Tjoet Toengkoeb de imams<br />
had opgedragen in elke moekim eene versterking te bouwen.<br />
Deze lieden hadden er evenwel niet veel ooren naar, daar zij, zonder
231<br />
geweren, kruit en lood, die de hoeloebalang steeds verzuimde hun te<br />
verstrekken, het nuttelooze van die werken inzagen.<br />
Batoe was intusschen weer in orde gemaakt voor T. Tjoet zelf.<br />
Perampoean zou door een anderen bekende, Potjoet Mat Tahir worden<br />
verdedigd en Toengkoeb door een Teungkoe van dien naam.<br />
Het tweede sagihoofd, T. Djohan Lampasai, leefde kalm van den<br />
sabil Allah in Masdjid Lepong en T. Hoesin Longbattah was nog met<br />
de meeste zijner rakans bij Oemar, onder wiens bevelen hij, zooals we<br />
zien zullen, binnen enkele dagen den dood zou vinden.<br />
Een deel zijner strijders had hij te Tjot Preh (ook wel Lam-Preh<br />
genoemd en in de buurt van Tjot Rang gelegen) achtergelaten bij zijne<br />
vrouw. Hier bevonden zich ook nog de imam Lam-Rebo met zijne<br />
wederhelft, Teungkoe Lam-Toenong en Teungkoe Lam-Goet, alien<br />
warme strijders voor de vrijheid van hun land.<br />
Om te beginnen hadden zij alle bruggen tusschen Roempit en Lam-<br />
Goet en tusschen Toengkoeb en diezelfde plaats weer opgebroken.<br />
Lam-Goet zelf was opnieuw in staat van tegenweer gebracht, evenals<br />
Oelee Tjoet en Baba Djoeroeng.<br />
T. Mahmoed Ateuh en zijn broeder T. Bintang Melajoe zaten te<br />
Tjot Ba* Kreuet, ook in de buurt van Tjot Rang, dat zelf echter niet<br />
bezet was.<br />
Overigens was op een bericht, dat de kompagnie ook daar zou komen<br />
branden, een groot deel van de bevolking met have en goed naar het<br />
gebergte uitgeweken.<br />
Overdag kwamen zij wel vaak in de kampongs terug, doch 's nachts<br />
voelden zij zich veiliger in hunne hooger gelegen schuilhoeken.<br />
De sterkte der bezettingen van de verschillende vijandelijke posities<br />
was nauwkeurig bij het bestuur bekend; zoo zat in Tjot Paklat een der-<br />
tigtal Pedireezen en was eene groote benteng, aan den rand van het Oos-<br />
tergebergte Teungkoe di Lengkong, door Habib Tepieeng Wan (ook wel<br />
Habib Lengkoeng) met zijne discipelen, uit alle oorden van Atjeh, bezet.<br />
In Lamsoet zou Habib Samalanga zich toen met een 50 a 60 man<br />
genesteld hebben. Tjot Gloempang, Tjot Goet en Tjot Boeng Mon,<br />
zuid van Ateuh, waren opnieuw van versterkingen voorzien en herbergden<br />
tal van benden, die het ons later nog lastig genoeg zouden maken.<br />
De III Moekims Kerkoen bleven tot dusverre vrij van moslemin.<br />
Deze toonden echter veel neiging, ook dat gebied van aardwerken<br />
te voorzien.
232<br />
Zooals we reeds opmerkten, dankten we de meeste dezer inlichtingen<br />
aan den 1= n luitenant der infanterie M Neelmeijer.<br />
Het was de laatste der reeks belangrijke diensten, die hij in zijne<br />
functie als controleur bewees; den 5 den Juni vertrok hij naar Batavia en<br />
van daar spoedig naar Holland om, evenmin als zijn vriend en collega<br />
Vosmaer, het land hier ooit weer te betreden. Beiden bezweken, de<br />
laatste zelfs nog voor hij het Vaderland terug had gezien.<br />
Tocht in de IV en VI Moekims ojd 4 Jen en 5 den Juni.<br />
Voornamelijk met het doel de noordelijke kuststreek van de VI<br />
Moekims, de moekims Lam Tengah en Lampagar van vijanden te zui-<br />
veren, werden op 4 en 5 Juni twee zelfstandige colonnes geformeerd<br />
De 1= colonne, die onder bevel van den kolonel Stemfoort zelf stond,<br />
zou 4 u. v.m. van Lam-Djamoe afmarcheeren naar de IV Moekims ter<br />
doorzoeking van de aan de Zuidelijke hellingen van het Raja gebergte<br />
gelegen kampongs. Zij moest tevens de daar gelegen versterkingen<br />
nemen en opruimen, de Blang Kala-pas afsluiten en eventueel uit het<br />
Zuiden komende vijandelijke benden tegenhouden.<br />
De 2= colonne, onder de bevelen van den luitenant-kolonel der infan<br />
terie J. B. van Heutsz, had opdracht den 5= n Juni 's morgens 5 uur<br />
van Lamtih naar Lam-Pagar, Lam-Badak en Lam-Baroe te marcheeren,<br />
de op haren weg liggende versterkingen te nemen en op te ruimen.<br />
Intusschen zou eene marinelandingsdivisie bij Koeala Pantjoer landen<br />
en aldus eventueele benden de colonne van Heutsz tegemoet drijven.<br />
De eerste colonne bestond uit:<br />
12 brigades marechaussee onder den kapitein Jhr. Graafland, het 3=,<br />
6=, 9= Bataljon Infanterie, 2 compagnieen van het 14= Bataljon en 1 id.<br />
van het 15 e , voorts 2 pelotons cavalerie onder den ritmeester Jhr. de<br />
Lannoij, 2 bergbatterijen van 2 sectien ieder, 2 detachementen genie<br />
troepen, elk sterk 1 officior en 30 minderen, 4 ambulances en de noodige<br />
dwangarbeiders.<br />
Ten einde den opmarsch der colonne te vergemakkelijken, had het<br />
korps marechaussee opdracht bekomen in den vroegen morgen snel naar<br />
Boekit Seboen op te rukken en de heuvelstelling aldaar te bezetten.<br />
Omstreeks half vijf bij kampong Beradin gekomen, stuitte de spits<br />
onder den inlandschen korporaal Brodjo, No. 25645, op een ^\z 30<br />
man sterke bende, die vrij geregeld kwam aanmarcheeren.
233<br />
De afstand tusschen spits en bende bedroeg niet meer dan 50 M.<br />
De korporaal Brodjo deed, zonder zich ook maar een oogenblik te<br />
bedenken, door zijne manschappen de knielende houding aannemen, een<br />
paar salvo's afgeven en ging vervolgens tot den aanval over.<br />
De aanval werd door de beide voorste brigades direct ondersteund,<br />
met het gevolg, dat de bende met achterlating van 2 dooden uit elkaar<br />
stoof, bovendien een paar achterlaadgeweren in onze handen latend.<br />
Een paar dagen later bleek, dat Toekoe Hoesin Long Bata een der<br />
gesneuvelden was.<br />
Den vluchtenden vijand werden nog eenige schoten nagezonden.<br />
De brigade commandanten Kok, No. 19207 en Turpitz, No. 19807,<br />
die de Atjehers dadelijk nazetten, bereikten, gevolgd door de overige<br />
brigades, ten 5 u. 5 v.m. Lam-Poelau.<br />
Deze versterking was nog door den vijand bezet, althans de onzen<br />
ontvingen daaruit een paar schoten, doch dank zij het doortastend<br />
optreden der voorste brigades, hielden zij geen stand, en waren alle<br />
posities binnen weinige minuten genomen, zonder verliezen onzerzijds.<br />
5 u. 45 gingen de marechaussees door naar den heuvel bij Lam-Tjroeng<br />
en kregen vuur van een ^b 20 man sterke bende, die in de richting<br />
van Tandjong uitweek.<br />
Vijf minuten later werd de compagnie repeteergeweren ter ondersteuning<br />
van Pisang gezonden.<br />
Ook de cavalerie was inmiddels komen opdagen en berichtte op dit<br />
moment, dat de N. en W. randen van Tandjong onbezet, en de bruggen<br />
in den weg intact waren.<br />
Uit de Oostranden van Lam-Baroe, Lam-Lon en Mesd. Lam-Lon<br />
werd geen vuur ontvangen.<br />
Op last van den bevelhebber werden Lam-Poelau en Boekit Seboen<br />
door het 6= Bataljon en de batterij van kapitein Nauta bezet.<br />
6 u. 10 v.m. kwam ook het 3 e Bataljon te Lam-Poelau aan. De<br />
cavalerie rukte door kampong Tandjong heen, vond haar onbezet, doch<br />
kreeg uit den Zuidrand een zestal schoten, terwijl zij in den N. rand<br />
van Koes 3J3 14 man waarnam.<br />
Een peloton van het 6= Bataljon volgde hen aanvankelijk en nam in<br />
den Z. rand van Tandjong stelling.<br />
De 3 compagnieen van het 3= Bataljon met de batterij van kapitein<br />
Kempers rukten kwart over zes naar kampong Seboen op.
234<br />
Nadat de cavalerie last was gegeven voorloopig niet verder Zuid<br />
waarts te gaan, kwam de ritmeester zich bij den chef van den staf te<br />
Lam-Poelau melden.<br />
De kleine vijandelijke bende had zich naar pasar Kedebieng terug<br />
getrokken en bleef vrij geregeld vuur afgeven. Kampong Tjili en Koes<br />
waren onbezet bevonden.<br />
Het peloton Happe bleef genoemde pasar en het uitgestrekte sawah-<br />
terrein W. van Tandjoeng-Kroeng Raba observeeren.<br />
De commandant van het 14= Bataljon, de majoor Thomson, ontving<br />
ten half zeven de volgende order:<br />
„Marcheer met de inlandsche compagnie van het 14= Bataljon en de<br />
„gemengde compagnie van het 15=, benevens 2 Brigades marechaussee<br />
„door Gle Taroempas over Ketapan Doea naar Koeta-Radja.<br />
„Er staan 2 compagnieen van het garnizoensbataljon in stelling ten<br />
„Zuiden van Ketapan Doea om U bij het deboucheeren uit den bergpas<br />
„op te nemen.<br />
„Geef last aan de 2= compagnie van het 14= om zich te stellen onder<br />
„de bevelen van den commandant van het 9= Bataljon".<br />
En tien minuten later:<br />
„Marcheer morgenochtend om 8 uur van Lam-Djamoe naar Lam-<br />
„Pisang met de beide compagnieen, waarmede gij thans naar Koeta-<br />
„Radja terugkeert en houd Lam-Pisang tot nader order bezet. Kunt<br />
„van Koeta-Radja naar Lam-Djamoe van extra trein gebruik maken.<br />
„Vraag voor vertrek van Lam-Djamoe bericht aan colonne van Heutsz".<br />
De overste Hansen ontving ten kwart voor zeven den last om met<br />
zijn bataljon, de 10 brigades marechaussee en eene sectie artillerie<br />
Lampoe-oeh te gaan nemen.<br />
De 2= sectie artillerie zou voorloopig met eene sectie inf. dekking<br />
in Lam-Baroe (Noord) blijven.<br />
Het 2 C peloton cavalerie van den l= n luitenant Gentil, waarbij zich<br />
ook de ritmeester voegde, alsmede een peloton genietroepen werden<br />
deze colonne toegevoegd.<br />
Die van majoor Thomson kreeg, toen zij ten 7 u. 12 v.m. afmar-<br />
cheerde, ook eene halve sectie genietroepen mede.<br />
Ondervond de colonne Hansen geen tegenstand van 's vijands zijde,<br />
des te grooter waren de terreinmoeilijkheden, die te overwinnen<br />
waren.<br />
Ten einde den opmarsch met vuur te steunen, deed de colonnecom-
235<br />
mandant de marechaussee naar den Zuidrand van Lam-Soeki (1)<br />
marcheeren en daar stelling nemen.<br />
Half negen zond de ritmeester de Lannoij het bericht naar den<br />
algemeenen bevelhebber, dat hij zich met zijn peloton cavalerie in den<br />
Zuidrand van Meunatha Majang tegenover Masdjid Lam-Poe-Oeh bevond<br />
naast de marechaussees, die daar in stelling lagen.<br />
De colonnecommandant was bezig zijne troepen, die een moeilijken<br />
weg door de kampong gehad hadden, te verzamelen.<br />
De sectie artillerie bevond zich in de kampong Meunatha Mantjang.<br />
Voor alle wapens waren de sawah's en rawah's moeilijk te overschrijden.<br />
Met achterlating der artillerie in de kampong wilde de colonnecom<br />
mandant de breede sawah naar Lam-Poe-Oeh overtrekken. Hij stuitte<br />
echter op de Aloer Rampoenoen, waarover de genietroepen, ten 9 u.<br />
10 een brug begonnen te leggen. Toen het bleek, dat het werk nog<br />
wel een paar uur duren zou, nam overste Hansen het besluit langs den<br />
voet van het gebergte, over Lam-Girik te marcheeren.<br />
Inmiddels waren 2 compagnieen van het 9= Bataljon, met eene com<br />
pagnie van het 14=, waarbij de bevelhebber met staf, ten 9 u. 45 v.m.<br />
van Lam-Poelau naar Meunatha Majang getrokken.<br />
De sectie artillerie in Lam-Baroe (Noord) werd medegenomen naar<br />
M. Majang, om zich daar met de andere te vereenigen.<br />
De beide resteerende compagnieen van het 9= bleven te Lam-Poelau om de<br />
komst van het vivrestransport af te wachten. Half elf kwam dat aan en<br />
hield een uur rust, toen marcheerde het ook in de richtingvan M. Majang af.<br />
De 1= luitenant Happe, die zich met zijn peloton op den grooten<br />
we g i 100 M. van de N. O. punt van Lam-Tjoe had opgesteld,<br />
berichtte ten 10 u. 20 v.m., dat de bende op Pasar Kedebieng al sinds<br />
een uur niets van zich deed hooren.<br />
Daar de colonne Hansen langs den voet van het gebergte al evenmin<br />
vorderde en de bruggen gereed kwamen, werd ten ruim 12 u.'s middags<br />
voor het 3= Bataljon retireeren geblazen. 12 u. 45 waren alien weer<br />
in den Z. rand van Majang en even voor een uur kreeg de bataljons-<br />
commandant last met 2 compagnieen Lam-Poe-Oeh te gaan bezetten.<br />
Voorafgegaan door de cavalerie, staken de daarvoor aangewezenen,<br />
w. o. die met repeteergeweren, de sawah over, kregen daarbij een<br />
weinig vuur, doch kwamen zonder verliezen in die kampong.<br />
(1) Op de overzichtskaart staat Lam-Gloempang en noord daarvan Meunatha<br />
Majang.
236<br />
1 u. 10 n.m. kwamen de beide compagnieen van het 9= en die van<br />
het 14 d = met de sectie artillerie van kapitein Kempers in Majang aan;<br />
terwijl de beide andere compagnieen van het 3 d =, de artillerie en genietroepen<br />
ten 1 u. 35 opbraken en naar Lam-Poe-Oeh volgden.<br />
Uit den W. rand van Meunasah Blang (1) rapporteerde ritmeester de<br />
Lannoij ten 1 u. 50 n.m.<br />
„Heb met peloton Gentil de Z. en W. randen van de kampongs<br />
„om Lam-Poe-Oeh verkend. Geen vijand bespeurd.<br />
„Oorlogsschip ligt op de reede. Zal mij laten zien en nog verder<br />
„verkennen in Z. richting".<br />
Achtereenvolgens staken nu ook de overige troepen de sawah over<br />
en werd na volledige verkenning van kampong Lam-Poe-Oeh en het<br />
strand, op den pasar Lam-Baroe, iets ten Z. O. van Lam-Poe-Oeh<br />
gelegen, het bivak betrokken.<br />
Behalve de staf der colonne bivakkeerden daar dus het 3 d = en 9 d =<br />
Bataljon infanterie, 1 compagnie van het 14 d = Bataljon, 10 brigades<br />
marechaussee, 1 peloton cavalerie, 2 sectien bergartillerie, een detache<br />
ment genietroepen, 2 ambulances en de geheele vivrestrein.<br />
Het peloton Happe keerde om 4 3 /4 u. n.m. naar Lam-Poelau terug<br />
en bleef er overnachten.<br />
De heuvelstelling aldaar was gedurende den nacht als volgt bezet<br />
Een compagnie van het 6 d = Bataljon op den heuvel Daman;<br />
een peloton in Lam-Tjroeng; eene compagnie met 2 sectien artillerie,<br />
het peloton cavalerie en eene ambulance in Lam-Poelau;<br />
een peloton in Boekit Seboen en ten slotte eene compagnie op den<br />
Z. O. uitlooper van het gebergte, ten N. W. van Boekit Seboen.<br />
Zonder tegenstand te ondervinden, was de colonne Thomson den<br />
Gle Taroempas gepasseerd.<br />
Ten 2 u. 15 n.m. ontving de bevelhebber door tusschenkomst van<br />
den postcommandant te Lam-Djamoe het volgende bericht.<br />
1 u. 45 n.m. liniecommandant meldt:<br />
„Colonne Gle Taroempas 1 u. 45 n.m. teruggekeerd, geen tegenstand.<br />
„Van den troep van het 1= garnizoensbataljon 1 Eur. fuselier en 1 dwang-<br />
„arbeider gewond, van de colonne Thomson 1 Eur. fus. gewond, 1<br />
„Atjeher werd gedood en 1 gewond. Troepen keeren per extra trein terug".<br />
(1) Het noordelijkste deel van het complex Lam-Poe-Oeh. Zie overzichtskaart.
237<br />
De taak der colonne Stemfoort voor den 5 den Juni hebben we boven<br />
reeds vermeld.<br />
Ten 2 u. v.m. marcheerden uit het bivak Lam-Baroe-Zuid: 1 0 brigades<br />
marechaussee onder den kapitein Jhr. Graafland, waaraan de 4= compagnie<br />
van het 3 e Bataljon was toegevoegd.<br />
De opdracht luidde „door den Blang Kala-pas naar Lam-Pagar mar-<br />
„cheeren en daar verbinding zoeken met de colonne van Heutsz".<br />
De commandant van het 6= Bataljon zond bij het aanbreken van den<br />
dag het peloton cavalerie naar Tandjong om die kampong, alsmede Koes,<br />
Lam-Tjoe, Tjili en Pasar Kedebieng te verkennen en daar te blijven<br />
tot Tandjong door een peloton infanterie zou zijn bezet.<br />
Nergens werd een vijand gezien.<br />
Ten 7 u. keerde het peloton cavalerie in Lam-Poelau terug.<br />
Een uur later naar Lam-Pisang gezonden, trof zij daar de colonne Thomson<br />
reeds aan, die ingevolge den haar den dag te voren gegeven last, tegen 8 u.<br />
van Lam-Djamoe derwaarts was gemarcheerd en daar tot beveiliging van hare<br />
positie in de randen van den kampong een viertal veldwachten had uitgezet.<br />
De luitenant Happe deelde den commandant van het 6
238<br />
Daarop gingen 2 compagnieen van het 9= Bataljon onder den kapitein<br />
van den generalen staf Kronouer ten 10 u. v.m. op weg om met de<br />
genietroepen den reeds den vorigen dag verkenden terugtochtsweg voor<br />
de artillerie bruikbaar te maken.<br />
Toen ongeveer half twaalf de compagnieen, die het embarkement<br />
gedekt hadden, in het bivak waren teruggekeerd, werd eene cavaleriepatrouille<br />
naar het strand gezonden om de oorlogsschepen te waarschuwen,<br />
dat zij naar Oleh-leh konden stoomen.<br />
Half een was het bivak opgebroken, en keerde de bevelhebber met<br />
de cavalerie huiswaarts. Ter hoogte van Boekit Seboen gekomen,<br />
volgden de ruiters, zooals we boven zagen, het pad langs den voet<br />
van het gebergte via Lam-Goe-Oe naar Lam-Djamoe.<br />
De colonne bleef den gereed gemaakten weg volgen en kwam bij<br />
Beradin op den grooten weg.<br />
Nadat alles gepasseerd was, kon ook het 6 d = Bataljon ten 5 uur n.m.<br />
afmarcheeren, gevolgd door de colonne Thomson.<br />
Naarmate de troepen te Lam-Djamoe aankwamen, werden zij met<br />
extratreinsn naar den Kraton gevoerd.<br />
De colonne had den ganschen dag geen vijand gezien.<br />
Bijna even kalm verliep het ageeren der colonne v. Heutsz.<br />
De colonne was samengesteld als volgt.<br />
Commando.<br />
Commandant luitenant-kolonel J. B. van Heutsz.<br />
Chef van den Staf kapitein G. C. E. van Daalen.<br />
Adjudanten 1= Iuitenant-adjudant van Kappen en F. Kilian.<br />
4 bereden ordonnansen.<br />
Infanterie.<br />
7 d = Bataljon, commandant majoor J. R. Jacobs, sterkte: 14 officieren,<br />
1 adjudant o.o. d.d. officier en 445 onderofficieren en minderen.<br />
12 d = Bataljon, commandant luitenant-kolonel G. F. Soeters, sterkte:<br />
14 officieren, 2 adjudant o.o. d.d. officieren en 478 onderofficieren en<br />
minderen.<br />
Half 14 dc Bataljon, commandant majoor G. P. M. v. d. Noordaa,<br />
sterkte: 8 officieren en 270 onderofficieren en minderen.<br />
Cavalerie: 1 peloton, commandant 1= luitenant C. W. van Haaff.<br />
Artillerie: Commandant kapitein Bangert (4= Bergbatterij), sterkte: 3<br />
off. en 88 onderoff. en minderen, alsmede 44 rij- trek- en draagdieren.
239<br />
6 vuurm. (144 Gr., 144 G. K. T. en 48 K.G.).<br />
Genietroepen: een detachement, comdt. 1= luit. A. S. Ruzette,<br />
sterkte: 41 onderoff. en minderen.<br />
Trein. Gevechtstrein. 3 ambulances en de bij de compagnieen en<br />
detachementen behoorende tandoes en reservemunitie.<br />
Volgens ingekomen berichten bevond zich in de moekim Lam-Tengah<br />
nog eene vijandelijke bende onder Pang Mat.<br />
De colonnecommandant verbood ten strengste huizen te verbranden<br />
of te plunderen.<br />
Alleen wapens mochten worden medegenomen.<br />
Ter voldoening aan de opdracht, deed de colonnecommandant ten<br />
5 u. v.m. twee compagnieen van het 7= Bataljon, onder den korpscom-<br />
mandant, naar Lam-Awi oprukken, om de daar gelegen versterking,<br />
alsmede Koeta-Sagoi en de versterkte wachthuizen aan het strand te<br />
nemen en te slechten.<br />
Het 12= Bataljon ging zoo snel mogelijk naar Lam-Maniang vooruit,<br />
en het 14= richtte zich naar den noordrand van het niet bewoonde deel<br />
van kampong Lam-Isi.<br />
Alle bewegingen der colonne geschiedden zooveel mogelijk in gevechts<br />
formatie en in verband met elkaar.<br />
Twee compagnieen van het 7= Bataljon vormden de reserve, die met<br />
de artillerie achter het 12= aanmarcheerde.<br />
Van de genietroepen bleef de commandant met het halve peloton bij het<br />
1 2= Bataljon, terwijl 1 0 man ter beschikking van den commandant van het 7=<br />
en 10 man ter beschikking van den artilleriecommandant werden gesteld.<br />
Eene ambulance was bij het 14= Bataljon, eene bij het 12= en eene<br />
bij de reserve ingedeeld; aan de Noordercolonne was een verbandmeester<br />
met de noodige middelen toegewezen.<br />
De cavalerie die Lam-Awi verkende, vond die kampong niet bezet<br />
en reed door naar Lam-Toetoe<br />
Het 7= Bataljon begon met de toegevoegde genietroepen de verster<br />
kingen in Lam-Awi te slechten en de huizen te doorzoeken.<br />
Daar echter zoo snel mogelijk doorgerukt moest worden, werd deze<br />
arbeid weder gestaakt. 5 u. 45 v.m. zond de algemeene bevelhebber<br />
den majoor den last, „ 12 e Bataljon zal om 6 u. v.m marcheeren tot<br />
„in W. rand Lam-Toetoe. Ruk voort tot in meest westelijke kampong<br />
„Lam-Njoeng via Kota-Sagoi".
240<br />
Zoowel deze kota als eene versterkte benteng in Lam-Njoeng W.<br />
werden onbezet bevonden en geslecht, een klein stuk geschut medege-<br />
nomen en een paar lilla's in putten geworpen.<br />
7 u. 10 stak de Noordercolonne naar het strand over — in de lagune<br />
stond niet meer dan 0.6 M. water, alleen in het midden was een geul<br />
ter breedte van 1 M., die dieper was — en bereikte ten 7 u. 40 den<br />
steenen dam nabij Lam-Pagar.<br />
Het 12= Bataljon was ten 5 u. 15 in den O. rand van Lam-Manjang<br />
gekomen en hield hier en in Lam-Tengah-Oost halt, om de huizen te<br />
doorzoeken en de versterkingen op te ruimen.<br />
Na bekomen last werd 5 u. 52 v.m. verder gemarcheerd en wel in<br />
zeer breed front naar den W. rand van Lam-Toetoe en, ook daar op<br />
geen verzet stuitend, naar Lam-Badak en Lam-Pagar.<br />
Half negen waren deze kampongs, alsmede Lam-Goeroen en den weg<br />
ten W. van Lam-Badak tot aan het gebergte doorzocht.<br />
Ook het 14= was Lam-Isi, zonder maar een vijand te zien, doorge-<br />
trokken. Eveneens in breed front werd langs den voet van het gebergte<br />
gemarcheerd en ten 7 u. v.m. Lam-Pin reeds bereikt.<br />
Bij het voortrukken vielen eenige schoten van een 4 of 5 tal<br />
Atjehers, dat zich op den heuvelrug ten Z. van Masdjid Indra-Perwa<br />
genesteld had.<br />
Met een paar salvo's werd dit vuur beantwoord en in het bedekte<br />
terrein den weg vervolgd.<br />
Waren meer noordelijk de sawah's droog, aan den voet van het<br />
gebergte was dit anders en moest de breede marschvorm dikwijls onder-<br />
broken worden.<br />
Uit een hem toegezonden bericht maakte de majoor van der Noordaa<br />
op, dat hij het 12= Bataljon naar Lam-Pagar had te volgen.<br />
Toen zulks hemerkt werd, gaf de bevelhebber last onmiddellijk naar<br />
Masdjid lndra-Perwa terug te gaan.<br />
Aldaar werd nu door eene compagnie den Noordrand van het klap<br />
perbosch en door de andere Lam-Tjoet bezet, om zoo de colonne, die<br />
uit de Belang Kala-pas zou deboucheeren, af te wachten.<br />
Voordat ze goed en wel op hunne plaatsen waren, overschreed die<br />
colonne reeds de brug ten W. der M. Indra-Perwa.<br />
Toen alle troepen ten 7 u. 45 v.m. in de lijn Lam-Pagar, Masdjid
241<br />
Indra-Perwa stonden, werd aan de marine, die bij Lam-Baroe lag, het<br />
sein tot debarkeeren gegeven.<br />
Eene sloepenflotille stak daarop van boord af en zette ten 8'/2 u. v.m.<br />
eene landingsdivisie bij de kampong aan den wal.<br />
Dat debarkeeren ging nu juist zoo heel vlug niet, er viel echter geen schot.<br />
Na Lam-Baroe doorzocht te hebben, nam de landingsdivisie daar stelling.<br />
Op het moment, dat de reeds vermelde schoten uit het gebergte Gle<br />
Tempe op den troep vielen, had de bevelhebber eene sectie artillerie<br />
bij Lam-Toetoe-West in batterij doen brengen.<br />
De sectiecommandant rapporteerde, dat zijn eerste schot — een treffer<br />
op 800 M. — den vijand dadelijk deed verdwijnen.<br />
Toen hij eenigen tijd later terugkeerde om de gewonden te halen,<br />
deed een tweede schot hem op de vlucht slaan.<br />
De beide compagnieen van den majoor Jacobs waren langs het strand<br />
ook naar Lam-Baroe gemarcheerd en dekten het embarkement der landingsdivisie,<br />
dat om 10 u. v.m. plaats vond.<br />
Nadat daar alle versterkingen zooveel mogelijk geslecht waren, en ook<br />
een dwars over den weg aangelegde borstwering W. van Lam-Toetoe<br />
en de Ooster face van eene Koeta, W. van Indra-Perwa, door de genietroepen<br />
waren opgeruimd, trok men om 11 u. 15 terug, na den kolonel<br />
Stemfoort een bericht van den stand der zaken te hebben gezonden.<br />
Volgens rapport van den kapitein Graafland had zijne colonne geen<br />
andere dan terreinmoeilijkheden te overwinnen gehad.<br />
Ook bij den terugtocht verscheen geen enkele vijand in de vlakte;<br />
alleen ontving het 14= Bataljon, bij het oversteken van de sawah naar<br />
den Noordrand van Lam-Isi, enkele schoten uit het gebergte, waardoor<br />
een inlandsch fuselier gewond werd.<br />
Met het verder slechten van versterkingen ging nog eenige tijd verloren,<br />
o. a. werden in Lam-Manjang van een koeta met 3 M. dikke<br />
en 1.5 M. hooge wallen middels springmiddelen de Noorder en Oosterface<br />
over eene lengte van 12 a 15 M. opengelegd, en ook de bentengs<br />
in Lam-Awi verder opgeruimd.<br />
3 u. n.m. was de geheele colonne weer te Lamtih, van waar men<br />
verder naar Lam-Djamoe marcheerde, om per trein naar den Kraton te<br />
worden gebracht.<br />
Met uitzondering van een paar man was er geen volk in de kampongs,<br />
die overigens in goed onderhouden toestand werden aangetroffen.<br />
16
242<br />
Een lilla, drie donderbussen en 7 voorladers vormden den buit van<br />
dien dag.<br />
Vereenigde detachementen van Tjot Goee en Lam-Peneroet bezochten<br />
den 5 d = n en 6 den Juni de kampong Lam-Tehen-Oost en ruimden daar<br />
een paar kleine versterkingen op.<br />
Den 7= n Juni maakte het 5 d = Bataljon onder den luitenant-kolonel C.<br />
Laceulle een marsch van Ketapan Doea over Boekit Kasoemba langs<br />
den voet van het gebergte via Lam-Asan naar Lamtih en terug naar<br />
Lam-Djamoe. Nergens werd een spoor van vijanden ontdekt; er viel<br />
geen schot. Hetzelfde had een colonne, bestaande uit twee compagnieen<br />
infanterie en het eskadron cavalerie, die den volgenden dag eene verkenning<br />
naar Boekit Seboen maakte, te melden. De cavalerie ging<br />
daarbij door tot kampong Koes, trof in de IV Moekims enkele bewoners<br />
aan, doch in de VI Moekims was alles nog verlaten.<br />
Een patrouille van 1 officier en 24 bajonetten, die van Boekit Karang<br />
met een 7 tal werkers naar de versterking Perampoean toog om die zoo<br />
mogelijk te slechten, werd op 100 M. van die benteng gekomen, door<br />
een 15 a 20 man, die haar bezet hadden, onder vuur genomen en<br />
achtte het, toen zich ook gewapenden in de naastbijzijnde kampongranden<br />
vertoonden, geraden maar weer terug te gaan.<br />
Volgens de ingekomen berichten hield Toekoe Oemar zich in het dal<br />
van Lamtih aan de grens van Lepong en Lohong op.<br />
In de Lepongers stelde hij nu juist geen al te groot vertrouwen, zijne<br />
vroegere jegens hen gepleegde euveldaden waren daar niet vreemd aan.<br />
Goederen van waarde en geweren had hij in een dal van den Boekit<br />
Getal opgeborgen, natuurlijk op een niet al te vindbare plaats.<br />
Op de dagen 8 en 9 Juni schoot de marine weer eenige huizen in<br />
de nabijheid Missigit Lepong in den brand.<br />
Aan de buiten de geconcentreerde stelling gevestigde hoofden en<br />
bevolking was door het bestuur te kennen gegeven, dat zij bij troepenbewegingen<br />
kalm in hunne kampongs hadden te blijven en stipt de<br />
bevelen hadden op te volgen, anders zouden zij als vijandig worden<br />
beschouwd.<br />
De tocht naar de Lam-Krak Moekims.<br />
De eerste streek, die na de IV en VI Moekims voor eene tuchtiging<br />
aan de beurt kwam, was het beruchte Lam-Krak, dat nog altijd een
""«""-"• nimiwinw<br />
243<br />
brandpunt van verzet vormde, en waarmede hovendien nog eene oude<br />
rekening te vereffenen viel.<br />
Het was al eenige jaren geleden, dat onze troepen de Lam-Krak<br />
Moekims bezocht hadden.<br />
Generaal van der Heijden deed er tijdens onze operation in 1878<br />
van Oost naar West, van Sibreh naar Biloel, een weg doorheen leggen,<br />
maar dat was ook alles wat men er nog van wist.<br />
Wel had de fg. controleur Vosmaer zich vroeger reeds beijverd zooveel<br />
mogelijk gegevens te verzamelen, doch de militaire waarde daarvan<br />
was uit den aard der zaak niet groot.<br />
Straks zullen in het kort de voornaamste versterkingen en de plaatsen,<br />
waar ze gelegen zijn, genoemd worden.<br />
Omtrent het land zelve het Volgende:<br />
Onder het Lam-Kraksche wordt verstaan de geheele streek tusschen<br />
Biloel en Ana* Galoeng en benoorden het gebergte gelegen.<br />
Men onderscheidt de Moekims.<br />
1 Lam-Krak.<br />
2 Lam-Lheue.<br />
3 Ateuh.<br />
4 Kroeng Mak.<br />
5 Ana* Batee.<br />
6 Sibreh.<br />
7 Ana* Gle.<br />
Hiervan zijn de 4 eerste de eigenlijke Moekims Lam-Krak. Gewoonlijk<br />
rekende men er de drie volgende daaraan grenzende Moekims<br />
maar bij.<br />
Het geheel bestond uit eene aaneengeschakelde reeks van welvarende<br />
kampongs, waarin vele flinke huizen werden gevonden.<br />
De weg Ana* Galoeng-Biloel was niet verhard en evenmin onderhouden.<br />
Op verschillende plaatsen was hij volgens de berichten dicht gegroeid,<br />
afgepaggerd en door waterleidingen doorsneden; in het algemeen dus<br />
voor voertuigen niet bruikbaar, vooral niet in den natten tijd.<br />
Hetzelfde gold van den weg Lam-Baroe-Kajoe Leh, Biloel, waarin<br />
geen enkele brug meer werd aangetroffen.<br />
In de kampongs bevonden zich overigens bruikbare voetpaden, b.v.<br />
een van Balei Lam-Oeri over Blang Mirai, Wang Toeha naar Peukan<br />
Tjoet en een van Lam-Teh door Tampok naar Peukan Pi Oei, in de<br />
tuinen tusschen Tampok en Rahat.
