• Knooppunt Lankhorst • Marc van Eekeren over China en ... - OTAR

otar.nl

• Knooppunt Lankhorst • Marc van Eekeren over China en ... - OTAR

Vakblad voor managers beheer en onderhoud infrastructuur

Knooppunt Lankhorst

november, nummer 9

Marc van Eekeren over China

en water

Proeftuin PIM stopt

jaar

2009

Jaargang 90


Denken, durven, doen

in prefab ultrahogesterktebeton

Denken, Durven, Doen: drie woorden die heel sterk bij Hurks passen. Denken aan morgen, lef om

te besluiten er helemaal voor te gaan of het helemaal anders te doen. Een innovatief voorbeeld

hiervan is het bedachte concept om brugdekken van stalen bruggen te vernieuwen met prefab

panelen van ultrahogesterktebeton. Uit 165 inzendingen koos Rijkswaterstaat dit concept als beste

idee in de prijsvraag ‘Renovatie stalen bruggen met minder verkeershinder’.

Hurks beton uit Veldhoven en Bureau Angenent uit Huissen ontwikkelden samen de bijzondere

oplossing met de prefab panelen van ultratrahogesterktebeton. Door een stalen brugdek tot op de

millimeter te scannen en de data in te voeren in een cad-ontwerp, is het mogelijk een mal te

maken voor elke afzonderlijke betonplaat. De platen worden in de fabriek geproduceerd onder

gecontroleerde omstandigheden.

De traditionele insitu-aanpak geeft meer kans op holtes in het beton of problemen met de vlakheid

of de stroefheid van het nieuwe wegdek. Bovendien duurt dat werk lang en bezorgen de (gedeeltelijke)

brugafsluitingen automobilisten veel fileleed.

In het innovatieve prefab ontwerp van Angenent en Hurks beton legt men de precies op maat

gemaakte betonpanelen op het stalen brugdek, nadat het oude asfalt is verwijderd en het oppervlak

gestraald is. Wel wordt eerst het staal behandeld met een roestwerende primer. Liggen de

platen eenmaal, dan wordt deel voor deel een epoxy tussen staal en beton aangebracht. Na

uitharding is dat brugdeel klaar.

Denken, durven, doen in prefab ultrahogesterktebeton heeft geresulteerd in dit innovatieve prefab

ontwerp voor stalen brugdekrenovaties. Een belangrijke maatschappelijke bijdrage die door

Rijkswaterstaat is beloond, immers door de prefab aanpak wordt verkeershinder tot een minimum

beperkt en dat is winst voor heel Nederland.

www.hurks.nl

Fotograaf: Peter Buitelaar - Contec ApS

november, nummer 9

Knooppunt Lankhorst

2009

jaar

Rijkswaterstaat gaf opdracht tot een grondige verbouwing

van het knooppunt Lankhorst. Daarbij was

het belangrijkste uitgangspunt: zorg dat de realisatie

van het project zo min mogelijk overlast geeft voor

de doorstroming van het verkeer. Dat lukte, mede

dankzij een vernieuwende aanpak bij de samenwerking

met de aannemers.

Marc van Eekeren

Directeur Marketing en Business

Development bij Royal Haskoning, is

onlangs aangesteld als guest

Professor Water Supply op de Tongji

University in Shanghai. Hij ziet kansen

om van elkaar te leren en vindt dat de

Nederlandse manier van werken een

flink aantal pluspunten heeft.

Actueel

Prefab HSB Overlaging

wint prijs

Column Elco Brinkman

Agenda & opleidingen

14, 25

Nieuwe samenwerkingsovereenkomst

ingenieursbureaus

Centrale thema’s in de nieuwe

samenwerkingsovereenkomst, die

Rijkswaterstaat onlangs afsloot

met ingenieursbureaus zijn transparantie

en samenwerking. Otar

bekeek de totstandkoming en

vroeg marktpartijen om hun visie.

Coverbeeld: Werkzaamheden knooppunt Lankhorst

Aannemerscombinatie GMB/KWS

16

19

31

Rioolreparatie

met manchet

Personalia

Wie, wat, waar

32

35

36

20

4 8 26

Proeftuin PIM stopt

In mei 2010 stopt Partnerprogramma

Infrastructuur Management (PIM).

De afgelopen vier jaar was het dé

proeftuin om met nieuwe werkwijzen

voor het Ondernemingsplan

Rijkswaterstaat te experimenteren.

november 2009

3


Marc van Eekeren, marktontwikkelaar bij

Royal Haskoning:

‘Nederlanders zijn

breed ontwikkeld’

Tekst: Astrid Melger

Foto: Letters et cetera

De Westerse wereld kijkt met grote belangstelling en verwonde-

ring naar Zuidoost-Azië, waar de opkomst van China, Singapore

en India zich in razend tempo voltrekt. Ook op watergebied. Marc

van Eekeren - directeur Marketing en Business Development

bij Royal Haskoning en onlangs aangesteld als guest Professor

Water Supply op de Tongji University in Shanghai - zet zich in

voor een sterkere samenwerking. Hij ziet volop kansen om van

elkaar te leren en vindt dat de Nederlandse manier van werken

een flink aantal pluspunten kent.

Hoe bent u in China terecht

gekomen?

“Zes jaar geleden – ik werkte toen voor

Kiwa – organiseerde ik een studiereis

naar Singapore en China voor de

researchdirecteuren van Nederlandse

waterbedrijven. Singapore, omdat je daar

technologisch een ongelofelijk snelle

ontwikkeling ziet richting waterhub in

de wereld. China, omdat men daar heel

anders tegen zaken aankijkt, het land een

snelle groei doormaakt en ontzettend

veel potentieel heeft als het gaat om

experts in de dop. Maar vooral ook

omdat de situatie in Nederland veel op

die in Shanghai lijkt. In Nederland halen

we water uit de Rijn, het afvoerputje van

Europa, en in Rotterdam maken we daar

excellent drinkwater van. Shanghai heeft

eenzelfde soort setting aan de Yangtze,

hoewel de schaal daar een paar nullen

groter is met 26 miljoen mensen, 30.000 in

plaats van 2.000 kubieke meter water per

seconde en milligrammen verontreiniging

in plaats van microgrammen. Kortom:

Shanghai is een uitvergrote versie van

Rotterdam. Een nuttige worst case om je

door te laten inspireren. En dat is gelukt.”

Zijn ze in China en Singapore

verder met de ontwikkelingen op dit

gebied?

“Nee, op drinkwatergebied zijn wij in

Nederland veel verder. Dat is het resultaat

van 150 jaar hard werken en slimme

dingen doen. Als ik in het buitenland een

lezing geef, steek ik nooit onder stoelen

of banken dat hier een trotse Nederlander

staat. Trots omdat wij een van de beste

drinkwatervoorzieningen van de wereld

hebben en ik onze watersector mag

vertegenwoordigen. En trots ook dat ik

daar een kleine bijdrage aan heb mogen

leveren.”

Waarom dan een nadere

samenwerking?

“Terug van de studiereis waren alle

waterbedrijven zo geïnspireerd dat

we een relatie met Shanghai wilden

leggen. Ik heb ervoor gezorgd dat

we op onderzoeksgebied met elkaar

een verbinding zijn aangegaan en die

relaties bestaan nog steeds. We hebben

bijvoorbeeld in Shanghai een systeem

met sensoren bedacht om in de rivier

de kwaliteit van het water te meten.

Dit early-warning systeem signaleert

wanneer er een vervuilingsgolf aankomt,

zodat tijdelijk kan worden gestopt

met het innemen van water. Het is

geïnspireerd door het systeem dat de

waterleidingbedrijven en Rijkswaterstaat

in Nederland exploiteren voor de Rijn en

de Maas. Daarnaast ontwikkelen we nu

samen nieuwe technologie om drinkwater

van erg vervuild oppervlaktewater te

maken.”

Doen jullie nog meer?

“Ja, we hebben met een aantal bedrijven

- Evides IW, Norit, Royal Haskoning en

Witteveen&Bos - gezien dat we ons

als Nederlands bedrijfsleven breder

kunnen profileren en een consortium

gevormd: Nethwater (Netherlands

Water). Hierin zijn alle competenties

vertegenwoordigd die nodig zijn om

een complete watervoorziening te

kunnen aanbieden. Kenmerkend

voor de Nederlandse export is dat we

allemaal ons deel leveren. Ik lever kennis,

iemand anders levert equipment en een

derde gaat die equipment gebruiken

en levert de diensten. Nethwater levert

totaaloplossingen.”

Dus samen bieden die bedrijven een

totaaloplossing aan?

“Dat doen we inderdaad samen, want

we hebben geen grote partij die alles

in een keer kan regelen. In Nederland

verzorgen de waterleidingbedrijven de

operatie van installaties, de bediening

en het beheer. Overheden zijn de

aandeelhouders. In het buitenland is

dat vaak anders georganiseerd. Je

kunt voor een totaaloplossing naar één

partij, zoals Suez en Veolia in Frankrijk.

In China zijn wij nu bezig met het

ontwikkelen van een DBFO-contract

(Design, Build, Finance, Operate).

De leidende partij daarin is Evides

Industriewater uit Rotterdam, de grootste

industriewateroperator in Noordwest-

Europa. Evides Industriewater verzorgt

de watervoorziening voor industrieën in

het Rotterdamse havengebied, waar zoet

en zout water een rol spelen, vergelijkbare

omstandigheden gelden voor Shanghai.”

Zo kan Nethwater dus meespelen

op de internationale markt?

“Ik verwacht van wel. Nethwater is een

paar jaar geleden begonnen, maar

écht meespelen op de internationale

markt vergt wel enige tijd. Ik denk dat

Nethwater zeker een goede aanvulling is

op het sec exporteren van componenten

naar het buitenland. Dat doen we nu

en dat doen we goed. Maar Nethwater

geeft een extra dimensie aan onze

exportmogelijkheden.”

november 2009

5


Is dit de eerste keer dat we op

deze manier en deze schaal onze

waterkennis exporteren? Of zijn we

elders in de wereld al wel op die

manier actief?

“Nethwater is een unieke ontwikkeling

die niet eerder vanuit Nederland heeft

plaatsgevonden. Zeker niet met de

rol van Evides Industriewater, die

als leidende partij straks 25 jaar het

contract gaat verzorgen. Overigens heeft

Nethwater nog een tweede focusgebied

in de wereld: de Golf.”

Dat is een heel ander gebied.

“Dat klopt, de Golfstaten zijn zeker anders

dan China. Daar wordt veel geïnvesteerd,

daar zit geld en daar snapt men ook

dat technologie waarde heeft. We

exporteren als Nederland veel, maar vaak

naar traditionele ontwikkelingslanden.

Dat is heel belangrijk, zo leveren wij

onze bijdrage aan de realisatie van de

Millennium Development doelen van de

Verenigde Naties. Door ook naar de Golf

te exporteren, kiezen we daarnaast voor

landen waar geld is voor innovaties en

waar we nieuwe technologieën kunnen

ontwikkelen.”

Vindt u dat Nederland zich moet

richten op meer dan alleen het

exporteren van kennis?

“Zeker, Nethwater is daar een mooi

voorbeeld van. Operations is ook

een grote Nederlandse expertise

die we kunnen exporteren. Voor

ontwikkelingslanden ontwikkelde

Nederland het WOP-concept (wateroperator-partnerships):

waterbedrijven

exporteren hun operational excellence

naar gebieden waar dat hard nodig is.”

Werkt het Nederlandse bedrijfsleven

voldoende samen?

“Ik vind dat Nederlandse bedrijven

elkaar goed weten te vinden als

het nodig is voor de internationale

samenwerking. Een mooi voorbeeld is

Tunnel Engineering Consultants (TEC).

Drie kennis- en adviesbureaus - Royal

Haskoning, DHV, Witteveen&Bos -

hebben de krachten gebundeld in TEC,

zodat alle topexpertise op het gebied van

tunnels samenkomt. TEC treedt als BV

Nederland op in het buitenland; recent

scoorde TEC een fenomenaal project:

de grootste, meest prestigieuze tunnel,

met de meest mooie innovaties tussen

Hong Kong en Macau en het Chinese

6 november 2009

vasteland. Als het functioneel is weten

we elkaar zeker te vinden.”

Merkt u veel van de crisis op het

gebied van water?

“Als Divisie Water merken we vooral

dat water als vakgebied volop in de

belangstelling staat. Kijk maar naar de

discussies die gaande zijn over schoon

drinkwater en goede sanitatie. De

vraag naar duurzame wateroplossingen

neemt misschien wel toe. Ook in het

buitenland. En dan heb ik het niet alleen

over water en energie, maar ook over

financiële duurzaamheid. We zien wel

verschuivingen in het buitenland. In

gebieden waar veel private investeerders

actief waren, zoals Dubai, zijn projecten

on-hold gezet. Dat betekent dat je

ongelofelijk snel moet schakelen om op

zoek te gaan naar alternatieven. Voor

onze divisie betekent dit, dat we energie

steken in innovaties. Neem bijvoorbeeld

iWATT, waarbij we intelligentie toevoegen

aan domme leidingsystemen voor drink-

en afvalwater. We richten ons met iWATT

op duurzaamheid, energiebesparing en

betere beheersing van de systemen.”

Kunt u een vergelijking trekken

tussen het niveau van de Nederlandse

opleidingen en de Chinese?

Worden we heel snel ingehaald?

“Dat vind ik moeilijk te zeggen. Ik weet

niet of we ingehaald worden. Wat ik

wel zie, is dat we als Nederlanders veel

breder zijn ontwikkeld. We richten ons

in onze opleiding op kennis, maar ook

het begrijpen van processen, creativiteit,

de manier waarop je presenteert en op

een bepaald abstractievermogen qua

denken. Mijn ervaring is dat wij daar als

Nederlanders erg goed in zijn. Als ik kijk

naar mijn eigen positie in het buitenland,

geldt dat ik die niet heb gekregen

omdat ik zo goed wetenschappelijke

sommen kan maken, maar juist omdat

ik een integrerend vermogen heb en een

bepaald abstract denkniveau. Zo kun je

dingen aan elkaar knopen en tot stand

brengen die vervolgens ervoor zorgen

dat er iets gerealiseerd wordt, dat er

creativiteit en innovatie ontstaat. Dat is

een competentie die in Nederlanders zit

en die ik veel minder bij Chinezen zie.”

De Aziaten zijn beter in…?

“… het maken van sommen. Maar:

waar dienen die sommen voor? Waar

horen ze bij en hoe haken ze in op een

groter geheel? Dat is soms moeilijk voor

Aziaten. En daar kunnen wij een stukje

waarde toevoegen. Ik heb jaren les

gegeven aan het Unesco-IHE in Delft.

Een van mijn taken was het begeleiden

van masterstudenten die als groep

met hun eindwerk bezig waren. Een

groep met elf nationaliteiten. Het was

een eye-opener om te zien dat al die

groepen door de jaren heen op dezelfde

manier functioneerden. Zo begonnen de

Zuidoost-Aziaten al te rekenen voordat

er überhaupt een vraag gedefinieerd

was. Maar wat ik vooral zag, was dat

iedere nationaliteit zijn eigen kwaliteit

heeft. Ik weet niet of dat generiek is of dat

het aan mij ligt, maar die creativiteit, het

abstractievermogen en het integrerende

denken, vind ik toch wel uniek in

Nederland.”

“Ik moet wel zeggen dat de mensen die ik

in Singapore tegenkom, bijna allemaal in

het buitenland hebben gestudeerd. Vaak

word ik opgehaald door de assistent van

een directeur en als ik dan vraag waar hij

- of zij natuurlijk - heeft gestudeerd, is het

antwoord meestal Stanford of Harvard.

