23.02.2013 Views

Download Thesis "Gepassioneerd Dromen"

Download Thesis "Gepassioneerd Dromen"

Download Thesis "Gepassioneerd Dromen"

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Erasmus Universiteit<br />

PTO drs/MSc Bedrijfskunde lichting 2007/2009<br />

New Business, Innovation & Entrepreneurship (NIE)<br />

‘<strong>Gepassioneerd</strong> Dromen’<br />

Hoe verhouden sociaal- en economisch ondernemerschap in<br />

ontwikkelingslanden zich tot de sociale- en economische<br />

opbrengsten?


1<br />

COLOFON<br />

Hoe verhouden sociaal- en economisch<br />

ondernemerschap in ontwikkelingslanden zich tot de<br />

sociale- en economische opbrengsten?<br />

Publicatie: RSM, Rotterdam, December 2009<br />

Erasmus Universiteit<br />

PTO drs/MSc Bedrijfskunde lichting 2007/2009<br />

New Business, Innovation &<br />

Entrepreneurship (NIE)<br />

Tekst: Lammert Nauta<br />

Druk: Océ<br />

Bestelling: Kopieën zijn te bestellen via<br />

lammertnauta@oilea.com of download pdf via<br />

www.oilea.com<br />

Student: Ing. Lammert Nauta<br />

Student nr.: 316422<br />

Coach: Drs. Ing. Dick Manuel MBA<br />

Meelezer: Dr. Ben Wempe


VOORWOORD<br />

<strong>Gepassioneerd</strong> dromen is geschreven door mijn eigen interesse in de vraag; waarom<br />

ondernemerschap te starten in een ontwikkelingsland? Dit is mede geïnitieerd door de<br />

gaande discussie of de hulpverlening in ontwikkelingslanden nu ook daadwerkelijk hulp biedt<br />

voor deze landen in hun economische ontwikkeling.<br />

Van mijzelf weet ik wel waarom ik begonnen ben in Ethiopië, maar zonder de medewerking<br />

van de volgende ondernemers zou ik geen bijdrage kunnen hebben geleverd aan de vraag<br />

hoe sociaal- en economisch ondernemerschap zich verhouden tot sociaal- en economische<br />

opbrengsten in een ontwikkelingsland. Mijn dank gaat dan ook uit naar:<br />

Gerard Versteegh, Menno Simons, Pol de Jong, Peter Linssen, Wim Guns, Eva Smulders,<br />

Mildred Kolk en Henk Crietee.<br />

Hoewel onze relatie is beëindigd tijdens de laatste fase van dit onderzoek wil ik mijn vriendin<br />

Nazareth Abera bedanken, zonder haar was ik nooit in aanraking gekomen met het voor het<br />

onderzoek interessante land Ethiopië.<br />

Natuurlijk heeft ook de onvoorwaardelijke steun van mijn moeder Akky, broer Sape en<br />

schoonzus Hester een grote bijdrage geleverd in het afmaken van dit onderzoek en de<br />

voortgang van OILEA in Ethiopië. Ik realiseer me dat ik door deze drukte hen veel te weinig<br />

heb gezien en hoop het dan ook vanaf nu iets rustiger in mijn leven te krijgen. Maar het<br />

bloed kruipt waar het moet gaan en ik onderneem nu eenmaal graag dingen.<br />

Dick Manuel heeft als coach ervoor gezorgd dat er iedere keer vooruitgang in het<br />

schrijfproces bleef zitten en zonder de inhoudelijk adviezen van Ben Wempe was ik niet<br />

aangezet tot het bestuderen van een aantal interessante wetenschappelijke stukken. Mijn<br />

dank hiervoor.<br />

Het avontuur wat leven heet zul je in volle overgave moeten maken en accepteren.<br />

Leave heit, do sjochst altiid mei mij mei!<br />

2


SAMENVATTING<br />

De onderzoeksvraag: “Hoe verhouden sociale- en economische ondernemerschap in<br />

ontwikkelingslanden zich tot de sociale- en economische opbrengsten?” Is ontstaan uit de<br />

interesse voor het land Ethiopië door daar zelf actief te zijn en te zien dat meer buitenlandse<br />

ondernemingen starten in dit land. Maar waarom ondernemerschap starten in een<br />

ontwikkelingsland? Gaat het dan om economische opbrengsten of juist om sociale<br />

opbrengsten? Of volgt het één uit het ander.<br />

Alvorens inzicht te kunnen verkrijgen in de onderzoeksvraag dienen eerst de volgende<br />

vragen beantwoord te worden:<br />

• Wat is economisch ondernemerschap?<br />

• Wat is sociaal ondernemerschap?<br />

• Wat zijn economische opbrengsten?<br />

• Wat zijn sociale opbrengsten?<br />

• Wat is een ontwikkelingsland?<br />

De bestudeerde theorie geeft inzicht in deze vragen. De definitie van sociaal<br />

ondernemerschap ten opzichte van economisch (traditioneel) ondernemerschap geeft een<br />

punt van wetenschappelijke relevantie van dit onderzoek. Sociaal- en economisch<br />

ondernemerschap verschillen alleen in doelstelling, maar als er met een sociale doelstelling<br />

voornamelijk economische opbrengsten gehaald worden is er dan nog sprake van sociaal<br />

ondernemerschap. Deze vraag geldt natuurlijk ook voor economisch ondernemerschap.<br />

Eigenlijk moeten we ons afvragen of het onderscheid tussen economisch- en sociaal<br />

ondernemerschap wel gemaakt moet worden.<br />

Economische opbrengsten zijn te definiëren in omzet, winst en cashflow. Voor sociale<br />

opbrengsten is gebruik gemaakt van de Millennium Development Goals. De vraag blijft hoe<br />

je deze sociale doelstellingen meetbaar kan maken.<br />

Vanwege de open vraagstelling en het moeilijk meetbaar maken van de sociale opbrengsten<br />

is gekozen om exploratief onderzoek te doen op basis van parallelle case studies, waarbij de<br />

ondernemers persoonlijk zijn geïnterviewd. In totaal zijn 9 cases behandeld inclusief mijn<br />

eigen activiteiten in Ethiopië. Gekozen is voor Nederlandse ondernemers in Ethiopië als<br />

populatie van het onderzoek. Zes economische ondernemingen en drie sociale<br />

ondernemingen maken het sample.<br />

Het onderzoek toont aan dat economische ondernemingen veel sociale opbrengsten hebben<br />

in de gemeenschap waar ze actief zijn. De economische opbrengsten zijn het belangrijkste<br />

doel, maar voor de continuïteit van de onderneming zijn de sociale opbrengsten<br />

noodzakelijk. Zoals scholen voor kinderopvang, opleiding voor goed personeel,<br />

gezondheidszorg om het personeel gezond te houden en voorzieningen voor ontspanning<br />

van het personeel. Dit kan gezien worden als secundaire arbeidsvoorwaarden.<br />

Voor sociale ondernemingen geldt dat ze vaak één sociaal doel grootschalig in een<br />

programma aanpakken. Voor Ethiopië wordt dit probleem dus landelijk aangepakt. Door<br />

ondernemerschap te creëren binnen deze sociale doelstelling heeft tot gevolg dat de sociale<br />

opbrengsten dan als bijeffect economische opbrengsten krijgen. Deze economische<br />

opbrengsten dragen bij tot de continuïteit van de sociale opbrengsten. Door economische<br />

opbrengsten kunnen tevens meerdere sociale doelen behartigd worden.<br />

Concluderend komt het erop neer dat economisch ondernemerschap in een<br />

ontwikkelingsland vanuit economische opbrengsten vele sociale opbrengsten creëert in de<br />

gemeenschap waar deze onderneming actief is. Sociaal ondernemerschap resulteert tot<br />

economische opbrengsten door ondernemerschap te realiseren in de sociale doelstelling,<br />

waardoor meerdere sociale opbrengsten gerealiseerd kunnen worden.<br />

4


Door meer economisch ondernemerschap te creëren in een ontwikkelingsland worden vele<br />

sociale doelen tegelijk behartigd. Door sociaal ondernemerschap wordt meestal één sociaal<br />

doel per programma of onderneming behartigd. Deze bevinding vult de discussie aan of<br />

hulpverlening ook daadwerkelijk hulp en economische vooruitgang van een<br />

ontwikkelingsland teweeg brengt of dat men juist ondernemerschap moet stimuleren. Verder<br />

onderzoek op basis van de bevindingen in dit rapport kan de wetenschap verder helpen in<br />

het antwoord op deze vraag.<br />

5


INHOUDSOPGAVE<br />

1 Inleiding............................................................................................8<br />

1.1 Probleemstelling .................................................................................................................. 10<br />

1.2 Onderzoeksvraag................................................................................................................. 11<br />

1.3 Conceptueel model .............................................................................................................. 11<br />

1.4 Praktische en theoretische relevantie ................................................................................ 12<br />

1.5 Onderzoeksdomein.............................................................................................................. 13<br />

2 Theorie ...........................................................................................14<br />

2.1 Economisch ondernemerschap........................................................................................... 14<br />

2.2 Sociaal ondernemerschap ................................................................................................... 15<br />

2.3 Economische waarde, ROI ................................................................................................. 20<br />

2.4 Sociale waarde, SROI.......................................................................................................... 21<br />

2.5 Ontwikkelingsland............................................................................................................... 21<br />

3 Methodologie .................................................................................23<br />

3.1 Afbakening en design .......................................................................................................... 25<br />

3.2 Validiteit en betrouwbaarheid............................................................................................ 26<br />

4 Resultaten......................................................................................27<br />

4.1 Tradin Organic B.V. ........................................................................................................... 27<br />

4.2 Trabocca B.V. ...................................................................................................................... 29<br />

4.3 Van der Kooy Pijnacker B.V.............................................................................................. 31<br />

4.4 Cordaid................................................................................................................................. 33<br />

4.5 Linssen Rozen B.V............................................................................................................... 36<br />

4.6 Fair & Sustainable............................................................................................................... 37<br />

4.7 Holland-Car ......................................................................................................................... 39<br />

4.8 Solar Cooking ...................................................................................................................... 41<br />

4.9 Oilea...................................................................................................................................... 43<br />

4.10 Samenvatting resultaten ..................................................................................................... 44<br />

5 Analyse ..........................................................................................48<br />

5.1 Economische ondernemingen............................................................................................. 48<br />

5.2 Sociale ondernemingen ....................................................................................................... 49<br />

5.3 Samenvatting analyse.......................................................................................................... 50<br />

6 Discussie theorie...........................................................................52<br />

7 Conclusie .......................................................................................54<br />

6


Literatuurlijst .......................................................................................56<br />

Bijlagen................................................................................................58<br />

7<br />

BIJLAGE 1: TRADIN ORGANIC & TRABOCCA.................................................................... 58<br />

BIJLAGE 2: VAN DER KOOY PIJNACKER B.V..................................................................... 71<br />

BIJLAGE 3: CORDAID................................................................................................................. 78<br />

BIJLAGE 4: LINSSEN ROZEN B.V. ........................................................................................... 86<br />

BIJLAGE 5: FAIR & SUSTAINABLE......................................................................................... 91<br />

BIJLAGE 6: TRENTO / HOLLAND CAR .................................................................................. 98<br />

BIJLAGE 7: SOLAR COOKING................................................................................................ 105


1 Inleiding<br />

Vanuit Unilever ben ik gestart met het opzetten van mijn bedrijf in olijfolieproductie in<br />

Ethiopië. Hierin ben ik al tegen vele obstakels opgelopen, waarbij het grootste vraagteken<br />

nog zit bij de financiering van dit project. Maar toch ben ik er nog steeds van overtuigd dat dit<br />

bedrijf van de grond komt.<br />

Het idee van het creëren van olijfolieproductie in Ethiopië begon in september 2006 aan de<br />

ontbijttafel. Ik was net begonnen met de post-HBO opleiding bedrijfskunde II aan de<br />

Transfergroep Rotterdam. De studie stond in het teken van het maken van een businessplan<br />

met alle facetten van dien. Er moest dus een idee gegenereerd worden. Binnen Unilever<br />

werkte ik op dat moment aan oliën en vetten en mijn passie ging altijd al uit naar olijfolie. Ik<br />

zou graag mijn volgende carrière stap in deze richting willen voortzetten, bijvoorbeeld door<br />

een aantal jaren in Italië te werken aan de Bertolli producten. Of juist een heel nieuw kanaal<br />

op te zetten in Olijfolie met een link naar de ‘sustainable agriculture’ groep van Unilever in<br />

het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hieraan hecht Unilever veel<br />

waarde en het leek mij een fantastisch idee om dit in het kader van mijn opleiding verder uit<br />

te werken.<br />

Van mijn vriendin, Eritrese van origine, wist ik dat de olijfboom (in wilde vorm) voorkomt in<br />

Eritrea. Hier startte ik dan ook mijn ‘desk research’ mee. <strong>Gepassioneerd</strong> in mijn idee zag ik<br />

alleen maar kansen. Hele gebieden konden geholpen worden door de mensen bewust te<br />

maken van de mogelijkheden van olijfolieproductie met deze wilde boom, die in gebieden<br />

van Eritrea voorkomt. En wanneer de wilde olijfboom hier groeit, dan moet het toch ook<br />

mogelijk zijn om meer productieve Europese olijfbomen te planten?<br />

Zo kreeg het businessplan steeds meer vorm. Ook mijn collega Hendrickx raakte<br />

geïnspireerd, hij werkte aan Allanblackia plantages in Nigeria en Ghana. Een boom met<br />

olienoten, waarvan de olie geschikt is voor margarine producten. Hedrickx gaf me informatie<br />

over fondsen, giften en subsidies om dit soort projecten te realiseren. Hij maakte me<br />

vervolgens attent op de ontwikkelingen in de oliezaden in Ethiopië en de mogelijkheden van<br />

Nederlandse overheidssteun via de EVD programma’s voor Ethiopië. Eritrea bleek lastig te<br />

zijn om fondsen te werven vanwege de politieke druk op dit land. Het gebied waar olijfbomen<br />

voorkomen in Eritrea ligt aan de grens met Ethiopië, dus de overstap naar Ethiopië in het<br />

Business plan was snel gemaakt.<br />

Door verdere studie in Ethiopië stuitte ik op een herbebossingsprogramma van KU Leuven in<br />

Ethiopië gebaseerd op wilde olijfbomen. Hier vielen de puzzelstukjes op de juiste plaats, dit<br />

was de kans om voor Unilever iets te betekenen in duurzame bosbouw op basis van de<br />

olijfboom. Ik zocht contact met KU Leuven maakte de plannen kenbaar bij het productschap<br />

MVO (Margarines Vetten en Oliën) en inspireerde de verantwoordelijken bij het ministerie<br />

van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Verder zocht ik contact met de Bertolli<br />

groep in Italië. Al snel werd ik uitgenodigd om mijn plannen te presenteren aan het<br />

managementteam van Bertolli, de verantwoordelijke inkoper zag de plannen wel zitten.<br />

Terugkomst in Nederland deed me er aan werken om het netwerk zowel intern als extern uit<br />

te breiden. Ik betrok de verantwoordelijken binnen Unilever in mijn plannen, zo ook mijn<br />

lijnverantwoordelijke. Ik voelde enigszins tegenwerking, omdat mijn huidige projectwerk in<br />

zijn ogen geen voortgang boekte. Dit was ook waar, mijn passie zat immers in olijfolie.<br />

Eigenwijs dat ik ben trok ik me hiervan niet veel aan. In juli 2007 regelde ik een kick-off<br />

sessie met alle verantwoordelijken in het proces. Zo liet ik de verantwoordelijken komen van<br />

KU Leuven, Ministerie van LNV, MVO, Euronaid, AgiProFocus en nodigde ik ook de Unilever<br />

sustainable agriculture groep uit en mijn lijnmanager en andere die namens Unilever<br />

8


etrokken dienden te zijn zoals de verantwoordelijke voor Bertolli vanuit Italië. Mijn<br />

lijnmanager kon niet komen en vanuit de sustainability hoek was men niet blij met deze<br />

meeting. Voor mij was het alleen belangrijk om te weten of Bertolli het plan ging adopteren of<br />

niet. Na een middag overleg kwam hierop geen antwoord, het enthousiasme was daar, maar<br />

de Bertolli verantwoordelijke zou binnen een week terugkomen met antwoord op de<br />

voortgang.<br />

Vier weken na deze meeting was er nog steeds geen antwoord. Ik kreeg tevens zeer<br />

moeizaam contact met Bertolli in Italië. Ik vroeg me dan ook herhaaldelijk af, wat er aan de<br />

hand was. De druk van buiten nam volgens mijn gevoel wel toe, wat gaat Unilever doen. Na<br />

vier weken ontving ik van de hoogste baas van Bertolli een e-mail. Zij bedankte mij voor mijn<br />

inzet, maar het huidige programma paste niet in de strategie van Bertolli. Hevig gefrustreerd<br />

maakte ik mijn businessplan af om mijn opleiding af te sluiten.<br />

Het idee kon ik alleen niet los laten. Unilever zag in mijn carrièreplannen weinig<br />

mogelijkheden om dit voort te zetten. In december 2007 tekende ik met Unilever dan ook een<br />

vaststellingsovereenkomst om januari 2009 Unilever te verlaten. Gedurende deze periode<br />

ben ik volop bezig geweest om mijn eigen bedrijf op te zetten in Olijfolieproductie in Ethiopië.<br />

Vandaar ook de titel ‘<strong>Gepassioneerd</strong> dromen’ van dit onderzoeksrapport.<br />

Mijn eigen motivatie in het opzetten van olijfolieproductie in Ethiopië is om te bewijzen dat<br />

zulke ‘gekke’ ideeën gerealiseerd kunnen worden. De krachten liggen in de mogelijkheden<br />

die een ontwikkelingsland kan bieden. Zo ook in dit project. Wilde olijfbomen zijn al aanwezig<br />

en worden in een herbebossingsprogramma nog steeds aangepland. Mijn idee berust dan<br />

ook op het duurzaam maken van dit herbebossingsprogramma, door ook de vruchten van<br />

deze bomen te verwerken tot olijfolie. En vervolgens het geheel om te zetten naar meer<br />

productieve Europese bomen. Hierdoor wordt een wezenlijke bijdrage geleverd aan het land,<br />

dit is mogelijk door de aanwezigheid van goedkope arbeidskrachten.<br />

Hieruit blijkt al snel de contradictie, immers het creëren van deze business houdt wel in dat<br />

ook ik hier rendement uit wil halen in de vorm van economische waarde. Mijn succes wordt<br />

bepaald door de winstgevendheid van dit bedrijf, omdat dit bedrijf ook mijn salaris bepaalt.<br />

Het ontwikkelingsland biedt in deze de ‘opportunity’ van het opzetten van ‘New Business’,<br />

maar er is wel degelijk een sociale waarde creatie voor het land in het realiseren van<br />

duurzame bosbouw, werkgelegenheid en kennisoverdracht. Alleen zonder economische<br />

waarde creatie is het voor mij niet zinvol.<br />

Waarbij anderen totaal acteren uit de intentie van sociale waarde creatie, creëren zij ook wel<br />

degelijk economische waarde. Als voorbeeld kan hiervoor aangehaald worden Yunus van de<br />

Grameen Bank, waarbij uit het verlenen van vele microkredieten een winstgevend bedrijf is<br />

gecreëerd in economische waarde creatie door sociale waarde creatie.<br />

De sociale waarde creatie kan dus leiden tot kansen in economische waarde creatie,<br />

daarentegen kan economische waarde creatie bijdragen tot de sociale waarde creatie.<br />

Vandaar de vraag hoe beide ondernemingmotivaties zich verhouden tot de gerealiseerde<br />

opbrengsten. Hierbij kan men stellen dat de één uitgaat van Not-For Profit (of Not in For<br />

Profit) en de ander For Profit, waarbij de opbrengsten worden gespiegeld aan SROI (Social<br />

Return On Investment) en ROI (Economical Return On Investment).<br />

Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de intentie voor het creëren van<br />

ondernemerschap in ontwikkelingslanden. In het kader van ‘economisch’ (traditioneel)<br />

ondernemerschap is hier nog weinig over gepubliceerd, terwijl er veel geschreven is over<br />

‘sociaal’ ondernemerschap. De maatschappelijke relevantie van het onderzoek kan de<br />

discussie brengen of misschien ‘economisch’ ondernemerschap zo slecht nog niet is. Of dat<br />

9


de huidige markten en het besef van ondernemen in ontwikkelingslanden, deze twee vormen<br />

juist samen brengen.<br />

Het onderzoek is exploratief, waarvoor negen parallelle case studies behandeld zijn. De<br />

ondernemer is in deze case studies persoonlijk geïnterviewd wat is opgenomen met een<br />

memo recorder.<br />

1.1 Probleemstelling<br />

Tegenwoordig zijn er steeds meer bedrijven, die ondernemingen starten in<br />

ontwikkelingslanden. Maar wat motiveert en is de intentie voor de ondernemer om dit te<br />

doen. Gaat het dan om een sociale bijdrage te leveren aan de wereld en kan men in dit geval<br />

spreken over sociaal ondernemerschap. Of zijn het de kansen die ontwikkelingslanden<br />

bieden in het opzetten van zeer rendabele activiteiten (winstgeneratie) (Prahalad & Hart,<br />

2002). Wordt dit mede bepaald door financiële risico’s af te dekken door subsidies en giften,<br />

door in te spelen op sociale bijdrage aan een ontwikkelingsland, die al snel gevonden kan<br />

worden in het creëren van banen.<br />

In hoeverre stimuleren subsidies en giften de motivatie van de ondernemer om new business<br />

te creëren in ontwikkelingslanden. Zet dit aan tot sociale innovatie, waarbij het sociaal<br />

evenwicht wordt doorbroken en een nieuwe tot stand komt.<br />

In de definitie van ondernemerschap is het probleem of er dan gesproken wordt over sociaal<br />

ondernemerschap of economisch ondernemerschap. Kan men in de profit sector nog steeds<br />

spreken over sociaal ondernemerschap of is ondernemerschap per definitie gedreven door<br />

een winstgevendheid. Immers bij het creëren van new business zijn er ook financieringen<br />

nodig voor de activiteiten. Op deze financiële middelen kan men dus ook spreken over een<br />

mate van ROI (Return on Investment). Hierbij kan men spreken over de som van de bijdrage<br />

in de winst + de bijdrage aan het ontwikkelingsland om te bepalen in welke mate men met<br />

sociaal dan wel met economisch ondernemerschap te maken heeft. Het kan namelijk ook<br />

zijn dat de motivatie (intentie) gedreven is door winst behaald uit bijvoorbeeld kostenvoordeel<br />

in lage lonen en grondkosten. Door gebruik te maken van deze voordelen in<br />

ontwikkelingslanden, kan men dan nog spreken over sociaal ondernemerschap. Er wordt<br />

toch werkgelegenheid en kennisoverdracht gecreëerd wat het ontwikkelingsland ten goede<br />

komt. Een grijs gebied in de definitie van sociaal ondernemerschap en sociale<br />

ondernemingen (‘enterprises’).<br />

In deze probleemstelling wordt de discrepantie tussen sociaal- en economisch<br />

ondernemerschap geschetst, waarbij de term ondernemerschap overeenkomstig is. In de<br />

literatuur is dan ook gezocht naar het verschil in sociale en economische (traditionele)<br />

activiteiten, om uiteindelijk relevante kennis en nieuwe inzichten voor de probleemstelling op<br />

te leveren. Over de definitie van sociaal ondernemerschap is veel te doen, wat in de<br />

probleemstelling ook naar voren komt. Dit geeft het nut van het onderzoek aan om zo een<br />

toevoeging te kunnen geven in het kennisgebied van sociaal ondernemerschap. In het<br />

onderzoek willen we het verschil tussen beide vormen van ondernemerschap meten aan de<br />

mate van economische waarde creatie (Return On Investment, ROI) en sociale waarde<br />

creatie (Social Return On Investment, SROI) in het ontwikkelingsland Ethiopië. De volgende<br />

definities zullen in het theorie hoofdstuk behandeld worden:<br />

• Economisch ondernemerschap<br />

• Sociaal ondernemerschap<br />

• Economische waarde creatie, Return On Investment<br />

• Sociale waarde creatie, Social Return On Investment<br />

• Ontwikkelingsland<br />

10


Een samenvatting van de cases is weergegeven in het hoofdstuk resultaten, waarna de<br />

cases geanalyseerd zijn in het hoofdstuk analyse om inzicht te geven in economische- en<br />

sociale opbrengsten. En hoe dit zich verhoudt tot sociale- en economische ondernemingen in<br />

het sample. In de discussie is de relatie naar de theorie gelegd. In hoeverre komen de<br />

resultaten van de case studies overeen met de beschreven literatuur. Op basis hiervan is<br />

een reflectie op de gebruikte methodologie gegeven als mede aanbevelingen voor verder<br />

onderzoek in het hoofdstuk conclusies.<br />

1.2 Onderzoeksvraag<br />

In de probleemstelling wordt uitgegaan van de intentie van de ondernemer in het creëren van<br />

ondernemerschap in een ontwikkelingsland. Door de intentie te koppelen aan ROI (Return<br />

On Investment; Economisch) en SROI (Social Return On Investment) wordt getracht om<br />

onderscheid te maken of overlappingen aan te tonen tussen sociaal- en economisch<br />

ondernemerschap.<br />

Winstgevendheid of een vorm van cashflow (economisch) is van belang voor de continuïteit<br />

(levensvatbaarheid) van de onderneming. Dit zou kunnen betekenen dat de winst een<br />

belangrijke motivatie kan zijn voor het ondernemen in ontwikkelingslanden. Maar wat<br />

motiveert de ondernemer voor een bepaald ontwikkelingsland of ontwikkelingsgebied?<br />

Waarom bedrijvigheid opzetten in deze vaak politieke moeizame landen?<br />

Worden de sociale en duurzame activiteiten (People & Planet) door instelling zoals<br />

overheden, de Wereld Bank en vele fondsen kunstmatig opgelegd door het verstrekken van<br />

subsidies en giften, wanneer de ondernemer hier aanspraak op maakt. Bijdragen aan sociale<br />

problemen wordt dan voor de ondernemer zeer lonend en kan dus ook een belangrijke<br />

motivatie zijn voor het creëren van activiteiten in ontwikkelingslanden.<br />

Op basis van de probleemstelling is de volgende centrale onderzoeksvraag gesteld:<br />

Hoe verhouden sociaal- en economisch ondernemerschap in ontwikkelingslanden zich tot de<br />

sociale- en economische opbrengsten?<br />

Hierbij dienen ten eerste de volgende deelvragen beantwoord te worden:<br />

1. Welke criteria bepalen sociaal- en economisch ondernemerschap?<br />

2. Welke criteria bepalen economische- en sociale opbrengsten?<br />

3. Welke criteria bepalen een ontwikkelingsland?<br />

1.3 Conceptueel model<br />

In het onderzoek wordt er onderscheid gemaakt tussen ‘sociaal’ ondernemerschap en<br />

‘economisch’ ondernemerschap in ontwikkelingslanden. Het object van studie is de<br />

ondernemer die nieuwe bedrijvigheid opzet in een ontwikkelingsland. In dit onderzoek zal<br />

voornamelijk beoordeeld worden wat de intentie c.q. motivatie van de ondernemer<br />

(buitenlandse; Nederlandse) is bij het creëren van New business in ontwikkelingslanden.<br />

Deze intentie wordt dan vergeleken met het uiteindelijke resultaat van de onderneming of<br />

organisatie in het ontwikkelingsland. Waarbij gekeken wordt naar de economische bijdrage<br />

(ROI) en de sociale bijdrage (SROI).<br />

Het object van studie is de ‘sociaal’ ondernemer en de ‘economisch’ ondernemer. En de<br />

opbrengst (ROI en SROI met de rol van subsidies) van de onderneming of organisatie in het<br />

ontwikkelingsland.<br />

11


De concepten zijn dat de ‘sociaal’ entrepreneur bepaald wordt door een not for profit intentie<br />

en sociaal waarde creatie (SROI). En de ‘economisch’ entrepreneur door een in for profit<br />

intentie en economische waarde creatie (ROI, winst).<br />

Sociaal Entrepreneur �� Not for Profit, SROI<br />

Economisch Entrepreneur �� In for profit, ROI<br />

In het onderzoek wordt dus gemeten op basis van SROI en ROI om zo tot sociale- of<br />

economisch opbrengsten te komen.<br />

Sociaal entrepreneur<br />

Sociale bijdrage<br />

(SROI)<br />

Figuur 2.7: Conceptueel model<br />

Economisch entrepreneur<br />

Economisch bijdrage<br />

(ROI)<br />

De vraag zit in de overlap tussen beide vormen, waarbij bepaald dient te worden in hoeverre<br />

de afhankelijke variabelen sociaal- en economisch ondernemerschap onderscheiden worden<br />

door de onafhankelijke variabelen SROI en ROI.<br />

1.4 Praktische en theoretische relevantie<br />

Uit de inleiding blijkt de persoonlijke interesse voor het beantwoorden van de vraag hoe<br />

sociaal- en economisch ondernemerschap in ontwikkelingslanden zich verhouden tot<br />

sociaal- en economische opbrengsten. De vraag in de wetenschap is op het moment ook of<br />

alle hulpverlening naar ontwikkelingslanden nu wel zo succesvol en nodig is geweest. Waar<br />

bij humanitaire rampen voornamelijk door oorlogen veel gelden bij verkeerde partijen komen,<br />

helpt deze humanitaire steun juist mee om de oorlog langduriger in stand te houden. Dus<br />

schiet humanitaire hulp zijn doel voorbij als oorlogvoerende parijen hun voordeel er meedoen<br />

(Polman, 2008).<br />

Ook in deze landen zijn de regeringen er van bewust hoeveel geld er met ontwikkelingshulp<br />

kan worden verdiend. De ontwikkelingsgelden vormen de vijfde economie ter wereld en de<br />

onderlinge concurrentie tussen de verschillende NGO’s is groot. Renzo Martens toont in zijn<br />

film ‘Enjoy Poverty” de mensen in oorlog- en hongergebieden hoe een succesvolle foto van<br />

verschrikkelijke humane omstandigheden helpt om zoveel mogelijk fondsen te werven, waar<br />

juist de mensen die deze hulp zo hard nodig hebben maar weinig van krijgen. Dit is ook een<br />

pleidooi van Polman (2008), door de enorme toename van NGO’s (INGO’s = International<br />

Non Governmental Organisations) ontstaat er onderlinge concurrentie in het werven van<br />

fondsen, de meest verschrikkelijke beelden leveren het meeste geld op.<br />

Daarnaast bieden ontwikkelingslanden ook kansen voor ondernemerschap in export<br />

producten, maar ook zeker voor lokale handel. Vier miljard mensen die voor minder dan een<br />

dollar per dag leven (‘bottom of the pyramid’) vormen gezamenlijk een enorme markt. Het<br />

verstrekken van hulp stromen, levert juist een remmende factor op de economische<br />

vooruitgang in handel (Moyo, 2009). Zo wordt bijvoorbeeld lokaal ondernemerschap kapot<br />

gemaakt, door vestrekken van gratis goederen.<br />

Prahalad & Hart (2002) toont de kansen voor Multinational Corporations (MNC’s) in lage<br />

lonen landen in het creëren van zeer winstgevende ondernemingen en het daarbij tegengaan<br />

12


van armoede. Dit vergt een andere manier van denken en deze MNC’s zullen dan ook niet<br />

de focus moeten leggen op hoge verkoopmarges, maar juist het businessmodel moeten<br />

veranderen naar hoog volume markten. Deze nieuwe business modellen moeten lokale<br />

culturen en levensstijlen in ere houden. Een effectieve manier in het combineren van lokale<br />

en globale kennis is nodig, dus geen Westers systeem (Prahalad, 2002).<br />

De discussie om armoede te bestrijden ligt in de contradictie tussen het creëren van<br />

ondernemerschap of het verlenen van hulp. Anita Roddick, CEO van de Body Shop, roept op<br />

tot ‘trade not aid’. Ten opzichte van MNC’s geldt ook een groot belang voor dit<br />

ondernemerschap in het MKB (Midden Klein Bedrijf of te wel SME’s, Small and Medium<br />

Enterprises). Armoede reductie door ondernemerschap in het creëren van productie<br />

organisaties en de ontwikkeling van marktkanalen en afzet markten, zowel lokaal als voor<br />

export is van groot belang (Ton e.a., 2007). Door mark gedreven ontwikkelingen wordt<br />

armoede bestreden, groente en fruitproductie in Kenia en Tanzania zijn voorbeelden dat dit<br />

werkt (Koenig, 2008).<br />

Deze recente onderzoeken tonen de relevantie van de onderzoeksvraag: ‘Hoe sociaal- en<br />

economisch ondernemerschap zich nu verhouden tot sociaal- en economische opbrengsten<br />

in een ontwikkelingsland?’ Tevens is er de praktische relevantie in wat nu sociaal- of<br />

economisch ondernemerschap is. Wat maakt het verschil en welk doel wordt nu het meest<br />

behartigd.<br />

Op basis van 9 case studies van ondernemerschap van Nederlandse ondernemingen in<br />

Ethiopië is het doel om de intentie ven de ondernemer te achterhalen, waarom een<br />

onderneming te starten in een ontwikkelingsland. En daarbij te analyseren tot welke<br />

economische- en sociale opbrengsten dit leidt. Hiermee is een bijdrage geleverd aan het<br />

wetenschappelijke onderzoeken op het gebied van hulpverlening en economische<br />

ontwikkeling door handel en ondernemerschap. En de praktische relevantie van wat nu<br />

sociaal of economisch (traditioneel) ondernemerschap is. De interviews met de ondernemers<br />

zijn letterlijk uitgewerkt in de bijlage. In het rapport is bij resultaten hiervan een samenvatting<br />

gegeven. De letterlijke verhalen die opgenomen zijn met een digitale memorecorder geven<br />

een impressie van waarom iemand ervoor kiest om een bedrijf te starten in een<br />

ontwikkelingsland, welke waardevol zijn voor een vervolg onderzoek in wat nu de grootste<br />

bijdrage levert voor de ontwikkeling van een ontwikkelingsland.<br />

1.5 Onderzoeksdomein<br />

Het domein is alle ‘Westerse’ sociale ondernemingen en economische ondernemingen, die<br />

actief zijn in ontwikkelingslanden. De populatie van onderzoek zijn Nederlandse ‘sociale’- en<br />

‘economische’ entrepreneurs actief in Ethiopië.<br />

Het sample is op basis van bestaande contacten en netwerken in Ethiopië geselecteerd.<br />

Onder andere door het volgen van nieuws onderwerpen over Ethiopië via Google news,<br />

kwamen startende ondernemingen aan het licht. Tevens heeft navraag bij het ministerie van<br />

LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) een aantal ondernemingen aangedragen.<br />

De Nederlandse ondernemers zijn persoonlijk aangeschreven voor deelname aan het<br />

onderzoek.<br />

13


2 Theorie<br />

2.1 Economisch ondernemerschap<br />

Over de definitie van ondernemerschap is in de wetenschappelijke literatuur geen<br />

overeenstemming. Een ieder die een bedrijf/onderneming start is eigenlijk een ondernemer<br />

(Gartner,1985), maar na de start van de onderneming stopt het ondernemerschap. Alleen als<br />

er weer nieuwe activiteiten gestart worden kan men weer spreken over ondernemerschap,<br />

als er iets wordt gedaan dat nieuw is voor de markt (Shane & Venkataraman, 2000). In een<br />

psychologische definitie wordt gekeken naar de ondernemer als iemand die initiatief en risico<br />

neemt en of hij/zij innovatief is (Morris, 1998).<br />

Algemeen gesteld start ondernemerschap bij de ondernemer. Bij de typering van de<br />

ondernemer kan men uitgaan van het motief om een bedrijf te starten. Iemand kan een<br />

bedrijf starten, omdat hij daartoe gedwongen wordt (pushmotivatie), bijvoorbeeld door<br />

werkloosheid of dreiging hiervan, of omdat de huidige baan niet meer wordt leuk gevonden.<br />

Ook kan iemand zich aangetrokken voelen tot het ondernemerschap (pullmotivatie),<br />

bijvoorbeeld vanwege de vrijheid, de uitdaging of de financiële prikkel (Risseeuw & Thurik,<br />

2003).<br />

Mensen creëren nieuwe ondernemingen voor verschillende redenen hierdoor kan ook een<br />

onderscheid gemaakt worden in verschillende motivatie, intenties en mechanismen van<br />

ondernemerschap (Bessant & Tidd, 2007):<br />

• Lifestyle ondernemers – Diegene die onafhankelijk willen zijn en wensen hun<br />

persoonlijke verdiensten te koppelen aan hen persoonlijke waarden en<br />

omstandigheden. Als voorbeelden zijn de zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel)<br />

als individuele professionals in consultant opdrachten en thuiswerkers. Het is een<br />

‘self-employment’ en deze vormen van ondernemerschap zijn meestal niet innovatief<br />

of creatief, maar een vorm van activa exploratie (een winkel) of expertise exploratie.<br />

• Groei ondernemers – Diegene die rijk en machtig worden door de creatie en<br />

agressieve groei van nieuwe ondernemingen. Meestal seriële ondernemers die een<br />

keten vormen van nieuwe ondernemingen. Succesvolle groei ondernemers creëren<br />

erg grote coöperaties door acquisities en kunnen nationale markten domineren, wat<br />

de oprichters een bepaalde reputatie geeft, rijk en machtig maakt.<br />

• Innovatie ondernemers – Individuen die gedreven zijn in het creëren of veranderen<br />

van dingen. Onafhankelijkheid, reputatie en rijkdom zijn niet de doelen opzicht van<br />

deze ondernemers. Juist het creëren van iets nieuws bepaald de drijfveer. Tot de<br />

innovatieve ondernemers worden ook technologische- en sociale ondernemers<br />

gerekend hoewel dat voor deze groepen juist het creëren van nieuwe ondernemingen<br />

voorop staat in plaats van het creëren van uitvindingen, nieuwe technologieën of<br />

innovatieve doorbraken. De nieuwe onderneming vormt in deze gevallen de vorm van<br />

verandering en doorbraak.<br />

Om tot een beschrijving van ondernemend gedrag te komen wordt veelal de persoonlijke<br />

eigenschappen en karakteristieken of de contextuele factoren als beschikbare middelen<br />

zoals support en geld bestudeerd. Voor een complete begripvorming dienen beide<br />

bestudeerd te worden. Het maakt niet uit hoe ondernemend het individu ook mag zijn er is<br />

een context nodig wat voorziet in de nodige middelen. Dit is weergegeven in het onderstaand<br />

framework (Bessant & Tidd, 2007).<br />

14


Figuur 2.1: Beïnvloedingsfactoren voor het creëren van nieuwe ondernemingen (Bessant& Tidd, 2007)<br />

Bessant & Tidd (2007) geven al een onderscheid aan tussen verschillende vormen van<br />

ondernemerschap. De sociale ondernemer delen zij in bij de innovatieve ondernemer, de<br />

beinvloedingsfactoren blijven hierbij hetzelfde voor het creëren van deze nieuwe<br />

ondernemingen. Bij een vergelijk tussen economische (traditionele) ondernemers en sociale<br />

ondernemers geeft deze theorie aan dat je in ontwikkelingslanden de sociale ondernemers<br />

onder innovatieve ondernemers vallen. De vraag blijft hoe goed deze modellen van<br />

economisch ondernemerschap toepasbaar zijn voor sociaal ondernemerschap.<br />

2.2 Sociaal ondernemerschap<br />

Voor de sociaal ondernemer gelden dezelfde beinvloedingsfactoren (Bessant& Tidd, 2007),<br />

maar de creatie van de onderneming dient een sociaal verandering als doel in plaats van<br />

een commerciële innovatie of financiële waardecreatie. Voorbeelden hiervan zijn:<br />

• Armoede bestrijding<br />

• Gemeenschapsontwikkeling<br />

• Gezondheid en welvaart<br />

• Omgeving (milieu) en duurzaamheid<br />

• Kunst en cultuur<br />

• Opleiding en banen<br />

Dit maakt niet dat een sociaal ondernemer simpel gezegd een economisch ondernemer is in<br />

een andere context. Traditionele publieke en Non Governmental Organisations (NGO’s)<br />

falen nog al eens doordat ze worstelen met de belemmering van de organisatie, cultuur en<br />

regels voor fondsen. Als voorbeeld komt het voor dat het werven van fondsen of werknemers<br />

belangrijker wordt dan het dienen van de gemeenschap. Sociaal ondernemers hebben<br />

dezelfde karakters als economische ondernemers, maar verschillen in een aantal belangrijke<br />

aspecten (Bessant & Tidd, 2007):<br />

• Motivatie (intentie) en doelen – minder bezorgd om onafhankelijkheid en rijkdom,<br />

maar meer op sociale bedoeling.<br />

• Tijdslijn – minder nadruk op korte termijn groei en lange termijn waarde creatie van<br />

de investering, maar meer nadruk op lange termijn duurzame verandering.<br />

15<br />

PERSOONLIJKHEID:<br />

• Hoge achiever<br />

• Hoge controle<br />

• Onafhankelijk<br />

ACHTERGROND:<br />

• Ouders eigen bedrijf<br />

• Religieuze waarden<br />

• Hoge opleiding<br />

CONTEXT THUIS:<br />

• Alleenstaand of<br />

gescheiden<br />

• Support echtgenoot<br />

• Weinig familie<br />

verplichtingen<br />

START-UP<br />

Nieuwe<br />

Onderneming<br />

WERK OMGEVING:<br />

• Relevante ervaring<br />

• Frustratie<br />

• Redundant<br />

TECHNOLOGY & MARKTEN:<br />

• Onzeker<br />

• Benodigd Kapitaal<br />

• Doorlooptijd product<br />

INSTITUTIONELE SUPPORT:<br />

• Organisatie als Incubator<br />

• Venture kapitaal<br />

• Regeringsupport


• Middelen – minder vertrouwen in de uitvoering van het management van de<br />

onderneming, groter vertrouwen in netwerken en ‘stakeholder’ en middelen om de<br />

verandering tot stand te brengen.<br />

De sleutelkarakteristieken die de sociaal ondernemer onderscheid van de economisch<br />

ondernemer is het hoge niveau van empathie en de gedrevenheid in sociale gerechtigheid.<br />

Empathie vertaalt zich in het herkennen van de emotionele gevoelens en de gevoelens in de<br />

behoefte van de ander wat vervolgens geassocieerd wordt met het verlangen van het bieden<br />

van hulp. Hoewel empathie en de gedrevenheid in sociale gerechtigheid benodigde<br />

attributen zijn voor een sociale ondernemer, maken ze nog geen sociale onderneming. De<br />

vorming van een onderneming moeten gezocht worden in de conventionele<br />

beinvloedingsfactoren (figuur 2.1) (Bessant & Tidd 2007).<br />

In de definitie van sociaal ondernemerschap komt veelal het doel als sociale verandering<br />

naar voren. Eén van de laatste definitie omschrijft deze sociale verandering als door breken<br />

van een sociaal evenwicht. Men gaat hierbij uit van de verschuiving van het sociaal<br />

evenwicht (Martin & Osberg, 2007). Het sociaal ondernemerschap wordt dan gedefinieerd<br />

door het hebben van drie componenten:<br />

- Identifying a stable but inherently unjust equilibrium that causes the exclusion,<br />

marginalization, or suffering of a segment of humanity that lacks the financial means<br />

or political clout to achieve any transformative benefit on it own.<br />

- Identifying an opportunity in its unjust equilibrium, developing a social value<br />

proposition, and bringing to bear inspiration, creativity, direct action, courage, and<br />

fortitude, thereby challenging the stable state’s hegemony.<br />

- Forging a new, stable equilibrium, that releases trapped potential or alleviates the<br />

suffering of the targeted group, and through imitation and the creation of a stable<br />

ecosystem around the new equilibrium ensuring a better future for the targeted group<br />

and even society at large.<br />

Door de vorm van actie ten opzichte van de uitkomst te benaderen wordt in deze definitie de<br />

sociaal service provider en sociaal activist gescheiden van de pure vorm van sociaal<br />

ondernemerschap. In de praktijk komen er op dit vlak vaak hybride vormen voor.<br />

Het creëren van een nieuw evenwicht kan vergeleken worden met de innovatietheorie van<br />

het ontstaan van een nieuw dominante designs (Anderson & Tushman, 1990). Hierin wordt<br />

de discontinue innovatie van technologie geanalyseerd, waarbij nieuwe standaarden<br />

ontstaan (dominant design). Het onterechte evenwicht in de definitie kan hiermee worden<br />

vergeleken. Het nieuwe evenwicht is dan ook een standaard voor anderen om hiermee<br />

verder te gaan. De vorming van microkredieten is hier een mooi voorbeeld van. Dit kan<br />

gezien worden als nieuwe standaard (dominant design) in het verstrekken van leningen in<br />

ontwikkelingslanden. Dit soort innovaties vormen de basis voor sociaal ondernemerschap.<br />

Sociaal ondernemerschap heeft niet alleen te maken met de creatie van een nieuw<br />

evenwicht, maar juist ook het gebruik maken van deze nieuwe standaarden om zo in vele<br />

gemeenschappen een sociale verandering tot stand te brengen.<br />

16


Figuur 2.2: Pure Forms of Social Engagement (Martin & Osberg, 2007)<br />

Dit framework (figuur2.2) laat zien hoe strak Martin & Osberg (2007) de definitie voor sociaal<br />

ondernemerschap stellen. Daadwerkelijk een nieuw sociaal evenwicht creëren, bepaald voor<br />

hen de sociaal ondernemer. Waar een organisatie dus verder gaat met implementeren en<br />

uitvoeren van deze ideeën ‘social service provision’ zien zij niet meer als sociaal<br />

ondernemerschap. De vraag is of dit terecht is, eigenlijk kan het framework als een cycli<br />

worden bekeken, waar de social activist naar social entrepreneur kan toegaan en vervolgens<br />

social service provision creëert voor vele anderen.<br />

Als pure vorm worden genoemd de Grameen Bank (microkrediet) van Yunus, Sundance<br />

instituut (onafhankelijk film industrie) van Robert Redfort en One World Health van Victoria<br />

Hale (kostenefficiënte medicijnvoorzieningen). In al deze drie voorbeelden wordt juist het<br />

zogenaamde sociale evenwicht doorbroken tot een nieuw evenwicht. Hierbij wordt uitgegaan<br />

van een not for profit organisatie.<br />

De grenzen worden bepaald door de sociaal service bijvoorbeeld de opvang van AIDS<br />

weeskinderen en sociaal activisme zoals Martin Luther King en Mahatma Gandhi.<br />

De pure vorm is moeilijk weer te geven, zo is eigenlijk de Grameen Bank een hybride vorm,<br />

waarbij Yunus als sociaal activist juist het succes katalyseerde. Ook certificatie organisaties<br />

als Fair trade kunnen gezien worden als hybride vorm tussen sociaal ondernemerschap en<br />

sociaal activisme.<br />

Tussen de ‘nature of action’ vormen zich dus hybride modellen tussen sociaal activist en<br />

sociaal ondernemer. De ‘outcome’ specificeert het gebied van de creatie van nieuwe<br />

evenwichten of juist verbeteringen en meerder toepassingen. Zo is het<br />

microfinancieringsgebied als nieuw evenwicht neergezet en wordt nu in vele landen<br />

uitgevoerd door vele kleine banken als sociale dienstverlening.<br />

Men kan zich afvragen of door de sociale activiteiten van meer bedrijven en de<br />

bewustwording van een bijdrage leveren aan de omgeving de non profit en profit door het<br />

creëren van duurzame systemen steeds meer tot elkaar komen. Ondernemen wordt hiermee<br />

een sociale activiteit waarbij winst en cashflow de continuïteit c.q. duurzaamheid genereert.<br />

17<br />

NATURE<br />

OF ACTION<br />

Direct<br />

Indirect<br />

Social Service Provision<br />

Extant System<br />

Maintained and Improved<br />

OUTCOME<br />

Social Entrepreneurship<br />

Social Activism<br />

New Equilibrium<br />

Created and Sustained


Dit is wat beschreven wordt in de typologie van sociale ondernemingen (Alter, 2007). Hierin<br />

wordt de brug gemaakt tussen sociale ondernemingen en economische ondernemingen,<br />

waarbij de tendens ook naar hybride vormen loopt van non profit naar profit. Wat is er mis<br />

met het maken van winst?<br />

Sustainability<br />

Equilibrium<br />

Social Sustainability Economic Sustainability<br />

Traditional<br />

NonProfit<br />

NonProfit with<br />

Income<br />

Generating<br />

Activities<br />

Social<br />

Enterprise<br />

Figuur 2.3: Context van Sociaal ondernemerschap (Alter, 2007)<br />

Socially<br />

Responsible<br />

Business<br />

Corporation<br />

Practicing<br />

Social<br />

Resposibility<br />

Purpose: Social Value Creation Purpose: Economic Value Creation<br />

Sustainability Strategy:<br />

Commercial Methods<br />

Support social programs<br />

Sustainability Strategy:<br />

Doing well by doing good<br />

Traditional<br />

For-Profit<br />

De wereld verandert en zo ook het ondernemerschap. Duurzaamheid betekent continuïteit<br />

wat zowel voor profit als non profit geldt.<br />

In het onderzoek zal sociaal ondernemerschap ten opzichte van het zogenaamde<br />

economisch ondernemerschap vergeleken worden, waarbij de motivatie bepaald wordt door<br />

ROI (Return On Investment) of SROI (Social Return On Investment). De som van beide<br />

bepaald het duurzaamheid evenwicht (Alter, 2007). De vraag is of dit framework dan ook<br />

daadwerkelijk geldt voor de onderzochte ondernemingen in Ethiopië.<br />

Bij Martin & Osberg (2007) is de focus op het sociaal ondernemerschap gericht. Door de<br />

definitie sociale ondernemingen en traditionele ondernemingen toe te voegen (Alter, 2007)<br />

wordt er getracht om een meer verduidelijkend beeld te geven over de verschillende hybride<br />

vormen waar deze artikelen naar verwijzen.<br />

Bessant & Tidd (2007) geven dit verschil aan door de beinvloedingsfactoren van de<br />

ondernemer, om van een sociaal ondernemer een sociale onderneming te maken gelden<br />

deze beinvloedingsfactoren. Light (2008) maakt ook dit onderscheid tussen ondernemer en<br />

onderneming.<br />

Light (2008) gaat verder met definitie van Martin & Osberg (2007) zijn ‘first logic chain of<br />

social entrepreneurship’ gaat uit van het creëren van een nieuw sociaal evenwicht. Hierin<br />

tracht Light een onderscheid te maken tussen vier componenten van sociaal<br />

Ondernemerschap: Ondernemer, Idee, Kans en Organisatie.<br />

En zeven stappen in strategie: Voorstelling, Ontdekking, Uitvinding, Lancering, Opschalen,<br />

Verspreiding en Sturing. Hiermee wordt aangegeven, dat gedurende het proces van de<br />

vorming van de nieuwe onderneming er ook nieuwe personen nodig zijn in de organisatie om<br />

het proces te lanceren, op te schalen, te verspreiden en te sturen. Voorstelling, ontdekking<br />

en uitvinding liggen bij sociaal ondernemerschap in: ondernemer, idee en kans. Lancering,<br />

opschalen, verspreiding en sturing moeten door de organisatie gevormd worden.<br />

18


De ‘logic chain’ wordt dan ook gevormd door een bestaand evenwicht welke wordt verwerkt<br />

door de vier componenten van sociaal ondernemerschap en vorm gegeven door de zeven<br />

stappen van de strategie, waarna de componenten kunnen veranderen de strategie weer<br />

volgt etc. tot een nieuw evenwicht. Dit alles vindt plaats in een ecosysteem van middelen<br />

netwerken etc. Light (2008) toont hiermee aan dat ondernemerschap en het daarmee<br />

vormen van een bedrijf (onderneming) plaats vindt door strategie. Het nieuwe evenwicht is<br />

een vorm van innovatie wat door Schumpeter (1934) ‘creative destruction’ het nieuwe<br />

bestaande evenwicht vormt en dus weer door innovatie (concurrentie) naar een nieuw<br />

evenwicht leidt. Of zoals in de theorie van Anderson & Tushman (1990) in de technologie<br />

cycli, het vormen van een nieuw dominant design. Dit vult dus Martin & Osberg (2007) aan<br />

om sociaal services en sociaal activist niet tot sociaal ondernemerschap te rekenen.<br />

