Originele handleiding L-BV2, L-BV5 2BV2 06 ... - Elmo Rietschle

gd.elmorietschle.com

Originele handleiding L-BV2, L-BV5 2BV2 06 ... - Elmo Rietschle

Uitgave: 12.2009 · 610.44440.68.000 Handleiding · Nederlands

Originele handleiding L-BV2, L-BV5


L-Serie

L-Series

Flüssigkeitsring

Liquid Ring

2BV2 06.

2BV2 07.

2BV5 11.

2BV5 121

2BV5 131

2BV5 161

2BV5 41.

2BV5 421

2BV5 47.


Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Opbouw van de aggregaten............................................................................................................... 3

1 Veiligheid.............................................................................................................................................4

1.1 Definities....................................................................................................................................4

1.1.1 Waarschuwingssymbool...............................................................................................4

1.1.2 Signaalwoord................................................................................................................4

1.2 Algemene veiligheidsopmerkingen ...........................................................................................4

1.3 Restrisico’s................................................................................................................................6

2 Reglementair gebruik ..........................................................................................................................6

3 Technische gegevens .........................................................................................................................8

3.1 Mechanische gegevens ............................................................................................................8

3.2 Elektrische gegevens..............................................................................................................10

3.3 Inzetvoorwaarden normaal bedrijf...........................................................................................10

4 Transport ...........................................................................................................................................12

5 Installatie ...........................................................................................................................................14

5.1 Aggregaat opstellen ................................................................................................................14

5.2 Aggregaat mechanisch aansluiten..........................................................................................15

5.2.1 Luchtaanvoeropeningen en drukopeningen aansluiten .............................................15

5.2.2 Bedrijfsvloeistoffenaansluiting aansluiten ..................................................................16

5.2.3 Componenten op installatie aansluiten ......................................................................16

5.2.4 Toebehoor ..................................................................................................................17

5.3 Motor elektrisch aansluiten .....................................................................................................17

5.3.1 Aansluiting aan motor- aansluitdoos ..........................................................................18

5.3.2 Bedrijf met frequentieomvormer.................................................................................18

6 Ingebruikneming................................................................................................................................19

6.1 Aggregaat voorbereiden..........................................................................................................19

6.2 Aggregaat met toevoer van bedrijfsvloeistof in gebruik nemen..............................................19

6.3 Aggregaat met aanzuiging van bedrijfsvloeistof in gebruik nemen.........................................19

6.4 Draairichting controleren.........................................................................................................20

7 Bedrijf ................................................................................................................................................20

7.1 Bedrijf met toevoer van bedrijfs-vloeistof, automatisch geregeld bedrijf ................................20

7.2 Bedrijf met toevoer van bedrijfs-vloeistof, niet automatisch geregeld bedrijf..........................21

7.3 Bedrijf met aanzuiging van de bedrijfsvloeistof.......................................................................21

7.4 Controleren en corrigeren van de bedrijfvloeistoffenstroom...................................................21

8 Stillegging en lange stilstand.............................................................................................................22

8.1 Leegmaken .............................................................................................................................22

8.2 Voorbereiding voor lange stilstand..........................................................................................23

8.3 Opslagvoorwaarden................................................................................................................23

8.4 Ingebruikneming na lange stilstand ........................................................................................23

9 Onderhoud.........................................................................................................................................24

9.1 Onderhoud ..............................................................................................................................25

9.2 Storingen oplossen .................................................................................................................27

9.3 Service/klantendienst..............................................................................................................29

9.4 Decontaminatie en verklaring van onbedenkelijkheid.............................................................29

10 Afvoer ................................................................................................................................................29

11 Uitvoering met bescherming tegen explosies ...................................................................................29

EG- conformiteitsverklaring .............................................................................................................. 30

Verklaring van onbedenkelijkheid .................................................................................................... 31

© 2009 Gardner Denver Deutschland GmbH · Industriestraße 26 · 97616 Bad Neustadt · Germany

Doorgeven evenals reproductie, verspreiding en / of aanpassen van dit document, gebruik en

mededelen van de inhoud zijn verboden, indien niet nadrukkelijk toegestaan. Overtredingen verplichten

tot schadevergoeding.

Alle rechten voorbehouden voor het geval van patentaanmelding, nijverheidsmodel- of

siermodelregistratie.


Opbouw van de aggregaten

6

5

4

6

4

7

Fig. 1: Opbouw van de aggregaten

Opbouw van de aggregaten

610.44440.99.B01…B03

Pos. Aanduiding 2BV2 … 2BV5 1.. 2BV5 4..-.F 2BV5 4..-1G

1 Aansluitdoos

2 Voeten

3 Tussenplaten —

2BV5 110-….2-.S

2BV5 121-….2-.S

— —

4 Aftapboorgat(en) G 1 / 4 G 3 / 8 G 3 / 8 G 3 / 8

5

6

7

8

8

Aansluiting

cavitatiebescherming

Bedrijfsvloeistoffenaan

sluiting

7 Drukopening

G 3 / 8 G 3 / 8 — —

G 3 / 8

Schroefaansluitin

g

8 Luchtaanvoeropening Schroefaansluitin

g

9 Pijl van de draairichting

9

9

2BV2 0..

2BV5 4..

1

2

6

5

4

1

2

G 3 / 4 ODER

Flens (edelstaal)

© Gardner Denver Deutschland GmbH 3 / 32 610.44440.68.000

7

8

2BV5 1..

9

G 3 / 8

G 3 / 8

Flens Flens Schroefaansluiting

Flens Flens Schroefaansluiting

1

2

3


Veiligheid

1 Veiligheid

1.1 Definities

Om op gevaren en belangrijke informatie te

wijzen worden in deze handleiding de volgende

signaalwoorden en symbolen gebruikt:

1.1.1 Waarschuwingssymbool

Het waarschuwingssymbool staat in de

veiligheidsopmerkingen in het veld met

achtergrondkleur links naast het signaalwoord

(GEVAAR, WAARSCHUWING, OPGELET).

Veiligheidsopmerkingen met

waarschuwingssymbool wijzen op gevaar voor

personen.

Neem deze veiligheidsopmerkingen in acht als

bescherming tegen verwondingen of de dood!

Veiligheidsopmerkingen zonder

waarschuwingssymbool wijzen op gevaar voor

materiële schade.

1.1.2 Signaalwoord

GEVAAR De signaalwoorden staan in de

veiligheidsopmerkingen in het

WAARSCHUWveld

met achtergrondkleur.

ING

Zij hebben een bepaalde

OPGELET hierarchie en geven aan (in

VOORZICHTIG verbinding met het

waarschuwingssymbool,

OPMERKING Hoofdstuk 1.1.1) hoe gevaarlijk

het is resp.welke soort

aanwijzing het is.

Zie de volgende uitleg:

GEVAAR

Gevaar voor personen.

Aanwijzing over een direct dreigend gevaar, dat

de dood of zware verwondingen als gevolg zal

hebben, wanneer de overeenkomstige

maatregelen niet getroffen worden.

WAARSCHUWING

Gevaar voor personen.

Aanwijzing over een mogelijk gevaar, dat de

dood of zware verwondingen als gevolg kan

hebben, wanneer de overeenkomstige

maatregelen niet getroffen worden.

OPGELET

Gevaar voor personen.

Aanwijzing over een mogelijk gevaar, dat

middelmatige of lichte verwondingen als gevolg

kan hebben, wanneer de overeenkomstige

maatregelen niet getroffen worden.

OPGELET

Gevaar voor materiële schade.

Aanwijzing over een mogelijk gevaar, dat

materiële schade als gevolg kan hebben,

wanneer de overeenkomstige maatregelen niet

getroffen worden.

VOORZICHTIG

Aanwijzing over een mogelijk nadeel, d.w.z. er

kunnen ongewenste situaties of gevolgen

optreden wanneer de overeenkomstige

maatregelen niet getroffen worden.

OPMERKING

Aanwijzing over een mogelijk voordeel wanneer

de overeenkomstige maatregelen getroffen

worden; tip.

1.2 Algemene veiligheidsopmerkingen

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met het aggregaat

kan zware of zelfs dodelijke verwondingen

tot gevolg hebben!

Deze handleiding

moet vóór alle werkzaamheden met of aan

het aggregaat gelezen en begrepen worden,

moet in acht genomen worden,

moet op de plaats waar het aggregaat

ingezet wordt ter beschikking staan.

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met het aggregaat

kan zware of zelfs dodelijke verwondingen

tot gevolg hebben!

Gebruik van het aggregaat volgens de

in "Reglementair gebruik", bladzijde 6

aangegeven doeleinden!

met de in "Reglementair gebruik", bladzijde 6

aangegeven middelen!

met de in "Technische gegevens", bladzijde 8

aangegeven waarden!

610.44440.68.000 4 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met het aggregaat

kan zware of zelfs dodelijke verwondingen

tot gevolg hebben!

Aan en met het aggregaat (transport, installatie,

ingebruikneming, stillegging, onderhoud, afvoer)

mag alleen door geschoold en betrouwbaar

personeel werken!

WAARSCHUWING

Bij werkzaamheden aan het aggregaat

bestaat gevaar voor verwondingen, o.a. door

snijden / afsnijden, inklemmen en

verbranding!

Eerst beschermende kleding (beschermende

helm, beschermende handschoenen,

veiligheidsschoenen) dragen!

Dan aan het systeem werken

WAARSCHUWING

Haar en kleding kan in het aggregaat

getrokken worden of door beweeglijke

onderdelen gegrepen of opgewikkeld

worden!

Geen wijde, losse kleding dragen!

Bij lang, open haar haarnet

dragen!

GEVAAR

Gevaar door elektriciteit!

Vóór werkzaamheden aan het aggregaat of de

installatie dienen de volgende maatregelen

uitgevoerd te worden:

Spanningsvrij schakelen.

Beveiligen tegen herinschakelen.

Controleer spanningsvrijheid.

Aarden en kortsluiten.

Naburige, onder spanning staande

onderdelen afdekken of afsluiten.

GEVAAR

Gevaar door elektriciteit!

Werkzaamheden aan elektrische installaties

mogen alleen door geautoriseerde vakmensen

uitgevoerd worden!

GEVAAR

Gevaar door elektriciteit!

Eerst de spanningsvrijheid controleren.

Dan motoraansluitdoos openen!

WAARSCHUWING

Veiligheid

Gevaar door overdruk en onderdruk!

Gevaar door uittredende middelen!

Vóór het begin van de werkzaamheden aan het

aggregaat of de installatie:

Bedrijfsvloeistoftoevoer onderbreken.

Leidingen en aggregaat ventileren

(drukontlasten).

WAARSCHUWING

Gevaar door draaiende buitenventilator van

het aggregaat!

Bedrijf van het aggregaat alleen met

gemonteerde ventilatorbeschermkap!

WAARSCHUWING

Gevaar door draaiend loopwiel van het

aggregaat!