Ze weten daar wel waar je de kennis

vandaan haalt. Op termijn verwacht ik

dan ook dat zaken er anders voor komen

te staan.”

En de bredere ontwikkeling van de

Nederlandse ingenieurs, is dat ook

met dank aan de opleidingen?

“Ja, die bredere ontwikkeling heb ik

in ieder geval in Delft meegekregen.

Ik begrijp zowel de techniek als

institutionele en politieke processen en

ben ook goed in staat me in te leven in

de cultuur waarin ik een project tot stand

moet brengen. Ik kreeg van Delft een

uitstekende basis mee.”

Wat vindt u van het huidige onderwijs

in Nederland?

“Heel goed. Delft is nog steeds een van

de meest gerenommeerde universiteiten

op het gebied van water. Ik vind dat

er in Nederland momenteel erg veel

aandacht gaat naar pure wetenschap,

naar promovendi, ook in de waterhoek.

Terecht, maar ik denk dat we ook

juist goede ingenieurs nodig hebben.

Creatieve en oplossingsgerichte professionals

die weten hoe je een probleem

oplost. En problemen hebben we, ik hoef

alleen maar te denken aan de effecten

van de klimaatverandering.”

“Ik heb ervaren dat de positie van onze

CV

Geboren: 1957

Opleiding: ‘Civiele gezondsheidstechniek’ (drinkwatertechnologie en

watervoorziening) aan de Technische Universiteit Delft

Vorige functies:

- 1984-1986 INAA (Nicaragua) : projectmanager

- 1986-2006 Kiwa NV : verschillende functies: researcher,

manager, business-development

executive

- 2006-2007 Optiqua technologies ltd. pte.: VP Business Development

bedrijfstak, waar kennis wordt ontwikkeld

en daadwerkelijk wordt toegepast,

in het huidige denken onderbelicht is

geweest. Volgens het model dat de

overheid hanteert, ontstaan innovaties

bij universiteiten en kennisinstellingen.

De ingenieurs zouden de opgedane

kennis vervolgens toepassen. Maar de

praktijk is weerbarstiger. Initiatieven die

door de overheid worden gestimuleerd,

leiden veelal tot een spin-off bedrijfje

van drie, vier mensen. Dat noemen we

dan een speerpunt van de Nederlandse

watertechnologie. Ja, het is belangrijk

dat dit gebeurt, maar we moeten ook

oog hebben voor de realiteit. En die is

dat de ingenieurs in onze adviesbureaus

en daar telt Nederland er een aantal van

die bovendien zeer gerenommeerd zijn

– tot de top in Europa behoren. Met de

hoogwaardige kennis die zij exporteren,

genereren ze veel inkomsten voor ons

land.”

Dus u pleit voor een belangrijkere

rol van de ingenieur?

“Ik denk dat de toegevoegde waarde

van deze beroepsgroep – en dat zijn toch

tienduizenden mensen in Nederland –

veel groter is dan nu wordt aangenomen.

Onze beroepsgroep doet te weinig om

dat in beeld te brengen en de reden

daarvoor is dat we het gewoon veel te

druk hebben. Dertig jaar geleden was je

als ingenieur notabel, tegenwoordig ben

je als ingenieur slechts een techneut. Dat

is een deflatie van het vak in de perceptie

van veel mensen. Dat is onterecht. Als ik

zie wat ik kan en mag doen, dan ervaar ik

dat de scope, de dynamiek en de breedte

van mijn werk vele malen groter is dan ik

zie bij vrienden die een administratieve,

juridische of ICT-achtergrond hebben.

Het verschil is alleen dat mijn salariëring

ongeveer de helft is.”

En dat frustreert.

“Nee, dat frustreert natuurlijk niet, het is

iets dat de afgelopen jaren zo is gegroeid,

en ooit zal dat wel weer veranderen. Ik

denk dat we het uiteindelijk van onze

kennis moeten hebben, daar moeten we

in blijven investeren. Ik doe mijn werk met

plezier en ben trots dat ik mag bijdragen

aan de watervoorziening. Water is een

prachtig vak!”


Landelijke dekking en meer differentiatie

Nieuwe samenwerkingsovereenkomst

ingenieursbureaus

Tekst: Astrid Melger

Maurice van Rooijen

In 2007 zette Rijkswaterstaat voor het eerst een groot raamcontract voor ingenieursbureaus in de

markt. Dit liep in augustus 2009 af en sinds 15 augustus geldt er een nieuwe, die dit keer geen

raamovereenkomst wordt genoemd, maar samenwerkingsovereenkomst. Want dat is wat alle

partijen graag willen.

Voor de totstandkoming van de nieuwe overeenkomst

is Rijkswaterstaat niet over een nacht ijs gegaan. Er is

uitgebreid geëvalueerd met bureaus die de vorige keer

meededen in het contract, maar ook met diegenen die toen

buiten de boot zijn gevallen. Daarnaast is de overeenkomst

breed binnen Rijkswaterstaat besproken en is er intensief

contact geweest met NL Ingenieurs (voorheen ONRI). Maurice

van Rooijen, contractmanager samenwerkingsovereenkomst,

kreeg vanuit de markt veel positieve reacties op deze manier

van werken. “Het gaf de juiste dynamiek. De bureaus vonden

het sowieso goed dat wij de markt gingen bezoeken. Dat

hadden ze nog niet eerder meegemaakt.”

Drie jaar

Van Rooijen vertelt dat bij die besprekingen punten naar voren

zijn gekomen, die in de nieuwe samenwerkingsovereenkomst

anders zijn aangepakt. “Ten eerste de duur, maar dat was iets wat

vooral uit Rijkswaterstaat kwam. De vorige raamovereenkomst

duurde twee jaar en dat bleek een te korte periode om samen te

werken, vandaar dat dit is opgetrokken naar drie jaar.”

Een andere majeure verandering is dat is afgestapt van de

oude perceelindeling. Die verdeelde het land in drie stukken en

per regio waren er drie ingenieursbureaus actief. In de nieuwe

situatie zijn er in perceel A elf bureaus geselecteerd die landelijk

opereren. Van Rooijen: “We merkten in de oude situatie dat we

soms dekking misten. Wanneer twee van de drie een opdracht

niet konden doen, waren we afhankelijk van één leverancier.”

Daarnaast bleek dat veel Rijkswaterstaters voor bepaalde

onderwerpen ook graag met gespecialiseerde bureaus om

de tafel wilden zitten. In de vorige overeenkomst zat daar een

schakel tussen: het geselecteerde ingenieursbureau. Nu is dus

gekozen voor specialistische percelen naast een groot algemeen

perceel. Van Rooijen: “We hebben gekeken welke onderwerpen

commercieel ook interessant zouden zijn

en kwamen uit op ‘ecologie’,

‘geologie’, ‘vergunningen’,

‘beheer en onderhoud gebouwenen ‘inspecties’. We hebben

nu 37 partijen in de samenwerkingsovereenkomst zitten.

Met elke partij hebben we om de tafel gezeten om uitleg te

geven over het contract. Die persoonlijke aanpak is bijzonder

gewaardeerd.”

Intellectueel eigendom

Volgens Van Rooijen had de nieuwe samenwerkingsovereenkomst

er nooit kunnen zijn zonder de oude. “Anders konden we

ook niet vragen wat er verbeterd zou kunnen worden. Maar de

nieuwe overeenkomst heeft wel een heel andere insteek.” Twee

belangrijke punten die in de gesprekken naar voren kwamen,

was dat het beter moest worden geregeld met het intellectuele

eigendom en de aansprakelijkheid. Van Rooijen: “Ons motto is

‘De markt tenzij’, wij willen de creatieve en innovatieve kracht

van de markt benutten. Dan moet je het zo aantrekkelijk

maken, dat bureaus hun ideeën willen delen, zonder dat wij

of concurrenten daarmee aan de haal gaan. Het intellectuele

eigendom is daarom zo goed als vrijgegeven.

Ook bij de financiële aansprakelijkheid is goed naar de markt

geluisterd: daarvoor geldt dat die nu niet meer onbeperkt is,

maar gemaximaliseerd tot 2,5 miljoen euro.

Volgens Van Rooijen is heel bewust voor de nieuwe naam

gekozen. “We willen de ingenieursmarkt in Nederland opschalen,

maar dat kan alleen maar wanneer we dat in samenwerking

doen. Bij opdrachtgever zijn horen verantwoordelijkheden.

De naam ‘samenwerkingsovereenkomst’ geeft duidelijker

onze wens weer Het was ook meteen een

goede binnenkomer bij de

bureaus. Die vonden het zeker positief. Wat wij

belangrijk vinden is dat partijen open durven te zijn.

Samenwerking is niet één op één een opdracht doen.

Partijen zullen naar elkaar moeten kijken om van elkaar te

leren en slimme innovatieve oplossingen te bedenken.”

Bredere scope

Naast al deze veranderingen is ook de scope van het nieuwe

contract veel breder geworden. Nu maken ook de Corporate

Dienst, de Dienst Verkeer en Scheepvaart, de Water Dienst

en de projectdirecties Maaswerken en Ruimte voor de Rivier

gebruik van de overeenkomst. Van Rooijen: “De waarde

voor de ingenieursbureaus werd daardoor hoger, het straalt

eenduidigheid uit en gaf de bureaus ook vertrouwen in de

toekomst.” Om tot een eerste selectie van bureaus te komen

- de preferred suppliers - heeft Rijkswaterstaat kwaliteit veel

zwaarder laten meewegen. Verder is het gebruik van de

‘randomizer’ aangepast. Tussen de 15.000 en 50.000 euro

wordt de randomizer gebruikt en boven de 133.000 euro

moeten bureaus zelf de commerciële afweging maken of ze

willen en kunnen (met het oog op scheiden van belang) offreren.

8 november 2009 november 2009 9


Zoekt u ingenieurs?

Bent u op zoek naar ingenieurs richting Werktuigbouw of

Civiele Techniek? Kijk dan in onze cv-bank op www.engenius.nl

of neemt contact met ons op via het nummer (023) 567 00 22.

Engenius is een intermediair op de arbeidsmarkt die ingenieurs en opdrachtgevers

in de techniek op een persoonlijke manier bij elkaar brengt én houdt.

Wij zijn gespecialiseerd in het bemiddelen van ingenieurs voor managementen

engineeringfuncties.

Hoofddorp Alkmaar Rotterdam

.nl voor ingenieurs.

Reinigen van:

RIOLERINGEN KOLKEN PERSLEIDINGEN GEMALEN

VETVANGERS WATERBASSINS VLOEREN WATERGANGEN

WEGVERHARDINGEN WEGMEUBILAIR SEPTICTANKS

VERKEERS TUNNELS GELUIDSSCHERMEN

Verzorging van:

TV-INSPECTIE EN RENOVATIE VAN LEIDINGEN

TEVENS GECERTIFICEERD VOLGENS DE BRL K10014 EN BRL K10015

POELDIJK

tel 0174 - 247474

fax 0174 - 245303

www.valkdegroot.nl

info@valkdegroot.nl

SurfaceJet: drogen en

verwarmen; dus doorwerken

bij slecht weer!

De SurfaceJet produceert een grote capaciteit aan hete

luchtflow die kan worden toegepast voor ondermeer:

Smelten Opwarmen

Naverdichten Verhitten

Drogen Blazen

ZOAB-reiniging

De voordelen van de SurfaceJet:

Compacte machine

Gebruiksvriendelijk en

betrouwbaar

Geen oppervlaktebeschadiging

vandervalk+degroot!

VESTIGINGEN

■ poeldijk ■ waalwijk ■ echt ■ vlissingen ■ zutphen ■ montfoort ■ scheemda ■ wolvega ■ beverwijk

Losse unit of zelfrijdend

Multifunctioneel en snel

inzetbaar

Doorwerken bij

weersoverlast

Voor meer info:

www.libertygasturbine.nl

of 0341-456984

Meer transparantie

Bij de aanbesteding van de samenwerkingsovereenkomst is

Rijkswaterstaat interactief te werk gegaan. Er was een website

waarop de potentiële aanbesteders vragen konden zetten en

al vrij snel ook alle antwoorden konden lezen. Van Rooijen: “Zo

was het voor iedereen transparant. We hebben gevraagd of ze

dat met naam wilden doen en uiteraard hebben we bureaus

die dat niet wilden gerespecteerd. Maar deze openheid heeft

veel doublures voorkomen en zoals bekend levert elk antwoord

vaak weer meerdere vragen op. Op deze manier hebben we

alle mogelijke vragen vóór de sluiting van de aanbesteding

kunnen beantwoorden.”

Prestatiemeten

“Vanaf 2010 gaan we ook het prestatiemeten invoeren”, vertelt

Van Rooijen. “Zo krijgen bureaus inzichtelijk hoe zij door ons

worden gewaardeerd. We willen dit niet alleen doen als het

slecht gaat, maar ook als het goed gaat. Wij willen van de

gedane projecten leren en de bureaus willen dit ook graag. Zij

ervaren het als heel prettig dat te zien is waar ze staan in de

ranking. Dat werkt motiverend. Al zullen wij de wijze en mate

van openheid hierover nog met de markt bespreken. Het is

een mooi instrument om elkaar aan te spreken op wederzijdse

verantwoordelijkheid en het geeft handvatten voor de regelmatig

terugkerende monitorgesprekken.”

WAT ViNdT de MARkT eRVAN?

Rob van Bodegraven, directeur IV-infra

“Wij zijn met Advin en Tauw een combinatie

aangegaan. Voor ons persoonlijk is de nieuwe

samenwerkingsovereenkomst iets ongunstiger

geworden. Omdat er nu elf partijen meedoen, is de

kans van score wat lager. Maar over all zijn we wel

tevreden.”

“Rijkswaterstaat heeft zeker de intentie gehad om

de ingenieursbureaus bij de totstandkoming van de

samenwerkingsovereenkomst te betrekken. Dat vind

ik positief. Er zijn verschillende sessies met de markt

geweest, waarin partijen zijn betrokken die al ervaring

hadden met het bestaande raamcontract, maar ook

met partijen daarbuiten.”

“Dat voor perceel A elf partijen geselecteerd zijn,

betekent dat er wel heel veel aanbiedingskosten

gemaakt moeten worden. Eerst waren er maar drie

bureaus per perceel.”

“Wat ons betreft mag er meer transparantie komen,

maar Rijkswaterstaat moet daar zeker nog een slag

maken. Vaak laten de medewerkers de uitslag van

een inschrijving niet weten. Het is erg moeilijk om alle

inschrijfresultaten te ontvangen. Van mij mag dat ook

op een internetsite. Wij werken ook voor Prorail en daar

gebeurt dat ook op die manier.”

WAT ViNdT de MARkT eRVAN?

Rob Snijders, contractmanager ARCADIS

voor de samenwerkingsovereenkomst

met Rijkswaterstaat

“Wij waren zowel bij het oude als bij het nieuwe

raamcontract betrokken. Of eigenlijk gaat onze

ervaring al verder. In een eerdere raamovereenkomst

hadden we een één-op-éen relatie met de

betreffende regionale dienst van Rijkswaterstaat.

Het voordeel daarvan was dat je echt dedicated

met een klant bezig was.”

“Wat ik sterk vind aan de huidige samenwerkingsovereenkomst

is dat al in het tendertraject de

focus sterk is gelegd op samenwerkingsgedrag.

Het werk op een juiste en effectieve manier samen

voor elkaar krijgen. Het is goed om elkaar hierbij

te helpen, elkaar opbouwend kritisch te benaderen.

De prestatiemeting helpt ook daarbij.”