Samenvattend wordt met dit model ondernemerschap binnen een ecosysteem geschetst,<br />

waarbij ondernemerschap wordt gekarakteriseerd door het hebben van een strategie. Het<br />

ecosysteem, waaronder netwerken vallen creëert de afbakening van het sociale<br />

ondernemerschap. Economisch ondernemerschap kan dus deel uitmaken van deze<br />

netwerken. En in hoeverre draagt dit dan bij in de SROI van het nieuwe evenwicht? Ook zou<br />

dit framework benaderd kunnen worden uit het zichtpunt dat de economische onderneming<br />

de ‘logic chain’ vormt en de sociale ondernemingen in de netwerken zitten. Het vormen van<br />

een strategie behoord tot ondernemerschap, zowel sociaal als economisch (Bessant & Tidd,<br />

2007).<br />

Figuur 2.4: A Final Logic Chain of Social Entrepreneurship (Light, 2008)<br />

Ook Dees (2001) maakt onderscheid in de missie van de sociaal ondernemer en de<br />

daarmee samenhangende strategie. Waarbij de sociale onderneming een non-profit<br />

doelstelling heeft. Dus zoals bij Alter (2007) zit sociaal ondernemerschap in het non profit<br />

kader van hun framework.<br />

Uitgaande van de theorieën kan gesteld worden dat het verschil tussen de economisch<br />

ondernemer en de sociaal ondernemer gevormd wordt door de sociale verandering, waarbij<br />

de beinvloedingsfactoren om tot een onderneming te komen (Bessant & Tidd, 2007) bij beide<br />

vormen hetzelfde zijn. De missie richt zich alleen op sociale verandering, waarbij het<br />

uitgangspunt non profit is.<br />

In ogenschouw moet worden genomen dat duurzaam ondernemen vaak onder één noemer<br />

wordt genoemd met sociaal ondernemerschap. Beide kunnen best samengaan, maar sociaal<br />

ondernemerschap heeft te maken met mensen (People), waar duurzaamheid zich richt op de<br />

omgeving (Planet). Drie vormen kunnen dus los van elkaar benaderd worden:<br />

19<br />

Existing<br />

equilibrium<br />

Entrepreneur<br />

Idea<br />

Opportunity<br />

Organization<br />

ECOSYSTEM<br />

Entrepreneur<br />

Idea<br />

Strategy Strategy New<br />

Opportunity<br />

equilibrium<br />

Organization


• Economisch Ondernemerschap (Profit)<br />

• Sociaal Ondernemerschap (People)<br />

• Duurzaam Ondernemerschap (Planet)<br />

Hierin zit een discrepantie omdat Bessant & Tidd (2007) omgeving (milieu) en duurzaamheid<br />

wel meenemen als een sociaal doel. Elkington & Hartigan (2008) benoemen de sociaal<br />

ondernemer apart met de milieu (‘environmental’) ondernemer en plaats ze vervolgens beide<br />

onder ‘Unreasonable People’, mensen met de drang om veranderingen te maken in een<br />

sociaal of milieu context (Elkington & Hartigan, 2008). Zij stellen dat duurzaam<br />

ondernemerschap ten opzichte van sociaal ondernemerschap zich aan de profit kant bevindt,<br />

wat overeenkomt met het framework van Alter (2007) (figuur 2.3). Sociaal- en duurzaam<br />

ondernemerschap lopen dus nog al eens door elkaar heen. Dit komt ook bij de Millennium<br />

Development Goals (paragraaf 2.4) aan de orde. Doel 7, zekerstellen van een duurzaam<br />

milieubeleid wordt in dit onderzoek ook gesteld als een sociale opbrengst. Bediscussieerd<br />

kan worden of dit terecht is.<br />

2.3 Economische waarde, ROI<br />

Economische waarde wordt bepaald door traditionele business cycli. Voor de start van de<br />

onderneming wordt kapitaal ingebracht. Dit kunnen leningen, subsidies, eigen vermogen etc.<br />

zijn. Vanuit dit vermogen worden middelen aangeschaft, een product of dienst wordt<br />

gemaakt en deze worden vervolgens verkocht. Uit de verkoop, omzet volgt de netto winst,<br />

wat naar afdracht van dividend terugvloeit naar het initiële kapitaal (Hawawini & Viallet,<br />

2007). Hieruit volgt de continuïteit van de onderneming.<br />

Nieuw Vreemd Vermogen<br />

Onthouden Verdiensten<br />

Dividend<br />

Netto Winst<br />

Figuur 2.5: De Business Cycli (Hawawini & Viallet, 2007)<br />

Initieel Kapitaal<br />

Vreemd- & Eigen<br />

Vermogen<br />

Verkoop<br />

Middelen<br />

Economische waarde wordt dus gemeten door de omzet minus de operationele kosten en<br />

afschrijving. Hieruit volgt ook de ROI als netto winst gedeeld door geïnvesteerd kapitaal.<br />

Economische waarde wordt dus voor het grootste deel bepaald uit de omzet voor<br />

onderneming.<br />

20


2.4 Sociale waarde, SROI<br />

Sociale waarde creatie wordt bepaald door een duurzame verandering in de gemeenschap,<br />

waarbij mens en milieu worden gediend (Elkington & Hartigan, 2008). Voor sociale doelen in<br />

een ontwikkelingsland kunnen de Millennium Development Goals (MDG’s) als uitgangspunt<br />

genomen worden als sociale doelen.<br />

Figuur 2.6: Millenium Development Goals (www.undp.org/mdg)<br />

• Uitroeien van extreme armoede en honger<br />

• Bereiken van universele primaire opleiding<br />

• Promotie van gelijke rechten tussen geslacht en het machtigen van vrouwen<br />

• Reductie van kindersterfte<br />

• Verbetering van geboortezorg<br />

• Bestrijding van HIV/Aids, malaria en andere ziektes<br />

• Zekerstellen van duurzaam milieubeleid<br />

• Wereldwijd netwerk/partnerschap voor ontwikkeling<br />

Een bijdrage vanuit de middelen aan deze sociale doelen bepaald dus de sociale waarde<br />

creatie. Dit is een moeilijk meetbaar gegeven. Waar economische waarde creatie makkelijk<br />

kan worden afgemeten aan deel van de totale omzet (winst) van de onderneming in zijn<br />

geheel, gaat het hier om een reductie van een sociaal probleem wat vervolgens ook<br />

duurzaam moet blijven bestaan.<br />

2.5 Ontwikkelingsland<br />

Een ontwikkelingsland is een land met lage standaarden van democratie, burger services,<br />

industrialisering, sociale programma’s en/of mensenrechten. Deze punten zijn ten opzichte<br />

van een ‘ ontwikkeld’ land nog te ontwikkelen. Meestal wordt de term ontwikkelingsland<br />

gebruikt om een land met lage levensstandaarden in materiele welvaart aan te geven<br />

(Sullivan, 2003).<br />

De ontwikkeling van een land is gemeten aan de hand van statistische indexen als inkomen<br />

per hoofd van de bevolking. De World Bank (www.worldbank.com) stelt hierin dat het<br />

inkomensniveau per inwoner van een ontwikkelingsland niet hoger is dan 10000 USD per<br />

jaar wat is afgemeten aan het bruto nationaal product (BNP), levensverwachting,<br />

analfabeten, etc. De UN heeft hiervoor de Human Development Index (HDI) ontwikkeld, een<br />

statische berekening om landen te ranken in ontwikkeling. Om niet teveel in detail te treden<br />

van deze statistische berekeningen is het wel duidelijk dat de mate van ontwikkeling wordt<br />

afgemeten aan Westerse standaarden. Hierin zit dan ook een discrepantie van de indeling,<br />

landen die zich niet willen ontwikkelen volgens de traditionele Westerse economische<br />

modellen zoals communistische naties of Marxistische landen, worden dan al snel ingedeeld<br />

21


als ontwikkelingsland terwijl de standaarden van bijvoorbeeld gezondheidszorg wel eens<br />

hoger kunnen zijn dan in de USA.<br />

Ethiopië<br />

Het door armoede geteisterde Ethiopië is afhankelijk van landbouw wat voor de helft het<br />

BNP bepaald 60% export met zich meebrengt en voor 80% van de totale banenmarkt<br />

omhelst. De landbouw sector heet het zwaar door vele droge periodes en weinig tot geen<br />

cultivatie toepassingen. Koffie is kritisch voor de Ethiopische economie met een export van<br />

350 miljoen USD, maar door historische prijsdaling zoeken steeds meer boeren alternatieve<br />

inkomens door het telen van qat (softdrugs die genuttigd wordt door op de blaadjes te<br />

kauwen). Normale regenval zou de boeren helpen en groei van het BNP creëren.<br />

Het BNP per inwoner is 800 USD in Ethiopië, bijna één miljoen mensen leiden aan HIV/Aids,<br />

kindersterfte bij geboorte is 81 op de 1000 bevallingen, gemiddelde levensverwachting is 55<br />

jaar en de bevolking is 85 miljoen inwoners (www.cia.gov/library/publications/the-worldfactbook).<br />

De HDI van Ethiopië is 0.406 (http://hdrstats.undp.org) wat Ethiopië plaats op 169 in de<br />

ranglijst van 179 landen en behoort daarmee tot de categorie ‘Low Human Development’.<br />

Ethiopië behoort dus tot één van de minst ontwikkelde landen ter Wereld gebaseerd op deze<br />

statistieken.<br />

22


3 Methodologie<br />

De onderzoeksvraag is van exploratieve aard. Bij vragen van hoe in de context van huidige<br />

fenomenen worden casestudies aanbevolen in een sociaal wetenschappelijk onderzoek.<br />

(Yin, 2009).<br />

Door parallelle case studies met semi gestructureerde interviews is er getracht inzicht te<br />

krijgen in het conceptueel model. Het onderzoek is beschrijvend en de analyse techniek voor<br />

het reduceren, structuren en detextualiseren van de case studies met interviews is gedaan<br />

door ‘general analytical procedure’ (Collins & Hussey, 2003). De volledige uitgewerkte<br />

interviews worden samengevat en vanuit deze samenvattingen worden de relevante punten<br />

voor de onderzoeksvraag gehaald. Van de interviews is een indeling gemaakt in de bijdrage<br />

van de onderneming in ROI en SROI. De verschillende punten die uit de interviews komen,<br />

worden vervolgens ingedeeld naar de Millennium Development Goals (MDGs) wat gezien<br />

wordt als sociale bijdrage en profit voor economische bijdrage. Zodat de intentie van de<br />

ondernemer en de uiteindelijke bijdrage inzichtelijk zijn gemaakt.<br />

Doormiddel van het interviewen met de oprichters van de ondernemingen (organisaties) in<br />

ontwikkelingslanden zullen de intenties worden achterhaald. Deze interviews zullen worden<br />

opgenomen met een memo recorder en tekstueel uitgewerkt, door een comparatieve case<br />

study worden de indelingen bepaald. Mijn eigen onderneming zal ook als case study in het<br />

onderzoek worden meegenomen. Op basis van mijn inzichten en intentie plaats ik mijn eigen<br />

onderneming ook in dit model en maakt hierdoor dus deel uit van het sample. Het betreft<br />

kwalitatief onderzoek met parallelle case studies.<br />

De vraag wat precies wordt toegekend aan ROI of SROI is nog niet duidelijk en zal uit de<br />

case studies moeten blijken en worden beargumenteerd.<br />

Vanuit het sample zal de mate van profit en non profit in de doelstelling van de verschillende<br />

bedrijven worden gespiegeld aan de mate van ROI en SROI in de resultaten van de<br />

verschillende bedrijven. Om zo een bepaald patroon te kunnen analyseren.<br />

Voor het opstellen van vragen in het interview wordt gebruik gemaakt van onderstaand<br />

onderzoeksmodel. Dit moet gezien worden als hulpmiddel wat ontstaan is uit een eigen<br />

gedachtegang vanuit de bestudeerde literatuur. Dit model geeft weer hoe van sociaal- naar<br />

economisch ondernemerschap en visa versa overlappen kunnen plaatsvinden. Vanuit het<br />

kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) kan de onderneming gevormd<br />

zijn naar een marktvraag of sociale vraag. Zodra vanuit een sociaal probleem invulling kan<br />

worden gegeven aan een marktvraag, worden er economische opbrengsten gerealiseerd. Dit<br />

komt voort uit het framework van Alter (2007) (figuur 2.3).<br />

23


Sociaal<br />

Ondernemerschap<br />

Figuur 2.8: Onderzoeksmodel<br />

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen<br />

(Social Responsibility)<br />

Sociaal<br />

Probleem<br />

gedreven<br />

Not For<br />

Profit<br />

Subsidie/<br />

Giften<br />

Cashflow<br />

Markt<br />

Probleem<br />

gedreven<br />

Economisch<br />

Ondernemerschap<br />

Belangrijk hierbij op te merken is het punt van maatschappelijk verantwoord ondernemen<br />

(MVO). Deze is aangegeven met een stippelpijl, omdat deze niet persé aanwezig dient te zijn<br />

voor economisch ondernemerschap. Het geeft aan wanneer MVO in de strategie van de<br />

onderneming expliciet is aangegeven er ook een sociaal probleem vervult dient te worden.<br />

Tevens kan een sociaal probleem een markt probleem vervullen en hiermee dus economisch<br />

ondernemerschap te weeg brengen. Het ontwikkelingsland is een vaste variabele van het<br />

onderzoeksdomein (Sekaran, 2003), waarmee wordt aangegeven dat sociale probleem<br />

gedreven juist meer in ontwikkelingslanden voorkomen.<br />

De interviews kunnen inzicht verschaffen in:<br />

• Bestond er een sociaal evenwicht (probleem), waarvoor de onderneming een oplossing<br />

heeft gebracht;<br />

• Heeft de onderneming een milieu (environmental) en/of sociale (maatschappelijke)<br />

missie;<br />

• Hoe zijn de middelen (financiering) tot stand gebracht voor de start van de onderneming;<br />

• Hoeveel mensen zijn er in dienst;<br />

• Verhouding tussen sekse in employees;<br />

• Hoeveel geld is er geïnvesteerd in trainingen;<br />

• Wat is de huidige opbrengst;<br />

• Hoeveel is de omzet;<br />

• Hoeveel van de omzet wordt geïnvesteerd in sociale activiteiten;<br />

• Waarom de keuze voor een ontwikkelingsland;<br />

• Wat is de motivatie voor de directeur (ondernemer) om bedrijvigheid te beginnen in een<br />

ontwikkelingsland;<br />

• Wat bepaalt het succes van de onderneming;<br />

• In hoeveel ontwikkelingslanden actief;<br />

• Etc.<br />

Profit<br />

Zelfvoorzienend<br />

Cashflow<br />

ONTWIKKELINGSLAND<br />

24


Tevens zullen de interviews waarschijnlijk ook nieuwe dimensies toevoegen, waar nu nog<br />

niet aan gedacht is.<br />

Uiteindelijk is het de bedoeling om het conceptueel model uit te breiden en te onderbouwen<br />

door de case studies, zodat een kwantitatief onderzoek meer inzicht kan geven.<br />

3.1 Afbakening en design<br />

De toegang tot de verschillende cases wordt gecreëerd door mijn eigen activiteiten in<br />

Ethiopië. Door mijn eigen netwerken ben ik in contact gekomen met andere ondernemers in<br />

Ethiopië, verder zijn de nieuwsberichten gevolgd over ondernemerschap in Ethiopië via<br />

Internet.<br />

Voor de cases zijn de bedrijven bestudeerd uit de internetpagina’s en vanuit nieuwsartikelen.<br />

Dit is het voorbereidende werk geweest voor de onderneming als analyse unit. Op basis van<br />

deze gegevens zijn vervolgens de individuele ondernemers als analyse unit geïnterviewd.<br />

We spreken hier dus over en multiple-casestudies design met ‘embedded unit of analys’<br />

(Yin, 2009).<br />

Zoals aangegeven in de motivatie ben ik zelf bezig in Ethiopië. Ik wil mijn onderzoek dan ook<br />

richten op Nederlandse bedrijven en organisaties in Ethiopië in verschillende sectoren. Er is<br />

gekozen voor Nederlandse ondernemingen, omdat de toegang tot de ondernemers<br />

makkelijker te maken is en de interviews kunnen dan ook in Nederland worden afgenomen,<br />

wat minder logistieke problemen voor het onderzoek teweeg brengt. De overweging voor<br />

Nederlandse ondernemingen in Ethiopië is dus om praktische redenen.<br />

Een selectie van Nederlandse bedrijven in Ethiopië is:<br />

1) Holland Car<br />

Een joint venture van Trento Engineering B.V. in Sittard. Dit bedrijf assembleert<br />

auto’s in Ethiopië onder de merknaam Abay.<br />

2) Linssen rozen B.V.<br />

Dit bedrijf uit Venlo heeft rozenteelt kassen opgezet in Ethiopië.<br />

3) J. van de Put Fresh Cargo Handling B.V.<br />

Samen met onder andere een Ethiopisch bedrijf en de samenwerking met Flora<br />

Holland is een transport sector bedrijf voor de bloemensector opgezet in Ethiopië.<br />

4) Van der Kooy Pijnacker B.V.<br />

Dit bedrijf is bezig om Jatropha olie plantages op te zetten in Ethiopië en wil de<br />

Biobrandstof van deze boom op de locale markt brengen.<br />

5) Tradin Organic B.V.<br />

Dit bedrijf heeft met een Ethiopische partner Selet Plc. Opgericht een bedrijf wat<br />

sesamverwerking doet in Ethiopië voor de Export markt<br />

6) Trabocca B.V.<br />

Dit bedrijf behoort tot Tradin, maar betreft een andere ondernemer die in Ethiopië<br />

organische koffieteelt aan het doen is.<br />

7) Select Breeding B.V.<br />

Dit bedrijf uit Klazinaveen bestaande uit twee broers is bezig om een rozenkwekerij<br />

op te zetten in Ethiopië.<br />

8) Solar Cooking<br />

Dit is een non profit organisatie die bezig is om op een innovatieve manier van koken<br />

met zonnewarmte o.a. ontbossing wil tegengaan in Ethiopië en mensen een<br />

alternatief biedt voor koken met hout als brandstof.<br />

25


9) F & S Fair en Sustainable<br />

Een initiatief van een medewerker van ICCO (Nederlands NGO) om<br />

financieringsmogelijkheden op te zetten voor bedrijven in de landbouw in Ethiopië.<br />

10) Financiering door Cordaid<br />

Cordaid is een Nederlandse NGO die o.a. ook een financieringsafdeling heeft voor<br />

projecten in Ethiopië.<br />

Uiteindelijk zijn acht van deze bedrijven geanalyseerd en mijn eigen bedrijf vormt de<br />

negende case in het onderzoek.<br />

3.2 Validiteit en betrouwbaarheid<br />

Om tot een valide onderzoek te komen is ervoor gekozen om multiple case studies binnen<br />

het domein van analyse uit te voeren. Dit creëert een keten van bewijs in het onderzoek (Yin,<br />

2009). Er is zoveel mogelijk getracht om de voorbereiding van de interviews consequent te<br />

houden door voorbereidende informatie van de bedrijven te zoeken op het Internet en in<br />

artikelen. Tevens is er geprobeerd om het interviewen te doen op de bedrijflocaties, waarbij<br />

de structuur van het interview constant is gehouden.<br />

Om tot een reproduceerbaar onderzoek te komen zijn de interviews letterlijk uitgewerkt en<br />

bijgevoegd in de bijlage. Tijdens het interviewen is gebruik gemaakt van een memorecorder<br />

om de gesprekken vast te leggen. Om mijn eigen vooroordelen uit te schakelen is er<br />

geprobeerd om het interview zoveel mogelijk op een verhalende manier af te nemen. De<br />

ondernemer doet dus zijn verhaal, welke vervolgens is geanalyseerd naar de<br />

onderzoeksvraag. Dit houdt in dat de verhalen in de meeste gevallen meer informatie<br />

bezitten, dan wat relevant is voor de vraag, maar hierdoor kan wel een bijdrage worden<br />

geleverd aan andere onderzoeksvragen voor vervolgonderzoek. Of het creëren van<br />

vragenlijsten voor kwantitatief onderzoek.<br />

26


4 Resultaten<br />

De interviews zijn met de betreffende ondernemers persoonlijk afgenomen en in overleg met<br />

een memo recorder vastgelegd. Zowel voor Wim Guns als Henk Crietee geldt dat het<br />

interview telefonisch is afgenomen als toelichting op de gevonden literatuur. En natuurlijk<br />

mijn eigenonderneming is een toelichting van de status op het moment van schrijven van dit<br />

onderzoeksrapport. De respons op medewerking was bijzonder hoog, eigenlijk wilde een<br />

ieder benaderde wel deelnemen aan het onderzoek. Select Breeding uit Klazinaveen, was<br />

nog steeds in de opstartfase voor Ethiopië en zag niet het nut in van deelname aan dit<br />

onderzoek aangezien ze nog niet zijn gestart in Ethiopië. Voor J. van de Put Fresh Cargo<br />

gold dat de initiatiefneemster Monique van de Put door een ongelukkig ongeval niet in de<br />

gelegenheid was om een interview te geven. Het voorbereidende werk voor de interviews<br />

evenals de totale tekst van het interview staan in de bijlage vermeld. In dit hoofdstuk zijn de<br />

samenvattingen van de interviews en relevante informatie van de onderzocht bedrijven<br />

weergegeven.<br />

De geïnterviewde personen zijn:<br />

• Gerard Versteegh van Tradin Organic B.V.<br />

• Menno Simons van Trabocca B.V.<br />

• Pol de Jong van Van der Kooy Pijnacker B.V.<br />

• Mildred Kolk van Cordaid<br />

• Peter Linssen van Linssen Rozen B.V.<br />

• Win Guns van Holland Car Plc.<br />

• Eva Smulders van F&S Plc.<br />

• Henk Crietee van Solar Cooking<br />

4.1 Tradin Organic B.V.<br />

Tradin Organic B.V. is ontstaan uit de grondstoffenafdeling van Vatulia in 1994 waar Gerard<br />

Versteegh werkzaam was. Wim Rabbie de partner van Versteegh in Tradin was in de jaren<br />

70tig begonnen met handel in bioproducten waaronder sesamzaad uit Mexico. Zij samen zijn<br />

Tradin begonnen die onder de TOC Holding valt (The Organic Company), welke onlangs is<br />

overgenomen door SunOpta.<br />

SunOpta is een Nasdaq genoteerd bedrijf en markleider in Noord Amerika in het distribueren<br />

en produceren van natuurlijk en organische voedingsproducten.<br />

Tradin richt zich op gecertificeerde grondstoffen met een hoge kwaliteit, waarbij een eerlijke<br />

prijs aan de boeren gegeven wordt, volgt uit de strategie. Versteegh licht in het interview toe,<br />

dat biologische handel met boeren al snel een meerjarige verbintenis in houdt. De relatie met<br />

de boer moet hierin goed zijn. Tradin zorgt voor de ingang naar de markt, van waaruit de<br />

boer weer wordt betaald. De markt komt dus eerst.<br />

Tradin levert van producent naar de industrie en heeft geen producten voor de<br />

consumentenmarkt. Scherpe prijsdoelstellingen om het marktaandeel te vergroten is een<br />

belangrijk punt in de strategie. Door biologische productie te plegen kunnen dezelfde<br />

productie niveaus worden gehaald in sesamzaad, licht Versteegh toe. Door de inefficiëntie<br />

zoveel mogelijk uit de keten te halen, vooral in tussen handel en transportkosten, wordt de<br />

prijsacceptatie lager. En hiermee kunnen de extra handelingen in biologische productie voor<br />

de boer betaald worden. Door rechtstreeks naar de eindgebruiker te gaan met grote volumes<br />

worden de prijsvoordelen behaald.<br />

In Ethiopië is Tradin vijf jaar geleden gestart met sesamzaad. Hiervoor is een joint venture<br />

opgericht met een Ethiopische partner. De aandeelverhouding is 35% Tradin en 65% Kaleb<br />

(Ethiopische partner) in het gevormde bedrijf Selet Plc. 25% Van de totale financiering van<br />

27


1,5 miljoen Euro is bijgedragen door de PSOM subsidie van de Nederlandse regering. Kaleb<br />

heeft zijn aandeel van 65% ingebracht door bestaande infrastructuur in gebouwen en<br />

machines die hergewaardeerd zijn.<br />

In totaal zijn er momenteel 1500 boeren die werken aan organische sesamzaadproductie<br />

voor Selet, daarnaast is er op de toegekende 600ha een ‘outgrower-systeem’ met 500<br />

boeren. Als de capaciteit omhoog gaat zouden er in de toekomst meer boeren aangesloten<br />

kunnen worden. De fabriek van Selet kan in totaal 8000ton sesamzaad verwerken op jaar<br />

basis.<br />

De totale terugverdientijd, zeg breakeven is gesteld op vijf jaar, aldus Versteegh. Op de<br />

totale omzet van Tradin 94 miljoen euro is de bijdrage van Selet als er maximaal gedraaid<br />

wordt ongeveer 7 tot 8 procent.<br />

Productie zonder chemicaliën kan voor boeren in Afrika een belangrijk toekomstperspectief<br />

geven door een beter prijsbeleid op hun huidige producten. Door beter landbouwbeleid, licht<br />

Versteegh verder toe, kan de huidige productie worden verdubbeld, ook met organische<br />

landbouw. Voor sesamzaad maakt het niet uit of je nu chemicaliën gebruikt of op een goede<br />

manier organische landbouw bedrijft, de maximale productie per ha is ongeveer 1000kg. De<br />

boeren produceren nu in de huidige situatie rond de 400kg per ha. Door een goed stuk<br />

landbouwbeleid met o.a. ploegen, bemesten, netjes in rijen planten en irrigatie worden de<br />

opbrengsten verhoogd. Ziektes en insecten kunnen prima met biologische<br />

bestrijdingsmiddelen worden bestreden. Door het hebben van een eigen ‘farm’ in Ethiopië,<br />

zien de boeren hoe het ook kan en raken ze geïnteresseerd.<br />

Tradin is onlangs overgenomen door SunOpta. Doordat Tradin leverde aan SunOpta voor de<br />

Noord Amerikaanse markt had SunOpta interesse in Tradin als toevoeging met name door<br />

het netwerk van Tradin. Hiermee is Tradin de eerste investering van SunOpta buiten<br />

Amerika. In de missie van beide bedrijven was een grote synergie, en min of meer dezelfde<br />

markt werd bediend. SunOpta is nu 100% aandeelhouder van Tradin, Versteegh denkt niet<br />

dat de aandeelhouders de koers van Tradin gaan veranderen, maar juist dat er meer<br />

interesse komt in de Tradin missie.<br />

Ethiopië is gekozen door een gebied waar men een heel goede naam heeft voor sesamzaad<br />

vooral op smaak. Dit kan als een premium in de markt gezet worden. Het probleem was dat<br />

in het sesamzaad veel residuen van chemicaliën voorkwamen door onzorgvuldigheden. Met<br />

de Ethiopische partner is toen afgesproken om dit onder controle te krijgen en zo met<br />

Ethiopische sesamzaad een geduchte concurrent te worden voor sesamzaad uit India. Op<br />

de vraag of er ook een intentie was om de arme boeren in Ethiopië te helpen, antwoord<br />

Versteegh, dat hij geen ontwikkelingshulpmedewerker is, maar dat het één het andere<br />

opvolgt. Door een goede productie keten op te zetten worden de boeren daar automatisch<br />

beter van, maar de intentie is winst generen voor iedereen.<br />

Zonder de PSOM subsidie was het bedrijf in Ethiopië nu nog niet actief geweest, dit is dus<br />

een belangrijke drive geweest om daadwerkelijk te starten. Het belangrijkste voor Tradin is<br />

een verkoopbaar product, maar dit moet wel op een duurzame organische manier<br />

geproduceerd worden, waarbij het milieu en dus de Planet zo min mogelijk wordt belast.<br />

Zonder organische productie mogelijkheden was Tradin niet in Ethiopië gestart.<br />

Onlangs is er een samenwerking aangevraagd bij Cordaid om een financiering te krijgen<br />

voor productiemiddelen voor de boeren. Tevens loopt er nog een aanvraag bij de<br />

Wereldbank voor financiering van training voor boeren in promotie voor export. De<br />

financiering van Cordaid richt zich op nieuwe boeren, zodat zij tractoren en andere<br />

productiemiddelen kunnen aanschaffen. Selet verzorgt dan de trainingen en het onderhoudt.<br />

Door betere middelen zal er betere productie en coöperaties gevormd worden. Versteegh is<br />

28


ervan overtuigd dat dit in de toekomst gaat bijdragen tot armoede reductie en betere<br />

leefomstandigheden, hiervoor speelt de lokale regering ook een belangrijke rol in dit project.<br />

Voor de toekomst ziet Versteegh dat ze momenteel in het opstart jaar verkeren, over vijf jaar<br />

moet Selet zelfvoorzienend zijn en zullen er investeringen komen voor additionele producten.<br />

Mocht het zo zijn dat gedurende de periode tegenslagen voorkomen dan is Tradin bereid om<br />

extra investeringen te doen. Het tienvoudige op het totale investeringsbedrag is onhaalbaar,<br />

maar kleine extras zullen zeker gedaan worden.<br />

Door SunOpta is de besluitvorming wel veranderd, zij moeten nu de besluiten goedkeuren.<br />

Op mijn vraag of de activiteiten in een ontwikkelingsland niet gewoon een lucratieve<br />

business is voor het creëren van aandeelhouderswaarde voor SunOpta antwoord Versteegh,<br />

dat dit onzin is. Dit sesamzaad groeit alleen in Ethiopië en om nu juist hier een fabriek te<br />

bouwen voegt waarde toe aan het land. In Nederland zou dit niets toevoegen. Ethiopië heeft<br />

nog potentieel voor 10000ha voedselproductie en door intensivering zullen meer boeren aan<br />

het werk komen. Het ploegen, zaaien etc is dan met de hand niet te doen, hiervoor zijn dus<br />

landbouwmachines nodig, maar de oogst van sesamzaad blijft handwerk.<br />

Een boer heeft gemiddeld met 10ha 5000USD omzet schat Versteegh. De prijs wordt<br />

vastgesteld door een veiling. Bovenop deze prijs krijgen de boeren een premie als ze<br />

volgens de gestelde biorichtlijnen van Selet geproduceerd hebben. Dit ter stimulatie zodat de<br />

boeren zich houden aan de biologische productierichtlijnen.<br />

Het sesamzaad wordt vervolgens door Selet in de fabriek onthuld en op de Wereldmarkt<br />

gezet als biologisch gecertificeerd wit sesamzaad. De prijs van biologische sesam is<br />

ongeveer 15% hoger dan niet biologisch. Tevens is het niet zo als de prijs van bio en niet-bio<br />

hetzelfde zullen zijn dat Tradin dan in de problemen komt. Door het plegen van goede<br />

biologische landbouw is het mogelijk om zelfs hoger productie te halen dan met chemicaliën.<br />

Maar het blijft zo dat je met biologische producten een andere markt bedient en je gaat dan<br />

duit product niet aanbieden in de niet biologische markt. Sesamzaad vormt een uitzondering<br />

in de markt, waar bijvoorbeeld biologische aardappelen niet kunnen concurreren met niet<br />

biologische aardappelen, geldt dit voor sesamzaad niet. Hierdoor vormt de bio-markt voor<br />

sesamzaad dus een heel interessante winstgevende markt.<br />

Voor alternatieven voor de toekomst zou organisch katoen productie iets kunnen zijn voor<br />

Tradin in Ethiopië. Dit is een veel moeilijker product en om dit te doen moet dus ook eerst<br />

weer een goede markt gecreëerd worden. Hiervoor denkt Versteegh aan productie van Tshirts<br />

in Ethiopië, omdat export van organisch katoen naar bijvoorbeeld China uitgesloten is<br />

door de concurrerende prijs van niet organisch katoen. Om de boeren een goede prijs te<br />

kunnen bieden voor al het meewerk in organisch katoen productie moet je een beschermd<br />

marktkanaal creëren. Maar de mogelijkheden voor organic T-shirt productie in Axum zijn<br />

aanwezig. Misschien het volgende initiatief van Tradin (SunOpta).<br />

4.2 Trabocca B.V.<br />

Net als Tradin B.V. valt de Trabocca B.V. onder SunOpta. Menno Simons is de oprichter van<br />

Trabocca en initiatiefnemer van het realiseren van organische koffieteelt in Ethiopië.<br />

Aangezien Trabocca nauw samenwerkt met boeren om organische koffieteelt mogelijk te<br />

maken door training en certificering om zo aan de hoge standaarden van te voldoen,<br />

onderscheiden zij zich van traditionele handelsmaatschappijen.<br />

Simons is zelf jurist en in 1997 begonnen met handel in specerijen, noten en zaden. In 1998<br />

is Simons als pionier gecertificeerd sesamzaad gaan doen in Ethiopië en zag toen de<br />

mogelijkheden in koffie in Ethiopië. Onder een handelsonderneming zette hij organische<br />

koffieteelt op in Ethiopië. Zijn passie heeft altijd gelegen in producten en internationale<br />

handel wat is voortgekomen uit de bedrijvigheid van zijn vader en hierdoor is Simons ook<br />

29


niet verdergegaan in de juridische Wereld. Duurzame biologische productie van koffie paste<br />

niet bij de bedrijfsvoering van het handelshuis, zij vonden deze ‘niche markt’ te gevaarlijk. Vijf<br />

jaar geleden is Simons hierdoor in gesprek gekomen met Gerard Versteegh en eigenlijk<br />

binnen een dag was Trabocca B.V. ontstaan. Tradin was hierin 65% aandeelhouder en<br />

Simons voor 35%, de aandelen van Tradin zijn nu SunOpta.<br />

Afgelopen jaar heeft Trabocca 9 miljoen Euro omzet behaald. Andere producten die Simons<br />

zou willen onderzoeken in Ethiopië zijn de Hibiscus maar ook koriander wat een goed<br />

rotatiegewas kan zijn voor sesamzaad.<br />

Ethiopië is voor Simons niet het uitgangspunt geweest, maar juist de koffie van dit land<br />

creëerde de kans. Simons had nooit iets op met bio, maar in de loop der jaren is hij er achter<br />

gekomen, dat voor goede smaak dit wel degelijk uitmaakt. En dat is waarom hij dit<br />

koffieproject is gestart in Ethiopië. Deze boeren weten echt niet op wat voor goudmijn ze<br />

zitten, aldus Simons. Zijn inslag was dan ook van deze boeren hulp bieden in financieringen,<br />

trainingen, machines en certificering. Met als inslag zijn klanten te bedienen, want het is wel<br />

met een commerciële inslag, verwoord Simons. Het totale project bereikt 45000 mensen in<br />

Ethiopië. Met een subsidie van de EVD (PSOM) is in twee jaar tijd het volume en de kwaliteit<br />

omhoog gebracht. Alle koffie wordt opgekocht met een extra premie voor de boeren.<br />

Hiermee is hun inkomen behoorlijk toegenomen, waar de coöperaties eerst 1,80 USD/kg<br />

kregen is dit nu 2,30 USD/kg en in plaats van 3 containers is de productie nu 6 containers.<br />

Door de versnippering in land eigendom, waar een boer een halve tot één ha heeft en naast<br />

andere gewassen een paar koffiestruiken is de koffieteelt behoorlijk gefragmenteerd in<br />

Ethiopië. Door coöperaties in de koffieteelt is er een hoop bureaucratie, waardoor de teelt<br />

van koffie in Ethiopië lastig is.<br />

Simons is dan nu ook bezig om de koffieteelt te intensiveren, waarbij hij de kennis van<br />

wijnteelt gebruikt om zo plantages van 600 tot 1600ha te creëren. Een groot sociaal<br />

programma maakt deel uit van deze ideeën. Simons visies is wanneer de boeren en<br />

gemeenschap tevreden is de koffieproductie ook beter wordt.<br />

Samen met zijn broer heeft hij een koffiebranderij en tussen deze twee ondernemingen wil hij<br />

een stichting starten voor deze sociale activiteiten. De school is er al, maar nu zitten 2200<br />

leerlingen nog op de grond. Het geloof in NGO’s voor dit soort activiteiten is bij Simons een<br />

beetje verloren gegaan. Dit soort zaken moeten groot en efficiënt worden aangepakt. Zo is<br />

hij nu al in contact met een leverancier voor schoolmateriaal die hem spullen aanbieden met<br />

een klein productiefoutje. Onlangs hebben ze nog een heel gebied op elektriciteit<br />

aangesloten, zodat men in eens gebruik kon maken van computerfaciliteiten. Het creëren<br />

van sociale activiteiten zorgt voor ingangen in andere projectfinancieringdoeleinden, aldus<br />

Simons.<br />

Trabocca heeft voor het opzetten van de eerste activiteiten in Ethiopië 400kEuro subsidie<br />

gehad van de EVD (PSOM) op het totaal van 800kEuro, waarvan de voorfinanciering<br />

gerealiseerd is door de Triodos bank. Hiermee zijn 11 fabriekjes opgezet, een kantoor met<br />

vijf mensen in dienst en transportmiddelen van gekocht. De 800kEuro is gebudgetteerd voor<br />

een periode van 10 jaar. De business kan niet worden gezien als een fabriek met een<br />

bepaalde productie capaciteit en daarmee samenhangend breakeven punt. Door de<br />

bureaucratie in de coöperaties zijn veel afschrijvingen gemaakt in de eerste jaren, maar de<br />

productie is nu aan het stijgen. Op dit moment is Simons bezig met een nieuwe aanvraag<br />

voor PSI (opvolger PSOM) subsidie bij de EVD voor het opzetten van de plantages. Dit gaat<br />

over een subsidieaanvraag van 750kEuro, waarvan Simons zeker is als dit niet lukt hij wel<br />

andere geïnteresseerden krijgt voor de financiering.<br />

30


De ongebrande koffie wordt over de hele Wereld door Trabocca geleverd. Hierin werd niet<br />

veel geleverd in Nederland en uit frustratie is Simons met zijn broer een eigen branderij<br />

begonnen in Dronten om ook de Nederlandse markt te voorzien van koffie. Als niemand het<br />

doet, dan doe ik het wel zelf, is Simons zijn motto.<br />

Trabocca is gebonden aan Ethiopië door de vele soorten koffie in dit land en niet zozeer met<br />

de mensen. Met wel 5000 varianten aan koffie is dit een enorme schatkist wat je nergens op<br />

de Wereld tegenkomt. Trabocca realiseert 90% van zijn omzet uit Ethiopië. Door te focussen<br />

op één land kan de hoge kwaliteit gewaarborgd worden. De klant accepteert geen<br />

kwaliteitsvermindering.<br />

De lokale markt in Ethiopië biedt ook zeker nog potentieel. De huidige koffiebranderijen in<br />

Ethiopië en de koffie op de lokale markt in horecagelegenheden is ronduit slecht. Met een<br />

lokale partner is Simons deze markt aan het bestuderen, maar hierbij moet nog meer<br />

initiatief uit deze lokale partner komen. Een ander nadeel is de abnormale prijzen op dit<br />

moment in Addis Ababa, zo wordt er voor een kantoor, prijzen van wel 9000USD/maand<br />

huur gevraagd. Op deze manier wordt bedrijvigheid op de lokale markt onhaalbaar.<br />

De joint venture is opgezet met twee ‘unions’, waardoor de boeren worden<br />

vertegenwoordigd. In deze unions is ook altijd een participerende rol voor de regering. De<br />

unions regelen de export, financiering etc. voor de boeren. Trabocca is in de Prince<br />

smallholders Plc. Voor 52% aandeel houders, beide unions hebben ieder 24% van de<br />

aandelen. Over de tijd is het de bedoeling dat de unions de financieringen voor de<br />

productiemiddelen aflossen, waarmee het eigenaarschap naar hun verschuift en het project<br />

wordt afgerond. In praktijk is dit allemaal veel lastiger, maar de koffie wordt momenteel<br />

geleverd, dus het werkt momenteel zoals het staat, aldus Simons. Hij doet er verder alles<br />

aan om in alle voorzieningen te voorzien.<br />

4.3 Van der Kooy Pijnacker B.V.<br />

Van der Kooy Pijnacker B.V. is opgericht door Arie van der Kooy in 1958 met de verhuur van<br />

mobiele stoomketels. In de zestigerjaren kwam Van der Kooy op het idee om deze ketels op<br />

afgewerkte olie te laten draaien. Zo is in Pijnacker een fabriek ontstaan om afgewerkte olie te<br />

verwerken tot stookolie. Hierop is Van der Kooy verder gegaan met de verwerking van<br />

plantaardige olie afvalproducten tot brandstof, zelf de afgraving van een asfaltmeer op<br />

Curaçao behoorde tot de ideeën van Arie. Tevens had hij een passie voor boten en zo is dan<br />

ook een scheepvaart takt opgezet. De ondernemer Arie van der Kooy is inmiddels overleden<br />

en de bedrijfvoering van Van der Kooy is overgenomen door Pol de Jong.<br />

Van der Kooy (VdK) bewerkt en verwerkt oliën en vetten en is daarbij een industriële<br />

dienstverlener, waarbij de activiteiten wel een beetje door elkaar heen lopen. Uit het feit dat<br />

eetbare oliën werden ingezet voor technische doeleinden, waar VdK het niet mee eens was,<br />

is gestart met de verwerking van de restproducten die bij eetbare olie productie voorkomen<br />

tot energieproductie. Overal waar bijproducten vrijkomen bij het proces is VdK in de markt<br />

om dit op te kopen en om te zetten tot biobrandstof. Voor Pol de Jong mag dit niet in<br />

competitie zijn met de voedselketen anders ziet hij geen duurzame (lange termijn) toekomst<br />

in de biobrandstof.<br />

Voor de toekomstige vraag in biobrandstof is het nodig om op zoek te gaan naar gewassen<br />

die niet in competitie zijn met de voedselketen en ook niet op potentiële landbouwgronden<br />

voor voedsel verbouwd worden. De klanten van VdK willen een duurzaam product, als hier<br />

discussie over is dan heeft VdK geen klanten meer. Vandaar dat er toen destijds gekeken is<br />

naar Jatropha. Er dient wel te worden opgemerkt dat de biobrandstof verkregen uit de<br />

bijproducten niet gebruikt kan worden conventionele dieselmotoren, waarvoor je wel ruwe<br />

zonnebloem- of palmolie kan gebruiken. VdK richt zich daarom op de agrarische sector voor<br />

stoomketels en verstromen voor grote energie producerende installaties.<br />

31


Het idee voor Jathropha productie in Ethiopië is gestart, omdat volgens De Jong, Jatropha<br />

een gewas is wat geteeld kan worden voor biobrandstof zonder dat het in competitie is met<br />

de voedselketen. Het idee is om Jatrohpa te verbouwen op schrale gronden zonder irrigatie,<br />

zodat je ook de mensen in deze gebieden aan het werk kan helpen. Hierdoor kun je moeilijke<br />

gebieden in ontwikkeling brengen, aldus De Jong.<br />

Voor Ethiopië is VdK in contact gekomen met het bedrijf Flodac die rozentelers in Ethiopië<br />

begeleid. Op basis van de contacten en informaties van Flodac werd aan de vraag van de<br />

toeleveranciers van Flodac voldaan om met een Ethiopische partner tot 50ha Jatropha te<br />

planten. Bij een bezoek aan Ethiopië waren de zaken snel geregeld.<br />

Op dit momenteel loopt het project alleen niet goed wat door te rigoureus denken komt van<br />

de Ethiopische partner. Waar VdK van start wil gaan met een kleine test om het vanuit een<br />

milieu aspect op een duurzame manier op te zetten, wil de Ethiopische partner hier geen tijd<br />

aan besteden. In de mening van De Jong moet je eerst afspraken maken met de lokale<br />

bevolking die vaak al generaties lang op deze gronden leven en aantonen dat Jatropha in<br />

deze biotoop mogelijk is en juist deze afspraken zijn helemaal niet gemaakt.<br />

De proef moet dus nog gedaan worden. Tevens geld dat voor 200ha export geen optie is en<br />

daarom moet er geproduceerd worden voor de lokale markt wat conform de Ethiopische<br />

energieprijzen een interessante markt is.<br />

Voor de toekomst zullen enorm veel mensen werkzaam zijn in dit project. Voor 200ha<br />

zouden 300 boeren nodig zijn en dan te realiseren dat het potentieel 50.000ha is. Er zijn dus<br />

veel mensen nodig, daar waar het oogsten ook voornamelijk handwerk is.<br />

In de partner heeft VdK zich op dit moment vergist en vinden dan ook nu geen activiteiten<br />

plaats. De relatie met Flodac is nog altijd goed en er wordt gezocht naar een nieuwe partner,<br />

maar de kans bestaat dat het gehele project niet van de grond komt. Op dit moment zijn er<br />

gesprekken gaande met een nieuwe Ethiopische partner in het Noorden. De Jong heeft hier<br />

goede hoop op, mede ook doordat dit bedrijf beter aansluit bij de denkwijze van VdK. De<br />

subsidie van de EVD in PSOM is inmiddels toegekend en daarom is de EVD ook betrokken<br />

bij de relatie met deze nieuwe partner.<br />

Een ontwikkelingsland als Ethiopië biedt de mogelijkheden om dit soort activiteiten op te<br />

zetten daar is het land aanwezig en de mensen om het te doen. De loonkosten maar ook<br />

zeker de relaties die Flodac aanbood gaf de doorslag voor Ethiopië. Een ontwikkelingsland in<br />

Afrika biedt de mogelijkheid om niet in concurrentie te komen met de voedselketen, wat voor<br />

VdK het uitgangspunt is. Hongerbestrijding mag volgens De Jong nooit in gevaar komen<br />

door energieproductie.<br />

Voor VdK heeft dit project een belangrijke sociale inslag. Het gaat hun vooral om aan te<br />

tonen dat dit ook echt kan, met natuurlijk voor de toekomst een stuk winstgevendheid. Waar<br />

VdK zich nu vooral aan het eind van de keten in levering naar de toeleveranciers bevindt.<br />

Gaan ze nu juist aan het begin van de keten zitten in productie, waarbij De Jong ook<br />

aangeeft dat wanneer het lukt ze wel uitkijken naar een overdracht van het project en dat<br />

VdK zich dan kan richten op de logistieke activiteiten. Nu gaat het vooral uit een sociaal<br />

uitgangspunt aantonen dat het kan op de juiste manier en vervolgens kan dit dan worden<br />

uitgevouwen, maar dat is niet aan ons, aldus De Jong.<br />

Subsidies is niet het hoofddoel voor VdK, zij waren ook gestart zonder PSOM. Het was dat<br />

Flodac en de Ethiopische partner dit graag wouden, maar voor VdK had dit niet gehoeven.<br />

32


Wel ziet De Jong de moeilijkheden in het opzetten van Jatropha op grote schaal. Vooral de<br />

politieke instabiliteit speelt hierin een belangrijke rol. Je praat over enorme investeringen,<br />

maar wie gaat het geld op tafel leggen. Waar een Ethiopische partner in één dag alles kan<br />

regelen, dan kan hij er natuurlijk ook in één dag voor zorgen dat je niets meer hebt. Dit baart<br />

De Jong zorgen. Voor zonne-energie geldt dit ook, het land is er wel, maar wie gaat zijn geld<br />

er insteken als het politiek niet stabiel is. Op dit moment is de aandeelverdeling in het<br />

Jatropha project een ieder 33%.<br />

Een Jatropha boom is 15 jaar productief. Het totale project zou 3-4% in de omzet van VdK<br />

moeten bijdragen. Ook andere landen behoren tot de mogelijkheden voor VdK om met<br />

Jatropha te starten, maar wel samen met Flodac. Flodac is verantwoordelijk voor de<br />

vermeerdering van de bomen en VdK verwerkt de olie tot biobrandstof.<br />

Met de huidige Ethiopische partner ziet De Jong het niet meer zitten. Hij hoopt op een goede<br />

afloop met de nieuwe partner, die instaat zijn om zeer droge gebieden om te toveren tot<br />

groene gebieden, met een landbouw potentieel voor andere gewassen. Als dit mogelijk is<br />

dan creëer je toch heel iets moois, volgens De Jong. Op dit moment zitten er nog niet veel<br />

investering in het project, afgezien van reis- en onderzoekskosten, maar dit hoort bij het<br />

ondernemingsrisico.<br />

Het Ethiopische bedrijf is ETBP Plc. wat staat voor Ethiopian Bio-Power. T.o.v. het huidige<br />

personeelsbestand van 18 bij VdK heeft de Ethiopische activiteiten dus een behoorlijke<br />

impact. In Ethiopië zullen voornamelijk seizoensarbeiders actief zijn, die marktconform rond<br />

een dollar per dag betaald zullen worden. Volgens De Jong moet je hier in onderscheiden<br />

van mensen die economische behoefte hebben en mensen die primaire behoeftes hebben<br />

en maar weinig met geld bezig zijn.<br />

Voor de seizoenarbeiders wat vooral vrouwen zijn was in het projectvoorstel opgenomen om<br />

ook een schooltje te bouwen voor kinderopvang. Hun Ethiopische partner heeft dit al wel<br />

gedaan en investeert ook in ziekenhuizen en dergelijk, wat dat betreft zijn zij heel sociaal.<br />

VdK heeft hierin nog niet geïnvesteerd vanwege de slechte start.<br />

Al met al is VdK bereid om door te gaan met de plannen om en Jartropha plantages te<br />

starten in Ethiopië. Waarschijnlijk niet met de huidige partner, maar misschien met een<br />

nieuwe partner.<br />

4.4 Cordaid<br />

Cordaid is een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie met meer dan negentig jaar ervaring<br />

en expertise. Wereldwijd werken ze samen met gedreven partnerorganisaties.<br />

Binnen Cordaid kan microfinanciering en het programma ondernemen gezien worden als<br />

een vorm van sociaal ondernemerschap. Cordaid versterkt de kracht van kleine<br />

producenten. Bijvoorbeeld bij onderhandelingen met andere marktpartijen of<br />

productiemethodes. Verder geven ze donatie en krediet/garantie/handelsfinanciering op<br />

maat. Ook is er extra aandacht voor de positie van vrouwelijke werknemers.<br />

Met de programma’s die onder ondernemen vallen, wil Cordaid het economisch perspectief<br />

van arme mensen verbeteren.<br />

De financieringsafdeling binnen Cordaid bedient twee type programma’s:<br />

1. Programma kleine producenten;<br />

2. Programma microfinanciering.<br />

Ondernemingen die samenwerken met boeren vallen onder kleine producenten. Bij<br />

microfinancieringen heb je het over Micro Finance Institutes (MFI’s), die makkelijker geld<br />

uitlenen dan bijvoorbeeld banken. Cordaid helpt deze MFI’s zodat ze beter kunnen opereren.<br />

33


Voor rendement kijkt Cordaid naar ‘equity’, de vraag is dan, wanneer stap je in een bedrijf of<br />

fonds als aandeelhouder en hoeveel rendement denk je hieruit te halen. Voor leningen heb<br />

je een aantal parameters, is het bijvoorbeeld op korte- of lange termijn, lokale- of harde<br />

valuta. Bij leningen gaat het Cordaid niet zozeer om het rendement, voor bedrijven vragen ze<br />

een rentepercentage van 7% bij harde valuta en voor MFI’s is dit 6%. In het verleden was dit<br />

wel belangrijk, de financieringsafdeling zou eigenlijk als enige zelfvoorzienend kunnen zijn<br />

binnen Cordaid en zich als een winstgevende unit kunnen afsplitsen. Momenteel is het<br />

belangrijker met de financieringsmiddelen te passen in de behoeftes van de verschillende<br />

programma’s. Het programma denken is belangrijker geworden, waarbij het sociale<br />

rendement het belangrijkst is. Dus hoeveel boeren bereik je, hoeveel is de gemeenschap er<br />

beter van geworden en kunnen productorganisaties en coöperaties nu meer macht<br />

uitoefenen in de waardeketen.<br />

Voor financieringen zijn de selecties criteria in eerste instantie dat de onderneming<br />

winstgevend moet zijn, anders kunnen ze de lening nooit terugbetalen. Hierbij wordt gekeken<br />

na de duurzaamheid en de risico’s en voor MKB’s het werken met producenten. Naast de<br />

financiële analyse dient een applicatieformulier, de jaarrekeningen over drie jaar en een<br />

businessplan tot de selectieprocedure. Tevens is het belangrijk in welk land, sector en de<br />

kwaliteiten van het management om in aanmerking te komen voor een financiering.<br />