244<br />
De oevers van de riviertjes Tampok en Rahat heetten zeer moerassig<br />
te zijn.<br />
• Volgens verkregen inlichtingen lagen midden in de groote sawah<br />
van Lam-Krak de versterking Tjot Gloempang, herkenbaar aan een boom<br />
van dien naam, voorts in de Moekim Ateuh een loopgraaf, Blang<br />
Hasan, aan den weg tusschen Ateuh Tjoet en Ateuh;<br />
aan den O. rand van laatstgenoemde kampong de versterkingen<br />
Oedjong Blang en Tjot Lepong, voorts nog loopgraven bij Ba* Me Ek<br />
Mih aan den weg Zuid van Ateuh Tjoet;<br />
bij Biloel het blokhuis Mon Mantjang eu een paar loopgraven ;<br />
in de Moekim Kroeng Mak en we! in het nauwste deel der kampong,<br />
Oost van Kroeng Loeng Aloee, de versterkingen Koeta Lam-Poe-Poe<br />
en Batoe Lintang; Di Nja in den Westrand van Lam-Baroe aan den<br />
weg met het front naar Masdjid Kroeng Mak;<br />
in de Moekim Lam-Krak de versterkte masdjid en een verhoogd<br />
wachthuis bij het heilige graf van Teungkoe Lam-Bira;<br />
een loopgraaf bij Balei Lam-Oeri in den kampongrand Zuid van Tjot<br />
Gloempang en een in dienzelfden rand te Koeta Binasa Baroe;<br />
in de Moekim Lam-Lheue de versterkingen Kling Mon Selassa en<br />
Tjot Lam-Panaih aan de grenzen van Ana* Batee;<br />
in de Moekim Sibreh dicht bij passar Sibreh de versterkingen Ba'<br />
Mamplam Long Ijer, Masdjid Dja Oedjoen en Kroeng Bata, verder<br />
loopgraven in de nabijheid van Ba* Tjerlak.<br />
De Moekimhoofden waren, met uitzondering van Toekoe Haschim van<br />
Sibreh, die altijd een dubbelzinnige rol had gespeeld, alien vijandig;<br />
vooral bekend, was het wd. Moekimhoofd van Ana* Batee, Toekoe<br />
Moesa, een bendehoofd van den eersten rang. Lam-Krak leverde<br />
overigens in den regel de meeste onruststokers.<br />
Geestelijke hoofden waren Teungkoe Dolah van Ateuh, Teungkoe<br />
Lam-Oeri, die vroeger den kling Habib Lhong (19 April'96 te Senelop<br />
gesneuveld) op den voorgrond had weten te schuiven, zijn leerling<br />
Teungkoe Ana* Gle en Teungkoe Hadji Wakil te Blang Mirai.<br />
De grootste oelama, die ook na den dood van Teungkoe Koeta<br />
Karang (8 Dec. '95 overleden) in deze streken veel invloed kreeg, was<br />
Teungkoe Tanah Abee, wiens naam we vroeger reeds in verband met<br />
den afval van Oemar noemden.<br />
Voor de tuchtiging werden 12 brigades marechaussee, 6 bataljons
245<br />
infanterie, 3 pelotons cavalerie, 3 batterijen van twee sectien bergartillerie,<br />
3 detachementen genietroepen en 6 ambulances bestemd.<br />
Uit deze troepenmacht werden twee colonnes en de reservecolonne<br />
geformeerd, wier samenstelhng hierbij wordt aangegeven.<br />
Algemeen Commando en Staf.<br />
Bevelhebber: kolonel der infanterie J. W. Stemfoort.<br />
Chef v/d Staf: luitenant-kolonel C. P. J. van Vliet.<br />
Adjudanten: kapitein J. C. Smits.<br />
„ 1 e luitenant F. J. Kroesen.<br />
Toegevoegd: luitenant-kolonel W. Boetje,<br />
Commandant der bereden artillerie.<br />
Adjudant: 1= luitenant J. B. Doijer.<br />
Geweslelijk intendant: majoor intendant C. H. W. Boers.<br />
Commandant der cavalerie: ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoy.<br />
l e Colonne.<br />
Commando.<br />
Commandant: luitenant-kolonel E. W. Bisschoff van Heemskerck.<br />
Chef vjd Staf: kapitein H. C. Kronouer.<br />
Adjudant:<br />
Toegevoegd:<br />
Controleur:<br />
1= luitenant E. A. van Kappen.<br />
1 e luitenant K. A. Vosmaer, wd. controleur XX11<br />
Moekims.<br />
Infanterie.<br />
Korps marechaussee: commandant kapitein Jhr. G. J. W. C. H. Graafland.<br />
Sterkte: 4 officieren, 12 europ. onderofficieren,<br />
207 minderen.<br />
3 d = Bataljon Infanterie: commandant luitenant-kolonel G. A. Hansen.<br />
Sterkte: 13 officieren, 2 adjudant-onderofficieren,<br />
458 minderen.<br />
Cavalerie.<br />
Een peloton: commandant 1= luitenant F. Happe.<br />
Sterkte 32 ruiters.<br />
Artillerie.<br />
2 d = Bergbatterij: commandant 1 e luitenant C. L. G. Schrassert Bert.<br />
Sterkte: 1 officier, 1 adjudant-onderofficier d.d.<br />
officier, 67 minderen, 4 vuurmonden.
Een detachement:<br />
Twee ambulances:<br />
Commandant:<br />
Chef v/d Staf:<br />
Adjudant:<br />
Ordonnansen :<br />
6= Bataljon Infanterie:<br />
9= Bataljon<br />
Een peloton:<br />
1 e Bergbatterij:<br />
Een detachement:<br />
Twee ambulances:<br />
Commandant:<br />
Adjudanten :<br />
Ordonnansen :<br />
246<br />
Genietroepen.<br />
commandant kapitein A. J. T. Zelle.<br />
Sterkte 33 minderen.<br />
Geneeskundige dienst.<br />
onder de officieren van gezondheid 2= kl. L. A.<br />
Demmers en E. Razoux Kiihr.<br />
2e Colonne.<br />
Commando.<br />
luitenant-kolonel J. B. van Heutsz.<br />
kapitein G. C. E. van Daalen.<br />
1= luitenant F. Kilian.<br />
zes.<br />
Infanterie.<br />
commandant majoor D. A. Okhuyzen.<br />
Sterkte: 15 officieren, 452 minderen.<br />
commandant luitenant-kolonel J. F. Fh. Veeren.<br />
Sterkte: 16 officieren, 531 minderen.<br />
Cavalerie.<br />
commandant 1= luitenant C. W. van Haaff.<br />
Sterkte: 33 ruiters.<br />
^rrr'//er/e.<br />
commandant kapitein Nauta.<br />
Sterkte: 3 officieren, 61 minderen, 4 vuurmonden<br />
Genietroepen.<br />
commandant 1 e luitenant A. S. Ruzette.<br />
Sterkte: 33 minderen.<br />
Geneeskundige dienst.<br />
onder de officieren van gezondheid J. F. Langenbergh<br />
en P. J. Diephuis.<br />
Reserve colonne.<br />
Commando<br />
luitenant-kolonel G. F. Soeters.<br />
1= luitenant H. J. van Bremen.<br />
acht.<br />
„ Jhr. J. C. C. Sandberg.<br />
1
247<br />
Infanterie.<br />
7= Bataljon Infanterie: commandant majoor J. B. Jacobs.<br />
Sterkte: 17 officieren, 458 minderen.<br />
12= Bataljon Infanterie: commandant (wd.) kapitein A. J. van Geelen.<br />
Sterkte: 13 officieren, 1 adjudant-onderofficier,<br />
491 minderen.<br />
1 4= Bataljon Infanterie. commandant majoor Thomson.<br />
Sterkte: 16 officieren, 501 minderen.<br />
Cavalerie.<br />
Een peloton: commandant 1 e luitenant, ridder Nedermeijer van<br />
Rosenthal.<br />
Sterkte: 32 ruiters.<br />
Artillerie.<br />
4= Bergbatterij: commandant kapitein A. Bangert.<br />
Sterkte: 3 officieren, 59 minderen, 4 vuurmonden.<br />
Genietroepen.<br />
Een detachement: commandant 1= luitenant E. J. de Rochemont.<br />
Sterkte: 33 minderen.<br />
Geneeskundige dienst.<br />
Twee ambulances: onder de officieren van gezondheid A. Salm en<br />
F. J. Hagen.<br />
Tot. sterkte: 41 minderen.<br />
Trein.<br />
14 mandoers en 325 dwangarbeiders voor het dragen van reserve<br />
munitie, tandoes, geniematerialen en verbandmiddelen, 16 mandoers en<br />
400 dwangarbeiders ter beschikking v/d. gew. intendant v/d. opvoer<br />
van vivres.<br />
De opdracht luidde als volgt:<br />
„De eerste colonne ageert uit Biloel door Lam Soet, Eumpee Trieng<br />
en Lam-Baroe naar Kroeng Mak.<br />
Naargelang zij terrein wint, zal zij de Zuidranden der kampongs<br />
bezetten en ook voorloopig bezet houden om toeloop van benden uit<br />
het gebergte tegen te gaan.<br />
De tweede colonne ageert uit Toebaloe door de beide Ateuhs naar
248<br />
Lam-Krak en houdt den Z. O. rand van Ateuh Raja bezet; de aan<br />
de colonne toegevoegde bergartillerie kiest daar eene gunstige stelling<br />
tot het onder vuur nemen van den versterkten rand van Lam-Lheue en<br />
Kling en van de vijandelijke versterking Tjot Gloempang.<br />
Door de samenwerking dezer colonnes moet getracht worden niet<br />
alleen den Z. rand der kampongreeks te bezetten, doch zoo spoedig<br />
mogelijk ook het smalle inspringende gedeelte tusschen Lam-Krak en<br />
Lam-Teh naar de Oostzijde af te sluiten.<br />
De reserve-colonne bestemt al dadelijk het 14= Bataljon Infanterie en<br />
eene sectie artillerie, benevens eene ambulance voor de beveiliging van<br />
de communicatie- tevens transportlijn Tjot Goee-Biloel en wel door het<br />
bezetten van Masdjid Oleh Soesoeh, Dinoeng of Lehong, Toeram en<br />
Biloel.<br />
Het overige gedeelte der reserve-colonne blijft voorloopig ter beschikking<br />
op bedoelden weg nabij Toeram".<br />
Voor den afmarsch moest den troepen een warm maal worden verstrekt,<br />
terwijl een extra ontbijt moest worden medegenomen.<br />
Tijdens de operatie werden zij door de zorgen der intendance gevoed,<br />
waartoe de fouriers, het keukenpersoneel, de koelies en het noodige<br />
gereedschap ter beschikking van de korpskwartiermeesters moesten worden<br />
gesteld.<br />
Een en ander zou 's morgens half twaalf per extra trein naar Lam-<br />
Peneroet worden opgevoerd. De officieren moesten in eigen voeding<br />
voorzien, en de manschappen de eetketels medenemen.<br />
Met de marechaussee in de voorhoede marcheerde de 1= colonne<br />
ten 2 u. 30 v.m. naar Lam-Peneroet af, ten 2 u 45 v.m. gevolgd door<br />
de 2 de en ten 3 u. v.m. door de 3 d = colonne.<br />
Tusschen Tjot Goee en Biloel werd de brug bij Masdjid Behe<br />
grootendeels afgebroken bevonden.<br />
De infanterie kon er wel langs, maar voor de artillerie diende ze<br />
hersteld te worden<br />
Dit werk vorderde veel tijd, waarom de colonne-commandant de<br />
marechaussee in den Zuidrand van Behe halt deed houden.<br />
Nauwdijks was het commando halt gegeven, of de voorste afdeeling<br />
marechaussee vuurde en stormde op eenige Atjehers in, die echter<br />
spoedig ongewapend bleken te zijn, en kalm op weg naar den passar<br />
waren.
249<br />
Na dit voorval doken in het zijterrein verschillende troepjes op, die<br />
wijselijk in Zuidelijke richting verdwenen.<br />
Op het hooren van het vuur had de colonne-commandant de ^compagnie<br />
van het 3 d = Bataljon ter ondersteuning vooruitgezonden, en nu dat<br />
onnoodig bleek, zond hij beide afdeelingen door naar onze vroegere<br />
versterking Biloel, die bij aankomst ten 5 u v.m. nog onbezet was.<br />
Een half uur later was de geheele 1= colonne aldaar vereenigd, met<br />
uitzondering van een peloton, dat de genietroepen, die nog bezig waren<br />
den weg in orde te maken, beschermde.<br />
De artillerie kwam in batterij zijwaarts van de benting tegenover het<br />
Z. gebergte, waarheen men tientallen van personen, soms met karbouwen<br />
en sapies uit de W. van Biloel gelegen kampongs zag vluchten.<br />
De opmarsch der 2 d = colonne over Toebaloe naar Ateuh Tjoet kon<br />
worden waargenomen.<br />
Met den commandant der 2= colonne was overeengekomen, dat de<br />
1= colonne Empeh Trieng en Lam-Baroe zou binnendringen, als de 2 C<br />
colonne in Groot Ateuh zou zijn aangekomen, teneinde het forceeren<br />
van het defile, gevormd door de versterking Lam-Poe-Poe-Batoe Lintang,<br />
minder bezwaarlijk te maken door het bedreigen van den terugtochtsweg<br />
der eventueele bezetting dier versterkingen.<br />
Voordat zulks echter had plaats gegrepen, werd door den algemeenen<br />
bevelhebber aan de 1= colonne bevel gegeven verder door te gaan.<br />
Van het 14= Bataljon waren ten 4 u. 40 v.m. twee inlandsche compagnieen,<br />
onder kapitein Bruynis, bij het hoogte cijfer 20.2 ten N. van<br />
Tjot Goee, Westwaarts afgeslagen om de ruine Masdjid Oleh-Soesoeh<br />
en Lehang te bezetten. Zonder eenigen tegenstand kwamen de compagnieen<br />
respectievelijk ten 5 u. 50 v m. en 6 u. 50 v.m. in stelling;<br />
de doorgetrokken kampongs waren alien bewoond, terwijl eenig volk op<br />
de Westwaarts gelegen sawah's aan den arbeid was.<br />
De cavalerie der 2= colonne was door den colonne-commandant langs<br />
de 1= colonne via Nesoeh en Toebaloe vooruitgezonden, met opdracht,<br />
Lam-Boekoeng en zoo mogelijk Blang Kirai te verkennen en verder de<br />
positie des vijands in Ateuh uit te vorschen.<br />
De 2 e colonne zelf kon door het halt houden der 1= niet verder.<br />
Eerst ten 6 u. v.m., toen de weg ten W. van Toebaloe weder vrij<br />
kwam, werd het volgende gevechtsbevel gegeven.<br />
..Commandant 9= Bataljon. In gevechtsformatie met uw korps door
250<br />
„Toebaloe en Lam-Boekoeng oprukken naar Ateuh Tjoet en N. W.<br />
„deel van Ateuh Raja".<br />
De luitenant v. Haaff zond een oogenblik later uit Lam-Boekoeng het<br />
bericht, dat die kampong onbezet was. Zelf ging die officier met eene<br />
patrouille naar Blang Kirai, maar trof daar niemand aan, daarentegen<br />
werd vuur ontvangen uit de Koeta Ba* Me Ek Mih nabij den weg Kajoe<br />
Leh — Biloel.<br />
Het terrein, dat de infanterie te doorschrijden had, was over het<br />
algemeen drassig, met slappen bodem, hier en daar moerassen, die door<br />
nipah-bosschen nog minder begaanbaar gemaakt werden.<br />
In de kampongs over het algemeen smalle, zich rechthoekig ombuigende<br />
paden en zware heggen.<br />
Het vuur uit bovengenoemde Koeta en uit den W. rand van Ateuh<br />
Tjoet beantwoordde de aanvalslinie met een paar salvo's, en daarop<br />
ging men onmiddellijk tot den storm over.<br />
De vijand vluchtte, in de kampongs enkele gesneuvelden achterlatend.<br />
In een aanloop werd doorgerukt tot aan den W. rand van Ateuh Raja,<br />
waar de troepen, door den aanval tamelijk uit elkaar geraakt, zich vastzetten.<br />
Aan den colonne-commandant, die zich toen nog aan het hoofd van<br />
het in marschvorm zijnde 6= Bataljon in Ateuh Tjoet bevond, werd hiervan<br />
bericht gezonden.<br />
De overste van Heutsz kwam daarop zelf vooruit naar Ateuh Raja<br />
en gelastte den commandant van het 9 naar den O. rand van die<br />
kampong door te gaan en de versterkingen Oedjong Blang en Tjot<br />
Lepong te nemen.<br />
De commandant der 1= colonne gaf ten 7 u. v.m. de volgende bevelen<br />
uit.<br />
Aan de marechaussee: om door Lam-Soet — Empeh Trieng en Lam-<br />
Baroe der IV Moekims Lam-Krak binnen te dringen, een en ander in<br />
verband met en tot ondersteuning van de 2 e colonne, en om in samenwerking<br />
met die colonne zoo spoedig mogelijk het smalle verbindingsstuk<br />
tusschen Lam-Teh en Lam-Krak te bezoeken en vast te houden.<br />
Een peloton repeteergeweren werd aan het korps toegevoegd.<br />
Voorloopig moest worden doorgegaan tot Masdjid Kroeng Mak.<br />
De 3= compagnie van het 3= Bataljon zou den Z. kampongrand<br />
volgen, om het opdringen van vijanden uit het gebergte te beletten.
251<br />
De cavalerie was ten 6 u. 5 v.m. van Biloel afgemarcheerd in de<br />
richting van Lam-Baroe en het open terrein Z. van die verlaten kampong.<br />
De heuveltoppen waren door een twintigtal gewapenden bezet. Waargenomen<br />
werd, dat tal van lieden den kampongrand ter hoogte van Batee<br />
Lintang verheten. Verder in Z. O. richting gaande, vond zij ook de<br />
sterkte Koeta Lam-Poe-Poe verlaten.<br />
Hier stuitten de patrouilles op een rawah met nipah- en rotanbosch,<br />
waardoor men niet vooruit kon, terwijl omtrekken evenzeer ondoenlijk<br />
bleek. De colonne-commandant, wien daarvan kennis werd gegeven,<br />
droeg ten 9 u. 15 v.m. den luitenant Happe op naar Biloel terug te<br />
gaan en zich bij den commandant der reserve-colonne te melden.<br />
De artillerie bleef voorloopig te Biloel, omdat het zich het aanzien,<br />
dat het terrein voor haar te veel bezwaren zou opleveren. Het halve<br />
14 d = Bataljon belastte zich met de dekking.<br />
De cavalerie der reserve-colonne was ten 5 u. 45 uitgezonden om<br />
het terrein bij Lam-Koenjit te verkennen, toen de colonne-commandant<br />
van den bevelhebber den last ontving om zoo snel mogelijk naar Nesoeh<br />
te marcheeren.<br />
Die cavalerie vond Lam-Koenjit onbezet, maar kreeg uit Lehang een<br />
paar schoten.<br />
Terugkeerende gaf de overste Soeters haar den last Lehang opnieuw<br />
te verkennen. Toen die kampong voor de tweede maal bereikt was,<br />
werd de infanterie daar reeds aangetroffen.<br />
De kamponghoofden van Maneh en Lehang meldden zich bij den<br />
pelotonscommandant en werden naar den bevelhebber doorgezonden.<br />
Van den voet van het gebergte vielen thans een zevental schoten<br />
op de patrouille.<br />
Ongedeerd kwam zij ten half negen weer bij Biloel aan.<br />
De reserve-colonne zelf, die ten 6 u. 40 bij den driesprong W. van<br />
Nesoeh was aangekomen, zond op last van den bevelhebber eene com<br />
pagnie van het 14 d = naar Biloel en eene andere naar Toeram om de<br />
bezetting dier plaatsen van de 1= colonne over te nemen.<br />
De rest der colonne bleef voorloopig op den grooten weg in afwach-<br />
ting van nadere bevelen.<br />
Om 9 u. 15 v.m. kreeg het 7 dc Bataljon opdracht om Oostwaarts<br />
door Lamsoet en Eumpee Trieng te marcheeren, verbinding te zoeken<br />
met de 1= colonne, daar eene ambulance af te geven en verder in den
252<br />
Z. rand van Kroeng Mak stelling te nemen tegenover de Zuidelijke<br />
heuvels; 11 u. 20 v.m. was het bataljon op de aangewezen plaats.<br />
Ten 9 u. v.m. werd ook het 12 d = Bataljon opgeroepen naar Biloel<br />
en daar de opdracht verkregen om met eene sectie bergartillerie en het<br />
detachement genietroepen naar Ateuh te marcheeren.<br />
De artillerie der 1= colonne, die, zooals we zagen, bij Biloel was achtergebleven,<br />
ontving van den luitenant-kolonel Boetje last zich hierbij<br />
aan te sluiten en via Ateuh naar Lam-Krak te gaan, om de 1= colonne<br />
te rejoigneeren. Het peloton Happe deed hetzelfde, terwijl ook de<br />
algemeene bevelhebber met den staf van de reserve-colonne volgde.<br />
In den W. rand van Ateuh Raja achter de Kroeng Mak werd voorloopig<br />
halt gehouden.<br />
Gaan we nu weer na, wat intusschen in de eerste linie was voorgevallen.<br />
De commandant der 1= colonne had, zooals we zagen, aan het 9 d =<br />
Bataljon opgedragen, den in O. en Z O. rand van Ateuh Raja opgestelden<br />
vijand, die in W. en N. W. richting eenvoudig dwars door de<br />
kampong vuurde, te verdrijven.<br />
Dit ging daartoe met 3 compagnieen in voorste linie vooruit en maakte<br />
zich in een doorloopenden aanval van alle positien meester.<br />
De l e compagnie onder den kapitein H. T. de Moulin, die den<br />
rechtervleugel van de aanvalslinie uitmaakte, stiet op een door 2JZ 20<br />
Atjehers bezette borstwering, gelegen achter de door Ateuh stroomende<br />
Kroeng van dien naam.<br />
De 2 de luitenant W. A Engelbrecht commandeerde dadelijk attaqueeren,<br />
overschreed binnen weinige minuten het vrij diep ingesneden<br />
stroompje, maar kwam zoo vlug niet op de borstwering of de vijand<br />
had gelegenheid, met medeneming zijner gewonden, te vluchten.<br />
De europ. fus. v. Dongen, No 28365, die met den 2 d = luitenant<br />
W. A. Engelbrecht het eerst op de borstwering kwam, kreeg een<br />
doodelijk schot door de borst van den laatst standhoudenden Atjeher,<br />
die op zijn beurt weer door den eur. fus. v. Castricum werd neergeschoten.<br />
De 2 d = en 3 d = compagnie, gevolgd door de 4 d = als reserve, waren<br />
doorgerukt tot in den Oostrand van Ateuh Raja, den vijand, die in<br />
Tjot Lepong nog een oogenblik stand hield, voor zich uitdrijvend.<br />
Oedjong Blang was onbezet.
253<br />
In allerijl vluchtten de Atjehers en wel meerendeels naar het Zuiden<br />
(Lam-Krak), sommigen naar Lam-Teh en Kajoe Leh.<br />
Uit het Lam-Kraksche werd over de geheele lengte van den rand<br />
een levendig geweervuur op de onzen geopend.<br />
De 3 de compagnie, commandant de kapitein J. A. M. M. von Schauroth<br />
had de beweging voortgezet tot in den Z. O. hoek van Ateuh, terwijl<br />
de 1= door het begroeide terrein in den Z. rand in stelling kwam.<br />
Daar het verband in zijn bataljon vrijwel verloren was gegaan, had<br />
de Bataljonscommandant verzocht het 6 e Bataljon ter ondersteuning vooruit<br />
te zenden.<br />
Twee compagnieen van dat korps verschenen daarop in de gevechtslinie.<br />
De 3= compagnie was daarbij onvoorziens onder het vuur van twee<br />
nabij den N rand van Lam-Krak (Lam-Djame) gelegen redoutes genomen<br />
Eigener initiatief ging de compagniescommandant tot den aanval daarop<br />
over, daar hij vreesde anders door 's vijands vuur te veel verliezen te<br />
zullen lijden. De compagnieen van het 6= volgden hem.<br />
Weldra waren de beide bentings genomen. De bezetting vluchtte,<br />
alleen gelukte het den eur. fus. Blankenstein, No. 39189, en Kuipers,<br />
No. 39193, die er het eerst binnen waren, de beide laatste verdedigers<br />
neer te schieten.<br />
De kapitein von Schauroth kreeg bij dezen aanval een licht schampschot<br />
langs den buik.<br />
In het elan van den aanval zette een der compagnieen van het 6=<br />
Bataljon, de kapitein A. B. B. Jansen, den in O. en N. O. richting<br />
vluchtenden vijand na en maakte zich nog van 3 kleine door den vijand<br />
bezette werkjes in den W. rand van Lam-Oeri gelegen, meester.<br />
De 1= compagnie 9= Bataljon had de meer Westwaarts gelegen M.<br />
Kroeng Mak bezet.<br />
Ook de reserve-4= compagnie van het 9 e Bataljon was over de open<br />
sawah tegen Masdjid Lam-Krak opgerukt.<br />
De colonne-commandant, dat ontdekkende, gelastte haar echter naar de<br />
haar aangewezen plaats in den O. rand van Ateuh Raja terug te gaan.<br />
Toen de artillerie in den Z. O. rand van Ateuh Raja verscheen en<br />
daar in stelling kwam, ging het geheele 9 d = Bataljon echter naar den<br />
Noordrand van Lam-Djame over.<br />
De cavalerie was inmiddels uitgezonden om verband met de 1= colonne<br />
te zoeken.<br />
De aanval op de beide Ateuh's en op Lam-Krak-Lam-Djame had
254<br />
ons een verlies van I doode en 1 7 gewonden gekost, daaronder begrepen<br />
de 2= luitenant Boerrigter, enkele mindere militairen en een dwangarbeider<br />
met schampschoten, die dienst bleven doen.<br />
De overige gewonden werden onder dekking van eene sectie infanterie<br />
naar de reserve-colonne bij Biloel gebracht.<br />
Tegelijk werd den algemeenen bevelhebber het volgende bericht<br />
gezonden:<br />
„8 u. 21 v.m.".<br />
„Z. en O. rand van Ateuh Raja, Noordrand van Lam-Krak — Lam-<br />
„Djame door ons bezet; wij bereiden aanval op Masdjid Lam-Krak<br />
„voor en hebben nog geen verband met de 1= colonne".<br />
Via Kroeng Mak werd ten 8 u. 35 v.m., in de richting, waarin die<br />
colonne moest oprukken, ook een bericht aan de 1= colonne gezonden<br />
met de rnededeeling van den stand van zaken en verzoek om hetzelfde<br />
van die 1 e colonne.<br />
Ten 9 u. 45 v.m. kwam daarop het antwoord n.l., dat de staf der<br />
1= colonne zich 100 M. ten O. van Lam-Poe-Poe bevond, en dat het<br />
te doortrekken terrein verbazend veel moeilijkheden opleverde.<br />
Met de marechaussee was intusschen reeds verbinding gekregen W.<br />
van den Masdjid Kroeng Mak, waar dat korps in den rand van Batoe<br />
Lintang stelling had genomen.<br />
Zij was ten 7 u. 15 v.m. in de aangegeven route vooruitgegaan en<br />
had zonder veel tegenstand ten 8 u. 45 v.m. de Masdjid Kroeng Mak<br />
bereikt, waar het haar toegevoegd peloton van de 1= compagnie 3 e Ba<br />
taljon gelegenheid tot opsluiten werd gegeven.<br />
Ook zij vond Lam-Poe-Poe verlaten en trof de Koeta Batee Lintang<br />
niet aan.<br />
De 3= compagnie van het 3 e Bataljon was ter zelfder hoogte van de<br />
marechaussee gekomen, die van hun standpunt uit ook konden waar-<br />
nemen, dat de 2= colonne reeds in den Noordrand van Lam-Krak zat.<br />
Toen op het signaal „halt" van den colonne-commandant de mare-<br />
chausse de reeds aangeduide stelling had ingenomen, zond kapitein<br />
Graafland ten 9 u. 1 5 v.m. 6 brigades onder de luitenants G. K. Dijkstra<br />
en H. M. Vis vooruit, teneinde de kampongs Lam-Krak en Lam-Toenong<br />
te verkennen en de Koeboeran Lam-Krak op te sporen, die zich op<br />
het in de dispositie aangegeven smalle gedeelte van de Moekim Lam-<br />
Krak moest bevinden.