Bedrijf van het aggregaat alleen met

gemonteerd deksel!

Het demonteren van het deksel is verboden!

WAARSCHUWING

Gevaar door overdruk en onderdruk!

Gevaar door uittredende middelen!

Gevaar door draaiend loopwiel van het

aggregaat!

Bedrijf van het aggregaat alleen met

aangesloten buisleidingen / slangen op

luchtaanvoer- en drukopeningen en op de

bedrijfsvloeistoffenaansluiting!

WAARSCHUWING

Gevaar door snijden of afsnijden van

ledematen door het loopwiel van het

aggregaat!

Niet door geopende aansluitingen in het

aggregaat grijpen!

Geen voorwerpen door de openingen in het

aggregaat geleiden!

WAARSCHUWING

Gevaar door overdruk en onderdruk!

De gebruikte leidingen en reservoirs op

voldoende stabiliteit controleren!

WAARSCHUWING

Gevaar door overdruk en onderdruk!

Gevaar door uittredende middelen!

De verbindingen van de buis- /

slangaansluitingen op dichtheid controleren!

© Gardner Denver Deutschland GmbH 5 / 32 610.44440.68.000


Reglementair gebruik

WAARSCHUWING

Gevaar voor verbranding door het hete

oppervlak van het aggregaat en door hete

middelen!

Tijdens het bedrijf niet aanraken!

Na stillegging laten afkoelen!

OPGELET

Gevaar voor kneuzingen doordat het

aggregaat kantelt!

Vóór ingebruikneming het aggregaat aan het

opsteloppervlak bevestigen!

1.3 Restrisico’s

WAARSCHUWING

Het intrekken van lang haar in de

buitenventilator is ook bij gemonteerde

ventilatorbeschermkap door het rooster

mogelijk!

Draag een haarnet!

WAARSCHUWING

Grijpen en opwikkelen van lang, open haar

mogelijk door draaiende as, tussen motoreindschild

en pompbehuizing.

Draag een haarnet!

WAARSCHUWING

Verwondingen door wrijving (schaafwonden,

verbrandingen enz.) door de draaiende as

tussen motor-eindschild en pompbehuizing

mogelijk.

Niet in de openingen tussen motor-eindschild

en pompbehuizing grijpen!

Geen voorwerpen in de openingen tussen

motor-eindschild en pompbehuizing geleiden!

WAARSCHUWING

Verbrandingen door hete oppervlakken

mogelijk!

Niet aanraken!

Beschermende handschoenen dragen!

2 Reglementair gebruik

Deze handleiding

geldt voor Originele handleiding L-BV2, L-BV5

(aggregaten) van de types:

2BV2 06. 2BV2 07. 2BV5 11. 2BV5 121

2BV5 131 2BV5 161 2BV5 41. 2BV5 421

2BV5 47.

in de standaarduitvoering,

bevat aanwijzingen over transport, installatie,

ingebruikneming, bedrijf, stillegging, opslag,

onderhoud en afvoer van de aggregaten,

moet vóór alle werkzaamheden met of aan de

aggregaaten door het bedienings- en

onderhoudspersoneel gelezen en begrepen

worden,

moet in acht genomen worden,

moet op de plaats waar de aggregaten

ingezet worden ter beschikking staan.

Bedienings- en onderhoudspersoneel

Het bedienings- en onderhoudspersoneel van de

aggregaten moeten voor de uit te voeren

werkzaamheden geschoold en geautoriseerd

zijn.

Werkzaamheden aan elektrische installaties

mogen alleen door geautoriseerde vakmensen

uitgevoerd worden.

Als geautoriseerd vakmens geldt, wie door zijn

vakkundige opleiding kennis en ervaring evenals

kennis van de desbetreffende bepalingen heeft

opgedaan en wie zijn taken kan beoordelen en

mogelijke gevaren kan herkennen.

610.44440.68.000 6 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


De aggregaten

produceren vacuüm of overdruk.

dienen voor het afzuigen, vervoeren en de

compressie van de volgende

gassen /dampen:

− alle droge en natte gassen,

die niet explosief, brandbaar, aggressief

of giftig zijn,

− Lucht of lucht-dampmengsels.

− bij explosieve, brandbare, aggressieve of

giftige gassen / dampen bij de fabrikant

navragen.

− de gassen / dampen moeten vrij van vaste

stoffen zijn.

Kleine hoeveelheden lichte zwevende

stoffen of vloeistoffen mogen meevervoerd

worden.

zijn ontworpen voor het bedrijf met de

volgende bedrijfsvloeistoffen:

− water

met een pH-waarde van 6 tot 9,

dat vrij is van vetstoffen (zoals b.v. zand).

− bij afwijkende pH-waarden of

bedrijfsvloeistoffen bij de fabrikant

navragen.

zijn voor het grofvacuümbereik voorzien.

zijn met een van de volgende soorten van

aandrijfmotor uitgerust:

− standaard uitvoering

− uitvoering met bescherming tegen explosies

Deze handleiding geldt uitsluitend voor

aggregaten in de standaard uitvoering.

Bij de explosiebeschermde uitvoering

(RL 94/9/EG), zie ook de speciale

handleiding.

bestaan in twee uitvoeringen:

− gietijzer uitvoering voor normale doeleinden

− edelstaal uitvoering voor hogere corrosie-

en hygiëne-eisen

(alleen 2BV2 070, 2BV2 071, 2BV5 1..)

zijn voor commerciële installaties bedoeld.

zijn voor continu bedrijf ontworpen.

Bij het bedrijf van de aggregaten dienen de in

Hoofdstuk 3, "Technische gegevens", vanaf

bladzijde 8 , genoemde grenswaarden in acht

genomen te worden.

Te voorziene misbruik

Niet toegestaan zijn:

Reglementair gebruik

inzet van de aggregaten in niet commerciële

installaties,

wanneer de noodzakelijke

voorzorgsmaatregelen en

veiligheidsmaatregelen voor de installatie niet

getroffen worden,

b.v. bescherming tegen aanraking door

vingers van kinderen,

inzet in ruimtes waarin explosieve gassen op

kunnen treden, inzoverre de aggregaten niet

nadrukkelijk daarvoor zijn voorzien;

het afzuigen, vervoeren en de compressie

van explosieve, brandbare, aggressieve of

giftige middelen,

inzoverre de aggregaten niet nadrukkelijk

daarvoor zijn voorzien,

het bedrijf van de aggregaten bij andere

waardes dan in Hoofdstuk 3, "Technische

gegevens", vanaf bladzijde 8 aangegeven.

Wijzigingen aan de aggregaten zijn om

veiligheidsredenen verboden.

Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden door

de exploitant zijn alleen indusverre toegestaan

als in deze handleiding beschreven.

Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die

verder gaan mogen alleen door firma’s

uitgevoerd worden die door de fabrikant zijn

goedgekeurd (bij de Service navragen).

© Gardner Denver Deutschland GmbH 7 / 32 610.44440.68.000


Technische gegevens

3 Technische gegevens

3.1 Mechanische gegevens

Massa / gewicht

Typ

Massa

ca. [kg]

2BV2 060 gietijzer 25

2BV2 061 gietijzer 26

2BV2 070 gietijzer 35

edelstaal 42

2BV2 071 gietijzer 61

edelstaal 67

2BV5 110 gietijzer 95

edelstaal 98

2BV5 111 gietijzer 110

edelstaal 113

2BV5 121 gietijzer 170

edelstaal 182

2BV5 131 gietijzer 181

edelstaal 196

2BV5 161 gietijzer 252

edelstaal 264

2BV5 470 gietijzer 68

2BV5 471 gietijzer 77

2BV5 410-.F brons 95

2BV5 410-1G gietijzer 87

2BV5 411 gietijzer 137

2BV5 421 gietijzer 153

Minimum afstanden voor warmte-afvoer

Type Minimum afstand

ventilatorbeschermkap - oppervlak

ernaast

[mm]

2BV2 060 34

2BV2 061 34

2BV2 070 53

2BV2 071 53

2BV5 110 53

2BV5 111 53

2BV5 121 53

2BV5 131 53

2BV5 161 80

2BV5 410 83

Geluidsniveau

Geluidsdrukniveau voor meetoppervlakken

volgens EN ISO 3744 gemeten in 1 m afstand bij

gemiddelde vermindering (100 mbar abs.) en

aangesloten leidingen, tolerantie ± 3 dB (A)

Type 1-m- ge¬luids¬druk¬ni¬veau voor

meet¬op¬per¬vlak¬ken L [dB (A)]*

50 Hz: 60 Hz:

2BV2 06. 70 70

2BV2 070 70 71

2BV2 071 72 76

2BV5 110 70 70

2BV5 111 70 74

2BV5 121 70 75

2BV5 131 73 77

2BV5 161 74 75

2BV5 47. 70 70

2BV5 410 70 70

2BV5 411 70 71

2BV5 421 71 71

610.44440.68.000 8 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


Werktoerental

Zie kenplaatje.

Het werktoerental is voor 50/60 Hz bedrijf

gedefinieerd.

Bij afwijkende toerentallen dient er bij de

fabrikant nagevraagd te worden.

VOORZICHTIG

Het overschrijden van het toegestane

werktoerental heeft een negatief effect op de

werking van het aggregaat:

hogere geluidsemissies

sterkere trillingen

verkorte vetverbruiksduur

verkorte vervangingstermijn van de lagers

Om schade door te hoge toerentallen te

voorkomen het grenstoerental niet

overschrijden.

Werktoerentallen standaard bedrijf 50/60 Hz

n [min -1 Type

]*

50 Hz 60 Hz

2BV2 … 3000 3600

2BV5 110 -

2BV5 131

1500 1800

2BV5 161 1000 1200

2BV5 4.. 1500 1800

* Geen rekening gehouden met motorslip

Grenstoerentallen bij bedrijf met frequentieomvormer

Typ nmin [min -1 ] nmax [min -1 ]

2BV2 06. 2636 4612

2BV2 07. 2123 3715

2BV5 11. 1402 2454

2BV5 121 1290 2258

2BV5 131 1180 2066

2BV5 161 913 1597

2BV5 4.. 1402 2454

Aanhaalmomenten

Technische gegevens

De volgende waarden gelden indien geen andere

aanwijzingen voorhanden zijn.

Bij niet elektrische aansluitingen wordt er van

sterkteklasse 8.8 en 8 of hoger volgens

EN ISO 898-1 uitgegaan.

Aanhaalmomenten voor niet

elektrische aansluitingen

Schroefdraad [Nm]

M4 2,7 - 3,3

M5 3,6 - 4,4

M6 3,6 - 4,4

M8 21,6 - 26,4

M10 21,6 - 26,4

M12 63,0 - 77,0

M16 90,0 - 110,0

De volgende informatie voor elektrische

aansluitingen gelden voor alle

contactbordaansluitingen behalve

contactstrippen.