In 1998 is er met deze financieringsvorm begonnen als een pilot. Vervolgens is Cordaid<br />

ontstaan uit een fusie en is er een afdeling opgezet die zich bezig hiel met leningen en<br />

garanties. In de loop der jaren is dit uitgebreid en is er veel ervaring opgedaan in procedures,<br />

systemen, het doen van risicoanalyses en het werken met een kredietcommissie. Dit vergde<br />

een andere manier van werken wat alleen maar is geprofessionaliseerd gedurende de jaren.<br />

Het totale budget voor Afrika van de financieringsgroep is 10 miljoen Euro wat een derde is<br />

van het totaal van deze afdeling. Voor Ethiopië is dit ongeveer 1 miljoen. Naast de 10 miljoen<br />

Euro is er natuurlijk ook een uitstaande portfolio van leningen die in het totale budget dient te<br />

worden meegenomen. Cordaid heeft een budget van 300miljoen Euro, dit wordt overigens<br />

ieder jaar herzien. Driekwart van dit budget komt van het ministerie van buitenlandse zaken,<br />

wat tot 2010 vaststaat. De rest is donaties en giften via donateurs en fondsen.<br />

Cordaid richt zich op steeds minder landen, omdat door concentratie je acht het verschil kan<br />

maken door het hebben van een groter budget. Ethiopië makt nog steeds deel uit van deze<br />

selectie ondermeer door het economische klimaat en de ontwikkeling die dit land heeft in<br />

buitenlandse- maar ook lokale ondernemingen. Cordaid kan in Ethiopië veel doen op het<br />

gebied van kleine producenten, waar onder andere wordt gewerkt in de koffieketen, maar<br />

ook de honing- en sesamzaadketen (oliezaden keten) zijn hier belangrijk in. Op het gebied<br />

van microfinanciering is Ethiopië behoorlijk volwassen en hierin heeft Cordaid voor Ethiopië<br />

dus minder budget.<br />

Het meetbaar maken van sociaal return on investment is nog niet zo makkelijk. Voor MFI’s<br />

zijn hier Wereldwijd afspraken over gemaakt en het is nu redelijk overzichtelijk door<br />

rekenmodellen wie hun klanten en wat de behoeftes van deze klanten zijn. Cordaid heeft er<br />

voor gekozen om alleen met MFI’s in zee te gaan die een sociale missie/visie hebben wat<br />

aan deze modellen getoetst is.<br />

Voor bedrijven die met boeren samenwerken is dit allemaal veel gecompliceerder het gaat er<br />

vooral om hoeveel boeren er nu uiteindelijk worden bereikt en wat hun inkomens situatie was<br />

voor de financiering en na de financiering. Hierin wil je niet alles in cijfers uitdrukken, maar is<br />

het heel belangrijk om nauw contact te houden over de voortgang en zaken doorneemt op<br />

het gebied van sociale indicatoren.<br />

34


De sociale missie van de ondernemer is een hele belangrijke alvorens een financiering wordt<br />

verstrekt. Het is belangrijk dat langdurige relaties worden aangegaan met kleine producenten<br />

en hierbij horen zeker uitgangspunten van de Millennium Development Goals, die bij Cordaid<br />

‘cross cutting’ kwesties genoemd worden in het voorstel. Er moet een directe relatie zijn met<br />

kleine producenten in het opzetten van ‘outgrower schemes’, het geven van trainingen of het<br />

doen van een investering in bijvoorbeeld irrigatiesystemen en dergelijke. Ook fair trade<br />

certificering telt bijvoorbeeld mee om een financiering van Cordaid te krijgen. Het moet<br />

passen binnen het kleine producenten programma van Cordaid, een rozenteler maakt hier<br />

dus geen deel vanuit.<br />

Cordaid is op dit moment heel erg bezig om de sociale doelstelling in kaart te brengen. Ze<br />

hebben hier een consultant voor aangesteld die nu het programma van Afrika en Latijns-<br />

Amerika evalueert, waarbij hij in totaal 10 praktijkgevallen bestudeert. In Ethiopië gaat dit om<br />

een honingbedrijf. Hiervan komt nog een eindrapportage en Cordaid hoopt hieruit ervaring,<br />

instrumentarium en beleid te kunnen putten. Het gaat er vooral om of de doelstellingen die<br />

Cordaid voor ogen had nu ook daadwerkelijk zijn behaald.<br />

Voor bedrijven blijft het lastig om de sociale doelstellingen in kaart te brengen. Wel ziet<br />

Cordaid dat het voornamelijk sociaal verantwoordelijke ondernemingen zijn die iets meer<br />

willen doen. Het is dan belangrijk dat Cordaid hen hierbij helpt, omdat ze vaak zelf de kennis<br />

of middelen niet hebben. Zo heeft Cordaid in Ethiopië een organisatie die zich volledig richt<br />

op HIV/AIDS, als een bedrijf nu toch al contact heeft met Cordaid, dan kan dit bijvoorbeeld<br />

ook worden meegenomen in hun huidige trainingsprogramma’s.<br />

Voor Cordaid is het heel belangrijk dat gekeken wordt naar de lokale markt. Internationale<br />

bedrijven die vooral export gericht zijn, daar ziet de lokale bevolking maar weinig van.<br />

Hiervoor is het belangrijk dat de kleine boeren, maar ook de coöperaties worden getraind in<br />

bedrijfskunde. Hiervoor worden dan veelal leningen aan verstrekt zodat zij komen tot<br />

bedrijfsplannen en een bedrijfsmatige manier van werken.<br />

Schaalvoordelen zijn een belangrijk argument voor de continuïteit van sociaal<br />

ondernemerschap. Zo zie je nu ook dat microfinanciering een ‘booming’ business is in Afrika.<br />

Aalleen geld niet voor ieder Afrikaans land dat het haalbaar is. In Zambia haal je bijvoorbeeld<br />

de volumes niet om breakeven te halen. Cordaid is ook in Oeganda met een medicijn<br />

programma bezig en dan ook puur op de volumes om het rendabel te maken. Analyse en<br />

kennis op doen in dit soort projecten is heel belangrijk, waarom het één wel werkt en het<br />

ander weer niet. Ook voor boeren geldt het door samen te werken grotere volumes gehaald<br />

worden, waardoor de business het rendabel wordt.<br />

De financieringsafdeling zal niet verder groeien binnen Cordaid het wordt steeds meer<br />

gezien als middel voor de programma’s. Er wordt meer en meer naar de totale waarde keten<br />

gekeken en de ondernemer is hier maar één schakel in. Cordaid wil meer kijken naar de<br />

‘bottlenecks’ in de keten en dit juist verbeteren door donaties of rechtstreeks<br />

productenorganisaties en coöperaties te versterken. Leningen en garanties zijn hierbij de<br />

instrumenten voor de sociale doelstellingen en dus geen winstgevende middelen.<br />

Voor hongersnood eb droogte heeft Cordaid andere programma’s. Zij zien niet dat<br />

investeringen in ondernemerschap om de lokale markt te voorzien in voeding de hulp biedt<br />

voor deze problematiek. In het programma noodhulp en wederopbouw probeert Cordaid om<br />

deze risico’s voor te blijven en voortkomend te werk te gaan . Het is wel zo als je naar het<br />

programma ondernemen kijkt wat onder de financieringsafdeling valt dat je daarmee de<br />

nomaden weer kan helpen, omdat die door kinderen ook steeds meer plekgebonden zijn,<br />

door ze bijvoorbeeld in contact te brengen met Agriprofocus. Hier zie je dus een beetje twee<br />

sporenbeleid.<br />

35


4.5 Linssen Rozen B.V.<br />

Linssen Rozen (LR) is een familiebedrijf waar de drie broers onlangs het bedrijf van hun<br />

ouders hebben overgenomen. In Venlo hebben ze een kwekerij van 7ha en in Ethiopië is<br />

inmiddels 50ha geplant.<br />

Voor de activiteiten in Ethiopië heeft Linssen Rozen een PSOM subsidie gehad van<br />

860000Euro wat 60% van het investeringsbudget dekte. Alle geproduceerde rozen in<br />

Ethiopië van LR zijn voor de export markt.<br />

In 1994 heeft Peter Linssen een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het starten<br />

van een rozenkwekerij in Oeganda. Dit is wegens een besluit om uit te breiden in Nederland<br />

destijds niet doorgegaan. In Nederland is nu een kwekerij van 7ha gevestigd, verder<br />

uitbreiding in Nederland voegt niets meer toe, dus is er besloten om een buitenlandse takt op<br />

te zetten.<br />

In 2000 is er een eerste bezoek geweest aan Ethiopië om dit land te verkennen naar de<br />

mogelijkheden. In 2001 volgde er meer bezoeken, maar werd ook Kenia bestudeerd. En er is<br />

uiteindelijk besloten om in Kenia te starten, waarbij in Ethiopië de gesprekken gaande bleven<br />

met een Ethiopische joint venture partner.<br />

In Kenia is een kwekerij van 20ha gebouwd in 2003. De contacten in Ethiopië met de joint<br />

venture partner liep op niets uit, maar Linssen vond wel zijn vrouw in de directiesecretaresse<br />

van dit bedrijf. In 2004 is er vervolgens een PSOM subsidie toegekend voor de start in<br />

Ethiopië voor de bouw van 5ha, wat is uitgebreid tot 50ha in 2008. In 2008 is ook de kwekerij<br />

in Kenia verkocht en richt LR zich dus allen op Ethiopië.<br />

De broers van Linssen zijn vrouw doen de administratieve handelingen in Addis Ababa.<br />

Momenteel is er op het totale bedrijf van 50ha in Ethiopië geen financiering meer en hebben<br />

ze mede door de PSOM subsidie een heel sterke positie in de markt verworven. De start<br />

werd hierdoor mogelijk en de groei tot 50ha is steeds vanuit de cashflow gefinancierd.<br />

Aangezien je voor PSOM een Ethiopische joint venture partner nodig hebt, kwam LR<br />

hiervoor in aanmerking door de joint venture op te starten met de vrouw van Linssen. Zij<br />

hebben ook samen de lobby in Den Haag gedaan om Ethiopië op de PSOM landenlijst te<br />

krijgen. Hierdoor hadden ze natuurlijk een voorsprong in de aanvraag ten opzichtte van<br />

andere aanvragen.<br />

Van de Ethiopische development bank is voor 10ha financiering verkregen. Op dit moment is<br />

deze lening zo goed als afgelost, wat de bedrijfsvoering in de huidige crisis tijd aangenaam<br />

maakt.<br />

Linssen woont zelf met zijn vrouw en twee kinderen in Venlo. Aangezien het bedrijf bestaat<br />

uit allemaal lokale mensen, die intern zijn opgeleid is er voor 80% van de tijd wel iemand uit<br />

Nederland aanwezig voor de coördinatie in Ethiopië. Dit is of Linssen zelf of één van zijn<br />

broers, maar ook zijn vader komt nog regelmatig naar Ethiopië. In Addis Ababa is het<br />

kantoorwerk verder prima via de telefoon te coördineren.<br />

Alle rozen van LR in Ethiopië zijn voor de export en worden ingevlogen op Luik airport<br />

vanwaar ze naar Venlo vervoerd worden. De export wordt geregeld door Ethio Horti Share<br />

een bedrijf waar verschillende kwekers aandelen in hebben. 7% Van de totale omzet van LR<br />

komt momenteel uit Ethiopië. Voor de toekomst wil LR zeker nog groeien in Ethiopië, maar<br />

op dit moment moet eerst beoordeeld worden wat de markt in snijbloemen doet, deze is niet<br />

zo stabiel in deze tijd.<br />

36


In Addis Alem waar LR gevestigd is in Ethiopië is inmiddels het schooltje opgeknapt, wordt er<br />

samengewerkt met de kliniek en is men begonnen met de bouw van een eigen<br />

gezondheidskliniek. Van het personeel is 80% vrouw, en ook in leidinggevende posities zijn<br />

vrouwen werkzaam. In de PSOM aanvraag wordt je gedwongen om een sociale bijdrage toe<br />

te voegen, aangezien Linssen de aanvraag indiende met zijn vrouw, wat niet tot de<br />

standaarden in de procedure behoord. Dan moet je volgens Linssen er voor zorgen dat je op<br />

andere punten beter scoort en dit zijn dan in hun aanvraag een aantal sociale punten<br />

geweest. De sociale bijdrage na de gemeenschap vindt Linssen een logische stap,<br />

uiteindelijk heb je het met de lokale mensen allemaal mogelijk gemaakt. Wel dient daarbij te<br />

worden opgemerkt, dat wanneer er geen economisch rendement is er sociaal ook weinig valt<br />

te doen. Het stadium van PSOM aanvraag is eigenlijk te vroeg om over een sociale bijdrage<br />

te praten, immers er moet eerst geld verdiend worden, aldus Linssen.<br />

Het is belangrijk dat mensen zich gewaardeerd voelen, als je goede relaties hebt dan wordt<br />

de bedrijfsvoering hier ook alleen maar beter van. Dit is ook de reden dat LR nu een<br />

sponsoring heeft gegeven tot het bouwen van een stadion in Addis Alem. Hier is een donatie<br />

van 100.000Birr (6000Euro) voor gegeven, wat voor Ethiopische begrippen erg veel is.<br />

Er zijn bij LR in Ethiopië 1000 mensen in dienst. Voor het bossen en oogsten zijn dit<br />

voornamelijk vrouwen. In de gewasbescherming en supervising worden vooral mannen<br />

ingezet.<br />

Als gevaar voor de continuïteit noemt Linssen vooral de politieke situatie in Ethiopië. Als<br />

Meles aan de macht blijft dan ziet hij verder weinig problemen, maar als met de opkomende<br />

verkiezingen twee bevolkingsgroepen als de Oromo en Amhare met elkaar in conflict raken<br />

dan voorziet Linssen grote problemen voor de bedrijvigheid in Ethiopië.<br />

Een ander gevaar is de populatie van snijbloemkwekers in Ethiopië. Deze hebben het<br />

momenteel moeilijk en als er velen weg vallen dan wordt de gezamenlijke export moeilijker.<br />

Desondanks zijn er mogelijkheden om nog steeds te groeien in Ethiopië, aldus Linssen.<br />

Maar er wordt wel gekeken naar alternatieven, zo bestuderen ze ook de mogelijkheden voor<br />

fruitproductie in Ethiopië. De cashflow van LR is goed dus als dit mogelijk is dan is er geld<br />

voor.<br />

Al met al is de ontwikkeling in Ethiopië heel snel gegaan. De tijd zat gelukkig mee, nu is het<br />

vertrouwen in het verstrekken van financieringen afgenomen. LR heeft destijds 85 boeren<br />

gecompenseerd voor de eigendomsrechten van de grond. Omdat dit vele malen hoger was<br />

dan de compensatie die de boeren van de regering zou krijgen, hoeft LR nu geen<br />

leasekosten te betalen voor e duur van 85 jaar. Hierna gaan de eigendomsrechten van de<br />

grond weer terug naar de regering. Toen de grond werd toegekend liep de PSOM aanvraag<br />

nog, maar de contacten met leveranciers vanuit Kenia maakte de aanbouw mogelijk. Dit<br />

heeft al met al een behoorlijk beslag gelegd op het privé leven van de drie broers en vader,<br />

maar het is wel gelukt.<br />

4.6 Fair & Sustainable<br />

F&S Business Development (BD) is in 2009 opgezet als bedrijf in de dienstverlening van<br />

economische ontwikkeling. Het is gecreëerd door de Nederlandse holding F&S Nederland<br />

als adviesorgaan en participant.<br />

De belangrijkste diensten die F&S verleend zijn:<br />

• Onderzoek en informatie<br />

• Bedrijf ‘matching’ en ‘linken’<br />

• Training en coaching<br />

37


F&S visie is om bij te dragen aan armoede reductie en inkomen generatie van de<br />

plattelandsgemeenschap, door duurzame private sector ontwikkelingen in Ethiopië.<br />

De missie is om te adviseren op de ontwikkeling en opschalen van markt gerichte<br />

oplossingen, met de support van hoog gekwalificeerde lokale bedrijf (ontwikkelings-)<br />

diensten, om duurzame private sector ontwikkeling op het platteland in Ethiopië te realiseren.<br />

De klanten van F&S zijn met name Nederlandse NGO’s, universiteiten, consultantbedrijven,<br />

investeerders en publieke organisaties.<br />

Aangezien F&S een 100% dochteronderneming is van de F&S holding in Nederland wat een<br />

volledig ICCO bedrijf is F&S in Ethiopië dus ook een volledig ICCO bedrijf.<br />

ICCO is de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Zij werken in 53<br />

landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa.<br />

Wereldwijd geven zij financiële steun en advies aan lokale organisaties en netwerken die<br />

zich inzetten voor toegang tot basisvoorzieningen, het op gang brengen van duurzame<br />

economische ontwikkelingen en het bevorderen van vrede en democratie.<br />

ICCO werkt aan een wereld zonder armoede en onrecht. Daarom steunt ICCO projecten die<br />

bijdragen aan één van onze drie hoofdprogramma's. Op welke beleidsthema in een land het<br />

accent ligt, is afhankelijk van de lokale politieke en economische situatie.<br />

1 Basisvoorzieningen<br />

2 Economische ontwikkeling<br />

3 Democratie en vrede<br />

Eva Smulders is de general manager van F&S Ethiopië. Vanuit de afdeling economische<br />

ontwikkeling binnen ICCO wilde ICCO investeringen gaan doen twee jaar geleden. Dit paste<br />

niet in de huidige NGO wetgeving en daarom is her voor gekozen om dit bedrijfsmatig op te<br />

zetten om zo lange termijn investeringen in de agrarische sector te ondersteunen met een<br />

bedrijfsmatige insteek.<br />

Indirect is ICCO via de Fair & Sustainable holding Nederland waar de B.V’s ondervallen die<br />

F&S Ethiopië vormen de eigenaar van dit bedrijf. Het startkapitaal wordt via deze holding in<br />

een vorm van subsidie aan F&S gedoneerd.<br />

De bedoeling is dat het geen ICCO B.V. moet zijn, maar ook aan andere klanten diensten<br />

aanbiedt zoals Cordaid, Agriprofocus maar ook zeker Ethiopische klanten.<br />

Smulders wordt via ICCO betaald door een urenbudget. Voor deze uren moet ze zich in<br />

dienst van ICCO stellen. De bedoeling is om de relatie met ICCO zoveel mogelijk af te<br />

bouwen en niet steeds hetzelfde te doen voor Nederlandse donoren en NGO’s. Een eerste<br />

opdracht die nu sis binnengehaald is voor Wageningen Universiteit.<br />

De lokale contacten in Ethiopië moeten worden versterkt voor het uitbreiden van de<br />

netwerken. Het is dus vooral netwerken, matchmaking en monitoren van de kwaliteit. Daar<br />

waar F&S voor vijf dagen wordt ingehuurd kunnen lokale mensen hiervoor werken.<br />

Verder wordt gekeken om investeringsfondsen op te zetten om zo het gat tussen<br />

microfinancieringen en de bank te dichten.<br />

38


Aangezien Ethiopië vol zit met consultancy en veel activiteiten gaande zijn moet er meer<br />

worden samengewerkt. Het budget voor capaciteit opbouw en matchmaking is voor F&S<br />

100.000Euro. Voor financiering wordt gedacht aan een budget van 1 miljoen Euro.<br />

Smulders heeft zelf geen geld in F&S gestopt, haar opgebouwde netwerk en kennis<br />

vertegenwoordigd haar waarde in F&S. Voor aandelen rendement spreek je al snel over vijf<br />

jaar, waarvan Smulders niet weet of ze dan nog wel in Ethiopië wil blijven. Het gaat<br />

Smulders om haar salaris met daarbij een aantal personeelsleden, hiervoor is een budget<br />

van 120.000Euro nodig.<br />

Met F&S is het doel wel om uiteindelijk winst te gaan behalen om zo ook groei te kunnen<br />

financieren. Zonder winst kan deze bedrijvigheid ook net zo goed binnen een NGO blijven,<br />

aldus Smulders.<br />

De kwaliteit van de diensten voor de agrarische sector zullen uiteindelijk de economische<br />

processen verbeteren. Een breed netwerk van consultancy is dan nodig, hierbij moet je<br />

vertrouwen in de mensen en uitgaan van de functionaliteit. People is dus heel belangrijk.<br />

Voor Planet liggen de belangen bij de boeren in de functionaliteit en Profit is belangrijk om te<br />

blijven draaien voor F&S.<br />

Uiteindelijk kan ICCO als aandeelhouder beslissen over de bedrijfvoering en waar de<br />

winsten voor gebruikt zullen worden. Deze kunnen dus terugvloeien in de Nederlandse<br />

holding. Volgens Smulders is dit niet de bedoeling en hier zijn afspraken over gemaakt. Het<br />

is belangrijk dat de economische aspecten gediend worden om zo te voorzien in People en<br />

Planet.<br />

Nadat er door F&S een goede consultant ter ondersteuning aan een bedrijf wordt geleverd<br />

staat F&S los van de voorgestelde bedrijvigheid.<br />

Het hoort zeker tot de mogelijkheden om deze bedrijvigheid ook in andere<br />

ontwikkelingslanden op te zetten. Als het in Ethiopië lukt, zal ICCO zeker interesse hebben<br />

om te kijken naar andere landen.<br />

Doordat steeds meer druk gelegd wordt op samenwerkingsverbanden tussen NGO’s en het<br />

bedrijfsleven is dit juist de markt waar F&S zich op richt. In de agrarische sector is het<br />

belangrijk om de markt te creëren en de kwaliteit te monitoren.<br />

4.7 Holland-Car<br />

Trento levert kennis, special equipement en robots voor de maakindustrie. Destijds was Wim<br />

Guns hier directeur op het gebied van automotive en binnen Trento is op zijn initiatief<br />

Holland Car in Ethiopië gestart. Aangezien Win Guns niet meer werkzaam is bij Trento, laat<br />

de website van Trento hier ook weinig informatie overzien.<br />

Op de website van Holland Car wordt duidelijk gesteld dat Trento 50% aandeelhouder is van<br />

Holland Car. Uit het interview met Wim Guns blijkt, dat hierin 25% persoonlijke aandelen<br />

verweven zitten. Er zijn dus drie aandeelhouders in Holland Car.<br />

Holland Car is begonnen op initiatief van Tadesse Tessema. Tessema importeerde Lada’s<br />

vanuit Nederland naar Ethiopië. Vanwege schaarste in deze modellen, kwam hij op het idee<br />

om een autofabriek in Ethiopië te beginnen. Via zijn contacten kwam hij in contact met Wim<br />

Guns, toenmalig directeur bij Trento.<br />

Guns was niet gelijk enthousiast over de ideeën van Tessema. Tessema dacht namelijk dat<br />

je met wat oude plaatonderdelen en wat schroeven en lijmen wel een auto in elkaar kon<br />

zetten. De kennis van Trento in de automotive industrie was dus nodig. Toen Tessema bij<br />

39


Guns kwam met de mogelijkheden van het Turkse Tofas, die een compleet bouwpakket op<br />

basis van de Fiat 131 kon leveren, werd het businessplan interessant. Guns was van mening<br />

dat dit project alleen kans van slagen had, als je alle onderedelen inclusief body en chassis<br />

van één leverancier kon afnemen. Dit om de logistiek simpel te houden en hiermee de<br />

kosten laag.<br />

In 2005 is Holland Car vervolgens begonnen met de productie en distributie van auto’s in<br />

Ethiopië op basis van de Tofas Sahin, die in Ethiopië geassembleerd werd. Twee belangrijke<br />

pijlers hebben geholpen bij het creëren van deze fabriek. Ten eerste de PSOM subsidie van<br />

de Nederlandse regering en te tweede het gunstige investeringsklimaat van Ethiopië. Op het<br />

invoeren van een totale auto heft Ethiopië 35% invoerbelasting en op onderdelen 5%,<br />

hierdoor kon een nieuwe Tofas aangeboden worden voor de prijs van een tien jaar oude<br />

Toyota in Ethiopië. Daarnaast was er een vrijstelling op de vennootschapsbelasting van twee<br />

jaar. Aangezien de Ethiopische regering een vrijstelling op de vennootschapsbelasting geeft<br />

van vijf jaar, wanneer er geëxporteerd wordt, werd ook de export markt bestudeerd, naar<br />

landen als Kenia en Soedan. Tot op heden is hier nog niets van gekomen, door de vraag en<br />

het potentieel van de Ethiopische markt.<br />

De werknemers van Holland Car zijn allemaal Ethiopiërs, die intern zijn getraind. Momenteel<br />

zijn er ongeveer 150 werknemers, schat Guns.<br />

Inmiddels is het contract met Tofas verbroken en zijn er twee nieuwe modellen gelanceerd in<br />

samenwerking met de Chinese leverancier Lifan.<br />

Zoals reeds vermeld kwam het opzetten van een autofabriek in Ethiopië per toeval op het<br />

pad van Guns. Door kansen in Ethiopië en de gevoelens die Guns heeft om wat meer te<br />

doen in een ontwikkelingsland als inwoner van een rijk land, heeft uiteindelijk het<br />

doorzettingsvermogen gegeven.<br />

De totale investering was 510.000 Euro, hiervan is 60% gesubsidieerd door PSOM en<br />

300.000 Euro is zelf door de aandeelhouders ingebracht in aandelenkapitaal en met vreemd<br />

vermogen van banken.<br />

Inmiddels is het contract met Lifan ook afgelopen en is men bezig een samenwerking aan te<br />

gaan met het Chinese bedrijf JAC. Bij dit soort wisselingen is het belangrijk dat de<br />

onderdelen van vorige modellen beschikbaar blijven om zo de gewenste service te kunnen<br />

garanderen. Op deze manier komt de continuïteit van Holland Car niet in gevaar bij<br />

wisselingen tussen leveranciers. In Ethiopië wordt dit sneller geaccepteerd, dan in Europa.<br />

Tijdens de bouw van de fabriek waren er continu 80 mensen aan het werk, voornamelijk<br />

vrouwen. De verdeling van werknemers op dit moment is 70% mannen en 30% vrouwen in<br />

de fabriek. Op kantoor zijn hoofdzakelijk vrouwen werkzaam en 1 op de 4 leidinggevende is<br />

vrouw bij Holland Car.<br />

Naast het starten van een schooltje zijn er verder geen sociale projecten gestart. Wel wordt<br />

er in secundaire arbeidsvoorwaarden extras gedaan, zoal vervoer, maar ook worden de<br />

werknemers gemiddeld 15% beter betaald dan standaard in Ethiopië. Tevens zijn er<br />

afspraken met de EVD om kinderarbeid uit te sluiten en corruptie niet te accepteren.<br />

Het probleem in buitenlandse valuta heeft ervoor gezorgd om met de nieuwe leveranciers<br />

andere afspraken te maken. Het continu indien van LC’s (Letter of Credits) bij verschillende<br />

banken heeft uiteindelijk de relatie met Lifan ook verbroken.<br />

Guns is momenteel aan het kijken of hij automotive gerelateerde bedrijven kan opzetten in<br />

Tanzania en Ghana, dit hoeven geen kopie van Holland Car te zijn, maar de opgedane<br />

40


kennis in Ethiopië zal hierbij gebruikt worden. Belangrijke criteria voor het slagen van deze<br />

nieuwe fabrieken zijn de mogelijkheden in subsidies, waaronder PSI (nieuwe vorm van<br />

PSOM) van de EVD, bereikbaarheid, politieke stabiliteit en aantal inwoners. Guns had dit<br />

niet gedaan, wanneer hij ontevreden was geweest over het project in Ethiopië.<br />

In Ethiopië is voor Holland Car nog een groot groei potentieel. Guns verwacht dat de verkoop<br />

voor Holland Car in personenauto’s voor de Ethiopische markt zonder veel moeite nog kan<br />

toenemen met een factor vijf ten op zicht van een productie van 1000 auto’s afgelopen jaar.<br />

Verder hoort diversificatie tot de mogelijkheden in de ontwikkeling van terreinwagens en/of<br />

vrachtwagens.<br />

Voor de activiteiten in Tanzania en Ghana zou Holland Car in de toekomst ook kunnen<br />

deelnemen. Op dit moment is dit op Guns eigen initiatief, waarbij hij in deze landen naar<br />

lokale partners zoekt. Een samenwerking met Holland Car in deze activiteiten sluit hij voor<br />

de toekomst niet uit, maar ook Holland Car is vrij om te kijken naar nieuwe activiteiten. Op dit<br />

moment ligt de focus van Holland Car op Ethiopië en daarom zijn de concentraties nu even<br />

gesplitst.<br />

Met een afspiegeling aan lage lonen landen dan zou je eerder denken aan China of India om<br />

een autofabriek te starten dan Ethiopië. Dit vanwege de industriële achterstand in Ethiopië.<br />

Guns heeft deze risico’s niet tegen elkaar af hoeven te wegen, Ethiopië kwam zomaar op zijn<br />

pad en hij is ervoor gegaan.<br />

De totale leiding van Holland Car is momenteel in handen van Tessema. Guns heeft wel op<br />

de pay-rol gestaan, maar doet nu nog wat activiteiten onbetaald.<br />

De winst van Holland Car wordt gebruikt om het bedrijf verder te laten groeien. Indirect<br />

profiteert de gemeenschap hiervan, door meer banen, maar ook in de vorm van<br />

voorbeeldfunctie in ondernemerschap. Holland Car heeft er voor gezorgd dat mensen<br />

vertrouwen krijgen in ondernemerschap en dit motiveert de mensen.<br />

4.8 Solar Cooking<br />

Solar Cooking Nederland (SCN) is een stichting, die het koken op zonnewarmte promoot in<br />

ontwikkelingslanden, waar veel ontbossing en bodemerosie voorkomt door houtkap als bron<br />

voor energie.<br />

Miljoenen mensen koken dagelijks met hout. Gevolgen:<br />

• Erosie van vruchtbare gronden door houtkap en geen herbeplanting<br />

• Longziekten en kindersterfte door rookontwikkeling<br />

• Vrouwen en kinderen verzamelen 4 uur per dag hout, vaak in onveilige gebieden<br />

• Helft van inkomen wordt besteed aan aankoop van hout<br />

Als alternatief gebruiken zij de CooKit. De CooKit is het eenvoudigste en goedkoopste<br />

zonnekooktoestel waarmee o.a. rijst, pasta, linzen, kip, geit, groenten, babyvoeding en<br />

vooral ook gepasteuriseerd water kan worden bereid. De CooKit is gemaakt van karton<br />

beplakt met aluminium folie. Een matzwart geverfde 4-liter lichtgewicht pan wordt in de<br />

CooKit in een hitte bestendige plastic zak geplaatst. Bij een helder schijnende zon is het<br />

voedsel na 2 a 3 uur klaar. Naast de CooKit en Solar Box, (een duurdere variant) wordt een<br />

hooimand gebruikt voor nagaren van voedsel. En op bewolkte of regendagen zorgt een<br />

houtbesparend kooktoestel voor besparing van hout tot 70%.<br />

Lokale organisaties in Oeganda, Ethiopië, Somalië/Puntland en Eritrea voeren de Solar<br />

Cooking projecten uit. Zij regelen de instructies en zorgen voor lokale fabricage. Verkoop<br />

tegen de kostprijs is een voorwaarde voor duurzame projectontwikkeling en financiële<br />

41


onafhankelijkheid. Microkredietprogramma’s zijn hierbij belangrijk. Dit particuliere initiatief<br />

resulteert in de ontwikkeling van kleine ondernemingen. Zo wordt ook de lokale economie<br />

versterkt.<br />

Henk Crietee van SCN is geïnterviewd over de projecten die zij uitvoeren in Ethiopië (Hoorn<br />

van Afrika) en hoe SCN te werk gaat. De stichting heeft tot doel om het sociale probleem van<br />

hout gebruik als belangrijkste energiebron aan te pakken en mensen in ontwikkelingslanden<br />

gebruik te laten maken van zonnewarmte om te koken. Hierin staan mens en milieu centraal,<br />

naast duurzame projectontwikkeling.<br />

SCN is begonnen in Eritrea met Solar Cooking projecten, maar doordat de politieke situatie<br />

hier onhaalbaar werd is men begonnen in Oeganda en Ethiopië. Het idee van SCN komt uit<br />

Amerika van Solar Cooking International. De uiteindelijke innovatie van de CooKit is<br />

waarschijnlijk van een Franse ingenieur, wat door mensen van Solar Cooking International is<br />

opgepikt.<br />

SCN werkt met fondsen en donaties en heeft geen commerciële doelstelling. Wel is<br />

duurzaamheid een belangrijk aspect, waarbij de CooKit door lokale ondernemingen<br />

geproduceerd worden, die binnen 3 á 4 jaar zelfvoorzienend moeten zijn.<br />

Een ‘integrated solar cooking project’ wordt geïnitieerd door een lokale NGO (Non<br />

Governmental Organisation), dit projectvoorstel wordt dan gefinancierd door donoren<br />

waaronder SCN. Dit is een typische manier van NGO werken. SCN levert dus kennis en de<br />

benodigde subsidies voor het project. Op een gegeven moment stopt deze subsidie, door<br />

lokale productie van de CooKits moet het project dan zelfvoorzienend worden. Hierbij moet<br />

de NGO van project-denken naar ondernemers-denken getransformeerd worden, wat<br />

volgens Crietee niet meevalt.<br />

SCN staat verder los van deze lokale productie en participeert niet in deze bedrijvigheid. Zij<br />

voorzien in kennisoverdracht en financiering door fondsen en donaties. Bij SCN zijn alleen<br />

onbetaalde vrijwilligerswerkers in dienst. Voor de verdere toekomst en continuïteit ziet<br />

Crietee wel dat dit waarschijnlijk gaat veranderen naar een volledig kennis instituut voor<br />

koken op zonne-energie, waarbij de kennis van SCN kan worden ingehuurd.<br />

De belangrijkste doelstelling is armoede reductie door besparing in kosten van brandhout.<br />

Daarnaast is het tegengaan van kindersterfte door pasteurisatie van water belangrijk. Het<br />

milieu aspect komt daar in tegen beter over in de Westerse wereld, aldus Crietee.<br />

CO2 reductie en het verkrijgen van gelden voor deze activiteiten is een lastige<br />

bureaucratische activiteit. Vanwege het feit dat van deze gelden het merendeel achter blijft in<br />

de Westerse landen heeft SCN dit een lagere prioriteit gegeven.<br />

In Ethiopië wordt samengewerkt met HoA-REC om te komen tot een project met een<br />

omvang 3 á 4 productiecentra en uiteindelijk zullen 10.000 gezinnen geholpen worden in dit<br />

project. In vergelijk met Oeganda zijn dit momenteel 4500 gezinnen ten opzichte van<br />

Ethiopië waar in het pilot project ongeveer 1000 gezinnen geholpen zijn.<br />

Een CooKit kost ongeveer 10 Euro en is in de vorm van microfinanciering voor de<br />

allerarmsten bereikbaar. In 3 tot 4 maanden is door besparing van kosten in hout de CooKit<br />

terugverdiend. Deze manier van denken vergt een enorme cultuuromslag, waarvoor<br />

trainingen gegeven worden.<br />

Armoede reductie vindt niet snel plaats en de productiecentra kunnen dan ook zeker voor<br />

tien jaar een goed economisch rendement halen, aldus Crietee. De productie is relatief<br />

goedkoop, materialen als karton, de aluminium pan en schoolbordenverf is lokaal<br />

42


verkrijgbaar. Het aluminiumfolie wordt gratis geleverd door een Nederlandse fabrikant die<br />

zijn afgekeurde rollen aanbiedt bij SCN. SCN verleent daarnaast aan deze productiecentra<br />

voor drie tot vier jaar subsidie, waarover zij geen commercieel rente percentage heffen.<br />

Hierna moeten deze ondernemingen volledig onafhankelijk draaien.<br />

4.9 Oilea<br />

Op het moment van schrijven van dit rapport is Oilea aan beland in de eerste test met<br />

Europese olijfbomen in Ethiopië. Deze test is samen opgezet met TNO, hiervoor zijn<br />

innovatie vouchers aangevraagd bij Senter Novem ter waarde van 20.000Euro. TNO heeft bij<br />

dit budget 20.000Euro gedoneerd ten behoeve van hun onderzoek naar ‘water retention’ met<br />

Rockwool in droge gebieden voor bomen aanplant. Naast een project met Mango bomen in<br />

India heeft TNO toegestemd om ook samen met Oilea in Ethiopië de mogelijkheden met<br />

olijfbomen met deze techniek te onderzoeken.<br />

In de inleiding is al aangeven hoe Oilea is ontstaan bij het verlaten van Unilever. In een jaar<br />

is veel gelobbyd om een partner te vinden voor de aanvraag van een PSI subsidie van de<br />

Nederlandse overheid. Omdat Oilea een startende onderneming is kan zij de aanvraag niet<br />

doen. Tevens dient 50% van de aangevraagde subsidie door eigen middelen worden<br />

ingebracht. Contacten zijn destijds gelegd met BusinessMinds, die ook een mango plantage<br />

hebben in Ethiopië. Zij waren zeer geïnteresseerd om samen met Oilea een PSI aanvraag te<br />

doen en te participeren in het olijfbomen project.<br />

Vanwege de onzekerheden of een Europese boom ook echt wil getijen en vruchtdragend zal<br />

zijn in Ethiopië is BusinessMinds nu in het project afgehaakt. Oilea heeft met zijn Ethiopische<br />

partner nu zelf de eerste testfase van 200 Europese olijfbomen gefinancierd. Wanneer deze<br />

bomen aanslaan, dan zullen ze in juni 2010 moeten gaan bloeien. Vanaf dit stadium kan dan<br />

verder geplant worden en zal gezocht moeten worden naar andere financiering<br />

mogelijkheden. Dit zal geen probleem vormen, met de juiste boom is er een potentieel van<br />

2000ha in Ethiopië voor aanplant.<br />

In januari 2009 is een Joint Venture opgericht tussen Oilea en een Ethiopische partner AZ-<br />

Services. De nieuwe onderneming is WOIRA Oil Plc. Met een aandelenverdeling van 60/40<br />

tussen Oilea en AZ-Services. De Ethiopische partner is erg meegaand in het project,<br />

vanwege het feit om de arme boeren in het Noorden van Ethiopië (Tigray regio) te helpen uit<br />

deze situatie. Van oorsprong komt Teklehaimanot uit Tigray en hij heft samen met mij een<br />

sterk geloof dat juist de olijfboom een betere inkomenssituatie voor deze boeren kan creëren<br />

in het door droogte en bodemerosie geteisterde Tigray.<br />

Naast dit project loopt er nog een onderzoek naar het potentieel van de olie uit wilde olijven.<br />

In het Noorden van Ethiopië komt deze boom in grote getallen voor en zou een potentieel<br />

kunnen vormen als inkomstenstroom. Hiervoor wordt in december een proefpersing gedaan<br />

in Italië, waarvoor 100kg olijven vanuit Ethiopië zullen worden getransporteerd naar Italië.<br />

Door Italiaanse specialisten wordt het potentieel van deze wilde soort gezien als uniek<br />

uitgangspunt voor Ethiopische olijfolie. De menging van deze soort met Europese varianten<br />

zou een superieure smaak kunnen garanderen. Deze stappen zijn dus momenteel allemaal<br />

nog in onderzoek.<br />

WOIRA Oil Plc. doet dus op dit moment onderzoek naar de mogelijkheden in olijfolie<br />

productie in Ethiopië. Dit zouden ze niet doen als ze hier geen geloof in zouden hebben. Met<br />

een Italiaanse specialist is het gebied bezocht en op basis van klimaat en grondanalyses zijn<br />

andere specialisten in Italië benaderd over de mogelijkheden. Vanwege de aangeleverde<br />

informatie zien zij niet waarom een Europese boom het niet zou doen in deze gebieden,<br />

maar de test is nodig voor de zekerheid.<br />

43


Dit heeft dus allemaal even tijd nodig. Daarnaast wordt hard gewerkt aan het afmaken van<br />

het businessplan, waar een marktanalyse voor olijfolie in Ethiopië een belangrijk deel uit<br />

maakt. Oilea heeft hiervoor een consultant, die via een subsidie van IntEnt wordt betaald in<br />

dit project. Dit businessplan zal uiteindelijk moeten bijdragen om de financiering voor WOIRA<br />

Oil Plc. rond te krijgen.<br />

In het test project zijn 20 vrouwen werkzaam, die de 200 bomen water geven en<br />

onderhouden, daarnaast zijn er 4 bewakers in dienst. Dit geeft het potentieel aan van het<br />

gebied in werkgelegenheid als het lukt om 1000-2000ha aan te planten.<br />

De olijfboom is waarschijnlijk de enige boom die in dit gebied op grote schaal geplant kan<br />

worden, omdat deze boom juist prima tegen de droogte kan. De techniek van TNO met<br />

Rockwool zou mee kunnen helpen o ook de zeer moeilijke steenachtige gronden aan te<br />

planten. Deze techniek bidet een prima alternatief voor irrigatie, wat in deze gebieden juist<br />

onhaalbaar is. Met de olijfboom kan een duurzame inkomstenstroom voor de boeren<br />

gecreëerd worden. Daarnaast zal dit meer luchtvochtigheid aan het gebied brengen en<br />

potentieel voor andere gewassen bieden. De olijfboom levert vruchten en snoeihout aan de<br />

boeren, dit garandeert dat deze boom niet zal worden gekapt voor puur het hout en hierdoor<br />

wordt de ontbossing in dit gebied tegengegaan op een duurzame manier.<br />

Het project heeft een duidelijke sociale inslag, maar zal uiteindelijk winstgevend moeten zijn<br />

voor de duurzaamheid. Zonder serieus business potentieel heeft het geen kans van slagen.<br />

Op dit moment zullen drie stappen ontwikkeld dienen te worden. Ten eerste de test met de<br />

200 bomen. Is dit succesvol dan biedt Rockwool een methode om grote gebieden aan te<br />

planten. Ten tweede het potentieel van de wilde olijven. En ten derde het ontwikkelen van de<br />

olijfolie markt in Ethiopië. Hier wordt nu hard aan gewerkt en Ethiopië kan de kans bieden<br />

voor een winstgevende olijfolie business.<br />

Ethiopië is gekozen, omdat juist hier een potentieel ligt van olijfbomen plantages. De grond is<br />

voorradig, het klimaat is waarschijnlijk geschikt, de wilde olijfboom komt in grote getallen<br />

voor en Ethiopië is gewend aan de Italiaanse keuken, maar de geïmporteerde olijfolie is veel<br />

te duur. Deze punten geven de redenen om juist in Ethiopië dit soort bedrijvigheid op te<br />

zetten.<br />

4.10 Samenvatting resultaten<br />

Tradin en Trabocca zijn ondernemingen, die de kans van een product wat in Ethiopië al<br />

voorradig is als sesamzaad en koffie door betere teelt, economisch rendabel in de markt<br />

zetten bij reeds bestaande klanten in hun distributieketen.<br />

Tradin heeft in Ethiopië 1500 boeren die werken in de organische sesamzaad productie. De<br />

oogst van sesamzaad is handwerk en wordt voornamelijk door vrouwen uitgevoerd. Samen<br />

met de wereldbank is er nu een aanvraag om meer boeren te trainen en bij Cordaid ligt een<br />

verzoek voor financiering van de coöperaties waardoor boeren onder andere tractoren<br />

kunnen kopen. Tradin draagt zelf niet bij aan deze financieringen, maar het bedrijf creëert<br />

wel de afzetmarkt voor deze boeren. Gerard Versteegh ziet zichzelf niet als een<br />

ontwikkelingshulpverlener. Als het goed gaat met het bedrijf profiteert uiteindelijk de gehele<br />

gemeenschap hiervan. De markt waar Tradin zich in begeeft is organische teelt, wanneer dit<br />

in Ethiopië met sesamzaad niet mogelijk was geweest was Tradin niet begonnen.<br />

Trabocca werkt samen met coöperaties in de vorm van Unions. Hierdoor worden vele boeren<br />

bereikt op dit moment zijn dat 45.000. Trabocca produceert op een organische manier koffie<br />

in Ethiopië wat een betere smaak genereert. De klanten van Trabocca zitten in het hogere<br />

segment en verwachten alleen top kwaliteit, wat door organische teelt geborgd is. Menno<br />

Simons is daarnaast bezig met het opzetten van een schooltje, hiervoor wil hij een eigen<br />

44


stichting starten zonder bemoeienis van NGO’s. Voor hem is het een kwestie van gewoon<br />

doen, maar dan wel grootschalig, dus niet één kopieer- of faxmachine sturen.<br />

Van der Kooy Pijnacker en Oilea zijn pioniers in het opzetten van iets nieuws in een<br />

ontwikkelingsland. Aantonen dat dit kan en uiteindelijk winstgevend kan zijn. Investeringen<br />

voor de rendementen in de toekomst. Door de grootschaligheid van Ethiopië, is het juist hier<br />

mogelijk om Jatropha of olijfbomen te telen. Het gaat nu om pilot projecten om de werking<br />

aan te tonen.<br />

Van der Kooy is nog niet van start maar voor De Jong is het belangrijkste dat Jatropha niet in<br />

competitie mag zijn met de voedselketen. Ethiopië biedt deze mogelijkheid om de productie<br />

op deze manier op te zetten. Jatropha productie zal vele mensen aan het werk helpen, ook<br />

omdat de oogst vooral handwerk is. De Jong schat dat 300 mensen in dienst worden<br />

genomen. Voor de eerste 200ha, wat wordt uitgebreid tot een capaciteit van 50.000ha.<br />

Verder vindt hij het ook belangrijk om aan de gemeenschap bij te dragen in het bouwen van<br />

een school. Dit schaft ook een voorziening voor de kinderen van de vrouwelijke werknemers.<br />

Een ander punt is dat ook zonder de EVD subsidie Van Der Kooy dit project was gestart.<br />

Oilea heeft dit moment een kleine plantage aangelegd, waarop nu 25 mensen in dienst zijn .<br />

Dit zijn 20 vrouwen die de bomen water geven, 4 mannelijke bewakers en één man die de<br />

metingen verricht aan de bomen. Voor de toekomst zullen vele mensen in dienst komen,<br />

maar ook zeker de bijdrage tot klimaatverandering hoort tot de missie van Oilea.<br />

Holland Car en Linssen Roses zijn deze bovengenoemde pioniersfase al voorbij. Zij hebben<br />

aangetoond dat het creëren van totaal nieuwe bedrijvigheid in Ethiopië mogelijk is. Voor<br />

Holland Car geldt dat de lokale markt deze kans mogelijk maakte door de hoge importprijzen<br />

op auto’s. En voor Linssen Roses is Ethiopië interessant omdat het hier juist mogelijk is om<br />

zijn bedrijf te laten groeien, wat in Nederland geen toegevoegde waarde meer gaf.<br />

Bij Holland Car zijn de mensen lokaal aangenomen en getraind, momenteel zijn er 150<br />

mensen in dienst. Sociaal gezien draagt de onderneming bij aan economische welvaart,<br />

aldus Wim Guns. Er zijn verder geen activiteiten in het opzetten van scholen of dergelijke.<br />

Wel heeft Guns een passie voor het opzetten van bedrijvigheid in ontwikkelingslanden om zo<br />

economisch bij te dragen in vooruitgang.<br />

Linssen Roses heeft inmiddels de school in Addis Alem opgeknapt en werkt samen met het<br />

lokale gezondheidsinstituut. Er is besloten om een nieuw gezondheidsinstituut te bouwen.<br />

Tevens hebben ze een sponsorschap toegezegd voor de bouw van een voetbalstadion in<br />

Addis Alem. Bij Linssen Roses zijn 1000 mensen in dienst waarvan 80% vrouw is. Ook<br />

leidinggevende functies worden door vrouwen uitgevoerd. Peter Linssen is van mening,<br />

wanneer de business goed draait en er wordt winst gemaakt, automatisch de gemeenschap<br />

profiteert van de bedrijvigheid. Je hebt het hier ten slotte met de mensen gecreëerd, aldus<br />

Linssen. Alle mensen bij Linssen Roses Ethiopië zijn lokaal aangenomen en intern getraind.<br />

Voor deze traditionele ondernemingen is winstgevendheid een belangrijke drive om<br />

ondernemerschap te starten in Ethiopië. Aangezien Van der Kooy en Oilea nog in de pilot<br />

zitten, dragen zij momenteel een meer sociale missie, maar voor beide ondernemers geldt<br />

wel, dat het uiteindelijke plan winstgevend moet zijn, anders zullen zij stoppen.<br />

45<br />

• Voor Tradin geldt dat de activiteiten in Ethiopië 7% van de totale omzet van 94<br />

miljoen Euro.<br />

• Voor Trabocca is een investering van 800 kEuro gedaan en bepaald Ethiopië 90%<br />

van de omzet en de totale omzet van Trabocca was 9 miljoen Euro


• Linssen Roses realiseert 75% van de totale omzet uit Ethiopië. De investering was<br />

1,4 miljoen Euro.<br />

• De totale investering van Holland Car was 510.000 Euro. Trento heeft met Guns 50%<br />

van de aandelen in Holland Car.<br />

• Van der Kooy Pijnacker denkt 3 tot 4% van de totale omzet met het Jatropha project<br />

in Ethiopië te realiseren. Momenteel is er nog niets geïnvesteerd, afgezien van kleine<br />

kosten in onderzoek, reis en verblijfkosten.<br />

• Oilea heeft inmiddels 200 olijfbomen aangeplant als een onderzoekproject. Samen<br />

met TNO is er nu inmiddels 60.000Euro geïnvesteerd. Hier is nog geen rendement<br />

op, maar de in de toekomst moet dit winstgevend zijn.<br />

F&S en Cordaid hebben als missie om de armoede te bestrijden. Zij komen beide voort uit<br />

NGO’s. Waar F&S een nieuw bedrijf is met ICCO als 100% aandeelhouder, zijn de financiële<br />

activiteiten van Cordaid nog binnen deze NGO. Door het verstrekken van financieringen<br />

wordt de economische welvaart groter, dit is voor Cordaid de belangrijkste drijfveer.<br />

Cordaid heeft winstgevendheid niet als hoofddoel, hun financiële geld verstrekken moeten<br />

bijdragen aan de sociale programma’s binnen Cordaid. Wel is het zo dat op de leningen een<br />

rente percentage geheven wordt en ook dat de ondernemingen die voor een lening in<br />

aanmerking komen een winstdoelstelling en daarbij winstgevend moeten zijn. Zo zal Cordaid<br />

geen financieringen verstrekken aan ondernemers waar de winstgevendheid niet goed<br />

genoeg is in het business plan.<br />

Cordaid voorziet met de financieringsafdeling in twee gebieden: microfinancieringsinstituten<br />

(MFI’s) en kleine ondernemers. Hoeveel mensen nu worden bereikt met de MFI’s is moeilijk<br />

te zeggen, wel wordt er alleen gewerkt met MFI’s die aan de richtlijnen voldoen van de<br />

sociale missie. Voor kleine ondernemers geldt dat vooral bedrijven zoals Tradin de markt<br />

voor deze ondernemingen creëert. Cordaid financiert dan deze boeren ondernemingen om<br />

tot een betere bedrijfsvoering te komen. Vooral het bereiken van vele boeren is belangrijk in<br />

de doelstelling.<br />

Het business model van F&S richt zich in de huidige situatie op de creatie van<br />

samenwerkingsnetwerken tussen verschillende instituten en bedrijven en in de toekomst ook<br />

voor financieringsactiviteiten in deelname in ‘equity’ in bedrijven. Door het creëren van de<br />

samenwerkingsverbanden en de daarbij verleende diensten wordt economische waarde voor<br />

F&S gecreëerd. Het hoofddoel is om de bedrijvigheid in de agrarische sector in Ethiopië<br />

hiermee te verbeteren. De winst is dan ook bedoeld voor groei en continuïteit van de<br />

bedrijfsvoering.<br />

F&S vormt de brug in netwerken tussen kennis (consultancy) en bedrijven. De sociale missie<br />

zit dus in samenwerkingsverbanden. De onderneming is momenteel nog in de start fase en<br />

het is dus nu nog moeilijk te zeggen hoeveel de sociale bijdrage is.<br />

Beide hebben als hoofddoel om een sociaal probleem aan te pakken. Zowel voor Cordaid als<br />

F&S is winst niet het hoofddoel, maar wel belangrijk voor de continuïteit van de<br />

bedrijfsvoering.<br />

• Cordaid heeft een budget van 1 miljoen Euro voor Ethiopië in de financieringsafdeling<br />

per lening wordt gemiddeld 6,5% jaar rente geheven. Dit berekenend over een<br />

periode van vijf jaar uitgaande dat iedere vijf jaar 1 miljoen Euro wordt uitgezet met<br />

een looptijd van vijf jaar is het rendement gemiddeld 715.000 Euro.<br />

46


47<br />

• F&S verdient zijn geld met het verkopen van uren dienstverlening. Als startkapitaal is<br />

er ongeveer 120.000 Euro nodig voor het eerste jaar. De financieringsactiviteiten zijn<br />

nog niet actief, maar dit is gebudgetteerd op 1 miljoen Euro.<br />

Solar Cooking Nederland (SCN) is een stichting die zich geheel richt op armoedebestrijding<br />

en het ontbossingprobleem. Dit is een pure vorm van sociaal ondernemerschap (Martin &<br />

Osberg, 2007). Hier wordt getracht om een nieuw evenwicht te creëren, door te koken met<br />

zonnewarmte in plaats van hout. Deze innovatie kan een doorbraak vormen in de zeer arme<br />

gebieden.<br />

Het hoofddoel van SCN is armoedebestrijding. Door het koken op zonne-energie wordt er<br />

bespaard op de aankoop van hout dat de economische situatie van de gezinnen verbeterd.<br />

Daarnaast is het gezondheidsaspect van belang, door gepasteuriseerd water te produceren<br />

met de CooKit wordt kindersterfte verminderd. Het milieu aspect is een belangrijk punt voor<br />

de westerse wereld. In Ethiopië is het doel om 10.000 gezinnen te helpen met solar cooking.<br />

SCN heeft geen economische doelstelling, met fondsen en donaties worden de projecten via<br />

een donor systeem gesubsidieerd. Wel is het belangrijk dat de geïntegreerde solar cooking<br />

projecten uiteindelijk zelfvoorzienend zullen zijn door productie van de CooKit door lokale<br />

ondernemingen. Zelf ziet SCN zich in de toekomst bezig houden met het verlenen van<br />

kennis, waarbij ze door anderen kunnen worden ingehuurd. Dit zal de continuïteit van SCN<br />

creëren, waarbij het werven van fondsen en donor geld komt te vervallen. Nu wordt alleen<br />

gewerkt met vrijwilligers en zijn er geen economische rendementen.