255<br />
Ongeveer 10 u. v.m. hoorde de commandant der marechaussee, dat<br />
de uitgezonden brigades in Z. O. richting aanhoudend vuurden, waarop<br />
hij dadelijk ter ondersteuning derwaarts toog.<br />
Nabij Baha ontmoette hij en de gezochte brigades en de 3 e compagnie<br />
3= Bataljon.<br />
Deze compagnie onder commando van den 1= luitenant S. v. Hulstijn<br />
was gelijktijdig met de marechaussee voorwaarts gegaan, had bij het<br />
overtrekken der sawah vuur uit het gebergte gekregen en was, toen zij<br />
in den rand van Baha kwam, zoowel in front als uit Z. O. richting<br />
beschoten.<br />
Door het dichte terrein gaande, zag het rechterpeloton der compagnie,<br />
onder den 1= luitenant M. Campioni zich plotseling tegenover de benting<br />
„Baha" en het linker — waarbij de compagniescommandant — zich tegenover<br />
een nieuw opgerichte koeta met missigit geplaatst: beide waren<br />
bezet.<br />
Na het afgeven van een paar schoten werd er gestormd.<br />
De bezetting der koeta Baha, een vijftal Atjehers, vluchtte, doch viel<br />
in handen der marechaussee.<br />
Een enkele loste op den amb. fus. Pelitimoe, No. 41233, en den<br />
sergeant Stemfoort, No. 40785, die het eerst binnendrongen, een schot,<br />
doch boette zulks met zijn leven.<br />
Deze aanval had dus geene verliezen onzerzijds ten gevolge.<br />
Het andere peloton kreeg echter een gesneuvelde (amb. fus.) en een<br />
doodelijk gekwetste (dwangarbeider).<br />
De daar genestelde vijand wachtte den aanval echter evenmin af en<br />
verdween in N. richting, werwaarts hij nog een eindweegs vervolgd<br />
werd; -jz 10 u. v.m. waren beide positien bezet, de missigit door een<br />
peloton der 3 d = compagnie, Baha, door het andere peloton, de marechaussee<br />
en het peloton repeteer geweren.<br />
De hoofdcolonne had het verband met de voorhoede en de 3 d = compagnie<br />
alras verloren.<br />
Om de paarden door kreeken, nipabosschen en dichtbegroeide gedeelten<br />
te brengen moest voortdurend de hulp der genietroepen worden ingeroepen.<br />
Ten 8 u. 5 v.m. werd dan ook den algemeenen bevelhebber gemeld,<br />
dat het terrein voor artillerie onbegaanbaar was en verzocht om de sectien<br />
Schrassert Bert via Ateuh naar de colonne te mogen doen oprukken.<br />
Tevens werd voorgesteld een der reservebataljons met de tweede ach-
256<br />
tergelaten ambulance te doen volgen om den Z. rand der kampong Kr<br />
Mak te bezetten, wat zooals we zagen aan het 7= Bataljon werd opgedragen.<br />
Nadat ten 10 u. v.m. verbinding met de voorhoede was verkregen,<br />
kwam de voorste afdeeling ten 11 u. v.m. de achterste ten 12 u. 20<br />
n.m. in Baha aan.<br />
De colonne-commandant zond hiervan twintig minuten later bericht<br />
aan den bevelhebber, tevens om nadere bevelen vragend.<br />
De infanterieafdeeling, de 2= comp. 3 Bat., die dit bericht over had<br />
te brengen, kwam wonderlijk genoeg eerst ten 6. n.m. bij den bevelhebber<br />
terecht, toen de troepen al lang in bivak waren.<br />
Onderweg had zij nog een paar gewonden gekregen.<br />
De artillerie der 2 colonne had ten 8 u. 25 v.m. uit den Z. O.<br />
punt van Ateuh Raja het vuur op Tjot Gloempang en Lam-Oeri geopend;<br />
2 compagnieen van het 6= Bataljon vormden voorloopig hare<br />
dekking.<br />
De colonne-commandant, die ten 9 u. v.m. den algemeenen bevelhebber<br />
berichtte, dat gezichtsverband met de marechaussee verkregen<br />
was, deed een kwartier later den commandant der 1= colonne weten,<br />
dat in verband met de marechaussee voorwaarts zou worden gerukt<br />
naar Masdjid Lam-Krak en Balei Lam-Oeri.<br />
Toen dit bericht ruimschoots kon ontvangen zijn, werd de cavalerie<br />
ter verkenning van de kampong vooruit gezonden, en haar opgedragen<br />
in het bekende smalle deel van Lam-Krak verband met de marechaussee<br />
te zoeken.<br />
Het 9= Bataljon moest in gevechtsformatie voorwaarts gaan, ook tot<br />
evenbedoeld smal deel, dat met eene compagnie bezetten, en de beweging<br />
van het 6 Bataljon steunen.<br />
Het was hoog tijd, dat men oprukte, wilde men nog met den vijand<br />
in contact komen.<br />
Na de opening van ons artillerievuur op den omtrek van missigit<br />
Lam-Krak was dat zijner geweren verstomd, en hoorde men ook geen<br />
vuur meer afgeven door de compagnie Jansen.<br />
De artillerie, die op 1 050 M. ingeschoten was, vergrootte met sprongen<br />
van 200 M den afstand tot 1450 M. en staakte haar vuur ten 9 u.<br />
50 v.m., op last van den colonne-commandant.<br />
Daar de vijand sedert niets meer van zich liet hooren, was er blijkbaar<br />
weinig tegenstand meer te verwachten.
257<br />
Om 11 u. 20 v.m. begon de voorwaartsche beweging.<br />
De 1 c compagnie werd op de aangewezen plaats achtergelaten met<br />
last den commandant der 1= colonne, zoodra deze aankwam, kennis te<br />
geven, dat hij het gedeelte benoorden den weg bezet moest houden. ••.<br />
Bij het Noordwaarts omzwenken der troepen, kwamen de beide com<br />
pagnieen van het 6= Bataljon voor en avanceerden deze, toen de stelling<br />
van kapitein Jansen bereikt was, in de richting van Masdjid Lam-Krak,<br />
om die aan te vallen. i '<br />
Men vond geen masdjid, daarentegen op de plaats, waar zij moest<br />
liggen volgens de kaart, wel eene versterking, die verlaten' was. :.:!••<br />
In de onderstelling, dat het bedehuis ergens anders iri den omtrek<br />
zou liggen, rukte de 3 e compagnie, kapitein Jansen, met gtootesnelheid<br />
dwars door de kampong Lam-Lheue over een aanwezigen weg in Oos-<br />
telijke richting, tot zij op een diep moeras stuitte, waarachter eene sterke,<br />
door den vijand bezette Atjehsche benting lag.<br />
In een aanloop werd deze genomen. i. .<br />
De vijand vluchtte en liet die, voor een hardnekkige verdediging zeer<br />
geschikte, koeta in onze handen. Wij kregbn daarbij slechts een gewonde.<br />
De commandant van het 6= Bataljon was de zonder zijn bevel voor-<br />
uitgerukte compagnie gevolgd, en plaatste de andere compagnie bij den<br />
ingang van Lam-Lheue. Deze verdreef daar nog een twintigtal Atjehers,<br />
die zich op haar rechterflank vertoonden.<br />
De bataljons-adjudant en een paar ordonnansen werden uitgezonden<br />
om den colonne-commandant kennis van het voorgevallerie te geven. • :<br />
Dezen was het reeds opgevallen, dat het 6= Bataljon plotseling, ver-<br />
dwenen was, had eerst laten blazen en toen de cavalerie uitgezonden<br />
om de verdoolden te zoeken. Dat was ten 11 u. 30 v.m.<br />
Het verkennende peloton der 1= colonne onder luitenant Happe, kwam<br />
op dat moment ook te Lam-Oeri aan.<br />
Middels een afgesproken signaal ontbood de colonne-commandant zijne<br />
artillerie en de algemeene reserve uit Ateuh Raja over de sawah recht-<br />
streeks naar Lam-Oeri.<br />
Zij waren nog onderweg, toen plotseling „9= Bataljon voorwaarts"<br />
werd geblazen. ''<br />
De commandant van dat korps had op het niet dadelijk overgebracht<br />
en verkeerd begrepen bericht van den commandant van het 6 e Bataljon<br />
gemeend, dat genoemd Bataljon in gevaar verkeerde, en onmiddellijk een<br />
compagnie te hulp gezonden, zich opmakend met de overigen te volgen.<br />
17
258<br />
De colonne-commandant deed weer halt houden.<br />
De compagnie Koedijk hoorde echter het daartoe gegeven signaal niet<br />
meer en kwam ten 12 u. 15 v.m. bij het 6=, dat natuurlijk geen hulp<br />
noodig had.<br />
De colonne-commandant reed nu deze compagnie achterna om zich<br />
zelf op de hoogte van den toestand te stellen, en kwam tot de conclusie,<br />
dat de genomen benteng de koeta Tjot Lam-Panas was.<br />
Hij bracht den bevelhebber met den stand van zaken in kennis<br />
en gaf den commandant van het 9= Bataljon last, om met zijn korps,<br />
behalve de 1= compagnie, naar Tjot Lam-Panas opterukken.<br />
De bevelhebber, die inmiddels bij dat bataljon was aangekomen,<br />
beval met de uitvoering van die order te wachten, tot de 1= colonne<br />
op dezelfde hoogte zou zijn; daardoor duurde het nog tot 3 u. n.m.<br />
voor dat overste Veeren aan zijn opdracht voldeed.<br />
Wij deelden reeds mede op welke wijze de kolonel Stemfoort en zijn<br />
staf in Ateuh Raja kwamen.<br />
Met de hem vergezellende troepen was ook eene sectie van de be<br />
zetting van Biloel medegekomen, om, het tegen den namiddag verwacht<br />
wordende vivrestransport, den weg naar de 1= en 2= colonne te kunnen<br />
wijzen.<br />
Ten 11 u. 45 v.m. nog in Ateuh Raja zijnde, gelastte de bevel<br />
hebber de artillerie der 2 d = colonne en de dekking (2 comp. 6 d = Bat.)<br />
om over te steken naar Lam-Oeri, terwijl hij haar plaats deed innemen<br />
door 2 comp. van het 12 d = Bataljon en de sectie artillerie der reserve-<br />
colonne.<br />
De 2 andere compagnieen van het 12=, waarbij de overste Soeters<br />
en de genietroepen, volgden den bevelhebber en zijn staf eveneens naar<br />
Lam-Oeri.<br />
De marsch door de sawah leverde de artillerie wederom groote moei-<br />
lijkheden op en eerst 1 u. 15 n.m, waren alien daar aangekomen.<br />
De chef van den staf werd met eene cavaleriepatrouille in Z. richting<br />
naar de l e colonne gezonden, die hij ten u. 30 n.m. bij Baha aantrof.<br />
De commandant dier colonne kreeg bevel de koeta zooveel mogelijk<br />
te slechten en naar Balei Lam Oeri op te rukken, onderweg alles ver-<br />
brandend; het 7= Bataljon om ten 3 u. n.m. eveneens op die kampong<br />
terug te trekken.
259<br />
Het slechten van Baha ging niet zoo vlot als men verwacht had;<br />
eerst ruim half vier verliet de l
260<br />
De beide andere compagnieen van dat bataljon zouden, met eene sectie<br />
artillerie, den nacht binnen Biloel doorbrengen.<br />
Om 5'/4 u. n.m. bereikte het vivrestransport Biloel en een kwartier<br />
later ging het door naar Ateuh-Raja. De begeleidende sectie keerde<br />
ten 8 u. 55 n.m. in Biloel terug.<br />
Eerst 10 u. n.m. kwam de voorste afdeeling van dat transport in het<br />
bivak der 1= colonne aan. De laatste afdeelingen waren ten 1 u. v.m.<br />
d. a. v. binnen.<br />
Hadden de natte sawahs den troepen overdag veel moeite gegeven,<br />
zoo is het niet te verwonderen, dat de dragers 's nachts er bijna niet<br />
door konden komen.<br />
De bevelhebber oordeelde het te laat om het transport nog naar de<br />
2= colonne door te zenden en stelde dit dus uit tot den volgenden<br />
morgen.<br />
In de kampongs was genoeg rijst, gevogelte als anderzins te vinden,<br />
om den eersten honger te stillen.<br />
In alle bivaks ging de nacht rustig voorbij.<br />
10 Juni.<br />
Het doel, dat de bevelhebber zich voor dezen dag gesteld had, was<br />
eenvoudig het beeindigen van de tuchtiging der Lam-Krak Moekims en<br />
terugtrekken naar Koeta-Radja.<br />
's Morgens 6 uur vereenigden zich de drie colonne-commandanten in<br />
zijn bivak en werd de taak voor ieder hunner vastgesteld.<br />
De commandant der 2 de colonne kreeg opdracht om met zijne troe-<br />
penmacht, versterkt door het half 7 d = bataljon en 4 brigades marechaussee<br />
(repeteerkarabijnen), het Lam-Kraksche, oostelijk van het voetpad langs<br />
de djoeroeng Lam-Oeri, te tuchtigen, huizen en erven te verwoesten,<br />
daarbij echter niet te ver in zuidelijke richting gaande.<br />
Hij moest verder den terugtocht door Anak Bate over Boekloet en<br />
Lam-Barih naar Lam-Baroe aanvaarden.<br />
Den plaatselijken commandant van Koeta-Radja was verzocht den<br />
commandant van het 5 d = bataljon op te dragen, met zijn korps en eene<br />
sectie van de 4 d = bergbatterij ten 10 u. v.m. van Lam-Baroe af te mar<br />
cheeren in de richting van Gapoe, de artillerie stelling te doen nemen<br />
bij de Kroeng Lingkar, en zelf de 2 de colonne op haar rechterflank en<br />
op den linkeroever der Atjehrivier te dekken.
261<br />
Dien commandant van het 5 d = bataljon werd voorts nog medegedeeld,<br />
dat Lam-Soet, Tjot Gloempang en Tjot Goet door den vijand bezet<br />
waren, eene bijzonderheid. die bij de 2 de colonne niet bekend schijnt<br />
te zijn geweest en die, zooals we zien zullen, nog tot een misverstand<br />
aanleiding heeft gegeven.<br />
Deze flankdekking zou gelijktijdig met de 2 d = colonne teruggaan.<br />
De l e colonne, waaraan eveneens twee compagnieen van het 7 d =<br />
werden toegevoegd, zou het meer Westelijk deel, met name Tjot Gloempang,<br />
Lam-Teh, Blang Miraij, Lam-Toenong, Lam-Krak en Kroeng Mak<br />
voor haar rekening nemen.<br />
Daarvan zou het 3 d = bataljon het gedeelte Oost van Baha en het 7 d =<br />
bataljon, met de rest der marechaussee, dat West van die kampong<br />
tuchtigen.<br />
De marechaussee, die ten Noorden van den weg moest blijven, kon<br />
via Ateuh, Biloel en Lam-Peneroet naar Koeta-Radja terugkeeren.<br />
De beide compagnieen van het 7 d = zouden, na de volbrenging harer<br />
taak ten Zuiden van den grooten weg, in den N. rand van Lam-Krak<br />
stelling nemen, totdat het 3 d = bataljon en de in het bivak Lam-Oeri<br />
achtergebleven troepen naar Ateuh waren overgegaan.<br />
De overige troepen bleven tot nader order in de hen aangewezen<br />
stellingen.<br />
Aan de genietroepen der reservecolonne, die in Ateuh-Raja gebivakkeerk<br />
hadden, werd ten half acht order gegeven, den weg van dat bivak<br />
tot aan den grooten weg bij Nesoeh in orde te maken, ook voor de<br />
artillerie.<br />
De noodige materialen konden zij in de kampongs zoeken.<br />
De 2 d = colonne ageerde den geheelen dag verder op zich zelf, we<br />
zullen hare actie dus verder afzonderlijk beschrijven.<br />
De vivrestrein was 6 u. v.m. in het bivak Lam-Lheue aangekomen,<br />
zoodat den manschappen voor den afmarsch thee, koffie en een ontbijt<br />
kon worden verstrekt. .<br />
De colonne-commandant gaf voor dien dag het volgende bevel uit.<br />
„Binasa Baroe 10 Juni No. 14.<br />
„Het 9 de en 6 d = bataljon marcheeren in gevechtsformatie in breed<br />
„front, met elkander in verband, door Lam-Lheue in de richting van<br />
„Ana* Batee, zoover Zuidwaarts uitgebreid, als gevechtsformatie toelaat,
262<br />
„6 d = vormt rechtervleugel; uiterste linkervleugel, 9 d =, volgt den N. kam-<br />
„pongrand.<br />
„Het halve 7 d =, de marechaussee en de artillerie vormen de algemeene<br />
..reserve en volgen voorloopig den Noordelijken kampongrand.<br />
..Hierbij colonne-commandant; 10 man genietroepen bij 6 d =, 9 d = en<br />
..artillerie.<br />
..Richting is op het 6 de bataljon, verband links".<br />
De commandanten van het 6 de en 9 d = bataljon werden bovendien in<br />
kennis gesteld met het reeds omtrent het 5 de bataljon vermelde.<br />
Ten 8 u. 15 v.m. ging de vivrestrein naar de Balei Lam-Oeri terug<br />
en een kwartier later werd „het geheel voorwaarts" geblazen.<br />
De cavalerie was reeds vooruitgegaan, om o.a. een geschikten overgang<br />
voor de artillerie over de Loeng Gadjah te zoeken; 8 u. 42 v.m.<br />
deed zij den colonnecommandant weten, dat zulk een overgang gevonden<br />
was, de brenger van het bericht kon als gids dienen.<br />
Het 9 d = bataljon avanceerde met 3, het 6 d = met 2 compagnieen in<br />
de gevechtslinie, eene derde compagnie van dit laatste korps volgde, als<br />
flankdekking, achter den rechtervleugel.<br />
Van den aanvang af werd te ver naar het Zuiden aangehouden,<br />
daardoor werd het noodig, teneinde den linkervleugel der linie aan den<br />
Noorder kampongrand te doen sluiten, de marechaussee naar dien vleuge<br />
te dirigeeren.<br />
Aldus langzaam en in verband vooruitgaande, werd, volgens ontvangen<br />
bevel, alles in het doorgetrokken gebied verbrand.<br />
De algemeene reserve en de artillerie, die mede langs den Noorder<br />
kampongrand marcheerden, waren ten 10 u. 50 v.m. ter hoogte van de<br />
verlaten versterking Kling Mon Seulassa.<br />
Tijdens de aflossing der compagnie Jansen uit Tjot Lam-Panas, vielen<br />
uit den rand van de oostelijk der sawah gelegen kampongs, een paar<br />
schoten, waardoor een Eur. korporaal gewond werd.<br />
De cavalerie was, na de reeds genoemde verkenning, door den colonnecommandant<br />
naar den Noordrand van Ana* Batee gezonden, om daar<br />
nadere bevelen af te wachten.<br />
Half twaalf zond zij vandaar bericht aan den overste van Heutsz,<br />
dat het geheele terrein onbezet was.<br />
De genietroepen sloegen voor de artillerie een brug, waarop deze<br />
naar de Masdjid Ana* Batee oprukte om aldaar in batterij te komen,<br />
teneinde den vijand onder vuur te nemen, als hij zich, gedurende het
263<br />
teruggaan van de colonne naar den Ana* Galongdijk, in den Noordrand<br />
van Lam-Krak mocht willen nestelen.<br />
Tevens werden ten Oosten van Kling Mon Seulassa de brigades<br />
marechaussee en eene compagnie der algemeene reserve in het bedekte<br />
terrein in hinderlaag gelegd, om den c.q. opkomenden vijand met het<br />
blanke wapen aan te grijpen. De colonne-commandant kwam 11 u. 45<br />
v.m. bij de artilleriestelling aan, terwijl de gevechtslinie eene omzwenkende<br />
beweging maakte, teneinde den marsch verder in Noordelijke<br />
richting voort te zetten.<br />
Toen tegen 12 uur 's middags de commandant der cavalerie bericht<br />
zond, dat het 9= bataljon den Noordrand van Ana* Batee bereikt had,<br />
kregen, zoowel het 6 e en 9= bataljon als de cavalerie, order halt te<br />
houden.<br />
De marechaussee en de compagnie der algemeene reserve bleven nog<br />
tot half een in hinderlaag, maar er kwam niets opdagen, waarop de<br />
colonne-commandant besloot, den terugtocht voort te zetten. Zooals<br />
wij reeds opmerkten, bevonden zich het 9 e bataljon en de cavalerie in<br />
den Noordrand van Ana* Batee, terwijl het 6= Oostelijk van het 9=, achter<br />
den Ana* Galongdijk, stelling genomen had.<br />
Nadat nu de in hinderlaag gestelde troepen hadden opgebroken, werd<br />
het volgende bevel uitgevaardigd.<br />
„Het 9= marcheert van af zijweg-Lam-Soet, in gevechtsformatie door<br />
„bedekt terrein over Lam-Barih naar Lam-Baroe, neemt c.q. in de Moekim<br />
„Lam-Tengah gelegen versterkingen; 6= volgt in marsch-colonne den weg<br />
„en ondersteunt zoo noodig.<br />
„ Algemeene reserve met artillerie zal terugtocht dekken, cavalerie ter<br />
..verkenning vooruit".<br />
Ten 1 u. n.m. begon de uitvoering.<br />
De commandant van het 9=, in de meening verkeerend, dat Lam-Soet<br />
door het 5 e bataljon bezet was, deed zijn bataljon in marschcolonne<br />
over den open zijweg naar Lam-Soet oprukken.<br />
Na tot op de rivier te zijn opgesloten, moesten de twee voorste<br />
compagnieen links uit de flank maken en verder de gevechtslinie vormen,<br />
de beide overigen zouden op den vleugel en in het midden als reserve<br />
volgen.<br />
Op 211 100 M. van Lam-Soet vielen uit de benteng schoten op de<br />
voorste troepen. De commandant van het 9=, nog steeds meenende<br />
met eigen troepen te doen te hebben, deed direct het benoemingssignaal
264<br />
„9= bataljon" blazen, terwijl de luitenant-adjudant Romswinckel vooruitsnelde<br />
en dichterbij het signaal nog eenige keeren deed herhalen, tot<br />
hij bemerkte, dat Atjehers hem tot hun doel kozen.<br />
Dat vuur had de spits een gesneuvelde gekost. Door het snel teruggaan<br />
iii het bedekte terrein — er werd onmiddellijk links uit de flank<br />
geblazen — ontdekte men te laat, dat de doode niet was medegenomen<br />
en toen de compagnie terugkeerde, was de man, niettegenstaande er drie<br />
kwartier naar gezocht werd, niet te vinden.<br />
De colonne-commandant vernam het ongeval ten 1 u. 30 n.m. bij zijn<br />
komst op den Ana* Galongdijk. Gedurende het zoeken naar den gesneuvelde,<br />
deed hij de algemeene reserve in stelling komen tegen de<br />
in den rand van Ana* Batee en in de daarbij gelegen boschjes genestelde<br />
vijanden, die de colonne met vrij veel succes beschoten, en nog eenige<br />
gewohden bezorgden aan het mede in stelling liggend 9= Bataljon.<br />
De artillerie kwam op den dijk in batterij en nam evenals de repeteerkarabijnen<br />
den vijand onder vuur.<br />
• Op dat moment zond de cavalerie-commandant bericht, dat kampong<br />
Lam-Tengah en het terrein Zuidelijk van Lam-Barih, onbezet waren bevonden<br />
en dat op den rechterrivieroever infanteriesignalen werden gehoord.<br />
Blijkbaar was het overbodig dat terrein nog door infanterie te doen<br />
doorzoeken; daarom kreeg eerst het 6=, vervolgens het 9= bataljon bevel<br />
langs den dijk naar Lam-Baroe te marcheeren.<br />
: ' Met lijk van den Eur. fus. Klaassens, No. 40093, was door de betrokken<br />
: compagnie niet gevonden. Vermoedende, dat eene andere<br />
afdeeling het had medegenomen, was het zoeken gestaakt.<br />
"Ongeveer half drie volgde de achterhoede, op -f- 500 M. voortdurend<br />
door enkele vijanden beschoten. Alleen de marechaussee van luitenant<br />
Dijkstra beantwoordde dat vuur. Om 3 u. 20 viel het laatste schot<br />
uit Lam-Tengah, en een half uur later, keerden de troepen van Lam-<br />
Baroe naar Koeta-Radja terug.<br />
De verliezen der 2= colonne bedroegen totaal:<br />
gesneuveld: 2 Europeesche fuseliers,<br />
gewond: 1 tweede luitenant, 13 Eur., 2 Amb. en II Inl. min<br />
deren.<br />
De batterij verloor een muildier.<br />
Verbruikt' waren 1 I 528 Beaumont- en 258 min. kal. patronen, 46 Gr.<br />
eh 21 Gv K. T.
265<br />
De commandant der 1= colonne verdeelde zijne genietroepen in drie<br />
gedeelten, om bij de tuchtiging behulpzaam te zijn.<br />
Ten 8 u. v.m. marcheerden de marechaussee en het 7= bataljon uit<br />
het bivak af en twintig minuten later ook het 3= bataljon, waarbij de<br />
colonne-commandant.<br />
De marechaussee had haar taak ten 10 u. v.m. volbracht en keerde<br />
huiswaarts.<br />
Het 7 e was om 11 uur gereed en kwam in den Noordrand van Lam-<br />
Krak in stelling; het 3= marcheerde in 4 afdeelingen naar den Zuidrand<br />
van het te tuchtigen gedeelte (Blang Miraij); daar had de 2= compagnie<br />
Baha te bezetten.<br />
Om 9 u. 50 v.m. werd op een signaal van den colonne-commandant<br />
al brandende in zuiver Noordelijke richting getrokken.<br />
De bezetting van Baha kreeg intusschen een matig vuur van zich in<br />
de sawah of kampongrand ophoudende vijanden. Aanvankelijk werd<br />
dat beantwoord, maar spoedig trok ook deze troep terug en 11 u. 45<br />
v.m. was het geheele bataljon weer in het bivak verzameld. Daar was<br />
ook ten 8 u. 45 het transport, dat de 2= colonne van vivres had voor<br />
zien, gearriveerd.<br />
Ten 9 u. v.m. zond de bevelhebber de detachementen cavalerie van<br />
de 1 = en van de reserve-colonne naar den kraton terug.<br />
Een half uur later kwam de artillerie der 1= colonne op eene hoogte,<br />
+ 150 M. Oostenlijk van den Zuidrand van Ateuh-Raja in batterij,<br />
teneinde zoonoodig steun bij den terugtocht te verleenen, en tegen tien<br />
uur gingen de dragers van het vivrestransport, alle zieken en gewonden<br />
en wat voorts niet strikt noodig was, op marsch, om ten half een door<br />
het 3= bataljon te worden gevolgd.<br />
De commandant van het 14= berichtte 11 u. v.m., dat T. Neq Imam,<br />
der IX Moekims, zich te Biloel gemeld had, met het verzoek, een viertal<br />
volgelingen naar het gebergte te mogen zenden, teneinde de gevluchte<br />
bevolking van Nesoeh terug te roepen. Dit werd toegestaan.<br />
Het halve 7= bataljon retireerde 12 u. 45 n.m. naar Ateuh-Raja om<br />
achter het 3 e bataljon aan te sluiten; eindelijk verliet ten 1 uur de ach<br />
terhoede— 2 compagnieen 12 bataljon onder den luitenant-kolonel Soeters<br />
— het bivak.<br />
Op de sawah kregen zij door 's vijands vuur nog twee licht gewonden.<br />
De beide andere compagnieen van het 12= en de in Ateuh-Raja in<br />
batterij staande drie sectien artillerie, sloten zich daar bij de achterhoede
266<br />
aan, die verder, zonder bemoeielijkt te zijn, ten 1 u. 1 5 n.m. den grooten<br />
weg bereikte. Hier voegde de genie der reserve-colonne zich bij haar.<br />
*8 Vijands vuur had intusschen geheel opgehouden. Vergezeld van<br />
den luitenant-kolonel Bisschoff, reed de bevelhebber door naar Lam-<br />
Peneroet, het den chef van den staf overlatend, den terugtocht verder<br />
te regelen.<br />
Deze gelastte den commandant van het 14= te Biloel, om, zoodra<br />
alle andere troepen op den grooten weg zouden zijn aangekomen, met<br />
zijne twee compagnieen en de sectie artillerie de taak der achterhoede<br />
over te nemen.<br />
Om 2 u. 45 n.m. verliet majoor Thomson Biloel. Zijne afdeeling<br />
ontving nog enkele schoten uit Z. W. richting, zonder daardoor echter<br />
verliezen te lijden; 3 u. 25 n.m. bereikte zij Tjot Goee, waar zich ook<br />
de beide gedetacheerde compagnieen verzamelden.<br />
Die in Lehang was ook nog eenigen tijd onder vuur genomen.<br />
Per extratrein werden de troepen van Lam-Peneroet naar Koeta-Radja<br />
vervoerd.<br />
Hiermede was de tuchtiging der Lam-Krak-Moekims afgeloopen. De<br />
tegenstand in dit, langen tijd zoo gevreesde, deel van Groot-Atjeh was<br />
zeer gering geweest. Behalve de reeds bij de 2= colonne genoemde<br />
verliezen waren er aan gesneuvelden 2 Amboineezen en een dwangarbeider,<br />
aan gewonden 2 Eur. sergeanten en 1 Eur. fuselier.<br />
De geheele buit bedroeg drie achterlaad- en 6 voorlaadgeweren; het<br />
munitieverbruik bij de 1= colonne:<br />
3538 Beaumont- 1336 min.-kaliber-, en 258 Remingtonpatronen en<br />
11 G.;<br />
bij de reserve-colonne: 6255 Beaumontpatronen, 14 G. en 19 G. K. T.<br />
Aan 's vijands zijde sneuvelde o. m. de Afghaansche avonturier<br />
Habib Koeala van Pedir (Said Anajatoellah), die in het Pedirsche nog<br />
al in aanzien was.<br />
Overigens ontbraken nauwkeurige gegevens omtrent de verliezen.<br />
De batterijen bij Lam-Djamoe werden den 12= n Juni ontwapend en<br />
geslecht. Van de posten der Oosterlinie liepen patrouilles in het voor<br />
terrein, die niets bijzonders opleverden.<br />
Per gouvernementsstoomer „Albatros" begaven zich in den avond<br />
van dien dag de chef van den staf, de kapitein van den generalen staf<br />
H. C. Kronouer, en de luitenant ter zee 1= klasse J. J. Hissink naar
267<br />
de Westkust, om, met het oog op eene eventueele landing in Lepong,<br />
verkenningen te doen.<br />
Hierbij sloot zich ook de commandant van H. M. Madoera, de luitenant<br />
ter zee 1= kl. R. Reinders aan.<br />
De overste van Vliet en gevolg keerden den volgenden avond terug.<br />
Het resultaat der verkenning was niet bevredigend en daar eene<br />
excursie naar dat landschap, uitsluitend over land, te veel bezwaren<br />
met zich bracht, moest van die onderneming worden afgezien, totdat de<br />
weersgesteldheid er zich beter toe zou leenen.<br />
Eene colonne bestaande uit het 3= en 6 e bataljon infanterie, 1 peloton<br />
cavalerie, 2 sectien berg-artillerie en een detachement genietroepen met<br />
twee ambulances en trein, onder den luitenant-kolonel G. A. Hansen,<br />
maakten den 13= n een verkenningstocht naar de groote brug over de<br />
Kroeng Raba. Verschillende punten werden onder weg bezet, nergens<br />
tegenstand ondervonden.<br />
Nadat de genietroepen in Lam-Poelau een paar oude kanonnen hadden<br />
doen springen, werd naar Lam-Djamoe teruggemarcheerd.<br />
In Loh* Nga had men zelfs de vrouwen weer in de kampong aangetroffen.<br />
Door den Regeeringscommissaris was bepaald, dat de aan de hoofden<br />
buiten de linie in bruikleen verstrekte geweren, ingeleverd dienden te<br />
worden.<br />
T. Panglima Bintang der III Moekims Daroe deed daarom 12 van<br />
de 16 hem verstrekte trompladers terugbrengen, T. Nja Mohamad 20<br />
en 1 beaumontgeweer, T. Nja Geh van Oleh-Soesoeh 4 beaumont-<br />
geweren.<br />
T. Nja Imeum, de zoon van den eigenlijken hoeloebalang der IX<br />
Moekims, bracht den 1 5= n Juni al zijne imams, met uitzondering van dien<br />
van Lam-Koenjit, die ziek heette te zijn, bij het bestuur. Hun werd<br />
nog eens duidelijk gemaakt, dat onze troepenbewegingen alleen ten doel<br />
hadden de vestiging van vreemde en kwade elementen te beletten. De<br />
bevolking van de III en IX Moekims keerde daarop weldra geheel in<br />
de kampongs terug, ook die van Lam-Pagar en Lam-Tengah in de VI<br />
Moekims.<br />
T. Tjoet Bantah van de IV Moekims bracht de imams van Koes,<br />
Loh* Nga en Lam-Poe-Oeh in den kraton.
