Voorlichtingsblad van ForFarmers JUNI 2011 jaargang 35

forfarmers.nl

Voorlichtingsblad van ForFarmers JUNI 2011 jaargang 35

Voorlichtingsblad van ForFarmers JUNI 2011 jaargang 35

VOERTAAL


2

Klankbordgroepen

ForFarmers is gestart met klankbordgroepen voor de verschillen-

de sectoren. Per klankbordgroep schrijft een deelnemer over zijn

bedrijf, zijn toekomstvisie, de rol en meerwaarde van de klank-

bordgroep. In deze Voertaal presenteren we u varkenshouder

Adriaan van Bergen.

Mijn naam is Adriaan van Bergen, 50 jaar,

ben getrouwd en heb vier kinderen in de

leeftijd van 13 tot 22 jaar. In 1985 zijn we

gestart met een vleesvarkensbedrijf te

Duiven met de intentie om hier een gesloten

bedrijf van te maken. Tot dan was

ik werkzaam bij verschillende fokkerijgroeperingen,

eerst als dierverzorger, later als

inseminator.

In verband met woningbouwplannen van

de gemeente Duiven tegenover onze bedrijfslocatie

werd de bouwvergunning, voor

de zeugenstal, die we wilden bouwen, ingetrokken.

Daardoor stagneerde onze bedrijfsontwikkeling.

Uiteindelijk is ons bedrijf

verkocht aan de gemeente en zijn we

in 1992 opnieuw gestart in Rosmalen. Omdat

toen de verruimde vervangingsreserve

nog niet was toegestaan, zijn we opnieuw

met vleesvarkens verdergegaan.

In 1997, ten tijde van de varkenspest,

waarbij we een jaar geen biggen konden

opleggen, heb ik een opleiding makelaardij

gevolgd. Vanaf 1999 heb ik diverse taxaties

verricht voor opkoop c.q. verplaatsingsregelingen

voor DLG en de Provincie Noord-

Brabant. Sinds 2004 ben ik VastgoedCert

Klankbordgroep varkenshouderij 2

Zwarte Cross Festival 3

Duurzaamheid bij ForFarmers 4

Prijswinnaars Innovatiefonds 6

Maximale eiwitproductie in de zomerdag 8

Preventie van hittestress 10

BEX geeft inzicht in mineralenefficiëntie 12

Sojahullen van FarmFeed 13

Reportage: optimale jongveeopfok 14

gecertificeerd makelaar-taxateur Wonen/

MKB/WOZ. Verder ben ik bestuurlijk actief

in onze plaatselijke ZLTO afdeling.

Er heeft zich nog geen bedrijfsopvolger

aangediend, maar om de continuïteit van

het bedrijf te waarborgen wordt er momenteel

bijgebouwd. Onze bedrijfsomvang

groeit naar 5000 vleesvarkens. Mochten

we geen bedrijfsopvolger vinden, dan blijft

het bedrijf dankzij deze groei ook gewild

voor aankoop door een andere varkenshouder.

De huidige stallen worden deels

emissiearm gemaakt middels een chemische

luchtwasser en de klimaatregeling

wordt ook up-to-date via centrale afzuiging

en frequentiegestuurde ventilatoren. De

nieuwbouw is voorzien van een ICV-systeem

en in de stallen werken we met een

brijvoerinstallatie en bijproducten.

Afgelopen voorjaar ben ik benaderd om

klankbordlid te worden bij ForFarmers.

Daar heb ik positief op gereageerd omdat

ik een bijdrage wil leveren aan het streven

van ForFarmers om diverse zaken te bespreken,

zodat ForFarmers een nog betere

partner kan zijn voor de boeren.

De eerste bijeenkomst is inmiddels ge-

Nieuwbouw in de kalverhouderij 16

Tips tegen hittestress bij geiten 17

Fosfaatefficiëntie in de varkenshouderij 18

Reportage: reductie dierdagdosering 20

Biggen wegen is zinvol 22

Feedcare ® : optimalisatie brijvoerrantsoen 24

Voorkom hittestress bij pluimvee 26

Reportage: innovatieve bedrijfsvoering 28

Gildehoen: duurzaam kipconcept 30

COLOFON

Redactieadres: ForFarmers, Postbus 91, 7240 AB Lochem, T: +31(0)573 28 88 00, F: +31 (0)573 28 88 99

Eindredactie: Afdeling communicatie. De eerstvolgende Voertaal verschijnt in augustus 2011.

weest. Hierbij hebben we onder andere

de sterke punten en de aandachtspunten

van ForFarmers besproken. Sterke punten

zijn bijvoorbeeld de bereidheid van

ForFarmers om te veranderen en verder

te ontwikkelen. Ook de open organisatie,

de goede voorlichting en het voer van

goede prijs/kwailteit-verhouding zijn sterk.

Als veehouder vinden we het belangrijk

dat de voorlichters nieuwswaarde brengen

tijdens een bedrijfsbezoek. Het scherp

houden van de voorlichters (via trainingen

of technische informatiedagen) is dus gewenst.

Ook de communicatie tussen de

voorlichters onderling, wanneer er meerdere

bij één klant komen, vraagt aandacht.

Verder hebben we aanpassingen en tips

voor de website van ForFarmers, MyFor-

Farmers en Agrisell besproken, gevraagd

of het mogelijk is om informatiebijeenkomsten

betreffende Vermogen Op Naam te

organiseren en tips gegeven omtrent de

klantbetrokkenheid en klantbinding van

ForFarmers.

Het feit dat ForFarmers deze actiepunten

oppakt geeft mijns inziens aan, dat er

daadwerkelijk inhoud aan het initiatief van

klankbordgroepen wordt gegeven.

INHOUD

Belang van een goede grasmat 32

Groenbemesters voor betere structuur 34

Reportage: nieuwe aardappelbewaarloods 36

Korte berichten akkerbouw 38

Productierechten 39

Luchtwassers nader bekeken 40

Reportage: ervaring met nieuwbouw 42


Zwarte Cross Festival

ForFarmers is dit jaar wederom aanwezig op het Zwarte Cross

Festival in Lichtenvoorde, dat plaatsvindt op vrijdag 15, zaterdag

16 en zondag 17 juli 2011 in Lichtenvoorde. Dit keer presenteren

we de spectaculaire attractie ForFarmers bungeecar.

Het Zwarte Cross Festival vindt dit jaar

voor de vijftiende keer plaats en ForFarmers

is daar voor het derde jaar bij. Het festival

biedt drie dagen plezier voor jong en oud,

staat bekend als het grootste muziekfestival

van Oost-Nederland en is het grootste

motorcrossspektakel van Europa. U komt

toch ook?

ForFarmers heeft op het Zwarte Cross Festival

een eigen VIP-parkeerplaats en een

terrein, waarop zich het Hard Brok Café

bevindt. Hier wordt u ontvangen door onze

medewerkers en kunt u onder het genot

van een hapje en een drankje bijpraten. U

mag gratis een uniek “Hard Brok Café” Tshirt

afhalen en u kunt uw chauffeurscapaciteiten

testen op de rodeobulkwagen.

De band “Bökkers dut Normaal” verzorgt

op zaterdag en zondag een aantal optredens

voor de gasten op het ForFarmers VIPterrein.

Zij zingen dan ook het ForFarmers

lijflied “Boeren met ambitie”.

De openingstijden van het ForFarmers-terrein

zijn:

Vrijdag 15 juli: 14.00 - 21.00 uur

Zaterdag 16 juli: 10.00 - 17.00 uur

Zondag 17 juli: 9.00 - 17.00 uur

Let op: de locatie is veranderd ten opzichte

van voorgaande jaren. Het ForFarmers-terrein

bevindt zich nu op de Engelse Schans.

ForFarmers bungeecar

Dit jaar heeft ForFarmers een specta-

culair evenement op het festivalterrein.

Stap in de ForFarmers bungeecar en doe

de ultieme test: wordt u de grootste brokkenpiloot

van het Zwarte Cross Festival?

De bungeecar is een spectaculaire attractie

waarmee ForFarmers op het festivalterrein

naast de discotent komt te staan. Met

maximaal twee personen wordt u in een

Dodge Viper naar een hoogte van zestig

meter gehesen. De auto wordt losgeklikt

en in een spectaculaire vrije val raast u in

sneltreinvaart naar beneden! Dankzij de

vier elastieken, gaat u vervolgens in de

zesde versnelling weer naar boven. Beleef

de kick van een vrije val!

Op de website www.debestebrokkenmakers.nl

vindt u meer informatie.

Daar is tevens een routebeschrijving

te vinden naar het ForFarmers-terrein, met

VIP-parkeerplaats. Wanneer u in de buurt

van Lichtenvoorde de borden “ForFarmers

aanhoudt, bent u op de goede weg!

3


4

Duurzaamheid integraal onderdeel

bij de nutritionisten van ForFarmers

Leon Marchal, hoofd Research & Development (R&D), is één van de leden

van de Task Force Duurzaamheid. Deze werkgroep bij ForFarmers heeft

als doel om duurzaamheidsdoelstellingen binnen de organisatie te reali-

seren. Wij vragen aan Leon, welke rol de nutritionisten van R&D op het

gebied van duurzaamheid vervullen.

De Task Force

heeft duurzaamheid

ingedeeld in

meerdere thema’s.

De thema’s, waar

de nutritionisten

van R&D aan

werken zijn diergezondheid,mineralenreductie

(fosfaat en stikstof) en

voerefficiëntie. Op het gebied van diergezondheid

werken we op dit moment

sterk aan het item antibioticareductie.

ForFarmers stopt dit jaar met de productie

van gemedicineerd varkensvoer en

daarom geven we de varkenshouders advies

over alternatieve methoden om an-

tibiotica te verstrekken, bijvoorbeeld via

drinkwatermedicatie. Het is algemeen

bekend dat zieke varkens minder voer

opnemen, maar nog wel blijven drinken.

Verschuiving van de antibioticagift

van voermedicatie naar drinkwatermedicatie

is vast niet de

enige oplossing?

Nee, het is juist ons streven dat er zo

min mogelijk antibiotica op een veehouderijbedrijf

wordt ingezet. Dit kan door

verhoging van de diergezondheid op veehouderijbedrijven,

want op bedrijven met

gezonde dieren, wordt minder antibiotica

ingezet. Onze bijdrage hieraan is de ontwikkeling

van voeders, die de darmge-

zondheid van het dier verbeteren. Want

een gezonde darm, zorgt voor een goede

opname en vertering van voedingsstoffen.

Daarnaast speelt de darm een centrale

rol bij de afweer van het dier. Hoe

gezonder de darm, hoe minder gevoelig

het dier is voor ziekte. Via onderzoek,

het doen van proeven en het ontwikkelen

van nieuwe voerconcepten is R&D hierbij

betrokken.

Ook heeft ForFarmers een dierenarts in

dienst, die actief bekijkt hoe klanten het

antibioticagebruik kunnen verminderen.

Een manier om veehouders inzicht te geven

in de bedrijfsgezondheidsstatus is

het uitvoeren van een scan. Binnen de

concepten Cowcare ® , Pigcare ® en Poultrycare

® hebben we verschillende scans

beschikbaar. Na het uitvoeren van een

scan krijgt de veehouder tips om de diergezondheid

verder te verbeteren. Hij kan

hier dan binnen zijn bedrijfsmanagement

rekening mee houden.

Kortom, het werken aan antibioticareductie

uit zich op drie gebieden:

1. ForFarmers stopt met de productie

van gemedicineerd voer.

2. Via onze concepten Cowcare ® , Pigcare

® en Poultrycare ® adviseren we

veehouders, waardoor de bedrijfsgezondheidsstatus

van het bedrijf hoger

wordt.

3. De nutritionisten ontwikkelen voeders,

die sturen op een hogere darmgezondheid.

Dit heeft een positieve

invloed op de algemene gezondheid

van het dier.


Hier wordt eendenkroos gekweekt als alternatieve eiwitbron voor de toepassing in veevoeders.

Welke rol kan R&D vervullen in het

item mineralenreductie?

Vooral het item fosfaatreductie is actueel.

Wij zorgen voor verbetering van de

voeders, zodat het dier het fosfaat in het

voer beter om kan zetten naar een nuttig

product (fosfaat is een onderdeel van eiwit),

denk aan fosfaat in melk of fosfaat

in vlees. Het kengetal voederconversie

speelt een belangrijke rol bij de verbetering

van de fosfaatefficiëntie: hoe scherper

de voederconversie, hoe efficiënter

het dier met het fosfaat in veevoer om

kan gaan. Op het gebied van ammoniakreductie

bij varkens liggen een aantal

voerconcepten op de spreekwoordelijke

plank, maar het is op dit moment nog

wachten op de noodzakelijke wettelijke

erkenning als erkende emissiefactor.

Verder begeleiden wij onze voorlichters,

zodat zij de veehouders van de beste adviezen

kunnen voorzien.

Vorig jaar schreven we in Voertaal

over het project eendenkroos als

veevoer. Wat is de status van dit

project?

“De eerste resultaten van eendenkroos

als alternatieve eiwitbron voor de toepassing

in veevoeders zijn positief. De

productie bevindt zich op dit moment

nog in de opschalingsfase. Nog dit teeltseizoen

gaan we op onze proeflocatie

naar 0,5 tot 1 hectare teelt. Eendenkroos

is een snelgroeiend, eiwitrijk gewas,

dat relatief eenvoudig geteeld kan

worden. Het kan na de oogst direct als

nat product ingezet worden op veehouderijbedrijven.

Rundveehouders kunnen

het bijvoorbeeld direct toepassen, door

het door het ruwvoer te mengen. Drogen

met restwarmte van een biovergister

geeft de mogelijkheid tot opslag voor

de winterdag of eventueel levering aan

ForFarmers. In de fabriek wordt het dan

vermengd met andere grondstoffen tot

compleet mengvoer. We zien eendenkroos

als een nieuwe aanvulling op het

gebied van lokale eiwitteelt. Met name

in de biologische sector is hier een grote

behoefte aan.

Welke resultaten heeft ForFarmers

in 2010 behaald?

Over de hele linie hebben we ons in 2010

verbeterd ten opzichte van vorige jaren.

We streven ieder jaar naar een verbetering

van 2% op de gebieden voer-, stikstof-

en fosfaatefficiëntie.

Wat houdt voerefficiëntie in?

Voerefficiëntie is de vraag, hoeveel melk,

vlees of eieren de dieren per kg voer kunnen

produceren. We proberen ervoor te

zorgen dat een dier minder voer nodig

heeft om hetzelfde of meer te kunnen

produceren. Minder kilogrammen voer

betekent, bij een ongeveer vergelijkbaar

grondstofpatroon, uiteindelijk ook minder

land-, water- en fosfaatgebruik voor

de teelt en minder kilometers transport.

Dit draagt dus bij aan een verdere verduurzaming

van onze voedselproductie.

5


6

Prijswinnaars Innovatiefonds

De innovatieve ideeën in de rundveehouderij, die afgelopen december een geldprijs uit

het Innovatiefonds Farmers for Farmers hebben gewonnen, worden in deze Voertaal nader

beschreven. Wilt u ook kans maken op een geldbedrag? Meld uw innovatie dan aan via de website

www.farmersforfarmers.eu. Binnenkort gaat de jury de nieuwste inzendingen beoordelen.

Klara heeft voorrang

Melkveehouders Jaap en Marente Hupkes

en Johan Hissink uit Voorst hebben sinds

december 2009 een melkrobot. Dit willen

ze combineren met weidegang. “Niet alleen

omwille van het imago van de sector, maar

ook uit kostenoogpunt en ter bevordering

van de diergezondheid willen we de dieren

in de wei houden. Maar onze huiskavel

bedraagt zeven hectare. Dit is voor de

honderd melkkoeien te klein om de hele zomer

in geweid te worden. Aan de overkant

van een weg ligt een ander weideperceel

van tien hectare. Voorheen brachten we

de koeien daar ‘s ochtends na het melken

naartoe en haalden we ze later op de dag

weer op, maar nu de koeien door een melkrobot

worden gemolken, willen we dat ze

de gehele dag terug kunnen naar de robot.

Daarom is het idee van een koeoversteek

ontstaan. Compleet met veeroosters in de

weg.”

Vernieuwend aan dit idee is het feit dat

er voor realisatie van deze koeoversteekplaats

eerst twee verkeersbesluiten genomen

moesten worden. Het eerste besluit

is dat de weg een 30 kilometerzone wordt,

het tweede besluit houdt in dat de gemeen-

Volgens Marente en Jaap Hupkes zijn binnenkort de vergunningen rond en dan gaat de schop de grond in.

De officiële opening van de koeoversteek vindt plaats op zaterdag 17 september 2011.

te een ontheffing geeft van het verbod dat

gehouden dieren geen vrije toegang tot de

openbare weg mogen. De overheid stelde

de volgende criteria: de weg, waar de koeoversteekplaats

gerealiseerd wordt, mag

geen verbindingsweg zijn. Het moet bovendien

een weg zijn, waar de verkeersfrequentie

laag is. “Dat is bij deze weg het

geval. Het is een weg voor aanwonenden

en wordt gebruikt als toeristische route.

De aanwonenden reageren positief op ons

idee. Zij zijn blij met het besluit dat er minder

snel over de weg gereden wordt en zien

ook veel liever koeien in de wei (in hun achtertuin).

Wij zijn met dit idee voorlopers in

de sector. Ons idee is daarom uitgeroepen

tot pilotproject en hiermee hopen we dat

andere melkveehouders, in verschillende

delen van het land, eenzelfde mogelijkheid

krijgen. We weten al dat naast de gemeente

Voorst nu vijf andere gemeenten in

Nederland bezig zijn met wijziging van de

twee verkeersbesluiten. We zijn blij dat dit

initiatief zo goed wordt opgepakt door de

overheid.”

De ondernemers houden rekening met de

omgeving. Zo gaat de oversteekplaats in

de zomermaanden alleen bij daglicht open,

na 19.00 uur kunnen de koeien alleen nog

maar in het huisperceel komen. En omdat

de weg een toeristische route is, waar veel

mensen te voet, te paard of met paard en

wagen over gaan, worden er aan beide zijden

van de veeroosters mooie, in het landschap

passende, hekken geplaatst.


Vervangen tepelvoering

Melkveehouder Marty Reurink uit Neede

ontwikkelde, samen met zijn vader Wim,

een apparaat om zonder al te veel inspanning

de tepelvoering van de tepelbekers

van de melkrobot te vervangen. “Hiervoor

heb ik een oude geboortekrik, die al jaren

op zolder lag, gebruikt. Op deze geboortekrik

heb ik met behulp van een oude schuddertand

een houder gelast, waarin de tepelbeker

past. De voering kan nu met de

krik door de beker getrokken worden. Dit

vergt heel wat minder inspanning dan alles

met de hand vervangen.”

Marty houdt zich aan het advies om elke

2.500 melkbeurten de tepelvoeringen te

vervangen. “Om de 2,5 week moet ik bij

acht tepelbekers de voering vervangen.

Omdat dit zo vaak per jaar plaatsvindt,

wilde ik de handeling vereenvoudigen. Het

moest me minder arbeid en lichamelijke

inspanning kosten. Want een niet prettige

handeling stel ik eerder uit. Terwijl het regelmatig

vervangen van de tepelvoering

juist positief is voor de speenkwaliteit van

de uiers. Ik vind het belangrijk om de uiergezondheid

bij het melkvee op peil te houden.

Daarom hebben we er een minder lichaamsbelastende

handeling van gemaakt.

Deze innovatie is een goedkope oplossing

én het levert veel arbeidsgemak op.”

Marty Reurink toont de werking van de tepelvoeringvervanger, een aangepaste geboortekrik. Hij heeft de

innovatie op werkhoogte gehangen, zodat hij de werkzaamheden met rechte rug kan uitvoeren.