5 Analyse<br />

Voor de analyse is een indeling gemaakt in economische- en sociale ondernemingen. Deze<br />

indeling is gebaseerd op het framework van Alter (2007) (figuur 2.3). De sociale<br />

ondernemingen komen van de non profit zijde en de economische ondernemingen van de for<br />

profit zijde.<br />

De economische ondernemingen zijn:<br />

• Tradin<br />

• Trabocca<br />

• Van der Kooy<br />

• Linssen rozen<br />

• Holland Car<br />

• Oilea<br />

De sociale ondernemingen zijn:<br />

• Cordaid<br />

• F&S<br />

• Solar Cooking<br />

5.1 Economische ondernemingen<br />

De economische ondernemers in Ethiopië zijn alle innovatieve ondernemers (Bessant &<br />

Tidd, 2007), gedreven door het creëren en veranderen van dingen. Institutioneel support<br />

wordt geleverd in de vorm van regeringssupport. De ondernemers zijn hoge ‘achievers’,<br />

stellen hoge kwaliteitseisen en willen aantonen dat het kan.<br />

• Economische opbrengsten<br />

Voor de economische ondernemingen geldt dat ze allemaal in de business cycli passen<br />

(figuur 2.5) (Hawawini & Viallet, 2007). Initieel kapitaal wordt gevormd door vreemd- en eigen<br />

vermogen aangevuld met subsidies. Hiermee worden de bedrijfsmiddelen aangeschaft<br />

waarmee door verkoop van de gerealiseerde producten winst wordt behaald, wat voor de<br />

continuïteit zorgt voor initieel kapitaal waarmee het bedrijf groeit. Voor opstartende bedrijven<br />

is dit nog niet aan de orde, maar is dit model wel de intentie in de bedrijfsvoering.<br />

• Sociale Opbrengsten<br />

De sociale opbrengsten zijn gespiegeld aan de Millennium Development Goals (MDG’s).<br />

Alle economische ondernemingen in de sample hebben subsidie gehad van de Nederlandse<br />

regering in de vorm van PSOM (PSI) verstrekt door de EVD of innovatie vouchers van<br />

Senter Novem. In de aanvraag voor PSOM moet ook een sociale bijdrage zitten. Vooral in<br />

het trainen en opleiden van de lokale bevolking maar ook hoeveel vrouwen in dienst worden<br />

genomen. Verder kunnen sociale bijdrages als het bouwen van scholen of<br />

gezondheidinstituten in de PSOM aanvraag worden meegenomen.<br />

Sociale opbrengsten zitten bij de economische ondernemingen in het aanstellen van<br />

personeel en opleiden, maar daarnaast zijn ook activiteiten gestart in het bouwen van<br />

scholen, gezondheidsinstituten en een sponsorschap voor de bouw van een voetbalstadion.<br />

De economische ondernemingen dragen door het investeren in ontwikkelingslanden bij aan<br />

doel 1 van de MDG’s in armoede en honger reductie door het creëren van banen. Hierbij<br />

worden in de meest gevallen scholen gebouwd voor lager onderwijs, wat doel 2 betreft.<br />

Veelal zijn er vrouwen in dienst genomen, die ook leidinggevende functies bekleden, dit is<br />

doel 3. Tevens wordt er bijgedragen aan de gezondheidzorg wat toekomt aan doel 4, 5, en 6<br />

(reductie kindersterfte, verbeteren geboortezorg, bestrijding HIV/AIDS en andere ziektes).<br />

Duurzame organische productie of planten van bomen in moeilijke landbouwgebieden<br />

48


dienen een duurzaam milieubeleid wat doel 7 is. Er wordt daarnaast samengewerkt met<br />

andere organisaties, personeel intern opgeleid, waardoor veel kennis overdracht plaatsvindt.<br />

Dit draagt bij aan doel 8. De economisch ondernemingen dragen dus gezamenlijk aan alle 8<br />

MDG’s bij.<br />

• Verhouding tussen economische- en sociale opbrengsten<br />

Door de economische doelstelling bij economische ondernemingen wordt te allen tijde<br />

sociale opbrengsten gecreëerd als bijeffect van de economische opbrengsten. Duurzaam<br />

ondernemen, waarbij de continuïteit van de onderneming voorop staat wordt gecreëerd door<br />

een gezonde cashflow. Hiervoor is een goede afzetmarkt nodig, maar zonder goed<br />

personeel is dit onmogelijk.<br />

De economische ondernemer is er dus bij gebaat om zijn personeel goed op te leiden en<br />

continuïteit voor de toekomst te creëren. Het oprichten van scholen en gezondheidsinstituten<br />

dragen bij aan goed personeel voor de toekomst. De omgeving waarin de economische<br />

onderneming gevestigd is, bepaalt de winstgevendheid van de bedrijfsvoering. Zonder de<br />

support van de gemeenschap was het allemaal niet mogelijk. Het is dan ook niet vreemd om<br />

bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van het gebied waarin men werkzaam is.<br />

Door winstgevende bedrijvigheid te creëren in een ontwikkelingsland, wordt er in het gebied<br />

waar deze onderneming gevestigd is als effect van ondernemerschap bijgedragen aan alle 8<br />

MDG’s. Zonder economische opbrengsten is dit niet mogelijk, omdat de onderneming dan<br />

geen bestaansrecht heeft.<br />

De verhouding tussen economische- en sociale opbrengsten bij economisch<br />

ondernemerschap is dus dat het hoofddoel winst als bijeffect alle sociale doelen dient in de<br />

gemeenschap waar de onderneming gevestigd is.<br />

5.2 Sociale ondernemingen<br />

Voor sociale ondernemingen geldt dat ze een sociaal doel nasteven als uitgangspunt van de<br />

onderneming. De focus ligt dan op lange termijn duurzame verandering en men is minder<br />

bezorgd over onafhankelijkheid en rijkdom. Door netwerken worden de middelen tot stand<br />

gebracht om de uitvoering mogelijk te maken (Bessant & Tidd, 2007).<br />

• Economische opbrengsten<br />

De sociale ondernemingen volgen ook het model van Hawawini & Viallet (2007) (figuur 2.5),<br />

hoewel de winst niet altijd als belangrijkste wordt gevonden, wordt er wel voor gekozen dat<br />

de ondernemers; kleine zelfstandigers die geholpen worden met financiering of kennis,<br />

uiteindelijk winst gaan behalen. Hierop wordt geselecteerd, anders kan de verstrekte lening<br />

nooit terug worden betaald. Het uiteindelijke rendement vloeit terug naar andere sociale<br />

programma’s om ook de continuïteit te garanderen en de groei van de huidige<br />

bedrijfsvoering.<br />

• Sociale Opbrengsten<br />

De sociale ondernemingen dienen meestal één sociaal hoofddoel. Voorop staat hierbij<br />

meestal doel 1 van de MDG’s armoede reductie.<br />

De sociale ondernemingen werken samen met de economische ondernemingen in het<br />

creëren van netwerken en partnerschap (doel 8). Daarbij stimuleren ze het<br />

ondernemerschap en kleine boeren in financieringen, hiermee wordt armoede en honger<br />

bestreden door economische ontwikkeling (doel 1). Andere doelstellingen zullen zeker<br />

aanwezig zijn binnen de NGO’s, maar worden niet gediend door deze ondernemingen direct.<br />

Indirect zullen er geld, (financiële middelen) van dit ondernemerschap naar deze<br />

49


programma’s vloeien. De sociale ondernemingen focussen dus vooral op één sociaal<br />

probleem en dragen hieraan bij als sociale opbrengst.<br />

Het koken op zonne-energie heeft tot voordeel dat bespaard wordt op de aanschaf van hout,<br />

hiermee wordt armoede bestreden (goal 1). Tevens draagt de stimulering van lokaal<br />

ondernemerschap voor de productie van de CooKit bij tot goal 1. Pasteurisatie van water<br />

door de CooKit voorkomt kindersterfte (goal 4). En vermindering van ontbossing draagt bij tot<br />

goal 7. Deze twee laatste effecten zijn bijeffecten van het geleverde vervangingsproduct met<br />

als hoofddoelstelling armoede reductie.<br />

• Verhouding tussen economische- en sociale opbrengsten<br />

Door de sociale doelstelling bij sociale ondernemingen wordt als bijeffect economische<br />

opbrengsten behaald. Dit is niet het hoofddoel, maar draagt wel degelijk bij tot de continuïteit<br />

van de onderneming en het realiseren van meerdere sociale doelen naast het hoofddoel.<br />

Door een sociaal probleem aan te pakken met een vorm van ondernemerschap wordt er<br />

automatisch een cashflow gegenereerd. Het één dient dus het ander.<br />

Een andere vorm van economische opbrengsten is de rol van overheidsubsidies en het<br />

werven van fondsen. De sociale doelstelling wordt ingezet om zoveel mogelijk geld binnen te<br />

halen om de doelstelling te bereiken. De uiteindelijke sociale opbrengsten zorgen ervoor dat<br />

er meer economische opbrengsten in de vorm van subsidie of fondsen binnen kunnen<br />

komen, door bijvoorbeeld het aanzien en volwassenheid van de sociale onderneming.<br />

5.3 Samenvatting analyse<br />

Om nu een oordeel te geven over de verhouding tussen sociaal- en economisch<br />

ondernemerschap in sociale- en economische opbrengsten is het wel duidelijk geworden dat<br />

economisch ondernemerschap een grote sociale bijdrage levert. Dit kan alleen gerealiseerd<br />

worden als er winsten gehaald worden. Het ontwikkelingsland geeft hier alle mogelijkheden<br />

toe en dan is het logisch dat de gemeenschap hiervan profiteert.<br />

Om een schets te geven van de verhouding dan is de traditionele ondernemer markt gericht<br />

en is het primaire doel winst behalen. Maar dit doe je niet alleen, deze bedrijvigheid vindt<br />

plaats in het ecosysteem waar men werkzaam is. De gemeenschap in dit ecosysteem<br />

profiteert dus mee van de goede bedrijfsvoering, waardoor welvaart en voorzieningen<br />

terugstromen naar deze gemeenschap. De sociale opbrengsten bij de traditionele<br />

onderneming kunnen gezien worden als bij producten van verdienstelijk ondernemerschap.<br />

“Het één volgt uit het ander en je gaat niet tegen de wind inzeilen”, aldus Versteegh van<br />

Tradin.<br />

Voor sociaal ondernemerschap geldt dat het primaire doel het sociale probleem is. Er wordt<br />

dan ook primair één sociale doelstelling aangepakt. In het kader van financieringen en het<br />

leveren voor een alternatief van koken op hout is dit armoede reductie, en bij matchmaking<br />

en kennisnetwerken opzetten is dit netwerk en partnerschap ontwikkeling. Automatisch vloeit<br />

er uit deze activiteiten economische opbrengsten, door rentepercentage die op de leningen<br />

worden geheven of uurtarieven voor de verleende diensten en lokale productie en verkoop<br />

van kooktoestellen. Deze economische opbrengsten vloeien terug om de continuïteit en/of<br />

groei van de bedrijvigheid te realiseren. Maar ook naar andere programma’s binnen de NGO<br />

waar deze onderneming deel vanuit maakt om ander sociale doelen te behartigen.<br />

Economische opbrengsten dragen bij aan alle MDG’s in de gemeenschap waar de<br />

economische onderneming gevestigd is. De aanpak van één sociale doelstelling door sociale<br />

ondernemingen draagt bij tot economische opbrengsten, waardoor meer sociale<br />

opbrengsten gegenereerd worden.<br />

50


In een framework weergegeven zien de resultaten er op deze manier uit:<br />

Figuur 5.1: Verhouding tussen sociale- en economische opbrengsten bij sociaal- en economisch ondernemerschap in<br />

een ontwikkelingsland.<br />

Economische ondernemingen dragen vanuit hun economische opbrengsten bij aan<br />

meerdere sociale opbrengsten (MDG’s). Dit gebeurd in de kleine gemeenschap waar ze<br />

actief zijn. Deze sociale opbrengsten zorgen dan ook voor de continuïteit van de<br />

bedrijfsvoering op korte en lange termijn. Waar je veel vrouwen aan het werk hebt zul je zorg<br />

moeten dragen voor de kinderen, dus zorg je voor een school of verbetering van de<br />

bestaande scholen. Tevens zorgt opleiding van de jonge generatie voor goed opgeleide<br />

potentiële werknemers voor de toekomst.<br />

Het belang van gezonde werknemers is ook voor de continuïteit belangrijk, een goede<br />

gezondheidzorg draagt hier dus aan bij. Opleiding en doorgroei van werknemers zorgt voor<br />

betere producten en efficiëntie van de bedrijfsvoering. Ontspanning als sporten kan ook een<br />

bijdrage leveren in meer gezonde en gemotiveerde werknemers. De sponsoring van een<br />

voetbalstadion past dan ook in de bedrijfsvoering.<br />

Economisch ondernemerschap creëert op de eerste plaats economische opbrengsten, maar<br />

om dit te continueren en te groeien is het noodzakelijk om de gemeenschap waar men de<br />

bedrijvigheid uitvoert in sociale opbrengsten te laten profiteren. Dit zijn dus kleine<br />

gemeenschappen in een dorp of kleine stad.<br />

Sociale ondernemingen hebben als doelstelling om een sociaal probleem grootschalig aan te<br />

pakken en zijn dan ook veelal in meerdere landen actief. Het probleem en de daarbij<br />

horende sociale opbrengsten worden dus landelijk gespiegeld aan een mondiaal probleem.<br />

Door ondernemerschap te creëren in de sociale doelstelling worden er economische<br />

opbrengsten behaald, die bijdragen in de continuïteit en gebruikt worden voor meerdere<br />

sociale opbrengsten (doelen).<br />

Ten opzichte van economisch ondernemerschap creëert sociaal ondernemerschap sociale<br />

opbrengsten op landelijke en mondiale schaal, en zijn de sociale opbrengsten van de<br />

economische onderneming op kleine gemeenschapsschaal ten behoeve van de continuïteit<br />

van de economische opbrengsten.<br />

51<br />

SOCIAAL<br />

ONDERNEMERSCHAP<br />

Economische<br />

Opbrengsten<br />

Sociale<br />

Opbrengsten<br />

ECONOMISCH<br />

ONDERNEMERSCHAP<br />

MDG MDG MDG MDG MDG MDG<br />

MDG MDG


6 Discussie theorie<br />

Voor de economische ondernemingen geldt in alle gevallen de mate van<br />

doorzettingsvermogen, alle projecten hebben een lange looptijd, lange termijn visie. Daarbij<br />

zijn ze allemaal marktgericht en ze moeten winstgevend zijn voor de continuïteit. In de<br />

literatuur wordt het doorzettingsvermogen en lange termijn visie vooral toegeschreven aan<br />

de sociale ondernemers. Maar ook zeker geldt voor deze economische ondernemingen dat<br />

je een lange termijn visie en veel doorzettingsvermogen nodig hebt om een onderneming te<br />

starten in een ontwikkelingsland.<br />

Alle economische ondernemingen hebben sociale activiteiten ondernomen al dan niet<br />

gestimuleerd door PSOM (PSI) subsidie van de Nederlandse regering. Hoofdzakelijk is de<br />

gedachte dat de sociale activiteiten vanzelfsprekend zijn voor de continuïteit van de<br />

onderneming, maar om hier iets in te beteken moet er eerst wel geld worden verdiend. Dit is<br />

dus duurzaam ondernemen (Alter, 2007). De sociale activiteiten treden op als bijeffect van<br />

de economische opbrengsten in de kleine gemeenschap waar de onderneming actief is. Het<br />

vormt eigenlijk secundaire arbeidsvoorwaarden voor het personeel, als kinderopvang,<br />

gezondheidzorg, opleiding en ontspanning.<br />

Ook milieuaspecten als organisch telen en niet in competitie produceren met de<br />

voedselketen van biobrandstof gewassen, behoort tot de MDG’s. Deze doelen zijn in dit<br />

onderzoek gesteld als sociale opbrengsten. Doel 7 (zekerstellen van duurzaam milieubeleid)<br />

is bediscussieerbaar, omdat dit valt onder de noemer ‘sustainability’ en bijdraagt tot de<br />

‘planet’ en dus niet zozeer tot ‘people’ als sociale bijdrage. Toch worden ze vaak onder één<br />

noemer geplaatst als men spreekt over sociaal ondernemerschap. Elkington & Hartigan<br />

(2008) plaats beide ondernemers onder ‘unreasonable people’, maar benoemt ze beide als<br />

sociaal ondernemers.<br />

Deze milieuaspecten worden bij de economische ondernemingen bepaald door de markt die<br />

zij bedienen en hier gaat het dus om de winst die behaald wordt door op deze manier te<br />

produceren. De projecten van Jatropha- en olijfbomen worden door de ondernemers wel<br />

eerst kleinschalig getest om zo niet het milieu te belasten met iets wat voor de toekomst niet<br />

rendabel blijkt te zijn.<br />

De sociale ondernemingen zorgen voor de financiële middelen of kennisnetwerken om de<br />

lokale ondernemers, voornamelijk kleine boeren en producenten te bedienen, zodat deze<br />

beter kunnen produceren, waarbij de markt gecreëerd is door economische ondernemingen.<br />

Hier is dus een win/win van een sociaal probleem. Netwerken en middelen worden<br />

gebundeld om het sociale probleem aan te pakken, dit vindt plaats in het ecosysteem<br />

waarbinnen men zich bevindt (Light, 2008). Light (2008) plaats in zijn framework ‘a final logic<br />

chain of social entrepreneurship’ de sociale ondernemingen in de ‘logic chain’ en de<br />

economische onderneming bevindt zich in het ecosysteem van deze sociale onderneming.<br />

Men kan zich afvragen of de ‘logic chain’ niet geldt voor beide vormen van<br />

ondernemerschap, dus kan de economische onderneming zich ook niet bevinden in deze<br />

‘logic chain’, waarbij de sociale onderneming zich in het ecosysteem bevindt.<br />

Voor de definitie van sociaal ondernemerschap (Martin & Osberg, 2007) wordt de nadruk<br />

gelegd op het creëren van een nieuw sociaal evenwicht als pure vorm van sociaal<br />

ondernemerschap. Op basis van de bestudeerde casestudies kan gesteld worden dat de<br />

onderzochte sociale ondernemingen wel degelijk een sociaal probleem aan pakken, maar dit<br />

doen met kennis bijvoorbeeld ontstaan op de ideeën van Yunus in de microfinancieringen.<br />

Hierbij verschuiven deze ondernemingen in het framework van Martin & Osberg (2007) naar<br />

de ‘sociaal service provision’, wat volgens hen geen pure vorm van sociaal<br />

ondernemerschap is.<br />

52


Wanneer we de twee Werelden van sociaal- en economisch ondernemerschap samen<br />

pakken, dan is de theorie van Alter (2007), relevant en toepasbaar op de onderzochte case<br />

studies. Waar Alter (2007) stopt met de vorming van een duurzaam evenwicht, blijkt uit de<br />

bestudeerde cases dat dit verder gaat. De tendens is dat de non-profit juist gaat<br />

samenwerken met de for-profit in het grensvalk van duurzaam evenwicht. Door boeren te<br />

voorzien van betere productiemiddelen door de non-profit zijde, levert de for-profit zijde de<br />

markt waaraan de boeren kunnen leveren. Hierdoor krijgt de for-profit betere producten en<br />

haalt waarschijnlijk meer winst, maar ook de boeren profiteren door een gegarandeerde<br />

afzetmarkt.<br />

Waar de economische ondernemingen bijdragen vanuit hun cashflow naar de gemeenschap,<br />

zijn er in de cases geen samenwerkingsverbanden met non-profit in het opzetten van<br />

bijvoorbeeld schooltjes of gezondheidsklinieken. Deze activiteiten vormen voor de<br />

economische onderneming wel een duurzaam evenwicht (Alter, 2007), en maken daarbij<br />

deel uit van de continuïteit van de onderneming. “Waar de mensen tevreden zijn, zie je dat<br />

terug in betere bedrijfsvoering”, aldus Linssen. Kennis vanuit de non-profit zijde in deze<br />

activiteiten zou waarschijnlijk kunnen worden toegepast om ook hierin synergie en win/win<br />

situaties te behalen.<br />

Ethiopië als ontwikkelingsland biedt rendabele vormen van economisch ondernemerschap.<br />

Waar groei in Nederland van activiteiten economisch niets meer toevoegt aan de<br />

bedrijfswinsten is dit in een ontwikkelingsland wel haalbaar. Daarnaast zijn er niche markten,<br />

die een ontwikkelingsland kan bieden in grondstoffen, die elders niet te vinden zijn. Om deze<br />

activiteiten op een goede rendabele manier op te zetten, waarbij het vooral gaat om<br />

kennisoverdracht en betere productiemiddelen, zijn de winsten gegarandeerd als aan de<br />

marktvraag kan worden voldaan. Ook de lokale markt kan een potentiële afzetmarkt zijn om<br />

substituten te bieden voor schaarse of dure producten. Door de productie intern in het land<br />

op te zetten kan de lokale markt een zeer rendabele markt zijn, doordat import kosten en<br />

overzees maakkosten dan wegvallen.<br />

Door overheidssteun in de vorm van subsidies en belastingvoordelen voor investeerders in<br />

ontwikkelingslanden, worden de financiële risico’s verminderd. Tevens helpt dit mee om de<br />

risico’s op de lange termijn investeringen, die vaaks in een ontwikkelingsland noodzakelijk<br />

zijn om een nieuwe bedrijvigheid op te zetten, te verkleinen. Immers breakeven van de<br />

investering wordt door dit soort voorzieningen eerder bereikt.<br />

Deze overheidssteun kan juist de aanzet zijn om in een bepaald land geïnteresseerd te<br />

raken en de keus van het starten te maken. Deze steun helpt dus mee om in te zien dat een<br />

ontwikkelingsland vele kansen biedt om een rendabel bedrijf op te zetten, wat in lijn is met de<br />

theorie van Prahalad & Hart (2002). Hoewel dat zij hun theorie op multinational coöperaties<br />

focussen, geldt dit dus ook voor het midden en kleinbedrijf.<br />

De theorie van economisch (traditioneel) ondernemerschap (Bessant & Tidd, 2007) ten<br />

opzichte van sociaal ondernemerschap onderscheidt zich alleen in de doelstelling van de<br />

onderneming. De vraag dient zich aan of dit onderscheidt daadwerkelijk zo sterk gesteld<br />

moet worden. Waar economische ondernemingen als bijeffect in alle bestudeerde cases<br />

sociale opbrengsten hebben en de sociale ondernemingen leveren economische<br />

opbrengsten, dan zou ondernemerschap in een ontwikkelingsland kunnen volstaan als<br />

afbakening in de definitie. Dit is weergegeven in het framework van Alter (2007) (figuur 2.3),<br />

waar de sociale opbrengsten en economische opbrengsten de duurzaamheid van de<br />

onderneming borgt.<br />

53


7 Conclusie<br />

Uit de onderzochte case studies is getracht om de onderzoeksvraag: “Hoe verhouden<br />

sociaal- en economisch ondernemerschap in ontwikkelingslanden zich tot de sociale- en<br />

economische opbrengsten?” te beantwoorden.<br />

In dit exploratief onderzoek leveren case studies veel informatie op. Door data reductie van<br />

interview, samenvatting en analyse is gebleken dat vooral de economische ondernemingen<br />

tot de economische opbrengsten verhoudingsgewijs bijdragen aan<br />

gemeenschapsontwikkeling in het gebied waar ze werkzaam zijn. Zij bedienen dan al snel<br />

meerdere MDG’s. Sociale ondernemingen bedienen in de bestudeerde cases vooral één<br />

sociaal doel, dus één MDG. Door ondernemerschap te bewerkstelliging volgen hieruit<br />

economische opbrengsten, die voornamelijk worden gebruikt om het sociale doel te<br />

exploreren of om andere sociale doelen te financieren.<br />

De interviews hebben bijgedragen om de uiteindelijke doelstelling van de ondernemer te<br />

achterhalen. Het interviewen is een techniek op zich, mede de locatie van het interview<br />

bepaalt de verkregen informatie. Telefonische interviews worden toch vaak directer<br />

beantwoord, waardoor de ondernemer minder op eigen initiatief vertelt, wat waardevolle<br />

informatie kan bezitten. Ook het houden van een interview in een druk bezocht restaurant<br />

beperkt de informatie door achtergrond geluiden en tussendoor eten maakt het interview<br />

minder effectief. Het beste is dus om in een rustige kantooromgeving één op één het<br />

interview af te nemen.<br />

In een exploratief onderzoek op basis van casestudies bepaald het tijdsaspect de<br />

hoeveelheid van data die verzameld kan worden. Het onderzoeken van bepaalde cases en<br />

het daarbij interviewen van de ondernemer is een tijdrovende aangelegenheid. Naast<br />

interviews in Nederland zijn er interviews in Ethiopië afgenomen, dit is bepalend geweest<br />

voor het aantal cases wat bestudeerd is. In totaal negen case inclusief mijn eigen<br />

ondernemerschap in Ethiopië.<br />

In totaal zijn drie sociale ondernemingen en zes economische ondernemingen met elkaar<br />

vergeleken. Dit heeft een trend opgeleverd in de verhouding tussen economische- en sociale<br />

opbrengsten tussen deze twee verschillende vormen van ondernemerschap in een<br />

ontwikkelingsland als Ethiopië.<br />

De trend is dat economisch ondernemerschap als bijeffect een grote bijdrage levert aan de<br />

gemeenschapsontwikkeling waar deze onderneming actief is. Op kleine schaal wordt dan<br />

bijgedragen aan vele MDG’s. Sociale ondernemingen proberen veelal één MDG grootschalig<br />

aan te pakken en creëren hierbij een bepaalde inkomstenbron als er een tact van<br />

ondernemerschap wordt meegenomen. De tendens is dat juist de sociale ondernemingen<br />

meer moeten focussen op ondernemerschap om zo de afhankelijkheid van fondsen en giften<br />

te beperken.<br />

De case studies geven een limitatie in grote van de onderzochte populatie. Door het<br />

interviewen van de ondernemer is getracht om uit dit verhaal de intentie met de doelstelling<br />

van de onderneming te achterhalen en dit vervolgens te meten aan economische- en sociale<br />

opbrengsten. De interviews leveren veel meer informatie dan voor de onderzoeksvraag<br />

relevant is. De gekozen onderzoeksmethode met interviews is geen efficiënte methode,<br />

maar wel een effectieve methode om inzichten te verschaffen voor vervolgonderzoek. Per<br />

case is er veel data verzameld en de interviews zijn letterlijk uitgewerkt. Deze verhalen in de<br />

case studies dragen bij om voor een vervolgonderzoek kwantitatieve enquêtes te kunnen<br />

verrichten om zo te komen tot een populatie die statistisch betrouwbaar is. Dit geeft voor<br />

54


verder onderzoek de mogelijkheid om data-analyse op meerdere punten uit te voeren of<br />

eventueel de conclusie te wijzigen of aan te vullen door inzichten van andere onderzoeken.<br />

De eigen case is toegevoegd om zoveel mogelijk de bias uit te schakelen. Ik ben me er wel<br />

van degen bewust dat ik een vooroordeel heb richting ondernemerschap in een<br />

ontwikkelingsland door hier zelf op een bepaalde manier actief te zijn. Door de interviews<br />

zoveel mogelijk ongestructureerd te houden is getracht om de ondernemer zijn verhaal te<br />

laten doen, waarbij vooroordelen van de interviewer worden geminimaliseerd.<br />

Voor verder onderzoek kan de data gebruikt worden om triangulatie uit te voeren in een<br />

ander ontwikkelingsland. Of om vragen te genereren voor een kwantitatief onderzoek. Het<br />

zou bijvoorbeeld interessant zijn om te onderzoeken wat bijvoorbeeld de EVD (PSOM en<br />

PSI) subsidies bijdragen tot het BNP (Bruto Nationaal Product = GDP) in een<br />

ontwikkelingsland, door creatie van ondernemerschap. Dit zou kunnen worden afgespiegeld<br />

aan ontwikkelingslanden waar voornamelijk hulpverlening heeft plaats gevonden. Hiermee<br />

kan een aanvulling of bevestiging voor de gaande discussie worden gegeven of<br />

hulpverlening in Afrika daadwerkelijk de doelstellingen haalt. Dit in het kader van de<br />

onderzoeken van Moyo (2009) en Polman (2008).<br />

Voor de definitie van sociaal ondernemerschap vraag ik me in het kader van de resultaten af<br />

of dit zo sterk gestel moet worden op sociale fronten. Immers het economische<br />

ondernemerschap heeft vele sociale opbrengsten als bijeffect en sociaal ondernemerschap<br />

heeft economische opbrengsten nodig om de sociale doelen te halen. De vraag is dan ook of<br />

we het niet gewoon over ondernemerschap moeten hebben, in plaats van een onderscheid<br />

tussen economisch en sociaal te maken. De definitie van Martin & Osberg (2007) waarbij de<br />

focus op het creëren van een nieuw stabiele sociaal evenwicht ligt is te scherp gesteld,<br />

waardoor ondernemingen die met deze evenwichten verder gaan worden uitgesloten van<br />

hun definitie van sociaal ondernemerschap. Dus het gebruik van microfinancieringen wordt<br />

dan buiten hun definitie van sociaal ondernemer gesloten, waardoor sociaal<br />

ondernemerschap maar een kleine populatie wordt. Dit is volgens mij geen terechte stelling.<br />

Door het opnemen van de interviews en dit terug te luisteren voor de uitwerking heeft mij<br />

veel inzicht gegeven in mijzelf. Het afnemen van een goed interview is niet makkelijk, veelal<br />

betrap ik mijzelf erop dat ik inbreek in het gesprek wat tot gevolg heeft dat soms interessante<br />

stukken van de ondernemer niet worden meegenomen. Ook komt het voor dat het gegeven<br />

antwoord de vraag niet beantwoord en ik als interviewer toch akkoord ga met het antwoord.<br />

Goede vragen stellen, juiste journalistiek is een vak op zich. Ik ben hierin niet<br />

gespecialiseerd, wat dus kan leiden tot lek in informatie of verkeerd geplaatste antwoorden.<br />

55


Literatuurlijst<br />

Alter, K. (2007). Social Enterprise Typology, Virtue Ventures LLC<br />

Anderson, P. & Tushman, M. L. (1990). Technological Discontinuities and Dominant<br />

Designs: A Cyclical Model of Technological Change, Administrative Science Quarterly, Dec<br />

1990, 35, 4, pg 604<br />

Barkema, H.G., Shenkar, O., Vermeulen, F., Bell, J.H.J. (1997). Working abroad, working<br />

with others: How firms learn to operate international joint ventures, Academy of Management<br />

Journal, Vol 40, No 2, 426-442<br />

Bernard, S. (2005). Wanneer MKB-ondernemers Internationaliseren (kwalitatief onderzoek<br />

naar de motieven, waardoor exportpotentieel wordt omgezet in internationalisering)<br />

Bessant, J. & Tidd, J. (2007). Innovation and entrepreneurship, Wiley<br />

Collins, J. & Hussey, R. (2003). Business Research<br />

Dees, J.G., Emerson, J., Economy, P. (2001). Enterprising Nonprofits: A Toolkit for social<br />

Entrepreneurs<br />

Delft van, F.M., Doorn van, T. (2008). The value of social entrepreneurship: a multiple case<br />

study in developed and less-developed countries about the influence of the business model<br />

of a social entrepreneurial organisation on its value creation process<br />

Dul, J. & Hak, T. (2008). Case Study Methodology in Business Research, Elsevier<br />

Elkington, J. & Hartigan, P. (2008). The Power of Unreasonable People, How Social<br />

Entrepreneurs Create Markets That Change the World, Harvard Business Press<br />

Friedmann, W.G., Béguin J.P. (1971). Joint International Business Ventures In Developing<br />

Countries: Case studies and Analysis of recent trends<br />

Hawawinin, G. & Viallet, C. (2007). Finance for Executives, Managing for value creation.<br />

Hitt, M.A., Ireland, R.D., Camp, S.M., Sexton, D.L. (2001). Guest Editors’ Introduction to the<br />

special issue Strategic Entrepreneurial strategies for wealth creation, Strategic Management<br />

Journal, 22: 479-491<br />

Gartner, W.B. (1985). A conceptual framework for describing the phenomenon of new<br />

venture creation, Academy of Management Review, 10, 4, 696-704<br />

Koenig, T.,Blatt, J., Kloss, K., Nilges, T., Woellert, F. (2008). Market-driven development and<br />

poverty reduction: A value chain analysis of fresh vegetables in Kenya and Tanzania, SLE<br />

publication Series<br />

Light, P.C. (2008). The search for Social Entrepreneurship, Brooking Institution press<br />

Washington D.C.<br />

Loon, M. van (2007). Managing the double bottom-line of microfinance, Base line study on<br />

Social Performance Management of Cordaid partner MFIs<br />

56


Martin, R.L. & Osberg, S. (2007). Social Entrepreneurship: The Case for Definition, Stanford<br />

Social Innovation Review<br />

McDougall, P.P., Shane, S., Oviatt, B.M. (1984). Explaining the formation of international<br />

new ventures: The limits of theories from international business Research, journal of<br />

business venturing 9<br />

Morris, M. (1998). Entrepreneurial intensity<br />

Mort, G.S., Weerawardena, J. & Carnegie, K. (2002). Social entrepreneurship: Towards<br />

conceptualisation, School of Management, UQ Business School, University of Queensland<br />

Moyo, D. (2009). DEAD AID, Why aid is not working and how there is another way for Africa,<br />

Penguin books, ISBN 978-1-846-14006-8<br />

M.V. & Coviello, N.E. (2005). Internationalisation: Conceptualising an entrepreneurial<br />

process of behaviour in time, Jones Journal of international Business studies, 36, 284-303<br />

Oviatt, B.M. & McDougall, P. (1995). Global start-ups: Entrepreneurs on a worldwide stage,<br />

The academy of management executive<br />

Polman, L. (2008). De Crisis Karavaan, Achter de schermen van de noodhulpindustrie,<br />

Balans Amsterdam, ISBN 978 90 5018 973 6<br />

Prahalad, C.K. & Hart S.L. (2002). The Fortune at the Bottom of the Pyramid,<br />

strategy+business, issue 26, first quarter 2002<br />

Rijkers, B., Laderchi, C.R., Teal, F. (2008). Who Benefits from Promoting Small and Medium<br />

Scale Entreprises? Some Emperical Evidence from Ethiopia, The World Bank Africa Region<br />

Poverty Reduction and Economic Management Department<br />

Risseeuw, P. & Thurik, R. (2003). Handboek Ondernemers & Adviseurs: Management en<br />

Economie van het Midden- en Kleinbedrijf, H7, 127-145<br />

Sekaran, U. (2003). Research Methods for Business, John Wiley & Sons, Inc.<br />

Sim, A.B. & Ali, Y. (1998). Performance of International Joint Ventures from Developing and<br />

developed countries: An Empirical Study in a Developping Country Context, Journal of World<br />

Business, 33 (4)<br />

Schumpeter, J. A. (1934). The Theory of Development, Harvard University Press<br />

Shane, S. & Venkataraman S. (2000). The promise of entrepreneurship as a field of<br />

research, Academy of Management Review, 25, 1, 217-226<br />

Sullivan, A. & Sheffrin, S. M. (2003). Economics: Principles in Action<br />

Ton, G., Bijman, J., Oorthuizen, J. (2007). Producer organisations and market chains;<br />

Facilitating trajectories of change in developing countries<br />

Verschuren, P. & Doorewaard, H. (2000). Het ontwerpen van een onderzoek, Uitgeverij<br />

LEMMA BV<br />

Yin, R. K. (2009). Xase Study Research, Design and Methods Fourth Edition, Sage, ISBN<br />

978-1-4129-6099-1<br />

57


Bijlagen<br />

BIJLAGE 1: TRADIN ORGANIC & TRABOCCA<br />

Tradin Organic B.V. als Trabocca B.V. en OTC Holland B.V. zijn dochter ondernemingen van<br />

de TOC Holding (The Organic Company) en onlangs overgenomen door de Canadese<br />

SunOpta groep. SunOpta is een Nasdaq genoteerde onderneming.<br />

De SunOpta Food groep waaronder Tradin Organic als Trabocca vallen is opgericht in 1999<br />

en is momenteel marktleider in Noord Amerika als het gaat om produceren en distribueren<br />

van natuurlijk en organisch geproduceerde voedingsproducten.<br />

Tradin Organic B.V. heeft samen met een Ethiopische<br />

partner een sesamzaadproductie en onthullingfabriek<br />

gestart. Trabocca produceert koffie in Ethiopië. Beide<br />

bedrijven richten zich dus op gewassen die in Ethiopië<br />

bekent zijn om hun kwaliteit voor de exportmarkt. En<br />

produceren volgens biologisch, organisch gecertificeerde<br />

standaarden.<br />

SunOpta Mission:<br />

Welcome to SunOpta Earth<br />

People. Land. Water. Air.<br />

(Bron: www.sunopta.com)<br />

To rapidly grow revenues, profits and shareholder value<br />

through an effective balance of internal growth and<br />

acquisition, with a focus on integrated business models in the<br />

natural, organic and specialty food markets.<br />

These are valuable resources to be nurtured, protected and revered. At SunOpta,<br />

we are committed to environmental stewardship and social responsibility in all<br />

facets of our business. Our three business segments — SunOpta Food Group,<br />

SunOpta BioProcess Inc., and Opta Minerals Inc., are focused on healthy product<br />

portfolios that promote environmental sustainability and the health and wellbeing<br />

of all communities.<br />

SunOpta Earth represents our visions and programs dedicated to Corporate<br />

Social Responsibility. We take a holistic approach to CSR, for everything is<br />

interconnected on our planet. Through SunOpta Earth, we will keep you posted<br />

on our new initiatives and on our progress. We'll also share environmental news<br />

and encourage your participation.<br />

58


TRADIN ORGANIC B.V.<br />

Tradin is opgericht in 1970 door Wim Rabbie en Gerard Versteegh. Zij pionierden in de<br />

Europese markt met organisch geproduceerde voedingsmiddelen. In de volgende 20 jaar<br />

groeide Tradin uit tot een leidend im- export bedrijf in de organische industrie. Steeds meer<br />

voedselproducenten raken geïnteresseerd in organische producten en Tradin anticipeerde<br />

op deze markt door uitbreiding in zijn productportfolio.<br />

De filosofie achter de bedrijfsvoering is “one stop shopping”. Tradin maakt de brug tussen<br />

boeren en producenten en maakt het op deze manier makkelijk voor producenten om toe te<br />

treden tot de organische markt. Tradin biedt een breed productportfolio wat varieert van<br />

bevroren fruit en groente, gedroogde vruchten, koffie/cacao, granen, rijst, suiker, soja,<br />

zaden, noten, plantaardige oliën, fruit concentraten, melk producten, en meer. Waar continu<br />

gezocht wordt naar nieuwe producten om aan de marktvraag te voldoen.<br />

Alle producten van Tradin zijn organisch gecertificeerd wat inhoudt dat er geen<br />

bestrijdingsmiddelen of ander chemische producten gebruikt zijn. Hiervoor hanteert Tradin<br />

een geavanceerd ‘track and trace’ systeem om ervoor te zorgen dat alle nodiger stappen zijn<br />

gevolgd om aan de wettelijke verplichtingen van deze wet te voldoen.<br />

Tradin onderneemt direct met boeren om zo de duurzaamheid van de omgeving te<br />

garanderen door het vermijden van schade aan het milieu. De positie van de boeren wordt<br />

hierdoor verbeterd en garandeert een directe positie in de organische markt. In retour voor<br />

hoge kwaliteiteisen aan de producten krijgen de boeren een eerlijke prijs (‘fair trade’). Sinds<br />

1980 heeft Tradin op deze manier sociale boerenprojecten opgezet in Latijns-Amerika, Azië<br />

en Oost Europa.<br />

De filosofie van Tradin is dat door een hogere omzet en lage kosten een eerlijke prijs voor de<br />

boeren kan blijven bestaan en hierdoor een competitieve positie in de markt kan worden<br />

ingenomen.<br />

Missie:<br />

‘The best in class, honest and reliable provider of comprehensive range of certified<br />

organic raw materials with high intrinsic product quality and year around availability,<br />

with the goal of expanding consumer base for the organic movement. We are<br />

committed to positively impact the lives of farmers with fair and balanced<br />

compensation for their efforts’.<br />

Elementen van de strategie:<br />

- Het verhogen van directe bevoorrading van ruwe materialen tot het hoogst mogelijke<br />

niveau, tot zover strategisch nuttig en commercieel aanvaardbaar.<br />

59<br />

- Het garanderen van hoogwaardige organische producten volgens de wetgevingen.<br />

- Op basis van scherpe prijsstelling, bij te dragen tot de internationale groei van de<br />

organische markt en hierdoor vergroting van ons marktaandeel.<br />

Inmiddels is de onderneming onderdeel geworden van de Canadese SunOpta groep. Het<br />

management van Tradin is gebleven bij deze overname.<br />

(Bron: www.tradinorganic.com)


Ethiopië<br />

Tradin heeft projecten in verschillende Afrikaanse landen, 5 jaar geleden start Tradin in<br />

Ethiopië. In 2005 werd dit geïnitieerd door een subsidiaire onderneming van Tradin,<br />

Trabocca B.V. startte een koffie project in het zuiden van Ethiopië. Voordat de eerste bonen<br />

werden geoogst is een training en certificatie proces gecreëerd voor de kleine<br />

ondernemingen. Met hulp van de Nederlandse regering zijn de infrastructuur, drogen,<br />

wassen en opslag faciliteiten gecreëerd. De oprichter van Trabocca Menno Simons is<br />

verantwoordelijk voor de Wereldwijde marketing van organisch en fair trade gecertificeerde<br />

koffie. Er zijn ongeveer 1500 kleine boerenondernemingen betrokken bij dit project, de<br />

families evenals de seizoenarbeiders en hun families geeft een totale bijdrage van ongeveer<br />

30000 mensen die een bijdrage hebben uit deze koffieproductie.<br />

Omdat het koffieproject succesvol verliep<br />

kon Tradin gebruik maken van de ervaring<br />

en mensen in Ethiopië om twee jaar<br />

geleden te starten met sesamzaad. De<br />

reden voor sesamzaad is net als koffie<br />

omdat Ethiopië bekend staat voor een<br />

excellente kwaliteit in deze producten. Het<br />

probleem waar Ethiopië mee worstelde in<br />

de productie van sesamzaad was de opslag<br />

en het daarmee gepaard gaande gebruik<br />

van chemicaliën tegen ziektes. Het<br />

schoonmaken van de sesam was kritisch in<br />

het proces. Er werd besloten om met een Ethiopische partner dit project vorm te geven om<br />

zo financiën te krijgen van de Nederlandse regering. Samen met Kaleb Services Farmers<br />

House PLC werd de joint venture Selet gevormd met Tradin als 35% aandeelhouder. Ook de<br />

Ethiopische regering is betrokken voor het toekennen van land.<br />

De boeren in het Humera district de noord west regio van Tigray leveren hun oogsten aan de<br />

Selet fabriek in Addis Ababa waar ongeveer 50 employees werken voor het schoonmaken<br />

en onthullen van het sesamzaad. Door dit proces lokaal uit te voeren blijft de toegevoegde<br />

waarde verzekerd in Ethiopië. De kennis in het proces en het ontwikkelen van de nodige<br />

vaardigheden in proces- en landbouwkundig opzicht worden zo geborgd.<br />

Het plan is dat 1500 boeren zullen deelnemen in 2010. Door intensieve training begrijpen de<br />

boeren ook dat door betere kwaliteit een betere prijs wordt gerealiseerd wat weer bijdraagt<br />

tot een hogere levensstandaard. Gedurende de oogstperiode heeft het project al ongeveer<br />

3000 seizoensarbeiders nodig. Selet denkt ongeveer 2000 ton te oogsten in het eerste jaar<br />

en de fabriek heeft een capaciteit van 10000 ton. Europa, USA en Japan kunnen gezien<br />

worden als de grootste klanten. De marketing en verkoop van 200tion wordt dan ook niet als<br />

een probleem gezien, hoewel 10000 ton gezien moet worden als een uitdaging.<br />

Ethiopië heeft volgens Tradin een hoop te bieden. Zo wordt er gekeken naar volgende<br />

gewassen als bonen en peulvruchten. Precious Mugazda heeft met andere het project<br />

geïmplementeerd en haar taak is nu om nieuwe locatie en toekomstige projecten te initiëren.<br />

60


Haar geloof is groot in organische landbouw, omdat het bijdraagt in de levensstandaard en<br />

ontwikkeling van vele arme boeren en hun families. Verder is ze ervan overtuigd dat<br />

landbouw zonder chemicaliën bepalend is voor de toekomst van de aarde. Er is een groot<br />

potentieel voor het produceren van gewassen op een gezonde en milieu vriendelijke manier.<br />

(Bron: http://www.organic-market.info/web/Europe/Netherlands/Tradin_Africa/220/236/0/5525.html)<br />

Interview met Gerard Versteegh<br />

Gerard Versteegh is de eerste ondernemer die ik interview. Ik reis hiervoor af<br />

naar de Prins Hendrikkade tegenover het Centraal Station in Amsterdam.<br />

Beginnend met het interview leid ik in dat de voorbereiding aan informatie<br />

voor het interview gevonden is op de internetsite van Tradin Organic en<br />

SunOpta. Waarbij ik me voor het sesamzaadproject in Ethiopië gericht heb op<br />

een artikel in de nieuws items van de Tradin website. Versteegh vermeld dat<br />

dit bijna alle relevante informatie van het project wel bevat, maar natuurlijk<br />

heb ik een aantal vragen om de intentie van Versteegh te achterhalen om<br />

sesamproductie op te zetten in Ethiopië. Ik vermeld dat ik kennis heb<br />

gemaakt met Precious in Addis Ababa en de directeur ken van Kaleb, meneer Tesfay. Dit<br />

komt omdat ik zelf samenwerk met de broer van Tesfay in mijn project. Vandaar dat ik<br />

enigszins de achtergronden ken van het sesamproject.<br />

Om te beginnen laat mijn informatie zien dat Tradin Organic B.V. in 1970 is gestart.<br />

Versteegh antwoord hierop dat dit niet geheel correct is. Wim Rabbie is destijds in 1978<br />

gestart met handel van de eerste bioproducten en is in midden jaren 70 begonnen met<br />

sesamzaad uit Mexico als import en heeft de eerste bedrijvigheid opgezet in Mexico toen<br />

sesamzaad nog helemaal niet bekent was hier. Dit kwam terecht in de alternatieve<br />

levensmiddelencircuits, daar wilden ze sesamzaad hebben en zo is hij in contact gekomen<br />

met de bio(logische) producten. Toen zijn ze begonnen met meer biologische productie in<br />

Noord Amerika, Hongarije en meerdere landen.<br />

Wat was nu de intentie voor Tradin om met een bioproduct te beginnen? Versteegh<br />

antwoord, dat hij dat niet weet, Wim Rabbie was hier de initiatiefnemer in. Versteegh werkte<br />

bij Mona natuurvoeding in de 80tiger jaren. In 88 is dit failliet gegaan, maar toen was<br />

Versteegh hier al vandaan. In 88 is Versteegh begonnen bij Vatulia waar Tradin eigenlijk uit<br />

ontstaan is. Vatulia deed voornamelijk allemaal biologische consumenten producten, met<br />

daarnaast ook een afdeling import grondstoffen. Dit bedrijf is zijn geheel verkocht in 93 en<br />

een jaar later hebben Wim Rabbie en Gerard Versteegh samen de grondstofafdeling<br />

gekocht. En dat is toen Tradin gaan heten. Vanaf deze vorm zijn ze in 1994 operationeel.<br />

Kijkend naar de missie dan ligt de focus op gecertificeerde grondstoffen met een hoge<br />

kwaliteit en in de laatste regel wordt de sociale bijdrage aan de boeren genoemd in de vorm<br />

van een ‘eerlijke’ prijs voor de geleverde grondstoffen. Dus in eerste instantie leid ik hieruit af<br />

dat de handel voorop staat. Versteegh antwoord, dat waneer je biologische handel met<br />

boeren wil doen, dan ga je al gauw een meerjarige verbintenis aan. Je kunt niet het ene jaar<br />

zeggen ik wil bio kopen en het jaar daarop weer geen bio etc. Als de boer niet tevreden is<br />

dan stopt hij ermee, en kan je niet over twee jaar weer terugkomen, dan heb je gewoon niks.<br />

Dus als dit niet in balans is dan heb je ook geen aanvoer bij die boer. Je kunt daar allemaal<br />

namen aan geven als fair trade of eerlijke prijs, maar de basis is duurzaamheid of duurzame<br />

landbouw. Als de relatie van de boer met de afnemers niet in orde is dan krijg je het product<br />

nooit. Dus is het misschien wel de laatste regel, maar zeker zeer belangrijk. Maar wat ik wel<br />

uit het antwoord opneem is, dat het in eerste instantie belangrijk om het product in de markt<br />

te zetten. Want vandaar uit wordt de boer weer betaald. Dus de markt komt eerst. Versteegh<br />

antwoord, je gaat natuurlijk niet tegen de wind in zeilen als boer zijnde. Dat wordt wel veel<br />

gedaan in de Wereld, maar is niet helemaal de bedoeling.<br />

61


De elementen van de strategie geven aan dat de bevoorrading op het hoogst mogelijke<br />

niveau gerealiseerd moet worden. Tradin wil de schakel zijn tussen de producent in de<br />

productielanden naar de industrie in de Westerse landen. Dus van producent rechtstreeks<br />

doorleveren naar de industrie. De focus ligt dan op grondstoffen, de zogenaamde<br />

‘commodities’ voor verwerking in andere producten. Dit klopt, geeft Versteegh aan. Tradin<br />

levert geen product voor de consumentenmarkt? Nog niet is hier het antwoord op.<br />