“Daarnaast vind ik het positief dat nu meer gekeken

wordt naar de prijs-kwaliteitverhouding, dit geeft je

de kans om als bureau de toegevoegde waarde

meer tot uitdrukking te laten komen en je op

kwaliteit meer te onderscheiden.”

“ARCADIS positioneert zich nadrukkelijk met

integraal werk. Dat is waar wij goed in zijn.

Gelukkig wordt daar ook in toenemende mate

gebruik van gemaakt, het helpt Rijkswaterstaat om

zich te kunnen concentreren op de invulling van

de regierol.”

“Positief is ook de omvang van de samenwerkingsovereenkomst,

alle regionale diensten en de meeste

landelijke diensten. Wel is het jammer dat je in de

aanbesteding maar op drie van de zes percelen

mocht bieden. ARCADIS is een brede partij en

wij zouden graag op meerdere terreinen onze

specialismen inzetten. Verder zitten er veel partijen

in bijvoorbeeld Perceel A (11 partijen), meer dan we

op voorhand gedacht hadden. Voor partijen is het

dan ook de vraag in hoeverre dat wezenlijk nog

verschilt van het reguliere aanbesteden, het leidt in

ieder geval tot de nodige tenderkosten.”

“Voor de feitelijke uitvraag is er contact geweest

met de opstellers van het contract. Dat is erg

positief en er is goed geluisterd. De focus op

kwaliteit was voor ons een belangrijk punt.

De bijna realtime verbinding tijdens de aanbesteding

vond ik erg prettig. Wij kregen snel antwoord op de

vragen die we stelden. De aanbesteding is dan

ook prettig verlopen.“

november 2009

11


WAT ViNdT de MARkT eRVAN?

DHV, Martien Reniers, adviseur Contract- en Projectmanagement

Saskia Mulder, projectmanager Ecologie

“Wij zijn heel positief over de nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

Deze biedt voordelen; zo is de overeenkomst

meer open en meer op samenwerking gericht. Daarnaast

is hij breder. Eerst hadden we alleen een overeenkomst

voor de regio’s Noord-Oost en Zuid-Oost. De nieuwe

overeenkomst heeft een landelijke dekking. Nu kunnen alle

diensten van RWS voor een uitvraag terecht bij DHV.”

“De ingenieursbureaus zijn goed betrokken bij de

totstandkoming van de nieuwe overeenkomst. De

wijze waarop communicatie tijdens de aanbesteding is

vormgegeven is professioneel. Gekenmerkt door openheid

en toegankelijkheid vormt de aanbesteding een goede

basis voor het opbouwen van vertrouwen.”

“Een enkele keer is het gebruik van alleen de randomizer

minder geschikt. In geval van een zeer specialistische

uitvraag, denk aan lucht en geluid, is niet altijd voldoende

capaciteit beschikbaar. De verplichting om aan te bieden,

kan dan leiden tot een spanning tussen de vraag en het

aanbod. Dit probleem is eerder herkend door RWS en de

ingenieursbureaus. In zo’n geval is het wat ons betreft beter

indien we vooraf bevraagd worden op onze interesse. Ook

kan het voor RWS een nadeel zijn indien ze door gebruik

van de randomizer juist partijen uitsluit die van een uitvraag

de meeste kennis hebben.”

“Het is goed dat voor projecten groter dan 133 duizend

euro de interessevraag wordt gesteld. Dat geeft je de

kans om af te wegen of de investeringskosten tegenover

de succeskans realistisch zijn. Indien toch alle elf partijen

aanbieden kunnen de totale transactiekosten behoorlijk

oplopen. Dat is natuurlijk meer dan bij drie partijen. Het is

wel een voordeel dat de aanbesteding al is gedaan, dat

geeft een goed kader en geen discussie meer over de

voorwaarden van een projectovereenkomst.”

“Wij kijken uit naar de invoering van ‘past performance’.

We zien daar een kans om ons te onderscheiden op basis

van kwaliteit. In de eerste plaats wil DHV concurreren op

kwaliteit en niet op prijs. Mogelijk is past performance

daarvoor een prima instrument.”

www.bolidt.nl

WAT ViNdT de MARkT eRVAN?

Royal Haskoning,

Frans de Graaf, businessgroepmanager divisie infrastructuur en transport

“Wij waren niet bij de vorige raamovereenkomst betrokken

en zijn natuurlijk blij dat we nu weer in de gelegenheid

zijn om aanbiedingen te maken voor Rijkswaterstaat. De

vragen die we krijgen zijn heel divers, de ene keer krijgen

we een hele innovatieve uitvraag en de andere keer een vrij

traditionele. In de consultatiefase hadden we overigens wel

het idee dat er alleen maar innovatieve dingen gevraagd

zouden worden. Dat was misschien ook onze stille hoop,

maar er is toch ook behoefte aan traditionele dingen.”

“Wat ik leuk vind, is dat de oude lijnen weer zijn gevonden.

Rijkswaterstaters van de regionale diensten weten onze

mensen, waar ze in het verleden contact mee hadden,

weer te vinden. Dat is natuurlijk wel een compliment.

Ik juich het sowieso toe als de mensen van RWS direct

contact opnemen met onze medewerkers. Eigenlijk ben ik

het eerste aanspreekpunt, maar als ze de juiste persoon

zonder mij weten te vinden, vind ik dat prima.”

“Ik vind de manier waarop het contract is ingestoken, met

de deelovereenkomsten, perfect. Zo wordt het maatwerk.

Ook over het contact met het contractteam ben ik zeer

te spreken. Het open karakter van deze overeenkomst

spreekt mij erg aan. Ik ben dan ook een voorstander van

past performance. Het is alleen maar goed als je beloond

wordt als je het goed doet en als je het slecht doet op het

strafbankje terecht komt.”

2009 is een jaar van anders ondernemen. Van eerst nadenken en dan doen. Zaken van de andere kant bekijken en niet klakkeloos

anderen volgen. Een jaar waarin niet in beperkingen maar in mogelijkheden wordt gedacht. Bolidrain ® en Boligrip ® 2009 is een jaar van anders ondernemen. Van eerst nadenken en dan doen. Zaken van de andere kant bekijken en niet klakkeloos

anderen volgen. Een jaar waarin niet in beperkingen maar in mogelijkheden wordt gedacht. Bolidrain systemen bieden

innovatieve oplossingen voor bruggen, slijtlagen en parkeerfaciliteiten. Scheuroverbruggend, veilig in ieder weertype, duurzaam,

® en Boligrip ® systemen bieden

innovatieve oplossingen voor bruggen, slijtlagen en parkeerfaciliteiten. Scheuroverbruggend, veilig in ieder weertype, duurzaam,

verwarmbaar verwarmbaar onder onder hellingen, geluiddempend en licht van gewicht. Jarenlang. No limits dus. dus.

12 november 2009 november 2009 13


Rijkswaterstaat

test wegdek

met rubber

Onlangs is in opdracht van Rijkswaterstaat

door de combinatie Dura

Vermeer en Intron een superstil

wegdek met rubber aangelegd op

verzorgingsplaats De Brink langs

de A50 bij Apeldoorn. De proef moet

duidelijk maken of een elastisch

wegdek een oplossing kan zijn voor

een verdere geluidsreductie.

De doelstelling is een geluidreductie

van tenminste 8 dB(A). Dat is 4 dB(A)

stiller dan het Zeer Open Asfalt Beton

(ZOAB) dat nu veel wordt toegepast

op snelwegen. Een onderdeel van de

proef is verder het vaststellen van de

invloed van de onderliggende laag op

de geluidreductie. Een deel van de

Asfaltverharding voor

extreme belasting

Ooms Construction heeft onlangs

een bedrijfsterrein in Zwaag voorzien

van een asfaltconstructie

speciaal ontwikkeld voor zwaarbelaste

oppervlakten. Dit was

nodig omdat op het terrein de

grootste sloopkranen ter wereld

– wel 400 ton - worden gebouwd.

Het terrein was toe aan een nieuw

oppervlak. Eisen waren dat het

nieuwe oppervlak bestand is tegen

de enorme wringkrachten en dat

het terrein snel weer bruikbaar is.

Het terrein is eerst afgegraven, waarna

75 cm menggranulaat is aangebracht,

waarvan 55 cm is gestabiliseerd met

cement. Dit is de eerste stap in het

Bron: Rijkswaterstaat dVS

Actueel

onderliggende laag bestaat daarom

uit het open ZOAB en een deel uit het

dichte Steenslag Asfalt Beton (STAB).

Daarnaast moet de proef inzicht

geven in de aanlegmogelijkheden, de

technische haalbaarheid, de beleving

van de weggebruiker en de verwachte

duurzaamheid.

verstevigen van het oppervlak. Er zijn

drie lagen asfalt aangebracht: twee

lagen Sealoflex, met daartussen een

bitumineus membraan, zodat het

terrein ook vloeistofdicht is. Daarna is

een combinatiedeklaag aangebracht:

Stabifalt. Dit is een ZOAB, op basis

van een gemodificeerd bitumineus

bindmiddel, waarin een cementvloeistof

wordt aangebracht die na

uitharding zorgt voor een nog steviger

geheel.

Ooms legde eerder asfaltverhardingen

aan bij containerterminals zoals bij

Euromax in Rotterdam en Ceres in

Amsterdam.

www.ooms.nl

Bron: Ooms Construction

de nieuwe asfaltconstructie

moet bestand zijn tegen

enorme wringkrachten.

Het aanbrengen van rubber op het wegdek.

Omdat het hier om een geheel nieuw

wegdek gaat, dat nog nooit eerder in

Nederland op de weg is gebruikt of

door wegenbouwers is toegepast, is

het nog onbekend hoe lang het wegdek

blijft functioneren. Medio 2010 wordt

een eerste tussenresultaat bekend.

Verkeer &

Mobiliteit

2009

Op 10 december is in Houten de

vakbeurs Verkeer & Mobiliteit. Deze

beurs laat zien wat er praktisch

mogelijk is qua verkeerstoepassingen

en mobiliteitsoplossingen. Het accent

ligt op de stedelijke omgeving en de

daarop aansluitende gebieden.

Bezoekers ontmoeten er aanbieders

van verkeersproducten en diensten,

verkeerskundige adviesbureaus en

andere gesprekspartners op mobiliteitsgebied,

waaronder veel collega’s.

Op de beursvloer staan leveranciers

binnen de sectoren stedelijke verkeersdoorstroming,

wegaanleg & onderhoud,

advies, verlichting, verkeersmaterialen,

parkeren en openbaar vervoer. Vakbeurs

en lezingen zijn gratis te bezoeken.

www.verkeerenmobiliteit.nl

Innovatieve aanpak voor

inventarisatie van vangrail

Met minimale overlast voor weggebruikers

inventariseerden advies-

en ingenieursbureau DHV en Cyclo-

Media onlangs de vangrails langs

300 kilometer snelweg in Limburg.

Wegafzettingen waren niet nodig

door de toepassing van speciale

panoramafoto-technieken. Deze

nieuwe aanpak voorkomt hiermee,

naast verkeersoverlast, ook het

onveilige werk langs de snelweg

door inspecteurs en landmeters.

Vangrails hebben een belangrijke

functie voor de verkeersveiligheid en

moeten daarom aan strenge normen

voldoen. Voor toetsing aan deze

normen en om het onderhoud goed te

kunnen plannen is informatie nodig over

typen en onderhoudsstaat. Hiervoor

worden normaliter inspecteurs en

landmeters naar buiten gestuurd. Bart

Mante, projectmanager Infrabeheer

bij DHV: “Met deze nieuwe aanpak

hoeven we niet meer met personen op

de weg naar buiten. We minimaliseren

de overlast voor de automobilisten,

het is veiliger voor de inspecteurs en

ook efficiënter, dus goedkoper, mede

door het achterwege kunnen laten van

de dure wegafzettingen.”

www.cyclomedia.nl

Bolidt stapt in Bayer’s

‘EcoCommercial Building’

Bolidt Kunststoftoepassing is toe-

getreden als partner bij het programma

‘EcoCommercial Building’. In het

programma werken diverse partijen in

de bouwindustrie wereldwijd samen

om duurzame materialen, systemen

en technologieën te introduceren,

waarmee economisch efficiënte gebouwen

worden ontworpen, die het

milieu ontzien.

“Doel van het ‘EcoCommercial

Building’ programma is om de kennis

en ervaring van verschillende partijen

in de bouw te bundelen, zodat bouw-

projecten worden ontwikkeld die

energie-efficiënt zijn en uitstoot van

schadelijke stoffen tot nul reduceren”,

vertelt ir R.W. Bol, directeur van Bolidt.

“Tegelijkertijd moet dit leiden tot meer

comfort en lagere lifecycle kosten.” De

wereldwijde uitstoot van CO 2 wordt

voor 20 procent veroorzaakt door het

energieverbruik in gebouwen. Het

programma ‘EcoCommercial Building’

werkt wereldwijd aan een volledig

geïntegreerde oplossing.

Ook

InfraTech

in België

Goed nieuws voor diegenen die

de Infratech hebben gemist. In

februari strijkt de vakbeurs neer

in Gent. InfraTech Belgium biedt,

net als de Nederlandse equivalent,

voor grond- , water- , wegenbouw

en de verkeersindustrie een

compleet, toegankelijk en actueel

overzicht van de sector.

Drie dagen lang is de kennis en ervaring

uit de branche verzameld op één plek.

Een platform waar aanbieders en op-

drachtgevers vanuit overheid en bedrijfsleven

elkaar ontmoeten, kennis

uitwisselen en zaken doen.

Aanbieders uit diverse segmenten

zijn aanwezig om hun laatste innovaties

tentoon te stellen en hun

bedrijfsactiviteit weer eens goed

onder de aandacht te brengen

bij een breed publiek. Tijdens

InfraTech Belgium 2010 zal ook de

Vlaamse overheid aanwezig zijn. Het

Agentschap Wegen en Verkeer neemt

deel aan het congresprogramma op

de beurs.

9 – 11 februari 2010

Flanders Expo Gent

www.infatechbelgium.be

14 november 2009 november 2009 15

Bron: CycloMedia

www.bolidt.nl


Minder verkeershinder, meer rijcomfort

Prefab HSB Overlaging

wint prijs Rijkswaterstaat

Om de overlast bij de renovatie van de stalen bruggen tot een minimum te beperken, schreef

Rijkswaterstaat een prijsvraag uit. Wie bedenkt de meest verkeersvriendelijke oplossing. Het

samenwerkingsverband tussen uitvinder Roland Angenent en Hurks Beton ging er met de eerste

prijs vandoor. Zij ontwierpen samen ‘Prefab HSB Overlaging’ een renovatietechniek die veel sneller

is dan bestaande methoden.

De komende jaren moeten een aantal vaste stalen

bruggen in Nederland worden gerenoveerd. De metalen

bruggen vertonen vermoeiingsscheuren doordat het

verkeer meer is toegenomen dan verwacht. De bestaande

uitvoeringsmethode is het verwijderen van het asfalt, het

repareren van de scheuren en het ter plaatse aanbrengen van

een laag hogesterktebeton. Deze methode is complex en levert

hinder op voor de weggebruiker. Daarom heeft Rijkswaterstaat

in januari 2009 een innovatieve prijsvraag uitgeschreven om de

markt uit te dagen met slimme oplossingen te komen.

De winnaar.....

Aan de prijsvraag kon iedereen meedoen, niet alleen aannemers

en bouwers, maar ook geïnteresseerden en specialisten uit

andere sectoren. Het aantal ideeën was daardoor groter, met

meerdere invalshoeken en bredere oplossingsmogelijkheden.