“Dit is het!”

Hebt u ook een goed idee? Een idee waar niet alleen uzelf, maar de gehele sector profijt van kan hebben? Meld

uw innovatie dan aan via de website www.farmersforfarmers.eu. Stuur het inschrijfformulier in en maak kans

op een geldprijs van maximaal € 5.000,- om uw idee verder te ontwikkelen. Twee keer per jaar beoordeelt een

onafhankelijke jury welke inzendingen een prijs gewonnen hebben en daar koppelen ze een geldbedrag aan.

Een baanbrekend idee wint € 5.000,-, de prestigeprijs bedraagt € 2.500,- en als aanmoedigingsprijs wordt

€ 1.000,- uitgekeerd. De jury beoordeelt het idee, niet of de innovatie al is uitgevoerd / in werking is of niet.

7


8

Maximale e

Zodra de buitentemperatuur stijgt,

daalt het eiwitgehalte in de melk.

Het gaat veelal om een daling van

tienden van procenten, maar een

tiende minder melkeiwit geeft bij

een productie van 700.000 kilo-

gram melk al snel € 1.500,- minder

aan melkopbrengst per jaar. Wij

presenteren u de belangrijkste suc-

cesfactoren om het eiwitgehalte in

de melk tijdens de zomer op niveau

te houden.

ForFarmers heeft onderzocht waarom het ene

bedrijf een grotere daling in het eiwitgehalte

heeft dan het andere. Factoren als diergezondheid,

huisvesting, klimaat, de voeding en het

voerregime zijn bij het onderzoek meegenomen.

Afhankelijk van lactatiestadium en

leeftijd

Het is algemeen bekend dat het eiwitgehalte

bij koeien afhankelijk is van het lactatiestadium

(grafiek 1). Zo heeft een nieuwmelkte koe een

lager eiwitgehalte in de melk dan een oudmelkte

koe. Daarnaast hebben jongere dieren een hoger

eiwitgehalte dan oudere dieren. Ook speelt

het afkalfseizoen een rol. Dieren, die in de zomermaanden

afkalven hebben meer moeite om

hun energievoorziening op peil te brengen en te

houden (hittestress), dan dieren die in de winter

afkalven.

Verschillende succesfactoren

Het onderzoek is door ForFarmers-rundveevoorlichter

Bas Haarhuis uitgevoerd bij een tweetal

typen melkveebedrijven. Bedrijven met een beperkte

eiwitdip gedurende de zomermaanden

versus bedrijven met een grote eiwitdip. De bedrijven

met een grote eiwitdip lieten tweetiende

procent meer verval in eiwitpercentage gedurende

de zomermaanden zien.

Op het gebied van de succesfactoren diergezondheid,

huisvesting, klimaat, voeding en voer-


iwitproductie in de zomerdag

regime, zijn een aantal belangrijke verschillen

gekomen. Deze worden in grafiek 2

weergegeven.

Succesfactoren huisvesting

Uit grafiek 2 blijkt dat de bezettingsgraad

en de maatvoering van de ligboxen en het

voerhek belangrijke factoren zijn. Bedrijven

met een overbezetting aan het voerhek

en met een krap aantal ligplekken hebben

meer last van een daling in het eiwitgehalte,

dan bedrijven die voor elke koe een

geschikte ligplek of voerplaats hebben.

Gedurende de koelere perioden blijken

deze vormen van overbezetting relatief

minder gevolgen te hebben dan in de zomer.

Bij een hogere temperatuur heeft de

koe meer behoefte aan ruimte om te vreten

en te liggen, zodat ze haar lichaamswarmte

kwijt kan.

Succesfactor klimaat

Ook wordt het belang van een regelbaar

klimaat in de stal nog eens bevestigd.

Bedrijven die op warme dagen de koeien

verkoeling kunnen bieden via ventilatoren/

sproeiers op het dak of een geïsoleerd dak,

zijn beter in staat om het eiwitgehalte in de

melk op niveau te houden.

Succesfactor voeding

Om de daling van het eiwitgehalte tot een

minimum te beperken is het belangrijk

dat de koeien voer blijven opnemen. De

drogestofopname dient dus gestimuleerd

te worden. De bedrijven, waar het eiwitgehalte

in de melk gedurende de zomer

nauwelijks daalt, hanteren een aangepast

voerregime. 90% van deze bedrijven voert

meerdere malen per dag en/of verwijdert

vaker het restvoer. Fris en smakelijk voer,

onbeperkt gevoerd, is cruciaal voor het op

peil houden van het eiwitgehalte. Daarnaast

wordt de schade van broei in de kuil,

en dus een lagere voeropname, op veel bedrijven

onderschat.

Uit het onderzoek blijkt tevens dat pensbuffering

een belangrijk hulpmiddel is ter

voorkoming van de daling in het eiwitgehalte.

Ruim 60% van de bedrijven met een beperkte

daling voegen bufferende mineralen

zoals Univit Buffer aan het rantsoen toe.

Bij bedrijven met een grote daling zien we

dat 20% bufferende mineralen verstrekt.

Zorg voor goede klauwgezondheid

Op de bedrijven, die zomers een grotere

daling in het eiwitgehalte hebben, scoren

de koeien relatief slechter op klauwgezondheid

dan op de bedrijven die het eiwitgehalte

beter op peil weten te houden. Uit het

onderzoek blijkt dat een goede klauwgezondheid

van groot belang is om een daling

van het eiwitgehalte tegen te gaan. Een

goede klauwgezondheid is immers cruciaal

voor een hoge drogestofopname. Hoe meer

drogestof een koe opneemt, hoe beter het

eiwitgehalte op peil blijft.

Conclusie

Om het eiwitgehalte gedurende de zomer

op peil te houden, dient u te zorgen voor

een gezonde melkkoe, die –met behulp van

verschillende managementmaatregelen–

volop aan het eten blijft.

Aandachtspunten samengevat

• Voorkom overbezetting, geef iedere koe

een vreet- en ligplek

• Tref klimaatmaatregelen, biedt koeien

tijdens de zomerdag verkoeling

• Zorg voor een fris en smakelijk rantsoen,

dat onbeperkt beschikbaar is

• Geef onbeperkt fris drinkwater

• Voer bufferende mineralen

• Bewaak een goede klauwgezondheid

Grafiek 1. Verloop van het eiwitpercentage in de melk gedurende een jaar, bij verschillende

lactatiegroepen

4,10

3,90

3,70

3,50

Eiwit %

3,30

3,10

2,90

jan. febr. mrt. apr. mei jun. jul. aug. sept. okt. nov. dec.

Eiwit % 0-60 dgn

Eiwit % 61-120 dgn

Eiwit % 121-200 dgn

Eiwit % 200-305 dgn

Grafiek 2. De belangrijkste verschillen tussen bedrijven met weinig daling van het eiwit-

gehalte en bedrijven met Lage een grote eiwit dip daling versus van hoge het eiwit eiwitgehalte, dip gemeten in de maand juli

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

Bezetting ligboxen voldoet

Maatvoering ligboxen voldoet

Bezetting voerhek voldoet

Maatvoering voerhek voldoet

Geen broei

Verwijderd restvoer elke dag

Verstrekt bufferende voeders

Kan stalklimaat beïnvloeden

Warme dag anders weiden

Lage dip

Hoge dip

9


10

Preventie van hittestress

De ideale omgevingstemperatuur voor koeien ligt tussen de 5 °C en 15 °C. Wordt de temperatuur

veel hoger en is de luchtvochtigheid hoog, dan kunnen de koeien flink last krijgen van hittestress.

Koeien met hittestress hebben een versnelde

en oppervlakkige ademhaling. Ze doen

dit om de overtollige warmte aan de omgeving

af te geven. Met name bij de vertering

van ruwvoer in de pens (fermentatie) komt

veel warmte vrij. Koeien proberen deze

overmaat aan warmte te reguleren door

minder voer op te nemen. Wanneer de koe

in stress raakt, kan dit leiden tot een 25%

lagere voeropname.

Doordat er minder ruwvoer wordt verteerd,

neemt de herkauwactiviteit af en daalt het

vetgehalte. Bovendien komt de energievoorziening

en dus de melk- en eiwitproductie

onder druk te staan. Daarnaast heeft

hittestress ook een negatieve uitwerking op

uiergezondheid, vruchtbaarheid en klauwgezondheid.

Rantsoen en voeropname

Bij hittestress is het zinvol om te kiezen voor

een rantsoen dat veel energie levert, terwijl

bij de vertering er maar weinig warmte vrijkomt.

Zo geeft de vertering van snijmaïs

minder warmteproductie dan die van bijvoorbeeld

graskuil. Ook tussen krachtvoeders

bestaan verschillen. ForFarmers houdt

hier bij de samenstelling van de voeders

rekening mee. Voeders met een hoger aandeel

bestendig zetmeel en beschermd vet

omzeilen de warmteproductie in de pens en

voorzien de koeien toch in hun hogere energiebehoefte.

Ook goed verteerbare energie

Actie Univit BUffer

Bestel minimaal 500 kg Univit Buffer (15039)

en ontvang het unieke ForFarmers strandlaken cadeau!

(Deze actie loopt tot 1 september 2011. Maximaal twee strandlakens per klant.)

uit celwanden geeft een lagere warmteproductie.

Supplement Energie booster is hierin

uniek en daarom uitermate geschikt om bij

hoge temperaturen te verstrekken.

Om de dip in drogestofopname zoveel mogelijk

te beperken is het vooral van belang

dat het ruwvoer fris, smakelijk en van goede

kwaliteit is. Verstrek daarom broeivrij ruwvoer.

Houd hier bij het uitkuilen rekening

mee, zorg voor een voersnelheid van minimaal

twee meter per week in de zomer. Ook

wordt het voer bij warme dagen aan het

voerhek eerder warm en onsmakelijk. Het

vaker voeren en restvoer verwijderen werkt

stimulerend op de voeropname.

Bufferen

Normaalgesproken is structuurrijk ruwvoer

het middel om pensverzuring tegen te gaan.

Bij hittestress valt het effect hiervan vaak

tegen, omdat juist het ruwvoer minder goed

door de melkkoe wordt opgenomen. Voor

deze situatie heeft ForFarmers Univit Buffer

beschikbaar. Dit mineralenmengsel bevat

als extra een combinatie van specifieke buffers.

Hiermee wordt het eventueel gevormde

zuur in de pens snel geneutraliseerd. Door

de specifieke buffers heeft Univit Buffer een


ProBleemloos melken in de zomer

In de zomerperiode is het belangrijk om bij de melkrobot te zorgen

voor extra hygiëne en het werken aan de preventie van hittestress.

In het kort volgen enkele belangrijke punten waaraan u kunt denken.

Robotruimte:

Hygiëne in de robotruimte.

• Bestrijd vliegen, zowel in de ruimte als

in de stal

• Voorkom melkresten, reinig de ruimte

dagelijks en sluit melkseparatieemmers

vliegvrij af (gebruik eventueel een zeef)

• Voorkom rechtstreekse zoninstraling op

de camera/laser van de robot.

Melkrobot:

Een aangenaam verblijf van de koe in de

melkrobot.

• Bestrijd vliegen op de koe

• Houd de koeien schoon. Scheer de

staarten en uiers op tijd

• Wees alert op een schone voerbak

• Zorg voor een aangenaam klimaat in de

robot. Een ventilator naast de robot kan

uitkomst bieden

• Laat niet teveel koeien in de wachtruimte

(max. vijf per robot).

grotere buffercapaciteit en een langdurigere

werking dan natriumbicarbonaat. De dosering

van Univit Buffer is normaalgesproken

125 gram, maar op dagen met hittestress

dient de gift te worden verdubbeld tot 250

gram per koe. Pensverzuring wordt op die

manier voorkomen en het verlies aan zouten,

doordat de koeien zweten, wordt snel weer

aangevuld. De maatregelen ter preventie

van hittestress kunnen het beste nog enkele

weken na de warme periode worden toegepast.

Dorst

De koe gebruikt water om haar vochtverlies

aan te vullen, maar ook om zich te koelen.

De wateropname kan stijgen tot meer dan

150 liter per dag. Onbeperkt vers en schoon

drinkwater moet daarom vanzelfsprekend

voorhanden zijn.

Niet alleen de hoeveelheid, maar ook de bereikbaarheid

van water is van belang. Een

extra drinkbak tijdens warme dagen is geen

overbodige luxe.

Wanneer u nog vragen heeft naar aanleiding

van dit artikel, dan kunt u contact opnemen

met uw voorlichter van ForFarmers.

Melksysteem:

De melkkwaliteit vormt in de zomerperiode

een hoger risico.

• Reinig minimaal drie keer per dag (dit is

vooral bij overcapaciteit van belang).

• Besteed extra aandacht aan de reiniging

van de kleppen en afsluiters bij de tank.

• Berg de melkfilters schoon en droog op.

Ruim vieze filters direct op in verband

met het aantrekken van vliegen

• Zorg voor voldoende reinigingsmiddel,

desinfectiemiddel en of spraymiddel.

Preventie

Voorkom hittestress door:

• Het aanbieden van voldoende vers drinkwater

en schaduw of beschutting tegen

zonlicht

• De koeien binnen te houden tijdens de

warmste perioden van de dag en te beweiden

tijdens de koelere perioden

• Extra luchtverplaatsing in de stal door

ventilatoren

• Overbezetting in de stal te vermijden

• Vaker te voeren en restvoer sneller weg

te halen. Voorkom broei in de kuil

• Geconcentreerder voer aan te bieden.

Denk bijvoorbeeld aan:

- krachtvoer met meer energie en

eiwit per kg

- meer snijmaïs, minder graskuil

- een verhoging van het basisrantsoen

met Supplement Energie booster

• Verstrek Univit Buffer vanaf het begin

van de zomer (125 gram per koe).

Verdubbel de dosering op warme dagen

(250 gram) en ga door met deze maatregelen

tot enkele weken ná de warme

periode.

oPen dAg

vrijdAg 8 jUli

10.00 tot 16.00 UUr

De familie Roeterdink uit Bathmen heeft

onlangs haar bedrijf uitgebreid met een

nieuwe ligboxenstal. De nieuwe 3 + 3 ligboxenstal

is tegen de bestaande stal gebouwd.

Hierdoor beschikt het bedrijf nu

over een ligboxenstal met een 1 + 0 + 6

+ 0 + 3 opstelling en een capaciteit voor

circa 300 melkkoeien. De droogstaande

koeien worden apart gehuisvest.

De koeien worden gemolken in een 2 x

24 stand Swingover melkstal. De melkstal

beschikt over twee middenuitgangen

waardoor de koeien zeer snel de

melkstal kunnen verlaten (semi rapid

exit). Als boxbedekking zijn koematrassen

gemonteerd. De geproduceerde

melk wordt buiten de stal opgeslagen in

een staande silotank.

Om u de gelegenheid te geven de

nieuwe stal te bezichtigen, nodigen

familie Roeterdink en de deelnemende

bedrijven u van harte uit

voor een bezoek aan de open dag

op vrijdag 8 juli 2011.

Adres:

Familie Roeterdink

Arkelsteijnweg 2

PC Bathmen

U wordt verzocht om de open dag niet in

bedrijfskleding te bezoeken.

11


12

BEX geeft inzicht in de

mineralenefficiëntie

De uitstoot van fosfaat op varkens- en rundveebedrijven moet in

2011 tien miljoen kg verminderen. Om deze doelstellingen te kun-

nen realiseren is het van groot belang dat iedere rundveehouder

weet hoe de fosfaatefficiëntie op zijn bedrijf is. Deelname aan de

bedrijfsspecifieke excretie (BEX) kan hier inzicht in geven.

Het mestbeleid hanteert normen voor

mestproductie, de zogenaamde excretieforfaits.

Voor melkveehouders die daarvan

willen afwijken, heeft het ministerie van

LNV de ‘Handreiking bedrijfsspecifieke

Tabel 1. Gemiddelde BEX-deelnemer

Kenmerk Gemiddeld

Kg melk/ha 17.084

Aantal jongvee/10 melkkoeien

7,5

Kg krachtvoer/100 kg melk 22,4

Gram Re/kg drogestof 154

Gram P/kg drogestof 3,6

Oppervlakte grasland (ha) 34,6

Oppervlakte bouwland (ha) 10,3

Quotum/bedrijf 742.007

Aantal melkkoeien 86,3

Melkproductie per

melkkoe (kg)

8.598

Gemiddeld Ureum 21,0

Voordeel BEX in kg stikstof 1760

Voordeel BEX in kg fosfaat 946

Voordeel BEX stikstof in % 12,5

Voordeel BEX fosfaat in % 18,1

excretie melkvee’ (BEX) opgesteld. Met

deze handreiking kunnen zij de bedrijfsspecifieke

mestproductie voor hun bedrijf berekenen.

Ook voor extensieve bedrijven is

deelname interessant. Men verkrijgt inzicht

in fosfaat- en stikstofproductie, waardoor

men mogelijk efficiëntieslagen kan maken.

ForFarmers adviseert haar klanten om uit

te zoeken of deelname aan de bedrijfsspecifieke

excretie interessant is.

Deelname aan BEX loont

ForFarmers klanten die nu al meedoen aan

de bedrijfsspecifieke excretie, halen gemiddeld

een fosfaatvoordeel van 18.1 procent

en een stikstofvoordeel van 12.5 procent.

Dit blijkt uit een eerste analyse van de gegevens

over het jaar 2010 (zie tabel 1). Veel

melkveebedrijven hoeven dus minder mest

af te voeren. Daardoor worden er minder

kosten gemaakt. Minder mestafvoer bete-

Tabel 2. B€X voeders in assortiment ForFarmers

kent tevens behoud van veel kilogrammen

organische stof, stikstof, fosfaat en overige

mineralen op het bedrijf.

Het fosfaatvoordeel ontstaat, doordat de

BEX aantoont dat er op het melkveebedrijf

in werkelijkheid minder stikstof en fosfaat

wordt geproduceerd, dan volgens forfaitaire

norm is bepaald. Bedrijfsspecifiek komt

het bedrijf gunstiger uit.

Resultaten veehouders ForFarmers

Ruim 60% van alle melkveehouderijbedrijven

maakten in 2010 gebruik van de bedrijfsspecifieke

excretie. Dit aantal is de

laatste jaren fors toegenomen. Ruim 80

procent van alle ForFarmers klanten hebben

voorbereidende maatregelen getroffen,

in de vorm van het opmeten en analyseren

van de kuilen, om deel te kunnen

nemen aan de BEX.

Artikelnummer Naam MELK WDVE FEB

20046 Super Plusmixbrok 920 105 5

20146 Super efficientbrok 1000 100 -25

20296 Super Energiebalansbrok 1000 100 0

20196 Super MELK Optimaalbrok 1080 100 -5

20815 Supplement Uniek* 880 200 -25

20845 Supplement Rumen* 880 175 175

20835 Supplement Stimulans* 1200 85 -50

20132 Supplement Enegie booster 1260 80 -20

* Dit artikel is ook in meelvorm verkrijgbaar


ForFarmers heeft de cijfers van een groot

aantal van deze bedrijven geanalyseerd.

Gemiddeld komen we dan uit op de getallen

in tabel 1.

Voorwaarden voor deelname aan de BEX

Mocht u ook mee willen doen met de bedrijfsspecifieke

excretie dan moet u onder

andere aan de volgende voorwaarden voldoen:

• De kuilen moeten geanalyseerd en opgemeten

worden.

• Er dient op 1 januari van een nieuw jaar

voorraadbepaling plaats te vinden.