Aanhaalmomenten

voor elektrische aansluitingen

Schroefdraad [Nm]

M4 0,8 - 1,2

M5 1,8 - 2,5

M6 2,7 - 4

Speciaal voor kabel- en schroefverbindingen van

metaal en kunststof gelden de volgende

waarden:

Aanhaalmomenten voor

schroefverbindingen van

metaal

Schroefdraad [Nm]

M12x1,5 4 - 6

M16x1,5 5 - 7,5

M25x1,5 6 - 9

M32x1,5

M40x1,5

8 - 12

© Gardner Denver Deutschland GmbH 9 / 32 610.44440.68.000


Technische gegevens

Aanhaalmomenten voor

schroefverbindingen van

kunststof

Schroefdraad [Nm]

M12x1,5 2 - 3,5

M16x1,5 3 - 4

M25x1,5 4 - 5

M32x1,5

M40x1,5

3.2 Elektrische gegevens

Zie motorkenplaatje.

5 - 7

3.3 Inzetvoorwaarden normaal bedrijf

Temperaturen

Temperatuur van de gassen / dampen

[°C]

max. +80

Wanneer de middelen hogere temperaturen

hebben dienen bij de installatie maatregelen als

bescherming tegen verbranding getroffen te

worden, b.v. afdekking plaatsen.

In dit geval een van de volgende maatregelen

treffen:

Verhogen van de bedrijfsvloeistoffenstroom tot

op het 2,5-voudige (2BV2 …) resp het 2-voudige

(2BV5 …) van de metingsbedrijfsvloeistoffenstroom

(koelschakeling)

Gebruik van een voorcondensator

Temperatuur van de bedrijfsvloeistof

Nominale waarde:

Temperatuur omgeving

[°C]

max. +80

min. +5

+15

[°C]

max. +40

min. +5

Drukken

Min. aanzuigdruk p 1 min bíj bedrijf

met cavitatiebescherming

Cavitatiebeschermings-boorgat open (alleen

2BV2 0.. en 2BV5 1..)

[mbar abs.]

max. te bereiken onderdruk (complete smoring)

Algemeen geldt:

Hoe hoger de temperatuur, des te geringer het

zuigvermogen, d.w.z. des te hoger de min.

bereikbare aanzuigdruk.

610.44440.99.B04

- fl [°C] = temperatuur van de bedrijfsvloeistof

- p 1 [mbar abs.] = absolute aanzuigdruk

Fig. 2: Drukverloop bij afwijkende

bedrijfsomstandigheden

Min. aanzuigdruk p1 min bíj bedrijf

zonder cavitatiebescherming*

Cavitatiebeschermings-boorgat dicht

[mbar abs.]

80

Algemeen geldt:

De min. aanzuigdruk des te hoger, hoe hoger de

temperatuur en hoe hoger de dampdruk van de

gebruikte bedrijfsvloeistof is.

De min. aanzuigdruk mag niet onderschreden

worden om schade door cavitatie te voorkomen.

Bij bedrijf zonder cavitatiebescherming dient de

minmum aanzuigdruk boven het gearceerd gebied

ingesteld te worden (Fig. 2, bladzijde 10).

* Afhankelijk van het soort en de temperatuur van

de bedrijfsvloeistof. Waarden gelden voor de

standaard omstandigheden:

Bedrijfsvloeistof: water met +15 °C

gassen / dampen: droge lucht met +20 °C

metings-bedrijfsvloeistoffenstroom

610.44440.68.000 10 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH

300

250

200

150

100

50

p 1 [mbar abs.]

0 20 40 60

fl [°C]

80


Max. afvoerdruk p2 max bij vacuümbedrijf*

Type [bar abs.]

2BV2 ... 1,1

2BV5 ... 1,3

* bij naleving van de metingsbedrijfsvloeistoffenstroom.

Max. afvoerdruk p2 max bij compressorbedrijf

(bij aanzuigdruk p1 = 1 bar abs.)

Type [bar abs.]

bij 50 Hz: bij 60 Hz:

2BV2 060–....2–.. 2,5 2,2

2BV2 061–....3–.. 2,4 1,9

2BV2 070–....3–.. 3,6 2,9

2BV2 071–....5–.. 3,5 2,6

2BV5 110–....1–.. 1,85 1,6

2BV5 111–....3–.. 1,9 1,5

2BV5 121–....3–.. 1,85 1,4

2BV5 131–....1–.. 1,7 1,4

2BV5 161–....2–.. 1,8 1,5

2BV5 470 2,2 1,9

2BV5 471 1,9 1,8

2BV5 410-.F 2,0 2,0

2BV5 410-1G 2,6 2,0

2BV5 411 1,6 2,4

2BV5 421 2,3 1,8

Max. toegestane druk in het aggregaat pint max

Type [bar abs.]

2BV2 … 8

2BV5 1.. 8

2BV5 410-.F 6

2BV5 4..-1G 8

Indien er bij de installatie hogere drukken op

kunnen treden, dienen desbetreffende

beschermvoorzieningen aangebracht te worden

Vloestofhoeveelheden

Bij het aanzuigen van droge lucht en met water

van 15°C als bedrijfsvloeistof gelden de volgende

metings- bedrijfsvloeistoffenstromen:

Technische gegevens

Metings-bedrijfsvloeistoffenstroom [m³/h]

Type Doorstroomhoeveelheid

vacuümbedrijf

met drukbereik [mbar]

33-200 >500

Doorstroomhoeveelheidcompressorbedrijf

2BV2 060 0,20 0,20 0,20 0,20

2BV2 061 0,23 0,23 0,23 0,25

2BV2 070

0,28 /

0,34*

2BV2 071 0,54

0,14 /

0,17*

0,23 /

0,28*

0,14 /

0,17*

0,23 /

0,28*

© Gardner Denver Deutschland GmbH 11 / 32 610.44440.68.000

0,50

0,70

2BV5 110 0,80 0,35 0,30 0,90

2BV5 111 1,20 0,40 0,35 1,20

2BV5 121

1,20 /

1,50*

0,40 0,35 1,50

2BV5 131 1,80 0,45 0,40 1,80

2BV5 161 2,40 0,70 0,50 2,40

2BV5 470 0,36 / 0,28* 1,2

2BV5 471 0,70 / 0,54*

2BV5 410-

.F

2BV5 410-

1G

1,5 /

1,2*

0,80 0,80 0,55 0,80

0,8 1,2

2BV5 411 1,2 1,4

2BV5 421 1,2 / 1,5* 1,5

* Waarde 50 Hz bedrijf / waarde 60 Hz bedrijf Alle

andere waarden voor 50 Hz en 60 Hz bedrijf..

Vulhoeveelheid bedrijfsvloeistof bij eerste

vulling

Type [l]

2BV2 06. 0,5

2BV2 07. 1,0

2BV5 11. 3,0

2BV5 121 3,0

2BV5 131 3,0

2BV5 161 8,0

2BV5 47. 2,0

2BV5 41. 3,0

2BV5 421 3,0


Transport

Maximum toegestane watervervoer via de

luchtaanvoeropening

1x + D

1x + K

Type Continu bedrijf

[D]*

1x

D

K

610.44440.99.B05

max. 2 sec

[K]*

2BV2 0.. 2,5x 7x

2BV5 1.. 2,5x 5x

2BV5 410-.F 7x 7x

2BV5 41.-1G 6m 3 /h 6m 3 /h

2BV5 42. 5m 3 /h 5m 3 /h

2BV5 47. 5m 3 /h 5m 3 /h

* 1x = metings-bedrijfsvloeistoffenstroom

4 Transport

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met de machine kan

zware of zelfs dodelijke verwondingen tot

gevolg hebben!

Heeft u de veiligheidsaanwijzingen in

Hoofdstuk 1, "Veiligheid", vanaf bladzijde 4

gelezen?

Anders mag u geen werkzaamheden met of aan

de machine uitvoeren!

WAARSCHUWING

Gevaar door kantelende of vallende lasten!

Vóór het transport ervoor zorgen dat alle

onderdelen veilig gemonteerd zijn resp. dat alle

onderdelen met losse bevestiging geborgd of

verwijderd worden!

OPGELET

Kantelen of vallen kan tot kneuzingen,

botbreuken e.d. leiden!

Scherpe randen kunnen snijwonden

veroorzaken!

Tijdens transport beschermende kleding

(beschermende helm, beschermende

handschoenen, veiligheidsschoenen) dragen!

Transport per hand:

WAARSCHUWING

Gevaar door het tillen van zware lasten!

Manueel tillen is alleen tot de volgende

gewichtsgrenzen toegestaan:

max. 30 kg voor mannen

max. 10 kg voor vrouwen

max. 5 kg voor zwangeren

Gewicht van het aggregaat tabel "Massa /

gewicht", bladzijde 8.

Boven deze grenzen geschikte hijsmiddelen of

transportmiddelen gebruiken!

Transport met hijsmiddelen:

WAARSCHUWING

Gevaar door kantelende of vallende lasten!

Bij het transport met hijsmiddelen de volgende

basisregels in acht nemen:

De draagkracht van de hijsmiddelen moet

overeenkomen met het gewicht vanhet

aggregaat.

Gewicht van het aggregaat tabel "Massa /

gewicht", bladzijde 8.

Het aggregaat dient zo geborgen te worden,

dat het niet kan kantelen of vallen.

Niet onder zwevende lasten staan!

Het transport per kraan en hijsbanden/ kettingen

is hiervoor voorzien.

Transporttypes 2BV2 …:

Transport via kraan en hijsbanden.

Hijsbanden onder de pompbehuizing en onder

de ventilatorbeschermkap geleiden (Fig. 3,

bladzijde 13).

De hijsbanden moeten veilig in

ondersnijdingen geplaatst zijn zodat het

aggregaat er niet uit kan glijden.

De hijsbanden moeten lang genoeg zijn

(spreidhoek kleiner dan 90°).

Aangebouwde armaturen niet beschadigen.

610.44440.68.000 12 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


Fig. 3: Aanslagpunten 2BV2

Transporttypes 2BV5 …:

Transport via kraan en kettingen.

Aanslagpunten zijn de transportogen van de

motor en een boorgat van druk- of

luchtaanvoeropeningen (Fig. 4:

Aanslagpunten 2BV5 - Fig. 6,

bladzijde 13).

Kettingen veilig op deze aanslagpunten

aanbrengen.

Aangebouwde armaturen niet beschadigen.

Fig. 4: Aanslagpunten 2BV5 1..

Fig. 5: Aanslagpunten 2BV5 41./2BV5 421

Fig. 6: Aanslagpunten 2BV5 47.

Transport

© Gardner Denver Deutschland GmbH 13 / 32 610.44440.68.000


Installatie

5 Installatie

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met de machine kan

zware of zelfs dodelijke verwondingen tot

gevolg hebben!

