debatverslag - RRKC

rrkc.nl

debatverslag - RRKC

DEBAT

Bewogen beschouwing, deel 2

The Last Days of Shismaref

Woensdag 11 december, De Unie

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur wijdt deel twee van de reeks Bewogen Beschouwing

aan het project The Last Days of Shishmaref, in samenwerking met LP II. Shishmaref is een

gemeenschap van ongeveer 600 Inupiaq Eskimo’s, gevestigd op een eiland voor de Westkust van

Alaska. De mondiale klimaatverandering bedreigt deze mensen in hun bestaan, zelfs zó dat zij

binnen tien jaar zullen moeten verhuizen. De situatie van Shishmaref klinkt ver weg, maar kan

ons aanspreken omdat het eiland sterk lijkt op Vlieland. Het is duidelijk dat ook Nederland

binnen niet al te lange tijd drastische maatregelen moet nemen om niet ten onder te gaan aan

de gevolgen van de klimaatverandering.

DEBATVERSLAG

Discussie over hoe ‘global warming’ moet worden gecommuniceerd om

tot gedragsverandering te komen:

‘Nog een grote klimaatramp zou een zegen zijn’

Het eilandje Shismaref aan de westkust van Alaska dreigt binnen tien jaar door de

zee te worden verzwolgen vanwege de snelle opwarming van het poolgebied. Het

leven van de toekomstige klimaatvluchtelingen is neergezet in de Nederlandse

documentaire The last days of Shismaref. Ons staat hetzelfde te wachten als

politici, aangezet door het volk, niet snel draconische maatregelen nemen tegen

de CO2-uitstoot, zeggen klimaatactivisten Maurits Groen en George Brouwer. ‘De

inwoners van Shismaref, dat zijn wij.’ ‘Klimaatporno’, noemt een poolreiziger het

gebruik van steeds alarmistischer beelden.

Half december 2008 debatteerde een rijk geschakeerd gezelschap onder leiding van

internetjournalist Francisco van Jole over de documentaire The Last Days of Shishmaref en

klimaatverandering. Onder hen Maurits Groen, directeur van MCMG (Milieu en Communicatie), die

Al Gore twee keer naar Nederland haalde en George Brouwer, innovatiemanager van het Rotterdam

Climate Initiative, een pact van het bedrijfsleven, politiek en burgers dat Rotterdam

klimaatneutraal wil maken. Ook Dana Lixenberg (zij maakte een fotoboek over Shismaref),

Riekje Ziengs (editor van de documentaire) en Bas Vroege (samensteller van de tentoonstelling

over Shismaref in gebouw Las Palmas) praatten mee.

Regisseur van The last days of Shismaref is Jan Louter, zelf niet aanwezig bij het debat. Zijn film

gaat over drie Inupiaq-families die niet alleen worstelen met het verdwijnen van hun eiland maar

ook hun traditionele levenswijze zien verdwijnen. Door het verdwijnende pakijs wordt het dorp

blootgesteld aan zware herfststormen met een steeds snellere erosie als gevolg. De verschillende

generaties denken anders over hun zeer nabije toekomst. De jongeren willen graag verhuizen naar

een plek dichter in de buurt van de grotere steden in Alaska, terwijl de ouderen de voorkeur geven

aan een verlaten plek waar zij hun traditionele levenswijze kunnen voortzetten.

Editor Ziengs legt uit dat het maken van de film geen gemakkelijke klus was. ‘We moesten er

wekenlang bivakkeren om de bevolking een beetje te leren kennen. Het is een volk van weinig

woorden en emotie. Waar wij moord en brand zouden schreeuwen, blijven zij er ogenschijnlijk

gelaten onder. Het was moeilijk het drama binnen te brengen bij het publiek. Van de honderden

uren ruwe film was er weinig actie; het heeft me wel een jaar gekost om de film te monteren.’ Ook


Dana Lixenberg, die twee keer drie weken op Shismaref was, vond de bewoners moeilijk te peilen.