Betere fosforbenutting met B€X

voeders

LTO en de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie

(Nevedi) hebben afspraken

gemaakt over een efficiëntere benutting

van fosfor via ‘het voerspoor’ om

zodoende de uitstoot van fosfaat door de

Nederlandse varkens- en rundveehouderij

te verminderen.

Door de gemaakte afspraken om de fosfaatefficiëntie

op bedrijven te verbeteren

komen voeders met een laag fosforgehalte

steeds meer in de belangstelling.

ForFarmers heeft in haar assortiment een

uitgebreide keuze aan voeders met een

laag fosforgehalte aangeduid als B€X voeders

(zie tabel 2). Door het gebruik van de

B€X voeders daalt de aanvoer van bruto

fosfor via krachtvoer, waarbij er nog steeds

voldoende fosforaanbod voor de melkkoe is

om de melkproductie op peil te houden. Bovendien

is de inzet van deze voeders niet

nadelig voor diergezondheid en dierwelzijn.

Vraag uw ForFarmers voorlichter naar de

mogelijkheden.

Nieuws uit de markt

van FarmFeed

Veel veehouders zijn met een relatief beperkte ruwvoervoorraad

uit de winter gekomen en de droogte van de afgelopen maanden

heeft voor een verdere achterstand gezorgd. Nu staan ze voor

de vraag, wanneer ze het beste snijmaïs kunnen kopen.

Dit voorjaar kregen we bij FarmFeed diverse

snijmaïskuilen aangeboden voor redelijke

prijzen. Kopers waren op dat moment afwachtend,

onzeker over het komende groeiseizoen.

De regen bleef uit en de vraag naar

ingekuilde maïs nam toe. Op datzelfde moment

werden de verkopers afwachtend. Zij

noemden als reden: “Ik wacht nog, de prijs

stijgt nog wel” of “Misschien hebben we de

mais voor het eigen vee nodig, wanneer het

klimaat zo droog blijft”.

Van een aanbodgestuurde markt, zijn we nu

naar een vraaggestuurde markt geswitched.

Dit heeft gevolgen voor de prijsvorming.

Momenteel is er nog voldoende ingekuilde

snijmaïs beschikbaar, maar dit kan snel veranderen.

Wellicht kunt u samen met uw voorlichter

de balans opmaken. Hoeveel ruwvoer hebt u

voor uw vee nodig? Hoeveel is er al beschikbaar

en wat verwacht u de komende tijd nog

te krijgen? Wanneer moet u beslissen om te

gaan kopen?

Wanneer u maïs aan te bieden hebt, dan horen

we dit graag.

FeedMail

Met FeedMail bent u, via e-mail, nog eerder

op de hoogte van aanbiedingen of de

komst van nieuwe of betere producten op

het gebied van ruwvoeders, vochtige voeders,

enkelvoudige voeders en strooisels.

Meld u aan voor FeedMail via de “button” op

www.farmfeed.eu

Sojahullen als ruwvoervervanger

Bij de oliewinning uit sojabonen blijven

twee producten over die geschikt zijn als

veevoer: eiwitrijk sojaschroot en ruwe

celstofrijke sojahullen.

Sojaschroot is een bekende, veel gebruikte

eiwitbron in de veevoeding. Sojahullen

zijn juist in te zetten bij een ruwvoertekort.

Ze bevatten veel goede en geleidelijk verteerbare

ruwe celstof. Het fosforgehalte

is laag en door de geleidelijke afbraak van

de ruwe celstof is de kans op pensverzuring

nihil. Bij melkkoeien kunt u tot drie

kilogram sojahullen in het rantsoen opnemen.

Bespreek dit met uw voorlichter.

Sojahullen zijn in brokvorm maar ook in

ongeperste vorm beschikbaar. FarmFeed

kan sojahullen geblazen en gekipt leveren

in vrachten vanaf zestien ton. De prijs-/

kwaliteitverhouding is gunstig, maar bij

enkelvoudige voeders gelden dagprijzen.

Vraag ons daarom naar een passende offerte.

Sojahullen: (Gehalten per kg ds)

Droge stof 88 %

VEM 1021

DVE 85

OEB -17

P 1,5

13


14

Reportage

Eastland Frona 419, temidden van de familie Hilhorst (rechts) en ForFarmers voorlichter jongveeopfok Jordi Berends en rundveespecialist Henk Woolderink (links).

Optimale jongveeopfok

De basis voor een succesvolle

melkkoe

Familie Hilhorst uit Laag Keppel was in 2008 winnaar van de

ForFarmers Unimel melkpoederactie. Ze wonnen het kalf Eastland

Frona 419, afkomstig van fokker Oosterink uit Angeren. We zijn nu

twee jaar verder en benieuwd hoe het met Frona 419 gaat.

‘We ervaren haar als een mooi geschenk.

Ze kwam bij ons als kalf van een half jaar

oud en ze groeide zonder problemen goed

mee met ons eigen jongvee. Eind maart van

dit jaar heeft ze haar tweede kalf gekregen.

Haar eerste lijst heeft ze afgesloten met

een productie van 7.135 liter, 4,15% vet,

3,58% eiwit en een lactatiewaarde van 99”,

vertellen melkveehouders Johan en Rita

Hilhorst.

Samen met hun zoon John runnen ze het

melkveebedrijf. John is een fokkerijliefhebber

en heeft er hobby aan om zelf de juiste

stier bij de juiste melkkoe te kiezen. Hij kan

dan ook precies vertellen met welke stieren

Frona 419, zelf dochter van Survivor, is

geïnsemineerd. “Op een leeftijd van vijftien

maanden hebben we Frona 419 geïnsemineerd

met Kian. Jammer genoeg kwam

hiervan geen levend kalf ter wereld. We kozen

voor Kian omdat Frona zelf veel lengtemaat

en melkrijkheid heeft. Daarentegen

kan ze aan kracht en laatrijpheid compensatie

gebruiken. Ook wil ik graag bloedlijnen

benutten die meer de no-nonsense koe


fokken. De show is hobby en de slagroom

op de taart. Maar ik geniet daar pas van

wanneer de dieren zonder extra aandacht

met de veestapel meedraaien. De tweede

inseminatie is van de stier Tiamo. Ze kreeg

een vaarskalf, die hebben we nu in de opfok.

Tot nu een onopvallend dier, maar we melken

twee dochters van Tiamo en dat lijkt, ik

zeg het niet gauw, uitzonderlijk goed. Véél

kwaliteit in combinatie met jeugd. Ik wil

overigens niet ongenoemd laten dat familie

Oosterink een knappe prestatie heeft geleverd

in het fokken van Frona.”

Verschijning in de stal

De ondernemers vertellen dat Frona 419

een goede en praktische melkkoe is. Johan:

“Haar beenwerk en uier zijn goed, maar ze

is geen opvallende verschijning in de stal.

Na de geboorte van haar tweede kalf zit ze

nu op een melkproductie van ongeveer 37

liter per dag met 4,64% vet en 3,26% eiwit.

Haar lactatiewaarde is ook een punt toegenomen

tot 100 punten.”

Exterieurkenmerken

Hilhorst neemt deel aan het bedrijfsinspectierapport.

Dit geeft ze meer inzicht in de

fokwaarde van de melkkoeien, vooral op

het gebied van exterieur. Op basis van dit

rapport krijgt elke melkkoe punten voor

bepaalde exterieurkenmerken. Frona 419

is als volgt gescoord: frame: 83, robuustheid:

84, uier: 89, benen: 83 en algemeen

voorkomen: 85.

In september 2010 heeft Hilhorst Frona

419 nog mee mogen nemen naar de fokkerijkeuring

in Eibergen. “Helaas hebben we

toen geen prijs met haar gewonnen, maar

het is wel een leuke waardering dat ze mee

kan komen met andere keuringskoeien. Ze

draaide zeer goed mee. Samen met bedrijfsgenoot

Ria (v. Paramount) stonden ze

op de derde en vierde plaats in de kampioenskeuring

bij de vaarzen.”

Optimale jongveeopfok

Goede melkkoeien komen deels voort uit

het fokkerijbeleid, maar ook de jongveeopfok

speelt een belangrijke rol. Wordt het

jongvee goed verzorgd, dan kan het dier

later als melkkoe goed presteren. Het jongvee

bij Hilhorst wordt de eerste dagen na

de geboorte opgevangen in eenlingboxen

op stro. Daarna gaan ze over naar een

groepshok op stro, waar ze Unimel kalveropfokmelk

krijgen via een kalverdrinkautomaat.

Dit bevalt de familie Hilhorst prima.

Johan vertelt: “We hebben sinds 2007 een

kalverdrinkautomaat. We kozen hiervoor

vanwege ons eigen gemak (beter voor de

rug) en omdat het kalf nu een uitgekiendere

voeding krijgt, dat beter past bij het

dier. Het voordeel van een drinkautomaat

is dat het kalf altijd melk kan drinken en dat

de melk ook de juiste temperatuur heeft.”

Voordeel kalverdrinkautomaat

Een ander voordeel van de kalverdrinkautomaat

is de mogelijkheid om in de wintermaanden

de concentratie van het melkpoeder

te verhogen. “Tijdens de koude

maanden moet een kalf harder werken om

haar lichaam op temperatuur te houden.

We kunnen haar daarbij ondersteunen door

geconcentreerdere melk aan te bieden.”

De juiste instelling van het apparaat wordt

besproken met Jordi Berends, specialist

jongveeopfok bij ForFarmers.

Jordi vertelt: “Een optimale jongveeopfok

is van belang om te komen tot sterke en

productieve vaarzen. De familie Hilhorst

heeft dit goed in de gaten en zijn ook bereid

om hierin te investeren. Door vanaf de

geboorte tot aan het spenen een duidelijke

structuur te hanteren, wordt er volop aandacht

geschonken aan de kwetsbaarste

periode in de jongveeopfok. Belangrijke

punten daarbij zijn het minimaal tien dagen

individueel huisvesten van de jonge kalveren,

het voeren op de norm en het zo vlak

mogelijk laten verlopen van veranderingen

(bijvoorbeeld qua rantsoen). Daardoor zien

we goede resultaten op het melkveebedrijf

van Hilhorst.”

John en jongveespecialist Jordi Berends controleren

de afstelling van de kalverdrinkautomaat.

BEDRIjFSGEGEVENS

V.l.n.r.: John, Johan en rundveespecialist Henk

Woolderdink analyseren het rantsoen.

Johan, Rita en John Hilhorst uit Laag Keppel

houden ruim 100 melkkoeien en hebben

58 hectare grond ter beschikking. Tien

hectare grond wordt benut voor de verbouw

van mais, de overige grond is grasland.

De koeien realiseren een gemiddelde productie

van 10.303 kg melk met 4,26% vet

en 3,54% eiwit. De gemiddelde leeftijd bedraagt

4.08 jaar. Hilhorst vindt duurzaamheid

belangrijk, ze zijn bewust bezig om de

gemiddelde levensproductie van de veestapel

te verhogen. “Op oudere leeftijd kunnen

de koeien de productie gemakkelijker aan.”

Hilhorst kiest voor een eenvoudig rantsoen

voor de melkkoeien. Ze krijgen vooral gras

en mais, daar wordt nog drie tot vier kg

graanborstel als eiwitbron en krachtvoervervanger

bijgevoerd. Verder krijgen de

koeien vruchtbaarheidsmineralen. Tijdens

warme dagen besteed Hilhorst extra aandacht

aan het voorkomen van hittestress bij

de melkkoeien. Hij geeft ze dan natriumbicarbonaat

door het rantsoen.

De droogstaande koeien blijven binnen

en worden in twee groepen gehouden. De

eerste groep (begin droogstand) krijgt

meer structuur in de vorm van graszaadhooi

(roodzwenkgras). De tweede groep,

die in de laatste twee tot drie weken voor

kalven zit, krijgt meer van het rantsoen van

de melkkoeien. Beide groepen krijgen ook

droogstandsmineralen.

De pasgeboren kalveren krijgen de eerste

week biestmelk, daarna gaan ze naar een

kalverdrinkautomaat. Kalveren die van de

melk af zijn krijgen graskuil en krachtvoerbrok.

In juni gaat het jongvee, dat minimaal

acht maanden oud is, naar buiten en dan

krijgen ze alleen vers weidegras.

De ambitie van Hilhorst:

Gestaag groeien en zorgen dat het bedrijf

kan worden voortgezet door zoon John.

15


16

Tips bij nieuwbouw in

de rosékalverhouderij

De rosésector heeft zich de laatste vijf jaar sterk geprofessionali-

seerd. De sector is volop in ontwikkeling. Er vindt veel nieuwbouw

van rosékalverstallen plaats. In dit artikel geven wij u een aantal

adviezen en aanbevelingen met betrekking tot de nieuwbouw.

Plannen beginnen met het bepalen van de

toekomstvisie van het bedrijf. Wij raden

u aan uw plan voor te leggen aan de accountant

en eventueel de bank. Als deze

partijen positief staan tegenover uw plannen,

dan kunt u de afdeling BOMAP van

ForFarmers inschakelen. Zij stellen vast of

de plannen ook haalbaar zijn binnen de huidige

wet- en regelgeving.

BOMAP werkzaamheden

Allereerst controleert BOMAP het bestemmingsplan.

De grootte van uw bouwblok

is belangrijk, maar zeker zo belangrijk is

bijvoorbeeld het feit of uw locatie aangemerkt

is als intensieve locatie (reconstructiegebieden)

of dat er voldoende grond beschikbaar

is om uitbreiding onder de vlag

van grondgebonden veehouderij te kunnen

realiseren. Dit verschilt per provincie en

gemeente.

Zodra er bestemmingsplantechnisch voldoende

mogelijkheden zijn, kijken we naar

de wetgeving rondom Natura 2000. Elke

provincie heeft hier een eigen beleid in, dit

betekent dus maatwerk. Daarna is de wet

“Ammoniak en Veehouderij” aan de beurt.

Hierbij is het van belang of de locatie buiten

de 250 meter van een verzuringsgevoelig

gebied ligt.

Natuurlijke of mechanische ventilatie

Als al deze punten positief zijn bekijken

we de wet “Geurhinder en veehouderij”.

Dit gaat om de beoordeling of er qua geur

voldoende ruimte voor de uitbreiding is ten

opzichte van een geurgevoelig object in de

buurt. In de rosékalverhouderij wordt van

oudsher natuurlijke ventilatie toegepast.

Deze vorm veroorzaakt meer geurhinder

dan het toepassen van mechanische ventilatie.

Soms geeft het toepassen van mechanische

ventilatie dus meer uitbreidingsmogelijkheden.

Op dit moment worden er door de overheid

nog geen aanvullende eisen op het gebied

van emissie gesteld, maar voor deelname

aan de Maatlat Duurzame Veehouderij (bij

toepassen van MIA/Vamil) is het gebruik

van een emissiearm systeem noodzakelijk.

Momenteel lopen er proeven met verschillende

systemen in roostervloeren, luchtwassers

en mestbanden. Overweeg of dit

voor u ook interessant kan zijn.

Kunnen uw plannen volgens de huidi

worden, dan is het tijd voor de bouwt

handige leidraad.

Opfok

• In een opfokstal is 1,5 m² per dier

verplicht.

• Het is aan te raden de ligplaatsen te

verwarmen. Dit kan bijvoorbeeld door

vier leidingen onder de houten roosters

te monteren. Tijdens de koude dagen

van afgelopen winter kunnen de hokken

extra verwarmd worden.

• Zorg voor gasaansluitingen op logische

plaatsen, bijvoorbeeld in de voerkeuken

en bij luchtinlaten.

• Brede gangpaden zorgen voor veel

werkplezier en bieden in de toekomst

kansen voor automatisering van het

voersysteem.

Afmest

• In een afmeststal is 1,8 m² per dier verplicht,

maar meer ruimte (2 m²) heeft

positieve effecten op de ontwikkeling

van de dieren. Zorg voor voldoende

vreetruimte aan het voerhek en maak

de stallen niet te diep om een goed

overzicht te houden.

• Zorg voor stevig, gemakkelijk hanteerbaar

en draaibaar hekwerk. We raden

u aan om de schoftboom aan de kant

van de voergang voor de staander te

monteren, zodat er meer ruimte voor

het kalf ontstaat.

• Maak een weloverwogen beslissing

met betrekking tot het ventilatiesysteem.

De voordelen van het mecha-


ge wet- en regelgeving gerealiseerd

ekening. Onderstaande tips zijn een

nisch ventileren (onderdruk- of voergangventilatie)

zijn bijvoorbeeld het

constante stalklimaat, het hebben van

meer mogelijkheden op emissiegebied

en de mogelijkheid tot het inbouwen

van groeicurven, die rekening houden

met de groei van de kalveren.

• Dakisolatie wordt steeds meer toegepast.

Het voordeel van isolatie is de

betere geleiding van luchtstromen en

de geringere temperatuursverschillen

in de stal. Het isoleren van muren levert

als voordeel dat er in koude jaargetijden

geen condensvorming aan de

binnenzijde van de muur optreedt.

• Vloeren zijn er in alle soorten en maten.

Kies voor een systeem waarbij

op langere termijn nog aanpassingen

mogelijk zijn op het gebied van emissie

en comfort. Zo blijft u flexibel in uw

bedrijfsvoering.

• Zorg voor voldoende licht, zonder

daarbij overbodige warmte binnen te

halen. Voorkom lichtplaten op de zonkant,

kies liever voor natuurlijk licht via

de zijkanten en de kopgevel. Kunstlicht

in de vorm van natrium-lampen, LED-

TL of HF-TL doen ook hun intrede in de

rosésector. Het advies blijft 16 uur licht

en 8 uur donker.

• Water, in de vorm van ruime waterbakjes,

is aan te bevelen. Zorg voor een

rondpompsysteem met verwarmingselement.

Voorraadvaten e.d. zijn vaak

een bron van bacteriën, laat deze liever

achterwege.

Hittestress bij geiten

De lammerij, de meest intensieve periode in de geitenhouderij, is

voor de meesten alweer achter de rug. De verse geiten zijn opgestart,

het is nu tijd om vooruit te kijken. De warme maanden van

het jaar vragen om extra maatregelen, zodat de (producerende)

geiten goed op de been blijven.

Jaarlijks ervaart een geit stress door een

combinatie van een te hoge temperatuur

gepaard met een hoge luchtvochtigheid. De

huisvesting heeft invloed op de mate van

stress. Wanneer de dieren het klimaat als

onprettig ervaren, zoeken ze de meest koele

plekjes op. Beton is dan bijvoorbeeld een geliefde

plek om te gaan liggen.

In tijden van hittestress worden druk bezette

plekken, zoals bij de waterbakken, extra

smerig. Vochtige plekken creëren een goed

klimaat voor ziekteverwekkers en vliegen. De

kans op uierontsteking en een toename van

het celgetal is dan ook hoger. U kunt vochtige

plekken drogen door bijvoorbeeld Brecalsan

Box te strooien. Dit kalkpoeder zorgt voor

een, voor ziekteverwekkers, ongunstige pH.

Voedingstechnische aanpassingen

Hittestress uit zich ook in een verlaagde drogestofopname.

Daarnaast laten de dieren

minder herkauwactiviteit zien. Hierdoor is

een lagere productie in zowel liters als gehalten

te verwachten. Wij adviseren u om de

pens in de zomermaanden te ‘bufferen’. Hiermee

voorkomt u een pH-daling in de pens. Dit

kan door natriumbicarbonaat te verstrekken.

Vanwege het ‘korte’ effect in de pens is het

wel van belang dat de geiten dit product de

gehele dag kunnen opnemen.

Bij ForFarmers kunt u Univit Buffer bestellen.

Dit mineralenmengsel realiseert een langdurige

buffering van de pens.

Ook drinkwater is een stabilisator van de

pens. Zeker met warm weer is de behoefte

aan drinkwater groot. Geef de geiten onbeperkt

de beschikking tot vers drinkwater.