Heeft u de veiligheidsaanwijzingen in

Hoofdstuk 1, "Veiligheid", vanaf bladzijde 4 f.

gelezen?

Anders mag u geen werkzaamheden met of aan

de machine uitvoeren!

5.1 Aggregaat opstellen

OPGELET

Gevaar voor kneuzingen doordat het

aggregaat in niet gemonteerde toestand

kantelt!

Handschoenen en veiligheidsschoenen

dragen!

Voorzichtig met het aggregaat omgaan!

OPGELET

Gevaar voor over het aggregaat struikelen

en vallen!

Struikelplekken voorkomen!

WAARSCHUWING

Gevaar door elektriciteit!

Het aggregaat zo installeren, dat het niet door

inwerking van buitenaf tot beschadiging van de

elektrische inrichting kan komen!

Toevoerleidingen veilig leggen, b.v. in

kabelgoten of in de grond.

OPGELET

Gevaar voor verwonding door rondvliegende

onderdelen van de kapotte buitenventilator!

Het aggregaat zo opstellen dat onderdelen

die door een breuk in de buitenventilator door

het rooster naar buiten worden geslingerd

geen personen kunnen raken!

OPGELET

Gevaar voor schade aan het aggregaat door

oververhitting vanwege geblokkeerde

warmte-afvoer en en toevoer van koele lucht!

De "Minimum afstanden voor warmte-afvoer",

bladzijde 8 in acht nemen.

Geen uitlaatlucht van andere aggregaten

aanzuigen!

Opstellingsvoorwaarden:

Het aggregaat dient opgesteld te worden:

op een effen ondergrond, waarvan de

draagkracht berekend is op het gewicht van

het aggregaat,

met as in horizontale positie,

op stationaire (vaststaande) oppervlakken of

constructies,

met afstand tot de oppervlakken ernaast

volgens tabel "Minimum afstanden voor

warmte-afvoer", bladzijde 8

op een hoogte van max. 1000 m boven

zeeniveau.

Bij afwijkende opstellingsomstandigheden bij de

Service navragen.

Bij het opstellen op het trillingsgedrag op de

plaats van inzet letten. De totale trillingen van het

aggregaat zijn afhankelijk van:

− de eigen trillingen van het aggregaat,

− de uitrichting en opstelling,

− de eigenschappen (trillingsgedrag) van het

opsteloppervlak,

− de invloeden door trillingen van andere

onderdelen en installatiecomponenten

(externe trillingen).

De maximaal toegestane waarde voor

trillingen bedraagt veff = 4,5 mm/s.

De meetpunten voor de bepaling van de

trilsnelheid toont Fig. 7, bladzijde 14.

2BV2 … 2BV5

Fig. 7: Meetpunten trilsnelheid

Aggregaat bevestigen:

610.44440.99.B08

Voeten van het aggregaat (pos. 2, bladzijde 3) met

geschikte bevestigingselementen op de

ondergrond vastschroeven.

Alle bevestigingsboorgaten met schroeven voorzien!

Bij de types 2BV5 110-….2-.S en

2BV5 121-….2-.S worden tussenplaten voor de

hoogte-instelling meegeleverd.

Tussenplaten (pos. 3, bladzijde 3) voor de

bevestiging onder de voeten aan de

pompbehuizing leggen.

Voeten van het aggregaat (pos. 2, bladzijde 3)

met geschikte bevestigingselementen op de

ondergrond vastschroeven.

610.44440.68.000 14 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


Alle bevestigingsboorgaten met schroeven

voorzien!

5.2 Aggregaat mechanisch aansluiten

Om het indringen van vreemde voorwerpen te

voorkomen zijn bij de levering alle

aansluitingsopeningen dichtgemaakt.

Sluitingen pas direct voor het aanlsuiten van

de buisleidingen / slangen verwijderen.

De gassen / dampen worden via de

luchtaanvoeropeningen (pos. 8, bladzijde 3)

aangezogen en via de drukopening (pos. 7,

bladzijde 3) uitgestoten.

Voor het bedrijf moet het aggregaat continu van

bedrijfsvloeistof worden voorzien.

Deze wordt via de bedrijfsvloeistoffenaansluiting

(pos. 6, bladzijde 3) toegevoerd en samen met

de gassen / dampen door de drukopeningen

uitgestoten.

Bedrijfsvloeistof vullen:

De eerste vulling met bedrijfsvloeistof is

afhankelijk van de soort

bedrijfsvloeistofverzorging:

Bij bedrijf met aanzuiging van de

bedrijfsvloeistof:

Vóór de installatie, zie de volgende

beschrijving.

Bij bedrijf met toevoer van de bedrijfsvloeistof:

Na de installatie, zie "Bedrijfsvloeistof vullen",

bladzijde 19.

Bij bedrijf met aanzuiging van de bedrijfsvloeistof

nu bedrijfsvloeistof in de werkruimte van het

aggregaat vullen voordat de buisleidingen /

slangen op het aggregaat gemonteerd worden.

Bedrijfsvloeistof in de open

luchtaanvoeropeningen of drukopeningen

volgens tabel "Vulhoeveelheid bedrijfsvloeistof

bij eerste vulling", bladzijde 11 vullen.

5.2.1 Luchtaanvoeropeningen en

drukopeningen aansluiten

OPGELET

Installatie

Bij het aansluiten van het aggregaat op een

vaccuümreservoir kan bedrijfsvloeistof uit

het aggregaat in de installatie gezogen

worden en de installtie beschadigen.

Terugslagklep in de luchtaanvoerleiding

inbouwen.

OPGELET

Het aanhaalmoment voor buisleidingen op

luchtaanvoer- en drukopeningen mag een

waarde van 100 Nm niet overschrijden!

VOORZICHTIG

Buisleidingen/slangen zonder mechanische

spanningen aanbrengen.

VOORZICHTIG

Bij gassen / dampen met verontreinigingen:

Zo nodig filter, zeef of afscheider in de

luchtaanvoerleiding installeren.

VOORZICHTIG

Om het indringen van restproducten van de

installatie (b.v. zweetdruppels) in het aggregaat

te voorkomen, moet voor de eerste 100

bedrijfsuren een aanloopzeef in de

luchtaanvoerleiding ingebouwd worden.

Aansluitingsafmetingen luchtaanvoer-/

drukopeningen

Type Aansluiting

2BV2 06. Aansluiting G1

2BV2 07. Aansluiting G1 1 / 2

2BV5 10

2BV5 11.

2BV5 12.

2BV5 13.

Flens 50 ND10-DIN 2501 of ANSI

B16,5 2 150 afdichting DN50 PN40

DIN EN 1514 1 vorm FF

Flens 65 ND10-DIN 2501 of ANSI

B16,5 2 1/2 150 afdichting DN65

PN6 DIN EN 1514 1 vorm FF

2BV5 16. Flens 80 ND10-DIN 2501 of ANSI

B16,5 3 150 afdichting DN80 PN6

DIN EN 1514 1 vorm FF

2BV5 47. Aansluiting G2

2BV5 410-.F Flens 50 ND10-DIN 2501 of ANSI

B16,5 2 150 afdichting DN50 PN40

DIN EN 1514 1 vorm FF

2BV5 41.-1G Aansluiting G2

2BV5 421 Aansluiting G2 1 / 2

© Gardner Denver Deutschland GmbH 15 / 32 610.44440.68.000


Installatie

De luchtaanvoeropening (pos. 8, bladzijde 3) is

door een pijl naar beneden gemarkeerd. Via deze

worden de gassen / dampen aangezogen.

Luchtaanvoerleiding op installatie aansluiten.

De drukopening (pos. 7, bladzijde 3) is door een

pijl naar boven gemarkeerd. Via deze worden de

gassen / dampen evenals de bedrijfsvloeistof

uitgestoten.

Drukleiding op installatie aansluiten.

5.2.2 Bedrijfsvloeistoffenaansluiting

aansluiten

VOORZICHTIG

Bij bedrijfsvloeistof met verontreinigingen:

Zo nodig filter, zeef of afscheider in de

toevoer installeren.

VOORZICHTIG

Bij bedrijfsvloeistof met veel kalk:

Bedrijfsvloeistof ontharden.

OF

Aggregaat regelmatig ontkalken

(Hoofdstuk 9.1, "Onderhoud", bladzijde 25).

Aansluitingsafmetingen

bedrijfsvloeistoffenaansluiting

Type Aansluiting

2BV2 0 Schroefgat G3/8, 12 mm diep

2BV5 1 Schroefgat G3/4, 24 mm diep

gietijzer

2BV5 1

edelstaal

Schroefgat G3/4, 24 mm diep

OF

Aangebouwde flens volgens DIN

2633 en ANSI B16,5 1/2 150

2BV5 4..-1G Schroefgat G 3 / 8, 20 mm diep

2BV5 4..-.F Schroefgat G 3 / 4, 24 mm diep

Toevoerleiding bedrijfsvloeistof naar

bedrijfsvloeistoffenaansluiting (pos. 6,

bladzijde 3) aansluiten.

5.2.3 Componenten op installatie aansluiten

Componenten volgens het volgende

stroomschema aansluiten

Bedrijf met toevoer van bedrijfsvloeistof,

automatisch geregeld bedrijf

1 2 3 4 5 6 7

610.44440.99.B09

1 Aggregaat

2 Doorstroommeter

3 Regelklep

4 Magneetklep, met motor gekoppeld

5 Bypassleiding met blokkeerklep (voor eerste

vulling)

6 Vuilfilter

7 Toevoerleiding bedrijfsvloeistof

Fig. 8: Bedrijf met toevoer van de

bedrijfsvloeistof: automatisch geregeld

bedrijf

Bedrijf met toevoer van bedrijfsvloeistof, niet

automatisch geregeld bedrijf

1 2 3 4 6 7

1 Aggregaat

2 Doorstroommeter

3 Regelklep

4 Blokkeerklep

6 Vuilfilter

7 Toevoerleiding bedrijfsvloeistof

Fig. 9: Bedrijf met toevoer van de

bedrijfsvloeistof: niet automatisch

geregeld bedrijf

610.44440.99.B10

610.44440.68.000 16 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


Bedrijf met aanzuiging van de

bedrijfsvloeistof

a

b

9

7

≤ 1 m

≤ 3.28 ft

1

4

8

900 mbar abs

13.1 psia

1 Aggregaat

4 Blokkeerklep

7 Toevoerleiding bedrijfsvloeistof

8 Luchtaanvoerleiding

9 Reservoir bedrijfsvloeistof

a Noodzakelijk vloeistofpeil bij het inschakelen

b Min. vloeistofpeil tijdens bedrijf

Fig. 10: Bedrijf met aanzuiging van de

bedrijfsvloeistof

5.2.4 Toebehoor

Het toebehoor hieronder is via de catalogus

leverbaar:

610.44440.99.B11

Vloeistofafscheider inclusief terugvoerleiding

en cavitatiebeschermingsleiding

Cavitatiekleppen

Terugslagkleppen

Aansluitings- en tegenflenzen

Gasstraalpomp

Doorstroombegrenzer

5.3 Motor elektrisch aansluiten

GEVAAR

Gevaar door elektriciteit!

