Ju bileumn um m er - Rooilijn

rooilijn.nl

Ju bileumn um m er - Rooilijn

Rooilijn

Jg. 40 / Nr. 4 / 2007

er moet ook nog een visie ontwikkeld worden. Daarbij

wil de bestuurder liefst vanaf het begin betrokken

worden. Zonder ideeën kun je niet veel bereiken. Maar

juist bij gebiedsontwikkeling moet je zorgen dat er

een ruimtelijke visie is die gedeeld wordt door alle

partijen. Van der Cammen geeft een voorbeeld uit de

Oude Rijnzone tussen Alphen en Leiden. “Daar zie je

dat het probleem uiteindelijk toch bij de politiek zit.

Er moet samen gewerkt worden met de markt, dat kan

niet anders. Maar het is natuurlijk veel leuker om de

wethouder de kastanjes uit het vuur te laten halen, want

dan kun je er als raad immers op los schieten. Je ziet dat

veel gemeenteraden en provinciale staten hun handen

niet vuil durven te maken.” Op onze kanttekening

dat het toch voornamelijk om een visie op het proces

gaat in plaats van op de inhoud, wordt verontwaardigd

gereageerd. Van der Cammen: “Nou, het gaat ook over

inhoud. Om verder te gaan op die Oude Rijnzone, daar

moet je naar de bevolking durven verdedigen dat toch

weer een stukje van het Groene Hart eraan gaat omdat

er geld nodig is voor herstructurering van bedrijven of

kassen. Dat durft men niet zo goed aan de achterban

te vertellen, want dat Groene Hart is natuurlijk heilig.

Ik vind dat ook een vorm van visie, dat je je nek durft

uit te steken.” Michels: “Het is voor een gemeenteraad

natuurlijk veel makkelijker om te reageren op een

visie of een uitgewerkt plan dan op een onderhandelingsresultaat.

Een onderhandelingsakkoord tussen

verschillende partijen blijft toch vaak een ´polderresultaat´,

waarin geven en nemen zit. Het is heel lastig

om daar nog iets aan te veranderen. Je kunt als raad

dan alleen nog maar ja of nee tegen het eindresultaat

zeggen. Volgens mij is het - in de rol van planoloog - de

kunst om bij dit soort onderhandelingsplanvorming

het midden te vinden tussen, enerzijds, het juiste

abstractieniveau waar de politiek wat mee kan en,

anderzijds, een voldoende mate van concreetheid om

ook met de partijen in het veld tot afspraken te kunnen

komen. Maar daar zit heel wat onderhandelingsinzicht

in en natuurlijk ook kennis van financiën en contractmanagement.

Dat zijn natuurlijk heel nieuwe vaardigheden.”

Van der Cammen: “Nog even wat die visie

betreft. Ik denk dat je dat studenten best kunt leren. Je

Planologie: nieuw en nu met meer uitdaging en diepgang

Marloes Michels (Amsterdam, 1976) startte haar loopbaan in 1999 als beleidsmedewerker bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Sinds vorig jaar werkt zij

als politiek assistent van wethouder Tjeerd Herrema bij de gemeente Amsterdam. Zij behaalde haar doctoraal planologie aan de Universiteit van Amsterdam in 1999.

P. 242

kunt ze met casussen laten oefenen. De mensen die ik

goed vond in het vak, dat waren vaak de mensen die in

staat waren om in een moeilijke situatie het beslissende

voorzetje te geven waarop je de partijen kunt verenigen.

Dat kan een heel creatieve zet zijn. Dat hoeft niet alleen

maar tekenen te zijn.”

Momenteel is de vraag actueel wat we willen met

Nederlandse ruimtelijke inrichting in het groot en op

de lange termijn. Wat is een duurzaam Nederland? Met

het antwoord op die vraag kunnen dan nu stappen

worden gezet om op dat toekomstbeeld voor te sorteren.

Mogelijk wordt dan de conclusie getrokken dat bebouwing

in bepaalde kwetsbare gebieden onmogelijk is. Kan

dat ook als een gesloten business case worden opgevat?

Van der Cammen: “Ik vind het wel leuk dat je dat zo

scherp neerzet. Ik heb al gememoreerd dat ik al een hele

tijd meeloop. In de tijd dat ik hier net begon, speelde ook

de vraag waarop de planoloog zich moet richten. Handel

je vanuit het juiste principe dan kan je heel erg ver

komen. Maar uiteindelijk moeten mensen gewoon een

dak boven hun hoofd hebben. En daar zit je als planoloog

natuurlijk ook voor.” Van der Cammen laat zich het

verwijt van gebrek aan visie dus niet zomaar aanleunen.

“Ja, het is fijn om dat hier op een universiteit nog eens te

mogen zeggen: begin met een goede analyse. Het onderwerp

verrommeling bijvoorbeeld, dat heeft nogal wat

aandacht gekregen en er zijn vele dingen over gezegd die

gewoon niet kloppen. Iedereen weet dat aan ieder stukje

uitvoering een voorbereidingstijd van vijf à tien jaar zit.

Ga dan niet de Nota Ruimte uit 2004 beschuldigen dat

er in 2007 een verrommeld bedrijventerrein ligt. Aan dat

soort onduidelijkheden kun je hier aan de universiteit

veel doen.”

De afgelopen decennia figureerde Rooilijn nogal eens

in voetnoten van beleidsstukken en nota’s. Als zodanig

speelde Rooilijn een rol bij de totstandkoming, dan wel

legitimering van beleid. Wat moet Rooilijn, tijdschrift

voor wetenschap en beleid in de ruimtelijke ordening,

zoals de ondertitel van het tijdschrift luidt, in de éénentwintigste

eeuw aan lezers bieden?

Wallagh: “Rooilijn heeft een aantal zeer interessante

More magazines by this user
Similar magazines