Algemene tips bij warm weer:

• Vermijd stressvolle situaties, zoals

klauwbekappen, in de warmste periode

• Denk tijdig aan het uitmesten. Hoe minder

mest in de pot, hoe minder warmte

op stal

• Maak uw windbreekgaas schoon voor

extra luchtinlaat

• Geef onbeperkt vers drinkwater

• Meten is weten! Stem de giften van

pensbuffers af op de temperatuur en

luchtvochtigheid

• Bied vaker vers voer met geleidelijk verteerbare

krachtvoeders aan

17


18

Fosfaatefficiëntie:

eerste praktijkcijfers 2010

Uit het rekenprogramma Check, dat wordt gebruikt om uw mestboekhouding te maken, kan ForFarmers

de fosfaatefficiëntie herleiden. Daartoe is per bedrijf de aangevoerde hoeveelheid fosfaat gerelateerd

aan de hoeveelheid fosfaat in de afgevoerde dierlijke producten (kg big of kg varkensvlees). Via een

tussenberekening is de gemiddelde fosfaatbenutting bekeken.

Uit een inventarisatie van de eerste praktijkberekeningen

van ForFarmers-klanten

over het jaar 2010 blijkt dat de zeugenhouders

een gemiddelde fosfaatbenutting bereiken

van 40,1% terwijl de vleesvarkenshouders

op een niveau van 48,2% uitkomen.

Vergeleken met de landelijke cijfers over de

periode 2007-2009 (zie tabel) betekent dit

een duidelijk verbeterde efficiëntie op de

bedrijven van ForFarmers-klanten.

In het programma Check zijn intussen 250

berekeningen van klanten opgenomen. Het

gaat dan om de berekening van de stalbalans

van heel 2010, dit is een officiële berekening

die elke varkenshouder aan het

begin van het jaar verplicht moet insturen

naar de overheid.

Voor bepaling van bovengenoemde benuttingpercentages

is een selectie gemaakt

van bedrijven waar alleen maar zeugen

liggen of alleen maar vleesvarkens, dit om

een goede beoordeling van het kengetal

per diercategorie mogelijk te maken.

Eerste conclusies

• Zeugenhouderij

De overheid heeft zich, in overleg met de

sector, als doel gesteld om in 2013 uit te

komen op een gemiddelde benutting op

zeugenhouderijen van 43% terwijl het


niveau over de periode 2007-2009 rond de

37% lag. Bij de ForFarmers klanten ligt de

benutting nu op 40,1%, dus hier is men ongeveer

halverwege met het realiseren van

de doelstelling.

Wanneer we echter kijken naar de spreiding

tussen de bedrijven, dan blijkt dat slechts

één op de vier zeugenbedrijven boven de

42% scoort en één op de acht bedrijven boven

de 43%. In de komende periode zullen

we met name de goed scorende zeugenbedrijven

verder analyseren, zodat we kunnen

verklaren waarom deze bedrijven beter uitkomen

met hun benutting.

• Vleesvarkenshouderij

De doelstelling voor de vleesvarkenssector

is het bereiken van een gemiddelde benutting

van 47% in 2013. Positief is dus dat

Diercategorie Gem. landelijk

2007-2009

EEn fosfaatEfficiëntiE van 59%

De fosfaatefficiëntie op het vleesvarkensbedrijf van Wilfried

Zieverink uit Ruurlo ligt op 59%. Hij realiseert dus zeer efficiënte

resultaten. Waardoor komt dit?

onze klanten, op basis van een eerste inventarisatie,

gemiddeld genomen dit niveau

in 2010 al bereikten. Het is wel zo

dat op individueel niveau ongeveer de helft

van de bedrijven een lagere benutting kent.

Zij zullen tot 2013 een verbetering moeten

doorvoeren. Om deze bedrijven te ondersteunen,

zorgen we voor extra inzicht in

de fosfaatefficiëntieverbetering op vleesvarkensbedrijven.

We weten dat met name

het kengetal voederconversie een grote invloed

heeft op de benutting van het aangevoerde

fosfaat.

Vervolg

We verwachten op korte termijn van in

totaal ongeveer 400 bedrijven de fosfaatefficiëntie

in beeld te brengen. Op basis

van deze informatie analyseren we in welke

De klanten van ForFarmers scoren gemiddeld gelijk tot beter dan de landelijke streefwaarden

Fosfaatefficiëntie in procenten bij ForFarmers ten opzichte van de landelijke cijfers. De landelijke cijfers van 2010 zijn nog niet bekend.

Gem. ForFarmers

2010

mate de efficiëntie te verbeteren is door

het nemen van managementmaatregelen.

Handvatten voor het adviseren op dit gebied

komen voort uit het analyseren van de

bedrijfsvoering van bedrijven, die bovengemiddeld

presteren.

Per diercategorie wordt, met name voor

de groep varkenshouders die onvoldoende

scoren, een plan van aanpak opgesteld.

Met dit plan van aanpak werkt de voorlichter

samen met de varkenshouder gericht

aan verbetering van de fosfaatbenutting.

Deze maatregelen (bijv. een verlaging van

het voerverbruik) leveren geld op!

In een volgende editie van Voertaal zullen

we nader op de te nemen maatregelen ingaan.

Streefwaarde

landelijk 2011

Streefwaarde

landelijk 2012

Zeugen 37 40 40 43

Vleesvarkens 41 48 44 47

Wilfried Zieverink

“Dit zal vooral komen door de scherpe voederconversie die Zieverink realiseert. Deze ligt op zijn bedrijf bij 2,47, terwijl een

gemiddeld vleesvarkensbedrijf rond de 2,60 scoort. Hieruit concludeer ik dat de vleesvarkens bij Zieverink het voer beter benutten”,

vertelt Rene Kuipers, technisch specialist varkenshouderij bij ForFarmers.

Wilfried bevestigt deze aanname. Niet alleen via Agroscoop ® heeft hij inzicht in de technische prestaties van zijn 750 vleesvarkens.

Hij houdt ook al jaren deze prestaties in Excel werkbladen bij, waardoor hij kan aantonen dat de voederconversie scherp

is. “De voeropname/dier/dag ligt rond de 2,15. We voeren wel voeders met een hoog EW-gehalte, het luxere voer. Dit past

het beste bij de Topigs 50 x Pietrain, het type varken dat ik huisvest. Iedere varkenshouder zal weten dat de voederconversie

scherper is bij voer met een hoger EW-gehalte.”

De gezondheid van de dieren speelt ook een rol bij het realiseren van een scherpe voederconversie. Zieverink past all-in/all-out

per stal toe. Voordat er nieuwe varkens komen maakt hij alles goed schoon. “Verder werk ik met gezond uitgangsmateriaal.

De biggen van de fokker realiseren een hoge gezondheid, ik krijg een goed product, hoef nauwelijks medicijnen in te zetten.”

Een ander kengetal waar Zieverink goed op scoort is de classificatie van de varkens. De dieren realiseren veel spier en weinig

spek. “Op het laatste classificatieformulier stond dat de dieren 67 mm spier hadden. Dit is wel erg hoog, meestal realiseren de

dieren die ik aflever een spierdikte van 63 mm. Maar dit toont wel aan hoe efficiënt de dieren met het voer om kunnen gaan.”

19


20

Reportage

Varkenshouder Toebes realiseert

een dierdagdosering van 3,32

De omschakeling naar een vierwekensysteem heeft de dierge-

zondheid op het varkensbedrijf van Clemens Toebes uit Harreveld

verbeterd. Van een dierdagdosering van 11,54 in 2009 daalde het

bedrijf naar een huidige dierdagdosering van 3,32. Toebes reali-

seert dit op een bestaand bedrijf, met stallen van vijftien jaar oud

en zonder SPF-uitgangsmateriaal.

“Het is voor ons geen doel op zich geweest

om zo laag mogelijk uit te komen in dierdagdosering.

Maar we merken dat de omschakeling

van een weeksysteem naar een

vierwekensysteem voor veel profijt heeft

gezorgd. De gezondheid van de dieren is

verbeterd en de werkzaamheden zijn beter

in te plannen.”

Varkenshouder Clemens Toebes vertelt en-

thousiast over de omschakeling naar een

vierwekensysteem en de voordelen, die

hij nu ervaart. Wat heeft de omschakeling

opgeleverd? “In het afgelopen halfjaar is

het aantal levend geboren biggen per zeug

praktisch gelijk gebleven, maar de uitval tot

spenen is gedaald van 12% naar 8,7% en de

uitval na spenen is gedaald van 2,5% naar

2%. Daardoor zien we in totaal toch vier

procent minder uitval en daardoor dus meer

gespeende biggen per zeug/jaar.”

Kengetal dierdagdosering

De verbetering in de gezondheid is tevens

duidelijk terug te vinden in de dierdagdosering.

In 2009 bedroeg dit getal bij Toebes

11,54; in 2010 5,38 en op dit moment ligt

het op 3,32. ForFarmers dierenarts Rutger

Jansen is benieuwd naar de middelen, die

Toebes nog wel inzet. “We gebruiken nog

antibiotica tegen luchtwegproblemen bij

biggen.” Rutger vraagt aan de varkenshouder,

waarom er in 2009 nog een dierdagdosering

van 11,54 was. “We hebben vanwege

hoest toen een koppelbehandeling bij de gespeende

biggen toegepast.” Rutger: “Een

koppelbehandeling telt zwaarder mee in de

uiteindelijke berekening van de dierdagdosering

(zie kader), waardoor het bedrijf dus

al snel een hogere dierdagdosering krijgt.

Maar de 11,54 die Toebes toen scoorde, is

ook al zeer netjes.”


Toename diergezondheid

Na de omschakeling naar een meerwekensysteem

is de dierdagdosering nog meer

gedaald. Dat komt, omdat de diergezondheid

is toegenomen. Toebes kan nu all-in/

all-out toepassen, de diergroepen gescheiden

houden en ze trekken kleding en schoeisel

per diergroep aan. “Na elke ronde zijn de

kraamhokken leeg en worden ze schoongemaakt

en ontsmet. En we werken met verschillende

kleuren overalls en laarzen, wisselen

per afdeling van naald en handschoen

enzovoort. Ook op twee vleesvarkensbedrijven

wordt all-in/all-out toegepast. Hier

wordt in drie keer afgeleverd (voorlopers,

middengroep en achterblijvers), waarna de

stal schoongemaakt kan worden. De twee

grotere vleesvarkensbedrijven leggen twee

leeftijden op. De biggen komen per sexe en

grootte bij elkaar in een hok.”

Toebes merkt op dat de technische resultaten

op de vleesvarkensbedrijven omhoog

gaan dankzij de toename van de diergezondheid

op zijn bedrijf.

Aandacht voor medicijnreductie

Toebes is bewust bezig met medicijnreductie.

Hij vertelt: “In het kader van maatschap-

pelijke acceptatie van de varkenssector

moeten we kritisch kijken naar de medicijnen

die gegeven worden. Vooral na de

MRSA-problematiek moeten we als sector

de doelstellingen voor reductie gewoon halen.

Ik heb het idee dat veel varkenshouders

hier serieus mee aan de slag zijn. Toch ervaar

ik, dat medicatie soms noodzakelijk is.”

Rutger Jansen vult aan dat het soms niet

anders kan. “Maar er zijn wel verschillende

opties. De dierenarts kan eerste, tweede, of

derde keus middelen voorschijven. Eerste

keus middelen zijn veilig en smalwerkend.

Tweede keus middelen werken breder en

derde keus middelen kunnen ingezet worden

wanneer andere antibiotica niet helpen.

Alleen vind ik dat er ook naar andere managementmaatregelen

moet worden gekeken.

Bijvoorbeeld een aanpassing in het klimaat

of de voeding. ForFarmers zorgt voor

de juiste voedingstechnische aanpassingen.

En met behulp van de Pigcare ® -Scan kunnen

we de biosecurity op het bedrijf beoordelen.

Zo krijgt de varkenshouder tips op welk gebied

hij het management kan aanpassen ter

verbetering van de diergezondheid.”

UitlEg ovER hEt kEngEtal diERdagdosERing (ddd)

Het kengetal dierdagdosering (DDD) is opgesteld om het antibioticagebruik op bedrijven

onderling met elkaar te kunnen vergelijken. Het kengetal is de optelsom van

de behandelde kilo’s dier delen door het gemiddeld aantal aanwezige kilo’s levende

have.

Als eerste de optelsom van de behandelde kilo’s dier. Van alle geleverde antibiotica

wordt per jaar berekend hoeveel kilo levend dier hiermee behandeld kan worden. Preparaten

met een langere werkingsduur tellen zwaarder. Naxcel (derde keus middel) is

bijvoorbeeld vijf dagen werkzaam per dosering, Procpen (eerste keus middel) is dat

slechts één dag.

Ten tweede het gemiddeld aantal aanwezige kilo’s levende have op het bedrijf. Hiervoor

gelden de volgende criteria (methode volgens het LEI/MARAN):

Aantal gemiddeld aanwezige zeugen x 220 kilo

Aantal gemiddeld aanwezige gelten x 107,5 kg

Aantal gemiddeld aanwezige volwassen beren x 350 kg

Aantal aanwezige kilo’s biggen wordt gebaseerd op aantal zeugen x 5,7 x 12,5 kg

Aantal gemiddeld aanwezige vleesvarkens x 70,2 kg

Het LEI heeft op basis van een steekproef onder 48 zeugenbedrijven en 72 vleesvarkenbedrijven,

een schatting gemaakt van het Nederlands gemiddelde. Zeugenbedrijven

realiseren in deze rapportage (MARAN 2009) een gemiddelde van 25 DDD

en vleesvarkenbedrijven komen uit op een gemiddelde van 16 DDD. Het werkelijk

Nederlands gemiddelde ligt tussen de 21 en 30 voor zeugenbedrijven en tussen de 11

en 20 voor vleesvarkenbedrijven. Gesloten bedrijven kunnen de DDD berekenen per

diergroep. Dit alles is mogelijk via de site www.antibioticawijzer.nl.

BEDRIjFSGEGEVENS

Mariët en Clemens Toebes.

Clemens en Mariët Toebes uit Harreveld (Gld.)

hebben samen met Clemens broer Willy en

zijn vrouw Marion en zoon Derk meerdere varkensbedrijven.

Clemens en Mariët verzorgen

vijfhonderd vermeerderingszeugen incl. biggenopfok.

Op de gesloten locatie in Zieuwent

waar Willy met zijn gezin woont, worden 400

Finse fokzeugen gehouden. Deze zijn voor de

fokkerij van Topigs 50 fokzeugen. Deze zeugen

zijn vrij van een zevental aandoeningen,

waaronder Mycoplasma en APP. Deze hoge

gezondheidsstatus vormt indirect de basis, samen

met de weerstand en robuustheid, van de

Topigs 50, voor de lage aantal dierdagdoseringen

(DDD). Clemens en Mariët kruisen deze

Topigs 50 zeugen met Pietrain.

De biggen gaan na tien weken naar meerdere

vleesvarkensbedrijven. Zo heeft Toebes twee

stallen van 2.000 en 1.800 vleesvarkens en

maken ze gebruik van een vaste afnemer voor

540 dieren en een voergeldstal voor 750 dieren.

De vleesvarkens worden geleverd aan de

Duitse slachterij Westfleisch. De overtallige

biggen worden via Reuling Intervar afgezet.

Toebes wordt bij de voeding geadviseerd door

voorlichter Roy Nieuwenhuis. De volgende

producten worden ingezet: In de kraamstal

krijgen de zeugen Super Smullacto. Na spenen

(tot insemineren) krijgen ze Bronstbooster

en extra melasse (Smulextra Stroop). In

de wachtstal en de zeugen aan het begin van

de dracht krijgen Super Grodra. Aan het einde

van de dracht wordt Super Maxitop gegeven.

De biggen krijgen vanaf vijf dagen leeftijd

Nuklospray Yoghurt en vanaf veertien dagen

leeftijd wordt geleidelijk overgeschakeld

op Bambig. Na spenen krijgen de biggen

eerst 0,3 kg Bambig in droogvoer. In

een dag of drie wordt dan overgeschakeld

op Super Speenkorrel. Om hierbij een

speendip te voorkomen, voert Toebes gedurende

vier dagen Bambig in brijvorm bij.

Op het drinkwater van de gespeende biggen

zit Selko-pH.

De ambitie van Toebes:

technisch goed blijven draaien met dieren

met een hoge gezondheid.

21


22

Structureel biggen w

De aanleiding voor ForFarmers om de bigvitaliteitscheck te ont-

wikkelen is dat het aantal biggen per zeug per jaar enorm stijgt,

maar de bigvitaliteit van de extra geboren biggen vaak achter-

blijft. Om ook de extra biggen vitaal op de wereld te zetten, is

goede zeugenvoeding belangrijk. Inzicht in de geboortegewichten

van de biggen is een handig hulpmiddel om het beste voedings-

advies te kunnen geven.

Varkenshouders en onze voorlichters

zijn enorm enthousiast over de bigvitaliteitscheck.

Deze aanpak geeft extra

structuur in de begeleiding op het boerenerf.

Het eerste jaar verliep zo succesvol

dat inmiddels meerdere bedrijven

voor de tweede keer aan het wegen zijn.

Uit de praktijk blijkt dat wegen een gemakkelijke

manier is om inzicht te krijgen

in de bigvitaliteit. Het zijn cijfers die spreken.

De bedrijven, die al vroeg mee hebben

gedaan aan de bigvitaliteitscheck,

willen meer. Ze hebben de adviezen, die

bij de eerste weging zijn ontstaan, opgevolgd,

aanpassingen gedaan en nu willen

ze graag monitoren of de aanpassingen

effect hebben gehad of dat er nog andere

maatregelen moeten worden genomen

In overleg met de voorlichter pakken varkenshouders

de bigvitaliteitscheck structureel

op in het begeleidingsprogramma.

25,0%

20,0%

15,0%

10,0%

5,0%

0,0%

Procentuele verdeling geboortegewichten (gram/big)

Dankzij de bigvitaliteitscheck ontvangen

ze zinvolle informatie en nieuwe inzichten

op dit deelgebied.

Uniformiteit

Biggewicht is dé belangrijkste maat voor

bigvitaliteit. Zwaardere biggen groeien

harder en hebben een hogere overlevingskans.

Naast het biggewicht is uniformiteit

binnen de toom belangrijk. Uniformiteit

geeft minder werk en een betere

diergezondheid, omdat er minder biggen

worden overgelegd. Daarbij vertaalt een

hoog biggewicht zich ook naar voordelen

voor de vleesvarkenshouders, met name

in de groei per dag. 500 gram geboortewicht

extra resulteert namelijk ook in 50

gram groei extra bij het vleesvarken.

Naar behoefte voeren

Ook andere parameters op het bedrijf

spelen een rol bij de resultaten. Om een

nog beter inzicht te krijgen wordt er dit

Grafiek 1. Bijsturen na wegen geeft resultaat

De kolommen geven de procentuele verdeling van de wegingen weer. De rode lijn is het streeftraject en de

blauwe lijn geeft de praktijk van alle 50.000 wegingen (van alle deelnemende bedrijven) weer.

2de weging: apr 2011

1ste weging: jan 2011

Streven

Praktijk

< 700 700 - 900 900 - 1100 1100 - 1300 1300 - 1500 1500 - 1700 1700 - 1900 > 1900


egen is zinvol

jaar extra aandacht besteed aan de relaties

tussen bigvitaliteit en bijvoorbeeld

genetica, het verloop in spekdikte bij de

zeug en het gehanteerde voerschema.

Voer daarbij naar behoefte en beoordeel

daarbij iedere fase van de cyclus. De conditie

van de zeug is erg belangrijk. Zeugen

in een ruime conditie werpen vaak

lichtere biggen en een hoger aantal doodgeboren

biggen.