Verkeerde omgang kan zwaar persoonlijk letsel

en materiële schade veroorzaken!

GEVAAR

Gevaar door elektriciteit!

De elektrische aansluiting mag alleen door

geautoriseerde vakmensen uitgevoerd worden!

GEVAAR

Installatie

Gevaar door elektriciteit!

Vóór werkzaamheden aan het aggregaat of de

installatie dienen de volgende maatregelen

uitgevoerd te worden:

Spanningsvrij schakelen.

Beveiligen tegen herinschakelen.

Controleer spanningsvrijheid.

Aarden en kortsluiten.

Naburige, onder spanning staande

onderdelen afdekken of afsluiten.

OPGELET

Wanneer de motor verkeerd wordt aangesloten

kan dit tot zware beschadiging van het

aggregaat leiden!

Voorschriften:

De elektrische aansluiting dient als volgt

uitgevoerd te worden:

volgens de betreffende nationale, plaatselijke en

installatiespecifieke bepalingen en vereisten.

volgens de voor de opstellingsplaats geldende

voorschriften van het nutsbedrijf.

Elektrische energieverzorging:

De omstandigheden op de plaats van inzet

moeten met de aanwijzingen op het kenplaatje

overeenkomen.

Zonder capaciteitsvermindering toegestane

afwijkingen:

±5% spanningsafwijking

±2% frequentieafwijking

© Gardner Denver Deutschland GmbH 17 / 32 610.44440.68.000


Installatie

5.3.1 Aansluiting aan motor- aansluitdoos

WAARSCHUWING

Gevaar door elektriciteit!

Luchtafstanden tussen blanke,

spanningsdragende onderdelen en tegen aarde

moeten ten minste 5,5 mm (bij een

dimensioneringsspanning van UN = 690V)

bedragen.

Er mogen geen uitstekende draadeinden zijn.

De elektrische verbinding moet continu veilig

zijn.

WAARSCHUWING

Gevaar door elektriciteit!

Aansluitdoos moet vrij zijn van

Vreemde voorwerpen,

vuil

vocht.

Aansluitdoosdeksel en kabelinvoeropeningen

stof- en waterdicht afsluiten.

Regelmatig op dichtheid controleren.

Giethuid/ blindstop vakkundig verwijderen

(Fig. 11, bladzijde 18).

Schroefverbinding plaatsen (pos. A , Fig. 12,

bladzijde 18)

Bij koudleidingaansluiting reduceerstuk

ingeschroefd (pos. B, Fig. 12, bladzijde 18).

Afschermleiding op contact ? aansluiten.

Schakelbeugel volgens schakelschema in

aansluitdoos (pos. 1, bladzijde 3) aansluiten.

− Aanhaalmomenten voor contactplaataansluitingen

zie tabel

"Aanhaalmomenten", bladzijde 9.

− Bij aansluitklemmen met klembeugels de

leiding zo plaatsen dat aan beide randen

ongeveer gelijke klemhoogtes ontstaan.

− Individuele leidingen U-vormig ombuigen of

met geschikte kabelschoen aansluiten.

− De afschermleiding en de buitenste

aardgeleider moeten U-vormig gebogen

worden.

Fig. 11: Openingen aansluitdoos eruit slaan

610.44440.99.B12

A B

A Standaard schroefverbinding

B Schroefverbinding met reductie

C Inbouwstand plaatmoer

Fig. 12: Schroefverbindingen met plaatmoer

Ter bescherming van de motor tegen

overbelasting:

610.44440.68.000 18 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH

C

610.44440.99.B13

Contactverbrekers gebruiken.

Deze moeten op de op het kenplaatje

aangegeven dimensioneringsstroom ingesteld

zijn.

5.3.2 Bedrijf met frequentieomvormer

Hoogfrequente harmonische elektrische

trillingen in de motorleidingen kunnen tot de

uitstraling van elektromagnetische storingen

leiden. Dit is afhankelijk van het soort

omrichter (type, fabrikant,

ontstoringsmaatregelen).

Let op de EMV aanwijzingen van de

omvormerfabrikant.

Afgeschermde toevoerleidingen gebruiken.

Voor een optimale afscherming het scherm

ruim met de metalen aansluitdoos van de

motor met een schroefverbinding van metaal

leidend verbinden.

Bij inzet van motoren met ingebouwde

sensoren (b.v. koudleidingen) kunnen,

afhankelijk van het type omvormer

stoorspanningen op de sensorleiding

optreden.

Grenstoerental zie tabel "Grenstoerentallen",

bladzijde 9.

Aggregaten met UL-toelating mogen in de VS

zonder controle door een geschikte testplaats

niet op frequentieomvormers gebruikt worden.


6 Ingebruikneming

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met de machine kan

zware of zelfs dodelijke verwondingen tot

gevolg hebben!

Heeft u de veiligheidsaanwijzingen in

Hoofdstuk 1, "Veiligheid", vanaf bladzijde 4 f.

gelezen?

Anders mag u geen werkzaamheden met of aan

de machine uitvoeren!

WAARSCHUWING

Gevaar door overdruk en onderdruk!

Gevaar door uittredende middelen!

Gevaar door draaiende onderdelen!

Het aggregaat mag alleen in bedrijf genomen

worden wanneer:

ventilatorbeschermkap en deksel

gemonteerd zijn.

leidingen op drukopeningen,

luchtaanvoeropeningen en

bedrijfsvloeistoffenaansluiting aangebracht

zijn.

leidingen en verbindingen op stabiliteit en

dichtheid gecontroleerd zijn.

OPGELET

Drooglopen van het aggregaat liedt binnen

seconden tot vernieling van de glijringafdichting.

NIET inschakelen tot het aggregaat met

bedrijfsvloeistof gevuld is!

6.1 Aggregaat voorbereiden

OPGELET

Indien de drukzijdig uitgestoten gassen /

dampen verder geleid worden, moet ervoor

gezorg worden, dat de maximale afvoerdruk niet

overschreden wordt!

Zie Hoofdstuk"Drukken", vanaf bladzijde 10.

VOORZICHTIG

Maximum toegestane watervervoer via de

luchtaanvoeropening:

Zie tabel "Maximum toegestane watervervoer",

bladzijde 12.

Wanneer in de drukleiding een

beveiligingsorgaan geïnstalleerd is:

Ingebruikneming

zorg ervoor dat het aggregaat NIET met

gesloten beveiligingsorgaan gebruikt wordt.

Isolatieweerstand van de motor meten.

Bij waarden = 1kΩ per Volt

dimensioneringsspanning de wikkeling

drogen.

De aansluitingen van de buisleidingen /

slangen op dichtheid controleren.

6.2 Aggregaat met toevoer van

bedrijfsvloeistof in gebruik nemen

Bedrijfsvloeistof vullen

Bij bedrijf met toevoer van bedrijfsvloeistof nu

bedrijfsvloeistof in de werkruimte van het

aggregaat vullen.

Bij automatisch geregeld bedrijf:

Blokkeerklep in bypassleiding (pos. 5, Fig. 8,

bladzijde 16) ca. 20 s openen.

Bij niet automatisch geregeld bedrijf:

Blokkeerklep (pos. 5, Fig. 9, bladzijde 16) ca.

20 s openen.

Voordruk van bedrijfsvloeistof instellen

Voordruk pA in de toevoerleiding van de

bedrijfsvloeistof (Pos. B, Fig. 13, bladzijde 19)

ca. 1 bar hoger dan de aanzuigdruk pB in de

luchtaanvoerleiding (Pos. A, Fig. 13, bladzijde

19) instellen.

© Gardner Denver Deutschland GmbH 19 / 32 610.44440.68.000

B

A

p B = p A + 1 bar

p B = p A + 14.5 psi

610.44440.99.B14

A Luchtaanvoerleiding

B Toevoerleiding bedrijfsvloeistof

Fig. 13: Instellen van de bedrijfvloeistoffenstroom:

Voordruk instellen

De verdere handleingen bij ingebruikneming zijn

identiek aan de procedures tijdens het bedrijf.

6.3 Aggregaat met aanzuiging van

bedrijfsvloeistof in gebruik nemen

Bedrijfsvloeistof vullen

Aggregaten met aanzuiging van bedrifsvloeistof

worden voor de installatie met bedrifsvloeistof

gevuld (Bedrijfsvloeistof vullen, bladzijde 15).


Bedrijf

De verdere handleingen bij ingebruikneming zijn

identiek aan de procedures tijdens het bedrijf.

6.4 Draairichting controleren

Aansluiting van de buisleidingen / slangen op

de luchtaanvoer- en drukopeningen

controleren.

Het aggregaat mag niet droog draaien!

Zie Hoofdstukken "Bedrijfsvloeistof vullen",

bladzijde 15 en bladzijde 19.

Het aggregaat kort in- en weer uitschakelen.

De voorziene draairichting van de as is door

een pijl (pos. 9, bladzijde 3) op de

pompbehuizing gemarkeerd.

Vóór stilstand van het aggregaat de werkelijke

draairichting van de buitenventilator met de

voorziene draairichting van de as vergelijken.

Zo nodig de draairichting van de motor

omdraaien.

7 Bedrijf

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met de machine kan

zware of zelfs dodelijke verwondingen tot

gevolg hebben!

Heeft u de veiligheidsaanwijzingen in

Hoofdstuk 1, "Veiligheid", vanaf bladzijde 4 f.

gelezen?

Anders mag u geen werkzaamheden met of aan

de machine uitvoeren!

WAARSCHUWING

Gevaar door overdruk en onderdruk!

Gevaar door uittredende middelen!

Gevaar door draaiende onderdelen!

Het aggregaat mag alleen in bedrijf genomen

worden wanneer:

ventilatorbeschermkap en deksel zijn

gemonteerd.

leidingen op drukopeningen,

luchtaanvoeropeningen en

bedrijfsvloeistoffenaansluiting zijn

aangebracht.

leidingen en verbindingen zijn op stabiliteit en

dichtheid gecontroleerd.

OPGELET

Drooglopen van het aggregaat liedt binnen

seconden tot vernieling van de glijringafdichting.

NIET inschakelen tot het aggregaat met

bedrijfsvloeistof gevuld is!

WAARSCHUWING

Gevaar voor verbranding door het hete

oppervlak van het aggregaat en door hete

middelen!

Tijdens het bedrijf niet aanraken!

Na stillegging laten afkoelen!

VOORZICHTIG

Maximum toegestane watervervoer via de

luchtaanvoeropening:

Zie tabel "Maximum toegestane watervervoer",

bladzijde 12

7.1 Bedrijf met toevoer van bedrijfsvloeistof,

automatisch geregeld bedrijf

Aggregaat opstarten

Stroomvoorziening inschakelen.