Scherpe prijsdoelstellingen om het marktaandeel te vergroten is een belangrijk punt in de<br />

strategie. Dit intrigeert mij, met name de scherpe prijsstelling in een organische markt. Een<br />

organische markt en organische-producten creëren is niet een eenvoudig gegeven. Wat ik<br />

bijvoorbeeld zie in de supermarkten is dat voor organische producten altijd wel een hogere<br />

prijs gevraagd wordt. Hoe realiseer je dan een scherpe prijsstelling? Versteegh antwoord, als<br />

je goede landbouw pleegt dan kan je dezelfde productie niveaus halen op een biologische<br />

manier. Dit geldt niet voor alle gewassen, maar bij sesamzaad is dit zeker het geval. De<br />

scherpe prijsstelling richt zich op de totale keten, dit om de eindgebruiker geïnteresseerd te<br />

houden en zo meer klanten te binden. Dit wordt gedaan door de inefficiëntie zoveel mogelijk<br />

uit de keten te halen om de prijsacceptatie lager te krijgen. Dus niet zozeer de prijs bij de<br />

boeren moet onder druk staan, want deze moet marktgericht zijn. De extra handeling in<br />

biologische-productie moet bij de boeren gewoon betaald worden, maar veel voordeel kan<br />

gehaald worden uit de inefficiënte tussen handel en transportkosten. Dus door rechtstreeks<br />

naar de eindgebruikers te gaan met grote volumes worden kosten voordelen behaald en dat<br />

geeft het prijsvoordeel.<br />

Als we nu gaan kijken naar Ethiopië, dan is dit vijf jaar geleden gestart met koffie, waarna is<br />

doorgegaan op deze ervaring met sesamzaad. Er is toen een Joint Venture gestart met de<br />

Ethiopische partij Kaleb tot Selet Plc. Waar Tradin Organic 35% aandeelhouder in is en<br />

Kaleb voor 65%. De financiering is o.a. gerealiseerd door PSOM subsidie van de<br />

Nederlandse regering. Hoeveel is de bijdrage geweest van deze subsidie in het totale<br />

projectbudget? Versteegh antwoord, dat dit 25% is geweest van het totale budget. En hoe<br />

groot is de totale investering geweest van dit project? Zo rond de 1,5 miljoen Euro, volgens<br />

Versteegh in gebouwen grond en alle benodigdheden. Kaleb heeft hierin de benodigde 65%<br />

van de investering geleverd. Deels van de inbreng van Kaleb zijn bestaande gebouwen en<br />

machines die hij al bezat, deze zijn hergewaardeerd en ingebracht als kapitaal. Dus dit is niet<br />

cash betaald maar door bestaande infrastructuur ingebracht.<br />

Het plan was om 1500 boeren als shareholders of participanten in te brengen in de<br />

bedrijfsvoering in Ethiopië. Versteegh antwoord, geen shareholders maar boeren die werken<br />

aan organische productie van sesamzaad en dat is dit jaar al bereikt. Tot hoeverre kan deze<br />

omvang nog oplopen? Dat weet Versteegh nog niet, als je kijkt naar de coöperatieven die nu<br />

deelnemen en de capaciteit, dan is er nu 600ha toegekend als eigengrond waar gewerkt<br />

wordt met 500 boeren in een outgrower-systeem, die de totale grondstoffen capaciteit<br />

zouden kunnen beleveren. Dus als de capaciteit omhoog gaat dat zouden er meer<br />

aangesloten boeren kunnen komen. Deze boeren moeten gezien worden als eigen<br />

toeleverancier van Selet. Er wordt gesproken over 2000ton sesamzaadproductie in het<br />

eerste jaar, wat makkelijk is te vermarkten tot een totale capaciteit van 10.000ton. Versteegh<br />

antwoord, dat de fabriek maximaal 8000ton aankan.<br />

Kijkend naar de totale investering van de fabriek van 1,5 miljoen, hoelang is dan de<br />

terugverdientijd of wanneer is breakeven gehaald? Ongeveer een jaar of vijf is opgenomen in<br />

het businessplan, aldus Versteegh. Hoe groot is nu de totale bijdrage van Selet in de totale<br />

omzet van Tradin Organic B.V.? Als maximaal gedraaid wordt in Ethiopië, dan zou dit een<br />

procent of 7 á 8 zijn. Als naar de totale omzet van Tradin gekeken wordt hoeveel bedraagt dit<br />

dan afgelopen jaar? Dat is toch zo’n 94 miljoen geweest afgelopen jaar.<br />

62


Precious heeft in Ethiopië een belangrijke taak om ook nieuwe activiteiten te initiëren volgt uit<br />

het artikel, waarbij zij zelf een sterk geloof heeft in productie zonder chemicaliën wat voor<br />

vele boeren in Afrika een belangrijk toekomstperspectief kan geven door een beter<br />

prijsbeleid op hun huidige producten. Voor export, voegt Versteegh toe. En zeker als je kijkt<br />

wat boeren nu per ha produceren, dan kan door beter landbouwbeleid de productie worden<br />

verdubbeld, ook met organische landbouw. Als je bijvoorbeeld kijkt wat boeren nu aan<br />

sesamzaad per ha produceren dan is dit rond de 400kg. Selet wil dit verhogen tot 1000kg.<br />

Voor sesamzaad maakt het niet uit of je nu op een goede manier organisch teelt of ervoor<br />

kiest om chemicaliën te gebruiken, dit is ongeveer de maximale opbrengst wat per ha<br />

haalbaar is. Dit hangt af of je actieve landbouw pleegt of alles maar op zijn beloop laat.<br />

Bijvoorbeeld in Soedan haalt men maar 300kg per ha met chemicaliën, maar wordt de<br />

landbouw dus niet actief begeleid en laat men alles maar op zijn beloop. Hier zit dus de<br />

winst. Een goed stuk landbouwbeleid met o.a. ploegen en netjes in rijen zaden, bewust met<br />

de landbouw omgaan, dus ook met een goed stuk irrigatie erbij etc. Het enige risico zit dan<br />

nog in insecten, maar deze kunnen prima bestreden worden met organische<br />

bestrijdingsmiddelen waar anders chemicaliën voor gebruikt zouden worden. Dit is natuurlijk<br />

een mooi gegeven voor de toekomst van boeren in Afrika. Ook met compost programma’s<br />

worden bodemverbeteringen aangebracht om de opbrengsten te verhogen. Met bijvoorbeeld<br />

wat extra fosfaten of andere derivaten die toegestaan zijn in de bio. Door het hebben van<br />

een eigen ‘farm’ in Ethiopië met alle benodigde productiemiddelen geeft een spin-off naar<br />

andere boeren, die dan ook geïnteresseerd raken omdat ze de resultaten zien in<br />

opbrengsten, en dat is de insteek volgens Versteegh.<br />

In de informatie die ik voor het onderzoek heb doorgenomen komt naar voren dat Tradin<br />

onlangs is overgenomen door de SunOpta groep. Dat klopt, antwoord Versteegh. Zou je me<br />

verder iets kunnen vertellen over hoe deze nieuwe structuur er nu uitziet? Zij zijn een bedrijf<br />

wat Noord-Amerikaans is, Canadees eigenlijk en zijn tot nu toe alleen maar in de Noord-<br />

Amerikaanse markt actief geweest met biologische en Non-GMO (Niet genetisch<br />

gemanipuleerd) soja, zonnebloempitten, fruitproducten en distributie. Zij zijn met Tradin in<br />

contact gekomen, omdat ze van Tradin afnamen voor Noord-Amerika. Door de overlap in<br />

netwerken en zeker een toevoeging van het netwerk van Tradin had SunOpta interesse in<br />

Tradin als toevoeging. Tradin is hiermee de eerste investering buiten Amerika voor SunOpta.<br />

Tradin draait geheel zelfstandig onder de SunOpta groep, alleen voor Amerika zijn ze in een<br />

grotere divisie geïntegreerd. SunOpta heeft alle aandelen van Tradin gekocht, dus Tradin is<br />

100% SunOpta op dit moment. SunOpta is Nasdaq genoteerd, dus Tradin legt nu ook<br />

verantwoording af na deze aandeelhouders? Versteegh voegt toe, dat betreft de missie van<br />

beide bedrijven een grote synergie aanwezig is. Het is niet zo dat SunOpta een geheel<br />

andere handel of markt bedient. Met andere woorden het is geen overname door<br />

bijvoorbeeld een equity- of hedge fund. Het punt blijft dat Tradin van origine geen<br />

beursgenoteerd bedrijf was, maar het door deze overname wel is geworden. Versteegh ziet<br />

daar niet zo een probleem in. En denkt niet dat Tradin door deze aandeelhouders van koers<br />

zou moeten veranderen. En denkt juist dat er veel meer interesse in bedrijven komt die de<br />

Tradin missie voeren.<br />

Terugkomend bij Ethiopië dan is dit ook door Versteegh gestart als directie van Tradin. Maar<br />

waarom Ethiopië, wat was hier de gedachtegang achter? Was het specifiek Ethiopië of had<br />

het in ieder willekeurig land kunnen zijn? Ethiopië heeft een gebied waar men een heel<br />

goede naam heeft voor sesamzaad vooral op smaak. Als je dit goed in de markt zet kun je<br />

hier een premium op vragen. Was dit elders geweest, dan was Tradin daar naar toegegaan.<br />

Het probleem in Ethiopië is, dat in dit sesamzaad vele residuen van chemicaliën en andere<br />

onzorgvuldigheden aanwezig zijn. Met de Ethiopische partner is toen afgesproken van als<br />

we dit goed willen doen, dan moeten we iets gaan opzetten waarbij we het<br />

landbouwgebeuren onder controle gaan krijgen. Hiermee kan de Indiaanse<br />

sesamzaadproductie, die veel problemen kent met Ethiopische sesamzaad als geduchte<br />

concurrent bestreden worden. Waardoor een markt voor Ethiopische sesamzaad<br />

63


gegarandeerd wordt. Ligt hiernaast ook de intentie om de arme boeren in Ethiopië te helpen?<br />

Nou ja, zegt Versteegh, ik ben geen ontwikkelingshulpmedewerker, maar als je daar een<br />

goede productie met een goede keten opzet dan worden de boeren daar automatisch beter<br />

van. Als ze er niet beter van worden dan gaan zij het niet doen en kunnen wij het beter niet<br />

doen, dat is duidelijk zat. De intentie was dan ook om winst te genereren? Uiteraard voor<br />

iedereen zegt Versteegh, ook voor de boeren.<br />

Waren jullie ook gestart als jullie bijvoorbeeld de PSOM subsidie van de EVD niet hadden<br />

gekregen? Dit had het minder makkelijk gemaakt, de PSOM is wel een drive om het echt te<br />

doen. Zonder de PSOM had het er nu nog niet gestaan. Als je nu kijkt op een schaal van 1<br />

tot 10 op belangrijkheid kun jij dan aangeven in Profit, People en Planet in dit project waar<br />

het belang ligt. Als voorbeeld, wanneer er geen winstgevendheid is zou je dan voor de<br />

boeren doorgaan in bijvoorbeeld een ander product. Versteegh antwoord, het belangrijkste is<br />

een goed verkoopbaar product. Het product moet een goede kans hebben om in de markt te<br />

verkopen, daarom zijn we dit project gestart. Maar het geloof van Tradin zit ook in duurzame<br />

organische landbouw, waarbij het milieu en dus de Planet zo min mogelijk wordt belast.<br />

Zonder organische productie mogelijkheden was Tradin niet in Ethiopië begonnen. Dus door<br />

een goed product te creëren op de Tradin manier wordt eerst de markt gegenereerd en dan<br />

volgt de rest vanzelf. Ethiopië werkt makkelijker dan bijvoorbeeld een land als Soedan aldus<br />

Versteegh.<br />

Wordt er nog samengewerkt met een NGO, voor bijvoorbeeld het outgrower-systeem?<br />

Eigenlijk nog niet, er wordt momenteel gewerkt met Cordaid om een financiering voor deze<br />

activiteiten te krijgen. Daar wordt nu een plan voor geschreven en van de Wereldbank is een<br />

programma verkregen om training voor de boeren en promotie voor de export te doen, maar<br />

dit is nog niet rond. De financiering van Cordaid richt zich op nieuwe boeren, zodat zij ook<br />

tractoren kunnen aanschaffen en andere middelen, waar Tradin (Selet) niet in bijdraagt. Dit<br />

wordt volledig door Cordaid gefinancierd. Selet draagt bij in kennis en onderhoud, zij hebben<br />

immers dezelfde machines daar staan. Het voordeel van Selet zit vervolgens in betere<br />

productie. De boeren zullen zichzelf moeten ontwikkelen tot betere coöperaties. Cordaid<br />

financiert alleen, de training wordt verzorgd door Selet mensen. Door dit soort financieringen,<br />

zie je dan nu ook al resultaten in armoede reductie in de gemeenschap? Betere<br />

leefomstandigheden voor de families en bijvoorbeeld verbetering in onderwijs? Nu nog niet<br />

geeft Versteegh toe, maar hij is ervan overtuigd dat dit zeker gaat gebeuren. Hier is ook de<br />

regering bij betrokken. Zonder raadpleging van lokale regering lukt dit soort projecten ook<br />

niet. Hoeveel nu van de verdiensten in lokale belasting terugvloeit naar de gemeenschap<br />

weet Versteegh niet.<br />

Als nu de verdere toekomst toch laat zien dat de voorgestelde winsten niet gehaald worden<br />

wat inhoud dat er een extra investering nodig is om het uiteindelijke doel te bewerkstelligen.<br />

Zijn jullie dan bereid om in Ethiopië door te gaan? Daar moet je eerst de situatie voor gaan<br />

bekijken, Versteegh licht toe, dat buiten de PSOM er natuurlijke een grote investering is<br />

gedaan wat je niet zomaar afschrijft. Hangt dus af van de situatie het tienvoudige wordt niet<br />

gedaan, maar een kleine bijdrage op het totaal is natuurlijk geen probleem. Momenteel is dit<br />

het opstart jaar over vijf jaar moet het zelfvoorzienend zijn en zullen er investering komen<br />

voor additionele producten.<br />

In hoeverre beslist SunOpta nu over de voortgang van dit project? Dit is natuurlijk wel<br />

veranderd, zij moeten bij besluiten goedkeuring geven, waarvoor Tradin dus nieuwe<br />

regelgeving geldt binnen de SunOpta groep. Ben je dan niet gewoon waarde aan het creëren<br />

voor de aandeelhouders? En een ontwikkelingsland is hier zeer lucratief in en maakt dit<br />

mogelijk door lage loonkosten? Dat is onzin, dit sesamzaad groeit alleen in Ethiopië<br />

antwoord Versteegh, en juist door een fabriek daar te hebben voeg je waarde toe aan het<br />

land. Je kunt het ook in Nederland planten, maar dat voegt niets toe. We hebben het in<br />

Ethiopië niet over kleine boeren en industrialisering of meer machines houdt dan ook niet in<br />

64


dat andere boeren hun werk zouden verliezen. Het is juist zo dat er nog 10000 ha<br />

beschikbaar is voor voedselproductie, door intensivering zullen meer boeren aan het werk<br />

komen. Oogsten van sesamzaad blijft altijd een handoperatie, maar deze grote stukken land<br />

ploegen en zaaien is met de hand niet te doen. Dus de tractoren zijn nodig voor de<br />

intensivering om grote stukken land onder controle te houden.<br />

Wat verdient nu een boer met gemiddeld 10ha aan sesamzaad? Zo’n 5000USD schat<br />

Versteegh aan opbrengst, hier moeten de kosten nog vanaf, waarbij de arbeid voor oogsten<br />

het duurst is, want hij moet mensen inhuren. Volgens jullie hebben we het dan nu over een<br />

fair trade prijs, maar hoe wordt deze vastgesteld? Sinds kort is er een veiling die de prijs voor<br />

sesamzaad bepaald licht Versteegh toe. Voor bio wordt vervolgens een premie gegeven na<br />

goede ontvangst bij aankomst. Wanneer het geleverde sesamzaad dus aan de richtlijnen en<br />

standaarden voldoet na controle dan krijgen de boeren een premie bovenop de prijs. Dit als<br />

stimulatie dat de boeren zich houden aan de biologische productiestandaarden. Als ik het<br />

dus goed begrijp koopt Selet ruw sesamzaad van de boeren en dit wordt vervolgens onthuld<br />

tot wit sesamzaad in de fabriek in Addis Ababa. Na controle krijgen de boeren een premie<br />

als aan de biologische productiestandaarden is voldaan en vervolgens wordt dit witte<br />

sesamzaad als organic in de Wereldmarkt gezet, waar dit sesamzaad onder andere gebruikt<br />

wordt voor bakkerijproducten. Het ‘unique selling point’ van deze sesam is dat het organisch<br />

is, wat dus ook een andere (hogere) Wereldprijs geeft. Ongeveer 5% van de totale sesam<br />

Wereldmarkt is bio. Het prijsverschil tussen bio en niet bio is tussen de 10, 15 en 20%. En<br />

als je dit nu zou verliezen in de verkregen prijs? Dat hoeft geen ramp te zijn, zegt Versteegh,<br />

theoretisch is het natuurlijk niet uitgesloten dat de bio-prijs en de niet bio-prijs voor sesam<br />

hetzelfde kunnen worden. Door het plegen van goede landbouw is dit prima te compenseren,<br />

want biologische productie haalt dezelfde en misschien wel meer opbrengsten dan productie<br />

met chemicaliën. Plus dat bio en op duurzame manier produceren altijd een onderscheidend<br />

vermogen blijft, wat inhoudt dat de concurrentie niet bij de niet bio-productie ligt. Waarom<br />

zou je biologisch sesamzaad gaan aanbieden in de niet biologische markt. De biologische<br />

markt is dus duidelijk een andere markt dan de niet biologische markt. Voor andere<br />

producten ligt dit natuurlijk compleet anders, bijvoorbeeld met aardappelen kan de bio niet<br />

concurreren met traditioneel geproduceerde niet bio-aardappelen, sesamzaad vormt hier dus<br />

een uitzondering in de bio-markt en maakt het dus ook een heel interessant ‘winstgevend’<br />

product.<br />

Kijkend naar andere organische producten wordt er ook veel gesproken over organisch<br />

katoen. Is dit een volgende markt waar Tradin zich op gaat richten in Ethiopië. Katoen<br />

organisch produceren is een stuk lastiger door de hoge ziekte gevoeligheid van katoen en de<br />

concurrentie met niet organisch katoen is dan ook veel groter. Hoe wordt hier tegenaan<br />

gekeken? Versteegh licht toe, dat ze inderdaad wel gekeken hebben naar organisch katoen,<br />

maar hierin zal dan ook zeker een partnership moeten worden aangegaan, waarbij hij zegt<br />

dat je de ‘organic’ T-shirtjes dan in Ethiopië moet produceren. Er is een fabriek in Axum die<br />

overcapaciteit heeft. Dus dit zou iets kunnen zijn, maar organisch katoen bijvoorbeeld<br />

exporteren naar China om er daar T-shirtjes van te maken is inderdaad te<br />

concurrentiegevoelig met niet organisch katoen en daarmee uitgesloten. Dit is dus een<br />

moeilijke markt. Wanneer je immers de boeren niet een fair trade organisch prijs kan betalen<br />

voor al het meerwerk wat ze moeten verrichten om organisch katoen te produceren, dan ligt<br />

het gevaar op te loer dat de boeren niet organisch produceren voor hogere opbrengsten en<br />

daarmee betere prijzen. Dus ook hier moet je een beschermd kanaal in de markt vinden om<br />

dit te realiseren. Dus eerst weer de markt creëren alvorens te beginnen.<br />

Zijn er verder nog zaken die zeker meegenomen moeten worden in het interview? Nee,<br />

Versteegh is content met de doorgenomen informatie en de gegeven informatie over Tradin<br />

en het sesamzaad project in Ethiopië. En wie weet misschien in de toekomst organic T-shirts<br />

uit Axum.<br />

65


Trabocca B.V.<br />

Trabocca is gespecialiseerd in het ketenbeheer en de verkoop van organische en niet<br />

organische producten uit landen als Ethiopië, Tanzania, Senegal, Indonesië en de<br />

Dominicaanse republiek. Hoogwaardige kwaliteit waarbij de focus ligt op koffie, kruiden,<br />

hibiscus en thee.<br />

Trabocca is direct betrokken bij de proces- en<br />

kwaliteitscontrole om zo de continue kwaliteit van<br />

de producten te kunnen garanderen. De filosofie<br />

is gebaseerd op kennis, specialisatie en<br />

‘customer’ service om te werken voor en met de<br />

klant. Alleen hoogwaardige producten worden<br />

geleverd voor een concurrerende prijs, door<br />

direct contact met de boeren, hoge volumes en<br />

lage operationele kosten.<br />

(Bron: www.trabocca.com)<br />

Verantwoording nemen voor de gehele keten. Van teelt tot en met verwerking, van transport<br />

tot en met aanlevering. De echte koffiesmaak, die de doorsnee consument totaal kwijt is,<br />

herintroduceren. Aldus initiator en directeur van Trabocca, Menno Simons (Berichten<br />

Buitenland, Ministerie van LNV, December 2007/januari2008, pagina 8). Duurzaamheid,<br />

zonder het milieu te belasten een voedselveilig product op de markt te brengen behoort tot<br />

de missie van de activiteiten.<br />

Trabocca financiert de controles en<br />

certificering in Ethiopië, Dit om hun eigen<br />

naam biologisch te rechtvaardigen, maar<br />

ook om de Ethiopische koffietelers de weg<br />

naar de constante en hoogwaardige<br />

gegarandeerde afzet en prijs te helpen. Zo’n<br />

45.000 boeren leveren in Ethiopië hun koffie<br />

oogst aan de verwerkingsunits van<br />

Trabocca.<br />

PSOM (Programma Samenwerking Opkomende Markten) nu PSI (Private Sector<br />

Investments) opgezet door de Nederlandse ministeries van ontwikkelingssamenwerking en<br />

buitenlandse zaken en uitgevoerd door de EVD heeft meegeholpen in het verstrekken van<br />

een subsidie in het Ethiopische koffieproject. Een joint venture met een Ethiopische partner<br />

beheert en verhuurt de machines. Opleiding moet de boeren op een hoger niveau brengen,<br />

om in de toekomst op zelfstandige basis de hoge kwaliteitsstandaarden te handhaven.<br />

In Ethiopië kun je volgens Menno Simons niet te allen tijde de Westerse ideaalbeden<br />

verwezenlijken. Een voorbeeld is dat je natuurlijk geen kinderarbeid wilt hebben, maar waar<br />

moeten de moeders hun kinderen laten tijdens de arbeid. Dus gaan ze mee tijdens het<br />

koffieplukken. Aldus Menno Simons moet je als Nederlands bedrijf oplossingen zoeken die<br />

aansluiten op de cultuur en manier van werken in het betreffende land. Je moet sociale<br />

structuren respecteren, zelfs als je ziet da ze remmend werken. Het gaat erom de economie<br />

te intensiveren.<br />

Het biologische segment belooft wereldwijd met 12% te groeien analyseert Trabocca. In<br />

Ethiopië en andere landen gaat duurzaam ondernemen, dus met oog voor mens en milieu,<br />

66


en winstgevendheid dan hand in hand. Trabocca en ook Tradin creëren in Ethiopië op deze<br />

manier twee commercieel verantwoorde, duurzame exportproducten.<br />

(Bron: Berichten Buitenland, Ministerie van LNV, December 2007/januari2008, pagina 8)<br />

Interview met Menno Simons<br />

Na het interview met Gerard Versteegh brengt hij mij een etage lager na het<br />

domein van Trabocca. Daar tref ik Menno Simons en vraag of hij ook mee<br />

wil doen in het onderzoek en of hij tijd heeft voor een interview. Dit is geen<br />

probleem, ik bedank Gerard en neem afscheid van hem. Zoals als het bij<br />

Trabocca gewoon is denk ik beginnen we met een speciaal lekkere koffie.<br />

En ik moet toegeven, zo had ik ook nog nooit koffie geproefd, dit is dus<br />

zeker een aanrader.<br />

Simons begint vervolgens te vertellen dat hij de onderneming niet als<br />

traditioneel ziet ten opzichte van andere handelsondernemingen. Door het<br />

biologische aspect zijn zij gedwongen om veel samenwerking met boeren aan te gaan van<br />

origine. Dus wordt er veel gedaan aan investeringen in technische trainingen en<br />

certificeringen om de boeren te helpen producten te maken die aan de standaarden van<br />

Trabocca voldoen, zoals de klant in de markt die vraagt. In plaats van een<br />

handelsmaatschappij die een keer belt van wat het kost en vervolgens een bieding doet en<br />

zegt dan, “verscheep maar”, zonder affiniteit met de producten. Het interesseert hem verder<br />

niet hoe het geproduceerd is, aldus Simons. Dat vindt hij juist meer traditioneel, en in die zin<br />

ziet hij Trabocca niet traditioneel.<br />

Hoe is Trabocca nu in het Tradin concern terecht gekomen aangezien Trabocca een aparte<br />

B.V. is? Simons licht toe, dat hij zelf eigenlijk jurist is, maar iets anders wou gaan doen. Hij is<br />

toen begonnen met handel in specerijen en noten en zaden in 1997 als broker. Wat hij twee<br />

jaar gedaan heeft, waarna hij met een collega gekocht is door een handelshuis. Een beetje<br />

stoffig familiebedrijf wat beursgenoteerd was en voornamelijk handelde in vogelzaden. En<br />

ook een ‘human consumption’ afdeling had waar ze voornamelijk handelden in noten en<br />

bonen. In 1998 is Simons toen gecertificeerd biologisch sesamzaad gaan doen vanuit<br />

Ethiopië als pionier en dus als één van de eersten. Naar een jaar zag Simons dat er heel<br />

veel koffie was in Ethiopië en Ethiopië één van de grootste koffieproducerend landen van de<br />

Wereld is, zonder dat er biologische koffie geproduceerd werd. Toen dacht hij bij deze<br />

handelsonderneming van, ik wil eigenlijk biologische koffie gaan doen. Maar ja, zij deden<br />

geen koffie, waarna Simons hier een biologische koffie-takt heeft opgezet, terwijl hij totaal<br />

geen verstand van koffie had. Hij is altijd op het gebied van koffie wel een fijnproever<br />

geweest en wist dus wel het onderscheid te maken in koffie. Dit is ook de reden geweest<br />

waarom hij niet is verder gegaan in de juridische wereld, omdat hij altijd wel een bepaalde<br />

affiniteit met producten had en Internationalehandel wat ook voortkomt uit de bedrijvigheid<br />

die zijn vader altijd heeft gehad. Hij had al snel door dat hij zich verder wilde ontwikkelen in<br />

het koffie gebeuren en binnen Trabocca gaat er nu geen koffie de deur uit die aan hen<br />

strenge eisen van productie en smaak voldoen. Waarbij koffie binnen Trabocca tot een<br />

specialisme is geworden. Simons vergelijkt dit met een formule 1 circuit op het gebied van<br />

koffie, daaronder liggen immers ook heel veel mensen die autorijden en dat doet Trabocca in<br />

deze synoniem niet.<br />

Het gaat niet alleen over biologisch maar ook over duurzaam, wat overigens een mooi mode<br />

woord is en moeilijk definieerbaar. Maar dit was juist waar Simons zijn eigen gedachtegang<br />

over had. In de koffiebusiness wilde hij dit meer en meer gaan doen, wat niet bij de<br />

bedrijfsvoering en management paste van deze handelsonderneming. Dus wilde hij<br />

professionele machines hebben om koffie te proeven en hem zelf ook te leren om koffie te<br />

proeven, anders kon hij zijn handelsmissie niet uitvoeren. Maar Simons had als één van de<br />

weinige een biologische koffie voor de markt, waar juist het management van deze<br />

handelsonderneming de koffiemarkt te gevaarlijk vond en de niche markt waar Simons zich<br />

67


in bevond niet zag zitten. Toen is Simons in gesprek geraakt met Gerard Versteegh, exact<br />

vijf jaar geleden. Waarna Simons eigenlijk binnen een dag in zee met Tradin was en een<br />

nieuwe B.V. opgerichte. Waarbij Tradin 65% aandeelhouder is in Trabocca en Simons voor<br />

35% participeert. Wat nu SunOpta is geworden? Ja, antwoord Simons, waarbij hij aangeeft<br />

nog steeds in bezit te zijn van zijn aandelen, maar het deel van Tradin is nu SunOpta.<br />

Afgelopen jaar heeft Trabocca voor 9 miljoen Euro omgezet en zij bevinden zich hiermee<br />

nog steeds in een groeifase. Een volgend project waar Trabocca zich op richt is Hibiscus<br />

naast sesam wat nog altijd in de handel van Simons zit met een combinatie van koriander<br />

wat in de sesam teelt een goed rotatiegewas kan zijn. Hibiscus wordt onder andere gebruikt<br />

in limonades maar ook in de medicijnenindustrie en in thee maar dit hangt allemaal van de<br />

variant af. Nieuw voor mij, waar ik waarschijnlijk als velen de Hibiscus alleen ken als<br />

sierbloem.<br />

In Ethiopië zit je in een ontwikkelingsland, ten eerste is Ethiopië een koffieland en zo is<br />

Simons er ook op gekomen om biologische koffie in dit land te gaan produceren. Dus<br />

Ethiopië als land is niet het uitgangspunt geweest, maar juist de aanwezige koffie. Maar in<br />

een ontwikkelingsland als Ethiopië heb je natuurlijk wel te maken met armoede en boeren<br />

die maar zeer weinig bezitten. Hoe ga je daar nu mee om en wat voor garantie worden er<br />

voor de mensen gecreëerd? En hoe belangrijk wordt dit gevonden, om een bijdrage te<br />

leveren aan armoede reductie? Simons licht toe, dat toen hij begon nooit deze inslag had. En<br />

ook eigenlijk niets met bio op had, dit interesseerde hem totaal niet. Maar gedurende de<br />

jaren ziet hij de grote voordelen en dan met name in het topsegment, en is hij er heilig van<br />

overtuigd, wanneer je echt goede (mooie) smaak wil hebben biologisch wel degelijk uitmaakt<br />

en dit is met alles zo. Als je bijvoorbeeld een lekkere tomaat wil hebben, dan is dit toch een<br />

biologische. En dat is ook waarom hij dit koffieproject is gestart, omdat deze arme boeren<br />

echt niet weten wat ze eigenlijk in huis hebben voor mooi product. Ze zitten op een goudmijn,<br />

maar weten dit niet in geld om te zetten. Toen dacht Simons als ik ze nu gewoon help met<br />

financieringen, trainingen, machines en certificeringen en alles. Dan krijg ik iets wat ik mijn<br />

klanten kan aanbieden, want laten we eerlijk zijn het gebeurd natuurlijk wel allemaal met een<br />

commerciële inslag. Maar wat nu juist mooi is en daarom ook vaak gebruikt als voorbeeld<br />

binnen de EVD, het project is relatief klein maar bereikt toch 45000 mensen. Door de<br />

financiering met behulp van PSOM van de EVD is binnen twee jaar het volume omhoog<br />

gebracht en de kwaliteit en alles wordt opgekocht met een extra premie voor de boeren. Dus<br />

het inkomen van de boeren is door dit project gigantisch omhoog gegaan. Dit is natuurlijk<br />

lastig om direct te meten, maar er wordt gewerkt met boerencoöperaties. Waar ze dus eerst<br />

1,80USD per kg kregen, krijgen ze nu 2,30USD en in plaats van 3 containers worden er nu 6<br />

containers geleverd. Hierin zie je natuurlijk direct de toename in inkomen.<br />

Ethiopië is wel een lastig land. Voor koffieteelt moet je zien dat boeren een halve ha grond<br />

hebben of misschien 1ha door een huwelijk. En hierop verbouwen ze dan een aantal<br />

gewassen voor eigen levensonderhoud en daarnaast hebben ze een aantal koffiestruiken,<br />

waarvan ze een deel van de koffie zelf drinken, maar het overgrote deel verkopen ze. De<br />

koffie is dus eigenlijk hun enige cash-crop waarmee ze geld verdienen voor andere dingen.<br />

Maar door de versnippering en vele boeren is de koffieteelt enorm gefragmenteerd en<br />

daarom wordt er gewerkt met coöperaties. Hierdoor is er veel bureaucratie wat demotiverend<br />

kan werken bij Simons.<br />

Hierdoor is hij nu ook een nieuw plan aan het schrijven om de koffieteelt te intensiveren,<br />

waarbij hij ook de kennis van wijn producenten wil gebruiken, dus werken met plantages.<br />

Waarbij hij gebieden van 600ha tot 1600ha wil intensiveren, hieraan wil hij ook graag een<br />

groot sociaal programma koppelen. Simons zijn visie is, waneer de boeren gelukkig zijn, dan<br />

wordt de koffie ook beter. Dus het is maar heel simpel, het is niet alleen maar beloven maar<br />

gewoon doen. Ze moeten gewoon zien dat je dat schooltje ook daadwerkelijk creëert.<br />

68


Simons is hier best al ver mee, zo heeft hij contacten met leveranciers van schoolmeubilair<br />

die hem spullen met een klein krasje (productiefoutje) aanbieden. De school is er al er zitten<br />

nu alleen 2200 leerlingen op de grond. Met zijn lobby zorgt Simons ervoor dat er gewoon<br />

meubilair komt, kopieermachines etc. Dit wil hij onderbrengen in een stichting waar hij al een<br />

tijdje mee bezig is.<br />

Samen met zijn broer heeft hij nog een koffiebranderij waar ook eigenlijk de naam Trabocca<br />

vandaan komt. Tra van Tradin en Bocca van deze koffiebranderij. Tussen deze twee<br />

ondernemingen wil hij eigenlijk een stichting plaatsen voor de sociale activiteiten van Bocca<br />

en Trabocca. Maar dit is er nog niet van gekomen, omdat de bedrijvigheid van beide<br />

ondernemingen momenteel te veel tijd vraagt.<br />

Het geloof in NGO voor dit soort zaken is Simons over de afgelopen jaren een beetje<br />

verloren, hij kan het zelf veel beter, sneller en efficiënter. Hierbij moet je het groots<br />

aanpakken er moet gewoon een goed plan achter zitten. Het opsturen van 1 faxmachine,<br />

werkt gewoon niet aldus Simons. Hij wil dit gewoon doen omdat het bijdraagt tot vele<br />

facetten. Zo hebben ze onlangs nog gebieden aangesloten op elektriciteit, waardoor mensen<br />

ineens gebruik konden maken van computerfaciliteiten of het leveren van generatoren zodat<br />

er ook geproduceerd kan worden bij stroomuitval. En verder creëren deze sociale activiteiten<br />

ook ingangen voor andere projectfinancieringdoeleinden.<br />

Voor dit koffieproject heeft Trabocca 400KEuro subsidie gehad van het PSOM programma<br />

van de EVD(Nederlandse regering). En ook nu is Simons bezig met een nieuwe aanvraag<br />

voor de huidige PSI subsidie van de EVD voor het opzetten van plantages. Dit voor een<br />

bedrag van 750kEuro. Simons hoopt dat het lukt, maar weet zeker dat er anders wel andere<br />

geïnteresseerden zijn. In het eerste project heeft Trabocca met 800kEuro budget 11<br />

fabriekjes opgezet, een lokaal kantoor met 5 mensen in dienst en eigen transportmiddelen.<br />

Hierbij is een voorfinanciering van Triodos bank gebruikt, maar al met al worden er veel<br />

risico’s genomen. De business kan niet gezien worden als een fabriek met een bepaalde<br />

productiecapaciteit en een daarmee samenhangend breakeven point van de investering. De<br />

800kEuro is over een periode van 10 jaar. Door de bureaucratie in de coöperaties worden er<br />

veel afschrijvingen gemaakt in de eerste jaren, maar de koffieproductie is nu aan het stijgen.<br />

Deze ongebrande koffie levert Trabocca aan branderijen over de hele Wereld. Maar niet veel<br />

in Nederland, daarom heeft Simons eigenlijk uit frustratie samen met zijn broer een nieuwe<br />

branderij opgezet in Dronten, waar nu 5 mensen werken. Om zo ook zijn kwalitatieve<br />

hoogwaardige koffie op de Nederlandse markt te zetten. Als niemand het doet, dan doe ik<br />

het wel zelf is Simons zijn motto. Hierdoor beheerst hij nu de hele keten vanaf de teelt tot in<br />

het kopje.<br />

De binding met Ethiopië ligt voor Simons vooral in de koffie wat hij ziet als een enorme maar<br />

complexe schatkist. Ethiopië heeft meer dan 5000 varianten koffie wat je nergens over de<br />

Wereld vindt. Maar dit maakt het ook weer heel erg complex en politiek gevoelig. Men wil dit<br />

binnenkamers houden en niet teveel ruchtbaarheid aan geven. Zo loop je het risico opgepakt<br />

te worden als je zomaar opzoek gaat naar speciale koffievarianten. Qua mensen heeft<br />

Simons meer met Zulu Afrikanen, het altijd positieve-boodschapgedrag van de Ethiopiër<br />

spreekt Simons minder aan.<br />

Uit Ethiopië wordt 90% van de Trabocca omzet bepaald, Trabocca is dan ook bekent om de<br />

Ethiopische koffie, waar nu ook nog meer de focus op komt te liggen. Omdat Trabocca<br />

verkeerd in het hogere segment is de klant bereid om een premium prijs te betalen, maar<br />

daar verwacht hij dan ook wat voor. Door te focussen op 1 land als Ethiopië is deze hoge<br />

kwaliteit beter te waarborgen, dan door nog een aantal landen erbij te nemen. De klant<br />

accepteert geen kwaliteitsvermindering.<br />

69


Ethiopië heeft ook eigen koffiebranderijen, maar deze zijn in de beleving van Simons<br />

dramatisch slecht. Wel ziet hij dus toekomst in de ontwikkeling van de lokale markt in koffie,<br />

waar nu de koffie in restaurants in Ethiopië gewoon slecht te noemen is. Hij heeft hiervoor al<br />

wel een lokale partner gevonden die dit idee iets vindt, maar ze moet hiervoor nog wel een<br />

business plan schrijven. Iedere keer wordt hij door haar gevraagd hoe het met dit idee staat,<br />

waarop Simons consequent antwoord: “In hoeverre ben jij gevorderd”. Hij wil best wel alle<br />

machines en koffie leveren, maar het initiatief moet uit de mensen zelf komen. Dus op deze<br />

manier kun je wel iets voor de mensen en lokale markt betekenen. Maar kijkend naar<br />

kantoren en andere onroerend goed objecten, dan zie je abnormale prijzen op dit moment.<br />

Zo is het niet vreemd om voor een A-lokatie in Addis Ababa 9000USD huur te betalen per<br />

maand. Volgens Simons worden dan bedrijvigheden voor de lokale markt onhaalbaar op<br />

deze manier.<br />

Kijkend naar de bedrijfstructuur voor de koffiebedrijvigheid dan heeft Trabocca een Joint<br />

Venture opgezet met twee zogenaamde ‘Unions’. Deze unions of coöperaties<br />

vertegenwoordigen de boeren en zoals gebruikelijk in Ethiopië participeert ook de regering<br />

hierin mee. Simons noemt dit: “Langs de zijkant doet de regering altijd mee”. De unions<br />

regelen de export, financiering etc. voor de boeren. Dit soort piramides, daar zij er dan twee<br />

van, welke ieder voor 24% participeren en Trabocca heeft dan 52% van de aandelen in de<br />

Prince smallholders Plc. Hier staan vijf mensen op de pay-rol en zitten de transportmiddelen.<br />

Deze Plc. heeft een controlerende functie. Over de tijd is het de bedoeling dat de Unions de<br />

machines aflossen (leningen) en dan zijn zij eigenaar en wordt dit project afgesloten is de<br />

bedoeling. Het is veel ingewikkelder in de werkelijkheid dan nu zo gezegd, maar voor<br />

Simons is het belangrijk dat hij de koffie krijgt. En dit gebeurt momenteel, dus zo staat het en<br />

zo werkt het, volgens Simons.<br />

Hij doet er alles aan om in alle voorzieningen te voorzien, wat ze maar nodig hebben. We<br />

sluiten af met nog een heerlijk bakkie Ethiopische koffie en ik bedank Simons voor dit<br />

verhelderende interview.<br />

70


BIJLAGE 2: VAN DER KOOY PIJNACKER B.V.<br />

Van der Kooy Pijnacker is opgericht in 1958 toen Arie van der Kooy een paar oude<br />

stoomketels van zijn vader overnam. En daarmee is het avontuur begonnen! Met de verhuur<br />

van deze mobiele stoomketels was en is Van der Kooy nog steeds redelijk uniek. Er werd<br />

daardoor van heinde en verre een beroep op hem gedaan. Gebeurde dit in de beginjaren<br />

voornamelijk vanuit de tuinbouw, later werd er steeds<br />

vaker ook door de industrie een mobiele ketel ingehuurd.<br />

In die tijd werd er nog met stokers gewerkt, die de ketel<br />

met behulp van kolen brandende hielden. Halverwege de<br />

zestigerjaren ging men over op stookolie. En in de<br />

tachtigerjaren werd gas geïntroduceerd.<br />

Stookolie<br />

Omdat de ketels in de zestigerjaren op olie overgingen, kwam Van der Kooy op het<br />

lumineuze idee om gebruikte afgewerkte minerale olie op te halen bij garages, defensie etc.<br />

Deze werd op het bedrijfsterrein in Pijnacker gereinigd en kon dan als brandstof gebruikt<br />

worden voor de stoomketels. De aanvoer van afgewerkte olie werd steeds groter en op een<br />

gegeven moment was er een surplus wat dan weer aan tuinders en industrie verkocht werd.<br />

In 1978 werd deze activiteit overgeheveld naar Amsterdam, waar inmiddels het voormalige<br />

Gulf-depot aan de J. van Riebeeckhaven gekocht was, enorm geschikt voor de verwerking<br />

van de afgewerkte minerale olie en met uitstekende aan- en afvoermogelijkheden voor<br />

vervoer per vrachtwagen en per schip. Eén van de 'oudste' medewerkers heeft daar de<br />

leiding gekregen, en het voormalige dochterbedrijf "Olie Verwerking Amsterdam" voldoet aan<br />

alle eisen van de milieuwetgeving. Door het ministerie van VROM werd ‘OVA’ aangewezen<br />

als één van de 6 in Nederland toegelaten inzamel-/bewerkingsbedrijven voor afgewerkte<br />

minerale olie. Inmiddels is ‘OVA’ verkocht aan ‘AVR’.<br />

Door de overheveling van de minerale olie verwerking naar Amsterdam kwam er een enorme<br />

capaciteit vrij in Pijnacker. Hier moest weer iets anders begonnen worden.<br />

Van mineraal naar plantaardig<br />

Aangezien Arie van der Kooy niet van stilzitten hield, was hij allang iets nieuws aan het<br />

uitdenken; hij had al een proeffabriekje opgestart voor het extraheren van plantaardig vet uit<br />

gebruikte bleekaarde. Toen die proeven bleken te<br />

lukken, werd in Pijnacker een complete installatie<br />

gebouwd. Ook hierin was hij weer behoorlijk uniek.<br />

Niet alleen uit de bleekaarde wordt vet gehaald, maar<br />

ook allerlei restpartijen plantaardige oliën kunnen<br />

verwerkt worden. Het maakt niet uit of er veel of weinig<br />

water of vuil in aanwezig is.<br />

Wanneer restanten uit een tank gezogen zijn en ter verwerking afgevoerd zijn, kunnen de<br />

tanks gereinigd worden. Alles wordt verwerkt.<br />

71


Asfaltmeer op Curaçao<br />

Toen de plantaardige olieverwerking in Pijnacker eenmaal goed liep, kwam de volgende<br />

uitdaging: het leegscheppen van een 'Asfaltmeer' op Curaçao. Dit asfaltmeer was ontstaan in<br />

de 2e Wereldoorlog, toen de vraag naar vliegtuigbenzine enorm was, maar de vraag naar<br />

asfalt gering. Dit laatste product werd toen door de Shell-raffinaderij op Curaçao in een<br />

bassin gedumpt. Velen hadden geprobeerd om deze taaie massa uit het meer te krijgen;<br />

maar niemand vóór Arie van der Kooy heeft er ook maar één ton uitgekregen. Het leeghalen<br />

door Nareco NV, een door Arie van der Kooy speciaal opgezette vennootschap voor dit<br />

project, verliep voorspoedig, totdat Shell besloot het eiland te verlaten. De afzet van het uit<br />

het meer herwonnen asfalt, welke door de Shell-raffinaderij tot bruikbare producten gekraakt<br />

werd, viel weg.<br />

Helaas ligt het Asfaltmeer er nog steeds, zij het een stukje lager dan in 1982. Maar tot<br />

vandaag de dag is het nog steeds een 'hot item' bij zowel de eilandpolitiek daar, als bij het<br />

ministerie van VROM in Nederland. Er zijn daartoe opnieuw vele onderzoeken gedaan en<br />

meerdere dikke rapporten geschreven. Veel bedrijven hebben hiervoor enorme kosten<br />

gemaakt, maar vooral ook veel subsidie ontvangen. Echter in de praktijk is er nadien geen<br />

kilo meer uit dat meer gehaald. Arie van der Kooy heeft zonder enige subsidie maar met heel<br />

veel inventiviteit laten zien dat de mogelijkheid wel bestond.<br />

Een rode draad: schepen<br />

Na nog een raffinaderij van plantaardige oliën in Antwerpen op poten te hebben gezet,<br />

stortte Arie zich in een volgend avontuur; hij werd namelijk reder. Zijn levenslange interesse<br />

voor schepen evolueerde een aantal jaren geleden van hobby tot beroep. Na eerdere<br />

verbouwingen van schepen tot luxe jacht, vooral de voormalige schepen van Rijkswaterstaat<br />

hadden hierbij zijn voorkeur, werden vier droge ladingschepen omgebouwd tot eetbare-olie<br />

tankers: de “Frederique”, de “Bernice”, de “Annette J” en de “Almar”. Van deze schepen zijn<br />

de Bernice en de Almar nog steeds bij Kooy Shipping in de vaart (zie Kooy Shipping).<br />

Calamiteiten<br />

Calamiteiten: het is onvoorstelbaar hoe snel Arie van der Kooy en zijn werknemers op<br />

bijzondere situaties konden inspringen; zo hebben zij bij diverse koelhuisbranden in<br />

Nederland, Duitsland en Engeland geassisteerd bij het reinigen van gebouwen en terreinen.<br />

Bij diverse gestrande minerale olie tankers is er assistentie geboden bij het wegruimen van<br />

zowel plantaardige als minerale olieresten op de kust.<br />

De firma Van der Kooy bestaat sinds 1958. Helaas is oprichter en pionier Arie, eind 2004 op<br />

70-jarige leeftijd overleden. Maar de firma Van der Kooy blijft met hetzelfde enthousiasme en<br />

inventiviteit de werkzaamheden voortzetten. Dienstverlening blijft bij ons hoog in het vaandel<br />

staan. Bij calamiteiten proberen wij meteen te assisteren.<br />

De Van der Kooy Pijnacker Groep is een zeer veelzijdig bedrijf werkzaam in onder andere de<br />

industriële dienstverlening, het be- en verwerken van plantaardige oliën en vetten en de<br />

levering van vaste en vloeibare biomassa.<br />

72


Een samenvatting van de elementen van dit bedrijf<br />

Van der Kooy Pijnacker verhuurt sinds 1958 mobiele stoomketels aan tuinbouw en aan<br />

industrie. Deze ketels zijn gas- en/of oliegestookt met verschillende capaciteiten. De<br />

huurperiodes variëren hierbij vanaf één dag tot zelfs meerdere jaren.<br />

Tevens be- en verwerken zij plantaardige oliën en vetten in vaste en/of in vloeibare vorm.<br />

Deze zijn afkomstig uit de zaden- en oliënverwerkende bedrijven.<br />

Ook reinigen zij opslagtanks bij deze of andere bedrijven. De restproducten kunnen ze<br />

innemen en weer opnieuw opwerken tot een schoon gecertificeerd product. Dit product is<br />

uitermate geschikt voor technische toepassing in de oleochemie of de productie van<br />

duurzame energie door inzetting als bio-olie.<br />

Van der Kooy Pijnacker beschikt bovendien over eigen schepen, ze hebben coasters met<br />

roestvrijstalen tanks, speciaal geschikt voor het vervoer van eetbare oliën.<br />

(Bron: www.vdkooy.nl en www.bio-fuel.eu)<br />

Interview met Pol de Jong<br />

Niet ver van mijn woonplaats ligt Pijnacker waar ik Pol de Jong interview van Van der Kooy<br />

B.V. Ik bedank De Jong voor het feit dat hij wil deelnemen aan het onderzoek en vertel hem<br />

dat ik me wat heb voorbereid via de websites van Van der Kooy B.V. Over de geschiedenis<br />

van Arie, die in het kantoor met zijn afbeelding nog steeds in Pijnacker prijkt. Meer<br />

ondernemer kun je in mijn beleving niet zijn als je de geschiedenis van Arie van der Kooy<br />

doorneemt. Vanaf de websites wordt me niet geheel duidelijk hoe de totale bedrijfstructuur<br />

eruit ziet en dit zal ook niet het doel van de internetsite zijn. Ik vraag De Jong om een<br />

toelichting te geven over de Van der Kooy bedrijfsstructuur.<br />

De Jong begint te vertellen dat ze Van der Kooy Pijnacker B.V. zijn en van oudsher de<br />

stoomketels doen, dat is AJ Van der Kooy B.V. Van der Kooy Pijnacker B.V. handelt,<br />

bewerkt en verwerkt oliën en vetten en is daarbij eigenlijks een industriële dienstverlener.<br />

Dus als mensen een tank hebben die schoongemaakt moet worden en andere<br />

dienstverlenende dingen. Het loopt allemaal wel een beetje door elkaar heen, zo heb je bij<br />

het tankschoonmaken ook weer een stoomketel nodig. Het bedrijf zit in elkaar verweven, zo<br />

is er ook de scheepvaart uit de wens van AJ Van der Kooy om ook plantaardige oliën te<br />

verschepen. De gedachtegang is een beetje voorgekomen uit dat men zag dat ook<br />

plantaardige eetbare oliën als palmolie werden ingezet voor technische doeleinden, waar<br />

Van der Kooy het niet zo mee eens was.<br />

Zo gebruikte Van der Kooy de bijproducten die vrijkomen bij de olieproductie in eerste<br />

instantie als veevoeder, maar toen dat niet meer mocht of eigenlijk toen de toeleveranciers<br />

dat niet meer wilden, was de stap naar energieproductie snel gemaakt. Over de jaren zag je<br />

nu gebeuren dat oliën die ook eigenlijk geschikt zijn voor voedselconsumptie in deze markt<br />

worden ingezet en volgens De Jong heeft dit niet een lange toekomst. Dus als je op een<br />

manier gaat produceren wat in competitie is met de voedselvoorziening. Van der Kooy<br />

gebruikt hier nu juist de bijproducten voor die sowieso ontstaan bij de productie van eetbare<br />

oliën, maar dus niet geschikt zijn voor consumptie. Dus uit de bleekaarde en het reinigen van<br />

opslagtanks. Overal waar bijproduct vrijkomt bij het proces is Van der Kooy in de markt om<br />

dit op te kopen en te bewerken tot biobrandstoffen. Waardoor je dus niet met de<br />

voedselketen in aanraking komt.<br />

Maar daar waar de vraag misschien gaat toenemen, kan je alleen met de bijproducten niet<br />

aan de markt voldoen? Dit is juist, maar Van der Kooy wil geen teelt in competitie met de<br />

voedselketen en zegt dat dit alleen mogelijk is als je een gewas kan telen die dit niet is.<br />

Waarbij je ook moet oppassen dat je dit niet doet op landbouwgronden waar je<br />

voedselgewassen kunt telen of gronden waar je water ontrekt wat ook voor voedsel had<br />

73


kunnen worden gebruikt. Dan houdt het volgens De Jong geen stand. Dat is niet duurzaam<br />

en heeft volgens De Jong daardoor ook geen lange economische levensduur. De afnemers<br />

van Van der Kooy willen een duurzaam product en zodra daar een discussie overkomt, dan<br />

hebben zij geen afnemers meer. Kijk maar naar bijvoorbeeld de Scandinavische markt die dit<br />

al eerder in werking heeft gesteld en bij biobrandstoffen absoluut geen ruwe palmolie<br />

gebruiken. Vandaar dat er toen destijds werd gekeken naar Jatropha. Een ander punt van<br />

aandacht is nog wel, dat de olie van de bijproducten niet gezien en gebruikt kan worden in<br />

de toepassing waar bijvoorbeeld een ruwe zonnebloemolie of palmolie wel gebruikt kunnen<br />

worden. Je kunt bijvoorbeeld zonder problemen een dieselmotor laten lopen op ruwe<br />

zonnebloemolie, dit geldt niet voor de olie geproduceerd uit de bijproducten. Van der Kooy<br />

richt zich dan ook in de markt voor grote energie producerende installaties voor verstromen<br />

en stoominstallaties, waar deze olie verbrand wordt. Voornamelijk in de tuinbouw en alle<br />

soorten agrarische bedrijven.<br />

Van der Kooy is volgens mij een zeer ondernemend bedrijf en daarom worden waarschijnlijk<br />

ook de kansen bestuderen van Jatropha. Wat past in de gedachtegang zoals nu reeds is<br />

weergegeven. Hoe is dit idee gestart? De Jong licht toe, dat dit idee gestart is, omdat<br />