268<br />
Tuchtiging der V Moekims Montassik op 16 en 17 Juni.<br />
Hoofden en bevolking der XIII Moekims Toengkoeb en der V<br />
Moekims Montassik gaven, zooals wij reeds opmerkten, door het opwerpen<br />
van versterkingen en het doen bezetten daarvan door bendehoofden als<br />
T. Brahim Montassik, Pang Arab, Panglima Nja Makam, Pang Sech,<br />
Habib Samalanga en de Teungkoes Soepi, Loeboek en Lam-Oe nog<br />
steeds blijken van vijandige gezindheid.<br />
Na Lam-Krak kwamen zij dus wel het eerst voor eene tuchtiging in<br />
aanmerking.<br />
Daartoe werd eene troepenmacht van de volgende sterkte aangewezen.<br />
Algemeen Commando en Staf.<br />
Bevelhebber: kolonel der infanterie J. W. Stemfoort.<br />
Chef v/d. Staf: luitenant-kolonel C. P. J van Vliet.<br />
Adjudanten: kapitein J. C. Smits.<br />
Toegevoegd.<br />
l e luitenant F. J. Kroesen.<br />
I e „ der cavalerie C. W. van Haaff.<br />
1= J. P. Gentil.<br />
Commandant der bereden-artillerie: luitenant-kolonel W. Boetje.<br />
Adjudant: 1 e luitenant J. B. Doyer.<br />
Gewestelijk intendant: majoor-intendant C. H. W. Boers.<br />
Ordonnansen: acht.<br />
Zelfstandige Cavalerie.<br />
Twee pelotons: commandant ritmeester Jhr. L. D. C. de Lannoy.<br />
Sterkte: 3 officieren en 80 ruiters.<br />
le Colonne.<br />
Commando.<br />
Commandant: luitenant-kolonel E. W. Bisschoff van Heemskerck.<br />
Chef v/d. Staf: kapitein H. C. Kronouer.<br />
Adjudant:<br />
Toegevoegd.<br />
Controleur:<br />
kapitein E. A. van Kappen.<br />
kapitein K. A. Vosmaer, wd. controleur der XXII<br />
Moekims.<br />
Infanterie.<br />
Korps Marechaussee: Commandant kapitein Jhr. G. J. W. C. H. Graafland.<br />
Sterkte: 4 officieren en 226 minderen.
269<br />
3 d = Bataljon Infanterie: commandant luitenant-kolonel G. A. Hansen.<br />
Sterkte: 16 officieren en 433 minderen.<br />
6 d = Bataljon Infanterie: commandant-majoor D. A. Okhuijzen.<br />
Sterkte: 13 officieren en 41 1 minderen.<br />
^4rrr7/er/e.<br />
4 d = Bergbatterij: commandant-kapitein A. Bangert.<br />
Sterkte: 3 officieren, 88 minderen en 6 vuurmonden.<br />
Genietroepen.<br />
Een detachement: commandant-kapitein W. A J. F. Zelle.<br />
Sterkte: 33 minderen.<br />
Geneeskundige dienst.<br />
Twee ambulances: onder de officieren van gezondheid 2= kl. F. J. Hagen<br />
en E. Razoux-Kuhr.<br />
Sterkte: elk 15 minderen.<br />
Trein.<br />
16 mandoers en 329 dwangarbeiders voor het dragen<br />
van tandoes, reserve-munitie, geniematerialen en verband-<br />
middelen.<br />
2e Colonne.<br />
Commando.<br />
Commandant; luitenant-kolonel J. B. van Heutsz.<br />
Chef v/d. Staf: kapitein G. C. E. van Daalen.<br />
Adjudant: l e luitenant F. Kilian.<br />
Ordonnansen: zes.<br />
Infanterie.<br />
7= Bataljon Infanterie: commandant-majoor J. R. Jacobs.<br />
Sterkte: 15 officieren en 409 minderen.<br />
9= Bataljon Infanterie: commandant luitenant-kolonel J. F. Th. Veeren<br />
Sterkte: 15 officieren, 1 adjudant-onderofficier d.d. officier<br />
en 458 minderen.<br />
Artillerie.<br />
2 e Bergbatterij: commandant 1= luitenant P. A. Schrassert Bert.<br />
Sterkte: 2 officieren, 1 adjudant-onderofficier d.d. officier,<br />
63 minderen en 4 vuurmonden.<br />
Genietroepen.<br />
Een detachement: 1= luitenant A. S. Ruzette.<br />
Sterkte: 32 minderen.
270<br />
Geneeskundige dienst.<br />
Twee ambulances: onder de officieren van gezondheid Dr. D. D. Biichler<br />
en P. J. Diephuis.<br />
Sterkte: elk 1 5 minderen.<br />
Trein.<br />
13 mandoers en 276 dwangarbeiders voor het dragen van<br />
tandoes, reserve-munitie, geniematerialen en verband-<br />
middelen.<br />
Reserve-colonne.<br />
Commando.<br />
Commandant: luitenant-kolonel G. F. Soeters.<br />
Adjudanten: 1= luitenant H. J. van Bremen.<br />
Ordonnansen: zes.<br />
Jhr. J. C. C. Sandberg.<br />
Infanterie.<br />
12= Bataljon Infanterie: commandant-kapitein J. A. W. Weustmann.<br />
Sterkte: 13 officieren en 512 minderen.<br />
14= „ Infanterie: commandant-majoor Thomson.<br />
Sterkte: 15 officieren en 516 minderen.<br />
Een gemengd bataljon: commandant-majoor K. W. Steinmetz.<br />
Sterkte: 1 Comp. 15 d = Bat.: 4 officieren en 94 minderen.<br />
1 Comp. l st = Garn. Bat.: 4 officieren en 1 1 7 minderen.<br />
1 Comp. 2 d = Garn. Bat.: 4 officieren en 122 minderen.<br />
Artillerie.<br />
l 8,e Bergbatterij: commandant-kapitein Nauta.<br />
Sterkte: 3 officieren, 60 minderen en 4 vuurmonden.<br />
Genietroepen.<br />
Een detachement: commandant 1= luitenant C. J. de Bruyn.<br />
Sterkte: 32 minderen.<br />
Geneeskundige dienst.<br />
Twee ambulances: onder de officieren van gezondheid A. J. Salm en<br />
J. van Leent.<br />
Sterkte: elk 18 minderen.<br />
Trein:<br />
16 mandoers en 330 dwangarbeiders tot het dragen van tandoes,<br />
reserve-munitie, geniematerialen en verbandmiddelen.
271<br />
Algemeene Trein.<br />
4 mandoers en 215 dwangarbeiders ter beschikking van den Gewestelijken<br />
Intendant.<br />
Voor de operatie werd ongeveer de volgende dispositie gegeven.<br />
„In den vroegen morgen van den 16=" Juni zal worden uitgerukt naar<br />
,,de V Moekims Montassik, om de vijandelijke benden, die zich ophouden<br />
,,in de streek Paja-Oe-Senelop-Montassik en Lam-Pasei op te sporen<br />
,,en te verdrijven.<br />
,,De eerste colonne zal ten 4 u. v.m. van Lam-Permai over den grooten<br />
,,weg naar Kroeng Gloempang oprukken en voorloopig stelling nemen op<br />
,,het hooge terrein ten Oosten van onze vroegere versterking van dien naam.<br />
,,De tweede colonne volgt ten 5 u. v.m. dienzelfden weg tot Tjot<br />
,,Doe en marcheert vandaar in Z. O. richting over het hooge terrein<br />
,,naar Tjot Maraja.<br />
„Beide colonnes zoeken hier verband met elkander, waarna de ge-<br />
,,zamenlijke opmarsch in breed front en in Zuidelijke richting zoodanig zal<br />
,,worden genomen, dat de weg Paja-Oe-Senelop de grens is, waarlangs<br />
,,de rechtervleugel van de 2= colonne zich beweegl, terwijl de eerste<br />
,,colonne hare marschrichting neemt, ongeveer door Tjot Sajoen, Tjot<br />
,,Kajoe, Tjot Loot, Masdjid Hoho, Passer Hoho, Ampe Batee, Ba* Di<br />
,,lip en de beide Lam-Nga naar Lam-Pasei.<br />
,,De troepen nuttigen voor den afmarsch een warm maal en nemen<br />
,,een stevig ontbijt mede, de veldflesch gevuld met koffie.<br />
,,Het medenemen van de eetketels wordt aan de korpscommandanten<br />
,,overgelaten.<br />
,,Gedurende de operaties worden de troepen gevoed door de zorg<br />
,,van de intendance.<br />
,,Officieren, onderluitenants en adjudant-onderofficieren voorzien in<br />
, .eigen voeding".<br />
De Militaire Commandant nam zelf dc leiding van het geheel op zich<br />
en sloot zich met zijnen staf aanvankelijk bij de 1= colonne aan.<br />
Tot aanvulling van hetgeen vroeger reeds vermeld werd omtrent de<br />
posities van den vijand, nog het volgende: Van af den weg Lam-Permai<br />
— Kroeng-Gloempang tot aan de Atjeh-rivier lagen op de grenzen der<br />
III Moekims Kerkoen versterkingen bij den grooten boom Noord van<br />
Adje en bij Binasa-Adje, in den Zuidrand van Adje en in den Noordrand<br />
van Adje Boeng-Mira en Lam-Ateuh.
272<br />
De vorenbedoelde versterkingen te Tjot Goet, Tjot Boeng Mon (Zuid<br />
van Lam-Ateuh) en te Tjot Gloempang, d. i. de heuvel tusschen Tjot<br />
Goet en Lam-Soet — onze verlaten benteng —, waren volgens de berichten<br />
nog vrij sterk bezet; die in de III Moekims Kerkoen daarentegen tot in<br />
den morgen van den 15= n niet.<br />
In Adje en omliggende kampongs verbleven echter ^\l 500 man met<br />
200 geweren van T. Rajoet, den hoeloebalang der V Moekims Monr<br />
tassik, die bij een eventueel oprukken van onze zijde, onmiddellijk de<br />
laatstgenoemde versterkingen zouden occupeeren.<br />
Masdjid Gani was onbezet; de bevolking van Adje naar Siroen gevlucht.<br />
In tweede linie lagen versterkingen te Lam-Nga-Zuid en te Pantai-<br />
Karang, terwijl Masdjid Hoho, Tjot Sajoen, Tjot Loot, Tjot Mantjang,<br />
Ampe Batee, Tjot Senong, Soemet en Sban gemakkelijk door den vijand<br />
te verdedigen waren, door de aanwezigheid van oude versterkingen.<br />
In de bentengs op het acces van Tjot Rang-Baba Djoeroeng en Oelee-<br />
Tjot (1) bevonden zich geen vijanden.<br />
Ten slotte was er nog eene versterking in Teping Batee, Lampoes<br />
Redeb, ook wel Koeta Kroeng-Lingkar geheeten, waarin de echtgenoote<br />
van Habib Loeng Kroeng woonde.<br />
T. Rajoet bezat drie woningen, een te Lam-Pasei, een te Ba* Tjiri<br />
en een te Tjot Loot; de familie van T. Brahim Montassik woonde<br />
eveneens te Lam-Pasei.<br />
Ouder gewoonte had de vijand eenige bruggen in den weg Gani<br />
Kroeng Gloempang afgebroken. De Kroeng-Lingkar was bij Lam-Tjot<br />
goed doorwaadbaar. In het gedeelte Kroeng-Gloempang Montassik waren<br />
de meeste overgangsmiddelen eveneens verdwenen.<br />
De kampongs, in gewone tijden sterk bevolkt, zijn op lage heuvels gebouwd,<br />
omgeven door sawahs, die over het algemeen zeer drassig waren.<br />
De erven zijn meest sterk begroeid en door zware paggers gescheiden.<br />
Slechts hier en daar trof men smalle, vaak diep ingesneden voetpaden<br />
aan.<br />
Meer Oostwaarts van den weg Kroeng Gloempang-Montassik lagen<br />
tusschen de heuvels, instede van sawahs, moerassen — soms met nipahbosschen<br />
— waar men tot aan de borst doorheen moet waden.<br />
Diepe slooten en beekjes, met op de kaart voorkomend, droegen er<br />
het hunne toe bij, om den opmarsch onzer colonne te vertragen.<br />
(1) Den weg Tjot-Iri—Tjot Rang.
273<br />
Om 4 u. v.m. marcheerde de voorhoede der 1= colonne (de marechaussee<br />
en de 1= compagnie-repeteergeweren van het 3= bataljon) van<br />
Lam-Permai af.<br />
Zonder zich te storen aan vijanden, die mogelijk tusschen Masdjid<br />
Gani en Adje op den troep zouden vuren, moest deze voorhoede naar<br />
de versterking ten noorden van Adje, aan den grooten weg marcheeren<br />
en deze eventueel met het blanke wapen vermeesteren.<br />
De Masdjid Gani bleek door den vijand bezet; hij merkte de marechaussee<br />
echter niet op De gesignaleerde versterkingen echter waren<br />
beiden ledig, evenals de in Adje gebouwde benteng. Voorloopig bleef<br />
de marechaussee hier, totdat ten kwart voor zes de hoofdcolonne die<br />
posities overnam.<br />
De cavalerie was een kwartier te voren zelfstandig van Gani vooruitgegaan,<br />
met opdracht den grooten weg naar Kroeng-Gloempang te<br />
verkennen en door te gaan naar Tjot Saloeran om verder in breed front,<br />
in Zuidelijke richting de strook, gelegen tusschen den weg Kroeng-<br />
Gloempang-Montassik en de kampong Tjot Saloeran, Tjot Kajoe, Masdjid<br />
Hoho, Lam-Nga en Tjot Goet te doorzoeken.<br />
De ritmeester Jhr. de Lannoy had daartoe het peloton Rosenthal den<br />
grooten weg doen volgen, en ging zelf mede met het peloton Happe,<br />
dat als rechterflankdekking der lange infanterie-colonne zou optreden.<br />
De brug bij Tjot Doe was afgebroken, het zijterrein evenwel begaanbaar.<br />
De oude versterking Kroeng-Gloempang bleek verlaten.<br />
Terwijl de patrouilles zich in het voorgelegen terrein opstelden, viel uit<br />
den Westrand van Tjot Sajoen (1) eenig vuur, waardoor een paard sneuvelde.<br />
Met het oversteken van de sawah naar bedoelde kampong ging veel<br />
tijd verloren, en ook bij de verkenning binnen de kampong, stuitte men<br />
op tal van moeilijkheden; de verbinding met het peloton Happe kon<br />
echter door patrouilles bewaard worden.<br />
De marechaussee marcheerde intusschen door Paja-Oe, (2) Tjot Sabtoe<br />
en Tjot Kepoela naar Tjot Ba* Trieng, voorts door Boeng, Tjot Lepong,<br />
Tjot Blang, Boeng Pago naar Tjot Saloeran en Tjot Sajoen.<br />
Toen uit Tjot Kring vuur ontvangen was, werd de sawah verder in<br />
breed front gepasseerd en in die formatie ook de kampongs doorzocht.<br />
Een der schutters met zijn voorlaadgeweer viel in onze handen<br />
De vervolging werd tot in het midden van Tjot Sajoen voortgezet,<br />
(1) ten zuiden van Tjot Ba* Trieng (Kaart 1 : 25000).<br />
(2) zuid van Tjot Sabtoe.<br />
18
274<br />
daarna wendde de luitenant Wagener zich met zijne brigades naar den<br />
Noord-Oostrand van Lam-Pagar, een drom Atjehers, alien vluchtend<br />
naar de Koeta Tengkoe di Lamey, voor zich uitdrijvend.<br />
Het gelukte hem verscheidene dier lieden neer te schieten.<br />
Om het verband te herstellen, hield de voorhoede voorloopig halt, en<br />
de luitenant Wagener maakte op het signaal „verzamelen" keert en ging<br />
terug, uit Teupin Batee nog min of meer beschoten wordende.<br />
Het meer Oostelijke deel van den rand van Tjot Sajoen werd nu<br />
door de marechaussee bezet, en de kampong verder doorzocht. Daarbij<br />
stuitte de Eur. serg. Gehne op een tot dusverre niet opgemerkt veldwerkje.<br />
Zonder aarzelen ging hij met de dichtst bijzijnde manschappen<br />
tot de attaque daarop over, met het gevolg, dat de vijanden de wijk<br />
over de sawah namen, een paar hunner in onze handen latend.<br />
De hoofdmacht der l e colonne was intusschen langs den weg opgerukt<br />
tot kampong Adje. Hier zond de cavalerie bericht, dat zij uit Boeneleh<br />
eenige schoten had gekregen. De colonne-commandant dirigeerde nu<br />
de 2 e compagnie, die de marechausseebezetting in Adje vervangen<br />
had, en de 4= compagnie v/h. 3= bataljon onder den korpscommandant<br />
naar Kroeng-Gloempang vooruit, om verbinding met den onder kapitein<br />
Graafland afgemarcheerden troep te zoeken.<br />
Van onzen ouden post rukten deze beide compagnieen dadelijk in<br />
de richting van het vuur op, door welke beweging de in den rand van<br />
Hoho opgestelde vijanden — die ook door de inmiddels bij Kroeng-<br />
Gloempang in batterij gekomen artillerie bevuurd werden —zich genoopt<br />
voelden in Oostelijke richting af te trekken.<br />
De opmarsch der geheele colonne kon daardoor ongestoord plaats<br />
hebben. Een compagnie van het 6= bataljon bezette Tjot Maraja tot<br />
de 2= colonne daar zou zijn aangekomen, terwijl de 1= compagnie van<br />
dat bataljon te Tjot Sabtoe bleef, om voorloopig de reserve-colonne af<br />
te wachten en, wanneer die tot Kroeng Gloempang zou zijn doorgerukt,<br />
de 1= colonne naar Tjot Sajoen te volgen.<br />
De beide andere compagnieen gingen door naar Tjot Sajoen; de<br />
korpscommandant bleef voorloopig bij onzen ouden post wachten, om later<br />
met de achtergelaten compagnieen ook derwaarts te komen en dan met het<br />
vereenigde bataljon in Zuidelijke richting door Tjot Kajoe te marcheeren.<br />
Daarbij moest verband gehouden worden naar links met het 3 e bataljon<br />
en naar rechts met de 2= colonne, die Oostwaarts van den grooten<br />
weg Paja-Oe-Senelop oprukte.
275<br />
De bevelhebber, die om 6 u. v.m. ter hoogte van de afgebroken<br />
brug ten Oosten van Gendroet was aangekomen, en vandaar den last<br />
tot bezetting der bovenvermelde punten had gegeven, gaf ook de artillerie<br />
bevel, zich bij den ouden post op te stellen en deed dezen door<br />
eene compagnie van het 3= Bataljon bezetten, totdat de reserve-colonne<br />
de bewaking er van op zich zou hebben genomen.<br />
De voorhoede der 2= colonne had bij Tjot Doe den grooten weg<br />
verlaten en was in de richting van Tjot Maraja gemarcheerd, Om 5 u.<br />
15 v.m. was zij reeds voorbij Gani, doch door het stuiten op de 1<br />
colonne ondervond zij veel vertraging en kwam naj twee uur eerst te<br />
Tjot Doe.<br />
De colonne-commandant ontving 6 u. 15 v.m. van het peloton Happe<br />
bericht, dat ongeveer 600 M. ten Z. van Tjot Soeroei eene door 15<br />
a 20 man bezette vijandelijke versterking lag. Hij zond het bericht<br />
door aan den commandant der reserve-colonne, met de aanteekening,<br />
dat het verdrijven van die bende aan haar werd overgelaten.<br />
Ook liet de cavalerie weten, dat zij vuur had gekregen uit eene<br />
vijandelijke versterking op den Tjot Maraja.<br />
De overste van Heutsz deed nu de beide voorhoedecompagnieen van<br />
het 7 e bataljon door de rest van dat korps volgen en gaf den korpscommandant<br />
bevel met het geheele korps in gevechtsformatie, in breed<br />
front en in verband met de 1= colonne Zuidwaarts te rukken over Tjot<br />
Djamboe-West en Hoho naar de Lingkar, met den rechtervleugel aangeleund<br />
aan den weg Kroeng-Gloempang-Senelop.<br />
Tjot Maraja werd intijds door den vijand verlaten. Nauwelijks was<br />
het 7= bataljon echter in den Z. O.-rand van de kampong in stelling<br />
gekomen, of het ontving vuur uit eene benteng tusschen Tjot Maraja<br />
en Bahk Angin.<br />
Ter voorkomingf van verliezen besloot majoor Jacobs onverwijld tot<br />
de vermeestering van die versterking over te gaan. Daarvoor werd de<br />
2= compagnie onder kapitein Scheuer aangewezen. Een enkel salvo,<br />
gevolgd door den stormloop, deed den vijand wijken naar eene tweede<br />
sterkte in kampong Balik Angin, die in denzelfden aanloop genomen<br />
werd. Terwijl die compagnie zich verzamelde, kreeg zij vuur uit het<br />
blokhuis Toei Selimbing. Ten derde male werd geattaqueerd, doch<br />
ook hier hield de vijand geen stand en vlood in de richting van Senelop.<br />
De colonne-commandant, die den stormkreet der aanvallers gehoord<br />
had, spoedde zich vooruit en kwam, gevolgd door het 9= bataljon en de
276<br />
artillerie, ten kwart voor achten op den grooten weg Oostelijk van Tjot<br />
Maraja, waar hij den aanval op laatstgenoemd blokhuis kon waarnemen<br />
Het 7= nam daarna eene stelling in ten N. van de lijn Tjot Senong-<br />
Soemit. Nadat de Chef van den Staf zich overtuigd had, dat de ingenomen<br />
positie uitstekend mocht heeten, besloot de overste van Heutsz<br />
er geen verandering in te brengen en het 9 e bataljon aan te wijzen, om<br />
via Tjot-Djamboe-West en Hoho verbinding met de 1= colonne te zoeken.<br />
Den commandant van het 7= bataljon werd hiervan mededeeling gedaan.<br />
De staf der colonne met de reserve en de artillerie gingen langs den<br />
grooten weg door naar Toei-Selimbing.<br />
Het peloton Happe was in dien tijd voorwaarts van den rechtervleugel<br />
der door de 2= colonne ingenomen stelling gemarcheerd', dus in<br />
de richting van Senelop en meldde ten 8 u, 10 v.m., dat zij niet uit<br />
die plaats, maar wel uit den Noordrand van Aloer Lintang was beschoten,<br />
en om 8 u. 45 v.m., dat de Noord- en Noordoostranden van Aloer-<br />
Lintang, Sban en Lam-Nga sterk bezet waren.<br />
Den batterijcommandant werd nu bevolen eene stelling nabij het 7=<br />
bataljon te kiezen, teneinde den aanval op die plaatsen voor te bereiden.<br />
De voor de 1= colonne eclaireerende cavalerie zond ten half acht<br />
bericht, dat Teupin Bate (1) vrij sterk bezet was, dat de marechaussee zich<br />
in Tjot Sajoen bevond, en dat zij bij den aanval den rechtervleugel van<br />
dat korps zou dekken.<br />
Op dat oogenblik werd van den bevelhebber de last ontvangen<br />
voorloopig niet meer voorwaarts te gaan. Toen 's vijands vuur al te<br />
hinderlijk werd, achtte de colonne-commandant zich echter gerechtigd<br />
van dien last af te wijken, en gaf hij kapitein Graafland last Teupin<br />
Batee aan te vallen.<br />
De afdeeling Dijkstra ging vooruit.<br />
Reeds in den Noordrand der kampong nam de voorste brigade —<br />
sergeant Turpitz — stormenderhand eene kleine benteng en in den Oost<br />
rand eene tweede, waarbij de vijand een viertal dooden liet liggen.<br />
De aanval kostte ons een gewonde marechaussee.<br />
De vluchtelingen namen de wijk naar eene op 500 a 600 M. van<br />
den N. O. kampongrand gelegen groote versterking, waarop de in den<br />
rand in stelling gekomen compagnie repeteergeweren hen met een paar<br />
salvo's ook hieruit verjoeg en naar het gebergte deed vluchten.<br />
(1) Op Kaart 1 : 25000 staat Teping Bate.
277<br />
Voorloopig diende de marechaussee nu halt te houden en door<br />
signalen in Westelijke richting verband te zoeken met het 3= bataljon.<br />
Door verplaatsing van de afdeeling Dijkstra naar den Westrand<br />
van Teupin Batee werd ten 9 u. 15 v.m. het gewenschte verband<br />
verkregen.<br />
Op het signaal „voorwaarts" had de kapitein Graafland met de<br />
compagnie repeteergeweren en de marechaussee langs den Oostrand van<br />
Tjot Loot, Ampe Batee, Lam-Nga-Noord en Zuid naar Lam-Pasei op<br />
te rukken, daarbij middels signalen verband houdend met het 3= bataljon.<br />
Overste Bisschoff riep, toen de reserve-colonne te Kroeng-Gloempang<br />
gearriveerd was, de op die plaats achtergelaten compagnie van het 3=<br />
bataljon met de 4= Bergbatterij op naar Tjot Sajoen, om den marsch<br />
in de bevolen richting te kunnen voortzetten.<br />
De reserve-colonne was ten 5 u. 50 v.m. van Lam-Permai afgemar<br />
cheerd en op haar beurt spoedig op de 2= colonne gestuit.<br />
Het bovenvermelde bericht omtrent de vijandelijke sterkte bij Tjot<br />
Soeroei krijgende, zond de commandant twee compagnieen van het<br />
12= uit, met last door Adje, Tjot Bada en Adje Boeng Mira naar<br />
Lam-Ateuh te marcheeren, de aan te treffen bentengs te nemen en op te<br />
ruimen en vervolgens naar Kroeng-Gloempang op te rukken. Zonder<br />
veel tegenstand te ondervinden kon aan die opdracht voldaan worden.<br />
Op den terugmarsch werd order ontvangen te Adje Boeng Mira een<br />
compagnie achter te laten, die daar moest blijven tot de vivrescolonne<br />
gepasseerd was.<br />
De versterkingen bij Adje werden ten 7 u. 45 v.m. door een com<br />
pagnie van het 14= bataljon bezet, eene tweede compagnie van dat<br />
korps bleef te Gendroet achter. De beide overigen marcheerden door<br />
en namen met een sectie artillerie ten 9 u. v.m. stelling in de oude<br />
versterking Kroeng-Gloempang.<br />
Daar had zich ten 7 u. 45 v.m. reeds de afdeeling van den majoor<br />
Steinmetz, 2 compagnieen van het garnizoensbataljon, eene van het 15=<br />
bataljon met eene sectie artillerie opgesteld. De genietroepen der 1 =<br />
colonne verbeterden de paden op de sawah's naar Tjot Sajoen ten bate<br />
van de artillerie dier colonne, terwijl die van de reserve-colonne te werk<br />
gesteld werden aan eene op 100 M. Zuidelijk van den post in den<br />
weg gelegen brug.