Lichte biggen

In grafiek 1 zijn de resultaten weergegeven

van een praktijkweging met lichte

biggen. In januari, bij de eerste weging

(blauwe kolom) bleken er teveel lichte

biggen te zijn. Het gemiddelde toomgewicht

lag net iets onder de 20 kg. Lichte

biggen leiden tot een hogere uitval bij

de biggen, daarnaast vertaalt het zich

ook door naar het uiteindelijke vleesvarkensbedrijf

waar de varkens minder hard

groeien.

Na de eerste weging was het advies om de

zeugen in de kraamstal meer te voeren dan

in de vorige cyclus. Er werd altijd zuinig gevoerd

en de eindvoergift was nooit hoger

dan 6 kg. Hieruit concludeerde de voorlichter

dat de voergift te langzaam werd verhoogd.

Hij adviseerde om in de eerste week

na werpen sneller met de voergift omhoog

te gaan, waardoor de zeugen binnen een

week op 4,8 kg voer zitten. Dit moest dan

vervolgens opgebouwd worden naar een

eindvoergift van 7 kg.

De resultaten van dit advies staan in de

Grafiek 2. Goede verdeling toch aanleiding tot verdieping

30,0%

25,0%

20,0%

15,0%

10,0%

5,0%

0,0%

Bedrijf

Pierik

Streefwaarde

Praktijk

< 700 700 - 900 900 - 1100 1100 - 1300 1300 - 1500 1500 - 1700 1700 - 1900 > 1900

meet BigvitAliteit voor een Bigg€r Big

Om een plan van aanpak te maken voor een betere bigvitaliteit op uw bedrijf, beschikt

ForFarmers over de bigvitaliteitscheck. Voor het goed kunnen analyseren van de bigvitaliteit,

hebben we de geboortegewichten van veertig biggentomen op uw bedrijf

nodig. U meet de gewichten, daarna verzorgt uw voorlichter een analyse van de geboortegewichten

van uw biggen. Dit maakt sturen op bigvitaliteit mogelijk.

tweede weging (groene kolom) weergegeven.

Op het oog beoordeelde de

varkenshouder de biggen lichter bij de

geboorte. Dat bleek niet zo te zijn. De

geboortegewichten van de biggen zijn inmiddels

met 54 gram gestegen tot 1418

gram, waarmee het gemiddelde toomgewicht

ook met ruim 1 kg tot 21 kg gestegen

is.

Inseminatieleeftijd

Ook de leeftijd van insemineren en de

ontwikkeling van de opfokgelten is essentieel.

Want één van de belangrijkste

U ontvangt een bedrijfsspecifiek advies voor de voeding

van uw dragende en lacterende zeugen. Het

voordeel is dat u in veel gevallen al direct het advies

kunt toepassen en dus snel resultaat ziet. Vraag uw

voorlichter naar de mogelijkheden.

Kijk ook eens op de nieuwe website www.debestebiggen.eu.

Test uw kennis over bigvitaliteit en maak

daarbij kans op een vitaliteitsarrangement. Ook

staan er filmreportages en praktische tips over het

krijgen van vitale biggen.

www.debestebiggen.eu

conclusies van de 50.000 biggewichten,

die ForFarmers het afgelopen jaar geanalyseerd

heeft, is dat er bij de gelten,

waarvan het biggewicht 150 gram per big

onder het gemiddelde ligt, meer problemen

voorkomen. Het is wel zo dat de biggewichten

bij gelten lager mogen liggen,

zodat er niet teveel geboorteproblemen

optreden.

Analyse per cyclus

Een goede verdeling van de geboortegewichten

(grafiek 2) doet vermoeden dat

de bigvitaliteitscheck overbodig is en dat

aanpassingen aan de voerschema’s of het

kraamstalmanagement niet noodzakelijk

zijn. Niets is minder waar. Een analyse

per cyclus kan tot verrassende gegevens

leiden. Op dit praktijkbedrijf blijkt, dat de

uniformiteit van de biggen bij de gelten

te wensen overlaat. De gelten worden vrij

licht aangedekt. Daarom is de instroom

van gelten op dit bedrijf onder de loep

genomen en geoptimaliseerd. Doel van

de optimalisatie is dat de gelten voor de

eerste dekking en aan het begin van de

dracht zwaarder worden, zodat er aan

het einde van de dracht meer voer voor

de groei van de biggen overblijft. Op die

manier wordt de bigvitaliteit op dit bedrijf

dus verder verbeterd.

23


24

Feedcare ® maakt nauwkeuriger optim

Ruim een jaar geleden heeft ForFarmers Feedcare ® geïntrodu-

ceerd. Met behulp van Feedcare ® kunt u structureel bijproducten,

in de verschillende fases van het voerproces monitoren. Zo houdt

u meer grip op de kwaliteit van het brijvoer.

De kwaliteit van bijproducten is een belangrijke

factor voor een goede voeropname.

Zeker in de zomermaanden kunnen sneller

gisten en schimmels in het product optreden.

Deze zorgen voor smaakbederf en

energieverlies van het bijproduct, met als

gevolg dat de varkens minder voer tot zich

nemen, waardoor ze minder hard groeien.

Het Feedcare ® programma geeft u inzicht

in de kwaliteit van uw bijproducten en de

werking van de brijvoerinstallatie. Er worden

analyses gemaakt om te bekijken of er

zwakke punten in uw brijvoersysteem zitten.

Deze analyses worden per fase in het

proces uitgevoerd. Uw bijproductenspecialist

verzamelt de monsters op uw bedrijf.

Deze monsters worden op het laboratorium

van ForFarmers onderzocht.

Rapport Feedcare

In een speciaal daarvoor ontwikkelde

Feedcare ® -database verwerkt uw bijproductenspecialist

de uitslagen van de analyses

en presenteert deze in een overzichtelijk

rapport. Per fase krijgt u een algemene

beoordeling van het betreffende onderdeel,

een plan van aanpak (dit is het advies om

kwaliteitsverlies van bijproducten te voorkomen)

en de vermelding, wanneer er weer

monsters genomen worden.

Brijteam ForFarmers

De specialisten van het brijteam hebben

altijd inzicht in alle monsteruitslagen en bespreken

dit eens per zes weken met elkaar.

Zo krijgt iedereen voldoende informatie om

u nog beter te kunnen adviseren.

Gestructureerde aanpak Feedcare ®

Feedcare ® draagt bij aan een planmatige aanpak op het brijbedrijf.

Het grote voordeel van Feedcare ® is het advies per fase, over de uit

te voeren maatregelen. Hierbij enkele voorbeelden per fase:

Aankoop en opslag bijproducten

• Het is belangrijk dat aangekochte producten

kwalitatief goed zijn.

• Houd registratielijsten bij van de aangekochte

bijproducten. Maak bijvoorbeeld

gebruik van de lijsten uit de bijproductenmap

van ForFarmers.

• Onderzoek alle ontvangen bijproducten op

smaak, geur, drogestof en pH.

• Onderzoek ontvangen producten vier keer

per jaar op gisten en schimmels.

• Onderzoek deze ook op nutriënten (houdbaarheid

en kwaliteit).

• De monsteruitslagen in Feedcare ® kunnen

u helpen de bijproducten te kiezen die bij

uw bedrijf passen. Een hogere omloop-

snelheid maakt het bijvoorbeeld mogelijk

ook andere producten in te zetten dan

wanneer de omloopsnelheid laag is.

Watermanagement

• Resten water kunnen de brijsmaak en

kwaliteit van de brij negatief beïnvloeden.

• Zorg ervoor dat de wateropslagvaten leeg

kunnen lopen door tussen de opslagen te

pendelen.

• Zuur het brijwatervat maandelijks aan.

• Onderzoek het water vierjaarlijks op gisten,

schimmels en entero’s.

• Neem monsters bij de bron of WMO, het

brijwatervat, het bruikwater en de drinknippel.

Tarwezetmeel

De Feedcare ® -database bevat inmiddels

veel informatie over de verschillende

grondstoffen, die ingezet worden

op bijproductenbedrijven. Als voorbeeld

bespreken we nu het product tarwezetmeel.

Dit is een vloeibaar bijproduct, dat

ontstaat bij het uitwassen van verse tarwebloem.

De voordelen van deze energieleverancier

in het rantsoen zijn de

smakelijkheid, de gunstige pH (3 tot 4)

en het vormt een goede basis in het brijrantsoen.

Om de constantheid van tarwezetmelen

te kunnen beoordelen worden de gemiddeld

gevonden waarden vergeleken met

de door de leverancier opgegeven waarden.

Bovendien wordt de variatie in de

uitslagen bepaald. Wanneer er grote afwijkingen

zijn tussen de gemiddelde uitslagen

van bijvoorbeeld het zetmeel van een

bijproduct en de opgegeven hoeveelheid

zetmeel in het product volgens de leverancier,

dan wordt de matrixwaarde van het

betreffende bijproduct in nauw overleg met

de nutritionist van ForFarmers aangepast.

Deze aanpassingen worden dan recht-

Kuil

• In een kuil wordt er geconserveerd door

het maximaal onttrekken van zuurstof aan

de kuil.

• Laat de drogestof van de in te kuilen CCM

niet boven de 65% uitkomen.

• Zuur de kuil aan volgens het advies van de

fabrikant.

• Zuur in de zomer de snijvlakken extra aan.

• Gebruik een vogelnet in plaats van een zeil

voor het afdekken van snijvlakken. Dit vermindert

de kans op gistvorming.

• Onderzoek de kuil jaarlijks op drogestof,

zetmeel, ZEA en DON en eventueel op

maalfijnheid.

Voormengsel

• Een voormengsel is maximaal een week

houdbaar.

• Zuur een voormengsel eventueel aan bij

aanmaken.

• Gebruik een goede tarwezetmeel zodat de

pH voldoende laag is.

• Onderzoek het voormengsel vierjaarlijks

op gisten/schimmels en pH.


aliseren mogelijk

Resultaten Agroscoop ® bijproducten, periode 1-1-2010 tot 31-12-2010

Landelijk

bijproducten

(VW)

20%

laagste

20%

hoogste

Voerwinst/gem. aanwezig vleesvarken 94 67 122

Aantal vleesvarkens 2.403 1.783 2.311

Gecorricgeerde voerconversie 2,58 2,71 2,49

Gecorrigeerde groei/dier/dag 785 770 796

Gecorrigeerde EW-conversie 2,86 2,96 2,75

Pakketprijs totaal voer/100 EW 18,48 19,33 18,22

Gecorrigeerd voerkosten/kg gewicht 0,53 0,57 0,5

streeks doorvertaald in het berekende

rantsoen. Het rantsoen blijft altijd actueel

en sluit aan bij de nutritionele normen.

Technische resultaten

Bedrijven die met Feedcare ® bezig

zijn en de opslagverliezen weten te

• Beoordeel wekelijks de drogestof,

geur, smaak en pH op het bedrijf.

Menger

• In de menger komen verschillende producten

bij elkaar. Mengen veroorzaakt

gisten. Daarom zijn mengsels beperkt

houdbaar.

• Controleer het automatisch reinigingsproces

van de menger regelmatig.

• Maak de menger om de veertien dagen

schoon met een hogedrukspuit.

• Controleer maandelijks het indoseerproces.

• Controleer het roerproces van bijproductensilo’s

tijdens en voor indoseren.

• Controleer jaarlijks de indoseervolgorde.

Stuurvloeistof

• Stuurvloeistof is het hart van de brijvoerinstallatie.

Als de stuurvloeistof

niet goed is, heeft dit een negatieve

invloed op alle mengsels.

• Spoel de leidingen elke dag minimaal

beperken, realiseren een betere

voederconversie. Vooral bij de

huidige hoge pakketprijzen leidt

dit tot de hoogste voerwinsten.

feed

één keer honderd procent door.

• Voer de stuurvloeistof op aan oudere

varkens.

• Gebruik liever geen zuivelproducten

om te sturen.

• Maak eventueel een mengsel van

water en tarwezetmeel om meer

stuurvloeistof op te kunnen voeren.

Eindmengsels

• Tussen de menger en de trog kan

er nog veel verkeerd gaan. Om dit

te achterhalen is controle van het

eindmengsel nodig.

• Voorkom tussenopslag. Ledig

tussenopslag dagelijks

en laat de tussen-

opslagtank automatisch reinigen.

• Maak leidingen en valbuizen met

een rioolslang schoon.

• Controleer de eindmengsels uit

de trog wekelijks op drogestof,

smaak, geur en pH.

25


26

Nuttige voorbereidingen voor

de warme zomerdagen

Dagen met een temperatuur groter dan 32 ºC en met een hogere luchtvochtigheid (meer dan 70%)

zorgen voor problemen met hittestress bij het pluimvee. De grootste problemen ziet men bij hard

groeiende dieren, zoals vleeskuikens ouder dan vier weken en kalkoenen ouder dan twaalf weken.

Maar ook vleeskuikenouderdieren jonger dan 35 weken zijn gevoelig voor hoge temperaturen. Hoe

kan men het beste hittestress bij het pluimvee voorkomen?

Een te hoge som van temperatuur (in graden)

en luchtvochtigheid (in procenten) in

de stal kan hittestress veroorzaken. Komt

de som boven de 110 punten uit, dan is het

risico op hittestress bij pluimvee groot. Een

rekenvoorbeeld: in de stal is het 33 ºC en

de relatieve luchtvochtigheid loopt op tot

80%. In totaal is dit 33 + 80 = 113 punten.

Bij deze waarde kunnen de dieren last krijgen

van hittestress.

Vooral bij lang aanhoudende hoge temperaturen

kan het in de avonduren misgaan

bij de dieren, omdat ze dan eerder uitgeput

zijn en omdat de relatieve luchtvochtigheid

gedurende de dag hoger wordt.

Wat te doen?

Het voorkomen van hittestress begint met

een goede voorbereiding. Zorg er voor dat

de opzetaantallen bij koppels die geslacht

worden vanaf eind april tot aan half september

aangepast zijn aan de zomerbezetting.

In de tabel ziet u een overzicht van de

maximale zomerbezettingsnorm.

Ventilatiebehoefte en hoeveelheid

inlaatopeningen goed in balans

Voor pluimvee wordt over het algemeen

Aanbeveling zomerbezetting bij vleeskuikens

(uitgezonderd wettelijke bepalingen)

een maximale ventilatiebehoefte gerekend

van 3,6m 3 /kilogram/uur en in stallen met

tunnelventilatie bedraagt het maximaal

5m 3 /kilogram/uur.

De laatste jaren zijn in veel stallen grote

gevelventilatoren bijgeplaatst om extra

lucht bij de dieren te brengen. Maar een

goede afstelling van de inlaatopening en

het aantal te openen inlaatventielen is minstens

zo belangrijk. Wanneer de klepopening

onvoldoende is, loopt de onderdruk

te hoog op. De luchtverdeling in de stal is

dan niet meer optimaal, waardoor er meer

problemen met hittestress ontstaan. Ter

voorkoming van een verkeerde klepopening

kunt u uw installateur een berekening

laten maken. Ook uw voorlichter is u hierbij

graag behulpzaam.

Test de installatie

Tijdens de leegstand is het mogelijk om de

gehele elektrische installatie en de noodstroomvoorziening

te testen. Dit is belangrijk,

want met name de accu wil regelmatig

problemen geven. Tevens kunt u dan alle

elektromotoren laten lopen en controleren

of de aggregaat en de zekeringen voldoende

capaciteit hebben. Controleer ook

Aflevergewicht Max. kilogram per m2 Opzetaantal per m2 bij 3%

uitval*

1500 33 22,3

1750 34 20,1

2000 36 18,6

2250 38 17,5

2500 40 16,5

Ad *: Ofwel maximale bezetting na het uitladen

of de luchtverdeling in de stal goed is. Dit

kan door een rookproef te doen. Vraag uw

voorlichter om u hierbij te helpen.

Schone ventilatoren voor meer lucht

Voordat de warme dagen beginnen, is het

belangrijk de ventilatoren maar ook een

eventuele luchtwasser achter de ventilatoren

goed schoon te maken. Met vuile ventilatoren,

luchtwasser en/of inlaatventielen

kan gemakkelijk 10 tot 25% ventilatiecapaciteit

verloren gaan. In het voorjaar is het


handig om te testen of de nevelkoeling nog

afdoende werkt. Maak, indien nodig, de

nozzels schoon of vervang ze. Let er ook op

dat het koelsysteem schoon is. In stilstaand

water kunnen gemakkelijk kiemen groeien,

die schadelijk zijn voor mens en dier.

Een week voor de warmte

Het is verstandig om voor de warmte begint,

de kuikens al wat te laten wennen aan

de hogere staltemperaturen. Het is beter

om in de zomer de bandbreedte anders in

te stellen, zie tabel.

Tijdens de warme dag

Door de lucht in de stal goed te bewegen

is het mogelijk om de gevoelstemperatuur

voor het pluimvee fors te verlagen. Hiermee

is hittestress te voorkomen.

Pluimvee kan de hitte ook reguleren door

versneld te gaan ademhalen. Dit kost het

dier echter veel energie en hierdoor verbruikt

ze extra mineralen en vitaminen.

Verstrek daarom een hittestressmix of extra

vitaminen. Dit zal positief bijdragen aan

de vitaliteit van de dieren. De kuikens zijn

beter bestand tegen de warmte.

Streefwaarden staltemperatuur bij normale en hoge buitentemperaturen

Gewenste bandbreedte: 3 ºC tot 4 ºC. (Let op: per stal kunnen de gewenste waarden sterk verschillen!)

Leeftijd (dagen)

Streefwaarde

bij < 25 ºC

Streefwaarde

bij > 25 ºC

0 34 34

7 30 30

14 28 28

21 25 26

28 22 23

35 20 22

42 19 21

Geef de vitaminen vooral in de ochtend,

omdat het minstens zes uur duurt, voordat

het dier de vitaminen heeft opgenomen.

Hittestressmix (drinkwatertoepassing) kan

het beste in de middag, tijdens de warmte,

worden gegeven, want de mineralen in de

hittestressmix worden sneller opgenomen

en stimuleren de wateropname. Zorg ervoor

dat de kuikens voldoende beschikking

hebben over water.

Bij een te lage wateropname kunnen de

dieren uitdrogen en ook meer last hebben

van hittestress.

Na de warmte

Indien de dieren niet geleden hebben van

de warmte, kunnen ze weer snel normaal

produceren. Geef direct na de warme periode

nog een extra vitaminegift, om de dieren

vitaal te houden.

27


28

Reportage

‘Binnen onze groeistrategie hebben

we aandacht voor de maatschappij’

Vanwege een innovatieve bedrijfsvoering, financieel bewustzijn

en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn pluimveehou-

ders Twan en Jeroen Engelen uit Someren genomineerd voor

Agrarisch Ondernemer van het jaar. Twan geeft inzicht in het on-

dernemerschap van de familie.

“We hebben veel geleerd van de aankoop

van andere bedrijven. Dit geeft inzicht in de

werkwijze van de eigenaar van dat bedrijf,

waardoor we ook kijk op het ondernemerschap

van een ander krijgen. De goede

dingen van elk aangekocht bedrijf zorgen

samen voor een optimale bedrijfsvoering

op al onze bedrijven.”

Groeistrategie

Sinds 1993, toen Noud en Toos wisten dat

hun zonen Twan en Jeroen interesse in de

pluimveehouderij hadden, kochten ze stallen

om te groeien. Twan vertelt: “In 1993,

1996, 1997, 2004 en 2008 hebben we stallen

op verschillende locaties aangekocht.

Ons bedrijf omvatte uiteindelijk dus zes

verschillende locaties in de gemeente Someren.