Jatropha waarschijnlijk wel een gewas is wat je duurzaam kan verbouwen. Jatropha heeft de<br />

naam dat je hiermee juist wel de arme niet landbouwgronden kunt benutten, waardoor je niet<br />

in competitie bent met de voedselketen. Maar ben je het met rijkelijke irrigatie aan het doen<br />

dat de productie enorm vermeerderd, dan moet je ook weer gaan afvragen, hadden we deze<br />

gronden niet voor ander productie kunnen gebruiken. Het idee is om Jatropha te planten op<br />

schrale grond zonder irrigatie, waardoor je ook mensen in deze gebieden aan het werk kan<br />

helpen. Wat in de beleving van De Jong een verhaal is wat gewoon klopt. Hierdoor kun je<br />

moeilijke gebieden in ontwikkeling brengen.<br />

Maar waarom dan Ethiopië? De Jong licht toe dat zij in contact kwamen met het bedrijf<br />

Flodac, die rozentelers begeleiden. Zij gaven Van der Kooy de tip dat Ethiopië de beste<br />

plaats zou zijn, logistiek en gezien de landsstabiliteit. Daarbij hadden zij goede connecties in<br />

Ethiopië. In Ethiopië is het zo dat je daar een aantal mensen hebt die grootte lappen met<br />

grond bezitten en met de rozenteelt geeft 10ha hun niet veel status in Ethiopië. Zij willen<br />

groter en Jatropha kan zo’n gewas zijn, want dat begint pas bij 10, 20 of 50 duizend ha als je<br />

dat goed wil aanpakken. En daarmee kon Van der Kooy aan het verzoek van de<br />

toeleveranciers van Flodac voldoen. Flodac had in Ethiopië een partner voor Van der Kooy,<br />

die instaat bleek om ook op grote schaal dit te kunnen organiseren en ook te doen. Vandaar<br />

dus Ethiopië.<br />

Bij het bezoek aan Ethiopië zag De Jong dat met de juiste mensen, dus in de hogere klassen<br />

de zaken als grond en papieren allemaal snel geregeld was. En als de infrastructuur niet<br />

goed is of er moet anders iets geregeld worden, dan was dit allemaal mogelijk.<br />

Op dit moment loopt het project alleen niet zo goed en dat komt vooral door de Ethiopische<br />

partner die volgens De Jong te rigoureus denkt. Waar juist Van der Kooy vanuit het milieu<br />

aspect, dit op een duurzame manier wil opzetten. Wil juist de Ethiopische partner hier<br />

helemaal geen tijd aan besteden. Je praat dus over een groot stuk grond waar mensen op<br />

wonen, waar de grond niet van is, maar die toch wel het gevoel en idee hebben dat de grond<br />

van hun is. Zij leven hier immers al generaties lang op. Waar De Jong dus ook van mening is<br />

dat je juist deze lokale mensen nodig hebt, maar dan moet je wel een overeenkomst maken<br />

dat je in deze biotoop dit ook kunt gaan doen. En juist deze afspraken zijn helemaal niet<br />

gemaakt. Voor Van der Kooy was het juist belangrijk om te gaan kijken op een kleinere<br />

schaal of het mogelijk is om op een duurzame manier Jatropha olie te produceren voor<br />

gebruik op de lokale markt.<br />

Deze proef moet nog gedaan worden, want misschien ontrek je juist wel heel veel<br />

grondwater. Een export markt voor deze kleine testplantage is niet interessant, met 200ha is<br />

74


export geen optie en wordt er dus geproduceerd voor de lokale markt. Hierin liggen ook<br />

mogelijkheden conform de huidige Ethiopische energieprijzen.<br />

Hoeveel mensen cq. families hebben nu voordeel en inkomsten door dit project? Dat zou<br />

enorm zijn, geeft De Jong aan, per ha moet dan gedacht worden aan 1,5 fte, dus 200ha is<br />

dan 300 boeren. En in de verdere toekomst is een lease overeengekomen van 50.000ha.<br />

Hierbij is het welzo dat het een intensieve teelt is om te oogsten, omdat dit allemaal<br />

handwerk is. Er bestaan wel machines, dus voor grootschalige plantages moet het<br />

handplukken worden afgewogen tegen de kosten van zo’n machine. Maar des al niet te min<br />

blijven er in deze bewoording van De Jong altijd nog veel mensen nodig.<br />

Op dit moment zijn er nog geen bomen geplant en dus ook nog geen activiteiten gaande.<br />

Door de problematiek met de Ethiopische partner wordt momenteel het land niet goed<br />

voorbereid met de lokale mensen, waardoor het gehele project ook nog wel eens op niets<br />

zou kunnen uitdraaien. Voor Van der Kooy wordt het project begeleid door mensen van<br />

Flodac, alleen in de Ethiopische partner hebben ze zich vergist, aldus De Jong. Ondertussen<br />

loopt erbij de EVD natuurlijk wel een subsidie waar een tijdsplanning aan vast zit. Dat klopt,<br />

daarom zijn ze nu ook samen met de EVD aan het kijken voor een andere partner.<br />

Momenteel zijn er misschien wat mogelijkheden met een partner in het Noorden van<br />

Ethiopië, waar Van der Kooy het meer mee ziet zitten, omdat zij wel dezelfde milieu en<br />

duurzaamheid ideeën hebben. Dus er is een behoorlijke vergissing gemaakt met de huidige<br />

partner, terwijl deze familie heel goed stond aangeschreven op dit gebied. Maar ze laten dan<br />

toch teveel steken vallen, wat jammer is in de voor ogenstaande samenwerking.<br />

Wat is nu de intentie geweest om juist activiteiten te starten in een ontwikkelingsland? De<br />

Jong antwoord, dat de gedachtegang achter een energieteelt juist daar moet gaan gebeuren,<br />

daar is immers de grond voorradig daar zijn de mensen. Je kunt daar juist iets<br />

aanzwengelen. Een ontwikkelingsland biedt deze mogelijkheden volgens De Jong. Dit heeft<br />

onder andere te maken met loonkosten. Maar ook zeker de connecties die Flodac aanbood,<br />

was een reden om te kiezen voor Ethiopië, door hun netwerk was ervoor Van der Kooy een<br />

kans. Zou je dit bijvoorbeeld gaan vergelijken met Rusland of de Oekraïne dan kom je op de<br />

teelt van zonnebloem en kom je dus weer in concurrentie met de voedselketen. Een<br />

ontwikkelingsland in Afrika biedt hier juist de mogelijkheden om niet in concurrentie te raken<br />

met deze voedselketen, wat voor Van der Kooy het uitgangspunt is. Als je ziet hoe de<br />

Wereldbevolking groeit dan mag het voor De Jong niet zo zijn dat je landbouwgronden<br />

gebruikt voor energie. Hongerbestrijding mag volgens hem dan ook nooit in gevaar komen<br />

met energieproductie, dit is voor De Jong niet de oplossing in de Wereld.<br />

Als je kijkt naar de duurzaamheid wat een belangrijk punt is voor de missie van Van der<br />

Kooy en je kijkt nu naar dit project, wat is dan echt belangrijk in bijvoorbeeld de driehoek van<br />

People, Planet en Profit? De Jong licht toe, dat voor hem dit project een duidelijke sociale<br />

inslag heeft. Dit intrigeert mij ook, want als je kijkt naar de vechtlust om toch door te gaan<br />

met het project ook al botert het momenteel niet met de lokale partner komt de<br />

winstgevendheid natuurlijk onder druk. Menig bedrijf had op deze gronden gezegd van laat<br />

maar en was gestopt. De Jong zegt, we zien natuurlijk nog steeds de mogelijkheden en<br />

uiteraard zien we hier voor de toekomst een stuk winstgevendheid in. Waar Van der Kooy nu<br />

aan het eind van de keten zit, gaan ze juist met dit project aan het begin van de keten zitten.<br />

Waarbij De Jong ook toegeeft, als ze het project kunnen overdragen in de toekomst aan een<br />

andere partij dan is dat ook goed. Waarbij zijn gedachten voor Van der Kooy uitgaan naar de<br />

logistieke functie in deze keten. Dan zien zij er meer in, nu is het meer vanuit een sociaal<br />

uitgangspunt, waarbij zij willen aantonen dat het kan en dat het kan op de juiste manier. En<br />

dan is het in de bewoording van De Jong, “uit te vouwen”, waarbij het best kan zijn dat Van<br />

der Kooy dan zegt dat is niet aan ons.<br />

75


Was je het overigens ook gestart zonder de EVD subsidie? Van der Kooy wel, zegt De Jong,<br />

maar de partner Flodac en de Ethiopische partner wouden deze subsidie. Terwijl dat De<br />

Jong zijn intentie was van, gewoon alle drie geld op tafel, en gaan! En stel nu dat er nog<br />

extra geld bij moet? Voor De Jong is het geloof sterk dat dit allemaal gaat lukken en dan<br />

moet dat maar zo zijn. Zijn er verder nog gedachten over het verkrijgen van subsidie,<br />

bijvoorbeeld CO2 credits etc. De Jong licht toe dat dit op kleine schaal niet mogelijk is, maar<br />

op grotere schaal behoort dit tot de mogelijkheden. Subsidies zijn niet het hoofddoel, Van der<br />

Kooy als bedrijf vraagt eigenlijk nooit subsidies aan, aldus De Jong. Wel komt het natuurlijk<br />

voor dat je bijvoorbeeld een nieuw productiemiddel koopt, waarbij de leverancier een<br />

bepaalde subsidie heeft. Zoals een nieuwe vrachtwagen met een bepaalde subsidie, en dat<br />

is dan mooi meegenomen.<br />

Voor Van Der Kooy is het dus gewoon heel erg belangrijk om aan te tonen dat dit gewoon<br />

kan. Dus Jatropha is mogelijk in Ethiopië. Het bewijs is geleverd. Dit is het uitgangspunt van<br />

het project? Dat klopt, zegt De Jong. Het is wel zo, gaat De Jong verder, op basis van wat hij<br />

nu ziet, dat als je op grote schaal Jatropha wil gaan doen dan praat je over enorme<br />

investeringen en de politieke instabiliteit maakt het wel heel moeilijk om iets te gaan doen. Al<br />

die grote projecten met enorme investeringen en je partner die de mogelijkheid heeft om<br />

binnen drie dagen alles te regelen, die kan natuurlijk ook in 1 dag regelen dat je niets meer<br />

hebt.<br />

Wat is precies de aandelen verdeling in dit nieuwe bedrijf? Heeft Van Der Kooy dan een<br />

meerderheid- of een minderheidsbelang? We hebben de minderheid, zegt De Jong dus 33%<br />

ieder. Maar dit is op zich geen probleem, het gaat juist om de investeringsbedragen. Een<br />

simpel voorbeeld is bijvoorbeeld zonne-energie. De grond is best wel voorradig, maar wie<br />

gaat in dit soort grootte projecten zijn geld steken, daar is het politiek te onstabiel voor. Dat<br />

wordt nu aan den lijve ondervonden.<br />

Hoelang is de Jatropha-boom eigenlijk productief? Na twee jaar produceert de boom en dan<br />

blijft hij zo’n 15 jaar productief, waarna de productiviteit afneemt, licht De Jong toe. Voor<br />

200ha ligt breakeven op 5 jaar en dit project draagt ongeveer 3-4% bij op de totale omzet<br />

van Van der Kooy B.V. De kans blijft aanwezig om het ook te doen in een ander land als er<br />

iemand komt met een goed voorstel dat beter is dan Ethiopië op dit moment. Hierbij dient wel<br />

te worden opgemerkt dat de kennis van Flodac als partner belangrijk is. Als iemand anders<br />

dan Flodac met een voorstel komt, zal Van der Kooy hier niet snel mee in zee gaan. Wat is<br />

eigenlijk de rol van Flodac als partner? Zij hebben erg veel kennis in vermeerdering van de<br />

bomen en zijn in het project hier verantwoordelijk voor. Van der Kooy doet vervolgens de<br />

verwerking van de Jatropha olie tot brandstof, antwoord De Jong.<br />

Zie je het tot nu toe nog steeds wel zitten? Nou zegt De Jong, met de huidige Ethiopische<br />

partner zo langzamerhand niet meer. Met Flodac heeft De Jong een goede relatie hier zijn<br />

dan ook nog de mogelijkheden en op de achtergrond zijn de contacten ook gelegd met een<br />

nieuwe Ethiopische partner waar De Jong ook al gesprekken mee heeft gehad. Dit biedt in<br />

zijn gedachtegang eigenlijk een veel mooier duurzaamheiddoelstelling, wat hij wel ziet zitten.<br />

Zij zijn instaat doormiddel van tussen gewassen met Jatropha zeer droge gebieden om te<br />

toveren tot groen bos en dan kan in de dalen van deze heuvels traditioneel landbouw<br />

bedreven worden, wat eerst niet gerealiseerd kon worden. Dan heb je natuurlijk iets heel<br />

moois gecreëerd. Maar goed, we zijn in afwachting van de verdere ontwikkeling met onze<br />

huidige partner. Tot op heden zit er nog niet veel investeringen achter, behalve onderzoek-<br />

en reiskosten en vooral tijd, maar deze zaken horen bij het normale risico wat je neemt.<br />

Wat is de naam van de Ethiopische dochteronderneming? ETBP Plc, dit staat voor Ethiopian<br />

Bio-Power, licht De Jong toe. In de Van der Kooy B.V. werken momenteel 18 mensen. De<br />

Ethiopische bedrijvigheid gaat dus wel een grote impact hebben op het huidige<br />

personeelsaantal? Dit is absoluut een feit, antwoord De Jong. Maar voornamelijk zal het<br />

76


personeel in Ethiopië bestaan uit seizoenarbeiders, die marktconform betaald worden, dus<br />

zeg een dollar per dag. Hierin moet je ook het verschil zien in dat je hebt mensen die leven<br />

voor een economische behoefte en mensen die voor de eerste levensbehoefte leven.<br />

Iemand die in de woestijn loopt is niet met geld bezig want dat is voor hem helemaal niet<br />

belangrijk. Die heeft zijn primaire middelen als hutje, schaap, kameel etc.<br />

Heb je overigens wel nagedacht over hoe je de mens aan het werk houdt en de kwaliteit<br />

borgt? Het idee is dat het vele handenwerk met name geschikt is voor vrouwelijke arbeiders.<br />

Je zou dus kunnen denken aan kinderopvang, waarmee je de vrouwen meer bindt aan de<br />

werkzaamheden. Maar ook de mogelijkheid biedt om te gaan werken. Dit is allemaal<br />

meegenomen in het projectplan. Maar dan ben je ook bereid om bijvoorbeeld een schooltje<br />

te bouwen? Absoluut, antwoord De Jong. En dat is ook wat de Ethiopische partner al heeft<br />

gedaan. Wat dat betreft zijn zij heel sociaal, zij investeren vooral ook in ziekenhuizen en<br />

dergelijke. Hier heeft Van der Kooy nog geen geld in gestopt, maar ze waren dit wel van<br />

plan. Maar omdat het nu niet zo lekker loopt ligt ook alles op dit gebied stil.<br />

Zijn er verder nog punten of toevoegingen die je aan dit interview wil toevoegen? Eigenlijk<br />

niet, antwoord De Jong. Het merendeel is zo wel verteld over het Jatropha project. Of<br />

moeten we het eigenlijk een avontuur noemen. Een interessante ontwikkeling en ik hoop dat<br />

Van der Kooy er met zijn Ethiopische partner uitkomt of een andere juiste partij vindt om toch<br />

door te kunnen gaan met dit mooie plan.<br />

77


BIJLAGE 3: CORDAID<br />

Cordaid is een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie met<br />

meer dan negentig jaar ervaring en expertise. Wereldwijd<br />

werken ze samen met gedreven partnerorganisaties. Dromen,<br />

ideeën en acties voor een betere samenleving inspireert hun.<br />

Zij zetten zich met hart en ziel in voor de strijd tegen armoede.<br />

Cordaid gelooft in menselijke waardigheid en respect voor onderlinge verschillen. Daarbij<br />

vertrouwen ze op de kracht van mensen zelf. Zij geven ze een steuntje in de rug, zodat ze<br />

zelf een betere toekomst kunnen realiseren.<br />

Cordaid richt zich op het verlenen van noodhulp, bestrijden van armoede,<br />

maatschappijopbouw en het beïnvloeden van beleid.<br />

Hiervoor bundelen ze hun krachten in tien programma’s:<br />

• Minderheden<br />

• Sloppenwijkbewoners<br />

• Vrouwen en Geweld<br />

• Rampenpreventie en Noodhulp<br />

• Verzoening en Wederopbouw<br />

• Toegang tot Gezondheidszorg<br />

• Zorg voor Kwetsbare Groepen<br />

• HIV/Aids<br />

• Kleine producenten<br />

• Microfinanciering<br />

Microfinanciering<br />

Binnen Cordaid kan microfinanciering gezien worden als een vorm van sociaal<br />

ondernemerschap. Deze case studie focust dan ook op deze activiteit van Cordaid in<br />

Ethiopië en hoe men begonnen is met deze vorm van ondernemerschap naast de sociale<br />

hulpverlening.<br />

Cordaid licht zelf ook toe op hun website dat dit een vorm van ondernemerschap is voor de<br />

armen in de samenleving.<br />

Microfinanciering is inmiddels een bekend middel om effectief armoede te bestrijden. Cordaid<br />

staat in de financiële wereld bekend als entrepreneur voor de armen op dit gebied.<br />

Voorbeeld: ASA in Bangladesh<br />

Met steun van Cordaid verstrekt De Association of Social Advancement(ASA) aan ruim 3,5<br />

miljoen mensen een kleine lening van gemiddeld zo’n 85 euro. Deze lening moet in één jaar tijd<br />

worden terugbetaald, in wekelijkse termijnen. Tegelijkertijd sparen de kredietnemers iedere<br />

week een klein bedrag. In de afgelopen jaren heeft ASA verschillende spaar- en kredietvormen<br />

ontwikkeld, zoals leningen met soepele voorwaarden voor de allerarmsten, iets grotere<br />

kredieten voor mensen die een bedrijf willen opzetten, speciale onderwijsleningen voor leden<br />

met schoolgaande kinderen en – in het geval van overstromingen – renteloze leningen voor<br />

getroffenen.<br />

Ondernemen<br />

Met de programma’s die onder deze noemer vallen, wil Cordaid het economisch perspectief<br />

van arme mensen verbeteren. Samen met hen strijden ze tegen scheve economische<br />

machtsverhoudingen en voor een betere toegang tot afzetmarkten en<br />

financieringsmogelijkheden. Ze nemen belemmeringen weg via internationale lobby,<br />

samenwerking met lokaal bedrijfsleven, de ontwikkeling van duurzame productieketens en<br />

78


microfinanciering. Kern van het werk: mensen helpen om op eigen kracht vooruit te kunnen.<br />

Cordaid versterkt de kracht van kleine producenten. Bijvoorbeeld bij onderhandelingen met<br />

andere marktpartijen of productiemethodes. Verder geven ze donatie en<br />

krediet/garantie/handelsfinanciering op maat. Ook is er extra aandacht voor de positie van<br />

vrouwelijke werknemers. In Nederland legt Cordaid contacten tussen<br />

producentenorganisaties in ontwikkelingslanden en het bedrijfsleven. Ook lobbyen ze via het<br />

MVO-platvorm voor de belangen van kleine producenten in ontwikkelingslanden die<br />

duurzaam willen produceren.<br />

(Bron: www.cordaid.nl)<br />

Interview met Mildred Kolk<br />

Voor het interview met Mildred Kolk ga ik na het Cordaid kantoor in Den Haag. Kolk is de<br />

initiatiefneemster van de financieringsactiviteiten van Cordaid.<br />

79<br />

Voorbeeld: Soja<br />

Bijna zeventig procent van alle waren die in Westerse supermarkten liggen, wordt<br />

geproduceerd met soja uit ontwikkelingslanden. De grootschalige productie zorgt voor<br />

enorme ontbossing, vervuiling van grond en water en het vermindert de beschikbaarheid<br />

van land voor voedsel in deze landen. Cordaid steunt diverse groepen in Zuid-Amerika om<br />

de uitwassen van de soja-expansie in het Amazonegebied tegen te gaan. Ook steunt<br />

Cordaid boerencoöperaties die werken aan verantwoord geproduceerde soja. In Nederland<br />

is Cordaid actief in de sojacoalitie, bestaande uit negen milieu-, sociale en<br />

ontwikkelingsorganisaties die minimumcriteria ontwikkelen voor verantwoorde sojaproductie<br />

en die sojaproducenten aanspreken op hun verantwoordelijkheid.<br />

Ik zie dit als sociale ondernemers activiteiten en daarbij is Cordaid ook in<br />

deze activiteiten actief in Ethiopië wat dus past in mijn sample van case<br />

studies.<br />

Ik leg Kolk uit dat ik mijn voorbereiding heb gedaan vanaf de Cordaid<br />

website, waarbij mijn focus voor het interview uitgaat naar de<br />

microfinancieringsactiviteiten en ondernemingingsactiviteiten zoals<br />

verwoord op de website. De vraag is nu of de financieringsafdeling van Cordaid nu gezien<br />

kan worden als de verstrekker van de microfinanciering. Dit is niet correct en Kolk licht<br />

vervolgens de werking van de financieringsafdeling uit.<br />

Je moet het zien onder ondernemen en dan kom je terecht bij de financieringsafdeling sector<br />

ondernemen/entrepreneurship. Waarbinnen twee type programma’s vallen:<br />

1) Programma klein producenten;<br />

2) Programma microfinanciering.<br />

De financieringstypen die Cordaid aanbiedt voor beide programma’s zijn eigenlijk hetzelfde.<br />

Ondernemingen die ik al genoemd heb zoals Tradin en Trabocca vallen bijvoorbeeld onder<br />

kleine producenten. Dus bedrijven die voor hun grondstoffen werken met kleinere bedrijven,<br />

dat kunnen ‘outgrowers’ zijn dus individuele boeren en vaak zie je dat het een groep van<br />

boeren is. Dit is het belangrijkste programma wat hierbij aansluit.<br />

Als je kijkt naar het programma microfinanciering, dan praat je echt over Micro Finance<br />

Institutes (MFI’s) of kleine banken, die makkelijker uitlenen dan gewone banken. Dit omdat<br />

ze flexibeler zijn met de zekerheden die ze vragen. Ze kunnen ook groepsleningen<br />

verstrekken, heel kleine bedragen soms wel van 10 tot 50 USD. Deze groepen mensen<br />

staan dan borg voor elkaar. En wat doet Cordaid dan? Cordaid helpt deze MFI’s dat ze beter<br />

kunnen opereren. Typen van financieringen zijn dan, en dan noemt Kolk een donatie ook<br />

een type van financiering. Waarvan ik misschien zou zeggen dat dit geen vorm van


financiering is. Waarop Kolk toelicht dat Cordaid de financieringen ziet als instrumenten wat<br />

voor beide programma’s hetzelfde is. Dit kan een donatie zijn, een lening of een garantie en<br />

soms ‘equity’, waarbij Cordaid aandeelhouder wordt.<br />

Dus Cordaid financiert deze kleine banken, de MFI’s. Cordaid is van origine een<br />

hulpverlenende NGO. De inkomstenstroom van Cordaid dus het totale budget, daar komen<br />

ook de financieringen uit. Dan financiert Cordaid andere bedrijven of partners zoals dat<br />

binnen Cordaid wordt gezien. Maar hoeveel rendement volgt hier nu uit? Dus wat voor<br />

rentepercentages worden geheven? Waarbij donaties hier natuurlijk buitenvallen, omdat dit<br />

geld niet wordt terugbetaald. Dus ja, als je de financiering ziet als een bank, dan wil je toch<br />

de lening weer terug met een bepaalde rente? Dat klopt, licht Kolk toe. Maar goed,<br />

rendement is voor Cordaid toch vaak als je ziet naar ‘equity’ als Cordaid dus echt<br />

aandeelhouder wordt. De vraag is dan, waneer stap je in een bedrijf of fonds en wat voor<br />

rendement wil je daaruit zien.<br />

Maar met een lening geldt natuurlijk precies hetzelfde, alleen heb je dan te maken met<br />

allemaal variabelen. Is het bijvoorbeeld een lening op de lange termijn of juist op de korte<br />

termijn, is het een lening in harde valuta bijvoorbeeld Euro’s of in lokale valuta. Daarbij gaat<br />

het Cordaid niet zozeer om het rendement. Voor harde valuta is het rentepercentage 7%<br />

voor bedrijven en 6% voor MFI’s. Het is niet om rendement te halen, maar juist puur voor het<br />

dekken van de kosten van Cordaid. Hiermee kun je dus zeggen dat dit eigenlijk de enige<br />

sector is binnen Cordaid, die zelfvoorzienend is en dus zelfstandig en winstgevend zou<br />

moeten kunnen opereren. In het verleden was het ook zo, dat het lening- en garantie<br />

programma meer apart stond als een aparte business unit. En in eerste instantie was het<br />

idee ook om puur winstgevend te zijn. Waarmee je ter zijnde tijd deze unit geheel kon<br />

afzonderen van Cordaid.<br />

Maar nu is het veel meer dat het programma denken belangrijk is en daarmee de resultaten<br />

die Cordaid wil behalen in deze programma’s. En deze financieringsinstrumenten passen om<br />

in de behoeften te voorzien van de programma’s. Het rendement is dan niet zo belangrijk<br />

voor Cordaid, alleen het sociale rendement is belangrijk. Dat zie je in alles, ook in de<br />

systemen van publicatie, het gaat uiteindelijk om de uitkomst, hoeveel boeren bereik je<br />

bijvoorbeeld of hoeveel arme mensen help je. Dus hoeveel is de gemeenschap er beter van<br />

geworden en hoeveel producentenorganisaties als coöperaties bereik je en zijn die dan in<br />

staat om meer macht uit te oefen als speler in de waardeketen.<br />

Maar wat zijn nu de selectiecriteria voor het verstrekken van een lening? Waar moet dus een<br />

aanvraag aan voldoen? Kolk licht toe, algemeen gezien want een MFI noemt zij ook een<br />

ondernemer. Zij financieren een onderneming met een garantie, het moet dus winstgevend<br />

zijn anders kunnen ze het nooit terug betalen. Ze kijken dus naar de duurzaamheid en wat<br />

zijn de risico’s hoe krijgen ze het geld weer terug. En dan zijn de criteria bij een MKB die dus<br />

met producenten werken hoger dan voor een MFI. De eerste stap is om een<br />

applicatieformulier in te dienen bij Cordaid, hierin staan de criteria waar Cordaid informatie<br />

over wil ontvangen. Daarnaast is het ook vereist om een projectvoorstel of businessplan in te<br />

dienen, met een strategische onderbouwing. Zij willen dus uiteindelijk een businessplan,<br />

maar daar moet je ook een beetje doorheen kijken, want soms zijn deze businessplannen<br />

geschreven door consultancy of het is zelf geschreven maar dan is het vaak heel beknopt en<br />

zitten alle ideeën in het hoofd van de ondernemer. Het is dus een lastige beoordeling.<br />

Daarnaast wordt het budget getoetst, waaronder een balans, winst en verlies rekening en<br />

een gecontroleerde jaarrekening over de afgelopen drie jaar. Statuten en oprichtingsaktes<br />

horen bij beoordeling, dat je staat ingeschreven bij de kamer van koophandel. Vervolgens<br />

wordt er dan een kredietanalyse gemaakt, die intern besproken wordt en daar wordt dan ook<br />

een risicoanalyse op gemaakt. Belangrijk zijn de omgeving waarin het bedrijf opereert, zowel<br />

economisch, dat kunnen landen risico’s zijn, als de sector, hoe is de markt wat en wie zijn de<br />

klanten en concurrenten. Management is daarnaast nog heel belangrijk, dus de governance,<br />

80


is het management capabel genoeg. Deze punten met de financiële analyse zijn de criteria<br />

waar de beslissing op genomen wordt.<br />

Hoe is Cordaid nu ooit begonnen met deze vorm van financieringen? Kolk licht toe, dat<br />

donaties al heel lang gedaan worden. Als je spreekt over donatie aan het bedrijfsleven en<br />

leningen en garanties. Zijn ze daar zo geleidelijk mee begonnen in 1998/9, als een pilot om<br />

eens te kijken hoe deze dingen gingen. En dit ging best wel goed. In 2000 is vervolgens<br />

Cordaid ontstaan uit een fusie en toen is er een aparte afdeling gecreëerd die zich puur<br />

bezig hield met leningen en garanties. Hier is dus heel veel ervaring opgedaan in procedures<br />

en systemen, het werken met een kredietcommissie en het doen van risicoanalyses. Dit<br />

vergde een andere manier van werken, dan de jaren ervoor werden gedaan. Hierna is het<br />

alleen nog maar meer uitgebreid en geprofessionaliseerd.<br />

Hoe groot is nu het totale budget om mensen in ontwikkelingslanden met deze vormen van<br />

financiering te helpen? Kolk licht toe, dat dit per jaar bekeken wordt. Als je nu puur naar<br />

leningen en garanties kijkt dan is dit voor Afrika 10 miljoen Euro, maar dat veranderd en zal<br />

komend jaar waarschijnlijk minder zijn. Hoe groot is het percentage van de totale<br />

financieringsgroep ten opzichte van het totale budget van Cordaid? Heel weinig, antwoord<br />

Kolk. Het jaarlijkse budget is volgens haar 300 miljoen Euro en de financieringsgroep is 30<br />

miljoen, dus 10%.<br />

Waar komt hoofdzakelijk het geld vandaan? Kolk antwoord dat, driekwart van het ministerie<br />

van buitenlandse zaken komt. Dit heet mede financieringsgeld, waarvoor een strategieplan<br />

ingediend is. Op basis van dit plan heeft Cordaid nu financiering gekregen tot 2010. Dus<br />

indirect van belastinggelden en eenderde via donateurs en fondsen zoals vastenactie,<br />

mensen in nood, Cordaid microkrediet, bond zonder naam, kinderstem. En vooral<br />

microkrediet richt zich op de economische projecten.<br />

Cordaid is met zijn financieringsactiviteiten ook actief in Ethiopië. Wordt dit al lang gedaan en<br />

heeft Ethiopië een bepaalde voorkeur? Kolk licht toe, dat Cordaid niet in alle<br />

ontwikkelingslanden kan werken. In 2000 met de fusie is een selectie gemaakt waaronder<br />

Ethiopië al viel. De organisaties die toen gefuseerd zijn waren al actief in Ethiopië. Daarbij<br />

wordt steeds meer getracht tot concentratie. In minder landen werken want, dan kan je echt<br />

het verschil maken door het hebben van voldoende budget. Cordaid opereert dus in steeds<br />

minder Afrikaanse landen, maar nog steeds in Ethiopië. Dit is wel even spannend geweest<br />

twee jaar geleden toen er een reorganisatie gaande was binnen Cordaid en vanwege het<br />

hebben van weinig partnerships in Ethiopië. Ethiopië bijna geschrapt was. Toen heeft de<br />

financieringsafdeling zich wel hard gemaakt voor Ethiopië, met name op het gebied van de<br />

ontwikkeling in Ethiopië, kijkend naar ondernemingen.<br />

Zowel de activiteiten van buitenlandse ondernemingen maar ook lokale ondernemingen, als<br />

je gewoon ziet hoeveel gebouwen er neergezet worden en hoeveel activiteiten gaande zijn in<br />

Ethiopië, dan merk je gewoon dat het een heel actief economisch klimaat heeft. Ondanks het<br />

feit dat de overheid een lastige factor kan zijn en niet alles mogelijk is. Maar des al niet te<br />

min is het vanwege deze ontwikkelingen een land waar Cordaid nog steeds veel kan doen,<br />

vooral op het gebied van kleine producenten. Hierbij wordt gekeken naar verschillende<br />

ketens waar Cordaid in wil werken. De koffieketen is hier een belangrijke onder, maar ook de<br />

honingketen, sesamketen welke gelinkt is aan de oliezadenketen. Dus dat past nog steeds in<br />

het programma. Op het gebiedt van microfinanciering is Ethiopië een behoorlijk volwassen<br />

markt en is deze vorm niet zo heel erg meer nodig, dus hier is minder budget voor. Het<br />

aanwezige budget voor microfinanciering richt zich op de agrosector, dus kleine producenten<br />

programma. Ethiopië is gewoon een land waar nog steeds veel mogelijkheden zijn en<br />

daarom is Cordaid hier nog steeds actief.<br />

81


Kijkend nu naar sociale return op investment door de financieringen, hoe maak je dit<br />

meetbaar? Kolk licht toe, voor microfinanciering is dit relatief makkelijk. Alle MFI’s doen<br />

eigenlijk hetzelfde en zijn er aan gewend dat ze financiële prestatiedoelstellingen hebben.<br />

Maar eigenlijk is het gek dat er niet gekeken werd hoe Ethiopië of een klant van MFI er nu<br />

beter van geworden is. Maar dit is erg lastig, want dan moet je tijdrovende studies doen. Dus<br />

eigenlijk is het veel handiger als Cordaid vastlegt om alleen MFI’s te ondersteunen met een<br />

sociale missie. Dat moet tot uiting komen in hun missie/visie bedrijfsplan, maar ook in hun<br />

systemen om dit te kunnen controleren. Dus daarom is toen in de gehele microfinanciering<br />

Wereld gesproken over sociale prestatie doelen meetbaar maken. Hiervoor zijn speciale<br />

rekeninstituten in het leven geroepen, die voorheen de financiële prestatie controleerden en<br />

die hebben nu rekenmodellen opgezet om de sociale prestatie meetbaar te maken. Dit is nog<br />

erg lastig, maar we zijn inmiddels een paar jaar verder en de MFI’s krijgen hierdoor goed<br />

inzicht in wie hun klanten zijn en wat de behoeftes zijn van hun klanten.<br />

Als je het hebt over bedrijven en bedrijven die samenwerken met boeren is het allemaal veel<br />

gecompliceerder. Bedrijven zien ook wel dat het allemaal niet meer puur om de winst is,<br />

maar ook langdurige relatie moeten aangaan in het kader van duurzaamheid. Het is alleen<br />

niet zo dat Cordaid een lijstje heeft met 10 indicatoren, die voor de bedrijven van toepassing<br />

zijn. Cordaid is er mee bezig, ze hebben natuurlijk wel de MVO (Maatschappelijk<br />

Verantwoord Ondernemen) criteria. Maar voornamelijk is het belangrijk om te meten het<br />

aantal boeren wat wordt bereikt. Hiervoor kun je nog kijken na de inkomsten positie voordat<br />

ze in aanraking kwamen met deze bedrijven en daarna of ze er echt wel beter van geworden<br />

zijn. Je wilt dus dat het aantal boeren en het aantal producenten organisaties toeneemt. Het<br />

is niet zo makkelijk om alles meetbaar te maken en daarbij wil je ook niet alles in cijfers<br />

uitdrukken. Hierbij is het veel belangrijker om een groep goed te monitoren, door<br />

bijvoorbeeld maandelijks contact met het bedrijf en dingen doorspreekt ook op het gebied<br />

van sociale indicatoren.<br />

Op basis van mijn bestudering van de literatuur richt ik me voor de sociale doelen op de<br />

Millennium Development Goals (MDG’s). Wat je nu vooral ziet in ondernemerschap is de<br />

bijdrage in werkgelegenheid, vrouwen aan het werk helpen en daarbij een stuk in het creëren<br />

van opleiding maar ook het bouwen van scholen zodat deze vrouwelijke werknemers een<br />

plek hebben voor de kinderen. Met dit gegeven als uitgangspunt voor het verstrekken van<br />

een financiering, is het dan belangrijk dat dit soort punten genoemd zijn in het<br />

projectvoorstel? Kolk licht toe, dat dit inderdaad standaard wordt beoordeeld, zij noemen dit<br />

‘cross cutting kwesties’ binnen Cordaid, waarbij gekeken wordt naar de activiteiten in<br />

‘Gender’, HIV/Aids, Environment van deze bedrijven. Als we nu even alleen kijken naar de<br />

kleine producenten dus het MKB, dan zegt Cordaid dat er een directe relatie moet zijn met<br />

een boer als kleine producent. Het kan dus zo zijn dat dit een opzet is voor een ‘outgrower<br />

scheme’, dat ze input leveren in het verstrekken van trainingen of dat ze bijvoorbeeld een<br />

investering doen voor een dergelijke kleine boer. Bijvoorbeeld voor irrigatiesystemen of<br />

collectietenten, er moet in ieder geval een lange relatie worden gecreëerd. De sociale missie<br />

van de ondernemer is dus heel belangrijk. Cordaid is niet bereid om te financieren zodat, de<br />

ondernemer daar alleen beter van wordt.<br />

Ja goed, maar hoe check je nu de sociale missie van deze ondernemer? Als de ondernemer<br />

een financiering bij Cordaid wil losmaken, moet er een sociale missie in de<br />

projectdoelstelling zitten. Nou dan zet hij die er toch lekker in. Kolk licht toe, dat de<br />

doelstelling van Cordaid is om de kleine producenten te helpen. Bijvoorbeeld een rozenteler<br />

in Ethiopië past niet in de portfolio van Cordaid en komt dus niet in aanmerking voor een<br />

financiering. Het is leuk dat er bijvoorbeeld 200 mensen in dienst zijn, maar dit voldoet niet<br />

aan de criteria van Cordaid voor kleine producenten. Een ander facet is bijvoorbeeld fair<br />

trade certificering zoals in de koffie, wat inhoud dat deze kleine boeren een veel betere prijs<br />

krijgen voor hun product, dit telt ook mee om een financiering te krijgen.<br />

82


Hoeveel is nu het percentage aan financieringen in Ethiopië van het totaal van 10 miljoen<br />

Euro voor Afrika? Kolk antwoord, dat 10 miljoen een jaarlijks budget is, maar er is ook een<br />

uitstaande portfolio, waarbij gekeken wordt hoeveel leningen er nog steeds uitstaan. Puur op<br />

het budget is er voor Ethiopië ongeveer 900000Euro, dus zeg maar 1 miljoen. 10% dus van<br />

het totale budget voor Afrika.<br />

Ik vraag aan Kolk of ze zelf nog iets toe te voegen heeft aan het interview. Wat Kolk nog wel<br />

belangrijk vindt om te vermelden is, dat als je spreekt over sociale indicatoren, Cordaid<br />

probeert om hier ook meer gevoel mee te krijgen en ze zijn hier al een aantal jaren mee<br />

bezig voor kleine producenten die met bedrijven samenwerken. Hierbij zijn goede en slechte<br />

ervaringen en er zijn niet zoveel andere organisaties die dit op deze manier doen met<br />

leningen en garanties. Wat dat betreft doet Cordaid wel iets bijzonders in een niche markt,<br />

kun je wel stellen. Cordaid heeft hiervoor een consultant gevraagd om een evaluatie te<br />

maken over het programma voor Afrika en Latijns Amerika. Om een aantal ketens te<br />

bekijken door gewoon een bezoek te brengen. In Ethiopië ging het hier om een honingbedrijf.<br />

Het gaat er dan om of de resultaten/doelstellingen, die Cordaid voor ogen had, voornamelijk<br />

de voordelen voor de boeren. Zijn die nu ook daadwerkelijk behaald of kan Cordaid ervan<br />

leren, zodat in de toekomst het beter of op een ander manier gedaan kan worden. En van<br />

keten tot keten is het gewoon anders. En zijn heel positieve verhalen, maar ook minder<br />

positieve verhalen en dingen die Cordaid gewoon nog niet wist. Ook projecten waarvan<br />

Cordaid dacht van de sociale doelstelling worden wel genoemd, maar in de praktijk toch<br />

vragen en zorgen over had, terwijl juist de sociale doelen wel heel positief naar voren<br />

kwamen. De consultant heeft in totaal 10 praktijk gevallen in verschillende landen bezocht,<br />

waarvan een eindrapportage komt met een algemene conclusie. Hieruit hoopt Cordaid beleid<br />

en instrumentarium te halen.<br />

Dit is ook wat je ziet uit de theorie bijvoorbeeld over de MDG’s, het blijft moeilijk om het<br />

meetbaar te maken. Maar ook de worsteling om de bijdrage aantoonbaar te maken of de<br />

doelen nu ook daadwerkelijk worden behaald. Op papier zijn het mooie punten, maar<br />

analytisch gegevens verzamelen van sociale punten blijft heel erg moeilijk. Kolk vult aan, dat<br />

voor MFI’s het nu wel duidelijk geworden is, maar voor bedrijven blijft dit lastig. Bijvoorbeeld<br />

voor ‘Gender’ HIV/AIDS verwacht je niet dat een bedrijf dit als eerste punt heeft staan om te<br />

starten in Ethiopië. Maar als je toch contact hebt met Cordaid en je wordt genoodzaakt om<br />

hier invulling aan te geven dan wordt je toch aan het denken gezet. En dit is nu juist wat<br />

Cordaid ook wil.<br />

Hierbij zie je veelal dat het toch wel sociale ondernemingen of sociaal verantwoorde<br />

ondernemingen zijn die hier ook iets meer willen doen. Vaak is bij de onderneming de<br />

ervaring en tijd niet aanwezig en de link met Cordaid is dan prettig, want Cordaid heeft deze<br />

ervaring en organisaties wel in hun netwerk. Zo heeft Cordaid in Ethiopië een organisatie die<br />

zich volledig richt op HIV/AIDS, als een bedrijf daar nu ook iets mee wil is er snel contact<br />

gelegd en kan dit bedrijf eens een voorlichting meenemen bijvoorbeeld in hun<br />

trainingsprogramma’s. Dit zijn belangrijke doelen van Cordaid om dit toch in de projecten te<br />

krijgen.<br />

Een ander punt is, want we spreken hier toch over Nederlandse ondernemers en juist voor<br />

Cordaid is het heel belangrijk om met lokale ondernemers te praten. Vanwege het feit dat<br />

deze langer in het land zullen blijven en waarschijnlijk meer gericht zijn op de lokale markt.<br />

Aanwezige Internationale bedrijven zullen meestal exporteren en wat ziet de Ethiopische<br />

gemeenschap hier nu van. Dus wordt er nadrukkelijk gekeken naar de lokale markt, wat je<br />

ook ziet terugkomen in de programma’s. Het is dus vooral belangrijk om de kleine boeren<br />

bedrijfskunde bij te brengen, waar ze in de meeste gevallen nog geen kaas van gegeten<br />

hebben. Dus daar liggen hele grootte uitdagingen en dan heb je het nog niet over ketens of<br />

Internationale handel. Hiervoor worden dan ook heel veel leningen verstrekt aan coöperaties.<br />

Deze bestaan vaak uit leden, maar ook de directie van deze coöperaties zijn meestal niet<br />

83


hoog opgeleid en hebben deze kennis niet. Dus wordt er op gestuurd dat ook zij een<br />

bedrijfsplan moeten hebben, en op een bedrijfsmatige manier werken. Ondernemerschap is<br />

daarbij niet gelijk aan het maken van winst, maar gaat veel verder.<br />

Dit komt toch ook wel uit de literatuur naar voren, als je spreekt over de pure vorm van<br />

sociaal ondernemerschap. Microfinanciering gestart door Professor Yunus is hier een<br />

voorbeeld van. Er wordt dus puur een sociaal probleem gediend door het creëren van<br />

bedrijvigheid en juist deze bedrijvigheid zorgt voor de continuïteit door creatie van een<br />

cashflow. Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld medicijn verstrekking. In Afrika heb je met<br />

HIV/AIDS een groot volume, je zou dus veel goedkoper medicijnen kunnen verstrekken door<br />

het volume. De marges kunnen dan omlaag per product. Dus door te ondernemen wordt een<br />

sociaal probleem gediend. Dit komt ook in de vele definities van sociaal ondernemerschap<br />

naar voren. Dit staat dan los van sociale hulpverlening, waar men niet echt kan spreken van<br />

bedrijvigheid. Kolk licht toe, dat het inderdaad nodig is om schaalvoordelen te behalen. Dat<br />

zie je onder andere in microfinancieringen wat zeker in Afrika nu een ’booming business’ aan<br />

het worden is.<br />

In Ethiopië zie je dit heel erg groeien, maar bijvoorbeeld in Zambia haal je deze volumes<br />

weer niet en is het heel moeilijk om breakeven te behalen. Bijvoorbeeld Oeganda, als we het<br />

hebben over medicijnen vestrekking en sociale verzekering is Cordaid er heel erg mee bezig<br />

geweest om iets op te zetten, puur op basis van volumes om het rendabel te maken.<br />

Analyse is dus heel erg belangrijk om kennis op te doen, waarom bepaalde dingen nu juist in<br />

het ene land wel en ergens anders weer niet werken. Ook voor boeren is het belangrijk om<br />

ze meestal maar zeer simpele dingen bij te brengen, waardoor enorm veel waarde<br />

gecreëerd wordt. Kolk geeft ook aan dat vaak voor de lokale ondernemers geldt dat ze een<br />

grotere productie capaciteit hebben dan dat ze zelf land hebben. Voor hen is het dus ook<br />

heel belangrijk om met boeren samen te werken. Door deze volumes wordt het juist<br />

rendabel.<br />

Denk je dat deze financieringsafdeling binnen Cordaid in de toekomst nog gaat groeien?<br />

Kolk antwoord, nee dit zal niet groter worden. Want Cordaid ziet het als een middel om hun<br />

doelen te bereiken, welke steeds meer consistent worden onder gebracht in programma’s.<br />

Waarbij zeer naar de waardeketen wordt gekeken en de ondernemer is maar één schakel in<br />

deze keten en er zijn dus veel meer schakels. Cordaid wil veel meer kijken naar bottlenecks<br />

in de keten en hiervoor toegevoegde waarde leveren. Dit kan best in het begin van de keten<br />

zitten van ‘how to become an entrepreneur’ en dat juist dit verbeter kan worden door meer<br />

donatiegeld of rechtstreeks coöperaties of producentenorganisaties te versterken. Leningen<br />

en garanties worden steeds meer gezien als een instrument binnen de programma’s en niet<br />

als winstgevende middelen. Sociale doelstellingen zijn dus het belangrijkst.<br />

Komt dit ook uit de analyses naar voren? Bijvoorbeeld kijkend naar Afrika en de altijd<br />

terugkerende droogte- en hongerperiodes. Denk je dan niet dat ondernemerschap en<br />

productie voor de lokale markt een oplossing kan zijn voor dit probleem. Dus door juist meer<br />

te doen in financieren van ondernemerschap? Zodat er beter geproduceerd wordt door<br />

goede irrigatiesystemen etc. Kolk antwoord, wat dit betreft heeft Cordaid toch een andere<br />

insteek. In het programma noothulp en wederopbouw binnen Cordaid wordt gewerkt aan de<br />

droogtegebieden door zoveel mogelijk te proberen de risico’s voor te blijven en zo<br />

voorkomend te werk te gaan. Daar zijn regionale programma’s voor en wordt in verschillende<br />

landen gewerkt. Op deze manier kun je directer werken dan in het programma ondernemen<br />

wat onder de financieringafdeling valt. Het is wel zo dat de kennis van de waardeketen onder<br />

ondernemen valt en als je dan kijkt naar de pasturalisten (nomaden) die steeds minder<br />

trekken door vrouwen en kinderen. Probeer dan deze pasturalisten op te nemen in de<br />

waardeketen door ze bijvoorbeeld in contact te brengen met Agriprofocus. Dus dit is een<br />

beetje twee sporen beleid.<br />

84


Tenslotte biedt Kolk mij een aantal brochures aan van Cordaid en een afstudeerrapport over<br />

meetbare parameters van sociale waardes. Tevens zou Cordaid het ook wel op prijs stellen<br />

om mijn onderzoek te komen toelichten in en meeting. Ik heb hier geen problemen mee.<br />

85


BIJLAGE 4: LINSSEN ROZEN B.V.<br />

Het bedrijf van Linssen Rozen in Venlo is een echt familiebedrijf. Oorspronkelijk is het bedrijf<br />

gestart door vader en moeder Linssen, inmiddels is het bedrijf overgenomen door hun drie<br />

zoons. De kwekerij heeft een oppervlakte van 60.000m2 en er worden verschillende soorten<br />

rozen gekweekt. De rozen vinden voor een belangrijk deel hun weg naar Duitsland en gaan<br />

via Bloemenveiling Aalsmeer naar klanten over de hele wereld.<br />

(Bron: www.versvandekweker.nl)<br />

Ethiopië<br />

In 2004 is de oppervlakte van rozen productie 32ha in Ethiopië. In 2009 verwacht men dat dit<br />

wil expanderen tot 1000ha. Ethiopië heeft alle ingrediënten voor een succesvolle<br />

rozenindustrie. Grootte oppervlaktes aan vlakke hooglanden, koel klimaat, lage lonen, en<br />

een internationaal vliegveld dicht bij deze gebieden. Om Ethiopië aantrekkelijk te maken voor<br />

investeerders heeft de Ethiopische regering aantrekkelijke voorwaarden geschept in<br />

belastingen en het verstrekken van leningen.<br />

Met de ervaringen van Indiaanse en Nederlandse rozenkwekers, winstgevende<br />

rozenproductie is mogelijk in Ethiopië op de hooglanden. Eén van de Nederlandse pioniers is<br />

Linssen Roses, zij starten in Ethiopië in 2004. Naast hun Nederlands rozenproductie, hadden<br />

ze een plantage in Kenia welke ze verkochten om zich te concentreren op Ethiopië. Het was<br />

niet mogelijk om twee buitenlandse plantages te coördineren naast de plantage in Nederland<br />

en daarom is gekozen voor de Ethiopische plantage in Addis Alem.<br />

De meeste rozen worden geëxporteerd door Ethiopian airlines. Bijna alle vrachten worden<br />

afgehandeld door Ethio Horti Share (EHS) een organisatie van de kwekers. De vrachtprijs is<br />

ongeveer 2.20 USD/kg inclusief alle surplus. Ongeveer driekwart van alle Ethiopische rozen<br />

worden geveild op de Nederlands Flora Holland veiling.<br />

(Bron: www.HortiWorld.nl FlowerTECH 2008, vol 11/no.7)<br />

Linssen Roses Ethiopia heeft in totaal een PSOM subsidie van 860000 Euro gehad van de<br />

Nederlandse regering door de EVD, die 60% van het totale investeringsbudget dekt.<br />

Hiervoor dient Linssen Roses volgens het ingediende projectvoorstel te werken volgens de<br />

MPS-regels met een MPS-A certificering als doel, zodat de maximale zorg voor het milieu<br />

genomen wordt. Tevens is in de aanvraag opgenomen dat de werknemers evenredig<br />

verdeeld zijn in het aantal mannen en vrouwen op ieder niveau in de organisatie. Iedere<br />

groep bestaande uit vrouwen zal ook een vrouwelijke supervisor hebben. Een school zal<br />

gebouwd worden voor basisonderwijs voor de kinderen van de werknemers en een<br />

samenwerking met de lokale kliniek voor gezondheidzorg voor de werknemers en kinderen<br />

zal worden aangegaan. Om de werknemers te training wordt een samenwerking aangegaan<br />

met SELAM Education & Vocational Centre.<br />

(Bron: www.evd.nl Ethiopia: Linssen Roses Ethiopia 18/02/2008)<br />

86


Interview met Peter Linssen<br />

Voor het interview met Peter Linssen breng ik een bezoek aan de kwekerij<br />

in Addis Alem. Op de weg van Addis Ababa naar Addis Alem kom je<br />

verschillende bloemenkwekerijen tegen allemaal opgezet met plastic<br />

tunnelkassen. Aangekomen bij Linssen Roses Ethiopia heet Linssen me<br />

welkom in zijn kantoor.<br />

Ik vraag Linssen om te vertellen<br />

hoe hij begonnen is in Ethiopië.<br />

Linssen licht toe, dat Linssen een<br />

familie bedrijf is opgezet door zijn vader die<br />

begonnen is met groente, maar daarna is<br />

overgestapt op rozen. Linssen heeft zelf de HAS<br />

gedaan in Den Bosch, zijn afstudeerproject in<br />

1994/1995 was een onderzoek naar het starten van<br />

een rozenkwekerij in Oeganda. Dit hebben ze<br />

uiteindelijk niet gedaan, omdat ze ervoor kozen om in<br />

Nederland uit te breiden. In 1997, 1998 en in 2000 is<br />

het bedrijf in Nederland vergroot, tot een ruime 7ha productie wat voor Nederlandse<br />

begrippen behoorlijk groot is. Hierna is er besloten om in plaats van in Nederland uit te<br />

breiden, het wenselijk zou zijn om naast Nederland een plek in het buitenland te hebben.<br />