Het aggregaat begint, de toegevoerde

gassen / dampen aan te zuigen.

De magneetklep (pos. 4, Fig. 8, bladzijde 16)

wordt geopend, de bedrijfsvloeistof wordt

toegevoerd.

Aggregaat uitschakelen:

Stroomvoorziening uitschakelen.

Het aggregaat stopt het aanzuigen van de

gassen / dampen.

De magneetklep (pos. 4, Fig. 8, bladzijde 16)

wordt gesloten, de bedrijfsvloeistof wordt

onderbroken.

Voor de regelklep (pos. 3, Fig. 8, bladzijde 16)

voor de instelling van de

bedrijfsvloeistoffenstroom geldt:

Bij bedrijfsonderbreking wordt de instelling

van de klep (dwz. de klepstand resp. de

geopende klepdwarsdoorsnede) niet

veranderd.

610.44440.68.000 20 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


7.2 Bedrijf met toevoer van bedrijfsvloeistof,

niet automatisch geregeld

bedrijf

Aggregaat opstarten

Blokkeerklep (pos. 4, Fig. 9, bladzijde 16)

manueel openen.

De bedrijfsvloeistof wordt toegevoerd.

Stroomvoorziening inschakelen.

Het aggregaat begint, de toegevoerde

gassen / dampen aan te zuigen.

Aggregaat uitschakelen:

Stroomvoorziening uitschakelen.

Het aggregaat stopt het aanzuigen van de

gassen / dampen.

Blokkeerklep (pos. 4, Fig. 9, bladzijde 16)

manueel sluiten.

De toevoer van bedrijfsvloeistof wordt

onderbroken.

Voor de regelklep (pos. 3, Fig. 9, bladzijde 16)

voor de instelling van de

bedrijfsvloeistoffenstroom geldt:

Bij bedrijfsonderbreking wordt de instelling

van de klep (dwz. de klepstand resp. de

geopende klepdwarsdoorsnede) niet

veranderd.

7.3 Bedrijf met aanzuiging van de

bedrijfsvloeistof

Bij het inschakelen van het aggregaat moet in

de luchtaanvoerleiding (pos. 8, Fig. 10,

bladzijde 17) een vacuüm van ten

minste 900 mbar abs. voorhanden zijn.

Bij het inschakelen moet het vloeistofpeil in de

toevoerleiding (pos. 7, Fig. 10, bladzijde 17)

resp. in het reservoir (pos 9, Fig. 10,

bladzijde 17) op een hoogte met de

bedrijfsvloeistoffenaansluiting van het

aggregaat zijn (pos. a, Fig. 10, bladzijde 17).

Tijdens bedrijf mag het vloeistofpeil in het

reservoir (pos 9, Fig. 10, bladzijde 17) niet

lager dan ca. 1 m onder de

bedrijfsvloeistoffenaansluiting (pos. b, Fig. 10,

bladzijde 17) zinken.

Aggregaat opstarten:

Stroomvoorziening inschakelen.

Het aggregaat begint, de bedrijfsvloeistof en

de toegevoerde gassen / dampen aan te

zuigen.

Aggregaat uitschakelen:

Bedrijf

Stroomvoorziening uitschakelen.

Het aggregaat onderbreekt het aanzuigen van

de bedrijfsvloeistof en de toe te voeren

gassen / dampen.

7.4 Controleren en corrigeren van de

bedrijfvloeistoffenstroom

met de doorstroommeter (pos. 2, Fig. 8,

bladzijde 16, of pos. 2, Fig. 9, bladzijde 16)

© Gardner Denver Deutschland GmbH 21 / 32 610.44440.68.000

OF

door de bij de drukopening uittredende

bedrijfsvloeistofvolume per tijdseenheid met

een meetbeker te meten (Fig. 14,

bladzijde 21)

C

B

610.44440.99.B15

B Toevoerleiding bedrijfsvloeistof

C Drukleiding

Fig. 14: Instellen van de bedrijfvloeistoffenstroom:

Meten van de volume met een meetbeker

Bedrijfsvloeistoffenstroom met toevoer van

de bedrijfsvloeistof corrigeren

Bedrijfvloeistoffenstroom boven de regelklep

(pos. 3, Fig. 8, bladzijde 16, of pos. 3, Fig. 9,

bladzijde 16) corrigeren.

zie tabel "Metings-bedrijfsvloeistoffenstroom",

bladzijde 11.

Bij aanzuigen van bedrijfsvloeistof geldt voor

de bedrijfsvloeistoffenstroom

Hoe hoger de aanzuigdruk, des te lager de

bedrijfsvloeistoffenstroom.

Hoe hoger de aanzuigdruk, des te hoger de

bedrijfsvloeistoffenstroom.


Stillegging en lange stilstand

8 Stillegging en lange stilstand

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met de machine kan

zware of zelfs dodelijke verwondingen tot

gevolg hebben!

Heeft u de veiligheidsaanwijzingen in

Hoofdstuk 1, "Veiligheid", vanaf bladzijde 4 f.

gelezen?

Anders mag u geen werkzaamheden met of aan

de machine uitvoeren!

8.1 Leegmaken

GEVAAR

Gevaar door elektriciteit!

Vóór werkzaamheden aan het aggregaat of de

installatie dienen de volgende maatregelen

uitgevoerd te worden:

Spanningsvrij schakelen.

Beveiligen tegen herinschakelen.

Controleer spanningsvrijheid.

Aarden en kortsluiten.

Naburige, onder spanning staande

onderdelen afdekken of afsluiten.

WAARSCHUWING

Gevaar door overdruk en onderdruk!

Gevaar door uittredende middelen!

Vóór het begin van werkzaamheden aan

aggregaat of installatie:

Bedrijfsvloeistoftoevoer onderbreken.

Leidingen en aggregaat ventileren

(drukontlasten).

WAARSCHUWING

Gevaar voor verbranding door het hete

oppervlak van het aggregaat en door hete

middelen!

Tijdens het bedrijf niet aanraken!

Na stillegging laten afkoelen!

WAARSCHUWING

Gevaar door brandbare, etsende of giftige

stoffen!

Ter bescherming van milieu en personen geldt:

Aggregraten, die met gevaarlijke stoffen in

aanraking gekomen zijn, moeten vóór het

openen tijdens bedrijf gespoeld worden.

Stroomvoorziening uitschakelen.

De hierboven genoemde

veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden

aan aggregaat of installatie treffen.

Een geschikte opvangbak onder het deksel

plaatsen.

Sluitstoppen van alle aftapboorgaten (pos. 4,

bladzijde 3) openen.

Vloeistof uit laten lopen.

Tegelijkertijd de as af en toe in draairichting

draaien (Fig. 15, bladzijde 22).

Bij 2BV2 …:

− Een schroef M8 met voldoende

schachtlengte in het asuiteinde aan

buitenventilatorzijde schroeven.

− As m.b.v. een steeksleutel manueel

draaien.

Bij 2BV5 …:

− Ventilatorbeschermkap verwijderen.

− Buitenventilator manueel draaien.

Zo nodig de bevestigingselementen van de

voeten verwijderen en het aggregaat 45° over

het deksel kantelen.

Maatregelen verder uitvoeren tot geen

vloeistof meer uittreedt.

Sluitstoppen van alle aftapboorgaten (pos. 4,

bladzijde 3) sluiten.

Aanhaalmoment: 2 ... 3 Nm.

Bij 2BV2 … schroef van asuiteinde aan

buitenventilatorzijde verwijderen.

Bij 2BV5 … ventilatorbeschermkap monteren

Bevestigingselementen op de voeten

aanbrengen.

Fig. 15: As draaien

2BV2 ... 2BV5 ...

610.44440.99.B16

610.44440.68.000 22 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


8.2 Voorbereiding voor lange stilstand

Voor lange stilstand (vanaf ca. 4 weken) of bij

gevaar voor vorst als volgt handelen:

Gietijzeren uitvoering:

Aggregaat leeg maken zoals in Hoofdstuk 8.1,

"Leegmaken", bladzijde 22, beschreven.

Buisleiding / slang van luchtaanvoer- of

drukopeningen verwijderen.

Conserveringsmiddel (corrosiewerende olie,

b.v. Mobilarma 247 van de firma Mobil Oil) in

open luchtaanvoer- of drukopeningen gieten.

Vulhoeveelheid:

bij 2BV2 …:

½ l

bij 2BV5 …:

1 l

Luchtaanvoer- en drukopeningen en

bedrijfsvloeistoffenaansluiting sluiten resp.

verwijderde buisleidingen / slangen

aanbrengen.

Aggregaat kort in- en uitschakelen, het

conserveringsmiddel wordt verdeeld.

Voor de opslag zijn er twee mogelijkheden:

− het aggregaat blijft in de installatie

aangesloten,

− of het aggregaat wordt voor de opslag

uitgebouwd.

Edelstaal en bronzen uitvoeringen:

Aggregaat leeg maken zoals in Hoofdstuk 8.1,

"Leegmaken", bladzijde 22, beschreven.

Voor de opslag zijn er twee mogelijkheden:

− het aggregaat blijft in de installatie

aangesloten,

OF

− het aggregaat wordt voor de opslag

uitgebouwd.

8.3 Opslagvoorwaarden

Dit hoofdstuk geldt voor:

Stillegging en lange stilstand

nieuwe aggregaten,

Aggregaten, die voor lange stilstand

voorbereid zijn, zoals in Hoofdstuk 8.2,

"Voorbereiding voor lange stilstand",

bladzijde 23, beschreven.

Om opslagschade te voorkomen moet de

omgeving als volgt zijn:

droog,

stofvrij,

trillingsarm (effectieve waarde van de

trilsnelheid veff = 2,8 mm/s),

Omgevingstemperatuur:

max. +40 °C.

OPGELET

Gevaar voor materiële schade door hoge

temperaturen!

Opslag in een omgeving met temperaturen van

boven de 40 °C kan de wikkeling beschadigen

en het vervangingsinterval verkorten.

8.4 Ingebruikneming na lange stilstand

OPGELET

Gevaar voor materiële schade door

onvoldoende smering van de wentelblokken

na lange opslag!

Indien het aggregaat meer dan 2 jaar

opgeslagen wordt, moet de smering van de

wentelblokken vernieuwd worden (zie

Wentelblokken invetten of vervangen,

bladzijde 26).

Conserveringsmiddel aftappen

(Hoofdstuk 8.1, "Leegmaken", bladzijde 22).

Het aggregraat hoeft vervolgens niet

gereinigd te worden.

De conserveringsmiddelen volgens de

aanwijzingen van de fabrikant afvoeren.

Indien het loopwiel vastzit:

Aggregaat ontkalken of As vrijdraaien

(Hoofdstuk 9.1 "Onderhoud", bladzijde 25).