In totaal zijn 165 ideeën ingediend en een onafhankelijke

jury heeft in april hieruit de beste tien ideeën gekozen. De

indieners hiervan kregen ieder maximaal honderdduizend euro

om het idee uit te werken. De jury heeft aan de hand van de

criteria lifecycle verkeershinder, lifecycle kosten, generieke

toepasbaarheid, imago Rijkswaterstaat en licentiekosten

bepaald wie de winnaar is. De lifecycle verkeershinder heeft

hierbij zwaar gewogen. Op dinsdag 13 oktober heeft de jury

de winnaar bekendgemaakt: Het samenwerkingsverband van

uitvinder Roland Angenent en Hurks beton b.v. Juryvoorzitter

Jeltje van Nieuwenhoven prees het oplossingsconcept ‘Prefab

HSB Overlaging’ om de “gedetailleerde uitwerking en de

combinatie van innovatieve methodes, zoals prefabricage van

hogesterktebeton en innovatieve meetmethoden. Hiermee

wordt de techniek op een hoger niveau geplaatst.”

Wat is Prefab HSB Overlaging?

Bij Prefab HSB Overlaging wordt een brugdek versterkt door het

vervangen van het asfalt door geprefabriceerde platen van ultra

hoge sterkte beton (UHSB). Het bijzondere aan deze methode

is dat elke individuele plaat op maat gemaakt wordt voor zijn

positie op de brug. De onderkant van de plaat volgt daarbij

eventuele onregelmatigheden in het stalen dek. De platen zijn

met het brugdek verbonden met behulp van epoxyhars. In de

betonfabriek worden de platen in de maanden voor de renovatie

geproduceerd. Hierbij is gebruik gemaakt van malbodems die

uit EPS (piepschuim) gefreesd worden. Een typische maat van

een plaat is 12 x 3 meter en 50 mm dik. De betonelementen

krijgen in de fabriek een ruw oppervlak en belijning, zodat ze na

het verlijmen meteen gereed zijn voor gebruik.

Het verlijmen van de platen gebeurt door eerst de randen met

een tixotrope tweecomponenten epoxyhars aan het stalen

brugdek te verlijmen. Daarna wordt de spleet tussen betonplaat

en stalen brugdek onder vacuüm geïnjecteerd met een dun

vloeibare tweecomponenten epoxyhars. Na uitharden is de

betonplaat duurzaam met het stalen dek verbonden.

Brugdek meten

Om de platen te kunnen ontwerpen, is het nodig om te weten

wat de vorm van het stalen brugdek precies is. Echter, voor

de renovatie is de brug nog bedekt met asfalt, waardoor de

vorm van het stalen dek niet zichtbaar is. Met een combinatie

van meettechnieken is de vorm van het brugdek dwars door

het asfalt heen te bepalen. Deze technieken zijn Pulsed

Eddy Current (PEC) metingen, Eddy Current (wervelstroom)

laagdiktemetingen en boringen. De metingen ‘door het asfalt

heen’ leveren een 3D-CAD model op, wat gebruikt wordt

om de individuele platen te ontwerpen. PEC en boringen zijn

bestaande technieken. Voor wervelstroomlaag-diktemetingen

bestaat een handmatige sensor met een nauwkeurigheid van

0,5 mm. Voor praktische toepassing zal een geautomatiseerd

meetsysteem ontwikkeld moeten worden.

Onder hoge druk

Nadat uitvinder Angenent hoorde dat hij tot de tien finalisten

behoorde, heeft hij contact gezocht met Jan Dekkers, directeur

van Hurks beton. Hurks beton en haar ingenieursbureau

Hurks Delphi Engineering hebben de specialistische kennis

van hogesterktebeton en prefabricage die nodig was voor het

oplossingsconcept. Gedurende vier maanden, waarvan een

maand vakantietijd, is door Angenent en Dekkers het concept

in hoog tempo verder uitgewerkt. Hierbij zijn proefstukken

gemaakt en zijn diverse experimenten en testen uitgevoerd. Bij

de ontwikkeling is de deskundigheid van veel partijen ingezet: het

Hechtingsinstituut van de TU Delft, onderzoeksinstituut KOAC-

NPC, leverancier van meetapparatuur Helmut Fischer, freesbedrijf

NEDCAM en landmeetkundig bureau Van Steenis Geodesie.

Verkeershinder

Prefab HSB Overlaging gaat gepaard met beduidend minder

verkeershinder dan ter plaatse aangebrachte HSB Overlaging.

Weliswaar moet er van te voren gescand worden, waarvoor de

brug afgezet moet worden, maar deze werkzaamheden kunnen

gedurende de nacht plaatsvinden. Dit levert nauwelijks files op.

De renovatie zelf duurt veel korter omdat na het verwijderen

van het asfalt en de reparatie van de vermoeiingsscheuren, de

betonelementen alleen nog geplaatst en verlijmd hoeven te

worden. In het geval van de Hagesteinse brug duurde dit 13

dagen in plaats van 31.

De kwaliteit van het eindproduct is bij Prefab HSB Overlaging

hoger en beter te garanderen dan bij In Situ HSB Overlaging

omdat de betonelementen van een hoogwaardiger type HSB zijn

gemaakt en omdat de betonelementen onder gecontroleerde

omstandigheden in de betonfabriek zijn gemaakt. Bovendien

kunnen de elementen vrij krimpen tijdens het uitharden.

Rijcomfort

In de praktijk bevatten stalen bruggen knikken, omdat ze

samengesteld zijn uit rechte secties. Knikken leveren een slecht

rijcomfort op. Door de dikte van de individuele platen te variëren

kan de ‘ideale rijlijn’ gecreëerd worden waardoor het rijcomfort

toeneemt. In de fabriek zijn er de ideale omstandigheden om

het rijoppervlak ‘hobbelvrij’ te produceren.

Uit voorlopige berekeningen blijkt dat de kosten van Prefab

HSB Overlaging weliswaar initieel hoger zijn, maar dat door

de toepassing van het bijzonder harde en duurzame UHSB

bespaard kan worden op de onderhoudskosten.

Meer informatie: www.hurksbeton.nl, www.angenent.biz

16 november 2009 november 2009 17


Engenius is een intermediair op de arbeidsmarkt die ingenieurs

en opdracht gevers in de techniek op een persoonlijke manier

bij elkaar brengt én houdt. Wij zijn gespecialiseerd in het

bemiddelen van ingenieurs voor engineering- en management-

functies.

Engenius gaat voor

het baanrecord!

Engenius, sponsor schaatsploeg 1nP-Engenius

Hoofddorp Alkmaar Rotterdam

.nl voor ingenieurs.

AD INFRATECH_126x194 10/30/09 9:38 AM Page 1

9 t/m11februari 2010 > Flanders Expo Gent

Belgium

VAKBEURS VOOR GROND-, WATER-, WEGENBOUW

EN DE VERKEERSINDUSTRIE

bewegwijzering zonder omwegen

www.naamplaat.nl

De Nieuwe Haven 14 - 7772 BC Hardenberg - T 0523 654050 - F 0523 654051

Plannen

voormorgen

www.naamplaat.nl

De Nieuwe Haven 14 - 7772 BC Hardenberg

T 0523 654050 - F 0523 654051

Registreer u

online voor

GRATIS toegang

www.infratechbelgium.be

infratechbelgium@artexis.com

Met het tekenen van het convenant intellectueel eigendom door

Rijkswaterstaat, Bouwend Nederland, ONRI, CROW en Octrooicentrum

Nederland, begin deze maand, is de weg vrij gemaakt

om de innovatie die in marktpartijen al aanwezig is, gedegen

en breed in te zetten en worden marktpartijen gestimuleerd om

met nieuwe innovatieve oplossingen te komen. Een goede zaak.

Het convenant maakt een einde aan een tijdperk waarin marktpartijen nog al eens geconfronteerd werden met

het feit dat hun innovatieve inbreng, al dan niet geoctrooieerd, door de opdrachtgever werd overgenomen,

zonder dat ze daarvoor gecompenseerd werden. Het zal niet verbazen dat die situatie ervoor zorgde dat

marktpartijen uiterst terughoudend waren om geld en energie te steken in alternatieve aanbiedingen.

Dat het convenant tot stand kon komen had niet in de laatste plaats te maken met het feit dat alle betrokken

partijen uiterst ongelukkig waren met de oude situatie. Een andere belangrijke reden was en is natuurlijk de

veranderende markt waarin de overheid zich verder terugtrekt en steeds meer aan de markt wil overlaten.

Dat met elkaar verklaart ook de uitermate constructieve en prettige sfeer waarin de onderhandelingen

richting het convenant zijn verlopen.

Het convenant pakt niet alleen gunstig uit voor de betrokken opdrachtgever en opdrachtnemer. Wij leven

in een klein, druk bevolkt land met een hoge mobiliteitsgraad. Alle kennis en ervaring zal nodig zijn om de

bereikbaarheid in de toekomst veilig te stellen. Vooral onderhoud, renovatie en uitbreiding van het wegennet

kunnen zorgen voor overlast en in het verlengde daarvan voor irritatie. Om doorstroming van het verkeer

zo veel mogelijk te bevorderen zullen de betrokken partijen en vooral de uitvoerende partijen alles uit

de kast moeten halen waar het nieuwe ideeën en werkwijzen betreft.

Ook duurzaamheid van hetgeen geleverd wordt, speelt daarbij een belangrijke rol. Het convenant zorgt

ervoor dat het denkwerk van marktpartijen voor een project financieel gecompenseerd gaat worden. En dat

nieuwe ideeën en werkwijzen ook aan andere opdrachtgevers kunnen worden verkocht. Het is nu zaak om

de betrokken ondernemingen goed te informeren over de kansen die het convenant hen biedt. Het zal geen

verbazing opleveren als ik zeg dat Bouwend Nederland die taak met genoegen op zich zal nemen.

Elco Brinkman

Voorzitter Bouwend Nederland

Column

Elco Brinkman

Intellectueel eigendom

november 2009

19


Renovatie knooppunt Lankhorst met minimale overlast

‘Wordt hier wel gewerkt?’

Tekst: Sandra krens

Ten zuiden van Meppel ligt het verkeersknooppunt Lankhorst. Komend van Hoogeveen kun je daar

vanaf de A28 de afslag nemen naar de A32 richting Leeuwarden en vice versa. Tenminste, dat is

sinds kort het geval.

V

roeger moest het verkeer dat via de A28 van Hoogeveen

kwam en over de A32 naar Leeuwarden wilde, de

onderliggende weg door Meppel nemen. Per dag reden

er daardoor zo’n 10.000 tot 15.000 voertuigen extra door die

stad. Dat kwam neer op onacceptabele drukte en gevaarlijke

situaties. Omdat daarbij de bereikbaarheid van het noorden van

ons land om verbetering vraagt, gaf Rijkswaterstaat opdracht

tot een grondige verbouwing van het knooppunt Lankhorst.

Daarbij was het belangrijkste uitgangspunt: zorg dat de

realisatie van het project zo min mogelijk overlast geeft voor

de doorstroming van het verkeer. Dat lukte, mede dankzij een

vernieuwende aanpak bij de samenwerking met de aannemers.

Knooppunt Lankhorst moest op de volgende onderdelen

worden verbeterd:

Aanleg nieuwe verbindingswegen tussen de A28 en de A32

Verlegging bestaande aansluitingen op de A28 en de A32

Twee extra rijstroken voor het invoegen vanaf de A32

vanuit het noorden op de A28 richting Zwolle.

Aanleg weefvakken voor in- en uitvoegend verkeer

Aanleg extra geluidswal en verhoging bestaande geluidswal

Gebruik van stil asfalt (tweelaags zeer open asfalt

beton, zoab)

Aanleg dassentunnel en ottertunnel

Veel partijen, veel belangen

Het knooppunt Lankhorst ligt op de grens van twee provincies,

drie gemeentes en twee waterschappen, die ieder eigen eisen

stelden aan de uiteindelijke situatie. En natuurlijk hadden ook

de weggebruikers zelf, de omwonenden en andere burgers zo

hun wensen bij de aanleg. Aan al die belangen, hoe veelzijdig

ook, is vanaf de allereerste fase op een harmonieuze manier

tegemoet gekomen. Steeds weer zijn alle partijen, dus ook

weggebruikers en omwonenden, bij de plannen en de uitvoering

betrokken, via inspraakavonden en ander overleg. Door bij de

werkzaamheden zo veel mogelijk rekening te houden met alle

uitgesproken belangen, leidde dit uiteindelijk tot tevredenheid

bij alle partijen.

Geen problemen

Okke van Brandwijk Projectmanager bij Rijkswaterstaat vertelt

over het project: “We hebben met iedereen vooral met respect

samengewerkt, rekening houdend met de verschillende visies.

Daardoor leidde bijvoorbeeld de aankoop van de grond niet

tot problemen. De grond kon minzaam worden aangekocht –

alle benodigde meters kwamen zo op een soepele manier in

het bezit van RWS en er was geen onteigening nodig. Ook met

de gemeentes kwamen we er goed uit, al was daar wel wat

aanlooptijd voor nodig. Punt is dat het knooppunt Lankhorst

20 november 2009 november 2009 21


onder de gemeente Staphorst valt, en dus onder de provincie

Overijssel. Maar het is de gemeente Meppel en dus provincie

Drente die het meeste baat heeft bij de verbouwing. Het gaat

immers om ontlasting van het verkeer door Meppel. Het werd

nog even extra complex doordat Meppel bezig was met de

aanleg van een ringweg en dat er daarbij een fietsbrug moest

komen. Er was discussie over de financiering van die fietsbrug.

Die discussie werd in eerste instantie bij de gesprekken over het

knooppunt Lankhorst betrokken. En die twee hadden natuurlijk

niets met elkaar te maken. Maar goed, dat konden wij van

Rijkswaterstaat dan wel vinden, je moet toch rekening houden

met andere standpunten en geduld hebben. Uiteindelijk pakte

dat goed uit. De beide gemeentes begrepen zelf ook wel dat ze

de zaken gescheiden moesten houden en losten het zelf op. Er

kwamen dan ook geen problemen uit voort.”

BeTROkkeNHeid LeidT TOT gOed idee ANdeRS deNkeN, ANdeRe OPLOSSiNgeN

Omdat er met de verbouwing van het knooppunt Lankhorst

veel belangen gemoeid waren, is er vanaf de voorbereiding

steeds openheid van zaken gegeven. Dat hield ook in

dat er elke zes weken een inloopavond werd gehouden

voor omwonenden. Op deze bijeenkomsten vertelde de

aannemer over de bouwplannen, de vorderingen en de

hinder die men daarvan zou kunnen ondervinden. Ook

werd om reacties en suggesties gevraagd.

Op een van die avonden stond een van de aanwezigen

op. Het was de heer H. Schra uit Staphorst. Hij vroeg

waarom men de aanleg van de afslag van Hoogeveen

naar Meppel niet eerder aanlegde dan gepland was. Dat

zou als voordeel hebben dat het verkeer tijdens de verdere

werkzaamheden via die afslag kon worden omgeleid.

De aannemer was snel overtuigd. Men zag zelfs nog een

extra voordeel. Onderdeel van het contract was namelijk

dat de weg maar één keer mocht worden afgesloten voor

het verkeer. Als dat in de laatste fase zou zijn geweest,

was dat in de drukke periode gevallen. Door de afslag

eerder aan te leggen, kon de aannemer de afsluiting in

een minder drukke tijd inzetten, waardoor de overlast zo

beperkt zou blijven. De aannemer gooide de planning dan

ook meteen om en schoof de aanleg van de afslag naar

voren. En zo droeg de betrokkenheid van de omwonenden

bij aan de belangrijkste randvoorwaarde: de aanleg van

het knooppunt gepaard laten gaan met zo min mogelijk

hinder voor het verkeer.