Strategisch voegt de groei in Nederland van 7ha naar 9ha niets meer toe aan het bedrijf. De<br />

productie neemt wel toe, maar je moet wel nieuwe financieringen afsluiten. Met 7ha ben je<br />

een sterke speler op de Nederlandse markt en 9ha kan juist deze positie verzwakken,<br />

strategisch voegt het dus niets toe.<br />

Een buitenlandse takt voegt juist wel wat toe aan de gehele structuur. Dus is er besloten om<br />

Ethiopië te verkennen. In 2000 heeft Linssen Ethiopië voor de eerste keer bezocht, in 2001<br />

volgden meerdere bezoeken, maar ook naar Kenia. Uiteindelijk is besloten om in Kenia te<br />

starten en vervolgens werden in Ethiopië de Joint Venture gesprekken voortgezet, met een<br />

Ethiopisch bedrijf.<br />

Deze Joint Venture is niets geworden, maar de directiesecretaresse van dit Ethiopische<br />

bedrijf is nu de vrouw van Linssen. In 2002 is in Kenia gestart met 10ha en in 2003 is hier<br />

10ha bijgekomen. In totaal is deze kwekerij dus 20ha. Linssen bracht natuurlijk nog wel<br />

regelmatig een bezoek aan Ethiopië om de relaties warm te houden. In 2004 is een PSOM<br />

project gestart (PSOM is een subsidie van de Nederlandse regering verstrekt door de EVD)<br />

voor 5ha in Ethiopië. En vervolgens is er in 2005 10ha bijgebouwd in Ethiopië, in 2006 is er<br />

nog eens 15 ha bijgebouwd en in 2007 is door een gigantische hagelbui deze 15 ha van de<br />

vlakte gegaan. In 2007 is dit weer opnieuw opgebouwd en in 2008 is er 20ha bijgebouwd.<br />

Dus totaal is er in een Ethiopië een productie van 50ha en in Kenia is de kwekerij vorig jaar<br />

verkocht.<br />

Mede doordat de vrouw van Linssen Ethiopische is en haar familie hier dus woont werken<br />

haar beide broers op kantoor in Addis Ababa. Hier worden voornamelijk de administratieve<br />

zaken afgehandeld. Deze combinatie werkt prima, aldus Linssen.<br />

In Ethiopië zijn ze een veredelaar, er worden verschillende soorten rozen verkocht. Doordat<br />

ze eigenlijk als één van de eersten starten in Ethiopië, hebben ze mede door de PSOM<br />

subsidie een heel sterke positie verworven in Ethiopië. Het bedrijf is super gezond, op de<br />

50ha zit geen financiering meer.<br />

Was de start in Kenia ook met PSOM subsidie? Nee, antwoord Linssen. Kenia was volledig<br />

uit eigenmiddelen gefinancierd. Daar hadden ze het land niet in eigendom, dit werd met de<br />

infrastructuur als elektriciteit koelcellen en pakhuis allemaal geleast. De kassen en planten<br />

87


werden vervolgens zelf geïnvesteerd, maar deze infrastructuur maakte juist de stap naar<br />

Afrika een stuk makkelijker en interessanter.<br />

De PSOM subsidie in Ethiopië maakte de bedrijvigheid hier juist heel interessant. De start<br />

werd hierdoor mogelijk en de continuïteit in vergroting naar uiteindelijk 50ha is steeds door<br />

de cashflow gerealiseerd.<br />

De Joint Venture met het Ethiopische bedrijf is misgegaan, maar hoe kon je dan toch in<br />

aanmerking komen voor een PSOM subsidie. Hier heb je toch een Ethiopische partner voor<br />

nodig? Dat klopt, antwoord Linssen. Ik ben nog steeds niet gescheiden van mijn vrouw, licht<br />

Linssen toe, en de Joint Venture is gevormd met haar. Voor Ethiopië was er in die tijd nog<br />

geen PSOM subsidie. Om Ethiopië op de Nederlandse lijst te krijgen is Linssen samen met<br />

zijn vrouw naar Den Haag gegaan. Vervolgens kwam Ethiopië op de PSOM lijst wat volgens<br />

Linssen waarschijnlijk niet door hun alleen is gerealiseerd. Dit hielp natuurlijk wel mee om de<br />

aanvraag goedgekeurd te krijgen, aldus Linssen, hadden ze hierdoor wel een<br />

psychologische voorsprong ten opzichte van andere aanvragen.<br />

De PSOM is goedgekeurd en dat heeft het project van de grond gekregen. Heeft de verkoop<br />

van Kenia nog bijgedragen in de financiering van Ethiopië? Nee, antwoord Linssen. Ze<br />

hebben PSOM gehad en de 5ha is ingebracht als collateraal (zekerheid), waardoor ze voor<br />

10ha financiering hebben ontvangen van de Ethiopische development bank, in totaal hadden<br />

ze hierdoor 15ha gefinancierd. De rest van de investering is gedaan door de cashflow van<br />

deze eerste 15ha. Nu is inmiddels 50ha klaar en de lening bij de development bank is zo<br />

goed als afgelost. Op het moment dat deze lening vrij is maakt het de bedrijfsvoering een<br />

stuk aangenamer zoals nu met de economische crisis.<br />

Woon jij nu hier in Ethiopië? Nee, antwoord Linssen, ik woon in Venlo met mijn vrouw en<br />

mijn twee kinderen. Zijn vrouw komt nu alleen nog een paar keer per jaar mee, immers de<br />

kinderen gaan nu in Nederland na school, waardoor je dus gebonden bent aan de<br />

schoolvakanties.<br />

Hoe coördineren je nu de bedrijfsvoering als jullie in Nederland verblijven? Linssen licht toe,<br />

dat het bedrijf bestaat uit allemaal lokale mensen. Waaronder employees van de universiteit<br />

van Addis Ababa, maar niemand in het bedrijf had ervaring met rozen kweken. Ze hebben<br />

iedereen zelf opgeleid en hierdoor is in 80% van de tijd wel iemand uit Nederland aanwezig.<br />

Dit kan zijn of 1 van zijn broers, maar ook zijn vader komt regelmatig naar Ethiopië. Linssen<br />

houdt zich onder andere ook nog met het kantoorwerk in Addis Ababa bezig, maar al met al<br />

is het telefonisch ook allemaal goed te coördineren.<br />

Alle rozen zijn voor de export, gaat dit allemaal via Aalsmeer? Linssen licht toe, dat de rozen<br />

via luchttransport worden ingevlogen op Luik. Dan gaat alles naar hun bedrijf in Venlo wat<br />

voor directe verkoop bestemd is en naar Aalsmeer voor de veiling, wat daar ter plaatse door<br />

een uitpakker wordt afgehandeld. Ethio Horti Share waar verschillende kwekers aandelen in<br />

hebben regelt de transporten vanaf Ethiopië.<br />

Hoe groot is nu de omzet in Ethiopië op de totale omzet van Linssen Rozen B.V.? Linssen<br />

antwoord, dat dit ongeveer 75%. Wat aangeeft hoe belangrijk de kwekerij in Ethiopië is voor<br />

Linssen totaal. Als besloten wordt om vanuit Nederland een buitenland vestiging op te zetten<br />

om zo te groeien, dan wordt de cash vanuit Nederland ingezet om deze buitenlandse<br />

vestiging groter te maken. Op een gegeven moment wordt deze vestiging dus belangrijker<br />

dan de huidige Nederlandse vestiging om dat besloten is om niet verder in Nederland te<br />

groeien.<br />

88


Zit er nog verdere groei in Ethiopië? Linssen licht toe, dat er eerst gekeken moet worden wat<br />

de markt doet. Op dit moment is deze niet zo stabiel, maar voor de toekomst moet er zeker<br />

nog groei in zitten. Stilstand is achteruitgang, aldus Linssen.<br />

Waarom nu juist de interesse in Ethiopië als ook een ontwikkelingsland zijnde? Linssen licht<br />

toe, dat in 1994 tijdens zijn afstuderen, Afrika booming was. Vakbladen stonden er vol van<br />

en alles kwam uit Oeganda die tijd. Linssen heeft in die tijd onder ander via Stokman alles<br />

onderzocht in Oeganda en uiteindelijk is besloten om hier toch niet te beginnen. Via Sheba<br />

die ook de zaken in Oeganda leiden, kwam Linssen in aanraking met Ethiopië. Linssen had<br />

hier in eerste instantie bedenkingen over en dacht dat dit toch een behoorlijk droog gebied<br />

was. Ethiopië werd destijds bezocht en gesprekken werden gevoerd met de Joint Venture<br />

partner. Linssen bezocht Ethiopië veel zowel voor het zakelijke gedeelte, maar ook zeker<br />

voor de reeds onstaande relatie met zijn huidige vrouw. Al met al heeft dit ervoor gezorgd om<br />

in Ethiopië te beginnen. Zakelijk liep het allemaal moeizaam, had Linssen hier dus niet zijn<br />

huidige vrouw ontmoet, dan was het waarschijnlijk in Ethiopië niets geworden. Het één heeft<br />

het ander dus in leven gehouden, verwoord Linssen.<br />

Als je nu kijkt naar de sociale bijdrage, dan kom ik tegen in de bestudeerde literatuur dat<br />

jullie een school en een ziekenhuis hebben opgezet en ook dat de verdeling van sekse bij de<br />

werknemers een belangrijk aspect is. Hoe belangrijk was dit in het creëren van de totale<br />

business en is dit ook daadwerkelijk gelukt? Linssen licht toe, dat in principe ze nu 80%<br />

vrouwen in dienst hebben waaronder ook leidinggevende posities. De bestaande school in<br />

Addis Alem is van een modderhutje veranderd in een leuke nieuwe school, verder wordt er<br />

samengewerkt met de kliniek in Addis Alem. Het plan is nu om zelf een eigen<br />

gezondheidkliniek te bouwen. Is dit nu ontstaan uit eigen intentie om dit voor de<br />

gemeenschap te doen? Linssen antwoord, dat als er economisch geen rendement is dan valt<br />

er ook niets sociaals te doen. Ten eerste moet er geld verdiend worden en dat doe je met de<br />

mensen. De sociale bijdrage na de gemeenschap is dan logisch, de goede bedrijfsvoering<br />

heb je uiteindelijk ook te danken aan de mensen die het met jou samen mogelijk hebben<br />

gemaakt.<br />

Binnen de PSOM aanvraag moest een sociale bijdrage vermeld zijn, gaat Linssen verder.<br />

Omdat hij de aanvraag deed met zijn huidige vrouw, wat niet geheel conform de standaarden<br />

is en verschillende aanvragen te allen tijde tegen elkaar zullen worden afgewogen, moet je<br />

ervoor zorgen dat je op een aantal punten beter scoort. Zij hebben uiteindelijk op hun<br />

voorstel goedkeuring gekregen van de EVD en als er uiteindelijke cashflow is, dan is de<br />

sociale invulling ook een haalbare kaart. In feite vindt Linssen dat het stadium van PSOM<br />

aanvraag eigenlijk te vroeg is om over sociale bijdrage te praten. Immers er moet eerst geld<br />

verdiend worden alvorens iets sociaals te kunnen bijdragen, aldus Linssen.<br />

Je kunt het geld naar de gemeenschap pas<br />

uitgeven als je het verdient hebt, vindt Linssen. Het<br />

is zeker belangrijk om aan de gemeenschap bij te<br />

dragen. Zo sponsort Linssen Roses nu een stadion<br />

in Addis Alem met 100.000 Birr. Voor de<br />

maatstaven van Ethiopië is dat gigantisch, maar<br />

zegt Linssen, de bedrijfsomvang van Linssen<br />

Roses is dit ook. Maar dat hebben zij niet alleen<br />

opgebouwd, maar samen met de mensen die in het<br />

bedrijf werkzaam zijn. De verhouding moet dus<br />

kloppen, volgens Linssen. Het is belangrijk dat de<br />

mensen zich gewaardeerd voelen. Als je een<br />

goede relatie hebt met de mensen, dan wordt de<br />

bedrijfsvoering alleen maar makkelijker.<br />

89


Hoeveel mensen heb je hier in dienst? Ongeveer 1000, antwoord Linssen. Voor het oogsten<br />

en voor het bossen zijn dit voornamelijk vrouwen. Voor bepaald werk heb je vrouwen nodig<br />

en voor andere werkzaamheden mannen. Voor gewasbescherming en meestal suporvising<br />

worden mannen ingezet.<br />

Hoe zie je verder de toekomst in Ethiopië? Linssen licht toe, dat als grootste bedreiging in<br />

Ethiopië hij de politiek ziet. Als deze stabiel blijft, waarbij de huidige premier Meles blijft<br />

zitten, ziet Linssen geen problemen. Maar als Meles stopt, ziet Linssen de gevaren van een<br />

aantal etnische groepen, die volgens hem moeilijk in één lijn te houden zijn. Als deze ruzie<br />

met elkaar gaan krijgen, dan kan dit uitlopen op een situatie zoals in Kenia met de<br />

verkiezingen afgelopen jaar. Dit waren overigens maar kleine groepen van de bevolking, de<br />

vrees zit dan ook bij Linssen als twee grootte groepen in Ethiopië als de Amhara en de<br />

Oromo ruzie met elkaar gaan krijgen.<br />

Een ander gevaar is de populatie van snijbloemkwekers in Ethiopië die het momenteel<br />

moeilijk hebben. Voornamelijk bedrijven die met weinig of zonder ervaring gestart zijn. Als<br />

deze bedrijven omvallen, wordt het met de gezamenlijke export moeilijker. Linssen ziet<br />

desondanks de mogelijkheden om nog steeds te groeien in Ethiopië. Het aantal bedrijven<br />

wat nu in productie is heeft Ethiopië nodig om als speler in de markt mee te tellen.<br />

Om dit risico te vermijden, kijk je dan ook naar alternatieven voor rozen, dus eigenlijk nieuwe<br />

businessmodellen? Jazeker, antwoord Linssen. Ze zijn momenteel toch ook wel aan het<br />

kijken naar fruitproductie. Momenteel hebben ze een goede cashflow, dus als er goede<br />

ideeën komen is daar kapitaal voor.<br />

Linssen verteld verder dat het al de jaren in de planning niet is meegevallen. Vijf jaar geleden<br />

zijn ze gestart en er is een hoop tijd in gaan zitten met alle drie broers en vader. Dit heeft een<br />

behoorlijk beslag gelegd op het privé leven van de familie. In Ethiopië is de ontwikkeling<br />

eigenlijk te snel gegaan, maar de tijd met leveranciers en kredieten zat gelukkig nog mee. In<br />

de huidige tijd is dit nu anders, niemand vertrouwd elkaar meer. Toen het land in Ethiopië<br />

werd toegekend liep de PSOM aanvraag nog, maar de contacten met leveranciers vanuit<br />

Kenia maakte de aanbouw mogelijk. Op het moment dat het land werd toegekend kon je het<br />

niet maken om geen bedrijvigheid te ondernemen. Het land was in eigendom van 85 boeren.<br />

Deze boeren heeft Linssen persoonlijk gecompenseerd, omdat deze compensatie vele<br />

malen hoger was dan het door de regering gestelde leasebedrag, hoeft Linssen Roses nu<br />

geen lease te betalen aan de regering. Aan het einde van het contract, na 85 jaar gaat de<br />

grond weer terug naar de regering.<br />

Ik bedank Linssen voor dit interessante interview en kijk nog een beetje rond in de kwekerij.<br />

Vervolgens krijg ik nog twee bossen Hollandse rozen uit Ethiopië een welkomend geschenk<br />

voor de vrouw van mijn zakenpartner in Ethiopië. Zij is Linssen hier nog steeds dankbaar<br />

voor, dit soort mooie rozen had ze nog nooit gezien, terwijl ze in haar land worden gekweekt.<br />

90


BIJLAGE 5: FAIR & SUSTAINABLE<br />

F&S Business Development (BD) is in 2009 opgezet als bedrijf in de dienstverlening van<br />

economische ontwikkeling. Het is gecreëerd door de Nederlandse holding F&S Nederland<br />

als adviesorgaan en participant.<br />

Door de dienstverlening hoopt F&S een contributie te leveren aan de groei in lokale en<br />

buitenlandse investeringen in de agri-sector met een direct positief effect van de sociale en<br />

economische omstandigheden van de (lokale) MKB (Midden- en Klein Bedrijf) en de<br />

gemeenschap.<br />

F&S visie is om bij te dragen aan armoede reductie en inkomen generatie van de<br />

plattelandsgemeenschap, door duurzame private sector ontwikkelingen in Ethiopië.<br />

De missie is om te adviseren op de ontwikkeling en opschalen van markt gerichte<br />

oplossingen, met de support van hoog gekwalificeerde lokale bedrijf (ontwikkelings)<br />

diensten, om duurzame private sector ontwikkeling op het platteland in Ethiopië te realiseren.<br />

De strategie focust op het vormen van een brug tussen het gat aan informatie, vertrouwen,<br />

kwaliteit en kennis tussen verschillende private sector en ontwikkelings-actoren in Nederland<br />

en Ethiopië. Dit wordt gedaan door ‘matchmaking’ en bemiddeling, wat inhoudt dat niet<br />

alleen partijen bij elkaar worden gebracht maar ook de kwaliteit wordt gegarandeerd. Op<br />

deze manier wordt niet geconcurreerd met de lokale dienstverlening maar wordt juist de<br />

markt vergroot met deze aanvulling.<br />

De belangrijkste diensten die F&S verleend zijn:<br />

• Onderzoek en informatie<br />

o Economische en sociale ontwikkelingen in Ethiopië<br />

o Projecten in economische ontwikkeling<br />

o Bedrijfsontwikkelings kansen<br />

• Bedrijfs ‘matching’ en ‘linken’<br />

o Nederlandse private sector en NGO’s met Ethiopische private sector en<br />

NGO’s<br />

o Lokale consultancy en BD dienst verleners met andere nationale en<br />

international private sector ontwikkelaars<br />

o Kwaliteitszekerheid van de diensten<br />

• Training en coaching<br />

o Lokale NGO’s ter verbetering van hun werkzaamheden in de private sector<br />

ontwikkeling<br />

o Lokale bedrijfs (ontwikkelings) dienstverleners voor kwaliteitsverbetering van<br />

hun dienstverlening<br />

In de toekomst wil F&S hun diensten vergroten tot:<br />

• Project management<br />

• Advisering van duurzame investeringen<br />

• Investerings- budget- en financieringsmanagement<br />

De klanten van F&S zijn vooral Nederlandse NGO’s, universiteiten, consultantbedrijven,<br />

investeerders en publieke organisaties. Allemaal met een focus op duurzame economische<br />

ontwikkeling.<br />

91


F&S ziet zichzelf als onderscheidend door diensten te verlenen die de lokale kennis en<br />

netwerken combineren, in het geven van adviezen en werkzaamheden in institutioneel- en<br />

capaciteit opbouwen. Op hetzelfde moment zijn ze in staat om de voortgang in resultaten en<br />

werkzaamheden op kwaliteit te controleren. Ze zijn niet in competitie met de lokale<br />

organisaties en bedrijven, maar brengen deze juist dichter bij de markt en assisteren hun tot<br />

bouwen van langdurige relaties.<br />

(Bron: F&S Business Development services Plc.,E. Smulders)<br />

ICCO<br />

Aangezien F&S een 100% dochteronderneming is van de F&S holding<br />

in Nederland wat een volledig ICCO bedrijf is F&S in Ethiopië dus ook<br />

een volledig ICCO bedrijf.<br />

ICCO is de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking.<br />

Zij werken in 53 landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa.<br />

Wereldwijd geven zij financiële steun en advies aan lokale organisaties<br />

en netwerken die zich inzetten voor toegang tot basisvoorzieningen, het<br />

op gang brengen van duurzame economische ontwikkelingen en het<br />

bevorderen van vrede en democratie.<br />

Ook verbinden zij ondernemende mensen in Nederland en in ontwikkelingslanden met<br />

elkaar.<br />

Zij werken intensief samen met maatschappelijke organisaties waaronder<br />

ontwikkelingsorganisaties, onderwijsinstellingen en bedrijven.<br />

Zo helpen zij mensen in Latijns Amerika, Azië, Afrika en Oost Europa een menswaardig<br />

bestaan op te bouwen en economisch op eigen benen te staan.<br />

Om de krachten te bundelen werken ze samen met Edukans, Kerk in Actie, Oikocredit,<br />

Prisma, Share People in de ICCO alliantie. Daarnaast hebben ze diverse andere<br />

samenwerkingspartners in Nederland, Europa en wereldwijd.<br />

In Nederland voeren ze gezamenlijk campagnes. ICCO werkt ook samen met diverse<br />

bedrijven als Eneco en Ahold èn maatschappelijke organisaties als Max Havelaar, Fairfood<br />

en CNV. Daarnaast proberen ze actief om jongeren bij ontwikkelingssamenwerking te<br />

betrekken. Ondernemende particulieren kunnen advies en steun krijgen via Impulsis, hét<br />

loket voor ontwikkelingssamenwerking.<br />

ICCO werkt aan een wereld zonder armoede en onrecht. Daarom steunt ICCO projecten die<br />

bijdragen aan één van onze drie hoofdprogramma's. Op welke beleidsthema in een land het<br />

accent ligt, is afhankelijk van de lokale politieke en economische situatie.<br />

8 Basisvoorzieningen<br />

ICCO wil dat iedereen toegang heeft tot goed onderwijs, gezondheidszorg, water en voedsel.<br />

9 Economische ontwikkeling<br />

ICCO werkt aan de verbetering van het inkomen van kleine ondernemers en hun families in<br />

ontwikkelingslanden.<br />

10 Democratie en vrede<br />

ICCO steunt initiatieven die een stabiele politieke situatie en de emancipatie van<br />

achtergestelde groepen bevorderen.<br />

92


Ter ondersteuning van deze programma’s helpt ICCO op verschillende niveaus:<br />

• Financiering<br />

ICCO financiert organisaties in ontwikkelingslanden. ICCO. Bedrijven en ondernemende<br />

particulieren in Nederland kunnen voor ondersteuning met geld en advies terecht bij<br />

Impulsis. Dit is een gezamenlijk loket van ICCO, EduKans en Kerk in Actie.<br />

• Noodhulp<br />

Bij rampen bieden ICCO en Kerk in Actie gezamenlijk noodhulp aan getroffen gebieden.<br />

Bijvoorbeeld na de tsunami in Zuidoost-Azië, maar ook bij diverse ‘vergeten’ rampen.<br />

• Uitzending<br />

Per jaar worden ongeveer 150 deskundigen via ICCO naar ontwikkelingslanden<br />

uitgezonden. Met hun ervaring en expertise helpen zij bij de opbouw van lokale organisaties.<br />

• Lobby<br />

ICCO vraagt bij politici en andere beleidsmakers aandacht voor de problemen in<br />

ontwikkelingslanden. Ook zet ICCO zich in voor de kansen van mensen om economisch<br />

vooruit te komen.<br />

• Advies<br />

I/C Consult is de adviesdienst van ICCO en Cordaid. I/C Consult richt zich op het versterken<br />

van organisaties in ontwikkelingslanden, het samenwerken met lokale deskundigen en de<br />

overdracht van ervaringen.<br />

Mission Statement<br />

ICCO’s missie is werken aan een wereld waarin mensen in waardigheid en welzijn leven,<br />

een wereld zonder armoede en onrecht.<br />

ICCO financiert activiteiten die mensen stimuleren en in staat stellen om op hun eigen<br />

manier een menswaardige woon- en leefomgeving in te richten. ICCO werkt in landen in<br />

Afrika en het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en de Cariben, Azië, Oceanië en Oost-Europa.<br />

Ieder mens verdient respect en een gelijke behandeling en draagt de verantwoordelijkheid<br />

om zo ook met anderen om te gaan. Vanuit de bijbelse opdracht van ‘barmhartigheid,<br />

gerechtigheid en heelheid van de schepping’ werkt ICCO aan duurzame armoedebestrijding.<br />

Mensenrechten zijn een dragend principe van ons werk.<br />

ICCO werkt samen met kerkelijke en niet-kerkelijke organisaties die rechtstreeks bij de<br />

doelgroepen betrokken zijn. ICCO respecteert de eigen cultuur, geschiedenis en<br />

maatschappelijke rol van de betrokken organisaties. ICCO vindt het belangrijk om te<br />

luisteren en mee te denken.<br />

ICCO is geworteld in protestants-christelijk Nederland en is partner in verschillende nationale<br />

en internationale oecumenische netwerken. Daarnaast gaat zij samenwerking aan met wie<br />

haar idealen deelt. ICCO is actief in een breed scala van netwerken om de effecten van haar<br />

financieringswerk te versterken en de binnen de organisatie aanwezige kennis en informatie<br />

vruchtbaar te maken voor lobby en voorlichting.<br />

ICCO vindt inspiratie in de christelijke overlevering en opdracht, in ervaringen en verhalen<br />

van gesprekspartners met veelal een andere culturele achtergrond, die werken vanuit<br />

verschillende inspiratiebronnen.<br />

ICCO is een van de zes medefinancieringsorganisaties in Nederland en heeft een jaarbudget<br />

van meer dan 160 miljoen euro. Dat geld is afkomstig van de Nederlandse en Europese<br />

overheid en van de in ICCO deelnemende organisaties. ICCO legt aan de politiek en<br />

samenleving verantwoording af over de besteding van haar geld.<br />

93


Feiten en cijfers:<br />

Missie<br />

Product<br />

Speciale aandacht<br />

Jaaromzet<br />

Aantal landen<br />

Aantal partnerorganisaties<br />

Aantal financieringen<br />

Financieringsomvang<br />

Projectuitgaven naar<br />

interventiestrategie<br />

Lobby thema's<br />

Strategische allianties<br />

Lid van<br />

Aantal medewerkers<br />

Overhead gemiddeld<br />

Belangrijke donoren<br />

(Bron: www.ICCO.nl)<br />

Werken aan een wereld zonder armoede en onrecht.<br />

Financiële en inhoudelijke ondersteuning van organisaties en activiteiten die mensen<br />

stimuleren en in staat stellen om, op hun eigen manier, een menswaardige woon -,<br />

werk - en leefomgeving in te richten. Ook zendt ICCO deskundigen uit.<br />

Vrouwen, mensenrechten, minderheden en organisatieontwikkeling<br />

€ 150 miljoen<br />

53, in Afrika en het Midden-Oosten, Azië, Europa en Oceanië, en Latijns-Amerika<br />

938 organisaties, waarvan 76 in afbouw<br />

Inclusief minifinanciering werken we met 1141 organisaties.<br />

Totaal 1733, inclusief 399 minifinancieringen<br />

Varieert van € 575,- tot € 5.350.000,-<br />

Directe armoedebestrijding: 46%<br />

Maatschappijopbouw: 29%<br />

Beleidsbeïnvloeding: 21%<br />

Overig: 3%<br />

Eerlijke handel, klimaatverandering, vredesprocessen, vrouwenrechten (resolutie<br />

1325), ontwikkelingsbeleid in Nederland en Europa.<br />

Edukans, Prisma, Oikocredit, Share People, Kerk in Actie, CNV, Fairfood en anderen<br />

Aprodev, IC Consult, Stop Aids Now, Netherlands Water Partnership, Sharenet en<br />

vele andere netwerken<br />

308, van wie 237 in vaste dienst<br />

9,09%<br />

Ministerie van Buitenlandse Zaken: € 117,9 miljoen<br />

Europese Unie: € 8,5 miljoen<br />

Nationale Postcode Loterij: € 1 miljoen<br />

Interview met Eva Smulders<br />

Voor het interview met Smulders ben ik in Addis Ababa, we hebben<br />

afgesproken in een lunchroom. Smulders is de general manager van<br />

F&S in Ethiopië en werkt of werkte voor de Nederlandse NGO ICCO.<br />

Een eerste vraag is dan ook of deze onderneming geheel los staat van<br />

ICCO of is Smulders nog steeds in dienst bij ICCO?<br />

Smulders antwoord op deze vraag, om bij het begin te beginnen komt<br />

het idee van ICCO en dat is ruim twee jaar geleden ontstaan. ICCO<br />

had een afdeling economische ontwikkeling en die wilden economische investeringen gaan<br />

doen. Dit paste niet binnen de NGO wetgeving en was dus het idee ontstaan om een bedrijf<br />

op te zetten, die lange termijn investering zou kunnen doen in de agrarische sector of<br />

ondersteuning aan projecten, maar wel met een bedrijfsmatige insteek.<br />

Wat er toen is gebeurt, gaat Smulders verder, is dat het idee dus al heel lang bestaat, maar<br />

toen ging ICCO een eigen holding in Nederland beginnen. En onder deze holding zitten<br />

meerdere B.V.tjes en vanuit twee van deze B.V.’s is F&S begonnen in Ethiopië. Dus dat is<br />

direct de relatie met ICCO.<br />

94


ICCO is dus aandeelhouder in F&S. Indirect wel via deze twee B.V.’s, antwoord Smulders.<br />

ICCO geeft het startkapitaal via hun holding, die dan als interne subsidie naar F&S gaat. De<br />

relatie van Smulders gaat er anders uitzien, zij wil geen ICCO B.V., maar zichzelf aan<br />

meerdere klanten kunnen verkopen zoals Cordaid of Agriprofocus maar ook Ethiopische<br />

klanten. Als het alleen ICCO is, dan ziet Smulders dat dit in haar nadeel werkt.<br />

Om zich te kunnen associëren van de Nederlandse holding is Smulders er blij mee dat de<br />

wetgeving in Ethiopië het niet toeliet om het bedrijf Fair & Sustainable te noemen. Met F&S<br />

als bedrijfsnaam is de link niet zo snel gelegd met Fair & Sustainable, wat Smulders geen<br />

goede bedrijfsnaam vindt.<br />

De directe relatie tussen Smulders en ICCO is dat ICCO haar als een ‘prefered cliënt’ via<br />

een urenbudget betaald. Ze zijn nog aan het kijken hoe dat anders kan en de bedoeling is<br />

dat ICCO een deel (share) aan F&S betaald en daarvoor dan zoveel uren in diensten<br />

geleverd wil zien van F&S.<br />

Smulders gaat verder, dat ze zojuist haar eerste klant heeft binnengehaald, wat een<br />

opdracht voor Wageningen Universiteit betreft. Zij is erg blij dat eigenlijk de eerste opdracht<br />

dus niet van ICCO komt. Als je kijkt naar het bedrijfsplan dan is het ook de bedoeling om de<br />

relatie met ICCO af te bouwen, zeg eerst 80%, dan 60%, 40% etc. Het bedrijf F&S moet dus<br />

niet steeds hetzelfde gaan doen voor Nederlandse donoren en NGO’s.<br />

De lokale contacten zullen sterker gemaakt moeten worden, dan alsmaar Nederlandse<br />

consultanten in te vliegen. Er zijn twee belangrijke diensten die F&S invult. Ten eerste het<br />

werk wat Smulders al voor ICCO deed in capaciteit opbouwen en matchmaking zoals Share<br />

the People dat ook doet in het uitbouwen van netwerken. De relatie met ICCO ligt in de<br />

samenwerking met Agriprofocus in het inhuren van F&S om hun concessies op te leiden,<br />

maar die worden dan weer gedaan door de boeren, NGO’s, Unions etc. Dus het is en beetje<br />

netwerken, matchmaking en monitoren van kwaliteit. De bedoeling is dat F&S vijf dagen<br />

wordt ingehuurd waar lokalen dan voor werken. Smulders richt zich met F&S op de<br />

kwaliteitsborging.<br />

Een ander punt is het opzetten van investeringsfondsen, dus equity. Dit moet nog verder<br />

opgezet worden. Maar dit is met name om het gat te vullen tussen microfinancieringen en de<br />

bank. Dit vindt Smulders eigenlijk veel spannender.<br />

Wat zijn dan nu de activiteiten die plaatsvinden? Smulders antwoord, dat zij bijvoorbeeld<br />

gisteren een training heeft gegeven in businessplanning en matching, maar omdat dit niet<br />

haar eigen specialiteit is had ze iemand meegenomen. Dit richt zich op ondernemers die zelf<br />

iets willen opzetten en niet onder de coöperaties, waar veelal de Ethiopische regering zijn<br />

stem in heeft.<br />

Waarom Ethiopië? Smulders licht toe, dat ICCO hier al een groot programma heeft, en<br />

Ethiopië zit vol met consultancy waar F&S zich op richt met het businessmodel. Wat is het<br />

budget van F&S? Smulders antwoord, dat voor het stuk capaciteit opbouwen en<br />

matchmaking 100.000Euro nodig. Voor financieringen wordt gedacht aan 1miljoen Euro.<br />

Smulders licht tevens toe dat zij denkt dat het verhaal van minister Koenders van<br />

ontwikkelingsamenwerking, die vindt dat er meer moet worden samengewerkt, ook in haar<br />

voordeel werkt. Er is veel te doen in Ethiopië.<br />

Heb jezelf nog geld in F&S gestopt? Nee, antwoord Smulders. Zij zit hier zelf heel erg over te<br />

twijfelen. Soms zit ze te denken dat haar opgebouwde netwerk en kennis de waarde zou<br />

moeten vertegenwoordigen, wat in feite normaal is, volgens Smulders. Voor een equity in het<br />

95


edrijf, spreek je over rendement in 5 jaar en Smulders weet niet of ze nog wel zo lang in<br />

Ethiopië wil blijven.<br />

Als je spreekt over de fondsen, die equity in andere bedrijven vertegenwoordigen, zou je dan<br />

ook niet hieruit je rendementen kunnen halen voor jezelf. Smulders licht toe, dat het haar<br />

puur gaat om haar salaris en daarbij nog een aantal mensen in dienst en dan spreek je over<br />

een budget van 120000Euro.<br />

Smulders gaat uit van dat ICCO dit bedrijf wil. Daarbij vindt ze dat ze haar het salaris moeten<br />

betalen, waar dan een x aantal uren voorstaan. Daarnaast zou ICCO een opstart subsidie<br />

moeten verlenen voor anderhalf jaar om de bedrijfmatigheid te starten. Dit om het risico te<br />

dekkeen bij het verkopen van andere diensten. ICCO wilde het bedrijf en Smulders is dan<br />

ook van mening dat ICCO moet voorzien in de subsidie voor de start van het bedrijf. Naast<br />

alle extra uren die zij er al heeft ingestoken is het wel makkelijk om een extra budget te<br />

hebben, ook in moeilijke tijden, zodat je wat achter de hand hebt. Ondanks dat het een ICCO<br />

bedrijf is ziet Smulders zichzelf als de aanjager in ideeën voor het business model.<br />

Fair & Sustainable is eigenlijk waar F&S voor staat, hier zit dus een belangrijke link in naar<br />

duurzaamheid, maar hoe belangrijk is het generen van winst? Smulders antwoord, dat ze<br />

heel graag winst wil maken. Dit is voor haar wel een uitgangspunt van F&S. Omdat je daar<br />

weer meer dingen mee kan doen. Het idee is om de winst binnen het bedrijf te houden en<br />

bijvoorbeeld groei mee financiert door extra mensen in dienst te nemen. Het gaat hier dus<br />

om de gegenereerde cashflow, die terug vloeit na nieuwe bedrijfsmatigheid. Dit kan dus ook<br />

in de fondsen waarmee equity financiering wordt gerealiseerd? Dat klopt, antwoord<br />

Smulders. Als je geen winst maakt, dan had je deze bedrijfsmatigheid ook net zo goed<br />

binnen een NGO kunnen houden, aldus Smulders. Ten eerste moet gewoon quitte gedraaid<br />

worden, maar het zou mooi zijn als er winst behaald wordt.<br />

De kwaliteit van de diensten voor de agrarische sector zullen uiteindelijk de economische<br />

processen verbeteren en hiervoor heb je een heel breed netwerk nodig. Tot nu toe werkt<br />

F&S en vele ander zoals SNV met een groep van 20 consultanten die goed genoeg zijn. Dit<br />

kan volgens Smulders zo niet eeuwig doorgaan, dit netwerk moet echt verbreed worden.<br />

Meer vertrouwen in de mensen en gewoon uitproberen en juist uitgaan van de functionaliteit<br />

van mensen moet hierbij gaan helpen. Als ze hier in Ethiopië misschien niet goed genoeg<br />

zijn, probeer ze dan op andere plaatsen te laten functioneren. Smulders had gisteren ook<br />

met die consultant kunnen falen, omdat hij misschien een slechte presentatie zou geven,<br />

maar dat weet je niet eerder dan dat je dat uitprobeert.<br />

Maar als je nu toch een waarde zou moeten geven bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 10<br />

voor People, Planet en Profit. Kan je dan het belang aangeven? Smulders antwoord, people<br />

is al vermeld, je kunt niet zonder dan in mensen investeren. Voor planet ligt het belang in de<br />

boeren, het verbeteren van de functionaliteit. De profit is belangrijk om te blijven draaien,<br />

maar niet als doel op zich om na een aantal jaren lekker op je ‘lauweren’ te gaan rusten.<br />

In F&S ben jij geen aandeelhouder? Klopt, antwoord Smulders, ICCO heeft het opgezet.<br />

Maar dit houdt dus wel in dat ICCO ook uiteindelijk kan beslissen waar het geld naar toegaat<br />

en kan dit dus ook laten terugvloeien na de holding in Nederland? Dit zal hun niet lukken,<br />

zegt Smulders. Maar natuurlijk moet je hierover wel duidelijk afspraken maken. Smulders<br />

licht verder toe, dat voor haar people voor op staat, dan profit en planet een economische<br />

balans moet vertegenwoordigen. Ze had hier laatst nog een heel zware discussie over. Dit<br />

ging over een krokodillenfarm waarvan Smulders vond dat daar wel heel mooie tasjes van<br />

gemaakt konden worden, zodat de winsten terugvloeien in de farm en zo voorkomen wordt<br />

dat de wilde krokodillen hiervoor gebruikt worden. De economische aspecten moeten<br />

gediend worden vindt Smulders.<br />

96


Voor F&S is het om de ondersteuning te bieden voor bedrijven door het leveren van goede<br />

consultanten. Financiële aspecten van de bedrijvigheid wordt dan bestudeerd door een<br />

financiële consultant. Veder staat F&S los van de voorgestelde bedrijvigheid.<br />

Denk je dat je deze activiteiten ook buiten Ethiopië kan opzetten? Smulders antwoord, dat ze<br />

daar nog niet echt over nagedacht heeft, maar is wel van mening als het haar hier in Ethiopië<br />

lukt, ICCO genitreerd zal zijn om naar andere landen te kijken. Als er veel interesse is van<br />

investeerders dan is de kans aanwezig om zonder ontwikkelingssamenwerkings (OS) geld,<br />

dit te doen.<br />

Kijkend naar de druk op NGO’s, ook van de Ethiopische regering, wordt er steeds meer<br />

getracht om bedrijvigheid cq duurzame investeringen te realiseren. Hierbij dienen de NGO’s<br />

samenwerkingsverbanden aan te gaan met bedrijven. Dit is de markt waar jij je op<br />

concentreert? Dat weet ik, antwoord Smulders. Mensen worden steeds meer service gericht<br />

en dat is uiteindelijk ook wat je wilt. Wat is er nu belangrijk de kwaliteit van de baksteen of<br />

het bouwen van een school, licht Smulders toe. In de agrarische sector is het belangrijk om<br />

de markt te creëren en de kwaliteit te monitoren. Dit wordt steeds belangrijker.<br />

Ter afsluiting zegt Smulders mij toe om het businessplan van F&S mij toe te sturen. Dit kan<br />

ik dan nog eens bestuderen en toevoegen aan de inleiding van deze case studie.<br />

97


BIJLAGE 6: TRENTO / HOLLAND CAR<br />

Trento Holding B.V. is opgebouwd uit Trento Engineering en Trento Special equipments and<br />

Robotics. De website vermeld algemeen de informatie dat Trento zijn klanten helpt om de<br />

concurrentie van Oost Europa en Azië in de maakindustrie op afstand te houden.<br />

De maakindustrie in West-Europa heeft behoefte aan denkkracht én daadkracht. Het<br />

is immers van levensbelang om de concurrentie uit Oost-Europa en Azië op afstand<br />

te houden. Trento is specialist in het verbreden van de blik!<br />

Onze mensen analyseren uw vraag en identificeren de mogelijkheden. Daardoor<br />

nemen uw winstgevendheid en concurrentiekracht toe, tegelijkertijd blijven de<br />

productieprocessen én productkwaliteit op het vertrouwde hoge niveau. Onze kracht<br />

zit in de manier waarop wij de productieprocessen bij onze opdrachtgevers onder de<br />

loep nemen en de mogelijkheden voor optimalisatie én new business in kaart<br />

brengen.<br />

Daarbij laten wij het niet; wij zorgen ook voor de realisatie.Trento Engineering<br />

verzorgt de (her)inrichting van productielijnen. Trento Special Equipment & Robotics<br />

verzorgt de inrichting van de hardware: standaard robotcellen, proven technology<br />

equipment of speciaal op maat gemaakte robotcellen. Van helikopterview tot<br />

werkvloer, bekijk uw bedrijf eens met andere ogen!<br />

Trento Engineering<br />

New business vraagt om een nieuw productieproces. Daarbij is Trento Engineering<br />

een logische partner. Wij zorgen dat uw productieproces erop is ingericht om in een<br />

minimum van tijd een optimaal product te maken.<br />

In de loop van de tijd kan de efficiency van een proces afnemen door wijzigingen in<br />

de productielijnen of doordat optimalisaties worden uitgesteld. Ook op dat terrein zijn<br />

wij volledig thuis. Al sinds 1994 verzorgen wij bij tal van bedrijven in Nederland en<br />

Oost-Vlaanderen, de (her)inrichting van productieprocessen. Na een grondige<br />

analyse brengen wij een onderbouwd advies uit. Op basis van deze onafhankelijke<br />

aanbevelingen kunnen opdrachtgevers vervolgens de implementatiefase<br />

aanbesteden. Met bijna zestig specialisten nemen wij uiteraard ook die fase graag<br />

voor onze rekening.<br />

Trento Engineering biedt geen standaard oplossingen. Wij kijken ver vooruit en<br />

maken gebruik van onze ervaring in tal van bedrijven en diverse branches, bovendien<br />

hebben wij kennis van en zijn vertrouwd met moderne analyse en verbetermodellen.<br />

Ons uitgangspunt is dat investeren in dure apparatuur alleen nodig is als het de enige<br />

slimme oplossing is. Wij sporen graag de mogelijkheden voor u op!<br />

98


Trento Special equipments and Robotics<br />

(Bron: www.trento.nl)<br />

Holland Car Plc. Ethiopië<br />

De Trento website laat geen informatie zien over Holland Car Ethiopië hiervoor is de website<br />

Holland Car bezocht. Op de eerste pagina wordt meteen duidelijk dat Holland Car Plc. Een<br />

Joint Venture is van 50% Trento Engineering B.V. en Ethio-Holland Plc. 50%.<br />

Holland Car produceert en distribueert auto’s in Ethiopië. Deze auto’s zijn gericht op de<br />

speciale vraag van de Ethiopische markt. Holland Car is begonnen in 2005. Trento op basis<br />

van de expertise in productie- en proces machines en Ethio-Holland als partner voor de<br />

kennis van de Ethiopische markt. De productiehallen van 20.000m 2 zijn gesitueerd in Modjo<br />

en het hoofdkantoor met verkoop- en serviceafdelingen in Addis Ababa.<br />

In 2005 besloten Trento en Ethio-Holland om samen een assemblagefabriek te starten in het<br />

vervaardigen van auto’s voor de lokale- en export markt. Het idee kwam van Ethio-Holland<br />

die voor jaren Lada uit Nederland importeerde op de Ethiopische markt, maar door de<br />

schaarste in Lada’s van Nederland wet de behoefte gecreëerd om te zoeken naar een<br />

alternatief.<br />

Het alternatief was om lokaal een auto te maken die perfecte paste bij de behoefte van de<br />

Afrikaanse markt. Het eerste model was genaamd DOCC (Dutch Overseas Car Company)<br />

en was van origine een Tofas Sahin. Dit model werd gebouwd sinds de jaren 70tig en de<br />

laatste jaren door het Turkse bedrijf Tofas. Holland Car kocht vervolgens deze auto in<br />

onderdelen om deze auto’s via Djibouti te importeren naar de Modjo fabriek waar ze werden<br />

geassembleerd.<br />

Het tweede model was de ABAY. Deze veel moderne auto is aantrekkelijk voor jonge<br />

kopers. Twee belangrijke pijlers hebben geholpen om te komen tot deze richting. Ten eerste<br />

de contributie van de PSOM subsidie door de Nederlandse regering heeft geholpen om de<br />

opstartkosten behoorlijk te minimaliseren. En ten tweede het investeringsklimaat van<br />

Ethiopië wat behoorlijk goed is. Hierdoor worden de onderdelen als ruwe materialen voor<br />

99<br />

In slim, superefficiënt produceren zit uw voorsprong op de concurrentie. Trento<br />

Special Equipment & Robotics levert de machines en robotcellen die daarvoor nodig<br />

zijn: standaard robotcellen, maar ook robotcellen en productie installatie’s welke<br />

volledig op maat worden ontworpen.<br />

Trento Special Equipment & Robotics heeft unieke kennis en ervaring in huis,<br />

opgedaan in ondermeer de automotive, de chemische en de metaalverwerkende<br />

industrie. Wij leveren de oplossingen waardoor de kwaliteit & effectiviteit van uw<br />

productie op een hoger niveau komt, uw apparatuur een hogere beschikbaarheid<br />

heeft, de flexibiliteit van uw productielijn toeneemt en doorlooptijden van het totale<br />

proces in belangrijke mate korter worden.<br />

Die oplossingen kunnen wij bieden op basis van een loepzuivere analyse van de taak<br />

die de robotcel of de machine moet uitvoeren. Die analyse met daaruit voortkomende<br />

verbeterideeën zetten wij om in een oplossing die de klant gefundeerd kan<br />

beoordelen aan de hand van een concept voorstel. Trento Special Equipment &<br />

Robotics past alleen componenten toe van gerenommeerde merken en verzorgt de<br />

assemblage én een uitstekende besturing en programmering.<br />

Wij hebben voor de realisatie van uw project alle benodigde specialismen in eigen<br />

huis en wij hebben de drive en de know how om te bereiken dat u in één keer een<br />

oplossing heeft die op alle fronten werkt!


een behoorlijke lagere importbelasting ingevoerd dan bijvoorbeeld gerede producten als<br />

auto’s.<br />

Midden 2005 zijn de hallen gebouwd en midden 2006 was de fabriek inclusief materialen en<br />

machines gereed voor productie. Het lokale personeel is vervolgens getraind, en daar rolde<br />

de eerste auto van de band. In deze periode waren 80 tot 100 Ethiopiërs actieve voor het<br />

bouwen van de fabriek.<br />

Het management van Holland Car is voornamelijk Nederlands door de behoorlijke<br />

automotive kennis. De kennis van auto assemblage is in het eerste jaar overgedragen aan<br />

lokaal personeel. De werknemers van Holland Car zijn allemaal Ethiopiërs en bij de start<br />

waren er 50 werknemers. Dit aantal zal snel groeien, wanneer de productie toeneemt.<br />

Holland Car is gestart als idee van de Ethiopiër Tadesse Tessema die als voormalig<br />

Ethiopische vluchteling woonachtig was in Tilburg en vanuit Nederland Lada’s importeerde<br />

naar Ethiopië. Hij kwam in contact met Wim Guns van Trento engineering en benaderde hem<br />

om samen een autofabriek te starten in Ethiopië.<br />

Tadesse Tessema Alemu Wilhelmus Cornelis Maria Guns<br />

(Bron: www.holland-car.com)<br />

Wim Guns zag in eerste instantie dit helemaal niet zitten. Vanuit de ervaring van Trento<br />

Engineering, die met name gespecialiseerd is in de automatisering van productielijnen,<br />

waarbij Wim gespecialiseerd is als consultant voor de auto-industrie. Weet hij als geen ander<br />

wat voor investering het vergt om auto’s te gaan bouwen.<br />

Toen Wim echter in aanraking kwam met het Turkse Tofas, die in licentie een kloon van de<br />

Fiat 131 bouwde voor de Turkse markt zag hij in eens kansen. Tofas had dit model uit<br />

productie genomen, omdat ook de markt in Turkije niet meer op dit verouderde model zat te<br />

wachten. Wel werden er nog steeds onderdelen voor Sahin geproduceerd en was de auto<br />

leverbaar als bouwpakket.<br />

Op het invoeren van een complete auto heft de Ethiopische overheid 35% belasting en op<br />

onderdelen 5%. Dit hield in dat een Tofas op de Ethiopische markt gezet kon worden voor<br />

100


12kEuro, niet veel duurder dan een tien jaar oude Toyota Corolla in Ethiopië. Dit was de<br />

doorslag voor Trento en toen ook nog een opstart subsidie van de Nederlandse regering in<br />

de vorm van PSOM door de EVD verkregen werd, was de fabriek geboren.<br />

Vervolgens werd gezocht naar nieuwe bouwpakket modellen, omdat ook de Tofas Sahin op<br />

raakte en tevens voerden de Turken de prijs op vanwege de door Holland Car. Een andere<br />

ontwikkeling was het verkennen van de buurlanden als Soedan voor alternatieve<br />

afzetmarkten naast Ethiopië.<br />

(Bron: www.mt.nl/artikel/818236)<br />

Inmiddels zijn er twee nieuwe modellen gevonden door de samenwerking met de Chinese<br />

leverancier Lifan. De compacte Abay, vernoemd naar de Blauwe Nijl en de grotere Awash<br />

zijn beide moderne auto’s te noemen van deze tijd. Dus ook de export markt zal snel volgen.<br />

(Bron: www.verspers.nl)<br />

De Awash De Abay<br />

Interview met Wim Guns<br />

Bij benadering van Guns bleek dat hij weinig tijd had voor een interview. Dit zou in zijn<br />

planning pas in oktober dit jaar (2009) kunnen plaatsvinden, wat niet uitkomt met mijn<br />

planning in rapportage. Hiervoor zijn we tot de volgende oplossing gekomen, dat ik een<br />

rapportage zou schrijven waarop Guns aanvulling geeft en hierna zouden we een telefonisch<br />

interview cq. gesprek hebben over de inhoud van de casestudie.<br />

Voor het interview met Guns neem ik plaats in mijn auto voor de deur, zodat ik gesprek via<br />

de carkit kan opnemen. Ik bedank Guns voor de tijd om het interview op deze manier te<br />

voeren<br />

Een eerste vraag die me niet geheel duidelijk wordt uit de bestudeerde websites en artikelen<br />

is de structuur van Holland Car en de rol van Wim Guns of Trento hierin. Kan jij mij uitleggen<br />

hoe de bedrijfsstructuur van Holland Car eruit ziet, dus hoe is de verdeling in aandelen en<br />

wat is de rol van Trento en Wim Guns? In de bestudeerde websites wordt steeds gesproken<br />

over 50/50 verdeling in Holland Car tussen Trento en Ethio-Holland, is dit nog steeds het<br />

geval?<br />

Guns licht toe, dat in de officiële stukken staat dat Trento 50% van de aandelen heeft. Op het<br />

moment dat Trento begon met Holland Car was Guns zelf directeur bij Trento. Hij heeft toe<br />

de afspraak gemaakt met de aandeelhouders dat de helft van deze aandelen op zijn naam<br />

kwamen. Dus 25% is van Trento 25% van Guns en de Ethiopische partner Tadesse heeft<br />

50% van de aandelen. Guns is zelfstandig consultant wat hij bij Trento ook al was, maar hier<br />

heeft hij als directeur een aantal bedrijven geleid.<br />

Hoe is destijds het contact tot stand gekomen om met een Ethiopische partner auto’s te gaan<br />

bouwen in Ethiopië? Guns zegt, dat dit eigenlijk ongepland binnen Trento is gekomen.<br />

101


Tadesse die kende hij niet, maar via een ex-collega bij Trento kwam hij in contact met<br />

Tadesse.<br />

Al met al blijkt uit te bestuurde artikelen dat jij niet gelijk enthousiast was om dit te<br />

ondernemen, maar dan toch op de bouwpakketten uit Turkije bent gekomen van de Fiat 131.<br />