Bij nieuwe aggregaten verder met

Hoofdstuk 5 "Installatie", bladzijde 14.

Bij aggregaten na lange stilstand verder met

Hoofdstuk 6 "Ingebruikneming", bladzijde 19.

© Gardner Denver Deutschland GmbH 23 / 32 610.44440.68.000


Onderhoud

9 Onderhoud

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met de machine kan

zware of zelfs dodelijke verwondingen tot

gevolg hebben!

Heeft u de veiligheidsaanwijzingen in

Hoofdstuk 1, "Veiligheid", vanaf bladzijde 4

gelezen?

Anders mag u geen werkzaamheden met of aan

de machine uitvoeren!

WAARSCHUWING

Verkeerde omgang met het aggregaat

kan zware of zelfs dodelijke verwondingen

tot gevolg hebben!

Alle onderhoud aan het aggregaat moet door de

Service uitgevoerd worden!

Onderhoud aan het aggregaat mag alleen door

de exploitant zelf uitgevoerd worden wanneer

de bijbehorende reparatiehandleiding ter

beschikking staat!

Bij de Service navragen!

GEVAAR

Gevaar door elektriciteit!

Vóór werkzaamheden aan het aggregaat of de

installatie dienen de volgende maatregelen

uitgevoerd te worden:

Spanningsvrij schakelen.

Beveiligen tegen herinschakelen.

Controleer spanningsvrijheid.

Aarden en kortsluiten.

Naburige, onder spanning staande

onderdelen afdekken of afsluiten.

WAARSCHUWING

Gevaar door overdruk en onderdruk!

Gevaar door uittredende middelen!

Vóór het begin van werkzaamheden aan

aggregaat of installatie:

Bedrijfsvloeistoftoevoer onderbreken.

Leidingen en aggregaat ventileren

(drukontlasten).

WAARSCHUWING

Gevaar voor verbranding door het hete

oppervlak van het aggregaat en door hete

middelen!

Na stillegging laten afkoelen!

WAARSCHUWING

Gevaar door draaiend loopwiel van het

aggregaat!

Het demonteren van het deksel is verboden!

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwondingen door kantelende

of vallende onderdelen!

Bij losse bevestiging worden sommige

onderdelen alleen noch door de centerpunt, hun

zitting of helemaal niet meer vastgehouden,

zodat zij zouden kunnen vallen.

De onderdelen dusdanig voorzichtig

demonteren en monteren.

WAARSCHUWING

Gevaar door brandbare, etsende of giftige

stoffen!

Aggregraten, die met gevaarlijke stoffen in

aanraking gekomen zijn, vóór het openen

tijdens bedrijf spoelen.

610.44440.68.000 24 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


9.1 Onderhoud

Onderhoud

Interval Onderhoudshandeling

maandelijks Pijpwerk en schroefverbindingen op lekkage en vaste zitting controleren en zo

nodig afdichten en natrekken.

maandelijks Aansluitdoosdeksel en kabelinvoeropeningen op lekkafe controleren en zo nodig

afdichten.

afhankelijk van de

concentratie van

vuildeeltjes in de

omgevingslucht

Ventilatorbeschermkap, buitenventilator en koelribben van de motor op

verontreiniging controleren en zo nodig reinigen

Beschermende maatregelen voor het gebruik van druklucht treffen:

Beschermende kleding (handschoenen en beschermende bril) dragen.

Omgeving beveiligen. Voorwerpen uit de omgeving verwijderen.

Ventilatorbeschermkap, buitenventilator en koelribben met druklucht reinigen.

afhankelijk van de Afscheider, filter of zeef in toevoerleiding installeren.

concentratie van

Pompbehuizing spoelen

vuildeeltjes in de

bedrijfsvloeistof Aggregaat buiten gebruik nemen.

Buisleidingen / slangen demonteren.

Een geschikte opvangbak onder het deksel plaatsen.

Sluitstoppen van alle aftapboorgaten (pos. 4, bladzijde 3) openen.

Een slang op de drukopening monteren en naar opvangbak geleiden.

Slang voor spoelvloeistof op bedrijfsvloeistoffenaansluiting monteren.

Een ongevaarlijk en schoon middel als spoelvloeistof gebruiken (water).

Aggregraat in bedrijf nemen en continu spoelvloeistof toevoeren.

- De verontreinigingen worden met de spoelvloeistof uit de pompbehuizing

gesppoeld.

- Procedure voortzetten tot de spoelvloeistof vrij van verontreinigingen is.

Aggregaat buiten gebruik nemen.

Slangen van drukopening en bedrijfsvloeistoffenaansluiting demonteren en het

aggregaat weer op het pijpwerk aan installatiezijde aansluiten.

Sluitstoppen van alle aftapboorgaten (pos. 4, bladzijde 3) sluiten.

Aanhaalmoment: 2 ... 3 Nm.

afhankelijk van Bedrijfsvloeistof ontharden.

hoeveelheid kalk in

Aggregaat ontkalken (interval van 3 maanden)

bedrijfsvloeistof

(kalk > 15°dH) Beschermende kleding (handschoenen en beschermende bril) dragen.

Aggregaat buiten gebruik nemen.

Aggregaat leeg maken (zie Hoofdstuk 8.1, "Leegmaken", bladzijde 22).

Buisleidingen / slangen demonteren.

Het aggregaat via een van de aansluitingsopeningen met ontkalkende vloeistof

vullen. Als ontkalkende vloeistof vloeistof met 10 % azijnzuur of een andere

universele ontkalkende vloeistof gebruiken.

De ontkalkende vloeistof ten minste 30 min laten inwerken.

Tegelijkertijd de as af en toe in draairichting draaien (Fig. 15, bladzijde 22).

2BV2 …:

Een schroef M8 met voldoende

schachtlengte in het asuiteinde aan

buitenventilatorzijde schroeven.

As m.b.v. een steeksleutel manueel

draaien.

Schroef verwijderen.

2BV5 …:

Ventilatorbeschermkap verwijderen.

Buitenventilator manueel draaien.

Ventilatorbeschermkap monteren.

© Gardner Denver Deutschland GmbH 25 / 32 610.44440.68.000


Onderhoud

Interval Onderhoudshandeling

De ontkalkende vloeistof uit het aggregaat aftappen (zie Hoofdstuk 8.1,

"Leegmaken", bladzijde 22).

Pompbehuizing spoelen (sie Buisleidingen / slangen monteren.

Aggregaat in gebruik nemen (zie Hoofdstuk 6, "Ingebruikneming", bladzijde 19).

De ontkalkende vloeistof volgens de geldende bepalingen afvoeren.

2,5 jaar of Wentelblokken invetten of vervangen

20.000 bedrijfsuren

Open wentelblokken en ruimtes ernaast vrij maken van oud vet en

verontreinigingen.

ca. 50% van de vrije ruimte in het wentelblok en ca. 65% van de volume van de

ruimtes ernaast met vet vullen.

Vetsoort: UNIREX N3 (firma ESSO)

Alternatief vet volgens DIN 51825-K3N

Gesloten wentelblokken vervangen en ruimtes ernaast niet invetten.

Het wordt aanbevolen, de glijringafdichting, de V-ring en de klepplaat op slijtage te

controleren en zo nodig te vervangen.

Tijden gelden alleen voor de inzet van UNIREX N3. Het mengen van verschillende

vetsoorten voorkomen.

610.44440.68.000 26 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


9.2 Storingen oplossen

Storing Oorzaak Oplossing

Motor start

niet.

Contactverb

reker wordt

na het

inschakelen

geactiveerd.

Stromingssn

elheid te

hoog.

Aggregaat

produceert

geen

vacuüm.

Onderbreking in de

stroomvoorziening

Loopwiel zit vast.

Zekeringen, contacten en leidingen op onderbrekingen

controleren. Onderbrekingen verhelpen.

As vrijdraaien:

Onderhoud

Opheffen

door

Elektricien

Exploitant

2BV2 …:

2BV5 …:

Een schroef M8 met voldoende Ventilatorbeschermkap

schachtlengte in het asuiteinde verwijderen.

aan buitenventilatorzijde

Buitenventilator

schroeven.

manueel draaien.

As m.b.v. een steeksleutel

Ventilatorbeschermkap

manueel draaien.

monteren

Schroef verwijderen.

Zie "Aggregaat ontkalken", Seite 25. Exploitant

Zie "Pompbehuizing spoelen", Seite 25. Exploitant

Loopwiel-gleufinstelling controleren en corrigeren. Service

Vreemd voorwerp

in het aggregaat.

Vreemd voorwerp verwijderen.

De werking van het aggregaat controleren.

Service

Loopwiel defect. Loopwiel vervangen. Service

Motorlager defect. Motorlager vervangen.

Kortsluiting in de

wikkeling.

Motor

overbelsat.

Wikkeling controleren.

Bij bedrijf met toevoer van de bedrijfsvloeistof:

Bedrijfsvloeistoffenstroom controleren en zo nodig reduceren

(zie Hoofdstuk 7.4 "Controleren en corrigeren van de

bedrijfvloeistoffenstroom", bladzijde 21).

Tegendruk in Tegendruk verminderen.

drukopening te

hoog.

Aandeel van Aandeel van meevervoerde vloeistof verminderen.

meevervoerde

vloeistof te hoog.

Loopwiel zit vast. Zie "Loopwiel zit vast", bladzijde 27.

Kalk of aanslag.

Geen

bedrijfsvloeistof

aanwezig.

Veel lekkage in de

installatie.

Verkeerde

draairichting.

Service

Elektricien

Exploitant

Exploitant

Exploitant

Zie "Aggregaat ontkalken", bladzijde 25. Exploitant

Zie "Pompbehuizing spoelen", bladzijde 25. Exploitant

Bij bedrijf met toevoer van de bedrijfsvloeistof:

Exploitant

Bedrijfsvloeistoffenstroom controleren en corrigeren (zie

Hoofdstuk 7.4 "Controleren en corrigeren van de

bedrijfvloeistoffenstroom", bladzijde 21).

Bij bedrijf met aanzuiging van de bedrijfsvloeistof:

Zie 7.3 "Bedrijf met aanzuiging van de bedrijfsvloeistof",

bladzijde 21.

Bedrijfsvloeistofslang reinigen.

Diameter van de bedrijfsvloeistofslang vergroten.

Installatie afdichten.

Exploitant

Draairichting wijzigen door het wisselen van twee

elektrische aansluitkabels.

Elektricien

© Gardner Denver Deutschland GmbH 27 / 32 610.44440.68.000


Onderhoud

Storing Oorzaak Oplossing

Opheffen

door

Aggregaat Bedrijfsvloeistoffen Zie "Exploitant", bladzijde 27 Exploitant

produceert stroom te laag.

te weinig

vacuüm.

Bedrijfsvloeistof te

warm

Bedrijfsvloeistoffenstroom koelen resp. verhogen (zie

Hoofdstuk 7.4 "Controleren en corrigeren van de

bedrijfvloeistoffenstroom", bladzijde 21).