278<br />
Ten 8 u. 40 v.m. zond de bevelhebber aan den commandant der<br />
1= colonne den schriftelijken last om alle kampongs op zijn weg te<br />
verbranden.<br />
De artillerie dier colonne ondervond bij het oversteken van de sawah<br />
naar Tjot Sajoen-Noord bijna onoverkomelijke bezwaren, waarom overste<br />
Bisschoff den kolonel Stemfoort in overweging gaf haar maar aan te<br />
houden. Eer dit verzoek dien chef bereikt had, waren twee sectien<br />
echter bijna over-de sawah en, in de meening, dat het terrein spoedig<br />
beter zou worden, werd geantwoord, dat die beide sectien moesten volgen.<br />
Om 9 u. 30' v.m. waren die artillerie en hare dekking (1 peloton<br />
van het 14 e en 1 peloton van het 3= bataljon) dit zware terreingedeelte<br />
over, en hiervan werd kort daarop den commandant der 1= colonne<br />
bericht gezonden, met last, onmiddellijk te melden, wanneer het verband<br />
met de 2= colonne hersteld zou zijn. Zelf zou de bevelhebber met de<br />
afdeeling Steinmetz, 2 compagnieen van het 12 e en de genietroepen<br />
der reserve doorgaan naar Toei Selimbing.<br />
Het was half elf, toen dit punt bereikt werd. Onder dekking van 1<br />
compagnie van het 12= begonnen de genietroepen nu een 600 M. Zuidwaarts<br />
in den weg gelegen brug te herstellen.<br />
Om 9 u. 55 v.m. had de staf van den commandant der cavalerie<br />
opnieuw de mededeeling ontvangen, dat de artillerie der 1= colonne<br />
bijna onmogelijk in Zuidelijke richting kon oprukken.<br />
Blijkens een tweede, ten 10 u. 5 v.m. ontvangen bericht, lag de<br />
1= colonne nog steeds in Tjot Saloeran en Tjot Kajoe in stelling op<br />
het zware wapen te wachten. Trouwens de escadronscommandant achtte<br />
het terrein zelfs voor de cavalerie te zwaar en deed daarom het peloton<br />
Rosenthal, bij dat van den luitenant Happe aansluiten.<br />
Om 9 u. 50 zond overste Bisschoff ten einde raad de artillerie<br />
toch terug.<br />
Zijne colonne zette twintig minuten later den marsch in Zuidelijke<br />
richting voort, na nog tevergeefs getracht te hebben de verbinding met<br />
het 6= bataljon te herstellen. De weg werd genomen van Teupin Batee<br />
recht Zuidelijk over de Kroeng Lingkar, die daar slechts twee Meter<br />
breed en 0.8 Meter diep is, door vrij begroeid terrein en over de<br />
kampongs Boeng Rempang, Anehngom, Pasar Tjikoko en Kajoe Koenjit.<br />
De 2= colonne was het, die bij den verderen opmarsch overal de<br />
spits afbeet. Om 9 u. 15 v.m. had overste van Heutsz aan den com-
279<br />
mandant van het 7= last gegeven, de sawah te verlaten en in den Noordelijken<br />
rand van Tjot Senong en Soemit stelling te nemen.<br />
Uit het blokhuis Toei Selimbing was in Hoho het 9= bataljon waar<br />
te nemen; een deel van dat korps trok de Kroeng-Lingkar over, blijkbaar<br />
wijl het vuur uit Pasar Hoho kreeg.<br />
Eenigen tijd later berichtte de korpscommandant, dat hij van den<br />
passer was overgestoken naar kampong Tjot Mantjang (1) om verliezen<br />
te voorkomen. Hij kreeg toen order zich in geen geval meer Oostwaarts<br />
te verplaatsen en de 1= colonne overigens in te wachten.<br />
De batterij opende ten 9 u. 40 v.m. haar vuur uit de Zuidelijk van<br />
Selimbing en Oostelijk van den grooten weg gelegen stelling en wel<br />
op vijanden nabij den Noordrand van Aloer Lintang, die vandaar het<br />
7= bataljon beschoten.<br />
Nadat 15 G. en G. K. T. verbruikt waren, verdwenen zij eindelijk.<br />
Om den opmarsch der 1= colonne nu te vergemakkelijken, verwisselde<br />
de batterij van stelling en ging J^ 100 M. meer Oostwaarts, ten einde<br />
uit deze positie vuur te geven op eene bezette vijandelijke versterking<br />
in de richting van Ba* Dilip.<br />
Van 10 u. 35—II u. 30 v.m. werden aldaar 4 G. en 23 G. K. T.<br />
verschoten.<br />
Een bataljon van de 1= colonne, dat afgedwaald was, n.I. het 6=,<br />
kwam ten 10 u. 45 v.m. op den grooten weg ten Noorden van Toei<br />
Selimbing terecht.<br />
De algemeene bevelhebber, van de 1= colonne nog niets bespeurend,<br />
voegde dat bataljon en eene compagnie van het 12= bataljon aan de<br />
2 e colonne toe met last, de offensieve beweging voort te zetten.<br />
Beslist werd nu, dat het 7 e bataljon vooruit zou gaan naar Aloer<br />
Lintang, het 9= in gevechtsformatie en in verband met het 7= naar Lam-<br />
Nga, terwijl het 6= bataljon den linkervleugel zou uitmaken en zich naar<br />
Lam-Oe had te richten.<br />
De 4= compagnie van het 9=, tot dusverre algemeene reserve, kwam<br />
weder ter beschikking van den korpscommandant.<br />
Toen het 6= en 9= bataljon zoover gevorderd waren, dat de artillerie het<br />
vuur moest staken, kreeg haar commandant order, onder dekking der toege-<br />
voegde compagnie van het I 2=, als algemeene reserve de beweging te volgen.<br />
Den commandant der 1= colonne was door den bevelhebber reeds<br />
(1)' Het breede deel der kampong Oost van Pasar Hoho.
280<br />
bevolen, om met de marechaussee en het 3 e bataljon de beweging der<br />
2= colonne te volgen en de linkerflank der gevechtslinie te beveiligen.<br />
Zoo goed mogelijk middels signalen verband houdend in het bedekte<br />
terrein, ging men voorwaarts.<br />
Het 7= bataljon ondervond geen tegenstand.<br />
De middencolonne kreeg aanvankelijk een flink vuur uit eene kleine<br />
kampong ten Z. W. van Ba* Dilip en vervolgens uit Sban en Aloer Oe.<br />
Enkele salvo's en een snel oprukken deden den vijand spoedig wijken.<br />
Het 6= bataljon vond Ba* Dilip reeds door de marechaussee bezet.<br />
Dit korps was nauwelijks de Lingkar gepasseerd, of het stuitte bij Tjot<br />
Lilip al op weerstand. De bezette heuvelrijen werden bestormd en<br />
door de Atjehers ontruimd.<br />
Kapitein Graafland zag zich toen genoodzaakt voorloopig halt te<br />
houden, om de compagnie repeteergeweren in te wachten.<br />
De vijand maakte daarvan gebruik om den troep, uit het begroeid<br />
terrein bij Aneh Ngom flink onder vuur te nemen. Hier sneuvelde dan<br />
ook de Amb. sergeant Lelengbotto en werd een marechaussee gewond.<br />
Na voorbereiding door het vuur der snelladers, attaqueerde de marechaussee<br />
en werden ook deze schutters tot ver ten Oosten van<br />
Aneh Ngom teruggejaagd.<br />
De gevechtstreinen waren inmiddels opgemarcheerd, en nu richtte de<br />
marechaussee zich naar Kajoe Koenjit, dat reeds door eene compagnie<br />
van het 9= bataljon in brand gestoken was.<br />
Dit verlatende, werden zij hevig beschoten uit Prengping, Prengping<br />
blang en de hoogten bij Ba* Dilip. Toen de snelladers er niet dadelijk<br />
in slaagden dat vuur tot zwijgen te brengen, werd op de kampong ten<br />
Zuiden van Kajoe Koenjit en Ba* Dilip gestormd.<br />
De brigades Tiirpitz en Reis vielen de nog bezette vijandelijke sterkte<br />
„Toekoe Rajoet" binnen; de vijand kon zich echter alweer bijtijds uit<br />
de voeten maken.<br />
De genomen posities werden vervolgens door de infanterie bezet.<br />
De vereenigde cavalerie, die zich naar den linkervleugel van de aanvalslinie<br />
had begeven, kwam op dat tijdstip in Ba* Dilip aan (11 u.<br />
45 v.m.).<br />
De 1 e colonne worstelde weer met groote moeilijkheden; het branden<br />
veroorzaakte veel oponthoud, en daarbij was het terrein, dat uit lage en<br />
diepe sawahs of uit door rawahs omgeven heuvels bestond, zoo goed<br />
als onbegaanbaar.
281<br />
Door den voor de 2= colonne vluchtenden vijand, werd zij voortdurend<br />
in front, flanken en soms in den rug beschoten, zoodat onophoudelijk<br />
van de oorspronkelijke marschrichting moest worden afgeweken.<br />
Bij het verdere oprukken bleef de marechaussee tot in Lam-Nga-Noord<br />
op de linkerflank der colonne.<br />
De compagnie Jansen van het 6= bataljon stootte tegenover den Noordrand<br />
van laatstgenoemde kampong op eene door ^t 30 man bezette<br />
vijandelijke benteng, die aan de voorzijde alleen langs een smalle galangan<br />
door het moeras te bereiken was.<br />
Op de galangan waren ten overvloede een drietal bamboe-doeriversperringen<br />
aangebracht. Onder 's vijands vuur werden zij opgeruimd.<br />
Deze wachtte het moment van den aanval alweer niet af, zoodat de<br />
2= luitenant Lamster, die de attaque leidde, in eene verlaten positie<br />
kwam (12 u. 25 n.m.).<br />
Tegen 1 u. n.m. was de geheele linie in de lijn Noordrand-Aloer-<br />
Oe — Lam-Nga en liet de colonne-commandant „voor het geheel halt"<br />
blazen. Ten 1 u. 30 n.m. het verband hersteld zijnde, kregen 6 e en<br />
9 e bataljon opdracht in den Zuidrand der laatstgemelde kampong stelling<br />
te nemen tegenover Lam-Bada — Lam-Pasei, totdat die versterkte kampongs<br />
verder zouden worden aangevallen. De artillerie zou voorbereiden.<br />
Met de reserves der 2 e colonne bevond zij zich bij den Noordrand der<br />
kampong Aloer-Oe, toen de algerreene bevelhebber deed weten, dat<br />
een deel der reserve-colonne met 8 stukken geschut langs den grooten<br />
weg was opgerukt en beschikbaar was om den aanval op Lam-Bada<br />
in te leiden, en het daarom beter was met den aanval te wachten,<br />
totdat die artillerie nabij den Zuidwestrand van Aloer-Oe in batterij<br />
zou gekomen zijn.<br />
Aangezien het 7= bataljon de voorwaartsche beweging reeds begonnen<br />
was, werd de batterij der colonne mede alvast naar den Zuidrand van<br />
Aloer-Oe gebracht, waartoe echter een brug over een twee meter breede,<br />
vrij diepe aloer diende geslagen te worden.<br />
Zoodoende was het half drie, voor het vuur geopend kon worden.<br />
Het 9= bataljon was in zijne laatste stelling in vuurgevecht geweest met<br />
eene bende in Z. O. richting, waarbij o.a. de kapitein M. W. Thyssen<br />
een schot in den arm bekwam. Door salvo's verdreef men dien vijand.<br />
Dat bataljon kreeg verder geen vuur meer. Anders was het gesteld<br />
met het 6 e bataljon, dat al dadelijk in flank en rug werd lastig gevallen.<br />
De volgende, 1= colonne, koos tegenover die schutters stelling, daar-
282<br />
door kwam toen de linkercompagnie van het 6= bataljon op den uitersten<br />
vleugel der gevechtslinie.<br />
Tot in den rand van Lam-Pasei moest die compagnie het dan ook<br />
verder ontgelden; zoowel in front als in de linkerflank werd zij voort<br />
durend bestookt. Toen hij uit een loopgraaf in Tjot Goet beschoten<br />
werd, gaf kapitein Jansen onverwijld last tot stormen en verdreef den<br />
vijand. Juist door dien aanval kwam de compagnie echter weer onder<br />
het vuur van de aan de Atjehrivier gelegen versterking Panteh Karang.<br />
Met de luitenants Dijserinck en Lamster aan het hoofd, wierpen de<br />
Amboineezen zich ook op deze benteng en namen haar.<br />
Het bleek eene zware vierkante aarden redoute van ^h 20 M. face<br />
te zrjn, omringd door een dubbele bamboedoeripagger.<br />
Het geheele 6= bataljon was de vleugelcompagnie ter ondersteuning<br />
gevolgd en vormde aldus een doel voor de in den tegenoverbggenden<br />
rand van Lam-Bada (1) genestelde vijanden.<br />
Op hun beurt werden die lieden weer door de artillerie onder vuur genomen.<br />
Toen het 6 e bataljon zich in Lam-Pasei en den Noordoostrand van<br />
Lam-Bada had vastgezet, begon het artillerievuur echter gevaarlijk voor<br />
den eigen troep te worden.<br />
Bij wijze van waarschuwing deed de korpscommandant een huis in<br />
brand steken en gelijktijdig ..artillerie ophouden met vuren" blazen.<br />
Ook de colonne-commandant had reeds opgemerkt, dat de vijand<br />
voor het 6= bataljon in Westelijke richting week.<br />
Hij deed het signaal „geheel voorwaarts" geven, waarop ook het<br />
9= en 7= bataljon, in verband met elkander, over de vlakte tot den<br />
aanval op den Noordrand van Lam-Bada overgingen.<br />
Alleen tegenover den rechtervleugel van het 7= bataljon hield een<br />
klein getal vijanden stand. Over de hoofden der infanterie heen, steunde<br />
de artillerie den aanval daarop met een paar granaatkartetsen.<br />
Die aanval kostte ons geen verliezen en ten 3 u. 10 n.m. was Lam-<br />
Bada bezet; in afwachting van nadere bevelen echter alleen de Noordrand.<br />
De colonne-commandant gelastte nu alle bataljons door te rukken<br />
naar de Atjehrivier en vandaar weer in breed front en onder het tuch-<br />
tigen van Lam-Bada en Lam-Pasei terug te gaan. Eene compagnie van<br />
het 7=, die zich in Lam-Baroe bevond, moest die kampong op gelijke<br />
wijze voor hare rekening nemen.<br />
(1) Op de Kaart 1 : 25000 staat (Lam-Nga).
283<br />
De algemeene bevelhebber met zijn staf kwamen op dat tijdstip in<br />
Montassik aan. Van den commandant der 1= colonne kreeg hij daar<br />
kennis, dat deze zich in den Noordrand van Lam-Pasei bevond en den<br />
linkervleugel der 2= colonne beschermde.<br />
Zonder verzet van beteekenis en regelmatig ging de terugtocht in zijn<br />
werk ; alleen het 6= bataljon werd nog van de overzijde der rivier beschoten.<br />
Kolonel Stemfoort begaf zich naar de bij Aloer-Oe opgestelde artillerie<br />
en droeg aan den bij zijn staf aanwezigen commandant der bereden<br />
artillerie, de leiding van het vuur der 12 stukken bij den terugtocht op.<br />
Het bleek evenwel niet noodig, dat die batterijen al dadelijk het<br />
vuur openden.<br />
Overeenkomstig de ontvangen orders trok het 6 e bataljon via Lam-Nga,<br />
Sban, Tjot Senong naar de brug bij Toei Selimbing over de Lingkar<br />
en verder naar Kroeng Gloempang; het 9= naar den Zuidrand van<br />
Aloer-Oe, achter de artilleriestelling om naar den grooten weg en verder<br />
ook naar Kroeng Gloempang.<br />
Beide bataljons kwamen daar ten ongeveer 6 u. n.m. aan, zonder<br />
verder iets van een vijand bemerkt te hebben<br />
Het 7 e bataljon had de order, om direct langs den grooten weg terug<br />
te gaan en in Lam Baroe-Noord voorloopig een compagnie tot dekking<br />
in den rug achter te laten, niet in tijds ontvangen en retireerde ongestoord<br />
over de open sawah.<br />
De colonne-commandant veranderde nu zijn bevel en gelastte, dat 2<br />
compagnieen van het 7= den terugtocht langs den grooten weg zouden<br />
dekken, en de beide anderen de artillerie zouden beschermen.<br />
Het 9= bataljon was nauwelijks afgemarcheerd, of in den Noordwestrand<br />
van Lam-Bada verscheen een bende, die een goed doel vormde<br />
voor de artillerie. Een viertal granaten werden er aan besteed, met dat<br />
succes, dat de vijand even snel verdween, als hij gekomen was, en de<br />
batterijen konden opleggen.<br />
Toen er bij de brug over de Kroeng Lam-Raja oponthoud ontstond,<br />
doordien een muildier met stuk naar omlaag tuimelde, namen de Atjehers<br />
de gelegenheid waar en naderden in de sawah achter galangans den troep<br />
zoo dicht, dat zij het 7= bataljon nog eenige gewonden konden bezorgen.<br />
Wij zagen reeds, hoe de eerste colonne op de linkerflank der tweede<br />
ageerde, en hoe een deel dier colonne, toen de vijand uit Tibangpoei
284<br />
de compagnie Jansen hinderde, achter de ten Oosten van Lam-Nga<br />
gelegen heuvels in stelling kwam.<br />
De marechaussee bereikte wijders den Noordrand van Lam-Pasei een<br />
oogenblik voor de compagnie Jansen (2 u. 30 n.m.). Om 3 u. 10 n.m.<br />
was de geheele colonne daar gearriveerd.<br />
Tegen het vuur uit Noordoostelijke richting deed overste Bisschoff<br />
eene op korten afstand van den kampongrand, op een hoogte, gelegen<br />
versterking, door een compagnie van het 3= bezetten.<br />
Een 2= compagnie werd in den Oostrand van Lam-Pasei opgesteld,<br />
om Tjot Goet in bedwang te houden.<br />
Ook zagen wij, dat de colonne-commandant den algemeenen bevelhebber<br />
kennis gaf van zijn aankomst in Lam-Pasei.<br />
In antwoord daarop, kreeg de overste een overzicht van den stand<br />
der zaken bij de 2= colonne en order om in verband met het 6= bataljon<br />
den terugtocht aan te nemen via Paprapa en Aloer-Oe, achter<br />
de artilleriestelling om.<br />
Op dit bericht deed de colonne-commandant ten 4 u. n.m. de marechaussee<br />
met alle zieken en gewonden en wat van den trein gemist<br />
kon worden afmarcheeren.<br />
Te vergeefs zocht men door patrouilles en signalen verbinding met<br />
het 6= bataljon, totdat men het ten 5 u. n.m. op den grooten weg<br />
ontwaarde.<br />
Het 3= bataljon trok, slechts weinig door den vijand verontrust, nu<br />
ook derwaarts. Bij den grooten weg gekomen, kreeg het van den bevelhebber<br />
last twee compagnieen w.o. die met repeteergeweren in stelling<br />
te laten, om het 7= bataljon — zie voren — op te nemen, en daar<br />
achter aan te sluiten.<br />
Om 4 u. 15 n.m. had de kolonel Stemfoort zijn Chef van den Staf<br />
met den gewestelijken intendant naar Kroeng Gloempang gezonden, om<br />
nabij die plaats voor alle troepen bivakruimte te zoeken. Daar en ook<br />
in de kampong Tjot Maraja waren vivres, kookgerei enz. ten 1 1 u. v.m.<br />
onder dekking van het 5= bataljon aangebracht. Ook deswegen bepaalde<br />
men zich tot die plaats.<br />
Het 5= bataljon was onmiddellijk naar Koeta Radja teruggekeerd; de<br />
compagnieen van het 14=, die Adje, en die van het 12=, die Adje<br />
Boeng Mira hadden bezet, waren ten 2 u. 1 5 n.m. te Kroeng Gloem<br />
pang aangekomen.
285<br />
De cavalerie, in het terrein ten O. van den weg, vooral bij den<br />
terugtocht niet meer te gebruiken, was daar mede reeds om 3 u. n m.,<br />
terwijl de bevelhebber de compagnieen van het 12=, die dekking artillerie<br />
hadden, eveneens naar het bivak gezonden had en door eene compagnie<br />
der afdeeling Steinmetz doen vervangen. Op haar beurt kon die de<br />
taak, zooals we zagen, weer aan het 7 e bataljon overdragen.<br />
Den kolonel Stemfoort zelf zien we ten half zeven in het bivak<br />
aankomen, waar intusschen het meerendeel der troepen reeds eene bivakruimte<br />
was aangewezen.<br />
De vijand volgde de achterhoede nog tot Toei Selimbing en verdween<br />
toen in de duisternis. Het werd acht uur, voor de laatste troepenafdeeling<br />
het bivak binnen was.<br />
Het voor dien dag gestelde doel was bereikt, ten koste van 3 gesneuvelden<br />
en 19 gewonden onder welke laatsten een officier. Verschoten<br />
waren 44 G, 29 G. K. T., 19346 Beaumontpatronen en 5926<br />
patronen tot repeteergeweren.<br />
De nacht ging rustig voorbij.<br />
Voor den volgenden dag werden uit Koeta-Radja de volgende troepen<br />
ontboden.<br />
Het 5= bataljon infanterie onder den luitenant-kolonel C. J. Laceulle,<br />
ter sterkte van: 13 officieren en 327 minderen (3 compagnieen);<br />
een sectie van de 1= bergbatterij onder de bevelen van den 1= luite<br />
nant J. C. Stufken;<br />
25 minderen van de genietroepen onder sen Europeesch onderofficier;<br />
een ambulance, sterk: 1 officier van gezondheid en 12 minderen;<br />
vijf mandoers en 90 dwangarbeiders tot het dragen van reservemunitie,<br />
tandoes, brugmaterieel enz.<br />
De bevelhebber, die met zijn staf den nacht binnen de oude ver<br />
sterking had doorgebracht, deed bij het aanbreken van den dag de<br />
colonne-commandanten ©ij zich vereenigen en gaf de volgende bevelen uit:<br />
6 u. 45 v.m. Commandant van Lam-Permai.<br />
„Telefoneer naar Tjot Iri aan overste Laceulle, dat hij om 7 u.<br />
„30 v.m. oprukt naar Tjot Rang en zich daar met de colonne ver-<br />
„eenigt."<br />
7 u. v.m. Commandant der 1= colonne.<br />
„Om 7 u. 30 v.m. afmarcheeren met 3= bataljon infanterie (behalve<br />
„de compagnie repeteergeweren), 6= bataljon infanterie en marechaussee
286<br />
„langs weg Lam-Permai tot Tjot Soegoet en vervolgens in Z. O. richting<br />
„naar Lam-Soet.<br />
..Versterkingen in de lijn boom-Adje-Lam-Soet opruimen.<br />
„Aan de colonne worden toegevoegd twee batterijen bergartillerie van<br />
„twee secties (Schrassert Bert en Nauta).<br />
„Na beeindiging der werkzaamheden terugkeeren naar Koeta-Radja."<br />
Mondeling werd nog medegedeeld, dat het transport onder geleide<br />
van de marechaussee zou terugkeeren en alle zieken, gewonden, vivres,<br />
kookgerei, overcomplete munitie, en wat verder voor de operaties niet<br />
strikt noodig was, zou medenemen.<br />
7 u. 5 v.m. Commandant 2= colonne.<br />
„Marcheer om 7 u. 30 v.m. af met 7 e , 12= en 15= bataljon en twee<br />
„secties artillerie naar Tjot Rang.<br />
„Vereenig u daar met het 5= bataljon.<br />
„Ruk vervolgens op naar Lam-Goet, Tjot Preh (Lam-Preh), Masdjid<br />
„Lepong en naar Kroeng Kali, den vijand uit zijne stellingen Lam-Goet,<br />
„Tjot Preh en Kroeng Kali verdrijvend: vervolgens over Toengkoeb<br />
„en Boekit Karang naar Koeta-Radja.<br />
„Alleen Kroeng Kali en Masdjid Siem verbranden."<br />
Bepaald werd nog,<br />
1= dat de detachementen genietroepen, die den vorigen dag respectievelijk<br />
bij de 1= en 2= colonne waren ingedeeld, daarbij bleven;<br />
2= dat de geheele beschikbare cavalerie — 2'/2 peloton — aan de 2=<br />
colonne werd toegevoegd;<br />
3 e dat het 9= en 14= bataljon met het detachement genietroepen, dat<br />
den vorigen dag tot de reserve-colonne had behoord, gezamenlijk onder<br />
de bevelen van den commandant van het 9= bataljon, den luitenantkolonel<br />
der infanterie J. F. Th. Veeren, werden gesteld en als reserve<br />
de 2= colonne op ^\z 500 M. langs den weg Kroeng Gloempang-<br />
Toengkoeb, zou volgen;<br />
4= dat de ambulancen en gevechtstreinen bleven ingedeeld als den<br />
vorigen dag.<br />
Het duurde geruimen tijd, voor de eerste colonne met den zeer uitgebreiden<br />
transporttrein, kon afmarcheeren. Niet voor 8 u. 30 v.m.<br />
stelde zij zich in beweging.<br />
Bij den grooten boom ter hoogte van kampong Adje splitste men<br />
zich. Het transport, zoomede de beide batterijen, gingen door naar<br />
Lam-Permai, onder geleide van het korps marechaussee; met de infanterie
287<br />
werd in breed front zuidwaarts gemarcheerd (n.l. in colonne-linie, het<br />
6= bataljon op den linkervleugel) via Tjot Soeroei, Adje Boeng Mira,<br />
Tjot Bada, Lam-Ateuh, Tjot Goet naar Lam-Soet, in dier voege, dat<br />
de rechtervleugel, het 3= bataljon, bleef ten oosten van de rij vijandelijke<br />
versterkingen, gelegen in de lijn Adje — Tjot Goet — Lam-Soet.<br />
In de kampongs mocht niet gebrand worden. Alles was verlaten en<br />
vijandelijkheden werden niet ondervonden.<br />
Over de Kroeng Lingkar moesten de genietroepen weer een brug slaan.<br />
Tijdens het opruimen der hutten en huizen in de verschillende bentengs<br />
werd een compagnie van het 3= bataljon in Lam-Soet, een tweede<br />
in Tjot Gloempang (tusschen Lam-Soet en Tjot Goet) en de derde<br />
met de ambulance bij laatstgenoemden heuvel opgesteld.<br />
De 4= compagnie 6= bataljon nam noordwaarts van Lam-Soet stelling,<br />
de andere bleven achter kampong Lam-Oe gedekt.<br />
Nadat ook Lam-Soet in brand was gestoken, trok men in twee afdeelingen<br />
langs de Kroeng Lingkar en langs Loeboek en Lam-Dam over<br />
Siroen naar Lam-Baroe terug.<br />
Slechts een paar schoten vielen op de troepen.<br />
Om 1 u. n.m. was de geheele colonne te Lam-Baroe. Per extratrein<br />
werd zij vandaar naar Koeta-Radja teruggebracht.<br />
De commandant der 2= colonne, de luitenant-kolonel van Heutsz, gaf<br />
ten 7 u. 45 v.m. het volgende marschbevel uit:<br />
„Commandanten 7=, 12= en 15= bataljon, cavalerie, 4= bergbatterij en<br />
..genietroepen:<br />
„Afmarsch over den weg naar Tjot Rang tot Tjot Ba* Tjoe als<br />
„volgt: 12= bataljon, artillerie, 7= en 15= bataljon.<br />
..Genietroepen bij voorhoede en artillerie.<br />
„Voor de indeeling van voorhoede en artillerie zorgt commandant<br />
„van het 12= bataljon. Mogelijk is hoogterand Tjot, kampong Djawa,<br />
„west van Tjot Ba* Tjoe, door vijand bezet. Zoonoodig na voorbe-<br />
„reiding door artillerie zal 12= bataljon die stelling nemen.<br />
„Bevelen volgen dan."<br />
De 1= compagnie 3= bataljon (repeteergeweren) werd ingedeeld bij<br />
het 12= bataljon.<br />
Na de munitie te hebben aangevuld, zette de colonne zich 8 u. v.m.<br />
in beweging.<br />
De cavalerie was een uur vroeger reeds zdfstandig vooruitgezonden<br />
met opdracht voor de colonne te eclaireeren langs den weg Kroeng-
288<br />
Gloempang, Tjot Rang, Lam-Goet, Toengkoeb, Masdjid Siem, Kroeng Kali<br />
en vooral de op en nabij den weg gelegen vijandelijke posities te verkennen.<br />
Tot den ouden post Tjot Rang reed zij door, zonder iets van een<br />
vijand te bespeuren, zoodat de colonne datzelfde traject in marschformatie<br />
kon afleggen.<br />
Oponthoud voor de artillerie leverde een overgang nabij Tjot Ba*<br />
Tjoe op. Het was noodig daar een brug te herstellen.<br />
Van dezen gedwongen halt maakte de colonne-commandant gebruik<br />
om de volgende bevelen uit te vaardigen:<br />
a. Tjot Ba* Tjoe 17-6-'96. 8 u. 45 v.m<br />
No. 13. Aan den commandant van het 12= bataljon infanterie:<br />
„Langzaam in gevechtsformatie in breed front oprukken over Masdjid<br />
„Boeng Tjala naar Tjot Preh (Lam-Preh); Tjot Preh verbranden.<br />
„Daar bericht zenden en verband zoeken met 7= bataljon, dat westwaarts<br />
„van u zal oprukken."<br />
Mondeling werd den commandant van het 12= nog medegedeeld, dat<br />
de artillerie bij de reserve-colonne zou komen.<br />
b. Tjot Ba* Tjoe 17-6-'96. 9 u. 15 v.m.<br />
No. 14. Aan den commandant van het 7= bataljon infanterie.<br />
„Doormarcheeren over Tjot Rang naar hoog terrein zuid van Na<br />
„Reloh, (1) hier in gevechtsformatie oprukken naar Lam-Rebo en verband<br />
„zoeken met het 12= in Tjot Preh. Daarna berichten. Ik blijf bij de<br />
..reserve en artillerie op den weg."<br />
c. Tjot Ba* Tjoe 17-6-96. 9 u. 26 v.m.<br />
No. 1 5. Commandant reserve-colonne.<br />
„Volg met artillerie langs den grooten weg tot Na-Reloh."<br />
De cavalerie, die voortdurend berichten over den te doorloopen weg<br />
had ingezonden, meldde ten 9 u. 12 v.m. uit Tjot Rang — waar zij zich<br />
voorloopig had opgesteld — „dat het 5= bataljon op de heuvels bij Lam-<br />
„Hasan gesignaleerd was, dat door eene patrouille met dien troep ver-<br />
„binding werd gezocht en dat zich een paar gewapende Atjehers over<br />
„de heuvels Jr 600 M. oostelijk van den weg in de richting Lam-Goet<br />
„bewogen."<br />
Terwijl de colonne-commandant zich naar voren begaf om den commandant<br />
van het 5= bataljon van bevelen te voorzien, kreeg hij nog een<br />
aanvullingsbericht omtrent 's vijands sterkte, die op 20 man geschat werd.<br />
(I) West van Lam-Panas (Kaart 1 : 25000).