We hebben voor groei gekozen in

plaats van bijvoorbeeld een tweede tak.

En deze groei is nodig om ervoor te zorgen

dat drie ondernemers een goede boterham

kunnen verdienen.”

Zes verschillende locaties is niet optimaal.

Liever hebben de ondernemers één locatie,

maar dat gaat binnen de gemeente niet lukken.

Wel heeft de gemeente Someren al jaren

geleden aangegeven enkele locaties te

stimuleren om te verplaatsen om de overheidsplannen

te kunnen verwezenlijken. De

familie Engelen is hierop ingegaan en na

de nodige aanpassingen (o.a. een bestemmingsplanwijziging)

wordt het bedrijf nu

over drie locaties verdeeld. “De derde locatie

is nog in ontwikkeling. Hier komt een

nieuw te bouwen vermeerderingsbedrijf.”

Zeven kleinere stallen

Het nieuw te bouwen bedrijf zal bestaan

uit zeven stallen met een oppervlakte van

1.000 m2 in plaats van drie grotere stallen

met een oppervlakte van 2.000 – 2.500

m2. Twan: “Daardoor krijgt het plan een

vriendelijkere uitstraling. In het midden

van de stallen komt een centrale gang voor

de luchtbehandeling. Hiermee kunnen we


fijnstof, ammoniak en geur reduceren. Zo

voldoen we dus ruim aan de milieueisen,

die – naar mijn verwachting – alleen maar

strenger zullen worden.”

Landschappelijke inpassing

De ondernemers houden ook op andere

manieren rekening met het milieu en de

omgeving. Een deel van de grond bij de

nieuwe locatie staan ze af aan het Waterschap.

Deze realiseert hier een ecologische

verbindingszone. De nieuwbouw wordt

landschappelijk ingepast. “Aan de zijde van

de verbindingszone leggen we sedum (vetplanten)

op het dak. Verder gebruiken we

bouwmaterialen in aardekleuren en passen

we de bouwvorm aan, aan de omgeving.

Daardoor valt het bedrijf zo min mogelijk

op in het landschap.”

Minder efficiency, meer dierwelzijn

De ondernemers scoren op het gebied van

dierenwelzijn wettelijk hoger dan nodig (ze

voldoen ruim aan de maatlat duurzame veehouderij)

en de stallen worden brandveilig

gebouwd. Door te kiezen voor een bedrijfsopzet

van zeven kleine stallen in plaats van

drie grote en het toepassen van een centrale

gang verwacht Twan dat het bedrijf

over veertig jaar nog steeds voldoet aan

de geldende wetgeving. “Hadden we voor

efficiency gekozen door drie grotere stallen

te bouwen, dan zie ik het wel gebeuren

dat we over een aantal jaren deze stallen

weer moeten opdelen, omdat de wetgeving

dan andere eisen stelt aan het houden van

pluimvee.”

Traditioneel legnest

De inrichting van de nieuw te bouwen stallen

is identiek aan de bestaande stallen.

Twan: “Er komt een traditioneel legnest,

met de waterlijn dicht bij het legnest en

de voerlijnen daarnaast. Alleen omdat we

nu voor kleinere stallen hebben gekozen,

komt er maar één beun in het midden van

de stal.”

De manier van verwarmen is wel anders.

Vijftien procent van de ingaande lucht

wordt via warmtewisselaars opgewarmd.

Deze lucht komt via de nok van de stal naar

binnen. Hierdoor is minimumventilatie (via

zijkleppen) niet meer nodig.

Invloed op kostprijs

Voor de nieuwbouw moeten 50.000 productierechten

worden aangekocht. Deze

aanschaf omvat veertien procent van de totale

kosten. Twan heeft, om de kostprijs te

drukken, overwogen om in het buitenland

een bedrijf te starten, maar in een ander

land hebben andere factoren invloed op de

totale kosten. Zo bedraagt de rente voor

een lening daar bijvoorbeeld tien procent,

terwijl de banken in Nederland vijf procent

hanteren. Nederland blijft voor Engelen

de beste keus. “We zijn een gezinsbedrijf.

Werken beide met onze echtgenotes in het

bedrijf en onze kinderen krijgen precies

mee wat het inhoudt om een agrarische onderneming

te runnen. Zouden we het principe

van een gezinsbedrijf verlaten, dan is

het veel moeilijker om je gezin te enthousiasmeren

voor bijvoorbeeld bedrijfsovername.”

Het hebben van de eigen regie is een belangrijke

peiler op het bedrijf. “Het is onze

toegevoegde waarde dat we zoveel mogelijk

werkzaamheden, niet alleen rondom het

werk in de stallen, maar ook in de boekhouding

en het vermarkten van onze producten,

zelf doen. Daardoor lopen we minder

risico op het maken van fouten en kunnen

we de focus leggen op een optimale kwaliteit

van ons eindproduct.”

Verder heeft Engelen het doel om een lagere

kostprijs dan gemiddeld te halen. “Wij streven

daarom naar een bepaalde bedrijfsomvang.

Want in mijn ogen heeft elk bedrijf

dat een groeiontwikkeling doormaakt, een

lagere kostprijs dan gemiddeld.”

BEDRIjFSGEGEVENS

Op de foto staan de beide broers Engelen met hun

gezin. V.l.n.r. Mariëlle met Jan, Jeroen, Tim, Twan,

Michelle, Diane en Luc.

Twan (37) en Jeroen (33) Engelen uit het

Brabantse Someren hebben een drie locaties

tellend pluimveebedrijf bestaande

uit één opfokbedrijf (voor 90.000 opfokdieren)

en twee vermeerderingsbedrijven

(voor elk 55.000 vermeerderingsdieren) Al

het pluimvee op het bedrijf is van het merk

Ross. Het bedrijf hanteert een all-in/allout

strategie en het voordeel van drie locaties

is dat de risico’s op het gebied van

de werkzaamheden (arbeidspieken), maar

ook de bedrijfsovernamemogelijkheden,

gespreid zijn.

De opfokstal is voorzien van twee drinksystemen:

ronddrinkers en drinknippels. Zodoende

zijn de ondernemers klantgerichter:

het ene vermeerderingsbedrijf heeft ronddrinkers

in de stal, het andere drinknippels.

Verder hangen er spinfeeders in de stal, die

ervoor zorgen dat het voer over de bodem

wordt gestrooid. Dit bevordert het dierwelzijn.

En er hangen springplateaus in de

stal om het natuurlijke springgedrag en de

beenontwikkeling van de jonge dieren te

trainen.

De opfokdieren komen als eendagskuikens

op het bedrijf. Een deel van deze kuikens

wordt geleverd door Opfok de KuikenaeR.

Ze worden opgefokt tot ouderdieren voor

zowel het eigen vermeerderingsbedrijf, als

voor anderen. Op het vermeerderingsbedrijf

worden op dit moment per dag ongeveer

40.000 broedeieren geproduceerd.

Het doel hierbij is om eieren van goede

kwaliteit, met een hoog bevruchtingspercentage

en een schone schaal te leveren.

De ambitie van Engelen:

Met veel werkplezier een bedrijf runnen

met een positieve uitstraling naar de

maatschappij.

Foto: Gé Hirdes.

29


30

Goede resultaten

Gildehoen-concept

Er is veel positieve aandacht

voor het Gildehoen-concept.

De afzet van het pluimveevlees

verloopt zeer succesvol. Wat

zijn de ervaringen van de diver-

se ketenpartners?

Zowel onder pluimveehouders als in de

markt leeft de introductie van het Gildehoen-concept,

het nieuwe tussensegment

tussen reguliere en biologische pluimveehouderij.

De aan dit concept deelnemende

veehouders zijn tevreden, consumenten

kiezen bewust voor dit betaalbare duurzame

kipproduct.

Media-aandacht

Op verschillende websites is te zien hoe de

vleeskuikens gehouden worden. De vlees-

kuikens leven minimaal 49 dagen en worden

geslacht op een gewicht van rond de

2.200 gram. De kuikens worden gevoerd

met honderd procent plantaardig voer,

waarin minimaal zeventig procent granen

zitten. De kuikens hebben de beschikking

over daglicht en afleidingsmateriaal. Dit

wordt positief ontvangen door zowel de

pluimveehouder als de consument. De bijdrage

aan Solidaridad, die ervoor zorgt er

een duurzame teelt van soja plaatsvindt,

draagt ook positief bij aan de belangstelling

van consumenten. De ketenpartners

zijn trots op de positieve aandacht. Het

concept komt positief in het daglicht, consumenten

geven aan, dat het goed is dat

de sector aandacht schenkt aan meer dierwelzijn

bij de productie van kippenvlees.

En het product is nog betaalbaar ook.

Afzet groot succes

Het project Gildehoen loopt al meer

dan een kalenderjaar en vergde veel

onderzoek en afstemming in de keten.

Mede daardoor zijn de ketenpartners zeer

tevreden dat de afzet van de vleesproducten

nu al boven verwachting verloopt. In de

tweede week na de introductie waren de

kipproducten volledig uitverkocht. Een zeer

goed teken dus. De kipproducten zijn nu in

verschillende supermarkten verkrijgbaar,

C1000 is hier als eerste mee begonnen. Bij

C1000 worden de producten verkocht onder

naam ‘Onze Kip’. De kip is verkrijgbaar

in allerlei verschijningsvormen, van hele

kip tot kipfilet en van kipkarbonade tot

kipkluifjes. De aandacht die C1000 er aan

geeft is positief. Op dit moment zijn ook

andere supermarkten geïnteresseerd in de

kipproducten, vandaar dat de ketenpartners

kunnen zorgen voor opschaling. Ze

verwachten dat de afzet richting het einde

van het jaar is verdubbeld ten opzichte van

mei 2011.

Technische resultaten

De Hubbard JA 757 kuikens worden gevoerd

met speciaal voor dit concept geproduceerde

voeders. De pluimveehouder

zet drie verschillende voerfasen in, welke

zijn afgestemd op de leeftijd van het kuiken.

De samenstellingen van het rantsoen

wordt afgestemd op de behoefte van de

langzaam groeiende kuikens. De dieren

behalen een slachtgewicht van 2.200 gram

met een netto voederconversie van 1,95.

Deze resultaten worden gerealiseerd vanwege

de lagere bezetting van maximaal

vijftien kuikens per vierkante meter. Verder

zien we minder uitval en een langzamere

groei. Na de eerste rondes realiseerden de

deelnemende puimveehouders een gemiddelde

uitval van 2,37%, waarbij een aantal

veehouders in staat is gebleken om minder

dan 0,5% uitval te realiseren.

Ketenconcept

Gildehoen is opgezet in samenwerking met

broederij Morren, slachterij Esbro BV en

ForFarmers. Het product wordt vermarkt

door InterChicken, die de kipproducten

aan supermarkten levert. Morren broedt

de eieren uit en Esbro slacht de kuikens

voor het Gildehoen. ForFarmers levert voeders

en geeft advies aan veehouders in dit

concept.

Wanneer u nog vragen heeft over dit concept,

dan kunt u contact opnemen met uw

voorlichter.


In de vorige Voertaal kwam pluimveehouder Bert de Boer aan

het woord over dit nieuwe concept. In deze Voertaal geven we

de ervaringen van de ketenpartners. Hoe kijken zij aan tegen de

resultaten van het Gildehoen-concept?

Henk Morren, broederij Morren

“De levering van kuikens binnen het Gildehoen-concept

past mooi binnen de werkzaamheden

van onze broederij. We hadden

al ervaring met het broeden van kuikens voor

de biologische sector en het Gildehoen-kuiken

is een mooie aanvulling op ons assortiment.

Natuurlijk vraagt het concept wel wat

aanpassingen op het gebied van planning

en logistiek, maar dat hebben we er graag

voor over. We gebruiken voor dit concept de

eendagskuikens die afkomstig zijn van onze

Hubbard JA 757 moederdieren. Na uitkomst

in de broederij zijn het erg plezierige kuikens.

De kuikens zijn van een langzaamgroeiend

ras en erg vitaal. Daardoor is het een fijn kuiken

om mee te werken. Dat blijkt ook uit de

contacten met de pluimveehouders. De uitval

is bovengemiddeld laag, namelijk ver onder

de 1%. Daar ben ik erg trots op. Sinds enkele

maanden houd ik de resultaten van alle

uitgebroede kuikens gedurende de eerste levensweek

precies bij. De Gildehoen-kuikens

blijken in de eerste zeven dagen tot nu toe

honderd procent medicijn- en antibioticavrij

te zijn. Ik vind dit een uitstekende prestatie!”

jan Tjassens, ForFarmers

“Gildehoen is een goed concept naast onze

reguliere vleeskuikens. Zowel de kuikens

als de veehouders voelen zich goed bij het

Gildehoen-concept. De veehouders zetten

tweederde van het aantal kuikens op dan

voorheen. De kuikens hebben meer ruimte

in de stal. Door het sterke Hubbard-ras en

de lagere bezetting is de uitval in de koppel

beduidend lager, waardoor het arbeidsplezier

voor de pluimveehouder toeneemt.

Onze voorlichters en klanten komen met

veel plezier in de Gildehoen stallen. De kuikens

zijn levendig en zeer vitaal. Zodra de

veehouder graan gaat strooien, komen de

kuikens naar hem toe en lopen achter hem

aan. Voor veehouders is het een prettig kuiken

om mee te werken. Samenvattend is

het mooi dat het traject, dat we ruim een

jaar geleden samen met onze ketenpartners

zijn gestart, nu tot een succes komt.

Als sector zetten we ons in voor probleemloos

kuikens houden zonder de inzet van

antibiotica. Dat is het streven van de hele

sector!“

GILDEHOEN

joop Eskes, slachterij Esbro BV

”Het is een mooi kuiken om mee te werken.

Het Gildehoen-concept vergde wel aanpassingen

in de slachterij, maar door onze ervaring

met biologische kuikens wisten wij

daar snel op in te spelen. De uniformiteit

van de kuikens stemt mij positief en de

uitval bij aankomst op de slachterij is zeer

laag. Bij deze kuikens is de spreiding in gewichten

zeer klein. De gewichten van de

hennen en hanen liggen dichter bij elkaar.

Het gewichtspercentage van het pluimveevlees

is na inslachting iets lager dan bij

regulier pluimvee. Daardoor zijn de slachtkosten

voor dit concept iets hoger. We

kunnen in deze slachterij goed met deze

kuikens werken. Het is een mooi en stevig

kuiken. Doordat de dieren een stevige huid

hebben, komen er weinig beschadigingen

voor. Wij ervaren het Gildehoen-kuiken als

een mooi kuiken. Hiervan kunnen we een

goed kipproduct maken, betaalbaar geproduceerd,

voor de bewuste consument.”

31


32

Bij frequent doorzaaien

blijft het aandeel goede

grassen groot

Doordat melkveebedrijven steeds groter worden en meer melk per koe willen produceren, moet

het ruwvoer van goede kwaliteit zijn. Dit lukt alleen, wanneer de botanische samenstelling van het

grasland op peil blijft, zodat er voldoende opbrengst en voederwaarde van het grasland komt.

Productmanager Plant René Verhoeven

vertelt dat 55% van het Nederlandse grasland

onder de maat is. En dat terwijl de

hoge melkproducties van de Nederlandse

veestapel vragen om gras met een hoge

energiewaarde. Want hoogwaardig ruwvoer

van het eigen melkveebedrijf is een

belangrijke kostenverlager: goed gras bespaart

tot 30% op de krachtvoerkosten.

Daarom moet de botanische samenstelling

van het grasland op peil zijn.

Aandeel goede grassen

Een goede methode om dit op blijvend

grasland te realiseren is het toepassen

van doorzaaien. Bij frequent doorzaaien,

blijft het aandeel goede grassen groot,

waardoor het moment van grasland ver-

nieuwen kan worden uitgesteld. Door te

kiezen voor de nieuwste grasrassen van

hoogwaardige kwaliteit, wordt blijvend

grasland verbeterd. René: “De nieuwste

rassen gaan efficiënt met stikstof om, zijn

beter resistent tegen ziekten als kroonroest

en weten topopbrengsten te realiseren.

ForFarmers heeft hiervoor goede

mengsels in haar assortiment.“

Presentatie van René Verhoeven (midden) over het belang van een goede grasmat met op de voorgrond de nieuwe doorzaaimachine van Evers Agro.


Wanneer het aandeel goede grassen te

laag is, raden wij u aan om het grasland te

vernieuwen via scheuren en herinzaaien.

Een andere methode is het toepassen van

rotatieteelt waarbij gras, mais en eventueel

andere gewassen achtereenvolgend

op hetzelfde perceel geteeld worden. Het

voordeel op zandgrond is dat hierdoor het

organische stofgehalte toeneemt.

Belang van goede grasmat

Half mei heeft René Verhoeven tijdens

een demonstratie van een nieuwe doorzaaimachine

van Evers Agro uit Almelo

een korte presentatie gehouden over het

belang van een goede grasmat. Tijdens

deze demonstratie waren een aantal geinteresseerde

loonwerkers aanwezig. Zo

ook loonwerker Grefelman uit Luttenberg.

Zijn reactie op de vraag wat hij van

de nieuwe doorzaaimachine vindt is: “Ik

zie er zeker toekomst in, maar is de melkveehouder

wel genoeg overtuigd van het

belang van doorzaaien? Ziet de melkveehouder

het profijt? Wij zijn voorzichtig,

voordat we overgaan tot aanschaf van

deze machine, want een investering moet

wel rendabel zijn.”

Grotere capaciteit

Nu blijken de aanschafkosten voor de

nieuwe doorzaaimachine mee te vallen,

deze ligt om en nabij de 25.000 euro.

Voor 25 – 30 euro per hectare zou een

loonwerker hiermee de werkzaamheden

kunnen verrichten, dit in tegenstelling

tot de 70 euro per hectare die ze nu voor

het doorzaaien rekenen (excl. graszaad).

Evers Agro: “Voordeel van deze nieuwe

machine is de grotere capaciteit: de

werkbreedte ligt op zes meter, in tegenstelling

tot de standaard doorzaaimachines

die 2,5 meter breed zijn. En de machine

kan ook meerdere handelingen in

één werkgang uitvoeren. De machine beschikt

over een egalisatiebord voor grove

oneffenheden zoals molshopen, twee

rijen zware eggetanden die niet alleen de

dode grassen maar ook de mestflarden

en viltlagen losmaken en bovendien een

zaaibed voor het graszaad creëren. Het

graszaad wordt in de bodem vastgelegd

en aangedrukt en de bodem wordt niet

dichtgesmeerd. Wanneer het zaad vastligt

in niet dichtgesmeerde grond, kan het

eerder tot kieming overgaan.”

Een hoge voerwaarde bespaart krachtvoer en vergroot de opname van het

ruwvoer

In dit voorbeeld is het verschil € 472,70, wanneer we een KVEM-prijs van € 0,163 aanhouden.

Grasland Drogestofopbrengst VEM KVEM/ha

Slecht 10 ton 850 8.500

Nieuw 12 ton 950 11.400

loonwerk velddAgen

De Loonwerk Velddagen vinden plaats op woensdag 29 juni en

donderdag 30 juni a.s., van 13.00 uur tot 22.30 uur. Er zijn dagelijks demonstraties

om 14.00 uur en 19.30 uur.

ForFarmers is op de Loonwerk Velddagen aanwezig en begeleidt bezoekers in vier

stappen naar beter ruwvoer. Deze stappen sluiten aan bij de machines, die gedemonstreerd

worden, en spelen in op de actualiteiten rond bemesting en inkuilmiddelen.

Waar?

U vindt de Loonwerk Velddagen op het perceel van Maatschap Wessels te Rijssen.

Neem op de A1 afslag 27 en volg de bewegwijzeringsborden.

Kijk voor meer informatie op de website www.loonwerkvelddagen.nl.