(Nominale temperatuur: 15°C).

Exploitant

Erosie / corrosie. Inspectie van de behuizing, het loopwiel en de

nokkenschijf.

Betroffen onderdelen vernieuwen.

Service

Lekkage in de

installatie.

Installatie afdichten.

Exploitant

Glijringafdichting

lek.

Glijringafdichting vervangen.

Service

Motoraansluiting

niet correct.

Motoraansluiting controleren en repareren.

Elektricien

Elektrische

energieverzorging

niet correct.

Elektrische energieverzorging controleren en repareren. Elektricien

Aggregaat te klein. Groter aggregaat gebruiken.

Exploitant

Krijsende

geluiden.

Cavitatie van het

aggregaat

2BV2 … en 2BV5 1..

Cavitatiebeschermslang

2BV5 4..

Overeenkomst tussen

Exploitant

van de afscheider

ingestelde druk en

aansluiten (toebehoor) of toegestane bedrijfsdruk

cavitatiebescherminrichtin

g reinigen.

controleren.

Bedrijfsvloeistoffen Bedrijfsvloeistoffenstroom controleren en zo nodig reduceren Exploitant

stroom te groot. (zie Hoofdstuk 7.4 "Controleren en corrigeren van de

bedrijfvloeistoffenstroom", bladzijde 21).

Aggregaat

lek.

Afdichtingen

defect.

Afdichtingen controleren.

Service

610.44440.68.000 28 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


9.3 Service/klantendienst

Voor werkzaamheden (vooral het inbouwen van

vervangingsonderdelen evenals onderhouds- en

reparatiewerkzaamheden) die niet in deze

handleiding beschreven zijn staat onze Service

ter beschikking (kaft van deze handleiding).

Bij het terugsturen van aggregaten:

Vóór het opsturen:

− Aggregaat restloos leeg maken zoals in

Hoofdstuk 8.1, "Leegmaken", bladzijde 22,

beschreven.

− Aggregaat binnen en buiten reinigen,zoals

in "Pompbehuizing spoelen", bladzijde 25,

beschreven.

Het aggregaat moet compleet, d.w.z. niet

gedemonteerd, geleverd worden.

Om transportschade uit te sluiten is een

geschikte individuele verpakking noodzakelijk.

Bij de levering moet een verklaring van

onbedenkelijkheid meegeleverd worden, zoals

in Hoofdstuk 9.4, "Decontaminatie en

verklaring van onbedenkelijkheid ",

bladzijde 29, beschreven.

Het origineel kenplaatje van het aggregaat

moet reglementair aangebracht, intact en

leesbaar zijn.

Alle garantie-aanspraken ontvallen voor

aggregaten die zonder origineel kenplaatje of

met beschadigd origineel kenplaatje naar een

schadeclaim geleverd worden.

Bij garantie-aanspraken moeten de

inzetomstandigheden, bedrijfsduur en op

aanvraag verdere gegevens aan de fabrikant

medegedeeld worden.

9.4 Decontaminatie en verklaring van

onbedenkelijkheid

WAARSCHUWING

Gevaar door brandbare, etsende of giftige

stoffen!

Aggregaten die met gevaarlijke stoffen in

aanraking zijn gekomen, moeten vóór

levering aan een werkplaats

gedecontamineerd worden!

Bij ieder aggregaat dat naar inspectie, onderhoud

of reparatie aan een werkplaats wordt gegeven

moet een verklaring van onbedenkelijkheid

meegeleverd worden.

De verklaring van onbedenkelijkheid

Afvoer

staat als voorbeeld om te kopiëren in

Hoofdstuk "Verklaring van onbedenkelijkheid",

bladzijde 31,

is juridisch bindend,

moet door geautoriseerde vakmensen

ingevuld en ondertekend worden,

moet voor ieder toegestuurd aggregaat

meegeleverd worden (d.w.z. voor ieder

aggregaat een eigen verklaring),

moet aan de buitenkant van de verpakking

van het aggregaat bevestigd worden,

moet vóór het opsturen bovendien als kopie

b.v. per fax naar de werkplaats gestuurd

worden.

Dit verzekert, dat:

het aggregaat niet met gevaarlijke stoffen in

aanraking is gekomen,

een aggregaat dat met gevaarlijke stoffen in

aanraking is gekomen voldoende

gedecontamineerd is,

het inspectie, onderhouds- of

reparatiepersoneel zo nodig de noodzakelijke

veiligheidsmaatregelen kan treffen.

VOORZICHTIG

De inspectie / het onderhoud / de reparatie van

het aggregaat in de werkplaats wordt pas

begonnen,

wanneer de verklaring van onbedenkelijkheid

voorhanden is!

Indien de verklaring van onbedenkelijkheid niet

meegeleverd wordt, kan dit tot onstipte

behandeling leiden!

10 Afvoer

Het complete aggregaat bij een geschikte

afvalverwerker tot schroot laten verwerken.

Bijzondere maatregelen zijn daarbij niet

noodzakelijk.

Voor verdere informatie over het afvoeren van

het aggregaat kunt u bij de Service navragen.

11 Uitvoering met bescherming tegen

explosies

Voor aggregaten in de uitvoering met

bescherming tegen explosies wordt een extra

handleiding met aanvullende informatie

meegeleverd.

© Gardner Denver Deutschland GmbH 29 / 32 610.44440.68.000


EG- conformiteitsverklaring

EG- conformiteitsverklaring

EG-conformiteitsverklaring

Fabrikant: Gardner Denver Deutschland GmbH

Postbus 1510

D-97605 Bad Neustadt / Saale

Documentatiegemachtigde: Holger Krause

Postbus 1510

D-97605 Bad Neustadt / Saale

Aanduiding:

Vloeistofring-vacuümpomp/ -compressor van de L-serie

L-BV2, L-BV5

Types 2BV2 06., 2BV2 07., 2BV5 11.,

2BV5 121, 2BV5 131, 2BV5 161,

2BV5 41., 2BV5 421, 2BV5 47.

De boven beschreven vloeistofring-vacuümpomp/-compressor voldoet aan de volgende betreffende

harmoniseringsrechtsvoorschriften van de gemeenschap:

2006/42/EG Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende

machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG

Toegepaste geharmoniseerde normen:

De richtlijn 2006/95/EG werd m.b.t. haar beschermende doeleinden aangehouden

EN 1012-1:1996 Compressoren en vacuümpompen – Veiligheidseisen – Deel 1: Compressoren

EN 1012-2:1996 Compressoren en vacuümpompen – Veiligheidseisen – Deel 2: Vacuümpompen

Bad Neustadt/Saale, 29.12.2009

(Plaats en datum van afgifte)

ppa. Fred Bornschlegl

(Naam en functie) (Handtekening)

664.44440.68.000

610.44440.68.000 30 / 32 © Gardner Denver Deutschland GmbH


Verklaring van onbedenkelijkheid

Verklaring van onbedenkelijkheid

Verklaring van gezondheidsonbedenkelijkheid en milieubescherming

Voor de veiligheid van onze medewerkers en voor het aanhouden van wettelijke richtlijnen bij de omgang met stoffen die

gevaarlijk zijn voor de gezondheid en het milieu moet bij elke opgestuurde aggregaat/systeem deze volledig ingevulde

verklaring toegevoegd zijn.

Zonder volledig ingevulde verklaring is een reparatie/afvoer niet mogelijk en zijn vertragingen bij de behandeling

onvermijdelijk!

De verklaring moet door geautoriseerd vakpersoneel van de exploitant ingevuld en ondertekend worden.

Bij verzending naar Duitsland moet de verklaring in het Duits of Engels worden ingevuld.

De verklaring dient bij verzending aan de buitenkant van de verpakking aangebracht te worden.

Eventueel moet het expeditiebedrijf geïnformeerd worden.

1. Productaanduiding (type):

2. Serienummer (no. BN):

3. Reden voor inzending:

4. Het aggregaat/systeem

is niet met gevaarlijke stoffen in aanraking gekomen. Bij de reparatie/afvoer zijn er geen gevaren voor personen en milieu.

Verder met „6. Juridisch bindende verklaring“

is met gevaarlijke stoffen in aanraking gekomen. Verder met „5. Gegevens over de contaminatie“

5. Gegevens over de contaminatie

Het aggregaat/systeem had als inzetgebied:

(eventueel op aanvullend blad aanvullen)

en is met de volgende identificatieplichtige stoffen of stoffen die de gezondheid/milieu schaden in aanraking gekomen:

Handelnaam: Chemische aanduiding:

Gevaarlijke stoffenklasse:

Eigenschappen (b.v. giftig, ontvlambaar,

bijtend, radioactief):

Het aggregaat/systeem is volgens de handleiding leeggemaakt en gespoeld evenals van buiten gereinigd.

Gegevensbladen voor de veiligheid volgens de geldende voorschriften worden meegeleverd ( blad).

Voor de handelingen zijn de volgende veiligheidsvoorschriften noodzakelijk (bijv. beschermende kleding):

6. Juridisch bindende verklaring

Hiermee verzeker ik, dat de opgegeven informatie juist en compleet is en ik, als ondertekende, ben in staat, hierover te oordelen.

Het is ons bekend, dat wij tegenover de aannemer aansprakelijk zijn voor schade die door onvolledige en onjuiste informatie

ontstaat. Wij verplichten ons, de aannemer vrij te stellen van aansprakelijkheid van derden voor schade die door onvolledige en

onjuiste informatie ontstaat. Het is ons bekend, dat wij, onafhankelijk van deze verklaring tegenover derden - waartoe vooral de

medewerkers van de aannemer behoren, die de reparatie / afvoer uitvoeren - direct aansprakelijk zijn.

Firma/instituut:

Naam, positie: Tel.:

Straat: Fax:

Postcode, plaats

Land: Stempel:

Datum, handtekening:

© Gardner Denver Deutschland GmbH 610.00250.68.905

Postfach 1510 Tel.: +49 7622 392 0 E-mail: er.de@gardnerdenver.com 10.2009

97605 Bad Neustadt Fax: +49 7622 392 300 Internet: www.gd-elmorietschle.com Nederlands

© Gardner Denver Deutschland GmbH 31 / 32 610.44440.68.000


Elmo Rietschle is a brand of

Gardner Denver‘s Industrial Products

Group and part of Blower Operations.

www.gd-elmorietschle.de

er.de@gardnerdenver.com

Gardner Denver

Schopfheim GmbH

Roggenbachstraße 58

79650 Schopfheim · Deutschland

Tel. +49 7622 392-0

Fax +49 7622 392-300

Gardner Denver

Deutschland GmbH

Industriestraße 26

97616 Bad Neustadt · Deutschland

Tel. +49 9771 6888-0

Fax +49 9771 6888-4000

More magazines by this user
Similar magazines