289<br />
Deze mededeeling werd doorgezonden aan den commandant van het<br />
7= bataljon.<br />
Even voor tien uur, ontmoette overste van Heutsz het 5= bataljon<br />
op den driesprong, oostelijk van Lam-Hasan.<br />
Het 7= bataljon, dat een paar honderd meter achter den colonnecommandant<br />
aankwam, kreeg, evenals dezen, bij de brug N. W. van<br />
Tjot Rang vuur uit het hooge terrein bij Lam-Tjoee. (1)<br />
Eenige salvo's, zoowel door eene sectie van het 7=, als door eene<br />
van het 5= bataljon afgegeven, waren voldoende, om de schutters te<br />
verdrijven.<br />
De commandant van het 5= bataljon kreeg het volgende bevel: 1 7-6-'96<br />
No. 16 10 u. v.m.<br />
„Met uw korps oprukken naar de bezette vijandelijke versterking Lam-<br />
„Goet. Het 7= rukt op naar Lam-Rebo, het 12= naar Tjot Preh (Lam-<br />
„Preh). Verbinding zoeken met 7= bataljon en aan mij berichten."<br />
De cavalerie had bij de verkenning van Lam-Goet een paar schoten<br />
gekregen. Op verzoek van den ritmeester Jhr. de Lannoy was de bij<br />
het 5= bataljon ingedeelde genie aan het werk getogen om de brug<br />
tusschen Tjot Rang en den driesprong te herstellen.<br />
Het 5= ging dadelijk in marschformatie door tot Na-Reloh en vervolgens<br />
in gevechtsformatie met 2 compagnieen in 1= linie. Daarachter<br />
de 3= met de sectie artillerie en de ambulance.<br />
Aanvankelijk vuurden uit Lam-Goet slechts een paar man, daarom<br />
rukte de compagnie Linck op, zonder dat vuur te beantwoorden en bezette<br />
die benteng. De weinige vijanden hadden bijtijds het hazenpad gekozen.<br />
De cavalerie zond van de inname van Lam-Goet bericht aan den<br />
colonne-commandant en meldde tevens, dat zij doorging naar Tjot Praboe<br />
om daar voorloopig te observeeren.<br />
Overste van Heutsz begaf zich nu ook naar Lam-Goet en vernam<br />
daar ten 10 u. 50 v.m., dat de drie korpsen in de aangegeven lijn<br />
Lam-Goet, Lam-Rebo en Tjot Preh verband hadden gekregen.<br />
Aan 7= en 12= bataljon werd nu gelast om in verband met elkaar<br />
over Masdjid Lepong naar Kroeng Kali voort te rukken, langs Lam-<br />
Trieng, Tjot Raja, Sabang en Lam-Aloer-Tjot;<br />
aan het 5= om over Tjoetjoem naar Lam-Oedjoeng en Toengkoeb te gaan.<br />
Reserve en artillerie volgden langs den weg naar Toengkoeb, terwijl<br />
de cavalerie Landoero-oost ging verkennen.<br />
(1) Noord van Lam-Toeha (Kaart 1 : 25000).<br />
19
290<br />
Tjot Preh en Lam-Goet werden in de asch gelegd, en ten II u. 15<br />
v.m. de voorwaartsche beweging aangevangen.<br />
Eerst toen de bataljons ten 1 u. 15 n.m. in de lijn Lam-Aloer —<br />
Lam-Sabang gekomen waren, werd uit noordelijke richting op het 7=, uit<br />
oostelijke op het 12= bataljon gevuurd.<br />
Het laatste bataljon deed den vijand door vuur der repeteergeweren<br />
verdrijven, terwijl het 7= tegen de schutters oprukte, daar deze zich juist<br />
in de marschrichting bevonden.<br />
Een tromplader en een revolver vielen den onzen daarbij in handen.<br />
Voor Masdjid Lepong (I) kreeg het 12= weer vuur.<br />
De korpscommandant deed om den vijand van zijne marschrichting<br />
af te snijden, zijn rechtervleugel snel vooruitkomen; een moeras stuitte<br />
den troep echter in die beweging.<br />
Men was nu genoodzaakt de masdjid over een paar smalle paden<br />
in front te naderen. Niettemin boden de Atjehers geen weerstand,<br />
verlieten hunne positie en verloren in de paja een viertal hunner, die<br />
door onze kogels vielen.<br />
De colonne-commandant was intusschen met de reserve naar Toengkoeb<br />
gemarcheerd en van daar met een compagnie 1 5= en de compagnie Linck<br />
van het 5= bataljon met de sectie artillerie v^an luitenant Stuffken naar<br />
Kroeng Kali doorgerukt (later werd nog een sectie artillerie nagezonden).<br />
In Batoe (2) waren de beide andere compagnieen van majoor Steinmetz<br />
achtergelaten.<br />
Het 5= bataljon, dat zonder iets van den vijand te bemerken, Toengkoeb<br />
bereikte, had onderweg van de cavalerie successievelijk bericht<br />
gekregen van het onbezet zijn van alle in dat terrein aanwezige bentengs<br />
en posities en die zooveel mogelijk verbrand.<br />
In de nabijheid van Masdjid Siem werd de cavalerie ten 12 u. 15<br />
n.m. beschoten.<br />
De ritmeester de Lannoy, bemerkend, dat het bedehuis slechts zwak<br />
bezet was, deed een tiental ruiters afzitten en den vijand met vuur<br />
verdrijven. Deze vluchtte naar Landoero.<br />
De colonne-commandant, hiervan onderncht, beval den commandant<br />
van het 5= bataljon met 2 compagnieen op te rukken naar Landoero<br />
(Midden) en Lam Beheu (3) en daar stelling te nemen, totdat het<br />
(1) Op de Kaart 1 : 25000 staat abusievelijk Lepong.<br />
(2) Zuidwest van Toengkoeb.<br />
(3) Noord van Kroeng-Kali.
291<br />
7= en het 12= bataljon van Kroeng-Kali teruggetrokken zouden zijn.<br />
Met de vroeger vermelde troepen ter hoogte van Masdjid Siem gekomen,<br />
ontwaarde overste van Heutsz, dat de cavalerie reeds door was<br />
naar Kroeng-Kali.<br />
Wetende, dat zich in den oostrand van die kampong eene goede<br />
batterijstelling bevond, waaruit het oostwaarts gelegen terrein beheerscht<br />
kon worden, besloot hij zich eveneens derwaarts te begeven. De cavalerie-commandant<br />
kwam hem in de kampong reeds tegemoet met de<br />
mededeeling, dat deze verlaten was. Het duurde eyenwel niet lang, of<br />
onze ruiters werden in den oostrand uit verschillende punten beschoten.<br />
Gedekt door eene compagnie infanterie, ging de artillerie, na verkenning,<br />
vooruit en kwam in den rand in batterij.<br />
Om 1 u. 45 n.m. opende zij het vuur; de eene sectie op een bezette<br />
loopgraaf achter de Kroeng-Kali, naast de brug, afstand 500 M. en<br />
vervolgens op een heuveltop recht-oost van de batterij — afstand 1300<br />
M. — doel eene vijandelijke versterking, de andere op kleine groepen<br />
Atjehers, op verschillende punten in den zuidrand van het begroeide<br />
terrein opgesteld, en op den oostrand van Lam-Beheu — afstand 700<br />
a 800 M.<br />
Later concentreerden beide sectien haar vuur op een met tal van versterkingen<br />
bekroonden lagen heuvelrug — afstand 1200 M. — en op een meer<br />
westelijk gelegen groote benteng, ook op een heuvel, afstand 1000 M.<br />
Uit de loopgraaf en uit den rand bij Lam-Beheu kreeg de batterij<br />
zelf flink vuur. De 1= luitenant van der Molen werd daarom met eene<br />
sectie naar de Kroeng-Kali gezonden, om de schutters te verdrijven.<br />
Het vuur uit Lam-Beheu hield op, toen de beide compagnieen van<br />
het 5= daar arriveerden, verder bleven alleen uit het bedekte terrein ten<br />
oosten daarvan nog schoten vallcn.<br />
Onze vroegere benteng Kroeng-Kali, aan gene zijde der rivier, was<br />
voor de artillerie niet te zien; volgens de cavalerie was de bezetting<br />
20 a 30 man sterk.<br />
De sectie van der Molen begon met die lieden alras een vuurgevecht.<br />
De brug was grootendeels in orde, alleen ontbraken een paar dekplanken.<br />
Toch passeerde de cavalerie haar niet, maar trok zich, uit meerdere punten<br />
beschoten, op last van den colonne-commandant in Kroeng-Kali terug.<br />
Deze had aan de commandanten van het 12= en 7= bataljon van zijn<br />
aankomst in die kampong kennis gegeven en hen opgedragen, zoo spoedig<br />
mogelijk derwaarts op te komen.
292<br />
Ten 2 u. 45 n.m. verschenen 3 compagnieen aan het 12= en het<br />
7= bataljon op den grooten weg. Het 7= bleef bij Masdjid Siem.<br />
Overste Soeters met zijn troep gingen door naar Kroeng-Kali. De 4=<br />
compagnie van zijn korps en de snelladers waren na het verlaten van<br />
Masdjid Lepong te veel naar het N. O. getrokken en kwamen daardoor<br />
eerst een uur later te voorschijn.<br />
De compagnie Linck ontving order tot den aanval op Kroeng-Kali<br />
over te gaan; die van het 15= moest de beweging volgen en eventueel<br />
steunen. Bleek dit onnoodig, dan had zij de sectie van der Molen in<br />
hare stelling te vervangen.<br />
Aanvankelijk onder dekking van het vuur dezer sectie, die zich echter<br />
later bij hem aansloot, rukte de kapitein Linck langs den weg op,<br />
overschreed de brug, verzamelde aan gene zijde en ging onverwijld tot<br />
den storm over.<br />
Onder vrij hevig vuur uit de benteng, waar de vijand ook nog een<br />
lilla bediende, uit de oostelijke heuvelstellingen en uit enkele posities<br />
in de sawah werd de afstand afgelegd.<br />
In allerijl vluchtte de bezetting in zuidelijke richting over de sawah<br />
en verdween in het begroeide terrein.<br />
Een paar salvo's, nagezonden, bezorgden hen toch nog eenige dooden<br />
en gewonden.<br />
De 2= luitenant Heyligers was, geholpen door den Europeeschen<br />
hoornblazer van Spanje en den Eur. fus. Veeges, No. 31895, het<br />
eerst binnen de versterking.<br />
Deze bestond uit eene vierkante aarden redoute van 15 M. zijde,<br />
met wallen 1.5 M. hoog en 0.75 M. dik, het geheel door eene 4 M,<br />
breede bamboedoeripagger omgeven.<br />
Er was logies in voor + 40 man; behalve de lilla en eenige blanke<br />
wapens, werden er alleen wat levensmiddelen gevonden.<br />
Met den I= n luitenant P. van der Molen waren onzerzijds twee Eur.<br />
fuseliers bij den aanval gewond<br />
Voorloopig bezette de compagnie de benteng, om die alvorens terug<br />
te trekken, zooveel mogelijk te vernielen.<br />
De commandant van het 12 e kreeg inmiddels last, door eene compagnie<br />
de kampongs Kroeng-Kali en Masdjid Siem te doen tuchtigen.<br />
Om 1 u. 50 n.m. het het 5= bataljon weten, dat het terrein den<br />
opmarsch zeer bemoeilijkte, Ten 2 u. had dat half-bataljon Lam-Beheu<br />
echter bereikt.
293<br />
De colonne-commandant verzocht nu overste Laceulle de weinige<br />
schutters, die meer oostwaarts van zijne positie zaten, te verdrijven en<br />
overigens te retireeren, wanneer het signaal „5= bataljon retireeren"<br />
geblazen zou worden.<br />
Op een desbetreffende vraag van laatstgenoemd hoofdofficier werd<br />
4 u. n.m. geantwoord in Lam-Beheu niet te branden en aanvankelijk<br />
terug te gaan tot de kampong Landoero, iets ten N. O. van Masdjid<br />
Siem gelegen.<br />
Zoodra de andere troepen genoemde masdjid voorbij waren, kon ook<br />
het 5= bataljon doormarcheeren naar Toengkoeb, om het kruispunt van<br />
wegen aldaar vrij te houden.<br />
Den commandant van het 7 e was ten 3 u. 55 n.m. aangezegd, op<br />
Boekit-Karang terug te trekken.<br />
Ten 4 u. 15 n.m. maakte de artillerie en de overige troepen, tien<br />
minuten later ook de compagnie Linck, keert. Hoewel deze een weinig<br />
beschoten werd, leed zij geen nadere verliezen.<br />
De commandant van het 12= kreeg bevel over den weg Kroeng-Kali<br />
Toengkoeb-Boekit Karang den terugtocht te dekken en dien van af<br />
Masdjid Siem gelijktijdig te aanvaarden met het half 5= bataljon, dat<br />
uit Landoero door het bedekte terrein tot voorbij den driesprong en<br />
verder naar Lam-Njong zou marcheeren.<br />
De marsch langs den grooten weg werd verder niet bemoeilijkt, en<br />
toen de colonne-commandant ten 4 u. 45 n.m. te Masdjid Siem kwam,<br />
zag hij de Inlandsche compagnie van het 5= bataljon reeds bij het nabijgelegen<br />
Landoero, terwijl eene sectie van de Europeesche compagnie<br />
van dat korps een paar honderd meter meer oostwaarts salvo's in oostelijke<br />
richting afgaf.<br />
Om 5 u. n.m. deboucheerde overste Soeters met de laatste compagnieen<br />
uit Kroeng-Kali, de compagnie van het 15= werd naar Boekit<br />
Karang doorgezonden. Van den vijand bespeurde men overigens niets.<br />
Na den commandant van het 12= er nog aan herinnerd te hebben,<br />
gelijk met het 5= bataljon terug te gaan, begaf de colonne-commandant<br />
zich naar Toengkoeb en deed het 15= bataljon, de artillerie en genietroepen<br />
afmarcheeren. De benteng Batoe was intusschen zooveel mogelijk<br />
geslecht geworden.<br />
De artillerie nam voor Boekit Karang nog eene opname-stelling in,<br />
maar kreeg last in te rukken, toen het 12= bataljon huiswaarts toog op<br />
het moment, dat het 5= Landoero-noord verliet.
294<br />
Die troep maakte zich echter minder snel, dan gewenscht was, uit<br />
het terrein los en trok na Landoero-noord te zijn gepasseerd, niet door<br />
het bedekte terrein naar Toengkoeb, maar stak de sawah over naar den<br />
grooten weg, 300 M. westelijk van Masdjid Siem, waardoor het achter<br />
het 12= kwam.<br />
Hierdoor gaf het den overigens niet talrijken vijand gelegenheid den<br />
troep nog een doode en vier gewonden te bezorgen. Zoowel door het<br />
oponthoud, veroorzaakt door het beantwoorden van s vijands vuur, als<br />
door het verbinden der gewonden, had het retireeren zeer langzaam<br />
plaats, en kwamen die compagnieen eerst ten half zeven bij Toengkoeb<br />
aan. Hier nam het thuisbrengen echter een eind en werd ongestoord<br />
naar Lam-Njong doorgemarcheerd.<br />
Van dezen post en van Boekit Karang werd de troep per stoomtram<br />
naar den kraton teruggebracht.<br />
De verliezen der 2= colonne beliepen: een Inl. fus. gesneuveld, een<br />
officier, zes Europeesche en een Inl. fus. gewond. Laatstgenoemde<br />
bezweek nog aan zijne verwonding.<br />
Bij de batterij hadden twee kanonniers schotwonden bekomen.<br />
Verschoten waren 41 granaten, 31 G. K. T., 700 patronen tot<br />
repeteer- en 10509 tot beaumont-geweren, waarvan 10305 alleen bij<br />
het 5= bataljon.<br />
De reserve-colonne, waarbij de bevelhebber zich met zijnen staf had<br />
aangesloten, marcheerde ten 8 u. 35 v,m. van Kroeng Gloempang in<br />
de aangegeven richting af.<br />
Via Tjot Rang en Tjot Iri gingen kolonel Stemfoort en zijn staf naar<br />
Boekit Karang en vandaar 's middags half twee naar Koeta-Radja, aan<br />
de reserve-colonne het bevel achterlatend, via Toengkoeb ook naar Boekit<br />
Karang te marcheeren.<br />
Zonder vijandelijkheden te hebben ondervonden, kwam deze daar ten<br />
half twee aan.<br />
Kort daarop vernam men, dat de pretendent-sultan den 16= n bij Panteh-<br />
Karang was geweest, maar voor onze troepen gevlucht was.<br />
Berichten omtrent de door den vijand geleden verliezen vonden wij<br />
niet opgeteekend.<br />
De nu volgende dagen kenmerkten zich door de talrijke patrouilles en<br />
hinderlagen op kleine schaal, die van de posten der geconcentreerde
295<br />
linie uitgingen en verkenningen of machtsvertooningen in verschillende<br />
richtingen door de expeditionnaire troepenmacht ondernomen.<br />
Toekoe Oemar trachtte zich van de hem toegebrachte slagen te herstellen,<br />
zou op eene groote chandoeri, door hem in Lepong gegeven,<br />
nieuwe panglima's hebben aangesteld en wijders Allah's zegen over<br />
zijne wapenen hebben afgesmeekt.<br />
Den 20 en Juni maakte de Oeloebalang der III Moekims Daroe, T.<br />
Panglima Bintang, voor het eerst na Oemar's afval, zijne opwachting<br />
bij het bestuur en vroeg, daar hij voor de wraak van Oemar vreesde,<br />
vergunning zich binnen de linie bij zijnen schoonvader, den imam van<br />
Lamara, te mogen vestigen.<br />
Dit verzoek werd niet ingewilligd.<br />
Hij behoorde volgens Zijne Excellentie, den regeeringscommissaris,<br />
te Poenir, dus in zijn moekim te blijven, om zijne onderhoorigen voor<br />
molest te vrijwaren.<br />
Dien dag werd uitgerukt door vier colonnes tot machtsvertoon.<br />
1. Eene colonne onder de bevelen van den majoor der infanterie<br />
D. A. Okhuizen, bestaande uit het 6= en half 7= bataljon infanterie,<br />
2 sectien bergartillerie en 2 pelotons cavalerie, alsmede eene ambulance<br />
en de noodige transportmiddelen. Doel de IV en VI Moekims tot aan<br />
Kroeng-Raba.<br />
De opmarsch dezer colonne had ongestoord plaats. In de bekende<br />
stellingen bij Boekit Seboen werden troepengedeelten achtergelaten, ook<br />
eene sectie artillerie. De andere kwam onder dekking van een peloton<br />
infanterie in den westrand van Tandjong in batterij, vanwaar Gloempang<br />
en Lam-Lon eventueel onder vuur waren te nemen.<br />
Ten 8 u. v.m. kwam het 6= bataljon bij Kroeng-Raba; 2 compagnieen<br />
bleven hier in stelling met opdracht terug te gaan, indien de beide<br />
anderen, die over Lam-Kroet en Lam-Poe-oe naar Lam-Lon zouden<br />
marcheeren, weer in Gloempang waren.<br />
Het hoofd van Loh Nga kwam den colonne-commandant berichten,<br />
dat daags te voren eene bende van -jo. ^0 Atjehers tot Boekit Seboen<br />
was doorgedrongen.<br />
In Lam-Kroet kregen de compagnieen een twintigtal schoten, overigens<br />
ondervonden zij geen weerstand.<br />
Die bij Kroeng-Raba werden tegen 9 u. 's morgens onverwacht door<br />
een vijftigtal Atjehers uit eene positie in de duinen aan gene zijde der<br />
rivier beschoten.
296<br />
Met een paar saUo's beantwoordde men dat vuur, en tegen tien uur<br />
gunde men den vijand het terrein en trok terug.<br />
De troepen te Lam-Poelau waren geruimen tijd door een drietal<br />
Atjehers van den Tjot Boenot geplaagd, en bij het teruggaan der afdeeling<br />
nestelden zich een tiental in Tandjong.<br />
Niettegenstaande dit alles was de colonne ten I u. 1 5 n.m. weer te Lam-<br />
Djamoe verzameld, met geen ander verlies, dan dat van een cavaleriepaard.<br />
Eene patrouille van 10 bajonetten met de noodige dwangarbeiders had<br />
van de gelegenheid geprofiteerd, om in Lam-Pisang en Pasar Oleh-Gli nog<br />
een paar schilderhuizen en de poorten van Oemars woning te verbranden.<br />
II. Het 12= bataljon infanterie onder den luitenant-kolonel G F.<br />
Soeters, met eene sectie artillerie, 4 cavalerie-ordonnansen, eene ambulance<br />
en de noodige transportmiddelen van Lam-Tih naar Lam-Pagger<br />
ondervond niet den minsten tegenstand.<br />
In vele kampongs waren de bewoners aanwezig. Van andere kwamen<br />
de hoofden zich melden en vroegen vergunning de gezinnen uit het<br />
gebergte te mogen halen.<br />
III. Twee compagnieen van het 5= bataljon onder den kapitein J. P.<br />
Linck, met het noodige hospitaalpersoneel van Ketapan II door de III<br />
Moekims Daroe langs den voet van het gebergte naar Lam-Djamoe.<br />
Ook deze troep ondervond geenerlei verzet.<br />
IV. Eene colonne van 3 compagnieen van het 14= bataljon, waaraan<br />
waren toegevoegd eene sectie bergartillerie, 4 cavalerie-ordonnansen, het<br />
noodige hospitaalpersoneel en trein, onder den majoor F. C. Thomson<br />
langs den weg van Lam-Peneroet, Tjot Goee en Lam-Koenjit en door<br />
de aan weerszijden van dien weg gelegen kampongs, voorts door de<br />
kampongs Grot, Lam-Poe-Oe, Lam-Tadoeh, Maneh en Toeram.<br />
Behalve in Tjot Tjigari was overal het volk in de kampongs aan<br />
wezig, en nergens ondervond men vijandelijkheden.<br />
Onder dekking van eene patrouille van 30 bajonetten, werden door<br />
den kapitein der genie W. A. J. T. Zelle met genietroepen de bentengs<br />
Perampoean en Batoe (1) verder geslecht Voor alle eventualiteiten vormde<br />
eene patrouille van 50 bajonetten van Lam-Njong daarbij de reserve.<br />
Lieden van T. Nja Bantah kapten den volgenden dag het terrein<br />
om die bentengs geheel open.<br />
Over het algemeen liet zich de toestand dus vrij gunstig aanzien.<br />
Van den vijand kreeg men intusschen maar weinigen in handen, evenmin<br />
(1) nabij Toengkoeb.
297<br />
van zijne wapens. Een enkel achterlaadgeweer, zooals de hoeloebalang<br />
der IX Moekims weer binnen bracht, scheen te moeten dienen om de<br />
vriendschap te onderhouden.<br />
Thans onder bevel van den luitenant-kolonel C. J. Laceulle maakte<br />
men den 22= n Juni opnieuw eene verkenning naar Kroeng Raba, met<br />
eene colonne bestaande uit: het 5= bataljon infanterie, 2 compagnieen<br />
van het 7=, 2 pelotons cavalerie, 2 sectien bergartillerie, ambulance en<br />
transportmiddelen.<br />
Zes brigades marechaussee onder den 1= n luitenant G. K. Dijkstra<br />
marcheerden gelijktijdig van Ketapan II door den Gle Taroempas naar<br />
de Vallei van Beradin. Aan den westelijken uitgang van dien pas werd<br />
stelling genomen, tot dat de vorengenoemde colonne op haren terugmarsch<br />
ter hoogte van Lam-Pisang gekomen was. Via Lam-Djamoe<br />
keerde die troep naar Koeta-Radja terug.<br />
Ook ditmaal liet de colonne-commandant in de nabijheid van Boekit<br />
Seboen op verschillende punten eene bezetting achter en marcheerde<br />
met een bataljon, eene sectie artillerie en de cavalerie door tot aan de<br />
brug over de Kroeng-Raba, waar de cavalerie met een vrij hevig vuur<br />
van achter de duinenrij werd ontvangen.<br />
Het kostte haar twee gewonde Europeesche cavaleristen.<br />
De colonne-commandant deed de scherpschutters van een der compagnieen<br />
voorkomen en 's vijands vuur door hen tot zwijgen brengen.<br />
Tijdens den terugmarsch wenschte overste Laceulle een paar compagnieen<br />
langs den voet der heuvels oostelijk van den weg te zenden.<br />
Eene cavalerie-patrouille, die den weg derwaarts verkende, stuitte<br />
echter op de ondoorwaadbare Kroeng-Anoe (1). Aangezien er voor de<br />
infanterie evenmin overgangsmiddelen aanwezig waren, bepaalde de<br />
geheele colonne er zich toe den weg Loh Nga-Lam-Djamoe te volgen.<br />
Alleen ter hoogte van Lam-Pisang namen een zestal Atjehers uit het<br />
Westergebergte de colonne onder vuur. Eenige goed gerichte granaten<br />
van de artillerie maakten daaraan evenwel spoedig een einde.<br />
Tegen 12 uur 's middags werden de troepen per extra trein naar<br />
den kraton teruggebracht.<br />
Van de buitenposten was tot dusverre Tjot Goee bezet gebleven.<br />
Vroeger somden wij de voordeelen, die dit punt aanbood reeds op;<br />
de autoriteiten besloten dan ook met den bouw eener semvpermanente<br />
(1) Zuid van Anak-Paja, (Kaart 1 : 20.000).
298<br />
versterking aldaar een begin te maken. Materialen waren in voldoende<br />
voorraad aanwezig.<br />
Bij de verschillende excursies in de richting van Kroeng-Kali was<br />
men er tot dusverre niet in geslaagd den vijand aan het kleed te komen.<br />
Steeds vond hij nog tijd genoeg zich naar den Gle Broee en andere<br />
heuvelstellingen terug te trekken.<br />
Blijkens de, door toedoen van het civiel bestuur, ontvangen berichten,<br />
bestond zijne stelling, die even oostwaarts van onze vroegere benteng<br />
Kroeng-Kali op den Tjot Karieng lag, uit twee gedeelten; het noorde-<br />
lijkste tot de XIII Moekims Toengkoeb, het zuidelijkste tot de III Moekims<br />
Lam-Rebo behoorend.<br />
Algemeen aanvoerder was Teungkoe Id — een uit die streken af-<br />
komstig bendehoofd — eigenlijk Mohamad Said geheeten.<br />
Tot de stelling behoorden de volgende versterkingen:<br />
Koeta Lampoe Taroem.<br />
„ Toei Gloempang.<br />
Gle Broee Siem.<br />
„ Boeng.<br />
Koeta Lampoe Djoeng.<br />
„ Teungkoe Ba* Riwat en een loopgraaf aan den westelijken<br />
voet van den Gle Broee.<br />
De gezamenlijke bezetting bedroeg 200 man.<br />
Het plan was nu gevormd om van twee kanten daartegen op te<br />
rukken.<br />
De eerste colonne zou over zee vervoerd worden naar Ladoeng,<br />
aldaar debarkeeren en in den rug der versterkte posten optreden.<br />
Commandant werd Luitenant-kolonel G. A. Hansen, Chef van den<br />
Staf kapt. G. C. E. van Daalen, Adjudant 1= luitenant W. W.<br />
Onland.<br />
Verder bestond zij uit: het 3= bataljon infanterie ter sterkte van 14<br />
officieren en 417 onderofficieren en minderen, 1 officieren 21 minderen<br />
der genietroepen, eene ambulance onder den off. v. gezondheid 2= klasse<br />
Razoux Kiihr van 12 minderen benevens een trein van 4 mandoers<br />
en 112 dwangarbeiders.<br />
De 2 e colonne moest over Lam-Njong ea Toengkoeb naar Kroeng-<br />
Kali marcheeren en daartoe ten 7 u. v.m. in rendezvous stelling bij<br />
eerstgenoemden post voor den afmarsch gereed staan.
299<br />
De colonne was samengesteld als volgt:<br />
Commandant: Kolonel der Infanterie J. W. Stemfoort.<br />
Chef v/d. Staf: Luitenant-kolonel C. P. J. van Vliet.<br />
Adjudanten: Kapitein-adjunct J. C. Smits.<br />
1= luitenant-adjudant F. J. Kroesen.<br />
Toegevoegd: Commandant der bereden artillerie luit.-kol. W. Boetje.<br />
1= luitenant-adjudant der art. J. B. Doijer.<br />
Infanterie.<br />
6= Bataljon. Commandant: Majoor D. A. Okhuizen.<br />
Sterkte: 15 officieren, 177 Eur. en 145 Amboineesche<br />
minderen.<br />
12= Bataljon. Commandant: Luitenant-kolonel G. F. Soeters.<br />
Sterkte: 20 officieren, 236 Eur. en 271 Inlandsche<br />
minderen.<br />
14= Bataljon. Commandant: Majoor F. C. Thomson.<br />
Sterkte: 15 officieren, 144 Eur. en 328 Inlandsche<br />
minderen.<br />
Cavalerie.<br />
Commandant der 2 pelotons: Ritmeester jhr. L. D. C. de Lannoy.<br />
Sterkte: 3 officieren en 65 ruiters.<br />
Bij elk bataljon voorts 2 bereden ordonnansen.<br />
2= Bergbatterij-2 sectien: Commandant 1= luitenant C. L. G Schrassert-<br />
Bert.<br />
Sterkte: 3 officieren, 36 Eur. en 26 Inl. minderen.<br />
4= Bergbatterij-2 sectien: Commandant-kapitein A. Bangert.<br />
Sterkte: 3 officieren, 35 Eur. en 24 Inl. minderen.<br />
Genietroepen.<br />
Een Detachement: Commandant kapitein W. A. J. F. Zelle.<br />
Sterkte: 21 Eur. en 34 Inl. minderen.<br />
Een Detachement: commandant 1= luitenant A. S. Ruzette.<br />
Sterkte: 1 off., 12 Eur. en 12 Inl. minderen.<br />
Geneeskundige dienst.<br />
Drie ambulances onder de off. van gezondheid 2= kl. P. J. Diephuis<br />
en F. J. Rinders elk 12 man en onder Dr. F. J. Hagen<br />
van 15 man sterk.