33


34

Dankzij groenbemesters betere

bodemstructuur

Vanwege het droge voorjaar kan de graanoogst dit jaar vroeg uit-

pakken. Via de inzet van de juiste groenbemester in combinatie

met het beste zaaitijdstip heeft u nu de ruimte om aaltjesproble-

men en bodemziekten gericht aan te pakken.

Om aaltjesproblemen te voorkomen kunt

u het beste aaltjesresistent bladrammenas

of gele mosterd zaaien. Wanneer u

zoekt naar verbetering van de bodemvruchtbaarheid

of een betere vastlegging

van de stikstof, dan kunt u niet-aaltjesresistent

bladrammenas, gele mosterd,

bladkool of een grasachtige groenbemester

zaaien.

Het hebben van een groenbemester zorgt

voor een hoger organische stofpercentage

in de bodem. Daardoor wordt de bodemstructuur

verbeterd en kan de grond

vocht en voedingsstoffen beter vasthouden

(bufferen).

Tip: zorg bij het zaaien van een groenbemester

voor een goed zaaibed en voldoende

stikstof als startgift.

Enkele groenbemesters nader beschreven:

• Bladrammenas:

Bladrammenas heeft een snelle beginont-

Overzicht teeltmaatregelen groenbemesters

Gewas

1000-korrel-

gewicht (gr)

Zaaizaad

(kg/ha)1

wikkeling en vormt in korte tijd een massaal

gewas, waardoor het onkruid gemakkelijk

wordt onderdrukt. Het kan ook bij late

zaai nog voldoende gewas vormen om’s

winters de bodem te beschermen. Wanneer

de vorst intreedt vriest bladrammenas

dood. De planten hebben penwortels, maar

door de beperkte hoeveelheid zijwortels is

de doorworteling van de grond en de wortelopbrengst

veel minder dan bij grasgroenbemesters

Bladrammenas wordt geteeld

vanwege de toevoer van organische stof,

als stikstof vanggewas, als bietencystenaaltjesbestrijder

of als bescherming van de

grond tegen verstuiven. Naast resistentie

tegen het bietencystenaaltje is het hebben

van een multiresistentie bladrammenas tegen

Melodoigyne chitwoodi en Melodoigyne

fallax steeds belangrijker aan het worden.

• Gele mosterd:

Gele mosterd behoort tot de kruisbloemigen.

Onder gunstige groeiomstandigheden

kan het gewas in korte tijd veel organische

stof produceren. Gele mosterd

Zaaidiepte

(cm)

N-gift

(kg/ha)

Onder

dekvrucht

Bladrammenas 10-20 20-50 2-3 40-80 nee

Gele mosterd 5-10 15-25 2-3 30-50 nee

Bladkool 3-4 8-12 2-3 50-80 nee

Engels raaigras 2-3 15-30 1-2 40-60 ja

Italiaans raaigras 2-4 20-35 1-2 40-60 ja

vormt dan een lang (één tot twee meter)

en massaal gewas met een beperkte stevigheid.

Meestal is een voorbewerking

nodig (klepelen, maaien) om het gewas

goed te kunnen onderploegen. Zijn de

omstandigheden minder gunstig dan zal

de groei tegenvallen. Gele mosterd wordt

veelal gebruikt als groenbemester op laat

vrijkomend land. Het gewas heeft een

stevige penwortel die zich niet verdikt.

In zes weken tijd is de grond tot zo’n 70

centimeter doorworteld. Gele mosterd is

sterk (nacht)vorstgevoelig. Bij een flinke

nachtvorst vriezen de waterige stengels

en bladeren kapot. Gele mosterd stelt

niet veel eisen aan de grond en kan op

de meeste grondsoorten geteeld worden.

Alleen zure gronden zijn niet erg geschikt

voor de teelt. Gele mosterd wordt vooral

voor de toevoer van organische stof verbouwd

en als antistuifgewas, vrijwel nooit

voor voederdoeleinden. Voor bestrijding

van bietencystenaaltjes is de zaaitijd van

het gewas meestal te laat.

• Bladkool:

Bladkool is goed wintervast en dient voor

de winter goed ontwikkeld te zijn. Omdat

bladkool traag kiemt is vroeg zaaien (voor

1 september) gewenst.

• Engels raaigras:

Engels raaigras is wintervast en schiet in

het voorjaar laat door. Hiermee voorkom

je opslag in het volggewas. Engels raaigras

zorgt verder voor een goede beworteling

en smakelijk gras.

• Italiaans raaigras:

Italiaans raaigras is geschikt voor kortdurend

grasland, vooral voor maaidoeleinden

voor één tot maximaal twee jaar.

Onder goede groeiomstandigheden geeft

het een hoge productie. Het heeft een

snellere beginontwikkeling dan Engels

raaigras, maar is minder wintervast en

minder standvastig.


Proefvelden groenbemesters

Overzicht gewaseigenschappen groenbemesters

De grondbedekking is een maat voor de bladmassa/m2 . Een hoog cijfer betekent veel blad per m2 Een hoog cijfer in de kolom “gevoeligheid vorst” betekent dat het gewas “weinig vorstgevoelig” is. Een laag cijfer staat voor “zeer vorstgevoelig”.

Gewas Grondbedekking Gevoeligheid

vorst

Drogestofopbrengst bij goed

geslaagd gewas (kg/ha)

Effectieve organische

stof (kg/ha)

Bladrammenas 9 3 3900 850

Gele mosterd 9 1 3900 850

Bladkool 9 5 4000 850

Engels raaigras 7 7 4200 1000

Italiaans raaigras 9 5 4200 1100

Zaaitijdstip groenbemesters

Bladrammenas

Gele mosterd

Bladkool

Engels raaigras

Italiaans raaigras

mrt april mei juni juli aug sept okt

geel = zaaien onder dekvrucht (maart - half mei)

groen = zaaien op braak land (mei - juni)

rood = zaaien in vroege stoppel (juli - half aug.)

blauw = late stoppel (half aug. - half sept.)

35


36

Reportage

Een medewerker van pootgoedbedrijf Prinzen Somsen verplaatst de kisten. In de nieuwe bewaarloods kan 8.000 ton pootgoed bewaard worden.

Nieuwbouw bewaarloods:

capaciteit en efficiëntie zijn verbeterd

Honderdvijftig hectare pootgoed, die in kisten worden gerooid, een

eigen rassenvermeerdering en een nieuwe bewaarloods voor de be-

waring van 8.000 ton aardappelen in kisten. Dat zijn enkele belang-

rijke kenmerken van het pootgoedbedrijf Prinzen Somsen uit Aalten.

“De nieuwe bewaarloods met een oppervlakte

van 4.000 m 2 , is een verademing.

We kunnen nu efficiënter werken,

het pootgoed droogt mooier en daardoor

kunnen we nog meer kwaliteit leveren.”

Aan het woord zijn pootgoedtelers

Anno Prinzen en Hilbert Somsen.

In het verleden plaatsten ze de kisten nog

in bestaande pluimveestallen, elke stal kon

zo’n 500 ton bewaren. Hilbert Somsen vertelt:

“We konden de kisten niet op elkaar

stapelen. De nieuwe bewaarloods benutten

we vanaf oktober 2010. Hier kunnen

zes kisten op elkaar staan en hebben we de

mogelijkheid om in totaal 8.000 ton pootaardappelen

te bewaren. Dat is nog eens

een capaciteitsverbetering!”

De nieuwe bewaarloods verrees op de plek

van de pluimveestallen. Tot 2004 hadden

de zwagers Anno Prinzen en Hilbert Somsen

naast het akkerbouwbedrijf nog een

pluimveetak. Deze is beëindigd, omdat

Anno’s vader toen uit het bedrijf stapte.

Anno: “Wij hebben meer feeling met de akkerbouw,

daarom zijn we daarin uitgebreid.

We zijn geleidelijk gegroeid van 55 hectare

naar het huidige aantal van 150 hectare

pootgoed. Alle werkzaamheden, het poten,

de bespuitingen, het rooien en de bewaring

worden met vier medewerkers rondgezet.

In de winter, tijdens het sorteren komen er

extra krachten bij, want iedere aardappel

moet gezien worden.”

Leveren van kwaliteit

Doel van de ondernemers is om een kwaliteitsproduct

te leveren. Vooral bij export,

op dit bedrijf wordt tweederde van de aardappelen

geëxporteerd, is kwaliteit erg belangrijk.

“Je wilt geen klachten krijgen dat

er bacterieziek of schimmels (bv. Fusarium)

in het pootgoed zit. Dit ontstaat vooral

door versmering. Daarom is hygiënisch

werken tijdens het rooien en in de opslag

zo belangrijk. We beschikken over een kistenwasser,

waar de kisten gedesinfecteerd


worden en we rooien de aardappelen ook in

kisten. Het product komt onbeschadigd en

schoon in de kisten. Na het rooien worden

de kisten voor de droogwand gezet en zodra

het product droog genoeg is, gaan de

kisten naar een koelcel. De aardappelen

blijven in dezelfde kist, waardoor we een

handeling uitsparen. In de periode september

t/m maart wordt het pootgoed gesorteerd,

dan bekijken we iedere aardappel

van dichtbij en lezen we ze uit op de gewenste

kwaliteit.”

Het gaat om de kilo’s

In de koelcellen in de nieuw gebouwde bewaarloods

wordt bij de koeling geen gebruik

gemaakt van buitenlucht, maar van

mechanische koeling. Anno: “We hebben

bewust gekozen voor andere koelcellen

dan we in het verleden hadden. Mechanische

koeling geeft minder indroging van

het pootgoed. Er verdwijnt minder vocht uit

het pootgoed, waardoor er meer kilo’s in de

kisten overblijven. En het gaat ons nu juist

om de kilo’s, want we worden vooral op het

aantal kilo’s dat we leveren uitbetaald.”

Eigen vermeerdering

Natuurlijk speelt de kwaliteit van het product

mee bij de uitbetaling. Daarom is het

voor de pootgoedtelers belangrijk om met

gezond uitgangsmateriaal te beginnen.

Omdat ze geregeld merkten, dat aangekocht

pootgoed al bacterieziek was, hebben

de ondernemers ervoor gekozen om

hoogwaardig pootgoeduitgangsmateriaal

te gaan vermeerderen. “Dit betekent dat

er plantjes, honderd procent gezond uitgangsmateriaal,

in het laboratorium worden

gekweekt. Deze plantjes, van circa

twee centimeter hoog, worden daarna in

een kas uitgeplant. Hieraan komen twee

tot vijf aardappelen per plant. Het volgende

jaar worden deze knollen in het veld uitgeplant.

Dit zijn zogenaamde miniknollen, de

oogst heet tweedejaarsstam, daarna volgt

een derdejaarsstam. De derdejaarsstam

vermeerderen we tot eigen pootgoed. We

proberen te komen tot vijf generaties pootgoed.

Standaard worden enkele generaties

meer geteeld, maar daardoor is er meer

kans op besmetting.”

De vermeerdering van plantjes en eerste-

en tweedejaarsstam gebeurt niet op het

bedrijf van Prinzen Somsen, maar wordt

gedaan in nauwe samenwerking met een

collega akkerbouwer.

Bescherming noodzakelijk

De kwaliteit van het eindproduct staat of

valt ook met de juiste teeltomstandigheden.

Op advies van voorlichter Ria Wolters

zijn de pootgoedtelers vorig jaar overgegaan

naar het gebruik van Olie H.” Ria

vertelt: “Dit middel geeft een film over het

blad. Het zorgt voor een goede bescherming

tegen virusinfecties. En het kan goed

in combinatie met andere middelen toegepast

worden. Vorig jaar hebben Prinzen en

Somsen bijvoorbeeld Olie H in combinatie

met Ranman toegepast voor de beste

knolbescherming. Op dit moment werken

ze met Olie H en Valbon, want deze combinatie

geeft de beste bescherming tegen

Phytophthora.”

Veldspuit op GPS

Hilbert vertelt dat mensen geregeld aan

hem vragen waarom ze hem zo vaak met

een spuit in het perceel aardappelen zien.

“Het is voor de consument moeilijk te begrijpen

dat we de aardappelen moeten

beschermen. We werken met streng geselecteerde,

goedgekeurde middelen en we

proberen de concentratie werkzaam middel

zo laag mogelijk te houden. Bovendien werken

we met een veldspuit op GPS. Zodra

de GPS registreert dat we in een bepaalde

rij al geweest zijn, dan sluiten de spuitdoppen,

die boven die rij hangen, automatisch.

Daardoor gaan we nooit twee keer met het

middel over dezelfde aardappelplanten.”

Hilbert Somsen maakt bij de veldspuit gebruik van GPS. Zo voorkomt hij dat er overlap van het middel op

het gewas plaatsvindt. Hier spuit hij een combinatie van de middelen Olie H, Sumicidin en Valbon.

BEDRIjFSGEGEVENS

Anno Prinzen en Hilbert Somsen zijn blij met de

nieuwe bewaarloods.

Akkerbouwers Anno Prinzen en Hilbert

Somsen uit Aalten (Gld.) verbouwen rond

de honderdvijftig hectare pootaardappelen.

Dit pootgoed wordt o.a. geleverd aan de

HZPC, Averis Seeds en vrije afzet. Tweederde

van dit pootgoed wordt geëxporteerd,

de rest is pootgoed voor fabrieksaardappelen.

De ondernemers verzetten

alle werkzaamheden samen met vier medewerkers

en in drukke tijden worden er nog

enkele parttimers ingezet.

Het bedrijf heeft twintig hectare grond in

eigendom, het overige huren ze bij verschillende

veehouders of andere ondernemers

in de buurt. De gronden liggen in een cirkel

van maximaal vijftien kilometer van het akkerbouwbedrijf.

De grondsoort loopt uiteen

van puur zand, leem tot klei. Dit maakt het

telen van aardappelen gevarieerd, want

elke grondsoort heeft weer zijn eigen voor-

en nadelen.

De ondernemers telen licentierassen, dit

betekent dat er van te voren is bepaald

hoeveel hectare van welke rassen ze gaan

telen. De ondernemers willen graag de gehele

winter aardappelen (gespreid) afzetten,

daarom kiezen ze zowel voor vroege

als late rassen. Op dit moment telen ze

zo’n vijftien rassen, waaronder Altus, Asterix,

Avarna, Aveka, Baraka, Bartina, Festien,

Monalisa, Seresta en Spunta. Altus en

Bartina zijn twee nieuwe rassen die in het

kader van rasvernieuwing worden ingezet.

Anno: “De verwachtingen van Altus zijn

hoog. Het ras moet zich echter nog bewijzen.”

Voor de gewasbescherming maakt het bedrijf

gebruik van producten van ForFarmers.

Voorlichter Ria Wolters adviseert de ondernemers

over het gebruik en de inzet van

deze producten. Daarnaast geeft ze advies

over de bemesting.

De ambitie van Prinzen en

Somsen:

Bedrijfsoptimalisatie inclusief verdere

automatisering.

37


38

Maïsdemovelden 2011

ForFarmers heeft op een vijftal locaties demovelden met maïsrassen. Het doel van deze

demovelden is om de rassen, die ForFarmers in haar rassenadvies voor 2011 heeft opgenomen

én een aantal veelbelovende rassen voor de komende jaren te laten zien.

Door de aangescherpte normen in de mestwetgeving wordt het vooral op zandgrond

steeds moeilijker om een goede opbrengst te realiseren.

De doelstelling van minimaal zestien ton drogestof moet op zandgrond echter te realiseren

zijn.

De velden zijn in 2011 gelegen op de volgende locaties:

Rodedijk 2, Gelselaar

Misterweg/hoek Meenkmolenweg, Winterswijk-Miste

Rengersweg, Laren

Rijksweg 101-111, Toldijk

Zuthemerweg, Laag Zuthem

Wanneer u een demoveld wilt bezoeken, alleen of in studieclubverband, en een toelichting

wenst, dan kunt u uw voorlichter hiervoor raadplegen.

Lelieshow Lemelerveld B(l)oeit!

De lelie(bollen)teelt is al enige decennia prominent aanwezig in

het oosten van het land. De leliebollen, die hier geteeld worden,

zijn gewild vanwege de goede broeikwaliteit van de bollen. Mede

daardoor leek het enkele lelietelers een goede zaak om u in de

gelegenheid te stellen, de prachtige en veelzijdige kleuren van de

lelies te ontdekken. Dit kan van woensdag 3 augustus t/m zondag

7 augustus in Lemelerveld.

De wereld aan lelies

De show Lemelerveld B(l)oeit! heeft dit jaar

als thema: De wereld aan lelies. Het product

lelies is letterlijk en figuurlijk een wereldproduct:

naar allerlei windstreken worden de

lelies geëxporteerd, waar de bol uiteindelijk

door lokale bloemenkwekers tot bloei wordt

getrokken. De lelieshow zal dit jaar opgebouwd

worden rondom een aantal voor de

leliebranche belangrijke afzetlanden.

Openingstijden

Lemelerveld B(l)oeit is van woensdag 3 augustus

tot en met zaterdag 6 augustus geopend

van 10.00 uur tot 21.00 uur. Zondag

7 augustus zijn de deuren open van 13.00

uur tot 18.00 uur. De entreeprijs is € 3,00

voor iedereen vanaf 13 jaar. Voor jongere

kinderen is de toegang gratis. ForFamers is

bij deze show aanwezig. De locatie is Zaal

Reimink, Dorpsstraat 2 in Lemelerveld.

Graaninname

De graanoogst is nabij. De meeste graanleveranciers

hebben hun graanovereenkomst

teruggestuurd naar ForFarmers.

Belangrijk is dat u bij levering altijd uw leverbewijzen

meeneemt en afgeeft op de

ontvangstlocatie.

Let op: wilt u uw granen niet afrekenen tegen

een poolprijs, maar bent u geïnteresseerd

in een dagprijs? Neem dan contact

op met een medewerker van de afdeling

Klantenservice tel.: +31 (0)573 28 88 11.

Ook wanneer u van ForFarmers geen

graanbrochure hebt ontvangen, dan kunt

u dit bij een medewerker van de afdeling

Klantenservice aangeven.

fotografie Eelke Rieks Wilms


Productierechten

In dit artikel staan de cijfers van 8 juni 2011 vermeld.

Koopmelk

De prijs van melkquotum schommelt sinds

april tussen de 17,50 en 18 eurocent per %

vet. Er is wat meer aanbod dan begin april

maar dit blijft beperkt. Op dit moment is de

vraag wat afwachtend, waarschijnlijk door

de aanhoudende droogte.

Leasemelk

Ondanks een krap aanbod, is er in het huidige

quotumjaar meer bemiddeld in leasemelk.

De prijs ligt rond de 4,8 eurocent per

% vet. De laatste weken wordt het aanbod

iets ruimer. Dit is echter bij deze marktconforme

prijs snel verleasd.

Varkensrechten koop

Door onduidelijke wetgeving is de vraag

naar rechten afwachtend. De verkopers

hebben ook geen haast waardoor er weinig

handel is op dit moment.

In Oost is er gehandeld voor 120 euro voor

benutbare varkensrechten, op dit moment

ligt de prijs iets lager.

De prijs in Overig en Zuid ligt lager, maar

daar is het aantal transacties zeer beperkt.

Varkensrechten lease

In de lease van varkensrechten gebeurt de

laatste weken weinig. Een enkele transactie

in Oost voor prijzen lager dan 18 euro

per varkenseenheid. In Zuid en Overig zijn

er bijna geen transacties. De leaser wacht

nog af.

Pluimveerechten

De bemiddeling in pluimveerechten is rustig,

af en toe wordt er een partij overgedragen.

De prijs was in Oost circa 8,5 euro per

pluimvee-eenheid. In Overig en Zuid is de

prijs een fractie lager.