‘Echt contact heb ik niet met ze gekregen. Het is een heel andere cultuur en vergeet ook niet dat

ze in bittere armoede leven: ze hebben geen water, geen riolering, geen vuilophaal. Ook hun

geïsoleerde ligging speelt ze parten; het is een uur vliegen naar de dichtstbijzijnde stad.’

Bas Vroege, directeur van Paradox, weerspreekt de passiviteit van de Shismaref-bevolking. ‘Een

deel pleit actief voor hun lot. De bewoners hebben SOS, Save Our Shismaref, opgezet. Ook is een

afvaardiging naar Washington afgereisd om te pleiten voor een strenger klimaatbeleid van de VS. Ze

waren dan ook erg blij met de film.’ Volgens Vroege is de bevolking simpelweg overweldigd door de

omvang van het probleem. ‘Die schijnbare gelatenheid is een psychologisch coping-mechanisme.

Misschien zouden wij in Nederland ook zo reageren.’

Volgens Maurits Groen maakt de documentaire niet alleen het abstracte probleem van

klimaatverandering concreet maar confronteert die ons ook met onszelf. ‘We zien een volk dat zijn

land en culturele identiteit ziet verdwijnen. De huidige toestand in Shismaref kan ons voorland zijn.

Zonder draconische maatregelen is Nederland in 2100 misschien hetzelfde lot beschoren. De

ijskappen op Groenland en West-Antarctica zijn aan het smelten. Als we niets doen, komt er de

komende honderd jaar een vloedgolf van zes en later zelfs twaalf meter op ons af.’

Groen houdt zich al jaren met de klimaatproblematiek bezig. ‘Al in 1992 werd ik geïnspireerd door

een boek van Gore over het milieu. Zelf heb ik in 1995 een documentaire over koraalatollen in de

Stille Zuidzee gemaakt. Enkele dorpen die we toen filmden zijn inmiddels onder de zeespiegel

verdwenen. Dus Shismaref is niet het eerste slachtoffer van klimaatverandering.’

Volgens een deel van het aanwezige publiek wordt het klimaatprobleem niet opgelost door te

overdrijven en te dramatiseren. Een vrouw vraagt zich af of het verdwijnen van Shismaref wel zo

erg is. ‘In Afrika zijn al vele duizenden omgekomen als gevolg van klimaatverandering. Omdat daar

geen camera op staat, bekommeren we ons daar totaal niet om. Bovendien is hun cultuur al aan het

verdwijnen omdat de Amerikaanse cultuur veel sterker is. De klimaatverandering versnelt dat

proces hooguit.’

Een poolreiziger heeft moeite met de film van Al Gore en de handelswijze van milieuactivisten die

met steeds alarmistischer scenario’s over elkaar heen buitelen. ‘Er is absoluut een probleem, dat

heb ik zelf geconstateerd. Maar Gore en consorten gaan te kort door de bocht. Hun aanpak noem ik

klimaatporno. De discussie moet terug naar de menselijke maat, we moeten toe naar een

handelingsperspectief. Ik ben een project gestart waaruit een Rotterdams bedrijfje is voortgekomen

dat winst maakt met CO2-reductie. Dat is concreet, het werkt en creëert ook draagvlak onder de

gewone Rotterdam.’

Lixenberg en Ziengs willen benadrukken dat hun foto’s en film niet bedoeld zijn als pamflet tegen

klimaatverandering. ‘Jan Louter wilde al jaren een film maken over een inheems volk. De

klimaatproblematiek gaf hem een mooi, dramatisch decor en kwam alleen handig uit’, aldus Ziengs.

Lixenberg wilde gewoon autonome kunst maken. ‘Als ik met een vooropgezet idee kwam, zou ik

foto’s nemen die dat beeld bevestigen. Dan zou ik een activist en geen kunstenaar zijn.’