Jan van Dijk, adjunct-directeur van GMB Infra, is enthousiast

over het doorlopen proces rondom knooppunt Lankhorst.

“Het project paste perfect in de aanpak die de organisatie

de laatste jaren propageert. RWS en KWS/GMB hebben

meer op basis van gelijkwaardigheid samengewerkt in dit

project. Dat betekent dialoog in plaats van monoloog. Dit

leverde voor alle partijen een win/win-situatie op.”

In een integraal projectteam, waar ook Royal Haskoning

geconsulteerd is door de combinatie KWS/GMB, is

nagedacht over het verkeersmanagement van deze knoop.

Cees Veerman, directeur KWS: “De hele keten is door de

combinatie KWS/GMB tegen het licht gehouden. Dat is een

geheel andere aanvliegroute dan wanneer je puur vanuit

de techniek zou gaan denken. Het gevolg van deze andere

Veiligheid

Andere belangrijke partijen waren het district Zwolle en de

hulpdiensten. Zij bekeken de plannen uiteraard vooral op de

vraag: hoe snel kunnen we erbij als zich een ongeluk voordoet?

“Doordat we volgens het bestemmingsplan maar beperkte

ruimte hadden, hebben de lussen relatief krappe bochten,”

vertelt Van Brandwijk. “Uiteraard voldoen ze aan de wettelijke

vereisten, maar ze zijn vrij krap. Dat geeft wat grotere risico’s

voor bijvoorbeeld het uit de bocht glijden of – bij vrachtauto’s –

omslaan. Ook hier heeft de samenwerking tijdens de uitvoering

tot een paar goede en eenvoudig realiseerbare aanpassingen

geleid. Een van de ideeën die is uitgevoerd is het weghalen

van de vangrail bij de verbindingslussen. Die leveren immers

vooral voor motorrijders gevaar op. Als een voertuig nu uit

de bocht raakt, schuift het veilig door, het grasveld in. Op

manier van denken: een ander uitvoeringsproces en een

andere fasering. Je draait aan andere knoppen en dan

komt er ook andere muziek uit. Uiteindelijk komt overigens

ook de techniek wel weer om de hoek kijken, maar vanuit

een andere optiek. Zo is afgewogen wat beter was: een

pijler onder een viaduct traditioneel bouwen in beton, wat

vier tot zes weken duurt, of met staal, wat wel duurder is,

maar in één nacht klaar is. Denkend vanuit onder meer de

bonus-malusregeling kom je dan tot andere oplossingen.”

Niet in de laatste plaats is deze nieuwe manier van

werken ook interessant voor de betrokken medewerkers,

zo signaleert Van Dijk: “Ook zij vinden het een enorme

uitdaging om op deze vernieuwende manier bezig te gaan.

Er worden andere eisen aan ze gesteld en dat stimuleert.

22 november 2009 november 2009 23


verzoek van de hulpdiensten hebben we in dat veld nog een

verbindingsweggetje van grastegels aangelegd. Zo is het voor

hen beter bereikbaar en berijdbaar. Ook hebben we voor hen

als extra een noodweggetje achter de viaductpijlers gebouwd.

Op die plek was geen ruimte voor een vluchtstrook, maar nu

is er wel een doorgang voor de hulpverleners. Zo zijn ook zij

tevreden met de verbouwing.”

Financiële stimulansen

Omdat de verkeersveiligheid uiteraard een belangrijke

voorwaarde was die aan het vernieuwde knooppunt werd

gesteld, bevatte het contract daarvoor een financiële stimulans:

Als er tijdens de uitvoering nieuwe ideeën zouden ontstaan die

extra veiligheid én financieel voordeel zouden opleveren, zou

dat voordeel voor de aannemer zijn.

Maar er was nog een eis die bovenaan stond bij de aanbesteding

van de ombouw knooppunt Lankhorst. Het verkeer moest zo

min mogelijk overlast ondervinden tijdens de ombouw. De

COMPeNSATie NATuuR

De verbeteringen van knooppunt Lankhorst gingen ten

koste van een stukje natuur. Dit wordt op verschillende

manieren gecompenseerd. Zo wordt lichthinder voor

de daar huizende vleermuizenkolonie beperkt door

‘dynamische’ verlichting. Dit systeem brandt minder

fel wanneer het verkeersaanbod gering is. Ook met

dassen en otters wordt rekening gehouden. Die

dieren krijgen ieder hun eigen doorgang.

Dassentunnels en een bruggetje

RWS-projectmanager Okke van Brandwijk: “Een das

gaat alleen een tunnel in als hij licht aan het eind ziet.

Daarom bestaat de dassendoorgang uit verschillende,

kortere gedeeltes. De dassentunnel gaat onder de

snelweg door, komt dan midden in het knooppunt

weer boven en gaat onder het volgende stukje door.

Als de dassen daarna weer bovenkomen, stuiten ze op

een brede sloot – en dassen houden niet van water.

Dus hebben we daar een bruggetje voor ze aangelegd.

Vervolgens komt er nog een tunnel onder de spoorweg

door die toegang biedt tot een groter natuurgebied.”

Otterdoorgang

De otterdoorgang moet in 2011 klaar zijn. Die doorgang

is een extra compensatie-element dat niet in het

bestemmingsplan stond. Van Brandwijk: “Voordat de

verbouwing van het knooppunt aanving, kwamen hier

helemaal nog geen otters voor. Maar in de tijd dat we

begonnen, werd er een paar keer een aangereden otter

aangetroffen. Helaas steken de otters op een andere

plaats over dan de dassen, dus de dassentunnels

volstonden niet voor beide soorten. In het kader van

natuurcompensatie heeft RWS toen de krachtenen de

financiën - gebundeld met de gemeente Staphorst, de

provincie Overijssel, Prorail, en Landschap Overijssel.

Het resultaat zal straks een mooie otterdoorgang zijn,

apart van de dassentunnels.”

aannemers die werden uitgenodigd voor de aanbesteding,

werd dan ook gevraagd plannen in te dienen die specifiek

daaraan voldeden. De aannemerscombinatie GMB/KWS

werd de ombouw knooppunt Lankhorst uiteindelijk gegund.

Daarbij werd een unieke contractconstructie gehanteerd. “We

hebben een speciale bonus/malusregeling ingesteld,” vertelt

Van Brandwijk. “Als de aannemer ervoor kon zorgen dat er

geen extra verkeershinder ontstond tijdens de uitvoering, kon

hij een bonus verdienen. Zou er een klein beetje meer hinder

zijn, dan kreeg hij niets. Maar bij grote hinder gold een malus.

Met camera’s hebben we vooraf de doorrijtijd van het verkeer

gemeten, ook in de spits. Aan de hand van deze gegevens is

de normtijd t0 vastgesteld De actuele doorrijtijden hebben

we vergeleken met die in de maanden tijdens de ombouw.

We hebben nog niet alle gegevens binnen, maar tot nog

toe blijkt dat er geen extra hinder heeft plaatsgevonden. De

verkeersdoorstroming is prima. Mede dankzij de inzet van

GMB/KWS. Onze vereisten hebben bij hen tot een verbeterde

aanpak van dit soort projecten geleid. Het heeft hen aangezet

tot een andere manier van denken over de wijze waarop je met

het verkeer omgaat.”

Het resultaat mag er zijn: alle partijen zijn tevreden en het nieuwe

knooppunt ging op 9 september open voor het verkeer. Dat is

twee maanden eerder dan gepland. En dat zonder overbodige

overlast. De mooiste illustratie hiervan gaf een burger, die tijdens

de verbouwing van het knooppunt bezorgd vroeg: ‘Wordt hier

wel gewerkt?’

Op de foto zijn punten aangegeven die gemeten worden.

dit zijn punten die een sterke reflectie hebben

voor radargolven.

TU Delft volgt spoortunnelproject

vanuit de ruimte

Mogelijke verzakkingen van

gebouwen tijdens de aanleg van

de Delftse spoortunnel kunnen

met millimeterprecisie worden

gemonitord vanuit de ruimte.

Studenten van de masteropleiding

Geomatics van de TU Delft hebben

dit aangetoond. Ze hebben met de

satelliettechnologie onder meer

laten zien dat sommige huizen van

Delft nu ook al bewegen, maar dan

door andere oorzaken.

Grote infrastructuurprojecten zoals

de Amsterdamse Noord-Zuidlijn of de

Haagse tramtunnel kunnen gepaard

gaan met zettingen van de ondergrond

en daardoor aanzienlijke schade

veroorzaken aan de bebouwing.

Hoewel er bij de aanleg alles aan wordt

gedaan om schade te voorkomen,

worden er toch duizenden metingen

uitgevoerd om de stabiliteit van de

bebouwing te volgen. Dit is vaak

beperkt tot de directe omgeving van

de bouwactiviteiten en tijdens de meest

intensieve bouwperioden. De studenten

hebben een methode ontwikkeld

om deze informatie eenvoudig uit

satellietmetingen te halen.

Actueel

Hierdoor is het mogelijk om wekelijks

nieuwe metingen te doen, voor een

veel groter gebied, en gedurende vele

jaren voor, tijdens en na de tunnelbouw.

De techniek werkt met radargolven

uitgezonden door satellieten en is in

staat verzakkingen of scheefstand van

objecten te meten. Scheefstand in de

orde van een paar milligraden blijkt

meetbaar, terwijl verzakkingen met een

precisie van een millimeter kan worden

bepaald. Per vierkante kilometer kunnen

duizenden punten binnen enkele

seconden worden gemeten.

Uit het onderzoek bleek dat de

techniek nog preciezer was dan

gedacht. Zo kon het uitzetten van een

aantal hoge gebouwen in Delft door

temperatuursveranderingen worden

bepaald, waardoor de studenten de

materiaaleigenschappen van gebouwen

vanuit de ruimte konden bepalen. De

Delftse studenten stellen dat de TU Delft

deze metingen moeten blijven uitvoeren

in de komende bouwjaren. Hierdoor

is te bepalen hoe de stad, inclusief de

historische binnenstad, reageert op de

bouwactiviteiten.

Bert Keijts

verlaat Rijkswaterstaat

Bert Keijts neemt na zes jaar

afscheid als directeur-generaal

van Rijkswaterstaat. Keijts

heeft zich ingezet om van

Rijkswaterstaat een efficiënte

organisatie te maken die

nadrukkelijk op het publiek is

gericht. Minister Eurlings en

staatssecretaris Huizinga van

Verkeer en Waterstaat zijn hem

daar zeer erkentelijk voor: ”Hij

was voor ons een bron van

inspiratie.’’

Bert Keijts werkte 28 jaar binnen de

Rijksdienst. Het afgelopen jaar is hij

verkozen tot Overheidsmanager van

het Jaar. Met ingang van 1 januari

2010 gaat Keijts leiding geven aan

woningcorporatie Portaal. Een

opvolger is nog niet bekend. In het

volgende nummer van Otar, staat

een uitgebreid afscheidsinterview

met Keijts.

24 november 2009 november 2009 25

Foto: Tu delft


Proeftuin PiM stopt ermee

Tekst: Astrid Melger

In mei 2010 stopt Partnerprogramma Infrastructuur Management (PIM). De afgelopen vier jaar

was het dé proeftuin om met nieuwe werkwijzen voor het Ondernemingsplan Rijkswaterstaat te

experimenteren. De marktpartijen zijn enthousiast en gaan verder met een nieuwe ‘kennishub’.

PIM partner Grontmij neemt hierin het voortouw. Rijkswaterstaat borgt de opgedane expertise op

verschillende plaatsen in de organisatie.

PIM startte in 2006 nadat de Britse infraprovider Atkins

en zijn Nederlandse branchegenoot Grontmij aan

Rijkswaterstaat hadden voorgesteld een gezamenlijk

leer- en ontwikkeltraject te beginnen. Doel was de verbetering

van de hele procescyclus bij het managen en onderhouden

van infrastructuur door over de grenzen van de organisatie

heen te kijken en in het klein zichtbaar te maken wat het

voor een organisatie betekent om echt te veranderen. Het

partneringcontract tussen de drie partijen vormde de basis voor

het leren en ontwikkelen. Frans de Haes, hoofd Mobiliteit bij

Grontmij en vanaf het eerste moment betrokken, zegt hierover:

“Met PIM gingen we kijken hoe onze buren het aanpakten. Het

was heel nuttig om bij collega’s in andere landen een kijkje in

de keuken te nemen.” PIM-directeur Ben Spiering noemt PIM

vooral een veilige omgeving waar experimenten konden worden

uitgevoerd. “We zijn aan de slag gegaan met ideeën die vanaf

de werkvloer kwamen. Niet te lang denken, maar vooral doen.”

Vier pilots

Pim adopteerde de afgelopen jaren vier pilotprojecten. De

eerste was bij Rijkswaterstaat Zeeland. Daar zorgde de PIMpilot

Netwerkcontracten voor een drastische verandering bij

de manier waarop werkzaamheden in de markt worden gezet.

Spiering: “Zeeland stond aan het begin. Ze hadden daar het

voornemen om een innovatief contract voor de vaarwegen

op de markt te zetten. In plaats van allerlei kleine contracten,

was het doel te komen tot een groot contract voor een hele

vaarweg. Dat was in combinatie met de kennis die wij via PIM

beschikbaar hadden uitermate geschikt voor een pilot.”

De pilot in Zeeland is heel goed verlopen. Uiteindelijk is niet

alleen het natte contract in de markt gezet, maar is er ook een

heel innovatief droog contract afgesloten. Spiering: “De ervaring

die daar is opgedaan, is een belangrijke basis geweest voor

het model prestatiecontract dat RWS-breed wordt uitgerold.”

In Zeeland is een prikkel in het contact opgenomen die de

aannemer moet stimuleren om zelf met nieuwe ideeën te komen.

Dat leidde tot wel 80 verbetervoorstellen die ook allemaal

zijn geaccepteerd. Volgens Spiering is uit de pilot in Zeeland

gebleken dat het belangrijk is om de samenwerking tussen

de marktpartijen en de opdrachtgever zo optimaal mogelijk

te laten verlopen. “En dat is wennen, want beiden krijgen een

nieuwe rol. Je blijft als Rijkswaterstaat wel opdrachtgever, maar

je moet veel intensiever samen werken en samen kijken wat wel

en niet goed gaat.”

Verkeersmanagement

De tweede pilot van PIM is op het gebied van verkeersmanagement

en vond plaats bij de Verkeerscentrale Noord-

West Nederland in Velsen. ‘Zo min mogelijk verkeershinder voor

de weggebruiker door verbetering van de werkprocessen’ was

het uitgangspunt hiervan. Het doel was de weggebruiker meer

centraal te stellen bij het uitvoeren van verkeersmanagement.

PIM gaf de verkeerscentrale de ruimte om te experimenteren

en af te wijken van de bestaande werkwijzen, wat de centrale

opvat als een unieke kans. Twee belangrijke resultaten die

hieruit zijn gekomen zijn de zogenaamde bermDRIP’s, die

de verkeersinformatie langs de weg grafisch weergeven,

en VLO, een internetapplicatie die alle informatie die in de

verkeerscentrale beschikbaar is op één grote elektronische

kaart in beeld brengt.

Weginspecteurs

Een andere pilot is die van de Weginspecteurs, die bij

het wegendistrict Zwolle is opgezet. Hierbij kregen de

weginspecteurs de kans zelf mee te denken over verbeteringen

in hun werkprocessen. Tijdens een werkbezoek aan Engeland

deden ze veel ideeën op die zijn vertaald naar de Nederlandse

situatie, bijvoorbeeld een vertaalboekje voor weginspecteurs.