Voor de lease van pluimveerechten geldt

hetzelfde, maar het is nog vroeg in het jaar.

De vraagprijs voor lease bedraagt circa

€ 1,10 per pluimvee-eenheid in Oost. Zowel

koop als lease zijn qua prijsniveau wat

gedaald ten opzichte van begin dit jaar.

Toeslagrechten

Op dit moment is er veel vraag, maar weinig

aanbod. De toeslagrechten, die nu worden

aangeboden, zijn voor de koper te benutten

vanaf 2012. Omdat de regelgeving in

Grafiek: prijsverloop koopmelk 2009-2010-2011, prijs per % vet, excl. BTW

Bron: Gerealiseerde omzet ForFarmers Prijsverloop Bomap. koopmelk 2009-2010-2011

prijs per % vet, excl btw

Prijs

prijs

34

31

28

25

22

19

16

13

10

1 4 7 10 13 16 19 22 25 28 31 34 37 40 43 46 49 52

2014 kan veranderen, willen veel agrariërs

voor elke hectare graag een toeslagrecht.

Er hebben al meerdere transacties plaatsgevonden.

Contact met BOMAP

Heeft u vraag naar of aanbod van melkquotum,

varkensrechten, pluimveerechten of

Week

Week

bron: gerealiseerde omzet ForFarmers BOMAP

toeslagrechten, neem dan contact op met

de afdeling BOMAP van ForFarmers tel.:

+31 (0)573 28 89 89. Of stuur een mail

naar bomap@forfarmers.eu.

Kijk op de website voor de actuele prijsinformatie.

Specialisten productierechten v.l.n.r.: Clemens Goselink, Roel Visscher en Ria Zieverink.

2009

2010

2011

39


40

Wel of geen luchtwasser,

de keus is aan u

Voor de ondernemers, die voor de keuze staan om wel of geen lucht-

wasser aan te schaffen, licht BOMAP in dit artikel toe, welke soor-

ten luchtwassers er zijn. Ook krijgt u een indicatie van de jaarkosten.

Er gaan verhalen rond dat alle varkens- en

pluimveestallen in 2013 van een luchtwasser

voorzien moeten zijn. Dit is onjuist.

Een luchtwasser kan toegepast worden

om de stal emissiearm te maken. Er zijn

echter meer goedgekeurde emissiearme

systemen. Een andere mythe is dat luchtwassers

niet goed functioneren en altijd

in storing staan. Het komt zeker voor, dat

een luchtwasser in storing staat, het is tenslotte

techniek. Maar in de praktijk draait

de nieuwste generatie luchtwassers goed.

Een ander veelgehoord item, is dat de veehouder

de wasser uitzet om stroomkosten

te besparen. In de praktijk blijken alle wassers

volop te draaien. Bovendien controleren

de gemeenten hier streng op. Een wasser

uitzetten is dus geen optie.

Wat wel zo is, is dat de luchtwasser jaarlijks

extra kosten met zich meebrengt. De

energiekosten verschillen per wasser, maar

elke wasser brengt de nodige exploitatiekosten

met zich mee.

Waarom een luchtwasser

Iedere ondernemer dient zelf een afweging

te maken om wel of geen luchtwasser te

plaatsen. Sommige ondernemers houden

niet van de “toeters en bellen” in de mestkelder

en kiezen daarom bewust voor een

luchtwasser. De luchtwasser is een “End-of

Pipe” systeem, de stal kan van binnen traditioneel

worden uitgevoerd.

Andere ondernemers maken liever eenmalig

extra kosten voor een kelder, dan jaarlijks

de extra kosten van de luchtwasser

te hebben. Bovendien zitten zij ook niet te

wachten op het extra onderhoud dat deze

techniek met zich meebrengt.

Er is ook een categorie ondernemers, die

geen keuze hebben. Zij moeten op basis

van de ligging van het bedrijf, op een plek

waar geen uitbreiding van ammoniak en/

of geuruitstoot mag plaatsvinden, wel een

luchtwasser aanschaffen om überhaupt

een vergunning te krijgen. Dit speelt bij-

Schematisch overzicht van de werking van een luchtwasser

NAAM:

Chemisch luchtwassysteem 95 %

ammoniakemissiereductie, voor

kraamzeugen, gespeende biggen,

guste en dragende zeugen,

dekberen en vleesvarkens

NUMMER:

BWL 2008.09.V1

Systeembeschrijving

April 2009

voorbeeld wanneer het bedrijf naast een

Natura 2000 gebied ligt en/of de huidige

geurbelasting te hoog is.

Soorten luchtwassers

Gaat u voor een luchtwasser, dan kunt u

kiezen uit drie soorten wassers:

1. Biologische wassers

2. Chemische wassers

3. Combiwassers

Biologische luchtwasser

Bij een biologische luchtwasser wordt de

lucht meestal via de ruimte onder het waspakket,

door het waspakket geleid. In deze

ruimte onder het waspakket vindt alvast

enige bevochtiging van de lucht plaats.

Verder wordt hier de lucht optimaal verdeeld

over het gehele aanstroomoppervlak

van de wassectie. De wassectie bestaat

uit een kolom met vulmateriaal dat continu

wordt bevochtigd met wasvloeistof. Bij het

passeren van de ventilatielucht door het

luchtwassysteem wordt 70% van de ammoniak

opgevangen in de wasvloeistof, hierbij

vindt tevens een geurreductie plaats van

45%. De gereinigde ventilatielucht verlaat

de luchtwasser vervolgens via een druppelvanger.

De wasvloeistof wordt afgevoerd

naar een aparte biologische sectie. De biologische

sectie (nitrificatie) bestaat uit een

kolom vulmateriaal waardoor continu waswater

stroomt. Bacteriën die zich op het

vulmateriaal en in de wasvloeistof bevinden

zetten de ammoniak om in nitriet en/of nitraat.

Met het spuiwater worden deze stoffen

uit het wassysteem afgevoerd.

Chemische luchtwasser

Bij een chemische luchtwasser is sprake

van een horizontale luchtstroom welke

door een staande kolom vulmateriaal wordt

geleid. Deze kolom vulmateriaal wordt

continu bevochtigd met een aangezuurde

wasvloeistof. Bij passage van de ventilatielucht

door het luchtwassysteem wordt

de ammoniak opgevangen in de wasvloeistof,

waarna de gereinigde ventilatielucht

het systeem verlaat. Door toevoeging van

zwavelzuur aan de wasvloeistof, wordt de

ammoniak gebonden als ammoniumsulfaat,

waarna deze met het spuiwater wordt af-


Investerings- en jaarkosten luchtwassers

Combiwassers zijn 5% tot 25% duurder in investerings- en jaarkosten.

Aantal

Nieuwbouw Bestaande stallen

vleesvarkens Investering jaarkosten Investering jaarkosten

500 € 88,- € 27,50 € 130,- € 33,75

1000 € 60,- € 19,50 € 103,- € 26,00

2000 € 46,- € 15,75 € 85,- € 21,50

3000 € 41,- € 14,00 € 75,- € 19,25

4000 € 39,- € 13,75

Bron: HAS Den Bosch 2010

gevoerd. De chemische luchtwassers worden

altijd opgebouwd uit standaard modules,

welke gezamenlijk als unit bij de stal

worden geplaatst. Bij de aanschaf van een

chemische wasser kan worden gekozen

voor een ammoniakreductie van 70% of

een ammoniakreductie van 95%. De geurreductie

van een chemische luchtwasser is

altijd 30%.

Combiwasser

Er zijn twee soorten combiwassers op de

markt, namelijk de puur biologische combiwassers

en de combiwassers met een chemische

stap, waarbij dus ook zwavelzuur

wordt toegevoegd.

De ammoniakemissie (inclusief geur- en

stofemissie) wordt beperkt door de ventilatielucht

te behandelen in een luchtwassysteem

die is opgebouwd uit meerdere

wasstappen. Meestal bestaat de installatie

uit een watergordijn met daarachter een biologische

of chemische wasser. Het watergordijn

is in de voorruimte aanwezig waarin

de lucht optimaal wordt verdeeld over het

gehele aanstroomoppervlak van de wassectie.

De biologische of chemische wasser

betreft een kolom met vulmateriaal, waarover

continu wasvloeistof wordt gesproeid.

De gezuiverde lucht verlaat vervolgens via

een druppelvanger de installatie. Bij het

passeren van de ventilatielucht door het

luchtwassysteem wordt de ammoniak opgevangen

in de wasvloeistof.

De bacteriën die zich bij een biologische

combiwasser op het vulmateriaal en in de

wasvloeistof bevinden, zetten de ammoniak

om in nitriet en/of nitraat, waarna

deze stoffen met het spuiwater worden afgevoerd.

Bij een chemische combiwasser

wordt de ammoniak gebonden door het toegevoegde

zwavelzuur. De verwijdering van

stof en geurcomponenten gebeurt hoofdzakelijk

in het eerste watergordijn. Een combiwasser

geeft een ammoniakreductie van

85% en een geurreductie van 70% tot 85%,

afhankelijk van het soort combiwasser.

Spuiwater

Het spuiwater van alle luchtwassers is erkend

als meststof. Dit spuiwater kan als

zodanig afgevoerd of op eigen grond aangewend

worden.

Wel of geen luchtwasser toepassen

op uw bedrijf? De keuze is uiteindelijk

aan de uzelf. Bij het maken van

deze keuze kan de afdeling BOMAP

van ForFarmers u van dienst zijn.

Voor vragen kunt u bellen naar tel:

+31 (0)573 28 89 89.

41


42

Reportage

Om te voldoen aan de Maatlat Duurzame Veehouderij heeft Pelgrom gekozen voor ruime looppaden en een ruime maatvoering van de boxen. Als boxenvulling

heeft de melkveehouder gekozen voor een waterbed.

“Ik haal plezier uit de diversiteit

van het werk”

Vorig jaar schreven we in Voertaal over de nieuwbouw bij melkvee-

houder Ronald Pelgrom in Hummelo. BOMAP heeft de nieuwbouw-

plannen getoetst aan de Maatlat Duurzame Veehouderij en de ver-

gunningaanvragen verzorgd. Wij vragen Ronald naar zijn ervaringen.

“Eind 2008 dacht ik voor het eerst aan

nieuwbouwplannen. Het jongvee werd namelijk

op een andere locatie gehuisvest en

het melken in de 2x4 melkstal ging me ook

tegenstaan. Omdat ik naast de melkveehouderij

ook een ijsmakerij run, kwam ik

tijd tekort. In het voorjaar van 2009 heb ik

contact gezocht met BOMAP, zodat zij me

verder konden helpen met de milieuvergunningsaanvraag

en Maatlat Duurzame Veehouderij

(MDV). We hebben besloten om

rekening te houden met de MDV, zodat ik

gebruik kan maken van het fiscale voordeel

van de milieu-investeringsaftrek en het willekeurig

afschrijven volgens de Vamil.”

Ruime maatvoering

Geerten Wassink van BOMAP vult aan: “we

proberen bij nieuwbouw altijd rekening te

houden met de eisen van de Maatlat, want

het fiscale voordeel is zeer groot. Dit is mooi

meegenomen.” De maatregelen die meetellen

voor de MDV zijn bijvoorbeeld een ruime

maatvoering van de boxen (op dit bedrijf

1,15 meter breed en 2,5 tot 2,8 meter diep)

en ruime looppaden van 3,5 tot vier meter.

Als boxenvulling heeft de melkveehouder

gekozen voor een waterbed. Geerten: “En

dankzij dakisolatie en een klimaatcomputer

reduceert Pelgrom de ammoniakemissie. Dit

maakt de stal extra duurzaam.”

Simpel met luxe

Eind september 2010 is de nieuwe melkveestal

met 73 ligplaatsen en een melkrobot

in gebruik genomen. Er staat volgens

Ronald een simpele, doelmatige stal, maar

wel met de luxe van een melkrobot, een

mestrobot en een automatisch klimaatsysteem.

De bouw van de stal is goed verlopen.

Ronald is daarbij blij, dat hij het project

heeft aanbesteed. “Daardoor waren

voor mij de kosten bij voorbaat duidelijk,

zo kon ik onverwachte tegenvallers voorkomen.

Bovendien heeft de aanbesteding een

scherpe kostprijs voor de stal opgeleverd.”


Aandachtspunten robot

Voor de keuze van het merk melkrobot

heeft Ronald meerdere merken in werking

gezien. De keuze viel op Lely, omdat dit bedrijf

een totaalpakket levert, bestaande uit

melkrobot, mestrobot en koeborstel. “Alles

van één leverancier werkt prettiger.” Maar

de melkveehouder heeft achteraf wel ervaren

dat hij toch nog te weinig is voorbereid

op het melken met een robot. “Er komen

bij het robotmelken andere aandachtspunten

naar voren, dan ik eerst had verwacht.

Daarom is mijn tip aan melkveehouders,

die overwegen om een melkrobot aan te

schaffen, om een paar dagen bij een robotboer

in de stal mee te lopen. Om te ervaren

hoe de robot gedurende de dag functioneert

en van de veehouder te horen, hoe

het met het onderhoud en vervanging van

materialen zit.”

Voorzorgsmaatregelen

De start in de nieuwe stal is naar tevredenheid

verlopen. Alleen ervaart Pelgrom nu

nog de naweeën van de invloed van een

nieuwe roostervloer op de klauwen van de

melkkoeien. “In nieuwe betonnen roosters

zitten zuren, die er eerst uit moeten. We

hebben de scherpe kanten van de roosters

verwijderd (afbramen) en ze met lijnzaadolie

ingesmeerd. En bij de koeien zijn extra

voorzorgsmaatregelen genomen, zoals het

aanbieden van extra structuur en Univit

Mobiel. Univit Mobiel is een mineralenmengsel

met organische sporenelementen,

biotine en gisten. Er is ook een bekapbeurt

overgeslagen. Helaas heeft dit nog niet

voldoende geholpen. De klauwen hebben

een opdonder gehad, waardoor de conditie

van de koeien wat achteruit is gegaan. Mijn

tip is dan ook om een nieuwbouw zo in te

plannen, dat de stal klaar is, wanneer de

De nieuwe ligboxenstal met links de ijsmakerij.

koeien overdag nog naar buiten gaan. Dan

kunnen de klauwen in de weide iets ontlast

worden.”

Fit naar nieuwe stal

Geerten Wassink reageert hierop. “In de

voorbereiding kan er wat aan dit probleem

gedaan worden door de roosters ruim op

tijd te bestellen. Ze kunnen beter een tijd

op het erf liggen uitharden, dan dat ze

direct na levering in de stal worden geplaatst.”

En voorlichter Patrick Wevers vult

aan: “De melkkoeien kunnen al ruim voor

de overplaatsing worden voorbereid op de

nieuwe stal. Met behulp van mineralen ter

bevordering van de klauwgezondheid, het

geven van extra structuur in het rantsoen

en door de klauwen al regelmatig te controleren

en zo nodig te behandelen gaat het

melkvee fit over naar de nieuwe stal.”

Denk aan het rendement

Andere tips, die Ronald melkveehouders

wil meegeven zijn: betrek goede adviseurs

bij de plannen, wees open en eerlijk, dan

krijg je daar ook een open en eerlijk antwoord

voor terug en denk bij investeringen

altijd om het rendement. Ronald: “Ik heb

bijvoorbeeld bij calculaties altijd mezelf de

vraag gesteld of ik daar wakker van ga liggen

of niet. Deze nieuwbouw heeft de kostprijs

met vijf tot zes cent per kg melk op het

bedrijf verhoogd. Maar we hebben bij de

berekeningen niet ingecalculeerd dat we op

kosten zouden gaan besparen vanwege de

betere leefomstandigheden van ons melk-

en jongvee. De dieren produceren meer kg

melk, de leeftijd van de dieren wordt hoger

en we zien lagere dierenartskosten. Alles

wat we nu beter doen dan gecalculeerd,

geeft ruimte in verdere verlaging van onze

kostprijs.”

BEDRIjFSGEGEVENS

V.l.n.r.: Ronald Pelgrom, BOMAP specialist Geerten

Wassink en voorlichter Patrick Wevers.

Ronald Pelgrom woont samen met zijn vriendin

Petra en zijn twee dochters op een melkveebedrijf

in het Gelderse Hummelo. Hij

houdt daar 60 melkkoeien en heeft 57 hectare

grond. Tien hectare van de grond is voor

het verbouwen van mais, op zes hectare

worden consumptieaardappelen verbouwd

en de overige percelen zijn grasland.

Met de komst van de nieuwbouw heeft Pelgrom

de mogelijkheid gecreëerd om anderen

een kijkje te geven op het melkveebedrijf.

Bij de ijsmakerij komt een terras en boven

de stal zit een ontvangstruimte met zicht

op de koeien in de stal. Ronald heeft bij de

nieuwbouw geen enorme bedrijfsgroei voor

ogen gehad. “Ik ben geen boer die naar 140

koeien wil. Naast melkveehouder ben ik ook

ijsmaker. Ik haal mijn plezier uit de diversiteit

van mijn werk en het verbeteren van het bedrijfsrendement.”

De melkkoeien produceren gemiddeld 9.100

kg melk met 4,40% vet en 3,53% eiwit. Het

melkquotum bedraagt 560.000 kg. Samen

met voorlichter Patrick Wevers en robotspecialist

Rob Rutgers is er voor het robotmelken

een robotscan gemaakt. Daarnaast is

er veel tijd gestoken in een aangepast rantsoen

en ander krachtvoer voor het robotmelken.

Hierbij wordt gestreefd naar verhoging

van de vet- en eiwitgehaltes. Omdat Ronald

kiest voor het aanbieden van veel eigen ruwvoer

(scherpe voerkosten) worden er geen

bijproducten gevoerd, die op korte termijn

extra effect op het eiwitgehalte hebben.

De toename van klauwproblemen en de toegenomen

productie geeft een daling in de

gehaltes. Patrick: “Wanneer een koe minder

goed loopt, vreet ze minder, waardoor

de gehaltes onder druk staan. Met behulp

van een intensief klauwmanagement en een

aangepast droogstandsmanagement werken

we aan het verhogen van de gehaltes.”

De ambitie van Pelgrom:

Melk en ijs van goede kwaliteit maken

met aandacht voor maatschappelijk

verantwoord ondernemen.

43


ForFarmers

Klantenservice T: +31 (0)573 28 88 11

Weekenddienst T: +31 (0)573 28 89 22

BOMAP T: +31 (0)573 28 89 89

Subli paardenvoeders T: +31 (0)900 20 25 321

FarmFeed

Rundveehouderij T: +31 (0)573 40 84 50

Varkenshouderij T: +31 (0)33 246 31 32

ForFarmers verkoopleiders

Rundveehouderij Noord Wilfred Jonkman T: +31 (0)6 22 24 67 99

Rundveehouderij Midden en Vleesvee Henk van der Vegt T: +31 (0)6 51 34 43 25

Rundveehouderij Zuid en Geiten en Schapen Gertie Klein Hegeman T: +31 (0)6 53 31 35 88

Varkenshouderij Noord Richard Orriëns T: +31 (0)6 53 40 08 55

Varkenshouderij Midden Rinze Exterkate T: +31 (0)6 22 37 33 09

Varkenshouderij Brabant, Limburg, België Marleen van Sleuwen T: +31 (0)6 10 41 27 63

Pluimveehouderij Jan Tjassens T: +31 (0)6 53 40 40 46

Akkerbouw & Loonwerk Erik Schieven T: +31 (0)6 51 64 04 73

ForFarmers, Postbus 91, 7240 AB Lochem, T: +31 (0)573 28 88 00, F: +31 (0)573 28 88 99, info@forfarmers.eu, www.forfarmers.eu

More magazines by this user
Similar magazines