QG, Gardena, R40Li, R70Li, Quick Guide, 2013

gardena.com

QG, Gardena, R40Li, R70Li, Quick Guide, 2013

5. Starten en stoppen

Zie hoofdstukken 4.3 en 4.4 in de gebruikershandleiding

Starten

1. Open de kap door op de STOP-knop te drukken.

2. Zet de hoofdschakelaar in stand 1. Als u dit voor het eerst doet, wordt er een startprocedure uitgevoerd

waarbij u onder meer een viercijferige pincode moet selecteren.

3. Druk op de START-knop.

4. Sluit de kap.

Stoppen

Druk op de STOP-knop.

6. De robotmaaier aanpassen aan uw tuin

Zie hoofdstukken 6.3, 6.4 en 6.6 in de gebruikershandleiding

Hier vindt u een aantal tips over belangrijke instellingen voor uw robotmaaier.

Alle instellingen voor uw robotmaaier worden via de menufuncties ingesteld.

De maaier aan de grootte van uw gazon aanpassen

Het maairesultaat is afhankelijk van de maaitijd. Pas de maaitijd aan uw tuin aan met

de functie Timer.

Als de maaier te vaak maait, ziet het gazon er geplet uit.

Als de maaier niet vaak genoeg maait, wordt het gazon niet goed gemaaid.

Voer met de maaier een testrun uit door smalle doorgangen

Als er smalle doorgangen in de tuin zijn, kan de maaier

moeite hebben het laadstation te vinden. Gebruik de functie Test UIT (Calibreer zoekdraad voor de

GARDENA R40Li) om te testen of de maaier door de smalste doorgang heen rijdt.

1. Plaats de maaier in het laadstation.

2. Selecteer Test UIT (Calibreer zoekdraad voor GARDENA R40Li) in het menu van de robotmaaier

en druk op OK. Druk vervolgens op de knop Start en sluit de klep.

3. Controleer of de maaier de geleidingsdraad door de doorgang volgt.

a. Als de maaier door de doorgang rijdt, is de test voltooid.

b. Als de robotmaaier de doorgang niet kan passeren: controleer of de begeleidingsdraad is

gelegd overeenkomstig de instructies in hoofdstuk 3.6 in de gebruikershandleiding.

Het is ook mogelijk om de begeleidingsbreedte voor de GARDENA R70Li aan te passen. Zie hoofdstuk

6.4 in de gebruikershandleiding.

WWW.GARDENA.COM

We behouden ons het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen door te voeren.

Copyright © 2013 GARDENA Manufacturing GmbH. Alle rechten voorbehouden.

www.gardena.com

115 49 66-36

1 2 3

4 5 6

7 8

1 2 3 4 5

Timer

U bepaalt op welke tijdstippen en op welke dagen van de week de maaier werkt. De

robotmaaier maait circa 45 m² per uur en dag (ongeveer 30 m² voor de GARDENA

R40Li). Bijvoorbeeld: als uw tuin 360 m² gras bevat, moet de robotmaaier gemiddeld

8 uur per dag werken (12 uur voor de GARDENA R40Li).

3

1

Start

GARDENA

0

9

1

BEKNOPTE HANDLEIDING

GARDENA ROBOTMAAIER

R40Li / R70Li


AAN DE SLAG MET DE GARDENA

ROBOTMAAIER

1. Het laadstation plaatsen en aansluiten

Zie hoofdstuk 3.2 in de gebruikershandleiding

1. Plaats het laadstation centraal in het werkgebied, met veel open ruimte vóór het

laadstation, en op een redelijk vlak oppervlak.

2. Sluit de laagspanningskabel van de transformator aan op het laadstation en de

transformator.

3. Sluit de transformator aan op een stopcontact van 230 V.

2. De accu opladen en de

grensdraad plaatsen

Zie hoofdstukken 3.3 en 3.4 in de gebruikershandleiding

1. Plaats de robotmaaier in het laadstation om de accu op

te laden terwijl de begrenzingsdraad wordt gelegd. Zet de

hoofdschakelaar in stand 1.

2. Leg de grensdraad en zorg dat deze in een lus rond het

werkgebied wordt gelegd.

3. Maak een oogje op het punt waar de geleidingsdraad later

wordt aangesloten

(zie punt 4.5).

1. Hoofdschakelaar

2. STOP-knop

3. LED voor functiecontrole van

de grens- en geleidingsdraden

4. Indicatie maaihoogte

5. Display

6. Toetsenblo

2

10 cm / 8”

20 cm / 8”

1

3

3

0 cm / 0”

Start

GARDENA

1 2 3 4 5

1 2 3

4 5 6

7 8

0

9

5

6

4

2

1

Laadstation

5 cm / 2”

30 cm / 12”

3. De grensdraad aansluiten

Zie hoofdstukken 3.5 in de gebruikershandleiding

1. Open de stekker en leg de draaduiteinden in de uitsparingen op elke stekker.

2. Druk de stekkers samen met een tang.

3. Snijd overtollige grensdraad weg. Snijd 1 tot 2 cm boven de stekkers.

4. Druk de stekkers op de contactpennen, gemarkeerd met A, op het laadstation. Het

is belangrijk dat de rechterdraad is aangesloten op de contactpen rechts en dat de

linkerdraad is aangesloten op de pen links.

4. De geleidingsdraad plaatsen en aansluiten

Zie hoofdstukken 3.6 in de gebruikershandleiding

1. Leid de geleidingsdraad door de sleuf op de onderkant van het laadstation.

2. Monteer de stekker op de geleidingsdraad, net zoals bij de grensdraad, volgens de

bovenstaande instructies.

3. Bevestig de stekker op de contactpen die met Guide is gemarkeerd op het

laadstation.

4. Leg de geleidingsdraad minimaal 2 meter recht naar voren vanaf de voorste rand

van het laadstation.

5. Leid de geleidingsdraad naar het punt op de grenslus waar de aansluiting wordt

gemaakt. Leg de draad niet in krappe bochten.

6. Snijd de grensdraad af met een draadtang in het midden van het oogje dat in punt

2.3 is gemaakt.

7. Sluit de geleidingsdraad aan op de grensdraad met behulp van de meegeleverde

aansluitstukken. Druk de aansluitstukken helemaal naar elkaar toe met een tang.

Transformator Laagspanningskabel Grensdraad en

aansluitstukken

1

1

7

4

2

1

Nietjes Stekkers Meetplaat

4

3

min 2 m / 7 ft

More magazines by this user
Similar magazines