300<br />
Trein.<br />
Per compagnie: 1 mandoer en 24 dwangarbeiders voor 6 tandoes en<br />
6 munitiekistjes.<br />
Per batterij: 1 mandoer en 12 dwangarbeiders voor het dragen der<br />
tandoes.<br />
Per ambulance: 1 mandoer en 15 dwangarbeiders voor de verbandmid-<br />
delen enz.<br />
Bij het 1= detachement genietroepen: 2 mandoers en 40 dwangarbeiders.<br />
Bij het 2= detachement genietroepen: I mandoer en 20 dwangarbeiders<br />
voor het dragen der materialen.<br />
Omtrent het terrein, dat de l e colonne te doorschrijden had, was<br />
bekend, dat de colonne van Dompseler in 1877, die nagenoeg even<br />
sterk was, van Ladoeng door het gebergte over den Gle Broee naar<br />
Lam-Baroe Angin zes a zeven uur had noodig gehad.<br />
De colonne Halewijn, die slechts een compagnie sterk was, deed er<br />
in 1879 in omgekeerde richting 9 l /2 uur over -<br />
Majoor van Dompseler noemde den weg een smal en moeilijk begaanbaar<br />
voetpad door het kale en weinig begroeide terrein; de toenmalige<br />
kapitein Halewijn quahficeerde het, de ravijnen buiten beschouwing<br />
latend, als zeer bruikbaar.<br />
In het gebergte werd hier en daar drinkwater aangetroffen.<br />
Den 22 en Juni 's middags 4 uur embarkeerden te Oleh-leh:<br />
Op H. M. Merapi, de staf en een Eur. compagnie met trein;<br />
Op den gouvernementsstoomer Condor, een Amb. comp. met trein;<br />
Op den gouvernementsstoomer Albatros, een Eur. en een Amb.<br />
compagnie met trein, zoomede het detachement genietroepen en de<br />
ambulance der 1= colonne.<br />
Aan boord gaf de colonne-commandant een landings- tevens marsch-<br />
bevel uit, waarin als landingspunt het strand bij kampong Ladoeng werd<br />
aangewezen, en waarbij de luitenant ter zee 1° kl. van den Broek met<br />
de algeheele leiding der landing belast werd.<br />
Het 1= echelon moest ten 3 u. v.m. gereed staan, om in de sloepen<br />
af te dalen.<br />
Elke compagnie zou voorts met tandoes, hospitaalpersoneel en reserve<br />
munitie debarkeeren, terwijl alle troepen van te voren een stevig maal<br />
moesten nuttigen en ontbijt met koffie en thee medencmen.<br />
Ten 10 u. n.m. ging men onder stoom, den volgenden morgen half
301<br />
drie werd voor Ladoeng (1) het anker uitgeworpen en alles in gereedheid<br />
gebracht voor de landing.<br />
Deze had zonder stoornis plaats. Het 1= echelon werd gevormd<br />
door de 1= compagnie en de genietroepen, het 2= door de 2= compagnie<br />
en de ambulance; het 3= en 4= respectievelijk door de 3= en 4= compagnie.<br />
Zooveel mogelijk werd per sloep eene sectie ingescheept.<br />
Na de landing vormden het 1= echelon de voorhoede, doorzocht de<br />
kampong Ladoeng, waarbij een Eur. sergeant en een fuselier gewond<br />
werden door een Atjeher, die zijn verzet met den dood moest boeten,<br />
en zette zich toen zuidwestelijk van de kampong in het heuvelterrein<br />
vast, daarin achtereenvolgens door de overige echelons gevolgd.<br />
De colonne-commandant kwam met de laatste compagnie aan wal.<br />
Overeenkomstig het landingsbevel, werd het landingspunt tot 's mid<br />
dags 4 uur door eene divisie der marine vastgehouden.<br />
Tegen half zeven was de colonne in Ladoeng verzameld.<br />
De beide gewonden werden naar boord gezonden, en de commandant<br />
der landingsdivisie werd verzocht de kampongs goed te doorzoeken, bij<br />
vertrek alles te verbranden en prauwen en vischtuig buit te maken.<br />
De marsch over het gebergte nam onmiddellijk een aanvang.<br />
Slechts hier en daar kwamen steile hellingen voor, die echter voor<br />
afgestegen cavalerie bruikbaar waren.<br />
Het pad, dat nu en dan door kleine bergstroompjes gesneden werd,<br />
liep meest over plateau's en zachtglooiende terreinen.<br />
Geen vijand werd ontmoet en tegen half twaalf de vlakte der XXVI<br />
Moekims bereikt. Men kwam echter niet tegenover de versterkingen<br />
bij den Gle Broee maar oostwaarts van Lambaroe uit.<br />
De colonne-commandant besloot daarom met de helft zijner macht<br />
de heuvels opnieuw te beklimmen, • om in den rug der hoofdstelling<br />
te komen; bij nadere verkenning bleek deze echter reeds door eigen<br />
troepen bezet.<br />
De geheele colonne marcheerde daarop ten 1 u. 45 n.m. over de<br />
brug der Kroeng-Angin en ging, na te Kroeng-Kali gerust te hebben,<br />
door naar Boekit Karang, dat 3 u. 40 n.m. bereikt was. Een goed uur<br />
later was de troep in den kraton terug.<br />
De cavalerie der 2= colonne marcheerde 6 u. 45 v.m. van Lam-Njong<br />
in oostelijke richting verkennend vooruit.<br />
(1) Zie overzichtskaart Groot-Atjeh.
302<br />
De strook, waarin de kampongs Landoero liggen, was het peloton<br />
Happe, die der kampongs Lam-Poe-Oe, Lam-Genoi en Masdjid Siem<br />
aan het peloton Gentil (waarbij de escadronscommandant) toegewezen.<br />
Lam-Oedjoeng werd door eene zelfstandige onderofficierspatrouille<br />
verkend.<br />
Nergens ondervond men tegenstand.<br />
Ten 6 u. 55 v.m. volgde het 6= bataljon het peloton Happe in de<br />
richting van Landoero met het doel door te marcheeren naar de Kroeng-<br />
Kali en daar stelling te nemen, front naar het noorden, totdat nadere<br />
orders zouden worden gegeven.<br />
Het trof bij Pasar Lam-Baroe eene ruime versterking aan, waarin de<br />
bevolking der naburige kampongs (^ 200 mannen, vrouwen en kinderen<br />
met eenig vee) eene schuilplaats had gezocht. De bataljons-coinmandant<br />
deed de vuurwapens naar buiten brengen, liet een peloton ter bewaking<br />
achter, zette zijn marsch voort en had ten 10 u. 45 v.m. zijn plaats<br />
tegenover den rechtervleugel van 's vijands stelling ingenomen.<br />
Het 12= bataljon had 20 minuten later Lam-Njong verlaten. Het<br />
moest via Lam-Poe-Oe en Lepong oostwaarts tot het daar liggend<br />
moeras marcheeren en dan zuidwaarts gaan, zoo mogelijk tot Lam-Blang,<br />
om vervolgens hetzij over Tjot Rang, hetzij over Kroeng-Kali terug te<br />
keeren.<br />
De kampongs op deze marschroute dienden zooveel mogelijk verbrand<br />
te worden, daartoe werden het bataljon een twaalftal minderen der genie<br />
met gereedschappen enz. medegegeven.<br />
Half acht vertrokken het 14= bataljon, de staf, de beide batterijen<br />
en het 2 e detachement genietroepen, te zamen de reserve vormend, van<br />
Lam-Njong.<br />
Het 1= detachement geniesoldaten was onder dekking van 50 bajo<br />
netten, van de bezetting der posten, alreeds vooruitgezonden naar de<br />
Atjehsche versterkingen Batoe en Perampoean, teneinde de zware,<br />
voornamelijk uit levende bamboedoeri bestaande versperring op te ruimen.<br />
Een drietal bereden ordonnansen werden te Lam-Njong achtergelaten<br />
om eventueel, omtrent de te Ladoeng gelande troepen, inkomende be<br />
richten met spoed over te brengen.<br />
Om 7 u. 45 en 8 u. v.m. meldde de cavalerie, dat missigit Toeng<br />
koeb, de oude versterkingen Toengkoeb en Batoe verlaten waren, dat het<br />
hoofd van Lam-Poe-Oe de witte vlag heesch en mededeelde, dat het
303<br />
terrein tot de oude versterking Kroeng-Kali onbezet was, dat zich echter<br />
in de meer oostwaarts gelegen stelling een 50 man onder Teungkoe<br />
Panteh Glima ophielden.<br />
Dat hoofd deed tevens het verzoek vrouwen en kinderen, die zich<br />
naar het gebergte begeven hadden, te mogen doen terugkeeren.<br />
De colonne-commandant gaf nu den commandant der reserve last om,<br />
zoodra de artillerie ter hoogte van masdjid Siem zou gekomen zijn,<br />
daar eene sectie bergartillerie in batterij te doen brengen en overigens<br />
door eene compagnie den zuidwestrand van Kroeng-Kali te doen bezetten.<br />
Aan deze opdracht was ten half negen voldaan.<br />
Tegen 9 uur rapporteerde de cavalerie, dat zij een kwartier te voren,<br />
eenige schoten had gekregen van een zestal vijanden, die de brug over<br />
de Kroeng-Kali vasthielden en een oogenblik later, dat zij ook vijanden<br />
gezien had in de oude versterking op den Tjot Karieng en den oostwaarts<br />
daarvan gelegen heuvel.<br />
Ten einde verrassingen te voorkomen, beval de colonne-commandant,<br />
dat in den zuidoostrand van Kroeng-Kali eene cavalerie-patrouille zou<br />
worden geplaatst en dat de kampong door eene sectie van het 14= bataljon<br />
zou worden doorzocht.<br />
Ten 9 u. 15 v m. verliet de vijand de loopgraaf bij de brug en trok<br />
op den Tjot Karieng terug.<br />
Om 10 u. v.m. deed kolonel Stemfoort eene batterij in den zuidoostrand<br />
van Kroeng-Kali stelling nemen, om onze oude versterking vandaar<br />
te beschieten.<br />
Reeds vijf minuten na het openen van dat vuur zag men de Atjehers<br />
uit die versterking vluchten in de richting van den Gle Pajong; ook<br />
op de onmiddellijk oostwaarts van de brug gelegen heuvel voelden zij<br />
zich niet veilig meer.<br />
Een peloton van het 14 e bataljon bezette nu direct den Tjot Karieng,<br />
terwijl genietroepen aan de herstelling van de brug begonnen. Voor<br />
alle zekerheid groeven zij ook de rivieroevers glooiend af, opdat, bij<br />
eene volgende excursie de cavalerie niet van de brug afhankelijk behoefde<br />
te zijn.<br />
Om 10 u. 47 v.m. konden onze ruiters passeeren en verkenden<br />
verder de oostwaarts gelegen heuvels.<br />
Voor den rechtervleugel van het 6= bataljon, op ^t 500 M., lag<br />
eene verlaten benteng.
304<br />
Juist wilde de bataljons-commandant die door een peloton doen be<br />
zetten, toen eene bende van 15 man, blijkbaar met hetzelfde doel van<br />
het gebergte afdaalde. Enkele salvo's deden hen evenwel uit elkaar<br />
stuiven.<br />
Uit het oostwaarts van Angin Baroe gelegen terrein, bleven enkele<br />
vijanden een onschadelijk vuur op dat korps afgeven.<br />
Ten II u. 15 v.m. kreeg het 14= order om, met achterlating van<br />
een peloton bij Masdjid Siem en een bij de artillerie, op te rukken<br />
naar Kroeng-Kali. Eene der sectien artillerie werd eveneens naar de<br />
brug verplaatst, ten einde zich op de heuvels in te schieten en zoo<br />
noodig de verwacht wordende 1= colonne bij het afdalen van het ge<br />
bergte te steunen.<br />
Nu het bleek, dat er in de Koeta's op den Gle Broee geene of<br />
slechts eene zwakke bezetting lag, werd eene compagnie van het 14=<br />
bataljon met wat genietroepen derwaarts gedirigeerd om de aanwezige<br />
gebouwen aan de vlammen prijs te geven.<br />
Na aan hare opdracht voldaan te hebben, keerde deze compagnie<br />
ten 12 u. 50 n.m. terug, zonder een vijand gezien te hebben.<br />
Even over half twaalf was de 1= colonne reeds door de cavalerie<br />
gesignaleerd. Een uur later meldde haar commandant, dat ook zij geen<br />
tegenstand had ondervonden, dat de marsch hier en daar moeilijkheden<br />
had opgeleverd en dat de onjuiste aanwijzingen van een gids oorzaak<br />
waren, dat de colonne op een verkeerd punt was uitgekomen.<br />
Wij zagen reeds, dat zij verder langs den kortsten weg huiswaarts<br />
keerde.<br />
Nadat de cavalerie de kampong weer bereikt had, gaf de vijand tegen<br />
half twee eindelijk eenige teekenen van leven; hij deed n.l van den Gle<br />
Broee een tiental schoten op het peloton van den Tjot Karieng.<br />
Half drie werden de genietroepen der 2= colonne naar Boekit-Karang<br />
teruggezonden, weldra gevolgd door de beide batterijen.<br />
Ook het 14= kreeg last af te marcheeren, voorloopig echter naar<br />
Masdjid Siem, om daar eene opnamestelling te bezetten voor het 6=<br />
bataljon, dat ten 2 u. 45 n.m. beginnen zou hare stellingen te ontruimen.<br />
Een peloton afgezeten cavalerie bezette de brug over de Kroeng-Kali,<br />
waardoor de infanterie een voorsprong kon nemen.<br />
Zonder resultaat beschoot een vijftal vijanden het teruggaande 6= ba<br />
taljon. Vermoedelijk volgden zij niet, wijl de loopbruggetjes over de<br />
rivier door onze troepen waren weggenomen.
305<br />
Intusschen had het 14= bataljon eene compagnie in stelling gelegd in<br />
den klappertuin noordoostelijk van Lam-Klat, eene in Masdjid Siem en<br />
eene in het noordwaarts gelegen Landoero. De 4= bleef als reserve op<br />
den grooten weg.<br />
De cavalerie ging ten 3 u. 5 n.m. rechtstreeks naar Koeta-Radja.<br />
Nauwelijks waren alle troepen het 14= gepasseerd, of in de richting<br />
van Lam-Beheu werd een vrij hevig vuur gehoord, dat gericht bleek te<br />
zijn op het naar Kroeng-Kali terugtrekkende 12= bataljon.<br />
Het 14= moest nu voorloopig blijven, waar het zich bevond.<br />
Hoe was het 12= echter daar gekomen?<br />
Zooals we reeds opmerkten, hadden de hoofden van Lam-Poe-Oe<br />
en Lam-Genoi zich met een witte vlag bij de cavalerie gemeld, en had<br />
de overste Soeters deswegen hunne kampongs gespaard.<br />
Lam-Oedjoeng en Lam-Gawai werden gedeeltelijk in de asch gelegd;<br />
daar zij evenwel tot hetzelfde complex als Lam-Poe-Oe behoorden,<br />
deed de bataljons-commandant ook dat branden staken.<br />
Lam-Hasan werd evenmin getuchtigd, wel daarentegen Lepong en<br />
Lam-Tebo (of Teubee).<br />
Bij het oversteken van deze kampongs naar Tjot Lam-Me en Karieng<br />
kreeg men van een der tjots vuur. Eene poging om den vijand in den<br />
rug te komen mislukte.<br />
Het door de colonne door te trekken terrein bestond hier v n. uit<br />
rawahs, afgewisseld door heuvels; kampongs werden naar het gebergte<br />
toe weinig aangetroffen.<br />
Eenmaal oostwaarts van Lepong aan den voet van het gebergte gekomen,<br />
marcheerde de troep in zuidelijke richting. Uit het gebergte<br />
vielen nu en dan eenige schoten, waardoor twee Eur. fus. gewond<br />
raakten, een doodelijk.<br />
Een enkele keer beantwoordde men dat vuur.<br />
Zonder Lam-Blang te vinden —de gids wist het ook niet aan te<br />
wijzen —werd aldus tot 2 'uur doorgemarcheerd en toen, om weer verband<br />
met de overige troepen te krijgen, de terugmarsch langs het gebergte<br />
op Kroeng-Kali genomen.<br />
Op dezen marsch werd het bataljon in rug en rechterflank voortdurend<br />
beschoten; het laatste deel van den marsch door de rawahs<br />
was bovendien zeer ^ermoeiend.<br />
Ten 4 u. n.m. bereikte de linkervleugel Kroeng-Kali en werd in<br />
westelijke richting door de kampongs gemarcheerd. De rechtervleugel<br />
20
306<br />
had te veel naar het oosten aangehouden en kwam ook oostwaarts<br />
van de brug op den weg terecht. Hier was het vuur des vijands van<br />
dien aard, dat het ons nog vier gewonden bezorgde.<br />
Aldus was ten 5 uur het geheele bataljon aan den westelijken uitgang<br />
van Kroeng-Kali gekomen en trok het op Lam-Njong terug onder<br />
dekking van het 14= bataljon.<br />
Daar tijdens het wachten op het 12= bataljon de vijandelijke schutters<br />
van verschillende kanten waren komen opdagen, had het 14= bataljon<br />
geen gemakkelijke taak; door echter geregeld afdeelingsgewijze van stelling<br />
tot stelling terug te gaan en van alle dekkingen gebr'uik te maken,<br />
wist men de verliezen tot een lichtgewonde te beperken.<br />
Ten half zeven, bij Batoe, hield 's vijands vuur op. Om 7 uur<br />
kwamen de laatste afdeelingen Lam-Njong binnen. De extra trein<br />
wachtte daar reeds.<br />
Aan munitie was verbruikt 23 granaten, 24 granaatkartetsen en 8784<br />
Beaumontpatronen.<br />
De verliezen beliepen: 1 Eur. fus. gesneuveld, 2 Eur. en 3 Inl. fus.<br />
gewond.<br />
Hoewel aan de opdracht voldaan was, had men den vijand weinig<br />
verliezen kunnen toebrengen. Een tiental tromplaadgeweren vormden<br />
den behaalden buit.<br />
T. Tjoet Toengkoeb en T. Nja Makam hadden zich naar Lam-Tobah<br />
teruggetrokken.<br />
De van de verschillende posten uitgezonden patrouilles, meestal ter<br />
sterkte van 25 bajonetten, bezochten de in de nabijheid gelegen kam<br />
pongs en ruimden — zooals die van Lam-Tih — de versterkingen en ver-<br />
sperringen, die zij aantroffen, op.<br />
T. Radja Itam bracht den 23= n een drietal van Toekoe Oemar tot<br />
hem overgeloopen lieden, afkomstig uit Lam-Tengah, met een beaumont-<br />
geweer en patronen bij het bestuur.<br />
De jeugdige wettige imam van Lam-Nga, T. Abas, en T. Nja Bin-<br />
tang, imam van Hoho, meldden zich te Koeta-Radja.<br />
Laatstgenoemde behoorde tot de hoofden, die te voren nooit met ons<br />
in aanraking waren geweest.<br />
•<br />
De Regeerings-commissaris achtte de toestand in Atjeh zoozeer verbeterd,<br />
dat hij zijne tegenwoordigheid aldaar verder niet noodzakelijk
307<br />
achtte en ook der Regeering deed voorstellen een bataljon infanterie en<br />
eene bergbatterij naar Java terug te roepen.<br />
Het vertrek van Zijne Excellentie werd op den 28= n Juni vastgesteld.<br />
Den 26 en werden tot machtsvertoon en ter verdrijving van eventueel<br />
aan te treffen benden wederom een tweetal colonnes uitgezonden.<br />
De eerste stond onder de bevelen van den luitenant-kolonel der<br />
infanterie E. W. Bisschof van Heemskerk en bestond uit het 9= bataljon<br />
infanterie, 3 compagnieen van het 7= bataljon, 2 sectien bergartillerie,<br />
1 peloton cavalerie en een detachement genietroepen; bovendien 2<br />
ambulances en de noodige transportmiddelen.<br />
De tweede, uit het 5= bataljon infanterie met eene ambulance, onder<br />
den luitenant-kolonel der infanterie C. J. Laceulle.<br />
De colonne Bisschoff had in opdracht, het terrein aan beide zijden<br />
van de Kroeng-Lingkar tusschen Lam-Soet en Senelop af te patrouilleeren.<br />
Zij marcheerde van Lam-Permai naar Adje en vandaar door de<br />
kampongs — de troepen in gevechtsformatie en in onderling verband en<br />
wel het 9= bataljon naar Lam-Soet en het 7= naar Senelop.<br />
Aanvankelijk was Iaatstgenoemde plaats niet bezet, doch later bij den<br />
opmarsch kreeg het 7= daaruit toch eenige schoten, die het een gewonde<br />
bezorgde.<br />
Natuurlijk verdreef men den vijand en vervolgde hem verder met vuur.<br />
De westerfacen der versterkingen Tjot Gloempang en Lam-Soet werden<br />
door de genietroepen zooveel mogelijk geslecht.<br />
Ten 9 u. 45 v.m. kon de terugtocht weer een aanvang nemen; het<br />
7 e bataljon en de cavalerie tot Tjot Goet op den rechter-, de overige<br />
troepen op den linkeroever van de Kroeng-Lingkar.<br />
Bij Iaatstgenoemde Tjot kwa»n het 7= en de cavalerie ook op den<br />
linkeroever. Dit bataljon vormde verder de achterhoede.<br />
Enkele vijanden konden niet nalaten den troep thuis te brengen;<br />
natuurlijk op grooten afstand, brachten zij het 9= bataljon en de genietroepen<br />
elk een gewonde toe.<br />
De 2= colonne marcheerde van Lam-Peneroet via Tjot Goee en Lam-<br />
Koenjit naar Biloel en doorzocht de aan beide zijden van den weg<br />
gelegen kampongs, die bewoond bleken te zijn.<br />
Alleen bij Lehong en Maneh werd vuur ontvangen uit westelijk en<br />
zuidelijk gelegen heuvels, echter van geen beteekenis.<br />
Een flinke regenbui verdreef de schutters.
308<br />
De colonne, die ten 11 u. 15 v.m. te Lam-Peneroet terug was, leed<br />
geen verliezen.<br />
Den volgenden morgen was er voor alle troepen te Koeta-Radja en<br />
Oleh-leh in garnizoen, eene groote parade op het exercitieterrein nabij<br />
Petjoet.<br />
Daaraan namen dus niet minder dan acht bataljons infanterie, het<br />
korps marechaussee, een escadron cavalerie, 2 bergbatterijen, een compagnie<br />
genietroepen en de tot een compagnie vereenigde vestingartillerie<br />
deel.<br />
Zijne Excellentie de Regeerings-commissaris, die den troep inspecteerde,<br />
richtte tot elk der commandanten een woord tot afscheid en<br />
dankte overigens voor hetgeen door alle troepen in het afgeloopen<br />
moeilijke tijdperk gepresteerd was.<br />
Bij commandementsorders werd dien dag, ook op last van den<br />
Legercommandant, aan commandanten van Korpsen en Detachementen<br />
opgedragen hunne ondergeschikte officieren en minderen nadrukkelijk<br />
voor te houden den VII= n titel van het Crimineel Wetboek voor het<br />
krijgsvolk te lande, handelende over geweldenarijen en strooperijen.<br />
Zij, die zich schuldig maakten aan de in dezen titel omschreven<br />
misdrijven, en zij, die door nalatigheid of onachtzaamheid het plegen<br />
dier misdrijven met hadden tegengegaan, zouden naar de gestrengheid<br />
der wet worden gestraft.<br />
Zeer duidelijk moest alien, wien zulks aanging, worden bekend gemaakt,<br />
dat branden alleen mocht plaats hebben, wanneer zulks door de<br />
Chefs werd bevolen, dat rooven en plunderen, het medevoeren van<br />
gevogelte, geiten, schapen, rammen enz. ten strengste verboden was, en<br />
viel onder de artikelen 174, 176, 177, 181 en 184 van het Crimineel<br />
Wetboek.<br />
Zeker een teekenend slot voor het verblijf van den Regserings-<br />
commissaris te Atjeh, wel een bewijs, dat de autoriteiten bewust<br />
waren van de heillooze gevolgen, die de tuchtigingen na zich moesten<br />
sleepen.<br />
Jammer, dat men niet geheel met dat systeem brak, en dat ook de<br />
volgende periode van den krijg zich bleef kenmerken door brandende<br />
kampongs en vernielde voorraden, ook in die streken, waar zulke oor-<br />
logshandelingen nu niet bepaald urgent mochten heeten.
309<br />
Met het nederleggen der functien als Regeerings-commissaris ging het<br />
wederoptreden van een Civiel en Militair Gouverneur gepaard.<br />
Voorloopig was de kolonel Stemfoort als zoodanig aangewezen. De<br />
resident van Langen werd eervol ontheven van zijne tijdelijke functien<br />
van Civiel Bestuurder van het gewest.<br />
Den 28=" Juni vertrokken Zijne Excellentie, de luitenant-generaal<br />
Vetter, en zijn adjudant, de luitenant-kolonel der infanterie J. F. Breijer,<br />
per stoomschip Coen naar Batavia.
£T3<br />
~v<br />
1<br />
310<br />
STAAT aangevend e de stei kt e<br />
/ Subsistentenkader<br />
3= Bataljon.<br />
. . . .<br />
12= id. . . .<br />
14= id. . . .<br />
15= id. . . .<br />
R. H. 4= Escadron<br />
Gewestelijk Artillerie<br />
4= Gomp. Artillerie<br />
(4 e j<br />
Comd'.<br />
Bergbatterij)<br />
6= Comp. Artillerie<br />
) 17= „<br />
*ta<br />
o<br />
2<br />
17<br />
20<br />
20<br />
6<br />
o<br />
u<br />
22= „<br />
Artilleriewerklieden, Cmd<br />
\<br />
.<br />
T<br />
4)<br />
O<br />
311<br />
en hunne legering op den 1 en Januari <strong>1896</strong>.<br />
O<br />
3<br />
31<br />
22<br />
22<br />
2<br />
Mil.Administr<br />
«3<br />
O<br />
3<br />
Geneesk. dienst<br />
«3<br />
O<br />
Bijlage I. (A).<br />
3 To elich tingen.<br />
101<br />
106<br />
Onder de hier opgegeven militairen zijn tengevolge<br />
van verpleging in de hospitalen, vertrek naar<br />
elders ter gageering, pasportcering enz., detacheering<br />
bij de kaderscholen, verwijzing naar den krijgsraad<br />
enz., eenigen niet beschikbaar.<br />
bij het Subsistentenkader: Geene<br />
bij het 3e Bat. 1 off. 36 Eur. en 34 Amb.<br />
„ „ I2e „ 1 off. 26 Eur. en 27 inl.<br />
„ „ I4e „ 3 off. 18 Eur. en 38 inl.<br />
„ „ I5e „ _ 20 Eur. en 21 inl.<br />
„ „ le Garn. Bat. 21 Eur. en 42 inl.<br />
2e „ „ 16 Eur. en 29 inl.
a<br />
CQ<br />
I Transport.<br />
Lamtih .<br />
Lamdjamoe .<br />
Blang<br />
Ketapang Doea.<br />
Edi<br />
Telok-Semawe .<br />
Segli<br />
Poeloe-Bras .<br />
Sabang . . . .<br />
Poeloe-Rajah<br />
Melaboeh. . . .<br />
Tjot-Goe.<br />
Toengkoeb .<br />
Tjot Rang .<br />
Lambarih.<br />
Ana* Galong<br />
Lamsoet . . . .<br />
Kroeng Gloempang<br />
Senelop . . . .<br />
Blang Tjoet.<br />
Biloel<br />
Lamkoenjit .<br />
Koeta-Radja ,<br />
Oleh-leh . ,<br />
312<br />
STAAT aangevende de sterkte der troepen in Atjeh<br />
O<br />
108<br />
1<br />
4<br />
1<br />
4<br />
4<br />
2<br />
4<br />
2<br />
2<br />
2<br />
2<br />
Infanterie. Cavale<br />
3<br />
U]<br />
539<br />
14<br />
32<br />
14<br />
40<br />
39<br />
20<br />
39<br />
26<br />
19<br />
18<br />
19<br />
e<br />
<<br />
354 880<br />
38<br />
89<br />
37<br />
106<br />
104<br />
54<br />
115<br />
49<br />
52<br />
63<br />
53<br />
o<br />
3<br />
O<br />
Artille<br />
86 13 204 120<br />
2 1<br />
7 3<br />
3 2<br />
7 4<br />
11 7<br />
5 2<br />
9 5<br />
3<br />
3<br />
3<br />
Tijdelijke posten buiten de geconcen<br />
17<br />
16<br />
28<br />
18<br />
45<br />
18<br />
22<br />
30<br />
5<br />
52<br />
19 51<br />
13<br />
1<br />
87<br />
7<br />
35<br />
36<br />
50<br />
32<br />
77<br />
32<br />
38<br />
45<br />
10<br />
33<br />
122<br />
12<br />
1<br />
6<br />
5<br />
1<br />
10<br />
3<br />
7<br />
7<br />
3<br />
7<br />
6<br />
3<br />
3<br />
2<br />
4<br />
4<br />
6<br />
1<br />
3<br />
5<br />
1<br />
4<br />
4<br />
Korps-P tarecnaussee.
313<br />
en hunne legering op den 1'" Januari <strong>1896</strong>.<br />
y=<br />
O<br />
( I<br />
Genie.<br />
3<br />
UJ<br />
60<br />
^<br />
24<br />
1<br />
treerde linie.<br />
Mil. Administr. Geneesk dienst<br />
«3<br />
O<br />
IN<br />
3<br />
UJ<br />
.<br />
c<br />
«a<br />
O<br />
H<br />
3<br />
UJ J2<br />
1 5<br />
5<br />
18<br />
104<br />
1<br />
2<br />
112<br />
2<br />
2<br />
2<br />
2<br />
2<br />
2<br />
2<br />
2<br />
Toelichtingen.<br />
Bijlage I. (A).<br />
Door bezettingen van deze posten die periodiek<br />
worden afgelost, worden geleverd, voor wat betreft<br />
Kroeng Gloempang, Senelop, Lambarih en Lamsoet,<br />
door de posten der geconcentreerde linie;<br />
door het 3e Bat. Biloel<br />
,. I2e „ Toengkoeb en Tjot Rang<br />
.. He „ Tjot-Goee" en Lamkoenjit<br />
„ „ I5e „ Ana^ Galong.<br />
De bezetting van het blokhuis Blang Tjoet wordt<br />
geleverd door het detachement Ana v Galong.<br />
wordt getrokken uit:<br />
4 officieren, 14 Eur. onderoff., 6 Amb. onderoff.,<br />
2 Afrik. onderoff., 4 inl. onderoff., 5 Amb. korpl.,<br />
7 inl. korpl., 81 Amb. minderen en 123 inl. minderen<br />
der infanterie.<br />
1
Bij lagelL<br />
Eerste brief van Toekoe Oemar aan den Gouverneur<br />
van Atjeh over de redenen van zijn afval.<br />
Ik geef U HoogedelGestrenge kennis, dat ik aan hetgeen mij door U<br />
gelast is geworden om het landschap Lamkrak tot Loethoe en Releung<br />
te beoorlogen en om hetgeen ik ben overeengekomen om naar gemelde<br />
streken ten oorlog te trekken, niet heb voldaan, omdat ik door den<br />
controleur te Oleh-leh en den hoofddjaksa Mohamad Arief beschaamd<br />
gemaakt ben geworden, zooals hieronder nader zal verduidelijkt<br />
worden.<br />
1°. Heeft de controleur te Oleh-leh mij beschaamd gemaakt door<br />
tegen mijn ouderen broeder (eigenlijk zwager) Toekoe Rajoet, te Lepong<br />
verblijvende, toen hij den controleur te Oleh-leh op zekeren dag zijne<br />
opwachting maakte, boos uit te varen in bijzijn der menigte, en zijne<br />
bezoldiging twee maanden lang aan te houden.<br />
2°. Zijn de imams van Goerah en Lamtengah (VI Moekims) door<br />
den controleur geschopt in bijzijn der menigte.<br />
3°. Heeft de controleur te Oleh-leh mij in een kwaad daglicht ge<br />
steld door aan elken Chinees af te vragen, waar of ik wel schuld had,<br />
zoodat ik mij daarover ten hoogste beschaamd gevoelde.<br />
4°. Heeft de controleur te Oleh-leh in bijzijn der menigte gezegd,<br />
dat T. Nja Mohamad der IX Moekims, mijn oudere broeder, toen hij<br />
te Pakan Badak kwam om UHoogedelGestrenge en anderen heeren<br />
zijne opwachting te maken, wel een karbouw geleek en vervolgens boos<br />
tegen hem uitgevaren.<br />
5°. Is van een echtpaar, dat zich naar Oleh-leh wilde begeven om<br />
koopwaren te verkoopen en onderweg den controleur ontmoette, de man<br />
door hem met een paardenrijzweep geslagen, waardoor diens oog be-<br />
schadigd werd, waarna de controleur afsteeg van zijn paard en den<br />
bewusten man schopte, tot hij in de sawah viel.<br />
6°. Heeft de hoofddjaksa Mohamad Arief mij beschaamd gemaakt<br />
voor notabele lieden.