Maurits Groen en George Brouwer noemen de documentaire desondanks ‘nuttig’ in het

klimaatdebat. ‘Het gaat erom dat we mensen bewust maken van de gevaren van klimaatverdrag. De

film brengt dat op een rustige, antropologische, artistieke wijze over. We moeten op meerdere

fronten werken aan bewustwording. De film van Al Gore is een voorbeeld van het andere uiterste.

Eentje die als een katalysator heeft gewerkt en overal ter wereld tot actie heeft geleid’, aldus

Brouwer. Volgens Groen heeft die film zelfs voor een paradigmaverschuiving gezorgd. ‘Beelden zijn

cruciaal bij bewustwording. Wat Gore heeft bewerkstelligd, heeft ook de foto gedaan van het

naakte Vietnamese meisje dat door een Amerikaanse napalmaanval was getroffen. Door die foto

keerde de hele westerse opinie zich tegen de Vietnamoorlog.’ Dramatisering en overdrijving is wat

hem betreft dan ook geoorloofd. ‘Helaas zien politici het klimaatprobleem nog steeds niet als

urgent. De boodschap verliest bij teveel wetenschappelijke nuancering aan kracht, ook al omdat het

klimaatverhaal zo gecompliceerd is om uit te leggen. De grootste waarde van Gore’s film is dat het

draagvlak heeft gecreëerd voor de vereiste draconische maatregelen. Ik haalde Gore in oktober

2006 naar Nederland. Klimaatverandering stond niet op de agenda, we hadden het meest

milieuonvriendelijke kabinet aller tijden. Het nieuwe kabinet zette klimaatverandering op de eerste

plaats en nam tal van maatregelen.’


Volgens Brouwers is de bewustwording van de massa de crux. ‘Gore’s documentaire leidde tot een

gevoel van urgentie bij het gewone volk. Vervolgens moesten politici wel volgen en met

maatregelen komen. Zonder die druk doen politici niets, bang als ze zijn om impopulaire

maatregelen te nemen en niet te worden herkozen.’ Dat gevoel van urgentie is aan het wegebben,

erkent ook Groen. Hij heeft echter goed nieuws. ‘In december 2008 heb ik Gore opgezocht in de

Verenigde Staten. Hij vertelde me dat hij werkt aan een opvolgfilm van The inconvenient truth.’

George Brouwer is wat cynischer. ‘Een rigoureuze gedragsverandering zal er pas komen na een grote

klimaatramp. Het debat in de VS kantelde ook pas na de overstroming van New Orleans. Een nieuwe

ramp zou dan ook een zegen zijn.’

Een medewerker van een lokale milieugroepering beschuldigt George Brouwer ervan ‘slap te

ouwehoeren’, terwijl hij concreet niets doet aan klimaatverandering in Rotterdam. Brouwer noemt

de aantijging ‘onzin’. ‘Nergens ter wereld worden zoveel projecten op het gebied van

klimaatverandering bedacht en uitgevoerd, zo is onlangs gebleken uit een inventarisatie onder ruim

veertig wereldsteden’, aldus Brouwer. Hij somt de ‘successen’ op die hij met het Rotterdam

Climate Initiative heeft geboekt. ‘Met het stadsbestuur hebben we afgesproken de CO2-uitstoot in

2025 met de helft terug te brengen in vergelijking met 1990, tegen 30 procent in de rest van

Nederland. Ook wordt Rotterdam klimaatbestendig gemaakt. Daarvoor heeft het college in

december 30 miljoen euro voor uitgetrokken. De economie wordt verduurzaamd. Zo gaan we

ondergrondse waterbergingen en waterpleinen aanleggen. In de havengebieden komen drijvende

kantoren, woonwijken en parken, vangen bedrijven hun CO2-uitstoot af en slaan het ondergronds op

en verrijzen er nieuwe biobrandstoffencentrales. We hebben niet eens ingewikkelde technieken

nodig om snel resultaat te boeken. Rotterdam Botlek kan nu al 50 procent besparen op

energieverbruik, wat een besparing van 1 miljard euro oplevert. Laaghangend fruit dat we nu al

kunnen plukken.’