Was dit jouw idee of kwam Tadesse hiermee? Guns licht toe, dat het in eerste instantie ging<br />

om wat eigenlijk een auto in Ethiopië kost. Tadesse dacht daarnaast dat hij met oude<br />

plaatdelen en Lada onderdelen door schroeven en lijmen wel een auto in elkaar kon zetten.<br />

Hier was Guns niet van gecharmeerd en werd hier dus ook niet enthousiast door. Guns zijn<br />

mening was dat als dit succes van slagen zou hebben, dat alle onderdelen dan bij één<br />

leverancier vandaan moest komen, anders kan het wel zo zijn dat de laatste twee<br />

onderdelen het duurste worden van de hele auto. Dus om het dus logistiek onder controle te<br />

houden, was dit de enige oplossing. Hierbij moest ook de body en het chassis al in elkaar<br />

zitten.<br />

Tadesse is toen bij Tofas terecht gekomen, hoe dit precies is gegaan weet Guns niet. Maar<br />

Tadesse kwam toen met deze leverancier terug bij Guns. Guns heeft dit toen met hem<br />

besproken en beoordeeld, waarna ze hiermee in zee zijn gegaan.<br />

Had je met het land Ethiopië ook als ontwikkelingsland zijnde al een bepaalde binding? Of<br />

kwam dat zomaar op je pad? Guns antwoord, dat hij totaal geen binding had met Ethiopië,<br />

los van het feit dat hij warme gevoelens heeft bij arme landen om daar wat meer te doen als<br />

inwoner van een rijk land.<br />

Was het businessplan nu puur geschreven op winstgevendheid en daarmee ook een<br />

bepaald rendement op de aandelen, dus op de totale investering? Guns antwoord, dat het<br />

primair gericht was op economisch verantwoord. Dus de economische risico’s zijn tegen<br />

elkaar afgewogen. Als dit niet goed had gezeten was Guns er nooit aan begonnen. Hierbij<br />

merkt hij wel op dat de kansen in Ethiopië goed waren en dat geeft meer<br />

doorzettingsvermogen, dan dat dit zich in Europa had afgespeeld.<br />

Van de Nederlandse regering heb je een PSOM subsidie gehad. Hoe groot is nu deze<br />

bijdrage op de totale investering geweest? Guns antwoord, dat dit 60% van het projecttotaal<br />

is geweest en dus ter grootte van 510.000Euro. 300.000 Euro is zelf ingebracht. Is dit<br />

gedaan door eigen kapitaal of middelen? Guns licht toe, dat dit aandelenkapitaal is geweest<br />

aangevuld met leningen van de aandeelhouders. In eerste instantie was dit alleen aandelen<br />

kapitaal, maar dit bleek niet voldoende waarna bankleningen zijn ingebracht.<br />

Op de website van Holland Car wordt ook gesproken over export naar andere landen,<br />

bijvoorbeeld Soedan. Is dit inmiddels gerealiseerd? En hoeveel % van de totale omzet is<br />

momenteel export gerealiseerd? Guns licht toe, dat dit in zoverre nog niet is gelukt, wel is er<br />

gekeken om in Soedan een tweede bedrijf op te zetten. In feite een herhaling van het project<br />

in Ethiopië. Daarmee is gestopt, waarna geprobeerd is om te exporteren, maar de<br />

buurlanden als Eritrea en Somalië is Ethiopië toch regelmatig mee in conflict en Djibouti is te<br />

klein op basis van inwonerstal. Dus werd er gekeken naar Soedan en Kenia. Kenia was<br />

technisch wat complexer, dus toe is Soedan beoordeeld als export land. De leverancier Lifan<br />

was bereid om hierbij te helpen, maar uiteindelijk is ervan export nog niets gekomen en dat<br />

komt door de vraag in Ethiopië. Dus kon niet aan een exportmarkt voldaan worden, want dan<br />

zou je de Ethiopische markt te kort doen. Dus in eerste instantie moet Ethiopië worden<br />

voorzien alvorens te exporteren.<br />

Daarmee is wel een belastingvoordeel misgelopen in vennootschapsbelasting. Bij export<br />

geeft de Ethiopische regering een vrijstelling van vennootschapsbelasting van vijf jaar i.p.v.<br />

twee jaar, dit was dan ook de reden om naar export te kijken.<br />

102


Uit een onlangs verschenen artikel blijkt dat het contract met Lifan ook is afgelopen en nu<br />

een samenwerking wordt aangegaan met een ander Chinese bedrijf JAC (Anhui Jianghuai<br />

Automobile Co. Ltd.). Belemmerd dit niet de continuïteit van Holland Car om steeds op zoek<br />

te moeten naar andere leveranciers voor onderdelen? Zou het dus niet tijd worden om zelf<br />

de onderdelen te produceren in plaats van steeds op zoek te gaan naar nieuwe<br />

bouwpakketten? Guns licht toe, dat het inderdaad niet bevorderlijk is voor de continuïteit,<br />

maar de omgeving is anders dan Europa. In Ethiopië wordt dit sneller geaccepteerd. Het is<br />

wel van belang dat de onderdelen voorradig blijven en de garantie voor services gegeven<br />

kan worden. Hier heeft Guns geen twijfels over, maar er worden wel wat vragen over<br />

gesteld.<br />

Terugkomend op de sociale bijdrage, wat is dan de verdeling in sekse van de werknemers?<br />

Dit is 70% mannen, 30% vrouwen in de fabriek, antwoord Guns. Tijdens de bouw van de<br />

fabriek, waren continu ongeveer 80 mensen aan het werk, wat hoofdzakelijk vrouwen waren.<br />

Dit is voor Ethiopië wel heel bijzonder. Op kantoor zijn het vooral vrouwen en dan ook in<br />

leidinggevende functies. Er is wel een minderheid van vrouwen in leidinggevende functies<br />

maar 1 op de 4 is vrouw. Hoofd operations maar ook het hoofd van de salarisadministratie<br />

zijn beide vrouwen.<br />

Zijn er buiten de sociale bijdrage in een school ook nog andere projecten gestart bijvoorbeeld<br />

in de gezondheidzorg? Nee, antwoord Guns. Zij zijn niet zo ver gegaan dat ze een heel stuk<br />

invulling hebben gegeven aan deze sociale behoefte. Wat ze wel doen is samenhangend<br />

met het bouwen van auto’s, personeel meer in de secundaire arbeidsvoorwaarden tegemoet<br />

komen dan gebruikelijk is in Ethiopië. Hierbij is er bijvoorbeeld vervoer geregeld van en naar<br />

de fabriek, waarbij onderweg ook nog even wordt aangestoken voor thee of iets dergelijks,<br />

wat voor werknemers in Ethiopië niet gewoonlijk is. Zij willen graag goede mensen in dienst<br />

hebben, die ook bereid zijn om door te werken. Hierbij worden ze gemiddeld ook 15% beter<br />

betaald. Maar ook in de afspraken met de EVD is kinderarbeid uitgesloten en tevens is de<br />

afspraak om corruptie niet te accepteren.<br />

Momenteel is er een probleem in buitenlandsgeld in Ethiopië, wat de inkoop van materialen<br />

in de weg staat. Kan dit het einde van Holland Car betekenen? Zou het niet makkelijker zijn<br />

dat de aandeelhouders in Nederland in de valuta voorzien? Guns antwoord, dat dit niet het<br />

einde betekent voor Holland Car. Met Lifan was de afspraak dat de betalingen in dollars<br />

plaatsvond en dat Holland Car hiervoor een LC (Letter of Credit) opende. Het bleek dat dit<br />

allemaal wel mogelijk was, maar door overmacht van buitenaf bleek dit niet het geval te zijn<br />

in Ethiopië, door een te kort aan dollars. Dus is er voordurend bij een aantal banken het<br />

verzoek van LC’s ingediend, waardoor wel steeds in dolars betaald kon worden. Uiteindelijk<br />

heeft deze problematiek de relatie met Lifan ook verbroken. Met de nieuwe leverancier zijn<br />

op dit gebied dus ook andere afspraken gemaakt, waarover Guns verder niet in de details wil<br />

ingaan.<br />

Kijkend naar het totale project en waar Holland Car nu staat. Als Trento dan op dit moment<br />

weer de beslissing zou moeten nemen met wat men nu weet, zou er dan weer gestart<br />

worden? Guns licht toe, dat hij niet voor Trento kan praten, maar voor zichzelf is het<br />

antwoord ja. Wat hij ook kan onderbouwen, omdat hij nu ook bezig is met andere landen om<br />

hier gelijke projecten te starten. Wat niet persé een kopie van Ethiopië hoeft te zijn, maar wel<br />

automotive gerelateerd waar Guns de kennis van Ethiopië in kan gebruiken. Dit zou hij niet<br />

doen als hij ontevreden zou zijn over dit project. Wat voor landen kijk je dan nu naar? Guns<br />

licht toe, dat hij hiervoor een aantal landen heeft geselecteerd in Afrika. Waarbij hij zich<br />

beperkt tot landen waar subsidie mogelijkheden zijn vanuit de EVD, maar ook<br />

bereikbaarheid, politieke stabiliteit, aantal inwoners. Hierbij is hij tot een vijftal landen<br />

gekomen en momenteel is hij bezig met Tanzania en Ghana.<br />

103


Wat zijn de verdere groei- en ontwikkelingsverwachtingen van Holland Car in Ethiopië? Guns<br />

verwacht dat Holland Car een goede toekomst tegemoet gaat. Er is nog behoorlijk groei<br />

potentieel binnen personenwagens, dit kan nog wel een factor vijf toenemen zonder al teveel<br />

moeite. Afgelopen jaar zijn er ongeveer 1000 personenauto’s verkocht. De<br />

productiecapaciteit is er wel, waarbij ook de export kan volgen. Maar ook diversificatie naar<br />

4*4 terreinwagens of vrachtwagens behoort tot de mogelijkheden.<br />

Voor de landen waar Guns nu aan het kijken is zou Holland Car ook kunnen deelnemen,<br />

maar dit is hoofdzakelijk op eigen initiatief, waarbij Guns ook op zoek is naar lokale partners<br />

waarmee in vertrouwen de toekomst kan worden ingegaan. Ook Holland Car staat vrij om dit<br />

soort initiatieven te ondernemen, maar Guns denkt dat Tadesse het momenteel druk genoeg<br />

heeft met de Ethiopische markt. Dus de concentraties zijn nu even gesplitst, maar als de<br />

kans daar is, wordt de samenwerking met Holland Car niet uitgesloten.<br />

Net werd al aangegeven dat de werknemers meer dan gemiddeld betaald werden, maar wat<br />

is nu het salaris van een werknemer bij Holland Car? Dit weet Guns niet direct en zou dit<br />

moeten navragen. Hoeveel mensen zijn er in dienst? Guns schat ongeveer 150.<br />

Maakt Ethiopië het niet gewoon mogelijk om juist hier een autofabriek te starten door de lage<br />

lonen en is daarom een ontwikkelingsland interessant om dit soort activiteiten op te zetten?<br />

Guns licht toe, dat tegen over van deze lage lonen en onderhandelbare fiscale voordelen<br />

een hele hoop risico’s staan. Op industrieel gebied maar ook op langdurige<br />

samenwerkingsverbanden loopt Ethiopië ten opzichte van Europa een heel stuk achter wat<br />

het allemaal wat riskanter maakt. Als je puur kijkt naar lage lonen, dan komen ook een aantal<br />

andere landen zoals China en India in aanmerking en hier is juist de industriële ontwikkeling<br />

al veel verder dan Afrika. Dus je overweegt om buiten het hoge industrieelgebied zaken te<br />

doen, waarbij je voordurend de risico’s en kansen tegen elkaar moet afwegen. Om te<br />

beoordelen wat voor soort business dan de beste keuze is. Guns heeft deze keuze nooit zo<br />

bewust gemaakt, want dit kwam zomaar op zijn pad. Hij zag het uiteindelijk wel zitten en is er<br />

gewoon voor gegaan. Ook vanwege zijn gevoelens om iets te betekenen voor een arm land.<br />

Sta jij nog op de pay-rol van Holland Car? Guns antwoord, dat hij op de pay-rol heeft<br />

gestaan, maar nu de leiding heeft overgedragen aan Tadesse. Wel doet hij nog wat<br />

activiteiten, maar die zijn tot nu toe onbetaald.<br />

Hoeveel vloeit van de totale winst van Holland Car terug naar de gemeenschap? Guns licht<br />

toe, dat alles wat er verdiend wordt terugvloeit naar Holland Car voor nieuwe ontwikkelingen<br />

of uitbreidingen. En komt dus indirect terug naar de gemeenschap in bijvoorbeeld<br />

werkgelegenheid, maar ook in de vorm van voorbeeldfunctie van ondernemerschap. In<br />

Ethiopië is de bevolking door de geschiedenis en onteigening van land in ondernemerschap<br />

behoorlijk kortetermijndenken. Holland Car heeft het voorbeeld geleverd dat dit dus anders<br />

kan en dit motiveert de mensen. Holland Car heeft er dus voor gezorgd dat de mensen weer<br />

meer vertrouwen krijgen in ondernemerschap.<br />

Ter afsluiting geeft Guns aan dat hij open is geweest in het beantwoorden van de vragen en<br />

er veel waarde aan hecht, dat het interview op een verantwoorde manier wordt behandeld.<br />

104


BIJLAGE 7: SOLAR COOKING<br />

Koken met de zon als warmtebron; een uitkomst voor Afrika!<br />

U kent ze waarschijnlijk wel: beelden van vrouwen en vaak ook kinderen beladen met<br />

bossen sprokkelhout op hun rug of hoofd. Dat hout is elke dag nodig voor het koken van<br />

voedsel. Voor miljoenen gezinnen over de hele wereld, en vooral in landen met een lage<br />

levensstandaard, is brandhout de enige bron van energie. Ook door een steeds maar groter<br />

wordende behoefte aan landbouwgrond worden veel bomen gekapt en verdwijnt veel<br />

kostbare bosgrond. De afstanden, die men dagelijks moet afleggen om de benodigde<br />

hoeveelheid brandhout bij elkaar te sprokkelen, worden steeds langer.<br />

Miljoenen mensen koken dagelijks met hout. Gevolgen:<br />

• Erosie van vruchtbare gronden door houtkap en geen herbeplanting<br />

• Longziekten en kindersterfte door rookontwikkeling<br />

• Vrouwen en kinderen verzamelen 4 uur per dag hout, vaak in onveilige gebieden<br />

• Helft van inkomen wordt besteed aan aankoop van hout<br />

De gevolgen van het massale gebruik van<br />

brandhout voor het koken zijn vaak desastreus.<br />

Niet allen voor het milieu, maar ook voor de<br />

gezondheid van de mensen. Rookontwikkeling in<br />

kleine afgesloten ruimtes is de oorzaak van<br />

longaandoeningen en oogziektes, vooral onder<br />

kleine kinderen. Door een groot gebrek aan schoon<br />

drinkwater is de kindersterfte hoog. Door water te<br />

pasteuriseren en minder hout te verbranden<br />

kunnen gezondheidsproblemen teruggedrongen<br />

worden.<br />

Gelukkig is er een alternatief. De zon, die in de<br />

meeste ontwikkelingslanden overvloedig schijnt,<br />

vormt een belangrijke, nog vrijwel ongebruikte bron<br />

van energie. Met simpele middelen en met heel<br />

weinig geld is het mogelijk de kracht van de zon<br />

aan te wenden voor het koken van voedsel en het<br />

pasteuriseren van drinkwater. Een eenvoudig<br />

kookapparaat, dat lokaal gemaakt kan worden, de<br />

CooKit, is uitermate geschikt voor massaal gebruik<br />

door gezinnen met lage inkomens, vooral in landen<br />

met lange perioden van zonneschijn gedurende het<br />

hele jaar. De CooKit wordt gebruikt in combinatie met de hooimand (nagaren) en<br />

houtbesparende ovens (bij bewolkt weer).<br />

Meer dan de CooKit alleen: een integrale benadering. De CooKit is het eenvoudigste en<br />

goedkoopste zonnekooktoestel waarmee o.a. rijst, pasta, linzen, kip, geit, groenten,<br />

babyvoeding en vooral ook gepasteuriseerd water kan worden bereid. De CooKit is gemaakt<br />

van karton beplakt met aluminium folie. Een matzwart geverfde 4-liter lichtgewicht pan wordt<br />

in de CooKit in een hitte bestendige plastic zak geplaatst. Bij een helder schijnende zon is<br />

het voedsel na 2 a 3 uur klaar. Naast de CooKit en Solar Box, (een duurdere variant) wordt<br />

een hooimand gebruikt voor nagaren van voedsel. En op bewolkte of regendagen zorgt een<br />

houtbesparend kooktoestel voor besparing van hout tot 70%! In de toekomst zullen ook de<br />

restproducten van Jatropha (een olienoot), gebruikt kunnen worden als brandstof voor het<br />

koken.<br />

105


Koken met de zon, een duurzaam alternatief door gebruik van de CooKit en hooimand:<br />

• Dagelijks voedsel wordt in CooKit gestoofd;<br />

• Water wordt in de CooKit gepasteuriseerd;<br />

• Gebruik van CooKit en hooimand is veilig;<br />

• Koken met de zon bespaart hout, tijd en geld en reduceert CO2-uitstoot;<br />

• In lokale werkplaatsen worden CooKits en hooimanden handmatig gemaakt;<br />

• De positie van vrouwen wordt versterkt: geld verdienen en participeren in de lokale<br />

economie;<br />

• Hoge temperatuur zonnekooktoestellen voor bakken en braden zijn in ontwikkeling;<br />

• Zonnekeuken: CooKit+hooimand+parabool+houtbesparende kachel is in<br />

ontwikkeling;<br />

• Solar Cooking draagt bij aan vijf van de acht millenniumdoelen.<br />

Het gebruik van de CooKit betekent voor miljoenen arme gezinnen in deze landen een<br />

uitkomst en een besparing van veel tijd, energie en geld. Daarnaast ontstaat er small<br />

business door de fabricage en verkoop van de CooKit en hooimand, en houtbesparende<br />

oventjes.<br />

Lokale organisaties in Oeganda, Ethiopië, Somalië/Puntland en Eritrea voeren de Solar<br />

Cooking projecten uit. Zij regelen de instructies en zorgen voor lokale fabricage. Verkoop<br />

tegen de kostprijs is een voorwaarde voor duurzame projectontwikkeling en financiële<br />

onafhankelijkheid. Microkredietprogramma’s zijn hierbij belangrijk. Dit particuliere initiatief<br />

resulteert in de ontwikkeling van kleine ondernemingen. Zo wordt ook de lokale economie<br />

versterkt.<br />

Koken met de zon vraagt om een cultuuromslag en aanpassing van kookgewoonten. Het is<br />

van belang dat er een plaatselijk draagvlak ontstaat voor deze wijze van koken. Een<br />

uitgekiend meerjarenprogramma omvat voorlichting, training van instructrices,<br />

zonnekooklessen, evaluatie en lokale fabricage. Duizenden gezinnen hebben de stap naar<br />

koken met de zon al gemaakt. Van groot belang is het creëren van draagvlak in het<br />

projectland gericht op schaalvergroting, publieke voorlichting en verkrijgen van lokale<br />

subsidies. Door reductie van broeikasgas CO2 komen Solar Cooking projecten in<br />

aanmerking voor rechtvaardig klimaatfonds uitwisseling.<br />

Missie en Doel van de Stichting Solar Cooking<br />

Integraal en duurzame Solar Cooking is een krachtig middel geworden om ontbossing te<br />

voorkomen. Tegelijkertijd wordt er een nieuwe economische activiteit ontwikkelt voor de<br />

allerarmsten op het platteland en stedelijke omgeving in Afrika. Zo draagt dit integrale<br />

programma bij aan de uitdagingen van de Millenniumdoelen van de VN. SCN komt tegemoet<br />

aan 5 van de 8 millenniumdoelen van de VN.<br />

Mens en Milieu zijn thema's die centraal staan, naast Duurzame projectontwikkeling.<br />

MENS<br />

Het leveren van een bijdrage aan de inkomensverbetering en gezondheidsverbetering van<br />

de doelgroep zeer arme vrouwen in Ethiopië, Oeganda, Eritrea en Puntland/Somalië, door<br />

het introduceren van de zon en andere duurzame hout besparende bronnen van energie<br />

voor het koken van dagelijks voedsel, voor het drogen en conserveren van voedsel en voor<br />

het pasteuriseren van water.<br />

MILIEU<br />

106


Het leveren van een bijdrage aan het zoeken naar mogelijke oplossingen voor de<br />

milieuproblematiek in Ethiopië/Oeganda/Eritrea. Door een drastische vermindering van het<br />

gebruik van hout als brandstof voor het koken van dagelijks voedsel. De nadruk ligt op<br />

landen met ernstige vormen van ontbossing zonder duidelijke programma's van<br />

herbeplanting.<br />

DUURZAME PROJECTONTWIKKELING<br />

Het leveren van een bijdrage in de vorm van fondsen en inhoudelijke kennis naar aanleiding<br />

van een vraagstelling van de lokale NGO (Niet Gouvernementele Organisatie) opdat een<br />

langlopend programma kan worden ontwikkeld waarin vrouwen kunnen leren koken, voedsel<br />

leren conserveren en water pasteuriseren met de zon als warmtebron en dit kunnen<br />

integreren in de dagelijkse sociaal culturele leefsituatie.<br />

Het leveren van een bijdrage aan de inpassing in de lokale economie door fabricage van<br />

zonnekooktoestellen, hooimand, en hout besparende ovens. Door publieke<br />

voorlichtingsactiviteiten en introductie programma's kan marktwerking worden ontwikkeld.<br />

Samenwerkingspartners<br />

Nationale samenwerkingspartners zijn:<br />

• Wilde Ganzen/ICCO Hilversum<br />

Interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, zet zich in voor een wereld<br />

zonder armoede of onrecht.<br />

Solar Cooking werkt van het begin af aan samen met Wilde Ganzen. Zij vormen een<br />

enorme stimulans bij alle activiteiten die de stichting onderneemt in Afrika.<br />

In 2005 ontving Solar Cooking de KPA/Wilde Ganzen Award 2005. Na de nominatie door<br />

NCDO/WG gaf het publiek het CooKit project de 1e prijs.<br />

De donatie van € 2500,- van NCDO is bedoeld voor voorlichting in Nederland. Het gehele<br />

bedrag van € 5000,- zal besteed worden aan een korte documentaire in Oost Afrika over<br />

het Solar Cooking project. Met Lokaalmondiaal is een overeenkomst afgesloten.<br />

• NCDO Amsterdam<br />

Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling;<br />

www.ncdo.nl<br />

• ICCO (Interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking);<br />

www.icco.nl<br />

• Stichting KOZON, Wageningen Koken met de zon als warmtebron;<br />

www.kozon.org<br />

Kozon, zusterorganisatie voor Solar Cooking in West Afrika<br />

• ISEE Urk (interkerkelijke stichting Ethiopië / Eritrea);<br />

www.isee-urk.nl<br />

• Water Committee Naarden;<br />

• ALDO, Laren;<br />

• SUPO Bussum Stichting voor Urbane Projecten in Ontwikkelingslanden;<br />

www.supo.nl<br />

• Solar Cookers Ontwikkelingslanden, Amersfoort.<br />

Internationale samenwerkingspartners zijn:<br />

• Solar Cooking International USA;<br />

http://www.solarcooking.org<br />

• SCA Oeganda (NGO Solar Connect Association);<br />

• PISDA Ethiopië (NGO Partnerschip for Integrated Sustainable Development Association);<br />

• JeCCDO Ethiopië (Jerusalem Children and Community Development Organization);<br />

www.jeccdoethiopia.org<br />

107


PISDA levert CooKits aan JeCCDO en traint instructrices voor een pilot met 80<br />

vrouwen/gezinnen.<br />

• HoA-REC/N Ethiopië (Horn of Africa Regional Environment Centre and Network);<br />

www.hoarec.org<br />

• GTZ Ethiopië (German Technical Coöperator);<br />

www.gtz.de/en/aktuell/576.htm<br />

• FFE Ethiopië (Forum for Environment);<br />

www.ffe-ethiopia.org<br />

• KAALO Puntland Somalië.<br />

www.kaalonederland.org<br />

Fondsenwerving<br />

Fondsverwerving vindt voornamelijk plaats door actief uitdragen van doelstelling, visie en<br />

werkwijze door alle bestuur- en werkgroepleden.<br />

SCN informeert haar donateurs en geïnteresseerden regelmatig via een nieuwsbrief en op<br />

verzoek ook met een jaarverslag.<br />

Transparantie over financieel management staat centraal. Ook de gedetailleerde<br />

begrotingen, resp. financiële verslagen, van de lokale NGO’s in de doeleinden zijn voor<br />

geïnteresseerden beschikbaar. Door de fiscus is SCN officieel als Algemeen Nut Beogende<br />

Instelling (ANDI) erkent; een gift aan SCN geldt als aftrekpost.<br />

Diverse films zijn gemaakt over de Solar Cooking projecten. Een netwerk van bedrijven en<br />

organisaties wordt opgebouwd voor financiële ondersteuning gericht op duurzame<br />

projectontwikkeling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van films over onze projecten, publicaties<br />

o.a. in de Gooi en Eemlander en de NRC en presentaties op markten, feesten en partijen,<br />

voor wereld- en kringloopwinkels en voor enkele serviceclubs in Gooi en omstreken<br />

Sponsors<br />

De volgende bedrijven of organisaties hebben SCN gesponsord met fondsen of diensten:<br />

• ASN Bank;<br />

• Fermion Laren sponsort de website van SCN in 2007 en 2008;<br />

• NDI sponsort met ICT diensten<br />

• Rabobank Nederland<br />

Ethiopië<br />

De eerste trainers zijn getraind bij PISDA! Vijf mannen en 8 vrouwen van vier organisaties<br />

namen deel aan de training van 25-30 juni 2009 bij PISDA regional ISC production and<br />

learning centre. Iedere deelnemer maakte een CooKit en werd ook theoretisch geschoold.<br />

Aan het eind van de vijf dagen leerde men te koken en water te pasteuriseren. Tot slot<br />

bereidde men ieder afzonderlijk een maaltijd voor hun diplomering.<br />

Tijdens de werkbezoeken in de afgelopen 2 jaar, is samen met de heer Gullilat Aberra veel<br />

genetwerkt en zo kwam SCN in contact met mevrouw Janny Poley, eerste secretaris van de<br />

Nederlandse Ambassade in Addis, met specifiek Energie en Milieu in haar portefeuille. Zij<br />

nodigde bij de gesprekken altijd HoARec/n (Horn of Africa Regional Environmental Centre<br />

and Network, faculteit Environment Science van de Universiteit van Addis Ababa) uit.<br />

Vervolgens werd er een werkbezoek afgelegd door HoARec/n, de Nederlandse Ambassade,<br />

een vertegenwoordiging van het ministerie buitenlandse zaken en<br />

ontwikkelingssamenwerking Nederland en nog enkele andere Ethiopische milieu<br />

organisaties aan het project in Debre Zeit. De demonstratie door de lokale solar cooking<br />

instructrices, het proeven van het zon bereidde voedsel, maakte veel indruk op de bezoekers<br />

en het fundament werd gelegd voor een conferentie in Addis specifiek gewijd aan solar<br />

cooking: Integrated Sustainable Cooking,<br />

108


Doelstelling voor de conferentie (13/14 maart 2009) werd als volgt geformuleerd:<br />

• Het creëren van een platform in de Hoorn van Afrika met de bedoeling op brede<br />

schaal geïntegreerd koken met de zon te promoten en ervaringen uit te wisselen;<br />

• Het vaststellen van clusters die met ISSC aan de slag gaan en deze onderbrengen<br />

onder de koepel HoARec/n;<br />

• Het identificeren van mogelijkheden en uitdagingen door het versterken van<br />

bestaande initiatieven en het oprichten van nieuwe initiatieven;<br />

• Het formuleren van de uitgangspunten voor ISSC fondsenwerving;<br />

• Het ontwikkelen van strategieën om vrouwen als eind gebruikers, optimaal in dit<br />

proces te betrekken;<br />

• Het projectplan zodanig formuleren dat carbon credits kunnen worden verworven.<br />

De bezoekers bestonden uit ongeveer 70 conferentiegangers en 35 organisaties uit<br />

verschillende districten in Ethiopië, Djibouti, Puntland, Somalialand, Kenia en Soedan.<br />

Een eerste schets van doelstellingen voor een 3 jarig ISSC project is gemaakt. SCN zal een<br />

rol vervullen bij de kennis overdracht over het introductie- en trainingsprogramma en bij het<br />

productie proces. SCN werkt daarbij samen KOZON, Solar Cookers International East Africa<br />

(Nairobi) e.a. Het geheel wordt gecoördineerd en aangestuurd door HoARec/n onder leiding<br />

van Abiy Ashenafi in Addis Ababa. Afhankelijk van de beschikbare fondsen zal het<br />

omvangrijke project in januari 2010 van start gaan. Een doorbraak van Geïntegreerd Koken<br />

met de Zon in Oost Afrika.<br />

Het is ongelooflijk wat er in 2 jaar is bereikt. Bijna 1000 vrouwen koken nu met de CooKit.<br />

Aangestuurd door 4 zeer deskundige en enthousiaste vrouwen worden er maandelijks<br />

opfrisdagen gehouden waar recepten en handigheidjes worden uitgewisseld. Soms worden<br />

zelfs producten die in de CooKit gemaakt zijn, verkocht!<br />

Omdat het regentijd was werd er ook veel gewerkt met de hooimand. Deze techniek (in<br />

Nederland al eeuwen oud) moet echter nog wel wat beklijven. Maar het meest enthousiast<br />

zijn Nel en Jolien Hessel over de eerste CooKit die in Debre Zeit is gemaakt. Een half jaar<br />

geleden werden de plannen voor het kenniscentrum gesmeed en nu is het zover klaar dat er<br />

ook CooKits gemaakt kunnen worden! Dit kenniscentrum wordt een voorbeeld voor andere<br />

regio’s in Ethiopië: er zijn gesprekken gevoerd met Ethiopische organisaties over tegengaan<br />

van ontbossing en met organisaties die de situatie van de allerarmste vrouwen willen helpen<br />

verbeteren.<br />

109


Half augustus 2008: Werkplaats Debre Zeit bijna af!<br />

Momenteel wordt in Debre Zeit het Solar and Integrated Production Centre gebouwd. In deze<br />

werkplaats worden binnenkort CooKits, hooimanden en houtbesparende ovens gefabriceerd<br />

voor en door de vrouwen van PISDA. Ook zullen er workshops gegeven worden ten behoeve<br />

van andere lokale organisaties die willen starten met projecten met koken op zonne-energie.<br />

Clara Thomas en Henk Crietee hebben in april/ mei 2008 een zeer succesvolle reis naar<br />

Addis Abeba en het project in Debre Zeit gemaakt. Een groot aantal nieuwe contacten zijn<br />

aangeboord en er liggen nieuwe mogelijkheden: opzet van een lokale productie- en promotie<br />

ruimte in Debre Zeit, contacten met een onafhankelijke NGO "JeCCDO"<br />

(www.jeccdoethiopia.org) en met Forum for Environment (www.ffe-ethiopia.org), met GTZ,<br />

met de locale vertegenwoording voor ICCO en met de Nederlandse ambassade. Het doel<br />

voor 2009 is een uitbreiding tot 900 families.<br />

In 2007 hebben 344 vrouwen met hun gezin leren koken met de CooKit. Deze vrouwen<br />

gebruiken bovendien een houtbesparende oven voor het bakken van enjerra (Ethiopisch<br />

dagelijks gerecht). Ook de hooimand heeft haar intrede gedaan. Daarmee heeft de lokale<br />

organisatie PISDA een belangrijke stap gezet naar een verbetering van de positie van de<br />

allerarmste vrouwen, want de ontbossing in Ethiopië neemt schrikbarend toe. Men is zelfs<br />

genoodzaakt te koken met gedroogde koeienmest.<br />

In Ethiopië werkt Solar Cooking Nederland samen met PISDA, voorheen Donkey<br />

Development Association. Sinds 1994 zetten zij zich in voor de doelgroep zeer lage<br />

inkomens. Vrouwen kunnen nu ezels gebruiken ter verlichting van al het dagelijkse<br />

sjouwwerk, er zijn 40.000 bomen gepland, 200 hout besparende kachels zijn uitgezet en er is<br />

werkgelegenheid ontwikkeld voor jonge meisjes. De naam is veranderd in "Partnerschip for<br />

Integrated Sustainable Development Association (PISDA)".<br />

Via Coen Beeker van de Stichting SUPO te Bussum en adviseur van SCN kwam Solar<br />

Cooking in contact met Gullilat Aberra van de NGO PISDA in Addis Abeba. Deze laatste<br />

diende een aanvraag in bij Wilde Ganzen die gehonoreerd werd eind januari 2007 met een<br />

budget van 26.000 Euro voor de uitvoering van een solar cooking pilot project voor de duur<br />

van twaalf maanden.<br />

Solar Cooking onderstreept de integrale visie van PISDA: Maak de allerarmste vrouwen<br />

minder afhankelijk door hen de kans te geven eigen energie te “maken” door:<br />

• 30% hout te besparen met de “fuel efficient stove”,<br />

• 30-40% hout te besparen door Cookits en hooimanden te maken en te gebruiken.<br />

• Ontwikkelen van een spaar- en kredietsysteem<br />

• Zaaien en kweken van afrastering met Jatropha die noten oplevert die gebruikt<br />

kunnen worden voor brandstof, olie en verkoop.<br />

110


In maart 2007 werd door Clara Thomas en Arnold Leufkens een werkbezoek afgelegd om<br />

met PISDA:<br />

• Duidelijke afspraken te maken over de het pilot project, incl. voortgangsrapportages;<br />

• Programmapunten uit te werken zoals workshops voorbereiden en uitvoeren;<br />

• Het voorlichtingsmateriaal zonodig aan te passen;<br />

• De kwaliteit te bewaken en te ontwikkelen van Cookits sets en de fabricage van<br />

Cookits sheets.<br />

In Addis Abeba heeft de ondernemer mr Bereket al geruime jaren ervaring met de<br />

ontwikkeling van solar cookers. Hij heeft in samenwerking met st. SUPOBussum zich<br />

toegelegd op de hoge temperatuur zonnekoker voor het bakken van enjerra.<br />

Interview met Henk Crietee<br />

Het interview met Henk Crietee is op dezelfde manier afgenomen als met Wim Guns van<br />

Holland Car. Telefonisch is het interview opgenomen in de auto via de carkit.<br />

In eerste instantie geef ik Crietee een uitleg van het doel van dit onderzoek. Dit is Crietee<br />

duidelijk, maar hij licht toe dat Solar Cooking geen onderneming is en dat ik dus niet met een<br />

ondernemer spreek. Ik zie dit anders, aangezien een stichting ook een rechtsvorm is voor<br />

het verrichten van activiteiten, heb ik in mijn sample wel te maken met een onderneming<br />

waar commerciële activiteiten plaatsvinden uit het werven van fondsen en giften met een<br />

sociaal doel, zonder winst doelstelling.<br />

Crietee licht verder toe, dat hij nu zelf gepensioneerd is. Hij heeft zich in zijn werk veelal<br />

bezig gehouden met de ontwikkeling van het Midden en KleinBedrijf (MKB) in<br />

ontwikkelingslanden. En heeft in deze activiteiten nog al wat conflicten gezien in<br />

verschillende belangen van ondernemers die in ontwikkelingslanden investeerden.<br />

Het idee van Solar Cooking is gericht om in Oost Afrika een alternatieve kookmethode te<br />

introduceren. Met als belangrijkste doelstelling het verminderen van het gebruik van<br />

brandhout. Waardoor ontbossing wordt tegengaan en CO2 uitstoot vermindering wordt<br />

gerealiseerd. Hoe is dit idee ontstaan? Hoe is men aan het Solar Cooking systeem<br />

gekomen? Crietee licht toe, dat dit ontstaan is met de huidige voorzitster Clara Thomas, die<br />

in contact kwam met een aantal mensen uit Eritrea. En zij had ook contacten met mensen<br />

die bezig waren met het koken op de zon in Zuid Afrika vanuit Nederland. Hierna is de<br />

koppeling gelegd door koken met de zon en dan vooral het gebruik van de CooKit in Eritrea.<br />

Maar waar is deze innovatie vandaan gekomen, dus wie heeft de CooKit bedacht? Crietee<br />

antwoord, dat je hiervoor verder moet teruggaan, maar zover hij weet is dit een Franse<br />

ingenieur geweest die dit systeem bedacht heeft. Deze persoon is gaan experimenteren met<br />

een kartonnendoos welke bekleed was met aluminiumfolie. Dit is vervolgens opgepikt door<br />

een groep mensen in California. Via deze club in Amerika (Solar Cookers International), die<br />

zich niet zozeer met projecten bezig houdt, maar meer met de verspreiding van het idee, is<br />

Solar Cooking Nederland (SCN) opgericht.<br />

Zo is het allemaal begonnen twee jaar geleden, totdat de situatie in Eritrea politiek<br />

onhaalbaar werd, wat het overigens nog steeds is. Het werken van NGO’s in Eritrea is bijna<br />

onmogelijk, aldus Crietee. Hierna kwamen ze in contact met NGO’s die geïnteresseerd<br />

waren in Solar Cooking in Oeganda en Ethiopië. Met de ervaring van Eritrea zijn ze daar<br />

toen mee aan de slag gegaan. En dat heeft een enorme vlucht genomen. Dus de intentie lag<br />

in eerste instantie bij Eritrea? Dat klopt licht Crietee toe, en eigenlijk met al het werk in<br />

Eritrea is het allemaal soepel overgegaan van Eritrea naar Oeganda en Ethiopië. Waar nu de<br />

zwaartepunten liggen voor SCN.<br />

111


De doelstellingen in deze landen om ontbossing tegen te gaan zijn ook niet zo anders als in<br />

Eritrea? Dat klopt, zegt Crietee. En hoe noordelijker je in Ethiopië gaat richting Eritrea, hoe<br />

meer bodemerosie door ontbossing plaatsvindt.<br />

Al snel kwam men er in Ethiopië achter ook met de activiteiten in Oeganda, dat er een<br />

oplossing moest komen voor als de zon niet schijnt. In Eritrea was het alleen de Cookit op<br />

zonnewarmte, maar voor Oeganda moest al snel naar alternatieven gezocht worden voor<br />

zonloze dagen. Er is toen een koppeling gelegd met andere organisaties, die al bezig waren<br />

met houtbesparende oventjes. Wat het begrip ‘integrated solar cooking’ tot stand heeft<br />

gebracht.<br />

Tevens is het van belang dat de Solar Cooking kits lokaal geproduceerd worden, met zoveel<br />

mogelijk lokale materialen. Dit is begonnen in Oeganda en overgenomen door Ethiopië.<br />

Deze bedrijvigheid wordt opgezet met lokale ondernemers met behulp van een vorm van<br />

microfinanciering, als ik het correct heb? Crietee licht toe, dat het zo is dat ze puur als NGO<br />

aangelegenheid begonnen zijn. Dus de lokale partners formuleerden een project, een<br />

‘integrated solar cooking’ project met de hulp van SCN. Dit loopt via een typische NGO<br />

aanpak, dus het project wordt ingediend bij een donor, wat bijvoorbeeld de SCN stichting is<br />

maar ook bijvoorbeeld de stichting Wilde Ganzen en de NCDO. Hierna komt er geld<br />

beschikbaar wat via SCN naar hun partner gaat en die voert het project uit.<br />

Dus een NGO voert het project uit? Dat klopt, antwoord Crietee, in de landen daar. Dus het<br />

is een NGO die het project uitvoert op basis van subsidies van de donororganisaties. Een<br />

typische NGO aanpak, die je ook tegenkomt bij het bouwen van een schooltje of ziekenhuis.<br />

Totdat SCN ging nadenken, want op een gegeven moment houdt de steun van SCN op. De<br />

activiteiten lenen zich uitstekend voor een meer bedrijfsmatige opzet, zeker als je hebt over<br />

de lokale productie van deze kooktoestellen. En dan beginnen, aldus Crietee de problemen.<br />

Want dan moeten deze NGO’s, die gebakken zitten in hun standaard project-denken, die<br />

moeten dan geleerd worden in ondernemerschaps-denken. En dat is een hele klus, licht<br />

Crietee toe.<br />

SCN is toen begonnen om de mensen daar de allereerste basisbeginselen te leren van het<br />

ontwikkelen van een businessplan, waar men nu nog steeds mee bezig is. Maar dit is een<br />

hele klus, want in een dergelijk businessplan moet je laten zien dat in de loop der jaren de<br />

subsidie van de donor substantieel zal afnemen. Tot een aantal jaren, waar SCN 3 tot 4 jaar<br />

genomen heeft, en dan moet deze business ‘self supporting’ zijn.<br />

Om een voorbeeld te noemen had SCN van zijn projectpartner in Oeganda de<br />

projectbegrotingen gekregen voor het komende jaar. Met ook een begroting voor het<br />

productiecentrum wat inmiddels is opgezet. En wat schetst Crietee zijn verbazing, dat de<br />

verwachte inkomsten hierin niet zijn meegenomen. Het omzetten van een projectbegroting<br />

naar een businessplan wekt nog wat angst, aldus Crietee. Maar uiteindelijk lukt het wel,<br />

maar er zit een heel leerproces in. Wat Crietee een interessant fenomeen vindt, omdat de<br />

NGO partners die nog volledig in hun project-denken zitten moeten worden omgevormd tot<br />

ondernemers.<br />

Dit is nu ook juist interessant voor dit onderzoek om ondernemerschap te creëren op het<br />

geïnitieerde sociale probleem? Dat is nu precies waar SCN mee bezig is, antwoord Crietee.<br />

Het begrip ‘sustainability’ is hierin een sleutelwoord.<br />

Kijkend naar dit soort ondernemerschap, dan moet met de cashflow de continuïteit van de<br />

onderneming gevormd worden. Ligt het ook in de bedoeling dat dit soort ondernemerschap<br />

continuïteit voor SCN door bijvoorbeeld participatie van SCN in deze ondernemingen gaat<br />

creëren? Crietee antwoord, dat dit niet de taak van SCN is. De taak van SCN is puur en<br />

112


alleen kennisoverdracht, participeren in de productiebedrijven in Oeganda en Ethiopië is voor<br />

SCN ondenkbaar. Het is wel best mogelijk dat in de toekomst wat rijke Oegandesen of<br />

Ethiopiërs geïnteresseerd zijn om in deze bedrijven te investeren, maar dat is een andere<br />

zaak. SCN wil het in zijn geheel lokaal houden.<br />

De continuïteit van de stichting wordt gecreëerd door vrijwilligerswerkers, dus onbetaald.<br />

Daarnaast worden fondsen en donaties ingezet in de landen om de doelstelling te<br />

bewerkstelligen. Maar blijft deze geldstroom bestaan? Met andere woorden, wat is de<br />

toekomstverwachting van SCN? Crietee antwoord, dat hierover intern ook nogal wat wordt<br />

gediscussieerd. En denkt dat, SCN in de toekomst een stichting zal zijn met een hoop<br />

kennis, die tot beschikking kan worden gesteld voor het ontwikkelen van ‘integrated solar<br />

cooking’ projecten elders in Afrika. Maar dan zullen andere deze projecten moeten gaan<br />

dragen en die kunnen dan de mensen van SCN inhuren voor de kennis. Zo zal het volgens<br />

Crietee wel gaan worden voor de toekomst.<br />

Op een gegeven moment hoopt SCN dat de projecten in Ethiopië en Oeganda, waar nu al<br />

hun geld naar toe gaat, straks ‘self supporting’ zullen zijn. Als deze situatie is bereikt, dan<br />

zijn er twee mogelijkheden voor SCN:<br />

1) Puur een stichting als kenniscentrum, waarbij ook niet zoveel meer aan<br />

fondsenwerving gedaan zal worden.<br />

2) Of SCN begint nieuwe projecten in andere landen.<br />

Hierover zijn ze intern nog niet uit. De eerste voorkeur, ook vanwege de tijdsbestedingen, die<br />

bijvoorbeeld gaat zitten in het werven van fondsen, gaat uit naar kennisoverdracht.<br />

De vraag of nu sociale of economische waarde creatie van belang is voor SCN lijkt mij<br />

overbodig. Wel kom ik op de website tegen, dat SCN bijdraagt aan vijf van de acht<br />

Millennium Development Goals (MDG’s). Zou jij mij kunnen uitleggen, wat de<br />

hoofddoelstelling van SCN is? Crietee licht toe, dat de hoofddoelstelling toch wel de<br />

inkomstenverbetering is van de mensen daar, dus armoede reductie. Want als je uitrekent<br />

hoeveel een gemiddeld gezin kan besparen aan kosten in brandhout, dan is dit gigantisch.<br />

Het gebruik van brandhout om te koken wordt voor deze mensen een steeds zwaardere<br />

belasting. Dus dat is een pure vorm van armoede reductie. Ten tweede is het<br />

gezondheidsaspect ook een hele belangrijke. Schoner koken en schoon drinkwater via water<br />

pasteurisatie en daardoor minder kindersterfte is ook zeer belangrijk. Het derde element wat<br />

voor de mensen zelf daar minder wordt gevoeld, zijn de zorgen voor het milieu. In een derde<br />

wereld land waar de mensen beneden de armoede grens leven, hebben ze niet grote zorgen<br />

voor het milieu. Dit aspect is dus ook heel belangrijk, maar komt voor ons in het westen<br />

duidelijker over, aldus Crietee.<br />

Er wordt op de website ook gesproken over CO2 reductie. Maar de ontbossing tegengaan in<br />

Ethiopië ten opzichte van de ontwikkelingen in Addis Ababa als Afrikaans metropool met<br />

grote luchtvervuiling weegt toch niet tegen elkaar op? Crietee antwoord, dat je hiervoor ook<br />

naar de urbane gebieden moet kijken, waar de armoede groot is, en mensen brandhout<br />

moeten kopen wat alsmaar duurder wordt door schaarste. Dus deze mensen zijn enorm blij<br />

met deze alternatieve manier van koken.<br />

Maar hoe berekenen jullie nu deze CO2 reductie, waarbij wordt uitgegaan dat Solar Cooking<br />

een bepaald % ontbossing tegengaat om hiervoor vervolgens bijvoorbeeld subsidie gelden<br />

voor te krijgen? Crietee antwoord, dat ze hiermee bezig zijn en in gesprek zijn met ICCO<br />

hierover. Zij hebben een klimaatfonds en zijn geïnteresseerd. Verder zijn er via het Kyoteverdrag<br />

officiële kanalen om projecten in te dienen. SCN is hiermee anderhalf jaar geleden<br />

begonnen, maar min of meer mee gestopt, vanwege de grote bureaucratische rompslomp.<br />

113


De vraag is, of je naar ongelooflijk veel moeite ooit komt tot het creëren van een geldstroom<br />

uit deze CO2 besparing. Waarschijnlijk komt maar een klein % van deze geldstroom<br />

terugkomen naar de landen. De rest is opgegaan aan kosten in de aanvragen door tijd en<br />

inhuren van eventuele consultanten en deskundigen. Er blijft dus enorm veel van deze<br />

geldstroom in de westerse wereld hangen. Vanwege deze reden is SCN hiermee gestopt.<br />

Hierin zit een geweldige tegenstrijdigheid en daarom kun je de energie beter ergens anders<br />

in stoppen, aldus Crietee.<br />

Crietee licht verder toe, dat hij één solar cooking project kent in Indonesië wat door de UN<br />

gecertificeerd is voor CO2 reductie en hiervan heeft hij ooit de projectomschrijving mogen<br />

ontvangen. Hieruit bleek dat de aller grootste geldstroom die hieruit werd gecreëerd ging<br />

naar Duitsland, wat voor Crietee onbegrijpelijk is.<br />

Kijkend naar Ethiopië, hoeveel mensen hebben hier dan nu een voordeel van. Dus hoe groot<br />

is nu de bijdrage van SCN in Ethiopië naar de gemeenschap daar? Dus hoeveel vrouwen<br />

zijn er bijvoorbeeld in dienst bij de productie van de Cookit? En hoeveel gezinnen hebben<br />

hier dan voordeel van? Crietee antwoord, dat de productie unit in Ethiopië nog heel klein is.<br />

Dit pilot project, zal nog verder worden uitgebreid tot andere delen van Ethiopië en andere<br />

Hoorn van Afrika landen. Dit wordt gedragen door HoA-REC/N Ethiopië (Horn of Africa<br />

Regional Environment Centre and Network), die gevestigd is in de milieufaculteit van Addis<br />

Ababa University. Hier zit dus nog heel veel potentieel in. In Oeganda wordt het project in<br />

een NGO programma gedraaid, waar deze NGO zelf veel aan uitbreiding heeft gedaan door<br />

eigen ervaring in Solar Cooking. Zij waren in Oeganda al tien jaar bezig.<br />

Maar als je nu concreet een cijfer moet gaan noemen? Crietee antwoord, dat er in Oeganda<br />

nu ongeveer 4500 gezinnen, geïntegreerd solar cooken. En in Ethiopië? Ongeveer 1000,<br />

antwoord Crietee. En wat is het beoogde doel in aantal gezinnen? Het doel is in Ethiopië in<br />

het project van HoA-REC/N tot 10.000 gezinnen te komen, aldus Crietee. Deze<br />

vertienvoudigen zal snel gaan door samenwerkingsverbanden met verschillende NGO’s.<br />

Hierop zal een projectvoorstel komen met een vrij kort tijdspad van ongeveer 3 tot 4 jaar om<br />

dit te bereiken en ‘sustainable’ te zijn, licht Crietee toe.<br />

Tot vier jaar zal er dus in dit project subsidie gestopt worden. Het project bestaat uit twee<br />

delen:<br />

A) Het trainingsprogramma en promotieprogramma;<br />

B) Het productieprogramma.<br />

In Ethiopië zullen dan drie á vier productiecentra komen.<br />

In het logistieke-systeem zijn ook nog wat grondstoffen nodig, zoals karton en pannen. Hoe<br />

is dit geregeld? Crietee antwoord, dat dit vrijwel nooit een probleem is. Alleen het<br />

aluminiumfolie moet vaak geïmporteerd worden. Hiervoor is een regeling getroffen met een<br />

Nederlandse producent, die afgekeurde rollen gratis beschikbaar stelt. De aluminium pannen<br />

en zwarte schoolbordenverf is lokaal verkrijgbaar.<br />

Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen gaande voor de toekomst van Solar Cooking in nieuwe<br />

innovaties? Crietee antwoord, dat de CooKit de aller goedkoopste vorm is voor koken en nog<br />

steeds bereikbaar voor de aller armste op de Aarde. Een hele set inclusief pan kost 10Euro,<br />

maar gezien de materialen is de set niet erg duurzaam. Het lijkt nog steeds wel erg duur voor<br />

de mensen daar, maar met de koppeling van een microkrediet is het voor de meeste<br />

beschikbaar.<br />

De kit levert een behoorlijke besparing op en is daardoor ook door deze mensen snel terug<br />

verdient in 3 á 4 maanden tijd. Dit vergt wel een enorme cultuuromslag en vandaar ook de<br />

trainingen waarin de mensen ook geleerd worden om op deze manier te denken.<br />

114


De volgende stap, als het inkomen van de mensen iets hoger is, zal zijn de Solar Box. Dit is<br />

hetzelfde principe als de Cookit, maar dan met een kistje van triplex met een glazenplaat<br />

erop, wat een stuk duurzamer is, maar dan praat je over 40Euro. Als de mensen dan nog<br />

meer gaan verdienen, dan kom je al snel in een meer ontwikkelde situatie, waar met heel<br />

andere energie bronnen gekookt wordt.<br />

Hoelang hebben deze productie units waar de CooKits gemaakt en gedistribueerd worden<br />

naar lokale markten perspectief? Is dat vijf jaar? Nee, antwoord Crietee. Veel langer, want zo<br />

snel zal de armoede niet reduceren. Je moet zeker wel denken aan tien jaar. Deze business<br />

moet rendabel zijn. Maar over hoeveel omzet/winst hebben we het hier gemiddeld per<br />

productie unit? Crietee antwoord, dat er 3 tot 4 jaar gesubsidieerd wordt voor de investering<br />

van de productie unit, hierna moet het volledig onafhankelijk draaien. SCN verleent deze<br />

subsidies zonder commerciële rente percentage aan het project.<br />

Ter afsluiting geeft Crietee aan dat hij dit onderzoek een leuk initiatief vindt en benieuwd is<br />

naar de uitkomsten.<br />

115

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!