316<br />
7°. Heeft de hoofddjaksa Mohamad Arief een onderzoek ingesteld<br />
naar de baadjes, die ik liet naaien.<br />
Maar nu de versterkingen te Lamkoenjit, Biloel en Tjot Goee en<br />
andere beoorloogd worden door de Moslims uit de XXII Moekims,<br />
kunt UHoogedelGestrenge hen doen verdrijven door den controleur te<br />
Oleh-leh en den hoofddjaksa Mohamad Arief, omdat ik mij nu eenigen<br />
tijd verpoozen wil, en al wil UHoogedelGestrenge mij slaan, zoo zal<br />
ik toch volstrekt geen weerstand bieden, omdat mijne gevoelens jegens<br />
de Kompeni niet zijn veranderd, en ik hoop onder de schaduw van<br />
's Gouvernementsvlag te blijven, terwijl ik niet van gevoelen ben veranderd<br />
jegens UHoogedelGestrenge, den overste van den staf, den resident<br />
van Langen en den assistent-resident te Koeta-Radja.<br />
Dat, indien UHoogedelGestrenge mij toch gelast het landschap Lamkrak<br />
te beoorlogen, ik dan ten oorlog zal trekken, doch dan verzoek<br />
ik als duidelijk bewijs de handteekening van zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal<br />
te Batavia, die terzake naar waarheid moet overeenkomen<br />
en daarin geene verandering brengen, opdat niet geschiede, zooals<br />
is geschied na mijn werk.<br />
Voorts bevinden zich de door UHoogedelGestrenge verstrekte geweren<br />
in mijne handen en zijn zij niet hier of daar uitgegeven, want ik bewaak<br />
er de VI Moekims mede.<br />
Van het bovenstaande geef ik UHoogedelGestrenge bij deze kennis.<br />
LAMPISANG, 30 Maart <strong>1896</strong>.
Proclamatie. Bijlage III<br />
Aan de hoofden en de bevolking van Atjeh.<br />
Toen ik weinige maanden geleden Atjeh bezocht, vond ik een groot<br />
deel van het land rustig en ik verheugde mij daarin.<br />
In de XXV en XXVI Moekims, in de Moekim Lam Tengah en<br />
Lam Djampoe der XXII herleefde de welvaart onder onze bescherming.<br />
Wij waakten over uw welvaart en uwe bezittingen. Wij beschermden<br />
uw godsdienst en instellingen, want de Koningin der Nederlanden<br />
wenscht het geluk van al Haar onderdanen.<br />
Uitgewekenen keerden terug naar de plaatsen, waar hun voorouders<br />
hunne graven hebben en woonden weder op den grond hunner vaders.<br />
De diende, die de oorlog reeds zooveel jaren lang over Atjeh gebracht<br />
heeft, zou weldra geheel vergeten zijn. De sawah's waren beplant en<br />
hoofden en bevolking werden rijk in bezittingen.<br />
Met verbazing en droefheid zie ik, hoe nu alles veranderd is, en dat<br />
een deel van Atjeh's volk al dat goede heeft weggeworpen, om opnieuw<br />
de rampen van den oorlog over het land te brengen.<br />
Ik weet, wat de oorlog medebrengt, en hoe hij hoofden en bevolking<br />
verarmt en ongelukkig maakt, rusteloos verjaagt van den geboortegrond,<br />
en daarom heb ik nu medelijden met Atjeh.<br />
Ik heb den oorlog medegemaakt, toen de kraton veroverd werd en<br />
de sultan vluchtte en in zijne vlucht stierf, omdat hij naar slechte raadgevers<br />
geluisterd had. Ik heb nog meermalen daarna jaren op Atjeh<br />
doorgebracht en zag met droefheid hoezeer de bevolking was verarmd<br />
en uitgestorven, en hoe de sawah's onbebouwd bleven.<br />
Ik heb Lombok veroverd en het eeuwenoude vorstenhuis onttroond,<br />
omdat onze troepen, die daar vrede brachten, verraderlijk waren overvallen.<br />
Ik heb Mataram op Lombok van de aarde doen verdwijnen en het<br />
groote en sterke Tjakra Negara bedwongen.<br />
Wilt gij die rampen nu opnieuw over Atjeh brengen? Moeten
318<br />
onze soldaten weer met duizenden naar hier komen en met veel kanonnen<br />
en moet weer verwoest worden, wat U gelukkig maakt?<br />
Ik hoop van neen.<br />
Gij kunt dat niet wenschen.<br />
Maar waarom hebt gij dan den vrede verbroken, die begon U zooveel<br />
welvaart te schenken?<br />
Waar mijne troepen geen tegenstand ondervinden, behoeft niemand<br />
bevreesd te zijn voor aanranding van leven, eigendommen en bezittingen,<br />
doch, waar ik tegenstand ondervind, zal ik dien breken, zoodat gij het<br />
in uw hand hebt voor de rampen van den oorlog gespaard te worden.<br />
Geef daarom geen gehoor aan slechte raadgevers, die zelf zich uit<br />
de voeten zullen weten te maken en u zeker niet tegen mijnen toorn<br />
zullen kunnen beschermen.<br />
De Luitenant-Generaal, Commandant van het Leger, Commandeur der<br />
Militaire Willemsorde, Ridder van den Nederlandschen Leeuw, Regeerings-commissaris<br />
voor Atjeh en Onderhoorigheden.<br />
(w.g.) VETTER.
Bijlage IV.<br />
Tweede brief van Toekoe Oemar aan den Gouverneur<br />
van Atjeh over de redenen van zijn afval.<br />
Met groete en alien eerbied van mij, genaamd Toekoe Djohan Paha-<br />
lawan, Panglima Prang besar van het Gouvernement in het rijk van<br />
Atjeh, thans verblijf houdende in de kampong Lampisang.<br />
Aan den HoogedelGestrengen Heer Gouverneur over Atjeh, die<br />
versierd is met den Nederlandschen Leeuw, de Militaire Willemsorde<br />
en het bestuur voert over het rijk van Atjeh en zijne onderhoorigheden<br />
en verblijf houdt te Koeta-Radja en aan den overste van den staf en<br />
Zijn HoogedelGestrenge, den resident van Langen, en Zijn Weledel<br />
Gestrenge, den assistent-resident, alien verblijf houdende te Koeta-Radja.<br />
Voorts geef ik aan UHoogedelGestrenge kennis, dat er schijnbaar<br />
onzekerheid heerscht en ik volstrekt niet in mijne gevoelens jegens<br />
U HoogedelGestrenge ben veranderd en eveneens geenszins het Gou<br />
vernement verloochend heb, doch ik indachtig ben aan mijne betrekking<br />
en het weldadige dienstbetoon om den wil van het Gouvernement te<br />
volgen.<br />
Ik heb de Moslimin beoorloogd in de XXV, XXII en XXVI Moe<br />
kims en vden mijner onderhoorigen zijn daarbij ongeschikt geworden<br />
(tot arbeid), ongelukkiglijk vermoord en gesneuveld, doch ik heb toch<br />
mijne taak vervolgd, omdat ik mijne hoop gevestigd had op het Gou<br />
vernement en door de hulp van U HoogedelGestrenge was het voeg-<br />
zaam geweest, dat ik een teeken van goedkeuring van het Gouvernement<br />
had verkregen.<br />
In mijne hoop werd ik teleurgesteld door het aanhooren van onvoeg-<br />
zame woorden (te weten: dat hem te kennen werd gegeven hij nimmer<br />
behoefde te rekenen op eene koninklijke onderscheiding), daarom werd<br />
mijn gemoed met grooten kommer vervuld, doch geenszins om eenige<br />
andere reden, want noch de controleur te Oleh-leh, noch de hoofd<br />
djaksa te Koeta-Radja hebben eenige schuld tegenover mij, doch mijn<br />
gemoed is van kommer vervuld jegens U HoogedelGestrenge en waagde
320<br />
ik 't niet daarvan mededeeling te doen, omdat UHoogedelGestrenge<br />
door mij beschouwd wordt als mijn vader.<br />
En voorts deel ik U HoogedelGestrenge mede, dat, ofschoon ik in<br />
onzekerheid verkeer, ik toch niet van gezindheid veranderd ben jegens<br />
UHoogedelGestrenge en ik ook geenszins voornemens ben het Gouvernement<br />
te bestrijden, omdat ik hoop mij onder de schaduw van 's Gouvernements<br />
vlag te stellen.<br />
Maar, indien ik eenigen dienst onder 's Gouvernements banier bewijs,<br />
dan verwacht ik ook daarvoor eenig teeken van goedkeuring en waardeering<br />
van Hare Majesteit de Koningin van Holland en de onderteekening<br />
van de Ministers der Regeering en die van Zijne Excellentie<br />
den Gouverneur-Generaal te Batavia en die van den Gouverneur over<br />
Atjeh, als bewijs, dat het Gouvernement jegens mij niet van gezindheid<br />
is veranderd en mij noch verdenkt, noch wantrouwt. Doch thans koester<br />
ik verdenking en wantrouwen wegens de onzekerheid van het mij mede<br />
gedeelde. Want, indien ik verkrijg, wat ik wensch en het Gouvernement<br />
en U HoogedelGestrenge inderdaad niet jegens mij van gezindheid zijn<br />
veranderd, dan koester ik ook geen wantrouwen meer jegens UHoogedelGestrenge<br />
en het Gouvernement.<br />
Wat mijne beloften betreft om de landstreek Lamkrak te beoorlogen,<br />
daaromtrent ben ik volstrekt niet veranderd.<br />
Ten bewijze, dat ik mijn vertrouwen in het Gouvernement niet heb<br />
laten varen, moge di;nen, dat als UHoogedelGestrenge voornemens zijt<br />
vivres aan de bezettingen op de posten te brengen in de XXVI Moekims,<br />
ik dan hoop UHoogedelGestrenge mij daarvan kennis geve, opdat ik<br />
er over kunne waken, dat de Moslimin geene strikken spannen en de<br />
vivres op de posten aankomen.<br />
Indien het Gouvernement in Atjeh rust en vrede wenscht te hebben,<br />
dan moet het I 50 duizend gulden 's maands betalen om de bezoldiging,<br />
de vivres en de Weeding mijner soldaten te betalen, waarvoor ik borg<br />
sta. Ik sta er dan voor in, dat het land in Atjeh in rust en vrede<br />
verkeert, gelijk alle overige landen, waar het Gouvernement gevestigd<br />
is op het eiland Java, van Troemon tot den hoek van Perlak. Ik zal<br />
de vijanden van de Kompeni bestrijden, waar zij zich in het land van<br />
Atjeh mochten vertoonen, doch de oeleebalangs mogen zich niet in oorlogszaken<br />
mengen, opdat aantijgingen en laster geen wortel schieten.<br />
Indien er zich vijanden van 't Gouvernement voordoen, zal ik die<br />
bestrijden met al mijn vermogen,
321<br />
Doch wat de roovers aangaat, daarvoor moeten de oeleebalangs<br />
instaan in hun landschap. Op dusdanige wijze kan het Gouvernement<br />
rustig gevestigd blijven en doen wat het verkiest ten goede, opdat de<br />
ingezetenen vredig hunne welvaart kunnen zoeken in 't land van Atjeh.<br />
Over de geweren, die UHoogedelGestrenge mij heeft gegeven, behoeft<br />
Gij U niet ongerust te maken. Ze zullen noch bederven, noch slecht<br />
worden, noch links of rechts verslingeren, al had UHoogedelGestrenge<br />
er mij 1000 of 2000 gegeven. Wees niet bevreesd, want ik wil in 't<br />
geheel niet de Kompeni bestrijden. Nu, wil UHoogedelGestrenge de<br />
posten van vivres voorzien, ik kan de Moslimin bewaken, die dat zouden<br />
willen verhinderen (lastig maken), doch met U HoogedelGestrenge's<br />
medewerking in alle opzichten.<br />
Wat de vivres en welke goederen ook aangaat, die kan ik in de<br />
bentings ontvangen, zooals in de benting te Ana* Galong. Doch, ingeval<br />
mijne wapens tekort schieten, moet U mij helpen, en indien mijne<br />
patronen tekort schieten moet ik die in de bentings kunnen inwisselen.<br />
Voor 't geval er vele Moslimin zijn, kan ook de Kedjoeroean van Lhong<br />
komen, dien ik roepen zal, opdat welk werk ook spoedig geschiede.<br />
Ik zal U mijne opwachting niet maken, alvorens het land van Selimoen<br />
verkregen is. Indien U HoogedelGestrenge omtrent het een of ander<br />
met mij wenscht te spreken, dan zal ik iemand van mijnentwege tot U<br />
zenden, wien gij mededeelen kunt, wat gij mij wilt zeggen.<br />
Eindelijk hoop ik, dat U niet van Atjeh zult vertrekken naar een<br />
ander land, alsvorens gij het land in rust en vrede hebt aanschouwd.<br />
En wat mij betreft, zoo moet het Gouvernement mij niet elders overplaatsen,<br />
indien het mijn wensch niet is, en verzoek ik het Gouvernement,<br />
dat, indien ik sterf, mijn zoon als mijn vervanger zal optreden en het<br />
Gouvernement hem zal verheffen tot Panglima Prang in het land van<br />
Atjeh.<br />
Dit zij ter kennisse van UHoogedelGestrenge gebracht en teeken ik<br />
mij eerbiedig (met den tjap).<br />
LAMPISANG, 29 Sawal 1313 (12 April <strong>1896</strong>).<br />
21
B ij 1 a g e V.<br />
Derde brief van T. Djohan (Oemar) te Lampisang aan<br />
den Wd. Gouverneur te Koeta-Radja.<br />
Voorts geef ik U HoogedelGestrenge kennis, dat ik volstrekt niet van<br />
gezindheid ben veranderd jegens het Gouvernement en UHoogedel<br />
Gestrenge.<br />
In waarachtig vertrouwen stel ik mij onder de schaduw van 's Gou-<br />
vernements vlag en hoop ik met uwe hulp van het Gouvernement in<br />
de eerste plaats te verkrijgen een teeken van goedkeuring, te weten een<br />
kruis voor mijne verrichte werkzaamheden in den oorlog met de XXVI<br />
Moekims.<br />
De HoogedelGestrenge Heer Deijkerhoff is met mij overeengekomen<br />
om mij te geven een kruis, een onderscheidingsteeken, en indien ik dat<br />
kruis niet krijg, ben ik zeer beschaamd. 6<br />
Nog breng ik onder de aandacht van U HoogedelGestrenge, dat ik<br />
eene geteekende verklaring verzoek, dat het Nederlandsche Gouvernement<br />
jegens mij niet van gezindheid veranderd is en die overeenkomst met<br />
mij verzoek ik, dat gesteld worde op naam van Hare Majesteit de<br />
Koningin der Nederlanden en onderteekend door Zijne Excellentie den<br />
Gouverneur-Generaal te Batavia en door den Gouverneur over Atjeh<br />
en onder getuigenis van de Europeesche vorsten, die daarvoor in aan-<br />
merking komen, die door middel hunner consuls kunnen onderteekenen,<br />
opdat mijn gemoed krachtig en tevreden zij en mijn gemoed geen twijfel<br />
en achterdocht koestere en ik persoonlijk onder 's Gouvernements vlag<br />
gesteld zij, want thans is mijn gemoed door laster vervuld van twijfel<br />
en achterdocht. De radja's en oeleebalangs in het Atjehsche rijk ver-<br />
wekken thans veel beroering en verwarring in het land en door hen<br />
is de laster op mij nedergekomen en heb ik een verachtelijken naam<br />
gekregen. Volstrekt meng ik mij niet in de zaken der radja's en<br />
oeleebalangs in de XXII of XXVI of IX Moekims en ik blijf in de<br />
landstreek der VI Moekims, kampong Lampisang, omdat ik den laster<br />
vrees.
323<br />
Voorts breng ik eerbiedig ter kennisse, dat ik blijf Panglima Prang<br />
van het Gouvernement in het rijk van Atjeh en zijne onderhoorigheden<br />
en ik er voor insta, de oorlogszaken uit te maken. Atjeh kan dan tot<br />
rust komen, en dan zal ik het in handen van het Gouvernement<br />
overgeven.<br />
Ik vraag daarvoor / 150.000 's maands om mijne krijgers te bezoldigen,<br />
doch, zoolang de oorlog nog niet geeindigd is, moet het Gouvernement<br />
voor het oorlogsmaterieel en de vivres naar billijkheid instaan,<br />
terwijl, indien mijne krijgers sneuvelen in den oorlog, het Gouvernement<br />
mede volgens billijkheid betaalt, maar niets behoeft uit te keeren in<br />
geval van verwonding.<br />
Daar, waar de oorlog geeindigd is, geef ik het land in handen van<br />
de Kompeni over. Ingeval van beroering sta ik er voor in.<br />
Het Gouvernement kan bentengs oprichten, waar het denkt, dat zij<br />
van nut zijn, en ik verbind mij te bewaken de blokhuizen, waar het<br />
Gouvernement ze wenscht op te richten, opdat de Kompeni in rust en<br />
vrede blijve. Maar de radja's of oeleebalangs mogen zich niet mengen<br />
in de oorlogszaken en de Kompeni kan dan ten uitvoer leggen, wat<br />
zij nuttig en goed oordeelt ten bate van het Gouvernement en de onderdanen<br />
in het land.<br />
En in geval men in de kampongs twist verwekt, moet de Kompeni<br />
zich zoo mogelijk daarmede niet bemoeien. Indien echter een Atjeher<br />
zich schuldig maakt aan overtreding jegens de Kompeni, dan kan het<br />
Gouvernement hem veroordeelen volgens zijne wetten.<br />
Het bovenstaande breng ik eerbiedig ter kennisse van UHoogedel<br />
Gestrenge.<br />
Omtrent andere zaken kunt U bij Soetan Ali 1) informeeren, opdat<br />
zij U duidelijk worden en wat Soetan Ali U mededeelt, kunt U beschouwen<br />
als door mij te zijn medegedeeld, omdat met mijn toestemming<br />
Soetan Ali U alles zal zeggen.<br />
Dit diene ter kennisse van U HoogedelGestrenge. Geschreven op den<br />
ll=" dag der maand Dzoelkaidah 1313 (23 April <strong>1896</strong>).<br />
1) Toekoe Oemars krani (secretaris).<br />
Voor eensluidend afschrift:<br />
De Secretaris,<br />
(w.g.) UDO HAES.
Bijlage VI.<br />
A-f s c h r i f t. EXTRACT uit het Register der<br />
Besluiten van den waar<br />
nemend Gouverneur van<br />
No. 159/11. Atjeh en Onderhoorigheden.<br />
KOTA-RADJA, den 26 April <strong>1896</strong>.<br />
De waarnemend Gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden.<br />
Gelezen het Gouvernementsbesluit de dato 5 September 1893, No. 1<br />
geheim, waarbij machtiging werd verleend om Toekoe Oemar onder den<br />
naam van Toekoe Djohan PahalaWan aan te stellen tot Panglima Prang<br />
Besar van het Gouvernement van Nederlandsch-Indie, en de daarop<br />
gevolgde eedsaflegging en acte van bevestiging, dd° 30 September 1893,<br />
alsmede dat van den 19 en Januari <strong>1896</strong>, No. 9, waarbij diezelfde<br />
persoon is benoemd tot hoeloebalang van het landschap Lepong (Groot-<br />
Atjeh).<br />
Gelet op het aan Zijne Excellentie den Regeeringscommissaris voor<br />
de Atjehsche zaken Luitenant-Generaal Vetter verzonden Regeerings-<br />
telegram van heden No. 409, waarbij wordt te kennen gegeven, dat<br />
Toekoe Oemar voornoemd in beide bovengenoemde ambten dient ont-<br />
slagen te worden alvorens tot eene actie tegen hem, wegens het verlaten<br />
onzer zijde en daarop gevolgde vijandige houding tegenover ons gezag,<br />
over te gaan.<br />
Overwegende dat Toekoe Djohan PahalaWan, niettegenstaande hij den<br />
eed van trouw aan het Gouvernement heeft gezworen op den 30 en<br />
September 1893, in de laatste dagen van Maart 1 896 onze zijde verlaten<br />
en eene vijandige houding tegenover dat Gouvernement heeft aangenomen,<br />
blijkbaar uit het met teruggeven van hem voor een bepaald doeleinde<br />
verstrekte geweren en ammunitie en het opwerpen van verschansingen en<br />
versterkingen tegenover onzen post te Lam-Djamoe, alsmede uit het feit<br />
dat verscheidene zijner volgelingen zich hebben aangesloten bij de partij<br />
van verzet.<br />
Overwegende dat de Regeerings-commissaris zijn voornemen heeft<br />
te kennen gegeven om de operation tegen Toekoe Oemar voornoemd<br />
te beginnen.
325<br />
Heeft besloten.<br />
Te ontslaan als Panglima Prang Besar van het Gouvernement en als<br />
hoeloebalang van Lepong<br />
Toekoe Djohan PahalaWan,<br />
met de bepaling hij voortaan in alle officieele bescheiden weder zal<br />
worden aangeduid met den naam Toekoe Oemar.<br />
Afschrift enz.<br />
Accordeert met voorschreven Register.<br />
De Secretaris,<br />
(w.g.) UDO DE HAES
Afschrift.<br />
Proclamatie.<br />
i lj 1 a g e VII.<br />
De Luitenant-Generaai J. A. Vetter, Commandant van het Nederlandsch-Indisch<br />
leger, Commandeur der Militaire Willemsorde, Ridder<br />
van den Nederlandschen Leeuw, Regeerings-commissaris voor Atjeh en<br />
Onderhoorigheden.<br />
Geeft te kennen aan de hoofden en het volk van de 3 sagi in Groot-<br />
Atjeh, dat hij thans gedwongen is den oorlog te gaan voeren tegen T.<br />
Oemar Melaboeh en zijn aanhang, omdat T. Oemar het Nederlandsch-<br />
Indisch Gouvernement verraden heeft, vijandelijkheden tegen ons pleegt<br />
en de rustige bevolking daarin meegesleept heeft.<br />
T. Oemar, die reeds bijna 3 jaren de Compagnie voor geld diende<br />
en eigen landgenooten bestreed, heeft mij nu weer herhaaldelijk aangeboden<br />
geheel Atjeh voor mij te bestrijden tegen grof geld, maar ik heb<br />
hem dat geweigerd.<br />
Want het Nederlandsch-Indisch Gouvernement wil niet te doen hebben<br />
met zulk een persoon, die door niemand kan vertrouwd worden en die<br />
iedereen verraadt.<br />
Daarom bestrijd ik hem en zijn aanhang, maar geenszins de bewoners<br />
der VI en IV Moekims, als zij geen vijandelijkheden plegen.<br />
KOTA-RADJA, 27 April <strong>1896</strong>.<br />
(w.g.) VETTER.
US<br />
* <<br />
U<br />
O<br />
JU 1<br />
I<br />
.a <<br />
o /<br />
328<br />
STAAT aangevende de sterkte der troepen in Atjeh<br />
o<br />
Infanterie.<br />
|M<br />
3<br />
&<br />
<<br />
1 Subsiste<br />
3= Bat.<br />
5=<br />
6=<br />
7=<br />
9=<br />
12=<br />
14=<br />
15=<br />
R. H. A<br />
Gew. A<br />
4= com<br />
6= „<br />
17= „<br />
18= „<br />
22<br />
1<br />
e ntenkader<br />
iljon Infa nt<br />
= Escadr >n<br />
rt. Comn ia<br />
p. Art. (' l<br />
.. (1<br />
„ i» *<br />
Artillerie werkliede<br />
Gew G eniediens<br />
Genie<br />
Genie werkliede<br />
Gew. In tendance<br />
Adminis tratie var<br />
zoen en de tro<br />
Geneesk<br />
5e comp . Artiller<br />
1= Gar nizoensba<br />
| 15= Bat; iljon Infa<br />
1 7= com p. Artille<br />
Militaire Adminis<br />
Geneesk<br />
Lam Ti l<br />
Lam Dj amoe<br />
Belang<br />
Ketapan I Doea<br />
e<br />
erie<br />
id<<br />
Be rgbatt.^<br />
e Be<br />
n, CO<br />
del garniep<br />
en<br />
e,<br />
tal jon<br />
nt •in<br />
ru<br />
tn tie<br />
*i 5 « .<br />
i ( i ~a c<br />
S m o<br />
L } c 2 15 1 3<br />
2 2 3 77 351<br />
1 8 3 03 2 38<br />
2 0 3 39 254<br />
1 7 3 37 2 29<br />
1 7 3 66 3 14<br />
2 3<br />
2 5<br />
3 50<br />
2 16<br />
3 59<br />
4 46<br />
7 1 47<br />
2<br />
7<br />
6 7<br />
2 1<br />
9 0<br />
2 44<br />
»<br />
o £<br />
2<br />
4<br />
2<br />
4<br />
2 6<br />
5 1<br />
2 2<br />
5 1<br />
4 1<br />
9 9<br />
3<br />
1 15<br />
_c<br />
Cavalerie.<br />
O<br />
5<br />
i*<br />
3<br />
UJ<br />
171<br />
o<br />
1<br />
A 4<br />
1<br />
5<br />
1<br />
1<br />
Artillerie.<br />
i*<br />
3<br />
UJ<br />
84<br />
33<br />
31<br />
64<br />
27<br />
14<br />
70<br />
*4<br />
6<br />
37<br />
6<br />
7<br />
J3<br />
71<br />
13<br />
15<br />
41<br />
21<br />
2<br />
44<br />
2<br />
5<br />
6<br />
4<br />
6<br />
t
329<br />
en hunne legering op den 1 en Juni <strong>1896</strong>.<br />
O<br />
3<br />
UJ<br />
5<br />
4 75<br />
29<br />
82<br />
2<br />
Mil. Adm<br />
O<br />
12<br />
3<br />
UJ<br />
Geneesk. dienst,<br />
O<br />
3<br />
UJ<br />
25 130 124<br />
To elichtingen.<br />
Bijlage VIII.<br />
Onder de hier opgegeven militairen zijn,<br />
ten gevolge van verpleging in de hospitalen,<br />
vertrek naar elders ter gageering, pasporteering<br />
enz., detacheering bij de kaderscholen,<br />
verwijzing naar den krijgsraad enz. eenige<br />
niet beschikbaar, en wel<br />
bij het Subsistentenkader:<br />
1 Europeaan.<br />
bij het 3 e Bataljon Infanterie:<br />
4 officieren, 39 Europeanen, 51 Amboineezen.<br />
bij het 5 C Bataljon Infanterie:<br />
26 Europeanen, 3 inlanders,<br />
bij het 6 e Bataljon Infanterie:<br />
3 officieren, 30 Europeanen. en 11 Amboineezen.<br />
bij het 7 e Bataljon Infanterie:<br />
1 officier, 13 Europeanen, 3 inlanders,<br />
bij het 9 e Bataljon Infanterie:<br />
16 Europeanen, 5 inlanders.<br />
bij het 12 e Bataljon Infanterie:<br />
4 officieren, 37 Europeanen, 21 inlanders,<br />
bij het 14e Bataljon Infanterie:<br />
9 officieren. 12 Europeanen, 14 inlanders,<br />
bij het 15
Transport<br />
Lam Peneroet<br />
Lam Reng<br />
Lam Baroe<br />
Siroen<br />
Lam Permai<br />
Tjot Iri<br />
Roempit<br />
Boekit Karang<br />
Lam Joeng<br />
Pakan Kroeng Tjoet<br />
Koeta Pohama<br />
Edi<br />
Telok Semawe<br />
Segli<br />
Poeloe Bras<br />
Sabang<br />
Poeloe Raijah<br />
Melaboeh<br />
Tjot Goee<br />
Koeta-Radja.<br />
Oleh-leh . .<br />
o c<br />
N o<br />
'5<br />
n<br />
—<br />
* *z<br />
«<br />
Ol<br />
V<br />
CN<br />
' 5 to<br />
E _0<br />
CO en<br />
CJ c<br />
v O<br />
(N N<br />
CO<br />
c<br />
V •<br />
o c<br />
N O<br />
S^<br />
d<br />
c<br />
~S<br />
330<br />
o 3<br />
UJ<br />
172<br />
2<br />
2<br />
7<br />
Infanterie.<br />
2688<br />
21<br />
20<br />
84<br />
15<br />
45<br />
19<br />
47<br />
16<br />
49<br />
17<br />
21<br />
39<br />
33<br />
49<br />
47<br />
32<br />
22<br />
25<br />
31<br />
14<br />
1<br />
E<br />
<<br />
605 2231<br />
56<br />
52<br />
132<br />
34<br />
101<br />
37<br />
96<br />
38<br />
109<br />
34<br />
54<br />
106<br />
66<br />
98<br />
49<br />
68<br />
52<br />
54<br />
86<br />
7<br />
Cavale<br />
*±3<br />
o<br />
3<br />
UJ<br />
Artille<br />
W3<br />
O UJ<br />
171 23 383<br />
6<br />
6<br />
6<br />
6<br />
5<br />
6<br />
7<br />
5<br />
7<br />
6<br />
6<br />
11<br />
7<br />
8<br />
4<br />
3<br />
4<br />
230<br />
4<br />
4<br />
4<br />
5<br />
7<br />
4<br />
5<br />
4<br />
5<br />
4<br />
4<br />
7<br />
2<br />
5<br />
3<br />
3<br />
2<br />
Tijdelijke post huiten de gecon-<br />
44 I . I . I . I 6 | 4<br />
118<br />
12<br />
/Corps Mare-
O UJ<br />
331<br />
IJ<br />
Mil. Adm.lGeneesk. dienst<br />
«3<br />
O<br />
10 112 84 19<br />
centreerde Linie.<br />
ck aussee.<br />
4a-<br />
3<br />
UJ<br />
o<br />
3<br />
UJ<br />
17 35 128<br />
To elich tinge n.<br />
De bezetting van dezen post wordt tijdelijk<br />
geleverd door de bezettingen van de posten<br />
in de geconcentreerde Linie.<br />
Wordt getrokken uit:<br />
5 officieren der infanterie,<br />
15 Eur. minderen (onderoff.), 6 Amb. onderoff.<br />
2 Afr. onderoff., 6 Amb. korp. 79 Amb.<br />
mind., 4 inl. onderoff., 6 inl, korp., 120<br />
inl. minderen.