Terug naar de bewoners van Shismaref. Hoe ziet hun toekomst eruit? Bas Vroege: ‘De bevolking wil

graag herplaatst worden op Tin Creek. Tin Creek ligt weliswaar op het vaste land van Alaska maar

ligt net zo afgelegen van de bewoonde wereld als het eiland. Op die manier denken ze hun

traditionele leefwijze in stand te kunnen hebben. Of de verhuizing daadwerkelijk gaat plaatsvinden,

is nog alleszins de vraag. De regering-Bush weigerde de verhuizing die naar schatting 100 miljoen

dollar kost te financieren.’

Volgens Brouwer dragen ‘wij’ ook verantwoordelijkheid voor hun lot. ‘De westerse wereld heeft de

afgelopen honderd jaar enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen de lucht in gejaagd. We hebben

krachten ontketend die tot de ondergang van Shismaref leiden, dus zijn ook wij verantwoordelijk.

Er zou daarom een fonds moeten komen dat hun verhuizing financiert. Bovendien: de bewoners van

Shismaref, dat zijn wij.’

Over het broeikaseffect en enkele wetenschappelijke feiten:

Dat een teveel aan broeikasgassen als kooldioxide (CO2) en methaan het klimaat uit balans brengt

en gevaarlijk opwarmt, is een wetenschappelijk feit onder 99 procent van de academici. De

afgelopen honderd jaar is de temperatuur op aarde met 0,80 graden gestegen. Vanwege de

thermische traagheid van de aarde en het feit dat CO2 zo’n honderd jaar in de lucht blijft hangen,

is een stijging van nog eens 1,5 tot 2 graden onafwendbaar. Volgens wetenschappelijke

berekeningen is het een haalbare maar wel zeer lastige klus om de opwarming daartoe beperkt te

houden. Momenteel bevat de lucht 387 ppm (parts per million) CO2, ofwel op elke miljoen liter

lucht is er 387 liter CO2. Per jaar stijgt de hoeveelheid kooldioxide met 2 ppm, een vier keer

snellere stijging dan tien jaar geleden. In 2015 bereikt de concentratie CO2 in de atmosfeer dus de

400 ppm. Op basis van kennis uit vroegere klimaatperioden weten klimatologen dat deze

hoeveelheid gelijk staat aan een stijging van 2 graden. Om de temperatuur niet verder te laten

stijgen, moet de CO2-uitstoot in 2015 pieken en daarna dalen met 60 procent in 2030 en 85 procent

in 2050. Dat blijkt uit het vierde rapport van het IPPC (International Panel on Climate Change) dat

in 2007 uitkwam en ook uit berekeningen van de gerenommeerde Britse wetenschapsjournalist Mark


Lynas. Het jaar 2015 wordt dan ook beschouwd als een omslagpunt waarbij de opwarming niet meer

te corrigeren is. Als vanaf dat jaar de emissies niet dalen, dan is een stijging van meer dan 2 graden

onvermijdelijk en zijn de gevolgen voor flora, fauna en mensheid niet meer te overzien. Als politici

echter geen rigoureuze keuzes maken en China en India hetzelfde consumptiepatroon als het

westen aannemen, zal de CO2-uitstoot doorstijgen naar 550 ppm, zo berekende de gezaghebbende

Britse econoom sir Nicolas Stern in 2006, wat overeenkomt met een temperatuurstijging van 4

graden in het jaar 2100. Hoopvol is dat Barack Obama, vanaf 22 januari de nieuwe Amerikaanse

president, de CO2-emissies wil terugbrengen met 85 procent in 2050. Enig respijt zou ook de

mondiale recessie kunnen geven: in 2009 zal de CO2-uitstoot met 3 procent dalen, iets waar het

Kyoto-verdrag noch Al Gore eerder in zijn geslaagd.

Martijn van Leeuwen

© Overname van dit verslag - ook gedeeltelijk - alleen met toestemming van de auteur of de Rotterdamse

Raad voor Kunst en Cultuur.

More magazines by this user
Similar magazines