Spiering: “Dat is iets wat onze weginspecteurs bij dat werkbezoek

zagen. Het was vrij eenvoudig dat boekje om te zetten naar

de Nederlandse situatie en het wordt erg gewaardeerd.” Een

ander resultaat waartoe deze pilot heeft geleid is de invoering

van een prototype van een Back Office Control Unit (BOCU).

Dit is een digitaal logboek waarin activiteiten en waarnemingen

van weginspecteurs kunnen worden vastgelegd. Ze kunnen

hiermee efficiënter werken omdat de backoffice acties kan

overnemen die niet tot de hoofdtaak van de weginspecteurs

horen. Spiering: “Ook dit is iets wat ze tijdens de studiereis naar

Engeland hebben gezien en wat erg effectief is.”

Assetmanagement

De laatste pilot is ingericht om antwoord te geven op de vraag

hoe Rijkswaterstaat met behulp van assetmanagement het

planmatig beheer en onderhoud van hoofdwegen vanuit een

breder perspectief kan aanpakken. Het antwoord op die vraag

- en op de vraag hoe Rijkswaterstaat haar bestaande werkwijze

voor planmatig onderhoud dan moet wijzigen - is gebruikt om te

bepalen hoe de verantwoordelijkheid voor het in stand houden

van de weg aan de markt kan worden overgedragen. De pilot

vond plaats bij de wegendistricten Haaglanden en Rijnmond

van Rijkswaterstaat. De A13 (Den Haag – Rotterdam) was het

proefgebied. Via workshops en oefenplannen zijn medewerkers

vertrouwd gemaakt met de ins en outs van assetmanagement.

Dit heeft belangrijke input opgeleverd voor een landelijke

aanpak van assetmanagement.

Vijf centrale kreten

Volgens Spiering heeft PIM op verschillende manier een impuls

gegeven. Hij legt uit dat vijf kreten centraal staan in de filosofie

van PIM. De eerste is ‘RWS en de toekomst’. Spiering: “PIM

is heel nadrukkelijk een doeprogramma dat gekoppeld is aan

de doelstellingen uit het Ondernemingsplan. We wilden kijken

hoe we dat in de praktijk konden brengen.” Een tweede kreet

is volgens de PIM-directeur ‘Internationale leeromgeving’. De

afgelopen vier jaar is er intensief in Engeland en later ook in

Vlaanderen gekeken hoe de collega’s het daar aanpakten.

“Het kijken bij de buren heeft veel opgeleverd”, stelt Spiering.

“De intensieve uitwisseling blijft ook doorgaan na PIM. We

werken inmiddels nauw samen op thema’s als duurzaamheid,

tunnelveiligheid en diverse andere operationele thema’s.”

Een volgende item is ‘experimenten op de werkvloer’. Dat

betekent volgens Spiering dat er niet heel lang is nagedacht

Frans de Haes van grontmij

26 november 2009 november 2009 27

Foto: Ton Poortvliet

Ben Spiering


over bepaalde acties. Goede ideeën van de werkvloer kunnen

en moeten snel worden opgepakt. “Snel iets doen en daar van

leren. Wel goed kijken naar de effecten van de actie.” Als vierde

kreet noemt Spiering ‘heel intensief samenwerken met de

markt’. “Dit gebeurde volkomen transparant. Alles wat we aan

resultaten boekten was meteen via internet beschikbaar. Alle

partijen gaven volledige transparantie om zo van elkaar te leren.

We noemen dat het glazen huis. Alle resultaten zijn zichtbaar

voor iedereen. Zowel de goede als de slechte, maar bedoeld

om optimaal van te leren.” En als laatste kreet - maar zeker niet

de onbelangrijkste - heeft Spiering ‘Winst voor de gebruiker’.

Want die stond in het Ondernemingsplan van Rijkswaterstaat

echt centraal in het denken van de Rijkswaterstaters.

Stokje overdragen

Per mei stopt PIM. Is het niet te vroeg om er mee te stoppen?

De nieuwe werkwijze van Rijkswaterstaat is toch nog allerminst

gemeengoed? Spiering: “PIM is een impuls geweest voor

Rijkswaterstaat en de sector. Het heeft een tijdelijke werking en

het was altijd de bedoeling dat het een tijdelijk programma zou

zijn. Ik vind dat je beter kunt stoppen voordat anderen zeggen

‘bestaat het nog?’. Ik zie nu ook energie op andere fronten

ontstaan, dat is belangrijk. Het stokje wordt nu door anderen

binnen en buiten Rijkswaterstaat overgenomen.”

Het belangrijkste initiatief waar PIM in zal voortleven is de

Kennishub Nieuwe Onderhoudscontracten die door de Grontmij

in het leven is geroepen. De Haes, die kwartiermaker voor de

Kennishub is, legt uit: “De processen die door PIM zijn ingezet,

moeten nog verder worden uitgerold en geïmplementeerd. De

rol die Rijkswaterstaat jarenlang heeft vervuld, komt voor een

groot deel in de markt te liggen. Dat vraagt veel van de cultuur,

de organisatie en de integrated managementkwaliteiten bij de

marktpartijen. Dat is er niet zomaar. We moeten nu zelf voor

kwaliteit zorgen, de risico’s liggen anders, noem maar op. We

zitten nog volop in het leertraject. Daarom willen wij ervaringen

uit blijven wisselen via de Kennishub.”

De Kennishub gaat bijeenkomsten faciliteren, artikelen

publiceren en vooral de dialoog met Rijkswaterstaat in stand

houden. Haes: “Daarmee wijzen wij de weg naar kennis en

ervaring zodat marktpartijen hun werk beter en sneller aan

kunnen passen aan de nieuwe onderhoudscontracten van

Rijkswaterstaat.” Bij de hub kunnen alle marktpartijen die met

Investeer NU in je toekomst!

Met BOB kom je hogerop.

BOB heeft een ruim aanbod aan Infra-opleidingen. Enkele voorbeelden zijn:

Elementaire Infra Techniek

Voorbereidend Kadermedewerker Infra

Kadermedewerker Infra

T 079 325 24 50 www.bob.nl

BOUWEN AAN TALENT

Rijkswaterstaat werken, zich aansluiten. De Brancheorganisatie

Bouwend Nederland, Uneto-VNI en NLingenieurs staan hier

positief achter.

Volgens Haes is de valkuil om terug te vallen in oud gedrag zeker

aanwezig. “Je ziet het ook bij de Spoedwettrajecten. Iedereen

is dan toch heel gauw geneigd om weer in de traditionele rol

te kruipen. We moeten juist problemen samen oplossen in

plaats van te zeggen ‘jullie hebben een probleem’. Daarom

is het belangrijk dat partijen samen blijven praten en daarom

is de Kennishub zo belangrijk.” Ook Spiering is enthousiast

over de Kennishub: “Mensen moeten vooral blijven durven

experimenteren. Je moet elkaar blijven opzoeken. Platforms

zijn heel belangrijk om dat levendig te houden. Je ziet dat in de

maatschappij de vernieuwing van zulk soort bewegingen komt.”

Binnen Rijkswaterstaat wordt gekeken of onderdelen van PIM

kunnen worden opgenomen in de reguliere organisatie. De

snelle ontwikkel- en testaanpak past goed bij de taak van onze

landelijke diensten, die hebben daarbij ook het vermogen om

de resultaten organisatiebreed op te schalen. Hierbij moet het

mogelijk zijn om op een veilige manier te blijven experimenteren

met vernieuwing. Spiering: “We hebben in de pilots laten zien

dat het kan. Nu is het belangrijk dat de organisatie doorpakt,

zodat Pim straks niet alleen een mooie vuurpijl is geweest.”

MeeR WeTeN OVeR PiM?

Ben Spiering spreekt over PIM op de Nationale

Conferentie Beheer en Onderhoud van Infrastructuur

op 11 februari 2010. Tijdens deze conferentie – die

dit jaar voor de vijfde keer wordt gehouden - delen

wegbeheerders, beleidsmakers en beslissers van de

overheid en het bedrijfsleven hun ervaringen, visie

en aanstaande opdrachten met vakgenoten. Er blijft

veel van elkaar te leren. Naast aandacht voor de

nieuwe werkwijze van Rijkswaterstaat is er nieuws

uit de provincies en gemeenten. Nieuwe werken,

opgedane ervaringen en de versnelling van de Crisis

en Herstelwet.

Meer informatie en inschrijven:

www.bouw-instituut.nl/infrastructuur

‘AutoCAd Civil 3d, de

spil in ons gehele proces’

Unihorn bv is een landelijk werkend adviesbureau voor onderzoek, ontwerp en beheer van de

openbare ruimte. Unihorn staat in voor het gehele proces vanaf de 3D inmeting, het ontwerp tot

de uitmeting op de bouwplaats. Sinds 2006 werkt Unihorn met AutoCAD Civil 3D voor verschillende

en uiteenlopende projecten, van wegreconstructie tot baggerwerken. Aangezien het adviesbureau

voortdurend op zoek is naar verbetering en innovatie, zijn ze ook lid geworden van de AutoCAD

Civil 3D BeNeLux gebruikersgroep.

“AutoCAD Civil 3D was voor de hand liggend, want iedereen

binnen Unihorn werkte toen reeds met AutoCAD”, vertelt Bas

Hoorn, operator Geodesie en ontwerper bij Unihorn. “Civil 3D

is van Autodesk en gebaseerd op AutoCAD, waardoor de stap

naar Civil 3D meer voor de hand lag dan bijvoorbeeld naar MX

van Bentley. De aanwezige kennis leende zich meer om over

te gaan naar Civil 3D, dan naar een totaal ander pakket wat

niet zo een makkelijke keuze zou geweest zijn. De bijgeleverde

Benelux localiser biedt veel voordelen zodat vele zaken al goed

zijn ingesteld. Zo zorg je meteen ook dat je voldoet aan de

gestelde eisen. Dit zijn tools die je in het ‘gewone’ AutoCAD

niet hebt.”

De landmeetkundige inmetingen bij Unihorn worden in 3D

gedaan met meetapparatuur van Trimble. Groot voordeel

van AutoCAD Civil 3D is dat er een koppeling is met Trimble

apparatuur zodat meteen een Civil 3D model opgebouwd kan

worden. “Sinds dit jaar hebben we ook ons meetsysteem

aangepast waardoor bij het importeren in Civil 3D meteen

ook een tekening wordt gegenereerd. We hebben meetcodes

aangemaakt zodanig dat presentatie in Civil 3D ook klopt met

de werkelijkheid. Zo zie je dat Civil 3D de spil wordt in ons

gehele proces. Het begint buiten met het inmeten van de

situatie om vervolgens binnen het ontwerp te maken.

Een reconstructie van de weg kan zijn het opstellen van

nieuwe dwarsprofielen, een wegverbreding of het herstellen

van de dwarsverkanting in originele staat, bijvoorbeeld bij

wegverzakking”, legt Bas Hoorn uit. “Het lengteprofiel passen

wij aan daar waar mogelijk en op die manier maken wij in Civil

3D een nieuw 3D model waaruit de hoeveelheden rollen zoals

de freescijfers, de volumes van de overlagingen, de lengtes

enz. Vervolgens gaat het ontwerp naar de landmeters, die

met deze gegevens ter plaatse de uitzetting verrichten, zodat

de opdrachtgever het werk op de juiste manier uit kan voeren.

Door van het begin tot het einde van het proces in 3D te denken

en te werken wordt het proces gestroomlijnd en wordt er een

beter resultaat behaald”

Volgens dit proces werden al een aantal projecten uitgevoerd.

Bij de Rijksweg A13 bij Delft werd Unihorn gevraagd voor

het maken van een ontwerp van een aantal aansluitingen bij

kunstwerken. Voor Provincie Noord-Holland reconstrueerden

ze een provinciale weg van 2km met een rotonde en een

kruispunt, voor Gemeente Purmerend ontwierpen ze een

nieuwe turborotonde, beide volledig uitgewerkt in AutoCAD

Civil 3D. Unihorn beperkt zich niet enkel tot wegontwerp en

-reconstructie. In Provincie Noord-Holland werken ze mee

aan een baggerproject. In een groot gebied met vervuilingen

moeten sloten worden uitgebaggerd en de vrijgekomen grond

worden afgevoerd naar depots. “Wij verzorgen de uitpeilingen

om te controleren of er voldoende diep gebaggerd wordt”,

gaat Hoorn verder. “Op andere locaties moeten wij aangeven

wat het theoretische profiel is, dus aangeven hoeveel er daar

gebaggerd moet worden. We berekenen dan ook de volumes

die er vrijkomen door de baggerwerken die moeten worden

afgevoerd naar een bepaald depot. Als ik een bepaalde

28 november 2009 november 2009 29

Advertorial


hoeveelheid m³ in dat depot stort, wat wordt dan de gemiddelde

afwerkhoogte? Dit soort berekeningen en ontwerpen doen

wij geheel met AutoCAD Civil 3D en dat werkt perfect. Alles

hangt met elkaar samen en daardoor krijg je een dynamisch en

herleidbaar werkproces. Dat werkt zeer goed met Civil 3D en

daar zijn wij heel enthousiast over.”

Naast deze projecten die daadwerkelijk ook uitgevoerd worden,

verzorgt Unihorn ook system engineering, waarbij ze advies

geven en meedenken in het proces en het ontwerp.

“Voor deze projecten zien wij in de toekomst ook een grote

rol weggelegd voor Civil 3D, omdat de processen dynamisch

en herleidbaar moeten zijn. We moeten snel kunnen kijken

wat de invloed is van alternatieven en aanpassingen moeten

Bodeminjectie

Bodemsanering BRL 7002

POST HBO OPLEIDINGEN

geostab

Innovatie is bij Injection Nederland een continue proces.

Een compleet nieuwe techniek in bodeminjectie staat nu ter beschikking.

MWH en INTRON hebben het door Injection Nederland ontwikkelde

Geostab®-systeem in 2008 gecertificeerd.

Wij zijn klaar voor de toekomst. U ook?

snel kunnen doorgevoerd worden. Omdat de hoeveelheden,

planning en faseringen uit het 3D model afgeleid kunnen

worden, kan je vrij snel schakelen tussen het ene of het andere

idee. Dat levert veel tijdsbesparing op en dat is heel belangrijk

bij system engineering.”

“De ontwikkelingen van de software gaan zeer snel”, besluit Bas

Hoorn. “Op de AutoCAD Civil 3D BeNeLux gebruikersgroep

zien we ook dat er steeds meer mensen met Civil 3D werken en

het algemene niveau omhoog gaat en dat vinden wij bijzonder

positief. Nu werken met AutoCAD Civil 3D echt begint te lopen,

begint iedereen bij Unihorn er de voordelen van in te zien. Het

inmeten, ontwerpen en uitmeten wordt ervaren als één systeem

en zo kom je met z’n allen tot een hoger niveau.”

®

Marconiweg 4, 4131 PD Vianen - Tel.: 0347-375774 - www.injection.nl

www.han.nl/ec/be info.builtenvironment@han.nl

Bron: Amber’s Fotografie

Agenda

Symposium WIRA & De Nieuwe Aanbestedingswet

1 en 2 december, Holiday Inn, Leiden

www.sbo.nl/aanbestedingswet

Symposium Bouwprognoses 2009-2014

8 december, Kasteel Vanenburg te Putten

www.bouwprognoses.nl

Praktijkdag Succesvol aanbesteden met het ARW

2005

9 december, Meeting Plaza, Maarssen

www.elseviercongressen.nl

9e Jaarcongres Kabels en Leidingen

10 december, Meeting Plaza, Maarssen

www.elseviercongressen.nl

Vakbeurs Verkeer & Mobiliteit 2009

10 december, Houten

www.verkeerenmobiliteit.nl

3e Topconferentie Maasvlakte 2

16 december 2009, Scheepvaart en Transportcollege

Rotterdam

www.bouw-instituut.nl/congressen/2e-topconferentiemaasvlakte-2

InfraCampus

14 januari 2010, Ahoy, Rotterdam

www.infracampus.nl

Infra Relatiedagen

Relatiedagen voor grond, weg en waterbouw

2, 3 en 4 februari 2010, Evenementenhal Hardenberg

www.evenementenhalhardenberg.nl

InfraTech Belgium

9 – 11 februari 2010 – Flanders Expo Gent

www.infratechbelgium.be

Nationale Conferentie Beheer en Onderhoud van

Infrastructuur

11 februari 2010

Voor de vijfde keer delen wegbeheerders, beleidsmakers

en beslissers van de overheid en het bedrijfsleven hun

ervaringen, visie en aanstaande opdrachten met vakgenoten.

Er blijft veel van elkaar te leren. Naast aandacht voor

de nieuwe werkwijze van Rijkswaterstaat is er nieuws uit

de provincies en gemeenten. Nieuwe werken, opgedane

ervaringen en de versnelling van de Crisis en Herstelwet.

www.bouw-instituut.nl/infrastructuur

Hebt u ook een interessant evenement voor onze agenda?

Mail het naar info@otar.nl!

Opleidingen

Opleiding PPS Werkplaats in januari van start

Op 19 januari 2010 start de tweede leergang van PPS

Werkplaats: een opleiding van PPS professionals vóór

PPS professionals. PPS Werkplaats wordt begeleid door

praktijkdeskundigen van de overheid, private sector en

adviesbureaus, die ieder betrokken zijn geweest bij één of

meer PPS projecten in Nederland. Het doel van de opleiding

is om deelnemers te leren meer ‘waarde’ te creëren

door effectieve, efficiënte en duurzame samenwerking tussen

publieke en private partijen (daar waar dat nu niet of

onvoldoende gebeurt).

Informatie:

www.PPSWerkplaats.nl

Gefaseerd een opleiding volgen

Voor wie niet de tijd heeft om een opleiding in één keer te

volgen biedt BOB-opleidingen de mogelijkheid een opleiding

in fases te voltooien. De volgende opleidingen zijn

volgens het instituut met name geschikt om gefaseerd te

volgen:

- Verbreding Allround Uitvoerder/Werkorganisator B&U

- Verbreding Allround Kader Infra

- Verbredingsmodulen van de leergang Bedrijfskunde

De verklaringen van deelname hebben een geldigheid van

drie jaar.

Meer inhoudelijke informatie:

www.bob.nl of bel 06 5200 5016

30 november 2009 november 2009 31


Rioolreparatie met

manchet betrouwbare optie

Met medewerking van :

Martin Nederlof, Leitec - infraScan en Ronald van de Waerdt, vandervalk+degroot Montfoort

Boomwortels, uithangend voegmateriaal en lokale zettingen kunnen in rioolbuizen verstoppingen

en lekkage veroorzaken. Door gebruik van de Quick-Lock reparatiemanchet kunnen deze proble-

men snel worden opgelost. De manchet is 4 mm dik en kan door een robot op elke gewenste plaats

in het riool geplaatst worden. Het systeem is geschikt voor nieuwe en bestaande rioolsystemen.

Een groot deel van het rioleringsysteem is vanaf de jaren

vijftig van de vorige eeuw aangelegd. Uitgaande van

een levensduur van 50 tot 60 jaar betekent dit dat er de

komende jaren op tal van plaatsen riolen vervangen zouden

moeten worden. Volgens de stichting Rioned heeft Nederland

circa 83.000 km riool. De kostenindex voor het vervangen

van riolering is van 108 km in 1999 gestegen naar 131 km in

2005. Om de kosten en de verkeershinder te reduceren is het

aantrekkelijk om het bestaande rioolstelsel goed te beheren en

te onderhouden.

Veel kleine schades

Verstoppingen of lekkages van het riool worden meestal

veroorzaakt door lokale problemen. Als deze zichtbaar

gemaakt worden, kan het probleem aangepakt worden. Om

rioleringssystemen te reinigen en te inspecteren zijn er de laatste

jaren goede technieken ontwikkeld. Naast video-inspectie van

het rioolsysteem is het mogelijk om verhangmetingen uit te

voeren. Hierbij worden het begin- en eindpunt van de leiding

ten opzichte van het NAP ingevoerd en berekent men, met

een speciaal softwareprogramma, het verhang van de leiding.

Verder is met grote nauwkeurigheid de omvang van een object,

schade of voegwijdte in het riool te bepalen. Uit inspecties blijkt

dat in veel riolen kleine schades aanwezig zijn die op termijn

grote gevolgen voor het rioolstelsel zullen hebben.

Traditionele technieken om lokale schades op te lossen zijn

vaak kostbaar en veroorzaken veel overlast. Met name in de

stedelijke omgeving is dit een lastig verhaal. Met de Quick-

Lock reparatiemanchet kunnen rioolsystemen van binnenuit vrij

eenvoudig gerepareerd worden. Het reparatiesysteem wordt

sinds 2000 toegepast in Nederland en België en inmiddels zijn

er zo’n 2.500 manchetten geplaatst. Ook voor gesprongen

of stukgeraakte leidingen is het systeem met de Quick-Lock

manchet geschikt. De gebruikte materialen (RVS en EPDM) zijn

bestand tegen zuren en oplosmiddelen die in riolen aanwezig

kunnen zijn.

Combi-voertuig met monitorruimte

Bij het plaatsen van een Quick-Lock manchet moeten vaak

meerdere verschillende handelingen verricht worden. Daarom

zijn speciale inspectieauto’s ingericht waarin verschillende

systemen opgenomen zijn, zoals een video-inspectiesysteem

en een freesrobot met verschillende typen freeskoppen. Voor

het plaatsen van de manchetten tot 800 mm gebruikt men

een packer (plaatsingsballon). Grotere diameters tot 1500

mm worden manueel geplaatst. In de monitorruimte kunnen

via de video-inspectiebeelden de reparatiewerkzaamheden

geregistreerd en gecontroleerd worden.

Verder is apparatuur aanwezig om het verhang van leidingen en

de aanwezigheid en de concentratie van zuurstof en rioolgassen

te meten.

Voorbeeldproject

In 2001 zijn op de luchthaven Schiphol een aantal Quick-Lock

reparatiemanchetten geplaatst. Bij de grootschalige renovatie

werden binnen een strakke planning en onder moeilijke

omstandigheden (beperkte ruimte en hoge grondwaterstand)

nieuwe rioolsystemen aangelegd. De opdrachtgever wilde een

video-inspectie die aantoonde dat het rioolsysteem foutloos

aangelegd was. Na inspectie van het rioolsysteem bleken

er op een aantal plaatsen lokale afwijkingen in de vorm van

uithangende verbindingsringen en aansluitingen met een te

grote voegwijdte aanwezig te zijn. Om dit op te lossen heeft

de aannemer in overleg met de opdrachtgever gekozen voor

reparatie met het Quick-Lock systeem. Totaal zijn twintig

manchetten geplaatst in een tijdsbestek van twee werkdagen.

Uit regelmatige inspectie is gebleken dat de twintig manchetten

nog optimaal functioneren en dat er geen materiaaldegradatie

is ontstaan. Luchthaven Schiphol is positief over het systeem.

Selectie en gunning

Bij het renoveren of repareren van rioolsystemen blijkt pas na

een aantal jaren of het toegepaste systeem betrouwbaar is. Het

Quick-Lock reparatiesysteem is iets duurder in aanschaf maar

door de lange levensduur kan het systeem goed concurreren

met andere technieken. Opdrachtgevers staan vaak voor de

moeilijke keuze om de juiste selectie te maken. Omdat de

aanbestedingsregels niet altijd voldoende duidelijk zijn, kiezen

opdrachtgevers vaak voor de laagste prijs en accepteren zij de

veel hogere vervangingskosten.

PSI bouw heeft in 2007 de methode ‘Gunnen op waarde’

ontwikkeld. De aanbestedende dienst (meestal de publieke

sector) kan deze methode conform de aanbestedingsregelgeving

toepassen bij het selecteren van de ‘economisch meest

voordelige inschrijving’ (EMVI). Bij het gunnen op basis van

de EMVI staat het beoordelen van de aangeboden kwaliteit in

combinatie met de prijs centraal. Dit betekent dat de gekozen

waardeaspecten specifiek en meetbaar gemaakt moeten

worden. Randvoorwaarden hierbij zijn dat er een duidelijke

omschrijving moet zijn van de waardebegrippen en hun

wegingsfactor. Dat de beoordeling op waarde een significant

onderdeel uitmaakt van de totale beoordeling. Zo kan aan

afgewezen aanbieders een goede onderbouwing van de

redenen van afwijzing worden gegeven.

De aanbieders van rioolwerkzaamheden worden bij gebruik van

deze methode gestimuleerd om te innoveren en hun producten

steeds verder te optimaliseren. Door gebruik van de EMVI

beoordeling kunnen opdrachtgevers binnen de bestaande

regelgeving kiezen voor de beste passende aanbieding.

Hierdoor wordt bespaard op kosten en wordt de hinder voor

het verkeer gereduceerd.

Verder lezen:

www.PSIbouw.nl rapport “Gunnen op waarde”

www.valkdegroot.nl

Het Quick-Lock systeem bestaat uit een roestvast

stalen buis die aan de buitenzijde bekleed is met

EPDM rubber. Speciale rubber afsluitprofielen of

aanvullend zwelrubber zorgen voor een water-

en drukdichte verbinding van de manchet en de

bestaande rioolbuis. De plaatsing gaat als volgt: Na

het reinigen van de leiding en het inspecteren op

aanwezigheid van obstakels, wordt de positie van

het schadebeeld vastgelegd.

Zo nodig werkt een freesrobot de buiswand glad

af. Daarna wordt de manchet met een packer (tot

een diameter van 800 mm) of manueel (diameter

tot 1500 mm) aangebracht. Vervolgens brengt de

aangekoppelde rijdende camera de manchet op de

plaats van bestemming. Bij gebruik van de packer

wordt deze met perslucht opgeblazen zodat de

manchet tegen de buiswand van het rioolsysteem

wordt gedrukt. Het kliksysteem borgt de manchet

in deze stand. Door het aflaten van de lucht kan de

apparatuur verder door het riool rijden.

32 november 2009 november 2009 33

FOCuS


Koudgewalst

Damwand

Verkoop

Aankoop

Terugkoop

Herstel- &

Constructiewerk

Verhuur

Postbus 493 2800 AL Gouda

Tel. (0182) 51 33 44

Fax (0182) 52 09 89

info@damwand.nl

www.damwand.nl

Stalen Damwand Gouda Damwand

Grip op grond

Met sterke producten van een ervaren

partner in geotechniek

Stabiele funderingen ➞ Enkagrid ® MAX voor grondstabilisatie

Steile grondlichamen ➞ Enkagrid ® PRO voor grondwapening

Erosievrije oevers en taluds ➞ Enkamat ® voor erosiepreventie

Waterafvoer op maat ➞ Enkadrain ® voor drainage

Bouwrijpe grond ➞ Colbonddrain ® voor grondconsolidatie

Colbond bv tel.: 026 366 4600 fax: 026 366 5812 geosynthetics@colbond.com www.colbond.com

www.colbond-geosynthetics.nl

Personalia

Ing. C. (Cees) van den Haspel heeft na 42 jaar werkzaam geweest in

verschillende functies bij Rijkswaterstaat per 1 augustus 2009 gebruik gemaakt

van de FPU-regeling.

Ir. O.S.R. (Olaf) van Duin is per 1 augustus 2009 benoemd tot

Stafdirecteur Productie bij Staf Directeur-Generaal te Den Haag. Hij was werkzaam

bij het Bureau Adviseurs van Rijkswaterstaat Den Haag.

Mr. drs. A. (Ton) Bestebreur is per 1 augustus 2009 benoemd tot

Stafdirecteur Informatie bij Staf Directeur-Generaal te Den Haag. Hij heeft verschillende

functies vervuld bij het ministerie van Financiën en bij het ministerie

van Verkeer en Waterstaat.

Ing. C.M (Cor) Munniks is op 16 augustus 2009 op 58-jarige leeftijd

overleden. Hij was werkzaam bij de afdeling Planvorming en Advies van

de Directie Wegen en Verkeer van Rijkswaterstaat Noord-Nederland te

Leeuwarden.

Ing. R.M. (Rob) Prins, projectdirecteur ViA15 bij Rijkswaterstaat Oost-

Nederland te Arnhem, is op 29 augustus 2009 op 60-jarige leeftijd overleden.

Drs. R. (René) Vrugt is per 15 september 2009 benoemd tot stafdirecteur

Netwerken bij Staf Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat te Den Haag. Hij

was projectmanager Toekomst Afsluitdijk.

M.G. (Michel) Hofsteede is per 1 september 2009 benoemd tot hoofd

van de Regio Zuid te Vlissingen van de directie Maritieme Diensten van

Rijkswaterstaat Noordzee. Hij volgt W.C. (Wim) Risseeuw op, die per 1

oktober 2009 is benoemd tot adviseur met betrekking tot kennismanagement

en kennisoverdracht bij de Directie Maritieme Diensten van Rijkswaterstaat

Noordzee te Rijswijk (ZH).

Ir. E. (Erik) Aardema is per 1 november benoemd tot hoofd van de afdeling

Inkoop Ondersteuning van de Directie Bedrijfsvoering van Rijkswaterstaat

Noordzee te Rijswijk (ZH). Hij is afkomstig van de Programmadirectie planstudies

droog (PDPD) van de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat te Den Haag.

Ir. H.A. (Huub) Lavooij is per 1 november 2009 benoemd tot hoofd

Inkoopmanagement GWW (IMG) bij de Dienst Infrastructuur van Rijkswaterstaat

te Utrecht. Sinds 1 april 2009 vervulde hij de functie al ad interim. De laatste

vier jaar is hij vertegenwoordiger (verkeersattaché) geweest in China van het

ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Mevr. M.M. (Monique) Smeijers is per 1 december 2009 benoemd tot

hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat IJsselmeergebied te Lelystad. Zij

is afkomstig van de korpsleiding van de politieregio Gelderland-Midden.

Ir. A. (Aad) Wilmink is per 1 december 2009 benoemd tot tijdelijke

vierde directeur met de portefeuille Verkeersmanagement van de Dienst

Verkeer en Scheepvaart van Rijkswaterstaat te Delft. Hij was strategisch

adviseur Dynamisch Verkeer Management voor verschillende diensten van

Rijkswaterstaat.

Mevr. mr. A.T.A.J.B. (Angeline) van Dijk, kwartiermaker bij

de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat te Utrecht is per 1 december

2009 benoemd tot regiodirecteur Gevangeniswezen bij de Dienst Justitiële

Inrichtingen.

Ir. L.H. (Bert) Keijts, directeur-generaal van de Rijkswaterstaat te Den

Haag verlaat met ingang van 1 januari 2010 de Rijkswaterstaat. Hij gaat leiding

geven aan ‘Portaal’, één van de grote woningcorporaties van (midden-)

Nederland.

Deze rubriek informeert u over mutaties in het management van Rijkswaterstaat.

Nieuwe mutaties kunt u doorgeven aan ing. B. van der Roest, b.vd.roest@ziggo.nl.

C.M.J. (Martin) Hoenderkamp is per 1 januari 2010 benoemd tot

realisatiemanager West / Noordwaard bij de Projectdirectie Ruimte voor

de Rivier van Rijkswaterstaat te Utrecht. Tevens wordt hij ingezet als adviseur

projectmanagement voor PDR-realisatie. Hij was realisatiemanager

Zandmaas / Maasroute bij de Projectdirectie Maaswerken van Rijkswaterstaat

te Roermond.

W.J. (Wim) Kuijken is per 1 februari 2010 benoemd tot Deltacommissaris,

de Regeringscommissaris die het Deltaprogramma moet opstellen, actualiseren

en (doen) uitvoeren voor het kabinet. Hij was secretaris-generaal van het

ministerie van Verkeer en Waterstaat in Den Haag.

Mevr. ir. K. (Karin) Visser is per 1 februari 2010 benoemd tot hoofdingenieur-directeur

van Rijkswaterstaat Utrecht te Utrecht. Bijna vier jaar was zij

hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noordzee te Rijswijk (ZH).

Mevr. drs. I. (Ineke) van der Hee MBA is per 1 maart 2010 benoemd

tot hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zuid-Holland te Rotterdam.

Bijna vier jaar was zij hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Utrecht te

Utrecht.

Ir. F.M. (Folkert) Post gaat op 1 maart 2010 met pensioen. Hij was

hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zuid-Holland te Rotterdam.

november 2009

35


Bestuur VWAR

Hans van der Togt (voorzitter), Kees Abrahamse (secretaris), Albert Vink

(penningmeester), André Timmermans (lid),

Theo Berkhout (lid), Angelien van Boxtel (lid), Jim van de Geer (lid).

Hoofd- en eindredactie

Astrid Melger

Advies en begeleiding

Redactie Advies Commissie VWAR

Medewerkers

Olav Lammers, Martijn Steendijk, Constant Gras,

Sandra Krens, Anton Dirven

Redactie-adres

Verhaalsuggesties, persberichten of andere tips

kunt u mailen naar info@otar.nl

Uitgever

AcquiMedia

Brouwerstraat 2-4, 3364 BE Sliedrecht

Henk van der Brugge

Tel.: 0184-481041

info@acquimedia.nl

Bladmanagement en advertentieverkoop

AcquiMedia

Wim Boer

Tel.: 0184-481042

info@otar.nl

Vormgeving

KLETS! TEKST & RECLAME B.V.

Uitgave onder licentie van de Vereniging

van Waterstaatkundige Ambtenaren van

de Rijkswaterstaat (VWAR)

90e jaargang nummer 9, november 2009

Abonnementen

Abonnementsprijs 2009 binnen Nederland € 75,- excl. BTW.

Abonnementen buitenland € 85,- excl. verzendkosten, die conform

TNT-tarieven in rekening worden gebracht.

Abonnementen lopen per jaar, ingaande de maand van aanmelding,

en worden zonder wederopzegging steeds met een jaar verlengd.

Losse nummers kosten € 9,50 per stuk excl. BTW, excl. verzendkosten.

Voor opgave en vragen over abonnementen kunt u terecht

bij Abonnementenland, Postbus 20, 1910 AA Uitgeest.

Tel.: 0900-ABOLAND of 0900-226 52 63 € 0,10 per minuut.

Fax: 0251-31 04 05

Site: www.bladenbox.nl voor abonneren of

www.aboland voor adreswijzigingen en opzeggingen.

Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk) dienen 8 weken voor afloop van de

abonnementsperiode in het bezit te zijn van Abonnementenland.

‘Wie Wat Waar’

Een reservering/abonnement op de rubriek ‘Wie Wat Waar’

omvat 10 achtereenvolgende afplaatsingen voor slechts

€ 395,- en wordt zonder wederopzegging steeds met een jaar

(10 afplaatsingen) verlengd.

AcquiMedia heeft in nauwe samenwerking met de Redactie Advies

Commissie van de VWAR deze uitgave van Otar samengesteld.

De VWAR en de uitgever zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid

aangaande inhoud en vormgeving van het magazine OTAR.

Desalniettemin aanvaarden zij geen aansprakelijkheid voor eventueel in

deze uitgave voorkomende onjuistheden.

Reproductie van artikelen of delen van artikelen uit dit blad, op welke

wijze dan ook, is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke

toestemming van de uitgever.

ISSN 0376 – 6799 www.otar.nl

Wie Wat Waar

Uw vermelding (en foto)

voordelig en doeltreffend

in deze rubriek?

Info:

Tel.: 0184 - 481042

email: info@otar.nl

Advies en Engineering

Ingenieursbureau Boorsma B.V.

Postbus 647

9200 AP Drachten

Tel.: +31(0)512 58 03 00

j.wessels@boorsma-consultants.nl

www.boorsma-consultants.nl

Baggerwerken

Dredging and Contracting

Rotterdam B.V

Zuid-Oostsingel 24d

4611 BB Bergen op Zoom

Tel.: +31 (0)164 266 144

info@dcrnl.com

www.jandenul.com

Bermbeveiliging

Prins Dokkum B.V.

Postbus 4

9100 AA Dokkum

Tel.: +31 (0) 519 298 555

info@prinsdokkum.com

www.prinsdokkum.com

Betonfabrikant

Spanbeton BV

Postbus 5

2396 ZG Koudekerk a/d Rijn

Tel.: 071-342 02 00

info@spanbeton.nl

www.spanbeton.nl

Betonreparatie & Beton-/

Staalcoating producten

Sika Nederland B.V.

Zonnebaan 56

3542 EG Utrecht

Tel.: 030-241 01 20

info@nl.sika.com

www.sika.nl

Damwanden en

beschoeiingen

Profextru Productie B.V.

Postbus 122

7770 AC Hardenberg

Tel.: +31 (0)523 654 011

info@profextru.nl

www.prolock.nl

Bermbeveiliging

Laura Metaal Eygelshoven BV

Postbus 42

6470 EA Eygelshoven

Tel.: +31(0)45 546 88 88

h.verstappen@verran.nl

www.verran.nl

Betonreparatie

Injection Nederland B.V.

Postbus 230

4130 EE Vianen

Tel.: +31(0)347 37 57 74

injection@injection.nl

www.injection.nl

Civiele software

CivilCenter

Postbus 10402

7301 GK Apeldoorn

Tel.: 055-57 87 133

info@civilcenter.nl

www.civilcenter.nl

Duik- en maritieme

dienstverlening

Subcom B.V.

Industrieweg 30a

4301 RS Zierikzee

Tel.: +31(0)11 145 09 40

info@subcom.nl

www.subcom.nl

Geluidsschermen

Van Campen Geluidsschermen

Postbus 2192

8203 AD Lelystad

Tel.: +31 320 277888

info@campen.nl

www.geluidsschermen.nl

Geokunststoffen

Colbond bv

Postbus 9600

6800 TC Arnhem

Tel.: +31 26 366 4600

geosynthetics@colbond.com

www.colbond-geosynthetics.nl

Grondstabilisatie

Houtproducten

Reef Hout

Breukersweg 9

7471 ST Goor

Tel. : +31 (0)547 - 28 63 50

info@reefhout.nl

www.reefhout.nl

Folieconstructies

C

Cofra

Cofra B.V.

Postbus 20694

1001 NR Amsterdam

Tel.: +31(0)20 - 693 45 96

mail@cofra.nl

www.cofra.nl

Grondinjectie

Injection Nederland B.V.

Postbus 230

4130 EE Vianen

Tel.: +31(0)347 37 57 74

injection@injection.nl

www.injection.nl

Grond- weg en waterbouw

Van Walraven Bouw/

Installatiematerialen

Postbus 62

3640 AB Mijdrecht

Tel.: 0297-231400

verkoop@walravenbv.com

www.walravenbv.com

Kunststof beschoeiing

Bergschenhoek Civiele

Techniek BV

Postbus 45

2650 AA Berkel en Rodenrijs

Tel.: +31(0)10 5242650

infobct@bergschenhoek-ct.com

www.kunststofbeschoeiing.nl

Geluidsschermen

Eurorail bv

Postbus 62

8060 AB Hasselt

Tel.: +31(0)38 477 33 40

info@eurorail.nl

www.eurorail.nl

Geopex Products (Europe) BV

Postbus 20

2830 AA Gouderak

Tel.: +31(0)182 377 327

europe@geopex.com

www.geopex.com

Grondverbetering

C

Cofra

Cofra B.V.

Postbus 20694

1001 NR Amsterdam

Tel.: +31(0)20 - 693 45 96

mail@cofra.nl

www.cofra.nl

Geluidsschermen

Redubel B.V.

Postbus 177

4190 CD Geldermalsen

Tel.: 0345-588 500

info@redubel.nl

www.redubel.nl

36 november 2009 november 2009 37

Geotextielen

Grondkerende wanden

Terre Armée b.v.

Postbus 318

2740 AH Waddinxveen

Tel.: +31(0)182 622 735

Fax: +31(0)182 636 031

www.terrearmee.nl

Grond- weg en waterbouw

Aquafix Milieu bv

Postbus 288

3640 AG Mijdrecht

Tel.: 0297-26 29 29

info@aquafix.nl

www.aquafix.nl

Kwaliteitsborging

K2 Infra-Consultants

Postbus 54

3440 AB Woerden

Tel.: +31(0)348 407 000

consult@k2infra.nl

www.k2infra.nl


Kwaliteitsmanagementsystemen

C3 organisatie adviesbureau

De Burcht 6

5754 HZ Deurne

Tel.: +31 (0) 493 321 810

Mob.: +31 (0) 646 006 009

info@c3buro.nl

Prefab betonelementen

Spanbeton BV

Postbus 5

2396 ZG Koudekerk a/d Rijn

Tel.: 071-342 02 00

info@spanbeton.nl

www.spanbeton.nl

Stalen damwand

Gouda Damwand

Postbus 493

2800 AL Gouda

Tel.:+31 (0)182-51 33 44

info@damwand.nl

www.damwand.nl

38 november 2009

Landmeetkundige

systemen

Topcon Nederland

Postbus 72

3750 GB Bunschoten

Tel.: +31(0)33 - 299 29 39

info@topcon.nl

www.topcon.nl

Prefab betonelementen,

structuur

Graphic Concrete TM

grafische bewerkingen in beton

GIAN ® antislip structuurmatten

Compañero

Postbus 43030

3540 AA Utrecht

Tel.: 030 233 31 19

info@companero.nl

www.companero.nl

Signaleringsapparatuur

Marelko Benelux

Postbus 2674

6026 ZH Maarheeze

Tel.: +31(0)495-592 290

info@marelkobenelux.nl

www.marelkobenelux.nl

Systeemgerichte contractbeheersing

K2 Infra-Consultants

Postbus 54

3440 AB Woerden

Tel.: +31(0)348 407 000

consult@k2infra.nl

www.k2infra.nl

Verkeersmaatregelen

Van Deuveren Traffic

De Beek 16

3871 MS Hoevelaken

Tel.: 033-2582000

info@TEKSTKAR.nl

www.TEKSTKAR.nl

Ongediertebestrijding

Adviesbureau W & S

Groenestraat 321

6531 HM Nijmegen

Tel.: +31(0)24 - 355 90 98

Mob.: +31(0)6 - 5335 49 36

www.dierplaag.nl

Rijplaten en

draglineschotten

Lekkerkerker Roterdam

Vareseweg 125

3047 AT Rotterdam

Tel.: +31(0)10 298 58 58

verhuur@lekkerkerker.com

www.lekkerkerker.com

Sloopwerken

Lekkerkerker Rotterdam

Vareseweg 125

3047 AT Rotterdam

Tel.: +31(0)10 298 58 59

sloopwerken@lekkerkerker.com

www.lekkerkerker.com

Veiligheidbeheerssystemen

C3 organisatie adviesbureau

De Burcht 6

5754 HZ Deurne

Tel.: +31 (0) 493 321 810

Mob.: +31 (0) 646 006 009

info@c3buro.nl

Wie Wat Waar

Uw vermelding (en foto)

voordelig en doeltreffend

in deze rubriek?

Info:

Tel.: 0184 - 481042

email: info@otar.nl

Positionering- &

Monitoringsystemen

Seabed BV

Zamenhofstraat 150, unit 120

1022 AG Amsterdam

Tel.: +31 (0)20-63 68 443

sales@seabed.nl

www.seabed.eu

SCB (systeemgerichte

contractbeheersing)

C3 organisatie adviesbureau

De Burcht 6

5754 HZ Deurne

Tel.: +31 (0) 493 321 810

Mob.: +31 (0) 646 006 009

info@c3buro.nl

Verkeersmaatregelen

De Jong b.v.

Postbus 91

4153 ZH Beesd

Tel.: 0345-684 590

Fax: 0345-684 530

www.dejongbv.com

Koersbepalend in water,

energie en bodem!

Gewoon

mensenwerk

GMB is volop in beweging en wil voor

haar opdrachtgevers een partner zijn die

functioneert als verbindende schakel

wanneer het gaat om water, energie en

bodem.

GMB ontwerpt, realiseert, onderhoudt

en renoveert onder meer drinkwater- en

afvalwaterzuiveringsinstallaties, pompen

en gemalen, waterbergingen, riool- en

persleidingen, dijken en kades.

We reinigen en saneren (water)bodems

en bouwen installaties die afval(water)

omzetten in energie. In eigen installaties

halen we biogranulaat en energie uit slib.

En we realiseren voorzieningen voor een

optimale mobiliteit en logistiek, zoals

verkeersknoop punten, haven terrei nen en

loodsen.

T (0488) 44 94 49 I www.gmb.eu

Ons vak is bij uitstek mensenwerk.

Of we nu een weg asfalteren, een bedrijfs-

terrein bouwrijp maken of een riolering in

een dorpskern vervangen.

Daarom moeten wij flexibel en inventief

kunnen inspelen op alle uitdagingen

die wij tegenkomen.

Dat vraagt om mensen met kennis, kunde

en ervaring. Kortom: vakmensen die uw stad

en streek kennen. Zulke infrastructuur-

bouwers vindt u onder één naam:

KWS Infra bv.

KWS Infra bv,

Nieuwe Deventerweg 129,

8014 AE Zwolle,

Postbus 609, 8000 AP Zwolle,

tel. 038-4696123, fax 038-4656033

e-mail: zwolle@kws.nl, www.kws.nl

Adv. MENS A5 lig OTAR-kl.indd 1 16-11-2009 14:25:3


Assetmanagement …

… is meer dan …

… beheer en onderhoud

Grontmij loopt voorop bij nieuwe ontwikkelingen als assetmanagement,

zowel voor de droge als de natte infrastructuur. Het strategisch

management van beheer en onderhoud van assets als wegen, bruggen,

dijken, spoor- en vaarwegen vergt een andere kijk op rollen, contracten,

activiteiten en processen. Ook in de watersector, waar gebouwen en

rioolwaterzuiveringsinstallaties evengoed tot de assets behoren.

Of het nu gaat om nieuwe risicogestuurde prestatiecontracten voor

nieuwbouw of om beheer en onderhoud; de verschuiving van (deel)

verantwoordelijkheden naar de markt gaat hand in hand met een

cultuurverandering. Naast een lifecyclebenadering en partnership

vraagt het HRM-aspect door veranderende rollen een grote

zorgvuldigheid.

Grontmij zorgt met een integrale en efficiënte aanpak voor een

professionele en zorgvuldige implementatie van assetmanagement in

organisaties. Deze zijn dan klaar voor de toekomst, waarin duurzaamheid,

doelmatigheid, transparantie en rechtmatigheid als onderdelen

van maatschappelijk verantwoord ondernemen voorop staan.

www.grontmij.nl

More magazines by this user
Similar magazines